/do.
lt;Jir, (
i.
Vakonderwijs aan
Ambachtslieden
lutoi;
B, F, PLASSCHAERT,
LeKRAAB AA.V de rTKin-.KAViiNUsrniiol, KX AAN de H. R. S.
te Delft.
|
- - -jy» . \
V ^quot; ?
! f ^
0 E^.
ü. M. KLEMKERK. 1 8 89.
I.
Vakonderwijs aan
Ambachtslieden
DOOR
B. F. PLASSCHAEET,
-KERAAR AAN DK' ÃURGF.R A V( )X DSC IIOOL EX AAN DE H. B. S. te Delft.
a o es.
m. k l r; m k h n k. 1 8 89.
Vakonderwijs aan Ambachtslieden.
Welke waarde moet in V algemeen aan de akte 31. O. recht-lijnig teekeuen en perspectief (.J/-.). met het oog op het vak-ondencijs aan amhachtslieden te geven, worden toegekend ?
In hot âVoorloopig verslagquot; Ve Hoofdstuk No. 13 van de Staatsbegrooting voor het dienstjaar 18S9, lezen wij o. a. op bladz. 12.
MIDDELBAAR ONDERWIJS.
âIn de openingsrede voor de tegenwoordige zitting der Staten Generaal werd wel is waar eene wijziging der wet op het lager onderwijs aangekondigd, maar omtrent het Middelbaar Onderwijs het stilzwijgen bewaard. De vraag werd gedaan hoe de Regeering over eene herziening van laatstgenoemden tak van onderwijs denkt. Daarbij zouden, naar sonimiger oordeel, in do eerste plaats in aanmerking dienen te komen uitbreiding van het ambachts- en tee ken o n d e r w ijs enz.
Toon ik de door mij onderschrapte woorden las, legde ik mot belangstelling mijn oor te luisteren, om te hooren wat verder over dat onderwerp volgen zou. De Nota van den Hooggeleerden heer Du. Vkk.meui.ex, lid der 2e Kamer trok daarna mijn aandacht. (Zie bl. 2(gt; van 't âVoorloopig verslag.quot;) II. MIDDELBAAR ONDERWIJS.
r Wat het Middelbaar Onderwijs aangaat, meen ik, dat als vaststaande en vrij algemeen erkende waarheden mogen gelden: lo. dat de zoogenaamde b u rgerdagsch olen volstrekt niet
4
aan hare basteinming beaat woord hebben. Terwijl zij op een enkele na, feitelijk reeds verdwenen zijn, behooren zij ook te verdwijnen uit de wet;
2o. dat de burgeravondscholen, door dat gedeelte der bevolking, voor welke zij bestemd zijn, alleen gewaardeerd worden, voor zooverre zij practische, dadelijk bruikbare kennis mededeelen. Met schrapping van zeer veel overtolligs behooren deze scholen, wat haar program aangaat, te worden teruggebracht tot de vroegere teeken- en industriescholen, bij welke rechtlijnig- en handteekenen, mechanica en toegepaste wiskunde schier uitsluitend de vakken van onderwijs uitmaakten
Toen nu ook, in de 28e Vergadering dor Staten Generaal, 7 December 1888, (bladz. 400, Algemeene beraadslaging.) baron Mackay, Minister van Bi nnenlan d sche Zaken, de bekende verklaring aflegde; âIk zal wanneer mij misbruiken bekend mochten worden gemaakt, in de lagere of in de hoogere ambtenaarswereld, een ernstig onderzoek instellen. Ik hoop niet te vergeten, enz.quot; dacht ik, dat is een mannenwoord; aan het stelsel van doodzwijgen, negeeren en vliegen afvangen van lager geplaatsten, âvan hen die op lager trap arbeidenquot; zooals professor Qüack dat uitdrukt in zijn âSociale rechtvaardigheidquot; komt een einde; dat belooft ook veel goeds voor het Middelbaar ambaclitsonderwijs. dat ik, om der wille onzer ambachtslieden, zoo zeer lief heb en waaraan ik bijna een kwart eeuw mijn krachten heb gewijd. Ook de eenvoudige teeken meester, de man der practijk, die het onderwijs geeft zal voortaan worden gehoord; en als Du. Vermeulen zijn denkbeelden nader ontwikkelt, kan, zonder dat dit meer geld behoeft te kosten dan thans, door wrijving van gedachten een program
5
voor het vakonderwijs aan ambachtslieden worden samengesteld, waardoor het onderwijs wordt wat het wezen moet, om aan onze ambachtslieden, enalzoo aan de maatschappij ten zegen te zijn.
't Was alsof alles samenliep om mijn hoop te verlevendigen dat hot ambachtsonderwijs aan de orde zou worden gesteld; immers dd. 9 September l!S88, werd mij, die noch directeur noch hoogleeraar aan eenige vakschool ben, in mijn qualiteit als leeraar aan een burgeravondschool en II. B. S., door den directeur dor U ij k s-n or maaIs ch ooi voor tee-k ono n d erw ij zer s te Amsterdam, Voorzitter der Commissie voor de teekenexamens in 'tjaar 1SS8, gevraagd, of ik een eventueele benoeming als lid dier Commissie zou aannemen ? Daar ik mocht veronderstellen dat genoemde directeur de door mij gevolgde richting bij het vakonderwijs aan ambachtslieden kende, meende ik waarlijk de aangeboden taak niet te mogen afwijzen; ik werd dan ook door Zijne Excellentie den Minister van 13 in n en 1 andscli e Zaken, bij beschikking dd. 20 September ISS.S No. 2820/1. Afdeeling O, tot lid der genoemde Commissie benoemd.
Nimmer heb ik met meer dankbaarheid een opgelegde taak aanvaard, omdat ik eenvoudig man, in de thans naïef gebleken meening verkeerde, dat ik met mijn, door ernstige studie en een werkzaam leven in de practijk der bouwkunde en bij het teekenonderwijs, verkregen kennis, van do behoeften van het vakonderwijs aan ambachtslieden, voor dat onderwijs in breeder kring nuttig zou kunnen zijn.
N i m m er heb ik grootere teleurstelling ondervonden dan toen het mij overtuigend bleek; dat het examen voor de akte M. O. rechtlijnig teekenen en perspectief (M 2), (hoe zwaar ook in sommige opzichten,) niet den
minsten waarborg geeft dat de bezitter der aldus verkregen akte M 2, bekwaam en geschikt zy tot het geven van vakonderwijs aan ambachtslieden, mede bedoeld in letter tt van het programma voor de akte M 2,
Op welken grond, in 't algemeen, aan de bezitters der genoemde akte M 2, de bevoegdheid wordt toegekend om vakonderwijs aan ambachtslieden te geven is mij een raadsel; naar mijne meening zal geen onkel deskundig directeur van een vakschool voor ambachtslieden, 't zij burgeravondschool, practische ambachtsschool of teekenschool, die de ambachten kent en het ambachtsonderwijs heeft bestudeerd, zonder door hem persoonlijk afgenomen examen, de bezitter van M 2, omdat hij die akte bezit, een leeraarsbetrekking aan zijn school toevertrouwen, veel minder hem voor directeur eener vakschool aanbevelen, waartoe de akte de bevoegdheid geeft.
Bovenstaande harde woorden moeten worden gestaafd door bewijzen; die bewijzen zal ik leveren. Men kan mij na de opgedane ervaring, even als in 1^77, toen ik een stuk schreef om aan te toonen dat wij in ons land met het vakonderwijs aan ambachtslieden in 't verkeerd spoor waren, en dat het examen voor de akte M' in meer practische richting moest worden afgenomen, trachten dood te zwijgen, of dood te stemmen zooals later gebeurde; toch vertrouw ik dat nu, 12 jaren later, wel enkele deskundige vakgenooten en belangstellenden zullen luisteren; het is mijn vaste overtuiging dat weinig jaren zullen voorbijgaan of er zal erkend worden dat ik de volle waarheid heb gezegd en dat mijn woorden, in 't belang der ambachtslieden, dienen te worden overwogen.
Ik acht mij niet alleen gerechtigd om deze zaak in 't open-
7
baar te bespreken; maar ik acht mij daartoe verplicht; daarom spreek ik; ik wensch niet dat zou worden gemeend dat ik heb medegewerkt om bij Zijne Exellentie den Minister van Binncnlandache Zaken meeningen te doen ingang vinden, die naar mjjn innige overtuiging als zij wet worden, ons ambachtsonder-wijs zullen doen zinken beneden hot allerlaagste peil dat denkbaar is.
Om het bewijs te leveren van wat ik zeg maak ik gebruik van het eigen ,Verslag der Commissie in 1888 belast met het examiaeeren van hen, die akten van bekwaamheid verlangden voor middelbaar onderwijs in het hand- en rechtlijnig teeke-nen en boetseeren en voor lager onderwijs in het handteekenen.
Dit Verslag is officieel, het is onderteekend door twee directeuren van vakscholen n.1. de directeur der llijksnormaal-school voor teeken onde rw ij zer s te Amsterdam, als Voorzitter der Commissie, en de directeur der Academie van Beeldende kunsten te 's Gravenhage, als secretaris.
Do staten en cijfers op de vijf eerste bladzijden van genoemd Verslag kunnen wij hier voorbijgaan; lezen wij de âAl ge me e-ne opmerkingenquot; bladz. 6, en v.
âRechthj nig teekenen. De meeste candidaten voorde akte recht âlijnig teekenen bleken zeer zwak te zijn in de kennis van axono-âmetrieen scheeve projectie, vooral in de toepassing. Daarjuist deze âpractische wijze van afbeelden van groot nut is in debouw-âkunst, de Kunstnijverheid en de werktuigkunde, âis verbetering hierin hoogst gewenscht.quot; (Ik onderschrap). Van de bouwkundige kennis (?) zal later blijken in't Verslag.
In beschrijvende meetkunde en perspectief bleek, vooral uit do ingeleverde teekeningen. de kennis dier vakken zeer sober te zijn, men kreeg den indruk, âalsof de candidaten zich do âbewerking der, in do handboeken voorkomende vraagstukken
s
âmachinaal hadden ingeprent,quot; nog meer bleek dit uit de ingeleverde teekeninscn.quot;
*7 0 O
Lag die sobere uitslag aan de eandidaten of aan de op to lossen vraagstukken? Volgens mijne aanteekeuingen bij dit examen, was er een vraagstuk dat slechts door drie van de 18 eandidaten kon worden opgelost, terwijl toch uit de cijfers van het mondeling examen blijkt, dat de helft der eandidaten voor beschrijvende meetkunde wel hadden gewerkt.
Waarom worden geen vragen gedaan die in de practijk van meer nut zijn dan de opgegevene ? Dit geldt natuurlijk alleen voor de wijze waarop het examen in 'SS werd algenomen.
Door de wijziging van het programma voor M 2, bij Besluit van 24 April 1885 is de weg wagenwijd opengesteld om ons bij deze examens in de richting van het vlakornament stelselmatig voort te stuweu ; het ambacht, practische kennis van de bouwvakken, enz., de hoofd factoren voorden leeraar bij het vakonderwijs aan ambachtslieden, is daaraan opgeotlerd ; van buiten geleerde kennis is bijna alles, en wat is het resultaat van die richting? Hooren wij het âVerslagquot;.
âIn slechts zeer enkele gevallen waren zij (de eandidaten) âin staat op het zwart bord bijv. een antieke zuilbasis, een âlijstwerk of kapiteel te schetsen. Vooral bij het maken van âeen ontwerp naar schets kwam de geringe kennis van alge-âmeen als doelmatig en schoon aangeziene vormen en het âgebrek aan gevoel voor goede verhoudingen duidelijk aan 't licht.quot;
Kan het minder?
Lees eens in 't âVerslagquot; de volgende opmerking in verband met de daaruit getrokken conclusie: Zie bladz. 7.
âOpmerkelijk is het, dat men over 't geheel bij het rechtlijnig teekenen van den aanstaanden ambachtsman (timmerman
9
.âen meubelmaker), van geen kopiëeren naar plaat wil weten, âal blijkt het ook, dat de candidaat groote moeite heeft om de âbenaming en beteekenis van de eenvoudigste bouwkundige âconstructies naar plaat toe te lichten, terwijl hot hem vol-â strekt niet mogelijk isdie samenstellingen uit het hoofd te schetsen.quot;
(Eerst dient de vraag te worden gesteld: zijn alleen timmerlieden en meubelmakers ambachtslieden?)
Na hetgeen voorafgaat zal de deskundige lezer zeer stellig in de meening verkeeren dat door deze Commissie aan candi-daten. üie do verschillende bouwdeelon niet eens naar plaat kennen, veel minder die aan hun aanstaande leerlingen kunnen vóórschetsen. geen akte voor vakonderwijs zal worden uitgereikt; echter vergist de lezer zich, luister:
âDe Commissie is van oordeel dat een volledige kennis van âde bouwkundige constructies, voor zoover die noodig kau ge-ânoemd worden, om goed en degelijk onderwijs te geven aan âden aanstaanden timmerman, volgons do wet niet kan en mag âworden geëischt.''
En wilt gij weten lezer waarom van een candidaat voor de akte M 2, niet kan en mag worden geëischt de kennis om aan een timmermansjongen les te geven
Omdat daarvoor lange en ernstige studie of practische kennis noodig is, wat hier moeieljjk kan worden gevergd:
âvooral omdat die kennis voor het geven van onderwijs aan âeene hoogere burgerschool volstrekt niet noodig is, en immers âjuist daar zullen ook vele, met de akte M 2 gediplomeerden âhun plaats vinden.quot;
Ziet U âdie ernstige studie of practische kennis zou 1 de hoogere burgerschooileeraren misschien in den weg zitten;
maar ondertusschen worden zulke leeraren ook benoemd aan de
T
10
burgeravoiidscholen, waar veel tiramermansjongena voorkomeu, zonder blijk te hebben gegeven van ernstige studie of prac-tische kennis.
Do bewering der commissie dat vele gediplomeerden met de akte M 2 aan hoogere burgerscholen plaats vinden, is de quaestie niet, de quaestie is dat al of bijna al do bezitters der akte M 2, die ik ken, of zij al of niet practisch gevormd zijn. ook aan burgeravondscholen en dergelijke inrichtingen werkzaam zijn. De statistiek kan uitmaken hoe de verhouding is. maar nl waren hot slechts weinigen die zonder practisch gevormd te zijn aan burgeravondscholen en dergelijke inrichtingen les in 'tlijnteekenen geven, dan is liet nog te betreuren dat de belangen van onze ambachtslieden daaraan worden opgcotlcrd.
Om nu dio ernstige studie en die practische kennis maar go-heel uit de baan te knikkeren voor sommige candidaten, wil de commissie een nieuwe akte scheppen of een aanteekening op do akte M. O. handteekenen (il 1), voor de handteekenaara verkrijgbaar stellen; logisch volgt uit de redeneering van de commissie, dat dan deze nieuwe akte of een aanteekening op de akte M 1 aan de candidaten zonder ernstige studie en ook zonder practische kennis, zal worden uitgereikt. Om die nieuwe akte of die aanteekening te verkrijgen is dan: (Zie bladz. 8) âkennis van de leer der projection, vaardigheid in het opmeten âen het op schaal in teekening brengen van eenvoudige voor-â werpen met inbegrip van schaduwbepaling, verder het zuiver âteekenen van versieringen in meetkunstige verdeelingen en het âopwerken in vlakke tinton of arceeringen voldoende,quot; . . .
.......âMet een in dezen zin gevormden leeraar
âvoor hand- en rechtlijnig teekenen, zou het onderwijs aan âsmeden, meubelmakers, beeldhouwers, stucadoors, huisschilders
11
âenz. dus in 't algemeen die leerlingen, die men, behalve op de âambachtsscholen, ook op de burgeravondscholen vindt, ten âzeerste zijn gebaat.quot;
Dat staat er gedrukt, en is onderteekend door den directeur der Rij ksnormaalschool voor t ee ken o n d e r w ij z e r s te Amsterdam.
Wel verbazend! Maar dan mogen wij toch vragen of genoemde directeur nog nimmer in zijn leven een burgeravondschool van eenige betoekenis heeft bezocht? Wij stellen die vraag in allen ernst, omdat een leeraar, gevormd volgens hot recept van de Commissie, voor het vakonderwijs aan smeden, instrumentmakers, wagenmakers, geweermakers, steenhouwers, metselaars, horlogemakers, enz. enz. leerlingen die, behalve timmerlied e n, aan burgeravondscholen worden gevonden, totaal onbruikbaar is.
Een stukje practijk om dit te bewijzen:
Aan do burgeravondschool te Delft telt de 3e of iioogste klasse, in don cursus 88âS9, 3quot;) leerlingen; deze leerlingen behooren bijna zonder uitzondering tot den zoogenaamden ambachtsstand, er zijn :
I 1 timmerlieden van verschillende ontwikkelins,
D 7
â¢') instrumentmakers van verschillende ontwikkeling.
2 Smeden,
3 metaaldraaiers,
4 huisschilders,
li kamerbehangers,
2 loodgieters,
I beeldhouwer.
1 goudsmid,
1 Zadelmaker,
12
1 bouwkundig teekenaar,
1 bloemist,
1 kantoorschrijver,
35 leerlingen van 13 verschillende vakken.
In de 2e klasse, waar door middel der projectieleer voorbereidend vakonderwijs gegeven wordt, zijn, benevens bovengenoemde vakken ook vertegenwoordigd het metselaars-, steenhouwers*, geweermakers-, wagenmakers-, koperslagers-, horlogemakersvak enz. enz.
Do vakken dor leerlingen mogen 'teene jaar bij het andere eenigszins afwisselen; veel verschilt dat niet aan onze school. Delft is een gemeente van middelbaren rang wat de bevolking betreft, zoodat ik in 't algemeen mag aannemen, dat, met eenigo afwisseling, de bevolking der burgeravondscholen in andere, ongeveer gelijkstaande gemeenten, niet zeer zal uiteenloopen.
Aan al deze leerlingen moeten wij vakonderwijs geven; ik heb dat reeds ongeveer achttien jaar gedaan, en dat dit onderwijs niet zoo geheel zonder resultaat is, weet ook de Hooggeleerde heer Dr. van Akex, Inspecteur bij het Middelbaar onderwijs, door eigen aanschouwing.
De 11 timmerlieden moeten wij hier voor den nieuw te scheppen vak leer aar, volgens het recept bovengenoemd, laten vallen, want ziet gij âdat zoo moeilijk bereikbare (n.1. om aan een timmermansjongen les te kunnen geven), â wordt thans âvan de candidaten onnoodig geeischt,quot; zegt het Verslag. Resten dus de overige leerlingen; de leeraar toegerust met de kennis van de projectieleer, die een eenvoudig voorwerp kan opmeten, een schaduwbepaling kan uitwerken, (zeker om de schaduw van letters voor de ververs te bepalen?) die een vlakke tint en een arceering kan leggen, een leeraar zonder eenige
1 :i
vakkennis dus, zal in de 2e klasse, door middel der projectieleer de elementaire eonstructiën, die voor het vak van iederen leerling meer of min verschillen, juist weten te kiezen; mot andere woorden, hij zal een juiste keuzo weten te doen tus-schen de construction die bij een instrumentmaker, een smid, een geweerniaker, een metaaldraaier, een wagenmaker, een koperslager, een horlogemaker, oen metselaar, enz. 't meest noo-dig en nuttig zijn, om later, bij het voortgezet vakonderwijs, daarop met vrucht te kunnen voortbouwen.
Het voor den theoretisch en practisch gevormden leeraar moeidijkste doel van zijn onderwijs, dat bij elke les zijn volle energie en werkkracht eischt, zal zoo'n man hem uit de hand nemen ?
Als do directeur van 'sllijks-n ormaalsehool voor teekenonderwijzers dat meent, dan hoeft hij van het vakonderwijs aan ambachtslieden al zeer zonderlinge denkbeelden. Als hot waarlijk zóo kon, dan doe ik al heel dwaas met avond aan avond er over te denken, op welke wijze ik die of die constructie, aan een timmorman, aan een instrumentmaker, aan een geweermaker, aan een smid enz. goed zal trachten duidelijk te maken. Ik heb eens oen directeur van een vakschool voor ambachtslieden hooron zeggen, 't was bij een discussie over vakonderwijs, dat bijna iedereen aan een smid les kan geven ; uit dit Verslag blijkt mij dat do man niet alleen staat.
Als ik mijn taak bij het onderwijs goed begrijp, dan is het mijn roeping en plicht ook de vakkennis mijner leerlingen aan do burgeravondschool te vermeerderen ; zooveel do vatbaarheid van den leerling het toelaat; ai verder is het mijn taak de liefde voor zijn vak bij den leerling te vergrooten, en de
1-1
liefde en energie tot onderzoek aan te nioedigon en in het rechte spoor te leiden. Daarom acht i k het niet voldoende een sm i d a 1 e e r 1 i n g eenige eenvoudige voorwerpen tot den huia-bouw behoorende, naar plaat te lecren naschrappen. Dan zou mijn geweten mij beschuldigen dat ik mijn plicht tegenover den jongen mensch niet naar eisch betrachtte: de smidsjongen heeft recht van mij te vorderen, dat ik, na hem ijzerverbindingen door middel van klinkwerk, verschillende soorten van bouteii. motten, sloten, lasschen enz. te hebben onderwezen, hem de constructie van do schroef, van tandvormen voor raderen en van verschillende raderen leer kennen. Daarna komen verder eenvoudige deeleu tot de werktuigkunde behoorende aan do orde, zooals bijv. riemschijven, kussenblokken, tappannen, hangers of stoelen voor assen van drijfwerk, supports enz. enz. Onder de les wordt met hem over het materiaal gesproken dat voor die of die soort van werk wordt gebruikt, wij werken zoo saam, de leerling en ik. Later komen deelen van het Stoomwerktuig, Stoomcylinder Zuiger, Zuigerstangen, Stoomschui-ven, Stoomtluit, Excentriek, Regulateur enz. onze aandacht vragen; eenvoudige werktuigen, zooals boor-, pons-, pers-en snijmachines, werktuig tot scheiding van ijzer- en kopervijlsel en draaisel, enz., in oen woord, werktuigen die hij in de werkplaats dagelijks ziet gebruiken, teekonen wij naar een schets mot afmetingen en maken daarvan details. Verder behandel ik met smeden, waar mij dat noodig blijkt, samenstellende doelen van ijzeren kappen en andere bouwdoelen; wij gaan aan onze school altijd door zoo lang de leerling aan de school de leasen blijft volgen en lust tot loeren heeft. Kunstsmeedwerken voor hekken en hekwerken, de samenstelling en constructie van het slot, kunnen zij aan onze school leeren als zij willen; wij
15
trachten van den leerling een man te vormen die zijn vak en zjjn werk lief heeft en vooruit brengen kan. Dit alles zal een leeraar zonder vakkennis doen; of meent de directeur van 's R ij ks-n o r maal se h oo 1 voor t ee ken o n d e r wij z e rs dat het niet noodig is dat een leeraar zijn leerlingen kan opleiden tot bekwame ambachtslieden?
Wat zal zoo'n man met instrumentmakers aanvangen ? 't Vorig jaar heb ik met de jongens, onder meer, een sextant ge-teokend en gedetailleerd, dit jaar o. a. een theodoliet.
Hoe zal de nieuwbakken leeraar den jongen attent maken op de eischen die aan de zuivere verdeeling van den nimbus en den nonius zijn te stellen? lgt;ij liet bespreken van de plaatsing der spiegels en van den kijker, van do alhidade enz. moet hij den leerling toch attent maken op de eischen waaraan zijn instrument moet voldoen. Dit jaar had ik het genoegen met een instrumentmaker o. a. te behandelen een trekafdrlikker in holle cylinders, ook in detail, en een middellijn-meter voor holle cylinders, zoogenaamde visiteerinstrumenten; met den middellijnmeter kan men, door middel van een kunstig mechanisme en een nonius, de middellijn van een hollen cylinder bepalen tot in honderste deelen van den c.M. Ik noem deze werktuigen en instiuinenten bij den naam om te bewijzen dat ik praktijk, geen fictie behandel.
Een leeraar, gevormd volgens het in 't Verslag gegeven recept, zit op onze school reeds de eerste tien minuten zoo vast als een muur, verscheidene jongens in onze 3e klasse zouden verreweg zijn meerdere zijn.
Wat zal zoo n man een metselaar leeren; metselverbanden kopieeren naar plaat zeker, dingen diode metselaar veel beter kent dan hij zelf; als de jonge man wat verder is en er
16
komen spocialc gevallen voor, zooals dat in do practijk bijna altijd gebeurt bij fandeeringen van kelders en dergelijk werk, bij ontlastingbogen, penanten, topgevels, gewelven enz wat zal hij dan aanvangen ?
En dan, van den timmerman e. a. zwijg ik hier, maar ik mag noemen de steenhouwer, de wagenmaker, de geweermaker, de horlogemaker enz., wat zal zoo'n leeraar, zonder kennis der bouwvakken en mechanica daarmee beginnen ? Moeten nu al de genoemde leerlingen maar geen onderwijs in hun vak ontvangen omdat mijnheer de leeraar geen vakkennis bezit en die kennis alleen door ernstige studie en oen praetische opleiding te verkrijgen is?
Ik ben daar warm geworden; 't zou om te lachen zijn als het niet zoo'n bedroevend en ontmoedigend feit was, dat zulke voorlichters, als in dit Verslap:, ons, eenvoudige practische mannen, die het onderwijs geven, waar zij over praten, tot machteloosheid doemen om iets meer ten voordeele van het vakonderwijs voor ambachtslieden te kunnen doen; zulke adviezen zijn daarom te betreuren omdat veel niet-deskundigen toch reeds in do meening verkeeren, dat iemand die een weinigje teekenen kan en een weinigje van buiten geleerde kennis bezit, geschikt is om aan oen ambachtsjongen les te geven.
Slaan wij nog oeu enkelen blik op 't Verslag dezer Commissie, bladz. 8 en !).
âWil men zich echter houden aan het beginsel (dat ook door âalle candidaten werd vooropgesteld) dat ditteekenondorwijs voor âden ambachtsman, bovenal ontwikkelend moet zijn en men hier âzoo min mogelijk platen moet laten kopioeron, dan zou die âkennis meerendeols (ten minste voor don timmorman) geheel âonvoldoende moeten genoemd worden.
17
âDo weinige kennis van bouwkundige constructies en het âgebrek aan practischen blik. bleek ook duidelijk bij de bouwkundige teekeningen, waar bijv. vele candidaten bij eene dwars-âdoorsnede van het kalt' van een deurkozijn, het bovenlicht met âinwaterende sponningen daarop hadden geplaatst.
Wederom een bewijs, dnt de akte M. 2 slechts bestemd âmoest zijn voor hen die eenigszins met de practische zijde van âdo bouw- en werktuigkundige vakken bekend zijn, cn niet âeen en ander daarvan in beperkten tijd h ebben van bui-âten geleerd.quot; Ik onderschrap.
Maar waarom, zoo vraag i k, is dan aan candidaten, die niets of bijna niets van bouw- en werktuigkunde weten, de akte M 2 uitgereikt? Waarom is gedurende een kwart eeuw het vakonderwijs aan ambachtslieden ook aan niet-deskundigen overgeleverd? Men heeft mij trachten te bewijzen dat het altijd zoo geweest is als bij dit examen, om die zekerheid was het mij te doen. Ik moet nu wel gelooven dat het altijd zoo geweest is, ook omdat ik vroeger nimmer goed de gelegenheid had de resultaten van deze examens te onderzoeken; maar dan is dit ook een der voornaamste oorzaken waarom onze ambachtslieden in 't algemeen niet voldoende in hun vak ontwikkeld zjjn; dan is dit ook een der voornaamste oorzaken waarom wTij in ons land, met het vakonderwijs aan ambachtslieden in oen kwart eeuw zoo weinig gevorderd zijn; en wat erger is, dan is d i t een der voornaamste oorzaken dat de liefde voor het ambacht, hetwelk voor iemand die zijn vak goed kent een genot is en reine levensvreugde vermeerdert, bij veel jonge men-schen tot het vriespunt is gedaald, en dat het ambacht wordt op zjj gezet als er ergens maar een baantje te krijgen is.
Als de Commissie nu haar zin krijgt: âzou de wet zoodanig
IS
âmoeten worden gewijzigd, dat de Uommis^ie terecht van hen, âdie de akte M2 wenschen te bekomen, de kennis van con-âstructie met nadruk kon vorderen.quot;
Dat heeft iets van den put trachten te dempen als het kaH' verdronken is ; men beeft zich in zijn eigen garen gevangen en nu zoekt men een uitweg,die voor ieder die de zaak begrijpt voor de hand ligt. Daarbij is de zin zoo vaag mogelijk; de kennis van welke const ructie moet nxi met nadruk gevorderd worden?
In het vorig program voor de akte M'J kwam de volgende bepaling voor:
âDe candidaten behooren voldoende kennis van bouwkunde âen werktuigkunde aan den dag te leggen, om de daartoe meest âbekende voorwerpen, naar eene opgave van afmetingen, nauwkeurig en zuiver in projectie of in perspectief te teekenen.quot;
De wetgever eischt dus daarbij wel degelijk van de candidaten voldoende kennis van bouw- en werktuigkunde, om aan de scholen waar zij zouden worden geplaatst als leeraar. degelijk onderwijs in die vakken te kunnen geven.
In April 1SS5 is bovenstaande bepaling uit het programma voor M2 gelicht, en vervangen door :
âKennis der benamingen en de; beteekenis van de voornaamste âbouwdeelen en van de voornaamste enkelvoudige werktuigen.quot; quot;Waarom dit geschied is, is duidelijk ; de candidaat behoeft nu, als men over het woord âbeteekenisquot; heenglijdt zooals bij dit examen, niets van de practijk der bouwkunde te weten en heeft alleen de namen van deuren, ramen, kappen enz. van buiten te leeren. en daar het nu volgens de wet verboden schijnt (?) te vragen hoe zoo'n deur, zoo'n raam, enz. in elkaar zit en gemaakt wordt, kan een wakkere jongen van 14 jaar oud aan den thans gestelden eisch voldoen.
19
Echter staat in 't programma, letter d :
âvaardigheid In het teckenen van bouwkundige en werktuigkundige ontwerpen, zoowel naar uitgewerkte teekeningen als ânaar schetsen en schriftelijke opgaven.quot;
Kan, in verband met letter e van 't programma, het de bedoeling van den wetgever zijn, dat een candidaat voor de akte M 2 kan volstaan met een weinigje, âin beperkten tijdquot; van buiten geloerde kennis?
Dat de Commissie zou meenen dat het opteekenen of uitwerken (in potlood was reeds voldoende) van een eenvoudige schets als dit jaar, en het detailleeren van het kalf van een deurkozijn met de bovenste verbinding der deur bij de naald, een ernstig onderzoek is naar de bouwkundige keunis der can-didaten, mag ik toch niet aannemen; 'tzou al te grappig zijn. en wat er nog van terecht kwam, hebben wij boven gezien.
Maar wacht even: voorden leeraar voor timmerlieden wil de commissie een uitzondering maken ; aan een timmerman les te geven zonder vakkennis, dat gaat toch niet meent zij ; daarom zou nu het programma alweer moeten gewijzigd worden; een fonkelnieuw programma dus voor M 2 : een soort architectenexamen zie ik al in 't verschiet, alles ook in dit Verslag over M 2 wijst daar heen. Voor dat nieuwe examen zullen practisch gevormde mannen, die wij xoo noodig hebben bij het vakonderwijs voor ambachtslieden, alweer druipen. Kleine gemeenten waar volgens de wet een burgeravondschool bestaat, zullen voor het lijnteekenen twee verschillende leeraren moeten benoemen, of zich moeten tevreden stellen met een leeraar zonder vakken-n i s, voor een vakschool.
Dan is er nog iets; de teekenexamens zijn in 1888begonnen precies op 1 October en zijn onafgebroken voortgezet tot 15
2(1
December d. a. v. dus 2'/â¢; maand, stel dat voor de nieuwe (belangrijke) examens een maand noodig is, dan komen wij zoo zoetjes aan tot S'A maand ongeveer examineeren.
Als er voor de akte M 2 voor sommige vakken geexaminoerd wordt even als dit jaar. dan uit i k den wensch, dat Zijne Excellentie de Minister er toe besluite voor te stellen om die examens niet meer te doen plaats hebben, instede van die uit te breiden ; men ontnemeaan de akte M 2 elke officieel geijkte waarde : daarmee zal het vakonderwijs voor ambachtslieden moer gebaat worden dan met deze examens. Alvorens een leeraar te benoemen voor een burgeravondschool of dergelijke inrichting zal elke gemeente zich wel vergewissen of de man die zich daarvoor aanbiedt, bekwaam en geschikt zij om aan ambachtslieden, ook aan een timmermansjongen, les te geven. Men zal dan eenige duizenden guldens besparen op examens, die geen waarborg geven, maar wel pretenties in 't leven roepen.
En nu tot slot: wie in de meening verkeert dat ik dit opstel gaarne geschreven heb, vergist zich zeer; ik reken het mijn plicht te waarschuwen tegen een richting bij dit examen, die het vakonderwijs aan ambachtslieden benadeelt; de directeur der Rijks-normaalschool voorteekenonderwijzers, zal mij voortaan D. V, telkens op zijn weg ontmoeten als hij meeningen en wenschen onderschrijft, zooala in 't Verslag der Commissie voor de akte M 2 in 1888 zijn neergelegd.
Delft, April 1889.
13. F. PLASSCHAERT.
/P/r^ /
Van denzell'den schrijver is v. isdun. n hij P. (.lt;.)! TA (..lUlNT, tf ARNhkm :
Hcknoi.t prailisd. LeorlK.ck «Ier Burgerlijke en Waler-Bomvkunde. Tw.....ieelen. Met 16. o m de. te1- ^
op 40 uitslaande platen grdmkt.- tiu'Hr. n 1 nj. m atleveringen 1'-20,40; gebonden m 2 h'-el linin pelbanden t' 23.
Afzonderlijk: Deel 1. Burgerly ke J^ou wknn de m at-
leveringen n2,60; gebonden fl4,.o. Du 1 I ⢠'^ _
bouwkunde, iu afleveringen 111,80; gebonden t l....o.
Het Detailleereu van Houwknudige Saineustellingen.
nei iicci nâ .iui11oiiiiiquot; voor eigen stndn-
(Afschrijven en uitslaan.) ILtnlMdiu- y ^
.-u practisch ondenvijs in de buuwku'!'1,\ ^ '
eerste aflevering, bevattende Plaat - \ ,
Xo. 1 -5, niet beschrijving. Prijs -t' etgt;. i» i l1 â¢'
beschrijving. or la.
De Inteekenaren verbinden zich voor eéne sen- van -o pia
ten met beschrijving.
â¢Â«Mêc-
Van belde «erken fa eene nltvoevlg. Proe^lUvcvin? .loov eiken Bnekbandelaar gratis te ontbieaen.
Bij den heer W. BEETS verscheen ;
Leerboek der l»esclirijvende Meetkunde. -1. ' i u r
1 ... .1..,, ..-in HlirovniVOUaSCllU
^rhooK nor nrsriu i.prin.^
tir-a,. Vâor Amba.-l.tsHtHleii aan Burgeravondscholen, ui tot zelfonderricht.