J. '
ANTWOORD
VAN'
ECRGE ME ESTER i:\ WETHOUDERS
or IIET
VERSLAG
VAN* HEX
onderzoek der ontwerp-verordeningen
OP
de heffing en de invordering
EE XE P.
pJaai3 0]j]i£amp; amp;'ssi3 i^sïasixsg op iisi
in de aCileelingeii Vein den raad der gemeente Utreclif,
voor zooveel betreft de artikelen der verordeningen.
Prijs f 0.30.
Stoomdruk van de iirma L. K. JiOSCil EX ZOON.
No. 22 F. '1.
Art 1- Wij vereenigftn ons met de gronden, die in de iifdeelingen zijn aangevoerd tegen liet verkenen van korting wegens talrijkheid van het gezin. Fn de bestaande verordening is deze bepaling op hare plaats, omdat, bij het daarin gehuldigd stelsel, een correctief noodig was tegen al te groote verzwaring van druk voor hen, die door de talrijkheid van hun gezin naar verhouding te groote bijdragen in de personeele belasting betalen. In de bestaande verordening wordt minder bedoeld het geven van korting op de belasting aan hen, die een groot gezin hebben, maar veeleer het herstellen der evenredigheid, welke anders ten hunnen nadeele zoude zijn verbroken.
In het ontwerp zijn, voor zoover zulks met de eischen der practijk is overeen te brengen, fle regelen aangegeven, waardoor het zuiver inkomen kan worden berekend. Aftrek is in het algemeen toegestaan voor hetgeen noodig is , om het inkomen te verkrijgen en voor hetgeen aan anderen volgens titel toekomt. Het komt ons voor, dat aftrek voor onderhoud van kinderen niet in dit stelsel past. Do daarvoor gedane uitgaven worden in den regel uit de inkomsten bestreden en onder de verteringen geboekt.
2
Het ontworp berust op liet beginsel, dat het billijk is iedereen te doen betalen in evenredigheid van /.ijn inkomen. Volmaakte evenredigheid met de draag-kraeht zal daardoor niet worden verkregen, maar de inkomstenbelasting wijkt daarvan ongetwijfeld in mindere mate af dan het equivalent. Wil men nog verder rekening houden met de draagkraeht der aangeslagenen, dan doen zich â zooals in hot Verslag is medegedeeld â een aantal vraagstukken voor, welke niet wel voor regeling vatbaar zijn. Behalve het aantal kinderen, oefenen tal van andere omstandigheden , als: gezondheid, leeftijd , werkkracht, sterftekans ten gevolge van het uitgeoefend bedrijf, leeftijd der kinderen, bron van het inkomen , invloed op de draagkracht uit. Wil men daarmede rekening houden, men zal lichtelijk in een doolhof geraken. ITet schijnt ook niet, dat er eene bijzondere reden bestaat, om juist met het aantal kinderen en niet met alle andere omstandigheden, rekening te houden. ITet aangaan van een huwelijk is eene zaak, die afhangt van den volkomen vrijen wil der ingezetenen en mag op verschooning van belastingdruk niet meer aanspraak geven dan do andere bovengenoemde omstandigheden, welke meerendeels geheel onafhankelijk zijn van de beslissing der betrokkenen. liet feit, dat personen met een talrijk gezin in den regel door andere, vooral door Rijksbelastingen zooveel zwaarder gedrukt worden, zoude evenwel aanleiding kunnen geven tot vermindering van hun aanslag in deze belasting. Tegen die vermindering is weder
3
aan te vooron, flat nok al de personen van een talrijk gezin van fle zorgen van de overheid partij trekken, zorgen , die menigmaal finaneieele gevolgen van drnkkendon aard hebben. â Voorts is de regeling van dergelijken aftrek uitermate moeilijk. Tenzij men dien tot de allerlaagste klassen beperkt, zal zij lielit aanleiding geven tot groote ongelijkheid.
Het lid, dat zich zeer teleurgesteld zag, omdat niet in het ontwerp de bepaling is opgenomen, dat van kleine inkomens een evenredig geringer bedrag zonde worden gevorderd dan van grootere, schijnt over het hoofd te hebben gezien, dat do aftrek van /'500 â aan de minstgegoeden het meest ten goede komt.
In de Memorie van Toelichting is dat reeds aangetoond. Uit do tabel toch, welke voorkomt op bladz. 9 dier Memorie blijkt, dat de aangeslagenon in de rte, 2'uâ , S'1'quot;, 4'10 klasse enz. slechts 23quot;/,,, 33,3%, 42,87â, 51,2% van het hcffingscijfer znllen betalen. Bovendien loert vergelijking van Art. 8 van hot aanhangig voorstel mot de bepalingen van eenige andere verordeningen, dat hier do kleinere inkomens in den regel minder dan elders znllen worden belast. Zulks blijkt uit de tabel, welke aan keerzijde voorkomt.
4
|
Ucdrag van het iiikomon, waarvoor do ingezetenen worden aangeslagen in: | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ten einde meer bepaaldelijk aan te geven, dat de rangschikking in klassen naar aanleiding eener schatting geschiedt, stellen wij voor in den tweeden regel van
5
dit artikel liet woord âvermoedelijkquot; op te nemen. Deze en andere wijzigingen zijn vermeld in de Nota van wijzigingen en opgenomen in het herdrukt ontwerp.
Art. 2. Overeenkomstig do bepaling van Art. 232 dor gemeentewet moet het bedrag der belasting vermeld worden in het besluit tot het invoeren eener plaatselijke belasting. Ten einde te voorkomen , dat do verordening al te dikwijls aan do Koninklijke goedkeuring wordt onderworpen, is voorgesteld, dat tot 2quot;/0 .als maximum mag worden geheven.
Het maximum is hier niet genoemd om, zooals een lid meende, aan te toonen, dat Burgemeester en Wethouders deze belasting niet hoog wenschen op te voeren. Ons streven is steeds geweest en zal steeds zijn, geen enkele belasting hooger op te voeren dan noodm' is om do middelen te vinden tot dekking der
O O
uitgaven, waartoe de Raad besluit. Meer dan in de bepaling eener verordening welke ten allen tijde, onder hooger goedkeuring, door den Raad kan worden gewijzigd , vinden wij in het beleid van don Raad een waarborg voor een zuinig beheer der linancicn en tegen onnoodige verhooging van belasting. Niets geeft ongetwijfeld krachtiger aansporing-tot een zuinig beheer dan de noodzakelijkheid der verhooging van directe belastingen. Wij zijn daarvan zoozeer overtuigd, dat wij altijd met den meesten ernst hebben gewaarschuwd tegen het dekken der gewone uitgaven door leeningen en togen het vergrooten van de som , welke uit do gasfabriek in de gemeentekas vloeit.
(â¢)
Wat het eerste betreft, hebben wij ous steeds in den steun der meerderheid van den liaad mogen verheiiü'en;
o O;
het besluit van '27 October 1885 tot verdubbeling der vergoeding van den huur van ondergrond kwam zonder onze medewerking tot stand.
Het is ons niet mogelijk thans reeds tc ramen , dat voor volgende dienstjaren aan plaatselijke belasting Æ 188,000.â moet worden opgebracht.
Art. 3. Dat bij cene inkomstenbelasting het beginsel op den voorgrond moet staan , dat ieder ingezeten daarin bijdraagt, werd wel door enkelen gezegd, maar niet betoogd. AVij kunnen deze zienswijze niet deelen. Ongetwijfeld moeten ook van de minstgegoeden bijdragen worden gevorderd voor de betaling der kosten van den openbaren dienst, en zouden zij in eene inkomstenbelasting hun evenredig deel moeten bijdragen, indien deze de eenige belasting ware. Nu door hen in tal van verteringsbelastingen, in evenredigheid tot hun vermogen, veel bijgedragen wordt, biedt juist de inkomstenbelasting de gelegenheid aan om het evenwicht in zekere mate te herstellen. De opbrengst der verteringsbelastingen komt wel voor het grootste gedeelte in 's Rijks schatkist, maar de wetgever der gemeenten dient daar toch rekening mede te houden. Bovendien ontvangt de gemeente een deel van do opbrengst der Rijksbelastingen in den vorm van uitkeering voor lager onderwijs en gymnasium, en in dien van het gefixeerde '/5 van het personeel. Hoewel de grens der belastbaarheid in Arnhem en Groningen op /quot;500.â is bepaald, dient
7
er op te worden gelet, dat in die gemeenten geen en in Utrecht G8 opcenten op het personeel worden geheven, waarin vole der mindergegoeden bijdragen.
Het komt ons niet noodig voor in de verordening op te nemen, dat minderjarigen en onder curatoele gestolden hier worden aangeslagen. Het woord âiederquot; is o. i. duidelijk genoeg. Art. 245 der gemeentewet heeft niet de fictieve woonplaats van Art. 78 13iir-gerlijk Wetboek op hot oog, maar het feitelijk verblijf. Do belastingplicht is niet meer verbonden aan het juridische bogrip âwonenquot;, maar aan hot feit âhoofdverblijf houden en verblijven.quot; De gemeentewet laat de omstandigheden beslissen en schijnt te eischen, dat wie de lusten geniet, bijdraagt in de lasten.
In afwijking van vroegere beslissingen, die meeren-deels gegrond waren op ecne kennelijk onjuiste opvatting van eenige woorden dor Memorie van Beantwoording der Ministers Thorbecke en Betz , zijn in de laatste jaren steeds do verschillen omtrent dit onderwerp in dezen zin uitgemaakt. Laatstelijk nog, bij Koninklijk besluit van 23 Mei 1885 , nquot;. 124, omtrent den aanslag van een gymnasiast te Katwijk.
Art. 4. Hot ontwerp is in den bedoelden zin gewijzigd.
Art. 5. liet komt ons minder noodig voor eene volstrekt wetenschappelijke definitie van âinkomenquot; te geven, dan wel te omschrijven, wat bij de toepassing der verordening onder inkomen moet worden verstaan. Dat door deze bepalingen alle moeilijkheden
8
zullen worden weggenomen, hebben wij ons niet voorgesteld. Zulks is, even als bij iedere andere wet ot' verordening, ondoenlijk.
In bet algemeen achten wij het dus raadzaam de eischen, welke aan de bepalingen van Art. 5 en volgende worden gesteld , te matigen. Gaarne zullen wij die voorstellen overnemen, waardoor werkelijke verbeteringen zullen worden aangebracht, maar wij meenen te moeten waarschuwen tegen het hechten van al to groote waarde aan opmerkingen, welke betrekking hebben op zeldzaam voorkomende gevallen.
Door hen, die aanslaan, wordt niet het inkomen der belastingplichtigen tot in centen berekend, zooals enkelen zich schijnen voor to stellen. Met gebruikmaking van de voorhanden gegevens worden de ingezetenen in /,-lassen gerangschikt. Men gelieve dit niet uit het oog tc verliezen. Alleen in de uitermate zeldzaam voorkomende gevallen, dat een verschil van berekening aanleiding geeft tot verplaatsing van een aangeslagene naar eene andere klasse, zijn al die minutieuse berekeningen van toepassing. De betrokkene kan voor die gevallen zijne medewerking verleenen , door op hot beschrijvingsbiljet de noodige inlichtingen te geven of door tegen den aanslag bezwaren in te brengen.
Overgaande tot de beantwoording der verschillende vragen , welke zijn gedaan, merken wij nog het volgende op.
a. Waardevermeerdering of vermindering van het kapitaal dient niet bij de berekening van liet inkomen in aanmerking te komen. Menigmaal is die fluctuatie liet gevolg van verandering in het bedrag der divi-
9
(lenden, welke daardoor reeds op de grootte van het belastbaar inkomen baar invloed hebben uitgeoefend, liet hoofd van bet gezin zal ook dergelijke vermeerdering van kapitaalswaarde niet als inkomen beschouwen en haar niet begrijpen in de som , welke hij zonder te verarmen verteren kan. Voor den koopman is de toestand geheel anders; hij oefent den handel als bedrijf uit, zoodat door het groot aantal der operation winsten en verliezen in den regel meer tegen elkander opwegen. Indien voor den rentenier niet hetzelfde geldt als voor den koopman, dan zien wij daarin hoegenaamd geen bezwaar. De rentenier verkeert niet in dezelfde omstandigheden als de koopman. Onze opvatting komt ook overeen met hetgeen in het maatschappelijk leven onder inkomen wordt verstaan. Dat is bij een koopman, hetgeen hij als winst uit zijne zaak neemt, om in zijne buis-houding te kunnen verteren.
Do cffectenhouder zal, voor do gevallen, dat hij zijn inkomen met het oog op deze belasting gaat berekenen, den opbrengst der coupons van de verkochte effecten in meerdering moeten brengen en zijne inkomsten moeten verlagen met de som, die bij bij aankoop van effecten betaald heeft voor do loopende coupons.
Met de coupons, waarbij geen bij berekening van rente plaats beeft, zal op dergelijke wijze moeten worden gehandeld.
Een hypotheekhouder mag ongetwijfeld het kapitaalverlies niet in rekening brengen, dat bij bij executie lijdt.
1U
Voor hem is dat ecu verlies van kapitaal ca niet van inkomen. Dat daardoor principieel een verschil ontstaat tusschen hem , die onmiddellijk gelden op hypo-iheek verstrekt cn dengene, die zulks middellijk doet door het koopen van aandeelen eencr hypotheekbank schijnt een bezwaar tc zijn van weinig gewiciit. Men schatte eens, welk kapitaal van ingezetenen dezer gemeente in aandeelen van hypotheekbanken is belegd, hoe groot of liever hoe klein het bedrag is, dat wegens verlies op de onderpanden wordt afgeschreven, en welk buitengewoon gering deel die afschrijving vormt van het inkomen van ruim veertien millioen gulden , dat waarschijnlijk door de gezamenlijke belastbare ingezetenen genoten wordt. Men overwege verder, hoe buitengewoon klein do kans is, dat dergelijk gering bedrag juist invloed zoude hebben op den overgang der belastingplichtigen van eene klasse naar cene andere en beslisse daarna of aan het principieel verschil veel gewicht moet worden gehecht. Bovendien vergete men niet, dat de aandeelhouders in hypotheekbanken indirect telken jarc door het patent en door de andere belastingen, welke uit de bedrijfkosten worden betaald, aan den fiscus gelden opbrengen, waarvan de gewone hypotheekhouder altijd is verschoond.
Ongetwijfeld is in hetgeen in geld genoten wordt uit âroerende of onroerende goederenquot; in vele gevallen zoowel rente als restitutie van kapitaal begrepen. In eiken interest ligt eene assurantiepremie. Een ervaren beursman kan het juiste bedrag daarvan niet berekenen,
11
veelmin een particulier. Voor elk ell'ect witwelt de verhoudingquot; tusscheu rente en assurantiepremie voortdurend. Naar onze meening ligt het niet op don weg der gemeente aan minvoorzichtigen, in den vorm van vermindering van belastbaar inkomen, eene premie op insoliede beleggingen aan te bieden. Hij , die tegen lage rente belegt, zal waarschijnlijk op den duur zijne coupons ontvangen ; hij, die het genieten van hooge rente verkiest, loopt meerdere risico's. Blijft hij duurzaam die hooge rente genieten, dan is er niets tegen, dat hij duurzaam de gemeente daarvan eenige procenten afstaat; worden de coupons niet meer betaald, dan mist ook de gemeente die inkomsten. Deze risico is bovendien door niemand vooruit te berekenen.
Door de bepaling van Art. 7 wordt ieder in de gelegenheid gesteld bij voorbaat de verschuldigde som af te zonderen. Niet naar aanleiding van verwachte, maar van werkelijk genoten interesten, wordt de belasting in den regel geheven.
Het op bladz. 54 van het Verslag aanbevolen vaststellen eener vaste rente van ;] % voor soliede eii'ecten en van 3 % voor vast goed schijnt geen aanbeveling te verdienen. Welke rente moet b.v. worden gesteld voor onsoliede of voor minder soliede effecten? Wie bepaalt wat soliede effecten zijn ? liet heffen eener vaste percentage naar do kapitaals waarde komt ons verder niet wenschelijk voor, omdat men dan kans heeft te gaan heffen van hetgeen geen inkomen geeft. De gemeentewet wil belasting naar het inkomen en niet naar het kapitaal. Bovendien kunnen do
12
onder don indruk der publieke opinie geldende prijzen van elfecten en dergelijke, ten gevolge van politieke of andere gebeurtenissen binnen of buiten 's lands, aan zeer sterke bewegingen onderhevig zijn , zonder dat het bedrag der inkomsten daardoor verandering-ondergaat. Do taxatie der waarde van fondsen, welke niet ter beurze worden verhandeld, is ook voor do ingezetenen veel moeilijker dan do optelling der daarvan genoten inkomsten.
Omtrent den aftrek is het ook onze zienswijze, dat de voorgestelde redactie van punt I geen aftrok toelaat van de periodieke aflossing van kapitaal, welke in eenc annuiteit begrepen is. liet bedrag, dat tut aflossing dient, is in dit geval voor berekening en opgave vatbaar, do op bladz. 47 en 48 van het verslag besproken restitutio van kapitaal, Welke in dividenden en coupons verscholen ligt, datgene wat men noemt de assurantiepremie van minder soliede fondsen, kan zelfs niet bij benadering worden opgegeven. In do praktijk is daarin o. i. niet te voorzien. Wie bepaalt, wij herhalen die vraag, wat soliede fondsen zijn Y Mocht iemand echter deze moeilijkheid weten op te heffen, dan zal ecu voorstel gaarne door ons worden overwogen. Mocht zulks, gelijk wij vermoeden, het geval niet zijn, dan achten wij hot raadzaam over dit bezwaar heen te stappen.
Ad h en c. Op het voorbeeld dor vorordoningen in andere gemeenten hebben wij do woorden ambt en beroep beide opgenomen. Hot eerste heeft betrekking op die bezigheden, die men uitoefent,
13
na daartoe door anderen te zijn benoemd , terwijl het uitoefenen van een beroep meer uitsluitend afhan-kelijk schijnt van den wil der betrokkenen.
Het is niet do bedoeling zedelijke lichamon in deze belasting aan te slaan. Do gemeentewet doelt in Art. 245 op hen , die in de gemeente hun hoofdverblijf houden of er verblijven en veronderstelt, dat iemand to gelijkertijd in eone gemeente hoofdverblijf en in eene andere verblijf kan houden. Zulks is voor zedelijke lichamen niet mogelijk. De tegenwoordige minister van Binnenlandsche Zaken is ook van deze meoniiig, blijkens eene missive van 1 December 1883, waarin bericht werd, dat Z. E. geen vrijheid vond, om do verordeningen op de heffing en de invordering dei-plaatselijke directe belasting to Zutfen, waarin bepaald was, dat ook de rechtspersonen zouden worden aangeslagen, aan Z. M. ter goedkeuring voor te dragen.
In verband met hetgeen onder 5 over de periodieke uitkeeringen wordt medegedeeld, is in c eene wijziging gebracht.
Ad d. Zooals wij reeds in de Memorie van Toelichting mededeelden , achten wij het wenschelijk baten uit loterijen niet als inkomen te beschouwen. Hoewel op theoretische gronden zoude kunnen worden beweerd , dat do uitloting bij premieleeningen in de plaats treedt van zeker jaaiTijkseh rentegenot, achten wij het toch beter, deze zeldzaam voorkomende baten niet onder het inkomen op te nemen. Ten einde zulks uit te maken is onder G eene bepaling opgenomen.
14
Ad 2. Do koston van vorzokoring van roorcndo gnofloron, wolkc tot hot bedrijf hchooron , vallon o. i. oiulor flo onkosten van beroep, bedrijf, handel, nijverheid, enz., die volgons ?gt; mogen worden afgetrokken.
Ad 4. Tiet is onze bedoeling geweest enkel aftrek toe te staan voor die uitgaven , welke de ingezetenen , ondanks zich zeiven doen , omdat dat deel van het inkomen , waarop een ander wettig verkregen rechten â bij vonnis of testament â heeft, niet kan geacht worden tot iemands eigen inkomen te behooren. Aangezien het bewijs van zedelijke verplichtingen â die men h. v. ter opvolging van den wensch van een erflater op zich neemt â niet kan worden geleverd en misbruik to vroezen is, achten wij het beter daarvoor geen aftrek toe te staan. Indien iemand zich verplicht acht zoodanigen wensch na te komen, zal hij in do vervulling daarvan door de heffing van ongeveer 2 % wel niet worden belemmerd. Bovendien zullen do gevallen, dat het al of niet in rekening brengen dier uitkeeringen op de rangschikking der aangeslagenen in de klassen van invloed is, wel zeldzaam zijn.
Het komt ons niet wenschelijk voor de woorden of âkrachtens overeenkomstquot; in te lasschen. Het sluiten van gefingeerde overeenkomsten met elders wonenden moet worden voorkomen.
Ad. 5. De regeling betreffende den aftrek voor periodieke uitkeeringen was door ons ontworpen ten einde te voorkomen, dat belastingplichtigen, wier uiterlijke staat op ruime inkomsten wijst, mochten beweren ,
15
dat zij daartoe in staat worden gestold door nitkeoringon van anderen. Ton oindo tegemoet te komen aan do talrijke bezwaren, welke tegen do ontworpen regeling zijn in-gobraeht, hebben wij thans de redactie van Art. G zoodanig gewijzigd, dat do ontvangen periodieke uitkoerin-gen, welke vrijwillig worden gedaan, niet als inkomen worden beschouwd. In verband daarmede vervalt natuurlijk do bevoegdheid voor den schenker om dezelve in mindering te brongen.
Ad 7. Aan de opmerkingen omtrent do reiskosten is gevolg gegeven.
Ad 8. Ton einde te doen uitkomen, dat ook kortingen op pensioenen ton behoeve van pensioen der weduwen mogen worden afgetrokken, is eeno bepaling in de Nota van wijzigingen opgenomen.
Art. 0 , a. ITot woordje âwordtquot; is door âwordenquot; vervangen.
h en c. Aangezien deze zaken voldoende zijn geregeld bij Art. Cr/, en Art. 5, 2quot; wordt voorgesteld , do bepalingen h en c weg te laten.
Art. 7 c. Aan deze opmerking is gevolg gegeven.
Art. 8. ITet lid, dat aan de laagste negen klassen gedeeltelijk ontheffing wenschte te verleenen, ook op grond dat het elders geschiedt, schijnt uit het oog te hebben verloren, dat de voorgestelde korting van f 500.â het moest ten bate komt der laagste klassen. Een onderzoek van hetgeen in andere gemeenten geschiedt , zoude hom waarschynlijk hebben doen zien,
16
dat in die gemeente, waar percentsgewijze verminderingen voor de laagste klassen worden toegestaan geen aftrok van oen vast bedrag plaatsheeft. Overigons verwijzen wij naar do tabel voorkomende op bladz. G.
Wegens do redenen, welke zijn medegedeeld in de Memorie van Toelichting, achten wij hot noodig den aftrek van f 500.â to behouden. Wegens do moeilijkheid van de bepaling dor grens, achten wij bot raadzaam den aftrek voor alle klassen to handhaven.
In Arnhem geschiedt de aanslag naar het maximum en wordt f 500.â afgetrokken, in Dordrecht naar het middencijfer met aftrek van f 400.â voor do tien eerste klassen. Bij den income-tax in Engeland was sedert 1803 het minimum van belastbaarheid L. J00 en werd, bij do inkomens van L. 100 a L. 200. L. 60 afgetrokken. In 1876 werd het minimum van belastbaarheid op L. 150 gebracht en do aftrek voor do inkomens beneden L. 400 bepaald op L. 120.
Omtrent den aanslag naar het middencijfer of naar het minimum der klasse verwijzen wij naar do Memorie van Toelichting, waarin is aangetoond, dat het op het door ieder betaald bedrag geen noemens-waardigen invloed heeft, of men allen aanslaat naar het minimum of naar het middencijfer der klassen. Elke klassenverdeeling hoeft tot nadeel, dat grooto ongelijkheid ontstaat tusschen dengene, die het maximum der lagere klasse aan inkomen heeft en hem, die het minimum der hoogero geniet, en dat allen, die in
17
dezelfde klasse voorkomen, tot een gelijk bedrag' worden belast. Of nu do aanslag naar het minimum of naar het middencijfor geschiedt, is geheel onverschillig ; de bovengenoemde ongelijkheden worden niet daardoor veroorzaakt, maar zijn eigen aan het wezen eoner klassenbelasting. Mocht men er de voorkeur aan geven den aanslag naar hot minimum te regelen, dan is daartegen geen overwegend bezwaar. Daar die wijziging op het door ieder betaald bedrag geen invloed heeft, achten wij haar onnoodig en kunnen daartoe geen voorstel doen.
Juist omdat alle personen, die in ééne klasse voorkomen , tot hetzelfde bedrag worden aangeslagen, hebben wij het wenschelyk geacht de grenzen dei-klassen niet al te ruim te nemen. Mocht daardoor de rangschikking moeilijker zijn, daartegenover staat het voordeel, dat dwalingen geringer invloed hebben en dat het streven van belastingplichtigen om in eene lagere klasse te worden gerangschikt minder krachtig zal zijn.
Vergelijking met andere gemeenten toont ook aan, dat de grenzen der klassen over het algemeen vrij ruim genomen zijn. In Amsterdam b. v. zijn er beneden Æ 83,000.â achtenveertig klassen, in Utrecht zijn er slechts tweeendertig voorgesteld; in Groningen en in Leiden zijn er beneden f 45,000.â achtendertig en eenendertig, in Utrecht acht en twintig klassen; in Dordrecht stemt het aantal klassen nagenoeg overeen met het hier voorgestelde. In Arnhem
IS
is het nantal klassen beneden f 40,500.â geringer, maar boven / 71,000.â veel grooter.
Art. 9. Wegens de redenen, welke door ons in de Memorie van Toelichting zijn aangevoerd, blijven wij de voorkeur aan aanslag ambtshalve geven.
Het komt ons voor, dat de vrij algemeen aangenomen scherpe onderscheiding tnsschen do twee stelsels, aanslag ambtshalve en aanslag naar eigen aangifte , niet overeenstemt met de gemeentewet. Ia Art. 2G4 dezer wet wordt zeer stellig voorgeschreven, dat Burgemeester eu Wethouders de kohieren opmaken en dat deze door den Raad wrordcn vastgesteld. Alle aanslagen moeten dus geschieden ambtshalve. Ieder heeft ge-Icffenheid ter secretarie van de kohieren kennis te nemen. Eerst op deze, door Gedeputeerde Staten goedgekeurde , kohieren kan een ieder zijn aanslag leeren kennen , hij bepaalt dien niet zelf vooruit. Aanslag geschiedt in andere gemeenten nooit uitsluitend naar eigen aangifte. Altijd moet de bevoegde macht zich de gelegenheid voorbehouden om van eene aangifte af te wijken.
De twee stelsels zijn eigenlijk alleen daardoor onderscheiden, dat bij aanslag ambtshalve, gelegenheid kan worden gegeven om inlichtingen te Yer-schaffen, terwijl bij eigen aangifte de ingezetenen worden gedwongen hun inkomen op te geven. Velen zijn te weinig ontwikkeld om de eigen aangifte te doen en het is onbillijk hen daarom als onwillig te beschouwen. Bovendien kan tegen personen, die bij
19
eigen aangifte weigeren hun inkomen op to geven, wel eene vervolging worden ingesteld, ten gevolge waarvan hier eene boete kan worden opgelegd, maar men kan hen niet dwingen om de opgave te doen.
Kunnen wij geen voorstel doen om de ingezetenen tot die opgave te verplichten, wegens de groote moeilijkheid. welke verbonden is aan de opmaking der kohieren, toch achten wij het alleszins wen-schelijk hen in de gelegenheid te stellen om op het aanslagbiljet inlichtingen te verstrekken. Indien van die gelegeuheid geheel vrijwillig wordt gebruikgemaakt, kunnen wij daaraan geen demoraliseerenden invloed toeschrijven. In andere gemeenten worden op die wijze tal van nuttige gegevens verzameld en wij vertrouwen , dat zulks ook hier het geval zal zijn. Men kan of de klasse opgeven waarin men meent te behooren of andere mededeelingen doen, b. v. dat men eene verplichte uitkeering hoeft te doen, dat eene tractementsverhooging heeft 'plaats gehad, dat men op pensioen is gesteld. Dat iemand, die door Burgemeester en Wethouders in eene andere klasse wordt geplaatst dan hij zelf heelt opgegeven, officieel voor een leugenaar zoude worden verklaard, berust op de zonderlinge veronderstelling , dat bij elk verschil van gevoelen altijd een der partijen te kwader trouw handelt. Deze opvatting hoeft noch in het bijzonder noch in het openbaar loven ingang gevonden. Waarom zou het dan juist hier het geval zijn? Door nadere bespreking, ook mot de personen die opgaven doen, zal men veeltijds tot overeenstemming geraken.
20
Dat Burgemeester en Wethonders over geen gegevens genoeg beschikken om het inkomen van alle ingezetenen te berekenen, spreekt van zelf. Er zal eene schatting worden gedaan. Neemt de aangeslagene daarmede geen genoegen, dan kan hij aantoonen, dat zyn inkomen â berekend op den grondslag dei-artikelen 5, 6 en 7 â anders is, dan door den Raad is vastgesteld.
Wij achten het niet wenschelijk de artikelen 5, G en 7 te verplaatsen. De bepaling van hetgeen inkomen is dient uit den aard der zaak niet uitsluitend voor de reclames, maar in de eerste plaats voorde aanslagen.
Art. 11. De gemeentewet stolt geen termijn vast, Gedurende welken de aanslagen kunnen geschieden. In Art. 13 der verordening is echter bepaald, dat do aanslagen van de belastingplichtigen, die voor ecnig dienstjaar zijn aangeslagen, niet meer voor het loopendc dienstjaar worden verhoogd.
Art. 11. In de Nota van wijzigingen is voorgesteld eenige overbodige woorden weg te laten.
Art. 12. Het woord ârestitutiequot; is vervangen door âteruggavequot; en de redactie der slotwoorden is verbeterd.
Art, 14. Ten einde aan de bedenkingen te gemoet te komen, is in de redactie eenige wijziging gebracht.
Uit den aard der zaak zijn de regelen, die voor
21
deze gemeente worden gesteld, niet van toepassing binnen andere gemeenten. Of aan elders wonende personen, die het wettolijke beheer hebben over goederen van belastingplichtigen, beschrijvingsbiljetten zullen worden toegezonden, zal nader worden overwogen. Voor hun eigen gemak kan het dienstig zijn, die biljetten ingevuld terug te zenden; do verplichting tot invulling kan hun echter niet worden opgelegd.
Het komt ons niet wenschelijk voor de beschrijvingsbiljetten vóór 1 Januari rond te zenden. Zulks kan aanleiding geven tot misverstand. Wij zullen trachten het opmaken der kohieren zoo veel mogelijk te bespoedigen.
liet komt ons niet wenschelijk voor de beschrijvingsbiljetten te doen vervallen. In Amsterdam, Groningen, Arnhem en Leiden hecht men daaraan groote waarde. Zonder moeite kunnen de ingezetenen de in het biljet voorkomende eenvoudige vragen beantwoorden, en daardoor de taak van het gemeentebestuur zeer verlichten.
Ongetwijfeld zal de gelieele administratie dezer nieuwe belasting ecnige verhooging van kosten veroorzaken. Indien de Raad tot het invoeren der inkomstenbelasting besluit, dan vertrouwen wij, dat hij ons ook de middelen niet zal onthouden , waardoor de kohieren zoo deugdelijk mogelijk zullen kunnen worden samengesteld. Diegenen , die denken dat door deze kosten het op te brengen bedrag veel hooger zal moeten worden gesteld dan thans, schijnen zich
22
van de noodige uitgaven uene overdreven voorstelling-te maken.
Art. 15. De redactie der eerste alinea is verduidelijkt en aangevuld. De laatste zinsnede is, als zijnde overbodig, weggelaten.
Art. 16. Van wijziging der instructie van don Gemeenteontvanger kan geen sprake zijn, voordat de Koninklijke goedkeuring is verkregen op de dooiden Raad vastgestelde verordening. Dan zal ook de zaak der bureaukosten kunnen worden geregeld.
liet niet uitreiken van een aanslagbiljet is .niet altijd het gevolg van een verzuim der beambten van de gemeente. Indien personen, die bij anderen inwonen geen opgave doen voorde bevolkingregisters, is het den beambten niet mogelijk op hunne aanwezigheid te rekenen.
De bepaling van dit artikel voorkomt veel omslag en schijnt in andere gemeenten geen aanleiding tot moeilijkheden te geven.
Art. 17. Do redactie der slotzinsnede is eenigszins gewijzigd.
Art. 18. Wij kunnen de bezwaren tegen het instellen cener commissie van ingezetenen niet doelen. De bezwaren kunnen van ons niet op de commissie worden overgebracht. Burgemeester en Wethouders zijn en blijven in elk geval belast met het opmaken, do Raad met het vaststellen der
23
kohieren. Acht de Raad deze taak te zwaar dun doet hij wel iloor het aanhangige voorstel te verwerpen ; de commissie uit de ingezetenen kan echter niemand van zijne verantwoordelijkheid ontheffen.
Ook wij achten de moeilijkheid van die taak niet gering en wenschcn daarom in de gelegenheid te worden gesteld al de middelen te gebruiken, waardoor het werk kan worden verlicht. Daar met den gelijkmatigen druk der inkomstenbelasting het belang van allen is gemoeid, vertrouwen wij, dat er geschikte personen zullen gevonden worden, die in de commissie zullen willen zitting nemen. Dat in andere gemeenten rancunes, persoonlijke veeten, afgunst, zucht om concurrenten afbreuk te doen vrij spel hebben, is ons niet gebleken. Integendeel de gemeentebesturen blijken de diensten der commission, die niet anders doen dan adviseeren, ten zeerste te waardeeren. Waarom in Utrecht de toestand anders zal zijn, wordt niet betoogd, zoodat wij meenen er aan te moeten twijfelen.
In overeenstemming met het advies der Commissie van Financiën hebben wij de redactie van dit artikel eenigszins vereenvoudigd; daardoor verkrijgt de commissie van ingezetenen een minder officieel karakter.
Art. 19. Indien een genoegzaam aantal commissiën wordt benoemd, achten wij dat bezwaar niet onoverkomelijk. In andere gemeenten hebben de leden van den raad zich in het belang der burgerij het ver-
24
vullen dezer moeielijke taak willen getroosten; wij verwachten dat zulks ook hier ter stede het geval zal zijn. Krachtige medewerking der leden van den Raad is voor de toepassing dezer belasting volstrekt noodzakelijk. Die leden van den Raad, die de werkzaamheden als te tijdroovend beschouwen, moeten beoordeelen of dat eene voldoende reden is om het voorstel af te stemmen.
Art. 20. Hoewel wij niet kunnen inzien, waarom de titel van dengene, die de oproeping doet, den reclamant krenken zal, hebben wij de redactie zoo gewijzigd, dat ook door anderen de oproeping kan geschieden. In den regel zal wel de bedoelde ambtenaar daarmede worden belast, maar door de wijziging der redactie wordt ons vrijheid gelaten, om zulks des noodig aan andere ambtenaren op te dragen.
Art, 21. Aan deze opmerking is gevolg gegeven.
Art. 22. Wij moeten bezwaar maken voor vervroegde betaling korting toe te kennen. Zeker is deze maatregel thans niet aan te bevelen, nu de werkzaamheden van het opmaken der kohieren en het behandelen der reclames veel meer tijd dan vroeger zullen vorderen.
Art. 23 en 24. Er wordt voorgesteld een paar overtollige woorden uit deze artikelen weg te laten.
Bcscliri j ving sbil j et.
Omtrent den aanhef verwijzen wij naar hetgeen op bladz. 20 en 21 door ons is medegedeeld.
25
Aan do opmerking omtrent de gesloten omslagen is gevolg gegeven.
Vraag 1. De bedoelde namen zijn niet van zooveel belang, dat het ons raadzaam voorkomt, de opgave van iedereen te vorderen.
Vraag 3 en 12. Aan deze opmerkingen is voldnan.
Vraag 4. De door ons voorgestelde wijziging komt ons voldoende voor.
Vraag 6. Het bewonen van een eigen huis is een feit, dat eenig licht kan geven omtrent de omstandigheden van den bewoner.
Vraag 8. Aan deze vraag is eene andere redactie gegeven, liet antwoord zal thans minder licht geven, maar de vraag kan niet worden weggelaten, omdat op het bevolkingregister alleen niet kan worden nagegaan, wie hier hoofdverblijf of verblijf hebben.
Vraag 13, 14 en 15. Als de belastingschuldigen ook elders in de plaatselijke belasting zijn aangeslagen, zal zulks doorgaans hier wel bekend zijn.
De opmerking omtrent den datum der uitreiking zal bij de eventueele toepassing der Verordening in overweging worden genomen.
Door de aangebrachte wijzigingen is al het mogelijke gedaan om ter kennis van de belastingplichtigen te brengen, dat de twee laatste vragen niet door hen behoeven te worden beantwoord.
Verordening op de Invordering.
Daar volgens Art. 8 do belastingplichtigen naarmate van hun vermoedelijk jaarlijksoh inkomen op do
26
kohieren worden gebracht en het daarom onverschillig is uit welke bron het inkomen verkregen wordt, is vermelding der bestanddeolen van het inkomen op de kohieren â waarvan het aanslagbiljet een uittreksel is â geheel overbodig. Alleen verkeerde rangschikking naar het gcheele inkomen geeft aanleiding tot gewettigde reclame.
Nota van wijzigingen.
Verordening'op de heffing van eene plaatselijke directe belasting naar liet inkomen.
Art. 1. In den tweeden regel achter âhetquot; te voegen âvermoedelijk.quot;
Art. 4. In den eersten regel het woord âisquot; te vervangen door âwordt.quot;
In den tweeden regel het woord âbegrepenquot; te vervangen door âmede berekend.quot;
Art. 5 c. In den tweeden regel. Op âanderequot; te doen volgen âkrachtens wet of testament genoten.quot; Do bepaling 4 te lezen: âuitgaande lijfrenten en âkrachtens wet of testament verschuldigde periodieke âuitkeeringen.quot;
De bepaling onder 5 vervalt en de nommers G , 7 en 8 veranderen in 5, 6 en 7.
Onder nieuw 6 wordt in den eersten regel na âvoorquot; geplaatst âreis-,quot;
In nieuw 7, regel 1, wordt achter âbezoldigingenquot; gevoegd : âof de pensioenen.quot;
Art. G a. In den tweeden regel ,, wordtquot; te vervangen door âAvorden.quot;
De bepalingen onder Z/, c en d te doen vervallen en op te nemen eene nieuwe bepaling;
b. âVan toevallige baten uit loterijen en kansover-âeenkomsten , erfenissen , legaten , schenkingen of âkapitalen uit levensverzekei'ing verkregen, worden âalleen de renten en vruclitcu als inkomen beschouwd.quot;
Tn verband met een en ander wordt e veranderd in c.
Art. 7 c. Achter den vierden regel worden gevoegd âde woorden: âmet inachtneming der op dezen datum âbekende bijzondere omstandigheden, welke tot vermeerdering of vermindering van deze inkomsten in âhet jaar der heffing aanleiding geven.quot;
Art. 11. Uit den tweeden regel weg te laten do woorden âin de gemeentequot; en uit den derden âuit de gemeente.quot;
Art. 12. In den derden regel wordt ârestitutiequot; vervangen door âteruggavequot; en worden do slotwoorden, âwelke, na de maand, waarin het overlijden plaats âvond , moeten verloopenquot; vervangen door âvan het âdienstjaar, na de maand, waarin het overlijden âplaats vond.quot;
Art. 14. In plaats der drie eerste regels te lezen: âVoor elk dienstjaar wordt voor ieder, die op 1 âJanuari vermoed wordt belastingplichtig te zijn, of
29
âdie het wettelijk beheer heeft over goederen valt âbelastingplichtigen, aan zijne woning, zooquot; enz.
In de 2',l! alinea regel drie v. b. achter âolquot; te voegen âdiequot; en achter âhetquot; te plaatsen âwettelijkquot;.
Art. 15. In den eersten regel worden de woorden âaan wiensquot; vervangen door âvoor wien aan zijnequot; ; in den derden regel wordt âstellig en zonder voorbehoudquot; vervangen door ânquot;. 1 tot 15 volledig en nauwkeurigquot; en in den vierden regel wordt achter âenquot; gevoegd âdeze beantwoording.quot;
In den vijfden regel wordt achter âschrijvenquot; gevoegd âof indien hij verhinderd is.quot;
Aan het slot te doen vervallen de woorden: âBij ârangschikking ambtshalve zal met deze inlichtingen ârekening worden gehouden,quot; en op te nemen: âDe âteruggave of terugzending van het beschrijvingsbiljet âkan onder gesloten omslag geschieden. In dit geval âwordt ook het aanslagbiljet onder gesloten omslag âtoegezonden.quot;
Art. 16. In den tweeden regel achter âpersonenquot; te voegen âvoor wiequot; en âwierquot; te vervangen door âhunne.quot;
Art. 17. In den vijfden regel âbeidequot; te doen vervangen door âdequot; en achter âgevallenquot; te plaatsen âvan dit en van het vorig artikel.quot;
Art. 18. In den derden regel de woorden âbestaandequot; en âeen door hen te bepalen getalquot; weg te laten.
30
De tweede on de derde zinsnede weg te laten.
Art. 20. In den vierden en den vijfden regel weg te laten de woorden: âdoor den ambtenaar, bedoeld âbij art. 2G1 der gemeentewetquot;.
Art. 21. In den dorden regel â19quot; te vervangen door â18quot;.
Art. 23. In den eersten regel weg te laten âof âontduikingquot;.
Art. 24. In den tweeden regel weg te laten âen âontduikingenquot;.
De laatste zinsnede weg te laten.
Art. 25. In den tweeden en in den laatsten regel â1887quot; te verandoren in â1888quot;.
JBesclirij vingsbil.jet.
Bladz. 14 , regel 5 van onderen. Achter âiederquot; wordt geplaatst âvoor wienquot;; het woord âwiensquot; wordt vervangen door âzijnequot;.
In regel 3 van onderen wordt âstelligquot; vervangen door ânquot;!i. 1 tot 15 volledigquot; en âzonder voorbehoudquot; door ânauwkeurigquot;.
Bladz. 15 bovenaan. Achter âschrijvenquot; wordt gevoegd âof indien hij verhinderd isquot;.
In regel elf van boven wordt âof ontduikingquot; weggelaten.
31
In regel vijftien en zeventien van boven wordt âcouvertquot; vervangen door âomslagquot;.
In vraag 1 wordt in den eersten regel âisquot; vervangen door âzijnquot;' en âvoornaamquot; door âvoornamenquot;.
In vraag 8 wordt âbeambtenquot; vervangen door âambtenquot;.
In vraag 4 wordt de tweede regel gelezen: âZoo âja, waar en wanneer? Welke zijnquot;.
In vraag 7 wordt de tweede regel gelezen: âZoo âja, hoeveel en van welken leeftijd?quot;
Vraag 8 wordt gelezen: âWelke zijn de namen âen voornamen der personen, die bij U inwonen, âbehalve die bedoeld sub 4, 5 en 7?quot;
Vraag 9. In den eersten regel wordt achter âhotquot; gevoegd âwettelijkquot;.
Vraag 10 wordt gelezen: âWanneer hebt gij na â1 Januari 18 in deze gemeente uw hoofdverblijf âof verblijf gevestigd?quot;
In vraag 11 wordt het eerste woord vervangen door âhebtquot;; in den derden regel wordt âhebtquot; weggelaten.
Vraag 12 wordt gelezen: âIn welke gemeente hebt gij het vorig jaar gewoond?quot;
Op bladz. 18 worden weggelaten de woorden: âBij âde rangschikking ambtshalve zul met deze inlichtingen ârekening worden gehoudenquot;.
32
Verordening op de invordering.
In den laatsten regel van Art. 7 wordt â1887quot; vervangen door â1888quot;.
Utrecht, 4 Juni 1887.
Burgemeester en Wethouders der gemeente Utrecht,
De Burgemeester, W. R. BOER.
De Secretaris, J. E. ENKLAAR, 1. s.
N.B. In de Nota naar aanleiding van het Verslag van het onderzoek enz. moet op bladz. 51 in de kolom m de letter e vervangen worden door l.