ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

VAK -5'^ f' \ 3/1

TER EERE DER

H, LIDU1NA,

MAAGD VAN SCHIEDAM,

VERZAMELD DOOR

M. J. A. J, A NS,

Pastoor der O.L.Vr. Visitatie-kerk te Schiedam.

MET KERKELIJKE GOEDKEURING.

SCHIEDAM, A. L. A. VAN PINXTEUEN, 1890.

ocr page 4

Aan de Wel van 28 Juni 1881 (Staatsblad N0 124) lot eigendornsrechl is voldaan.

IMPRIMATUR.

HAULEMI, li. DANKELMAN,

1 Decembris 1890 Lihr. Censor.

Gedrukt in het St. Jacobs-Godshuis te Haarlem.

ocr page 5

|3EKNOPTE j^EVENSSCHETS

DER

H. LIDUINA.

Liduina werd don 18 Maart 1.180 te Schiedam geboren uit eenvoudige maar godvruchtge ouders; haarvader, hoewel oorspronkelijk van adelijken bloede, was nachtwaker hij de stadspoorten; haar moeder was afkomstig uit Kethel. Aan hunne zorgen wilde God dit uitverkoren kind toevertrouwen, hetwelk Hij bestemd had om Hern gedurende een lange reeks van jaren op den bloedigen weg des kruises te volgen, dat kind, hetwelk eenmaal de glorie zou zijn van Schiedam. Hare eerste levensjaren kenmerkten zich reeds door een innige liefde en eene teedere godsvrucht tot de maagdelijke Moeder des Heeren. De kleine Liduina was gewoon dagelijks, nadat zij aan hare schoolgaande broertjes het middageten had gebracht, eenige oogenblikken in quot;stille ingetogenheid neer te knielen voor het miraculeuze beeld der allerheiligste Maagd in de oude kerk der stad. Vol vurigheid be-

ocr page 6

4

groette het kind haar dan, gelijk eenmaal de h

engel Gabriël: «Wees gegroet, Maria,quot; en h

hoe aangenaam deze kinderlijke hulde was o

aan het hart dier Hemelkoningin, blijkt hier- o

uit, dat er, gelijk Liduina aan hare moeder h verhaalde, bij haar clt; Wees gegroetjequot; een glimlach speelde om het gelaat van het beeld. ' j£

Nauwelijks had Liduina de jaren des ver- h

stands bereikt, of zij gevoelde in zich eene gi

vurige begeerte om zich geheel on onverdeeld zi

en voor altijd aan God en zijn heiligen dienst o'

te wijden, niet slechts naar de ziel maar ook e(

naar het lichaam; als maagd wilde zij voor h

Hem leven, rein en kuisch naar geest en tn hart. Spoedig dan ook, reeds op twaalfjarigen —- st

leeftijd, stond het besluit onwrikbaar bij haar w

vast; nooit zou zij een anderen Bruidegom zi

kiezen dan Jesus Christus. Niet alsof zij geene di

gelegenheid zag om zich in het huwelijk te al

begeven, neen, hare ingetogenheid, haar zacht zij

en beminnelijk karakter, haar heilig leven ve

wekten in veler harten het innig verlangen er op, zulk eene vrouw als echtgenoote te mogen . dc

bezitten. Talrijk waren dan ook degenen die ke

hand en hart haar aanboden, maar al hunne le(

pogingen stuitten onverbiddelijk af op dit na

heilig besluit: nooit een ander toe te behoo- en

ren dan aan God alleen. Liduina's ouders lei

mochten er op aandringen, dat zij toegeven vo

zou en zich in den echt verbinden, haar wijzen he

op de zeer voordeelige voorstellen haai' ge- ge

daan, — alles te vergeefs, zij behoorde aan uii

God, en liever, zoo verklaarde zij, zou zij God vo

ocr page 7

5

(e bidden, dat Hij haar de lichamelijke schoon-

n heid, welke zij in groole mate bezat, zou

js ontnemen, dan dat zij toe zou geven om Hem

r- ontrouw te worden. En God kwam haar fe

ar hulp.

■n Op zekeren dag van den winter van het

d. jaar 1895 komen eenigen hctrer vriendinnetjes

r- haar uitnoodigen om mede naar het ijs te

ie gaan. Liduina geeft toe, maai' door de onvoor-

ld zichtigheid van een dor meisjes, die glijdende

st over het ijs tegen haar stoot, valt zij en breekt

ak een barer ribben. Terslond werd de genees-

or beer ontboden, die al zijne kunst aanwendde;

an maar wat hij ook deed, het mocht niet baten, en — steeds verergerde de wonde en voortdurend

ar werden de pijnen heviger. Spoedig openbaarde

im zich daarenboven eene vreesdijke ontsteking,

ne die band over hand toenam en spotte met

te alle geneesmiddelen; in- en uitwendig leed

■bt zij ondragelijke smarten, inwendig door de

en verschroeiende hitte, welke haar verteerde

en en door niets te verkoelen was, uitwendig en . door afzichtelijke wonden, die overal uitbra-

üe ken en geheel haar lichaam misvormden. Hare

ne ledematen waren als met lamheid geslagen,

dit nauwelijks kon zij nog den rechterarm opheffen,

30- en verliet zij voor eenige oogenblikken hare

srs legerstede, dan kon zij zich slechts kruipende

en voortbewegen; en toen de delftsche genees-

;en beer, Meester Andreas, over baren toestand

ge- geraadpleegd, baar onderzocht, luidde zijne

lan uitspraak: «Ongeneeselijk!quot; Verschrikkelijk

iod vonnis! Verschrikkelijk voor de ouders, maar

ocr page 8

6

boven alles voor Liduina! Nog zoo jeudig en dan reeds alle hoop op redding te moeten missen!

En toch, met welk een geduld verdroeg zij al deze folteringen. Geen klacht kwam over hare lippen: God wilde hot zoo, en zij onderwier]) zich. Om echter te doen uitkomen, dat Hij met dit kind zijne bijzondere oogmerken had, en tegelijk om te toonen hoe aangenaam haar geduldig lijden Hem was, liet God toe, dat, toen op zekeren dag twee doodsvijanden elkander met het zwaard in de vuist achtervolgden, een hunner het huis dor lijderes binnenvluchte en zich in haar kamertje trachtte te verbergen. quot;Woedend stormt de ander hora na, en op zijn vraag verklaart Liduina zonder aarzelen en openhartig, dat zijn vijand zich hier bevindt. Maar wat geschiedt? De vijanden staan tegenover elkander, en toch, de vervolger slaaf niet toe , want zijne oogen werden weerhouden, hij ziet den vervolgde niet, en na vruchteloos zoeken verlaat hij vol spijt hef huis. Wie ei kent hier niet den vinger Gods, maar tegelijk wie ziet hier niet, dat God hier zoo zichtbaar tusschen beide komt ter wille zijner dienares? Zoo althans dachten hare ouders, en van nu af zou niets bun meer zwaar vallen ten opzichte van bun ellendig, maar zoo zichtbaar door God gezegend kind.

Meenen wij echter niet, dat er voor Liduina geen moeielijke oogenblikken kwamen, oogen-blikken van moedeloosheid, van dorheid, van

ocr page 9

7

in strijd. Haar geduld was geen ongevoeligheid,

jn hare onderwerping geen onverschilligheid, neen, het waren echte deugden, door strijd

zij en zelfverwinning verkregen. Stellen wij ons

er Liduina voor op haar ziekbed; in don bloei

■r- barer jaren vastgekluisterd aan hare leger-

at stede, hulpbehoevend gelijk een kind, buiten

2n staat zich te bewegen, met wonden overdekt,

m nacht en dag gefolterd door ondragelijke smar-

)e, ten, en dat jaren lang, zonder hoop op herstel!

sn Stellen wij daartegenover hare vriendinnen,

;r- die haar komen bezoeken, bloeiend van ge-

es zondheid, in de volle kracht der jeugd, vol

,te levenslust en levensmoed! Wij kunnen het ■ra — begrijpen ; dan werd de maagd neerslachtig,

er dan gevoelde zij zich ongelukkig en verlaten;

ch hoe vurig verlangde zij dan nog eens te mogen

n- herstellen, hare vorige gezondheid weder te

de mogen bezitten, en hoe ontroostbaar was zij

cn hij de gedachte, dat, mcnschelijkerwijze ge-

de sproken, dit alles voor haar onherroepelijk

?ol verloren was 1 Maar Gods Wil ging haar

n- boven alles.

gt;t, Daarenboven begon de troost dei' menschen

de haar meer en meer te ontbreken; ongevoelig

ns liet men haar aan haar lot over, men ver-

gt;ts meed bare woning, men schuwde haren om-

.in gan8'j men noemde liaar een booze toovenares,

e- een van den duivel bezetene. Ja, zelfs God scheen zijne dienares te verlaten. Tot dusver

na had Hij haar getroost door zijne inwendige

n- genade en vooral door dien inwendigen vrede,

nn die alle begrip te boven gaat en die ons doet

ocr page 10

overvloeien van blijdschap zelf» te midden der grootste droefheid; nu echter onttrok Hij haar ook dien troost; aan de grootste dorheid (en prooi, worstelde zij met de hevigste gewetensangsten en niet minder dan vier jaren lang moest zij dien strijd volhouden. Welk een zielskracht moet Liduina hezeten hebben om niet tegen God te morren, ja zelfs niet een woord van klagen te uiten!

Thans echter zou God haar te hulp komen. Een zeer vroom priester, met name Joannes Pot, ging haar bezoeken, en, innig getroffen over haar deerniswaardigen toestand, begon hij met Liduina het voorbeeld van Christus en zijne martelaren voor oogen te stellen. Zij moest, zoo luidde zijn vaderlijke vermaning, geen troost of hulp meer zoeken bij de menschen, maar enkel en alleen bij God; te midden harer smarten moest zij zich levendig de folteringen voorstellen, door de martelaren om Christus' wil verduurd , maar boven alles moest zij dag en nacht hare oogen vestigen op den Koning der martelaren en zijn Lijden overwegen, daar toch zou zij troost vinden en tegelijk de kracht om zelfs de hevigste smarten met het grootste geduld te verdragen. Daarenboven wekte die priester haar op om dikwijls de H. Communie te ontvangen, en wanneer hij dan met het H. Sacrament tot haar kwam, sprak hij, gelijk Joannes Brugman ons verhaalt, deze troostvolle woorden: „Tot dusver, Liduina, heb ik u vermaand, dat gij altijd zoudt denken aan het Lijden van

ocr page 11

Christus, onzen Verlosser, nu echter komt Hij zelf u bezoeken en u vertroosten.quot;

Als balsem vielen zijne woorden in het hart der maagd. Met ijver begon zij dan ook deze oefeningen, meer en meer kreeg zij smaak in de beschouwing van het geheim des kruises, en weldra gevoelde zij zich zóódanig getroost en versterkt, dat zij niets anders verlangde, ja, om niets anders bad, dan dat God hare pijnen nog zou vermeerderen. Genoemde Joannes Brugman verhaalt ons hiervan een treffend voorval. Het gebeurde n.1. dat er te Schiedam een vreeselijke pest uitbrak, die vele offers eischte, en nu smeekte Liduina baren God, dat Hij zijne gramschap zou afkeeren van zijn volk en alléén zou doen drukken op haar. En God verhoorde haar gebed; de pest hield op, maar Liduina werd getroffen door pijnlijke wonden in de keel, in de zijde en in de oogen; twee hiervan zijn later weder genezen, maar ééne behield zij baar geheele leven.

Uit de heldhaftige opoffering van zich zelve zien wij tegelijk, hoe met de liefde tot God in haar eene oprechte lielde tot de naasten gepaard ging. Ook voor hen viel niets haar te zwaar, en ofschoon zelve arm en opgesloten in hare kamer, wist zij toch overal hare weldaden te verspreiden. Ken paar voorbeelden ten bewijze. Toen Petronella, hare moeder, op haar sterfbed zich beklaagde, dat zij niet genoeg voor God had gedaan en hare dochter smeekte voor haar te willen bidden,

ocr page 12

10

sloml Liduina haar zonder aarzelen al de

verdiensten af. die zij zicli door lijden en ver- ti

sterving had verworven. Wanneer anderen tc

haar kwamen bezoeken, en, getroffen door al

hare armoede, haar eenige ondersteuning g

schonken, werden deze giften beschouwd als k

liet eigendom der armen, en Liduina wachtte d

zich wel iets daarvan voor zich zelve te nemen. h

Hel huisraad en de weinige kleinoodiën, door d

hare moeder nagelaten, werden te gelde ge- z;

maakt, en aan de armen uitgedeeld. Het ver- h

sterkend voedsel, haar geschonken, vond zijn e

weg naar de woning dor hehoeftigen; zelfs tlt;

een weinig wijn, haar gezonden om haar ge- v

wonde keel te verfrisschen, deelde zij met n

een arm en ongelukkig meisje, dat aan val- h

lende ziekte leed. Was het wonder dat God, d

die geen dronk koud water, in Zijnen Naam e

aan een arme gegeven, onbeloond zal laten, v

de liefdewerken zijner dienares beloonde door h hemelsche vertroostingen en door mirakelen ?

De wijn, waarvan wij zoo even spraken, ver- z

minderde niet; een hoeveelheid vleesch, haar n

ter uitdeeling gegeven, werd onder dertig be- g

hoeftige gezinnen verdeeld en bleef toch de- n zelfde; toen baar broeder was overleden, een

groot gezin en vele schulden nalatende, deed v

Liduina eenige geldstukken in eene beurs z

(sedert door baar do ..beurs Godsquot; genoemd), v

en, o wonder! de geldstukken werden zooda- z

nig vermenigvuldigd, dat niet slechts de schul- ]

den konden betaald worden, maar er zelfs g

eene aanzienlijke som overschoot. z

ocr page 13

11

le Ook het zielenheil van anderen wist zij krach-

[■- tig te bevorderen. Haar geduldig voorbeeld

n toch was eene voortdurende prediking voor

)r allen, die onder lijden of kommer gebukt

g gingen; door hare vermaningen wekte zij de

Is kloosterlingen op lot nederige gehoorzaamheid,

;e de menschen in de wereld tot stipte onder-

i. houding van de geboden Gods en der li. Kerk,

ir de vrouwen en werklieden tot ijver en werk-

zaamheid. Boven alles echter werkte zij door haar gebed. Zoo lezen wij in haar leven, dat n eens een kloosterling haar verzocht voor liem

's le bidden, opdat God van hem datgene zou

i- wegnemen, waardoor hij het meest aan God

't mishaagde en waardoor zijne eeuwige zalig-

[- beid gevaar liep. Liduina doet het, en ziet!

1, de schoone slem, welke hij lot dusver bezat

n en waarop hij trotsch was, verdwijnt: hij

, wordt getrofl'en door eene voortdurende

r beeschheid.

? Maar genoeg; waar zouden wij eindigen,

zoo wij alles wilden opsommen. Slaan wij r nog even een blik in haar innerlijk leven, om

getuigen te zijn van haar innigen omgang met God.

n ' Reeds] hebben wij gezegd, hoe zij op raad cl van den priester Joannes Pot begonnen was

s zich le oefenen in eene voortdurende over-

i, weging van het Lijden van Christus, en hoe

zij hieruit overvloedige kracht putte om alle pijnen met blijdschap te verduren. Met volle s gerustheid kunnen wij dan ook zeggen, dat

zij niet leefde op deze aarde; haar geest had

ocr page 14

12

zich meer en meer onthecht van al wat aardsch i

en vergankelijk was, haar omgang' was in gt;

den hemel. Kan het ons dan wel verwonderen, 1

dat wij in hare levensgeschiedenis herhaalde (

verschijningen vinden opgeteekend, verschij- c

ningen van haren Engelbewaarder en andere 1

HH. Engelen, van de Moeder des Heeren, 1

van Jesus Christus zeiven? Is het wonder, 1

dat zij in hare menigvuldige geestverukkingen c

dingen aanschouwde, die voor sterfelijke 1

oogen verborgen zijn? Vooral met haren En- t

gelhewaarder ging zij zeer gemeenzaam om; 1

dikwijls mocht zij hem aanschouwen, en deze '

aanschouwing maakte haar zoo gelukkig, dat 1

zij, naar haar eigen verklaring, al hare smarlen (

licht vond en als niet gevoelde, wanneer zij l

het gelaat van haren Engel zag. Nu eens 1

nam hij haar op en voerde haar naar het H. t

Land, deed haar Jerusalem en al de plaatsen, r

door 's Heeren lijden geheiligd, bezoeken, dan 1

weder bracht hij haar naar de Eeuwige Stad, 2 deed haar neerknielen in de hoofdkerken van

Rome, wandelde met haar door Rome's schoone ,1

omstreken; zelfs deed hij haar nederdalen in I

het Vagevuur en toonde haar de verschillende r

smarten in die zuiveringsplaats geleden. Hoe (

vurig bad Liduina dan voor de zielen daar !•

gefolterd, hoe offerde zij haar lijden op om v

hen te verlossen, en wanneer dan die zielen, e

door hare tusschenkomst tot de eeuwige glorie r

waren toegelaten, haar kwamen bedanken, 1

hoe was dan haar hart verheugd! 1

Ook de Koningin des hemels wilde hare z

ocr page 15

13

cli moederlijke liefde toonen jegens de lijderes, in

in welke zooveel gelijkenis was met haar Godde-

'n, lijk Kind. Eens werd Liduina door de Engelen

de opgenomen en den hemel binnengeleid ; zij zag

lij- de schitterende heerlijkheid en het geluk der

ire Heiligen, toen de Moeder Gods in verrukke-

n, lijke schoonheid tot haarnaderde en haar vroeg,

!r, hoe zij binnen gekomen was zonder kroon

en op liet. hoofd. „Zoo wil het God,quot; antwoordt

ke Liduina, en nu schenkt Maria haar een prach-

in- tige kroon van rozen en beveelt haar deze

in; kroon te zetten op het Maria-beeld in de kerk.

sze Tot zichzelve teruggekeerd, laat de maagd

lat haar geestelijken leidsman Joannes ontbieden,

en en vraagt hem, deze kroon terstond naar de

zij kerk te brengen. Eerst aarzelt hij wegens

ns het quot;nachtelijk uur, maai- eindelijk geeft hij

H. toe, doet wat Liduina verlangt, en ziet! daar

ïn, daalt in hemelschen luister een Engel van den

an hemel, neemt de kroon van het beeld en

id, zweeft er mede naar het verblijf der zaligen,

an De grootste gunst evenwel schonk haar

ne Jesus Christus zelf. Hij toch, de Koning dei-

in Martelaren, wilde zijne lijdende bruid zooveel

de mogelijk aan Zich gelijkvormig maken, en

oe daarom drukte Elij in haar lichaam de tee-

iar kenen Zijner vijf H. Wonden. Onschathaar

im voorrecht voor Liduina! In bare nederigheid

;n, echter vreesde zij, dat die uitwendige teeke-

i-ie nen haar hoovaardig zouden maken, en daarom

n, bad zij den Heer, dat Hij haarde pijnen zou lalen behouden, maar de wondteekenen on-

re zichtbaar zou maken. God verhoorde haar en

ocr page 16

14

gedurende 21 jaren was zij alzoo mot Christus v.

aan het kruis gehecht. ai

Tocli wilde God haar verheerlijken ook voor de menschen. Hij schonk haar do gave der h voorzegging, zoodat zij het onbekende voorzag o( en de geheime gedachten van anderen las. w Zoo raadde zij een schipper op den bepaalden S dag niet uit te varen, ook al gingen anderen d( zeewaarts; hij luistert en blijft achter, terwijl Ir zijne gezellen hem bespotten en wegvaren: g( dezen nu vallen in handen van zeeroovers, bi terwijl de andere eerst den volgenden dag g( uitzeilt en gelukkig zijn reis volbrengt. Aan ui eene vrouw, die haar kwam bezoeken, open- to baarde zij, dat zij in oneerlijkheid leefde; aan of een heer, dat hij zich aan geheime zonden g( had plichtig gemaakt. z^ Ook het volgende wonder vinde hier eene E plaats. Haar broeder Peter, die zijn vader als h: nachtwaker was opgevolgd, en bij wien Liduina g( sedert den dood barer ouders inwoonde, verliet op zekeren nacht zijn huis om zijne be- vc diening te gaan vervullen, terwijl de maagd . k( in geestverrukking lag. Hij plaatst een bran- la dende kaars bij haarlied en gaat weg; maar ik nauwelijks is hij eonige oogenblikken vertrok- zc ken, of de kaars valt om in het stroo van ni Liduina's legerstede, het bed vat vuur en vc weldra ligt zij te midden der vlammen. Nu vi ontwaakt zij, en alleen met hare linkerhand er zonder hulp van andoren, bluscht zij het vuur en blijft zelve geheel ongedeerd. Hoestonden In allen des morgens verbaasd, maar ook hoe in

ocr page 17

15

is werden zij vervuld van eerbied voor die maagd,

aan wie God zulke groote dingen deed!

ir En toch Liduina was nog niet rijp voor den

3r hemel. Zij had hare kroon gezien, maar tegelijk

ig ook gezien dat die kroon nog onvolmaakt

s. was: verscheidene rozen ontbraken nog.

;n Spoedig echter zou die kroon volmaakt wor-

■n den, maar wederom door lijden en beproeving,

ijl In liet jaar 1428 n.1 trok Philips van Bour-

i: gondië zegevierend de steden van Holland

s, binnen. Toen liij ook Schiedam bezocht, vroe-

ig gen vier soldaten, die zich voor geneesheeren

in uitgaven, verlof om tot de lijdcres te worden

[i- toegelaten. Nauwelijks echter zijn zij binnen,

in of het blijkt met welke booze oogmerken zij

in gekomen zijn. Voorzeker, dit was wel hare zwaarste beproeving! Maar nu daalt ook een

ie Engel neder om haar te verkondigen, dat thans

ils hare kroon voor de eeuwigheid volmaakt is

ia geworden.

r- Nog vijf jaren echter zouden verloopen, al-

e- vorens deze kroon haar voor altijd geschon-jd , ken werd. Wij willen niet trachten het ver-

n- langen van Liduina naar den hemel Ie schetsen,

ar noch hare brandende liefde te peilen; wij

k- zeggen alleen: het waren jaren van allerin-

m nigsten omgang met God, jaren, waarin zij

■n verteerde van liefde, gelijk het was door het

In vuur, maar ook jaren van ongekend lijden

id en matelooze verdiensten,

nr Eindelijk sloeg het uur barer verlossing,

in In Februari 1433 kreeg zij vreeselijke pijnen

oe in de tanden en aan het onderste gedeelte

ocr page 18

16

der voeten, pijnen die zich weldra dooi' geheel liet lichaam deden gevoelen, en Liduina verzekerde aan de omstanders; «van deze pijnen zal ik sterven.quot; Steeds verergerde nog haar toestand, totdat liet blijde Paaschfeest aanbrak. Op dien dag kwam haar biechtvader, toen Joannes Wouters, haar bezoeken, en vond hare kamer vervuld van de heerlijkste geuren. Zij verhaalde hem, dat Jesus Christus met Zijne allerheiligste Moeder en hel koor der Apostelen bij haar waren geweest, dat de Zaligmaker baar had vertroost en haar lichaam had gezalfd met eenen kostbaren balsem, dat zij reeds het blijde alleluja had hooi en zingen door hemelsche geesten, en zij besloot; «ik hoop dat ik spoedig, maar dan voor goed, met hen mag modezingen. Neen, mijn vader, mijne pijnen zullen niet lang meer duren.quot; — Op den derden Paasch-dag verergerde nog haar lijden, terwijl hevige brakingen haar voortdurend overvielen; Joannes Wouters was weggegaan om het H. Misoffer te gaan opdragen, en Liduina verzocht, dat de huisgenooten haar zouden verlaten, met uitzondering van een kind, Balduinus genaamd, de zoon baars broeders, die haar oppaste. Telkens herhalen zich de benauwdheden, totdat omstreeks vier uur in den middag een vreeselijke braking ontstaat; Baldui-nus verlaat de kamer om in allerijl hulp te roepen, doch te laat: een verstikking maakt een einde aan haar leven, en toen de huisgenooten verschrikt binnentraden, vonden zij

ocr page 19

17

slechts haar lijk; hare ziel was de eeuwifje glorie binnengegaan, 't Was de l-4e April 1433, 3e Paaschdag, 's middags omstreeks 4 uur. Liduina's gebed was verhoord: zij had gevraagd te mogen sterven zonder getuigen.

Terstond begon het, volk haar als « Heiligequot; te vereeren en aan te roepen. Van alle kanten kwam men aansnellen om haar lichaam te zien en met eigen oogen den bovennatuur-lijken glans te aanschouwen, die van haar aangezicht straalde. Voortdurend verdrong men zich om haar lijkbed, uit. de verte hieven de moeders hunne Idnderen omhoog om de heilige maagd te aanschouwen, en toen op Vrijdag 17 April (6en Paaschdag) haar stoffelijk overschot in het graf werd neergelaten, volgden duizenden vol vereering haar lijkbaar.

Spoedig daarop begon God zijne uitverkorene dienares met vele wonderen te verheerlijken. De processtukken vermelden de volgende; te Delft werd eene maagd, die acht jaren lang. door eene hevige ziekie gekweld, het bed moest houden, en zonder eenigen vooruitgang door vier beroemde geneesheeren behandeld was, door het aanroepen der H. Liduina volkomen genezen. Te Gouda kreeg eene kloosterzuster, die met lamheid geslagen was, nadat elke zuster vijfmaal het Ónze Vader en Wees (jcyrncl had gebeden ter eere van God en de H. Liduina, het volkomen gebruik van haar beenen terug. Te Leiden werd een godvruchtig meisje geheel genezen van een kankergezwel in de keel, na een bezoek aan het graf van

ocr page 20

■18

de heilige gebracht te hebben. Was het won- h)

der dat liet volk meer en meer tot Liduina ni

zijne toevlucht nam? En dit was niet liet 1(

gevolg eener oogenblikkelijke opwelling, neen, al

die vereering en aanroeping als heilige duurde v;

onafgebroken voort, meer dan vier eeuwen di

lang, totdat op onze dagen, den 14 Maart 1890, A

Paus Leo Xlll die steui des volks met zijn li

oppergezag bekrachtigde. Van nu af dus mogen k

allen, maar mag vooral Schiedam vol vreugde v; uitroepen:

Heilige Liduina, hid voor ons!

t(

KORTE GESCH!EDEN!S d

VAN DE RELIKWIEËN DER 11. LIDUINA EN VAN

HET PROCES TOT KERKELIJKE BEKRACHTI- 'f GING HARER OPENBARE VEREERING.

Pieeds in 1-434, één jaar na Liduina's r

kostbaren dood, werd in het koor der oude p

Sl. Janskerk, waarin haar lichaam was bij- d

gezet, een prachtige kapel ter harer eer go- p

bouwd, en jaarlijks werd op den 4'1™ Paasch- d

dag een plechtig feest gevierd. Dit duurde e

voort tot de rampzalige dagen der Hervorming. v

Wegens de goddelooze vernielzucht der /

woedende Hervormers waren Albert en Isa- r

bella, prins en prinses der Zuid-Nederlanden, s

die te Brussel hun verblijf hielden en een r

bijzondere godsvrucht hadden tot Liduina , z zeer ernstig bevreesd, dat de kostbare over-

*

ocr page 21

19

Mijfselen dier Heilige Maagd te Schiedam niet meer veilig waren; zij lieten die in December 1615 heimelijk overbrengen naai' Brussel, alwaar die relikwieën door den aartsbisschop van Mechelen, Matthias Hovius, werden onderzocht en gewaarmerkt. In 1628 schonken Albei t en Isabella die overblijfselen gedeeltelijk aan het door hen gestichte Carmelilessen-klooster te Brussel, gedeeltelijk aan de kerk van St. Gudula in diezelfde stad.

In 1836 werden door de eerwaarde Paters Predikheeren pogingen aangewend om verlof te krijgen tot het lezen van de H. Mis en het Officie der Maagd; Pater La Marche, procurator der nederduitsche Provincie schreef daarop van Bome uit: dat voor dit doel een klein proces moest worden opgemaakt en de aanvrage moest uitgaan van de kerkelijke Overheid der diocees, derhalve, in Nederland , van den aartspriester of van den vica-rius apostolicus. Twee jaren later verzochten pasfoor en kerkmeesters van Schiedam aan den Provinciaal der genoemde Orde om stappen te doen tot het invoeren van een feestdag ter eere der H. Liduina, en deze zond een verzoekschrift van dien inhoud aan don vice-superior der Ilollandsche Missie, Mgr. Antonucci. Het antwoord van den vice-supe-rior luidde, dat hij daarover naar Bome zou schrijven. Maar daar bleef liet bij : tot plannen van uitvoering kwam men niet, en de zaak bleef zooals zij was.

Pastoor Van Leeuwen echter, van 1853 tot

ocr page 22

20

-1881 pastoor te Scliiedam , had rust noch duur, öi

vooraleer hij althans een deel van Liduina's ei

weggevoerde relikwieën voor zijne parochie- st kerk had teruggekregen. Doch het spreekt . vt

van zeil' dat de Zusters Garmelitessen te Brus- ni

sol daartegen ernstige bezwaren maakten. ei Toen wendden, op aandringen van genoem- ' cl

den pastoor, de kardinaal-aartsbisschop van ta

Mechelen , Mgr. Dechamps, en de bisschop w van Haarlem, Mgr. Wilmer, zich tot den

H. Stoel, en Paus Pius IX gaf 16 September h

1869 hevel aan zijn Internuntius te 's Graven- S

hage, Mgr. Bianchi, later kardinaal, dat deze t£

in overleg zou treden met voormelde bis- b

schoppen, om aan het verzoek van pastoor g

Van Leeuwen te voldoen. L

Twee jaren gingen nog voorbij in overleg- d

gingen, en eindelijk den i3dCI, Juni 1871 werd e

de rijk gesierde rclikwiekast in het Garmeli- k

tessen-klooster geopend in tegenwoordigheid k

van voormelden Mgr. Bianchi, van den vicaris- k

generaal Mgr. Bogaerts, kanunnik Wijnants, g

prefect der relikwieën in het aartsbisdom e

Mechelen, kanunnik Mertens, secretaris van ti hetzelfde aartsbisdom, pastoor Van Leeuwen,

van Schiedam, en al de Zusters van bet a

klooster; van de gevonden negen beenderen p

werden drie groote en één klein aan de kerk d

van O. L. Vrouw-Visitatie te Schiedam afge- li

staan; een oorkonde werd daarvan opgemaakt li

en door de aanwezige waardigheidsbekleeders c

geteekend; de relikwieën voor genoemde kerk d

te Schiedam werden in een kistje gesloten 1

ocr page 23

'M

Cn Verzegeld door den Internuntius Bianchi en Mgr. Dechamps. Dit kistje werd door pastoor Van Leeuwen vertoond aan den bisschop van Haarlem, die hiervan een oorkonde opmaakte, en de pastoor getuigde daaronder eigenhandig, dat deze oorkonden tot het archief der parochiekerk van O. L. Vrouw-Visitatie te Schiedam behooren en daar bewaard worden.

Zoo kwam dus een aanzienlijk gedeelte van het gebeente der Heilige Maagd Liduina van Schiedam na meer dan 250 jaren in Schiedam terug; geen wonder, dat de vreugde en dankbaarheid van pastoor Van Leeuwen geen grenzen kenden, toen hij het kistje met Liduina's overblijfselen van Brussel naarSchie-dam mocht overbrengen, en dat hij met allen eerbied zelf later den kostbaren schat zijne kerk binnen droeg en nederzette in de reli-kwiekast aan de linkerzijde van het priesterkoor. Weldra werd door een aanzienlijk ingezetene eene fundatie gemaakt, om ten eeuwige dage een lamp vóór die relikwieën te laten branden.

Dit alles echter was nog slechts een eerste, alhoewel moeilijk begin, van de grootsche plannen die pastoor Van Leeuwen omtrent de vereering van de Heilige Liduina koesterde: hij wilde, wat moeite en zorgen het ook kosten mocht, het vereischte kerkelijk proces gehouden en Liduina's openbare vereering door kerkelijke bekrachtiging bevestigd en hersteld zien.

ocr page 24

Vooraf moet men welen, dal Paus Ürba-nus VIII in de jaren 1625 en 1634 had bevolen, dat aan geene overledenen, al zijn zij ook nog zoo vereerenswaardig om heiligheid ol om mirakelen, openbare vereering mag gebracht worden, vooraleer zij door den H. Stoel heilig ol' zalig zijn verklaard; maar tevens voegde de Pavis er bij : dat onder die decreten niet begrepen waren de dienaren Gods, welke of door de eendrachtige samen-stemming der Kerk óf sinds onheugelijke tijden, met kennis en toelaten van den Apo-stolischen Stoel of den plaatselijken bisschop als heilig of zalig vereerd waren geworden. Met « onheugelijke tijden » bedoelde de Paus «meer dan honderd jaren.»

Wat dus de Heilige Liduina belieft, hier viel te bewijzen, dat de vereering des volks haar meer dan honderd jaren vóór Urbanus' decreet reeds gebracht was en sinds dien tijd nog immer gebracht werd. Zoo ja, dan kon zij ook door hel hoogste Kerkelijk Gezag als heilig of zalig worden erkend. ïe Rome nu gaat men met zulke zaken zeer ernstig te werk: daarvoor moet een kerkelijke rechtbank tot onderzoek worden ingesteld en een volslagen proces worden gevoerd. Zoo zou het ook in de zaak van Liduina geschieden.

In Mei 1873 had Mgr. Wilmer, steunende op de bovenvermelde overbrenging der relikwieën naar Schiedam, een verzoekschrift naar Rome gezonden om het herstel van de aloude Mis en Officie der Heilige Maagd

ocr page 25

-2'J

a- Liduina, en daarbij een Mmoriale gevoegd,

waarin werd verdedigd, dat zij behoorde onder

:ii degenen welke in de zooeven genoemde de-

id crelen van Paus Urbanus VIII waren uilge-

ig zonderd. Bij dat verzoek luidden zich de aarts-

i. bisschop van Utrecht en de overige bisschop-

3- quot; pen van Nederland en de aartsbisschop van

ie Mechelen (tot wiens jurisdictie Brussel en het

n genoemde Carmelitessen-klooster behoort) met

i- geestdrift aangesloten.

;e Bij acte van het kapittel van Haarlem, ge-

gt; dateerd 24 April 1874, werd pastoor Van

ip Leeuwen, op diens verzoek, aangesteld tot

n. Postulator, d. i. tot hetgeen men noemt

is « eischer » in deze rechtszaak, en hij verkreeg de volmacht om het proces in te leiden, ge-

;r tuigen op te roepen, bewijsstukken, geschrif-

;s ten enz. in te brengen, te onderzoekon en

s' te laten onderzoeken enz. enz., te zorgen,

d dat de processtukken ongeschonden te Rome

n zouden worden aangeboden , kortom: alles te

Is doen wat tot het aanvangen, voortzetten en

u J sluiten van het proces door den «eischer»

;e behoorde gedaan te worden. Dit stuk was ge-

t- teekend door de kanunniken; H. van Beek

n proost (later bisschop van Breda, thans over-

it leden), J. M IJzerrnans (thans proost van het haarlemsch kapittel, rustend pastoor te Vlaar-

le dingen), F. ï. Frankemölle (thans overleden),

i- J, F. Vregt (thans vicaris-generaal van het

ft bisdom Haarlem), ,1 J. Rioche (thans over-

e leden), H. Poppen (thans deken en pastoor

d te Amsterdam), G. F. Drabbe (thans over-

ocr page 26

•J4

leden), Ë. de Groot (thans oveileden), P. M. Snickers (thans aartsbisschop vnn Utrecht).

Daarop vroeg de pastoor, bij verzoekschrift van 8 Juni 1874, aan Mgr. Wilrner, toenmaals bisschop van Haarlem, de instelling van een kerkelijke rechtbank over deze zaak, en de bisschop benoemde, bij acte van 3 November 1874, de toenmalige professoren van het seminarie te Warmond tot leden ervan: prof. P. van der Ploeg (thans overleden) tot Judex, prof. H. .1. .1. Prenger (tlians overleden) tot Promolor fiscalis, prof. J. W. L. Smit (thans overleden) tot Notarius Actuarius, prof. J. de Brnijn (thans rustend professor) tot iVo-tarius adjunctus, prof. C. Bouman (thans pastoor te Nieuwkoop) tot Cursor. En nadat pastoor van Leeuwen de eeden, door het Kerkelijk Recht vereischt, had afgelegd, begon een zeer lange reeks van zittingen, waarin de van overal gezochte en bijeengebrachte bewijsstukken werden onderzocht, en een groot aantal verf rou wens waardige getuigen wei den verhoord.

Het proces had eigenaardige moeielijkheden. De voornaamste relikwieën der heilige Maagd waren, gelijk wij reeds vermeldden, in het Carmelitessen-klooster te Brussel en groot was aldaar hare vereering. Ook daar derhalve diende een uitvoerig getuigenverhoor te geschieden. De pastoor richtte nu een verzoekschrift, als bovenvermeld, aan Mgr. Dechamps, kardinaal-aartsbisschop van Mechelen, om ook in diens diocees het proces te mogen voort-

ocr page 27

'J5

. zetten, en de genoemde aartsbisschop stelde

nu dezelfde personen aan tot leden van de ii'jfl kerkelijke rechtbank voor zijn aartsdiocees. ien- Volgens de vormen, door het Kerkelijk Recht [ing voorgeschreven, werden nu eenige Zusleis tak één voor één in verhoor genomen, de kapel en het bedekoor der Zusters onderzocht, en van alles werd uitvoerig proces-verbaal opgemaakt. 3n : Door den dood van Mgr. VVilmer, bisschop

fot van Haarlem, den 1quot;™ Januari 1877, vervie-■je. len de volmachten der rechtbank, zoodat pas-njt tooi' van Leeuwen in dquot; 8 April 1877 tot •0f den toenmaligen Vicaris Capitularis, Mgr. yr0. Snickers, opnieuw een verzoekschrift moest )a. richten om de voormelde rechtbank aan te jat stellen; den lO11quot; April daaraanvolgende wer-let den dezelfde personen tot leden der reclit-,e. bank benoemd, uitgezonderd prof. C. üouman, •in die inmiddels pastoor was geworden, en in ite wiens plaats de toenmalige leeraar van Hage-en veld M. J. A Lans (thans pastoor te Schie-en dam) benoemd werd.

Na nog enkele zittingen werd den 24,1|MI April n 1877 in het seminarie te Warmond de zit-rj ting gehouden, waarin de Judex P. van der et Ploeg zijn uitvoerig gemotiveerde uitspraak js gaf: dat de vereering van de heilige Maagd Liduina veel meer dan honderd jaren vóór e. de decreten van Paus Urbanus VIII had be-^ staan, sedert dien tijd onafgebroken had voort-s geduurd, en Liduina derhalve met volle recht

,]? als tot de zaligen en heiligen behoorende

(. mocht worden vereerd en aangeroepen.

i

ocr page 28

26

Aan dit merkwaardig proces hebben nog deelgenomen en zijn als getuigen opgeroepen en , na beëediging , verhoord : te Schiedam : de heeren J. B. Nolet, verhoord l i Nov. 1874 ; P. J. Bruineman, verhoord 11 Jan. 4875; D. Zoetmulder (thans overleden), verhoord 9 April 1875; J. H. Bozestraten, verhoord '10 April 1875; — to Brussel in hel Carnielitessen-klooster; de dienstmaagden en kerkverzorg-sters des kloosters, Elisabeth van Wilder en Maria Theresia van Wilder, de kloosterzusters Maria Josepha van Jesus (in de wereld ge-heefen : Catharina Obhiet) en Josepha Theresia Maria van het KindJesus (in de wereld geheeten : Henrica Lans), welker verhoor, na beëediging, plaats had den 10™ September 1875.

Ter onderzoeking en beschrijving van Li-duina's aloude afbeeldingen en haar grafzerk namen als deskundigen deel aan het proces: Mgr. Dr. Th. J. H. Borret (thans overleden) en prof. J. A. Alberdingk Thijm (thans overleden).

Merkwaardig ook is de geschiedenis van die grafzerk ; het was een aloud gebruik dei-Katholieken om, bij het begraven der lijken in de voormalige St. Janskerk, een oogenblik te vertoeven bij Liduina's grafplaats en daar voor de overledenen te bidden; dit vroom gebruik bleef nog -voortbestaan, nadat die kerk reeds lang in de handen der Hervormers was; later wekte dit gebruik misnoegen op; de grafzerk werd weggenomen en in een portaal buiten de kerk overgebracht; daar

ocr page 29

27

bleef zij onder stof bedolven verborgen, totdat de edelachtbare heer J. B. Nolet haar in eigendom wist te verkrijgen; den 3af,D Juni 1861 werd zij in diens huis gebracht, en den 8quot;'° Juli 1862 liet genoemde eigenaar haar plaatsen in het onder zijne zorgen gebouwde Liduina-gesticbt.

Op Asch-Woensdag van het jaar 1878 had de laatste zitting der vermelde Kerkelijke Rechtbank plaats, ten huize van den toen-maligen bisschop van Haarlem , Mgr. P. M. Snickers; in die zitting wei d de geheele massa processtukken zorgvuldig ingepakt en verzegeld, en overvloeiende van geluk reisde pastoor van Leeuwen met dezen schat naar Rome, om bij de H. Congregatie der Riten de zaak van Liduina aanhangig te maken. Hoe zag die vurige vereerder van Liduina reikhalzend uit naar de uitspraak van den H. Stoel; hoe brandend verlangde hij den dag te mogen beleven, waarop hij met de officieele pauselyke bekrachtiging in de hand zou mogen uitroepen; «Heilige Liduina. bid voor mij en bid voor uw Schiedam ! ». .. Helaas, hij mocht die voldoening van zijn langen en moeielijken arbeid aan deze zaak op aarde niet smaken: niet minder dan twaalf jaren bleef het proces in handen van de H. Congregatie dei-Riten. Het verloop der zaken bij zulk een proces is als volgt : eerst wordt door den advocaat der Congregatie een uitvoerig uittreksel uit de processtukken gemaakt; daarna bepleit deze de zaak in verschillende ziltin-

ocr page 30

'28

gen der Congregatie; clan brengt de Promotor fidei allerlei bezwaren er tegen in; en eerst als de advocaat, al die bezwaren heeft onderzocht en er in geslaagd is die zegevierend te wederleggen, eerst dan geeft de Congregatie haar uitspraak ; ten slotte wordt die uitspraak aan Z. H. den Paus voorgelegd en daarbij verslag gegeven aan Z. H. van het gansche verloop der zaak; indien dan de Paus zulk een uitspraak bevestigt en bekrachtigt, is het proces ten einde en mag de dienaar of dienaresse Gods, wie het proces betreft, als zalig of heilig worden vereerd.

Die beslissing, die lang verbeide, vurig verlangde beslissing is eindelijk, gelijk wij reeds vermeldden, den 14'lcn Maart 1890, door Z. H. Paus Leo XIII gegeven. Zij luidt als volgt:

LECRETUM. Harlemen. Confirmalionis Cultus ah immemorabili tempore praestiti servae Dei Liduinae Virgini Schiedamensi, Beatae et Sanctae nuncupalae.

Instante Clero populoque Harlemenai, quuin Emus et Rinus Unus Cardinalis Miecislaus Ledochowski, Ponens supradietae Causae Confirmationis Cultus ab immemorabili tempore praestiti Servae Dei Liduinae Virgini Schiedamensi, in Ordinario Sacrorum Rituum Congregationis coetu ad Vaticanum subsignata die coadunato sequens Dubinin proposuerit: An senten-tïa ludicis Delegati ah Illmo et Jtmo Domino JEpi-scopo Harlemensi super immemorabili cullu praejatae

ocr page 31

29

Servae Dei praestito, sew super casu excepto a Decretis sa. me. Urlani Papae VIII sit confirmanda in casu, et ad effect urn de quo agitur? Emi et Emi Patres sacris tuendis Ritibus praepositi , omnibus mature perpensis, auditoque voce et scripto E. P. 1). Au-gust.ino Caprara Sanctae Fidei Promotore, resoriben-dum ceiisuerunt: Affirmative, sen sententiam esse confirmandam. Die 27 Februani 1890.

Faela postmodum Sanctissimo Domino Nostro Leoni Papae XIII per infraseriptum Secretarium de prae-missis fideli relatione, Sanetitas Sua Eescriptnm Saerae Congregationis ratum hobere et confirmare dignata est. Die 14 Martii anno eodem.

L. t S. 0. Card. ALOISI-MASELLA,

S. It. C. Praef. VINCENTIUS NUSSI,

S. li. C. Hecretarius.

DECREET. Bisdom Haarlem. Bekrachliging der vereering, welke sedert onheugelijke tijden gebracht wordt aan de dienaresse (ïods Liduina, maagd van Schiedam, zalig en heilig genoemd.

Op aandringen van de Geestelijkheid en het volk van het Bisdom ïlanrlem heeft Zijne Eminentie Kardinaal Miecislaus Ledochowski, voorsteller der bovenvermelde rechtszaak omtrent de Bekrachtiging der Vereering, welke sedert onheugelijke tijden gebracht wordt aan de Dienaresse Gods Liduina, Maagd van Schiedam , de volgende vraag voorgelegd in de gewone zitting van de Congregatie der II. Eiten, gehouden in het Vaticaan op ondervermelden datum:

ocr page 32

30

Kan de uit spraak, iv élke de door den Hoogwaar digen Bisschop van Haarlem gevolmachtigde Hechter heeft qeqeven over de onheugelijke vereering der voormelde Dienaresse Qods, d. zo. z. over dit geval, als be-hoorende tot de uitzonderingen, gemaakt in de decreten van Paus Urhanus VIII zal. ged. — zoor den bekrachtigd, en wel met het gevolg, dat daarmede beoogd wordt ?

De Knrdinalen en Hoogwaardige Vaders, aan welke het oppertoezicht over de Kerkgebruiken is opgedragen, — na alles rijpelijk te hebben overwogen, en het mondeling en schriftelijk verslag te hebben aangehoord van den Hoogwaardigen Pater Augustinus Caprara, Promotor Fidei, hebben besloten te antwoorden : Bevestigend, d. w. z dat die uitspraak kan bekrachtigd worden. Den Februari 1890.

Nadat verbolgens door den ondergeteekenden Secretaris aan Onzen Allerheiligsten Vader Paus Leo XIII een getrouw verslag van het bovenstaande gegeven was, heeft Z. H. zich verwaardigd het Besluit der II. Congregatie geldig te verklaren en te bekrachtigen. Den 14 Maart van hetzelfde jaar.

L. f S. C. Kaiid. ALOYSIÜS MASELLA,

Prefect v. d. Congregatie der II. Riten.

VINOENTIÜS NUSSI,

Secretaris v. d. Congregatie der II. Riten.

ocr page 33

NOVENE

TER EERE DER II. LIÜUINA.

Gebed vóór iedere overweging.

Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.

Zend uwen Geest uit, en zij zullen geschapen worden.

En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die de harten der geloovigen door de verlichting des H. Geesles hebt geleerd: geef ons in denzelfden Geest oprecht wijs te zijn, en ons altijd in zijne vertroosting te verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen.

EERSTE DAG.

OVERWEGING.

Geduld in de wederwaardigheden des levens.

Overweeg, hoe terecht Koning David mocht uitroepen : lt;c Volgens de menigte mijner smarten hebben uwe vertroostingen, o lieer, myne

*

ocr page 34

ziel verblijd» (Ps XCIII, 19). Want het is eens ieders dagelijksche ondervinding, dat niemand, die wederwaardigheden te dragen heeft, de vertroostingen des Heeren blijft missen, indien hij slechts zijne wederwaardigheden geduldig en in onderwerping aan Gods heiligen wil weet te dragen, en immer liet woord des Apostels indachtig blijft: «het lijden van dezen tijd weegt niet op tegen de toekomstige heerlijkheid, die in ons zal geopenbaard worden» (Rom VIII, 18).

Wat heeft de H. Liduina niet geleden!... De breuk van hare rib, door haar val op het ijs veroorzaakt, was het begin van inwendige verzwering, die, doorgebroken, hare krachten hoe langer hoe meer deed afnemen; na drie jaren was zij zóó van alle kracht, berooid, dat zij bedlegerig werd en nooit meer daarna de aarde raakte; negentien jaren lang gebruikte zij bijna geen voedsel, daarna niet anders dan een weinigje wijn of water in de week; het bederf harer wonden greep heel haar lichaam aan, zóó, dat afzichtelijke wormen naar buiten drongen en haar onlieschrij-felijke smarten veroorzaakten; toen de geneesmiddelen hare wonden min of meer gesloten hadden, openbaarde zich de waterzucht en volgde een schier onafgebroken slapeloosheid ; herhaaldelijk werd zij bovendien door hevige tand- of hoofdpijn gefolterd en grepen geweldige koortsen haar aan ; het vleesch van haar voorhoofd en haar kin was gespleten, zoodat het spieken haar uitermate moeielijk viel;

ocr page 35

aun liet rcdiloioog word zij geheel, aan bet linkeroog gedeeltelijk blind; te midden van haar lijden had zij nog het verlies te betreuren van haar vrome vader en moeder, die zij innig liefhad, en van haar nichtje Petronella, dat haar jaren lang dag en nacht in al hare noodwendigheden had bijgestaan. Kortom, een lijden, zooals zelden een rnensch heeft gedragen , was het lijden van Liduina; en... het duurde van haar -16l,c tot baar 53ste jaar, dat is, onafgebroken, achtendertig jaren lang!.. En bij dat alles — nooit eenige klacht, nooit eenig ongeduld ; zij bezat zelfs den heldenmoed om God nog vermeerdering van haar lijden te vragen, en placht te zeggen, dat zij gaarne, al was 'ttot hot einde dei' wereld, zou willen lijden, indien zij er één zondaar mede redden of ééne ziel uit het Vagevuur ermede verlossen kon.

Wat is óns lijden, wat zijn ónze wederwaardigheden, vergeleken bij het lijden en de wederwaardigheden der H. Liduina !... En toch;... zij bad God om nog méér, wij achten een weinigje al veel te zwaar; — zij doorstond het achtendertig jaren lang, óns maakt één dag, één uur al ongeduldig; — zij zag en aanbad in alles wat God toezond of toeliet Zijne wijze Voorzienigheid, wij meenen, dat het ons door menschen wordt aangedaan en verhalen het op hen ; — zij maakte zich er heilig mede en klom er door tot do hoogste volmaaktheid op, wij worden er zondiger door en verwerven er geen of weinig ver-

2*

ocr page 36

34

diensten mede; zij, bij dat idles, was on- vc

schuldig, wij, ach ja! wij zijn beladen met m

schuld !. .. 01

Leeren wij van de H. Liduina den geest or

van geduld en onderwerping; leeren wij van or

haar, de toegezonden beproevingen te gebrui- vc

ken tot ons geestelijk welzijn en alle lijden vc

aan te zien als een bewijs van Gods vadei lijke dc

liefde en goedheid; leeren wij van haar, sterk re

door het geloof in alles den goddelijken wil vc

te eerbiedigen en ons lijden met het lijden ar

van Christus te vereenigen; en vooral, laten h( wij alle wederwaardigheden, die ons overkomen, immer dragen met een rouwmoedig hart als boeteslrall'en ter uitdelging onzer zondenschuld.

Gebed om geduld in de wederwaardigheden des levens.

H. Liduina, wonderbaar voorbeeld en pa-Irones derlijdzaaamheid, ach! wij moetende lasten des levens dragen zóó, als zij ons op 1

de schoudei's worden gelegd, en kunnen daar, oi

met al ons pogen, niet aan ontkomen; maar w

wij trekken daaruit, helaas! zoo weinig nut. w

voor onze zaligheid , wij verwerven ons geen hlt;

verdiensten ervan, wijl wij morrenen klagen v;

en de hand niet erkennen van Gods liefde- sj

volle Voorzienigheid, die toch nooit, nooit bi

iets verricht wat niet strekt tot onze zalig- G

heid; in deze ellende zien wij op tot u, die Ik

thans in de glorie des hemels zoo hoog zijt rc

ocr page 37

35

verheven, omdat gij op aarde zooveel om en mot Christus geleden hebt; o. bid voor ons om moed en kracht, ton einde alles wat God ons overzendt met christelijk geduld en blijde onderwerping Ie dragen , en hond ons oog voortdurend naar omhoog gericht, opdat wij, vertrouwend op Gods belofte, door de rampen des levens van alle zonden en straffen gereinigd worden, en bij de verantwoording voor Gods rechterstoel Hem een schat kunnen aanbieden van verdiensten, door geduld in het. lijden verworven. Amen.

Onze 1 ader. — Wens gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

TWEEDE DAG.

OVERWEGING.

Zuiverheid van ziel en lichaam.

Kom, H. Geest, enz., als boven blz. 3t.

Overweeg, dat de goddelijke Zaligmaker onder de acht Zaligheden, d. i. onder de goede werken of deugdzame eigenschappen, voor welke in het bijzonder Hij de eeuwige zaligheid beloofd heeft, ook met name de deugd van zuiverheid heeft opgesomd. « Zalig », zoo sprak Christus, « zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien» (Mt. V, 8). God zien, reeds hier op aarde, is: do waarheden Gods erkennen; hoe grooter nu de reinheid is naar ziel en naar lichaam, des te

ocr page 38

dieper kun de menscii in Gods geheimnissen « doordringen ; amp; de zinnelijke mensch verstaat « « niet wat van den geest Gods is; want het. « «is hem dwaasheid, en hij kan het niet be- « «grijpen» (I Cor. II, 14) en «wie zaait in « « zijn vleeamp;ch , zal ook van het vleesch verdei'f « « maaien » (Gal. VI, 8). Onze lichamen moeten «een levende, heilige, Gode behagelijke offe- d; « rande » (Rom. XII, 1) zijn. indien wij eenmaal zi in onbederfelijkheid uit het graf willen op- gi rijzen om «God te zien » in de hemelsche sl heerlijkheid. vi Reeds in jeugdige jaren beminde de H. Li- d^ duina de zuiverheid met een geheel buiten- Z gewone liefde. Door bijzondere schoonheid en _ h vele geestesgaven trok zij, nog slechts 12 sj jaren oud, veler oogen en harten tot zich , rlt; maar zij smeekte God, haar dat alles te ont- li, nemen en een voorwerp van afschuw te mogen worden voor de menschen, om door ei vlekkelooze reinheid aan haar hetnelschen zi Bruidegom alléén te behagen. — In de laatste zi jaren baars lijdens had zij eens een afschu- .. li welijken aanslag van verdierlijkte soldaten te n verduren, welke, haar woning binnengedron- p' gen, haar meedoogenloos mishandelden en u verguisden: « gij weet niet», sprak de kuische \\ maagd, «welk vonnis u van God boven bet p « hoofd hangt », en kort daarop kwamen velen d dier snoodaards rampzalig aan hun einde; vi maar Liduina zag in den nacht na den aanval b baar Engel naar omlaag dalen , en deze sprak 1c haar toe: «wees gegroet, beminde zuster! h

ocr page 39

«vcrlicug \i, want uw wenscli is vervuld. «Door de schaamtelooze mishandeling der «soldaten zijt gij in 's Heeren voetstappen «getreden, en door hun lasterlijke scheld-« woorden zijnde parelen aan uw kroon vol-« tallig geworden ».

't Was door die hemelsche reinheid vooral, dat Liduina de genade verkreeg om God te. zien i'ecds op aarde, niet slechts door het geloovig aannemen Zijner waarheden, niet slechts door de geheel buitengewone kennis van de geheimnissen des hemels, maar ook door de aanschouwing van Jesus Christus, Zijne H Moeder, verschillende Heiligen, die haar herhaaldelijk veivschenen, en met wie zij sprak en vertrouwelijk omging, als ware zij reeds op aai de deelgenoole van hun verheerlijkt leven.

En wij !... Ach, hoevelen zoeken hun geluk en hun vreugde in de voldoening van het zingenot des lichaams ! Hoevelen gaan onvoorzichtig en lichtzinnig den ondergang van lichaam en ziel te gemoet dooi- tequot; luisteren naar de wreede eischen der hartstochten, in plaats van gehoor te geven aan de heilzame uitspraken van hun goed geweten en aan de waarschuwingen van brave ouders ol bezorgde priesters ! Hoevelen zijn er, vooral in onze dagen van vermaak en wellust, hoevelen, wier verstand, door de onkuischheid verduisterd, het licht van de kostbare waarheden des ge-loofs niet meer kan zien , terwijl tegelijkertijd hun wil schier geheel krachteloos wórdt én

ocr page 40

38

zij ziel I in eon popi van boderf rondwentelen. fr

O, mochten die allen.. moge ook ik zelf immer v£

voor oogen houden, dat « zij, die aan Christus is

« toebeliooren, het vleesch met zijne ondeug- ar

«den en hegeerlijkheden moeten kruisigen»

(Gal. V, 24), om na den worstelstrijd vun dit leven de overwinningskroon te ontvangen en in de eeuwigheid God Ut zien van aanschijn tot. aanschijn.

Gebed om de deugd van zuiverheid.

H. Liduina, om de edelmoedige liefde,

waarmede gij een vlekkelooze kuischheid hebt

uitverkoren boven al de genoegens der aarde.

zie met mededoogen. neder op ons, die den 01

zwaren strijd tegen de begeerlijkheid des ar

vleesches nog te voeren hebben en helaas! w

zoo gemakkelijk besluiten om de genietingen zi

der wereld te stellen boven de reinheid van b;

lichaam en ziel; «lelie van maagdelijke zui- Cl

verheid » [Lit.), vraag uw goddelijkcn Brui- « i degom voor ons om vergiffenis van al onze - «

onreinheden; bewaar ons, dooi'uwe machtige 4(

voorspraak, van alle gevaren voor onze zui- n.'

verheid ; verwerf ons moed en kracht om alle gc

gelegenheden en personen te ontvluchten, die dt

ons tot zonden des vleesches zouden kunnen hf

brengen; help ons overwinnen in de oogen- nr

blikken van bekoring; blijf voor ons bidden, hf

opdat wij, ieder in den kring, waarin God la

ons geplaatst heelt, ongeschonden de zuiver- dc

beid bewaren, welke past aan onzen staat, bc

ocr page 41

.39

fn wij eenmaal met u het loon mogen ontvangen, dat voor «de zuiveren van harte» is weggelegd: « God te zien » van aanschijn tot aanschijn in de eeuwen der eeuwen. Amen.

O ii ze Vader. — Wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

DERDE DAG.

OVERWEC.TNG.

Milddadigheid jegens de armen.

Kom, H. Geest, enz., als boven blz. .31.

Overweeg, hoe de goddelijke Zaligmaker ons geleerd heeft milddadig te zijn jegens de armen, en welk een onbeschrijfelijk groote waarde Hij aan den aalmoes hecht. « Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven!» (Mt. V, 7) roept Christus ons toe; Hij verzekert ons; « al wat «gij aan den minste der Mijnen hebt gedaan, « dat hebt gij aan Mij gedaan » (Mt. XXV, 40); Hij heelt aan een glas water, in Zijnen naam gegeven, een matelooze belooning toegezegd (Mt. X, 42), en op den laatsten oordeelsdag zal Hij, gelijk Hij zelf ons verklaard heeft (Mt. XXV), loon uitdeelen of straf, naarmate wij, al dan niet, den hongerige hebben gespijzigd, den dorstige hebben gelaafd , den naakte hebben gekleed , den vreemdeling hebben geherbergd, den zieke hebben bezocht.

ocr page 42

40

In doze (leu^d lioefl de 1!. Liduina, lioo arm ook zij zelve was, op bijzondere wijze uitgeblonken: zij wist, bij al hare behoefte, altoos nog iels af te zonderen voor haar noodlijdende naasten, en God toonde haar herhaaldelijk, hoe welgevallig Hem die nederige diensten dei' liefde waren. Na een hevigen brand, die bijna de geheele stad Schiedam in de asch legde, kwam eene arme weduwe tot Liduina om een onderkomen ; de heilige bewilligde hierin, en op het eerstvolgende Kerstfeest werden Liduina en hare arme beschermelinge te zamen bevoorrecht met een hemelsch visioen van Christus' geboorte. — Eene vrouw, die aan vallende ziekte leed en haar onderhoud moest opbedelen, werd om hare kwaal van deur tot deur verstoeten, niet echter toen zij bij Liduina's schamele woning kwam: daar verzocht zij te drinken, en Liduina gaf haar aanstonds de halve kom wijn, waaruit zij zelve wekelijks een klein teugje gebruikte : het eenige wat zij in een gansche week verdragen kon; de arme vrouw ledigde de kom in een oogwenk en vroeg nog meer; maar Liduina had niets anders dan nog een geldstuk : zij gaf het aan de vrouw om wat bier te gaan koopen. Des avonds nu werd Liduina dooreen brandende koorts overvallen en vroeg om de kom met wijn... en wonder! de kom was gevuld tot den rand toe, en wol met een wijn, zoo zacht van smaak, dat hij niet, gelijk de vorige, voor Liduina met water behoefde vermengd te worden, en

ocr page 43

41

nadat de heilige gedronken liad , verminderde de hoeveelheid niet. gedurende meerdere weken. — Om de schulden af te betalen,die haar broeder hij zijn dood had achtergelaten , liet zij verkoopen wat haar nog van de erfenis barer moeder restte, en zond zij haar neef uit met de beurs, waarin zich het zoo verworven geld bevond, om alle schuldeischers te gaan voldoen; een ieder kreeg hel zijne, maar... het. geld in de beurs verminderde niet; die beurs noemde Liduina voortaan a.de beurs van Jesus», en als zij de aalmoezen, baar zelve geschonken, eerst had weggegeven, dan tastte zij altoos in die beurs en vond er altijd overvloed van geldstukken in om aan de armen uit te deelen. — Aan huiszittende armen lief zij alles brengen wat tof haar beschikking was gesteld: wol. linnen, vleesch, brood, erwten enz., en een wintervoorraad, aanvankelijk opgedaan voor drie huisgezinnen, vermeerderde op wonderbare wijze zóó, dat zij er zesendertig gezinnen mede begiftigen kon; ja, somwijlen zagen bare vrienden de geldstukken, die zij voor Liduina's oogen uittelden, onder hunne handen vermenigvuldigen.

Welk een beschamend voorbeeld voor ons, die zoo dikwerf ongevoelig blijven voor Gods lieve armen, en, terwijl wij overvloed hebben van alles, vergeten dat zoo menig noodlijdende met een honderdste, misschien zelfs een duizendste deel van het onze zou gelukkig zijn te maken. Of indien we al niet ongevoelig zijn, hoe menigmaal bekruipt ons een

ocr page 44

al te klcingeloovige vrees, dat liet noodige ons zal gaan ontbreken, wanneer wij milddadig zijn jegens de armen : —juist het tegendeel toont ons Liduina's geschiedenis.

Gebed om milddadigheid jegens de armen.

Milddadige Liduina, die op zoo wonderbare wijze ondervonden hebt, welke zegeningen God aan den aalmoes beeft verbonden, stort in ons hart een vonkje van hot medelijden met de armen, dat uw gemoed vervulde; wij zijn nog zoo gehecht aan de vergankelijke goederen der aarde, terwijl wij weten, dat wij door ze aan de armen te schenken onze zonden kunnen afkoopen; wij zijn nog zoo klein van geloof, dat wij vreezen het noodige te zullen derven, als wij milddadig zijn, terwijl wij weten, dat niemand ooit door aalmoezen te geven tot armoede is vervallen ; in die blindheid nemen wij onze toevlucht tot u: help ons door uw voorspraak orn ons los te maken van aardsche bezittingen en met blijde edelmoedigheid het onze met Gods lieve armen te deelen, Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 45

43

ifr0

ld- VIERDE DAG.

'n-

OVERWEGING.

Medelijden met de zielen in hel vagevuur. Kom, H. Geest, enz., als boven bl. 31.

ire Overweeg de leer der Kerk , dat er een

en Vagevuur bestaat, waarin de zielen dergenen,

3i-t die in Gods liefde gestorven zijn, de tijdelijke

en straffen moeten uitboeten, die zij na de ver-

vij giffenis der doodzonden nog hebben overge-

ke houden, of die zij nog voor dagelijksche zon-

lat (len te lijden hebben ; zij kunnen het Vagevuur

ze niet uitgaan , vooraleer zij, naar de woorden

00 des Zaligmakers « den laatsten penning hebben

rre afbetaald » (Mt. V, 26); en zich-zelven redden

kunnen zij niet, wijl de tijd om door boet-vaardigheid zich te reinigen en verdiensten !; te vergaderen voor haar voorbij is. Zij kun-

ht nen echter door ons, die nog op aarde zijn,

geholpen en gered worden, als wij gebeden gt;n 1 en goede werken voor hare verlossing aan js God opdragen, of aflaten op haar toepassen.

en bijzonder door de offerande der H. Mis. «; Het is derhalve » , zóó zegt de de H. Schrift, «een heilige en heilzame gedachte voor de «overledenen te bidden, opdat zij van hunne «zonden ontbonden worden» (2 Mach. XII. 46).

Do H. Liduina had een onbeschrijfelijk medelijden met de zielen in het Vagevuur. « Wilt gij», zoo sprak eens haar Engelbewaarder tot haar, «wilt gij nog langer die koorts

ocr page 46

M

«lijden tot bevrijding uwer dierbaren uit het «Vagevuur?» — « Ik ben bereid» , antwoordde zij, «en zou die pijnen willen lijden tot den «laatsten adem mijns levens, indien ikdaar-«dooral mijn bloedverwanten uit het Vagevuur «kon verlossen.» Meermalen werd zij door haar Engelbewaarder naar die zuiveringsplaats heengevoerd om het mateloos lijden der hulpe-looze oveiiedenen te aanschouwen: dan sprak zij met hen, beloofde hun te zullen bijstaan, en uit hare vervoering teruggekeerd, droeg zij dan gaarne de -hevigste folteringen om daarmede voor hen aan Gods strenge rechtvaardigheid te voldoen. En God beloonde haar herhaaldelijk door openbaringen, dat zij deze of geene ziel verlost had; dan zag zij de door haar geredde zielen stralend van luister den hemel binnengaan, en werd opnieuw gesterkt om nog meer voor hen te bidden, nog meer voor hen te lijden.

Leeren wij van de H. Liduina alles in het werk te stellen om tijdens ons leven te boeten voor onze zonden ; het lijden in het Vagevuur is zóó zwaar, dat heel een leven van zware boetplegingen dragelijker is dan één oogenhlik van lijden in die plaats van zuivering. Maar leeren wij ook van haar, altoos te denken aan den smartkreet, die vandaar uit tot ons omhoog rijst: « ontfermt u mijner! «ontfermt u mijner! gij ten minste, die mijne «vrienden zijt; want de hand des Heeren heeft «mij getroilen» (Job XIX, 21). O! daar lijden misschien nog zoovelen, die met ons door de

ocr page 47

45

banden des bloeds of van innige vriendschap op aarde zijn verbonden geweest;.... zoo-velen misschien, tot wier zonden wij zeiven de aanleiding hebben gegeven;.... zoovelen misschien, die op aarde geen meedoogende voorsprekers hebben achtergelaten!. . . . Laten wij hen, vooral gedurende de offerande der H. Mis, indachtig blijven, en dikwijls, met den priester mede, het al verzoenend Bloed van Jesus Christus voor hunne redding aan den hemelschen Vader opdragen.

Gebed voor de zielen in hel vagevuur.

H. Liduina, gij «die zooveel voor de ge-loovige zielen hebt gebeden en geleden» {Lil.), terwijl gij nog op aarde waart, zet in den hemel het werk voort, dat gij in uw leven onafgebroken hebt verricht; wijs den Heer Jesus Christus op de matelooze smarten, die •gij verduurd hebt, en draag ze Hem op, met uw vurig gebed, voor de zielen der overledene geloovigen. Verlos, o verlos de zielen van onze ouders.... bloedverwanten.... en vooral de zielen van .... . die wij u bijzonder aanbevelen. En verwerf, srneeken wij u, voor óns de genade, om in dit leven zóó door goede wei ken onze straffen uit te boelen, dat wij bij onzen dood aan die plaats van bittere folteringen mogen ontkomen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroel.

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 48

46

VIJFDE DAG.

OVEmVEOINO,

Het II. Sacrament der 1 Hecht.

Kom, H. Geest, enz., als boven blz. 31.

Overweeg, welk een grenzenlooze barmhartigheid de goddelijke Verlosser ons bewezen heelt , toen hij tof Zijne Apostelen sprak : «. ontvangt den H. Geest, wier zonden gij zult « vergeven hebben, zijn ze vergeven, en wier «zonden gij zult gehouden hebben, hun zijn «zij gehouden» (Joan. XX, 23); aldus stelde Hij het H. Sacrament der Biecht in, om ons, zoo dikwijls wij het verlangen, vergiffenis te schenken van al de zonden, die wij na het H. Doopsel bedrijven.

In een visioen zag de H. Liduina de rampzalige gevolgen van een slechte biecht. Eene vrouw had bij Joannes Wouters hare zonden beleden, maar weigerde de opgelegde boete te volbrengen, zonder den biechtvader dit boos opzet bekend te maken. Na eenigentijd verschenen aan de H. Liduina eenige kerkvaders, die haar oplegden om Joannes, welke ook Liduina's biechtvader was, te waarschuwen, dat hij de arme zondares hare misdaad onder het oog zou gaan brengen. Zóó geschiedde het; maar de ongelukkige vrouw bleef hardnekkig, weigerde om naar Joannes' waarschuwende woorden te luisteren en volhardde in hare boosheid. — In een ander visioen

ocr page 49

aanschouwde Liduina de heilrijke gevolgen van een goede biecht. Eene vrouw, die hare zonden oprecht en met do vereischte gesteltenis gebiecht liad, bleef aanhoudend door gewetensangsten gefolterd en was der wanhoop nabij : telkenmale verscheen haar in den slaap de duivel met een schuldbrief in de hand , en als zij ter verdediging haar goede biecht er tegen in bracht, antwoordde hij: «mijn « banden zult gij niet ontkomen ; ziehier den « zegelbrief, die mij uwe dienstbaarheid voor « eeuwig verzekert! » De ongelukkige vrouw nam haar toevlucht, tot Liduina; ineen visioen zag deze, hoe de duivel met zijn schuldbrief in de handen juichte, toen eensklaps de H. Maagd Maria hem met onweerstaanbare kracht het papier uit de hand rukte en het verscheurde. Liduina gaf hiervan kennis aan haren biechtvader, en deelde deze verschijning met zooveel verzekerdheid aan de wanhopige vrouw mede, dat haar afgemartelde ziel eensklaps me( zoeten troost en blijde zekerheid over de verworven vergiffenis vervuld werd.

Zelf hechtte Liduina alle waarde aan het woord des biechtvaders en volgde zij getrouw zijne vermaningen op. In de eerste jaren harer langdurige ziekte was zij meestal ten prooi aan allerlei gemoedsangsten en kwellende dorheid. Toen zond God haar in den persoon van Joannes Pot een wijzen en vaderlijken raadsman; deze leerde haar het geheim om in de volmaaktheid op te klimmen, en spoorde haar aan om zich met een edelmoedig hart

ocr page 50

48

gelieel aan het aardsche te onttrekken en zich voortdurend te verdiepen in de beschouwing van 's Heeren Lijden. Aanvankelijk stuitten Liduina's pogingen af op oen onverwinlijken af keer, die haar door het gevoel barer smarten overmeesterde; maar Joannes bleef volharden bij zijn vermaning en Liduina bij haar ijverige pogingen, en niet lang duurde het, of zij vond in die overdenking, op raad baars biechtvaders begonnen en voortgezet, een onhe-schrijfelijken zieletroost en een onuitsprekelijk genot.

O, indien wij immer bezorgd waren om met een waarlijk rouwmoedig hart en in alle oprechtheid onze zonden te belijden, hoe spoedig zouden wij ondervinden, welk een krachtig hulpmiddel de goddelijke Zaligmaker ons gegeven heeft om ons te reinigen van onze misdaden en te volharden en vooruit fe gaan in de deugd... Wat al beleedigingen zouden dan aan U, o mijn God, worden bespaard! ..

Leeren wij van de H. Liduina de vermaningen en waarschuwingen van onzen biechtvader getrouw opvolgen, al kost het ons somtijds een zwaar ofi'er ons aan personen of gelegenheden te onttrekken, welke ons ten val zijn. Het woord des biechtvaders is hel woord van God, en nooit zullen wij spijt hebben van daarnaar te hebben geluisterd.

Gebed om altoos goed te biechten

H. Liduina, wij bewonderen de kinderlijke

ocr page 51

40

volgzaamheid waarmede gij de lessen van uw geestelijken leidsman in beoefening hebt gebracht , ofschoon gij door den hemel met de hoogste voorrechten waart begunstigd, en wij zien u van deugd tot deugd opklimmen, doordat gij uw biechtvader immer als een door God gezonden bestuurder hebt beschouwd; o, verwerf ons toch de genade om altijd een goed gebruik ie maken van het H. Sacrament der Biecht, altoos stipt te gehoorzamen aan de waarschuwingen en wenken, die wij door onzen zielzorger van God zelven ontvangen, ook al kost het moeite aan onze bedorven natuur om de eischen der hartstochten te weerstaan; bid voor ons, opdat wij, door de goddelijke kracht van dit H. Sacrament geholpen, ons losrukken aan de wreede kluisters der zonde, meer en meer onze zie.-len reinigen en van deugd tot deugd mogen vooruitgaan, Amen.

O/co Vader. — Wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

ZESDE DAG.

OVERWEGING.

Liefde voor het II. Sacrament des Altaars.

Kom, H. Geest, enz., als boven bl. 31. Overweeg, welk een liefde de goddelijke Zaligmaker getoond heeft, toen Hij, in hot

3

ocr page 52

50

laatsfe Avondmaal, het brood en den ■wijn veranderde in zijn Lichaam en Bloed: in Zijne oneindige wijsheid wist Hij niet meer te geven, in Zijne oneindige almacht kon Hij niet meer geven, in Zijne oneindige goedheid had Hij niet meer te geven; want Hij gaf ons Zich-zelven, geheel en al, niet ziel en lichaam, met vleesch en bloed, met Godheid en Mensch-heid, gelijk Hij verheerlijkt is in den hemel. En Hij heeft ons daarenboven de belofte gedaan : « wie Mijn vleesch eet en Mijn bloed «drinkt, heeft het eeuwige leven, en Ik zal « hem opwekken ten jongsten dage : want Mijn «vleesch is waarlijk spijs, en Mijn bloed is « waarlijk drank ; wie Mijn vleesch eet en Mijn « bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem » (Joan. VI, 55-57).

O! hoezeer heeft dat de H. Liduina ondervonden . zij zoo vol van godsvrucht voor het H. Sacrament. Wijl zij de kerk niet kon bezoeken, maakte zij zich de gewoonte eigen om zich onder het H. Misoffer in den geest met de geloovigen te vereenigen; zi| ontving herhaaldelijk de H. Communie onder stroomen van tranen en zocht en vond daarin immer een onheschrijfelijken troost; ja zelfs, zij leefde van de H. Communie alléén, want dit he-melsch Brood alleen kon zij nuttigen, en het onderhield hare lichaams- zoowel als hare zielskrachten, jaren en jaren achtereen, terwijl zij geen enkele lichamelijke spijs kon verdragen. — Op zekeren avond zag zij eensklaps een stralenden lichtglans in haar ka-

ocr page 53

M

mertje verschijnen , en aan het voeteneinde harer legerstede den Heer Jesus Christus in de gedaante van een gekruist kind, met de vijf wonden; toen het zich weer scheen te verwijderen, smeekte zij: «Heer, indien het «zeker is , dat Gij van hier heengaat, laat mij «dan een teeken ter gedachtenis achter»; de Hoer daalde weder omlaag, veranderde Zijne gedaante in den vorm eener H. Hostie en bleef hoven haar zweven , en de pastoor, die met meer andere aanwezigen, hetzelfde verschijnsel aanschouwde, reikte haar, op haar dringend verzoek, de wonderdadige Hostie toe ; dit wonder werd door de Kerkelijke Overheid onderzocht en bevestigd. Vooral sinds die wonderbare Communie groeide Liduina's godsvrucht en liefde voor het H. Sacrament van dag tot dag aan, en dikwerf werd zij bij bet ontvangen ervan inwendig door zulk een goddelijk licht bestraald, dat zij met het oog des geestes haren zielstoestand zóó duidelijk doorzag, als hel lichamelijk oog des menschen de stoffelijke dingen waarneemt.

Hoeverre staan wij bij zulk een eerbied en liefde ten achter!.. . Wij ontvangen zoo dikwerf de H. Communie in een hart, dat nog aan het aardsche gehecht is ;.... dat nog vervuld is met kwade neigingen,.. .. dat nog den moed niet heeft om de vrijwillige dage-lijksche zonden te vermijden;. ... dat misschien , helaas! nog niet door ware boetvaardigheid is gereinigd van groote zonden.... Ééne Communie kon ons heilig maken, en

ocr page 54

5'J

na vele Communiën blijven wij nog zoo hitter onvolmaakt!. .. .

Gebed om altoos waardig te communiceeren.

O Liduina, «brandende van liefde voor het H. Sacrament» (Lit.), gij, die door middel van dat H. Geheim van deugd tot deugd zijt vooruitgegaan en bij iedere H. Communie uwe liefde tot Jesus Christus heviger voeldet ontvlammen, zie goedgunstig neder op ons, die dikwerf zoo koud en onverschillig zijn en nog zoo zondig blijven, terwijl wij nederknielen voor het heilig Tabernakel of aan Jesus' kostbaren liefdedisch; verwerf ons de genade om nooit met groote zonden op ons geweten tot de H. Tafel te naderen, maar altoos daar te komen aanzitten met ware boetvaardigheid, met een vlekkeloos rein geweten, met een diepen ootmoed en een vurige liefde, om aan al de genadeschatten deelachtig te worden, die de liefdevolle Verlosser door dit H. Sacrament ons aanbiedt; verwerf ons ook inzonderheid de genade om in ons stervensuur met die hemelsche Teerspijze versterkt te worden en denzelfden Jesus, dien wij op het altaar in Zijn verborgenheid getrouw vereerden, op Zijn rechterstoel als een genadig Rechter te mogen ontmoeten. Amen.

Ónze Vader. — Wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 55

53

ZEVENDE DAG.

OVERWEGING.

Godsvrucht tot ilc II. Maagd on Moeder Gods Maria.

Kom, H. Geest, enz., als boven bl. 31.

Overweeg, hoe in de Katholieke Kerk ten allen tijde de verheerlijking van den godde-lijken Verlosser samenging met de vereering zijner heilige Moeder, en hoe al de heiligen der Kerk zich beijverden om Maria aan te roepen en na te volgen, diep overtuigd dat hare voorspraak bij haar Goddelijken Zoon van onbegrijpelijk grooten invloed is.

Reeds van kindsbeen af onderscheidde zich de H. Liduina door een buitengewone godsvrucht voor de gezegende Moeder des Heeren. In de kerk van Schiedam was een mirakuleus Lieve-Vromve-beeld, en dagelijks ging de achtjarige Liduina, als zij haren broeders op de stadsschool hun middagmaal gebracht had, de kerk binnen om eenige oogenblikken voor dat wonderbeeld neder to knielen en te bidden; en zóó innig was dan haar gebed, dat zij somwijlen veel langer toefde dan haar moeder had goedgevonden. Maar dan verontschuldigde Liduina zich met de woorden; «ik « moest toch de Moeder Gods nog groeten, en « zij heeft mij toegelachen s, en Liduina's moeder voelde zich gelukkig om do godsvrucht van haar dochtertje. Maria bleef die kinderlijke toegenegenheid indachtig; later, toen

ocr page 56

54

Liduina aan haar ziekbed lag vaslgekluisterd, v

werd zij herhaaldelijk door verschijningen en o

troostwoorden der H. Moeder Gods begunstigd, li

en het zoo vurig vereerde beeldje zelf werd n

eens, bij een grooten brand, die ook een gedeelte der kerk vernielde, in het armoedig kamertje van Liduina gebracht ter bewaring; daar straalde het voor het oog der vrome lijderes in een schitterenden hemelglans.

Zóó beloonde Maria de haar gebrachte hulde-bewijzen en verhoorde zij de tot haar opgezonden gebeden.

Leeren wij van de H. Liduina, in allen nood onze toevlucht te nemen tol Maria; een « smeekende almacht» noemt haar de H. Ber-nardus, en Jesus heeft, hangende aan het

kruis, haar ook aan ons tot Moeder gegeven. C

Zij verstoot niemand, die met kinderlijk ver- e

trouwen tot haar komt, en het is nog nooit b

gehoord, dat iemand haar te vergeefs heeft o

aangeroepen. J

t:

Gebed om godsvrucht tot de H. Maagd Maria. «

«

H. Liduina, «getrouwe dienares der H. «

« Maagd » (Li/.), wij weten, dat wij eene Moe- 1

der in den hemel hebben, die ons de innigste 1*

liefde toedraagt en de teederste zorgen aan c

ons wil wijden; rnaar ons gebed tot haar is 1

dikwijls zoo onvruchtbaar, omdat wij het kin- 1

derlijk vertrouwen missen, waarmede gij ge- \

woon waart haar aan te roepen; o! leer ons, c

bidden wij u, met die liefde tot haar te gaan, 1

ocr page 57

55

waarvan gij ons hot voorbeeld hebt gegeven, opdat wij, evenals gij, in leven en sterven haar trouwen bijstand en machtige bescherming mogen ondervinden. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

ACHTSTE DAG.

(WERAVEOING.

Vereering van. den II. Engelbewaarder.

Kom, H. Geest, enz., als boven bl. 31.

Overweeg, welk een zorgvolle liefde de goede God getoond heeft door voor ieder mensch een Engel aan te stellen, die hem van het begin zijns levens af moet bewaren. Van ieder onzer geldt het woord, dat de Heer sprak tot Mozes en zijn volk, toen het uit Egypte optrok naai' het Beloofde Land: « Ziet, ik zend «een Engel voor uw aangezicht om u te be-« houden op den weg en u te voeren naar de «plaats, die ik voor u bereid heb» (Exod. XXITI, 20). Ons leven is een slavernij, drukkender dan die de Joden droegen in Egypte; ons Beloofde Land is de hemel, waai' wij henentrekken. Maar op dien moeielijken tocht hebben wij een Engel Gods aan onze zijde waar wij gaan of waar wij staan, een gezant des Heeren houdt het oog op ons gevestigd hetzij wij waken, hetzij wij slapen, een hemel-

ocr page 58

56

bode beschermt ons in allen geestelijken en lichamelljken nood, brengt onze gebeden en goede werken voor den troon van God en vraagt onophoudelijk duizendvoudige zegeningen voor ons af. Als een koning der aarde ons een zijner bofdienaren toezond met den last om ieder oogenblik zorg voor ons te dragen, onze dankbaarheid jegens zulk een welwillenden vorst zou geen grenzen kennen, en we zouden den ons gegeven beschermer op alle wijze eeren, hem ons volle vertrouwen schenken, hem raadplegen in alle omstandigheden, zonder ophouden zijne hulp vragen, en alles, alles doen wat hij van ons zou verlangen. Hoeveel te meer dan moeten wij aldus met onzen Engelbewaarder handelen, welken de Koning der koningen uit zijn hemelhof tot onze bescherming heeft afgezonden !... .

De H. Liduina ging met baren Engelbewaarder om in de innigste vertrouwelijkheid, en zij kende de Engelen van hare priesters, bloedverwanten en van vele menschen. Herhaaldelijk verscheen hij baar in een stralenkrans, waarbij bet licht der zon geheel verduisterde. Haar Engelbewaarder voerde haar in den geest nu eens naar heerlijke lustoorden, waar zi j een voorsmaak van de hemelsche zaligheid genoot, dan eens naar de lijdende zielen in het Vagevuur, dan weder naar de plaatsen van het, H. Land, welke door Jesus' geboorte, prediking en lijden geheiligd waren. Toen zij eens, om in haar hevige koortshitte

ocr page 59

57

cenigcrmate adem to scheppen, vruchteloos haar slokje zocht om het gordijn te verschuiven en zich niet kon bewegen, legde de Engel een beter stokje, geurend van hemelschen geur, aan hare zijde neder; op een Asch-Woensdag teekende hij haar met een asch-kruisje; hij toonde haar jaarlijks meermalen in het Paradijs een rozenstruik , eerst klein , daarna al hooger en honger opbloeiende, en onderrichtte haar, dat deze het beeld was van haar leven en zij niet zou sterven, voordat alle rozen zouden ontloken zijn; kort vóór haren dood zag zij alle rozen ontloken en verklaarde zij juichend: «weldra zal ik uit « dit tranendal omhoog stijgen ! »

Al mag ons oog niet. gelijk de H. Liduina, onzen Engelbewaarder aanschouwen, laten wij toch nooit vergelen , dat hij aan onze zijde is en ons gadeslaat; vooral niet dan, wanneer wij tot zonden worden bekoord. Wie durft zondigen, als hij met levendig geloof zijn Engelbewaarder, een gezant des hemels, naast zich ziet staan !... . Laten wij ten minste iederen dag bij het morgen- en bij het avondgebed hem vertrouwvol aanroepen.

Gebed om godsvrucht voor onzen II. Eiii/el-bewaarder.

II. Liduina, «die zoo vertrouwelijk verft keerdet met uwen heiligen Engelbewaarder » {Lit.), en tallooze weldaden door zijne bemiddeling van God hebt verkregen, verwerf

3*

ocr page 60

58

ons de genade om immer in vreugde en leed « een onwankelbaar vertrouwen te stellen op X de machtige hulp en voorspraak van den Engel, dien Gods goedheid met onze bescher- vi ming heeft belast; leer ons hem aan te roe- v: pon dan vooral, wanneer wij in den str'jd di tegen het kwaad schier dreigen te bezwijken; v: verwerf ons inzonderheid de genade om in zi het stervensuur onze toevlucht tot hem te G kunnen nemen en aan zijne hand naar Gods n rechterstoel te worden heengevoerd. Amen. d( Ou ze Vader. — Wees gegroet. lu Glorie zij den Vader, enz. E ______k;

w

NEGENDEDAG. 61

zi

OVERWEGING. h(

De II. Liduina als raadgeefster. n

Kom, H. Geest, enz. als boven blz. 31. «

Overweeg, hoe vaak de eigenliefde, die ons « verblindt, een heillooze raadgeefster is, en .. «

hoe menigmaal de mensch, in weerwil van h(

die waarheid, toch liever luistert naar haar, glt;

dan naar de vermaningen en waarschuwingen, h(

die ouders en overheden in naam van God dt

ons geven. Daarom sprak de oude Tobias tot hi

zijn zoon: « vraag altoos raad bij den wijze» to

(ïob. IV, 29); daarom roept God zelf door in

den mond van den Wijzen Man ons toe : « wie Jc

« wijs is, luistert naar raadgevingen » (Spr. XII, vi

15); «doe niets zonder te raadplegen, en na vl

ocr page 61

59

ïd « de daad zult gij u niet berouwen » (Eccli.

•p XXXII, 24).

n- Zóó handelde de H. Liduina; de raadge-

r- vingen harer vrome ouders, en vooral ook die

e- van haren biechtvader waren haar altoos als

jd de wet Gods, en nooit heeft zij berouw gehad

i; van daarnaar te hebben geluisterd. — Ook

in zij zelve, op geheel buitengewone wijze door

te God voorgelicht, was menigmaal een wijze

is raadgeefster voor anderen ; gelukkig waren

degenen die haar woorden opvolgden, ongelukkig degenen die ze in den wind sloegen. Een hebzuchtigen rijke, die haar het vet zijner kapoenen weigerde, waarmede zij een pleister wilde maken, vermaande zij tot milddadigheid.

en zij voorspelde hem, dat anders de muizen zijne kapoenen zou verslinden : zóó gebeurde het. Later herhaalde zij meermalen bij hem dezelfde raadgeving, hem wijzende op zijn naderenden dood: « bereid u door een oprechte « biecht», zoo sprak zij, « en geef het oni'echt-

is «vaardig goed, dat gij in uw huis hebt, aan !n . « de rechtmatige bezitters terug», entoen de

in hebzuchtige man ontkende onrechtvaardig

r, goed te bezitten, liet zij hem zeggen waar

n, het lag en aan wie het toebehoorde; maar

)d de zondaar luisterde niet naar hare woorden;

ot hij stierf onboetvaardig , en Liduina's Engel

;» toonde haar het verblijf, waar deze misdadige

or in de eeuwigheid gestraft werd. — Pastoor

ie Joannes Wouters ging haar eens om raad

[I, vragen op den dag vóór het feest der ünbe-

la vlekte Ontvangenis, of hij op dien eigen dag

ocr page 62

m

dan wel op den volgenden naar Overschie a

zou gaan; « ga heden », antwoordde Liduina, z

« morgen moet gij voor de uitvaart van mijn k

«vaderzorgen»., en weinige uren daarna stierf li

haar vader. — Uit het bisdom Keulen kwam z

een jongeling haar raadplegen omtrent de is

begeerte naar hot kluizenaarsleven, die hij v

in zich gevoelde; Liduina verzekerde hem , v

dat God hem waarlijk daartoe riep en deed e

hem meerdere voorspellingen over zijn volgend t;

leven, die alle in vervulling zijn gegaan. — i

Aan een man, die slecht ter faam stond, r

bracht zij zijne misdaden onder het oog, en o

bij zijne loochening riep zij, door God voor- i gelicht, uit: cc waarom liegt gij? Op dien , c(

cc dag, op dat uur , op die plaats heb ik u zien « «zondigen!» Hevig ontsteld kwam de zondaar nu voor de waarheid uit; toen vermaande hem Liduina om spoedig oprechtte gaan biechten,

wijl het uur van zijn dood aanstaande was;

hij gaf gevolg aan hare waarschuwingen, \

werd weinige weken later doodelijk ziek, liet \ wederom Liduina vragen, of hij de laatste * 1

HH. Sacramenten moest ontvangen, gaf als r

te voren gehoor aan haar bevestigend ant- a

woord en stierf in de armen van den priester. 1

— Een geleerd kloosterling uit Utrecht kwam ;

eens in haar arm kamertje om haar verschil- i

lende vragen voor te leggen omtrent de waar- ^

heden des geloofs, en de ongeletterde zieke 1

antwoordde hem op alles met wonderbare i

duidelijkheid. 1

Laten wij nimmer aan eigen oordcel alléén I

ocr page 63

61

io alle waarde hechten : op die wijze hebben

a, zoovelen zich in het ongeluk gestort. Beden-

n ken wij daarentegen , dat anderen, die waarlijk

rf belang in ons stellen, veel beter dan wij

m zeiven weten, wat goed en heilzaam voor ons

le is naar ziel en naar lichaam. Vooral echter

lij wanneer bot geldt de deugd der ziel te be-

i, waren, dan moeten wij goeden raad vragen

;d en dien trouw opvolgen, ook al wordt ons

id geboden wat ons moeielijk valt ol verboden

— iets waaraan ons hart is gehecht; nooit, nooit

1, moeten wij den goeden raad afstooten , die

;n ons hindert, maar het woord der H. Schriftuur

r- indachtig blijven : «wonden, door een vriend ;n , K toegebracht, zijn beter dan de bedriegelijke

'n « kussen van een vijand » (Spr. XXVII, G). ar

[n (Inbed oni voorlichting der II. Liduina in alle n omslandiglwden des levens.

s; H. Liduina, die door uwe heilrijke raadge-i, vingen zoovelen in de deugd bewaard, zoo-et velen van den eeuwigen ondergang gered Ie v hebt, en allen, die uwen raad kwamen inroepen ds met de grootste liefde en belangstelling hebt it- voorgelicht en ondersteund, thans in den !r. hemel wilt gij , zeker niet minder dan op m aarde , voor ons een betrouwbare raadgeefster il- zijn ; onderricht ons dan, bidden wij u, hoe r- wij moeten handelen... (hier overdenke men en ke bevele men aan datgene, waarvoor Liduina's re raadgeving wordt verlangd, b. v. de keuze van een levensstaat, het aangaan eener verin keering, het sluiten van een huwelijk, he'

ocr page 64

62

opzetten eener belangrijke onderneming enz.); wij zijn bereid uwe ingevingen te volgen, wèl overtuigd, dat uwe voorlichting ons in staat zal stellen om in al de omstandigheden des levens te handelen naar Gods heiligen wil, en zóó door de jaren des tijds heen te gaan, dat wij de goederen der eeuwigheid niet verliezen. Amen.

Onsa Vader. — Wees gegroet.

Glorie zij de» Vader, enz.

LIT^lWIE

TER EE RE VAN DE .t

ÏÏEILIG1 LIDTJINA,

Sattonco dez, £ij9amp;aamfvc-i3.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons. s

Christus, verhoor ons.

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God., ontferm U onzer. Heilige Maria, onbevlekt ontvangen, bid voor ons.

Heilige Joseph, zorgvolle bewaarder van het goddelijk Gezin, bid voor ons.

ocr page 65

63

. Patrones der lijdzaamheid, bid voor ons. Spiegel van zachtmoedigheid,

Lelie van maagdelijke zuiverheid, Toonbeeld van geduld en onderwerping. Troost voor lijdenden en zieken,

Hulp en steun bij kwalen en langdurige beproevingen.

Getrouwe dienares der Heilige Maagd, Ijverige navolgster van het Lijden des Heeren,

Uitmuntend voorbeeld van Geloof, Hoop

en Liefde,

Sterk door uwe zwakheid,

Tempel van Gods Heiligen Geest, Brandende van liefde voor het H. Sa- — c crament, S

S. die dag en nacht den Heer hebt gediend, ^ j die de wereld en haar bedriegelijk §

schoon veracht hebt,

® die ii reeds op jeugdigen leeftijd aan g den Heer hebt toegewijd,

die vervuld waart van den geest des gebed s,

die den maagdelijken staat hebt hooggeschat,

die zoo vertrouwelijk verkeerdet met

uwen H. Engelbewaarder,

die de Wonden des Zaligmakers mocht

dragen in uw lichaam,

die aan de genade, u geschonken, immer trouw hebt beantwoord,

die de noodlijdenden naar ziel en lichaam in bescherming hebt genomen,

ocr page 66

64

die zooveel voor de geloovige zielen hebt gebeden en geleden,

j- die door uwe voorspraak dikwerf ook c tijdelijke rampen van ons hebt af-^ geweerd,

j die ons geleerd hebt, hoe wij ons hij . lijden en beproevingen aan Gods H. Wil moeten onderwerpen.

onze liefderijkste voorspreekster en he-schermster,

Wees genadig, spaar ons Heer!

Wees genadig, verhoor ons lieer!

Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van eene ongeregelde zucht naar aard-

sche goederen en vermaken, Van ongeduld bij lijden en wederwaardigheden.

Van ijdelheid en hoogmoed, Van onverschilligheid voor ons geestelijk heil.

Van liefdeloosheid cn afkeerigheid jegens

onze naasten,

Van den geest der onzuiverheid,

Van het misbruiken uwer genadegaven. Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij aan zieken en hulpbehoevenden den geest van geduld en onderwerping wilt schenken.

Dat, door de voorspraak der Heilige Lidui-na, de toegezonden beproevingen tot ons geestelijk welzijn mogen strekken, Dat wij, op het voorbeeld der Heilige Lidui-na, alle lijden mogen aanzien als een

ocr page 67

05

bewijs van uw vaderlijke liefde en goedheid ,

Dat wij sterk door hot Geloof in alles Uwen goddelijken Wil mogen eerbiedi- ^ pen, en ons lijden met het lijden van Christus vereenigen, Ij

Dat wij alle pijn en smarten als welver- indiende boetestraffen met een rouwmoe- ^ dig hart uit uwe hand mogen aannemen, ~ Dat wij, gesteund door uwe genade, in do c deugd van lijdzaamheid ten einde toe mogen volharden, ö

Dat Gij ons wilt geven hetgeen wij u door ~ de voorspraak der H. Liduina vragen, § Dat gij aan de geloovige zielen de eeuwige quot; rust wilt verleenen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer.

Bid voor ons, H. Liduina,

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die de H, Maagd Liduina tot een offer hebt gemaakt van wonderbare lijdzaamheid en liefde, geef, bidden wij U, dat wij, door met haar voorbeeld en haai- voorspraak de wederwaardigheden van dit loven te dra-

ocr page 68

66

gen volgens Uwen wil, en onze naasten bij li

te staan om U, de eeuwige vreugde mogen ir

verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen. vi

Aan alle geloovigen van ons Bisdom verleenen wij, p

zoo dikwijls zij deze Litanie godvruchtig bidden, 40 dagen aflaat. ^'

Harlemi, die 6 Maji 1890. f CASPAR, ^

Bisschop van Haarlem,

________O]

W t6

GEBED. b

bij de relikwieën der ii. liduina, om de zi versterving des lichaams te verwerven. t zl

d

Met diepen eerbied werpen wij ons hier op «

de knieën, o glorievolle Maagd, voor de kost- tc

bare overblijfselen van dat lichaam, hetwelk co

gij hebt weten te maken tot «een levende, co

heilige , Gode behagelijke offerande » (Rom. quot;V

Xtl, 1). Dat lichaam was als een heilige co

bondsark, waarin Gods geheimenissen werden «:

nedergelegd , als een kostbare vaas, waarin cc

het hemelsch manna werd bewaard; dat lichaam rc

was een verheven woonplaats van Gods ge- ti

nadegaven, een cc tempel van den H. Geest» vi

(1 Cor. VI, 19); in dat lichaam hebt gij cc ten d

«allen tijde het sterven van Jesus omgedragen, h

«opdat ook hot leven van Jesus daarin open- cc

«baar zou worden» (-2 Cor. IV, 10); in dat cci

lichaam hebt gij cc de lidteekenen gedragen oj

«van den Heer Jesus » (Gal. VI, 17); aan dat le

ocr page 69

67

lichaam is Christus verheerlijkt geworden èn in uw leven èn in uw dood (Philipp. I, 20); voor dat licliaam was « het leven Christus en «sterven gewin» (Philipp. I. 21). Wij danken God uit geheel ons hart, dat Hij te midden van de beroeringen. door de dwaalleeraars veroorzaakt, uw heilig lichaam voor onteering heeft bewaard; wij danken God uit geheel ons hart, dat Hij uw kostbare overblijfselen onder de hoede van vrome mannen en vrouwen heeft gebracht, en vooral dat Hij ze heeft teruggevoerd naar de stad, die door uwe geboorte, uw mateloos en langdurig lijden, uw zaligen dood is verheerlijkt geworden. Onze ziel juicht bij het aanschouwen van dat kille doodsgebeente, hetwelk, « gestorven, nóg tot «ons spreekt» (Hebr. XI, 4), en ons luide toeroept. dat «het lijden van dezen tijd niet «opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, «die in ons zal geopenbaard worden » (Rom. Vni,18), dat «onze tegenwoordige koitston-«dige en lichte verdrukking in ons een boven-«mate uitnemend eeuwig gewicht van heerlijksheid bewerkt» (2 Cor. IV, 17). Hier vooral roepen wij u aan, hier vooral klimt ons vertrouwen op uwe machtige voorspraak, hier vooral gelooven wij verhooring te zullen vinden, o verheerlijkte Maagd Liduina ! Heipons, hel]) ons door uw gebed en uw voorbeeld om « ons lichaam met zijne ondeugden en be-«geerlijkheden te kruisigen» (Gal. V, 24); leer ons onze zintuigen te versterven bij de verleidelijke aanlokselen der bedriegelijke wereld;

ocr page 70

68

bewaar onze ooc;en en ooren, onze neus en rnond, onze handen en voeten voor iedere smet van onreinheid, voor alle bederf der ongerechtigheid; verwerf ons de penade, om liet lichaam, ons door God geschonken, enkel en alleen te gebruiken om Hem te dienen, Hem te verheerlijken, al de dagen, al de oogen-blikken van ons leven, opdat eenmaal, op den jongsten dag, o glorievolle Maagd, «dit «bederfelijke onbederfelijkheid en dit sterfelijke «onsterfelijkheid aantrekken, dan in ons, gelijk in u, moge vervuld worden, wat geschreven staat: «de dood is verslonden tot over-c winning», en wij met u in uwe heerlijkheid den juichkreet mogen aanheffen : « dank zij «God, die ons de overwinning gegeven heeft «door onzen Heer Jesus Christus » (1 Cor. XV, 53-57). Amen.

Hij de vprrerinfi der relikwieën zegge men met den priester mede :

Door de verdiensten en de voorspraak der H. Maagd Liduina verleene mij de Heer heil en vrede. Amen.

GEBED.

TOT HE It. UDUINA OM EEN ZALIGEN DOOD.

O glorievolle Maagd Liduina, hoe vurig veriangdet gij, in uw langgerekt en lijdenstijd, « ontbonden te worden en met Christus le « zijn » (Philipp. I, 23); hoe zaagt gij uit. naar

ocr page 71

m

het oogenblik, waarop rle rozestruik, rïoor uw Engel u getoond, tot vollen wasdom zou gekomen zijn en al de rozen zouden zijn ontloken; iioe juiclitet gij eindelijk: « ik zie (fden struik volgegroeid, al zijne rozen zijn «ontloken ; weldra zal ik uit dit tranendal op-«stijgen!» met welk een verrukt gemoed spraakt gij op den Paasclidag: «ik hei) in den hemel «het Alleluja liooren zingen; weldra hoop ik «datzelfde Alleluja onder de gelukzaligen met «groote vreugde en vertroosting aan te heffen: «na deze feesten zal ik van mijne kwellingen «verlost worden ! » en welk een hemelsche verrukking vervulde u, toen gij uit Jesus' handen zeiven de H. Teerspijze en liet H. Oliesel mocht ontvangen! Neen, de dood had voor u niets schrikwekkends meer, wijl heel uw leven een voorbereiding tot het laatste oogenblik was geweest, wijl gij in reine onschuld en strenge boetvaardigheid uwe dagen hadt doorgebracht; de dood was u als een blijde bode, die het einde des lijdens en de voltooiing van Gods genadegaven kwam aankondigen, en u de poorten opende, waardoor gij tot de omhelzing van uw teedergeliefden Bruidegom mocht worden toegelaten. Ach, hoe zal het uur zijn van ónzen dood!.... De angst slaat ons om het hart, wanneer wij denken aan het beslissend oogenblik, waarop onze ziel uit liet lichaam treden en voor Gods

gevreesde rechterstoel verschijnen zal.....

Ons leven, helaas! is geenszins schuldeloos geweest; onze dagen hebben we in al te ge-

ocr page 72

70

ringe J)oelt;vaardigheid doorgebracht,... hoe «zullen we beslaan voor God , indien Hij onze «ongerechtigheden gadeslaat» (Ps. CXXIX 3). O gezegende Maagd Liduina, help ons, help ons in dat uur; verwerf ons dan vooral den waren geest van boetvaardigheid, om uit te wisschen alwat in ons leven aan God heeft mishaagd; vraag voor ons de genade om met volle bewustzijn de laatste HH. Sacramenten te ontvangen, de genade om dan ziel en lichaam God tot zoenoffer aan te bieden voor al onze misdaden en tot dankoffer voor al Zijne weldaden. Wij smeeken u, met al den aandrang van ons hart, om al de buitengewone genadegaven, u door Jesus in uw stervensuur geschonken , dat gij ook óns sfervens-uur- tot een uur van dankbare vreugde en zalig vooruitzicht moogt maken door ons dan vooral te vervullen met een grenzenloos vertrouwen op Gods barmhartigheid; dat onder uwe voorspraak en uwe bescherming onze ziel voor God moge verschijnen om een genadig oordeel te verwerven, en zij, aan uwe zijde, de zegenrijke woorden des Heeren moge vernemen: « komt, gezegenden mijns Vaders, «bezit het rijk, dat u van de grondlegging der «wereld af bereid is!» (Mt. XXV, 34). Amen.

ocr page 73

T

li

LIEDEREN.

N.B. Het Ijoekje «Marialiederen», naar welker zangwijzen hieronder verwezen wordt, is getiteld : Marialiederen ran wijlen Mgr. 1*. ran der Ploeg, van zangvcijzen voorzien door M. J. A. Lans, Pr. en W. I1. H Jansen, Pr. Prijs 25 ets.

De daarbij behoorende orgelbegeleiding is afzonderlijk uitgegeven ; prijs ƒ 1.50.

Beide uitgaven zijn verschenen bij J. W. van Leeuwen, Hooge-woerd. Leiden, en aldaar, en verder bij iederen boekhandelaar verkrijgbaar.

A. LIEDEREN VOOR INWONERS VAN SCHIEDAM.

I. Jubellied ter eere van de H. Liduina.

Wijze ah TSquot; 2 ni/ „M arialiederenquot; van V. d. I'loay. Een kleine terts hooger, in es.

v D

1 .

1

J 1

1 |

1 II

L--_]

1 1

-W- J CD ■

-

—€sgt;—^J-'J

1. Ju - belt, clank-bre

2. Laat vrij an - dre

3. In de rein-ste

4. O Li - duina,

Chris-ten - scha-ren,

ste - den roe-men

kin - der - ja - ren

om de glo - rie,


=1=

=1=

1. Om de glo - rie - toI - le Maagd,

2. Op een e - dien Tor-3ten - zoon,

3. 't Hart van lief - de Gods ver - vuld ,

4. Die gij u bij God ver - wierft,

---1- ---h-

-$ )■—'S;-—l-f--1—~

Ltr ' —

--±_l----1

ha - ren muur ge ziek-bed vast - ge

uit de

■ za - len bo - ren, tlon - len sle - de,

2. Bin-nen

3. Aan het

4. Hoor het

lof-lied

ocr page 74

1. Ue o-ver - winnings - pal-men

2. Om te stij - gen tot den

3. on - ver - win - baar in ge

4. waar gij leef - det, leedt en

draagt! troon: duld, stierft;

V-Z3—----i—---»

-|-

-i——

1. Rome's roem - rij - ke Op per - pries - (er

2. Ons Schie-dam ver - hel't de Doeh-ter, 8 Ging zij haar Ge - krnis-ten Brui-gom 4. Maak ons zui - ver, God - be - minnend,

=1:

bren-gend woord , ou - dren paar, te - ge - moet, zoo - als gij ;

1. Dat de ons dier - bre Maagd Li - - duina ,

2. Die om hoo - ge Chris - ten - deugden

3. Om in eeu - wig - beid te ju-blen,

4. Ze - gen, Zaal - ge Maagd Li - - duina ,

---1_

--

1

—lUtit

i

Tusschen-spel.

mmm

Tot Goda Hei-li - gen be -Is ge - ste - gen op 't al -In des He-mels Maagden -Uw Scliiedamsche bur - ge -

hoort, taar.

stoet, quot;j-

ocr page 75

73

2. Smeekzang tot de H. Liduina.

Wijze aZs N0 1 tó ,,Marialiederenquot; vaw V. d. Ploeg. Een kleine terts hooger, in es. M

irt

;z=t

1. O Li - duina, Heil - ge Maagd,

2. Gij, die in uw pril - le jeugd

3. Hoe, bij Je - sus' Lief - de - disch,

4. Im - mer zaagt ge uw En - gel zoet,

5. Toonbeeld gij van lijd-zaam - heid,

6. Wondt, ach! wondt de zon-de ons hart, 7 Maak ons sterk in al - le deugd.

1. Zie met liefde en me - de - doo - gen

2. U aan Je - sus hebt ge - ge - ven,

3. Branddet gij van ziels - ver - lan-gen:

4. U in vreugdeen leed om - zwe-ven;

5. Leer ons al - le leed en pla - gen,

6. Maak ons Gods er - bar-ming waar-dig,

7. Maak ons u - we vol - ge - lin - gen,

-igü

i

3

1. 't Christen rolk, dat hulp TJ Ti-aagt,

Leer ons de ee - nig - ate ge - neugt' Leer ons 't zoet Ge - hei - me - nis

4. Dat on - ze En-gel ons be - hoed',

5. Door Gods hand ons toe - be - reid,

6. Toon Hem dan uw fol - ter - smart, 7 Voer ons op naar u - we vreugd,

4

2. 3.

ocr page 76

74

--tt

rt:=t

1. Biddend voor

2. Zoe-keu

u

iu cen

neer - ge - bo-gen; vlek - loos le-ven.


3. Met de rein - ste lief- de ont - van-gen.

4. Op uw voorspraak, heel ons le - ven.

5. Trouw als boe - te - straf-fen dra-gen.

6. Gij, bij vlek - loos - heid boet - vaar-dig.

7. Om TJ een - wig toe te zin-gen.

------—

i=i—i—i-

1. Om uw

2. Hoor wat

3. Hoor wat

4. Hoor wat

5. Hoor wat

6. Hoor wat

lief - de on - ze on - ze on - ze on - ze on - ze

voor uw stad , be-de om - vat, be-de om - vat, be-de om - vat, be-de om - vat, be-de om - vat.


7. Blijf ons voorbeeld, on - ze schat.

3=

1. Hoor wat on - ze

2. Zui - vre Maagd van

3. Je - sus' Bruid van

4. En - gel gij van

5. Kruisheld - in van

6. Schuldloos of - fer

7. Gij, de glo - rie

ÏB

-lt;=!-* _ be-de om vat.

on - ze stad!

on - ze stad!

on - ze stad!

on - ze stad!

on - zer stad!

de - zer stad!

m

Tusschen-spel.


ocr page 77

75

B. LIEDEREN VOOR ALGEMEEN GEBRUIK.

3. Klaagzang tot de H. Liduina.

Wijze als Kquot; 43 uit „Marialiederenquot; vun V. d. Ploeg.

1. Waar u 't eeu-wig licht omgloort, Moogt ge uw

2. Ach, èn ziel èn lichaam lijdt, — Zien den

3. Hebt gij in uw aardsche woon Dag aan

4. Wil - len lij - den met ge - duld, Ereng dan .

—ï

1. ze - ge - lied reeds

2. vij - and ons be ■

3. dag uw schuldloos

4. gij voor 's Hee-ren

m

zin-gen, In een

la-gen, In een

wee-nen God ten

oo - gen 't Boe - te-


3Ë

1. vreug-de nooit ge-stoord; Maar wij, droeve

2. ein - de - loo - zen strijd, Zuch-tend of er

3. of - fer aan - ge • boon. Zoo is al uw

4. of - fer on - zer schuld, Tot ook ons in

:t=l

ocr page 78

76

$

1.

2.

3.

4. 's lie - mels Hoo - geu U - we vre - deen

Tusschenspel.

s

'i

1. 't duis - ter voort.

2. hart ver - blijd'.

3. me - ten loon.

4. vreugd ver - vult.

4. Bede om hulp toi de H. Liduina.

Wijze als N0 28 uit ^Marialiederen'' van V. d. Ploeg.

1. Wij juichen in de glo - rie, Die

2. Ons kwellen duizend zor - gen, Ons

3. O, wend door u - we be - de, De

4. Dan va - ren we eenmaal op-waarts, Van

1. u de he - mei biedt, Nu gij, de ze-ge

2. drukt de te - gen-spoed. Bij sla-gen, die ons

3. ram-pen van ons af, Of bid, dat wij ze

4. al - le sniet-ten vrij. En dee-len we uwe

=P

ban - ne - lin - gen, hulp komt da - gen, leed ver-dwe-nen

zwer - ven nog in die het moe - de voor een on - ge

ocr page 79

77

-I*—0—m—0 -PP

1. daar in uw ver-blij-den ver-geet ons niet in't

2. ons ge-dul-dig dra-gen Wat God van ons mocht

3. nu en bij ons ster-ven Er- bar-ming te ver-

4. hef-fen we onze klan-ken Om eeu-wig TJ te

-it—I ——i—t—i-

V-M^0-j-l--I \- j-

ff

Li - dui - na! Li - dui - na! Li - dui - na! Li - dui - na 1

lij - den; Li - dui - na,

vra - gen; Li - dui - na,

wer - ren; Li - dui - na,

dan - ken; Li - dui - na.

=t=:

\J

--r--x--H--

—---ii

1 f 1

11

frT) * é * é

l-XJZ-----\.--

- —

II

1. Sta ons* im - mer bij.

2. Sta ons im - mer bij.

3. Sta ons im - mer bij.

4. Sta ons 'm - mer bij.

Tusschenspel.

4*

ocr page 80

7lt;S

5. Smeekbede tot de H. Liduina om de deugd van zuiverheid.

Wijze als N0 20 uit „Marialiederenquot; van V. cl. Ploeg. Een toon hoogcr, in d.

1. Met wel - ge - val - Ion ziet Gods oog op

2. Des har - ten reinheid toont de jeugd van

3. Zij draagt èn ziels- èn lichaamssmart en

4. Waar 'tie- lie-wit zijn glans verspreidt, zwicht

5. Li - dui - na's le - lie bloeide voort, Beft. Dat u - we hulp ons rein be - waar' In

1. zui - vrc

2. 't schulde

3. beeft voor

4. al - Ier

5. vlekt door (). 's we - relds zie - len loo - ze fol - tring bloe - men smet noch tra - nen

neer, De

kind, Geen

niet, Als

kleur, Maar

stof; Nu

dal, En


geur der knischheid stijgt om-hoog, als aard - sche lief - de biedt haar vreugd, daar slechts des Brui - goms God' - lijk Hart Haar schoo - ner praalt de zui - ver - heid , en praalt zij , door geen storm ge - stoord, in ons Ie mid - den van 't ge - vaar Be-

ocr page 81

7!»

ÜÜ

ze éé - nen Brui - gom Zij - ne lief - de he - melsch is haar 'she - mels bloe - men hoed' voor ied' - ren

Heer.

mint. biedt, geur. - hof. val.

1. wie - rook, naar den

In

In In In In In

2.

3.

4.

5. ü.


mm

al - le ziels-ge-va-ren blijf ons voor smet be-

al - le ziels-ge-va-ren blijf ons voor smet be-

al - le ziels-ge-va-ren blijf ons voor smet be-al - le ziels-ge-va-ren blijf ons voor smet be-

al - le ziels-ge-va-ren blijf ons voor smet be-

-P

i. 2.

3.

4.

5.

6.

al - le ziels-ge-va-ren blijf ons voor smet be-

-i -f-

wa - ren, wa - ren, wa - ren, wa - ren, wa - ren, wa - reu.

1.

2.

3.

4.

5.

6.

Help ons in den levensstrijd. Help ons in den levensstrijd. Help ons in den levensstrijd, Help ons in den levensstrijd. Help ons in den levensstrijd, Help ons in den levensstrijd,


iiör^r:

ZÉ—*-^

It-

4:

l - j

1. t'allen tijd, Li - duiua!

2. fallen tijd, Li - duiua!

3. t'allen tijd, Li - duiua!

4. t* allen tijd, Li - duiua!

5. t'allen tijd, Li - duiua! G. t'allen lijd, Li - duina!

Tusschenspel.

ocr page 82

80

6. Litanie-zang ter eere van de H. Liduina.

Wijze als N0 3!) uit „Marialiedereuquot; van V. il. Floeg.

r=

w—j-

- i—i-

O glo - ric - toI - le Maagd! Hoor schoon Verroerd Eu spond' Steeds Bloed Op dood De

1. 2.

3.

4.

5.

6.

Die bo - ven 't aardsche

Die zondaars hebt ont -

Die aan uw lij - deus -

Door Je-sns' Vleesch eu

Wien Je - sus bij den

t JJ—f—0 —m----1—- )—ij—0—0—•—# |

1. wat ons liart U vraagt: Bid God voor ons, Li-

2. koost de doornen- kroon: Bid God voor ons, Li-

3. tot hun God ge - voerd: Bid God voor ons, Li-

4. u - wen Engel vondt: Bid God voor ons, Li-

5. wond're wijs ge - voed: Bid God voor ons, Li-

6. heil - ge Zalving bood: Bid God voor ons, Li-

—•--^=±S;^:1=pj

i.

dui-

■na!

Bid

God

voor

ons.

Li-

dui na!

Wij

2.

dui-

•na!

Bid

God

voor

ons.

Li -

duina !

Die

3.

dui-

■na!

Bid

God

voor

ons.

Li-

duin a!

Die

4.

dui-

■na!

Bid

God

voor

ons.

Li-

duina I

Die

5.

dui-

■na!

Bid

God

voor

ons.

Li-

duina!

Met

().

dui-

■na!

Bid

God

voor

ons.

Li -

duina!

Die

ocr page 83

81

1. hef - feu 't oog tot u, Ver-

2. leedt in lijd - zaam - heid Wat

3. de ar - men t' al - len tijd Door

4. heel een Heil - gen - - rij Aan-

5. 's ITee - ren won - den - smart In G. thans om u - we deugd God

^________}___.___

Fff—•—• —,---1—=1—gt;—=1—

^yJ-1---1--F-0—\--^--1--^--

1. hoor, ver - hoor ons nu: Bid

2. God u had be - reid: Bid

3. lief - de hebt ver - blijd: Bid

4. schouwdet aan uw zij : Bid

5. 't li - chaam en in 't hart: Bid

6. ziet in eeuw' - ge vreugd: Bid

____________

M—o—if--^

1. God voor ons, Li - dui-na! bid

2. God voor ons, Li - dui - na! bid

3. God voor ons, Li - dui - na! bid

4. God voor ons, Li - dui - na! bid

5. God voor ons, Li - dui - na! bid

6. God voor ons, Li - dui - na! bid

1. God voor ons, Li - dui-na!

2. God voor ons , Li - dui - na !

3. God voor ons , Li - dui - na !

4. God voor ons, Li - dui - na !

5. God voor ons , Li - dui - na !

6. God voor ons, Li - dui - na !

ocr page 84

»2

1. Danklied bij de relikwieën der H. Liduina,

in de O. L. V. Visitalie-kerk te Schiedam.

(Zie de geschiedenis der relikwieën, hierboven bl. 18-21). Wijze als N0 37 uit „Marialiederenquot; van V. d. Ploeg.

y ^

r i -tV H -M -H

1. Het oin - de naakt,., daar slaat het uur,.. Li-

2. En schaar op scha - ren stroomen voort Naar

3. He - laas! de Dwa-ling brengt al - om Ver-

4. Maar eind'lijk keert—aan God zij eer!—De

1. dui - na zucht: „ik kom!quot; De rei-ne ziel, vol

2.'t marmren graf- ge - steent, Waar ied're be • de

3. nie-ling, bloeden dood; Maar God beschermde

4. lang ge-derf-de schat In vro-me priester-

Nt;

' -

1. lief - de - vuur, omhelst haar Bruide- gom. Nu

2. wordt ver-hoord bij 't hei-lig lijkge-beent; Dra

3. 't liei - lig - dom in 's aardrijks stillen schoot. Een

4. han - den weer Naar Sint Li- duina's stad. Nu

ocr page 85

83

1. stroomt naar't lijk de Chriatenschaar:... O

2. rijst iu luis - ter - vol - le pracht Eeu

3. vor - ste - lijk be - vel gaat uit .. Het

4. juich, nu bid, o Christenschaar, In

1. won-der-baar ge - zicht ! E'en

2. tem - pel op het graf. Ge -

3. stil - le nacht ge - - tij Voert

4. dankb'-re vreugd ver - eend. Aan

«ü_________

—# r-JFT=--r=rT^=:---^-Ë--11——1-----

1. he-mei-geur zweeft om de baar, van

2. tni-gend van de won-der-macht, die

3. het ge-beent' van Je - sus' bruid naar

4. 't nieuw-her - re - zen hoog - al - taar bij

i:

Tusschenspel.

•gt;

1. 't lijk-kleed he - mei - licht.

2. God Li - dui - na gaf.

3. Brus - seis maagden - rij.

4. 't hei-lig lijk - ge - beent'!

ocr page 86

84

8. Smeeklied om een zalig sterfuur.

Wijze ah Nquot; 41 uit Marialiederenquot; van V, d. Ploeij.

1. 2.

3.

4.

5.

.-gt;5

J ^ :

'■ l—\-

—i—=-#H--1---

-t t P :

Hoe juichte uw min-nend har - te, Toen Nu bloei-den al de kei-ten Van Gij hoort der Eng'len zan-gen Van Hij zelf daalt naar ije - ne-den, —Be-Nu, vol van lief-de's gloei-en, Juicht

uL* j =1 J—• -

—

-gt;--1--

0 a 0 r ~

-«r-^-0--

't ster-vens 's En - gels 't hoog Ver ■ nijd - bre gij: -Ik uur u ro - zen ■ rij- z'nis ster-vens kom! ik sloeg, stam, feest, nood! kom!quot;

En Om En

- Hij Daar

1.

2.

3.

4.

5.


val - len de aardsche boei - eu.... Ge om

5.

ocr page 87

85

u - we lief- de vroeg! O!

iron - we Je- sus kwam. O!

vang, o Heer, mijn Geest!quot; O!

zelf ii 't Hemelsch Brood! O!

helst uw Brui-de - gom ! O!

tzr=\-r=f

dat wij Hem bij 't sterven Be- minnen zoo-als dat wij Hem bij 't sterven Be- minnen zoo-^ls dat wij Hem bij't sterven Be- minnen zoo-als dat wij Hem bij 't sterven Be- minnen zoo-als dat wij Hem bij 't sterven Be- minnen zoo-als

s

en 's hemels vreugd ver-wer-ven, Li-

en 's hemels vreugd ver-wer-ven, Li-

en 's hemels vreugd ver-wer-ven, Li-

en 's hemels vreugd ver-wer-ven, Li-

en 's hemels vreugd ver-wer-ven, Li-

s-—*—#—3-

4--1--1---

1.

duina,

aan

uw

zi.i

t-

2.

dnina,

aan

uw

ZM

ft

3.

duina,

aan

uw

zij

n

4.

duina,

aan

uw

zi.i

5.

duina.

aan

uw

Z1J

..

iHÜPi

Tusschenspel.

ocr page 88

86

9. Jubellied ter eere van de H. Liduina.

(Gewijzigde tekst van No. i.)

Wijze als N0 2 uit „M arialiederenquot; van V. cl. Ploeg. Een kleine terts hooger, in es.

=n-'

1. Ju - belt, dauk-bre

2. Laat vrij an - dre

3. In de rein-ste

4. O Li - didna,

Chris-ten - scha-ren,

ste - den roe-men

kin - der - ja - ren

om de glo - rie,


V i

r—i—n

-i M

—l-H

—sJ

---#--

1. Die in 's he-mels Op-per - za - len

2. Bin-nen ha-ren muur ge - bo - ren,

3. Aan het ziek-bed vast - ge - klon-ken

4. Hoor het lied van Neer-lands Christenen,

:1

1. De o-ver - winnings - pal-men draagt!

2. Om te stij - gen tot den troon;

3. on - ver - win - baar in ge - duld, 4 waar gij leef - det, leedt en stierft;

ocr page 89

87

i iquot;

H -

1 •

-lt;*—i- —

L-®----

1. Sprak het heil - aan - bren-gcnd woord ,

2. Van een ne - drig ou - dren - paar,

3. Ster-vend blij - de te ge - moet,

4. En ge - dnl - dig, zoo - als gij;

:dr:

1. Dat de ons dier - bre Maagd Li - - duina ,

2. Die om hoo - ge Chris - ten - deugden

3. Om in een - wig - heid te ju-blen

4. Ze - gen, Zaal - ge Maagd Li - - duina ,

Ü

— 0

1. Tot Gods Hei-li - gen be ■

2. Is ge - ste - gen op 't al

3. In des He-mels Maagden

4. Neerlands gan-sche Cbris-ten

-C2-

hoort. Tusschen-• taar. sPel-

stoet.

quot; quot;j-


ocr page 90

88

C. LIEDEREN VOOR I'ELGIUMS, DIE VAN BRIELLE KOMEN,

10. Smeekzang tot de H. Liduina.

(Gewijzigde tekst van No. 2.)

Wijze als'N0 1 ^Marialioderenquot; mw V. d. Ploeg. Een kleine terts hooger, in es.

t^fcd^=ttiz^!i=?iti=^rE=E==t3=il -0-^

1

0 Li

- duina,

Heil - ge

Maagd,

2.

Gij, die

in uw

pril - le

jeugd

3.

Hoe, bij

Je - sus'

Lief - de -

disch,

4.

lm - mer

zaagt ge uw

En - gel

zoet,

5.

Toonbeeld

gij van

lijd-zaam

- heid.

6.

Wondt, ach

wondt de

zon de ons

hart,

7

Maak ons

sterk in

al - le

deugd,

1. Zie met

2. U aan

3. Branddet

4. U in

5. Leer ons G. Maak ons 7. Maak ons

liefde en me - de - doo - gen

Je - sus hebt ge - ge - ven,

gij van ziels - ver - lan - gen:

vreugdeen leed om - zwe-ven;

al - le leed en pla - gen, Gods er - bar-ming waar-dig,

u - we vol - ge - lin - gen,


ocr page 91

89

^=t

1. 't Christen volk, dat hulp u vraagt,

2. Leer ons de ee - nig - ste ge - neugt'

3. Leer ous 't zoet Ge - hei - me - nis

4. Dat on - ze En-gel ons be - hoed',

5. Door Gods hand ons toe - be - reid, (). Toon Hem dan uw fol - ter - smart, 7. Voer ons op naar u - we vreugd,

-i=-=p=

\=amp;=£

1. Biddend voor u neer - ge - bo-gen;

2. Zoe-ken in een vlek - loos le-ven.

3. Met de rein - ste lief- de out - van-gen.

4. Op uw voorspraak, heel ons le - ven.

5. Trouw als boe - te - straf-fen dra-gen. G. Gij, bij vlek - loos - heid boet - vaar-dig. 7. Om ii eeu - wig toe te zin-gen.

i~A

t|

I±

—Ë

——--1

1. Om uw

2. Hoor wat

3. Hoor wat

4. Hoor wat

5. Hoor wat

6. Hoor wat on - ze

7, Blijf ons voorbeeld, voor uw stad ,

lief - de on - ze on • ze on - ze on - ze

be-de om - vat,

be-de om - vat,

be-de om - vat,

be-de om - vat,

bc-de om - vat,

ou - ze schat,

5

r**


ocr page 92

00

H

1. Hoor wat on - ze

2. Zui - vre Maagd van

3. Je - sus' Bruid van

4. En - gel gij van

5. Kruisheld - in van (3. Schuldloos of • fer 7. Gij, de glo - rie be-de om-vat.

Tusschen-spel.

stad! stad! stad ! stad!

de - ze de - ze de - ze de - ze

de - zer stad! de - zer stad!


II. Lied ter eere van de HH. Gorkumsche Martelaren en van de H. Liduina.

Wijze als N0 1 uit „Marialiederenquot; van V. d. Ploeg. Een kleine terts hooger, in es.

iSüiEl

Pel - grims, die u hebt ver - eend

2. Mocht eens Gorkums hel - den - rij, 8. Trof een wree - de mar - te - ling

4. Voor 't ge - loof in de A.1 - taar - spijs

5. Trouw vol - har-dend tot den dood,

1. Op het graf der Mar - te - la - ren,

2. Neerlands Hei - li - gen ver - mee-ren,

3. Le - o - nard en zijn Ge - zei - leu,

4. Ga - ven Gorkums hel - den 't le - ven,

5. Stre-den Gorkums hel - den - scha-ren,

ocr page 93

91

1.

Komt nu

om

het

lijk - ge -

beeut.

2.

U, Li -

dui -

na,

mo - gen

wij

3.

U kwam

PÜ11

en

fol - te -

ring

4.

U heeft

zij.

op

wond' re

wijs,

5.

u, ge -

trouw

in

't lij - den,

bood

l Van een Mart'- la - res u scha-ren;

2. Ook als Heil - ge nu ver - ee - ren.

3. Ook het kran - ke li - chaam kwel-len.

4. In liet lij - den kracht ge - ge - ven.

5. God den palm der mar - te - la - ren.

2. Smee-kend val - len weu te voet:

3. Bid, dat in ge - duld ook wij

4. Bid, dat ons het He - melsch Brood

5. O Li - dui - na, bid, dat wij

-0

1. Vraagt haar voorspraak

2. Bid voor Neerlands

3. 't Lij-den dra-gen,

4. Ster - ken moog' in

5. Hem ge - trouw zijn,

Tusschen-spel.

bij den Heer pel-grimstoet. zoo- als gij. el - ken nood. zoo- nis gij.


ocr page 94

INHOUD.

Biz.

Beknopte Levensschets der 11. Liduina. •gt; Korte Gescliiedenis v;ui dc relikwieën der H. Liduina en van liel proces tot kerkelijke bekrnclitiging liarer openbare vereering............................ ^

GEBEDEN,

Novene Ier eere der H. Liduina....... 31

Eeuste Dag. Overweging: Geduld in de wederwaardigheden des levens...........

Gebed om geduld in de wederwaardigheden des levens........................ • ^

Tweede Dag. Overweging . Zuiverheid van ziel

en lichaam .................... ..... óo

Gebed om de deugd van zuiverheid. . . . «38 Dek.de Dag. Owevwogmg: Milddadigheid jegens

de armen...........................

Gebed om milddadigheid jegens de armen 42 vlelide Dag. Overweging: Medelijden met de

zielen in het Vagevuur........j...... 43

Gebed voor de zielen in het Vagevuur . 45 Vijfde Dag. Overweging: Het H. Sacrament

der Biecht.......................... ^

Gebed om altoos goed te biechten...... 48

Zesde Dag. Overweging : Liefde voor het II. ^

Sacrament des Altaars ...............- 4J

Gebed om altoos waardig te communi-

52

ceeren..............................

Zevende Dag. Overweging: Godsvrucht tot de

II. Maagd en Moeder Gods Maria...... o3

Gebed om godsvrucht tot de II, Maagd Maria............................. 54

ocr page 95

93

■

Biz.

Achtste Dag. Oyerweging; Vereering van den

II. Engelbewaarder ................ 55

Gebed om godsvrucht tot onzen II Engelbewaarder. ......................... 57

Negende Dag. Overweging De II. Liduina als

raadgeefster ....................... 58

, Gebed om voorlichting der II Liduina

in alle omstandigheden des levens ....... 61

Litanie tpr eere der H. Liduina, Patrones

der lijdzaamheid................. 02

Gebed bij de relikwieën der H. Liduina, om de verstervinp: des lichaams te verwerven....................... 66

'1 Bij de vereering der relikwieën....... 68

Gebod tot de H. Liduina om een zaligen dood....................... 68

J5

J8

i9 LIEDEREN,

A. Liederen voor inwoners van Schiedam.

'1. Jubellied ter eere van de H. Liduina . . 71

^ j 2. Smeekzang tot de H. Liduina........... 73

K) T l

ty B. Liederen voor algemeen gebruik.

3. Klaagzang tot de H. Liduina........ . . 75

4. Bede om hulp tot de H. Liduina....... 7(5

)2 5- Smeekbede tot de H. Liduina om de deugd

van zuiverheid..................... 78

• „ (5. Litanie-zang ter eere van de H. Liduina. . 80

7. Danklied bij de relikwieën der H. Liduina

• . in de O.L.V. Visitatie-kerk te Schiedam 82

te

ocr page 96

94

Biz.

8. SraeebUed tot de H. Li duin a om een zalig

sterfuur........................... 84

'J. Jubellied ter eere van de H, Liduina (Gewijzigde tekst van No. 1.)............ 86

C. Liederen voor pelgrims, die van Brielle komen.

10. Smeekzang tot de H. Liduina. (Gewijzigde

tekst van Ko. 2).................... 88

11. Lied ter eere van de H.H. Gorkumsche

Martelaren en de H. Liduina........ 90

ocr page 97

Bij A. L. A. VAN P1 NXTE REN te

Schiedam, is mede verkrijgbaar;

Beknopte Levensschets van de H. Liduina,

Kerkelijk goedgekeurd,

per stuk 5 ets, per 50 4^ ets., per 400 f 4.—

Litanie ter eere van de H. Liduina,

PATRONES DER LIJDZAAMHEID,

met bisschoppelijke goedkeuring en rnet aüaten voorzien,

per stuk 2 ets., per 100 /'1.—

Jubellied en Smeekzang tot de H. Liduina,

per stuk 3 cents.

Chromo-plaatje: H. Liduina op haar ziekbed.

per stuk 5 cents, per 100 /' 4.—

H. LIDUINA-PLAATJES,

AAN DE KEERZIJDE MET KERKELIJK GOEDGEKEURD GERED, per 100 /' 1.—

Photographiën, voorstellende de H. Liduina,

visitekaart-formaat f 0.25 kabinet-formaat » 0.50

Photographie : Liduina's Grafzerk,

kabinets-formaat f 0.50

Toezending geschiedt franco, na ontvangst van het bedrag.

»55quot; Zie ommezijde.

ocr page 98

GLAS EMU PÏÏOTOGRAPHIE

DE j4. j_.lDUINA VOORSTELLENDE,

/quot;0.75 f /1.25 f 1.50 IRIS ; /' 0.50 /' 0.75 f 4.— f 1.25

II. L1DUINA-BEELDEN,

rijk g-epolychromeerd,

waarvan, desverkiezende, photographie wordt toegezonden.

Medaljes van de H. Liduina

IN VERSCHILLENDE METALEN.

ocr page 99

dS^ï mMgt;

'SM

r\r

•quot; /.^Ur'-.V' ''ï:.quot;«i

' '■.■v

■ i■-''C

ocr page 100