ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

'M® r ■■

■j-——J^\/^wquot;,/v'vv^'a~quot; i ,

Vak 77

i KNOPTE

ÉP Èamp;

WÊÊ4 v ■ ■ '

H

OEFENING DER YOLliAKTHEIE

fnjcDiniEnjonicIti uif iie Icosfii

ïï. T E R E S I A,

WHasiiJ :

r

■Hi *

i'R li. ALPHON8US MARIA DE LIGITORI U

iSK:J'. quot;k

Uit. lift Italinamch vertaald

dóou TB

H

EEN PATER REDEMPTORIST.

/f'1quot; ^^itcj-a va.

tquot;

IKK) It lgt;EN

m

ROERMOND,

^J. fvOMEN amp; y^ONKN,

. H. den Paus tgt;n van ift Uitxlom.

i

15

ocr page 4
ocr page 5

# -

BEKNOPTE

OEFENINCt der volmaaktheid

6tj|cciitiett|antelb uif h» lesaen

DEK

H. T E R E S I A,

DOOR DEN

H. ALPHONSUS MARIA DE LIGUORI

Uit kfi Italüutnsch vertaald

DOOR

EEN PATER REDEMPTORIST.

jAh Sgt;|{(:giave

ROERMOND,

flOMEN amp; ^ONEN, '* t. Drukkers van Z. H, den Paus en van het liisdnni.

..

W

ocr page 6

Reïmprimatur.

P. J. H. RUSSEL, Can., ad lioo delegatus.

RuRjEMIino^h, 29 Jauuarii 1893.

Reïmprimi Potest.

J. MEELT WISSEN, C. SS. R., Sup. Prov.

Amstelodami, 29 Januarii 1893.

H:

ocr page 7

IS-

3

J ^

Betapte Oefeüii der Voliaaktlieit

bijeenverzameld uit de leasen

DEK

H. TER ES IA.

Geheel de volmaaktheid bestaat in de beoefening dezer twee zaken: in de onthechting der schepselen en in de vereeniging met God. Dit alles is opgesloten in de groote les, welke Jezus Christus ons gat': Si quis vult post me venire, abneget semetipsum, et tollat crucftn suam, et sequatur me: (1) «Die na Mij wil komen, verloochene zich ! zeiven, neme zijn kruis op en volge Mij.quot;

§ i-

Over de ontheohting van de sohepselen.

De H. Joannes zegt ons omtrent de onthechting der schepselen: Omne, quod est in mundo, concupiscentia carnis est, et concupiscent ia oculorum. et superbia vitce. (2) »Alles, wat in de wereld is, is begeerlijkheid des

1 (1) Matth. XVI, -24. — (2) I Jos. II, 13.

■Wlt;-

ocr page 8

■ttl lt;

V •

4

vleesches, begeerlijkheid der oogen en hoo-vaardij des levens.quot; Alle fouten ontstaan dus uit eene drievoudige ongeregelde drift: uit de liefde tot vermaken, tot aardsche goederen, tot eigen roem. Hierop doelt de sehoone spreuk der II. Teresia: «Het is niets meer dan billijk, dat hij, die verloren zaken najaagt, ook met hen verloren ga!quot;

De liefde tot vermaken en zelfvoldoening wordt overwonnen door middel van de inwendige en uitwendige versterving.

De inwend'ge versterving vordert, dat men zijne driften regele en nimmer handele uit eigenliefde, ijdelheid, kwaden luim, of om menschelijke beweegredenen, maar alle'én om aan God te behagen. De inwendige driften worden verdeeld in twee hoofdsoorten: in grammoedige en begeerlijke.

Van de grammoedige is de toorn de hevigste Hij wordt door de deugd van zachtmoedigheid overwonnen, die op de volgende wijzen kan beoefend worden: 1° nimmer toornig zijn op den evennaaste; 2° zachtmoedig met allen omgaan; 3° spreken met zachte stem. Kalm gelaat en minzame woorden, vooral tegenover driftige of lastige personen: 4° de gebreken, beleedigingen en tegenspraak des evennaasten met kalmte verdragen; 5° den vrede en den moed niet verliezen bij het gezicht zijner eigene fou-, ten, maar met een ootmoedig hart aan- |

ocr page 9

stonds uit dezelve opstaan door bedaard eene korte akte van berouw te verwekken; voorts niet langer daaraan denken, maar met meer ijver en vol vertrouwen op God op denzelf'den weg voortgaan, en dit telkens doen, zoo dikwijls men hervalt; 6° nooit spreken of handelen, wanneer het hart ontsteld is. De H. Franciscus van Sales zeide: »Ik heb een verbond aangegaan met mijne tong om niet te spreken-wanneer mijn hart ontroerd is!quot; In zulke omstandigheden is het zeer nuttig zijn biecht, vader of een anderen geestelijken persoon te raadplegen.

Wat de begeerlijke driften betreft, deze moet men overwinnen door zich te wapenen tegen iedere ongeregelde liefde, vooral voor jeugdige personen van het ander geslacht, door hun gezelschap, lieftallige woorden, brieven of geschenken, kortom, alles te vermijden, wat die genegenheid kan opwekken. De H. Teresia zegt: «Verwijder van uwe oogen de kwade gelegenheden, en aanstonds wendt de ziel zich tot God, om Hem te beminnen.quot; — Wanneer het bloedverwanten zijn, trachten wij dan altoos eerder God, dan hen te bevredigen; de bloedverwanten immers zoeken meer hunne belangen, dan de onze. Wij mogen derhalve: 1° nooit de beoefening der noodzakelijke deugden na-' laten, om hunnen zin in te volgen. 2°. Zc

ocr page 10

4h-

6

God ons tot een volmaakteren staat of volmaakter leven roept, moeten wij heu moedig verlaten, en eerder aan God dan aan hen gehoorzamen, o0. Wij moeten ons niet met familie-zaken bemoeien, zoo dit schadelijk is voor ons geestelijk welzijn, tenzij de liefde of eene volstrpkle noodzakelijkheid dit vordert.

Tot de inwendige versterving behoort vooral het overwinnen van zijn eigen wil; hetgeen geschiedt door de deugd van gehoorzaamheid. De gehoorzaamheid, zegt de H. Teresia, is de kortste weg der volmaaktheid, en zij roept uit: »0 deugd van gehoorzaamheid, gij vermoogt alles!quot; (1) De H. Catharina van Bulogna zeide insgelijks, dat de gehoorzaamheid alleen Gode aangenamer is, dan alle andere goede werken. De beoefening dezer deugd vordert: 1° Dat men in alle handelingen, hoe gering ze ook wezen mogen, zich regele naar de gehoorzaamheid. dat wil zeggen, naar den wil der oversten, naar de plichten van onzen staat en de raadgevingen des biechtvaders. „De duivel, zegt de H. Teresia, weet. dat de gehoorzaamheid het redmiddel is der ziel, en stelt daarom alles in het werk om dezelve tegen te gaan.quot; (2) «Daarenboven, zegt zij, verlangt God van eene ziel, die vast besloten is Hem te beminnen, niets

.. (1) Leven, Hfdst. 18. — (2) Sticht., Hfdst. 3.

ocr page 11

pa

anders. dan dat zij gelioorzame.quot; (Ij 'i0 Dat men vaardig gehoorzame, het gebodene aanstonds volbrenge en gehoorzaam zij in alles, tenzij het gebodene klaarblijkelijk zonde ware. 3° De gehoorzaamheid moet tevens zijn bereidwillig en 4° blindelings, zoodat wij liet bevel der oversten volbrengen, zonder de reden te vragen waarom dit ot dat geboden wordt, ons gevoelen schikkende naar dat der overheid. Overigens het veiligste in goede zaken, waar geene uitdrukkelijke geiioorzaamheid gevorderd wordt, is datgene te kiezen, wat strijdt met onze eigene neiging.

De uitwendige versterving eischt, dat men zijne zincen versterve. 1° Het gezicht: nooit de oogen vestigen op ongeoorloofde, gevaarlijke of ijdele voorwerpen; de oogen neergeslagen houden en de zedigheid in acht nemen bij het uit- en aankleeden en bij elke andere gelegenheid. 2° Het gehoor: niet luisteren naar leugenachtige, morrende of oneerbare gesprekken. 3U Den reuk: zich het genot ontzeggen van geurige bloemen, welriekende wateren, kruiden, enz. 4° Den smaak, met betrekking zoowel tot de hoeveelheid als tot de hoedanigheid der spijzen. Wat de hoeveelheid der spijzen aangaat: niet eten of drinken enkel uit

-Hfr

(1) Slicht. Hfdst. 5.

-ÏU-

ocr page 12

-

_ 8 —

zinnelijk genot of tot volkomen verzadiging toe, maar alleen zooveel gebruiken als noodig is; ten tweede, niet eten buiten tafel; ten derde, altijd een gedeelte overlaten ter liefde van Jezus en Maria; ten vierde, 's avonds weinig gebruiken en zich zelfs nu eu dan liet avondmaal ontzeggen; ten vijfde, op sommige dagen der week zicli eenige onthouding opleggen; ten zesde. Vrijdags en Zaterdags vasten op water en brood, of minstens maar eene soort van spijzen gebruiken. Wat de hoedanigheid der spijzen aangaat, moet men ten eerste geene keurige, uitgezochte eu gekruide spijzen zoeken, of prikkelende sausen, specerijen, enz.; ten tweede, men menge soms onder de spijzen eenig bitter kruid; ten derde, men klage ten minste niet, wanneer de spijzen koud of onsmakelijk zijn of slecht zijn toebereid. 5° Men versterft het gevoel, vooreerst door zijn gemak niet te veel te zoeken in het slapen, kleeden of zitten; vervolgens, door zich des winters te onthouden van vuur en handschoenen en des zomers van waaie-s; ten derde, door zich eenige lichaamsverstervingen op te leggen, die echter steeds door de gehoorzaamheid, aan den biechtvader verschuldigd, geregeld moeten zijn; anders toch, zegt de H. Phi-lippus Nerius, verliest men óf zijne zaligheid óf de ootmoedigheid; ten vierde, door

t

ocr page 13

■$t

ten minste niet te klagen bij ziekten, vermoeienissen, ongemakken, inwendige angstvalligheden, en deze steeds aan Jezus Christus op te dragen. De H. Teresia liet ons aangaande de uitwendige versterving, de volgende schoone spreuken na; , Meenen, dat God degenen, die hun gemak zoeken, in zijne vriendschap toelaat, is eene onziu-nigheid.quot; (1) «Eene vorstelijke tafel en liet inwendig leven zijn met elkaar in strijd.quot; (2) .Zielen, die God in waarheid beminnen, verlangen niet naar rust.quot; {3J

Tot de uitwendige versterving behoort tevens het versterven der tong door de deugd van stilzwijgendheid De stilzwijgendheid vordert: 1° dat men weinig en met bedachtzaamheid spreke; 2° op bepaalde uren van den dag in het geheel niet spreke, tenzij uit noodzakelijkheid; 3° dat men dikwijls over God spreke en steeds onder zijne gesprokken eene geestelijke gedachte menge. De H. ïeresia zeide: «Jezus is steeds bij de gesprekken der dienaren Gods tegenwoordig, en het is Hem zeer aangenaam, dat zij gaarne over Hem spreken.quot; (4)

De tweede ongeregelde liefde is de zucht naar wereldsche goederen. Zij wordt dooide deugd van armoede overwonnen. 1° Door

(1) Wtg der vülm Hfdst. 19. — (2) Ibid Hfdsr. 4. i — (5) Silent. Hfdst 5. — (4) Leven, Hfdst

9

ocr page 14

•r

-Hamp;

!

10

ziek van al het overtollige te ontdoen en enkel het noodzakelijke te behouden, of ten minste geene verkleefdheid te hebben aan datgene, wat men bezit. 2° Door het geringste voor zich te kiezen. 3quot; Door zich te verheugen, wanneer zelfs het noodige ontbreekt. De H. Teresia zeide: «De armoede is een goed, dat alle goederen der aarde in zich besluit.quot; (1J En op eene andere plaats: rrHoe minder wij hier bezitten, des te meer zullen wij genieten in de eeuwigheid.quot; (2)

De derde ongeregelde liefde is het verlangen naar eigen roem, en het geneesmiddel voor die kwaal de deugd van nederigheid. Ter beoefening van deze deugd is het noodig: 1quot; Alle zelfbehagen te vermijden en van het goede, dat men verricht, de eer aan God alleen te schenken. De H. T eresia zegt: «Zoo wij God alléén trachten te behagen, zal de Heer ons de kracht verleenen om alle gevoel van ijdele glorie te overwinnen.quot; (3) 2quot; Zich slechter te achten dan de anderen, en allen beter dan zich zeiven. Anderen steeds prijzenswaardig beschouwen en zich zeiven beris-penswaardig, vooral met betrekking tot zoovele genaden, welke wij van God ontvan-

(1) Weg der volm., Hfdst. 2. — (2) Sticht., Hfdst. 1 14. — (3) Leven, Hfdst. 10.

4^

ocr page 15

— 11 —

gen hebben. 8quot; Verlangen, dat wij als zoodanig geacht en behandeld worden. 4° Geen lof of geene eervolle posten najagen, noch deze aanvaarden, tenzij uit gehoorzaamheid, öquot; Zich nooit verontschuldigen of verdedigen, wanneer men zelfs ten onrechte beschuldigd wordt, tenzij daardoor ergernis ontsta, of Gods meerdere eer verhinderd worde. De H. Teresia zegt: «Een enkel maal zich niet verontschuldigen, doet de ziel meer in volmaaktheid toenemen, dan tien predikatiën.quot; (1) 6° .Nonit, tenzij om beterswille. met lof van zich zeiven spreken, over zijne talenten, zijne geboorte, zijne bloedverwanten, zijne rijkdommen enz. Vquot; Geduldig, ja zelfs verheugd zijn uit liefde tot God, zoo men versmaad, berispt, bespot, gelasterd en vervolgd wordt. De H. Teresia zeide: «Wie zoude den Zaligmaker kunnen aanschouwen, bedekt met wonden, in lijden en vervolging, zonder even als Hij het lijden aan te nemen en er zelfs naar te verlangen ?quot; (2) Daarom vroegen de Heiligen dikwijls aan God ter liefde van Hem veracht te worden. Het is zeer nuttig gedurende de overweging zich de wederwaardigheden voor oogen te stellen, die ons kunnen overkomen, en zich

(1) Weg der volm., Hfdst. 16 — (2) Leven, Hfdst 26.

------------

ocr page 16

H----

— 12 —

bereid te houden dezelve te verdragen. De H. Teresia verklaarde, dat .e'e'ne oefening van nederigheid meer waard is, dan al de wetenschap dezer wereld.quot; (1)

§ n.

Over de vereeniging met G-od.

Het tweede en wel het voornaamste middel om tot de volmaaktheid te komen, is de vereenifjing met God. Zij wordt op de volgende wijze verkregen.

I. Door eene volmaakte lietde tot God. Wij moeten God beminnen: lu boven alles Men bemint God boven alles, wanneer men alles, zelfs het leven, wil verliezen, liever dau de geringste zonde willens en wetens te bedrijven. «God behoede ons,*' sprak de H. T eresia, .voor alle vrijwillige zonde, hoe gering zij ook zijn moge.quot; (2) Zij zeide nog: »de duivel maakt door middel van kleine openingen allengs eene groote bres.quot; (3) En elders: «de ware godsvrucht is gelegen in God niet te vergrammen, en het vaste voornemen te hebben alle goede werken te verrichten, die God van ons zal vragen.quot; 2° Wij moeten God beminnen van ganscher harte, door een vurig verlangen te hebben

(1) Leven, Hfdst. 15. — (2) Weg dervolm., HTdst.

42 — (3) Sticht., Hfd-t, 28. ---

ocr page 17

t

13

naar de volmaaktheid ten einde meer aan God te behagen. De H. Teresia merkt hierop aan, dat ,.God zelfs in dit leven geene enkele goede begeerte onbeloond laat.quot; (1gt; Daarenboven zegt deze Heilige, dat »de Heer gewoon is zijne uitstekende gunsten slechts aan hen uit te deelen, die een groot verlangen hebben naar zijne liefde.quot; (quot;2) Maar dat verlangen moet ook krachtdadig zijn, en daarvoor is het noodig, dat wij bij alle voorkomende gelegenheden met grooten moed de deugd beoefenen, zonder ons te laten terughouden door men-schelijk opzicht, natuurlijken afkeer of wereldsche belangen. 8° Wij moeten God voortdurend en in alle omstandighedeu beminnen, en tot dat einde alles, ook de onverschilligste handelingen, Hem aanbevelen en opdragen, als : het eten en drinken, de geoorloofde uitspanningen, onze geringste bewegingen, ja zelfs ons ademhalen, en dat alles steeds in vereeniging met de handelingen van Jezns en Maria, toen zij op aarde vertoefden. Ook moeten wij ter liefde van Jezus en Maria blijmoedig alle smarten en wederwaardigheden verdragen en ons schikken naar Gods wil in alles, wat Hij met ons en in ons doen wil. De H. Teresia liet ons daaromtrent deze voortref-

(1) Leven, Hfdst. 4. — (2) Weg der volm., Hfd. 35 '•

ocr page 18

h---gt;■amp;lt;

— 14 —

felijke lessen na: »Is er wel een kostbaarder schat dan het troostvolle getuigenis in zich om te dragen, dat men God behage-lijkis?quot; (1) En de volgende woorden, welke de heilige uit den mond des Verlossers zelve mocht vernemen, verklaren ons, waarin dat getuigenis bestaat: «Zoolang men op aarde leeft,quot; zeide haar lezus, «bestaat de geestelijke voortgang niet in het smaken van vertroostingen, maar in het volbrengen van mijn wil.quot; (2) Elders zegt zij: «die overgave van 's menschen wil aan God heeft eene groote kracht op zijn Goddelijk Hart; daar zij Hem beweegt, zich met onze nietigheid te vereenigen.quot; (3) »De ware vereeni-ging bestaat in het vereenigen van onzen wil met dien van God.quot; (4)

Ten einde die liefdevlam tot God brandende te houden, moet men in den loop van den dag, maar vooral onder de overweging en bij de H. Communie, dikwijls akten van liefde verwekken als: mijn God, mijn beminnelijke Heer, mijn eenige schat en mijn al, ik bemin U uit geheel mijn hart! Ik geef mij geheel en onvoorwaardelijk aan U, ik wijd U al mijne gedachten, mijne begeerten en mijne genegenheden. Ik wil, ik verlang, ik zoek niets dan U alleen,

(1) Leven, Hfdst. 10. — (2) IbiJ., Bijv. — (3) Weg der volm , Hfdst. 55. — (4) Sticht., Hfdst. S. ,

ocr page 19

t

15

U alleen; uw welbehagen is al mijn ge-| noegen. Doe in mij eu met mij, wat U behaagt, o mijn (xod, schenk mij uwe liefde, ik verlang overigens niets meer.

II. Om de vereeniging met God te bekomen, moet men zich ook toeleggen op het inwendig gebed, waardoor de ziel, volgens den H. Joannes Climacus, door de heilige liefde ontstoken wordt en zich zoo j met God vereenigt. Gebruiken wij daarom i voor de overweging al den tijd, die ons j overblijft; ten minste een half uur 's mor- ; gens en een half uur 's avonds, ter overweging der eeuwige waarheden of der weldaden van G d, en van het leven en den dood van Jezus Christus.

Wanneer na de overweging van het onderwerp de ziel niet door eene buitengewone genade getrokken wordt tot de beschouwing, dan is het goed zich tot godvruchtige gevoelens en verzuchtingen op te j ■wekken, maar zonder zich geweld aan te ; doen, want die akten moeten niet zoozeer ; uit het gevoel dan wel eenvoudig en kalm j uit den wil voortkomen. Ook is het alsdan j goed korte gebeden te verrichten, en altijd i zal men de overweging eindigen met eenig ] nuttig en bepaald besluit te nemen voor | de toekomst.

Men herinuere zich hier de schoone les- i I sen, welke de H. Teresia ons aangaand

ocr page 20

de overweging naliet: «De tijd,quot; zegt zij, «dien men zonder overweging doorbrengt, is geheel verloren.quot; (1) «Eene ziel, die de overweging verwaarloost, behoeft niet door den duivel naar de hel gevoerd te worden ; zij stort er zich zelve in.quot; ('2) »De wetenschap is van groote waarde voor de overweging, doch alléén wanneer zij gepaard gaat met nederigheid.quot; (3)

Wat de dorheden aangaat, boezemt de heilige ons moed en troost in, als zij zegt: ii Met dorheden en bekoringen beproeft de Heer degenen, die Hem liefhebben Mocht de dorheid, zegt zij, ook het gansche leven voortduren, dan nog zou de ziel de overweging niet mogen achterlaten; want de tijd zal aanbreken, waarop alles haar zal vergolden worden.quot; (4) En op eene andere plaats: »De liefde bestaat niet in een teeder gevoel, maar in God te dienen met moed en nederigheid.quot; nik houd voor zeker, dat de ziel, die in de overweging volhardt, welkdanige zonden de duivel haar ook doe begaan, in de haven der zaligheid zal aanlanden.quot; (5) De duivel weet. dat de ziel, die volhardt in de overweging, voor hem verloren is. «Wie op den weg der overweging niet stilstaat,quot; zegt zij nog, nal komt

(1) Leven, Hfdst. i — (2) Leven, Hfdst. 17. — (3) Leven, Hldst 12. — (4) Leven, Hfdst. 11. — (5) Leven, Hfdst. 8.

ocr page 21

---

— 17 —

hij laat, hij komt toch zeker aan.quot; ('l) Men moet niet vergeten, dat om den geest des gebeds te bewaren, drie dingen noodzakelijk zijn: de afzondering, de stilzwijgendheid en de onthechting van alles. Voorts moet de geestelijke lezing bij de overweging gevoegd worden, ten minste eene lezing van een half uur daags, onder anderen uit de boeken van Rodriguez, Saint-Jure Ti dergelij-ken. Beminnen wij ook vooral de lezing van de levens der heiligen, welke ons door den H. Philippus Nerius zoozeer wordt aanbevolen.

III. Men moet tevens de H. Communie met goedvinding des biechtvaders zoo dikwijls mogelijk ontvangen; de H. Communie toch is het Sacrament der vereeniging, daar de ziel alsdan geheel één wordt met Jezus. Ten einde Jezus waardig te ontvangen, kan men alle geestelijke oefeningen gedurende den dag tot voorbereiding doen strekken voor de H. Communie; laat nimmer de dankzegging na en houd u alsdan een uur of ten minste een half' uur bezig met opwekkingen en gebeden. Want na de H. Communie heeft Jezus, volgens de H. Tere-sia, den troon zijner barmhartigheid in de ziel opgeslagen, om haar zijne gunsten uit te deelen. «Verliezen wij daarom,quot; zoo

i

(1) Leven, Hfdst. 19.

ocr page 22

18

, luiden de woorden der heilige, »eene zoo schooue gelegenheid niet, om met Jezus te onderhandelen. Zijne goddelijke majesteit is niet gewoon zijn oponthoud in de woning onzer ziel slecht te heloonen, zoo Hem een goed onthaal is ten deel gevallen.quot; (1) Ten einde eene goede voorbereiding en dankzegging te doen, is het zeer nuttig, aan drie dingen te deuken: 1° Wie is Hij, die gaat komen? Jezus. 2° Tot wien komt Hij? Tot mij. 3° Waarom komt Hij ? Om bemind te worden. Daarbij voege men eene oefening van geloof, van nederigheid en van liefde, i Hiervoor kunuen dienen de drie schooue woorden, die alles in zich besluiten: Credo, spero. amo: ik geloof, ik hoop, ik bemin. Het veelvuldig verrichten der geestelijke Commuuie is ook een krachtdadig middel , om tot deze vereeuiging met God te komen. »De geestelijke Commuuie,quot; zegt de H. Teresia, «is zeer voordeelig, wacht u dezelve te verzuimen, want de Heer ziet daaruit, dat gij Hem veel bemint.quot; (2) Bezoek ook : herhaaldelijk het allerheiligste Sacrament. | «Wat zou er van ons geworden,quot; sprak de | heilige, .indien het allerheiligste Sacrament niet op de wereld ware!quot; (3) De i H. Dionysius de Areopagiet verhaalt, dat j

(1) Weg der volm. Hfdst. 55. — (2) Ibid Hfdst. i — (5) lb;d.

ocr page 23

m-

19

de overvloedige hulpmiddelen, om tot de volmaaktheid te geraken, ons geworden door dit hoogheilig Sacrament. Vereenig met het bezoek van het H. Sacrament des altaars het bezoek aan Maria, de Moeder van God.

IV. Het is volstrekt noodzakelijk, om de vereeniging met God te bewaren, dat wij ons toeleggen op het gebed, daar wij uit het Evangelie weten, dat God gewoon is zijne genaden slechts te geven aan hem, du; ze vraagt, 's Morgens bij het ontwaken moeten wij ons dus reeds Jezus en Maria aanbevelen, opdat zij ons bijstaan.

Tevens is het goed, dit bij alle bezigheden te herhalen, als: wanneer wij het buis verlaten, eene lezing houden ofeenige rust nemen, enz. Wij moeten ook nooit nalaten, des avonds ons geweten te onderzoeken en eene oefening van berouw te verwekken. In bekoringen en gevaren om in de zonde toe te stemmen, is het volstrekt noodzakelijk zijne toevlucht tot God te nemen, door ten minste de heilige namen van Jezus en Maria uit te spreken en hunne hulp in te roepen. »Ik begrijp niet,quot; zeide de H. Teresia, «die vreeze voor den duivel, terwijl wij toch kunnen zeggen: Ond, God en zóó den duivel kunnen doen sidderen.quot; (1) Ook moeten wij dikwijls den Heer de overwin-

ocr page 24

- 20 —

ning afsmeeken over onze hoofddrift, alsook de heilige volharding en eene volmaakte liefde. De H. Teresia zeide: »Het gebed is de tijd niet om met God zaken te behandelen, van zoo weinig belang als de tijdelijke dingen.quot; (1)

V. De gestadige gedachte aan Gods tegenwoordigheid, b. v. de gedachte, dat Hij ons overal ziet, ons hoort, dat Hij bij ons en in ons is, bevordert ook veel de vereeniging met God. De H. Teresia schreef aan het vergeten van God al onze fouten toe: «geheel ons ongeluk komt daaruit voort, dat wij God's tegenwoordigheid niet gedenken, maar meenen, dat Hij ver af is.quot; En de oorzaak daarvan is, dat wij Hem weinig beminnen. «De ware minnaar,quot; zegt de heilige, «denkt voortdurend aan het beminde voorwerp.quot; (2) Om God gestadig voor oogen te hebben is het zeer dienstig, dat men eenig bijzonder teeken bij zich drage of op zijne tafel of in zijn vertrek plaatse. Die gedachte aan God zij steeds vergezeld van schietgebeden, oefeningen van liefde of van overgeving van zich zeiven aan God; bijvoorbeeld: Mijn God, ik bemin U, ik verlang U alleen en uw heilig welbehagen; ik geef mij geheel aan U, en dergelijke meer.

(1) Weg der volm., Hfdst. 1. (2) Sticht., Hfdst. 3.

ocr page 25

— 21 —

VI. Houd ook jaarlijks gedurende acht of tien dagen de geestelijke oefeningen, ten einde u nauwer met Trod te vereenigeu. Laat dau alle tijdelijke bezigheden rusten en verwijder u uit de samenleving der menscheu, om alleen met God te verkeeren. O hoevelen zijn door dat middel heilig ! geworden!

Het is ook mittig, minstens eenmaal in de maand zijne vurigheid te vernieuwen door een dag van afzondering, en in den loop van het jaar met eene bijzondere godsvrucht de novenen te houden vóór het Kerstfeest, voor liet feest van den H. Creest, en de zeven feestdagen der H. Maagd. Op eiken dag der novenen kan men eenige bijzondere oefening van godsvrucht verrichten, als den Rozenkrans bidden, hare beelden bezoeken enz. 't Is ook zeer loffelijk, eiken Zaterdag, of althans voor hare zeven voorname feestdagen, te vasten. Men lier-innere zich hier het gezegde der H. Teresia: »0, hoe aangenaam is aan Jezus elk eerbewijs, zijner heilige Moeder aangedaim!quot; (1) Zoo is het ook goed eene novene te houden ter eere van zijn bijzonderen beschermheilige en eene grootu godsvrucht aan den dag te leggen voor de H. Apostelen, onze vaderen in het geloof.

(1) Sticht , Hfdst. 11. --

ocr page 26

22

Eene der noodzakelijkste voorwaarden voor de vereeiiigiug met God is eindelijk de liefde tot den evennaaste. Deze liefde tot den evennaaste vordert voor het inwendige, dat wij den naaste al het goede toe-wenscheu, dat wij voor ons zeiven verlangen, en hein het kwade niet willen, hetgeen wij ons zelven niet toeweusdien; dat wij dus in ons hart vreugde gevoelen, wanneer het hem welgaat, en droefheid, wanneer hij in druk verkeert, zonder acht te geven op den natuurlijken afkeer, dien wij voor hem zouden kunnen ontwaren.

Wat het uitwendige betreft, moeten wij hem nooit tegenspreken, uitlachen of beschimpen ; maar steeds goed van hem spreken, hem verdedigen of althans zijne bedoeling verontschuldigen. Ten tweede moeten wij hem troosten in zijne wederwaardigheden. Ten derde, hem ondersteunen in zijn geestelijken en tijdelijken nood, voornamelijk in ziekte. Ten vierde, ons, volgens de H. Teresia, toegevend betoonen jegens den naaste in alles, wat geene zonde is. De H. Franciscus van Sales merkt hierop aan, dat men zoowel aan de belangen van den naaste als aan zijne eigene den behoorlijken tijd moet schenken. Ten vijfde mag inen den naaste nimmer een kwaden raad ol' een slecht voorbeeld geven. Ten zesde I. is het soms noodzakelijk hem te berispen,

J •

■Hamp;

■iu-

ocr page 27

— 23 —

dan geschiede het met zachtzinnigheid en i ten geschikter tijde, en niet wanneer hij j door drift overmeesterd is. Eindelijk moeten , wij bovenal bedacht zijn hen. die ons kwaad | aandoen met goedheid te bejegenen: ten i minste door goed van hen te spreken, hen i zachtmoedig te behandelen en aan God aan I te bevelen, alsmede door onze gedachten at' te trekken van de bitterheden en de onaangenaamheden , welke wij van hen meenen ontvangen te hebben.

Ten slotte gedenke men de volgende lessen, welke de H. Teresia ons op onderscheidene plaatsen van hare geschriften over de volmaaktheid heelt nagelaten.

»Al onze pogingen helpen weinig, zoo wij ons zeiven niet mistrouwen, en al ons vertrouwen stellen op God.quot; (1) «Omdat wij niet geheel en ai ons hart aan God schenken, daarom wordt ons niet de gan-sche schat zijner liefde geschonken.quot; (2) • God behoede ons voor verkeerd begrepene devoties.quot; (8) «Ik heb dikwijls ondervonden, dat niets zooveel kracht heelt om den duivel te verdrijven als wijwater.quot; (4) «Alles wat wij kunnen doen is niets, in vergelijking van een enkelen druppel bloeds, dien de Heer voor ons vergoten heelt.quot; (5) «Wan-

(1) Leven, Hfdst. 8. — (2) Ibid., Hl'dst. 11. — (3) Ibid., Hfdst. 15. — (4) Ibid., Htdst. 31. —

(3) Ibid., Hfdst. 39. -amp;quot;lt;----------

ocr page 28

T

-Ha-

24

neer er niets van onzen kant ontbreekt.

i behoeven wij niet bevreesd te zijn, dat God | ons zijne hulp zal weigeren ter zaligheid.quot; (1) j »Wij behoeven niet te vreezen, dat God een ! enkelen oogopslag, dien wij uit liefde tot 1 Hem ten Hemel richten, onbeloond zal i laten.quot; (2) »De Heer verlangt van ons I alléén een vast voornemen, om vervolgens ■ al het overige zelf te doen.quot; (3) «God I zendt nimmer eene kwelling over, die Hij | niet spoedig vergeldt door eenige gunst.quot; (4) i Wanneer de ziel niet vaarwel zegt aan de vermaken der wereld, zal zij spoedig i den weg des Heeren verlaten.quot; (5) gt; Deel ' uwe bekoringen niet mede aan onvolmaak-ten, maar aan volmaakten; want anders f zoudt gij u zeiven en anderen benadeelen.quot; (6) ' «Dat nw verlangen zij God te zien, uwe vreeze Hem te verliezen, uwe vreugde alles, wat u tot God kan geleiden.quot; (7)

Leve Jezus, Maria, Jozef en Teresia. Nu en in alle eeuwen der eeuwen. Amen. i Zoo zij het.

! (I) Leven, Hfdst. 15, — (2) Weg der volm., Hfdst.

U. — (3) Sticht., Hfdst 28. — (4) Lev., Hfdst. | 50. — (5) Ged. over de ziel, Hfdst. -2. — (6) Wen-1 ken, 66. — (7) Ibid., 68.

ocr page 29

-Sjg-s-------

— 25 —

Xj O F Hi I -B :D

TER EEKE VAX DE

H, TE HES IA,

(OYer liare woorden: «IK sten', omilat ik nlei sterf.quot;)

O! Daal omlaag, gij rainuencK-Eng'lenstoet, Gij, die het hevigst brandt van liefdegloed, Daal tot die reine ziele neder! Uw Jezus koos haar eeuwig uit Tot zijn getrouwe hartebruid, Uw Jezus miut haar teeder.

Der zielenmiuuaar. God, haar levenszon, Haar harteweelde, hare liefdebron.

Trof' met zijn vuur'ge liefdepijlen Dat edel hart tot stervens toe; Nu kwijnt het, nu is 't levens moj, Nu wil 't naar Jezus ijlen.

God minnen en van Hem gescheiden zijn, Ie voor 't gewonde hart te bitt're pijn.

Komt Eng'len, komt die smart verzachten, ïeresia zucht droef van zin.

Ver van het voorwerp harer min, En sterft hier van versmachten.

ocr page 30

f

t

f

26

Dat gloeiend zuchten tot haar opperst Goed, Ontvlamt, verteert liaar engelrein gemoed. Oods minlijk aanschijn nog te derven — Nog niet te juichen in Gods schoot — Dat brengt haar telken stond den dood, En toch — zij mag niet sterven

Maar laven d'Eng'len niet haar liefdedorst. Kom Gij dan. God, die 't vuur in hare borst Tot zulk een gloed hebt aangedreven! Toen Gij uw pijlen op haar schoot,

Hebt Gij dat hart gewond ten dood. Genees het ook ten leven.

Al 't aardsche rukte zij den boezem uit, En werd voor eeuwig uw getrouwe bruid. Door 't lokaas uwer min gevangen; Zij smacht met vuurge drift naar ü. O zoete Jezus, kom dan nu!

Vervul haar zielsverlangen!

1 '

ocr page 31

-hi-

27

Bij de Uitgevers dezes zijn versdieiien:

Korte levensschets van den gelukzaligen Q-erardus Majella, Leekebroeder van de Congregatie des Allerh. Verloss., door een Pater Redemptorist.

Deze schets beslaat 164 bladz. en kost slechts 25 cent, franco per post 30 cent.

Prachtuitgave van dit leven; zeer fijn papier, keurige druk, versierd met het portret van den Zalige en nog tien andere prachtige platen in lichtdruk.

Franco per post ƒ 1.—.

Novenen en Gebeden ter eore van den Z. G-erardue Majella, donr een Pater Redemptorist. Franco per post 20 cent.

Korte Nóvene, Q-ebedon en Litanie ter eere van den Z. Qerardus Majella.

Franco per post 6 cent.

Prentjes van den Z. Q-erardus Majella,

in lichtdruk. Prijs ƒ 1.20 de honderd.

Idem met kant. Prijs 5 cent per stuk.

Leven van den eorbiedw. pater Janu-arius Maria Sarnelli van de Congregatie des Allerh. Verlossers, door den eerw. pater Alph. Mathijsen.

Franco per post 85 cent.

ocr page 32

— 28 —

Leven der eerw. moeder Maria Ba-phaela, deelgenoote van den H. Alption-sus Maria de Liguori, in de stichting der Orde van de Zusters Redemptoristinnen.

Franco per post, 50 cent.

De laatste levensjaren en grafstede der ■waardige Dienaresse Qods Joanna Baptista van Kandenraedt, versierd met haar portret, door een Pater Redemptorist. Franco per post 18 cent.

De week van Maria's Dienaar, die zijne zaligheid wil verzekeren, door een pater Redemptorist. Franco per post 7 cent.

De H. Kruisweg voor kloosterlingen,

door een Pater Redemptorist.

Franco per post 9 cent.

Bedezang voor de bekeering van Ne-derlant , door den eerw. pater Alph. Mathijsen, Franco per post 9 cent.

Het Vagevuur en de geloovige zielen, volgens de werken van den H. Alphonsns, door een pater Redemptorist.

Franco per post 15 cent.

quot;Hl

ocr page 33

)

11 I

ocr page 34

•liH-

ocr page 35
ocr page 36

in

U

Bij de Uitgevers dezes zijn verschenen :

Korte levensschots van den gelukzaligen Gorardus Majella, Leekebroedef van do Congregatie des Allerh. Ver loss.,

door een Pater Redemptorist.

Deze schets beslaat 1(11 hladz. en kost slechts 25 cent, franco per post 30 cent.

Prachtuitgave van dit leven; zeer fijn papier, keurige druk, versierd niet het portret van den Zalige en nog tien andere prachtige platen in lichtdruk.

Franco per post ƒ 1. .

Novenen en Gebeden ter eere van den Z. Gerardus Majella, door een Pater Redemptorist. Franco per post 20 cent.

Korte Novene, Gebecien en Litanie ter eere van den Z. O-erardus Majella.

Franco per post fi cent.

Prentjes van den Z. Gerardus Majella,

in lichtdruk. Prijs ƒ 1.20 de honderd.

Idem met kant. Prijs .quot;gt; cent per stuk.

Tjeven van den eerbiedw. Pater Janu-arius Maria Sarnelli van de Congregatie des Allerh. Verlossers, door den Eerw. P. Alph. Matliijsen, van dezelfde Congregatie. Franco per post 85 cent.

Eh_____rË

ocr page 37
ocr page 38