ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

Vak 71

het H. Sacrament des Altaars.

airs

Uitgegeven ten Voordeele ran het Missiehuis van Steil.

Door

H. KESSELS,

pastoor.

*x«x*x»x*x*x*x*x*x*x»x«x x*x»x»x»x»x*x»x*x»x»x*x» »X»X«'X«Xftl isolt;»

x » x « x » x « xLJ-lil:

ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6
ocr page 7

/a n

flfir

\ Hl oC.

Wondere Verhalen

nopens

ïelESacramt flos Altaars,

l

Uitgegeven ten Voordeele

van liet Missiehuis m Steil,

Met kerkelijke goedkeuring.

Door 11. Kessels, Pastoor.

1

«s; @

SS

'1 'ivS

.sa

S3 SSS

cs;

, w j

S-

S3

'm

amp;

sa

l^'

/^V

18 99.

Druk en Uitgave van het Missiehuis

te Steil, bij Venloo.

My

----------Ar~®

ocr page 8

@m te gehoorzamen aan het besluit van zijne Heiligheid, Paus Urbanus VIII., verklaart de schrijver, dat hij zich onderwerpt aan het oordeel en de beslissing der H. Kerk, wanneer hij in deze verhalen nopens het H. Sacrament het woord Mirakel bezigt en wondere daadzaken vermeldt, over wier hoedanigheid de H. Kerk alleen kan uitspraak doen.

Imprimi potest.

Leodii, die 25. m. Novembris 1897.

M. Hutten, vic. generalis.

Reimprimatur.

Baarlo, die 27. m. Februarii 1897.

J. H. Ge enen, Libr. Censor.

ocr page 9

Geloofd en gedankt zij te allen tijde het Allerheiligste en Goddelijk Sacrament!

uren gaans van Hasselt, nu een gehucht der gemeente Zolder, behoorde vroeger tot de parochie en het grondgebied van Lunrmen.1) Den 25. Juli 1317 werd de priester, die de kapel van Virersel bediende, in alle haast geroepen, om eenen zieke de H. H. Sacramenten der stervenden toe te dienen. In de woning aangekomen, plaatste hij de H. Ciborie op de daartoe bereide tafel, en ging in het neven-

e parochie Virersel, gelegen omtrent twee

1

Volgens den Hoog-Eerw. Heer Kanonik Daris, Professor van kerkelijk Recht in 't groot Seminarie van Luik, was Virersel ten jare 1317 reeds eene parochie, die onder Lummen stond. Wellicht was het eene parochie, die men Vierde kapel (quarta capella) noemde, en waarvan de pastoor den naam droeg van kapelaan.

ocr page 10

vertrek, waar de kranke lag, om hem tot het ontvangen der H. Teerspijs voor te bereiden. Maar, terwijl hij diens biecht hoorde, kwamen eenige lieden de eerste kamer binnen, en vreesden niet, met hunne heiligschennende handen in de Ciborie de H. Hostie aan te raken.

Toen de priester de biecht van den kranke gehoord had, stónd hij op, om met de bediening der H. H. Sacramenten voort te gaan. Doch, hoe verschrok hij, toen hij de H. Hostie zag! Zij was gansch bebloed, en de druppels bloed, welke er uitvloeiden, verspreidden zich op het linnen, dat in vorm van korporaal of kelkdoek onder in de Ciborie lag, zoodat de H. Hostie, het bloed en het linnen aan elkander vastgeplakt schenen.

De kapelaan nam alle voorzorgen, opdat niemand het bemerken zou. Hij troostte den kranke, zegde hem, zich gereed te houden, om zijnen Schepper te ontvangen, wijl hij onverwijld zou terugkomen, om hem de H. Communie te geven. Hij bracht dan de bebloede Hostie naar de kapel en keerde terug bij den stervende, om hem de H. H. Sacramenten toe te dienen. Daarna begaf hij zich zonder uitstel met de wonderbare Hostie naar Lummen, om de zaak ter kennis van zijnen pastoor te brengen. Deze, een priester van uitstekende deugd, had nauwelijks de H. Hostie gezien of, van heilige vrees, eerbied en liefde doordrongen, knielde hij neder, en met eene stem door zuchten onderbroken riep hij uit: „Het

ocr page 11

is waar, o mijn God, dat mijne zintuigen zich bedriegen, omdat zij mij zeggen, dat hier alleen brood is. Maar nedergeknield aan de voeten van Uwe Majesteit, en verlicht door het geloof, dat mij bezielt, belijd ik, dat Gij wezenlijk onder deze nederige gedaante tegenwoordig zijt, zoo schoon als in den hemel, waar men U bemint, en zoo machtig als op de wereld, waar men U aanbidtquot;. Daarna liet hij den kapelaan verhalen, wat aanleiding tot het wonder gegeven had, hetwelk hij met zijne oogen zag.

Indien de eerwaarde herder de eer en de glorie van zijne parochie alleen voor oogen had gehad, zou hij aanstonds het geheim ruchtbaar gemaakt en den kostbaren schat in zijne kerk bewaard hebben. Maar wijl hij niets anders dan de eer van God behartigde, wilde hij eenen man raadplegen, op wiens deugd en wijsheid hij steunen kon. Er was toen te Herckenrode een kloosterling van groote heiligheid en wetenschap, met name Dom Simon, afkomstig uit de abdij van Aulne en geestelijke bestierder van Herckenrode's klooster. De eerbiedwaardige pastoor besloot, zijnen kapelaan met de heilige bebloede Hostie naar Herckenrode te zenden, om aan Dom Simon alles te verhalen, en hem te raadplegen nopens hetgeen er moest gedaan worden. Maar hij beval hem er zonder eenig uiterlijk vertoon heen te gaan en den „Goddelijken Schatquot; die hem toevertrouwd was, verborgen te houden.

ocr page 12

Het was den 1. Augustus 1317, zes dagen na de bovennatuurlijke gebeurtenis, dat de kapelaan uit Virersel naar Herckenrode vertrok. Doch niettegenstaande alle voorzorgen, die hij nam, kon hij toch niet gansch geheim houden, wat God wilde openbaren. Want nauwelijks was hij in de heide of er gebeurde een tweede wonder.

Daar bevond zich een herder met zijne kudde. Al de schapen vielen op de knieën, bleven in deze houding, totdat de priester voorbij was, en gaven alzoo teekens van eerbied en aanbidding aan het Goddelijk Lam, aan den verborgen God, welken de geestelijke bij zich droeg.

Dit mirakel werd door meer andere gevolgd.

Zoodra hij de kerk van Herckenrode naderde, alwaar twee klokken waren, begonnen zij beide vanzelf te luiden, of liever de verborgen God, die aankwam, bracht ze in beweging.

Toen hij de kerk binnenkwam, zongen de kloosterzusters het begin der H. Mis van Sint Pietersbanden: „Waarlijk, nu weet ik, dat de Heer Zijnen Engel gezonden heeftquot;. Zeer getroffen door dit gezang en het gelui der klokken, nadert hij het altaar, om er de Ciborie, die hij in 't verborgen draagt, op te plaatsen. Maar zie! De kloosterling, met name Adam, die er de H. Mis zingt, keert zich om en werpt zich in aanbidding op de knieën, zonder te weten, wat er gebeurt.

ocr page 13

De kapelaan plaatst liet „Goddelijk Pandquot; op het altaar. Op dit oogenblik vertoont zich de Zaligmaker op eene zichtbare wijze in de H. Hostie . . . Jezus Christus verschijnt in mensclv, üjke gedaante, het hoofd gekroond met doornen, die ringsom een schitterenden glans verspreiden!

Deze verschijning van den God-Mensch trof al de aanwezigen, en eene bezeten vrouw, die in de kerk was, werd oogenblikkelijk van den duivel verlost.

Van toen af gaven de geloovigen aan de bebloede H. Hostie den naam van Miraculeus Sacrament of II. Sacrament van Mirakel.

De tijding van het wonder verspreidde zich in de omliggende plaatsen, ja, op korten tijd in de verafgelegenste landen, en weldra was het alom bekend, dat het klooster van Herekenrode het geluk had, het 11. Sacrament van Mirakel te bezitten. Men toog van alle zijden derwaarts, om de H. Hostie te vereeren, alsook om genezingen en andere genaden te bekomen, die er in groot getal verkregen werden. Weldra werd Herekenrode eene vermaarde bedevaartplaats, welke te allen tijde ook door geloovigen uit de verste landen bezocht werd.

De pausen van Rome, de prins-bisschoppen van Luik en andere prelaten verleenden aan de kerk van Herekenrode menigvuldige aflaten, om de vereering van het H. Sacrament van Mirakel te bevorderen. Te dien einde werd

ocr page 14

= 10 =

er ook eene broederschap opgericht, onder den naam van Broederschap van het allerheiligste Lichaam van Jezus Christus. Doch alvorens er noch broederschap ingesteld, noch aflaten verleend waren, hadden de prins-bisschoppen van Luik te Herckenrode reeds eenen feestdag ingesteld ter gedachtenis van de overbrenging van het H. Sacrament uit Virersel, en van de verschijning van den Zaligmaker te Herckenrode. Dit feest werd jaarlijks op den 1. Augustus met groote plechtigheid gevierd.

Alhoewel op dezen dag de feestdag van Sint Pietersbanden plaats had, werd er nochtans de Mis van het H. Sacrament gezongen, en zulks om de volgende reden: Volgens eene oude overlevering wilde de kloosterling, die voor de H. Hostie, welke de kapelaan op het altaar plaatste, op de knieën gevallen was, de Mis beginnen van Sint Pietersbanden, waarvan men reeds het begin gezongen had. Maar hij kon ze niet vinden, en voelde zich verplicht de Mis te nemen van het H. Sacrament, die alleen zich voor hem aanbood. Van toen af werd er met toestemming der geestelijke overheid jaarlijks op denzelfden dag de Mis van het H. Sacrament gezongen, waarna eene processie plaats had, welke ook met groote plechtigheid gehouden werd. Behalve deze processie werd er ieder jaar eene tweede even plechtige gehouden onder de octaaf van den feestdag van het allerheiligste Sacrament.

ocr page 15

= 11 =

Men vierde nog met grooter plechtigheid het eeuwfeest of de honderdjarige gedachtenis der overbrenging van het H. Sacrament. De parochie Virersel nam daar bijzonder deel aan. Het jaar 1717 was het vierhonderdste sedert de wonderlijke overbrenging. De pastoor van Virersel schreef in het register der parochie den 1. Augustus van dat jaar: „Vandaag hebben wij uit godsvrucht eune processie naar Herckenrode begeleid, om er het H. Sacrament te bezoeken, dat een onzer voorgangers er heen gebracht had, vierhonderd jaren geleden, en om daar dat vierhonderdste jaar te vieren, hetwelk op dien dag gevierd is in de abdij met grooten eerbied en groote plechtigheidquot;.

De geschiedenis van het H. Sacrament van Mirakel is diep gedrukt in de harten der parochianen van Virersel. De ouders hebben ze aan hunne kinderen als een kostbaar erfdeel overgeleverd. Men toont nog de plaats van het huis, waar het Mirakel der bebloede Hostie plaats greep. De heuvel, in welks nabijheid de schapen neêrknielden, toen de priester met het H. Sacrament voorbijging, werd steeds de Sacramentsberg genoemd, en op dien heuvel is ter gedachtenis eene kapel gebouwd, die onder den naam van Sacramentskapel bekend staat. Zoolang de abdij van Herckenrode bestond, gingen de inwoners van Virersel er jaarlijks in groot getal onder de octaaf van het H. Sacrament ter bedevaart.

ocr page 16

In het jaar 1797 werden de kloosterzusters van Herckenrode uit de abdij verjaagd, en deze met al hare schatten verkocht. Doch reeds het jaar te voren hadden zij het H. Sacrament ter bewaring gegeven aan den eerwaarden en godvruchtigen Heer Jamagne, priester en schatbewaarder van de abdij. Deze Heer, zelf verplicht zijnde naar Duitschland te vluchten, vertrouwde de miraculeuze Hostie toe aan een deugdzamen man, Luyks van 's-Hertogenbosch, bloedverwant eener der voornaamste families van Hasselt. Ten jare 1800, toen de ongelukkige tijden beter werden, kwam de Heer Jamagne terug, en hield het H. Sacrament eenigen tijd verborgen in een huis van Kermpt, heden toebehoorende aan de achtbare familie Pollenus. Later vreezende voor zijn heiligen schat, omdat het Bestuur hem nopens de bezittingen der voormalige abdij verontrustte, bracht hij dezen naar Hasselt bij eenen zijner vrienden, den priester Nicolaus Franciscus Salez, die hem met groote godsvrucht in zijn huis bewaarde, en er dikwijls de H. Mis bij las, totdat het God behaagde de wonderbare Hostie wederom ter vereering aan de geloo-vigen te geven.

Dit gebeurde den 24. September 1804. Toen werd het H. Sacrament van Mirakel met de toestemming der laatste abdis van Herckenrode, Josephina de Gondrecourt, en van 3Igr. Zaepffel, bisschop van Luik, plechtig overgebracht naar de kerk van den H. Quintinus uit

ocr page 17

die van het Begijnhof, waar het daags te voren was heen gedragen.

Het H. Sacrament van Mirakel wordt tot heden in de kerk van den H. Quintinus in eenen kostbaren monstrans bewaard en door de geloovigen met groote godsvrucht vereerd. De Ciborie, waarin het Mirakel geschied is, bevindt zich, volgens de overlevering, in de kerk van Genenbosch.

II.

J^en jare 1594 ontstond in het klooster van Herckenrode een brand, die in korten tijd zoozeer toenam, dat geheel het gebouw de prooi der vlammen ging worden. Daar alle menschelijke hulp nutteloos scheen, nam men zijne toevlucht tot het H. Sacrament van Mirakel. Men bracht het ter plaatse, waar het vuur de grootste schade aanrichtte, en oogen-blikkelijk hielden de vlammen op. Dit feit is door allergeloofwaardigste ooggetuigen bevestigd geworden.

m.

ÜDe heilige Gorgonna, zoo verhaalt de H. Gregorius van Nazianzen, onverdraaglijke hoofdpijn lijdende, had alle middelen volgens de geneeskunde gebruikt, doch zonder goed uitwerksel. De kwaal vermeerderde integen-

ocr page 18

= 14 =

deel alle dagen, en zij voelde hare krachten verminderen. Maar vol geloof en betrouwen besloot zij zich tot den oppersten geneesheer te wenden, en nauwelijks had zij het H. Sacrament aanbeden, of hare kwaal hield op. -----|==i==!---

IV.

J3.V leefde onder de kluizenaars der woestijn Tan Scythië een eerbiedwaardige grijsaard, die zeer onwetend was in de grondbeginselen van den godsdienst, daar hij de tegenwoordigheid van Jezus Christus in de H. Hostie na de consecratie loochende. Twee andere kluizenaars begaven zich naar zijne cel, om hem uit zijne dwaling te trekken, en zeiden hem, dat zij bedroefd en ontsticht waren, omdat hij volgehouden had, dat na de Consecratie het brood en de wijn niet veranderd waren in het lichaam en bloed van Jezus Christus. Hij bekende, dat zulks zijne meening was. Na hem hunne bewijsredenen te hebben blootgelegd, gingen zij heen, belovende dat zij God zouden bidden hem te verlichten. Zij baden dan eene week voor den goeden grijsaard en werden verhoord. Want met hun drieën naar de kerk gegaan zijnde, zagen zij in de geconsacreerde H. Hostie de gedaante eens kinds van verrukkelijke schoonheid. De ongeloovige grijsaard zeide gansch getrolfen: „Ik geloof. Heer, dat het brood, hetwelk men op het altaar legt.

ocr page 19

= 15 =

Uw H. Lichaam, en de kelk Uw kostbaar Bloed is.quot; God wilde zich bij deze gelegenheid op eene bijzondere wijze aan dezen ouderling ver-toonen, die zich geheel aan zijn dienst toegewijd had, maar door zijn ongeloof al zijne goede werken nutteloos zou gemaakt hebben.

V.

ÏDe H. Amphilogus verhaalt in het leven van den H. Basilius, dat, onder Optatus, bisschop van Milete, die in 't jaar 365 leefde, de Donatisten het allerheiligste Sacrament uit spotternij voor hunne honden geworpen hebbende, deze dieren plotseling razend werden, zich op hunne meesters wierpen, en ze verslonden.

VI.

B)eze Heilige verhaalt nog het volgende in hetzelfde leven.

Toen de H. Basilius de H. Mis las, mengde zich een jood onder de christenen, nieuwsgierig om te weten, wat er in hunne kerken omging. Hij bleef er gedurende geheel het H, Misoffer, en daar hij na de Consecratie in de H. Hostie een kind bemerkte, werd zijn hart vermurwd, zoodat hij zich bekeerde met zijne vrouw en kinderen, aan wTie hij de gebeurtenis verhaalde. Zij gingen allen tot den H. Basilius, die hun het Doopsel toediende.

ocr page 20

= 16 =

vn.

^De H. Ambrosius zegt in de lijkrede van zijnen broeder Satyrus, dat deze, tijdens eene zeereis in groot gevaar zijnde van schipbreuk, eene geconsacreerde Hostie in eenen doek aan zijnen hals hing, zich vol betrouwen aan de woedende golven overgaf, en geenszins in zijne hoop bedrogen werd. Want hij kwam behouden in de haven aan, waar hij aanstonds zijnen goddelijken Bewaarder bedankte, de H. Hostie aan de priesters overhandigde, en gedurende geheel zijn leven een standvastige en getrouwe aanbidder bleef van Jezus Christus in Zijn aanbiddelijk Sacrament.

vm.

ÜDe H. Augustinus verhaalt in het twee en twintigste boek der Stad Gods, dat een Spaansch hoofdman in Afrika ten jare 425 een schoon en gerieflijk lustverblijf bezat, dat onbewoond was, omdat de dienstboden en dieren er doodelijke ziekten opdeden, maar dat een kloosterling er op verzoek van den eigenaar het H. Misoffer ging opdragen, waardoor de kwaadaardige plaag voor goed verdween.

IX.

Ta/pon tins spreekt in het leven van den H. Joannes, den Aalmoezenier, van twee broeders

ocr page 21

der Stad Alexandrië. De eene had eene vrouw en vele kinderen, was arm, maar zoo god-vruclitig tot het H. Sacrament, dat hij geenen dag liet voorbijgaan zonder het in de H. Mis aanbeden te hebben. Hij werd er weldra zoo overvloedig voor beloond, dat het scheen, dat de rijkdommen voor hem als een regen uit den hemel vielen, wijl hem alles naar wensch ging. De andere, die eene rijke vrouw getrouwd had, hield meer van vermaken dan van godsvrucht, zoodat hij binnen kort tot armoede verviel, en genoodzaakt werd, de liefdadigheid van zijnen broeder in te roepen.

X.

ÜDe H. Gregorius de Groote verhaalt, dat Paus Agapitus ten jare 532 Rome verliet, om keizer Justinianus in Griekenland te bezoeken. Onderweg bracht men bij hem een dooven en kreupelen jongeling. De ouders van den kranke wierpen zich weenend aan zijne voeten en smeekten hem, hun kind de handen op te leggen en het te genezen. De H. Paus vroeg, of zij vastelijk hoopten, dat het genezen zou, en door welke macht. Zij antwoordden, dat het was door de macht van God en het gezag van den H. Petrus. De opperpriester bad en bereidde zich tot de H. ]VIis. Toen zij geëindigd was, verliet hij het altaar, nam den jongeling bij de hand in tegen-

H. K ess els, Wondere Verhalen. 2

ocr page 22

= 18 =

woordigheid van eene ontelbare menig-te volk, Hef liem van den grond op en deed hem gaan. Vervolgens gaf hij hem de H. Communie. Toen de jongeling de H. Hostie ontving, werd zijne tonsquot; ontbonden, en hij begon te spreken, tot groote verwondering der omstanders, die er God over verheerlijkten.

XI.

Onder den patriarch Menna te Constanti-nopel was het in de kerk nog gebruikelijk de H. Communie aan de kinderen te geven. De zoon van eenen jood, meester eener glasblazerij, mengde zich onder de kinderen, en ontving de H. Communie gelijk de anderen. Daar hij niet op het gestelde uur was thuis gekomen, vroeg men hem, waar hij zich had opgehouden. Hij verhaalde openhartig, wat er gebeurd was: hierop werd de vader zoo woedend, dat hij zijn kind vastgreep en in den oven der glasblazerij wierp, waarin het dooide vlammen, zoo dacht hij, verteerd zou worden. Daar de moeder haren zoon niet meer zag, ging zij hem gedurende drie dagen zoeken zonder hem te kunnen vinden. Terwijl zij om zijn verlies bitter klaagde, en nabij den smeltoven hem riep, antwoordde haar kind. Zij opende snel den oven, en zag haren zoon te midden der vlammen, zonder dat deze eenig letsel van het vuur leed! Zij vroeg, toen zij hem in hare armen ontving, op welke wijze hij van

ocr page 23

= 19 =

de vlammen bevrijd gebleven was. Hij antwoordde haar, dat eene vrouw van aanzien liem met water besproeid en het vuur rondom uitgedoofd had. Keizer Justinianus, van dit mirakel verwittigd, beval den vader voor het gerecht te vervolgen, en dewijl deze in zijne hardnekkigheid volhardde, onderging hij de straf, welke hij om zijne misdaad verdiend had. De moeder en de zoon omhelsden het geloof en volhardden er in. Nicephorus Cal-listus verhaalt dit wonder in zijne kerkelijke geschiedenis.

XII.

PJoen de H. Joannes Chrysostomus door zijne vermaningen eenen aanhanger der ketterij van Macedonius tot de Kerk teruggebracht had, spoorde hij de vrouw aan, hetzelfde besluit te nemen, en de dwaling te verzaken, hetgeen zij schijnbaar deed. Nu, terwijl zij steeds vol kettersche grondbeginselen bleef, vergezelde zij haren man om de H. Communie te ontvangen, welke men te dien tijde in de hand ontving om ze te aanbidden en ze vervolgens te nuttigen, terwijl men zich diep nederboog. De vrouw, altijd kettersch van harte, was met eene harer meiden overeengekomen, dat deze haar hosties, door eenen ma-cedoniaanschen priester geconsacreerd, brengen zou, en dat zij haar integendeel diegene, welke door den bisschop Chrysostomus waren gecon-

O*

ocr page 24

= 20 =

sacreerd, zou geven. Dit gebeurde alzoo; maar nauwelijks had zij de Hostie genuttigd, we]kö de meid haar gebracht had, of in haren mond veranderde de Hostie in een harden steen. Beschaamd en in tranen badend bij dit wonder, ging zij hare bedriegerij aan den H. bisschop bekennen, die, haar oprecht leedwezen ziende, ze volgens haar verlangen onder het getal der kinderen van de katholieke Kerk aannam. Men overhandigde hem den steen, dien men te Constantinopel onder de zeldzaamheden der stad nog toonde, toen Sozo-menus de geschiedenis schreef, waarin deze gebeurtenis verhaald wordt, gebeurtenis, welke door vele inwoners van deze groote stad ge-, zien en door allen gekend was.

XIII.

©do, bisschop van Kantelberg in Engeland, ten jare 870 uit afgodische ouders geboren van den stam der oude vorsten, die Engeland veroverd hadden, zich bekeerd hebbende, omhelsde den kloosterlijken staat en werd wegens zijne deugden en wetenschap tot het bisschopsambt verheven. Te dien tijde verspreidden zich in Engeland de kettersche leeringen van Jan Scotus, aangaande het allerheiligste Sacrament des altaars. De prelaat ontstak in heiligen ijver en gebruikte zijn gezag en wetenschap, om zijne kudde tegen het

ocr page 25

= 21 =

kettersch venijn te behoeden. Toen hij zekeren dag de H. Mis las, aanriep hij den Heer en smeekte Hem met tranen zich met Zijn zelfstandig lichaam in het H. Sacrament des altaars te vertoonen. De gebeden van den H. bisschop werden verhoord. Hij riep zijne bedienaars, om naar het mirakel te komen zien, en zegde hun verder, de ketters te verwittigen, opdat zij zelve liet wonder zouden komen onderzoeken. Velen deden het er-werden van de wezenlijke tegenwoordigheid zoo overtuigd, dat zij zich bekeerden. Ten hoogste verheugd, gaf de kerkvoogd aan de armen een groot feestmaal tot blijk zijner voldoening, omdat zijn bisdom van een onkruid gezuiverd werd, dat er het goede graan bedierf. De Bollandisten vermelden deze gebeurtenis in het leven van den H. bisschop.

XIV.

3De schrijvers der Acta Sanctorum verhalen in het leven van den H. Antonius van Padua, dat deze apostolische man zekeren dag in de omstreken van Toulouse eenen ketter ontmoette, die met hardnekkigheid de wezenlijke tegenwoordigheid loochende, en die, de .redenen, waarmee de Heilige ze bewees, niet ikuunende wederleggen, stijfhoofdig antwoordde, flat, indien Antonius ze kon bewijzen door een mirakel, hij aan zijne ketterij verzaken zou.

ocr page 26

= 22 =

De Heilige beloofde het met betrouwen, en liet hem zelf het soort van mirakel bepalen, hetgeen de ketter deed, zeggende, dat indien zijn muilezel, na drie dagen gevast te hebben, voor het hooi en de haver, die hij er zou voorplaatsen, minder lust blijken liet dan eerbied voor de Hostie, welke de H. man er zou aantoonen, hij aan de wezenlijke tegenwoordigheid zou gelooven. Zoodra de drie dagen verloopen waren, bracht hij den muilezel, nadat de H. Antonius de H. Mis had opgedragen. Deze ging de kerk uit met de H. Hostie in de hand, toonde ze den muilezel, die, het voedsel, hetwelk men hem aanbood, verachtende, zich voor het Allerheiligste op de knieën wierp. Toen de ketter dit zag, bekeerde hij zich, en de omstanders verheerlijkten God.

XV.

ÜDezelfde Bollandisten verhalen in het leven van den H. Joannes Facondus, dat zijn Overste hem eens uit kracht van de heilige gehoorzaamheid beval te zeggen, waarom hij zoo traagzaam vorderde in het lezen der H. Mis, waarop Joannes antwoordde, dat gedurende de H. Mis Jezus Zich gewaardigde aan hem te verschijnen, en Zich met hem te onderhouden, dat hij nu eens de wonde van Zijne H. zijde, en dan eens den Goddelijken Zaligmaker schitterend van glorie zag, en dat hij ge-

ocr page 27

durende deze oogenblikken begreep, hoe waar het is, wat de Apostel zegt, dat Jezus Christus alleen geheel de gelukzaligheid der engelen en der heiligen in den hemel uitmaakt. De deugden van dezen H. man en bijzonder zijne ootmoedigheid lieten niet toe, aan de waarheid zijner woorden te twijfelen.

XVI.

■pEJoen een verschrikkelijk onweer over de stad Frioul, in den staat Venetië, ging losbreken, liep een priester, Florentius genaamd, uitmuntend in godsvrucht, naar de kerk, nam er het JEL Sacrament, en hield hetzelve, terwijl hij bad, naar de zijde, vanwaar het onweer kwam. Men zag het tempeest aanstonds verdwijnen, en de lucht helder worden.

xvn.

Jn het jaar 1290, onder het pausschap van Bonifacius VIII., en de regeering van Philips den Schoonen, wilde eene arme vrouw van Parijs, om haar Paschen te houden, een kleed, dat zij aan eenen jood in onderpand gegeven had, terughalen. Zij verzocht hem het haar te leenen, en beloofde het na de plechtigheid terug te brengen. De jood stemde er in toe op voorwaarde, dat zij hem de Hostie harer paaschcommunie zou brengen. De vrouw.

ocr page 28

= 24 =

hetzij uit onwetendheid, hetzij uit goddeloosheid, beloofde zulks te doen, en toen zij gecommuniceerd had, nam zij de H. Hostie uit haren mond, legde ze in eenen zakdoek en bracht ze den jood, die haar tot belooning het kleed teruggaf. Zoodra hij de H. Hostie in zijn bezit had, legde hij ze op eene tafel en doorstak ze verscheidene keereu. Daar hij er bloed zag uitvloeien, werd bij woedend, en hechtte ze aan den muur vast, terwijl hij duizenden verwenscliingen uitsprak. Met deze buitensporigheden nog niet tevreden, wierp hij ze in het vuur, denkende, dat zij zou verbranden; maar hij zag ze tusschen de vlammen zweven zonder dat ze eenig letsel ontving. Eindelijk overgaande van de eene goddeloosheid tot de andere, doorstak hij ze met eene lans, en wierp ze in eenen ketel met kokend water, dat er bloedrood door werd. De H. Hostie kwam boven het water onder den vorm van eenen gekruisten Christus. Nu werd de jood zoo bevreesd, dat hij zich in zijnen kelder ging verbergen. Het was op het uur, dat de klok de christenen derwaarts riep. Zij schoolden te zamen op het geroep van het kind van den jood, dat getuige van de gebeurtenis geweest was, en dat hun op verschrikten toon zeide: „Gaat Uwen God in de kerk niet zoeken. Mijn Vader, na Hem zeer mishandeld te hebben, heeft Hem daareven gedood.quot; Eene buurvrouw ging op dit zeggen het huis binnen, zag den gekruisten Christus boven den ketel, en

ocr page 29

nederlmieleud, om Hem te aanbidden, zag zij Hem de gedaante van Hostie hernemen, en zich plaatsen op eene kleine vaas, welke zij in de hand hield. Zij bracht de H. Hostie naar de Sint Janskerk, alwaar de pastoor ze met eerbied in het tabernakel plaatste. De bisschop van Parijs, van deze heiligschennis verwittigd, liet een onderzoek instellen tegen den jood, zijne vrouw en kinderen. Deze laat-sten, na het feit bekend te hebben, bekeerden zich; maar de jood in zijne hardnekkigheid volhardende, werd ter dood veroordeeld. De koning en de koningin Johanna van Navarra, toonden hunne godsvrucht jegens het H. Sacrament, en tot herstelling van de oneer, die het ontvangen had, stichtten zij in het huis zelf van den jood een klooster en eene kerk. Tot aandenken dezer gebeurtenis, die bevestigd is geworden door vele getuigenissen, viert men jaarlijks 's Zondags na Paschen een plechtig feest in deze kerk, en een tweede in die van den H. Joannes, den achtsten dag der octaaf van het H. Sacrament.

XVIII.

tEii zijn boek, getiteld: Natales Sanc-torum Belgii, verhaalt Abolanus, dat een zieke te Amsterdam ten jare 1345 door eene borstkwaal aangetast, de H. Communie als reispenning ontving, en dat hij ze, genood-

ocr page 30

zaakt dooi- de hevigheid zijner kwaal, met eene hoeveelheid slijm in het vuur spuwde, waarbij hij gezeten was. Maar in plaats dat de H. Hostie door de vlammen verteerde, behield zij hare geheele witheid, en verspreidde eene schitterende klaarte, die de toeschouwers verblindde. Men riep eenen priester, die, getuige van het wonder, de H. Hostie opnam en ze naar de parochie van Sint Nicolaas droeg, waar een tweede wonder geschiedde; de toeschouwers bemerkten in de H. Hostie het afbeeldsel van Jezus Christus, zegepralend over den dood. Verbaasd bij het zien van dit dubbel wonder, veranderden de geloovigen het huis, waar het eerste geschied was, in eene kapel met een prachtig tabernakel, waar de H. Hostie meer dan eene eeuw in groote vereering bleef. Toen een brand de kapel 1452 in de asch legde, bleef het tabernakel met de H. Hostie van de vlammen bevrijd en in zijn geheel behouden. De ijverige burgers bouwden er eene andere kapel, welke ze rijkelijk begiftigden en prachtig versierden. Er zijn aldaar vele mirakelen geschied, die men bij verschillende schrijvers lezen kan.

Vóór de ketterij hield men ter gedachtenis eene jaarlijksche processie, op den Woensdag, die het meest nabij den feestdag van Sint Gregorius komt.

ocr page 31

XIX.

^)e H. Franciscus van Sales, bisschop van Geneve, geëerbiedigd zelfs door de protestanten wegens zijne oprechtheid, verstand en zachtmoedigheid, verhaalt in zijn boek over de liefde Gods, dat een edelman van Provence, zeer godvruchtig' tot het H. Sacrament des altaars, in zijne ziehte door gedurige brakingen belet werd, dè H. Communie te ontvangen. Daar hij vurig verlangde door dezelve in zijnen doortocht van deze wereld naar de eeu-wigheid, geholpen te worden, verzocht hij den priester, dezelve een oogenblik nabij zijne borst te brengen. Toen deze zulks volgens zijn verlangen deed, verdween eensklaps de H. Hostie, zonder dat men kon weten, wat er van geworden was. Doch men bemerkte in den kranke eene groote gerustheid, en hij ontsliep alzoo in den Heer.

XX.

3?en jare 1369, onder de regeering van Wenceslaus en zijne gemalin Johanna over het hertogdom Brabant, verbleef te Enghiën zekere Jonathas, jood en opperhoofd der synagoog. Deze man verzocht eenen jood van Brussel, Jan van Leuven genaamd, die schijnbaar bekeerd was, hem geconsacreerde Hosties te bezorgen, tegen eene belooning van zestig gouden montonnekens, geld van dien tijd. Jan, door dit lokaas bekoord, ging 's nachts

ocr page 32

= 28 =

te Molenbeek in de parochiekerk van den H. Joannes den Dooper, welke buiten de stad en zeer afgezonderd gelegen was. Hij brak het tabernakel open, nam de H. Ciborie, waarin vijftien kleine en eene groote Hostie waren, en gaf deze aan Jonathas, die hem het beloofde geld toetelde. De jood, die voornemens was dezelve ten spot te doen dienen, was zeer verheugd, en liet niet na er beschimpingen, godslasteringen en verwenschingen tegen uit te braken. Doch, wijl hij na eenige dagen door dieren vermoord werd, was zijne vrouw uitermate verschrikt, want zij hield zijn rampzaligen dood voor eene straf des hemels. Vree-zende dat, wegens medeplichtigheid aan zijne goddelooze daad, haar zoo iets ook zou overkomen, ging zij naar Brussel en overhandigde de Ciborie met de H. Hosties aan de joden, die ze tot Goeden Vrijdag van het jaar 1370 bewaarden.

Toen brachten zij ze naar hunne synagoog, wierpen ze op eene tafel en bedreven al de goddeloosheden, welke hunne ongeloovig-heid en hun onverzoenlijke haat tegen Jezus Christus hun ingaven. Zij gingen zoover, dat zij ze verscheidene malen met een mes doorstaken. Het bloed er ziende uitvloeien, vielen zij achter-■over van schrik. Tot bewustzijn gekomen en nog halsstarriger geworden dan te voren, haalden zij eene vrouw over, om ze naar hunne ge-loofsgenooten van Keulen te dragen. Deze vrouw, Catharina genaamd, had die bestelling

ocr page 33

Jms aanvaard, of zij werd zoo verontrust en be-' dwelmd door gewetensknaging, dat zij den goddelijken schat bij haren herder, den pastoor der parochie van de Kapel, bracht, en hem alles verhaalde, wat haar overkomen was. De goede priester plaatste deze wonderbare Hosties in een tabernakel zijner kerk, verwittigde den hertog en de hertogin van de gebeurtenis, en Catharina werd gevangen gezet, om van haar nog meer inlichtingen te vernemen. Daar zij in dezelfde bekentenis volhardde, hield men de joden te Brussel, te Leuven en in andere steden aan. Zij verschenen voor het gerecht, en toen hunne misdaad ten volle bewezen was, werden zij veroordeeld, tot openbare eereboete op den hoek der straten, met gloeiende tangen geknepen en eindelijk levend verbrand, hetgeen ten uitvoer gebracht werd nabij de plaats, genaamd „de Dikke Torenquot;, daags voor onzes Heeren Hemelvaart, ten jare 1370. Deze geschiedenis staat aangehaald in de oorkonden van de stad Brussel en in verscheidene boeken^ onder den titel van H. Sacrament van Mirakel.

De H. Hosties worden bewaard en zeer vereerd in de kerk van Sint Gudula, welke versierd is met schilderijen, die al de hoofdtrekken der gebeurtenis voorstellen.

_^ i ■;-^

XXI.

JEs^et volgend mirakel is bij de schijvers der Acta Sanctorum te vinden in het leven

ocr page 34

= 30 -

van den H. Kicolaas cle la Roche, Zwitser van oorsprong. Deze H. man, geboren in 1417, na eenige jaren in den echtelijken staat geleefd te hebben, omhelsde met toestemming zijner vrouw het kluizenaarsleven. Weldra klom hij tot groote heiligheid, en muntte bijzonder uit in de deugd van versterving, en ging zoover, dat hij zich onthield van alle lichamelijk voedsel.

De bewoners der omstreken konden zijne strenge levenswijze niet genoeg bewonderen. Nochtans verdachten zij hem weldra van huichelarij, overwegende, dat hij toch zonder eten niet leven kon. Ze plaatsten zich aan de toegangen zijner kluis, om te bespieden of hem niemand voedsel bracht. Eene gansche maand waakten zij dag en nacht, maar zagen niemand komen. Alhoewel nu ten volle overtuigd, dat er geen bedrog bestond, verwittigden zij den bisschop van Constanz, die zijnen wijbisschop afvaardigde, om te onderzoeken, al wat den kluizenaar en zijne levenswijze betrof. Deze begaf zich naar hem met den pastoor der Parochie, Oswald genaamd, en sprak met den kluizenaar. Hij bewonderde in den H. man eene goddelijke welsprekendheid, eene strenge levenswijze boven de men-schelijke krachten, en meer andere hemelsche gaven. Onder het gesprek, vroeg hem de bisschop, welke deugd volgens zijne meening de aangenaamste was aan God, en de kluizenaar antwoordde, dat het de gehoorzaamheid

ocr page 35

= 31 =

■was. „Als liet zoo is,quot; zeide de kerkvoogd, „ziedaar een weinig brood en wijn; neem ze, en gij zult er de belooning van in den hemel hebben.quot;

De goede kluizenaar kende te zeer den prijs der gehoorzaamheid, om aan deze uit-noodiging te wederstaan; hij nam een stuk brood in den mond, en dronk eenige druppels wijn; maar een oogenblik daarna kreeg hij zoo hevige pijnen in de maag, dat hij smartkreten slaakte. De bisschop was door deze beproeving van zijne onthouding verzekerd. Maar wijl het volk niet kon begrijpen, waarom hij zoo diklijvig, vroolijk en blozend van aangezicht, en helder van oogen was, waarom hij steeds zijne tegenwoordigheid van geest behield, en zonder eenigen schijn van ziekte bleef, beval hem de pastoor, te zeggen, welk voedsel hij gebruikt had, om het zoo te kunnen volhouden. Toen antwoordde hij; „Als de priester de H. Mis leest, en communiceert, of als ik zelf communiceer, hetgeen ik gewoon ben op zekere tijden te doen, baadt mijne ziel in eenen oceaan van wellusten, en mijn lichaam is er zoo van aangedaan, dat ik het in all zijne deelen voel herleven. Hierdoor komt, meen ik, dat ik niet den minsten honger of dorst heb naar aardsche zaken, en ze derf zonder er iets door te lijden. De Zaligmaker is geheel mijne spijs; Hij blijft in mij, en ik blijf in Hem, volgens Zijne goddelijke woorden. Dusdanig is het wonder, dat Hij Zich ge-

ocr page 36

= 32 =

waardigt, ten gunste yan het geringste Zijner schepselen te verrichten, en ik heb geene uitdrukkingen sterk genoeg, om er Hem mijne dankbaarheid voor te betuigen.quot; De voorzoi'gen waren dusdanig genomen, om te weten, hoe deze H. man leefde, dat de bisschop hem op zijn woord moest gelooven. Dit voorbeeld van levenswijze is het eenige niet. Eerbiedwaardige schrijvers verhalen, dat eene jonge dochter in Engeland twintig jaren leefde, zonder ander voedsel dan de H. Communie. De gelukzalige Gerasimus bracht veertig dagen door alleenlijk ondersteund door deze Goddelijke Spijs.

Vele menschen twijfelen aan die wonderen; maar omdat zij zich aan God op zoo volmaakte wijze niet geven, kunnen ze al de zoetheden niet smaken, noch al de hulpmiddelen bekomen, welke Hij aan de zielen schenkt, die zich van ganscher harte aan Hem toewijden.

XXII.

3ai eenen brief, den 1. October 1528 uit .Bazel in Zwitserland aan den bisschop van Luik geschreven, verhaalt Erasmus, wat eenen kerkmeester uit een dorp overkwam, die naar zijnen pastoor Hosties bracht, welke hij in de stad was gaan halen. In eene herberg trof hij eenen ketter aan, welken hij niet als dusdanig kende. Deze mensch vroeg, wat er in de doos was, die hij op tafel gezet had. De

ocr page 37

kerkmeester opende ze, en gaf hem op verzoek eene hostie, zonder te weten, wat hij er mee wilde doen. De ketter, ze in handen hebbende, wilde uit spotternij de priesters nabootsen; maar op hetzelfde oogenblik viel hij in onmacht, en stierf, niettegenstande alle zorgen, die men aanwendde, om hem tot het leven terug te roepen.

XXIII.

5De stad Weenen, door de Turken in 't jaar 1G83 belegerd, was tot het uiterste gebracht en op het punt van te bezwijken, toen de godvruchtige Jan Sobiëski, koning van Polen, haar ter hulp kwam. Hij diende op den dag van den strijd in de kerk van den H. Leopoldus de H. Mis met gekruiste armen, om den bijstand des hemels af te smeeken, ontving de H. Communie met de godsvrucht, welke hem eigen was, en de kerk uitgaande, zeide hij aan zijne soldaten: „Mijne kinderen, laten wij tot de overwinning gaan; zij hoort ons toe.quot; Onze Beschermer, onze Jezus in Zijn H. Sacrament zal wonderen doen, en de overwinning schenken aan degenen, die op Hem betrouwen, niettegenstaande de ongelijkheid der menschelijke krachten.quot; De Heer, zooals men weet, verhoorde zijne wenschen. De stad werd verlost, en de vijanden van den christen naam op de vlucht gedreven.

3

11. Kessels, Wondere Verhalen.

ocr page 38

= 34 =

XXIV.

JPoen de H. Loclewijk, koning van Frankrijk, eens met voorbeeldige godsvrucht de H. Mis hoorde, kwam men hem zeggen, dat Jezus Christus zichtbaar verscheen tusschen de handen van een priester, die de H. Mis aan een ander altaar las. Maar, ofschoon het volk liep, om het mirakel te zien, bleef hij op zijne plaats, en zeide, dat hij zoowel zijnen Zaligmaker onder de sacramenteele gedaanten aanbad als diegenen, aan welke Hij Zich ge-waardigde zichtbaar te verschijnen.

XXV.

jSsurius verhaalt, in het leven van de H. Clara, dat, toen keizer Frederik II. den H. Stoel en de Kerk vervolgde, de Saracenen de muren van haar klooster met ladders poogden te beklimmen, dat de verschrikte kloosterzusters tot haar, als tot hare goede moeder hare toevlucht namen, daar zij wisten, hoe zij van God bemind was, dat de Heilige, aanstonds het H. Sacrament ter plaatse, waar de soldaten op de muren begonnen te verschijnen, deed dragen, om tot bolwerk van haar klooster te dienen, en zich voor hetzelve nederwer-pende met tranen zeide: „Zult Gij, o Heer, uwe zuivere bruiden, welke ik in Uwe liefde opgekweekt heb, verlaten ? Zult Gij ze in de macht van hare en Uwe vijanden overleveren.

ocr page 39

en zult Gij U niet haasten, haar ter hulp te komen?quot; Hare gebeden werden verhoord; want zij hoorde uit de Ciborie eene stem, die zeide; „Ik zal u altijd bewaren.quot; De Sara-cenen, op bovennatuurlijke wijze verschrikt, vluchtten, wierpen zelfs de ladders omver, en lieten het klooster ongemoeid. Het is om dit mirakel, dat de H. Clara afgebeeld wordt met het H. Sacrament in de hand.

XXYI.

3En de kerk der Poolsche stad Casimire stalen booswichten den monstrans, welken zij van goud meenden te zijn, en verheugden zich over zoo'n aanzienlijken buit. Maar ze van nabij onderzoekende, zagen zij, dat het niets dan verguld koper was, en om hunne dwaling verbitterd, wierpen zij dezelve met de H. Hostie in een moeras, nabij Krakau. Deze plaats was daarna des nachts zoo verlicht, als bij dag, ter oorzake van wondere lichten, die boven het water zweefden. Toen de bisschop, Crotluis genaamd, hiervan verwittigd was, schreef hij in zijne bisschoppelijke stad een driedaagsche vasten en gebeden voor. Hij ging vervolgens met zijne geestelijkheid in processie ter plaatse, en toen men het moeras onderzocht, vond men den monstrans en de H. Hostie, welke de prelaat in zegepraal en met eerbied naar de kerk bracht, waar zij gestolen waren.

3*

ocr page 40

= 3G =

Casimir II., koning van Polen, liet het volgend jaar, op de plaats, waar de monstrans en de H. Hostie gevonden waren, eene kerk bouwen, onder den titel van het Lichaam van Jezus Christus. Dit mirakel wordt door Cromerus aangehaald in zijn boek over den oorsprong der Polakken.

XXVII.

33r wordt in het leven van den H. Ro-bertus, stichter der abdij van La Chaise-Dieu in Frankrijk, verhaald, dat een kloosterling, Bertrand genaamd, onder zijne Mis vergat, de pallas op den kelk te leggen, zoodat er eene dikke spin in viel. De priester niet wetende, hoe zich te gedragen in deze omstandigheid, besloot, na bedenking, de spin mede te nuttigen. Dit zoo venijnig dier veroorzaakte hem geen leed, maar, toen men hem eenige dagen daarna ader liet, zag men de spin uit de ader komen, tot groote verwondering van hem en de toeschouwers.

XXVIII.

^Poen de H. Benedictus op het uiterste lag, liet hij zich naar de kerk dragen, en aldaar de H. Communie ontvangen hebbende, verhief hij zijne oogen ten hemel, brandend van liefde tot zijnen Zaligmaker, en zijne ziel,

ocr page 41

= 37 =

met verdiensten en glorie versierd, vloog er heen. In allen, zoo geestelijken als tijdelijken tegenspoed, had hij steeds zijne toevlucht genomen tot zijnen Verlosser, dien hij wist, dat hij geheel en al bezat, in het H. Sacrament des altaars, hetwelk gansch zijne vertroosting uitmaakte.

XXIX.

quot;\v\i7quot;aim eer de H. Theresia tot de tafel des Heeren naderde, ontving zij er zooveel vertroosting en kracht, dat zij zich sterker bevond dan alle kwalen en smarten, welke zij in dit leven kon gevoelen, hetgeen haar in vurige liefde tot God deed zeggen: „Of lijden, ■of sterven!quot;

XXX.

]E.en zondaar van gewoonte, die, uit men-schelijke opzicht, zijn Paschen wilde houden, om zich niet bloot te stellen aan de berisping van zijnen pastoor, bekende aan eenigen zijner vrienden, dat de biechtvader de absolutie verschoven en hem de H. Communie verboden had. Doch uit schaamte naderde hij tot de H. tafel; maar nauwelijks had hij de H. Communie ontvangen, en bijgevolg zijne heiligschennis bedreven, of hij viel dood ter aarde. Hij had de H. Hostie nog op de tong, zooals

ocr page 42

= 38 =

hij ze Juist ontvangen had. Deze gebeurtenis werd gezien door vele personen, die in de kerk waren.

XXXI.

Sen zeer rijk man, die doodelijk ziek was, liet eenen biechtvader roepen, en wilde na zijne biecht de H. Communie ontvangen. Maar zijne tong was als gebonden, en zijn mond zoo gesloten, dat hij onmogelijk een enkel woord spreken kon. De priester over deze gebeurtenis verwonderd, bracht het H. Sacrament nabij den zieke en zeide; „Heer, toon hier Uwe macht, en maak dat deze man, indien het noodig is, zijne zonden tot zaligheid van zijne ziel rechtzinnig moge biechten.quot; Nauwelijks was deze aanroeping gedaan, of de stervende kreeg het gebruik zijner tong weder, biechtte voor den tweeden keer en ontving de H. Teerspijs. Vol erkentenis voor die buitengewone gunst, deed hij, alvorens te sterven, groote aalmoezen aan de armen uitdeelen,. en ontsliep heiliglijk in den Heer.

XXXII.

.Snlvinus verhaalt, dat Jan Huniades, koning van Hongarije, om zijnen eerbied tot het H. Sacrament verdiende, in de kerk tus-schen de armen zijns biechtvaders te sterven

ocr page 43

= 39 =

Want hij had niet willen gedoogen, zelfs niet toen hij op sterven lag, dat men hem hetzelve in zijn paleis bracht, als reden aangevende, dat hij, ofschoon met de koninklijke waardigheid bekleed, onwaardig was, dat de Koning der koningen zijnen dienaar kwam bezoeken. Hij liet zich dus naar de kerk brengen, waar hij de H. Communie ontving, en er den geest gaf, alvorens men den tijd had, hem naar zijn paleis terug te brengen.

XXXIII.

3De H. Cyprianus zegt, dat hij met zijne eigen oogen gezien heeft, hoe vele Christenen, kort na de Communie, tot straf hunner heiligschennis, met eenen schielijken dood zijn gestraft geworden.

XXXIV.

lt;3Ei,en leest nog, dat eene vrouw, die in staat van doodzonde tot de H. Tafel naderde, zwart werd als eene kool, en voor de Communiebank dood viel, zoodra zij de H. Hostie op de tong ontvangen had.

XXXV.

®e eerw. Pater de Géramb verhaalt, dat eene Poolsche prinses stierf na eene heilig-

ocr page 44

= 40 =

scliennencle Communie gedaan te hebben. Op een zwarten marmersteen, waaronder zij begraven lag, plaatste men een opschrift in verguld koperen letters, hetwelk haren naam, hare waardigheid, haren ouderdom enz. te kennen gaf. Nauwelijks was dit alles verricht, of de lucht werd zwart en duister, er ontstond een zwaar onweder, ijselijke donderslagen deden de aarde dreunen, de bliksems schoten tot op den grafsteen neder, deden eenige letters van het opschrift smelten, en lieten de andere staan, die, bij elkander gevoegd, dezen zin uitmaakten: „Zij is verdoemd.quot;

XXXVI.

33en tijde, dat de Kerk in de twaalfde eeuw met eene scheuring bedreigd was, volgde Willem, graaf van Aquitanië, de partij der scheurmakers, en verjoeg al de bisschoppen, die den wettigen Paus Innocentius II. aankleefden. De H. Bernardus, abt van Clairvaux, die alstoen op de machtigen der wereld den grootsten invloed had, trachtte hem in verscheidene vergaderingen en samenspraken tot de eenheid der Kerk terug te brengen. Maar toen de heilige zag, dat zijne pogingen vruchteloos waren, gebruikte hij een krachtiger middel. Hij las de H. Mis. De graaf bleef aan den ingang der kerk; want om zijne scheuring in den kerkban zijnde, mocht hij niet

ocr page 45

= 41 =

binnentreden. Maar, toen na de Consecratie, de vrede aan de geloovigen was gegeven, kwam de H. Barnardus met de H. Hostie in de hand van liet altaar, naderde den graaf en zeide hem: „Wij hebben u gebeden, en gij hebt ons niet verhoord; wij hebben u gesproken, en gij hebt onze woorden veracht. Beschouw nu den Zoon der Maagd, het Hoofd en den Heer der Kerk, dien gij vervolgt; beschouw uwen Rechter, voor wiens rechterstoel uwe ziel verschijnen moet. Zult gij Hem verachten, zooals gij met Zijne dienaren gedaan hebt?quot; De graaf beefde en knielde neder. De heilige abt kwam nog nader bij en zeide: „Ziedaar den bisschop van Poitiers, dien gij verjaagd hebt. Geef hem den vredekus, breng hem terug op zijnen zetel, onderwerp u gelijk de gansche Kerk aan Paus Innocentius.quot; Ka deze toesprak omhelsde de graaf vol leedwezen den bisschop en bracht hem in zegepraal op zijnen zetel terug. (Leven van den H. Bernardus. 2de boekdeel, 6de hoofdstuk).

XXXVII.

3De gelukzalige Sibillina, zoo verhalen de Bollandisten, die op achttienjarigen leeftijd het gebruik van hare oogen verloor, werd om hare deugden van God inwendig zoo verlicht, dat zij ook de verborgenste en geheimste

ocr page 46

dingen kende. Zij hoorde alle dagen verscheidene Missen, en ofsclioon zij van het gezicht beroofd en ver genoeg van den priester verwijderd was, om niet te kunnen hooren, aan welk altaar hij zich bevond, gevoelde zij bij het naderen ifer Elevatie de tegenwoordigheid van haren God door eene geestelijke zoetheid, welke zich in alle verstandelijke dee-len van haar wezen verspreidde, en zij ondervond dezelfde uitwerksels, als men de H. Teerspijs aan de zieken bracht.

XXXVIII.

£ÏÏ)en leest in het leven der H. Eudoxia, van heidensche ouders geboren, dat zij zich in hare jeugd aan losbandigheid overgaf, maar onderwezen door eenen monnik, Germani genaamd, zeide zij aan haar ongebonden leven en aan den godsdienst harer ouders vaarwel. Zij trad vervolgens in een klooster, gelegen bij dat van Germani, alwaar dertig adellijke dochters aan God toegewijd waren. Hare bekeering was zoo oprecht, dat zij, om haren geest van gebed, versterving en vasten, van den hemel de gaaf verdiende, van dooden te verwekken, en nog andere mirakelen te doen. Te dien tijde vervolgde keizer Trajanus de Kerk, en koesterde inzonderheid een onverzoenlijken haat tegen degenen, die de afgoderij verlieten. Hij beval aan Diogenes, prefekt of gouverneur

ocr page 47

= 43 =

van Heliopolis, dien hij wist, dat bijgeloovig en wreed was, alle christenen van zijn g-ebied te dooden, die weigeren zouden de afgoden te aanbidden. De eerste zorg van Diogenes was, streng te werk te gaan tegen het klooster der heilige dochters, waarin Eudoxia zich begeven had. Toen deze de gerechtsdienaars zag naderen, ging zij naar de kerk, nam eene doos, waarin eene geconsacreerde Hostie was, en verborg ze op haar hart.

Zij werd naar de gevangenis gebracht, en na drie dagen voor den rechterstoel van den prefekt geleid. Deze verblijd, in zijne macht eene dochter van zulk aanzien te hebben, nam eerst zijne toevlucht tot beloften en vleierij, cm haar den godsdienst der christenen te doen verlaten; doch ziende, dat hij daarmee niets won, gebruikte hij bedreigingen, en beval daarna, de H. dochter te geeselen. Maar deze foltering willende vervangen door eene andere, welke, dacht hij, meer zou uitwerken, deed hij ze onder de oksels aan eene galg ophangen. Terwijl de beulen zich tot deze nieuwe lijfstraf voorbereidden en de H. dochter ontkleedden, viel de doos, welke zij op haren boezem verborgen had, op den grond. Zij raapten ze op en boden ze Diogenes aan. Doch toen hij de hand uitstak, om ze te ontvangen, kwam er oogenblikkelijk een geheimzinnig vuur uit, dat, zich overal verspreidde, de bijldragers verslond, en den linkerarm van den prefekt verbrandde, flij riep zijne val-

ocr page 48

I

= 44 =

sche goden aan en vervloekte den God der christenen; maar, terwijl hij zijne godslasteringen uitsprak, kwam een stroom vlammen uit de doos en verteerde hem tot het merg der beenderen. Bij het zien van zulk wonder verlieten de beulen Eudoxia, die voor dit oogen-blik van den dood bevrijd bleef. Vincentius, die Diogenes als prefekt opvolgde, verbitterd over hetgeen zijnen voorzaat overkomen was, liet Eudoxia het hoofd afslaan, waardoor zij den palm der martelaars verwierf.

XXXIX.

DEJen zeer voorbeeldig kloosterling smaakte bij het naderen tot de H. tafel onuitsprekelijke zoetheden; doch zekeren dag handelde hij uit overdreven ijver te streng tegen eenen medebroeder. Toen hij daarna volgens gewoonte tot de H. Communie naderde, ondervond hij in stede van de vorige zoetheden niets dan dorheid. Door deze inwendige verandering kwam hij tot inkeer, herinnerde zich zijnen misslag, en ging zijnen broeder vergiffenis vragen. Nauwelijks had hij dezen stap gedaan, of hij gevoelde, dat God hem Zijne eerste gunsten teruggaf. Hij was meer dan ooit omzichtig, leefde en stierf heiliglijk.

ocr page 49

XL.

quot;^Folgens de kerkelijke geschiedenis van Aalbrecht Krantz zou Karei de Groote zonder een mirakel er nooit in geslaagd zijn de Sak-sers te onderwerpen en te bekeeren. Witikind, hun opperhoofd, nieuwsgierig om zelf te onderzoeken, wat er aan het hof van den grooten vorst omging, verkleedde zich als bedelaar, en ging er omtrent de plechtigheid van Paschen naar toe. Toen de keizer, na de H. Communie volgens het gebruik der Kerk ontvangen te hebben, groote aalmoezen aan de armen deed uitreiken, was onder hen Witikind, die even als de anderen de hand uitstak.

Maar 's keizers aalmoezenier bemerkte, dat deze man een krommen vinger had, bezag hem meer van nabij, en erkende onder zijne verkleeding den opperheer van Saksen, alwaar hij, bij het gevolg zijns meesters zijnde, hem gezien had. Hij glimlachte hem toe en vroeg, waarom hij, een zoo rijke opperheer, zich te midden van deze menigte bedelaars bevond. Witikind antwoordde niet op deze vraag, maar vroeg om 's anderdaags, Paaschdag, bij den keizer toegelaten te worden. De keizer ontving hem met goedheid, en vroeg de reden, waarom hij aan zijn hof onder deze vernederende verkleeding verscheen. Hij antwoordde, dat hij er zich van bediend had, om meer op zijn gemak te zien, hetgeen hij misschien onder eene andere kleeding niet zou

ocr page 50

= 46 =

gezien hebben, er bij voegende, dat hij zijne nieuwsgierigheid voldaan had, en er een oneindig genoegen over gevoelde. Toen de keizer vroeg, wat hij gezien had, antwoordde hij: „Ik heb gezien, dat gij twee dagen geleden, er zoo mismoedig uitzaagt, en kon niet denken, wat een zoo grooten keizer kon bedroeven. Ik heb gedacht, dat de herinnering aan het lijden van uwen God er de oorzaak van zijn kon. Maar daar ik u vandaag ingetogen en aandachtig zag, om met eerbied een klein brood te eten, dat men te midden der kerk aanbood, scheen mij uw aangezicht opgeruimd, en ik kon deze gedaanteverwisseling niet genoeg bewonderen. Hetgeen mij het meest getroffen heeft, was, dat al diegenen, die tot dezelfde tafel naderden, uit de hand van den priester een zeer schoon kind ontvingen, dat de eenen toelachte, de anderen bedreigde, en uit hunnen mond niet wederkeerde. De keizer nam Witikind na dit verhaal afzonderlijk bij zich, en zeide hem, dat hij eene visioen had gehad, waarmede niemand van zijn hof ooit was begunstigd geweest. Hij liet hem in de geloofswaarheden onderwijzen, vooral in het geheim van het H. Sacrament des altaars, en in de zalige uitwerksels, die er in het christendom uit voortspruiten. De Saksische vorst, reeds gezind, den dienst der afgoden te verzaken, Avas zoo getroffen, door het mirakel, hetwelk hij gezien had, dat hij zich bekeerde, en zoo rechtzinnig.

ocr page 51

dat hij zelf de bediening van zendeling in Saksen vervulde, de afgoden vernietigde, en katholieke priesters aanstelde, die voltrokken hetgeen hij begonnen had, en Saksen zoo getrouw aan de Kerk maakten, als het later door de verleiding van Luther haar ontrouw is geworden.

ocr page 52

Uitgaven der Drukkerij van het Missiehuis te Steil.

Nieuw verschenen !

KniisblOMIKMi -^üiicn lotgenooten in ziekteen lijden

---tot Stichting- on opbeurins opgedragfii.

de 3. Hoogduitsclie uitgave van Emmy Giohii („Tante Emniyquot;). Met kerkelijke goedkeuring-, 304 bladzijden. Met platen. Groot 12X18 cm. Gebonden in fraaien stempelband fl. l.SO, frcs. 3,7a.

Eildiaristisdl ïeimt- lliii ■ niet. Gebedenboek ter

— ^ vorsprculing en

bevordering der godsvrucht tot het allerheiligste Altaar - Sacrament en tot de Moeder Gods Maria. Kerkelijk goedgekeurd. 512 bladzijden. Klein formaat. Geb. in mooi versierden lederband, goud op snee fl. 1,-0. frcs. 2,60.

ZaadkoiTeltje viin nare ffodsvnielit. Gebedenboek

-;----v. Koomscli-

Katholieke Cliristonen. Kerkelijk goedgekeurd. 504 bladz. Klein formaat. Geb. mooi versierden leder-band met goudsnee fl. 1,20, frcs. 2,C0.

Ifosamia in den llooiro! ^dledig Gebedenboek voor ^ rioomscii-Kathol. Cliristonen. Met kerkelijke goedkeuring. 435 bladzijden. Klein formaat. Geb. in mooi versierden lederband, goud op snee fl. 1,00, frcs. 2,10.

llieiht ■ KOCkiC. ^01'te bandleiding om eene goede '' generale Biecht te sproken, voor oudere kinderen, vooral voor hen, die zich voorbereiden tot de eerste H. Commuuie. Door P. H. Muller, S. V. I). 32 bladzijden. Met een net omslag fl. 0,05, frcs. 0,10: per 100 stuk fl. 2,40, frcs. 5,00.

Biecllt-IMie. enderrichting-tot het afleggen * eener goede Bieciit, voor jonge kinderen, vooral voor hen, die voor het eerst biechten. Door 1'. H. Muller, S. V. D. 24 bladz. Met een net omsi. 11. 0,04, frcs. 0,0S; p. 100 st. fl. 2,10, frcs. 4,40.

ocr page 53

«j ^

| Uitgaven der Drukkerij van het Missiehuis te Steii. gt;;

l = I

| Gouden Genadensleutel. Een Gebed- en Be- '5'

trachtingsboek ter vereering- van den H. Geest. 24°, g

529 bladz. Gebonden in rijk met goud versierden band; £

linnen met rood op snee fl. 0,90, leder met rood op l

snee fl. 1,10, leder met goud op snee fl. 1,20. ;5

Van niet minder dan dertien bisschoppen bezitten wij ï

j een schrijven, waarin deze in het algemeen de godsvrucht i

j tot den H. Geest en in het bijzonder dit gebedenboek 5

5 met warmte aanbevelen. i

i i

Kom, H. Geest! Oefeningen voor de negen dagen, ^

; welke het Pinksterfeest voorafgaan, en de acht dagen, §

1 die er op volgen, benevens eenige andere Gebeden ^

2 tot den H. Geest. Naar het Duitsch bewerkt door A. gt;• A. Waterreus, R. C. Pr. 240. 48 bladz. Prijs 8 cent |

g of 15 ctmes. j

I Een Uurtje van Aanbidding-, vooral diens- l

$ tig voor de leden van het Broederschap van Ge-

0 durige Aanbidding en voor de kinderen van de eerste 2 ; Communie. Door G. V. C., pastoor. 1S0 bladz. Prijs .v;

1 geb. rood op snee 45 c. of qo ctms., verguld 50 r of I fr. J 5 ij

I Treurroosje. Gebed- en Meditatieboek voor de j

§ veerti^daagsche vasten. Door A. B. Lijser, pastoor. C;

I 220 bladz. Prijs geb. 30 c. of 60 ctms., verg. 35 c. of 75 cs. |

S quot; » i1!

i; Handboekje voor den eersten Vrijdag der maand, 5

ter Vereering van Jezus' H. Hart. Naar het Duitsch s

door A. A. Waterreus, R. C. Pr. 240. 16 biadz. Prijs | 5 s cent of 10 ctmes.

3 5

I Jezus mijne liefde. Negendaagsche oefening tot |

het liefderijk Hart van Jezus. Door Pastoor Lijser. J 24°. 66 bladz. Prijs 10 cent of 20 ctmes.

S

ocr page 54

Uitgaven dar Drukkerij van het Missiehuis te Sfeü.

I Sint Jozefsboekje of Gebeden en Oefeningen ter vereering- van den H. Jozef. Naar het Duitsch door A. A. Waterreus, R. C. Pr. 24°. 32 bladz. Prijs

ï 5 cent of 10 ctmes.

j

I NulltlUS SulpriZlO, de voorbeeldige leerjongen. Door den kanunnik J. Ponzi getrokken uit het maandschrift »Le Régne du Coeur de Jezus« der priesters van het H. Hart te St. Quentin (Frankrijk), en uit-5 gegeven tot vrijkooping van slaven en negerkinderen in de missie van Togo (Westkust van Afrika). 48 S bladz. Prijs 10 cent of 20 ctmes.

I ••

I Vijfdubbel Scspulier. Korte onderrichtingen over

zijn ontstaan, voordeelen en verplichtingen. Naar het Duitsch bewerkt door A. A. Waterreus, R. K. Pr. 32 Ü bladz. Prijs s cent of 10 ctmes.

l De H. Wolbodo van Utrecht Prinz-Bisschop

* van Luik. 16 bladz. Prijs 6 cent of 12 ctmes.

»

1 De oude Jaargangen van den Sint - Michaels-

; Almanak zijn in rood, blauw, groen enz. linnen in-

2 gebonden verkrijgbaar.

i De Moeder van smarten (photographie).

Kabinet fl. 0,50; Folio fl. 1,50.

ï De Koningin van den H. Rozenkranz

■ (photographie), Kabinet fl. 0,50; Folio fl. 1,50.

j Het Missiehuis te Steil (photographie), Kabinet fl. 0,50; Folio fl. 1,50.

I 't Heilig Hart van Jezus en de H. Geest

ij (photographie). Kabinet fl. 0,50; Folio fl. 1,50.

I 't Heilig Hart van Jezus (photographie),

b Kabinet fl. 0,50; Folio fl. 1,50.

ocr page 55
ocr page 56