ocr page 1

Prijs f 0.25.

ocr page 2
ocr page 3

KENNISGEYIKG.

Inkomstenbelasting.

BURGEMEESTER en WETHOUDERS der gemeente UTRECHT doen to weten, dat door den Raad dier gemeente in zijne vergadering van 30 Juni 1887 is vastgesteld het volgend besluit;

De RAAD der GEMEENTE UTRECHT,

Gelet op de artikelen 232, 240, 243 en 245 der wet van 29 Juni 1851 (Staatsblad nquot;. 85), zoo als zij door de wet van 7 Juli I860 (Staatsblad nquot;. 19), door de wet van 28 Juni 1881 (Staatsblad nquot;. 102), door de wet van 2G Juli 1885 {Staatsblad nquot;. 1G9) en door de wet van 15 April 1S8G (Staatsblad nquot;. 04) is gewijzigd;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende

VERORDENING op de heffing van eene plaatselijke directe belasting naar het inkomen.

Art. 1.

Er wordt in deze gemeente eene plaatselijke belas-

N0. Belastiiigverordeniiigeii.

ocr page 4

2

ting geheven van het vermoedelijk jaarlijksch inkomen der belastingplichtigen.

Art. 2.

ITet bedrag der heffing is hoogstens 2 quot;/„, en wordt jaarlijks door den Raad vastgesteld.

Art. 3.

Ieder, die ingevolge artikel 245 der gemeentewet in deze gemeente zijn hoofdverblijf houdt of er minstens drie maanden van het dienstjaar verblijft, en wiens jaarlijksch inkomen f 600.— of meer bedraagt, is belastingplichtig.

Art. 4.

Onder het inkomen wordt bij hoofden van echtver-eenigingen mede berekend het inkomen der huwelijksgemeenschap , alsmede het eigen inkomen der vrouw, indien zij ingevolge artikel 245 der gemeentewet binnen de gemeente haar hoofdverblijf houdt of er verblijft en geene gerechtelijke scheiding van goederen heeft plaats gehad. Na gerechtelijke scheiding van goederen wordt de vrouw afzonderlijk aangeslagen.

Minderjarigen zijn uitsluitend belastingplichtig voor het inkomen, dat zij trekken uit eigen kapitaal ol arbeid.

Art. 5.

Door inkomen wordt verstaan, al hetgeen in geld, in vruchten of door eigen gebruik genoten wordt:

«. uit roerende of onroerende goederen;

ocr page 5

3

h. uit beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming van welken aard ook;

c. uit arbeid, ambt, bediening-, betrekking, wachtgeld, pensioen, lijfrente of andere periodieke uitkeering;

(1. uit elke andere bron, voor het leven of tijdelijk, onverschillig op welke wijze, krachtens welke rechten en onder welke benaming;

alles onder aftrek van:

1. de renten van verschuldigde kapitalen, voor welke de eigendommen van den belastingplichtige zijn bezwaard of verpand, of van welker bestaan voldoende bewijzen worden overgelegd, mits zij niet in aanmerking genomen zijn bij de berekening of bij de begrooting van hetgeen genoten wordt uit beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming;

2. de uitgaven, tot noodzakelijk onderhoud en verzekering van onroerende goederen veroischt;

3. de onkosten van beroep, bedrijf, handel, nijverheid, onderneming, ambt, bediening of betrekking, onder welke onkosten wel de patentbelasting maar geenerlei uitgave tot uitbreiding of verbetering der zaak, en geene aflossing van schuld begrepen is ;

4. uitgaande lijfrenten en krachtens wet of testament verschuldigde periodieke uitkeevingen, onafhankelijk van den wil van den belastingplichtige ;

ocr page 6

4

5. liet bedrag van grond-, dijk-, polder- en andere zakelijke lasten ;

6. de schadeloosstelling of vergoeding voor reis-, verblijf- en bureaukosten, voor onderhoud van dienstpaarden, afzonderlijk en afgescheiden van de bezoldiging toegekend ;

7. de kortingen op do bezoldigingen of de pensioenen der belastingplichtigen, ingehouden ter bekoming van pensioen.

Art. 6.

Bij de toepassing der bepalingen van artikel 5 gelden de volgende algemeene regelen.

a. Eigen gebruik, behalve van inboedel, en genot van vruchten, worden als inkomen beschouwd; het genoten voordeel wordt op zijne geldelijke waarde begroot.

h. Van toevallige baten uit loterijen en kansovereenkomsten , erfenissen, legaten, schenkingen of kapitalen uit levensverzekering verkregen, worden alleen de renten en vruchten als inkomen beschouwd.

c. Bij inkomsten uit lijfrenten , tontines of andere afwisselende of periodieke uitkeeringen , ook met opoffering van kapitaal verkregen , wordt het volle bedrag; van het genotene als inkomen beschouwd.

O ~

(/. Periodieke uitkeeringen , niet krachtens wet of testament dooi' ouders of grootouders aan kinderen of behuwd- en kleinkinderen gedaan, worden niet als inkomen der verkrijgers beschouwd.

ocr page 7

Art. 7.

Voor de berekening van liet jaarlijksch inkomen gelden de volgende regelen.

a. Het inkomen uit roerende of onroerende goederen wordt gesteld op het bedrag, dat genoten is over het jaar, voorafgaande aan liet dienstjaar, waarover de belasting strekt, met inachtneming der op den islL11 Januari van het dienstjaar bekende bijzondere omstandigheden, welke tot vermeerdering of vermindering van deze inkomsten in hét jaar der heffing aanleiding geven. Indien de belastingplichtige in het voorafgaand jaar geen belastbaar inkomen uit roerende of onroerende zaken genoten heeft, wordt het inkomen gesteld op het bedrag, dat gedurende het jaar dei-heffing vermoedelijk zal genoten worden.

h. liet inkomen uit beroep, bedryf, handel, nijverheid of onderneming van welken aard ook, wordt gesteld op het gemiddelde, dat als zoodanig over de drie laatste, aan het dienstjaar waarvoor de belasting strekt voorafgaande, jaren genoten is , indien beroep, bedrijf, handel, nijverheid of onderneming langer dan één, doch korter dan drie jaren bestaat of is uitgeoefend, op het gemiddelde over dat tijdvak; bij korter duur op de vermoedelijke opbrengst gedurende het jaar der heffing.

c. Het inkomen uit ambt, bediening, betrekking, wachtgeld, pensioen, lijfrente of andere periodieke uitkeering genoten , wordt berekend naar den toestand op den lston Januari van het dienstjaar, met inachtneming der op dezen datum bekende bijzondere om-

ocr page 8

standig'licdcn, welke tot vermeerdcriug yf venninde-ring van deze inkomsten in het jaar der liefiiDg aanleiding geven.

Deze regelen zijn ook van toepassing op het iu-komen van hen , die in den loop van het jaar belastingplichtig worden.

Art. 8.

Ieder belastingplichtige wordt, naarmate van zijn vermoedelijk jaarlijksch inkomen, in eene der volgende klassen gerangschikt;

pte

klasse

van

f (300 tot beneden ƒ

700

2lt;le

ff

- 700

n

n

800

3de

- 800

Ti

n

950

m

n

- 950

?»

ff

1100

5de

1)

j,

- 1100

ff

ff

1300

Gde

ff

ff

- 1300

ff

1500

7)

n

- 1500

7)

ff

1800

85tn

n

ff

- 1800

_

ff

2100

9lt;le

n

ff

- 2100

ff

ff

2100

IQde

n

ff

- 2100

ff

n

2800

l1de

n

- 2800

J)

n

3300

12de

n

ff

- 3300

.V

ff

3800

13de

•n

ff

- 3800

ff

ff

4500

U'1quot;

T)

ff

- 4500

ff

ff

5200

15dc

n

n

- 5200

ff

ff

6100

16de

ff

ff

- G100

ff

ff

7100

17de

ff

ff

- 7100

ff

ff

8200

18de

V

- 8200

f

9600

19de

ff

ff

- 9600

ff

ft

11200

20slc

ff

ff

- 11200

ff

ft

13000

21sl0

V

ff

- 13000

ff

15000

22slc

ff

»

- 15000

V

ff

18000

23ste

n

jf

- 18000

V

ff

21000

24slc

V

ff

- 21000

}f

ff

24000

ocr page 9

7

25quot;quot; k

lasso

van

f 24000

tot beneden

f 28000

26stc

n

v

- 28000

71

- 33000

27ste

n

»

- 33000

V

V

- 39000

to

op

u

n

- 39000

n

V

- 45000

29slc

»

n

- 45000

n

•n

- 52000

30quot;lc

*

n

- 52000

n

??

- 61000

ai51quot;

n

- G1000

n

n

- 71000

32s'c

n

V

- 71000

D

V

- 83000

335tc

•n

n

- 83000

«

n

- 97000

34slc

D

n

- 97000

V

n

- 113000

35510

JJ

71

-113000

V

n

- 132000

3(3sle

m

- 132000

n

n

- 154000

37sle

??

- 154000

n

„

- 180000

38slc

«

_

-180000

»

n

- 210000

39sle

- 210000

n

- 245000

40slc

n

- 245000

V

n

- 285000

r)

- 285000

7f

- 330000

n

?»

- 330000

V

»

- 390000

4B5le

- 390000

n

n

- 450000

44ste

n

- 450000

n

n

- 530000

Do aanslag geschiedt naar het middeneijfer van de klasse, waarin de belastingplichtige wordt gerangschikt, verminderd met f 500.—.

De aanslag der belastingplichtigen, die zijn gerangschikt in de

Jste

klasse ^

wordt dus berekend naar ƒ

150

2Jo

n

77 77 ~

250

3,10

v

;;

77

77 77 quot;

375

4.1e

7»

77

77

77 77

525

5do

7?

.

77

77 77

700

6dc

„

7»

«

7» 77

900

ydc

n

77 77 quot;

1150

Ssle

V

7)

«

77 77 quot;

1450

9'1lt;'

V

«

71

*7 77 quot;

1750

10.1e

77

77

77

77 77 ~

2100

Hdc

77

77

;;

77 77

2550

ocr page 10

8

12'lf

klasse, wordt dus berekend naar ƒ

3050

13,1e

V

Ti

Ti

ii

3Ü50

14'lc

n

ii

/V

ii

T) quot;

4350

15quot;-=

Ti

Ti

Ti

Ti

5150

l6du

n

Ti

Ti

Ti

Ti

0100

17'1quot;

n

n

Ti

Ti

7150

IS'1''

n

a

Ti

Ti

Ti

8400

19,1c

V

*

Ti

if

Ti

9900

20s1'-

V

Ti

Ti

X

m -

11600

21slc

Ti

Ti

a

Ti ~

13500

225le

n

X

Ti

Ti

V

16000

23st0

r

Ti

Ti

Ti ~

19000

24st0

Ti

Ti

Ti

Ti

22000

n

a

li

Ti

Ti

25500

26slü

n

Ti

«

Ti

Ti

30000

27slc

;y

Ti

Ti

Ti

Ti

35500

28sU'

V

Ti

Ti

V

m ~

41500

29slquot;

n

Ti

_

Ti ~

48000

30slquot;

n

li

Ti

Ti

Ti quot;

56000

3iste

»

Ti

Ti

Ti

Ti

65500

CO

V

Ti

Ti

TT

Ti

76500

33st0

n

Ti

Ti

V

Ti ~

89500

34.10

n

Ti

Ti

Ti quot;

104500

35sl'-'

x

Ti

Ti

Ti

122000

36-quot;'

n

Ti

Ti

Ti

Ti ~

142500

37sle

Ti

Ti

r

n

Ti ~

166500

38squot;?

7J

j,

«

Ti

Ti

194500

39^quot;

*

a

Ti

»

n

227000

40s10

ü

Ti

Ti

Ti

n

264500

41^0

X

Ti

Ti

307000

42s1'-'

n

Ti

Ti

j.

359500

43»io

Ti

T)

Ti

Ti

.

419500

44s1'-'

n

Ti

..

*

n ~

489500

Art, 9.

De rangschikking en de aanslag geschieden ambtS' halve.

ocr page 11

9

Art. 10.

ITot dienstjaar loopt van den lstcn Januari tot don 31squot;quot; December.

Art. 11.

Hij, die in don loop van eon dienstjaar door vestiging of verblijf belastingplichtig wordt of door vertrek ophoudt dit te zijn , wordt naar tijdsgolang aangeslagen of ontheven , overeenkomstig artikel 245 der gemeentewet.

Zij, die op bovenvermelde wijze belastingplichtig worden en zij, die door eenig verzuim niet op do primitieve kohieren zijn geplaatst, worden op sup-plotoiro kohieren gebracht.

Art. 12.

Na overlijden van een aangeslagene wordt aan diens erfgenamen, dos verlangd, ontheffing van oen evenredig deel van den aanslag door teruggave ot afschrijving gegeven over de maanden van het dienstjaar na de maand, waarin hot overlijden plaats vond.

Art. 13.

Behoudens de gevallen, in de artikelen 11 en 12 omschreven, hebben omstandigheden, welke gedurende het dienstjaar verandering brengen in den toestand der aangeslagenen, geen wijziging van hunnen aanslag ten gevolge.

Art. 14.

Voor elk dienstjaar wordt voor ieder, die op 1 Januari vermoed wordt belastingplichtig te zijn, of

ocr page 12

10

die het wettelijk beheer heeft over de goederen van belastingplichtigen, aan zijne woning , zoo mogelijk vóór den lsten Februari een beschrijvingsbiljet uitgereikt , overeenkomstig het door den Raad vastgesteld model. Op de keerzijde van het beschrijvingsbiljet worden de voornaamste bepalingen dezer verordening vermeld.

Aan hen, die in den loop van een dienstjaar, door vestiging of verblijf in de gemeente, belastingplichtig zijn geworden, of die het wettelijk beheer over de goederen van belastingplichtigen hebben verkregen , wordt zoo spoedig mogelijk een beschrijvingsbiljet uitgereikt.

Art. 15.

Ieder, voor wien aan zijne woning een beschrijvingsbiljet is uitgereikt, is gehouden op dat biljet de daarin gestelde vragen nos. 1 tot 15 volledig en nauwkeurig te beantwoorden, en deze beantwoording mot zijne handteekening te bekrachtigen. Bij deze beantwoording kan worden verwezen naar die van het vorige jaar.

Indien hij niet kan schrijven of indien hij verhinderd is. is hij verplicht, behoudens eigen verantwoordelijkheid , een ander te machtigen tot invulling en onderteekening van zijn beschrijvingsbiljet en van deze machtiging ten genoegen van Burgemeester en Wethouders te doen blijken.

Het staat den belastingplichtige vrij , op het be-schrijvingsbiljet alle inlichtingen te geven, welke hem voor do juiste rangschikking wenscholijk voorkomen.

De teruggave of terugzending van het beschrijvings-

ocr page 13

11

biljet kan onder gesloten omslag geschieden. In dit geval wordt ook het aanslagbiljet onder gesloten omslag toegezonden.

Art. 16.

De in de eerste alinea van artikel 14 bedoelde personen , voor wie aan hunne woning geen beschrijvingsbiljet is uitgereikt, zijn gehouden hiervan vóór 1 Maart kennis te geven ter secretarie, afdeeling financiën ; die, bedoeld in de tweede alinea, binnen één maand na hot tijdstip, waarop zij belastingplichtig zijn geworden.

Art. 17.

Hij , wiens biljet één maand na de uitreiking niet is teruggehaald, is verplicht het uiterlijk veertien dagen na het verstrijken van dezen termijn, ter secretarie, afdeeling financiën, te bezorgen. In do gevallen van dit en van het vorig artikel wordt aan den belastingplichtige een bewijs van ontvangst afoegeven.

o O

Art. 18.

Bij het opmaken der kohieren kunnen Burgemeester en Wethouders zich doen voorlichten door cene Commissie uit de ingezetenen.

Art. 19.

De Raad benoemt uit zijn midden één of meer Commissiën, ten einde alle bij hem ingekomen bezwaarschriften van aangeslagenen over hunnen aanslag

ocr page 14

12

te onderzoeken en daarover aan hem advies uit te brengen.

Deze Commissiën brengen geen advies uit dan na hein, die een bezwaarschrift heeft ingediend, in de gelegenheid te hebben gesteld zijne bezwaren mondeling toe te lichten of te doen toelichten.

Deze Commissiën bestaan uit vijf leden , van wie ten minste drie bij het geven der toelichtingen moeten tegenwoordig zij n.

De leden onthouden zich in de gevallen, bedoeld by artikel 46 der gemeentewet, van het aanhooren der toelichtingen en van het geven van advies.

Art. 20.

De oproeping om voor één der Commissiën, in het vorig artikel bedoeld, te verschijnen, geschiedt van wege Burgemeester en Wethouders aan de woning van den aangeslagene.

De oproeping bevat opgave van dag, uur en plaats van zitting der Commissie.

Art. 21.

De leden van den Raad, van het college van Burgemeester en Wethouders en de leden der Commissie, bedoeld in artikel 18, zijn ten opzichte van hetgeen bij het opmaken en het vaststellen der kohieren verhandeld is, tot geheimhouding verplicht.

Art. 22.

De aanslagen op het primitief kohier worden in zes termijnen betaald; die op suppletoire kohieren

ocr page 15

Vi

kunnen in één termijn invorderbaar gesteld worden.

De vervaldagen der termijnen van betaling worden door Burgemeester en Wethouders bepaald.

Het staat den aangeslageneu vrij hunne betalingen in eens of in grooter sommen dan de termijnen aanwijzen, te doen.

De verschuldigde belasting is dadelijk en in één termijn verschuldigd, zoodra do aangeslagene de gemeente metterwoon verlaat, in staat van faillissement cf van kennelijk onvermogen is verklaard of op zijne roerende of onroerende goederen executoriaal beslag is gelegd.

Art. 23.

Elke overtreding van hetgeen in de artikelen 15 en 17 is bepaald omtrent behoorlijke invulling, onderteekening of terugzending der beschrijvingsbiljetten, en in artikel 16 omtrent de kennisgeving, indien geen beschrijvingsbiljet is uitgereikt, wordt gestraft op de wijze, bepaald in artikel 271 en volgende der gemeentewet.

Art. 24.

De ambtenaren der gemeentebelastingen zijn verplicht de overtredingen dezer verordening op te sporen en daarvan op den eed, bij of na de aanvaarding hunner betrekking afgelegd, schriftelijk verslag of proces verbaal op te maken.

Art. 25

Deze verordening treedt in werking den lstLquot; Ja-

ocr page 16

14

nuai'i 1888, of, indien op dit tijdstip de goedkeuring des Konings niet mocht zijn verkregen, acht dagen n idat deze ter kennis van Burgemeester en Wethouders is gebracht.

Bij het in werking treden dezer verordening wordt de verordening tot heffing eener plaatselijke directe belasting, zooals zij door den Raad is vastgesteld den 23stequot; December 1869, en gewijzigd den 23stcquot; December 1874, den 14aeu November 1878, den 20quot;'™ Januari 1882 en den 29s,cn October 1885, buiten werking gesteld, blijvende laatstgenoemde evenwel toepasselijk op alles wat betreft de heffing dei-plaatselijke directe belasting over de dienstjaren, welke het jaar 1888 voorafgaan.

Aldus vastgesteld in eene openbare vergadering van den Raad, gehouden den 30iti;quot; Juni 1887.

De Secretaris, De Burgemeester,

{(jet.) J. E. ENKLAAR, {(jet) W. R. BOER.

I. s.

En voorts, dat dour den Raad in zijne vergadering van denzelfden dag is vastgesteld het volgend besluit :

De RAAD der GEMEENTE UTRECHT,

Gelet op artikel 257 der wet van 29 Juni 1851 {Staatsblad n0. 85), zooals zij door de wet van 7 Juli 1865 {S'aatsblad n0. 79), door de wet van 28 Juni 1881 {Staatsblad nquot;. 102), door de wet van

ocr page 17

15

2G Juli 1885 (Staatsblad nquot;. 169) cn door de wet van 15 April 188G (Staatsblad nquot;. G4) is gewijzigd;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende

VERORDENING op de invordering van de plaatselijke directe belasting naar het inkomen.

Art. 1.

De invordering van de plaatselijke directe belasting naar het inkomen geschiedt door den Gemeenteontvanger.

Art. 2.

Het model van het aanslagbiljet wordt door Burgemeester en Wethouders vastgesteld,

ITet vermeldt, behalve hetgeen daaromtrent in artikel 265 der gemeentewet is voorgeschreven , do plaats, waar de betaling moet geschieden, de dagen en uren , waarop voor de ontvangst wordt gevaceerd en eene uitnoodiging tot betaling vóór of op de vervaldagen, in artikel 23 der verordening op de heffing van deze belasting bedoeld, op straffe van vervolging.

Art. 3.

De Gemeenteontvanger of die namens hem en op zijne verantwoordelijkheid ontvangt, is verplicht van

ocr page 18

16

iodoro betaling onmiddellijk kwitantie op het aanslagbiljet te stellen, wordende geene betalingen voor geldig gehouden, dan die blijken uit de eigenhandige kwiteering op dat biljet, hetzij van den Gemeenteontvanger, hetzij van dengeen, die namens hem ontvangt.

Indien een aanslagbiljet in het ongereede mocht zijn geraakt, moet daarvan een duplicaat opgemaakt en, tegen betaling van het verschuldigde zegelrecht, aan den aangeslagene uitgereikt worden.

Art. 4.

De toerekening en de afschrijving der betalingen geschieden in de volgende orde:

a. op de kosten van vervolging, indien die verschuldigd zijn;

h. op de kosten van het zegel;

c. op de oudste der vervallen termijnen.

Art. 5.

Do invordering dezer belasting geschiedt overeenkomstig do artikelen 258—262 der gemeentewet.

Art. 6.

Na het vervallen van den laatsten termijn voor de betaling van deze belasting, bedoeld bij artikel 260 der gemeentewet, doet de Gemeenteontvanger aan Burgemeester en Wethouders, binnen een door hen te bepalen tijd, een staat toekomen van de posten,

ocr page 19

17

welke nog niet zijn ingekomen, met een verslag van hetgeen door hem ter invordering is gedaan.

Burgemeester en Wethouders doen deze stukken aan den Raad toekomen met een ontwerp-hesluit tot liet oninvorderbaar verklaren dier posten.

Het besluit van den Raad, waarbij aanslagen on-invorderbaar worden verklaard , ontheft den Ontvanger van verdere pogingen tot invordering.

Art. 7.

Deze verordening treedt in werking op den dag-der in werking treding van de verordening op de heffing dezer belasting.

Alsdan wordt de verordenins* tot invordering der

O O

plaatselijke directe belasting, zooals zij door den Raad is vastgesteld den 23steu December 1869, en gewijzigd den 24stc'1 November 1881, buiten werking gesteld, blijvende laatstgenoemde evenwel toepasselijk op alles wat betreft de invordering der plaatselijke directe belasting over de dienstjaren, welke het jaar 1888 voorafgaan.

Aldus vastgesteld in cene openbare vergadering van don Raad, gehouden den SO5111quot; Juni 1887.

De Secretaris , De Burgemeester ,

{cjet.) J. E. ENKLAAR, {get) W. R. BOER.

l. s.

Welke besluiten, naar aanleiding van artikel 233 der gemeentewet, aan de Gedeputeerde Staten van

ocr page 20

18

Utrecht, bij schrijven van 4 Juli 1887, n0. 22 D.B. zijn voorgedragen.

Dai de heffing der bedoelde belasting is goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 9 Augustus 1887, nquot;. 11.

En eindelijk, dat het, ingevolge artikel 14 van de verordening op de heffing van eene plaatselijke directe belasting naar het inkomen, vastgesteld model voor het beschrijvingsbiljet luidt als volgt:

BESCHRIJVINGSBILJET voor de plaatselijke directe belasting naar het inkomen.

Gemeente Utrecht. Belastingjaar 18

Wijk. Straat.

Gracht.

No Plein.

Ieder, voor wien aan zijne woning een beschrijvingsbiljet is uitgereikt, is gehouden op dat biljet de daarin gestelde vragen nquot;s. 1 tot 15 volledig en nauwheiwiy te beantwoorden en deze beantwoording met zijne gewone handteekening te bekrachtigen. Bü deze beantwoording kan worden verwezen naar die van het vorige jaar.

Indien hij niet kan schrijven of indien hij verhinderd is, is hy verplicht, behoudens eigen verantwoordelijkheid, een ander te machtigen tot invulling en ondertee-kening van zijn beschrijvingsbiljet, en van deze machtiging ten genoegen van Burgemeester en Wethouders te doen blijken. Hij, wiens beschrijvingsbiljet ééu

ocr page 21

19

maand na de uitreiking uiet is teruggehaald, is verplicht het uiterlijk veertien dagen na het verstrijken van dezen termijn ter secretarie, afdeeling financiën, te bezorgen.

Overtreding van deze bepalingen wordt gestraft op de wijze, bepaald in artikel 271 der gemeentewet.

De teruggave of terugzending van het beschrijvingsbiljet kan onder gesloten omslag geschieden. In dit geval wordt ook het aanslagbiljet onder gesloten omslag toegezonden.

Dit biljet wordt binnen één maand teruggehaald, of kan terugbezorgd worden ter secretarie, afdeeling financiën.

Uitgereikt 18

1) Welke zijn uw naam en voornamen?

(Indien declarante weduwe is, ook

eigen naam).

(Voluit geschreven).

2) Welk beroep, bedrijf, handwerk of nering oefent gij uit, welke ambten of betrekkingen bekleedt gij , waaraan eenig geldelijk voordeel is verbonden ?

3) Welke ambten of betrekkingen hebt gij vroeger bekleed, ten gevolge waarvan gij toelage of pensioen geniet ?

ocr page 22

20

4) Zijl gij gehuwd ?

Zoo ja, waar en wanneer? Welke zijn de namen en voornamen uwer vrouw ?

Indien gij weduwe of weduwnaar zijt, welke waren de namen van uw overleden echtgenoot ?

5) Hebt gij een of meer minderjarige kinderen of stiefkinderen, van wier gelden of goederen gij of uw echtgenoot ten gevolge van hun 30-jarigen leeftijd of om andere redenen niet het vruchtgebruik hebt, of die inkomen trekken uit eigen arbeid en die alhier hoofdverblijf of verblijf hebben in den zin van artikel 345 der gemeentewet'?

Zoo ja, welke zijn de namen en voornamen dier kinderen of stiefkinderen?

(i) Welk perceel of perceelsge-deelte bewoont gij ?

Is het perceel uw eigendom? Zoo neen, hoeveel bedraagt jaarlijks, maandelijks of wekelijks de huur ?

7) Houdt gij dienstboden? Zoo ja, hoeveel en van welken leeftijd ?

8) Welke zijn de namen en voornamen der personen, die bij u inwonen , behalve die bedoeld sub 4, 5 en 7 ?

ocr page 23

21

9) Hebt gij het wettelijk beheer over de goederen , toebelioorende aan in deze gemeente hun hoofdverblijf of verblijf houdende personen , die onder voogdij of curateele staan , en in het genot zijn der inkomsten van hun vermogen, of over wier goederen gij bij rechterlijke beschikking tol bewindvoerder zijt aangesteld? Zoo ja, welke zijn de namen en voornamen dier personen ?

10) Wanneer hebt gij na 1 Januari IS in deze gemeente uw hoofdverblijf of verblijf gevestigd?

11) Hebt gij in dit belastingjaar reeds op eene andere plaats binnen deze gemeente gewoond, waar was die woning gelegen, en hebt gij aldaar reeds de bovenstaande vragen beantwoord?

12) In welke gemeente hebt gij j het vorig jaar gewoond ?

13) Zijt gij, is uwe vrouw, zijn uwe minderjarige kinderen of de personen , die in deze gemeente hun hoofdverblijf of verblijf hebben en over wier goederen gij het wettelijk beheer hebt, aangeslagen in de patentbelasting?

Zoo ja, in welke gemeente of gemeenten ?

ocr page 24

22

14] Zijt gij, is uwe vrouw , zijn uwe minderjarige kinderen of de personen , die in deze gemeente hun hoofdverblijf of verblijf hebben , en over wier goederen gij het wettelijk beheer hebt, aangeslagen in de belasting op het personeel?

Zoo ja, in welke gemeente of gemeenten ?

15) Zijt gij , is uwe vrouw', zijn uwe minderjarige kinderen of de personen , die in deze gemeente hun hoofdverblijf of verblijf hebben en over wier goederen gij het wettelijk beheer hebt, het vorig jaar in de grondbelasting aangeslagen ?

Zoo ja, in welke gemeente of

gemeenten ?

De belastingplichtige wordt verder beleefdelijk uit-genoodigd, om hieronder alle inlichtingen te geven, welke hem voor de rangschikking wenschelijk voorkomen.

Welke inliclitingen over mv inkomen wensclit gij verder Ie geven?

In welke klasse meent gij Ie moeien worden gerangschikt ?

NB. Het- bedrag van het inkomen hij het beantwoorden dezer vragen mag door den belastingplichtige niet worden verminderd met ƒ 500.—.

Zulks geschiedt van gemeentewege.

Aldus beantwoord door mij ondergeteekende te Utrecht, den 18

ocr page 25

23

Ontvangen van het ingevulde beschrijvingsbiljet

wijk Straat.

Gracht.

Nquot;. Plein.

aangaande do plaatselijke directe belasting naar liet inkomen , dienst 18

Utrecht, 18

En is hiervan afkondiging geschied waar liet behoort, den 25s'en Augustus 1887.

Bnygemeestcr en Wethouders roonioeind ^

De Burgemeester, D E M U R ALT,

Weth. De Secretaris, DE WATTEVILLE.

ocr page 26
ocr page 27

I Mü

■ EnHI

mamm

ocr page 28
ocr page 29

1fS9 , „ lt; ■■■ # ■ - J ' • ^ quot; J ■■ A

Vquot; • '.gt;!f^quot;^. ■quot;.:. -•'•,v.vgt;- .^:* ..*:•:•*■gt;: *■ .-.v^' '*'quot;4

r • v. - gt;quot;•1 i. • • / v W lt;3L ^ ^ % / 4^é':-ii i-gt; •quot;■ v .r *■ ■• .t. . m't\-, ■;*■ gt;• » • ♦ 4 .;* ... gt; H-sÖl 8

p, ^;:V/ ^ ;V '3^ :vT4^-i §

. * * , * Vo*V I ■ gt;« .■yfk-ll , |S' ; ;ï

;y :i - •v'' v •• i

| £^r.,ïv*T» gt; X Xz* '. I -V^ «' m v i *.•••» '. te; gt;• % tW- i-' JP

u i' ■ gt; v .. v • , m ' ê * **' ■ Vquot; ■ .gt;■ '*quot; 4 # gt;•' * ,» «mir i» i . ■ ^ • M.quot;' j

*' f. * .quot;• - *' ftrquot;* rr quot;■ J*' V ' *». f lt;,%* .J!

F... ^ ■» ■ gt; f :■ lt;»'* . .'gt; t ^ 'i É#

V '■» . I* / -WV. i. ' -* -f. ïr'quot;^ -S ï 4'. ■•gt;- f fcf

2'.. -v'quot; . •• i * * ^ *' ■ -K- ■• . f '♦ Ir' i «- *# v ' 9?*

' » V. ^.■,i .* . .» . ^ quot;V % _« Av quot; t-V -• |

-L '.*a, ^ yv ^;..'v v •■ ..-;rtv ; .-v . 1

quot;quot;i '■.- - ■»; •.' *.•quot;. quot; gt;■'' ^ ^ ^ **£\ '--Af W

^ * ■ * v. i. .. ■■ .- *.gt;*■.' ■ ■ •-ni m

, a'\ 1 •• 'f.. ;•.*•■, »■-;. • i* •'? - adjl

^ - v r. . . ■» , M_gt; ^ ^ »'quot;■ '/ r-il r- •■•^

■' rquot; quot; ■ •■• /V . X' . 1-, r.f, **amp;. ■■ A ^ ^ ^:V' t' -Iv]quot;-

■t#. - i , • ' 4 ' ' ■*■.-*- -■. 4 m gt;-t * •'• J'-

^ • ♦; -■gt;. j 0^' t. • •*gt; 4 ■ ■ .* ^ -V .1# Ji^xf

' * .- -i' ■ ? ■». _.. v • ~ '* • ^ 0f •■ •,■■. . quot;Wt'.—V . * gt;j(| 1 ■

■«'A- ■ ' ^ r r ^ ■• , • amp;■*.,■lt;amp;' gt;■ • lii '...^

-i ^ •.* '■-» *■' w^'■ '■■•'*,5 .gt; jai-

» «, . ■'*4, c * ■ ■» i-/. . ,' , • .gt;*SI a

' A. , quot; *** ,,H v. 4^..', .-•* .v-,.. :-V^ll

v . .I a» *■ i *?' »iv %quot;•*« lt;» ■»♦ ï lt; . \. • . ; • •-♦» i'. '4 . v,. • I

gt;V: ■■■ ■,: j ^ ï'c--^^fA |

, :V..:;' v: vl* S ...gt;■«; ^'VV !V : , ■^'

* fa. -.y »' , , « -Vis , i. quot;•- u ;

?A-gt; quot; .«.s •}. * • .- ' . -A . '. ■ i* xLi:***,h

r •'lt; ,

quot;. fi^v^

quot; :-„ '3 3»'

KJ

bH

Kl

' Jt'

^ - ♦*.1| ■«gt;:: ^r- -v -

V C V 5l

• '■•1 % . .•:■ '*'*■, . ^ v 1. * r»# •, gt;

8 | ;f B

« .-:- a

v; ■ - lt;

V-. i ■ A •

Air^.

. quot;.-■ *v . ■•.quot;? ■ .gt;;i-»1. lt;*■ ^vjl

•« ; •,.

: .lt;*• ■ƒ*-,• . W '• l,'.* ; -I

■' - gt; * k •* . .-quot; ;»?-'■ /j' quot; V-. y' S gt; quot;*1 #quot;'* V. f. «i ' d ■,' *, : ^

■ •■, i . •*'lt;. . . : 'Alv?* '* •.• quot; 4

i; %'