313
iici mil aivui6UZ6 B66!d
i 4
VAN
Onze Lieve Yrouw van Maastricht, ^
Patrones der Stad,
vereerd onder den titel van
STERRE DER ZEE
in de O. L. Vrouwekerk.
Gevolgd door eeue korte beschrijving der kerk en der voornaamste Relikwieën S daar bewaard,
benevens eenige toepasselijke gebeden.
Ziet op naar de Sterre;
Roep Maria aan. H. Bernardus.
^ â MAASTBICHT,
ETZERS.
. Vak 48 5
VAK No, J/5 Het mirakuleuze Beeld
I
â !
.gt; Onze Lieve Vrouw m Maastricht, i'
Patrones der Stad,
' âº
; I vereerd ouder deu titel vau |:
I STERRE DER ZEE 1-
in dc O. L. Trouwelcerh.
Gevolgd door eenc korte beschrijving :f der kerk ou der voornaamste Relikwieën daar bewaard,
* 1
benevens eenige toepasselijke gebeden,
Ziet op naar de Sterre;
Koep Maria aan. //. Bernardus.
^ ^ Bibliotheek
Minderbroeders MAASTRICHT, Weert
W. J. PLETZERS.
VAN
1895.
*Vji
Kevkelijk ijuedyekeuril.
Een woord vooraf.
Hetgeen ons aanspoorde dit werkje deu vereerders van Maria aantebieden. was niet de schaarschte van boeken, welke ten doel liebben de godsvrucht tot de 11. Maagd levendig te houden en nieuwe vereerders te wei ven voor baren dienst, liet was veeleer eene bescheiden poging, om de aloude devotie tot het mirakuleuze beeld van O. L. Vrouw van Maastricht, bekend onder den titel van Sterrc der zee, op nieuw aan te wakkeren en ze weer hare vroegere eereplaats in de harten der Maastrichtenaren en der vrome pelgrims uit de omstreken te doen herwinnen.
De tijd daartoe komt ons uiterst geschikt voor. Immers wij leven in eene eeuw, die niet zonder reden do eeuw van Maria genoemd wordt. In de laatste jaren vooral, waren wij getuigen van quot;t verblijdend verschijnsel, hoe de godsvrucht tot Mai ia, ouder hare schoonste eeretitels aangeroepen, bij zoo talrijke genadebeeklea vereerd en zoo schitterend verhoord, alom ouder de katholieken gedurig veld wint. Wij behoeven slechts namen te noemen als van Kevelaar,
IV
Soherpenlieuvel,MaiiaEinsiedeln,Lourdes, ea iu onze provLacie : O. L. Vrouw iu quot;t /and te Roermond, Sittard, Thorn aan de Linden, Tienray, enz. om overtuigend te bewijzen, dat de ijverige vereering van de Moeder des Hoeren alom toeneemt. Men hehoeft die plaatsen slechts te bezoeken; de stichtende processiën, de biddende scharen van bedevaartgangers te zien, om in zijn hart de zoete vreugde te genieten, die een kinderhart overstelpt, als het zijne lieve moeder gevierd, geeerd en bemind ziet.
Het zichtbaar toenemen der godsvrucht tot Maria in zoo vele genadeoorden doet goed aan het geloovig hart, dat warm klopt voor de meest Verhevene de Heiligste onder alle vrouwen.
Maar toch kan de bewoner van Maastricht, bij het zien van zoo menig treilend schouwspel en stichtend feest in die bevoorrechte plaatsen, een gevoel van weemoed niet onderdrukken. De gedachte dat do Sterre der zee, Patrones van Maastricht, in vroegere dagen ontelbare scharen pelgrims tot zich trok, die, op gezette tijden vooral, zooals op Paaschmaandag, bij duizenden samenstroomden : het verhaal van die drukte, die uiting van levendig geloof, die luidklinkende gezangen en gebeden langs de straten, vooral op het O. L.Vrou-
V
weplein, te klein voor de opeengedrongen menigte; de beschrijving dier feestvieringen in den mond der ouden van dagen; dit alles grijpt ons aan en stemt ons weemoedig als wij daarbij bedenken, hoezeer die geestdrift hier dreigt te vertiauwen, terwijl ze op andere plaatsen steeds stijgende is. Eu toch, waar heeft Maria, eeuwenlang, zoo schitterende, zoo menigvuldige blijken barer machtige voorspraak gegeven ? Waar heeft Zij zoo langdurig, zoo sprekend getoond, dat Zij, vooral bij dit haar genadebeeld, wil vereerd en aangeroepen worden? Waarom, zoo hoort men de bedaagden spreken, zou hier niet wederom eene devotie kunnen herleven, welke in vroegere jaren de oude Servatiusstad tot eere strekte ? Waarom zou ons mirakuleus beeld, zóó eerbiedwaardig doorzijn hoogen ouderdom, zóó gevierd en gezocht om de genaden en gunsten, welke Maria bier met milde goedheid uitstrooide, niet in de achting en liefde van het thans levend geslacht dezelfde hooge plaats innemen, als in de harten onzer voorouders ?
(ieeit de ouderdom, het roemrijk verle-dene ons genadebeeld niet het recht op eene éérste plaats in de rij der vele bekende eu gevierde mirakuleuze beelden, die allen van latere dagteekoning zijn. Zoo
VI
mild als ergons anders, heeft Mana hier hare vereerders begunstigd.ja,eeuwenlang, aan de opvolgende geslachten onzer vrome voorvaders . de schoonste blijken harer moederlijke goedheid en liefde gegeven.(Ins kort verhaal zal dit aautoonen.
Moge. bij de herinnering aan het schoo-ue verleden, het tegenwoordig geslacht opgewekt worden tot nieuwe,ijvervolle vereering, tot de geestdrift, de liefde, het vertrouwen. die vroegere geslachten jegens ons roemvol genadebeeld, jegens^de machtige Sterre der ^ree,Patrones van Maastricht steeds kenmerkten: zieilaar ons eenig doel dezer regelen en tevens onze vurigste wensch.
Hierbij leggen wij de verklaring af, dat aangaande alle bovennatnurlijke feiten in dit werkje aangehaald, wij ons geheel onderwerpen aan het voorschrift van Paus l'rbamis VIII.
1. Het Beeld.
Het eeuwenoude mirukuleuze beeld vau O. L. Vrouw van Maastricht, bekend onder den titel vau Sterre der Zee, boviudt zich iu de O. L. Vrouwekerk, een der oudste en eerbiedwaardigste kerkelijke monumenten der Nederlanden. Het staat in het linker kruisschip ; zoodat liet den bezoeker bij zijne intrede terstond in het oog valt.
Wegens de restauratie der kerk moest het vroeger altaar in renaissance stijl, wijken voor een zeer eenvoudig hulp-altaar, waarop het beeld thans onder een gothiek troouhemeltje verheven is. Do voet van dezen troon is omhangen met zilveren ex-voto's, als bewijzen van dankbaarheid voor verkregen gunsten, die terstond den bezoeker vertrouwen inboezemen op de macht van Maria's voorspraak.
Beter dan woorden het vermogen, doet de groote eenvoudigheid, wij zouden haast zeggen, de armoede dezer voorloopige rustplaats een beroep op de vrijgevigheid der Mariavereerders, opdat weldra, met behulp der milde bijdragen, een waardig altaar verrijze voor den kostbaarsten schat der stad Maastricht.
Het beeld zelf, ongeveer een meter hoog,
8
stelt Maria voor met het Goddelijk quot;Kind op haren linkerarm. Hare rechterhand houdt een kleine vaas, waaruit een zilveren lelietakje oprijst. Geheel in overeenstemming met die voorstelling, is de houding van Maria ietwat ter rechterzijde hellend, als om met den last van haar Kind op den linkerarm.hot evenwicht te bewaren. Het Goddelijk Kind houdt Zijne armpjes uitgestrekt naar Zijne Moeder als om Haar te omhelzen, terwijl Het vriendelijk Zijn aangezicht naar de toeschouwers keert, als om hen uit te noodigen, met Hem Zijne Moeder hartelijk lief te hebben. Op beider gelaat heeft de vaardige kunstenaarshand des beeldhouwers die edele trekken, die uitdrukking van hemelsche minzaamheid weergegeven, welke aan een levendig geloof aan eene vurige liefde van den maker tot Maria doen denken. Het beschouwen immers van die blikken vol liefde, van die vriendelijke gelaatstrekken, die onstegen-stralen, wekt tot vertrouwen en dwingt tot bidden en niet te vergeefs noodigt het weemoedig smeekend oog der Moeder ons uit om Haar Kind en Haar te beminnen, om Hare goedheid te beproeven.
Als meesterstuk van beeldhouwkunst, dat volgens deskundigen uit de eerste helft der 14° eeuw dagteekent, bleef het Beeld
9
laug ouopgomcrkt door de sierlijke en kostbare gewaden, waardoor zijne kunstwaarde aan liet oog werd onttrokken. Om zijne waarde zoowel voor den kunstkenner als voor den Mariavereerder tot haar volle recht te doen komen werd besloten, bet van zijn kostbaren tooi te ontdoen, ofschoon deze verandering bij velen ontevredenheid wekte.
Als eene merkwaardige overlevering, welke ook nu nog in den volksmond voortleeft, dient nog vermeld te worden, dat op het aangezicht van het mirakuleuze beeld nooit eenig stof, spinneweb of andere onreinheid viel waar te nemen. Pater de Boeck verzekert, dat hij persoonlijk zich hiervan heeft willen overtuigen, alles nauwkeurig onderzocht heeft, en dat hij noch in de kapel van O. L. Vrouw, noch op het beeld ooit iets verontreinigends heeft kunnen bespeuren. (1)
Na het beeld zelf even in oogenschouw genomen te hebben, gaan wij over de lotgevallen ervan te verhalen, voor zooverre zij bekend zijn.
(1) De Boeck hl. 2'J.
10
2. De oude i Sterre der Zeew in de kapel aan den Oever.
Eene der merkwaardigheden, welke de stad Maastricht tot eer strekt, welke tot een kostbaar erfdeel van het voorgeslacht moet gerekend worden, is ongetwijfeld de eeuwenoude godsvrucht tot Maria. In waarheid mag men zeggen, dat die godsvrucht met de stad zelve is opgegroeid, dat zij, met de eerste verkondiging des geloofs begonnen, met diens ontwikkeling steeds gelijken tred heeft gehouden.
De godsvrucht tot Maria dagteekent uit den tijd van den H. Maternus, eersten bisschop van Tongeren, die omstreeks het begin der tweede eeuw, voor het eerst het geloof in deze streken verkondigde. Van dezen heilige weet de overlevering te verhalen. dat hij te Maastricht eene kapel ter eere van de Moeder (lods bouwde. Deze kapel verhief zich buiten de wallen der toenmalige stad, ter plaatse, waar de voormalige Augustijnenkerk thans in openbare school is herschapen. Dit oude heiligdom van Maria, was wegens zijne ligging bekend onder den naam van O. L. V. aan den Oever en schonk tevens den naam aan de later daarbij aangelegde Mariastraat. (1)
(I) Hiiln.'ts Gesch. il. liisd. I. 82.
Id. 1 bl. 111.
11
De H. Maternus wordt door sommigen gehouden als leerling van den apostel Petrus. (2) Het ligt niet op onzen weg, nader te onderzoeken, in hoever aan die overlevering, als op geschiedkundige gegevens steunend,' gezag moet toegekend worden. Noor ons is liet voldoende te weten, dat de oorsprong der godsvrucht tot Maria in deze stad in den hoogsten ouderdom te zoeken is. In dat gevoelen worden wij trouwens versterkt, als wij vernemen, dat de H. Ilubertus, bisschop van Maastricht (70!i) in diezelfde kapel dikwijls den nacht al biddende doorbracht.
Deze kapel aan den Oever verwierf eene groote vermaardheid door een beeld van O. L. Vrouw, dat daarin onder den titel van iiSTERIIE DER ZEEquot; vereerd werd. Dit beeld werd spoedig den bewoners van Maastricht en omstreken dierbaar, waartoe ongetwijfeld de vele gunsten,waarmede Maria hen overlaadde, welke daar haar beeltenis kwamen vereeren, het hunne bijdroegen.
Door hare ligging begunstigd, had die kapel spoedig eene zekere aantrekkelijkheid voor de schippers, welke gaarne hunne reis even onderbraken, om de v Ster re der zee ' te begroeten eu zich aan hare bescherming aan te bevolen.
12
Moge liet al gceue onbetwiste meening zijn, dat deze nSterre der zeequot; aanleiding zou gegeven hebben tot de keuze van liet stadswapen, dat eene ster vertoont, zeker is het, dat van oudsher de vStrrre der zeequot;1 als patrones der stad Maastricht werd aangeroepen, dat de vereering van Maria op de innigste wijze met hare geschiedenis verbonden is en dat de bevolking door alle eeuwen heen onafgebroken door eene meer dan gewone godsvrucht tot Mar ia heeft uitgemunt.
3. Het oude Beeld bij de Minder-derbroeders in de St. Pieterstraat.
De kapel aan den Oever werd in latere eeuwen eigendom van de collegiale kerk van O. L. Vrouw. Naarmate de godsvrucht tot Maria in ruimeren kring verspreid werd, groeide ook het getal pelgrims voortdurend aan. Daar nu de beschikbare ruimte der kapel niet berekend was op een zoo grooten toeloop, had het kapittel van O. L. Vrouw sinds lang uitgezien naar het middel, om de rechtmatige wenscheu der talrijke Mariavereerders in de stad en in de omstreken te gemoet te komen.
Eene geschikte gelegenheid om in die langgevoelde behoefte te voorzien hood
in
zich aau, toen iu het jaar 1234, Jetoen nog jeugdige orde van den H. Franciscus zich in deze stad kwam vestigen en tot dat einde een klooster en eene kerk in de St. 1'ieterstraat gebouwd had. Dat heerlijke en ruime kerkgebouw, dat om zijn zuiveren en sierlijken gothischen bouwtrant, nog na zóóvele eeuwen onze bewondering wekt, hield men te recht voor een waardiger verblijf van het reeds zoo vereerde Mariabeeld, een geschiktere plaats om de tahijke bedevaarders te bevatten. Daarenboven gold do gunstige faam, welke de komst tier Minderbroeders in deze stad reeds was voorafgegaan, voor het kapittel van O. L. Vrouw als een waarborg, dat de bevordering der godsvrucht tot Maria veilig aan hunne leiding kon worden toevertrouwd, en wettigde de hoop, dat de eeredienst van Maria een nieuw tijdperk van bloei zou te gemoet gaan. Deze redenen wogen zwaar genoeg, dat voornoemd kapittel besloot van zijn eigeudomsrecht afstand te doen on hot gevierde beeid in de nieuw gebouwde kerk der Minderdroeders op de St. 1'ieterstraat te laten plaatsen.
liet rechter zijkoor, dat eenige meters langs het middenkoor der kerk vooruitspringt, werd bestemd voor het altaar, waarop het genadebeeld zou prijken, quot;t Was
14
in deze Lieve Vrouwekapel, â zoo werd die rechter zijbeuk genoemd, â dat eeuwen achtereenvolgens ontelbaren zich om Maria's troon verdrongen ; quot;t was daar dat Maria, als op een genadetroon verheven, het woord der H. Schrift, dat de H. Ivork op Haar toepast, gestand deed ; Ik bemin hen, die Mij liefhebben ; daar ondervond zoo menige onze voorouders wat de II. üei-nardus zegt : dat het nooit gehoord is, dat iemand te vergeefs zijn toevlucht tot Maria genomen heeft; daar verkondigden de veie krukken en banden, welke uit dankbaarheid rondom het altaar waren opgehangen, de macht en goedheid van Maria.
Thans, helaas ! is die kerk van hare oorspronkelijke bestemming vervreemd, en de belangstellende, welke den heerlijk ge-restaureerden tempel binnentreedt, om den daar bewaarden schat van archieven te raadplegen of te bewonderen, wordt door niets aan het verleden herinnerd. Niets doet vermoeden, dat aan die muren zoovele herinneringen uit het verledeu verbonden zijn, die den katholiek overdierbaar zijn.
4. Het tegenwoordige beeld in de Oude Minderbroederskerk.
Het oude beeld, dat eerst aan den Oever, later in de kloosterkerk op de St. Pieter-
15
straat, reeds zoovele vereerders telde, dat vele eeuwen het aantrckkiugspunt van vrome pelgrims geweest was, werd door een ander beeld vervangen. Dit laatste, dat ouder denzelfden titel van Sierre der zee liet oude verving, won aldra eene nog grootere liefde en waardeering onder de bevolking der stad en der omstreken. Het is hetzelfde beeld, dat thans nog door vele wonderen vermaard, in de kerk van O. L. Vrouw als een kostbare schat wordt bewaard en vereerd. Door tallooze wouderen, dio erbij geschiedden, vei wierf het eene veel grootere vermaardheid, dan het oude had genoten.
Het roemrijk verleden van dit eerbiedwaardige beeld, dat zoovele eeuwen lief en leed met de bevolking gedeeld had, de herinneriug der weldaden en gunste» aau zijne geschiedenis verbonden, hebbt-u het hunne ertoe bijgedragen, dat de linkervleugel der O. L. Vrouwekerk ook mi nog, de zoo bekende, zoo gezochte bidpla its is voor Maria-minnende harten, dat de godsvrucht tot de Zeester nog steeds vooj Ãeeft en dat nog eiken avond deü. L. Vrouwekerk tot uitgangspunt van den van ouds bekenden en beganen bidweg gekozen wordt.
Het tijdstip, waarop onze tegenwo( dige Sterre der Zee den troon van het oudi re in
16
de kerk der Minderbroeders innam, de redenen welke hiertoe aanleiding gaven, de herkomst van het tegenwoordige miraku-leuze beeld, de wonderen die het beroemd maakten, en het zoo ras aan de bevolking dierbaar maaktenâal dezebijzonderheden, welke ons zooveel belang inboezemen, liggen in liet duister, en onze rechtmatige belangstelling wordt in doze door niets anders bevredigd, dan door het vernemen dei-oorzaken, welke ertoe hebben meegewerkt, dat de geschiedenis van onze Sierrc der Zcr onder een zoo geheimzinnigen sluier verborgen, in het duister gehuld ligt.
Hot lijdt geen twijfel, of de Minderbroeders, door wier toedoen de godsvrucht tot de Sterre der zee zoo algemeen verspreid werd, zoo diep wortel had geschoten. hebben het zich tot taak gesteld alles op te teekenen, wat den Maria vereerder belang kon inboezemen. Dit toch was het geschikte middel om de meest wetenswaardige bijzonderheden aan de vergetelheid te ontrukken en voor hot nageslacht te bewaren. Geen twijfel, of men heeft een volledigen lijst opgemaakt van alle wonderen, welke door Maria's voorspraak bij ons genadebeeld hebben plaats gehad. Wat immers kon beter het vertrouwen op Maria ook in het verre nageslacht
17
levendig houden ? Die pogingen echter waren vruchteloos, want God heeft beschikt, dat wij die voldoening zouden missen.
Toen namelijk omstreeks 1578 de Miu-derbroeders wegens herhaalde belegeringen der stad bange dagen doorleefden ; toon de steeds ilroigende gevaren hen deden vreezen, dat ook hun klooster eerlang het lot van zoovele anderen zou ondergaan : achtten zij de stukken, welke op de geschiedenis van hot mirakuleus beeld betrekking hadden, in hun klooster niet langer in veiligheid, /ij meenden voorzichtig te handeion, indien zij voor die kostbare stukken vol belangwekkende bijzonderheden, eeue schuilplaats zochten, welke meer waarborg bood voor hun behoud.
Zekeren Jan Brouwers, oud-burgemeester der stad, die als geestelijke Vader van het klooster bun volle vertrouwen genoot, werd do zorg voor hun dierbaar archief toevertrouwd, totdat veranderde tijdsomstandigheden wederom zouden toelaten, de stukken in hot klooster zelf te bewaren.
De uitkomst bewees, dat hunne voorzorgen niet onnoodig waren geweest. Deu (J Januari 1578 rukten de calvinistische soldaten mot Willem van Hornes aan het
18
hoofd, de stad biuueu ; nauwelijks was liet huil gelukt door list de macht in haudeu te krijgen, of tegou alle beloften in, moesten al spoedig de Jesuiten en de Minderbroeders hunne kloosters ontruimen.(1)
Jammer, dat de voorzorgen, door de Minderbroeders voor de reiligheid der
0 ide bescheiden genomen, niet het ge-v. i'nschte gevolg hadden. Omstreeks dezen
1 ijd of onder het beleg van Maastricht door l'arma in ir)79, vielen de stukken ongelukkiger wijze in de handen der Calvinisten eu ondergingen het lot van zoovele andere kostbaarheden, wier verwoesting ieder katholiek betreurt.
Zoo heeft de bittere haat tegen den katholieken godsdienst en de heiligenver-eering, door vernietiging dezer stukken, op eens alle bronnen doen verdwijnen, waaruit de volledige geschiedenis van onze Sterrc der zee was zamentestellen.
Lof en dank dient gebracht te worden aan Pater Sedulius, Provinciaal der orde, welke geene moeiten spaarde om de ontstane leemte zoo goed mogelijk aan te vullen en het verlieseenigermatete herstellen.
Ruim 27 jaren na de verwoesting, in 1II0G, verzamelde Pater Sedulius zoo vol-
(1J Maria's Hciligdumniea in Ned. en Belg. bl. â 102.
19
ledig on nauwkeurig mogelijk alle gegevens, die met betrekking tot liet lieeld in don mond des volks door overlevering werden bewaard ; stelde ze zorgvuldig te boek, om dit weinige althans voor vergetelheid te vrijwaren. Hij spoorde daartoe zorgvuldig alle personen op, welke hem hieromtrent eenige inlichtingen konden verstrekken ; ooggetuigen van wonderbare genezingen werden zorgvuldig ondervraagd, hunne getuigenissen vergeleken en aan oen streng onderzoek onderworpen. Om slechts betrouwbare bijzonderheden te verkrijgen, en allo overdrijving of valsche voorstelling der gebeurtenissen te weren, liet hij de vruchteu zijnor opsporingen aan een nauwkeurig en streng onderzoek Van eeno daartoe zamengestolde commissie onderwerpen.
In deze commissie haddon de kanunniken van St. Sorvaas en van ü. L. Vrouw, alsmede twee regeerende en twee afgetreden burgemeesters zitting.
Op deze wijze werden hom do bouw-stoilon geleverd, waaruit hij zijn gewaardeerd boekje : Diva Virgo Trajectensis (O. L. Vrouw van Maastricht) kou zameu-stellen en, zooveel zijne gebrekkige ge-gegevons bot veroorloofden, de geschieden is van Onze Stern; der zee kon bewaren.
20
liet werkje van Scdulius, oorspronkelijk iu het Latijn geschroven. vond in den gardiaan Cornelius Tliielmans (1012) een vertaler in het Nederlandsch. Die vertaling maakte de aanteekeningeu van Sedulius moer onder het volk bekend, en werkte daardoor reeds gunstig op de verspreiding der godsvrucht tot de Sterre der see. Wat echter aan dit werkje nog meer waarde toevoegde, was dat daarin de geschiedenis werd voortgezet en aangevuld mot de wonderbare gebeurtenissen, waarmede God in dio volgende jaren de macht van Maria's voorspraak had willen verheerlijken. De godsvrucht tot de Sterre. der zee breidde zich hoe langer hoe verder uit en naarmate do eerbewij/.ingen Maria aangedaan, vermenigvuldigden, verdubbelden ook do gunsten door hare voorspraak verkregen. Tal van nieuwe wonderbare genezingen en gebedsverbooringon gavou aan Pater do Boeck aanleiding om uit bovengemelde werkjes in 1753 eene nieuwe geschiedenis (1) van do Sterre der ~ee in hot licht to geven, waarvan in 1833 een herdruk verscheen. In dit werkje, dat wij meestal als leiddraad moesten volgen, verzamelde hij tal van wonderbare go-
(I' Hoschi ij\ ing van hol oud cnjuirakuleus Beclil van O. L. V. van Maastricht enz.
21
beurtenissen, welke sedert Kil 2 hadden plaats gehad en onze belangstelling ten volle verdienen.
5. Oorsprong van onze «Sterre der zeequot;.
Reeds meldden wij dat bet mirakuleuze beeld, dat thans in de O. L. Vrouwekeik vereerd wordt, en zonder twijfel de kostbaarste schat is, dien zij bezit, niet hetzelfde is als het beeld, dat ten jare 1234 door het toeumalig Kapittel vanO. L. Vrouw aan de EE. PP. Minderbroeders was afgestaan. Overigens dagteekent het huidige beeld uit ruim eene eeuw later.
De redenen, hierboven door ons aangegeven, waarom namelijk de geheele geschiedenis van het mirakuleuze beeld zoo moeielijk is te achterhalen, gelden ook voor het onderzoeken van de herkomst van dit genadebeeld.
De bescheiden, die hierop betrekking hebben, en welke alleen in deze zaak volle licht konden verspreiden, zijn vernietigd geworden. Dien ten gevolge laat zich het antwoord op de vragen wanneer V hoe? en vanwaar? slechts met meerdere of mindere waarscbijalijkheid gissen.
Ten tijde van Sedulius bestonden hier-
omtrent twee verschillende meeningi?u. 1 it liet opschrift van een grafsteen, in de kerk tier EE.-PI'. Minderbroeders recht vóór liet altaar geplaatst, meenden velen te moeten afleiden, dat Xicolaus vanllarlaer. tien Lniksch edelman, die later als kloosterbroeder gestorven is. do schenker van bet beeld zou zijn.
Daar echter volgens bovengemeld grafschrift, deze edelman den quot;J.') Mei 1474 overleed, zoo blijft de moeielijkheid bestaan. boe dit tijdstip is overeen te brengen met den ouderdom van hot beeld, dat. volgens den stijl, toen reeds een eenw te voren moest zijn vervaardigd.
Anderen daartegen waren van meening, dat het beeld in de 14de eeuw door het Looiersgilde, dat toen ter tijde zeei talrijk was, in hoog aanzien stond, en zich daarbij steeds door eene bijzondere godsvrucht tot de H. Maagd kenmerkte, aai; de EE. IM'. Minderbroeders ten geschenke zou zijn gegeven. Deze laatste meening, ofschoon door geene bewijzen gestaafd, verdient in zooverre den voorkeur, omdat zij de schenking van het beeld plaatst op het tijdstip, waarop het moet gemaakt zijn.
Men ziet hieruit, dat beide meeningen, bij gebrek aan afdoende bewijzen, slechts op gissingen steunen en ons omtrent de
23
ware toedracht der zaak nog altijd ia twijfel laten.
Ook behooren wij niet uit het oog te verliezen, dat in die tijden van levendig geloof en waren godsdienstzin, onze voorouders er meer op bedacht waren, God te danken voor een zóó kostbaren schat, die zoozeer door lien oj) prijs werd gesteld ; dan wel nauwkeurig het ontstaan, de herkomst van hot mirakuleuze beeld op te sporen. In de buitengewone gunsten, die hun door Maria's voorbede werden geschonken, vonden zij eerder aanleiding hun vertrouwen in die machtige en liefdevolle Helpster op te wekken, dan enkel uit nieuwsgierigheid te onderzoeken, door welk toeval zij in het bezit van dien dierbaren schat gekomen waren.
Heeft (iod den oorsprong, de afkomst van het genadebeeld voor ons willen verborgen houden, de talrijke gunsten en genaden, waarmede de H. Moeder-Maagd, in den loop der eeuwen hare vurige vereerders heeft willen beloonen, geven ons stof te over. om God uit ganscher harte te danken, dat het mirakuleus beeld, in wiens bezit de O. L. Vrouwekerk zich mag verheugen, ontkomen is aan de veelvuldige gevaren, waardoor het in verschillende tijdsomstandigheden in ziju bestaan is bedreigd geworden.
â¢24
O zeker, wij betreuren het, dat blinde godsdiensthaat ons in het verleden zoovele bijzonderheden heeft ontroofd, die onze belangstelling zoozeer verdienen ; diep betreuren wij quot;t, dat de vernielzucht, door geloofshaat opgezweept, in den loop dei-tijden tal van kostbare zaken heeft doen te loor gaan. Daardoor werd ons de weg afgesneden, om ile zoo ijverig beoelende en zoo ver verspreide godsvrucht, die onze voorouders tot de machtige «Zeesterquot; bezielde, de eeuwen door, voet voor voet, in hare opkomst, in hare verdere ontwikkeling, en in haren hoogsten bloei te volgen.
Elk oprechte dienaar van Maria, wien de bloei der godsvrucht tot (lods Moeder ter harte gaat, zal het daarom met ons betreuren, dat zooveel wonderen, welke in vervlogen tijden zooveel tot de vei spreiding dezer godsvrucht hebben bijgedragen, voor altijd aan de vergetelheid zijn prijsgegeven en van hun heilzaraen invloed op het nageslacht zijn beroofd.
Na eeuwen nog zouden deze wonderen een krachtig getuigenis hebben kunnen afleggen, zoowel van de ongekende macht, welke Maria op het Hart van Haren god-delijken Zoon uitoefent, als van de gren-zelooze liefde, die Zij Hare kinderen toe-
25
draagt. Beter dan woorden zou dat getuigenis tevens het vertrouwen hebben vermeerderd op den bijstand van Haar, die volgens de H. Kerkvaders, nooit tevergeefs wordt aangeroepen.
6. De ijSterre der zeequot; tijdens het beleg van Maastricht.
Wat kwaad de onverzoenlijke haat der vijanden van onzen heiligen Godsdienst ook al moge gebrouwd hebben, wat onheil hij gesticht en welke verwoestingen hij ook moge hebben aangericht; nooit vermocht hij de liefde, het vertrouwen, de achting weg te nemen, die het hart der Maastrichtenaren steeds vervulden voorde nSter der zeequot;. Haar bleven zij door alle eeuwen heen als hunne Patrones vereeren en liefhebben.
Hoe diep de godsvrucht tot de » Ster re der zeequot;quot; in het hait dor Maastrichtsche bevolking had wortel geschoten, kwam vooral hetduidelijkst aan het licht in de tijden van gevaar, in die bange en droevige dagen, welke de stad Maastricht tijdens hare belegering beleefde. Die gehechtheid aan het genadebeeld, die hoogachting voor dat kostbaar erfdeel der Voorvaders, uitte zich op schitterende wijze in de kommer-
2(i
volle hezorgdiieid, welke men voorde veiligheid van het beeld aan den dag legde, in de voorzorgsmaatregelen waarmede men het voortdurend omringde, opdat hun schat toch niet aan vermetele handen zou worden overgeleverd.
In het Jaar 157S werden de EE. PP. Minderbroeders uit hun klooster verdreven, en werd hunne plaats ingenomen door de troepen van Willem van Heeze, ilie er den 17 Maart van dat jaar hun intrek namen. Door onverzoenlijkon haat tegen de katholieke Kerk en hare instellingen gedreven, hadden zij zich tot taak gesteld alles te vernielen, wat aan den katholieken Godsdienst kon doen herinneren.
Zoo werden volgens Thielmans, zelfs de kloostergebouwen niet gespaard, maar moesten ook zij de sporen dragen van hunne vernielzucht. Dat het mirakuleuze beeld aan hunne woede is ontkomen, kan moeielijk anders dan aan een wonder worden toegeschreven. Hoe is 't anders uit te leggen, dat dit beeld kon gespaard blijven door eene bende onverlaten, die zich den naam van beeldstormers maar al te zeer hebben waardig getoond.
Te midden van al deze gevaren stelden de vrome en godsdienstige Maastrichte-
naren herhaalde pogingen in het werk, om hun genadebeeld in veiligheid te brengen te redden. Zekere Jan van Geulen, molenaar der looiers, achtte zich dan ook overgelukkig toen 't hem eindelijk gelukt was, in stilte het beeld naar zijn huis over te brengen.
Al spoedig echter bleek het,dat ook zijn lt;lak niet langer eene veilige schuilplaats bood; hij liet het daarom naar de woning van een zijner huren brengen. Toen nu ook deze van oordeel was, dat een langer verblijf ten zijnent, zoowel voor hem zeiven als voor het eerbiedwaardig beeld noodlottig zou kunnen wezen, bracht hij het in stilte naar den Nieuwenhot' over, waar het op den zolder werd opgeborgen.
7. De «Sterre der Zeequot; op den Nieuwenhof.
lgt;e Calvinisten waren volleerd in de kunst van huichelen. Als de omstandigheden het vorderden, deinsden zij niet ervoor terug, zich een tijdlang vredelievend en verdraagzaam te toonen; zij hielden den bitteren haat, die hen verteerde verborgen, om te zekerder hun doel te bereiken. Naarmate echter hunne macht en invloed aangroeiden, word hun optreden driester, en
28
trad hun wreede aard helderder in 't licht. Bij voorkeur werden weerlooze bewoners van kloosters en godsdienstige instellingen als slachtoffers uitgekozen, op wie zij hun haat tegen het 11. K. Geloof konden botvieren. Gedwongen inkwartiering, welke zij den kloosters opdrongen, was doorgaans de gezochte gelegenheid, om deze vreedzame lieden te kwellen. Het klooster was dan aan den willekeur van ruwe soldaten overgeleverd. Dezen matigden zich bij zidke gelegenheid het recht aan. om met miskenning van alle wetten van bescheidenheid en van eigendom, alle schuilhoeken te doorsnuffelen. Zij vonden hun genoegen erin, als zij op zulke verkenningstochten voorwerpen mochten ontdekken, door wier vernieling zij de godsdienstige gevoelens der katholieken op het grievendst konden krenken.
Ook het klooster van den Nieuwenhof werd gedwongen soldaten ter inkwartiering te nemen. Thans ging het eerbiedwaardige beeld aan de grootste gevaren worden blootgesteld. Maar juist dit gevaar schonk God gelegenheid, om het dubbel bewijs te leveren, en hoe weinig menschelijke berekening, menschelij ke voorzorgen vermogen, én hoe machteloos de woede der boozen is tegen God.
29
Op zckoron dag werd het beeld door eeu soldaat ontdekt op den zolder, waar men het verborgen had. Het zien van een Mariabeeld was voldoende, om zijn godsdiensthaat te doen ontvlammen en hem iu woede te ontsteken. Een oogwenk, en zijn arm heeft zich met het zwaard gewapend ; dreigend staat de vermetele gereed, om met één slag het eerbiedwaardig beeld te verbrijzelen. Hadde het God niet verhoed, van onze eeuwenoude Sterre der ztc wam ons wellicht ter nauwernood eene flauwe herinnering overgebleven.
Niet straffeloos laat God tegen het beeld zijner Moeder overmoedig den arm verheffen. Door een wonder wordt de woede van den goddelooze aan banden gelegd. lgt;e arm, welke zich heiligschennend verhief, verloor op eens zijne spierkracht, werd stijf en roerloos. In plaats van sidderend de straffende hand Gods te erkennen, in plaats van de sterkere, bovennatuurlijke Macht, die hem weerhield, te eerbiedigen, durft de vermetele nog denken aan de volvoering van het snoode plan. Waar zijn arm de noodige kracht mist, zullen andere, door even grooten godsdiensthaat bestuurd, zijn werk voltooien.
Een treurig voorbeeld volgt hier, hoever de blindheid des menschen kan gaan, wan-
ueer eens de haat heerschappij over zijn hart voert. De kapitein werd door deu soldaat met de vondst van het Iteeld en met het voorgevallene in kennis gesteld. Men zou denken, dat vrees en siddering hem zouden bevangen hebben. Maarnoen, hij verwijt den soldaat zijne lafheid ; eu als men gezien had, hoe hij als een razende met getrokken zwaard naar boven stormde, wie zou dan vermoed hebben, dat het voorwerp van zulken Lilt val niets anders was â¢lan een weerloos Mariabeeld?Een zelfde vermetelheid onderging ook een zelfde straf. Ook zijn arm werd met lamheid geslagen. Meent nu niet, dat na dit dubbel wonder, de vermetele zijne oogen opent voor het licht der genade, den vinger (iods erkent, de boosheid zijner handeling inziet, spijt gevoelt over zooveel goddeloosheid of beeft voor de wraak van deu straffenden (iod. Neen. Buiten zich zeiven van gramschap, loopt hij naar onder, durft zijne straf aan tooverkuiisten toe te schrijven en wil thans zijne onvoldane wraaklust koelen op de Moeder-Overste, die hij als oorzaak van zijn ongeluk beschouwt. Bleek van woede nadert hij de zwakke vrouw, overlaadt haar met scheldwoorden en bedreigt haar met den dood. Doch God wist i'Ln het Beeld aan de vernieling én de
31
Overste aan den dood te iloeu ontkomen, waarmede zij werden bedreigd.
Wie kent in de blindheid dezer godde-loozen uiet Je gedragslijn terug, die de Joden tegenover Jesus volgden? Wel verre dat de tallooze wonderen, waarvan de Joden getuigen waren, hen tot inkeer zouden brengen, kweekten zij steeds grooteren liaat, en maakten de klove, die hen van Jesus scheidde, steeds wijder eu dieper. Wat anders oogstte Jesus in met Zijne weldaden dan vervolging, verdachtmaking, smaad- eu schimpwoorden V Konden de vijanden de wonderwerken van Jesus niet uitleggen, kon bovennatuurlijke tusschen-komst niet geloochend worden; dan meenden zij zich te kunnen redden met de bewering, dat Jesus wonderen werkte met behulp van den vorst dei duisternissen, dat Hij in Beelzebub de duivelen uitjoeg. Zoo waren ook in deze tijden, waarin geloofshaat zegevierde, de vijanden der katholieke Kerk blind voor de zichtbare teeken van ( Jods almacht, te zeer door verooordeelen be-heerscht, om Gods tusschenkomstte erkennen, en wilden zij liever hunne straf als een gevolg van den invloed des duivels houden, dan daarin den dreigenden Vinger Gods te erkennen.De handelwijze dezer heiligschenners kan dan ook als weerleg-
32
ging (licneu van de bewering, welke men soms hoort uit den mond van zwak-geloovi-gen: dat hun geloof levendiger zou worden, als zij eens woudereu konden aanschouwen. Niets echter is onwaarschijnelijker; te meer omdat de vooroordeelen hen zoozeer terughouden, om goddelijke tusschenkomst te erkennen. Hoe immers is het uit te leggen, dat men zijne oogen sluit voor het feit, dat de R. K. Kerk trots alle tegenwerking blijft voortbestaan ? Is dit alleen niet een schitterend wonder dat voor ietlereen is waar te nemen ?
Eens te meer toonde hier God op een oogenblik, dat alle hoop verloren scheen, dat men niet ongestraft de eer Zijner Moeder aanrandt, dat Zijne wraak neerkomt op hen, ilie heiligschennend hunne hunne hand tegen zijne Moedor durven verheffen.
Alhoewel het mirakuleuze Beeld door een tweevoudig schitterend wonder aan de woede zijner vijanden ontsnapt was, liet toch 't voorgevallene op denNieuwenhot aan de vurige vereerders van de Sterre de)' zee geen rust, alvorens een veiliger schuilplaats was gevonden. Op een nacht dan wei d het Beeld over den muur neergelaten en in het huis van eene godvruchtige weduwe Mayke Luckers gebracht. Deze vrome vrouw, die
33
in 1609 nog loefde, achtte zich gelukkig hare wouing voor een zoo kostbaren schat te mogen openstellen en een tijdlang als schuilplaats te laten dienen.
8. De jjSterre der Zeequot; na de belegering.
De dagen der belegering van Maastricht hadden den inwoners bange uren bezorgd. Wat hun lijden nog verzwaarde, was de afwezigheid van de Ster re der zee. Daar toch was men gewoon in het lijden balsem te zoeken voor de wonden, troost in de smarten. Die Sterrc der zee bezat het geheim door het helder licht dat zij verspreidt, de duisternis van moedeloosheid en droefheid te verdrijven. Uit hun midden was thans weggevoerd dat dierbaar kleinood, hun troost, hunne toevlucht. Zoovelen, die terneergeslagen en bedrukt de O. L. Vrouwekapel waren binnengetreden, hadden ze opgebeurd en verlicht verlaten. En in die tijden van rampen, waarin er zooveel behoefte bestond aan troost, nu had men dat kostbaar troostmiddel moeten missen, nu kon men niet gaan nederknielen in die kapel, voor dat genadebeeld, waar Maria hare gunsten zoo gaarne uitdeelde, waar zoo menig leed verzacht, zoo menige traan
34
gedroogd was. Evenals het kiudje Jesus moest vluchten voor Zijne vervolgers, zoo had ook de Sterre der zee slechts door vlucht do vervolgingswoede kunnen ont-gaan.
Eindelijk waren do stormen voorbij. De zwarte onweerswolken waren weggedreven en de lieve vredezon zond weer hare vriendelijke stralen op de oude veste neder. Met «ie Minderbroeders keerde ook het mira-kuleuze Beeld tot zijne vorige plaats terug. Wij kunnen het ons voorstellen, hoe vurig de vrede was verbeid geworden, hoe innig men God dankte, dat eindelijk rust en vrijheid in onze stad waren teruggekeerd. Verlicht gevoelde zich het lang beklemde hart, nu het weer vrij kon ademen. Niet het minste juichten de Mariavereerders ; dankbaar en vol vreugde begroetten zij den dag, waarop de aloude Sterre der zee weer in hun midden verscheen en weer op haren ouden troon prijkte.
Maar ach ! wat waren de rijen gedund van hen, die elkander weleer dagelijks voor het genadebeeld plachten te ontmoeten ! Hoevelen waren gevallen als slachtoffers van beerschzucht en godsdienstbaat! Niettemin ook zij deelden in de vreugde der inwoners, want zij hadden thans in den hemel reeds ondervonden, da^ een dienaar van Maria niet verloren gaat.
35
Tijdens dc bclegeriug dor stad had Maria met welbehagen bij de inwoners de bezorgdheid en toewijding gadeslagen, waarvan hare beeltenis het voorwerp was. Het kon dan ook niet nitblijven, of er ging een tijd aanbreken van buitengewone gunsten. Maria ging toonen, hoe zij de haar bewezen diensten weet op prijs te stellen. Neen, zij was niet ongevoelig gebleven voor al die blijken van kinderlijke liefde, haar zoo ruimschoots ten deel gevallen. ' Nauwelijks had het beeld het huis van M. Luckers verlaten en zijne vorige standplaats weer ingenomen, of talrijke, wondervolle genezingen kwamen getuigenis afleggen van hare tevredenheid en dank-⢠baarheid. Een nieuwe krachtige stoot werd hierdoor aan de godsvrucht tot de Sierra der zee gegeven. In breede scharen, met verjeugdigd vertrouwen, omringde men naar ouder gewoonte, het genadebeeld, en niemand zou gemeend hebben, dat zoovele trouwe bezoekers door den dood waren weggerukt. Zóó overvloedig waren de ontstane leemten aangevuld door nieuwe vereerders der Zeesier.
De inwoners van Maastricht hadden ongetwijfeld het leeuwendeel gehad in de moeiten en pogingen, die waren aangewend om de Sierre der Zee in veiligheid te
öi;
bewaren. Geen wonder, dat tusschen do bevoorrechten van Maria, de inwoners van Maastricht ook de voornaamste plaats innamen. Pater Sedulins noemt verscheidene personen op, die hij nog in leven gekend heeft, en die volgens zijn getuigenis hunne wonderbare genezing aan Maria te danken hadden. Onder de 33 wonderbare genezingen, welke hij aanhaalt, vinden wij er 27 vermeld, die aan Maastrichtenaars te beurt violen. t
9. Eene wonderbare genezing.
Om slechts één uit de velen uit to kiezen (1) vinden wij eene genezing verhaald, welke terecht ieders bewondering wekt. Zoo verhaalt Sedulius, dat hij eene zekere Agnes Schrijvers, echtgenootevan PaschasiusEveraerts,goed gekend
en herhaaldelijk gesproken heeft, welke in hare jeugd van lamheid en stomheid op wonderbare wijze genezen werd. In 1548 misvormd ter wereld gekomen, kon zij later noch gaan noch staan. Weldra bleek hot dat zij niet kon spreken en daarenboven nog aan groote aamborstigheid leed. In den nacht vóór Paschen kwam de bedroefde moedor
37
op de gedachte, dat jaar eeus met bijzondere godsvrucht de processie bij te wonen, welke jaarlijks op Paaschmaandag rondtrok, tot opehing van de plechtige Octaaf ter eere van de Ster re der zee. Zij werd met ecu zóó groot vertrouwen vervuld in haren voorgenomen bidweg, dat zij als verzekerd scheen, eindelijk haar achtjarig kind genezen te zien. Zij begafzich op den dag naar de kerk, om er de H. Mis bij te wonen en daarna het mirakuleus beeld in de processie te volgen. Onder de 11. Mis plaatste zij zich met haar kind in de O. L. Vrouwekapel vóór het altaar van het genadebeeld. Even vóór de consecratie verwijderde zij zich eenige oogeublikken van haar kiud en begaf zich tot vóór het koor, waar de H. Mis werd opgedragen. Daar zou zij deH. Hostie met meer godsvrucht, met meer eerbied aanbidden, daar zou zij van .lesus met meer vurigheid de genezing van haar dochtertje gaan afsmeeken.
Eu werkelijk, op 't oogenblik der consecratie gevoelt do kleine Agnes zich plotseling genezen. Vol vreugde loopt zij uit de kapel tot voor de deur der kerk. Voor een rooster gekomen, aarzelde zij dien te overschrijden, gewoon als zij was steeds gedragen te worden. Een nieuw wonder volgt : zij ontvangt op eens het
38
gebruik barer spraak. Eeue groote menigte volks verzamelde zich voor de kerk, om aan de processie deel te nemen, l'.en kramer, die zijne waren dicht bij den ingang had uitgestald, merkte de kleine op en droeg haar door de menigte. 15iiiten het gedrang gekomen, weigerde het kind verder gedragen te worden en zonder hulp wilde zij haar huis bereiken. Hare woning, n in den briem geheeten, lag tegenover de Minderbroedcrskerk in de nabijheid der St. Hilariuskerk. (1)
Voor den hoogen drempel der ouderlijke woning bleef het kind weer staan en kou niet gelooven, dat zij zonder gedragen te worden, hem zou kunnen overschrijden ; zij sprak herhaaldelijk het woord nopquot; uit. Tal van belangstellenden snelden toe. De vader, die nog altijd meende dat zijn kind niet kon loopen, nam haar op om haar te dragen. Zij weigerde, en tot zijne verbazing liep zij vol vreugde met uitgestrekte armen heen en weer door 't huis. De dienst was geëindigd ; ook de moeder keerde huiswaarts. Tevergeefs had zij haar kind vóór liet mirakuleus beeld meenen terug te vinden. Wie beschrijft echter hare vreugde, toen zij hare gebeden verhoord, hare wen-
(I). Deze kerk, op de Pieterslraat gelegen is llmns bij de Waalsch-gereformeerden in gebruik.
;üj
scheu vervuld zag. Zóó hevig was zij getroffen door die wonderbare genezing, dat men een oogenblik voor haar leven vreesde. Hare dankbaarheid uitte zich terstond in de belofte, voortaan ieder jaar barrevoets, iu een linnen kleed gehuld de processie te vergezellen.
Ziedaar één wonder der velen, die staan opgeteekend, één der ontelbaren, welke voor ons verborgen bleven. Doch zeker is lt;lit eene voldoende, otn in ons een onbeperkt vertrouwen op Maria te verwekken. Volgen wij die vrome moeder in haar gebed, iu haar vertrouwen, wij zullen gelijk zij ons mogen verheugen in het ontvangen van weldaden.
Hot gerucht van het groote getal wonderbare genezingen, welke in die jaren hadden plaats gehad, had zich begrijpelijker wijze ver in den omtrek verspreid en ongetwijfeld veel ertoe bijgedragen, om de godsvrucht tot de Sterre der zee meer algemeen te verspreiden en te doen beoefenen.
De schitterende blijken van de macht van Maria's voorspraak deden het getal barer vereerders met den dag aangroeien. Ook zal de dankbaarheid wel niet vreemd eraan geweest zijn, dat in 1624 de kerk der Minderbroeders verrijkt werd met een nieuw eikenhouten altaar. Tusscheu eenige
40
beelden en twee engelen, welke een schild met het wapen van Maastricht droegen, werd de voornaamste plaats ingenomen door een troon, bestemd om het mirakn-leuze beeld te bevatten. Een vergulde ster en het opschrift «Moeder Gods wees mijner indachtigquot; gaven duidelijk genoeg aan, wier eer dat blijk van dankbaarheid gold. Dit altaar vond later eenc plaats in de kapel van den Nieuwenhot.
Aan die talrijke gunsten door Maria bewezen, is het toe te schrijven, dat telken jare op Paaschmaandag, den dag der eeuwenoude groote processie met het mirakuleus beeld, het getal pelgrims van buiten de stad zoo merkbaar toenam. In het jaar 1608 meenden de wachters der stadspoorten het getal vreemde mannen, die bij die gelegenheid deze stad bezochten, op 6000 te moeten schatten, en daar hierbij noch vrouwen noch kinderen gerekend waren, kan men dit getal op verre na niet als de helft der pelgrims beschouwen. In 1607 telde men ruim 17.000 vreemden. P. Thielmans verhaalt dat in het jaar dat hij zijne vertaling vanSednlius uitgaf (1611) het getal vreemdelingen op dien dag op ongeveer 20.000 moest gerekend worden.
Daar de godsvrucht der vreemdelingen tot de Ster re der zee nog te nieuw was, om
41
het toppunt van bloei bereikt te hebbeu, mag men veilig met P. De Boeck aannemen. dat zij zich voortdurend ontwikkelde, zich altijd in breeder kring verspreidde en jaarlijks meer pelgrims naar Maastricht lokte.
10. De Processie op Paasch-maandag.
Opdat de lezer zich een begrip kunne vormen van de plechtigheden, waarvan de jaarlijksche processie op Paaschmaan-dag vergezeld ging, geven wij hier in 'tkort de beschrijving van dien vermaarden bid-gang, gelijk hij in 't begin der IT'11'eeuw gehouden werd. Na de vespers van Paascli-dag, werd het Beeld onder toeloop van vele menschonplechtigindeO. L. Vrouwekapel afgehaald en in quot;t midden der kerk op een rijk versierden troon Terheven. Van dat oogenblik af bleef het ruime kerkgebouw aanhoudend met biddende menschen gevuld. Zelfs de nacht bracht hierin geen verandering; bij voorkeur zelfs werd die tijd uitgekozen om zich, onopgemerkt dooi anderen, van gedane beloften te komen kwijten. Elke stand en ouderdom yond men in die menigte vertegenwoordigd. Men ontzag zich niet, zich in boetekleed of
42
barrevoets te vertooaen. Zelfs was het verschijnsel niet zeldzaam, dat men personen op ontbloote knieën rondom het miraku-leuze beeld zag rondkruipen, of dat de geheele processieweg al kruipende werd afgelegd.
Op Paaschmaandag verzamelden zich ten 9 ure de stedelijke regeering, de gouverneur der stad, de geestelijkheid, de voornaamste burgers der stad en eene onafzienbare menigte, zoowel van buiten als van binnen de stad, in de Minderbroe-derskerk in de St. Pieterstraat, om er de Hoogmis bij te wonen, en daaina de processie te volgen.
De stoet werd geopend door het kruis, onmiddelijk gevolgd door een ontelbare menigte mannen, vrouwen en kinderen. Onder dezen telde men er in l(iOS tot over de duizend, welke barrevoets in boetgewaad aan de processie deelnamen. In die lange rijen merkte men menschen van el-keu leeftijd, van af kindereu op de armen hunner moeders, tot afgeleefde grijsaards, die den weg niet konden afleggen en zich moesten laten dragen ; men zag er kreupelen, blinden, dooven, kortom allerlei lijdenden. Entusschen hen, op wier uiterlijk geen lijden zichtbaar was, hoevelen waren er die Maria kwamen smeeken om verlost
43
te worden van stille smart, die hun binnenste met niet minder hevigheid folterde !
Voorafgegaan door een rijk bewerkt vaandel, volgden de Minderbroeders, die over den ganscheu weg lofliederen ter oere van Maria deden weerklinken. Na hen gingen de meesters der broederschap van O. L. Vrouw en vele voorname burgers dei-stad, welke met brandende kaarsen als eene eerewacht vormden en aan de Sterre der zee onmiddellijk voorafgingen.
Het mirakuleuze beeld, door eenige maagden gedragen, werd opgevolgd door personen, welke tot uitboeting van vroegere zonden, de belofte hadden afgelegd, jaarlijks in boetekleed de processie te volgen. Zij ontzagen zich niet, zelfs in het openbaar zich te kastijden en te pijnigen : en druppelen bloed over den processie-weg verspreid, legden getuigenis af van de oprechtheid van hun berouw.
Het Allerheiligste onder een sierlijken draaghemel werd voorafgegaan door de burgerlijke overheid, de vertegenwoordigers van don Bisschop van Luik en den hertog van Brabant, en andere personen, welke een of ander ambt of waardigheid bekleedden.
De stoet werd gesloten door den gouver-neur der stad, vele edellieden en de schare
44
van pelgrims. Zóó groot was de toeloop, dat buitengewoone maatregelen noodig waren, om de orde te handhaven eu ongelukken te voorkomen.
Deze plechtige processie op I'aaschmaan-dag. welke wegens veranderde tijdsomstandigheden naderhand alleen door den kloostertuin, later over het O. L. \rouwe-plein rondtiok, was het begin eener acht-daagsche oefening tot de Sterrc der zee, welke dagelijks duizende vreemdelingen herwaarts bracht.
Van deze luisterrijke processie is thans alleen eene flauwe' herinnering overgebleven. Ooggetuigen van die aangrijpende plechtigheden, welke nogi met zooveel geestdrift de herinnering hunner jeugd mededeeleu. maken langzamerhand plaats voor een geslacht, dat slechts door overlevering weet, hoezeer de Sterre der Zee, in vroeger jaren vereerd werd. Toch vindt het tegenwoordig geslacht in de herinnering aan die vroegere plechtigheid eene heerlijke les ter behartiging. Is het niet treffend rijk en arm, edelen en burgers, overheid en onderdanen gemeenschappelijk, met verachting van alle menschen-vrees één vaandel, het kruis, biddend en stichtend te zien volgen'? Hoe beschamend voor velen onzer dagen, welke openlijke
4ö
belijdenis vaa hun geloof vreezen en niet eens eene processie al biddende durvea vergezellen !
.lammer dat die plechtigheden, en die openbare vereering van Maria grooten-deels hebben moeten ophouden, dat alleeu oj) Maria-Hemelvaartsdag het eerbiedwaardige beeld zich in onze straten mag vertoonen. 't Is waar, nog heerscht in die eeuwenoude octaaf van Paasch-maandag eene stichtende drukte, nog beijvert zich iedereen om in die dagen vooral na afloop van het dagwerk op bijzondere wijze de Ster re der zee te vereeren. Maar toch moest noodzakelijker wijze, met het verdwijnen der uitwendige plechtigheden, ook de groots toevloed van vreemden merkelijk afnemen. Mochten die dagen nog eens terugkeeren en onze Sterre der zee nog eens gelijk vroeger even talrijke, even godvruchtige pelgrims om haren troon vereenigd zien !
11. Opheffing van het klooster der Minderbroeders.
Het tijdstip van betrekkelijke rust, waarin zich de godsvrucht tot de Sterrr der zee iets vrijer had kunnen ontwikkelen, was ongelukkiger wijze niet van langen
46
duur. Eeue nieuwe belegering,gevolgd van de inneming der stad in 1632 door prins Frederik Hendrik : de vrijheid welke deze overwinning aan den hervormden godsdienst verzekerde; de driestheid waarmede de overwinnaars de katholieken onderdrukten ; dit alles kon niet anders dan do godsvrucht in haren voortgang belemmeren, en de krachtige en snelle ontwikkeling ervan schadelijk zijn.
Daarbij kwam nog dat in 1639 het klooster der Minderbroeders, met wie de lotgevallen van Sier re der zee zoo innig verbonden zijn, werd opgeheven. In die opheffing van de .lesuïeten en der Minderbroeders zagen de ijverzuchtige predikanten het droombeeld, dat zij zoolang^ hadden nagejaagd, eindelijk bereikt. Tot deze beslissing hadden ook de valsche ot ^overdreven aanklachten tegen Pater ^ inck, kapelaan Sylvius en drie anderen ingebracht, die onthoofd werden , medegewerkt. (1)
Men begrijpt, welke gevaren het genadebeeld bedreigden. Reeds vroeger had een afvallige, Hofmeyergeheeten. openlijk uitgestrooid, dat hem het mirakuleuze beeld door de burgerlijke overheid was toegezegd. De bezorgdheid voor den kostbaren
(I) Maria's heiligdommen in Ncd. en Belgie.
47
schat, dien zij in het mirakuleuze BeeM bezaten, had na langdurige en herhaalde beraadslagingen de Minderbroeders doen besluiten, een ander, eenigszins gelijkend beeld de plaats van de Sferre der zee te doen innemen.
Volgens de Boeck (1) werden zij echter door een wonder verhinderd aan dit besluit gevolg te geven. Toen namelijk het genadebeeld van zijn troon was genomen, om van daar op een veiliger plaats verborgen te worden, zou het beeld op eens de oogen weemoedig hemelwaarts geheven hebben, en zouden plotseling op het gelaat zichtbare teekenen van droefheid de anders zoo vriendelijke wezenstrekken vervangen hebben. Hoe het zij, het mirakuleuze beeld bleef zijne vroegere plaats op het altaar innemen, totdat de lang gevreesde slag, de verdrijving der Minderbroeders, ging vallen.
Op den 24 Juni 1G39 ontvingen de Minderbroeders bevel om den volgenden dag hun klooster te verlaten. Een laatsten keer verzamelden zich de Paters in do kapel van O. L. Vrouw, om eene Hoogmis bij te wonen. Deze afscheidsdienst werd gehouden onder algemeene deelneming en onder toevloed van een zoo groote menigte, dal:
(I) BI. 47.
48
liet ruime kerkgebouw uiet voldoende scheen om allen te bevatten.Onder die duizenden waren velen, welke tot tranen toe bewogen waren. Bij de gedachteaan hetlot, dat de Sterre der zee wellicht beschoren was, konden zij zich slechts met moeite bedwingen, om niet in luide weeklachten aan hunne droefheid lucht te geven. Juist die buitengewone toeloop van volk gaf aanleiding. om het verblijf der Minderbroeders tot in den namiddag te verlengen. Niet zonder reden vreesden de overweldigers, dat te groote opschudding en verontwaardiging onder het volk, hunne zaak zou schaden, hunne plannen zou verijdelen.
Ten twee ure wei den de Vespers gezongen endaarnawashetoogenblikvan vertrek aangebroken. \ oor het laatst brachten de Paters een bezoek bij hunne zoo dierbare Sferre der zee. Voor het beeld van de Troosteres der bedrukten, van de Hulp der christenen wilden zij oen laatste maal ne-derknielen. Aan Maria wilden zij troost vragen in hunne droefheid, sterkte in de vervolgingen, die hen bedreigden. Ouder
Maria's hoede wilden zij zich stellen,alvorens
de ballingschap in te gaan, en uit menig hart steeg ongetwijfeld de vurige bede tot Maria, dat zij haar zoo gevierd en zoo vereerd beeld onder hare hoede mocht nemen.
49
Met betraande oogeu wierpen zij een laatsten blik op dat zoete gelaat van de Ster re der zee, onbewust, of hun oog nog ooit die minzame trekken zou aanschouwen. Het hart met weemoed vervuld, verlieten zij huune kerk door den grooten ingang, baanden zich met moeite een weg door de zamengedrongen schare, welke door geween en gejammer oprechte deelneming ia hun droevig lot toonde.
Slechts twee Paters mochten voorloopig twee zieke medebroeders in het klooster blijven verzorgen. Alle overigen zochten hunne veiligheid op Luiksch grondgebied en namen hunnen intrek in het destijds bouwvallig klooster Lichtenberg. Dit klooster van Minderbroeders (Observanten) verrees weleer op een der schoonste punten dezer omstreken, op de helling van den St. Pietersberg. Het is dan ook niet te verwonderen, dat juist dit prachtig gelegen terrein in lateien tijd werd uitgekozen, om tot een buitensocieteit (Slavante) ingericht te worden.
12. De «Sterre der zeequot; in het Annuntiatenklooster te Wijk.
Alvorens te vertrekken, hadden de Minderbroeders voorzorgen genomen voor de
50
veiligheid vau het huu zoo dierbare beeld ; eu terecht, want door himue afwezigheid gingen nog ernstiger gevaren zijn bestaan bedreigen.
Op last van den gardiaan der Minderbroeders, werd het beeld den 27 Juni 1039, twee dagen na hun vertrek, in alle stilte vervoerd naar het klooster der Annuntiaten te Wijk. De plaats, waar dit klooster eens lag, is thaus door de bijzondere katholieke scholeu ingenomen. Ten einde deze nieuwe schuilplaats verborgen te houden, werd het beeld niet in het openbaar, in do kloosterkerk geplaatst, maar in eene afgezonderde bidplaats, waartoe het volk geen vrijen toegang had. Dat geen tijd meer te verliezen was, blijkt hieruit, dat nog op dienzelfden dag, waarop het beeld werd overgebracht, op bevel der protestantsche overheid,de Minderbroederskerk, waar het tot dusverre gerust had, voor het publiek gesloten werd.
13. jjDe Sterre der zeequot; in het Klooster van Lichtenberg.
Juist de groote belangstelling, welke de inwoners der stad toonden in de lotgevallen van hunne Sterre der zee, was wellicht oorzaak, dat de schuilplaats te Wijk ruchtbaar werd. Reeds den 9 November
Ã1
1640, achtte men het voor de veiligheid noodzakelijk, het heeld op nieuw van rustplaats te doen veranderen en het ditmaal buiten de stad te brengen.
Met groote voorzichtigheid en in liet geheim, werd het beeld in een houten kist gesloten en naar het klooster Lichtenberg, de toenmalige verblijfplaats der Minderbroeders, vervoerd. Niet zonder reden geschiedde die overbrenging in alle stilte, in het geheim. Met recht toch vreesde men dat het volk, eenmaal het verblijf van zijne Ster re der zee kennende, door niets zou te weerhouden zijn, om ook hier zijne gehechtheid aan de dierbare beeltenis te komen toonen, en daardoor allicht nieuwe gevaren zou doen ontstaan. Onopgemerkt werd de kist met haren kostbaren schat in het klooster binnengebracht, en slechts de gardiaan en de vicarius waren met den inhoud ervan bekend.
Maanden de droevige tijdsomstandigheden tot de grootste omzichtigheid aan, en verboden zij de Sterre der zee een plechtige ontvangst te bereiden, toch wilde God een eigenaardigen luister aan dien intocht bijzetten. In de maand November, een tijdstip van het jaar, waarop sedert lang het gezang der vogelen heeft opgehouden, kwam tot verbazing der aanwezigen,
5-2
een lecuwrik boven de kist vroolijk Had-deren en zong, als in vollen lente, zijn opwekkend lied. Dagelijks, zoolang de Stcrrc der zee op Lichtenberg vertoefde, kwam die vogel zijn lofzang herbalen. Behalve de twee, die met den inhoud der kist bekend waren, was er niemand, die bij dit zonderlinge verschijnsel kon vermoeden, dat dit ongewone loHied de Moeder gold van den Schepper der natuur.
14. De wSterre der zeequot; te Visé.
Ofschoon men het verblijf van de Sterre der zee op Lichtenberg zorgvuldig had geheim gehouden, en daarenboven het klooster op Luiksch grondgebied gelegen was : toch achtte men het voor de veiligheid vau liet beeld wenschelijk, op grooteren afstand van Maastricht, een schuilplaats te zoeken. Lichtenberg was te zeer in de nabijheid van de stad, om waarborg te bieden tegen zoovele geloofshaters, die niets liever zagen, dan het zoo vereerde beeld aan de liefde der bevolking voor altijd te onttrekken.
Een godvreezend man, Thomas Libot uit Visé, kwam op den 8 December met een schip de Maas afvaren en landde aan tegenover Lichtenberg. De gardiaan had
dezen vromen man opgedragen, om hot beeld verder in het Luikeiiand te vervoeren en voor diens behoud zorg te dragen. Terwijl de Paters de kist van den berg naar het schip droegen, hervatte de leeuwrik voor don laatsten keer, zijn huldezang tot Maria, en klapwiekende en zingende bij het beeld der Moeder, verkondigde hij de voorzienigheid en de almacht van den Schepper.
Maria laat niets onbeloond. De vrome burger, die zijn huis bereidwillig alsschuii-plaats had aangeboden voor de Ster re der s-ee,mocht bij zijne tehuiskomst de vreugde smaken, zijne echtgenoote, die hij, sinds lang aan hevige koortsen lijdend, had achtergelaten, genezen en welvarend terug te \inden. Dankbaar herinnerde hij zich het woord van den gardiaan, in wiens gebeden hij bij zijn vertrek zijne zieke vrouw had aanbevolen ; nga, ter willo van hetgeen gij met ii voert en wegens den dienst die gij bewijst, zult gij, ik vertrouw erop, uwe vrouw hersteld en gezond terugvinden.quot;
Niet lang mocht de deugdzame man de â r Oorzaak zijner blijdschap'' in zijn huis bewaren. De genezing der vrouw van Libot had bij velen met ongeduld den dag doen verbeiden, waarop wederom de Ster re der zee in de openbare vereering dor geloo-
54
vigon zou hersteld worden. Aan dat ver-langeu wilde mea zoo dra mogelijk voldoeu. Wel was de tijd nog niet gekomen, waarop liet beeld zou kunnen terugkeeren binnen de muren van Maastricht, eerst nog zou Maria hare wondermacht doen schitteren te Tongeren.
15. De «Sterre der zeequot; te Tongeren.
Met groote vreugde ruimden de Minderbroeders van Tongeren, op een altaar aan den Evangeliekant hunner kerk,eene plaats in, waarop het zoo wijd vermaarde beeld van O. L. Vrouw ran Maastricht zou rusten. Nauwelijks was het beeld wederom voor de menigte genaakbaar, of de sinds eenigen tijd onderbroken openbare vereeriug van de Sterre der zee ontwaakte lot een nieuw, krachtig leven. Plechtige diensten, luisterrijke processiën, gelijk men die te Maastricht gewoon was te houden, wekten ook te Tongeren totalgemecne deelneming aan de vereering van Maria. Het duurde ook niet lang, of ook hier telde de Sterre der zee hare vereerders bij duizendtallen. Maar evenmin als elders, bleef ook hier bet vertrouwen der inwoners en der vreemden niet onbeloond. Talrijk zijn de wonderbare
geuczingeu, waardoor Maria in do 34 jaren, dat haar beeld te Tongeren rustte, zich alle recht op de dankbaarheid en do achting der bew oners wist te verzekeren. Het zou ons te ver voeren, hieromtrent in bijzonderheden te tredeu. Eéne uitzondering evenwel dient gemaakt te worden ten opzichte van een wonder, dat ongetwijfeld het schitterendste is, waardoor God Zijne Moeder, als Ster re der zee aangeroepen, heeft willen verheerlijken.
Den ]8 April 1049 had Isabella Kad-doux, echtgenoote van Jacob Lehault, te Risschopswilre, een dorp in de nabijheid van Maastricht gelegen, een levenloos kind ter wereld gebracht. Wat hierbij de vrome echtelieden het moest betreurden, was, dat hun levenloos kind de genade des H. Doopsels had moeten missen.
Bezield met een geloof en een vertrouwen. die onze bewondering in hooge mate wekken, liet de moeder den volgenden dag, 19 Apiil, bet lijkje plaatsen vóór het altaar van de Sterre der zee te Tongeren. De ontbinding van het lijkje, die zich nii (gt; dagen en nachten, duidelijk vertoonde, bevestigde nog de getuigenis van overigens vertrouwbare personen, dat het kind werkelijk dood was ter wereld gekomen. Ook had men reeds besloten,niet langer aan het
5()
verlangen der moeder,om het lijkje!) dagen vóór het beeld te laten, gevolg te geven. De moeder intusschen zette mot een vast vertrouwen de voorgenomen novene voort. 1 )oor vurige gebeden, door het laten opdragen van H. Missen hoopte zij te verkrijgen, dat haar kind ten minste het H. Doopsel mocht ontvangen. Den 25 April, een Zondag, droeg de Vicarius van het klooster de H. Mis nog op, om in vereeniging met de ouders, dringend de gewenschte gunst van Maria af te smeeken. Xa de H. Mis ging hij een tijdlang voor het mirakuleuze beeld bidden. Toen hij daarna ecu half uur zijne geestelijke bediening in den biechtstoel had voortgezet, wordt hij op eens in zijne ernstige taak gestoord door een juichkreet : het kind leeft. De priester, die intusschen bezig was de II. Mis te lezen, zag zich door de wanorde en geestdrift, dieer heerschten, genoodzaakt, hetH. Offer een korten tijd te onderbreken. Werkelijk de adem ging, de mond, de tong verroerden zich, de frissche levenskleur had de teekenea des doods vervangen, en de talrijke aanwezigen, welke het wonder aanschouwden, dankten God, dat Hij het vertrouwen der ouders op Maria's voorspraak niet beschaamd had. Onder algemeene deelneming cn vreugde, werd
57
aan het kind 't H. Doopsel toegediead. Met-gebed der ouders was verhoord, het vertrouwen op Maria gesteld, was beloond. Tegen den avond echter, werd de algemeene vreugde eenigszins gestoord door het vernemen, dat liet kind ondanks alle aangewende pogingen, om het in het leven te behouden, gestorven was. Op de plaats zelve, waar hem het leven deslichaams en der ziel geschonken was. werd het, vóór het altaar van Maria, plechtig ter aarde besteld. Het was eene goede gedachte, om dit schitterend wonder door het penseel des kunstenaars op het doek te vereeuwigen. Die schilderij versierde langen tijd de kerk der Minderbroeders te Tongeren, om getuigenis af te leggen, hoe groot Maria's macht is, en hoeveel een onbeperkt vertrouwen op hare voorspraak vermag.
16. De «Sterre der zeequot; op Lichtenberg.
De talrijke genezingen, welke door Maria's voorspraak ten gunste der bewoners van Tongeren en omstreken waren verkregen, hadden ook daar de Sterre der zee als een kostbaar kleinood leeren hoogschatten en beminnen. Des te pijnlijker trof hen de tijdiugi dat weldra het zoo gevierde Beeld
58
nit huu midden zou weggevoerd worden. De tijdsomstandigheden hadden eene gunstigere wending genomen. Al kouden de Minderbroeders zeiven hun verlaten gebouwen niet meer betrekken, omdat het klooster iu hospitaal en de keik ia magazijn was herschapen ; toch meende men. zonder gevaar aan den wensch der Maas-trichtsche bevolking te kunnen voldoen, en de dierbare, lang betreurde Slrrre der zee. na ruim 34-jarige afwezigheid, in hun midden te kunnen terugbrengen.
Den 4 October 1675, zette zich, onder leiding der Minderbroeders van Lichteu-berg, door eene talrijke priesterschaar vergezeld, een onafzienbare stoet in beweging, om in plechtige processie het beeld van O. L. Vrouw van Maastricht, te Tou-geren af te halen. Straalde op aller gelaat tevredenheid eu blijdschap, dat der bewoners van Tongeren en omstreken toekende diepe droefheid. Dat juichen bij de eenen, dat treuren bij de anderen deed denken aan een gelijksoortig tooneel, dat lt;laar voor 13 eeuwen, het vertrek van den H. Servatius naar Maastricht, te aanschouwen gaf.
In de Minderbroederskerk te Tongeren, werd een afscheidsdienst gehouden en door den zegen met het H. Sacrament gesloten.
59
Van hier uit stolde zich de ontelbare schare, eerbiedig gestemd, in bewoging. Do geestelijkheid van Maastricht, talrijk bij de processie vertegenwoordigd, vorderde het als eene eer, om over den ganschen weg hel mirakuleuze Beeld te mogen dragen.
(ieween en gejammer steeg uit vele bedroefde harten op, toen de inwoners van Tongeren het beeld tot aan de poorten der stad vergezeld hadden,en velen van hen een laatst vaarwel aan de Stcrre der zee moesten toeroepen. Anderen, en hun getal was groot, achtten het zich tot plicht, het zoo betreurde beeld van O. L. Vrouw van Maastricht nog verder te begeleiden.
Eindelijk was voor de meesten het oogenblik van scheiden aangebroken. De helft van den weg, hadden zij in processie de Sier re der zee vergezeld. Voor het laatst wierpen zij zich op hunne knieën en zongen den schoenen lofzang : âWees gegroet koningin der hemelenquot;. De laatste woorden : «Vaarwel o allerschoonste ! quot; konden zij slechts met in tranen gesmoorde stem uitbrengen, en het bart vol weemoed, aanvaardden zij de droevige terugreis. Maar niet allen keerden terug ; nog waren er, die niet wilden, die niet konden scheiden, alvorens de Stcrre
GO
der zee de plaats van bestemming had bereikt.
Geheel andere gevoelens bezielden de harten der juichende Maastrichtenaren. Nauwelijks waren de laatste klanken van het afscheidslied uitgestorven, of vol geestdrift riepen zij hunne lang verbeide Sterre der zee het blijde welkom toe in den heerlijken lofzang: Salve Kegina (Wees gegroet Koningin). Opgeruimd vervolgden zij het verdere gedeelte van hun zegetocht en sloegen, toen zij niet ver van de stad meer verwijderd waren, den weg in naar Lichtenberg.
Eene talrijke menigte, welke niet aan de plechtige afhaling had kunnen deelnemen, liad in de nabijheid der stad. langs den weg, in dichte drommen post gevat, en wachtte met ongeduld den terugkeer der processie af. Nauwelijks kregen zij de aanminnige Sterre in het oog, of luide juichkreten stegen op uit hunne vreugdevolle harten. Duizenden van belangstellenden voegden zich hier bij den stoet en in volle triomf, onder algemeene deelneming, werd het beeld de kerk van Lichtenberg binnengevoerd. De tijden waren veranderd. De stem eens leeuweriks was niet meer noodig, maar openlijk durfde men weer lofgezangen doen weerschallen en dankgebeden opwaarts zenden.
Cl
Nu deu zegen met het H. Sacrament, werd de stoet ontbonden en spoedde iedereen zidi huiswaarts, om op tallooze vragen van belangstellende huisgenooten het antwoord te gaan geven. Ook de inwoners van Tongeren namen hier voor goed afscheid van het beeld, dat in een zóó korten tijd zóóveel harten had gewonnen.
Gedurende de weinige dagen, die het beeld te Lichtenberg verbleef, bewees de groote menigte, welke dagelijks den berg besteeg, dat de stad Maastricht met een heilig ongeduld den dag verbeidde, waarop zij hare Ster re der zee wederom binnen hare muren zou mogen huldigen. De groote toevloed logde sprekende getuigenis af, dat de lietde tot Maria,gedurende de afwezigheid van haar beeld, niet verflauwd was, dat de velen, die intusschen gestorven waren, waardig door nieuwe vereerders waren vervangen, die in godsvrucht met het voorgeslacht wilden wedijveren.
17. Terugkeer van de âSterre der zeequot; in Maastricht.
Slechts twee dagen bleef het mirakuleuze beeld op Lichtenberg, op de plaats, waar hou in droeviger tijden, verscholen in eene
02
onoogelijkc kist, eon schuilplaats gevonden had en aan do vervolging was ontsnapt. In-tusschon werden in de stad toebereidselen gemaakt, om den lang betreurden schat eene luisterrijke ontvangst te bereiden. Inderdaad aan de Starre der zee viel eene onthaal ten deel, hetwelk getuigt van den godsdienstigen geest, die onze vrome voorouders bezielde, eene geestdrift werd aan den dag gelegd, die hun tot eere strekt, en die ons verbaast en tevens beschaamt. Zelfs de spotternijen der protestanten, welke die eerbewijzingen aan het Mariabeeld bewezen, met afgodendienst bestempelden, en lasterden wat zij niet kenden, vermochten niet die geestdrift te doen verkoelen.
Voorafgegaan door eene eerewacht van vele ruiters, die tevens voor de processie den weg moesten banen door de toegestroomde menigte, werd het beeld door priesters gedragen. Omstuwd door duizenden van belangstellenden daalde het beeld langzaam de helling af in de richting van Maastricht. De magistraat der stad had het niet beneden zich geacht, zijne medeburgers in godsdienstzin vóór te gaan. Dat voorbeeld van de hoogere klassen miste zijn invloed niet, maar werkte gunstig op de gansche bevolking. Aan den voet
63
vau dou berg voud men de burgerij, met haar magistraat aan het hoofd, in grooten getale vertegenwoordigd. Met brandende toortsen wachten zij de Ster re der zee afquot;. Alles werkte mee, om deu luister van den feestelijken intocht te verhoogen en op de menigte een onvergetelijken indruk te maken.
Aan de St. Pieterspoort, hadden zich de kanunniken van S. Servaas en alle kloosterorden, ieder met hunne eigen banieren, opgesteld, om de dierbare Ster re te ontvangen en te verwelkomen. Onder het schallen van lofzangen, trok de stoet de straten door, waar overal eene onbeschrij-felijke geestdrift heerschte, en der Stem een hartelijk welkom toeklonk. Dat de vrome inwoners zich door dat uiterlijk eer-eerbetoon, al den spot van geloofshaters op den hals haalden, niets kon hen weerhouden, om openlijk aan hunne gevoelens van vreugde, van dankbaarheid jegens (lod lucht te geven. Hot beeld dier goede, hemelsche Moedor bracht hen in verrukking en herinnerde hen aan al die gunsten, welke de stad en hare inwoners aan Maiia te danken hadden.
64
18. De jjSterre der zeequot; in de St. Servatiuskerk.
Midden in de St. Servatiuskerk had men een verheven troon opgeslagen, waarop het genadebeeld voorloopig zou rusten. De stoet trok omniddelijk naar dien tempel, waar, uit een volle borst, uit een dankbaar gemoed, het altijd schoone nTe Deuinquot; weergalmde. Den geheelen dag bleef het ruime kerkgebouw met geloovigen vervuld, en gedurende de acht dagen, tijdens welke het genadebeeld daar rustte, zag Maria duizenden om Hare beeltenis nedeiknielen. Is het wonder, dat Maria, bij zoovele blijken van gehechtheid en vertrouwen, terstond, en op duidelijke wijze toonde, hoe welgevallig haar die eerbewijzingen waren? Vier wonderbare gebeurtenissen vinden wij uit die acht dagen opgeteekend. Een enkel ervan willen wij aanstippen.
Een kind van 17 maanden had van eene zware ziekte zulke lamheid behouden, dat het gaan hem onmogelijk was geworden. Ofschoon de bedroefde moeder vele genees-heeren had geraadpleegd, en tal van middelen had beproefd, niets had mogen baten. Ook de gebeden en goede werken, met dat doel verricht, waren tot dusverre niet met do gewenschte genezing beloond
65
geworden. De belofte, die de moeder gedaan had, om eeue bedevaart naar O. L. Vromv van Maastricht te doen, die toen nog te Tongeren rustte, had eenige verbetering aangebracht, welke hoop gaf. De verre afstand en andere hinderpalen hadden de moeder tot dusverre belet, hare belofte te volbrengen. Nauwelijks echter was het beeld in de St. Servatiuskerk, of zij haastte zich, hare verplichting te vervullen. En ziet, de langgevraagde gunst wordt haar geschonken, haar zoon is volkomen genezen, en de krukken, voortaan onuoodig, worden dankbaar bij het beeld gebracht, om ook anderen moed en vertrouwen op de macht en goedheid van Maria in te spreken.
19. De «Sterre der zeequot; in de St. Jacobskerk.
Bij hun terugkeer in de stad, konden de Minderbroeders hun oud klooster en kerk niet meer betrekken, aangezien zij als magazijn en hospitaal in gebruik waren. Om in hunne eerste behoefte te voorzien, werd hun door het kapittel van St. Servaas, de kerk van St. Jacob, benevens eenige huizen achter deze kerk gelegen, bereidwillig in gebruik afgestaan. Op den achtsten
()6
dag na den luisterrijken intocht van liet genadebeeld in deze stad, werd het in plechtige processie uit de St. Servaaskerk naar zijne uieuwestandplaats, deSt. Jacobskerk, overgebracht. Deze kerk lag ongeveer op den hoek van de Breedestraat eu de straat, die er naar de St. Jacobsstraat genoemd wordt.
In deze St. Jacobskerk bleef het geua-ilebeeld tot 1678. Na den vrede van Nijmegen, in dat jaar gesloten, waarbij de StatenGeneraal in de rechteu van den Brabantschen medesouvereiu traden, begon een nieuw tijdperk van verdrukking eu miskenning van den katholieken godsdienst. Al dadelijk ging de parochiale kerk van St. Jan aau de protestanten over. Tengevolge van deze wederrechtelijke beslissing, moest weer de St. Jacobskerk als parochiale kerk dienst doen, zoodat de Minderbroeders de hun afgestane gebouwen moesten ontruimen.
20. De »Sterre der Zeequot; in de St. Pieterstraat.
Met moeite werd nu door de Minderbroeders verkregen, dat zij een klein gedeelte van hun vroeger klooster op de St. Pieterstraat konden betrekken. Zoo goed moge-
07
lijk werd het ziekenhuis tot kapel ingericht, terwijl de overige, zeer beperkte ruimte in cellen en andere uoodige vertrekken werd ingedeeld.
De groote toeloop, die het mirakuleus beeld in de St. Jacobskerk ten deel was gevallen, volgde het in de noodkapel, waarin het voormalige ziekenhuis van het klooster iu de St. Pieterstraat was herschapen. Al meer en meer werd hierdoor de dringende behoefte! gevoeld aan grootere ruimte, daar de kleine noodkapel aan de godsvrucht der vele Mariavereerders niet kon voldoen. Verscheidene wonderbare gebeurtenissen, welke wij uit dien tijd vinden opgeteekend, bewijzen ons, dat ondanks deze hindernissen, de godsvrucht niet verflauwde en dat ook Maria voortging hare weldaden te verspreiden. Een nieuw altaar voor het mirakuleus beeld in het jaar 1G84 geschonken, strekt ons, ouder vele anderen, hiervan tot bewijs. Dit geschenk werd gegeven als blijk van dankbaarheid voor eene wonderbare redding, welke tijdens oen storm op zee, door aanroeping van O. L. Vrouw van Maastricht was verkregen.
68
21. De jjSterre der Zeequot; op den Minderbroedersberg.
Do hoop, om het wederrechtelijk ontnomen klooster en kerk nog ooit terug te krijgen, had men met reden laten varen. Toch was de toestand in de St. Pieterstraat op den duur niet houdbaar. Hoe pijnlijk hot was, zich ontroofd te zien van zijn rechtmatigeu eigendom, toch was er geen ander middel overig, dan zich van de noodige toestemming voor het bouwen van een nieuw klooster te voorzien. Als plaats daarvoor werd uitgekozen do voormalige Schuttershof, in do nabijheid dei Tonger-sche poort, sedert dien tijd de Minderbroedersberg geheeten.
Den 22 October 1699 was een gedeelte der nieuwe kerk reeds in zooverre gereed, dat men er de H. Mis kon opdragen. Het mirakuleuze beeld echter, werd eerst op den 30 December 1700, iu plechtigen optocht derwaarts overgebracht en in het nieuwe koor dei kerk geplaatst. Tien dagen later, don 9 Januari, word voor het eeist de Sterre der zee, door eeno groote menigte vergezeld, onder lofzangen en gebod, in luisterrijke processie door den kloostertuin rondgedragen. Deze plechtigheid werd opgeluisterd door do medewerking van het
G!)
koor van O. L. Vrouwekerk, dat bij die gelegenheid, zijn reeds gevestigden roem op liet gebied der edele toonkunst, door zijne heerlijke toonen en welluidende akkoorden, schitterend handhaafde.
Op Paaschmaandag, den 28 Maart 170]. werd eene plechtige Hoogmis door den Deken van St. Servaas, met assistentie van zijn kapittel,gezongen. Daarna trok de van oudsher beroemde piocessie voor den eersten keer van deze plaats uit. De Deken droeg het Allerheiligste; terwijl de Sterre der zee, van de leden der O. L. Vrouwebroederschap voorafgegaan, door vier priesters werd gedragen.
Het was een ware vreugdedag voor de bevolking dezer stad, weer het dierbare beeld, oudergewoonte, te mogen volgen : een sinds jaren onderbroken plechtigheid opnieuw te zien voortzetten.
In 1708 was de kerk geheel voltooid en koude toenmalige bisschop van Roermond, met toestemming van den prins-bisschop van Luik, op den 6dâ¢â en 7lt;l0 Augustus, de plechtige wijdiug van kerk en altaren verrichten.
Een tijdlang had het genadebeeld op het koor der nieuwe kerk zijne voorloopige plaats gehad ; ook de portiuncula-kapel naderhand ingenomen, was geene blijvende rust-
70
plaats. Eerst na dc kerkwijding, werd aan het genadebeeld de kapel van ().L. Vrouw, als raste standplaats aangewezen. Het werd geplaatst op hetzelfde altaar, dat uit de noodkapel op de St. Pieterstraat was overgebracht en eenigszins, in overeenstemming met de nieuwe kerk, bad moeten verhoogd worden. Op dit altaar bleef het beeld, totdat deze rustplaats door ouderdom verder ongeschikt werd, langer den kostbaren schat te dragen.
In het jaar 1751, werd gedurende acht dagen, waarop in de Minderbroederskerk alleen, 7000 H. Communiën werden uitgereikt, met groote plechtigheid het 50-jarig jubilé van de broederschap van O. li. Vrouw gevierd. Deze feestviering heeft wellicht de leden dier ijverige broederschap op de gedachte gebracht, dat de herinnering aan dien heugelijken dag niet beter kon levendig worden gehouden, dan door het schenken van een niemv altaar, als waardiger rustplaats voor de zoo vereerde Sterre der zee.
In 1754 althans, wei d vanwege de broederschap, door de milddadigheid van godvruchtige personen geholpen, een nieuw altaar voor het genadebeeld geschonken.
71
22. De »Sterre der zeequot; tijdens de Fransche revolutie.
Niet lang mocht de Sterrc der zee op don MinrlerbropdeTsbeig mst genieten. De bloedige Fransche revolutie, die zoovele verwoestingen op allerlei gebied aanrichtte, maakte het klooster op den Minderbroe-dersberg tot gevangenis en de kerk, den eeuwigen Rechter ter eere gebouwd, tot tribunaal, waarin voortaan een wereldsch rechter zou zetelen. De Minderbroeders moestenhun klooster verlaten en zagen zich opnieuw voor den tweeden maal in deze stad, van hun wettige bezittingen beroofd.
Ieder begrijpt, welke gevaren het mira-kulenze beeld bedreigden in die tijden, waarin alles iu het werk gesteld werd, om lt;len godsdienst uit de zamenleving te doen verdwijnen en de herinneringen aan het godsdienstig verleden, uit het hart der menigte uit te wisschen. De liefde echter toonde zich ook hier vindingrijk; door doeltreffende voorzorgsmaatregelengelukte het, onze Sterre der zee achtereenvolgens in verscheidene huizen verscholen te houden voor vernieling te vrijwaren.
72
23. De jjSterre der Zeequot; in de St. Nicolaaskerk.
Langen tijd bleef de toekomst even duister. Tevergeefs had men reikhalzend uitgezien, of aan den gezichtseinder geen morgenschemering van vrede en rust zou opdagen. De vooruitzichten bleven echter van dien aard, dat de Minderbroeders de hoop opgaven, zich in de naaste toekomst aan de zorg voor het mirakuleus beeld te kunnen wijden. Zij besloten hunne dierbare Stcrre der zee aan de hoede van het parochiaal bestuur der St. Nicolaaskerk toe te vertrouwen. Den31 Maart 1804, werd hieraan gevolg gegeven. Er werd van beide zijden een akt geteekend, waarin de Miu-derbroedeis van hun eigendomsrecht op het beeld, ten gunste der St. Nicolaaskerk, afstand deden; onder voorwaarde echter, dat bij herstelling hunner orde in deze stad, hunne rechten op het beeld op nieuw zouden erkend worden. Toen later de orde van den H. Franciscus zich op nieuw in deze stad vestigde en de zaak ter beslissing aan de kerkelijke overheid werd voorgelegd, werd de Ster re der see aan de O. L. Vrouwekerk toegewezen, waar zij reeds .sedert zoovele jaren vereerd werd.
73
24. De »Sterre der zeequot; in de O. L. Vrouwekerk.
De voormalige parochiekerk van St. Nicolaas, die zich aan den noordkant van het O. L. Vrouweplein, van af de Wolfstraat tot aan de tegenwoordige pastorie uitstrekte, werd in 1837 afgebroken. Ten gevolge eener overeenkomst met de regeering, werd de aloude O. L. Vrouwekerk, die van af de Fransche revolutie tot dusverre als arsenaal voor de militaire troepen gediend had, aan hare vroegere bestemming, aan den R. K. ceredienst teruggegeven, en dient sedert dien tijd als parochiekerk. Deze gunstige beschikking was grooten-deels te danken aan de welwillendheid van koning Willem I, die zich door dezen weldaad de dankbaarheid van eene geheele bevolking en van het nageslacht heeft waardig gemaakt.
De opening en inzegening van de O. L. Vrouwekerk had plaats op den 10 en 11 October 1837, en dat met eene deelneming, met een luister, met een geestdrift, die alle beschrijving onmogelijk maken. Op den vooravond, 9 October, werd uit alle torens door plechtstatig klokkengelui, en het welluidend klokkenspel van S. Servaas het feest aangekondigd. Op den dag zei-
74
ven, vereenigden zich ia Sint Sorvaas de priesters der drie parochieön met den H. Eerw. Heer Commissaris-Generaal Van Baar aan 't hoofd,en trokken naar de S. Ni-colaaskerk; en van hier, met de geestelijkheid der feestvierende parochie, naar de O. L. Vrouwekerk. Namens den Vicaris-gei.eraal werd door den H. E. Heer Commissaris Van Baar de plechtige inzegening der kerk verricht. Onmiddellijk daarna werd, met assistentie der EE. HH. kapelaans Lebens en Nijst, door voornoemden Commissaris, omgeven van de geheele geestelijkheid der stad, de eerste H. Mis aan het hoogaltaar opgedragen. Tegen 11 ure, verzamelden zich in de St. Nicolaas, de priesters der stad, met de broederschappen van deze kerk, om met groo-ten luister het Allerheiligste en andere heilige zaken over te brengen naar de nieuw gewijde O. L. V. kerk. Deze processie leidde, onder wapperende vlaggen en smaakvolle versieringen, langs de'Wolf-straat. Achter 't Vleeschhnis, door de Minckeleersstraat,Honds- en Korte straat. De stoet werd geopend door de weeskinderen en daarna volgden de broederschappen der H. Drievuldigheid, van den H. Hubertus, van O. L. Vrouw, van den H. Joseph en van denH. Rochus.
75
Het aloude, vermaarde Beeld van do Ster re der zee, voorafgegaan door koralen, die de Litanie van Lorette zongen, werd stichtend gedragen door zes ongehuwde meesters van de broederschap van O. L. Vrouw, begeleid door vier priesters in ker kelijk gewaad.
Ruim veertig priesters vergezelden de processie en droegen de H. H. Vaten en relikwiën, onder het zingen van kerkelijke gezangen.
Des avonds toonde eene algemeene. schitterende illuminatie, hoe'eer alle parochianen van harte met de feestvreugde instemden.
()p den 11 October, werd door Pastoor Servaas de solemneele hoogmis, met begeleiding van groot orchest van 130 muziekanten, in zijne nieuwe parochiekerk opgedragen . Des namiddags werd een plechtig lof, weer met volle orchest gehouden, en ook deze tweede dag werd door een prachtige illuminatie gesloten.
De vereering der Sterre der Zee werd in de O. L. Vrouwekerk met ijver voortgezet; de parochianen achtten zich gelukkig, in hunne eigeue kerk dien schat te bezitten, die binnen de grenzen dier parochie zoo vele eeuwen gerust had, en met hunne voorouders zoolang lief en leed gedeeld had.
76
Getrouw aan het verleden, gaf telken Jare de godsvrucht tot de Sterre der zee de schitterendste bewijzen van levenskracht, gedurende de eeuwenoude Octaaf van Paaschmaandag en gedurende de Meimaand. Onvermoeide en kunstvaardige handen wisten door ongeëvenaarde versieringen, het zangkoor door zijne heerlijke en vermaarde uitvoeringen, de bevolking der stad als te dwingen, in die maand dagelijks de diensten in de O. L. Vrouwe-kerk bij te wonen. Onwillekeurig komen ons hier namen voor den geest, als van den E. H. kapelaan Zimmerman n, Me-juffr. Josephina Nyst en anderen. Dagelijks werden plechtige diensten voor verschillende familiën opgedragen ; de Meimaand telde zelfs niet genoeg dagen, om aan aller wenschen te kunnen voldoen ; zoodat men zich meermalen met één dienst voor verschillende familiën moest tevreden stellen.
Eene geheel eigenaardige oefening ter eere van de Sterre der zee iu gebruik, is de zoogenaamde bidweg. Deze bestaat hierin, dat men van af de O. L. Vrouwekerk, al biddende door de Kortestraat, Witmakerstraat, Kapoenstraat, Linkulenstraat, Bouillonstraat, Papenstraat, St. Jacob-straat en Breedestraat trekt en naar O. L.
77
Vrouwekerk terugkeert, om daar nog eeui-gen tijd te bidden, en dan huiswaarts te keeren of, om soms verscheidene malen achter elkander, dien weg al biddende af te leggen. Vooral in de Paaschweek is oud eu jong op de been, om tot in het late avonduur,door dezeoefeningMaria te eeren. De oorsprong van dit oude gebruik is moeilijk te achterhalen. Is het de weg, dien men bij de overbrenging van het mirakuleus beeld gevolgd heeft? Wij durven het niet beslissen. De meest verspreide overlevering daaromtrent, die nog voortleeft, schrijft den oorsprong toe aan een wonder. Het mirakuleuze beeld zou op een nacht dien weg gevolgd hebben en zoowel de straten als de zoom van den mantel, die het beeld versierde, zou des morgens de sporen van dien nachtelijken tocht vertoond hebben.
â¢lammer dat een paar gebeurtenissen den bloei der godsvrucht tot de Sferre der zee in haren voortgang moesten stuiten. \ an regeeringswege werd het verbod uitgevaardigd, om niet langer de zoo beroemde, eeuwenoude processie van Paaschmaandag te laten uittrekken. Het ophouden eener plechtigheid, zoo eerbiedwaardig door haren ouderdom, zoo dierbaar aan de bevolking, zoo gaarne bijgewoond door pel-
78
grims van heinde en verre, kon niet anders dan hinderlijk zijn aan den voortgang der godsvrucht tot 0. L. Vrouw van Maastricht.
Een tweede gebeurtenis, die de godsvrucht niet bevorderlijk bleek, was, gelijk wij boven reeds aanstipten, het verdwijnen van de rijke sieraden, waarin de bevolking, sinds onheugelijke tijden, gewoon was geweest de Sterrc der see te aanschouwen en te begroeten. Mocht ook al door passende polychromie, de kunstwaarde van het beeld beter tot haar recht gekomen zijn, bij het volk kon deze verandering geene genade vinden, eu wordt ook nu nog door velen betreurd.
Troostvol is het intusschen, dat des ondanks, de godsvrucht tot de Zeester nog diep in het hart van het volk geworteld blijft. Zelden zal men in het begin van den avond over het O. L. Vrouweplein gaan, of men ziet nog menschen Toor de geslotene kerkdeur neergeknield, om, na volbrachten bidweg, den afscheidsgroet aan Maria te brengen. En hangen tijdelijke rampen, besmettelijke ziekten den inwoners der stad boven het hoofd, dan ziet men biddende scharen elkander op den bidweg verdringen. Hoevele trouwe bezoekers der O.L. Vrouwekerk vindt men ook nu nog,
79
welke nooit deze kerk zullen verlaten, zonder eerst eenige oogenblikken voor het mirakuleuze beeld tehebben neergeknield.
Wij hebben indit verhaal gezien, hoe de Sterre der zee in vroegere eeuwen geëerd werd. Toonen wij ons waardige telgen van een Mariaminnend voorgeslacht. Het roemrijk verleden strekt ons tot waarborg, dat de vereering van ons genadebeeld, Maria welkom is. Tallooze wonderbare gebeurtenissen, welke bij het beeld van O. L. Vrouw van Maastricht plaats hadden, doch die kortheidshalve moesten onvermeld blijven, zeggen ons, dat om bewijzen te zoeken van Maria's macht en goedheid, wij waarlijk niet buiten onze stad behoeven te gaan. Hoezeer wij dien voortgang van den eeredienst van Maria in tal van bedevaartsplaatsen van harte toejuichen, waar blijft het, dat wij elders te vergeefs zóóvele, zóo schitterende blijken van hare moederlijke genegenheid zullen zoeken. Maria meet hare weldaden af naar onzen ijver in baren dienst; beoefenen wij dan,evenalsonze voorvaderen, de godsvrucht tot de Sterre der zee, en Maria zal toonen, dat zij ons even groote genegenheid toedraagt. Vereeren wij onze Zeester met het kinderlijk vertrouwen, dat zij vroeger bij de bevolking der stad genoot, levende getuigen zullen het U
80
verzekeren, dat O. L. Vrouw van Maastricht ook nu nog voortgaat zich den eere-titel van: n Patrones van Maastricht waardig te toonen.
Moge dan de kennismaking met de lotgevallen, die onze dierbare Sterre der Zee wedervoeren, den ijver tot den dienst van Maria in vele harten ontvlammen en het getal harer ijverige vereerders doen aangroeien. Moge deze herinaeringen uit het verleden, onze belangstelling opwekken in den ons toevertrouwden schat, ons vertrouwen vermeerderen, velen aansporen een^j te beproeven, hoe vermogend de voorspraak is van Maria, hoe moederlijk, hoe goed zij zich toont jegens allen, die tot haren troon naderen. Moge die Sterre door haren wel-dadigen gloed onze harten ontsteken in liefde tot Jesus en Maria, door haren helderen glans, op den oceaan des levens, te midden der stormen, ons steeds in de richting houden naar ons hemelsch vaderland.
De Kerk van 0. L. Vrouw.
De kerk van O. L. Vrouw is een der merkwaardigste mouumenteu der Nederlanden. Gedurende de Middeleeuwen, tot aan de Fransche omwenteling was zij eene kapittelkerk. In 1797 werd het kapittel opgeheven door de Fransche overweldigers en de kerk gesloten, om verder te dienen tot tuighuis voor het leger. Na veertigjarige ontwijding, werd zij in 1837 aan den katholieken eeredienst teruggegeven en tot Parochiekerk verheven.
Deze kerk is do oudste van Maastricht. In het begin der elfde eeuw werd zij bijna geheel herbouwd en in romaanschen stijl, zooals zij thans ook hersteld wordt, opgetrokken.
Ten tijde der Romeinen stond op dezelfde plaats een heidensche tempel. Ook rondom de kerk zijn overblijfsels van een aantal Romeinsche gebouwen en badplaatsen ontdekt.
Toen St.Servaas(f 384)Tongerenverliet, omdat hij zich daar onveilig achtte tegen de invallen der Germanen, vestigde hij zijn zetel in deze kerk, die de domkerk der Maastrichtsche Bisschoppen bleef, totdat
82
de H. Monulphus (570â600) op liet graf van St. Servaas, buiten de vroegere muren der stad, een prachtigen tempel bouwde, waarheen bij den zetel der Bisschoppen overbracht.
Nadat de Bisschopszetel door den H. Hu-bertus (722) te Luik was gevestigd, had in de kerk van O. L. Vrouw de plechtige inhuldiging plaats van eiken nieuwgekozeu 1 isschop van Luik. In deze kerk heeft de H. Bernardus den 2',en kruistocht gepredikt. De Stiftskerk van O. L. Vrouw werd bediend door een kapittel van 18 kan-nuuniken van den eersten rang en daarnaast sinds 1364, door 20 kannunniken van de H. Anna (1)
Het merkwaardigste gedeelte der kerk is het koor met de heerlijke absis, die door twee boven elkander geplaatste zuilenrijen is omsloten. Schooner kunstgewrocht op bouwkundig gebied is in ons land niet bekend. Het is een eenige parel uit het tijdperk der romaansche bouworde. De kapi-teelen der zuilen zijn rijk met allerlei beeldwerk versierd ; vooral de gekoppelde zuilen in het midden achter 't altaar, zijn onovertrefbaar rijk en sierlijk. De bouwmeester was zekere Heimo, wiens naam op een der kapiteelen staat uitgehouwen.
(lt;) Habels Hist, besclir. O. L. Vr. kurk lil. 7.
83
Onder het priesterkoor is een groote, merkwaardige krocht of ouderkerk, wier gewelven door 17 ronde zuiltjes gesteund worden. Zij is toegewijd aaudenH.Blasius.
Een tweede krocht bevindt zich onder den westertoren. Behalve St. Servaas, is er geen andere keik in Nederland, die twee krochten bezit.
De kerk is gebouwd in kruisvorm. Veertien pijlers, in twee rijen tusschen klokkentoren en Let halfrond der absis geplaatst, dragen de gewelven. De oorspronkelijk vlakke zoldering der oude ro-maansche kerken is later door gothieke kunstgewelven vervangen. De groote klokkentoren is tegelijk met de kerk gebouwd ; het bovengedeelte is van latere dagteeke-uiug. Deze toren, waartegen twee ronde, slanke traptorens zijn aangebouwd, diende in de vroege middeleeuwen niet enkel ter berging der klokken, maar tevens tot verdedigingssterkte in geval van oorlog of opstand. A andaar dat het monumentaal gevaarte 13 Meter breed en 9 Meter diep is. Twee andere, geheel steenen torens verhellen zich aan beide zijden der absis, of halfronde afsluiting van het koor.
In den loop der eeuwen had deze kerk veel te lijden van de verwoestende hand des tijds, meer nog van de vernielzucht
84
der menscheu, het meest echter van 011-kuudige herstellmgen of liever verknoeiingen. Sinds ettelijke jaren is het kerbestuur begonnen, onder leiding van den vermaarden bouwmeester Cuijpers, de kerk, die op verschillende punten bouwvallig dreigde te worden, geheel in den ouden romaanschen stijl te herstellen.
Onder de merkwaardigheden der O. L. Vrouw verdienen genoemd te worden, behalve het boven beschreven mirakuleus beeld : de doopvont, een meesterstuk van geelgieterskunst, het werk van den bekwamen kunstenaar Aert van Tricht. (1)
Een ander beeld uit het gothiek tijdperk, bevindt zich onder den toren en stelt de 11. Maagd voor, onderricht gevende aan haar Kind, dat bezig is zich te oefenen in de schrijfkunst. Anderen zien in deze voorstelling de pen, waarmede het goddelijk Kind in het boek des levens de namen op-teekent dergenen, die Zijne dierbare Moeder van haite vereeren. Deze voorstelling maakt het beeld bekend onder den naam van O. L. Vrouw met den inktkoker, omdat zij dit voorwerp in handen houdt.
Nog een merkwaardig gothiek beeld is dat van den H. Christophorus aan dlt;m ingang. De Christusdrager is voorgesteld, in reuzengestalte door eeu stroom waden-(I) Habets op. c, bl. 18 en volg.
85
de, terwijl hij het kind Jesus op zijne schouders draagt en met eene hand steunt op een zwaren knods.
Als beeldhouwwerk zijn nog merkwaardig: de kapiteelen der pijlers van het koor, waarvan wij reeds spraken; een steenen monument in romaanschen stijl, in den buitenmuur der absis geplaatst, voorstellende eene investituur, wellicht uit den tijd der karolingische koningen; enkele kapiteelfragmenten aan de buitenzijde der absis; de preekstoel die van 1721 dag-teekeut en door den deken van het kapittel. Willem Hendrik Loyensgeschonken werd.
Onder de schilderstukken, die deze kerk versieren, noemen wij een Christus aan het kruis, die aan Caspar de Craver wordt toegeschreven; eene H. Cecilia en eene H. Agnes door een der gebroeders Quell in geschilderd en een paar alttaarstukken van onbekende schilders.
Ten Noorden der kerk werd in de Kie eeuw een prachtige gothieke kloostergang aangebouwd,uit drie gaanderijen bestaande en die voor de kloostergangen van de S. Servaas te Maastricht en van den dom te Utrecht niet behoeft onder te doen.
In de traceeringeu der vensters ziet men het wapen van Luik naast dat des keizers.
86
Het Oostelijk portaal vau dezcu kloostergang, dat toegang leTorde tot de voormalige kapittelzaal, is geschraagd door pijlers, gelijk aan die, welke het paleis der bisschoppen van Luik versieren. De wanden dezer gangen prijken met de wapenborden der overleden kanunniken en vorstbisschoppen van Luik, terwijl de vloer is bedekt door rijk gebeeldhouwde grafmonumenten met blazoenen eu inschriften.
H. BELIKWIEK- amp; KUNSTSCHAT
VAN
O. L. Vrouwekerk,
TE
MAASTRICHT.
1. Een borstbeeld bevattende aanzienlijke gebeenten van den H. fiorvatiiiv eersten Bisschop van Maastricht, i âeum borstbeeld met relikwiëu vau
ïa° squot;-ch!,#quot;U,,,hquot;»' Bisscl'0P
3. Een soortgelijk borstbeeld met reli-kwieu van den H. Oontlulphus, Bisschop van Maastricht.
i ^ m611 ^ors^Mld met reiikwien van lt;len if. UultertiiK laatsteu Bisschop van Maastricht.
5. Een koor- of levietenkleed van Ooster-schen byssus van den H. L.amber-
11 ' C 0P eu Martelaar. Een allerzeldzaamst en kostbaar weefsel uit de f quot;eeuw, bewaard in een eikenhouten relikwieschrijn met glazen afsluiting.
o. Eene zilveren monstrans met reli-wieii van den U. Iftnatlus Loyola
88
7. Een zilveren monsiraus\ormige rcli-kwiënhouder van den H. I'Vunci*»-cus Xayerlus.
8. Een verguld koperen Relikwiënkas in den vorm eener kerk met toren, bevattende zilveren relikwiënhonders met overblijfsels van den II. Frandsciis IIoPs;ia,den||. Aloysitisfion», van den II. Prancisciis llesis. II ütanUlaM Kostka in den toren een flcschje met middeleeuwsch beslag, inhoudend relikwiën van de H. Petronilla, Maagd.
0. In eene gothieke zilveren monstrans van de XIV'1' eeuw: eene Reliek van den H. RochllM. Op den zeshoekigen spits uitloopenden voet staat het opschrift: Deze Reliquiair behoert. aen die Brocderscap van S. Hochns. S. Roche. Patrone Pestis, ora pi'o no.
10. In eene moderne vmnstrans : van de Stola van den ||. HiibcrtuS-
11. Een allerschoonst koper venjutd rnonstransjc, waarin een kristallen cylinder, bevattende een vingerlid van dm H. Nicolaus, Bisschop'.
12. In eene moderne monstrans: een tand en vingerlid van den II.
lailS, Bisschop.
13. Ineen zeskautig, aan de eene zijde
89
vernauwd bergkristal (oorspronkelijk con kostbaar drinkglas), ecne fiool mot olit uit het graf van den H. I%ikolaaM â Dit bergkristal rust in cone soort van verguld koperen ark uit de XindP eeuw, steunonde op leeuwenklauwen, die zich verder tot vier, met leliën en kanteclcn rijk versierde torentjes, ontwikkelen. De nok wordt gedekt door een verheven vorst-kam van loofwerk. Tegen de gevclwandon leunen de HH. Petrus en Paulils.
14. In eene sierlijk bewerkte gothioke monstrans: van den'II. Puil» PiliS.
15. In eene sierlijk bewerkte gothioke monstrans: van de HH. AthatlH-sius, 1 mhi'omius en Cypria-
â III s-
Ki. Een allerschoonst met beeldwerk eu torentjes versierd monstransje, inhoudende Relikwiën van den ||- Fraiiciseus van Assisi en van den H. Anli»-niiiü» a â 'ailiia
17â20. Zeven zeldzame m\ddele»nw-sche Relikioiën-heurzen, verschillende van vorm. stof en bewerking, met onderscheidene HH. Relieken.
Merkwaardig zijn vooral die, waarop het Regina Ca:li geborduurd is, van de XVd,⢠eeuw, en twee veel oudere, waarop velschillende dieren prijken.
90
/ij bevatten :
a. van de H-Anna, Moeder der H. Maagd Maria.
It. van den H. Dionysiiis, Bisschop en Mart., van den H. Aii^nmli-niiw. Bisschop en Kerkleeraar, van den H. lledardns en van de H. Dorothea, Maagd en Martelares.
r. van het II. Knifc O II J. Cli.. van den 11. taresorius den Ciiroote.
li. van den H. Liaiirentiiiü,Mart., van den H- 1 ineentiiiüt. Mart., van den 11. Sixtll», Paus en Mart., van de H. llai'tfarelha, Maagd en Mart.
e. HH. Relieken uit de Graftombe van een voormalig Hoog-Altaar.
/'. Verschillende HH. Relieken, weleer hij bet toonen der HH. Schatten, uit onderscheidene Beurzen door het kapittel bij elkaar gebracht.
(J. van de H. Ursula, Maagd en Mart., van de ü. Affiles, Maagd en Mart. en van de H. Scholastiea. Maagd.
21. Een zilveren allaar-pyratnide inhoudende vau de doornenkroon O H J Ch
22. In eene andere gelijksoortige zilveren pyramids, van het hooi, waarop het
91
Kindje Jesus m de kriblle werd ueer-gelegd.
23. In eeno kleiuere zilveren altaar-pijramide : van het liooi'illiaar der H. II a ami lluria
24. In eene soortgelijke pyrainide: van den Sluier der f|. lluuüd Maria .
25. In een modern verguld monstransje up zilveren voet: van de H- Itarbara, Maagd en Martelares,
2G. Een gepolychromeerd Itouteu beeld der H. Harliara, die op hare hand draagt : een prachtigen zilveren toren van de XVde eeuw, waarin vati het kakebeen en van het hoofd der H. Harliara
27. Van de gebeenten der H. Cte-ciliu in eene koperen menstrans.
28. Ineengothiek verguld koperen uion-strans een voornaam schedeldeel van de II. NLatharina, Maagd en Mart.
29. Een hoofdschedel van eene der (je-zeüinnen van de H. Ursula op Keul-scl quot; quot; '
92
waarin een zilveren beeldje, dragende vau /wt hoofd haar der |I. lilaria llatf-dalena, waarmede zij 's Heeren voeten afdroogde.
32. Vau dc (jcheenlen der II ülaria llasdalona m eene verguld zilveren monstrans. Deze pracht-reliquaire, die vrij GDgeschonden bewaard bleef, werd iu het begin der XV,lc eeuw, waarschijnlijk door een lid van het destijds hier ter stede bloeiende goudsmedeagilde, vervaardigd. Boven een eenvoudigea voet, in den vorm van een ovalen zespas, overgaande in een zeshoekigen standaard met schoonen knop, bouwt zich de monstrans in den vorm eoner slanke drievoudige pyrarnied op. Tegen de drie schoorpijlers, welke den kristallen Relikwiëncylinder omsluiten, bevinden zich negen, meesterlijk beweikte beeldjes : do HH. Joannes de Dooper met lam, l'aulns Apostel, met zwaard en boek, .loannes Apostel, met kelk, Lanrentius, met palmtak en rooster, Barbara, met palm en toren, Petrus Apostel, met sleutel, Catharina, met zwaard in de rechter, bet gebroken rad ter zijde, en twee anderen, wier zinnebeelden moeielijk te herkennen zijn. Boven den Relikwiëncylinder dragen drie pijlers een Baldakijn, uitloopend in een zeshoekig, torenvormig
93
lt;lak. Ouder het baldakijn ; het beeld der H. Moedermaagd. Tal van draken reiken in den vorm van waterspuwers buiten de schoorpijlers uit, terwijl de boven- en benedenrand des cylinders met kunstig loofwerk versierd zijn.
33. Een rijk bewerkt borstkruis van de XV'1' eeuw van zilver verguld, van weerszijde van een Christusbeeld voorzien.
34. Een oosters h elpenbeenen Heli-kioiënkoffertje in den vorm eener graftombe, met cirkelvormige versieringen, bevattende verschillende HH. llelieken.
35. Een rijk modern lielikwiënkoffertje van elpenbeen, waarop eene jacht is afge-beelJ, bevattende verschillende HH. Relieken.
3G. Een oosterseh schilderstuk op hout. voorstellende de Allerh. Maagd Maria met het kindje .lezus. geheeten van I4H-â¢â¢*»». Op de zilveren zijvleugels van de XV'1quot; eeuw zijn de HH. Petrus en Paulus gegraveerd.
37. Een ivoren Helikwiënhoorn met zilveren beslagwerk van de XYldc eeuw, bevattende Relieken van den ||. Xi'iin «liiillus. Martelaar.
38. Een verguld koperen relikwiën-kast in den vorm eener met toren gekroonde nrk inhoudende een annbeen van den
waarin eon zilveren beeldje, dragende van /iet hoofdl'.ii'ir der ||. llariit IIit^ «lalena. waarmede zij 's Heeren voeten afdroogde.
o'2. \'iin dc neheenlen der Wt llni'iti llatfdnlcita in eene verguld zilveren monstrans. Doze pracht-reliquaire, die vrij ongeschonden bewaard bleef, werd in her begin der XV'iceemv, waarschijnlijk door een lid van het destijds hier ter stede bloeiende goudsmeden gilde, vervaardigd. J5ovea een eonvoudigeu voet, in den vorm van een ovalen zespas, overgaande in een zeshoekigen standaard met schoonen knop. bouwt zich de monstrans in den vorm eener slanke drievoudige pyramied op. Tegen de drie schoorpijlers, welke den kristallen Relikwiencylinder omsluiten, bevinden zich negen, meesterlijk bewerkte beeldjes : do IIH. Joannes de Dooper met lam, 1'aulus Apostel, met zwaard en boek, â¢loaimos Apostel, met kelk, Laurentius, met palmtak on rooster, Barbara, met palm en toren, Petrus Apostel, mot sleutel, Catharina, met zwaard in de rechter, het gebroken rad ter zijde, en twee andereu, wier zinnebeelden moeiolijk te herkennen zijn. Boven den Helikwiëncylin-der dragen drie pijlers een Baldakijn, uitloopend in een zeshoekig, toreuvormig
93
Ouder liet baldakijn: het beeld der H. Moedermaagd. Tal van draken reiken in den vorm van waterspuwers buiten de schoorpijlers uit, terwijl de boven- eu benedenrand des cylinders met kunstig loofwerk versierd zijn.
ö3. Een rijk bewerkt borsllcniis van de XN'1' eeuw van zilver verguld, van weerszijde van een Christusbeeld voorzien.
o4. Een oosters/1 elpenbeenen Itrli-kwienko/fcrlje in den vorm eener graftombe, met cirkelvormige versieringen, bevattende verschillende HH. lielieken,
85. Een rijk modern Helikivienku/ferlje van elpenbeen, waarop eeue jacht is alge-beeld, bevattende verschillende HH. Relieken.
3(1. Een oosleisch schilderslnk op hout. voorstellende de Allerh. Maagd Maria met het kindje .lezus. geheeten van IjII-«â¢ms. Op de zilveren zijvleugels van de XV'1quot; eeuw zijn de HH. Petrus eu Paulus gegraveerd.
37. Een ivoren Helikiriënhoorn met zilveren beslagwerk van de XV]'1quot; eeuw, bevattende Relieken van den ||. Ti'iin «lllilliijli, Martelaar.
38. Een verguld koperen relikwieu-kast in den vorm eener mei toren gekroonde 'irk inhoudende een iinnbeen van deu
!M
II. Pel rus .%lcxaiiflriiiiis, Bisschop en Martelaar.
3!). Een oostersch /{elikwienhoorn niet Tergukl beslag, die voor een der schoonste van Europa gehouden wordt, inhoudende Relieken van den H. Trttiuiiiillusi, Martelaar. De breede zijde is met fantastische beelden en koppen versierd, die den hoorn naar de XIl'1' eeuw verwijzen.
40. In sierlijk bewerkte gothieke inou-stransen : van de IIII. Uonatiis en l^aiireatiiisi, Mart.
41. Een verguld houten arm bevattende een aanzienlijk been van den H. Traiuiiiilius, Mart., uit de Kata-koraben van den H. Callixtus.
42. In een sierlijk zilver verguld mon-stransje: van den IÃ. Reparatus.
43. In een zilveren monstrans : van den H Jolianncs Hepoiiiucenus, Martelaar.
44. Een reusachtig houten Reiikwiën-hoorn met middeleeuwsche vei sieringen, inlioudende Relieken van een Martelaar van het Thebaansch legioen.
45. Een hoogstzeldzaam en allerkostbaarst doosje, van beide zijden, maar op verschillende wijze, voorstellende O. L. Vr. Boodschap, en bevattende Wierook van de HH. Driekuniogen- Het is een
95
kunststuk van oostersclicn oorsprong waarschijnlijk uit de Xl^ eeuw. De voorzijde is in afgescheiden brandschilderwerk {email cloisonne), van welke lastige bewerking slechts een twaalftal voorwerpen bekend zijn; de achterzijde is van zilver ^eiguld. \\ ellicht is dit kostbaar kleinood, u lnnem'nb van Konstantinopel in 1-1)4, herwaarts overgevoerd en mede een geschenk van keizer Filips II.
-tG. In eene zilveren monstrans uit do eerste helft dcrXVIIIc eeuw: van den man-
ÆÂ« van den H. .lozef, Voedstervader u. H. j. Ch.
zilveren monstrans met nugiaanwerk versierd, waarin gebeenten van de H. Annn en van het kleed van den H Jozef.
n 48. Onder de relikwien, welke in de â¢ui rou^'ekerk bewaard worden, neemt in belangrijkheid eene eerste plaats in ⢠eengordel van de H.IHaagfl lluria. len allen tijde heeft men dit kostbaar kleinood in hooge eere gehouden. Reeds in 128G werd besloten, dat deze relikwie nooit mocht vertoond worden, dan met toestemming van het kapittel, wien tevens uitsluitend de sleutel was toevertrouwd van hot kastje, waarin zij bewaard werd. De tooning moest steeds door een priestci' in
96
kerkelijk gewaad, geschieden eu vóór dat hij dien dag eenige spijs of drank had genoten.
De relikwiehouder van verguld zilver heeft een gehee) eigenaardigen en zelden voorkomenden vorm en bezit hooge kunstwaarde. Ilij heeft den vorm eener ark, op wier achterzijde steenen zijn gegraveerd, waardoor hij het uiterlijke van eenen ge-metselden muur verkrijgt. Aan ieder der beide uiteinden heeft men contreforten met torentjes, waartusschen aan de eene zijde het beeld der H. Maagd, aan de andere dat der U. Lucia prijkt. De bovenrand is met rijk bewerkte kanteelen en sierlijken vorstkam versierd. Van de voorzijde is achter kristal de kostbare gordel zichtbaar.
De relikwiehouder schijnt, te oordeelen naar den vorstkam en kanteelen, uit de laatste helft der löc eeuw te dagteekenen ; de beide beeldjes echter zijn van de school der Maastrichtsche goudsmedengilde en moeten uit de 14'' eeuw zijn.
Het geheel is ingesloten door een verguld koperen ark met kristallen wanden, waardoor en de relikwie en den houder vau alle zijden zichtbaar zijn.
49. Een verguld koperen monstrans in den vorm der XI\ de eeuw, waarin: van de
97
HH. Apostelen ; I*«^tru8. I*aiiliis, Thomas eu Aiiflrcas.
50. In ecue soortgelijke: van de HH. Apostelen : Jacohiis, Phliippus en iSlathias. mede van de HH. ,%h-susiimis, (liresoritis. ISemi-ffiiifi. I%ieolaiis en f 'yprianiis.
51. Een aanzienlijk gedeelte van den Hoofdschedel van den ||. Kar(liollt;»-ma'lis Ap., Patroon van liet voormalig Looiersgild. omgeven van een ovaalvor-migen straalkrans en gedragen aan de spits van eenen Looierspriem, dien de Heilige over zijn linker schouder opsteekt. Dit houten borstbeeld vervangt een ander zilveren, dat de kanunniken moesten te gelde maken om, gedurende de fransche Revolutie, de hun opgelegde brandschatting te betalen. Het is waarschijnlijk, dat keizer l' ilips II, die ook den Dom van Frankfort met eene Relikwie van den H. Bartholo-ma'us begiftigde, en die hier de groote Kruisreliek schonk, eveneens de schenker van dezen H. Schat was.
52. In eene sierlijke gothieke iiwnslrans: van de HH. Apostelen l*o(i'iis. I'aii-liis^ Joannes en .lalt;*oImim
53. In eene sierlijke gothieke monstrans van verguld koper met kristallen cylinder : oen vrij aanzienlijk gedeelte der kolom.
98
waaraan de /aligmaker werd jjojfee-seld.
04. Een engel dragende in een kristallen cilinder met zilveren beslag van de X^ II'quot; eeuw: een Ooorn van «Ie kroon,
waarmede ü. H. J. Ch. aan liet kruis bing.
55. Een cnr/d dragende in een kristallen cilinder met zilveren beslag van de X\ II'1'' o(;uw : van de s|M»iis, waarmede 0. H.J. ( h. aan het kruis gelaafd werd.
50. Eene vrij aanzienlijke Hdick van het II. l4.i*iii!gt;i O- II- Cl»- iquot; 6011 zilveren verguld kruis, geplaatst onder eeneu zeshoekigen Itomeinschen koepel, versierd met het pauselijk wapen, turkooizen en lazuursteen. De greep is verrijkt met de zinnebeelden der vier Evangelisten in allerkeurigst mozaïkwerk. Hot geheel is een waardvol geschenk van H. 1'iusIX, uit erkentelijkheid voor een anderen kunstrijken Eelikwiënhouder van het H. Kruis, weleer in het bezit van het kollegiaal Kapittel dezer kerk, waarmede liet in 1204, door keizer Eilips II werd vereerd, en in 1837, door den laatstlevenden kanunnik, met het borstkruis van keizer Konstantijn den Groote, naar Rome opgezonden.
57. Eene ReHek van bet II. I4.riiis O II J Ch in een schoon modem zilveren Kruis met vergulde stralen en op
99
â¢Ie hoeken met uitspringende gothieke leliën versierd.
58. Eene Hcliel: van bet ||. Itriii* â¬gt; II .1 l h in een gothieke koperen Monstrans.
59. Eene Jiehek van het ||. kruis en van de doornoii kroon O- II
.1 Ch., in een verguld koperen Monstrans in den kunstvorm der XIV0 eeuw.
GO. Een houten ann metgothiek lieslag bevattendeRelikwiënvan den ll.Xran-
61. Een oostersch elpenbeeuen reii-Inciënko/fertje, bevattende: eene relikwie van den ||. 11 illibrordiiM.
(gt;2. Een Agnus dei van de X Vdquot; of XVI'1» eeuw met opschrift op Parkement in gothieke letters : Afjne Dei (/m lot! Is peer at a tnundi miserere nobis. Op de keerzijde Christus, die zijn kruis draagt.
G3. Een zilveren cirkelvormig Ileiliq-dornsdoosje van de XV'10 eeuw, zonder deksel, waarin een Acinus Dei. Op den achterkant liet Hoofd des Heeren naar den 1 'oek van Veronica, met het opschrift : Salve facies nostri Redemptoris.
(14. In een zilveren Hio/islt;/Y(/i5uitde eerste hellt der X\ lil1'quot; eeuw een afbeeldsel ran den Irouwring der Allerh. Uang«l Uur ia, dat den oorsprouke-
100
lijken heeft, aangeraakt, en van den 11. TramiiiilliiS' , .
flö. Een hooldsrheclcl. met een dnepun-tig moordtuig doorstoken in rood fluweel, van eoncn onbekenden martelaar .
G6. Een ivoren cylindervormig doosje, bevattende verschillende Relikwiën.
(iT. Eeu dito doosje met Relikwién van verschillende Heiligen.
68. Een moderne verzilverde mnnslrnro bevattende verschillende relikwiën.
TOEPASSELIJKE GEBEDEN.
Groet aan jjde Sterre der zee.quot;
Vol godsvrucht eu eerbied groet, ik u, heilige beeltenis mijner Moeder en Koningin, schitterende Sterre der zee, geschenk iler Goddelijke Voorzienigheid, voorwerp van Gods welbehagen, vreugde en troost der geloovige Christenen! Duizende knieën hebben zich eerbiedig voor u gebogen; duizende oogen met vertrouwen naar u opgezien; duizende handen, hulpe zoekend, zich tot u verheven ; duizende harten voor u hunne vurige smeekgebeden uitgestort ; duizende bedroefden hebben voor u hulp en troost gevonden en met tranen van dankbaarheid afscheid van u genomen. Wel zijt gij slechts eene beeltenis, zonder geest eu leven; maar Degene, die gij voorstelt, is de Koningin des Hemels en der aarde, de Moeder des Heeren, en Deze heeft duidelijk getoond dat Zij behagen erin vindt, hier voor u en bij u als Sterre der zee vereerd en aangeroepen te.
102
worden, OIL Maagd, zie dan ook welwillend op mij neder, die hier voor l w lie-voorrecht hoeld lig neergeknield. Ik verheug mij in kinderlijke liet'de over al de eer, welke l', voor dit beeld, sinds eeuwen lie-wezeu werd en nog wordt; over al de ge-heden en gezangen, die hier tot U opwaarts stegen; over al de dankbetuigingen, die Gij luei ontvingt; over al de heilige voornemens, welke hier voor I w genadebeeld gevormd werden. Ik offer L op alle hulde, welke op deze heilige plaats U gebracht werd en gebracht zal worden, en bid l ; laat ze gelden voor den luf, waarmede ik II prijzen moest en ook gaarne zou willen, maar waartoe ik in mijne zwakheid niet in staat ben. Amen.
Geloofd, geprezen en gedankt zij nu en zonder einde liet allerheiligst en Goddelijk Sacrament. (Eenmaal daags een atl. van 100 d. Pius VII. 80 Juni 1S18).
Gebed tot de »Ster re der zeequot;.
O Maria, Sterre der zee! zie, hier lig ik neergeknield voor Uwen genadetroon, waar reeds ontelbare menschen de grootste gunsten van God door U hebben ontvangen, waar Gij voor de bedroefden troost.
103
voor de noodlijdenden hulp, voorde klein-moedigen kracht en sterkte, voor de zieken genezing en voor do zondaren vergiffenis afsmeekt. O. allerzaligste Maagd ! kon ik U toch lief hebben met die liefde, welke allen, die hier ooit voor ü verschenen. Jegens U gehad hebben! Ach, haddeik die godsvrucht, van welke zoovelen, die hier tot L reeds naderden, doordrongen waren; hoe zou ik Uwen Goddelijken Zoon loven, eoren en verheerlijken! O kon ik dag en nacht voor Uw genadebeeld verblijven. dag en nacht mijne handen tot Uwen Goddelijken Zoon en tot U verheffen en overvloedige tranen van berouw over mijne zonden storten I Al is mij dit niet mogelijk, toch heb ik een grool vertrouwen op U, o Sterre der zee ! gesteld. De wonderen, die hier voor Uw genadebeeld geschiedden, doen mij hopen, dat ook ik door Uwe barmhartige voorbede van al mijne nooden, rampen en kwellingen naar lichaam en ziel bevrijd zal worden. Laat derhalve. Moeder van barmhartigheid! mijn groot vertrouwen, mijne vaste hoop niet beschamen. Herinner U, o goeder-tierene Maagd! dat men nog nooit gehoord heeft, dat iemand, wanneer hij met een vast vertrouwen tot U zijn toevlucht nam, van U verlaten is geworden ! Wil dan op
104
deze heilige plaats ook mij hulp in mijnen nood, troost in mijn lijden, doorL we alvermogende voorspraak verwerven. Amen.
Aflaat gebed tot het H. Hart van Jesus.
Zie, o mijn liefderijke Jesus, tot welk eene overmaat van liefde (jij gekomeiv zijt! Gij hebt met Uw Vleesch en Uw kostbaar IHoed eene Goddelijke Tafel voor mij bereid, om U geheel aan mij te schenken Wie heeft U tot zulk eene overmaat van liefde aangedreven ? Voorzeker niemand anders, dan Uw liefderijk Hart. O aanbiddelijk Hart van mijnen Jesus , gloeioven der Goddelijke Liefde, neem mrjne ziel in Uwe geheiligde wonde op. opdat ik in deze school der liefde moge leeren. Hem, mijnen God, wederliefde te schenken, die mij zoo onuitsprekelijke bewijzen zijner liefde heeft gegeven. Amen. (100* d. afl. Pius VI 7 Nov. 1787 en Pius VII 9 Feb. 1818.)
Smeekgebed voor het mirakuleuze beeld.
Tot U, o Sterre der zee ! neem ik mijne toevlucht. Hier voor Uwe beeltenis, waar
105
zoovelen troost en hulp hebben gevonden, zie ik met de oogen des geloofs naar U op. () goede Moeder, met het vertrouwen eens kinds bid ik ('.toon nu vooral dat Gij mijne Moeder zijt, breng mijne verzuchtingen tot voor den genadetroon van Uwen (iod-delijken Zoon, ondersteim mijne gebeden en verlangens. O, bid ook zelf voor mij ellendig menscb, want mijn gebed is te gebrekkig, dan dat ik bij Gotls troon verhooring zou durven hopen. O kom mij te hulp iu mijnen nood en smeek van Uwen beminden Zoon. die IJ zeker niet één verzoek zal weigeren, deze genade . . . . , dezen weldaad . . . voor mij af.
O meêdoogende, o zoete, o goedertierene Maagd Maria ! heb toch medelijden met een armen zondaar en blijf voor mij bij den troon der Goddelijke Barmhartigheid aanhouden, breng ons hulp in dezen nood... â Op U heb ik mijne hoop gesteld, o Maria! Troosteres der bedroefden, Toevlucht aller bedrukte zielen ! Och, laat mijne hoop niet te schande worden ! O Moeder der schoone liefde ! Gij mijne Middelares, mijne Voorspreekster en Helpster! sla toch Uwe barmhartige oogen op mij, leen toch Uw medelijdend oor aan mijn zuchten en mijn smeeken, en sta mij welwillend bij in mijne bedruktheid, opdat ik
loi;
vau dit kwaad . . . bevrijd worde, ot ton minste verzachting en troost vinde.
Mocht liet echter den Al wij ze anders behagen, zou het niet tot Gods eer en tot mijn eigen heil strekken, dat ik van dit lijden bevrijd worde, o vraag dan voor mij. Moeder van barmhartigheid ! de genade van Uwen (Joddelijken Zoon, dat ik geduldig blijve en met lt;le volste onderwerping herhaïe ; Heer Uw wil geschiede ! Amen.
Gebed voor anderen.
I) Allerzaligste Maagd Maria ! Gij zijt de hulp der Christenheid, bid dan ook voor alle bedrukte Christenen op aarde ; bid voor allen, die Uwe hulp op eene bijzondere wijze noodig hebben, voornamelijk echter voor degenen, die op dit oogenblik in dood-strijd liggen, opdat zij een zaligen dood sterven, om zoo in de hemelsche vreugden met U, God eeuwig te kunnen loven en verheerlijken. Verder beveel ik in Uwe moederlijke goedheid aan, al degenen, die zich in mijne zwakke gebeden hebhen aanbevolen. Ook zij smeeken tot U ; sta hen daarom bij in hunne nooden en tracht voor hen te verkrijgen, wat zij noodig hebben. i) Moeder Gods ! bid voor ons zondaars â nu en in het uur van onzen dood Amen.
107
Het allerheiligste Hart van Jesus zij overal bemind. TTelkeus 100 d. atl. Pius IX 20 Oct. 18110).
Gebed in droefheid.
Liefderijke Moeder van Jesus, in mijn nood kom ik tot ü. Het kind gaat immers gaarne naar zijne moeder, zoodra het iets Te lijden heeft : haar klaagt het vertrouwelijk alles, wat op zijn hart drukt. Zoo neem ik nu mijne toevlucht tot U, o Moeder van alle bedrukten ! Ik roep en smeek tot U in mijnen grooten nood. in mijn kommervollen toestand. Zou ik dan de eerste ongelukkige zijn, dien Gij ongetroost van U zoudt laten heengaan V à neen, dat kan ik niet gelooven! Eu wanneer ik ook om mijne zouden niet verdien, door U verhoord te worden. Uw moederhart wordt tot medelijden bewogen bij het zien van eiken nood. Alleen het uitspreken van Uwen zoeten naam stort reeds vreugde en moed in het bedrukte hart ! Uwen troon, o Sterre der /ec ! ben ik genaderd, om mijnen nood aan Uwe moederlijke liefde aan te bevelen. in bet vaste vertrouwen, dat Gij mijne belangen zult behartigen. Zoudt Gij mij dan zonder redding, zonder troost kunnen laten ? Neen, nooit heeft men het immers
108
gehoord, iiat iemand U te vergeefs heeft aangeroepen. Welaan help mij dau ; red mij uit mijne ellende, sterk mij in mijn strijd; verhoor mijn vurig smeekeu, verlos mij van .... Wanneer het echter Gods H. Wil is en het vooi hot heil mijner ziel voordeeliger is. dat ik nog langer den drukkenden last van mijn kruis drage, verkrijg dan toch de genade voor mij, dat ik den bitteren lijdenskelk uit Gods hand gewillig aanneme en met Uwen (ioddelij-ken Zoon moge spreken ; «Vader, niet mijn wil geschiede, maar de l we !:' Ik weet immers zeer goed, dat de weg des kruises de weg naar den Hemel is. Maar hoe hevig verzet zich onze zinnelijke natuur tegen het lijden ! O Moeder bid dan voor mij, dat ik ook in de zwaarste beproevingen, den moed en het vertrouwen op God nimmer verlieze, maar volharde in het geduld en stil en kalm lijde, wat, en hoe, en zoolang God wil. Wanneer ik zoo, o Moeder van smarten ! naar Uw voorbeeld lijd, dan bereidt mij al mijn tegenspoed eene des te grooiere vreugde in den Hemel. O Maria, verwerf mij door Uwe machtige voorspraak een kinderlijk, een onwikbaar vertrouwen op God, dat elk lijden verzoet, dat vreugde in het hart stort te midden van smart eu droefheid, Amen,
100
O Maria ! die zonder smet iu de wereld zijt gekomen, verkrijg voor mij van God, dat ik haar zonder schuld moge verlaten 1 {100 d. atl. Pius IX 27 Maart 1863.)
Gebed tot Maria voor zieken en stervenden.
Barmhartige Maagd en Moeder Maria ! U noemt de H. Kerk het behoud der zieken en de hoop der stervenden en wekt ous daardoor op, iu al onzen nood tot U onze toevlucht te nemen, (ielijk eenmaal Maria Magdalena tot Uwen goddelijken Zoon. zoo mocht ook ik gaarne met even groot vertrouwen tot U zeggen ! «Ja, zie, o Maria ! . . . is zwaar ziekquot; ; groot zijn zijne smarten, groot'is zijn lijden : o kom hem te hulp, allergoedertierenste Moeder! en smeek voor hem. dat hij, gesterkt door Gods genade, zijn lijden geduldig drage, en, als het hem zalig is, de gezondheid terugbekome. Mocht echter Uw goddelijke Zoon hebben besloten, hem tot Zich te roepen, o machtige Helpster ! sta hem dan bij in zijnen laatsten strijd, troost hem, verjaag den bekoorder en help den zieke, dat hij met het volste vertrouwen, tevreden met Gods wil moge sterven, een genadig oordeel vinde en aan de eeuwige zaligheid deelachtig worde ! Amen.
110
Gebed van Pater Zucclii om de kuischheid te bewaren.
O mijne Meesteres ! o mijne Moeder! ik offer mij zeiven geheel en al aan L op, en om te toonen, dat ik U geheel wil toe-behooren, wijd ik U heden mijne oogen, mijne ooren. mijnen mond, mijn hart, mij zeiven, geheel en al toe. Wijl ik dus dequot; Uwe ben, o goede Moeder, zoo behoed en bescherm mij als Uw eigendom.
Aflaatgebed.
O maagdelijke Moeder, die nimmer met eenige schuld, noch eener dadelijke zonde, noch der erfzonde zijt bevlekt geweest, aan U beveel ik de reinheid mijns harten aan en vertrouw haar aan l toe. (100 d. afl. Pius IX 20 Nov. 1854.)
Gebed tot Maria van Ouders voor hunne kinderen.
O Maria, gelukzalige Moeder van het allerheiligste Kind! zie, met een bekommerd hart wend ik mij tot U, hiervoor Uw wonderbeeld, vol vertrouwen op de kracht Uwer voorbede en op l we groote barmhartigheid, en bid en smeek U, wil
Ill
voor mijne kinderen eeue goedertierene, getrouwe Moeder zijn en hen behoeden voor de vele gevaren, die hnnue ziel bedreigen. Ik weet, dat de Hemelsche Vader mij de kinderen alseen kostbaar goed heeft toevertrouwd ; ik weet dat hunne zielen voor den duren prijs van Jesus' bloed zijn vrijgekocht; ik weet, dat mij in het oordeel strenge rekenschap over hunne zielen zal gevraagd worden, en wil hen gaarne met den meest mogelijken ijver en met de grootste zorgvuldigheid voor God en den Hemel opvoeden; maarach, ik voel het, dat ik dit zonder hooger licht niet volbrengen kan. Daarom smeek ik U, lieve Moeder eu getrouwe Helpster van allen, die hulp noo-dig hebben, dat Gij, om de liefde, welke Gij aan Jesus, Uw Goddelijk Kind, hebt toegedragen, en om de smarten, welke Gij voor Hem hebt geleden, de noodige kracht en geschiktheid voor mij moogt afsmeeken, om de zielen mijner kinderen voor elke zonde te bewaren, hen eeue innige liefde tot God en tot U in te boezemen, en hen voor te bereiden tot een waarachtig christelijken en vromen levenswandel. Het is mijueenig en vurigst verlangen, dat geen enkel mijner kinderen den weg des verderfs betrede, dat veeleer allen den weg inslaan, dien üwGod-
112
(lelijkf Zoon heoft aangetoond, eu eeu-niaal daar mogen komen, waar Jesus, Uw Zoon is. eu waar Gij zijt,verhevene Moeder! in de woning des Hemelschen Vaders. Amen.
Allerzoetst Hart van Jesus, wees mijne liefde ! (300 d. aH. Pius IX, 13 Mei 1875.)
Gebed tot Maria, van een kind voor zijne ouders.
O Liefderijkste Moeder Maria ! L is het onuitsprekelijk geluk ten deel geworden. dat het heiligste Kind, dat ooit op aarde heeft geleetd, dat de Zoon Gods zelf U Moeder noemde en U gewillig gehoorzaamde ; ook ik, Uw arm, hulpeloos kind, moclit gaarne mijnen ouders al de weldaden, die zij mij bewezen, al de zorgen, welke zij aan mij hesteed hebben, vergelden en hun toonen, hoezeer ik hen eer en bemin ; maar mij is het niet mogelijk. Daarom bid ik U, liefdevolle Moeder! wil U de belangen mijner ouders aantrekken en Uwen GoddelijkenZoon bidden, dat Hij mijne ouders zegenen, hen voor leed bewaren en hun al die genaden verleenen moge. welke zij noodig hebben, om het eeuwige leven te verkrijgen. Verwerf mij
113
ook de genade, dat ik hot schoone voorbeeld van Uwen Zoon navolge en mijnen ouders onderdanig zij, en dat aan mij en aan mijne ouders de genade worde verleend, eenmaal in den Hemel te zamen te zijn en met U en alle Heiligen de Goddelijke Majesteit te loven en te prijzen in eeuwigheid. Amen.
Mijn Jesus, barmhartigheid! (Telkens 100 d. aH. Pius IX, 23 Sept. 18-16.)
Gebed, om zijne geheele familie aan Maria aan te bevelen.
O gezegende en onbevlekte Maagd eu Koningin, onze Moeder, toevlucht en troost in alle ellende! Zie, met al de mijnon, wijd ik mij voor immer aan L wen dienst toe en. bid Ã, o Moeder van mijnen God, mij onder het getal Uwer dienaren op te nemen, ons allen onder Uwe machtige bescherming te nemen cn ons altijd in ons leven, maar bijzonder in het allesbe-süssend uur des doods bij te staan. O Moeder van barmhartigheid ! ik maak U tot gebiedster en bestuurster van geheel mijn huis, van mijne bloedverwanten, van mijne zaken en van al mijne aangelegenheden. eiger het niet, de zorg over alles
114
op U to nomen. Beschik over mij eu de mijnen, zooals het U behaagt. Leid mij eu mijne gansche familie en laat niet toe, dat iemand van ons Uwen Goddelijken Zoon ooit beleedige. Versterk ons in de bekoringen; bescherm ons in de gevaren; zorg voor ons in onze nooden ; verlicht ons in onze twijfels; troost ons in onze droefheid; goleid ons, wanneer wij wankelen ; ondersteun ons, opdat wij niet vallen ; help ons iu de ziekte en verlaat ons niet iu het uur des doods. Sta niet toe, dat de booze vijand er op roemen kan, iemand van ons, die zich aan U heeft toegewijd , in zijne macht te hebben ; maar maak, dat wij iu den Hemel komen, waar wij U zullen danken en, met U vereenigd, onzen Heer en Heiland Jesus Christus, de gansche eeuwigheid door,zullen loven eu beminnen. Amen.
Aflaatgebeden.
O driemaal heilige God ! ik aanbid L! T ik bemin U, ik prijs U door het allerheiligste Hart van Jesus in het H. Altaarsacrament ; ik offer U op door de allerreinste handen dor onbevlekte Maagd Maria alle heilige Hostieën, die op ouze altaren ca ia ouze tabernakelen zijn, als
115
eon offer vau lof, van verzoening, van voldoening, van openbare eereboete voor alle heiligschennissen, ontheiligingen, god-deloosheden, godslasteringen en misdaden, door welke Gij over de geheele aarde word beleedigd. (Telkens 300 d. atl. Pius IX 9 Juli 185!).)
O Engel Gods, die mijn Bewaarder zijt, aan wiens zorg ik door de opperste Goedheid ben toevertrouwd, gewaardig n, mij te verlichten, te bewaren, te geleiden en te besturen. Amen. (100 d. atl. Pius VI 2 Oct. 1795 ; 20 Sept. 1796 en Pius VII 15 Mei 1821.)
Onbevlekt Hart van Maria, bid voor ons ! (100 d. atl. Pius IX. 26 Juni 1867.)
Gebed van den H. Aloysius.
O mijne Meesteres, heilige Maria ! Heden en dagelijks, maar voornamelijk in het uur mijns doods, beveel ik mij, mijne ziel en mijn lichaam aan in Uwebijzondere hoede en in don schoot Uwer barmhartigheid. In Uwe handen stel ik al mijne hoop en mijnen troost, al mijne wederwaardigheden en ellenden, mijn leven en het einde mijns levens ; opdat door Uwe heilige verdiensten al mijne werken, vol-
110
gens l'wen wil cn den aaulmMelijkeii wil Uws goddelijkeu Zoons, geregeld-en bestuurd worden. Amen.
Geestelijke communie.
Ik geloof, o Jesus ! dat Gij in het Allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin U en verlang mij met l te vereenigen. Kom dan in mijn hart; ik omhels U, o ! verlaat mij nooit meer.
Jesus, Zoon van David ontferm à mijner (100 d. aH. Leo XIII 27 Feb. 1888.)_
Allerzoetste Jesus ! wees voor mij niet een Rechter, maar een Verlosser ! (100 d. aH, Pi us IX 11 Aug. 1851.)
Gebed tot de H. Maagd, volgens den H. Bernardus.
Gedenk, o goedertierene Maagd Maria, dat men nooit heeft hooren zeggen, dat iemand van hen, die hunne toevlucht tot Uwe bescherming genomen, Uwen bijstand afgesmeekt en Uwe voorbede gevraagd hebben, is verlaten geworden. Met zulk een vertrouwen bezield, o Maagd dei-maagden, snel ik tot U, en, zuchtende onder liet gewicht mijner zonden, werp ik mij aan L'we voeten. O Moeder van
117
liet eeuwige oord, verwerp mijn geboden uiet, maar leen daaraan een gunstig oor, en gewaardig ze te verhooren.
(Men biddc hier ; 0 Wees gegroet, enz.
en een Eere zij den Vader, enz.)
^ _
O Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons, die tot U onze toevlucht nemen. (100 d. afl. Pius IX 9 Jan. 1852).
Gebed van den H. Chrysostomus.
Mij voor Uwe voeten, o Maagd Maria, mot hart en lichaam nederwerpende, verzoek ik l ootmoedig, dat Gij mij leert bidden en datgene vragen, wat U behaagt. Ik ken mij aller genade en barmhartigheid onwaardig, ik verdien niet, o goedertieren Maagd ! \an L eu Uwen Zoon verhoord te worden ; laat evenwel niet toe, o Sterre der Zee, dat ik van den rechten weg afdwale, verdrijf de duisternis der zonden door het licht uwer leiding en versmaad mij niet om de verhevenheid Uwer glorie, maar gedenk mijne menschelijke zwakheid. De wereld, het vleesch en de duivel leggen lagen om mij te vangen. Het doodsuur en het vonnis des Rechters vervullen mij met angst en vrees, ik ben met vele zonden besmeurden bezit geene verdiensten; maar.
118
o Moeder, Gij zijt eene sterke hulp in verdriet en kwelling, kastijd en bedwing het vleesch, verdrijf den vijand en bevestig mijne goede voornemens. Gelief in mijn sterfuur tegenwoordig te zijn, verkrijg mij. in het vreeselijk oordeel,een genadig vonnis en geleid mij naar het zalig aanschijnGods, in het Kijk der heerlijkheid. Amen.
Gezegend zij de heilige en onbevlekte (hitvangenis der allerzaligste Maagd Maria! (100 d. atl. I'ius VI. 31 Nov. 1703.)
Gebed van den H. Alphonsus de Liguori.
O allerheiligste, onbevlekte Maagd, mijne beminde Moeder Maria ! gij zijt de Moeder van mijnen Heer en Zaligmaker, de Koningin der wereld, de Voorspreekster, Hoop en Toevlucht der zondaren, ik neem mijne toevlucht tot 1', ik, de ellendigste der zondaren : ik eer U, o verhevene Koningin, ik dank U voor alle gunsten, welke (Jij mij tot nu toe bewezen hebt, bijzonder dat Gij, met mij van den weg der zonden af te leiden, mij van de hel. welke ik zoo dikwijls verdiend had, verlost hebt. Ik bemin U, o minnelijke Meesteres, en uit de zuiverste liefde tot l ,
110
maak ik ecu vast voornemen, van U altijd te dienen, en alles te doen wat in mijne macht is, om U ook door anderen te doen dienen; ik stel, naJesns, Uwen Zoon, in 1quot; al mijne hoop en al mijn gelnk. Neem mij tot Uwen dienaar aan, o Moeder der barmhartigheid, en neem mij onder Uwe machtige bescherming. Dewijl ik weet, dat (.iij bij God alles vermoogt, verzucht ik tot l . eu roep met oen beangstigd hart : bevrijd 'mij van alle bekoringen, of verkrijg mij ten minste genoegzame sterkte, om ze tot het einde mijns levens te overwinnen. Ik verlang van U eene ware liefde tot .lesus, ik hoop ook door U eens zalig te sterven. O minnelijke Moeder, ik bid l , door Uwe liefde tot God, sta mij altijd bij. maar vooral in het laatste cogenblik mijns levens ; verlaat mij niet, zoolang Gij mij nog niet onder do zaligen in den hemel ziet ; daar zal ik U loven, daar zal ik Uwe barmhartigheid eeuwig zingen ; dit hoop ik. Amen.
Tot de Allerheiligste Maagd, in bekoringen tegen de zuiverheid.
Door Uwe allerheiligste maagdelijkheid en Uwe Onbevlekte Ontvangenis, o reinste Maagd, zuiver mijn hart en vleesch. In
120
den naam des Vaders, en des Zoons, en des II. Geestes. Amen.
Zoet Hart van Jesus ! geef dat ik U steeds meer beminne (300 d. atl. Pius IX 2(5 Nov. 187(3.)
Jesus, mijn God, ik bemin U boven alles (50 d. atl. Pius IX 7 Mei 1854).
Mijn God en mijn alles. (50 d. atl. Leo XIII 4 Mei 1888.)
Gebed van den H. Augustinus.
Heilige Maria, kroon aller Maagden ! nooit wordt Gij door het monsclielijk geslacht genoeg geprezen, wijl bet door U beeft wedergevonden,wathet door de zonde verloren had. Luister naar onzen zwakken lof; neem ouzo hartelijke verzuchtingen genadig aan en breng die voor den troon van Uwen goddelijken Zoon.opdat wij vergiffenis onzer zonden bekomen. Aanvaard dan, o hemelsche Koningin, het offer onzer gebeden, en verwerf, dat onze smeekingen door Uwe bemiddeling mogen aan-geuomen worden.
Wij weten, dat Gij, in het, hemelsch koningrijk, de machtigste zijt, om onzen strengen Rechter te verzoenen, daar Gij alléén waardig bevonden zijt, de Moeder
121
van onzen Zaligmaker te zijn. Gij zijt de onuitputbare bron van genade, de hulp der armen, de troost der bedroefden, de voorspraak van alle stervelingen. Wij weten, dat Gij aan niemand, die U met een vernederd hart aanroept, Uwen moederlijken bijstand zult weigeren, dat Gij met de bedroefden medelijden hebt, dat Gij Uwen krachtigen bijstand verleent aan degenen, die als pelgrims, door de duisternissen dezer aarde tot het eeuwig licht trachten te naderen.
O Gij, Wier ziel zich eeuwig in God mag verheugen, Gij die Jesus, welken Gij als Moeder gebaard hebt, van aanschijn totaan-schijn in Zijne volle heerlijkheid moogt aanschouwen ; laat onze zuchten tot U komen, bid Hem voor ons, die hier met de banden der sterfelijkheid en der ellenden des levens gebonden en gedrukt zijn. Gij die de zuiveren van harte, welke do schijnvermaken dezer wereld verzaken, tot de bron van het eeuwig leven geleidt; Gij, die al de vreugden des hemels in volheid met Uwen Zoon geniet, maak ons, door uwe voorspraak, aan deze heerlijkheid deelachtig, opdat wij Hem eeuwig mogen loven en prijzen. Amen.
O Maagd Maria, Gij, die in Uwe ontvangenis onbevlekt geweest zijt: bid voor
122
ous den Vader, Gij, die zijnen Zoon Jesus, door dc werking van den II. Geest ontvangen, ter wereld gebracht hebt. (100 d. ati. Pius VI 21 Nov. 1793).
/oet Hart van Maria ! wees mijne redding ! (300 d. aH. l'ins IX 30 Sept. 1852.)
Gebed van den H. Aloysius van Gronzaga.
II. Maagd Maria, mijne Koningin, ik werp mij in den schoot van Uwe barmhartigheid, en stel, van dit oogenhlilv en voor altijd, mijne ziel en mijn lichaam onder Uwe bewaring en Uwe bijzondere bescherming. Ik vertrouw op Ã, en stel in Uwe handen al mijne hoop, al mijn troost, al mijne pijnen en ellenden, den loop en het einde van mijn leven, opdat, door Uwe heilige voorspraak, al mijne werken geschieden volgens Uwen en Uws Zoons wil. Amen.
0 mijne Meesteres ! o mijne Moeder ! gedenk dat ik de Uwe ben en bewaar en bescherm mij dus als Uw eigendom V (100 dagen atlaat, wanneer men dit gebed quot;s morgens en 's avonds verricht. Wanneer men bij eene bekoring gedurende den dag de laatste verzuchting herhaalt, dan ver-
12o
«liont men telkens eenen aflaat van 40 dagen, Pius IX. ö Augustus 1851.)
Afscheid van het mirakuleuze beeld.
Nu, o allerzaligste Maagd Maria, is het oogeublik gekomen, dat ik scheiden moot van l'w heilig beeld, /ie, liefderijke, barmhartige Moeder ! ik. Uw onwaaidig kind, scheid thans wel is waar naar hot lichaam van U, maar mijn hart blijft van nu af aan bij i'; â dit schenk ik U. Bewaar het door 1 'we alveimogende voorbede in Uwe getrouwe vereering en in al het goede, wat ik mij aan de voeten van Uw genadebeeld zoo ernstig heb voorgenomen te doen. O Maria, Moeder van barmhartigheid! ik beu er vast van overtuigd, dat ik niet zonder verhooring Uwen genadetroon ga verlaten. Verkrijg ik ook niet, wat ik zoo vurig verlang en wensch, zoo verkrijg ik door Uwe moederlijke voorbede toch zeker alles vau God, wat mij voor lichaam en ziel het boste en heilzaamste is ; in elk geval blijf ik U, o Moeder der (loddelijke (renade, mijn leven lang dankbaar. Slechts ééne zaak ligt mij nu nog in het bijzonder aan 't hart, waarom ik U, liefderijke Moeder, mot den moesten aandrang
124
bidden en smeekeu moet, alvorens ik mij van U verwijder. Er zal een oogenblik voor mij komen, en misschien is het niet ver meer af, waarop mijn?? krachten mij verlaten, en ik niet meer in staat ben, hierheen persoonlijk mijne toevlucht tot U te nemen, een oogenblik, waarop mijne brekende oogen Uwe heilige beeltenis wellicht niet meer kunnen zien, mijne stamelende tong U niet meer kan aanroepen en mijne ooren Uwen zoo zoeten naam, die alleen mijne hoop en troost is, voor de laatste maal hooren ; een oogenblik, waarop mijne ziel van dit leven zal scheiden en voor den rechterstoel van Jesus-Christus, Uwen Zoon, moet verschijnen, om rekenschap te geven over mijn gansche leven. Wee mij ongelukkige, wanneer Uwe moederlijke bescherming mij dan niet redt, wanneer Uwe machtige voorspraak mij niet vergiffenis verwerft, wanneer Gij uit den lijken schat der verdiensten van Uwen teerbeminden Zoon, en Uwer eigene verdiensten niet betaalt, wat ik schuldig ben? o Moeder van barmhartigheid, bij al de zoete vreugden en bittere smarten, welke Gij met Uwen Goddelijken Zoon in Uw teeder Moederhart hebt gevoeld, bid en bezweer ik U, gedenk mijner in dat schrikkelijk oogenblik, herinner U, dat ik naast
125
God mija geheel vertrouwen op U heb gesteld, dat ik U kinderlijk vereerde, dat ikU zoo dikwijls in de verzuchtingen mijns harten aanriep. Toon U dan als mijne ware Moeder; kom mijne arme ziel te hulp, en spreek voor mij een woord van verzoening tot Uwen Zoon, opdat ik niet voor eeuwig van Hem verworpen worde.
Laat dan niet mijn vertrouwen op I 'we macht te schande worden; toon U in Uwe heerlijkheid , opdat voor Uwe glorie alle booze geesten sidderend op de vlucht gaan, en om wille van Uwe voorbede, Degene mij genadig zij en mij in zijn Hemelsch rijk opneme, die, uit U geboren, onze zonden droeg, onzen schuldbrief aan het kruis verscheurde, en alle oordeel van den Vader verkreeg, aan Wiens rechterhand Hij troont en heerscht in allo eeuwigheid. Amen.
Jesus, zachtmoedig en nederig van Harte, maak dat mijn hart op het Uwe gelijke ! (Telkens 300 d. ah. Pius IX 25 Jan. 1868.)
Gebed met vollen aflaat.
Zie, o goede en allerzoetste Jesus ! ik werp mij voor Uw aangezicht op mijne knieëen neder, en bid en smeek U met
120
aide vurigheid mijnei ziel, datGij levendige gevoelens van gelooi', hoop en liefde, een waar berouw over mijne zouden en eeu vasten wil, om zo te verbetereu, in mijn hart wil drukken : terwijl ik met groote aandoening en smart Uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David van U o goede Jesus ! voorspelde : «Zij hebben mijne handen en voeten doorboord, en al mijne beenderen geteld.quot; (Psalm XXI 17, 18).
(Al wie met een rouwmoedig hart, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, dit gebed godvruchtig voor een kruisbeeld leest, en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Zijne Heiligheid bidt . verdient een vollen aflaat, welke ook aan de zielen in het vagevuur kan toegevoegd worden Pius IX. SlJuli 1858.)
Gebed tot de H. Drievuldigheid.
Almachtige en eeuwige God ! die uwe dienaars, door de belijdenis van het waar geloof, de heerlijkheid der eeuwige Drievuldigheid hebt doen kennen, en in do oppermachtige Majesteit geleerd hebt één wezen te aanbidden : wij bidden u, dat
127
wij door do standvastigheid van hetzelfde geloof bevrijd mogen worden van allen tegenspoed, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
O almacht des Vaders, ondersteun mijne zwakheid en red mij uit de diepste van mijne ellende. O Wijsheid des Zoons, bestier al mijne gedachten, woorden en werken. O Liefde des H. Geestes, wees het beginsel van al de handelingen mijner ziel, opdat zij voortdurend met Uw goddelijk welbehagen overeenkomstig zijn. (200 d. atl. Leo XIII15 Maart 1890.)
Gebed, tot de H. Katharina.
O God, die op den berg Sinaï Uwe wet aan Moyses gegeven hebt, en op dezelfde plaats door Uwe heilige engelen het lichaam der /7. Katharina, Maagd eu Martelares, op wonderbare wijze, hebt laten overbrengen, verleen ons, wij smeeken U erom, dat wij, door hare verdienstenen tusschenkomst, den berg, die Christus is, mogen bereiken. Die met U leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
Gebed tot de H. Agnes.
Almachtige, eeuwige God, die het zwakke der wereld uitkiest, om al wat sterk is
128
te beschamen; geef ons goedgunstig de genade, dat wij, die de gedachtenis dei-zalige Maagd en Martelares Agnes vieren hare hulprijke voorbede bij U mogen ondervinden. Door Christus onzen Heer.
Gebeden tot den H. Jozef.
Gedenk, o kuische bruidegom van Maria, mijn goedertieren Beschermer, heilige Jozef, dat het nooit gehoord is, dat iemand Uwe voorspraak ingeroepen en U om hulp gesmeekt heeft, zonder vertroost te zijn geworden. Met dit vertrouwen nader ik totUen kom mij met allen aandrang U aanbevolen. Versmaad mijne beden niet. Pleegvader mijns Verlossers, maar neem die genadig aan. Amen. (300 d. aH. Pius IX 2G Junij 1803.
Voor een zaligen dood.
Groote heilige Jozef, die het voorbeeld, de patroon, de vertrooster der stervenden zijt, ik ver/oek vandaag Uwe bescherming voor mijn laatsten levenstond, voor dat schrikwekkend oogenblik, wanneer de krachten om U ter hulp te roepen, mij misschien zullen ontbreken. Maak, smeek ik u, dat ik den dood der rechtvaardigen
129
stervo. Maar, opdat ik oono zoo groote gunst moge hokomou, verkrijg mij dat ik, naar Uw voorbeeld, in de tegenwoordigheid van Jesus eu Maria leve, eu dat ik nooit hunne reiuo blikken door de schandelijke vlekken dor zonde van mij afwende. Dat ik van dit oogenblik af versterve aan mij zeiven, aan mijne driften, aan mijne aardsche verlangens, aan al wat God niet is, om uitsluitend te leven voor Hem, die voor mij gestorven is. Jezus, Maria, Joseph, in de hoop Uwer hulp en onder Uwe bescherming is het dat ik deze voornemens maak, wcest mij genadig nu en in het uur mijns doods, en maak dat ik, op het oogenblik van sterven. Uwe zoete namen uitspreek. Amen.
Jesus, Maria, Jozef, ik schenk U mijn hart, mijne ziel en mijn leven.
Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen laatsten doodstrijd.
Jesus, Maria, Jozef, laat mij in Uw heilig gezelschap in vrede sterven. (Telkens 300 d. afl. Pius VII. 28 Apr. 1807.)
Voor de zuiverheid.
11. Joseph, behoeder en vader der maagden, aan wiens getrouwe zorquot; Jesus-Chris-
130
tns, do onschuld zelvonu Maria, tic Maagd der maagdon zijn toovortrouwd gowoest, ik bid en ik smeek U, door beide deze dierbaarste panden, dat Gij mij, behouden en vrij van alle onkuischheid, altijd een allerzuiverste dienaar van Jesus en Maria leert zijn, onbevlekt van gemoed, rein van hart en kuisch van lichaam. Amen.
Voor een zaligen levensstaat.
Groote Heilige, die zoo volgzaam geweest zijt aan de ingeving van den II. Geest, verkrijg mij de genade van te weten, tot welken staat de Goddelijke Voorzienigheid mij bestemt. Gedoog niet, dat ik mij bedriege in deze gewichtige keuze, waarvan mijn geluk in deze wereld en misschien mijne eeuwige zaligheid afhangt, maar geef dat ik, verlicht aangaande den wil (iods eu getrouw in hem te volgen, den weg insla, welken God mij aangewezen heelt, en waarlangs Hij mij wil leiden naar de gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Beschermer der christelijke huisgezinnen.
Groote H. Joseph, door God verkoren, om het hoofd te zijn van hot heiligste en
131
verhevcnstc huisgezin, dat or ooit geweest is, gewaaulig U op ons neder te zien en ons vandaag onder Uwe bijzondere bescherming te nemen. Heilige patriarch, voorbeeld van het levendigste geloot' en van de volmaaktste deugden, verkrijg voor al de leden van dit huisgezin de genade om aan de ergernis, en do aanloksels der wereld to wederstaan, om onveranderlijk don Heer aan te kleven. Maak dat wij, altijd voreenigd door de banden der tee-dorste liefde, en elkander beurtelings opwekkende tot het goede, onder Uwe bescherming de zoetheid smaken van den vrede, wolken .lesus aan zijne ware leerlingen beloofd heeft. Maar voornamelijk wanneer ons laatste uur zal gekomen zijn, doe ons dan genade vinden voor den oppersten Kochter, opdat wij, in den hemel aan den voet van uwen trooft voreenigd, eeuwig do glorie (!ods en de Uwe mogen prijzen. Amen.
Gebed tot den H. Hubertus.
O God ! die do eeuwige glorie, aan de ziel van Uwen Heiligen Bisschop en Belijder Hubertus, geschonken hebt ; verleen ons, wij smeeken U, dat wij door Zijne voorspraak bij U zoo krachtig mogeu
132
geholpen worden, dut wij eens met hem het eeuwige leven bezitten. Door Christus onzen Heer. Amen.
Gebed tot den H. Rochus.
Groote Heilige, keer, bidden wij u, de geesels des Heeren van onze misdadige hoofden af: behoed, door uwe voorspraak, onze lichamen van de gevaren der pest en besmettelijke ziekten, maar nog meer onze zielen van de besmetting der ondeugd en der kwade voorbeelden ; verwerf ons eene gezonde lucht, maar vooral de zuiverheid van het hart; help ons een goed gebruik te maken van de gezondheid, de ziekten mot verduldigheid te dragen, vóór alles de genezing te zoeken van onze goestelijko kwijning, en, zooals Gij, in de oefeningen dor boetvaardigheid en der liefde to leven, om met u de onsterfelijke heerlijkheid te genieten, welke Uwe deugden u verdiend hebben. Amen.
Groote Heilige, o Gij, dien men nooit te vergeefs aanroept, om van de besmettelijke ziekten bevrijd te worden, o Gij, de trooster dergenen die lijden, bewaar ons van de besmetting en van de zonde.
Gebed tot den II. Lambertus.
ij bidden U, o lieer ! dat do voorspraak van den //. Lambcrtus, Uwen bisschop en martelaar, niet ophoude Uwe gramschap tn verzoenen en ons godvruchtig te maken in L'wen dienst. Door Christus ouzen lieer. Amen.
Gebed tot den H. Nieolaus.
O God, die den H. Nieolaus door ontelbare wonderen verheerlijkt hebt, verleen, wij bidden U erom, dat wij door zijne verdiensten en gebeden vau de vlammen dor hel bevrijd blijven. Door Christus onzen lieer. Amen.
Gebed tot den H. Servatius,
C) God ! die aan Uw volk don H. Servatius geschonken hebt, als verkondiger der waarheden van bet Evangelie, verleen ons, wij bidden U, dat door do voorspraak van dien grooten Bisschop, en door Uwe welwillende bescherming, wij van allen tegenspoed bevrijd blijven en met een kalm gemoed steeds volharden in Uwen lof. Door Christus onzen Heer. Amen.
];!4
Gebed tot de HH. Bisschoppen van Maastricht.
Wij l)icl(leii U, o Heer ! ous Uwe dienaren te willen genadig zijn, door de rijke verdiensten van Uwe heiligen, die onze liisschoppen waren ; opdat wij door hunne welwillende voorspraak, togen allo rampen beschermd blijven. Door Christus onzen Heer. Amen.
(ielool'd zij Jesus-Christus. In allo eeuwigheid. Amen. (50 d. ail. Clemens XHI ó Sept. 1751).)
PERMITTIMUS 1MPRESSIONEM
B. H. Th. HAFFMANS
Parocluis cal li. M. V. ad id dcputatus
Trajecti ad Mosam liac 26 Jimii 1895.
INHOUD
Ken woord vooraf. 1. Het Beeld
2. De Oude «Sterre der Zeequot; iu de kapel aan den Oever . . . . ]0
3. Het oude Beeld bij de Minderbroeders in de St. Pieterstraat ... 12
4. Het tegenwoordige beeld in de Oude Minderbroederskerk.....14
ó. Oorsprong van onze Sterre der Zee..........21
6. De Sterre der Zee tijdens het beleg van Maastricht......25
7. De Sterre op den Nieuwenhof . 27
8. De Sterre der Zee na de belegering 33
9. Eene wonderbare genezing . . 36
10. De processie op Paaschmaandag 41
11. Opheffing van het klooster der Minderbroeders ........4.5
12. De «Sterre der zee« in het Annuntia-ten-klooster te Wijk.....49
13. De Sterre der zee in het klooster van van Lichtenberg......50
14. De Sterre der zee te Vise . . . 52
15. De sterre der zee te Tongeren. . 54 10. De Sterre dor zee op Lichtenberg. 57 17. Terugkeer van de Sterre der zee in
Maastricht........61
ühul/.. â ó 7
130
IS. Do, Sterro «lor zee in do St. Serva-tiuskerk.........Hi
19. Do Sterre tier zee in de St. Jacobs-kerk..........lt;)'gt;
20. Do Stone dor zee in de St. Tietei-straat..........06
21. De Sterro dor zee op den Mindor-broodersberg.......68
22. Do Sterro dor zee tijdens de Franscbo revolutie.........Tl
23. De Sterro dor zoo in de St. Nicolaas-kerk..........72
24. Do Sterre dor zee in de O. L. Vr. kerk..........73
De kerk van O. L. Vromv .... 81
H. Rolikwiön- en Kunstschat in O. L. Vrouwokerk........87
Toepasselijke Gebeden.
(iroete aan de Sterro der Zee. . . 101 Gebed tot de Sterre dor zee . . .102 AHaatgebed tot hot li. Hart van .lesus 104 Smeekgebed voorliet mirakulens beeld 104
Gebed voor anderen......106
(iebod in droefheid......107
Gebed tot Maria voor zieken en stervenden .........109
137
Gebed van Pater Zucclii om de kuiscli-
lieid te bewaren.......J10
Aflaatgebed.........llü
Gebed tot Maria van ouders voor
limine kinderen.......110
Gebed tot Maria van ecu kind voor
zijne ouders........112
Gebed om zijne gclieele familie aan
God aan te bevelen.....113
Aflaatgebeden........11-t
Gebed van den H. Aloysius. ' . .115
Geestelijke communie.....llü
Gebed tot de H. Maagd, volgens don
H. Bcrnardus.......11G
Gebed van den H. Chrysostomus. . 117 Gebed van den 11. Alphonsus de Li-
guori..........118
Tot do Allerli. Maagd, in do bekoring
tegen de zuiverheid.....11!)
Gebod van den H. Augustinus. . . 120 Gebed van den 11. Aloysius van Gon-
zaga..........122
Afscheid van hot mirakuleuze lgt;eeld . 123
Gebed met vollen aflaat.....125
Gebed tot de 11. Drievuldigheid . . 12(gt; Gebod tot do 11. Katharina . . . .127
(iebed totde 11. Agnos.....127
Gebed tot don 11. Jozef.....128
Voor een zaligen dood.....128
Voor de zuiverheid......12H
138
Voor con zaligen levensstaat . . . 130 Beschermer der christelijke liuisge-
ziunen.........130
Gebed tot den H. Hubertus . . . 131
( lebed tot den H. Rochus .... 132
Gebed tot den H. Lambertus . . . 133 Gebed tot den H. Nicolaus . . . .133
Gebod tot den H. Servatius. . . . 133 Gebed tot de HH. Bisschoppen van
Maastricht........134
- â
mmmmm mmsmssm
\