B tidi
ET f
MIS HÃOREN, li
ifik
een Schat voor den Christen,
Ãquot;
® 5.v 'fÃ.
'4^
é. f '4^ :',C
amp;::
bewerkt naar den
H.ALPHONSIJS MARIA DE LIGORIO
en het Fransche werkje van
Patri* -êt. O nier.
Vak 77
W.W
^ 15 4^ ïr amp; if 4-x' 'iz sfe tï
M 'li
V ^ 'k quot;gt;â ® ï -
jK^:iTM®KMSi$j%lt;s®amp;-SSd5S35S3§lt;$$S$[pgt;g!
' rlS 'Vi'» rit ' ri-» ⢠ri-»quot;- fiS 1
Uitgave van Jos. J. van Lindkrt te Cuyk (X.-B.):
MEIMAAND DER GENADE OORDEN
of Maria's Grootheden,
Leven en Bevoorrechte Heiligdommen.
in GODVRUCHTIGE LKZINGEX,
voor eiken dag der Maand Mei.
BEWERKT DOOR A. B. cn L. Ã., R. 7\. ]ir. en Kap, Tweede, vermeerderde druk.
PRIJS: In linnen Prachtband 60 ct., franco per post óy'/s ct.
De vrij aanzienlijke ie oplage was in eenige maanden uitverkocht en werd van vele, zelfs hooggeachte zijde allergunstigst beoordeeld en aanbevolen. Inderdaad, men behoeft dit Meiboekje slechts te kennen, om het lief te hebben. liet bevat voor lederen dag eene korte beschrijving van Mama's Grootheden en haar leven, en de geschiedenis van eene harer bevoorrechte Bedevaartplaatsen in Nederland of daar buiten ('s Bosch, Roermond, Uden, Handel, Aarle-Rixtel, Meerveldhoven, Ommel, Oir-schot, Maastricht, Sittard-lssoudun, Scherpenhen-vel, Oostrum, Kevelaar, Lourdes, Parijs, Rome, Loreto). Tot slot een kort Gebed. *
Behalve deze Oefeningen (bi. 1â271) bevat het fraaie boekje (bl. 272â-330) nog de Gebeden onder de H. Mis, het Lof, den Kruisweg, -Biecht- en Communie-Oefeningen en vele andere zeer schoone gebeden, waardoor 't geschikt wordt, om ook buiten de Meimaand met veel devotie als gewoon kerkboek gebruikt te worden.
Dooi' zijn fraai uiterlijk en zijn lagen prijs eigent zich dit boekje ook uitstekend tot een prijs in de Christelijke leering, bij de Eerste //. Commit-n ie of op de Bijzondere School,
M' ⢠4-tgt; â¢' 1quot;4'1
., . r . . ⢠* ⢠â ; â
r'-lt;
E
OJ1. ® -'.i
W.: :
'/v\ â¢. r
IIHT U?
DAGELIJKS MIS HOOREN, M
I-'â i
tc
® -.v !cb! .â :
-
i'i ®
quot;f
2.1 ^
«fe
V- ^ 2.- ^ r;. ^
ffi - c !é(
ffi '4 amp; ; .-
si? :,-© ^
â gt;â¢' quot;4^ r. ^
een Schat voor den Christen,
bewerkt naar den
H, ALPHONSUS MARIA OE LIGORIO
en het Fransche werkje van
Pater .^r. Om er.
;.â /vi
quot;:: W.
-â ; i$i
7.' ®
^S'isK CUYK :i./(l. Maa-,
jll® J OS. J. V AN 1,1X1) l'. I-
.jj® l'xiekdruUUer-l' ilL'uviT.
gt; â r,
', .^7. ^
;/'.--
r*-. .gt;â¢
1 h»*- â ,t.v/ï;quot;!!%V-*.v.*-' .v.' .v.
V y
^Uitgave van Jos. J, vanLindert te Ãyt (N..B,) ;
MEIMAAND DER GENADE-OORDEN
Of Maria's Groothertnti
voor eiken dag der Maand Mei
bewerkt door
tLZL- a' A'- A' Kap.
PRITS T® r ' veri?eerderde druk.
per poit 67Ã ctnnen PraChtb-d 60 ct., franco
den uitvirkochTen^TCrd^vfn eeifiSe maan'
ren dag erne kort. ^i11' Het bevat voor ^de-heden fn haar leven In rJVIDg T*11 M^a's Groot-barer bevoorrechte' Berl 6 van eene
land of daar buten ⢠Neder-
keAboek6 gYbruiktte word^1 deVOtieals gewoon
tshsz-SS. quot;â 1
-rrrr-
HET r f'
DAGELIJKS MIS HOOREN,
een Schat voor den Christen,
bewerkt naar den
H. ALPHONSUS MARIA DE LIGORIO
en het Fransche werkje van
.f am filter,
Mi
I
W i J C i i .2 i j s
Imprimatur.
L. BERKVENS, Libror. Censor.
Haaren, 28 Febr. iSgS.
HET DAGELIJKS MIS HÃOREN,
een Schat voor den Christen,
bewerkt naar den H. ALP HON SLIS DE LIGORIO (i)
en het
Fransche werkje van Pater S'! O M p] R.
^JTt^inderen der menschen, luistert! In-dip dien men u kwam boodschappen, dat er in de nabijheid uwer woning eene goudmijn gelegen was, de rijkste van de geheele wereld, en dat de eigenaar u toestond, daaruit dagelijks een half uur lang met volle handen goud te gaan opdelven, â hoe groot zou uwe vreugde zijn! Die moeite ^van een half uur zoudt gij u gaarne getroosten, om in 't bezit te komen van zoo groote rijkdommen, â en toch, deze zouden slechts van korten duur en vergankelijk zijn.
(i) Alleen het leerstellige gedeelte van dit werkje is woordelijk volgens den II. Alphonsus.
HET DAGELIJKS MIS HOOUEN,
Eene andere, eene veel kostbaardere goudmijn wordt u aangeboden door den koning des Hemels, eene goudmijn, die niet een aardsch metaal, maar eeuwige goederen bevat, namelijk de goddelijke genaden, en de eeuwige verdiensten der Verlossing. Ons geloof leert immers, dat de minste genade van God oneindig meer waarde heeft, dan al het goud der aarde. Welnu, die onvergelijkelijke schat is: de hoogverhevene offerande der H. Mis.
Beminde Lezer, ik kom u bidden en smeeken in den naam van Onzen Heer Jezus Christus, eiken morgen een halfuur/je te willen besteden aan het bijwonen van het aanbiddelijk Geheim des Altaars, om aldus uwe ziel met die kostbare genadeschatten te verrijken.
Maar laten wij liever aanstonds de Heiligen spreken; dezen zullen u de onschatbare voordeelen dezer heilige oefeningen doen beseffen.
De H. Mis, zegt de H. Franciscus van Sales, is de zon der geestelijke oefeningen, de afgrond van Gods barmhartigheid, de bron der goddelijke liefde, het hart der godsvrucht, de ziel der godsdienstigheid, het kostbare middel om genade te bekomen.
4
EEN SCHAT VUUR DEN CHRISTEN. 5
I )c H. Mis, zoo spreekt de H. Leonardus a Portu Mauritio, is de zon der christenwereld, de ziel des geloofs, het middelpunt van den Katholieken Godsdienst, waarheen zich wenden alle kerkelijke gebruiken, alle Sacramenten; in een woord, zij is al wat er goeds en schoons te vinden is in de Kerk Gods.
Om alles in 't kort uit te drukken, kunnen wij volstaan met de woorden van den H. Alphonsus: âDe Mis is de offerande van het Lichaam en Bloed van Jezus Christus zeiven, opgedragen aan de goddelijke Majesteit onder de gedaante van brood en wijnquot;.
En vanwaar komt die groote schat der H. Mis? Uit het H. Hart zelf van Jezus Christus, wiens goedheid jegens de menschen geen einde kent. Ja, het zoo teerminnend Hart van Jezus heeft dit wonderbaar middel uitgevonden om ons de genaden der Verlossing mede te deelen; dat liefdevol Hart spoort Jezus aan, eiken dag op onze Altaren geboren te worden, opdat Hij ons iederen dag kome vertroosten in onze ballingschap ; dat medelijdend Hart dringt Jezus tot ons te naderen en te zeggen; âKomt tot Mij, allen, die zucht onder den âlast van den arbeid en van het lijden
HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
âen Ik zal u verkwikken. Mijn Kind, Ik âbemin u zoo teeder, kom met vertrouwen âtot deze H. Offerande, en zoo gij ziek âzijt zal Ik u genezen; zoo gij een hart âvan steen hebt, zal Ik het wegnemen en âu een gevoelig hart schenken; Ik zal u âmet vreugde water doen putten uit de âgenadebronnen des Heeren, Ik zal u ver-âsieren met het heilig kleed der deugden, âIk zal u binnenleiden in het heiligdom âmijner liefdequot;.
Ten einde de geloovigen aan te sporen dagelijks, zooveel mogelijk (en hoe- zelden is hei niet mogelijk f) de heilige offerande der Mis bij te wonen, gaan wij onder den zegen des Allerhoogste, onder de hoede van Jezus' Onbevlekte Moeder, aantoonen, hoe voortreffelijk de H. Mis is (§ I); tot welke doeleinden zij wordt opgedragen I Ij. len slotte geven wij eenige toepasselijke Besluiten (§ III).
§ I-
Voortreffelijkheid der H. Mis.
i. Jezus Christus is het slachtoffer dal in de H. Mis wordt opgedragen.
ggetreffende de H, Mis zegt de Kerk-W? vergadering van Trente het volgende;
6
EEN SCHAT VOOR PEN CHRISTEN. 7
âWij moeten noodzakelijk bekennen, dat de geloovigen geen heiliger werk aan God kunnen opdragen dan dit aanbiddelijk Geheimquot;. God zelf is niet bij machte, op aarde een verhevener werk te doen verrichten, dan de plechtigheid der H. Mis. Waarom? Omdat het slachtoffer, dat onder de H. Mis wordt opgedragen, geen ander is dan Jezus Christus, een slachtoffer van oneindige waardigheid en onschatbare waarde. O, hoe veel voortreffelijker dan al de offeranden der Oude Wet is de offerande onzer Altaren, waar het slachtoffer niet is een rund of een lam, maar de ware Zoon Gods! âDe Joden mochten alleen runderen slachtofferenquot;, zegt Petrus van Cluny, âmaar de Christen, oneindig gelukkiger dan zij, kan Jezus Christus zeiven opdragenquot;. En hij voegt er bij, dat dienstbare slachtofferanden slechts voegden aan dienaren, terwijl Jezus Christus zelf, hét slachtoffer dat ons van de zonden en van den eeuwigen dood verlost, voor vrienden en kinderen is bewaard. Met recht zegt dus de H. Laurentius Justinianus, dat er geene offerande is, grooter in haar zelf, voordeeliger voor de menschen, en aangenamer aan God, dan die welke in de H. Mis wordt opgedragen.
8 HET DAGELIJKS MIS HOOREN.
Ook verklaart de H. Johannes Chrysos-tomus, dat onder de plechtigheid van dit Geheim het Altaar omringd is van Engelen, die daar bij elkander zijn om Jezus Christus, het offer dat wordt opgedragen, te vereeren. Dezelfde Heilige zegt uit den mond van een geloofwaardig persoon gehoord te hebben, dat een dienaar Gods een groot aantal engelen in schitterende kleederen op het oogenblik der Consecratie uit den Hemel zag nederdalen en het Altaar omringen, om daar, evenals onderdanen rondom hunnen vorst in eerbiedige houding te verwijlen. En ik wil het gaarne ge-looven, zegt de Heilige, want waar de koning is, daar is ook zijne hofhouding.
âKan een geloovige er aan twijfelenquot;, zegt de H. Gregorius, âdat op het oogenblik der Consecratie op de stem des priesters de hemelen opengaan, en de koren der engelen door hunne tegenwoordigheid het heilig Geheim komen vereeren,'in hetwelk Jezus Christus zich zeiven voor ons slachtoffertquot;. De H. Augustinus voegt er bij dat de engelen onder de H. Mis zoover gaan, dat zij den priester omringen als dienaren, om hem bij te staan in zijne verhevene handelingen.
Dewijl Jezus zich op het altaar slachtoffert
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 9
is- uit liefde tot ons, moeten wij ons wederkeerig
lit uit liefde tot Hem weten te slachtofferen,
n, Laten wij eiken dag onze ongeregelde
is, driften, onze al te zinnelijke begeerten,
;r- onze te sterke genegenheden op het altaar
ui onzes harten ten offer brengen. Het leven
te van den Christen is niets anders dan kruis
ot , en lijden; het is eene voortdurende offer-
;n ande, die wij nooit kunnen opdragen zonder
ïn ons zeiven eenig geweld aan te doen.
n- âIk bid u dan, broeders, bij de barmhar-
:n tigheid Godsquot;, zoo spreekt de H. Paulus,
ig âdat gij uwe lichamen als eene levende,
;e- heilige, aan God welbehaaglijke offerande
de opdraagtquot;.
Sterven wij dan alle dagen, indien het
1quot;, noodig is, om den Heer te behagen.
11- Welnu, christen ziel, onder alle vrijwil-
ip- lige offeranden, die gij kunt opdragen, is
sn ^ er geene, waarin God meer welbehagen
id neemt en die u meer voordeel aanbrengt,
;t- dan hc'i dagelijks bijwonen der H. Mis.
ns Offerande voor offerande ; een God die zich
er opoffert voor den mensch, is toch wel
o- waard dat de mensch zich opoffere voor
sn zijn God.
ne 't âIk heb daartoe geen tijdquot;, zegt gij. â Dat kan waar zijn; maar oprecht gesproken,
;rt is dat bij u wel waar? Zeker, men kan
TO HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
zoo druk met bezigheden overladen zijn, dat met het geluk moet missen van dagelijks de H. Mis te hooren; maar gij zult toch moeten bekennen, dat die woorden: âIk heb daarvoor geen tijdquot;, voor zekere menschen niets anders zijn dan eene ij dele uitvlucht, een voorwendsel zonder waarde, waarmede zij hunne traagheid, hunne onverschilligheid in het godsdienstige, hunne geringe edelmoedigheid zoeken te bedekken.
âMaarquot;, zoo hoor ik wederom, âik heb het zoo vreeselijk drukquot;. â Hebt gij het drukker, dan de H. Lodewijk, koning van Frankrijk? Ueze had de vaste gewoonte om dagelijks twee HH. Missen bij te wonen. Op zekeren dag vernam hij, dat eenige hovelingen het afkeurden, dat hij tot die godvruchtige oefening een tijd besteedde, die naar hun oordeel zoo noodzakelijk moest worden toegewijd aan de belangen des Rijks. âZiet eensquot;, zoo sprak de heilige koning, âhoever' de bezorgdheid dier heeren zich uitstrekt. Gelooft mij, indien ik tweemaal meer tijd doorbracht met jagen of spelen, niemand hunner zou het minste woord van afkeuring laten hoorenquot;.
Zijt gij landbouwer of ambachtsman, herinner u het voortreffelijk spreekwoord
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. II
van voorheen : de aalmoes ver arm i niet en de Mis vertraagt niet. Dat wil zeggen; in het algemeen genomen, kan iedere verstandige en arbeidzame man naar behooren aalmoezen geven, zonder dat zijn huisgezin daardoor armer wordt, â en kan hij ook dagelijks de H. Mis godvruchtig bijwonen, zonder dat van zijn arbeid iets ongedaan blijft. En inderdaad, wat is daartoe noo-dig? Een weinig vroeger opstaan, dan zijn luie en trage buurman, en met wat meer orde en goeden wil arbeiden. Voor een klein offertje dat men brengt, trekt men 's Hemels zegen over zijn huisgezin af; men bekomt bepaald de schatten der genade, en daarenboven, indien de belangen onzer ziel er niet door geschaad worden, zal men ook overvloedige tijdelijke zegeningen erlangen.
2. In de H. Mis is Jezus Christus de ⢠voornaamste offeraar.
|Kiets is heiliger, niets is aan God aangena-mer dan de H. Mis, niet alleen wegens het slachtoffer dat daarin wordt opgedragen, namelijk Jezus Christus, een slachtoffer van oneindige waarde; maar ook wegens den voornaamsten offeraar. Deze is ook Jezus Christus, die zich zelven opdraagt
12 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
door de handen des priesters, zooals de Kerkvergadering van Trente ons leert. Daarom zeide de H. Cyprianus; âDe priester verricht inderdaad de bedieningen van Jezus Christusquot;. Laten wij hier ons geloof verlevendigen en in den persoon des priesters, die de H. Mis opdraagt, den persoon zeiven van Jezus Christus erkennen. Ook zegt de priester bij de H. Consecratie niet; âDit is het Lichaam van Jezus Christus, dit is zijn Bloedquot;; maar hij zegt: âDit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloedquot;. â âO, wat is de priester iets grootsquot;, zoo roept terecht de alom bekende en eerbiedwaardige pastoor van Ars uit, âGod is hem gehoorzaam; hij spreekt twee woorden, en op zijne stem daalt Onze Heer Jezus Christus neder uit den Hemel, en sluit Hij zich op in eene kleine Hostie. Indien men geloof bezat, zou men God verborgen zien in den priester als achter een glas, als wijn met water vermengdquot;.
De geleerde Bellarminus schrijft, dat de offerande der Mis wordt opgedragen door Jezus Christus, door de Kerk en door den priester; maar niet op dezelfde wijze. Jezus Christus draagt haar op als priester en voornaamste offeraar, door bemiddeling van een mensch, die priester en zijn dienaar
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 13
is; de Kerk draagt haar op, niet als priester door een dienaar, maar als het volk door een priester; de priester eindelijk draagt haar op als dienaar van Jezus Christus en als voorspreker van geheel het volk. Evenwel is Jezus Christus altoos de voornaamste offeraar in de H. Mis, waarin Hij zich voortdurend opdraagt onder de gedaante van brood en wijn, door bemiddeling der priesters, zijne dienaren, die onder het offeren zijne plaats vervangen.
Daarom zegt de 4de Kerkvergadering van Lateranen, dat de Zaligmaker tegelijkertijd priester en slachtoffer is. Inderdaad, het komt met de waardigheid dezer offerande overeen, dat zij voornamelijk wordt opgedragen niet door zondige menschen, maar door den Opperpriester, die niet onderworpen is aan de zonde, âdoor den Hoogepriester die heilig is, onschuldig, onbevlekt, afgescheiden van de zondaarsquot;.
âVandaarquot;, zoo luidt het woord van den H. Leonardus a Portu Mauritio, âdat de offerande niet ophoudt aangenaam te zijn aan God, hoe onwaardig de priester ook weze die haar opdraagt; omdat de voornaamste priester Onze Heer is en de zichtbare priester alleen zijn nederige dienaar. Zoo wordt ook hij die eene aalmoes
14 het dagelijks mis hooren,
geeft door de hand van een zijner dienaren, met recht als tie voornaamste gever aangezien ; al ware de knecht een misdadiger, indien de heer een rechtvaardig man is, is zijne aalmoes niet te min verdienstelijk en heiligquot;.
Van den anderen kant mogen wij tot onzen troost niet uit het oog verliezen, dat de H. Mis bijwonen of haar opdragen, op zekere wijze hetzelfde is. De reden hiervan is deze; de priester, als dienaar der Kerk, handelt, spreekt, bidt namens alle geloovigen en voornamelijk namens de geloovigen, die bij de Mis tegenwoordig zijn. Daarom zegt hij na de handwassching ; âOrate fraires, bidt broeders, opdat mijne offerande, die ook de uwe is, aangenaam worde aan God den Vader Almachtigquot;. In de H. Mis handelt de priester niet als bijzonder persoon, maar als vertegenwoordiger van al de geloovigen die daarbij tegenwoordig zijn. Daarom zegt hij niet; ik offer, ik smeek, ik dank, maar, 7i)ij offeren, wij smeeken, wij danken, omdat allen die tegenwoordig zijn met hem offeren, smeeken, danken. Niet dat zij daartoe met de waardigheid van priester bekleed zijn, niet dat zij met den priester de macht om het brood en den wijn in Jezus' Lichaam en
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 15
Bloed te veranderen kunnen deelen, maar omdat zij vereenigd zijn met den priester die de H. Mis opdraagt.
3. De H. Mis is eene gedachtenis en hernieuwing van de offerande des kruises.
;7poen Jezus het Heilig Sacrament des »lt;5^ Altaars instelde, zeide Hij: âDoei dit tot mijne gedachtenisquot;. Volgens den H. Thomas heeft de Verlosser ons juist daarom het H. Sacrament achtergelaten, opdat de gedachte aan de goederen welke Hij ons heeft verworven, en aan de liefde welke Hij ons bewezen heeft met voor ons te sterven, ons gedurig bijblijve. Daarom wordt het H. Sacrament des Altaars door denzelfden heiligen Leeraar genoemd de gedachtenis van Jezus' Lijden.
Onder de regeering van Elizabeth werden in Engeland de hevigste en drukkendste wetten uitgevaardigd tegen de geloovigen die de H. Mis bijwoonden. Een rijk katholiek' werd dientengevolge eens veroordeeld tot het betalen van vijfhonderd goudstukken. De rechtgeloovige man haastte zich aanstonds de schoonste Portugeesche goudstukken bij elkander te zoeken, op welke het kruis was geslagen. Toen hij er genoeg verzameld had om de
16 HET DAGELIJKS MTS HOOREN,
boete daarmee te betalen, bracht hij ze bl
aan den kassier des Rijks. in
âWat is dat nuquot;, riep de protestant sti
met verwondering uit, âbrengt gij zoo w
schoone stukken om eene boete te beta- 0]
len?quot; âJaquot;, antwoordde de katholiek, in
âwant de gunst die ik heb genoten van c\(
de H. Mis bij te wonen, kan ik niet goed n£
genoeg betalen. Weetwel, dater tusscben dat }1C
kruis hetwelk gij op deze goudstukken \ ziet geslagen, en de H. Mis een geheimzinnig verband bestaat; want Hij die zich
geslachtofferd heeft voor ons op het kruis, W(
offert zich nog dagelijks voor ons op in 0f
het verheven Geheim des Altaars. Het Wl
kruis en de Mis zijn twee allerzoetste ge- q
dachtenissen van de liefde mijns Zalig- v(
makersquot;. y
Maar de H. Mis is niet alleen eene v;
gedachtenis, eene herinnering aan de of- ev
ferande des kruises; zij is wezenlijk dezelfde v;
offerande. Want er is dezelfde offeraar gj
en hetzelfde slachtoffer, namelijk Jezus 01
Christus, het menschgeworden Woord des y
Vaders. Het verschil bestaat alleen in de st
wijze van opdragen, van offeren; de offer- 1T;
ande des kruises was namelijk bloedig, j-| die der H. Mis is onbloedig, dat wil zeggen:
op het kruis stortte Jezus werkelijk zijn e(
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 17
bloed en stierf Hij voor alle menschen, in de H. Mis stort Jezus zijn bloed en sterft Hij op geheimzinnige en geestelijke wijze. Jezus toch, de Godmensch, wordt, onder de gedaanten van brood en wijn, in een toestand van vernietiging gebracht door het woord des priesters, die in zijn naam en op zijn bevel handelt, en aldus herhaalt wat Jezus zelf in het laatste Avondmaal deed.
Wanneer u dan, o Dierbare Lezer, het geluk te beurt valt eene H. Mis bij te wonen, denk er dan aan, dat het H. Slachtoffer, hetwelk door de hand des priesters wordt opgedragen, dezelfde Heer Jezus Christus is, die zijn bloed en zijn leven voor uwe zaligheid aan het kruis opdroeg. Verbeeld u onder de H. Mis op den berg van Calvarië te staan onder Jezus' kruis, en daar aan God het bloed en het leven van zijn Eenigen Zoon op te dragen. Hebt gij daarbij het geluk de H. Communie' te ontvangen, verbeeld u dan, dat Jezus'heilig bloed uit de wonde van zijn H. Hart stroomt en dat het u gegeven is u daarmede te laven. O wat wonder! in iedere H. Mis wordt het werk der Verlossing herhaald, zoodanig, dat indien Jezus niet eens op het kruis gestorven was, door
l8 HET DAGELIJKS MIS HÃÃREN,
ccno enkele H. Mis dezelfde weldaden der wereld zouden worden aangebracht, als die, welke zij door den dood des Zaligmakers ontvangen heeft. âJaquot;, zegt de H. Thomas, âeene Mis heeft voor het geluk en de zaligheid der menschen dezelfde uitwerkingskracht als de offerande des kruisesquot;. âDe aanbiddenswaardige offerande onzer altarenquot;, zoo spreekt op zijne beurt de H. Augustinus, âis heden voor God niet minder krachtig, dan het bloed en het water, die op den Calvarieberg uit het H. Hart van Jezus vloeidenquot;.
De verdiensten der offerande van den Calvarie-berg worden op ons toegepast door de offerande des Altaars. Het lijden van Jezus maakt ons bekwaam voor de Verlossing, de H. Mis doet ze ons bezitten, en maakt ons deelachtig aan de verdiensten van Jezus Christus; het eerste opent ons den schat der verdiensten des Zaligmakers, het laatste geeft ons dezen in handen; het eerste is de bron der genaden, de laatste het kanaal waarlangs de genaden ons toevloeien; het lijden heeft maar eenmaal kunnen plaats hebben op den berg van Calvarië, de H. Mis wordt dagelijks op duizenden plaatsen der aarde herhaald.
KEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. IQ
2n âNeenquot;, aldus Pater Ramière, âer is ils geen enkel oogenblik van den dag of van g- den nacht, waarop het goddelijk Offer niet de wordt opgedragen op eene of andere plaats et der wereld. Dewijl de bedienaren der ie- Katholieke Kerk verspreid zijn in alle de oorden der aarde, die het eene na het 3f- andere door de zon verlicht worden, zoo 3p wordt in haar letterlijk de aloude voor-en ' zegging van den Propheet vervuld, dat er iet een tijd zou aanbreken, waarop aan den ie- Heer der heerscharen eene reine offerande iquot;. zou worden geofferd en opgedragen op en alle plaatsen der aarde van den opgang ist der zon tot aan derzelver ondergang, en Welnu, van al die duizenden Missen, die de eiken dag en elk oogenblik in de H. Kerk ;n, worden opgedragen, is er niet ééne waar-en aan niet ieder geloovige zijn deel heeft; ns niet ééne bijgevolg met welke hij zich niet rs, met recht kan vereenigen, niet ééne wier n; heilzame vruchten hij niet kan vermeerde deren, door deze toe te voegen aan de en zielen welke hem ter harte gaanquot;. Wat ar treffende gedachte, en die ook zoo buien tengewoon geschikt is om den zielenijver .a- van den godvruchtigen Christen aan te de vuren en zijn vertrouwen te versterken I
Deze zalige en troostvolle gedachte zou
20 HKT DAGELIJKS MIS HOÃREN,
hem nooit mogen verlaten. Zij moet hem vergezellen gedurende den dag, te midden der vermoeiende bezigheden en als eene zoete herademing wezen voor zijn vermoeid hart; zij moet bij hem blijven in den nacht, wanneer hij door slapeloosheid wordt gekweld, en door deze gedachte zal hij zijne nachtrust heiligen; â in droevige oogen-blikken, in smarten, in bekoringen, plaatse hij zich in den geest bij een Altaar, waar ter wereld ook, waarop in hetzelfde oogen-blik de H. Mis wordt opgedragen, en deze gedachte zal hem kracht en moed schenken om in vereeniging met Jezus Christus deze beproeving aan den He-melschen Vader op te dragen.
4. De Tl. Mis is de grootsie gave die God aan de menschen geschonken heeft.
Hjieze gave is Jezus Christus zelf in per-df? soon. Want het is een punt van ons geloof, dat op het oogenblik waarop de priester de woorden der H. Consecratie spreekt, het menschgeworden Woord zich verplicht hem te gehoorzamen, dewijl Het in des priesters handen komt onder de gedaanten van brood en wijn.
Wij staan in hooge mate verwonderd, als wij in de H. Schrift lezen, hoe God
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 21
gehoorzaamde aan Josuë en aan de zon beval stil te staan op het woord van een sterveling.
Maar is het niet een veel grooter wonder, dat God, gehoorzamende aan eenige woorden des priesters, zelf op het Altaar neerdaalt, en overal komt waar de priester hem roept, en zoo dikwijls hij Hem roept, en dat Hij zich in des priesters handen stelt, al ware deze ook zijn vijand. Daar blijft Hij geheel en al overgelaten aan de beschikking des priesters; de priester kan Hem volgens verkiezen van de eene plaats naar de andere dragen; het staat hem vrij Hem op te sluiten in het tabernakel, of Hem ter vereering uit te stellen op het altaar, of in processie rond te dragen; het staat hem vrij Hem te nuttigen of aan anderen ter nuttiging te schenken. O verbazende macht des priesters 1 o onuitsprekelijke goedheid van Jezus I
De H. Bonaventura zegt, dat onze Heer Jezus Christus in iedere Mis aan het menschdom eene even groote gunst bewijst als door mensch te worden. Vandaar dat de kerkleeraars de opmerking maken, dat, indien Jezus Christus nog niet op aarde was gekomen, de priester, door het uitspreken der woorden van de H. Consecratie,
2 2 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
Hem O]) aarde zou doen nederdalen. Vermaard zijn de woorden van den H. Au-gustinus: âO bewonderenswaardige macht der priesters, in wier handen de Zoon Ciods zich gewaardigt mensch te worden evenals in den schoot der Allerheiligste Maagd!quot;
Om de wereld te scheppen sprak God; Fiaf, het worde, en op hetzelfde oogen-blik bestond de wereld. Voor negentien eeuwen sprak ook Maria hetzelfde woord uit; Fiai, en zie, het eeuwig Woord des Vaders wordt mensch. lederen dag onder de H. Mis spreekt de priester eenige heilige woorden en op hetzelfde oogenblik is de Koning der koningen op het Altaar tegenwoordig. Voorwaar drie groote wonderen; maar het grootste van deze wordt gewrocht door den priester, wanneer hij zoo dikwijls hij de H. Mis opdraagt, den Zoon Gods op het Altaar doet geboren worden.
Ken kloosterling der Orde van den H. Franciscus, Pater Johannes van den Alverna, bereidde zich op zekeren dag voor om de H. Mis op te dragen. Te dien einde begon hij de woorden der Consecratie van het Lichaam des Heeren te overwegen, daarbij denkende aan de oneindige liefde des Zaligmakers, die niet
EEN SCHAT VOOR T)F.K CHRISTEN. 23
tevreden met zijn bloed te vergieten om ons te verlossen, nog daarenboven zijn lichaam en zijn kostbaar bloed tot spijze onzer zielen wilde achterlaten. Op dat oogenblik gevoelde hij in zijn hart een zoo vurige liefde en zoo zoete vreugde ontstaan, dat hij er bijna onder bezweek. Hij gaf luide kreten, en als bedwelmd door den liefdegloed die hem overmeesterde, herhaalde hij gedurig deze woorden: JIoc est corpus meuin, dit is mijn lichaam. Terwijl hij deze woorden uitsprak meende hij den Zaligmaker met de H. Maagd en eene menigte engelen te zien, terwijl de H. Geest zijne ziel verlichtte nopens de diepe en verhevene geheimen van het wondervol Offer des Altaars. Onder den indruk dezer vervoering en meenende, dat hij door niemand gehoord of gezien werd, trad hij de kerk binnen, terwijl hij aanhoudend de woorden der Consecratie herhaalde : Hoc est corpus metim.
Een Broeder echter, die in het koor zijn gebed verrichtte, hoorde en zag alles. Intusschen kon Pater Johannes zich niet inhouden en onder den drang der goddelijke genade bleef hij voortdurend luidop roepen. Die toestand hield aan tot aan het begin der H. Mis. Bij de
24 het dagelijks mis hooren,
offerande gekomen, gevoelde hij meer en meer de liefde tot Jezus in zijn hart toenemen. Bevreesd dat dit liefdevuur zoo zou aangroeien, dat hij de Mis zou moeten onderbreken, geraakte hij in onrust of hij nog verder kon doorgaan. Bij de Praefatie klom de liefdegloed zoo hoog, dat hij bij het begin der Consecratie op het punt was van in bezwijming te vallen. Eindelijk naderde hij tot aan het oogenblik waarop de woorden der Consecratie worden uitgesproken. Toen hij over de hostie deze drie woorden: Hoc est enim (dit is immers), had uitgesproken, was het hem onmogelijk verder te gaan, en hij bleef aanhoudend herhalen: Hoe est enim. Wat hield hem terug? Hij zag Jezus Christus omringd door een stoet van engelen voor zich verschijnen en daarom bleef hij in de goddelijke Majesteit geheel verslonden. Daarbij kwam nog dat de priester zag, dat Jezus Christus niet onder de gedaante der hostie tegenwoordig zou komen, en dat de hostie niet in Jezus' lichaam zou veranderd worden, vooraleer hij al de woorden der H. Consecratie zou hebben uitgesproken. Hij bleef in dien toestand van angstvalligheid zonder dat het hem mogelijk was het H. Offer voort te zetten. Intusschen
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 25
waren de Gardiaan van liet klooster, die dit bemerkt had, en de andere kloosterlingen en de geloovigen, die bij de Mis tegenwoordig waren, allen dicht bij het Altaar gekomen. Daar bleven zij vol verwondering neergeknield en menigeen hunner stortte tranen van aandoening bij dit treffend schouwspel. Eindelijk, na eene lange onderbreking, liet God toe, dat Pater Johannes bij de eerste woorden ook de volgende, Corpus ineiim, mijn Lichaam, kon voegen. Terstond verdween nu de gedaante van brood en in plaats daarvan verscheen Jezus Christus onder mensche-lijke gedaante, schitterend van glorie.
O, indien onze oogen open gingen, van welke wonderen zouden wij op het oogen-blik der Consecratie getuigen zijn 1 Maar neen, dat is de wil van God niet; want door zulk eene ontsluiering des Geheims zou ons geloof zijne verdiensten verliezen.
Om kort te gaan, de H. Mis is de voortreffelijkste en schoonste gave welke de H. Kerk bezit. Wat is er beter, dan de tarwe der uitverkorenen, en de wijn die maagden voortbrengt, beiden kostbare gaven, welke de Heer ons schenkt aan het Altaar? De H. Bonaventura mag dus wel met recht zeggen, dat de H. Mis de
26 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
korte samenvatting is van al de liefde Gods en van al de weldaden waarmede de Heer de menschen overladen heeft. Daarom heeft de duivel alle mogelijke pogingen aangewend, om de H. Mis op de wereld uit te roeien. Menigvuldige ketters waren daarbij zijne handlangers, die als zoovele voorloopers van den Antichrist mogen gelden. Deze toch zal alle krachten inspannen om het H. Misoffer te doen ophouden.
§ II.
Doeleinden der H. Mis.
i. Men kan God geen groofer huldebennjs aanbieden dan hel //. Misoffer.
|®e H. Margaretha van Cortona, die beroemde boetelinge, riep dikwijls geheel ontvlamd in liefde uit: âO! hadde ik zooveel harten en tongen als er sterren aan den hemel staan, als er bladeren aan de boomen en druppels water in de zee zijn, om mijn God te beminnen en te lovenquot;. Op zekeren dag, toen zij wederom in zielsverrukking was, zeide de Heer tot haar: âTroost u, mijne dochter, door eene enkele Mis, die gij met godsvrucht
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 27
zult hooren, zult gij Mij al de eer bewijzen, die gij verlangt, en nog oneindig meerquot;. O Christenen, hoe gelukkig zijt gij dan, dat gij iederen dag, indien gij wilt, dit goddelijk Geheim kunt bijwonen.
In de Oude Wet brachten de menschen aan God hunne hulde door het opdragen van zeer verschillende offeranden; doch in de Nieuwe Wet wordt God meer hulde en eerbewijzing gebracht door eene enkele Mis, dan door al de oude offeranden te zamen, die slechts een voorafbeelding en een schaduw waren van de Offerande des Altaars. Door de H. Mis wordt God zooveel eer gebracht als Hij verdient, dewijl Hij daar opnieuw de eer ontvangt, welke Hem Jezus Christus bracht, door zich zeiven op het kruis te slachtofferen. Door eene enkele H. Mis wordt aan God hooger eer gebracht, dan Hem door alle gebeden en alle boetedoeningen der Heiligen, door al de werken der Apostelen, door al de pijnen der Martelaren, door al de liefde der Seraphijnen en der Allerheiligste Maagd ooit gebracht is of zal gebracht worden. Want al de eer der schepselen is begrensd, terwijl de eer die aan God wordt gebracht door het Offer onzer Altaren eene oneindige, trrenzelooze eer is: deze toch wordt Hem
28 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
geschonken door een goddelijken Persoon. Men moet dus bekennen, dat de H. Mis het goddelijkste aller werken is.
_ Om den priester te maken, is Jezus Christus gestorven. Het was niet noodig, dat de Zaligmaker den dood stierf om de wereld te verlossen; één druppel bloed, eene traan, eene bede, een zucht ware Hem voldoende geweest om aller menschen zaligheid te verwerven; want dewijl dit offer van eene oneindige waardigheid was, zou het voldoende zijn geweest, om niet alleen eene enkele wereld, maar om duizenden werelden te verlossen. Daarentegen, om den priester te maken, is de dood van Jezus Christus noodzakelijk geweest.
Waar toch zou men anders het slachtoffer gevonden hebben, dat nu door de priesters der Nieuwe Wet aan God wordt opgedragen; een slachtoffer geheel heiligen onbevlekt, dat alleen in staat is om God op eene Hem waardige wijze eer te brengen? Ja, al de levens der engelen en der menschen zouden niet in staat zijn aan God de oneindige eer te bewijzen, welke Hem door een priester bewezen wordt als deze eene enkele H. Mis opdraagt. De HH. Vaders hebben dus wel gelijk, wanneer zij het priesterschap noemen
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 29
âcene goddelijke bediening, eene oneindige waardigheid, de edelste van alle waardigheden der wereldquot;.
Aan God oneindige eer te bewijzen, welk geluk! Ach 1 indien wij een vonkje geloof en godsvrucht bezaten, zouden wij met een beroemd Franschman, 1 )e Ber-nières, moeten zeggen; âLiever zou ik geheel de wereld verliezen, indien ik ze in eigendom bezat, dan eene enkele Mis ; want ik besef ten volle, dat het grootste werk hetwelk wij op aarde kunnen verrichten en hetwelk aan God de meeste eer schenkt, datgene is, waarin Jezus Christus zich opdraagt om Hem eene oneindige eer te bewijzenquot;.
De priester draagt het H. Offer op; maar hij doet dit in naam van geheel de Kerk, voornamelijk van hen die erbij tegenwoordig zijn, en die het geluk hebben hetzelve met hem op te dragen. Wat troost voor mij, wanneer ik de H. Mis heb bijgewoond, te kunnen denken : ofschoon ik de priesterlijke waardigheid niet bekleed, heb ik toch aan God een offer van oneindige waarde opgedragen. Ik heb Hem dus oneindige eer gebracht! â O mijn Jezus, wat kostbare rijkdommen bezitten wij in U! O, wisten wij ze naar waarde te schatten!
HET DAGELIJKS JUS HOOREN.
O mijn God, wij kunnen U dkcn dag eene oneindige eer bewijzen door hut bijwonen der H. Mis en wij zouden het niet doen! Een voorgewend tijdelijk voordeel, eene zinnelijkheid, eene onbehoorlijke onverschilligheid misschien, of nog erger, een lafhartig menschelijk opzicht, zou ons daarvan afhouden?....
Volgen wij het voorbeeld na van den eerbiedwaardige!! Thomas Morus, Grootkanselier van Hendrik VIII, koning van Engeland. Nooit, nooit, niettegenstaande de menigvuldige werkzaamheden waarmede hij was overladen, nooit liet hij na des morgens de H. Mis bij te wonen. Op zekeren dag liet de koning hem juist onder de H. Mis roepen. âEen weinig geduldquot;, antwoordde Thomas, âik moet voor alles mijne schuld brengen aan een verhevener vorst; ik moet het verhoor, dat de Hemel mij verleent, tot het einde toe bij wonenquot;. Die groote man achtte het niet beneden zijne waardigheid, de H. Mis te dienen. âIk reken het mij voor eene eerquot;, zeide hij, âdezen dienst aan den verhevensten der monarchen te bewijzenquot;.
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN.
2. Godvruchtig de II. Mis bijwonen is een zeker middel om barmhartigheid te verwerven.
e H. Mis is inderdaad een zoenoffer, dat wil zeggen, een offer dat den vertoornden God goedgunstig en barmhartig op ons doet neerzien en Hem beweegt, om ons niet alleen de straffen, die wij verdiend hebben, maar ook de zonden, die wij hebben bedreven, te vergeven. Dit wordt bewezen uit de instelling zelve van het Heilig Sacrament des Altaars, welke voornamelijk is geschied tot vergiffenis der zonden. âDit is mijn Bloed, dat zal vergoten worden tot vergiffenis der zondenquot;, zoo luiden de woorden van Jezus Christus zelf. De H, Mis vergeeft onmiddellijk de tijdelijke straffen der zonden, zoo niet geheel, dan toch gedeeltelijk; zij vergeeft ook de zonden, al zouden zij nog zoo groot zijn, niet onmiddellijk, maar middellijk. Als wij namelijk geen beletsel stellen aan de genade, ontvangen wij door middel van het H. Misoffer hooger licht om onze zonden te erkennen ; kracht en wilssterkte om ons daarvan los te maken en tot God terug te keeren, oprecht berouw, heilige vermorzeling des harten en
31
HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
boetvaardigheid, en om (indien wij doodzonde bedreven hebben) het H. Sacrament der Biecht waardig te ontvangen. â Kortom, de H. Mis verwerft voor de zondaars eene oneindige barmhartigheid.
De H. Mechtildis zag eens in den geest, hoe eene maagd in het bloed van Jezus' Hart een diamant indompelde en dit dikwijls herhaalde; dit moest beduiden, dat geen hart zoo versteend is, of het Hart van Jezus doet het van leedwezen smelten. Wanneer een zondaar godvruchtig de H. Mis bijwoont, laat zijn gemoed zoo hard zijn als een diamant; de Allerheiligste Maagd zal het weten te weken door het voortdurend doopen in het Bloed van het Lam, dat rust op onze Altaren. Het volgende voorbeeld moge ten bewijze strekken.
Een jongejuffrouw, met name Gauthier, had het ongeluk op den betrekkelijk jeugdigen leeftijd van zeventien jaren haar vader door den dood te verliezen. Dewijl zij geen fortuin had en aanleg bezat voor het tooneel, verbond zij zich aan een schouwburg te L'arijs. Weldra werd zij zoo vermaard, dat zelfs de vorsten haar kwamen bewonderen en opzoeken. Eene godvruchtige vriendin besloot, haar tot een
32
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 33
christelijken levenswandel terug te brengen. Dat was geene gemakkelijke zaak. Alom door de grooten feestelijk onthaald, als zwemmende in de ijdele vermaken, beminde de tooneelspeelster de wereld en de wereld haar. Zoo leefde zij tot op dertig-jarigen leeftijd. Toen ging zij op zekeren dag, tegen hare gewoonte in, eene H. Mis bijwonen. Aanstonds spreekt de stem der genade in haar hart, en eene geweldige ongerustheid omtrent haar eeuwig lot bezielt haar. Zij gaat andermaal naar de H. Mis; hare ongerustheid vermeerdert. Zij neemt het besluit dagelijks de H. Mis te zullen hooren; de knaging des gewetens blijft nog toenemen. Zonder een dag over te slaan, gaat zij iederen morgen naar de Mis, en iederen avond naar den schouwburg. Zij wordt bespot om hare godsvrucht en begrijpt al ras, dat men niet twee heeren te gelijk kan dienen. Welken zal zij kiezen? God of de wereld? Verschrikkelijk was de strijd die alsdan in hare ziel ontstond. Eindelijk behoudt de genade de overhand; de tooneelspeelster zegt haar gevaarlijk beroep vaarwel, breekt alle kennis met de wereld af, en geheel Parijs staat verbaasd over hare verwijdering.
Een rijk man kwam haar een zijner
34 het dagelijks mis hooren,
landgoederen aanbieden; maar ook dezen nieuwen valstrik wist zij te ontkomen. Niet lang daarna vernam men, dat zij in het klooster getreden was der Carmelitessen te Lyon, waar zij verder een zeer heilig leven leidde.
Wee, ja wee ons, zoo het groote Offer niet bestond, waardoor de goddelijke rechtvaardigheid wordt weerhouden om de straffen neer te zenden, welke onze zonden verdienen. Al de slachtoffers der Oude Wet waren zeker niet voldoende om Gods gramschap jegens de zondaars te bevredigen. Hadde men zelfs de levens van alle menschen en alle engelen opgedragen, zij zouden niet waardig genoeg zijn geweest om te voldoen voor eene enkele zonde, door een schepsel tegen zijn schepper bedreven.
Jezus Christus alleen heeft kunnen voldoen voor onze zonden. Daarom heeft de Eeuwige Vader zijnen Zoon op de wereld gezonden, opdat Deze, als sterfelijk mensch en door het Offer van zijn leven, Hem met de zondaars verzoenen zoude; en dit Offer wordt hernieuwd, zoo dikwijls de H. Mis wordt opgedragen. O! hoe veel beter roept het onschuldig Bloed van onzen Verlosser om genade en ontferming voor ons, dan het bloed van Abel om wraak tegen Caïn.
Dit heeft eene arme zondares zeer goed
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 35
begrepen, toen zij op haar doodsbed lag uitgestrekt. âAch! kon ik nog maar ééne Mis hoorenquot;, riep zij uit; âach! kon ik nog maar ééne Mis hooren!quot;
âEn waaromquot;, vroeg men haar.
âMij dunktquot;, hernam zij, âdat mijne ongerustheden zouden ophouden; want als ik den priester den Kelk van Jezus' Bloed ten Hemel zag heffen, zou ik tot God zeggen: Heer, mijne schuld is groot, maar ziedaar mijne voldoeningquot;.
Ach! kon ik nog maar eene Mis bijwonen!.... De dag zal aanbreken, dierbare lezer, â wellicht spoediger, dan gij u voorstelt, â de dag waarop ook gij op het bed der smarten zult nederliggen en gij met de naderende eeuwigheid vóór u een blik op het afgelegde leven zult slaan. Misschien zult ook gij diezelfde woorden spreken, of ten minste den wensch koesteren ; kon ik nu nog maar eens eene H. Mis bijwonen! Wat gij dan zult wen-schen, wie belet u van af den dag van morgen deze weldaad te genieten?
Ach ! konde ik nog eene Mis bijwonen!.... Zal het niet een pijnigend verwijt, eene reden van wanhoop zijn voor de verdoemden, eeuwig, eeuwig te moeten denken: ik heb een zoo gemakkelijk middel gehad
36 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
om in mijn leven Gods barmhartigheid te verwerven, en in mijne onverschilligheid heb ik er geen gebruik van willen maken!
Ach! kon ik nog eene Mis hooren!... Een zelfde jammerkreet dringt van uit het vagevuur tot ons.
Helaas' hadde ik toch in mijn huisgezin het godvruchtig gebruik ingevoerd van dagelijks de H. Mis bij te wonen! Wie mijner vrienden of bloedverwanten zal nu eene H. Mis voor mij opdragen of bijwonen; voor mij, die zoo zelden, niet meer dan hoog noodig was, bij het Sacrificie tegenwoordig was! voor mij, die een kleine versterving te veel achtte om aan den oneindigen schat der H. Mis deelachtig te worden!
Is het H. Misoffer nuttig voor de levenden, niet minder nuttig is het voor de overledenen. Onder de Mis bidt de priester voor dezen, opdat God zijne dienaren en dienaressen, die tot een ander leven zijn overgegaan en in den slaap des vredes rusten, indachtig moge wezen. Wanneer de liefde tot God op het oogenblik van sterven in de zielen niet groot genoeg was om haar geheel te zuiveren, dan zuivert haar het vagevuur; maar een middel, waardoor zij nog veel beter gezuiverd
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 37
worden, is de liefde des Zaligmakers, die zich voor haar op het Altaar laat slachtofferen, en daardoor aan de zielen eene aanzienlijke vermindering van pijnen, ja dikwijls de verlossing uit het vagevuur bezorgt.
De Kerkvergadering van Trente verklaart, dat de zielen, die in het vagevuur zijn opgesloten, krachtdadig geholpen worden door de gebeden der geloovigen, en vooral door het Sacrificie der Mis. De H. Augustinus geeft ons den raad, om de H. Mis voorwaardelijk op te dragen voor alle overledenen; het zal toch niet zelden gebeuren, dat de zielen welke wij aanbevelen om eene of andere reden onze hulp niet kunnen erlangen.
De eerbiedwaardige pastoor van Ars verhaalt, dat een heilig priester, aan wien God geopenbaard had, dat zijn vriend in het vagevuur was, voor dezen wilde bidden. Hij meende niets beter te kunnen doen, dan het H. Misoffer voor zijne ziel opdragen. Toen hij aan de Consecratie was, nam hij de H. Hostie in zijne handen, en bad; âO eeuwige Vader, laat ons eene ruiling doen. Gij houdt de ziel van mijnen vriend, die in het vagevuur lijdt, en ik houd het Lichaam van uwen Zoon in mijne handen vast. Welnu, verlos Gij mijnen
38 HET DAGELIJKS MIS HOÃRÃN,
vriend, on ik offer U uwen Zoon met al cle verdiensten van zijnen doodquot;. Bij de opheffing der H. Hostie zag de priester werkelijk de ziel van zijnen vriend ten Hemel klimmen te midden van een schitterenden glorieglans.
Op een Allerzielendag droeg Pater Johannes van den Alverna de Mis op volgens intentie der H. Kerk, tot lafenis der ge-loovige zielen. Hij droeg dit aanbiddelijk Offer, â waarnaar de lijdende zielen, om de krachtige hulp, die het haar verleent, zoo vurig verlangen â met zooveel godsvrucht op, dat hij als buiten zich zeiven scheen door de vurigheid zijner liefde tot God en de zielen. Op het oogenblik, dat hij het H. Lichaam des Heeren ophief, bood hij het God den Vader aan. Hem smee-kende, dat Hij ter liefde van Jezus Christus zijn beminden Zoon, die voor de zaligheid der zondaars aan het kruis werd genageld, de zielen, die Hij had geschapen en vrijgekocht, uit de pijnen des vagevuurs te willen verlossen. Aanstonds zag hij eene menigte zielen uit het vagevuur opstijgen, evenals zoovele vonken uit een brandend vuur. Zij stegen allen ten Hemel door de verdiensten van het Lijden van Jezus, die telken dage onder de H. Mis in de H. Hostie
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 39
wordt opgedragen voor levenden en dooden.
Ook allen die de H. Mis bijwonen, kunnen zielen uit het vagevuur verlossen. Het is toch zeker, â zooals wij vroeger (blz. 14) bewezen hebben, â dat zij, als zij zich met den priester vereenigen, door hem het H. Misoffer opdragen..
O gij, die het boekje leest, zegt mij, waarom komt bij de herinnering aan de overledenen wederom een vloed van tranen uwe oogen ontspringen ? Ach 1 die zorgvolle vader, die onvergetelijke moeder, die dierbare echtgenoot, die trouwe echtgenoote, dat geliefd kind, uwe hoop en uw troost, zij zijn niet meer!.... In uwe liefde hebt gij hun gezworen: nooit zal ik u in mijne gebeden vergeten. Misschien zijn zij nog opgesloten in den kerker des vagevuurs, en uit dien vreeselijken afgrond der brandende vlammen stijgt hun kreet van smarte; âMi-seremini mei, miseremini mei, saltern vos tunici mei, quia manus Domini tetigii me, ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, gij ten minste mijne vrienden, want de hand des Heeren heeft mij geraaktquot;. O, christenen, indien gij wist, op wat krachtdadige wijze de smarten uwer dierbare lijdende naastbestaanden worden verminderd door de H. Mis, uwg liefde, ja uwe liefde (of
HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
zoiult gij durven zeggen, dat gij hen niet meer lief hebt?) uwe liefde zou u dwingen, dagelijks de H. Mis bij te wonen.
âlederen keer, als door het gelui der klok het teeken wordt gegeven, dat eene Mis gaat beginnenquot;, â zoo placht een zeer godsdienstig christen te zeggen, â âmeen ik dat bitter gekerm, dat hartverscheurend geroep der lijdende zielen te hooren: Miseremini mei, miscrcmini mei, en dan, al ben ik nog zoo overladen met dringende bezigheden, dan wordt ik gedwongen om aan mijn vurig verlangen te voldoen, en de H. Mis te gaan bijwonen. Ik verbeeld mij, die arme zielen in het midden der vlammen te zien liggen, en nooit zou ik het hart er toe hebben om te zeggen : hebt geduld, vandaag heb ik den tijd nietquot;.
3. Men kan God geen waardiger dankoffer opdragen dan de H. Mis.
JtLiret is billijk en rechtvaardig, dat wij Sap' God bedanken voor de ontelbare weldaden, welke wij van zijne oneindige goedheid ontvangen hebben. Maar, ellendige schepsels als wij zijn, welke Hem waardige dankbetuiging zullen wij kunnen aanbieden? Indien God ons maar één maal een enkel bewijs zijner vriendschap
4°
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 41
had gegeven, dit zou voldoende zijn om van onzen kant eene oneindige dankbaarheid te verdienen; die goddelijke weldaad toch zou eene gunst en eene gave zijn van oneindige waarde.
Welnu, die goede Meester heeft ons een middel ter hand gesteld, waardoor wij ons van den zwaren plicht der dankbaarheid te zijnen opzichte naar eisch kunnen kwijten en Hem waardig kunnen bedanken. En welk is dat middel? Geen ander dan de H. Mis, waarin wij Hem Jezus Christus opdragen. Daardoor wordt God volkomen gedankt en voldaan; want als de priester de H. Mis opdraagt, biedt hij Gode voor al de genaden welke Hij ooit, zelfs aan de uitverkorenen, geschonken heeft, een offer van dankbaarheid aan, dat zijne oneindige goedheid waardig is. Zulk een offer, Gode waardig, zouden al de Heiligen des Hemels te zamen Hem niet kunnen aanbieden; zoodat onder dit opzicht mag gezegd worden, dat de waardigheid des priesters verheven is boven die van alle schepselen, zelfs boven die der hemelingen.
De heilige koning-propheet David dankte den Heer voor alle weldaden, die hij van Hem had ontvangen, in deze woorden: âWat zal ik den Heer wedergeven voor
42 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
al wat Hij mij geschonken heeftquot;. âIk zalquot;, hernam hij, âden kelk des heils aannemenquot;. Insgelijks deed Jezus zelf, om zijnen He-melschen Vader te bedanken voor de weldaden, die Hij aan alle menschen had bewezen, âen Hij nam den kelk, en gedankt hebbende, zeide Hij; Deze is de kelk, het Nieuwe Testament in mijn Bloed, dat voor u vergoten wordtquot;.
Men verhaalt van de eerbiedwaardige Francisca Farnèse, dat zij, met het oog der talrijke gunsten waarmede God haar overlaadde, onophoudelijk naar een middel zocht om Hem den daarvoor verschul-digden dank te betuigen en eene waardige vergelding te schenken.
Op zekeren dag, terwijl zij in deze gedachte als verslonden was, verscheen haar de H. Maagd en deze legde het Kindje Jezus in hare armen, zeggende; âNeem Het, Het behoort u toe, en zorg, er een goed gebruik van te maken; met Hem alleen zult gij al uwe schulden betalenquot;.
O, vertroostende leer van ons geloof! Om God voor zijne weldaden te bedanken, is het niet noodig, dat Maria haar goddelijk Kind in onze armen komt leggen; in de H. Mis kunnen wij over Hem beschikken, om Hem aan zijn Hemelschen Vader op te dragen.
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 43
Hetzelfde openbaarde de Heer aan de H. Theresia. Met talrijke genadegunsten begiftigd, riep zij eens als in doodsangst uit; âMijn God, mijn God, wat kan ik, armzalig schepsel, doen, om voor uwe gunsten jegens mij erkentelijk te zijn? En aanstonds vernam zij eene stem des Hemels, die zeer duidelijk tot haar sprak: âHoor eene H. Misquot;.
Op zekeren dag was de gelukzalige Henricus Suso onder de Hoogmis gekomen bij de woorden; Sur sum corda, gratias aganms Domino Deo uoslro, de harten omhoog, danken wij God onzen Heer, toen hij in geestverrukking geraakte. De omstanders, die dit bemerkten, vroegen hem, welke op dat oogenblik zijne gedachten waren. âVooral drie gedachtenquot;, zoo luidde zijn antwoord, âontvlammen mijn hart. Ten eerste beschouw ik in den geest geheel mijn wezen, mijne ziel, mijn lichaam, al mijne vermogens, en rondom mij al de schepselen, de engelen des hemels, de dieren in het woud, de visschen in het water, de planten op de aarde, enz. Ik verbeeld mij, dat al die schepselen aan God gehoorzamen en zooveel zij kunnen het hunne bijdragen om God te loven en te zegenen. Dan verbeeld ik mij als een muziekdirecteur
44 HET DAGELIJKS MIS HUOREN,
in hun midden te staan, en ik noodig hen uit, om blijmoedig met mij te zingen, hun zeggende: âDe harten omhoog en danken wij den Heer onzen Godquot;. â Daarna beschouw ik mijn hart en de harten aller menschen, ik denk aan de vreugde, de liefde, den vrede dergenen, die zich aan den dienst van God toewijden, vervolgens aan de ongelukken, de folteringen, de knagingen van hen, die de wereld najagen. Dan noodig ik alle menschen, die de wereld bevolken, uit, om zich met mij tot God te verheffen en Hem te loven en te prijzen. O, arme harten der menschen, redt u uit den stroom, die u medesleept, staat eindelijk op uit het graf der ondeugd en den dood der zonde, verbreekt de ketenen uwer slavernij, ontwaakt uit den slaap uwer ongevoeligheid, legt af uwe onverschilligheid, en eene zalige bekeering geleidde u tot God, om Hem te danken en Hem alléén te dienen! â Eindelijk wend ik mijn oog naar alle zielen die wel van goeden wille zijn, maar zich niet geheel en al aan den dienst van God toewijden. Ik ween over hen, omdat zij God niet ten volle kunnen genieten. Ik noodig hen uit, om kloekmoedig de ijdele liefde der schepselen te verachten, zich voor altoos
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 45
aan God over te geven en Hem te bedanken, zeggende: â De harten omhoog, en danken wij den Heer onzen God!quot;
4. Het zekerste middel om Gods genade te verkrijgen, is Hem deze te vragen onder de H. Mis.
njndien wij van God de belofte hebben ontvangen, dat wij alles zullen verkrijgen, wat wij Hem vragen in den naam van Jezus Christus, hoeveel te meer mogen wij niet verwachten zijne genadegaven te erlangen, wanneer wij Hem den persoon van Jezus Christus zeiven opdragen! Deze goddelijke Verlosser, zoo vol liefde jegens ons, houdt niet op in den Hemel voor ons ten beste te spreken; maar Hij doet dit vooral gedurende de H. Mis. Om voor ons genaden te bekomen, draagt Hij zich zei ven alsdan op aan zijnen Hemelschen Vader door de handen des priesters. Indien wij wisten, dat al de Heiligen des Hemels, met de H. Moeder Gods aan het hoofd, ter verkrijging van eene gunst voor ons baden, hoe onbegrensd zou ons vertrouwen dan niet wezen! Welnu dan, een enkel gebed van Jezus Christus vermag oneindig meer dan alle gebeden der Heiligen. In de Oude Wet was het alleen aan
46 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
den Hoogepriester vergund, het Heilige der Heiligen binnen te treden, en dat maar eenmaal in het jaar; âmaar tegenwoordigquot;, zoo spreekt de H. Laurentius Justinianus, âis het aan allen priesters vergund, dagelijks het goddelijk Lam op te dragen, om voor zich en voor het gansche volk Gods genaden te verkrijgenquot;. De priester bestijgt het altaar in de hoedanigheid van middelaar, om ten beste te spreken voor alle zondaars. âDaar staat hijquot;, aldus de H. Johannes Chrysostomus, âtusschen God en de menschen; hij draagt onze gebeden aan God op en verwerft van Hem de genaden die wij noodig hebbenquot;. De Heer verleent zijne genade te allen tijde, wanneer zij Hem gevraagd worden door de verdiensten van Jezus Christus; maar gedurende de H. Mis verleent Hij ze overvloediger, want dan zijn onze gebeden versterkt en vergezeld door de gebeden van Jezus Christus, die zich zeiven slachtoffert, om ons de genaden van zijnen Vader te bekomen.
Het is onder de H. Mis, zooals de Kerkvergadering van Trente zegt, dat de Heer op dien troon van genaden zetelt, tot welken wij, volgens het woord van den Apostel, met vertrouwen moeten naderen,
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 47
om Gods barmhartigheid af te smeeken en de genaden te bekomen, die wij noodig hebben. De H. Johannes Chrysostomus verzekert, dat zelfs de Engelen het oogen-blik der Mis afwachten, om des te krachtdadiger voor ons ten beste te spreken; en hij voegt er bij, dat men niet gemakkelijk op andere tijden zal verkrijgen, wat men niet verkrijgt onder de H. Mis.
In het jaar 1861 zag eene godvruchtige moeder drie harer kinderen het eene na het andere door het koliek aangetast en sterven te midden der vreeselijkste pijnen, zonder dat iemand hare geliefde panden kon redden. Een vierde kind wordt dooide gevreesde ziekte aangetast. J)e arme moeder werd door droefheid overstelpt en had haar eenige hoop gevestigd op den machtigen bijstand van het H. Hart van Jezus. Zij gaat met haar kind naar de H. Mis, en nauwelijks heeft zij dit aan het H. Hart aanbevolen, of het geneest bijna plotseling.
In 1863 werd een jeugdige kloosterlinge door eene hevige keelziekte aangegrepen. Zoo spoedig nam de ziekte toe, dat de geneesheer verklaarde, dat de laatste HH. Sacramenten moesten worden toegediend. Eene oude Moeder, die juist in het klooster
48 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
vertoefde, zeide aan de Overste, dat zij negen Missen moest beloven aan het H. Hart, om de genezing van de zieke te bekomen. Dit geschiedde, en den volgenden morgen was de zieke volkomen genezen, tot groote verwondering van allen, vooral van den geneesheer.
De- Heer Jan Joseph Allemand, stichter eener beroemde Jongelings-congregatie en een apostel der jeugd, verloor toen hij negen a tien jaren oud was, geheel zijn gezicht. Het behaagde God, op handtastelijke wijze te laten zien, hoe aangenaam het deugdzaam leven was van dit gezegend kind, door aan hetzelve het gebruik zijner oogen terug te schenken. Dit arm kind, dat door zijne ouders altijd in hids werd gehouden, zeide dikwijls tot hen: âBreng mij naar de H. Mis, en daar zal ik zienquot;. Men beloofde altijd, dat men dit zou doen, maar men stelde gedurig uit van den eenen dag tot den anderen. Op zekeren dag kwam de meter van het kind het bezoeken; deze nam de woorden van het kind ernstig op en sprak daarom; âJoseph, wij gaan samen eene novene houden; en als deze uit is, zal ik u naar de Mis brengenquot;. De novene werd gehouden en op den laatsten dag nam de meter den kleinen blinde
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 49
bij tie hand, en bracht hem, vergezeld van nog eenige familieleden, naar de H. Mis. Jan Joseph knielt aan den voet van het Altaar neder en woont het goddelijk Offer bij, terwijl hij met eene voor zijne jaren ongeëvenaarde godsvrucht en met een kinderlijk geloof den Heer bidt en smeekt, hem het gezicht terug te geven. Eensklaps, aan de bel hoorende, dat het oogenblik der Opheffing daar is, heft hij als onwillekeurig zijn hoofd omhoog; zijne oogen, tot hiertoe gesloten, gaan open; hij ziet het Altaar, den priester, de heilige Hostie, en opgetogen van blijdschap, roept hij uit: âO mijn God, ik kan weer zien I mijne oogen zijn genezen! Bij deze woorden staan de meter en allen, die tegenwoordig zijn op en snellen naar het kind toe. Ue genezing was volkomen. O, goedheid van het Hart van Jezus!
Het behaagde den Heer op zekeren dag tot de H. Gertrudis de volgende woorden te zeggen : âZoo dikwijls iemand godvruchtig de Mis bijwoont, en met zorg zijne aandacht wijdt aan de Heilige Offerande, die alsdan wordt opgedragen voor de zaligheid der wereld, ziet God de Vader met een genadig oog op hem neder, om het welbehagen, dat Hij schept in het driewerf
HET DAGELIJKS MIS HÃOREN,
Heilig Offer dat Hem wordt opgedragen. Dc Zaligmaker voegde er zelfs bij, dat de mensch, zoo dikwijls hij het H. Misofter godvruchtig bijwoont, zijn eeuwig geluk vermenigvuldigt.
De H. Francisca Romana zag eens eene bron van levende wateren uit het Hart van Jezus vloeien, en hoorde eene stem die herhaalde malen zeide: âWie dorst heeft, kome tot Mij en drinke. Wie dorst dorst heeft, kome tot Mij en drinkequot;. Het is voornamelijk onder de H. Offerande der Mis, dat het aanbiddelijk Hart van Jezus zoo gaarne lafenis schenkt aan de zielen die dorsten naar het ware geluk.
O 1 indien de wereldlingen dit wisten!.... Zij hebben mij verlaten, zegt de Heer, Mij die de bi-on ben van het levende water, en zij hebben zich waterputten gegraven, die geen water knnnen behouden.
Eene juffrouw van goeden huize, met name Stephanie, begaafd met vele natuurlijke talenten, was gedurende vele jaren eene volgelinge van de wereld en hare valsche vermaken. Op zekeren avond, door eene onbekende macht aangedreven, nadert zij vol tranen tot een kloosterling: âEerwaarde Paterquot;, zegt zij, âreeds zeven jaren lang zoek ik overal mijn geluk zonder
5°
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 51
het te kunnen vinden; ik bezit eön groote fortuin; als eenig kind wordt ik door mijne ouders teeder bemind, door een ieder wordt ik geëerd en geacht, en toch ben ik ongelukkig; in het diepste van mijn gemoed gevoel ik iets, dat ik niet kan verzadigen, en dit kwelt mij zoozeer, dat ik dikwijls in tranen uitbarst. Ach, Pater, waar is dan mijn geluk? Is het op aarde te vinden? Zoo gij weet, waar het is, zeg het mij danquot;. âJa, Mejuffrouwquot;, antwoordde de priester Gods, âik weet waar uw geluk te vinden is, en gij zult het zeker vinden, indien gij drie raadgevingen wilt opvolgenquot;. â âSpreek, goede Vader, op mijn woord, ik zal uwe raadgevingen stiptelijk volbrengenquot;. â âWelnu, kom eene maand lang dagelijks het H. Misoffer bijwonen; deze is de eerste raad, dien ik u geef; â kom na verloop van dien tijd terug, en ik zal u de twee andere geven.quot; De jonge juffrouw verwijdert zich, terwijl zij onder weg dikwijls hare tranen moet afwisschen. Des anderen daags gaat zij volgens haar gegeven woord naar de Mis; maar wordt door eene doodelijke verveling overvallen. Deze godvruchtige oefening was haar immers, sedert zij de kostschool verlaten had, geheel vreemd geworden.
52 HET DAGELIJKS MIS HÃOREN,
Zoo ging de eerste week voorbij. Gedurende de volgende week verminderde de verveling; maar in plaats daarvan kwamen droomerijen, herinneringen aan feesten, en twijfelingen door de gedachte : wat zal men van mij zeggen ? Hoe zou ik bedrogen zijn, indien het beloofde geluk nu niet mijn deel werd! De derde week begon, en nu zag men Stephanie ter kerke komen met een gebedenboek. Zij begon daarin eenige gebeden te lezen, welke zij helaas 1 zoo langen tijd niet meer onder de oogen had gehad. âVan dit oogenblik afquot;, zoo verklaarde zij later, âmeende ik mijn geluk te zien op verren afstand, evenals de dageraad, die zich aankondigt aan den gezichteinder, en dat geluk groeide aan, naarmate ik dichter naderde tot het einde der vierde week. Ue Mis verveelde mij niet meer; ik had een voorgevoel, dat zij mij weldra het geluk zou aanbrengen, hetwelk ik nog slechts in de verte aanschouwdequot;. Zoodra de maand verstreken was, begaf zich Stephanie volgens afspraak naar den biechtstoel, gelijk de Pater haar gezegd had, brandend van verlangen, om zoodra mogelijk ook de verdere raadgevingen te ontvangen. De Priester hield haar voor, hoe zij nu hare biecht moest
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 53
spreken, zich met God, de bron van het ware geluk, verzoenen en daarna dikwijls de H. Communie ontvangen. âGoede Paterquot;, sprak de juffrouw, âik gevoel niet den minsten tegenzin om uwe raadgeving op te volgen; reeds meermalen heb ik onder de Mis bij mij zeiven gezegd; Indien het waar is, dat Jezus Christus op het Altaar tegenwoordig is, dan moet Hij van daar in mijn hart komen, en mijne verlangens zullen voldaan zijn; ik zal gelukkig wezen. âMaar, Eerwaarde Vaderquot;, zoo ging zij verder door, âgij hebt mij drie raadgevingen beloofd, ik ken er twee, welke is nu de derde?quot; âZiehierquot;, zeide de Priester, âblijf zoo voortgaan met dagelijks de H. Mis bij te wonen; ontvang zoo dikwijls mogelijk het Lichaam des Heeren, en ik aarzel niet u de verzekering te geven, dat gij gelukkig zult zijnquot;.
Stephanie was een dier edele zielen, die , voor geen offer terugdeinzen. Zij beloofde de zoo heilzame raadgevingen getrouw te zullen opvolgen, en zij hield woord. âVan dien dag af aanquot;, sprak zij, âdaalde het geluk als met malsche druppels in mijne ziel, en het bleef immer toenemen, totdat ik eindelijk mijn hart te klein gevoelde, om datgene wat ik eene zee van geluk
54 het dagelijks mis hooren,
noem, te kunnen bevatten. O 1 wat geluk overstroomt mijn hart, wanneer ik 's morgens bij het ontwaken denk; straks ga ik Jezus op het Altaar aanbidden. De tonen der klok, die mij ter kerke roepen klinken mij veel welluidender in het oor, dan de verrukkendste harmonie die ik ooit op de wereldsche muziekfeesten gehoord hebquot;.
Weldra was Stephanie geheel veranderd; op haar gelaat lag eene maagdelijke zaligheid te lezen. Zij nam de gewoonte aan, om alle acht dagen te gaan biechten, en iederen keer herhaalde zij met een blij gemoed; âO, Eerwaarde Vader, wat ben ik gelukkigquot;.
Een priester zeide: âWeleer ging Stephanie naar bals, naar avondpartijen en feestmalen, en daar, waar alles haar toelachte, was zij ongelukkig. Nu leidt zij een leven van opoffering en versterving, zij blijft verre verwijderd van de wereld en hare vermaken, zij woont getrouw de godsdienstoefeningen bij, zij is immer bezig met werken voor de armen, hare vrienden, die zij zoo gaarne bezoekt, â en zij is gelukkig! Welk geheim 1quot;
Beminde lezer I is de geschiedenis van Stephanie ook de uwe, wat betreft haar leven van wereldsche vermaken, van verwijdering van God, â moge zij ook de
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 55
uwe zijn wat betreft haar volgend leven, waarin zij het ware geluk vond door de H. Mis bij te wonen.
§ III.
Toepasselijke raadgevingen.
rV'^aaraan is het toe te schrijven, dat de meeste Christenen onverschillig zijn jegens de H. Mis? Eene onverschilligheid die ons tranen moet doen storten 1 Men vindt parochies, waar de klok iederen morgen te vergeefs de geloovigen ter kerke roept; de deur der heilige plaats staat open, en niemand treedt binnen. Lauwe en nalatige Christenen, hebt gij Gods zegeningen dan niet meer noodig? Indien gij allen voorspoed geniet, aan wien hebt gij het te danken? Indien gij door ongelukken wordt bezocht, waarom gaat gij niet tot God? Indien gij gedrukt gaat onder lijden, indien uw man of uwe vrouw, uw vader of moeder, zoon of dochter ziek zijn, waarom gaat gij niet tot den hemel-schen geneesheer? Zijt gij schuldig, waarom gaat gij niet tot uwen Zaligmaker? Zijt gij bezorgd voor eene belangrijke zaak, waarom gaat gij ze niet aan Hem toevertrouwen?â âIk kan onmogelijkquot;, zegt gij,
56 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
âik moet elders zijnquot;.â AIs dat waar is, laat dan ten minste iemand uwer huisgc-nooten in uwe plaats ter Misse gaan. Achl weet gij dan niet, dat ééne Mis meer waarde heeft dan alle schatten der wereld ?
Daarom spoor ik u aan, de volgende besluiten te nemen:
Eerste Besluit.
CpSagelijks Mis hooren, wanneer er geene wezenlijke onmogelijkheid bestaat. (') Dit was te allen tijde het gebruik van geloovige Christenen, die waardig waren dezen naam te dragen.
Toen de H. Alphonsus nog jong in de wereld was, en als advocaat veel opgang maakte, ging hij iederen morgen naar de Mis, alvorens zich naar de gerechtszaal te begeven.
(') Men begrijpt, dat wij hier niet spreien over de zware verplichting, welke op iederen Christen rust, om op Zon- en Feestdagen Mis te hooren. Alleen ziekte of een ander wettig beletsel kan ons van deze verplichting ontslaan. Zonder wettige reden op een Zon- of Feestdag uit de Mis te blijven, is een doodzonde, en die zich aan deze zonde plichtig maakt, is zeer dikwijls op weg, om zijn geloof te verliezen.
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 57
De H. Elzcar, graaf van Arian, was met zijne vrouw, de H. Delphina, overeengekomen, om eene dagorde of reglement voor zijn huisgezin op te stellen, waarvan het eerste voorschrift luidde: iederen da.g moeten alle huisgenooten de H. Mis bijwonen. Dienstknechten en -meiden, allen wilde hij ze in de Mis zien.
De H. Hedwigis, hertogin van Polen, woonde dagelijks met geheel haar huisgezin het H. Sacrificie der Mis bij. Noch verre afstand, noch slechte wegen, noch regen, noch koude, noch sneeuw waren in staat, haar van deze heilige oefening terug te houden. Wanneer zij kon, woonde zij verschillende Missen bij, en bijna immer bleef zij geknield.
Wanneer de wereldberoemde jonkvrouw Jeanne d'Arc bij het leger te velde was, begaf zij zich iederen morgen, zoodra het licïit werd, naar de meest nabijgelegen kerk. Een half uur lang liet zij dan de klokken luiden, om al de priesters die het leger volgden, bijeen te roepen tot het opdragen van het H. Sacrificie. Zij woonde dit vervolgens bij met eene godsvrucht, meer eigen aan engelen dan aan menschen.
Bijna de geheele parochie van Ars woonde dagelijks de H. Mis bij.
58 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
Tweede Besluit.
afiöTanneer het onmogelijk is persoonlijk 'iOf.c de H. Mis bij te wonen, zorg dan ten minste in den geest daarbij tegenwoordig te zijn. Herinneren wij ons, wat hierover op bladz. 19 gezegd is; dit gebruik is Gode zeer aangenaam, zooals vele wonderen hebben bewezen.
Ten overvloede zij hier nog aangehaald het voorbeeld van den gelukzaligen Sanctes van Urbino.
Op zekeren dag kon hij aan zijn vurig verlangen om de H. Mis bij te wonen wegens allergewichtigste bezigheden niet voldoen. Hij hoorde evenwel bij de op heffing der H. Hostie de klok kleppen, zooals dat daar gewoonlijk geschiedde. Aanstonds knielde hij in zijne kamer neder om onzen God en Heer te aanbidden. En ziet, op hetzelfde oogenblik splitsten zich vier muren open, die zich tusschen hem en het Altaar bevonden ; hij kon den priester op het Altaar zien, en ook de H. Hostie, omgeven dooreen helderstralend licht. Toen het H. Offer voleind was, vereenigden zich de muren wederom, zonder het minste spoor van hunne wonderbare schei din lt;2 achter te laten.
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 59
Derde Besluit.
yipen der andere huisgenooten in zijne (ip plaats naar de H. Mis laten gaan, wanneer men zelf persoonlijk de Mis onmogelijk kan bijwonen. Ieder huisgezin moet eiken morgen zijn vertegenwoordiger zenden naar het gehoor van den Koning der koningen. De werkman van wien er sprake is in het volgende voorbeeld, liet zich door zijn Engelbewaarder vervangen.
De Pastoor van eene kleine stad had opgemerkt, hoe eene dame zijner parochie sedert eenigen tijd geregeld alle dagen de twee Missen bijwoonde, die achter elkander in de kerk gelezen werden, hoe zij dik wij lei-tot de H. Tafel naderde, en tegen den avond steeds een langdurig bezoek kwam brengen bij het Allerheiligste Sacrament. Over deze schielijke vurigheid stond hij een weinig verwonderd en hij wilde de reden er van weten.
Bij de eerste gelegenheid zou hij de dame er naar vragen; en ziehier, wat zij den pastoor zeide ; âIndien gij meent te hebben opgemerkt. Mijnheer Pastoor, dat ik een weinig liefdevoller en vuriger ben geworden jegens Onzen Heer Jezus Christus in zijn aanbiddelijk Sacrament, weet dan,
HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
6o
dat ik deze genade, die ik mijne bekeering noem, te danken heb aan een armen werkman, aan Joseph, dien armen timmerman, u ook niet onbekend. Drie maanden geleden, keerde ik op een Feestdag na de Hoogmis op mijn gemak naar huis terug, toen die goede werkman, die eenige dagen te voren in mijn huis gewerkt had, ook uit de kerk kwam en mij voorbij ging. Hij zag er o zoo gelukkig uit. âWel Josephquot;, zeide ik tot hem, âgij schijnt goed tevreden te zijn.quot; âInderdaad, Mevrouw,quot; antwoordde hij, âmij is vandaag een zeer groot geluk overkomen, waardoor ik zelfs mijn ontbijt heb vergeten, of liever het gaarne heb laten staan.quot; âZoo, welk geluk?quot; âIk heb het geluk gehad vijf Missen bij te wonen. Mevrouw, 's Zondags ben ik meester van mijn tijd en dan is mijn grootste genoegen de twee Missen bij te wonen ; na die van zeven uur, ga ik ontbijten, vervolgens ga ik weer naar de Hoogmis. Maar vandaag hebben drie vreemde priesters achtereenvolgens Mis gelezen na de eerste Mis ; die schoone gelegenheid kon ik niet laten voorbijgaan, en daarom gevoel ik nu zoo'n zoeten troost. Ik tracht aldus des Zondags bij te winnen, wat ik in de week wegens mijnen arbeid
EEN SCHAT VOOR DF.N CHRISTEN. 6l
moet verliezen. Dan moet ik mij tevreden stellen met mijn Engelbewaarder te verzoeken Mis voor mij te hooren, en met mij in den geest met het H. Offer te vereenigen, wanneer ik de klok hoor luiden, ü, wat geluk voor mij, indien ik iederen dag er heen kon gaan I Wat zijt gij gelukkig, Mevrouw, die allen tijd daartoe hebt 1quot;
Deze zoo openhartige woorden van den godvruchtigen werkman maakten een diepen indruk op mij ; zij waren als eene lichtstraal in mijne ziel. Ik moet het tot mijne schande erkennen: nooit had ik nagedacht over de verhevenheid en de onschatbare waarde der H. Mis, waaronder Jezus uit loutere liefde tot ons telkens in waarheid uit den Hemel nederdaalt om het groote offer des Kruises te hernieuwen. Wegens mijn gebrek aan levendig geloof ging ik iu de week zelden naar de kerk, ofschoon ik er uitstekend den tijd voor had en geen enkele mijner bezigheden daarom behoefde te verzuimen.
Op dien dag dan, dat ik met Joseph sprak, nam ik het besluit, nooit meer zonder wettige en gegronde reden uit de Mis te blijven, voortaan die onuitsprekelijke weldaad Gods hooger te schatten, en beter
02 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
aan de oneindige liefde van Jezus' Heilig Hart te beantwoorden.
Vierde Besluit.
§ltij(l bij de geheele Mis op behoorlijke wijze tegenwoordig zijn wil zeggen : niet te laat komen of te vroeg weggaan, en de H. Mis met eerbied, aandacht en godsvrucht bijwonen.ltij(l bij de geheele Mis op behoorlijke wijze tegenwoordig zijn wil zeggen : niet te laat komen of te vroeg weggaan, en de H. Mis met eerbied, aandacht en godsvrucht bijwonen.
iu. Dc geheele Mis bijwonen. Die op Zon- en Feestdagen in de Mis van ver-pltcJiiing ie laai komt, of hei einde van hei laatsie Evangelie niei afwacht, voldoet niet aan het kerkelijk gebod ; die op andere dagen te laat komt of te vroeg weggaat, berooft zich zelf gedeeltelijk van dequot; kostbare genaden, welke het H. Sacrificie schenkt, geeft, â wanneer dit vrijwillig en herhaaldelijk gebeurt â bewijs van eene betreurenswaardige onverschilligheid en is de oorzaak, dat anderen verstrooid worden. Wanneer wij tegen een bepaald uur bij een hooggeplaatst persoon, bv. bij den Paus, de Koningin of een Minister worden ontboden, ten einde eene tijdelijke gunst te ontvangen, zullen wij dan niet zorgen, zeker niet te laat aanwezig te zijn ? Welnu, onder de H. Mis, van het begin tot het einde â deelt de Koning der koningen,
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 63
de Heer der heerscharen, zijne genadegunsten uit, die ons vooral een eeuwig geluk bezorgen. Zou het dan geene ondankbaarheid jegens den goeden God en onverschilligheid voor de belangen onzer onsterfelijke ziel verraden, wanneer wij door onze eigen schuld aan alle genaden niet deelachtig worden, en daarenboven nog de oorzaak zijn, dat andere christenen niet eerbiedig en aandachtig Mis hooren ?
2°. Mei eerbied. â Moge van u gezegd kunnen worden de schoone lofprijzing, welke weleer een groot man sprak van de H. Margaretha, koningin van Schotland : âWilt gij weten,quot; zeide hij tot een vriend, âhoe de Engelen in den Hemel bidden ? Ga dan naar onze koningin met hare kinderen zien, als zij in de kerk zijn.quot;
Laat ons betrekkelijk dit punt nog een voorbeeld aanhalen.
In 1869 stierf te V., in de Belgische provincie Luik een engel van godsvrucht, met name Jean Louis B. Het gebeurde wel eens, dat hij 's avonds in slaap viel voordat hij zijn avondgebed verricht had. 1 )och werd hij dan wakker, al was het ook elf of twaalf uren, aanstonds stond hij op, zeggende: âIk moet mijn gebed doen tot mijne goede Moeder Maria.quot; Dat veelgeliefd gebed
64 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
was ter cere van de Onbevlekte Ontvangenis. Wanneer hij dit uitsprak, drukte hij vooral op de woorden : âMaak, dat ik eenmaal bij U moge zijn.quot; Dagelijks bad hij het Rozenhoedje ; zijn grootst genoegen was te spreken over het Kindje Jezus en zijne goddelijke Moeder. Dat onschuldig kind verrichte inderdaad een wonder in de parochie.
Ten gevolge eener betreurenswaardige nalatigheid der ouders, gingen de kinderen dier plaats nooit naar de Mis, ook 's Zondags niet; en als ze er al heen gingen, deden ze niet veel meer dan de geloovigen ver-slrooien door hm spelen en pralen. Onze Jean Louis was ook zoo oud, dat hij de Mis kon bijwonen, en meteen werd hij misdienaar. Zijne ingetogene houding trok aller aandacht, men bewonderde hem, men beminde hem, men sprak van hem in de huisgezinnen. . Iedere moeder stelde hem aan hare kinderen ten voorbeeld. Deze werden door een heilzamen naijver jegens Jean Louis opgewekt. Om hem na te volgen begonnen zij allen de H. Mis bij te wonen, met eene godsvrucht en eene eerbiedige houding, voor de kinderjaren buitengewoon. Zij waren zoo veranderd, dat men zou gezegd hebben: het zijn
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 65
Engelen die het Allerheiligste aanbidden. Hoe stichtend was het, hen op beide knieën te zien nederknielen, wanneer het H. Sacrament voor de geloovigen ter aanbidding was uitgesteld. Jean Louis mocht niet lang op deze aarde blijven, reeds vroegtijdig was hij rijp voor den Hemel. Hij werd aangetast door de kroep, en gedurende de weinige dagen, dat deze benauwende ziekte hem martelde, hield hij aanhoudend een klein Lieve-Vrouwe-beeldje in de handen. Somtijds, ten gevolge van de hevige aanvallen der ziekte, verloor hij het beeldje, maar spoedig hoorde men hem uitroepen; âWaar is mijn Lieve-Vrouwe-beeldje?quot; â Eenige oogenblikken vóór zijn dood, verlangde hij met allen aandrang, dat men hem zijne schoonste zondag-kleeren zou aantrekken, om, zooals hij zeide, tot de Allerheiligste Maagd te gaan. Dan vroeg hem zijn oom (een eerbiedwaardig priester, bij wien hij inwoonde en die hem teeder beminde) : âZoudt gij mij dan willen verlaten ?quot; â ,Jaquot;, antwoordde het kind, zonder aarzelen, âom naar de H. Maagd te gaan.quot; En haar beeld kussende gaf hij den geest op slechts tien-jarigen leeftijd. In alle huisgezinnen werd hij bemind en bleef zijne nagedachtenis in zegening. In
66 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
de nabijheid der kerk richlte men een gedenkteeken voor hem op, voor hetwelk de kinderen langen tijd het Rozenhoedje gingen bidden.
3°. Mei aandacht. â Een koning van Perzië maakte in een veldslag, den koning van Armenië, Tigrani geheeten, krijgsgevangen en met hem ook zijne gemalin Berenice. Toen de overwinnaar aan Tigrani vroeg, welken losprijs hij zou willen geven alsaan Berenicede vrijheid werd geschonken, antwoordde deze ; âMachtige heer, ik zou mijn bloed en-mijn leven willen schenkenquot;.
Korten tijd daarna werd de vrede gesloten, en de doorluchtige gevangenen traden weer in het bezit hunner staten. Op zekeren dag, dat het gesprek liep over den edelmoedigen overwinnaar, vroeg Tigrani aan de koningin: âWat dunkt u van den luister zijner hofhouding, van den stoet zijner legeroversten, van den rijkdom van zijn paleis ?quot; âSire,quot; antwoordde Berenice, âik heb van dat alles niets gezien; al mijne gedachten waren op hem, die zijn bloed en zijn leven heeft aangeboden om mij uit de slavernij te bevrijden.quot; âO dierbare echtgenootequot;, riep de koning diep geroerd uit, âwat ben ik gelukkig een koninkrijk te bezitten, om het met utedeelenquot;!
EEN SCHAT VOOR DEN CHRISTEN. 67
Wat Tigrani zou hebben willen doen voor zijne vrouw, dat heeft Jezus Christus niet de daad voor ons gedaan in zijn Lijden, en Hij hernieuwt het, zoo dikwijls de H. Mis wordt opgedragen. Ach I richten wij tot dien teederen minnaar onzer zielen al onze gedachten, al onze werken, al onze genegenheden ; dat niets van al wat ons omringt, ons onder de H. Mis kunne verstrooien.
40. Met godsvrucht. â Voeg bij den eerbied en de aandacht het godvruchtig gebed. Vereenig u met den priester, die in uwen naam de Mis opdraagt en woon ze bij tot de vier doeleinden, tot welke zij door Jezus Christus is ingesteld; namelijk ; 10. Om God te prijzen, te eeren en te verheerlijken ; 20. Om onze zonden uit te boeten, en voor derzei ver straften te voldoen ; 30. Om God te bedanken voor zijne weldaden; 40. Om nieuwe weldaden te verkrijgen naar lichaam en ziel.
Wat de wijze van Mis hooren betreft, een ieder volge hierin zijne eigen devotie. De eene zal volmaakt Mis hooren met de gebeden der Mis in een kerkboek te lezen, de andere met van buiten te bidden, een derde met het Lijden van Jezus te overwegen, enz.
68 HET DAGELIJKS MTS HÃUREN,
Eene brave jongedochtcr beklaagde zich bij haren biechtvader, dat zij niet goed kon Mis hoeren. âWat doet gij dan, waarmede houdt gij u bezig ?quot; vroeg hij haar. âAch, Eerwaarde Vader,quot; antwoordde zij, âgedurende de Mis kan ik niets anders doen dan mijne zonden beweenen.quot; âGa voort, mijn kind,quot; hervatte de biechtvader, âga voort zoo, gij hoort de Mis zeer goed.quot;
Een leekebroeder, weinig ontwikkeld, had de gewoonte te zeggen, dat hij maar drie letters kende, en dat hij niet meer er van wilde weten : âDe eenequot;, zeidehij, âis zwart, de tweede rood, de derde wit. De zwarte letter stelt mij voor, mijne ziel bedekt met zonden, en deze gedachte vervult mij met schaamte en leedwezen; zij houdt mij bezig van het begin der Mis tot aan de Offerande. De roode letter doet mij denken aan het Lijden van mijnen Zaligmaker, dat ik overweeg tot aan de Communie. De witte letter doet mij denken aan de H. Hostie, die de priester nuttigt, en aan welke ik tracht deelachtig te worden door de geestelijke Communie.quot; On-noodig te zeggen, dat die eenvoudige Broeder zeer goed de Mis bijwoonde.
De H. Alphonsus raadt ons de volgende wijze van Mis hooren aan, die uitmuntend is.
EKN SCHAT VOOR I)KN CHRISTEN. 69
Van het begin der H. Mis tot aan het Evan gclie, ih'aag de Mis aan God op, om Hem te prijzen en te vereeren; â van het Evangelie tot aan de Opheffing, om aan God voldoening te geven voor uwe zonden, â van de Opheffing tot aan de Communie, dank God voor zijne weldaden, â eindelijk van de Communie tot aan het einde der Mis, vraag aan God de genaden die gij noodig hebt, en vergeet niet uwe bloedverwanten, uwe vrienden, de Kerk, de zielen in het vagevuur en vooral niet de ongelukkige zondaars. Ja, de zondaars, vergeet ze toch niet, hunne zielen hebben Jezus zooveel gekost; zijn eigen Bloed en zijn leven.
Op zekeren dag, terwijl Zuster Maria der Menschwording voor de zondaars bad, hoorde zij deze woorden: âIndien gij wilt, dat ik u verhoor, smeek dan door het Hart van mijnen allerbeminnelijksten Zoonquot;. Dit gezegend Hart, de bron van alle genaden, bezitten wij op het Altaar gedurende de H. Mis.
Een ijverig priester spande al zijne krachten in om zekere hardvochtige zondares te bekeeren en zalig te maken. Deze kon zoo buitengewonen ijver niet begrijpen. âGij zijt verwonderd,quot; schreef hij haar,
70 HET DAGELIJKS MIS HOOREN,
âover hetgeen ik doe, over hetgeen ik zou willen doen en lijden voor uwe ziel ! Waarschijnlijk weet gij niet, dat ik eiken morgen na de Consecratie van den Kelk, het aanbiddelijk Bloed, dat vergoten is voor uwe zaligheid, in mijne handen zie bruisen.quot; Wat is het gemakkelijk voor lederen Christen, om gedurende de H. Mis aan den Eeuwigen Vader het Bloed van zijn aanbiddelijken Zoon op te dragen en van Hem de bekeering der zondaars te verkrijgen. âO!quot; roept Mgr. De Ségur uit, âeen dag begonnen aan den voet des Altaars, een dag vergezeld van de zegening van Jezus' Offer, zulk een dag wordt zoo gemakkelijk christelijk, zuiver, onbevlekt doorgebracht, is zoo rijk aan verdiensten, zoo vruchtbaar voor den tijd en voor de eeuwigheid. Wat al rijken en schoonen voorraad van geduld, sterkte en onderwerping komen daar voor den ganschen dag de arme zielen putten, die vermoeid en dikwijls ter neergedrukt gaan onder den last der beproeving.quot;
fgoe dan uw best, christen ziel, om iederen wp morgen naar de Mis te gaan. Ja, naar de Mis ! Daartoe noodigt u uit de Allerheiligste Drievuldigheid, omdat gij Haar
F.F.N SCHAT VOOR DEN CHRISTEN.
niet volmaakter kunt vereeren; daartoe roept u Jezus Christus, opdat Hij, de God van liefde, daar de verdiensten van zijn H. Lijden op u /.ou kunnen toepassen ; dat wil Maria, de Moeder van Jezus en uwe Moeder, opdat de rijke Zoon den armen zoon rijk make; daarom smeeken u de Engelen, opdat gij zoudt kunnen deelnemen aan hunne hemelsche gezangen; âHeilig, heilig, heilig is de Heerquot;; ook de Heiligen herinneren u daar hunne standvastige liefde en heiligen ijver en roepen u toe: imitaiores nosiri cs/o/c. weest onze navolgers.
Ja, naar de Mis, christen ziel ! de eer van God vereischt het; de voldoening voor uwe zonde beveelt het; de dankbaarheid wil het; uwe behoeften vorderen het.
Naar de Mis, naar de Mis ! Zij zal uw schat wezen, uw troost, uwe sterkte, uwe zaligheid, uwe volharding, uwe kroon. O si scires doiium Dei; O, indien gij de gave Gods kendet I Dat de barmhartige Hemel u de onschatbare gunst verleene, de oneindige waarde van dezen goddelijken schat te bevatten en te waardeeren.
eminde Lezer, nog een woord. Indien u dunkt, dat dit nederig werkje ge-
7 1
72 HET DAGELIJKS MTS HOOREN,
schikt is om de godsvrucht tot het aanbiddelijk Sacrificie der Mis te bevorderen, gelieve het dan overal onder uwe vrienden en magen zooveel mogelijk te verspreiden. Hierdoor zult gij niet alleen deelachtig worden aan de HH. Missen, die door uw toedoen worden opgedragen of bijgewoond ; maar het zal u ook een groot geluk zijn, de overtuiging te mogen hebben, dat gij aan God de hoogste eerbewijzing hebt bezorgd, die Hij van zijne schepselen kan ontvangen.
VERKLARING.
ft£)ns onderwerpende aan het decreet van V Paus Urbanus VIU, verklaren wij, dat wij aan de wonderdadige gebeurtenissen, wonderen enz., in dit werk verhaald, geen ander gezag willen toegekend hebben, dan dat de H. Kerk er aan toekent.
Uitgave van Jos. J. van Lindert te Cttyk (n.-B.):
SINT-ANTOMUS.
MAANDSCHRIFT
voor de VEBEBRDEBS van den
Grooten Wonderdoener van Padua.
Onder Redactie van eenige Paters Minderbroeders.
Dit volksboekje verschijnt maandelijks
in afleveringen van 24 bladzijden, waarin de lezer niet alleen nauwkeurig op de hoogte gehouden wordt omtrent alles, wat met betrekking tot den Heilige geschiedt of geschied is, maar ook door nuttige lessen wordt aangespooquot;d de voorbeelden van dien Heilige volgens vermogen na te volgen. Boeiende verhalen maken het lezen van dit boekje aantrekkelijk; terwijl voortdurend het aangename met het nuttige wordt afgewisseld, zoodat het een boekje is, dat aan een ieder, oud en jong, geleerd en ongeleerd, in handen kan gegeven worden. Daarenboven de geringe prijs van slechts 50 cent (franco per post 65 cent) maakt het voor een ieder zonder uitzondering mogelijk zich dit nuttig boekje aan te schaffen.
ij娉 Men teekent in bij den Uitgever JOS. J. VAN LINDERT te Cuyk (N.-B.) en bij alle Boekhandelaren.
De jaargang begint op I Januari en eindigt op T December. Nieuwe Abonnementen worden gedurende het geheele jaar aangenomen.
Proefaflevering en Prospectus zijn bij den Uitgever op aanvrage gratis verkrijgbaar.
Uitgave van Jos. J. van Lindert te Cuyk (N.-B.):
HET SINT-JOSEPHSBLAD.
ö Weekblad voor H. Pamiliën, Katholieke Vereenigingen en Huisgezinnen.
o .l)it Weekblad staat onder de hooge bescherming ^ van H.H. D.D. H.H. de Bisschoppen van Roer-^ mond en 's Bosch, en wordt geredigeerd door zes Eerw. Heeren Geestelijken.
- âHI-.T SIXT-JOSl-.PHSBLADquot;' verstaat de kunst Xi. om het nuttige met liet aangename te vereenigen
en geeft daarbij elk wat wils. â¢5 De wekelijksche kalender (waarin worden opge-
- nomen alle feest- en heiligendagen, alle vasten y dagen en te verdienen aflaten), een lief versje quot;5 een ernstig verhaal over godsdienst en zedenleer = eene boeiende novelle, eene geschiedkundige schet Z uit het roemrijk verleden der Kerke Gods, Kerkelijl _/Xieuws, â ziedaar ongeveer den inhoud van iede ^ nummer van âHET SIXT-JOSEPHSBLADquot;.
^ Voeg daarbij, dat elke drie maanden een aanta fraaie prijzen worden verloot voor de goede op p: lossers van Rebussen, â en men zal moeten be M kennen, dat èn de Redactie èn de Uitgever alle .j. krachten inspannen, om naar het woord des grijzei à Opperpriesters, Z. H. Leo yAW, voort te gaan nh ^ gezonde en heilrijke leeringen onder het geloovig 5 volk ie verspreiden.
^ De prijs van dit eclit katholiek Zondagsblai ^ is slechts 80 cent per jaar, franco per post b vooruitbetaling. Voor 11. Families, Congregatie en andere Vereenigingen is de prijs 52 cent pf jaar, vermeerderd met de frankeerkosten.
Proefnummers en Prospectus zijn op aanvrage gratis verkrijgbaar bij den Uitgever,