Vak
v^VAK '9/
GEZANGEN
VOOR DE
VERGADERINGEN
VAN DE LEDEN' DER
WERELDLIJKE DERDE ORDE.
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT
COLL. THOMAA8SE
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
TOT DEN HEILIGEN GEEST.
Kom. heilige Geest, daal in dit uur
In onze harten neêr;
Ontsteek ze in liefdevuur, (bis).
1.
Komt Gij ons oog in't duister niet verlichten,
Dan dwalen wij van quot;t ware levenspad; Geen mensch, hoe wijs dan ook, die niet moest
[zwichten.
Als Gij aan hem Uw licht onttrokken hadt. Kom, heilige Geest, enz.
2.
De hel alleen kan niet ons hart vermannen.
Zij riep om hulp de list der wereld aan; En meer dan duizend strikken zijn gespannen. Ach God! help ons, opdat wij niet vergaan. Kom, heilige Geest, enz.
3.
Verlicht ons hart door Uwer wijsheid stralen. Dan missen wij het ware welzijn niet,
4
'au nimmer doet de blinde jeugd ons dwalen. En de oude dag kent kommer noch verdriet. Kom, heilige Geest, enz.
VOOR DE H, CO/AAMJNIE. 1.
.Mijn gastmaal is bereid, 'k W'ensch feest met u te houwen; Vergeet .Mijn majesteit En nader met vertrouwen.
Ik wacht met ongeduld; Kom, .Mijn geliefde, kom:
Beminnen wij elkaar Als bruid en bruidegom.
O kostelijke disch.
Waar 't Vleesch en Bloed mijns Heeron Der zielen feestmaal is;
Wie zou u niet beyeeren?
quot;k Ben arm en hongerig.
Mijn ziel vergaat van dorst;
Ach spijs haar. lesch haar toch En druk haar aan Uw borst.
Versterk m ij n zwak geloof! Wat ook de zinnen tuigen,
'k Blijf voor hun stemme doof; quot;k Moet voor Uw waarheid bnigen. Mijn God is waarlijk spys, In 't heilig Sacrament.
0 liefde niet bemind,
0 liefde niet gekend!
4.
Welaan, het uur is daar;
Mijn Bruidegom gaat komen;
Hij wacht mij op 't altaar, De hand vol zegen stroomen.
Hier ben ik, kom, mijn God! Maria, sta mij bij.
Ontvlam me in liefdevuur! O englen schut mijn zij!
NA DE H. COA/AUNIE. I.
De God-Mensch woont in mij. Mijn ziel, besef uw waarde,
6
Aanbid uw Bruidegom,
Verhef u boven de aarde;
Keer ganschlijk in u zelf, Vei'zamel hart en geest.
Dank Jezus, die voor u ) Zoo lieflijk is geweest. )
2.
Een God met my! kan 't zijnV Zoo niet 't geloof mij leerde;
Met mij. die vroeger Hem Zoo stout den rug toekeerde! O Godheid zonder peil.
Verheven boven smaad.
Gij haat den zondaar niet: ) y. De zonde is 't, die Gij haat. )
3.
Ik bid ü needrig aan,
Vernietigd en verlegen.
Mijn God, mijn Bruidegom; Vervul mij met Uw zegen!
Gij geeft me Uw eigen zelf, Het meerdere, hoe dan Is 't mooglijk, dat Uw Hart ) ^ Mij 't mindre weigren kan? )
7
4.
W ijk. wereld, zonde, wijk! Vergeefs komt lt;ni bekoren:
O O «J 7
ik had om u helaas!
Mijn goeden God verloren;
Doch van deez' stonde af aan Ben ik voor eeuwigheid Geheel en onverdeeld ) Aan Jezus toegewijd. )
KERSTLIED.
1.
0 heldre nacht, die ver de schoonste dagen
In hoogen roem en luister overstraalt; O schoone nacht, waarin èn rein behagen ) En zoete vreugd in onze harten daalt. )
2.
Een Moedermaagd, uit Juda's stam verkoren.
Vereert ons met een Goddelijkeu schat; (Jods eeuwig Woord, uit haar als mensch )
[geboren, ) bis. Verschijnt voor ons in Davids oude stad. )
8
O Israël met uwe nageslachten,
Staak uw gezucht; o Jacobs telg. schep moed; De Heiland, dien uw vaadren lang )
| verwachten, ) bis
Ts opgestaan uit Jesses edel bloed.)
4.
Maar neen, de held, tot koning ons geschonken,
Is niet vergund aan Jacobs zaad alleen; Zoover als ooit de zon en sterren blonken.)^ Wordt haastZijn rijkaan ieder volk gemeen.)
5.
O Vredevorst, o Koning aller vorsten!
Dat Satans rijk voor Uw vermogen zwichtquot;! O Heiland, laat ons hart niet langer dorsten ) j . Jsaar 't zoet genot van Uw genadelicht. )
6.
O ja, Gods Zoon, doe de oude boosheid wijken
Voor Godsdienst en voor ware zaligheid; Dus staat Uw rijk tot heil van alle rijken ) En groeit en bloeit en praalt in eeuwig- ) bis
[heid. )
9
5. KERSTLIED.
1.
Herders! hoe, ontwaakt gij niet? Wat is op dit uur geschied V Eene stem van henielingen Klonk door de ongemeten kringen: Gloria! Gloria!
O wat wonder mag deez' nacht Op den aardbol zijn volbracht! Want een vreugdespellend' glans Straalde van den hemeltrans.
2.
Ach! ik hoorde een englenstem, Zij riep ons naar Bethlehem: Van een Maagd, door God verkoren. Is daar quot;t heilig Kind creboren.
O o
Gloria! Gloria! O, de Schepper van 't heelal Ligt daar in een beestenstal: Laat ons spoeden naar dat Kind, Toonen dat ons hart Het mint.
3.
Wat geschenken neem ik meeV Denk toch aan geen offervee;
10
Gij moet een goed hart opdragen, Dit kan 't Godlijk Kind behagen. Gloria! Gloria!
Ach welk offer is te groot Voor dat Kind, dat God 0113 bood! Komt laat ons te zamen gaan. Biddend voor zijn wiegje staan.
4.
Welkom, Kindje, wees gegroet.
Daar Ge Uw liefde ons blijken doet: Welkom, dierbaar Kind in 't leven. Mogen we (J onz' harten geven!
o O
Godlijk Kind, dat ons mint.
Voor ons vloeit Uw eerste traan. Neem onz' harten gunstig aan,
Voor Uw krib, o Opperheer,
Leggen wij deez' giften neer.
5.
Lieve Moeder van dit Wicht,
Dat in 't arme wiegje ligt.
Boven allen uitgelezen.
Moest gij Jezus' Moeder wezen:
Zuivere Maagd. Moedermaagd!
o ' o
Als ge. in liefd'gevoel verrukt,
O O
't Lieve Kind aan 't harte drukt. Bied Het dan de harten aan. Die voor U en Jezus slaan.
11
DE ZOETE NAA/A JEZUS.
() Naam. o zoete Naam van Jezus,
Die boven alle namen is;
0 Naam. o zoete Naam van Jezus, Verlosser in beteekenis;
Laat ons U prijzen Eu eer bewijzen Als kiudren van den Serafijn.
Die U vereerde,
Van ons begeerde.
Vol ijver voor Uw eer te zijn. (bis).
2.
O Naam, dien de engel Gods verkondde.
Voordat het Woord op aarde kwam; O Naam, tot boete van de zonde Gegeven aan het Godlijk Lam, Dat ons besproeide Met bloed, dat vloeide Alreeds uit Zijn Besnijd'nis wond Tot een zoo kracht'ge. Tot een zoo macht'ge Bezegeling van 'tNieuw Verbond, (bis).
12
O Naam, die alle knie doet buigen, En boven, op en onder de aard;
0 Naam, wien allen dank betuigen. Die voor het leven zijn gespaard;
0 dat de helle,
Van schrik ontstelle!
Gij drijft den duivel op de vlucht.
Voor al wie strijden,
Voor al wie lijden,
Als hart of mond slechts Jezus zucht. (bis).
4.
0 Naam. zoo hoog geroemd, geprezen Door God in Zijn geschreven woord,
O Naam. o wil met ons steeds wezen. Als onze vijand ons bekoort;
Help ons in 't leven Naar deugden streven.
En heilig ons in dezen tijd,
Om bij ons sterven Den hemel te erven.
Aan U zij lof in eeuwigheid, (bis).
13
TER EERE VAN JEZUS' GODDELIJK HART.
1.
De roode roos van Jezus' harte wonde,
Jn geur en kleur verrukkelijk en schoon; Zij roept ons toe: O kinderen, vlucht de zonde. En zoekt uw heil in Jezus'liefdewoon. (bis).
2.
De doornenkrans. zoo bloedig iitgeteekend
o o
Om quot;t open hart van Christus, onzen Heer, Hij noodigt ons zoo Goddelijk welsprekend:
(leef Hem uw hart met heel zijn liefde weer.
(bis).
3.
Het gloeiend vuur. dat oprijst langs de wonden Van 't Goddelijk Hart, en in zijn volsten gloed Om 't heilig hout des kruises staat te branden. Doorvlamt niet kracht het allerkoudst gemoed.
(bis).
4.
O Jezus lief, aan quot;t kruishout weggezonken
Als in een zee van eindelooze smart.
Verwarm ons steeds door Uwe liefdevonken, En sta ons toe te wonen in Uw Hart. (bis).
14
8. BIJ HET BEELD VAN HET H. HART VAN JEZUS.
1.
O hoe liefderijk en teeder
Ziet dat beeld van 't Heilig Hart Van mijn Jezus op mij neder;
In dien blik wat liefde en smart.
Zacht schijnt wel die mond te klagen:
Ach. Mijn liefde wordt miskend;
Wederliefde wil Hij vragen,
Oog en Hart naar Mij gewend, (bis).
2.
Ziet hoe gloriestralen glanzen
Om dat Hart in gouden gloed;
Wreede doornen Het omkransen.
Rood gekleurd in 't Godlijk Bloed;
Ziet dat reddend kruishout, boven Op het vlammend Hart geplant,
In de vlam, door niets te dooven.
Van Zijn feilen liefdebrand, (bis).
Uit die breede wond ter zijde
Druipt de laatste droppel bloed; O, dat aller hart zich wijde
15
Aan Uw Hart, o Jezus zoet! Ach, mij dunkt, ik hoor U spreken:
Zie Mijn Hart, dat zoo bemint. Pin toch, hoe ik moge sraeeken,
Veel te weinig liefde wint. (bis).
4.
(iodlrjk Hart, vol liefde en smarte,
Ik begrijp wat Gij begeert;
Ik zal ijvren, dat Uw Harte
Word' gekend, bemind, geëerd. Harten ga ik voor U winnen,
Uvren voor Uw liefde en eer: Mochten allen U beminnen,
U vereeren meer en meer. (bis).
AARIA O VERGEET ONS NIET. 1.
0 zaalge Moeder van den Heer,
Zie gunstig op uw kindren neer:
Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet;
Maria, o vergeet ons niet;
Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet. Wanneer wij biddend naar omhoog Tot u verheffen quot;t oog.
16
Maria, Maria, Maria, o vergeet ons niet; Maria, o vergeet ons niet, vergeet ons niet,
vergeet ons niet; Maria, o vergeet ons niet, vergeet ons niet,
vergeet ons niet.
2.
Wanneer de tegenspoed ons kwelt. Wanneer de droefheid ons ontstelt.
Maria, enz.
Wanneer de duivel ons bekoort.
Door zondestorm onzquot; zielrust stoort, Maria, enz.
3.
Wanneer ge in ons de zucht naar de aard En 't schijnschoon, wat ze biedt, ontwaart,
Maria, enz.
Wanneer het vleesch tot wellust leidt En tot 't verlies der zuiverheid,
Maria, enz.
4.
Wanneer de godsvrucht ons begeeft. Ons hart niet meer naar deugden streeft,
Maria, enz.
Wanneer uw liefde 't menschdom streelt. Uw milde hand genaden geeft,
Maria, enz.
17
o.
Wanneer het leven ons verlaat,
Wanneer het. uur des scheideiis slaat.
Maria, enz.
Wanneer o-ij tot uw lieven Zoon Voor de uwen vraagt om quot;t eeuwig loon, Maria, enz.
. VREUGDE VAN AARIA'S HART.
1.
Gij slaapt nu, mijn Jezus.
Mijn Kind en mijn God!
Gij slaapt, en ik sterve
Van moedergenot!
Ave, ave, ave, Maria. (bis).
2.
Uw blozend gezichtje
Vervoert mij zoozeer,
Dat ik als van liefde Verkwijn en verteer.
Ave, enz.
18
3.
't Ontwaakt nu en opent Zijn oogjes zoo zacht,
En staart dan zoo minzaam Naar moeder en lacht, Ave, enz.
4.
O fonkelende oogen, 0 lachende mond.
Gij slaakt van de liefde Nog dieper de wond! Ave, enz.
5.
Mijn ziel, hoe, gij gloeit niet Voor Moeder en Zoon r1
Gij ziet dan hardvochtig
Dat schouwspel zoo schoon Ave, enz.
6.
Wat toeft geV De schoonheid Der aard is slechts schgn ;
Beslist nu, uw liefde Voor wien zal zij zijn? Ave, enz.
19
7.
Voor U, o mijn Jezus!
Maria, voor u!
Ja, Gij hebt verwonnen,
Bezit mij dan nu.
Ave, enz.
8.
Ja, 't Kind en de Moeder, De Moeder en 't Kind, De roos en de lelie Moest beide bemind! Ave, enz.
9.
Ik vraag hier op aarde
Geen schatten, geen kroon, ü minnen is alles,
à minnen mijn loon! Ave, enz.
11, SALVE REGINA.
1.
Wees, eedle Koningin, gegroet, 0 Maria!
20
Gij. die zoo machtig zijt en goed, O Maria!
Jubelt, gij Oherubijn.
Looft haar, gij Serafijn! Groet uw hooye Koningin,
O O
Salve, salve, salve Regina!
O Moeder, vol barmhartigheid.
O Maria!
Die mensch en engel steeds verblijdt, O Maria!
Jubelt, enz.
Tot u, die ons zoo teeder mint.
O Maria!
Wendt zich het arme Eva's kind. O Maria!
Jubelt, enz.
5,
Verkriio- voor ons bii Godes troon.
O Maria!
Vergiffenis van uwen Zoon, O Maria!
Jubelt, enz.
21
Smeek, dat wij ook na dezen tijd,
O Maria!
Eens Jezus zien in heerlijkheid,
O Maria!
Jubelt, enz.
12. AAN O. L. V. VAN HET M. HART.
1.
O schitterende sterre.
Ons lichtend van verre,
In 't treuroord van smart;
0 Maagd, t' allen stonde.
Gevrijwaard van zonde,
O Onz' Lieve Vrouwe van 't Heilige Hart! 0 Moeder, hoe praalt gij,
0 Moeder, hoe straalt gij
In de eeuwige woon! Wat schittrende glansen Omringen, omkransen U, onz' Lieve Vrouwe van 't Hart van nw Zoon.
2.
Wat liefde, wat zoetheid.
Wat minlijke goedheid
22
Straalt, Maagd, van uw troon ! Wat vloeit er een zegen, Uw kinderen tegen. 0 schattenbewaarster van 't Hart van uw Zoon! In zonden verzonken,
In boeien geklonken
Door satans geweld,
Is al ons betrouwen,
0 schoonste der vrouwen,
In uw macht op 't Heilige Harte gesteld.
3.
Blijf immer ons sterken In bidden en werken
Voor quot;t Hart van uw Zoon; Kom eenmaal ons halen In de eeuwige zalen.
Om eeuwig te juublen, o Maagd, voor uw troon. Laat ons dan aanschouwen, 0 schoonste der vrouwen.
Uw Zoons Heilig Hart; Eu eeuwig met de eno-len
O O
Ons dankakkoord menglen: »Gegroet, onze Vrouwe van 't Heilige Hart!«
23
VOOR AARIA'S ALTAAR. 1.
Maria' s beeld, te midden
Van vroolijk schittrend licht, ISoodt ons te komen bidden
Bij 't altaar, haar gesticht. Kom laat ons tot haar ijlen. Een kleine poos daar wijlen.
Maria, Maria, Moeder zegen ons^
2.
Wij vallen u te voeten.
Neem ons genadig aan;
Ontvang eerst onze groeten,
O .. . 0
Voordat wij huiswaarts gaan: Dan gaan wij blij te moede. Vertrouwend op uw hoede.
M aria, enz.
3.
à wijden we onze harten
Voor quot;t goede, dat ge ons doet;
O o
In blijdschap en in smarten,
In voor- en tegenspoed.
Steeds willen we u vereeren En uwen roem vermeeren.
Maria, enz.
24
4.
Stort met uw moederhauden
Uw zegen op ons neer; Verbreek des zondaars banden,
Eu breng tot God hem weer. Dan ziet ge ons morgen weder, 0 Moeder, goed en teeder. Maria, enz.
DE SMARTVOLLE MOEDER. 1.
Er vloeide langs den kruisstaiu.
Uit Jezus' open zij.
Een overvloed van leven.
Een hemelsche artsenij:
Eu aan den voet des kruises.
Uit eindelooze smart.
Ontsprong een bron van tranen Aan Moeders schreiend hart.
2.
Zij stroomden beide samen
Tot eenen kostbren vloed,
Maria's zilveren tranen
En Jezus' purper bloed;
Mijn ziel wil zioli verliezen
in deze zee van smart, Die gutste uit Jezus' wonde, Die welde uit Moeders hart.
3.
Ik kniel berouwvol neder
Voor 't kruishout van mijn Heer, En kus ;net Magdalena
Zijn wonden keer op keer. En schrijf Zijn bittre pijnen
En ook mijn Moeders smart, Vol dankbre kinderliefde,
In mijn vermorzeld hart.
JOZEF, VOEDSTERVADER. 1.
O Jozef, voedstervader
Van Jezus, onzen Heer,
Eens knieldet gij vol blijdschap
Bij 't arme kribje neêr.
Als gij de traantjes droogdet.
Door 't Godlijk Kind geschreid. Dan stroomde er door uw ziele Een zee van zaligheid, (bis)
26
2.
Gij mocht als bruid begroeten Der heemlen Koningin,
O steun en trouwe leidsman Van 't heilig huisgezin.
Zij eerden u te zamen.
Maria en haar Zoon,
En beider dankbre liefde
Vlocht u een eerekroon. (bis).
3.
O heiige Voedstervader En kuische Bruidegom;
Wij zingen uwe glorie In Jezus' heiligdom.
Zie uit des hemels zalen,
Op Sint Franciscus' kroost;
Bij leven en bij sterven,
Wees onze hulp en troost, (bis).
16. WEES GEGROET. O JOZEF.
5.
Wees gegroet, o Jozef, voedstervader Van Maria's lief en Godlijk Kind!
Na uw bruid was niemand Gode nader.
Werd ook niemand zoo door Hem bemind (bis).
27
o
Wees gegroet, o Bruidegom der Moeder, Die door Jezus ons het leven schonk! Waart gij haar op aard een trouwe hoeder, Gauseh haar hart was u één liefdevonk, (bis).
3.
Wees sreyrroet, vermogende Beschermer,
O O 7 ~
Van de Kerk, op Petrus' rots gesticht! Bid, o bid, dat de Allerhoogste Ontfermer Vol gena haar zwaren strijd verlichtquot;, (bis).
4.
Wees o-eyrroet. Patroon in stervensstonde!
o o
Bij uw dood stond Jezus u ter zij;
Weer de hel van onze stervenssponde,
In het uur des doods sta ons dan bij. (bis).
5.
Wees quot;'ejiToet, o Jozef, die door de orden
O O
Van Franciscus altijd werd gegroet!
Mogen zij uw hulp meer waardig worden. Dan zijn zij van alle kwaad behoed, (bis).
28
17. WIJ GROETEN U, O SERAFIJN.
1.
Wij groeten u, o Serafijn,
En treden smeekend nader:
Onschatbare eer. wij noemen u. Franciscns, onzen Vader. (bis).
Is Lucifer om zijnen trots Uit 't hemelrijk verdreven;
Franciscns werd op zijnen troon Als Serafijn verheven, (his).
3.
De morgenster ligt, lang verbleekt. In 't eeuwig duister neder,
Gods almacht schonk den Serafijn Haar uchtendschittring weder. (bis).
4.
Ons licht die ster. zoo glorierijk, Met eeuwgen ijans omgeven,
O o O '
Ons straalt dat licht langs 't donker pad. Van 't ondermaansche leven. (bis).
29
Eu wnar de geest der duisternis Gods liefde ons wil ontrooven,
Daar zendt die ster met grooter kracht Haar stralen vuurs van boven. (bis).
6.
Als 't licht der zon. die ons bestraalt, Voor immer gaat verdwijnen,
Dan blijv' die ster in 't doodsuur nog Vertroostend ons beschijnen, (bis).
En in het land, waar vrede en licht En eeuwge blijdschap wonen.
Daar zal zij ons haar gouden gloed En heel haar pracht vertoonen. (bis).
FRANC1SCU5 EN HET H, HART. 1.
Hemelsch beeld der schoonste liefde,
Ware Seraf, u doorkliefde
't Heilig zwaard der liefdesmart; (bis).
30
Liefde was uw eenig streven,
Lieulp luocht- in u ons geven
quot;t Evenbeeld van quot;t Godlijk Hart (bis).
2.
Voor het kruisbeeld neergezonken, Had uw hart de liefdevonken
Uit het Godlijk Hart gegaard, (bis). Snellend toen naar dorre streken,
Gingt gij 't liefdevuur ontsteken In het koude hart der aard. (bis).
O
O.
Eikenkruinen. korenhalmen,
Luistrend naar uw liefdepsalmen,
Bogen bij dit hemelsch lied; (bis). Vogels, visschen stemden mede,
o ^ 7
Voor den zondaar was die bede; Hi] toch minde Jezus niet. (bis).
4.
Liefdezon in 's werelds duister, Schittrend was uw glans en luister In het needrig boetekleed; (bis). Door uw gloed werd quot;t dorre teeder. Duizend zondaars knielden neder, Stilden Jezus' liefdekreet. (bis).
31
o.
Vader leer ons 't Harte minnen, Koude harten voor Hem winnen,
Gloeien door uw liefdevuur; (bis). Kom met ons uit Jezus' oogen Smarten vegen, tranen drogen.
Bij Hem waken in dit uur. (bis).
19. FRANCISCUS, O VADER.
1.
Franeiscus, o Vader,
Wat zetelt gij hoog !
Duld dat ik u nader,
Met blijdschap in 't oog. Ave, ave, o Vader ave. (bis).
2.
Ik hoorde op onze aarde
Den lof uwer deugd;
Nu zie ik haar waarde. De hemelsche vreugd.
Ave, enz.
3.
Jk hoorde gewagen Van cel en van kluis,
Van lijden verdragen,
Van liefde voor 't kruis.
Ave, enz.
4.
En thans is de woning Der englen uw woon,
't Verblijden belooning. Het kruis uwe kroon.
Ave, enz.
5.
Ik «ag in 't leven. Vernederd, bespot;
Thans zijt gij verheven. Nu heerscht gij bij God.
Ave, enz.
6.
Franciscus, zoo heilig. Bij God onze tolk.
Bewaar en beveilig En zegen uw volk.
Ave, enz.
O FRANCISCUS. O VADER DER AR/AEN.
1.
0 Franciscus, o Vader der armen, 0 Franciscus, bid voor ons!
O Franciscus, o wil u erbarmen, Heilige Vader, zegen ons!
Sla uwe blikken, zoo lieflijk, zoo teeder. Op uwe kindren uit 't hemelrijk neder.
O Franciscus, bid voor ons!
Heilige Vader, zegen ons!
2.
O Franciscus, in deugden verheven, 0 Franciscus, bid voor ons!
O Franciscus, o let op ons streven. Heilige Vader, zie op ons!
Help ons èn ons èn de wereld verachten; Doe ons de liefde van Jezus betrachten.
O Franciscus, bid voor ons!
Heilige Vader, zie op ons!
3.
O Franciscus, verkrijg ons genade, O Franciscus, bid voor ons!
O Franciscus, bewaar ons voor schade, Heiige Vader, wees met ons!
34
Machtige vriend van den hemelschen Vader, Wees onze helper, beschermer en rader. 0 Franciscus, bid voor ons!
Heilige Vader, wees met ons!
21. O SERAF VAN DIT TRANENDAL.
1.
0 Seraf van dit tranendal,
In 't eeuwig Serafijnenkoor Vereenigd met uw God en al,
Leen onze beê een gunstig oor. (bis).
2.
Wij minnen Hem, die u verhief.
Uit alle kracht van hart en geest; Wij hebben Jezus' Moeder lief;
Ons hart mint u, naast Hem, het meest.
(bis).
3.
Wij volgen u met goeden moed Op 't doornig pad van boete en deugd; Wij dragen Jezus' juk, zoo zoet,
Eu zuchten naar de hemelvreugd, (bis).
35
4.
Maar zwakke menschen als wij zijn, Verdooft in ons het liefdevuur; Ontsteek, ontsteek, o Serafijn,
De liefde Gods in ons elk uur. (bis).
5.
Het voorbeeld, dat gij aan ons gaaft. Schijnt verre boven onze macht;
Smeek 't hart voor ons, dat harten laaft. Smeek Het om liefde, moed en kracht.
(bis).
6.
Gij zijt de vriend van Jezus' Hart; Hij zelf heeft het geopenbaard;
Hij gaf u tot patroon in smart Aan Margareta op deez' aard. (bis).
7.
Wij smeeken dan uw bijstand af;
O bid voor ons in smart en strijd.
Leid onze schreden tot aan 't graf; Wij danken u in eeuwigheid, (bis).
FRANCISCUS IS AIJN VADER.
1.
Franciscus is mijn Vader, Als kind nam hij mij aan;
Ik heb aan hem belofte
Van liefde en trouw gedaan.
2.
Franciscus is mijn Vader, ik draag zijn schouderkleed
Met gordel om de lenden. Getuigen van mijn eed.
3.
Franciscus is mijn Vader, Hij leidt mij bij de hand.
Verklaart mij Gods geboden. Verlicht mijn zwak verstand.
4.
Franciscus is mijn Vader, Hij leert mij quot;t zingenot
En quot;s werelds roem versmaden. Ter liefde en eer van God.
Franciseus is mijn Vader,
Zijn voorgang in de deugd Doet mij de godsvrucht minnen, Beoefenen met vreugd.
6.
Franciscus is mijn Vader,
Ik richt met hem het oog Tot heil van alle menschen, Ter liefde Gods, omhoog.
Franciscus is mijn Vader,
Ik wil een serafijn Met brandend hart van liefde Gelijk mijn Vader zijn.
FRANCISCUS, NAVOLGER. JEZUS.
1.
Gods eigen Zoon, gedreven Door liefde zonder maat. Hij gaf voor ons zijn leven
Aan 't kruis in smart en smaad.
38
/oo wilt gij gansch u wijden, Franciscus, aan uw Heer,
Uit liefde met Hem lijden, U offren hem ter eer. (bis).
2.
Die rijke Hemelkoning
Wordt arm en dienstbre slaaf;
Hij kiest een stal tot woning. En loeft van liefdegaaf.
O armoe, nooit volprezen. Die voor de hebzucht boet!
Zoo wil 't Franciscus wezen. En offert al zijn goed. (bis).
3.
Het Zoenlam zonder vlekken Kwam 't offer, dat God vraagt,
In maagdlijk vleesch voltrekken. Genomen uit de Maagd.
O reinheid hoog verheven! O maagdlij ke offerstaat!
Zoo wil Franciscus leven
Naar Jezus' woord en daad. (bis).
4.
Deed Adams schuld ons vallen Door lust, dien God vei-bood;
39
Gods Zoon werd voor ons allen
Gehoorzaam tot den dond. Zoo was Franciscus' leven:
TSooit eigen wil te doen,
Maar dien geheel te geven
Den hoovaardij ten zoen. (bis).
5.
Van liefde gansch verslonden,
Gaf' Jezus zich ten dood.
Daar hangend aan zijn wonden.
Zoo bloedig en zoo rood. Franciscus, in ziin liefde.
Smeekt om die smart er bij, Tot dat zi] hein doorgriefde, In handen, voet en zij! (bis).
6.
Aan 't kruis nu vastgeklonken
Met Jezus, zijnen Heer,
Is hij van liefde dronken.
En kent niets anders meer; 't Is altijd meer nog lijden.
Meer lijden met zijn God, Met Hem den doodskamp strijden Bij 's werelds smaad en spot. (bis.)
7.
O Serafijnsche Vader,
De liefde was uw dood:
40
O breng' ze ook ons u nader,
En eens in Jezus' schoot;
Moogquot; ze allen, die u eeren,
Uw dierbaar nageslacht. Ten offerand verteren.
Met u aan God gebracht, (bis).
24. DE li. VADER FRANCISCUS.
1.
Heiland, wie kon zonder smart Aan het kruishout ü aanschouwen?
Sint Frauciscus voelde 't hart Op 't gezicht üws lijdens rouwen. Als hij dankbaar, dag en nacht, ) , ⢠Aan Uw liefde en lijden dacht. ) Jlt''
11 ij vond zijn geluk en troost In uw heilige vijf wonden,
Eu dan riep hij onverpoosd: »0 ondankbaarheid der zonden!
»Jezus, hoe bemint Ge Uw kind,) ^ »En Uw liefde is niet bemind!« )
41
3.
In de wonde van Uw Hart Rustte Sint Franciscus veilig,
Overwoog uw liefde, eu werd Serafijn van liefde en heilig.
Godlij k Hart, Gij waart zijn vreugd) ^ En zijn spiegel voor de deugd. )
4.
Niet in de eer, die de aarde biedt,. Maar in à zocht hij zijn glorie,
Andre roem voldeed hem niet Dan op 't kruishout der victorie. Daaglijks meer aan U gelijk, ) . % Werd hij ook Uw gunsten rijk. ) J1'S
Hij zag U, omstraald van licht, Op Alverne in God verslonden,
Hij wilde ook gekruisigd zijn. En ontving de heiige wonden
O O
Aan de zijde, hand en voet, ) In zijn hart een liefdegloed. )
6.
Feller werd zijn liefdesmart, Liefde en lijden was zijn streven;
42
Met eeu liefdezucht in quot;t hart Nam hij afscheid van dit leven;
Thans mint hij in eeuwigheid, ) ^ 's Hemels vreugd is hem bereid. )
25. O SERAF1JNSCHE VADER.
1.
0 Serafijnsche Vader,
Wij minnen u zoo teer;
Van uit mv ydoriewoniuy:
O O
Zie op uw kindren neer.
Met uw doorboorde handen 0 zegen uwe panden;
Franciscus, Franciscus, o Vader, zegen ons!
2.
De goedren dezer aarde
Vertradt gij als het slijk. Om quot;t eeuwig- o-oed te winnen
O O
In 't hemelsch koningrijk. Met uw enz.
3.
De lieflingsdeugd van Jezus, De vorstelijke vrouw,
43
Die Hij op aarde huwde.
Schenkt gij uw hand en trouw. Met uw enz.
4.
Zij hing om uwe schoudren
Een arme, grove pij, En sloeg een ruwe koorde Om uw verstorven zij. Met uw enz.
Zij wees u op de kribbe
In dquot; armen beestenstal, Op Jezus aan Zijn kruishout Met wonden zonder tal. Met uw enz.
6.
Daar strekte Jezus teeder
Zijne armen naar haar uit, En schonk ook u, Franciscus, Zijne armoe tot uw bruid. Met uw enz.
7.
Leer ons, o dierbre Vader, Verheven Serafijn,
44
Ons hart aan de aarde onthechten,
En gansch aan Jezus zijn.
Geef, dat wij Hem beminnen En kruisen onze zinnen. Franciscus, Franeiscus, o Vader, zegen ons.
26. li. ANTONIU5. BID VOOR /AU.
1.
Heiige minnaar van den Heer,
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw dienaars u ter eer Voor uw beeld een loflied zingen. 0 wij smeeken luid en blij:
Heiige Antonius bid voor mij!
2.
Rein, onschuldig was uw jeugd, Lissabon kon het verkonden;
Uwe ziel, versierd met deugd, Prijzen thans ons aller monden. O wij smeeken enz.
3.
Gij bemindet Jezus teêr. Jezus' liefde mocht gij winnen;
45
Maak dat wij ook meer en meer. Uwen Jezus hartelijk minnen. O wij smeeken enz.
4.
Ziet, met welke liefde gij 't Kindje Jezus in uw armen
Mocht aanschouwen van nabij; Laat zich Jezus ons erbarmen! O wij smeeken enz.
5.
Voor uw beeld hier neergeknield Op den schoonen dag van heden,
Storten wij, met hoop bezield. Voor uw troon de vuurge beden. O wij smeeken enz.
6.
Breng ons hulp in allen nood; Wil ons steeds een vader wezen;
Help vooral ons in den dood. Als wij voor Gods oordeel vreezen. O wij smeeken enz.
7.
0. als kindren bidden wij. Dat wij, na een Ohistlijk leven.
46
. Eeuwig deelen aan uw zij In de o-lorie. u geo'even.
o 7 O O
0 wij smeeken enz.
DE li. ANTON1US VAN PADUA.
1.
Den rozengaard der heilgen,
Door 's Serafs zorg geplant,
Siert eene roos, zijn glorie In 't hemelsch vaderland. Op d' ademtocht der liefde
Draagt zij haar geuren voort: De rijkdom harer kleuren ) ^.g Heeft ieders oog bekoord. )
2.
Gepurperd in den bloedstroom.
Die vloeit uit Jezus' hart.
Stilt zij door honingdrupplen
En ziels- èn lichaamssmart;
Wie is toch wel die Heiige,
Omgord met hooger kracht,
Die tranen weet te drogen, )
Die zooveel leed verzachtV )
47
3.
Zijn beeltenis, zoo vriendlijk.
Met 't kindje, dat hem streelt. En 't Godlijk oog doet schittren
In 't zuiver evenbeeld: 't Is waarlijk een verschijning.
Die 't hart met troost vervult, Den duistren nacht des lijdens ) , ⢠In hemelsch daglicht hult. ) 1S'
4.
De Christen heeft in rampen Bij hem zijn hulp gezocht. En roemt verheugt de woudreu,
Die de Almachtdoor hem wrocht. Dien man vol medelijden.
Op zijnen glorietroon,
Antonius geheeten, ) , ⢠Zij aller eerbetoon. ) 1S'
28. ANTONIUS. ZOO /AACHTIG.
1.
Gij waart Franciscus waardig, In ootmoed hem gelijk.
48
Nu juicht ge, als hij verheerlijkt,
In Jezus' koningrijk,
Antonius, zoo machtig )
O hoor ons dankbaar lied; ) . â Gezeteld in Gods Glorie, ) ,lh-Vergeet uw kindren niet. )
o
Gij zocht om Jezus' liefde,
Als de arme Serafijn,
In armoe hier te leven. Om eeuwig rijk te zijn. Antonius, enz.
3.
Hier schitterde in uw ziele
De zuivre lelieglans;
En vormt thans om uw voorhoofd, Den schoonsten gloriekrans. Antonius. enz.
4.
Daar daalde uit 's Hemels woning
In 't midden van den nacht De zoete lieve Vrouwe,
Die 's werelds Licht ons bracht. Antonius, enz.
49
/ij droeg aau quot;t inoederharte Het Kind van Bethlehem, En groette u eindloos minzaam Met wonderzoete stem.
Antouius, enz.
6.
En Jezus, Hij, de oneindge. De onmeetbre Hemelheer, Zette als lieftallig Kindje Zich op uwe armen neer.
Antonius, enz.
7.
0 help ons Jezus volgen
In blijdschap en in smart. Opdat ook wij eens rusten Aan Zijn beminlijk Hart.
Antonius, enz.
50
29. ANTON1US VAN PADUA.
Autonius van Padua,
Zoo heilig en zoo goed,
Wij loven God, die door uw hand Zoovele woudreu doet.
1.
Geen geur en kleur van bloemen is Zoo aangenaam en fijn,
Als voor een ziel, die God bemint. Uw schoone deugden zijn.
Antonius enz.
2.
De liefde Gods en Godes eer Bewogen uwe tong.
Waardoor berouw en zaalge vrees In alle harten drong.
Antonius enz.
3.
Gij waart een schild en zijt het nog Voor de onschuld in gevaar;
Al wie u bidt wordt uwe hulp In eiken nood gewaar.
Antonius enz.
51
4.
Antonius, gij menschenvriend,
En vriend van God den Heer, Wij smeeken u met vurigheid: Zie gunstig op ons neer. Antonius enz.
5.
Al komen wij ook telkens weer
Voor vijand, of voor vriend. Of voor ons zelv', toon dat men u Niet vruchteloos eert en dient. Antonius enz.
(Zie verder, voor de negen Dinsdagen, het aanhangsel no. 2 en 3 bladz. (52.)
30. ONTVANG, O LUDOV1CU5.
1.
Ontvang, o Ludovicus,
Verheven schutspatroon. De hulde, u toegezongen In dankhren jubeltoon. Wij eeren 't vorstlijk purper.
Dat van uw schoudren daalt, En in den volsten luister Van vorstendeugden straalt.
Doch onder 't kunstig weefsel
Van quot;t koninklijk gewaad Droegt gij een kleed, dat hooger
Bij God in eere staat; Al siert quot;t geen borduursel
Van goud eu diamant, Dat kleed ontving zijn waarde Uit Sint Franciseus' hand.
3.
Hij zelfquot;, der armen Vader, Bezat geen vorstendom.
Toch was hij waarlijk koning
En vorstlijk bruidegom; De bruid, die hem verrijkte, Ten koningstroon verhief, 't Was de armoe van zijn Jezus, Den CTodmensch, eindloos lief.
4.
Hij schonk ook Ludovicus
Bij al zijn majesteit Den koninklijken mantel
Van Christus' needrigheid. En Frankrijks grootste koning.
Franciscus' trouwe zoon. Hij spotte met de wereld.
En droeg dat kleed ten troon.
53
O koninklijke broeder.
Ons voorgegaan langs quot;t pad Van serafijnsche deugden
Naar 's hemels vrengdestad; Wij smeeken n ootmoedig,
ü heiige Lodewijk,
Geleid Franeiscus' kindren Naar 't hemelsch koninkrijk.
31. DE li. ELISABETH VAN HONGARIJE.
1.
Elisabeth, Elisabeth,
Dat ik u heden groete.
Ã, koningsdochter, Godes kind, U schoone, teedre, zoete!
Gij zijt des ootmoeds lieflijk beeld En der barmhartigheid.
Elisabeth, groot is de vreugd, ) Die ons deez' groet bereid. )
2.
Elisabeth, Elisabeth,
'k Wil uwe liefde minnen.
54
Uw voorbeeld volgen en oprecht Met de oefenino' beo'iimen;
O J5 '
'k Wil Jezus minnen boven al,
Mijn evenmeusch als mij:
Elisabeth, quot;k vraag u oprecht, ) ^ Dat zoo mijn liefde zij. )
3.
Elisabeth. Elisabeth,
Hoe treffend was uw sterven.
Toen gij met Jezus opwaarts vloogt. En 't Paradijs gingt erven.
Toen vooglenzanj; en bloemengeur
o O O
U leidden naar uw troon!
Elisabeth, dit bid ik u: ^ bi -
Zij ook mijn dood zoo schoon. )
32. AARGARETA, EEDLE VROUWE.
1.
Margareta, eedle vrouwe.
Toonbeeld vau boetvaardigheid.
Welk een vloed van bittre tranen
Hebt gij jaren lang geschreid, (bis.)
oo
Wij ook zijn met schuld beladen,
Vraag' van Jezus ons yenaden;
O o '
Dat wij vluchten steeds het kwaad Tot ons stervensuur eens slaat, (bis.)
2.
Sinds uw hart voor Jezus brandde Door een bovenaardschen gloed,
Werd uw leven enkel lijden,
Bleef het kruis uw hoogste goed. (bis.) Wij ook enz.
3.
Margareta hoor ons smeeken;
Zuchtend onder 't zwaar gewicht Onzer overgroote ellenden
Is ons oog op u gericht, (bis.) Wij ook enz.
4.
O, gij heilige martelaarster
Van het innigst naberouw,
Snoer ons hart aan Jezus' Harte
Door den band van liefde en trouw (bis.) Wij ook enz.
Glorie zij den hoogsten Vader,
Roem en lof zijn Eengen Zoon.
En tien Geest, die uit Hem voortkomt,
Eeuwig, eeuwig eerbetoon! (bis.)
Ach wij zijn met schuld beladen,
Vraag van Jezus ons genaden;
Dat wij vluchten steeds het kwaad Tot ons stervensuur eens slaat, (bis.)
33. TOT U. O GORKUAS HELDENTAL.
Tot u, o Gorkums heldental,
Weerklinke luid mijn lofgeschal;
Tot ii, door wie mijn ziel ontgloeit. Van dankbren jubel overvloeit.
1.
Gedenk ik, hoe ge op onzen grond Uwe onverwelkbre kronen wont.
Dan juich ik bij uw heldenmoed:
Ook ik ben van uw Neerlandsch bloed.
Ik juich als ge in den dood niet buigt,
Maar trou w voor 't Hoofd der Kerk yetuigt;
O O 7
Dat Pius, die u iieilig roemt.
Ook ons zijn dierbre kindren noemt.
Tot u, enz.
57
2,
Ik juich als gij zoo onversaagd Maria moeder prijst en maagd, En onze en 's hemels koningin; Verrukt stemt iieel mijn ziel het in. Maar sterft gij voor quot;t Geheimenis, Waar Jezus zelf ons voedsel is, Dan naamloos is mijn ziel verblijd. Dat ik het ook met u belijd.
Tot u. enz.
Dat ik met u ééu God, één Heer, Een Geest, één lichaam, doop en leer In de eeue Moederkerk beken. En onverdiend haar kind ook ben. Drie eeuwen vloden sedert heen. En ons en uw geloof is één:
O voerquot; het, bij één hoop, één min. Ook ons uw Kerk der o'lorie in!
O
Tot u. enz.
58
34. BIJ HET EINDE DER VERGADERING.
1.
Wij gaan nu deze plek verlaten.
Zoo dierbaar aan ons minnend hart, Waar wij het aardsche gansch vergaten
Met zijne zorg en bittre smart. Wij gaan nu. Vader, weltevreden,
Wij gaan. Franciscus, welgemoed, O wees. dus sluiten wij ons beden, Wees hartelijk gegroet, gegroet.
9
Wij kwamen hier u. Vader, eeren.
Ons leven spieglen aan uw beeld: Wij mochten deugden van u leeren. Uw grootheid heeft ons hart gestreeld. Wij gaan nu, enz.
3.
Wij leerden 't schuldig vieesch versterven.
Aan wereld en aan hel weerstaan. En eeuwge schatten ons verwerven. Door goede werken hier gedaan. Wij gaan nu, enz.
59
4.
Des armen droevig lot verzachten Ter liefde ( iods met woord en daad f. Den geest van arremoe betrachten,
Was uw gebod voor eiken staat. Wij gaan nu. enz.
Den wil te doen der overheden, Hoedanig zij ook mogen zijn. Den tijd steeds nuttig te besteden. Was uwe les voor groot en klein. Wij gaan nu, enz.
6.
(iij hebt ons Jezus leeren minnen. Die bloed en leven voor ons lt;nif. Deez' liefde boven alle zinnen Beoefnen tot aan 't kille graf. Wij gaan nu, enz.
Uw kindren willen zich nu wijden Aan deze plichten, ons geleerd, Om eens met u ons te verblijden, In quot;t rijk, waar gij met God regeert Wij gaan nu, enz.
On
cH((iili(nióseL
1. TER EERE VAN JEZUS li. HART.
Eepobootc roar- den zondaar-.
].
O Gocl'lyk Hart, voor ons aan 't kruis geklonken. Door de ijz'ren speer gewond in euvelmoed;
Tot eerherstel voor l in quot;t stof gezonken.
Ontwelt ons hart een liefde- en tranenvloed.
KuFiiurx.
O God van liefde!
O God van smart!
Spaar hem. spaar die U griefde, ) | â ,
In naam van 't Heilig Hart. ) 1S'
â gt;
O wreede hand, die 't Harte dorst doorsteken. Dat aan den mensch slechts heil en zegen bood:
Doch wreeder hij, aan wien liefde is gebleken. En toch de speer in Jezus' zijde stoot.
Ja wreeder, die met quot;t staal der euveldaden
In 't teederst Hart nog wonde op wonde boort;
Die 't Bloed veracht, de bronwel van genaden, In eieren hart de stem der liefde smoort.
o
(51
4.
In quot;t stofquot;geknield, kom ik mijn schuld belijden;
Ook ik. o God! ontzag Uwe liefde niet, Tot eerherstel wil ik voor eeuwig strijden In 't krijg'rental, dat ü zijn krachten biedt..
'5.
Ontferming, Heer! vergeving voor ons allen! Ontferming voor 't ondankbaar menschen-
[kind!
Laat quot;t vaderoog genadig neder vallen.
Geef dat onz' beê bij U verhooring vind!
2. TER EERE VAN DEN ti. ANTON1US VAN FADUA.
Wij ze: rAIar-ia's boeld to midden.
1.
Hoe liefdevol en teeder,
0 heilige Paduaan,
Slaat gij uw blikken neder Op t hart u toegedaan.
Wij treden biddend nader.
Ontvang ons al te gader.
Antonius, Antonius, u vereeren wij!
2.
Uw beeltenis aanschouwend Met Jezus, 't Godlijk Kind,
62
Doet ons, op u betrouwend,
Hem naadren. Die ons mint. Wees gij ons ten verzoener, 0 groote Wonderdoener.
Antonius, enz.
3.
De Christen, die in lijden Bij u zijn hulpe zocht.
Roemt 't wondervol verblijden
Dat de Almacht door n wrocht. Wil onzer dan erbarmen. Die vluchten in uw armen.
Antonius, enz.
4.
Blijf immer voor ons waken. Gij, trouwe schutspatroon. Opdat wij veilig naken
De zaalge hemelwoon.
Daar zullen voor uw voeten Wij eindeloos u groeten.
Antonius, enz.
63
3. TER EERE VAN DEN H. ANTONIUS VAN PADUA.
Wijze: cNonus.
1.
Lof u, groote Wonderdoener!
Lof u, trouwe schutspatroon!
Die thans jubelt in de glorie Van de zaalge hemelwoon.
Door den adel van uw sterven
Mocht gy dra in hooger sfeer 't Loon ontvangen voor uw arbeid,
Juichen met het heilgen heer.
2.
Zie wij uaadren tot uw altaar
Door uw heiligheid gestreeld,
Ja wij komen deugden leeren,
't Leven spieglen in uw beeld.
Leer ons allen om Gods liefde
De arraoê minnen op deez' aard.
Dat met aardsche grootheid derven Eeuwge schatten gaan gepaard.
3.
Leer uw minnaars, heilig toonbeeld.
Leven in gehoorzaamheid.
Leer ons quot;t schuldig vleesch versterven. Pal staan in den helschen strijd.
64
Hoe zal onze ziel dan schittren
Hier in zuivren lelieglaiis En omstrenglen onze slapen Eens de schoonste lauwerkrans.
4.
Doch sla onze zwakheid lt;gt;'ade.
O
0 gij, Helper in den nood. Wil ons bijstaan in gevaren
Tot in 't ure van den dood. 0 dan zullen uw vereerders
Hier God dienen ongestoord, En u dankend eenmaal juichen In het zalig vreugdeuoord.
BLADWIJZER.
Br.adz.
f'
1. Tot den Heiligen Geest . . . . 3
2. Voor de H. Communie .... 4
3. Na de H. Communie.....5
4. Kerstlied..................7
5. Kerstlied.........D
(3. Ãe Zoete Naam Jezus .... 11
7. Ter eere vau Jezus' Goddelijk Hart 13
8. Bij het beeld van liet H. Hart van Jezus 14
9. Maria, o vergeet ons niet . . . 15
10. Vreugde van Maria's Hart ... 17
11. Salve Regina........19
12. Aan O. L. Vr. van het H. Hart . 21
13. Voor Maria's Altaar.....23
14. üe smartvolle Moeder .... 24
15. O Jozef, voedstervader .... 25
16. Wees gegroet, o Jozef .... 26
o o
17. Wij groeten U, o Serafijn ... 28
18. Franciscus en het H. Hart ... 29
19. Franciscus, o Vader.....31
20. 0 Franciscus, o Vader der armen . 33
21. O Seraf van dit tranendal ... 34
--
/0f22Vlt;/ i
Et. adz.
22. Frauciscns is mijn Vader ... 36
23. Franciscus, navolger van Jezus . 37
24. De H. Vader Franciscus .... 40
25. O Serafijnsche Vader ..... 42
26. H. Antonius, bid voor mij ... 44
27. De H. Antonius van Padua ... 46
28. Antonius, zoo machtig .... 47
29. Antonius van Padua.....50
30. Ontvang, o Ludovicus.....51
31. De H. Elisabeth van Hongarije . 53
32. Margareta, eedle vrouwe .... 54
33. Tot u, o Gorkums heldental . . 56
34. Bij het einde der vergadering . . 58
AANHANGSEL.
1. Ter eere van Jezus' H. Hart 60â61
2. Ter eere van den H. Antonius 61â62
3. Ter eere van den H. Antonius 63â64
A