ocr page 1

lt;rvö'

/ f.

JV

n

J

nnn

n' li.

U

OP DE

liellmg en de invordering-

KKNKIt

PLAATSELIJKE DIRECTE BELASTING

naar het inkomen.

»Sto;,in!li-uk van de Firma T. }•:, lilt;»dcii iV Zo es, Utrecht.

ocr page 2
ocr page 3

Ontwerp.

De RAID der GEMEENTE UTRECHT,

Gelet op de artikelen 232, 240, 243 en 245 der wet van 29 Jnni 1S5I (Staatsblad nquot;. 85), zoo als zij door de wet van 7 Juli 18G5 {Staatsblad nquot;. 79), door de wet van 28 Juni 1881 {Staatsblad nquot;. 102) door de wet van 26 Juli 1885 {Staatsblad nquot;. 169) en door de wet van 15 April 1886 {Staatsblad nquot;. 64) is gewijzigd ;

BESLUIT;

vast te stellen de navolgende:

VERORDENING op de heffing van eene plaatselijke directe belasting naar het inkomen.

Art. 1.

Er wordt in deze gemeente eene plaatselijke belasting geheven van het jaarlijksch inkomen der belastingplichtigen.

Art. 2.

Het bedrag der heffing is hoogstens 2 %, en wordt jaarlijks door den Raad vastgesteld.

ocr page 4

2

Art. 3.

Tedor, die ingevolge artikel 245 der gemeentewet in deze gemeente zijn hoofdverblijf houdt of er minstens drie maanden van het dienstjaar verblijft, en wiens jaarlijksch inkomen f G00.— of meer bedraagt, is belastingplichtig.

Art. 4.

Onder het inkomen is bij hoofden van echtver-eenigingen begrepen het inkomen der huwelijksgemeenschap , alsmede het eigen inkomen der vrouw , indien zij ingevolge artikel 245 der gemeentewet binnen de gemeente haar hoofdverblijf houdt of er verblijft en geene gerechtelijke scheidiug van goederen heeft plaats gehad. Na gerechtelijke scheiding van goederen wordt de vrouw afzonderlijk aangeslagen.

Minderjarigen zijn uitsluitend belastingplichtig voor liet inkomen, dat zij trekken uit eigen kapitaal of ai'beid.

Art. 5.

Door inkomen wordt verstaan, al hetgeen in geld, in vruchten of door eigen gebruik genoten wordt:

a. uit roerende of onroerende goederen;

h. uit beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming van welken aard ook;

c. uit arbeid, ambt, bediening, betrekking, wachtgeld, pensioen, lijfrente of andere periodieke ui t-keering ;

ocr page 5

3

(J. uit elke andere bron, voor het leven of tijdelijk, onverschillig op welke wijze, krachtens welke rechten en onder welke benamina- •

O 7

alles onder aftrek van:

1. de renten van verschuldigde kapitalen, voor welke de eigendommen van den belastingplichtige zijn bezwaard ot verpand, of van welker bestaan voldoende bewijzen worden overgelegd , mits zij niet in aanmerking genomen zijn bij de berekening of bij do begrooting van hetgeen genoten wordt uit beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming;

2. do uitgaven, tot noodzakelijk onderhoud en verzekering van onroerende goederen vereischt;

3. de onkosten van beroep, bedrijf, handel' nijverheid, onderneming, ambt, bediening of betrekking, onder welke onkosten wel de patentbelasting maar geenerlei uitgave tot uitbreiding of verbetering der zaak , en geene aflossing van schuld begrepen is ;

4. uitgaande lijfrenten en periodieke uitkeeringen, krachtens de wet of testament verschuldigd, onafhankelijk van den avü van den belastingplichtige ;

5. periodieke uitkeeringen aan niet bij den belastingplichtige inwonende meerderjarige bloedverwanten of aangehuwden in de rechte lijn, die ingevolge artikel 245 der gemeentewet hun hoofdverblijf in deze gemeente hebben;

6. het bedrag van grond-, dijk-, polder- en andere zakelijke lasten ;

ocr page 6

4

7. de schadeloosstelling of vergoeding voor verblijf-en bureaukosten, voor onderhoud van dienstpaarden, afzonderlijk en afgescheiden van de bezoldiging toegekend ;

8. de kortingen op de bezoldigingen der belastingplichtigen, ingehouden ter bekoming van pensioen.

Art. 6.

Bij de toepassing der bepalingen van artikel 5 gelden de volgende algemeene regelen.

a. Eigen gebruik, behalve van inboedel, en genot van vruchten, wordt als inkomen beschouwd; het genoten voordeel wordt op zijne geldelijke waarde begroot.

h. De waarde van eigen gebruik van gebouwde eigendommen wordt berekend naar de werkelijke huurwaarde dier goederen.

c. De uitgaven, tot noodzakelijk onderhoud van gebouwde eigendommen vereischt, worden altijd gesteld op 15% van de bruto opbrengst.

d. De periodieke uitkeeringen, welke door meerderjarigen worden verkregen van bloedverwanten of aangehuwden in de rechte lijn, bij wie dc verkrijger niet inwoont, worden steeds als inkomen beschouwd.

De vrijwillige periodieke uitkeeringen, welke door meerderjarigen van anderen worden verkregen, worden alleen dan als inkomen beschouwd, als de gever niet in deze gemeente belastingplichtig is.

e. Bij inkomsten uit lijfrenten , tontines of andere afwisselende of periodieke uitkeeringen , ook met

ocr page 7

1

5

opoffering van kapitaal verkregen , wordt liet volle bedrag van het genotene als inkomen beschouwd.

Art. 7.

Voor de berekening van het jaarlljksch inkomen gelden de volgende regelen.

a. Het inkomen uit roerende of onroerende goederen wordt gesteld op het bedrag, dat genoten is over het jaar, voorafgaande aan het dienstjaar, waarover de belasting strekt, met inachtneming der op don Ist011 Januari van hot dienstjaar bekende bijzondere omstandigheden , welke tot vermeerdering of vermindering van deze inkomsten in hét jaar der heffing aanleiding geven. Indien de belastingplichtige in het voorafgaand jaar geen belastbaar inkomen uit roerende of onroerende zaken genoten heeft, wordt het inkomen gesteld op het bedrag, dat gedurende het jaar dei-heffing vermoedelijk zal genoten worden.

h. Bet inkomen uit beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming van welken aard ook, wordt gesteld op het gemiddelde, dat als zoodanig over de drie laatste, aan het dienstjaar waarvoor de belasting strekt voorafgaande, jaren genoten is; indien beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming langer dan één, doch korter dan drie jaren bestaat of is uitgeoefend / op het gemiddelde over dat tijdvak; bij korter duur op de vermoedelijke opbrengst gedurende het jaar der heffing.

c. Het inkomen uit ambt, bediening, betrekking, wachtgeld, pensioen, lijfrente of andere periodieke

ocr page 8

6

uitkeering genoten , wordt berekend naar den toestand up den Ist''quot; Januari van het dienstjaar.

Deze regelen zijn ook van toepassing op het inkomen van hen , die in den loop van het jaar belastingplichtig worden.

Art. S.

Ieder belastingplichtige wordt, naarmate van zijn vermoedelijk jaarlijksch inkomen, in eene der volgende klassen gerangschikt;

iste

klasse

van

ƒ 600

tot beneden ƒ

700

2lt;,e

71

700

77

71

800

-Jtle O

- 800

71

71

950

¥'■

m

950

71

Tt

1100

5de

V

- 1100

71

71

1300

6dc

V

- 1300

v

71

1500

7,uquot;

71

- 1500

V

V

1800

Sslu

71

- 1800

_

j.

2100

9,10

T)

71

- 2100

71

77

2100

JOde

n

71

- 2400

71

n

2800

ndo

x

_

- 2800

71

_

3300

lOdc

n

V

- 3300

;;

77

3800

13de

n

71

- 3800

n

71

4500

Iéquot;quot;

V

71

- 4500

71

71

5200

lü(le

7i

71

- 5200

71

77

6100

Igde

7?

1

- 6100

71

71

7100

17dc

n

71

- 7100

71

71

8200

18de

71

-

- 8200

..

71

9600

JQde

;gt;

71

- 9600

_

11200

20squot;'

x

_

- 11200

77

71

13003

21slc

V

71

- 13000

77

15000

n

71

- 15000

n

71

18000

23?tc

77

- 18000

71

„

21000

245lc

_

m

- 21000

..

71

24000

25slc

71

71

- 24000

71

77

28000

265quot;'

- 28000

_

33000

ocr page 9

7

27ste

klasse

van

f 33000

tot beneden

f 39000

28s'u

;?

- 39000

_

- 45000

29st''

v

- 45000

„

- 52000

30slc

T)

??

- 52000

T

- (51000

;31stc

T)

rf

- G1000

n

„

- 71000

32ste

X

n

- 71000

V

- 83000

j.

- 83000

_

y.

- 97000

:34ste

n

- 97000

n

_

- 113000

35sl,'

V

71

-113000

V

- 132000

36stc

T

_

-132000

„

_

- 154000

37stc

_

-154000

„

..

- 180000

38sle

T

-180000

_

_

- 210000

39sU'

j,

_

- 210000

„

- 245000

40Sle

n

y.

- 245000

n

- 285000

41squot;'

;gt;

- 285000

T

- 330000

425lc

_

??

- 330000

..

n

- 390000

43s'quot;

- 390000

- 450000

44.1e

- 450000

f!

- 530000

De aanslag geschiedt naar liet middencijfer van de klasse, waarin de belastingplichtige wordt gerangschikt, verminderd met f 500.—.

De aanslag der belastingplichtigen, die zijn gerangschikt in de

150

250 375 525 700 900 1150 1450 1750 2100 2550 o050 •3(350

lstc klasse, wordt dus berekend naar ƒ

9 do _

— ?gt; r? ?? ?? ??

Qdo

0 •; ;; •? n n

4'le

^ n n n quot; n

5de « . -

6'lc . , . -

7'io . . . -

Ss'quot; , . -

0dc - - , -

10dc , , r -

lltlc - , - -19(le _

lollc . _ . .

ocr page 10

8

14dc

klasse,

wordt dus berekend naar ƒ

4350

15de

71

71

V

71

5150

16dc

n

n

7)

71

V

G100

17dlt;!

n

n

71

71

7150

18dc

v

71

V

V

n

8400

19de

n

71

71

n

71

9900

20ste

71

V

75

71 ~

11C00

2Xsic

n

11

r

71

71 quot;

13500

22ste

?y

11

71

7)

H

IGOOO

23ste

5»

71

/V

71

71

19000

24slc

V

71

71

71

22000

25slc

V

71

V

71

V ~

25500

26stc

71

71

71

71

n

30000

27ste

Tl

n

11

V

71

35500

28stc

•n

r.

n

71

X

41500

29stc

n

v

n

n

71 quot;

48000

SO5quot;5

r»

71

7)

71

71 ~

56000

31squot;-'

n

7)

71

71

71

65500

32stü

n

7)

71

71

V quot;

76500

33st0

7)

71

n

71

71

89500

34sle

71

V

71

71

71 ~

104500

35slc

71

71

71

71

71

122000

36squot;-

71

71

71

71

71 quot;

142500

37slc

71

71

71

n

V

166500

38ste

n

7)

_

71

71

194500

39squot;'

!»

•n

71

71

71

227000

40squot;'

V

V

7i

V

71

264500

4Jste

71

71

V

71

307000

42ste

V

71

71

71

71

359500

43s'e

7»

n

71

71

419500

/j j stc

71

71

71

71

71

489500

Art. 9.

De rangschikking en de aanslag geschieden ambtshalve.

ocr page 11

9

Art. 10.

Hot dienstjaar loopt van den I quot; quot; Januari tot den 31s1cn December.

Art. II.

Ilij , die in den loop van oen dienstjaar door vestiging- ia de gemeente of verblijf belastingplichtig wordt of door vertrek uit de gemeente ophoudt dit te zijn , wordt naar tijdsgelang aangeslagen of onthoven, overeenkomstig artikel 245 der gemeentewet.

Zij, die op bovenvermelde wijze belastingplichtig worden en zij, die door eenig verzuim uiet op de primitieve kohieren zijn geplaatst, worden op snp-pletoire kohieren gebracht.

Art. 12.

Xa overlijden van een aangeslagene wordt aan diens erfgenamen , dos verlangd, ontheffing van een evenredig dool A^an den aanslag door restitutie ot afschrijving gegeven over de maanden, welke, na de maand, waarin hot overlijden plaats vond, moeten verloopen.

Art. 13.

Behoudens do gevallen, in de artikelen 11 en 12 omschreven, hebben omstandigheden, welke gedurende het dienstjaar verandering brengen in den toestand der aangeslagenen, geen wijziging van hunnen aanslag ten gevolge.

Art. 14.

Voor elk dienstjaar wordt aan de woning'van ieder, die op 1 Januari belastingplichtig is, of die het beheer

ocr page 12

10

heeft over goederen van belastingplichtigen, zoo mogelijk vóór flon lstquot;n Februari een beschrijvingsbiljet uitgereikt, overeenkomstig het door de.n Raad vastgesteld model.

Aan hen, die in den loop van een dienstjaar, door vestiging of verblijf in de gemeente, belastingplichtig zijn geworden, of het beheer over goederen van belastingplichtigen hebben verkregen, wordt zoo spoedig mogelijk een beschrijvingsbiljet uitgereikt.

Art. 15.

ieder, aan wiens woning een beschrijvingsbiljet is uitgereikt, is gehouden op dat biljet de daarin gestelde vragen stellig en zonder voorbehoud te beantwoorden, en met zijne handteekening te bekrachtigen.

Indien hij niet kan schrijven. is hij verplicht, behoudens eigen verantwoordelijkheid, een ander te machtigen tot invulling en onderteekening van zijn beschrijvingsbiljet en van deze machtiging ten genoegen van Burgemeester en Wethouders te doen blijken.

Het staat den belastingplichtige vrij , op het beschrijvingsbiljet , alle inlichtingen te geven, welke hem voor de juiste rangschikking wenschelijk voorkomen. Bij rangschikking ambtshalve zal met deze inlichtingen rekening worden gehouden.

Art. 16.

De in de eerste alinea van artikel 14 bedoelde personen , aan wier woning geen beschrijvingsbiljet is uitgereikt, zijn gehouden hiervan vóór 1 Maart, kennis te geven ter secretarie, afdecling financiën ; die, bedoeld in de tweede alinea, binnen één

ocr page 13

31

maand na het tijdstip, waarop zij belastingplichtig zijn geworden.

Art. 17.

Hij , wiens biljet één maand na de uitreiking niet is teruggehaald, is verplicht het uiterlijk veertien dagen na het verstrijken van dezen termijn, ter secretarie, afdeeling financiën , te bezorgen. In beide gevallen wordt aan den belastingplichtige een bewijs van ontvangst afgegeven.

Art. 18.

Bij het opmaken der kohieren kunnen Burgemeester en Wethouders zich doen voorlichten door eene Commissie, bestaande uit een door hen te bepalen getal ingezetenen.

De namen van do leden dezer Commissie worden door Burgemeester en Wethouders aan den Raad medegedeeld

De wijze van samenstelling en de regeling der werkzaamheden van deze Commissie en de periodieke aftreding barer loden worden bepaald by afzonderlijk reglement , door Burgemeester en Wethouders vast te stellen. Het reglement wordt, evenals do daarin later gebrachte wijzigingen, aan den Raad medegedeeld.

Art. 19.

De Raad benoemt uit zijn midden één of meer Commissiën, ten einde alle bij hem ingekomen bezwaarschriften van aangeslagenen over hunnen aanslag te onderzoeken en daarover aan hem advies uit te brengen.

ocr page 14

12

Doze Commissiën brengen geen advies uit dan na hem , die oen bezwaarschrift heeft ingediend, in de gelegenheid tc hebben gesteld zijne bezwaren mondeling toe te lichten of te doen toelichten.

Deze Commissiën bestaan uit vijf leden, van wie ten minste drie bij het geven der toelichtingen moeten tegenwoordig zijn.

De leden outhouden zich ia de gevallen, bedoeld bij artikel 46 der gemeentewei, van het aanhooren dor toelichtingen en van het geven van advies.

Art. 20.

De oproeping om voor één der Commissiën, iu het vorig artikel bedoeld, te verschijnen, geschiedt van wege Burgemeester en Wethouders aan de woning van den aangeslagene door den ambtenaar, bedoeld bij artikel 261 der gemeentewet.

De oproeping bevat opgave van dag, uur en plaats van zitting der Commissie.

Art 21.

De leden van den Raad, van het college van Burgemeester en Wethouders on de leden der Commissie,

O 7

bodoold in artikel 19, zijn ton opzichte van hetgeen bij het opmaken en liet vaststellen der kohieren verhandeld is, tot geheimhouding verplicht.

Art. 22.

De aanslagen op het primitief kohier worden in zes tormynen betaald; die op suppletoire kohieren kunnen in één tormijn invorderbaar gesteld worden.

De vervaldagen der termijnen van betaling worden door Hnrgemeestor en Wethouders bepaald.

ocr page 15

13

Het staat don aaugoslageneu vrij hunne betalingen in eens of in grooter sommen dan de tcrmijuen aanwijzen , te doen.

De verschuldigde belasting is dadelijk en ia één tor mij u verschuldigd, zoodra de aangeslagene de gemeente metterwoon verlaat, ia staat van faillissement of van kennelijk onvermogen is verklaard of op zijne i'oerende of onroerende goederen executoriaal beslag is gelegd.

Art. 23.

Elke overtreding of ontduiking van hetgeen in de artikelen 15 en 17 is bepaald omtrent behoorlijke invulling , onderteekening of terugzending der beschrijvingsbiljetten, en in artikel 16 omtrent de kennisgeving, indien geen beschrijvingsbiljet is uitgereikt, wordt gestraft op de wijze, bepaald in artikel 271 en volgende der gemeentewet.

Art. 24.

De ambtenaren der gemeentebelastingen zijn verplicht de overtredingen en ontduikingen dezer verordening op te sporen en daarvan op den eed, bij of na de aanvaarding hunner betrekking afeelee'd schriftelijk verslag of proces-verbaal op te maken.

De processen-verbaal worden opgemaakt overeenkomstig artikel 275 dier wet.

Art. 25

Deze verordening treedt in werking den lEl1quot; Januari 1887, cl, indien op dit tijdstip de goedkeuring

ocr page 16

14

dos Konings niet mocht zija verkregen, acht dagen nadat deze ter kennis van Burgemeester en Wethouders is gebracht.

Bij het in werking treden dezer verordening wordt ile verordening tot heffing eener plaatselijke directe belasting, zooals zij door den Raad is vastgesteld den 23st™ December 1869, en gewijzigd den 23st,:quot; December 1874, den 14'k11 November 1878, den 26s'quot;1 Januari 1882 en den 29slca October 1885, buiten werking gesteld, blijvende laatstgenoemde evenwel toepasselijk op alles wat betreft de heffing der plaatselijke directe belasting over do dienstjaren, welke liet jaar 1887 voorafgaan.

Aldus vastgesteld, enz.

liet, ingevolge artikel 14 van de verordening op de hefiing van eene plaatselijke directe belasting naar het inkomen , vastgesteld model voor het beschrij vings-biljet luidt als volgt:

BESC H RU VING-SBILJ Eï

voor de plaatselijke directe belasting naar bet inkomen.

Gemeente Utrecht. Belastingjaar 18

Wijk. ■Straat.

Gracht.

No. Plein.

Ieder, aan wiens woning een beschrijvingsbiljet is uitgereikt, is gehouden op dat biljet do daarin gestelde vragen stellig en zonder voorhehoud te beantwoorden en deze beantwoording met zijne gewone handteekening te bekrachtigen.

ocr page 17

Indien hij niet kan schrijven, is hij verplicht, behoudens eigen verantwoordelijkheid, een ander te machtigen tot invulling en onderteekening van zijn beschrijvingsbiljet, en van deze machtiging ton genoegen van Burgemeester en Wethouders te doen blijken. Hij, wiens beschrijvingsbiljet één maand na do uitreiking niet is teruggehaald, is verplicht het uiterlijk veertien dagen na hot verstrijken van dezen termijn ter secretarie, afdeeling financiën, te bezorgen.

Overtreding of ontduiking van dezo bepalingen wordt gestraft op de wijze, bepaald in artikel 271 der gemeentewet.

De teruggave of terugzending van het beschrijvingsbiljet kan onder gesloten couvert geschieden. In dit geval wordt ook het aanslagbiljet onder gesloten couvert toegezonden.

1) Welke is uw naam on voornaam? j

(fndien rlpclarante weduwe is, nok !

eigen naam).

(Voluit geschreven).

2) Welk beroep, bedrijf, handwerk of nering oefent gij uit, welke ambten of betrekkingen bekleedt gij, waaraan eenig geldelijk voordeel is verbonden ?

8) Welke beambten of betrekkin- |

gen hebt gij vroeger bekleed, ten i gevolge waarvan gij toelage of pensioen !

geniet ?

ocr page 18

Ui

4) Zijt gij gekuwd ?

Zoo ja, welke zijn de tmmen en voornamen uwer vrouw ?

Indien gij weduwe of weduwnaar zijl, welke waren de namen van uw ! overleden eehlgenoot ?

5) Hebt gij een of meer minderjarige kinderen of stiefkinderen, van 1 wier gelden of goederen gij of uw eelitgenoot ten gevolge van hun 20-jari- | gen leeftijd of om andere redenen i niet het vruchtgebruik hebt, of die j inkomen trekken uit eigen arbeid en | die alhier hoofdverblijf of verblijf I hebben in den zin van artikel 345 der gemeentewet?

Zoo ja, welke zijn de namen en voornamen dier kinderen of stiefkinderen?

(i) Welk perceel of pereeelsgc-deelte bewoont gij ?

Is liet perceel mv eigendom?

Zoo neen, hoeveel bedraagt jaarlijks , maandelijks of wekelijks de huur ?

7) Houdt gij dienstboden?

Zoo ja, hoeveel?

8) Is het u bekend dat andere personen dan de sub 2 en 3 genoemde, die bij u inwonen, ƒ 600.— of meer inkomen hebben?

Zoo ja, welke zijn hunne namen en voornamen ?

ocr page 19

17

9) Hebt gij het beheer over goederen , toebehoorende aan in deze gemeente hun hoofdverblijf of verblijf houdende personen , die onder voogdij of eurateele staan , eu in het genot zijn der inkomsten van hun vermogen, of over wier goederen gij bij rechterlijke beschikking tot bewindvoerder zijt aangesteld? Zoo ju, welke zijn de namen en voornamen dier personen ?

10) Indien gij na 1 Januari 18 in de gemeente belastingplichtig zijt geworden , sedert wanneer dagtee-kent dit?

11) Indien gij in dit belastingjaar reeds op eene andere plaats binnen deze gemeente hebt gewoond , waar was die woning gelegen, en hebt gij aldaar reeds de bovenstaande vragen beantwoord?

12) Waar woondet gij ten vorige jare binnen deze gemeente?

13) Zijt gij aangeslagen in de patentbelasting ?

Zoo ja, in welke gemeente of gemeenten ?

14) Zijt gij aangeslagen in de belasting op het personeel?

Zoo ja, in welke gemeente of gemeenten ?

ocr page 20

15) Zijl gij hul vorig jaar in de groiulbelasting aangeslagen ?

Zoo ja, in welke gemeente of ! gemeenten ?

De belastingplichtige wordt verder beleefdelijk uit-genoodigd, om hieronder alle inlichtingen te geven, welke hem voor de rangschikking wenschelijk voorkomen. Bij de rangschikking ambtshalve zal mot deze inlichtingen rekening worden gehouden.

Welke inlichtingen voor de rangschikking wensclit gij verder te geven ?

In welke klasse meent gij te moeten worden gerangschikt ?

NB. Het bedrag van het inkomen hij het beantwoorden dezer vragen mag door den belastingplichtige niet worden verminderd met ƒ 500.—.

Zulks geschiedt van gemeentewege.

Aldus beantwoord door mij ondergeteekende te Utrecht, den 18

Uitgereikt 18

Dit biljet wordt binnen één maand teruggehaald.

ocr page 21

19

of kan terugbezorgd worden ter secretarie, afdee-ling financiën.

Ontvangen van het ingevulde beschrijvingsbiljet

«quot;ijk Straat.

Oracht.

Nn. I'icin.

aangaande do plaatselijke directe belasting naar liet inkomen, dienst 18

Utrecht, 18

ocr page 22

Ontwerp.

De RAAD der GEMEENTE UTRECHT.

Grelet op art. 257 der wet van 29 Juni 1851 {Staatsblad nquot;. 85), zooals zij door de wet van 7 Juli 1865 {Staatsblad n0. 79), door de wet van 28 Juni 1881 {Staatsblad nquot;. 102), door de wet van 26 Juli 1885 {Staatsblad nquot;. 169) en door dc wet van 15 April 1886 {Staatsblad nquot;. 64) is gewijzigd

BESLUIT:

vast te stellen dc navolgende

VERORDENING op de invordering van de plaatselijke directe belasting naar het inkomen.

Art. 1.

De invordering van de plaatselijke directe belasting naar het inkomen geschiedt door den Gemeenteontvanger.

Art. 2.

Het model van het aanslagbiljet wordt door Burgemeester en Wethouders vastgesteld.

Het vermeldt, behalve hetgeen daaromtrent in artikel 265 der gemeentewet is voorgeschreven , de

ocr page 23

plaats, waar de betaling moet geschiedeu, de dagen en uren , waarop voor de ontvangst wordt gevaceerd en eene uitnoodiging tot betaling vóór of op de vervaldagen , in artikel 23 der verordening op de heffing van deze belasting bedoeld, op straffe van vervolging.

Art. 3.

De Gemeente-ontvanger of die namens hem en op zijne verantwoordelijkheid ontvangt, is verplicht van iedere betaling onmiddellijk kwitantie op het aanslagbiljet te stellen, wordende geene betalingen voor geldig gehouden, dan die blijken uit do eigenhandige kwiteering op dat biljet, hetzij van den Gemeenteontvanger , hetzij van dengeen, die namens hem ontvangt.

Indien een aanslagbiljet in het ongereede mocht zijn geraakt, moet daarvan een duplicaat opgemaakt en tegen betaling van het verschuldigde zegelrecht, aan den aangeslagene uitgereikt worden.

Art. 4,

De toerekening en do afschrijving der betalingen geschieden in de volgende orde:

a. op de kosten van vervolging, indien die verschuldigd zijn;

h. op de kosten van het zegel;

c. op de oudste der vervallen termijnen.

Art. 5.

De invordering dezer belasting geschiedt overeenkomstig de artikelen 258—2G2 der gemeentewet.

ocr page 24

Art. 6.

Na het vervallen van don laatsten termijn voor do betaling van deze belasting-, bedoeld by artikel 260 der gemeentewet, doet de Gemeente-ontvanger aan Bur-o-emeester en Wethouders, binnen een door hen te

o '

bepalen tijd, een staat toekomen van de posten, welke nog niet zijn ingekomen, met een verslag van hetgeen door hem ter invordering is gedaan.

Buro-emeester en Wethouders doen deze stukken

o

aan den Raad toekomen met een ontwerp-besluit tot het oninvorderbaar verklaren dier posten.

Het besluit van den Raad, waarbij aanslagen on-invorderbaar worden verklaard , ontheft den Ontvanger van verdere pogingen tot invordering.

Art. 7.

Deze verordening treedt in werking op den dag der in werking treding van do verordening op do heffing dezer belasting.

Alsdan wordt de verordening tot invordering dei-plaatselijke directe belasting, zooals zij door den Raad is vastgesteld den 23ston December 1869, en gewijzigd den 2'isteu November 1881, buiten werking gesteld, blijvende laatstgenoemde evenwel toepasselijk op alles wat betreft de invordering der plaatselijke directe belasting over de dienstjaren, welke het jaar 1887 voorafgaan.

Aldus vastgesteld, enz.

ocr page 25
ocr page 26
ocr page 27
ocr page 28

WÊÊÊsiÊÊÊÊ!sÊÊlÊÊÊamp; WmEÊÊÊÊÊMMÊÊstMïÊamp;

. .

mmmlSsIm

l* 18 9