ocr page 1

/

#cgt;-\

quot;•èr'-saw-.quot; •s ■u--'?-,,. ' *•

ADVIES

van het Hoofdbestuur van het genootschap voor Landbouw en Kruidkunde te Utrecht aan Heeren Gedeputeerde Staten dezer provincie verleend omtrent een door den Minister van Binnenlandsche Zaken hen toegezonden Ontwerp-Reglement, houdende BEPALINGEN en VOORWAARDEN, verbonden aan eene ondersteuning door het Rijk van de VEEFOKKERIJ. ^

ocr page 2

-

^ ''i v^,

■ ■

«

1 r

t ■v' . •)

A

i -ƒ■

;

'S c

quot;v

■ : T -;■■■ ■■ • ■■■ 7' ■ 'V' ■- • .

, ■ - 1 ;.■■ ■k-ilkA'

Sr /,■ •;

,

_

,

_

ocr page 3

ADVIES

van het JCoofdbestuur van het genootschap voor Candbouvo en ^Kruidkunde te Utrecht aan he er en Gedeputeerde Staten dezer provincie verteend omtrent een door den lt;Minister van lt;j3innenlandsche Zaken hen toegezonden Ontwerp-Jieglement, houdende bepalingen en voormaarden, verbonden aan eene ondersteuning door het Jiijk van de Veefokkerij.

Utkicht, 9 Januari 1897.

Het Hoofdbestuur van het Genoolschap voor Landbouw en Kruidkunde to Utrecht heeft de eer, UEdelgrootAchtbaren, ter voldoening aan uw verzoek, No. 3, in dato 28 December 1896, om bericht, consideratiën en advies, het navolgende te berichten.

In het algemeen vermeent het Hoofdbestuur, kennis genomen hebbende van den inhoud der verschillende, bij genoemd verzoek, No, 3, gevoegde stukken, die hiernevens terug gaan, dat de door don Minister van Binnonlandsche Zaken uit 's Rijks middelen toegezegde ondersteuning van de veefokkerij, uit hoofde van het door hem daaraan verbonden, voorgesteld ontwerp van een Reglement, daarop betrekking hebbende, eooals dit thans luidt, voor deze provincie al zeer weinig practische waarde bezit.

Hot Hoofdbestuur betreurt dit zeer, wijl het zeer zeker de wenschelijkheid en het groote belang voor den veehouder erkent in eene verbetering van do veefokkerij en daarmede de wenschelykheid, dat de pogingen daartoe in deze provincie van hot Utrechtsch Landbouwgenootschap, door de Staten dezer provincie gesteund, ook door de Regeering op practische wijze bevorderd worden, opdat in voldoende mate in de ge-heele provincie verbetering der veefokkerij plaats vinde.

Hierbij constateert het Hoofdbestuur, dat reeds eene vrij aanzienlijke verbetering van het rundvee in deze provincie

BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT 3088 882 4

ocr page 4

2

te danken ia aan de zooeven genoemde pogingen, voornamelijk bestaande in de sints jaren door genoemd genootschap met behulp der provinciale subsidie gehoudene keuringen van mannelijke fokdieren.

Mot bescheidenheid vermeent hot Hoofdbestuur, dat door het genoemde ontwerp van een Reglement de hier bedoelde ondersteuning van Rijkswege een eenigszins ander karakter heeft aangenomen, dan het Hoofdbestuur in bet algemeen vermeent, dat eene ondersteuning heeft en in het bizonder voor deze provincie eene ondersteuning van eene bestaande zaak, van het particuliei' initiatief ins dezen.

Door dit ontwerp toch wordt de verbetering van de veefokkerij door don Minister geregeld en gereglementeerd en aan provinciën, genootschappen, enz., voortaan de bevoegdheid tot subsidieering of ondersteuning verleend.

Is eene dergelijke centralisatie in het belang der zaak zelve ?

Is eene algemeene, gelijkluidende regeling voor alle provinciën, waar toch in dezen dikwerf de meest uiteenloopende toestanden en belangen bestaan, gewenscht?

Zal daarmede aan het in deze provincie belangrijk particulier initiatief geene sehade worden gedaan?

Zal door de voorgestelde maatregelen de in deze provincie zoo nuttig werkende verbetering van de veefokkerij, zooals deze door het landbouwgenootschap heden behartigd wordt, geen ernstig nadeel lijden ?

Wordt door dit ontwerp aan de in deze voor den landbouwer zoo benarde tijden hoog noodige eendracht geen ernstig nadeel berokkend ?

Hot antwoord op deze vragen kan niet twijfelachtig zjjn.

Bij do hierboven in het algemeen en in het kort aangeduide bezwaren tegen de wijze, waarop do minister vermeent, de ondersteuning van de veefokkerij van Rijkswege to moeten verleenen, heeft het hoofdbestuur, zonder te veel in alle bizonderhedon of détails te treden, de volgende ernstige bezwaren tegen den inhoud der artikelen I en 2 van bedoeld ontwerp-reglement.

Hot is voor het hoofdbestuur een volkomen raadsel, hoe do Minister verwachten kan, practische verbetering van de

ocr page 5

3

veefokkerij te verkrijgen door middel oorier geringe som gelds, welke daarbij nog verdeeld kan worden over de in artikel 1 van het ontwerp genoemde drie rubrieken.

Naar het Hoofdbestuur toch vermeent, zoude het Rijk f 2400.— van de hierbij bedoelde ondersteuning voor deze provincie bestemmen; van dit bedrag kunnen, volgens het ontwerp, de noodzakelijke onkosten, vallende op do toekenning van bijdragen en premiën, evenals de kosten benoodigd voor de toepassing van al. c, art. 2, betaald worden.

En deze laatste kosten zullen waarlijk niet gering zijn: daar toch de deskundige, die de inspuiting met tubereuline aan het dier verricht cn ook de temperatuur van het ingespoten dier na eenigen tijd moet opnemen, behoorlijke vergoeding moet verkrijgen voor alle onkosten, als medicamenten, moeite reis- en verblijfkosten, enz.

Als nu alle deze kosten van het bedrag van f 2400.— worden betaald, dan blijft er waarlijk voor don veehouder zoo weinig over, dat er van de practische waarde dor ondersteuning van de veefokkerij door het Rijk al bitter weinig-sprake kan zijn. Ook komt deze bepaling van al. c, art 2, het Hoofdbestuur voor, eenigszins in strijd te zijn met het. advies van het Nederlandsche Landbouw-coinitó aan de Regeering, om het initiatief der landbouwers tot bestrijding der tuberculose te bevorderen door: a. „van Rijkswege „tubereuline beschikbaar te stollen, enz., onder vooru:aarde, „dat de yeheele koppel, dus ook het jonge vee, worde ingeënt,'1 — zoo niet de voorwaarde van al. c, art. 2, ontworp-reglement niet alleen het geprimeerde dier, doch den geheeleu koppel vee van den eigenaar van het geprimeerde dier bedoelt.

En hierbij het wenschelijke, de practische waarde en de al of niet uitvoerbaarheid van den maatregel, sub 2 van art. 1, van het ontwerp-replement onbesproken latende, vermeent het hoofdbestuur, dat toch op het gebied van verbetering der veetokkerij veel ondervinding heeft, dat zelfs voor eeno dor andere rubrieken, sub. 1°. en 3°. van dit artikel 1 genoemd, de toegezegde ondersteuning, van Rijkswege verbonden aan de verschillende \ oorwaarden en bepalingen van het ontwerp-reglement, zooals dit thans luidt, geheel onvoldoende is en

ocr page 6

4

al zeer weinig practisch nut voor den veehouder zal blijken te bezitten.

Hierop is zeker het go/egde: „qui trop erabrasso mal étreintquot;, volkomen van toepassing.

Hot Hoofdbestuur zal zich een oogenblik bepalen bij de rubriek lu. van art. 1, „bijdragen voor het onderhouden van stierenquot;, buiten eenige kijf do meest practische wijze van verbetering der veefokkerij, welke aan verreweg het grootste deel der veefokkers ten goede kan komen, en welke het meest door het Utrechtsch Landbouwgonootsehap werd bevorderd door do sints vele jaren gehoudene keuringen van mannelijke fokdieren.

Beslist leert de ondervinding, dat onkel betrekkelijk hooge ainhoudings-premiën den veehouder nopen en in staat stellen zich best fokmateriaal aan te schaifen en dit te onderhouden.

Zooals dazo keuringen thans zjjn ingericht vorderen zij van het genootschap, hetwelk hiervoor van de staten dezer provincie eene subsidie, groot f 2000.— ontvangt, eene uitgave van ± f 5000.—, ongerekend vele onkosten, die sommige afdeelings-besturon en eenige leden van het genootschap zich voor het goede dool getroosten.

Van genoemde ƒ 5000.— komt eene som van meer dan ƒ 4500.— voor rekening der stieren-keuringen, en het genootschap zal do eerste zijn in de erkenning, dat deze som geheel onvoldoende is, om het in staat to stellen, voor eene voldoende verbetering van het mannelijke rundvee in de geheele provincie te zorgen.

Zeer zeker zoude het. Hoofdbestuur ook eene directe verbetering van het vrouwelijk rundvee wenschelijk achten, doch vermeent dat, bij gebrek aim de geldmiddelen, daarvoor be-noodigd, men zich tot die van het mannelijke rundvee zal moeten bepalen.

Voor eene practische verbetering van de veefokkerij in deze provincie, waarmede zooveel raogölijk alle veehouders dezer provincie kunnen gebaat worden, is het noodig dat Regeering, Provincie, Landbouw-Qenootschap, enz., de handen ineen slaan en zoo lang de geldmiddelen voor eene algeheel voldoende verbetering van het rundvee ontbreken, zooals nu,

ocr page 7

5

xich gezamenlijk toeleggen op verbetering van het mannelijk rundvee.

En ten opzichte van dit mannelijk rundvee betwist het Hoofdbestuur de -wenschelijkheid en het nut van de door den Minister in zijn ontwerp-reglement opgenomen voorwaarde van al. c, art. 2.

Wat beoogt de Minister met deze voorwaarde?

Van eene ernstige bestrijding der tuberculose onder het rundvee kan zelfs geen sprake zijn.

Naar het Hoofdbestuur vermeent, kan onkel en alleen do reden voor deze voorwaarde gelegen zijn in de vrees, dat het geld voor een tuberculeus dier zal worden uitgegeven.

Wordt door het stellen dezer voorwaarde die vrees geheel weggenomen ?

De heer D. F. van Esveld, leeraar aan 's Rijks-veeartsenijschool te Utrecht, deelde in zijne zeer belangrijke voordracht, op de algemeene vergadering van het Utrechtsch Landbouwgenootschap op 25 April 189C, onder meer mede: „Intusschen komt het voor, dat een rund, dat vlak voor den „verkoop is ingeënt, bij de tweede injectie, wanneer die daar „kort op volgt, geen reactie vertoont en toch ziek is.quot;

Zie ook de opmerking van den beer H. J. H. Stempel, districtsveearts te Utrecht, omtrent al. c, art. 2.

Is het stellen dezer voorwaarde in het bizonder bij pink-stieren, die in een zeer overwegend aantal in deze provincie voor de veefokkerij gebruikt worden, en in het algemeeu voor stieren noodig ?

Allo deskundigen zijn van meening, dat do verspreiding der tuberculose bij het rundvee door directe besmetting van het eene (tuberculeuse) beest op het andere plaats heeft, terwijl volgens de moesten de zoogenaamde herediteit daartegenover een zeer geringe rol vervult.

Professor E. Nocard uit Frankrijk, een der meest bekende en grootste autoriteiten op dit gebied, heeft in zijne zeer belangrijke en zaakrijke voordracht in het najaar van 1895, gehouden op het 3e internationaal landbouw-congres te Brussel, onder meer gezegd;

„Tous les inspecteurs d'abattoir sont d'accord pour pro-

ocr page 8

4

al zeer weinig practisch nut voor den veehouder zal blijken te bezitten.

Hierop is zeker het ge/egde: „qui trop erabrasso raai étreintquot;, volkomen van toepassing.

Het Hoofdbestuur zal zich een oogenblik bepalen bij do rubriek 1°. van art. 1, „bijdragen voor het onderhouden van stierenquot;, buiten eenige kijf de meest practisehe wijze van verbetering der veefokkerij, welke aan verreweg het grootste deel der veefokkers ten goede kan komen, en welke het meest door het Utrechtsch Landbouwgenootschap werd bevorderd door de sints vele jaren gehoudene keuringen viln mannelijke fokdieren.

Beslist leert de ondervinding, dat enkel betrekkelijk hooge ainhoudings-premiën den veehouder nopen on in staat stellen zich bost fokmateriaal aan te schaffen en dit te onderhouden

Zooals daze keuringen thans zijn ingericht vorderen zij van het genootschap, hetwelk hiervoor van de staten dezer provincie eene subsidie, groot f 2000.— ontvangt, eene uitgave van ± f 5000.—, ongerekend vele onkosten, die sommige afdeelings-besturcn en eenige leden van het genootschap zich voor het goede dool getroosten.

Van genoemde ƒ 5000.— komt eene som van meer dan ƒ 4500.— voor rekening der stieren-keuringen, en het genootschap zal de eerste zijn in de erkenning, dat deze som geheel onvoldoende is, om het in staat te stellen, voor eene voldoende verbetering van het mannelijke rundvee in de geheele provincie Ie zorgen.

Zeer zeker zoude het Hoofdbestuur ook eene directe verbetering van het vrouwelijk rundvee wenschelijk achten, doch vermeent dat, bij gebrek ann de geldmiddelen, daarvoor be-noodigd, men zich tot die van het mannelijke rundvee zal moeten bepalen.

Voor eene practische verbetering van de veefokkerij in deze provincie, waarmede zooveel mogelijk alle veehouders dezer provincie kunnen gebaat worden, is het noodig dat Regeering, Provincie, Landbouw-Genootsehap, enz., de handen ineen slaan en zoo lang de geldmiddelen voor eene algeheel voldoende verbetering van het rundvee ontbreken, zooals nu,

ocr page 9

5

zich gezamenlijk toeleggen op verbetering van het mannelijk rundvee.

En ten opzichte van dit mannelijk rundvee betwist het Hoofdbestuur de -wenschelijkheid en het nut van de door den Minister in zijn ontwerp-reglement opgenomen voorwaarde van al. c, art. 2.

Wat beoogt de Minister reet deze voorwaarde ?

Van eene ernstige bestrijding der tuberculose onder het rundvee kan zelfs geen sprake zijn.

Naar bet Hoofdbestuur vermeent, kan enkel en alleen de reden voor deze voorwaarde gelegen zijn in de vrees, dat het geld voor een tuberculeus dier zal worden uitgegeven.

Wordt door het stellen dezer voorwaarde die vrees geheel weggenomen ?

De heer D. F. van Esveld, leeraar aan 's Rijks-veeartse-njjschool te Utrecht, deelde in zijne zeer belangrijke voordracht, op de algemeene vergadering van het Utrechtsch Landbouwgenootschap op 25 April 1896, onder meer mede: „Intusschen komt het voor, dat een rund, dat vlak voor den „verkoop is ingeënt, bij de tweede injectie, wanneer die daar „kort op volgt, geen reactie vertoont en toch ziek is.quot;

Zie ook de opmerking van den heer H. J. H. Stempel, districtsveearts te Utrecht, omtrent al. c, art. 2.

Is het stellen dezer voorwaarde in het bizonder bij pink-stieren, die in een zeer overwegend aantal in deze provincie voor de veefokkerij gebruikt worden, en in het algemeen voor stieren noodig?

Allo deskundigen zijn van moening, dat de verspreiding der tuberculose bij het rundvee door directe besmetting van het eene (tuberculeuse) beest op het andere plaats heeft, terwijl volgens de moesten de zoogenaamde herediteit daartegenover een zeer geringe rol vervult.

Professor E. Nocard uit Frankrijk, een der meest bekende en grootste autoriteiten op dit gebied, heeft in zijne zeer belangrijke en zaakrijke voordracht in het najaar van 1895, gehouden op het 3e internationaal landbouw-congres te Brussel, onder meer gezegd:

„Tous les inspecteurs d'abattoir sont d'accord pour pro-

ocr page 10

6

jClamer rextrêmo rarcté de la tuberculose du veau.mêmo Bla ou, zur 100 vaches, il y en a 30 qui sont tuberculeuses, ,il est rare do trouver plus d'un veau zur 10.000 qui soit

(tuberculeux. Depuis quatre

,injections de tuberculine en France; eh bien, partout ou je „suis allé, dans les fermes les plus gravement infectées, ou „je trouvais 40, CO et jusque 80 p. c, des adultes contarainés, „les jeunes échappaient pour la plupart a, l'infection. Et, „quand je parle de jeunes, j'entends des veaux agés de 6 a ,18 mois.quot;

„Les taureaux ne jouent pour ainsi dire aucun róle dans „ia transmission do la tuberculose, mêrae quand on yeut „invoquer 1'hórédite, C'est un fait solidairement ótablinue, „dans la transmission de la tuberculose et de beaucoup d'autres „maladies infectieuses, l'intiuence du père est complètement „insignifiante quot;

Deze belangrijke uitspraken zijn op genoemd congres en ook later, naar het hoofdbestuur weet, niet weerlegd.

Welk gevolg zoude het verbinden dor hier besproken voorwaarden van al. c, art. 2, aan de stierenkeuringen hebben voor de veefokkerij in deze provincie ?

Dit gevolg, dat do veehouders zich geheel van deelname niet hun vee aan de keuringen zouden onthouden; waardoor al spoedig de verbetering van het rundvee, tot heden door de keuringen van het genootschap verkregen, to niet zoude worden gedaan.

En waarom znllen do veehouders zich van deelname mfgt;t hun vee aan deze keuringen onthouden ? Omdat zij, vreesachtig en afkeerig van voor hen nieuwe zaken, vermeenen, dat, wanneer het door hen ter keuring ingezonden dier tuberculeus wordt bevonden, hun geheele stal vee in waarde zeer gedéprecieerd wordt, waarmede hun eene énorme schade zoude worden toegebracht, welke in do verste verte niet opweegt tegen de kans op eene premie.

Op grond van deze voorafgaande consideratiën dringt het Hoofdbestuur met bescheidenheid, doch met den hoogsten ernst en aandrang, bij U.Edelgrootachtbaren aan, in het waarachtig belang van den Utrechtschen veehouder, den Minister

ocr page 11

7

van Binnenlandsche Zaken te adviseeren, dat hij, wil hij waarlijk en in ernst tot verbetering van de veefokkerij in deze provincie medewerken, de voor verbetering der veefokkerij uit 's Eijks middelen voor deze provincie bestemde gelden uitsluitend disponibel stelle voor keuringen van mannelijke fokdieren bij hot rundvee, met ter zijde stelling of doorhaling van de voorwaarde, voorkomende in alinea c, van artikel 2, van zijn ontwerp-reglement.

Kan de Minister zich hiermede niet vereenigen, dan is het in het welbegrepen belang van de veefokkerij in deze provincie, de verschillende pogingen tot verbetering dezer, als die van het Rijk en die van het Utrechtsch Landbouwge-nootschap gescheiden te houden, terwijl het Hoofdbestuur zich vleit met de hoop, dat de Staten dezer provincie hunnen steun aan het gemootschap zullen blijven verleenen.

Beslist waarschuwt het Hoofdbestuur bij eene scheiding der genoemde pogingen tegen eene totale mislukking der ondersteuning van Rijkswege ter verbetering van de veefokkerij in deze provincie.

Het Hoofdbestuur van het genootschap voor Landhonn: en Kruidkunde te Utrecht:

| De Voorzitter,

( C. J. HACKE VAN MIJNDEN.

Was Weekend: | De Sec,.etarlSj

M. THISSEN.

ocr page 12
ocr page 13
ocr page 14