3»! J)frtTlTlgt;»£ fD Gr^OCHETTOi
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT U T R E C H T.
INHOUD.
llludz.
I. Aan het âgrootequot; publiek..........1
11. Aan liet âkleinequot; publiek.....3
ill. Beschrijving der tanden.....5
IV. De melktanden..................7
V. De blijvende tanden.......12
VI. Bestemming der tanden.....lü
VIL Wat schadelijk voor de tanden is . . 19
VUL Tand- en kiespijn........26
IX. Onderhoud der tanden......30
â¦
X. Behandeling der zieke tanden ... 41
XL Besluit...........47
- 2 -
Lezers, 'k wil mij niet verplichten
Geleerde rijmen u te dichten,
Daarom doe 'k u allen kond:
Laag blijft mijn boek steeds bij den grond.
Vooral schrijf ik om onze kleinen Te behoeden voor veel pijnen,
Opdat zij voortaan â als de ouden â Mond en tanden zuiver houden.
Bovendien is 't niet gewis,
Dat ook den oud'ren duid'lijk is 't Ontstaan van tanden en van kiezen, En hoe men deze kan verliezen.
En ook, hoe men ze moet verzorgen. Opdat niet zoo menig morgen En zoo menig bange nacht,
In pijn en smart word' doorgebracht.
_ 4 -
Luistert goed met beide ooren, Zoo ge u aan mijn' raad wilt storen.
Dan zal nimmer, lieve kind'ren,
Tand- of kiespijn u toch hinderen, En fraaier zijn uw tanden, dan Van Willem, Frans, Marie of Jan.
UI.
Beschrijving der tanden.
Ieder tand draagt -- is 't niet schoon? Van elpenbeen een fraaie kroon, Die, opdat zij te vaster staat.
Omlaag in wortels overgaat.
De snijtand boven en beneden Is met één wortel slechts tevreden; Doch kiezen worden vastgeklemd Door twee of drie â dat's onbestemd.
- 6 -
In het midden, wat verdriet,
Ligt een kruidje-roer-mij-niet; Tandzenuw heet het en is rood, Licht en lucht doen het den dood.
VI.
In iedere kaak zijn, juist geteld,
Tien zulke tanden opgesteld,
Doch eerst op 't eind van 't tweede jaar Heeft men er twintig bij elkaar.
Snijtanden heeft men, goed gedacht, In beide kaken, samen acht.
Juist in het midden zijn twee groote. Twee kleine zijn daaraan gesloten.
Deez' tanden moet gij immer sparen. Zij dienen toch den mensch tot scharen: Want ieder stuk, dat gij wilt eten. Wordt door de tanden afgebeten.
Omhoog, omlaag, aan ied'ren kant Komt nu een scherpe, spitse tand, Hoektand heet deze. â Samen vier; Ãén links, één rechts, één daar, één hier.
Wat de snijtand heeft afgeknepen.
Wordt door den hoektand vastgegrepen. Zoodat ge door zijn spitse punt De bete niet verliezen kunt.
Achter iecTren hoektand staan Twee kiezen â daannêe is 't gedaan. Viermaal twee is weder acht,
Dat is zooals ge hadt verwacht.
Die kiezen zijn zeer breed en sterk, Want zij doen in den mond het werk Van molensteenen in het klein: Zij malen namelijk alles fijn.
Herhalen wij nog eenmaal snel, Hoeveel te zamen zijn dat wel?
/ â V
Snijtanden acht, vier op den hoek,
Dat maakt al twaalf â 't spreekt als een boek.
p
Dan nog acht tanden om te malen;
Twaalf en acht, ik wil 't herhalen.
Dat dit juist twintig wezen moet,
Zie zoo, nu weet gij 't zeker goed.
- 11 -
Melktanden worden niet zeer groot, Ge houdt ze ook niet tot uw dood.
Hoe of 't daar later mee zal gaan Zal ik u verder doen verstaan.
- 12 -
V.
De blijyende tanden.
In het derde, vierde jaar,
Vijfde, â zesde zelfs, voorwaar.
Houdt gij die tanden en die kiezen, Zonder één slechts te verliezen.
Maar in of na het zesde jaar Wordt de zaak een weinig raar;
Daar alles nu zeer los nog zit En plaats maakt voor het heusch gebit.
Echter komt voor ied'ren tand Niot slechts één enkle remplagant.
- 13 -
Want bovendien krijgt ied're rij Een drietal kiezen nog er bij.
Zoodat nu een volwassen man Twintig kiezen hebben kan;
En bovendien zijn om te leven Nog twaalf tanden hem gegeven.
Rome's bouw werd niet volbracht In een' enklen dag of nacht;
Evenmin hals over kop Komen onze tanden op.
Kalm en bedaard en één voor één Gaan onze melktanden heen,
Voor twintig van den eersten keer, Krijgt men er twee en dertig weer.
- 15 -
Hier wil ik u den raad nog geven: Verkort geen melktand ooit het leven; Maar laat hem staan, want de natuur Bepaalt het best zijn laatste uur.
Blijft met uw vinger uit den mond, Al was de tand zelfs ongezond. De nieuwe tand groeit dan veel rechter, En wordt door ongeduld maar slechter.
- 16
VI.
Bestemming der tanden.
Wat ook natuur heeft voortgebracht, Zij is er altijd op bedacht:
â In al haar werken is zij wijs â âGoed, schoon en nuttigquot; is haar eisch.
w
â - â -...............â-------------
_
- 17 -
Uw fraaie, goede tanden zijn,
Dit weet een ieder, groot of klein, â En toch wordt liet zoo vaak vergeten â Van zeer veel nut om goed te eten.
Bijten, kauwen en dan slikken Kan behoeden ons voor stikken En bovendien, 'k vertel het graag, Voorkomt dit menig zieke maag.
Evenzoo is u gebleken
Dat tanden noodig zijn bij 't spreken,
18
Want zonder tanden is de mond Ook nimmer meer zoo vol en rond.
Een mond gelijk een donkere kelder Al is hij schijnbaar nog zoo helder, En lippen met geen tand er tusschen Zijn niet verleidelijk om te kussen.
Geen jeugd'ge trek siert meer 't gelaat, Gesprek, gezang noch eten gaat. Als men zijn tanden heeft verloren â Die 't niet gelooft, die wil niet hooren.
/
VIL
Wat schadelijk voor de tanden is.
Thans maak ik duidelijk u en klaar Wat uw gebit brengt in gevaar, Wat men zorgvuldig moet vermijden, Wil men aan tand- noch kiespijn lijden.
- 20 -
In het hoofdstuk hier te voren Heb ik meermaal u doen hooren, Dat tanden dienen om te bijten En 't voedsel van elkaar te splijten.
Maar 't is voorzeker oliedom,
Zoo men de tanden bezigt om And're zaken te verkleinen,
quot;Waardoor 't glazuur snel zal verdwijnen.
- 21 -
Een flesch ontkurken, noten kraken,
Draad afbijten, zulke zaken Doet een wijs mensch niet met de tanden. Maar neemt een werktuig in de handen.
A
Neemt nimmer, wilt dit ook onthouden. Warme spijzen vlak op koude;
Want wisseling van temperatuur Is zeer gevaarlijk voor 't glazuur.
Ook is het slecht voor maag en darm Die overgang van koud op warm; En zoetigheid â ik zeg dit daad'lijk â Is voor de tanden even schaad'lijk.
-I..
- 22 -
Helaas! Thans vindt men op de straat Zoo menig snoepgoed-automaat,
Daarom dien ik u toe te roepen: âAch kind'ren, wilt vooral niet snoepen!'
( li
De meeste zorg zal u niet baten, Kunt ge niet het snoepen laten;
Met chocolaad en suikerstang Nadert reeds de kiezentang.
Maar op nog twee and're zaken Moet ik u opmerkzaam maken;
In de hoop ze u af te wennen,
Zal ik u die leeren kennen.
Leelijk is 't en ongezond,
Te loop en met een open mond,
Nooit zullen â of gij zoudt dan liegen Gebraden duiven daarin vliegen.
Slecht is 't evenzeer voor tanden, Daaraan te komen met de handen, En steeds te rukken en te buigen,. Vulgo: op den duim te zuigen.
Daardoor geraken met der tijd De tanden hunne richting kwijt,
En door het voortgezette drukken, Zult gij ze uit elkander rukken.
VIJL
en kiespijn.
Weinig pijnen zijn zoo erg. Doorknagen zoo ons been en merg, Als kiespijn; want is hier beneden Wel ooit zoo'n erge pijn geleden?
Burgers, Boeren en Soldaten Weten daarvan meê te praten;
â â
----------------------------
- 27 -
En wie bevrijd bleef tot op dezen, Moet dit maar eens aandachtig lezen
Snijden, koken, branden, steken, Kloppen, of het hoofd zal breken, Van koude rillen, dan weer zweeten Koortsen ook niet te vergeten;
Neuralgie en rheumatismus, Kraakkramp of dan ook wel trismus
- 28 -
Roode oogen, suizende ooren â Men vervloekt te zijn geboren. â
Eén oog half toegeknepen,
Een dikke wang daarbij begrepen, 'tGelaat als van een dronken man.. Ziedaar het beeld van kiespijn dan!
Noch recepten uit couranten,
Middeltjes van oom of tante,
- 29 -
Zalfjes van uw naasten buur,
Pillen , poeiers of tinctuur;
Niets kan clan uw pijn vermind'ren, Zelfs al laat gij, lieve kind'ren, De kachel extra gloeiend stoken En water in uw mond ook koken.
IX.
Onderhoud der tanden.
Kuituur heeft het zoover gebracht, Dat men zich thans, na ied'ren nacht, De handen wascht en ook 't gelaat, Hoewel 't bij veel niet verder gaat.
Gezicht en handen alle dagen Te wasschen slechts, is te beklagen; Ach, dit geringe resultaat Verkreeg men reeds bij d'Aziaat.
- 31 -
Want daarvan kant gij zeker wezen, Dat zonder twijfel, de Atchineezen, Des morgens, daad'lijk na 't ontwaken, Zich wasschen en het haar opmaken.
Maar dat van 't kroost der Nederlanden De helft niet denkt om mond of tanden.
Dat is â 'k gebruik hier krasse taal â Een ongepermitteerd schandaal.
- 82 -
Zelfs op een school in zekere stad, Werd, als men een tandenborstel had,
De schuldige op diëet gesteld;
't Werd laatst op een congres verteld.')
Neen, beter is 't, der lieve jeugd Reinheid te leeren als een deugd. Of, zoo als dat Engeland ons leert, Op school den mond geïnspecteerd.
') Historisch.
⢠' - ... ____________
- 33 -
Want kind'ren, eens in de vier weken Worden uw tanden daar bekeken, Door Artsen, in de school gezonden, Uitsluitend voor de kindermonden.
Maar nergens vind ik nog vermeld, Dat hier zoo iets is ingesteld;
- 34 -
Hier in het rijke Nederland,
Slaat men geen acht op kies of tand.
Toch leven wij op goed vertrouwen,
Wijl men een instituut ging bouwen Voor 't tandheelkundig onderwijs; Wij stellen dit op hoogen prijs.
Ach, mocht het weldra zóóver komen. Waarvan wij nu reeds durven droomen; Dat een gewoon professoraat Voor d'Odontologie bestaat!
Neemt in den vroegen morgenstond Frisch, helder water in den mond, Verdrijft het slijm, dat gansch den nacht Bij tand en kies heeft doorgebracht.
En wat ge verder moet verrichten. Zeg ik u ook in mijn gedichten;
- 35 -
Behulpzaam reik ik u de hand,
Doch hoofdzaak is â gezond verstand.
De kleinen kunnen borstels missen, Zoo gij hun tanden slechts wilt wisschen En reinigen in ieder hoekje,
Met een lapje of een doekje.
Ook is 't niet kwaad, naai' mijn gevoelen, Dan met lauw water na te spoelen;
36
En verd're moeite kunt gij sparen In de eerste kinderjaren.
Maar, zoo dit voor een kind voldoet, Yoor oud'ren is het niet meer goed. quot;Wanneer de broek komt voor de luier Komt voor het lapje ook de schuier.
En borstelt dan steeds verticaal, Want, schuiert gij horizontaal, Gij tusschen uwe tanden drijft Wat van de spijzen overblijft.
Neemt, is dit mogelijk, uwe tanden Ãén voor één steeds onderhanden. En jaagt vooral dan uit de spleten Wat eens uw tanden weg zal vreten.
- 37 -
Want laat gij daar al die spirillen,
En bacteriën en bacillen,
Men merkt het dra aan âfoetor Orisquot;...
'k Zeg niet, wat daar het Hollandsch voor is.
Verder vormt zich lederen dag Aan den tand een wit beslag. Dat, gelijk een ieder weet â Tandsteen, kortweg kalk ook heet.
- 88 -
Om die tandsteen te verdrijven,
Moet men met een poeder wrijven; En, hebt gij veel van 't aardsche slijk, Koopt wat in winkels staat te kijk:
Voor hot raam van den Coiffeur,
|
li 1 |
V F | ||||
|
ï-- |
'i | T-K --- |
r | |||
Prachtig mooi, als waar 't odeur. Doch bedenkt, voor gij 't laat halen. Duur moet men dat moois betalen.
G-oedkooper maakt men zelf het klaar, En loopt dan tevens geen gevaar Dat het, ter wille van den geur.
Bevat een schadelijk odeur.
Neemt slechts fijn gemalen krijt, Of, als gij een geleerde zijt.
Vraagt Creta praeparata, zeker â Koopt gij dit bij den Apotheker.
En zoo dit niet alleen voldoet En gij parfum wilt, ook al goed:
40
Oleum Menthae piperitae â bekend Als olie ook van peperment.
Doch wilt gij pasta of tinctuur,
Het is mij wel, maar 't kost u duur,
Maar wat gij neemt, of koopt, of maakt. Als gij maar 't poetsen niet verzaakt.
Poetst ijverig uw tanden schoon.
Van af den hals tot op de kroon. En wat ik ook nog gaarne zag:
Dat men dit deed Smaal per dag.
- 41 -
X.
Behandeling der zieke tanden, -» ⦠# » »---
Volgt men dit alles, dan helaas! Blijft men de tanden nog niet baas; Want toch kan het gebeuren, dat Er hier of daar ontstaat een gat.
En vaak ligt dit zoo diep verborgen. Dat men er zelf niet voor kan zorgen. Daarom vindt hij het meeste baat. Die tijdig naar den tandarts gaat.
De tandarts, kind'ren, maakt u bang, Gij denkt terstond al aan de tang;
Doch tijdig hem in d'arm genomen, Heeft vaak het trekken zelfs voorkomen.
De kies kan jaren nog fungeeren Als men het gaatje laat plombeeren. Veel stoffen zijn hiervoor bekend, Als koper, zilver, goud, cement.
43
Zoo gij den tandarts dus vier keer Per jaar bezoekt, dan, op mijn eer
Verzeker 'k u met hand en mond: âUw tanden blijven steeds gezond.quot;
Maar wordt soms om het lieve geld 't Consult veel jaren uitgesteld,
Dan is zeer vaak het resultaat: âHet gaat niet meer â het is te laat.quot;
Geen ander middel blijft er, dan Zich te gedragen als een man:
- 44 -
Men zet, als had men geen gevoel, Zich in den operatiestoel.
Menig tand wordt afgebroken ,
Of in het tandvleesch wordt gestoken, Bovendien vloeit er veel bloed,
Terwijl men ook betalen moet.
__ 45 â
Hoewel or vole midcTlcn zijn Om te opereeren zonder pijn, â En velen helpen dan ook waarlijk, Blijft chloroform toch steeds gevaarlijk.
Enk'le Doctors vinden beter Het gebruik van zwavelaether, Of laten voor het opereeren Stikstofoxydul inhaleeren.
- 46 -
Ook spuit men in, ik heb 't gezien, Met opgeloste cocaïn.
Of zet een koker op mond en neus â â Met bromaethyi â dat werkt fameus.
nenwr
Doch ondanks al die schoone zaken Zal trekken u toch nooit vermaken, Daarom herhaal ik weer mijn' raad: Dat gij veel naar den tandarts gaat.
XL
B e slui t.
Is u niet alles bijgebleven Wat in dit boek is neêrgeschreven, Ziet nogmaals dan dit werkje in En slaat het op, weer aan 't begin.
Doch, kind'ren, laat het niet bij lezen. Maar wilt getrouwe volgers wezen Van wat dit boekje heeft geboden â Een tang is nimmer dan van noode.
Vergt nooit, houdt dit in uw gedachten, Van tanden werk boven hun krachten; Bederft ze niet met snoeperij En houdt ze van onreinheid vrij.
En nu nog, voor de laatste maal, Bezoekt den tandarts elk kwartaal, Dit raden wij u alle twee;
Crochet en Sol Dentitiae.
IjtliU'iWWiKE.IWMi' ml ili WiilWl
j
.
,
r
'
-
.
:
! ' '
. .
'' '
â
â
'
V.
.
--â----------------------- â .
.