.......................r
3)
01
lWM
MJ ¥/¥/ IL
lt;â¦
s ^ â â
fiuil vgt;--
f r
lt;0-
lt;gt;-
lt;;,v-
sr
Een waarschuwend woord,
TOT
iafiuiieiie Jonyeiieilan ggric'it
DOOR
een R. K. Pastoor,
lt;â »-C'gt;-
lt;^-it
ogt;
â A'
ROERMOND. STOOMDRUK M. WATERREUS. 1894.
rtttTtntmttrttmK
quot;K S\ S\
Vak 52
tfAK «
m
Een waarschuwend woord,
tot
Kailiotieke JDiiyelisden yericlit
door
IMPRIMATUR.
J. G. H. C. mSINK. Libr. Censor.
Ultrajecti 25 Martii 1894.
ai\ dei) I/e ^ ef.
4s
rWn het jaar 1868 legde het Provinciaal JjM Concilie van Utrecht de verklaring af, dat het getal gemengde huwelijken dagelijks toenam. Sedert dien tijd is de toestand hieromtrent, tot groot nadeel der onsterfelijke zielen, veel rampzaliger geworden. Hiervan ten volle overtuigd, besloot ik, mijne artikelen over het gemengde huwelijk, verleden jaar in het godsdienstig weekblad v Ons Kerkklokjequot; geplaatst, afzonderlijk uit te geven, wijl ik hoopte, dat zij dan onder de oogen van vele lezers zouden komen, die het genoemde blad niet lezen.
Geenszins is het mijn doel, Kalholieken tegen andersgezinden op te hitsen. Immers niet lichtelijk gaat de vermaning van Paus Pius IX (9 December 1854) uit het geheugen: ,/Het zij verre, dat de kinderen der Katholieke Kerk ooit op eenige wijze hun vijandig zijn, die met ons niet door de banden van geloof en liefde zijn verbonden; integendeel moeten zij zich be-
ijveren om hen, als zij door armoede, ziekte of andere wederwaardigheden gekweld worden, bij te staan en hun alle diensten van christelijke liefde te bewijzen.quot; Maar evenzeer als wij, Katholieken, de dwalenden beminnen, haten wij de dwaling en zullen wij met alle kracht onze jongelieden van eene verbintenis trachten af te houden, die helaas! al to dikwijls aan hun geloof den doodsteek toebrengt.
De lezer denke er wel aan, dat hier spraak is van een gemengd huwelijk, zonder dispensatie van den Paus en dus niet in de tegenwoordigheid van den pastoor (of een ander priester met toestemming van den pastoor) en ten minste twee getuigen aangegaan; overeen dusdanig met dispensatie gesloten en dus geoorloofd huwelijk zal later gesproken worden. Vooraf wensch ik een paar bladzijden te besteden aan de beschouwing over de heiligheid en waardigheid en eveneens over het doel van het huwelijk; hoezeer het gemengde huwelijk hiermede in strijd is, zal uit den daaropvol-genden inhoud van dit werkje blijken. Op mijn geringen arbeid ruste Gods milde zegen.
De heiligheid en waardigheid van het huwelijk.
-.-
tEï huwelijk is een Sacrament, door Christus ingesteld, hetwelk man en vrouw tot echtgenooten verbindt en hun de genade schenkt om de plichten van hun staat behoorlijk te volbrengen. Het huwelijk, als eene natuurlijke doch heilige verbintenis, werd door God reeds in het paradijs ingesteld, toen God tot het eerste menschenpaar sprak: ,/Wast en vermenigvuldigt u.quot; Adam, zoodra hij zijne blikken op Eva sloeg, die, evenals hij zelf, onschuldig en heilig uit de hand Gods was voortgekomen, riep op ingeving van den H. Geest uit: ,/Dit is nu gebeente van mijn gebeente en vleesch van mijn vleesch; daaromEï huwelijk is een Sacrament, door Christus ingesteld, hetwelk man en vrouw tot echtgenooten verbindt en hun de genade schenkt om de plichten van hun staat behoorlijk te volbrengen. Het huwelijk, als eene natuurlijke doch heilige verbintenis, werd door God reeds in het paradijs ingesteld, toen God tot het eerste menschenpaar sprak: ,/Wast en vermenigvuldigt u.quot; Adam, zoodra hij zijne blikken op Eva sloeg, die, evenals hij zelf, onschuldig en heilig uit de hand Gods was voortgekomen, riep op ingeving van den H. Geest uit: ,/Dit is nu gebeente van mijn gebeente en vleesch van mijn vleesch; daarom
zal de man zijn vader en moeder verlaten en zijne vrouw aanhangen, en zij zullen twee zi/jn in één vleesch.quot; Volgens de oorspronkelijke instelling is het huwelijk eene vereeniging van één man en ééne vrouw en kan het slechts door den dood verbroken worden; in latere tijden werd dikwijls hiervan afgeweken. De geschiedenis leert ons, dat zelfs vrome mannen, zooals Abraham, David en anderen, meer vrouwen bezaten, hetgeen om gewichtige redenen hun veroorloofd was. Eveneens was in sommige gevallen den Israëlieten echtscheiding vergund. Maar de goddelijke Zaligmaker herstelde de oorspronkelijke eenheid en onont-bindbaarheid des huwelijks en verhief het tevens tot de waardigheid van een Sacrament, opdat daardoor de echtgenooten overvloedige genaden zouden erlangen om de zware plichten jegens elkander en jegens hunne kinderen ijverig te kunnen nakomen. Nadat immers onze Heer Jezus Christus de bovengenoemde woorden van Adam herhaald had, liet Hij terstond daarop volgen ; ,/ V at dus God verbonden heeft, dit scheid/; de mensch niet.quot; //Christus zelfâ leert de H. Kerkvergadering van Trenteâ,
de Insteller en Volmaker der eerbiedwaardige Sacramenten, heeft voor ons door Zijn lijden de genade verdiend, die de natuurlijke liefde des huwelijks volmaken, zijne onverbreekbare eenheid bevestigen en de echtgenooten heiligen zou.quot;
De verhevenheid en heiligheid van dit Sacrament wordt allervoortreffelijkst door den H. Paulus geschetst in zijn brief tot de Ephe-siërs: ,/Mannen, bemint uwe vrouwen, gelijk ook Christus de Kerk bemind en Zich zeiven voor haar overgegeven heeft, opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigende door het bad des waters met het woord des levens, opdat Hij zelf Zich de Kerk heerlijk zou aanbièden, geen vlek of rimpel of iets dergelijks hebbende, maar dat zij heilig zou zijn en onbesmet. Zoo moeten ook de mannen de vrouwen liefhebben als hunne eigene lichamen. Die zijne vrouw liefheeft, heeft zich zeiven lief. Niemand toch heeft ooit zijn eigen vleesch gehaat, maar hij voedt en koestert het, gelijk ook Christus de Kerk, omdat wij leden zijn van Zijn lichaam, uit Zijn vleesch en Zijn gebeente. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en
8
zijne vrouw aanhangen; en zij zullen twee in één vleesch zijn. DU geheim (Sacrament) is groot; ik zeg mei opzicht tot Christus en de Kerk.quot; Ziedaar de hooge beteekenis, die het huwelijk door Jezus verkregen heeft, wijl dit de gelijkenis werd van de vereeniging van Christus met Zijne Kerk door het aanbiddelijk geheim der menschwording.
11.
Het doe! des huwelijks.
^lt;2VGv£Kãgt;^
jpl adat üod Adam geschapen had, sprak Hij: //Het is niet goed dat de mensch alleen ' zij; laaf ons hem eene ludpe maken, hem gelijk.quot; En God zond aan Adam eert diepen slaap, en nam toen een zijner ribben, welke Hij tot eene vrouw vormde; en Hij voerde haar tot Adam. Aan Adam werd dus eene echtgenoote gegeven, die, als zijne gezellin, hem in verschillende omstandigheden zou bijstaan. Inderdaad, zeer dikwijls in het leven, vooral ten tijde van droefheid en allerlei wederwaardigheden en bekommernissen, behoeft de man den steun der vrouw, en de vrouw dien van den man. Hoevele wonden worden
â 10 â
wel niet geheeld door den balsem van ver- h
troosting, welke de een den ander aanbiedt! h
Het tijdelijk geluk is echter niet voldoende; v
met het oog op de eeuwige bestemming be- n
hooven de echlgenooten elkander bewijzen van z
waarachtige liefde te schenken door onderlinge e
stichting, door een echt godsdienstigen levens- h
wandel. Onwillekeurig denk ik hier aan de t(
schoone woorden van Tertulianus over brave, v
christelijke echtgenooten: //Zij zijn één vleesch g
en één geest. Zij bidden te zamen, zij vasten tc
te zamen, zij leeren, vermanen, ondersteunen g
elkander. Zij zijn met elkander in de kerk en z
aan de Tafel des Heeren. In nood en vervol- v
gingen, zoowel als in vreugde zijn zij te zamen. h
Zij bezoeken de zieken, helpen de armen, geven e
aalmoezen, wonen het H. Offer bij, volbrenâ e
gen hunne dagelijksche goede werken, zonder 1
elkander in den weg te staan; zij wedijveren d
met elkander in het bezingen van den lof van a
God. Christus, die dit ziet en hoort, verheugt C
Zich, aan hen zendt Hij zijn vrede.quot; e
Het andere doel waartoe het huwelijk is in- ( gesteld blijkt uit de woorden van God tot Adam
en Eva; u Wast en vermenigvuldigt u en vervult b
h,et aardrijkquot; De tweede beweegreden van het huwelijk â aldus de Catechismus van de Kerkvergadering van Trente â moet wezen de genegenheid om kinderen voort te brengen, niet zoozeer om hun als erfgenamen zijne goederen en rijkdommen na te laten, maar om ze in het ware geloof en als dienaren van God groot te brengen. Voorzeker eene sclioone en eervolle taak. Wie dit doel bereiken, kunnen eene gegronde hoop koesteren, dat achtereenvolgens talrijke geslachten den weg der waarheid en gerechtigheid zullen bewandelen; beantwoorden zij hieraan niet, dan is het tegendeel te verwachten. Tot stichting van den lezer wijs ik hier op het voorbeeld van den jongen Tobias en Sara, zijne echtgenoote. Nadat deze met elkander het huwelijk hadden aangegaan, bad Tobias tot God: //Jehova, God van onze Vaders, dat hemel en aarde, zee, bronnen en rivieren met alle schepselen, die daarin zijn, ü verheerlijken. Gij hebt Adam uit het slijk der aarde gemaakt en Hem Eva tot hulpe gegeven. En nu. Heer, Gij weet dat ik deze, mijne zuster, 1) (zuster
i) Volgens de Mozaische wet was Tobias verplicht met Sara, zijne bloedverwante, te huwen. Want Sara was eene erfdochter en mocht
â 12 â
bcteekcnt hier nabestaande) niet uit wnlpsch-heid tot huisvrouw genomen heb, maar alleen uit verlangen naar kinderen, in welke Uw Naam moge verheerli/jict worden in de eeuioen der eeuwen.quot; ' En Sara bad: âOntferm U onzer, Heer, ontferm U onzer, en laat ons te zamen in gezondheid oud worden.quot; Was voor hen, die Israëlieten waren, het huwelijk zoo heilig en zuiver, met welke reine oogmerken moeten dan Katholieken dien gewichtigen staat aanvaarden en daarin leven!
Het derde doel van het huwelijk is (na de zonde van Adam) de beteugeling der vleesche-lijke begeerlijkheid. Zoolang de eerste men-schen nog in onschuld leefden, bestond er geen strijd tusschen het vleesch en den geest. Doch nauwelijks had de mensch gezondigd of het vleesch stond tegen den geest op. Ziedaar den geweldigen strijd waarover zelfs de H. Paulus klaagde. Voor hen nu, die vree^en uit men-schelijke zwakheid te bezwijken en de maagdelijke zuiverheid niet ongeschonden te kunnen
derhalve slechts de echtgenoote worden van een man uit haars vaders geslacht: en Tobias was de eerige. die van dat geslacht nog in leven was. Aldus Muré, bijbelsche geschiedenis.
bewaren is het huwelijk een middel tot beteugeling der begeerlijkheid.
Nog andere beweegredenen kunnen iemand tot het aanvaarden van den huwelijksstaat doen besluiten. Dit is geenszins ongeoorloofd, mits men niets ongeregelds beoogt en de twee hoofddoeleinden niet buitensluit. Zonder twijfel is het voor echtgenooten zeer moeilijk, met het oog op de zwakheid van de menschelijke natuur en de aanvechtingen van den boozen vijand, met elkander zoodanig te leven als de beginselen der zedeleer dit eischen; zware offers moeten gebracht worden in het belang van de christelijke opvoeding der kinderen. Maar waartoe de mensch uit zich zei ven niet in staat is, dit vermag hij door de kracht der genade, welke het H. Sacrament des huwelijks mededeelt.
1 ^
ifiiiifit^sitYffffftTTTTTTTTTT fTTf f f
III.
Het gemengde huwelijk, â HeiIigschennende handeling.
t'ET gemengde huwelijk, d. i. een huwelijk tusschen een Katholiek en een gedoopten niet-Katholiek, is wel geldig, indien er althans geen ander ongeldigmakend beletsel zich voordoet, maar grootelijks ongeoorlootd, zoodat hij, die op deze wijze zonder kerkelijke dispensatie in den echt treedt, zich aan eene doodzonde schuldig maakt. Dat de Katholieke Kerk die huwelijken allerstrengst verboden heeft, blijkt zonneklaar uit de canons van onderscheidene Kerkvergaderingen o. a. die van Chalcedon en Laodicea; dit blijkt eveneens uit
â 15 â
de voorschriften van niet weinige Opperherders der Kerk: Clemens X, Clemens XIII, Pius VI, Pius VII, Pius VIII, Gregorius XVI en andere. Paus Stephanus IV noemt zulk een huwelijk eene verfoeilijke en afschuwelijke besmetting. Pius VIII schreef den 25sten Maart 1830 aan den Aartsbisschop van Keulen en aan de Bisschoppen van Trier, Paderborn en Munster, //dat de Kerk dusdanige huwelijken, die niet weinig ongeregeldheid en geestelijk nadeel opleveren, verafschuwt, en dat daarom de Apostolische Stoel immer allerijverigst er voor gezorgd heeft, dat de kerkelijke wetten, welke dusdanige huwelijken verbieden, streng gehandhaafd werden.quot; Paus Benedictus XIV, in zijne Declaratie van den 4en November 1741 omtrent de gemengde huwelijken in Nederland en België, vermaant alle Bisschoppen, Apostolische Vicarissen, pastoors, missionarissen en alle dienaren van God en de Kerk, die zich in genoemde streken bevinden, âdat zij de Katholieken van beiderlei geslacht zooveel mogelijk van het aangaan van zulke voor de zielen verderfelijke huwelijken afschrikken en dusdanige huwelijken naar hun best vermogen
â 16 â
keeren en krachtdadig beletten zullen.quot; (Jok onze thans regeerende Paus Leo XIIl sclireef in Zijne Encycliek âArcanum divinae Sapienhae van den 10en Februari 1880: //Nog is hiervoor te zorgen, dat er niet lichtelijk echtverbintenissen worden gezocht met degenen, die met Katholiek zijn; het is toch bezwaarlijk te verwachten, dat de gemoederen, die m de godsdienstleer verschillen, in het overige eensgezind zullen wezen. En dat men zelfs een grooten afschrik van dergelijke echtverbintenissen moet hebben, blijkt bijzonder daaruit, dat zij gelegenheid geven tot eene verboden gemeenschap en deelneming in godsdienstzaken, dat zij gevaar teweeg brengen voor den godsdienst, van den Katholieken echtgenoot, ten beletsel zijn voor de goede opvoeding der kinderen, en dikwijls de geesten er toe brengen, dat zij van lieverlede het verschil van waar en valsch voorbij zien en alle godsdiensten voor even
goed houden.quot;
De gemengde huwelijken worden eveneens
door vele HH. Kerkleeraren krachtig bestreden. âWacht u â zegt de H. Ambrosius â v00r het nemen van eene vreemde vrouw, dat is
â 17 â
eene vrouw, die de dwaalleer aankleeft of van uw geloof verschilt. De eene verleidt den ander; hoeveel te meer zal zoo iets geschieden in het huwelijk, waar één vleesch en één geest is. Hoe kan er liefde heerschen, waar het geloof verschilt ? Dikwijls heeft eene listige vrouw de sterktste mannen misleid en van het geloot doen afvallen.quot; i) De kerkelijke schrijver Tertulianus, sprekende over de woorden van den H. Paulus : uZ/j (rouive ivieti zij yoed-vindt, nochtans in den Heer,quot; voegt er bij: ,/Hij alleen huwt in den Heer, die in de ware Kerk van Christus huwt onder de goedkeuring en den zegen des Hemels.quot; 2)
Eveneens de H. Augustinus, toen hij zag dat er Katholieken waren, die een huwelijk aangingen met dwaalleeraren, Donatisten genaamd, riep diep bedroefd uit: ,/Zouden wij niet zuchten, als man en vrouw, die meestal getrouwheid zweren bij Christus, het lichaam van Christus verscheuren door verschillende belijdenissen ? Wie zal met woorden beschrijven, welke kroon de Heer u bereidt, indien
i) De Abraham. L. I. opt. IX. â 2) Ad Uxorem. L. II. opt. I.
Gem. Huw. 2
zulke ergernis, zulke zegepraal van Satan, zulk verderf voor de zielen uit deze streken werden verbannen.quot; 1)
Zooals in het voorgaande bewezen werd, is de reden waarom de HH. Kerkleeraren tegen de gemengde huwelijken ten strijde trekken, en de Katholieke Kerk ze streng verbiedt, in de zielsgevaren gelegen waaraan iiet Katholieke deel en de kinderen, die uit die huwelijken geboren worden, bloot staan; inzonderheid in het gevaar voor het geloof. Geen rijkdom â zegt de H. Augustinus â, geene eereposten, geene schatten, geen kleinood der wereld zijn zoo kostbaar als het Katholiek geloof. Zonder het geloof â zegt de H. Paulus â is liet onmogelijk aan God te behagen. Die niet geloofd zal hebben â leert Christus zelf â zal veroordeeld worden. Welnu het ware, tot de zaligheid noodzakelijk geloof is alleen in de Katholieke Kerk te vinden. Den 17den Maart 1856 schreef Paus Pius IX aan de Bisschoppen van Oostenrijk o. a.: ^Houdt niet op het aan uwe zorgen toevertrouwde volk te leeren, dat,
i) Ep. XXIII, alias CCIII.
â 19 â
gelijk er één God de Vader is, één Christus, één H. Geest, er eveneens ééne door God geopenbaarde waarheid bestaat, één goddelijk geloof, het begin van het menschelijk heil en de grondslag van alle rechtvaardigmaking, waaruit de rechtvaardige leeft en zonder welk het onmogelijk is aan God te behagen en tot de gemeenschap Zijner kinderen le geraken; en dat er ééne ware, heilige. Katholieke, Aposto-iieke Roomsche Kerk is, buiten welke noch het ware geloof, noch de eeuwige zaligheid gevonden wordt, 1) daar hij, die de Kerk niet tot Moeder heefr. God niet tot Vader kan hebben, en hij valschelijk vertrouwt tot de Kerk te behooren, die den Stoel van Petrus, op wien de Kerk gebouwd is, verlaat.quot;
Allerheerlijkst slemt deze leer overeen met de eeuwenoude geloofsbelijdenis van den H. Athanasius: «Een ieder, die zalig wil worden, moet voor alles het Katholiek geloof vasthouden. Wie het niet, geheel en onverlet bewaart, zal zonder twijfel voor eeuwig verloren gaan.quot; Hieruit volgt, dat de Katholieke Kerk, door
i) Hier is geen spraak van ben. die te goeder trouw dwalen. Deze zullen alleen om hunne dwaling, die onschuldig is, niet verloren gaan.
â 20 â
Christus met onfeilbaar gezag bekleed om de eeuwige waarheden te verkondigen, en dooiden H. Paulus de zuil en de grondveste der waarheid genoemd, omtrent het verbod dei-voor het geloof gevaarlijke gemengde huwelijken haar plicht betracht en hare moederlijke bezorgdheid voortreffelijk aan den dag legt.
Het weinige, hier vermeld, zal den lezer genoegzaam van het verderfelijke der gemengde huwelijken overtuigd hebben; immers waar de Kerk spreekt, daar buigen wij, Katholieken, ootmoedig het hoofd, daar onderwerpen wij ons onvoorwaardelijk, geheel en al. Ten einde echter onzen jongelieden nog meer afschrik voor zoodanige ongeoorloofde verbintenissen in te boezemen, zullen wij, na op het heilig-schennende der zaak gewezen te hebben, eens nader beschouwen hoe het gewoonlijk in de gemengde gezinnen gesteld is. Nogmaals herinner ik den lezer er aan, dat hier van een gemengd huwelijk zonder dispensatie van den Paus spraak is.
Stellen wij ons nu twee personen voor den geest, de één Katholiek, de ander wel is waar gedoopt maar niet-Katholiek, die zonder zich
aan eene goddelijke of kerkelijke wet gestoord te hebben, onderling gehuwd zijn. In de meeste gevallen zal een protestant hierover wel geen gewetensbezwaar hebben, en gaarne willen wij ten opzichte van dezen goede trouw veronderstellen. Hoe is het daarentegen met de Katholieke wederhelft, hetzij den man of de vrouw, gesteld ? Hij (zij), ouder Katholieken verkeerend, zooals hier verondersteld wordt, in den waren godsdienst grondig onderwezen, is zich bewust grootelijks het gebod der Kerk overtreden te hebben en heeft zich dus aan eene zware zonde, ja zelfs aan eene heiligschennis schuldig gemaakt. Mogelijk is hier goede trouw aanwezig aangaande het ontvangen van een Sacrament, en in dit yeval zou heilig schennis als zoodanig niet toerekenbaar zijn; maar beschouwt men de zaak zooals zij in zich zelve werkelijk bestaat (objectief), dan wordt inderdaad eene heiligschennis bedreven. Immers onder Christenen â aldus leert Paus Pius IX 1) â is het huwelijkscontract onafscheidbaar van
i) Wie in de gelegenheid is, leze den brief van Paus Pius IX (19 September 1852) aan den koning van Sardinië; insgelijks de 66ste in den Syllabus door denzelfden Paus veroordeelde stelling.
â 22 â
het Sacrament. Daar nu Christenen, die geldig trouwen, waarlijk een Sacrament ontvangen, en liet onwaardig ontvangen daarvan zonder twijfel eene heiligschennende daad is, laten wij de gevolgtrekking aan den lezer zeiven over.
O, hoe treurig is reeds de dag zelf van het verboden huwelijk ! Welk eene afschuwelijke misdaad, daar het Sacrament, een middel door God tot heiliging geschonken, tot verderf der ziel misbruikt en ontheiligd wordt! Kan daarop zegen rusten ? Terwijl op dien noodlottigen dag, waarop die verbintenis heeft plaats gehad, bloedverwanten en vrienden de nieuw gehuwden met geluk- en zegenwenschen begroeten, en in het met groen en bloemen versierd huis bruiloftsliederen weergalmen, dreigt de vloek des Hemels op dat diep betreurenswaardig echtpaar neer te dalen.
I
e n
IV.
r
Zielsgevaren voor den Katholieken man of de Q Katholieke vrouw.
r
3 £
fi sPÃ'A eeil'ge weken aldus gehuwd te zijn, ge-
Wfr voelt de Katholieke man of vrouw zicli r aangespoord â dit is althans geene zeld
zaamheid â om het H. Sacrament dei-Biecht te ontvangen. Wel wist men, dat tijdens ^ de verkeering dit niet geschieden kon, omdat
het voornemen om zonder dispensatie een gemengd huwelijk aan te saan het waardig ontvangen van dit Sacrament verhinderde; doch nu het feit eenmaal heeft plaats gehad, acht men dit beletsel weggeruimd. De Katholiek begeeft zich alzoo naar den biechtstoel om den priester de zonden, ook de zonde van het aangaan van een verboden huwelijk te belij-
â 24 â
den. God geve, dat die zondaar of zondares, d
hoewel diep gevallen, evenals de boetvaardige t
Magdalena, met tranen van oprecht leedwezen z
vóór de voeten van den plaatsbekleeder Gods n
de begane misslagen beweene. Helaas! me- z
nigmaal is er grondige reden van twijfel aan- J
wezig. Immers wordt de zondige daad, in dit l geval het sluiten van het huwelijk, ten minste
in zoover het grootelijks verboden en zonder tl
dispensatie aangegaan is, waarlijk verfoeid en d
betreurd ? Is de bedoelde biechteling bereid li
de gegeven ergernis naar behooren te herstel- if
len? Wordt met een oprecht gemoed beloofd z
alles te doen wat de H. Kerk in dit geval a vereischt: o. a. om zooveel mogelijk voor de
Katholieke opvoeding van alle kinderen, die v
uit dat huwelijk zullen voortkomen, te willen li
zorgen ? Van een en ander hangt het af of a
de H. Absolutie waardig zal kunnen ontvangen n
worden. Zouden de door de Kerk vereischte a
waarborgen niet gegeven en zou dus het H. d
Sacrament der Biecht niet worden ontvangen, p
Avie beschrijft dan den rampzaligen toestand t
van den Katholieken echtgenoot (of de Katho- d
lieke echtgenoote) ! In vijandschap met God, \
door de knagingen des gewetens gefolterd en tevens den moed en de kracht missend om zich oprecht te bekeuren, valt hij (zij) langzamerhand van de eene doodzonde in de andere, zoodat hij (zij) meer dan ooit de waarheid van Jeremia's woord beseft: âIlcl is kwaad en bitter den Heer, uwen God, te hebben verlaten.quot;
Veronderstel eens daarentegen, dat de Katholieke man of vrouw, na aan al het dooide Kerk vereischte voldaan te hebben, waarlijk goed voorbereid de H. Absolutie ontvangt, is er dan voor het vervolg niets meer te vreezen .J De volgende beschouwingen geven het antwoord op deze vraag.
In gesprekken over gemengde huwelijken worden deze nu en dan door sommige Katholieken gebillijkt. Als bewijs vestigen zij uwe aandacht op een of ander huisgezin, waar men niets meent gewaar te worden van de afschuwelijke tafereelen, die, naar het oordeel der geestelijken, in de gemengde gezinnen plaats vinden. Zij verhalen u, hoe het Pro-testantsche deel de Katholieke wederhelft in de uitoefening van den godsdienst volkomen vrij laat, zonder door woorden of daden de
â 26 â
minste hindernis te veroorzaken; hoe eendrachtig zij te zamen leven en allen twist over godsdienstzaken zorgvuldig vermijden. Het kan wel is waar niet ontkend worden, dat men het hier en daar aldus aantreft; men schatte evenwel dit geluk niet zoo hoog also! het met het huwelijksleven van twee brave Katholieken gelijk staat. Vrij mogen wij de vraag stellen of zij, al wordt er niet geredetwist, elkander verkwikken en troosten Joor de schoone waarheden die God geopenbaard heeft en de H. Kerk te gelooven voorstelt? Zal de Katholieke vrouw in tegenwoordigheid van den Protes-tantschen man of de Katholieke man in het bijzijn van de Protestantsche vrouw onderscheidene devotiën waarmede andersgezinden spotten naar welgevallen bespreken en beoefenen ? Gewoonlijk zal alles of veel hiervan uit menschel ijk opzicht of uit vrees voor kwade gevolgen vermeden worden, zoodot het geluk, waarvan men zooveel ophef maakt, meer in de verbeelding bestaat dan in de werkelijkheid. Een kundig schrijver, die zeer veel ondervinding had opgedaan in de priesterlijke bediening, verhaalt hieromtrent een paar voor-
â 27 â
beelden. Ik heb een lieer gekend â schrijft hij â, die, ofschoon hij voor het oog der wereld met zijne andersdenkende vrouw zeer gelukkig geleefd had, op zijn sterfbed zijn stap toch bitter betreurde. Zijne neven, die hem bezochten, deed hij beloven, dat zij nooit een ander dan een Katholiek meisje tot vrouw zouden nemen. Een ander voorbeeld : Een zeker jongeling bad zijn biechtvader om toch dispensatie voor hem aan te vragen, opdat hij met een Protestantsch meisje zou kunnen huwen. ,/Ga dan eerst â zoo sprak de biechtvader â, en onderzoek of gij één Katholiek in een gemengd huwelijk vinden kunt, die zich werkelijk gelukkig gevoelt.quot; Nu was de jongeling tevreden en twijfelde er niet aan, of een zijner vrienden, die zoo gelukkig scheen te zijn, zou hem deze verzekering geven. Hij meende dus gewonnen spel te hebben en begaf zich spoedig naar zijn vriend. Doch nu hij met zulk eene gewichtige vraag voor den dag kwam, sprak die vriend met allen ernst: ,/Ik kan het u niet aanraden, maar moet het u bepaald afraden, -wanl yelulckiy hen ik niet.quot;
Doch gesteld dat het in zulke huisgezinnen,
â 28 â
die zeker niet talrijk zijn, betrekkelijk gunstig toegaat, in verreweg de meeste gevallen toch is het nadeel, dat aan de ziel van het Katholieke deel wordt aangedaan, onbeschrijfelijk groot.
Allertreurigst word ik gestemd, zoo dikwijls ik nadenk over hetgeen eene langdurige ondervinding in de priesterlijke bediening mij hieromtrent geleerd heeft. Stel u eens een huisgezin voor, waarvan de man Protestant, de vrouw Katholiek is. De man, die van de zeven door Christus ingestelde Sacramenten slechts het Doopsel als zoodanig aanneemt en in de waarachtige tegenwoordigheid van Jezus in het allerheiligste Sacrament geenszins gelooft, beschouwt het H. Misoffer als eene verfoeilijke afgoderij en spot misschien met de Biecht en de andere Sacramenten. Over vas-tendagen en andere kerkelijke geboden spreekt hij wellicht met minachting, ja zelfs schaamt hij zich misschien niet zijn best te doen om zijne vrouw van het â zooals hij dit noemt â f/d\vaze Rooinsche bijgeloofquot; tot het //zuivere licht des Evangeliesquot; te brengen. Spreekt de vrouw bij gelegenheid een woord over de preek van den pastoor of den kapelaan, of roemt zij de
â
i
â 29 â
schoone plechtigheden, welke op een feestdag in de kerk verricht zijn, dan ziet zij zeer spoedig haar echtgenoot in zulk eene stemming, dat zij voor het oogenblik het zwijgen hierover raadzaam acht. Meent gij, dat de vrouw op den duur tegen de verleiding bestand is ? Mogelijk bezit zij een buitengewoon standvastig karakter, dat haar in staat stelt, nadat zij den huwelijksdag met bittere tranen beweend heeft, in woord en daad het heilig geloof te belijden; dit is echter in deze omstandigheden eene zeldzaamheid. In den gewonen regel verflauwt zij langzamerhand in den godsdienst. Uit vrees voor den toorn, den spot en de bedreigingen van den echtgenoot, uit vrees voor de Protestantsche aanverwanten, nadert zij minder dan gewoonlijk tot de H.H. Sacramenten, gaat zij gedurende de geheele week slechts eenmaal naar de kerk om de H. Mis bij te wonen; nu en dan is de drukte met huiselijke bezigheden voor haar een reden van verzuim. Op vasten- en onthoudingsdagen wordt zoo streng niet meer gelet, het bijwonen van de preek en den catechismus, van godsdienstoefeningen tijdens eene H. Missie of het
â 30 â
veertigurengebed, het morgen- en avondgebed, liet gebed vóór en na den maaltijd en veel meer andere godsdienstige handelingen worden meestal nagelaten of niet naar behooren verricht. Of men immer de heilige wet der zedigheid in acht neemt, betwijfel ik zeer: veeltijds bespeurt men na weinige jaren (misschien reeds veel spoediger) in haar niets meer van het godsdienstig leven, zoozeer zelfs, dat menigeen zich afvraagt of zij nog wel tot de Katholieke Kerk behoort. Dikwijls maakt in betrekkelijk korten tijd de eerbied voor den Katholieken godsdienst voor at keer plaats. Maar al zou dit laatste niet geschied zijn, hoe menigmaal toch hoort de priester bij het huisbezoek zulke afgedwaalden bijna wanhopend uitroepen: ,/Wat ben ik ongelukkig geworden! Mijn geweten verschaft mij dag noch nacht rust; ware ik niet gehuwd, ik zou naar uwe vermaningen luisteren, maar de dwang van mijn echtgenoot, de vrees voor zijne lastertaal, verwenschingen en bedreigingen houden mij van het waarnemen der godsdienstplichten terug, mijn leven is als het ware eene hel op aarde.quot; Wat een priesterhart in deze omstandigheden
â 3i â
lijdt, is onbeschrijfelijk. Smartelijker nog is het voor den priester, als men hem den toegang tot het huis verbiedt, waardoor zijn ijverig streven om de afgedwaalde op het goede pad te brengen geheel verijdeld wordt. Vóór eenige jaren vermaande een priester eene vrouw, dat zij hare godsdienstplichten zou waarnemen. Nog dienzelfden avond ontving hij een brief van den Protestantschen man, waarin hem gemeld werd, //dat hij niet meer in zijn huis behoefde te komen om zijne vrouw tot biechten aan te sporen. Een geestelijke behoefde zich met hare zaken niet in Ie laten; dagelijks â schreef hij ten slotte â geef ik haar vergiffenis van de fouten die zij begaan heeft.quot; Hoe rampzalig deze toestand is, begrijpt iedereen.
Afschuwelijker nog is het gesteld wanneer zij, na het Katholiek geloof verloren te hebben, zich bij eene valsche sekte aansluit. Dan vooral juicht de duivel over zijne zegepraal. Immers het ware geloof is ongetwijfeld het hoogste en kostbaarste goed van den christen, het onbedriegelijke richtsnoer des levens, de vaste grondslag der hoop, de onuitputtelijke bron van hemelschen troost, de noodzakelijke
â 32 â
voorwaarde ter eeuwige zaligheid. Hoe verwijtend spreekt de stem des knagenden gewetens haar toe : ,/Ongelukkige, tot welke ellende heeft de lichtzinnigheid u gebracht! Om met uw echtgenoot in vrede te leven, beroofdet gij u van den vrede met God; het geloof, dat gij bij uw Doopsel door den mond van peter en meter beleden en op den gelukkigen dag uwer eerste H. Communie wellicht met een heiligen eed bezworen hebt, is door u verzaakt; het vaandel van uw goddelijken Koning, Zaligmaker en Rechter, Jezus Christus, hebt gij lafhartig verlaten om in de gelederen te dienen van den vorst der duisternis.quot;
Menigeen zal den toestand minder verderfelijk achten in 't geval dat de vrouw Protestant is en de man den Katholieken godsdienst belijdt. Dit moge hier of daar waar zijn, meestal is de ellende niet minder groot, ja zelfs niet zelden brengen de invloed en het eigenaardig karakter der vrouw, vooral wanneer het woord der H. Schrift: title wet der goedertierenheid lay op hare toncf' geenszins op haar kan worden toegepast, nog rampzaliger gevolgen te weeg. 1)
l) Vgl. bid. 17, 6den r. v. b.
â 33 â
Alvorens dit hoofdstuk te eindigen, wensch ik nog op een ander gevaar de aandacht fe vestigen. Wijl de Protestant het huwelijk noch als Sacrament, noch als onontbindbaar beschouwt, geschiedt het meermalen dat hij (zij) wegens voortdurende tweedracht of andere redenen door den burgerlijken rechter echtscheiding laat uitspreken en daarna met een ander een zoogenaamd burgerlijk huwelijk sluit. De Katholiek daarentegen beschouwt zich met recht, zoolang de wettige echtgenoot leeft, gebonden. Immers de goddelijke Zaligmaker leert: ^ Hat God heeft samengevoegd, dit schelde de viensch niet.... Al wie zijne vrouw verstoot en eene andere trouwt, doet overspel tegen haar. En indien eene vrouw haren, man verstoot en een anderen trouwt, doet zij overspel.quot; i) De leer van den Zaligmaker over dit allergewichtigst punt wordt allerduidelijkst door den H. Apostel Paulus verklaard in zijn eersten brief tot de Korinthiërs : uJIun, die in het huwelijk verbonden zijn, beveel niet ik maar (beveelt) de Heer, dat de vrouw zich van den man niet schelde;
I) Marc. X, 9â12.
Gem. Huw. 3
â 34 â
indien zij echter van hem gescheiden is, dan blijve zij onc/elmwd of verzoene zich met haren man. Ook de man verlate de vromo niet.... Be vrouw is gebonden aan de wet zoolang haar man leeft; indien haar man sterft, is zij vrij.quot; Hieruit volgt 1°, dat de Staat de macht mist oin het huwelijk te ontbinden; 2°, dat dus degene, die volgens de burgerlijke wet geseheiden is en met een ander een zoogenaamd burgerlijk huwelijk sluit, geenszins als gehuwd kan beschouwd worden, maar in een schandelijk concubinaat leeft. Aan welke ellenden en gevaren zijn dan niet de verlatene wederhelft en de kinderen blootgesteld ! Moet ook dit niet den Katholiek tot nadenken brengen, voordat het gemengde huwelijk gesloten wordt ?
De iezer zal door hetgeen in dit hoofdstuk behandeld werd, naar ik vertrouw, meer en meer overtuigd zijn, dat het gemengde huwelijk zeer in strijd is met het eerste doel des huwelijks : n.1. de onderlinge hulp, den ouderlingen steun, waardoor de echtgenooten elkanders tijdelijk en eeuwig geluk moeten bewerken. 1)
i) Vergelijk hoofclst. II.
V.
Zielsgevaren voor de kinderen-Rampzalige toestand van den Katholieken vader of de Katholieke moeder, die de godsdienstige opvoeding der kinderen verwaarloost.
|j-ene andere reden waarom de H. Kerk de amp; gemengde huwelijken verafschuwt is het S gevaar waaraan de kinderen, uit zulk eene echtvereeniging gesproten, blootstaan. De Katholiek is door goddelijke en kerkelijke wetten gehouden â waarop reeds vroeger gewezen is â te eischen en zooveel mogelijk te zorgen, dat al de kinderen in den Katholieken godsdienst worden opgevoed. Zij, die in hunne verblinding het zielsgevaar, waarin zulke kinderen verkeeren, niet inzien, wijzen op som-
â 36 â
mige jongelingen en jongedochters, wier gedrag anderen ten voorbeeld strekt. Zonder twijfel treffen wij hier en daar voorbeelden van deugd aan; maar zijn zoodanige uitzonderingen een bewijs voor het onschadelijke der gemengde huwelijken ? Weet gij dan niet, dat eene uitzondering den regel bevestigt ? Immers in den regel is de Katholieke opvoeding minstens zeer gebrekkig, ja zelfs in menig geval lijdt zij geheel schipbreuk. Stel u een huisgezin voor den geest, waarvan de man Protestant is, doch de vrouw en al de kinderen tot de Katholieke Kerk behooren. Dit behoort zeker nog tot de minst ongunstigste gevallen. Indien de moeder, na haar ongeoorloofd huwelijk betreurd te hebben, een waarlijk godsdienstig leven leidt, zal zij voor de christelijke opvoeding harer kinderen groote zorg aan den dag leggen. Ondanks dit alles is voor de kinderen het gevaar niet geweken. Gesteld dat de Protestant-sche vader den godsdienst niet rechtstreeks bestrijdt, oefent toch het gemis van zijn voorbeeld een ongunstigen invloed uit op de kinderen. Heeft de moeder ze vermaand om godvruchtig het kruisteeken te maken, de
â 37 â
vader laat dit achter. Heeft de moeder met de kinderen de H. Mis bijgewoond, de vader gaat naar de Protestantsche kerk of blijft te huis. Nu en dan zien zij hunne moeder aan de Tafel des Heeren aanzitten, maar natuurlijk is die plaats voor den vader ontoegankelijk. In gesprekken over godsdienstzaken zwijgt hij, of, hetgeen erger is, spreekt hij weieens een woord dat geheel strijdt met de waarheden, welke de priester in den catechismus en op den preekstoel verkondigde. Dit alles werkt reeds ongunstig op het gemoed der kinderen. Maar welken verderfelijk en invloed ontvangen zij, wanneer hij door woord en daad met het heilig geloof, de HH. Sacramenten, den eere-dienst en de bedienaren der Kerk den spot drijft! Om niet te spreken van de twisten, die herhaaldelijk daarom tusschen de echtgenooten plaats hebben, het gedrag van het hoofd des huisgezins sleept ten opzichte van het godsdienstig leven dei- kinderen, ondanks de goede zorgen van de moeder, de rampzaligste gevolgen na zich. Bovendien kan volgens de burgerlijke wet de vader zijn kroost in zijn godsdienst opvoeden of laten opvoeden. Hoe zeer
â 38 â
wordt nu de vrouw in haar streven gedwarsboomd, als de man, door Protestantsche bloedverwanten en vrienden opgehitst, dreigt van den sterken arm der wet gebruik te maken ! Hoewel zij, als een moedige vrouw, bereid om voor het heil harer panden de grootste offers te brengen, op haar echtgenoot niet zelden veel invloed bezit, lijden de zielen der kinderen een onuitsprekelijk nadeel, zoo de Protestant, door geloofshaat ontstoken, in dit geval doof voor de smeekingen zijner vrouw, van zijne door de wet hem geschonken volmacht gebruik maakt.
Hier stelden wij ons de vrouw als godsdienstig voor. Gewoonlijk heeft het tegendeel plaats.quot; Wie zijne aandacht wijdde aan hetgeen ik in het voorgaande hoofdstuk over den toestand schreef waai in het Katholieke deel verkeert, kan er gemakkelijk uit afleiden, dat, de moeder moge Katholiek zijn, de kinderen in den regel in traagheid en lauwheid omtrent den godsdienst opgroeien en daarom op lateren leeftijd aan zeer vele andere zonden zich schuldig maken.
Nog veel ongelukkiger is het in een huisge-
â 39 â
zin gesteld, indien wèl de man en de kinderen Katholiek zijn, maar de vrouw Protestant is. Wellicht zal een of ander lezer dit oordeel voor al te eenzijdig houden, wijl sommige niet-Katholieke moeders niet slechts zich geenszins aan het Katholiek geloof vijandig toonen, maar zelfs in hunne woorden en in de wijze van opvoeding ware hoogachting daarvoor aan den dag leggen. Zij leeren hunne kinderen op Katholieke wijze bidden, sporen ze krachtig aan om de H. Mis, den catechismus trouw bij te wonen en de HH. Sacramenten te ontvangen; zij plaatsen ze op Katholieke scholen en houden ze zooveel mogelijk van alles af, wat eenigs/ins gevaarlijk kan zijn voor hunne zielen. Zonder dit te Avillen loochenen, neem ik de vrijheid op te merken, dat eene zoodanige opvoeding toch lang niet gelijk te stellen is met die, welke door eene brave Katholieke moeder wordt gegeven. Wat men zelf niet heeft, kan men aan een ander niet mededee-len. En dat nog daargelaten, tegen over ééne niet-Katholieke moeder als zooeven is geprezen kan men meer dan honderd noemen van wie eer het tegendeel kan gezegd worden. Bij de
â 40 â
beschouwing van deze gewichtige zaak verlieze wa men nimmer uit het oog, dat tengevolge van kor de erfzonde 's menschen verstand verduisterd der en zijn wil tot het kwaad geneigd is. Daarom gel is ook het hart van een kind meer vatbaar aar voor het kwaad dan voor het goed, en omhelst mo zijn verstand gemakkelijk de dwaling. Stemt nei men nu met het spreekwoord in : waarmede der men omgaat, daarmede wordt men besmetquot;, aai en is het getuigenis van de H. Schrift onloo- hei chenbaar: ,/wie met pek omgaat, wordt met toe pek besmet,quot; aan welke gevaren is dan in mo verreweg de meeste gevallen een kind niet onl blootgesteld, dat door eene niet-Katholieke feli moeder wordt opgevoed ! Terwijl de vader â- loo zeer dikwijls buitenshuis â van 's morgens tot lijllt; 's avonds ijverig arbeidt om in de behoeften loc van het gezin te voorzien, belast zich hoofdzakelijk de moeder met de opvoeding der dei kinderen. Is het reeds niet zeer nadeelig voor in het kind, zoo het te huis niet in den Katho- Ka lieken godsdienst wordt onderwezen, noch door ev( woord en voorbeeld, noch desnoods door be- gei risping en bestraffing aangespoord om de door de: het heilig geloof voorgeschrevene plichten ijverig zei
â 41 â
waar te nemen ? Wat zal er dan van terecht komen, wanneer het van den kant der moeder dit alles mist, wèl daarentegen bijna dagelijks zaken gadeslaat en woorden hoort, die aan het ware geloof hoogst vijandig zijn? Vrij moge dan de Katholieke vader ten gunste zijner kinderen al het mogelijke tot behoud van den schat des geloofs aanwenden, zijn wil aangaande de plichten, door God en de Kerk hem opgelegd, met alle krachten doordrijven, toch zal het zaad, door de Protestantsche moeder in het kinderhart uitgestort, allengs ontkiemen en na verloop van tijd de verderfelijke vruchten van onverschilligheid in geloofszaken, zedebederf, overtreding der kerkelijke geboden, ja somtijds van volslagen geloofsverzaking voortbrengen.
Tot dusverre veronderstelde ik, dat alle kinderen, uit het gemengde huwelijk gesproten, in de Katholieke Kerk gedoopt waren en den Katholieken godsdienst beleden. Menigmaal evenwel worden in zulk een huisgezin de jongens opgevoed in den godsdienst van den vader en de meisjes in dien van de moeder; ja zelfs niet zeldzaam onttrekt het Protestantsche
â 42 â
deel alle kinderen aan de Katholieke Kerk. Beschouw eens het geval dat een gedeelte dei-kinderen in den Protestantschen godsdienst wordt opgevoed. Inderdaad een ellendige toestand ! De Katholiek, die weet, dat de H. Kerk alle kinderen opeischt, stemt helaas ! er in toe, dat eenige in de Protestantsche kerk worden gedoopt en als niet-Katholieken opgroeien. Al is de moeder Katholiek, mag zij nimmer hiertoe hare toestemming geven. En heeft zij dit eenmaal gedaan en daardoor zich opnieuw aan eene groote zonde schuldig gemaakt, dan is zij streng verplicht, al het mogelijke aan te wenden om de kinderen voor de Katholieke Kerk te winnen; geene vrees voor oneenigheid raag haar hiervan terughouden. Het moge voor eene vrouw verschrikkelijk zijn met haar man in tweedracht te leven, langen tijd en dikwijls harde woorden te moeten aanhooren, â veel erger is het voor haar de kinderen buiten de Katholieke Kerk te zien opgroeien. Doch niet weinige moeders verzuimen wegens vrees voor oneenigheid met den man en zijne bloedverwanten dien strengen plicht, daar zij geene of slechts geringe moeite aanwenden om hare
kinderen te redden. Wie beschrijft de verwijtingen van haar geweten ! Dagelijks slaat zij gade, hoe hare dierbare panden, haar door God geschonken om voor den Hemel te worden opgeleid en waarvoor zij zooveel kommer en smarten heeft geleden, buiten het ware geloof leven en daardoor aan het grootste gevaar worden bloolgesteld van voor eeuwig verloren te gaan. Bovendien kan zij, zoolang zij in hare plichtsverzaking volhardt, niet tot de HH. Sacramenten worden toegelaten, zoodat zij, voortdurend van de genademiddelen verstoken, van de eene doodzonde in de andere valt en na verloop van tijd ook in onverschilligheid aangaande den waren godsdienst toeneemt.
Hier denk ik aan het ontzettend woord van den H. Paulus ; // Wie voor de zijnen en vooral voor zijne huisgenooten geene zorg draagt, heeft het (jeloof verloochend en is minder dan een onge-loovige.quot; Heeft zij het geluk later tot inkeer te komen en wil zij tot heil der kinderen doen wat zij kan, dan kan zij wel is waar, indien er niets anders in den weg staat, de HH. Sacramenten ontvangen; doch wanneer de Pro-testantsche echtgenoot zijn eisch volhoudt^ zal
â 44 â
de gedachte zoowel aan het lichtzinnig en misdadig aangegaan huwelijk als aan het ongeluk harer kinderen al hare levensdagen met bitterheid vervullen.
Behoort daarentegen de vader tot de Katholieke Kerk, dan is de schuld nog grooter. Daar ook de burgerlijke wetgeving hem het recht geeft, al de kinderen in zijn godsdienst op te voeden, is zijn plichtverzuim geenszins of althans zeer zelden te verontschuldigen, 't Zal niet behoeven bewezen te worden dat hij, zoolang hij zijn vaderlijk gezag niet handhaaft, in den regel niet tot de HH. Sacramenten kan worden toegelaten. In vele gemengde gezinnen treft men zoo'n rampzaligen vader aan. Ten einde niet aan zijne echtgenoote te mishagen, of uit vrees voor huiselijken twist en menigvuldige andere onaangenaamheden belaadt hij zijne ziel met talrijke doodzonden. Somtijds echter veroorzaken louter traagheid en onverschilligheid het ongeluk der kinderen. Wanneer de priester zulk een gezin bezoekt en met ijver voor het heil der kleinen opkomt, hoort hij meermalen uit den mond der niet-Katholieke moeder deze of dergelijke woorden :
â 45 â
//Gaarne zou ik alle kinderen in uwe Kerk laten doopen en later naar den catechismus zenden, zoo mijn man er belang in stelde. Doch wijl hij zich om zijn geloof niets bekommert en ik met den Katholieken godsdienst onbekend ben, wil ik zelve de kinderen, die in de Protestantsche kerk gedoopt zijn, in mijn godsdienst opleiden; en mocht hij nog langen tijd zoo blijven voortgaan, neem ik ze allen naar mijn kant.quot; Wie denkt hier niet aan het woord des Zaligmakers ; â JFie één van deze kleinen, die in M j gelooven, ergernis (/eefl, het ware hem beier dat een ezelsmolensteen aan zijn hals gehangen en hij in de diepte der zee verdronken werd.quot; Moet dan die vader immer van de HH. Sacramenten verstoken blijven ? Ik antwoord : Zonder twijfel, zoo hij ten minste in zijne schuldige nalatigheid en onverschilligheid volhardt. Hoewel hij door het gemis van de genademiddelen der H. Kerk meer en meer naar de ziel verzwakt wordt en van den eenen afgrond in den anderen valt, kan hij, zoolang hij onverbeterlijk blijft, de H. Absolutie niet waardig ontvangen; de verderfelijke gevolgen, die uit zijn zondig leven ontstaan,
â 46 â
heeft hij zich zelven te wijten. Maar zouden de niet-Katholieke kinderen op een leeftijd gekomen zijn, waarop het vaderlijk ge^ag zich niet meer kan doen gelden, dan is voor hem de toegang tot de HH. Sacramenten niet afgesloten, mits hij zijn schandelijk gedrag betreurt, de gegeven ergernis naar vermogen herstelt, met den vasten wil om voor het heil zijner echtgenoote en kinderen het mogelijke te doen. Toch zullen de gevolgen van zijn Vroeger zondig gedrag hem gedurende geheel zijn leven kwellen. De mensch wordt daarin gestraft, waarin hij gezondigd heeft; wat hij zaait, dit zal hij ook maaien. Daarom hoort hij voortdurend het verwijt van het knagend geweten, dat hij moedwillig zijne kinderen aan de dwaling en al de daaruit voortkomende gevolgen heeft prijs gegeven.
En wat zal het lot zijn van de Katholieke kinderen, die in het gezelschap van hunne niet-Katholieke broeders of zusters leven ? Onderlinge twist ter oorzake van den godsdienst behoort niet tot de zeldzaamheden, zoodat de voorspelling van Christus ook hier in vervulling komt: // 's Memchen huisgenooten zullen zijne
vijanden zijn.quot; Bovendien zullen zij niet alleen wegens het gedrag hunner ouders of althans van één van beiden, maar ook door den omgang met hunne andersgezinde broeders ot zusters in hooge mate in het heilig geloof verflauwen.
Worden in een huisgezin alle kinderen in den Protestantschen godsdienst groot gebracht, dan is â zooals van zelf spreekt â de toestand nog rampzaliger en laadt het Katholieke deel, door wiens nalatigheid dit plaats heeft, nog zwaarder verantwoording op zich.
Ook uit dit hoofdstuk zal het den lezer gebleken zijn, dat de verwaarloozing der Katholieke opvoeding der kinderen met het andere doel des huwelijks in strijd is: om nl. niet alleen kinderen voort te brengen, maar ook om ze in het ware geloof groot te brengen en voor den Hemel op te leiden.
VI.
Het sterfbed.
welke treurige omstandigheden echtge-nooten, die een gemengd huwelijk gesloten hebben, geraken, dit openbaart zich vooral bij het sterfbed.
Vestigen wij op de eerste plaats onze gedachten op het Protestantsche deel, wiens einde nabij is. Wel is waar heeft somwijlen eene oprechte bekeering tot het Katholiek geloof plaats; tranen van vreugde storten echtgenoot en Katholieke kinderen, als zulk een bekeerling, na het ware geloof bezworen en de HH. Sacramenten ontvangen te hebben, met een j bewogen gemoed uitroept: ,/Wat .ben ik ge- i lukkig ! Mocht ik toch immer Katholiek geweest zijn! Ik heb Hem gevonden, dien mijne
â 49 â
ziel bemint, ik heb Hem vastgehouden en zal Hem niet laten gaan.quot; Troostvol is het voor de na-gelatefle betrekkingen, later op het Katholiek kerkhof bij de kerkelijke begrafenis van den dierbaren (de dierbare) afgestorvene te kunnen tegenwoordig zijn en bij het gewijde graf te bidden en te weenen. Maar zoo iets is eene groote uitzondering; in verre de meeste gevallen blijft men van dezen troost, dit geluk des harten verstoken. Door welk eene smart wordt dan de ziel vervuld van de Katholieke wederhelft en ook van de kinderen, die den waren godsdienst belijden ! Te midden van pijnen en benauwdheden wacht de niet-Katholieke vader of moeder het einde des levens af. Geen priester wordt ontboden om door zijne gebeden, zegeningen en het toedienen der HH. Sacramenten den (de) stervende in den naam van God van de boeien der zonden te verlossen, te verkwikken en te versterken in den laatsten strijd. Na den dood wordt het stoffelijk overblijfsel zonder kerkelijke gebeden en plechtigheden op eene begraafplaats ter aarde besteld, waar het kruis, het teeken der Verlossing, ontbreekt; geene uitvaart heeft plaats, geene
Gem. Huw. 4
â 50 â
openbare godsdienstoefeningen geschieden. En al verzuimen de nagelatene betrekkingen niet, Gods barmhartigheid voor de ziel van den (de) overledene onder tranen en zuchten af te smeeken, zal de gedachte aan een zoodanig sterfbed niet immer of altans langen tijd hunne harten beangstigen en kwellen ?
Na de beschrijving van dit droevig tafereel zullen wij eenigen tijd bij het sterfbed van het Katholieke deel verwijlen. Terwijl met rassche schreden liet oogenblik nadert waarop God van alle gedachten, woorden, werken en verzuimenissen rekenschap zal vragen, denkt de stervende over :1e afgelegde levensbaan na. Hij (zij) herinnert zich al de van God ontvan-gene weldaden, maar ook de ondankbaarheid waarmede deze gunsten zijn beantwoord. De tijd der lichtzinnige verkeering, het verboden huwelijk, al de zonden tijdens dat huwelijksleven begaan staan hem (haar) allerduidelijkst voor den geest. Welk een angst verwekt de gedachte aan de kinderen, die spoedig voor immer de zorgen van hun Katholieken vader of Katholieke moeder zullen moeten missen ! Misschien is reeds de ziel in het bad der boet-
vaardigheid gezuiverd; maar zou zij daarentegen nog â en wel sedert vele jaren â onderden zondenlast gebukt gaan, wie beschrijft dan de hevigheid van het lijden, van de wroeging, die haar verteert! Gelukkig, zoo de priester, tijdig gewaarschuwd, naar liet ziekbed snelt om door de genademiddelen der Kerk de ziel te zuiveren en met hemelschen troost te vervullen. Kan hij echter immer ongehinderd zijne heilige bediening waarnemen ? Niet zelden biedt in deze omstandigheden het Protes-tantsche deel tegenstand, als het verzocht wordt zich eenige oogenblikken te verwijderen, opdat de zieke ongestoord kunne biechten. vDe godsdienst is eene openbare zaak; de eene echtgenoot heeft geene geheimen voor den ander; de zieke kan mijne afwezigheid geen oogenblik ontberen.quot; Terwijl de priester deze woorden verneemt, kost het hem gewoonlijk veel moeite om zijn doel te bereiken. Somtijds moet hij zelfs, na allerlei pogingen tot overreding te hebben aangewend, onverrichter zake naar huis terugkeeren. Vóór geruimen tijd werd in eene aanzienlijke plaats van ons land een priester bij een zieken man geroepen, wiens echtge-
â 52 â
noote en ook hoogstwaarschijnlijk zijne nog jeugdige kinderen allen niet-Katholiek waren. Nauwelijks was de bedienaar der Kerk, zonder te vermoeden van welk treurig schouwspel hij zou getuige zijn, het huis binnengetreden en had hij zich naar het ziekbed begeven, of hij werd door de Protestantsche vrouw met geweld teruggehouden. Onder het uitspreken van smaadvolle woorden, zoowel aangaande heilige zaken als jegens den priester, hield zij niet op hem te beleedigen. Eindelijk in gramschap ontstoken, stiet zij hem letterlijk het huis uit.
Alzoo moest de priester, hoewel hij met kalmte al het mogelijke had aangewend om de vrouw tot betere gedachten te brengen en den man te redden, met een geschokt en treurend gemoed naar zijne woning teruggaan. ,/De pastoor kan niets aan mij doenquot;, had de afgedwaalde moedeloos uitgeroepen, en hij miste de zielskracht om zich met een enkel woord tegen het godtergend gedrag zijner vrouw te verzetten. Inderdaad, nergens meer dan hier is het vroeger door ons aangehaalde woord van den Zaligmaker van toepassing; u's Men-schen huisgenooten zullen zijne vijanden zijn.quot;
â 53 â
Rampzaliger nog zijn de laatste uren van den man of de vrouw, die vi-oeger het Katholiek geloof beleed, maar vóór of na het aangaan van het gemengde huwelijk van datzelfde geloof afvallig is geworden en in de boosheid volhardt.
Toen de H. Apostel Paulus het naderend einde zijns levens voorzag, schreef hij aan den Bisschop Timoteus : âIk heb een goeden strijd gestreden, mijne loopbaan voleindigd, hetyeloof bewaard; voor het overige is mij de kroon der gerechtigheid weggelegd.quot; De afvallige daarentegen, op het sterfbed door wroeging verscheurd, hoort, zoolang het bewustzijn nog aanwezig is, voortdurend de verwijtende stem des gewetens : //In den strijd tegen de vijanden uwer ziel zijt gij bezweken; ter wille van de hartstochten of uit vrees voor een mensch hebt gij aan den dienst van God vaarwel gezegd. Het ware geloof, dat tijdens de jeugd u zoo gelukkig maakte, werd moedwillig door u verloochend en verzaakt. Uw leven, in kommer en ellende, in gruwelijke ergernissen en tallooze andere ongerechtigheden doorgebracht, spoedt ten einde. Kunt gij met een gerust gemoed voor het oor-
deel Gods verschijnen, gij, door wiens (wier) schuld niet alleen uwe kinderen in de dwaling zijn opgevoed, maar bovendien ontelbare geslachten van den waren godsdienst zullen verstoken zijn ? In plaats dat de kroon der gerechtigheid in het Rijk der zaligheid op uw hoofd zal schitteren, zult gij, voor eeuwig van Gods aanschijn beroofd, met het schandmerk der verdoemenis geteekend, door het onuit-bluschbaar vuur gepijnigd worden, dat voor den duivel en zijne engelen bereid is.quot;
Wie bij de gedachte aan een zoodanig stervensuur nog geen afschrik van het gemengde huwelijk gevoelt, is meer dan verblind.
VIL
Een gemengd huwelijk met kerkelijke dispensatie.
A
teföT dusverre beschouwde ik het zonder quot;W dispensatie gesloten gemengde huwelijk. l\u wensch ik de aandacht van den lezer ' op een gemengd huwelijk ie vestigen, dat met kerkelijke dispensatie aangegaan wordt. Z. H. de Paus verleent eene dusdanige gunst niet, tenzij er eene (jewichtu/e reden bestaat en bovendien aan de door de Kerk gestelde voorwaarden voldaan is. De Protestant moet nl. beloven, het Katholieke deel in de uitoefening van den Katholieken godsdienst niet te zullen hinderen. De Katholiek is verplicht te beloven, de bekeering van de Protestantsche wederhelft
â 56 â
naar vermogen te zullen bewerken; zooals door dikwijls over de waarheid van het heilig geloof te spreken, door gebed, het goede voorbeeld, niet echter door dwang of geweld. Ook moeten beiden er zicli toe verbinden, dat alle kinderen, die uit dat huwelijk zullen voortkomen, in de Katholieke Kerk gedoopt en in den Katholieken godsdienst opgevoed zullen worden. Volgens het voorschrift van het Provinciaal Concilie van Utrecht wordt het protocol dezer onder twee getuigen afgelegde geloften, van het zegel der parochie voorzien, door bruidegom en bruid en den pastoor onderteekend. Wat nu de voorwaarden zeiven betreft, f/de Kerk â- zegt de Harbe â moet ze stellen, anders zou zij of wel onverschillig voor den ondergang der kinderen zijn, of moeten loochenen, dat zij alleen de ware zaligmakende Kerk is. En inderdaad, hoe zou de Katholieke Kerk van den eenen kant kunnen vasthouden dat zij alleen het ware geloof bezit en leert, dat zij alleen de door Christus ingestelde, ter eeuwige zaligheid voerende genademiddelen uitdeelt, en van den anderen kant toelaten, dat ook maar één harer leden
â 57 â
Is buiten staat gesteld worde, naar het door haar
ig verkondigde geloof te leven, aan de haar toe-
r- vertrouwde genademiddelen deel te nemen ?
k Hoe zou zij er in kunnen toestemmen, dat één le ' harer kinderen in dwaling, welke ten verderve leidt, worde groot gebracht ? Hoe zou zij den
n dwalende, die door het H. Doopsel toch ook
n haar kind geworden is, op den weg des onge-
- luks laten voortgaan, zonder van de Katholieke gt; wederhelft te verlangen, dat zij haar best doe,
- hem door woord en voorbeeld tot de erkente-i, nis en aanneming der waarheid te brengen ?quot;
- - Menigeen houdt wellicht wegens de geschon-n kene dispensatie dit huwelijk voor onschade-ït lijk. //Daardoor immers -â- zoo spreekt men â g kan de Katholiek het Sacrament in staat van )f genade ontvangen, en waar voortdurend, van i- af het eerste oogenblik der verkeering, de wil u bestaat om nimmer zonder verlof van den i- Paus te trouwen, daar is ook niet de zondige )f meening aanwezig waardoor zoovele anderen, is welke zich om het verbod der Kerk niet be-i- kommeren, in het verderf worden medege-n sleept. Was in dit huwelijk ieis verkeerds ge-n legen, dan zou de Paus het niet toestaan.quot;
â 58 â
Het antwoord hierop ligt voor de hand. Zonder twijfel is een gemengd huwelijk met dispensatie verre te stellen boven dat, hetgeen zonder Kerkelijk verlof en. daarom in staat van doodzonde wordt aangegaan. Dit bevat evenwel geenszins eene yoedkeurinc]. Ten einde grootere onheilen vermeden worden, geeft de Kerk dispensatie, na zooveel mogelijk door de geëischte waarborgen den Katholieken echtgenoot of de Katholieke echtgenoote en de kinderen tegen de gevaren beveiligd te hebben, waarover vroeger uitvoerig gesproken is; zij schenkt deze nochtans met grooten tegenzin âniet zonder droefheidquot; (Prov. Conc. v. Utrecht). Zonder nog over het ware geluk te spreken dat zulke echtgenooten missen, mogen wij vrij de vraag stellen of de afgelegde beloften, al zijn zij oprecht en onder eede geschied, zeker vervuld zullen worden; of de gevaren voor echtgenoot en kinderen geheel geweken zijn. Elke priester, hij moge slechts een weinig ondervinding hebben opgedaan, kan getuigen welke treurige toestanden dergelijke huwelijken kunnen veroorzaken. Aan schrijver dezes zijn onderscheidene gevallen bekend, dat, ondanks
â 59 â
de« ernstigste beloften, zelfs onder eede gedaan, de kinderen of in de Protestantsche kerk of in het geheel niet gedoopt werden, terwijl de Katholiek nog bovendien jaren lans de kerkelijke geboden overtrad. Xog vóór korten tijd schond een buitenlandsch Katholiek vorstelijk persoon, die een gemengd huwelijk met dispensatie had gesloten, zijne geloften, door zijn kind in eene schismatieke kerk te laten doopen. De oorzaken hiervan mogen verschillend zijn, de feiten bestaan. En gesteld eens dat de echtgenooten het gegeven woord tijdens hun huwelijk niet breken, wat zal geschieden, zoo de ouders sterven en de kinderen aan een Protestantschen voogd worden toevertrouwd, of indien de Katholiek sterft, en de Protestantsche weduwnaar of weduwe een tweede huwelijk sluit met een niet-Katholiek ? Bestaat dan voor de kinderen geen gevaar voor afval van het geloof? Met droefheid in het hart denk ik er menigmaal aan, hoe brave, vlijtige kinderen, na reeds eenige jaren den catechismus te hebben bijgewoond, door hun stiefvader of hunne stiefmoeder van den priester werden weggenomen en naar de Protestantsche Kerk
â 60 â
gezonden om in eene valsche, door de Kerk veroordeelde leer onderricht te worden.
Nog een enkel woord over de wijze waarop het gemengde huwelijk met dispensatie gesloten wordt. Buiten de Kerk, op eene niet-ge-wijde plaats nemen bruidegom en bruid, in tegenwoordigheid van den pastoor (of een priester door hem aangesteld) en ten minste twee getuigen, door het uitspreken van de gebruikelijke woorden elkander tot echtgenooten. De pastoor, niet in kerkelijk gewaad gedost, spreekt geen huwelijkszegen uit, verricht goen enkelen kerkelijken ritus, neemt kortom slechts eene passieve of lijdende houding aan. Gewoonlijk wordt ook de huwelijksafkondiging in de kerk achterwege gelaten. Is er nog meer bewijs noodig voor den weerzin waarmede de H. Kerk eene zoodanige dispensatie schenkt ?
Ik ben aan het einde van mijne beschouwingen over het gemengde huwelijk. Naar mijn best vermogen heb ik bewezen, dat die huwelijken nimmer in den waren zin des woords gelukkig zijn, wél daarentegen voor de Katholieke wederhelft en kinderen groote
â 61 â
zielsgevaren en verschillende andere rampen veroorzaken; dat zelfs die huwelijken, met dispensatie aangegaan, lang niet altijd tegen genoemde gevaren beveiligen. Voeg hierbij de twisten, welke hierom dikwijls tusschen we-derzijdsche fatniliën plaats hebben. Met recht dus noemt Paus Benedictus XIV het gemengde huwelijk verderfelijk voor de zielen. Daarom, jongelieden, dit bid en smeek ik u om het heil uwer door Jezus' bloed vrijgekochte zielen : trouwt nimmer met een niet-Katholiek; wederstaat met alle kracht, wanneer de duivel, door u aardsch genot en het bezit van tijdelijke goederen voor te spiegelen, ook tot u spreekt: u DU alles zal ik u geven, zoo gij nedervalt en mij aanbidi.quot;
Ik sluit met de schoone woorden van het Provinciaal Concilie van Utrecht: ,/Deze Kerkvergadering vraagt, smeekt en bezweert in den Heer de Katholieke ouders, dat zij, met de zorg aangaande het eeuwig heil der kinderen belast, met alle krachten hun kroost van de gemengde huwelijken zullen pogen af te houden. Mogen zij vroegtijdig in de harten der kinderen prenten, wat elke geloovige omtrent de waarde
â 62 â
van het Katholiek geloof en de aan te wenden zorg weten moet om het tegen gevaren te behoeden. Maar bovendien is het hun plicht, op de meest geschikte wijze het kwaad zelt te voorkomen, en hierop een waakzaam oog te vestigen, dat hunne zonen en vooral hunne dochters, hetzij te huis of buitenshuis, niet aan het gevaar worden blootgesteld van meer gemeenzaam met hen om te gaan, met wie het niet geoorloofd is eenmaal in den echt te treden.quot;
I v ii o if ®.
Aan den Lezer.
I. De heiligheid en de waardigheid van
het huwelijk........5
II. Het doel des huwelijks.....9
III. Plet gemengde huwelijk. Heiligschen-nende handeling.......14
IV. Zielsgevaren voor den Katholieken man of de Katholieke vrouw . . 23
V. Zielsgevaren voor de kinderen. Rampzalige toestand van den Katholieken vader of de Katholieke moeder, die de godsdienstige opvoeding der kinderen verwaarloost. ,.....35
VI. Het sterfbed.........48
VII. Een gemengd huwelijk met kerkelijke dispensatie.........55
mmmm s1 mm-m^mm p Verscteii Di] den üitgeyer M, Waterreus te Roemoii!!: |
Gebeden van een Kind
(| ter voorbereiding tot dc eerste H. Com nu, nu â « pagina's, per Huk 10 et, per 25 a 7 cl.. Pe. 50 a ' o et., per 100 a 5 ct.
§ Drievoudigo Liturgische Verklaring
^ der H. Mis, door B, Leijser, Pastoor te Zeddarc. ..
(è Pül ct-, per 12 a 14 ct., per 25 a 13 ct.,
8? per 50 a 12 ct., per 100 a iq ct.
Gebed eener Moeder
om de genade van het H. Doopsel te vragen, voor haar kind door den H. Alphonsus, p. 100 f 0,60, p. 1000 f4,â
I? De tien Dengden van Maria,
S per 100 f 0,30, per 1000 f 2,â .
I' Gebed voor de bekeeriig van Nederland,
^ per 100 f 0.40, per 1000 f 2,50,
H Prentjes
« me* gebeden voor de bekeering van Nederland, ver- :
C® schillende voorstellingen, per 100 f1,20, per 500 ,
ffc f 5, per 1000 f 9,â.
1 Biechtboekje voor Schoolkinderen,
i Per 100 f 5,â.
tl Wegwijzer voor den Leerlin?,
i per 100 f 7,â.
^ Mijne eerste H. Communie,
Scbedequot;boekje voor kinderen bij en na hunne eerste amp;iS r ^quot;nMïMuüc, volgens den li. Alphonsus, in linnen 1 m ' 0,5ü) per 25 a 40 ct
Waakt en Bidt,
|S door den H. Alphonsus, p. stuk 20 ct., p. loof 15,â
1
f-,.;-