STATUTEN
VAN HET
GENOOTSCHAP PROVIDENTIA,
INTERDIOCESAAN ONDERLING PENSIOENFONDS
VOOR
Roomscli-Katliolieke Bijzondere Onderwijzers.
Vak 157
STATUTEN
VAN HF/1'
enootschap PrBvidentia,
INTERDIOCESAAN ONDERLING PENSIOENFONDS
VOOR
Roomscli-Katholiekc Bijzondere Onderwijzers.
STATUTEN
van het
GENOOTSCHAP PROVIDENTIA,
INTERDIOCESAAN ONDERLING PENSIOENFONDS
voor
JIOOMSCH-JiATHOLIEKE j3lJZONDERE pNDERWIJZERS.
Benaming, Zetel en Doel.
Artikel i.
Het Genootschap voert den naam «Genootschap Providentia», « Interdiocesaan Onderling Pensioenfonds voor Roomsch-Katholieke Bijzondere Onderwijzers ».
Leden van het Genootschap kunnen slechts zijn Roomsch-Katholieke Onderwijzers in Nederland.
Het is gedomicilieerd te Amsterdam.
Art. 2.
Het Genootschap stelt zich ten doel het verzekeren van pensioen aan zijne leden.
Deelneming en Storting.
Art. 3.
De voorwaarden van deelneming en de maatstaf voor de berekening der stortingen worden, evenals de grondslagen der reserve-berekening, vastgesteld door het Bestuur, behoudens de goedkeuring van den Raad van Commissarissen.
Art. 4
Minstens om de vijf jaar is het Bestuur verplicht te beslissen, of eene herziening omtrent den bij art. 3 genoemden maatstaf van berekening noodig is.
Dergelijke beslissing behoeft de goedkeuring van den Raad van Commissarissen.
Inkomsten.
Art. 5.
De inkomsten van het Genootschap bestaan uit ; a. verplichte en facultatieve stortingen der leden, /f. schenkingen, legaten, enz.
c. renten van beleggingen en dergelijken.
GENOOTSCHAP âPROVIDENTIAquot;.
Bestuur en Beheer.
Art. 6.
Het Genootschap wordt beheerd door een Bestuur, bestaande uit vier leden, onder toezicht van een Raad van Commissarissen van vier leden.
Art. 7.
Het Eestuur bestaat uit:
а. twee leden van het Genootschap uit het Aartsbisdom Utrecht en
б. twee leden van het Genootschap uit he*: Bisdom Haarlem.
Art. 8.
De Bestuursleden worden benoemd door H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem uit eene door den Raad van Commissarissen goedgekeurde voordracht van dubbeltallen.
Deze voordracht wordt voor de bij art. 7 sub n bedoelde leden opgemaakt door het Hoofdbestuur der Vereeniging van Hoofden aan Roomsch-Katholieke Bijzondere Scholen in het Aartsbisdom Utrecht, terwijl voor die bij hetzelfde artikel bedoeld sub /gt; de voordracht wordt gedaan door het Hoofdbestuur van de Diocesaan-Veree-niging van Roomsch-Katholieke Bijzondere Onderwijzers in het Bisdom Haarlem.
Art. 9.
De in het vorig artikel bedoelde voordracht geschiedt â binnen vier weken nadat de President-Commissaris het schriftelijk verzoek daartoe heeft gedaan â aan den Raad van Commissarissen.
Bij niet goedkeuring wordt op dezelfde wijze als voor de eerste voordracht is bepaald, een tweede gevraagd en ingediend.
Wordt ook deze niet aangenomen dan geschiedt de voordracht zelfstandig door den Raad van Commissarissen.
Ditzelfde vindt plaats wanneer de voordracht niet binnen den gestelden termijn bij den President-Commissaris is ingekomen.
Art. 10.
Het Bestuur is in het algemeen belast met het beheer van het Genootschap.
Het vergadert minstens eenmaal per jaar te Amsterdam.
Het benoemt uit zijn midden een Voorzitter en een Secretaris.
Bij ontstentenis van een dezer titularissen zal diens taak door een der overblijvende Bestuursleden worden waargenomen.
Art. 11.
Alle vergaderingen van het Bestuur worden door of namens zijn Voorzitter, (of in de bij art. 13 bedoelde gevallen door of van wege den President-Commissaris) minstens acht dagen te voren bijeengeroepen. Bestuursleden gedragen zich in die vergaderingen naar het door hen vast te stellen en door den Raad van Commissarissen goed te keuren huishoudelijk reglement.
Om besluiten te kunnen nemen, moeten minstens drie Bestuursleden aanwezig zijn.
4
GENOOTSCHAP âPROVIDENTIAquot;
Besluiten in bestuursvergadering worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist over zaken de Voorzitter, over personen het lot.
Indien een besluit ter bestuursvergadering is genomen zonder bijzijn en medeweten van een der Commissarissen, moet hetzelve aan de goedkeuring van den President-Commissaris onderworpen worden.
Art. i2.
Wanneer eene vergadering van het Bestuur door onvoldoende opkomst niet kan besluiten, wordt binnen eene week op de wijze, als bij art. ii, ic alinea is omschreven, eene tweede bijeenkomst bijeengeroepen, j
Op deze tweede vergadering kan besloten worden, mits twee bestuurleden aanwezig zijn, behoudens het bepaalde bij art. n laatste alinea.
Art. 13.
Buitengewone bestuursvergaderingen moeten worden belegd, zoo dikwijls de Raad van Commissarissen dit noodig acht, of het Dage-lijksch Bestuur of minstens drie Bestuursleden daartoe schriftelijk hun verzoek aan den President-Commissaris doen.
Art. 14.
Het Bestuur benoemt uit zijn midden een Dagelijksch Bestuur, bestaande uit twee leden â een Directeur en een Penningmeester â die steeds hunne vaste woonplaats te Amsterdam moeten hebben.
De Voorzitter van het Bestuur zal tevens Directeur van het Genootschap zijn.
Art. 15.
Aan de twee leden, in het voorgaand artikel bedoeld, is het gewoon en dagelijksch beheer van het Genootschap opgedragen. Zij vertegenwoordigen het Genootschap in en buiten rechten, zij kunnen in zijn belang dadingen treffen, zij teekenen alle stukken het Genoot schap betreffende, een en ander behoudens het bepaalde bij Artikel 25.
Zij benoemen en ontslaan de geneesheeren en verdere ambtenaren van het Genootschap, na bekomen machtiging van den Raad van Commissarissen. Bij ontstentenis worden zij vervangen door leden van het Bestuur volgens te maken regeling.
Art. i6.
Bestuursleden zijn verplicht:
ic. Commissarissen, te zamen of afzonderlijk, aangaande de zaken van het Genootschap alle inlichtingen te geven, welke zij verlangen ;
2C. Aangaande zaken, die niet tot het gewoon en dagelijksch beheer be-hooren, in overleg te treden met den gedelegeerden Commissaris ;
3c. Commissarissen onverwijld te onderrichten van belangrijke voor het Genootschap ongunstige omstandigheden;
4«-\ Van hunne vergaderingen minstens veertien dagen te voren aan alle Commissarissen kennis te geven ;
5c. Indien dit door Commissarissen verlangd wordt, de vergaderingen van Commissarissen bij te wonen en daar, desgevraagd, ook verslag te doen van hetgeen verricht of voorgevallen is ;
6c, Te zorgen, dat de boeken en registers van het Genootschap be-
GENOOTSCHAP âPROVTDKNTIAquot;,
hoorlijk worden bijgehouden en de overige administratie steeds in goede orde is ;
7c. Vóór of op den icn Juni van elk jaar de rekening en verantwoording, met het verslag over de werkzaamheden van het afge-loopen boekjaar en een staat der bezittingen van het Genootschap, behoorlijk onderteekend door alle Bestuursleden aan Commissarissen over te leggen ;
8c. Te zorgen, dat aan aanvragen van nieuwe leden tijdig, onder inachtneming der daarvoor geldende bepalingen, wordt voldaan ;
9c. Tot het regelen der tijdige uitbetalingen van pensioenen ;
loc. Te zorgen voor het tijdig en behoorlijk innen der contributie en
der andere gelden ;
iic. Te zorgen, dat de beschikbare gelden spoedig en op de wijze bij art. 22 en 37 omschreven worden belegd, behoudens de gelden benoodigd om in de gewone behoeften te voorzien ; 12c. De goedkeuring te vragen van den President-Commissaris voor het doen van uitgaven, bedoeld bij Artikel 36, wanneer die een door den Raad van Commissarissen te bepalen bedrag te boven gaan ;
13c. Te zorgen voor tijdige en behoorlijke berekening en overlegging aan den Raad van Commissarissen van de opgaven betrekkelijk den omslag, te heffen voor de bij Art. 36 bedoelde Admi-nistratiekas ;
14c. Te zorgen voor de tijdige en behoorlijke opgaven van dien
omslag aan betrokkenen ;
15c. Omtrent het doen berekenen der wetenschappelijke balans tijdig
in overleg te treden met den Raad van Commissarissen ; 16c. Ieder zesde jaar, tegelijk met de jaarlijksche rekening en verantwoording, eene wetenschappelijke balans aan den Raad van Commissarissen over te leggen ;
17c. Aan de Commissie, bedoeld bij Art. 28, 2c alinea, tijdens haar onderzoek, alle door haar verlangde inlichtingen omtrent de zaken van het Genootschap te verschaffen.
A kt. 17.
De periodieke aftreding der Bestuursleden, en de verdeeling der werkzaamheden worden geregeld bij huishoudelijk reglement, goed te keuren door den Raad van Commissarissen.
Art. 18.
Bestuursleden genieten vergoeding van alle reis- verblijf- en andere j kosten, ten dienste van het Genootschap door hen gemaakt, volgens j door den Raad van Commissarissen goedgekeurden maatstaf.
Commissarissen.
Akt. 19.
De Raad van Commissarissen bestaat uit;
ic. Een der eerwaarde heeren Geestelijken uit het Aartsbisdom Utrecht, benoemd door Z. D. H. den Aartsbisschop van Utrecht; 2c. Een der eerwaarde heeren Geestelijken uit het Bisdom Haarlem, benoemd door Z. D. H. den Bisschop van Haarlem;
6
ö______ _________________â________ ______________________________-02
GENOOTSCHAP âPROVIDKNTIAquot;. 7
2*:. Een deskundige, geen lid van het Genootschap, benoemd door
Z. D. H. den Aartsbisschop van Utrecht;
4c. Een deskundige, geen lid van het Genootschap, benoemd door Z. D. H. den liisschop van Haarlem.
A kt. 20.
Van de in hel vorig artikel genoemde Commissarissen zijn aangewezen die, bedoeld :
sub 1 â tot President,
â 2 â tot Plaatsvervangend President,
â 3 â tot Secretaris,
â 4 â tot Gedelegeerde.
Een der Commissarissen, door hen aan te wijzen, zal bij ontstentenis van een hunner, diens functie waarnemen.
Art. 21.
Commissarissen vergaderen, zoo dikwijls hun dit zal noodig blijken.
De Commissarissen worden minstens veertien dagen te voren, door of namens hun President ter vergadering bijeengeroepen.
Om besluiten te kunnen nemen moeten minstens één der sub 1 en 2 en één der sub 3 en 4 in Art. 19 genoemde leden aanwezig zijn.
Alle besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij 1 staking van stemmen beslist over zaken de Voorzitter, over personen het lot.
!In hunne vergaderingen gedragen Commissarissen zich overeenkomstig het door hen vast te stellen huishoudelijk reglement.In hunne vergaderingen gedragen Commissarissen zich overeenkomstig het door hen vast te stellen huishoudelijk reglement.
Art. 22.
De Commissarissen zijn verplicht:
igt;;. Nauwkeurig te letten op het beheer;
2C. Te waken voor de stipte uitvoering van de bepalingen dezer Statuten ;
3c. Ingeval van wanbeheer of grof verzuim de betrokken bestuursleden te schorsen en zoo noodig hun ontslag aan H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem voor te stellen ;
4c. Toe te zien, dat bij ontstentenis van een der leden van het Dagelijksch Bestuur, in het beheer op de bij Art. 15 bedoelde wijze wordt voorzien ;
5c, Toe te zien, dat de boeken, registers en verdere administratie geregeld worden bijgehouden en de boeken in behoorlijken staat aanwezig zijn, waartoe zij te zamen of afzonderlijk te allen tijde inzage kunnen nemen van alle boeken en bescheiden van het'Genootschap ;
6c. Zich te overtuigen, dat de waarden van het Genootschap behoorlijk worden bewaard en dat voor zijne bezittingen voldoende wordt zorg gedragen ; dat de beschikbare gelden tijdig worden belegd in :
a. inschrijvingen op de Grootboeken van het Koninkrijk der Nederlanden of van andere landen ;
lgt;. aankoop van, of in beleening of prolongatie van Nederlandsche of vreemde Staatsschuldbrieven en schuldbrieven van soliede leeningen ten laste van gemeenten of bijzondere instellingen of
amp;
O E N OOTSCH A P âPRO VI DENT IAquot;
in aandeden daarvan ;
c'. aankoop van vaste goederen ;
d. eerste hypotheken op onroerende goederen, binnen het Koninkrijk der Nederlanden gelegen, welker onbezwaarde waarde ten minste anderhalfmaal de te beleggen som bedraagt; 7c. Te bepalen het bedrag, dat in kas gehouden moet worden of op korten termijn belegd om in de dagelijksche behoeften van het Genootschap te voorzien ;
8c. Toe te zien op de behoorlijke heffing van den hoofdelijken omslag ten behoeve der Administratiekas, bedoeld bij Art. 36 ; 9c. De eventueel noodige bezoldigingen vast te stellen ;
loc. De jaarlijksche rekening en verantwoording c. q. de vijfjarige wetenschappelijke balans te onderzoeken en aan de Commissie, in Art. 28, 2^ alinea, genoemd, over te leggen.
Art. 23.
Commissarissen hebben, zoo ieder afzonderlijk als te zamen, recht van toegang tot alle Bestuursvergaderingen.
Wanneer zij een genomen besluit nadeelig achten voor het Genootschap, kunnen zij de uitvoering er van schorsen.
Bij schorsing van een bestuursbesluit zal de Raad van Commissarissen, zoo spoedig doenlijk, in eene vergadering uitspraak doen.
Zonder voorafgaande machtiging van den Raad van Commissarissen, kan het Bestuur voor het Genootschap noch in rechten optreden noch zich in rechten verweren.
Art. 24.
De President- en de Secretaris-Commissaris vertegenwoordigen den Raad van Commissarissen, wanneer hij niet vergaderd is ; zij beslissen dan op voorstellen van het Bestuur.
Art. 25.
Behalve de onderteekening van het Dagelijksch Bestuur, wordt die van den gedelegeerden Commissaris gevorderd :
ic. Bij royement en bij gedeeltelijke aflossing van eene door het
Genootschap gesloten hypotheek;
2c. Bij koop of verkoop van onroerende goederen van het Genootschap ; 3c. Wanneer afschrijving plaats vindt van de Grootboeken van het Koninkrijk der Nederlanden of van andere landen.
Art. 26.
De Commissarissen genieten desverlangd vergoeding van ten dienste van het Genootschap gemaakte kosten.
Rekening en Verantwoording.
Art. 27.
Het boekjaar loopt van af 1 Januari tot en met 31 December van elk jaar.
Art. 28.
Commissarissen onderzoeken de volgens Art. 16 sub 7 door het
8
GENOOTSCHAP âPROVIDENTIAquot;.
Bestuur overgelegde stukken door nauwkeurige vergelijking met de boeken en bescheiden.
Daarna wordt de rekening en verantwoording niet hun advies ten onderzoek overgelegd aan eene Commissie van vier personen, leden van het Genootschap, die, tijdens haar onderzoek, rechtens inzage heeft van alle boeken en bescheiden van het Genootschap.
Art. 29.
De leden der in Art. 28 en 40 genoemde Commissie worden, nadat een desbetreffend verzoek door den President-Commissaris schriftelijk aan de Presidenten der bij art. 8, 2c alinea genoemde Hoofdbesturen is gedaan, jaarlijks ieder voor de helft gekozen door de leden dier Hoofdbesturen.
.Is binnen vier weken na de indiening van zijn ver/.oek, geen bericht dier keuze bij den President-Commissaris ingekomen, dan geschiedt de benoeming dcor den Raad van Commissarissen.
De leden dezer Commissie mogen geen lid zijn van het Bestuur van dit Genootschap, zij mogen evenmin tot de beambten er van behooren, noch verwant of aangehuwelijkt tot en met den derden graad aan Bestuursleden. Zij genieten vergoeding van reis- en verblijfkosten. Bij ontstentenis wordt hunne taak waargenomen door plaatsvervangers, tegelijk en op dezelfde wijze als zij gekozen.
Art. 30.
Bij goedkeuring zal de rekening en verantwoording door de Commissarissen en de bij Art. 28 bedoelde Commissie onderteekend worden.
Art. 31.
Wordt de rekening en verantwoording goedgekeurd, dan zal het Bestuur daardoor wegens alle zaken en verrichtingen, waarop de stukken betrekking hebben, zijn gedechargeerd.
Art. 32.
Exemplaren der rekening en verantwoording zullen door het Bestuur aan H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem worden gezonden en uiterlijk eene maand na de goedkeuring voor de leden, tegen betaling, verkrijgbaar worden gesteld.
Wetenschappelijke Balans.
Art. 33.
Om de vijf jaar zal het Bestuur doen opmaken eene wetenschappelijke balans, waaruit de hoegrootheid «Ier reserve zal moeten blijken.
De daarvoor te benoemen deskundige wordt door het Bestuur aangewezen na bekomen goedkeuring van den Raad van Commissarissen.
Deze wetenschappelijke balans zal op de wijze als bij art. 28 voor de rekening en verantwoording bepaald is, overgelegd worden.
Voor het eerste vijfjaarlijksche tijdvak zal het Bestuur door den Raad van Commissarissen van die verplichting kunnen worden vrijgesteld.
9
io GENOOTSCHAP âPROVIDENTIAquot;.
Premiën-reserve.
Art. 34.
De premiën-reserve wordt gevormd uit de stortingen der leden en moet het wiskundig berekende bedrag bevatten.
Uit de premiën-reserve mogen niet anders dan de opeischbare pensioenen worden betaald.
Waarborgfonds.
Art. 35.
Uit inkomsten buiten de stortingen der leden, daarvoor door het Bestuur na bekomen goedkeuring van den Raad van Commissarissen aan*te wijzen, /al een waarborgfonds worden gevormd.
Dit waarborgfonds dient om geleden verliezen te dekken.
Onkosten.
Art. 36.
Alle onkosten ten dienste van het Genootschap te maken, worden gekweten uit eene Administratiekas.
De gelden voor deze Administratiekas benoodigd, worden gevonden uit een hoofdelijken omslag over alle leden van het Genootschap, te heffen, nadat de Raad van Commissarissen het bedrag daarvan, na ontvangen beredeneerd voorstel van het Bestuur, heeft vastgesteld.
Belegging der Gelden.
Art. 37.
Alle gelden en fondsen van het Genootschap zullen door het Dage-lijksch Bestuur, na bekomen goedkeuring van den Raad van Commissarissen, op de meest zekere en rentegevende wijze worden belegd, op de wijze, als in Art. 22 is bepaald.
Elke andere wijze van geldbelegging is ongeoorloofd.
Bewaring der Fondsen.
Art. 38.
De fondsen, effecten, eigendomsbewijzen en in t algemeen alle waardestukken, voor zooverre ze niet benoodigd zijn voor de dage-lijksche behoeften van het Genootschap, zullen worden bewaard in eene soliede afzonderlijke brandvrije afsluiting, voorzien van drie verschillend werkende sloten, welke in eene brandvrije ruimte wordt geplaatst.
De President-Commissaris, de gedelegeerde Commissaris en de Penningmeester van het Dagelijksch Bestuur bewaren elk de sleutels van een der drie sloten.
02
!
GENOOTSCHAP âPROVIDENTIAquot;. ii
Liquidatie.
Art. 39.
Tot ontbinding van het Genootschap zal kunnen worden overgegaan, wanneer aan Commissarissen of aan Bestuursleden zal gebleken [ zijn, dat daartoe overwegende redenen bestaan en minstens twee Commissarissen of drie Bestuursleden daartoe een schriftelijk verzoek bij den President-Commissaris indienen.
Art. 40.
De President-Commissaris zal binnen eene maand, nadat de ontbinding hem is voorgesteld, eene vereenigde vergadering beleggen, bestaande uit den Raad van Commissarissen, het Bestuur en de bij Art. 29 genoemde Commissie.
Deze vergadering wordt geleid door den President-Commissaris of zijn plaatsvervanger.
Akt. 41.
Om besluiten te kunnen nemen, moeten in de vergadering bedoeld bij Art. 40 minstens aanwezig zijn :
ic. Eén der sub 1 en 2 en één der sub 3 en 4 van Art. 19 genoemde Commissarissen ;
2c. Een lid van het sub a en een lid van het sub b van Art. 7 genoemde Bestuur;
3c. Twee leden der Commissie bedoeld bij Art. 29;
en worden twee derden der aanwezige stemmen vereischt.
Art. 42.
Wanneer dergelijke vergadering door onvoldoende opkomst geen besluit 1 kan nemen, wordt binnen drie weken door of namens den President- ; Commissaris eene tweede bijeenkomst beschreven.
Deze tweede vergadering kan met elk aantal personen besluiten , nemen, behoudens de vereischte meerderheid van twee derden der , aanwezige stemmen.
Art. 43.
Geene ontbinding kan geschieden, dan met goedkeuring van H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van ! Haarlem.
Akt. 44.
Ingeval tot ontbinding wordt overgegaan, zal het Dagelijksch Bestuur binnen zes maanden een inventaris en een beredeneerden Staat van zaken aan Commissarissen overleggen.
Art. 45.
H.H. D.D. H.H. de Aartsbisschop van Utrecht en de Bisschop van Haarlem zullen op verzoek van den Raad van Commissarissen twee liquidateurs en twee plaatsvervangers benoemen.
Art. 46.
De liquidateurs vervangen het Bestuur in alles en nemen alle zaken, papieren, boeken en waarden daarvan over; zij hebben volmacht tot het uitvoeren der liquidatie, zij vereffenen de loopende verbinte-
£3
(; KNOOTSCHAP âPROVIDENT1Aquot;
nissen in der minne of doen die bij als solied bekend staande Genootschappen of Maatschappijen overgaan. Zij regelen en betalen zooveel mogelijk de schaden en verliezen van het Genootschap, innen zijne vorderingen en realiseeren zijn actief. Zij kunnen dadingen en minnelijke schikkingen aangaan; luinne besluiten worden bij meer
' derheid van stemmen genomen.
Art. 47.
! De bewijzen van verkoop en overdracht van eigendom of waarde van het Genootschap moeten door twee liquidateurs of plaatsvervangers onderteekend worden.
Art. 48.
Iedere zes maanden zal door deze liquidateurs een inventaris opgemaakt en aan een door H.H. D.13. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem elk voor de helft benoemde Commissie van toezicht, bestaande uit vier leden, overgelegd worden.
De bevoegdheden en de werkkring dezer Commissie van toezicht zullen door H.H. ]).]). H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem worden bepaald.
akt. 49.
De liquidateurs zullen steeds een genoegzaam kapitaal trachten te behouden om aan de uitbetalingen der in het genot van pensioen
I gestelde leden, welke nog niet aan andere instellingen overgegaan zijn, te voldoen.
I
1 Art. 50.
I De winst, welke overblijft nadat aan alle verplichtingen van het Genootschap is voldaan, zal ter beschikking worden gesteld van H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem, ieder voor de helft, ten einde te worden aangewend op de wijze door H.H. D.D. H.H. te bepalen.
Geschillen.
Ar t. 51.
Bij verschil van gevoelen tusschen het Bestuur ten eenre en den Raad van Commissarissen ter andere zijde, zal uitspraak worden gedaan door H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem, waaraan partijen zich moeten onderwerpen. Geschillen tusschen leden van het Bestuur onderling zullen door den Raad van Commissarissen in het hoogste ressort worden beslecht.
Geschillen tusschen het Genootschap en zijne leden zullen door den bevoegden rechter worden beslist, ter plaatse waar het Genootschap gedomicilieerd is.
Elke andere in het belang van het Genootschap zijnde vereffening is echter aan het Bestuur, na bekomen goedkeuring van Commissarissen, geoorloofd.
GENOOTSCHAP âPROVIDENTIAquot;. 13
Wijzigingen.
Akt. 52.
Veranderingen in de bepalingen dezer Statuten kunnen slechts worden gemaakt met goedkeuring van den Raad van Commissarissen en wanneer aan den President-Commissaris, hetzij door twee Commissarissen, hetzij door drie leden van het Bestuur, hetzij door de in Art, 8 genoemde Hoofdbesturen een schriftelijk voorstel is ingediend.
Art. 53.
Binnen drie maanden na het ontvangen van dergelijk voorstel wordt door den Raad van Commissarissen beslissing genomen.
Akt. 54.
Wanneer de Raad van Commissarissen zulks wenschelijk acht, kan hij, alvorens te beslissen door den President-Commissaris eene ver-eenigde vergadering doen bijeenroepen van het Bestuur en de bij art. 8 genoemde Hoofdbesturen, ten einde van advies te worden gediend.
Akt. 55.
Na goedkeuring van voorgestelde veranderingen door den Raad van Commissarissen, zal deze de betrokken wijzigingen aan het oordeel onderwerpen van H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem.
Art. 56.
Geene wijzigingen kunnen in kracht treden, tenzij daarop de bewilliging van H.H. D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haarlem zijn verkregen.
Aanvullingsbepaling.
Art. 57.
De in deze Statuten omschreven rechten en bevoegdheden van H.H. j D.D. H.H. den Aartsbisschop van Utrecht en den Bisschop van Haar- 1 lem gaan sede vacante over op den Vicaris-capitularis; bij langdurige | afwezigheid van den Aartsbisschop of Bisschop op den Vicaris-generaal.
Overgangsbepaling.
Akt. 58.
Indien te etniger tijd in het Aartsbisdom Utrecht eene Diocesaan-Vereeniging van Hoofden en Onderwijzers aan R. K. Bijzondere Scholen mocht worden opgericht, dan treedt het Hoofdbestuur dier Ver-eeniging, voor alles wat het Genootschap betreft, in de plaats van het bij Art. 8 genoemde Hoofdbestuur der Vereeniging van Hoofden aan Roomsch-Katholieke Bijzondere scholen in het Aartsbisdom Utrecht.