16
/^U
Vak 71
a1
Onrs^nng bp Pinnug f
geschetst door
^.1 Z, E. Kartai DecMmps; L|,
vertaald door EEN R. K. PR.
I Met kerkelijke goedkeuring. |
J E â ROERMOND. â =( 1
M. Waterreus, Drukker en Uitgever. 1*^;*
iimiiiiiiiimmiiiiiimiiriiiimmiiy
=â¢*-*- ~r, (%
16
©orsprong der viering van '
Sâ¬. Sacramentsdag.
VV~ 71'
v ai. / i
liiqantcntórfafi.
geschetst door
% p. ^aröinaal
vertaald door EEN R. C. PR.
Met kerkelijks goedkeuring, quot;g-;»»»»
ROERMOND.
M. WATERREUS, Drukker en üitge#
1801. 1
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
IiDriMtnr traislatio neerlandica.
Ruremund^e, 18 Februarii 1891.
P. J. H. R USSEL, Can. Theol., Librorum Censor.
1
'Pi lOTVlEEK oss \ .RSIÃtlT ü VRACHT
COU-. THOMAASWI
Hoofdstuk 1.
De roem der stad Luik-
âgt;®-«!â
, et valt niet te ontkennen, onder velerlei opzicht raag de stad Luik op beroemdheid bogen; terwijl geheel . westelijk Europa vertrapt en vernield werd door barbaarsche horden, was daar de letterkunde in vollen bloei; glorievolle wapenfeiten waren van oudsher de trots der Luikenaars, en de talrijke schrijvers van ridder-romans vonden steeds stof in overvloed in de geschiedenis van het land van Luik. Vrijheid, ook van allen burgelijken dwang, ziedaar het streven van dat edele volk, en eenmaal die vrijheid verkregen hebbende, wist het die te handhaven, zij het ook ten koste van geld en bloed.
Nog hoogeren roem echter heeft Luik zich verworven, door zijn voortdurende gehechtheid aan het ééne ware geloof. Opge-
Hoofdstuk I.
6
nomen onder de groote familie der Christelijke natieën, door de Roomsche Kerk betiteld met den eerenaam van gt;dochter;quot; Sancta Legio. Ecclesiae Romanae filia, is de kerk van Luik altijd getrouw gebleven aan hare moeder. Met heiligen trots schreed zij altijd vooruit, fier het hoofd omhoog, prijkend met de onuitwischbare trekken van haar echt christelijken oorsprong. â Een Bisschop uit de eerste eeuwen, de H. Monulphus, staande op een der vele en schoone, nog heden aanwezige heuvelen, voorspelde, dat in de toekomst daar een stad zou verrijzen. De H. Lambertus heiligde dien grond met zijn bloed, dat hij volgaarne vergoot om de heilige zuiverheid te bewaren, de eenheid van het christelijk huisgezin te handhaven, en het recht der zwakken te verdedigen; â deH. Hubertus legde de grondvesten der stad, en de H. Bisschop Notgerus verhief haar tot zulk een luister, dat de werken zijner handen ook nu nog aller bewondering afdwingen. Heel de geschiedenis toont duidelijk, dat het geloof, altijd sterk en levendig in de warme harten der Luikenaars, meer dan wat anders ook heeft bijgedragen om deze beweegzieke en vrijheidlievende [stad te
De roem der stad Luik. 7
verdedigen tegen de droevige gevolgen van burgertwisten, waarbij heer=chzucht zoo dikwerf onder den schijn van vaderlandsliefde verborgen is. De eenheid, die besloten is in het geloof, strekte daar om de harten en zinnen, welke zoo dikwerf dreigden zich over andere zaken te verdeelen, weer te hereenigen, en het is onmogelijk om haar geschiedrollen door te gaan, zonder te erkennen wat de geschiedenis der beschaving overal leert, geloof en vrijheid moeten samengaan; geen waar geloof zonder vrijheid, geen ware vrijheid zonder geloof.
De zoogenaamde Hervorming der 16e eeuw zond ook haar trawanten de stad Luik binnen, ten einde onder allerlei schoonschijnende vormen het goede volk afvallig te maken; maar de gehechtheid aan het voorvaderlijke geloof was even sterk als de liefde tot onafhankelijkheid, en als uit één mond riepen de om het stadhuis ver-eenigde burgers: »Neen nooit! nooit verlaten wij het oude geloof!quot;
In deze fiere, openbare belijdenis van hun geloof volgden zij het heerlijk voorbeeld hunner vaderen. Toen bijv. in de iidlt;= eeuw Berengarius zich vermeten had, het leerstuk der aanbiddelijke tegenwoor-
Hoofdstuk I.
digheid van Christus in het Allerheiligste Sacrament in twijfel te trekken, en aldus het geheele christendom in het hart te treffen, was de kerk van Luik, in den persoon van haar bisschop Mgr. Durand, de eerste om zich openlijk tegen die dwaalleer te verzetten. Diens leerling Adelman, later Bisschop van Bresse, volgde hem op denzelfden weg; en een eeuw later zien wij Alger, Kanunnik en Deken van Luik een geleerde verhandeling schrijven over de waarachtige tegenwoordigheid van het Lichaam en Bloed des Heeren in de H. Communie. Eindelijk was het Paus Nicolaas II, vroeger te Luik in priesterlijke bediening, die Be-rengarius opvorderde om naar Rome te komen, en daar zijn valsche leerstellingen te herroepen.
Vooraan dus in de rij der dappere verdedigers van het geloof, en wel voornamelijk met betrekking tot de â gt;Aanbiddelijke tcgennjoordigheid,quot; staan de wakkere Luikenaars; daarom wachtte hun dan ook een belooning, zulk een getrouwheid waardig. Maarom deze belooning naar waarde te schatten, moeten wij de geschiedenis raadplegen, en wel op het oogenblik dat de goddelijke
8
De roem der stad Luik. 9
Voorzienigheid had uitverkozen om haar gunsten mede te deelen.
Te dier tijde was er een algemeene ontsteltenis in Europa. De beschaving streed tegen een nieuwe soort van barbaarschheid, vervat in het Islamisme, welke secte zich verhief als de woeste baren eener kookende zee, en het geheele christendom trachtte uit te roeien. De kruistochten wierpen dammen op tegen die vernielende wateren, en redden aldus het werk der beschaving. Zoo overwon de Kerk haar vijanden van buiten; maar gevaarlijker waren de vijanden aan eigen boezem, de sectarissen, die door valsche leeringen de ziel des volks aanvielen, en tegen hen moest een andere macht worden aangewend dan die, waarmede de Kerk ook de ij verzuchtigste tegenstanders had weten te vereenigen tegen den overmachtig dreigenden vijand uit het Oosten. Hier behoorde een ander geweld dan dat van legerscharen, eene macht zachter dan die van het zwaard, eene die zegepraalt
over de harten door waarheid en liefde.....
de eeredienst van God, welke duidelijk spreekt tot het gemoed, zonder het door woorden op te wekken.
Hij, voor wicn de toekomst niet omslui-
Hoofdstuk /.
erd is, zag dat dezelfde ketterij, welke tevergeefs getracht had om in de 11 de eeuw het Christendom te vernietigen, in lateren tijd, met een nieuwe kleedij getooid zou te voorschijn treden, wanneer het kwade beginsel meer algemeen heerschend wezen zou; daarom bereidde Hij bij voorbaat reeds een plechtige geloofsbelijdenis aller volkeren, een algemeene daad van aanbidding, welke voortaan de geheele katholieke wereld zich beijveren zou om elk jaar feestelijk te herhalen.
Nu was voor Luik de tijd der vergelding aangebroken. Onder alle dochteren der H. Kerk werd door de Goddelijke Voorzienigheid deze stad uitverkoren om den eersten stoot te geven van die groote beweging van geloof en godsvrucht, welke sedert voortdurend in krachten toenam naar mate het gevaar van afval in de toekomst meer dreigend werd.
De instelling van den H. Sacramentsdag is een providentieele gebeurtenis, eene daad die God ten uitvoer brengt door middel zijner Kerk, terwijl de strekking er van veel verder gaat dan het korte bekrompen inzicht der wijzen dezer wereld. Dezen toch begrijpen niet, dat de Kerk, door aan de
IO
De roem der stad Luik- II
wereld de gelegenheid te verschaffen om algemeen een daad van liefde te stellen jegens den goeden God, die zich verwaardigt onder ons te wonen, op krachtige wijze het geleof opwekt aan het groote leerstuk, waarin het geheele christendom vervat is, en aldus het godddelijk beginsel, dat ook de burgerlijke maatschappij altijd gered heeft, opnieuw doet herleven. Dit beginsel bestaat in het onwankelbaar geloof aan de openbaring, en wordt hardnekkig bestreden door twee andere beginsels; het rationalisme met zijn theorie geen God, en het protestantisme met zijn theorie geen Christus. Welnu, de instelling van den H. Sacramentsdag, het feest der waarachtige tegenwoordigheid van den Mensch geworden God, is een protest tegen deze beide dwalingen, en herinnert alle christen volkeren aan de vervulling van dit Schriftuurwoord, dat ze zoo rechtstreeks veroordeelt : «Zie, ik ben niet U tot aan de voleinding der eeuwen.quot;
In het heiligdom op den berg Cornillon, in de oude kapel, welke nog heden bestaat, schoot een straal van hemelsch licht neder in het reine hart eener uitverkorene ziel.
12 Hoofdstuk I.
en wekte in haar de gedachte op, om een feestdag, geheel bijzonder aan de vereering van het H. Sacrament gewijd, vast te stellen. In de St. Martinus Kerk van Luik werd deze gedachte het eerst verwezenlijkt, om van daar uit steeds voorwaarts te dringen tot aan den zetel der Pausen, en eindelijk alle werelddeelen te omvatten. Het geregeld verloop dezer gebeurtenis zullen wij in de volgende hoofdstukken uiltvcriccn.
â¢j iiiiiiiiiiiiiwiiniiiiiiiHiiiiiiiiiiiitminiimiiiuuimiiiiiiiiiiiiiinmiiiiHiiiitiiiiniiiiiiniiiiiiitiiHu nniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiMiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiitiiiiiiiiiiiHinini:
Hoofdstuk II.
De H. Juliana.
ââ.â¢oo-o*«â
»Tk loof U, Vader, Heer van Hemel »en aarde, wijl Gij voor de wijzen en averstandigen verborgen hebt, wat Gij «geopenbaard hebt aan de eenvoudi-»gen.quot; (Math. XI. 25.)
od schept er behagen in, om groote zaken door nietige werktuigen tot stand te brengen. Daardoor komt Hij den mensch te hulp om zichzelf rechtvaardig te maken, en aan God de eer van zijn arbeid te geven. Groot is het getal voorbeelden waarin God op dusdanige wijze handelde; doch waartoe is het noodig tijd te verspillen met U op te wekken, om de wijsheid Gods te erkennen in de keuze eener eenvoudige maagd, ten einde door alle volkeren der wereld aan Jezus Christus plechtige dank-en bedestonden te laten brengen? Kan U dat verwonderen.
Hoofdstuk II.
U, die toch weet, dat een andere maagd nog meer verborgen dan deze, onder alle bestaande schepselen werd uitverkoren om mede-verlosseres der wereld te worden!
Niets van al hetgeen wat noodig is om eene ziel trouw te laten medewerken met de plannen der Voorzienigheid, ontbrak aan de H. Juliana: noch nederigheid, noch edelmoedigheid, noch vervolgingen.
Zij aanschouwde het eerste levenslicht in 1193, te Retinne, behoorendc onder het rechtsgebied van Luik. Om den vroegtij-digen dood harer ouders werd zij gesteld onder de leiding der gastvrije zusters van Cornillon, terwijl een hunner, genaamd Sapientia, en waardig zulk een naam te dragen, zich met hare opvoeding belastte. Haar leerlinge maakte in korten tijd snellen voortgang op den weg der deugd, en gedurig werd haar verlangen sterker om aan geest en godsvrucht een degelijk voedsel te geven door het lezen van de werken der HH. Vaders. Daarom voegde zij bij de studie der fransche taal ook die der latijnsche, want, zoo dacht zij, is het leven der Heiligen, zooals het verhaald wordt, door profane schrijvers, mannen, die toch slechts op zeer onvolmaakte wijze in de
De H. Juliana.
geheimen van dit ware helden-leven zijn doorgedrongen, reeds zoo troostend, bemoedigend en vol opwekking ter navolging, hoeveel krachtiger, ja bovennatuurlijk moet dan de indruk niet wezen, wanneer de werken gelezen worden in dezelfde taal, in dezelfde woorden welke die Heiligen zelf hebben verkozen, om uit te drukken wat de H. Geest en de genade hun ingaf! En zij bedroog zich niet in die verwachting; de lezing der werken van den H. Augusti-nus en den H. Bernardus werd haar geliefkoosde bezigheid.
Zulk een smaak verraadt grootheid van ziel. Naarmate de geest zich meer tot God verhief, ontwaakte in haar steeds inniger geneigdheid voor een verborgen leven, voor lijden en vernedering. Haar liefde voor het kruis des Verlossers vergenoegde zich niet met verhevene beschouwingen, maar deed haar verlangen naar bezigheden, die het meest drukkend, het meest verachtelijk schijnen in de oogen der menschen. Met afgunstige oogen volgde zij steeds de arme koehoedster van het huis, die voortdurend heen en weer ging naar weiland en stallen, niets anders ontmoetend dan slijk en drek en vuiligheid, en dringend smeekte zij
«5
16 Hoofdstuk II.
Sapientia om toch met die bezigheid te mogen worden belast. De oordeelkundige meesteresse, ofschoon verrukt over zulk een gemoedsgesteltenis, weerstond eenigen tijd aan de verlangens van Juliana, voorwendend, dat zulke werkzaamheden niet pasten aan haar fijn gevormd lichaam, noch strookten met haar edele afkomst of haar gewone levensmanier; maar eindelijk moest zij toegeven aan den geest Gods die hier werkte, en men zag een persoon, begaafd met de voortreffelijkste hoedanigheden, alles doen wat in haar vermogen was, om ze aan de wereld te onttrekken, en ze, als dc parel, onder het slijk te verbergen.
Liefde voor den arbeid is de toets der ware bespiegeling, en na het geduld geven de liefdewerken de maat aan der liefde welke men God toedraagt. Ziedaar het dubbel kenmerk van het geheele leven van Juliana. Zacht vond zij de meest vermoeiende bezigheden, wanneer zij daarmede hare zusters kon helpen, of de zieken verlichten en de edelmoedigheid harer ziel overtrof zoozeer de krachten des lichaams, dat zij reeds toen de kwalen opdeed, waaraan zij leed tot aan haar gelukzaligen dood.
Beminnaresse van het kruis, ontving Ju-
De H. Juliana.
17
liana van haren Goddelijken Verlosser buitengewone gunsten, inzender gedurende het H. Misoffer, alhoewel verschillende omstandigheden haar beletten om het dagelijks bij te wonen. Ofschoon somtijds lichamelijk afwezig, waren hare gedachte en verlangens steeds tegenwoordig, en als het klokgelui het oogenblik der Consecratie verkondigde, klopte haar hart van liefde en aanbidding. En welke zullen dan hare gevoelens geweest zijn, zoo dikwerf als zij in de H. Communie Hem ontving, wiens tegenwoordigheid alleen al voor haar zoo vol was van zoete bekoorlijkheid? Na de H. Communie zou zij zoo gaarne dagen lang een heilig stilzwijgen onderhouden hebben, ware het niet clat de gehoorzaamheid en de naastenliefde noodzaakten om het te verbreken. Juliana besefte de waarheid van dit woord eener andere Godminnende ziel: «nooit ben ik minder alleen, dan wanneer ik alleen ben.quot;
Maar God, die haar aldus bezocht in de eenzaamheid, stond toe, dat, ondanks alle zorgen om zich te verbergen, hare deugd wijd in het rond uitschitterde en andere zielen tot haar hun toevlucht kwamen nemen. Met vreugde ontving Juliana de armen
2
O. V. H. S.
Hoofdstuk II.
i8
bij zich, en dan sprak zij van Gods goedheid, van de afschuwelijkheid der zonde, van het zoete der deugd; maar zwaar leed z'i er onder, wanneer de grooten der aarde bij haar om raad kwamen vragen. Zoolang zij nog jeugdig was, en men kondigde het bezoek aan van een voornaam persoon, verborg zij zich zóó dat zij niet kon gevonden worden, ten einde die persoon zou kunnen vertrekken zonder zich beleedigd te gevoelen; werd zij echter bij geluk gevonden, dan zeide zij, dat een arme idioot, een d: :nstmaagd van het klooster, opgevoed in e-'U veestal, slechts kan geraadpleegd worden over melk en boter, maar niet over onderwerpen die haar begrip te boven gingen, en zij van anderen leeren moest. Op rijperen leeftijd echter was het niet altijd even gemakkelijk om te blijven zwijgen, en noemde zij dergelijk soort van onderhoud haar vagevuur. ââ Wereldlingen kunnen moeielijk begrijpen, dat iemand zwarigheid vindt daar waar zij slechts genoegen zien; maar God, trotsch op de volmaaktheid der Heiligen, duldt niet, dat zij genot scheppen in voorbijgaande voldoening, en daarom verwekt Hij in hen een afkeer daartegen. Zelfs de innerlijke vertroostingen
De H. Juliana.
worden voor hen een bron van smarten, zooals ook Juliana ondervond, wier lichaam veel te teeder was, om in kalme rust een geluk te genieten, dat een voorsmaak gaf van het toekomstige leven.
God beloonde haar teedere toegenegend-heid met bovennatuurlijke gaven, zooals zielen, welke ware heldendeugd beoefenen, meermalen ondervinden. Het doorgronden der harten, de geest van voorzegging, de gave om lichaam en ziel te genezen, in één woord: de geest Gods, toonde zich in haar op geheel bijzondere wijze, maar de innerlijke glans der ware liefde, was haar voornaamste gave. De liefde voor Jesus Christus deed haar met Hem lijden voor al diegenen die lijden, en wekte haar in-zonder op tot medelijden met de arme zondaars. Haar hart verlangde nog meer te deelen in de smarten van Hem, die als slachtoffer beladen was met de zonden der geheele wereld, en zij achtte zich schuldig aan alle misdaden welke zij niet genoeg beweende, en die zij niet naar wensch uitboette door eene droefheid, geëvenredigd met de liefde welke wij aan God verschuldigd zijn. â Op zekeren dag ontving zij bezoek van een hooggeplaatst persoon, die
19
Hoofdstuk II.
haar kwam spreken over goddelijke zaken. Juliana, verlegen over zulk een vraag, antwoordde met haar gewone bescheidenheid, dat zij slechts een onwetende was, en een ongelukkige zondares. Maar, hernam die persoon, hoe kunt gij spreken van zonden, terwijl de geheele wereld u roemt als eene groote dienaresse Gods? En om haar van dwaling te overtuigen, noemde hij de verschillende zonden op, waardoor zoovele zielen hun ondergang vinden. Welnu, aan al die zonden hen ik schuldig, zeide Juliana met terneergeslagen oogen, en de bezoeker, die den geestelijken zin dier woorden niet begreep, vertrok verontwaardigd over den roem van deugd, welken zij verworven had. De zusters van den berg Cornillon, weinig voldaan over dit misverstand, vroegen aan Juliana, hoe zij, naar waarheid, zich aan al die zonden schuldig kon noemen? »Ge-looft mij, sprak Juliana, ik heb slechts de «waarheid gezegd, want ik ween niet gelijk »ik dat doen moest, ik toon niet die droef-»heid welke ik toonen zou, zoo ik ook »maar een weinig liefde jegens God had, «over al de zonden, waardoor dagelijks «zijne oneindige Majesteit beleedigd wordt.quot;
Aan zulk een dorst naar boete en offer
20
De H. Juliana.
wilde God te hulp komen, en daarom schonk Hij aan Juliana al die vervolgingen welke volgens het profetisch woord van den H. Apostel Paulus, het deel zijn van alle ware geloovigen, en aan de gerechtvaardigden beloofd werden tegelijk met den vrede des Evangelies. En om nog meer aan haren goddelijken Meester gelijkvormig te zijn, moest ook zij, 'evenals Hij, haat, verraad en tegenwerking ondervinden van diegenen, welke op de eerste plaats hare volgelingen en vereerders wezen moesten.
Na den dood van Sapientia, werd Juliana tot Overste gekozen. Hare moederlijke teederheid had alle harten gewonnen, maar hare onwrikbaarheid in de strenge opvolging van den kloosterregel, mishaagde aan eenigen harer geestelijke dochters, die ongelukkigerwijze tot verslapping waren vervallen. Met alle kracht verzette zij zich tegen den onwaardige, die zich door om-kooping had weten te verheffen tot het ambt van prior over de kloosters van Cor-nillon. Alles spande hij in, om zich te ontdoen van iemand zoo waakzaam als Juliana, en de lasteringen welke hij uitdacht tegen haar vonden gereedelijk ingang in de geesten, door de ongelukkige tijdsomstandig-
21
22 Hoofdstuk II.
heden zoo diep bedorven. Onder het bestuur van den heiligen Bisschop Robertus moest hij zwijgen, maar een geheele reeks van nieuwe leugenachtige beschuldigingen braakte hij uit onder diens opvolger Hendrik van Gelder. Deze naam alleen zegt genoeg, dat nu ongestraft alles kon gezegd worden, en dat alleen door de vlucht Juliana en haar gezellinnen zich konden onttrekken aan de kwellingen van een verblind, en tot roof en diefstal gehuurd gemeen.
Juliana had deze beproevingen voorspeld aan de gelukzalige Eva, eene kluizenares van Sint-Martinus, eene haar waardige gezellin om op te treden tot bevordering der instelling van den H. Sacramentsdag. Eens bezocht zij hare vriendin ten einde haar te spreken over het moeitevolle der uitvoering van de openbaring, waarover wij weldra breedvoeriger zullen handelen, en sprak toen: »Zij die door allerhande kwaad de izielen der menschen geboeid en verblind ihebben, zullen weldra een zwaren strijd »beginnen tegen mij, tegen de kerk, onze gt;gemeenschappelijke moeder, en tegen al-gt;len die haar glorie verlangen; inzonder »echter zullen zij de arme Juliana lastig «vallen. Nog in dit jaar zal de strijd aan-
De H. Juliana. 23
»vangen, zoodra onze prior Godefridus, die »op aarde mijn eenige steun is, zal gestor-»ven zijn. Een persoon nauw aan ons huis iverbonden, zal zijn plaats innemen, en «onder zijn bestuur zal ik zoo wreed door »de vijanden der gerechtigheid vervolgd «worden, dat ik gedwongen zal wezen mij gt;terug te trekken. Zult gij mij dan willen «opnemen, mijn dierbare Eva?quot;
Deze voorzegging werd in al hare bijzonderheden vervuld, en de gelukzalige Eva ontving Juliana en hare gezellinnen met al die teederheid en al die vreugde, welke slechts een heilige vriendschap in dergelijke omstandigheden bewijzen kan. De Bisschop van Luik, die van rechtswege deze zaak moest onderzoeken, erkende Juliana's onschuld en hare uitstekende deugden; maar de vijanden der Heilige welke alle vrijheid genoten onder den opvolger van Robertus, maakten gebruik van de tweespalt welke in het ongelukkige land heerschte, dwongen Juliana opnieuw om Cornillon te verlaten, en ontzegden haar alle verblijf op welke plaats ook van het geheele land van Luik. Hun dolzinnig drijven voerde haar achtereenvolgens naar Robermont, Val-Benoit, en Val-Notre-Dame,
Hoofdstuk II.
totdat zij eindelijk een toevluchtsoord vond bij de zusters van Salzines te Namen. Daar wachtte haar nieuwe beproevingen, want de gruwelen van den oorlog dwongen deze religieusen om in allerijl hun klooster te verla'ten. Vergezeld door de abdis van Salzines begaf zich Juliana nu naar Fosses, alwaar, volgens de raadsbesluiten Gods, haar smartvolle pelgrimstocht een einde zou nemen. Daar gaf zij den geest op den jden April 1258, in haar 66ste levensjaar, gelaten, onderworpen aan Gods wil; gelukkig evenals haar Verlosser te hebben mogen lijden, offerde zij aan God hare smarten op, tot vergiffenis harer vijanden. Gaarne, zeide zij, zoude ik tweemalen de smarten van den doodstrijd willen lijden, eens voor mijn eigen zaligheid, en andermaal voor die mijner vervolgers.
Liefde voor het H. Altaar-Sacrament, ziedaar, waarin het geluk haars levens bestond, en juist om die liefde moest haar dood zoo heerlijk zijn. Op die oogenblikken, wilde God, die in de H. Communie het onderpand onzer toekomstige verrijzenis is, aan het zwakke lichaam der Hem toegewijde maagd, nog bovennatuurlijke krachten schenken. En waarlijk, Juliana stond niet
24
De H. Juliana.
toe, dat de H. Teerspijze in haar arme cel gebracht werd, doch zij richtte zich op, ging naar de kapel, en, aan den voet van het altaar neergeknield, ontving zij voor de laatste maal het Brood der Engelen; vervolgens bleef zij, tot de grootste verwondering van een ieder, tot zonsondergang in het gebed verzonken, om slechts naar het ziekbed weder te keeren op het oogen-blik dat haar het H. Oliesel zou worden toegediend.
Aan haar inninge godsvrucht tot het groot gt;gebeim der liefdequot; schrijft men het zoo dikwerf door haar geuit verlangen toe, om begraven te worden in de abdij van Villers, behoorende tot de orde van Citeaux, omdat juist deze orde zich zoo bijzonder onderscheidde door vurige godsvrucht tot het Goddelijk Altaar-Sacrament. De Abdis van Salzines en al hare gezellinnen volgden het stoffelijk overschot van Juliana tot aan dit klooster, gelegen op zes mijlen afstands van Fosses; de kloosterlingen van Villers ontvingen het kostbare lichaam als een schat, en plaatsten het nabij de overblijfselen der Heiligen, welke in hunne Kerk vereerd werden. Overal, waar Juliana tijdens de vervolgingsvvoede doortrok, had zij den
25
26 Hoofdstuk II.
goeden geur van Jesus Christus verspreid, en God, die haar reeds tijdens haar leven door de uitstorting zijner genadegaven zooveel roem deed verwerven, verheerlijkte het graf en de nagenachtenis zijner dienaresse door vele wondervolle gunsten, welke menigeen door de voorspraak der H. Juliana mocht ontvangen.
Hoofdstuk III.
Openbaring omtrent den H, Sacramentsdag.
e gedachte aan een »H. Sacraments-rtj⢠dagquot; was niet enkel een opwelling SIM van godsvrucht in Juliana,'noch ook /*3 alleen maar een werking der genade o op haar hart, maar een Goddelijke Openbaring. Deze uitdrukking moet ons. Christenen, niet verwonderen. Wij weten immers, dat de H. Geest, die tot de profeten sprak, en aan hen de plannen der Voorzienigheid openbaarde, ook na de menschwording des Woords niet van de wereld geweken is, en geen enkele eeuw der Kerk kan men aanwijzen, waarin de duidelijke sporen zijner Goddelijke werking niet zichtbaar zijn. Het is waar, openbaringen aan bijzondere personen gedaan zijn geen geloofspunten, zooals de eigenlijk
Hoofdstuk III.
gezegde openbaring; maar toch is het vermetel ze te verwerpen wanneer hun bovennatuurlijk karakter vast staat, inzonder wanneer ze als zoodanig door de Kerkelijke Overheid zijn erkend. Wij weten wel, dat onze hedendaagsche vrijdenkers dergelijke feiten aan kwezelarij of misplaatste devotie toeschrijven, maar zoo sprekende gebruiken zij hun vrijheidâ ook volgens de wetenschap â al zeer slecht, en het ware te wenschen dat zij zich wat meer ernstig toelegden op do kennis der historie van het bovennatuurlijke in deze wereld.
God openbaart zich aan den mensch op eene wijze, die overeenkomt met de natuur welke Hij hem gegeven heeft. Geestelijk en stoffelijk schepsel tegelijk, heeft de mensch, om zoo te zeggen, slechts gedachten, in zinnelijk waarneembare vormen gegoten, en de spraak zelf is niets anders dan de uitdrukking van al deze vormen en al deze beelden, een bewonderenswaardige samenvatting van dat alles. Het is dus niet te verwonderen dat God, de harmonie tusschen de wereld der geesten en die der lichamen vaststellend, er behagen in schiep om zijne plannen aan de men-
28
Openbaring o. d. H. Sacramentsdag. 29
schen bekend te maken door middel van beelden, overeenkomend met de waarheden welke Hij hun wilde ontdekken, en dat Hij dikwerf aan de profeten zijn geheimen openbaarde in beeldspraak, waarvan Hij hen later den waren zin deed begrijpen. Zoo bijvoorbeeld, wordt in een der profetieën van het Nieuw Testament de Kerk voorgesteld onder den vorm van de maan, een schoon en treffend beeld, wijl de Kerk haar licht ontvangt van de vZon der gerechtigheid^ en geen andere bestemming heeft op aarde, dan om ons door den nacht der tijden te geleiden naar den grooten dag der eeuwigheid.
Welnu, onder ditzelfde beeld toonde God de strijdende Kerk aan de toen nog jeugdige Juliana. Zij echter begreep nog niet, wat God haar wilde te kennen geven door de verschijning van die heldere maan, waarover een donkere streep liep, die onderaan den lichtenden bol in twee deelen scheen te splitsen. Toen dit gezicht zich meerdere malen herhaalde, nam de ongerust geworden Juliana het besluit, om dit voorwerp harer zorgen aan hare overheden mede te deelen, wel wetend dat het zaak is zich te wenden tot de geestelijke overheid, die
Hoofdstuk III.
3°
door God is aangesteld tot het lijden der zielen, om onderscheid te kunnen maken tusschen gaven Gods en de werking der verbeelding, of spelingen der natuur, of voorstellingen des duivels. Verschillende personen, zoo door deugd als wetenschap beroemd, werden dus geraadpleegd, en allen verklaarden eenstemmig de zaak voor twijfelachtig, en dat men er niet te lichtvaardig aan moest gelooven. Juliana, wijs maar ook leerzaam (gt;quae autem desursum est sapientia, suadibilis,'' Jac. III. 17) wendde alle pogingen aan om bevrijd te worden van deze visioenen, welke zij voor zinsbegoochelingen wilde houden. Zij bad, en liet bidden, opdat God haar mocht verhoo-ren; maar God, de oorzaak harer angsten, doch ook der genaden die ze vergezelden, wilde op deze wijze het geduld en den moed beproeven zijner dienaresse, om haar eerst later ten volle in te lichten. Lang bleef Hij doof, zelfs voor het anders zoo veel vermogend gemeenschappelijk gebed, totdat Hij haar eindelijk een gedachte ingaf, die haar zou bevrijden van de tegenwoordige moeielijkheden, om in de toekomst er nog veel grootere te bezorgen. Nu vroeg zij den hemel om een andere
Openbaring o. d. H. Sacramentsdag. 31
gunst, â niet meer dat het zonderlinge licht mocht verwijderd worden, maar dat God zich zou verwaardigen de beteekenis er van aan haar bekend te maken. Op zekeren dag was zij wederom bezig met haar gebed, toen God haar innerlijk toesprak met woorden, die de menschelijke spraak niet vermag weer te geven, en haar duidelijk deed begrijpen, dat de maan zinnebeeldig voorstelde de kerk; dat de door-loopende donkere streep, welke onderaan den bol in twee deelen scheen te splitsen beteekende het gebrek en de behoefte aan een feest, bestemd om het geloof aan het groote geheim, waarin het geheele christendom vervat is, en dat een schild moest zijn tegen de aanvallen der opkomende ketterij, bij de geloovigen op te wekken; dat de gedachtenis der instelling van het H. Sacrament des Altaars wel gevierd werd op Witten Donderdag, wanneer de kerk als in diepen rouw is gehuld, maar dat er een andere dag van het jaar moest worden toegewijd aan de plechtige vereering van het Sacrament der liefde, een algemeen feest, en wel tot een driedubbel doeleinde: 1° om het geloof in Jesus Christus te verlevendigen; 2° om de menschen uit
32 Hoofdstuk III.
te noodigen tot deelneming aan de H. Communie, als steun en onderpand in den harden strijd tegen de ondeugd; 30 omeerherstel te brengen voor alle zonden, bedreven tegen Gods Majesteit, in dit heilig geheim verborgen.
Het geloof, steunend op de H. Schriftuur â wij zeiden het reeds vroeger â verzekert ons, dat dergelijke openbaringen meerdere malen hebben plaats gehad, omdat God zijne plannen aan de profeten mededeelde onder zinnebeeldige voorstellingen, waarvan Hij vervolgens den waren zin verklaarde. Maar is het een geloofspunt, dat zulke openbaringen geschied zijn, dan is het noch christelijk, noch redelijk om ze zonder nader onderzoek, te verwerpen, zoolang ze niet geloofs-zekerheid hebben, ofschoon zij zulk een stempel van echtheid dragen, dat ook de meest verlichte geesten er door getroffen worden. Onkunde, 't is waar, gelooft spoedig aan het wonderbare, maar het is ook de onkunde die reeds bij voorbaat verwerpt al wat het zegel draagt van bovennatuurlijkheid. De ware wetenschap onderzoekt alvorens te beslissen. De val-sche visioenen zijn zonder twijfel talrijker dan de ware, maar er bestaan toch ook
Openbaring o. d. H. Sacramentsdag. 33
ware, en zelfs vele, en hier, in dit geval van Juliana is alles aanwezig wat het ware van het valsche onderscheidt, de stempel van beproefdheid, de goedkeuring der we-iénschap en der bevoegde over]ieid, en bovenal de zegeti Gods, zichtbaar in de groote en heerlijke uitwerkselen.
De inwendige verlichting welke God haar schonk, herstelde de rust in het hart van Juliana; maar deze rust werd opnieuw verstoord, toen God aan zijne nederige dienaresse bekend maakte, dat Hij haar had bestemd om zijn goddelijken Wil te openbaren en de instelling van het nieuwe feest te bewerken. Haar engelachtige bescheidenheid zeide haar, dat een zoo gewichtige zaak niet kon begonnen worden door zulk een ellendig en zwak werktuig als zij was, en, had zij twee jaren lang gebeden om bevrijd te worden van het visioen, nu bad zij gedurende twintig lange jaren, opdat de zending, waarmede God haar belastte, toch aan anderen mocht worden toevertrouwd. Doch alles was te vergeefs! Al wat machtig en wijs is in de Kerk moest samenwerken om dit feest in te stellen, maar God wilde dat deze macht en deze wijsheid zouden worden opgewekt door de liefde,
3
O. V. H. S,
34 Hoofdstuk III.
en dat het gezag van Pausen als Urbanus b
IV, en het verstand van Kerkleeraars als P
Thomas van Aquine, zonder het te weten, v
te gemoed zouden komen aan de nederig- d
beid van Juliana. v
Eens, dat zij God met allen ijver smeekte e
haar toch in de vergetelheid te laten rus- e
ten, en niet aan eene onwetende toe te c
vertrouwen een werk dat zoovele heilige V
en geleerde personen beter konden onder- z
nemen tot heil der Kerk, hoorde zij eene j
stem fluisteren; »U zij lof, o Vader, Heer ^
»van hemel en aarde, wijl Gij dit aan de i
»verstandigen verborgen, aan de eenvou- (
«digen geopenbaard hebt.quot; (Matth. XI. 25.) 1
En als Juliana nog aarzelde, voegde de- i zelfde stem er bij: sUwe gerechtigheid heb
jik niet in mijn hart verborgen: uw waar- 1
»heid en uw heil heb ik geopenbaard.quot; â Nu begreep Juliana, dat God gebiedend sprak, en gehoorzamen was nu plicht.
De eerste, voor wie Juliana haar hart opende, was de gelukzalige Eva van Sint-Martinus. Eva was een jonge maagd, geboortig van Luik. Zij had het kluizenaarsleven omhelsd, na eerst met Juliana te hebben gesproken over de aantrekkelijkheid van deze levenswijze, waarin de ziel
Openbaring o. d. H, Sacramentsdag. 35
bijna uitsluitend omgang houdt met God. Aangemoedigd door de woorden harer vriendin, nam zij manmoedig afscheid van de wereld, om zich als 't ware te begraven in een enge kluis, ten einde daar het eeuwig leven te verbeiden. Alvorens echter elkander te verlaten, kwamen zij overeen, dat Juliana elk jaar althans eenmaal de kluis zou bezoeken, terwijl zij vereenigd zouden blijven in het gebed, en geen enkel geheim voor elkaar verbergen. Deze belofte werd trouw volbracht, en de vriendschap, welke deze waardige zielen verbond, was oorzaak, dat Juliana aan haar het eerst het goddelijk bevel openbaarde omtrent de instelling van het feest van Sacramentsdag. Aan niemand nog, zeide zij, heb ik hierover gesproken, maar dewijl, ondanks mijn gebeden en mijn tranen, alles openbaar moet worden, zeg ik dit aan U het eerste. De gelukzaligste Eva stond zeer verbaasd over alles wat Juliana haar mededeelde omtrent Gods plannen, en over de wijze waarop Hij die had bekend gemaakt. Zij bezwoer haar vriendin God te bidden, om te mogen deelen in die liefde voor het H. Sacrament, welke haar verteerde, teneinde Gods Wijsheid en Goedheid meer te eeren
Hoofdstuk III.
in het werk, dat, tot zijn glorie, zou vervuld worden. En waarlijk ontgloeide sedert dat oogenblik in het hart van Eva meer en meer de teederste liefde voor het H. Altaar-Sacramentj vurig verlangde zij naar de instelling van het nieuwe feest, en alle uitstel veroorzaakte haar de bitterste smarten, uit vrees dat alles verloren was. Maar Juliana stelde haar gerust, en zeide met vaste overtuiging; »alles zal gelukkig, tot »heil der geloovigen, geschieden, door tus-jschenkomst van heilige, nederige, ver-»standige mannen; wel zal de duivel zich «woedend verzetten, maar God blijft over-ïwinnaar.quot; â
Alvorens echter de zaak te bespreken met de opperhoofden der Kerk, wilde Juliana eerst nog eene andere Godgewijde maagd er van onderrichten. Zij wist, dat reine, aan het gebed overgeven zielen, voor hen, die als opperhoofden handelen moeten, het noodige licht en de kracht verkrijgen om als waardige werktuigen Gods op te treden, en daarom dacht zij aan Isabella van Huy, iemand van door lijden beproefde deugd, en, evenals zij, het klooster van Cornillon binnen getreden. Niet aanstonds echter of rechtstreeks deelde haar Juliana,
36
Openbaring o. d. H. Sacramentsdag. 37
de gedachte, die God haar had ingegeven, mede, maar zij bleef voorloopig bij deze eene vraag: sMijn waarde Isabella, wij hebben in de H. Communie een zoo groot onderpand der goddelijke Barmhartigheid jegens ons; zou het nu geen bijzonder geluk wezen voor de Kerk, wanneer de instelling van het H. Sacrament door een afzonderlijk feest werd herdacht?quot; »Maar dat doet de Kerk iederen dag,quot; antwoordde Isabella; »telken male als het H. Misoffer wordt opgedragen, dankt zij God voor die genade; wilt gij echter, dat wij God naar waarde daarvoor dank betuigen, ja daartoe schieten wij, arme schepsels te kort.quot; Onder het uitspreken dezer woorden bemerkte Isabella aan het gelaat van Juliana, dat in die ziel iets moest omgaan wat zij niet kende, en daarom ging zij met allen ijver bidden, om toch het haar ontbrekende licht te mogen ontvangen. Een jaar lang had zij aanhoudend om deze gunst gevraagd, toen zij op zekeren dag. Eva bezoekende, de Sint Martinus-Kerk open vond, binnentrad, en, voor een Kruisbeeld geknield, opnieuw haar gebed stortte. In dit heiligdom â later voor de geheele christenheid beroemd geworden â zou God
Hoofdstuk III.
38
haar vcrhooren. Daar geraakte zij in een geestverrukking, en erkende duidelijk Gods wil door dit visioen; De hemel scheen geopend voor hare oogen; zij zag hoe alle koren der Engelen en der Heiligen de Aanbiddelijke Drieëenheid smeekten medelijden te hebben met de wereld, want de tijd was aangebroken om te vervullen wat uit liefde reeds besloten was vóór de schepping, de menschen moesten in hun geloof versterkt worden door een middel, dat God zelf had uitgekozen. Isabella aanschouwde het, hoe de Heiligen hun gebeden vereenigden met die welke van de aarde ten hemel opstegen, en hoe de Heilige Drievuldigheid hen, om wille hunner broeders op aarde, de algemeene en voortdurende weldaad schonk van het verhevenste aller feesten, ter eere van het groote geloofsgeheim, bevat in het Sacrament van liefde. â⢠Het gezicht verdween; maar voortaan werd het hart van Isabella verwarmd door diezelfde liefdevlam, welke hare beide vriendinnen verteerde, en, geholpen door het vurig verlangen dezer waardige medehelpsters, vertrouwde Juliana nu alles toe aan diegenen, welke God zelf belast heeft om te oordeelen, te besluiten
Openbaring o. d. H. Sacramentsdag. 39
en te handelen overeenkomstig het waarachtig heil der zielen.
Jan van Lausanne, kanunnik van Sint Martinus, algemeen geacht om zijn heilig leven, vraagbaak ook voor de verstandigste mannen van zijn tijd, werd het eerst door Juliana ingelicht; zij verzocht hem omalies goed te onderzoeken, onder medewerking van al diegenen, wier oordeel hij in deze zaak nuttig achtte. Na rijp beraad kwamen allen overeen, dat het denkbeeld van dit feest in volmaakte overeenstemming was met de leer der Kerk, en zelfs zeer goed beantwoordde aan de geestelijke behoefte der volkeren, wier godsdienstzin al meer en meer verslapte. Ditzelfde erkende later plechtig het Concilie van Trente, tot groot verdriet der Protestanten.
Hoe zouden wij hier de hand Gods kunnen ontkennen, die alle gebeurtenissen leidt met evenveel wijsheid als kracht en zoetheid? Onder de personen, door Jan van Lausanne geraadpleegd, bevonden zich Hugo van Saint Cher, provinciaal Overste der Dominicanen, en Jacob Pantalcon van Troye, aartsdiaken van Luik. Welnu, Hugo van Saint Cher werd later kardinaal, en afgezant van den H. Stoel voor de Belgische
Hoofdstuk III.
4°
gewesten, en Jacob Panteléon zou eens bisschop worden van Verdun, vervolgens patriarch van Jerusalem, en eindelijk Paus onder den naam van Urbanus IV. â Reden bestond er dus waarom wij reeds vroeger zeiden: »dat de Voorzienigheid door nog verborgen krachten te gemoet zou komen aan de nederigheid van Juliana.quot; Alvorens echter door te dringen tot den Stoel van Petrus, moest het denkbeeld onzer eenvoudige maagd nog heel wat beproevingen doorstaan en allereerst de goedkeuring erlangen der kerkelijke overheid van het bisdom.
Hoofdstuk IV.
Instelling van âH. Sacramentsdag.quot;
âXSKtâ
^Jrb e groote mannen, waarover wij m SwV ons V0rio hoofdstuk gesproken heb-yïpjlj ben, erkenden dan al het redelijke en heilige in het denkbeeld van dit o nieuwe feest besloten; zij waardeerden de verschillende omstandigheden die als van zelf naar een hoogere, een goddelijke bron verwezen, en stelden een getrouw verslag van alles in handen van Robert de Torote, toenmalig Bisschop van Luik. Robert was een godsdienstig man, maar de godsvrucht ging bij hem met voorzichtigheid gepaard, en daarom meende hij eerst niet al te veel gewicht te mogen hechten aan het voorstel van een een-
Hoofdstuk IV.
voudige vrouw. Hij schatte Juliana hoog, en bij een bezoek erkende hij, dat de geest Gods in haar werkte. Intusschen bleef hij koud en onwrikbaar ten opzichte van het nieuwe feest. Hierdoor werd Juliana niet ontmoedigd, maar zij stelde zich tevreden met een verdubbeld gebed tot Hem, die het bestuur van alle harten in zijne hand heeft.
De tegenstand van den Bisschop, was te dezer tijd niet de eenige beproeving welk^ zij moest doorstaan. Alle zegeningen geworden ons door het kruis, en God, die het vertrouwen van Juliana overvloedig wilde zegenen, stond toe, dat het kruis opnieuw op hare schouderen drukte. Het gerucht van een nieuw feest begon zich allengskens te verbreiden, daar voortdurend meerdere personen werden geraadpleegd. Nu staat het vast, dat niet iedereen in staat is om het werk des geestes te onderscheiden, en, gelijk vele menschen al te veel neiging hebben om iets bovennatuurlijk te zien daar waar het niet is, zoo zijn ook vele anderen al te spoedig gereed om alles te verwerpen wat hun eigen koud godsdienstig gevoel overtreft. Deze laatste soort scheen in die dagen te Luik
42
Instelling van H. Sacramentsdag. 43
sterk vertegenwoordigd, want openlijk werd er gespot met de denkbeelden van Juliana, welke men bij verschillende feestelijke gelegenheden voor oude-vrouwen-sprookjes uitmaakte. De meer verlichte en ontwikkelde geestelijkheid dacht er echter anders over, en de Provinciaal der Paters Dominicanen ontzag zich niet om zelfs op het preekgestoelte dat onderwerp te behandelen. De anderen lachten er des te meer om, en hun verzet werd, zooals in dergelijke omstandigheden meer geschiedt, het voorwendsel tot de meest lage beschuldigingen, welke de onwaardige prior van Cornillon uitstrooide onder het gemeen, ten einde het tegen Juliana op te hitsen, tot groot verdriet der ware goedgezinde luikenaars, die in haar het toonbeeld der verhevenste deugden vereerden.
Het is waar, de Bisschop van Luik, Robert de Torote, erkende haar onschuld, maar gaarne had Juliana haar eigen zaak willen verliezen, als de goddelijke wil omtrent de instelling van den H. Sacramentsdag door Robert werd uitgevoerd. Nu was eindelijk het tijdstip genaderd, dat na den strijd de overwinning volgen zou. Robert had het Concilie van Lyon bijgewoond; hij
Hoofdstuk IV.
kwam terug naar Luik en verklaarde aan Juliana: sdat hij een bijzondere weldaad »had ontvangen, waardoor God zich ge-»waardigde hem zijn heiligen wil betreffen-»de de instelling van een H. Sacraments-»dag duidelijk te openbaren, en dat hij «weldra het gewenschte feest zou instel-ïlen.quot; â De Moeder-Overste van Cornillon was geheel vervuld van vreugde; zij prees den ijver des Bisschops, en voorspelde hem verschillende zaken, die zijn eigen persoon betroffen. Vooral verheugde zij zich, wijl het denkbeeld der instelling van het feest door God nu aan den Bisschop zelf was ingegeven, en duizend dankgebeden stegen ten hemel op van den voet des altaars, waar het heilig drietal Juliana, Eva en Isabella nu nog meer dan anders, als vastgekluisterd nederknielden.
De Bisschop hield woord; in 1246 riep hij een Synode op, gaf daar zijn bevelen omtrent de instelling van den H. Sacramentsdag, bepaalde de plechtigheid op den eersten Donderdag na het feest der H. Drievuldigheid, en verplichtte geheel zijn bisdom dit feest jaarlijks te vieren-
Naar het schijnt was God tevreden over zooveel ijver, en wilde Hij dien zonder uit-
44
Instelling van H. Sacramentsdag. 45
stel beloonen, want weldra werd Robert aangetast door een doodelijke ziekte, en stierf te Fosses, den igden October 1246, na zich eerst het nieuwe officie te hebben laten voorlezen, en de H. Mis van Sacramentsdag zelf nog aan God te hebben opgedragen.
Het bevelschrift der instelling van het feest was door geheel het bisdom bekend gemaakt, doch daar het decreet niet zonder verzet was doorgevoerd, was de vrees gegrond, dat het, tengevolge van het overlijden des Bisschops, de kracht van wet zou verliezen. De gelukzalige Eva zuchtte en weende, en wist eindelijk door haar gebeden en goede raadgevingen het kapittel van Sint Martinus te bewegen, om de wet tot uitvoering te brengen. Veel droeg hiertoe voorzeker bij Jan van Lausanne, en het strekt der kerk van Sint Martinus tot eere het allereerst den H. Sacramentsdag plechtig te hebben gevierd.
Korten tijd hierna werd Hugo, Kardinaal van de H. Sabina-Kerk, de vroegere Provinciaal der Dominicanen, door paus In-nocentius IV als pauselijk gezant naar Duitschland gezonden. â Hij kwam ook naar Luik, hechtte zijn goedkeuring aan
Hoofdstuk IV.
46
het nieuwe feest, en bevestigde de instelling er van door een plechtig decreet. Dit zelfde decreet werd later opnieuw bevestigd door den Kardinaal van Sint Georgius, den opvolgenden pauselijken gezant aan het keizerlijk hof. â
Hoofdstuk V.
Uitbreiding van het feest over de geheele Kerk.
«5, enieder zal veronderstellen: nu de so-Kp lemniteit van H. Sacramentsdag een-KWi maal door bisschoppelijk gezag is vastgesteld, en achtereenvolgens twee legaten van den H. Stoel hun goedkeuring er aan hebben verleend, is verdere tegenstand niet denkbaar meer. En toch, nauwelijks waren beide boven genoemde kardinalen elkander in den dood gevolgd, of het geheele bisdom, alleen de collegiaal-kerk van Sint Martinus uitgezonderd, liet de feestviering achterwege, en zelfs wendde het kapittel der kathedrale kerk alle pogingen aan, om haar te doen afschaffen. Zulk een streven kan alleen
Hoofdstuk V.
48
worden verklaard, wanneer men denkt aan de ongelukkige regeering van Hendrik van Gelder. Gedurende deze nieuwe beproeving getroostte de gelukzalige Eva â voortaan verstoken van het bijzijn barer heilige vriendin â zich met de herinnering aan Juliana's woorden, gesproken toen het eerste verzet tegen het nieuwe feest zich vertoonde: »Verban, mijne zuster, alle be-xkommering uit Uw hart; wat eenmaal door »de Voorzienigheid is vastgesteld, kan door »geen menschelijke pogingen worden ver-»ijdeld. Zonder eenigen twijfel zaleenmaalde »dag aanbreken, waarop dit feest gevierd gt;wordt niet alleen in Sint Martinus, niet »alleen in de stad Luik, niet alleen in het »geheele bisdom maar door geheel de »christenheid. Wel zal de duivel trachten gt;dit te beletten, maar al zijn pogen zal «vruchteloos wezen.quot; â De heilige kluis-bewoonster had behoefte aan de herinnering dezer woorden, wilde zij blijven vertrouwen, want geheel de wereld scheen er op uit, om de jeugdige instelling te vernietigen. Juliana was dood; Kardinaal Hugo insgelijks; Robert van Langres was door een onwaardige opgevolgd, en het kathedraal kapittel verzette zich uit alle macht.
Uitbreiding v. h. feest o. d. geh. Kerk. 49
Alles scheen verloren, toen God tot bestendiging van den H. Sacramentsdag een beschermer opwekte, machtiger dan allen die vooraf waren gegaan. De aartsdiaken van Luik, Jacob van Pantaléon, uit Troye, dezelfde die goddelijke werkifig erkende in het gedrag van Juliana, werd door In-nocentius IV als apostolisch nuntius gezonden naar Polen, Pommeren, Pruisen, Livonie en geheel Duitschland. Na zijn terugkeer zag hij zich gekozen tot bisschop van Verdun, alwaar steeds meer en meer zijn uitstekende hoedanigheden aan het daglicht kwamen. Innocentius IV benoemde hem in 1248 tot patriarch van Jerusalem, en toen door den dood van Alexander IV in 1261 de Stoel van Petrus open viel, werd de pratriarch van Jerusalem, onder den naam van Urbanus IV tot de pauselijke waardigheid verheven.
Met reden mocht de gelukzalige Eva in deze keuze het begin zien der vervulling van Juliana's voorspelling. Door middel van den Prins-Bisschop liet zij den Paus verzoeken, om de instelling van het feest van H. Sacramentsdag te bevestigen, en de ongelukkige Hendrik van Gelder leende zich daartoe gaarne,quot;wijl hij meen-
O. V. H. S. 4
Hoofdstuk V.
de hierin een middel gevonden te hebben om 's Pausen welwillendheid te winnen, wiens gerechtigheid hij met reden kon vreezen. Urbanus was verheugd over deze aanvrage, en keurde nog in hetzelfde jaar waarin zijn pontificaat begon het nieuwe feest goed. Geheel het bisdom Luik vierde nu met vreugde de verheven plechtigheid, gelijk zulks reeds zestien jaren was geschied in de Sint-Martinus Kerk.
De laatste woorden van Juliana wachtten echter nog op hun vervulling: feest moest het zijv cfgt; 'dien dag voor geheel de christenheid.
Volgen en bewonderen wij nude wegen der Goddelijke Voorzienigheid, en zien wij hoe Urbanus IV er toe kwam om dit feest voor de geheele wereld verplichtend te maken. De geweldenarijen van Main-fried, en de onlusten daardoor binnen Rome uitgebroken,' hadden denquot; rPaus genoodzaakt uit te wijken naar Orvieto. Op korten afstand van deze tijdelijke pauselijke residentie ligt de stad Bolsena, alwaar in die dagen het volgend wonder geschiedde. Terwijl een priester in de St. Christina Kerk het H. Misoffer opdroeg, werd hij bekoord teamp;'en het geloof aan cle waar-
So
Uitbreiding v. h. feesto. d. geh. Kerk. 51
achtige tegenwoordigheid, en zie, op datzelfde oogenblik stoomde een groote hoeveelheid bloed uit den kelk. Ondanks al zijn pogingen kon de arme priester de waarheid van dit mirakel niet verbergen, want het bloed drong door corporaal en altaardwalen heen, en liet zelfs sporen achter op de marmeren altaartafel, waar ze zelfs nu, na zooveel eeuwen, nog eerbiedig vereerd worden. Getroffen en ontsteld, kon hij niets anders doen, dan God loven en danken. Het gerucht van deze gebeurtenis kwam den Paus ter oore; deze liet de corporaal overbrengen naar Orvieto, alwaar deze heerlijke reliquie nog heden ten dage bewaard wordt in de prachtige Kerk, welke kort daarna ter gedachtenis aan dit wonder gebouwd werd.
Dit feit, als ook andere hiermede veel overeenkomende gebeurtenissen, welke destijds in Frankrijk en Spanje voorvielen, brachten Urbanus IV in herinnering wat Juliana hem eens tijdens zijn verblijf in Luik had gezegd: »Het is Gods wil, dat de geheele kerk door een bijzonder feest het Allerheiligste Sacrament vereere.quot; De H. Vader meende dat nu de tijd was aangebroken, om het plan der Voorzienigheid
52 Hoofdstuk V.
te verwezenlijken, en in 1263 gaf hij de bul uit ter uitbreiding van het feest over de geheele christenheid, waarin hij dankbaar herinnert aan hetgeen hij in vroegeren tijd gehoord en ondervonden had, als hij zegt: »Wij hebben vernomen, toen wij nog gt;een lageren rang bekleedden, dat sommi-»ge katholieke personen van God door jioperbaring geleerd hebben, dat dit feest idoor geheel de Kerk plechtig moest ge-»vierd worden.quot;
De Paus stelde zich niet tevreden, met aldus te wijzen op haar die, na God, de eerste drijfveer was geweest tot het werk, dat hij nu voltooid had; neen, maar met allen ijver ondervroeg hij de Luikenaars, die aan het Romeinsche hof vertoefden, of de maagd Juliana nog in leven was; en als hij haar afsterven vernam, maar tevens hoorde, dat haar waardige gezellin, de gelukzalige Eva van Sint-Martinus nog steeds door haar voorbeeld en deugd Luik tot stichting verrstrekte, achtte hij het niet beneden zijn waardigheid, om tot de gelukkige erfgename van Juliana's liefde tot het aanbiddelijk Sacrament een pauselijken brief te zenden. Ziehier hoe de Paus aan eene arme en eenvoudige maagd mededeelt,
Uitbreiding v. h. feest o. d. geh. Kerk. 53
wat hij vroeger aan de geheele wereld had verkondigd:
jUrbanus, Bisschop, dienaar der dienaren Gods, aan onze zeergeliefde dochter Eva, kluizenares van Sint-Martinus te Luik, heil, en apostolischen zegen.
»Wij weten, geliefde dochter, dat Gij met alle krachten uwer ziel er naar hebt verlangd, dat in Gods Kerk een luistervol feest zou worden ingesteld, tot eer van het Allerheiligste Lichaam van Onzen Heer Jesus Christus. Wij kondigen U dus een groote vreugde aan, en deelen U mede, dat wij, tot meerdere versterking van het katholiek geloof, het nuttig hebben geoordeeld om, behalve de dagelijksche gedachtenis op het altaar, nog een bijzonder plechtig feest uit te schrijven, en vast te stellen op een bepaalden dag, opdat de geloovigen dan in de kerken aan hun devotie kunnen voldoen; voorzeker zal dat een dag worden van inwendig genot, gelijk wij zulks in onze Apostolische brieven breedvoerig hebben aangetoond.
gt;Ten einde een heilzaam voorbeeld te geven aan de geheele christelijke wereld, hebben wij zelf dit solemneele feest gevierd,
54 Hoofdstuk V.
in tegenwoordigheid der Aartsbisschoppen, Bisschoppen en Prelaten der kerk, welke aan den Apostolischen Stoel verbonden zijn. Uwe ziel zegene den Heer, uw geest verblijde zich in Hem, want uwe oogen hebben het wondervolle aanschouwd, dat wij voor het aanschijn der volkeren hebben bereid. Verheug u, wijl de Almachtige God u de vervulling uwer verlangens heeft toegestaan; en moge de volheid der he-melsche genade liederen van hulde en liefde van uwe lippen doen opstijgen.
»En terwijl wij u tegelijkertijd onze bul en een afschrift toezenden van het Officie van H. Sacramentsdag, willen en bevelen wij u, door deze breve, het met alle eerbied te ontvangen, en er volgaarne een afschrift van te geven aan allen die er om zullen vragen. Tevens verzoeken wij van u een aanhoudend gebed tot Hem, die op aarde zulk een verheven gedachtenis van zich zeiven heeft nagelaten, opdat Hij ons de genade schenke met nut te kunnen werken aan het heil der Kerk, die Hij aan onze zorgen heeft toevertrouwd.
i Gegeven te Orvieto, den achtsten September, het vierde jaar van ons Pausschap.quot; â (1264.)
Uitbreiding v. h. feest o. d. gek. Kerk. 5 5
Bezwaarlijk zou men kunnen uitdrukken, wat er in het gemoed der gelukzalige Eva omging bij het ontvangen van dit pauselijk schrijven. Nedergeknield in haar arme cel, voor het kleine venster dat uitzicht gaf op het altaar der Sint-Martinus Kerk, stortte haar hart zich uit in gevoelens van liefde en erkentelijkheid jegens het onzichtbaar hoofd der Kerk, die nu door middel van Zijn plaatsvervanger op aarde vervuld had, wat zoovele jaren lang het voorwerp was geweest der vurigste begeerten van Juliana. Zij wist, dat deze begeerten waren ingestort door Hem. die ze nu verhoord had; zij herinnerde zich de langdurige beproevingen en het heldhaftige geduld harer vriendin, en diep vernederde zij zich voor God, toen een stem van Petrus' Stoel zich gewaar-digde troost en geluk te brengen aan een arme maagd, gehecht aan Juliana, maar verborgen voor de oogen der wereld.
Aan de machtige stem van den Paus, die antwoord gaf op het heldhaftig stilzwijgen en de vurige gebeden der heilige klui-zenares, paarde zich het engelachtige woord des grooten Heiligen Thomas van Aquine. De ^Engel der Schoolquot; vervaardigde het bewonderenswaardige Officie van het H,
Hoofdstuk V.
Sacrament, door Urbanus toegezonden aan Eva en aan de geheele wereld. De Paus gelastte dezen grooten man en tevens den den H. Bonaventura, om aan dit Officie te arbeiden, en wij staan niet verwonderd over hetgeen men van dezen laatste verhaalt, als zou hij, zoodra Thomas van Aquine zijn werk had voorgelezen, het zijne verscheurd hebben, vol bewondering voor den geest Gods, duidelijk zichtbaar in den arbeid van Thomas. Zijne woorden, zoo vol majesteit en zalving, weerklinken thans zonder ophouden in alle landen der aarde, en geen enkel plekje is er te vinden waar het hart van Juliana niet spreekt met de lippen van den grooten Kerkleeraar: Tantum ergo Sacramentum veneremur cernui!
Knielen wij dan in aanbidding neder voor een zoo diep geheim! Het Officie van het H. Sacrament is niet als andere slechts voor den eenen of anderen dag toepasselijk; neen het komt overeen met de natuur van het geheim dat er in bezongen wordt: het past voor eiken dag, voor elk uur van den dag.
Het is dus inderdaad de grootste glorie der stad Luik aan geheel de wereld te kunnen zeggen: van mij is uitgegaan die
S6
Uitbreiding v. h.feist o. d. geh. Kerk. 57
schitterende betuiging van het Catholicisme tegenover de toekomstige dwalingen in de 16e eeuw; ik heb den eersten stoot gegeven aan die groote opwekking en verlevendiging des geloofs, welke nog altijd voortduurt en zal blijven voortduren tot aan het einde der tijden. Ja, met een heiligen trots mag Luik wijzen op het heiligdom van den berg Cornillon, waar Juliana haar gebeden stortte, en op de Baliziek van Sint-Martinus, waar de groote stem van Christus' Stedehouder sprak tot Eva de arme kluizenares, om haar de uitbreiding van den H. Sacramentsdag over de geheele Kerk aan te kondigen, en alleen onder alle christelijke steden kan Luik naar waarheid zeggen: Ziehier de bron van dien breeden stroom van aanbidding en liefde, welke twee halve werelden besproeit.
I o u d.
Hoofdstuk I.
De roem der stad Luik......5
Hoofdstuk II.
De H. Juliana.........13
Hoofdstuk III.
Openbaring omtrent den H. Sacramentsdag.........27
Hoofdstuk IV.
Instelling van »H. Sacramentsdagquot; . 41
Hoofdstuk V.
Uitbreiding van het feest over de
geheele Kerk........47
â-r-o-oo-:ââ
Bij tal üitper I Wiriw
zijn verschenen en hij alle Boekhandelaren des Rijks verkrijgbaar:
De Eenzame Duif, eerste deel, Meditatiën voor den Advent en den Kersttijd, door Pater Vogels fl 0,75
De Eenzame Duif, tweede deel, eerste en tweede boek, Meditatiën over het Lijden en den Dood van O. H. J. Ch. prijs per boek » 1,â
De Eenzame Duif, derde deel, Meditatiën over het verheerlijkte leven van J. C. op aarde en in den Hemel » l,â
(Dit laatste werk verschijnt in 1891.)
De Spiegel der Rechtvaardigheid, Meditatiën over het Leven en de Deugden van O. L. Vrouw, door pater Vogels » i,â
ld, gebonden » i,8q
Meimaand O. L. Vrouw van Bijstand door
Pater Vogels, gebonden fl 0,50
Leven Gelukz. Clemens M. Hofbauer, door
Pater Walter, » 1,â
prachtband » 1,75
Mijne Eerste H. Communie, door den H. Alphonsus, linnen band fl 0,50, leer fl 0,75, fijn chagrin band » 1,25
Gebeden van een kind, ter voorbereiding tot de H. Communie, 32 pag. prijs fl 0,10 per 100 » 6,â
Eere zij God, volledig aflatenboekje, linnen band » 0,75
kalfleer band » 1,75
Maria, Koningin van den Allerh. Rozenkrans, volledig Rozenkransboekje door G. Kerbosch en H. Reijnen, Kapelaans,
linnen band » 1,â
Laudaie Dominum, Geestelijk Liederenboekje bevattende een icotal 2 en 3stemmige
liederen, gebrocheerd » 0,35
gecartonneerd » 0,45
De H. Caiharina van Genua, door een
Pater Redemptorist » 0,15
|
O |
De H. Familie, gebedenboek voor de vereerders van jezus, Maria en Jozef, gebonden fi o,6o | |
|
5 |
Jozef Veromer, de Apostolische handwerksman, door Pater Marin, Redemptorist, 64 pag. 80 formaat, fl 0,15, per 100 li » |
o.io |
|
5 |
Hei H. Misoffer, Liturgische verklaring der plechtige H. Mis door Pater Jos. Brouwer » |
0,60 |
|
Geschiedenis van 0. L. Vr. in 't Zand door Devotus » |
o,75 | |
|
5 5 |
De 15 Geheimen van den H. Rozenkrans met gravuren in decoratieven stijl per vel 5 ct. per 100 vel » |
4 â |
|
De Sociale beteekenis der katholieke kerk » De Christelijke Leer toegelicht door Voorbeelden, goedgekeurd door 5 bisschoppen, groot formaat 608 pag. » |
0.35 3.75 | |
|
Maria Stuart, naar Vondel, door een R. C. Pr. » |
0,25 | |
|
5 5 |
De H. Ursula. id id |
0,15 |
|
5 |
Typen en Schetsen, uit de herinneringen van een oud-Zouaaf, door A Nuyens, » |
0,50 |
Het Bloedgeheim bij de Joden, door Henri Desportes, 6 afleveringen van 64 pag.
groot formaat, ^ fl 0,50 per afl. fl 3,â
De Slavernij van af de oudste tijden tot
op onze dagen door Adolf Ebeling » 0,60
De Bondgenoot der Koningin, groot historisch verhaal uit den tijd der Hugenoten, 270 pagina's, 80 formaat. » I,â
De Klok van Don Ciccio, door Dr. A. Smits
prijs gt; 0,50
De Rnijtenbroeks, prijs » 0,60
f
(^s\is)\G)\Grsö) ^vS\SNS\SvVS\S,VS\^\S\Sngt;S\S,V6
I Verschenen bij den Uitgever | M. Waterreus te Roermond en bij | alle Boekhandelaren verkrijgbaar:
'lftaa h t en cBidt!
1 Bloemlezing van GeWen en OverwegingeE
^ vervat in de werken van den
| H. Alplioflsiis Maria de Liporio,
| vertaald door een R. C. Priester.
6) Inhoud 240 pag.
Prijs fl 0,20. - Per 100 st. fl 15,â
Binnenkort verschijnen de na-amp; volgende Werkjes van Z. E. Kar-4 dinaal Dechamps :
I Pe p. Pinraiihis h jPatiIn, Jön|i m ' JIIf-aat!.
Prijs fl 0,10. - Per joo stuks fl 7,