â^Loozd-Motiandquot;,
m
m
h\1
A 832 i-
r
»
V
\
13/1(5 AUG. 1895.
X0. 2863.
Afdecling-Medische 1'olitie.
âI-
IIdo aid. 37.
REGLEMENT aangaande de ondersteuning van Rijkswege van de paardenfokkerij.
De ministers van Binnenlandsche zaken
EX VAN
Oorlog,
quot;Ovenvegoude dat liet wenscheljjk is het Jiegioment aangaande de oiidersteuiiiiig- van Rijkswege van de paardenfokkerij, vastgesteld bij de beschikking van de Ministers van Waterstaat, Handel en Xjj verheid en van Oorlog van 1S/27 April 1891 nu. 20(1/78, afd. Handel en Nijverheid (1ste onderafd.), en llde afd. ((ienurale stafquot;), te herzien;
Hebben goedgevonden ;
met intrekking van die beschikking, te dezer zake het volgend lieglenient vast te stellen :
Art. 1.
Ter verheteriiig van de paardenrassen in Nederland worden vanwege den Stauf jaarlijks toegekend ;
1quot;. Bijdragen voor het onderhoud van dekhengsten van ten minste 212 jaar oud;
2°. Premiën voor merriëii beneden Sjnrigen leeftijd met veulen;
;]n. Aanlioudingsbijdragen voor nierriën vun ten ininste 2 en ten hoogste 5 jaar oud;
4°. Annhoiidingsbijdragen voor hengsten niet ouder dan 2V2 jaar.
De gelden, bestemd voor de toekenning van de sul) 1ât bedoelde bijdragen en premiën, mogen voor een of meer van die bijdragen of premiën of voor alle te zamen worden besteed.
Uit die gelden mogen ook worden gekweten noodzakelijke kosten, vallende op de toekenning dier bijdragen en premiën.
Art. 2.
Voor de in art. 1 bedoelde bijdragen en premiën komen alleen in aanmerking paarden, die in de provincie waaide keuring plaats heeft te huis behooren of aldaar zijn gestationeerd; dit laatste voor zoover het zjjn uit het buitenland ingevoerde fokhengsten, die voor het eerst aan de keuring deelnemen.
Do toekenning van bijdragen en premiën geschiedt vergelijkenderwijze, doch alleen van paarden, die op zichzelf beschouwd waardig zijn om te worden bekroond. Daarenboven worden de onderhoudsbijdragen, bedoeld in art. 1 sub 1°., niet toegekend voor hengsten, waarvan niet, hetzij op de wijze aangegeven in het provinciaal reglement op de paardenfokkerij, hetzij uit eene verklaring van een veearts voor de provincie door den Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen, blijkt, dat zij vrij zijn van erfelijke gebreken.
Art. 3.
De samenstelling van een reglement voor het toekennen der in art. 1 bedoelde bijdragen en premiën, het benoemen eener keuringscommissie en het beheer over en de uitbetaling van de gelden voor de bijdragen en premiën bestemd, is opgedragen aan eene commissie voor elke provincie benoemd of aangewezen door do Gedeputeerde Staten, de besturen van de in de provincie gevestigde landbouwvereenigingen en paardenstamboeken gehoord.
3
Iiulien zulks door de Geclcputeonlo Staten wonsoholjjk wordt geacht, kan op voordracht van die Staten door den Minister van Oorlog oen militair lid worden aangewezen om in die commissie zitting te nemen.
Aan de keuringscommissie wordt door den Minister van Oorlog een militair lid toegevoegd.
Op voordracht van de Gedeputeerde Staten kan dooide Ministers van 15innenlandsche Zaken en van Oorlog vergunning worden verleend tot het samensmelten van beide commissiën.
Het in de 1ste zinsnede van dit artikel bedoelde reglement wordt door tusschenkomst van de Gedeputeerde Staten, die daarbij tevens hun advies voegen, aan do goedkeuring van de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Oorlog onderworpen, tot waarborg dat daarin niets voorkomt wat met dit Algemeen Reglement in strijd is.
Art. 4.
Vanwege don Minister van Oorlog kan een getuigschrift worden gegeven voor paarden, die voor het fokken van remonte-paarden âgeschiktquot; of âzeer geschiktquot; worden geoordeeld. Deze getuigschriften gelden niet langer dan één jaar, maar kunnen telken jare worden verlengd.
Art. 5.
J)e eigenaar van een dekhengst, waarvoor een onderhoudsbijdrage is toegekend, is verplicht den bekroonden hengst gedurende den eerstvolgendeu dektjjk ter beschikking te stellen op eeue plaats binnen de provincie, hem aangewezen door de volgens art. 3 door Gedeputeerde Staten benoemde of aangewezen commissie, tegen betaling van een dekgeld, waarvan het maximum door de commissie wordt vastgesteld.
Tot het verkrijgen der bijdragen moeten aan don secretaris der commissie nauwkeurig ingevulde dekljjstcn worden toegezonden.
Art. (i.
De in art. 1 sub 2°. bedoelde premie voor eeue merrie met veulen wordt uitgekeerd in liet jaar, volgend op dut waarin de bekroning heeft plaats gehad, en weina 1 Juni van dat jaar, mits de merrie op laatstgenoemden datum
nog liet eigendom zij van een inwoner der provincie en zij ook verder voor de fokkerij gebezigd is.
Aan deze laatste voorwaarde wordt geacht niet te zijn voldaan, wanneer de merrie bljjkt gedekt te zjjn door een hengst, die niet krachtens het provinciaal reglement op de paardenfokkerij is goédgekeurd of â⢠in de provinciën waar zoodanig reglement niet bestaat â door een hengst, waaromtrent geene verklaring kan worden vertoond van een voor de provincie door den Minister van liinnenland-scho Zaken aangewezen veearts, waaruit blijkt, dat do hengst vrij is van erfelijke gebreken.
Art. 7.
De in art. 1 sub 3°. bedoelde aanhoudingsbijdragen voor 2âöjarige merriën worden uitbetaald in het jaar, volgend op dat der toekenning, nadat deze merriën op eene der keuringen wederom zjjn voorgebracht; van de als 2jarig bekroonde (dan Hjarig) moet alsdan een bewijs worden overgelegd dat ze gedekt zjjn, terwijl de als 3âSjarig bekroonde (dan 4âOjarig) moeten vertoond worden met hare veulens en met overlegging van een bewijs, dat ze andermaal gedekt zijn.
'Pen aanzien van de voorwaarde van het gedekt zijn geldt ook hier de bepaling van liet laatste lid van art. (i.
Art. 8.
De in art. 1 sub 4°. bedoelde aanhoudingsbijdragen voor hengsten, niet ouder dan 2 '/o jaar, worden uitbetaald in liet jaar, volgend op dat der toekenning en wel na 1 Mei, mits de hengst in dat jaar op eene der keuringen voor zulke paarden is voorgebracht en het eigendom zij van een inwoner der provincie.
Art. !».
Eigenaren van fokhengsten en merriën en van hengsten, jonger dan 2'^, jaar, waarvoor bijdragen of premiën zjjn toegekend, ontvangen, met afwijking van het in artt. 5, (i, 7 en 8 bepaalde, deze ook wanneer het paard sterft of wanneer het door eenig gebrek â mits dit niet bljjke een erfelijk gebrek te zjjn â buiten toedoen van den eigenaar niet meer aan de gestelde voorwaarden voldoet.
Een en ander moet door dc keuringscommissie worden .geconstateerd.
5
Art. 10.
Bolioudens goedkeuring' van de Ministers van liinnen-landsche Zaken en van Oorlog, kunnen door de volgens art. 3 door de Gedeputeerde Staten benoemde of aangewezen commissiën aan de toekenning der bijdragen en premiën boven en behalve de in dit Reglement vermelde voorwaarden, nog andere verbonden worden.
Art. 11.
De volgens art. 3 door de Gedeputeerde Staten benoemde of aangewezen provinciale commissiën zenden jaarlijks vóór l Maart, door tusschenkomst van de Gedeputeerde Staten â die daarbij tevens de opmerkingen voegen waartoe» hun College aanleiding vindt â aan de Ministers van Binnenlandache Zaken en van Oorlog:
a. eene rekening en verantwoording over het afgcloopen kalenderjaar van de aan haar van Rijkswege toevertrouwde golden, met bijvoeging van quitantiën of bewijzen van uitgaaf voor alle betalingen de som van f3 te boven gaande ;
h. oen beknopt verslag, dat een duidelijk overzicht geeft van den toestand der paardenfokkerjj i n de provincie in het afgeloopen kalenderjaar.
Art. 12.
De rekening moet bevatten do volgende posten : Ontvangsten:
a. (lelden uit de rekening van het vorig jaar gereserveerd om als bijdragen of premiën in het loopend dienstjaar te wórden uitgekeerd (/.ie Uitgaven a. I, h. 1, c. 1 en d. 1).
h. Subsidiën van het Rijk (van het Departement van Ijinnenlandsche Zaken on van Oorlog).
6*. Subsidie van de provincie.
(1. Andere ontvangsten.
Uitgaven:
a. Bijdragen voor het onderhoud van dekhengsten van ten minste 21jaar oud :
6
I. bijdragon in het vorig dionstjaar toogokend on uit do rokoning van het vorig jaar gorcserveord om in het loopond dienstjaar te worden uitgekeerd ;
]!. bijdragen in het loopend dienstjaar toegekend en uitgekeerd ;
UI. bijdragen in het loopend dienstjaar toegekend, maar gereserveerd en in do rekening van het volgend jaar in ontvangst overgebracht om in dat jaar te worden uitgekeerd.
I. 1'remiön voor meniën beneden 8 jaar niet veulen :
I. bijdragen in liet vorig dienstjaar toegekend en uit do rekening van dat jaar gereserveerd om in het loopend dienstjaar to worden uitgekeerd ;
II. bijdragen in het loopend dienstjaar toegekend, maar gereserveerd en in do rekening van het volgend jaar in ontvangst overgebracht om in dat jaar te worden uitgekeerd.
c. Aanhoudingsbij dragen voor merriën van ton minste 2 en ten hoogste 5 jaar oud :
I. bijdragon in het vorig dienstjaar toegekend en uit do rekening van dat jaar gereserveerd om in hot loopond dienstjaar te worden uitgekeerd ;
II. bijdragon in het loopend dienstjaar toegekend, maar gereserveerd en in de rekening van liet volgend jaar in ontvangst overgebracht om in dat jaar te worden uitgekeerd.
d. Aanhoudingsbijdragen voor hengsten niet ouder dan 2l/2 jaar:
I. bijdragon in het vorig dienstjaar toegekend en uit de rekening van dat jaar gereserveerd om in het loopend dienstjaar te worden uitgekeerd ;
II. bijdragen in het loopend dienstjaar toegekend, maar gereserveerd en in de rekening van hot volgend jaar in ontvangst overgebracht om in dat jaar te worden uitgekeerd.
o. Noodzakelijke kosten, govallen op de toekenning van de bijdragen en premien, genoemd onder aâtl.
f. Andere uitgaven.
's-Gkaveniiaoe, den 13/16 Augustus 1805.
De Minister van Binnenlandsche Zaken, VAX HOUTEN. De Minister van Oorlog, SCIIXKI DER.
8
BESLUIT van 22 September 1897 .NA !l tor afkondiging van liet besluit der Staten tot vaststelling' van een reglement op de keuring van hengsten in de provincie Noord holland.
De Gedeputeerde Staten van Noordliolland,
doen te weten, dat door de Staten dier provincie, in hunne vergadering van !l Juli 1897 is vastgesteld hetgeen volgt:
De Staten de r provincie N o o r d h o 11 a n d, Gezien de voordracht van Gedeputeerde Staten ;
Besluiten :
vast te stellen het volgende
op de keuring van hengsten in de provincie Noordliolland.
Art. 1.
Hot is verboden in de provincie Noordholland andere hengsten tot dekking van merriën te bezigen dan die ten minste 21/2 jaar oud zijn en overeenkomstig de voorschriften van dit reglement zijn goedgekeurd.
Deze verbodsbepaling is niet van toepassing, wanneer de hengst en do merrie aan denzelfden eigenaar bebooren.
Aandeelhouders van één of meer hengsten in gemeenschappelijk bezit, of leden eener Vereeniging, die een of meer hengsten bezit, worden voor de toepassing der in do vorige alinea vervatte uitzonderingsbepaling niet als eigenaar beschouwd.
9
Art. 2.
Jaarlijks vóór den 2()lt;'ii .Maart heeft eene keuring plaats van de hengsten, die men tot de eerstvolgende gewone keuring in de provincie ter dekking wenscht te stellen.
Deze keuring wordt gehouden op dagen en plaatsen door Gedeputeerde Staten, na de commissie bedoeld in Art. 5 te hebben gehoord, vast te stellen en in een of meer in de provincie verschijnende dagbladen bekend te maken.
Art. 3.
De eigenaar of houders, die hunne hengsten ter keuring wenschen aan te bieden, zijn verplicht daarvan ten minste tien dagen vóór de keuring aangifte te doen bij den secretaris der keurings-commissie, met opgaaf van :
lt;7. naam en woonplaats van den eigenaar of houder ;
h. naam, ouderdom, ras, kleur en bijzondere kenteekeneu van den hengst;
c. zoo mogelijk de afstamming van den hengst;
cl. indien do hengst in een stamboek is ingeschreven, diens stamboek en stamboeknummer en
e. naam en woonplaats van den fokker.
Hengsten na bovenvermelden termijn aangegeven, worden van de keuring uitgesloten, tenzij de eigenaar of houder vooraf een som van f 2.50 bij den secretaris der keurings-commissie heeft gestort, en deze commissie geene bezwaren tegen de toelating heeft.
Art. 4.
Buiten dé in het vorig artikel bedoelde keuring kan op verzoek van belanghebbenden door («('deputeerde Staten, na de keurings-commissie te hebben gehoord, eene buitengewone keuring worden toegestaan.
Tijd en plaats dezer buitengewone keuring worden door Gedeputeerde Staten bepaald.
Bij liet daartoe strekkend verzoek is de aanvrager verplicht de som van f 25.â te storten in handen van den Rijks-Betaalmeester te Amsterdam.
10
Art. 5.
Do keuriugon geschiodon door oeno commissie van twee veeartsen, van wie een wordt benoemd door Gedeputeerde Staten en een door de commissie, aangewezen tot liet toekennen der bijdragen en premiën voor do ondersteuning van Rijkswege van do paardenfokkerij in deze provincie, en drie andere deskundige loden, van wie een door Gedeputeerde Staten en twee door laatstgenoemde commissie worden benoemd.
Een dor leden wordt door Gedeputeerde Staten tot voorzitter aangowozen. Bij afwezigheid of ontstentenis van den voorzitter, wordt hot voorzitterschap door hot oudste aanwezige lid der keuringscommissie waargenomen.
Tegelijk met do benoeming van de loden der keuringscommissie wordt door Gedeputeerde Staten een veearts, on door do commissie, aangewezen tot hot toekennen dor bijdragen en premiën voor do ondersteuning van llijks-wogo van do paardenfokkerij in deze provincie, een ander deskundige als plaatsvervangende loden gekozen, bestemd om bij afwezigheid of ontstentenis van een of meer dor leden, op aanvrage van don voorzitter, in de keuringscommissie zitting te nemen. L)e keuringscommissie wordt bijgestaan door een secretaris, die door Gedeputeerde Staten wordt benoemd en ontslagen. Voor don secretaris wordt door Gedeputeerde Staten eeno instructie vastgesteld. Eij afwezigheid of ontstentenis van den secretaris wordt hij tijdelijk vervangen door een persoon door den voorzitter aan te wijzen.
Onder veeartsen, in dit artikel bedoeld, worden verstaan zij, die als zoodanig een diploma van oene Rijks-veeartsenijschool hebben verkregen.
Art. 6.
Do voorzitter en de secretaris zijn belast mot de regeling en leiding der keuring. Jaarlijks vóór don lquot;' Maart zendon zij aan Gedeputeerde Staten een verslag van de werkzaamheden der keuringscommissie gedurende het afgeloopon jaar.
Art. 7.
Do leden dor keuringscommissie en de secretaris genieten vergoeding van reis- en vorblijfkoston naar do
II
derde klasse van hot tarief', vastgesti'lil liij Kdiiinklijk l'esiuit: van don 5''quot; .Tantiari I SS I (Staatslilad n0. 4). Doov de leden en itlaalsvervangende loden wordt voorts ceno vacatie genoten van /' 5. voor eiken dag waarop door hen keuringen worden verricht, en door don secretaris ecne jaarljjkscho toelage van f 50.â.
Art. 8.
De keuring bepaalt zich tof hot onderzoek of de hengsten lijden aan de volgende erfelijke gohrekon : danipighoid, snuiven (cornage), stillen kolder, periodieke oogontsteking (nmanblindheid), grauwe en zwarte staar, gebroken in den vorm en plaatsing der tanden (vurkensgebit, snoekgebit enz.), misplaatsing van een of' beide ballon, kruislamhoid, spat, hazenhak en overhoef'. ilengstcMi, die aan een of moer der vorengenoemde gebroken lijden, worden niet goedgekeurd.
Art. 9.
Do goedgekeurde hengsten worden voorzien van oen jaarlijks wisselend merk, op voordraoht der keuringscommissie, door lt;iedepufeorde Staten vast to stellen, liet merk wordt op oen dor voorhoeven gebrand.
Art. 10.
Do keuringscommissie verstrekt aan den eigenaar of houder van eiken goedgekeurden hengst:
a. een keuringsbewijs, inhoudende hef jaar en den datum van keuring, den naam en ouderdom van den hengst, den naam en de woonplaats van den eigenaar of houder ; dit bewijs wordt gefoekeiid door den voorzitter en don secretaris der commissie ;
h. twee deklijsten ingericht naar een door («edopufeorde Slaton vast fe stellen model.
De deklijsten bevatten als opschrift: naam, gebooriojaar, signalement en afstamming van den hengst, de dagfoeke-ning der keuringen, don naam, voornaam en do woonplaats van den eigenaar of houder.
Art. 11.
De uitslag der keuring wordt na afloop dadelijk door den secretaris der commissie aan (iodoputeerdo Staten medegedeeld. Deze inededeeling bevat:
12
oene iiauwkoui'ige lioschrjjving vim de gocdgokourdc licng'stcu ;
vermelding van den naam en do woonplaats van den eigenaar en den houder der hengsten, alsmede
opgaaf, welke hengsten en om welke redenen zij afgekeurd zijn, inet naam en woonplaats hunner eigenaren of houders.
Gedeputeerde Staten hrengen den uitslag der keuring door plaatsing eener bekendmaking irt een of meer nieuwsbladen ter openbare kennis. Die bekendmaking bevat eene nauwkeurige opgave, welke hengsten zijn goed- of afgekeurd, en vermeldt ten opzichte der afgekeurde hengsten do gebreken, op grond waarvan de afkeuring heeft plaats gehad.
Art. 12.
De eigenaar of houder van oen goedgekenrdon hengst is verplicht op de hom verstrekte, in art. 10 bedoelde, dekljjston van de merriën, welke door dien hengst gedekt worden, op den dag waarop zulks plaats hoeft, nauwkeurige aauteekoning te houden.
Deze deklijsteu worden behoorlijk ingevuld en oen exemplaar daarvan na afloop van don doktjjd, in elk go-val vóór den 1 sten Maart van het jaar, volgende op dat waarin do hengst is goedgekeurd, vrachtvrij aan don secretaris der keuringscommissie ingezonden.
Art. 13.
Do kosten uit do uitvoering van dit reglement voort-vlooiende, worden bestreden uit do middelen der Provincie.
Art. 14.
Do eigenaar van een hengst, of indien do eigenaar niet zelf do houder is, de houder die een hengst in strijd mot do vorhodsbopalingen van art. 1 van dit reglement tot dokking van eene merrie bezigt of laat bezigen, wordt gestraft mot eene geldboete van ten hoogste vijftig guldon. Do eigenaar of indien deze niet tevens do houder is, do houder van oen goodgekourdon hengst die, in strijd mot hot bepaalde bij art. 12 al. 1, op de hom verstrekte deklijsteu niet of niet behoorlijk aanteekening
13
houdt van de merriën, welke zijn gedekt, of die in ge-))reke l)lijt't overeenIcomsfig liet hepaiilde liij art. 12 al. 2 te handelen, wordt gewtraf't met eene geldlioete van ten hoogste tien guldon.
Art. 15.
Voor de toepassing van dit reglement worden /.ij, liij wic^ de hengsten opgestald zijn, als de houders daarvan anngemerkt.
Art. l(i.
Met lu^t opsporen der overtredingen zijn heh:ilve de lijj art. 8 van het wetboek van strafvordering aangewezen personen, belast alle ambtenaren en benmbten van do rijksâ en gemeente-politie.
Art. 17.
Dit reglement treedt in werking den 1'-'quot; Januari ISDS.
OVER* lt; AN (i.SüEPALI X (i.
De hengsten, die in het jaar 1898 niet worden goedgekeurd, mogen nog tot de gewone keuring in IS!)!) tot dekking van merriën gebezigd worden.
Haarlem, !) Juli 1 S'.IT.
De Staten voornoemd, van Tiknmiovhx, Vooi'zitter.
A. A. Ijanigt;, (Jriilier.
Goedgekeurd bij Koninklijk lïeslnit van 15 September 1897 n0. 53.
Gegeven te Haarlem, den 22'1''quot; September IS97. van Tiknuuven, Voorzitter.
A. A. Land, Grittier.
Uitgegeven den 25st0quot; September 1897.
De Grittier der Staten van NoordhollLnu/, A. A. Laxd.
9
14
STATUTEN
VAN Dl- V KRKI'NKiINCi
HET SEÃEELAEDSCH PAAEÃEH-STAfflBOEK.
/ ^ / Do Vovccni^ing- lieoft ton doel het aanleggen, bijhouden en in druk uitgeven van st.aniregi^ü^vaor paarden en bevordert al hetgeen tot verbetering vanuet paardenras in Nederland strekken kan. st-éV ^
Art/2.
De zetel der Vereeniging is gevestigd te Amsterdam.
Art. ii.
~D? V ereeniging wordt gerekend te zijn opgericht zoodra de Koninklijke goedkeuring op de Statuten is verkregen. /? .
Tot bereiking van liet doel der Vereeniging zal zoo '
mogelijk in iedere provincie een afdeeling worden opge-richt; het zal echter geoorloofd zijn om eene afdeeling dp te richten welke over meer dan eene provincie werkt.
Bestaande provinciale Vereenigingen kunnen zich als afdeelingen aansluiten.
Ken getal van 10 leden wordt vereischt tot vestiging en instandhouding eener afdeeling.
De bezittingen eener te niet gaande afdeeling worden het eigendom der Vereeniging.
V
If)
Emi Districts- of Dorpsvcrocin^iii^' kan ccnc onder-{ifdccliug zijn, maar lilijtï van de atUeeling, waartoe zij beiioort, ai'liaiikeljjk.
Art. 5.
Iedere afdeeling zal zicli gedragen naar oen linisliun-delijk reglement door do afdeelingen onder goedkeuring van liet Hoofdbestuur vast te stellen.
Art. (j.
Do afdeelingen zijn vrij in de keuze der middelen ter bereiking van liet doel der Vereeniging, evenzoo in de regeling barer werkzaambeijipn, voor zooverre daardoor niet in strijd met de statuten of besluiten der Vereeniging gehandeld wordt.
Art. 7.
Elke afdeeling beeft bet reclit om aan de jaarljjkscbe Algemeene Vergadering zoodanige voorstellen te doen als haar, ter bevordering van liet doel der \ ereeniging, noodig scliijnen.
Deze voorstellen moeten, om onder de punten van be- ^ selirjjving te worden opgenomen, minstens '-^u^ |ii;' quot;quot;irii v()ór d(^ Algemeene Vergailei'ing bij den algemeenei] Secretaris der Vereeniging zijn ingekomen.
Art. 8.
Elke afdeeling is verplicht immit alphabetis(die nanm-Ijjsl liarer leden met iiii^mvc wiii In i-dcp imi woonphiats regelmatig hij te houden, en jaarlijks, tegelijk met bet hij Art. 'J hedoeld heknopt overzicht, eene opgaaf van het getal leden der afdeeling, en van de namen der leden van het Hestuur aan den Secretaris der Vereeniging in te zenden.
\ oor den 11!|1 April van ieder jaar zendt elke afdeeling de opgaaf van het juiste getal liarer leden aan den l'eimingmeester der Vereeniging, enâute t -hot lied rug van Ht(-4âtlajirvoiir aan dt!âkHt^ileiLâVereenrging knn!ende dee 1 â fliT lt;M»Mtriliutiii-J^-}HfH«'t--lgt;t^lt;4tikilt;itrgr' N an de later aangekomen leden geschiedt dit vóór den laatsten Xovember.
16
Art. !).
Jaarlijks een inaaiul ychh' de Algemcene Vergadering zendt iedere atdeeling liij het lloot'dbcstuur een beknopt bericht in omtrent den toestand en de werkzaamheden der afdeeling met aanwijzing van de bereids verkregen uitkomsten.
Art. 10.
Alle brieven en stukken worden aan den Secretaris der Verecniging ojigezondeii.
Art. II.
Het maatscliajipeijjk jaar loopt van I Januari tot ultimo December.
Leden.
Art. 12.
De Verecniging liestaat uit :
tr. gewone leden,
b. Icden-liegmistigers,
c. leden donateurs,
lt;/. leden van verdienste,
c. ceri'leden.
Art. 1 â¢quot;!.
Zij die gewoon lid of lid-begunstiger wensehen te worden, midden zich daartoe schriftelijk aan hij den Secretaris ecner afdeeling of hij den algemeenen Secretaris.
De jaarlijksche contrihntie der gewone leden bedraagt hoogstens f 10.â.
ijegunstigers zijn die leden, welke zich verbinden voor eene jaarlijksche contributie van minstens f 10.â.
Als donateurs worden aangenomen :
I quot;. Maatschappijen, vereenigingen, genootschappen en hare afdcelingen ;
2°. Privaat- en ])ubliek-rechterljjke lichamen.
Wanne(gt;r donateurs voornoemd eene jaarlijksche bijdrage van minstens f 100.â geven, hebben zij de bevoegdheid om een Commissaris aan het 1 loofdhestuur toe te voegen.
Do bijdragen van donateurs komen ten voordeele van de kas der vereeniging.
Ibijdragen aan de afdcelingen toegezegd, blijven ten voordeele van de kas der afdcelingen en worden in de afdeelingsrekening verantwoord.
17
Air. 14.
I)c in art. 12 suh 4, c, d, e gouoemdc led(;n en cov-jioratiëii outvangeu allo gcnlniktc stukken doi' Vcrecui-giiig gratis ; die stukken zijn voor de gewone leden die daartoe tijdig hun wil kenbaar maken, tegen hetnling der kosten verkrijgbaav.
Art. 1quot;).
De contributiën der leden eener at'deeiing worden door den l'enningmeester der at'deeiing ontvangen, die het quotum, aan het Hoofdbestuur iit' te dragen, vóór l April van ieder jaar aan den algemeenen Penningmeester overmaakt, ('ontributie van leden in eene ])rovincie waar geene at'deeiing bestaat, wordt door den algemeenen 1 'enningmeester geïnd.
⢠)|)zeggiug van het lidmaatschap moet geschieden voor of' op den 1 November en schriftelijk bij den Secretaris der Vereeniging of dien der At'deeiing.
li ij gebreke van opzegging is men verplicht de contributie voor het volgend jaar te voldoen.
Art. Ui.
lieden van verdienste en eereleden worden op voorstel van het Hoofdbestuur door de Algemeene Vergadering benoemd.
Bestuur.
Art. 17.
Het bestuur der Vereeniging bestu it uit een Hoofdbestuur, samengesteld uit: ('oinmissarissen der provinciale afdeelingen aan te wijzen in dier voege, dat iedere afdeeling gerechtigd is
voor 100 leden of een gedeelte daarvnn één,
van 101 tot 200 leden twee,
van 201 tot 300 leden drie,
van â¢gt;01 en daarboven vier (Jomniissarissen te benoemen ; en uit de (quot;ommissarissen, ingevolge het bepaalde in Art. 18 sub 2quot;. toe te voegen.
Art. 18.
Het Hoofdbestuur regelt onderling de werkzaamheden, kiest uit zijn midden een eersten en een tweeden Voor-
7 ^ ^ /r
zifter, alsmedo twee lellen en fceiiojjJ eT^TTnT^il Secretaris- /f ^ IVmiingineester, die yeziimciiiijirjiet dagelijksi'li bestuur uitmaken. l ^
liet liczni'^t al hetgeen tot liet houden der Algeineene Yisrgadering noodig is.
rue
Art. 19.
Het 1 testuur der atdeelingen bestaat uit zoo veel leden ais bij het door het lloot'dbestunr goedgekeurd provinciaal rcglciueut, is bepaald. Het wordt op de vergade-rinircu der provinciale atdeclinu'cu irekozcn.
Art. 20.
Vau liet 1 roofdbestuur treedt telken jare een deel der ledeu volgens rooster at', en op zoodanige wijze, dat ieder zes jaar zitting heel't.
Indien een lid gekozen wordt in de plaats van iemand die nog geen zes jaar zitting gehad heeft, heeft hij slechts zitting voor den tijd dat deze nog lid van het lloofd-bestnur zoude zijn.
Vergaderingen.
Art. 21.
Kik besluit wordt genomen met volstrekte meerderheid van stemmen, en verder op de wijze als bij reglement van orde voor de Algemeene Vergadering wordt voorgeschreven. Stemmingen over personen geschieden met gesloten briefjes.
Art. 22.
Het Hoofdbestuur bepaalt plaats, tijd en lokaal voor de I initeiiii'ewonc \ ergadcriugen.
I lp dc gewone jaarsvergadering wijst de vergadering de plaats voor de volgende aan.
1!)
Art. 2:!.
Op dio Algciuecne A^ergadcring' doet dt; algemconc Secr^taris-Penidngiiieestev rekening en verantwoording van zijn lielieer, en Krengt verslag nit over de werkzaam lieden in liet at'geloopen jaar.
Dit verslag moet belielzen de hijzondei'e rekening' en verantwoording van elke afdeeling.
Art. 24.
Ingeval drie afdeelingen zulks verlangen, zal het Hootdbe;stunr binnen een maand nadat de; kennisgeving daarvan is ingekomen, , een liuitengcwone Algemeene Vergadei'ing moeten nitsidirijven, waartoe betook bevoegd is zoo dikwijls liet dit noodzakelijk adit.
Art. 25.
De Algemeene Vergadering is samengesteld uit :
liet Hoofdbestuur,
de Afgevaardigden der Afdeelingen,
de Leden
en de door liet 1 looldbestnnr geïntroduceerden.
Allen liebben liet reclit om deel te nemen aait do beraadslagingen; omtrent alle punten van behandeling stemmen alleen Afgevaardigden en Commissarissen.
Art. 2(5.
Iedere afdeeling zal zicb op de Algemeene \ ergadc-ring door een ot meer Afgevaardigden kunnen laten
vertegenwoordigen.
f ï
/Z
Ai
1(H) leden of een
Iedere Afdeeling, bestaande gedeelte daarvan zal één,
van 101 tot 200 leden, twee, {
van 201 tot .'gt;00 leden, drie,
van 301 en daarboven, vier stemmen op de Algemeene Vergadering kunnen uitbrengen.
Art. 2S.
De oproeping ter Algemeene Vergadering, vergezeld van de onisehrjjving der punten op die A ergadering ter
Ot
20
tafel tc bronnen, geschiedt door oene lv(MiiiiHgeviiig, niin-stciis eéne inaand te voren door den algemeenen Secretaris aan de afdeeliiigsliestiiren.
Algemeene Bepalingen.
Art. 29.
De wetgevende macht lierust lnj de Algemeene Vergadering.
Het Iloofdbestiuir beslist in lioogste ressort bij voorkomende kwestien in de provinciale at'dcelingen.
Art. KO.
Wijzigingen in de statuten kunnen, onder voorbehoud der nadere Ivoninkiijke goedkeuring, sleclits o]i Algemeene Vergadei'ingen met - der nitgeliraelite stemmen gemnakt worden.
Art. 31.
De Vereeniging wordt aangegaan voor den tjjd van 2!) jaar en zal niet kunnen ontbonden worden d.-m bij een â op eene expresseljjk daartoe belegde xllgemeene V ergadering â genomen besluit met % der uitgebrachte steinmen, terwijl alle ut'deelingen vertegenwoordigd moeten zijn. Zijn een of' meer at'deelingen niet vertegenwoordigd, dan moet binnen eene inaand eene nieuwe \ ergadering worden belegd, waarop niet - â¢( der uitgebrachte stemmen tot de ontbinding z.il kunnen besloten worden.
Aldus vastgesteld in de Vergadering der Commissie tot oprichting van eene Vereeniging âHet Xederlandsch l'a:!rden-gt;Stainboek.quot;quot;
.....Igekenrd bij Koninklijk besluit van I Jan.
1887 .\quot;. II.
(lewijzigd in de Algemeene Vergadering te Dordrecht den II September 1880 en te Rotterdam den 30 Xovemlier is'.Ki.
.\ami;.\s dk Commissie, ,1. DKEEIiA A liT Kz.,
Voorzitter. II EK M AX F. lUJLTMAX, Secretaris.
21
BEPALINGEN
VOOK DE YEREIOXKilIS'O
HET HEDERLASDSCH PAARBEN-STAMBOEK.
HOOF 1)8 TUK I.
Art. 1.
Het Xederliiudseli l'MardtMi-Shmilxxik wordt tweeledig geliouden;
1°. liet goschroven Stiiniboek, tabëllariseh en in registei-vorin, besteiml ter nauw ijzing der afstanmiiiig en van die eigeMselia]i|ien en hijzoiuicrlieden, welke oen hljjvenden invloed kunnen geacht worden uit te oefenen.
'2°. liet Htamboek, lietwelk uji beseiirijvende wijze een, of' meer malen per jaar, naar het oordeel van het 'Hoofdhestiuir der Vereeniging, afdeelingsgewijze hij alioveringen in druk wordt uitgegeven en hetwelk, behalve het hierboven gt;sub 1°. genoemde, bevat alle zoodanige opgaven en :i:in\vjj/ingen, van tijdelijk of'bijzonder belang, als door het Hoofdbestuur der Vereeniging, hetzij uit eigen hoofde, hetzij op voordracht van leden der Vereeniging, geaeht worden openbaar te moeten worden gemaakt, mitsgaders voor zoover bekend, de veranderingen, die sedert de laatste aflevering met de in het Stamboek voorkomende paarden hebben plaatsgehad.
Van dit hoek blijven minstens drie door den \ oorzitter gewaarmerkte exemplaren in het archief bewaard.
Van eerstgenoemd boek kunnen de leden der \ ereeni-giuo' uittreksels bekomen hij den Secretaris tegen betaling van f per paard. De uittreksels moeten door den
eigenaar worden aangevraagd.
Art. 2.
Het Stamboek wordt gesplitst in yamp;v deelen, als:
1°. Voor Hengsten Inlandseh ras. . . Moek I. H.
2°. ,, Merrien â ^ . . lioEK I. JV[.
1
9
3°. Voor I[cug'sfcn van vrooind of' g-e-
kruist ras.......Hoek II. H.
4°. ,, Mcrrii'ii van vreemd of gekruist ras.......IjOEK II. M.
y/ Daarnevens wonlr g'eiiouden een book, geplitst even-C? zeer in^T deelen, ter opname van de veulens, wier beide , ouders in do hierboven vermelde Stamboeken voorkomen.
'z. ^ ^ ' ^ 'y ^
Al deze boeken worden gefolieerd, op de eerste en yt^ïï--laatste bladzijde gekauttcokend, en op de overige blad- z,
zijden gewaarmerkt door een der Voorzitters van de jf*
\ ereeniging.
Art. 4.
Op den 1'quot; Januari van ieder jaar worden de Stamboeken F en 11 alsmede de Venlensboeken door hem,
die ze heeft gehouden, afgesloten, en wordt van de boeken I en II vóór den l1'1' Maart daaraanvolgende een alphabetisdi register opgemaakt en in het registerboek ingeschreven, houdende de namen en voornamen van de leden der Vereeniging, van wie in het afgeloopen jaar paarden in het boek zijn opgenomen, met verwijzing daarachter naar het deel waarin, de bladzijde waarop,
en het nummer, waaronder voormelde paarden staan opgeteekend.
Art. 5.
De inschrijving geschiedt in de Stamboeken door den Secretaris der \ ereeniging, volgens de ontvangen opgaven van de Secretarissen der afdcelinsren, die iedere
⢠1 ⢠⢠⢠. 0 7
inschrijving en ontvangen dekkingbewjjs terstond aan den algemeenen Secretaris inleveren. Dadelijk na de inschrijving zendt de algcnieene Secretaris een afschrift daarvan aan den eigenaar.
Art. (gt;.
De inrichting en redactie van het in druk uit te geven Stamboek wordt door liet 1 loofdbestuur der Vereeniging vastgesteld, en kunnen daarin op verzoek, zoo daartoe naar bet oordeel van het Hestunr termen zjjn, en op \t
kosten der eigenaren, zoodanige bijzonderheden omtrent de paarden worden opgenomen als door de betrokken Afdeelingsbestureu zullen worden ti'oedlt;gt;ekeiml.
I)(; oigoiiiireu, die z()olt;liinigo vcrinclding' vcrlan^cii, zijn vcrpliclif aim don Scrrchiris dcr ardccling woordcljjk nicdcdcciing Ie doen van liclgccn zij in dc cerHtv(d,!gt;'0!i(le aHcvoving van lid Stanilmck wcnsidicn te zien opgcMiiniicn.
In eon noot wordt aangotookond dat do jnisthoid dior opgave1 gcliool komt voor rekening van den insclirjjver.
Art. 7.
Dc; prijs van liet in drnk verkrijgbaar te stellen Stain-hoek wordt door het lloofdbestunr vastgesteld, doch zal hoogstens 50 procent meer mogen bedragen dan hetgeen ieder exenmlaar aan de Vereeniirina: kost.
IK) O F I) STUK II.
Inschrijving.
Art. 1.
De afstammelingen van in het Stamlmek voorkomende paarden worden in de daarvoor bestemde Veulensbooken niet opgenomen, tenzij de navolgende bepalingen zijn nageleefd.
Hij, wiens in het Stamboek voorkomende hengst eene daarin mede opgenomen merrie heeft hesprongen, geeft aan den eigenaar daarvan een door hem onderteekend bewijs volgens een door het Ifoofd-bestimr vastgesteld formulier.
.Binnen zeven maanden na den sprong, als de merrie draagt, zendt de eigenaar vorenstaand bewijs aan den Secretaris der betrokken afdeeling, met verklaring dat zijne merrie van voormelden sprong drachtig is.
Uiterlijk binnen twee maanden na de geboorte, zendt de eigenaar aan den Secretaris dei' afdeeling nadere opgave omtrent soort en kenteekenen van het veulen, met verzoek van inschrijving in het daarvoor bestemde boek.
Art. 9.
Door de Afdeelingshestnren wordt aan het lloofd-bestnnr der Vereeniging jaarlijks voor ieder lid /' O.öO contributie gerestitueerd en voor iedere inschrijving/' I.
De briefwisseling tusschen de leden van het Hoofdbestuur, den Secretaris, de Inspecteurs en de leden der Vereeniging wordt van weerszijden gefrankeerd gevoerd.
24
H ÃISHOUD ELI J K HEG LEMENT
VAN DK AFUKEI.IXO
Noord-Holland
J)EK VKItEEXIGIXi;
âJet Uedcrla 11 dfich rdenfitambochquot;.
Art. 1.
Kot doel dor Yoreenigiiig JIET NEDERLANDSClF PA A K DKXSTAM l!» )Klvquot;, omsclirovon in artikel I hiircr Statuten, is ook Iiot dooi dor Afdocling Noord-Holland.
Art. 2.
Do kring' dor liomooiïngeu dozer Af'deeling strekt zicii over de golioole provinoio Xoord-liollaiid uit. District^â of Dorjisvoroeuigiiigen kunnen opgeriolit worden, mits de d:iaro|) iiefrekkiug iiebhoude artikelen van de Statuten iu aolit worden genomen, en liet iiuislioudeljjk reglement de goedkeuring der .V I'd cel i ugsvorgadoiing en van het Hoofdbestuur heeft verkregen.
Art. :gt;.
Volgens artikel li} der Statuten van do Veroeuiging moeten zij, die gewoon lid of lid-begunstiger wouschen
te worden, zich schriftelijk ......'toe aan melden bij den
Secretaris der Afdeeling, die daarmede liandelt als in genoemd artikel bepaald is.
Art. 4.
De contributie bedraagt :
voor gewone leden f 2. -,
voor loden-begunstigers minstens f 10.â 's Jaars, beiden te voldoen bij vooruitbetaling in de maand Januari.
Tusschentjjds toetredende leden betalen onmiddellijk bij de aangifte de geheelc jaarljjksche coutributie.
Ait. 5.
Jiiarljjks voor den 1 April niaukt liet Hestuur dor Afdeeling het door de Algemeene Vei'gadoring- bepaald aandeel voor de kas der Vereeniging over aan den Algemeenen Penningmeester.
Opzegging van liet lidmaatschap moet geschieden vóór of op 1 November schriftelijk aan den Secretaris der Afdeeling. Indien op dat rijdsti]i geen bericht is ingekomen, wordt men als lid der Afdeeling voor het volgend jaar ingeschreven en is men verplicht de contribiitio te voldoen (art. f! der Statuten.)
Art. (!.
Het Bestuur der Afdeeling bestaat uit !l leden, gekozen door de leden der Afdeeling, uit de verschillende deelen der provincie, in dier voege, dat drie leden wonen in het Noordelijk deel, omvattende Hoorn met het huid, ten Noorden van Alkmaar gelegen, in zooverre het niet behoort tot het oude Kennemerhmd ;
drie leden in het middendeel, omvattende het gedeelte omgrensd door liet Noordeljjk deel en het Xoord-zee-Kamial vanaf de Noordzee tot de rijbrug over dat Kanaal te Velsen en verder ten Noorden van den Rijksstraatweg tot den ouden Spaarndamnier Zeedjjk te Santpoort, vervolgende dien dijk tot het open havenfront te Amsterdam, benevens al de plaatsen gelegen benoorden het voormalig 1,1 tot de Noordeljjk genoemde grens;
drie leden in het Zuidelijk deel, omvattende het ge-heele gedeelte der provincie ten Zuiden van de hiervoren genoemde grens.
Het Bestuur kiest uit zijn midden een Voorzittel1 en een tweeden Voorzitter.
Het wordt bijgestaan door eenen Secretaris en eeneu IVmiingmeester, welke beide betrekkingen ook veree-nigd kunnen worden. De titularissen ontvangen vergoeding voor bureau- en drukkosten en zoo noodig een bij de begrooting vast te stellen honorarium.
Benoeming en ontslag van den Secretaris en van den Penningmeester geschiedt door het Bestuur.
Art. 7.
De leden van het Bestuur worden benoemd voor den
^(i
rijd van zos jaren. Zjj aanvaardon linnne betrekking met een Isten Januari van liet jaar, volgende o]i de benoeming cd' bij vacature onniiddellijk na de beneeining.
Om de twee jaar treedt uit elk deel een lid van het Bestuur af'. De eerste aftreding won It tusselieu de leden door liet lot geregeld.
De at'tredeuden zijn herkiesbaar.
Art. s.
liet stemmen over personen geschiedt met gesloten briefjes en bij niet meer dan twee vrije stemmingen. Niet of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes worden bij de bepaling der meerderheid afgetrokken van het getal der uitgebrachte stemmen.
Wanneer bij de tweede vrije; stemming geen vols!rekte meerderheid is verkregen, heeft eene hersteinining plaats tusschen twee of meer personen, die de meeste stemmen bekwamen.
Verkrijgen twee of meer personen bij de eindstemming een gelijk aantal stemmen dan beslist het lot.
Art. lt;1.
liet l!( gt;stuur vertegenwoordigt de Afdeeling ; het treedt in spoedeischende zaken handelend dp en doet daarvan mededeeling in de eerstkomende Vergadering der Afdeel ing.
Art. 10.
De Afdeel ing vergadert minstens twee malen in het jaar. De plaats der volgende Vergadering wordt telkens bepaald, doch beurtelings nir de drie deelen gekozen.
De oproejiing tot de Vergadering heeft ininstens acht dagen te voren schriftelijk plaats, met opgaaf der te behandelen punten. Ken exemplaar van die oproeping wordt tegeljjkertijd aan den Voorzitter en aan den Alge-meenen Secretaris der Vereeiiiging gezonden.
Art. II.
Leden van andere Afdeelingen hebben toegang tot de N'ergaderingen, mogen declnenien aan de discussiën, doch hebben slechts een adviseerende stem.
Art. 12.
In de maand Januari wordt cono Vergadering gehouden tot liet opmaken der begrooting, tor bespreking van het doen van voorstellen tor opname onder de punten van beschrijving voor de jaarljjksche Algemeene Vergadering en ter benoeming van Afgevaardigden der Afdce-ling.
In de maand Mei wordt de rekening en verantwoording van het vorige jaar op een Vergadering vastgesteld, nadat die door een Commissie van drie leden is onderzocht.
Die Commissie wordt in de voorgaande Vergadering door de leden benoemd.
Op die Vergadering heeft zoo noodig tevens plaats do verkiezing van leden van het Bestuur.
Art. 13.
De Voorzitter of tweede Voorzitter en hjj ontstentenis een lid, daartoe door het Bestuur aan te wijzen, heeft do leiding der Vergadering.
Do Secretaris houdt aanteekening van het verhandelde.
Art. 14.
liet Bestuur moet de werkzaamheden der Afdeeling voorbereiden en leiden, hare besluiten uitvoeren, hare belangen voorstaan en bedacht zijn op datgene, wat of de Vereeniging, of de Afdeeling op de meest nuttige wijze kan doen werkzaam zijn. Het geeft praeadvics omtrent de punten hij de oproeping vermeld.
Art. 15.
Het Bestuur draagt zorg voor de stipte naleving dor Statuten, van dit Reglement on van de Algemeene en Afdeelingsbepalingen, door de Algemeene of Afdeelings-vergaderi ng vastgesteld.
Art. 10.
Hot Bestuur regelt zelf zijne werkzaamheden.
Art. 17.
De Vergadering beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen der tegenwoordig zjjnde leden over voorstellen, op het convocatiebiljet voorkomende.
28
Voorstellen, die niet op het couvocatiebiljet voorkomen, kunnen niet behandeld worden, tenzij daartoe niet 23 der aanwezige stemmen wordt besloten.
Dij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
Art. 18.
De benoeming van Commissiën, behalve die bedoeld bij art. 12 van dit Reglement en art. 4 der Afdeeüngs-bepaling, geschiedt door de Vergadering op voordracht van het Bestuur.
Art. lil.
De Secretaris houdt aanteekening van de besluiten van het Bestuur en draagt zorg dat in alle vergaderingen voorhanden zijn de ingekomen stukken, de notulenboeken, een exemplaar der Statuten en bepalingen der Vereeniging, een exemplaar van dit Reglement en de naamlijst der leden van de Afdeeling.
Art. 20.
De Secretaris draagt zorg dat aan de voorschriften bij de Statuten, dit Reglement, de Algemeene en de Afdee-lingsbepalingen gegeven, wordt voldaan.
Art. 21.
Djj verschil tusschen de leden der Afdeeling onderling, of tusschen de leden van het Bestuur, besluit het Hoofdbestuur der Vereeniging en treedt alsdan, zoo noodig, in rechten op.
Art. 22.
In dit reglement wordt geen wijziging gemaakt dan die in eene voorgaande Vergadering is voorgesteld, op het convocatiebiljet is vermeld en bij meerderheid van twee derde de aanwezige leden is aangenomen.
Het is verbindend nadat liet door het Hoofdbestuur, volgens art. 'J der Statuten, is goedgekeurd.
Aldus opgemaakt en vastgesteld in de vergadering der Afdeeling Noord-Holland, gehouden te Amsterdam, den 4 Maart 1887. Gewijzigd in de Vergadering te Schagen, den 1 Juni 1893.
J. BREEBAART Kzn., Voorzitter.
W. TEEXGy, Secretaris.
2!)
BEPALINGEN
omtrent de inschrijving in de stamregisters
VAN
âJft Ucdcrlandfich fHardcnstamboeliquot;,
A-ldeeling1 IVoord-Ilolland.
Art. 1.
Alleen leden der Yereeniging rHet Nederlandsch Paarden-Staniboek,quot; kunnen de paarden, waarvan /.ij eigenaar zijn, in de stamregisters der \ ereeniging doen inschrijven.
Art. 2.
Jaarlijks hebben twee keuringen plaats. Het lid dat alsdan paarden ter keuring wenscht aan te bieden, moet daarvan schriftelijk voor 1 Mei en 1 December van ieder jaar, kennis aan den Secretaris geven en wel bjj behoorlijk ingevulde formulieren, welke, op aanvrage, gratis bij den Secretaris verkrijgbaar zijn. Aanvragen, (lie na de hierboven bepaalde tijdstippen inkomen, blijven liggen tot de volgende keuring, tenzij de aanvrager de keuring geheel ten zijnen koste wil laten verrichten .
Tijd en plaats van do keuringen worden door het Bestuur bepaald.
Art. 3.
Do Secretaris houdt aanteekening van alle ingekomen stukken, in een â door het Bestuur vast te stellen â register. Hij zendt veertien dagen voor iedere keuring afschrift van de ingekomene aanvragen aan den Voorzitter.-
ÃU Art. 4.
Hot bestuur benoemt telken jure cone Comnnssie van drie loden, welke onderzoekt of liet paard, waarvan de opname gevraagd is, de eigenschappen bezit om in het Stamboek te worden opgenomen.
De Commissie beslist onmiddellijk, na afloop van onderzoek, tot al of niet opname en geeft van dat onderzoek een verslag, in don door het Bestuur vastgestelden vorm.
Dit verslag wordt zoo spoedig mogelijk bij den Secretaris ingezonden.
Dadelijk na de goedkeuring tot inschrijving moet voor een hengst f 10.â en voor eene merrie f 2.50 aan den Penningmeester, of een der hem vervangende Bestuursleden worden voldaan ; hierna wordt het paard zoo noodig van het vast te stellen merk der Vereeniging voorzien.
Hij, wiens paard niet is aangenomen, kan herkeuring ten zijnen koste vragen. Het Bestuur wijst in dat geval een nieuwe Commissie aan, die in het hoogste ressort heslist.
Bij voorkomende geschillen, waarvan de beoordeeling niet onder art. 29 der Statuten valt, beslist het Bestuur dor Afdeeling.
De leden dor keurings-commissiën ontvangen vergoeding voor reis- en verblijfkosten.
Art. 5.
Openbaren zich na de inschrijving bij een paard inwendige of erfelijke gebreken, dan wordt de inschrijving, bij besluit van het Bestuur, op voorstel van de keuringscommissie doorgehaald, en van deze doorhaling in het openbaar kennis gegeven.
Is het paard van het merk der Vereeniging voorzien, dan kan dit vanwege het Bestuur onkenbaar gemaakt worden.
Blijkt het dat op eenigerlei wijze misleiding bjj de opneming van een paard, of de vermelding van de afstamming der veulens heeft plaats gehad, dan wordt het dier, waaromtrent onjuiste inlichtingen of opgaven verstrekt zijn, geschrapt, en worden de bepalingen van het laatste deel der eerste alinea en de tweede alinea van dit artikel toegepast.
31
Art. 6.
Wanneer iemand een in de stamregisters ingeschreven paard verkoopt, wordt de naam van den kooper niet in de nit te geven stamregisters vermeld, tenzij deze lid der Vereeniging is. Alleen hij rechtstreekschen verkoop naar het buitenland wordt hierop uitzondering gemaakt.
Art. 7.
Do leden van het lïostuur en daartoe door liet Bestuur gemachtigden, hebben ten allen tjjde, na voorafgegane kennisgeving, toegang tot de stallingen en weiden der ingeschrevene paarden en hunne veulens.
Aldus vastgesteld in de vergadering der Af-deeliug Xoord-Holland op 4 Maart 1887, gehouden te Amsterdam; gewijzigd in de vergadering, gehouden te Schagen, den 2G Januari 1888.
J. BREEBAAET Kzx., Voorzitter.
\V. ÃEENGS, Secretaris.
De Afdeeling NOOR D-H O L-L A N D van de Vereeniging âH E T NEDERLANDSCH PAARDENSTAMBOEKquot;,
Overwogeiide, dat hot noodig' is, con nadere regeling te treffen over de wijze, het tijdstip en de voorwaarden, waarop de subsidieu en aanhondingspremiën voor mannelijke en vrouweljjke fokdieren, in verband niet de alge-meene regelen, aan de Provinciale siil)sidie verbonden, zullen worden toegekend en uitgekeerd ;
Besluit;
behoudens goedkeuring van 11. 11. Gedeputeerde Staten, ingevolge eene der bijzondere voorwaarden, onder welke de Provinciale Staten aan de Afdeeling de subsidie hebben verleend, vast te stellen hot volgende
REGLEMENT.
Art. 1.
Voor de mededinging naar do uit te loven subsidiën en aanhoudingspremiën, zullen jaarlijks keuringen plaats hebben vóór 15 Maart van jonge hengsten, geboren in hot jaar to voren en liet daaraan voorafgaand jaar, en van dekhengsten van driejarigen leeftjjd of onder en in Juni vau niorriön, den drie-, vier-, vijf-of zesjarigen leeftijd ingetreden.
Do ouderdom wordt geregeld naar hot geboortejaar.
Art. 2.
De keuringen worden gehouden, minstens op ééne plaats, gelegen in elk derdeeion der provincie, omschreven bij artikel /.os van liot huishoudelijk roglemout.
De dagen dor keuringen, zoowel nis de plaatsen, worden door liet Hestuur telken jare bepaald en vier weken te voren, hij advertentie in diverse locale bladen bekend gemaakt en bij circulaire aan do leden medegedeeld.
De aangifte ter mededinging moet geschieden bjj den Secretaris, acht dagen vóór de keuring.
Art. 3.
Voorloopig worden uitgeloofd :
1°. Zes subsidiön voor dekhengsten, minstens ;! piren oud, elk van f 250.â.
2°. Zes aaniioudinggpremiën voor tweejarige hengsten, elk ad f 150.â.
3°. Zes aanhondingspremiën voor éénjarige hengsten, elk ad f 100.â.
4°. Twaalf aanhondingspremiën voor drie-en vierjarige merriën, elk ad f 50.â.
5°. Veertien aanhoudingspremiën voor vijf-of zesjarige merriën, elk ad f 100.â.
De subsidiön sub 1 en de aanhoudingspremiën snb 2 en 3 bedoeld, worden evenredig over de deelen der provincie, in liet vorig artikel aangehaald, verdeeld ; de premiën sub 4 en 5 worden over die deelen verdeeld naar den maatstaf van de op 1 Januari over elk deel in het stamboek ingeschreven merriën.
Art. 4.
Niet in het stamboek ingeschreven fokdieren, met nitzonderinn' van éénjarige hengsten, kunnen niet voor eene subsidie of aanhoudingspremie in aanmerking komen.
Art. 5.
De houders van gesubsidiëerde hengsten mogen niet meer dan tien gulden voor dekgeld vorderen.
Bjj niet bestand zijn der merrie, zal slechts de helft verschuldigd zijn.
Zij zjjn verplicht, de iu het stamboek ingeschreven merriën, minstens tot een getal van vijftig, ter dekking bij de hengsten toe te laten.
Zij honden voorts op eene dekljjst, welke hun bij de keuring met een exemplaar van dit reglement wordt ter hand gesteld, nauwkeurig aanteekening van den dag der
34
dokkiug, van den ouderdom, liet haar en liet stamboek-nummer der merriën, die door hunne hengsten /.ijii gedekt, alsmede van den naam en de woonplaats harer eigenaren.
Xa het eindigen van don dektijd en wel vóór 15 Augustus doen zij jaarlijks aan het bestuur de behoorlijk ingevulde deklijst toekomen.
Art. 6.
De subsidiën worden niet uitgekeerd, indien de voorwaarden, in het vorig artikel vervat, niet strikt zijn nageleefd en niet ten genoegen van het Bestuur gebleken is, dat de gesubsidiëerde hengsten tot den l Augustus van het keuringsjaar binnen het bepaalde deel der l'ro-vincie zijn gebleven en als dekliengsten werkelijk gediend hebben.
Art. 7.
Bij de te houden keuringen zullen in volgorde worden aangewezen de bekroningswaardige hengsten uit de mededingende, welke bij niet nakoming der bepalingen van art. 5 en 6, door de houders dev hengsten, in het genot van subsidie gesteld, bij plaatsvervanging zullen overtreden.
De bepalingen van art. 5 en (i zijn op de houders dier hengsten mede van toepassing.
Art. 8.
De hengsten, in het genot van aanhoudingspremiën, mogen niet tot dekhengst worden gebezigd.
De eigenaars zijn verplicht die dieren in goeden staat te houden.
De uitbetaling der premiën zal plaats hebben in de maand December, wanneer gebleken is, dat aan de voorwaarden is voldaan en de oorspronkelijke eigenaar in het bezit van den hengst is gebleven.
Art. i).
De eigenaar van eene merrie, in het genot van eene aanhoudingspremie gesteld, mag deze gedurende één jaar niet buiten de provincie verkoopen en is verplicht haar te doen dekken door een hengst, aan welken eene subsidie is toegekend of welke eene subsidie is waardig gekeurd.
Hij moet daarvan het bewijs vertoonen en de merrie
! gt; f)
voorbrengen (i]i de kcnriiig-, in liet najaar te honden.
Do premie zal alsdan worden uitgekeerd, indien aan de voorwaarden is voldaan en er geen twijfel over do draclitiglieid der merrie liestaat.
Art. 10.
Bjj niet voldoening aan de voorwaarden, betrekking hebbende op de één- en tweejarige hengsten en op de fokmerriën, komt de premie aan den eigenaar van den hengst of de merrie, welke naar de door de keuringscom-missie bepaalde volgorde het naast in rang is en van welke de eigenaar aan de voorwaarden heeft voldaan.
Van deze volgorde, zoowel als van die, bedoeld in art. 7, moet bij liet proces-verbaal der keuring blijken.
Art. 11.
Aan den eigenaar van een fokdier, aan hetwelk eene subsidie of premie is toegekend, of hetwelk eene subsidie of premie waardig is gekeurd, zal een getuigschrift worden uitgereikt.
De aanneming van dit getuigschrift wordt als blijk aangemerkt, dat de eigenaar zich naar de bepalingen van dit reglement wenscht te gedragen, tenzij vooraf het tegendeel uitdrukkelijk door hem wordt verklaard, welke verklaring gelijk staat met weigering der subsidie of premie.
Van de weigering zal op het getuigschrift aanteekening worden gedaan.
De houders van dekhengston, welke naar het oordeel der keuringsconiniissie voor eene bekroning in aanmerking kunnen komen, zijn echter verplicht, dadelijk na afloop van do keuring, op straffe eener boete van f 50.â (vjjftig gulden) ten voordoek' der kas van de afdeeling de verklaring af te leggen of zij al dan niet zich aan de bepalingen van dit reglement wenscbon te onderwerpen.
Art. 12.
De uitslag der keuringen zal worden bekend gemaakt, op dezelfde wijze, als de dagen der te honden keuringen zijn aangekondigd.
Die bekendmakingen zullen bevatten, met inachtneming der rangorde, door de keuringsconiniissie bepaald, de
namen der eigenaren en liet stamboeknummer van de bekroningswaardige fokdieren, en vermelding door wie de snbsidiën of premiën zijn geweigerd.
Aldus vastgesteld door de Afdeeling Noord-Holland van dc Vereeniging âHet Neder-landsch Paardenstamboek''.
J. BREEBAART Kz., Voorzitter.
W. ÃEENGS, Secretaris.
Goedgekeurd bij besluit van heden, No. 1.
Haarlem, 13 November 1889. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
(was get.) SCHORER, Voorzitter. â H. JACOB!, Griffier.