ocr page 1

DE NEDERLANDSt'HE

RECHTSPRAAK.

0KHKACE1Ï OP DK ABT IKE LEX VAN HET

WETBOEK

VAK

BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

DOOI'.

Mr.quot; W. VAN ROSSEM Bz^

ADVOCAAT. L'HOClirtÈIJR EN KANTONIÏKCIITKR-PLAATSVEliVANGEIt TE 'S-GIJAVENHAÜE.

VIJFDE DEEL.

(Art. 620—500.)

le Supplement.

Bijyctüerlt lot 1 Januari 1H91

's-OKWENIIAOE, GEBR. BELINFANTE.

1SS8.

ocr page 2
ocr page 3

V^OR PRlv-.,

ocr page 4
ocr page 5

11 !•: N K11 Eli L A NI gt;SC H i : H KC H TS I' R A A h

I1KTHKM K.N'IH-: I1K I'

WKTIiOKK VAN BFKGKHLI.IKK HECIITSVOKDKHIM

ocr page 6

Gedrukt bij OKUR BKI INl'ANTli. voorh. A. Ü. SCHINKEL

________--v. v. ■ k —a —•----

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

0704 0144

ocr page 7

1 LlJ ri I ; ^

' ^ j j x. ■J J k clt;, ■. i , :;,

DE NEDEKLANIKSCHE

R ECHTSP RAAK,

(iKUHAOUT Ol' lgt;r. AHTIKKI.K.N VAN IIKI

W ET BOEK

\- A N

BrHdEHLi.llvE HECilTNVdiiDEHIMi

l)CMgt;K

Mr. W. VAN ROSSEiV! Bz.,

M'VOI AA l', I'lUX'Uli Kl'Ii I N KAS roNltKI lITER-PI,AATSVEI(VAN(iKl!

'PK quot;s-i i 11A V1 NI! \lt;il-;

VIJFDE DEEL.

'Art. 620 899.)

,v

^nüiitOmnir^ini

MO • V

Nlir, * KIVAA IRECHT NIEU\AE GRAlHT 60 UTRECHT

quot;s-( i KA V KN 11 A(iK. C. KI! I!. I! KL 1 X K A NT K.

1SS8.

ocr page 8

Gedrukt bij GKBR. BEI.INl'ANTE. voorh.- A. D. SCHINKEL

__________v. - -gt;—» ~—-——*--

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

44

0704 0'

ocr page 9

^/'3 '/-js A/J y r''/ ^ 5 T!

' J u ~ ^ U ^ fl.-. f L' I (; \ ,-

DE NEDKKLAiNDSCHE

RECHrrSPRAAK,

(ii-.HRAcnr op di: ahtikki.k.n van iikt

W KT BOEK

v a n

BIRITEKIjMKE RKCIITSVOHDEKMNII

1 sss.

Mr. W. VAN ROSSEM Bz.,

AhVOC.AAT, PROCHRKT'IJ J N KAXTONKKCHTKR.PLAATSVEin'ANJ;K1{ TK 'gt;•( ilïA VKNII XdK

VIJFDE DEEL.

(Art. 620-899.)

ocr page 10
ocr page 11

I gt; E R D E B 0 E K

AH. 62(1

I De eisoh, door eene van de partijen, die onderling een compromis liebben amgegaan, tot deugdelijk-verklaring van een conservatoir beslag tot hehond van haar recht tegen de andere partij onder derden geleed, moet — ook dan wanneer al daardoor aan den arrestant zekere bepaalde waarborgen en het efl'ect van rechtsmiddelen zouden ontnomen zijn, welke anderzins in de algemeene wetgeving zijn gegeven, vermits dit dan nog eenig en alleen zoude te wijten zijn aan den eigen wil der partijen, die zulks konden en moesten berekenen bij het aangaan van hun compromissoir beding — gebracht worden voor de scheidsmannen die bij het compromis benoemd zijn tot berechting der zaak, waarop het beslag tot conservatie van het recht gegrond is, en niet voor de Arroml Rechtbank van de woonplaats des schuldenaars.

Ait, v. :!l Oct. 1*1:1, '.v. 11 . aVi: 1!.. ,11 XXII. S 54: v. n. II.. /gt;', ^ quot;■ l'- l(il liexostifrende liet daartoe betrekkelijk vonnis van

ile Air.-H. Amsterdam, v. 28 Sept. IS«. II. I!.. jp-. -ISU,'dl. VI, p. 'J|i; —'ilS; idem len betuofre. dat. ingeval de vennooten xicli bij eene akte van maatscliap hebben vereenden, om alle geschillen, ter zake van die inaatscliap ontstaande, aan arbiters te onderwerpen, alsdan de president der' Arr.-R. (ook met liet o ifr op art. (hi-J 1!. I!. en zonder dat daartegen obsteert art. (Kb ibid.) niet bevoegd is in kort geding te beslissen, ot'bij ontbinding der maatschap, door eenen der vennooten te recht verzegeliim wordt gevraagd, maar partijen te dier zake naar arbiters moet verwijzen - !■:. D. C. in 't 1!. I!.. jg. ISIS, dl. X. p, IS'.I- lOJ en in de Vm.,... rml .\c(lrrl. Itr./t. p. l.Vi I.Mt. - Cf, .ut, 7:!S 1!, R.. ;m,.st v. ;!l Oct. IS'iT) ut snprn.

i. De uitspraak van scheidsniaimen, waaraan partijen zich bij eene overeenkomst van assurantie, omtrent de te rijzen geschillen, hebben onderworpen, kan dan slechts worden ingeroepen, wanneer er over liet

mr. w. van klt;»skm bz.. Tturg. Rcchtsv.

ocr page 12

Art. 620.) 1168

verstand of de juiste toepassing dier overeenkomst, geschil is, en blijft daarentegen de gewone rechter competent, indien het geschil loopt over de vraag, of een verweerder al of niet deelgenoot in dc onderlinge assurantie is, en als zoodanig heeft gecompromitteerd.

Air. v. Hi Oct. 1848. W. n0. 0(i0; R.. dl. XXXI. ^ 78; v. n. II.. dl. X. p. 74—80.

'i. xVrt. 620 H. 11. maakt het van den wil van partijen afhankelijk, of zij de geschillen omtrent hare rechten aan de uitspraak van scheidsmannen willen onderwerpen; kunnende mitsdien de rechter niet, indien eene der partijen een zoodanig compromis voorstelt, liet aan de andere opleggen.

Arr.-R. Amsterdam, v. 10 Jan. 1839. R. B., jg. 1842, dl. IV. p. 755.

4-. Scheidslieden zijn niet bevoegd te oordeelen over exception die in geen dadelijk verband staan met het onderwerp van het geschil, zonder dat zelfs aan die macht en bevoegdheid, door eene veronderstelde stilzwijgende, en derhalve niet in geschrifte gebrachte, toestemming van partijen, eenige uitbreiding kan worden gegeven

Arbitrale nitspr. (Arbiters Mrs. F. C. Donker CrRTius. C. .1. Francois en A. riF, Pinto) kIhc lt;lie. \V. n0. 840.

ü. De onbevoegdheid om een pactum de. compromitte.nclo aan te gaan. bedoeld bij art. 620, al. 2 B. R., is niet eene absolute maar eene relatieve onbevoegdheid, welke door eene rechtelijke machtiging komt te vervallen.

Die onbevoegdheid bestaat alleen ten opzichte van hen, die een pactum, de compromittendo hebben aangegaan, met betrekking tot die zaken, welke aan het oordeel des gewonen rechters zijn onttrokken, om ze te onderwerpen aan dat van den gekozen rechter, waaruit voortvloeit dat de daartoe betrekkelijke exceptie, voor zooverre betreft de. contracteerende partijen, alleen oplevert eene exceptie van onbevoegdheid ratione per-tonae.

Arr.-R. Amsterdam, v. i) Jan. 1850. W. n0. HOI ; R. 1'., jj:. 1850, dl. XII. i». 270—275; idem dezelfde Rechtbank v. ld Juli 1864, W. n0 2031 : zie verdci- over deze vraag art. 155 I!. I!. aant. 13, alsmede Mr. A. he Pinto, «Adviezenquot;, p. 50.

H. Eene verrichting, waarbij het mandaat der gekozen scheidslieden

ocr page 13

/ ,ja t X «W J^y'— / ntL el rr*--' fgt;,, , lt;

t ___, -^ ,7

k 4 */? ^— ylt;z—' *

fypZ.. Si'. *t ^ ti-lt;rJ7c/7-? . ■—±- ^r-.— -if/ vi- ^

Lri'(\^ gt;- tnvV Au-r 11^9 wait. .. lt;- . lt; • ■ (.•W7. 620.

gt;-lt;?

p

A

slechts is geweest om eeue znak te schikken, en waarbij «Ie bedoeling van partijen is geweest niet om te verkrijgen eene voor ten uitvoerlegging vatbare uitspraak, maar om te worden geleid door een bevoegd ia -oordeel van deskundigen, stelt niet daar een eigenlijk gezegd compromis -y.-Lp en eene lormeele rechtelijke beslissing van scheidslieden; — inet dat gevolg dat, indien van die overeenkomst blijkt door de erkentenis van partijen en door een brief van ben, aan een van die deskundigen gericht, ze alsdan is rechtsgeldig en verbindend, hoewel bij die overeenkomst aanvankelijk slechts twee deskundigen zijn benoemd, welke zich later, ingevolge op hen verstrekte machtiging, bij verschil van gevoelen ^

een derde hebben toegevoegd.

Arr.-R. Amsterdam, v. 8 Juli 1851, Amsterd. Itef/tsiir.. dl 11. p, 148—ITid: ». ^ r/

verg. ook vonnis derzelfde Rechtbank van l!) Mei 1874. \V. n.quot;.

Li -cST -O- **

S. De aan het slot van een bestek voorkomende woorden: dat de aannemer zich, in geval van verschil, zoo veel mogelijk naar de uit-spraak van den aanhesteder zoude gedragen, en, zoo hij mocht meenen daardoor te zeer benadeeld te worden, het recht zoude hebben zich op at^y

scheidslieden te beroepen, aan wier uitspraak hij zich zoude onder- -£gt;

werpen, kan niet als een pactum de compromittendo worden beschouwd, ■ eS^

— daar die woorden geene wederkeerige overeenkomst behelzen van partijen, om casu quo hare geschillen aan het oordeel van arbiters te onderwerj)en, als zijnde daaruit in allen gevalle niet af te leiden, dat 7Cc'' *** de aanhesteder den aannemer zou kunnen verplichten, om van dit ^

recht ol van deze bevoegdheid gebruik te maken, wanneer deze mocht verkiezen zijn geschil aan den gewonen rechter van den gedaagde /-/, f over te laten. erf'fov

Arr.-R. Amsterdam, v. 8 Febr. 18rgt;^, It. B.. jg. 1853. p. 233—238. Qr'/,/ro /, * 'Sf/.

S. De verbintenis, om bepaalde geschillen, welke in het vervolu' ^ ■

tusschen ])artijen mochten opkomen, aan de uitspraak van scheidsmannen te onderwerpen, is onderscheiden van het compromis zelf •

Kene dusdanige verbintenis is niet onderworpen aan den wetlelijken vorm van een compromis, en, als niet gebonden door eeniirerlei uitsluitenden vorm, kan haar bestaan door alle middelen rechtens worden bewezen.

1'. II. v. N.-llolh.nd. v. !) April'IS.quot;. K. K.jg. 1857. dl. VII. lil. .ViO—511.

ocr page 14

r

cyT éh\r ramp;irv. ujq-, L -i^Q l -esu ^ p eA^

le^-^^O, P-^~ — 6~e~4- cO- t-^X't-ci.i'»^-? l^-t- (^lt;^i-»JL±lt;JL — A^'cy4 Qgt;-lt;_kJc-ia-jL •_ r e -o^

U-'— B^iS

l;7 620.) ' 1170

u^-e^ its-__a^'U: 6ï 6 gt;•'■. AVet, : '-Arf clx.^. ^ov. i^!}^

tt. Wanneer, bij de akte der ne^otiatie eener geldleening, ten be-iioeve van eenen polder, is bepaald, dat alle geschillen omtrent de^j-^, uitvoering dier negotiatie aan de kennisneming van drie scheidsmannen zijn opgedragen, zoo volgt daar niet uit, dat elke vordering, van welken aard ook, die nader individueele aandeelhouders, ter zake dier negotiatie, tegen dat polderbestuur zouden kunnen doen gelden, door arbiters zal moeten worden berecht.

1'. 11. v. N.-Holland, v. U Jan. 1858. I!. 1!.. jg. 1S58, fll. VIII. lil. /t91_422.

lO. Om tegen eene vordering, voor den gewonen rechter ingesteld, de exceptie van bedongen arbitrage te kunnen opwerpen, moet men bewijzen dat die vordering uUshnle.nd voortspruit uit het contract, waarbij arbitrage is gestipuleerd.

P. II. v. X.-llollaml, v. :! .hm. I8r.| ( ISC.'i). I!. 1!.. Jg. I8C.2. dl. XII. til. 19—23. W. uquot;. 2407. Verg. ook Arr.-R. Groningen, v. 3 Mei 18111. \V. n0. 2118, lï. 1!.. jtr. I8G2, p. 135 sqq.. waarliij is beslist, dat de clausule.dat alle gescliilltMi tussclien bet Rosliuir der Assmautie-Maatscliaiipij imi c^eu der deelnemers ontstaan door scheidsmannen zullen beslist worden, uiet van toepassing is op de cuiiitictio itidchili, ingesteld wegens onverschuldigd betaalde assurantiepenningen.

Uit het bcsinsel dat de overeenkomst waarliij partijen dtgt; recbtsmacht van arbiters kiezen, Mr iele behoort te worden uitgelegd, daar die reclits-macht van exceptioneelen aard is. vloeien voort navolgende lieslisshigen:

De bepaling in de akte van vennootschap «dat nimmer over den zin en de uitlegging van dit contract eenig proces zal mogen worden gevoerd, maar dat, bij verschil van gevoelen, de uitspraak zal blijven aan arbitersquot; is niet van toepassing op alle geschillen tot de vennootschap betrekkelijk, en evenmin op die welke, gelijk de actie tot het opnemen van eene gerechtelijke rekening en verantwoording ter zake der likwidatie, niet den zin en uitlegging van het contract zelf betrellen.

1'. II. V, N.-Holland, v. 2(i Felir. 181)3. \V. nquot;. 2501.

Indien in de reglementaire bepalingen eener maatschappij van verzekering alleen de geschillen tussclien den verzekerde en den directeur aan de kennisneming van den gewonen rechter worden onttrokken, dan worden daaronder niet verstaan de geschillen tussclien den verzekerde en de maatschappij, die als verzekeraar optreedt.

ocr page 15

/

^Ce cfalt;lt; d —

'■/'

(Xft. fisn.

Arr.-H. Tiel, v. '27 Febr. 18fi3. \\ n0. Ü523, bevestigd l)ij J'. II. v. (i(!Uleil:in(l. v. 17 .linil IXIili. W n0. hJ'i7~. Vci'g. n(ilt;r P. II. v. N.-llulland. v. 2.quot;i Juni 1857. \\'. ii°. '1089, bevestigende vonnis Arr.-U. Am.sterdaiii. v. 25 l'ebr, 1857, \V. nquot;. '18G8, waarbij was beslist dat do vordering strekkende tot schadevergoeding wegens niet-nitlevering van ingeladen goederen niet kan begrepen worden onder geschillen naar aanleiding van de dispache over de gehoudenheid tot het dragen ir. avarij-grosse en particulier of over de verdeeling daarvan, vermits de dispache het onderwerp der gevraagde schadevergoeding zelfs niet behoeft aan te roeren.

Vergelijk verder over de uitlegging van een pactum de compromittendo I'. II. v. K.-Holland, v. 17 Nov. 1804. \V. n0. 2005: en aant. 12 en 10.

li. De tot fie erkenning eener naamlooze vennootschap noodige Koninklijke bewilliging maakt de rechten der vennooten niet tot een onderwerp van openbare orde, waarover zij de vrije beschikking missen, die, in gevolge dit artikel, wordt vereischt om daaromtrent ontstane geschillen aan arbiters te onderwerpen.

Arr.-H. Amsterdam, v. 23 April 1802. W. n0. 2401.

13 Het beding in het contract van vennootschap om voor arbiters te procedeeren wordt door het faillissement der vennootschap niet krachteloos en kan ook tegen den curator worden ingeroepen.

Arr.-U. Amsterdam, v. 23 April 1802. ul supra, /ie in denzelfden zin bij likwidatie der vennootschap: Arr.-U. Amsterdam, v. 20 Oct. 1808. W. n°. 3083; en v. 8 Dec. 1875. W. n°. 3008.

I :s. Üe algemeene uitdrukking van //alle verschillen, hoe ook genaamdquot; in eene akte van compromis voorkomende, heeft niet slechts betrekking op vroeger in de akte vermeld, maar ook op later te noemen onderwerpen, ja zelfs op gevallen, welke niet voorzien zijn.

Arr.-U. 's Gravenhage, v. 0 Jan. 1804. W. n0. 2552: bevestigd door 1'. II. v. /..-Holland, v. 1 Mei 1804. \V. n0. 2584.

I-I-. Art. 74 Rv, derogeert niet aan art. (i2() llv., zoodat waar tusschen den waarborg en den gewaarborgde betreffen de de zaak in geschil een pactum de compromittendo bestaat, de regel van art. 71 llv. zijn toepassing mist.

1171

y

I'. II. v. (ó'l'lerland. v. 0 Mei 1808. W. no.3044; idem Arr.-R. Amsterdam, v. 24 Oct. 1878. U. I!.. jg. 1879. .1. p. 51 sqq.: verg. aant. 2 en 5 op arl. 74 li. R.

I •».

liet pactum, de compromittendo, voorkomende in de statuten

ocr page 16

/rTt^y7—' r^j£y ,r t£iy

IA ■t amp;vjfrx -yi-t-^ // /PtlC. . famp;ajZ/

Irt. 620.)

eener verzekering-maatschappii, is slechts verbindende voor de deel-liebhers, zoolang zij in die betrekking (van deelhebbers) tot de maatschappij staan, doch niet, wanneer zij ophouden deelhebbers te zijn, al is ook het opgekomen geschil een gevolg van de vroeger aangegane overeenkomst.

Voor de toepassing van het pactum de compromïttendu, is het bovendien noodig, dat liet opgekomen geschil de overeenkomst zelve betreft, waarin zoodanig pactum voorkomt, en niet, wanneer het geschil loopt over een beweerd recht of eene verplichting, die, hoezeer zij als een gevolg van de vroegere overeenkomst is aan te merken, nochtans zijn oorsprong ontleent aan de wet.

Arr.-R, Zwolle, v. 24 Febr. i 809, W. 11°. 8140; verg. de aanteelieningen sub n0. 10.

I ft. Partijen kunnen afwijken van bet compromissoir beding bij de voorwaarden eener concessie gemaakt, al is de daartoe betrekkelijke bepaling goedgekeurd bij de wet.

Arr.-R. Utrecht, v. 17 Jan. -1872. W. u0. :H4(1.

IS. Volgens l'jngelsch recht (in specie quot;common law procedure actquot; van 1^ Aug. 1854, A0. 17 ii 1gt;S \ ictoria caj). 125) is het niettegenstaande liet bestaan van een pactum de compromittendo geheel aan den rechter overgelaten bij wien de zaak is aangebracht, om die naar gelang der omstandigheden, al of niet naar scheidslieden te verwijzen.

Arr.-R. Rotterdam, v. 2!) Oct. 1878, W. nquot;. 3051.

IS Naar de algemeene bepaling van dit artikel is het onbetwistbaar dat de minderjarige, die beperkte handlichting heeft bekomen, het recht beeft om geschillen betreflende zijn handel aan arbiters te onderwerpen.

Arr.-R. Amsterdam, v. 21! Dcc. 1874, R. B., jg. 1875, A. p. i5.

Wanneer de hoofdvordering bij compromis aan arbiters is opgedragen, behoort ook de vordering tot van waardeverklaring van een tot verzekering dier vordering gelegd arrest, derwaarts te worden verwezen.

Hof Amsterdam, v. II Jan. 1878. li. It., jg. '1879, .1, p. 55.

lt;S€I Al mag men te voren zijn overeengekomen om later opkomende

1 172

ocr page 17

■e^ni

£ / ■? ; 'r' /

ivdê rL^, .

r

e/jL. c

o-Cr '2—

/^O thJT^--e. r-*~- -■*- gt;**— J

ff.-*- ij rJZ-Lp^'^i f~ f

geschillen aan de uitspraak van scheidsinannen te onderwerpen, kan toch de aard der vordering medebrengen, (zoo wanneer het geldt een verificatie-proces, waarvan de wijze van procedeeren geregeld is in art. cS;35 W. v Iv.), dat deze niet voor arbiters kan gebracht worden.

ait.-k. Rotterdam, v. 21 Deo. 1878. vv. 11°. 4329.

«1. Zie ten betooge, dat de gewone rechter niet bevoegd is, om kennis te nemen van een geschil, hetwelk partijen onder de vroegere wetgeving waren overeengekomen, dat door arbiters zoude worden beslist, wanneer die overeenkomst ten aanzien der wijze, waarop de iirbiters zullen worden benoemd en waarop de zaak voor hen zal moeten worden berecht, bepalingen bevat, strijdig met de nieuwe wet -—

24 Sept. 1841, sulgt; ri°. I.

«« /.ie omtrent de al dan niet verbindende kracht van de bepalingen, voorkomende in het reglement eener sucieteit met betrekking tot de eventueel ontstaande geschillen tnsschen de directie en de leden onderling en onder welke omstandigheden de gewone rechter onbevoegd is daarvan kennis te nemen -art. 1G97 H. W., vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, v. 9 April 1845 sqq.. sub 110. 7, ■— en omtrent de vraag, wanneer een preferent crediteur, die tot een liachmi dr ruhipvoiHiIIcitdo is toegetreden, daartegen niet vermag op te komen, op grond, dat de uitspraak der arbiters niet verbindend zon zijn tegen derden, die het paclum niet hebben onderteekend, en tegen wie hij nochtans, ingevolge

Bpen

art. 1185, n0. 8, B. W.. zi jn recht van preferentie zou kunnen moeten

- art. 838 \V. v. K.. vonnis van de Arr.-R. Anisterdani. v. il Jan. snli n0. 4.

Dvergang. arrest j.'i sub n°. 1.

{Art. 620.

Zie over de vraasr of eene gemeente bevoegd is zicli te ver

binden om eventueele geschillen aan het oordeel van te onderwerpen —

^ 1 173

Ar.

quot;Urt,. 'Sgt;?3 ■yi '

/

/ L

• ss.

/„ ^

% /o.

L amp;yy t j i -v -TV a/Ï ~

■gt; £ Q -^. OSV. _ P'C ^ a art. O gt;- 5 •

//., gt;... V.

//. /i7 Z*1

u ky të. a^

'JUgt;S- .

(jj_

OxrC^ oJlt;s

yZL tt-*—

/9-

53 der wet o p. 54, 2ile ed

den art.

art

dl. II.

£ amp; £ 5 . f/e

1850.

scheidsmannen

me I 'into en Ie vraag allen n°. 2727

rof. ,1, !•:. DE PlNTO, 11(11.-. «over sclieids-

Mr. van bonevai. fauke keurt liet af dat de bepalingen over de uitspraken van scheidsinannen in het Ontwerp voor een Wetboek van Bnrgerl. Rechtsv. verspreid zijn; daar worden nl. de voorschriften welke meer een onderwerp van materieel recbt zijn, als de opdracht der kennisneming van een geschil aan

/

Sc.

Jh

rLt- '

r:-

cUa. /W.

Lj arcri^M-cr^lt;/~ Zxj ty/ó, . ^ic.

i?rJ: ~ -AGc 'ytT, Cif. lt;flt;fa 2,

Adviezen van Mrs. A. M. van stipriaan Luïscius. A li. f. 11. teli.egen in Thetnis, jg. 1883, p. 445—459, die ontkennend beantwoorden; in denzelfden zin een opstel in W onder uMengelwerk». /.ie in strijd daarmede een advies van 1 goudsmit, opgenomen in Tlwmi.t, i. c. p. 297 sciq.. en dl. 11, 2, p. 750. Verg. voorts Mr. C. .1. i kam ois, (lis mannen», bl. :?(i sqq.

ocr page 18

/V fpa-^J ^-^4-. G l^Oi ^judL b lt;3$, z^/1 t-K/hyu-o^.*^

/zArt^sf silL dicV fcjZtXLx-?^ ry-rrrut^e *nS O^Au-t.CjAJf^'XQ. . /tëo. . 'bm/eAS^xxsyriy'

6 Ou-vui*1'^^#- MfS

\rl. «20) 1171.

sclieidsinaiineii, de daartoe bevoegde personen /00 actief als passief, enz., in hol eerste Boek. — do voorschi'iften tot de rechtspleging behooi'ende, in liet vierde lloel; helumdeld. Volgens deti schrijver liehandele men eerstgenoemde ln'palingen ót in het linrgerlijk Wetboek, óf in de Rechterlijke Oi'ganisatie, maar wanneer dit niet kan, warjj liet. volgens schrijver, beter alle bepalingen omtrent uitspraken van scheidslieden in éénen titel te vereenigen, zooals in het bestaande wetboek van llnrg. Rechtsv. Boek III, titel I, — A, Ttiji/r., jg. '1806, p. 244.

Naar luid van art. i!'i van bet Regl. van till Mei 184.'i. dat tnsschen Nederland en België is vastgesteld, ter uitvoering der bepalingen van artt. !gt; en 10 van het tractaat v. lil April 1839 en Hoofdstuk II, afd. 1, II. Ill en IV van liet tractaat v. Ti Nov. 1842 (Sthl. 1843, n0. 45) zullen alle geschillen ter zake van het te bellen recht voor de vaart op de Schelde en hare mondingen, van de schepen, komende uit volle zee naar België en vice versa, bij uiterlijk gewijsde door scheidsmannen beslist worden, zonder dat tegen hunne uitspraak verzet, hooger beroep, voorziening in cassatie, of rekwest-civiel zal kunnen plaats hebben (i).

.1/7. «21

Zie ten betooge dat het verbod om een compromis aan te gaan over giften en legaten tot levensonderhoud, niet toepasselijk is op eene vordering van reeds verstreken termijnen, tenzij de geillimenteerde, hij gebreke van betaling van het onderhoud, verplicht is geweest gelden te leenen om in zijne behoeften te voorzien —

de I 'into. Ifd/.. II. I!.. dl. II. 2, p. 087, 2de ed. p. 753 en (Ujiikm an. /gt;. /;.. 4de ed.. dl. III. p. 9 (niet een beroep op Carré, (Ju., 3204 en Ml ui.ix, 1 ifj 1.. ju voce nluiicn*. § 8. n0. 2): anders echter Penning. ad art. op grond dat de ralio van het verbod, cion hi quihus alimcnta rclicht rrnui. ficilr ti'*' 11 si'j'H'rnI runleiiti rnudico iifciescnii, evenzeer waar is van reeds verschenen als van nog te verschijnen termijnen, daar hij, aan wien bet onderhoud is verschuldigd, daaraan te meer behoefte zal hebben, naarmate hij daarop langer heeft moeten wachten.

Mr. van Bonkvai. Faure keurt het af. dat ter zake van giften en legaten Int levensonderhoud, huisvesting of kleeding geen compromis kan worden aangegaan. .V. Ilijclr., jg. I860, p. 246.

1

De lieflinf; van het sehecpvaartrccht op lt;Ic Sehcldc, is sedert afgekocht bij tractaat tnsschen Nederland en iicdirii' dil. 12 Mei 18(13, jtoetl^okeunl bij de wet van 6 Juli 1863 (676/. nquot;. 112) en afgekondigd bij besluit van IDJuli 1803 (Slbl.uquot;. 117).

ocr page 19

T (oZ^ T W' ^5

lp ut ^ ^ e.^^.-t M..^-

nM^uc,*, '■ •' M*quot;, ^inr' 'quot;•■

L / /A 11 75 (^- fi2:'gt;.

Itf jUbgt;U-. Ijt^, lt;amp;■

Arl. 623.

I . Ofsclioon art. (i2.'3 B. R. bepaalt flat de akte van compromis op straffe van nietigheid moet inhouden het onderwerp den geschil*, is zulks echter dan alleen van toepassing, wanneer na liet ontstaan van het geschil partijen zijn overeengekomen, de beslissing daarover aan scheidslieden op te dragen [en mitsdien bij ecu gewoon compromis (art. 620 B. 11. al. 'Vj ter beslissing van een geschil, bestaande ten tijde van het sluiten van het compromis] en niet wanneer het compromis is eene opdracht van uitspraak iu futuro, voor het geval, dat er tusschen de compromittenten later verschillen mochten ontstaan, die alsdan ter cognitie zouden worden gebracht, docli die a priori niet waren te preciseeren.

Arr. v. 27 Jan. ISij'i, W. ii0. 1515: 1!.. dl. \l.\l. i; Si). bevesti^Riide een airest v. quot;t 1'. II. v. Gelderland, v. li Maart 1853, \\ . ii0. M.'iS;

li. I!.. jj;'. 1853, p. 320—327 en van de An.-R. Arnlimn. v. 4 Nov. 1852.

\V. en R. 15., ut supra; idem Arr.-K. -Maastricht, v. 20 .luni 1852, \V.

nquot;. 138)1: idem Ktquot;;1, quot;sGraveidiage. v. 2(i Sept. 1804, W. 11°. 2717.

Cf. art. 624 I!. R., vonnis van de An-.-It. Maastricht, v. 26 Juni 1^52.

suh n°. li.

lt;ï. !)it arlikel is geschonden door eene verwijzing naar scheidsrechters uittespreken, indien één der drie bij de akte van compromis benoemde scheidsrechters, vóór dat die akte was opgemaakt, was overleden. Daartegen doet niets at', dat partijen blijkens hare akte gewild hebben, haar geschil aan een oneflen getal scheidsrechters te onderwerpen

Arr. v. 13 April Is7li, W. ii0. 3S)88, It., dl. CXII. sj 43, vernietigende het I'. H. v. N.-Holland, v. 15 April 1875. Verg. aant. li op dit art. en aant. 7 en D op art. 624 1!. R.

De bepaling van art. 623 H. R , dat de acte van compromis in geschrifte moet worden gesteld en door partijen geteekend, is stellig cu cr bestaat «jeene wetsbepaling, volgens welke het gemis der onder-teekening van de akte van compromis door partijen, op eenigerlei wijze door eene latere akte kan worden vergoed.

K'tjr. I.eenwurdiMi. v. 18 Nov. IS'il. \\ . n . 2*1: idem hij vonnis van do Arr.-K. Ainstorilain. v. 27 April 1854. li. 1!.. jji. 1854, p. 311) en 317.

waarbij is beslist dat de door den arbiter gegeven beslissing is informeel en nietig, indien cr geene akte van compromis is opgemaakt. — V-I.

ocr page 20

'-r~ a lt;£ lt; w t'

/f-L^~oC t- as-gt;-4-. (?£.£ *gt;^£- Z-j

Art «23.)^ ^ 117fi ^z-

/tramp;ac'ePl-quot;-' ^ ■ — -' syVY c*-y-*1

t'rif gt;?/.■

ecliter liiiMiMivlc i!igt;n vuiinis van de An-.-U. Leeuwarden, v. 1(1 .Mei ISiS. H. I!.. j^r. 18 W, dl. IV. |i, 1)1)4—(UiS, waarbij is beslist dat de bepaling van Clt;7vvw.^-lt;.Ai.T« vquot;— art. ()'il5. al. I. uitzondering: lijdt, wanneer liet compromis is aangegaan beJ-LjiU^- ■ /24. tnsschen gedingvoerende partijen en de akte is opgenomen in een procesverbaal van vereeniging, upgemaakt ingevolge art. 19 van hetzelfde Wetboek en liet in dit geval voor de geldigheid van zoodanige akte van ^ri, O-. compromis voldoende is, dat bet proces-verbaal fietcekeml zij door de tot dat einde bizonderlijk gevobnacbtigden van de partijen; idem dk Pinto. Us yr ^é. /ƒ'//. H. It., dl. II. |). 1)91, 'ide ed., p. 757 en Oij'deman. B. 1!.. 'ide

i'd.. dl. Ill, pag. Ut en II, welke beide laatsten echter zonder in bet bizondei- te letten up het speciaal geval (in dit door hen aangehaald vonnis beslist) zich vereenigende met het hoofdbeginsel, doen uitkomen, dat, ten einde het compromis bij een proces-verbaal van vereeniging te kunnen aangaan, partijen moeten kunnen teekenen, en bij gebreke daarvan het opmaken eener notarieele akte onvermijdelijk is.

-4 De omstandiglieid, dat eene arbitrale beslissing door een ellen getal scheidslieden is genomen, maakt die beslissing niet per se of ran rechtswege nietig, maar de nietigheid moet in rechten worden gevraagd.

Raad van Justitie te Batavia, v. *J7 Jan. 1854, W. ii0. 1()80, ook vermeld sub art. 642 B. H.

•V De overeenkomst, dat arbiters slechts over de ontvankelijkheid en niet over de gegrondheid eener actie /ouden mogen beslissen, en zulks niettegenstaande ook daaromtrent de kennisneming des gewonen rechters was uitgesloten, moet wel uitdrukkelijk in het compromis vermeld zijn, om te kunnen aangenomen worden.

Arr,-R. Amsterdam, v. 30 October 1801, W. n0. 2358.

Wanneer bij liet pactum de compromittendo een efien getal arbiters is benoemd, maakt deze bepaling het pactum zelf niet nietig (de nietigheid toch is wel bedreigd tegen de akte van compromis, maar niet tegen het pactum de compromittendo), maar moet die voor niet geschreven gehouden worden.

Arr.-R. Amsterdam, v. 4 Aug. 1863, VV. n0/2531, R. li., jg. 1804, p, 175 sqq.: idem Arr.-R. Rotterdam, v. 12 April 1871, \V. n0. 3372; idem ^A-tryf *it-cyOic- Arr.-R. Kiridboven, v. 25 Juni 1866, W. nquot;. 2835; idem P. 11. v. X.-Holland, / q /pa v- '-4 Juni 1875. R. B., jg. 187(), .4, bl. 102; idem Arr.-R. Amsterdam, fa . cv o j11Mj 1876, R. B., jg. i876, .1, p. 205; idem Arr,-R. Amsterdam, v. quot;-I//!£, 2cS Nov. 1872, li. li., jg. 1875. .1. p. 66 sqq. en v, 19 Maart 1875, t,a. p. ' pag. 73; verg. mede vonnis Arr.-R. tlroningen, v. 3 Oct. 4862, I!. I!..

jg. 1863, )). 831, ook vermeld sub art. 156 en 624 nos. 1 en 6, waarbij is

(njTlOjJ-U- o

ocr page 21

yUnS)-*

ty ^ fms. / fff,

beslist dat fh1 bepitling in het jii'clgt;'tn tic comjn'on'iilh'iuhi^ waarbij is e

voorgeschreven dat slechts twee arbiters door partijen zullen worden benoemd, die hij verschil zich een derde zullen toevoegen, voor niet geschreven moet worden gehouden.

Anders vonnis Arr.-R. Alkmaar, v. .Tnli ISTl*. W. n0. 1524!'. vonnis Arr.-R. Breda. v. l:i l ehr. 1807. W. n0. 2890, R. li., jg. 1808. |gt;. 370. nok vermeld sub n0. \ van art. 024 li. R., Rcr/ixf/. Adv.. 7de verz. bi. 134—137. Verg. ook Hof's Hertogenhosch, v. 1 (11) April 1879. \V. n°. 4302. R. li., jg. 1870. .1. p. 102, ten hetooge dat lt;le nietigheid in dit .artikel bedoeld alleen op de ahlc ran cumpt'otuis betrekking heeft (zit* het vonnis c qiiü der Arr.-R. lireda. v. 23 April 1878 bij dat arrest vernietigd, in \\ . nquot;. 42r)S en R. 11 . jg. ■1879. t. a. p.)

\ eri^. hiermede in verband :

.Mr. van Bonf.vai. I'M'lilquot;, die van ooi'deel is dat de bepaling in het jfcti'ut de cncij'cicrnittciulo van eventueele geschillen aan de beslissing van iieet scheidsmannen te zullen onderwerpen, het geheele pactum niet nietig maakt, maar dat dit heding alleen als niet geschreven moet worden beschouwd, — in A.

Hijtlc.. jg. 1800. dl. XVI. p. 247; alsmede aaut. 2 o|) dit art. en aant. 7 op art. 024 H. R.

S. Ken, ingevolge overeenkomst van partijen (niet gelijkstaande met de akte van compromis, bij dit artikel vermeld), voor haar verbindend onderzoek en begrooting van deskundigen iieel't kracht en werking op gelijke wijze als de overeenkomst, waaruit die rechtshandeling voortspruit, zonder dat de vormen ten aanzien van het scheidsrechterlijk geding, bij de wet voorgeschreven, daarbij in acht genomen zijn.

R II v. N.-Holland, v. I!) Dec 1807. \V. n°. 3032.

S. De nietigheid, bij dit artikel bedreigd tegen de akte van compromis, welke de namen van scheidslieden in ellen getale bevat, kan bf door partijen onderling, of zoo noodig door verzoek aan den rechter,

worden hersteld.

Arr.-R. Rotterdam, v. 12 April 1871. \V. n0. 3372, ook vermeld sub boe art. n°. 0.

O. Waar de naam van den derden arbiter niet in liet compromis voorkomt, is dit, benevens de daarop gegevene uitspraak, nietig.

1'. II. v. Groningen, v. 12 Sept. 1871. \V. n0. 3412: R. 1!.. jg. 1872. dl. XXII, p. 595.

to liene akte waarbij eenig en alleen van den daarin aangewezen

ocr page 22

(-1-

j .£/•£ ^ f f f ^ (\-£t- -- \. efa 1 — -j i ■*=*-'£ -42- £' * G'x

^ C^r-t.*- * s~z lt;y^—_____i 2 ~-' tXsz. £-. C'i P- .SSlt;/'. ; -(^, * 'r^ t-'i

ïrl. 623.) 1178

rA^ i» - ^'-6 ^ A- tyoSf ÓC ' zt amp; C/204UP,

persoon verlangd wordt eene gemoedelijke en dus ongemotiveerde taxatie van een werk. met vaststelling van een enkel cijfer en indiening daarvan aan den advocaat van partijen, kan niet als eene akte \an compromis worden beschouwd, al worden daarin gevonden de uitdrukkingen compromis en arhiler.

Hof Arnliem, v. titi .luni IS78. \V. n'. -5300. i{. B., jg. 1882, .1. p. I'iti, tievestigoiicle vunnis Arr.-H. Anilicm, v. i Maart 1878. t. a. p.. bl/. 105.

Vergelijk cmk in velband liiemiede Ai i'.-R. Anisterdain. v. 19 SJef I87/i, \\ . n0. :n-27.

f I. Vermits de aanduiding van woonplaats in dit artikel vereischt wordt, opdat de deurwaarder met de ten-uitvoerlegging der arbitrale uitspraak belast, zou kunnen weten, waar hij de daartoe gevorderde stukken moet beteek enen, is aan dat vereisclite voldaan door in de akte van compromis te melden, waar de partij, zijnde in casu eene naamlooze vennootschap, /laar kantoor houdt, alwaar haar bestuur wordt vertegenwoordigd in ile zaken die het voorwerp van hare handelsonderneming uitmaken, al is de maatschappij zelve elders gevestigd.

Ait.-U. Aiiisterdain. v. :!l Dec. I87c.1. \V. 11°. 4499, R. 1?.. jg, I8S'J. p. 203. lievestigil liij arrest lluf Amsterdam, v. 1!) Nov. 1880. \\ n°. •'159(1. R. 1!.. Jt;'. 1882. .1. p. 207. waarbij nog werd overwogen dat blijkens de artikelen 1 en i B. R.. de wet als woonplaats van vennootschappen vuil koopbandel wil liesclionwd hebben baar gemeenschappelijk kantoor, beide ook vermeld sub art. 025 I!. R.

1

«. W aar partijen bij overeenkomst zich niet alleen hebben bepaald om een aangewezen geschil door deskundigen te doen beslissen, maar tevens, en als met deze overeenkomst een geheel uitmakende, deskundigen voor het onderzoek en de beslissing van haar geschil

2

ilof Arnhem, v. 27 Oct. 1880, \V. ii0. 4611; waarbij beslist werd dat eene dergelijke overeenkomst nietig is. wanneer slechts twee arbiters zijn aangewezen, die bij verschil een derde ziillen tot zich nemen.

ocr page 23

(Arl. 02 !•

.\ri. n-2i,

I. De wet bepaalt niet, dat liij de beiioeminu; van arbiters, ui! kracht van een pactum tic. comproutlUeutlo, de rechter die geadieerd wordt om bij nalatigheid van eéne der partijen alleen de benoeming van arbiters te doen, tevens de punten vim verschil zoude moeten opgeven; integendeel behoort de voordracht daarvan even als hare beslissing alleen bij de arbiters zelve te worden aangebracht.

Hiertegen obsteert niet het bepaalde bij art. jquot;. art. -quot;iO li. li , omtrent de wraking, naardien, ingeval later mocht blijken dat het geschil van dien aard ware, dat daaruit termen tot wraking werden geboren, daartoe alsdan de bevoegdheid alsnog aan partijen zoude behooren.

/f/. Arreston v. 14 Fctir. ISirgt;. \V. n0. 587 nn HO'i; li,, dl. X\. ^ 10: v. n.

II.. li. Ti.. dl. VI, |». 349—305 en 3(gt;r)—375; idem 1 M:Kirt 1^50. v. r». II. /l/jLtpZquot; ibid. dl. XI, p. ai'i—320; \V. 11°. Iir.i: l{.. dl. NXW. ^ 17. — In golijU.üi 100$ O*- zin 'gt;ij de daartoe betrekkelijke arresten van liet P. li. v. N.-llollaml. v. ij/ ^ 1 15 l'ehr. 1811. I!. I!.. jlt;r. I8i4. dl. \ 1. p. i8:{—IsT; llci/t in .Vc/cW..

P til. IV. p. -KHi en 107. bevestis'ende een vminis vaiule Arr.-R. Amslenhnii.

v. Ill Fetir. 1843, Vi. 1!.. en It/yl in Scilrrl.. nt supra, en van ditzelfde Hof v. 10 Mei -18V.I, W. ii . 111(1; I!. 11.. j-'. •1841). dl. XI, p, '25(1 sriq. alsmede bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam, v. 5 Jan. -1844, R. li, jg. 1844, dl. VI, p. 009, bevestigd bij arrest van 'I Hof v, X,-IIidland, v. 20 Juni 1844; idem arrest 11. Gereobtsliof Ned.-lndii'. v. li'.I Mei 1873, W. n . 3033, ook vernield sub arl. 02.» II. |{, — \ ui, ook hiennedi1 een \oiiiiis van de Amsterd, Rechtbank, v, 'i Mei 1S22. aanjrehaald in liet Igt;, li,, jo-, 1844. dl. VI, p. 480, en de aanmerkingen daarop in verband met bet vonnis van 5 Jan. 1844. door den Hoogl. van IIau., li. li.. ,jg. 1844. nt snpra. p. 487. Zie echter arrest I'. li. \. X-Holland, v. 'il April I87'i. W. n0. 3737, waarbij werd overwogen, dat waar geen compromis ten aanzien van de. onderwerpen van geschil bestaat, het rechtelijk vonnis, waarbij arbiters zijn benoemd, de onderwerpen van geschil bepaalt, cf. ook bet daartoe betrekkelijk vonnis der Arr.-R. Anisterdani. v. *2!) April 1873, W, n0, 3024.

\ ergelijk navolgende beslissing:

Bij bet vonnis houdende benoeming van scheidsmannen heeft de rechter niet vast te stellen de feitelijke gronden, waarnaar de scheidsmannen zullen moeten recht spreken, noch te bepalen op welke wijze, hetzij naar regelen van rechten, hetzij als goede mannen naar billijkheid, zij dat zullen moeten doen.

Arr.-R. Groningen, v. li Oct. 1802, 11. li,,Jg. 1803, dl. XIIl. lil. 831 8'il ook vermeld sub nrt1. 150. 023. nquot;. 0 en 024 nquot;. 0.

1 1 7!)

ocr page 24

Art. «'24 ) 1 ISO

8. Tereclit heeft het Hof in lionijer beroep Dvereenkomstig dit artikel scheidslieden benoemd, wanneer de rechter a quo dit had verzuimd, nadat partijen over de keuze niet konden overeenkomen, en de kantonrechter. aan vvien /.ij voor dat toeval bij compromissoir beding de benoeming hadden opgedragen, die niet had kunnen doen, als daartoe niet zijnde verzocht.

Air. v. 20 Maart 1867. \V. no.'iS04; v. n. 11.. /gt;'. /.'..lt;11. XXXI. p.230—'24:i.

;t Deze bepaling bevat alleen de aanwijzing van den rechter, die, bij verschil van partijen over de keus, de scheidsmannen behoort te benoemen en schrijft niets voor omtrent het al of niet vatbare van zoodanige rechterlijke beslissing voor hooger beroep.

Air. v. 15 Nov. 1SC.7. W. ii0. 2054; IJ., dl. I.XXXVI1. S 23; v. n. 11.. II. 11.. dl. XXXII. p. 25—34. vernietigende arrest I'. II. v. X.-I'raliant. v. 12 Kei li'. 18(57. \\ . n0. 2802, R. 1!.. .is- 18(18. p. 373.

De Ilnoge Raalt;l besliste, dat vermits de vordering tot liet benoemen van scheidslieden van mibepaalde waarde is, liet daaromtrent gewezen vonnis is appellabel. en dat ile appellabiliteit geheel onafhankelijk is van de vordering' ten piincipale.

-I. Wanneer partijen overeengekomen zijn, om tot beslissing van een geschil van wederzijden eeneu scheidsman te benoemen, terwijl de derde door de beide gekozene scheidslieden zou worden aangesteld, en eene der partijen zich niet kan vereenigen met de door hare tegenpartij gedane benoeming, zoodat daartoe de tusschenkomst van den rechter (welke bevoegd zou zijn geweest om kennis te nemen van het geschil) moet worden ingeroepen, dan bestaan er, — hoewel niet is bepaald, dat de partijen de bevoegdheid hebben den benoemden scheidsman te wraken, — geene gronden, waarom in het contract tusschen partijen aangegaan, afgeweken zou worden van de wettelijke bepalingen, omtrent het geval, dat partijen niet over de keus der scheidslieden kunnen overeenkomen, en waarom aan ééne der partijen de bevoegdheid niet zoude worden toegestaan, in de keuze van den door hare tegenpartij benoemden scheidsman niet toe te stemmen. In dit geval moeteii de kosten van dit incident worden voorbehouden tot de uitspraak ten principale door de scheidslieden.

Arr.-R. Amsterdam, v. 18 I)ec. 1844, R. R. jg. 1845. dl. Vil. p. 223 en 124;

idem, in eene zaak echter, waarbij eene dei* partijen ie vergeefs was

ocr page 25

/ «. eü~ •-n- /,'r ^

e ■y^—crf ?i'lt;- 0 it •

1181 (Art. 624

j j ^ J-, 11 C c /- 0.f~^ ■? /- * i t-i- \ • o x^ /i^ri/z, oJ o c^x^fn. r/ *. f* -o /amp;rr^ ^ t i ■* ■, .Vt.

gesommeerd den door hem te kiezen ai'bitei* te benoemen, bij vonnis van (lt;prfigt;

(le/olfile Arr.-R. v. 10 Auj:. 1841. R. 1!.. .jy. ISiC.. dl. VIII. p. 100 gt;'11

191. waarbij mede is beslist, dat, hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk ^ •'■quot;

bepaalt, de benoeming van arbiters door den reebter ook dan moet plaats

hebben, wanneer eene der partijen in gebreke is gebleven, tijdig eenen

arbiter op te geven, welke met den door de meest gereede parti j opgegeven

eenen derde moet benoemen; zijnde echter bij dit vonnis de conipromit-

tent, zonder wiens nalatigheid het rechtsgeding niet voor de Rechtbank

zou zijn gebracht, ook omdat het bier geldt een eindvonnis, waaromtrent

geen voorbehoud van kosten kan plaats hebben, veroordeeld in de kosten

op dit incident gevallen.— Vgl. v. d. Honert, Hdh.. p. 007 en volgg.

en Lipman. Tt. /(.. p. 279 en de aanteekeningen 7 en 9 sub boe art.

S. De Rechtbank is niet raiione maleriae onbevoegd, om arbiters te benoemen, wanneer, indien er lt;reene overeenkomst tusschen partijen bestond, om hare geschillen voor arbiters te brengen, de Rechtbank bevoegd zoude geweest zijn, om van het tusschen hen bestaande geschil kennis te nemen

Hiertegen obsteert niet de bepaling in een contract, dat bij het in gebreke-blijven (in de benoeming van een arbiter) der weigerende partij, de gezinde partij haren arbiter bij sommatie zal aanwijzen en zulks zal geschieden voor den rechter in het kanton ; — vermits uit deze duistere bewoordingen wellicht kan worden afgeleid, dat partijen bedoeld hebben, in cas van weigering, eenerzijds de benoeming van arbiters aan den kantonrechter op te dragen, doch hieruit nog mei volgt, dat de Rechtbank zich ambtshalve onbevoegd moet verklaren om die benoeming te doen, omdat 1°. de bevoegdheid of onbevoegdheid van eene Rechtbank raiione materlae niet afhankelijk is van eene overeenkomst van partijen, maar ook 2°. niets partijen belet gezamenlijk vrijwillig van deze hare overeenkomst aftewijken, terwijl.

indien al liet tusschen partijen bestaande contract als bare wet moet worden beschouwd en als zoodanig den rechter evenzeer bindende in zijn uitspraak ais elk ander wettelijk voorschrift, dan nog de Rechtbank de zaak aan zich moet houden en in hoogste ressort recht spreken,

wanneer door den gedaagde de exceptie van onbevoegdheid niet is ingesteld.

Arr.-R. Amsterdam, v. '2.quot;) Jan. '1848, \V. n0. 949. — Vgl. hiermede ton betooge, dat de bepaling van art. (gt;24 1!. I!.. dat de rechter, die bevoegd zou geweest zijn van het geding kennis te nemen, bijaldien bet eomprdtnis geene plaats had gehad, de sclieidsinannen lienoemen moet.

7

ocr page 26

Au cJ-~ /v-tX. ArrV-

t _ ^ . , * e. . I . ~t - a .. t-t 3-*-^- , * — H ^

.rrUX.^ rt'

Art 624.) Ai. i y w lt;1182 {/^/ ; V'quot;^- ^

Hf c OVIM- wier keuzo partijen niet onderling Uunnen overeenkomen, is van

' publieke unie. zoodat daarvan door geonerlei beding kan worden aföe-nfitjTl-i. ■ NVeilt;en — een vertoog in i W. n0. S7S.

lt;». Bij eene vordering tot benoeming van scheidslieden uit kracht van art 02 I i0. art' 020, al o. B. R behoeven de punten van verschil niet in de dagvaarding te worden opgegeven.

Arr.-R. Maastricht, v. 2G Juni '1852. W. n0. 1380; idem Arr.-R. Groningen, v. :f Oct. 1802, R. I!.. jg. 1803, dl. XIII, bl. 831; ook vermeld sub art. 150 1!. R.. 623 n0. 0 en 024 n0. 1 ; verg. hiermede in verband Arr.-R. Breda. v. 3 Dec. 1878, W. u°. 4375, waarbij werd beslist dat er bewezen moet worden dat er tiisscheu partijen een geschil naar aanleiding van ilo overeenkomst bestaat.

Veru'. navolgende beslissing:

De rechter mag niet in het onzekere worden gelaten, omtrent welk geschil, de scheidslieden zullen hebben uitspraak te doen; doch daaruit volrrt niet dat reeds bij dagvaarding voor dien rechter alle middelen die de eischer meent aan te wenden, veel minder alle bewijzen die hij heeft bij te brengen, moeten worden uiteengezet.

He _Arr.-R. Breda. v. 23 April 1*78. W. n . 4258.

olS^T

ï Ingeval van verschil over de keuze der scheidslieden moet de door den rechter it/ kaar geheel als eene ondeelbare keuze

geschieden.

Mitsdien is men niet bevoegd te vorderen de benoeming van eenen

ClllTJlte-'

^ ...... • , ,

.faf- enkelen scheidsman om met den door den eisc.ier reeds aangewezene,

een derde te benoemen.

' X. ' 'f amp;Q-

I £ Arr.-R. Amsterdam, v. 18 l-Vbr. 1857. \V. n .2151; cf. Arr.-Ü. Rotter-

^dam. v. 22 Xov. 1880, \V. nquot;. 4080, waarbij is beslist dat. bij nalatigheid T^at^n eel| partijpn in het kiezen van een arbiter, de Rechtbank met

elf^j ojiAri/'-'in de keuze voor don nalatige alléén heeft te voorzien, maar zij het volle aantal arbiters moet benoemen; idem bij vonnis dor Arr.-R. Amsterdam. / / v. 0 Maai t 1848. R II.. jg. 1848, B. II.. jg. 1849. p. 1'18 sqq.. W.n0.11)31.

ook navolgende beslissing:

rmtijen kunnen wèl met goed gevolg overeenkomen, dat elk van 1,ai,r eel1 ;irl)i,(-r 611 lt;le/'e ,e zamen 6011 ,ler(le zul,en kiezequot;' (1()ch va,1

^^«^•^quot;'den rechter kan alleen de benoeming van alle drie arbiters te gelijk,

^ W,;r^n ^evr-i:

__________^

. M-ói . , A/quot;^quot; 4*- s ^

Lsi^e^ s

ocr page 27

/y^J, Cx^ Q- • -_' S? ^-U2^«_-*^e97 (^tï C^- *■— amp;fQ4

amp;jr cjejtrx Jt tquot;-; lt;amp;Jrry- cXx^ JCc^

u. ■u^-~ T-—quot;^

(/ sy. ^ c-, 1183 . . [Art.

Ai i'.-It. Middelliui'K, v. 11 Jiini -IHTtt: R. i!. jg. 1882, A. )). 19:5 en R. 1!., jg. quot;1870, A. p. 20(1, W. nos. 4437 en 4(303; idem Arr.-R. Amster- ^crt^, dam, v. 10 Maart quot;1875, R. 15., jg. 187.quot;), .1. p. 7;f. Zie echter wat het ,

eerste deel van deze uitspraak betreft, arrest 1'. II. v. /.-Holhind. v. ' »

^Nov. 1843, li., dl. XVII. § 98, Avaarbij is beslist dat de vroegere «re- ^

' cP/5S

/V/ ■gt;'-

■ ^e.it4gt;. 76. hrnikelijkc bepaling dat. partijen ieder een arbiter zullen aanwijzen die ^

ff / ,s • te zanu'n 01:11 derden kiezen onbestaanbaar is nilt;;t onze wet; idem Arr.-R. oi lt;ylt;?, gt;''''■ t Breda, v. 13 Febr. 1867, W. n0. 2890, R. 1!., Jg. -I8()S. p. 37(1. waarbij

/aai', fttf* nok beslist is, dat volgens onze wet de kenze van arbiters alleen in gemeen 'T/

overleg kan geschieden; idem Arr.-R. Kindhoven, v. 25 Juni 18ü(i, \V. ^ro-ja^

n0. 2835; idem Ari'.R. Amsterdam, v. 8 April 1874. W. n0. 3779._ V^l. /po1/,

echter aant. 0 op dit art. Zie in verband met een en ander deaanteeke- ifit'/

ningen 2 en 0 op art. 623.

De Rechtbank benoemt alle. scheidslieden en niet een enkele voor diegene der partijen, die daartoe niet wil overgaan,

Arr.-R. Rotterdam, v. 15 Maart 1880, R. B., jg. 1882. A. p. 104.

Wanneer, ingevolge compromis, een vennoot de benoeming van ap^e arbiters heeft gevraagd, ten einde zijne grieven te beoordeelen en omtrent de door hem verlangde ontbinding der vennootschap te be-slissen, dan kan de gedaagde vennoot reconvention nee! vorderen, dat /-iw ^ de arbitrage ook over zijne grieven en over de wederzijdsche actie /amp;'f/quot;**'*. ontbinding loope.

Arr.-R. Amsterdam, v. 4 Nov. 1804, \V. n0. 2052. m

Zï-Stquot;*-.'/09

tt. Wanneer bij compromis is overeengekomen, dat van de drie arbiters één door ieder der partijen, en de derde door de aldus benoemden zal worden gekozen, moeten partijen in de wederzijds gedane keuze berusten en geldt geen beroep op deze wetsbepaling.

Arr.-R. Amsterdam, v. 26 Jan. 186(1, W. u0. 2700; cf. aant. 4 en 7 op dit art.

IO. De eisch tot benoeming van drie arbiters door de Rechtbank is niet-ontvankelijk, zoolang niet is gebleken, dat partijen niet in der minne omtrent de benoeming kunnen overeenkomen.

Arr.-R. Kindhoven, v. 25 Juni 186(1. n0. 2835, waarbij werd beslis!.

dat al is de wijze van benoeming door partijen overeengekoriieu. niet bestaanbaar met de wet, desniettemin eene sommatie tot benoeming \ari een scheidsman moet voorafgaan, opdat over de al of niet overeenstemming kunne blijken; verg. met betrekking tot dit. laatste, aant. 17.

1

I. De opdracht bij compromis, van de benoeming der arbiters

ocr page 28

^ -tyZL lt;^ C, /- c,lt;^ -^o--:- i t^e^r^e^- lt;rusi^fis^*n^~^\

• ■ J2* . rJte^..y ___________--- ^ ^

. iyc , _ ^ 9,^ »-*■-*■?gt; , =' M JJ L-^r-lyja,'!^- th^-uSt-A-s^-'

//fo, j-lr- — (uP ^-'Vc'^-- quot;j03 r ^ ' ^ év; //c/^

^C Art- 624.) 1184 JU -tfey-- e^a-t/,^

r~ lt;57 ^7/^X

s^Z'-'' ^ (loor een andere dan de bij dit artikel aangewezen rechtbank, is ge-i^^'- oorloofd en maakt die andere rechtbank bevoegd. 7

- .V,Amsterdam, v. 30 Juli 1807, W. n0. 2900. R. B. jg. 1807, p. 803.

^5Lc. «-ö-

^ 13. Aan eene sommatie in strijd met de wet en met liet compro-

missoir beding gedaan, behoeft men niet te voldoen. Mitsdien kan dat

niet-voldoen geenszins als bewijs dienen voor de niet-overeenstemming

van partijen ten aanzien van de benoeming van scheidsmannen.

Arr.-H. Amsterdam, v. 8 April 1874, \V. 11°. 3770, R. B., jfr. 1874. p. 503, ook vermeld sul) 110. 4 van dit artikel en sub art. 054 I!. R., waarbij nog beslist werd, dat wanneer bij het pactum dc compromit-y tendo bepaald is, dat de drie scheidslieden door beide partijen benoemd

zullen worden, dan met dat pactum in strijd is eeue sommatie, volgens ^ / welke ieder der jiartijen een scheidsman zal benoemen, zonder nadere

— _ »(,£ej2r7. goedkeuring der tegenpartij, terwijl do derde scheidsman zou worden s? ' irekozen buiten medewerking van partijen door de twee reeds bouoemde

scheidsmannen.

ijj 'peu ein(ie van (ie]1 rechter benoeming van arbiters te verkrijgen olt;/gt;/*:£■ js iiet V()](ioe)Ule dat er blijke van verschil, vallende in het pactum de compromitlenclo en van den onwil der wederpartij om harerzijds tot benoeming in der minne mede te werken.

Hof 's Bosch, v. lJ2 Sept. ■I87(.t. R. B., jg. 1882, .1, p. 181, vernietigende Arr.-R. I'.reda, v. 3 Bec. 1878, t. z. p., blz. 180. W. n0. 4375.

14:. Indien bij compromissoir beding is overeengekomen, dat bij geschil de beslissing zou opgedragen worden aan drie arbiters uit de leden van het algemeen beurs-comité voor publieke fondsen te Amsterdam, door partijen te kiezen, of door de Rechtbank, indien partijen het over de keuze niet eens mochten zijn, en dit beurs-comité opgehouden heeft te bestaan, is daardoor die compromissoire clausule volstrekt niet vervallen.

Arr.-R. Amsterdam, v. 19 Maart 1880, VV. n0. 4544, R. B. jg. 1882, A, p. 188; waarbij werd beslist dat nu de keuze van scheidslieden uit de leden van het beurs-comité ondoenlijk is, het geval zich voordoet, dat partijen zich over do keus niet kunnen verstaan, eu de Rechtbank dus de benoeming moet doen, die, al ware uit de bewoordingen van het compromis op te maken, dat ook zij iu de keuze tot de leden van het comité beperkt zou zijn, aan die opdracht rechtens niet gebonden is, vermits zij de bevoegdheid om arbiters te verkiezen, bij verschil van partijen, ontleent aan de wet, waarvan de compromissoire clausule eene toepassing is.

ocr page 29

Jk— , ^ . iïrfanamp;r.---/fO*- , ÓS: *'

Oe.. ----quot;V fquot;— ^/'' A'

^ .yr/xoM-syo-L-e-^* quot;quot;'--S /„r-, -Os ..... S. / 3-^^ -y

t^-y ^.- 1185 Mr/. 624.

I .*gt;. Jloewel dit artikel de tusscbenkomst van den rechter tot liet benoemen van arbiters voorschrijft, ingeval partijen bij het ontstaan van het geschil niet onderling kunnen overeenkomen over de keus. en dus niet uitdrukkelijk die bevoegdheid aan den rechter geeft, bijaldien een der partijen, (zooals in casu het geval is) weigerachtig is van hare zijde medewerken tot arbitrage, zoo moet toch voor dit laatste geval ook dezelfde ratio voor de benoeming door den rechter gelden.

Arr.-R. Rotterdam, v. ld April 1880, \V. n0. 4524, R. B.. jfr. 1882, A. p. 186.,/V,., 4,„,é„- „• » V*». lo /li-c. /cPtPa / t; s /tffo, /6.

o65— 30 /'-'■gt; 7 T-tquot; 7/2. '

I(i 1'jene benoeming van scheidsmannen door den rechter komt alleen te pas in liet geval, voorzien bij het 3e lid van art. 620, zoodat waar blijkt dat de wilsovereenstemming van partijen omtrent een compromis eerst geboren is, nadat het geschil was gerezen, de actie tot benoeming van arbiters is niet-ontvankelijk.

Arr.-U. Amsterdam, v. U Nov. 1880. \V. n0. 4()09.

IS. w anneer bij de overeenkomst is bepaald dat bij nalatigheid van eene der partijen de rechter de arbiters benoemen zal, behoeft geene vormelijke ingebrekestelling het verzoek tot benoeming van arbiters vooraf te gaan, maar is het verzoek alleszins ontvankelijk wanneer de meest gereede partij bij dagvaarding verklaart in geen geval genoegen te nemen met de scheidslieden, aan wier uitspraak de geinti-meerde het geschil zou willen onderwerpen.

Hof Amsterdam, v. 4 Nov. 1881, W. n0. 4733, U. R, jp. 1882. A. p. 182. vernietigende vonnis Arr.-R. Haarlem, v. 9 Mei 1882, t. a. p., blz. 184, waarbij het tegendeel was lieslist, op grond dat eerst moet vaststaan, dat alle middelen om tot eene tienoeming in der minne te geraken zijn uitgeput, en dat bovenstaande verklaring de mogelijkheid niet wegneemt dat luidde de eiscber arbiters voorgesteld, de tegenpartij daarmede zoude genoegen genomen hebben; verg. Arr.-R. Kindhoven, v. 25 Juni I8(.gt;(gt; sub hoe art.

IS. Om te komen tot eene uitspraak van scheidslieden is het onnoodig dat partijen, behalve de overeenkomst bedoeld in het derde lid van art. 620 15. R. nog eene akte van compromis tot stand brengen op de wijze als in art. 623 15. 11. is omschreven.

Arr. Hof s Hage, v. 12 Jnni 1882, \V. n'. 4776, li. I!.. jg. 1882. .1. p. 201, bevestigende vonnis Arr.-R. Rotterdam, v. 17 Oct. 1881. \V. nJ.

ocr page 30

Art. 624.) 1 1!Sh

'i7hgt; R I! t i p lgt; '200. Ilet lieroej) in cassatie werd verworpen bij arrest v. 45 Maart WX W. n°. R., .11. CXXX1I1, S ■«gt;: v- quot;•

11 dl. XLYTII, p. 223—233.

■ ». Zie over de beteekenis der uitdrukking; quot;etvvaige Diileretr/en zu ehnen durch Scheidsrichter in London

\rr-R \nisterdani.'v. 9 Oct. IS79, W. n». W32. waarbij is beslist .lat de nitdrnkkiim' wel aanwijst dat liet onrirrzocl; en de hcshssim, te Londen moet geschieden, doel, „irt dat uitsluitend to Londen gevestigde personen scheidslieden knnnen /.ijn, welk laatste alleen dan vermoed moet worden, wanneer de overeenkomst niet aanleiding kan geven tot geschillen, waarbij kennis van locale omstandigheden en nsantien van andere plaatsen in aanmerking moeten worden genomen.

«O. Zie ten betooge ;

a. dat de vordering tot benoeming van scheidsmannen, volgens art. 024 T?. R , als eene handelszaak moet beschouwd worden, zoo dikwijls de scheidmannen over een handelsgeschil zullen moeten oordeelen en de regelen van art. 314, omtrent de rechterlijke bevoegdheid, derhalve ook daarbij m aanmerking kunnen komen

Mr. A HU. Igt;e VuiF.s, in de Ueijlsficl. OpslcHfn, v. .Mrs. M. des A mori F. v. ii. Hoeven en A. de Vries, Amsterd. 1852. p. 78—81.

h. dat de appellabiliteit dezer vordering afhangt van die der

hoofdactie —

P. II. v. N.-Brabant, v. 12 Febr. -1807, \\ . n0. 2892.

4)7. 625.

I

. Bij geen enkel wettelijk voorschrift is aan partijen uitdrukkelijk verboden om den termijn van zes maanden, door de wet bepaald alleen voor het geval partijen zelve bij de akte van compromis rlaarin met

hebben voorzien, te verlengen.

Arr. Hof v. Xed.-ln.li,- (appM, v. 29 Mei 1^3 \V. 11°. 3633. ook

fa } ver.....ld sub art. (124 1!. R. nquot;. 1- cf. arrest N.-lloUund, v. 1, Jan

U IS59 W nquot; 2110. ook aangehaald sub art. 289 I!. R.. waarbij werd o .V- ^ ' beslist dat, indien bet al niet de kennelijke geest der wet ware, dat de - - ,0«quot;' tij() ,rodnrende welken een rechtsgeding voor arbiters wettelijk geschorst is, tot den in dit artikel verleenden termijn moet worden toegevoegd, bet bezwaar van appellant (nl. ontstaan uit de vrees om met .......... dc

ocr page 31

t 4l i ÓZ O :

/f Jfffj /y}° • /j-*^-*-' tnrT/l-*gt;f^

AV ^ lt;^lt;3-, — «r ^ ^ ,^A^7 - quot;7^ ' 'W

lt;77 /quot; ^ ^ ] ] 87 ' /0 ^ [Art. 625.

^ ^V^re^jz^w- y O— ■ ^ /r^lX^P^X Klt;jwyil*sr% i^^yL ^ru^SLS^^ery^^-

zes maanden een arbitrale beschikking te hebben) dan nug geheel zou Tgt;gt;^ oU;

komen te vervallen, door de bereid-verklaring des geïntimeerde tot ver- mamp;ss ^ ^sra-lf 'lt;■ lenging van den termijn. caa-a^^-K,

mizn jtquot; Cjojfa-iO o^ayTr

% Ten aanzien van de termijnsbepaling wordt aan partijen de cxr^jcj^ wt^ meest mogelijke vrijheid geluten. Mitsdien beantwoordt volkomen aan rx*^ ■ ■, «m:

het begrip van een termijn de bepaling, waarbij de dies a ([uo is be- c^-^i far. naald, doch de di^s ad quem afhankelijk wordt gesteld van het initiatief '*ta-

rrzj3amp;-* ■ Mlt;rj-

van de meest gereede partij — h ^ t^i

In casu was bepaald dat na de regeling der termijnen, welke van af /^py

den dag de registratie zijn gegund voor het wisselen van conclusiën de meest (jereede partij vervolgens aan arbiters verzoeken zal dag en uur te bepalen voor de mondelinge toelichting der zaak en voorts dat binnen 4 maanden na de mondelinge toelichting of, zoo deze geen plaats vindt, na den dag waarop de stukken in handen van arbiters zijn gesteld, deze uitspraak zullen doen, en hun vonnis ter griflie der Rechtbank zullen nederleggen.

Arr. Amsterdam, v. 31 Dcc. 1879. W. n0. 4400, 1!. II.. Jlt;r. 1882. A.

p. 203; bevestigd bij arrest Hof Amsterdam, v. 10 Nov. '1880. \V. n0.

4590, R. B., jg. 1882. .1. p. 207. beide ook vernield sub art. 023 li. R.

^*-Z- fr l/io-'-' a zs-t-- , (j) £JUP C'TT^-Y f , ■ • • ' ^

Art. 632

Eene beschikking van arbiters, mede uitspraak doende oj) eene con-clusie tot schorsing der procedure, (welke conclusie in casu daarop ^

1 cv. bh .

was ffesrrond, dat tusschen partijen een sfedim; over den omvang van

1 ■... j het objectum litis, dat aan de kennisneming van arbiters was opgedragen,

nog voor den gewonen rechter aanhangig was) is niet een bevel bij /4^

voorraad of schikking nopens den aanleg van het geding, gelijk wordt lt;?

bedoeld bij dit art. en derhalve wordt tot hare uitvoering een bevelschrift van den voorzitter der rechtbank vereischt

P. II. V. N.-Holland, v. 17 Jan. 1859, W. n0. til U), ook vormeld ad art. -89 en ()25 1». R.

Art. 634.

1. Wanneer door scheidsmannen op een incident wordt uitspraak

ocr page 32

Art. 634.)

rredaan of door lien eeue interlocutoire uitspraak wordt gegeven, wordt de termijn voor de eind-uitspraak geschorst, gedurende den tijd, die gediend heeft tot behandeling en beslissing van het incident, en begint die eerst weder te loopen van den dag dat liet vonnis of arrest op het incident gewezen, in kracht van gewijsde zal zijn gegaan.

Ingeval van interlocutie, zijn de scheidsmannen, indien zij vermeenen, dat de tijd, die na het ophouden der schorsing overblijft, nog ongenoegzaam is, om hen tot de uitspraak in staat te stellen, zelfs bevoegd, om den bij het compromis voor de eind-uitspraak bepaalden tijd te verlengen.

Arr. v. I.quot;. Juni 1840. W. n0. 1032; R., dl. XXX1I1. § 9; v. n. II,. ƒ). /;.. dl. X. p. 305—407; — in gelijken zin bij liet daartoe betrekkelijk arrest'van 't P. II. v. N.-Holland, v. 18 Jan. 1840, U. li., jg. 1840. dl. XI. p. 0(1—98. bevestigende een vonnis van de Arr.-R. Amsterdani, v. '23 Febr. 1848. R. 1 gt;., jg. 1848. dl. X. p. 501—503.

2 De bevoegdheid tot gelijktijdige uitspraak door arbiters, zoo op bet incident als op de zaak ten principale (in het algemeen toegekend bij art. 2 10) is niet uitgesloten door de artt. 629 en volg. B. R. en met name niet door artt. 634 in verband met 633 al. 2.

Arr. v. 31 Maart 1871. VV. n0. 3321; v. n. II.. D. dl. XXXV, p. 595—008, bevestigende 1'. 11. v, N.-Holland, v. 13 Oct. 1870, N\ . n0.3331.

Arl. 635.

De macht, bij art. 199 al. 2, B. 11. aan den rechter gegeven, om een getuigen-verhoor ambtshalve te gelasten, is bij geene wetsbepaling aan de arbiters ontzegd. Veeleer veronderstelt art. 635 B. R., dat zij die bezitten.

Arbitrale uitspraak Amsterdam, v. 24 Aug. 1840. VV. n0.909. (Arbiters Mrs. s. 1'. Lipman, I.. II. Kuiin en J. Heemskerk Az.); verg. voor liet beginsel de aant. op art. 041 li. R., en aant. 9 op art. 049 li. R.

Art. 636.

1. L)e vraag, of arbiters geoordeeld hebben naar de regelen des rechts dan wel als goede mannen naar billijkheid, mag, als geheel feitelijk, alleen door den formeelen inhoud der arbitrale uitspraak beant-

11SS

ocr page 33

[Art. fi36.

«oord worden en niet door de waardeering der daarin vervatte beschouwingen, waardoor de opposant virtualiter zou erlangen liet hooger beroep, waaraan bij de compromissoire clausule juist was gerenuncieerd.

Arr.-R. Arasterdam, v. 30 Oct, 1801, W. n0. 2358.

t. Wanneer eene compromissoire clausule voorschrijft dat arbiters naar recht en billijkheid zullen beslissen, dan wordt daarmede overeenstemming van recht en billijkheid ondersteld en is mitsdien aan scheidsmannen niet toegekend de bevoegdheid om, naar hun eigen begrip van billijkheid, af te wijken van liet recht.

Arbitrale uitspraak van Mrs. A. C. Cos.man. M. W. 's Jacoh en Aug.

Pmups, dd. 30 Juni \804, W. n0. 2000.

3 Wanneer eene compromissoire clausule voorschrijft dat arbiters als mannen van eer, zonder vorm van proces, zullen beslissen, dan mag worden aangenomen, dat daarmede is bedoeld eene soort van eeregerecht, dat als goede mannen naar billijkheid een oordeel zal vellen.

Arbitrale uitspraak van 18 Juni 1804. \V. ii0. 2000, van Mi-s. M. li.

'sJacoii. .1. Pinneu en F. Kuui'En van Hahpen.

•1-. .Men kan niet beweren dat de akte geen arbitrale uitspraak bevat, wanneer de onderteekenaars zich zelve noemen scheidsmannen, — hun beslissing uitspraak — en zij eindigen met de woorden gedaan en uitge-sproken; terwijl het stuk zelf, waarin voorkomt eene toekenning en een veroordeeling, is gedeponeerd ter griflie als eene gegeven arbitrale beslissing, en als beslissing van scheidslieden door den president is executoir verklaard; en wanneer daarenboven in de akte van compromis de benoemden worden genoemd scheidslieden en vereffenaars, die de geschillen zullen beslissen, waaraan partijen zich onderwerpen, afstand doende van hooger beroep.

Hof Ti rollingen, v. lw2 Sept. 1S71, li. !gt;.. ju. I87t2. dl. XXII, p. .V.)').

Art, 639.

Hoezeer de wet aan arbiters als zoodanig geen honorarium voor hunne bemoeiingen toekeiit. mag het er, ook dan wanneer bij het compromis daaromtrent niets is bepaald, bij het algemeen plaats hebbend gebruik, naar aanleiding van art. 1375 B. W,, voor worden gehouden,

1189

ocr page 34

■' ,t rf_p ^ 1 ' •• lt; -quot;i quot; v~?v'lt;~ . i,/lt;-a~y - l/'t./tuj'

, _ . : /t..- . /• ; • /£ Lttx ,»J 5quot; ■ ^. Ui CH , 77 *~ )

2M U/eiU- ■ . Sfj-Of Z.

Aft. 639.1 1190

dat liet beding vnu een billijk honorarium stilzwijgend in de overeenkomst van compromis, tusschen partijen aangegaan, is begrepen, zoodat dan ook arbiters het recht hebben een honorarium, geëvenredigd aan den door hen besteden tijd en moeite te vorderen; zijnde op de arbiters, als zoodanig lasthebbers van de compromittenten, ook van toepassing de bepaling van art. 1848 15. \\. hetgeen hen alzoo het recht geeft eik hunner lastgevers in solidum aan te spreken.

Arr.-R. [.eenwarden, v. in Mei 1842. 1!, l!.. jg. 1842, dl. IV. p. 1504— (gt;68; idem Oudeman. B. R.. 4de ed.. dl UI, pag. 24; idem Mr. J. de vkies J/. in 't R. b.. jg. 1841. dl. III. p. 238—242. die mede van gevoelen is, dat, indien bij het compromis niet is bedongen wie de kosten van benoemde arbiters draagt, de tegenwoordig aangenomen (/eii'oiuilc te dien opzichte, alle/.ins overeenkdinstig recht en billijkheid medebrengt, dat vóór liet uitspreken van bet vonnis, de arbiters aan de procureurs van partijen te kennen geven, hoeveel voor iedere partij, ter belfte, bet honorarium der arbiters bedraagt, en dat zij. arbiters, gereed zijn, na voldoening daarvan, het vonnis uit te spreken; dat dit honorarium alsdan door beide partijen of door ééne barer voor het geheel voldaan zijnde, de uitspraak door arbiters van het door hen opgemaakt vonnis volgt en later het honorarium, aan arbiters bereids voldaan zijnde, door die partij, welke in hel ungelijk gesteld en in de kosten veroordeeld is, volgens de artt. 50 en 57 lï. R. alléén wordt gedragen; anders de Pinto, lldl.. B. It.. 2e druk. dl. 11, 2, p. 775, die, op grond van art. 1831 B. W. van oordeel is, dat de scheidslieden als lasthebbers op geen honorarium aanspraak kunnen maken, indien dit niet uitdrukkelijk bedongen is. Deze schrijver voegt daaraan toe, dat indien scheidsmannen een honorarium bedongen hebben, art. 1848 B. W. hun tegen iedere partij hoofdelijk eene actie geeft tot betaling daarvan. Dit laatste wordt ook toegestemd in Itec/tKU. ,|f/r., 0e verz. bl. lilt—144. — Vgl. met dit een en ander Meui.in,Itcj'.. voce arhitriKje. sub n0. XXX. alwaar men leest: «Quoiquc les arbitres ne iniissciil se tfi.eei' ui mention ni épices, les avocats choisis poue i'i'Jiiti'es. igt;cxivc}it pvendvc des hto'iioi'i*iees». rie /.elfder plaatse wordt p. 38 der 5de uitg., (Brux. bij Taui.ier 1825), een zeer merkwaardig arrest in den vorm van Reglement medegedeeld, v. 27 Febr. 1098, hetwelk een tegenovergesteld beginsel huldigt. Daar wordt -— uithoofde van de ongebondenheid, om zich niet de zaken van anderen in te laten -uit, do hoedanigheid van arbiters, die als het ware rechters zijn, en uit den aard der zaak beslist, dat arbiters geen honorarium in rekening lirenaren noch genieten mogen. Te recht echter merkt de heer de Vries daartegen op. dat volgens het bestaande recht niets verhindert, dat arbiters honorarium genieten, ja zelfs dat zij zich daartoe, zonder dit. naar den tegenwoordige!! staat der maatschappelijke inrichting, moeielijk zouden doen vinden. (Léon).

ocr page 35

tf'0

y/hx^lt;x

'. (^fj) . ^^4xgt;lt;^o/c_ gt;rquot;tltrj-. /^ ^4* , V-^ .

IttTtnL

1191

(.tr/ '141

Art 641.

Ofschoon dit urtikel geen verzet toelaat tegen eenige uitspraak van scheidsmannen, kan daaruit in geenen deele worden afgeleid, dat geen vonnis bi] verstek door scheidslieden mag worden gewezen, doch alleen dit, dat een der voornaamste gevolgen van het rechterlijk vonnis bij verstek hier niet bestaat.

Arbitrale Uitspr. Amsterdam, v. 1'J Au-;. 1S7(I. \\ . n0. 33i8; verg. vour het beginsel de aant. ii|) art, (gt;35 en annt. 9 op art. 649.

• Of*- Lstur^jPji H-

/■sgt; a 1*^4- t ^amp;W-ayri' O c*.*** . cC,

' , De president der arrondissements-rechtbanK raag niet, alvorens het . . , _

bevelschrift, hij dit artikel bedoeld, te verleenen, in eenig onderzoek

irtM-. treden over de waarde van de uitspraak van scheidsmannen, en is niet

bevoegd om het van hera verzocht bevelschrift te weigeren, ook dan

/ istï ' ,*r°r' ■4Vquot;e^,

'niet, wanneer de arbitrale uitspraak door een ellen getal scheidsmannen

tfik.Jv*-. . ,

c, is gewezen. mi-. amp;lt;s

,,

lt;?,/ MotA-• 3 f Raad v. Justitie Batavia, v. 'J7 Jan. l8,)-4, \\. h0. ltgt;S(». ook vernield sub art. 023 B. K.

A«-C*y'

lt;/ra2-2.: lt;^00

AH. 6 15. qjeA^j^r,

De verellening der schade, tot vergoeding waarvan arbiters veroor- '

deeld hebben, is niet te beschouwen als ten uitvoerlegging van het {

vonnis, maar als vervolg der arbitrale procedure, en behoort alzoo voor de arbiters te worden behandeld.

Art. 642.

MjLs

Art. 646.

Bijaldien in eene overeenkomst, waarbij was bedongen, dat bij het ontstaan van verschil de beslissing daarvan aan scheidsmannen zou worden opgedragen, neen voorbehoud van beroep wordt gevonden en het niet is gebleken, dat er tusschen partijen, ook niet in lite, eenige wilsverandering te dien aanzien heeft plaats gehad, dan maakt de in liet vonnis der rechtbank voorkomende verklaring, dat de scheidsmannen in het eerste ressort zouden recht spreken, de uitspraak dier

Arr.-U. Amsterdam, v. 24 Mol 1801. W. nquot;. 229quot;).

uj. fetveC.

j f LStrzJ~t-

Je

■ffrjL. Ccui

/j/

ocr page 36

Art. 6-1.fi.)

scheidsmannen evenwel niet appellabel, als wordende naar art. fi46 15. 11., eerst dan tegen eene beslissing van arbiters bet hooger beroep toegelaten, als liet vermogen daartoe bij liet compromis is voorbeiiouden.

Het beweren, dat de hoogere reebter, door zoodanig appel niet toe te laten, liet gezag, door de wet aan een recbterlijk gewijsde (bet vonnis der rechtbank) toegekend, zou hebben geschonden, kan niet opgaan, vermits de meerdere of mindere uitgestrektheid van de macht der scheidsmannen afhankelijk is, niet van liet vonnis, waarbij zij zijn benoemd, maar van bet consent der partijen, welk consent niet aanwezig moet geacht worden, indien uit de tusschen partijen voor de rechtbank genomen conclusiën geene aanleiding kan worden genomen tot de bijvoeging, dat de arbiters in bet eerste ressort zouden recht spreken, of indien in al de stukken, door den appellant voor de scheidsmannen geproduceerd, dit punt met stilzwijgen is voorbij gegaan en door hem daartoe niet is geconcludeeid.

Air. v. 1 Maart 1850, W. n0. H54; R., dl. XXXV, ^ 17; v. n. II.. /gt;'. II.. dl. XI. p. IV12—ItóO. — In gelijken zin heslist hij arrest van I I'. II. v. N.-Holland, v. 10 Mei 1849, \V. ii0. HUi; R. B.j jg. 1849, dl. XI. |). 250 sqq.

.1)7. fit?.

\ olgens Lipman, II. II.. p. 2S;i cn den schrijver in de Mederi. Jaarh. ven. Hcgtamp;icl. cu W'ctycv.. dl. Vil, p. 170, moet, met het oog op de woorden: «gewonen rechter» in art. ()47 voorkomende, het aldaar liedoeld hooger beroep n!lijd voor hot Mof worden gebracht; — anders (en volgens I.kon te recht) door Ouukman, B. II., dl. Ill, 4de cd., biz. 'ili en Vernede, ad art. Zie ook v. li. IloN'EUT, Jhlh., SJ 047.

Zie ten betooge dat het Hof de arbitrale uitspraak handhavende, do voor-liMipige uitvoerbaarheid daarvan kan gelasten — 1'. II. v. Gelderland v. '20 Doe. IS52, liij Mr. IIeutzvei-D, ut supra, blz. 00.

Art. fi 18.

Zie ten betooge dat èn cassatie èn rekwest-civiel alleen zijn uitgesloten tegen eene beslissing van scheidsmannen zelve en niet tegen het vonnis of arrest, gewezen op het hooger beroep van die beslissing —

Oddeman, /gt;. y»'., dl. Ill, Ido ed., p. '27 on '2S en DE Pinto, IhlL.

It. II.. dl. II, '2, p. 717, '2do od., i). 782.

1192

ocr page 37

r//amp;p s/L -t Co» - rf^AS' ■ ■* 4» a 0.

YQsI ^i. ^9 - r^r^ CL-Q , V-f- 't- C* f5» -»--?- .'' O tsv r^y^ ^tcSSf^s^y-j

,ri.i*^ t* ^■p.Jr.,I 193 A lt;gt; 5quot;» VAr/. 049.

^ tyJ^t^ejLw^C . ../yd 049 ■ /ïquot; . '^f ygt;- ^2. M'ff/O.

1. De scheidsman, die zich op een of meer punten incompetent , .

1 1 1 4tó, «cfJfVtA/Uquot;-

verklaart, kan. met liet oog op art, 649, nn. (i H. II . niet geacht worden te hebben nagelaten daarover uitspraak te doen, zoodat zijne beslissing niet als nietig kan worden bestreden -

Air. v. 27 Jan. 1854, W. n0. 1515; 1!.. dl. XI,VI. § 89; v. I.. II../f. li.. ^

dl. XVIII, p. 92—107, bevestigende een arrest van 't P. II. v. Gelderland. f/a^a^gt; v 2 Maart 185:5, W. n°. I-WS; R. R, jf;. 1853. p. 320-327; bij Mr.

Hertzveld, ut supra, blz. 71, waarbij nog beslist werd, dat de nietigbeid .

ex art. 023 niet meer kan worden ingeroepen door bem, die vrijwillig voor den aangewezen scheidsman heeft gedagvaard, geprocedeerd en de _

uitspraak ten principale van den scheidsman beeft ingeroepen. — Vgl.

hiermede omtrent de. niet-toepasselijkbeid ook van art. 049, n0. 2 I!. 1!.. ^ „

wanneer bet compromis inhoudt eene opdracht van uitspraak iti fuluro— ' ^

art. 023 lgt;. R., arrest van denzelfden datum, sub n0. 1. // ^

lt;5 Art. 649 iu. B. R., is niet geschonden door de beslissing, dat ^ ^ scheidslieden niet buiten de grenzen van het compromis zijn gegaan door ter uitvoering van een voorwaardelijk eindvonnis een eed aftenemen.

op een dag, waarop de termijn van het compromis was geëindigd.

A it. v. 21 Juni 1872, W. n0. 3-470; U.. dl. Cl § 19; v. d. II.. li..

dl. XXXVII. p. 244—259; ook vermeld suh art. 055 li. R.; cf. aant. 7

•• • t •»* 1 1 • /j3L/l/-.

3. Door de woorden: quot;tegenstrijdige bepalingen , voorkomende 111 UAl^_ art 649, nft. 5 13. R. moet niet worden verstaan het geval, waarin ^r^uux.. de verschillende beslissingen in een vonnis niet volgens een goede logica met elkander «vereen te brengen zijn, en de rechter in bet een of ander geval moet gerekend worden kwalijk te hebben gevonnisd,

maar dat, waarin de verschillende beschouwingen in zoodanige tegenstrijdigheid zijn, dat de ten-uitvoerlegging van eene de ten-uitvoerlegging van de andere zoude verhinderen of onmogelijk maken.

Arr.-K. Amsterdam, v. 20 Fcbr. 1840, U. I!., jg. 1843,' dl. \. p. 705;

cf. dezelfde Arr,-R. v. 18 Jan. 1800, R. 11.. jg. 1807, blz. 137, waarbij heslist werd dat de bedoelde tegenstrijdigheid moot gevonden worden in bet dispositief, niet in de considerantia; idem Oudeman, B. /(., 4de ed..

dl. Ill, p. 29.

-4. De vernietiging eener arbitrale uitspraak op grond van art. 649,

n0. 10, li. R., kan slechts dan plaats hebben, wanneer liet bedrog of de arglist na de uitspraak wordt ontdekt.

I'. II. v. N.-Holland, v, 18 Jan. 1849, If. li., jg. 1849, dl. XI. p.90—98.

r-rf» asx^f- r-gt; X^n J, o O-

' ixuciAsi- .♦ /4or^ Z.'yi ^-/T /OOVJL .

ocr page 38

/ j f_ r . -rrgt;' ' ' quot;Xji^-. amp; Lf ~f t , ^Siamp;..

th-— iZ. ^nr. Irf0'', **quot; ■

-Ly~~ 9gt;^

- V-yV ^c-

V

arrest v. 21 Juni 1872, vermeld sub n0. 2.

, 1 94 ,

» . . _. fa«. ^ px yvZ- e^Ct. ,

-^gt; tx^-XL /- -y cy^^ z -^'T.^-y^ ', ^- '

— Vgl. ook hiermede omtrent de vraag, wanneer kan worden geacht liet bedrog aanwezig te zijn, waarvan art. 049, n°. 10 13. R. gewaagt — liet daartoe betrekkelijk vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, lï. 1!.. nt supra.

' .V Dit artikel wil niet, dat arbiters genoodzaakt worden om op alle quot; ininten. die in den loop van een geding behandeld en betwist worden,

•v^.^-VA^ eene beslissing te geven, wanneer het hunne overtuiging is, dat die , ri_. ^ ^feiten voor de eindbeslissing niet pertinent noch concludent te achten zijn,

^9 Arr.-R. Amsterdam, v. 13 Dee. 1870, W. n0. 3287; R. B., jg. 1872.

- (ji XXII. |gt;. 101.

U Dit artikel is niet toepasselijk, wanneer de aangevoerde grieven niet gericht zijn tegen de beslissing zelve, maar tegen de uitvoering, ^ die daaraan zou gegeven zijn op een tijdstip, toen de last der scheids

lieden had opgehouden.

£y na-, UfCO,

Arr.-R. Amsterdam, v. 13 l'ee. 1870. . n0. 3287; R. 1!.. jg- 1872. lt;gt; fr 223 dl. XXII, p. 101.

j Wanneer bij een compromis eenvoudig een termijn van tien

LwajxJ-.'ttj maanden is bepaald, kunnen daarmede partijen bedoeld hebben, dat

f ' ' die termijn geacht wordt voldoende te zijn voor een geding, dat met

ééne uitspraak kan worden afgedaan, doch niet toereikend, ingeval

- het geschil niet door eéne uitspraak definitief zou kunnen worden

■ ' beslist, en een gedeelte der arbitrale taak dus nog te vervullen overbleef.

. ^ .w IV 11. v, X.-Holland, v. 14 Dec. 1871, W. u0. 3447. (ook vermeld sub art. 1)50), bevestigende doch op andere motieven, vonnis Arr.-R. Am-sterdam, v. 13 Dec. 1870. W. u0. 3287. Op grond van bovenstaande uhi. t f ; _ feitelijke beslissing stuitte het beroep in cassatie op dit punt af; zie

TIO * ' ■■■ ' '

Qr.-- ' f'

Art. Ö1.9 n0, 1 bepalende «dat de beslissing van scheidsmannen -.als nietig kan worden bestreden, indien zij is gewezen buiten de grenzen quot;—van 'net compromis1', geldt ook, indien zij gewezen is buiten de grenzen ' Vvan het rechterlijk vonnis, waarbij scheidsmannen zijn benoemd.

Wanneer het rechterlijk vonnis heeft beslist, dat tusschen eischer en n gedaagde nog steeds het contract van vennootschap van kracht is en ^ ,v tevens, tengevolge der bepalingen van dat contract, arbiters heeft / benoemd om het hangende geschil te beslissen, dan gaan de arbiters J* ') * de grenzen hunner opdracht te buiten, wanneer door hen de eischer

gt;6.

ocr page 39

X 1195, (Art. 649.

^ ^ Ï2. , (Jh ■KJS 'lt;) t£/D f^a.^A r.j

niet-ontvankelijk wordt verklaard, op grond dat bij zich niet meer op liet. voortdureml bestaan der veiinootscha|) kon beroepen. ou.4.

ögt;e._

P. II. v. N.-llolland, v. 23 April 1874. \V. n0. 37li7: vnrnietigende Ari'.-U. Amsterdam, v. 20 April 1873, W. n0. 3024.

O Alhoewel uitspraak over de kosten niet uitdrukkelijk aan arbiters ^

bij liet compromis is opgedragen, moet eene beslissing daaromtrent toch t niet geacht worden buiten de grenzen van 'net compromis gewezen aj/-.:.

te zijn; en dit is vooral waar, wanneer het compromis inhoudt, dat de .

arbiters gebonden zullen zijn aan de gewone regelen der procedure.

Ait.-R. Amsterdam, v. 31 Deo. 1870, W. n0. 4400, bevestigd liij arrest u-ihs^aXut^. Hof Amsterdam, v. 19 Nov. 1880, \\'. n0. 4500. beide ook opfrenomen in R. li., jg. 1882, A, p. 203 sqq.; verg. voor het beginsel, de aanteeke- —

ningen op art. 035 en 041 B. 11. eu.

KI. De toepasselijkheid van dit artikel wordt niet uitgesloten door

,/C 2y /

de clausule van partijen, dat zij zich onvoorwaardelijk aan de uitspraak

van arbiters, als een vonnis in het hoogste ressort, zullen onderwerpen.

' o gt; i /y/i, w.

Arr.-H. Amsterdam, v. 31 Jfei 1881. R. 11. jg. 1882. .1, p. 208.

I I. Zie ten betooge, dat de eisch tot nietigverklaring van eene arbitrale uitspraak niet voor het eerst in hooger beroep kan worden ingesteld —

art. 348 B. R., arrest van 27 Jan. 1854, sub n0. 5. u

Art. 650.

I. Nergens is in de wet bepaald, dat de aangevangen uitvoering van een arbitraal vonnis op zich zelve het recht om de nietig-verklaring daarvan te vorderen, doet vervallen. =lt;-£,

1'. li. V. N.-llolland. v. 14 llec. 1871, W. ii0. 3447 ; ook vermeld sul.

art. 640 aant. 7.

lt;5. In dit artikel wordt wel een terminus ad (mem, maar niet a qun gesteld ; mitsdien kan ook vóór de beteekening van de arbitrale uil-spraak, en vóór de verdere executie daarvan, de vordering tot vernietiging worden gedaan. , j ///j/ 1'. II. v. N.-llolland, suli 1 hierlioven aangebaald. ('. jTl'J)

3. Waar de wettelijke voorschriften als nederlegging ter griflie, W*'

hT. if6(rr.

ocr page 40

Art. 650 )

executoir-verklaring, beteekening ami de veroordeelde partij zijn ver-vangen door niets anders dan toezending binnen vier weken na de uitspraak per aangeteekenden brief aan elk der partijen en vaststelling van een termijn van 3 dagen, binnen welken de toegewezen som moet worden voldaan, zoo moet door deze regeling de bij dit artikel vastgestelde fatale termijn geacht worden op drie dagen te zijn bepaald.

Arr.-U. Amsterdam, v. IV1 Mei 1881, II. 1!.. jg. ■1882, .1. p. 208.

Art. 051.

'/enteJ- quot; ^ ^ | |)e uitvoering eener in het hoogste ressort gewezen arbitrale

---

^ggiissinjr wordt geschorst door een daartegen gerichten eisch tot ver-

■' inetigniK.

uJxn,eijLL. Hiertegen obsteert niet nrt. 438 al. 2, 1? 11., omdat daar alleen sprake is van geschillen over en bij ten uitvoerlegging van vonnissen, /£, ell het daar niet geldt voorziening tegen een vonnis, maar alleen tegen

IjifM(]e executie van dat vonnis, waarin men overigens heeft berust.

Arr. v. li l ebr. 1805. \V. n0. 2009; R., dl. I.XXIX. ^ 20; waarbij is gebandbaafd t^eii arrest van t 1'. II. v. ^s.-Holland, v. 10 N()\. 1804, W. 11°. 2684; waarbij lievestigd is een vonnis der Arr.-I!. Ainsterdam, v. 0 Sept. 1804, W. n0. 2028, R. R, jg. 1805, p. 450. In gelijken zin. voor bet Franscbe reebt, Caiirk op art. 1028, O»., n0. 3380, dl. IV. bl. 949 der liniss. uitgave van 1851 met de aanteekeningen van Ciiauveau-Aooi.niE, en Daixoz, voce: Arbitrage, ii0. 1202.

lt;S. Het verzuim van aan te wijzen in het exploit van verzet, waarin de beweerde tegenstrijdigheid bestaat en uit welke feiten de gestelde bedrog en arglist volgen, brengt geen nietigheid van dat exploit te weeg.

Arr.-R Amsterdam, v. IS Jan. 1800, U. li., jg. 1807, |). lliT.

tx-rv 'c TL

. _ . ..L . .. /Irt. 052.

Indien een vonnis, bevestigende eene arbitrale uitspraak, appellahel is, dan is het 1 lof bevoegd, zoowel over de incidenteele vorderingen als over de hoofdzaak te oordeelen.

gr-é JJ-- |) 11 v Gelderland, v. 20 Dec. 1852, I!. I!.. jg. 1853, p. :I24 en 325.

/ifi,

6J' OT-ca '1 i //

119(i

ocr page 41

1197 (Art. 651.

Art. 654.

1. Niettegenstaande het bestaan van een pactum de com.promtf-tmdo, moet de voogd van de minderjarigen, die een der partijen bij dat pactum na doode zijn opgevolgd, de rechtelijke rrmclitiming vragen, om een opkomend geschil aan de uitspraak van arbiters te onderwerpen.

Arr.-R. Amsterdam, v. 15 Juli 1850, W. n0. '2150. R. !!., jji. isriquot;.

deel VII, bladz. 272—270; overeenkomstig de in R. li., opgenomen conclusie van den subst.-ofT. Backer, die opmerkt, dat de zin van deze bepaling deze is, dat de dood van eene der partijen niet per se de gevolgen van bet compromis, of van bet pncium de compromütendo doet opbonden, zooals volgens den Code de Proc. Civ. plaats vond, wanneer zich minderjarigen onder do erfgenamen bevonden, doch dat die gevolgen kunnen voortleven, met inachtneming nochtans van die voorschriften,

welke in bet belang der minderjarigen, elders in de wet worden gevonden.

Verg. biermede Ait.-R. Amsterdam v. 9 Juni 1808, W. n°. 3031. 1!. 1!.,

jg. 1809, p. 118, waarbij is beslist, dat bet verbod om geschillen, waarin minderjarigen betrokken zijn, zonder rechtelijke machtiging aan scheidslieden op te dragen, niet teniet gedaan kau worden door do contractu-eele bepalingen eener vennootschap, al zijn ook, krachtens testament zoowel de meerderjarige als de minderjarige erven verplicht veimooten te blijven.

8. Uit de bepaling, dat de dood van eene der partijen de gevolgen van het compromis of van liet beding, in het laatste lid van art. (521 vermeld, niet doet ophouden, mag worden afgeleid, dat de wel de overdracht van het pactum de compromlttenilo toelaat.

Arr.-R. Amsterdam, v. 8 April 1871. \V. n0. 3779. R. I!.. jg, 1874.

p. 505, ook vermeld sub art. 02i li. R.

■IH. 655.

Door quot;beslissingquot; in dit artikel wordt bedoeld de zoodanige, waardoor het geding voor goed en alzoo volkomen is geëindigd, zonder dat derhalve tiet al of niet eindigen daarvan mag afhangen van eene latere voor scheidsmannen te verrichten daad.

Arr. v. 21 Juni 1872, W. n°. 3470; R,. dl. Cl, ^ 19, v. n. II.. //..

dl. XXXVII. p. 244—259; vermeld snlgt; art. 049. Itevestigende I'. II. v.

N.-Holland, v. 14 Dec. 1871. W. n0. 3447; ook vernield sub art. (')49 n°, 7.

% H. 2 2- ^ ^ ^ ^ ^

ocr page 42

^ £»Aui-

-«ö-— .-? £gt;2* J

. /■ ss _ , -r» ^ auf t s't-f ' C-^ ri. /lt;*- t- S-*

«e- ^ j'^' 1 ^ , * ,X x

tgt;A X-

/

• 1'V. 657.) II98 ^ ^ . . ,.r_

O „,4 Art. 057

I. De termijn, bij het compromis bepaald, wordt niet geschorst door den dood van één der scheidslieden, maar blijft, niettegenstaande dien dood, onafgebroken doorloopen. Terwijl toch juist voor het geding voor scheidsmannen bij de artt G33, 634, 635 en 654 15. R., zoodanige schorsing uitdrukkelijk is voorgeschreven, doch niet voor het geval van art 657, gaat het niet aan, haar bij wege van analogie ook daarvoor aan te nemen, en dit te minder, omdat voor het geding van scheidsmannen aan partijen is overgelaten, de termijnen bij het compromis te bepalen en ze zoo noodig later te verlengen.

Air. v. 4 Dec. 1857. \V. n0. 1914; R. dl. I.VIi. § 41 ; v. n. II.. II. II.. dl. XXI. p. 418—434.

'i. De vordering, in de tweede alinea van dit artikel bedoeld, tot benoeming van nieuwe -■cheidslieden. kan ook bij rekweste worden gedaan.

Ait.-H. Amsterdam, v. 'i Juni •187('). It. II.. j.y. 1876. .1. lil. '204, verder beslissende dat op liet rekwest de wederpartij moet worden gehoord om zijne belangen voor te dragen. — In dit vonnis is ook een algemeen beginsel te vinden ter beoordeeling van de vraag wanneer een dagvaarding, en in welke gevallen een rekwest te pas komt.

Art. 658.

I. Hoewel bij het VV. v. 15. II. de kantonrechter is belast met de verzegelingen ontzegeling van boedels, is deze ambtsverrichting slechts de uitvoering eener extra-judicieëele daad, door de wet aan dien ambtenaar opgedragen, welke verrichting, wel verre van eenige eigen-schap van rechtsmacht ter zake van verzegeling of ontzegeling in zicli te vereenigen, daarvan ten eenemale is uitgesloten, als inzonderheid blijkbaar uit de bepalingen vüh artt 665 en 674 van het zoo even genoemde Wetb., zoodat de beslissing over de wettigheid of onwettigheid van etne verzegeling, met de gevolgen daarvan, van de Rechtbank moet worden gevraagd.

Ai r. /.iitlen. v. 2 April IS40, \V. nquot;. 164. — (T. art. 674 li. 1!.. vonnis van de Arr.-U Amsterdam, v. 1(1 April •I84-1 sqcp

'i. Van de verzegeling hij faillissement van den aannemer zijn niet

ocr page 43

{Art. 658

uitgesloten de door dezen op een staats werk aangebrachte voorwerpen, al worden die krachtens de Algeraeene Voorwaarden als eigendom van den staat beschouwd.

P. II. v. Z.-Jhilland v. .quot;) Aiilt;r. 1S73, W. n°. 3()20.

— Zie omtrent den zin en de strekking der woorden: «.van een ihuninr bestemd zcfieh voorkomende in art. (mS I! R.. en ten betooge, dat de knntdii-recliters met lietrekking tot het in Inmiie ambtsbetrekking te hezigen zegel, niet gebonden zijn aan art. I van het lieslnit v. 2i Aug. 18jrgt; (Slbl. n°. Ui), j0. art, 1*1 van 't besluit v. 14 Jan. 1814 (Sthl. n0. fl), houdende vaststelling van het Rijkswapen, als behoorende zij niet tot de hoofden der verschillende bij laatstgemeld besluit bedoelde takken van publiek bestuur of administratie — Mr. J. oe Vries Jzn., in de Oinn. cn Mcc/.. dl. VIII. p. 185—188, die tevens van meening is. dat bij het redigeeren van de nieuwe reglementen, tei'vervanging van dio welke tbnns naar art, 19 van de nog in werking zijnde wet op de Rechterlijke Organisatie bestaan, zou behooren te worden bepaald, dat de Kantonrechter een cachet moet bezigen met het Rijkswapen, waarboven in het randschrift, de ambtsbetrekking en de benaming van het Kantongerecht vermeld staan, zonder geslachtsnaam en voornaam des Kantonrechters; en onder het wapen het woord «rurzci/clin//«. ten einde door dit laatste, naar den wil des wetgevers, aan te duiden, dat het een speciaal diuivloc zegel is, volgens

het uitdrukkelijk voorschrift van art. 058 voormeld.

In strijd met het gevoelen van Mr. df. Vries, betoogt mr. I,, (i. Grekve in v. ii. Kkmp's Ontw. enz. (lide ed.. p. 510 sqq.) op uitvoerige gi'onden, dat (inder het daartoe bestemd zegel moet worden verstaan dat voorgeschreven bij voormeld Kmi. Besluit van 1815.

Art. 659.

1. Het beweren van recht op de nalatenschap of gemeenschap, in art. 659 B. R. bedoeld, moet (zonder dat daartegen art. fi77 of 679 B. R obsteert, als behelzende eerstgemeld artikel alleen, dat in het aldaar vermelde geval de zegels in eens worden opgeheven en niet naar gelang der boedelbeschrijving, indien deze al mocht gedaan worden, — vgl, art, 677 B. R, vonnis Arr.-R. te Zutfen v, 2 April 1810) geacht worden genoegzamen grond van aanvankelijke aannemelijkheid te hebben, wanneer de rechter voorziet, dat er tusschen dengene die dat recht beweert te hebben en zijne tegenpartij, over de nalatenschap geschillen zijn te wachten, waarvan de uitslag niet kan worden berekend.

Air. v. 25 Oct. 1844. W, n0, 578; I!.. dl. XIX. § Ui; v. n. II., II. li.. dl. VI, p. 97—113. — Vgl. hiermede teu betooge, dat de heoordeeling

Mr. W. van lioKSKM lï/.., Ihiry. Hecht.sv. 70

1199

ocr page 44

Art. 659.)

van de bevoegdheid, in art. G59 11. R- toegekend, o. a. aan al degenen, die beweren eenig reebt tot de nalatenschap of gemeenschap te hebben, om verzegeling te vorderen, en van de macht, hnn in art. gegeven, om de ontzegeling der inventarisatie te eischen, geheel aan den judc.r fmli is overgelaten — art. 99 K. O., arrest van denzelfden datum, snb /gt;'. n0. 20, dl. II. p. 31, '2de ed., sidi /?. 11°. 20, p III.

8. Hoe algemeen ook de bewoordingen zijn van art. 659, n0. 1, 15. R.. en hoezeer daarbij inderdaad de bevoegdheid tot het vorderen van verzegeling wordt toegekend aan allen, die mochten beweren eenig recht tot de nalatenschap te hebben, zoo is daaruit echter geenszins al' te leiden, dat een bloot beweren van zoodanig recht daartoe voldoende zou zijn, maar moet dit beweren in alle geval eenigen grond hebben, die de vordering bij den rechter aannemelijk kan maken en wettigen.

Ai r. v. 15 April 1853, W. n0. '1437; U.. dl. XI.IV, § 57. v. D, 11.. B.

XVI, p. 319—325; id. arr. v.-14 Nov.-1850, snb n0. 3; id. bij arr. v. 't P. H. v. Drente, v. 28 Dec. 1850; R. l!..jg. 1852, p. 82 en 83, waar bij is beslist dat, hoewel art. 059 li. R. het recht om verzegeling te vragen, wel in het algemeen toekent aan hen, die eenig recht op de nalatenschap beweren te hebben, evenwel de rechter (m ccsit de voorzitter der Arr.-K. in kort geding, art. 005) in het geval van verzet tegen deze bewering, steeds moet t nsschenbeiden komen, om te beslissen of dit gegrond is, zooals uit de wet en uit de beweegredenen des wetgevers bij de discussie ook nader blijkt; zijnde wijders bij dit arrest de eischers in cas van verzegeling in hunne relatie van erfgenamen c.i' fcfir in deze hunne vordering niet-ontvankelijk verklaard, bij het bestaan en vertoon van een testament door de erfgenamen dat als authentieke akte geldt. — vermits het niet opgaat te beweren, dat de bloote verklaring van het testament te betwisten, het recht zou geven om de verzegeling te vorderen, daar toch zoodanige verklaring nimmer een bestaand testament krachteloos kan maken; idem Arr.-U. ('■orincliem, v. 17 Nov. 1803, W, n0. 2.gt;42. — Vgl. art. 007 I!. U, arrest van t P. II. v. Drente, v, -17 Jan. 1844. in gelijken zin en met een beroep op een arrest van t P. II. v. Groningen, v. 9 April 1844 — Oüdeman, 11. 1!.. dl. Ill, 4de ed.. p. 38. — Vgl. ook v. n. Hokert, Hifb.. H. II., |). 035 v., waaruit blijkt dat in ieder geval, ingevolge de geschiedenis der wetgeving, de Kantonrechter naar alge-meene beginselen de verzegeling steeds toestaat /icnVn/o iirtenhs.

3. De erfgenamen bij versterf zijn bevoegd de verzegeling te vorderen, wanneer er ten processe voldoende omstandigheden aanwezig zijn. welke de geldigheid van het testament, dat na het beweren der tegenpartij die erven uitsluit, niet boven alle verdenking verheven doen zijn.

Arr. v. 14 Nov. 1850, W. ii0. 4803, ook vermeld sub n0. 2 van dit art.; cf. bet daartoe betrekkelijk P. 11. v. Zeeland, v. 11 Maart. 'IS,)0.

12(10

ocr page 45

Art. 659.

If Ijfr. 4857, ill. VII. p. 439 sq.; waarbij not: als arpunient wenl gebezigd dat liet testament den wettigen erfgcnarneii niet was beteekend,

en mitsdien in liet onderwerpelijk geding, nfscboon op den inventaris van stukken gebracht, niet wettig aan den llove was overgelegd.

■4. De erfgenaam, die zijn erfrecht verkoopt, verliest door dien verkoop liet belang en het recht om de nalatenschap le doen verzegelen.

Arr. v. 'iü Mei 180.quot;), W. n0. '27(10: I!,, dl. I.XXX. § 1.quot;.. v. n. II.. H. I!..

dl. XXIX. p. 434—444; bevestigende arrest 1'. II. /..-Holland, v. II .Mei 1804, W. n°. 2594.

ö. Met juistheid is beslist dat de bevoegdheid om verzetrelinij te vorderen bij art. 65!) B. R , gegeven aan de daar genoemde gerecii-tigden tot eene nalatenschap of gemeenschap, hij art. 16S9 B. W alleen wordt gegeven aan de deelhebbers in eene ontbonden vennootschap.

Arr. v. 17 Aug. 1880. W. n0. 4540; v. n. II.. H. ft., dl. XI.V. p. 32I —

322, R. I!.. jg. I8S1. tt. p. IS; zie bet daartoe betrekkelijk vonnis van den l'res. der Arr.-R. Arnbem, v. 12 Juli ISSO, t. z. p.. p. 17 en vonnis Pres.

der Arr.-R. Rotterdam, v. 27 Haart 188(1, R, I!.. jg. 1881, li, p. 19.

ft. De gemeenschap, bedoeld in art. 659, n0. 1, B. II., is geene gemeenschap van het een of ander bepaald stuk goed, maar daarmede wordt bedoeld eene huwelijks- of massale gemeenschap, waarvan, tot het bewaren en beschrijven van al hare deelen, de verzegeling dikwijls noodzakelijk kan zijn, waarom de wet aan de gerechtigden in eene nalatenschap of gemeenschap het recht geeft, daarvan verzegeling te vorderen.

Arr.-R. Zutfen, v. 2 April 1840. \V. n0. 104.

S. De kwaliteit van legataris geeft, volgens art 659 B. II, geen .,v»We ■, /aj

recht om verzegeling te vorderen, uit hoofde het besproken legaat ^

geen recht geeft op de nalatenschap zelve, maar alléén eene actie tegen u*2-,

den erfgenaam, tot afgifte van het legaat, zoodra dit vorderbaar zal zijn. /(, , „

o o o ' j /p. K* yiyz,

P. II. v. Drente, v. 28 Dec. 1850, li. 1!.. jg. 1852. p. S2 en 83; anders:

Pres. Arr.-R. Groningen, v. 9 .Tuni 1858, \V. n0. 2020, boofdzakelijk op grond dat vfc.cht lol de nalatenschapquot; niet ziet op een zakelijk recht,

(dat in onze wetgeving pleegt te worden aangeduid met rcchl '/ƒ/, en niet met recht tol), maar integendeel hetzelfde beteekent als recht rnrt bclrckhlhlt;i tot oj oitzic/ttctm de opcnfjevtOlen iiolutcnschoi); — verg. in denzelfden zin (^ui'Kman, 13. /(., dl. III. 4de nd., p. 38 en uk Pinto,//m/..

dl. II. 2de dr., p. 792. Verg. verder over de vraag of de legataris een

1201

ocr page 46

Art. f)59.)

zakelijk recht heeft op de hem gelegateerde zaak. het aangeteekende op art. 1005, n0. i en 630, n0. 3 B. \\'. 'Jde ed.

X. Het vragen van verzegeling komt niet te pas, wanneer in den boedel, onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard, die beschrijving reeds gemaakt is, en is te minder noodig, omdat de beneti-ciaire erfgenaam aan de schuldeischers of andere belanghebbenden rekenplichtig is, en hij bovendien genoodzaakt kan worden voldoende zekerheid te stellen.

Arr.-R. Amsterdam, v. lil Juli 18.53, II. 1!.. jg. 1853, p. 570—572; verg. Oudemanquot;, ƒgt;. //., 1de ed,. dl. III. p. 47,

W Uit de bepaling van art. (559, al. 2, B. R. volgt niet, en is het evenmin met de gewone proces-orde overeen te brengen, dat meerdere schuldeischers, die wel een gelijk, maar geenszins een gemeenschappelijk belang hebben, bij één exploit te zamen de verzegeling-zouden mogen vorderen,

Arr.-R. Amsterdam, v. lit .Inli 1853, li. li., jg. 1853, p. 570—572.

to w anneer partijen vrijwillig samenwerken tot het opmaken van den inventaris eener nalatenschap, kan een der belanghebbenden nog verzegeling vorderen, wanneer er geschil bestaat over de goederen, die geïnventariseerd moeten worden, en die partij voor het sluiten der akte geprotesteerd heeft.

Arr.-li. Gorinchem, v. 31 Maart '1874. \V. n0, 3730.

II. Zie ten betooge:

a. Dat de schuldeischers, die in cas van art. 65i), al. 2, voorgeven belang te hebben bij eene verzegeling, hehooren te doen blijken van hunne gegronde vrees voor verduistering der roerende goederen van de nalatenschap en de rechter in den gewonen regel zulk eene vrees denkelijk niet licht gegrond zal kunnen vinden, indien de, erfgenamen, of sommigen hunner, die in de allereerste plaats belang 'nebben bij het behoud der goederen, i?i luco zijn —

of. Pinto. Ihll. H. It., dl. II. 2, p. 723, 2de ed., p. 703; in nagenoeg gelijken zin. Oudeman. Ji. li.. We ed., dl. III. p. 39,

h. Dat, hoewel in het geval, voorzien bij art. 639, laatste alinea, li. II, de wet spreekt van roogdan of curator*, er evenwel, behalve

1202

ocr page 47

120.'} [Art. 659.

den voogd of den curator, niet tevens moet zijn een toeziende voo^d quot;f toeziende curator, om liet recht der nabestaanden, om verzegelimr te vragen, uit te sluiten —

1)E Pinto, ]fdl. It. (II. 11. '2, |I. 'ide ed.. p. 79:. en Orni MAN. It. It. 'Ide od.. dl. III. p. 39 en 40.

Art. fifiO

i. De kantonrechter is bevoegd ambtshalve tot eene verzegeling over te gaan, ook dan, wanneer een meerderjarige zoon van den overledene reeds zeven jaren de plaats zijner inwoning had verlaten, zonder dat in de laatste vijf jaren bericht van hem is ingekomen, of een bewijs van zijn overlijden of dat hij vermoedelijk overleden verklaard is, is overgelegd, en hij geen gemachtigde heeft achtergelaten, of geen bewindvoerder voor hem is aangesteld, om voor zijne rechten op te komen.

lieslissing in kort geding van den ....................dor Arr.-H. Middellmrquot;

v. i Fehr. 1854. W. n0. IMS.

lt;ï. Kantonrechters en Griffiers zijii tiict bevoegd belooningen te vorderen voor eene verzegeling, die toen zij ten sterfhuize aankwamen, bleek onnoodig te zijn.

Arr.-R. 's Hertogenbosch. v. 1,'i Nov. 18tgt;|. W 11°. '2338. Verg. art. 3(1 der wet van 9 April 18/7. n'. 7.quot;1). waarbij voor de Kantonrechtei's

de vacatie- en andere Iconen voor buitenrechtelijke verrichtingen worden afgeschaft.

•8. In cas van art. 000, al. I li. li. zijn dan alleen de erfgenamen als niet tegenwoordig te beschouwen, wanneer zij niet ter plantse waar, en ten tijde wanneer het sterfgeval heeft plaats gehad, aanwezig zijn; -— .s, m, ju je o/nti. ru Mud., dl. \ I, p. 205—'213; — anders door den subst.-oflicier liij de Arr.-K. I trecht, Mr. J. W. Römeh. H. li., jg, 1850, dl. XII, p. '202 en '203, volgens wien het, om als tegenwoordig te kunnen worden aangemerkt, niet voldoende is, dat de erfgenamen aan het sterfhuis aanwezig zijn, doch de erfgenamen moeten tegenwoordig zijn ter plaatse, waar de goederen, tot de nalatenschap behoorende, gelegen zijn; — idem (ook met betrekking tot de niet-tegenwoor-digheid van den voogd, den curator en den echtgenoot) door den Hoogleeraar •I. van 11 au., ill t U. Li., jg. 1851. p. 470—480.

— Zie ten hetooge, dat. ook met het oog op de artt. 4'2'2—432 li. \V.. de ambtshalve verzegeling door den Ivantonrechter niet noodig zon zijn. wanneer de inindei-jarigen een toezieiiden voogd hebben, en deze op de plaats, waar de

ocr page 48

Arf. HBO )

hoedel opengevallen is, zelf tegenwoordig is — Mr. 1. df. Witt IIamrii J/n.. in 't W. n0. 1002; anders echter door do Redactie van t VV. 1. 1. — Cf. art. 1)79 1». K.. vonnis van de Arr.-U. Amsterdam, v. 10 April 1852. snh n0. 2.

' * an f 66' if *quot;•lt;-, *■

' ,;T.-rf t (//lt;lt;- s4e r'-* *■? S/ • 'SfS A* quot; • amp;'/#**•

De beslissinfi van hot in de eerste editie vernield air. v. 1 Maart 1842. lt;• \V. n0. '27('i hoeft haar helans veiloren door de hepalinjr van art. '•J07 van liet

^n ? Ned. Strafwetboek, waaronder ook de hij art. OiVl /n. bedoelde beécdijïde ver-

klaring valschelijk afgelegd, schijnt te vallen.

/'*' / ^ 1 ' Bij weigering, om bij verzegeling of boedelbeschrijving den door de wet voorgeschreven eed af te leggen, l.an die allegging alsnog égt;f/ / |)evojell worden, met veroordeeling van den weigerachtige tot betaling v,in eene xejjere som voor eiken dag verdere vertraging in de voldoening aan het rechterlijk bevel.

Deze veroordeeling moet worden beschouwd als eene veroordeeling tot eventuele schadevergoeding wegens de vertraging in het voldoen aan het bevel tot eedsaflegging, — al is zij in de overwegingen van het arrest zelf minder nauwkeurig beschouwd als eene strafbepaling ter verzekering van kracht en uitvoering van de uitspraak.

Air. v. 21 Oct. 18(14. W. n0. 'iliW; 1?.. dl. I.XXVIIl. ^ 10; v. n. II.. /gt;. dl. \XIX. p. -ir»—50, bevestigende arrest 1'. 11. v. Linilmrg. v. 'i .\|gt;ril IStV'i. \V. n0. 'iquot;i72: andei's het bij dat arr. vernietigd vutinis der Ari'.-U. Maastricht, v. I 1 .luni 180:'. \V. ii0. 2541 : verg. de slotaan-teekening ii]i art. 082. ^ » .fi/». f?n-__gt; 1 v ^a/c^.

14 # V/7 Ü f- f / j

f-: ' ^ T'

t Art. (gt;():). '

I. Het is geenszins de bedoeling dezer wetsbepaling, dat, bij verzet tegen de verzegeling, de kantonrechter als eene der eigenlijk gezegde nartiien in het yedin^ zou moeten optreden. ^ ^ ^ , 7,

1 tvt^Ur* hiïf A-'-- • 'quot;■**gt; • -i~ ™ quot;9* ^ C:

Ait.-R. Amsterdam, v. 2 Oct. 1868, W. n0. 3053; zie in anderen /.in ten aan/ien van de actie tot ontzegeling, aant. 2 op art. 0/4 li. li.. \ erg. voorts niet een en ander. aant. 3 aldaar.

lt;S. Zie ten betooge:

a. Dat executeurs-testamentair bevoegd zijn om eene verzegeling of ontzegeling tegen te spreken —

art. 1054 I!. \\ .. vonnis van de Arr.-I!. Zntfen. v. 2 April I8i0 sq(|..

1204

C-

cyo £ lt;y-7 . /lt;3 gt; 1 - c ^

W ht^ejU-^ . 7(rvï ~ 0.-b ^cnrr

IJ-, n- tquot;YcP'-

quot; S-6 quot; y . /

sub 11°. 1.

ocr page 49

1205 [Art. 665.

b. I):»t de erfgenamen ex testamento te reclit knniien betwisten de vordering tot verzegeling, door de erfgenamen px leg* ingesteld —

het sul) art. 059 I!. R.. arrest v. 15 April 185:), n0. 2. vernield arrest van 't 1'. li. v, Drente, v. 28 Dec. 1850.

Art. 066.

Zie ten betooge, dat ook in cas van art. 060, al. 1, de Kantonrechter, bij het opmaken van het proces-verbaal van niet-bevinding, van de huisgenooten den eed moet afnemen, bedoeld in art. 661. nquot;. 7 —

he 1'into. /hU.. II. ft., ill. II. '2, |i. 729. 2de cd., p. 799 en OrtiEMAN. B. I!.. 4de cd., dl. III. p. 49.

Art. 007.

Volle broeders van een kinderloos overleden erflater hebben niet het recht, om bij de ontzegeling en inventarisatie van den boedel tegenwoordig te zijn, wanneer er is een erfgenaam, ingesteld bij een besloten testament, zoolang dat testament niet uit een of anderen hoofde wordt bestreden, bij of in een rechtsgeding bij dagvaarding aangevangen.

1'. II. v. Drente, v. 17 Jan. 1844. II. li. jjr. 1815, dl. VII. p. 823—820, licvestigende eeno dispositie van dc Arr.-ll. Assen. v. 18 Dcc. 184:!. li. I!.. ut supra. -— Cf. het suh art. 059 lï. R.. arrest v. 15 April 185:ï. vernield arrest van hetzelfde P. II. v. 28 Dec. 1850, sul) n0. 2.

/ie ten hetooge, dat behalve diegenen welke recht hehhen om tegcnwoordiL' te /iju Inj het opmaken van den inventaris, ook alle andere personen die hr-1quot;iKjIirhliniilrn zijn. tot liel verzet tegen dc outzegelinj». gerechtigd zijn. — uk Pinto. II. II.. dl. II. 2, p. 7:!:i. 2de ed.. p. 8(t;i si), en Oudkman. II. II.. 4de ed., dl. Ill, p. 50.

Art. 069.

Dit artikel is niet toepasselijk hij verzegeling bevolen door het vonnis van failliet-verklaring. Alsdan kan nl. des noods direct na verzegeling de ontzegeling plaats hebben.

Mr. .1. .1. Smits, in .V. Hijdr.. jg. 1802, dl, XII. hl. 299.

ocr page 50

Art. 070 )

Art. (170.

Zie ten betooge, dat bij de ontzegeling en be.schrijvir.g eener iialnten-schap, minderjarige erfgenamen, staande onder de wettige voogdij huns vaders, doch in wier toeziende voogdij nog niet is voorzien, ingevolge art. 441 B. \\r. door dezen hunnen vader te recht kunnen vertegenwoordigd worden (indien namelijk tussclien den vader en zijne minderjarige kinderen geen strijdig belang bestaat) zoodat de kanion-rochter onbevoegd is, de ontzegeling uit te stellen tot na de benoeming van een toezienden voogd —

\v. m . nu.

Art. (571.

Zij te wier verzoeke, is verzegeld, kunnen — wat er zij van hun kwaliteit — ontzegeling vorderen.

I'. II. v. N.-llullaiiil v. ;» April 1850, vernield sul» ail. (iT'J II. li.

l*en-yv. /f Cc'. V^rv- .{jlH,

U y , ___________ - -i . —- - —--5

^-y .7, • ^13-0 , '^ (gt; 7 '2. ^..cxt' /1 Om tot eene ontzegeling over te gaan, behoeft niet vooraf te worden beslist, aan wie rle ontzegelde voorwerpen zullen worden overgelaten. ^ In den regel kan eerst na de ontzegeling worden bepaald, wie het axÉ,neest bevoegd of geschikt is de ontzegelde voorwerpen onder zich te nemen of te bewaren, vermits gedurende de ontzegeling soms voor-Jty- •t^-A'-u-prpen te voorschijn komen, die op de beslissing hiervan invloed

0.

ri - _ •

kunnen uitoefenen.

^ 1'. II. v. N.-Holland, v, April ISÖIi. \V. 110. '1850. U.. dl. I.N\. ^

ü.ucU.^, ,!- ll- i- l857- dl- VIL l'- S(W'

/ 'Oj

^ lt;ur. ot. 1 ^ .

L 1,7 fi74

f. Uit de door de wet vooruresciirevene wijze van ontzegeling volgt, • 'P.s'y UPJS ® ,

dat geene partij, zonder daartoe den Ivantonrechter te adieëren, de

i

TT

^ rt' oiilieliing der zegels orclinario mudo van den rechter vorderen kan, of

zelfs zich daartoe bij den voorzitter bij rekweste kan vervoegen, zoodat, wijl alleen de weigering des Kantonrechters aan eene partij daartoe de

ocr page 51

(Art. fin

12(17

rr

bevoegdheid geeft, van deze weigering behoorlijk moet blijken, om die partij in hare vordering tot ontzegeling bij de Rechtbank toe te laten.

Air.-R. Amsterdam, v. 10 April ISil. R. I!.. jfr. 1841;, dl. VIII. p. I7:i en 174; idem Arr.-R. Utrecht, v. '20 Juli 1X50. VV. n0. 1155; R. 1!.. jg. 1850, XII. p. '201—204; R.. dl. XXXVI. § 72, bevestigd (doch met die onderscheiding, dat het Hof den oorspronkehjken eischer niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn ooi'spronkelijk ingestelden eisch, terwijl de Arr.-R. zich onbevoegd had verklaard daarvan kennis te nemen) liij arrest van quot;l R 11. v. Utrecht, v. '2 Sept. 185(1, W. n0. 1103. Hij dit ai-rest is o. u. beslist, dat door de bepaling van art. 074, al. 2 li. R. niet in het minst wordt gepraejudiciëerd eenige actie tot vergoeding van schade en interessen, welke de geïnteresseerde erfgenamen door de ambtshalve verzegelini van een kantonrechter mochten hebben gehad en ondervonden: dat echter eene daartoe strekkende vordering afzonderlijk tegen dien Kantonrechter moet worden ingesteld en niet kan worden verward met eene verbloemde aanvrage om ontzegeling, welke niet anders kan worden verkrecren en gedaan dan volgens de voorschriften van artt. 009 en volgg. R. R. — l f. art. 058 1!. U.. vonnis van de Arr.-R. /.ntfen, v. 2 April IS'td.

i. De actie tot ontzegeling, in kort geding voor den voorzitter der Arroud.-Rechtbank in te stellen ingevolge art. 074. B. II., behoort door oen rekwirant van ontzegeling tegen den kantonrechter te worden aanhangig gemaakt niet tegen hein, die zich tegen de ontzegeling

heelt verzet.

I'. II. v. N.-Holland, v. 7 Dec. 1854, R. I!.. jg. 1850. dl. VI. p. 0—0; R , dl. 1,\ I. ij 80; in anderen zin ten aanzien van verzet tegen de verzegeling. Arr.-R. Amsterdam, v. 2 Oct. 1808, sub art. 005 H. R.; verg. voorts de aanteekening sub art. 3 hieronder.

18. De kantonrechter, die in den kring zijner wettelijke bevoegdheid eenige beslissing neemt — met name eene ontzegeling weigert — die door den hoogeren rechter wordt vernietigd, kan in den zin der wet niet als partij in dat geding worden beschouwd, en de kosten van dat geschil komen mitsdien niet te zijnen laste, maar moeten gedragen worden door den boedel.

Arr.-R. Winschoten, v. !) Maart 1859, W. n°. 2274. ook vermeld sub art. ti77 li. K.. waarhij echter de zaak tegen den kantonrechter was aanhangig gemaakt en deze als partij in het geding, bij procureur verschenen, zich gerefereerd had aan het oordeel der rechtbank, zoodat ten principale werd recht gedaan en niet beslist werd de vraag of de actie tpgi'n den kantonrechter ingpst.Hd al quot;I niet is ontvankelijk, /.i'1 daarom-l ronl aant. 2.

ocr page 52

Art. 671..) I20S

-t Dit urtikel, in verhand met de voorafgaande, is van aigeraeenc strekkiiiij en laat geene uitzonderingen toe, zoodat het ook dan moet worden toegepast, wanneer de verzegeling heeft plaats gehad, ten einde ter bewaring van liet recht der vrouw tot eene behoorlijke boedelbeschrijving en waardeering te kunnen overgaan.

Hof Amsterdam, \. 2'i Doe. 1877. \V. 11° 4219.

iaJL

Art. lt;)7.j.

I. Tegen ile uitspraak van een kantonrechter, waarhij hij, naar aanleiding van art. 07quot;), nquot;. 7 B. 11., een notaris heeft benoemd, ten wiens overstaan, na eene ontzegeiing, de boedelbeschrijving zal worden opgemaakt, kan niet bij den president eener arrond.-rechtbank en référé worden opgekomen, uit hoofde ds kantonrechter de bevoegde persoon is om het tusschen partijen cam qtw bestaande geschil te beslissen, in welk voorschrift de Xcderl. wetgever ten eenenruale van de bepalingen, vervat in art. 936, nn. fi Cod. de Proc. (Jiv., is afgeweken, terwijl deze beslissing en ixitspraak des Kantonrechters niet is te beschouwen als eene uitspraak hij voorraad, gelijk die, welke bedoeld wordt in art. (gt;65, al. l B. R., maar als eene definitieve beslissing.

IjeslLssiiifr van don voorzitter der Ait.-U. Sneek. v. 21') Maart IMl. /.'(•;// in Snlrrl.. dl. III. |i. :w; idem Oupkman. /(.. 4de cd., dl III. L. ||. 5S. — Cf. V. I). llonert, Ihlh., p. 049.

Art. Ii75. n0. S, schrijft wel voor. dat het hij dit artikel bedoeld

procesverbaal zal inhouden de opgave der zwarigheden en verschillen,

hij de ontzegeling ontstaan, zooals iu cusu ook werkelijk plaats heeft,

doch brengt niet mede, dat alle gronden, welke de partijen voor of

f tegen hare beweringen mochten inbrengen of kunnen aanvoeren, op

1ï straffe van verval, hij die akte moeten zijn opgegeven.

Beslissing van den Voorzitter der Arr.-U. Groningen, v. 0 Juni 4858. W. n°. 2020.

3. Er is naar de wet zwarigheid en verschil bij de ontzegeling ontstaan, wanneer, nadat de kantonrechter tot de ontzegeling eener nalatenschap heeft willen overgaan, de bewaarder de goederen niet dan

ocr page 53

[Art. fi75.

onder voorbehoud lieeft willen aanwijzen, en een der overige belanghebbenden het ontslag van dien bewaarder met benoeming van een anderen bewaarder heeft gevorderd, onder verzet tegen de ontzegeling.

1'. II. v. Overijsel, v. 1.'! Juni ISTO, bevestigende vonnis president Arr.-R.

Zwolle, in kort geding, v. 24 Nov. 1809, \V. nquot;s. en 3302.

-I. Uit de slotbepaling van dit artikel volgt ten duidelijkste de niet-appellabiliteit van beslissingen van den voorzitter der Rechtbank, omtrent geschillen bij ontzegeling ontstaan.

P. II. v. Overijsel, v, 13 Juni 1870. W. iiquot;s. 3254 en 33(12.

•» Zie, ten betooge dat ook dan, wanneer geene verzegeling heeft plaats gehad, niet de Arrond -Rechtbank, maar de Kantonrechter, bij verschil daaromtrent tusschen de belanghebbenden, naar analogie van n0. 7 van dit artikel, bevoegd is tot het benoemen van eenen notaris ter inventarisatie des boedels —

Mr. 1'. F. llniatEciiT. R. li., jg. 1840, dl. VIII. hl. 201—204. aiuiers een aldaar aangehaald rechtelijk vonnis.

Art. 07 7.

1. Onwettigheid der verzegeling brengt van zelve de opheffing der zegels in eens, zonder inventarisatie in tegenwoordigheid des kantonrechters, mede.

Arr.-R. Zutfen. v. 2 April 1840. W. n0. 104. — Cf. art. 059 0. I!.. arrest v. 25 Oct. 1844. suit n0. 1.

i. Dit artikel is van toepassing, waar de éénige reden der verzegeling was de afwezigheid van erfgenamen van den overledene en de onbekendheid met een testament, waaruit nog vóór de ontzegeling blijkt, dat door den erllater tot eenig erfgenaam was ingesteld een aanwezig persoon.

Arr.-R. Winschoten, v. 9 Maart 1859. W. ii0. 2274 • ook vernield suh art. 074 li. U.

__onder de tegenwooi-dige wetgeving is, ondanks do liepaling van art.

'1J; b., de Kantonrechter, iu geval van ontzegeling, gehouden eeu bevel op te maken en uit te geven, ter bepaling van den dag eu bet uur waarop die quot;Mtztgeling zal plaats hebben. Dit bevel quot;f ordonnancie tot ont/euelin.g moe! tegen een vast recht van /'0.8(1 worden geregistreerd.

1200

ocr page 54

Art. «71.,) 1 2(IS

■4 Dit artikel, in verband met de voorafgaande, is van algemeene strekking en laat geene uitzonderingen toe, zoodat liet ook dan moet worden toegepast, wanneer de verzegeling heeft plaats gehad, ten einde ter bewaring van liet recht der vrouw tot eene behoorlijke boedelbeschrijving en waardeering te kunnen overgaan.

Hof Amsterdam, v. 22 Dcc. 1877. \V. 11°. 4219.

.1/7. (gt;75.

I. Tegen de uitspraak van een kantonrechter, waarbij hij, naar aanleiding van art. n0. 7 B. li,., een notaris heeft benoemd, ten

wiens overstaan, na eene ontzegeling, de boedelbeschrijving zal worden opgemaakt, kan niet bij den president eener arrond.-rechtbank en rcfêré worden opgekomen, uit hoofde de kantonrechter de bevoegde persoon is om het tusschen partijen casu quo bestaande geschil te beslissen, in welk voorschrift de Nederl. wetgever ten eenenraale van de bepalingen, vervat in art. 'J.'JB, n0. 6 God. de Proc. Giv., is afgeweken, terwijl deze beslissing en uitspraak des Kantonrechters niet is te beschouwen als eene uitspraak bij voorraad, gelijk die, welke bedoeld wordt in art. (165, al. 2 B. R., maar als eene definitieve beslissing.

lieslissiiijr van den vcinrzitter der Air.-U. Sneek. v. 20 Maart ISil. liajl in Xiilri'l.. ill. III. p. :!2; idem OuniCMAN'. /gt;. I!.. ido od.. ill lil. p. ÖS. — Cf. v. n. lloNF.UT, //lt;//lt;., p. 049.

'i. Art. (175, n0. 8, schrijft wel voor. dat liet bij dit artikel bedoeld procesverbaal zal inhouden de opgave der zwarigheden en verschillen, hij de ontzegeling ontstaan, zooals iu caaa ook werkelijk plaats heeft, doch brengt niet mede, dat alle. gronden, welke de partijen voor of tegen hare beweringen mochten inbrengen of kunnen aanvoeren, op straiïe van verval, bij die akte moeten zijn opgegeven.

lieslissinji van den Voorzitter der Arr.-U. Gruningen, v. 0 Juni W. n°. 2020.

it Er is naar de wet zwarigheid en verschil bij de ontzegeling ontstaan, wanneer, nadat de kantonrechter tot de ontzegeling eener nalatenschap heeft willen overgaan, de bewaarder de goederen niet dan

ocr page 55

{Art. 675.

(iTider voorbelioud heeft willen aanwijzen, en een der overige belanjr-liebbenden liet ontslag van dien bewaarder met benoeming van een anderen bewaarder heeft gevorderd, onder verzet tegen de ontzegeling.

I'. II. v. Overijsel, v. lli Juni 1870, bevestigende vonnis president Arr.-R. Zwolle, in kort geding, v. '24 Nov. 1869, W. n09. 3254 en 3302.

4L. Uit de slotbepaling van dit artikel volgt ten duidelijkste de

niet-appellabiliteit van beslissingen van den voorzitter der Rechtbank, omtrent geschillen bij ontzegeling ontstaan.

P. II. v. Overijsel, v. 13 Juni 187n. W. nquot;«. 3254 en 33(12.

A Zie, ten betooge dat ook dan, wanneer geene verzegeling heeft plaats gehad, niet de Arrond -Rechtbank, maar de ivantonrechter, bij verschil daaromtrent tusschen de belanghebbenden, naar analogie van n0. 7 van dit artikel, bevoegd is tot het benoemen van eenen notaris ter inventarisatie des boedels —

Mr. P. F. IIit.ki-'.cht. R. I!.. jg. |R4C,, ,11. \|||. 1,1. 201—204. anders een aldaar aangehaald rechtelijk vonnis.

Ar/. 677.

I. Onwettigheid der verzegeling brengt van zelve de ophelling der zegels in eens, zonder inventarisatie in tegenwoordiglieid des kantonrechters, mede.

An-.-R. Zutfon, v. 2 April 1840. W. ii0 1(14. — cï. art. (150 I!. 1!.. arrest v. 25 üct. 1844, snli ii0. 1.

Dit artikel is van toepassing, waar de eénige reden der verzegeling was de afwezigheid van erfgenamen van den overledene en de onbekendheid met een testament, waaruit nog voor de ontzegeling blijkt, dat door den erllater tot eenig erfgenaam was ingesteld een aanwezig persoon.

Air.-li, Wii,sclioten. v, 9 Maart 1859. \V. u0. 2274 : ook vermekl sub art. (174 I!, U.

•gt;

* * ,,n,'(4r tegenwcMir(Ji«ro Avot^evin»:- is, ondanks de l»epaling van art.

1 K., de Kantonrechter, in geval van ontzegeling, gehouden een hevel oj» te maken en nit te geven, ter l)epaling van den dag en het nnr waarop die lt;»ntzegelinj: /.;il plaats heblgt;en. i^it bevel of ordonnancie tol nntzegeling moei teg(;n een vast recht van / 0.80 worden geregistreerd.

1:10!»

ocr page 56

.1?7 «77)

Hecisie van de Ministers v. Justitie en Financiën, v. S Mei 1840. n°. 71. K.. dl. VI. § OS.

— Zie ten hetooge, dat in liet geval, voorzien bij art. (gt;77 H. It . de scliatlinjr zelve eene ireheel vrijwillige daad van partijen wordende, de Kantonrechter (zonder dat daartegen art. 670 li. li., als op een ander geval ziende, obsteert) (illrcnlijl; o/i verzoek van /KiiHijfn een eed kan afnemen aan schatters of deskundigen. die partijen hij eventueele boedelbeschrijving mochten verzocht hebben de goederen te -waardeere» -— II. I!.. jg. 183'.), dl. I, p. 238—2-40 en jg. 1840, dl, II. ]gt;. 302 en 303; idem door de Redactie van de Xi'derl.. Jaarh.. dl. VII, p. 171. — Vgl. hiermede, in oen tegenovergestelde!! zin, art. 1124 15. VV., arrest v. 3 Oct. 1850, snh n0. 1 en de autoriteiten aldaar. /«•« et eon lm geciteerd (geldende het echter bij voormeld arrest v. 3 Oct. 1850 het geval, dat zich onder de erfgenamen personen bevonden, welke niet hadden het vrije beheer over hunne goederen, waarvoor art. 077 B. li. niet uitsluitend schijnt te zijn geschreven. Indien dus alle partijen zijn aid ji(ris, bestaat er geen tegenspraak tusschen voormeld arrest en de vertoogen in 't li. 1!.. ut supra en van anderen in gelijken zin). (Lkon).

— De vraag, of de Kantonrechter de bevoegdheid heeft, om op het eeiijiari'/ verzoek der belanghebbenden de opheffing der zegels te weigeren, wanneer al de belanghebbenden tegenwoordig en de minderjarigen, die in de verzegelde nalatenschap zijn betrokken, van voogd en toezienden voogd voorzien zijn. wordt ontkennend beantwoord in 't R. li., jg. 1839, dl. I. p. 33 en bij de Pinto, ihll.. II. II.. dl. 11. 2, p. 738, 2de ed.. p. 809: cf. ook vonnis president Arr.-U. Rotterdam, v. 27 Nov. 1873, W. n0. 3002, waarbij werd beslist, dat als de reden der verzegeling (in casu afwezigheid der erfgenamen) is vervallen dooide benoeming van een persoon om de afwezigen bij de opheffing der zegels te vertegenwoordigen, en deze persoon verlangt met den executeur do ontzegeling, deze alsdan kan geschieden volgens de bepaling van dit artikel.

.1/7. (i7S.

I. Ook op de boedelbeschrijving, genoemd in art. 1S2 15. W, zijn de hierbedoeide formaliteiten van toepassing.

A it. v. 13 April 1877. VV. n0. 4115; R., dl. CXV, § 55; v. d. 11..#. ii.. dl. XL1I. p. 184—194; in gelijken zin het daartoe betrekkelijk arrest Hof Leeuwarden, v. 13 Sept. 1870. W. n°. 4030, vernietigende vonnis der Arr.-R. Leeuwarden, v. 12 .lan. 1875, W. u0. 4029, beide ook opgenomen in R. li., jg. 1870, .4. p. 335 sqq. — Zie ook hiertoe betrekkelijk li. li., t. a. p.. p. 339.

lt;i. üeen der bepalingen van deze afdeeling beslist iets omtrent de plaats, waar de boedelbeschrijving geschieden moet.

Arr. v. 31 Maart 1882, W. n0. 4704; R . dl. ('XXX. § 41 ; v. d. 11.. It. It., dl. XI,VII. p. 281—292, verwerpende de cassatie tegen een arrest Hof Leeuwarden, v. 29 Juni 1881. \V, ii0. 4707. waarliij was

12 in

ocr page 57

(Art. «78.

beslist dat de inventarisatie behoort to geschieden waar de nnlt;relaten •roederen ten tijde van het oveilijden aanwezig- zijn, tenzij mocht blijken dat deze met gemeen overlelt;r of nit noodzaak naarelders zijn overgebraclil. Hel vonnis a (Jikj (der Arr.-U Oroningen, v. I -J Xnv. 18S0), ook vermeld sub art. 679 dat bevestigd werd. is opgenomen in VV. n0. |{ |)

Jg. 1881. A. p. 119.

Jl. In het geval, dut partijen zijn overeengekomen, dat de boedelbeschrijving imilerhauihcli zal worden opgemaakt, moet deze beschrijving door dengene, welke ze moet leveren, worden opgemaakt, zonder dat de overige belanghebbenden die mede opmaken. — Indien deze daarbij tegenwoordig zijn en meenen, dat ze niet naar behooren wordt opgemaakt en daarover verschil ontstaat, kunnen zij de punten van verschil voor den voorzitter ter beslissing en nfrrr brengen, daar het bepaalde in art. 682 B, R. ook op onderhandsche boedelbeschrijvingen toepasselijk is, blijkens de daarin voorkomende woorden ; //zoo de notaris mocht opmaken quot;

Hieruit volgt, dat eenmaal overeengekomen zijnde, dat de boedelbeschrijving onder de hand zal worden opgemaakt, waarvan geene der partijen kan afgaan en de belanghebbenden, geroepen om tegemvoordiquot; te zijn, daarin weigerachtig zijnde, hij, die de boedelbeschrijving moet leveren, daarmede kan voortgaan en deze door hem onderteekend, geldig is.

Hiertegen doen de in art. 678 van gemeld Wetboek voorkomende woorden: quot;door partijen onderteekendquot; niets af, dewijl door 'partijen aldaar niet alle de belanghebbenden, maar alleen die, welke de boedelbeschrijving moeten opmaken, te verstaan zijn, en door het in genoemd art. verder voorkomend woord; //partijenquot; voorzeker dezelfde bedoeld worden, en het toch wel niet in de bedoeling van den wetgever kan liggen, dat degenen, die niet in het bezit zijn geweest, de echtheid van de boedelbeschrijving met eede zullen bekrachtigen, terwijl ook, al konden door partijen alle de belanghebbenden verstaan worden, zulks ook niets zou afdoen, daar de wet tot de substantie van zoodanige onderhandsche boedelbeschrijving de onderteekening van alle de belanghebbenden niet vordert, maar als in het voorbijgaan van onderteekening spreekt, die alleen noodig kan geacht worden om te doen blijken, dat zij tegenwoordig zijn geweest en met de beschrijving genoegen hebben genomen, dewijl toch hunne onderteekening tot vol-

1^11

ocr page 58

Art. fi78.)

making van een stuk. dat tuin werk niet is en van lien niet is uitgegaan, niet gevorderd kan worden.

Ait.-R. Tiel, v. Maart IS.VJ. \V. 110. lliTO. ook vernield sul)art.07!I I!. 11.. idem I'k.nxinu. ad art. 681, die aldaar mede van gevoelen is, dat de wet geene opmeping van onwillige tegenwoordige partijen vordert, als strekkende de oproeping ook niet. om partijen aan te manen tot medewerking, maar om aan de niet tegenwoordigen kennis te geven, dat de inventaris zal worden opgemaakt, opdat zij des geraden oordeelende, daarbij tegenwoordig kunnen zijn. -— Cf. de Pinto, Ihll.. II. II... dl. II. 'i. p. 7.'!S. 2de etl.. p. 810, die (zonder te letten op de kwestie welke liet hier geldt) iti het algemeen voor de rechtsgeldige kracht eener onder-handsche boedelbeschrijving, even als van iedere andere onderhandsche akte, vordert, o. a. dat al de partijen teekenen kunnen.

Zie ten betooge:

a. Dat, wanneer eene akte van boedelbeschrijving door geenerlei bewijs wordt bestreden, zij alsdan tot grondslag kan strekken voor de betrekkingen der partijen en als voldoend bewijs kan worden ingeroepen tegen dengene, op wiens aangifte /.ij is opgemaakt —

art. lOO'i I!. \\.. vonnis van de Arr.-R. Gorinchem, v. LJ1 Mei 1842 2de ed.. sub n0. 52.

h. Dat, indien de beschrijving gelijktijdig geschiedt met de verzege ling, alsdan, met het oog op art. 075, n0 7, eene notarieele boedelbeschrijving wordt gevorderd —

DF. Pinto. Ihll. IS. I!.. dl. 11. 2. p. 7;!!). 2de ed., p. 81(1 en Oudkm\N. It. /;.. 4de ed., deel III, pag. (K); — anders Penning, ad art., op grond, 1°. dat art. (175. n0. 7 hier niet beslissend is, als vorderende eene notarieele beschrijving, indien i laar loc (/ro)idcn zijn. en dus verwijzende naar gevallen, waarin de wet haar vereischt, zoo als art. 1174 li. \V. en art. 800 W. v. K , of, indien eene of meer partijen die verlangen, art. (178; en 2°. de woorden «na de ophefling» niet alleen beteekenen de geheele opheffing, maar ook eene ophefling. naarmate de beschrijving, zoo als volgt uit art. 670.

.1/7, 679.

I . De bij art. 679 15 11. bedoelde belanghebbenden hebben het recht, om van dengene, die eene boedelbeschrijving moet leveren, die te vorderen, zonder dat hunne medewerking daartoe vereischt wordt. Het is dus een verkeerd begrip, dat degenen, welke eene boedel-

121-2

ocr page 59

{Art. «79

bescli rij ving kunnen vorderen, ze mede moeten opmaken, daar zij fles verkiezende hij de beschrijving des hoedels tegenwoordig kunnen zijn, alleen om te zorgen, daardoor niet benadeeld of in limine rechten verkort te worden

An-.-li. Tiel, v. 12 .Maart 1852, W. n0. iXïO: ocik vci-mcid suli u t (17S 11. I!,

lt;S. De toeziende voogd heeft, ook wanneer er geene verzegeling heelt plaats gehad (art 681 H. R ), geen recht om rauwelijks eenen notaris te rekwireeren, ten einde de goederen der minderjarigen te inventariseeren. vermits tocli art. 679, coiiato 659 B. ]i., wel den vooquot;d, maar niet den toezienden voogd aanwijst als gerechtigd om op die wijze boedelbeschrijving bij ontzegeling te vorderen, en het, blijkens art. 42S IJ \\., wel tot de functiiin van den toezienden voogd behoort, den voogd te noodzaken tot het maken der inventarissen in de gevallen, waarin deze daartoe verplicht is, maar niet, zelf een inventaris te maken of te beginnen

Ait.-K. Amsterdam, v. 19 April 1852. \\'. n0. 1HH2: li. li.. jlt;.'. 1852. I'. ■ —837. — Ct. liet aangeteekende tip art. OOO li. it., en art. 081 li. U.. vonnis van dezelfde Ai'r.-H. v. denzelfden datum sub n0. 2.

3. Hij de vordering tot inventarisatie kan niet de benoeming van een deskundige ter waardeering der roerende goederen gevraagd worden, voor het geval partijen zich niet over de keuze kunnen verstaan, omdat die benoeming zoo noodig behoort tot de competentie van den Kantonrechter.

Ait.-U. Groninrri'n. v. 12 Nov. ISSd. \V. n0. 4(157. ook vermeld snli 11°. 2 van art. (j7S.

4. Uit dit artikel in verband met art (gt;7~, n0. 3 B. R. en art. 1056 B. \\r. volgt dat de executeur bevoegd is te vorderen dat er bij de ontzegeling tevens eene boedelbeschrijving wordt opgemaakt, een en ander in zijne tegenwoordigheid en onder zijne medewerking en dat de ontzegeling niet in eens, maar successievelijk en naar mate van de inventarisatie plaats grijpt.

Arr.-U. Utrecht, v. 23 Aug. 1881. \V. n0. 4698.

**■ lot de ontzegeling, zonder lioedelbnsclirijving. wordt de toestemming van quot;//' de lielangliebbenden gevordei'd. Wanneer dus sonnniizen Imnner vorderen.

1218

ocr page 60

\rt. (gt;79.) 1214

dat cle ontzefielinpr plaats hebbe naar gelang de boedelbeschrijving gedaan wordt. is een ongenoemd scbrijver in t R. P,., Jg. -1839, dl. I. p. 35 van nieening, dal om der billijkheids wille, de meerdere hierdoor veroorzaakte kosten niet moeten komen ten laste der nalatenschap, maar slechts van hen die de vordering daartoe gedaan hebben. Mr. van der Kemp ut supra, p. 235, 3de druk, p. 527 en 528, I«'strijdt die nieening, op grond, dat de algemeene bepaling van art. 1087 B. W. zich tegen deze uitzondering schijnt te verzetten en te willen dat de kosten der verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving, door wien ook in zijn bizonder belang veroorzaakt, ten koste der nalatenschap komen. Flit gevoelen wordt ook gedeeld door Ouukman, It. It.. Ide ed.. dl. 111. p. 50, en uk Pinto, /ƒlt;//. Ti. II.. 's di. 11. '2. p. 737, 2dp ed., p. 8(18.

',o e.'tt-

— Zie over de vraap: of de legataris bevoegd is bij de ,iiizegelinlt;2* uc ^ •-✓ besclirijving te vorderen, art. 659 B. li., sub n0. 7

rV-

r?rzamp;C-*t' ^a-X--x—

- rC 'JC. ^

--Art. bs l.

rv'. rI Bij dit artikel wordt alleen aangewezen het iii het algemeen in elke boedelbeschrijving gevorderde, zonder dat daardoor wordt uitge-■ sloten al wat, krachtens andere wetsbepalingen, ter voldoening aan het daarbij voorgeschrevene, uit den aard der zaak mede daarin behoort te worden opgenomen. Derhalve moet dit artikel worden beschouwd in verband met andere bepalingen de boedelbeschrijving, hare strekkini; en hare gevolgen betrefl'ende.

Arr. v. 5 Juni 1857. W. n0. 1800; H.. dl. 1.V1. § 23.

'i. De wet stelt over het algemeen dezelfde vereischten voor heide soorten van boedelbeschrijving (met of zonder voorafgaande ontzegeling), behalve waar zij speciale voorschriften voor ieder geeft.

Arr.-li. Amsterdam, v. 19 April 1852, W. n0. 1332; R. li., jg. 1852, p. 334—337. Cf. art. 079 li. R,. vonnis van dezelfde Arr.-K. v. denzelfden datum, sub n°. 2.

3. Oj) eene boedelbeschrijving behoort, uit den aard der zaak, alleen datgene te worden gebracht, wat tot den boedel of tot de nalatenschap behoort.

Niemand kan dus vorderen, dat daarin worden opgenomen goederen, welke op de te beëedigen verklaringen van de personen, die in het bezit des boedels zijn of het huis bewonen, niet tot den boedel behooren, maar de bizondere eigendom van hen of van derden zijn behoudens

ocr page 61

^ ^—fy / A gt;7 / 1o* r*. it* 4- ^/xt ^ ^ lt;xX 7

J ^Jq4- rw-^-C /x-Vy . lt;S?Cr) . *■ O Q,lt;~r~tj !r ^ A/c-y. / tya 2. ^ lt;^9 /1, --

l^iquot;gt; Mrif (iSI

de bevoegdheid van hem, die beweert, dat ze tot den boedel of tot de nalatenscha]) beliooren, om dit door den rechter te doen uitmaken.

lioscliikkiiiLJ van den voDr/itlt-r der Arr.-li. l'tntclit. itj kort gedin?;.

v. '2(1 Fel)r. 'IS.Vf. W. 11° I.Vili.

-•-. De bepaling, bij wie liet be/,it der geïnventariseerde goederen zal verblijven, tusschen de wettige voogdes der minderjarigen erfgenamen en de executeurs testamentair gemaakt, moet worden beschouwd als een bilateraal contract, ook erkend bij art. 681, nu. 8 B. R.

Arr.-ll. Amsterdam, v. 1 Nov. 1859. \\'. n0. til57.

De eeliten van krachtens rechtelijk verlof bij eene boedelbeschrijving toegelaten scbuldeischers ten opzichte der inzage van boedelpapieren en het vorderen van hunne beschrijving zijn gelijk aan die van executeuren en erfgenamen, en het maakt voor de rechten der scluildeischers geen verschil, dat hunne pretention door de erfgenamen worden bestreden.

I'. II. v. /..-Holland, v. 5 Dec. ISIH. W. n0. quot;2(175. vei-nietlproiidc oit-spraak in kort geding v. -12 Febr. 1804. mede in VV. n°. 2075.

© Nergens is bij de wet het recht toegekend, om, in afwachtinir der scheiding of der rechtsvordering daartoe, te eischen dat het beheer van den gemeenen boedel aan een derde wordt opgedragen.

P. II. v. Gelderland v. 27 .luni lSti(i. Iiij Mr. IIehtzvei.i» nl snpra. l)Iz. 98 .sq.

4* Uit art. 681 n0. 5 l^. 11. volgt, (Lit de wet de erfi^eniviuen niet roejjt, noch verplicht om bij eene hoedelbeschrijvin^ de vorderingen ten laste van den boedel te erkennen ofte ontkennen; uit dien hoofde gaat liet niet aan te beweren, dat de bestrijdiiiir van de eene vordering, de erkenning der overige medebrengt.

Vir.-R. Amstei(lam. I l elw. 1871, \V. ii0. .'W42.

/ie omtrent de vraag, ot de scliatters, ter waardeering van roerende goederen hij eene boedelbeschrijving buiten verzegeling opge-maakt, moeten worden beëedigd en dit wel door den Kantonrechter —

art. 1124 11. \\ .. arrest v. 3 Oct. 18.50. suli 11°. I sqq.. alsmede liet aaiifreteekende op art. 1177 I!. K. — Zie ook een vonnis van de Arr.-li. Eindhoven, v. :!() Oct. 1848, //-■;// in Xei/erl.. dl. IV. p. IWS, waarbij de

Mr. W . van Uosskm liz.. Hun/. Hechtsv. 77

ocr page 62

Art. (iSl )

eed. door (ien schatter aftrelegd, wordt verklaard zoozeer tot liet wezen eener akte van hoedelbeschriiving te belmoren, dat liet bestuur der registratie niet gerechtigd is te dier zake een suppletoir vast registratierecht te hellen; ■— anders echter bij Decisie van den Min. van Financiën, v. :gt;! Mei 1841, li., dl. VIII. J5 811; bereids aangeliaald o|i art. 1124 B. VV. (i! I'UIC.

?gt;. Zie over liet karakter der veruordeeliug strekkende tot betaling van eene som bij weigering om den hier voorgeschreven eed af te leggen —

l'. II. v. (ielderlaml v. in Febr. 1817. bij Mr. Heutzvf.i.i» ut supra, blz. 4!) sip. waarbij tevens werd beslist, dat zonder den eed er geene belicicirlijke boedelbeschrijving beslaat. Verg. over de bevoegdheid tot ver-oordeeliiig tot scbadevei'goeding, liet aangeteekende snb art. (Uil li. R.

/1/7. 082,

I. Zwarigheden of verschillen hij eene boedelbeschrijving ontstaan, moeten worden beslist door den president der Arr.-Rechtbank in kort geding. De rechtbank zelve is daartoe onbevoegd,

Tot de kennisneming van de Arr.-ll., als gewonen rechter, behoort wel het geschil, wie gehouden is eene boedelbeschrijving aan te vangen.

Arr.-U. Ainsleidain. v. Ill April ISIVi. \V. 110. 1332; 11. 1!.. ,jg. quot;1852, lgt;. 334—33/.

De oproeping van partij in het kort geding quot;in relatie als bij den inventaris is vermeldquot; duidt voldoende de hoedanigheid aan.

I'. II. V. N.-llolland, V. 27 Maart 18lgt;2. VV. n0. 2:!!):!.

It. Bezwaren, de boedelbeschrijving betreffende, moeten in ieder

ge cal, en zonder eenige uitzondering, aan de beslissing bij voorraad

van den voorzitter der Rechtbank worden onderworpen. De beoordeeling toch of de bezwaren vatbaar zijn om in kort geding te worden

toegelicht en beslist, is niet aan partijen, maar aan den president overgelaten.

Arr.-R. Assen. v. 2 Dec. 18(V7. W. n0. 3132.

■4. De woorden; quot;hij de boedelbeschrijoing moeten in den meest algeraeenen zin worden opgevat; mitsdien doelt dit artikel ook op zwarigheden ontstaan om tot de boedelbeschrijving te geraken.

I'. II. v. Drente, v. 15 Ang. 187(1, gedeeltelijk bevestigende de beschik-

1216

ocr page 63

(.4//. (582.

*

king van den president dei' Arr.-R. Assen, v. I! Mei *I87U, W. 110. .'?2(i(i.

In anderen zin Air.-R. Leeuwarden. . . Mei 1800, \\ . n°.

Wanneer eene der partijen /aken, die /ij beweert van den erliater gekocht te liehben, niet op de boedelbeschrijving wil gebracht hebben, en de andere partij de rechtsgeldigheid van dien koop betwist, kan de president, /onder in een onderzoek te treden naar de twist over de rechtsgeldigheid van voormelde overeenkomst, bevelen dat de regel, beschrijving van alles wat ten sterfhuize gevonden wordt, als voor-loopige maatregel gehandhaafd worde; waartegen te minder bezwaar bestaat, doordien de partij in de akte van beschrijving bij de vermelding der betwiste goederen zoodanig voorbehoud ka7i doen beteekenen, als zij in haar belang zal vermeenen.

Pres. beschikking Tiel. v. 28 Jan. 1880, \V. n°. 451

i» Zie ten betooge:

a. Dat liet bepaalde in art (»82 15. li., ook op onderhandsche boedelbeschrijvingen toepasselijk is —

art. tgt;79 li. R.. vonnis van de Arr.-R. Tiel, v. 12 Maart 1 S.V2. snti n°. 1. Verg. ook sul» art. U7S, arrest v. II! April 1877 sqq.

b. Dat in cas van art. 6S2 de uitspraak des voorzitters moet gegeven worden in den gewonen vorm van art. .29(i 15. li., namelijk, dat eene afzonderlijke minute wordt vereischt en da uitspraak niet op het procesverbaal wordt geschreven —

uk I'into. //r//.. ill. 11. 2. i». 7'i'J en 7'i:!. 2d(' ed.. |i. x]\

OuitKMAN. /)'. It.. 4de cd., dl. III. p. (17; I!. 1!.. jg. IS:'!). lt;11. I. p. 'iSÜ— iSti en v. n. HoxEltT. //lt;//.. ^ G82; — anders in hol I!. 1!.. jg. IS:i!l. ill. I, p. —437.

— In 't W. n . 3(17 zijn door zekeren notaris \. ten gevolge van eene aldaar medegedeelde weigering om den eed af te leggen, die liij de Inledelliesclirijving gevorderd wordt, de drie navolgende vragen voorgesteld:

1°. of liet weigeren liij eene boedelljesclirijving van liet alleggen van den eed. gevorderd Iiij art. 081, al. 7, 11. R.. door lien, die vóór die besclirijving in liet bezit der goederen zijn geweest ol liet linis Uewoond lioliben, waarin de goederen zicli bevonden, eene zwarigheid kan genoemd worden, liedoeld bij art. 082 1'. R.'?

2°. of dezulken strali'eloos kunnen lilijvon volliarden in liet weigeren van de eeds-allegging'.' en. zoo ja

3°. of dan, niet dikwijls zie.li dezelfde zwarigheid zal voordoen, indien dit algemeen bekend wordt'.' — Ouukman. /gt;. /;.. 'ide ed.. deel III, pag. (i8 sq.. antwoordt op liigt;t tweede punt geen middel te weten om de bedoelde

ocr page 64

Art. 682.)

personen, indien /.ij de eeds-atlegging niet betwisten, maaiquot; geheel weigeren, (wanneer de akte van lioedelbeschrijving melding zal moeten maken van deze weigering), tot den eed te dwingen, tenzij men tegen ben eene vordering wegens verduistering van bepaalde voorwerpen (en mitsdien in prujiria Hirpitiiilinr) voor den gewonen recbter wilde instellen, en linn te dier zake den eed opdragen, doch dat, wanneer partijen of de notaris van iemand den eed vorderen, en deze beweert niet in bet bezit der goederen te zijn geweest, of om andere redenen tot eeds-atlegging niet m'/ilicht Ie zijn, er in dit geval een verschil bestaat, hetwelk voor den voorzitter zal kunnen en moeten gebracht en door dezen beslist worden: cf. art. ütVl I!, U., air. v. 21 Oct. 1804 sqq.

Art. 684.

Zie omtrent de vraag, of de man, iij gemeenschap van goederen ouder vigneur van het Wetboek Lodewijk Napoleon gehuwd, en aan wieu, onder de tegenwoordige wet, de curateele over zijne krankzinnige vrouw is opgedragen, de macht heeft verloren, om eenig roerend goed der gemeenschap te vervreemden anders dan met de formaliteiten, voor de vervreemding van der minderjarigen goed bij de wet voorgeschreven —

art. 500 IS. \V arrest v. 10 Juni 1848, sub

- Lipman, ad art. merkt op. dat. boewei de Ncderlandsche wetgever niet beeft overgenomen de bepaling van art. 949 Code de Pr. Civ., naar luid waarvan de verkoop (van roerende goederen) moet geschieden op de plaats waaide goederen zicb bevinden, indien bet tegendeel niet was bevolen, bet echter voor de belangen der erfgenamen van het boogste gewicht is, dat van dien regel, vooral indien bet een deftigen inboedel geldt, zoo min mogelijk worde afireweken.

Art. 685.

Het verzoek tot onderhandschen verkoop van ellecten of inschrij vingen in het Grootboek der Nationale Schuld, ter likwidatie eener nalatenschap, waarin minderjarigen betrokken zijn, moet niet aan de rechtbank, maar volgens de artt. 684 en 685 15. 11 , aan den kantonrechter gedaan worden, en zijn daarop de artt. 451 en 456 15. \V. niet toepasselijk.

Ait.-R Amersfoort, v. 7 Dec. 185.'!, W. n0. 1498; idem Arr.-ll. Appinga-dam, v. 15 Aug. 180H. R. li., jg. 1865, p. 345. De kwestie van de competentie ten deze heeft na de wet van IS April 1874 (Slh/. nquot;. 08) haar belang verloren.

1218

't'

I.

ocr page 65

{Art. 685.

Zin ('r.litcr niut lid ickkiiitr tot de \r;i;iii of de liigt;|Kilirip!n dezor nfdonlinji: dp olfecten enz. vun toepassing zijn, liot, (ipstnl van -Ilir. NFf. van 'I'ki.ii.in-(il'.N, in 77i«»(i.s', lido verz., IS7:?, Iilz. .quot;rlS sqq. (besti'oden in \V. v. N. en R. 11°. 213), die betoogt dat onder rocretulr (jocdcrcn in deze afdee-ling niet begrepen zijn effecten, schuldvorderingen en actiën, vermits dit en liet voorgaand artikel wnden belieerscht do(ir art. 447 I!. \V.. dat volstrekt niet voor effecten en .schuldvorderingen geschreven is en daarop ook niet doelt en dat derhalve voor den verkoop van die goederen ana-logice de bepalingen zullen moeten worden toegepast omtrent den verkoop van onroerende goederen.

Art. fiSfi.

1. Wanneer het verzoek itier bedoelrl floor een gemachtigde geschiedt, moet deze totidem verbis daartoe zijn gemachtigd.

Ktg. 's Gravenhage, v. :!0 Oct. 18(11, W. n0. 2327.

lt;ï. Alvorens de hier bedoelde beschikking te kunnen verleenen, moet eene behoorlijke boedelbeschrijving aan den kantonrechter worden overgelegd.

Arr.-R. Dordrecht, v. 31 Mei 1882, W. n0. 4828; verg. de daartoe betrekkelijke beschikking des kantonrechters te Sliedrecht, v. 27 April 1882, t. z. p.

Zie ten betooge, dat de voogd of curator geene vormen in acht heeft te nemen tot den verkoop van roerend goed van minderjarigen of onder curateele gestelden, dan die opgegeven zijn in art. 447 H. \VT. en nrt 684 I?. II., en dat art. OSfi H. R. niet anders te pas komt. dan in geval de belanghebbenden verschil hebben, hetzij over den verkoop zeiven, hetzij over eenige bizomlere bepalingen die vastgesteld moeten worden om daartoe over te gaan —

een vertoog van den heer P. Matik Jr. in 't K. H.. jg. 1841. dl. III. pag. 3(54—368; Oudiman, /gt;. 4de ed., deel lil, pag. 71 en uk I 'into, TIcH., It. II.. dl. II. 2, p. 74(1. 2de ed.. p. 817; — anders echter, op grond dat de kantonrechter op de belangen der verzorgden moet toezien en dus het bevel des kantonrechters noodig is, ook dan, indien de partijen het eens zijn, — Mr 0. M. v. n. Kk.mp, Ontv., nt supra, p. 237. 3(lo ed., p. 533.

Art. «!.)(».

1. Het verschil van competentie in art. 454 B. \V. en m dit

ism

ocr page 66

Art. 890.)

artikel liyt niet in liet verseliil tusschen machtiging en bevel, maar of in het verschillende geval dat de wetgever in die artikelen voor oogen had, nl. verkoo]) ten voordeele van minderjarigen en verkoop, als voorbereidende maatregel tot boedelscheiding of boedelveredening bi' wel in het feit dat art. töi—451. B. W. alleen spreken van goed van minderjarigen en dit artikel van goederen aan meerder- en minderjarigen gemeen.

Arr.-R. 's Roscli, v. 'irgt; April 1878, iMtvnstimende, vonnis Ktg. t)ss, v. tl! Maart 1878, beide (i|igenonion in \V. nquot;. 4:VI7.

'i. Zie omtrent de vraag, hij welken rechter door den voogd de machtiging tot verkoop van onroerende goederen, aan minderjarigen toebehoorende, moet worden gevraagd, —

art. 'i.V! 1!. \V.. vonnis van do Arr.-R. Middollinrg, v. lil Maart 1817, welk vonnis in do 2de editio van Lkon's 1!. W. (van Mr. Asski;) is opgenomon .su') art. -iol. n0. 12. Zie ook 1'. 11. v. Gelderland, v. 21 Dec. i8tgt;l, li. I!.. jir. 18(12. dl. XII. ]i. 7ii; waarbij werd beslist dat lt;le rechter van dc woonplaats van den voogd, en niet die, binnen wiens ressort bet onroerend goed gelegen is, de bevoegde is.

Zie. echter P. II. v. Gelderland, v. 1.'! Mei 1803. VV. n0. 25,l(i, R. 1!.. jü'. •|8()4. p. 74. waar het gold onroerend goed van een nalatenscbap opgokomen aan curandi zelfstandige erfgenamen, en waarbij de reelit-bank, waaronder bet sterflmis ressorteerde, werd bevoegd verklaard.

. Zie ten betooge dat bij verschil van belanghebbenden in een onver-■ deelden boedel omtrent den verkoop, deze kan worden gevraagd bij rekwKst volgens art. i 122 H. VV., ook vóór dat de boedelscheiding plaats heeft -—

art 1122 1). \V.. snb n0. 12; cf. ook ai't. 007 li. I!.. n0. 1).

AH. 001

I. Het voorschrift van dit artikel bepaalt zich wiet alleen tot het geval dat de verkoop moet plaats vinden ter gelegenheid van eene ■icheidiug van tusschen meerder- en minderjarigen gemeenschappelijk bezeten onroerend goed. maar zij is ook van toepassing diin, wanneer het voornemen bestaat om de opbrengst van den verkoop in het gemeen te houden.

1220

ocr page 67

(.hi. fiOI

i)e hier bedoelde heslissinir is ook nu de wet van is April IS7I-.S7/;/. nquot; (iS) aan de Arroud.-Rechtbank verbleven.

P. II. v. Overijsel, v. AHU'. IS7i. \V. nquot;. i17'iCl; lï. i!.. jlt;i:. 1X75. .1. p. 1(17. VITIiirtI^CIKli' lioscliikkiiin' Arr.-R. Zwolle, v. :!(gt; Juni iS7/i; vcrfr. \V. ii0. 3758, «Alün^elwei'k' ; idem Air.-k. (ioriiiciiorn. v. 'i Nnv. IS7'i. |ï. II.. jir. IS75. .1. p. lOI; zie eclili'i' Air.-I!. Sneek. v. 'i!' Sept. IS7i : II. 13.. t. a. p.. bl/. 102; on Ouueman, II. 11., ide ed.. lt;11. 111. p. 77 en 7lt;S.

/iie ten betooge dat ook wanneer y.icli onder de erfgenamen tniiulerjarigen bevinden de bij art. 1122 B. W. aan de Rechtbank Lregeven bevoegdheid bij de wet van IS April IS7I {S/61, nquot;. 6'S) niet op den Kantonrechter is overgebracht en vergelijk over bet verband tusscben de artt. 151 met art. 1122 B. W. —

art. I 122 I!. W.. 2do druk, le vervolg, snli n0. 1.'!. — /.\r im^ tut dit en liiivenslaund onderwerp betrekkelijk. Iieludve liet Mengelwerk in \\ . n0. 3758, ook dat in \\ . nquot;s. 3783. 378i, 3785 en 3788; .Mr. \\'. I' Fltl.ii,iNCK, in NV. nr. 1328; on de aantoekeninjren op art. 'i.M 11. VV.. snli nquot;. 1.

Art. f!92

I . Omtrent de bepalingen wegens de voorwaarden des verkoops van gemeenschappelijk goed, behoort het gevoelen van de meerderheid der eigenaren gevolgd te worden, indien dit niet tegen de rechten en wettige belangen der minderheid strijdt.

Arr.-R. Tiol, v. 27 Doe. 1814. li. 1».. jiiquot;. 181/. dl. 1\. p. 778- -781.

lt;ï In eene nalatenschap, waarin nog geene boedelscheiding is bevolen, noch dus is verstrekt een eigenlijk en voor partije.i verbindend hevel, dat het daarin aanwezig onroerend goed moet worden verkocht, heeft eene der partijen, niettegenstaande hare medewerking, zoo tot het verzoek tot verkoop, als tot bepaling van dag, plaats en uur, waarop de verkoop zou plaats hebben, niet aangegaan zoodanige verbintenis tot verkoop welke onherroepelijk zoude zijn, of m rechten zoude kunnen hebben het gevolg dat de verkoop tegen baren wil zoude moeten plaats hebben, wanneer zij nader de verkaveling der zich in de nalatenschap bevindende goederen mogelijk en wenschelijk acht; zijnde dan ook de beschikking der Rechtbank op bet verzoek van partijen tot openbaren verkoop der onroerende goederen, voor den in het verzoek vermelden

\-gt;2]

ocr page 68

Art fi92.)

notaris slechts eeiie maclitiiiinif, (;ii is liet bevel in ilie machtiging voorkomende, dat tot den openharen verkoop dier goederen zou worden overgegaan door genoemden notaris, op een daartoe door partijen onderling te bepalen dag, uit zijn aard afhankelijk van de voortdurende eenstemmigheid der toenmalige rekwestranten, om van die machtiging gebruik te maken.

Arr.-R, Middoltuirg, v. :!0 Jan. 1X47, \V. 11°. 810; U. 1!.. Jg. 1847, dl. IX, p. 2(17- -UVA. li., ill. XI.111. S ito. — (T. art. 1112 11. W.. snh 11°. 8. 2de cd., sul) 110. I.V

Jt. Indien een der codividenten verklaart niet te kunnen erkennen, noch te willen ontkennen, dat'Jeen zeker vast goed lot de nalatenschap, waartoe hij mede gerechtigd is, benoort, dan kan het opperen van zoodanigen twijfel niet beletten den verkoop van dit goed, waarop de overige codividenten beweren eigendomsrecht te hebben. Aan den anderen kant kan de weigerachtige codivident niet gedwongen worden zijne toestemming te geven tot den verkoop van een stuk goed, waarvan hij niet weet of hij mede-eigenaar is. lu dit geval dus zijn er voor den rechter termen om den openharen verkoop van het onroerend goed te bevelen, te bepalen dat aan den weigerachtigen codivident van dit alles, door middel van een exploit zal worden kennis gegeven, ten minste vijf dagen voor den verkoop, dat de kosten als kosten van scheiding en deeling zullen worden gedragen en betaald en dat eindelijk tot voornoemden verkoop, geheel voor rekening en risico van de eischers, zal worden overgegaan, zonder dat het vonnis de rechten van den gedaagde op eenigerhande wijze zal kunnen krenken.

Arr.-Pi. Groningen, v. 2 Juni '18'48. li. 1!.. jg. 1850, dl. XII. |i. 727 en 728.

-t-. De overeenkomst aan het slot der boedelbeschrijving vermeld, door meerderjarigen aangegaan, dat de goederen tot de gemeenschap behoorende. publiek zullen worden verkocht, is bestaanbaar en uitvoerbaar.

P. II. v. Drente v. (i Maart Isrgt;s. W nquot;. 1097.

•V De bepaling van den tijd wanneer, en de keuze van den notaris, ten wiens overstaan de openbare verkoop van goederen, uitsluitend aan minderjarigen toebehoorende, zal plaats hebben, nadat de rechtelijke

I 'Z ^'2

ocr page 69

(Art. «03

m;iclitii;iiiir diinrtoe verkrcicen is, behoort tot ilc hovopgdluMil v;m di'ii voogd, en niet tot die vnn den rechter.

Ait.-R. Giirincliein. (rauilkiimer) v. II Oct. IST'J. W. n0.

4» Zie ten betooge, dat de aaiwrage om tot verkoop der onroerende ifoederen over te gaan (bij weigering van een ol'meer heianghebhenden om daartoe mede te werken), te gelijk kan worden gedaan met liet verzoek tot scheiding of verdeeling eens boedels bij dagvaarding —

art. 1112 II. W., vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, v. 'ir) Sept. IN'i'.t. sub n°, 22. 2de ed., sidi n0. 28. Zie eeno bestrijding van dat vonnis alsmede van twee vnnnissen van dr Rechtbank Goes. v. 21) Oct. en 2 Nov. I S.quot;)7. dooi' Mr. C. of. Witt I Ia mi: 11 in W. nr. I'.'OT. ilie betoofrt dut waar /.Duals hier een ri i-zucl.-.tc/irifl is voorgeschreven, ieder ander miildel is rcrh-iilr.ii ; in W. n0. 1912 vindt men liet antwoord op gemeld betoog.

ï. Zie met betrekking tot de vraag, in luie verre de verkoop op het verzoek van sommigen der mede-eigenaren kan worden toegestaan, indien niet blijkt dat de overige mede-eigenaren in zoodanigen verkoop toestemmen of daartoe zijn opgeroepen of gehoord -—

art. 4.V) li. \V.. arrest van 't 1'. II. v. Friesland, v. 12 Jan. 1842 sqq.

Art.

De rechtbank kan geene machtiging verleenen om eenen openbaren verkoop te doen geschieden zoo noodig buiten tegenwoordigheid van den toezienden voogd.

Air.-R. Gorinchem, raadkamer, v. II Het. 1872. \V. uquot;. He

reebthauk overwoog dat de toeziende voogd niet als eeue lielanghel)l)euile partij kan aangemerkt worden, waarvan hier sprake is. maar dat diens tegenwoordigheid integendeel altijd wordt vereischt

.1/7. GthV

1. De actie tot boedelscheiding is ontvankelijk, zoowel in het ijeval, dat eene der partijen onwillig is om te scheiden, als wanneer er verschil bestaat over de wijze van scheiding.

Air. v. 21 lier. I8fif.. \V. n0. 281)',): li.. .11. I \\\1V. § ',7 : v. n. II.. /gt;'. It., dl. XXX, |). 552- 5li(). Cf. vonnis An.-R. I'tt'ecbl v. i) April 18.)ti. \V. nquot;. 1758. waarhij werd heslist dat een geschil over de te lorineeren massa tegelijk met de vordering tot boedelscheiding die door

I22;5

ocr page 70

\rL «95.)

;ille pariiji'ii jiewensdit woitlt, aan liot (ini'deel van ilon feehüM- kan wonlen (inilcrworpen. Anders: A,ri'.-R. Anisterdam. v. 1/ Nnv. 1874, \V. ii0. 380(1, en de daartoe betrekkelijke concinsie van den Subst.-Officier Mr. II. J. Kist. in hetzelfde nunnner.

'i Hij die ageert tot .scheiding en deeling is niet-ontvnnkelijk om tegen zijn mededeelgenoot de uctie tot rekening en verantwoording afzonderlijk in te stellen.

A it. v. -lquot;! Jniii 188;!. W. n . : I!.. dl. CXXXIV. y. '211(1—'21:!: v. n. II.. I'. 11.. dl. XI.VIII. p. 47:!—iSi, bevestigende arr. Hof quot;s llage, v. 8 Jan. 188:?. \V. n . 'i8.Vi. en in li. I!.. jg. 188:1 /1. p, l.i -19. bij welk laatste arrest is vernietigd liet vonnis der Arr.-R. Ilottcrdain v. 2(1 Mei 188'i. I!. R., jg. IS8± ,|. p. 'iöl).

Anders navolgende beslissing :

txeenerlei wettelijk voorschrift verhindert om gelijktijdig in te stellen de rechtsvordering tot boedelscheiding tegen de gezamenlijke erfgenamen en tevens tegen ^en hunner, de actie tot rekening en verantwoording wegens het door hem als executeur van den uitersten wil des erflaters gevoerd beheer.

l\ II. v. Utredit. v. '22 l-'elir. I8(5!l. W. n0. .'II49, bevestigende vonnis Arr.-U. I'trecbt. v. 17 Juni 18(18, W. n0. :!1'18. et. liet daartoe betrekkelijk vonnis der Arr.-I!. l'lrecbt. v. '2:! Kebr. |S7((. \V. n . :!1!W: cf. in denzelfden zin Hof Arnbein, v. '2'.) Nov. 1882. bevestigende Arr.-R. Arnhein, v. 8 Mei 18S'2. beide in \\ . n0. l'.KIO en in R. I!.. jg- 188:!. .1. p. .gt;7—(II ; verg. met deze aanteekeningen, art. (197 I!. R.. Arr.-R. Breda. v. :! Nov. 1817 sqq.

3 De vordering om eerst onroerende goederen, die in een onver-deelden boedel aanwezig zijn, te verkoopen, om daarna te scheiden en te deelen, zonder dat de veroordeeling van gedaagde geëischt wordt om tot de scheiding en deeling mede te werken, is niet-ontvankelijk

Arr.-R. Aiusteidam. v. '2:! .fan. 1878. li. 1!.. jg. 1879. .1. p. '2/i:!.

41 De bepalingen van de/.c afdeeling zien niet alleen op het verrichten van de werkelijke scheiding der gemeenschap en op het con-stateeren van deze in eene akte, maar bedoelen het geheel verloop van al wat tot het bereiken van het einddoel d. i, de werkelijke scheiding-kan leiden.

Arr.-R. Amsterdam, v. 17 April 1878, VV. n0. '('282, I!. 1!.. Jg. 1880. IS. p. 127.

12:2 I

ocr page 71

12-25 [AH.

^'lt; t I~~c . j ■ . ^

Arl. fi!)fi. . , ' x,

• 1 Ir lt; H ^ -- -- W-tXj) c

I l)c bepaling v;in een (Lig, Wiiarop purtijen gehouden zijn voor -den notaris te verschijnen, behoort niet tot liet wezen der boedel- ''

scheiding, maar is als eene accessoire bepaling te beschouwen. '

Het verzoek daartoe kan gedaan worden bij rekwest. '~/*-

A it. v. :i0 Oct. 187:?, raadkamer, K.. dl. CV. § 17.

---; /J

3. Bij het vonnis, waarbij eene boedelscheiding wordt bevolen, kan i,

du dag voor die scheiding worden bepaald, ook zonder dat die door /?,, ^ partijen is gevraagd; daardoor doet de rechter geenszins uitspraak quot;is'--). omtrent zaken, welke niet waren geiiischt.

I'. II. v. (ïelderlaiid. v. 7 Jan. 1874. \V. ir. 'Xi'.ïl. nok aangehaald snli act. tl! 17, ii0. i li. R.

H VVatmeer bij de toewijzing bij verstek van de actie tot boedelschei ling een andere notaris benoemd wordt dan door den eischer was gevraagd, kan de eischer terecht in hooger beroep verandering van de beschikking omtrent de benoeming van den notaris vorderen.

Ibif's Gi-avonliaj;o, v. 28 Jimi 1880, \V. ii0. 17)27.

^ït Ct IN/9 viy ^ ■''gt; rvi lt;yt-—

.\i'f. r,!i7. / , ,

lt;^/V~ f Ov ' ' Is**■£gt;**'e. I- '7-1 rr-x-xY .

I. Partijen en de rechter zijn alleen gebonden aan het bij procesver- 6e~~

baal (jeconstateerd geschil, maar daaruit valt niet af' te leiden, dat het 1 verboden zou zijn in toro nieuwe weren van rechten voor het bij den ^ ~

notaris gevoerd sustenu aan te wenden, mits die weren van rechten «•'i

geen betrekking hebben op een ander dan het geconstateerd geschil.

s-T ei'i- Air. v. I!l .laimari 1883. \V. ii0 'iSCii). I!, 11. jir. ISSll, .1. p. rC). onk Jfó ■{' Zv,lrIsquot;'1 art. 348 I!. 1{.. idem arr. Imf 's-llalt;io 24 Oct. 1881. 11. II '^

; 18St!. .1 |i. I. ('f. aant. 8; ver^r. voorts met oen en ander An-.-U. Mid- 'r Ij dcllmrir v. 2 l'el)r. ISIKI. |{. |{.. JLI'. 1808. |i. 2(14 s(|C].. waarbij verder /gt;-'.'-

K' vvurdt, en is licslist. dat, niet is verlioden. dat andeie lt;;escliil|iiniti'ii

ter kermis van ilen rechter worden irehraclit. dan die welke staande de wcrkzaamlieden van de; hoedolschciilin.L; /iju in lii't luidden meinacht.

Indien een onzijdig persoon bij de scheiding en deeling verschijnt,

om de niet tegenwoordig zijnde of weigerachtigen te vertegenwoordigen, dan kan er niet met de werkzaamheden worden voortgeiraan,

wanneer een codivident zich vóór de sluiting van het verbaal en mits-

—?gt;—

t ./ a-_

/ ■3' rt-vr.

S~6gt;amp;2gt;.

ocr page 72

-

cl.

L/T

Xr_-. xjij /is*~crxr £gt;1 -^Cc amp; s , .

CT7 n^, -r rr- ^ -I tf'jL-A- -, ^ «- *--- T-»—fi» £- 7/%.*^ - o^-tVlt;-lt;STcT^

W7.),yolt;^~ 122R ~a*t

q.9 . A-A. £^elt;flt;^/'*4-zsfz^.

dien ook zonder liet te teekenen, verwijdert, omdat het hem compe-/lt;- 'vlt;t' 'quot;l toerend vruchtlt;renot vun een gedeelte der goederen aan hein niet wordt _ verzekerd. In zoodanig geval helioort, op straf van priw a pariic., door ^.c^-f'-'- eell rjs .lan riell president der Arr. 11. te worden gerefereerd.

^ quot; Hij niet-naleving van deze gehoudenheid is de deeliug. welke des-niettemin mocht zijn tot stand gebracht, niet nietig, indien de geschil-r^z*. ^r77'^-'leii te dier zake gerezen, later tot de cognitie der rechtbank gebracht U? ^ ^ zijnde, de mede-codividenten aan hem die zich verwijderd heeft, niet langer de assignatie en beschrijving van het hem aankomend vrucht-^ gebruik niet alleen niet betwisten, maar zelfs bij conclusie en onder

l •. tnrfc- aanvrage van akte aanbieden.

^ Arr.-U. to s Roscli van '21! Sopt. ISi'i, \V. n0. 031.

/ 4*yV- ^

Indien afschrift van het door den notaris opgemaakt proces-c/'Cót~ verbaal tempore hüIl ter grillie is nedergelegd en dit depot aan de wederpartij bij dagvaarding is kenbaar gemaakt, dan komt niet meer eene communicatie van het proces-verbaal zelf te pas. Indien echter de partij, welke tot goedkeuring der concept-scheiding heeft gedagvaard en geconcludeerd, geen behoorlijk afschrift van dit concept in het geding brengt, maar haar procureur, zonder tegenspraak van de wederpartij, bij de pleidooien akte van bereidverklaring daartoe vraagt, kan hij vonnis bevolen worden, dat dit stuk alsnog in het geding worde gebracht.

Arr.-K. Amsterdam v. hi Maart 1847, U. I!.. jf.'. '1847. d. IX. p. 349— 351. — In gelijkon zin. namelijk dat een notaris niet verplicht is hij liet afschrift van hot prucos-verbaal tevens te voo-jen een afschrift dor concept-acte van scheiding. Oudf.man. /gt;. /?.,4dced., d. III. p. 80, noot 1 ; on n. V. in 'i R. Rijbl. ut snpra, p. 351 on 352: — anders echter Lipman. B. It.. p. 301. Vel. hiermede Vernf.de ad art., die aldaar ontkennend beantwoordt de vraag, geopperd door Mr. A. S. van NiEuor in 't R. H..,jg. 1843. dl. V. pag. 234. of namelijk hot opmaken van het verbaal dour den notaris niet als overbodig moet worden beschouwd, en het rechtsgeding zal praojndi-oieeren, en of partijen, die toch oen gewoon rechtsgeding moeten voeren, hare bovveringon niet zelve aan don rechter koiinen opgeven.

-§. Ofschoon de wetgever zich daaromtrent niet uitdrukkelijk moge hebben uitgelaten, volgt uit het geheel der bepalingen, rakende de boedelscheiding, dat de rekening en verantwoording, welke een of meer der deelgenooten aan de overige belanghebbenden mogen schuldig zijn,

.L-

ocr page 73

(y^-c^zy; - .)^-^ ïytry^- lt; ^ /j 'j^U? c-cJi o^^*

gt; ' /

£*e.~~n- rik Ztsxff „ a^si-iviJxrr--- ^ ~u^u, u-fZ ^ r. ^ cp-^ ti^T/,

/ « / ' Ó y '

1227 697.

tot ile werkzaanihefler. der sclieidiii^ behoort, vermits zonder deze de deelhiire massa niet kan worden geconstateerd, zoodat dan ook die rekening en verantwoording voor den notaris moet plaats liebben,

behoudens casu quo de beslissing van den rechter over de debatten,

daarover gerezen.

Arr.-R. lïredn v. .'i Nov. '1X17. \V. ii0. S4i; idoni IV II. \'. ficldcrlamJ.

7 Januari 1874, \\ . n0. 3752, nok vei uield sub art. 1590 1!. R. ; cf. vncii ts aant. Ü op art. 695 li. U.

•» In het geval, voorzien bij art. 697 B. R, is de rechtbank, ter beoordeeling der ontstane geschillen, ongetwijfeld bevoegd om partijen met het bewijs harer respectivelijk gevoerde beweringen te belasten.

P. 11. v. Overijssel v. '2 April 1849, \V. n0. 1075.

ii. In het geval, voorzien bij art. 697, al. 1 15. R, zijn een ol'

twee der deelgenooten (in stede van te volgen de manier van proce-deeren in al. 2 van dat art. voorgeschreven) niet ontvankelijk in hunne vordering tegen den notaris tot het doen van rekening en verantwoording.

Arr.-R. Groningen v. '10 Feb. 1854. R. liijlil.. jg. 1854. |i. 440—44'i.

S. De actie moet tegen alle deelgenooten worden aangelegd

Arr.-R. Gorlnclieni v. :!(gt; Nov. 1858. \V. n0. 2048

tioC-X'

De rechter is in zijn onderzoek beperkt tot der partijen voor stellen en bezwaren, welke in het proces-verbaal zijn omschreven en

//zZ-

opgenomen, en is bij gevolg ongehouden om andere of gewijzigde voorstellen daarbuiten gedaan, in overweging te nemen.

'J- ■., r/n^ 1 ■''' I'. II. v. Gelderland 24 November 1800. W. n0. H2li4; idem Arr.-R.

1'el -H Jan. 1808, \V. n°. Iil55; idem Aii.-R. llreclit v. IS Juni 1801?.

• rrfbt- .is- 1805. p. 158 sqq. ; idem hof Aridii'm v 7 April 1880. \V. n0. 458.'!;

U. B.. jg. 1882. .1. |i. 255; idem Arr.-R. Groningen v. 0 IVIir. 1877. \V.

n0. 'i l49: idem Arr.-R. Almelo v. 20 Jan. 1870. \V. n0. 4l(il : verg. aant. '1.

W. A.an den regel, bij dit artikel vastgesteld, wordt kennelijk bij art. 1122 B. W. in verband met art. 692 B. R. gederogeerd voorliet geval dat alleen te beslissen staat, of de onroerende goederen, tot eene te verdeelen gemeenschap beboorende, alvorens tot de boedelscheiding over te gaan, al dan niet zullen worden verkocht.

Arr.-lt. lireda v. 22 Kebr. 1870. \V. ri0. 3221. waartiij werd lll'sli^t. dal

! C C^l^c-./

ocr page 74

Art. (597 ) 1228

ï'ii uit de redactie dier artikelen én uit de discussieu. vooral betrekkelijk hot eerstgenoemd artikel, blijkt, dat de wetgever voor zulke beslissing een gewoon contradictoir debat niet noodzakelijk acht. Anders bij arr. I'. U, v. Overijssel v. 'J7 Juli 1874, bij Mr. Hertzvemi ut supra, blz. 112. waailiij is beslist, dat — wanneer er een proces-verbaal van zwarigheden is opgemaakt teu gevolge van bet tusscheu partijen gerezen geschil over de vraag of onroerende goederen in uatura kunnen worden verdeeld, of iu het openbaar zouden moeten worden verkocht, dan de partij die dit laatstgemeld beweren heeft gevoerd, ontvankelijk is, om zijne wederpartij te dagvaarden, ten einde den openbaren verkoop der goederen te booren bevelen : verg. aant. 0 op art. 092 B. R. en art. 690 li. R. in fine.

lO Uit de bepaling van (ie artt. 1117 ]5. W. en 6!)5 sqq. B. 11 vloeit niet voort dat heianghebhendeii, welke nog niet in de gelegenheid geweest zijn hun onwil of hunne nalatigheid, na rechtelijk vonnis, aan den dag te le£ra;en, onvoorwaardelijk aan den bij laatstaangehaalde artikelen afgebakenden weg zouden zijn gebonden, en dat zij op liet bij dit art. voorgeschreven proces-verbaal zelfs dan niet zouden mogen vooruitloopen, wanneer het geene gewone, in haar geheel te maken boedelscheiding geldt, maar eene, die eene onvolledige testamentaire boedelverdeeling moet aanvullen.

P. 11. v. N.-Holland v. l:! April 1871, \V. n0. iWW: ook aangehaald ad art. 1117 H. W.

f I. liet geschil naar aanleiding iler zwarigheden voor den rechter gebracht, kan alleen tusschen de erfgenamen, die bij de scheiding partijen waren, worden beslecht : andere personen kunnen niet tegelijkertijd in dat geding worden opgeroepen, -z—^ JU ^ ^ ^ Air.-R. Almelo Jan. 1870, W. n0. 4101.

quot;I®. Hij, die volgens dit artikel '.le beslissing des rechters inroept

over een gedurende de boedelscheiding ontstaan geschil, is als eischer

^quot;^'^aan te merken.

- / . Hof's lla.'e 27 Dec. 187(1, 11. It. 1879, .4, p. 241 ; cl. aant. 24 op art.

152 It. II. '

y3lt;ro. l!t. De eisch, dat hangende de operatiën eener boedelscheiding, eeu

bewindvoerder zal worden benoemd, die de gemeene goederen zal beheeren, is een eiscli bij provisie, die wel in den vorm van een Incidf.id kan worden ingesteld, maar alleen hangende het geding betrel-

ocr page 75

m!) {Arl. 097.

fencle ilen boedel in zijn ijeheel, niet in het proces betreffende de bij het proces-verbaal aangewezen geschilpunten.

Air.-R. Hreda '1'.gt; Jan. IS77. \\ . nquot;. V11I9.

141. (jescbil over den koopprijs door een der codividenten wegens aankoop van een voorwerp der gemeenschap aan deze verschuldigd, behoort berecht te worden op de wijze hier voorgeschreven.

Ari.-R. Anisterilain 17 April IS7S. \V. n0. WS-i. K. B. 188(1, li. p. 127.

I •gt; Wanneer het hier bedoeld proces-verbaal niet afzonderlijk is opgemaakt, maar liet verbonden is aan de begonnen ontworpen scheiding, brengt dit niet de niet-ontvankelijkheid der vordering mede.

11.if 's ISdscli 10 Sept. 1878, \V. m0. tdC).

Ki De wet schrijft niet voor, dat het proces-verbaal van zwarigheden ook de grinden der feitelijke beweringen van partijen moet bevatten.

Arr.-R. Assen )!() Juni 187'.*. U. li. 1883, .1. p. 54.

IS. De bevoegde rechtbank in dezen is de rechtbank, die de scheiding en deeling heeft bevolen.

Ter griffie van die rechtbank behoort ook het proces-verbaal te worden gedeponeerd, al woont de benoemde notaris buiten het ressort.

Air,-li. Arnliein 'J7 Maait ISS'i. \V, nquot;. V.)M.

I 8, W anneer de boedelscheiding bij vonnis gelast is, kan men niet buiten deze bepalingen en de loopende boedelvereffening om, geschillen daarop betrekking hebbende, bij geheel zelfstandige nieuwe acties aan het oordeel der rechtbank onderwerpen.

Air.-U. Utrecht .'iO Jan. 1884. W. nquot;, MHli; cl', ii0, \ van ilit art. i'ii aant. '2 up arl. IV.I'i li. R.

Arl. «98,

Dit artikel sluit den verkoop vóór de werkzaamheden der scheiding niet uit.

Air. v. '20 Sept. 188:!, W. n0, '.Hid; R.. dl. ('XXXIV. § v. n, ll„ It. It., dl. XXXXVlll. p. V.»11 :gt;(»:!; 1!. 11. 188:!. .1. p. .-,:!.quot;

ocr page 76

Art 701 )

Art. 701

Zie ten hetooge. dat uit de bepnliiii^ van art. 1080 15. W. en art. Tdl 15. 11. niet volgt, dat, wanneer onder de beneticiaire erfgenamen minderjarigeu zijn, hunne voogden niet zouden zijn onderworpen aan de verplichting om tot den verkoop van onroerende goederen over te gtan of mede te werken, dan na het verkrijgen der machtiging, bij art. lüi 15. W. onbepaald voorgeschreven —

art. 451 H. W.. air. v. 7 Nov. 1839 sqq.. snli n0. I. Zilt;' ook, In Lielijken zin. Ouukman. /gt;'. /i.. dl. ill. 4de ml. p. 83.

_ Zie (initrent liet ge vuig van liet door den lieneliciairen erfgenaam ontlei-

quot;s bands verknopen van de goederen der nalatenschap — nr. 1'into. //'//. II. II.. dl. II. p. 740 V(dgg.. 'iite ed. p. S'J'2 en O/mi. rn Mal., dl. III. p. 04—9(i. die wegens de nlet-overneining der strafbepaling, vervat in de artt. 088 en 080 Code de Pr. Clv.. In verband niet bet 'xnlia rcslnngcii'laquot;, daarom den erfgenaam. die in deze strijdig met de wet beeft gehandeld, alleen aan scliadever-goedlnu' wil onderwerpen. Indien de scbnldeiscbers aantoonen daardoor schade te bebben geleden; Idem hof 's Gravenbage 14 Kelir. •187(gt;, vernietigende beschlkkln£r der arr.-r. quot;sllage v. L2li Nnv. 1870. beide opgenomen In U. li. 187(1 aid. A biz. 258. waarbij nog werd beslist, dat de reebtelljke machtiging, die In casn werd gevraagd, omdat er minderjarige erfgenamen waren, de aansprake-lljklield tegenover do crediteuren niet wegneemt; anders door Mr. OrnKMAN, la de O/i//-. en .1dl. III. ]). tili en 04 en It. R.. 4de ed., dl. Ml, p. 83, die In illt geval den miderhandscben verkoop voor nietig boiult. — l I. \ooi'.nriN. dl. IV. p. '230.

Art. 70-2.

1. Indien in cas van art. 702 15. R. door de schuldeischers rauwelijks (en zonder alvorens in rechten zekerheidstelling te vorderen) tot benoeming van een curator is geageerd, en tegen de/.e onregelmatigheid wel bij pleidooi bedenkingen zijn in het midden gebracht, doch daartegen geene bepaalde conclusie is genomen, is die onregelmatigheid gedekt.

Arr.-ll. Amsterdam v. '24 Oct. 1853. W. n0. 1537: It. Bljbl.. jg. 1854, p. 140-140.

® Het belang, hetwelk de schuldeischers in een heneliciatren boedel hebben bij het stellen van zekerheid of het benoemen van een curator, is een gemeenschappelijk belang, en is het niet verboden, dat zij dit

1230

ocr page 77

{Art. 7(12

hij gezamenlijke sommatie en dagvaarding doen gelden, gelijk zelfs uit art. 702 B. 11., vergeleken met de artt. 9!}2 en U!J I God. de Pr. Civ. blijkt, dat dit geval als het meest gewone door den Nederl. wetgever voorzien is. Hieruit volgt, dat wel ieder schuldeischer gereehtiird, maar niet verplicht is, om afzonderlijk in deze te ageeren.

Ait.-R. Ainstoiilam v. 24 Oei. 185:!. \V. n0. i^37; I!. liijlil.. j.r. IS.M. p. 14(1—149.

tl. De vordering rauwelijks ingesteld tot het doen benoemen van een curator, voor het geval de gedaagde ten dienenden dage niet doet blijken de bij exploit van sommatie gevorderde zekerheid te hebben gesteld, is in strijd met dit artikel.

A it.- 11. Arnhem v. 20 Oct. 1882, W. ii°. 4!I02.

Art. 703.

De scheiding en deeling der algeheele gemeenschap, door de vrouw als universeele beneficiaire erfgenaam van haren man, bij ontstentenis van andere erfgenamen, tegen eenen currator gevorderd eti met dezen tot stand gebracht, ten einde haar aandeel in de gemeenschap te doen nfscbeiden van de nalatenschap, is verbindend voor de schuldeischers, legatarissen en andere belanghebbenden in de nalatenschap van den man.

Ait.-R. Maastricht v. ti Februari 1858. W. ii®. ilt;,)87.

Art. 705.

De vennootschap onder eene lirma, schuldenaresse, is begrepen onder het woord schuldenaar, in de artt 705, 707, 709, 712 en 720 B. R, en mitsdien als zoodanig bevoegd, krachtens art. 705 van gezegd wetb., tot het doen van verzoek tot boedelafstand, te meer, daar nergens bij de wet de aanvrage tot boedelafstand door zoodanige vennootschap is verboden.

Daarmede is geenszins in strijd, dat volgens art. 707 B. R., de gerechtelijke boedelafstand eene gunst is, welke de wet aan den onge-lukkigen en te goeder trouw gehandeld hebbende schuldenaar toekent

.Mr. W. van Kossem Bz., Uur!/. Hechtsv. 78

12:5]

ocr page 78

Art. 705.) 1232

tot behoud van zijne persoonlijke vrijheid, en dus die gunst alleen zou kunnen worden gevraagd door, en toegestaan aan een physiek persoon, wiens vrijheid, door tegen hem te verkrijgen lijfsdwang, kan bedreigd worden, en wiens individueele goede trouw een onderwerp van onderzoek kan uitmaken ; dat eene handelende firma, uit meerdere personen bestaande, nis perwa moralt* niet vatbaar zoude zijn voor lijfsdwang, en eene zoodanige tirma ook in een gegeven geval te goeder of te kwader trouw kan hebben gehandeld, zonder dat daarom diezelfde goede of kwade trouw bij elk individueel lid dier lirma aanwezig is; __ daar toch eene lirma is eene vennootschap onder een gemeenschappelijk en naam, en dus onder dien naam de gezamenlijke vennoo-ten optreden, zij (de vennooten) voor de verbindtenissen door de lirma aanireiraan, in al hunne goederen, hun gemeenschappelijk en m hun pmV toebehoorende, aansprakelijk zijn, en ieder hunner tot nakoming dier verbindtenissen door lijfsdwang kan worden genoodzaakt. Met is alzoo rechtens eene dwaling, eene vennootschap onder eene lirma als een corpus morde te beschouwen, afgescheiden en onderscheiden van de vennooten zelve, daar de afstand door eene firma, met eenen afstand door de individueele leden gedaan, daadwerkelijk gelijk staat en een gelijken boedelafstaml moet tengevolge hebben van al hunne goederen voor de schulden der firma, als eene massa verbonden en is het, om dien afstand te kunnen aannemen en elfect te doen sorteeren, een ver-eischte, dat er gezamenlijke goede trouw bij de leden der tirma gevonden worde.

Evenmin staat ten deze in den weg, de bepaling van art. 7fio, al. 2, W. v. K., vooreerst, omdat daarin de bepaling niet wordt gevonden, dat de aangifte van het faillissement door de vennooten zelve individueel zoude moeten geschieden, en ten andere, omdat, al mocht men zelfs kunnen aannemen, des neen, dat hier eene uitzondering bestond m strijd met den algemeenen regel, vervat in art. 707 B. R., deze evenwel niet zoude mogen worden uitgebreid tot liet verzoek van boedelafstand, welken de wet in het algemeen aan den ongelukkigen en te goeder trouw gehandeld hebbende schuldenaar toekent.

A,t v 3 Keli ISri/K W. nos. ir.i:! en -15'iS: 1!.. dl. XI.VI. Sj quot;.Ci: — ..ndors lm het daartoe tietrekkelijU a.r. v. 'tl'. II. van N.-lloll. v. ld M-uiH isk W. nquot;. 1I!. üijl.l.. jï-'. I'- lquot;

ocr page 79

{Art. 705.

conclnsit' viiii den adv.-gen. CiRKgoiiv, I!. ut sii|iia. Vl'I. ook hel daartoe betrekkelijk vonniss van de Arr.-K. Ainslenlani v. 'i'i April IS.Vi. I!, lÜjljl., jfr. l8.Vi. p. a'iil—34quot;.; art. IS W. v. K.. air. v. '22 .Inni IKV.' sqq. snti n°. I en art. TCiquot;. W. v. K.. arr. v. M) Jan. IKV2. suli n0, I.

Ar/ 700

Een vrijwillige boedelalstaiul wordt in zijne reclifsgevolgen belieersclit en geregeld door de overeenkomst die hein tot stand bracht en is een daarbij aangesteld liquidateur of lasthebber beperkt binnen deuren-zen der macht, die hem hij de overeenkomst, naar het oordeel van den judex /ac/i, is gegeven, en moet liet geenszins naar eeniir voor-sclirilt der wet geacht worden, eo ipso de bevoegdheid te hebben, om zoo voor den cedent, als voor de cessionarissen in rechten op te treden.

Arr. v. II F,Oir. 1853, \V. nc. 1412; 1!.. dl. LXIV, g 13; v. n. II.. I!. /;.. dl. XVI. p. 08—7S. — Cf. art. 0 li. It., arr. v. denz.datum sul) n0. 2.

— Ijl'Max, li. II.. p. 310, aclit de Oepalinjr van art. 7(l(i. j0. art. 708 li. I!.. volgens welke ook de vrijwillige hoedelafstand den eigendom aan de sclmld-eiscliers niet kan overdragen, aan hedenkiriL!' onderhevig; van Mkcks in na te inclden dissertatie en uk I'into. 11,11. }t. /;.. ||. 2. p. 7ri3. 2de ed. p. 825 .sq.. merken hieromtrent op. dat deze lie|ierking wellicht daannn is gemaakt, dewijl anders de overeenkomst geen hoedelafstand. maar veeleer een in hetaliiiir -even zon zijn. Pknning echter, ad art. 708, acht die hepaling van irroot helang vour de schnldeisehers. indien de schuldenaren niet alle zijne srhnlil-eischers heeft opgeroepen, wanneer de niet opgeroepenen de nietigverklaring van den vrij willigen hoedelalstand knnnen vordei'en, en daarna die afgestane iroederen. als den eigendnm hnns schuldenaars in heslag nemen. art. 735 H. If. vonnis van de Arr.-R. landhoven v. 'i Dec. 1843.

^6.» » ■ /6 .'lt;*f /('zi , ri'biyt.

.4/7 707.

I. De schuldenaar, die gerechtelijken boedelafstand doen wil, is niet verplicht het bewijs te leveren van goede trouw, maar wel dat van ongelukken.

Arr. v. 25 Jan. 1883 It., dl, ('XWIII sj 11; v. n. II.. /;, (||. XXXX\III. p. 117 —121. waarhij nog werd heslist. ilat hel rekwest, waarhij in cassatie gekiiinen wordt van een heschikking naar aan-

lei'linii' der artt. SIK) en 8111 W. v. K. ........... aan de tepaiparlij

niet. helnielt te worden heteekend ; idem wat de hodfdzaak hetrell hij vonnissen van de An-. U. Amsterdam 17 l'ehr. 1850. \\'. n0. 1113: v. 14 Nov. KSaO. \\. n0. 1184 ; U. Bijbl., jfj'. 1851, p. 20—33 — v. 22 April 1852. It. Iüjl.1.. jo. 1852. p. 3311—3',5 en v. 10 l'ehr. I87U, W, nquot; 3208;

12.'5 o

ocr page 80

Art. 707.)

1234

iilein Hof 's-Gruvenlmiie

^,1^; /iinde l.ij eerstire.neld vonnis tevens

lieslist. dnt, lioevvel art. quot;(,7 H. R. Sevvaagt van een ^

......Ier trouw -el.andel.l l.el.l.en.leu scln.l.le.iaar dgt;e ' 'td aUi

iuirc ontwikkeling in de volgende arlt erlangt n.et ■''1 quot; s ' '

v-Uten dan in dien /in. dat, zoolang het gel.rek aan f '\\UnU\ \ ,10,. sclmldenaar niet bexve/.en is. deze verondersteld wordt ^

zijn ono-elnkkigen toestand te verkeeren en m.tsd.en l.et no

h'i/is niet onwaard te zijn. dat het toch unaa.n.en.elMk .s ^

A - .««quot; rechter, die ^

't10« ^ (anders dan wat hetreft het gehrek aan goede tronw ontz ^

Met dit vonnis komt overeen een vertoog van |lE^' quot;

,!iih,-/ fr r^in'vt ^T'niïr^ kennen geeft een van dat iles wetgevers, en overigens de zin der -t deze «n, z.^ da de go do

quot;ii *T k-

ZZLfJZiZi*. .1« -chuMdXr MH- J:quot;

trouw nc

111(1 M i' ut; ...----- - .1 1 1.1.: ..

alsdan de schuldenaar niet meer als een ongeh.kk.

r 1 1 4 in.' I-mm hp^rliouwd worden en mitsdien in lt;lil en beklagenswaardig dehiten. kaa e.

„w .l de unnst der wet verhenrt. Zie ook m denzelfden geest lv 1 . .

1S7S li ii. '201 sqq.. waarhij intnsschen aan liet wquot;quot;quot; quot;quot;p, quot;

i . .J- «i» «jt'i'in tegenover weiden ^cimlcl . Nei^.

heteekenis wordt gegeven als ^ ^' N Gmcnhu-e. - Hot srev.^en

^rrv^^tcr^-^eden door Vr V. n.Jn.-

S,i':ï™S t -1 - f ■ -.........;;

l,elquot;-evoelen heeft verdedigd, dat omirluhUn en lt;Joede Ironw urn

afzn.ideiT.jke vereischten voor boedelafstand moeten

i „.ri.i rlit i,i iirn.ri ze dikwerf zoodanig m Ikipwi1! o-aarne erkenuencle, dm i • i ... ...i.».»

ï.........

,iie l.et voorrecht van hoedelafstand innep. met slechts ne

ui,gelukken, maar ook zijne goede tmnw. wanneer d.e door de sckd -

eiscl.ers werd in twijfel getrokken, moest hew,,7.en doch ''•'t ,1'- 11 ;

... -(«) ij |{ iiet tegenovergestelde beginsel schijnt ti

■27 Juni 1S81. 1!. !'gt; ■ ^ -l- l^- ^-'0-p.. blail/. ^C); idem vonnis Arr.-.R. Leiden

wetgever In.i a.t. -tM li. K nei . 'ide ed.. pag. 0:i en 04, hebben aangenomen; Oidkman B. ii., • / . volgens vat de woorden van den heer Lipman n. dien zin dat.^i 1 . ■ schrijver, de schuldenaar wel ontfiMtlim. maar ».ct ^ zon behoeven te bewijzen. Kvenzeer leert i.k ^ T' ' ^ ^ 828 sq., dat. vooral met het oog o,, art. '00 IL R.. a \an boedelafsland do schuldenaar liet ongeluk moet bewijzen, maa. dat dc ........ t,„uw ........lersteld wordt, enz.: idem OK Mmitini. ad ait. ;!•/

Ad is.

ocr page 81

(Arl. 707

li. i!. ; atulfïi's cchtor liij vmiriis drr Ai r.-II. Uutti'riLiin v.^OMci |S7('i. W. n0. 3998 en bij Oudeman, B. Jt. I. I., ilie van den schuldenaar het bewijs vordert én van de (iiii/cliil.'l.-fii èn van d(! ijori!c Iruuv. en met van .MF.THs. Dtss. ih' i'cssioiir homtymn (L. lï. IS^'i ). p. 29. jfeloeft, dat de Nederl. wetgever, die in art. 707. al. 2. evenzeer als de Fransche. tut het voorrecht van boedelafstand goede trouw bij den schuldenaai ver-eischt, hier niet een geheel ander beginsel omtrent de verplichting tot het bewijs beeft willen vaststellen, als wanneer ook wel iets dienaangaande, tot toelichting, door de Regeering zon zijn aangevoerd, maar slechts do bevoegdheid der schuldeischers, om op dezen grond (gebrek aan gebleken goede trouw) den boedelafstand te weigeren, tot wegneming van allen twijfel, uitdrukkelijk in (ie wet heeft opgenomen. Men vergelijke nog Cr. Wil.1.ink in Diss, de cexsiunr hononou ('i'raj. ad Khen. 1 S'J7). p. 35. alsmede die van Mr. II. VeiiiiKKK (Amst. 1851). Zie odk. met betrekking tot den failliet, die, naar aanleiding van de artt. 890 en 891 \V. v. K.. verzoek doet tot ontslag nit de civiele gijzeling — art. 891 \V. v. K.. arr. v. 't 1'. II. v. /..-Ihdl. v. '21 April I8'.7 sqq. sub n0. I.

'i. Slordige nalatige hoekhouiling zonder blijken van bedrog, lioo-gere waardeering van goederen ter gelegenheid eener vroegere .surséance, geven niet genoegzaam die kwade trouw te kennen, welke het voorrecht van boedelafstand doet verbeuren.

Arr.-R. Amsterdam v. 14 Nov. 1850. \V. n0. 1184; li. liijbl.. jg. 1851. p. 2G—33.

3 De beoordeeling der goede trouw van een verzoeker van boedel-afstand moet meer gezocht worden in zijne handelsgedragingen, aiite-rieur aan zijn verzoek, dan in de wijze, op welke hij dat verzoek inricht, of op welke hij na zijn verzoek aan zijn toestand eene gunstige houding tracht te geven.

Arr.-R. Amsterdam v. 22 April 1852, R. liijbl.. •jg. 1852. p. 339—315.

- /.ie ten betooge, dat hoewel art. 707 I!. 1!. melding maakt van nllt; goederen, men hier echter moet uitzonderen de goederen, welke volgens art. 447 I!. R. door de schuldeischers nimmer mogen worden in beslag genomen, en ook die in art. 448 1!. R. opgenoemd, tenzij een der schuldeischers eene vordering hebbe, voor welke volgens dat art. die goederen kunnen worden in beslag genomen. — Otdkman. B. II.. 4de ed.. dl. 111. p. 88. ten deze overeenstemmende met Ton.i.ii-;r. VII. n0. 250 en Df.i.vincoi ut, Cmirs de lt;:. ('... 111. p. 402 (ed. in 4°,); anders echter I'f.nninii ad art., op grond dat o. art. 707 afstand vordert van c/Zr goederen zonder onderscheid. Ij. de wet daarop geene andere uitzondering toelaat dan in het geval van art. 709, al. 4. hetwelk hem recht geeft levensonderhoud te eischen. indien de waarde der afgestane goederen niet voldoende was tot betaling der schulden en hij later aangekomene goederen tol de volle betaling toe moet overlaten, eu c. de wet die goederen niet

1235

ocr page 82

\rt 7lt;17 ) 1230

„ .„-iori kan uitzondoron. danr het zeer lict.t mogelijk is. dnt er schnldoisdiers zijn ,lio vonlei-inpen liel.lwn. waarvoor ook .gt;1' (ll(' i-'oed.nvn JieslaR /ou ^ ^

ni,,quot; worden pelend. - Df. P.NT... 11,11. B. li.. 11. - p. ^

«n gt;. deelt, althans /,/ jurr runslihn;,.!^ het -evoelen van IAN- 1 '

schijnt I. jure rn^lih.h. de zaak voor twijfelachtig te honden, door te hejatn-meren. dat de wet zelve zich hierover niet nitdrukkehjU heelt verMaan .

-1 Al bezit men niets dan scluilden en eenige kleedingstukken en meubelen (te znmen ter waarde va,. f3ü), die bij executie niet in beslag kunnen worden genomen, moet men toch geacht worden een

boedel te hebben.

Arr.-U. Assen v. 1(1 Dec. 18G7, \V. n0. :il'ili.

.Ir/.. 710.

I De weigering van den boedelafstanrl kan alleen plaats hebben in de gevallen van art. 710 li. R , lt;gt;f wanneer de schuldeisclier aantoont dat de debiteur niet te goeder trouw heeft gehandeld.

Arr.-R. Assen v. IC) Dec. 1807, vermelil snh art. 707. n0. 4.

lt;S Volgens OlinEMAN. B. /(., 'ide ed.. dl. 111. pair. '-'l sq.. wordt tot toep-i*sinrr van art. 71(1. al. 'i. eene sclnddigverklarinfr vereischt van den burgerlijken' rechter met veroordeeling tevens tot lijls.lwan-: - anders nr. Pinto, 11,11. It. /;., II. '2. p. 7fl0 en 7(11 (2do ed. p. 835).

_ I li.MSN II. /;.. p. :ViO. zest, dat liet nerpren? is uitgemaakt of een later

ontdekt bedrog van den schuldenaar, hem het reeds verkregen recht van

I.oedelafstand en de daarmede gepaard gaande vrijstelling van lijfsdwang zonde ,1,,,,,, verliezen. - ongt;f.mAN B. 11.. 'tde ed.. dl. III. |.. 02, beantwoordt die vraaquot; zonder twijfel ontkennend, ook met een beroep op een arr. van t Hof van 'cassatie v. lquot;. April 1819, te vinden hij RociiioN a.1 art. DOo C. .1. V. C.

_ De nitslnitingen vermeld in art. 710 zijn van openbare orde. en moeten mitsdien ook door .lei, rechter anihtshalve worden aangevuld - ok Pinto.

II,11. B. It.. 11. 2. p. 707 (2de ed. p. 831).

Art. 717.

Art 717 H. 'lquot;1quot;quot; ee,1R dadelijke beslissing toe te staan, alleen het hooren van partijen, die bij den rechter-commissaris als particuliere personen zijn verschenen, veronderstelt en veroorlooft eene

beslissing, ook zonder formele conclusion.

Arr.-R. Amsterdam v. 22 April 1802. R. HijbL jg. 1852, p. 339-:V'.5.

ocr page 83

(Art. 71S

Art. 7IS.

I. 1'lr bestant t^een ^rond om eene rechtsvervolging (tijdens liet verzoek om boedel afstand ingesteld) te schorsen, indien het niet is gebleken, dat de voortzetting der rechtsvervolging, waarvan de schorsing gevraagd wordt, tot merkelijk nadeel der overige schuldeischers zoude moeten strekken evenmin als dat, door het voortzetten daarvan, het doel des verzoekers tot boedelafstand zoude worden verijdeld.

An.-11. Anistordnni v. (1 Fob. lSrgt;l. \V. n°. U. Hijlgt;l.. Jl'. ISM.

|). '201—'205; Amst. Rechtspr.. dl. I, p. —'297.

lt;8 De gevraagde schorsing van rechtsvervolging, vermeld in art 7 IS 15. II., moet, daar er geene aanleiding tot het tegendeel in de wet gevonden wordt, in een onbepaalden zin worden genomen, zoodat de rechtbank, alwaar het verzoek tot boedelafstand geschied is, niet :illeen bevoegd is op dien grond schorsing eener rechtsvervolging uit te spreken, maar integendeel de schorsing ook kan gevraagd worden bij ile Rechtbank, bij welke eene rechtsvervolging begonnen is, en zulks, in dit geval, buiten de bij de wet bepaalde oproepingen, indien, gelijk in caiu. door de inc'ulenteele concluxic., partijen met elkander 'm l'de zijn, en al hunne gronden voor en tegen hebben kunnen opgeven.

Arr.-R. Ariistenlain v. (1 l'Vlir. ISM. \\. n0. I 'J-gt;'J ; I!. I!.. Jir. IS.)1. p. '201—'20.quot;): Anisteril. Rechtspr.. dl. I. p. '20:!--'i!)7. — Cf. In gelijken zin I'mi i ikt. ad. art. '.MIO C. de Pmc. Civ../'. ri0.'2 (gt;fl. d.' Ilrnx.); Mi'. Vkrnkiik up hetzelfde art. en v. Ml'.tilis, l'iss. ut supra, p. ('Ci I'm Ii7 'tn ///«' en di' conclusie van Mr. .1. A. Joi.i.ES, welke heeft geleid tot voormeld vonnis, U. 15. ut supra, [t. '20)5 en 20-4. \ eri^'. hiermede v. n. IIoxkut. I'nt'iniihi't'h.. :idi■ dr.. p. 'iquot;2ti noot; en idem tldh.. i; / IS.

S. Krachtens art 2S9 15. II. kan de schorsing ten deze ook dooiden president worden uitgesproken.

Implicite heslist. door Pres. Arr.-U. Amersfoort v. 31 Mei IS/'2. \\ . nquot;. .TitMi. waaitiij werd uitgemaakt dat er termen bestaan tot schorsing, wanneer de executant tot dusver geen verzet heeft gedaan tegen het door den gegijzelde ingediend verzoek tot ontslag, en hij niet ter terechtzitting verschijnt, waarop bet verzoek tot schorsing wordt behandeld.

Art. 7-211.

1. Ingeval van boedelafstand door personen, onverschillig of zij al

12:57

ocr page 84

Art. 72(1.)

dan niet tot den hniidelsstniul behooreii, niDetcn iillc rechtsvorderiiiiieu, waarbij du belangen van den boedel betrokken zijn, ook ten annzicn van goederen, later dan de admissie tot boedelafstand aangekomen, door of tegen den curator worden voortgezet, zoolang de hoedel met tol efleuheid is gebracht en de curator niet is ontslagen.

1gt;. 11. v. GeMfiHaml v. IS Mei 1844. W. n0. 502: I!.. til. Xl.X. §9().— In jielijkoii zin liij vmuiis van de Arr.-U. s Boscli v. .? l-elir. 1847, \\ . 11°. 890. waarbij is beslist, dat, indien crediteuren, bet/.ij alle. lietzij eeni-uen bnniuT. den Imedelafstand voor zich collectieve bedmijven bobben en hot iienioenscbappolijk belang, met betrekking tot de afgestane goederen, aan do zorgen van in overleg met den schuldenaar benoemde coimnis-sarissen hebben toevertrouwd, en alzoo ieder dor schuldeischers, welke aan dio overeenkomst dool genomen heeft, quot;n bot belang van alloii, afstand

heeft gedaan van alle recht ..... zijne aanspraken op de goederen voor

zich individueel te vervolgen, mitsgaders om zic-li te mengen in de uitoefening der rechten van den boedel of van de gezamenlijke crediteuren, alsdan een zoodanig crediteur noch voor zich zeiven in bet bizondei. noch voor de vereenigde massa, de afgifte of loslating der afgestane goederen kan eischen on hij nver die goederen evenmin in rechten kan pro-cedeeren, als hij daarover bij overeenkomst zou kunnen beschikken.

'i. Met afwijking van liet bepaalde in art. 886 W. v. K. heelt de wetgever in cas van boedelafstand van eenen persoon die niet tot den handelsstand behoort, gemeend, dat na de geheele verellening des boedels de zaak als geheel afgedaan moet worden beschouwd, en dat. zoo hem naderhand eenige goederen mochten opkomen, ieder der schuldeischers afzonderlijk voor zijne rechten zal moeten waken en die op de goederen doen gelden.

P. 11. v. Gelderland v. 18 Mei 1844, \V. 11°. 502; R.. dl. XIX. S 9quot;; idem de Pinto, //'//. B. It.. II. 2. pag. 704, 2c ed.. pag. 838, en On.eman. II. /;.. 4de ed., dl. 111. p. 00. laatstgemeldo daarbij bestrijdende het gevoelen van van Mi-rüs. Dissertatie nt supra, volgens vvien elk sclmldeischer hierbij niet even als een gewoon sclnildeischer krachtens zijne bizondere vordering zon kunnen handelen, maar slechts naar evenredigheid zijner schuldvordering. Cf. art. 88ti \\ . \. K.. vonnis van de Arr.-R. Hoorn v. 24 Sept. 1851 sqq.. sub 11°. 1.

3. Jijj, die tot gerechtelijken boedeiafstand is toegelaten, is (ook met het oog op de woorden «te dien aanzien , voorkomende in art 7 2(1 15. 11., welke niet anders dan op den verkoop kunnen slaan en alleen verwijzen naar de artt. 852 sqq. W. v. Iv, met voorbijgang van de vroegere artt., welke op een accoord betrekking hebben) niet

12:5«

ocr page 85

[Art. 720.

gerechtigd om een tussctien hem en zijne schuldeischer.s uaiigegafiii

accoord ter homologatie aan de llechtb. in te dienen, terwijl ook de

llechth. zich niet de homologatie daarvan niet kan inlaten.

Arr.-R. Anisterdam v. li April 1851, \\'. n°. I'i'J.'i; I!. li., ji;'. IS.M. |', 289—'i9'2; Amstenl. Reclitspr.. dl. II, p. .'i.' liTt. — \ ül. Iiiei incdc v. i). II., /?. /;.. p. tiS^, en omtrent don aard en de strekkinjr van den ImcrlelafslaTid, in tefrenoverstellinyr van raillisseinenl. uk I'into, //lt;quot;. /gt;'. /i.. II. 2, ]), 7ri2, 2de ed., p. 823 sqi. - 'ronMJKlt, U' ilrnil (jril i t'lt;i nc.. dl. VII, p. 2158: Duuantiin. dl. XIII, p. 2/i2, .dsniede (imti'ent de vi'aaff in lioevei're de vm nien van faillii-seinent cd' kennelijk nnverniofren liij Unedel-afstand uevtiltjd iiKieten worden, I!. I!., jg, 1878, II. p. 204,

Art. 721

I Een revindicatoir arrest kan ook worden gelegd op het (er grii'lie van een rechtscollege zich bevindend stuk van overtuiging, als zoodanig vroeger in eene strafzaak gediend hehhende. ,j^c 7^gt; ,

Arr.-R. Utrecht v. I April IS-Ki, \V, n0, 8(19, (ook vermeld snli art. 'quot;2' quot; quot;2 720). bevestigd bij air. v. Ij. P. II. v. Utrecht v, 2 April 1850, \V. n0.

1154.

r '-* ^

Hiermede te vergelijken de navolgende beslissing:

Revindicatoir beslag onder derden van goederen, die ter griflie der ^ A^a.___

rechtbank zijn aangebracht om te dienen in eene strafvervolging als ^ slukken van overtuiging is in strijd met het wetboek van strafvorde-l~ ring en mitsdien met de openbare orde. ?__i*_

Arr.-R, Maastricht v. 7 Xov. 18(17, \V, n0. .'{055. — Cf. art, 53 R. (trg.,

snli n0. li (dl. 11, p. 15), 2de ed., .snli 11°, 2; art. 358 li. I\.. arr. van ^ / 1

het lldf v. Holl, 24 April 1839, sub n0. (1. ' ' ' '

'a

3. Om revindicator beslag op roerende goederen te kunnen leggen.

Pr. 2- quot;ffy

A.»*-*?

is het (als een uitvloeisel van liet in het Nederl. Burg. recht aangenomen beginsel, dat tot de uitoefening van eigendomsrechten de voorafgaande levering noodzakelijk is) niet genoegzaam dat men kooper der goederen zij, maar moet ook de levering hebben plaats gehad. L

Arr.-R, 's Bosch v. 5 Juli 1850, W. n0. 123(1. ^

12:59

Jl liet recht tot revindicatoir beslag der desbetreflende voorwerpen komt ook toe aan hem, die met liet beheer der strandvonderij is belast.

^71. 0^7 v

i, tW ^

C^lt;Kjr; !Z. ƒgt; amp;ZV. . ^ ^ ^

ocr page 86

1/-J Jrfi.'a 1'f-t vamp;t (.amp;lt;i'i ^ ft t-^cn Ar-^i tisirrjo quot;(s n i.f* ■gt;*

f j,n ■ ?*quot; • trquot; $ lt;.■ n- ti^ir-r-i ftPfï fi/-H'- (~C'jj7. 'U-.ét. -Zo iJgt;lt;r'r til nquot;

Aflr^z-- Art 721.) c./ ] 21.() c 7 /^.

Ari'. 1'. II. v. N.-llnll;iiiil v. i!(t .luiii IS.quot;)(gt;. VV. u0. ISCi'i, R. I!..jg. 1857,

dl. Ml. p. 2(10—'2Cgt;:?.

-i Aan den eigenaar, die op zijne goederen een revindicatoir arre.st heeft geleed, kan niet eene proviüoneele vordering worden toegewezen, strekkende, om den gearresteerde te ontnemen het gebruik der onder revindicatoir arrest gebrachte goederen, welk gebruik plaats heeft krachtens een contract van bruikleening, omtrent welks voortbestaan rtiw Ar^ligt hoofdgeschil tusschen partijen loopt.

rt*. Air.-R. Rotterdam v. 7 Nov. 185(1, R. I!.. ,jS. 1857,(11. VII. ld. !8| —18;!,

, In cas van reclame van koopmanschappen moet overeenkomstig

iJ/r*quot;. 'f?. 1 11

. art. 232 W. v. k.. al. 2 de e.isch tot ran waarile-wrklariiin van het /A/tquot;.

^ ^revinilicatoir arrest zijn ingesteld binnen 30 dagen na den opslag.

r 'ff, Arr.-R. Breda v.......1850, W. n0. 2118.

ft. Wanneer de opgevorderde goederen zich bevinden onder het beheer van iemand die bij een derde inwoont, moet die persoon en niet de hoofdbewoner van het huis als houder worden aangemerkt.

Ait.-R. 's-Oravenliatre v. 10 Jan. 1800. R. li., j^, 18(10, p. 453.

Z De eigenaar kan geen revindicatoir beslag leggen op goederen waarop de houder evenzeer rechten heeft (als om de helft der goederen tegen inkoopsprijs over (e nemen) krachtens hetzelfde contract waaraan eerstgemelde -zijn recht, van eigendom ontleent.

Arr.-R. Ainstcrdain v, !t Jan, 18(11, \V, n0, 2i22 ; verg. zelfde reclit-, hank v. 2(1 Aug. I87:i. \V. n0. I!(17i en liet snli hoc art. vermeld vonnis

deze|fdl. rechtl.ank v. 8 Sept. 187:!.

__^ ^ .S. Revindicatoir arrest is alle'ón aan den eigenaar, niet aan eenig ander

'^quot;^^^^belanghehbende (in ensu den verkooper die buiten de gevallen van rang-

■^^reijeling toepassen wil art 1101 B. W.), toegestaan.

Arr.-R. Groninnen, v, 25 Maart 1870, W n°. U234.

. rCM- f •

Een enkel mede-eigenaar pro indiviso kan op zich zelf niet de ' h w quot; 72^2.. rechten en bevoegdheden uitoefenen door de wet aan den eigenaar toe-fen,-. z*lt;rjC~ ggkg,,^ i,, ireen geval revindicatoir beslag leggen onder hem, die op de voorwerpen een gelijk recht heeft als hij.

9*4^. i ots. ttPamp;Q .

^ // Arr.-R. Amsterdam v. 8 Sept. 1873, W. n0. :U)3C); verg. Air.-R. Am-

■ -l.fr'yty/r. sterdam v, 27 April 187(1, \V. 11°. 4012, waarliij word beslist, dat liet

ocr page 87

{/Irf. 7-21.

rovindicatoir hoslaj^f o|gt; iilt;gt; zaak in haar «roliool door oon der mcdc-oicjc-naars |irn indiviso linojrstens alloRTi denkbaar kan zijn tegenover derden, maar nimmer gericlit kan wezen tegen de belangen en den uitgedrukten wil der mede-eigenaren.

Ook in een faillieten hoedel mag door den eigenaar revindicatoir beslag worden gelegd op zijn roerend goed, dat zieh geheel ot gedeeltelijk in dien boedel bevindt

Gereclitshof 's-Oraveidiage v. I!l .Inni |S7(gt;, \V. 11°. 'idn'i. Iievestigende vonnis Arr.-R. 's-Gravenbage v. '27 Aug. 1875, VV. n0. 3899, overeenkomstig de conclusie van den ufl'. van just, uk Jongk ; zie ovei' de vr;iag tegen wien de eiseli tot van-waarde-verklaring in zoodanig geval moet worden ingesteld, aant. 3 van art. 72() H. R.

ïgt;. Zie ten betooge :

a. Dat de eigenaar van de in bruikleen gegeven goederen bevoegd is de terugvordering daarvan niet alleen door middel ccner personeele vordering uit krachte van art 17S7 15. W. maar ook door middel van beslag tot revindicatie, uit krachte van art. 721 15. li. te doen gelden —

art. (»29 B. W.. arr. v. 28 Maart I8'i'i- sqq.. sub nquot;. :i alwaar tevens o. a. vermeld is een vonnis van de Arr.-U. Amsterdata v. 2.gt; Juli 1844. \V. u°. 521, waarbij is van waarde verklaard het revindicatoir beslag op een verhuurd scbi|), door den eigenaar onder den bnurder gelegd. — Vul. biermede een vonnis van de Arr.-R. Sneek v. 12 I ehr. I8igt;. I!. II. jir. IS lil. dl, VIII. p. (197—('gt;0!t. waarbij betzelfde beginsel is aangenomen, doch tevens beslist, dat de eigenaar, die; lil ulo luntli riiinlucli aan een ander voor een bepaalden tijd en prijs het genot eener hem toebehooreude zaak heeft afgestaan, die niet kan opvorderen of revindicatoir ari esteeren. ZiHlltlH'1 (Ut' OVCVCCnllOtntil llil'l (l/l Cl'HI' f'l'l I Xjt' Kvjzi' t* liUlltOlnll'll (vgl.

art. 1 :!()2 B. \\ ., vonnis van dezelfde Arr.-R., sub n0. 10. 2d........ sub

n0. 14); idem, ten aanzien van den brnikleener. bij vonnis van dezelfde Arr.-R. v. 31 Jan. 1849, bereids vermeld op art. (gt;20 R. \V. n0. 12. 2de ed.. sub n0. 19. — In gelijken zin OunEMAN. /gt;. 4de ed.. dl. 111.

pag. 105 sqq. en he Pinto, /ƒlt;//. 7gt;. /i.. II. 2, pagr. 7()8, 2(le ed., pag. 841 sqq.. volgens wien echter één geval bestaat, waarin de bewaarnemer, de huurder of brnikleener eene gegronde exceptie kan hebben ienen de n'i viitdwotio. ook als de tijd verstreken is. gedurende welken bij de zaak coutradu mag onder zich honden, wanneer zij namelijk wordt opgevorderd door een ander dan bij, van wien hij de zaak in bruikleen enz. verkregen heeft en die beweert daarvan eigenaar te zijn en in dit geval de eisch alleen kan worden ingesteld tegen dos bonders auteur, uit hoofde, de bonder niet kan uitmaken de eigendomskwestie tusschen twee beweerde eigenaars en omdat hij. die beweert eigenaar te zijn, dit geschil alleen kan uitmaken met zijn auteur, van wien hij de zaak beeft

12 II

ocr page 88

/yvL /

^ C^ -

*y~

/^\'CZ-r. t f^r-t 'f^Cr r^t?

T djt-O -c-^

7

-t-4_r c2* *-* j 2-*^

/X ^Sr^.

'7T

'ejytó.

7t

Art 721

1212

V

M-I^

I)i'/.it: — anilers cclitei' door I'knninc. :iiI urt ^ niot is to rijtnen mot art. ti'i'.l li. W. on art. tot ivvindicatio teffen inlfrrn lioudor is

g'

nntvangen, voor wion '.quot; voljrens wion deze stt —' 7'JI H. R., waarhij lict nn ,^v, wcevon.

7/ '■*-

w Q^\

^ ^ ö. Dat hij die beweert eigenaar te zijn, het in art (i 19 15 \\r. ver-

' l^elfl recht van terugvonlerini^, dat is van reclame of revindicatie, kan

^quot;en gelden, onverschillig of het gereclameerd goerl in het hex.it zij

'tquot;'' Vlin iem'-md als enkelen houder, dm wel als bezitter in zoogenaamden

/''^■'^rechtskundigen zin —

tml (J . *

frt yjlV art. t)29 I!. \\ .. arr. v. 2^ Maart ISii sqq.. snh n°. 'i : vorj;. Arr.-H.

--- / £ // Utrecht v. 17 Oct. IStlti. \V. n0. 2868. waarhij is beslist dat het rovindi-

SiU-V'^ f , / catoir ho.slajï kan Morden aangewend tegen eiken houder, onverschillig of hij al of niet als bezitter is aan te merken. — Zie echter Arr.-R. Amstor-(p'e'^AJ'/a' quot; / dam v. 7 Juli IStl.'!, W. n0. 2532. waarbij heslist werd dat geen revin-quot; , dicatoir beslag kan gelegd worden onder bezitters te goeder trouw.

2M

T krachtens eene wettige oorzaak.

lrtrt'1

c- ee,le vordering tot wegneming van het getimmerde, gegrond oj) ^7* 'le' beweren van den uitsluitenden eigendom des eischers on het erf

11»^^'en o]) de schennis van het uitsluitend eigendomsrecht, door op of Lfvh.ym boven zijn erf te houwen en met betwisting zelfs van den gemeen-schappelijken eigendom van dien grond op dat erf, daarstelt de revin-

.n-'sftt,

s^iv rfV, (''Cil^e ■''■a'ieli,ike vordering, in art. tiöS, al. 2, 15. W

den

g-zYTy. grondeigenaar toegekend

art. 058 1!. \V.. arr. v. 20 Juni 1845, sub n°. I. — Vgl. wijders, omtrent liet beslag tot revindicatie van roerende goederen — het aangot. op art 02!t I!. \V„ speciaal snb nis. 1. 2. 0 en II.

Al

'e Y\ £■

'on/. ^

1 '

c( ■ ' . A £

J-'i f S, Q tSL , J

^ \ y G t-'k^--

t

7« ■ -j Sc'

*r

2.^

gt;7

c/4gt;e ytsf^trr^—

C%i ke-

/6 Ji.iflslyit-Jjio, ÏS U.'Sstb . ivftrtt tecJ-vL.^— .v_ r

f L*lt;2~rr .v. lt;JJ t n.'et,.', • (-gt; ' rf, t'l. .. /\.T{ . 7 2 O . . IrcT** ■ i ' ' ,

/ • ' ' ' /

'jbr fr /■ I. Hij revindicatoir beslag is zoowel de bepaling van art. 450 als f.-'r- -!■ ƒ die van art. 151 B. 11 v. van toepassing.

'i ■ 1Ktg. nc. IV Amsterdam v.' 5 Fehr. 1800. li. I!.. jg. 1800. p. 75,

lt;5. Het openbreken der deuren is niet een integresrend deel van het beslag zelve, maar wel een middel om er toe te geraken 5 zoodat de , niet-vermelding van deze omstandigheid in het proces-verbaal, ofschoon .fi.ti Ü daarin gereedelijk had kunnen worden opgenomen, dc nietigheid van dit verbaal niet medebrengt

.//gt;✓., Arr.-R. Kindhoven v. 10 Febr.'1873, VV. nquot;. ;{7()8.

■o.

rrr. 'Jy, amp;'■ Wamp;JL/,

a 1 ' r a ( -t ci/. £3 * ■ a lt;gt; ' •gt;/ s~ o~i

'i* y If IV f) Y'

jr\,.r/. . « ? **■. ( '/' , flt; . * quot; 60 5a'.

^

6 ' gt;-7-0^4- OJ.- ^ ^

üffj) A-'' -rt -ia ' . '^6

,L /yJ/,

«.«quot;/yt.

ocr page 89

rcry amp; f ' fc ^ (^i •r.y y.lt;* £ (r*- ^irrtsv*- ^ _ 4r/x~ lt;*-£* Acrt- fsn-s-' ' gt;rr; c^n r/~e 'r gt;l. st^f 7/La^$-9 f^gt; iZ^ytiyt*£-r{. •. fSftquot; • o^.»—-

(/f-oL.-*-^ ty rjlt;rlt;or O^. ^quot;cPSy/- yyh.L. iU- /quot;''l-gt; -r-ty*^ rX

/-Ig/f. '?£ k gt;, tfo^oJ gt;LJoL*' i3tJoC: -s(/0 0-yi-amp;eamp;4*Cns£Li ■ yt /lt;9, # quot; ■'. x .'. ij •' •* - i: *. ■■•. '.. ■' • • ' *

124:3 {Art. 72H. • 1 . ^

t/x! L-O-j-z 'r* '' ' ^ t ■-■•lt;-ey? J-aySLa . . •• - •—- ' ■-*. p. . - - '^»-v.- — ' - • ^ -,. ^ ^/ /- i^Cw Z*-.

i^hu- „ Je*~U- — ^ ^c»i? lt; Art 726. . 4Zu. . xt quot;'t^. gt; gt; j, ■ v «» gt;■.

'..-.H-rf- 1. Indien een revindicatoir beslag wordt gelegd onder handen van

den griffier eener Arr.-llechtb., alsdan moet hij de van waarde- : ■■]y. ]_h v7gt;y-^'/^erii|arjn^ daarvan behalve de ijrillier tevens de belanghebbende wor-quot; -J'Sr .len opgeroepen, ten einde bij liet vonnis te worden gelast die afgifte

te geheugen en te gedoogen. 0~~ ^

• •• ^ ^

Ari'.-R. Utm-lil v. 1 Api'il IS'iC). \V. nquot;. SdO. Iievesti-rd liij :iri'. v;im 't ,

• ^ •' nfc-*-__r**fT *quot;

1'. II. ailt;la:tr v. April IS.V). — Cf. art. 7-1 1». ÏJ.. vonnis van dezelflk' ' ^

Atr.-ll. v. den/, datnin. ~-

, . . ...

lt;S. De vordering tot van wa.irde-verkiarmg van een revindicatoir A..

i)eslair is alleen tegen de bezitters van de gereclameerde goederen out- y— ^—

vankeli]k.

P. II. v. N.-lloll;ni(i v. -iit .Imii ISiS. R. Igt;.. yj. IS'iS. dl. X. p. :gt;:!)!—

339. — Cf. art. 2014 li. W. atr. v. denz. datum, sub nquot;. 4.

/T 7a ' 'J

3 De eiscli tot van waarde-verklaring van een revindicatoir beslag,

n.quot;

^uL Vi./C.

'Squot;?

~r

gelegd op goederen onder den failliet berustende, moet tegen den curator worden ingesteld

Arr.-R. Hrcda v. c28 Dec. 1858, \V. n0. 'iOlH. — Ver^. met dit vonnis in zijn geheel, liet sub art. 7*21 li. H. aangehaald arr. Hof's Ila^e v. 11)

Juni 1870. '' '-

-I- In de conclusie tot ontzegging van de vordering tot van waarde-verklaring van het beslag, ligt reels opgesloten de eiscli tot opheffing,

zoodat die niet afzonderlijk reconventioueel behoeft te worden ingesteld.

Air.-R. Rrielle v. !• Aug'. 18tVI. VV. nquot;. ; cf. echter art. 739 fi. 1!..

ai'i'.-r. Gorincbetn v. '20 Jan. 1844 sqq.

Geenszins uit krachte van een daartoe strekkend bevel, maar alleenlijk ten gevolge van de ontzegging der vordering tot van waarde-verklariui.', is de bewaarder verplicht de goederen aan den gearresteerde uit te leveren

Air.-R. Briclle v. 9 Aiil'. ISOI. \\. nquot;. 2297. — Zie eeni^e aaninerkin-•ren on deze lieslissing in Opni. en Med., dl. XIX, lil/. 171.

€» Indien liet beslag gelegd is onder den nudus detentor, behoort de eiscb tot van waarde-verklaring te worden ingesteld teijen den civilis possessor.

Arr.-R. Amsterdam v. 12 Mei ISSI, R. 1!.. jjv. 1882, .1. p. 210. cord.

U'^tYcstJ:. 7cgt;^A-s~

ly-L — ^--, r „ ^

'fa r-eSLsSSo e.g/4. s s1'/- : .yA**.-, few,*** TLJ/.

ocr page 90

-------Z'i\ li. K.

^ um- ' Onder de uitdrukkinu: van '/den persoon, tegen wien de inheslag-^___-te--Afneming is gediinnquot;, wordt verslaan/amp; houder van liet goed.

\n ._K. Amsterdam v. 15 Jan. 1884, W. nquot;. :gt;(»:«;. Jierquot; ■ amp;■.

4^. ...... ^ lt;.,/ ... ■■ ■ ' f?**', AS-n-'

Jlo . i/oy. ,lt; ' Hji 73 quot; ^ l/l tgt;C. ^

wr, r.r-t.r A'L 7 2 7 • ^ A ^

I. Het conservatoir arrest in handen van den schuldenaar, bedoeld ^rrquot;r'*

/(Ah c o ijj: ar^ j-27 15. R,, wordt alleen gewettigd, wanneer deze werkelijk heelt cC^lt;^/

'/jd Jaangevangen zijne roerende goederen te verduisteren, niet wanneer daar-

(jf voor alleen eene meer of min gegronde vrees bestaat, zoo als in casu.

ten gevolge van een door den debiteur aangekondigde!! verkoop zijner

mobilin.

Arr.-H. Sneek v. (i Oct. 1847. U. 1!.. jg. 1848, dl. X, p. 238; op ge-lijko gronden is beslist, bij vonnis der Arr.-R. Groningen v. 28 Nov. 1845. O li-. ,jg. 1847. dl. IN. p. 380—38:5, dat eene openbai'e te koop aanbie-

gt; ^ iling van een klein vaai tuig vooi1 de binnenlandsche scheepvaart geene verduistering daarstelt in den zin van art. 727 li. 1!. noch wettigt het ^ r- door den knecht van dat schip, ter zake van nog niet verschenen loon ' gelegd conservatoir arrest, uit krachte van art. 305 I!. R. (Vgl. art. 4 acl: ^r/~ W. v, K., vonnis van dez. Arr.-K. van deuz. datum sub n0. i '1); idem 'f/' 1'. 11. v. /..-Holland v. 19 Jnni 1871. \\'. nquot;. 3350, waarbij werd beslist.

dat daartoe het stellen van vervreemdingen en daden van liquidatie op zich zelve niet voldoende is; idem Arr.-R. Zierikzee v. 18 Aug. 1871, \V.

iM t/quot; ' 7 n0. 3415, waarbij werd beslist, dat met het oog op de valid Icr/is als op

/ / Usquot; 'ie^ gewone spraakgebruik als verduistering beschouwd moet worden iedere

doleuse handeling, die ten doel heeft een heimelijk, subreptief weg of weerloos maken van goed, waarvan het gevolg is, dat de waarborg, dien de schuldeischer vindt in het feit, dat de schuldenaar zeker goed bezit, verdwijnt, dus handeling of vervreemding iu fmitclcin crcclilorioi). Van zoodanige heimelijke handeling of vervreemding blijkt niet, wanneer niet anders dan een voornemen tot verkoop aanwezig is. 1 'rees voor verduistering is geen genoegzame grond tot het leggen van conservatoir beslag; idem otiiieman. 11. II.. 4de ed., dl. Ill, pag. Ill; de Pinto. //lt;//. li. II.. 1!, 2. pag. 773. 2de ed., pag. 846; Lipman, II. II.. pag. 327. volgens wien de verplichting om aan te tonnen, dat de schuldenaar aangevangen heeft met de verduistering der goederen, art. 727 I!. R. doorgaans hoogst bezwaarlijk zal knnnen vervuld worden. — In strijd echter hiermede is (gelijk met juistheid wordt opgemerkt door S. M. in 't R. li.,

ocr page 91

jj;-. 1845, lt;11. VII, p. :!ir)—320 en Oi heman pap;. 111. noot 2), zeer ten oni'cchle beslist Amsteidani v. 12 Anjr. 1844, R. I!., Jfr. 1844. (

liet conservatoir beslag, vermeld in art. 727 li.

volg zijnde van eene wettige vordering, de ged.. die de wettigheid erkennende, niet gerechtigd zon zijn, om de wettige middelen tegen te spreken, welke de eischers hebhen in het werk gesteld, om tot de voldoening daar van te geraken en dat er alleszins termen aanwezig zijn orn door een conservatoiren maatregel rechten te waarborgen, welke reeds tijdens bet verleend verlof tot beslag pericliteerden dooi' den berooiden toestand des debiteurs, door het niet aannemen van door hem aangeboden schikkingen en door de moc/elijl:ltfi(l van verduistering van goederen. — Vgl. met dit een en ander een vonnis van de Arr.-R. Winschoten v. 30 Juni 1852. I!. li, jg. 1853, p. 415—41!), waarbij is beslist, dat. indien, blijkens het aan den voorzitter der rechtbank ingediend verzoek, het conservatoir arrest is gelegd op grond van art. 727 li. 1!.. het dagelijks verknopen en afzetten zijner waren door een /■■«o/i/ocd. in verband met een aangeboden accooi'd tot liquidatie, (welke laatste daadzaak in. cusn door den ged. ontkend is. zoo als zij door de eischers is voorgesteld), niet kan gezegd worden een begin van verduistering van g.....leren te zijn. in den zin der wet, eiiL

alzoo. wanneer daarvoor geen nader bewijs wordt bijgebracht, een conservatoir arrest op diens goederen niet kan wettigen en het in dien stand van zaken overbodig wordt te onderzoeken, of de eischers te recht hebben geprocedeerd naar aanleiding van de voorschriften van art. 727 li. R., dan wel,

gen van den (1).

[Art. 727. ^cf-o . y

It. II.. 'nli! ed.. dl. III.1' bij vonnis der Arr.-U. I. VI, p. 72(1 en 721, (hit li,, een noodzakelijk y;e-

hc c S' *

«zaak, de hepalin-ipgevolgd te vvnr-

)f in als geldende het hier eene.

art. 305 en vo 1 l:i:'. li. R hadden hehociren

'i. De beslissing of er werkelijk door den schuldenaar met liet verduisteren zijner roerende goederen een aanvang was gemaakt, behoort hij den ambtenaar van wieti de autorisatie tot het arrest moet worden verkregen, en zijn er mitsdien voor de rechtbank, — indien daarenboven het leit der verduistering, door den eiscber geposeerd hij de van wnardeverklaring, door den gedaagde niet is tegengesproken, maar bij /jaé, lt;lt;/

l/UH ' /1quot; ?.quot;Vlt; 16

— : Sus

1

Die beslissing is volgens LÉon onjuist. In cas van art. 305 B. R. is «ie^roiule vrees voor verduistering voltloende. lu het geval, voorzien bij art. 727, moet de schuldeischcr aantoonen, dat er reeds werkelijk verduisterd 'ilt;. Hetgeen dus aanleiding moet geven tot weigering van het leggen van een conservatoir beslag uit kraehte van art. 727, kun wel degelijk termen opleveren tot vergunning daarvan op grond van art. 305. — Zie wijders de conclusie van Mr. M. II. Godetroi, U. li., jg. 1844, dl. VI, p. 329, volgens wien van het conservatoir beslag in art. 303 en volg. B. K. alleen daar ter plaatse gehandeld wordt, omdat het ee i onderwerp betreft tot de rechtspleging in zaken van koophandel betrekkelijk, terwijl her overigens ((juuad J or mam) geen ander is, dan het arrest waarvan de artt. 72 lt; «mi volgg. li. K. gewagen.

ocr page 92

Jj nV7 yr*quot; vavr ó^tc^- ^-*4-

^ f'! I w J t/l/ •. , si , . tgt; , famp; •

. J . •— CA^- thfr^ycL*- ^ lt;-gt;Oc^

tuM- — -r/eAr-.^.WyrJl

yit-, -vvt^t^^vt -r^o^- ^ ry^a'-

j Vquot; op andere gronden tot de opheffing vnii het conservatoir arrest heeft ^ ;reC()))Cl[l(jeerd. — geene termen om te dien aanzien in een nader

irtnjiAsi()|,(lerz,)e|{ te treden.

Air.-ll. liri'ila v. *2 Jan. 1849. \V. n0. 1001. — In eon meerrechtskun-Z .Hco-**quot; lt;1? „.,,,! zjn (v.ilLrens I.kon). echter is beslist: 1°. Iiij vonnis der Arr.-R. Am-ftf, ft,' WfV- steidam v. lit Kebr. ISIT. U. 1!., jg. 1847. dl. IX. p. 219—'2tgt;l. dat .1.!

j-l. reclitliank niet heeft te onderzoeken, door welke middelen, wat betreft

, het suniniier bewijs, het verlof tot het leggen van arrest bij den voor-v_^ ^ ■ zitter is verkregen, en 2°. bij vonnis der Arr.-R. Winschoten v. :i(t Juni

• . c ' ■'

v~cilt;- ' - 1S.V2. I{. n.. iir. 1853, p. 415—419. dat liet leuren van besla}* altoos

l/f-T fj- ~

^ 4 «rescliiedt fwricultt iictcnlis en mitsdien het verlof van den vonrzitter den

. ,, ^ ' beslaglegger niet kan dekken vonr de eventneele schade, door een onrec.lit-r'-' — matig beslag veroorzaakt; idem de Pinto, lldl. li. /i.. 11.^. |». 7^0en 771,

/\c3 • 2de ei!., n. 845.

, »-lt;-lt; lt;

. _ ^ 3. Het conservatoir arrest, gelijk de benaming zelve aantoont, kar, ^ ■ 'nimmer anders beschouwd worden, dan als een rechtsmiddel, hetwelk de scliuldeischer, indachtig aan den Romeinschen rechtsregel: tullus est occurrere in tempore, quam post exitam vindicare (1.1. Cod. quandu hceat uuicuique sine jud se viwl ), aanwendt, om met des te meer gerust-- heid en zekerheid te procedeeren tot het verkrijgen van eenen titel, t ' uit krachte waarvan hij, langs den gerechtelijken weg, de voldoening 1 van liet hem verschuldigde op de goederen zijns schuldenaars kan /_ A-i . verhalen, liet conservatoir beslag is derhalve een middel, hetwelk de

scliuldeischer aanwendt tot Ijeirarhuj van een eventueel recht, de gerechtelijke executie daarentegen een middel, hetwelk hij aanwendt tot uit-oefeninn van een reeds rericregm recht en is mitsdien het conservatoir arrest het middel, om met des te meer vrucht tot het doel, de gerech-lijke executie, te geraken.

Conclusie van Mr. M. II. Oouefroi. R. lï.. jg. 1844-. lt;11. VI. p. 328 en 329.

^$gt;c/ -4 'J-'ot het leggen van conservatoir arrest wordt vereischt eene ver-

/c.a^- ellende of voorloojiig door den rechter begrootte schuldvordering, ver-

haalbaar op het gearresteerde lvtrr Arr.-R. Amsterdam v. 20 Nov. 1858, W. n0. 2020.

, .* Ken scliuldeischer is met, in liet algemeen, bevoegd om tot

A ^ behoud zijner rechten zich die middelen en waarborgen Ie verschaHen,

? welke hij in zijn belant.' dienstig oordeelt, maar kan zich van geene

erf? b t*quot;*- -

. / *_ -y^L^- Aamp;'-t- V*' ' ^Q *

V7£ijaSiJJU.x UL t^A. lt;AG, .

/ (irTTU

/

/ it/r

ocr page 93

andere bedienen, dan die in titel IV, boek III. Wetboek van Burirer- ^

Hike llechtsvorderin? zijn omschreven. *** **lt;c: ée*-*-?'*-■■■*lt;** /£-». ««:.

' * /s^-ra './ri C lt;— , ■'/.^?, xï»

Zoo kan een sclmldeischer bijv. ter bewaring zijner rechten, geene hypothecaire inschrijving op de goederen van zijn schuldenaar nemen. .

-1 ss ___

Ai'i'.-lJ. Amsterdam v. quot;i Oct. 'IS68, VV. nc. ïiOfi'i. ^

rsSTn-lt;y*^— . _

tt Een sclmldeischer kan, wanneer hij zijne vordering door een gedaan beslag, niet voldoende gewaarborgd acht, ter zake derzelfde

vordering een tweede arrest leggen. Bij het aanbrengen der vordering J ^

bij den rechter, die van de hoofdzaak moet kennis nemen, moet dan 6-u-^y-r

worden gezorgd, dat het tweeledig arrest het onderwerp van denzelfden 3f't-of'^a

eisch uitmaakt. '

Ai'i'.-K. Alkmaar v. 9 Maart 1870, W. n°. 4001). ^ ^

S Tot toepassing van dit artikel moet blijken, dat de schuldenaar liet oogmerk heeft zijn goed te verduisteren en daardoor den waarborg ■

van zijne crediteuren te verminderen.

Hof 's-Gravenhage v. 4 Juni 1883, \\. n0. 4052 ; vers. het snit n0. 1

vernield arr. 1'. 11. v. Z.-Holland v. 10 Juni 1871. tc-i'ih

S. Zie ten betoosje : ' • •

a. Dat in cas van art. 2:30 \\r. v. K. en art. 1191 B. W. de wet

nergens gebiedt, dat er vooraf conservatoir beslag moet gelegd worden 4 ...«/

oj) de goederen, die men wil reclameeren —

art. 230 \\. v. K., vonnis der Arr.-K. Amsterdam v. 15 April 1852.

sub n°. 1. ^

i. ■ gt; - i «_ 7t~

.• v'--

b. Dat de voorzitter, indien hij zulks ter voorkoming van oponthoud der zaak noodig oordeelt, zoowel in cas van art. 727 als van art. 731, de ten-uitvoerlegging kan bevelen op de minuut van de uitspraak, desnoods zonder voorafgaande registratie —

Oudkman. /gt;. /1., 4de ed.. dl. 111. jgt;. 113; cf. vonnis der Air.-K .Maas-ti'iclit v. 28 Juni 1801. \\ . n0. waarbij implicilo is aaiiL^inonien,^^^ ^?ve' -

dat. het voorsclirilt van art. 2(.'7 \\. li. ook van toepassinir is op de hiei-l)edoelde bescliikkingen en dat tot toepassing van dat voorschrift niet vereischt wordt volstrekte nood/.akelijklieid otquot; bnitengewone spoed, maar art. alleen als voorwaarde stelt, dat liet in liet belang der zaak noodzakelijk /ij.

c. D.it liet conservatoir beslag ook kan worden toegestaan aan hem,

Mr. W. van Kossem li/... Burg. liecht.st. 7it

ocr page 94

Art. 7:27.)

die reeds een vonnis lieeft verkregen, in welk geval geen eisch tot van waarde ver klaring te pas komt, terwijl, wanneer het vonnis in het hoogste ressort is gewezen, dadelijk op de gewone wijze tot den verkoop zal kunnen worden overgegaan en wanneer het aan hooger beroep is onderworpen, het van den verderen loop en den uitslag van het geding zal afhangen, of het beslag zal stand houden of vervallen —

uk Pixto. //(//.. II. II.. II. '2. p. 77'i on 77ii. 2de cd., p. S'iK — Nul. hiermede Oudemak. It. /?., 4de ed.. dl. TH, p. I l l, die zich alleen bepaalt tc zeiTiicn. dut ook dan. wanneer de sclmldcischer een vonnis licctt verkregen. een conservatoir arrestquot; nuttig kan zijn. als de partij in hooger beroep of cassatie is gekomen en de tenuitvoerlegjiing van het vonnis derhalve geschorst is.

.quot; ^hlt;-. d. Dat hier niet, gelijk in art. ;3()S voor zaken van koophandel, bij ^ het verzoek tot verirunning aan den voorzitter tevens woonplaats moet

--^'W'-worden gekozen binnen de gemeente, waar liet beslag gelegd is — ./. L- Oi nF.man. /i. It.- 4de ed.. dl. III, p. 112.

£o~'t /j(i met betrekking lot de leemte, die er in het \\ . v. !gt;. R. bestaat,

/4/-5, wegens het niet verleenen van conservatoir beslag op «//roerend goed: de

zc ^ ' , ,, 1 . . : ] i .1 l ,,l.......... ...........

psaven der gevallen, waarin dat middel zal bebooren te worden toegestaan en de wijzen, waarop het zou moeten worden in praktijk gebracht - Mr. t/.

ok VitiKs A/., in de Ojiiii. en Mel., dl. \lll. p. Ill—130. VjïI. ook TjIPMAN.

n it., p.

ArL 7:50.

L (- ^ ^ergens bij de wet is op straffe van nietigheid voorgeschreven,

'' , dat bij het conservatoir beslag de oorzaak der schuld moet worden

' aJ~

uitgedrukt, noch dat aaii een beslagene afschrift van het verlof tot ;0/ beslaquot; des voorzitters moet worden overgegeven

/ ^

0^ Arr.-II. Amersfoort v. 10 .Ian. i844. W. ii0. 5VI ; verg. ook art. 7:!S

I!. U.. aant. 17.

ft-rrfc ^,,0«, 'i. Ufschoon art. 7:50 15. li. de formaliteiten voor de inbeslagne-. ^-niing bij executie van roerende goederen, ook op het arrest in handen [J- f quot; \ ^jA-. van den schuldenaar toepasselijk maakt, is dit echter niet onvoorwaar-delijk in dien zin te verstaan, dat alk de formaliteiten van het execu-up toriaai beslag ten deze zouden toepasselijk zijn, maar alleen diegene,

welke overeenkomstig zijn met den aard van het conservatoir arrest. Volgens deze beginselen kan het doen van een exploit, houdende

12 IS

ocr page 95

{Art. 7:50.

c^O , ^ ^quot;^srW-

bevel om te voldoen aan de schuld, bij executoriaal beslag (art. 139) gevorderd, met geene mogelijkheid bij conservatoir beslag toegepast worden, aangezien het doel van den maatregel, namelijk de zekerheid van den schuldeischer voor zijn wettig onderpand te waarborgen, en het middel tot verduistering der goederen aan de zijde des schuldenaars te voorkomen, daardoor len eenenmaie zou verijdeld worden.

Air.-li. Amersfuort v. 10 Jan. '1844, \V. n0. 541 : idem en mede ten hetoopre. dat ^een hevel gedaan kan worden, dan krachtens een execn-torialen titel, lgt;ij vonnis der Arr.-R. Groningen v. 24 April IXili. li. 11.. jg. 1847. dl. IX. p. 398—4(l-2: idem Oudeman, II. I!.. 4de ed.. dl. III. p. 113 en vlgde. — Cf. art. 439 11. U., vonnissen van de/.. Arr.-liquot;. van dez. data, sub nis. 4 en 5.

Het in verzet komen tegen den verkoop van in beslaggenomen goederen kan niet gezegd worden te zijn eene formaliteit, en mitsdien gaat de verwijzing in dit artikel te dien aanzien niet op.

Arr.-H. Rotterdam v. 17 Dec. 1850. \V. n0. '2010. ta-*.

/A/. tt.quot;(P/iy^ ■

Aii 7.-51. ^

lt;avz^-. t-/ Cm JTSl/-. '7jt' ^

1. krachtens de artt. o09 en 731 15. li , behoort de vordering van ^

den gearresteerde, die tegen een gelegd arrest wil opkomen vóór dat nog de eiscli tot van-waarde-verklaring door den arrestant is ingesteld,

gebracht te worden voor de rechtbank van het arrondissement waarin het arrest is gelegd, ook dan wanneer de arrestant en de gearresteerde beiden in een ander arrondissement (binnen dit RijK) woonachtig zijn,

en behoort mitsdien de vordering tot opheffing van een arrest niet,

even als de eisch tot van-waarde-verklaring, gebracht te worden voor de Arr.-R. welke bevoegd is om van de schuldvordering, voor welke het beslag gedaan is. kennis te nemen.

Arr.-R. 's-Gravenbage v. 10 Juni 1842, \V. n0. 327. — Cf. art. 738 1!. R., vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 20 Juni '1848, snb n0. 7.

8. Een pandbeslag moet onverwijld worden opgeheven, wanneer door den beslagene eene genoegzame som tot betaling der schuld,

waarvoor beslag is gelegd, en der kosten, waaronder ook die van den procureur, is aangeboden en geconsigneerd.

De daartoe betrekkelijke vordering echter behoort te worden ont-

ocr page 96

'/bei. t. ■ - ,■ J , c..-Cl ,A.quot; ' - a Ci

CIJU-S vtt- $ V

/

, A£ ^^ ^ «-i ^

/u, t—

'7 •' ■

Art. 731.) — 1250

/ ,.. tlc'fy ■« - ryrt *-*-£— f? T Ï/CV .

ze^d, indien liet aanbod moet seaclit worden volstrekt niet genoegzaam te zijn tot voldoening der gemaakte kosten tijdens de consignatie en ook niet loopt over de kosten die nog te verellenen zijn.

Reschikkinp van den President der Air.-U. Zwolle v. iO Febr. 1847, \V. u0. 947 ; idem. ten betnoge. dat wanneer bij een geleird arrest onder derden eene sclmldvordering, van welk bedrag dan ook, bestaat, een o-edaan aanbod van betaling, zonder gevolgde consignatie, den schuldenaar niet kan bevrijden — bij vonnis van de Arr,-R. Amsterdam v. '14 Nov. 1847. R. 1!.. jg. 1848, dl. X. p. 23—25.

■t Kun (redane afstand van een bereids gelesrd conservatoir arrest aan

i O Q ij-

A rsquot;quot;- ,. /Aden beshvene beteekend met ontslag tevens van den bewaarder der m

(4^i ^

yyid- * 0*' beslag genomene goederen, staat gelijk met, en beeft (ook met liet oog

• (,P

^ „9Ar* '/^acht da5?en- 4vm,v4^A^ L,JUU.. -q r, O.LH.

o4 lt; ('-Jgt; * - ' v

tï-K

,irt. 7;32 al. ■quot;lt; !'gt;. H), betzelfde rechtsgevolg als het niet-instellen van den eisch tot van-waarde-verklaring binnen den termijn van

/ tij

j/Ijf quot; 1 Arr.-R. Maastricht v. 2't .Inni 1847. \\ . n0. 014; U. H.. .jg. 18-47. dl, ^ 7. IX, u. 7:«—739.

framp;U., 4-, Dit artikel bepaalt wel dat de gearresteerde onver wij hl, d, i. zon-

(ie,, eiscl) tot van-waarde-verklaring af te wachten, tegen de m beslag-quot;f ^neminquot; kan opkomen, doch hieruit volgt niet. dat indien die eisch is

Tgt;-

/qc

7^

ingesteld de gearresteerde zou moeten wachten, totdat op de hoofd- li

^ ---7

^ i. zaak werd beslist, ^rrf i (A (ycP^f,^

jfaQjtJUX f

O . Arr.-R. Middelbuig v. 1(» Aug. 1870, W. n0. 4506.

SV-r- c (-2% ^ ✓ f\____ * ~ St- y , _____ /

/vn.-ll, iuiuueiuui^ gt;. IV» ^vu^. H'#./, I». 0 .

f - y^e ten hetoosje dat hij, die beweert éigenaar te zijn van de

tf r .-ii f

1 ! onder den schuldenaar bij conservatoir arrest m beslag genomene goe- f

^arf-cL I**7quot; deren, (en mitsdien een derde) zich tegen den verkoop kan verzetten eu dg uitlevering vorderen, vóór dat liet arrest van waarde is ver-^^.rklaarrl

4-^^ art, 456 1!, I!,, air. van bet 1'. II, v. Groningen v. 1 Nov. 1842, sub n0. 5: idem I.E Pinto. Will. If. II.. II, 2 p 775 en 77ü. 2deed, p. 840 sq.

^Jten OuLili.MAN. If. It.. 4de ed.. dl. 111. p. 117 en in Tijdschr. v. li. Ned. ju- Recht. 1. p. 2(49 sqq., welke laatste evenwel meent, dat in dit geval de

derde de opbefling van het beslag alléén moet vragen, voor zooveel dr (jt'f iöÓ^- i, (iiK'dcvi n betreft, wcll.c hij beweert hem luc Ie heliourcK. — Vgl. ook Ufijffi-JIL'11-'*' {;lt;«,art. 739 B. R. air. v. 30 Mei 1839, sub nO. 1.

/ ^ ,1^ ' A .

^ ^ . f Pl\

ilt;' , « Zie over de bevoegdheid van den president om kennis te nemen

i.' ' ,io tv ,

/ö- ^ 'Vquot;quot;-

V '' otj-0

,/ ' /7

v H/r'r U.quot;1^ . y y /rlt;oamp; •■

n / Z» rr ^ t „ /t 7lt;r

fiicje. amp;. /- ^ /fof, fct-.-lCfl. iSJ-oiy' '''

^ 1

ocr page 97

i'. 11. v. Zeeland v. 21 Dec. 1809, sub nquot;. 305 H. Rv. nquot;. 1 aangehaald. ^

/-V gt; /ioL^~ Tt-iiex/ J-*. ■amp; oC i^rrCd*^-

Ve * Ir,

™ V. _y , . Cytr STT^cXuj^ -V ^. -ts-ryy' a rx_. C»amp;scArt~-OL^lt;*

«,/,.' lt; Jl/quot;rJisyd-L-/ (../ 7;;.) / J/ f

*i '-ov Lt t ^ quot;quot; S TiQ~-clt;. cX^±-~-^yt~ £■amp; —■

' -r^^w . . _ L r

^ t- Rene bloote ce.rbalu bereid verklarini( tot zekerheidstelling bii i-wt/-

.... .. , ~--V- fi-. gt; ; „ v ■

uleulodi is onvoidoende. T toe-iX-a^^tUyr^ iy^^

Arr.-U. Amsterdam v. 11 Sept. 185ü, li. !!., jg. 1857, dl. VII. :

■r'rj .. . 277-278. p trnri! y /r CTjf _____ '^gt;

4^gt;-^ ^a.*-. /lt;? Js.

quot;'''' v 3. Bij de actie tot ophelfing van het arrest komt de beslissing der-7/ ■

vraag of partijen ex lege dan wel ex conventione aan elkanabF-v4iu=__- ' ^ ^ -

bonden zijn niet te pas, daar deze eerst kan worden ter sprake gebracht

bij de behandeling der hoofdvordering, waarvoor iiet lieslag is gelegd, -,^lt;F

Ari'.-l!. Amsterdam v. li Sept. 1850, II. li., jir. 1857. dl. VII. blz. lt;gt;■■ twv ^ ^^277 en 278. quot; 7^:^/

'' ar';'ke]en 7;31 en 7ol2 B. li. zijn geschreven in het belang //V-,» * y

1,. iyins, van den schuldenaar; om tegen het beslag op te komen, is deze dus //)gt; /t/'as nUt verplicht de daar voorgeschreven middelen te baat te nemen, maar

Êrfj ti}*quot;! kan hij zijn tegenspraak (o. a. gegrond op het niet aanvangen nu t a tJ •'J''- verduisteren) bij de verdediging tegen den eisch tot van-waarde-

verklaring doen gelden. J-f ui wpp/r try*

I'. II. v. Drente v. 2 Maart 18(17, \V. n0. 2'.I9I, li. 1!.. jg. 18(10. pag. 755.

A ' ' cr42-~

U t De veroordeelinsr tot schadevergoedim' wegens een onrechtmatig ^ '*?-

•ult;v Kwle-f 55 O O O n .

L . afgelegd conservatoir beslag is facultatief, en behoeft bij dwaling van

/lt; l a ^ .

den arrestant omtrent den eigendom der beslagen goederen niet te

O O O

iJ:Ü worden toegewezen. ^ r

Vt/L'- Arr.-R. Rotterdam v. 24 Nov. 180!). W. ii0. 3171. u^^a^lr

ï/i{ a.xTquot;t ... . /o

oLju-,

lt; .i7 ,,,w ^ tequot; betooge dat dit artikel niet van toepassing is bij pand- ^ ^

„xü beslag voor huren of [jachten.

fy.nc.eC, f-yn-a-. 1'. II. v. Overijssel, v. 11 Dec. 18/i8 bij Mr. Hkutzvki.ii. ut supra blz. 35. ,

^ .yrw:

' ' — Ait. 732, 3e lid, is /iiVlt; ingetrokken bij de wet van 7 April 1809 {SM. . ^ a ii0. 55^ ofschoon de intrekking daarvan bij het ontwerp werd voorgesteld.

*r*. jj, *n- : : v: ij^,

Ji' Set-.uPff //Jo.__

.* . //? u'/i/JS. ^ u,'. nquot;72-73 lt;5^ ' / /-j_ ,

32- /LZ-x»-1 o^r '2

ocr page 98

rij^j o^aU/- t^rt/tb^-^. CwjJLtUt- cK^rr\ .0* '.§-,-é?tó.

cXx t-lt;/ j fCo^tj CXjl~ 'TjLtL-^*/) oi v_y -d^jiJL*-*.^ CTramp;x/ oLf-»

'trtri^LLlt;X/\AAAJ Cf lt;x-«^_dj-aX^jvkLi^*. **_/ 'J-L^ C

n^o^ÓL tramp;a-/

c/ lt;gt;^^~JU-ax4S*JU^. rol- ^^ lt;/_- ctu^ï*pA tVr QJCUUJU^. % èt/. r^JiJoJL dLA*^. JSZ.

ÏL rrzrtL trtrerc amp;*-/- IAA.^ faMfaju^j rJU^j ^^rrr^Lirrfxh^lt;3/a._ ■^) lt;J fejisj ; f?Qjgt; . /^ 7 ^quot; \ ^ ^ercro $~quot;.

ocr page 99

4 fc/rVJS

rJamp;t — '-■ lt;4'S.y•y'^* -'—

/crt-r/a'h. ^ ^-t-lnr ■ - ' / 4 /lt;■ / /f CrO, ■TiS'f/Zj!.

W. 7-'5 k) 125^

Art. 7:51.

I. Hoewel het conservatoir arrest blijkbaar mocht zijn gelegd ter verzekering der vordering in uit roer mg dur overeenkomst, belet echter deze omstandigheid niet, om ten prolijte des eischers, die, bij dagvaarding, de actie tot nakoming of tot resiliatie te zijner keuze kon instellen, liet arrest van waarde te verklaren, ter verzekering van des eischers recht, uit de resiliatie voorspruitende.

Air.-lf. .Vmsteniam v. 10 t'ebr. 1S47. H. 1!.. jir. llt;Si7. ill. IX. pa^. 21!)—2'il.

'i. Een conservatoir arrest kan niet van waarde verklaard worden, wanneer het bedrag der l'.nofdvordering niet is gepreciseerd maar nog door scheids- of' goede mannen moet bepaald worden.

Air.-li. .VinsliTilani v. S .111ll 1 IS.i.). li. II., Jl:', IS.iCi. ill. \ I. p. II — l-i: cl. aant. i en '10 op art. 7:!S li. 1!.

:t. Waar het hoofdgeschil aan arbiters is opgedragen, behoort ook de eisch tot van waardeverklaring van een beslag ter verzekering barer rechten door eene der partijen gelegd, aan dezelfde rechtsmacht te worden onderworpen.

1'. li. v. N.-llollamJ. v. :f0 Dec. 1S5S. W. n«. 2111»: verg. niet deze lii'slissinp art. 7:iS li. I!.. aaiit. 'i.

•*A1: Art. 7o5.

I . Daar executeurs-testamentair, aan wie het bezit der nalatenschap door den erflater is gegeven (en die in deze hunne kwaliteit niet een-zelvii; zijn met de erfgenamen, welke laatsten, zoo we! in geval van ^ beneliciaire als van zuivere aanvaarding eener nalatenschap, de eenige - personen zijn. die in plaats van den overledene treden, zoodat tegen n/, hen alleen de schuldvorderingen, die tegen den overledene bestonden, behooren te worden ingesteld) niet anders dan als derde bezitters, die , ( iToed van anderen uit krachte van een speciaal mandaat, bezitten, kun-

'/^o' nen heschomvil worden, volirt hieruit: 1°. nat. daargelaten of benejici-

^ B f*13 aire er f(jen amen hij dn van - /raa rde - verkt arinrj van een geleyd arret!

onder derden met- ijrond d aai tegen zoude.n kunnen opkomen, in ieder ireval de executeur die in het vonnis van van-waarde-verklaring geene

ir--

ocr page 100

den (1), en 2°. flat een arrest onder handen van executeurs als derden allezins geoorloofd is, indien het, gelijk In casu, strekt tot executie van een vonnis, gewezen tegen de erfgenamen in dien boedel, welke daarbij bij verstek zijn veroordeeld, zonder tegen dit vonnis bij wege van verzet te zijn opgekomen.

Air. v. 23 Juni 1843, v. i». II.. li. dl. JV, \). MT)—520; |{.. dl.XV. S 27 ; idem l)ij vonnis der Arr.-U. Amsterdam v. 2 Nov. i84l. Rci-ht in Xri/crf.. dl. III. |). 18S—100, ulsnn'dt^ f.dcilc bij vonnis der Arr.-I». (lorin-cheni v. 20 Jan. 1844, U. H., jlt;r. 1844, dl. VI. p. 363—308; idem de Pinto. B. //.. II, 2, p. 778 en 770, 2de ed. p. 853; en Oiidkman. B. 1!.. 4de ed.. dl. III. p. 118. In strijd echter met de conclusie van den adv.-«jen. v. Maanf.n. v. i». II.. i. c.. p. 522—527; IJ., dl. XV. p. 91—03. hoofdzakelijk op gi'ond. dat executeurs-testamentair, zoo lanlt;r deze hunne beti-ekkim:' voortdiunl. de gelden en goederen, die zij ifua talcs hestieron, niet bezitten als derden. lt;li(^ een en ander aan de nalatenschap verschuldigd zijn, maar als personen die, ten einde den uitersten wil van den erllater ten uitvoer te leggen, het bewind en beheer der nalatenschap hebben en bij het einde daarvan aan de belanghebbenden rekening en verantwoording moeten doen en het overblijvende uitkeeren ; dat zij derhalve in hunne relatie niet kunnen gezegd worden dertien. aan de nalatenschap vreemde personen te zijn, verplicht de gelden en

(I) Do lt;jjevolp:en, waartoe het beginsel, bij dit arrest aangenomen, knn leiden, zijn niet onbelangrijk. Daarbij toch is implicite beslist, dat de schuldeischers in een beneficiairen boedel, ten gevolge van het legden van een arrest onder derden of executeuren ten nadeele der massa ten volle kunnen worden voldaan, zelfs binnen den termijn, bepaald bij art. 1082 1». W. en zonder voorafgaande in mora-stelling van de beneficiaire erfgenamen. Men verlieze daarbij niet uit het oog dat eene veroordeeling tot afgifte bij de vau-waarde-verkiaring van een zoodanig derde arrest, welke het gevolg kan zijn van eene collusie tusschen den arrestant en den beneficiairen schuldenaar en waaraan ae overige schuldeischers oukundiy kinnen blijren, het actief der massa noodwendig doet verminderen. De mogelijke onbekendheid van de overige schuldeischers doet dan ook grootendeels vervallen de oplossing, tegen onze bedenking aangevoerd, dat namelijk arrest geen voorrang vestigt, en het dus ook aan de andere schuldeischers zou vrijstaan op dezelfde gelden beslag te leggen. Lot dat hel vonnis van afgifte is gewezen. Afgescheiden daarvan zou dit expedient het gevolg hebben dat inzonderheid kleine boedels door de kosten van die menigvuldige arresten onder derden zouden worden uitgeput. Dat overigens het bij voormeld arrest aangenomen beginsel dan ook niet algemeen wordt gedeeld, moge behalve de conclusie van den adv.-gen. voormeld en het aanget. op art. 735, sub nu. 5 tot bewijs strekken het sub art. 742 15. H., vermelde vonnis van de Arr.-K. Utrecht v. 22 Sept. 1852, alsmede liet sub art. 744, vermeld arrest van quot;t V. II. van N. Brabant v. 24 Dcc. 1830 en art. 757 B. K., vonnis van de Arr.-K. Zwolle v. 2 April 1851 sqq. — Vgl. wijders art. -18 B. K., vonnis van de Arr.-K. VGravenhage v. 10 Jan. 184(1, suh nü. 24 en art. 74,.♦ B. K.. vonnis van de Arr.-K. Hoorn sine die. Leun.

ocr page 101

^'rx_. ^ Cl -ft {/ L % Cf 3\ C*~! • *~*- l—é *—^VT— O 2 lt;_ lt;^ C C J v' t-lt;-

(T

quot;Y-V. /1/. ., f ''~ l ! Vi^JcsL -quot;** -c^-e^lt;-c«_y

O r^z^tt^^. jx r i^-^-lt;^-t-. / 'O -7, H.

ƒ

Art. T.Vi.)'-:^quot;- ^ i^.ji, yz-vy-

goederen '/r/// tic ndlntciisclmjt uit tM keereu of iif to pf6voii, imvttr dat zij intoifond^el gerechtigd zijn. hot mm die iuilatonscha|) door derden ver-schnldijide to ontvantren. on liet door dezen aan dorden verschuldigde af te geven en zij in dien zin werkelijk den boedel vertegenwoordigen ; dat alzoo onder dergelijke oxecntonrs geen beslag onder derden kan worden izelegd en van hen in die hoedanigheid geone verklaring of afgifte van broederen, van den onder hen bernstonden boedel kan worden gevorderd; dat zulks te meer klemt, indien die nalatenschap onder beneficie van inventaris is aanvaard, wanneer de executeuren, even als de erfgenamen zelve, geene gelden of goederen aan sommige schnldeischers mogen nit-keeren. dan hij het alleggon van rekening en verantwoording van Imn beheer en voor zooverre het bedrag der nalatenschap toereikende zal worden bevonden, enz. — Cf. ten betooge dat ook een legataris, met het oog up art. IOoS H. \V. en art. 370 11. R., ten opzichte van den executeur-testamentair. als derde moet worden beschouwd — een arr. v. l i Nov. 1851. W. n0. 1281.

^2, Tot het !ei.'ureii van arrest onder derden is niet de voorafgaande in gebrekestellintr van den schuldenaar noodiir.

A it. v. l'i April 1872. \V. nquot;. 3452. v. n. II.. dl. XXX VII p. 08—75. ook vermeld snli art. 730 11. lï.. waarbij nog werd beslist, dat de schuld-eischer. boewei bevoegd tot bet arrest, zonder voorafgaande in gebrekestelling de kosten daarvan moet dragen, wanneer de debiteur nog tijdig zijn srbnld voldoet; Arr.-U. Amsterdam v. 8 Dec. 1 S(V.'. \\. n0. 3201 ; Arr.-H. Assen v. \\ .lan. 18,it'i. II. 1!.. jg. 18.i/. dl. \ 11. blz. .gt;3—5o; Arr.-tl. Groningen v. 0 Dec. 1878. \\. n0. 4-351 ; idem 1'. 11. v. Overijssel v. 19 Juni 1871 bij .Mr. Ih'.UT/.VKi ii. ut supra, bl. !}8. Verg. ook nquot;. 27, sub art. 735 I!. II.

:i |)e secretaris-boekhouder van een veenscha]), heëedigd ambtenaar van dat veenschap, die ten behoeve van hetzelve gelden int en bewaart. en daarvoor rekenplicbtig is aan het hoofdbestuur en de volmachten, is ten aanzien van het veenschap als derde te beschouwen.

Arr. v. 25 Juni 1880. VV. nquot;. 4532, R., dl. LXXV. § 25.

4L De geldigheid van een beslag onder derden, dat, zooals in cam op ladingen hout onder de gezagvoerders van de schepen die het aanbrachten, cjelegd is, is niet afhankelijk van de vraag, wie die in beslag genomen goederen in zijne mncht heeft, maar alleen van de vraag, of hij, ten wiens laste dat beslag gelegd is, eigenaar is van de in beslag genomen goederen.

Arr. v. 3 Dcc. 1880. W. n°. 4,585; v. n. 11.. dl. XLV. p. 304—37(1.

Uic de algemeenheid der uitdrukking quot;ieder sc/iul(leischer'\ voorkomende in art. 735 15. li., kan reeds dadelijk worden afgeleid, dat

ocr page 102

'/:rquot; ■ - --

de schulileischer van eene onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschnp, van de bevoegdheid, om onder derden, arrest-te leggen, niet wordt uitgesloten, en mitsdien het gelegd arrest,

undanks dn Itgetixpradk cth: dot hriiejicLairev fr/ytnauM. moni n'ordi'H

ran waarde verklaard. ■vtx.^ t

Arr.-R. Haarlem v. 14 Maart 1843, K., dl. XIV. \( 108 ; idem Assen v.

gt;

jl

20 Juni '1842. \V. nquot;. 334; Hecht lu. .Xcdcfl., dl. Ill, |i. 272; idem 0K ■^/z-plnto, Ihll. Igt;. li.. 11. 2. p. 77it—78i. 2do ed.. p, 853; zijnde bij eerst- sgt;

gemeld vonnis tevens beslist, dat deze bevoegdheid nog veel minder kan worden ontzegd aan een scliuldeischer, die nil oenigcn hoofde sustineert bevooirecbt te zijn. omdat de wetgever in sommige gevallen den terniijn /q h°tgt;Gl binnen welken men het voorrecht moet doen gelden, binnen zekere grenzen heeft beperkt; — anders, o. a. op grond, dat, hoe men er ook onder het Fransclie recht over moge oordeelen (onder vignenr waarvan de gevoelens o.iitrent dit rechtspnnt zoo van de jnrisprndentie als van de antenren zeer verdeeld waren, — verg. Oudeiian. /•', 4de ed., dl. 111.

p. 119). de Noderl. wrtuever ongetwijfeld van bet beginsel is uitgegaan,

dat de beneficiaire erfgenaam beheerder is van den boedel, welken hij na gedane rekening en verantwoording aan de schnldeischers moet nitkeeren, zoover de nalatenschap toereikende is. en dat de gelden en goederen onder den derde zich bevindende, niet, gelijk art. 735 vereischt, tl aan den bencliciairen erfgenaam behooren enz. —• bij vonnis van de

Arr.-R. 's-Gravenhage v. 2 Jan. 18i(i, \V. iiquot;. (gt;74 en van 2(1 Ang. 1853.

\V. n0. 1479; bij vonnissen van de Arr.-R. Amsterdam v. 21 April 1858,

li. 1!., jg. 1859, dl. IX, p. 23. (waarbij nog werd beslist, dat eene uitzondering behoort toegelaten te worden, wanneer door verloop van zekeren termijn eenig privilege van den arrestant zou kunnen verloren gaan) en v. IS Oct. iS59. W. n0. 2139 en R. 1!.. jg. 1859. dl. IX. hlz. (115; door Mr. L. Üi.dk.niiüis Güatama. Scdcrl. .Idiirh., dl. V, p. 223—253; door Mr. G. on Vhies Az... Xah'rl. ■lanrh.. dl. VI. p. 239—25(1; üuheman ut supra, 4de ed. p. 119 sqq. en Penning, ad art. (I). — Vgl. wijders art. 735 li. R. arr. v. 23 Juni IS'i3 sqq. ut supra, sub n0. 1. waarbij de rechtsvraag, welke bet hier geldt, is iu het midden gelaten en art. 1080 IJ. W.. arr. v. 25 Juni 1840, sub u0. I. 2de ed., sub nquot;. 3,

waarbij is beslist, dat een beslag-arrest, op iirrsomdc goederen van beneficiaire erfgenamen gelegd, niet van waarde kan worden verklaard, zoolang zij niet in gebreke zijn gebleven, om aan liunne verplichting tot het alleggen van rekening te voldoen — Zie ook art. 73S li. li., arr. van denz. datum sub nquot;. 1.

(1) Ook aan Mr. LÉos komen die bedenkingen volkomen gegrond voor, inzonderheid dan wanneer lol van-waardc-verklaring wordt geprocedeerd, voor dat de termijn, voorgeschreven bij art. 1082, vervuld is, of vóór dat de beneficiaire erfgenaam in verzuim is gesteld, want in deze procedure tot van-waarde-verklaring heeft de rechter niets te maken met het rechtsverband, bestaande tusscben den arrestant en den gearresteerde, hetgeen is posteriori* cunic cn eerst te pas komt bij de oproeping en het doen van verklaring door dien derde gearresteerde.

J.

ocr page 103

a r A. S- t as J—

A-

e t*

, L f *, fJ~ ^

■r •■''•''quot;vat ■quot;lt;■• **• 1*

YcC n quot;''/^

lt;i. liet staat aan den tierden gearresteerde niet vrij (als in strijd met alle denkbeeld en strekking van een gelegd arrest, zoo als dit ook wordt bevestigd door den inhoud van art. 750 !?. 11.} voor de rechterlijke uitspraak, of voor dat het beslag op eene wettige wijze is komen te vervallen, aan iemand, wie het ook zij, liet in arrest genomene geheel of ten deele af te geven, of er over te beschikken, al had hij zelfs zich ook vroeger daartoe verbonden.

Arr.-R. Amstenlnin v. 'Ji Oct. 'IS'h!. I!. H.. j^;'. 18'ii, dl. VI. p. 344 en 345; R.. dl. XIX. §09; — idem Oudeman. /gt;. li.. 4de ed., dl. Ill, p.'118.

?. Wanneer de gefailleerde met zijne schuldeisciters een accoord heeft getroffen, waarhij hij zich o. a. verbindt: 1°. om afstand te doen van alle zijne roerende en onroerende goederen ten behoeve zijner sohuldeischers, en 2°. die goederen te laten verkoopen door iemand die daartoe door de schuldeischers zal worden aangewezen, welke persoon uit de opbrengst zal atlossen de kosten op het faillissement gevallen, alsmede de privilegiën en hypotheken en het overschietende onder de schuldeischers pro ra/a pari'; zonder eenige verdere formaliteit te ver-deelen zal hebben, alsdan hebben de hypothecaire schuldeischers welke aan dat accoord zijn vreemd gebleven (bij de overweging dat hier nog geenszins had plaats gehad de eigendomsovergang ten voordeele der crediteuren, die alleen door traditie ot overschrijving had kunnen bewerkstelligd worden) tot behoud van hun recht de bevoegdheid om arrest onder den gemachtigde te doen op de gelden, uit den verkoop der [in ca,ui) onroerende goederen voortvloeiende.

An'.-Ii. Kindhoven v. 4 Dec. '1843, W. nu. 458. —• In gelijken zin Itij een hit. van liet Mof van Colmar v. 13 Jan. 1815, aangehaald tiij uk Martini, ad art. 4.

W. Den schuldeischer, die van den voorzitter eener Arr.-li. naar aanleiding van art. 735, al. 2 H. R. verlof erlangde om voor zijne inschuld arrest te leggen onder executeuren en mede-erfgenamen als derde bezitters der nalatenschap van wijlen des schuldenaars vader, is het niet geoorloofd, boven en behalve onder hen, die aldus zijn aangeduid, ook arrest te leggen ouder al degenen, welke in de nalatenschap eenige kwaliteit, gezag of administratie hebben

An.-I! (iorinchoni v. '20 Jan. 1844. li. 1!.. jg. 1844.dl. \ I. pag. 3(53- .!li8.

^ £* i. amp; .lr/. 735.

ocr page 104

o-eJUgt;C^a ustTL-eO^ytS

2-

v-

^ .. i-J. /i 'i^c^~JLsC

gt;e. L^/L -ejL^~'

■, £ctr fcOïS*/#.

iS-c

.fa.

1-257

3 U4gt;r /L.

(Art. 735.

W. Tot ne geldigheid van een arrest onder derden wordt vereischt dat de schuld, wanrvn^p- arrest gelegd wordt, besta en opvorderhaar zij op het tijdsti]) van het leggen van het arrest.

{c

«_rrond dat bij de aanneming vai; een tegenovergesteld beginsel denaar door overdracht van nog te verschijnen huurpenningen aan een ander, hangende het arrest, den schnldeischer van het elfect van dit wettig middel, zoo niet geheel, althans ten deele, zon kunnen berooven.

terwijl bij vonnis der Arr.-R. Zwolle v. April 1851. W. n0. 1415, is beslist, dat nergens in de wet verboden maar integendeel steeds in rechten prakticabel en admissibel is geweest het leggen van een d(»or-loopend arrest op perindio.ke. nitkeeringen ter zake van eene (in ccsn)

herroepelijke gemeentelijke bezohiiging, en daardoor niet alleen geene

belangen van partijen worden gekwetst, maar integendeel het goed recht _-

n-. van een schnldeischer wordt verzekerd, van wien niet kan gevergd wor- /^^zccJi-A D den, om, bij lederen verschenen termijn van het aan zijnen debiteur verschuldigde, op nienw beslag t(; leggen, hetgeen tot niets anders dan tot kostbare en nnttelooze procedures aanloiding Z(»ii knnnen geven, sprekend»'

het overigens van zelf, dat bij het verliezen der betrekking het arrest sy buiten elï'ect wordt gesteld of ophoudt te werken, waardoor de derde Jif. I/L', gearresteerde nimmer kan worden gepraejndicieerd ; anders echter.

met betrekking tot een executoriaal beslag onder derden ; mede gelegd op het loon of tractement van een stedelijken ambtenaar) waaromti'ent e ra hu In/Is aanwezig is. terwijl bovendien art. 170 nitdrnkkelijk iet conservatoir arrest onder derden verwijst — art. 170 15. 1(..

•dam v. 20 Oct. 1845, li. II., jlt;;'. IS'ill. ill.

in 't P. II. v. N.-Brabant v. 'iil Dec. 1811 XXXII. ^ 108, waarbij (niet vernletiiring van een vonnis van de Arr.-I!. Kindlioven v. '20 April 184(j, W. iiquot;. T.'i'J) is beslist, dat een arrest onder derden, Ijehoudens de opvolgende van-waarde-verklaring, moet beschouwd worden als een rechtsmiddel, waardoor de schnldeischer geacbt wordt zich zelven te betalen, op den dag waarop het beslag wordt gelegd. (Vgl. hiermede art. 1305 li. \V., arr. van hetzelfde t'. II. v. denz. datum, sub ii0. 5): idem OnilMAN. II. li.. 4de ed., dl. III. p. 124; cf'. ook i/ art. 730 It. It. aant. t.J Anders bij vonnis der Arr.-R. Assen v. 7 Maart O^-^quot; 5 li. I!., jg. 1S5H. p. 520 en 521 en van Maastricht v. 3(t Dec. I8.)2. 1125 en v. 15 Dec. 1851!. \V. u0. 1532, waarbij is beslist, dat u goederen, die de derde mocht verscbnldigd zijn. af ivordc noodwendig moeten bepalen tot die, welke de derde tijdens de at te leggen verklaring verschuldigd zal zijn, zoodat in dien zin te recht in beslag zijn genomen zoodanige goederen of gelden, die de derde na het beslag verschuldigd mocht worden ; in denzelfden zin Arr.-ll. Groningen v. 2 Jan. 1880, R. I'., jg. 1882, .1, p. 23,,en liet sub n0. ƒ van dit art. vermeld vonnis der Arr.-R. quot;s-llertogenbosch v. 12 Nov. 1880. Een vonnis der Arr.-R. Botterdam v. 2(i April '1848, R. I!.. jg. 1848. dl. X. p. 437— '►30; R.. dl. XL1V, 5- 95, gaat verder; daarbij is aangenomen, dat een doorloopeud arrest ouder derden kan worden gelegd voor huurpenningen op den dag van bet exploit verschenen eu later te verschijnen, o. a. o

y,

6$-. tz.quot; 76

III. p. 4quot;)—iO: \\'. liquot;. S'i 'i :

de schnl-

./.y

Clt;^3r'■ 4» *-0-1. All.-K r. . ilt;leiquot; lji.i

A rust

t

lt;11.

,

7. P

/fcA

él

'7

V/Zfiy. //0 gt;

IS; ),5.

PJVM.-C*. - -lt;/2- W ijO

/jtï-eC . lt;•/-. jiddeii

tnnü)M 1,

zicli

ilt;y.

uW

x11

li-

^ iK

/

(Tv* rquot;

4 ^

-3

■ r *- 'fquot;*-I M'

T3

\rv-^.

rn^o(c*rCrl -

e.

gt;

Tuo~/y

//.a r: UWCf

'/

/A. k

yfY

/

■ 7'v4;'0 |

J/ /C-/. v

I/

1 dtu iyv~ Ld

Xcamp;qr t'1 I

I Ut-7

• _

6

0 '

■XXTlr,

-

e-,

c I

/3 Je t.

0, /! quot;y o 'gt;

?■

\ *1

^yc

eJtoamp;'y*'- /-

d.lt;

b.

S'

vist/, y TA

... tsic.sjc-£2

Co •y

-^axrfoL j

(tyfl, nyurf.

/ Plsty. isrrtfr

6 jQeci-./fc-' 6 . j t/j/*

, amp; '7^.r*' J?r.J./9rr - - v

r ^ ey? CcrWquot;- j £

puf

r-v^ o/quot;

ocr page 105

,/SeJ^A-^ ty? « i- - cytXU^e 4 UlsU- j,A -e~6cCt'—', a-Jy tZr-cr*-- L-*^. /-wish-

£.rz£^ ^hisu^-t/jL l Lt*-- iydocrz^amp;r-o^i ■ amp;2Ó, ^ ^VT.-'ramp;-QtK-yr1— £ ^ l p-tS: /007,

S lt;--S

^ 77 ^ ■

,-7 Art. 735.) ^ 12.')8

t/Si* 'T /-lt;■. S/ -jfl 1~~ S 7, C /~l tsr* . J

Tjte $-3 vonnis van de Arr.-R. Breda v. '2 Maart. 1847, snb n0. I. -— Vgl. hier-y niedu omtrent de vraag, in hoeverre eene zoodanige bezoldiging voor

reirn beslag vatbaar is — art, 757 li. li., vonnis van de Arr.-R. Zwolle v.

f /a,^. Jm/i. ■ 3 Jan. 1844 sqq., en ten aanzien van bet onderscheid tnsschen het ^ ^ ^ ^ executoriaal beslag onder derden en bet conservatoir arrest —- art.

quot; 475 li. K.. vonnis van de Ari'.-R. Groningen v. 28 Jttni en K! Dec. 185(1. sub li0. 5; verg. eindelijk het sub art. 475 B. R. vermeld vonnis der Arr.-R. 's-Ilertogenbosch v. 30 Dec. 1874.

^en '^rquot;, neen arrest legden onder zich zelven, al.s onder een . lt;'er(legt; op hetgeen men schuldig is aan dengene van wien men weder-keerig iets te vorderen heeft.

Arr.-R. Amsterdam v. 4 Nov. 1846, R. B., jg. 1S47. dl. IX, p. 153 en 154: idem bij vonnis der Rechtbank van eersten aanleg te 's-Hertogen-bosch v. 27 .lub 183/. lU'cht in AcT/r/7., dl. 1. p. 13li; idem bij vonnis Arr.-R. Groningen v. '25 Jan. quot;1850, I!. B., jg. -1857, dl. YH, p. 580—588; idem bij de Martini, ad art. 73.». ii. 3; — anders bij vonnis der Arr.-R. Sneek sim' dw. Recht m Netter/., ibid.. ]gt;. 352 en bij vonnis der Arr.-R. quot;s-llertogenbosch v. 12 Nov. 1880. \V. n0. 4070. waarbij nog is beslist, dat het evenmin verboden is beslag te leggen op zaken, die in de toekomst onder den derde zullen berusten: de Pisto, II, 2, p, 781, 2de ed., p. 855 v.; OuDEMAN. 4de ed.. dl. 111. p, i20 sq. ; Ve* tijen ran AWcW Rer/t. hetniiwoonl done centric Amslcrd. R eehtsb eoefe na a r.v. 1849. p. 100—170 en K. D. C. in 't 11. 13.. jg. 1847, dl. IX, p. 153—-159. -— Laatstgemelde doet, even als Oüdeman, 1. c., uitkomen, dat deze rechtskwestie niet nieuw is en zich zoo wel onder bet 1'ranscbe als onder het Nederi. recht heeft voorgedaan ; dat zij de Franscbe rechtsgeleerde schrijvers en rechtscollegiën verdeeld houdt; dat Beruiat Sï.-Prix. Carré. Tiiomine. Denevers zoodanig arresten onwettig achten, terwijl Pigf.au, Favard, Cofeinières, Rogron. Roger en Adoi.piie Ciiauveau de wettigheid verdedigen; dat de Hoven van Rouaan, Amiens en Parijs zulke arrquot;. voor nietig, die van Brussel eu Lyon daarentegen voor wettig houden. — Vgl. Carré Lois de la Procédure Civile, ad art. 558, (Jnesl.. 1925, tom. II. ji. 746 en volgg.'Bruss. ed. 1849).

Verg. navolgende beslissing :

In geval van art. 764 is het zonder twijfel geoorloold dat de schuld-eischer onder eigen handen beslag legt.

Arr.-R. Maastricht v. 24 Aug. 1876, VV. nc. 4242.

it. Arrest onder derden, die buiten het Koninkrijk woonachtig zijn, is niet toegelaten.

Arr.-U. Roermond v. 22 Febr. 1855, W. ii0, 1032. Zie echter Arr.-R. Breda v. 8 Nov. 1853, sul) art. 730 B. K.

1«. Het is bij de wet niet. verboden consnrvafoir beslag onder der-

ocr page 106

kH-CS u t ^ e^J f M-UL. -11^ «— O' trv-yquot;

banjL^ fojUZ- t/gt; trrr trx^ ■',.■gt; I ') i x J. s. Z. v-rr rj cL f ■ • y o e n / --jV' lt;£ 0^#-*. s,

au^u^ ^ ''yy ■ ' ■ 21 yfL . uvtlt;j, ur S^Pay,

1259 Art. 1 oquot;).

. . . /7

den te leggen krachtens eenen execulorialeu titel. In zoodanig geval wordt de van-waarde-verklaring wel niet voor de hoofdvordering, maar toch voor de geldigheid van het arrest vereischt. De daartoe strekkende vordering is geenszins doelloos en de eischer heeft daarbij alleszins helanff.

c

e,fzb-ej •

Ait.-R, Assen v. \\ Jan. 1850, W. n°. 1763; I!. li., jjt. 1857. dl. VII.

p. 53—55, ook vernield sn'. uit. 73(') li. I!., verg. ook I'. II. v. (ironiiigen v. H Juli 1850. \V. n0. I7il2. K . dl. LXI § 71. ^ . .

43. Onder schuldei,takers in dit artikel moeten niet alleen verstaan worden zij, die eene geldschuld hebben op te vorderen, maar in het algemeen zij, die vermeenen, dat jegens hen eenige verplichting moet Ayy?tA. nagekomen worden (in casu de verplichting tot afgifte van alles wat ^ ^ ^ tot zeker erfdeel behoort) lt; yi^

, / e/ry. /SGO

Ait.-U. 's-Gi'avenhage v. 'J8 Juni 1850. \\'. 2093.

? . M.vrwj. ■

44. Krachtens dit artikel kan een schuldeischer wel arrest onder / ,

derden leggen op gelden en goederen, welke zijn schuldenaar toe- ^

belmoren, maar niet op kapitalen, welke hij beweert, dat de eigendom A r / ^

van hem zeiven zij.

■ï^rtrr £—

p SC-P rj

'l Ti ^ O

//ms'Co./-

Arr.-R. 's-Gravenhage v. 28 Juni 1859, W. n0. 2093.

4.V De derde gearresteerde uitbetalende proceskosten aan de raadslieden van zijn schuldeischer, betaalt daardoor niet gelden, die den crediteur competeeren.

Arr.-R. 's-Gravenhage, v. 20 Dec. 1859, VV. n0. 2191.

itt. Een arrest, gelegd op geldswaarden, reeds tot zekerheid der ,, oCl-(/T/* **' eventueel verschuldigde gelden onder derden gedeponeerd, is daarom • / ^

0 - inyr(t;e -Ky/US- ^

niet minder wettig. „

0 ï , -gt; ' •» ^

Arr.-R. Amsterdam v. 21 Dec. 1864, W. n0. 2604. lt; lt;/'€- t

4 S. Bepaalde formaliteiten voor de borgstelling, bedoeld in art. 735

al. h B. R. zijn niet voorgeschreven; mitsdien wordt hier eene een- (je gt; ^

voudige zekerheidsstelling bedoeld, onder zoodanige formaliteiten, als /gt;// • - -

welke tot bevestiging der soliditeit benoodigd te achten zijn, ter be- 6(^C7 gt;

oordeeling van een rechter. quot;T» } /ylt;rf ■*'J

P. II. v. Zooiand v. 3 Oct. i80.), H. 15.. jtr. 18l)7, j», 430, bovGstigGiide .

Ait.-R. Goes v. 28 April '1865, R. !gt;.. '1807. p. 472; cf. dezelfde Arr.-R.

v. 25 Jan. 1807. R. 13., Jlt. '1807, )). 403. ^-i

Co ^ 2-

i

ocr page 107

735.) 12fi0

■ S. De ecue vreemdeling mag ten laste van den anderen vreem-

■at a..vftjd ' (igij^n, conservatoir arrest onder derden leggen op goederen van laafst-

ge(\oemde, welke zich binnen dit Rijk; bevinden. i-.t ' ■'

/^ y*-

Air.-R. Breda v. ID Dec. lS(gt;rgt;. W. n0. 2801. ook aangehaald sul) art. v 1 |gt;. R. iic. 10. Zie in anderen zin vonnis derzelfde Reclitbank v. 2.gt; itlhrzcA' U-sus- Sept. 188.'?, \\ . n0. 49.V2; vergquot;, hiermede in verband art. 7^S ]». R sub

cfictl 'Kquot; 7amp;■ vminis Ai r.-R. Amsterdam, v. 15 Nov. 1840 sqq.

'i

f | fl. Djjor conservatoir heslac: heeft de beslaizieir^er alleen recht op

^1 1 ». C.v.

hetgeen de derde beslagene persoonlijk aan den schuldenaar schuldig

-£ js^ en n|et; ()()k oj) hetgeen de schuldenaars van den derden heslagene

aail dezen Kaatsten zijn

Air.-H. Maastricht v. 26 Juni 1809, \V. n0. 3'lli7. bev. bij arr. P. H. v. I.imburp v. -10 .lan. ISTO. \V. n0. beide beslissingen ook vermeld

sub avt. 285 li. R.

«O liet arrest onder derden, ook wanneer dit ten laste van een

vreemdeling is gelegd, wordt bebeersclit door de voorschriften van

deze afdeeling en niet dotir het sjieciaal voorschrift van art. 764 sqq.

I? 11, welke laatste bepalingen alleen betrekking hebben op het beslag

onder handen van den schuldenaar zeiven.

P. II. v. Utrecht v. :il .lan. 1870. K. 1!.. ,jg. I87:i. dl. XXIII. p. HOi; cl', bet sub art. 704 li. I!. vermeld vonnis der Arr.-R. Amsterdam v. 21 Febr. 1800.

«1 Ken conservatoir arrest onder derden kan geen gevolg hebben wanneer tusschen den derden gearresteerde en den debiteur van den arrestant geen rechtsband bestaat.

Arr.-R. Breda v. 17 Sept. '1872, W. n0. :i517.

,, - 2« Het conservatoir beslag, onder gezamenlijke erfgenamen ter nu,/- .„^K-zake van eene schuldvordering op één dier erfgenamen gelegd, is .^vgt;- geldig; de gezamenlijke erfgenamen toch kunnen ais zoodanig ten £/- 7,/opzichte van één hunner in denzelfden boedel als derden worden / ~ beschouwd.

, C |T-gt;« t a f* '

I Arr.-R. (tioningen v. 28 Nov. ■I87ti. \\'. n0. li70S : idem Mr. .I.A.Levv

fis,, Jur.. Corr. '180Ii. 10de All.; andei's Recbtsg. Adv.. achtste verz., Iilz.

quot; ' 115—110; verg. ook Arr.-R. Nijmegen, v. 7 Maait 1871. W. iic. 3390.

93. Conservatoir beslag onder eene vennootschap op al hetgeen

vlt;

, . _

trr-ts' 0 quot; c.

/,A quot;7/'

r(*.. Ai-o - 7

, 4;rgt;ylt;L urquot;-,7 S'0

ocr page 108

//ÓC'/rLff? e-fto-t r,/L f\lt; /' f / - co. ■ -gt; ■ ■b**' lt;-lt;n * J.y* £.- Samp;i ■ tA** %

C' Vt-wtL £- i*^,ay£' ^-c 1 lt;-*rr* tA~ fee lt;rz»jft' vrté* , r ,f*^/ JZ'-ïr S gt; , *' ^ ^ lt;gt;-^-

- Cjtszt

126J ^ArL 735.

rt-quot; rP'-'p'P- /

(leze versclmliligd is a-ui een der vennooten in privé, is volkomen geldig

Arr.-ll. Amstordani v. ;ii Dec. IST.'i. \\'. n . ilCiT'.i.

«4 Kene spDorwegniaatscliiippij. onder wie, ten laste van den afzender,

op goederen beslag is gelegd, kan deze aan den geadresseerde niet afgeven, al heeft zij hem de aankomst van het goed bericht.

Air. -1!. Rotterdam, v. Uil Nov. IS7S. \\ . n°. Wl'.l.

«5 W anneer beslag gelegd is voor eene bepaalde som heelt de derde beslagene volkomen vrijheid het meerdere wat hij van den debiteur onder zich heeft aan dezen uit te keeren, al zal hij ook bij effecten van wisselenden koers, dc mogelijkheid van daling bij zijne berekening niet uit het oog verliezen.

Air.-R. Amsterdam v. 7 Febr. 1879. VV. n0. 4417. /

'o f ' 1

lt;50, Ziie ten betooge : - - ... ., r

' ■( / / '

Iquot;. Dat, indien de bestemming van goederen, waarvoor cognosce-ment is afgezonden, is veranderd (in specie, door het te niet gaan van den koop derzeive, vroeger tusschen den afzender en den geconsigneerde gesloten), alsdan ook dit cognoscement zijne kracht verliest,

met dit quot;-evolir, dat, indien onder den houder daarvan door een schuld- -

quot; . , - --/ó: Lsvk- -

eischer des afzenders beslaij is seleird, de goederen, hoewel die overi- , , , .

gens door het cognoscement worden gerepresenteerd, niet meer kunnen Ui. m-iU. . beschouwd worden onder dien houder, als derden gearresteerde, te tio^

hebben berust en door het beslag te zijn getrofien — ^

art. 507 \V. v. K.. ni'i'. van hei P. II. v. /.-Holland v. Iquot;2 Dec. 1840. „ /i ^

, oji1~. yw ,

snh iv'. 4. / , ^

fa I

Dat de zekerheidstelling, bedoeld bij art. 735, al. ;3 15 I!.. tl f plaats heeft ten behoeve van. en dus moet worden aangeboden aan den scinildeiiaar, en dat, vermits deze laatste bij het beslag zelf tegenwoordig is, dit aanbod moet gedaan worden bij het exploit, waarbij hem, voltrens art. 7i5S. het beslag wordt beteekend —

een vertoog van Mr. S. \V. Tuomi', in Thcinis, dl. II. p. 1^.quot;)—Ril ; Xi'ilrrl. Jacn-h.. dl. 111. p. '291 ; nr. 1'into. //.//. /;. II. '1. p. 782. 2d.' ed., j). ST)!') en Oudkman. /gt;. /1.. dl. III. -idti cd., p. 123 ^cj.

3°. Dat de bepaling van art. 735, al. !• B. li. is enuncïaiïef en

y $ 4— /c / ^ 72 £ ; -Yc-

-4~ (7^ ^ ^£ gt; rx. ^ K-lt;- ^

T--gt; ^V^-, syt/, lt;iS t0 ertzsp#.

0 0

ocr page 109

-4%

ï''0/j t*-r' £ ■ 7fgt; Z $^2 . ^Ajl^—. z'£gt;amp;~~

/L

rAl yyr a /

-t— /4r

XJ

r-

~^CsLeul 2(3 eTS~/ SeS ? r ^rPZ ^/7

' /

Art. 735.)

liet beslag alzoo ook om andere redenen, dan die daar vermeld is, kan worden opgeheven — /~

Oi'ukman, li. It., dl. 111. -I(11! od.. p. '135 sq., idem I'. 11. v. N.-Holland v. 1 April IS58. W. nquot;. 198(1. bevestigende Arr.-l!. Amsterdam v. 28 Nov. 1855, W. no. 1820, H. li.. jg. 1850. dl. VI. p. (10.

2 «. Zie ten aanzien van een geweigerd verzoek tot liet leggen van arrest onder derden zonder voorafgaande sommatie of rechtsgeding lot betalin?, op grond van niet gebleken insolvabiliteit der debitrice, en van de door den president der rechtbank onderstelde noodeloosheid der kosten van hel arrest •—

eene bescliikkiiif; van den president der An'.-H. .Middelhurfr v. 8 .lull 1839 ■ en de aanmerkingen ii|i die beschikking, een en ander in 't W. nu. 30.— Zie ook Oltif.man, B. It., dl. 111. 'idc ed.. p. 124 en nu Pinto, llcll. li. 1!., 11. 2. p. 778, 2de ed.. p. 852.

«S. Zie omtrent de vraag, of een arrest, onder derden gelegd vóór het faillissement van den debiteur, ten gevolge van dat faillissement, als vervallen moet beschouwd worden, zoodat de curator den derden gearresteerde tot betaling kan dagvaarden, zonder dat het arrest is ingetrokken of van onwaarde verklaard, en zonder dat de beslaglegger in het proces is gebracht —

art. 771 \V. v. K., vonnis van de Arr.-R. quot;s-Gravenbage v. '19 Febr. 1847 sqq.. sub n0. 3. — Vgl. hiormede art. 744 1gt;. U.. vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 22 Juli 1839. er. art. 745 1!. li., vonnis van dezelfde Arr.-K. v. 22 Maart 1842.

Arl. 730.

1. Wanneer de som, waarvoor het beslag onder derden is gelegd, te boven gaat het cijfer, waarop de vordering bij provisie was geëvalueerd, levert zulks geene termen op tot van onwaarde-verklaring van het beslag en ontzegging van den eisch, maar wel tot van-waarde-verklaring en toewijzing van den eisch onder beperking.

1'. 11. v. Holland v. 7 April 1841- K.. dl. XII, ^34; idem Arr.-H. Rrielle v. 18 Nov. 1842, W. n0. 422: idem Arr.-R. Amsterdam v. 10 Nov. 1852. I!. 1!.. jg. '1853. p. 58—00. zijnde bij gemeld arr. tevens beslist, dat dit te meer stringeert in ciisk. waar geageerd is tot betaling van liet saldo van eene tusscben partijen, beiden kooplieden zijnde, ter zake van bandels-

1-20:2

- U-nr^

^ r A t

2o^ Vasi'„ -'£

1/vn^ r*-- -* ZacJ- '- v' r:

7/v/-d:*

yli. .Uf ' / /A 'ct gt;w iz-eré.

ocr page 110

Tx-Sa L ■IM.H «--a-»- f.-vrKf-V- «. A »/. yjé ^ • '• ■•• •• ! - S0 ^ ■**.gt; -

UUuilr^ *;lt;',lt;/ r' 7r-*lt;..S- '' ' . lt;lt;A A lt;

;„.. ^ V ..... ^ /?^V.W//rquot;

* - f^y

1203 f.4r/. 73fi.

/r?* -f 0 'isi/Tt

operatiün openstaande i'ekening-cnurant, wanneer liet den gedaagde vrij- oJtAOt-é

staat de |)osteii te betwisten, die liij niet wil admitteren, zoo als werkelijk i ^

door hem is geschied en alsdan iii^ rechter' over het al of niet gejustificeerd ' ' **

zijn van die posten moet beslissen en het saldo der rekening bepalen; rf „ de-* o*- fat— terwijl bij vonnis der Arr.-K. Amsterdam v. !(• Nov. -1852 ut supra is ' , ' , , /

* O /L Q /*

overwogen, dat de voorloopige hegrooting, in art. 7!i(gt;. al. 'i B. R. ver- ~

meld, van zelve vervalt bij eene eventueele (in caxii verminderde) toe- f ^0''quot; wijzing van den eisch tot van-waarde-verklaring van het gelegd arrest j-tquot;errquot; -y

onder derden, en de gedaagde, die tegen evengenielde dispositie nooit is /,

opgekomen, geen belang heeft die begrooting bij de procedure tot van-waarde-verklaring te bestrijden. — Cf. in gelijken zin. ten aanzien van een pandbeslag, gelegd vooi' eene hoogere som. dan waarvoor de van- -aJ waarde-verklaring wordt gevorderd — art. 7.quot;iS li. I!.. vonnis van de . f Arr.-R. Assen v. 4 Juli 184(1 sqq. — Vgl. vonnis Arr.-R. Gi'oningen v. /

quot;iti Mei ISl').quot;). II. 11.. jg. 18)17. blz. (151. waarbij is beslist, dat een beslag gelegd buiten de termen van het presidiaal verlof het geheele beslag niet nietig maakt, maar alleen grond geeft tot .schadeversuedinu'.

lt;5 Daar waar het geldt een arrest onder handen van een vreemdeling, woonachtig buiten het llijk, gedaan door een Nederlander, ten einde betaling te bekomen eener schuldvordering ten laste van een Nederlander hier te lande woonachtig, subïntreert de plaats, waar de rechter, die van het geschil zal kennis nemen, voor woonplaats; met dit gevolg, dat, indien de derde gearresteerde buiten het iiijk is gevestigd, aan art 7;36 H. li. is voldaan, indien hij het exploit, op het parket van den officier gedaan, domicilie wordt gekozen ter plaatse, waar de rechter zitting neemt, maar niet waar de derde gearresteerde woont.

Arr.-R. lireda v. 8 Nov. ISr»:-!, W. n0. liOi ; — anders bij vonnis van de Arr.-li. Uoermond v. I Maart b^.Vi. W. n0. I(1H2 (ook vermeld sub art. 735 1!. li.), waarbij de Rechtb. zich onder gelijke omstandigheden onbevoegd heeft verklaard te cognosceren over het alleggen der vei1-klaring van eeu derden gearresteerde, in een vreemd land woonachtig en onder wiens handen aldaar het derde arrest is gelegd. — Cf. art. 7:'gt;S II. It., vonnis van de Arr.-R. Amsterdam \. 15 Nov. 1849 sqq. ^

ft. Alvorens beslag te leggen voor proceskosten behooren die begroot cr

te worden op straffe van nietigheid in zooverre van het gelegde beslag, /y/f, A/C

Arr.-R. Assen v. 14 Jan. 1850. U. li., jg. 1857, dl. VII. p. 51!, ook

vermeld suh art. 735 B. I!.; verg. echter Arr.-H. Rotterdam, v. I Nov.

1871. W. n0. 34-1(5. f— yT',

* /

-I-. Onder liet te begrooten bedrag kuimen niet gerekend worden de ' • quot;n

Air. w. van Kossi-.m li/.., Bury. Heciil.sv. .so / ..r

ocr page 111

Ar/.. 71Ck)

gerechtskosten en de renten eerst verschuldigd na toewijzing van den

eisca tot van-waarde-verklaring.

Pres. bescli. Iltrccht v. 7 Aug. IS7S. IJ. 1!.. jg. IS7!t. .1. |i. is:gt;; cl', ht't snti n0. van art. 7quot;C) lï. lï. aatigeteekende.

Art. 7:gt;s.

I. De rechter is hij de heoordeeling van een ingestelden eisch tot van-waarde-verklaring van een gedaan beslag onder derden bevoegd, om boven en behalve een onderzoek ot de bij de wet voorgeschrevene formaliteiten zijn in acht genomen, tevens te onderzoeken en te heslissen, of de goederen, waarop het beslag is gelegd, voor de schuld verhonden of vervolgbaar waren, (hetgeen i// ca.iu ontkennend is beslist, uit hoofde er arrest was gelegd op de persoonlijke goederen van heneüciaire erfgenamen, die tot bet aileggcn van rekening niet waren in gebreke gesteld).

Air. V. -.T) Jnnl IS40. lï.. dl. V. Ü li), v. n. II.. II. 1!.. dl. I. p. 210— 23('i. — In gelijken /in bij het daartoe betrekkelijk arrest van t Hof v. Holland, v. ITi J.m. ISio. v. n. II . nt snpra p. 222—224. bevestigende een vonnis van Arr.-ll. Brielle, v. 9 Aug. 1839. W. ii0.«3; idem DE Pisto. dl. II. 2. p. 790, 2de ed.. p. S05 en Ouiieman, dl. 111. 4de ed.. p. 133.— (T. art. -108() 11. \V.. arrest van denzell'den datum, suli nquot;. 1. 2de ed.. sub n0. 3 en art. 758 B. lï.. vonnis van de Arr.-K. Amsterdam, v. 27 Nov. 1849. snh n0. 10.

2 Art, 738 Ij li. heeft geene andere strekking of bedoeling dan om aan te wijzen, dat, ingeval van arrest onder derden, niet de rechter

^

waar het arrest geschiedt, maar waaronder de gearresteerde ' woonachtig is, of div anders voor haw. cow.pefeut is, moet worden

( f. 'ï Lreroepen tot deugdelijk-verklaring van het gedane arrest en ter herech-

-b- quot;^^„c/^rting der zaak waarop het tot conservatie van recht is gegrond ; maar lis/ ('eenszins om dat punt van deugdelijk-verklaring, geheel afgescheiden an de principale vordering, bij uitsluiting van den door partijen, in jjJ' ^ casu hij comprom.iwoire damule, gekozen exceptioneelen rechter te

71/1 ' beoordeelen en te beslissen, daar de gegrondheid of ongegrondheid ook

yt* V!lIgt; bet conservatoir en accessoir middel van beslag voornamelijk kan

en moet worden beoordeeld en berecht door dien rechter, die ten f- 'v principale competent is.

ocr page 112

(Art. 73S.

12fi5

Ait. v. 31 Oct. 1845, W. n0. 05'.; R.. dl. XXT1, § 54; v. d. II.. B. li.. lt;11. V1T, p. IGI—I7«S; ])evesti}iende het daai'toe betrekkelijk vonnis van de Arr.-R. Ani.sterdam, v. 28 Sept. 18411, R. H.. jlt;f. 1844, dl. VI, p. 210 —'218, idem llnlquot; Ainstordam. v. 11 Jan. 1878. R. li., jg. 1879. .1. p. 55. \V. ii0. 4243, quot;\vaarbij is beslist dat waar de beslissing der lioofdzaak aan arbiters is overgelaten, deze ook over de van waarde-verklaring van bot beslag moeten oordeelen, in casu dat van art. 7(gt;4 sqq., cf. Arr.-R. Anistoi-dam. v. 15 Maart 1855. R. B.. jg. 1855. p. 29(waarbij is beslist dai de boofd-vordering altijd l)ij die tlt;»t van waarde-verklaring moet worden gevoegd, welke laatste altijd bij de rechtbank moet w'orden gebracht: idom I). II. v. X.-Holland.v. 30 l)oc. 1858. \\'. n0. 21 10. ook vei'meld sub art. 734 1». U.. n0. 3; anders Arr.-R. (Ironingen, v. 2(» Mei 18()5. R. lï.. jg.'I8()7. p. lt;gt;51. waarbij de eerst gereede partij naar scbeidsmannen werd verwezen, ten einde liet bedrag der schuld te bepalen, en de uitspraak omtrent de van waarde-verklaring werd aangebonden. In een meer of min nauw verbami met bet beginsel, bij bet arrest van den 11. R. gehuldigd en in overeenstemming daarmede is beslist bij vonnis van de Arr.-R. 's Roscb, v. 27 Oct. 1841. \V. n0. 247; R., dl. XI. p. 100 en v. Maa.striclit, v. 14 Oct. 1847. R. I».. jg. 1847. dl. IX. p. 807, dat de rechter, die niet is die van des scbuldenaars woonplaats maai', volgens art. 314 15. R.. evenzeer competent is om overeene schuldvordei'ing in handelszaken te oordeelen, tevens bevoegd is kennis te nemen van de van waarde-verklaring van bet beslag onder derden, tot zekerheid van zoodanige schuldvordering gelegd, en dit wel o. a. op grond, dat de wetgever bij de meer limitatieve bepaling in art. 738 R. R.. waarbij uitdrukkelijk de Rechtbank der woonplaats van den schuldenaaiquot; tot de van waarde-verklaring van bet beslag bevoegd gesteld is. en welke bepaling eveneens voorkomt in art. 507 van den Fransclien C. d. P. ('.. alleenlijk den algemeenen regel: aclor sequitur furnin rei voor oogen gehad en de validiteit van liet arrest, ook in zaken van koophandel, aan den rechter, die over de hoofdzaak moet beslissen, beeft toegekend. Vergelijk Arr.-R. Maastricht, van 17 Febr. 18SI. \V. n0. 4(')50 (contra co nel. O. M. gt;. ten betooge, dat de woorden ))waarin hij woont bedoelen, dat de vordering tot van waarde-verklaring van een arrest niet moet gebracht worden voor den rechter der plaats waarin het beslag gelegd is, maar voor dien waaronder de gearresteerde woonachtig is otquot; voor dien welke anders over hem competent is, zooals in (V.s/Mie rechter der plaats, waai' de betaling bad moet» n geschieden, ook wanneer hel geldt eene zaak tusschen een vreemdeling en Nederlander, beiden bnitenslands woonachtig, /ie ook vonnis derzelfde rechtlgt;ank v. 27 Nov. 1870, bev. doch op andere gronden bij an*. Ilol'quot;s-liertogenbosch v. 12 Juli 1SS0, beide opirenomen in \\ . n0. 4580, ten betooge dat bij een ten laste van drie gedaagden gelegd beslag, waarvan de een bier te lande woont, de rerhter der woonplaats van dezon laatste bevoegd is om van den eiscb tot van waarde-verklaring en diensvolgens ook van de hoofdvordering kennis te nemen, liet beginsel, hier aangenomen, wordt verdedigd dooi' K. 1'. C. in 1«. R, jg. 1845. dl. Vil. p. 833—S30 en vooral uit algemeene beginselen van rechten, met het oog tevens op het bepaalde bij artt. 720 en 734 1gt;. R., in de vragen van Nrclcrl. Hcyl, door eenige Amsterdam-

ocr page 113

yUhL- cU.

cXj^

V

cO. 'V^- 7.5S^

- v^frS-c^^c

sche reclitsluiocfenaren clMOt i' 171 — 170; - andors cchtitrMj OttriF.M.\s. /? v. 17. iiW/j, /K|e ed ,11 in i, i;y dj,, beweert, dat ook in handelszaken de rechter ^ u-j0 van de \vooii|gt;laats des schnldcnaars de éénifje hevoefïde is. Zoo ook

nr; Mmitim, ad art. 738 /.. 4. alsmede uk Pinto, Ihl/., It. It., dl. II, 2. ,foY '#■ 1». 7S(J- 4de ed.. p. Siii en Mr. M. Nkistakdtkii, in '1 11. I!.. jfr. 185tl.

, 6 /( dl. XII. p. 199—204. OuniiMAN echter t. a. p. zegt omtrent het arrest '7 ' v ;;| ()(.( ISió nt sn|ira. dat. hoewel de woorden, waarin de motieven

ytquot;van dat arrest zijn vervat, tegen zijne meening strijden, hij de beslissing echter zelve, dat art. 7:fS de tnsschenspraak van arbiters niet uitsluit, goedkeurt, omdat quot;W. 738 ice/ den hcvoeiidcn iTfhler itanwijsl voor hel (ji.'H'ouc '11. wanin't't' dr 7'quot;'A' hij di' rci'ttlt-'l'jlie ihücIU ivot'dt mm-In'n'ii'i i/i'HifKikl. ninftt' nii'i ruor hel Intili'ii'icwouc 'jci'/d. ivfintica' jtitrhjeti /idrir (jctfchil quot;dn -.sfttrids!ivdcit moeien undei'wn'itcn. Met het gevoelen van den heer Ouoemas stemt grootendeels overeen een vonnis van de Arr.-U. Arnhem, v. Hl Nov. 1848, li. 1!.. ,jg. 1S19. dl. XL i). l87 —190. waarbij ook die Rechtbank als beginsel stelt, dat art. /38, ook voor handelszaken, den eenigen bevoegden rechter aanwijst, maar tevens. dnl s/ccltt* rene 11 iIzondvnini ~oii lutHHcii jilunls Itchhcn. ivt'nncci'

dr Hcrhlhiink vcm dr Ii'inmjih'dls drs srhn/drnddi's odhcöorijd idorhI zijn, om orrr dr Iwofdrtd'ilrriidj. tul :rl:rrlirid imiinjan hrl hrahitj is iirlfiid. Ir ooi'drc/r/i. — aanyezirn lii'l oidlrrzock ohilrrnl hrl iirijrondr dn- Idiofdvoi'drrimj van hrl onderzoek danijacuulc da waarde van hrl diiarvoot' i/rlei/d hrshn/, onnfsrhndrlijU. is. — l)it vonnis wordt echtei bestreden door K. in de 0,1,11. en Mrd.. dl. V, p. 222—220 en nader aldaar verdedigd door den heer Oi ukman. p. 220 en 227. Vgl. wijders .mitrent die rechtsvraag v. 1.. II.. Ildh. ^ 738 en Forintdievlmrl;. 3d.' ed.. p. 'i'iT). aant. I' 14. alsmede art. 1!. U.. arrest v. 31 Oct. 184;) nt snpra. snb n0. I en art. 734 li. li., snb n0. 1 en 3.

3. llij, die voor den vreemden rechter uitdrukkelijk heeft toegestemd in de van waarde-verklaring van het gelegd beslag, heeft door deze uitdrukkelijke toestemming, waarop ook door den Nederlandschen rechter behoort te worden acht geslagen, afgezien van elke klacht van het niet, immers niet tijdig van waarde-verklaren van dat beslag.

Arr. v. 5 Jan. I860, W. n3. 270r.. 1!.. dl. LXX.XIl. § 4. ook vermeld

snb art. 'i.il 11. li.

-i Al moge dit artikel het niet uitdrukkelijk bepalen, zoo volgt niettemin ongetwijfeld uit de bepalingen van art. 751 B. R . dat tegelijk niet de vordering tot van waarde-verklaring, altijd de veroordeeling van den schuldenaar moc.t worden gevraagd.

- jMÏ Arr. v. 22 Maart 1883. \V. n0. 4880. li,, dl. t'XXXIIl. ï; 45. v. 1». 11.. 7/? /' • 1 - ' li /;.5 ,11. XIA III. p. 23i—243; cf. arr.-r. Amsterdam, v. 20 Oct. 1881.

« . li. II., jg. 1881, A. |). 183, ten betooge dat bij den eisch tot van vvaarde-

** vorkbrinif van liet beslag op stralle van ontzegging van dien eisch

ocr page 114

^ ^ 'jr /lt;_, /tr£- iresxyé- ^ 1 lt;*-11 '* a -y

(f , ,

■ Jr\

/^yamp;yu. 2- *quot;*' —lt;■

— ■— ''^-' ■ ;,^ ••

] 2f?7 [Art. 7;5s

vorinelil lunet woi'dcn liet bednilt;ï ilei' iKKifiJvoi'di'nii^:. \iMquot;Lr. vminis ilier-/i'lfdr Reclithank van S .Inni 18.quot;)quot;), li. I!. jir. 185(1, dl. \ I. |j. II.

vermeld sub art. 734 li. I!. waarbij is beslist, dat een conservatoir beslag niet van waai'de verklaard kan worden, wanneer bet bedrair der boofd-vordering niet is gepreciseerd, maar nog; door sebeidsmannen moet worden bepaald.

.». Hen eischer is wel gerechtigd, om voor dezelfde vordenng onder twee of meer onderscheidene schuldenaren van zijn debiteur beslag le leggen op hetgeen zij hem verschuldigd mochten wezen, en op dat beslag voort te procedeeren, doch de gedaagde kan bij geene twee onderscheidene vonnissen worden veroordeeld, aan denzelfden schuldenaar dezelfde som te betalen, en dus tweemalen voor hetgeen hij in allen gevalle maar ééns schuldig is; waaruit volgt, dat de beide, bij onderscheidene dagvaardingen aangebrachte rechtszaken bijeen behooren gevoegd te worden, ten einde op beide bij hetzelfde vonnis kunne worden beslist.

A it.-I!. Amsterdani. v. S April 1840. li. 1!.. jg. 1844, dl. VI. p. 007 en ti58. \ erg. voor bet eerste gedeelte van deze beslissing Hol 'sllage, v.

I .luni 1871». I!. li., jg. I87(i. .1. p. 324.

lt;». Ken gedaagde, tegen wien de van waarde-verklaring van een arrest onder derden wordt gevraagd, heeft niet het recht de reserve van de protest-kosten van het beslag te vorderen, tot tijd en wijle de derde beslagene zijne verklaring zal hebben afgelegd, op grond dat deze geene gelden of geldswaarden onder zich heeft.

Arr.-U. 's Boscb. v. 'ilt;gt; Aug. 1841. \\ . 0°. •! 1 '1.

S. Dagvaarden op een termijn van meer dan een jaar ter zake eener van waarde-verklaring van een onder derden gelegd.'arrest, is in strijd met de bedoeling des wetgevers, al is ook de dagvaarding gedaan binnen de acht dagen na het gelegd arrest. Hieruit volgt dat de gedaagde in cas van vrijwaring ook in dit geval bevoegd is te anticipeeren.

Arr.-lï. Amsterdam, v. 2(1 Oct. 1845. Iv. I!., jg. I84ti, dl. VIII. p. 45—49.

.S. Ken arrest, onder derden gelegd, vervalt van zelf wanneer de dagvaarding tot van waarde-verklaring niet binnen den bij art. 7^S bepaalden termijn gedaan is,

IwiiliriIr beslist bij vonnis der Arr.-K. Hoorn. v. I'.l Jan. |8'iS. li. II..

jg. 1848. dl. X. p. 123—125.

.V-Ï)

/'• quot; ...........

„ J.Z. f •

6 ^

ocr page 115

Art. 7;iS.

fgt;. Uit tie onbevoegdheid van den rechter om van de vordering zelve tot van waarde-verklaring van een gelegd arrest (i// cast/ onder derden) kennis te nemen, uit hoofde de arrestant en tie gearresteerde heiden vreemdelingen zijn en de overeenkomst buiten het liijk is aangegaan, volgt niet, dat het gelegd arrest te dier zake door denzelfden rechter niet zou moeten worden opgeheven, met vergoeding van kosten, schaden en interessen.

Arr.-U. Amsterdani. v. '20 .luni IS'iS. Ucyt in Seclcrl.. dl. IV. |j. —33-i. — Cf. de in gelijken zin gewezen vonnissen van dezelfde Ait.-R. v. 30 Maart 1842 en 10 Dec. I8'i7. suli art. Alg. liep.. 11°. 5, dl. II. p. Ti. 2di^ ed.. sub 11°. 5. Verg. vniinis der Air.-R. 's-Gravenliage. v. 2 Nov. 1858. \V. n0. 2050. bev. bij arrest 1'. 11. v. /.-Holland, v. 0 Mei 1S5'.I. \V. nquot;. 2089, waarbij de Rechtbank, in wier ressort het arrest wordt gelegd, de bevoegde wordt verklaard om kennis te nemen van den eisch tot opbeffmg, alsmede omtrent de vraag, in hoeverre een gelegd arrest de competentie regelt — art. 9. Alg. liep., snb nis. 3en6, 2de ed., sub u0. 1. en art. 150 1!. li., vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, van 20 Juni '1848, en art. 155 li. Iv.. vonnis van dezelfde Arr.-R. van denzelfden datum Zie ook art. 731 li. R., vonnis van de Arr.-R. 's-Graven-hage, v. ld Juni 1842 sub n0. 1 : anders Arr.-R. Rotterdam, v. 10 Jan, 18S(•. R, 1!.. jg. ISSii. ,1. p. 304, waarbij is beslist dat de Ned. rechter, die inconnietent is te oordeelen over de hoofdzaak, evenmin van de decisnire vordering t.it van waarde-verklaring van bet beslag mag kennis nemen, en mitsdien de nietigheid van het arrest alsdan niet mag uitspreken, /.ie weder echter Arr.-R. Amsterdam, v. 25 Maart 188(1. li. li., jg. 1880, .1. p. 300. \V. 4509, ook vermeld sub art, 127 li. R.. n0. 0, waarbij is beslist dat de rechter zich incompetent verklarende verplicht is tevens uit te spreken dat het arrest daardoor nietig wordt. Verg. ook in dien zin vonnis der Arr.-R. Rotterdam, v. 0 Nov. 1871. vermeld ad art. 704 li. R.. n0. 2.

ilt;gt; De wet kent geen voorwaardelijk conservatoir beslag onder derden voor schulden, wier deugdelijkheid nog geheel onzeker is en kan de van waarde-verklaring daarvan niet gewild hebben.

1 lieruit volgt, dat moet worden ontzegd de eisch tot van waarde-verklaring van een arrest onder derden, gegrond op een condemnatoir vonnis, hetwelk tijdens het arrest, ten gevolge van 'net hooger beroep nog was in suspeuso, terwijl de gedaagde, gelijk iu casu, uitdrukkelijk het bestaan der schuld en de rechtsgeldigheid van het condemnatoir vonnis heeft bestreden. Zulks klemt te meer bij de overweging, dat de rechter, ten einde op den eisch tot van waarde-verklaring uitspraak te kunnen doen, in die instantie de gronden van den gedaagde tegen

1268

ocr page 116

r*

(Art 7:58.

den principalen eisch had hehooren te wegen, en dit onderzoek van de principale vordering hem is verboden, uit hoofde, het principale geschil thans voor een anderen rechter hangende was in twmlen aanleg.

Der eischeren alternatief' verzoek, om in zoodanig geval de uitspraak der zaak te supersedeeren, is almede in strijd met de regelen der procedure, vermits een definitief vonnis, ten deze te vellen nadat de hoofdzaak in appèl zal zijn beslist, toch nimmer zoude mogen loopen dan over de tot dusverre genomene conclusiën, welke in geen geval door later gevolgde dingtalen mogen worden gesuppleerd, zoodat er steeds een nieuwe ingang rechtens zou worden gevorderd, en het bovendien uit de door den wetgever in deze materie gestelde termijnen blijkt, dat hij eene spoedige beslissing omtrent de opheffing of van waarde-verklaring van het arrest heeft gewild.

A it.- li. Groningen, van li Juli ISIS. li. H., jg. 1851. |i. 55—57. — In overeenstemming hiermede is liij vonnissen vim de Air.-Il. Middelburg, v. tgt;7 en 'i'.l .Mei 1 Stii. I!. 1!.. jg. 1840, dl. VIM. p, 814 beslist, dat men niet-ontvankelijk is in een eisch tot van vvaarde-verklaring van een conservatoir arrest onder derden, tegen iemand, ten wiens laste men vroeger een dergelijk arrest, hetwelk bij rechterlijk vonnis is van waarde-verklaard, heeft gelegd, indien bij de Iweede vordering tot van vvaarde-verklaring geene bescheiden zijn overgelegd, waarnit het bestaan van de schnldplichtigbeid van den debiteur kan blijken lt;gt;11 bet vroeger vonnis (waarbij ile bewijsstukken waren overgelegd) niet in kracht van gewijsde is gegaan, en dat er in ilit geval mede geene termen bestaan, om. 11 /1'h' 11L's de 11 'lt;in 1 s/1 i'i'''L' run jI{i• het schoi'sen lt;'1 stateeren der /aak te bevelen. — Beide beslissingen echter zijn bestreden, en wel de eerste, van de Air.-li. Groningen, door den llgl. v. IIai.i . li. I!.. jg. 1851. nt supra; laatstgemelde, van de Arr.-R. .Middelbni'g, door Mr. G. A. Fokkkk. R. li., jg. 184(1. dl. Vlll. p. 811—81 li. Naar de meening van den lloogl. had de opmerking, dat over tlr vnti xraardc-vcrhlarnHi van het consn'-vntair arrest geene uitspraak kan gedaan worden, zomler ilal ile i/ruialen. teilen 'ten jtrineinalen eiseh (wncjevoenl. fiewoi/en ivonlen, en dat itezen reehter cvetnvel het onrlerzoi'k ran de princi,igt;f(le vorderinij /n verhollen, ait hoofde het prineiftate lt;lesi'hi/ thans voor een anderen reehter is hmatende. den rechter moeten doen gevoelen, dat hij unhevoeijd was. om ten deze t(5 oordeelen. en znlks rntione mnteriae, en op dien grond de eischer niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De lloogl. meent, ook met het oog op art. I'M li. 1!.. dat hier bet 1'. II. bevoegd was van de zaak kennis te nemen, zoodra het na de uitspraak van de Rechtbank door het booger beroep van de zaak was gesaisisseerd, daar door dat appèl niet de principale ook de accessoire vordering (het conservatoir beslag) aan het oordeel van de Rechtbank onttrokken was; dat

I 2(i!i

.//

_ QC K». I rl—

/ .

J

'iWy r

2.

\yy\sQ ^ r 2

flU.

ocr page 117

Art. 73S.)

liiertogen niet kiin warden aangevtiei'd. dat in art. 734 (igt;n 738) de nitdnikkinp Ari-nnil1irc/tlh. gebezigd woi'dt, mndiit die Rechtbank bier, waai' bet een appel geldt, door liet Ilof wordt vertegenwoordigd enz. — hen beer 1'okkki! beeft bet ineervenneld vonnis van de ai r.-li. Middelburg aanleiding gegeven ter aangebaalde plaatse de vi-aagte stellen : «Hoedanig moet er geprocedeerd worden tot van waarde-verklaring van een conservatoir arrest onder derden, tegen iemand, ten wiens laste men vroeger een dergelijk arrest onder andere personen beeft gelegd, wanneer de procedure tot van waarde-verklaring van bet eerst gelegd arrest in staat van wijzen, doch nog onbeslist is?)' De scbrijver uit daarbij, met een beroep op art. 378 B. li., en op den rechtsregel nbi cculcui f.tl rciio. idem est jii.s, de meening, dat de bevoegdheid van den rechter tot schorsing, ondanks de tegenspraak van den gedaagde, volgt uit het doel iler wetgeving op de proces-orde. hetwelk zeker niet daarin gelegen is. dat de eene partij de andere van hare rechten versteken kunne, door een billijk en rechtmatig verzoek tegen te spreken, maar wel daarin, dat ieder gedingvoerende worde in staat gesteld, om zijne belangen bij den rechter behoorlijk voor te staan en zijne rechten door dezen te doen handhaven, niettegenstaande de pogingen, door de tegenpartij aangewend, om. hetzij den rechter te iiiisleiden. betzij de wederpartij te verrassen en te verschalken, of baar een onherstelbaar nadeel toe te brengen; dat hiertegen niet obsteeren de artt. 254, 'I'kgt; en 274 B. R., als handelende van de gevallen, waarin een rechtsgeding mmi worden geschorst waaruit niet volgt, dat er geene andere gevallen zonden aanwezig zijn, waarin de schorsing door den rechter zon litunn'n bevolen worden enz. Vergelijk in denzelfden geest Oudemax. /gt;'. //.. bleed., dl. II. p. I'i'i sq.. die aldaar, met een beroep op ca lilt f,, ad art. quot;gt;58, (Jk. I(.l'i8 en UonuoN. op art. 557, en de niet eenstemmige Franscbe jurisprudentie op dit punt. tot het gevoelen overhelt, dat een vonnis, in hooger beroep aangevallen, als zijnde en blijvende eene authentieke akte. als zoodanig tot den conservatoiren maatregel bevoegd maakt, doch de uitspraak tot afgifte van het onder derden gearresteerde evenwel niet zal mogen plaats hebben, vóór dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan; idem uk Pinto. Ildl.. It. //.. dl. II. 'i. p. 777. 'ide ed., p. 848, o. a. op grond, dat bet zich niet laat veronderstellen, dat hij, die zich op geenen schriftelijken titel hoegenaamd beroepen kan. van boteren toestand zou zijn dan bij die reeds oen rechterlijk vonnis in ziju voordeel beeft. - Zie ook I'knning ad art., die. hoewel doelende bet gevoelen van Oudeman en he Pinto, evenwel meent, dat hij. die een vonnis heelt verkregen, alleen /■.rrfiitOi'iiKfl beslag onder derden kan leggen.

Verg. art. 734 B. II.. aaut. 2.

f I. De bepaling van art. 7-quot;3S 15. li., dat lt;le van waarde-verklaring van een derde arrest geschiedt door de rechtbank van het arrondisse-meut, waarin de gedaagde woont, is geschreven om aan te wijzen, dat niet het gelegd arrest de competentie van den judrw loei vestigt, maar dat integendee] de vordering behoort bij des schuldenaars cumpe-

12 70

ocr page 118

1-271 l.\rl. 7;5S,

tenten rechter, welke in beginsel de recliter van diens wuoiiplaats is.

Derhalve, wanneer, volgens hizondere en exceptioneele wetsbepalingen.

een andere rechter, dan die van des schuldenaars woonplaats, de competente rechter is, om over de schuldvordering als principale vordering te oordeelen, dan is ook diezelfde rechter bevoegd, om over de accessoire vordering tot van waarde-verklaring te oordeelen, omdat alsdan die speciale wetsbepalingen derogeeren aan het beginsel acfor seqiatur forum rc.i. en aan de toepassing daarvan in art. 7'5S. t At. o i/i-s l ze ^ oayU-«^

Alzoo beslist de competentie-vraag, met betrekking tot ile schuld- /-^'LA' vordering, de al dan-niet-competentie der Rechtbank, ook met betrek- quot;W wf-n king tot de van waarde-verklaring.

De competentie betredende personeele vorderingen regelt zich naar de woonplaats, niet naar de vatünialilül van partijen, zooals duidelijk blijkt uit art l:2(i B R, alwaar in beginsel de woonplaats des gedaagde.

voorts zijn werkelijk verblijf als Jictione juris zijne woonplaats, en eindelijk de woonplaats des eischers, als regelende de competentie.

vermeld wordt.

Uit dit een en ander volgt dat eene Nederl. rechtbank niet bevoegd

is te cognosceeren over de vordering tot van waarde-verklaring van

een onder derden gelegd arrest, ingesteld door een vreemdeling tegen

een bulkuhiiih woonachtigen \ederlander. v

,■ (JU yyn .

Air-lt. Ainstoi'dam. v. ITi Xuv. ISï!t, \\', 110. lOSd: 1!. II.. l'.. ISi'.). . ' . i

xt. p. («ta-OHi.

... .1 1 i/1 '/lil lt;«-»11 • t • gt; I gt;-/lot i »'ll» .l.tll Itmiatll 4 fr gt; gt;^quot;1

C3 quot;'c

•-Ij Zie in anderen zin ten aanzien van een beslag van den eenen vreem-

tjI ileliiiii ten laste van den anderen vreemdelitif;. Arr.-li. Uotti'iilani. v. 'ilt i^/

J .Inni 1859. Iv, I!.. jg. IStiO. p. 'iST. waarliij is tu'slist dat de Nederl.

recliter bevoegd is kennis te nemen van een eiscli tot van waarde-verklaring van een beslag bier te lande gelegd duur een vreemdeling ten laste van eenen vreemdeling, lieide Imitenlands wonende, idem vonnis Arr.-K. lïreda. v. I!) Dec. IS()5. \V. nquot;. 'iSlIl (ook vermeld snl) art. IT

ry/lt; :

ï -

10 en sul» ai t. IX) 15. I{.). waarhij is beslist, «lal in een dei- , ^ . f? y-^r

iielijk jieval recliter, binnen wiens ressort, het arrest is i^elepl. lt;llt;'

bevoegde is. Verg. het sul» art. T^S IJ II.. vernield vonnis der Arr.-K.

Nijmegen, v. 27 Sept. 1859.

/ie ten betooge dat dit artikel attributie van Jurisdictie bevat. Arr.-I».

Maastriclit, v. quot;11 Nov. 1870. sub art. 7iiS, u0. 2 en art. 127 1!. U., u0. 7

] ' ^ vermeld. Zie in strijd met eveniremelde heslissini^en. Arr.-K. IIreda v. 2rgt; '■bfy • r V/ tj

8e|)t. 1883. \\. n0. 4052. ten betooge dat onbevoegdheid van den rechter /'c? L*- .

2.L suaus {\y do hootd/aak (als bij eein' vordering tusschen t wee vrerinidelingen.

•-» /' „ '»eiden Imiienslands woonachtiü) van zelve de mibevoegdlieid van dien (d. s vtrvf. ■gt; °

/ r „ _

n

ö

i.

ocr page 119

Art. 73S.)

rediter botrekkelijk den eiscli tot van waardeverklaring van het hier to lande «xeleiid dei'de arrest mt^debrenjrt; verg. ook liierniedc in verhatnl aii'. I'. II. v. (Gelderland v. '2 Mel I8li(t hij Mr. IIr.UT/VF.i.n nt supra, hl/.. UI sq. Cf. art, 7:!.'i Ü. R.. aant. IS en '20. Verg. met dit een en ander in verhand art. !• Alg. Bep., snh n0. 11 (dl. II, p. 74 en 75), 2de ed,. svd) n0. ',I, art. 127 li. IT., sub 11°. I en art. 431, sub n°. 8. — Zie nok art. ITiCi li. It,, snh nc. 10. art. 7(i3 I!. R., sub nquot;. 2 en art. 764 li, R., nquot;. 2.

18. Eerst in het geding tot het doen van verklaring (en niet bij de procedure tot van waarde-verklaring) kan uitgemaakt worden, of de derde beslagene is schuldenaar van den gedaagde, ten laste van wien de eischer het beslag heeft gelegd.

Air.-R. Assen. v. 7 Maart 1853, li, I!.. jg. 1853. p. 520 en 521,

IS, De in dit artikel voorgeschreven regel en termijnen beöogen slechts het geval, dat èn de schuldeiscber èil de gearresteerde alhier binnen het Rijk zijn gevestigd, terwijl, wanneer dit niet mocht plaats vinden, die voorschriften naar andere wetsbepalingen behooren te worden beoordeeld.

De iiier bedreigde straf van nietigheid mag dan ook alleen worden toegepast in de irevallen, waarvoor dit artikel geschreven is.

Arr.-R. Nijinegen. v. 27 Sept, '1859, \\ , nquot;. 21,)S■ li. li,, jg. 18()(l, ill. X. p. 34. In denzelfden zin Oudkmax, IJ. li.. 4de ed. dl. III. |gt;. 133. Zie echter vuimis Arr.-R. (Ironingen, v. ti Nnv. 1874. \\. n0. 37it7. waarbij is beslist, dat wanneer de schuldenaar buitenslands woont en mitsdien liet exploit van dagvaarding moet gedaan worden aan het parket van het Openb. Min., de termijnen hij de Ie alinea voorgeschreven moeten worden in acht genomen: in strijd met dit laatste, beslist hij vonnis dor Arr.-R. Breda v. lil Dec. '1805, vermeld onder art. 735 1!. R. n°. 18.

I-I-. Evenals bij arrest onder den schuldenaar is ook bij beslag onder derden eene zelfstandige vordering tot opheffing erKend. Eene zoodanige vordering nu, strekkende om het middel van conservatoir beslag ten behoeve van een gepretendeerd recht uit de processueele verhouding van partijen, ten opzichte van het recht, onverwijld le verwijderen, kan niet vereenigd worden met de uitspraak over dat recht zelf, omdat alsdan het object der vordering, de bedoelde onverwijlde verwijdering zou verdwijnen.

1'. 11, v. N-Holland, v. 4 Maart 180lt;.l. \V. n0. 3150,

I A. liet forum van art. 7^8 H R,, is niet van openbare orde.

1^72

ocr page 120

'

/f- JJ ƒ ^r ^' '. 'chSj.Z (TU^s /cvyTM^r V 7 5 i^O^n l üi^s Jamp; 1/.

^ ^ a'v ^'/7 ^quot;' ^

... ,, ,%,/ /gt; K -'. „*gt;/,/.7 - • *'■*quot;' '* quot;'■ quot; Jquot;' - •■' ^ '

i'- *■■■-'■/' ■ c 1 _ /{^, A'c^-.- fUrj

/lt;k-uïLM amp; TvJuï iïif CeJ.j^y^ ~ 7'i ly/ 7.J^

Y.

2lt;

I )e

recliter mag zich dus ambtshalve niet incompetent verklaren, y-i^.

Mof (ti'oniniri'ii. v. 13 Mei ISTii. It. I'., ,js. 'ISTO, .1. p. l^ti; anders .

in een peval, waar het jruld een beslas van een vreemdeling ten lastig van een vreemdeling, liij vonnis der Arr.-K. lireda v. quot;25 S(r|it. ISS.'i.

\\r. n0. 4952.

t€». Ken beslag kan niet tot een ouhepaahl bedrag worden van waarde-verklaard.

Air.-Ft. Almelo, v. 29 Dec. ISSll. W. a0. 4043, I!. I!.. jg. 1882. .1.

|i. 223; cf. arrest v. 28 .luni '18(57, aangeli. snb art. 741 en aant. 2 op art. 734 H. li.

IS. De beteekening ook van het verlof van den president is nergens voorgeschreven; het is voldoende de vergunning in het exploit van liet arrest te vermelden 7

Arr.-K. 's-llertogenboscb, v. 12 Nov. 1880. \V. n0. 4070.

I Eene vordering, waarbij behalve de van waarde-verklaring van

het arrest, gevraagd wordt dat de rechtbank zal gelasten dat dit zal

standhouden, totdat eene zekere gebeurtenis zal hebben plaats gegrepen,

is in de wet niet bekend, quot;quot; j,

Arr.-R. Amsterdam, v. 20 Het. 1881, I!. 1!., jg. I8SI. .1. p. IS3. Arr.-H.

Almelo, v. 29 Deo. 1880. ook vernield suli ii0. 10 hierboven en snh art.

739 I!, U. i

I». Zie ten betooge :

a. Dat de rechtbank bij een arrest onder derden, over de van waarde-verklaring, en mitsdien over de vordering ten principale ook dan uitspraak moet doen, wanneer het gelegd is voor eene vordering,

waarvan in gewone gevallen de kennisneming aan den kantonrechter is opgedragen — U /amp;. An^cxx.uU. gt; 7a^. y/v, u-y**7. ^ -

art. .Vi ({. C).. vonnis van de Air.-K. Ainsterdani. v. 18 Dec. 1839, 1-

dl. II. igt;. R). 'Jde ed., art. 53. n0. 3; idem Oüdkman. /gt;. R.. 4de ed..

dl. III. |gt;. 131 ; dk Martini, ad art. r. 3. die echter, in strijd niet Onni:man, 1. I.. van meeninu- is. dat zoodaniir vonnis der rechtbank altijd.

en dus ook wanneer de vordering niet meer beloopt dan ƒ iOO. appellabel is. 'Mi in 't li. B., jg. 1840, dl. II. |». i;U» (I); cf. art. 7()3 B. K. aant. 1.

m

1

Heeds de Amsterdamsche Keure van 15 Febr. 1650, arl. 2, Uaudr. 073(588),

bepalende de bevoegdheid van commissarissen van kleine zaken tot zes honderd lt;?nlden, voegde er geheel in denzelfden zin bij: „ende sal niemandt hem vervorderen „soodanige saken van seshonderd gulden ende tiacr beneden .... dan alleenlijk „uitkrarfite. ran ivettiyh Arrest .... tor eerster aunvangh te beteekenen voor de „1111. Schepenen ter pene enz.quot;

ocr page 121

1/7. 7;is.)

Vergelijk nog ten aanzien van de appellaluliteit. arrest Hof (Ironingen, v. 12 .luni 1855. \\'. ir. 1750. waarbij beslist is in Jenzelfden zin als (U'dkman. dat «ie vordering tot van waarde-verklaring de lioofdvnrdering niet vermeerdert of veriniiidert.

h. I);it wanneer een arrest onder derden is ^eleird voor een bedrag van /' 250, duel) die som later, op de tegenspraak des debiteurs, door deskundigen is begroot op / 13S, welke de debiteur zich bereid beeit verklaard te betalen, alsdan hij (de debiteur) inoet worden veroordeeld in al de kosten, met uitzondering van die der expertise, die voor rekening van den arrestant komen —

het suli art. 50 li. It.. vermeld vonnis van de Arr.-K. Amsterdam, v. 7 Juni 1841. suli '2.

k. Dat de beantwoording der vraag, wanneer een bij verstek gewezen vonnis tot van waarde-verklariug van een derde arrest, geacht moet worden, ten opzichte van den daarbij veroordeelden debiteur, volledig ten uitvoer te zijn gelegd, weinig zwarigheid oplevert, zoo dikwijls de derde gearresteerde schuldenaar is tegen dieu debiteur, niet van eene geldsom, maar van roerende goederen —

art. 8'J I!. R.. arrest v. '1 1'. II. \. N.-Holland, v. '25 Mei 1848 sqq.. sidi ii0. it en do autoriteiten aldaar aangehaald. \gl. dok het aange-teekende op art. 430 1*. I!. in fine.

d. Dat eeu eisch tot van waardeverklaring ook dan te pas komt. wanneer het arrest is gelegd krachtens executorialen titel — het aangeteekende suh art. 7lirgt; It. It., n0. Yl.

Mr. 7;V.I.

I. Art. 7^'.' 15 li., waarbij alleen bepaald is het gevolg van eene door den schuldenaar zeiven bekomene ophel'ting van bet arrest, sluit geenszins de bevoegdheid van eenen derde uit, die eigenaar van het gearresteerde beweert te zijn, om m zijn belang de ophefling van het arrest te vragen en wordt die. uit den aard der zaak voortvloeiende bevoegdheid, hem evenmin bij eenig ander artikel der wet ontnomen, zonder dat de wet ergens gebiedt om, even als iu liet geval, voorzien bij art. 456 lgt;. 11.. den persoon, tegen wien het arrest is gelegd, in het geding te brengen.

A it. v. :ill Mei Ifviil. \V. li1-, 'i;! en IM ; 1!.. dl. II. i; 27: v. n. II..

1 27 I.

ocr page 122

,y t* *' 7 I/K • ! - ' -rn.j--'ntj. . rt j .1,^ vn — S.-tA- ^^ lt; '-rj a- U-r^^- J

.9r^L.7 0^ aa — °l ^

. / -atJtr- ^Lrtrts. tü./iL. H .At* r. 4r~ .'gt;■ MtP.

127'gt; (/1/7. 7:i9. ^

/gt;'. //.. ill. I. p. i—'2t; iiloiu OciiKM.w. /gt;'. /;.. lili* ei!., dl. 111. |i. I.''(5.

/ie echter dk Pinto, //'//.. II. It., ill. 11. '2, p. 7'JO. 2ile ed.. p. 8(15. die v;iii oordeel is dat de eigenaar op de wijze van art. i'tCi 1'. li., /al kunnen in verzet komen, en nog opmerkt dat. vermits art. 450 li. It.

alleen in het geval van executor iaal beslag beveelt, den gearresteerde in liet geding op te roepen, het waar kan zijn dat de niet-naleving dezer ^

formaliteit, in geval van beslag onder derden, geen grond tot cassatie kan opleveren, doch evenwel de analogie van het recht en de regel matigheid der procedure deze oproeping zeer raadzaam, zoo al niet volstrekt noodig maken. Verg. wat dit laatste betreft ook Mr. A. Orin -m an. in Tljilsc/ir. v. h. Scd. //' '//. dl. I. hl.'20'.), die meent dat de eisch tot oplielling van het beslag op de gearresteerde goederen, van welke de eischer beweert eigenaar te zijn. ingesteld worde tegen den arrestant en den gcitxecnteerde en aan den bewaarder worde beteekend. Het vonnis dat de vordering toewijst zal dan mede door beteekening ter kennis van den derden gearresteerde kunnen gebracht worden. Verg. hierinede 1'. II.

v. Z.-lInll; nd. v. 25 Mei ISliS. \V. 11°. 31108, bev. vonnis der Arr.-K.

llotterdam, v. 27 Nov. 1807, \\ . n0. 2958, waarhij is beslist dat, wanneer liet beslag moet aangemerkt worden, als alleen te betreden datgene wat den debiteur toebehoort, de derde eigenaar daardoor niet verhinderd wordt tegen den houder te ageeren. en dat wanneer des derden eigendom geacht moet worden onder het beslagene te zijn begrepen, hij ophel'ling kan vorderen, voor zoover het beslag daarop drnkt. maar dan ook den houder in het geding moet roepen.

Cf. ook Arr.-K. Itotterdani. v. !l .lutn 1858. It. li . jg. 1859. p. üü, ten betooge dat de derde geen ophel'ling kan vragen van het beslag, omdat.

als hij werkelijk eigenaar is van liet gereclameerde, in dat geval dit niet in het arrest is begrepen, en mitsdien van geen ophel'ling sprake kan zijn. terwijl tevens de arrestant niet geroepen is. om ten deze te beslissen. ^

maar de verklaring van den derden gearresteerde mag afwachten. — Cl.

art. 475 li. R. en het daartoe betrekkelijk arrest van 't Hof Holland,

v. KI l-'ehr. I8:V.I. W. n0. 7.

*

2. De heoordeeling of er termen bestaan tot veroordeeltng tot 1 ^ schadevergoeding is geheel overgelaten aan dett feitelijken rechter. k

Arr. v. 12 April 1872. \\. 11 :l,i52. ook vermeld sub art. 7Ii5 11. K. * /

'juTTX -c/£ TSL' '■

Cï. Wanneer, Itij, die tie van waarde-verklaritig van een executoriaal ,J, iA.cnre/; arrest onder derden in rechten tegenspreekt, niet. tevens uitdrukkelijk ■' lt;■

de opheffing daarvan vordert, kan de, rechter, de onwaarde van dat arrest aannemende, die opheffing niet uitspreken cP 7c*.-yoi

Air.-I!. tlorinchem, \. 211 Jan. ISi5. li. I,.. jg. |84'i, dl. \ I. p. H(i:(— Wqy, amp;

I!li8, cl', echter het sub art. 72(1 li. li., vermeld vonnis der Arr. U. lirielle,

v. !l Aug. *1861. Vgl. liiermede, omtrent het verband, bestaande tnsschen ~/^^-de actiën tot van waarde-verklaring en tot opheffing van een arrest en het rechtsgevolg daarvan, zoo met betrekking tot de nclui jiuliaihou

ocr page 123

yj/ixj-rrciïtA-£*--c*-tS(LUC '-J '■*' ^ gt;-lt;*-4-*-/ t/Z*-**.' JX-Ua i l^C

'VT3^~ SU,i~ / ,'eh/- t* ,rr?t - ^ 7gt;*1/

7 C.jiZtr^. ■^rr^.O~€amp; ' Usrmtë.— lt;^^-e^~ V--lt;y CaIQ^-J /*£,

ut, M6JL1- Art 780 ) 5^quot; ^^V/C.ISTO x^-Tv -•

//r-ty-o ■ / *-*{gt;-(*■ solri. als tot dc vorderinp: in reconventie — art. '1 ■ gt;- Ti. H.. sub n0, io /?/// lv ] MS, Kr^, ^ art. 250 ibid, sub n0. tgt;.

Ce-^L- v-e-u^. Uj. j. ^iet verband van dit artikel met art. 740 B. R. toont duidelijk K. V. tj^ann, dat eene veroordeeling tot vergoeding van kosten, schaden en ij): npy^Vt£~ interessen niet alleen bij eene opheffing van het beslag, maar ook bij 6e^- eene nietii?- en van onwaarde-verklaring daarvan kan plaats hebben fVgt;'- 1 ! lt;quot; ^

C\s

L)q i. cïo-o^t v

^ ,. - V ^ 2 ^ ■ lW-

Dit artikel is iiicl ingetrokken bij de wet van 7 Apiil 1869 (.SVW. n°. ;gt;;gt;).

..... i l •• 1 / „i,_______ ______J ____

ion de Y ^

Ia^-c*- ^ Arr .r Mmelo v. '29 Dec. 1880. W. n0. 4043. ook vermeld ad art. 738 I!. R.

Ojj Jri\o^-— l^i.................- -----

ofschoon de intrekkinjr daai-van bij het ontwerp werd voorgesteld. , . . .

Art. 7 1-n.

.-yC- De tardieve beteekening van het vonnis van van-waarde-verklarinsr L _ van het arrest aan den derden gearresteerde, kan dezen niet baten, -quot;a^-indien het onder hem gearresteerde mocht zijn afgegeven, voor dat

- door den rechter omtrent de waarde van het arrest was beslist, daar

- het verzuim van beteekening niet kan wettigen eene liandehng die

/*)

' ■ van den beginne af onwettig was.

quot; Art. 749 H. li. maakt dan ook geene andere betalingen geldig, quot; dan die welke geschied zijn, iranneer de termijn van eene maand na de uitspraak is verloopen, omdat de derde gearresteerde alsdan door het verzuim van den arrestant niet meer door het beslag is gebonden, tot tijd en wijle het vonnis van van-waarde-verklaring aan hem zal

/ l o - 1 ' 2~

zijn beteekend.

rlt;v/•quot;quot;quot; Arr.-H. Rotterdam, v. 20 April 18/,S. U. I!.. jg. 1848, dl. X. p. 437—

, n}tp __[{.. dl. XI,IV. ^ 95; lilein bij vonnis van de Arr.-R. Maastricht.

v. 15 Dec 1853, \V. iiO. 1532. waarbij is beslist, dat. indien de beteeke-

0 ' lj ^ Hquot; j'- ning geschiedt na den termijn, vermeld in art. 740 li. 1!.. alsdan van af (/// tijd.iliii de bevoegdheid van den derden beslagene om betalingen te doen cipboudt. — In gelijken zin Oudeman, H. H- 4de ed., dl. III. p. 135.

Zie ten betnoge:

a. Dat wanneer het beslag is van onwaarde verklaard en opgeheven, het dan de zaak van den schuldenaar zal zijn daarvan kennis te geven aan den derden gearresteerde, die echter ook in dit geval, indien hij van de opheffing aliunde kennis draagt, gerust tot betaling kan ovei-gaan —

l.E Tinto. Hdl.. II. I!.. dl, II. 2. p. 791. 2de ed., p. 800.

yy^sy*

-yt^lsO

ocr page 124

/

1277 (/!/•(!. 740.

7

6. Oat de beteekening, vermeld in art. 740 15 II. niet, uoodig is,

indien de schuldenaar binnen de maand in appèl komt —

Penning, ad art. 7 lt; t?, Lc

?gt;'■£/ vt-n ULJ- -JL -Tf v^^t- 'js.kJJjju*. Cjmj.n /tégt;,

c. dat de hier bedoelde termijn geschorst wordt door de failliet- ^ 'quot;f*

verklaring van den geëxecuteerde. ^ ^Zquot;0,

Arr.-H. Amsterdam, v, Ü1 Maart ISS'i. I!. i!.. j^'. \^82. li. p. quot;it'it 1.

■j -f.

Aii. 741.

1. Ken voorloopige begrooting, zooals in art. 7:3(i H. Ilv. is bedoeld, van hetgeen de arrestant van den schuldenaar te vorderen heeft, kan hier niet worden toegepast

Is een deel der vordering nog niet vereffend, dan behoort de veroordeeling zich vooralsnog te bepalen tot het reeds verevende, met reserve van het overige

Air. v. 2S Juni lS(i7. v. 11. II.. II. /;.. dl. XXXI. p. H(iti—378, R. li. j^. '18(')8. p. 145. sqq. cf. ; Ait.-R. Almelo, v. '20 Dec. 1880, vermeld sub art. 738 I'. Tï.

lt;i. De termijn, voorgeschreven bij art. 10, nn. I B. R., moet worden in acht genomen bij de oproeping van den derden gearresteerde tot het doen van verklaring, wanneer het vonnis, waarbij het arrest is van waarde-verklaard, bij verstek gewezen is tegen een gearresteerde, die niet hier te lande maar in Huropa woonachtig is

Hiermede zijn niet in strijd de artt. 7 W en 741 ibid, daar, hoewel de beteekening van het vonnis van van waarde-verklaring binnen eéne maand aan den derden gearresteerde moet plaats hebben met dagvaarding tot verklaring, zulks echter kan geschieden op eenen termijn van ruim vier maanden, opdat inmiddels het vonnis aan den gearresteerde kunne beteekend worden; terwijl de uitdrukking op het einde van laatstgemeld artikel, sprekende van dagvaarding op de gewone termijnen, zoo is te verstaan, dat die moet geschieden op dien, door de wet voor elk bizonder geval bepaald

Air.-U, Amsterdam, v. 22 Maart 1S'i2. if. II.. j«r. 1842. dl. IV. p. 524 —520. — Niet ten onrecbte wordt, volgens Lkon. tegen dit vonnis in quot;t li. I!.. I. I. en door (Mokman. 11. li.. 4de ed.. deel III. pas. 137 sq. aangevoerd: 1quot;. dat art. 10 I!. li. alleen op de dagvaarding en geenszins

cUj t.^J auT,*-. 7 V/ o-fiamp;u

ocr page 125

r /y t^Q sw/' f

C~Cs 7^gt;v^y 7

'/// ^

'

/^y

■K^.U ■ 5 ! ►«

c Ha. ,

T.y, ^V

/Z2 3

Ir/.

xJef.eX. ,

127S

^ lt;1 ;

gt;LAU

n^c.

. 2--o . t

rs # e9Jgt;lt;?J/ .

r,ru up 1,6 'leteekening van vonnissen van toepassing is. en 2°. dat de omstan-diirlieid dat do geai-resteerde luiiton liet Rijk woont, in aanmerking inoesl komen liij den termijn van dagvaarding tot van waarde-verklaring, vvelkr — ^ geheel imiten den derde gearresteerde geschiedt.

:i. Wat er ook zijn moge van het recht van den schuldeischer van een mede-erf'genaain, oni ten laste van dezen zijnen debiteur onder diens mede erfgenamen arrest te leggen op de goederen en gelden der nalatenschap, waartoe die debiteur mede gerechtigd is, is het echter boven allen twijfel verheven, dat zoodanig gelegd arrest nimmer tengevolge kan noch mag hebben, dat daardooi de schuld* eischer de bevoegdheid zou verkrijgen, om hij wege van interventie, zich in de eventueele scheiding des boedels tusschen erfgenamen en legitimarissen te mengen, en zich met hunne belangen en aangelegenheden te bemoeien.

1'. II. v. N.-Holland, v. 10 Nov. 1812. I! 1!.. jg. 1842. dl. I\. p. 870— 877. Cl', art. UI77 li. \\ . arrest van het/.elfde I'. II. v. denzelfden datum, snli n0. 7. 2de ed.. snb nquot;. !) en art. 1147 ü. \V.. vonnis van het Ktg. Gorincbem. v. 25 Sept. 1840 gt;qq.. 2de ed.. snli I.

-1- Het niet-dagvaarden van den derde beslagene tot het doen van verklarinir binnen ééne maand na den termijn, we 1 kc tot net doen van verzet bij art Ml B. II. is gesteld, brengt niet de nietigheid van het executoriaal beslag te weeg. maar maakt alleen de aan den geëxecuteerde gedane betalingen van waarde.

Ait.-R. Maastricht, v. 30 Dec. 1852, VV. n0. 1425.

Van de verplichting, om de bij dit art. gevorderde verklaring van hetgeen men uit deze of gene oorzaak van iemand mocht onder zich hebben of aan hem verschuldigd is, af te leggen, zijn bewaarders van 's lands of particuliere gelden of publieke instellingen als in cam de Javasche Bank. niet vrijgesteld.

Raad van Justitie te Batavia, v. S Juli 1853, VV. n0. 1037.

lt;» Bij de van waarde-verklaring van een arrest onder derden, gelegd krachtens eene authentieke akte, komt geene veroordeeling in de hoofdsom te pas. In geen geval behoeft de rechter den arrestant te autoriseeren, om den derden beslagene op te roepen tot het afleggen zijner verklaring.

Arr.-U „Appingedam. v. 2 Nov. I8.)4, V\ . n0. 17.gt;0.

;^. c 'tn-x-yb'uJ

ïV-ly'r jipt yz^ .

fXjdXztLU*.

ocr page 126

Xlt;? ^ -f! ^ * A ,* As— ' .' -^3

7 y, -J^. ~~i~- 1^79 y^. ^ ^ {•'/vt. 7 11. « 'jr^/?, amp;**/■

' '/ ' 7 . , // , - 7, , . ' quot; *%

_ i ^ ^ ) ' .' ■ ' . ^5.

3. I )e wijze, op welke een arrest i^elegrl is, kan geen grond van niet-ontvankelijkheid opleveren, tegen de vordering tot het aHegsen van e ' ^

verklaring, nadat het arrest eenmaal, bij vonnis, dat in kracht van ^^2 yvs^~-gewijsde is gedaan, van waarde is verklaard.

;/. . ^2.V- (LfVl-a-*

Arr.-R. Amsterflam, v. ti.quot;) Febr. isrgt;7. R. li.. jlt;r. 1857. dl. Vil. p. 405 '

—i08, waarbij verder is beslist dat dlt;'derde gearresteerde moet verklaren. *

wat liij onder zich heeft of verschuldigd is op het tijdstip van liot arrest.y'

De declarant, in zake v^n executoriaal beslag onder derden kan ^

volstaan met o|)gave van :il- of met-verschuldigdheid aan den geëxecu-^

teerde tot op den dag, va ar op /dj zijn*' verk!ar ivy af egt. Latere overeen- . -komsten zijn aan dat beslag niet onderworpen. ^,-^0 A^-

Arr.-R. Amsterdam, v. 21 April 1857, R. B.. j«:-. 1857. dl. VIL j). 417 ~' ^ c ,

—410.

l lt;rgt;/l ^

tgt; Zuolaug geen vonnis van afgifte gewezen is, behooren ook latere /^ fa '-s' iieslagleggers (waaronder ook zij die krachtens een executorialen titel

derde arrest leggen) de formaliteiten bij de artt. 1.79 H. !i. ju. 711 J.

lt;;n volgende voorgeschreven, in acht te nemen. ^ cPeFS1-- •

Ma /

1'. II. v. Utrecht, v. li) t)ct. 1857, vcni. vonnis der Arr.-H. Utrecht.

v. 81 Juli 1857, alles te vinden met de opmerkingen der redactie in R. U., jg. 1858, j). 209—220. , , ^ j t'

lO. I)e derde gearresteerde, die gemachtigd en genegen is om eene door een derde, die buiten het proces is, aan den gearresteerde verschuldigde som te betalen of zich voor de betaling heeft borg gesteld,

kan niet geoordeeld worden, die som aan den gearresteerde schuldig - ,

te zijn. . . -r

Arr.-ll. Amsterdam, v. 27 Juni '1800. \V. uquot;. 2828. _ ... - —/- •

, .'. . ! t XtX-1-/ -lt;-.

• I-. Ais de derde gearresteerde geen woonplaats of werkelijk verblijf in het Koninkrijk heeft, is de rechter van de woonplaats des eischers de bevoesjde. „*4. t-t» ; gt; ■ . /t~i. yU •• ■'quot;quot;quot;f.. C

/ .Itquot;. .« ! - , 1' - *

Nol' 's-Gnivenhage, v. 5 Maart 1883, \\ . n . 'i ■ M 7. 7'- • r ^ '/

■ ^.uyt, n'/if.

Ad. 742

1. Art. 742 li. li,, vordert van een derden gearresteerde, die beweert niets meer aan zijn gewezen crediteur schuldig te zijn, geene

Mr. W. van Ro.ssem Bz., Bury. Hechtsv. si

'amp;UL. ïeUJloL*^-* quot; cJ~

Axja- tS- ^ -r- vzfeya, iJgt;a^gt;z-7 ' ■gt; , ^ y ^ ^

J2~l~ /-lo- k -r- dcCna ló. StrïSa.tJ)^

é J-e-L.. /1 ^ ^ vcT't*'2-*--

ocr page 127

/faquot;jf y,'t, a.-U-. 'i-vvt-0Qst^riJ-'r£*^, J'

f . . •' / / .'- ,7^/? 1^1 ^

' v___'•- ■ - 77

A^. 742.) ^ - 12S0

undere opgave of verklaring ilan van de oorzaak en het bedrag der bestaan hebbende schuld en hare wijze van kwijting. Het gaat mitsdien niet op. dat hij verplicht is en do juistheid van de primitief bestaan hebbende schulden m niet alleen de wijze van kwijting op te geven, maar ook het volledig bewijs daarvan te produceeren en zich alzoo jegens eiken vreemden crediteur van zijn gewezen schnldeischer op geUjke wijze te justiüeeren, als hij zulks tegen dezen laatste zou

hebben kunnen of moeten doen.

Het is de taak van den arrestant die de ondeugdelijkheid eener door een derden gearresteerde afgelegde verklaring wil beweren, om bf die ondeugdelijkheid te bewijzen, of bij gemis van zoodanige bewijzen den gearresteerde, des goedvindende conform art. 749 te dwingen, om de waarheid zijner verklaring met eede te bevestigen.

/, ^ ^ An-, v. Jan. 184:1 W. n°. 302: 1!.. dl. MM. S 17: v. ... H- «•

v L ' jl |Y _o/(O • (verniotinonde oon in een teireno vergen telden zm

V u^O ■lt;*. irew.v/.êu v.mnis vnn'de Arr.-R. 'lid, v. S April IStó. W quot;jVf

1, V, •(/,■( 7 lt;11. IV. p. l'i-U); idem v. 11 Itec. 18«.: W. n. /W, 7UCfay■ R (1| XXVI. § -if,: V. ... 11.. il.id. dl. Mil. lgt;. 211—'ir.7 en v. h. Apquot;l

isriii. \V. i,0. IHU: R.. dl. XI,IV S r',;; 1(10,11 ,lii vunnis der Arr.-R. JfC Gronin^-n v. -iC. April IS'ii. U. j}r. 18'i'k dl. VI. p. 534 en

, idem rtivclit. v. 27 Juli IS 15. W. n°. (UI : v. Amsterda... v. 29 Jnm

^ _ 1^53 w p,#gt; ju. 185:^, p. -V)^—r)5() (waarbij is beslist dat de veiklannji

(^r van den derden gearresteerde voldoende wordt geacht bij gebreke

van

van ut'n (leiuen -c»ii i .— --- ^ ..... • i

Lf ^'-t-ewis van hare onjuistheid door den executant); idem bij vonnis der

U**C*n' l- An.:R. Rotterdam v. 13 N„v. 1882. W. nquot;. 4858: idem met bctrekkiiift

■ élb. omtrent dit. on.lenverp in Nederl.-lndië bestaande gelijkluidende

/gt; /J- wettelijke bepalingen en waarhij ......Ie is beslist, dat de overlegging van

LJ Jtf- justilicatoire liescheiden niet van een derden gearresteerde kan worden

j crevorderd - hij vonnis van den Raad van Justitie te Batavia, v. 12 Jan.

' / lmquot;,!) \v m0 1178: idem ten aanzien van een derden gearresteerde, .lie

t.fciRe weigert van het verschuldigde, op groud dat zijn primitive schuld-eischer krachtens eene gewijzigde overeenkomst over de kwijting van de Schuld niet gerechtigd is het verschnldigde in recliten van hem op te vorderen en hij uirt verplicht is die schuld op een bepaald tijdstip te voldoen, — bij vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, v. 14 Juni I8;j4, R. I...

io- 1854, li. 'iS2__485. zijnde l.ij dit vonnis tevens heslist dat hiertegen.

met het ooquot;- op art. 1302, al. 2. 1!. W.. niet ohsteert de /(i'e/-nalevuig van die ovweenkomst door den declarant; idem ten aanzien van het lie weren van den arrestant, dat de derde gearresteerde zich te /ipien aanzien en tot verkorting zijner rechten eenigc daden van kwade trouw on collusie met zijnen schuldenaar zou behhen veroorloofd, bij vonnis der Arr.-li. Rotterdam, v. 17 Nov. 1845. W. n°. 0%: R. R. jg 1840. dl. Mil. p. 283- 280, en van Utrecht, v. 1'i April 1847. W.u'.SoS. R. li.. ,|g. IS i/.

ocr page 128

—^ I -C Z C*-^CStA/t --- -£4-*.^-*- -i-^JL £r-^- t^-^- • ■£'£. £'^- (?1t*S1r£_

p — -ue i/tj£- ci^/prz C^a £lt;xst^L^lt;S£ ; t^-xnS t lt;yêe i - lt; -A- c-Y*Étyr^ £(*-2

(yi\iS •rf-UL'

ft? lt;2. /4 t

-7

J 281 [Art. 742.

.11. IX. p. 70fl sqq.; zijnde tevens liij lantstgemeld vonnis lieslist. dat zelfs dan wanneer de arrestant kon worden geacht het naar rechten vereischte bewijs van het door hein i^esnstineerd bedroir t*1 liehben gelevtirfl. daarvan, niet het oog oj» art. 1 ■ w /. al. 2, H. \\ .. nog geenszins het gevolg zonde zijn. dat de door hem botwiste overeenkomst zonde behooren te worden uitgesproken, indien niet tevens de gearresteerde als partij in het geding ware geroepen, /.ie art. 7511 i!. |{.. vonnis van de 2de Arr.-R. van den-zelfden datnm .sul» nc. 1. Vgl. hiermede in gelijken zin als hij voormeld arrest v. (i Jan. 1843, nt snpra sqq.. (Iidkman. II. ft., 'ide ed.. dl. III. pag. 11'S ■ en dk 1'into. Ihaiill.. 11. I!.. deel II. 2, pag. Ötid, 2de ed.. pag. (121 sq.. alsmede een arrest van het 1'. 11. van X.-lbilland, v. 10 Nov. 1842. U. I!.. jg. 1812. dl. I\. p. 8711—877. (waarbij zeer zeker bij wege van dwaling en als of er nog in ons recht in cas van een arrest onder derden Jiistiticatoire besclieiden worden gevorderd) is beslist, dat de juistheid eener zoodanige verklaring door bet overleggen eener akte van scheiding voldoende wordt bewezen. Zie ook v. 11. Uonert. Ilmidh., !; /40, en over de verplichtingen van derde beslagenen — een vertoog van .Mr. M Kvssem.. Thcinls. dl. \ Hi. p. !i2.''gt;—.'i38. die. hoezeer vtdkomen insteinmende niet de leer dat het thans (in afwijking van den C. de Pr. C.) voldoende is, dat de verklaring met redenen omkleed zij. dat is. vermelde al ile bizonilerheden welke men in art, 742 vindt opgenoemd, en het niet meer noodig is. dat de derde gearresteerde, hij hel doen zi/itrr vcrhkn'iiKj. tevens levere het bewijs barer deugdelijkheid, ook dan zelfs niet. wanneer die verklaring bloot negatief is. en alleen inhondt, dat hij aan den gearresteerde niets meer schuldig is. — niet te min. op grond van de artt. /44 , 74/ en /48 1quot;.. IJ., gelooft, dat er meer dan één geval bestaat, waarin de declarant gebonden is tot het bewijs dier deugdeliik-lijk. indien zijne verklaring betwist wordt, dat ook den arrestant andere middelen dan dat van art. 740 li. 1!.. te stade kimnen komen, enz

Vergelijk met een en ander, navolgende beslissing:

De verklaring is voldoende niet redenen omkleed, wanneer de derde gearresteerde verklaart, dat iiij aan den gearresteerde niets schuldig is of van hem onder zich heelt, daar hij het voor dezen te ontvangen bedrag reeds vóór de ontvangst aan een daartoe aangewezen persoon had geremitteerd.

De declaratie behoeft niet in te houden, dat niets meer verschuldigd is, wanneer zooals in casu de gedaagde verklaard heelt nooit debiteur van den gearresteerde geweest te zijn.

Ait.-R. Amsterdam, v. 28 Maart 1879, \V. n0. 4372. li. 1!.. ji;. 1870. .1. p. 180. waarbij nog werd beslist, dat al kon de gemelde verklaring niet aangenomen worden, dan nog op den eiscber de last rustte van door het stellen van leiten de onjuistheid der gedane declaratie aan te toonen, idem bet vonms der Arr.-U. Assen, v. 4 .1 uni I8(i(i. W. nquot;.2027. lï. I!., jg. 18C8, p. 223, waarbij werd beslist dal hel opgeven van de

ocr page 129

2 * . t/€, quot;vltXsefta* i *. h_^a i~ u* l lAT^ehfamp;J-- C '■♦ • usc t-, -^o

(ïz-vl - ■ yj**^-. x Ljrr-atr^L \j\^., y L(/p l/n.^, '-amp;e/f(X4^K^_lt;_^ 2*~lt;J XriJxstnJ^e..'*-^^J

/ ^rC- ■~^L' ' ■lt;-^--~J gt; -fAy-, ^(ll tk H' ;Z/Z.

7«.) 1282

wijze vim schuldkwijting door den derde, onder wien het beslag is gelegd, die? hetzelfde is als liet hewijzen der schnldkwijtingen en Arr.-R. Assen, v. 'ill Juni ISli.'i. \\'. n0. 2033. waarbij nog weid heslist. dat de arrestant óf den eed moet opdragen óf de ondengdelijkheid der verklar ing moet hewijzen. imi dat hij gemis van aanhod van een der beide, de verkhiiing deugdelijk moet worden verklaard.

'i Wanneer, tengevolge van een rechtelijk vonnis, verkregen ten kste van een Dinconie-bestuur van zekere gemeente, door den ver-krijtrer van dat vonnis executoriaal beslag is gelegd op al zoodanige gelden en kapitalen, als op liet (irootboek van dit liijk ten name van de armen dier gemeente zijn ingeschreven, en van wege den Staat de verklaring wordt uitgebracht, dat er ten name van dat bestuur, tegen hetwelk het vonnis is geslagen, geene kapitalen zijn ingeschreven, maar wel zeker kapitaal, in de verklaring breeder omschreven, ten name van de armen van de gemeente ten deze bedoeld, — dan voldoet die verklaring alleszins aan de wet, en zoude de bijgevoegde aanmerking hoogstens als overtollig kunnen beschouwd worden, terwijl eindelijk de incidenteele vordering tot erkenning of ontkenning, dat het kapitaal, ingeschreven in het tirootboek der Nationale Werkelijke Schuld, rentende •21/-2 pCt., ten name van de armen, aan de Diaconie-armen aldaar toebehoort, ten onrechte is ingesteld tegen den Staat, daar deze rechtens in den tegenwoordigen stand der zaak, onbevoegd is om dit punt met den eischer te demeleeren.

Arr. '21 Mei 1852. li., dl. M.ll. § 7. — Vgl. hiermede nog een voorbeeld vau eene verklaring, door de Directie van het Grooth. ;ds quot;■ediuitrde en derde gearresteerde uitgebracht, in een vonnis van de Arr.-U. Amsterdam, v. l.'i .Tuli 1S.VI. Amulcrd. /U''jtSjn'.. dl. II. p. I.jd en I;gt;7.

^ t l)e derde gearresteerde volstaat met de eenvoudige verklaring,

(jat aan |,em zjjn hetcekend zekere akten van cessie op de onder hem

^ ^ ' jn genomen kapitalen, zonder verplicht te zijn het bedrag en

tav* fllt;'lt; * n

(|e da 'teekening dier cession op te geven.

• / frt fa' '' ^'*1 ' ^'

Aan den derden arrestant kan het bedrag of een gedeelte daarvan

f r- ' 0lt; * quot; ' . . ^ .

■~C ^ , njRt worden afgegeven, zoolang niet is heslist over de waarde of

CO ' ^ l '

0 // onwaarde van de beweerde cessie, ook dan niet als die na het beslag

n^V r

•, f, is beteekend.

ƒ A|,l, v lrj Apj.ji igsy. VV. n0. 1431 : li., dl. XLIV, § .quot;)(gt;.

j\X . hrfo 'h -t

t4a lïp

ocr page 130

. ^ i , , . ^ ^---^

JV^- ■I'/Z,'^- V

128y [Art. 7 1:'.

-1- Het verzuim van in de verklaring te vermelden de betalinircn op rekening en de wijze van schuldkwijting kan nader ten processe worden hersteld.

Air. v. i Febr. 1884. \\ . u . 4995, ook vennelil .snit art. 740 li. IJ.

.» Van den executeur-testamentair kunnen evenmin als van ieder ander, justiticatoire bescheiden tot staving zijner verklaringen, al mocht hij dit zelfs eerst in, judicio hebben aangenomen, zonder echter later hieraan te voldoen, worden gevorderd. Ivenrnin kan hij ter zake van hel niet opmaken en mitsdien niet kunnen overleggen van eene boedelbeschrijving, persoonlijk verantwoordelijk worden gesteld voor het bedrag van het onder hem in die hoedanigheid gelegd arrest, indien de arrestant niet kan aantoonen daardoor schade te hebben geleden.

A it.- I!. Rotterdam, v. 13 Juni 1SW. \V. ii0. IWIi; idem ten aanzien van derde beslagenen in liet algemeen, bij vonnis van de Arr.-U. Tiel, v. 30 Juni 1841, W. n0. 302; 7iV;// in Scdcri., dl. IV. p. 12. bij vonnis der Arr.-H. Middelburg, v. 10 Febi'. '187(i. bev. bij Hof 's-llage, v. li IVc. 1870. aangeb. sul) boe art. — Cf. in gelijken zin, Oudeman, It. /■'. 4de ed.. dl. 111. p. 140. Zie oitk v. it. Uoxert. Ihlh.. § 749. art. 742 li. K.. arrest v. 0 Jan. IS-'hi sqq.. suli n0. I. en art. '1057 li. W ,. vonnis van denz. datum. 2de ed.. sub n0. 1.

4» De verklaring van den derden gearresteerde, slechts behelzende, dat hij op het oogenblik van het gelegd beslag geenc gelden meer van den schuldenaar onder zich had. voldoet niet aan het voorschrift van art. 742 15. li., volgens hetwelk zoodanige verklaring met redenen moet zijn omkleed en de wijze van schuldkwijting moet inhouden enz. — Dit gebrek in verband met een omtrent den vorm dier verklaring (zie art. 74-'3 15. R., na te melden vonnis van de Arr.-R. te Groningen) brengt echter niet te weeg de toepassing der bepalingen van art. 746, maar wel die van art. 7 ligt; H K. (met inbegrip der verwijzing in de kosten op het tusschengeding gevallen).

Ait.-K. (Ironinii'en, v. li) Jan. 1 Sii. U. H.. ju. 1844. dl \ I. p. 532-MU: li., dl. XXVI § 103; idem van Andiein. v. 11) Jan. 1849. \V.no.i018; |{ 1gt;.. iSi'.), dl. XI. pair. HM sqq.; idem Ocdkman. /gt;. li.. 4de ed.. dl. lil. p. 138 sip — Vergelijk ook liiermedc «mmi vonnis van de Ait.-K. Amsterdam, v. I Maart 1851. U. 1?.. jir. I8r»i. p. —2(X). waarbij is heslist, dat, indien de gedaagde en derde gearresteerde als eenige gronden van tegenspraak heeft aanglt;^V()erd. dat de gearresteerde In rcc/ilcn niets van hem te vorderen heelt, noch oeniü rechtsmiddel tegen liem gehrnikon

-4.

ocr page 131

— ^ O L* - lt;y tX-O-^s CCCA^.

lt;1 t-£^ ^ 6xJL^-y^ V? C^--

^ Ucrór-T^j— ^ r -------- • -f----/ 'lt;-Cquot;—^

!;■/ 7 1.2.) 12S|.

^., ___.7^-—^4 •-- -**^-'-f •••'--

mag, dit beweren ^reen j;rond kan oj.leveren. lt;1111 den eischer en arrestant ■ -■ niet-ontvankelijk te. verklaren, of zijne vordering tegen den gedaagde te , lt; ontzeggen met de kosten, maar dit veeleer den inbond eener declaratie uitmaakt, waarvan de dengdelijkbeid al of niet kon worden betwist, of waarvan de beeediging aan den derden gearresteerde kon worden opgelegd. en in dit geval de rechter, de gronden van tegenspraak van den derden gearresteerde verwerpende, bet ontbrekende niet mag aanvullen of verbeteren, maar den declarant moet verwijzen, om op eenen te benalen dag alsnog zijne verklaring uit te brengen.

J. Bij de beoordeeling van de verklaring van den derden beslageae komt het niet aan op de bewoordingen, welke hij daarbij gebruikt beeft, maar op den zin en de beteekenis, den inhoud en de verklaring zelve.

Arr.-li. Amsterdam, v. ^7 Nov. IS'i'.l. li. li., jg. 1850. dl. XII. p. 31)2—;itl7.

W. Nergens bij de wet wordt aan den derden beslagene het recht ontzegd, om in zijne verklaring, die met redenen moet omkleed zijn. zoodanige daarmede in verband staande bedenkingen (in specie: 1°. of door de toewijzing der vordering van de arrestanten aan hen niet meerdere rechten zouden worden toegekend, dan de schuldenaar zelf zoude hebben kunnen uitoefenen; 2°. of bij bet arrest niet in acht had behooren te worden genomen de bepaling van art. 7ri7 H li., mitsgaders de wet v. 21 Jan. 1815 [S/01. nn. 5) en ;iu. of aan de vordering der arrestanten kan worden voldaan, zonder dat eerst de deeling der gemeenschap door ben is gevorderd, naar analogie der wetsbepaling, voor een soortgelijk geval vastgesteld in art. 4lt;.)2 H R.) aan het oordeel van den rechter te onderwerpen, als op de gevraagde veroordeeling tot af- of overgifte, ofschoon door den derden beslagene niet formeel betwist, van invloed zouden kunnen zijn. Voor zoover zoodanige bedenkingen als eene bepaalde tegenspraak mochten kunnen worden aangemerkt, is de derde beslagene daartoe volkomen bevoegd, vermits hij geenszins enkel getuige, maar als gedaagde, om zich tot afgifte (e hooren veroordeelen, wel degelijk partij is in het geding. Op dit recht van tegenspraak kan van geen invloed zijn of de geëxecuteerde al dan niet zijnerzijds in het beslag beeft berust.

Arr.-li. t'lrecbt. v. 22 Sept. 1852, IJ. 11.. jg. |S5:gt;. p. 77—81. — Cf. act. 73.quot;i li. li., arrest v. 2.! .luni 1813 sqq.. snli n0. 1. meer bepaaldelijk ile noot.

ocr page 132

/ev^ Sev-cn^eaJ? ^ ^c^-y /-*.--rJjy,s) ^ jis- 0*4 ■■ o ■» *—•

O* ^ ^ % y J 0 . / f-

/jt^j^j-jL = o^a-es-jpt , ^

y / / Z1. „ s, O * ^. sJ 'U^ * -/- Qu 'é' V-' c* -t, a 7* t- yS2~- Is •* 'lt; 'ÓS sp C-,

yf\yo (*-**- (^-e^cr^- p i* yQ-V*^jse* , / /

- / k ^, • syi quot; ^I ' ^ rfP~~

^ ^ ^ ^ /' 12S5 ^ (^,7, 71,-2.

I Aji-I-V*-4-^ l/ zrL^eSl^.—-C^J ^ c yi otx^^ 'O* 4- f rX^/»^gt;c, ^p^c* ftfr JL*- t cs/'J^--'

' 1^. '-O - C*-»—'

fgt;. De derde ^eiirresteerde, als zoodanig verklaring doende van ^

hetgeen liij als likwidateur eener ontbonden vennootschap onder zich — :

heeft, behoeft bij die verklaring niet te voegen eene gespecificeerde ■J3quot;yylt;-ï--*™

' h

opgave der ontvangsten en uitgaven van de ontbonden vennootschap. ^-/o-^ 'j

Ari'.-R. 's-Gravenliage, v. quot;JO Dpcenilicr 1851), \\ . n0. 'il!U.

tO. Onder de wijzen van schuldkwijting zijn niet uitsluitend bedoeld de bij de wet met name genoemde middelen van schuldkwijting,

maar is ook begrepen eene verrekening, die insgelijks een gereed middel van schulddelging zijn kan,

l'. II. v. (imninfreri, v. I Nov. 1864. li. II., jn;. 18(15, p. i220, waarbij nog wenl O vei'wogen dut het hier niet zoo zeer annkornt op het niiddcl (species) van schuldkwijting, als wel dat uit de opgaven moet blijken de wijze waarop en de onistandigbeden waarondei' eene beweerde schuldkwijting is tot stand gekomen.

II. De derde gearresteerde, die gemachtigd en genegen is om een door een derde, die buiten het proces is, aan den gearresteerde verschuldigde som te betalen, of zich voor de betaling heeft borg gesteld, kan niet geacht worden die som aan den gearresteerde schuldig te zijn, of van hem onder zich te hebben.

Arr.-U. Amstenhmi v. 'J7 hnii ISCiC). \\ . uquot;. quot;JS'JS.

1« Van den derden gearresteerde kan niet gevorderd worden het bedrag van de schuld op te geven, wanneer die bf nog niet is vastgesteld, bf voor dadelijk vaststelling niet vatbaar is,

Arr.-R. Middelburg, v. l(i Febr. 4871), bevestigd door arrest 'Hof 's-Mage, v. II Dec. '1870. li. I!.. jg. IS7I.I, .1. p. l'-'n sqq.. ook vermeld sub art. 744 li. K.. 11°. d: idem Arr.-I!. Nijmegen, v. I'2 April 187lt;'.

\V. n0. 32'iö: idem arr.-r. Gorincbem v. 2'd .lannari I8(i7. \V. 11°. 2882 cf. Arr.-U. Brielle. v. I Nov. 1861, W. n0. 2:gt;42. waarbij is beslist, dat zoolang de vordering van hem, ten wiens laste liet arrest is gelegd, niet likwide is, ongetwijfeld de gemeente-ontvanger onder wien beslag is gelegd.

aangaande het bedrag «lier vordering geene verklaring kan doen. en ook de gemeente, indien al door den ontvanger die verklaring mocht worden gedaan, daardoor niet gebonden is.

13 Het staat den arrestant vrij te onderzoeken of er in de afgelegde verklaring fouten zijn ingeslopen . maar dit kan niet zoo ver gaan dat de derde gearresteerde verplicht zou kunnen worden, om met den arrestant te debutteeren de beteekenis van een contract, tusschen

ocr page 133

Art 71.2)

eerstgenoemde en deii geëxecuteerde, die niet in het geding is, aangegaan

Arr.-R. Gioningen. v. quot;J Jnli ISSd. W. n0. I!, li.. jo-. |S8'J, .1.

p. 2t20.

I-I. De staat der goederen wordt niet vereisclit in het geval dat de derde gearresteerde verklaart, niets meer van den geëxecuteerde ouder zich te hebben.

Hof Leeuwarden, v. -20 Maart 1882. \V. n0. Wil.

i i)e derde gearresteerde kan aan den executant de overdracht van rechten door den geëxecuteerde, vóór het beslag gedaan, tegenwerpen, al is die overdracht aan hem derden gearresteerde niet beteekend of althans eerst beteekend na het beslag.

Ilnf Leeuwarden, v. 20 Maart !88'2. idem het daartoe betrekkelijk vonnis der Arr.-R. (ironingeu, v. .'i Juni 1881. Iieiden opgenomen in W. m0. -48il.

Kt Zie omtrent de vraag, tot wanneer de verklaring van den derden beslagene, van hetgeen iiij onder zich lieeft of zal krijgen, zal moeten loopen —

art. 7:Ci I!, I!.. vonnis van de Arr.-l!. Amstei'dam. v. 20 Oct.'1845 sqq.

Art. 74;}.

, /,. De bii art. 743 15, li, gevorderde verklarimf, vervat iu een decla-\^!Yratoir, slechts door den procureur van den derden gearresteerde getee-f ^ y kend, evenals eene gewone conclusie of declaratoir, is niet voldoende.

^ jc, indien liet niet blijkt dat die van den derden gearresteerde zeiven is (yi ' juMquot; uitgegaan — daar, indien de wetgever de verklaring in dien vorm

^ voldoende zou hebben geoordeeld, art. 743 overbodig zou zijn, vermits

/ i/rquot; ' '

dit in den regel het geval is met alle akten der procedure, In dit zjjn er termen tot toepassing van art. 7 1ö M. 11

i!.Q- ^1 / a

a\p Lquot;' Arr.-R. Groningen, v. 19 Jan. 1844. R. B.. jlt;r.'1844, dl. VF. p. 582—534;

^ U.. ill. XX\ I, § 103. cf. ook nrivst P. II. v. Groningen, v. 1 Nov. 1864. R. I

ir '81p. 229, vermeld sul» art. 742 P». IJ.; idem Oudeman, /gt;. li..

'ide ed.. dl. III. p. 130. die ook aldaar, volgens Léon, te recht wederlegt ^ f hot gevoelen van v. i». IIonf.rt. I'nnmdu'i'h.. |gt;. 834, volgens welken

^ lautste nit :irt. 713 13. K.. volgt de imodzakolijklieid der verschijning v:in

/yd 'f . f C .

i /.V- Vy . - , Atgt;'

i-2srgt;

^ L-'fi - v'vT

r

Jf* .ru^ ^ . ; ,ltlA ' .lil

.rjquot;' quot; ' amp; iM

fj w-rt- ^ i '■ . 4 4

MT*

ocr page 134

/{r~Ch-

cXt~M

T^trrv

I-uJU

1

v~0- •Scrc'V cr^- -itux*-*

'.4)7. 74.1

•~A\. -»

/

% y

ccr /«.iV'. £CjJ6/

don derden gearresteerde in pcyxoon of doov renen blonderen r/onach-tiyclc, die de verklaring zon moeten alleggen en deze dus niet dooi den procureur zon kunnen voorgelezen worden.

lu den derden druk van van den IIoneut's hoynmlicrhoeh. j». i^S en 449 wordt als formnlior aangegeven een dooi* een procureur geteekende conclusie, waarin de door den derden gearresteerde ol diens speciaal gemachtigde geteekende; verklaring is opgenomen.

vtL^. an4. ^ i 9/-^- ^'quot;k

* , I^titT.^L£gt;w^4 1—-**-4- c

l2s7 ^. V

O ~d-£- L-t-J

All 714.

1. De derde gearresteerde kan niet worden ver|)li(;lit tot eenige al-of overgifte, dan tegen voldoening of korting van ai de aan zijne zijde gemaakte kosten, zoodat voorafgaande voldoening dier kosten noodzakelijk is, wanneer korting niet mogelijk is.

.Vit. v. 28 Juni 1867. R. H.. jjr. 1868. p. 145 sqq.

'i. Bij een arrest onder derden moeten de kosten, aan de zijde van den derden gearresteerde gevallen, worden gedragen door den schuld- lt;

eischer en arrestant (behoudens zijn verhaal op zijn schuldenaar, 'zoo en op de wijze als nader bevonden zal worden te behooren), wanneer uit de deugdelijk bevondene verklaring van den derden gearresteerde blijkt, dat de arrestant niets uit de gelden, onder den derden gearresteerde berustende, kan verkrijgen cam alwaar de schuldenaar voor de afgifte der gearresteerde gelden is failliet verklaard en de arrestant daarna heeft verklaard nimmer de gelden, onder den derden beslagene gearresteerd, voor zijne private schuld te kunnen bekomen, noch de afgifte daarvan aan hem kan geschieden, maar in tijd en wijlen, of aan den curator van de massa, of aan andere gerechtigden).

Ait.-H. Ainstordam, v. 'i'i .lull 18IÜI. li. li., jg. 18W. dl. 1\. p. 8(16-8118: iiii'in Ounr.MAX. /gt;. II.. Ide cd., dl.. III. p. lil. in ffelijkon geest vonnis Ari'.-I!. Middelburg, v. 16 1'elir. 1S76 bev. bij arrest Hul s-llage.

v. 11 Dec 1876. I! . I)., jg. I87(.gt;. .1. p. lüO.

3. Aan den derden gearresteerde wordt bepaaldelijk in art. 711 c

15. li en volgg., j0. art. 47quot;) en volgg., het recht toegekend, om de .o

gevraagde veroordeeling tot afgifte te belwisteu en geelt hem dat recht L-

tot belwisten, de hoedanigheid van partij in het rechtsgeding, onver- •—

schillig of hij van dat recht al dan niet zou hebben gebruik gemaakt.

De contestatie tusschen den arrestant en den derden beslagene. over de vordering tot afgifte van penningen, stelt tusschen hen een rechts-

it

ocr page 135

Art. 7 14.)

geding daar, waarin wei het belang van den geëxecuteerde indirecteiijk kan zijn lietnikken, doeli ;ian welk rechtsgeding deze, als zoodanig, geheel vreemd is.

Ue derde heslagene kan zijn bezwaard door eene veroordeeling tut afgifte van penningen, waarvan de afgifte zijne verantwoordelijkheid dan slechts dekt, wanneer die gesciiied is op de wijze en naar de bepalingen, voorgeschreven bij afzonderlijke wettelijke regelen van de administratie, waartoe zoodanige penningen behooren.

De middelen, welke de derde beslagene inbrengt tegen de afgifte der penningen, die hij verklaart in zekere kwaliteit onder zich te hebben, zijn niet per -se eene quot;xcepüo de. jure, tertii. althans niet in het het geval, dat van de wettigheid of onwettigheid der tegen hem uitge-sprokene veroordeeling zijne ontlasting, tegenover den geëxecuteerde en de administratie [in casu het algemeen burgerlijk pensioenfonds), waartoe zoodanige penningen behooren en waaraan hij verantwoordelijk is, afhangt

I'. II. v. N.-Brabant, v 'ii Dec. 1839. li., dl. IV. S lt;gt;'l. — Cf. art. 757 I!. I!.. vonnis van de Air.-R. Zwolle, v. '2 April IS5]. sqq.. sub nquot;. 7. en art. 735 H. R., arrest v. *23 Juni 1843 sqq.. sul) nquot;. 1. meer bepaaldelijk in de noot.

4-. Indien de middelen van tegenspraak aan de zijde van denderden gearresteerde zijn ongegrond, kan zulks naar rechten alleen tengevolge hebben, dat de rechter, bij de toewijzing van den eisch, den gedaagde zal veroordeelen in de kosten, welke in ieder ander geval, hetzij krachtens art. 5(i. hetzij ingevolge art. 744 li. li., ten laste des eischers moeten komen, doch zoude het tegen alle regelen van procedure aan-druischen. om, bi] het ongegrond bevinden van middelen van tegenspraak, den gedaagde daarin niet-ontvankelijk te verklaren.

Arr.-U. I'trecbt. v '2'2 Sept. 1852. It. I!.. jg. '1853. p. 77—81.

•V De derde beslagene door bedenkingen en bezwaren te opperen, maar zich overigens te refereeren aan het oordeel des rechters, kan niet geacht worden den eisch tot afgifte te betwisten.

I'. II. v. N.-llolland, v. li Maart •18()7. W. n0. '2lt;.I2'2, cf. In't aangeteo-konde sul) art. 51') K. I!. I!.

I^SS

ocr page 136

'

I 2S'.) [Art. 7t5.

1/7. 7 15.

1. I)e faillietverklariiiLf van den geiirre.steerde, uitgesproken dour eene buitenlandschen rechter (gesteld dat zij voor Nederlanders en voor goederen, iiier te lande gelegen, verbindend mocht worden geoordeeld) na het vonnis, waarbij het arrest is van waarde verklaard, kan deti derden gearresteerde niet onthefl'en van de verplichting tot het doen van verklarinsr.

Arr.-R. Anisterdimi, v. .Maart ISi'J. R. i».. j^'. IStó. dl. IV. p. .V21 —rgt;2(). — Cf. ten aanzien van de vorliindende kiacht van zoodani.ü vonnis liii'r te lande in liet idgenieen — art. i'M li. II.. arrest v. .Mei ISiS!' sqq., shIi ii°. 1 en art. '10 Alg. Hep., suli n0. (i. dl. II. |i. 7(i en 77. 2de ed., snli n0. 9.

58 De derde beslagene kan geen belang of bevoegdheid hebben om het doen der verklaring tegen te spreken, op grond dat het bevel tot betaling niet in tijds aan den geëxecuteerde is beteekend.

1'. II Overijssel v. Ilt;s Jan. ISóS, hij Mr. !Ikutzvkmi ut supra, p. .V.t.

Jf /Ac ten betooge, dat executeuren testamentair, nadat het vonnis is van-waarde verklaard, niet meer bevoegd zijn om den eisch tot het doen van verklaring tegen te spreken, op grond dat de boedel onder belinicie van inventaris is aanvaard - -

art. 735 1!. I!.. arrest v. 2;! .Inni 1 Si.'gt;. sqq.. sul) uquot;. I. — Zie art. 1(158 1!. \V.. arrest v. denzelfden datum, suli u .

I. Art. 7 Ifi I! R. is slechts van toepassing, wanneer de derde gearres teerde nalatig is in het doen der verklaring en dienvolgens tegen hem wordt verleend verstek, waartegen hij dan conform art. 7 17 in verzet kan komen. Wanneer echter de derde gearresteerde wel degelijk verklaring heeft gedaan, doch deze conform art. 75(1 is betwist, behoort niet art. 7 lgt;f), maar art. 750 te worden toegepast, indien namelijk de derde gearresteerde, als niet voldaan hebbende aan het vereischte van art 7 l''i, behoort te worden in het ongelijk gesteld.

Arr, v. (i .Ian, IS'i!!. \V. iiquot;. 'Mi; R. dl. X.III. ^ 17: v. n. II.. It. dl. I\. p. 223—242: — iu gelijken /iu uk I'into. Ildl.. li. 11.. dl. II. 2. p. 503, 2de ed.. p. 021 sq.. verg. vininis Arr.-li. Middelburg, v. 10 Felir.

ocr page 137

C*. .Jlï five- /

lt;8. Dit artikel is niet van toejjassing op hem, die eene onvolledijre verklariiiir alieurt,

In zoodanig ireval blijft den arrestant niet anders over, dan om de '7'7. verklarinir eunt'orin art. 750 H. Rv. te betwisten.

'Ir L ^ -

An*, v. I Febr. ISSi. W. 110. 4(.M)r). vermeld sub art. 742 I». K.

' t- ■ t/T-• O

'Os,. '■'iv-.vü- cc/-iL-'-r. ^ a , ^ yt/1 JS'fii.

/ie ten betooge, dat een vonnis waarbij de derde gearresteerde ter zake van het afleggen eener onvoldoende verklaring, evenals ware ^ hij zuiver schuldenaar, is veroordeeld tot voldoening eener vordering

'/i beneden de f lOO, niet vatbaar is voor hooger beroep —

art. H. li,, arrest van quot;t 1'. II. v. Drente, v. 'J7 Ih'c. 1847),

quot;La-*-.quot; i—

'f i

V.' ./ stil) n°. 21.

Art. 747.

1. De derde gearresteerde kan, in verzet komende tegen een vonnis, waarbij hij bij verstek verklaard is zuiver en eenvoudig schuldenaar te zijn der som, waarvoor het beslag gelegd is, — ten dage dienende, zonder nadere toelating daartoe, dadelijk zijne verklaring doen. Hij nalatigheid hiervan, en wanneer hij, gedagvaard hebbende, om alsnog verklaring te hooren afleggen, slechts concludeert, om daartoe te worden toegelaten, is hij niet van het recht om alsnog die verklaring te doen, verstoken.

Air.-H. 's-llage, v. •J.'f Jinn IS'iO, \V. n0. 140.

2. Onder de kosten, vermeld in art. 747 H. II.. tegen de voldoening waarvan de derde gearresteerde in verzet kan komen, worden, evenals in het geval, voorzien bij art. S9 B. It., alleen verstaan die, welke door het verstek veroorzaakt zijn

Air,-li. quot;s-llage, v. 'Jli .liini quot;1840. \V. n0. 1'i(i.

liet aanbod, vermeld in art. 74-7 H. R, kan niet anders zijn, dan eene bereidverklaring om te voldoen, en geene dadelijke betaling, daar toch het montant der te voldoene kosten onzeker is en later moet verellend worden; — terwijl aanbod van betaling, zooals lt;lit in

ocr page 138

,-f lt;- lt;*lt;/» 'XJLsi^Q O/l

lt;» t^v sXjiyi (T/m-^U

j /— lt;quot;lt; X-V '

t ^ ^JLsZ- nX fï-o

T^.

i 'i a » ^ C1

t A-

ttsi -

7'

r

[Arl. 747.

Ml ^ t t -3 Al**£e£-

Arr.-R. 's-liape, v. .hmi 1840, W. n0. '14('): idem hi-; Pinto. /A//.. U. /1., deel II. t2, pag. 504, cAle ed., pap;. O^r) sq.. en Ouoeman. 13. li.,

ide cd., deel III, palt;r. i4.quot;) sq. — Zie ook I'knning, ad art., volgens 12.^/* ™ wieu uit art. 747 H. R. voli^t, dat de derde frearresteerde, op straffe van niet-nntvMiikelijUheid. indien de tegenpartij excipieert, verplicht is aan te bieden de betaling der kosten, hetgeen echter niet kan worden gelijkgesteld met een aan hod van gereede of met werkelijke

/

/ * lt;. /fquot;

l^fO.

4. Voor de ontvankelijkheid van het verzet wordt niet vereisoht,

dat het aanbod van betaling gel ij kt ij duj geschiede met het exploit van V0

verzet. Integendeel heelt de wetgever bedoeld aanbod aan geen bepaald tijdstip willen binden. A*-~ -

Ari'.-lt. Amslerilain, v. -21 Maart 1882 \V. 110. 'iTOT, K. I!.. jir. 1882, .1.

p. '2H7, waarhij verder werd beslist, dat ook in cas van (ippositie, de derde gearresteerde de gehoudenlieid tot het doen van verklarinsr maquot;' teuen- - .

spreken. ...

Cgt;4(!A Jvt/i tci^u

.1)7. 7 4!).

r't /T \A-t.0 Q3.

1. Als er tusschen den derden gearresteerde en den arrestant een

rlt; c

/ilt; ^-rfO - • amp;gt; *

_ 1091

/2^,. /3 CrTf/y u/'-y,quot; 662-^7 '^y

art. 7114- H. R. is voorgeschreven, alleen kan plaats hebben van eene litiuide verschuldigde som of zaak, die de schuldeischer weigert te ontvangen, terwijl ook, indien de wetgever meer dan bereidverklaring van den opposant gewild had, hij dan voorzeker in art. 747 niet zoude gezegd hebben: mils aanbiedende om, de kosten te voldoen, maar mits de kusten voora f tjetaleude.

- ^ ^ 2_o. 'f ' '

fr ,_'a_ .quot; --- 2

L-gt;quot;-

.a,/ï.~.

'• 2.^a^n . / ?//,

yzvz.

HP

/.-i-

-y,

-7

geschil bestaat over de deugdelijkheid der verklaring en het betwisten daarvan, dan kunnen zij voor zich over dat geschil i^eeiie dading aangaan.

Arr.-R. Hoorn, m'/c die. \V. n . ;f7(l; vgl. hiermede de ook volgens I.Kiin juiste opmerking der redactie, welke zich met dat vonnis niet /^f vereenigt. uit hoofde hier het onderwerp is de tegenspraak der verkla-ring. — Cf. art. 735 1!. R.. arrest v. 23 Juni 1843 sqq., suh n0 meer Ijepaaldelijk in do noot.

2 Indien het onderwerp van liet. onder derden gelegd arrest niet de som ol' de waarde van /' ;3II0 te boven gaat, is de arrestant ontvankelijk de ondeugdelijkheid der gedane verklaring door getuigen te bewijzen.

Arr.-R. Hoorn, .vine die. VV. n0. 370.

fu-.-j■

PB^aL

ocr page 139

m W'

2 Ö -S-'Lui* L t~Q^^

»t, i2u.r^ /z- V^ri/C^Jt

' -iL~ P* »\

Art

■y^y amp; 'V \ f yU. -r -/ - v ire t ^ ■ cksi •*- • ^ /s V? •» —• . ' ■ ^

If. De arrestant is niet-ontvankelijk om van den derden gearres- ^ teerde te vorderen den beslissenden eed, wanneer de hij de conclusie ^ treposeerde feiten geenszins zijn ter zake dienende en afdoende en daarenboven (ie wijze, waarop die eed schijnt te zijn opgedragen, niet betreft de belediging der verklaring van den derden gearresteerde of het bewijs der onjuistheid dier verklaring, maar alleen twee bepaalde punten, in des arrestants conclusie vervat, terwijl die zoogenaamde beslissende eed door de wederpartij noch aangenomen, noch teruggewezen,

noch geweigerd is; -— zijnde overigens de rechter niet bevoegd ten deze den suppletoiren eed op te leggen.

Ait.-R. Anisteidam. v. 31 Oct. 1848. \V. ri0. 982. — Vjïl- hiermede een vonnis van dt; Arr.-R. litiecht, v. 27 Juli 184quot;). W. n0. ti41 (bereids vermeld op art. 1971 li. \\.. sub n0. 3), waarbij is lieslist, dat indien in cas van art. 749 de opgedragen eed in de daartoe betrekkelijke conclusie alleenlijk door den procureur is geteekend. alsdan niets den rechtei' verhindert. alvorens l)ij eindvonnis recht te doen. den in geschil zijnde eeri, als zijnde lt;le bevoegdheid tot oplegging daarvan door den rechter liij de wet niet afhankelijk gesteld van eene voorafgaande aanneming der partij, aan den derden gearresteerde op te leggen.

-t. De arrestant, zijne vordering ingevolge de door den derden gearresteerde gedane verklaring ruimschoots kunnende verhalen, heeft geen belang dut die verklaring onder eede worde bevestigd.

Air.-li. Maastrichl. v. IT) Dec. 1853, W. n0. IMl'J.

Zie ten betooge, dat de oorspronkelijke schuldenaar kan intervenieren in het geding ten line van declaratie tusschen zijnen crediteur en den derden gearresteerde —

t- j pCZiZs • VtA lt;Z8- ^ A £lt;£*1

art. 280 II. I!. vonnis van de An -li. Amsterdam, v, 2(i Jan. 1848.

^-e.

- dk 1'into. Will.. It. li., dl. 11. 2, p. 502 en 563. 2de ed., p. 623 sq.. oppert de vraag, wat het rechtsgevolg zal zijn van weigering van- of nalatigheid in de allegging van den eeil door den derden gearresteerde in cas van art. 749. /.. i. zal hij. — ook nit hoofde de eed. waarvan hier de rede is, noch is een gewone beslissende, noch de gewone snppletoire eed van '1 li. \\ .. als komende beide eeden alleen te pas in een contradictoir rechtsgeding, hetgeen niet bestaat tnsschen den arrestant en den derden gearresteerde, /oo lang de verklaring niet wordt betwist — daardoor, ook blijkens de geschiedenis der wetgeving (vgl. v. n. Honert. Il'lh.. § 749) niet kunnen verklaard worden te zijn schnldenaar voor het bedrag der vordering en is bet gevolg daarvan eenvoudig dit, dat de arrestant daarna het recht behoudt om de verklaring te betwisten en de geweigerde eed tegen den derden gearresteerde een gewichtig vermoeden zal

ocr page 140

/7

^ Cf ^,

^^ 120:5 J ' (Ar/. 749.

oplfiveren; idem An'.-R. flroningen. v. (1 lrel)r. IS.quot;)7. K. li.. ,iff. 1857. ill. \ II. pair. (')'2!)—0^1; anders (en volgens I-inN' (e veclit) Oudeman B. It.. 4de ed., dec! III. pair. 141 en 142, volpvns wien nuk in dit geval de bepaling van art. 19(19 1gt;. \V. van Loepassing is «mi aan den arrestant niet de bevoegdheid kan worden toegekend, om na den geweigerden eed de verklaring te betwisten. Met dit gevoelen stemt overeen dat van Penning ad art. Volgens liem is bet verscbil. door ME l'lNTo betwist, wei aanwezig en ligt dit juist in de stelling van den arrestant, dat bij de juistheid der verklaring in twijfel trekt en daarom de heeediging vordert en /.al de derde gearresteerde bij bet weigeren van den eed moeten verklaard worden schuldig te zijn zoodanig bedrag, als de arrestant hij bet betwisten der verklaring heeft opgegeven. — Vgl. hiermede Lipman./?. I!.. p. 32!), volsens wien bet niet volkomen duidelijk is, of thans de schnldeischer door het vorderen van den eed. en na bet atleggen daarvan de bevoegdheid verliest, om de deugdelijkheid der verklaring te betwisten, daar het tegendeel nit art. 750 11. R. schijnt te blijken, en de artt. 570 en 571 de 1'roc. althans tooneu. dat. niettegenstannde de heeediging onder bet beheer der Fransdie wet altijd plaats had. echter eene coiih'xtalioti (Ir h' flrclai'ofiuii niet onmogelijk werd geacht. — Ibe laatste stelling echter berust volgens de Pinto, //'//.. Ik li.. dl. II. 2, p. 501,2de ed., p. 021!, (die aldaar tevens bestrijdt liet gevoelen van Lipman omtrent de ontvankelijkheid van bet betwisten van den eed. nadat die door den derden gearresteerde is afgelegd) op eene iicIHkj iirincijiii, daar het l'ransche recht nergens uitdrukkelijk van zulk een eed gewag maakt. art. 571 C. de Pr. den derden gearresteerde eenvoudig de verplichting oplegt, om zijne verklaring ter izrillie to doen en te bevestigen (fmi cl fiffit'imwo) en sommige schrijvers nn wel leerden, dat die bevestiging altijd moet geschieden ondereede, doch anderen, en zoo het schijnt beter, waaronder Reuuiat St.-Piïin, .10/. van oordeel waren, dat zulks niet behoefde.

Cf. hiertoe betrekkelijk het navolgende:

Wanneer van eclitgenooten, onder welke arrest is gelegd, de heeediging hnnner verklaring volgens dit artikel gevraagd wordt, en de man dien eed aflegt, doch de vrouw weigert, dan moet de beëedigde verklaring van den man. dat de gemeenschap niets schuldig is als hoofd der gemeenschap volkomen geloof in rechten verdienen en de weigering der vrouw eenvoudig gepasseerd worden. Zie Djiix. rii Mril.. dl. XI. p. MI2. Vergelijk ook vonnis Groningen, 0 Febr. 1lt;S57. 11. 11.. jg. 1857, p. 020. liiorboven aangehaald, alwaar wordt aangenomen, dat de weiuering van den eed al te leggen geenszins het absoluut gevolg heeft, dat de verklaring is in strijd met de waarheid, ondeugdelijk en geacht moet worden niet te bestaan, maar dat bet integendeel in zoodanig geval aan den rechter moet worden overgelaten, om over de waarde der verklaring te beslissen.

.1)7. 750.

fl. Incüen de arrestant de verklaring van den derden gearresteerde betwist, oj) grond dat de overeenkomst, waarop laatstgemelde zich beroept (en waaruit voortvloeit dat ten dage van het beslag geene opvorder-bare pretentie ten laste van hem. derde heslagene, bestond), tussclien den oorspronkelijken schuldenaar en den derden besln^ene in fraudf.m

ocr page 141

oj-LnJi/yl-asK i- ' -j-h-a f flt;-V A ^ ? V- ■ r'5 ^

amp;'v'^V- ,'V 7^ - Jf ; / V ■ ^ /O. ; a ai -1. lAen ^lt;xnsC~~j CCjl- Cy a t rJ- S^- A-t/C^,

/ gt; * 0 j3

'. |1 ^ ,— (_iiaJ-Ijz- ■I'~a-w Istsuc-U-n-*-^a r^S-' f'-2~—--

Art. 7')Ö.) 1^9Ï

jf /A-gt;v 'L*— a* it-#-quot;--'-

credHorum /ou zijn aanjjegaau, lt;liiii is men ni de daartoe betrekkelijke / ^6^-7 vnr(ieri,|lt;r tot vernietigina; dier overeenkomst — daar waar, gelijk i«

voroei inu; mquot;' gt; cmi^njin.is ------------ ^

■iZ'Yur.'f OJ uaftll^ rechtens liet gepleegd bedrog van den kant der beide partijen 4-/ /^c? blijken — tegen den derden beslagene alléén bij gelegenheid van

de betwisting der door dezen uitgebrachte verklaring met-ontvankelijk, mailr nluet i,, dit geval de actie tot de vernietiging der handeling 1^4. door den arrestant tegen den derden beslagene en den schuldenaar

fjikruhworden ingesteld en tegen beiden gelijktijdig worden vervolgd, zonder rfji' dat de arrestant kan volstaan zich tot de heteekening aan den geëxe p f, quot;'cuteerde der gronden van betwisting door den derden gearresteerde, bij

[r. / --------- ---- O

ïfAo~tgt;i '-j-'' het afleggen van zi jne verklaring gedaan, te bepalen.

Ai r.-li. Utrecht, v. l i April IS'iT. \\ . ii0. 808; li. I!.. jg. '184-7, dl. IX.

p. 7(•O__71— Cf. liet sul. art. 7W 1!. li. 110. I. arrest v. C. Jan. 184:i.

/ n, ^ vermelde vonnis van dezelfde Arr.-R. van denzelfden datum.

A tamp;-

'1 ' Ken beslaMesger omler derden is ontvankelijk, om. na eene

. 'i.____ ______0 -na

^ aconclusie genomen te hebben tot het verleenen van eenen voegzamen

fpquot; fquot; QVy*»«« ^ —----

termijn aan den derden beslagene om eene nadere verklaring at te leggen.

. deze conclusie (indiende derde gearresteerde heeft geconcludeerd tot

^ ontzegging daarvan of tot niet-ontvankclijk-verklaring) weder in te ^7Tquot;'J^ffc^ trekken en de gedane verklaring te betwisten.

Arr.-R Zwolle, v. '2 April 1851. W. 110. 1415.

'fr*A4/;j i)e wet o-eefl treene aanleiding om den gedaagde te veroordeelen '^jt- tot het doen eener betere verklaring, vermits aüeev (h rechter de ver-

ff*r klaring kan verbeteren.

C '/I'''quot; Arr.-R. Middelburg, v. IC, Kebr. I87C,. bev. bij arrest Hof 's-llage, v.

, i i Dec. 18711, lieide in R. 11.. jfr. 187!i. A, p. U'O.

• /d'

De gedeclareerde mag ook zonder betwisting der opgegeven 'yrquot;' Jh cijfers de daaruit getrokken conclusie bestrijden [m cam dat m strijd Wc' ^/^met het arrest uitbetalingen aan den schuldenaar van den arrestant

f f*) 1 \

i-tr** /7^ Z1.)n

^ ' ' a1t.-R. Amsterdam, v. 19 ApriM88l. R. I',.. jg. 1882, .1, p. ati7.

hC /gt;

, Z,ie ten betooge ;

dat 111 cas van dit artikel geen bewijsmiddel, ook niet de decisoire eed. is uitgesloten.

-ie I1 II v Overijssel v. 10 Sept. -1800, bij Mr. Hertzvei.d ut supra, blz. 77.

^ ^ - • ~ y'quot; K.

lt;* , ' • .;V-

■■ 1' uJquot;' ■ ,r'

f

ocr page 142

f f r . v/

t -Vi _

^/7^. Ixi t. .

^ 1295 ^ . / [Art.Trt/'

ïy ,-lt;r1tc~ Ir. - l^o'^'n^eri^o^M [lt;■lt;(-. '^L''Uquot;'

lt;■' f. Dit nrtikel ireldt ook dan, wanneer het ver/et gescliieilt 1)1) wiize ^

van interventie in een aanlmngig verklarings-gerlinu;. C C ijL i/vX* v_ f\ 1 •' ' J i~ quot;i

Air. v. :( Juni IS70, \V. ri0. .S22S; R.. dl. XCV. 5 li; v. n. II.. Ti. It.. J .lt;

dl. XXXV, ]gt;. 27—30. In denzelfden zin liet daartoe betrekkelijk arrest P. 11. v. Limburg, v. Ill Jan. 1870, W. ii0. ;il7!(, bevestigende vonnis ^quot;

Arr.-R. Maastricht, v. 2ti Jnni 1809, W. n0. 3137. -■lt;

lt;S. Dit artikel slaat terug op de beide voorafgaande en verbiedt dus de oppositie tegen de afgifte èn van onder derde gearresteerde goederen en van aldus beslagene gelden.

Arr. v. 3 Juni 1870, nt supra.

3. Dit artikel is algemeen en betreft niet alleen schuldeischers van denzelfden schuldenaar.

Arr. v. 3 Juni 1870. nt supra. b( ^ L. Wy/

4

lt; f^/Trgt;, SIn-/S/~- ^.7

Ir/. 754. ^

I. In zake van arrest onder derden komt rangregeling alleen dan te pas, wanneer er meerdere arrestanten zijn, en niet, wanneer behalve den arrestant een hypotheekhouder aanspraak maakt op den nog onbe-taalden koopprijs van onroerend goed.

Arr.-R. Amsterdam, v. 28 Oct. 1857. K. I!., jp;. 1X59, dl. IX. p. 378—381.

gt;1 Cr GWX (L _—

'i. Uit de bepalingen van dit en het volgend artikel volst onmis- ,

C C4. e. C-*

kenbaar dat alleen die arrestanten, die hun besla? vóór het vonnis tot , . z_

afcjifte gelegd hebben, deelen in de opbrengst der waarde, wier afgifte e.

1 7 •- /I,//ava-L lt;2_^ aJclf O ^

bij het vonnis bevolen is. Immers de woorden van art. 751: //zal liet

e-c ■(. e- oC

vonnis tot afgifte geacht worden teti behoeve van allen te zijn gewezenquot; in verband met hetgeen verder in hetzelfde artikel omtrent . T, ' de verdeeling is bepaald, brengen noodwendig mede de uitsluiting van

1/1 l T vi • 'Vlrywi^yf t-t'l- Q.V-

niideren (d. w. z. van hen die eerst mi net voiuns tot afgifte beslas: a

legden) van de voordeden welke het vonnis tot afgifte oplevert.

e ttt- t O

jjicvci i.

ft e^~S-rr-?^J^c^c*Jc^

Arr.-R. 's-ITert,ogenbosch, v. I I April 1870. W. n0. AV2^. fyamp;^JLo—e ^

Art. 756. , Ir,., ür.9-*

Daar naar luid van art. 756, al. 8, H. E. geen beslag mag worden '^lt;/5/P.

Mr. W. van Rossem J3z., Burg. Rechtsv. ilt;'2 y J npyq y (j ^

x MrV 7 ? quot;£./1. l-f . r^y^Y 't1-. /?*'.-gt; ./y 1

gt;r~r~tn- ^02-

/ cl -pamp;lt

i ., Cr- ts sy c •la-r-\ /7 ^ 7-^ tx. . .-gt; lt;»/lt;•• ' ' P** bt-lf o.^

} * C1 c\

/ . . -r -c/ / /l ^ rfryL l b r? b**-

J ' . X-X

d.'f

/

WJL^n '^n-c

' 1T----

ir-o-cSy* cC

J \ rK^. ? A y^j ,

/7 f //, v2.

1

* i otr ; • t /i, lt;S. C . 5quot;^ (.Cc. (lt;Oj2~ , /ra ./O.

ocr page 143

Art. lh.\^ ■ - 1296

gelegd op gelden 011 jfinrweddpn tot onderhoud, welke door den erflater of schenker voor geene in beslagneming zijn vatbaar verklaard, volgt uit deze beperkende bepaling noodwendig, dat uit het testament die bestemming der vermaakte gelden duidelijk moet blijken.

Air.-K. Ainstwdfiin, v. 25 l'ehr. 1852. W. n0. 1328. /

— Vullens art. 24 der Postwot v. 12 April 1850 {SM. n0. 15) kan er geen lieslag worden gelegd op brieven of pakketten, die /.ich op de postkantoren of daar buiten, derhalve onder de bewaring van ambtenaren of bedienden der post-administratie in Imnne audits- of dienstbetrekking, bevinden, behoudens de voorschriften van quot;t \V. v. Strafv. — Vgl. het aanget. op de Postwet, dl. I. p. 250 (ed. v. Kmurn'. II. p. 7). — Zie over de laatste alinea van dit artikel, Tij'!sein-, v. Sr,!. Itreilt, (II. II. p. 00.

Art. 757.

f. iemand, die, een eiseh tegen den Staat instelt, tot uitbetaling van een pensioen ten behoeve van eenen derde, is daarbij niet verplicht et ne attestatie de vita over te leggen, en komt zoodanige overlegging eerst in exfcutione te pas.

Air v. 25 Mei ISV.t. \V. n0. lOXi; 1!.. dl. XXXII. § 104; v. n. 11.. r,. / . dl. IX p. 05 - SI.

ï. Bij de instelling van een eisch tot uitbetaling van gecedeerd pensioen, ten laste van den Staat, kan geen grond tot niet-ontvanke-lijkheid opleveren, dat eenig kwartaal reeds voor bet beteekenen der akte van cessie was verschenen en betaalbaar gesteld doch evenwel niet

werkelijk was uitbetaald.

' Air. v. 25 Mei 1SV.I. W. ii0. I0:!5; li., dl. XXXII. § '104; v. n. II. /.. dl. IX. p. 05—81.

:i. De wetsbepalingen ten aanzien van arrest en korting op de

pensioenen [ui specie krachtens liet Reglement op het weduwenfonds

voor de geemploijeenlen bij het Algemeen Bestuur) zijn niet van toe-

passina- op een vnjwilligen afstand door eene gepensionneerde weduwe

gedaan

Air.-li. 's 11 age. v. 21 .Imii 1841. W. n0. 100; 1!.. dl. VIII, §35; idem. ten betooge, dat de wet v. 24 Jan. 1815 niet slaat op bet geval dat de gebenefic.ieerdi'n /elve vrijwillig met hnnne pensioenen nitrichten, wat hun L'oeddnnkt — een vonnis van de Arr.-li. Amsterdam, v. 5 Febr. 184;). \V. n°. 580.

4. De artt. I en -l der wet van 2t Jan. 1815 [Slbl. nquot;. 5j zijn

CO JI 'J xj-^-r

'ff'// -Lt

i c • L ^

ocr page 144

* ' —- -'

~. n^tT

quot; s *0—-

i J?Jgt;? lt;2* t* *■ *

/

•' vj,-- K

/4

Ucr^

L

quot; r

/} e 4.1 'L4 xT^ s^n /l. L L -e ^y\ amp;e/. tn^ ^

-

' 2_

J- /rr

fy.

M

1297

'f^/

/{X 1 irn 'rt

ire 'lt; C. r/t_

l

, ,/_ v. lt;lu/ 'r,, I - fS/r y-met onbestaanbaar met eenige bepalingen van bot W. v. K. I!, en bepaaldelijk niet met art. 757, (laar laatstgemeld artikel overeenstemt met art. 580 0. de Pr. Civ., onder welks werking de wet van 2 I .Jan. 1815 is vastgesteld en het mitsdien de bedoeling des wetgevers niet : kan geweest zijn. door dat artikel eenige inbreuk te maken op de bepalingen dier wet.

Ari'.-R. s Ilaiic. v. til .1:in. ISl'J. \\. ii0. 'iSli, liovestlgd lilj ani'st van liet 1'. 11. v. Z.-Holland, v. 29 Nov. 181:?. W. n0. Wi: I!.. dl. Wil. S 99; idem bij vonnis derzelf'de An.-K. v. 25 Maart IS-iö. W. n0. .quot;gt;97 (waarbij gemelde wet evenzeer van toepassing is verklaard op oen arrest onder de hoofd-administratie van een regiment artillerie, als zijnde eene administratie welke ressorteert en direct afhankelijk is van de alpomeene administratie van oorlog; terwijl het voor de toepasselijkheid der wet. volgens hare bewoordingen zelve, niet noodzakelijk is, dat de beslagene gelden berustende zijn onder het hoofd van eenig algemeen departement, maar het beslag ook wordt verboden op alle bureaux of kantoren, tot de algemeene lands-administratie behoorende); idem bij arrest van het 1'. II. v. N.-Hrabant, v. 'J1 Dec. 1 lt;lt;i9, R.. dl. IV. S til. waarbij is beslist, dat' voormelde wet, wel verre van door eenig besluit te zijn afgeschaft, door dat v. 29 Mei 1822, n0. 19. is bevestigd en daarbij hare administratieve uitvoering geregeld, en in ieder geval de beoordeeling der waarde van beslag op pensioenen, naar de regelen van het, Wetb. v. 1!, R. in materie van beslag, niet behoort tot de bevoegdheid van den gewonen rechter; idem, wat het hoofdbeginsel betreft (de voortdurend verbindende kracht der voormelde wet) Oudeman, B. R., deel lil. quot;ide ed., p. 127: nr, Pinto, //'//., TJ. li., deel 11. 2, pag. 785—788. 2de ed.. pag. 859 sqi].: df. Martini, op art. 1185 li. \V., lt;1 4, en in de Itiyfx;/- Ailv., deel li. pag. 155—Iti2; — anders Mr. G. Diepucis, in de Ojiin. rn Mrd.. dl. I. pag. 28 en volgg., pag. 141 volgg. en dl. III. pag. 8H en S'i. die aldtiar ijesti'ijdende het gevoelen van de An.-K. 'sllage. ut supra, beweert dat men de v.et van 10 Mei 1829 moet in het. oog honden, en dat men, hiervan uitgaande, niet moet onderzoeken of eenige wet, besluit of verordening met eene bepaling van een der wetboeken iu strijd is. maar ut die tot het wetboek behoort of betrekkelijk is.

!». Bezoldigingen en pensioenen kunnen i/i den regel in beslag genomen worden en zijn er bizondere wetten noodig om die in het geheel of ten deele voor beslagneming onvatbaar te doen zijn.

Hieruit volgt, dat de wet van 24 Jan. 1815 noch eenige andere wettelijke verordening toepasselijk is op het leggen van arrest op de bezoldigingen van stedelijke ambtenaren en mitsdien de roerende goederen van die ambtenaren even als die van eiken anderen schuldenaar en op gelijke wijze voor beslag vatbaar zijn.

[Art. 757.

S . / s.*lt;

V-;

■J

ocr page 145

Art. 757.) 1238

An-.-R. Zwolle, v. :f Jan. 1844, R. R.. j?. 1S44, lt;11. VI. igt;. 700—710; Mr. G. Dif.phuis ill do Ui'1,1. en Mrtl., dl. I. p sqq., dio betoogt dat er liizondere wetten noodig zijn, om bezoldigingen en pensioenen voor beslaquot; onvatbaar te; doen zijn, en dat zoodanige wetten in ons recht niet bestaan, als hebbende alle 1'ransclie wetten en decreten, waaronder ook z 77^ : de wet van ISI5, voor niis hun waarde verloren ; idem lacilc bij

^ '//• vonnis der Arr.-R. Breda, v. 2 Maart/1847, W. n°. 853 (bereids ver-

pCt, ujcJquot; v*- ^ meld op art. 47'.l li. 1!.. sub n0. 1) en van de Arr.-R. Zwolle, v. 2 April

/*, ^ /* l' ^ -1851. vermeld op art. 735 I!. I!., sub n0. 9; — anders bij vonnis van de , ufr?quot; Arr.-R. 's Rosch v. 13 April 1842, W. n0. 293; R. li., jg. 184'.. dl. VI.

p t ^ p 7|(): R., dl. XII. § 30, waarbij is beslist dat bezoldigingen en pensioe-

juj y**' ||en ju jen pgfrgi voo,. geene in-beslagneming vatbaar zijn, ten zijereene

wet besta, waarbij bet gedeelte, waarvoor en de wijze waarop het beslag yj I zou kunnen gelegd worden, geregeld is en dat mitsdien op een pensioen r^v'Ae/yyi' val, een plaatselijk bestuur, bij ontstentenis van eene wet, die het bedrag

. en de wijze van in-beslagneming van zoodanige pensioenen regelt, geen

1 beslag kan warden gelegd^quot;in denzeltden zin de Pinto. llmlLB. /».,11,2,

/V . kquot; p. 858 en 859; idem door den lioogl. v. IIai.i.. li. li., jg. '1844, dl. \I, p. ^ H',

die aldaar meent, dat iu verband met het beginsel, dat wat bepaaldelijk tot ^66$j onderhoud moet dienen (zie de artt. 447. 'i48 en /;gt;(') li. R.) in het algemeen

niet voor in-beslagneming vatbaar is, de stelling, dat bezoldigingen en pen-^ ^ sioenen in ilcn rcr/cl niet arrestabel zijn. veel voor zich heeft, welk gevoelen ^ ■ echter w.irdt bestreden door (1. D.. O/j/k. vd .W«v/., ut supra, p. 28, op o/ L'rond, dat over het algemeen, althans de bezoldigingen en zelfs vele

i 'n0 pensioenen zich niet bepalen tot hetgeen volstrekt tlt;gt;t onderhoud nood-quot;j/6?-' ' zakelijk is. — Vgl. met dit een en ander: 1°. uk I'into, V-

/ ^/yt. ^'•'^quot;^dl. 11. 2. p. 784, 2de ed., p. 85S. volgens wien liet uit de weglating der

^ woorden (.ulour ilvn Staal verscldihlhjclv. welke, even als in art. 08O rrL^ C. de Pr. C.. ouk in de eerste voordracht der wet van 1815 voorkwamen,

. duidelijkste blijkt, dat gemelde wet ook van toepassing is op bezol-

/*ƒ/ digingen en pensioenen uit stedelijke kassen en andere openbaie instel-

^'h /. glU. vVgt;' lingen en mitsdien terzake van alle mogelijke pensioenen en bezoldigingen.

^ / n 9--. wegens alle ambten quot;f bedieningen verschuldigd, en 2°. de Martini ad

-J ' ' u .,rt? 1185 li. W., lt;/. 4. volgens wien de wet van 1815, hoewel eigenlijk

7 vall '.s lands lieanibten sprekende, evenwel bij onderscheidene, vonnissen

t/e0**quot; 'rrrjel is dal nok bezoldigingen enz. voor beslag vatbaar zijn; zoodat de ^^bevoegdheid tot in beslagneming altijd beslaat, tenzij zij bij een bizondere ^ , wet is ontnomen. Deze schrijver is voorts van oordeel, dat de wet van 181;) IJ)'1'' '„p ,,//c bezoldigingen en pensioenen wegens ambten en bedieningen van

toepassing is. en zich dus niet bepaalt tot den Staat. r r lt;quot;1$. Zie voorts aant. 7 en in verband hiermede over de verbindende kracht

' der wet van 1S15, aant 4.

•i. De rechter moet (niet liet op art. 2 der Wet van 24 Jan.

w/u- '•iy '•'van de voormalige Rechtbank van eersten aanleg Amsterdam (en mits-

OjU-^I ^ dien voorde invoering van 'l Wetb. v. li. R.) op stedelijke ambtenaren

quot; ^ . van toepas-sinjr is vei'khiai'd. Verji. voorts Ouheman. H. /i., dl. III, 4(Je ed.,

^ p. Iki7 sqq.. die van nieening is ca. de Pinto, Ilndl. li. li.. I.I.. dat de

il

ocr page 146

(Art. 757.

1815 [SUjI. n0. 5) en de Wet van 5 Oct. 1SH [Stbl. nquot;. 40), welke, wat betreft liet in deze wet opgenomen verbod om op quot;s Rijks gelden arrest te leggen, tot de openbare orde betrekking beeft) een beslag van onwaarde verklaren, hetwelk ten laste van bet bestuur der registratie op quot;s lands penningen is gelegd, zelfs indien bet bestuur niet oj) de bij de wet voorgeschreven wijze daartegen in verzet is gekomen.

Ait.-R. Maastricht, v. 12 April 1840, W. n°. '1030; !!. li.. jlt;r. 1849, ril. XI, |i. 433—435; Regl in Ncilcvl., dl. IV. p. 301: Rer/l en Wet, dl. IV, p. 295—297.

?. De gearresteerde zelf en niet de derde beslagene (als zijnde ten deze geheel zonder belang en de zaak dus te zijnen opzichte eene re* inter alios), kan zich (wellicht met eenig rechtsgevolg) beroepen op de omstandigheid, dat een arrest op stedelijke tractementen en bezoldigingen niet zou mogen plaats hebben, dan voor zoodanig gedeelte en op zoodanige wijze, als bij bizondere wetten is bepaald, naar aanleiding van art. 757 H. II

Arr.-U. Zwolle, v 2 April 1851, W. n0. 1415; — anders echter in de lieylsg. Adv., dl. II. p. Kil en 102, o. a. op frrond. dat de meervermelde wet freen ondei'werp van publieke orde betreft, maar alleen liet bizonder belang der administratie, al loopt die administratie dan ook over alüemeene landsaangelegenlieden; dat men. nieUofrenstaande de alfiemeenlieid dier wet, echter wel voor oogen moet bonden, dat zij alleen ten doel beeft ilen onbelemmerden loop der administratie te vor/ekemi. en zij geenszins beoogt om aan eenige onwillige schnldenaren een privilegie te scbenken. waardoor hunne goederen, onder de algemeene lands-administratie berustende, niet voor hnnne scbnlden aansprakelijk zonden zijn; dat hiervan /iet ffevolff is ilnl ftl/êéti ile ml min isl en I ie. tot het doen van verklaring aangesproken wordende, aan den beslaglegger bet verbod dier wet han, doch niet hehoefl tegen te werpen, en mitsdien de schuldenaar de bevoegdheid mist om, als er een executoriaal beslag op zijne goederen onder de administratie gelegd is, daartegen op grond der gemelde wet, in verzet te komen, enz. — Vgl hiermede een arrest van 't I'. II. v. N.-Brabant, v. 24 Dee. 1830. I!., dl. IV. S; til. waarbij i^ beslist, dat daar. waai' bet geldt een (in ensu executoriaal) arrest onder derden, onder banden van het algemeen burgerlijk pensioenfonds gelegd, de rechter, met liet oog op art. 757 lï. R., rnlioiie indlerine onbevoegd is daarvan kennis te nemen en do derde beslagene nog in appel gerechtigd is zich tegen de afgifte der onder Iiem beslagene gelden (hoewel in eerste instantie niet uitdrukkelijk betwist) te verzetten en er in dit geval zelfs geene termen bestaan, om, gebruik makende van bet vermogen, den rechter in art. 318 lgt;. K. ireseven. eenijic kosten ten laste van den derden beslasrene te

1299

ocr page 147

Art 757.1

limi-eii. - V-l. wijders art. ~Xgt; B. H., arrest v. 23 Juni IS/tS sqq.. sub 11°, 1 en art. 744 1!. IÏ.. arrest van hetzelfde I'. II. v. denzelfden datum, sub n0.

Zie ten betooire:

a. Dat pensioengelden, zoodni zij door den gepensioneerde, of door

een derde namens hem zijn in ontvangst genomen en derhalve zich

niet meer onder \s lands administratiën bevinden, geenszins meer vallen

onder het bereik der Wet v. 24' .lan, 1815 [S/bl. nquot;. 5) —

art. 1177 ]!. \V.. vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, v. Ül Maart 184:!. 'ide ed.. sub n0. 1; idem de Pinto. Hell., li. /?., dl. 11. I. p. 788, '2de ed., p. 862 en Oudkman. /gt;. 1!.. ide ed., dl. UI. p. 128.

h. Dat de Staat, wieii eene onderhandsche akte van cessie {in ca.iu tot uitbetaling van verschenen termijnen van een pensioen) is beteekend, de uitbetaling der gecedeerde gelden niet afhankelijk kan maken van de voorwaarde, dat de handteekening des cedents onder die akte, door den cedent erkend of door eene bevoegde autoriteit gelegaliseerd zij — art. I'.M.H l;. W.. arrest v. 13 Dec. IS4i). sub n0. 3.

— Hij de wet van '.I Mei 18411 (S/W. u0. 24) op de hui-i/niijkc pensioenen, zijn. zooals reeds voorkomt in dl. I, }). 130, die pensioenen onvervreemdbaar verklaard, en is daarbij bepaald, dat de titularissen daarover op geenerlei wijze, ook niet door verpanding of heleening, kunnen beschikken. Ten aanzien der militaire pensioenen en gagementen beeft zulks evenzeer plaats gehad bij de wet v. 20 Mei IS'iO {Sll'l. n0. 24). Dit zelfde beginsel is aangenomen bij art. 07 der wet van 28 Aug. 18.M (Stbl. n0. 127) tot regeling dei' militaire pensioenen bij de zeemacht en bij art. 00 der wet van 28 Aug. '18o'l (Sthl. n0. 120) tot regeling dier pensioenen bij de landmacht. Volgens art. 08 der eerst- en 0/ dei' laatstgemelde wet (bij Publicatie van den Gouverneur-Generaal van Neerl.-lndie de dato 12 Febr. 1850, ook van toepassing verklaard op de verhoogde soldijen, toegelegd aan de ridders der Militaire Willemsorde en van in Indië verblijvende militairen, die ten laste van de Nederlandsche schatkist gepensioneerd of gega-geerd zijn, en die hunne pensioenen of gagementen voor hare rekening uit de koloniale geldmiddelen ontvangen, terwijl overigens het onderwerp zelf ton aanzien van militaire pensioenen en gagementen, ten laste van de Oost-Indische geldmiddelen verleend, geregeld is bij Reglement van 1 Nov. -184S {hid. Slhl.. van -184!!. u0. 8) — kunnen op de pensioenen, verleend aan schepelingen of mariniers en aan militairen beneden den rang van olftcier of aan weduwen van oflicieren en minderen, zoo mede op de onderstanden, bedoeld bij de artt. 24en 25 «lei' respectieve wc'tten. ten behoeve van particuliere schuldeischers geene kortingen worden toegestaan, dan ter zake van gelden, verschuldigd voor woning, kleeding lt;'n verdere noodwendige levensbehoeften en kunnen voor de opgenoemde onderwerpen de, hoofden van de Departementen van Marine en Oorlog ieder

1300

ocr page 148

(Art 757.

respectievelijk, onverschillig de lioegrootlieid van il^ verscliuldigde som. na een ingesteld onderzoek in den geest der bepalingen van de wet van 24 Jan. 1815. {SM. n°. 5) — behalve op onderstanden, verleend aan kinderen beneden de 18 jaren zonder eenige uitzondering, — korting verleenen hoogstens tot een zesde van de pensioenen of onderstanden, meer bedr agende i]n\\ honderd (iiihlen in het jaar, en hoogstens tot een arhtsle van die van liun'leril (jnlden of duur beneden. — Overigens is het beginsel der onvervreemdbaarheid van pensioenen mede aangenomen bij art. 46 van hot op 'ill Dee. 1854 (hul. Slhl. n0. 03 en Jui', donr. v. 27 Dec. 1854. n0. 103) nitgevnardigd Reglement voor het wedmven-en weezen-fonds van hnrgerlijke ambtenaren in Nederl. Indië (waarvan het bedrag bij vertrek uit de Indien herwaarts bij de llandel-Maatschappij np mandaten wordt gekweten), gelijk ook bij de Reglementen van Amsterdam en 'sllage, betrekkelijk het verleenen van pensioenen en wachtgelden aan gemeente-ambte-naren. — Zie de (iemeente-Stem n'quot;. 113 en 183.

Wij hebben ter aangehaalde plaatse (dl. I, p. Kiti) in twijfel getrokken, of l;erl;elijl:e iiensioenen onder' huri/crlijke /ijn begreperr (1). OriiKMAN, /gt;- It.. 2de ed., dl. 111. p 150. (3de en 4de ed., p. 126sq.), en nu Martini, ad art. c. 4, honden, even als FonniVN. dl. II. p. 227. het arréle v. 18 Nivóse an XI (18 Jan. 18li;lt;) waarbij de kerkelijke tracternenten in hun geheel voor' geen beslag vatbaar worden verklaard, met de wet van 24 Jan. 1815 bestaanbaar en derhalve niet afgeschaft; — anders echter de Pinto, lldl.. B. 11.. dl. II. 2, p. 788. 2de ed.. p. 802 sq.. die dit arrété rangschikt onder die verordeningen, welke door de wet van 16 Mei 1820 (N/W. n0. 33) zijn afgeschaft, o. a., op grond, dat art. 756 alleen spreekt van ambten en bedieningen, de geestelijke in ieder geval geen ambtenaar is van staat of stad. maar alleen in dienst van de kerkelijke gemeente, waartoe hij behoort en do rat iu lef/is van dat verbod, do belemmeringen van publieke administratiën, ook daarbij wegvalt. Met dit gevoelen stemt overeen het rapport der commissie van onderzoek (bestaande uit de hoeren en Mrs. Olivier, he Pinto en Metman) aangaande de alsnog hier te lande vigeerende wetten van Franschen en anderen oorsprong, benoemd bij Kon. besluit van 5 Febr. 1840 [Slhl,. n0. 5) bijlage C., hoofdst. \. ]gt;. 119, volgens hetwelk de tractementen der geestelijken niet vallen iu de uitzondering, toegelaten bij art. 757 B. R. en er geene redenen bestaan om (gelijk is geschied bij voormeld arrété) met betrekking tot bet in beslag nemen der' tractemerrten. de geestelijkheid aan het gemeene recht te onttrekken. Hiertegen merkt Ouoeman 1.1. op, dat sommige predikanten geheel of gedeeltelijk van rijkswege! worden bezoldigd, art. 757 eene algerneene strekking heeft en bovendien, blijkens de memorie van toelichting, de bizondere bepalingen in deze niet zijn iu het belang van den staat, maar ook der' arubtenaren zelve. —Overigens worden de kortingen op de tractementen van predikanten door' hel departement

(,I) liij art. '2 van het Reglement voor 't woilawen-en weezen-fornis van tnirgerlijko ambtenaren in Nederl. Indië zijn uitdrukkelijk met burgerlijke ambtenaren gelijk gesteld, o. a. ile geestelijken der omltrscheidene christelijke kerkgenootschappen, die uit de koloniale kas bezoldigd worden. (LeojO.

liij art. 2 der wet van 6 Mei lS4(i (Slhl. n°. 24) it bepaald, dat zij die in kerkelijke betrekkingen zijn geplaatst, niet begrepen zijn onder de in die wet bedoelde burgerlijke anibtenarcu. (W. v. K. Hz.)

1301

ocr page 149

. JU.yfJ £■

Pi* j y* ■» ~l , e f^-

tsrtcKtJ- -r^e ex^c^— c.n^-. yg-y amp; . *- , olt;s*~lt;*^

.-, i'lt; -',' * ^ ^Z *-~ f ~ ~ ^ • Ctsu-i^XX- CJ/ * quot;■■ amp;* Clt;^ ' ^ *-

fftlQ-a- gt;vt- Art. 757.) amp; 1302 ks*j?//'^.

^7'^' vim den llorvui iiiden Koi edioiisL vei lecnd uit kraclite den* ineervennelde wet van ' * 7^ 1815 en de maclitiginjr, bij Kon. besluit van 2li Aug. 1826. n0.40 opde departc;-b-f co*lt;svl'■ lnent0|1 v:in algemeen bestuur verstrekt, om van wege /.. M. oj) verzoeken tot kortingen te beschikken. Behalve bij voormeld De|iartement van Financien en lMji/cf'a-,Vu—f de Alg. Rekenkamer acht men de dikwerf genoemde wet ook op tractementen , V van kerkelijke personen van toepassing. (I.kon).

j_ Thans wordt conform de wet van '1815 korting op tractementen van predi-jiuJ.cfi'- — kanten verleend. — Vgl. wijders lt;iver de rechtsbetrekking van den predikant 1,tot den Staat — de Iteytsg. Adv.. dl. II, p. 31—35 en een hoofdartikel in 't o-gt;A-tA\ ■ u0. li.!8.

. I li IrlSl*. , -----------^ n. ™

r/ 758- ZM*~ ^f^ot'n'/6(9L

1 Een verhuurder, die tegen den nalatigen huurder een vonnis

' tot betaling der huurpenningen heeft verkregen, heeft daardoor het

eyj h-'1-*quot; recht niet verloren, om de voor de huurpenningen bij de wet verbonden

^ verklaarde goederen in pandbeslag te doen nemen. — Een tegenover-

gesteld beweren is niet aannemelijk, daar het reelit tot dat beslag

' algemeen en zonder eenige beperking aan verhuurders is gegeven tot

.verzekerina: van hun pand voor verschenen huurnenniiigen, om liet / ......

. even of zij deswege reeds een executoiren titel bezitten of niet.

J Arr. v. 8 Deo. 1843, W. u0. 457; R., dl. XVII, § 2; v. d. 11., li.

' dl. V, p. 85—99; bevestigende een arrest van 't. 1'. II. v. N.-llolland, v.

;!() Maart 1843 en een vonnis van de Arr.-R. Hoorn, v. 7 Doe. 1812.

beiden in 't W. n0. 457; idem bij arrest van 't P. II. v. Gelderland, v.

18 Nov. 1840, W. n0. 811; R. I!.. jg. 1847, dl. IX, p. 449—-454. te dezen

opzichte bevestigende een vonnis van de Arr.-R. Tiel. v. 22 .luli •18'l(i: idem

Oijdeman, dl. III. 'ide ed., p. 149 en de Pinto, Itell.. li. li., dl. II. 2.

p. 794, 2de ed.. p. 809. in de Rcfitsg. Alt;lv.. dl. II, p. 146—149. — Cf.

*gt;quot;• art. 703 15. R.. arrest van 't P. II. v. N.-llolland, v. 30 Maart '1843 sqq. f :

/ i2^~ '

2. liet het oog op art. 758 IS. R, j'3. de artt. 1186, 1188 en

/iL ^ ^^ Z'''n VOOr l)allcquot;)es'aö voor lluren en pachten niet vatbaar

kleederen. lijfstoebehooren, verzamelingen van jirenten en teekemngen,

jachtgereedschappen, boeken en liefhebberijen; Am 'e-'~ 6^ -

Arr.-R. 'sllage, v. |() Jan. 1840, W. n°. 108; R., dl. VI. S 0)3; idem quot;y-

fan. it,,, aanzien van boeken en kantoorbeboeften bij eenen boekverkooper. bij

tJljL__vonnis der Arr.-R. Amsterdam, v. 20 Jan. '1841, R. R., jg. '1846, dl. VIII, 4a.?4Le*u

{i^- b' l1- 'quot;'2. bereids vermeld op art. 1180 B. W.. sub n0. 3. — Cf. art. 48 I!. R.,

/Jg vquot;llquot;'s van dezelfde Arr.-R. van denzelfden datum, sub nquot;. 24. iSf-t

;j ^rt. 758 15, R., in verband met het Fransche recht en met

ell v,ln )lef tegenwoordig Wetb. v. 15. R., kan niet anders7' '

IW*,

f ^cC T cU. 7 ^

n • /, Ljl^ I l~JLn^yL Is . 'S*'-

Oamp;SU^tXl^ / 7 ^ {egt;rl ' gt;

fa. Shr Unèe^ri. So Mxui Ufov L O/. ■yv0 ^ ^

r

yniJ- ■

V/. (vV

/■/

'6. r quot;

ocr page 150

(Spy j l;i03 • . lt;■ (4,7 758. ^^ lt;^2

ft. v, 2, • 2 quot; ^2- ■

verstaan worden, dan dat er tusschen den niet mede-rekenenden van liet bevel en den dag waarop het pandbeslag gelegd wordt, een vrije dag verloopen moet

Air.-K. Amstet(hun. v, 1(1 Maart 1840, U. li., jjr. IS'ili, dl. V, p. 7(iK en 769; idem Oudeman, Ti. II.. 4de ed., dl. III, )i. 148, zijnde bij dit vonnis al verder beslist, dat. aangemmien al eens. dut een dagt;.r hier moet worden frehnuden voor een tijdvak van 24 uren, dan nog het nur in bet exploit van bevel en in het exploit van beslag had behooren te zijn ingevoegd, ten einde blijken kon, dat hierin aan de wet was voldaan,

zijnde het in allen gevalle niet geoorloofd deze nalatigheid van den deurwaarder, door het hooren van getuigen te doen aanvullen.

-1-. De geheele inhoud van art. 758 B. R., vergeleken met art. 81!)

0. de Proc. Civ., doet duidelijk zien, dat liet aldaar uitgedrukt bevel moet geschieden, alleen van wege en ten name van de aldaar bedoelde verhuurders en niet, gelijk iu specie, door den sequester in eenen boedel (die niet met een syndic in eene failliete massa kan worden gelijk gesteld), waarin surséance van betaling was verleend, welke sequester ten deze in zijne voormelde relatie alleen gerechtigd was den verhuurder hij te staan, maar niets uit zich zeiven vermocht te doen.

Arr.-H. Amsterdam, v I(j Maart 1840, R. 15., Jg. 1843, dl. V, p. 7()S en 7(59. — Cf. art. 905 W. v. K., arrest van 't P. II. v. N.-Holland, v.

14 Febr. 1850.

ö. In ens van art 75S 15. R, rust op den eischer de last van liet bewijs, dat werkelijk tijdens het arrest en de gedane dagvaarding, de daarbij geëischte huurpenningen [in casu betrekkelijk de verbuur van eene huizinge met aangrenzend land) opvorderbaar waren en niet zou zijn overeengekomen, dat de betaling van den huurprijs daarvan bij het jaar (en niet bij het vierendeel jaars) zou moeten geschieden.

Arr.-R. Utrecht, v. 10 Sept. 1841, \V. n°, 252, cf. zelfde Rechtbank.

v. 18 Juni 1801. R. I!., jg. 1804. p. 283. — Cf. art. 1005 li. W.. vonnis van dezelfde Arr.-R. van denzelfden datum, suli n0. 2.

4», Indien de verhuurder, tot zekerheid van huurpenningen, volgens art, 758 B R, pandbeslag heeft doen leggen en vervolgens, zonder het te doen opbellen, dagvaardt tot vernietiging der huur-.nereenkomst,

dan is hij in laatstgemelde vordering ontvankelijk en moet hij geacht worden van de vervolging van het pandbeslag te hebben afgezien.

Arr.-R. Amsterdam, v. 9 8ept. 1844. R. I'.. jg. 1844, dl. VI. p. 721 —

ocr page 151

s /c t-Ar-r-r ail^s TrV rt A . gt; lt; t r Ac-Ji

Iffr-zs/isCTt-P • /^. 7^-r-ry U^/r-C 0~*~£' A* ■ ^ '£- c'-^-^t-^yJL* ^ r rrtS'c (U,^

, / --e. f-'/____________: xt,. ^

1* \s fLj3-r.' i*gt; ' ^ ^ /

f^~,U'r. ■lrl- 7 58) ^1,. 1304

724; — vgt;;l. tiicrmede een vunnis der Arr.-ll. Gi'oningen, v. 1'tNov. 1851, U. H.. jji. 1854, ]). 378—380, waarbij mede is beslist, dat men niet te gelijk kan vorderen èn pandbeslag én untbinding van de overeenkomst, doch bet rechtsgevolg biervan moet zijn. dat iii dit geval den eischer. die begonnen is met door pandbeslag den gedaagde tot de nakoming der overeenkomst te noodzaken, alleen dat gedeelte zijner vordering kan volgen. — Zie ook art. 1303 li. \V,. sub n°. IS, 2de ed., sub n0. 21.

5. Uit de artt. 1:34 en 501 li. li. is voldoende af te leiden de bevoegdheid van eenen eischer. om de van waarde-verklaring van liet pandbeslag tot een minder bedrag te vorderen, dan waarvoor het is irelegd.

Arr.-R. Assen. v. 4 Juli 184G, \V. n0. 800; idem Groningen, v. 28 April 1848, U. 1!.. jg. 1850, dl. XII. p. 720 en 727. — Cf', in gelijken zin ten aanzien van bet arrest onder derden — art. 73(i B. li., arrest van 't I'. II. v. K.-Holland, v. 7 April 1841 sqq.. sub n0. I.

Jquot;f. indien, gelijk m uasu, is gedagvaard tot sequestratie der in een pandbeslag gearresteerde materialen, en dat met deze materialen zeker bedrijf zal worden uitgeoefend door zoodanigen sequester, omtrent wien ile partijen onderling zullen overeenkomen, valt bij die vordering tot eene voorloopige voorziening, voor alsnog niet te onderzoeken of de eischers gekwalificeerd waren om dit pandbeslag te doen, evenmin of liet pandbeslag nietig zij.

Arr.-R. Tiel. v. 2 Aug. 1848, Itiyl in. ScilcrL, dl. IV. p. 350 en 357.

fgt;. in geval van pandbeslag tegen derde bezitters van door den huurder vervoerde voorwerpen, moet (vermits art. 758 15. 11. het pand-beslag in het algemeen en alzoo ook dat, bij derden regelt, en slechts van een bevel aan den huurder te doen gewaagt) niet een bevel nan 6 den derden gearresteerde worden gedaan, indien het beslag zonder

verlof van den president plaats grijpt.

In dit geval is, met betrekking tot de vormen, de toepassing der voorschriften van liet gewoon beslag onder derden, op het pandbeslag niet aannemelijk.

Arr.-R. Leiden, v II ()ct. 1848, \V. n0. 975. — Cf. art. 700 li. li., arrest van quot;t 1'. II. v. (iclderland. v. 27 Juni 1849.

ËO. !)e schuldeischer kan geen pandbeslag leggen op de huurpenningen van een goed, toekomende aan de vrouw, welke niet alleen

ocr page 152

[Art 758

buiten geraeenscbap van goederen Tiiaar ook van winst en verlies,

vrucliten en inkomsten is gehuwd.

Arr.-U. Anisterdain, v. ^7 Nov. 1X49, It. li., jg. 1850. ill. XII. p. 'fO'i — 31)7; idem ton aanzien van liet arrest onder derden — art. 7HS li. U..

arrest v. 25 .Inni 1840 sqq.. sub n0. I.

II. J let bevel , waarvan bier sprake is, moet op strafl'e van onwaarde van het beslag, bevatten de waarschuwing dat, bij niet-betaling, tot het leggen van pandbeslag zal worden overgegaan.

Arr.-U. Maastricht, v. I if Jiec. 18(')0, W. ii0. ÜMlIt,

19. De wetgever, den verhuurder voorrecht schenkende op de in beslag genomen goederen voor verschenen huurpenningen en hem voor het pandbeslag zekerheid willende schenken voor de voldoening der huurpenningen, uit de opbrengst dier goederen, waarop hij voorrecht heeft, kan niet geacht worden hem die zekerheid, dat voorrecht te hebben willen weigeren voor het te gelijk met ontbinding als schadevergoeding gevorderde bedrag van de verschenen huurpenningen.

Air.-li. Arnhem, v. 2(i Juli 1S7'2, \V. n0. H71lquot;i. 3 ttëo.L-Cgt;a.

1». Zie ten betooge: ■

a. Dat, indien de goederen, door den verhuurder bij den huurder 'f L lt;■? in pandbeslag genomen, werkelijk zijn van de soorten en dienen tol bet einde en gebruik, bij art. 1186 15. VV. vermeld, het dan in de uitoefening van het privilegie volstrekt geen onderscheid maakt, of die goederen aan den huurder zeiven, dan wel aan eenen derde toe-behooren — ^

arl. l iSti H. \V.. arrest v. 7 April 18-il, sul» ii°. I : dat in do artt.

I 180 en 1188 B. VV. niet even als in liet Fransche recht wordt onder- .• • ■ scheiden tusschen voorwerpen tot verkoop bestemd, en do zoodanige, die zich tot blijvend gebruik op den bodem bevinden, — art. 1180 1!. \\ ..

vonnis van de Arr.-R. Leiden, v. 11 Oct. 1858. su!» n0. 8; dat ook do verhuurder van een stal of koetsbuis bevoorreclit is voor zijne buur op de zich daarin bevindende paarden en rijtnigon — ait. 1180 11. W.. vonnis van de Arr.-R, v. Rottoi'dam, v, l.'i Jan. 1845. s(|q.. snli n0. 5; idem, dat do verhuurder do goederen in beslag kan nemen bij derde bezitters, dio to. goeder trouw don eigendom daarvan vorkregen, edoch in dit geval liij analogische uitbreiding van art. G37 li. W., do vorhnnrdor aan bon. dio op eene jaarmarkt of van eon koopman, gewoon in dergelijke voorworpen Jol te drijven, do goedorou gekocht liebbou, don koopprijs moet

1 805

ocr page 153

CL-a fl*. ^lt;2_a iZ. /^y t- A e

^ Cf-CsL 7^ ?*- ?* amp;- 1 C. 1 gt;2. -C ^ cgt; •' l ' ~Z=*— ---- ^ ö ~ -«^^-r lt;? J*. ^ J *■/*? -amp;/■/

- l-f-i-0** ' - • ■'•gt; rf • / Af' AfJé.

Art. 758.) Yrt''-••• ' - ''■ 1 306 ■q

gt; / i, /,,/gt;-- - gt;, « ,■ «.■■,gt;,lt;, ,2-^ quot;^T '?{.**.■ ■*,» t* A. ■*. • ■ lt;quot;lt;?*

V ^ fli/ 'quot; ' (Vil4** fati 'lt; ' *lt;-1 {lt; ^ ™ 'fCigt; '' Y lt;* t . - lt;*.

tei'iijïjrcvoii ;trt. I18S li. W., 'iile ed., sul) ii0. ti; — anders ecliter met » betrekking tot goederen welke toevallig en alleen tot berging of bewaring tijdelijk op des verhuurders bodem aanwezig waren, — art. 1180 li. W.,

vonnis van de Arr.-R. Leeuwarden, v. 12 Oct. 1841, sub n0. 4. — Ygl. ook bierraede, in verband met deze en andere kwestion, met betrekking tot bet recht, aan den verhuurder, ter zake van jirivilegie toekomende — het gezag van mrs. Dikphuis, Opzoomf.r, de MAHTiNr, Sciun.i.kit, uk Pinto. (iornsMiT. Vicrnkuk enz., geciteerd op de artt. 118(1 en 1188 li, W.

h. Dat hij die vergunning lieeft bekomen tot liet leggen van pandbeslag ter zake van onbepaalde pachtpenningen en tevens om zoo tot van waarde-verklaring van het te leggen beslag en tot betaling van al liet verschuldigde, als tot ontruiming van liet gepachte, op korten termijn te dagvaarden, niet gerechtigd is, om, met nalating van liet pandbeslag, alleen gebruik te maken van de vergunning om op korten termijn te dagvaarden —

-)vrtcuyAs jj£ art. 7 B. R.. arrest van 't P. II. v. Zeeland, v. 18 Jan. 1842, sub n°. 1.

/ '

f ^ nji**-- c- Dat ingeval van het in beslag nemen uit krachte van art. 1188 /C ^ - ,:'0(,r den verhuurder niet behoort te worden gebezigd het middel

' van beslag tot revindicatie —J

1 vet* al'' '^^ arrest v. I April 1842, sub nis. I en 2; zijnde al

/ ^verder bij dit arrest en bij andere sub n0. 2 van art. 1188 B. W. aan-

gehaalde uitspraken beslist, dat die goederen, / \ iettegr iixlannd e lm mie x'i'C- lUKP N'ouk Ier znhc vnn hoij niet verschenen af opvorclerbare

liiiur (zie art. 1188 li. W., sub n0. 2). blijven onderworpen aan het o*-*- voorrecht, den verhuurder bij de wet toegekend, ora het bij nalatigheid n quot;I' eequot; vo'quot;ende betalingstermijnen te kunnen doen gelden en in dit

/ ^jL quot;eva' pandbeslag moet worden gelegd ter jildatse waarheen zij zijn

Jalvlaj-l oamp;m ^ verroerd; — anders Oudeman, li. /(., deel III. 4de ed.. pag. 150 en iTXa-f— k i'E 1'into, ƒƒlt;//.. B. ft., deel II. 2, pag. 79i—79(i, 2de ed., pag. 87(1

. ^ en vele andere bij art. 1188 li. W. sub n0. 1 aangehaalde beslissingen.

Verg. nog Arr.-R. Rotterdam, v. 21 Juni 1876, W. n°. 3995 en Mr. A. Oudeman in Tijdsehr. r. h. .\ed. Reijt, dl. VII. p. 249 sqq.. waar tevens -ilt;,0. 0P P- 260 sqq. betoogd wordt, dat de verhuurder de bevoegdheid tot . . ' beslag op de zonder zijne toestemming vervoerde goederen ook dan heeft.

v ^ wanneer die. welke in de verhuurde woning zijn gebleven, voldoende zijn

om |iein verschuldigde er op te verhalen. — Vgl. ook, ten betooge ffó 10. dat het pandbeslag, vermeld in art. 758 B. R., niet is een eigenlijk

zakelijk recht — art. 1188 li. W., vonnis van de Arr.-R. 's Bosch, v. •[4 Jan. 1842 sqq.. sub n0. 4; en 2°. dat voormeld voorrecht niet verloren Pv 7 .UM 4 tlt;'Squot;X,gaat, wanneer de verhuurder zich niet heeft verzet tegen den vervoerder '7~(rr p meubelen uit de woning des gefailleerden huurders, en dit vervoer het gevidg

tiï £ liïo'tj js v,ln een (]00,. (]e curators wettiglijk ondernomen verkoop der voormelde 'P v. 7- ub. meubelen, en van de daaruit voortgevloeide aflevering daarvan aan de

ty-, K-rA/o , 9. llt;!gt;(jll gt;lt;■ ta .

k.a.'yl Iw'eA

fvO —

f- % ■

ocr page 154

(Art. 758

koopers •— art. 1188 B. W., vonnis van de Arr.-R. Amsterdam, v. 17 Juni 1842, sub n0. 5. Zie ook Arr.-R. 's-Gravenliage, v. '20 Nov. IKquot;).quot;). \V. n0. 1705. R., dl. LV. S 79, ten betooge dat het beslag bier bedoeld (in tegenstelling van dat bij art. 1188 1!. \V. vermeld) kan gelegd worden, ook zonder «lat er sprake is van vervoer of verplaatsing der verbonden goederen en dat-het bij art. H88 B. W. bedoeld beslag kan gelegd wnrden onk vóór dat de bnnr verschenen is.

(/. Dat een vreemiieling tegen een anderen vreemdeling, wien liij

een stuk land op Nederlandsclien bodem lieeft verpacht, gel)ruik kan

maken van het recht, aan verhuurders van gebouwen en landelijke

eigendommen, bij art. 758 15. R. verleend —

art. !• Alg. Bep, sub n0. 7, (dl. II. p. 74), 'ide ed. snVi n0. 0; en dat in dit geval met opzicht tot het voorloopig bevel do termijnen in art. 10 B, R. vermeld, niet behoeven te worden in acht genomen —art. 10 1!. R., sub n0. I, arr. v. 't P. II. v. Zeeland v. 28 .luni 1842; idem Oudeman', 7)'. B., dl. Ill, 4de ed. p. 140.

e. Dat een pandbeslag, hetwelk of door de rechtbank bf door partijen moet worden opgeheven, niet kan gehouden worden door een opgevolgd faillissement van zelf te vervallen --

art. 771 W. v. I\.. vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 24 Oct. 1842.

sub n0, :i.

/. Dat de verhuurder, die pandbeslag heeft gelegd op de roerende goederen, welke zich op het verhuurde bevinden, tegen item die het ontslag van sommige dier goederen uit dat beslag vordert, uit hoofde die vroeger aan hem waren verkocht en geleverd, ook na deswege ingesteld getuigenverhoor, alsnog bevoegd is het voorrecht iti te roepen, omschreven bij de artt. HSfi en 1 1SS I? \\ ., na alvorens dien koop en die overdracht zelve te hebben betwist —

art. 160 li. R.. vonnis van de Arr.-R. Sneek v. 25 Juni 1845, sub n0. 10.

y. Dat de subrogatie van een der solidaire pachters, in de plaats

van dett verpachter, dezen het recht van pandbeslag ten laste zijner

medepachters kan verleenen, en mitsdien dit rechtsmiddel deti ver-

pachter zei ven niet uitsluitend is toegekend —

art. 1438 B. \\., arr. van 't I'. II. v, Gelderland v. 18 Nov. 184(1. sub n0. 2. 2de ed. sub nc. 4; idem Arr.-R. Leiden v. II Oct. 1848. W. n0.975, waarbij is beslist, dut ten aanzien van het recht om pandbeslag te leggen, geen verschil bestaat tusschen den oorspronkelijken en den tweeden verhuurder.

1307

ocr page 155

Art. 758.)

/i. Dat de verhuurder van gebouwen en landelijke eigendoinnien niet voor versclienen huur (wanneer niet een der gevallen aanwezig is, bij art. 1 775 15. \V. omschreven) de seqvesiratie der goederen, daarvoor bij voorrang verbonden, kan vorderen, ten einde zich, zonder eenige daad van executie, zijn recht van voorrang voor een geheel onbepaalden tijd voor te behouden —-

art. M8(i li, \V.. vonnis van dr Ait.-R. I'treclit v. II l'elir. 1848, sub n°. 7.

i. Dat bij de verpachting van een veer, ter zake van verschenen pacht, de gierpont en verdere gereedschappen, tot het gebruik van het veer benoodigd, voor pandbeslag vatbaar zijn —

art. 1180 I!. \V.. mr. van 't P. II. van fielderland v. 27 .Tnni 18/i1.). sub n0. 0.

- liet verliif tot hot lesrpen vau liet beslag, iu art. 758 B. R. vermeld, zonder voorafgaand bevel, beboert gevraagd to worden aan den president der Rechtbank, welke van dc hoofdzaak, de vordering tot van waardeverklaring, behoort kennis te nomen. — Mr. X. 1quot;. v. N. te Utrecht in de O/m;. en Mei!., dl. VII. p. 203 — '213; — anders Oupfman, B. ƒ?., dl. III, 4de ed., p. I i9 volgens wien het verlof, hetwelk het hier geldt, moet gevraagd worden van den voorzitter dor rechtbank liinuen wier rechtsgebied de goederen zich bevinden.

Art. 759.

Zie ten betooge, dat de verhuurder niet in pandbeslag kan nemen de meubelen van den onderhuurder, die bewijst, dat ten vorscbijndage onder hom is irolegd executoriaal beslag op de huurpenningen, — ilcgtaficl. Adv., V, blz. 97.

quot;^2^ Art. 760.

/ - t/- ^ —'.

1. Een sequester is, met het oog op art. 1775, al. 1, li. W., en

gelijk ook is op te maken uit het bepaalde in art. 761 15. li., niet ^ ^nquot;een een bewaarder, maar te gelijk lasthebber, die als zoodanig,

^ j- iiyolt;7 ''ft gesequestreerde moet bestieren.

($: f quot; Arr.-l!. Tiol v. 2 Aug. 1848, Rcf/t in Ncdcrl., dl. IV, p. 350 en 3rgt;7.

ic-rcij. quot;k.iï ■ ^ (jjj iiej pandbeslag is geene aan het bevel voorafgaande ol'

XY daarmede gelijktijdige beteekening der acten, waarop dat beslag berust

strafi'e van nietigheid van het beslag gevorderd.

1808

ocr page 156

[Art. 780.

De verwijzing naar het besla? op roerende goederen, in art. 7fi0 li. 11. voorkomende, moet alleen geacht worden te betrellen de formaliteiten van het beslag zelf en geenszins de voorbereidende maatregelen daarvan.

I' H. van Gelderland v. 27 Juni 1849, W. n0. 1036 ; R. 11.. jg. 1849, dl, XI. p. 387—302, bevestigende het vonnis van de Ait.-R Tiel v. 12 Kebr. 1840. R. R., I. c.; Hri/t in Nederl., dl. TV, p. 350 en 357. — Cf. art. 758 B. F!., vonnis van de Arr.-R. Leiden v. H Oct. 1848. snti n0. 0.

H Ken pandbeslag voor eene schuld onder korting tioc/ilan.t van bewijshaar gedane he talingen is geenszins gelegd in strijd met dit artikel in verband met art. 141 B. 11, en zoo eene schuld door die bijvoeging al moet geacht worden aan eene nadere vereffening onder-lievig te zijn. kan deze plaats rjrijpen bij gelegenheid der instantie tot van waarde verklaring.

P. H. v. Drente v. 8 Sept. 1855, \V. nquot;. 1749; R. 1!.. .jlt;r. IS.Mi, dl. VI. p. 197—199; idem Arr.-R. Assen v. 5 Febr. 1855, R 1!.. jji. 1855. p. 560 sqq.: cf. air. v. 18 Mei 1860. sul) nii. 441 B. li.

-I-, (ieene inbeslagneming kan anders worden bewezen dan door een proces-verbaal, daarvan door een deurwaarder op de plaats zelve op te maken, met vermelding van al datgene, wat door hem bij die gelegenheid is verricht en wat er met betrekking tot die inbeslagneming is voorgevallen.

De gebreken, welke in zoodanig proces-verbaal mochten bestaan, kunnen, uit den aard der zaak, niet later door andere bewijsmiddelen worden aangevuld.

Arr.-R. Utrecht v. 18 Maart 1808. \V. nquot;. 3014; R. li., jg. 1870,p. 74, waarbij nog werd beslist, dat het niet voldoende is in het proces-verbaal alleen bet aantal in beslag genomen stuks vee te relateeren, maar de onderscheidende kenmerken van ieder stuk beboeren te worden vermeld.

Het pandbeslag is nietig, wanneer een der getuigen liet procesverbaal slechts met een kruisje beeft geteekend.

P. II v. Gelderland v. 6 .Inii 1871, bij Mr. IIertzvki.d ut supra,blz. 104, waarbij nog werd beslist, dat in casu de artt. 90 en 94 I!. I!. niet van toepassing zijn, en de essentieele vereischten voor een pandbeslag met bet oog op bet algemeen belang of de publieke orde geacht moeten worden te zijn vastgesteld.

*». Zie ten betooge, dat iemand, die als bewaarder van zijne eigene

130!)

ocr page 157

U'é-., tt 7^-° 0A,'tC- te ■.,4' ./t./t-p^ •••»«■ ' lt; .■* r. r-

^^ Z quot;^7 ■quot;'quot; ^

Arl. 7fi0). 1310

onder heslut; genomene goederen is aangesteld, doch later, na opgevolgd faillissement, door den curator als bewaarder der geïnventariseerde goederen gesteld wordt, niet behoort gerekend te worden zijne hoedanigheid van bewaarder der in beslag genomen goederen onherroepelijk verloren te hebben, maar dat die hoedanigheid herleeft, na alloop van het faillissement, tengevolge van een getroffen accoord —

art. 1771') B. \\ .. vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. Ll\ Oct. ISW, snli n0. 2. — Vgl. wijders omtrent den bewaarder in het algemeen, het aanget. op art. 450 H. lï.

^ ^ A,'L 7li2-

uyy^^- ^ Wanneer pandarrest is gelegd op onderscheidene perceelen, op een

z /^daarvan treene vruchten voorhanden waren, en mitsdien daarop niet

tytSO0^ , ~

, hebben kunnen worden in beslag genomen, dan kan eene verkeerde

lt;£•7''

, j-lc ^opgave van de belending van dat perceel in het proces-verbaal van

. inbeslagnemins, van ^een den minsten invloed zijn op de geldigheid

,nA:q . 'T' van het beslag.

^ # fU*. quot; . .

dit-fj0' I Arr.-R. s-IIertogenboscb v. Sopt. 1849. \\. n0. I 10.).

Art, 763.

t. Eene Arr.-R., door welke, ingevolge art. 7(13 B. R., een pandbeslag moet worden van waarde verklaard, is hierdoor, uit hoofde der connexiteit, tevens bevoegd uitspraak te doen op de principale vorderingen van huurbetaling en ontbinding van huur. welke, in den regel, volgens de artt. 41 en 12 R ()., ter competentie vnn den kantonrechter staan.

Arr.-R. Haarlem v. i5 Oct. '1830. li., dl. li. $ GO ( I); idem, voor /oo verre daarbij is beslist, dat de Rechtbank, die over de, van waarde-verklaring moet oordeelen, tevens bevoegd is, om van de lioofdvordering kennis te nemen, ook indien deze anders, hetzij rationc pefsonac het/ij relioni; matcriai;. tot de, bevoegdheid van eenen anderen rechter zon behoord hebben — Oüdf.man, B. It.. 4(le ed., dl. III. p. 15G en 157; cf. art. 738 li. R. snb n0. '10 a.

(1) Dit vonnis berust op eene dwaling, in zoo verre daarbij is uitgesproken de veroordeeling tot nakoming en tevens ontbinding van het buur-eontract. Vgl. art. 758 15. li., sub n°. 6. (Leon).

ocr page 158

f , * J. t ^ fl it A '*r ' • /igt;* • - • 'O-'--* * f £ 1 a I- X-' amp; t* Slt;*

( ^ ,A ^ quot; W/- ^ ^ ^ ^

,7 f Z'/''-

L~quot;quot; ^ •quot;'/'v / MM (.V/V. 7(!;i

®. De Arr.-li. van het ressort, waarin het verplichte lam], door een vreemdeling aan een ander vreemdeling verhuurd, gelegen is, is bevoegd om. zoowel van de vordering wegens de verschenen pacht penningen, waarvoor het pandbeslag is gelegd, als van de van waarde-verklaring daarvan kennis te nemen

1'. II. v. /eeland 'iS .Inni iN'i'i, I!. li., jjr. IX',:;. dl. v. p. 'li'i gt;(|(|.— In iiveivenstciiimiiii: liienncde Inert lIi iikman. It. li.. Mi- (n|., dl |||,

|iag'. -1 .quot;gt;(gt; en I.'i7. met een lieroc|gt; op «ie artt. quot;Üi. l'.'/i. 7;5S en 71)3 I!. li., dat van il(^ Rechtbank liinnen wiei- gebied liet heslaii'i.s uelc'^d.

de van waanieviuklaring van een gclejrd jiandliesiag iiKiet wnrden jreviir-ilefd, indien de huiiedei' niet wucjnt in bet arrondissement, waarin het door hem schnnrde onroerend goed is gelegen : anders echter door Mr.

N. i. v. N. m de (Iihh, fn Mnl.. dl. \li, p. 'JI-». Iioofd/aktilijk o|i

grond, dat de vordering lot van waardeverklaring van het |iand-arriwl van zuiver persoonlijken aard is. algt; liernstendi' op hei lieslaan eenei'

Imurscbnld. en dat nergens in de wet als heginsel is erkend, dat de rechtbank binnen wier rechtsgebied beslag is gelegd, in liet alizemcen bevoegd zou zijn om over de van waardeverklaring te ourdeelen.

Verg. ecliter navolgende beslissing ;

De vordering tot van waardeverklaring van een pandbeslag wegens verschuldigde huurpenningen is een accmorlwn van de hoofd vordering en behoort derhalve te worden ingesteld voor de Rechtbank van de woonplaats des gedaagden.

Arr.-R. Haarlem v. '1\ .lannari ISC).'». \\'. n0. ii(»«S9 ; vei-1 ook aanl li ^ .

op art. 738 li. H. ^ ^

Is*— ^? quot; -

Jï. Er is geen termijn op straffe van nietigheid bepaald, binnen welken de vordering tot van waardeverklaring van een pandbeslag voor ^

huren en pachten m«jet geschieden.

Air.-R. Ainstei'dinn (Iste kamer; v. quot;21 Dct. IS'ri. li., dl. Xl\. ^ llll'i;

idem P. II. v. Gelderland v. IS Nov. ISlti. W. nquot;. Sll : |{, |:,. ju. |Si7.

'Ik IX- 1». 'i l'.i - 'iM. bevestigende een vuilnis van de Air.-il. Tiel v. si .Inni IS'iti; idem Hof' 's-!lertogenboscli v. lü Sept. ISS'J. \V. n'iSSl.

idem de PiN'ro. //«//.. 7/. H.. il. 2. p. /Uy. 2de ed., p. S73 en tJt'nEMAN.

/'• /i - 4de ed.. dl. III. pag. I.'quot;)7 : anders tij vonnis «lieizelfdc Arr.-b'.

(tide kamer) v. 1.quot;) Sept. IS.iti. li. I!. ut supra, p. iilll. Vgl. ook art.

703 li. li., arr. van 't 1'. 11. v. N.-llulland v. 30 Maart 1843, sul' nü. \

-i-. De van waardeverklaring van een pandbeslag wordt bij de wet niet vereischt, ten einde het te doen stand houden, in welk geval daarvoor, zoo als dit bij de artt. 720, 73^, 738 en 770 li. li,.,

Mr. W. van liosskm li/... Burg. Hechtsv.

ocr page 159

/-t^ fay^^—y ^

v iu 3 e/ ^*quot;^-. ^ ^ , vv'rc J?! ^ -quot; ' ^7 yft^- Art. 763.) ^ ^ 7 1312

nopens andere inbesln^-nemingen is voorgesclireven, een termijn zou zijn bepaald, maar is de van waardeverklaring volgens den duidelijken inhoud van art. 763 alieen noodig, ten einde tot den verkoop dei-in beslag genomen goederen te geraken, waaruit volgt, dat die van waardeverklaring onnoodig is en niet gevorderd wordt, wanneer, krachtens eene reeds tegen den huurder tot betaling der huurpenningen uitgesprokene veroordeeling de executoriale verkoop der inmiddels conservatoir in pandbeslag genomene goederen kan plaats hehben, — terwijl overigens in zoodanig geval de eisch tot van waardeverklaring \an het pandbeslag niet alleen overtollig is, maar ook voor eene goede rechtsbedeeling schadelijk zou kunnen zijn, daar toch in geval van hooier beroep, van slechts een der beide in zoodanig geval gewezene vonnissen, de te niet-doening van het beklaagde vonnis met het voortdurend bestaan van het andere niet zou zijn overeen te brengen.

1'. 11. v. K.-lldllami v. :gt;0 Maai t 1 Si:!, \V. nn. 'iTw : idem in de//«/(.s;/. \dv., dl. II. p. i'iquot;—l-'tü. lioofdzakclijk op grond, dat de vordering tigt;t van waardeverklaring m ciisk zon moeten strekken, om in twee aizon-derlijke procedures tnssclien dezelfde partijeTi. hetzelfde te doen lieuordeelen en om twee verschillende exeentoire titels te verkrijgen, tol verkoop van hetzelfde quot;Hed. iets hetwelk geheel onbestaanbuar is met alle regelen van proces-orde: idem i.f, Pisro, //-//.. B. /;.. II. 'i P- 7117.'2de ed.. p. S7'2 ;-anders echter bij vonnis der Arr.-ll. Iloo.-n v. 7 Dec. IS 12 (vernietigd l,ij arr. van quot;t P. II. v. N.-llolland nt snpra) op grond dat i.ij het dagvaarden tot betaling en het leggen van pandbeslag niet dezelfde zaak wordt gevorderd, als stellende het eerste daar een jus jtfrurquciKli tot uitbetaling der lunirpenningen en het tweede een jus auiscrvdmli. dlt;' van waardeverklaring namelijk van het arrest, zoodat de regel uun bis in iilciu niet wordt geschonden ; idem bij het vonnis der Arr.-K. Nijmegen v. IS Dec. IS'.C., W. n . 77i en Orm-man. It. It- dl. III. 'ide ed.. pag. I■gt;■quot;). Laatstgemelde treedt daarbij in eene wederlegging vin 't arr. van 't 1'. II. v. N.-llolland ut snpra. doet uitkomen, dat de

vraag, welke ' bet aldaar gold. slechts dan kan voork,........ wanneer bel

pandbeslag gedaan is nit krachte van een vonnis, legen hetwelk de partij zich in hooger beroep beeft voorzien en waarvan de tennilvoerleggmg derhalve sreschorst is en dat de van waardeverklaring, welke z. i. de ■irrestant niet zal mogen nalaten, eerst kan worden uitgesproken nadat quot;bet betwiste vonnis der veroordeeling tot betaling in kracht van gewijsde zal zijn lt;requot;aan. waardoor de zwarigheid, door 't I'. II. nt snpra geopperd

ten aanzien va,...... mogelijken strijd tnsscben de twee vonnissen ......-

„„•ld. vervalt. cf. V. n. IIoneht, /W'., p. 700 en art. /.)S D. K.. arr. v. S Dec. 1X43 sqrp. snb n0. 1.

Zie ten betooge, dat een vonnis, waarbij een pandbeslag voor

ocr page 160

^ Pvt, y/b V 2- (/*€*-/x^e yL n^'S-*—' ^JL*^*ICY(L. clt;-*---------'

7-1 le--^ —•, A-i^ ^ A—

Zfn. : falt;r/oU^~ 26^-7 ^ — ?? V-

^ ' ' I •-. I ■■; (/1)7. 7fi:l

huren en pachten van onwaarde \vor;lt verklaard, niet teTi uitvoer kan u-orden verklaard bij voorraad —

art. 5'i 1!. li., vonnis van de Arr.-R. Amsterdani v. !l Sept. 1844.

i5«!/ - lt;.

squot;''

X - ■(- *0* gt; J V »

7/ y '. At, / f'-i-S

Art. 764. ''• • '• *ƒ/.quot;• ï,»'■*£-

I. liet bewijs, dat iemand die solidair vennoot is in eene lirma, '

binnen zekere stad woont, brengt niet mede dat hij te dier plaatse . v ,,

eene bekende woonplaats heeft en dat de tirma aldaar kan geves- ,,^£a„ n ti''il zijn /'■-•

1'. II, van Holland v. :!I Juli ISil. W 11 . 21'J: I!. dl. NIH. S 'in. — quot;'V Vyl. Iiiernii'de liet daai'tuo lieti'i'kkeliik vunnis van dfi An.-li. Anrstfr- *'' , K, ,}^kv'

v. 20 -Mei 1841. R. li., jg. 18/«5, dl. VIII. p. 181 en 182, alsmede

(ten betimge, dat eene acte van patent, door eene plaatselijke re^i'rinL!'

afirepeven, nji zich zrlrc p;een bewijs opleveil. dal de. gepatenteerde wet- ' 'i-•

kelijk liinnen di' frenieente wdont) — art. 74 I!. \\ .. ai'i'. v. liet/. I'. 11. if ~)u£r-

v. den/, datum, suli 11°. 4. Zie ook art. löli li. li., vonnis van de Ari'.-li. £4/'/, fL-

: y '• lt;; quot;t*

AmstiTilam v. 2quot; .Inui 1848 snq.. suli 11°. Hgt;. / ^ ai t aquot;

• ^c'-'

2. Uit de algemeenheid van art. 764 B. R., j0. art. 9 der wet

S7 c

houdende Alsem. Ben, vol^t, dat ieder schuldeischer zonder onder- , A/r*1/ 0 1 ' 0 /qoi, 'lt; ■

scheid, om het even of hij vreemdeling of ingezeten zij, bet recht heeft ^ y^f-

beslag te leggen op de goederen van zijne schuldenaren, die geenc

bekende woonplaats hebben binnen liet Kijk. / '16-fi. $lt;*gt;,(£?JKSR. yfy ^ n--V. yen.

1'. II. v. Holland v. :il .lull 1841. W. nquot;. 212; li., dl. XIII. § 2.quot;.; An .-K. Ilottordam v. k2U .limi 1 S5(J, R. 1!. jg. I8(»(). |». 187; W II. v.

(icMorlainl v. irgt; Dec. ISlill. \V. n . MITS. be vestigen (ie voiinis Arr.-H. /?^ . 'Qoo

Tiquot;! v. li Mei ISlt(.). \V. n0. .'MCf. nok vonnis Ari'-U. s-ller-togenhoscli v. quot;JT Mei 1S()S. \\'. n0. MIKC). \v;i:iil)ij werd beslist dut dit :nl. — eveneens als art. 707 - niet (inderscli(»idt tnssein'ii NedtM'landers vreemdelingen; idem ( Mukman. li. li.. Wie ed.. lt;11. HL |». loS; en 1''NT... //.//quot; It. It.. II. 2 p. 75KI. .......... p. NT.-.. /-

yquot;ergeI'jk echter navolgende beslissing :

, ^ Dit artikel schept u'tene bevoeiriilieid. ntaar is slechts van toepassing

indien de rechter van elders bevoegdheid bezit.

s-

, CV*

£lt;*■ ,/ liet is niet ireschreven in het belang van vreemdelingen tegenover (iraVK'lt;quot;'lt;quot;r vreemdelingen, maar in het belang van de higeze.tenen d'x Rijk.t tegen 1 y '' over vreemdelingen. /fó. . // /ptrtr ^/ ? r if : n k. s./'A 'V -t- ^ .

,, ^ cT ' {

ju,^quot; Arr.-li. liottenlani v. (i Noveiulier 1871. W. n . Ii4 l7: cf. Air.-li. f ' ^ .M Amsterdam \. 21 l elir. IS(tli; li. li., ii'. 181 il'i. p. (177. ten Itetun^e dat A

- u /, M / C^XreT* L^er^- e-*.*-.--- i-^gt;0^-0^-07

r,^ 7gt;^ ^----f /1 ~■lt;*'.'

,L 2o /^02.^ f?}s;~',sqo2./ri''/StD.

^ / l-

r . • J h- V ^ :

4K' n ^ /

f -ZxclS1*'

ocr page 161

J -L -—- 7^ 5quot; Art. 7fi4.)

W*, ^ ■ 1'

131 4.

dit artikel, in U'UiMisti'lliHj;- rnc^t art. 7:frgt; van dit wetboek, wèl het reclits-irebieil regelt; verg. ilaar.iiutrent onk aant. II up art. Tii.i li. R.

;t Uit het bewezen domicilinm. originis van een gedaagde en zijne noir voortdurende hoedanigheid van Nederlander, in verband met de omstandigheid dat hij ook hier te lande in 1815 aan zijne verplichting ten opzichte der nationale militie lieett voldaan, volgt niet dat hij hier zijne woonplaats en zijn verblijf heeft behouden, indien niet alleen niet is aangetoond, waar hij binnen dit Rijk sinds het jaar 1815 een woonverblijf' heeft gehad, maar ook zelfs' door hem wordt opgegeven, dat hij eerst sedert het jaar 1839 zijn hoofdverblijf heeft gehouden in een logement binnen eene der gemeenten van d'.t Rijk, alwaar hij een vertrek in vaste huur zou hebben gehad en bewoond, in welke opgave de erkentenis ligt opgesloten, dat hij tusschentijds elders met der woon is nevestii^d geweest, zoodat hij zich op zijn domicilium originis niet kan beroepen. — Zulks klemt te meer, indien door den arrestant ten processe wordt aangetoond, dat de gedaagde niet op de algemeene registers der ingezetenen, noch in de wijk registers der patenten als inwoner en koopman in het door hem opgegeven domicilie bekend staat en door hem zeiven wordt erkend, dat zijne vrouw en kinderen in het buitenland hun verblijf hebben ; — uit welk een en ander volo-t, dat een zoodanig gedaagde hoogstens moet beschouwd worden in de door hem genoemde gemeente een precair oponthoud te hebben, zonder vaste en bekende woonplaats of bekend verblijf in den zin der wet.

Air.-R. 's-Giiivenhage v. 19 Oct. 18-41, W. u0. quot;iW; idem, mede ten t)etoo|re. flat nniler ilo wourden lgt;rl;ciilt;lc wouuiihiul* eene vaste wuon-

' ^ plaats ........ worden verstaan,quot; — lt;Iuukman. B. II., dl. III. 4de ed..

pao. 159.

4. Indien de schuldenaar werkelijk eene bekende woonplaats binnen hel Rijk heeft, kan niets afdoen het beweren van den arrestant, dat hem de woonplaats van den gearresteerde niet bekend was, aangezien deze onbekendheid niet voldoende is, om het beslag, in art. 764 vermeld, tot de van waardeverklaring waarvan het werkelijk niet hebben van eene bekende woonplaats wordt gevorderd, te rechtvaardigen.

Arr.-l:. Zwiille V. 5 .limi IXiM». W. n0. 1|:V4: idem Arr.-R. II.mm v. 2!) Juli IH'i7. It. li., .ig. 184«. dl. X, p. 119—-l'il.

ocr page 162

'quot;Sll C-1—■* ~ 1s^O\A^ OLS^SC- , 'V

(yAAi*; t tL e gt; :—- 'quot;^ -ywo-t- • 'f' - - •- V *gt;i-/ r* X / ■ƒ.» ^ ^

i-o-y^ t*~sgt;. (•^■'.ytu-^y r-i~y t* ' 'y-êrla-e^'e- -— •'•■•

lt;1, |;51.r) (.1)7. 7R 1.

V ^- ?-—•- /^' - ' quot;lt;' -. /. . ^ ^pj , fcPf^d* (A/, 1'f quot; 5 p

»». Hij, die buitenslands een gevestigd hoofdiwhlijf bezit, kan geenszins, in den zin van deze bepaling, binnen liet Rijk eene bekend'' woonplaat* hebben, welke hem tegen liet conservatoir arrest, bij dit artikel aangewezen, zou vrijwaren.

Ari'.-R, Rotterdam v. 24 Novemlier 1S5(), K. I!.. jir. 1857, dl. Vil. Iilz. 73—78. wnarbij werd beslist dat hier dezelfde •.voonplaats V)ediield wordt als in art. 74 li. \V., en niemand op denzelfden tijd ii|i twee verschillende plaatsen boofdverbliif kan hehhen.

r

■

€i. liet groote verschil tussdien het beslag onder derden en liet zoogenaamd saisie arrêt forain, dat gelijk staat met executoriaal beslag, is daarin gelegen, dat het eerste niets anders is dan verbod om te betalen, totdat later zal zijn beslist, en alzoo tot bewaring van rechten, terwijl het laatste meer bepaald te kennen geeft een inbeslagnemen van aangewezen en onbekende roerende goederen, om die in executie te brengen of te verkoopen, ter kwijting eener schuldvordering.

Air.-R. Amsterdam v. '21 Kelir. ISiit'i. \V, hO. 27lt;.t| ; R. I!.. iSlil'i, pa-'. (177.

-c

S. Ook lt;le voorloopig beslagene, in Nederland niet gedomicilieerde . }

persoon en de voorloopig gegijzelde vreemdeling kan bij den gewonen . , tm

rechter de dadelijke opheffing van den tegen hem genomen voorloo-pigen maatregel vorderen. ^gt;.

Air.-R. Alkmaar v. .'1 Oeceniber 18(18. W. n°. 3120. ook vermeld ad art. 250 I!. R.

. i £ H. -C

/jCC, -. H-c

W. Het verzoek tot den kantonrechter is eene bevoegdheid, geene jtTj. verplichting.

Hof Arnhem v. 22 Mei 1878. W. n0. 4270.

Sgt;. Zie ten betooge, dat de schuldeischer thans ook in beslag kan nemen de verschillende goederen, die zich in verschillende arrondissementen of kantons bevinden, mits bij daartoe afzonderlijk verlof vrage in ieder arrondissement of kanton —

hl-; Pinto. //lt;//. //. /t.. II. 2. p. 79!». 2de ed.. p. 874- sip

IO Ziie over beslag onder 7:1'. H. IJ. I (

rj-r-v , f.

- t

.5«. «. . rt'. ,y , A. quot;c f lt;ƒ •

ocr page 163

/W e^ eh-**- lt;ny*Mtf-eUlt;*- TJjMA-Li. teuvufi) ttnteaJLi

, ^ ^ ^ . • / ., - lrc*^x\y f ^ v 1/XJLLL**S ej(j£iX*.fy : /Jgt;. Ul^cI/bjiLpx^'Z-Sy (yf Mflt.

a'^ 7^ ^ ^-'u cUltx^ ^m^cl C^ ^ wd.aU*—'

^ cU, f— ^ W

-l^ 7fi7.) z^l;51fi ■

ufai, (A Kquot; broh ifh,. IL, — (;7 7(i7 lt;^75

M l)e bepnlinij: vmi dit artikel omtrent de cinipeteiitic van den rechter

'O

(jlx

p_£a*t-3ej-'r*^/Ct' 's ,}0^ vlt;'ul toepassing op den eiscli tot van waurdeverkiaring van een i-njzeling hij voorraad.

ct^-^nr/^-- Het instellen van die vordering voor een onbevoegden rechter, staat Z*-lt;gt;~amp;~, ^ gelijk met het niet-instellen van den eisch.

trtrfz. Mitsdien is de gijzeling, nadat acht dagen verloopen zijn, zonder dat

de eisch tot van waardeverklaring is ingesteld voor den bevoegden rechter, onwettig, en is de schuldeischer tot schadevergoeding verplicht.

An..|{ Arnhem v. :i0 April 1SS1. \V. n0. W50. welk vonnis naar s*-*- y -' analogie der liepalingea van art. 733 en (ilW B. H. voorlnopig uitvoerbaar

/7 ,*•,,**- werd verklaard; versi. hierniede arr. Iluf Amstei'dani v. II .lan. IS/S.

quot; / sub art. »gt;20 H. R. , / -

Uf /rftro , /■ i ('■ quot;quot; xquot;' 7 /, / /? ~„r,

/o*o n* e/té- ' ^ ^ * n, 1 quot;■•'■-: ■**'■• •*'

/ /1. éifi'l'yl-S' 1 , r*-*-' l\rt- 7fo*y.y / . . y /* /fiO'' /t 7rJ quot;77 o'-7^

/7 J-cV-. /4tr* K ^ / /0 S . 'f r* 0 cfotrü ■ L fquot;'*' ^ /f0- v ^ ^

'* ' I. |)e vreemdeling die, naar aanleiding van art. 7fiS B. 11., voor- -6-'-quot;-

loopig is gegijzeld en bij atzonderlijke dagvaarding daartegen opkomt

- moet worden beschouwd als eiKclf i' in den zin van art 1;)2 !^. R.

qr*.*-* fc'*'quot; quot; ' _ Ai r.-I!. R(itlerd;iiii v. 11 Juli IStCi. \V. u . ~t~ : I!. 1!.. ju'. IS'iT. dl. IX. J'*-quot;''

M i- Qt-*—^ p Sl'i en S7: vei'g. vmmis Ari'.-K. Ai'nlieni. d d. I \u\ . IN.)S. \\ . n . lii'!Ui. 2-^

^ fan lt;amp;*''■ waarbij weid beslist dal dcgt; vreemdeling ter gelegenheid van bet geding UAif-

^ A di^ liooldvordering en de van waardeverklaring der vnorloopige gijze-

* a ^*^7 W i:..... / ....,11... w^rrlpn n llt;gt;t-lt; tnf v:i nk'pllik Vf»l'Uln:i l'(i rlft ^

,lt;Us

oc

w lino- (welke beide vm'deringen worden iiiet-(intv;inkelijk verklaard), de^,^

reCdiiveritldneele vonli'rinji lquot;l quot;plu-lling dier gijzeling instellende niet als g, ^^ /7 off*-1* eisclier te bescbonwen is. maar wel wanneer tevens in reconventie schade- / ■ ^ vergoediinr wordt gevraagd. — Cf. art. 1.)2 II. li.- arr. van t I'. II. van ui-.Qp

fixi- ***1 ^ N.-Hrabant v. 1 Maart 1 S'i'i sqq.. sub nquot;. !•.

* * f /

^^ateJL-^ *1. Gemis van specificatie van rekening bij ingijzeling-stelling, uit fZ krach te van art. 7Pgt;S H. R., kan gedurende de procedure hersteld

/ . . Y/worden betseen te meer klemt, indien, gelijk in casu, ter zake van

Is-— '•* 1 O

! dat gemis, noch bij de gijzeling, noch laUr eenige aanmerking is

^e- cytquot; ^ gemaakt.

\ O

' Ar i.-R. Amsterdatn v. I I Juni IS'.S. R. I!.. ,jg. 1S.',S. dl. X. i-13

y fat' en il'i.

At T- ' ^

Aamp;. 3, Ihet geval '-an art. 76S ü. II., berust het bewijs, dat een

tj 'f02' iredaagde, die zich als zoodanig heeft gedragen, vreemdeling is, niet

onbepaald op den eischer.

Su^

Ais. : ^jr^A -Sa^-^y 7.7-^m^. quot; ^'rf

C! ~^gt;\r IT* . Hf Q/jMlf '■ ■ trWJ, 26. ^./7 / ' J, •'. H* ■.O'i-S'.

ocr page 164

r—

.'0 • ■ f/tL, ■ jb V } I •. V/

3 ^ r ^ayt^yt^/c^- t*~ ojuCTv/f(P lt;*£-■ S

/e^J^ ------CSJy ■2— , /U^,^e rtamp;a^L- oJgt;f^gt;. ^

uoy3,t JL^ c^ , V2W/ ^

iy 1 ;•! 17 ^ {Arl. 7fiS.

r a-~ lt;ae*£. lt;r^n^- - JZto. . c~ .

De omstiiiuliijlieid vnn liquot;t, verblijfquot; van den i^dm^de, iredurende

velü maanden in een logement, de door iiem aangenomen titei van

limir en de hi/,onderheid, dat hij voor ziine na de iniriiicelinir-stellimr / ^

quot; , AorMv

beweerde, huedaniLfheid van Nederlander lt;;eene afdoende gronden kan , , . v-

/rrlt;y?fgt;-

aanvoeren, maar voorgeeft, die bewijzen uit de Oost-lndiën te moeten ' ,

. . . ^ ?'TT' bekomen, areven alleszins aanleiding om hem voor een vreemdeling „ . ___

te houden.

Arr.-K. Amst^nhim v. li.luni lSi8, R. B.. jji. I8iS. dl. X. |gt;. il 'A en ill. ^ A—

^ 2s^~^ ^ ~ /

-1. Ken vreemde acteur, wiens engagement hem gedurende minstens „

T^r-,*.* -4-

zes maanden verplicht binnen eene stad zijn vast verblijf te houden, ^

valt niet in de termen dezer bejialing. /

Air.-R. Amsterdam v. 17 Maait ISii-i. \V. nquot;. 230(1. ^

.» Al heeft de crediteur zijne vorderiiii; in een buitenlandsch fail- ' ^Z.'

iissement doen verilleeren. zoo kan hij toch den vreemdeling-failliet ^

zich hier te lande bevindende, overeenkomstig ilit artikel doen gijzelen. *

Ait.-R. Amstt'ithmi v. , Nnv. \\ . n . CJ.).V.).

» /(/^ ** *

li. Mr. N Oi iviEH. 'I'hciuis. .'(de ju;., n. WA. iihmmiI (hit. volnoiis do bedocliilir S

• , , iiii ti ji

des nvotüovors. het wocii'd vast had Ixmkkhvii nvoirjiolaton te worden, daar toch

rust rrrhlijf en hoofdrii'hlijf. hoodaiiitr do vcrkliirinir van woonplaats is in Af*quot;

ai t. Ti 11. \\ .. helzolfdc lieteokonon ; andors ochter OiihEMAN. in de O/nu.

rn Mn/., dl. I. p. ;M en on li. li., ide ed.. dl. III. p KVI. die doet nit- J

koiiKMi liet (nidersclieid. hestaando tnssehen rosl- en Aoo/V/veildijf. daar h.v. i ✓

een vreemdelins;. dos zomers in Nederland eoiic hnitenjdaats newonende, hierteX -

lande een vast verlgt;lijf heelt, welke hem van de vooihiopiire «iijzelinir bevrijdt. ^

maar niet zijne woonplaats of zijn hoofdverhlijtquot;. don zetel v in zijn vermogen ; /^07

idem !»k Pinto. //'//. li. 11.. II. 'J. p. SOI. k2de «-d.. p. 877. en \'f.i:ni:iiK ad art. „

\ ei'^elijk met hetrokkim:quot; lot de vragen, die zich naar aanloidinjx van dit / '

artikel kunnen voordoen, vooral de snl» art. ÖSo /// fine reeds genoemde dis-s.Ttalif van Mr. ('. .1. A. l!lcilo\ van Usski.monkk. ^jifS o.

/cyt (lt;Pfégt; - -Z^-a

\rt 7(:'.i /j-^vrLdt *■-/- S9'-*'-

I. De beslagene kan in den regel alleen belang hebben de opheffing van het beslag, bedoeld bij art 7(i l B li, te vorderen, doch geene 6'J/quot;1 ■ sy7^0 wetsbepaling belet, dat die vordering tot opheffing geschiede door ^ n'tPY**-derden, die bewijzen eigenaars te zijn der goederen, welke onder het arrest zijn begrepen.

Arr.-K. Amsterdam v. Maart ISoS. \\ . n . lUiii; cl. het aan^etee-kende snl» art. 7^1 1». Kv. n0. o.

/ A

Ji

ocr page 165

(fbdUn-O ajl ■*/gt;-£gt; cnsü. t^nuAf^ ^tU-Tpquot; l'mry cj^~i.

M- v™r /- At-rx^— ^

. U^rf-^JLU^^ IJ A^c.iy/i, üS. VJamp;OJ.

Art. 7fiO ) l:ils

'i. De bewering .Int eeue provisioueele gijzeling, eeumnal zonder verzet of wettige voorziening ten uitvoer gelegd zijnde, altijd moet lilijven voortduren, zoolang het burgerlijk geding hangende is, behalve alleen in het hier geschreven geval, dat namelijk door den voorloopig Lreunjzelde zekerheid wordt gesteld voor de schuld met de renten en kosten, vindt in geene enkele bepaling der wet eenigen steun, en mist allen redelijken grond.

Arr. P. H. v. /..-Holland v. 30 Juni 1875. VV. n0. 3873, H. B.,jg. quot;1875, .1. p. ISii. waartegen do i-assatie is verworpen liij arr. v. :gt;lgt; Juli 187.1. \V. 11°. 388'i : R.. dl. CX. ^ .Mi»; — cf. het sub ai t. 73.') R. Kv.. n0. 2(1. 3°. annsreteek enflo.

3. Onder de kosten hier opgenoemd, zijn niet anders te verstaan dan de kosten van de gijzeling zelve.

Arr.-R. Rotterdam v. II Jan. 188:2. \\. nquot;. \~W. K. R., jii'. 1882. .1. paquot;. 210.

A rt. 7 70.

t. De voorloopige gijzeling is een middel tot bewaring van recht en kan niet van waarde verklaard worden, vóór dat het geschil over het recht zelf beslist is.

Arr.-R. Amsterdam v. 20 Juni 18^5. W. nquot;. 037; R.. dl. XXXIV. § 90.

3. !Naar analogie van art. 7r)7 is de rechter van de plaats waar de quot;quot;ijzeling heeft plaats gegrepen alleen bevoegd om over de van waarde-verklaring te oordeelen.

Arr.-R Arnliem v. .30 April 1881. \V. iiquot;. 1050; R. R.. jg. 1882. .1, pag. 230. — Zie dit arr. Iireodvoerij; vermeld, sul» art. /07 li. li.

3. Zie ten liotooge. dat het lieweren. — als zonde de uitspraak op den oiseli tui vnn waardeverklarinir. niettegenstaande de zaak li1 dien aanzien is voldongen en Itepleii, behooren opgeschort te worden, tot aan den uitslag \an het burgerlijk geding ton principale, enkel op grond dat de provisioneel gegijzelde niet leiren de gij/elmg is opgekonien, in voege als hem de weg daartoe bij de arlt. IlO't .-n (ill Kv.. zou zijn aangewezen — met, de kennelijke bedoe-linir vau dit artiki'i eti tevens met art. 4.». 2»* lid li. R.. is in strijd — het ad art. 700 nquot;. 2 aanirebaalde arrest van 'i0 Juli 'I87;gt;.

, ^ /..yyo0- y0 .% l£. ■ ' sz a£- $ Tamp;asay

// .' / 2_,J.êv. /qcx0,

ocr page 166

h/t- yi'0 2:

. ' /r ^ 1 r /zyC z:. ^'---j

1. Ue vordering tot liet (men van rekenmi^ en verantwoor^ling tegen een nalatigen rekenplichtii^e, behoeft niet (zonder dat ook daartegen de artt. 1~75 en 127!) B. \V. obsteeren. als zijnde daarbij alleen sprake van vergoeding van kosten, schade en interesten) door eene uitdrukkelijke m ««öra-stelling te worden voorafgegaan. gt;

L ^ «-

Air. v. '2 Juni 184.3. W. nquot;. 4(11 : K.. dl. NV, § Id: v. n. II.. ,

dl. I\. |i. 47;)—ISi. Iievostigondn ecu arr. van Ik^I. I'. II. v. rtrcclit • gt;l Oct. ISl'J. \\ , iiquot;. :i;{S (mi van di' Arr.-K. aldaar v. •Jl'gt; Nuv. ISVI. ÏO '/ïyS

W. liquot;. -• il ; idi'm P. II. v. Gelderland v. l'j.Ian. 1848. liij mi'. IIkut/.vki.Ii /n j/ ava ut sii[ir;t blz. .i.i sq.; idem, (althans/y/als zijnde daarbij beslist dat ' ^ ^

7 L

art. 771 K. R. tot liet m iiebreke stellen van lt;lon rckenplichtiirf iiewnne dagvaarding vordert, in te*renstel!iiijx van den beneficiairi'ii (tIlji naam. tot wiens in morastolling en daaruit voortvloeiende aansprake-lijkheid tot tietalinï uit eigene middelen aan den vifrilanten seliuldeiscber slechts eene sommatie wordt vereischt) bij arr. v. II Maart 1853. W. nquot;. quot; 14^2. bevestigende oen arr. van bet P. II. van Groningen v. 13 April 1852 en van de Arr.-R. aldaar v. 17 Oct. 1851. beiden in 't W, n0. lil:!;

verg. ook het hierfinder aangehaalde arr. van '2(1 Nov. 1858; idem bij arr. van 't P. H. van Friesland v. 27 Nov. 1830, \V. n0.04; idem Ait.-I!

Maastricht v. 27 Dec. -1844, li. I!. Jg. 1845. dl. VII, p. 504 en 505 en (ten aanzien van een iialatiu,;en ontvanuer van een kerkbestuur) v.S.lan.

I84(i. \\. n0. 782; idem Amsterdam v. 20 Maart 1842, R. II. jtr. IS/i2.

dl- IV. p. C.Ki en (117; 21 Oct. 185.2. I!. I!, jp-. 1813, dl. V, p. II en 12;

22 Oct. 1854, I!. B. jr;-. 1815, dl VII. |i. 3(1 en 37 en v. li N'i^v. 1850. gt;£

. n . 1100. AiHslri'J. Iii 'jj. deel I. pair. 22.)—228; idem van Groningen, v. 5 Febr. 1857. R. H. jg. 1850. dl. XII. pa-. (180, idem implicite van Assen v. 20 Januari 1800. R. H. jg. 1807. blz. 330. zijnde tevens bij onderscheidene dier beslissingen, even als bij Oupeman. /gt;'. deel III, ^

1de ed., pag. 104 en '105, en uk Pinto, //lt;//. B. II.. II. 2 p, 804.2de L

ed., p. 870, (welke beide schrijvers zich vereenigen met liet beginsel.

aangenomen bij voormeld arr. v. 2 Juni 1853 sqq.) overwogen, dat dein art. 771 H. R. voorkomende woorden lilii'/ilii/m die ndlaliii zijn

(nu ivkciiDKj Ir (locii . alleen zijn gebezigd in tegenoverstelling van reken-plichtigen, dn. i?i'i'lonlt;/lt;'/i t'fh'ciiin(/ Ir (torn, waarvan in art. 782 II. R.

sprake is. alsmede eenigzins in strijd met een en ander bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam v. 0 Nov. I8.)0 ut snpra. naar luid waarvan een rekenplicbtige, tot het doen van rekening en veraiitwoordinu' in rechten aangesproken, niet kan volstaan met zich daartoe bereid le verklaren. ^

en daarvan akte te verzoeken, maar zijne nalatigheid voldoende blijkt wanneer de gerechtelijke aanvrage niet onniiddellijk zijnerzijds door eei

l'l'lll'

f

C.

(!) Dit gevoelen wordt ook gedoold door do Uoibiotio 't K. li.jg. tS44. dl. VI,

]gt;. 481, in eene opmerking die het na te melden arr. van 't P. II. van N.-Holland -

. 2JcP.

4,

van !•) Oct. 1S43 voorafgaat. — Do Redactie verklaart aldaar quot;s Hof- gevoelen

• , 1 w ■' r gt;.ur «v. ?• ■ ' • , . i,/.; . t

ocr page 167

Art 771.) 1:V20

Lrcri'cliti'lijk ;r,iMb(id, imi v;iii chit /..'iris nclilcM-volgd (1) : iflom ••n

{,gt;11 hetooge dat herhaalde bei-eidverklaring «m rekening en verantwonr-,rm.. te duen de nalatiglieid van zulks daadwerkelijk te doen met kan dekken, hij vonnis der Arr.-R. -s-liertogenhoseh v. 15 K^v. IS:,(I, \\ . nquot;. l-J.'iC.; zijnde wijders hij vonnis van dezelfde Arr.-K. van .!(! Mei lS.gt; i. W. nquot;. heslist. dat in ieder geval de hereidverklanng hij eonchisie

van antwoord van een rekenpliditigen gedaagde, die noeh aan.....inohjke

aanvrage norh aan -ererhtelijke sommatie tot rekening en verantwoor-iliiiiX heelt vol,laan. en evenmin van de hij art. TS'i li. R. vernielde hevoegd-Ii,.id heeft gehrnik gemaakt, tardief is. zoodanige rekenplirhtige zich zelven de iii)roe|iinquot;- in rechten te wijten heeft, en hij als nalatig rekenplichtige is te heschomven . verg. met een e„ an(ler arr. v. :«» Itecen^er IS/O-

W nquot; :WS - anders echter hij arr. van het I'. II. van N.-llol-| nid v' I!» Oct. IS',:?. W. 'lil', en .V,'.; R. I!. jg ISii. dl. VI. p. 'iSI-,s.,. u (1| xix. ^ ;«i IUVI i„ Xr.lrr/.. dl. 1 v. p. .V.l-f,± waarhi, ilt; höslist dat art. 771 ü. I!.. voor zoo verre hetreft de veroordeeling van

den rekenplichti-e in d- kosten, alleen hetreft rekenpliditigen ..... in het

d,,en van rekenin- /lt;quot;/,lt;(/,/ zijn. hetgeen alleen kan blijken door de akte. welke inoevnl.vp art. I'i74 1!. W.. het in gel.reke hlijven van eenen schnl-dcnaar kan aantoonen. en dat deze zells niet kan worden vervangen door ......afgaandquot; ..pmeping t-t het \ei ki ij-en van admissie-gratis. (\erg.

omtrein .le .ïJi-.l/^ik.lijkl.ei-l erner vorafouuule in moni-stellin;; alleen dan tot ,1e hare te maken, -.vanneer op de dagvaarding werkelijk eene bereidveiklanns van

...... cedaasrde tot het doen van rekenin- gevol-d zij. — Oi drman. L. A., dl. 111,

4 le editie, palt;r. 163 sq.. bestrijdt die .vtellin- en oppert de vragen: 1. hoe ,1e eischer bij het doen der dagvaarding kan weten of de «edaagde zieh beretd zal

verklaren en of hij dus de da-vaardin- van eene andere in-gebreke stcllins: moet

doen voorafgaan ; en 2quot;. of niet uit de zoo even opgegevene stelling zou voortvloeien dat wanneer de gedaagde zich bereid verklaarde tot de rekening, de etseh „iet ontvankelijk moest worden verklaard, omdat hij den gedaagde met in gebreke h ul gesteld ' Hoewel ook ik mij met het beginsel, aangenomen bij voormeld arr. v uiden II U s'pi, kan vereenigen, geloof ik evenwel dat de bereidverklaring tot het iloen van rekening in het stelsel zelf van het 1'. U. van N.-lIolland en van de Redactie van het 11. Bijbl. nimmer tot eene niet-ontvankelijk-verkhuing zou kunnen leiden mnar hoogstens 'lot eene mth,/,U{, ran den rekenplichnqe van de «eroordcehng lt;quot; de oro.eskosien ; (cf. Arr.-K. Rotterdam v. 20 Mei 1803, W. nquot;. 2:,17) Pos.to ,lat het quot;evoelen van quot;t 1'rov. Hof en de Redactie voormeld zon kunnen opgaan, .,ou daaruit alleen dit kunnen volgen, dat de rekenplichtige in dit geval met „alaliu was en niet in de koslen zou kunnen worden veroordeeld, want van het al dan niet bestaan van de nalatigheid van den rendant hangt de veroor. deeling in dc proceskosten af, gelijk te reeht wordt opgemerkt door Pkümnu ad art.. .Ue aldaar m. i. te reeht bestrijdt het gevoelen vnn Oi df.man ut supra en uk 1 into.

/ril B R 11 0 p 804 en 805. 2de ed.p. 880, volgens wie de rekenplichtige eerst dan

wanneer hij dequot;vordering van een eischer zon hebben bestreden, met het oog op • Ut 15 R als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten zou kunnen worden 'verwezen. Intusselien gaat een vonnis van de Arr.-K. Amsteidam van I» Mquot; I84(,, W nquot; 74li- R 15 j.' 184C, dl. Vlll, p G40-647, /.elf; nog verder. Daarbij zijn in' eene zaak waarin dc eisch tot rekening en verantwoording was tegengesproken, ondanks de veroordeel int: van den gedaagde de kosten gereserveerd. (Lkok).

-

ocr page 168

(Art. 771.

;irt. I'271 1!. W.. :irr. van ln-tz. P. II. van denzi'lfiliMi ilatmn. snli a0. 11 i. vtirpr. ook vnnnis Arr.-K. !i ittcfdaiu van tin Mei 1 Sil.'i. \\ , tiquot;. 2.quot;) I 7. \vaarlii| lieslist werd, dat wannei1!- dc rckonpliclitiLfO zondt'r vonraf^aande sinninatii* tot het allergen van riikening gedagvaard wordt,, de ei.scl.er de gei'echts-kostcn dragen moet. wanneer de rekeri|diclitige lua-cid is en aanliod duet lot liet alleggen der rekening: idem I'. II. v. Ilverijssel v. Il2 April '1X58. Iiij Mr. IIkiitzvki.h nt supra. Iilz. (VI. (waai-hij levens werd heslist dal de vordering ontvankelijk is, ook zonder voorafgaande sommatiequot;); idem in hel geval dat de niet in gebreke gestelde rekenplielitige zirli refereert aan het oordeel des rechters. Arr.-K Leiden van 10 Maart I87i, \V. nquot;. 3743: idem ook ten aanzien van den bezitter eener erfenis l(; kwader tronw. zonder dat in dit geval als sommalie of hevel zijn aan te merken de in de eonranten gedane oproepingen. — hij vorinis der Arr.-R. Sneek van l(i Fidirnar-i ISl'i. \V. nquot;. :il(i. Verg. mei dit een en ander een vonnis van de Arr.-R. Arnhem van Ü'J Octolier 1841, W n0. 21.gt; en van Alkmaar van 311 .luni 18412. 11. IS. jg. 184o. dl. VII. p. 330 (hereids vermeld op art. 4118 II. \\ .. snh n'. I ) waarhij (zonder het beginsel hetwelk het. hierin het algemeen geldt, aan te roeren) is heslist, dat voogden 'lir i'ch ihiiihUwI rnlninwii. niet gehotiden

zijti tot hetaling van de kosten van een geding, waarin /ij gedagvaard zijn tot het alleggen van rekening en verantwoording, indien niet. hetzij uit eene voorafgaande sonnnatie. hetzij uit andere omstandigheden L'ehle-ken zij. dat zij weigerachtig zijn geweest die rekening en verantwoording in der minne af te leggen, /.ie verder ten hetoooe, dat de voogd niet onmiddellijk na het einde van het helleer rekeninu' behoeft te doen op stralfe van als nalatig te worden aangemerkt, het sub art 4li.8 1;. \V.

0°. I aangehaalde arr. v. 'Jli Nov. IX.'i^ sqq. ......... art. 78'i 1). I!. vonnis

van de Arr.-li. Leeuwarden v. 23 Maart 1847 en 'l arr. van t P. II. van friesland v. 21 .hmi 1818. beiflen aldaar, snh o . 2.

Vergelijk voorts nog met betrekking tot de veroonleeling in de kosten hij de aetie tot rekening en verantwoording, de navolgende

l

^ V7. a ^ ^

f-

r..l^

PjLL^n Z ■

C

rA-C^L.

f -n. • -.r-J.

7

^ y.

/

% ■/?. /if

ó -

A

i V quot;■ 'Vy o

/ K

7

^J0 , M 'tamp;z

beslissingen

j v quot;quot; y T/^s aquot;V.. - ?

De kosten van een rekening-proces komen voor rekening van den ei.se li er-ge ren deerde, indien de gedaagde-rendant de vordering van den eischer niet heeft bestreden, maar zich tot het alleggen der rekening aanstonds bereid heeft verklaard, terwijl de gerendeerde, door zijne goedkeuring te weigeren aan de door den rendant in der minne gedane rekening, moet geacht worden aanleiding te itebben gegeven tot bet geding, bij hetwelk de rechter, met betrekking tot de rekening, die er het onderwerp van uitgemaakt beeft, den eischer in alle opzichten in het ongelijk heeft gesteld.

Arr.-R. Miildelburg v. 27 Mee. IS71. \V. nquot;, 3Ö07, '

I .'52 1

ocr page 169

' re -fca-' ^ ^-t^e- T^tL^ . aaJr^f- ve**

^ quot;a~'

' n n ö * '?quot;

cLc-v eZf-x ' i öo o ^

Ari. 771.) l3~2 A/r^^yZf-

l)c remlant bij Wt vom», gelastcmle rckenin- en «erant.c.orAi.s,

i„ ,1. kosten renmrdeelct, ™«l »* .1« k'»lequot; «» quot;»quot;7 *!**■ De ,e,e„.1eerde erf.ter die ,1e rekening .lebntteert « da«b,J ... het „„gelijk gesteld ....rdt moet in de kosten van het debat .vnrden

veroorileeltl.

■ . v- ioi;/, \v n° ^T'M otiU annuvluiiil'l squot;'' Avr.-R. Alkmaar v. :! Nquot;v. 1Hi4. W. n . ■

art. 77'i 1!. R-

Wanneer -Ie «edaa^c niet onwillig is geweest rekening en verant-

woordins af te leggen, mnar alleen een rechtelijk vt.n.us heeft ver-

lan.nl waarbij hij aan de eischeresse rekenpl.cht.g werd verklaar ,

omdat zijne rekenplichtigheid tegenover haar twijfelachtig was, moeten

de kosten van dit geding in rekening worden geleden.

\rr-R. Groniniron v. 11 .Tnli 187'.». W. n0. WO.

I,, casn was de rendant no,.it in mora gesteld on had op on i , lt;gt; ,1m, ciscli verklaard genegen te /.ijii rekening te doen.

Waar de gedaagde zich bij antwoord wel bereid verklaart aan des eischers vordering tot rekening en verantwoording te voldoen maar hij te voren aan het exploit van sommatie niet heeft voldaan, behoort

hij de proceskosten tc betïilen.

Wr-R. Amsterdam v. ±1 Dec. 1S8(), U. 'V'quot;' l?quot;,, ^'w

iliMi/idfden /.in arr. Gerechtshof v. N^l -Ind^v. U Maa.t . -

m0. IVVS'1!; zie hiermede in verband aant. -1 en .. o]

'* Als nalatige rekenplichtigen in den zin van art. 771 B. R, moeten worden beschouwd niet alleen zij, die in het geheel geene rekening, maar ook diegenen die geene behoorlijke reken,ng hebben

\n. v - lmü IS'iH. W. ,1°. /.Ill : 1!.. '11- XV. S K'; v. n. 11.. B. /ƒ

,11 V. 475-48.',. hfvestigendo een arr. van 't 1quot;. li-;quot;- ^ M

nci. 1842, w. „0. :!:!8 van -ie Arr.-R. P' ,8(18.'p.

.jr,l ; id,Ml, Arr.-li. Amstfi-dain v. 21 l elu. 18(i. . K. 1. .1,-.

v. i) Mei 1877, \V. n0. ',2(14.

Het toezenden van eene rekening en verantwoording ontheft den rekenplichtige niet, van zijne verplichting tot het doen vat! gerechtelijke rekening, zoolang niet blijkt, dat de gezonden rekenmg wordt

nowlnpJcf-urd

,■ i iws:,i li it i.,- ISS1' A. p. 248. waarhij Hof Amsterdam v. 2/ lehr. 18«0. K. li. ,|^. - 1

ocr page 170

(Arl. 771

mij;' werd lieslist ilat, lid in ontvangst nemen van liet saldn en liet kwi-teeren daarvooi' no^: niel irnedkeurin^: der rekening in zich sluit.

Vergelijk ook navolgende beslissing:

Tot de hierbedoelde rekenplichtigen, die nalatig zijn in het doen 13

van rekening, behooren niet alleen diegenen, welke geene rekening

aanbieden, maar ook allen wier rekening niet wordt goedgekeurd en

dan in gebreke blijven krachtens art. 782 B. llv. tot opneming en

sluiting daarvan te ageeren. Fr quot; .,o?r w gt;$

/ ^ / /

'bdL- Air. \. I;! .Inni IS7!I. \\'. n0. 4:iSS. 11. I!. ju. ISSd. .1, |,. 'J7 ; j,),.,,, vonnis

] Arr.-U. Leeuwarden v. 10 .Inni ISSd. W. nquot;. 4(id7. K. IS. jjr. ISSt. .1.

^ p. 137: idiMii arr. lied' Arnlieni \. 'J'i .Inni ISS:!. \V. n0.'lOlil. ook vermeld k^7 sub art. TiCi I.. li. li. sul» n0.1 ■. idem l.jj vonnis van de Arr.-U. Amsterdain / v. 25 Oct. 1842. H. li. Jl'. ISlli. dl. V. p, 41 en 42 en v. 29 Maart 18'(2. ^

I! 11. jo-, i S42. dl. I\. p. (il(j en (117 : idem liij Vonnis van dt'/.i'lfde Arr.-li.

v. 28 l elir. IS',4. It. 11. jjr. 1S44, dl. VI. p. 71'.), waarliij echter Ik hrl hinlsliiriiifld ifrral de veriKinleelin^ van den fjedaa^de in de kosten alhankelijk is ireniaakt van de otnstaiuliulieid of de door hem iredane en door den eisc.her niet LiiiedoiOvenrde rekening; en verantwoording al dan niet hehiiorlijk en naar waarheid is ^■eschied. en heslist, dat, zon lang zulks niet is uitgemaakt, de kosten behooren te worden gereserveerd.

— Cf. in gelijken zin als bij voormeld arrest van IS'iü. Oi dk.man, II. II dl. 111. 'ide ed., p. 1(14.

Very, eciiter de navolgende beslissingen ;

. . ^

Nalatig is alleen hij, die bepaald weigerachtig is rekening te doen,

maar niet degeen, die opgaaf heeft gedaan der gegevens, benoodigd om tot de verrekening en scheiding eener bestaan hebbende gemeenschap te geraken, en van wien slechts aanvulling wordt gevraagd. t.

1'. 11. v. Utrecht v. d l-'ebr. 180,quot;). \\'. u . 2721,

C

Het doen van eene onvolledige of onvolkomene rekening kan niet geacht worden gelijk te staan met het nalaten of weigeren van dien,

althans niet, wanneer zooals in casu door de gerendeerden zelve de rekening als voldoende is beschouwd, om daaruit op te maken, hoeveel ^

hun als saldo zou toekomen, ^

II v. /..-Holland V. lid Mei lS7d. \\ . iiquot;. :i2;iti ; cl. Arr.-K. Am- /.

sterdam v. 27 Jan. ISd'.l. \\ . n0. :i|:!i : zj,. ook I'knninc. ad art. volgens wien hij die eene hoewel geheel onvolledige tekening heeft afuelegd.

niet kan gezegd worden nalatig te zijn in het doen van rekening, en in '

dit geval de bepalingen van dezen titel (artt. 782 en 7S:i). bij analogie r

Zonden moeten worden toegepast en de gerendeerde den rendant zal

I -i r2 quot;5

t

L

ocr page 171

VtfWS »• Tussclien partijen, .lie uit houf.le hunner onderlinge oinmer-

cieele betrekking met elkander in rekening-courant staan, ontstaat niet ,1e gewone rekenplichtigheid, zoodat men, nm tot de verefiemng en sluitin- dier rekening te geraken, niet de wijze van procedeeren moet volgen, voorgeschreven hij art. 771 B. R. daar in dit geval de actie niet bestaat tot rekening en verettening, maar tot netalmg van een saldo, hetueen door den een kan worden opgevorderd, des noods onder kortin- van hetgeen hij daartegen mocht verschuldigd /ijn, en waar-lecren de ander, hetzij door aanbod, hetzij door reconventioneele vor-clerins, zijn saldo uit zijne loopende rekening kan doen gelden, opdat, na gewone justificatie, de rechter beslisse wat (daar zich hier twee schulden ontmoeten) bij compensatie, die alleen door de kracht dei-wet wordt geboren, de een aan den ander per slot schuldig zij, en waarin dan de veroordeeling of verwijzing, hetzij op het aanbod, hetzij in conventie of reconventie plaats kan hebben, en opdat het geschil door de gewone actie, ex cmhto cd debïto worde beëindigd ,, , \ir v r, l'chi'. isr.l; W. 11°. 12(H); li., dl. XXXVII. S HC.; v. n. II..

/; d| X|1 ,, :{(15—:il7 ; Amsterd. Re-tspr,. dl. 1. p. -JSO-'iSH. (ver-(jf.ySOlMJ- nieti-ende het daartoe betrekkelijk arr. van t P II. van N.-llolland v. i ...I n;iiV is'i'.t en het vonnis .Ier \r.'.-R. Amsterdam v. _. Dec. b .tlt; ).

ülen. Air-U. Groningen v. IS Maart IS-V.) I!. li. jg. JStiO p 285 sqq.; idem hij vonnis der Arr.-U. Amsterda... v. :il Me. IS.m. H. .|ir. '

„ 475 en '.71'.. waarbij levens is heslist. dat......./eer de rechtbank ook wel

i,, .„„Ier......vallen dan in het proces tot bet doen en opnemen van reke-

........ cc. ' rechter-eomn.issaris of rechte.-rapporlenr kan benoemen tot

instnictie der zaak. evenwel ............ n.aatre-cl met kan strekken, on.

(.rHijk //. clt;(.s-i( -evorderd werd), partijen te oelasten horr rortlrnwien

n,„r Ir ,1,'gt;■» t.- hnll.r^sirn-r,, voor een rechter-c.........................het-

in,|.wendeel bij de rechtbank /elve hel....... te -esclneden. (t. art.

771 li. 1!.. vonnis van de Arr.-U. Amsterdam v. 2'. Oct. IS'.o. snh n . t..

fi. De verplichting van den beneticiairen erfgenaam tot het doen

rekening (binnen den termijn bij de wet bepaald en ten einde voor te komen iu mora te zijn) is opzettelijk geregeld bij den 1 kien titel van het 2de boek van 't 15. W., waarvan dienvolgens de voor-

\ an

L

ocr page 172

ides /^r/ -reé e . y, A_.. A

./^._ ^^cjL^v it^n^ 'j i i 6. e^j lt; e*'.4.

' V-

r^ jy-f r- lt; ^ lt;y~^ ♦-«- ----— ^ - —---ƒ ' ' * ' y ^ ^—

^ (r'Li £. vrr-r* 2- a ./* */ ycsc-'U s, a- -i^-or- «- ./^,

schriften voor hem verbindende zijn en is iinn die VDorscliril'ten ijeejis- •-quot;j0J-,

zins gederogeerd door het \V. v. H. 11., hetwelk de verplichtingen /yamp;z..

regelt van rekenplichtigen in het algemeen, maar de hi/ondere hepa-

hngen van het 15. \V., omtrent beiieliciaire erfgenamen in haar geheel

laat, zoodat ook alleen naar dat Wetboek (de artt, 1()7S, 1082 en 1080)

en geenszins naar dat van H'irg. Rechtsv. moet worden opgemaakt oi'

eene sommatie voldoende is tot in. ««om stelling van een heneficiairen

erfgenaam.

Arr. v. II Maart lx:,:!. \\'. n0. li'W; I!.. ill. XI.I\. S; IC); v. n. II. 11.

II. dl. \\l p. I Vl — I •gt;■'!. bevesti^i'iide pen arrest van I I'. 11. v. (iiciniiijren v. 11! April 18.)'2 en van de Arr.-R. aldaar v. 17 Oct. IS.jl. heiden in t VV. n0. I M:i. — Cf. art. 771 H. li., vimiiis van de Arr.-R. Aiiisterdum v. 4 Sept. •|84!l, snli 11°. Ki. en art. 7S/i I!. I!.. vunnis \aii de Arr.-11.

Gruningen v. 17 Ocl. iS.M sqq.. suli nquot;. I.

.V De verplichting tot rekening en afgifte is niet beperkt tot den lasthebber of negotiorum gestor. maar kan ook uit onderscheidene andere oorzaken ontstaan. V-^e/^ ,amp;-.}* gt;rt -j .tC*: uPlt;y?_, '**lt;

Arr. v. -ill Maart IW. \V. u ; ISliS: li. dl. I.V % ld; v. n. II. I!. R.

dl. XXI |I. 21/—22,. famp;. x'ofS/,.

O. Blijkens dit en de volgende artikelen, verstaat de wetgever onder rekenplichtigen die personen, welke voor en ten behoeve van anderen ^ ^ ^ ontvangsten en uitgaven of een van beiden hebben gedaan, en daar- c

. , H quot;

omtrent rekenschap moeten geven, ten einde, desnoods na gehouden ^ ^ debat, het door of aan hen verschuldigd saldo te kunnen bepalen,

Mitsdien is, in

den zin der wet. niet rekenplichtig hij, die slechtgt; ^

verplicht is aan zijn mede-contractant zekere opgaven te doen van aangenomen bestelling, waarvan de hoegrootheid der som die laatstgenoemde voor provisie zal kunnen vorderen, afhankelijk is. v?//

Arr. v. 17 Nov. IS7li, \V. nquot;. 4057, I!. dl. ('XIV ï; :il; v. n. II. I!. R, t . r. 'dl. XI.I |i. 'ris sqq.; R. H. Jg.'IS77. ƒ). p. 24. vernietijiendi'het arr, lldfAiu-^ sterdam v. 4 Mei IS70. \V. n0. 40:15; R. Il.jg. 1S7tgt;. afd. Z?. p. 20'nm vonnis ^

\\'. nquot;. li. I;. ji;-. |S75. .I.p. I2(l,

j . */ I li' I 11 mirit I ?- i ■gt;lt; I . iVi»r\Vi ii KV •

n/./(J#1// Ari'.-R. Ainstei'dnni v. Muni l 187.quot;quot;)

llooge Iv.iad nvcrwnm;-:

• lat hier iilltvn sprake is van prnceiilsju'wij/c te IxTekenen loon. door

yamp;uo- .. den origineeliMi gedaagde aan den ciscJier versclmldigd ; en geenszins vun

gelden, welke de origineele gedaagde voor «gt;1 ten l)('lioeve van den eiselici- *

, * Kquot;'- zon hebben in ontvangsl genomen om hem die geheel lt;tf g(Mlelt;,lt«'lijk

nit te keeren uf ca a a quo te verantwooiden ;

I' d* / ./■ //-j?-' w- J*0 7/7

: ^' ■' ' ' C /

zi i-Py/ / . y. y. ivo', * U/ -hquot; 6061.

*

ocr page 173

Jh-

S-So

/feyyz~. jlc-

w-

' • J S f X. OCaa

T^-7quot; {--c-fl— fyci ^-^ O^'t £- r Squot;7quot;

^T'

ksx sO^eJZ. /CjL*-i^yi .Xsv'i- . /2- 2. quot;S-lt;L^ . U,. sy^yO éesy-Z*

/l- ks

■ *..y-o

f rtrx-r-T- i~^C

Art. 771.)

-JL./-Jé. y L'-*. 1 oC*- — -y ^ (lilt

/ty# i #amp;■'- ftc I

A^n quot; 7fdgt;2- ■ ^ I

' (P V-QÓ-y^. faPfi /f tc?-.

botf/.

Uy

/ts-LJ.

5quot;.

o 6?Cat, t.^e n I^v

l:32fi

sKsiZl 'f—t2'(?a-4*~££lt;*',

d»' wet.sbepalinden, waaruit titel .V Imek lil liv,, is samengesteld* aar onderling verband kennelijk aant(»onen, dat de wet onder reken-gen verstaat personen die voor en ten behoeve van anderen ont-,p vangsten en uitgaven ot'een van beiden gedaan hebben, en daaromtrent

n'kensehajt moeten geven, ten einde, desnoods na gebonden debat, het i.»or ot aan hen verschuldigde saldo te kunnen innen ;

«'li dat in ('((.su alleen een contractneele verplichting bestaat tlt;gt;i het ^ gt;lt;L 'Itff. doen van opgaven.

._,-r, , V Cf. ook de concl. van den toenmaligen adv.-gen. Poms t. a. p.. n. lit».

0uvvy*GT'3 A- J C*— ... .

^ waarhi) duidelijk wordt uiteengezet dat. waar geene verplichtiMg tot ver-antw-iordiiiL:' van (mtvangsten bestaat, er van geen i'eluïnplichtigheid kan

» ./..i^tór^prake zijn. Zie het vonnis, waarvan appèl in R. 15. Jg. 187.quot;quot;). li. p. 120. . ^jU- vW*-., /ie over de toepassing van dit art., de red. li. 13. jg. 1878, .1, p. ^7.'5.

: fa ÏZrHuStrtLyrrT- {ï^AjZv. jqcr}, ij-, .

'' Zie voorts navolgende beslissingen:

..., - Art. 771 en vin;. B. R. /.ien slechts on het tfeval dat zij — die de

' helannen van een ander waarnemende of' diens goederen besturende,

t~iro

(Lnr 8-* 1

ijat

ontvangsten en uitgaven gedaan hebben — in gebreke blijven, behoorlijke rekening te doen.

tr_ Air.-R. Haarlem v. Iti Febr. ISTö. R. li. ilgt;,. lS7(i. afd. /gt;'. Iiiz. 206. Op bovenstaanden gruiul werd beslist, dat er geen rekenplicbtisheid liestaat van hem. die een wijuzaak eu clientèle heelt overgenomen onder voorwaarde van aan den verkooper dier zaak zekere provisie uit te keeren iver het bedrag der wijnen enz., die hij door diens tusscbenkomst of aan iiens relatiën allevert.

Dit vonnis werd vernietigd hij arr. Hot Amsterdam v. I!) Jan. 1877. !. B. jg. 1878, .4, p. 259, waarbij in bovenstaande relatie een mandaat i|' zaakwaarneming werd gezien.

l» ' Het beroep in cassatie werd verworpen liij ari'. v. 9 (8) Juni 1877. - W. 11°. /fix.; v. 1.. II. U. R. dl. XLll p. :H5—328; R. R. jg. 1878. A. p. 261, waarbij hetzelfde beginsel werd gehuldigd, en overigens liet beroep verworpen is. op grond dat de uoodige artikelen in het middel van cassatie uiet waren aangehaald.

l£gt; ■

1 Vergelijk voorts nog over de beteekenis van rekenplichtigheid, /l/tlt; gt;navolgende beslissing:

nrJb',i Onder de rekenplichtigen bier bedoeld, moeten wel verstaan worden,

/-i t f iy~i

'V'-' zij, die met het beheer van eens anders goed zijn belast, maar geens-

zins ieder, die eenige handelingen verricht heeft, waarbij ook een ander

c- linanlieel belang heeft,

■ rnoet plaats hebben.

, ' ö, b—\-

y Arr.-R. Amsterdam \. 21 Hec. 1881, R. 11. jg. 1882, .1. p. 247.

J^' ' Uiiar waar bet alleen betrett ile vc.rdering tot betaling van een

en waarover dus eene afrekenintr met dezen

M-

quot; TTgt;^ O

yi* o. r

ti

O'

41 ■-

fl-rf*-1 •

7f.

uM

■M ^ 1 4^

/%

'■0

v

l/VI^

U ''

i tt

ocr page 174

, „.. ,stU.y a^-.y^ *-'■'■ '-S'-*- *quot;■ 7 1 'quot;a ^ ■

a utK'-r. - ' ^y -i L y

%:/ !;i27 (/1/7, 771.

saldo ter zake van geleverde goederen, en mitsdien geene rekenplich-tigheid bestaat, is een gedaagde die tevens verklaart het .'ip de fferegelde en getrouwe aanteekening der eischers te hebben laten aankomen, niet gerechtigd de overlegging te vorderen van eene behoorlijke rekening,

zoo van debet als credit, als zonde daardoor alleen het juiste saldo kunnen worden opgemaakt.

An-.-R. Amsterdaiii v. '24 Oc.t. ISiquot;). ï;. [{. jo. ISili. ill, VIII. p. :i:{0 en :!;{|. - Vfrl. Voi-t. ad tit. Dig. itr //(/. InxtrHm., § V2.

H. Men mag ten laste van een rekenplichtige beslag onder derden leggen, vóór dat men hem tot rekening en verantwoording beeft aan-gesproken en mitsdien de veroordeeling van den rekenplichtige in eene v*/''~

zekere geldsom en de van waardeverklaring van het ueleiid beslair onder derden vorderen, wanneer het van elders blijkt en ten processe h:^~

/e *

7!L*-

!gt;. Hij die tot het afleggen van rekening dagvaardt, is gerechtigd '

de overige belanghebbenden in het geding te brengen, om de rekenimr mede aan te hooren. crrr*- ^

An-.-R. Tiftl v. 25 Sept, I.S/,.7. I!. I!. jg. IS',.7. dl, IX. ... 7!i;i on 7,.t'l „

ytU f-f-

I O. De omstandigheid, dat een gemeenteontvanger geen eed heeft ^

afgelegd, neemt de verplichting niet weg om rekening en verantwoor-ding van zijn beheer af te leggen. i-ei-f

Air.-H. Assen v. 'ii .Tan. ISIS. \V, n0. 1270, lt;* ■■■ .

/jie ook navolgende beslissinir : ,

^ - n •

De gemeente-ontvanger, die nalatig of weigerachtig is rekening te doen, kan daartoe door middel van de dwangmiddelen volgens liet gemeene recht door den burgemeester, optredende voor de. gemeente, Vr^

worden gedwongen.

Hof s-IIertogenboscli v. r. April ISSI, \V. a0. '.(iSO,

II, Indien de stelling van een rendant dat hij reeds de menigvuldige erfgenamen, waaronder ook de gerendeerden, had opgeroepen,

.Mr. U. van Kosskm liz.. Burg. lUchisr. 84

bewezen wordt, dat die rekenplichtige werkelijk schuldenaar is van den '

beslaglegger. —

An-.-R. Middelburg v. 22 April iSKi. R, I!, jg. ISKi, dl. VIII, p. 7fi9 '— (-'t' art. lrgt;ll |;, li., ai r, van 't I', II, v. Zeeland v, C. Juli ISld f' „

sul, n0. 23. ' .

^^7

ocr page 175

.1/7. 771 )

en iiii opneming hunner rekening, elks aandeel had uitbetaald en dat alleen de gerendeerden geweigerd hadden het hun aankomende te ontvangen, niet is tegengesproken, mag onder deze omstandigheden de rendant niet met de kosten van het geding worden bezwaard.

Arr.-H. '.s-llertopent)o.sch v. 7 1'elir. 1849, VV. u0. l'Jli'.t.

13. Door de wegneming van alle boeken en bescheiden wordt wel het vermogen om rekening te doen weggenomen, maar de rekenplich-tige behoort stappen te doen om die papieren terug te krijgen.

I'. 11. v. Drente v. •i .luni 1 SI!). W. ii0. 1 quot;it'w. I!. 1!. Iir. 1852, |i. 2'iti bovestigeude een vonnis van de Arr.-U. Assen v. 2i Jan. 1848. W. 11°. l27(t: R. li.. I. I.: cl', liet aangeteekende sul) art. 387 VV. v. K..

m0. 1.

I -t Commissarissen of bestuurders eener aocietas certae rei, bij welker plan tot oprichting niets is vastgesteld omtrent het doen van rekening en verantwoording door commissarissen, kunnen niet beschouwd worden als mandatarissen van eiken aandeelhouder individueel, en kunnen alzoo niet door eiken aandeelhouder tot rekening en verantwoording worden aangesproken, althans niet zonder dat ai de overigen i// Ule zijn gebracht.

Arr.-U. Ainsterdain v. 1 Sept. I84!l. VV. nquot;. 1(11)4; R. 1!. jg. 1841), dl. XI. p. rgt;))2—MMi. Cf. arl. I8:!'.l li. VV.. vuilnis van dezellde Arr.-R. van di'n/elfden datum, vernndd suli ir'. 3. 2de ed. snli ii0.

14. De bej jalingen omtrent het doen van rekening en verantwoording, in 't W'etb. v. B. li. voorkomende, regelen slechts de procedure ; daaruit kan (indien de rekenplichtigheid niet is uitgemaakt) nimmer de oerphchti/Kj tot het instellen eener vordering tot het doen of het opnemen van rekening worden afgeleid,

Arr.-R. Anisterdani v. \ Sept. 18V.I. \V . 11 . 1004; I!. I! jg, 18V.). dl. XI. |i. .quot;gt;02'—.MM). — Cf. art. 771 li. R., nrr. v. II Maart 1853, snl) nc.

I ö. De Staat, vertegenwoordigd door den Minister van Financiën, en niet de Algemeene Rekenkamer is bevoegd, om van de voormalige administrateuren van 's Rijks Schatkist, als comptabele ambtenaren, rekening en verantwoording te eischen, terwijl zulks na hun dood in rechten van hunne erfgenamen kan worden gevorderd.

Arr.-R. s-Gravenlmge v. ^ Nov. 1S49. \V. 110. 1085, bevestigd bij :irr. \au 'i P. 11. v. /.-liolhmd v. Maart IS.rl, \\ . n0. l±il. — Vgl. hi(;r-

I ;52S

ocr page 176

[Art. 771.

nietlo : 1°. een arr. van t I'. II. van Dreiitt; van .luiii IS-iO. \V. ii0. U. li. Jir. IS.Vi, p. quot;J.quot;»!!, vcniiiïli^'iidi' een vonnis van de Arr.-I{.

Assen van 24 Jan. ISIS. W. n0. 1270; 1{. 15.. I. I.. waarbij is ln'siist. dat «lc rekonpliclitiLiiicid van een anilittMnun' eene personele vcrpliclitin^ is, die alleen op zijne erlVenainen kan overgaan, welke in zijne recliten optre(l»Mi en mitsdien nimmer, krachtens de lniw«;lijksgenieenschap. kan werden toegepast op de weduwe, welke geene erfgename is, die eerst na de afsluiting der rekening kan worden genoodzaakt, om haar aandeel in liet nadeelig slot. zoo dit bestaat, als eene scbuld der gemeenscbap te voldoen en dat hieruit volgt, dat zij bij het doen der rekening behoort te werden opgeroepen, om haar belang bij de bevinding van een nadeelig slot te beliar-gen. en 2°. een vonnis van de Arr.-R. quot;s-(Iravenhage van 0 Mei iSol'. \\ . ii0. I oT). waarbij is overwogen, dat wanneer eenmaal, te recht of ten onrechte, beslist is, dat er tnsschen den Staat en zijn comptabelen ambtenaar bestaat een contract van burgerlijk mandaat, en indien de laatste opdien grond veroordeeld is gerechtelijk rekening te doen aan den eersten, alsdan op die rekening uitsluitend van toepassing zijn «le gewone regelen van het burgerlijk rekening-pmces. — Vgl. wijders met betrekking tot het vonnis van de Arr.-R. s-Coavenhage van 'J Nov. 1849 — art. IS!»'.) Igt;. \\ .. arr. van t l'. 11. van /.-Holland v. l i Maart iSil), sub n0. 7. tide «'lt;1. sub n0. 1:5. Verg. ook .Mr. \\ . A. C'. in: Jonge in zijne Staatsrechtelijke proeve: ^Adniinish'dUc fn ■Icshlir'. blz. ol5.

in Eene rekening eii verantwoording kan in der minne niet als gesloten worden beschouwd, ten zij rendant en gerendeerde zicli omtrent liet saldo hebben verstaan.

Ait.-Ii, üi'eda van '2 April IS.Vi. \\ . ir1. Il'ili.

iZ. Indien bij een vonnis, in kracht van gewijsde gegaan, ten gevolge van eene geïnsinueerde rekening-courant liet saldo is bepaald, dan hangt de gegrondheid eener nader ingestelde actio mandatl directa af' van de vraag, of er, behalve de posten, waarop het bij het vroeger gewijsde vastgestelde is gegrond, andere handelingen door den mandataris ten behoeve van den mandant zijn verricht, waarvoor de mandataris aan den mandant rekenplichtig is.

In dit geval echter moet de mandant bij zijne conclusie eenige bepaalde handeling opnoemen, waarop zijne actio mandati is gegrond, en waarover tusschen partijen in de vorige gedingen niet is gelitis-contesteerd.

De mandant kan het aantoonen van zoodanige handelingen niet reserveeren voor zijn debat op de rekening, maar er dient vooraf te blijken, dat de mandataris aan hem alsnog rekenplichtig is, alvorens

1:5 2'.I

ocr page 177

Art. 771.) l-gt;quot;'

•/ijne üetie tot het doen van rekeinnir. zoonls liij die heeft ingesteld, nan nem kan worden toegewezen.

An-.-K r.pjdtMi v. I I Maait ISM. \V. 110. I22'2.

1!N. De quot;goedgekeurde rekeniiig-couratit tusselien kooplieden is niet als eone eenvoudige kasrekening, maar als eene rekening en verantwoording te beschouwen, waarvan de goedkeuring (aan geen bepaalden vorm verbonden) den inzender tot decharge strekt, onverkort nochtans het recht van de partij om [(•otidictioue iwle.bifo) herstelling te vragen, op grond van misslagen in berekeningen, weglatingen of valsche of dubbel gebrachte posten, indien daartoe termen mochten bestaan

Ait.-R. i.oeinvarden v. 18 Maart ISM, W. nquot;. 1221: I!. R j}.'. iSM. I1 :^2—:r.i.

I». De onderl.andsche akte, waarbij men zich verbindt een ander te doen participeeren voor zeker aandeel in eene later te verkrijgen industrieele onderneming, geeft, hoewel een deugdelijk en rechtens verbindend contract opleverende, geene (icliu pru socio, noch de ac/io muudah of de actio uegoUorum. geslorum en mitsdien ook niet de actie tot het doen van rekening en verantwoording.

I'. II. v. /.-Il.illanil v. 1 V .lan. IS.Vi. \\'. n . I2!t7. te dien aanzien vernietigende oen vonnis van de Arr.-K. s-(iravcitliau'e 2/ Juli Is.)!. W. nO. 1243. — Cf. art. 1710 li, \V.. air. van hetzelfde Hof van den/elt-deii datum, slib 11°. 2.

Wanneer hij, die door eene rechterlijke beslissing gerechtigd is verklaard tot zeker aandeel eener nalatenschap, van de executeuren dier nalatenschap dat hem competeerende aandeel vordert, procedeert hij geenszins over de executie van die uitspraak, maar stelt hij de rechtsvordering tot rekening en verantwoording in.

Eene rechtsvordering tot rekening en verantwoording behoort, wel is waar, tot de rechtspleging van bizonderen aard, maar kan in den reuel, niet rauwelijks aan de cognitie van een Hof worden onderworpen, wanneer, bij den aanvang van het geding, tusschen partijen geene overeenkomst omtrent prorogatie van rechtspraak is aangegaan.

I'. II. v. N.-llólland v. 22 Jan. ISr.2. Amstenl. Re^tsiiraaU. 'II- 11. p. 2(i:i—2(

ocr page 178

'.■1)7. 771

3 I. De likwidateureii van eene voormalige weeskamer zijn verplicht tot rekening en verantwoording van aan de weeskamer overgemaakte en door haar belegde kapitalen, om het even of' zij als bewaarders dan wel als lasthebbers beschouwd worden.

Arr.-U. Amsterdam v. -Jd .luli IKVi. W. 11°. 1:555; R. I!. jg. Ilt;'~lt;52 p. 013—(VIS.

15 lt;5. Hij die na sommatie tot het afleggen van rekening aan zijne tegenpartij doet iusinueeren eene specificatie van zijne ontvangsten en uitgaven als beheervoerder met aanbod van nadere staving- kan niet geacht worden nalatig te zijn, ook al is die insinuatie niet juist gevolgd binnen den bij eerstbedoeld exploit bepaalden termijn. De kosten der procedure moeten dan onder die van de rekening worden gebracht.

Ait.-ü. Asson v. 'i'i Dec. 1855, \V. n . i75H; verg. uant. I lt;m '2 op ilii artikel.

.'t. ilij die verplicht is tot het doen van rekening en daartoe wordt gesommeerd, moet als nalatig worden beschouwd, ook al is hij ten bepaalden tijde verschenen, wanneer hij niet bewijst alstoen bereid geweest te zijn tot het doen van rekening en het nalaten daarvan alleen een gevolg is geweest van een hem niet toerekenbare omstandigheid.

Air.-li. A|ipiiigailam v. 'J Nov. Ilt;S(gt;5, li. H. jg. IMliT. |i. SM: verg. aam. I en '2 'i|i dit artikel.

De vordering tot het doen van rekening en verantwoording behoort niet tot de competentie van den kantonrechter, al bedraagt de som die den eischer volgens zijn beweren toekomt, ook minder dan f 200.

Air.-li. quot;s-I-lertogenboscli v. I(i Sept. ISliS, R li. jg. ISd'.l. p. 540.

lt;ï5. Het beweren van een rekenplichtige, dat de vordering niet-ontvankelijk is, omdat zij niet loopt over den ganschen omvang der door hem gevoerde administratie, is niet op de wet gegrond.

!'. II. v. Overijssel v. '25 .taa. ISlV.I, bij Mr. IIkiït/.vki.ii ut supra, blz. S'.t.

Het begrip van rekenplichtigheid brengt mede, dat de partij, die rekening en verantwoording vordert, niet de afgifte van bepaalde geldsommen of waarden eiscbt, maar veeleer een juist door het afleg-

mi

ocr page 179

r-t-c ITX- •-*-gt; Zj2- f -»a v^—^a~/~ lt;■--}

Q^ri. JZ 'L-^~' TS^-^'Q 2St*- v^-g-^rquot;' O* y^Zo~* *-gt; amp;JL*— ^q_. t ^ c*-s-ir^DOs^-z-

t - c^z v {-lt;~ Q, t-'/ 1' ■ lt;*• «it r^-^i QjO-JT-^^' ^-TT-C ^cLJ--■ /er £■ a^^-*

Zj^A-.O-^ A''1 771.) -. . ^ ----— - - - y----

n^nPooSL.

£;en der rekening en, desnoods, na debat dier rekening, nader te bepalen saldo.

Ait.-K. (lormchom v. I'i Dcc. ISd'.l. \\'. ii0. :M7('gt;.

*4 ?. Bij de wet is geen bepaalde vorm voor de af' te leggen rekening voorgeschreven, maar alleen wordt gewild dat zij de werkelijke ontvangsten en uitgaven zal bevatten: dat is de geldsommen, die inderdaad ontvangen of uitgegeven zijn, en niet hetgeen nog ontvangen of uitgegeven zal worden ; welk laatste te recht voor memorie wordt uitgetrokken.

Air.-R. Middellun'fr v. '27 Dec. 1871. W. iiquot;. 3507.

*4.S. Iedere rekening en verantwoording door een gewezen voogd van zijne gestie af te leggen, behoort zoodanig te zijn ingericht, dat daaruit kan worden gezien niet alleen de staat des boedels van den gewezen pupil bij den aanvang der voogdij, maar ook de sedert daarin tot aan het einde der gestie voorgevallen wijzigingen en veranderingen, met andere woorden, dat men uit de rekening duidelijk en geleidelijk, als het ware van dag tot dag kan nagaan de geschiedenis van het vermogen van den minderjarige, met opgave van den aard der ontvangsten en uitgaven, alsmede de oorzaak van deze laatste, opdat de rechter kunne beoordeelen, of de uitgaven zijn noodzakelijk, betamelijk en in het belang van den pupil en van diens opvoeding uitgegeven. Arr.-R. Winschoten v. 18 Oct. 1871. \\ . 110. iU'ii.

«« De voorschriften van dit en de volgende artikelen van liet Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn niet van openbare orde. Rekening en verantwoording kan ook op buitengerechtelijke wijze plaats hebben, mits partijen het daaromtrent en bepaald omtrent den vorm eens zijn. is dit het geval niet, dan moeten de wettelijke voorschriften gevolgd worden en vallen de kosten dier procedure ten laste van den gerendeerde, voor zooverre die niet hare oorzaak vinden in schuld, verzuim of' ongegronde tegenspraak van den rendant.

Cfl C-'/ 6

* /•» \ l

imnr ^ Aquot; .

/ ó

■IB lA-J-Tf 1-/

^ Hi td-'Z ' *

£

ItJc. Trt-fcCquot;'

w fv*-.

fc A ^yX'TLTt- ^

t i amp;-6laA' '

•Jju

^*-7 quot;quot; quot;

^ Arr.-R. .M:i;istnclit v. 7 Nov. 1 N7li, \V. ii0. olWi : ver^i. :irt. 777 ii. !{..

JtAr. ■ :,rr. P. II. v. Liniburir v. 10 April ISlli, s(|q. snit n0. li; verg. ook ten

lietoujie dat iKirtijen van (l«' voor^schrevm wij/e van proceiieercn kunnen ; i f'w ij ken. e«Mi in^'/.inidoii stnk in \\ . nquot;. .'«.MM).

U , — . 6

isr: ^ /

^ 77' •' ^77' «

/7 lt;j , ?lt;= te7:j2 -i ' A-j-»asyL. ^ ^ C-C- .

/•cfj i, /? f. 2 •

J ^ quot; . S i 1,1, 0. f lt;

/J - - ^ IS! lt;j lt;1 C ^

chy-JTf a c' '

ocr page 180

-

- O — IJt * P. yt-ï lt;Y?-' S-'t- 1^-' -fl—■£ r ^— fr '___- « B ?-'je , '

{ ' lt;7

O^tASKO' /» - '■■ 'r.' -^9 -. yf..-rr* quot; *£. , /f. . 2.^ quot;O-V »- ' .H-» u lt;^7^ cJ, i J_^. ^. y S.,^—

IOMS -OUIA-'È^ I-'-quot;1 '-amp;f~-— ry'in'-'S'-'Jt ■ lgt; J?'* . lï'J. f-rx. I y. /yrr^ O S. ° rlz yf.

1383 [Ari. 771.

JJO. Jloewel de wet in de artikelen 771 en volgg. Hur^. Reclitsv.

meer bepaaldelijk een geldelijk beheer op het oog heeft, zoo is de toepasselijkheid niet uitgesloten op andere gevallen, en bepaaldelijk op liet hier bedoelde geval (alwaar de vordering tot rekening en verantwoording werd ingesteld wegens het pnldi.jk beheer van eene partij gerst)

1', II. v. /..-Holland v. 1!) |-Vlir. IST'J. \V n . '■'gt;] t7. In'xcsli'jimidr cimi vonni.s dt! Arr.-R. Rotterdam v. 8 Felir. '1871. VV. n0.

:lt;l. De actie tot rekening en verantwoording kan alleen door hem worden ingesteld, die regelrecht aanspraak heeft op het saldo; terwijl een zoodanig recht niet geacht kan worden voorttevloeien uit de verhouding tusschen vennooten of gewezen vennooten onder eene lirma.

An .-H. Aiipingadain v. tili Sept. 187.quot;). R. li. jg. 187(1. afd. II. pag.

249 sc|f|. : zie echter Holquot; Arnhem v. 20 Nov. 1882. hevestigende vonnis dei' Ari'.-H. Arnhem v. 8 Mei 1882. heide in W. n0. 'i'.Did en reeds vermeld suli art. ti'.Ci II. I!. aaid. 2.

li'i Hij, die voor een ander een huis heeft gebouwd, en van dien geld heeft ontvangen, in mindering van hetgeen ten slotte blijken zal hem toe te komen, is rekenplichtig.

Arr.-R. Rotterdam v. 27 Mee. 187(1. li. I!. jg. 1878. .1. |i. 2ti!i. \\ .

II . «I8!t.

:i:i Het strijdt met alle beginselen van procesrecht dat die partijen die in het aanhangig rekeningproces alleen als gerendeerden tegenover den eersten gedaagde als rendant opkomen, onderling een incidenteel rekening-debat openen,

Arr.-R. Amsterdam v. 14 Mei 1877. R. Ü. jg. 1878. .1. p. 2ti(l.

Jt-l. Waar de bepalingen van het contract den eischer in de verplichting stellen om aan de mede-eigenaren rekening en verantwoording te doen, stelt deze verplichting een individuum obligatione daar, zoodat de rekening niet afzonderlijk door een of meer der mede-eigenaren kan worden gevorderd.

Arr.-R. Leeuwarden v. 2ti .liini 187'.'. R. Igt;. jg. 1881. .1, p. l'd.'i.

Dit eii de volgende artikelen van dezen titel kunnen niet worden toegepast op de rekening bedoeld in art. t2!l B. W ., vermits

lx - JtLamp;T) /c*,lt; I . 7-j. Ca** Ï Arj? r( /* r lt; , ^ c ~ K . ^ y * a ^-syj,-z Jxx rr-j

i ' C«V • 'y 1 ■ /gt; fT • 7 n ^ * .1 ( 1 . . - y ^ j 7 t ^ ^ ^ ,, / , , ï . . / J

) ■gt; lt;-rrO •» f*.* ~ Ju y gt;x, c'cPlt;f/y.

^7 l ///lt;?'* ■

crrr/z. lt; f •lt;amp;gt; . fJj'Za /pC 5 , ^t/T ^ ' cfiO2-igt; , T

ocr page 181

Art. 771.)

de inhoud van dezen titel duidelijk leert, dat hij geschreven is voor het doen van eene dol- of ew/,r/rekening, waarbij het saldo wordt vastgesteld.

Atr.-R. Gi'.iiiiiiiivn v. 17 Jan. I87'.l. \V. n0.

;*« w aar rekenplichtigheid in het algemeen zeker aanwezig is, en de eischer zelf liet bestaan van eene tegen vordering veronderstelt, is eene vordering strekkende tot voldoening van een vaststaand saldo niet-ontvankelijk.

Ait.-R. Amsterdam v. l:i .Inli 188(1. \\'. nquot;. KVI'i.

ïl ?. De vordering van den lastgever tegen den lasthebber tot betaling van een zeker bedrag, onder korting van hetgeen deze zal aantoonen voor bemoeiingen en verschotten hem toetekomen, kun niet

jU=^'9at

, beschouwd worden als de opvordering van een bepaald saldo, en mits-

OJ.'/V'. u;; ..... .........

dien Tiiet bij rau-actie worden ingesteld

eJ% ' ujCM-^ Hol' Amsterdam v. :'gt;(• Sept. 1881. Ijev. Arr.-R. Anislerdaiii v. II! Juli

rl(uAi-9j^JU £ ; 1880. beide in I!. li. jg. !88-i. .1. p. 2'il.

t * ^ ^ Vrerlt;f. vonnis Arr.-R. /ntfen v. 'i Juni 1881. li. li. jg. 188^. .1. p. tiilt.

waarbij i.s lieslist dat, al niDgv uit di', overeenkomst van partijen de ver-

/fy ^ ■quot;____ pliehting van eene hnnner vnintvloeicn cnu ivlirnscliap to geven van liol-

geen liij voor de andere heeft verricht, hierdoor aan eerstgenoemde het /^ reelit niet lienmnen wmdl. rauwelijks up te vorderen wat hem wegens

loon en verschotten verschuldigd is, en zulks met voorbijgang van het kostbare en omslachtige rekening-proces, hetwelk alleen past voor een helieer. waarvan de verschillende posten van ontvang en uitgaaf niet

prioi'i kunnen worden overzien. Dit vonnis werd bevestigd, doch o|i ^jM^andere gronden, liij air. Mof Arnhem v. \ Jan. 188'J. t, /. p.. Iilz. ^ilYgt;o- /.ie voorts omtrent de vraag, of uil icdrrr daad van lastgeving nood-

wendig d»' actie tot liot. doen van rekening on verantwoording voort-^ vloeit, dan wel quot;t' en wanneer er termen bestaan, om ter zake van last-

ifcAinir direct te aireren tot betalinn van een zeker saldo - art. 1889 I). W., air. v. 19 Dec. ISöl sqq.. snb n0. 1, t^de ed., snï» n0. ci en nü. IVl ; ef. ook Arr.-I\. Am.sterdain v. quot;JT Jnni i8t)7, \V. n0. 2917 en arr. V-ller-tni:;enlgt;oscli v. 'JO April 1877. i\. 15. j.ir. 1878, .1. |». tilwaarbij is beslist, dat de lasthebber desgevraagd wel rekening en veranrwoording lieeft tf doen. maar daaruit niet volgt, dat iiij den lastgever zon kunnen verplichten steeds deze kostbare en omslaebtige procedure te volgen; cl', in den zelfden zin niet betrekking tot bandelingen vom* gemeene rekening Arr.-R. Hoorn v. 19 Sept. 181)0. \\'. nu. veig-. ook Hof Amsterdam,

v. i)() Sept. 1881. \V. n0. i725, ten betooge dat, waar een erkend otquot; bewezen saldo is. in geval van rekenplicbtigbeid geen tekeningproces beboj ft te worden injiesteld. maar bet saldn bij ran-actie k.m worden

1:«I

ocr page 182

t./l. ---- '' itlt;'-'quot;' ' ' —'■ V-.

, VV/ / • ZC.T/T7 ^ - «-' ^.-e ^ ^ 'quot;. • ■•'•- r ' '• '--• • ' ^ -

/ i_ l-b'/. i i^rvz. -lt;ci Kcyvlvct t-^lt;' -a ■ ' i

/c,__yy ^ 'S'*' A* IW* in:}-. ■J./XAH. 771

r . . 7 Jn f r ~4~~ '

onirevurdord. /ie. verder leii neLooquot;»; dat de liicrlicdi«cld»' actie Int rckc-

.' .. ' i \^-^c4; rc/lt;.

mug- en vei'initwonrdmL: even goed gedurende, als na alloop van nel mandaat kan worden ingesteld. Arr.-U. Rottei'dani v. 21' .Inni I87S. |{. j'.. /a-^~ ^ jg-. 1X78. .1. p. 208 en :irt. 1 Si.quot;) H. \\'.. snl» nis. 1 en .*gt;. 7 rn 8.

ItH. leder belanghebbende kan tegen den executeur-testamentair ^

de actie tot het doen van rekening en verantwoording instellen, en Sf/A'. de verplichting van dezen om daaraan te voldoen, is, als zijnde ondeelbaar, niet afhankelijk van de omstandigheid, dat niet alle belanghebbenden te zaraen de vordering doen.

Hof's-Gravenhage v. 21 Felinuiri 1SS1. \V. u0. 4(j()0. !i !!. j^. 1881.

.1. p. IIC).

Hij die beheer heeft gevoerd over goederen tot eene gemeenschap behoorende kan door zijne mede-gerechtigden, op de wijze als hier is voorgeschreven, tot het doen van rekening worden gedagvaard,

ook al hebben deze den rekenplichtige reeds tot scheiding en deeling dier gemeenschap gedagvaard.

Alleenlijk kan de eiscli tot af- en overgifte van alle eit'ecten enz.

aan de eischers toebehoorende, m dat geval niet worden toegewezen.

vermits eerst door de scheiding en deeling kan worden bepaald wat den eischers competeert.

Arr.-R. Rotterdam v. 'iti Mei ISS-J. \V, nquot;, ITS)!.

fO Uit de stelling, dat ile hierbedoelde vordering kan worden ingesteld zoolang er geene goedgekeurde rekening bestaat, volgt niet dat ieder rekenplichtige de kosten zou moeten dragen van eene tegen hem aangevangen rekening-procedure, al mochten ook naderhand de aanmerkingen op zijne rekening ongegrond worden bevonden.

Ait.-U. Arnheni v. Kubniari 1883, \\. n0. I'.'lC): verir. aant. I 11gt;

ilit artikel.

-II. Zie ten betooge dat in het geval, voorzien bij art. (11)7, al. i,

twee of meer der deelgenooten niet-ontvankelijk zijn in hunne vordering tegen den notaris tot het doen van rekening en verantwoording —

art. (i'.t? 1!. 1!.. vonnis van do Ari.-R. (ironingen v. 10 Fohr. IS.Vt,

sidi nquot;. ()

ocr page 183

Ui. 772.)

Air. 77-1.

I . !)it iirtikel voorziet alleen in liet geval, dat de rekenplichtiire in gebreke blijft op den bepaalden dag te verschijnen of rekening te doen, niet in het geval, dat hij, hoezeer dan ook eene geheel onvoldoende, echter eene zoogenaamde rekening en verantwoording heeft gedaan.

Air. v. .quot;i Maart bevesiligoiulo an. Hof trroiiin^'OM v. I(i Der.

I85tgt;. W. ir. 1058. v. u. li.. II. J!.. lt;11. XXII. |i. 84 -qq.; lt;ilt;ik aangehaald snli art. 771 II. K. : iriein An'.-R Anisterdam v. I'1 l i'ln'. 1869. \\'. n0. :!1 'M: cf. dok 1'. li. v. /..-Mdlland v. ÜO Mei 187(1. vermeid sidi art. 771 li. 1!. n0. i vorn. na te nicldeii vonnis der Arr.-R. Rotlerdatu v. ti Mei 18(i8; idem P. II. v. N.-Holland 'i Juni 187(1, M. v. 11., dl. XII. p. 18'i sqq. : anders ai r. Hol' Arnhem v. Kf Nov. 1878, W. nquot;. 434S; vonnissen der Arr.-R. Rotterdam v. l(i Maart en li Mei 18(58. R. 15. Jg. IStitl. lil/.. I!(ili en :!68: el', het snh art. 77'.( R. R. vermeid arr. Hof N.-Holland v. I(i April I8(il?; vei'g, verder in verband hiermede art. 771 li. R. n0. '1.

'i. De vordering op grond van art 772 B. 11. tegen eenen nala-tigen rekenplichtige tot inbeslagneming en verkoop zijner goederen, ten beloope van een bedrag, door den rechter te bepalen, kan niet worden toegewezen zoo lang het niet is gebleken, welk geldelijk belang de eischer bij de zaak heeft.

Arr.-I!. Amstiadam v. li Nov. IS.'iS. li. I!.. ,|^. Is'ri. dl. IV. |i. SiH: vi-rgclijk ( Iuukman. /gt;. ie «d.. dl. III. p. Kit) sq.. die aldaar omtrent de vraag, hoodanig met ile opbrengst van den verkoop der goederen zal hehooren te worden gehandeld, wederleg! lioGlinN ad art. Tilü C'. de Pr. ('tv. en Sii i li n l\ I iuiHiin'tilu i' Iihrr iln.' h t'onz. (jr.-1'ruzi'ss-iJi'il/i hh'J. 111. p. :l(i .-qq. en meent dat. vermits lt;le wet iiiei den rechter machtigt, de inbeslagneming en den verkoop der goederen, of ook den lijfsdwang, toe te staan, zonder omtrent de verdere uitoefening iets te bepalen, in deze de gewone voorschriften der wet van toepassing zijn.

II Indien een vonnis, waarbij de gedaagde tot het doen van rekening en verantwoording is veroordeeld, is uitgesproken, met bepaling, dat de gedaagde bij gebreke van daaraan binnen den bepaalden termijn te voldoen, te rekenen na de beteekening van het vonnis, daartoe zal kunnen worden gedwongen, dan is hij alleen door de beteekening met bevel, na het verstrijken van den termijn, reeds in mora, ook zonder dat lt;le dag waarop de rekening en verantwoording zou moeten worden gedaan, door den rechter-commissaris nog is bepaald geworden.

Arr.-R. Kindhoven v. pi Mei 183!l. Jlcchl in Xcdcrl.. lt;11. 11. p. Ii)(i

183«

ocr page 184

c/ / / p ' ^

-wr~ -u» ^ sCa ia. ' *~o-gt;ri, ■ S/amp;. flt;V./ '*■. quot;. 4sgt;r V/

/ , -

A '. 77 o yt0 s~.

1337 {Art. Hi.

— tiOO; nnders liij vonnis van lt;le Arr.-U. Goi'inclieni. v. ü'2 (Jot. IS-W. W. n0. :Ci7: en v. Assen v. I'J I'elir. IK4rgt;. U. 1!..]- 1847. lt;11. IX. p. tgt;7r.—27S. (waarbij is beslist ilat liij. wien liet doen van rekeninj;' binnen eenen bepaalden tijd voor eenen recliter-cominissaris is npirelerrd, niet in inarc is. wanneer liij binnen dat tijdsverloop de rekening beteekend en zicli liereiil verklaard heeft up den door den Recliler-Coniinissaris te bepalen iijil en plaats de rekening te doen), en in de eonclnsie van Mr. .1. O. m'. Jong, Hcfil in Sidcrl. ut snpra (welke, boewei in eenen teirenoverfre-stelden zin. heeft geleid tot voorin, vonnis van de Arr.-R. te Eindhoven^; idem Oudeman. /gt;'. li.. 4e «d.. dl. III. p. IRS, sq. en dk Pinto. IhH. 11. I!.. II. '2. p. 80i; en 807, 2e ed.. p. SS'i.

Vergelijk ook navolgende uitspraak:

De rekenpliclititïe is niet in gebreke, wanneer hij binnen den tijd binnen welken liet doen van rekening volgens net daartoe gewezen vonnis geschieden moet, de bepaling van den dag voor liet doen der rekening bij den Rechter-Commissaris heeft aangevraagd, al heeft hij ook het bevelschrift van den Rechter-Commissaris eerst na het ver-loopen van den gemelden tijd aan zijne wederpartij doen beteekenen, en wel twee dagen vóór den bepaalden dag.

Arr.-li. tlroningen v. 20 .bmi 18112, I!. II. jg. 18111!. dl. XIII. bi. 820 82.'): vgl. echter R. I!. jg. 18(11!, dl, XIII. bi, 880, waar betoogd wordt dat de bepaalde dag binnen den liij bet vonnis gestelden termijn moet vallen.

I. 1 it de woorden zulkx tjfci-ich/ It.quot; voorkomende in

art. 772. alin. 3 B. R, is duidelijk op te maken dat de aldaar vermeide eisch (tot betaling eener zekere som in cas van niet-vokloening aan den inhoud van het te wijzen vonnis binnen den te bepalen termijn) moet geschied zijn bij de oorspronkdijke vordering tot het doen van rekening (art. 771) en niet afzonderlijk, na het ingebreke-blijven van den verplichte.

Arr.-R, Sneek v, 1(1 Februari 1842. \\ . 11 . .quot;gt;1(1: idem I'knnino, ad art,: anders echter Oiidkman. /gt;. IS., ide ed,, deel III. pag. Ko, volgens wien iliegene. aan wie de rekening moet worden gedaan, zulks niet dadelijk hebbende gevorderd, ook nog naderhand wanneer de rekenplichtige in gebreke is gebleken, een afzonderlijken eiscli tot inbe-slag-neming lt;d' lijfsdwang kan instellen en vonnis bekomen. Hij gelooft dat de woorden „indien dit geeischt isquot;, niets anders te kennen geven, dan dat een eisch en vonnis moet voorafgaan en de nalatige niet zonder dat mag worden gedwongen. Zie ook in gelijken zin een vunnis van de Air. Ü. Amsterdam v, 19 Mei 1840. \V. 110. 749; I!, IS, jg, 184(1. dl, Ylli. p. (14-0 (147, waarhij het den rendant is Via'oorloofd om in geval de gerendeerde in gebreke mocht blijven om op den door den Ifechter

ocr page 185

Jr/ 7 72 )

('iiiiiiniss;ii'i.s iH'iiaalilcii (la.i: vuur Z.K.A. tc versi-liijiien ot ivkiMiing to diitm. Iiuni ilaai'tue te (hviiiiivn ilonr de in lieslajiiieruiii^ en den vci'koop /ijiici jjoedoren. tut zouilanii; lii'drai: als nddrr zal wordon licpaald.

.» De rekenplichtige verinair niet tot het doen of' aan vullen van reeds gedane rekening te worden toegelaten, nadat hij vonnis in kracht van gewijsde gegaan, is uitgemaakt dat hij (ook met liet oog op het daartoe betrekkelijk vroeger vonnis) de straf verbeurd heeft, op het niet nakomen van het doen van rekening gesteld.

V. II. v. (ieldei'land v. 21 l i■ Iir. 184!'. \\ . iilgt;. li'iH; K. li. jo-. IS4!'. dl. XI. |XiT lilili. Iicvcsli^ciidi' een vnniils van de Arr.-R. Aridiom v. HU Nov. ISIS; zijnde liij viKinneld arrest tevens beslist dat de latei' ijnuxi iiji 'ji'uiid ilcr wet ingt;restelde actie tot liet afleggen eener nadere aan-vnllings-rekeniiii; volstrekt niet kan geacht worden een hilcriDXlftlicf vnnnis te zijn van de vroegere, iincli ook daarmede hetzij in een onal-scheldbaar verband te staan ol' één gebeel uit te, maken, zoodat die nieuwe vordering, hoewel geheel oiii/i'ni'onil. echter üntvunhi'lijk is. — ( T. art. 779 1gt;. 1!.. arr. v. 't 1'. II v. N.-lloll. v. 27 Mei 1S52.

tt. De teruggave van het projiortionee! recht van registratie, geheven op een vonnis waarbij de rendant voorwaardelijk is veroordeeld tot voldoening van zekere som. bijaldien hij binnen den daarbij vastge-stelden termijn, op den door den Recliter-Commissaris bepaalden dag geene behoorlijke rekening duet, behoort ook dan te volgen, wanneer daartoe door den Rechter-(Jommissaris een latere dag wordt vastgesteld, als een gevolg van de niet-tijdige beteekening van het vonnis a quo door den gerendeerde aan den rendant.

Hecisie van den .Min. van l inanc. v. 'i Mei IS'il, li., dl. XI, £ HS.

é Jlij, die'van zijn lasthebber rekening en verantwoording vordert, is ontvankelijk in de vordering tegen zijne mede-lastgevers, om met hen die rekening te ontvangen, op te nemen en te sluiten. Hij moet alleen voor zijn aandeel rekening en verantwoording vragen.

Ait.-K. ClroninjitMi v. quot;il Doe. 1855, K. li. ji;. 1S,quot;quot;)!». dl \ I. I»l/. 12^—VJT.

De rekenplichtige gemeente kan in den persoon van den gedaagde als haren burgemeester veroordeeld worden tot het alleggen van rekening en verantwoording, met bepaling dat bijaldien zij in gebreke blijft door den persoon van haar burgemeester rekening te doen, zij

ocr page 186

sJt rrrrm ^Co 'Jpsy- S^e1 y ay?-.o ^

4— , ^/ a •'j.'- o nP-t ■gt; gt;■'• -ïafa. ■ -4* •lt;gt;£,- ^

u,nlt;K, Sy — ^ /,/

uc^chii^^ rw'k- r}^ *- ^ **-*-- „*6- J

rlt;u. Si. '£■ fa.#-2.1 l;j;i!) ~M,£7f72

daartoe zal gedwongen worden door inheslag-iiemiiig en verkoop v:in hare goederen tot een zeker bedrag.

Lijfsdwang komt in dat geval niet te pus.

A it.-Ft. Nijmpgen v. S .hm. IS'iCi. \V. n0. 171.'!.

fgt;. Waar de geheele commissie van likwidatie der zaken van de voormalige wees- en raomboirkamers in rechten geroepen is tot rekening en verantwoording en uitkeering van een saldo, zijn mitsdien alle hare leden iv lite, al zijn zij niet individueel gedagvaard, en moeten allen als rekenplichtig worden beschouwd, vallende onder de bepalingen van art. 772 B. li

1'. II. v. /.-lUilland v. 'JN .luiii 1858. \\ . n0. 199(1. litiI I N'l i rl 11 k V(T-niotifrende vonnis iler Arr.-R. van s-( iiavenl^iite v. quot;11 NHv. 185(1. \\'.

m0. 1942; heide boslissinfren dok npgenonien in Ti. dl. LIX s

liet Hof achtte den lijfsdwanj; volgens art. 77t! facultatief en 'm nisii voor bet alleggen der rekening onnondlg. maar spiak dat middel niette-niin uit op grond van art. 585 2°. 11. R. met lietrekking tot de af- en overgifte van bet saldo. De kosten werden ten laste van den rekenplicb-tige gebracbt. vermits, liij tegenspraak van liaai' kant. bet Hof geene termen vond. om die in de te doene rekening toe te laten, en alzou virtualiter ze ten laste van den eischer te hrengen.

tO. Met dw angmiddel, gegeven in de derde alinea van dit artikel.

sluit niet uit de gewone vordering tot schadevergoeding, voor het geval de rendant in gebreke blijft rekening en verantwoording te doen.

Ai-li. uitspraak van Mrs. ('. K. van Goor, .M. .1. I'unai'm:i en .1. ('. uk IvoNiNG. v. (1 Januari 18(12. -M. v. II.. dl. IV. p. 17 sq. Verg. niet betrekkingquot; t(tt den aard van het bij dit artikel gegeven middel, het snh ;u't0. 771 II. lï. vernield arr. v. 2 .Inni hS'iil.

I I. Het vonnis hier bedoeld is niet te beschouwen nis een eindvonnis maar als eene interlocutoire uitspraak.

De comparitie voor den Rechter-Commissaris is dan ook de voortzetting van de tusschen partijen reeds bij oorspronkelijke dagvaarding aangevangen procedure, zoodat geene nieuwe procureurstellingen te pas konten f i-m At-. 16 »«.-lt;.« /^,/ co\ * ^

^ \J

Arr.-K. I ti'ocln \. lil Juni IS7I. I». I\. jir. 187:2. dl. XXII. |». I7^s(n]..

\v;iai'l»ij nog werd l)eslisl dal de l\ei'lil^r-('ntimiissans lgt;lt;'vlt;»olt;i(i wus l)nv»Mi-staand i;escliil|nint te heslissen.

1

«. W anneer het vonnis den gerendeerde alleen heeft gemachtigd

ocr page 187

\rt.. 77:2.)

tot het le^i;eii van beslair hij nalatigheid van den rendant, mag eerst-quot;■enoemde niet tot den verkoop der in beslag genomen goederen overgaan.

Ai r.-ll. llaaili'iu v. ti 1'Vlir. 1S77. \\ . üquot;. 4(I7'i. U. li- l^i^. -l-p. quot;J7.'!. welke Ih'süssiii'i wurilt lii'stredLMi iloor S. in \\. mquot;. 'il'77.

I :t Waar de rekenpliclitige reeds in der minne rekening heeft gedaan, doch partijen daaromtrent niet tot overeenstemming zijn geraakt, kunnen de geschilpunten omtrent de ingeleverde rekeningen met quot;oedvinden van partijen onmiddellijk aan de rechtbank worden onderworpen.

A it.-li. A iMstenlam v. I'i Mei 1877. U. 11. ju. ■1S7S. .1. p. cl. echter liet aangeteekende ^ull art, 777 I!. R. n'. quot;i.

1-1. De rekenpliclitige is eerst dan nalatig als hij op den bepaalden daquot;- in gebreke blijft voor den Rechter-Commissnris fe verschijnen of rekening te doen. '/iet wanneer hij verzuimd heeft binnen den gestelden termijn dagbepaling te vragen, zijnde het aan de meest gerende partij overgelaten, die te verzoeken.

Hof Anibein v. II Jan. ISS'i. W. nO. K. li. jquot;. ISSvi. .1. p. 'i.M

sqq.. waarbij niet I)ive.^ti^iiiii' van het vonnis dei' Arr.-K. /ntfen \. li .Maart 1881 nog werd lieslisl ilat men niet meer kan aanvoeren, dat. de ingediende rekening geene rekening is. wanneer men zicli hel voorlodpig saldo van die qnasi-rekening op rechtelijk bevel heelt doen nitkeeren, en het verder uit de dingtalen in eersten aanleg is gelileken. datlielstnk vatbaar was om als rekening te worden beschouwd. Cf. met betrekking hiertoe artt. 771. aant. i en 77'J. aant. I

Zie ten betooge, dat (ook met het oog op art. 772, j0. art. 740 B. R), liet reclitsirevolg der niet-verscbijning van een rekenpliclitige op eene dagvaar-ilinu' tquot;t het doen van rekening en verantwoording alleen dit is. dat de rekenpliclitige slechts voorwaardelijk worde veroordeeld in de liij tie dagvaarding gevorderde som en wel voor het geval dat hij ook verzuimt om te. verschijiien ut'rekening; te doen Of dru hij tiet vonnis hij vrvsU-l: hrjuiiildcn S. M.

in de it,,,',.. dl. V. p. 'itCi 208.

Ati. 77o.

Zie ten betooge :

u. Dat bij eene vordering tot teruggave van genoten vruchten, waartoe iemand is veroordeeld, op dezelfde wijze moet worden geprocedeerd als tot het doen van rekening en verantwoording —

art. :!.Vi 1!. K.. air. v, S Dec. 1848. snh n0. 2.

1 ;5 ld

ocr page 188

{Art. 7 72

/j. Dat onder de woorden '/een andere rechterquot; in art. 77.') alleen eene Arr.-R. en niet de kantonrechter, die in den regel ratio/te materiae onbevoegd is daarover te oordeelen, moet worden verstaan —■

' 'ritMMAN. //. //.. 4de dl. 111. p. I(i7 stj. rti igt;k Pintd. /A//, /;. /,' II. -i. |). SO:gt; 1!I1 SdCi. -Jdr p. 88-1.

Art. 774.

1. Onder rekeumg in dit artikel moet worden verstaan niet elke rekening, maar die, uilsluitend betrellende datgene, waarvan het doen van rekening is gelast. Derhalve is na de feitelijke beslissing; *dat de bij het vonnis vermelde verzamelstaat zoodanig met de rekeninquot; en verantwoording van rendant's gevoerde administratie is vermengd, dat daaruit met geene mogelijkheid de rekening en verantwoording van hetgeen, waartoe hij ingevolge vonnis verplicht was, is optemakenquot; geheel overeenkomstig dit artikel aangenomen, dat dusdanige rekenimr en verantwoording geacht moet worden, bijna gelijk te staan met quot;eene rekening en verantwoording.

Ait. v. .quot;i Maart I8.quot;gt;S, hevestijreude Hof (iroiiin^tMi v. Ui Dcc. IS.'iCi. W . ii0. ook vermeld ml nrt. 77^ II. It.

'i. Zoowel onder vigueur der Fransche wetgeving als bij het tegenwoordig \V. v. 15. li, is ten aanzien van den vorm der in rechten af te leggen rekeningen, waaronder ook de voogdij rekening, voorbeschreven, dat die moeten inhouden de ontvangsten en uitgaven zonder aan den rekenplichtige eenige voorschriften, hetzij van jaarlijksche afsluitingen, hetzij van eenige andere wijze van inrichting der rekening te geven.

Air.-K. (loriiiclicin v. 'it! (H i. ISW, W. n . : iclcm ten hctougr. dat do vorm dei' voogdij-i-ekeriiiifr niet zijnde voorgeschreven, do uowezon voogd, die zijne ontvangsten en uitgaven o|i zijne rekeinng heeft geln acht onder mededeoling der bewijzen, niet als nalatige i'eken]ilicl]tige kan worden heschonwd. on mitsdien niet in de kosten van het doen van rekening in rechten kan worden veroordeeld —• Iiij vonnis dor Ait.-li. 's-Oravonhage v. -28 Maai-t 1854. W. o0. I.ViT).

Verg. ook navolgende uitspraak :

De wet schrijft geen bepaalden vorm voor, waarin rekening en verantwoording moet worden afgelegd, maar bepaalt hier alleen dat daarin

l.'M-l

ocr page 189

'at a/cjn*-^7 ei*- • ■^~-~' Xrt a(lt;U^. o^_a?^Jc^-r- —

U^-LÓUL^Z-a^ irrrr-^L. :

/?,

quot; /

.1/7. 774.) 1342

2,/r -^/uv-. /tyc-o o3~. ytquot; -^. tcxflo ■

f- '7'

ïle werkelijke Dtitvaiiij.sten en uitgaven moeten vermeld worden. Onder ontvangsten nu kan in den zin der wet niet verstaan worden de üfoe-deren en efi'ecten, waarvan een executeur-testamentair bij zijne benoe-niinjf de inbezitneming is gegeven.

Air.-li. I'troclil v. 21 Juni 1S7I. K. I;, jjr. 1872. dl. XXII. p. IT.Tsqq..

j */i mik verini'M ad art . 777 1!. R.

» f/Cea^

ivet'üajeYamp;e-' ®. Het brengen van baten en lasten voor nihil in de rekening en ^ venmtwoording wegens het beheer van een boedel, is ondenkbaar.

|, || v X.-lldliaiui V. U Oct. INI:,. \V. n0. (171).

^ f f7 ^ ^' ■ f l—■

vas*-*■ ■ '^e gerendeerde van rekening kan niet vorderen, dat de door

/é. t^rcrz^tj-— den rendant ingediende staten van ontvangst en uitgaaf' worden ver-«7»amp; 1k|aard geene behoorlijke rekening en verantwoording daar te stellen, r' zoodanig dat er moet geacht worden geene rekening te zijn gedaan,

^gt;v ^ -z^t- yQ-^3

„ ^ alleen op u'rond van tremis aan duidelijkheid, vollediirheid en toelich-

Xsa. ré 1 ' ■'

unntH-. -. val1 fl'e Staten.

7eM. K ven min kan het gemis van onderscheiding der verschillende kwali-

tyiien^ waarin een rendant veroordeeld is rekening af te leggen, eene reden zijn om (indien het vonnis aan den rendant daartoe niet de verplichting heeft opgelegd) de overgelegde rekeningen als onvoldoende te weren.

lt;rlt;* Arr.-U. Amsterdain v. S Ort. IS.'id. R. I!. ju. |S,M. p. 12—21.

/?lt;r7, ^ _

/i/ Door niet al de posten, waartoe men lt;rehouden is in de rekenini;-

lt;• ' £ te brengen, kan men wel gezegd worden eene onvolledige rekening en

^«ABrantwoording te hebben afgelegd, doch geenszins in het geheel geene ^ rekening te hebben gedaan.

yt^a. Het debatteeren der rekening en verantwoording voor den Rechter-

Commissaris heeft ten doel den rendant de bevoegdheid te geven ontbrekende posten alsnog in de rekening op te nemen, of de bevve-l-Hringen van den gerendeerde dienaangaande tegen te spreken.

IfiÜ* / Ait.-I*. M:i;istriclit v. 1» lSrgt;S. \\'. 110. 1987; cf. 110. ti sul» hoe :irt.

yjf lt;». Volgens dit artikel kan men niet volstaan met eene globale

TJU^a^~^ opgave van posten, maar er wordt eene specifieke opgave vereischt. 'ttrrtn- quot;e1 vereischte der nauwkeurigheid van de specificatie moet naar om-./verstandigheden worden beoordeeld.

JQ 4^/ ' f .

/m^ Ai i .-H. Aniliein v. S Sent. 1859. W. ii0. ; U. Igt;. jti;. hl/. 2i 'X\.

•y/n** ' ' .1.-1

' rrri* , / V f I lt;• '

■ f

. . ^ ^ . ^ ...

T ]

/?4~'

ocr page 190

1343 (/Ir/. 7 74.

S. liet voorschrift, dat de rekening moet bevatten de werkelijke ontvangsten en uitgaven, waakt tegen bedrog en verwarring, door het opnemen van gefingeerde en weglaten van werkelijke posten, zoodat alleszins toelaatbaar is het opnemen van debet- en creditzijde van eene nog te innen schuldvordering, voortspruitende uit door den rendant in zijn hoedanigheid verkochte goederen.

Air.-K. Alkmaar v, :i Nov. 1*64. \V. n°. 'iT-il. cmk vermeld ^nli irt 771 li, li.

S. Hij het vaststellen van het saldo mag de rechter niet tot grondslag nemen de som, waarop het slot van rekening ifeheel willekeurig door den gerendeerde wordt begroot, maar hij mag daarbij all.rn letten op de in de rekening voorkomende posten van ontvang en van uitbaat,

Ait.-R. Winschoten v. ... Febr. 18()8. \V. 11°. 3091.

U De Rechter-Commissaris moet krachtens zijne delegatie van de rechtbank overeenkomstig de wet ontvangen, geacht worden de bevoegdheid te bezitten omtrent de in de hier bedoelde phase van het rekening-proces voorkomende geschillen te beslissen, gelijk omtrent de zich meest voordoende punten in arlt. 77 1- en 777 als zoovele voorbeelden is aangegeven, terwijl het slot van art. 7 7s H. R. hein dan allee» verplicht partijen naar de terechtzitting te verwijzen, wanneer zij ter tweeder comparitie blijken niet te kunnen overeenstemmen.

De Rechter-C/ommissaris is mitsdien bevoegd omtrent een gevraa^d verstek te beslissen.

Arr.-R. Utrecht v. '21 Jnni 1871. K. li. jV. 187'i. dl. XXII. p. 173sqq.. oolv vermeld sidi n0. '2 van ilit art.

Zie ten betooge, dat het bevelschrift, vermeld mart. 774 li. I!,, hoewel het in den regel, als geene beslissing van een betwist punt bevattende, daartoe meestal geene aanleiding zal geven, voor hooier beroep vatbaar en dit in enkele gevallen (b.v. wanneer de schuldplich-tige beweerd heelt, dat hij het batig saldo wegens compensatie van schuld niet behoeft uit te keeren) denkbaar is —

Orni-man. J}. 11.. 4de cd., dl. III. |,. I7ii. met een lieroep op Cariu: ad art. 53.'), (Ju. 1874 en uonix ad art.; — anders uüguon ad art., en 8cHL!NK ut hiipra. j). 39 sqq.. volgens wolken laatsten men daartegen bij don reclitor-conimissaris in verzet, of ook iu kort irodina hij den voor-zit tor kan komen.

Mr. W. van Jvu*si£.M Ba., Burg. HeclUs'v. 05

ocr page 191

J . «ctC lt;ff- ö-6*_ ZCUamp;. ^ .'' '

lt;; /, ^'''' 775. ^, -'W? /fa^/ ^quot;lt;^5«/.

I. Door de beslissing, dat uit hoofde van de niet-beteekening der rekening, deze door den rechter niet konde worden in aanmerking genomen, is de bepaling ven dit artikel, alleen de proces-orde in cas van rekening regelende, en geene bepaling omtrent de gevolgen der niet-beteekening inhoudende, met geschonden.

A it. v. -gt;-2 Juni 1855. W. n0. lt)59.

lt;5. Hoewel bij den vorm van procederen voor het doen van rekening en verantwoording is voorgeschreven, dat de beteekende rekening door bescheiden zal worden gestaafd, is echter bij de wet geene nietigheid bepaald voor het geval, dat zoodanige bescheiden aan de beteekende rekening mochten ontbreken, kennende de wet zoowel aan den gerendeerde als aan den rendant de bevoegdheid toe, om bij hunne respectieve memorien nog bescheiden over te leggen,

Ait.-R. Haarlem v. 1!) .Maart 185(1. \\. n0. 1117.

S. De woning van eene der litigeerende partijen moet niet de geschikte plaats voor de wederpartij geacht worden, om aldaar, met quot;enoegzame vrijheid, dat onderzoek te doen in boeken, papieren en kwitantiën, hetwelk het belang der zaak kan medebrengen. De wet heeft daartoe de griffie der Rechtbank aangewezen. Mitsdien is de vordering der gerendeerde dat de boeken enz. aldaar zullen worden overgebracht, alleszins rechtmatig.

Air.-R. Utrecht v. '2't .luni 1858. \V. ii0. 'io:V7.

-I-. De rendant, eenmaal hebbende medegewerkt tot eene mede-deeling ter griffie, kan niet tegen den wil der partij, gedurende debat en contra-debat, andere mededeeling, die namelijk tegen recief, vragen.

Ari.-R. quot;s-dravenliajro v. I Maart I8(il. \V. nquot;. '250(1.

.» Zie ten betooge :

a. Dat men, indien de rekenplichtige in gebreke blijft de beteeke-ning te doen, hetzij na den door den rechter-commissaris bij de aanbieding der rekening te bepalen termijn, hetzij na sommatie, naar analogie van rechten mag aannemen, dat de dwangmiddelen, in art. 772 opgenoemd, tegen hem kunnen worden aangewend —

ocr page 192

(Art. 775

Oitdkman. 7?. n..Mo od.. ill. III. p. 172; nr. Pinto. 7?.. II. Ll. p. 810. •ide cd.. p. 880; —anders Pknnisg, ad ai t., die, hoewel mede ei kennende. dat het eene omissie in de wet is. dat voor de beteekening peen termijn is gesteld, eclilor van oordeel is. dat de wet ook voor dit geval treeiic analogische nitlireidintr van eene strafbepaling gedoogt.

L Dat de bescheiden, bedoeld in art. 775 H. R., niet tevens van zegel /.ijii vrijgesteld —

Oudeman. B. h.. iele ed.. dl. III. p. 1,1 en 17quot;J rgt;n de IMnto. 77«//'//.. II. II.. 11. Ü. p. Sin. 2de ed.. p. 880.

Art. 171.

fl. Dit artikel behoort tot de regeling der te volgen procedure, wanneer het bij den onderwerpelijken titel bedoeld geding overeenkomstig dien titel wordt gevoerd, en mist derhal ve alle toepasselijkheid, waar, zooals in casu, enkel de reden is van een buiten rechten over gelegd stuk.

Arr. v. 13 Jnni 1879, W. n0. 4388; v. d. II.. 13. 7?,, dl. XLIV. p. 258 sqq.

Een gerendeerde, die de rekening noch binnen eene maand na de beteekening goedgekeurd heeft, noch daartegen eene schriftuur van dehat heeft doen beteekenen, verliest het recht om die rekening alsnog onmiddellijk, hetzij voor den rechter-commissaris, hetzij in de terecht zitting der Rechtbank te debatteren, uit hoofde de manier van procederen, op het stuk van rekening en verantwoording voorgeschreven als van openbare orde zijnde, dient te worden nagekomen en het mitsdien aan geene der partijen geoorloofd is die te verwaarloozen of willekeurig door eene andere manier van procederen te vervangen en bovendien de debatten eener rekening, welke menigvuldige artikelen kunnen betreflen, bezwaarlijk en niet zonder gevaar van verwarrins onmiddellijk in de terechtzitting der Rechtbank zouden kunnen geschieden, zoo zij niet nlle afzonderlijk en vooraf bij geschrifte waren afgegeven en bepaald, en de wederpartij door de beteekening van die schriftuur niet in de gelegenheid was gesteld, om de bedenkingen, tegen hare rekening ingebracht, te kunnen oplossen. Hiertegen obsteert niet de bepaling van art. 77S B. R, omdat uit de termen van dat artikel duidelijk blijkt, dat de beteekening der schriftuur van debatten, waarbij de betwiste artikelen zouden zijn aangeduid, verondersteld wordt alsdan reeds geschied Ie zijn en daaruit geenszins kan worden afgeleid.

I .'545

ocr page 193

Art. 777.)

dat men zonder voorafgaande beteekende schriftur.r van debat, voor den rechter-coinraissiris, gelijk ook niet mondeling voor de Rechtbank, zijne belangen mag komen voordragen.

P. li. v. Limburg, v. 10 April 1843. W. n0. 395; R. R. jp;. 1843,(11. V.

y p. 515—■gt;!7 ; Rcr/I in .\cdegt;'L, dl. ill. p. 373 on 374; idem bij arr. van

'Y/7 't I'. II. v. N.-Hollaml v. '27 Mei 1852. \V. ii0. 1371), waarbij, even als

^ . liij het daartoe betrekkelijk vonnis van de Arr.-R. Amsteidam, is beslist.

■ dat teafrevolge van tiet vei'ziiim der gerendeerden om binnen den wette-' / £} v f .. ..

V^'- / lijken termijn van debat te dienen, recht beh.mrl te wurden gedaan op

■ c ' de stukken, zoo als die duur den rendant zijn overgelegd: idem y1 T ! jJ. Uj vonnis Arr.-R. Oorincheni v. 1 Mei 1855, \V. n0. I(i5'2 (aangeh. bij . = ^ n° dit art. snb n3. 11; idem ....... Mr. Oudemax. H. 11.. 4de ed.. dl. III.

. P- Iquot;1'1 en 177. en nader ontwikkeld in de 0/lt;m. en Mcrl., dl. 1\'.

y/*^ ^ //*''■ p. 154— 158 ; — anders liij vonnis der Arr.-R. Roermond v. l.5Dec. t84t2.

„ i/ R- ü. ,|U'. 1843. dl. \. ]i. 330 en 331 en / lcf/1 ik Xrdcj'l.. ut supi'a. (ver-

l'Jit' f nietigd liij arr. van 't P. 11. van Limburg ut supra), op grond dat art.

_ e' 777 li. li. de lieteekening ooncr scliril'tnur van didiat nii't verplichtend voorsclirijft en artt. 77S en 7S1 van dat Welhm'k den gerendeerde vei -

■ ^ f •r'7 gunnen de rekening nog vonr den recliter-ciminissari.s of zelfs op de

terechtzitting te debatteeren); idem bij arr. van '( 1'. II. v. N.-Midland 17 '^7* U - quot;0- R- li. jg. 1848. ,11, X. p. 'JOO '202 on v. 28

^. 1'ec. ISi8. 1{. li. Jg. 1S4'.I, dl. NI. p. 13 en 1'i (naar luid waarvan de te 1 ' late indiening van de meiii'irién van deliat nf cnntra-deliat waarvan de

^ wettelijke termijn bij art. 777 l!, li, bepaald is, niet teu gevolge heeft.

dat de inbond daarvan bij den rechter huilen alle aanmerking behoort *lL te blijven) en he Pixto. I!. 11.. IT. 2, p. 812 en 813, 2de ed.. p. 88!),

^ ,y/i' ' volgens wien de /in van art. 7^1 niet is, dat hij, die geen debat heeft . Z'r'A • ingediend, daardonr verstaken is van alle n-cht van tegenspraak. Vgl.

l.'Ufi

met ilit een en ander: 1quot;. een vonnis van do Arr.-R. Amsterdam v. 10

ii

C^1'quot; Nov. IS.Vi. li. U. jg. 185.'^ j». 4S -58. vermeld op ;ntt.

nu up art. 78!i li. R., waarhij mede is heslist. dat het drhal iii(ït is van publieke orde, maar alléén in liet helanir van partijefi. alsmede arr. I'. II. v. Geldei'land v. •27 Nov. 1814 hij mr. UiCRTZVF.i.n, ut snpra, hlz. 43 ten he-tooge dat de voorgeschreven termijnen niet /iju van openbare orde; en 2°. als h-rt 'non r/fnV/. een voimis van de Ai i .-ll. Amsterdain v. IC» Nov. 1843. R. |gt; jg. 1844. dl. \ I. p. 508—510; licut in Xcf/erl.^ dl. IV. p. 130 —132. waarhij is beslist, dat. hoewel een rendant. van rekening, na verloop van den termijn, in art. 777 15. II. bepaald, wanneer door den gerendeerd»' geen uitstel aan den recht«*r-commissaris gevraagd en al/.oo niet is verleend, de bevoegdheid heeft, om de debatten omtrent de rekening voor gesloten te honden en te vorderen, d;it er voort zal worden geprocedeerd. alsmede om de bescheiden, tot de rekening mi verantwoording betrekkelijk, van de griffie lenig t* nemen, — evenwel de voormelde termijn (van eene maand) niet zoo strikt moet worden genomen, dat het heide partijen, daarin nitdrnkkelijk of stilzwijgend toestemmende, niet veroorloofd zonde zijn dien termijn te verlengen, zoodat. wanneer de rendant daarop geene aanmerking maakt, de gerendeerden niet kunnen achterhaald

ocr page 194

,^4c.

rt— •_ 7s*lt;r^

{Art. 77 7,

wiu'don. indiiiii zij zondei* loestemniing des reclilers den terinijn tot debat van rekeninji liel»l)(Mi over.sclmMlen. terwijl er van eene andere zijde, uit hoofde van de strikte, bepalinjiquot; der wet. jjyene i/i )/lt;o/'rt-stelIing wordt vereisclit om den terniijn te sluiten.

3. Wanneer er meerdere gerendeerden zijn, liegint ten hunnen opzichte de termijn, in art. 777 H. 11.. vermeld, terstond te loopen na de heteekening der rekening en niet eerst nadat de memorie van debat aan den rendant door den eersten gerendeerde is beteekend.

Air.-li. ArnsliTihmi v. hi Nov. 1( ü, jlt;r. 1844, dl. VI. |i. 508—

510; liecjt in Xctfcr/.. dl. IV. p. 1^1)—

41, lTit de stellige wefshepalingen, dat een gerendeerde volstrekt gehouden is de hem beteekende rekening, hetzij goed te keuren, hetzij bij schriftuur van debat te bestrijden, en dat bij verzuim van zoodanige bestrijding op de overgelegde stukken moet worden recht gedaan, vloeit voort : vooreerst dat een gerendeerde verplicht is zich ten aanzien zijner rechten duidelijk en bepaald in wettigen vorm uit te drukken, zoodat Itij niet bevoegd is, dien plicht met bloote aanhaling van twijfelingen op den redder o\ er te dragen, en in de tweede plaats, dat een gerendeerde eveneens niet gerechtigd is om de uitoefening van het recht, hetwelk het onderwerp der tegenspraak uitmaakt, voor een toekomstig rechtsgeding te bewaren

An.-li. (jorinchein v. I Mei 1855. \V. n0. 1(')52.

Wanneer van de bepaling om verlenging van den terniijn te vragen door de rendanten geen gebruik is gemaakt, de zaak in staat van wijzen is en het debat is afgeloopen, zijn er voor de aangevraagde schorsing geene termen, — en dit te minder, waar de rendanten reeds dadelijk bij het indienen van hunne rekening, zonder eenige reserve op dat punt, zich zoo zeker van hunne zaak waanden, dat zij, eisch doende, eene belangrijke som van de gerendeerde hebben gevorderd en die vordering bij memorie van contra-debat hebben herhaald.

Arr.-U. Amsterdani v. '25 Nov. '!S(i'2, \\. nquot;. 2437.

St De bewering der gerendeerde, dat na het ilepól van de reketuntj met de bescheiden, ter griffie door de rendanten, tengevolge van aanmerking bij memorie van debat gemaakt, geene nadere bewijsstukken mogen worden geproduceerd, is in strijd met de wet, die in art. 7 77

131-7

ocr page 195

rp cJjl- - rgt;UJ^a-i- '—Cc ,__o^yt-rCz^

h^eJLc^. ■ ffa. .2- 3a~.y,,, uXvjif,.

Art 777.) lat.S

al. 2 B. 11. juist het omgekeerde vergunt, te weten : vermelding van nadere bescheiden en mededeeling daarvan tegen reiju ofquot; door middel ter grifliie.

Ait.-I{. Aiustei'dain v. Ü5 Nov. 1802, \V ii0. 2437...... aangchaalil

sub art. 778 li. lï. n0. (gt;,

3. Hij die de juistheid eener rekening en verantwoording bestrijdt, moet naar vereisch van rechten aantoonen, waarin de rekening onjuist is en daartegenover bewijzen de juistheid der door hem gevorderde verbeteringen.

Ait.-R. Utrecht v. 21 Juni 1871, li. li. jjr. 1872. dl. XXH. j,. 173sqq.. \eriiield sub art. 7/4- lï. U. ii0. 1 ; cf. het sub h(gt;c art. vermeld voimiy der Arr.-R. Gorinchem v. I Mei 1855.

S. De tusschen rendanten en gerendeerden gewisselde schrifturen worden terecht bij akten van procureur tot procureur heteekend.

Arr.-R. Maastricht v, I l ebr. 1877. \V. n0. 4177 ook vermeld sub art. 778.

ïgt;. Zie ten betooge, dat bij het vorderen van rekening en verantwoording ook de kwestie der schadevergoeding, waartoe een mandataris, ter zake van verkeerde uitvoering van zijn last of ter zake van verzuim, zou kunnen gehouden zijn, tot de punten van debat der rekening en verantwoording behoort en daartoe niet eene afzonderlijke actie kan worden ingesteld —

art. 1839 li. \\.. arr. van t P. H. van N.-Holland v. 4 Sept. 1845. sub n0. 5. 2de ed., sub n0. II.

Art. 7 78.

1. Uit het bepaalde in art. 778 volgt niet, dat na den afloop der procedure, in cas van debat van rekening voor den rechter-commissaris, partijen zich alleen tot de mondelinge behandeling der principale zaak-voor de Rechtbank zouden moeten bepalen en geenerlei incidenteel verzoek, hetzij tot getuigenverhoor, hetzij wegens beweerde valschheid in geschrifte of anderszins, ten bewijze der gegrondheid of ongegrondheid van eenig bijgebracht debat of contra-debat zou aannemelijk zijn.

Arr. v. 3 Jan. 1845. W. nquot;. 501 ; R., dl. XIX. § 65; v. n. II.. B. dl. VJ, p. 223—234. In gelijken zin liij vonnis der Arr.-R. Zutl'en v. 14

ocr page 196

etSlA. ^t^srs?*%*,■** . /£y

iMsvtJLn- -V-a-r^ ^ ■ - amp; r^r-t-y^ -vrw'oOt, O . Ts**..

ett^ A.Vamp;rf ?.y /7^ lt;uyjr 6?. n-yzér.

1:349 (Art. 77S.

Sept. ISi:!, Ilri/l in Xfdcil.. dl. IV. p. 249 nn 25(1: van AuistiTiiani v. 5 _

December 1850, R. R. jf.r. 1851, p. 285—289; Amaterd. Heytspr., dl. I. ^ ^

|.. '18ö—19(1, en van Arnhem v. 8 Sept. 1859. \V. n0. 2160. K. li. jir. ISCilt. . •, 4.*u/jl-lilz. 21—23; idem Hof N.-Holland v. 29 Jnni 1S7I. W. n0. 3408 (ten '~~~c aanzien van de bevoegdheid van partijen om elkandor op vi'aag- ^

punten te doen hooren); idem Hof Gelderland v. 11) Febr. 1875. W. n0. ore-vm^a^f'^'-Ii8ti5: en bij Oudeman, /?. II.. ■/ide ed., dl. 111. p. 17G: — anders hij ,,

arr. van 't P. II. v. Gelderland v. li Maart 1844, W. n0. 591 : R. R. ^ ^ •

jg. 1844, dl. VI, p. 305—308; Ilvijl in Sedert, ut supra (vernietigd bij 2égt;

voormeld arr.quot;) en nr. Pinto. Ud\.. Ti. I!.. 11. 2, p. 812. 2de ed.. p. 888.^— 6J-n°-licrfT. ('t'. aitt. 199 en 247 R 1!.. arr. van denz. datum, sub nis. 3 en 1. '

cJJl. /ZO.

'i. Het verzoek aan den rechter-commissaris, bedoeld bij art. 778 /kJccU- /zfcA-11 11. is nog ontvankelijk na den termijn van veertien dagen, na de 'f'O beteekening der memorie van contra-debat. Onder de uitdrukking: amp;

«veertien dagen ten langste na de beteekening van deze memorie van sc ■. -/ contradebatquot; is te verstaan een term.inus a quo, geenszins een terminm ad quern.

Arr. v. 12 Nov. 1858, \V. n0. 2009. 1!.. dl. LX. § 20; v. d. 11.. B. 11.,

dl. XX11. p. 441 sqq.. vernietigende, in strijd met dn conclusie van adv.-gen. Guegory. de beschikking van het P. 11. in Zeeland v. 20 .lan. 1858 en terzelfdertijd de beschikking dei- Arr.-R. Middelburg v. 25 Juni 1850.

Idem de redactie van het \V. t. /. p. ^ , ' v

S. Wanneer de rechter-commissaris in liet rekening-proces partijen niet heeft kunnen vereenigen, is het opmaken van een proces-verbaal w/a..

buiten eeuig belang, en kan mitsdien het ontbreken van een proces- j

verbaal niet geacht worden te zijn in strijd met de openbare orde. i-rrr- /a-- /z^.

Arr. v. 8 Dec. 1805, W. n0. 2752. R.. dl. I.XXX1. S 32; v. u. II.. B.

/;., dl. XXX, blz. Ui7 sqq. -------------V

/ y - /7. w.

4:. De mondelinge voordracht, bij art. 778 15. li. bedoeld, moet niet onmiddellijk na het verslag van den rechter-commissaris plaats '

hebben, maar kan de Rechtbank daartoe (ook met liet oog op art. 137 m.0 (Pt-5'?--B. R.) ambtshalve of op liet verzoek van eene der partijen, een uitstel geven en een en naderen dag bepalen.

Arr.-R. Utrecht v. 29 Mei 1840, Pf'jl in Suderl., dl. II, p. 359 en .300. en van Amsterdam v. 0 Dec. 1842, R. li. jg. ISi:!. dl, \. p. 312—

314; idem Oudeman, R, B.. 'ide ed,, dl. 111. p. 175, en he Pinto, //lt;//,,

II. It.. 11. 2, p. 812, 2de ed., p. 888.

*». Partijen, die, naar aanleiding Vfn art, 778 B. R , door den

ocr page 197

r/cr-j lt;*sl(L ''r ■ , '^-' ? r^tr ■-.— ^ j ^

/ / ^ s ,-s s

-1 i -CL~~ - /j?-*— ■ /iSLAs^- r gt;-0 ------ü—— ^ S^r-e-Ct 'T^-nrr-rr-y «rs-ZU

. ,__' s2~~ - ^ ■ (jl / -gt; (k (z^- — fu.'n' -^-o- — '-^ ;/7^ ex r- 'f r-f c

Art. 778.) 1350

/y - -7 t ■ , ^rry jé^L*— Q-*— /. ^rj~r/y (ZO •—ö- f éL*

A

'^Trechter-commissaris naar de openbare terechtzitting verwezen zijn, ' moeten niet, ten einde hnre belangen mondeling te kunnen voordragen, ten dage dienende conclusie (i;/ casu ten principale) nemen, maar treden de memoriën van debat en contra debat daarvoor in de plaats. quot; Arr.-R. Hoorn v. 'JÜ Kov. 1843. li. li. jg. 1844. dl. VI. p. I0G_IdS.

. ^Ta 'let 111 art 77S 15 R. vermeld rapport, door den rechter-

commissaris casu quo uitgebraclit, is het aan partijen wel toegestaan lt;■/ /j-7 ,lanr gevoe,el1, iquot; 'le memorie van debat vervat, nader mondeling te iquot;t/a 'l^s^rueere'1''11'lar ',et haar geenszins geoorloofd zijn, nieuwe stukken b-f-Ta -/ in het proces te brengen, waardoor de stand van het geding konde veranderen en de eens gesloten litiscontestatie weder geopend worden, terwijl op de overgelegde stukken recht moet worden gedaan.

Arr.-R. Hoorn v. 2'2 Nov. 1843, R. 1!. jfr, 1844, dl. VI, p. 106—108 en van Amstei-dam v. 23 Mei 1844, R. B, jg. 1844 dl. V], p. 808 en 809, ^erg. P. H. \, Gelderland van ii Februari 1850 liij nir. IIkrtzvki.ii ut supra hlz. 80; idem Ol'DEMan. ƒ?. 4de ed.. dl. lil, p. 175; cf. in verband hierraede liet vonnis der Arr.-R. Amstei'dam van 20 Nov 18Clgt; aangehaald sub art. 777 R. R. n° 0

Ti. Vermits rekenplichtigheid veronderstelt waarneming van eens anders zaken en belangen, alzoo gegrond is op de overeenkomst van lastgeving en dientengevolge de rechten en verplichtingen, die daaruit voortvloeien, moeten worden beoordeeld naar den aard der overeenkomst, hetzij naar algemeene rechtsbeginselen, hetzij naar de wet, waar deze duidelijk spreekt en liet cas voorziet, zoo volgt hieruit, ook met het oog op artt. 1839 en 1845, al. 2 15. W., dat, indien den lasthebber geen verzuim in de volvoering van zijn last te wijten is en partijen het, om welke reden ook, bij den rechter-commissaris eens worden omtrent de rekening, alsdan (ook wanneer het geldt een gesalarieerd mandaat, omdat de wet ten deze niet onderscheidt) de kosten van die rekening komen ton laste van den gerendeerde.

Zulks klemt te meer, indien er kwestie is van eene rekeninir van eenen comptabelen ambtenaar, af fe leggen aan den Staat, niet door dien ambtenaar zei ven, maar door zijne erfgenamen, die, geene ambtenaren zijnde, niet kunnen geacht worden volledig bekend te zijn met de administratieve voorschriften, volgens welke de gerendeerde en debatlaut oordeelt dat zoodanige rekening moet zijn ingericht, waardoor

ocr page 198

{Art. 77*.

misvattingen en dwnlingen van de /ijde der pendanten eer mogelijk zijn, en de wegruiming daarvan, tengevolge van het debat, als zucht om aan hunne verplichtingen, ten genoege van den lastgever van hunnen auteur, zooveel in hen is, te voldoen, behoort beschouwd te worden.

Ait.-U. 's-liraviMiliafrc v. li Mei IS.quot;):!. W. n0. I43rgt;.

Bene vordering tot vergoeding van schaden en interessen ter zake eener niet-afgelegde rekening en verantwoording kan niet in de bijeenkomst van partijen voor den rechter-commissaris hij conclusie worden ingesteld, maar behoort na den afloop van het rekening-proces met een akte van dagvaarding aan te vangen.

Air.-R. Alkriiaai' v. Kl Juli I8tj0, R, ]i, jrr, 1861. bl. 77—81.

W Onder partijen wordt bier niet slechts verstaan de rendant en een of ander debattant alleen, maar alle de inede-gerendeerden.

Air.-R. Maastricht v, ! ]quot;ebr. 1877. W. u0. 4177. ook aangehaald sub art. 777.

Art 77!)

I . Waar door Hen rechter a quo beslist is, dat de gedane rekenina-en verantwoording geacht moet worden bijna gelijk te staan met geene rekening en verantwoording, en waar tevens feitelijk is uitgemaakt dat er geleverd zijn schrifturen van debat en contra-debat, berust het middel van cassatie, waarbij beweerd wordt verkeerde toepassing van dit artikel, op grond dat dit alleen ziet op het geval dat er rekening is gedaan en deze is gedebatteerd en in casu noch het een noch het ander heeft plaats gehad — op een onjuisten feitelijken grondslay.

Arr. \. .gt; Maart 18.gt;8. \\ . n0. 1058, (ook vernield ad artt. 77k2 en 77\ li. R.), bcvestifrende arr. II.if Groningen van 10 Dec. 18511, welk arrest bet vonnis der Arr.-R. Groningen van den II Mei 1855 bevestigde, bij welk laatste beslist was. lt;lat, wanneer de zoogenaamde rekeiiiiii; en verantwoording van den rendant den rechter niet in staat stelt bet bedrag van ontvangst en uitgaaf op te maken en bet saldo te bepalen, deze daartoe moet volgen de niet quot;|i voldoende gronden wedersprokene rekening van den gerendeerde.

Alles te vinden in hot genoemde nummer van bet W .. terwijl bet vonnis ook is opgenomen in R. li. jg. 1850, dl. VI. b|z. 411—'iKi,

1351

ocr page 199

\rf 77igt;) 1.352

*lt;5, De rechter mag niet, indien hij posten op den staat eener rekening en verantwoording ongegrond oordeelt, eenen nieuwen termijn tot het opmaken eener behoorlijke rekening en verantwoording ver-leenen, maar wel moet hij, overeenkomstig zijne bevinding, het saldo vaststellen.

l». II. V. X.-lIollaiul V. i' Mei IS.V2. \V. 110. l;!7ti. — Cf. art. 7Tl! II. U., air. van i I'. II. v. Gelderland v. '21 I'ebr. 18-49, stili iiquot;. 5; vergelijk ook arr. P. II. v. v. Overijssel v. I Nov. 1869 l)ij mr. Hertzveld ut supra u. 92, ten betooge dat de rechter de posten in eene rekening kan opnemen. zooals hij oordeelt dat ze moeten goedgedaan worden.

'i. De rechter kan niet verklaren, dat de rekenplichtige niet heeft voldaan aan het vonnis, waarbij hij tot het doen van rekening en verantwoording was veroordeeld, wanneer eene alhoewel onvoldoende rekening en verantwoording aan den gerendeerde is heteekend, en deze laatste die rekening heeft gedebatteerd.

I'. 11. v. N.-Holland v. 10 April 18(53, R. li. jg. 1804, dl. XIV. pag. ()()8.

4-, Eene uitdrukkelijke veroordeeling tot betaling van het vastgestelde saldo, wordt tot uitvoering van het vonnis niet vereischt.

1'. II. v. Drente v. 27 .Mei 1872. W. n°. 3538. R. li. jg. 1873. p. 74.

Ar/- 78(1.

I . Eene vordering tot herstel van rekening is alléén van toepassing op voor den rechter afgelegde en volgens het voorgaande art. 779 door dezen, met bepaling van bet saldo, vastgestelde rekeningen.

Ta. Arr. v. 21 Juni 1878. W. n» 4266; R., d. GX1X, § 22; v. n. II..

li. It., dl. XLIII. p. 262 sqq.; R. B. jg. 1882, A, p. 253; idem |^t;r ^neek v. 3 Dec. 1838, W. nquot;. 87 ; idem Arr.-R. Maastricht v. 24 fS n ° ff itZ. 'iept- 1874, W. n0. 3822. waarbij werd beslist dat dit artikel alleen van ^3°' ' J toepassing is ter gelegenheid van hot bij art. 771 sqq. I!. R. bedoeld rekening-proces: idem Arr.-R. Amsterdam v. 12 Nov. '18(iS, VV. n0. 3095: conf. het sub buc art.quot; vermeld arr. P. II. v. Drente v. 14 Dec. 1872. W. n0. 3557; R. IJ. jg. 1873. p. 129; anders Arr.-R. Assen van 12 Sept. 1870, W. ii0. 3557 (vernietigd bij gemeld arrest Hof Drente) en arr. P. II. \, Limburg v. 17 Nov. 1874, W. n0. 3822, vernietigende genoemd vonnis der Arr.-R. Maastricht; (volgens het Hof is in het algemeen het bestaan eener reketdnn reeds voldoende om art. 780 casu (fiio te kunnen toepassen. Deze beslissing wordt, bestreden door Mr. J. A. Lew in VV. nquot;, 3829.

t quot;It/tr. 'c S- ' rquot;/ ^'0 ~ si' i ' '' - ^ J - V;

H J J /4- él .

ocr page 200

[Art. 780.

'i. Herstc] van eene schrijffuut, die niets afdoet op de vaststelling van het saldo, kan geenszins als herrekeuing worden aangemerkt.

I'. II, v. /.eelatul v. (1 Doe. 1864, II. H. jg. 18()5, p. 7(jü.

'.i Dit artikel heeft de bedoeling om herhaalde rekeningen over dezelfde onderwerpen (//revision de coraptequot; in de vroegere fransche rechtspraktijk genoemd) te verbieden, maar geenszins om alle debat van posten in hooger beroep af te snijden.

P. II. v. Zeeland v. (i Dec. 1864. lï, 11. jg. 1865, p. 766.

41. Eene reconveiitioneeie vordering, voortvloeiende uit eene onrechtmatige daad der rendante, kan niet als eene post op de rekening en verantwoording van den lasthebber worden gebracht, noch tot herstel van die rekening, volgens dit artikel, aanleiding geven.

Arr.-K. Amsterdam v. 1 I Aug. 1868. VV. nquot;. 3048.

•» üe reserve : saloi* errore tl omissione bij eene rekening in der minne gevoegd, stemt overeen met die, welke bij art. 780, tweede gedeelte B. R,, door den wetgever wordt gesteld.

I'- U. iti Hrente v. 14 l'cc. IS7^. \\'. m0. 3557. It. B. jg. 1873, p. 129; cf. Arr.-R. Amsterdam v. lquot;i Nov. 1868, \V. n0. 3095, waarbij beslist werd, dat door voorbedoelde reserve men geacht moet worden zich liet recht te hebben voorbehouden op de rekening terug te komen.

ft. Onder herrekening moet niet verstaan worden eene omverwerping ot ter zijdestelling van de eenmaal vastgestelde rekening en hare vervanging door eene andere, als formeel stuk.

Merrekening moet geoordeeld worden altoos aanwezig te zijn, waar meer wordt beoogd dan eenvoudige herstelling van misslagen van berekening, weglatingen en dubbele of valsche boekingen.

P. II. in Drente v. I'i Dec. I87'2, ui snpra.

ï. in geval van bevestiging van het vonnis in hooger beroep, is niet de hoogere rechter, maar de eerste rechter bevoegd om van eene cijferfout kennis te nemen.

P. II. in Limburg v. 17 Nov. 1874, vermetigende Air.-R. Maastricht v. 24 Sept. 1874, beiden opgenomen in VV. n0. 3822.

Ook deze beslissing van bet P. II. in Limburg, wordt bestreden door

I 858

ocr page 201

Art. 780.)

Mr. .1. A. i.KVi in \V. n0. IWüO. ilie aantoont, dat het Hof ten onrechte die vraag beantwoordde met eene verwijzing naar art. 354 al. 1 H. U.. dat z. i. volstrekt niet van toepassing is, wanneer zich geen eigenlijk executie-geschil, dat is een geschil nu. en niet dour 's rechters uitspraak ontstaan, heeft voorgedaan.

—- Zie ten betooge, dat de wetgever met herstelling van misslagen, in art. 780 I!. 11 , heeft bedoeld de gevallen, waarin gronden zijn voor rekwest-civiel —

Penning, ad art. Cf. Ouheman, II. 1!.. ide ed.. dl. 111. p. IT'.I sq.. volgens wien de redenen welke kunnen leiden tot herrekening moeten gegrond zijn op eene vergissing in de cijfers of op sttdiken, welke hij het vaststellen der rekening onbekend waren; cf. over de beteekenis van liet woord «misslag» in den zin van «erreur de calcul», Mr. Ghegory in R. H. jg. 1878. .1, p. 2(i0 .-(iq.

Art. 781.

I. indien de gerendeerde verzuimt van debat te dienen, behoeft hij volgens art. 781 15. R. geene interessen van bet door hem verschuldigde saldo uit te keeren, zoolang dit, na des rechters uitspraak, niet van hem wordt opgevorderd.

i'. 11. v. N.-Holland v. '27 Mei 185'i. W. ii0. 370. — Cf. Oudeman. 11 It., /ide ed., dl. III. p. 178.

lt;5. Zie omtrent liet rechtsgevolg van het verzuim vermeld in art 781 —

art. 777 If. li. arr. van 't 1'. II. v. Limburg v. 10 April '!84li sqq.. snli n0. 1.

Vr/fy-jt*-' -t ^ ^ ■ 7'°^

f er. -r— /J * -va , yL - ' ' V Z'? C * ' , . si

rr-O-r ^ -/z? Ijg^C 0^

„ I. Eene insinuatie tot het ontvangen van rekening en mededeelini;

.. . . .'

u^L^sder justificatoire bescheiden is wel een bewijs van bereidvaardigheid

grfc te- tot het doen van rekening, doch zulks staat niet gelijk met het werke-lijk rekening doen zelf, en is degeen, aan wien de rekening moet worden gedaan, niet verplicht het aanbod aan te nemen, enz

iybi^iUT-0'a~~n'~ Arr.-U. Amsterdam v. ti!) Maart 1842, li. 11. jg. 1842, dl. I\. p. liKi / T-eJois quot; '''~ Cf', art. 771 li. U., arr. v. 2 Juni 1843, suli n'-. I en 2.

fa/ 7'quot; (ïé6'-

1354

ocr page 202

5

_ ^2 L — o/jz^egt;cx £- o-gt;-e7

/ olJ2^J f?igt;. n^-h^jo erv^sy~ cte^- tg Suu*— £z-ert^.^a^ _ . ^«2. r

r4

uo^y-^y -ea.—. (C.

xa2-c^. -x/X-^ -. —

-r

/'

u9i -KI* 73a2- . {Art. 'TM.

'fTsf' ^/ £?j.

'è. iquot;)e wetgever moet in nrt. 7X2 15. II. srpacht worden te zijn uitgegaan van het beginsel, dat ieder reken|)lichtige, die vordert in rechten te worden toegelaten tot het doen van rekening en verant-woording (wanneer tusschen partijen over de re.kenplichtigheid zelve geen verschil bestaat), eo ipso de praesumtio Juris voor zich heeft, dat hij diligent en de gedaagde of rendeerende weigerachtig of nalatig is.

Hieruit volgt, dat de rekenplichtige, ten einde eene veroordeeling in de kosten te ontgaan, niet (als in strijd met voornoemd reciitsheginsel)

het bewijs behoeft te leveren van de weigerachtigheid of nalatigheid van den gerendeerde, en dat op laatstgemelden, het tegendeel bewerende, het bewijs daarvan herust t lt;-ütZ gt; /*. /?*/£*** A» J$e.-c..y -''tr **

Air.-It. btenwarden \. i'l Maart IS'iT. K. H. jjr. ISls. dl. X, p. .quot;iOS— ^

•quot;gt;!'-!. bevestigd bij arr. van quot;t I'. II. v. friesland v. -21 Juni I SIS, R. H. .y,str*t jfl. ISIS. ill. X. |). 5!:?—.-gt;20. zijnde bij laatstfremelil arrest tevens (onk ?,****/ rtA. ^ nvereenkoinstip; het gevoelen van Ocideman, II. It., ide ed.. dl. III.

p. 179) beslist, dat. indien eens tusschen partijen vaststaat, dat er ' -

kwestie is van rekening of van het doen van verrekening. L'eenei'lei wet ^

in dezen eenige »« oiocrf-stelling voorschrijft, betzij de opj'oeping jrescliiede lïru-y****■, kraebtens art. 771. hetzij, gelijk in ensn. ki'achtens art. 7S2 ]!. I!. en sti. a^ö

gemeld art. 782 dat recht van oproeping ter opneming van rekeninir nit- / '

kelijk geeft, ook in eas van eenvoudige nalatigheid; anders bij arr. I'. {

// .y-ILlt; -Y A

h 'C sCr* ris.

li. v. /.. Holland v. .'ill Dee. ISlil. \\'. 110. 2382.

I5ij het doen van een eisch tot het ontvangen van rekenim; en verantwoording is het met den aard dier actie ten eenenmale in strijd,

' ' u

om reeds vuór het vallen van het vonnis tot het doen van rekening-, 10

voor de Rechtbank in eenige UiisconteHatie over eene bepaalde som /4quot;i ^ ** van uitgaaf, welke men in de rekening verlangt te brengen, te willen treden, en kan zoodanige contestatie eigenaardig eerst dan voor de Rechtbank worden gebracht, wanneer de som in de rekening zal zijn

llen vorin,

Li.-vt»-;,

aangebracht, en voor den benoemden rechter-commissa

bij art 772 en volgg. van quot;t W. 15. R. voorgeschreven, gedebatteerd ; kunnende zoodanige bepaalde vordering, wanneer die wordt tegengesproken, aanleiding geven tot eene compensatie van kosten.

Arr.-!!. Leeuwarden v. 23 Maart ISiT. li. 1gt;. jir. 1848. 512, bevestigd bij arr. van 't 1'. II. v. Friesland v. 21 .1 jg. 18.18. dl. X. p. Öl.'!—520.

*

V .

Ui

X. p. 5(18— 1848. K. |;

?u, fatn, -gt;c

1n^rgt; 1juU.C'

ISTTquot;

' v. yb-y '

I . De bepaling van art. 7S2 B !\, is facultatief en regelt de wijze, waarop hij die eene generale decharge verlangt, die verkrijgen kan:

^ _ ,r ^ '■ K (j '

' ^ ^. J \ r-C ,

/(*.3*? , ^ ^ V^-k. ' 7 sss .

ocr page 203

Art. 782.)

kumieiirle eciiter niemand (behoudens de bevoegdheid van den mandant om te ageeren uit krachte van art. 77J B il) gedwongen worden om van dit reciitsmiddel gebruik te maken.

Air.-li. Amsterdam v. 'i Sept. 1840. \V. u . 1004 : R, lgt;. jg. i849, dl. XI. p. 502—5(1(1; idem ten betooge, dat art. 78^ en volgg. li. R. den crediteur in een beneficiairen boedel niet kan verhinderen den nalatigen erfgenaam na voorafgaande In mora-stelling in eigene goederen aan te spreken — door Tn. in de 0/)»i. en Mcd., dl. IX. p. HG en 117. •— Vgl. ook art. 784 1!. R.. vonnis van de Arr.-R. Gi'oningen v. 17 Oct. 1851, snb n0. 1 ; art. 1839 B. W., sub n0. 3. 2de ed.. snb n°. 9 en art. 771 li. R.. vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 4 Sept. 1849. sub n°. 13.

A. Wanneer de curator de gereclitigden tot den boedel van wijlen zijn curandus dagvaardt, om rekening te hooren alleggen en het saldo te bepalen, om later aan de daartoe gerechtigden te worden uitgekeerd, is iedere vordering der gedaagden om reeds nu tot het nog te bepalen saldo gerechtigd te worden verklaard prematuur, en buiten het onderwerp der tegenwoordige procedure,

Arr.-R. Amsterdam v. 13 Juni 1855. R. li. jg. 1857. dl. VII. bl. Ü(i7— 272, overeenkomstig de aldaar opgenomen conclusie van don subst.-ofl'. Mr. II. Bosscha.

C». Elk lid eener maatschap kan vorderen dat de besturende vennoot rekening en verantwoording nllegt; aan hem alleen kan echter de rekening niet gedaan worden, daarom moet. hij vorderen dat de rekening gedaan worde aan de gezamenlijke leden der maatschap, en hen zijnerzijds in het geding roepen. Hiertegen obsteert niet art. 782 15.11.. dat den rekenplichtige daartoe de bevoegdheid geeft, daar tocli deze bepaling alleenlijk betreft het geval, dat de rekenplichtige zijnerzijds rekening verlangt af te leggen, doch geen verandering brengt in den algemeenen regel,dat hij, die eene vordering instelt, hen in het geding moet brengen, wier tegenwoordigheid aldaar door den aard der vordering vereischt wordt.

Arr.-R. Rotterdam v. l(i Nov. 1878. \V. n0. 4321 ; R. B. jg. 1880, A. pag. 28. — Zie echter Arr.-R. Groningen v. '21 Dec. 1855. sub art. 772 li.' R. n0. 7.

S. Zie ten betooge. dat de gedaagden die onder zekere mits ter eerste instantie hebben berust in de vordering tot het doen van rekening en verantwoording, indien hun die mils wordt ontzegd, in hooger beroep niet-ontvankelijk zijn in hunne exceptieve verdediging, daarop

1356

ocr page 204

3

^r, tlt;Z

ilt;y ,'• ^'^'7

1357

.i 1 O quot; ■gt; J-J

/tó

s

(Art. 7S.3.

nederkomende, dat de oors])roiikelijke eischers geene vordering zouden hebben gehad tot liet opnemem van rekening, maar slechts tot betaling krachtens contract —

art. 3i8 R. lï.. ai r. van 't I'. 11. v. friesland v. 21 .Inai IS-iK snli ir. 17.

pz.

Art. 783.

Indien een eischer tegen belanghebbenden procedeert ten Jine van adjustement van rekening, is, om daartoe te geraken, het houden van een gerechtelijk debat, ten overstaan van een rechter-commissaris wel bij de wet als middel aangewezen, maar niet tot eene verplichting gesteld, met dat gevolg, dat de gecompareerde belanghebbenden in ca.gt; van art, 783 B R. (zonder dat de niet-gecom pareer den zich daarover kunnen beklagen, omdat zij, ook ingeval bij vonnis een gerechtelijk debat bevolen ware, daartoe niet meer hadden kunnen concurreeren en het eindvonnis zonder hunne medewerking zoude zijn tot stand gekomen) gerechtigd zijn de hun beteekende rekening en verantwoording goed te keuren en over het debat heen te stappen.

Arr.-R. Amsterdam v. 10 Nov. IS.Vi. |{. I!, jjr. 1853, |i. 48—.quot;gt;8. -Vjrl art. 134 li. R., vonnis van ilez. Arr.-R. van denz. datnin, sulni0. iquot;i en art. 777 li. 11., arr. van I P. II. v. l.iiolnirg v. 10 April 184:! sqq.. snli n0. 2.

• S

'•Yc

/t 'ff-,.

^7

...... /•

• -W ' ' ' Art. 1.

I. Hij art. 781 en volgg. H. li. is alleen de rede van beneficiaire erfgenamen, die verlangen rekening te doen en dus van de zoodanigen die niet in mora zijn.

Arr.-R. (ii'oningen v. 17 Oct. 1851, bevestigd bij arr. van 1 I'. II.

aldaar v. 13 April 1852, beiden in 't \V. n0. 1443. alsmede Incite liij arr. van den II. R. v. II Maart 1853. \V. n0. 1122; I!.. dl. XI.IV. § '^ /// * //. — Cf. art. 771 H. H,. arr. van den/., datum, sub n0. 4 on art. 7821?. R..

amp;

vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. i Sept. 1849. suli iiquot;. 4.

'i. lielancjhebbende in lt;len zin van dit artikel is ook degene, die zich beroept op eene onderhandsche schuldbekentenis ten laste eener onbeheerde nalatenschap, al mocht zelfs de rechtsgeldigheid dier schuldbekentenis twijfelachtig zijn. Bij het opkomen van belanghebbenden

ocr page 205

? -n, 0 '' -i ii- o '' : f■ ■' ■ -■ -• . / t i z - 't7-n

U yfl^j lt; T-'amp;o/j.

Art. 781) 1358

tot het nanhooren der rekening, kan er geene, sprake zijn tot het verifieeren of erkennen van pretention, hetgeen later, en bij verschil daaromtrent onder de gereclitiifden, des noods bij rangregeling moet worden uitgemaakt.

Ait.-K. 's-Hravenliagt' v. 'ili Mei lcS.quot;)7. \\ , nISliquot;).

!lij, die als schuldeischer voorkomt in de door beneticiaire erfgenamen ingevolge art. 7S7 15. R. ter griflie nedergelegde rekening, behoort tot de belanghebbenden in. het rekenings-proces en is bevoegd die rekening te debatteeren, al is hij noch op de overeenkomstig art. 784. 15 R beteekende dagvaardingen bij de Rechtbank, noch op de bij art. Ill H. R- bedoelde verschijning bij den rechter-commissaris opgekomen.

An.-R. Maastricht v. I Febr. 1S77, VV. n°. ilTT. ook vermelil sul)

ai tt. 777 en 77^ 1!. K

4t. De rekenplichtige, — die in het onzekere verkeert, oi hij aan belanghebbenden, die zich voordoen, bevoegd is rekening en algilte te doen, —- moet niet daarmede wachten, totdat hij tot het afleggen van rekening en verantwoording bij vonnis veroordeeld is, omdat hij door dat vonnis wilde zien uitgemaakt of hij gerechtigd is tot algifte aan die belanghebbenden, maar hij moet handelen ingevolge de bepalingen van dit artikel. Op dezen grond moet hij bij bovenbedoeld vonnis in de kosten van het geding veroordeeld worden, al heeft hij de posita der eischers niet tegengesproken.

Hof Leeuwarden v. 14 Jan. 18lt;S0. W. n0. 451 'i, vernietigende vonnis Ait.-I!. Winschoten v. '20 Xov. IS78. \V. n0. AAO'.'.

ö. Zie ten betooge :

a. Dat de beneficiaire erfgenamen, welke verlangen rekening te duen aan eene massa van belanghebbenden (waarvan in casu eenigen niet waren verschenen op bet renvooi van den rechter commissaris naar de Arr-R, noodzakelijk geworden tengevolge van het door sommige crediteuren betwisten van de hoedanigheid van beneficiaire erfgenamen en van het wettige der hier gevolgde wijze van procedeeren, en welke rechter-commissaris van de zaak was gesaisisseerd en uit hoofde van zwarigheden, ontstaan op de comparitie van crediteuren, gehouden ten

ocr page 206

gevolge van de oproeping, door de beneficiaire erfgenamen, uit kraclite

van art. 1()S2 15. W. gedaan —- tengevolge waarvan door de eischers, /y./fms. ,^^3

beneficiaire erfgenamen, ter rolie is geconcludeerd overeenkomstig art. fï-c,,

7!), ai. 1, B. R , doch in welke conclusie zij op na te melden gronden

met aanhaling van art. 92 B, R. niet-ontvankelijk zijn verklaard, ^ ^^■z.

waaromtrent men vergelijke de bedenkingen van de Redactie van het ^ TV

R Bijbl., jg. 1844, dl. Vi, p. 344), —- niet kunnen volstaan met 3-

de bekende en onbekende schuldeischers op te roepen, teneinde reke- amp; èrzj-

'ling en verantwoording te doen en de uitbetaling zoo veel mogeliik

te doen plaats hebben, maar de proces-orde, voorgeschreven in art.

781, jquot;. art. 7S2 15. R. moeten volgen —

art. ll)8'2 li. \V., vonnis van do Air.-li. Amsterdam v. 24 Oct. ISi::.

sub n0. 1. — Vgl. liiermedo v. igt;. IIonert, I-'uniui/icrJgt;., dl. II, p.

die aldaar reeds lieeft gewaarschuwd tegen do moeielijklioid. welke het verschil en do wezenlijke of schijnliare strijd der hepalingon. voi vat In art. 1082 li. W. en art. 782 volgg. li. R. oplevert. (Llc betrokkelijkc formulieren met aanteekeningen zijn in de derde editie van dit werk opgenomen p. 485 — 492). — Met liet oog op dit een en ander meent de redact i1'

van liet U. li. nt snpra, dat inderdaad de voorschriften van die artikelen van dien aard zijn, dat het misschien wenschelijk ware (rewees!, dat de Rechtbank moei- in bizonderheden de gronden had (ipgegeven, waarom inist in deze het \\ . v. H. R. behoorde gevolgd te worden, toneiinle men we to

of men in zoodanige gevallen don raad van van den Honkrt zon ......ton

volgen en beide wetboeken te gelijk toepassen. ( Iiiheman. /'. /;.. 4de od..

dl. 111. p. 181 sqc].. meent geene tegonstrijdighoid te zien tnsschen do artt. 1070, 1082 en 10S:i ü, w, o,, art. 78/,. jo, art. 7S2 li. R., en dat in het \\. v. li. R. do voorschriften omtrent deze rekening en verantwoording, in 't li. \V. gegeven, nader zijn uitgebreid en do formaliteiten verbeterd. Als een gevolg daarvan wil bij beide wijzen van hot doon van rekening vereenigd gevolgd hebben, onder bijvoeging echter dat men.

indien er geone vrees voor onbekendo schnldoischers bestaat kan volstaan.

don korteren en minder kostbaren weg te volgen, dien art. 1082 on vlquot;.

li. \\, aan de hand geven. Overigens verklaart Oudiman. 1. I. zich niet te kunnen vereenigen met do ondorscboiding, gemaakt door den heer Loke, in zijn llcmdh. voor Solorisscn. op v; iso en Xnl. Jnoi'h. voor It. oi 11., dl. VIII. p. l i) en quot;i.'i.'i. naar luid waarvan de aankundiinna.

in art. 1082 bedoeld, geheel iets anders zou zijn dan de vordering, welki'.

volgens art. 784 li. R., bij oponbai-e dagvaarding wordt ingesteld en do eerste slechts to pas zou komen, wanneer de bonoliciaire orlirenaam niet weet, dat er nog onbekende ot' aanwezige schuldeischers zijn. wier bekend bestaan hom tot andere meer gerechtelijke wijze van rekening te doen,

zal verplichten. De Pinto, Ihll. II. /;.. II, 2, p. 815—817, 2de od.. p. 891.

acht de verschillende bepalingen van do artt. 1082 en 1083 1!. \V.. naar luid waarvan de bonoliciaire orlgoiiaiiion kunnen volstaan mot do

^Ir. W. van Kossem Hz., Burg. Kechtsv.

ocr page 207

^ v yjr éj-S- ë-ey^. . amp;^3-e. —rV- __vtt-' t

rr AX. /-yr^c ^n-t^ Cc^^C - yC^pU.

5^ . ^ ^6 • ^ f ^

/ //gt;•(!. 784 ) 1360

ïf^-/-7*?, **•* ' amp;quot;'lt;*quot;'■■ */??gt;

' ' eiscbers op te roepen liij eenvoiidige aankondiging in de dagbladen, en

^ zrjounjj/ij f1/, quot;'öt verplicht zijn aan lien, die zicli aanmelden, rekening te doen en nit te betalen, en art. 784 1!. 1!.. (waarbij wordt voorgeschreven oproeping (jfC, yc0 voor den rechter bij openbare dagvaarding, en vervolgens een gerechtelijk

debat of onderzoek dor rekening), in lijnrechten strijd, schrijft dit toe aan de omstandigheid, dat eerst bij de herziening de voorschriften, waarvan hier de rede is, in t W. v. R, R. zijn opgenomen, zonder dat de bereids aangenomene bepalingen van 't B. W. voor beneficiaire erfgenamen daarmede waren in verband gebracht, en meent met he Martini ad art. //. 2. dat de beneficiaire erfgenaam, die gedekt wil zijn tegen alle latere aanspraken van onbekende schnldeiscbers, dir. steeds in zuil! acne nala-tenscriai) zijn of ludinaii zijn, voorzichtig zal handelen met liever te vervullen de meer omslachtige formaliteiten van bei. \\. v. li. R.. en znlks te meer daar de naleving hiervan kan geacht worden in zich te sluiten die van art. I08'2 B. \V.. vermits de openbare dagvaardingen in de dagbladen zeer zeker de eenvoudige aankondiging kunnen vervangen, mits hij de procedure zoo inriebte. dat de openbare dagvaardingen in de dagbladen kunnen verschijnen binnen drie maanden na den termijn van art. 1071 B. \V. : idem Til. in de en Med.. dl. IX. p. 110 en 117.

Vtrl. ook art. 7S'J B. K.. vonnis de Arr.-R. Amsterdam v. \ Sept. IS49, sub n0. A.

b. dat, waar de reden niet is van een rekening en verantwoording, af' te leggen door een daartoe bij vonnis veroordeelden nalatigen rekeii-pliclitige, de voorschriften van dezen titel niet in allen deele kunnen worden in acht genomen.

1'. II. v. Gelderland v. 0 Maart IS.quot;):', bij mr. llmmvK.i.n ut supra p. 72.

€». Zie omtrent het wenschelijke om in de praktijk tot regel te stellen om bij alle openbare dagvaardingen, ook bij die volgens art. 78 I-, alle de formaliteiten, voorgeschreven bij art. 4, n0. 7 B. R. (waaronder ook de beteekening van het exploit aan den officier) in acht te nemen —

een vertoog in t R. B. Jg. '1849, dl. XI. p. 278—285.

Zie verder over de wenschelijkheid om het recht van openbare dagvaarding nit te breiden tot de acties tot rekening en verantwoording van liet beheer over een gemeenschappelijk eigendom, en tot scheiding en deelin»' van dien, voor het geval dat niet alle mede-eigenaren bekend zijn, W. 11°^ 22t i:!.

Art. 78!).

I Het is niet genoegzaam blijkbaar, dat het voorschrift van art 7!) B R (de beteekening van het eerste vonnis van verstek aan de

ocr page 208

'

/'i a^rf^/Z-

af t. 7»

quot;5 T t. Ajt _

yo /s (?.--

ti./'./U- e^-c'-

(//r/. 7S!).

quot; V '[ quot; quot; ^ '

' ^V--. ^

4 ULe^ oP^ L- * quot;

I 36 1 ^,^./5^.

l-e n gt;-n. cC',^ t.

A- , j

- v

niet-verschenen belanghebbenden) den algenieenen regel behelzende voor het geval, dat geding gevoerd wordt tegen een bepaaldelijk bekende}/, defaillant, die mitsdien op de gewone wijze, bij exploit, aan persoon of woonplaats gedagvaard wordt, eveneens van toepassing zou zijn op de rechtspleging in cas van rekening en verantwoording jegens bekende en onbekende belanghebbenden, die bij openbare dagvaarding opgeroepen worden, en daarbij van zelve keunis bekomen van het vonnis van verstek, — daar toch bij de speciale rechtspleging, in cas van rekening en verantwoording, voorgeschreven bij de artt. 7^1—790 B. R., de ten deze bedoelde beteekening, vermeld bij art. 79 15. R., niet geboden wordt, terwijl in die artikelen wel eene verwijzing gevonden wordt tot de gewone wijze van procedeeren, waar het de rechtspleging geldt tusschen de verschijnende partijen, maar niet ten opzichte van de rechtspleging jegens de defaillanten.

Arr.-R. Rotterdam v. 2^ Dec. 1846, li. B. jg. 1847, dl. IX, p. 105 — 108; idem Oodeman, li. I!.. dl. III. 4de ed., p. 185; — anders in de conclusie van het Üpenb. Min., welke voormeld vonnis is voorafgegaan.

7?'

r z^^2X..X. eO-.

lt;S. Zij die in eene procedure tot rekening en verantwoording aan bekende eu onbekende belanghebbenden op de tweede openbare dagvaarding zijn opgekomen, kunnen niet veroordeeld worden in de kosten van het eerste verstek.

Ai'i'.-R. Rotterdam v. 2:5 Dec. 1846, R. 15. jg. 1847. dl. IX. p. 105—

108. — Cf. art. 89 11. K.. vonnis van dezelfde Arr.-R. van denz. datum,

sub ii0. 'i. r • - / /y

^i i^. lt;j y u ^L ot/z4*~.

Art. 790. ' 1

z/XA-^y/Ot^cCc* / -tx/Zr lt;quot;llt;

Zie ten betooge, dat de defaillant, in cas van art. 790 15. It,., out- w***

vankelijk is in hooger beroep, indien het eindvonnis daartoe overigens naar de algemeene regelen van appellabiliteit vatbaar is — - lt;rr-p2'-

Ouuemak, /gt;'. /i., dl. Ill, 4de ed.. p. 185 en 181') (^n igt;e Pixto, //'//.. tl.

/;.. 11. 2. p. 818. 2de ed.. p. 894 en 8!)5. ^-

O.

/.- 7 et? (j /: °(f(ScPS~.

\rt. 794.

t. Onder woonplaats moet in dit artikel zoowel de werkelijke allt; de gekozene worden verstaan.

É

Arr. 29 Maart 18r,7, W. n0. 28!li.

ocr page 209

Art. 791..) 1362

'i. De voorschriften van art. 791- 15. R. zijn niet van toepassing bij liet doen van aanbod, ten gevolde van een ingedienden staat van proceskosten.

P. II. v. Drente v. i Dec. 1841. I!.. dl. XI. § CC.

Jf. .Veder!,■nulsche bankbiljetten, ofschoon afkomstig van eene door den Staat erkende en geoctroieerde instelling, zijn geen wettig betaalmiddel.

Arr.-R. Amsterdam v. til Maart 1854, K. I!.. jjr. 1854, p. '251(5—1100.

-I-, Aanbod van betaling aan een vreemdeling, niet hier te lande woonachtig, moet geschieden aan het door hem in het aanhangig proces bij zijn procureur gekozen domicilie en niet aan den officier van justitie.

Arr.-R. Am.sterdam '21 Deo. 1877. li B.. jlt;r. 1878. R. p. 48,

•». De van wtiardeverklaring van een aanbod en consignatie, die betrekking hebben op een hangend geschil, kan ttid bij rau-actie worden gevorderd.

Arr.-R. Amstenhiiii 1 ( Nov. 188;{. W. 5017.

O. Zie ten betooge ;

a. Dat het aanbod, vermeld in art. 71-7 B. R, niet is het aanbod van betaling, zooals dit in art. 794 15 11. is voorgeschreven —

art. 747 R. R.. vonnis van de Arr.-R. 's-Gravenhage v. 2H Juni 1840 sqq.. sul) n0.

h. Dat de artt. Ill-O—IM;5 15. W. en de artt. 794—796 15 R niet toepasselijk zijn, wanneer in een aanhangig rechtsgeding eene der partijen een judicieel aanbod of presentatie doet, als wanneer de vormen, voor een gerechtelijk aanbod en consignatie voorgeschreven, niet worden vereischt —

artt. 1440—1444 li. \\ .. art. v. '21 Nov. IS5I sqq'. suli ii°. Ü.

.1/7. 796.

I. De beslissing nopens de van waardeverklaring van het gedane aanbod en de daarop gevolgde consignatie is in ieder geval en ook dan wanneer de aangebodene som minder dan f 2(10 bedraagt, bij uitsluiting opgedragen aan (Ie cognitie van de Arr.-Rechtbank.

fcf* a-H s aC, All ye z»quot; i*ef -fa tv-n ■'y quot;f ra-v ,

//«ff '■''-quot;y'

ocr page 210

/ 1^ .1 V c ^ t-trf^y.' aSvrrs- ;:.^.yr'^_^ v

' _ ^.A^r/ A '\tr i ' ■-lt;' ' /' /'• CMJ-m^^- ■ ^/r/f ' ^7^yi^Qy f /f . /ƒ/-2 , CtJ■ gt;00

SiHZ.

1368 [Art. 790.

Ktg. Assen v. 10 juni If^^l. \\ . n0. 2^4; iiJem Ktpj. Groningen v. IS Nov. 1843. W. n0. 474: idem K'tg. Amsterd:irn n0. 1. v. 20 Juni •|8.quot;i7,

\V. n0. 1927; — nndeis ecliter liij Oudeman. /gt;'. /•'.. Adi' cri.. dl. III.

[). 193, die ;ilcl;iar duet nptnefken dat de bepaling dat de vordering sainiuirrl'jI: zal wordeti lieliandeld. scliijnt te veronderslellen, datdi'eiscli altijd voor de Arr.-R. moet worden gehradit. welke ook de aard der sclinld en waarde /.ij van liet aangebodene, docli dat. indien de van waarde-verklaring nmet dienen tot vervulling eener iicrsounlijhr verbintenis beneden de f 200, de vordering volgens art. 129 B. II.. persoonlijk en mitsdien van de bevoegdheid d(!s kantonrechters is. waarin door geene ingewikkelde bepaling van ilit Wetboek verandering kan worden gebracht.

Dit zelfde gevoelen is gedeeld hij een later vonnis van het/. Ktg. Groningen v. 21 Maart IS45. R. 1!.. jg. 1840. dl. \ 111. p. 400 en 401 o. a.. op grond dat de eisch tot van vvaardeverklariug van een gedaan aanbod van penningen niet als liet ondcriL-crii van de rechtsvordering kan worden beschouwd, doch als het iniildcl om tot de vervulling der (ook in casu persoonlijke) verbintenis te kunnen geraken.

Vergelijk ook de volgende beslissing:

Ook de kantonrechter is bevoegd binnen den kring der voorschriften van II. O. kennis te nemen van een eisch tot van waarde- of nietigverklaring.

Arr.-U. Amsterdam v, K! April 1858, W. n0. I'.IOO. vern, het bovenvermeld vonnis v. Ktg. Amsterdam n0, 1 v. 20 Juni 1807, \\. n0, 1927,

3. Art. 796 levert, evenmin als art. 1411, n0. 0 B, W. eenigen grond op om de plaats, bij de wet of de overeenkomst voor de betaling der schuld en gevolgelijk ook voor het aanbod van penningen gesteld, te doen vervangen door het in liet bizonder voor de procedure bij procureur gekozen domicilie

Ktg. Groningen v. Jan. 1853. W. n0- 14215. Cf. (althans met betrekking tot art. 1441. n°, 0 B. \\.), in gelijken /in art. 1440—1443 li. \V..

vonnis van de Arr.-R, 's-llertogenbosch v. lö Maart 1850 sqq.. sub n0,

17, 2de ed,. n0, 18, en de bedenkingen daartegen van Okueman. /gt;. Zgt;'..

4do ed.. dl. Ill, p. '94,^^ kJ-ysi/T ■ /£(gt;. 'tamp;e-tamp;yü

3, Zie ten betooge, gyb fe/rr, 'jp^p, S. /t' /^/ j 2// bsn. M/Z,

a. Dat, indien een aanbod is gedaan na de dagvaarding, doch vóór ^

dat de eiscber de stukken, waarop bij zijne vordering grondt, beeft geproduceerd en overeenkomstig is met de som, die de rechter later toewijst, dit aanbod alsdan moet geacht worden voldoende te zijn en ^ '

eene compensatie van kosten ten gevolge kan hebben —

estn C.7. jP/ 2/r Wflt;P

artt, 1440—1443 R, W„ vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. \ Oct. ^ * 1843, sub n0, 8. 2de ed., sub n0. 9, / 't:

. 2gt;3/-

ocr page 211

Art. TOS.)

b. Dat het, om het etlect te hebben van een gerechtelijk aanbod van gereede betaling, gevolgd van werkelijke consignatie of in-bewaar-geving, niet noodig is, dat het aanbod gevolgd zij van eene procedure tot van waardeverklaring daarvan, en dat het aanbod bij vonnis werkelijk van waarde verklaard zij —

artt. 4440—1443 11. \V., vonnis van de Air.-li. Assen v, 21 Febr. 1848, s\it) 110. 13, 2de od.. sul» n0. 14; in gelijken zin de I'into, Hdl. 11. R.. II. 2. p. 820. Cf. ecliler vonnis Air.-R. Amsterdam v. 0 Nov. 1883, \V. 11°. 5014, waarbij is beslist dat aanbod en consignatie eerst dan bevrijdt, wanneer /.ij goed en van waarde verklaard zijn, zoodat een gedaagde zicli 11)1 aanbod eu consignatie beroepende, de van waardeverklaring incidenteel behoort te vorderen. — Vgl. ook Oudemas. II. 11.. 4de ed.. dl. 111. pag. 194.

c. Dat de Voorzitter der Rechtbank niet bevoegd is om in kort geding te oordeelen over een aanbod van gereede betaling, gevolgd door consignatie —

art, 289 li. R., beschikking van den Voorzitter der Arr.-R. Maastricht v. 17 Aug. 1849.

d. Dat de kennisneming van het geding over de geldigheid van het aanbod of der consignatie niet behoort aan den rechter van de plaats, waar het aanbod geschied is, maar, met het oog op art. 12(1 B. R. en de algemeene regelen omtrent de rechtspleging, bij den rechter van de woonplaats des verweerders —

S. M. in O/nn. en Med.. dl. 1, p. 48; idem Oudeman. D. li., dl. 111. 4de ed., p. 194.

Arl. 798.

li ij de wet van Is April IST'i {Sl.b/. u0. 08) is dit art. aldus gewijzigd:

Indien een man. hetzij oimlat liij onder' curatele gesteld is. of om andere redenen, zich in de onmogelijkheid bevindt om zijne vrouw te machtigen, of indien hij een tegenstrijdig belang heeft, moet de vrouw, die machtiging noodig heeft, om deze te verkrijgen, een verzoekschrift indienen aan den kantonregter. die daarop zijne beschikking stelt.'

I. Art. 798 B. R. onderscheidt niet tusschen gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen der vrouw.

Arr.-R. Amsterdam v. 30 Mei 1849, U. 1!., dl. XI. p. 257—205.

1:5 fit

ocr page 212

Art. 798.

Het gaat niet aan te beweren (vooral niet met het oog op art. 166, al. 2, B, W. j0. art. 804 B R ), dat echtgenooten in gemeenschap gehuwd, niet tegen elkander zouden mogen procederen, dan ter zake van ontbinding des huwelijks, scheiding van tafel en bed of van goederen, welk verbod nergens bij de wet is gesteld, terwijl liet zeer licht kan gebeuren, de zoodanige echtgenooten strijdige geldelijke belangen (gelijk in canu eene inschrijving door de vrouw genomen op de goederen der gemeenschap) hebben.

Ait.-R. Amsterdam v. 30 Mei 18.49. li. I!.. Jg. 1849. lt;11. XI, p. ^57—205.

3 De vergunning om pro de.o te procederen, aan eene getrouwde vrouw gegeven, strekt niet tot rechtelijke machtiging in den zin van art. 798 B 11.

Air.-R. Amsterdam v. 8 Juli 1850, R. li. jg., 1850. dl. XII. p. 520 en 527 en v. 28 Oct. 1852, W. n0. \A\V1.

4-. De vordering tot onder curateele-stelling van den man behoort (met het oog op de artt. 490 en volgg, 15, W.) onder de uitgezonderde gevallen, in welke getrouwde vrouwen geene machtiging behoeven om in rechten op te treden.

P. II, v, N.-Holland v. 2-^ l'olir. 1853, \\'. iiquot;. lil9. vernietigende liet daartoe betrekkelijk in eenen tegenovergestelden /.in gewezen vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 13 Sept. 1852, \\ , nquot;. I37S; K. li., jg. 1853, p. 20 en 21.

». Voor de handelingen en verbintenissen die genoemd zijn in art. 164 B. W,, heeft de vrouw, wier man onder curateele is gesteld, de hierbedoelde rechtelijke machtiging niet noodig.

Ktg. Arnhem v. 0 Nov. 1879. \V. n0. 4492.

it. Zie ten betooge;

a. Dat eene getrouwde vrouw, die door haren man is gedagvaard, moet geacht worden daardoor eene stilzwijgende machtiging van hem te hebben verkregen om tegen hem in rechten op te treden —

art. 100 j!, \V,, air. van '1 1', II \, lloll. v. 19 Febr. 1810, lievesli-gi-nde een vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 10 A])ril 1839, sub nquot;. 1. 2de ed., sub n°. 2. Met die rechtsleer stemt in de hoofdzaak overeen een vonnis derz, recbthank v. 30 Jlei 1849. R. R. jg. 1849. dl. XI. p. 257— 205, waarbij is verstaan, dat, al zoude ook de vrouw, door haren eigen

1365

ocr page 213

Art. 798.)

niiiii .ueiiagvanrd. geacht moeten worden eene nitdrnkkelijke en speciale niaclitifrin'; te lielioeven. in allen gevalle die machtiging van den man /elven kan uitgaan, en niet noodzakelijk van den rechter behoeft gevraagd te worden en dat in ieder geval het niet vragen der machtiging door de vrouw van de Arr.-H. in cas van tegenstrijdig belang, haar nimmer een middel van niet-ontvankelijkheid tegen hare partij kan verschafTen. — \ gl. hiermede een vertoog van den lloogl. M. des Amorie van dei? Hoeven. R. 1!.. jg. 1851. p. tiSO—035, die, ofschoon erkennende, dat de meeste uitleggers van het 1!. \V. zich met deze decision vereenigen, ze evenwel noch met den geest noch met de letter onzer Icyoiwourdiijc wetgeving kan overeenbrengen. — i. heeft, wanneer de man zijne vrouw in rechten betrekt, in welk geval natuurlijk de eclitgenooten steeds tegenstrijdige belangen hebben, - de vrouw altijd autorisatie van den rechter noodig en kan zij geenszins volstaan met aene machtiging, hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend door den man aan haar verleend; idem Diephuis, S''aI. /?. dl, 1 'ide ed., n0. 753.

h. Dat ook dan wanneer aan de vrouw rechtelijke machtiging i.s verstrekt om gedurende den loop van het geding tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed, de woning van haren man te verlaten, zij dan nog (indien /.ij niet verkeert in een der exceptieve gevallen, vermeld in art. 7S H. W ) het in art. 798 B. R. bedoeld verzoekschrift moet indienen aan de rechtbank van de woonplaats van haren man -

art. 207 1!. \V., arr. v. •J!' Jan. 1846 sqq.. sub n0. 1.

c. Dat de getrouwde vrouw van tafel en bed gescheiden, den bijstand van haren man behoevende, indien zij ieder in een verschillend arrondissement wonen, liet daartoe betrekkelijk verzoekschrift tot machtiging bij de rechtbank van het arrondissement harer woonplaats moet indienen —

Oudeman, /gt;'. ^ide ed.. dl. III. p. I9S.

d. Dat de machtiging, door den rechter in eas van art. 798 verleend, voor alle instantiën van liet geding geldt —

Oudeman. Jl. li.. 1de ed.. dl. 111. p. 200; de Pinto, //lt;//. /gt;'. 11.. II, '2, p. 822, 2de ed.. p. 899 en de Martini ad art. s. 3.

e. Dat de vrouw in cas van art. 798 ontvankelijk is in het hooger beroep tegen eene declinatoire beschikking der Arr.-R. —

Oudeman, B. /;., 4de ed., deel III, pag. 199 en 200, bestrijdende Diephuis, .V. B. II.. I, n0. 738. (die in zijne tweede ed.. dl. I n0. 738

18(ifi

ocr page 214

UA: vr-K,' an^. yyy lt;yoeiï/~ urt/y r, é*r*yf lt;lt;quot;* frw-*

ch^\a CU* ril' c■a-^-co lt;£*-■ li-vJ'

^.cS- -----

, • z ^ /-»,» - 7-6^'/ ^ /5quot;. A»»'-. /Ijrrlt;fr rrquot;4'yo6.

k /quot;-* ■ / ]g67 ^ ./ fl,-/, 798,

tn) de tegenovergestelde meening is ovei'fregaan). welke Inutste meent, dat de wet bepaaldelijk de Arr.-R. als de bevoegde macht in deze aanwijst, zonder van bet recht van hoojrer beroe|i melding te maken, gelijk zulks elders, h.v. in artt. 71 en 90 li, \V,, is geschied, welk gevoelen echter ook Idcite is verworpen bij arr. van 't I', II, v. /..-liiilland v, 2!l Nov. 1844, \V. n°. 580: verg. verder over deze vraag in het algemeen art. 345 li. li. aant. 4.

/. Der ontvankelijkheid eener rechtsvordering, ingesteld door eent getrouwde vrouw zonder bijstand van haren man, doch daartoe bij diens afwezigheid door de rechtbank harer woonplaats gekwalificeerd, indien later is gebleken, dat haar man vóór zijn vertrek iemand had gemachtigd om zijne vrouw tot het voeren van processen bij te staan — art, 165 en Ititi 1!, \V , arr. v. 25 Oct, 1844, sub n°, 1.

7/r0/

,1/7. 800,

1 , fn eenc procedure voor het kantongerecht is de kantonrechter bevoegd eene getrouwde vrouw te machtigen, wanneer de man niet verschijnt, hoewel hij behoorlijk is opgeroepen, .^y

Ivtg. Voorburg v, 7 Oct, 184G, \V, n0. 749; li. li., jg. 1847, dl. IX. p. 05 sqq.; idem ten betooge, dat de kantonrechter eene voor hem • gedagvaarde getrouwde vrouw (in casn vóór de terechtzitting), niet kan machtigen, om zonder bijstand van baren man in rechten te verschijnen, zoo lang niet gebleken is, dat de man ten beteekenden rechtsdage niet verschijnt, om zijne vrouw bij te staan — bij vonnis van datzelfde Ktg, ' v, 10 Juni 1851, W. n0. 1247, In gelijken zin (ten aanzien der bevoegdheid van den kantonrechter tot het verleenen dier machtiging) in dr Opm. at Mcd., dl. 111. p. 40—i4; Oudeman. 13. II., 4de ed., dl. Ill, p, 199, en Venning, ad art.; idem Mr, v, n. Kemp, Ontw. ut supra ^ (3de ed.), p. 273; zie ook Ktg. n0. IV, Amsterdam, v, 5 Augustus 1802, W. u°. 2418; •— anders bij vonnis van 't Ktg. Breda v. 22 Oct 1851, \V. u0. 1274 en de 1'into, llcll. Ti. II.. 11,2. pag. 122, 2de ed„ p. 899 sq.. volgens wien de vrouw zich in dit geval tot bekoming van machtiging, bij verzoekschrift tot de Arr.-R, zou behooren te wenden,

'i. Indien de vrouw alleen is gedagvaard en aan haar afschrift -gelaten, en haar man, hoewel zij dan ook afgezonderd van hem woonde,

niet is opgeroepen, dan kan de machtiging in art, 800 B, li, vermeld, door den rechter niet worden verleend en moet in dit geval de dag- ' vaarding worden nietig verklaard.

Ktg. Voorburg v. 5 Mei 1847. R. li., jg. 1848. dl. X, p, 128—130,

ocr page 215

VxV- fviX. J'cv i-ö»- ^V '-JLrc( f y

CA^. w^or %, ^ SC- V-O, ^9 ^ £k(PS-

Art. snn.) (1368

;lt;. Uit deze bepaling volgt dat ook de wetgever den man in dit geval niet als partij in liet geding heeft aangemerkt, tegen welke, bij niet-verschijning, het gewone verstek met ai zijne gevolgen zou moeten worden verleend,

1'. II. in /.-llnllunil v. Ü Fobr. 1804, \\ , m°. 2.quot;gt;(i7 ; idem Ait.-R. Amsterdam v. l i Maart 1877, li. li. jg. 1877, A, p. 104, ook vermeld sub art. 237 B. Ft.; anders Mr. van der Kemp, Onhv. ut supra (3de druk), p. '273, die van oordeel is, dat, bij verstek van den man, ondanks de machtiging der vrouw de weg van art. 79 B. R. gevolgd moet worden.

Zoo echter de vrouw niet verschijnt, behoeft volgens gen. schrijver geen verstek tegen haar te worden verleend, maar vertegenwoordigt de man haar.

4. Uit de artikelen Ifiü en 167 1?. W. en 800 B. II in onderling verband beschouwd, blijkt, dut de wetgever, bij bet in rechten ver-scbijnen eener getrouwde vrouw, den bijstand des mans en diens machtiging gelijk stelt.

P. II. Gelderland van '.I Nov. 1870, \V. n°. 3319, R. I!., jaarg. 1873, p. 0, waarbij nog werd beslist, dat de verleende machtiging, ofschoon niet uitdrukkelijk het ondenverpelijk appèl vermeldende, maar die toch bepaaldelijk strekt om tegen den geïntimeerde in rechten op te treden, niet kan gezegd worden te algemeen te zijn, waar zooals in catsw niet beweerd wordt dat er andere rechtsgedingen tusschen de tegenwoordige partijen aanhangig of te wachten zijn.

•V Dit artikel is alleen geschreven voor het geval, dat de man niet in rechten is verschenen, en niet voor het geval dat hij, ofschoon verschenen, zich met het proces niet bemoeit.

Arr.-R. 's-IIertogenbosch v. 18 Maart 1881, W. n°. 4055.

fi. Zie ten betooge, dat liet verleenen van machtiging volgens dit artikel niet afhankelijk is van het goedvinden van den rechter, dat de wetgever bier eene soort van lictie heeft voorgeschreven en dat de rechter de vrouw voor gemachtigd moet verklaren, terwijl zij het inderdaad niet is —

Mr. \V. F. Frijlinck in Themis, 3de verz., jg. 1877. blz. 342 vlgde.

Art. K02.

Zie ten betooge, dat in een geding tot opheffing van stuiting des huwelijks niet kan worden gelitiscontesteerd over eene na de dagvaar-

ocr page 216

(Art. 804

ding tot opheffing, op andere gronden ingestelde rechtsvordering tot stuiting —

art. 122 1!. W.. vonnis van dn Ait.-K, Leeuwarden v. li Sept. 1844. — Vgl. wijders omtrent de vraafr of de stuiting des huwelijks van zelve is opgeheven door het vervallen van den grond waarop die stuiting herustte — art. 125 K W., vonnis van dez. Arr.-R. van denz. datum.

.1/7. 804.

1. Een vroeger a;in de vrouw verleend verlof tot liet instellen eener actie tot scheiding van tafel eu bed en bijwoning, waarvan geen gebruik is gemaakt, sluit niet in zich hare n iet-ontvankelijk beid in eene later ingestelde actie tot scheiding van goederen, kunnende bij de afwijzing dezer exceptie tevens worden recht gesproken en de toelating van een getuigenverhoor worden bevolen.

Arr.-R. Amsterdam v. 24 Sept. 1849. R. 1!.. jg. 1849,dl. XI. p. 513—515.

'i. YAe ten betooge, dat de rechtsvordering tot scheiding van goederen, door eene vrouw tegen haren man ingesteld, ook wanneer die echtgenooten onder de Fransche wetgeving gehuwd zijn, naar de tegenwoordige wetgeving moet beoordeeld worden —

art. 241 B. \V.. vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 30 Oct. 18311. sub n0. 1. 2de ed., sub n0. 2.

Art. 805.

Zie ten betooge, dat het niet is verboden, dat de partijen, vermeld in art. 805 B. R., door raadslieden (advocaat of procureur) worden bijgestaan —

Oudeman. ƒgt;*. //., 4de ed., ill. 111. p. 205; de 1'into. Ihll. U. It.. II. 2. p. 825, 2de ed.. p. 902 sqq. en v. n. Honi.rt. Ildh.. p. 734.

Art. 80n.

Zie ten betooge, dat, indien wel de man, maar niet de vrouw wegens bijgebrachte wettige redenen verschijnt, eene tweede comparitie zal moeten worden bevolen —

Penning, ad art.

ocr page 217

v -c ~ -i,-. /1 -«Ztft? -y,— ^f quot; V ■'

' quot;quot; - ■- 'v- ö.—- : c^- '^1 ^

_____ SOS.) 1370 ■ U^ f'^

/ (- -»» rr-

^ ''' / . . . . 7/ .1/7. 801

lA^-s ' tquot;T '^XxJ- 'vajxe, i M^ejl ijiMi,^-. üm,U ^ II %gt;£-lt;-■ IJiA? , ■ /troiT?.

/ * 1. De behoedmuldelen, w.-rarvan de gehuwde vrouw, gedurende het

geding tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed, tot bewa-. '.ling van Itaar recht gebruik raag maken, betrellen niet alleen hare qif ^ ■ eigen goederen, maar ook de goederen der gemeenscha]). 'b/^' ' Air. v. '28 Juni 187-J, \V. n0. 3487: R. dl. Cl, § 31; v. ». 11. It. It..

^ U-c- 'quot;■ p. 27S vL'de, — Anders liet daartoe betrekkelijk air. Hof

/ N.-Holland v. I(i Mei 1872. \V. t. a. p.

i , ir

/

Ar- 'i De beschikking, waarbij de rechter aan de vrouw zijne bewilli-' , tot boedelbeschrijviii!? geeft, behoort niet tot de eigenlijke

' LOOOXgt; '

uPQtf Vr^nm-^cn, en kan dadelijk worden ten uitvoer gelegd. Art. '■'gt; 12 is Av,,riW'tCjgt;^daar()p niet van toepassing.

^ , Ait'-R. quot;s-llertopfftnboscli / Augustus 1«SC)0, h. I».. j^r. 1861. «II. XL |gt;. 591—593.

V \0*

iC^l. JLL igt;. llosEUT. Formiilio-b.. ji. 907. meent, in navolging van de Fransche .jy*v' .jurispnidentie. dat in cas van art. 808, door de vrouw aan den voorzitter der si*, Arr.-R. een verzoekschrift moet worden ingediend, die liierii|i een bevelschrift quot; ' ^ geeft : — Pknning ad art. acht een request aan de Reclitliank noodzakelijk: inde r ^ J^'ty I ;ide editie van v. n. llnNrnr's l'rn-iniiliri-hni'!,. ji. Tl 17—519, woidt ditzelfde geleerd : — (truKMAN, B. I!.. dl. 111. /.de ed.. |iag. ^117 en !20S. gelooft dat deze, gelijk VV*quot; :'quot;e iaci'Jönteele vordei'ingen in zake van gewone behandeling, overeenkomstig

art. 247 H. 1!.. bij eenvoudige akte van procureur tot procureur moet gescbie-rl)^y den ; DE Pinto, lldl. B. li., I!. '2, p. 827, 2de ed.. p. 904, meent dat de bewil-^ tA r. liginu' kan worden gevraagd liii conclusie ter terechtzitting, alwaar het verzoek

' O o J quot;

p-y Ifr wordt gedaan als een provi.sioneele eiscli en daarop liij voorraad wordt beslist. / ^ lt;? „f-

Ari sln

,9 i. Het verbod van dit artikel mag niet worden uitgebreid tot

(•£-'* ^ echtscheiding.

• - vV'

(p' Arr. v. 22 Juni 1883, W. n0. 4924: v. d. II. li. II.. dl. XLV1I1, blz.

fh hyS1 yj. 403 en vlgde.: verg. voorts over lt;leze vraag art. 264 li. W .. n0. 5. en

-t*'V 3'^1 llquot;'' v' Overijssel v. 18 Febr. 1867, bij Mr. Hertzveld ut supra,

*1 Squot; ','z' waarbij is beslist, dat de bekentenis in ecbtscheidings-zaken geen

Ar

aju v voldoend bewijs oplevert.

lt;S, Zie ten betooge, dat bij eene gevraagde scheiding van goederen uit de niet-coraparitie van den man niet kan worden afgeleid het bewijs der door de vrouw geallegeerde daadzaken —

art. 241 Igt;. W., vonnis van lt;le Arr.-R. Hoorn v. 5 Juli 1848. sub n0. 2de ed.. sub n0. 3. — VltI. liiermede de Pinto, lldl. B. /».. li. 2, |». 828 on 829, 2de ed.. p. IHM» en Oudeman, 7gt;. /»., 4de ed.. dl. III. p. 208, naar luid waarvan thans, in afwijking van liet Fransche recht, gelijk

..

ocr page 218

{Art. SI2

blijkt uit liet woord vcnkcloquot;, in art. Sill |i. It, vonrkuniende, de vionw /ich oj) de bekentenis van den man rnag bemepen tot versterking van bet aliunde geleverd bewijs.

Art. s 12.

1. Bij art S12 I? R , zonder eeltige onderscheiding tusschen vonnissen bij verstek of op tegenspraak gewezen, uitdrukkelijk bepaald zijnde, dat de vrouw niet mag beginnen het vonnis ten uitvoer te leggen, dan van af den dag waarop de bij het voorgaande art. S1 1 B. il. voorgeschrevene formaliteiten zullen vervuld zijn, en de vervulling dezer formaliteit een noodzakelijk tijdsverloop niet zich voerende, volgt reeds daaruit, dat de bij art. 88 B. R. bepaalde termijn van f! maanden voor deze bizondere rechtspleging niet kan zijn vastgesteld of voorgeschreven.

Bovendien duidt de in art. 812 B. R. voorkomende bijvoeging der woorden : «zonder dat zij (de vrouw) echter behoeve te wachten, tot dat de termijn van één jaar, vastgesteld bij n0. I van het voorgaande artikel, verloopen zij,quot; kennelijk aan, dat de vrouw, des geraden oordeelende, dien termijn van één jaar (die in liet belang des schuld-eischers is vastgesteld) mag laten verloopen, alvorens tot delenuitvoerlegging van het vonnis over te gaan.

Ai r. v. 2 Oct. 1852. \V. n'. I-tTll; [{. dl. XI.lil. § 8 (aldaar (inder dagteekeninK van 8 Oct.). — In gelijken zin hij liet daartoe betrekkelijk vonnis van de Arr.-R. Amsterdam v. 2H Oct. 1850. \V. n°. 1171?. Amsterd. llechtspr., dl. I, p. 140—150 (bereids vermeld sub art. 24() li. \V.). met eenvoudige aanneming der gronden van den rechter a i/r'o, bevestigd bij arr. van 't 1'. II. v. N.-lloll. v. 4 Dec. 1851. W. nquot;. I.illl; zijnde bij dit vonnis beslist: 1°. dat de ten-nitvoer-legging van een vonnis, waarbij de scheiding van goederen liij verstek is toegewezen, nooit vóór de drie aankondigingen, vermeld in art. 811. n0. ;! H. I!.. mag geschieden; 2°. dat men zelfs daarin nog ontvankelijk is één jaar na de aanplakking, vernield in art. 811. n°. I I!. I!., en 3°. dat do termijn van (i maanden, vermeld in art. 88 B. T!.. ten opzichte van bovengenoemde vonnissen, eerst begint te loopen na de laatste aankondiging.

Ar/. 81 I.

Zie ten betooge ;

dat dit artikel, wat betreft de vraag ter gril'üe van welke Recbtbank de akte van afstand moet worden uitgebracht, mot andere woorden hetzelfde bepaalt als art. 188 li. W.. en dat liet derhalve slechts eene toepassing van laatstgenoemd artikel is; vermits de Rechthank, door welke

1371

ocr page 219

^kA.. i

^ , éx^Oy-eXc/ 01^. tX^tC. cPcnp •- r ta^ oJIIll.^ ■_

/ ot^. J Art tyC-AJvcUijuLamp;t^y / ■uu!f..ArlL

rgt; -. t , '* '''^ quot; 1*1 i Uj ^ lt;_i- T 'Tf•lt; 11, ^ ^ t quot;r.^ Ult;u^c

Sirb- trK^ A^LiLxA^^ah/LaJLt^Uj , l-^Ut rp, fyXrx-Ci c^-xsu£lt;y}- .

' 1 ---V- A- p . r Ü '**-^\ ' i ^ f,_ quot;'» A_ 3lt; ? t-~ '.,^ r^-o^,

'. P.C^-ïC tgt; lt;_ lt;1 cycT, ódt-, ^

2.-H

ocr page 220

Art. 816.)

op den eisch van scheiding van goederen is rechtgesproken altijd die is dei' laatst gemeeno woonplaats der echtgenooten, bedoeld in art. '188, welke toch is de laatste woonplaats van den man; Oimi. en Mftl., XVI. p. 2:fci vlgg, anders Mr. J. Mkisesz G/. : «Afstand en Gemecnsclmpquot;, p. 89, en in O/o/i. en Med.. XVI, p. '29!2 vlgg.. die volstrekt de overbodigheid van art. 81 i niet inziet, vermits dit art. zelfstandig bepaalt, dat als na het vonnis van scheiding van goederen, de man zijne woonplaats verandert. de akte van afstand toch dient uitgebracht te worden ter griffie van de Rechtbank, die de scheiding uitsprak, welke Ifeclitbank, z.mi de man buiten haar ressort is gaan wonen, niet die is der laatst gemeene woonplaats. Zie weder .Mr. A. O. in en Mcd.. XVIi. p. 193, die nog aanvoert dat blijkens de Mem. v. Toel. bij het ontwerp van een W. v. B. R. van 1805. de Minister van Justitie ook art. 814 I!. R. overbodig noemt.

Art. S16.

£. Door eene opgave van daadzaken, [i/t casn als grondslag eener vordering tot scheiding van tafel en bed, wegens bepaalde oorzaak), wordt verstaan eeue beknopte omschrijving van hetgeen eigenlijk is bedreven of gebeurd, waaronder behoort opgave van tijd, plaats en omstandigheden, ten einde daarmede aan de wet zoude kunnen worden getoetst, of de opgegevene daadzaken tot de beslissing der zaak kunnen leiden, en alzoo zijn afdoende en ter zake dienende, opdat de wederpartij in de gelegenheid zoude zijn, tegen de opgegevene gebeurtenissen, welke in een vonnis tot getuigen-verhoor zouden moeten voorkomen, zijne verwering omtrent hare ware toedracht in te brengen en te staven.

Arr.-R. Middelburg v. 5 Oct. 1842, R. li., jg. 1844. dl. VI, p. 3(i—39; cf, Arr.-ll. Nijmegen v. '24 Juni 1857, W. n0.1880; idem Oudeman, B. /;.. 4de ed., dl. 111. p. 214.

8. Indien bij vroeger vonnis eene eischeres niet-ontvankelijk is verklaard in hare vordering tot scheiding van tafel en bed, op grond dat door haar niet was voldaan aan de voorschriften van de artt. 20£ en 816 B. II., alsdan is door dat vonnis wel de aanleg der zaak toen vervallen, maar geenszins de vordering zelve vernietigd, met dat gevolg dat in zoodanig geval de exceptie van gewijsde zaak ten onrechte is geproponeerd.

Arr.-R. Middelburg v. 11 Jan. 1843, R. 1!., jg. 1844, dl. VI. p. 39—42. Cf. Paii.uet, Manuel, op art. 1351, Cod. Civ. n°. 41.

3. Het verlof verleend tot het instellen eener vordering tot schei-

1372

ocr page 221

70- - jquot; A~ j

■ ■■'. y. isc l . Z ' ■ r»-u

u~.

J 137.3 (Arf. 816.

.ten,' U6c*--£f .**■. : . / ? V, .i-». ' -7/^gt;. ^

ding van tafel, bed en bijwoning, behoeft niet vernieuwd te worden, ^

indien men niet-ontvankelijk verklaard wegens het reeds aanliangif

zijn van een geding, dat geding uplieft en op nieuw dagvaardt. ■ *■ K

Hiertegen obsteert niet de bepaling van art. 821, al. 2 !gt; I! , daar _3.

de tijd van 11- dagen aldaar vermeld, geenszins de strekkinir lieelt ^

om der vrouw na verloop van dien tijd de bevoegdheid tot \\t\ ^ gt;

instellen der actie te ontzeggen, maar alleen om lianr te versteken U/'. ** van het verder voorloopig genot van sommige voordeelen, aan haar Vc'l'x'- ^' bij zoodanige vergunning reeds dadelijk toegekend.

Air.-li. Alkmaar v. 5 Juli 1848. li. li., jg. 1849, dl. M. p. 117—l-JI.

in strijd met de conclusiën van het Openb. .Min.. R. I!.. I. I. Cf. art.'277 fór/rt' ■ - 'sr*.-li. li,., vonnis van dez. An-.-R. v. '29 Juni ISIS. sub n0. 7.

/Til

Vergelijk navolgende beslissing; iu'^

Indien eene vordering tot echtscheiding niet ontvankelijk is verklaard, behoeft men, om op nieuw die vordering te kunnen instellen.

ook op nieuw het verlof van den president der Rechtbank.

11. li. N'.-IIdII. v. 2S Mei ISdS. \\. ii0. liit'iii; bevestigende Arr.-li. Am-sterdam v. 4 Nov. '18()7, \V. 110. 2971).

■4. Daar overspel niet slechts eene rechtskundige kwalificatie, maar ook eene daadzaak of feit daarstelt, volgt hieruit, dat een verzoekschrilt tot echtscheiding, éenig en alleen gegrond op de vermelding van het woord ooersp^l (zonder aanhaling van den datum wanneer, van de plaats waar, of van den persoon waarmede gepleegd) eene zoodanige opgave van daadzaken bevat als vereischt wordt in art. 81(5 B. R.

Ait.-R. Amsterdam v. 20 Jan. 1852, VV. n°. 1509; idem. hoewel op andere gronden, bij vonnis der An-.-R. 's-Graveiiliage v. '28 l'ebr. 1851 VV. M0. 1208. 1.,, . • / i , u \ -

. n lt;* n \ .'*-w l-ei w c( ƒ : K Ci f- - JL^7,

Uit dit artikel in verband met art. 288 15 VV,, volgt duidelijk, i e ^ ■

dat het stellen van een feit, om de actie tot scheiding van tafel en r^

bed wegens buitensporigheden, mishandelingen en grove beleedigingen iCjj^y-te wettigen, onvoldoende i

/,

IS. ' «i

An.-R. Assen 20 l'ebi'. 1800, W. n0. 2897; R. 15., jg. 1808, p. 110, ook ilt;■ vernield ad art. 288 ii. \V., sub n0. 14. (y nr.-.-f

lt;». Eene vordering tot echtscheiding is ontvankelijk, niettegenstaanle '

reeds op verzoek van de gedaagde het huwelijk van partijen bij vonnis,

OCjj.fS.V ■'C/SS-,

ocr page 222

stt-l rrrifZ-t o ~e~4~ '

fe-K /; i ^ ^u,. ^ quot;''^-

^7 / Q- ***** quot;7 ^-f-f^tc) ^ J

Art 817.) /,^^-.^crv, AV-. 1374 7gt;-^r-, , t /. - 5 j .- tr*-. /QV-O , ^ ■

bij verstek gewezen, is ontbonden verklaard, indien slechts op den dag der dagvaarding dat vonnis nog niet was uitgesproken.

Arr.-R. Amsterdam v. quot;i.f April 1867, \\ . n0. 29'2.V

?. Die van den voorzitter verlof heeft verkregen om de actie tot echtscheiding bij gewone dagvaarding in te stellen, moet geacht worden bevoegd te zijn, om reeds in lite zijnde, dit te doen iu reconventie bij conclusie.

An .-11. Amsteidmn v. 28 Febr. 1870, K. H.. ,jg. 1871. dl. XM. p. 22(); \V. ii0. 3232; ook vermeld suli art. 250 I!. K. n0. 10.

Ook de vordering tot echtscheiding op grond van veroordeeling tot eene lijf- of onteerende straf moet bij dagvaarding en niet bij

request worden ingesteld.

Air.-U. VlIertopMiUoseli v. 2 Sopt. 1871. \V. u0. 3381 en 3511. Vergelijk art. 205 1!. \V., sub ii0. 2 en 3.

W Zie ten betooge, dat de voorafgaande formaliteiten, voorgesciireven in art 81fi en voigg. ü. It. niet behoeven te worden in acht genomen bij liet instellen van eene vordering tot echtscheiding op

grond van art. 20 L, nquot;. 15. W, —

art. 205 B. W.. air. van quot;t Hof van Huil. v. 17 April 1830 sqq., sub n0. 2; idem Arr.-R. Tiel v. l i Nov. 187!) en Hof Arnhem v, 20 Nov. 1870. Iiij welk arrest nop lieslist word. dat in liet bedoelde geval de vordering liij verzoekschrift aan do Iteclitliank kan worden aangebracht, beide in \V. n0. 4017.

Ilt;gt;. Zie omtrent de vraag; a of art. 202, al. I H. II. ook van toepassing is op zaken van echtscheiding —-r. 'jli,. art. 202 I!. K.. suli 11°. 10.

to h. of tot het instellen van de vordering tot echtscheiding of scheiding quot;-(l van tafel en bed in reconventie voorafgaand verlof noodig is — :lrt- 250 I!. I!., sub n0. 13,

7. Art. 817.

, }c0//'\ De eischeresse tot echtscheiding, die een request aan de Hecht-fl 0 ff '

bank heeft ingediend en dit aan den president overhandigd heeft daar ^^/door voldoende de verschijning van den gedaagde geprovoceerd, ei

Cv-'' ■ -

moet lijdelijk blijven tot haar verlof tot dagvaarding is verleend

Drente v. ^5 Febr. 1871, VV. n0. 335/.

ocr page 223

JyL

amp;iy

$ of H K-

op/-* ■

'irC w cjfi'

[Arl. 820.

8. /ie omtrent de vraag, lioe de griflier liet afschrift, in art. 817 li. vermeld, aan den verweerder zal toezenden, ingeval de echtschei-ng gevraagd wordt uit hoofde van kwaadwillige verlating _

«Ie O/.m. on .lAv/.. dl. III. p. :if)r, en alwaar do vraag wordt ge-quot;pperd. (d' in dit ^eval aan don oisch dor wet niot znoveol voldaan^is. :ils daaraan voldaan kan wórden. wannooT' liet afschrift Lvzondon is aan

do laatste go,.....3nscha|ipelijke woning, die nog als do wottelijko woon-

l'laats van don kwaadwilligen vorlater lieschonwd /al inooten wor'don : in gelijkon zin hij arr. van 't !'. II. van Z.-lloll. v. I:i en '27 Jnni 1849, \\ . n0. 11(7. onder het Mengelwerk, waarltij. niet vernietiging van onderscheidene |iraejiidicieole uitspraken in een teuoiiover^esteldon zin. tevens is heslist. dat de president hot in art. S2I li. ü, vermeld verlof tot dagvaarden verleent, ook dan wanneer do verweer der is in gebreke gebleven voor hem te verschijnen. — .Mr. Ouueman daarentegen, in de O/mi. en Mal. nt supra, p. MOd—;H09, is. ook hij analogische interpretatie en met het oog op de artt. 78« en 895 I!. H. en SI7 W. v. K.. van ineening dat in dit. geval art. 4, n0. 7 li. R. moet worden toegepast, en dit ineen voorschrift moot gelden, zoo dikwijls hieraan niet door een bi dor is gederogeerd. Kit gevoelen echter is in strijd mot de arrn. I'. II. van Z.-Holl. nt supra, waarhij is aangenomen, dat wegens dagvaardingen in t \V. van li. I!.. iiitslnitend hotreffer van dagvaarding, aanzegging en hoteekening. welke door de deurwaarders gesi'liiodon en dat zij van geono toepassing zijn op do verzending van hevel tot vei'schijiring door- den griiïier enz.

IM75

lf.re-Diz.on-van 't bepalingen en o\|iloiten

o/U^. cP/q. ■- f£gt;

Ar£

V'

Art. 820.

I De toekenning van onderhoud door den voorzitter der Arr.-K.

aan eene vrouw in cas van procedure tot echtscheiding is in dien zin voorloopig, dat die titel moet geacht worden nooit te hebben bestaan, ^

t/ 'Z'Cc t-is fA f lt;gt;^2--

/

der Arr.-R.

m dien zm

indien de vrouw bij het instellen der actie tof echtscheiding niet heeft gevraagd de bevestiging van hef toegekende onderhoud, ook gedurende het rechtsgeding.

Arr.-II Amsterdam v. I Dec. 1 S4lgt;. \V. n0. SOI; R. W., ja-. ISIT. dl. IX. [». 121 j 132; idem (ook met betrekkin«j;* lot de door den voorzitter \erleende maclitigin»»quot; tot liet intrek nemen van de vrouw in een andja* huis) bij vonnis der Arr.-R. Maastricht v. 10 Kelu*. 1853, W. n0. iA'M ; en ten betoo^e. dat de door den president der Uoelitb. verleende voorloop i^e beschikhinji tot afgifte der goederen :ian de vrouw tot haai* dage-lijkscli «rebruik gevraagd, door de Recbtb. moet bevestigd worden, (o. ;i. op grond, dat :iaii het proces-verbaal de executoriale vorm van art. 430 I». R. niet wordt gegeven en die beschikking mitsdien bij weigering van den man om daaraan te voldoen niet zou kunnen worden ten uit-Mr. W. van Uosskm li/.. Burg. Uechtsv. st

A

I

ocr page 224

Ctgt;c ut uJc c-d iy/x , ót9. gt;cojij7a.

quot; ■ ' ■ - • • 'Ce~ l-v-mai-Zri

. q^C. 2 - ^ */. i 9. (S-. V gt;Wlt;- rpejtA lt;./■••' *■

. L .- : ---- --,-lt;i- ■ »- '*■■■'■■'

/ac.ro

ju i

tvtX- 'pt'a van

l/o-—

. t . . . v, _______..quot;W ■»- 1. *-(■'•■

' , yv quot; ^1 , . A. - r— '■ • cJ-A ^

, lt;• -t ^-■...—; • PT- ' V'' -y^ 3

820.) _ . _ 187R , „^et-.A'fo, amp;

. ... ,,p|,.,.,i - lui vonnis der Arr.-K. Anistcnluni v. mSopt.'lSS». K. B-,

i,'/ ISquot;.', quot;i.quot; KM I:Cgt;; in {teliiken zin 1)1] DiEi'iins, .V. B. /.'.. dl. II. S •'« ■ ^ * On.fm\s- h /;.. -ia.' «Hl., dl', ui. p. -il': s.-nn i r.u. ud art., nlsmedo Pknsing. ,,, ,,.U 8:)()on m-mi in O/'iii.Mnl.. dl. X. 9-1 sqq. - V«Iptcns DF.l into, /f,// B B 11. ... RW en 8H5. 'ide cd., p.«1'i {di« tm. dezo eenden strijd tus-scVien de a'm. van t 11. W'. en dal van li. K. ^''''iiquot;'^1' ^iquot;^?^1' ^7quot;'

wiizin'i' der v„orloopi^e vm-derin-en, 1..| de art. t2i.S en i(.9 H. \ . u. n.eM 'alleen dan van de Reel,tb. gevraagd en door dez. vereend behoeve,, ie Nvorden, als daaromtrent niet reeds door den president, M.lgens u- v ]gt; 1; (.u.| s-'ir, l.lj het proces-verbaal van niet-vereen.ging

beslist Nvas. l.e H,d. v. Uau bestrijdt die meening in 't U B. ^ .0

doet opmerken dat de «oorden: hij ooom^ eu n„.rlnnru in a t. -1', R niet lielijklnideml zijn met de nitdrnUUinuen . ' quot;m/c f ' ' , -y

; , ardi,,'] — het n'rhtsijcdnui e,lt; hnuyemh- hel gcdmti. jCu**, y

i.'/de artt '207-2(50 I!. W. Het eenige wat volgens den lloogl. twijfel- ^ — / aehtig kan voorkomen, is dit: of de, roorloo^je of/.,, o0^/.

,r- 'v. 10 Maart IS:,. R. 1U .ig'. P- **gt;-**. hetwelK .ht^l.

I,,.streden in de e,. Me./., ut supra, dl. \. p ••/-l . }

faÏK'fd'//.

~ Indien de vrouw, e.scheres in cas vat. echtscheiding, de Imret/^ hare vaste goederen, die /ij blijkens Ituwelijksche voorwaarden^^ ■quot; rrehouden was aan haren man af te geven, heeft ontvangen, ontneemt ^0

^ 4e^P haar dit niet het recht, o.n uitkearing tot onderhoud te vorderen, en

^ te eischen dat de hoegrootheid daarvan door den rechter worde bepaald. ^ ' \rr-l!. Amsterd;....... I. Sep.. is:,.. K. K. 1^1. p. Ll-l:.-.

:f Zie ten betooge :

„ Iht .1« vrouw gered,tig,1 i-, „m quot;gt;ulerl,quot;„.l »«quot; to'

K ^ ^ .rage», ook .1»», mmm *

// baar man verlaten heeft, is blijven wonen

' . nL .. W V „Mis vin de Arr.-R. Amsterdan. v, 5 Febr. 1840

'1 ci;!rt'sj!'n° quot;I ■ - idem ten betooge, dat de toewijzing van onderhoud

V quot;quot;bet gevolg quot;is van de t

Z SVTiMS v ^.quot;n. a,. ..in,. «u ^ -

OjDii. en Me'/., dl. X. p. f2.

» IM lt;le machtiging aa,, Je «rt«^ °m f^f

„Ji,,,, tot eclitscheiiliog of sel,ei,li„g «ao tafel «. M •»

■J-±-

v /V. ' —' - 7

- ..7^. ■ ■vquot; ^y2

rgt;

ocr page 225

cX,

o f j '-rr-e..^

Xf

(/

t/~€^-^. ('stfa?. n/t —'/Co ol ^^ 0 jf Z-tj gt;L

'7

k quot; S~o. ^ -ryi^oOi

het verblijf van haren man te nemen, niet haar ingevolge art. . VV. wettiL' (lomif.il lp liii rlpn mnt» V/»raï»^l/arf

s

' n ^

'jP-/

'Y-itl-

r-LB- Y~ U-

(Tyi amp; a* -■ lt;•. d tsfï f /-lt; /i'X-c^

^ t- C Y-

(Je.-

Irt A

/ ^

, t-£L si/*~Cy\ 1— f /C avi

Ai fa-, f. T

/7

cylt;?

/.L

tj.f—lt; iï-Csyx i

IJ .

^7 .

- - ^ cj^. ro/f.

HOsa.

•Y

(Afrit ( (fh ïr

yC X

h

'*** .y ISI»S. ii. I;gt;() snq.

Zie ten betooge : _ __________^

a' quot;lequot; 'dj eene rechtsvordering tot echtscheiding kan volstaan ■ /A^.

ff *quot;/■

/ (A.'Ks r*C-^ és€^?r-i

■ ?s-

quot;Ér *7 av-f» L Q lt; tl*, /tf r

cr*-

Ine^ ''e verquot;'ijz'iig in de dagvaarding naar de daadzaken, voorkomende ■ f **' /■?

, riot C.v l, i. L . l-l I .

' 9^1 X -A g 2-

'h-ri' sj £ r /X-quot; cPvoz- .

lJ 'o, het tegelijk beteeketui introductie!' ver/,oekschrilt —-/fquot; „

o, ,

- coo'1 ^Ayf. tfta 5^J es

-2f-r*syv- ate**; ■'-a' y -'-'r^yn' . '^7 -rmy

lt; -teisj : (f cr^- dZ'taS' tytLsCLyr, amp; (.4/fa: |

{{.'Crt *rfóZo7 J

' /~' T nX-

■ft**/

^.Al. 2-$ Vow.

£ Ca*/.

C-o^yf. Tsquot;^ !lt;lt;quot;

As St.*rfa%

fte. ^pTalt; hu- t-rzSjr-f A. ^ - • m,. '

3. Gratis-admissie kan niet worden verleend, vóórdat liet verlof van den president tot dagvaarding verkregen is. i-cwff6 - ia..u ^ -

-2- r y. -y^-p'a^jU

A it.-II. Zierikzee v. 17 Maart 1803. W. ii0. 2512. // .

Vergelijk (mk Arr.-H. te Hrielli' van 24 Angiisins ISii;!, W. n°, 2M7, If. jfi'. I8IV/|.. p. S.M. waai'bij heslist is. dat de verzoeker eerst ^ratis-admissie zon moeten erlaiigeii ter vci^kiij-inu- van liet verlof van den

president en daarna wederom tut liet instellen ........ v.irderim;- tot echt-

scheidingquot;.

De redactie van liet W. kan zicli (zie n0. 2.VI7) noch met de eene noch met de andere beslissing vereeni^en. Ken lid der/ierikzeescln-Reclit-lieeft daarop in W. n0. 2r.24 de l.eschikkinjr dier Keclitliank verdedigd. ./ ^ Zl(:h beroepende op art. Sf,7 li. H. ter beslrijdiiii.- van liet ar-uinent. dat voliiens de leer iler Keclitliank te Zierikzee voor oiiverinogenden de eclit-zoii worden. Zie voorts over deze vraair I!. II. j.i-.

buiten

78 15. W. wettig domicilie bij den man verandert __

art. 267 li. VV.. ai r. v. 29 Jan. 1840 .-qq,. suli n0. I.

-4. /ie in welke gevallen liet onderhoud moet worden toegestaan sedert den dag der dagvaarding en niet eerst van het instellen der incidenteele vordering tot onderhoud van wege de vrouw__

art. 2(18 li. W.. vonnis van do Air.-U. quot;s-Cravotilia^e v. 12 Maart ISVI. snli n0. 2. alsmede vonnis der Arr.-H. Jlaastriclit v. 1(1 l'eln. IS.quot;.:',. \V.

niet worden uitgesproken, op grond van het niet itt acht nemen van den hier gestelden termijn,

I'. II. (inmin-en 21 Jimi -|Si;2, K. 1!.. jg. ISlH. p, /,f,2.

i. De vordering tot echtscheiding, /.onder verlof van den president ingesteld, moet ook ambtshalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

ii . i4.il.

iJ-vÓ. (flo ^LM^e, d:*i . /amp;gt;. ^

Tt'**ZZSquot;/£.

. Üe niet-ontvaiikelijkheia van de vordering tot echtscliSain^ maquot; ^

^ Ö tSKl / 7/ y

Arr.-H. lirielle 2.'! .lannari ISti:!. li. jo, isiil. p. s;ii.

11°. I

ocr page 226

^_y ■uy^CAftytn^ .. Zamp;^: AP Sefvt-. ^iAgt;, ^ lt;gt;*gt;

\rl S22.) l^S

avt 5 B R.. vonnis van de Arr.-R. Middelhi.ro: v. 21 Mei 1851. sub nquot;. 33; iden. Arr.-R. Assen v. A Jan. 1809, W. «o. 3313: - anders b.j Oupfman, B. /(.. 4de ed., dl. III, ,gt;. 218 sqq., op grond, dat art 821 1!. R. spreekt van eene ricivonc dagvaarding en onder deze de middelen van den eisch belionren en bovendien nergens is voorgeschreven dat bij deze afschrift van het verzoekschrift moet gegeven worden.

b. Dat hij vordering tot echtscheiding of scheiding vüii tafel en bed, i/pd*'- - door de vrouw ingesteld, de competentie zich regelt naar de woonplaats /t. hU^'Iswx den man op het tijdstip dat het verzoekschrift, houdende de op-/j. gaven der daadzaken en der te nemen conclusion, is ingediend, en met

naar die woonplaats, welke de man heeft op het oogenhhk der hetee-

kening van de dagvaarding —

art. 2tw li. W., ai r. van quot;t 1'. II. v. Z.-lbdl. v. 27 Nov. 1844. sub n0.3.

Art. 82:3.

| liet voorschrift, dat in zaken van echtscheiding de pleidooien moeten gehouden worden met gesloten deuren, is niet met de strat

van nietiirheid bedreigd.

Arr. v. r. Januari 1872. W. nquot;. 3420, K. d. C., § 4, v. D. Honert B. dl. XXXVI. p. 303 sqq. en van I November 1872, quot;W. nquot;. 3;)22; R. dl. t 1. ^ IS, v. d. II.. B. li., dl. XXXVII. blz. 457 vlgde.

'i. In zaken van echtscheiding moet de conclusie van het Openbaar Ministerie genomen worden ter openbare terechtzitting.

Arr. v. 1 November 1872. ut supra.

3 In het geval van eisch tot echtscheiding (of tot scheiding van tafel en bed) kan de bevoegdheid tot het leveren van bewijsmiddelen niet verder worden uitgestrekt dan tot de zoodanige, waarvan in het intmductief request is mei.ling gemaakt

p || v. II.ill. v. 29 Jan. 1840. I!.. dl. IX. S 20.; idem. ten betooge, dit quot;-een andere daadzaken mogen in aanmerking komen dan die bij het request vermeld, P. II. N.-lloll. v. 17 Mei 1 «(1(1, W. n^ 2831, bevestig.mde Arr.-K. Amsterdam W. u0. 2713 ; of. arr. P. II. v. Friesland v. 2 Mei 180(., \V n0. 2793. ook aangeli. snli art. 204 li. W .. n0. ■gt;; idem Arr.-Iv. Ila.n-loni v. 24 April I8(i0. \V. n°. 2828.

4 Zie omtrent de vraag, of eene daadzaak, waarop een eischer tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed zich beroept, bij met-ver-

u

tixr^ltS

ocr page 227

x—cro /hrC gt;v7_ ZJ^ ^y-lj. tf/Z, Os, JS/Z

J

1a~*^4- eJzrtW QCL- ^ , '^rrr^- y c .--i-c^C^ ; //e^r' ^ö-y»* 'J4? ^ y

. $1.^ . , / '/- Zamp;Vy\. ' J ^-»gt;- ' s r*- ; ' - ■ _ . p- ' - J. /•

co. y^jA-^r^' fy^ - 'f^,, ' ■ ■ — // /^y^. 4cjyt f 7-^*9.

cPo-enr^Ms*. jeXlt;-Zf91:371) ^ 'lt;gt;: u^quot;[Art. S24.

y€ 'óOi^Cor?rrry*-t- _. I/bl^^, /i^ t.

schijiiinif van den gndaagfle znnder hel leveren van nader bewijs voor erkend kan worden gehouden en of bekentenis als bewijsmiddel mag aangenomen worden —

art. li. VV., vonnis der Arr-R. Zwolle v. 6 Dec. 1843 sqc[., sub n0. 5. Zie over dezelfde vraag Tijdsvh. v. li. Atv/, ifrv//. |, p. -158 vljr., al-waai' betoogd wordt dat ook in eclitscheidingsproces.sen bij niet-verschij-ning van den «redaagde de conclnsiën van den eischer zonder nader bewijs hem moeten worden toegewezen, tenzij zij den rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Zie verder art. 70 li. K., aant. ü in line.

---- ;--------

/ . / Art. 824.

^ ..i', f'./. . . .*/, f t r* .. - ' quot;i - v' - ^ l.TTlsy- y / . . '■• ■ l :

I. Ook eene iucidenteele vordering, als hier bedoeld, moet de a-^-middelen, waarop zij steunt, bevatten. ------'ekL-,

Arr.-R. Amsterdam v. '21 Nov. IS.Vi, l{. li. Jg. 1855, p. 35 sqq

UP

3 liet verzoek om van liet vroeger door den rechter aangewezen verblijf te mogen veranderen, door de vrouw gedurende liet geding tot scheiding van tafel en bed gedaan, moet geschieden niet bij verzoekschrift, maar bij akte ter rolle. -V ■ -t-r;-

Arr'.-U. Amersfoort 7 Decendiei1 IS(iI. \\', n0. quot;i(i78. ZJ/' quot; ^

Dit artikel is ook geschreven voor het geval dat de vrouw reeds van eene machtiging van den president, ingevolge art. 820 H li ^-c^C^V voorzien is, vermits de //voorloopigequot; genomen beschikking van den /,^^

president niet geacht kan worden van kracht te blijven gedurende den loop van het rechtsgeding. ^

Arr.-R. Alkmaar v. tgt; Jan. 1870, W. nquot;. 4355; R. li., jg. 1880, A. p. 283. '

tqiya,

-1. Het instellen van de hier bedoelde vorderingen, ook bij de provisie en in de dagvaarding op de hoofdzaak betrekkelijk, is ten deze uitgesloten.

Arr.-R. Alkmaar v. 2 Januari I87(.l. \\. n0. 4355: H. li., jfr. 1880, A. quot;■y t p. 283. — Cf. de redactie t. a. p.. p. 280. /9^-

.1/7. 825. yb CK-iitd y.-n. m/. . lt;PZ4~ ^ -rr-SY.

1. Zie ten betooge ; - tPtrtf/ , éZc,, A/r^t . ^

a. dat de weglating der woorden «onder anderenquot; in het ontwerp S?•lt;

voorkomende, aantoont, dat art. 825 B. R.. hmi/.a/.kfis op te vatten— Z r*.

'z^LCAjrfo-Jamp;LCZe.__

,, h^^^UTrtS) P 'x--^ 1 -» tl-!*- ' -v/ L —3' lt;

. 'PZ*

lt;. •

/*-£ L - f. :•/ x ' lt;gt;-f.-C, ■

/ '' YX . 'VfZ , '''■ /?/lt;-•gt;

ocr page 228

e z T lt;4 lt;?*-£lt;*-

' 7*7

üt ^ o-'-^'A. vxix. *c

/fr^-y,-;'*-*'/'^-0i , pv-oiy—^2- O-^ ^.y' 3 Z- , '^-e- t--i^o^-~ t^^yeyf-^

fa-c-Z cZyT ^ ,

,- ^X-* ^ v 6/v€ f lt;lt;^- *n.-^£-^ z. / p^x~, t-esvScr^Z?

■G^amp;^^ot^os/Z: amp;er/amp;is~^z^e*. gt;-gt;gt; ^5 ^lt;^gt; , Lyramp;$/

Zo * cAc o'/.

(?^Qlt;L J%SLa~lt;-^ »*-•— -■£. c^~cJa— C. /^r^- amp;amp;*JL '^Qy^_

(cnat^Sj}*, /fccisv-^ £^r^- Z-fAs ^ é^JT. lt;?■?■* »j£-~ ^

^7c^u»_^t^w .' Zé-er^ ££* /fC/y £.$: ?t a quot;

^'Otrj^ ^ju^- % / ^ ff ^ f ^010 *

y—^C, CTTÉ. .

ocr page 229

-T w' '

-- ' 7-r tc^-fh* £ lt;'gt;e

rz it*

- r.^-T7gt;«__;

, . .Vrr- .---^

s

;.:.' - 2-1 ' ^ ^


'.hi Silfi.) |:is0 7i^.2.^y.

ciirtJ

A. faJ.-rtbA' ile 1)1NT11 llilL ,. ,. || O ,,. s:c,; ale .Ml., p. lUH; OlII.KMAN. /;. /;•-

' •/», W 'il lil. 'quot;1- .-.I.. !'. --•gt;: I MKl'tins. .V. /;. /;.. 11. .r. «• on V. IIONKUT.

' «r- 11,11, t H-r, I,, denzelfdon zin ;mt. I'. II. N.-llnll. van l'i .Tan. ISI.Ü.

1^4 cl' ny.. !gt;. Dat men terstond met liet request, waarop de president moet beschikken, aan de Rechtbank een ander kan indienen, houdende het n ,.0^^quot; verzoek om de hierbedoelde maatregelen te nemen —

fan - ï*1quot; Ml- II. I'll. nr. K.vntki! in K. H. Jjr. 'ISliS !:«• sqij.

• /fquot;1quot;

^ 'l. Indien, hangende het geding tot echtscheiding, op verzoek der

'' vr()UW en met machtiging van den rechter, verzegeling heeft plaats gehad van de goederen, tot den gemeenschappelijken boedel behoo-rende, dan is de man niet gerechtigd om ontzegeling met boedelbeschrijving te vorderen, vóór dat het geding tot echtscheiding bi; eindvonnis is beslist.

Rvgtsiiel. A'lv., Zosde Ver/... igt;. -IS.'»—ISC..

.1)7. S26.

Zie ten betooge ;

a. dat de echtgenoot, tegen wien een eisch tot echtscheiding is ingesteld, bij reconventie kan vragen scheiding van tafel en bed, zonder de voorschriften van art. Slfi 15. R- te hebben nageleefd, en omgekeerd de vordering tot scheiding van tafel en bed met eene recon-ventioneele vordering tot echtscheiding kan worden beantwoord —

■ut quot;50 I!. I!.. vonnis van do Ait.-U. Maastricht v. '2(1 ....... ISM sqq..

sui, no'i:1; _ ;m(l,.rs l'i.NMNG ad art. — V^l. wijders hot aangeteoUondo

..p art. '290 I!. W.

b. dat het voorschrift van art. S22, dat iu zake van echtscheiding of scheiding van tafel en bed de /.aak met gesloten deuren zal worden bepleit, niet op straffe van nietigheid bedreigd is —

art. 822. no. i.

Art. 82!)

1. Indien men, ten einde bewijsmiddelen in een aanhangig geding volledig te maken, aanvulling der geboorte-registers vraagt, dan moet

ocr page 230

{.\rl S.Ui

(lit verzoek altijd geschieden bij den rechter, binnen wiens rechtsgebied de registers zijn of luidden moeten gehouden worden.

Air.-K. Niiinegoii v. I Oct. |S57. U. II.. jjr. 1K57. dl. IX. p. 7!l!l—HO.quot;.; idem An-.-K. Utrecht v. lit Juni IS(i7, li. li. j^r. 187(1. |). Ill-J sqq. : in gelijken zin liij UiErnns, A. II. II.. I. n'. imi under ontw. in de 'gt;//()(. en Mnl., dl. IV. p. (39—81 ; Vkuneoe, aij art.; OrDKMAN. Tl. I!.. '2de ed., dl. III. p. 292, ride ed., p. 232, 4de ed.. p. 230 en 231; F.. D ('. in 1 li- li., dl. IX. p. 810—814; — anders Vmi.i.ant. Ifdl. i\ »/. AihIjI. r. tl. Ttiinj. Stcinl, 2de nitg.. p. 378; OrnF.max. ft. It., 1ste ed., dl. Ill, p. 30(ï; nr. \ (ï(ks. in de Ojuh. fn Mnl.. dl. III. p. 181 —19.quot;) endellongl, v. IIai.u. in quot;I R. 1!.. dl. IX. p. 814—8l(i. — Cf. art. 310 I!. W.. vonnis van dc Arr.-R. Nijmegen v. denz. datum, snli n0. I.

2, De rectificatie kan zich uitstrekken tot het weglaten van overtollige hij- of geslackisiiameii, bij vergissing in de akten «a den eigenlijken geslachtsnaam, of in, plaats van den geslachtsnaam vermeld.

Daardoor kan niet geacht worden inbreuk te worden gemaakt op het praerogatief des Konings, in de vergunning tot iiet aannemen of veranderen van geslachtsnamen.

1'. II. v. Overijssel v. 21 l'ebr. 1853. \V. n0. 1440.

H. De wet onderscheidt niet tusschen de meerdere of mindere be-teekenis der te herstellen gebreken in die akten, of ook of die gebreken door vergissing of wel door kwade trouw of door misdrijf zijn veroorzaakt.

Zij veroorlooft daarentegen in ruimen zin, en zonder eenig onderscheid, het herstel van alle dwalingen, uitlatingen of andere misslagen door middel eener procedure, bij request ingeleid.

I'. II. X.-Ilnll. v. t'i .lamiari |87(i \V. ri0. 3123. waarliij lie( gnld de ver-andering van den geslachtsnaam van l.nhinan in Vnorwalt.

Art. S.'ÏO,

I De in art. S.'iO H. R, bedoelde partijen kunnen hier. evenals in andere gedingen, alle exception en beneficiën doen gelden.

Arr.-lï. Xijmegen v. 1 (tel. 1817. 1!. I!.. jg. 1847. dl. I\. p. 799—8(15.

liet verzoek tot verbetering van eenc akte van den burgerlijken stand kan, behalve bij wijze van verzoekschrift, ook geschieden bij wijze van dingtaal tusschen de partijen in een aanhangig rechtsgeding.

I ;is I

ocr page 231

Art S81 ) 1-'5S2

Arr.-R. Amstftrdain v. 'id Oct. 185(1. 1!. li., j-r. •|8rgt;7. lt;11. VII. p. 282— 28(j; in strijd met ile conclusie van den subst.-oll. van justitie Mr. . II. .1. Jol.i.Es.

'S Wanneer in een reclttsgeding incidenteel het verzoek tot verbe-

terintr der acte is insediend, nadat de schrifturen zijn gewisseld en de

dag van pleidooi is bepaald, is het te laat ingediend.

Ait.-R. Amsterdam v. (i Kebr. IST'J. \\ . no. .lt;n(i.?. Cf. liet aauuetee-kende sub 139 n0. 1 1!. R.

.Irf. S;5I.

I. De vorderingen tot rectificatie moeten in allen gevalle ter rolle behandeld worden, hetzij de verzoeker alleen in het geding is, hetzij ook andere belanghebbenden worden opgeroepen en gehoord.

1'. 11. v. Overijssel v. '21 Febr. IS.Vi. W. u0. I'i'iCi; idem bij vonnis van de Arr.-fl. te Groningen v. :i Deo. 1852. R. 18.)'i. p. .iSS -

waarbij is beslist, dut in bet uitdrukkelijk voorschrift vau bet ter rolle brengen en summiere belunidelinu'. vermeld in de artt. 830 en S.il H. 1!.. bet verbod lint opgesloten van verdere beliandeling in raadkamer, en dit uitdrukkelijk voorscbrilt medebrengt, dat ten dage dienende de procureur des eiscliers zijne conclusie neme. en dat vervolgeus de gedaagde daarop antwoorde en liet geschil worde bepleit. — V-'- luermede ten betooirc. dat waimeer het niet blijkt, dal op de vorderingen tot rectificatie van de akten van den burgerlijken stand bet Openb. Min. ter rolle is geboord, of dat de bescliikking of bet vonnis in het openbaar is uitgesproken. die beschikking of dat vonnis van onwaarde is —art. 321 B. R.. sub n0. 5.

8. Zie ten betooge, dat het verzoek tot aanvulling of verbetering alleen kan geschieden door de belanghebbende partijen en alzoo niet ambtshalve door liet Openb. Min. —

I'. II. v. Gelderland Raadk. v. 13 Oct. 1858 sqq.. arrt. 70—73 li. \V.,sub 11°. S : de Pinto. Iltll. /gt;'. /gt;'■. 11- 2, p. 835, 2de ed.. p. (.H 3: de Martini, ad art. 28 1!. \V.. v. 2; I liEi'lll ls. .V. B. It.. I. uquot;. I5'i eu 308 en ( )i dem.\N. /gt;. li.. 1de ed.. dl. 111. p. 22!). Vgl. hiermede 1°. Lipman. B. I!.. p. 3(15, die aldaar/.egt. dat ofschoon hot de bedoeling van den Nederl. wetgever moet geweest zijn ook hier te lande deze bevoegdheid aan t Openb. Min. toe te kennen, zulks echter noch iu t B. \V. noch in t W. v. li. IJ. uitdrukkelijk wordt geleerd, en dit niet met stilzwijgen had bchooren te zijn voorbijgegaan, en 2quot;. V el in ede. ad art. 71 1!. \\ .. die, met aanhaling van eene circulaire van den Orootrechter v. 22 Brumaire, jaar \l\ (vermeld bij l.i TTF.NliERfi 43 en bij Scili l.l.ER a. h, a.) leert dat bel Openb. Min. zoo-

f

ocr page 232

{Art. 83J.

danijx verzoek niet ambtshalve kan inleveren dan alleen wanneer zulks voor de openbare orde noodzakelijk is, b. v. \v:innoer het veronderstelt dat de personen vallen in de jaren der Natioiuile Militie; zie weder in anderen zin met betrekking tot dit laatste punt. arr. I*. II. N.-Ilnlland (i'aadkamer) v. A .hmi IS()0. W. n0. ti'JT'i. bevestigende Arr.-R. Alkmaar v. 1'.) April 18()(), \V. n0. ^245; l)ij liet arrest van liet ll«»t werd beslist, dat al nam men de bevoegdheid van het O, M. aan. dit in ieder preval evenals ieder ander zou moeten bewijzen belang te hebben, als hoedauijj: niet mag worden aanjremerkt een belang der openbare orde.

.1/7. 8;3:i.

I. Men is niet-ontvankelijk in een (h/. ■ipici? suliordinaten) eiscli tot (hvanguitgifte eener akte tegen eenen bewaarder, die niet tevens met den gedaagde (van wien principaliter mededeeimg van stukken was gevorderd) in hie is gebracht.

Arr.-R. Ilnorti v. ;ïll .liini IS'rl. W. 110. 'il'.I ; idem I'KNNING. ad art. ; — anders nr. Pinto, /ƒlt;//. /)'. /;.. il. 'i, p. S:!S. Sde ed.. p. 9l(i en Ouiieman. 7gt;. //., 1 d(1 ed.. dl. III. p. '2^5. vidgens wien zij. die partijen zijn geweest in de akte en niet in het geding, voor hunne rechten knnnen waken door voeging en na het vonnis door middel van verzet door derden, gelijk ook is beslist hij arr. van 't voormalig Hoog-Gerechtsbof van 's-Gravenhage (v. Hamki.svei.d, dl. I \' (IS14), p. Ml.

lt;8. l'jen verzoek tot dwanguitgifte eener akte moet beschouwd worden te zIJti vervallen, wanneer door dezelfde partij later is verzocht neder-legging van een afschrift dier akte ter «rritfie, en aan dat verzoek is voldaan.

P. II. Zeeland v. 1 Maart ISö'd. R. li. jl'. ISHI, dl. XI. 'il. I'd -O.

U. In alle de artikelen van deze afdeeling is uitsluitend de reden van afschriften en uittreksels, en met van de minuten of de oorspron-lijke akten

Arr.-R. Appingadam v. \\ Juni ISliO. \V. n0. 2^01. waarbij tevens werd beslist, dat al heeft de gedaagde, zich niet verzet tegen des eischerlt; verzoek tot overbrenging ter griffie van eene laatstbedoelde akte door een notaris, de rechter toch het verzoek kan weigeren.

-I-. Dwanguitgifte wordt verleend tegen derden, die eens anders bescheiden in bewaring hebben, niet tegen den houder van zijne eigen stukken, of tegen diens lasthebber.

Arr.-R. s-ilertogeidiosih v, Juni ISO!'. \V. nc. dliiti.

1 ;is;s

ocr page 233

Art. S3:5.)

.V Dwimguifcgifte kim niet verleend worden voor sell rift, uren, voor eiireii beheer en orde van zaken vervaardigd, voor eigen huiselijk gebruik.

Ait.-R. quot;s-Ilertogenltoscli v. üd Juni 181«), W. u0. //- amn wenl

hot verzoek ire.wei.sord tot ilwanguitpfto v;\n iiitlveksel* van do (lomiiniate lorrucrs dnor den ontvanirer der vepistratie en domeinen.

(•. Zie ten hetooge ;

a. Dat een vonnis, waarbij een compulsoir is bevolen, kennelijk is interlocutoir —

iii't. '|() II. I!.. an- V. S Mei IS-'iCi. sul) n0.

h. Dat de vorderinir tot dwanguitgifte slechts kan gescliieden in den

loop van een geding en mitsdien niet bij rau-actie —

uk I'into. //'//. M. 'i, p. 8:17. 'ido ed., |i. 915 en OrnEMAX, /gt;■ igt; -

'ide ed.. dl. III. p. '2:«. met een beroep op I'igkmquot;. II. p. ^gt;1 v.; Carui;. i\,i. -iSTii en Rohi'.on. ad arl. S'iCi C. d. I'r. Civ. : — anders I'i-.nnim-ad art., ten deze overoensteimneude met liKUUIAl' St.-I'uix en l'Ml.l.iKT

lt; 111 voormeld art. 840.

Art. H:3S.

I. Dwaiiguitgifte van akten, bij de artikelen S:5;3 15. R. en vlgde bedoeld, kan niet betrell'eu de stukken of akten van de instructie in een strafgeding.

Intussohen zijn niet onder laatstbedoelde akten te begrijpen repus, die door den gedaagde aan den griffier zijn afgegeven na aHoop der instructie teiren teruggave van l)ij dezen in bewaring geweest zijnde overtuigingstukken.

Arr.-U. 's-Oravenha-e v. K! Mei 185(1. W. uquot;. 175:5; I!. dl. I.IV. !? (57.

'i Onder de hiergenoemde stukken is niet bedoeld het proces-verhaal van de terechtzitting in strafzaken, zoodat een afschrilt daarvan aan derden niet mag worden verstrekt

ÜoscliiUkin- pres. 1'. li. /.eeland v. lil) .Ian. IS7I. R. 15. jir. 1S7'2, dl. XXII. p. I '.1-2. /ie in ntiamqne partem over de vraap of een tn'illier l)0\oej;d en vcrpliclit is aan ieiler. die zulks vordert, afscln ift of uittreksid te geven v:m een pmces-verliaal der openhare terechtzitting in strafzaken in verhand met dil artikel eene heschotiwing in \\ . nquot;. :V2St'i (gt;ii verder in \\ . n . :!l2!)S en :lt;:M3.

1 .'is l

ocr page 234

{Arl.

'{ |)e amhtenaiir is niet verplicht een iifschrit't gereed to inaketi op eene eenvoudige bereidverklaring tot betaling der kosten, dus op crediet, maar hij is bevoegd te vorderen, dat hem de kosten worden voldaan, alvorens hij zijnerzijds de onkosten gaat maken, die het opmaken van het afschrift medebrengt.

Ait.-R. 's-lli'ilugi'iilinscli v. I April 1SSI. \\'. n . i(gt;7o.

Arl. S.-i'.l

f . Art. 839 15. 11. houdt niets anders in, dan bevestiging van de verplichting, bij de Wet van 2o Ventuse, jaar Xi (tbans art. 42 der Wet van 9 .luli IS f2 Stöl. no. 20, gewijzigd bij de wetten van 2(i April 187(1 S/hl. no. 85 en van fi ^[ei IS7S SM no. 211), op de notarissen gelegd tot afgifte van afschriften aan de personen, die een onmiddellijk, dat is rechtstreeksch en erkend belang bij de akten hebben.

Hieruit volgt, dat de notaris, wanneer hem afschriften van minuten, welke onder hem berusten, worden aangevraagd door personen die niet ais belanghebbenden of uit anderen hoofde bij de akten zeiven voorkomen en zoolang hunne betrekking of rechtstreeksch en onmiddellijk belang bij die akte niet ontwijfelbaar is uitgemaakt, te recht in die afgifte zwarigheid maakt en door de vereiscbte autorisatie verlangt te zijn gedekt, waarvan gewis (indien, gelijk i/t casu, onder vigueur der Wet van 2ö Ventose, jaar XI, de hetzij werkelijk, hetzij pretens belanghebbenden, te vergeefs de tusschenkomst van den voorzitter der Rechtbank tot het bekomen van het afschrift hadden ingeroepen en deze de belanghebbenden, hetzij te recht, hetzij ten onrechte, naar de Rechtbank had gerenvoieerd) de kosten door de belanghebbenden behooren te worden gedragen.

Air. v. 18 Nov. I8W, \\ . !i . ilM. li., 'li. \ll. J; ■ t1v. igt;. II., /►'. dl. IV. p. 49—00: bevpstifronfle een arr. van 'I 1'. H. van llnlland van

! Dec. 1841. W. n°. — Vl'I. Iiiernieile OunEMAN. /I. It., ........I..

dl. Ill, 239 sqq,, die in twijfel trekt hel irevoelen van hen. welke, meenen dat dezelfde beginselen nok van loepassinr; zijn under vigueur der thans bestaande wet v. 0 .Inli 18/12 en mitsdien de beslissinir \:iii den 11. li. onder deze wet quot;elieel dezelfde, zon moeten zijn. nit linnCde onder bet jzebied der wet v, 25 Venlóse. jaar XI, sleebts een bevei-

Mr- quot;*/ ■

f

I .SSquot;)

fim/tc.

^ x ' rz // ö 0 S~ / (

ocr page 235

.CM,,, vnn don vonr.itU-r ve.vischt vv.-nl ..Is eene quot;^01quot;^1 ^ 1 ^notaris t..» uitgifte aan be. welke h.j als ^ene onrn.dclelhjk b.laig-

% ful^ liebbenden besclx.mvde, en .... de wet van 0 J..b 1842 /.oodan.S bevel-

/ie*. lt;chnfl iii(it erl.ent j., 70lfs (le/.e tiepalinu', vroeger in bet ontwe.p voor-

Ji 'S'^- kenende, „p/ettelijk werd weggelaten en er dus tbans. md.en quot;•

' U, wcisei t, geen ander middel tot bet bekomen van ^

quot; ' ■ ••■■ .....vatie en dagvaarding. — waarom de bee. Ouokman

ne .verecbtelijke sommatie en uagvaarumg. — .............. ....... ' .

„eene reden /.iet om den notaris, die in l.et ongeluk wordt gesteld ni. t 'i„ de kosten van den processe te ve.wrdeelcn. Nog deelt nj med. d. Inperkingen, welke, Uuüen voormeld arr. thans als

beschonwd worden, daaruit voortvloeien, o. a. daarin gelegen dat bet / *quot; ..echt en l.et belang van den verzoeker aan gegronden twijfel onde.bevi

Ziin en ,1e notaris /icli blootelijk /.al moeten refcrereiiaandemspiaak

^ des rechters. - In selijken zin is zulks dan ook beslist bi| vonnis van

^ Arr.-R. Zwolle v. i:$ Sept. IS'.:!, W. ..«• W. bij vonn.s der Am-R.

quot;s-Gravenbage v, 8 Oct. 1847. W, nr 800 Arr.-R A.nsterdan. y . am •1SVgt; R 1! i- 18.-.:. p. 207 en Arr.-R. Rotterdam v.23 Juni 18/o. W . •gt; . .«'•lt; (aan^ebaald sub n0. 3 ad art, 839 B. Rv,), Verg. voorts Arr.-R. Arnbe.n v -'7 Mei 1875, W. n0. 3806, waarbij is beslist dat de gr.ifler der reebt-bank die weigert aan den cmator in een faillissement at te geven e algenieene rangregeling en de bescheiden, nadat de ternnjn van in^g verstreken is. pleegt een onreebtmatige daad en diensvolgens quot; dek^tui van de vordering tot afgifte behoort veroordeeld 1 . è h ^ bero^

hij zich op ministerieele voorschriften te zijner verdediging hebben beioe-„ _ Vo| wijders art. 5C, I!. R- sub /•:. u°. 1 (en in het bizonder het aldaar vLeldJ vonnis der Arr.-R. Rotterdan. v 2i Apnl 8^n . /u„., alsmede nog nr. P.nto. Hlt;U. B- lU II. 2. p 84.!, 2-i edvl' 'quot;, /ie ook een arr. van t P, 11. v. Holland v, 1 Juli 1840. W . n . 118, waarbij opgrond van bet niet bewezen zijn der kwaliteit van deneisdiu J-; J], executeur testamentair), de vordering tot afgifte van het testament is afgewezen.

«, Iemand, bewerende te zijn particulier legataris volgens zeker testament, is niet bevoegd om kennisneming of afschrift te vorderen van de geheele akte, waaronder ook van de beschikkingen, vreemd aan, en zonder invloed op zijne beweerde hevoordeehng, terw.j in ieder geval ^eene vordering van zoodanigen aard, incidenteel gedaan wordende, voordat de gedaagde heeft geantwoord of eemge bepaalde tegenspraak heeft gedaan op den tegen hem ingestelde,! eisch, als ontijdig moet beschouwd worden,

A,,, v 94 Febr 1854. R„ dl xl.VII. § 10; idem vvat bet eerste gedeelte' betreft Arr.-R. Amsterdam v. 3 Dec, 1878 W, n°. 4300 K I. i(T 187!! D. p. 21; anders met betrekking tot bet eerste gededle die beslissing, bi, vonnis der Arr.-R. Utrecht v. 0 Dec. 1839 l.yl u, .NrrfoV dl. 11. p. 240, naar luid waarvan de legatarissen gerechtigd zijn van

ocr page 236

(Art. 839.

notaris, tegen betaling der kosten. t(^ vorderen niet slechts een extract, maar ook een afschrift van het geheele testament. — Vgl. Oudf.man, u. /i-, 4de ed., dl. 111. p. 'iliS. die het stelsel, dat afschrift van het (julirrlc testament kan worden gevraagd, aan hedenking (inderworpen acht.

3. Onder de benaming van erfgenamen, van onmiddellijk belang hebbende personen, die, als zoodanig, tot het vorderen van afschriften van minuten of akten zijn gerechtigd ingeval van uiterste wilsbescliik-king, moeten niet uitsluitend verstaan worden diegenen, welke bepaaldelijk als erfgenamen zijn gesteld, maar ook degenen welke ah inleslato tot de nalatenschap zouden gerechtigd zijn.

Arr.-lt. Haarlem v. If Dec. IS:{!I, I!.. dl. IV. § 'Ü', (bij welk vonnis do betrokken notaris, die zich aan de uitspraak van den rechter had gerefereerd. behalve in de kosten van den processe, is veroordeeld om. binnen den tijd van acht dagen, na de insinuatie van hel vonnis, de gevorderde expeditie of eeu geheel afschrift in autbentieken vorm van een testament at te geven, op poene eener boete van f lit daags, voor iederen dag dat liij in die afgifte zou in gebreke blijven); idem, o. a. op grond, dat in liet geval, voorzien bij art. Kiil 1!. I!.. in het midden kan worden gelaten, welk nchl men heeft op zekere i.alatenscliap en hel tot bekoming van een afschrift voldoende is aan te toonen. dat men tot dezelfde nalatenschap al) iiilcslcild zonde zijn gerechtigd geweest. — bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam v. 29 Juni ISVl. \V. n0. 214; met heti'chkinii lol

ilil i'inil. bevestigd bij air. van 'l 1'. II. van N.-Holland v. 1 Dec. ISVI en bij air. (II. II ) v. IS Nov. 1842; iili'm bij vonnis der Air-K. s-Gra-venhage v. S Oct. 1847. beide laatsten vermeld op art. 50, snb n°. I. idem bij vonnissen van de Arr.-R. Kotterdani v. ... IStiO. 1 i. li., jg.lSiil. dl. XI, blz. :!(I4—309. (waarbij werd beslist dat de notaris verplicht is aan den erfgenaam ab intestalo een afschrift te geven van een herroepen uitersten wil), v. 21 April '1875, \\. n0. ■'iSli'.). H. 1!.. jg. 1S7.gt;, .1. p. 204 en van 23 .Inni 1875. W. n°. 3873. R. li. jg. 1873, A. ]gt;. 209, waarbij werd beslist dat het om afschrift van eene akte te vragen voldoende is, dat men belang hebbe hij de akte. terwijl belang int de akte geen ver-eischte is en dat de notaris, die zich refereerende niettemin des eischers recht op afgifte betwist, in de koston moei veroordeeld worden, wanneer de eisch wordt toegewezen, ook al berust zijn tegenspraak op een niet geheel willekeurige opvatting der wet ; idem als het vonnis der Arr.-R. Rotterdam v. ■18(10, liij vonnis der Arr.-R. Maastricht v. 10 .Maart 1881. \V. n0.'i6S9, R, B., jg. 1881. .1. p. 93. In denzelfden zin \V. n0. 1121 ; zie ook Arr.-R. Assen v. 25 April 1853. \\ . n0. I02.i. Andrrs Hci/t*;!. Adv., Xiwndv Ver/,., bl. 137—l il : 0. L. in het Itrchls;/. Bijhl. jg. 1844, blz. (»21—024. W. n0. 1112. /.ie Opi,i. vn Med., XI Vo deel, bl. 120—128, behelzende eene kritiek van voormeld vonnis der arr.-r. Rotterdam v. 1860.

liet belang dat iemand kan hebben om een in art, S39 H. R. vermeld afsciirif't te bekomen, kan blijken uit overgelegde extracten

IS 8 7

ocr page 237

c* / »-0'0 *** -• /- T''*- , -yvKioCoCfSPfZ- £'amp;' '*^'-

' /

fy gt;,gt;^1'- 7-a-Kl, ■ -^yhn^

, „ . . , ^Or (4.r ^

. V c' /f'- Ti v7 j z» ^ ■ ' 1 o

/i/-/. S3!).) 13SS .T

7quot;

• /////

/i/7. S3!).) 1-5SS O?. gt;? .

H rf. quot;r ^Cr -t^X- /q ^CLt- , UPtJO . /1amp;. , £(?4Cyr\ c*u*r*s/~ ^ . U/WJ r / . tS- £ . fcpy/, *

der stukken, op eene tijdens liet opmaken geldende wijze verleden,

Arr.-H. Ainslerdam v. ti!' .Intii IS'il. \\ . u0. fcJI 'i. [lt;h^-y

ü. Ken notaris, die in rechten aangesproken wordt om liet afschrift eener voor hem verledene akte, door iemand die beweert als eontrac-teerende partij iu die akte voor te komen en alzoo onmiddellijk belanghebbende te zijn, moet zijne al of niet verplichting tot afgifte «reheel ontleenen uit de wet, waarbij dit onderwerp geregeld is, en kunnen er mitsdien geene termen zijn tot het oproepen van een derde in vrijwaring, of het verantwoordelijk stellen van dezen voor de afgifte of weigering.

iII. v. Owrijssol v. )ï Juli ISiS. \V. n0. 49«^; li.. lt;11. XIX. i.

lt;». Men kan niet beweren, dat bij art. 839 15. R. onder wonmid-dellijk belanghebbende personen,quot; niet ook de contracteerende partijen zouden zijn bedoeld, omdat zij daarin niet als zoodanig uitdrukkelijk zijn genoemd.

Arr.-H. Zwulle v. I:! Sept. IS',:!. W. iiü. /i'.l!» : It. I:., ji;. IS/.:!, ill. V. p. 7'iS—7:VI ; R., (II. XVIII. S 3(1.

S. De notarissen zijn in den regel verplicht om aan de personen,

welke in de voor hen gepasseerde akten partijen zijn geweest, grossen of afschriften dier akten te leveren, zonder aan een onderzoek en beoordeeling de vraag te kunnen onderwerpen, welk belang zij daarbij hebben, of de afgifte afhankelijk te maken van het bijbrengen van nader bewijs, dat die personen nog werkelijk bezitten de kwaliteit of hoedanigheid, welke zij zich in de akte hebben toegeschreveu.

Air.-K. Zwulle v. I:! Sept. IS/,:!. W. ii0. /,!)!l : li. I!, j-r. ISi:!. ill. V. p. 7quot;iS—7:!l : I!.. ,11. XVIII. S :iCi.

Ook uit het verband van art. 839 en art. 842 15. li. blijkt genoegzaam dat bet woord quot;alschriltenquot; in art. 839 15. R., tot welker uitreiking de houders van minuten verplicht zijn, algemeen is en daaronder alzoo ook de eerste grossen zijn begrepen.

Air.-R. /wolle v. U! Sept. IS'i3. \V. tl0, 'i'.t'.l ; I!. li., IS13. ,11. \. |,. 7'2S—7:il . I!.. dl. XV111. ^ :i(i: idein Uuiikman. H. /ide ,',l., ill. III.

p. 'i:is.

Indien een notaris bij sommatie in verzuim is gesteld tot de

S / y /? „ , /a Y~ ■•■ ^Tr-t-v^ - ^7-

r^fya'

ocr page 238

Ar I. 839

alci-ifte van nen verlangd afschrift, moet hij door geregistreerde stukken bewijzen, dat de eischer weigerachtig is geweest, dat afschrift te ontvangen.

An*.-li. Assom v. -jr. April w. m0. iii-jr,

141. Men notaris, die een afschrift weigert, omdat de eischer niet onmiddellijk belanghebbende is, kan niet bevoegd zijn om met die partij eene dading te treffen of mededeelingen te doen uit de bedoelde akten, waardoor het verbod der wet zoude illusoir worden, en de belangen van derden zouden kunnen worden benadeeld. Mitsdien kan aan den notaris ook niet de beslissende eed omtrent den inhoud dier akten worden opgelegd.

Air.-H. quot;s-(iravniili;uiv v. Mi'i IS.V»; It1., dl. i.\. i; .i'J. \\ . n . I-MiT.

8 I. Dwanguitgifte van akten kan niet worden gevraagd van bizon-dere personen : — alléén van notarissen en zoodanige anderen, die krachtens hunne ambtelijke betrekking in het bezit zijn van minuten of akten en de bevoegdheid bezitten, daarvan afschriften uit te reiken.

l'. II. in Cieldiirland v. hi Maart ISd'J. W. n0. quot;ill 5: li. 1!.. ju. ISIk!. dl. Xlil. lil/. 'iT'.-iTH.

4®. Xiet ieder die van een bij de scheiding onmiddellijk belanghebbend persoon een object in de nalatenschap begrepen verkrijgt, is daarom gerechtigd een afschrift van de akte te vorderen, waarin zijn rechtsvoorganger als zoodanig is verschenen ; alleen dan kan de rechtsopvolger dit eischen, wanneer in die akte over het op hem overgegane voorwerp wordt gehandeld, en zijn rechtsvoorganger zelf ter zake van bet in die akte hem toebedeeld recht afschrift zou kunnen vragen.

I'. 11. X.-Ilnllaml v. i I Mri IS7I. W. nquot;. ü'iC.O.

c. AsJ. (/gt;*// f~~ tffz

Art. sr)3. r ^

hit artikol is inp'elrukken liij de wet van 7 April ISd'.l (Slhl. n0. •gt;.)).

Het 01 irspmnUelijU artikel wordt veronrdeeld door Mr. v. I'.onevai. Vai'iik in .V. liijttr.. Jjj. IStiii. ill. XVI. p.

1389

ocr page 239

/1/7. 853.)

Art. 854.

I. De bepaling van art. 851 B. 11.. volgens welke de daarbij bedoelde overtredingen van ambtenaren van den burgerlijken stand, notarissen enz. op dezelfde wijze als correctionele zaken moeten worden vervolgd en berecht, veranderen niet den aard en het wezen der zaken en der overtredingen, als kunnende de daartegen bedreigde straften geenszins worden beschouwd als correctionele stratl'en op wanbedrijven vastgesteld, maar slechts als disciplinaire mnatregelen tegen inbreuken op eene burgerlijke wet en blijft de vervolging steeds eene civiele vervolging, ook ten aanzien der toepassing van de regelen van appel-labiliteit.

Arr1. v. -2:. Maart IS42. W. nK quot;JSI en 283; U., dl. X. sj IS ;v. n.il.. /gt;. /?.. dl. HI. p. !i.»2—2.gt;!( en 2()5—'271 ; idem arr. v. 7 .Fan. IS-IO. v. n. 11 /gt;'. //.. iliiil.. ill. i. p. 78—'.Ki : i!.. dl. I\. ^ i.quot;). naar luid waarvan dc kennisnemiiig van deze overtredingen nooit beïioort bij den kantonrecliter. ook dan niet als de boete van zoo gerinj^en aard is, dat /ij in gewone strafzaken door hom zou kunnen worden uitgesproken, met welk arrest zich vereenigt iv: Pinto. It'll., ft. It.. II. '2, p. 8.V2. '2do ed.. p. 982; idem lgt;ij arr. \. 22 April 1841, \V. n0. 187: I!.. dl. VII. ^ 70; v. n, 11.. tl. tl.. dl. 11. p. 200—2l(i. (waarliij levens, even als hij vonnis van de Arr.-lv. Haarlem v. 21 1'ebr. 1843, lv.. dl. Xlll. § 33, ten aanzien der vervolging van overtredingen van de Wet v. !) .Inli 1842 (Slhl. n°. igt;0). is beslist, dat voor de verjaring van zoodanige vervolgingen, ook met betrekking tot den daartoe gevorderden termijn, alleen de bepalingen omtrent de verjaringen der civiele zaken tot richtsnoer strekken, hetgeen echter wordt tiestreden door uk PlNTO, thll. tt. tt. 11. 2. p. 852 en 853, 2de ed. p. 932 sq. ; OuüF.MAN. li. li., ide ed.. dl. 111. p. 253 en 254, (laatst-gemelde ook op grond van de analogie met art. 54 der Wet v. 9 Juli 184-2, naar luid waarvan van de overtredingen dezer wet, op de vervolging van liet Openb. Minist.. de burgerlijke rechter kennis neemt, maar de vervolgingen wat den vorm van |irocedeeren. de Ijewijsniiddelen, en de bevoegdheid tot appel en cassatie betreft, behandeld worden als correctioneeli' zaken ; des echter dat omtrent liet ophouden en tenietgaan van deze vervolgingen en omtrent de executie van arresten en vonnissen de bepalingen van den 23sten en 17den titel Wh. v. Sv. mede toepasselijk zijn : idem Mr. (gt;. II. Fokker, in zijne brochure, bereids aangehaald op art.

1390

1

Alhoewel (ie op dit artikel vooikomende beslissingen door de invoering der nienwe wetgeving grootendeels hm» actueel belang verloren hebben, hel) ik ze niettemin behouden '.*n opgenomen uit een historisch oogpunt.

Verg. met fiit artikel: prof. M. S. Poi.s, „de rechtsmacht van den burgerlijken rechter in strafzakenquot;quot; in Tijdschrijt voor Slrajrecht, t, afl. 4, p. 410 vlgde; alsmede in verband met de vermelde beslissingen ten aanzien van overtredingen van den ambtenaar van den Burg. Stand artt. 406 sqq., Wh. v. Strafrecht. — W. v. K. 15/..

ocr page 240

{Arl. 854.

2004 Pgt;. W., sub n0. quot;1, beoordeeld in liet W. n0. 318 en op p. 53 en 54 van bet te Deventer uitkomende Lclh'rblad en door Mr. J. B. G. te Assen, Opm. rn Med., dl. Ill, p. 51 en 52; idem bij arr. v. li Juni '1842, W. n0. 300; R., dl. XII. § 24; v. d. II., B. II., dl. III, p. 393—403, waarbij mede is beslist, dat de bepaling van art. 854 I!. R. alleen van toepassing is op den vorm, waarin de zaken, aldaar vermeld, zullen worden behandeld en afgedaan en dus niet op de samenstelling van het college, hetwelk daarvan kennis neernt en mitsdien de daartoe betrekkelijke arresten moeten worden vernietigd, indien ze zijn gewezen door zes raadsheeren ; idem bij arr. v. 21 Sept. •I8.'i;{. gewezenonder vigueur dei1 (ongewijzigde) wet op liet Notarisambt, W. n0. 458; R., dl. XX. § 29; v. d. II.. /gt;. li.. dl. IV, p. 529—530, zijnde daarbij tevens beslist, dat ook de voorschriften van art. 211, j0. art. 227 Strafv., op dergelijke zaken van toepassing zijn. Vgl. ook nog uiquot;. I'into eu (gt;i:uem.\n, ut supra, die in strijd met de arrquot;. van do II. U. v. 25 Maart 1842. van gevoelen zijn. dat de vraag of een vonnis al of niet vatbaar is voor hooger beroep, moet worden beoordeeld naar de regelen van appellabiliteit. bij de wet voor strafzaken vastgesteld, eerstgemelde op grond, dat hier altijd sprake is van overtreding en straf en bij in ieder geval niet kan inzien wat disciplinaire macdrcficl betee-kent in tegenoverstelling van vtraf. Met dit gevoelen heeft zich echter de II R. ook later niet vereenigd. blijkens de arrquot;. sub n0. 5.

2. i)e speciale bevoegdheid tot appel, toegestaan bij art. 53 der Wet op het Notariaat v. 25 Ventose jaar XI, is ook dan wanneer de zaak volgens het gemeene recht voor geen appel vatbaar is, alsnog geldig onder het bestaan dier (gelijk ook onder de tegenwoordige) wetgeving op het Notariaat.

Arr. v. 25 Maart '1842, W. uK 281 en 283 ; R., dl. X, ^ 18; v. n. II., li. Jt.. dl. III. p. 252—259 en 205—271 ; idem v. 21 April 1842. W. n0. 310; R., dl. X, 55 99; idem I'. II. Gelderland v. 23 Jan. 1839, Regt in Xederi, dl. II, p. 74.

3 De burgerlijke rechter is niet bevoegd om kennis te nemen van overtredingen der bepalingen, vervat in art, 197, n0. 1, der

et op de Nat. .Mil. van 8 Jan. 1817 (Slbl. n0. 1), (1) — het door eeneu beambte van den burgerlijken stand aanteekenen en in den echt opnemen van een persoon zonder behoorlijk bewijs van voldoening aan de Nationale Militie ■— als zijnde daartegen bedreigd eene geldboete van flüOO, en bij onvermogen eene gevangenisstraf van een tot twee jaren en alzoo correctioneele straften, ten gevolge waarvan die wetsovertreding naar luid van art. IC 1' , stellig

i ;}91

1

Later art. 187 der wet van 19 Aug. 18G1 {Slbl. n0. 72).

Mr. \V. van Kossem li/.., linrg. Hechts v. ^

ocr page 241

Art. 854.)

ills een wanbedrijf moet worden beschouwd, en mitsdien alleen de Correctionele Kamer bij de Rechtbank en de Kamer, recht doende in zaken van correctioneel appel bij het Hof, bevoegd zijn daarvan kennis te nemen.

Bij geene wettelijke bepaling is als algemeene regel gesteld, dat de ambtenaren van den burgerl. stand, wegens alle overtredingen in die hoedanigheid begaan, voor den burgerlijken rechter moeten te recht staan.

Air. v. 25 1'ebr. IRW. W. ii®. 285; 1!.. dl. X. lil; v. n. II.. /gt;'. /■., dl. III. p. 272—27S, vernietigende air. I'. II. llrllaml van 20 Dec. 1841, \V. n0. 285; in gelijken zin Oudeman. C. /t.. 4de cd., dl. 111. p. 251 011252.

4. De relazen of processen-verbaal van bekeuring, door de ambtenaren der registratie wegens overtreding der Wet op het Notariaat opgemaakt, zijn als voldoende bewijsmiddelen te beschouwen, wanneer die voor den rechter beëedigd zijn.

Air. v. (i Maart -18.1(1. \V. n0. 090; v. n. II.. dl. VII. p. ;!2:i—

332; idem bij vonnis der Ait.-R. 's-llcrtogenljoscb v. 15 Mei IS30, /?('lt;/( Ui iXcdcrl., dl. II. p. 193—195; idem (onder vigneni' dor toenmalige wot van 25 Ventuse, jaar XI). bij air. v. 22 April '1841, W. n0. 187; R., dl. VII, § 70; v. D. II.. B. li., dl. II, p. 200—2-1(1, waarbij tevens is beslist, dat do kracht van dio beoediging niet verloren gaat, indien do rechter, voor wien de eed is afgelegd, zich in de zaak incompetent verklaart; — anders bij air. v. 10 Maart 1840, v. n. II., Strafr.oi Stmfr., dl. II, p. 291—295; 1!.. dl. IV, § 14, waarbij het echter gold oen procesverbaal van nasporing, door eenon deurwaarder in oenc correctioneole zaak, uit kracht van art. 103 W. v. Strafv. opgemaakt. — Vgl. hiermede oen vonnis van do Arr.-R. Zntfen v. 25 April 1839, U.. dl. \ I. § 34, waarbij is beslist, dat om processen-verbaal en relazen van overtredingen, door de openbare ambtenaren en beambten (in casi( van de registratie) opgemaakt, op zich zelve als voldoende wettige bewijsmiddelen te kunnen aannemen, zij de uitdrukkolijko verklaring moeten inhouden, te zijn opgemaakt op den eed. door don ambtenaar bij do aanvaarding van zijne bediening afgelegd, en bij ontstentenis oener zoodanige bevestiging, gepaard, gelijk in casu mei hel 'jrmis van het voorwerp run ovcrlreclunt, geene afzonderlijke beoediging van hare deugdelijkheid voldoende is. — Vgl. hiermede oen vonnis van 't Ivtg. Rolft v. 0 .lull 1839, R., dl. Ill, § 17.

Vergelijk omtrent de regelen van bewijs in het algemeen de navolgende beslissing :

Op de overtredingen van ambtenaren van den burgerlijken stand

1392

ocr page 242

[Art. 851..

zijn de bepalingen vnn het Wetboek van Strafvordering nopens liet bewijs van toepassing.

I'. II. (liYiningen v. l!i Mei 1857, II. li. Jlc. 18fV|. dl. XI. lil. \\~—'i iS.

De bepaling van art. 52 C, I'. omtrent het verhaalbare der boeten en kosten in strafzaken bij lijfsdwang, is niet toepasselijk in zaken van veroordeeling van ambtenaren van den burgerlijken stand, wegens overtredingen, waarvan de burgerlijke rechter, ingevolge de wet kennis neemt, als zijnde het daarbij zake, niet zoo zeer van eene straf, als van eene boete voor een gering verzuim op te leggen, hetwelk eensdeels daaruit mag worden afgeleid, dat deze boeten bij het H. VV. worden bedreigd, en daarbij onderscheiden zijn van de straften, welke bij den C. P. tegen eigenlijke misdrijven worden vastgesteld, en anderdeels daaruit, dat het aan den burgerlijken rechter wordt opgedragen, die op te leggen naar de vormen, door quot;t W, v !?. R. te bepalen.

Air. v. '2!) Maart 1850, R.. dl. XXXV. Sj 33; v. n. II.. II. I!.. dl. XI. p. 38G—393; idem arr. v. 93 Nov. 1883, \V. n0. 4970, li., dl. ('XXXV. S 17; verg. in denzelfden zin arr. v. 17 April '1872, R., dl. C, 43 en verdere arrquot;., aangehaald in de concl. O. M., voorafgaande aan arr. v. '2S Jan. 1881, W. n0. 4(302; v. n. II. Gem. zak., dl. X.XXIII. p. 15 sqq.; R., d1. ('XXVII, § 10; anders bij het tot eerstgeaielil arrest betrekkelijk vonnis van ile Arr.-R. Amsterdam v. I Oct. 1849, \V. n0. 10CI ; R. li., jg. 1849, dl. XI, p. 513—5R), en door Mr. 1!, .1. G.. te Assen, in de Oiim. en Mctl., dl. III. p. 52. ■— Zie ook art. 854 B. I\.. sub n0. I.

Art. S55.

I. Indien eene getrouwde vrouw, bijgestaan door baren man, vei-gunning verzoekt om gratis in rechten te mogen procedeeren onder overlegging van een certificaat van onvermogen, aan haren man alleen uitgereikt, dan kan liet daarvoor worden gehouden, dat ook zij zelve buiten staat is om proceskosten te dragen,

Arr. v. 15 April 1847. W n0. 941 ; I!,. dl. XXVII. ^ 31 ; v. n. 11, B. It., dl. VIII. p. 420—438, In strijd met de conclusie van den procnrenr-generaal, v. n. I!, I. c. p. 432—435; op grond, dat de roqnirante, door alleen over te leggen hel bewijs van onvermogen van haren man, niet aan de voorwaarden der wet had voldaan. Cf, art. 872 I!, R., sul) n°, I.

1393

ocr page 243

Art S55.) 1394

'i Ofschoon de wet niet voorschrijft bij het verzoekschrift om kosteloos te procedeeren de vordering, welke men wil instellen, bepaald te noemen, moet daaruit echter blijken, waartoe zal strekken de in te stellen vorderinquot;

^c, |)p partij, die gratis admissie heeft verkregen, moet bij het instellen |)arer rechtsvordering zich houden aan het verleende verlof en behoort, ij / indien zij daarvan afwijkt, te worden afgewezen.

Ai r. 11) Jan. ISGli. \V. ii0. -JVCiT; I!.. ill. LXXXII. ij 9, bevesligemlc rtÊ-, vonnis Arr.-K. I'iel v. 5 Mei •18(!5, \V. ii0. iiTHI ; vcrjr. ook Arr.-R. Leiden v. '28 Mei 1872. W. nquot;. :i5(i2.

/7^,. , quot;1. verSfelijk ook navolgende beslissingen:

■vDe partij, die voor eene bepaalde actie admissie gratis heeft ver Of, quot;f kresen, is niet bevoegd om met die actie eene andere daarmede

verwante kosteloos in te stellen.

Derhalve is eene partij, toegelaten tot het kosteloos instellen van eene vordering tot vernietiging van eene acte van koop en verkoop niet bevoegd tot het gratis instellen van eene vordering tot scheiding en verdeeling eener huwelijksgemeenschap.

Ait.-R. 's-Gravenliage v. Januari 1855, \\ . n0. Iti2i.

Indien hij, die vergunning verzocht en verkreeg om kosteloos te procedeeren tot nakoming eener verbindtenis, zijne voorgenomen vordering wijzigt in die tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daden, kan die vordering geen onderwerp van onderzoek en beslissing voor den rechter uitmaken.

A it.-li. Amsterdam v. 26 Nov. ■1867, \\. n°. 2987.

Er bestaat geen strijd tiuscben de bij eene dagvaarding en conclusie van eisch geformuleerde vordering en die in het verzoekschrift om te worden toegelaten tot kostelooze procedure, waarop vergunning verleend is. wanneer de dagvaarding en conclusie van eisch eene bijvoeging inhouden omtrent de wijze van betaling, waartoe de gedaagde zal worden veroordeeld, die in het verzoekschrift niet voorkomt, terwijl voor het overige het onderwerp en de grond der vordering dezelfde zijn.

Air. H. Amsterdam v. 23 Maart KSO1.). W. nquot;. 3138.

Ofschoon de vergunning tot liet kosteloos instellen van eene rechtsvor-

ocr page 244

{Ar/. 855.

(lering is verleend aan den kerkeraad eener Hervormde gemeente, belet dit geenszins, dat de Hervormde gemeente ten name van diakenen tegen gedaagden optrede, waar het dezelfde vordering betreft.

Air.-R. Tie! v. igt;lt; Maart 18(32, W. n0. 2401. Zie ook art. 857 B. /i.. nquot;. 1

Wanneer de getrouwde man alleen gratis admissie heeft bekomen, om tot bijstand en machtiging van zijne vrouw te proeedeeren, kan er geen acht geslagen worden op niet op zegel gestelde conclusicn namens hem in eigen naam genomen.

Arr.-R. Maastricht v. 7 Nov. 1872, W. n0. 3092.

Hoewel bij de dagvaarding gevraagd wordt schadevergoeding, nader op te maken bij staat, terwijl bij het verzoek tot gratis-admissie een bepaald schade-cijfer was genoemd, zoo is dit verschil toch niet van dien aard, om de toelating tot de gratis procedure te beschouwen als voor eene andere zaak gegeven,

An.-I!, Rotterdam v. 8 Maart 1871, W. n°. 334(3,

3. Erfgenamen, die eene rechtsvordering van hunnen erflater, waarin deze machtiging om gratis te proeedeeren had bekomen, op denzelfden voet verlangen te hervatten en voort te zetten, moeten (vermits die toelating is geheel persoonlijk) van hun onvermogen tot het dragen van gerechtskosten enz. doen blijken, en in den vorm der wet eene gelijke machtiging provoceeren,

Arr.-R. 's-Hertogenbosch v. 14 Nov, 1838, Reyt in XcdcrL. dl, II. p. 32.

-I-, Hij die onder vigueur der vorige wetgeving eene machtiging had bekomen om kosteloos te proeedeeren, doch de dagvaarding eerst onder de nieuwe wetgeving heeft doen uitgaan, moet (ook met het oog op de artt. 1 en 54 der Transitoire wet) geacht worden een verkregen recht te bezitten om op de vroeger verleende autorisatie voort te proeedeeren,

Ari.-R, I treclit v, (i Nov, ISid. Itcijt in .Xcclci'l., dl. III. p. -1T'—247,

Door den onvermogenden pleiter kan niet na eene bereids door hem ingestelde rechtsvordering, hangende het geding, met goed gevolg toelating worden verzocht om kosteloos te proeedeeren, maar is hij

ocr page 245

Art. S rt 5 )

onherroepelijk van die rechtsweldaad uitgesloten, indien Itij zulks in limine litis heeft nagelaten.

Ait.-K. Winsctioten v. 12 Maart lSirgt;, \\. li0. 7S:!; anders in de O///». en Med., dl. II. |). ÜOI—:lt;(t7 on Oüdeman D. It.. 4de ed., (II. 111. p. '257 en '258 en Mr. C. M. van der Kemp, Onlw. ut supra, (:!o drnk), p. '237. — Vgl. hiermede 1°. oen vertoog in do Oiini.vii Mc(l.,d\.W, p.'I2H—'l'27. naar luid waarvan op de daar aangevoerde gronden, bepaaldelijk in hot geval eener procedure op korten termijn (art. I • 'w li. 11.) die nadere toelating niet behoort te worden verleend en '2°. een vonnis van hot Ktg.. n0. '2, te Amsterdam v. ü Sept. 1851. R. Bijhl., jg. 1853, p. '145 en 146, waarbij is beslist, dat ook dan, wanneer na verleende autorisatie op korten termijn {in caot één dag) is gedagvaard, de gedaagde (die van die tussclienruinite geen gebruik heeft gemaakt om het verzoekschrift om kosteloos te procedeeren, aan den rechter in te dienen en die alsdan overeenkomstig de voorschriften der wet had behooren te bandelen) zonder zich op de zaak ten principale te verdedigen, niet ontvankelijk is in zijne hetzij principale, hetzij subsidiaire conclusie, strekkende óf tot bet bekomen van een uitstel van eenige weinige dagen, ten einde in de gelegenheid te zijn een verzoekschrift in te dienen, om kosteloos te kunnen procedeeren, of, met overlegging der bij art. 858 1!. F!, gevorderde verklaring, dat die vergunning hem dadelijk worde verleend, en dat in ieder geval op die alternatieve incidenteele vordering afzonderlijk behoort te worden beslist, betzij volgens art. 249 Ti. R.. indien men haar als zoodanig beschouwt, hetzij indien ze als dilatoiro exceptie wordt beschouwd, volgens art. 159 j°. art iüi eod.; — anders echter bij Mr. C. M v. n. IvEMi', Onlw. ut supra, p. 123, (3e druk, p. 240), volgens wien het in den aard dor zaak ligt. dat indien de verweerder wenscht kosteloos te procedeeren, hij op den dag der verschijning ten gevolge der dagvaarding, wanneer hij persoonlijk tegenover den eischer voor den kantonrechter staat, zijn verzoek mondeling voordraagt, zijn bewijs van onvermogen overlegt en de griflier het een en ander in het blad der terechtzitting aanteekent. Cf. art. 850 I!. U., vonnis Arr.-U. Alkmaar v. 28 Oct. 1847.

€». Het is de bedoeling van art. 855 15. R. om aan onvermogenden de gelegenheid te verschaften recht te erlangen, maar geenszins om chicanes in de hand te werken, of daardoor den meer vermogende in zijn goed recht te vexeeren.

Hieruit volgt, dat men in het verzoek om gratis te procedeeren niet gegrond is, indien men wil opkomen tegen een vonnis der Arr.-llechtb., waarbij des requirants conclusie om renvooi naar den kantonrechter is afgewezen, terwijl hij, vroeger voor den kantonrechter gedagvaard, diens onbevoegdheid heeft beweerd.

1*. II. Noordbrabant v. 11 Maart 1840, W. n0. 720.

1 •'500

ocr page 246

?. De getrouwde vrouw, welke, wegens onvermogen, van de Arr.-Rechtb. machtiging bekomen heeft om kosteloos tegen haren man te procedeeren tot scheiding van goederen, en daarop bij den voorzitter,

ten gevolge van de goede beloften van haren man, het vorderen dier scheiding laat varen, behoeft, naderhand hare actie op nieuw willende aanvangen, daartoe geene nieuwe toelating.

Ait.-R. Maastricht v. 23 Juni quot;1849, W. u0. 1134.

cS. Hij die machtiging verkregen heeft om zich kosteloos tegen eene ingestelde vordering te verdedigen, is bevoegd om met dezelfde machtiging eene reconventioneele vordering in te stellen, indien (gelijk in specie) juist in de reconventioneele vordering zijn hoofdverdedigings-middel ligt opgesloten. ^ -L^-tw- ''l ..r-.---* •

Air.-R. Amsterdam v. 15 Oct. 1850. Anist. Keclits|ir., dl, I. p. 150—155. ^

ook vermeld sul) artt. 155 en 250 li. li. WiZ. y'S^-

Anders navolgende beslissingen :

De toelating om zich kosteloos te verdedigen op den eisch in conventie, geeit nog geen recht om kosteloos reconventioneel te ageeren.

Vergelijk ook hiertoe _ v

Hij die vergunning heeft om zich kosteloos te verdedigen tegen een eisch tot boedelscheiding kan niet krachtens diezelfde vergunning in reconventie kosteloos procedeeren tot ontbinding eener overeenkomst

Hof 's-liertogenbosch v. 2C April 1881, W. n0. 4703; li. 1!. ji:. 1882, A. p. 264.

Art. 855 B. li. is niet toepasselijk op den ingezeten eener gemeente, wien bij art. 14o der (Jein.-wet de bevoegdheid tot het instellen eener rechtsvordering, namens de gemeente ten zijnen laste is toegekend.

Ait.-R. 's-Ilertugoiiboscli v. 30 A|ii'il IS.')2. K.. dl. XI.IV. § 93; (lein.-Slcm n0. 135, idem .Mr. li. Mei.vii, Haron van Lundkn in \V. n0. 402.quot;); anders Mr. M. uk I'into in bet request voorafgegaan aan bet sul) art. 875 7). /;. vermeld arr. v. 1 April 1881; idem Mr. N. 1*. van Nootkn in \V. n0. 4033 eu Mi'. Q. .1. II liaroa van Limhurg Stirum, diss. (Leiden 1880) «de bevoegdheid van don ingezetene om namens de gemeente te procedeeren,quot; pag. 18 sqq.

ocr page 247

{Arl 855.

I O. W aniieer de actie zelve binnen zekeren tijd moet worden aangelegd, is het niet voldoende alleen het verzoek om armreoht binnen dien tijd te hebben gedaan ; vermits dat verzoek niet gelijk staat met het aanleggen der rechtsvordering.

Ktg. Assen v. 9 Maart 1854, W. n°. 1028.

Zie ook ten betooge dat een verzoek tot kosteloos procedeeren niet kan gelden als in gebreke stelling.

Ait.-R. Tiel v. 1 Maart 1807, \V. n0. 2919. Zie wijders Rochtsg. Adv. \e verz., p. 149 sqq,, ton betooge dat verjaring wel gestuit wordt door een verzoek tot gratis-admissie met het daarop verleende appointement door den verzoeker aan de wederpartij beteekend. Cf. art. 2010 H. W. n0. 7 in fine (2o ed.)

Wanneer aan den eischer en arrestant, die kosteloos procedeert, zijn eisch tot vanwaardeverklaring wordt ontzegd, dan moet de rechter de kostelooze opheffing van het arrest onder derden bevelen.

Arr.-R. Leiden v. 17 Maart 1857, W. n°. 1859.

43. Noch bij de wet op de Rechterlijke Organisatie, noch in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, noch bij eenige andere wettelijke verordening is aan eene rechtbank de bevoegdheid toegekend om iemand, buiten het geval van onvermogen, een procureur toe te voegen.

Beschikking Rechtb. Middelburg, W. n0. 1910.

t:fi Hij, die procedeert tot executie (in casu derde arrest) van een vonnis, in zijn voordeel gewezen, is nie( gehouden andermaal gratis admissie te verzoeken.

rfanibj Arr.-R, Assen v. 4 Juni 1800, W, n°. 2927; lï. IS. jg. 1808, p. 223. l • Pi»/ f '/''e ec'lter ten betooge dat do toelating om kosteloos te procedeeren ' /'c'1 n'et quot;it«trekt tot de executie van het vonnis, arr.-r. Groningen 15

/pl'ïi- Bec. 1882, W. n0. 48G7;^en voorts dat het tegendeel hiervan ook in

ff quot; Uf- ■','re constituendo niet te verdedigen is, Mr, I'onevai. Faure in A', Bijdr., . si ig. 1800, dl, XVI, p, 274,

/ r/. 2-^-ibbi' ■ r-

. • Vreemdelingen kunnen pro deo aanvulling van de registers

V *'

7 olihS1- van (lel1 burgerlijken stand vragen, al bestaat er geen tractaat.

q ^ (fai- ■ Arr.-R. Goes v. 7 Maart 1873, R, ii, 1870, afd, A p, 75, in strijd met

.,..A ■ ^ bank is gegrond op het K, B. van 12 Juli 1858. n0, 54,

T w

aar nj)genomen conclusie van liet O. AF. De beslissing der recht

A ■ ' l kO n 1.' it- lt; 1 ..gt;gt; 11 r» 4- I»quot; T? »fn»i 'i O Tnli lt;1 QXQ »-gt;0 X/

'üt

%

139S

ocr page 248

(Arl. 855.

I «V Tofclating om kosteloos te procedeeren kan ?nv/ verleend worden in kort geding.

Arr.-R. Arnhem v. 8 Novembei' 1875, \V. ii0. 3910,

Ki De courantier, die onverplicht openbare dagvaardingen of' andere publicatiën in zijn courant kosteloos heeft opgenomen, is in zijne vordering tot betaling ontvankelijk, niet tegenover den proonreur, die de plaatsing verzocht, maar alleen tegenover de kosteloos procedeerende partij.

Ktg. Winschoten v. 1'2 Oct. 1875. \V. ii0. 3925.

IS. w anneer nieti verlof heeft om kosteloos tot scheiding en deeling eener gemeenschap te procedeeren, is daarin ook begrepen verlof om kosteloos te procedeeren tot publieken verkoop van het onroerend goed, dat het voorwerp dier scheiding uitmaakt, en om te procedeeren tot oplossing der geschillen, die bij den notaris onder de scheidingswerkzaamheden rijzen.

Arr.-R. Tiel v. 22 Febr. 1878. \V. n0. 4222.

IS. Zie ten betooge:

a. Hat alleen vergunning kan worden gegeven tot gratis procedeeren, maar nimmer tot aanvaarding of verwerping van nalatenschappen —

de vertoogen in het W. n0. 1171, p. 3, kol. 3 en \\ . n°. 1174, p. 4. kol. 1. — Vgl. hierrnede art. 872 I!. R.. sul» ii°. I in de noot en suli n0. 2 alsmede art. 874 B. R., suh n0. 1.

b. Dat ingeval van verwijzing, overeenkomstig art. 100 H. 11., de oorspronkelijke toelating om kosteloos te mogen procedeeren, door den kantonrechter verleend, niet ook voor de behandeling der zaak voor de Arr. II. geldig is, maar dat de onvermogende, om ook hier kosteloos te kunnen procedeeren, bij de Rechtbank daartoe verzoek moet doen —

G. 1),, in do Opm. oi Mcd., d. 11, p. 174—180. /ie ook Ocdemak. B. /»., 4de ed.. dl. Ill, p 2.'')8.

c. Dat iemand, die eischende of verwerende een rechtsgeding voor arbiters heeft aanhangig gemaakt, vergunning kan verkrijgen tot

1 399

ocr page 249

- 4quot;-c , ■■ ■ ■y * /vv/

. .. . .w„. -v.. .. ..-c

admissie-gratis, en de arbiters in dit geval uitsluitend bevoegd zijn

om over zoodanig verzoek te cognosceeren —

oen vertoog va.. W. V. C. in W. u0. 529; idem avb. uitspr v.m I» v\n Weei E E. van Raai.te en J. Knottenbei.ï, v. 4 Dec. is/1, \\ . „ó, ; anders a.r.-r. Tiel 27 Eebr. 1803, W. n0. 2523. waarbij .mph-cite werd beslist dat de toelating tot kostelooze procedure b.j een gedn.ü voor scheidsmannen niet bekend is; idem arb. nitspr. Mrs. W, Heineken. J. C. van deu Ki.ei.i en Th. Sanders in 1878, \V. n0. 4243.

,7. Dat noch art. 855, noch art. S72 van toepassing is, indien de beleedigde partij, wanneer zij ziel. in een rechtsgeding ter zake van wanbedrijf of overtreding gevoegd, en eene veroordeeling van den beklaagde tot vergoeding van schade verkregen heeft, onvermogend is de kosten te betelen eener expeditie van het veroordeelend vonnis

van den rechter —

U. 13.. jg. 1844, dl. VI. p. 820—832; idem door mr. C. M. van der Iu-.mp.

Ontw. ut supra, p. 94, (3e ed. p. 172).

e. Dat de wet niet verbiedt om bij het middel, op grond waarvan de vergunning om kosteloos te procedeeren is gegeven, no0 ander te voegen, wanneer bij het verzoekschrift niet tegen een gedeelte, maar tegen het geheele arrest wordt opgekomen.

Concl. O. M . voorafgaande aan arr. 4 Jan. 1884, W. n . 5002.

I». Zie omtrent de vraag, of aan een curator in een faillissement

bij het bewezen onvermogen van den faillieten boedel, vergunning

kan' worden verleend tot gratis procedeeren, indien de vordering met

quot;eheel ongegrond wordt bevonden -

Art. 813 W. v. K., vonnis Arr.-R. Rotterdam v. 3 Januari 18ol sqq.,

sub t.0. -18: _ Vgl. nog: in oen bevestigenden zin Oudeman, B. it., 4e

ed., dl. Ill, p. 250 en Penning, ad art. 855.

Vergelijk ten aanzien van kostelooze boedelbereddenng het navolgende :

Noch dit noch een ander artikel van de afdeeling van de toelating om kosteloos te procedeeren laat den rechter toe den curator in een faillissement bet armenreciit te geven, ten einde daarop den boedel

kosteloos te vereffenen.

Arr.-R. Assen v. . November 1855. \V. n0. 1721*; li. B-, ,igr-dl. VI. bl. 200. In dit vonnis wordt overwogen, dat de Kcgeer.ng in leze

ocr page 250

[Art. 855.

tiescliouwing scliijnt te deelen, daar or vei'scliillende circulaires door het bestuur van registratie zijn uitgevaardigd, ton doel hebbende om aan curatoren in faillissementen gratis zegels te doen verstrekken en de registratie in debet te doen plaats hebben voor handelingen hunner boedel bereddering enz.; idem Arr.-R. lirielle April 18i 'i3: 1!. I!. 1804. p. 834; verg. ook mr. S. Munalüa in li. li. '1849, p. 272 sqq.

- Zie omtrent de Staten waarmede door onze Uegeering overeenkomsten zijn gesloten, ten einde vreemdelingen hier te lande en Nederlanders in bet buitenland liet voorrecht van de toelating om kosteloos te procedeeren, te doen genieten, zooals met Pruisen (SIIjI. v. 28 Aug. 1822, n0. 41), het Groot-Hertogdom Hessen (.S7W. v. 11 Mei 1826, n0. 40), Luxemburg (Slhl. v. 31 Juli 1841, n0. 27) en Hannover (Sfhl. v. 15 .lull 1840, n0. 48) — het aangeteekeude in dl. I. p. 227 en 228 dezer Rechtspraak en mr. v. Kmukn, dl II. p. 451 : voorts dl. I (2(le drukV ]). 194 sqn,. ; verg. over het armenrecht met betrekking tot vreemdelingen: mr. M. W. C. MEl.ctiKlts in het sub art. 127 H. /(.vermeld proefschrift, p. 154 sqf|.

Art. 856.

Met het oog op art 856 sqq. 15, R., kan door een gedaagde niet, bij conclusie ter civiele terechtzitting, verzocht worden toelating om kosteloos te procedeeren,

Arr.-H. Alkmaar v. 28 Oct. 1847,1!. 15,, jg. 1848, dl, X. p, 110, — Vgl, het sub art, 855 1!, U., vonnis Arr,-R, Winschoten v, 12 Maart 1845, n0, 5 vermelde vonnis van 't Ivtg, 11°. 2 Amsterdam v. 0 Sept, 1851,

— Zie ten betooge, dat in cas van art. 850 1!, 1!. de procureur ook met de redactie van liet verzoekschrift, dat hij moet onderteekenen, belast is — de Opm. i'n Mal., lt;1 . I, p, 128—131 en Oudeman, II. II.. 4e ed,, dl, 111, p. 259.

Art. 857

1, liet is niet voldoende, dat het verzoekschrift slechts de daadzaken,

zij liet uitvoerig, bevatte, maar daarin moeten ook de gronden der vordering en derhalve de voorgenoraene vordering zelve van den reques-trant, zoo al niet volledig, dan althans summier, worden opgegeven.

Ivtg. Sommelsdijk v, 14 Juli 1853, \V, 11°, 1408; idem v. Woerden v, 20 Itec, 1847, 1\. B., jg. 1853, p. 254 en 255; idem ten betooge, dat do verzoeker om admissie-gratis, ten einde ontvankelijk te; zijn, zonder dat daartegen art, 857 15, R, obsteert) niet kan volstaan met eene opgave van feiten en met een beweren, dat er krachtens die feiten eeuige (min of meer nauwkeurig aangeduide) rechtsbetrekking bestaat tusschen hem en den gerequireerde, maar ook de verzoeker gehouden is bepaaldelijk

^ ^ ft' cói If 'y gt;lt; ^ ^

Ïv H /a.-. t t ,, ^ (- . /V 17i a ry ola_

fa vcrcUw /ntAf afrolt. : /{rrj- i /F, .

ocr page 251

. —^

/^, /f a /_ ae-lt;^tJLlt;^€. /^amp;^. /a/[^t^3s^y' 0gt;e^~ ^'*-*^-- \

Art. Sr,7.) 1402 ^

/Clr^C. /t 0- 11 0— * l- , l f* ^ 62-'

igt;p te geven welke acne hij wil instellen, dat is. wolke conclusie liij wenscht in rechten tegen den gerequireerde te nemen; idem Arr.-R.

rsi-ielle v. 1 Juin IS'm. \V. n0. 1G52. — Mr. \\. Boonackek, in 't II, /gt;..

dl. XI. p. 535—544; — anders, met betrekking tot dit laatste, in het ./ ^ 'Jyy^s~ doorhem aangehaald vonnis Arr.-R. Hoorn en door mr. .1. (quot;■. A. Faiif.u,

i(. J?.. ut supra, p. 621—024. — Vgl. ook hiermede Penning ad art.,

volgens wieu de daadzaken in het verzoekschrift geheel volledig moeten worden voorgesteld, hij gehrekc daarvan de tegenjiartij het verzoek kan ftfcfar^ ' tegenspreken en de verzoekei', indien hem desniettegenstaande toelating

is verleend, zich later in dat geding op geene andere, dan in zijn request vermelde daadzaken mag beroepen. — Cf. het sub art. 8o5 lgt;. R. vermeld arr. v. 19 Jan. 1800 sqq.

lt;5. liet verzoek tot kosteloos proces moet namens den persoon zdcen gedaan worden, die dat rechtsvoorrecht verlringt te genieten.

Arr.-R. Assen v. 10 Dec. 1855, K. I'. jg. 1850, dl. \ I. hl. 320. \n ccish was het request onderteekend door een procureur namens een ander persoon, die het verzoek deed voor den in het request genoemde.

Art. S5S.

1. Een bewijs van onvermogen, afgegeven door den burgemeester eener gemeente, op het getuigenis van slechts één wijkmeester, voldoet niet aan de wet.

Ktgr. Woerden v. 20 Dec. 1847 en v. 18 Juni 1849, R. li., jg. 1853, p. 254. 255. 202 en 203.

Om eene procedure kosteloos te mogen voeren is het niet voldoende een bewijs van onvermogen, in algemeene termen vervat, over te leggen, maar behoort uit dat bewijs wel degelijk te blijken, dat hij, aan wien het is afgegeven, onvermogend en buiten staat is de kosten te betalen, gevorderd wordende tot het instellen eener burgerlijke rechtsvordering tegen een bepaald persoon en bij een bepaalden rechter.

Ktur. Apeldoorn v. 2 Sept. 1853, \V. n0. 1477. — Vgl. hiermede de bedenkingen tegen dit vonnis van C. H.. alsmede de korte aanmerkingen van de redactie van 't Week hl, 1.1.. welke mede vermeent dat er weinig-twijfel bestaat omtrent het mule jiniicatum van dit vonnis (een en ander te vinden in 't \V. ut supra).

— Hij aanschrijving van den Min. v. liinn. Zaken dd. 12 Maart 1828, n .87. zie W. n0. 1118, is aan 1111. gouverneurs der provinciën, met betrekking tot ile lichtvaardige afgifte van certilicaten van onvermogen te kennen gegeven, dal

ocr page 252

' / 1403 y , [Art. 558.

^y^0''' ^1'quot; -^Lrf' tfz £-: yf'i Alt;) .y^e^. 'tjy^

het rnoeielijk, zofi niet onmogelijk is, run nan de gem.besturen een vasten regel. opzichtens «Je afgifte lt;lier certilicaten, voor te schrijven, daar zulks naar innerlijke overtuiging, op gedaan onderzoek gegrond, behoort te geschieden, maai' dat evenwel eene algemeene aanbeveling aan die besturen moet worden uitgevaardigd, ten einde het onderzoek naar de gegoedheid der personen, ten wier aanzien certificaten van onvermogen worden aangevraagd, met de meest mogelijke belangstelling en oplettendheid, inzonderheid met raadpleging van de registers der landelijke en plaatselijke belastingen, geschiede.

— Kene missive van den Min. van Piinnenl. Zaken v, lit Nov. 1844, n0. 7'.i (Hijs. tot het S/W. van 1 H'i-'k n0. iViO en \V. n . 559), bevat inlichtingen omtrent het afgeven door l'laats. liestui-en van certificaten van onvermogen. -Daai'uit blijkt, dat met afwijking van bet vroeger beginsel (ook aangenomen bij vonnis van het Ivtg. te Groningen i \\ n . '.Ui, — naar luid waarvan in ieder geval het hoofd van bet Plaats. Uest. de persoon bleef die het onvermogen certificeert, met dat gevolg, dat hij niet onbepaald gehouden zou zijn tot de afgifte van zoodanig certificaat, bij twijfel aan de geloofwaardigheid der twee geproduceerde getuigen, of bij de overtuiging dat de verzoeker n'wl onvermogend is — thans, in overeenstemming met de departementen van Binuenl./aken en van Justitie, op de daarbij vernielde overwegingen, als beginsel is aangenomen. dat in hel algemeen en iu den regel de burgemeester gebonden is op getuigenis van wijkmeesteren of twee bekende geloofwaardige personen een bewijs van onvermogen af te geven en zulks niet vermag te weigeren ; dat het eeuige. waarop de hoofden der Plaats. Pesturen verplicht zijn te letten, is. de aannemelijke bekendheid met de omstandigheden en de moraliteit der personen.

wier getuigenis wordt aangeboden, en dat, indien de personen uiet als zoodanig bij den burgemeester bekend zijn. of bij gegronde redenen mocht hebben om hunne geloofwaardigheid te betwijfelen, hij. naar aanleiding der bepaling van art. SÖS B. R., dat spreekt van /lt;■» niinatr hrcc (/chdcicn. bevoegd zou zijn. ook nog bet getuigenis van meer dan twee personen te vorderen, doch dat bij onbevoegd is, om de waarheid of onwaarheid van het, door daartoe geschikte en te goeder naam en faam staande personen, afgelegd getuigenis te beoordeeleu. Het beginsel, bij voormelde missive aangenomen, wordt ook gedeeld door Mr. C. M. v. n. Kemp, Ontwikkeling ut supra, p. I'ili en Pü (3e dr.. p. quot;238 en 239).

- De Comm. des Konings in Z.-lloll.. voldoende aan den wensch van den Min. van lünn. Zaken, heeft bij eene aanschrijving, dd. PJ April 1854. \V. u0. 1532, aan de gemeentebesturen de meest mogelijke nauwgezetheid bij de afgifte der bewijzen van onvermogen ter verkrijging van gratis-admissie aanbevolen en ze verzocht, in bet vervolg, bij de aanvrage van zoodanig bewijs, bepaaldelijk op de geloofwaardigheid der personen te letten, die de in art. 858 1!. R. bedoelde verklaringen afleggen, — welke wensch, met verwijzing naar de Missive v. 19 Nov. 1844 voormeld, wordt ondersteund door P. in t \\ . n,,. 1550.

Naar luid echter van eene Missive van den Min. v. liinnenl. Zaken v. 13 .luli 1845. nquot;. ö (lüjv. v. hot gt;7''/. v. 1845, nquot;, 174 en \\. nquot;. 1130), is de voormelde missive v. 19 Nov. 1844 uiet van toepassing op de bewijzen van onvermogen. bedoeld bij art. 53 C. P.. uit hoofde in strafzaken ontbreken de waarborgen en de proces-vormen van de artt. 801 en 802 li. R., en mitsdien in dit geval twee personen, door een veroordeelde als getuigen bijgebracht, de hoofden

ocr page 253

Art. 85S.)

dor plaatselijko bestuivn fieons/.ins kunnen dwingen, tegen beter weten aan. een onvermogen te bevestigen, van welks onwaarheid die hoofden de vol-komene overtuiging kunnen verkregen hebben, en het niet kan toegelaten worden, d;il twee of zelfs vier getuigen, door een veroordeelde bijgebracht, ■ ip die wijze klaarblijkelijk beslissen of de rechterlijke veroordeeling tot gijzeling gehandhaafd of ceheel verijdeld moet worden. — \gl. hiermede als eene bij-drage tot het misbruik, waartoe nu en dan verzoeken om /O'O dco aanleiding geven, en di^ stellige onwaarheid van het beweerd onvermogen, ondanks het door het Plaats. Bestuur afgegeven certificaat in behoorlijken vorm. —ecu vonnis van quot;t Klu:. n0. 't te Amsterdam v. ^ï) Oct. 1S,)0. 110. II7(gt;,

Het ontwerp van wet tot herziening der burgerlijke rechtsvordering, in het zittingjaar l^öö/öti aan de Staten-deneraal aangeboden, stelde, ter voorkoming, dat burgemeesters te lichtvaardig zouden omgaan niet het verleenen van bewijzen van onvermogen, voor, dat bij de verzoeken om gratis-admissie de volgende stukken werden overgelegd, als 1°. uittreksels uit dc verschillende belastingkohieren, of het bewijs, dat de verzoeker daarin niet is aangeslagen; 2°. uittreksels uit de registers der hypotheekbewaarders, voor zoover des verzoekers onroerend goed mocht bezwaard zijn; 3°. eene door wijk- of buurtmeesters of door twee bekende en geloofwaardige manspersonen aan het hoofd van het plaatselijk bestuur afgegeven verklaring, dat de verzoeker onvermogend is om proceskosten te betalen, met vrijlating aan het hoofd van het bestuur om bij die verklaring zoodanige opmerking te voegen als hij geraden oordeelt ; eindelijk 4°. eene door den kantonrechter afgegeven verklaring omtrent de gegoedheid van den verzoeker.

De drie eerste stukken worden ook gevorderd bij het ontwerp-Wetboek van linrg. Uegtsv. (vermeld sub art. 1 in line), hl. ll\.

/ie over het armenreclit een houfdartikel in i \\ . v. h. R. Uo. lift*.

Ali. 860.

I. De termijn, vermeld in art. S, al. '2, li. R., is in het daarbij omschreven geval ook van toepassing op liet exploit van beteekening van liet request en appointement, waarvan in art. 860 B. li. gesproken wordt.

Arr. v. 4 Tebr. 1841, W. n0. 239; v. n. Hont.rt, U. I!.. dl. II, p. 194 %.fl. H it^r^ iïfjcw 195; R., dl. Vlll. § 58; idem v, 17 Januari 1850, R., dl. XXX1\.

' j; 72; — in gelijken zin Oudeman, 7!. /!., 4de ed., dl. Ill, pag. 2t)2, ///. tv'iPiOV. Jïn nE pINTOi //,//. II, 2, p. 859, 2e ed., p. 939 en 940, ook op

j f /*,(, grond, dal art. 8 li. R. spreekt van dagvaardingen in bet algemeen, en

//,/c. * ' u (|at (|e j(|n'oeping iler wederpartij, om te verschijnen voor commissarissen, ,!cno dagvaarding is; — anders echter door S, M. in de O/d/i. Mrd., J'l (| vil. p. 151 — 155, die uit dc analogie van hot recht (art. 8lgt;0, in ver

hand met art. 343 en 7) afleidt, dat in cas van art. 8 al. 2, een termijn van acht vrije dagen in het geheel voldoende is voor de beteekening van het request en appointement, o. a. op grond, dat de wetgever aan quot;/'-,•(,(• p'dxj blijkbaar iets anders hecht dan aan dar/vaordin;/, daar hij in

I t O |.

ocr page 254

{Art. SfiO.

don regel van bet laatste dan alleen spreekt, wanneer aan oen rechtsingang te denken valt, on dat men, art. S üe al. li. R. toepasscndo op art. SCO, hier twee hepalingon met elkander in verhinding brengt, waarhij de wetgever bij het voorschrijven van een termijn van verschillende beginselen is uitgegaan, iets waardoor men cutilra aiwlor/iam juris zou handelen, wanneer men den termijn voor ilagmarditu/en voorgeschreven, onvoorwaardelijk van toepassing maakt op oyicoe/mif/e» ter zake van verzoeken tot bet bekomen van arm recht. — Dit gevoelen echter wordt nader wcderlegd door Mr. C. W. Dull, O/hh. ru Med., dl, VII, p. 2G'.i —279. — Vgl. ook in verband hiermede ten betooge, dat de termijn van vier dagen, voorkomende in art. 800 B. R., door den rechter des verzocht niet kan worden verkort, met andere woorden, dat de uitzondering van art. 7 al. 3 van dat Wetb. ten deze niet toepasselijk is. — een vertoog van Mr. II. F. in 't W. n0. 1021.

'i. Na eenmaal verleende admissie tot gratis-procedeeren kan het. wel niet meer een punt van onderzoek uitmaken of de daartoe betrekkelijke oproeping al dan niet wettig was geëxploiteerd.

Ktg. Assen v..... Xov. 1851. R. 1!.. jg. 1853, p. 528—530; idem 1'. II.

Limburg '10 Jan. 1850, W . n0, 2050; verg. ook Hof 's-Hertogonhosch v. 30 .lan. 1883, vermeld snb art. 100 li. R.. ten betooge dat men zich alsdan evenmin kan beklagen over onvolledigheid of onduidelijkheid in het beteekend request.

IS. Zie over do beteekonis van woonplaats in dit art. en speciaal overdo vraag of daaronder ook te verstaan is de in de procedure gekozen woonplaats, de pleidooien van mis. D. van Kck en .1. G. Kociiussen, voorafgegaan aan de beschikking van don II. 11. van 25 Juni 1858. \V. nquot;. '1975.

Art. 861.

Indien de verzoeker op den aangewe/.en dag niet verschijnt, wordt het verzoek gehouden voor vervallen.

Ktg. nn. 1 Amsterdam s.d. W. 4131 ; idem Ktg. Schiedam 5 Jan. 1805, W. ii0. 2730.

Aft. Sfi2.

I. Indien in /acio vaststaat, dat goederen, door den verhuurder op den verhuurden bodem in pandbeslag genomen, werkelijk zijn van de soorten en dienen tot het einde en gebruik, bij art. 1186 B. \\ . vermeld, dan is het verzoek van een derde om kostelooze admissie in cassatie tegen dit gewijsde, op grond, dat de in beslag genomene

1405

ocr page 255

Art. Sfi2.)

goederen niet nan den huurder, maar aan hem in eigendom behouren, aanvankelijk reeds als zoo ongefundeerd te beschouwen, dat het dadelijk behoort te worden afgewezen.

Are. v. 7 April ISil ; U.. lt;1. \ II. § 05. — Thri/ii,s', til. Ill, p. 1^0 on 140. (T. art. I ISO li. W,. an-, van denzellclen ilatuni, snli nquot;. I.

2. De beweerde onbevoegdheid van den kantonrechter, op grond van art. 38 a/in. 2, liegterl. Org. is, (uit hoofde het bij een verzoek om kosteloos te procedeeren, ten opzichte van de competentie van den rechter, om over dat verzoek te oordeelen, alleen de vraag geldt, of het verzoek is gericht aan den rechter, bij wien de zaak moet worden aangevangen, terwijl alle verdere exceptiën van incompetentie eerst bij het twistgeding zelf moeten beslist worden), op zich zeli niet voldoende om hem te verhinderen over het al of niet toelaten der kostelooze procedure te oordeelen.

Kt^-. Culeinliorrr v. lil Maart 1841, R. 1!.. dl. X. p. 70 en 77; anders echter op grond eener onbevoegdheid van de Arr.-Rechtb. of van den kantonrechtei' nit krachte van de artt. 41 en 42 Hecht. Org', bij vonnis van de Arr.-R. Amersfoort v. 10 Nov. 1847, en van 't Ktg. aldaar v. 7 Dec. 1847, heiden in 't W. nquot;. 870: idem Ktg. Gorinchem v. 0 Aug, 1857, \\'. |10. p.(;)4. — Cf. art. 157 li. K.. vonnis van dez. Arr.-R.. van denz. datum, sub nquot;. 4.

(Jf. navolgende beslissing:

De rechter, zelfs als hij zich incompetent acht ratione materiae (en dus a fortiori ratione personae) mag zich niet onbevoegd verklaren, maar kan het verzoek afwijzen.

Hof Arnhem '24 Dec. 1877, li. B.. jg. 1878, A., p. 107, \V. no. 4195.

De rechter kan bij het verhoor der partijen op een verzoek tot gratis-admissie in geen onderzoek treden van de bewijzen omtrent de gegrondheid der vordering, en is inzonderheid eene instructie der zaak, ten einde haar tot klaarheid en betoog te brengen, geheel uitgesloten.

Arr.-R. Gorinchem v. 14 April 1849, \V. nquot;. 1019. Cf. art. 1902 li. W. vonnis van dez. Arr.-R. v. denz. datum, sub nquot;. 01, 2e cd., sub iv. 78.

J-. Eene vordering kan reeds aanvankelijk geacht worden klaarblijkelijk te zijn ongegrond in deti zin van art. 8(52 B 11, indien van de onrechtmatige daad, waarover zich de verzoeker beklaagt en

1 iOO

ocr page 256

'Ar! S(!2

ilie tevens tot grondslag zoude strekken der civiele actie tot schadevergoeding, een proces-verbaal is opgemaakt, hetgeen ter vervolging aan liet Opeub. Min. is opgezonden, doch waaraan geen gevolg is gegeven, als kunnende reeds daaruit worden opgemaakt, dat voor die beweerde onrechtmatige daad geenerlei bewijzen zullen kunnen worden aange voerd.

Air.-li. Goiinchom v. 20 Maart 1 STiT), \V. n. . Ii)3:gt;. Vlt;rl. Iiieianedo 11' opmerking van den inzender, welke vulgens I.kon niet ten onrechte voormelde beschikking der Arr.-R. tt^ opmerkelijk acht. dan dat zij niet door o|ienliaarniaking aan de vergetelheid zon worden ontrukt.

S. lien bekentenis, door de wederpartij afgelegd bij de tegenspraak van een verzoek tot kosteloos procedeeren, is eene gerechtelijke bekentenis ten aanzien der vordering zelve en kan bij de behandeling daarvan als wettig bewijsmiddel worden ingeroepen

Ktg. Maarsen v. '27 Nov. 1802. \V. n0. tMviti.

0, Zie ten betooge. dat. hoe stellig ook, in cas van art. S(!2 afdoende schriftelijke beivijzc.u worden gevorderd, nogtans de geest der wet niet medebrengt, dat bet verzoek zou moeten of mogen worden toegestaan in de gevallen, dat, om van de ongegrondheid van des verzoekers beweren te doen blijken, ten aanzien der zaak zelve geene he.ivij-tftlukken bij de wet worden gevorderd —

Mr. I!. A. van lloi tkn. \V. iiquot;. lót); anders OunKMAN. B. li . Ac. ed.. dl. 111. p. 207. en in een vertoog in 't R. 1!.. jg. 1848. dl. X. p. 135 — I Vf. alwaar tevens wordt besteden de stelling, dat hij. die kosteloos verlangt te procedeeren, summier liet bewijs moet leveren van datgeen. waarop zijne actie ot tegenspraak lierust

Arl S(i;lt;.

1. Art. S(i;5 15 R. geeft niet alleen aan de verschijnende partij, maar ook aan den rechter ambtshalve de bevoegdheid om het verzoek tegen te spreken of te weigeren, op grond van aanwijzing van genoegzaam vermogen, niettegenstaande de verklaring van den burgemeester.

Arr.-ll. Hrielle v. 17 Nov. 1843, W. n0 'i'iCi. waarliij iimhlsliitlrc een verzoek om kosteloos te jtrocedeeren is afgewezen, o. a. op grond, dat do requestrante zelve erkende mede-gerechtigde te zijn tot twee nalatenschappen, tot aan het verzoek gemeen en onverdeeld gebleven, en zij .Mr, w, van Kosskm Hz., Hitry. I(*chtsv.

1 KJ 7

ocr page 257

Art. Sfi;5.)

zulks nii't lander verkoos te doen voortduren, uit wolken lioofde zij niet kon geaclit worden geheel onvermogend te zijn. Dit vonnis wordt bestreden door K. 1... in 't W. 11°. 450, o. a. np grond, dat de Reclilliank. hij liet nii»! tegengespruken onvermogen der verzoekster, ninhln/iiilrr alleen onderztiek lialt;l tnorlcn of inof/cn doen naar de deugdelijkheid, dat is, volgens schrijver, de materieele waarde van het overgelegd eertilicaat. hetgeen hier betrekkelijk het beweerd onvermogen eene ijirwsimi/itio juris cl de jure zon daarstellen (welk gevoelen wordt gedeeld door df. I 'into. //'//. B. /i.. II. !2. p. 800 en SOI, 2e ed.. p. 941 sq. en in de Tlieniis. jsr. 1845 d. VI. ji. 218quot;). en dat overigens het onvermogen niet afhankelijk is van de voorgenomen vorderhuj des verzoekers, maar van zijnen tegen-woordi'Ten staat. Dit gevoelen echter wordt wederlegd door den proctireur IIkix. in 't NV. n0. 404, en wel niet een beroep op art. quot;1953 li. W., en meer bepaaldelijk t.»]gt; art. 801 II. R. en de geschiedenis dei' wetgeving dintrent dit onderwerp (Cf. v. n. IIonkkt. //'//.. S 803). Bovendien doet hij opmerken, dat het certificaat slechts bevat de verklaring van de persoonlijke wetenschap van hem die het afgeeft, dat een en ander zeer onvolledig en hedriegelijk kan wezen, en er eene hizondcir wctshciialinfi noodig zon zijn om aan het certificaat eene prcicsKintiu juris et de jiirr te verbinden, enz. — Cf. de aanteekening van Mr. A. he Pinto sqq.. op art. 87'2 I!. R., sub n0. 8f/ en art. 855 li. R. sub n°. 10«.

2. Ken eigenaar die voor een ffedeelte van '/ijn onroerend goed eene jaarlijksche huur van f 204 kan bedingen, kan (in specie waar het niel blijkt dat dit onroerend goed met hypothecaire schuld bezwaard is) niet gezegd worden zóó van middelen ontbloot te zijn, dat hij de kosten tot 'net instellen eener rechtsvordering bij het kantongerecht niet zou kunnen voldoen.

Ktg. Woerden v. 18 Juni 1840. R. 1!.. jg. 185.'i, p. 2G'2 en 203. — Vgl. hierinode oen vonnis van 't Ktg. Arnhem v. 4 Oct 1853. W. n0. 1477. waarbij is beslist, dat. indien de gedaagde het verzoek om admissie-ucatis tegenspreekt, op grond dat de eischer onroerend goed bezit, de eischer zulks erkent, onder bijvoeging echter, dat die panden voor de vuile waarde met hvpotlieek zijn bezwaard, alsdan (wanneer het overgelegd certificaat van onvermogen naar zijn inhoud en vorm voldoende is en alzoo eene pracsuuilio juris oplevert) dat aveu van den verzoeker niet kan worden gesplitst, en de wederpartij, naar art. 802 I!. R.. door afdoende bewijsstukken moet aantoonen dat de bedoelde panden zijn onbezwaard of althans niet bezwaard voor hunne volle waarde. — Vgl. hiermede ten betooge, dat als tegenbewijs niet altijd gelden moet aanwijzing van bezit van vast goed — De Pinto, lldl. /?. It.. II. 2. p. 802 en 863,2de ed. p. 943 en Themis, jg. 1845 d. VI. p. 217; — anders echter in de Circulaire van den Min. v. Justitie v. 8 Mei 1840. n0. 72. R.. d. VI, £ 07.

3 De gunstige bepalingen nopens de toelating om kosteloos te

111 is

ocr page 258

Art. 8fi3,)

procedeeren hebben geenszins ten doel, om aan mifivermogendeii de kosten der rechtsgedingen m. in der drukkend te maken, in;iar om aan Qp.hvel onvermogendeii eene mogelijkheid te verschatten, om hun recht of hunne belangen te doen geiden, wanneer zij daartoe uit hoofde van hunnen toestand geheel buiten staat zijn.

Klg. Boxmeer v. tirgt; Oct. 1855, \V. n0. 1740; verg. hei sul) u0. 1 van dit artikel aangeteekende.

-4. IJe verzoeker om gratis proces te voeren kan niet geacht worden onvermogend te zijn, wanneer hij, zonder dat van eenige noodzakelijkheid daartoe zij gebleken, eene schuldvordering ten laste van anderen en wier voldoening met moeielijkheden gepaard ging, gekoclit en de kosten dier overdracht bestreden heeft

Ait.-R Maastridil (faadliainef) .lanuari *18rgt;S. W. nc 1982.

Wanneer aan den verzoeker een gerechtelijk aanbod is gedaan van f87.!iO in algeheele voldoening zijner beweerde pretensie, bestaan er geene termen om hem toe te laten voor het kantongerecht gratis te procedeeren.

Ktir. AnihiMn v. Hi Nov. ISlWt. \V. n0.

Al l S(i I .

I. De vrijwillige afstand van de instantie legt den eischer, die toelating bekomen heelt om kosteloos te procedeeren, geene verplichting op tot een nieuw verzoek, indien hij dezelfde vordering op nieuw voor den rechter wd brengen.

P. II. v. Zeelaml v. Ill Sept. 1839, R. It., jf;. ISKi. dl. \lll. 1' (V|/| ; idem Oudeman. B. II. dl. III. 4de ed.. p. 275.

® liet verzoek om kosteloos te procedeeren, kan voorwaardelijk worden afgewezen

Ivtg. quot;s-Gravenliaf!e v. Juli 185(), \\. n0. 1772.

In casti werd iiot ver/.ook gewezen van de hand. onder voorwaarde, dat de verweerder de aangeboden schadeloosstelling aan den verzoeker betaalde.

!f. Ue toelating tot kostelooze procedure, eenmaal aan den voogd als zoodanig verleend, is ook geldig voor dengeen. die den eersten

1409

ocr page 259

Art H64.) 111(1

voogd opvolgende, li'.ter de minderjarige kinderen in het geding ver-teuenwoordigt. Immers wordt die toelating in werkelijkheid verleend aan de rn'mderjarigm. en met het oog op hun onvermogen, zonder dat het in zooverre iets kan afdoen, wie die minderjarigen als voogd vertegenwoordigt.

1'. II. I.imlmi-g v. ld Jan. ISai). W. n0. 205(1; nok uanirchaaM siili ai't. Slid. 11. IJ.. 11°. '1.

Zie ten betooge ;

a. dat er jure constituto geene termen zijn om aan een behoeftige, die eene rechtsvordering voor het Kantongerecht zal instellen (met het oog op quot;t Kon. Besl. v. 14 Sept. 1838 {SM. no 36) en art. S van quot;t Kon. Besl. van 5 Dec. IS44, [thans art. 1(! Kon. Hesl v. 1 .luni is?1.) [Slbl. no. 107)]. een advocaat toe te voegen —

OrDEMAN. in de Ojnn. en Mcil.. dl. !. p. 1.gt;5—'l;»8 en i'. li., 'ulo tnl.. dl. UI. p. 2(11 en '202. In ile praktijk — althans in de residentie — worden ook in zaken voor den kantonrechter advocaten toegevoegd.

b. dat in zaken, waarin het O. M. conclusie moet nemen, het ook gehoord moet worden op de requesten tot gratis-admissie —

Mr. van Maanen : «het 0. M. in Nederland.quot; lil/. 74; mr. van Honevai Fai ue in .V. Bijitr.. jfr. 1800, dl. XVI. blz. 27:!.

Art. 865.

f . Hij die, kosteloos procedeerende, in eersten aanleg in het gelijk is tresteld, doch vervolgens, in appel, eene beslissing ten zijnen nadeele heeft bekomen, is niet bevoegd om, zonder nieuwe admissie, ook tegen de beslissing in appel, kosteloos als eischer in cassatie op te treden.

Zulks zou niet alleen ten eenenmale in strijd zijn met de woorden wrstttu aunlei) en d//v/j-V of cussatie, door den wetgever gebezigd, ma.u zou bovendien de wet. zoo doende, eene te uitgebreide beteekenis erlangen, daar hij, die, na door eene rechterlijke uitspraak in hooger beroep te zijn in het ongelijk gesteld, goedvindt zich daartegen in cassatie te voorzien, niet kan geacht worden in denzelfden gunstigen toestand te verkeeren als hij, die, in eersten aanleg, in het hoogste ressort, in het gelijk gesteld zijnde, en tegen wien dus in het geheel

ocr page 260

o /lt; m. -/^ ^quot; 2 t

k .. ___lt;?9«' rr Q ■ lt;h ■ ^rs t x^s *-* ■lt;

iStjr.. y A-. a

[Art. 8f)5

cPlt;y-amp;

(L:, /L ^

',,. ... quot; (?amp;gt;. ■ 'lt;y?' ^

r? 'Tx^ /-»^-

•^eeue iitiileeligf beslissing bestaat, verpliclit wordt zijne partij in cassatie te volgen.

Air. v. '_gt;:gt; l'etir. 1841, VV. n0. KIO (p. 4, k. :i); R.. dl. VII. S 04; v. n. II..

II. /;., dl. II. |i. 108—177: iclütii dk Pinto, Ihll. B. It., II. '2, |i. 805,

'ido ed., p. (145 sq. ; OniKMAN, It. It.. 4d(' ed.. dl. III. p, '275. —

Vjïl. Iiiermede een arr. van 't 1'. 11. v. Zeeland v. •gt; ItIh-. 1839,

li. 1!.. ji?. 1840. dl. VIII. p. 00!) en OIO, naar Inid waarvan 'lij, die in eersten aanleg kosteloos heeft geprocedeerd en op soinniige punten zijner vcndering in het gelijk, maar in andere in het ongelijk is gesteld, niet in appel als geïntimeerde eene nieuwe toelating moet vragen om kosteloos te procedeeren ; in gelijken zin Oudeman, ö. 1!.. dl. III. 4de ed.. p. '275. vA/. Samp;f /1 tin f.

lt;ï. In fle vergunning aan den appellant gegeven, om kosteloos iquot; ^ -a.rfrJ_a^t'' hooger beroep te procedeeren, zijn noodzakelijk alle zoodanige daden ^

van rechtsvordering begrepen, als hij m zijn belang vermeent te i^^.. moeten doen, waaronder ook de oproeping van een geïntimeerde, die

met liem in eersten aanleg mede-eischer is geweest, met alle reciit ^ gt;'zrv~^ £-c*-kan gerangschikt worden.

Irfr gt;*/

yx^rxramp;C^ j

Vgl. art. 159 li. U .

gt;p interlocutoire of praeparatoire uitspraken.

P. II. v, Drente v. 10 April IS42. W. n0. '297. arr. v. '21 Maart 1845 sqq.. sub n0. I.

3. Indien de verkrijger der admissie-gratis in eersten aanleg niet /*gt;

is in het ongelijk gesteld, maar alleen bij interlocutoir vonnis het leveren van nader bewijs is bevolen,' is hij in hooger beroep niet ont- n.' cnojr^. vankeiijk indien niet door den rechter ad quem voor die instantie op nieuw pru tlfo is verleend.

P. 11. v. Groningen v. quot;28 Febi'. 1843. \V. 110. 381 ; — anders door de '' .

Redactie van 't VV. ut supra, op grond, dat de eischer in eersten aanleg ^

niet in het ongelijk was gesteld en het hovendien zeer te betwijfelen zou -Jijsy o vallen, of art, 805 li. R, niet alleen zag op eindvonnissen en geenszins , lt;- / n ,/?

f A^-* fa 'O O -V

ylt;gt;£f7 OcQ-t^

\rl. S07. ^

die {i/i /tjiccif'. m cassatie) de verguiining erlangt om gratis

Hu

, , 1 ■ • Zo. Sl. /5jan.

te prcjcedeeren, is met verplicht de verkregene admissie aan partij

expresselijk te doen beteekenen, lt; ■?

/rf/y/.

Arr. \. quot;27 S»»|»i. ISVi, VV. 11°. U.. dl. \\ III. § .»1 ; v. i». [J.. B. I!.. /

dl. Vl (». V3—.quot;/J ; idem l^ij vonnis der Arr.-U. 1s-riertogenl)usch v. quot;iiquot;)

C O—Jt.

'Camp;y^Jïo-c

£s\sZ. \*^_J

A.-.

-es -2^

/

J

5- lt;. TV 0 ,

gt;-2- / gt;

ocr page 261

\rt. Sfi7 )

l ehr. ISili. \\ . nquot;. 7'iS, ii|i jïfonil. dat liet vonnis, waarbij tcielatm^ vcr-K-enci wordt om kosteloos proces te voeren, gebracht kan worden nocli onder de liepalingen van den Isten titel, 2de boek B. H.. als geenerlei recht op persoon of goederen, verhaalhaai bij gerechtelijken dwang, ten onderwerp hebhende, noch onder eenige bepalingen van den Isten titel van het Iste hoek, alwaar alleen gehandeld wordt van de rechtsvordering, te rekenen van af het uitgaan der dagvaarding, doch even als de vormen van ile aanvrage dier toelating ecidc/tijk behoort behandeld te worden naar de regelen, voor die geheel op zich zelve staande procedure vastgesteld hij art. 855 sqq.. alwaar de voorafgaande beteekening niet wordt voorgeschreven. C't'. art. IHI! I!. R.. arr. van 't 1'. [1. van N.-Brabant v. 4 April 1848, sub n0. I I. waarbij in voormeld geval, omtrent de niet-beteekening van de admissie in hooger beroep, hetzelfde beginsel is aangenomen; anders echter Oudkmxn. B. II.. dl. III. 4deed.. p. '271 sq . die betwijfelt of do algemeene bepaling van art. (Ki ook hier niet moet worden in acht genomen, en zulks in ieder geval noodzakelijk acht. indien, gelijk hij meent, (cf. art. 875 I!. li., sub n°, 2) tegen die voorzieningen het middel van cassatie is toegelaten.

'i. Indien eene gecxplniteerde dagvaarding is ongezegeld en op de kantteekening daarop vermeld staat quot;pro deuquot; ingevolge beschikking

der Arr.-R., de dato.....dan behoort te worden onderzocht, of die

beschikking op eene werkelijk bestaande berust.

Arr.-R. Amsterdam v, 22 April 1840, VV. nquot;. 715.

— /ie ten betooge dat. indien iemand, aan den kantonrechter hebbende ver-/iiibt. om kosteloos te procedeeren. zich bij de compaiitie waarvan art. 85!! II. II. spreekt, door een gemachtigde doet vertegenwoordigen, alsdan met het oog op art. 807 li. I!,. di' daartoe betrekkelijke volmacht (als behoorende onder de akten in dit art. vermeld), gratis moet worden geregistreerd — Otuemas. in 't R. I!.. jg. I8:«i. dl. I, p. 127—128, en li. R.. dl. III. 4de ed,. p. 204.

Art. Sfis.

I De vergunning, uan onvermogenden verleend, om gratis te procedeeren, brengt de bevoegdheid niet mede om te vorderen, dat een vroeger stuk, in overtreding der wet op het zegel op ongezegeld papier gesteld, in debet worde geregistreerd, zonder voldoening der daarop oorspronkelijk verschuldigd geweest zijnde geldboete.

liet tegendeel blijkt geenszins uit art. SOS B. R., hetwelk alleen de gerechtelijke akten, mitsgaders de griffie-rechten en judiciëele boeten igt;/ drhfl wil gesteld hebben, maar geenszins aanduidt, dat hieronder ook zullen begrepen zijn vroeger beloopen boeten van zegel, welke

ocr page 262

(L^ - ; ?6. /C' // A?(rr. «jtc , {£-■ quot; quot; ^fJ'?-

I H 8 XH. S68.)

eer.^t nu l)lijken te zijn verbeunl ; zoodat hij ilic; adinissie-i/rntie heelt erlangd, ook daarvan e.o ipso kwijtsclielding zou hebben verkregen en ile ontvangers zouden bevoegd zijn, liet voorschrift van art, 30 der zegelwet ter zijde te leggen

Hoezeer ook het ingeroepen art. StiS mede ^ewaasjt van het i// (h'he.l stellen van judiciëele boeten, kunnen daardoor tastbaar niet zijn bedoeld boeten als de omler\ver(ielijke. welke niet judiciëel zijn, maar onafhankelijk van de procedure en van de judiciëele handelingen der partijen vroeger verbeurd, bij elke ontdekking opvorderbaar worden.

Arr. v. 3 Mei isr.o. W. n0. 1147: It., il. X.W, S ty ; v. n. II., /.

/i'-';/., d. Ill, [i. I'-'I—i!t'7. -- In {tel ij ken zin liij vonnis van de Air-K.

Win.sclioten v. ;'gt;0 .lan. '18^0, VV. nquot;. I l'ili , U. I!.. jü. ISrMt, dl. XII. p.

514—520. in zoo verre ln*vi'sli^d lijj arr. 't P. II. v. Groningen v. 28 Maart '1S5II, dat het verzoek om in hooger lieroep van laatstgemeld vonnis gratis te prncedeeren, r.r mcrilin chkskc is gewezen van de band:

in de Oiihi. en Mcd., d. M, p. 71—85; Ihytsijcl. Adv., d. I\. p. '167—

170 en den Hoogl. v. Hai.i,. R. I!., jg. 1840, d. XI, p. 433; — anders bij vonnis van de Arr.-R. Utrecht v. 21 Sept. 1849. W. n0. 1009; R. I!.,

jg. 1849, dl. XI, p. 533 (vernietigd bij arr. v. d. H. K. ut supra) in bet Tijdsclnift voor ile Registratie, bet Notarisambt enz. (Zall-ljonnnel 1848).

dl. II. p. 449 en v.: en 3°. door Oudeman, H. It., dl. III. 4de ed.. p. 271.

en in do (gt;iiiii. en Mcd.. dl. \ 1. p. 288—292, — Vgl. ook hiermede een vertoog van Mr. S. A. Vkuwkv te Sneek in 'i \V. n°. 1049.

lt;8. Onder de gevolgen van de verleende toelating om kosteloos te procedeeren, behoort niet het recht om gratis of ïu debet de bij de wet voorgeschreven plaatsingen in de nieuwspapieren te verkrijgen,

kunnende, indien al zoodanige plaatsing (zonder voorafgaande toestemming van den courantier) ten behoeve van eenen kosteloos procedee-rende heeft plaats gehad, daarvan de gewone kosten van den procureur van de belanghebbende partij, die de plaatsing heeft bezorgd, niet worden gevorderd,

Ait.-R. Winschot,en v. 18 Nov. 1840, W. n0. 292, en Ktg. v. Winschoten van 12 Oct. 1875. W. n0. 3925 : in gelijken zin (wat het eerste gedeelte dezer beslissing hetreft) liij ok IMnto Hd/. It. I!.. II, 2. p. 8tj;gt;

2de ed.. p. 940 en Ouni MAN. It. It., dl. Ill, 4de eil., p. 274.

/.ie een betoog dat wijziging van art. 808 \\ . 1!. Rv. noodzakelijk is, wanneer do kosten van den advocaat (zooals was voorgesteld liij het ontwerp van de wet op de rechtspleging van den minister van justitie Donkku ( uutius) niel meer op de verliezende partij kininen worden verhaald, in (gt;inn. imi Mcd.. dl.

XI, p. 12(1.

ocr page 263

.-jj-y ftU'. t'ztv L,4. ^quot;cy^ .

Art S6S.) 1411

Art sf-ü)

I llüt bestuur der registratie is (mits zich gédrageiuie nuar de voorschriften, bij de wet omtrent de waardeering der kosten en liet doen beteekenen van iiet vonnis of het arrest, houdende veroordeeling ui de kosten, aan de veroordeelde partij) gerechtigd om de iu ilihnl gestelde rechten rcch!reeks te verhalen op de. succumbeerendc partij, naardien het bestuur in dat geval is de crediteur, en de suc-cumbeerende partij de debiteur dier rechten, tot verhaal waarvan zijne triumpheerende wederpartij zelfs geen belang heeft

Air, v. IX Maart IS-tó. W. 110. R. dl. XII. ^ 78; v. n. II.. !;. li., dl. ill. p, 235—'252. — In gelijken zin iiij het daartoe betrekkelijk vonnis van di' Air.-li. Assen v. j.» April IS-VI. 11. ut snpra. alsmede van dezelfde Air.-li. v. l:i .lan. 181(1. R.. d, IV. ^ 71; Idem Pknning, ad art. en Vf.knkhk, ad art, 8/0. imot 3; — anders In summijre vroegere vonnissen en beslissingen, opgenomen in de artt. 1114. löOI en ICiöO der Vrrzo-inclinij I-in Dcrisirti in regislrdliczokcii. en in dl. VI. § 11. p. 81 der A/f/cmreni' Vcr:inricliii!i: idem hij DE PlNTo, Ihll. 11. /(.. ||. 2. p. 8(i('i. 2de ed.. p. 047 en Oupeman, B. li., dl. III, 4de ed. p. 272 en in de dissertatie van Mr. I'liAXCKI'.N. p. 4!), noot I,

Vergelijk niet het bovenstaande begitisel, navolgende beslissinn';

Alhoewel de zegel- en registratierechten der in debet geregistreerde gerechtelijke akten van hem, die toelating heeft verkregen om kosteloos te procedeeren, op zijne in het ongelijk gestelde wederpartij, door het Bestuur bij dwangbevel moet worden ingevorderd, kan die invordering btj dwangbevel niet geschieden, dan nadat het beloop der kosten bevorens zij uitgemaakt door den rechter, die daarin heeft verwezen

Arr. v, 20 April ISCiC), R,, dl, LXXX1I. S 47, vernietigende arrest I', II. in Noordliolland v, 29 Juni 18(i5.

'* Van de partij die admissie-gratis had en haar geding won (lt;// cu-iu in eene procedure tot scheiding van tafel en bed die eenige jaren later door verzoening van rechtswege is te niet gegaan, — (zie art. •'50:5 15. W) kunnen de proceskosten worden gevorderd, aan hare zijde trevallen, waarin hare wederpartij is veroordeeld, op welke zij ze echter niet heelt verhaald, daar, welke aanmerkingen ook op de redactie van art S(i!) 15 R kunnen worden gemaakt, de daarin voorkomende woorden //op 'h-uzdren kunnen worden verhaald'quot; nimmer kunnen zien op

ocr page 264

{.■Irt. SHU

liet vrouwelijke woord weilrrpartij. nia;tr op hem, die toeliiting' ver-k reveil heeft.

Hoewel in het Periodiek H'ounleuhoe.k m zakt', eau iinijislvatie en/. , uitgegeven in liet jmir 1S43. c)|i pag. eene missive van den toen-maligen Min. van Just. v. 2.j Mei 1S4I. nquot;. 75, wordt aangehaald, houdende, dat er geene uitdrukkelijke bepaling zou bestaan, van welke partij de proceskosten moeten worden gevorderd, in cas van veroordeeling der niet gratis geadmitteerde partij, vermits het woord quot;(lm zfJcKti noodwendig als eene drukfout zou moeten worden aangemerkt. — vermag echter de rechter niet in eene door de wetgevende macht vastgestelde en afgekondigde verordening het bestaan eener drukfout van zoodanigen aard aan te nemen, waardoor de wetgever juist het tegenovergestelde zou bepalen van hetgeen hij werkelijk gevorderd heeft, daar toch in eene wet dergelijke misstellingen, zoo ze bestaan, alleen door de wetgevende macht kunnen worden hersteld, terwijl de taak van den rechter alleen is, de wet toe te passen, zooals ze is liggende.

Arr.-R. Gorincli(iiii v. 28 Dec. '1850. \V. iiü. 'I l0rgt;; idem hij ni; Maiïtini op art. li. 11°. (gt;. Al^cni. liep., die iihmIi» aldaur \:i!i ooi-deel is. dat zelfs de meest overtuigende dwalingen van den wetgever, ueene bevne^dlioid ireven a;m den rechter, om de nitdrnkkelijke howoordin^en der wetnvei-eenUomstis: eimie hetlt;m,e lezinjjr toe te passen; idem Penning, ad art. (1); anders Arr.-K. Maastricid '2 .Maart \Si)h. W. n0. '2712- waarhij wordt

(1) 'lot ondersteuning van het beginsel, aangenomen bij voormeld vonnis en ten betooge, dat, hoe klaarblijkelijk en tastbaar een door den wetgever begane misslag ook moge zijn, zulks evenwel er nimmer toe kan leiden, om in de wet zelve iets anders te lezen, dan er werkelijk in vermeld staat, is het wellicht niet ondienstig te herinneren hei gebeurde met de wet v. 28 .Juni 18')0 nquot;. 44\ter uitvoering

van art. 7 der Grw. Tijdens de behandeling dier wet in de Tweede Ivamer is bij wege van amendement na art. 7 een nieuw artikel ingelaseht. Hierdoor werd de volgorde fier artikelen verbroken en bleef het toen reeds aangenomen art. 1 verwijzen naar art. 9. terwijl die verwijzing naar art. in had behooren te geschieden.

Toen nu die wet bij de Eerste Ivamer inkwam, stelde de Voorzitter, naar aanleiding van eene missive van den Voorzitter der Tweede Kamer, voor, het ontwerp naar die Kamer terug te zenden, opdat de bedoelde misslag daarin zou kunnen worden hersteld. De Eerste Kamer echter achtte zich, als eenmaal op eene wettige wijze van liet ontwerp van wet gesaisisscerd, daartoe niet gerechtigd, en nam het ontwerp aan, zoo als het was liggende, nadat door den Minister de verzekering was geneven, dat de begane feil bij eene nadere wet zou worden hersteld. Dit heeft dan «•ok later plaats gehad bij de wet van 3 Mei 18.quot;)1 {Stbl. nu. 4()). Daarbij is alleen bepaald, dat art. 0, aangehaald in art. I «Ier wet van 28 Juli 1850, zou luiden: art. lo. (Zie Bijbl. 184'.» — ISóO, Eerste Kanier. 211—214 en 21'.»—2221. Lkun.

ocr page 265

[rt s«!).)

beslist, lt;l;it it alleszins jirond hestiUit voor liet besluit ihit «roliruik Viiu bet wnoril ile/elvequot; in het mannelijk geslacht te wijten is aan het feil dat de opsteller van het art. de regelen der granmiatica niet beeft nageleefd ; vermits én nit de geschiedenis én nit het ontbreken van een voeg-wmird van tegenstelling in den aanvang van dit art. blijkt, dat hier geene uil/uiidering van ail. SUS bedoeld is. maar dat 's wetgevers meening hiei' is. ilat de kosten niet op den gratis procedeerende. maar op de tegenpartij moeten worden verhaald. Idem Arr.-ll. Assen T) l''ebr. IS55, VV. n0. 103S en n0. IlilW (rubriek .Mengelwerk); R.. dl. 1.111, § 88, waarbij eehter werd beslist, dat enkele verschotten van den advocaat op de trimnphee-rende kosteloos procedeerende partij wel kunnen verhaald worden : idem arr. Hof 's Bosch v '27 .Maart 1877, 1!. !gt;.. jg. 187'.L A. p. '213, waarbij verder is beslist, dat niets belet dal tie client zich vooraf wettig verbindt zijn practizijn te betalen liij gnnstigen uitslag. — Vgl. ook het VV. nos. ti'21, 11(13. 1170 en 1174 en he Martini, ad art. 870/, volgens wien ook de gratis geprocedeerd bobbende partij, wanneer zij naderhand in betere omstandigheden geraakt en daardoor in staat wordt gesteld om de kosten der door haar gevoerd wordende procedure te viddoen. tot de betaling en vergoeding kan worden genoodzaakt.

J{. Hoewel het int-er (bn waarscliijnlijk is, dat de wetgever bij de vaststelling der arlt. Sli!) en S7(l B II , zich het geval heeft voorgesteld, dat slechts door oéne der partijen kosteloos wordt geprocedeerd, is echter de bepaling van art. SIU) B II niet juist tot zoodanig geval beperkt, maar in algemeene bewoordingen vervat. Hieruit volgt, dal, wanneer heide partijen kosteloos procedeeren, de triuinphcerende partij evenwel de kosten op de snccnmheerende kan verhalen

Ait.-K. Winschnten v. lil Maart 1852, R. 1!.. jg. 1852. p. 707—7it'.1 .

II.. dl. 1.111. § 87. en v. quot;23 Febr. 1871'. VV. n0. 3'2/i'i. — In gelijken zin in de O/tin. en Mal., dl. II. p. quot;285—'288: Ol'DEMAN. B. II.. dl.

III. 'ide ed. p. 273 en pk J'into, Themis, jg. '1845, dl. VI, p. 222 en //lt;//. li. I!.. II, 2. 8(i(i. 2de ed.. p. 947 ; — anders in de (timi. en Mi/I.. 1. c.. p. 280—284.

-1. liet Bestuur der Registratie is niet bevoegd de, tengevolge van aan de winnende partij verleende admissie tot gratis procedeeren, in 'fr.het gestelde zegel- en registratierechten van de verliezende partij in te vorderen in den vorm, lot het verellencn van proceskosten voorgeschreven (artt (t 12—(gt;15 B. li.), maar moet daarbij volgen den weg, voorgeschreven bij art. til der wet van Frimaire an VII (Bulletin des hois. nft 2 l-s).

1' 11. in Nniirdholland v. 27 Kelirnari 18(12. \V. nquot;. 2384.

ocr page 266

(Art SC,'.)

!» Igt;1] het verleeiien van liut voorreclit oin kosteloos te jirocedeercii, is het de bedoeling vnn den wetgever geweest om behoeftige, personen, of daarmede gelijk gestelde besturen, de gelegenheid te geven hunne rechten te doen gelden, met dien verstande, dat /ij die /uilen te betalen hebben, indien zij nader daartoe in staat mochten worden gesteld, en geenszins om hen die kosten kwijtteschelden.

Mitsdien is de procureur van hem, die gratis procedeerende, zijn proces gewonnen heeft en die dientengevolge den eigendom heeft verkre gen van twee perceelen bouwland, gerechtigd de stukken terug te houden, totdat hem zijn salaris en verschot zijn uitbetaald

P. II. in LimlmriL! v. Decembor 187.'). \\. n . KMH».

Irl. S7(i.

Onder eindvonnis, in art S70 15. II , moet niet verstaan worden

het vonnis, waardoor het tusschen partijen bestaand geschil geheel

wordt beslist en ten einde gebracht, maar ieder vonnis, waarbij eenig

geschilpunt tusschen partijen wordt beslist en afgedaan, en waarbij

daarom ook, overeenkomstig de bepaling van art. 56, eene der partijen

in de kosten verwezen wordt.

Air.-K. Winschnton van II) Maart IS.VJ. li. 1!.. jy. 1|S.|1. 7(1/- 7(11); li., dl. LUI. S XI.

Art. S72

I. Op het door een vader, in zijne hoedanigheid van voogd over zijn minderjarig kind, gedaan verzoek tot machtiging, om een aan dit kind behoorend perceel onder de hand te mogen verkoopen, kan machtiging worden verleend, met bepaling tevens dat de expeditie van die beschikking, zonder betaling van zegel- en registratie-rechten, zal worden uitgereikt, hoewel bij het daartoe strekkend verzoekschrift wel is overgelegd een bewijs van het onvermogen des vaders, doch niet van den zoon, in wiens belang en ten wiens behoeve de machtiging werd verzocht, indien in facto is aangenomen, dat de te verkrijgen autorisatie moest strekken tot de realisatie van de eenige geringe bezitting van dat kind.

1117

ocr page 267

Art. ^72)

Ait. v. Mei 1SVgt;. W. n0 M): U.. .11. XII. § 49; v. 1». 11. /gt;'. dl. III. p. lis.')—389. hi strijd met de conclusion van den adv.-gen. (thans pioc.-gen.) van Maankn, v. igt;. M. en R. nt supra, ho(»fdzakelijk op grond, dat ten deze niet liet onvermogen van den vader, maar wel van den zoon had hehooren te hlijken, wijl de inbond van het verzoekschrift, lioinlcmlc (hit de zonn eigenaar is van een onroerend goed. doet vermoeden. dat hij niet onder de hij de wet bedoelde on vermogenden kan worden gerekend (1). Hok Mr. C'. M. v. igt;. Kimp. Onhr. nt snpra, |gt;. It22en 123. .'»(le cd., p. 239. (die, volgens I.kon. ten deze de J'riIrlljl;v heslissing en den regel jus in cmisfi jui.sihnn nit liet i»(»g verliest) noemt voormelde heslissing vreemd, op grond. dat. wanneer de minderjarige zelf vermogend is. dmii den voogd uit zijne eigene henrs geen voorschot behoeft gedaan te worden, terwijl, indien de minderjarige onvermogend is. de voogd niet kan worden genoodzaakt voorschot van kosten nit eigene henrs te doen en die kosten mitsdien te blijven dragen. — Cf. art. 855 1gt;. K.. arr. v. 15 April IS'iT. snh n0. 1.

De toelating, hij art. 87^ B. R. bedoeld, moet niet worden beperkt tot de beschikkingen zelve, aldaar vermeld, maar strekt zich ook van zelve in de daar bedoelde gevallen uit tot alle de actus en

(1) Volgens ecne Circulaire van den Minister van Justitie v. 8 Mei 1840, nw. 72, K., dl, VI, § 67 en \V. n0. 106. hebben de gunstige bepalingen der Wet omtrent het kosteloos proeedeeren geenszins ten doel, om aan ininrermutjeuden lt;le kosten der procedure miuder drukkend ie maken, maar om aan f/eheel om ervioqtndeu eene mogelijkheid te verschatlen, om bun recht of bnnne belangen te doen gelden, wanneer zij daartoe, uit boofde van hunnen beboeftigen toestand, geheel buiten staat zijn. Insgelijks verklaart de Min. daarin dat hij, boevel hij volkomen toestemt, dat art. 872 1gt;. K. algemeen is, en geene gerechtelijke handeling uitsluit, niet zoo gereedelijk kan aannemen, dat de schulden waarmede iemand (m ca sa alwaar het gold eene aangevraagde machtiging tot verkoop van onroerend goed, aan minderjarigen in mede-eigendom toebehoorende) is bezwaard, in aanmerking zouden kunnen komen om hem ter toepassing van art. 872 B. R.), als onvermogend te doen beschouwen. Met dit laatste stemt eenijrermate overeen eene beschikking van de Arr.-R.'s-Graven-hage, door de I'imo aangehaald in 't W. n0. 41 7 en eene beschikking van de Arr.-R. \s-llerlogenhoscb v. 27 September 1861, W. nquot;. 2342, alsmede het gevoelen van een zich noemenden niet rechtsgeleerde in ^t W. n*1. 433, volgens wien iemand die eene betrekking beeft, welke hem, hoe gering ook, een vast inkomen verzekert, en die alleen op het tijdstip van bet indienen van het request niet kan betalen, niet zou zijn behoeftig in den zin der wet; anders echter en m. i. meer te recht df. 1'into, Hdl. /gt; /» . II. 2, p. 803, 2de ed., p. 943, overeenstemmende met Ot dkman, 4de cd., dl. 111, p. 205 en 256 alwaar men leest; „dat men niet rolslarjeu nnn behoeft te zijn, om bet beue.ficium pnuperuni te kunnen inroepen, en dat men daartoe slechts onvenii'iijend (jf niet ffrinoijend tjenoeq moet zijn om de kosten van een proces te dragenquot;quot;. Niet onbepaald echter kan ik mij vereenigen met het gevoelen van dien M'hrijver dat namelijk menig burgerman, eigenaar van eén ot twee panden zelfs, \ei mogen genoeg kan bezitten om zijn huisgezin behoorlijk te onderhouden, en toch onvermogend kan zijn, om de kosten van een proces te betalen. (Lkon;.

IMS

ocr page 268

(Art. S72.

Iireparatoire igt;f interlocutmre liamlelingen, die vereisclit worden om tot de gevraagde eindbeschikking te geraken.

Air. v. 'ili Juni 1848, W. 110. 93.'!; R., dl. XXIX. § SO; v. n. II,. B. II.. dl. X. |). 33—35; idem air. Huf 's-Gravenbage v. 5 Api'il ISTti R. li.. jlt;r. 1S7ii. .4, |gt;. 228 en 220; idem mi'. R. C. Nielwenhui^ in VV. niquot;. 24Ki en 2487. en de aldiiar aangeliaalde vonnisen van de Arr.-R. Aridiem v

.lannari I8(i2. en 19 Januari 1863; idem vonnissen Arr.-R. Arnhem (i Juni 18(12, R. li. ju. 1804, j). 5(^2 en v. 4 Jan. 18G3 t. a. [lt; bl/. -gt;(•/. waai' het pdd het igt;ri)cesverbaal van tieéedijriiijLr van een deskundige tquot;l waardeering van de roerende goederen behoorende tot den gemeensehap-pelijken boedel van een moeder en haar overleden man, en van bevestiging van eerstgemelde in de voogdij; — idem Arr.-K. Leiden v. 3 Maart I8(*i2. R. 1!., jg. I8(ili, |i. 2(i1, ten aanzien van een exploit van sommatie en gelijktijdige heteekening van stukken ; ef. onk de in \\ . n0. 2487 aangehaalde min. resolutie van 7 Febr. 1803, P. \\ .. 2de ged., jg. 1802, n . '(113; cf'. OF. PlNTO. H. li.. 11. 2de ged., (2d(' druk), p. 948; et. mr. (' M. v. n. IvEMi'. Ontu'.. ut supra, p. 392 sq.; — anders bij vonnis der Arr.-R. Middelburg v. 22 April 1848. bevestigd hij arr. van t P. 11. v. Zeeland v. 30 Mei 1848, heiden in quot;t W. n0. 933. Ook de Proc.-Gen. hij hel P. H. v. Zeeland had in dien zin geconcludeerd, op grond der circulaire van den Min. v. Justitie v. 8 Nov. 1845, n0. 83, (welke echter hij arr. van den 11. R. voormeld, evenmin voor den rechter als voor de belanghebbenden is verbindende verklaard), houdende, dat hij eene hoedelbeschrijving, up grond van art. S72 1!. R.. het proces-verhaal van eedsallegging der schal-tcrs en de akte van bewaargeving en beëediging der hoedelbeschrijving niet op uiKji^'ycId papier mogen geschreven zijn, en de registratie dier stukken niet gratis kan geschieden, al is het naar aanleiding van onge-z.elt;relde bewijzen van onvermogen der hetrokkene minderjarige erfgenamen, alzoo het niet betreft eene gerechtelijke machtiging goedkeuring of andere rechterlijke beschikking op eenvoudige requesten nf aanvragen, nitsluitend l)ij het voorschreven artikel bedoeld, en het mitsdien eene nitbreiding dier wetsbepaling zou zijn tot gevallen, welke daarbij noch voorzien noch bedoeld zijn geworden; dat dus de registratie dier stukken niet dan tegen dadelijke voldoening kan plaats bobben; dat de overtredingen daarvan moeten worden geconstateerd en vervolgd, en mitsdien de rechterlijke ambtenaren worden uitgenoodigd. om aan het meergemeld artikel geene uitbreidinquot; te geven, welke zoo min met de bedoeling der wet als mei bet belang der schatkist is overeen te brengen. Cf. P. \\. jg. 1802, n0. 4001. en de min. res. v. 2S Fehr. 1802. n0. 11. vermeld in \V. n°. 2483, hierboven aangehaald; idem mr. van Roskvm. Faiue, in A. ByV/c., jg. 1800, dl. XVI. Iilz. 281 s(iq. die ulilaar — in strijd met hetgeen implieite ook was heslist hij het sub art. 874 B. R.. sub nquot;. 1 genoemde arr. v. 27 Mei 1842 -Iletoogt dat de toelating om kosteloos te verrichten handelingen, waarbij de mede werking des rechters niet te pas komt als b.v. de aanvaarding van eene erfenis onder henelicie van inventaris — in strijd met de wet is; cf. v. li. 1. in R. I!. jg. 1800. p. 202; cf. W. n'. 4270. — Cf. art. S75 I!. |{ . arr. van denz. datum suh n1.

1419

ocr page 269

. //

f'/y ^ f-tr £' e-^— x ^ 1—^^ ——-t tgt;gt;y~v/amp;-.

2^ £- r-t /fê? t rx ■£*-Q—'Cre^Xi fe*._____ i^^L- /4^ r^ ^— _• 'f ^KS' ^''

Art. 872) 1420

^ * V- •/•quot; ° ---'• ^^07J^-

' 3. liuiieii er strijd bestaat tusschen de regelen eener procedure en

die omtrent de wijze om de bevoegdheid te erlangen om die procedure gratis te voeren, dan moeten de eerste ten koste van de laatste worden nagekomen en behooren de laatste, zoo goed mogelijk, met de eerste in verband te worden gebracht.

Hieruit volgt (ook met oog op art. 4(.t.quot;i, al. 2, B. ^ .), dat op een request tot onder curatele stelling van de echtgenoot des verzoekers, waarbij tevens is verzocht om gratis te mogen procedeeren, ten principale kan worden beschikt, zonder dat de voorschriften, vervat in art. S55 en volg, IV 11, zijn in acht genomen.

Arr.-K. Uruningeii v. !t limi IS'iH. li. li., jfi'. IS'iif. dl \. p. (117 en (VIS; R.. lt;11. NN. 5; '.ld.

-1. Wanneer echtgenooten zich gezamenlijk bij één verzoekschrift tot den rechter wenden, tot het bekomen van scheiding van tafel en bed mutuo consensu en tevens op de wijze rechtens van hun onver mogen doen blijken, zoodat er, hoezeer er eene uitspraak tusschen twee personen moet plaats hebben, evenwel geene reden is van een eigenlijk rechtsseding, dan is de opvolging der formaliteiten, bij art 8.')5 sqq H R. voorgeschreven, onnoodig en moet zoodanig geval worden ire rangschikt onder die, welke bedoeld zijn bij art 872 van dat Wetb,, met dat gevolg, dat de rechter bij dezelfde beschikking, waarbij hij de eerste verschijning der echtgenooten beveelt, kan gelasten dat al de daartoe betrekkelijke stukken vrij van zegel en yralm geregistreerd aan de request ran ten zullen worden uitgereikt.

1'. II. v. Zeeland v. II Juli IS.'iquot;). R. 1!.. j^. *1840, dl. Vlll, p. i.'i.) siiq.. vernietifrendfi eene bescliikking van de Air -K. Middelburg v. 22 Mei '184.) 1. 1.

.» Indien een arrest van den rechter atl que.m een eind-arrest is over eene opgeworjien nietigheid tegen de inleidende dagvaarding in eersten aanleg en de verzoeker bij aanleg der eerste instantie, door de rechtbank met zijn vraag om kosteloos te procedeeren is afgewezen geworden, dan kan door hem van het in appel gewezen arrest geene kostelooze uitgifte worden gevorderd, vermits het lichten van dat arrest een accessonum, een gevolg er van is, dienende tot ten-uitvoer-legging of andere bewerkstelliging en alzoo niet buiten eigenlijk rechtsgeding, bedoeld bij art 872 B R, kan betracht worden.

ocr page 270

[Art. S72.

1'. II. v l.imbnrjï v. 3 Per. \V. nquot;. KlOr». — \LrI liieniifMlft flc

Ufdactie van t W. nt supra, die liet, tnot liet oo^r ii|i dit aiTftst. lgt;otr(Mirt dat d(^ jnrispiudentie van d(gt;ii il. Raad di' menipvnidifre freschilpnntoii nvor' liet aimenproces, vuur de lielangliehliend^n gewoonlijli van zmi irrmit iiewicht. onttrekt aan de censuur van den rechter in cassatie.

€4. Wanneer in eerste instantie de afzetting van een voogd wordt gevraagd hij een eenvoudig request, dan bestaan er geene termen om de declinatoire beschikking deswege, op arond. dat deze vordering hij dagvaarding had behooren te zijn aangebracht (cf. art. 4-')8 B. VV , vonnis van de Arr.-R. Gorincliem v. 1 ö Febr. 184;)), in hooger beroep kosteloos te doen uitreiken en te doen beteekenen

1'. II. v. I.iinhnrjr v. 'il Oct. t \V. nquot;. ll'.Ci: II H .jfr. ISnt. p.'i'tö 247. — V^rl. hiertegen de aannierkinjien van de Redactie van het \V.. die niet begrijpt dat hier niet de Uostelooze uitüifte van bet arrest zon nnfjfn tieviilen zijn. /.ij oppert de vraag of. indien de afzettinlt;; van een voogd (te recht of te onrecht, hetgeen niets ter zake doet) gevraagd wordt hij i'i h rund/V/ rcijursf. alsdan niet ilr hrscltil;l;imj uj' ihit fr^ncst rmr iK'sclf(il'j is Uj' ci'tiiutnditf i'rijursl.

S. Wanneer iemand, van wiens onvermogen behoorlijk gebleken is, tegen zijn vader in rechten procedeert, om diens toestemming tot liet aangaan van een huwelijk te verkrijgen, dan moeten, met bet oog op t Kon. Hes! van 2(i Mei 1S2I no. .'5.quot;), j0. art. S72 H. R , de daartoe betrekkelijke stukken fjratis en niet in debet voor zegel geviseerd en geregistreerd worden.

Decisie van den Min. Financiën v. HI .Ian. 4842. R., dl. XIV. S 7li (1 ).

•S. Alleen en in het geval, bij dit artikel voorzien, kan een request, zonder door een bij de rechtbank postuleerenden procureur te zijn geteekend, worden overgelegd, en in dat geval moet door den president een procureur worden benoemd

Arr.-li. I trecht v. 21! Dec. IStil. W. nquot;. 2702.

Om gratis te willen procedeeren ter zake van arrest onder derden, moet eerst door den president verlof worden gegeven om pro (h-u arrest

142 1

ocr page 271

Art. H7£.)

tet le^quot;en en later door ilc rechtbank admissie yratis worden verleeiid voor de procedure tot van-waarde-verklaring

Air.-H. Urielle v. '2 Jan. 1874. W. nquot;. 3709.

Dit vonnis wendt in lietzelfile nummer door de K. bestreden, die van cMirdcel is ilat ile tuopassinj^ diver leer tut onbillijkheid aanleiding moet neven, omdat de termijn van acht dapMi tussclien hot lejrjren van het arrest .•li de (l;igvaardinlt;i (art, 7:iS li. It.) te Unit is, om in dien tusschentijd een vonnis tut uratis admissie te liekomen; cl. hiermede in verband Arr.-U /ierik/ee v 17 M;i;ot |Stgt;:{ sqq.. ad art. S'21 B. I!.

■ üegeen, die van eene afwijzende beschikking op request kosteloos in hooger beroep wil komen, heelt geen voorafgaand verlofnoodig om kosteloos te procedeeren, maar kan volstaan met den weg te volgen door de artikelen 3i5 en S7^ H. 1!. aangewezen.

Wanneer al de registratie van het request aan het Hof op grond van art. (iS, § .j. der wet van It Frimaire an VII in verband met art, II der wet van ;U Mei 18-24 (.S'/W no. 36) mocht gevorderd kunnen worden, behoort die zonder voorafgaand verlof of bevel van het Hof, alleen op vertoon van het bewijs van onvermogen, gratis te geschieden

Heschikking Hof s-Gravenbage v. Ti April 1870. R. I!.. jg. l8/('gt;. afd. .1. pag. '228.

I I, Zie ten betooge :

a. Dat de rechtbank, bij het overleggen van een bewijs van onvermogen, niet a priori bevoegd kan worden geacht, wegens het beweerd vermogen van den verzoeker weigerachtig te blijven op het daartoe betrekkelijk verzoekschrift, op ongezegeld papier geschreven, te beschikken, als leverende in dU geval het overgelegd certificaat eeneprawmtw juri* et d? jure, op, in ieder geval daarstellende eene authentieke akte, die als volkomen bewijs geldt van datgene wat de openbare ambtenaar daarin voor waarheid verklaart, immers totdat de valschheid daarvan is bewezen —

Mr. A. i,f. I 'into. Them ik, j». 18/,:.. dl. VI. p. 228 en 229; B.K..H.2. p. 8(')7.2de ed.. p. 948 en 949 en in I W. u0.'i l7. daarbij bestrijdende bet tegenovergesteld gevoelen van de Arr.-ft. 's-Gi'avenbage, aldaar vermeld.

Cf. art. 8(18 !!. U.. vonnis van de Arr.-li. lirielle v. 17 Nov. 184!!. sub n0. I. alsmede art. 872 R. K.. sub iic. I in de noot.

Dat hij, (tie kosteloos wenscht te heteekenen en ten uitvoer te

ocr page 272

I |.2a {Ail. H7i.

letrijen een ten oorreotioncele. in /nke vim belastingen gewe/.en vtimiis. waarbij de administnitie is gelast in beslag genomene goederen terug te geven, en tevens in de kosten is verwezen, zijn daartoe strekkend verzoek behoort in te richten, niet naar art. S72 I' II., maar wel naar art. 855 en de daarmede in verband staande volgende artikelen van dat wetboek —

de Opm. i'ii Mnl.. dl. III. p. lit.quot;»—1!IS. — VüI. Ociirman. It. II..

dl. Ill, Ado od.. p. 27(1: nr. I'into. Ihll. II. I!.. II. ti, p. S(17. ti.l.....I.

|i. !HS eti v. igt;. lloNr.UT, II'IIj.. ^ S72 en S7;'.

Art. S7k

t. Net recht om toelating te verkrijgen tot bet kosteloos proce-deeren, zonder bewijzen van onvermogen over te leggen, bij art. S74 B, II. aan armen-inriclitingen enz. — zonder onderscheiding of zij voor hare gestichten, of in andere, aan haar bij de wet gegevene hoedanigheden handelen, —- toegekend, mag niet beperkt worden tot de gevallen, waarin die inrichtingen voor de handhaving of verkrijging van hare rechten optreden en is de overlegging der bewijzen van onvermogen alzoo niet noodig, wanneer deze inrichtingen verzoeken kosteloos te mogen procedeeren voor personen, die aldaar zijn opgenomen en verzorgd worden, en bepaaldelijk ook niet om een aan zoodanige personen opgekomen deel van eene nalatenschap, ten hunnen behoeve, gratis, onder benefice van boedelbeschrijving te mogen aanvaarden.

Arr. v. 27 Mei 1842, W. n0. 208; !gt;.. dl. XI. ij 51 : v. i». II.. B. It.. dl. III. p. 389—302; — in strijd niet do conclusien van den proc.-fien. liij den II. R. (v. n. II. 011 R. R, I I.). die ten deze in liet Uelantr der wet was gekomen in cassatie tegen hel daartoe lietrekkelijk vonnis van do Air.-R. Rotterdam, lioofdzakolijk op grond dat art. 874 alléén zon bepalen, dat armen-inriclitingen oir/.., wanneer zij voor het liandliaven nl' verkrijgen hun r rechten optreden, zonder liowijs van onvermogen kostr-looze toelating kunnen erlangen, doch ilit recht niet kan worden nitge. strekt tot de verzoeken om kostolooze toelating, welke de bestnnrdors van die inrichtingen doen ten lielioeve van do daarin opgonomone en verzorgd wordende pei sonen; dat dos van het onvermogen der minderjarigen had moeten blijken enz. — ('1'. art. 855 R. R., stili 11°. 181'.

8. Eene kerkelijke gemeente behoort tot die besturen, welke op baar verzoek behoorcn te worden toegelaten tot kostelooze procedure.

Mr. W. van Konsf.m 15/,., Hurij. lifditsv. (.gt;U

|

ocr page 273

Art.. 874.) 1421.

Ait. v. '22 Mei ism W. ii0. i; v. it. ii.. H. li., dl. V. p. :*«—IttHi; — in gelijken zin nr. I'into, lldl. 11. /gt;'.. II, 2. p. Ii' ed., p. 0;!(i.

3. Rene eenmaal wettig verkregene autorisatie (if admissie om at debet te pnicedeeren, aan een ccillegie of corpus morale verleend, blijft ^reldiir en van kracht, niettegenstaande de leden, uitmakende dat collegie, geheel of gedeeltelijk door anderen worden vervangen

P. II v. Zeeland v. quot;gt; l elir. 1830, R. R., jp;. 1S46. dl. YIII, p. (iOtl en lt;M(I.

J-, Hoewel de woorden van art. 874 H. R, quot;op gelijke wijze, mei gelijk (jevolq enz quot;, vatbaar zijn voor de uitlegging, dat liet onvermogen der bedoelde armen-inrichtingen en andere inrichtingen kan worden tegengesproken, kan zulks echter niet de geest van dit artikel zijn, omdat dit: 1°. bij vroegere wettelijke bepalingen niet was toegelaten : en 2°. de vrijstelling van het overleggen van het schriftelijk bewijs van onvermogen een afdoende grond is, om het er voor te houden, dat kerkbesturen, alleen omdat zij liefdadige gestichten zijn, eene bizondere gunst genieten en dat zij zelfs niet gehouden zijn om, zoo zij gratis willen procedeeren. eenig onvermogen aan te toonen of toe te laten, dat men zulks tegenspreke

Ait.-R. Winschnten v. .'ill .Inni 1841, II. 1!.. jp. 18'ii. dl. III. p. .iquot;27 i'ii 328; in gelijken zin nu Pixto. lldl. B. It.. II. 2. p. 85ii, 2de ed.. p. 937. en in 't \V. n0. 223: Ochrman. It. 11.. dl. Ill, Weed., p. 2(ili sq. en door Mr. O. DlEl'UUls. in 't R. I!-, ji.'. 18 VI. dl. III. p. 533 —Wn ;iii(iigt;i's editor door Mr. W. K. Km men. in 'tR.li.,ifi. IS'il. dl. 111. p. 321 - 33(ieii jir 1842. dl. IV. p. 141 sqrp

ö. Het is niet noodig dat eene kerkvoogdij, die een voorloopig getuigenverhoor wil doen houden, voorat een verzoek doe om het daartoe betrekkelijk request te mogen indienen op ongezegeld papier, en dat de daarop te nemen beschikkinir moge zijn vrij van zegel en registratie.

Ait.-R. Assen v. 21 Jan. 1843, W. n0. 488.

lt;i. liet voorrecht om kosteloos te mogen pmcedeeren, is wel bij art. 87 1 B. R toegekend aan de kerkbesturen der verschillende godsdienstige gezindheden, maar niet aan de tijdelijke gebruikers van pastorale goederen, tot handhaving der rechten, uit dat gebruik voort spruitende.

Arr.-H. Nijmegen v. tin Kolgt;r. i\\ . n0. 10SS.

ocr page 274

{Art 871.

S. üiuler kerkbestuur wordt verstiiau het bestuur over de kerk, nis de synode en de onder baar besturende lichamen, provinciale en klassikale besturen, benevens de kerkeraden. Mitsdien kunnen onder kerk besturen niet worden begrepen kerkvoogden, die volgens hun reglement (in casu dat op de kerkelijke administratie te Veenendaal) alleen belast zijn met liet beheer der kerkelijke goederen

Ivtjj;. Wageningen v. 1(1 Oct. 1870, \V, ii0. o'i7'.i.

Pit vonnis is bestreden dour Mr. P. I'. 1'. Kist in \V. m0. IWSü. on Mr I'. .1. van SwisiiF.nr.n in W. n0. Igt;28,-). Zici ook II. .1. v. n. II. in \V. n0. A. .1. v. B. C. in W. n°. 3;i00 en amlermaal mi'. 1'. I'. I'. Kist in W. ii0. ;m!. Het vonnis verdedigd door inr. K. M. lt;1. d. M. in \V. n0. .'gt;■ 'li' die wederom bestreden werd door v. M. in W. n0. 332'2.

.S Eene st'chting, gevestigd met het doel om huisvesting te bezorgen nan oude vrouwen en haar tevens eene vaste geldelijke toelage te verzekeren, is uief een gods- of gasthuis, in den zin van dit artikel.

Arr-K. Zwolle v. ... Oct. 1X7:5. \V. n0.

Hij art. 7(1 der wet van 28 Juni 1854, {Stbl. n0. UK)), op liet armbestunr. zijn ook de besturen der burgerlijke i/cincciilcii voor de gevallen, in die wet vermeld, in het genot gesteld van gratis-procedure, welk recht hun niet onder vigneur der nn ingetrokken wet v. 28 Nov. 1818 was toegekend.

— Lipman, /gt;. It., aclit bet hodenkelijk of men niet de armbesturen enz. geheel zou hebben kunnen vrijstellen van het vragen om kosteloos te proce-deeren, daar zij toch geen bewijs van onvermogen behoeven, en ook huiten de bepalingen van de '10de afdeel, van 't 3de hoek 1!. R., altijd eene autorisatie tot liet voeren van een rechtsgeding noodig hebben, welke niet zal worden verleend, wanneer de vordering of verdediging klaarblijkelijk van allen grond ontbloot is. — Oudeman, B. 1!.. 4de ed., dl. 111. p. 250, noot 2, merkt hieromtrent aan, dat het vragen dezer autorisatie voor de in art. 874 vermelde besturen een huishoudelijk voorschrift is, zoodat zij ook zonder deze machtiging niet uit den gerichte negt;gen geweerd worden. In gelijken zin is dan ook beslist bij arr. van het P. H. van Groningen van 12 Dec. 1843, W. n0. 408, dat het Kon. Besl. v. 15 April 1835. n®. 85, niet meer deed dan de collegicn van Geil. Staten bevoegd te verklaren, om. wanneer die verzoeken tot machtiging door diakenen of andere publieke administratiën aan hen gedaan worden, daarop te beschikken, terwijl het, indien dat besluit meer behelsde, eerst dan noodig zou zijn te onderzoeken de vraag, of zoodanige verordening, voor alle ook de niet gesubsidieerde diaconiën verbindend, bij Kon. lieshut zou kunnen gegeven worden. — Bij Kon. Besl. echter van 2 Nov. 1848, zijn de diaconiën ontheven van de verplichting, aan hare besturen bij het vroeger Kon. Kesl. v. 1 April 183.) opgelegd, en is daardoor van zelf een einde gemaakt aan het verschil van gevoelen over den zin en de rechtsgeldige kracht van laatstgemeld besluit. In t W. n°. 'lU7i) komt een vertoog voor, waarin men het allezins wenschelijk acht, dat ook de plaatselijke kerkelijke administratiën eenmaal van de bezwarende

I 1.25

ocr page 275

Art. 874 )

nodd/iiUclijklicid wunlcn bevrijil, din tot lii't vocivu van. nt'zicli vcniodi^cii i'i'clitsi;c(liii^:oii. wanneer ze daartoe liij een lieslnit. frenoinoii in eone daartoe .i|gt;lt;.'cTiie|ien vei-jraileiinu van kerkvoojrdeii met iidtabelen, zijn ueniachtiüd, nn^ daai'enlmven de goedkeurinjj; der provinciale adleyii'ii van toez.iclit np de administratie der kerkelijke fondsen benoodigd te hebben. — l'.indelijk is bij art. ICi der Wet v. 'JS Jnni 1854 n0. Ill(l) bepaald, dat de besturen van burger

lijke en iremengde instellingen, behoudens do uitzondering, in art. 72 dier wet vernield, de machtiging behoeven van Ged. Staten tot het voeren van rechtsgedingen. — Ten aanzien dier besturen dus is thans do bedenking van den heer 1.1 pman volkomen gegrond.

— Igt;it artikel wordt bij het nieuw onlwerp-wetboek van ISOö (zie hl. I 1'i) afgeschaft, in zooverre als het tegenwoordig artikel de armen-inrichtingen, besturen van gods- en gasthuizen, benevens tie kerkbesturen der verschillende godsdienstige gezindten binnen het Rijk vrijstelt van de verplichting om, gratis-admissie verlangende, van hun onvermogen te doen blijken. Hij het onderzoek van het ontwerp '1855 in de Tweede Kamer had do meerderheid van do Tweede Kamer datzelfde gevoelen omhelsd. Zij meende, dat het voorschrijven der verplichting ook voor kerkelijke en burgerlijke armbesturen om voor de gratis-adrnissie hun onvermogen te doen blijken, er toe zou kunnen bijdragen, om do aan die besturen wol eens eigene zucht om te procodeeren te temperen.

Art. S 75

I. lltt exceptief verbod van hooger beroep, hetgeen niet willekeurig mag worden uitgebreid, is krachtens art. 875 15. II. alleen betrekkelijk tot de uitspraken, waarbij de toelating om kosteloos te procedeeren wordt verleend of afgewezen. Het kan niet worden uitgestrekt tot de uitspraken en geschillen over de vraag, welk gevolg aan eene verleende toelating moet worden toegekend, en in het bizonder, of de toelating, bij art. S7^ bedoeld, moet worden beperkt enkel tot de beschikkingen zelve daar vermeld, dan wel of de toelating zich ook van zelve, in de daar bedoelde gevallen, uitstrekt tot al de actus en praeparatoire of interlocutoire handelingen, die vereischt worden om tot de gevraagde eindbeschikking te geraken

Ait. v. .Inni 18.18. \V n0. !):!:!; I!. dl. XXIX. S 's,) ; v. h. II . li. It.. dl. X. p. -'i en . — In strijd met do conclusion van den Adv.-Gen. Dekf.tii. It. ut supra, hoofdzakelijk op grond, dat, wanneer do wetgever govvilil heelt, dat men noch in appel, noch in cassatie mag konien van eene uitspraak. botrofTende oen verzoek om oen rechtsgeding kosteloos to mogen voeren, er geene aamienielijko reden denkbaar is. dat hij het middel van hoogei beroep en dat van cassatie wol zou hebben toegelaten voor eene uitspraak, botrellendo een verzoek om eene eenvoudige niachti-

142(i

ocr page 276

[Art. S7.-.

iLiinji, bnitftn reclitsiiedinir. U»'stolons te iholmmi erlaniien. on alzoo betreffende een ondei werp van veel minder aangelegenheid (hm het voeren van een rechtsgeding; dat de woorden: nrnnjnfindi: de loclolln'j oïh hósfcloos tr igt;ro('rlt;lrigt;ri!n. in art. ST.quot;quot;) voorkoniende, in een algemeenen zin moeten worden ongevat, evenzeer als znlks het geval is met de woorden hoinirr hrroi'i' in hetzelfde art. — Vgl. in verhand hiermede een opstel van Mr.

,T. A. Moi.stkr in 't R. R.. jg. 185'^, p. 5S7—590, ten hetooge — gelijk ook is beslist bij arr. van 't P. 11. van Zeeland v. HO Mei1S/|8. \V. n0. IKW.

doch bij het daartoe betrekkelijk arr. van den II. H. v. 23 Jnni 1S4S is in het midden gelaten — dat bniten eigenlijk rechtsgeding de nitslnitin^

van het hooger beroep ten aanzien der al of niet toelating van dit recht volstrekt niet geldende is en althans beschikkingen opDru — verzoeken voor rechtshandelingen bniten proces wel aan hooger beroep onderworpen zijn. Tot dit opstel heeft aanleiding gegeven zekere rechtszaak aldaar vermeld, daarop nederkomende, dat een gedaagde, door het Kantongerecht in het. ongelijk gesteld zijnde, van dit vonnis in hooger beroep wenschende te ki»men en in deze tweede instantie kosteloos te procedeeren. zich bij request tot dien rechter had gewend ten einde hern kosteloos een afschrift van het vonnis mocht worden uitgereikt, welk verzoek echter is geweigerd op grond xdat daarvoor geene termen in onze wet voorhanden waren .

zijnde deze beschikking, na overlegging van het bewijs van onvermogen bij de Arr.-R.. alwaar do verzoeker in hooger beroep kwam. ook door die rechtbank, zon dei* te treden in de tncritrs der zaak, doch alleen op grond.

dat hij in'o Deo geen appel is toegelaten volgens art. 875 H. R.. gehandhaafd. — Het gevoelen van den heer Moi.stf.u echter is bestreden in een npstel in de Nienwe Bijdragen voor Regtsg. en Wetirev.. jg. 18rgt;3. j». 071 —

lgt;82. o. op grond, dat door hem hier is uit het oog verloren, dat het iicijKiii' verzoek zelf. het nhjeclnhi jn'filiimis, alleen strekte tfgt;t het verkrijgen van kostelooze rechtshandelingen, en mitsdien niet anders was dan een beroep op het armenrecht. waarbij het hooger beroep, ingevolge art. 87') U. |{.. is uitgesloten en dat overigens de vraag, welk fimtltf eene van tien rechter verkregen /gt;eo admissie heeft, geheel onder

scheiden is van dat verzoek zelf.

3. Tegen de uitspraken «Ier hoven, rechtbanken en kantonrechters mngaande de toelating kosteloos te j)rocefieeren, is zoowel cassatie • Is appel uitgesloten.

Arr. v. 1 April 1881. \V. n0. KVPJ. R.. dl. ('X X \ II. ^ 'SA, li. I;. jg. 188tgt;. .1, ^ ^

p. /v. 24 hec. 1874 (in raadkaimM*). K.. dl. ('VIM. ^ )gt;S. idem arr.

V. tir. April ISM.V. I.. IIonkiit. II II.. dl. V. til. I{.. di. Will. ï I : /fpS, . rèby. W. n0. 40rgt;; v. 2'2 Oct. '1845, v. n. Honkut. /(. dl. VII!. M. 1. \V. n'. r.

()G7 ; v. Iti .l;ni. 1 -T'T. \\'. 110. 1S20. Aiid.M's! In»! middel v:m cassatie lgt;etreft: in \V. n'-. 4'. 15. 55(1 en lilgt;7; Adr.. dl. II. |i. 149 sqq.. uk Pinto in Thrwis. ill. VI. jij. 1X45. p. --1'' sqq. en //'//. D. It.. II. 2. p. StiT sq..

'Jdc druk. p. ll'i'.l ; Ol'liF.MAN. II. I!.. dl. 111. 4digt; ed.. p. l2(gt;!( en'iTd : mi . \\'. MrV, ft K'cfo/Z-. HooxAriiKH. R. H.. iu. 1849. dl. NI. n. 5:'(i in do nnnt.cn rnr. van Hdxfvaiquot;^ ê,

I'Al'ni. in A Ih'/dr.. jiiquot;. 181)1». dl. X\l. p. t27rgt;. «lie betoojït dat het

«/. (P/ff s U-lt;??»

krejla-tzl. aj

1427

erfyf, kf 6 6 IJ * y

w. o'Jamp;n,

ocr page 277

All. s?.')

tegendeel niet -erecliivaardi-d wordt door art. S7r. li. II.. en in bepaalden strijd is met de bepaling der Grondwet in art. 95 R. O. overgebracht. Vgi. inetUquot; omtrent do practische bezwaren, waartoe het beginsel, bij vnoniield air. aangenomen, kan leiden — H. in ' R- jg. 1850, dl. XII. p. 127 en 1-iS.

a. Zie ten betooge, dat volgens art. Wb. van Burg. Rv.

hooger beroep vfin beschikkingen, aangaande de toelating om gratis te procedeeren is toegelaten, wanneer tie rechter, die van het \erzoek tot kosteloos procedeeren kennis nam. een geschil over zijne bevoegdheid heeft beslist —

rijdxchr. r. h. Sid. Hcyt. dl. 1. Hz. Ü3; idem arr. Hof Arnhem v. tgt;4 Dec. 1S77. R. B. jg. IS7S. .1. p. Itgt;7. W. n0. .'rUCt. ook vermeld ad art. SC.'i 1!. K.. sul' ir. i.

* * n /— y- - s -Irl. S7(i.

. t^cnyy

rgt; I Wel is waar maquot;, volgens dit artikel, in zekere gevallen, vóór

Cc.cPJiP tr. PCv: ' •- ^ .

/a dfit nog een gedimr aanhangig is, een voorloopig getuigenverhoor worden toegestaan, waarbij geen contradictoir debat kan plaats hebben. / maar uit deze van het gemeene recht afwijkende bepalingen, alleen in ' bizonder geval geldende, kan niet worden afgeleid dat alle. buiten

^riLca.kis nst-L. eenig Lreditiir onder eede afgelegde verklaringen, waaraan bewijskracht.

. 1S of kan worden toegekend, het karakter van getuigenis dragen, en zoo ook eene valsche getuigenis, vallende in de termen van art. ;]«o van het Strafwetboek, kunnen opleveren Arr. v. ^rgt; .luli ISlVi. R.. dl. LXXXll,

U/?/t'762-S- 'i Waar niet blijkt dat recht is gedaan, op de bij het voorloopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen, kan het middel, waarbij beweerd wordt schending van deze artikelen op grond dat een zoodanige enquete s bevolen in een aanhangig geding, nooit tot cassatie leiden.

Arr. v. :;n Juni ISS'i. R. 1!.. ,jg. 1S83. Igt;. p. If.

:{ De rechter, beschikkende op een verzoek om een voorloopig getuigenverhoor te houden, kan. met het oog op de artt. 855. 87^ en s74 H. R, niet toestaan, dat het voorloopig getuigenverhoor zelf en alles, wat volgt op de uitgifte van de beschikking, houdende de toelating van dit voorloopig getuigenverhoor, gratis en met vrijstelling van zegel- en registratierechten geschiede.

1 12^

ocr page 278

{Art. S7('i,

I I-2 9

•ili'

V-l. 11

'iss.

Air.-U. As

Fel li-. IX VA. \\.

ol' meer met ileze quaestie in verliaml staamle, lie ai inzender up ilil vuilnis. \V. nt snpra.

41 liet middel van vonrloopig getuigenverhoor moet geacht worden een buitengewoon rechtsmiddel te zijn, hetwelk niet alleen om de bepaalde redenen, in art. S76 van dat Wetboek vermeld, is toegelaten, maar ook om andere dergelijke redenen wordt veroorloofd. _a /£• vquot;

Zulke andere redenen, door den rechter te beuordeelen naar den zin en de strekking van de wet, moeten de zoodanige zijn, waardoor liet gevaar wordt aangetoond, dat het bewijsmiddel, hetwelk men bedoelt, zou verloren gaan, indien het houden van een voorloopig verhoor van getuigen niet wordt toegestaan.

Hieruit volgt dat eene compagnie van levens-verzekering, die beweert eene onware verklaring te hebben ontvangen van den gezondheidstoestand van wijlen zeker persoon, op wiens leven eene verzekering was genomen, eerst, indieu zij daarvoor voldoende redenen opgeeft, kan vorderen een voorloopig getuigenverhoor, uit vreeze, dat de polis van assurantie bij endossement worde overgedragen en de compagnie gedurende den tijd van verjaring zoude blijven blootstaan aan eene vervolging.

1' II. V. /.-nnllanil V. -jri h'elir. IS'fCi, \V. n0. tlSCi; K.. dl. \X\I. J-US

liet voorloopig getuigenverhoor kan niet als bewijs worden aangenomen. wanneer het, hangende het geding, heeft plaats gehad.

An.-R. (Irnniniren v. -JCi Oct. ISliO. K. I!.. jir. I Siö. ill. XII. lil. 117 -l-i.quot;gt;.

Arr.-R. Kuttenlaiii v. i .Innl l^li'i. W. nquot;. ■2107. I!. II.. ji;. IXCiii. ill.

XIII, lil. S9—l'-l.

— 'ai'MAN. Jy. II.. p. :!SI. meent, dat van lii't niiiJiJel van viiiirliiii|iiii-iietni^en-verluKir in vele gevallen en vooral ook tot liet cnnstateei'en van een lanu'ilnri^i bezit, een nuttig en dnelmatifi; jjebrnik zal kunnen gemaakt vvnnlen. Zon werd het dan nuk op een daartoe gedaan verzoek infrewillifrd lilj liescliikkiiif; van ile Air.-K. Assen v. quot;JT Felir. IS'ii!. \V. n°. WS. lol hel liewijs van hei ilerti^iai'iL' hezit van uroudpai'hten.

liij urt. 5 der wet vaii '23 December 188(1 [Srltl. iiquot;. 230), is lit urtikel ver-aiulerii, en vvonlt nu gelezen als vulj^t:

Wumieer in de vvaarin bij ite wet liet bewijs door getuigen is toegelaten,

vóórdat nog een geding aanhangig is of vóórdat in een aanhangig geding het verhoor kan hebben plaats gehad, gevaar beslaat dat dit bewijsmiddel /.oude verloren gaan, hetzij uit hoofde van ouderdom of ziekte der personen, die als getuigen zonden moeten worden gehoord, hetzij uit hoofde dat zij hebben voorgenomen het land te verlaten.

rkinyen van ilen

VL-c'.

■»

tJ2-

i ^ ^ ■ •—- ^*1 j

cO- Al~

Uj\ njsyiTH.

ocr page 279

P -- ---r r*. .tl i £ . ^

^rrZ-oamp;fJLc 6. f— -, -^r r .

/

/ j

'Art. sso. (l)

I . Ken voorloopiij getuigenverhoor, (int hp.rolen is, vóór het geding aanhangig was, levert bewijs op, al heeft het na de dagvaarding plaats gehad.

Arr.-K. Rotterdam v. 42 Jan. 1S7(». W. n0. waarbij non-beslist is,

dat di» oproeping der tegenpartij bij bet verhoor onnoodig is.

8. De enquête valétudinaire kan niet in aanmerking komen, wanneer niet de onmogelijkheid gebleken is, de daarbij gehoorde getuigen ook ht het geding te hooren. lt;

Ai r.-H. Amstei dam v. 7 .Imii 1S71. K. I!., ji:. IST'i. dl. XXII. p. (itiH sqq.

UjCU.:r ^-^2 v - ^ ^i v -y.

-*: / ^ : . It,. /0 ' X/ '^v f ytPSSS

Art.

^ . Het voorschrift «Ier laatste alinea van dit artikel verplicht, wel is ^ fa* • J Q waar, den rechter niet om ambtshalve een getuigenverhoor te hevelen, a ^ maar huldigt toch het beginsel, om waar een voorloopig getui^eu-

i ificji 1 M verhoor door de eene partij wordt in het geding gebracht, aan de - quot;be** ' wederpartij het middel van getuigenverhoor met eenige mildheid te gunnen.

^yxYn^r^

quot;tf'y/'

o~lt;*—^ • Art. SSri.

/it* iiwr den staal van Ueiinflijk oiuvi-nin^cu eene ilissertatie van mr. .1. .1. hf. Vries gt; bi't kennelijk o nvennniren (bnrQ;ei lijk faillissement) volgens Nedei -landscb recbt en bnitenla ndsche wetgevingen.quot; Amsterdam, 1870, en eene van Mi-. R. L ez wijn. Conti urns n inn itquot; t iiinrin nel ht. I A/. tih. Ill C.n'l. dt' t'i'

.hnl. in enns. rir. I.. H.. IS'if.). (bi.................dooi' DE l'lNTO. '/'/(('«lis, jg. dl. XI. p.

Ki'i en : in dp inleidin g van welke dissertatie wordt gehandeld over de gevolgen dpr insolvpntie naar oud imi nionw Romeinscb. I'ranscb pn ond-Hollandscb recbt.

hetzij lt;gt;m andere dergelijke, door den rechter (e heoordeelen redenen, kan de belanjr-hebbende hij verzoekschrift vragen, dat onverwijld een getuigenverhoor zal worden bevolen.

(1) Bij art. G .Ier wet van 23 December 1880 {Stbl. nu. is dit artikel ver

anderd. en wordt nu «jelezen als vol^t:

De verklaringen der getni^en. in een voorloopig verboor afi^ele^d, mopjen niet sils bewijs worden aangenomen, zoolang bet mogelijk is hen op de gewone wijze in het geding te booren.

ocr page 280

[Art. S8:gt;

Zit? voorts: v. n. Honkkt, //'//gt;.. p. 77.'! 807. in: I'into,/Alt;//. ƒ?. i/.. II, 2. p. 872— 882. 2ilc' lt;■.!.. p. '.150 sqq. : ()iiiii;.man It. 1!.. lt;11. III. 'ole cd., |). 282 sqq. en I.ii'.man. p. :m wm).

\rt. S83.

I l)e opzegginij van hvpothecaire scliulden kan op zich zelf niet Iciilen tot ile verklaring in slaat van kennelijk onvermogen,

Air.-ll. Middelburg v. 5 Sept. 1800, It. li.. jf;. 1808, p. 20.quot;).

® Waar niet blijkt van eenig beslag op een der onroerende goederen van den debiteur, kan bet verzoek tot verklaring in staat van kennelijk onvermogen niet toegestaan worden.

Arr.-R. Arnhem v. W Maart 1881, VV. n0. 4019.

It. Zie over de uitlegging van n0. 2 en 3 van dit art —

Airquot;, l'. II. v. /..-Holland, v. 9 April 1860, W. nu. 2788. en v. 2;i Mei 1870, W. liquot;. 3213.

Art. SS7.

Bij bet bestaan van een vonnis van kennelijk onvermogen kan geene vordering tot faillietverklaring worden gedaan, zonder dat tevens, volgens dit artikel, in verband met art. 79 1 W I\ , tegen dat vonnis een verzet worde gericht

Arr.-K. Amsterdain v. 22 Mei 1850, U. B.. ji;. I8rgt;0. ill. VI. bl. 313 310.

Art SS9.

I. De woorden '/wordt gestaakt'1 moeten opgevat worden in den zin van quot;oervalC niet in dien van «wordt geschorst.quot;

Arr. v. 17 Mei 1878, \V. u0. 4250, K. I!., jjr. 1878. ƒgt;. p. IS8. ti. d. ('NIX ^ 5; v. n. II., B. R. dl. XLIII. p. 207—220. bevestigende arr. Hof s-Gravenbafie v. 19 Nov. 1877. It. li., j^1. 1878. li. ]i. 185, waarbij tegen de conel. van het O. M. (t. a. p.. p. 178 sqq.) vernietigd werd bet vonnis der Arr.-R. 's-Gravenlia;ic v. 30 Jan. 1877, t. a. p., blz. 183. belde laatste beslissingen ook opgenomen in \V. n0. 4184; el. de red. v. '1 li. I!.. jg. 1878, t. a. p.. blz. 190 sqq. ; nir. v. Kovks in .\ tlijdr.. jg. 1878. p. 270 sqq. ; idem Arr.-R. Groningen v. 3 Mei 1878, li. 1!., jg. 1878. /)', p. 195.

11--'. 1

ocr page 281

Art. 88!).)

'i. Onder de woorden '/gerechtelijke tenuitvoerleggingquot; in dit artikel is ook begrepen liet conservatoir beslag onder derden.

A it. v. 17 Mei 1S78, reeds aangehaald ad art. 889 li. R. suli ii0. 1.

A Ii. 89:5.

I)e goederen, die, in gevolge art. 808 W. v. K. en art. 893 15. K. door den curator onder goedkeuring van den rechter-commissaris aan den in staat van kennelijk onvermogen verklaarde en zijn huisgezin tot gebruik zijn afgegeven, moeten na zijnen dood. zonder dat hij een accoord met zijne schuldeischers heeft getroffen of gerehabiliteerd is, als zijne na!atenscha|) worden beschouwd.

Arr.-K. Leemvarden v. '27 hec. 1 S7(i. \V. n0. I)Ü92.

1 1.32

ocr page 282

DE NEDERLANDSCHE

RECHTSPRAAK,

(iKHKACllT 01' UK AÜTIKKi.KN' VAN HK'I'

W E T B 0 E K

VAN

BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

DOOR

Mr. W. VAI ROSSEM Bz.,

A DVOC.VAT, PIIOCI RF.L ll EN KANTON 11 F.CUÏKK-PLAATSVERVA.NGF.R TF, 'S-GKAVKNHAGF.

le Supplement.

Bijyewerkt lol I Januari 1891

' s-G llt; A V !•: N11A (j E,

GEBR. BELINFANTE.

1891.

ocr page 283

Art. 88!).) Ii:i2

lt;ï. Ouder de woorden quot;gerechtelijke tenuitvoerlegging'quot; in dit artikel is ook begrepen liet conservatoir beslag onder derden.

Air. v. 17 Mei 1878. ivods aangehaald ad art. 88!) li. li. suli 11°. 1.

Art. 893.

De goederen, die, in gevolge art. 808 W. v. K. en art. S9.'5 H. li. door den curator onder goedkeuring van den rechter-commissaris aan den in staat van kennelijk onvermogen verklaarde en zijn huisgezin tot gebruik zijn afgegeven, moeten na zijnen dood. zonder dat hij een accoord met zijne scbuldeischers heeft getroffen of gerehabiliteerd is, als zijne nalatenschap worden beschouwd.

An.-li. I .een wan Ion v. '27 Hec. 1870. \V. 11°.

ocr page 284

DE NEDEHLANDSCHE

RECHTSPRAAK

(iKIiKACHT 01' UK AUTIKKI.KNquot; VAN IIKI'

WET BGEK

VAN

BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

DOO11

Mr. W. VAN ROSSEM Bz.,

ADVOCAAT , PHOCTREUIi EN K A N TO N11 EC U T E R - P L A A TS V F, R V A N G E R TE 's-GRAVENHAGE.

le Supplement.

Bijyewerkl lol I Januari 1891

's-GI\A VKNHAliE,

GEBR. BEL INF ANTE.

1891.

ocr page 285
ocr page 286

WETBOEK

VAN

RUNG E RL UK E 1IECHTSV0RDERING.

EERSTE BOEK.

Ar! 1.

9. Add. In dcnzelfden zin als lint vonnis dor arr. r. Utrecht v. 30 Jan. 1884, werd heslist l)ij vonnis der arr. r. Amsterdam v. 14 Juni 188!' VV. 5778.

In afwijking hiervan besliste de Hooge Raad hij arr. v. 9 Oct. 1885, W. 5213, R. dl. CXLI, § l, v. d. II., B. R., dl. LI, hlz. 250 en vlgde, dat een dagvaarding, die niet ten dienenden dage bij den reehter is aangebracht, een rechtsvordering niet aanhangig kan maken; zoodat, als zulks niet heeft plaats gehad. die actie later hij acte van procureur tot procureur niet kan worden voortgezet.

In denzelfden zin werd beslist bij arr. v. 3 Mei 188S, W. n0 5557, R. (11. CXLIX, § 1; v. d. II., K.'R., dl. LIV, p. 208 sqq., dat eene zaak, die niet ter rolle is gebracht tegen den dag in de dagvaarding uitgedrukt, niet gezegd kan worden wettig aanhangig te zijn gemaakt.

Verg. ook de voorafgaande conclusie van den adv. gen. v. Maankn il). ten betooge dat alleen zaken, die op de wijze bij de procesorde voorgeschreven, ter rolle voorkomen, bij den rechter aanhangig zijn.

Zie ook in dezen zin mr. VV. van Rosskm Hz.: het Ned. Wetb. v. Burg. Rcchtsv. I. ad art. 1 nu 3.

24. Vereeuiging van meerdere vorderingen bij één exploit.

Add. Arr. v. Winschoten van 20 Januari 1887, W. 5400, waarbij is beslist, dat liet nergens verboden is om meerdere gedaagden, die bij een en dezelfde schipbreuk vermoedelijk zijn omgekomen, bij één exploit te dagvaarden , ten einde hun vermoedelijk overlijden te hooren uitspreken.

Verg. voorts de navolgende uitspraken

Mr. \V. van Hossrm Hz. Burg. Rechtsv 1c Snppl.

1

ocr page 287

Art I.) 2

Wiiiir nocli tusschen hot. ('0 verscliillende vnrde-

riti^en, nocli tusschou de grondslagen waarop die vorderingen stennon, zoodiinige strijd bestaat, dat zij uitdien hoofde niet zonden kunnen to samen gaan, moet de exceptie van niet-ontvankeiiikheid worden verworpen.

Arr. 10 Febr. 1888, W. 5518; v. d. 1!., H. R., dl. LIV, p. 78 sqq., R. lt;11. OXLVIll, § 17.

(Ininnlatie van oen persoonljiko on zakolijko vordering bij oéno dagvaarding is geoorloofd.

Arr.-Tl. Dordreclit 27 Juni 1888, W. 5000.

82 ci. .'Idd. Rand v. Justitie to Batavia v. I I- Juni 1888, \\. 5fi76, waarbij beslist werd. dat bet verzoek tot alV.etlin- van een voo-d moot geschieden inot bij dagvaarding, maar bij request.

Do bewering dat liet bestaan van een geschil niet alleen van de dagvaarding zou afhangen, maar ook van het door de wederpartij in rechten aangevoerde is onjuist, vermits het (jwhl niet pas door do dagvaarding geboren wordt, maar reeds vroeger bestaat en alleen door do dagvaarding voor don rechter wordt gebracht.

Arr. v. 7 Juni 1SS9 W. 5732, R. lt;11. OL11, § 27; v. d. 11., H. R., dl. LV, p. 234 sqq., veruietig(Mule arr. Mol 's 11 ago v. 25 Febr. 1889, \V. 5igt;(.(7 , waarbij was aangenomen, dat ook hetgeen door de legen-partij is aangevoerd tot de bepaling van liet geschil en den aard daarvan medewerkt.

:U. Mot afschrift behoeft niet voor afschrift getookond te zijn, mits liet afschrift zij ondorteekend door den deurwaarder.

Arr-II. Amsterdam 13 Maart 188 1-, W. 51 1(1.

Hot is niet gebiedend voorgeschreven, dat hot proces tot opheffing der cnrateelc contradictoir worde behandeld.

Arr.-R. Haarlem 28 Juni 1 887, W. 5586.

Zie tou botoogo dat do ambtenaar, die krachtons art. 201 d,;r CJonioontowet lt;loor 15. on W. ter boteokening van do daar bedoelde stukkon is aangewezen, ook bevoegd moot. zijn tot. do verdere executie van het dwangbevel.

ocr page 288

Art. 4.)

Arr. v. 19 Oct.. 1888, gowezen op hot hnrocp in oassati(; in liet bolang dei' wot van don jiroc. gen., die ccnc tegenovergestelde meening verdedigde. VV. 5lt;j27. I!. dl. CL, § 8, bij welk arrest de voorziening in cassatie werd verworpen tegen liet arr. Hol' Leeuwarden v. I Febr 1 888 VV. 5590.

Art. 4.

I. .'Idd. I?ij vonnis der arr.-r. 's-Hosoh v. 25 April 1890, \V. 5868, is beslist dat nquot; fi van dit artikel alleen ziet op liet geval, dat de eiseher staat tegenover de erlgenanien, als getreden in de reciiten en verplichtingen van den crllater, en dus niet op acties van legatarissen. Deze beslissing werd bevestigd bij arr. Hof 's-Bosch, 14 Jan. 1890, W. 5879. Heide uitspraken werden vernietigd bij arr. v. 30 Oct. 1890 W. nquot; 5956, waarbij in overeenstemming met de conclusie van het O. M. werd aangenomen dat deze bepaling is van algemeene strekking en dus evenzeer ziet op schuldeischers van den overledene, als op de legatarissen.

Zie over dit onderwerp de dissertatie van Mr. C. Q. W. L. O. van iler Duyn „de collectieve dagvaardingquot;. Leiden 1 888.

5. Add, De wijze van beteekening van exploiten ter zake van verdeeling van markgronden is thans geregeld in de artikelen 5 en 8 der wel van 10 Mei 1886, SthL nquot; 104. quot;

32 ((. yldd. In gelijken zin de navolgende beslissing;

Het. exploit, iian den iimbtenaar van liet O. M. heteekeiul, moet geacht worden aan de woonplaats van den gedaagde als Iniitenlamler te zijn geschied.

Arr.-11. Maastricht 18 April 1889 , \\. 5745; verg. ook Arr.-H. Roermond 21 Nov. 1889, \V. 5916, waarbij is beslist dal de beteekening aan het O. M. niet. gelijk staat met beteekening aan den veroordeelde in persoon.

32 //. Add. Vergelijk echter vonnis der Arr.-R. Leeuwarden van 26 Nov. 1885, W. 5317, waarbij is beslist dat bij openbare dagvaardingen , bedoeld bij art. 523 B. \V., de medewerking van hel O. M. niet noodig is.

33. Vergelijk over de toepassing van nquot; 7 van dit artikel, behalve de beslissingen reeds vermeld, onder nos 7, 10, 20 en 32 i en j, de navolgende beslissingen :

Ter toepassing van nn 7 van dit. artikel is noodig dat in de dagvaarding gesteld zij, niet alleen onliekendheid niet de woonplaats, maar ook met. liet werkelijk verblijf dos gedaagde.

Hof 's-Boseh 4 Maart 1884, \V. 51 13.

3

ocr page 289

Art 5.) 4

Do t-ornujn Viiu twee innaiiden nok voor de aankondiging in

liet dagblad.

De datum dier plaatsing moet beoordeeld worden naar den da,g der registratie der courant.

Arr -R. Middelburg 11 Maart 1885, VV. 5151.

Vero-l. arr. Hof Vila-.. 21) Jm.i 1885, W. 518 , waarbij voormeld vonnisquot; word vernietigd: liet Hofzioli vereenigende met de eerste stelling , nam aan als tijdstip der aankondiging niet den dag der registratie, maar dien der verseliijiiing van het dagblad.

;{4 Vergelijk over de toepassing van n0 8 van dit artikel, behalve de beslissingen ree.ls vrnn.dd oiuler n-fi , 9,11, IS, 22 en 30 de navolgende beslissing:

Uit art. 4 nquot; 8 tweede alinea volgt niet, dat ingeval van dagvaarding voor het Kantongerecht van hen, wier woonplaats huiten 's lands'bekend is, het exploit zelf aan den Burgemeester en niet aan den ambtenaar van het O. M. bij het Kantongerecht moet worden gedaan.

Kng. Maastricht 19 Augustus 188 1, W. 5100.

li.'). Nquot; 4 van dit artikel is niet vau toepassing, wanneer gedagvaard zijn de individneele leden der vennootschap.

Arr. Hof 's-Hage 10 Dee. 1889 , VV. 5820.

Art. r..

2. AM. Idem als Kng. Vlissiugen, 8 Nov. 18 4, sqq.

Arr.-Tl. Zwolle 4 Maart 1885 , W. 5 202.

5. Add. Vergelijk ten aanzien van de vraag wanneer nietigheid der dagvaarding, wanneer niet-oiitvankelijkverklaviiig van den eischer m zijn vimlering moet gevraagd worden , de navolgende beslissingen :

Waar beweerd wordt dat de maatschappij, maar met de directeur als zoodanig had behnoren gedagvaard te worden , moet men de exceptie van uietigheiil der dagvaarding voorstellen, en met liet middel van niet-ontvankeliikheid der vordering.

Arr.-U. Amsterdam 4 April 1889, W. 5734.

ocr page 290

(Art. 5.

Waar de lt;jjri(;v(;ii tegen ile dagvaarding alleen betreöen liet minder juiste of onbewezeue der ingestelde vordering, kunnen zij niet leiden tot nietigheid.

Hof Amsterdam 10 Dcc. 1886, V\ . S-fyS, ook vermeld sul) art. I quot;2'.l B. II.; verg. ook Arr.-ll. Amsterdam, 31 Maart 1887, W. 5452, waarbij lietneifde werd beslist ten aanzien van de grief, dat de feiten onvoldoende zijn tot toewijzing der vordering.

De bewering, dat niet alle middelen en gronden waarop het vorderingsrecht steunt, in de dagvaarding zijn opgenomen, geeft aanleiding tot nietigheid der dagvaarding, niet tot niet-ontvanke-lijkheid van den eisch.

Kng. I, Amsterdam 4 Jan. 1887, W. 5I0U. Verg. ook Arr.-R. Rotterdam 10 Jan. 1 887, VV. 5401.

De klacht dat de dagvaarding vaag en onbestemd is, kan wel leiden tot nietigheid der dagvaarding, niet tot niet-ontvankelijk-verklaring der vordering.

Arr.-R. Amsterdam 10 Juni 1887 , VV. 5453; anders Arr.-R. Rotterdam 27 April 1885, VV. Sl'.Hi.

liet niet vermelden van den grond waarom de gedaagde aansprakelijk is voor de verbintenis door zijn vrouw aangegaan , houdt aanleiding met de ontvankelijkheid der vordering, maar kan geen verband geven tot nietigheid der dagvaarding.

Kng. 11 Amsterdam 21 Jan. 18811, \V. 5I)J4.

Onbepaaldheid der vordering kan wel aanleiding geven tot de exceptie van nietigheid der dagvaarding, niet tot het middel van niet-ontvankelijkheid der vordering.

Arr.-R. Zierikzee 13 Juli 1888, VV. 5G2 8.

De bewering dat de dagvaarding ongemotiveerd is kan leitien lot nietigheid, niet tot niet-ontvankelijkverklaring.

Hof Amsterdam 1 Nov. 1880, W. 5820.

8. Add. Uit al. 2 u0 2 van dit artikel vloeit voort, dat ook uit het exploit moet blijken, dat de gebezigde benaming die is van eene corporatie, maatschap of handeisvereeiiiging.

I

ocr page 291

Art 5.)

llnl Curacao 11 .luui ISSti, U. 5328, waarbij nog werd beslist, dat al stemt de eiseher in de toewijzing der exceptie toe, de rechter niettemin de gegrondlieid daarvan behoort te onderzoeken.

9. .!lt;/(/. Do directeur eeuur iiiuunlouze veniiootscliuj) kan een :iiui die veniiootschii]) toekomeude vonlering instellen: en mocht zulks iil niet in overeensteniining met de wet zijn, zoo worden door deze wijze van optreden de gedaagden niet beimdeeld en hebben zy geen belang om zich van tlie nietigheid te bedienen.

Arr.-R. 's-Hage 17 Jan. 188S, W. 5518.

10. Adi/. Het noeiueu van den naam der gemeente, waarin gedaagde woont, is niet voorgeschreven: voldoende is dus, wanneer op eene ondubbelzinnige wijze blijkt, welke die plaats is.

Arr.-R. Breda 18 Dec. 1888 , W. 5735.

W aimeer in een exploit van dagvaarding de woonplaats van gedaagde alleen wordt aangeduid met den naam van het schip , waarop hij woont, zonder aan te «feveti waar dit schip zich bevindt, is die woonplaats niet voldoende aangeduid, en liet exploit nietig.

Arr.-ll. Rotterdam 10 April ISS'.t, VV. 57t)3.

De omschrijving: het classicaal bestuur van Amsterdam, doende wat des Kerkeraads is in de Ned. llerv. Gemeente te Amsterdam, zijne vergaderingen houdende in het gebouw der Schotsclie Zendingskerk aan den Nieuwen Amstel liij de Halvemaansteeg te Amsterdam , voldoet niet aan bet voorschrilt van dit artikel.

Arr.-R. Amsterdam 17 Fcbr. 1887, VV. 5386, coni'orm concl. ü. M. in extenso opgenomen in VV. 5371.

Waar niet beweerd is, dat de vergadering van stad en lande van (looiland, als vertegenwoordigende de gerechtigden over de gemeem-beiden en weiden van Gooiland, geen rechtspersoonlijkheid heeft, zoo is, door deze benaming in de dagvaarding opteiiemen . aan dit artikel voldaan.

Arr.-R. Amsterdam 2 ! Mei 1S8S, W. 55(13; bcv. hij arr. Hol' Amsterdam l i Nov. 1 888 , \\ . 5()4(t. Tegen dit arrest is een beroep van cassatie ingesteld, doch dit betrof niet de boven weergegeven beslissing; zie arr. II. R. 13 Juni 181)0, VV. 58811.

G

ocr page 292

(Art. 5.

30. Add. (Ï. Ait.-I!. Amslcidiiui 111 I'd)!'. 1885 \V.5275, waarbij l)i-slisl went dat er behoorlijk aan lt;l(t voorsehrillen der wet is voldaan, waar als eisclicrs luiiuens een zedelijk lichaam, waarvan de naam in de dagvaaidin^ is vermeld , optreden de aan bel hooid der dagvaarding genoemde personen, hetzij als idgemeene, hetzij als bizoudere lasthebbers van dut liehaam.

2U. Add. Zie een voorbeeld van nietigverklaring der dagvaarding wegens onbepaaldheid en duisterheid, bij vonnis der Arr.-R. s-(iravenliage, dd. IS October 1881), W. 5892.

Vergelijk voorts over nquot; 'ó van dit artikel de navolgende beslissingen ;

De conclusie waarhij ten hoogste twee honderd gulden gevorderd wordt voor schadevergoeding, is als bepaald te beschouwen.

Kng. Meppel l(i -Mei 1889 , . 5825.

Eene dagvaarding in een outeigeuingszaak is niet nietig, wanneer daarbij de te onteigenen grond is omschreven met opgave van grootte, kadastrale aanduiding en verder met verwijzing naar de kaarten en het plan , welke ter inzage van een ieder hebben gelegen.

Arr.-R. (jroningen 19 Dee. 1881, NV. 5209.

Wanneer bij een vordering tot rekening en verantwoording de gedaagde uit de dagvaarding de wetenschap kan bekomen , wat van hem gevorderd wordt en waarom , is liet onderwerp van den eiseh voldoende bepaald.

Arr.-ll. Leeuwarden 24 Mei 1888, W. 5(508.

Eene dagvaarding, strekkende tot betaling van zekere geldsom, is nietig, wanneer daarin niet anders als schuldoorzaak is opgegeven dan dat ged. tot betaling van die som bij zeker vonnis van een buitenlaudschen rechter is verwezen, zonder dat bij het exploit atschritt van het vonnis is gegeven of van den inhoud daarvan iets is overgenomen.

Hof 's Bosch 9 Sept. ISS-l, W. 5201.

Hij dagvaarding van een borg tot betaling, mout men op straffe van nietigheid stellen . dat de aangesproken borg de eenige borg is.

Arr.-R. Haarlem 24 April 1888, \\. 5745.

7

ocr page 293

Art. (i.)

45. ./lt;/(/. Zie voorts ten betooge, dat de crediteur van eene firma alleszins bevoegd is om de leden individueel in rechten te roepen.

Hol' Amsterdam, II Nov. 1881, VV. 51()(i.

58. Acid. Verg. Hol Amsterdam , 4 April 1884 , W. 5 162 , ook vermeld op art. 83, teu betooge dat eeue voorwaardelijke dagvaarding niet nietig is.

77. Add. Het aangehaalde vonnis der Arr.-R. 's(iravenbage, ook opgenomen iu VV. 5302, werd lievestigd bij arr. Hol' 's(jravenhage 13 April 1885, W. 5302.

81. Keiie vereenigiiiff van personen, die gelden hebben satnen-gebracitt om elkander bij overlijden eene begrafenis of geldelijke nitkeering te waarborgen, is eeue liandelsvereeniging, waarop liet tweede gedeelte van nquot; 2 van dit artikel van toepassing is.

Arr.-R. 's-llage 15 Mei 1885, VV. 5200 en 5231 ; ook aangeh. sub. art. 1()0 B. R.

H± 1 'artieele nietigheid van dagvaarding komt niet te pas.

Motquot; Amsterdam 25 Juni 1 887 , VV. 550!».

S:}. Eeue dagvaarding is nietig, wanneer een der eischers gezegd wordt voor zooveel noodig op te treden

Arr.-R. Haarlem 12 Febr. 1889, VV. 5745; anders Arr.-R. Tiel •21 Maart 1890 , VV. 5842.

S4. Bij vonnis van het Kng. te Brielle dd. I .Fnni 1890, VV. 587 7, werd eene dagvaarding nietig verklaard, op grond dat niet alle feiten, die iedere denkbare verdediging kondon afsnijden, daarin waren opu-euomen

Zie over deze beslissing de noot aan den voet van het vonnis. Dit vonnis werd vernietigd bij vonnis der Arr.-R. Rotterdam 1(5 Juni 1890, VV. 5880, waarbij nog werd beslist dat het niet overleggen van stukken bij de dagvaarding wel met een poenale sanctie, maar niet met nietigheid in art. 133 al. 4 is bedreigd.

Art. (5.

I, .Idd. Idem als arr. v. 7 Mei 1852, bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam 19 Febr. 1885, VV. 5275

10. Add. liet aangeh. vonnis ook opgenomen in VV. 5302, bev. bij arr. Hof 's-llage 13 April 1885, VV. 5302.

8

ocr page 294

(Art 19.

Art. 9.

Zie ten betooge dat voor de aankondigiiig in de courant ook de termijn van twee maanden moet worden in acht genomen , liet snli art. 4 nquot; 'Mi vermeld arr. Hot' 's Ilage 2'.) Juni 1SS5.

Art. 10.

1. Add. Idem ten betooge dal de hier voorgeschreven termijnen uiet gelden voor aanzeggingen en andere exploiten dan die van dagvaartling, bij arr. Hol' Amsterdam S Jan. 1886, VV. 53l.quot;-l.

Art. 11.

1. Add. Dit art. is limitatiel. In alle hier niet genoemde gevallen, hangt de termijn van dagvaarding af' van de werkelijke woonplaats des gedaagde, derhalve ook dan wanneer de gedaagde binnen het rechtsgebied is aangetroffen , maar hij daarbuiten woont.

Kng. 's-Gravenhage '.I Nov. 1 888, VV. 5643. /ie over deze vraag VV. v. Kossem Bz., 1. 1. p. 45 en de aldaar in de noot aangehaalde schrijvers.

Art. 13.

'i. Abusieve opgave omtrent tie procedure die men wenscht voort te zetten in het avenir gedaan, maakt dit niet nietig.

Kng. II Rotterdam II September 1 885, VV. 52(16.

Art. 19.

3. Add. Oudeman is bij vergissing opgenomen ouder de schrijvers die hetzelfde beweren als de aangehaalde beslissing der Arr.-R. Appingadain; deze schrijver leert integendeel dat dit artikel uiet van toepassing is op personen , die met bevoegd zijn tot het aangaan van eene dading.

S. Door afwijzing van liet verzoek om eone persoonlijke verscliiining van partijen te gelasten, kan dit artikel uiet zijn gesclioudeu of' verkeerd toegepast.

9

ocr page 295

Art. 46.)

Arr. ló ()rl. l^St?, \\ . noli , v. d. II.. li. II. ill. Lil , p. 3^4 sijq 1!. (I. CM.IV, § 10.

Art. 40.

I .!lt;/(/. Ilüt vonnis. Wiiiirlii) cbii der |iiirlijen veroonleeld wordt tot luedeiieuliiiif vim oorsproulcelijkü stukkeu, i.s jiraepuratoir.

I lof Amsterdam 11 .linii 188(), \\. 5351.

Om te bepalen ot' een vonnis is interlocutoir of definitief, heeft men te letti'ii op liet liictnin niet op de overwegingen waarop de i)esiissiult;f berust.

Air. Hof 's-1 luge 37 Juni 1887, W. 5441».

Ais praeparatoir kan niet worden aangemerkt een vonnis, waarbij beslist wordt omtrent liet al dan niet toelaten van een stuk van verijelijkilig ten bewijze van betwiste echtheid van een testainent.

II of Amsterdam 30 Nov. 1888 , W. 5(171.

4. .!lt;/(/. Een vonnis waarbij alvorens ten jirincipale te beslissen een decisoire eed wordt opgelegd, is interlocutoir.

Arr. 1Fcbr. 188(;, W. 5271 ; v. d. li., 1gt;. li., dl. LM , p. 5S s(|(| I!. (1. ('XLll, § 3(), verg. art. 50 B. R. ii(J 2 en art. 41), li. K., uquot; 10

5. Add. liet staat den rechter vrij om, wanneer de bij interlucutoir opgelegde decisoire eed, tengevolge van den vóór de uitspraak voorgevallen dood der partij niet is kunnen afgelegd worden , bij /.ijii volgende beslissing de door den eischer aangeboden bewijzen nader te overwegen , al is bij het interlocutoir uitdrukkelijk of stilzwijgend aangenomen, dat de toenmalige eischer geeu bewijs had geleverd.

Dit laatste toch is alleen als een motief te beschouwen, dat den rechter niet bindt.

Arr. 38 Deo. 1888, W. 5(1 (i I , v. d. II., li. R., dl. LfV, p. 3(58 sipi., li. d. CL, § 45, waarbij werd verworpen het beroep in cassatie, ingesteld tegen het arr. Hof Amsterdam van 16 Maart 1888, VV. 5557 , ook aangch. sub art. 50.

10

ocr page 296

(Art. 10.

Idrm als arr. v. ^quot;J Nov. ISI!?, Iiij arr. i- Oct. ISStl, W . v. el. 11., B. K., dl. LI I, p. 291- s(|(|., It. (1. CNLIV, § 13; verg. ook Arr-U Amstcnhim 23 April I S'.MI, \V. 5803, waarbij dr rcc.lilir hel interlocutoir, hij hetwelk bericht van lU'skundi^ei! werd bevolen, hetwelk echter niets had opgeleverd, in zijne waarde latende, bij eindvonnis beslist, dat de vordering van elders bewezen is.

9. Add. Hel vonnis Wiiurbij bevolen wordt bet uitreiken van een

rogatoiren brief en eene nadere terechtzitting voor het, verboor van

afwezig gebleven getuigen wordt aangewezen, is praejiaratoir, ocjk

al ligt er in opgesloten eene beslissing omtrent het daarbij nog bijbrengen van nieuwe getuigen.

Arr. 8 Mei 1885 , \V. 51(55, v.,d. II., 1!. R.. dl. 1,1, blz. 1 U» en vlijde, R. d. UXL, § 6, contra conel. toenm. adv.-gen. l'olis.voor zoover liet laatste deel betreft.

18. .Ji/d. Bij arr. van 13 Juni 1890, W. 5891, is implieite beslist dat een vonnis, waarbij verworpen wordt het verzoek tot verhoor op vraagpunten is eene einduitspraak op een incident. Verg. in denzeU'den zin \V. van Kossem Bz., I. I. p. 7 9. Iiij arr. v. f Kebr. 1S7(), \V.395(i, is integenih el iinplicite beslist dat een vonnis houdende ontzegging van den eisch tot het bevelen van getuigenverhoor, en van een verzoek tot verhoor op vraagpunten is interlocutoir.

:58. Add. Al wordt het onderzoek der boeken , waarvan de openlegging bij interlocutoir vonnis is bevolen, daarbij tot zeker punt beperkt, zoo is de hoogere rechter ook zonder vernietiging van dat vonnis, aan die beperking niet gebonden, maar volkomen bevoegd van den geiieelen inhoud der boeken kennis te nemen.

Arr. 5 Juni 1885, VV. 5 179; K. dl. CXL, f 30; het daartoe betrekkelijk arr. llof' 's-Bosch 1(5 Sept. 1881-, is opgenomeu in \V. 5304.

Hij een interlocutoir kan niet gevorderd worden, dat daarin alle rechtsvragen worden beantwoord, die zich ten aanzien van de hoofdzaak in een geding voordoen, brengende overigens een onvoldoende en onjuiste motiveering van het daarbij uitgesproken dictum geen onherstelbaar nadeel aan, zoo slechts het dictum zelf juist moet geacht worden.

Hoi' Amsterdam (5 Juni 1884 , VV. 5106.

ocr page 297

Art. 48.)

-II. Met interlocutoir kamkter der uitspraak wordt niet, vveucge-uomeii door de daarbij uitgesproken oiitvankelijk-verklarin^ der vordering, welke laatste alleen in casu betrekking heelt op de vordering der bewijslevering.

Hoi Amstenlam 20 .hm. !8SS, W. 5527 ; vcri;'. Arr.-ll. Rotterclam 1'.' Oct. 1885, W. 5361 , ook vernield sul) art. 286. waarbij wen! aansfenomen dat een vonnis tegelijk kan zijn eindvonnis en interlocutoir, en (lat op dal deel , waarbij eene eindbeslissing wordt gegeven niet meer kan worden teruggekomen.

4quot;2. He beschikking houdende den last om voortteprocedeeren op het geding in reconventie, is praeparatoir en dus niet appellabel dan gelijktij lig met het eindvonnis.

Arr. Hof 's-11 age I April 1888, \V. 5539.

43. Monografiën betrekkelijk tot dit artikel: Mr. .1. 1'. \. N. Caroli . nllel interlocutoir vonnis historisch beschouwd,quot; diss. 18S5, en Mr. .1. van Loon, „Interlocutoirquot;, diss. 1888.

ArC. 18.

2. Add. Waar alleen tot ontzegging is geconcludeerd , kan de rechter den eischer niet niet-ontvankelijk verklaren.

Hot' Andiem 1 '.I Dec. 1888, \V. 57quot;5. ('I'. ook aant. 87.

I. Add. De rechter is wel gehouden de reciitsgroiiden aan te vullen, niaar hij is niet geroepen om, voor eene vordering, die van feitelijke grondslagen is ontbloot, zulke grondslagen te zoeken, die voor dien eisch zouden kunnen passen.

Hof Leeuwarden 1 Dcc. 188(), VV. 5455.

II. Add. De rechter mag wel de gegrondheid der aangevoerde middelen aan de wet toetsen, d. i. rechtsgronden aanvullen, maar aan partijen is het in den regel overgelaten de middelen zelve naar goeddunken te kiezen

Hof Amsterdam 2fi Oct. 1888, \\. 5637.

12

ocr page 298

(Art. 48.

It). Add. Hot is 'srechters t.iak heoordeelen of ccih* ingestelilc vorileriiilt;^ past op de aangevoerde feiten. Hij is in die beoordeeling nnafliankeliik van de conclusiën van partijen.

Arr. Hof 's-l[iiü;(; 13 Febr. 1888, VV. 5537.

50. De verdediging dat het legaat, niet van den execntenr niag worden geeischt, is een rechtsniiddel.

Arr. 4 Fcbr. 1887, W. 5398: v. d. il., li. R.. ,11. LUI, p. fi7 sqq.. 11. lt;11. CXTjV , § 23.

51. De recliter moet ook ambtshalve de erkentenis niet. splitsen.

Arr. 20 April 1888, W. 55 45; v. d. II., H. R., dl. LIV, p. 1 73 sqq. R. d. CXLVIII § ö2.

52. Wanneer de rechter uit liet bestaan van een testament, waarop een der partijen beroep heeft gedaan , een ander rechtsgevolg afleidt dan de partijen, kan geen sprake zijn van aanvulling van een rechtsmiddel.

Hof 's-Hoscli 19 Jan. 188ü, W. 5330.

53. De bepaling van art. 130 moet ook ambtshalve worden toegepast.

Arr. 's-Bosch 12 Febr. ISSii, \V. 5340, ook vermeld snb art. 130 I?. |{.

5 . Het is den rechter niet geoorloofd om ambtshalve den curandus . die opheffing van curateele vraagt, niet-ontvankelijk te verklaren, op grond dat hij daartoe de bevoegdheid zon missen,

Arr.-R. Haarlem 7 -1 uni 1887 , VV. 5581.

55. De grond waarom in eenc zaak van koophandel de gedaagde voor een anderen dan zijn domiciliairen rechter gedaagd is, is een rechtsgrond door den rechter ambtshalve aan te vullen.

Hot Aruliein 4 Jan. 1888, \V. 5512, ook aangoh. snb art. 31 4 li. R.

50. De bewering dat het vonnis a qno ten onrechte een rechtsmiddel heeft aangevuld, is een rechtsgrond.

Hof 's Bosch 31 Dcc. 1889, VV. 5819, waarbij nog wen! beslist, dat, de 1« slissing dat de provincie cn niet de gemeente voor de jre-plcegdc handelingen aansprakelijk is, is aanvnlling vaneen rechtsmiddel, wanneer door partij alleen is beweerd, dat zij als burgemeester bevoegd en verplicht was tot. de geïncrimineerde handeling.

13

ocr page 299

Art. 50.)

A?1/. 50.

2 A/hl. Wiiimeer degeen die den eed heeft iiiingenomen vóór liet iifleifgeii diiarviin stertt, komen de uadeelige gevolgen ten laste van lietn die den eed Ueeft opgelegd.

Hol' Amstm'dam lii Maart 1888, \V. 5557, waarbij noa; word beslist dut al is ile bedoelde eed bij interlocutoir opgelegd, waarvan geeii der partijen appelleerde, bet Hof niettemin bevoegd is om te onderzoeken ol', buiten den eed om . de posita van een der partijen is bewezen , tegen welke beslissing het beroep in cassatie werd verworpen bij liet sub art. tO n0 5 B. R. aangehaald arrest van 28 Dee. 1 888 Verg. arr. Hof Arnhem 10 Sept. 1890, W. 5(.I23, waarbij is beslist, dat zelfmoord de daardoor veroorzaakte verhindering niet tot wettig beletsel stempelt, tenzij bewezen is dat de staat van krankzinnigheid of dergelijke omstandigheid aanleiding tot den zelfmoord was.

Ken nlternatief vonnis kan eerst dan als gewijsde worden aangemerkt , waïineer de daarin gestelde voorwaarde is tot stand gekomen.

Arr.-R. Rotterdam 25 Oct. 1884 , \V. 5100.

'il. De rechter mag niet. aannemen, dat de partij geweigerd heeft, den eed af te leggen . die zelve hare tegenpartij heeft, opgeroepen om bij de eedsaflegging tegenwoordig te zijn , docli niet verschenen is.

Kng. 11 Amsterdam 3 Sept. 1 885 , VV. 5199.

i'i. Dit artikel is ook van toepassing op procedures hij den Kantonrechter; ook daarbij is heteekening met oproeping noodig, on verschillij of het vonnis al of niet dag en unr inhoudt voor de eedsaflegging.

Arr-R. Leeuwarden 5 Nov. 1885, W. 5319.

'■£{. Wanneer men eerst ter terechtzitting verschijnt, nadat de zaak is opgeroepen, moet, men geacht worden den eed te hebben geweigerd.

Arr.-R. Amsterdam 11 Juni 18S9, \V. 5740.

24. .Monografie betrekkelijk dit artikel: Mr. .). .1, Nennian de Loos: «De eedsoplegging bij voorwaardelijk eindvonnis,quot; diss. 1890.

14

ocr page 300

(Art. 52.

Art. 51.

1. Add. (Jf. Hol' 's-Hosi;li v. 8 Kchr. 18S7. W. 5380, waarbij is heslist dat een eisch bij provisie ^('daaii, strek kciulc tot oplielfin^ van een conservatoir arrest, waarvan de van waanle-verklaring wordt gevraagd, is ontvankelijk, en dat het onjuist is om aan te nemen, dat een provisioneele vordering alleen op het oog zon moeten hebben het belang van beide partijen.

5. Add. Verg. in den zin der Arr.-R. Maastrieht v. 39 April ISii'.», Hof 's-Rosch v. I- Jan. 1887, VV. 5469 , waarbij nog werd beslist, dat eveiK^ens ontoelaatbaar is; de vordering om iiicidKulrel een gedeelte van liet gevorderde te doen afgeven; idem bij vonnis der Arr-R. Maastrieht v. 20 Nov. 18 80, \\. 5483.

Art. 52.

21. Add. Voor de toepassing vuil dit artikel is liet noodia;, dat werkelijk een schriftelijke acte in i'ortna pi'ohanti is overgelegd. en dus onvoldoende alleen de bewering dat de aete in rernni natnra bestaat.

Hof Amsterdam 0 Febr. 1885, \\. 5191, waarbij nog werd beslist, dat de hoogere reehter bij het beoordeelen van de vraag, of liet vonnis door den eersten reehter al of niet. terecht bij voorraad is uitvoerbaar verklaard, zich moet stellen op het standpunt van dien reehter op het oogenblik der uitspraak.

Er bestaat geen reden, om ten aanzien van liet vonnis regelende de wijze van hoedelsclieiding, als eene voorafgaande veroordeeling niet aan te merken een vonnis, waarbij de boedelscheiding bevolen wordt.

Arr. 20 Mei 1887 , W. 5440; v. d. 11., U. li,, dl. LUI, p. 220 sqq. R. dl. CXLVI, § 17.

'27. Wanneer er een erkend bandschrift is, wordt de toepasse-lijkbeid van dit artikel niet uitgesloten door de omstandiglieid, dat de zaak mede valt onder een der nommers van art. .!Vgt;

Hof Amsterdam, W. 5202.

'2S. Een exploit, waarbij eene lastgeving wordt opgezegd , kan niet beschouwd worden als de hier bedoelde authentieke titel.

Hof 's-Boseh 20 Jan. 1 880 , W. 5245, waarbij nog werd beslist, dat evenmin het vonnis waarhij die lastgeving is vervallen verklaard,

15

ocr page 301

Art. r.fi A.)

dooli van welk vonnis liooger ln'rocp is ingesteld , als lt;le voorafgaande veroordoeling , waarvan hier gesproken wordt, kan worden beschouwd. Bij het arrest werd nog heslist, dat onder de bestrijding van een vordering in haar geheel ook begrepen is die tegen de wijze van de beoogde tenuitvoerlegging. Dit arr. is ook sul) art. 53 nquot; 10 vermeld.

Zie de tot dew zaak betrekkelijke beslissingen der Arr.-Ti. Maastricht dd. 9 Jan. 1 S8(), VV. 5238 en van den Pres. der zelfde Rb. dd. K! Jan. 1880, VV. 5245.

'i'J. Wam Kier men borgtocht, wil eischen, zal bewezen moeten worden, dat *le executant geen vertrouwen verdient en dat de geëxecuteerde dooide voorloopige executie zonder borgstelling schade zon kunnen beloopen.

Hof Amsterdam 21 Oct. 1887 , VV. 5530.

SO. Een erkentenis in jndicio staat niet gelijk met een erkend handschrift.

Implicite beslist bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam 10 Mei 1889 VV. 5723.

Afl. quot;gt;3.

10. Jdil. Zie ook iu strijd met het. vonnis der Arr.-K. te Alkmaar, Hof 's-lioseh 2n Januari IS8(i, VV. 5215.

Art. 56 A.

G Add. Waar do hoofdvordering wordt ingetrokken en partijen voortprodnceeren over de betaling der proceskosten, behondt deze vordering haar karakter van bijkomende vordering.

Arr. 22 Juni 1888 , VV. 5579, li. ill. (!XIj1X, § 41 , v. d. 11., R. R., dl. LIV, |). 202 sqq.

25. Alt;ld. Onder de hier bedoelde proceskosten zijn niet begrepen de kosten van scheidslieden.

IG

Arr.-R. Winschoten 10 Maart 1880, VV. 5340.

:'gt;2. Add. Waar den gedaagde bij de sommatie geen bekwame termijn is gelaten , (zijnde de sommatie bij hetzelfde exploit ais de

ocr page 302

(Art. 50 A.

(la£;v:iiir(liiilt;f (jeihian) en de cisclier l)ij conclusie stelt, dut gedaao-du sedert de dagvaarding eene sotn lieett uitbetaald meer dan het bedrag van hoofdsom on renten, zonder te vermelden wanneer die betaling is geschied, dan ontbreken de noodige gegevens om te beoordeelen ot gedaagde in verzuim van betaling is geweest, en dientengevolge of de dagvaarding noodzakelijk was, en kan de gedaagde niet in de proceskosten veroordeeld worden.

Arr.-R. 's-Ciraveidiage 2 Maart 188(3, W. 5288 bij verstek gewezen. IV Rb. overwoog nog dat de in liet exploit, gebezigde formule: „en heb ik deurwaarder den gesommeerde gesteld in verzuim van betalins ter zake voormeldquot; van beteekenis is ontbloot.

Wanneer bij één exploit gesommeerd en gedagvaard is, en de gedaagde biedt nog vóór den dienenden dag liet door hem verschuldigde aan, is hij vrij van de proceskosten.

Arr.-R. Rotterdam 12 Dec. 18S7 , VV. 5537.

Waar het alleen de vraag geldt oi gedaagdes aanbod is voldoende, is aanbod van gereede betaling met consignatie onnoodig om de veroordeeling in de kosten te voorkomen.

Hof Amsterdam 2 5 Nov. 18 87 , W. 5496.

Waar de gedaagde, die vóór de dagvaarding betaling heeft aangeboden, tijdens de dagvaarding, niet in gebreke was, kan hij niet in de proceskosten worden veroordeeld.

Arr.-R. Arnhem 18 Januari 1880, W. 5829, vern. bij arr. Hof Arnhem 2.'5 Juni 188(), \V. 5334, op grond dat het aanbod voorde dagvaarding niet. behoorlijk was geschied, en dat de dagvaarding bij niet voldane geldschulden de gebruikelijke vorm van ingebrekestelling is.

Verg. Kng. 's-(iravenbage fi December 1880, \Y. 5410, waarbij is beslist dat, wanneer de gedaagde, die eerst op den dienenden dag was geraakt in verzuim, daags daarna de beteekening voorgeschreven bij art. 1442 nü 4 b. VV. laat doen, hij niet bevrijd is van de proceskosten.

•gt;8. Alt;llt;l. Wanneer de conclusie van eene partij wordt afgewezen, behoort zij in de proceskosten veroordeeld te worden.

Arr. 20 Maart 1885, W, 5153.

o

17

ocr page 303

Art. 5G .1.) 18

Waimi'cr door hot iiicidetitucl 1)1] memorie Vim unt-

woonl in gestel 11 en slechts een onderojescliiUt punt, betreffende, de Uosteii uiet zijn vermeerderd, moet de principaal appellant, bij bevestiging van liet vonnis, in alle kosten veroordeeld worden, ook al is het incidenteel beroep ongegrond.

Air. (in revisie) 7 Mei 1885, A. 5169, v. d. U., H. K. dl. LI, p. 90 sqq.

C.O. Waar het blijkt dat de vordering van anderen geen geldige reden oplevert om niet te betalen aan den wettigen schnldeischer, en men niettemin's rechters tnssclieiikomst heeft noodzakelijk gemaakt, is men verplicht de kosten te dragen.

Arr. 21 Mei 1885, VV. 5150.

01. Waar in hooger beroep is opgetreden de wettige vertegenwoordiger van hem die in eersten aanleg procedeerde, kan eerst-genomnde eventueel, zonder schending van dit artikel, ook in de proceskosten van eerste instantie worden veroordeeld.

Arr. 19 Maart 1880, W. 'gt;211), It. dl. CXLI1, § 41, v. lt;1. H., li. K. dl. LU, p. 73 sqq.

02. Zie over de vraag of de proceskosten waarin de gefailleerde is veroordeeld in het geding op het verzet tegen de homologatie van /.ijn accoord ten laste des boedels kannen komen —

Arr. 29 Januari 1S85, W. 5130, R. dl. OXXX1X, § 12.

(»:i. Waar de mede-geïntimeerde zich bij appellant's bestrijding

van het vmini.s a quo heeft aangesloten en tot vernietiging heeft

geconcludeerd, moet hij bij bevestiging ook als de in t ongelijk gestelde partij worden beschouwd.

Arr.-fl. Arnhem 8 Juni 1887 , VV. 5454.

T)-!-. De appellant die zijn vordering terugneemt moetin de kosten worden verwezen.

Hof Amsterdam 11 .lanuari 1889, VV. 5704.

ocr page 304

{Art. 56 C

An. 5G C.

I. Add. Compensatie van kosten kan plaats hebben in dier voe^e dat ieiler der partijen daarin zal dragen voor de helft, waar gedaagde g(!en aanbod voor de dagvaarding heeft gedaan, en de vordering tot op een vierde door den rechter wordt verminderd.

Kng. A.ssen 19 Maart 1885, VV. 5334.

Niet de blnote i)ewering van gedaagde, dat hij de door eischer bij repliek verminderde vordering wil betalen, maar alleen een gerechtelijk aanbod met consignatie bevrijdt den gedaagde van de proceskosten.

Arr.-K. Amsterdam 30 Maart ISSiï, \V. 5001, idem zelfde Rechtb.

14 ()ctol)cr 18S(i, VV. 5010.

Wanneer alleen de aangeboden som wordt toegewezen , is de gedaagde niet vrij van de kosten, omdat iiij gerechtelijk had moeten aanbieden met consignatie.

in dit geval moeten de kosten worden gecompenseerd.

Arr.-K. Amsterdam It Dec. 188G, W. 5567.

Wanneer een deel der vordering wordt toegewezen, maar de gedaagde geen gerechtelijk aanbod gevolgd door consignatie van het door hem erkende bedrag heeft gedaan, moet compensatie dei-proceskosten volgen.

Arr.-Ti. Amsterdam 2 Februari 1888, W. 5550.

Waar tie gedaagde te laat heelt aangeboden en de eischer tot dat aanbod zijn vordering vermindert, moet compensatie van kosten volgen.

Arr.-K Rotterdam 10 Maart 1888, \\. 557 1.

Al moet de gedaagde tot betaling worden veroordeeld, omdat zijn aanbod niet conform de wet is geschied, zoo moet niettemin de eischer in de kosten worden veroordeeld, wanneer hij te veel heeft gevorderd.

Middelburg 4 Maart 1S8'.I, W . 5731.

19

ocr page 305

Ai't. .r)(3 E)

lllt;*t snt) nquot; 1 opsjpiiomon nrrest word bcwstiird in revisie bij an. v. 7 Md 1 885, W. 510», veruwdd sid) art. 5() A. nquot; 59.

2. Add. Ver;;, met de beslissing der Arr.-R. te Zierikzee van 7 .lidi 1879, die der Arr.-It. Winsclioten v. 7 April lS8lgt;, W. 53()3.

Waar aan «len eiachor hetgeen na de vermindering zijner vordering overblijtt, mnet worden ontzegd, maar de gedaagde eerst na ile dagvaarding tot de wegneming (die oorzaak was der vermindering) is overgegaan, alhoewel reeds twee maanden te voren daartoe gesommeerd, bestaan er termen tot compensatie van kosten.

Arr.-R. 's-Gravenlinge 18 Januari 18Stl, W. 5734.

5. Wanneer de reductie der vordering het gevolg is van liet toegeven door den eischer van betwiste posten, en daarenboven de wederpartij herhaalde gelegenheden om de zaak in der minne te schikken, heeft laten voorbijgaan, zijn er termen om deze laatste in een grooter deel der proceskosten te -veroordeelen . waar beide partijen over en weer in het ongelijk gesteld zijn.

Arr. 17 'anuari 1S85, \\. 5141.

Art. r.G E.

AM. Dn gedaagde die blootelijk twijfel heeft geopperd, maar zich overigens heeft gerefereerd, moet niet in de kosten worden veroordeeld , vooral niet wanneer de eischer tengevolge van dien geop-perden twijfel het petitum heeft gewijzigd.

Arr.-R. quot;s-firavenliasre 11 Jannari 1889, \V. 57fi(.).

G. AM Zie voorts een voorbeeld van oneigenlijke referte, die niet vrijwaart tegen veroordeeling in de kosten.

Arr.-Tl. Amsterdam 11 Juni 1885, W. 5320; vergelijk ook Arr.-R. Arnhem 10 Juli 1 885, W. 5270.

20

ocr page 306

{.-lw. 57.

1-t. Waar de i^edaagcle aangesproken tot betaling van een konjisoiu, zich bereid heeft verklaard die te betalen aan deiigene die bij vonnis daarop rechthebbende zal worden verklaard . maar niettemin deu eisch heeft tegengesproken, en dat verweer ongegrond wordt bevonden . moet hij in de proceskosten worden veroordeeld.

Air.-li. 's-ü raven huge 22 Maart 1S8'J, W. 571fi.

Art. 56 11.

2. Add. 7m' ten betooge dal wanneer de rechter de kwaliteit, die men zieh toekent, niet erkent, men in privé in de proceskosten moet worden veroordeeld. —

l'roc.-gen. hij Hoi' Leeuwarden 3 April 1889, VV. 5713.

6. Add. Waar du bewindvoerder ex art. 519 B. W. zonder redelijken grond, noch met redelijk verlot een rechtsgeding heeft aangevangen, moet hij uit eiifen beurs in de proceskosten worden veroordeeld.

Arr.-l\. Winschoten ü November 1S87, W. 5583.

Art. 56 I.

d. Add. Verg. ook arr. Hot' A.inhein 13 Maart 188(), \V 53 4.

Art. 57.

10 Add. Ounoodig gemaakte kosten komen ten laste van hein. die ze maakte.

Hot' Amsterdam 8 Jannari 18Sf'gt;, W. 5315.

De k(»st(.'n voortvloeiende uit de vertegenwoordiging van eene der partijen voor het Kantongerecht kunnen aan de andere partij niet in rekening worden gebracht.

Kng. (ironingen 15 December 1S84, \V. 5188,waarbij nog beslist word, dat de reiskosten door eene partij gemaakt, om voor den rechter

21

ocr page 307

Art. 59.)

(leu beslisseiuleii eed at' te leggen, wel verhaald kunnen worden op tie tegenpartij.

Waar de rechter liet bepleiten tier /.aak geheel overbodig acht. moeten de kosten daarvan voor rekening blijven van de partij, die ze aanwendde

Arr.-K. Arnhem 8 Jnni 1S85, \\. 5192.

Aan de tegenpartij kunnen alleen in rekening gebracht worden de nooilzakelijke kosten, dus niet die veroorzaakt door het bezigen van een deurwaarder, die niet ter plaatse van den gedaagde woont, wanneer er aldaar een gevestigd is.

Kng. Zuidbroek 3 .Inni 1887, W. 56211, idem Kng. (iroiiiiigen v. 16 Jan. 1888, . 5589.

Dn eiseher lt;lie, voor de Rechtbank gedagvaard hebbende, na de conelusie van antwoord zijn vordering vermindert met zoodanig bedrag dat, — indien de vordering tot dat cijfer oorspronkelijk ware ingesteld. — zij voor het Kantongerecht had moeten zijn gebracht, moet in de kosten worden veroordeeld, die een rechtsgeding voor de Rechtbank noodzakelijk medebrengt.

Arr.-R. Rotterdam 12 Oeccmljer 1S87, \\. 5537.

Arl. 59.

12. Add. De naleving dezer bepaling is niet op straö'e van nietigheid voorgeschreven.

Arr. Mei 1 S88 , \\. 5 557, 11. lt;11. (' \ 1.1 \ ^ 1 , v. d. 11., B. K,, dl. ld\ , p 2(18 sqq., idem het snh art. •Kt6 vcrmrld arr. 16 October 1885, VV. 5231, K. dl. ('XL1, § 6, v. d. II., B. 11., dl. LI.

|). 268 si|q.

2S. Waar niet blijkt dat bij tie uitspraak minder dan het voldoend aantal rechters ter terechtzitting tegenwoordig was, kan daarover niet worden geklaagd.

Arr. 13 November 1 885, \\. 5236, v. d. H., B. K., dl LI, ]gt;. 3(t2 gt;q(|.

ocr page 308

(Art. 70.

'i'.K De of de rechts^roirlen

veering van 'Ie eituiuitsprajik, Iviui igt;t liet vonnis al ot niet voldoet a:in komen

Air. 2.'1 .Maart IS88, VV. 553'J, B. R., (11. IjLV, p. 122 sqq.

al ot niet volleilig zijn ter rnoti-liij liet oordeel over do vnia^ art,. 59 uquot; 3 B. I! nict tc pas

K. dl. CXLVlll , § 5(1, v. (J. 11.,


Art OS.

5y. Ad't. Menvoudige vrij waring is liootdzakelijk een maatregel in het belang van den gedaagde, om de tegen hem te verkrijgen veroordeeling zijnerzijds op de meest eenvoudige en spoedige wijze wederom te kunnen verhalen op en ten uitvoerleggen tegen den waarborg.

Arr.-H. Amsterdam 17 Mei 1S8S, VV. 5577.

Een verzoek tot oproeping in eenvoudige vrijwaring is ontvankelijk, ook al staat aan de dadelijke toewijzing der hooldvordering niets in den weg.

Rnlt;;-. I Amsterdam 15 Maart ISS'.i, W. 5()87.

Art. 09.

5. Jdd. Anders bij arr. 1 Januari ISS'.i, U. 50(13, li. dl. lt; l-I, § 1. v. (1. II., H. R., dl. I,V, |). I sqq., waarbij werd beslist, dat onder den (la'4 waarop ten prineipalc moet worden geantwoord, n'een andere verslaan moet worden dan die bestemd voor de verwering op de liooldzaak , en d(igt; in snmnnere zaken die in art. 1Kv. bedoeld, zoodat liet verzoek niet gedaan kan worden op den dag bestemd voor het, nemen van nadere conelusién.

Art. 70.

5. Waar de gedaagde in vrijwaring daadwerkelijk de verdediging tegen de oorspronkelijke vordering heeft overgeiumien en hij daar-

ocr page 309

Art 70)

eiiboven door zijn verliondiiig tot liet voorwerp vim den eiseh liet reclit zou ^ehiid hebben eventueel teifeu het vonnis derde verzet te doen, is hij ongetwijfeld ontvankelijk in het hooger beroep.

iiot' i Ajeuwardi'ii 1 (! Mei 1888, W. 550!), waarhij op dezelfde gronden ook werd beslist, dat de gedaagde in vrijwaring een eiseli in reconventie mag instellen en op dezen grond werd vernietigd hei vonnis der Arr.-R. Groningen 22 April 1887, VV. 5fi.'lG.

Art. 72.

8 Add. idem Hol' 's-llage 27 Juni 1887, VV. 51-t9, ook vermeld sub arlt 46 en B. R.

Wanneer de waarborg zich gevoegd heeft;, is hij in den zin van art. 285 sqq. als gevoegde partij te beschouwen. Deze partij mag leiten .stellen en bewijzen , de door haar bewezen leiten gelden voor dlle partijen als waarheid.

Ait. 7 Juni 18811, VV. 5734, Tl. dl. UL1I, § 20, v. d. II., li. II.,

dl. L\ , p. 225 sqq., contra conclusie proc.-gen.

Art. 74.

(5. Ook uit deze bepalintf volgt, dat de appellabiliteit van de vordering tot vrijwaring zich regelt naar de hoofdzaak.

Arr. 2 Januari 1885 , VV. 5124, R. dl. CXXX1X, ^ 2.

Art. 75.

13. Add. Idem als de Arr.-R. Amsterdam 30 Maart 187quot;, Mr. F. J. G. van Tricht in Themis, 1 887, p. 07 sqq.; anders: Arr.-R. Leeuwarden 28 Juni 1 883, VV . 41)03, en Arr.-R. Amsterdam 28 April 1 886, VV. 5413 Verg. in verband met dit onderwerp art. 79 U. R., aant. 18 en art. 81 H. R., aant. 22.

15. Add. Zie ten betooge dat gedaagde wel bevoegd maar niet verplicht is zijnerzijds de zaak ter rulle te brengen.

Arr. !) October 18S5, VV. 52 13, aangeli. sub art. 1 aant. 9.

'24

ocr page 310

(Art 76.

IS. Ail//. He «'eiliiiitrile is bevueijd uyu rccnnvciitioiieelen uiscli in

O O O

te stellen ook bij iiiet-ver.schijniuy vhii clen eischer.

Kn^r. IV Anistonlam 2-i Augustus 1 88(), W. 5318, udki' uitspraak wordt bestreden in twee opstellen, opgenomen in \\. 5322.

20. Al is niet door tien gedaagde (in casn den eersten lt;^edaalt;fde) tot verstek geconcludeerd , behoort dit niettemin te worden uitgesproken met ontslag van den gedaagde van de instantie, terwijl ten aanzien van een niet versclieiien tweeden gedaagde, die niet behoorlijk in rechten is geroepen, niet hetzelfde moet worden gedaan, maar de dagvaarding moet worden nietig verklaard.

Arr.-R., Amsterdam 5 .Jauuuri 188S, VV. 5574.

Art. 76.

(i. Add. De vraau; ol' bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed ook de hier gestelde regel geldt, werd bevestigend beantwoord;

bij vonnis Hof Curasao 6 Maart 1885, W. 5208 ; bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam 20 Januari 18S5, \V. 5128, in strijd met de cond. O. M. en bij arr. Hoi' Arnhem 11) November 1884, V\. 5 13 1. Hij vonnis der Arr.-R. 's-Hagc 2 Juni 1885, VV. 5181 werd ze bevestigend beantwoord ten aanzien van eene vordering tot scheiding van tafel en bed, ingesteld nadat het huwelijk twee jaren had bestaan. ')

ID. Add. Rij arrest Hof Leeuwarden 10 Dee. 1884 VV. 5215, ook vermeld sub art. 82, werd beslist dat geen verstek behoort verleend te worden tegen den curandus die op de oproeping hij art. IOC) II. VV. bedoeld niet verschijnt, en dat het vonnis dan ook niet :ds een verstekvonnis is te beschouwen.

24. Toepassing van dit art. kan niet plaats hebben, wanneer de eischer zich eerst bij repliek beroept op het ondengdelijke der procurenrstelling.

Arr.-R. Leeuwarden 22 April 188(1, \V . 5437.

25. Als krachtens art 10U de zaak naar de Rechtbank door den Kantonrechter is verwezen, kan er voor de lieebthank geen verstek meer worden verleend.

Arr.-R. Alkmaar 24 November 1887 VV. 5583.

') Thans volgt ook ilit College onvoorwaardelijk den hier gestelden regel.

ocr page 311

Art. 81)

'i.'). Tuneu hem die tijdens ile liiiifviiiinling recils whs overleden . kiiu if et; 11 verstek worden verleend

Zie de nicdedeeliiig in arrest. Maart 1SSS, W 5510, R. dl, CX1.VII1, J 5 I , v. d. 11 , H li., dl. LIV, p. 128 s(|(| , ook vermeld sub art. 151) iiu I.

Art 77.

Eene vereenvoudiude wijze voor l)(diaiidelinlt;r van verstekzaken wordt voorgesteld door Mr. M. l^yssell in de dooi Mr. A. I*. III. ICyssell mede-H'edeelde Aanteekeuingen in ï'!'f-nu* 1S88 p, 526 sqq.

AH. 79.

Het eerste lid van dit artikel is liij art. 1 der wel van 23 December 188(5 {SIJil. nquot; 2:50) aldus ifinvijzigd vastgesteld:

„ Indien van meerdere gedaagden een oi meer niet verschijnen , wordt de zaak ten opzichte van de verschijnenden aangehouden en tegen de niet-versehijnenden verstek verleend. Ieder der verschenen partijen heelt het recht om dat verstek aan de niet verschenen partijen te doen beleekenen, met oproeping van alle partijen tegen den dag waaiop zij de zaak op nieuw ter rolle wil doen brengen. Voor deze oproeping moeten in acht genomen worden de voor dagvaardingen voorgeschreven termijnen.

Zie over hel ontwerp dier wet dat in 1885 ingediend werd: mr. A. I'. K. liartogb in VV. 5218.

Art. 80.

De termijn vim iicht dagen moet, ook in acht geiiniiie.n worden bij vonnissen nitvuerbiiar bij voorraad.

Arr.-R. Zierikzec 22 Maart 1S87, W. 5553.

Pit artikel is bij art. aldus gewijzigd vastgesteld De gedaagde die bij

Art 81.

2 der wet van 2i5 Igt;ee. verstek veroordeeld is, 1 88(5 (SIJil. nquot; 2:5(1') zal daartegen verzet


ocr page 312

{Art. 82.

moffen doen. Het verzet inoet worden gedaan binnen veertien da^en na de beteekeninff van liet vonnis ot van eenisre nit kraelit daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende iicte aan den veroordeelde in persoon ol na het plegen door dezen van eenige daad, waaruit noodzakelijk voortvloeit, dat het vonnis ol de aangevangen tenuitvoerlegiiing hem bekend is.

Kuiten de gevallen, in het vorige lid voorzien, is liet verzet ontvankelijk lot dat het vonnis is ten uitvoer gelegd.

De veroordeelde, die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen.

«15. Door het verzet wordt alleen de ten uitvoerlegging van het vonnis gestuit, maar dit heelt niet het verval van het vonnis met de vooralgegaue procedure ten gevolge.

Hof Amsterdam 13 April 1888 , VV. 5:j(j7.

Ander*: Ivug. 's Hage fi Nov. 1 SSi 1, \\ . 5-gt;52, waarbij is beslist dat het verzet tengevolge heeft dat het verstek vonnis geheel vervalt. Zie naar aanleiding van dit vonnis Mr. 1'. van Menrs in . 5357 en Q. N. in W. 535'.).

'i-t. liet verzet bedoeld hij art. 791 al \V. v K wordt he-heerscht door de hier gegeven voorschrilten.

Arr.-R. Anisterdam ll .lanuari ISS'.i, \\. 5(gt;77. Zie ook art. S.5 aant. 5.

25. Zie ten betooge dat het sclirijven van een proenreur dat bij voor de veroordeelden in verzet zal komen, op zieh zelf niet als bewijs kan strekken dat deze met hel vonnis bekend waren.

Arr.-R. 's Graven hage 12 Oei. 1888, \\ . 5f)38.

Art. 82.

liet eerste lid van dit artikel is bij art. :gt; der wet van 23 |)ee. ISSfi [StU. nu 231') aldus gewijzigd vastgesteld :

liet vonnis wordt gerekend ten uitvoer gelegd te zijn:

ingeval van gerechtelijke tenuitvoerlegging op de roerende goederen, na den verkoop ;

ingeval van arrest onder derden op uit te keeren gelden, na de uilbelaling van deze aan den arrestant;

ingeval van gerechtelijke uilwinning van onroerende goederen , op den veertienden dag na den aanslag of de aanplakking der in de artikelen 515 en 5 17 vermelde billetten.

27

ocr page 313

Art. SS).

19 .!(/(/. Ziu voorts ten betoo^e t!at verzet 110^ kan plaats hebben na du inschrijving, wanneer die bij de partij niet bekend is —

Arr. 17 Kcwmbcr 188«, VV. 58(i!) , R. lt;11 CXblV, § 5», v. lt;1. II., H. I!., dl. Lil, p. :j57 s(|q.; /.ie over dit arr. liet liool'dartikcl in hclzcHdc miniincr, en hul ilaarloc butivkkclijk arr. Hol' Amsturdiim 25 .luni 188(5, \\. 5M5o, hij welk arrest is aaiigciioincii dat de in-sulirijvin^ niet is eun d.iad waaruit noodzakelijk voortvloeit, dal de uitvoering bij dun belaiighehhumle bekend is.

Dit arrresl gewezen vóór du boveuaanguhaaldu wel, lieufl zijn belang na de invouring dier wut niet verloren.

quot;20. Publicatie van liet vonnis van curateele en benoeming van curator en toeziend curator zijn niet te beschouwen ais berusting van tien curandus.

Hot' Leeuwarden l'l Dec. 188-i, \V. 5215 , ook vermeld sub art. 7(i.

'21. Het stuiten moet worden opgevat in den zin van schorsen, met in dien van opheffen.

Arr.-R. Winschotun 13 .luli 1887, VV. 557'•,.

Art. 83.

2. Ai/'L Idem als arr. v. 4 .linii 1875, Arr.-R. Amsterdam 37 Februari 1885, VV. 51'.)7 en Arr.-li. 's (iravenhage v. 13 Oei. 1888, VV. 5fi38.

tj. Add. Zie implicite beslist dat de eerste terechtzitting in handelszaken moet beoordeeld worden naar den termijn in zaken van koophandel voorgeschreven —

Arr.-R. Amsterdam 27 Februari 1 885 , VV. 5 107.

8. Add. Het verzet moet worden aangebracht bij dezelfde Kanier der Rechtbank, die het vonnis a quo wees.

Arr.-R. Amsterdam 27 Februari 1885, VV. 51!t7.

10. Add. Op geen andere middelen kan gelet worden dan op de uitdrukkelijk in het exploit genoemde.

Kng. Breda l i December 1887, VV. 5617. Vergelijk ook navolgende beslissing:

28

ocr page 314

(Art 83

Oe bij het exploit v:ui verzot gemaakte reserve dat men zicli voorbehoudt zijn verdere weren en defensien, zoo exceptief als ten principale, is van onwaarde.

Hol' Amsterdam 4 April 1884, \\. ril(i2 ook vermeld op nquot; 14.

14. AdJ. Idem als Hol' (Troningen 21 Sept. I8fi4, Hol' Amsterdam. 4 April 1884, VV. 51(12 vermeld op art. 5 nquot; fiS : en Arr.-R. 's Hasfe 12 Oct. 1888 , VV. 5638.

16. Aild. Zie ten betooge, dat het verzet eigenlijk niets anders is, dan eene tardieve verwering legen de ingestelde vordering, waaruit in casu werd afgeleid dat (!lt;■ machtiging van den man bij de oorspronkelijke dagvaarding aan zijne vrouw verleend, van kracht is ook bij de procedure van verzet.

Hof Amsterdam 8 Januari ISSG, \V . 5315.

15. De termijnen en formaliteiten voor dagvaardingen voorgeschreven, moeten bij een exploit van verzet ook worden in acht genomeu.

Hoi' Amsterdam 15 Oct. 188(5, VV. 537(gt;, waarliij nnir is heslist, dat wanneer liet uit verschillende omstandigheden voor den 'jeoppo-seerde duidelijk moet zijn dat in plaats van den in het exploit van verzet genoemden rechtsdag 7 Juli, moet bedoeld zijn 17 Juli, het exploit niettegenstaande die fout niet nietig is.

19. Onder de formule dat de opposant zal worden verklaard goed opposant, zijn begrepen alle conclusiën (ook die van nietigheid der introdnctieve dagvaarding) waartoe de aangevoerde middelen en verweringen leiden.

Hof Leeuwarden 12 Mei 1880, \\. 5394.

20. Wanneer het verzet wordt ingetrokken en op nieuw verzet wordt gedaan, wordt de eerstkomende terechtzitting beoordeeld naar het laatste exploit. Dit laatste exploit moet binnen de 14 dagen na het eerste worden gedaan, omdat anders de opposant valt onder de bepaling van art, 81.

Arr.-R. Amsterdam 21 Maart 1889, \V. 5726.

20

ocr page 315

Art. 88.)

21 Omler gekozen wooiipliiuts wordt, hiur verstaan ile door den i'ischer hij liet intniductiet'exploit van dagvaardinif gekozen woonplaats.

Kiiir. I. Amsterdain 7 Mei ISS'J, W. 5718.

Art. 8G.

4-. Zi'' ten l)etoolt;re dat de verklaring 'les griftiers niet te pas komt wanneer in-t, vonnis uitvoerbaar hij voorraad is- verklaard.

An. Hol' 's-lla!;T 27 Kebmari 18SS, 'A. 5500.

Art. 88.

Dit artikel is ingetrokken liij art. 4 der wet van 23 Deo. 1S8() nu 231)).

20 Wanneer de zes maanden hij het inwerkinij treden van de wet van 24 Decemher 188G {Sth! nquot; 230) nog niet waren verstreken, hlijft het vonnis zijne kracht hehonden.

Arr.-R. Utrooht 15 Jnni IS88, W. 5(307.

21. Een proces-verbaal van niet-hevinding aan de gekozen woonplaats van den geëxecuteerde (in casu ten kantore van een openbaren ambtenaar) kan ook als begin van executie worden aangemerkt.

Arr. Hof 's-Hage 27 Februari 1888 , VV. 55(50 vern. vonnis Arr.-li. 's-liage 2 1 Mei 1 887, W. 5453 (ook vermeid sul) art. 477 li. IJ.J Deze beslissingen werden genomen met toepassing van liet Reglement op de Hnrg. Ueehtsv. in Ned. Indië, speciaal van art. 90 daarvan, welk artikel gelijkluidend is aan liet vroegere art. 88 Ned. li. R. Hel tegen 'sllol's beslissing ingesteld beroep in cassatie stuitte al' op de overweging dat in cassatie niet kan worden geklaagd over schending of verkeerde toepassing van voorsehriften der Ned. Indische wetgeving. Zie arr. 2lt;.l Maart 1889 , W. 5702 v. d. II. It. 11. dl. LV p. 143 sqq.

ocr page 316

(Arf. 94.

Ar/. 00.

■/lt;/'/, Vci'lc. in ileir/.clldi'ii /in A it.- 11. Middillmra; :quot;gt; M ii i88lt;i, \\ . 5370

Art. 04.

2. y/e/e/. Idem ids liot arr. van don II. R., hij vonnis der Arr.-U. 's-IIa^c 12 OoioIxT 1 888, W. ófiSS ; dor \rr-R. A instcrdinn II April 1882, \V. H)2:i (ook aangidiaald snb art. 5 nquot; 7i); vera:. 0quot;k Mr. van St.vnim in Thcmia, 1889, p. 227-

Vorirolijk echter navolgende beslissing ;

Alhoewel in het afschrift van de intrndnetieve dagvaarding niel voorkomt de naam van den persoon aan wien het afschrift is gelaten, maar hij liet verzet tegen 'net verstekvonnis. waarhij de gedaagde veroordeeld is, niut is beweerd dat het afschrift niet in zijn handen is gekomen, kan de gedaagde niet in ziin venlcdiiriii^ ifencht wordon te zijn benadeeld, en moet de bij liet verzet opgeworpon grond van nietiglieid worden verworpen.

Knpj. 's-IIai^e !) Nov. 18S8, W. 5042.

8. Add. Idem. wanneer in het exploit de naam des deurwaarders niet vermeld wordt.

Arr.-U. Amstordam 13 Maart 188 1-, U. 51 l-fi. cl', waar liet niet voor afschrift is geteekeiid, Arr.-R. (ironingou 13 .Inni 18SI , \V. 51 17.

16 Add. Vera;, in den zin der Arr.-R. to 's-Hage dd. 20 Februari 1857, vonnis der Arr.-li. Groningen 13 Juni 1SS4, \\. 5117.

22. Aild. Oe rechter behoeft niet. te motiveeren waarom liij van de hier gegeven bevoegdheid geen gebruik maakt

Arr. 1 Decembev 1885, W. 52 17, v. d. II., li. R., dl. 1,1, p. 30 7 cn vlgde; R. dl. CXLl § 13.

2S. Waar de excipient— door do l)ij eene na den' conclnsii' van den geexeipieerde gedane aanvulling van den in de dagvaarding onvolledig opgegeven naam van den eischer. — in zijne verdediging niet meer benndeeld kan geacht worden te zijn — moet de exceptie,

ocr page 317

Art. 90 ) 32

lioinvnl gesjrond, worden verworpon, ituit. veronrdeeliiig van den geëxcipieerde in de kosten van het incident.

Arr.-R. Zierikzee 18 Sept(!iiil)er 1888, VV. 5621. Deze heslissiiii? wordt bestreden door drn inzender t. a. p. op grond dat de vraag, of men belang bij de exceptie heeft, moet worden beoordeeld naar liet tijdstip waarop men die verwering voorstelt; de veroordeeling in de kosten wordt daarenboven opmerkelijk geaeht. In T/muis, jg. 1880, p. sqq., wordt zij door Mr. Baron van Styrnm krachtig verdedigd,

o. a. op grond dat de beoordeeling van het belang geschieden moet naar hquot;t oogenblik dat de gedaagde ten principale moet antwoorden , en dat de geëxcipieerde die doorzijn dagvaarding oorzaak is geweest van de exceptie en van wat daarop gevolgd is, ook de kosten moet dragen. |)e schrijver voegt daarbij , dat de Rechtbank gevoegelijk ook art. 58 op den procnreur had kunnen toepassen (niet art. 9(5, omdat dit artikel spreekt van kosten der nietige acte, terwijl in casu de acte niet nietig is verklaard).

29. Waar de gedaasfde beweert alleen hch'mmprd, niet benadeeld te zijn in zijn verdediging en hij daarenboven geen belang heeft aangetoond voor de nietigheid der dagvaarding, moet die verworpen worden.

Arr.-R. Amsterdam 21 .Inni 1889, W. 5788, waarbij nog werd beslist dat dit belang niet kan bestaan, wanneer men op een te korten termijn gedagvaard is, en ettelijke weken na de dagvaarding zijn ver-loopen tot op bet voldingen iler exceptie.

Art. 9G.

•2. A(hl. Of. in denzelfden zin als Prov. Hof van (Jroningen van 20 Mei 1857, arr. r. Amsterdam van I li April 1885, W. 5278 , waarbij nog werd beslist dat de voorschriften der artt. 58 en 9fi de toepassing van art. 1838 li. W. niet bnitenslniten ; en voorts werd overwogen dat aan den procureur alleen dan verzuim kan worden ten laste gelegd, wanneer hij nalaat datgene te verrichten wat. hij volgens het nitdrukkelijk voorschrift der wel verrichten moet en waarvan het nalaten niet. in redelijken zin op eenig wetenschappelijk inzicht kan steunen.

De Rechtbank oordeelde dat als een strafbaar verznim niet kan worden aangemerkt het nalaten der bij art. 450 15. R. voorgeschreven beteekening aan den bewaarder, als hoedanig in casn was aangesteld de persoon, tegen wien het beslag gedaan is, omdat over de noodzakelijkheid dier beteekening verschil van opinie bestaat. Vergelijk met betrekking tot dit laatste art. 456 H. R. sub n0 I 5.

ocr page 318

(Art. 109

Art. 09.

4. slr/il. Cf. nrr. r. Dordrecht 150 Jimi 1880, \V. 5359 , ten hctooge, dat rinigeerendo denrwiiarder niet als gemachtigde mag optreden. (Ook aangeh. ad -'535 nquot; 7.) Zie daaromtrent \V. 5302 ,, Berichtenquot; ('ii \V. 5303 „Mengelwerk.quot; Anders: l)ij Kng. Schiedam 5 Juli 1 887 , W. 5H I-.

7. Add. Zie voorts o.vcr dit onderwerp m. 531-9 Berichtenquot;.

Rene vereenvoudigde wijze van proeedeeren wordt voorgesteld door Mr. M. Ryssell in de door Mr. A. 1'. 111. Kvssell medegedeelde aanteekeningeu in Themis jg. 1888 p. 541 sq.

Art. 100.

Een onderzoek naar de beweerde valsclilieid kan dan eerst worden bevolen , wanneer daarvan In -t gc ^volg kan zijn ontheffing van sclmlil of ontzegging van den ingestelden eisch.

Arr.-R. 's-1 lage 18 September 1888, W. 5022.

Art. 107.

7. Waar de getuige blijkens het proces-verbaal alleen gezworen beeft de waarheid (en niet de geheele waarheid) en niets dan de waarheid te zullen inededeelen, is de getuigenis nietig, en behoort de rechter ook ambtshalve het vonnis, waarbij op dat verhoor is recht gedaan, te vernietigen.

Arr.-R. Amsterdam 19 October 1888 , \V. 5037.

Art. 109.

2 Add. Zie ten betooge dat het getuigenverhoor voor liet Kantongerecht openhaar is —

Mr. .1. H. Heerspink in \V. 5525, idem de redactie van het W. ter zelt'der plaatse, die de openbaarheid jnre constitnendo ook aanbeveelt.

ocr page 319

Art. 120).

Art. 110.

(Jtion nietigheid kan worden uitgesproken in een «revui dat iioewel de /.ank volgens de wet op de li. O. niet. vatbaar was voor hooger beroep, niet de regelen van dit artikel, maar die van bet volgende artikel zijn opgevolgd.

Air. -21 Octol)er 1887, W. 5488, R. dl. CXLV11, § 15,v. d. H.

15. R. dl. IjIII, p. 287 sqq.

Art. 120.

2. Add. Heto'lfdt' is lieslist bij verzuim der formaliteit nm te vragen aan de quot;•etuigen of zij in dienst waren van eene der partijen liij vonnis der .Vit. Rechtl). van Amsterdam van 7 April 1885, \V. 5277, ook vermeld sul) art. 210 nquot; it en 139 nquot; 2.

Art. 122

Zie over eene meer praetiselie wijze van proeedeeren tot ontruiming in het O. Holl. recht: in W. 5 184 „Mengelwerkquot;.

Art. 120.

1!5. Ad'l. Zie nog ten hetooge dat de Nedorlandsche rechter niet, bevoegd is om recht te spreken tnsscben twee vreemdelingen. beiden huitenslaiids verl)lijvende, terwijl do overeenkomst buitenslands is aangegaan —

Hof 's-lloseli 25 November 1884, W. 5211, bov. vonnis Arr.-R.

15reda 25 September 1883, VV. 4952.

34. Add. Verg. vonnis Arr.-R. Ziitpheu II Juli 1889, \V. 5791 , ten hetooge dat onder de sub /« genoemde vorderingen ook te rangschikken zijn die lot nietigverklaring van een testament en tot rekening en verantwoording tegen den executeur-testamentair.

35. De vordering van tien in Indië wonenden man tegen zijne vrouw hier te lande baar werkelijk verblijl hebbende, voor den rechter

:}4

ocr page 320

(.!/•«. 129

van lt;}iit 7ert)lijt iirinhaiigig gem.iakt, is terecht voor dien rechter gebracht.

Arr.-R. Anihem 9 Augustus 1889, \\. 5775.

Art. 127.

1. Mi/, lilem ah arr. v. S Jamiari 1858, bij vonnis Arr.-R. Dordrecht 17 Juni 1 885 , W. 5371.

Zie ten betooge dat ook de eisclieude vreemdeling, mits hier te lande woonplaats hebbende, het recht heeft bij dit ■ artikel den Nederlander gegeven —

O O

Concl. O. M. behooreiule hij arr. Hol' 's-Bosch 4 Maart 1881-, VV. 5 113, iu^t laatste ook vermeld sul) art. 4 nu 3:5 15. R.; ander* het daartoe betrekkelijk vonnis Arr.-R. Breda 25 September 1883, VV. 4952.

0. Add. Idem als Arr.-R. Amsterdam 25 Maart 1880, bij vonnis der Arr.-R. Middelburg 18 Nov. 1 885, VV. 5315, ook aangehaald sub art. 738 15. R. en bij vonnis der Arr.-R. Dordrecht 17 Jnui 1885 , VV. 5271 , waarbij ook werd beslist dat de deshetrelfende exceptie van incompetentie behoort tot de zoodanige, welke niet mogen worden aangehouden, maar op zich zelve moeten worden uitgewezen. Cf. over dit laatste aant. 5 opart. 101 15. R.

Art. 128.

lt;gt;. Waar het geschil niet afhangt van de vraag tot welk kadastraal nummer de strook gronds behoort, maar daarvnn of zij is het eigendom van den eischer, zoo kan een onjuiste opgave van het kadastrale nummer niet leiden tot ontzegging der revindicatie van die strook.

Hol' Amsterdam 19 November 188'), VV. 5429.

Art. 12Ü.

5. Add. liet recht des tiendhetfers om öf de vruchten in natura, öf de waarde in geld te ontvangen , is een zakelijk recht.

Arr. 2(5 Maart 1 885, VV. 5152, R. dl. CXXX1X, § 36. Verg. Hof Amsterdam v. 10 Dee. 188(5 V\ . ,r)438 , ook vermeld sub art. 5 aant. 5.

ocr page 321

Art. 1:54). 3(3

Art. 130.

'.]lt;). Dn rechter moet deze; Ijepuluitr ook amhts/in/ve toepassen. Vrr.-R. 's-ltosdi 12 Februari 1S8(!, \\. 5340.

Art. 133.

I!gt;. Wanneer de eischer zich no^ niet op eene acte hoeft beroepen, kunnen tret n afschriften worden gevorderd van stukken, waardoor de eischer zijn recht zon kunnen bewijzen.

An-.-R. Kocrmoiul 19 .lannari 1S88, \\ . »737.

Art. 134.

3. Add. /ie nog ten hetooge dat de opposant tegen een dwangbevel als verweerder te beschouwen is -—

Hol 's-Bosoh 2!) September 1885, W. 5205.

13. Add. Waar de vordering op dezelfde overeenkomst blijft steunen, kan van geene verandering dor vordering sprake zijn.

Arr. 7 Mei 1885, W. 5109, v. d. II., li. R., dl. LI, p. 90 sqq. bev. het sub art, 50 C nquot; I vermeld arr. v. 1 li Nov. 1 883, \V. 4978.

Onderwerp van den eisch bestaat in den feitelijken grondslag der vordering in verband met het gevorderde.

Hof 's-Hage 8 December 188 1-, W. 5109.

U. Add. Idem als arr. 1 Juni 1883, bij arr. 7 Mei 188S, W. 5287, R. dl. OXMII, § 5, v. (1. II., li. R., ,11. LU, p. 191 ou vlgde. vergelijk ook Hof Amsterdam 19 Maart 188(5, W. 5319, waarbij ambtshalve liet appel uiet-oiitvaiikeiijk werd verklaard.

56 Add. Waar gesteld is algemeen tiendrecht en later beweerd wordt liizonder tiendrecht lieefl, geen ongeoorloofde verandering van den eisch plaats.

Arr.-R. Arnhem 31 October I8S7. \V. 5515.

ocr page 322

{Art. 134.

77. Aill. Waar niet van den eiseli gedeeltelijk wordt afgezien, maar die uitdrukkelijk wordt losgelaten, om daarop later terng te komen, heelt niet venniudering van den eiscli, maar een bedekte afstand van instantie [ilaats.

Arr,-li. Anihem 7 April 1887 , W. 5158.

101. Uit dit artikel vloeit liet bewijs voort dat het te veel vorderen volstrekt niet, du niet-ontvankelijkverklaring of ontzegging van den eiscb ten «ievoltie moet hebbeu.

~ O

Arr. ^1 hecembcr 1888, W, 5(gt;53, K., dl. CL, § 38, v. d. II., li. R., dl. LIV, p. 358 eu vlgde.

1()'J. Waar bij dagvaarding, strekkende tot revindicatie, oorspronkelijk gevorderd wordt dat de goederen door gedaagde zullen worden afgegeven, terwijl later nadat de goederen onder sequestratie zijn gesteld, in plaats van veroordeeling van den gedaagde tot afgilte wordt gevorderd machtiging op den sequester om de goederen aftegeven, vormt zulks in geenen deele een verboden verandering van het onderwerp van den eisch.

Arr. '25 October 188'J, \\. 5786, 15., dl. Cl.lll, § 10, v. d. II., li. R., dl. LV, p. 285 sqq.; zie lii't daartoe betrekkelijk in denzcltdeii zin gewezen vonnis der Arr.-R. Rotterdam 18 Februari 18811, W. 5691.

l(i;5. De hij de conclusie gedane nadere aanduiding van het arrest , waarvan men de opheffing verlangt, is niet in strijd niet het verbod van dit artikel.

Arr.-R. Assen 11) Mei ISS-t, VV. 5338.

104. Actie tot levering niet te veranderen in de actie es 1527 li. VV.

Hof 's-llage 'J Februari 1885, W. 5 1 16.

105. De wet kent geen subsidiaire vermindering van eisch.

37

Is zulks bij conclusie geschied, dan moet aangenomen worden dat de vermindering zonder reserve plaats vond.

Arr.-E. Rotterdam 20 Juni 1885 , \V. 5207.

ocr page 323

Art. 134.)

10« Het is eeue ongeoorloot'ile veraiuiuriiig vmi den eisch, om — wan neer men ilen i{eilaagiie oorspronkelijk heeft aangesproken als aansprakelijk voor ile leveranties van kleeileren aan zijn miu lerjarigen zoon verstrekt op grom! van iles vaders verplichting tot opvoeding en onderhoud na de tegenspraak van gedaagde te stellen, dat

deze beloofd heelt des eischers rekening te betalen.

Kng. Groningen 3 1 .liuii 18S6, VV. 544(i.

107. W; lar de gewijzigde vordering inderdaad gericht is tegen eene partij, die niet in het geding is en zij hen, die wel in het geding zijn , niet aangaat , heeft er een ongeoorloofde wijziging plaats gehad

Arr.-R. Assen 30 December 188(3, VV. 5472.

10S. De vraag ot en zoo ja, op welke wijze de gestelde overeenkomst is tot stand gekomen, komt bij de beoordeeling van het Innda-mentum petendi niet in aanmerking en brengt dus latere verandering daarorntreut geene (tngeoorlooide verandering van den eisch mede

Arr.-ll. 's-liosch 30 September 1887 , VV. 5581.

I0lt;). liet is geen ongeoorlooMe verandering van den eisch , wanneer men oorspronkelijk stellende dat eiscber's baggermolen schade heelt geleden, later het vaartuig noemt een modderschuit ot hopperbarge.

Arr.-R. Rotterdam 17 Mnail 1888, VV. 5588.

110. De eisch is niet veranderd door nader te verklaren dat het jaar huur. waarvan betaling wordt gevraagd niet is het zevende jaar der huurovereenkomst, maar het eerste jaar nadat bedoelde hnur-overeeukomst, die slechts zes jaar geduurd had, was geëindigd.

Arr.-R. Breda 15 Jan. 1889, VV. 573ii.

liet is geene verboden verandering van den eisch, wanneer men later voor het aangenomen tijdstip waarop de gestelde verjaring is vervuld, een ander tijdstip in tie plaats stelt.

Hof Amsterdam 3 Mei 1889, V\. 5743.

38

ocr page 324

{Art. I:quot;i8

Art. 135.

•H. Add. In den zin v;tii Oudeman: Arr.-R. Alkmaar 1November 1884, W. 5115.

!). Add. Implicit^ werd liij vminis der Avr. Rerhlbank 's-Ciravonliaije van 5 Maart ISS'.I, VV. 5f!8H ook den ^wlaapli' in i-erslcn aanleg liet vecht toegekend, om den termijn waarop iiij is gedagvaard te vervroegen, /ie over deze rechtsvraag, behalve de reeds aangehaalde schrijvers, N\. van Rossem Hz., het Ned. Wh. van 15. 11. verklaard, p. 40 en vlgde.

20. Wiiiir gedagvaard zijn «de gezameulijke ertgeuainen » kan de eisclier er zich niet teyen verzetten, dat door hem niet erkende erven op de dagvaarding bij procureur versehijnen.

Heelt lt;le eischer dit gedaan, dan moet hij beschouwd worden tegenover de/.e gedaagden niet ter rolle te zi)ii verschenen en mitsdien tegen hein worden verleend verstek , niet ontslag dier gedaagden van de instantie.

Arr.-R. Alkmaar 20 Januari 1887, VV. 5490, bij welk vonnis den eischer werd toegestaan met de overige gedaagden door te procedeeren.

'il. Waar het college van Kerkvoogden (ot wel wat hetzelfde betee-kent «Kerkvoogden») in rechten is geroepen, behoeft de procureurstelling niet de namen der individuele leden le bevatten. Rvenmin behoeft deze partij te antwoorden op de sommatie om ile namen op te geven, al is een der leden sints overleden.

Hol' Arnhem 2 .Inui 188(i, VV. 5396.

Kcne vereenvoudigde wijze van procedeeren wordt voorgesteld door Mr. M. 1'ïvsscll in Aanteekeningen medegedeeld door Mr. A. 1'. 1 h. Kvssell in Themis 1888 , p. 535 sqq.

Art. 138.

7. IJe beslissing ot cn welk uitstel zal worden verleend is alleen aan den rechter overgelaten.

Vrr. 20 Febr. 1886, VV. 5333, 11 dl. CXL11, § 31, v. d. II., 15. 11. dl. LH, p. 61 sqq.

ocr page 325

Art. 139.;

Art. 139

1. .-Idri. [11 denzrltVleii zin als liet P. H. v. hiinbui'LC v. 20 December 1 875, Hol' 's-Uoscli 28 .limi 1886, \V. 53!)quot;.).

De eedsopdraclit, nadat door partijen is gecoucludeml is nog oatvaukelijk.

Hot' Amsterdam 9 Januari 1885, VV. 5176.

2. Add. Idem arr. I- Februari 1887, W. 58!)8, R., dl. CXLV, § 23, v. lt;1. H., dl LIU, p. Ii7 sqq., waarbij no^ werd beslist dat om ccn bepaald middel van uiet-outvankelijklieid te doen gelden, dit in de conclusie moet vermeld worden, en daartoe niet voldoende is de gebruikelijke conclusie tot niet-ontvunkelijkverklaring. Vergelijk ook Arr.-K. Amsterdam 12 October 1888, VV. 56 1-9, waarbij is beslist dat waar gedaagde zich in de gelegenheid heelt bevonden om de kwaliteit van koopman en den commercieelen aard der handeling in de dingtalen te betwisten, zijn voor het eerst bij pleidooi gedane ontkentenis van een en ander niet in aanmerking kan komen.

Hij pleidooi kunnen geen nadere bewijsstukken in het geding worden gebracht, wanneer tie tegenpartij zich daartegen verzet

Arr.-R. Botterdam 14- .lannari 1888, VV. 5550.

Grieven alleen hij pleidooi en niet in de conclusies behandeld kunnen geen onderwerp van 's rechters beslissing uitmaken, ten ware die grieven rechtsgiomlen mochten zijn.

Arr.-R. Uroningen 2 Maart 1888, VV. 5535.

Bij pleidooi mogen geen nieuwe rechtsmiddelen worden bijgebracht.

Hol Amsterdam 14 November 1888, VV. 5640; idem hij vonnis

Arr.-R. Amsterdam 7 April 1885, VV. 5277 , ook vermeld sub art.

200 nü 0 en 120 nquot; 2.

\\ aar bij de feiten iu de dagvaarding het begrip onbekwaamheid (waarop de eisch tot ontbinding van het contract steunt) niet wordt gepreciseerd, gaat het niet aan, dit verzuim alsnog bij pleidooi te willen herstellen

Arr-R. Amsterdam 2 Mei 1889, VV. 5741.

Vergelijk met de voorselneven beslissingen Arr.-li. Amsterdam 14 Januari 1886, VV. 52 17, waarbij is beslist dat de wet niet kent actcn

4U

ocr page 326

{Art 139.

van procureur tot procureur, waarbij nadere overwegingen en n chtsimddelen worden in het midden geljracht, nadat conclusien zijn genomen en de pleitdag is liepaald.

l?ij vonnis der arr. r. 's Gravenhage 3 Mei 188!) W. 5741 is impliclte beslist dat, waren bij pleidooi afdoende leiten aangebracht ol ten bewijs aangeboden tot staving van een opmerking bij pleidooi gedaan, deze dan nog in aanmerking zouden kunnen komen.

3. Add. Idem als arr. v. 10 April 1884 bij arr. v. (i December 1889, W. 5808, 11. dl. C1411 , § 46, v. d. 11., H. H, dl. LV, p. en vlgde. Zie naar aanleiding hiervan en over de in de praklijk veelvuldige uitstellen, Rechtsgeleerd Magazijn IX, all. 4/5, p. 340, een opstel van Mr. 1'. I5iivs; a Kenige opmerkingen over het vcrlecnen van uitstel in de burgerlijke procedure en het misbruik dal daarvan gemaakt kan worden.quot;

Anders dan \ir.-R. Amsterdam 21 Juli ISKi, beslist bij vonnis Arr-K. Winschoten, 7 April 188(5, VV. 5363, in laatstgenoemden zin ook lieslist bij vonnis Arr.-R. Middelburg 10 November 1886, \\. 5468 , waarbij werd beslist dat in summiere zaken de wet slechts kent de eonclnsie van eiseh en van antwoord, zoodat de nadere conclusie buiten het geding moet worden gesteld.

1. Add. De L^udaa^du kan volstaan met op eeue duidelijke wijze het door den eischer gestelde recht te ontkeimuii.

Arr. 10 Mei 1881), \V. 5715, waarbij nog werd beslist dat door eene subsidiaire verwering aan de onlkenlenis van des eischers recht te verbinden , die onlkenlenis niet wordt teniet gedaan.

Nerveus wordt als vcreischte gesteld hut aanvoeren van gronden voor eene outkenteuis.

Arr. I Februari 188'.), VV. 5674, 11., dl. CL1, § 13, v. d. II., 15. R., dl. LV, p. 42 sf|(|.; idem Arr. K. ISreda 15 Jan. 188'.) U. 5726; verg. ook Arr.-R. Ainsterciam quot;22 December 1SS7, VV. 5703, waarbij beslist werd, dat waar gedaagde zakelijk antwoordt dat hij van niets afweet, m. a. w. de geheclc schuldplichtigheid ontkent, dan geen meer omstandige verwering van hem kan worden gevorderd.

Anders de navolgende beslissingen:

De eenvoudige ontkentenis van het gevorderd bedrag verschuldigd te zijn is niet toelaatbaar als eene met reden omkleede eonclnsie

Arr.-R. Leeuwarden 13 Juni 1884, VV. 5118 en van 14 Januari 1885, W. 5212; idem Arr.-R. Amsterdam 23 Oct. 1885, VV, 5334; bij vonnis der Rechtbank te Leeuwarden dd. 20 November 1881, W. 5167, werd de verdediging voor den Kantonrechter «ik ontken

41

ocr page 327

Art. 148.)

di-n eischquot; voldoende geacht, omdat voor het Kantonoerecht geene met redenen orakleede conclnsiën te pas komen.

Eenvoudige ontkeiiteuis is on voldoende.

Boveiulien ligt in liet stilzwijgen na de conclusie van repliek, een erkentenis der posten bij dagvaarding gevorderd, waarvan men tot erkenning ot' untkenmng was gesuinmeerd.

An'.-U. Ainstcrdam S Maart 1SS!), VV.

Kene eenvoudige oiitkentenis in liooger beroep gedaan, terwijl in eersten aanleg een geheel ander verweer is voorgedragen. kan niet meer baten.

Arr.-K. 's- li age 18 September 1888, VV. 5622, riok aangeh. sub artt. 334 en 100.

Verg. met de beslissing der Vrr.-R. te Uroniiigen 30 September 1815 1, de navolgende beslissing;

1 )e vage verwering, dat de middelen nieti leiden tot het petituin levert geen grond van niet-oiitvankelijkheid op.

Arr. R. Assen 19 Mei 1884, \V. 5338.

'27. IV'gen bet verleenen van acte kan nooit bezwaar worden gemaakt, omdat dit geen anderen zin kan hebben dan dat aange-teekend wordt wat is geschied.

Arr.-R. Amsterdam 18 Juni 188'.l, VV. 5738.

Art. 148.

28. Eene vordering tot overlegging der oorspronkelijke stukken ter griffie, nadat die stukken reeds in der iiiinne tegen recepis zijn medegedeeld, is uiet-ontvankelijk

Arr.-K. Rotterdam 2(i Maart 1887, VV. 5446.

42

ocr page 328

{Art. -152.

Art 1 quot;»1

1. Add. Idem iirr. 8 Mei 1 885, VV. 5167, R. lt;1. lt;'XL § 7 ; v. d. H. H. R. (II. IjI p. 1~2 sq(|. waarbij (If/.cltdi1 Inslissiiig ttu alien ovtrvloede werd gegeven , terwijl de iïaad uitging van de stelling, dat dit artikel het geheel aan den judex t'acti overlaat om dr statecring al ol niet toetestaan.

3. Add, Idem Hof Amsterdam 1 Movember 188 1-, W öl22.

22. Wanneer eene vortierintf, zuoals /.i) is ingesteld, niet voor toe-wijzing vatb.iar is, kim ila.t. gebrek door latere overle^Ljino; vim bewijsstukken niet worden weglt;fenoineii. en is terecht geoordeeld dat liet bij dit art voorzien geval hier niet bestaat

Arr. 18 October 188!» , VV. 5785, H. dl. CLI11, § 7 . v. d. II., 15. R., dl. LV, p. 269 s(|((.

Art 152.

9. Add. In deiizelfden /,iii als het Hof van Urahant van 1 Maart 1843 s(jq., door iSlr. I'. van Bemmeleii in T/iemis, 1S85 , p. 193 S(iq.

13. Add. Idem als I'. II. v. X. Brabant I November IS-tS, bij arr. Hot Amsterdam 1 li October 1885, \\ . 5289.

14. A'ld. Wanneer de eischer niet voldaan heelt aan het bevel tot cautie-stelling, en de gedaagde vraagt eenvoudig vonnis, blijtt den rechter niets anders over dan de zaak onbepaald nit te stellen.

K.ng. Groningen 16 Juli 18 88, \\. 5598.

11 ij die Nederlander is van geboorte, woonachtig te Brussel en altlaar het beroep van koopman uitoefent, zoomede aldaar op eigen aaugiite in staat van faillissement is verklaard, heelt zijn Nederlanderschap daarom niet verloren en behoett dus geene cautie te stellen.

Arr.-R. 's-llage, 150 April 1889 , \\. 5772.

21. Add. In den zin als de Arr.-R. Amsterdam 27 .luni 1855, \V. 17'i7, Mr. P. van Bemmelen in Themis, 1 885, p. 193 sqq.

ocr page 329

Arf. 15G)

'■Jl. ^ 11/(/. Zie ten betooge dut in cas van art. (597 B I! «ie daar bedoelde meest gereede partij als eisclier is aan te merken

Arr.-lv. Middelburg (i .lanuuri 18SIÏ, W. 5o4'J.

In (IciiztlIdcn zin als is beslist bij de under dit nummer vermelde vonnissen der Iveelilbiuiken te Amsterdam en te Rotterdam wordt door Mr. P. van Hemmelen in Thcmh IS85, p. I'.lo S(|q. betoogd, dat bij liooger beroep ol' verzet tegen faillietverklaring op verzoek van een vreemden scliuldeiselier uitgesproken, van dezen de cautie judicatnm solvi niet kan gevorderd worden.

Art. 155.

I Tl. Jc/d. In deuzelfden zin als de Arr.-R. te Amsterdam v. 7 October 1 844- s(j(| de navolgende beslissingen:

Dit art. verbiedt niet tegelijkertijd subsidiair luidere verdedigingsmiddelen voor te stellen.

Air. Januari 1885 , VV. 514- , R., dl. (!X\XIX, 5 .

De exceptie van onbevoegdheid i.s niet gedekt door lt;le conclusie ten principale, die subordinaat is voorgedragen.

Arr.-R. Leeuwarden 3 Januari 1889 , VV. 5724.

i. Add. Idem Arr.-R. Rotterdam 211 December 188(5, VV. 5415.

Art. 15G.

Hlene exceptie van onbevoegdheid kan niet worden ontleend aan de omstandigheid, dat eene zaak bij de handels- in plaats van bij de burgerlijke kamer is aangebracht.

Arr.-R. Rotterdam 12 November 1887, VV. 5506.

44

ocr page 330

yArl. 158.

Art. 158.

20. Add. VVaar do afloop van het ocne wediiifr in orpen ^pval van iiivlo(!tl kan zijn oj) andere proces, kan niet aanwezig geacht

worden zoodanig verband ais voor verknochtheid wordt vereischt,

Arr.-R. Hnttcrdam 2 Jaimari 188') , W. 5317.

31. Add. Of. met deze !iaiitoeklt;!iiiiilt;; Arr.-R. Rotterdam 11 Mei 1885 VV. 5197, waarbij werd heslist dut de renhti-r naar wien verwezen wordt zeker bevoegd moet zijn om over de verwezene zaak te oordeelen, en bij welk vonnis tevens werd aangenomen, dat nit de omstandigheid dat de Ivantonreehter wel bevoegd is kennis te nemen van de bij hem aangebraehte zaak, doeh onbevoegd is ten aanzien der verwezen zaak, reeds volgt dat heide zaken niet loopen over hetzelfde onderwerp.

32. Add. Waar het gevolg van de toewijzing van heide vorderingen zon zijn dat de gedaagde tweemaal zon worden veroordeeld tot ontruiming van hetzelfde perceel, en tot schadevergoeding wegens hetzelfde feit is eene gelijktijdige hehandeling van beide zaken door één rechter noodzakelijk en wenschelijk, al verschillen «mi de personen der eischers en de juridieke grond der actiën.

Arr.-R. Amsterdam W. 5623, waarbij de zaak op grond van verknochtheid met eene voor het Hof hangende zaak daarheen verwezen werd. Verg. ook aant. 20 en 28.

33. Add. Verg. de navolgende beslissing:

l)e hiergenoemde verwijzing bedoelt voeging.

Hof Amsterdam 30 November 1888 , \V. 5G72 , waarbij nog werd heslist dat op die voeging art. 288 H. li. niet toepasselijk is.

39. Add. Verg. ook arr. v. 20 Maart 1885 , W. 5149 aangehaald ouder dit artikel, aant. 53.

rgt;:{. Wanneer is beslist dat in casu oen geval van litispendentie bestaat, ofschoon niet jnist dat hetwelk bepaaldelijk bij art. 158 11. li is voorzien, kan er van verkeerde toepassing van dit art. geen sprake zijn.

Arr. 20 Maart 1885 , VV. 5149, I!., dl. ('\XXIX, § 35, waarbij nog werd beslist, dat quasi-litlspemlentie neen grond oplevert tot uiet-ont van kei ijk verklaring.

45

ocr page 331

An. 159)

5 . I)»; in ilit art. voorkniiieiide woorden: „voor een anderen rechter'quot; doelen alleen op den rechter in eersten aanleg.

Arr. 5 .limi 1885 , W. 5181, R., dl. CXL, § 21, v. d. H., l^. R., dl. LI, ]). 187 sq(|.

Voor de verwijzing der vordering naar arbiters is liet noodig dat er voor dezen werkelijk reeds een geschil in aanhangig gemaakt.

Arr.-ll. Rotterdam 11 April 1S85, W. 5177.

56. Oe procedure, waarvan de verwijzing is bevolen, moet bij dagvaarding conform art. 1 ter kennisneming van den rechter, naar wien verwezen is. worden gebracht.

Hol' Amsterdam 30 November 1 888, W. 5672.

Art. 159.

1. Add. Cl'. Hof 's lioseli v. 23 Febr. ISSfi W. 5 fi , waarbij beslist is, dat waar ({}■ niet in appèl mede gedaagden niet geschaad kunnen worden door de uitspraak van den lioogeren rechter, de exeeptio litis plurium consortium niet kan worden toegewezen.

Zie voorts de navolgende beslissingen:

liet is volstrekt noodig dat de hoofd- of eigenlijke partij in een geding ook in de verdere instantiën daarin blijve.

Arr. v. 23 Maarl 1 888 VV. n0 5540; R. d. OXLVIIf § 51 ; v. .1. H. B. R. dl. I.IV p. 128 sqq., ook vermeld sid) art. 7(i nu 2(i. Op bovenstaande overweging nam de 11. Raad de door den verschenen verweerder opgeworpen exceptie plurium litis consortium aan, die ge-«rrond was ou de omstandigheid dat de hoofdpartij niet mede in cassatie was geroepen, terwijl nog werd overwogen dat, vermits bij de toewijziuquot; der exceptie de vorige beslissing in stand blijft, de eiseher in cassatie ten onrechte beweerde, dat de verweerder — exeipient zou zijn zonder belang.

De ondeelbaarheid van de verplichting tot het doen van rekening aan meerdere deelgerechtigden heelt tot gevolg dat alle medege-recbtigdeii door hen die het afleggen der rekening vorderen in het geding moeten geroepen worden.

Hof Leeuwarden v. 18 .lan. 1888, \\. 5585.

4(5

ocr page 332

47 (Art. 160

Het (lofMi van rfikmiin^ en vfiraiitwoording is nit zijn aard ondeelbaar, en behoeven dus niet alle reclithebbenden op den nacrelaten liofilel tot nakoininquot; dier verpliciitini^ des erflaters in liet gelt;iing te worden geroepen

Hof 's BospIi v. 5 Apnl 1 887, VV, 5494.

De reclitsverklarin^ van firfdienstbaarlieid kan «gevorderd worden door elk medfi-eiofeiiaar tewen elkeen, die hem de uitoefening verhindert, dus ook, zooals in casn, tegen ieder der mede-eigenaren van het dienstbaar erf.

Hof 's Boseli v. 28 Juni 1 887 , VV. 5511-; hcv. vonnis der Arr.-R.

Hrcda v. 4 .lau. 1 887 in W. 54.'34.

•^(i. \V; iar vóór de hoedelschfiiding wordt gevorderd levering van onroerend goed tot een nalatenschap behoorende, moeten alle erl-genatuen in het geding geroepen worden.

Arr. r. Amsterdam v. 10 November 1887, W. 5514.

Art. 1(30.

2. Add. Idem als arr. v. 21 Jan. 185'.» sr|(]. — Arr.-R. Rotterdam 10 Jan. 1885 . VV. 5131.

Zie in verband met de opgeuomeu beslissingen: Arr.-R. Zicrikzee v. I Jan. 188:), \V. 5178, waarbij is beslist, dal door niet te dienen van antwoord tegelijk met de exceptie, die met het antwoord ten prineipale moet, worden voorgesteld, men zijn recht daarop verwerkt heeft; ook vermeld sub art 555 H. R.

20. Add. Ven;, niet het vonnis Amersfoort, v. 22 Jura 1S5IJ, vonnis Arr.-II. Zierikzee v. 13 fan. 1 885, \\. nquot; 5178, waarbij is beslist dat de hewerino; dat men niet bevoegd is te procedeereu in zekere hoedanigheid niet is de hier bedoelde exceptii' van non-qiialitieatie, ook vennehl snli art. 55 5 15. R.

49. Add. Zie ten betooge dat de exceptie van minderjarigheid is van openbare orde en dns door het stilzwijgen van part ijeu niet gedekt — Hof 's Bosch 0 Jnli 188'!, VV. 5430.

lt;gt;i. Waar de eiscbonde maatschappij voor zich /.elvc is opuretredeti, kan moeilijk van het betwisten eener hoedanigheid sprake zijn.

Arr.-R. 's Oravenhage 15 Mei 1 885, \V. 5200 eu 5231.

ocr page 333

Art. 177) 4S

05. Nadat, refills met o.nn peremptoir midilel van niet-outvauke-lijkheid is geantwoord en tot ontzeijfgiii^ is geconclndiierd, kotnt. een voorlxdioud van verdere exceptieve of jtrincipale middelen van verdediging niet te pas.

Ait.-II. Leeuwanlen v. 15 -Ian. 1 885, \V. 51815.

Vergelijk met deze heslissiiiK ook do navolgende:

Wanneer alle weren een onderwerp der litis contestatie hebben uitgemaakt., moet de rechter na verwerping der exceptie van onlte-voegdlieid de opgeworpen exceptie van gewijsde zaak, en na verwerping van de/e de gronden van met-ontvankelijkheid. die m casn neerkomen O]) verdediging ten principale onderzoeken.

Op ile huiteudien gedane reserve van rechten ten principale behoort niet te worden gelet.

Hof Amsterdam v. 20 Juni 1885, W. 5257, ook vermeld sub art. nquot; 431.

(Ui. Waar nog alleen bij provisie gerechtelijke seqnestratie gevraagd is van de goederen in geschil kan de voorgestelde disqualificatoire exceptie niet onderzocht worden, en is zij dns niet-ontvankelijk.

Arr.-U. Rottenlam v. 5 Maart 1888, W. 5527.

Art. 1 7G.

I . sUd. Anders dan de leer van den 11. R., Arr.-R. 's Hertogenbosch v. 23 igt;ee. 188 4, \V. 5175.

Art. 177.

5. A'l'l. Waar valschheid wordt beweerd is het onderzoek hier voorgeschreven niet verplichtend , maar kunnen alle andere middelen van bewijs, in specie een verhoor op vraagpunten, worden te baat genomen

Arr.-R. 's Gravenliage v. 11 Juni 18811, W. 5787. In den zelfden /in Arr.-ll. Assen 21 April 1884 , . ;)335.

ocr page 334

(Art. 199.

Ar I. 180.

■1- Wa: ir i^een ju-ociireur voor de iiiet-erkenueiide parti] in ile zaak is. kan il« oproeping bij deurvvaarders-exploit geschieden.

An.-It. Alkmaar v. 24 Nov. IS87, VV. 5583.

Art. 184.

'2. Add. Onder rechter in lt;.lit art. is te verstaan niet anders dan de rechtbank.

Arr.-R. Winschoten v 22 Sepl. 1880, \V. 531)4.

i», 'L'ot bewijslevering dut een oiograapli testament geheel met de hand des erflaters geschreven is, kan dienen het geschrift, voorkomend op den omslag waarin die uiterste wil vervat is geweest; omdat aan dat geschrift overeenkomstig een bepaald wetsvoorschrift (art. 979 al 2 13. W.) ten overstaan van een openbaar ambtenaar op deu omslag gesteld, hetzelfde karakter moet worden toegekend als aan eene authentieke acte.

Hol Leeuwarden v. 21 Deo. 1887 , VV. 5539; anders bij vonnis der Arr.-R. Alkmaar v. 7 Juni 1 888, VV 5570.

Art. 199.

8. Add, Idem Arr. v. 2 Nov. 1888, vermeld hij aunt. 41.

39. Add Het afzonderlijk bewijs van onrechtmatigheid kan niet worden opgelegd, omdat de beslissing daaromtrent eene qualificatie van feiten bevat.

Arr. v. 28 Nov. 1884, VV. n0 511«; It. dl. CXXXVIll § 23; v. d. II. H. R. dl. L p. 181 on visode,

11. Dit artikel verbiedt geenszins getuigenverhoor omtrent feiten , die niet in de dagvaarding zijn genoemd.

Arr. v. 3 Nov. 1888, VV. 5C32, R. dl. CL ^ 15;v. d. II. B. R. dl. LI \ p 29 8 sqq., waarhij nog werd beslist. dat de beperking van de toe.laatbaarhoid van getuigenverhoor tot de hij dagvaarding sfenoemdo feiten, zich bepaaldelijk ook niet door art. 5 3quot; 15. R\. laat recht-

Mr. NV. van Hosskm Hz., Burg. Rechtsv le Suppi. 4

49

ocr page 335

Art 200 )

vaardigen , terwijl het motief dat de ged. bij eene procedure np korten termijn, gelijk liet hier gold, zich niet heeft uitgelaten over bedoelde feiten niet steunt op art. 137 , waar den ged. wel degelijk de gelegenheid gelaten wordt te antwoorden en daartoe zelfs uitstel te bekomen.

42. De rechter is niet verplicht, liet bewijs te gelasten vaii een leit, Wiuirviin tie onbestaanbaiirheid reeds is gebleken.

Arr. 20 llecember 1889, \N. 5S17 ; K. d. (Ililil § 58.

Het tegenbewijs behoeft niet beperkt worden tot het aantoonen van de onwaarheid der bi) de enquête afgelegde verklaringen , maar kan evenzeer dienen tot staving van de onjuistheid der gevolgtrekkingen. welke in'ii ten gunste van de ingestelde vordering uit de aanvankelijk gebleken feiten /.on kunnen afleiden.

Arr. v. 17 October 1 8'■gt;0, \V. 5'.I U ; II. d. CIA'I § 7.

Art. 200.

9. Add. Idem als Hof N.-Holland v. Ifi December 1875, concl. van den toenmaligen Adv.-(ien. Polis, vooratgaande aan arr. v. 8 Mei 1 885 in \v. uquot; 51 (! 5 ; anders bij arr. Mof 's iiosch v. .Inni 18S(i VV. ;)3I , en bij vonnis (Ier Arr.-R. 's Hage v. 1 !■ april 1 885 en de daaraan voorafgaande concl. O. M in W. 5172, waarbij is aangenomen dat bij bepaalde en volstrekte noodzakelijkheid, de rechter de bevoegdheid heeft om het hooren van partijen aan den hiiitenlandscheu rechter optedragen.

Cf. met het aangehaalde vonnis der Arr.-R. Amsterdam v. 13 Dec. 1 87 7 , het vonnis (lierzelfde Kb. van 7 April I 885 , W. 5277, waarbij is heslist:

1° dat waar de Indische Rechtbank, aan welke het getnigenverhoor was opgedragen, na die opdracht wettig vervangen is door eene andere, deze laatste zonder nadere aanwijzing dezeltde bevoegdheid heelt als het opgeheven college ;

2° dat de Indische rechterlijke autoriteit aan wie de enquête was opgedragen, de bevoegdheid heelt om deze aan een andere autoriteit op te dragen ; wanneer daartoe volgens de Indische wetgeving termen bestaan.

12. Bij appèl van een vonnis door hem aan wien getuigen bewijs is opgelegd, kan aan de bij dat vonnis gelaste bewijsvoering geen verder gevolg worden gegeven.

Hof Amsterdam v. 20 Februari 1885, W. 5195.

Men kan zich later niet beklagen dat bij verstek bet getnigenverhoor buiten zijn tegenwoordigheid en medewerking heeft plaats gehad.

Hof Amsterdam v. 13 April 1888, W. 557.

50

ocr page 336

{Art. 222

Art. 205.

1. Add. Zio ton hetoof^e (l:it alle.en in zaken van jretoone behandeling liet getuigenverhoor niet gesloten ilenren moet jilaata hebben.

Mr. .1. II. Heerspink in VV. n0 5525; idem de redactie van het \V. terzelfder plaatse.

Mr. II. oordeelt (in strijd met de redactie van iiet VV.) het wen-schelijk dat het getuigenverhoor met gesloten deuren algemeen worde gemaakt.

Zie nog over getuigenverhoor al of niet met gesloten deuren --.1. II. Heerspink in \V. 5579 en de redactie aldaar.

Art. 209.

5. Niet toegelaten is hetzelfde getuigen verhoor iu appèl, waar men in prima den termijn heelt laten voorbijgaan.

Arr.-R. Assen v. 11 Februari ISS-t, \V. 5151.

Art. 214

1. Add. Geen hooger beroep staat open tegen de hierbedoelde beslissing der Rechtbank omtrent wraking van getuigen.

Arr. v. 10 Dec. 18S7. W. 5513; R. d. OXLVII § 03; v. d. H. K. R. dl. LUI p. 3(5!) srjq., waarhij het beroep in cassatie werd verworpen , ingesteld tegen het arrest van liet Hof te 's-Gravenhage v. 28 Maart 1887, W. 5459.

Art. 222.

6. Add. Vergelijk ook Hof Arnhem 13 Mei 1 885, W. 5232, waarbij is beslist dat de liier gegeven voorseliriften alleen betrekking hebben op een onderzoek, bestemd om in een aanhangig proces den rechter voor te lichten, en zij dus niet toepasselijk zijn waar voorlichting van deskundigen buiten eigenlijk proces wordt gevorderd.

24i Add. Door te bevelen een onderzoek van deskundigen, waar de judex facti dit heeft noodig geacht, kan dit artikel niet zijn geschonden.

Arr. v. 2!) October 1886, VV. 5351 ; R. d. CXLIV § 17. v. lt;1. H.

B. R. dl. LH p. 301 sqq.

51

ocr page 337

Art 237 )

Art 230

i. Add. Verjjdijk vcnler ten Untooge ilat lirt ;ils eene onre^lniati^heul in lu'l rap|)oit moet besohouwd worden, wanneer de expurts buiten eene van de partijen om, bij de andere iiiliclitingeii hebben verkregen, om daarop later de eerstbedoelde te liooren ; dat echter deze afwijking eerst dan kan in aanmerking komen wanneer moeht. blijken dat aan het oordeel der desknndiiren feiten ten grondslag liggen , die in het aanhangig geding tusschen partijen niet vaststaan.

Air.-R. Amsterdam, 16 Oct. 1 885, W. 5380.

Art. 231.

ü ./(/lt;/. Vcrii'. arr. I Maart 1888 R. d. OXI.VIII § 30, v. d. H. dl. ]_|V p iny S(|. , ten betoolt;;e dat geen nietigheid is bedreigd tegen de niel-iiakoining der bepaling dal het beriehl met redenen moet zijn omkleed, zoodat de rechter niet verhinderd kan worden om van een ongemotiveerd rapport gebruik te maken.

Art, 235.

7 l)c reehtor i* «jfeheel vrij , al uaiirtnate hij dit tot zijn inlic-litin^ behoeft, een nieuw nnderzoek te hevelen.

Arr. v. December 1 88'.t , \N . 1 587 , H. d. CIjIII § 58.

Art. 236.

4. Een bericht van deskundigen betreffendi' zekere crevvoonten, kan door den rechter als bewijs winden aangenonien, als het, met zijn overtuiging overeenstemt.

Arr.-II. Rotterdam van 11) Oct. 1885, W. 1 526, ook vermeld snb art. 0.

Art. 237.

3. Add. Idem als arr. v. 5 Juni 1846, bij vonnis Arr.-R. Zntpheu v. 14. April 1 887, VV. 5411. Verg. voorts Arr.-II. \msterihnn , 3 Jan. IS'.IO, VV. 5891 , waarbij is beslist dat zoolang de stukken niet /.ijn overgegeven, dus ook 'na bepaling van dag van pleidooi het verhoor nog kan worden verzocht.

ocr page 338

(Art. 237.

S. A(llt;{. I'e beantwoordin^ der vrHafïpmiteii moet van eeniifen invloed kuiiiien /.ijn op ile beslissing van het lt;feschil.

I lof 'silage van I April 1887, W. 5464. Ut', aant. 3'.' op dit art.

Afdoende is onnoodiy.

Hot' Curacao v. 9 Maart 1888, \\ . 5538. Cf. ook aant. 27 op dit art.

17 A(llt;l. Art. 16U4 li. VV maakt uene uitzouderiug oji do bepaling van dit artikel.

Arr.-R. Groningen v. 22 'Jet. 1886, VV. 5539. Zie daarover in anderen zin Mr. van Nooten in VV. 5542.

Het verhoor op vraagpunten is niet toelnatbaar in eene zaak, waar volgens overeenkomst tn.ssehen ])artijen alleen scliriltelijk i)e\\ ij.s kan worden toegelaten.

Hot' Arasterdam, April 1S86, VV 5320.

30 .It/»/ In summiere zaken kan Let verzoek tot verhoor op vraagpunten bij incidenteele eouelusif ter mile worden gedaan.

Arr. Hot Curasao, ',) Maart IS88, VV. 5583.

33 Add. l)e directeur der gefailleerde Naamlooze Vennootschap, kan in het proces tusschen den curator en een derde niet op vraagpunten worden gehoord.

Hot 's tlage 8 November 1886, \V. 5 405, !)ev. vonnis Arr.-R. 's IIage v. 5 .lauuari 1SS6, \\. 5407, waarbij echter di: kwestie niet is beslist.

5'{. Waar volgens de statuten een er in rechten staande naamlooze vennootschap, bet bestuur is opgedragen aan een directeur en administrateur onder toezicht van commissarissen, kan de connnis-saris-secretaris niet op vraagpunten worden gehoord, als zijnde hji geene ])artij in het geding.

Arr.-R. Assen 18 Juni 1883, VV. 5142.

54. Beteekening van het request kan geschieden bij acte vau procureur tot procureur.

Hol Amsterdam 18 Mei 1S88, VV. 5587 , vorn. vonnis \rr.-R. Amsterdam v. 28 Februari 1888 ib., waarbij werd aangenomen dat de beteekening aan de wederpartij zelve op de gewone wijze bij exploit moet geschieden ; verg. aant. 42.

53

ocr page 339

Art. 250.)

55. Wiuir de gestelde vraagpimten reeils volkomen en rechtstreeks in de conclusie zijn beantwoord, kan liet verzoek tot verhoor niet worden inyrewilliml.

o o

Arr.-R. Amstenlam 10 Januari 1889, VV. 5759.

Art. 240.

1. Adkl. Zie in tienzell'den zin als mr. Asser, ten aanzien van de opdracht aan een bnitenlandschen reclitcr van het onderzoek van koopnianshoeken —

Kriü;. Groningen v. 19 Jan. 1 885 VV. 53-1); idem volgons de wetgeving in de kolonie Curasao, bij vonnis Hol v. Justitie Curasao v. 5 Deeember 1884, VV. 5197.

Art. 242.

3. VVa;ir één der leden van een bestnur overeenkomstig dit artikel het verhoor moet ondergaan, zoo moeten de vragen, die ambtshalve kunnen worden gedaan ook in het vonnis gelastende het verhoor, worden opgenomeu.

Hof Leeuwarden v. (J Maart 1889, VV. 5787.

-.4?^. 249.

4. Add. Idem bij arr. 4 Januari 1889, VV. 56();i, R. dl. CLl § 1 , v. d. H. 1!. R. dl. LV p. 1 sqq.

Art. 250.

t. Add. idem als 1'. II v. Ovcrijscl v. 19 April 18 1, Hoi' Arnhem 9 Juli 188I-, VV. 5 183.

8. Add. Geen eisch in reconventie tegen een medegedaagde.

Arr.-11, Roermond v. 27 October 1887, W. 5586.

13. Add. Anders ook: Arr.-R. Breda v. . . . 1888 . VV. 5674, en Arr-R. 's (iravenhage v. 26 October 1888, VV. 5630.

54

ocr page 340

{Art. 257.

Art. 254.

5. Add. I^e wetsbep;iliiii^eii van .sclmrsiii^ en hervattitiif zien :illeen op oorzaken, die lian^ende eeiie instantie opkomen, niet op die, welke vóór liet aanlian^ig maken bestondeu.

Hof 's 15osch 31 .l.iMuari 1882, VV. 5123.

21. .!(/(/. Op lt;^rond van nquot; 3 van dit artikel kan de schorsing van het geding tot ontkenning van de wettigheid eens kinds, dat hangende dat geding overlijdt, worden uitgesproken

Arr. 2n Maart 1S85 , W. 5151. 11. d. (JXXXl.N § .'!4.

24. Waar oorspronkelijk twee gedaagden waren , en ten gevolge van een van hen is schorsing ontstaan, kan het geding tegen den anderen worden hervat, wanneer de bevoegdheid bestond om telt;fen liezen zelfstandig te ugeeren.

Arr.-II. Amsterdam v. 27 Septunibor 1SSS, U. 5713.

Alhoewel ook een deelbaar geding in zijn geheel en t.nssclien alle partijen wordt geschorst, zoo is het niettemin geoorloofd bij de hervatting een der litiganteu achter te laten.

Hof 's Bosch 31 Januari 1882, VV. 5133.

Art. 257.

S Waar het verificatie geding geschorst is door dat intusschen het accoord gehomologeerd is, kan de scliuldeischeresse niet den getailleerde dagvaarden tot hervatting van het geding, strekkende om op de lijst der erkende sclmldeischers te worden gebracht.

Arr.-11. 's Gravi'iihuge 22 Novcniljer 1887, W. 556 1, veruietigil hij arr. Hof Haag van 14 Mei 18SS, W. 55(54 , waarbij werd beslist dat de curator in ecu verificatie-geding moet geaclil worden den failliet te vertegeiiwoordigen , en dat de scliuldeischer aan wieu het recht niet kan worden ontzegd, het door de verwijzing van den R C. aanhangig gemaakt geding te zien beeindigd, tereclit den gewezen failliet tot hervatting heeft opgeroepen.

ocr page 341

Art. 282 )

Art. 258

3. Een gedaagde die verstek heeft laten gaan, kan niet dagvaarden tot hervatting van het geding.

Ditzelfde geldt voor het geval bedoeld bij de 2de alinea van dit art.

Ait.-R. Arasterdam 3 December 1884, VV. 5182.

Art. 277.

I. Aild. Anders dan Arr.-R. Zwolle v. 1 Februari 1882:

Ook waar de eisch is aanhangig gemaakt bij incidenteele conclusie geldt het hier gegeven voorschrift.

Arr.-R. Roermond v. 19 Januari 1888, W. 5737.

6. Add. In deiizeltdeu zin als 1'. H. v. Noord-Holland v. 2H lgt;ec. 1847:

Onder het begrip «antwoord» moet hier niet alleen verstaan worden, antwoord ten principale, maar iedere ook exceptieve ver-wering.

Arr.-R. Amsterdam v. 10 Mei 1889 , W. 5714.

Art. 278.

1. Add. De afstand tier instantie kan geschieden bij deurwaarders-exploit ter verzoeke van den eischer aan den procureur des «fedaafde beteekend

Arr.-R. Amsterdam 10 Mei 1889, \V, 5714.

Art. 279.

F^en ontslag van de instantie alleen van den gedaagde, die dit vorderde op grond, dat de eischer niet diende van conclusie van eisch, is in de wet niet bekend.

Arr.-R. Amsterdam 25 Mei 1886, VV. 5439. Deze beslissing werd ambtshalve genomen.

Art. 282. 1. Idem als arr. 1 Februari 1850:

Hof Amsterdam 24 Juni 1 886 , W. 5358.

56

ocr page 342

(Art 285.

Art 285,

6 Add De iutervenieut behoort zijn bulling te staven.

Arr.-R. Arnhem v. 7 Februari 1887, W. 5 83.

Zie nou- over het lüer gevorderd belang:

Arr. v. 26 (Jet. 1888, W . 5633; v. d. II. li. li. dl. MV p. 296 sq(|. Verg. Hol 's Uiige v. 6 Jan 1890, VV. 5857, waarbij is beslist dal men aantoont een rechtstreeksch belang te hebben bij den nHoop van hel geding, zonder flat het noodig is, dat reeds a priori blijkt, dat men zijn recht, waarop men zijn belang doel steunen , zal kunnen geldig maken.

De eischeresse tot interventie is verplichl te bewijzen, dut zij de lioedanigheid bezit, wnarin zij weuscht te interveuieeren.

Arr. v. 6 Mei 1887, W. 5429. I!. d. (MA L § 9.

7. Add De beoordeeling van bet belang is geheel aan den rechter overgelaten.

Hof Amsterdam v. 18 .luni 1886, W. 5391, waarbij is beslist dal hij die arrest ouder derden heell gelegd . belang heelt om te iuter-venieren in het geding tot vau waardeverklaring vau een ander arrest ouder derden.

14. Add. Idem als 1'. H. v. N.-Brabant, bij Arr.-R. Roermond 18 Oct 1888, \V. 567 1, waarbij intusscheu werd beslist dat in casu een dergelijke eiseli tegen een gedaagde als legitimaris ingesteld , terwijl die reeds uit eigen hoofde iu het geding was, niet opgaat , omdat die gedaagde dau geen derde is.

1'rof. v. Boneval Faure acht het middel vau gedwongen lusschenkonist niet toegelaten en de opneming daarvan m de wet eveumiii wenschelijk ; Reehtsg. Mag. Vil p. 309 sqi].

19. Add. Anders dan hel aangehaald vonnis der Arr.-R. te Amsterdam, bij vonnis der Arr.-R. Arnhem van 7 Febr. 1887, U. 548'i, waarbij beslist is, dat de geëxecuteerde iu het verklariiigsproces niet mag iiitervenieereii.

■13. Add. Ouder het belang noodig tot interventie, wordt niet verstaan subjectief belang, maar alleen een belang bij liet rechtsgeding^ dat is zoodanig juridiek belang, dat door het te wijzen vonnis het recht van den intervenient zuu worden gedeterniineerd.

Arr.-R. Rotterdam v. 29 Dec. 1 888 W. 5705.

Zie ook aant. 6 van dit artikel.

ocr page 343

Art 289 )

S. |)e curator optredende voor den fciillieten boedel is als eene andere partij te beschonwen in den zin van dil arliktd dan de individiieele schnldeisclier.

ItottiTdiim 28 Nov. 1SS5, \\. 52'J2, waarbij nnj»' werd bcsli.-il dat waar de intcrvciilin ten doel hcrtt inincii^iiii;; in dt^ boedel-belangen , liet daartoe^ strekkend verzoek idet kan worden toegestaan.

4U Waar het belang van den verzoeker tot interventie vaststaat, kan aan de inwillisjfing van dat verzoek niet in den welt;x staan, de mojfelijklieid dat de verzoeker door eene der partijen in het geding als getuige zou kunnen worden opgeroepen

Hof 's Bosch v. (i April I^S'i, W. iiu Bli'JS.

•jO Een intervenieut, die tot tusschenkomst is toegelaten, mag niet tegen den oorsprunkelijken gedaagde een geheel zelfstandige vordering instellen

Arr.-R. Rotterdam v. 37 Jtini 18S7, VV. 5489.

51. Zie ten hetooge dat in alle procedures van verzet of liooger beroep legen eene faillietverklaring (!lt;■ curator bevoegd is tot interventie — nir. I'. van Hemmclen in Themis jg. 1885, p. 201 sqq.

Art. 288.

Idem als de l'into; Hof Amsterdam 18 Jnni 188(j, VV. 5391.

Art. 289.

Add. 1. Wanneer eene en dezelfde zaak over betzelfde onderwerp met dezelfde conclusiën en tusschen dezellde partijen gelijktijdig is aangebracht voor de Rechtbank en voor den President der liecht-bank, is de laatste onbevoegd

l'res. Arr.-R. Amsterdam v. li) Nov. 1888, VV. 5(i 1-8.

De President is onbevoegd om in kort geding eene beslissing te nemen, die met eeue beslissing ten principale zou zijn gelijk te stellen.

58

ocr page 344

{Art. 289.

Als zoodanig moet, worden aanifemerkt een bevel tot .stal\inlt;r van eene liandeliug lietwelk van /.elt zon inedebreiigen eene beslissing ten aanzien van de al ot niet rechtinatiglieiil daarvan.

Pres. Arr.-R. v. Amstcrdain, 1 Nov. 1885. \V. r)!)?quot;.

3U. Add. Tegen de voorgenoiuen, maar nog niet aangevangen executie staat de voorziening in kort geding niet open.

Pres. Arr.-R. Alkmaar v. 211 Juli 1 888, \\ . 5002.

32. Zie ten betooge dat de vraag ol' uit hool'di; van ouverwijldcii spoed eene onmiddelijke voorziening wordt geëiseht, geen onderzoek in cassatie kan uitmaken —

Arr. v. 13 Maart 1886, W. 5117-

;{3 De vraag of hut belang van partijen oen voorloopige schorsing vau een voorgenomen executorialen verkoop vordert is alleszins vatbaar om in kort geding te worden behandeld.

l'res. Arr.-R. 's-(iraveuliage, 17 Dec. IS88, \\. quot;)7|)7, waarbij werd beslist dat iu casu geen voldoende termen bestonden om een executorialen verkoop te schorsen: (en einde de partij in de gelegenheid te laten om aan tie Rechtbank overeenkoinstig art. -iiKi bepaling van een andere plaats voor den verkoop te verzoeken.

34. De beslissing van het geschil over de :il- ot niet gegrondheid van een verzet tegen het lichten der zegels buiten de tegenwoordigheid van hem die verzet deed, behoort tot de competentie van den President der Rechtbank in kort geding.

Hof 's-üraveuhage, van 28 Januari 188!), \\. 57'•||, waarbij nog werd beslist dat de President alleen te beslissen heelt ol de opposant aanvankelijk voldoende doet blijken van zijn recht en belang om bij de ontzegeling tegenwoordig te zijn, maar niet in eene bcoordeehng moet treden of hij op de nalatenschap aanspraak heelt.

35. Onder het «belang van partijen» is te verstaan het belang van alle partyen dat de hoold/.aak in haar geheel blijve.

l'res. Arr.-R. Amsterdam van 1Nov. 1888, \V. 5G 8.

59

ocr page 345

Art. .'J01.)

Art 290.

Last in dit art beteekent niet auders dan verginiiiiiilt;r.

Pres. Arr,-R. 's Huge It April 1888, VV. 5552.

Art. 291.

Het wordt geheel overgelaten aan de prudentie van den President ot du zaak, waaromtrent zijn tusscheukomst ingeroepen wordt, uitstel gedoogt of niet.

Arr. vaa 20 Nov. 1884, W. 5108; v. d. H. li. R. dl. L. p. IliS en vlgde, ook vermeld sul) art. 438 iiquot; l(i.

Art 293.

Zie tm hetooge dat deze hepaliug beperkt is tot de uitspraken in kort geding, cu uiet geldt voor het beslag.

Mr. H. van Manen in Themis 1887, p. 567 sqq.

Zie naar aanleiding liiervan ten betooge dat er van presidiale verloven tot het leggen van beslag geen hoogere voorziening mogelijk is, en dat — vermits hier van eigeidijke tenuitvoerlegging geen sprake is, — het beslag altijd dadelijk kan worden gelegd, ook al is de beschikking niet voorloopig uitvoerbaar verklaard, mr. S. J. L. van Aalten jr. in Themis 1888, p. 35 sqq.

Art. 297.

Zie over de al- of niet toepasselijkheid van dit artikel op verloven tot beslag: mr. Van Manen in Themis (Jet. 1887 p. 5 77 sqq., die betoogt dat ile bepaling van dit art. bij verloven tot beslag niet van toepassing is, behoudens het verlof bedoeld in art, 733 15. R. — Vergelijk naar aanleiding daarvan Mr. S. J. L. van Aalten jr. in Themis jg. 1888 p. 41 sqq., die betoogt dat — al zij .ie bevoegdheid uiet ipsis verbis gegeven — van het verlof van den President uietteiniu dadelijk op de minute en vóór de registratie kan worden gebruik gemaakt. Mr. A. Heemskerk ib. p. 135 sqq. bestrijdt de couclnsiën van Mr. Van Manen, die daarop weder antwoordt in 'Themis jg. 1888 p. 515 sqq. Zie eindelijk weder mr. A. Heemskerk in Themis 1889 p. I sqq.

Art. 301.

5. 1 »e termijn der derde alinea van dit art. is afhankelijk van de woonplaats des gedaagde en niet van de plaats waar liet exploit is gedaan.

Arr.-R. Amsterdam v. 30 April 1880, \\. 5432.

60

ocr page 346

{Art. 324

(J. De korte termiin ^elcll niet voor den vader, die als zoodanig credacrvaard wordt voor een daad van koophandel door zijn minderjarig kind aangegaan.

Arr.-R. Amsterdam 24 Mei 188!), VV. 57 7».

Art. 303,

Onder houder in dit artikel genoemd, is de trekker niet begrepen.

Arr.-R. Amsterdam v. 15 Mei 1889, VV. 577 1.

Art. 310.

3. Alt;lil. De wet kent geene andere bevoegdheid om opheffing van het heshig te vragen, zoo men de vanwaardeverklaring niet wil al-wachten, dan uitsluitend op één of heide de gronden hier vermeld.

Hof Amsterdam v. 15 Februari 1884, W. 5144.

Art. 314.

1G. Add. Inde dagvaarding behoeft niet uitdrukkelijk de grond te worden opgegeven waarom men den gedaagde voor een anderen dan den domiciliairen rechter gedaagl heeft.

Hof Arnhem 4 Januari 1888, W. 5512. Ook aauijehaald ad art. 48 R. R.

'2(». Het tweede lid van dit art ziet alleen op de verhindtenissen uit overeenkomst, en niet op die uit de wet voortvloeiende.

Vrr-R. Middelburg v. 18 September 1 889, \\. 577 1.

Art 324.

l'i, üe regelen der burgerlijke procedure zijn niet van toepassing op de in het strafgeding gevoegde actie van de beleedigde partij

Arr. 27 .luid 1887, W. 5447; H. dl. CX1.VI 5 47, in oasu was beweerd dat (i|. de gevoegde vorderins; van een minderjarige niet was jre hoord het O. M.

(31

ocr page 347

Art. 332.)

Art. 332.

14. A'ld. Wa;ir de i)eiloeliiilt;ï blijkt om alle de rechten en ver-j)liclitiii^eii der in eerste instantie geprocedeerd hebbende vennoot-schiip. die sinds is ontbonden, in lt;le nieuwe vennootschap die in appèl is opgetreden, te doen opnemen, is deze laatste ontvankelijk in het hooger beroep.

Hoi' Amstenlaiu v. 12 Februari 1880, \\. 53(50.

25. A'ld De intervenient die in eersten aanleg niet een eigen zelfstandig recht heeft doen gelden , maar zich ertoe bepaald heeft om zijn verwering bij die van den gedaagde aan te sluiten, is in hooger beroep niet-ontvankelijk , wanneer de gedaagde heelt berust

Hof Amsterdam v. 10 .1 uni 1887, W. 5502.

40. Add. Het niet aanvoeren van grieven tegen ééne der beslissingen van het vonnis a quo zal wel tengevolge hebben, dat die beslissing als juist moet worden aangenomen. maar brengt niet de niet-ontvankelijkheid mede in het appèl tegen het vonnis ingesteld.

Hof 's (iraveiiliage 18 April 1887, W. 54(i9.

Waar de appellant geen grieven tegen het vonnis aanvoert, moet dit worden bevestigd.

Hof Arnhem, 17 November 1880, W. 5460; verg. ook arr. Hof Amsterdam v. !) October 1885, VV. 5282.

42. Add. Men is niet-ontvankelijk in dat deel van het hooger beroep dat ook gericht is tegen het gedeelte van het vonnis a quo, waarbij men is in het gelijk gesteld, ook al zijn de grieven eeniglijk tegeu liet andere gedeelte van het vonnis gericht.

Hof Leeuwarden v. 1 1 December 1 887, W. 558 1; idem Hol 's (iravenhage v. 2(.l October 1888, VV. 5627 ; verg. arr. van dat Hof v. 29quot;Mei 1890, W. 5891.

44. Van de motieven alleen is geen appèl toegelaten.

Hof Arasterdam 20 Januari 1888, VV. 5527.

45. Zie ten betooge dat waar de oorspronkelijke vordering dooiden eischer is verminderd tot de kwestie der proceskosten, die vor-

62

ocr page 348

{Art. 334.

ilering bij ile vraag naar lt;le appellahiliteit niet meer in aanmerking behoort te komen —

Hof Amsterdam v. 27 Jamian 18S8, VV. 5584.

4«. W aar appellanten in gebreke bleven gedurende drie jaren na het ingesteld appèl hnn grieven kenbaar te maken, moeten '/.ij geacht worden die niet te hebben.

Hof Amsterdam v. 20 Sept. 1889, VV. 5808.

4-7. In hooger beroep kan niet recht worden gedaan op een eisch, waarop de eerste rechter nog geenerlei beslissing heeft gegeven.

Hof 's-firavenhage v. 14 April 18!H), VV. 5i)lt3.

4S. Uit den aard der zaak kan met partijen, aan wie de bevoegdheid tot hooger beroep wordt gegeven , niet bedoeld zijn de partij, die bij het vonnis niet is bezwaard.

Arrest Hof 's Harre, v. 2t) Vlei 1890 , W. 5891. Het Hof nam aan dat lilj die eenmaal in eersten aanleg een decisoiren eed heeft aangenomen te zweren, met-ontvankelijk is in zijn appèl van het vonnis, waarbij liem die eed is opgelegd, ook al beweert hij in dwaling te liehbeu verkeerd. Vergelijk ook arr. van hetzelfde Hof v. 29 Oct 1 888, W. 5627, en van het Hof Amsterdam van 5 Maart 1886, VV. 5374.

Art. 334.

I /4(7'/. Eene referte aan 's rechters oordeel kan nooit ten gevolge hebben, dat men niet-ontvankelijk zon zijn om tegen de daarop gevolgde uitspraak in hooger beroep te komen.

Arr. v. 10 Mei 1 889, W. 5715, R. d. OLI § 9.

2. Add. Idem als arr. v. 19 November 18(19, arr. v. 27 November 1885, W. 5240; v. d. H. B. R. dl. LI p. 323 en vlgde. R dl. OXLI § 36.

Bij voldoening aan de veroordeeling onder voorbehoud van hooger beroep kan geen berusting worden aangenoiuen waar de tegenpartij door de betaling onder die reserve aan te nemen, geacht moet worden het recht van appellanten om in hooger beroep te komen.

ocr page 349

Art. 3:il.)

waarbij is heslist dat, waar l)ij de heteekeniiiLT van het interlocutoir en van de namen der o-etuigen hoogeie voorziening is voorhehonden , kerlialins; dier reserve hij liet getuigenverhoor onnoodig is; verg. ook Hof Amsterdam v. 11 Oct. 1889, W. 580(1.

Idem als Hol' 's 1 lage v. 5 April 18811, hij arr. van datz. Hol'v. 27 .luui 1887, W. 5419, ook vermeld snh art. 40 H. K.

Wanneer een vouuis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan uit de door appellanten verleende medewerking om tot de uitvoering van het vonnis te geraken uiet afgeleid worden hun wil, om in hat vonnis te berusten.

Hot' 's Hage 25 Februari 1889, W 5697.

Van berusting is geen sprake wanneer het vonnis (in casu interlocutoir) alleen is beteekend aan den procureur van iiartij, uiet aan haar zelve, en wanneer reeds bij de beëediging der deskundigen het recht van appèl is gereserveerd.

Hof Amsterdam 17 October 1884, \V. 5 160.

16. Add. De overwegingen van een interlocutoir, waarin is berust, kunnen in cassatie bestreden worden, wanneer zij bij bet eindvonnis

zijn overgenomen.

Arr. v. 28 November 1884, . 5116, R. dl. CXXXV1II § 23; v. d. 11. li. H. dl. L p. 181 en vlgde.

zie ook navolgende beslissing :

liet voldoen zonder reserve aan een interlocutoir vonnis, dat niet bij voorraad uitvoerbaar is verklaard, brengt berusting mede. Dit belet echter uiet, om de gronden van het interlocutoir te bestrijden, vooral waar die zelfde gronden als motieven voor de eindbeshssmg zijn gebezigd.

Hoi' Arnhem v. 5 .Inni 1889, W. 5765; verg. ook arr. Hol' Amsterdam v. 11 .lanuari 1889, W. 5704, waarbij is beslist dat de berusting van partijen in het interlocutoir geenszins medebrengt dat het vonnis voor den boogeren rechter verbindend wezen zou, die volkomen vrij blijft, niet alleen in het oordeel of liet geleverd bewijs volledig is, maar ook of het te bewijzen feit ter zake iets aldoet.

•21. Add. Waar blijkt dat aan het vonnis is voldaan door gedeeltelijke betaling lang vóór liet hevel, bestaat berusting.

Arr. v. 8 Januari 1886, W. 5258 , R; dl. CXLII § 5; v. d. H. B. R. dl. Lil p. 1 sqq.

G4

ocr page 350

05 [Art. 337.

31. Add. Idem jut. 8 Januari 1880, \V. 3258, arr. v. 20 Fehr. 18!M) W. 5839, K. dl. CUV § 2(1; v. d. H. li. R. dl. LV1 p. 53 en'vlgde.! Hol' 's ilaife v. 8 April 1885, W. 5164, Hof Amsterdam v. 28 Juni 188!), \\. 5803, en Arr.-R. liotterdam v. 28 Jnni 1890, \V. 5930.

Het zonder reserve voortprocedeereu, na een vonnis quot; waarbij de voorgestelde exceptie van nietigheid der dagvaarding werd verworpen, brengt berusting in dat vonnis mede.

Arr.-R. 's Gravenhago v. 18 September 1 888 , \V. 5G22, ook vermeld ad art. 100 en 139 nquot; 4.

Wanneer uit, liet verbaal van gijzeling of uit de acte van in gevangenisstelling niet blijkt van eemg voorbehoud van rechten, zoo moet men, gegijzeld wordende, geacht worden in de uitspraak te berusten.

Arr.-R. Amsterdam 24 Juni 1 887 , W. 5504. ('1'. aant. 74 in fine.

Zie verschillende omstandigheden, die aanleiding kunnen geven om aan te nemen berusting—bij vonnis der Arr.-R. Amsterdam v. 30 November 1888, \\. 5666.

Art, 335.

1. Acid. Het is iu strijd met den inhoud van dit artikel, dat geintimeerde, die in eersten aanleg verstek heeft laten gaan, zich reserveert het recht om alsnog verzet te doen. makende het in dezen volstrekt geen verschil of de oorspronkelijke eischer van bet geheele vonnis dan wel van een deel daarvan heeft geappelleerd.

Hof Arnhem v. 15 Mei 1889, W. 5772.

7. Cf. Arr.-R. Dordrecht 30 Juni 1880, W. 5359, beslissende dat de uitspraak betredende het verstek zeil, appellabel is, gelijk een praeparatoir vonnis, met de einduitspraak, ook aangeh. ad art. 99 n° 4.

Art. 337.

2. ./dd. Idem als arr. v. 7 Mei 1858, Hol' 's Boscli 10 Maart 1880, VV. 5391 en Hof Amsterdam v. 11 Oct. 1889, \V. 5806.

14. Wanneer het dispositief bestaat uit eene eindbeslissing (beslissin»-omtrent de ontvankelijkheid der vordering) en een interlocutoir'',

Mr. W. van Hz., Burg. Rechtsv le Suppl. 5

ocr page 351

Art. 339.) b0

kan van eerstgenu'M gedeelten drie maanden na de beteekeimier met meer worden geappelleerd.

Hol' Amsterdam v. 2f', April 1889, W. 5880.

«ren.

Art. 338.

1 M/ lilem implicite t.ij arr. v. 2 7 November 1 885 W. 5240 Uliiki ns do vooralVaa.ide conclusie van den toemu. adv.-en. (thans proc. I'olis voet deze ambtenaar ziel. mmr 's 1 looien llaads jnnsprndcntnv

Ol' 'arr. 8 Mei 1 885, W. 5105; R. dl. CXI. § 0; quot;le.n an,, 7 M;. 188(5, VV. 5^87, v. d. H. B. R. dl. LU p. 191 sq(,. R. d. CXLIII § o; Hof 'sHatje v. 17 Nov. 1890, \\ . 5960.

ilcin

De vereeniging der exceptie van incompetentie met de subsidiaire verdediging ten principale is alleszins toegelaten.

Arr.-R. Assen v. 20 October 1 884 , W. 5423.

Art. 339.

2. ML Een incidenteel appèl is niet tegen mede-geïntimeerden

«■eoorloofd.

Hof Amsterdam 10 .Inni 1 887 , W • 5502.

4. Add. Anders beslist bij vonnis Arr.-R. Assen v. 29 September 1884, \V. 5222 , ook vermeed sub nquot; 32.

r, idd Vergelijk ook Hof Amsterdam 1 (i November 1 888 W. 5070; ij..,» Hof Amsterdam v. 13 April 1 888, W. 5570.

Md. Idem arr. v. 31 Dec. 188G,_ W. 5390 R. d. CXLIV § 02, en Hof Amsterdam 12 Maart 1883, \N. 5373.

Zie echter navolgende beslissina;:

(Jeen incidenteel beroep van een interlocutoir vonnis komt te pas, waar slechts van liet eindvonnis is geappelleerd. Ook ambtshalve helioort zoodanig appèl niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Mof Leeuwarden 30 December 1 885, VV 5328; verg. ten aanzien van dit laatste punt art. 338 nquot; 1.

9. .4lid. In verband hiermede het snli art. 159 B. R. n I, Minuld arr. Hof 's-Bosch v. 5 April 1887, VV. 5494.

ocr page 352

(Art. 3-13.

15. Add. Anders ook: Hof Amsterdam v. 17 October 1884, VV. 5100 en v. 12 Maart I88fi W. 5373.

32. Add. Anders heslist bij het vonnis der Arr.-E. Assen v. 29 Sept. 1884, aangeb. sub n0 4 van dit art.

39 Add. sub h. De termijn loopt niet ten nadeele van hem, die het vonnis heeft doen beteekenen.

Arr.-fi. Assen v. 35 Februari 1884, VV. 1557.

4-'*. Dit art. sluit geenszins de bevoegdheid des rechters uit, om het incidenteel appèl voor vervallen te honden, als hij oordeelt dat het alleen is ingesteld voor het geval dat het principaal appèl opgaat.

Arr. v. 18 April 1889, W. 5708, v. d. H. B. R. dl. LVp. 174 sq(|, 11. d. CLI § 02.

Art. 343.

3. Add. Ai is zonder beperking geappelleerd, zoo kunnen omstandigheden als het niet terugkomen op de verworpen exceptie van onbevoegdheid en het te kennen geven dat in appèl alleen de hoofdkwestie is overgebleven, doen aannemen dat alleen partieel appèl is bedoeld.

Mof Arnbem v. 2 Maart 1887, W. 5451.

5. Add. Vergelijk arr. v. 23 Maart 1888, \V. 5540, ook aangehaald sub art. 7d n0 25 en 159 u0 1 15. K. waarbij de voorziening in cassatie niet-ontvankclijk is verklaard op grond van de exceptio litis plurium consortium, die opgeworpen was omdat dr hoofdpartij tijdens het uitbrengen der dagvaarding in cassatie was overleden, en mitsdien niet in het gedingquot;, terwijl zijne erven niet waren opgeroepen.

10. Add. De dagvaarding in hooger beroep moet worden nietig verklaard , wanneer die is heteekend aan het gekozen domicilie en niet ter woonplaatse van den geïntimeerde.

Hof Amsterdam 8 Maart 1889, \\r. 5723.

18. \dd. De appellant, die in eersten aanleg de hoedanigheid der wederpartij heeft ontkend, is niet gehouden bij de acte van

07

ocr page 353

Art. 345.) 08

appèl die wederpartij te kwaliüceeren, gelijk deze zich in eersten aanleg heeft gekwaliliceerd.

Hof Leeuwanlen v. 2!' Mei 1^89, VV. 57 18.

'22 Het hooger beroep kan «ji geen amlere terechtzitting dan di.. in de dagvaarding is aangewezen, tegen den wil van den geïntimeerde worden aangebiacht.

An-, v. 3 Mei 1888, VV. 5557, H. d. OXLIX § 1; v. d. H. dl. L1V p. 208 sqq.

Art. :?44.

7. Idem hij arr. Hof Amsterdam v. 33 October 1 885, W. 5-291

Art. 345.

I, Add. Anders hij arr. v. I Mei 1 882, Tl. d. OXXXI § 2, waarhij is

heslist dat appM van een vonnis van onder-onrateelestelling hij request

. ■ . • ... .. I . . I I . ..1 I ■ gt; lt;gt;• lt; klit f Vuil t

HUL il » quot; i 1 quot; .................. .. . . .

moet wo,den aannehraeht; idem ten aanmm van eenc heshssn.g omtient

opheflins; van enrateele. hij arr. ...... Amsterdam v. 9 Novemh.-r 1888 W.

5rgt;r,9. Vevsr ook arr. Hof 's (iravenliage v. •lt; 1'ehr. 18.MI, V\. 5S43 , waarhij is heslist, dat a|)pM van een vonnis houdende ontzetting van den voogd, hij request moet worden aangehracht. quot;:tj Zie ook aaut. 7.

4. Add. Hooger beroep is ten deze alleen toegelaten wanneer eene uitdrnkkelijke wetsbepaling het bepaalt.

.\ir.-R. Jjeeuwarden 9 Januari 1 888, W. 5507. lu deuzelldeu zin

■ils hij liet arr v 13 Nov. 1 Sfi3 werd door het Hol v. .Institie van ( uraQüo

'beslist hij beschikking van 12 Dec. 1884, W. 5218 teu aanzien van eene kraeliteus art. 7 10 B. R. voor Curacao (art. 764 Ned. Wh. v. B. Rv.) door den Kantonreelitcr genomen beschikking.

7 Add. Het hooger beroep van de beschikking, waarbij iemand in staat van kennelijk onvermogen is verklaard moet niet bij dagvaarding. maar bij request worden ingesteld.

Arr. v. 10 November 1888, W. 5641; v. d. 11. H. R. dl. UV 323 sqq. R. d. ('L § 25; idem bet daartoe betrekkelijk arr. Hol Amsterdam 9 December 1887, W. 5547. Zie echter ten hetooge dat

) Het beiNiep in .assatie tegen .lit arrest went verworpen bij arr. v. 13 Kebr. IS'.H. W. r,'.i92.

ocr page 354

(Art. 348.

het verzet van tien failliet verklaarde tegen het vonnis waarhij liet raillissement werd nil^esiiroken hij dagvaarding moet worden ingesteld, Arr.-U. 's Bosch van 1 li Jan. IS'JO , \\. 5Sij.

I 1. Add. Idem hij arr. v. 4 Mei 18!S2 II. d. ('\\.\I § 2; anders Hof Leeuwarden v. 10 December 188 1, VV. 5315; ook vermeld snh artt. 76 n0 I!) en 83 nquot; 20. — Vergelijk ook aant. 1 van dit artikel.

I'!. Add. /ij die als bloedverwauteu liij eeu voogdbeuoeiuüig moeten worden gehoord, kunnen niet als belangliebbenden worden beschouwd bij de beschikking, waarbij de voogd is benoemd.

Arr. v. 27 Juli 1888, \\. 51531 ; v. d. 11 H. K. dl. L1V p. 28.'5 sqq., li. d. CXIjJA § 55.

Art. 3i6.

/ie ouder welke omstandigheden de rechter termen kan vinden om den appellant die ten dienenden dage met zijn conclusie van grieven ui et gereed is, bij verzet der tegenpartij, uitstel te weigeren —

Hof Amsterdam v. 13 Januari 1888, VV. 5532.

Art. 348.

4. Add. \ergelijk navolgende beslissing:

Waar in eersten aanleg de enquête niet heelt kunnen doorgaan, omdat de procureur wegens gebrek aan voorschot zich aan de zaak onttrokken had, is de toelating der enquête in appèl alleszins geoorloofd.

Mof Arasterdam v. 4- .Mei 1SS8 W. 5fi22.

12. Add. Idem als arr. v. 15 October 1863, bij arr. Hof Amsterdam v. 8 April IS87, VV. 5483.

15. Add. Door de beslissing dat de partij, die in eersten aanleg niet in haar bewijslevering is geslaagd, niet andermaal omtrent dezelfde leiten in hooger beroep getuigen mag doen hooren, kan dit art. niet zijn geschonden ol verkeerd toegepast, omdat het daartoe strekkend verzoek niet is een nieuwe weer van rechten.

Arr. v. 15 October 1886, VV. 5342, v. d. 11 lgt;. R. dl. 1,11 ]). 284 sqq. R. lt;1. C'XLIV § 10, waarbij nog werd heslist, dat nergens in de wet den rechter de verplichting wordt opgelegd om een nieuw getuigenverhoor omtrent dezelfde feiten toetestaau.

09

ocr page 355

Art. 350.)

75. Er is ijeene verdediging ten principale gelegen in eeue bewering, die gegrond bevonden wordende, de vordering zelve niet zou vernietigen , iniiar alleen den tegenwoordigen vertegenwoordiger der eischende ininderjarigeii zou tnaken onbevoegd tot liet instellen der vorderiug.

Arr. v. l(.t Februari 18S6, \V. 5269: v. d. H. R. H. dl. LU p. 49 s(]q. R. (1. CXLIl § 25; zie het daartoe betrekkelijk arr. Hof 's Gravenhage v. 15 .Imii 1885 in \V. 5277.

lt;(gt;. |)e bewering dat niet bi] dwangschrift mag worden ingevorderd , waar het eene lieifing geldt volgens art. 2:58 der Gemeentewet is in de procedure van verzet tegen bet dwangschrift een middel ten principale, dat — wijl het van openbare orde is — niet gedekt kan zijn in eersten aanleg.

Hoi' 's-Hertogeuboscli 29 September 1885, \\. 5205.

77. De verdediging van den appellant, oorspronkelijk gedaagde, dat de schuld nog niet opeischbaar is, kan voor liet eerst in appèl worden gedaan.

Hof Amsterdam 5 Februari 188(i, VV. 5359.

78. Waar de oorspronkelijk gedaagde in eerste instantie van alle verdediging heeft afgezien, kan hij in hooger beroep geen nieuwe weren van rechten inbrengen.

Hof Amsterdam 26 October 1888, VV. 5637.

71). De exceptie, dat door den eersten rechter een rechtsmiddel is aangevuld, kan, wanneer zo niet gedekt is, voor het. eerst in appèl worden voorgedragen.

Hof 's Boscli v. 31 December 188!), \\ . 5819.

Art. aöO.

(gt;. Deze bepaling brengt mede, dat hij appèl van een interlocutoir houdende eedsopdracht, men tot het afleggen van den eed niet kan wórden toegelaten.

Arr. v. 30 April 1885 W. 5170; verg. art. 46 uquot; 4.

70

ocr page 356

[Art. 355.

7. liet appèl door eua meilepurtij (interveuiuiit) iiilt;fesluld bfluL den oorsprotikelijk cischur (ifcïiitimeerde) niut om liet ten zijne voordeele gewezen vonnis tegen den oorspronkelijk gedaagde mede-geïntimeerde te executeeren.

Hul Amsterdam v. 4 Juni I88(i \\. 5356.

Art. 351.

I. Add. Zie; in dcnzelldi'n zin arr. v. 20 Mei 1887, W. 51K), v. d. H. B. R. dl. LUI p. 22(1 sqq. II. dl. C.XLVl f 17.

3. Add. Idem als 1'. II. v. Zeeland v. 15 April 1802 sqq. hij arr. v. 20 Mei 1887 , VV. 5440 lit supra.

II. Vóór dat de hier bedoelde vorderingen zijn toegelaten, is het noodig dat men van het vonnis hebbe geappelleerd.

Hof Amsterdam v. 29 .lull I88(i, VV. 5408, waarbij nog beslist werd dal het later appèl niet voldoende is.

Art. 353.

1. Add. Idem arr. v. 15 Oct. 1880, vermeld suli art. 348, aaut, 15.

Art. 355.

Het is niet verboden om, wanneer in eersten aanleg wordt voortgeprocedeerd, niettegenstaande honger beroep wordt ingesteld tegen een in dezelfde zaak gewezen interlocutoir, tegen latere in diezelfde zaak gewezen vonnissen in hooger beroep te komen

Arr. v. 80 April 1885, \\ . 5170. Zie ten hetoojre dat hij bevestiging van het interlocutoir vonnis, dc meest gereede partij bij den rechter a quo op nieuw bepaling van dag en uur voor het getuigenverhoor mag vragen, ook al is het arrest nog niet in kracht van gewijsde gegaan : nir. N. K. van Nooten in 'ritrinis jg. 1888 p. 342 sqq.

5. Add. Hij tenietdoening] van een eindvonnis komt geen terugwijzing te pas.

Hof Amsterdam 3 Juni 1SS7, VV. 541)9.

71

ocr page 357

Art. 382.)

Art. 357.

1. Add. (Jt. Hot Amstcrdain v. 2() .limi 1885, W. 0257, vermeld sul) art 43 1 ten betoogc dat van het verlangen der heide partijen dient te blijken.

Art. 37G.

18. De man, die opkomt tegen een vonnis, waarbij zyn vrouw zonder zijn miichtiginlt;f partij was, moet bij dat derde verzet voor zich optreden, en niet, als waarnemende de belangen zijner vrouw.

Kng. Groningen 21 September 1885, W. 5304, waarbij tevens beslist werd dat de man bij het derde verzet zijn vrouw behoort te dagvaarden.

14. Het dorde verzet tegen een arbitraal vonnis kan niet voor den gewonen rechter worden gebracht.

Arr.-R. Rotterdam v. 3 Mei 188(5, VV. 5342.

Art. 377.

2. Het bij art. 7(J1 voorlaatste alinea W . v. K. aan de schuIdeischers toegekend recht van verzet draagt het karakter van een verzet door derden, welk verzet niet vervallen is door de executie van het vonnis

Arr.-R. Amsterdam v. 14 .luni 188(J, \V. 5778.

3. Verzet tegen faillietverklaring moet worden gericht tegen den getailleerde, de eeuige partij bij het vonnis.

■ Arr.-R. Zierikzee v. 24 .lanuari 1888, W. 5543.

Art. 382.

21. De bewering dat meer is toegewezen dan geëischt kan aanleiding geven , tot request civiel niet tot cassatie.

Arr. v. 18 .lanuari 1890, VV. 5824.

Monografie betrekkelijk dit rechtsmiddel: .1. 11. ]). Schcnkenherg van Mierop: „Request civielquot;, diss. Leiden 1800.

72

ocr page 358

(AH. 406.

Art. 398.

3. Add. Idem als arr. v. 2!) Jaimari IS I I , hij air. v. il November 1885, vermeld sul) art. 884 nquot; 2; en liij arr v. i April 1886, \\ . 5289, v. d. H. H. H. dl. Lll p. 18 1- sq(|. ; K. ill. ('MJI ^ 49 ; zie eene bestrijding van deze beslissingen in \V. nquot; 5308 „ Mengelwerk. quot;

14. Aihl. Wanneer liet voorgestelde middel niet strekt tot vernietiging tier bestreden uitspraak. is liet beroep niet-ontvankelijk

Arr. v. 28 Januari 1887, W. 5398; v. d. II. li. II. dl. Mil p. til en vlgde; I!. dl. ('\1jV § 1(1. Ver^. arr. 17 Oei. 1891», \\ , 59-11, vermeld sub art. 199 ii0 48, ten beiooge dal ecu middel gericht, tegen een in liet stelsel van het arrest a (|uo overbodig rechtsmotief niet tot cassatie kan leiden.

19. Add. De uitspraak, waarbij pleidooi geweigerd wordt, omdat de zaak onregelniatig is aangebraclit, kun niet beschouwd worden als een eenvoudig dictum ter roile, waartegen cassatie niet openstaat.

Arr. v. 3 Mei 1888, \V. 5557; ook vermeld sub art. 1 aaut. 9.

Art. 406.

11 Wanneer een der verweerders partij in liet geding in hooger beroep is geweest, is de voorziening in cassatie ook te^en hem ontvankelijk , al betreden tie voorgestelde middelen in geen enkel opzicht lt;le beslissing in vorige instantien ten aanzien van dien verweerder geuomeu.

Arr. 1 li October 1885 , \\. 5231 ; v. d. II. li. U. dl. 1.1 p. 2I)S sqq. K. d. CXLI j 6.

l'i Waar het arrest a quo berust op ilrie van elkander onaf hanke-lijke rechtsgronden, en het middel alleen gericht is tegen twee daarvan, kan dit nooit tot cassatie leiden, en is dus onderzoek naar de gegrondheid der voorziening overbodig.

Arr. 17 December 1885 , W . 5250 ; v. d. 11. 15. R. dl. LI p. 375 en vlg.

13. De voorziening in cassatie volgens art. Ill Ned. hid. 1?. Rv. ingesteld, moet behalve de opsonuniug tier wetsartikelen tlie zouden zijn geschonden of verkeerd toegepast, mede eene aanduiding bevatten van de beslissingen des rechters. waardoor dit zou zijn geschied

Arr. Hoog Gerechtsli. N.-lndie S November 1S88, VV. 5670.

7:^

ocr page 359

Art. 428.) 74

11 De eisclier in cassatie kan ile hoofdpartij niet weglaten in cassatie.

Arr. v. 30 Maart 1888 , W. 554(1, ook vermeld suli arl. 343 nquot; 5.

Art. 409.

1. Add. Vi i-o-, arr. 3 April 18!i(l, W. 5857, li. il. CLIY § 44, waarbij is lipslist dat men niet in cassatie kan klagen over afwijzing van eene vordering, die volgens den jndex tacti niet is ingesteld. Ct. ook arr. 27 .huil ISilO, W. 51100.

2. .Idd. Idem arr. v. IS December 1885, W. 5252; v. d. II. K. H. dl. 1.1 378 en vlgde; idem arr. v. 21 October 1S87, . 5488; v. d. II IV K, (11. LUI p. 287 en vlgde; li. dl. CXI,Vil § 15; (ook vermeld snb art 110 H. R.); bij arr. v, 18 .Inni 1881), VV. 5312; v. d. II. li. I!. dl. LU |). 2(52 en vlgde; U. dl. GXLIll § 34; bij arr. v. 10 Februari 1 888, W. 55111; v. d. II. li. 11. dl. L1V |). 83 en vlgde; verg. ook arr v. II November 1884, \\ . 510lgt;; R. (11. C!X\X\lll 5 i quot;l ■

s. Ken onjuiste reehtsbescliouwiiig van den rechter a quo kan niet tot cassatie leiden , indien de beslissing zelve juist is.

Arr. v. 28 Maart 181)0, W. 5858. 11. dl. CLIV § 40; v. d. 11. li. H. dl. LVI p. I'll en vlgde.

Art. 410.

De verweerder heelt wel degelijk belang incidenteel in cassatie te komen tegen dat gedeelte der uitspraiik , waarbij de verwerping zijner in eersten aanleg voorgestelde exceptie is bevestigd. Dit belang springt in het oog, omdat bij gegrondbevinding van het incidenteel beroep, een onderzoek naar de middelen ten principale niet meei te pas komt.

Arr. v. 20 Januari 1 888, \\. 5511 ; v. d. 11. li. R. dl. L1V p. 37 en vlgde. R. dl. CXLVIII § II

Art. 428.

Tot het beroep in cassatie zijn ook bevoegd de belanghebbenden.

Arr. v. 20 Maart 1 888, R. dl. CXLVIII § 49; v. d. 11. li. 11. dl. L1V p. 120 en vlgde.

ocr page 360

Art. 331.)

Art. -1:3 1.

1. .hhl iiefc erkeniien van een [H'civi-iioiK;»'! Ii^wiinlvoi'rder nvt'f eeu kraiikziunige bij buitetilamlscli vonnis benoemd, is niet in strijd met de bepaling van dit artikel.

Arr.-R. Leeuwarden v. 24 Dec. 1885 , \V. 555'J.

Verg. met arr. v. 30 Mei 1839, sqq. I Uil Amsterdam 25 Mci 1888,

. 5 5 !l 5.

15. AdJ. Het faillissement kan i)|) zich zelt niet verder werken dan de rechtsmacht strekt van den rechter die het bevolen heeft.

Arr. v. 5 April 1 888, W. 5538; v. lt;1 II li li dl. I,1V p.

I ölt;5. R. dl. CXLVIil § 57; anders de daarbij vcrnietifidc bescliikkiii'r der Arr.-R. Amsterdam v. I Februari ISS8, bev. doorliet Ilolaldaar bij bescbikkiut; v. 17 Februari 1 888, beide opgenomen iu betzellde nummer van bet VV. en bij v. d. Ilouert 1.1. ; idem als de 11. It.

bij vunuis der Arr.-R. 's-(iravenluige v. 14 .luui 1881), \\ . 575(1,

waarbij werd beslist dat eene Imiteidandsche t'aillietverkbiriniï den s*, iiulividueelen credileur niet verlnudert bier te lande beslag te leggen op de goederen van den debiteur; idem bij vonnis dierzellde Keclit- y/in.KCfZ. bank v. 3lt;l Sept. 1887 , VV. 5491 , (ook vermeld sub art. 7 15);

idem Arr.-R. Arnhem v If! Maart 1885, \\. 5233. Zie over dit onderwerp: mr. lJb. Kleintjes «liet faillissement in het internationaal privaatrechtquot;, Diss. Leiden, 1890, besproken in Rechtsgel. Magazijn, zuï'tn /WS X, atl. 3.

'fTir, W/S /

',C „quot;ós?*.

/ie hiermede in verband de navolgende beslissing:

Een buitunlandsch vonnis kan wel dienen als bewijs van de faillietverklaring en van de benoeming van een curator, doeli geeft dezen de bevoegdheid niet om te beschikken over het, vermogen van den schuldenaar hier te lande

Arr.-R. Maastricht, 2 Februari 1888 , \V. 5523, anders de concl. van den Off. v. .Inst. mr. Ilaido ibidem. Verg. ook conclusie mr. S. .1. van (jeuus, voorafgegaan aan het vonnis der Arr.-R. btreeht v. 1(5 Jan. 1889,W. 5689)in VV. 5805 ten betooge dat i'eu buitenlandseh vonnis van echtscheiding wel kan strekken tot hewijs van den staat van geseheiden echtgenooten. Verg. verder de Redactie van het Weekblad in VV. nos 549 1 en 5492.

Verg. over de vraag in jure constituendo onder welke voorwaarden de Ned. wetgever uitvoerbaarheid moet verleenen aan de vonnissen van den buitenlandschen rechter, de praeadviezen van rnrs. 1). Josephus Jitta en ï. M. C, Asser in Hand. der Ned. .lur. Ver. 1888 1, en de

7.r,

ocr page 361

Art. 435.)

discussion daarover ih. II ps. 'H mi vlgde. Verg. ook VV. 5 591. Vi-rg ook over dit. ondiTwcrp .llir. mr. W. Th. van Doom iigt; T/n'uns ju;. 1888 |). t~(.) en vlgdc;.

quot;iO. He vraag of het vonnis in Ned.-lndië gewezen, aan de vereischteu voldoet om voor executie vatbaar te zij», moet worden beantwoord naar de. wetgeving, waaronder liet is gewezen

\rr. v. 21) Maart 188i), \V. 57'I2; v. d. II. dl. I-V. p. ÜS en vlgdo. R. cl. Cl.l § 5'i; ook vernield sub art 47ti.

■Jl. Derogatie aan liet voorschrift van alinea 3 van dit artikel is niet verboden.

Arr. v. 18 October 1881), W. 5785; d. C'Llll § 7.

'i'J. De vordering strekkende tot betaling van een geldsom, waarvan het beloop door van wege partijen gekozen arbiters buitenlands is vastgesteld, kan hier te lande worden ingesteld.

Hol' Amsterdam 26 Juni 1885, \V. 5257.

'ÜJ. Hier te lande kan niet worden geliquideerd eene bij buiten-landsch vonnis uitgesproken veroordeeling tot schadevergoeding op te maken bij staat.

Hof Amsterdam van 2 November 1888, VV. 51534; ook aangehaald sub art. lt;i 12 nquot; 3U.

Art 432.

•). (Jok bij verstekvuilnissen , die voorloopig uitvoerbaar zijn verklaard komt de Verklaring des griffiers niet te pas.

Arr. Hof 's-Hage v. 27 Februari 1 888, W. 5560, ook aangeh. sub artt. 612 en 613.

Art. 435.

5. Idem l\ng. II llotterdam v. 28 Mei 1886, VV. 5410, waarbij werd beslist dat aan den algomeenen regel van dit art. wordt gederogeerd door de speciale bepaling vau art. 125 R. R., voor zoover betreft de vereffening van proceskosten en voorts werd uitgemaakt, dat de voor de procedure voor

78

ocr page 362

{Art 438

den Kanlonrecliter voorgeschreven behaiulelina; in persoon niet in den weg staat aan de opvolging van de artt. fil2, sqq. Gf. hierover verder het sid) art. 012 I?. Tl. vermeld vonnis van hetzelfde Kantongerecht dd. 11 Juni 1880.

(». De vorderinif of het aanbod tot nalevintf van een vonnis, waarhij een beslissende oed is opgedragen , levert niet op de tenuitvoerlegging van het vonnis, maar is inderdaad niet anders dan de nakoming van eene dading.

Kng. Amsterdam 1 v. 31 Juli 1 885, \V. 51!(2.

7. De wetgever had hier slechts o]i het oog geschillen waarvan de oplossing wordt gevorderd om de executie van een vonnis te kunnen aanvangen of voltooien , en niet sjeschillen die hun grond vinden in de executie van een vonnis vnu den kantonrechter, dat reeds is geëxecuteerd.

Kng. Apeldoorn v. 31) Maart 1 887, W. 5562,

Art. 4^6.

.quot;5. Add. Het bezit der grosse van een notariëele akte , verhindert niet dat men op de gewone wijze tot hetaling dagvaardt.

Arr.-R. Rotterdam v. 211 April 1889, U. 5754; idem Arr.-H. Amsterdam v. 20 December 1887, W. 5557, liev. bij air. Hof Amsterdam v. 7 Juni 1889, \V. 5779 , waarbij nog werd beslist dat wanneer bij de notarieele acte het bedrag, waarvoor de executie zou moeten geschieden niet werd of kau worden bepaald, men wel genoodzaakt is te dagvaarden.

Art. 438

13. Add. Zie echter Arr.-R. Winschoten v. 23 Oei. 1889. \\. 5810, waarbij werd beslist, dat het verzet tegen een bevel, gepaard met bedreiging van executie, ontvankelijk is. Tevens werd beslist dat wanneer het bevel eene wederrechtelijke bedreiging inhoudt, deze omstandigheid liet exploit van bevel niet nietig doet zijn.

K). De president, die /.onder in een onderzoek te treden of het ingesteld verzet rechtmatig is ol niet, de executie schorst opgrond

77

ocr page 363

Art. 439.)

van het sjjehlekon feit, dat er verzet is gedaiui, handelt niet in strijd met art. 430 sqq.

Arr v 20 Novemlier 1881, VV. 5108.

17. (ieeu bevel tot staking eener execvitie kan worden ifegeveiL , zonder dat tevens au fond beslist wordt dat de executie in strijd is niet de wet.

Pres. Amsterdam 1!) Novembtü' 1888, \V. 5048; v. d. II. 15. R. dl. I, p. I(i8 en vlijde, ook vermeld sidi art.. 291.

AH. 4'39.

ti. Add. Anders ook arr. v. il Juni 181)0, \\. 5893, R. d. CLV § 33, waarbij in strijd met de conchisie van het O. M. is aangenomen dat ten onrechte is beslist bij arr. Hof Amsterdam van 28 Maart 189 0, W. 585 1, (welk arrest werd vernietigd) dat de twee dagen tot drie zonden moeten worden uitgebreid, wanneer de laatste daarvan op een Zondag inviel; dat toch die uitbreiding geen steun vindt in de wet, speciaal niet wordt srewettigd door art. 14 H. R., hetwelk een geheel ander geval behandelt.

7. Add. Vergel. de navolgende beslissingen;

In de beteekening van het vonnis met bevel tot betaling gedaan naar aanleiding van dit art en vlg., is gelegen een begin van ten uitvoerlegging van liet vonnis.

Arr.-R. Rotterdam 11 April 1 885, VV. 5193.

Daargelaten de vraag oi liet bevel tot ontruiming als een begin van executie zou kunnen worden beschouwd, zoo volgt uit de 3e alinea van dit art. dat ook hij de beteekening van een verstek vonnis tegelijk bevel mag worden gedaan.

Arr.-R. Middelburg 5 Mei lS8(i, \V, 5370, waarbij nog werd beslist dat de bepalingen van dezen titel niet van toepassing zijn op vonnissen tot ontrniming.

15. Al zijn bij de beteekening van een dwangbevel en liet daarop gevolgd exploit van in beslagneming niet alle formaliteiten bij dit Wetboek voorgeschreven, in acht genomen, zoo is het verzuim daarvan niet met nietigheid bedreigd, en al ware zulks wel zoo dan behoeft, de nietigheid niet te volgen, als de opposant niet in zijn verdediging is benadeeld.

Arr.-R. li otterdam v. 27 December ISSfi, \V. 5393. Zie betrekkelijk het laatste gedeelte dezer beslissing art. 94 li. R. nquot; 1 (i en art. 456 B. R. n0 14.

78

ocr page 364

{Art 45C.

KJ. W aiir de executie reeds geëindi^l is door lt;len verkoop der goederen is het ingevolge dit artikel gekozen domicilie vervallen.

Ait.-U. 's-Gravenhage v. 11 Juni 1SS!), \V. 5775.

Add. 443.

2. Een denrwanrder, die de goederen welke in het feitelijk bezit zijn van den beslagene in beslag neemt, al wordt hem medegedeeld dat die aan een derde toebehooren, pleegt geen onrechtmatige daad.

Arr.-k. Alkmaar v. 14 October 188G, \\ . 54lt;')S.

Art. '447.

\a. Add. De artt. 447, 448, 75(3 en 7ö7 van dit Wetboek zijn niet van toepassing in geval van faillissement.

Arr. v. 13 Januari 1888, W. 5506; v. d. H. B. R. dl. IJ V p. 22 en vlgde, l{. dl. CXLVIII § 7. Vergel. hiennedi^ „Mengelwerkquot; in VV. 5520.

Art. 456.

12. Add. Idem Arr.-R. (ironingen i''gt; October 1885, \V. 52(.I9; en bij vonnis der Arr.-R. 's-Gravenliage v. .quot;i Januari 188(1, \\. 5371 , bev. bij arr. Hol 's Oravenhage v. 1 November 1880 W. 5:i(gt;l en 5381.

22c. Add. Zie ten betooge dat wanneer de schuldeiscber beslag legt onder zijn schuldenaar op goederen aan een ander behoorende, van welk laatste hij onkundig is, bij niet gezegd kan worden, een onrechtmatige daad te plegen.

Arr. v. 1 Januari 188(.i, VV. 5665; v. lt;1. li. h. R dl. LV p. 7 en vlgde, R. dl. (!IjI § 2. Vergel. ook arr. Hol' Amsterdam v. 11 Mei 1888, VV. 5568. waarbij hetzelfde is beslist, wanneer niel blijkt, dat de arrestant heeft kunnen weten . dat de goederen niel aan den geëxecuteerde behooren en hij daarenboven aan het verzet heeft voldaan.

Voor de ontvankelijkheid vau het verzet is noodig, dat eiscber bewijst tijdens het beslag eigenaar te zijn der goederen.

Arr.-R. Amsterdam 5 Juni 1888, \V . 55 81.

70

ocr page 365

Art. 477.)

Art. 457.

S. Mon moot /ijii kwaliteit van schuldeisclier ook knniien bewijzen tegenover den executant.

lint' 's llagi' II Octoi)i*r 1 8S(! , \V. 5403, lie v. vonnis Arr.-U. 's Hau-c v. i .\pril 1880, in \\. 5291 , waarbij werd beslist dat de opjiosant tegenover den execntant de dagteekening zijner vordering op een der bij art. 1917 ü- W. voorgeschreven wijzen behoort te staven.

Art. 4(51.

Een executoriaal beslag wordt niet opgeheven , noch verliest het zijne kracht door het vertrek en de afwezigheid van den gestelden bewaarder.

Pres. Arr.-R. 's Hage v. 9 Nov. 1889, W. 592 1.

Art. 475.

3. Add. Vergel. navolgende beslissing:

Daargelaten of het beslag onder dertien niet posterieur moet zijn aan het beslag onder den schuldenaar, goo mag in geen geval het eerste gelegd worden dan na twee dagen sedert het bevel.

Hol' Leeuwarden 24 September 1884, \V. 5203.

Art. 470.

Vergelijk verder de navolgende beslissing;

Art. 75(3 is ook van toepassing bij executoriaal beslag.

Arr. v. 29 Maart 1889, W. 57112; v. d. 11. li. R. dl LV p. 143 en vlgde; H. d. ('ld § 53; vernietigende arr. Hol' 's Hage v. 27 Februari 1888, AV. 5560; bij welk arr. ee.liter op andere gronden vernietigd werd liet vonnis der Arr.-R. 's Hage 24 Mei 1887, W. 5453, dat omtrent boven vermeld punt niets had te beslissen.

Art. 477.

Het, vezet gedaan op den achtsten dag na de beteekening van het beslag aan den geëxecuteerde is geldig.

Arr.-II. 's-Oravenhage 24 Mei 1 887, W. 5453; idem vonnis dier-zelfde Hb. v. 28 Juni 1 887, W. 5464.

80

ocr page 366

{Art. 500.

Art. 470.

1. Add Het. beslag kan ook gelegil worden op hetgeen de derde sclml lig zal worden of onder zich zal verkrijgen , in zoover dat de derde in /.ijn verklaring ook moet opnemen den toestand bestaande ten dage van de verklaring.

Arr.-R. liel v. 20 Juni 1SS8, \V, 5081, waarhij nog heslist

dat niet juist op bepaalde schulden of goederen Iwsla^ hehoeft te worden gelegd: verg. het vonnis der Arr.-R. 'sllage van 11 Jan. 188!) fiangeh. sub art. 7quot;i5 uu 9.

5. Zoolang nog geen afgifte der penningen door den derde he-slagene heeft plaats gehad, kan het vonnis krachtens hetwelk het beslag is gelegd, niet geacht worden definitief te zijn uitgevoerd.

■Vrr.-R. Arnhem v. 1 fi Mei 1887, VV. 5554.

Art. 482.

Uit dit eu het volgend artikel volgt, dat geen andere titels in den verderen loop der procedure mogen in aanmerking komen , dan die bij den rechter-commissaris zijn overgelegd.

Hof 's-Hage 11 October 1880, W. 5403, ook vermeld sub art. 57. Zie het daartoe betrekkelijk vonnis der Arr.-R. 's-Hage 2 April 1 880, VV. 5291, waarbij, wat dit punt betreft, werd beslist dat deze bepaling niet uitsluit dat men — in geval van tegenspraak — latei-bij de rechtbank produetiën kan doen, ten einde de bewijskracht der overgelegde titels in eenigerlei opzicht nader te staven of tot volkomenheid te brengen.

Art. 484.

Cf. Arr.-R. 's-Hage v. 2 April 1 880, W. 5291, hev. hij arr. Hof 's Graven hage dd. II Oct. 1880, W. 5403, ten betooge dat ook de geëxecuteerde wederspraak kan doen.

Art. 500.

4. De hierbedoelde beteekening behoort tot de iiitvoeriiiLr der overeenkomst, en kan dus geschieden daar waar bij de oorspronkelijke overeenkomst tot hare uitvoering domicilie was gekozen.

Arr. v. 4 November 1 887, VV. 5493; v. il II. H. R dl. 1,111 ,, 305 en vlgde; R. d. ( 'XLV1I \ 20.

Mr. W. van Uosskm Hz., Burg. Rerfifsv le Suppl

81

ocr page 367

Art. 555.) 82

Art. 501.

:{. liet hinr gelmldi'^le bnsriusel geldt ook bij beslag op roerend goed

\rr.-R. Amsterdam v. 18 Januari 1889, VV. 5759.

Art. 505.

2. .hit!. Zie ook in anderon zin dan mr. Pennink — Hof's-Bosch v. 7 April 1 885 , \V. 52Slt, waarbij is beslist dat de beslaglegger nadeel te bewijzen beeft.

i. Oe vordering tot opheffing van het beslag met schadever-croeding behoeft niet door een sommatie voorafgegaan te worden.

Arr.-R. Assen 10 Mei 1881, W, 5338.

5. liet doen overschrijven van een vóór bet beslag aangegaan koopcontract is niet als vervreemding in den zin van dit art. te verstaan.

Hof 's-Boseh v. 7 April 1 885, W. 5230.

Art. 551.

3. A(hl. De scimldeischer kan het verzoek eerst doen na verloop van eene maand.

Hof 's llage v. 12 1'ebruari 1890, W. 5 8 lf) , waarbij ter loops werd gezegd, dat dit evenzeer geldt van den kooper.

Art 555.

Zij, die eenmaal ais erkende schnldeischers zonder eenig verzet van ile zijde van den Hechter-Commissaris en van bun mede-scbnld-eischers, in hnn verzet tegen do afgifte der kooppenningen, hunne tegenspraak tegen de rangregeling en liet daarover gevoerd debat zijn toegelaten , en die voorts door den Uechter-Commissaris naar de terechtzitting zijn verwezen, kunnen niet meer geweerd worden ter zake van eene relntiere. onbevoegdheid.

Ait.-H, Zierikzee v. 13 Jannari 1885 equot;. eonebisie mr. van Manen, W. 5178; ook verintdd sub art. 1(10 B. 1!, waarbij nog werd beslist, dat waar verseliillende opposanten lietzellde bezwaar bebhen, niets belet dat zij /icli bij linn eonebisie eenvomlig retereeren aan de gemotiveerde conclusie van een linnner.

ocr page 368

(Art :gt;sr.

Art. 558.

(i. Add. Zie echter arr. Hol' 's v. 10 Decemljfir 1S89, W. 581:5

waarl)ij is beslist dut jreene wetsbepaling aan bem, die plaatsing o)) de rangregeling gevraagd heeft, en die niet zijne plaatsing genoegen neeml de bevoegdheid ontzegt om, wanneer de zaak door verwijzing van hem, die tegenspraak lieeft gedaan, bij de Kechtbank aanhangig is gemaakt, tot handhaving der rangregeling op te treden. Tevens werd beslist dat befeekening van procnrenrstelling niet te pas komt, noch voorafgaande aanzegging dat men zal optreden tot handhaving der rangregeling.

10. De termijn van beroep is van openbare orde.

Hof Amsterdam v. 2(5 November 1S8G, W. 5434.

Art. 564.

4. Zie ten betooge dat de met-opvolging van het voorschrift van alinea ■) van dit artikel de nietigheid van het beslag ten gevolge heeft — het snb art. 730 vermeld vonnis der Rb. (ironingen v. 15 .Mei 1882.

Art. 582.

lt;». Dit artikel is niet van toepassing op conservatoir beslag.

Arr.-R. Rotterdam v. 2fi Mei 1888, W. 5604, waarbij nog werd beslist, dat voor zoodanig beslag op schepen gelden de voorschriften van conservatoir beslag op roerende goederen.

A rl. 585.

»gt;. Add. Met de uitdrukking «andere bewaarders» kan niet bedoeld zijn elke bewaarnenier, maar de wet verstaat daaronder hen, die op rechterlijk gezag met eeuige bewaring zijn belast, als sequesters en de commissarissen van bet Fransebe reebt.

Arr.-R. Leeuwarden 28 Jnni 1888, W. 5057; anders de conel.

O. M., voorafgegaan aan dit vonnis en opgenomen in \V. 5058.

ocr page 369

Art. 012.) 84

Art. 587.

2. Deze bepaling is van openbare orde.

Arr. 20 Juni 1890, VV. 5890; R. d. CLV § 2'.».

Art. 507.

Deze bepaling is ook van toepassing bij vrijwillig gegeven ontslag uit de gijzeling.

Arr.-R. Maastricht 14 November 1 884, W. 5135.

Art. 604.

Ook het vonnis iler Rechtbank lioudende ontslag nit de gijzeling kan dadelijk uitvoerbaar verklaard worden.

Arr.-R. Maastricht 14 November 1S84, W. 51:55.

A rt. 011.

12. Add. De wet bepaalt nergens en zon dit ook niet kunnen doen, zonder met zich zelve in tegenspraak te komen dat eene executie, die mocht blijken onrechtmatig te zijn, door berusting eene rechtmatige zou worden. Dit dringt vooral bij lijfsdwang.

Arr.-R. Amsterdam v. li Maart 1 889 , \\. hlftS.

Art. 012

29 Add De uitdrukking gekozen woonplaats geeft geene aanleiding «nn die te beperken tot de i?i hel gediny gekozene.

Arr. Hol' 's ilafje v. '27 Februari 1888 , W. 5560 , ook vermeld suli 432 I'. 11. en art. 013, waarbij heslisl wcrd o. a. op bovenstaanden s;roml dat ten aanzien van de toepasselijkheid van art. 013 geen onderselicid gemaakt wordt, tusschen contradictoir gewc/.cn en verstek-vonnissen, en dat ook bij «le/.e laatste hel gevorderde schadecijlcr bij gemis van aanbod gerekend moet worden in het vonnis te zijn opgenomen.

ocr page 370

(An. 613.

•{fgt;. De eleiiieiifctiii, wiiavuit. de schadestaat rnoet besta;ui. belioeven Diet in liel «fedinif over de verschuldijfdlieid tot scliadevergoediug vast te staan.

Arr.-H. Amsterdam 12 Februari 1884, liev. bij arr. liof Amsterdaui (! Maart 1885, W. 5216.

•{7. Hjj kiintoii^erechts/.akeii is liet voorsciirift betreffende betee-keinujf van den staat iiau de i/e/cocen woonplaats niet toepasselijk. u0 11 Hotterdam v. 11 Jinii 188(). W. 5410.

I5S. De voorschriften van dezen titel verbieden niet dat de veroordeelde partij zonder de vereffeningsprocedure af te wachten aanbod doe van het bedrag der schade, die hij vermeent te inueten vergoeden.

Arr.-R. 's-Gravenhage, v. 32 Mei 1888, W. 5(')02.

■$9. Deze bepaling laat eene vordering van onljepaalde waarde bij uitzondering toe, maar slechts onder voorbehoud dat de rechter, die het bestaan van scbade aanneenit, ook zelf het bedrag daarvan later zal vaststellen ; en dus niet waar de vaststelling van het bedrag aan de toekomstige uitspraak van een andereu rechter zon moeten worden overgelaten of onderworpen.

I lot Amsterdam, 2 November 1888, W. 5634 ook vermeld sub art. 431 uquot; 23. De conclusie van het O. M. is opgenomen in W. 5638.

Art. 61 ;gt;.

1 Add Welk is het gevolg van het niet doen van liet aanbod binnen den gestelden termijn?

Wanneer binnen den hier gestelden termijn na de beteekening van den staat geen aanbod is geschied, moet het cijfer van den staat gerekend worden in het vonnis, houdende veroordeeliug tot schadevergoeding nader op te maken bij staat, te zijn opgenomen.

Arr. Hof' 's llacre v. 27 Febr. 1 888 , W. 5560, ook vermeld sub art. 432 en art. 613.

85

ocr page 371

Ait. GIS.)

Art. 615.

17. üiiverefiemle proceskosten mogen niet ran welijks/.onder speciti-catie worden gevonlonl. De hier voorgeschreveu weg moet iiitijil worden gevolgd.

A it.-11. Roermoiul v. 31 October 188'J, VV. 5807,

Arl. 617.

Waar in verzet is gekomen tegen een verstekvonuis moet ile zekerheid worden aangeboden aan den bij dagvaarding gesteiden procureur en niet ter woonplaatse van de partij zelve.

Arr.-R. Amstcrdinn 4 October 18811, W. 5811, waarbij iio^ werd beslist dat, waar ieder belang om zicli op die hdormaliteit te beroepen, gemist wordt, zij moet worden voorbijgegaan.

Art. 618.

1. Add. Vergelijk ook luivolgeiulc beslissing;

Aan het «ter terechtzitting brengen» is niet voldaan wanneer niet binnen den termijn de lt;/lt;('/ van ccrschijning ter terechtzitting, valt.

Arr.-R. Amsterdam, 3 Nov. 1887, VV. 5511.

Idem vonnis derzelfde Reehtbank v. 25 Sept. 1885, VY. 5218 en

Hof Amsterdam v. 27 Jan. 1888, \V. 5542. Zie ook vonnis dier Reehtbank v. 4 Oct. I88(.t, U. 5811.

Anders bij vonnis Arr.-R. 's-Uravenhage v. 5 Maart I88(.t, \V. 5(583, waarbij werd beslist dat het voldoende is, wanneer binnen den bepaalden termijn de dagvaarding of het avenir (waarbij het geschil over de zekerheid wordt aanhangig gemaakt) is beteekend, doeh dat het niet noodig is dat de betwisting ook binnen dien termijn ter rolle van de terechtzitting zij gebracht.

Bij dit vonnis werd nog nitdrukkelijk beslist, dat zoowel bij dagvaarding als bij avenir de betwisting kan geschieden.

Het bedrag der zekerheid moet behalve het condemnatuin ook omvatten (die fchadc, die de geëxecuteerde buitendien door de voor-loopige executie zal kunnen lijden. Daarom is met het oog op de schade, die geleden kan worden door het onttrekken van het bedrag der veroordeeling uit eene handelszaak, de aangeboden cautie ten beloope van dat kapitaal met 6 pet. renten onvoldoende te achten.

86

ocr page 372

Art. 623.)

Arr.-K. Amsteidam, v. 4 Nov. 188 I , \\. Still, waarbij nog word Ix'sli-t , dat dc uill)r('ilt;liiilt;; l)ij nadi rc pt'ociirciiisai;!^ van (le reus liij proiMircursactc aangc.ljoden ttoigslclling niet In strijd is met dc wet.

Anders de toenmalige Ol'licier van Justitie Mr. leiders, in zijn daartoe betrekkelijke conclusie in VV. 5252 die strekte tot het voldoende verklaren van de borgtocht.

Art. 020.

10. Add. Vergelijk de navolgende beslissingen;

I)(! coiiiin'otiiisjsoire elHi;sule is ook toepasselijk oji de condictio in-debiti, wiiiir de betaling is voortgesproten uit liet contract, een dergelijke clausule iiihoudemle.

Arr.-H. Ilotterdam v. (.l Nov. 1 S85, W. 5;? 87.

De elausula compromissoria in eene acte vau veunootscha]) blijlt geldig ook voor de na de ontbinding ingestelde actie van den eenen vennoot tegen den anderen tot rekening en verantwoording van zijn beheer.

Arr.-R. Rotterdam, v. 3U Nov. 8884-, W . 5120.

Verg. ook Hol' Amsterdam v. 28 .Inni 1889, \\. 5807.

21. De clausule dat partijen zicii zullen moeten wenden tot een bepaald aangewezen persoon, ter beslissing van ecnig geschil, dat uit het huurcontract mocht voortvloeien, is geldig.

Arr.-R. (ironingen , v. 10 Nov. 1884, \\. 5173.

Arl. 023.

(i. Add. Vergelijk de volgende beslissingen :

He-ti geheele pactum de compromittendo is nietig wanneer de beslissing moet worden opgedragen aan twee arbiters, en dit beding met de compromissoire clausule één geheel, één onsplitsbare wilsverklaring van partijen uitmaakt.

Arr.-R. Ijeeuwarden , v. 2 Se])t,. 188(i, W. 5473.

Eene vordering strekkende om uitvoering te geven aan eene bepaling dat slechts twee arbiters zullen worden benoemd, is n iet-ontvankelijk.

87

ocr page 373

Art. 024.

Arr.-R. Rnttimlam , v. 8 Dec. 1884, VV. 5114, waarbij nog wevcl beslist op quot;'rond van (!lt;■ wodidcn van hct oiulirwcrpi'lijk con tract, dal nu aan du ciausnlc betrekkelijk het compromis geen gevolg kon worden gegeven , de gewone rechter van de zaak zelve moest kennis nemen.

Wanneer in de arbitrale clausule het pactum de compromittendo zoodanig i.s samengeweven met de regeling behoorende lot de acte van compromis, kan bij de nietigheid dier regeling, het pactum de compromittendo niet gehandhaafd worden

Arr.-R. Breda, v. 22 Sept. 1885, W. 5298.

13 Zie uit welke omstandigheden de bedoeling van partijen kan

worden opgemaakt om schatters en niet arbiters aan te wijzen.

Arr.-H. Rotterdam, v. 24 Jnni 1885 , VV. 5235, bev. bij arrest Holquot; 's 11 age v. 18 Oct. 1880, VV. 5398, waarbij werd beslist dat waar bij de acte geen beslissing wordt opgedragen, omtrent een geformuleerd geschil, maar alleen wordt verzocht vast te stellen de hoegrootheid der schade door een brand veroorzaakt, van geen compromis sprake is.

1-1-. Daar waar zou aanwezig zijn een geschil, ontstaan tegelijk met de arbitrale overeenkomst, moet de desbetreffende acte van compromis op straffe van nietigheid in geschrifte worden gebracht. Arr.-R. Rotterdam, v. 11 Juni 1887, VV. 5471.

15. Een acte van compromis, niet voldoende aan de hier gestelde eischen, is nietig, al is zij aangegaan onder liet Kransche recht, en niet in strijd met de bepalingen van dat recht Hof 's Hosch, v. 13 Sept. 1 887, VV. 5535.

Art 624.

7. Add. Vergelijk de navolgende beslissing:

De vordering tot benoeming van een enkelen scheidsman dooiden rechter, na aanwijzing van een tweeden door den eischer, is in strijd met ons recht.

Arr.-R. Breda, v. 2 Febr. 1886, W. 5327.

18. Add. Cf. in denzelfden zin Hoog Gerechtshof Ned. Indië van 21 Jnni 1888, W. 5618.

21. Het verzoek moet gedaan worden bij dagvaarding, niet bij request. Arr.-R. Assen, v. 14 Mei 1886, VV, 5368.

88

ocr page 374

(Art. 6R2.

Art. 649.

Al zijn scheidslieden slechts in één opzicht hun bevoegdheid

te huiten ^e^aan , zoo moet uiettuinin het, vonnis in zijn (ji'hi'.diu omvamj vernietigd worden.

Arr.-R. Winschoten, v. 10 Manrl lS8(i, W. 584(5.

IS. Wi iar het «reschil is vastgesteld, zonder dat de daarop steunende vordering speciaal is get'ormnleerd , gaan arbiters niet huiten de grenzen van het compromis, wanneer zij het geschil oplossende tevens den eisch toewijzen.

Hof [jccuwarden , v. 6 April 1887, W. 5I!)8, wiiarhij f)i)k wi rd heslist, diit al liehhcn de procureurs ^ecu stillen liuiiner kosten ingediend, arbiters toch geliondeu zijn die klt;i.st(,ii vast te stellen.

Art. 6(55.

De wet spreekt hier alleen van verzegeling na overlijden, en tlus niet van verzegeling door den curator in een faillissement.

l'res. der Arr.-R. te Utrecht v. 34 I'ec. 1888, \\. 5680.

Anders implicite l'res. der llechtbank te Anihem van 25 October 1880, VV. 45 78.

Art. 672.

Degene die oppositie doet behoeft het verzet niet aan de verzoekers tot ontzegeling te beteekenen Voor dat verzet is geen termijn voorgeschreven , zoodat het niet kan geacht worden ontijdig te zijn gedaan, wanneer het geschied is vóór de ontzegeling Hof 's llage, v. 28 Januari 188't, W. 570(1.

Art. 682.

7. Dit art is uitsluitend van toepassing op beslissingen hij voorrdad. Arr.-R. Assen, v. 20 Juni 1881, W. 5131.

S9

ocr page 375

Art. (105 ^ 90

.Iw. GUI.

/hid. Igt;il- art .staat in verbrind mut art. 1122 !!. W. en voorziet in hut L^eval dat in /iel helaun vquot;n l'oedel goederen moeten worden verkocht ; de rechtbiink is dus niet lievoe^d waar het jfeldt inaehtiifiiig voor den voo^d tot verkoo]i voor zooveel het aandeel van den minderjarige betreft, m het belamj van dien minderjarige.

Arr. v. 7 Oct. 1887, VV. 5 185; v. d. II. li. R. dl. LUI p. iS'2 en v liidc; venr. Iiicrtoc betrek kclij k Kn^'. Breda v. 5 Jan. IS87. W. 5480, waarbij werd overwogen dat de Kantonrccliter alleen dan bevoegd is, wanneer het betreli, onroerend goed, dat ot' behoort nil-slnitend aan niinderjarigeii, of althans uit zijn aard niet voor vcrdeelinu-is bestenul.

Waar de verkoop in het belang des boedels noodig wordt gekeurd, en dus geen sprake is van het bijzonder belang der minderjarigen, is ile Kechtbank de bevoegde rechter.

Arrest Hol' Arnhem, v. 2(.l .luid 1SS7, W. 5526, vern. beschikking Arr.-K. Almelo v. 2 Mei 1887, \\. 5532.

aar het geldt goederen door meerder- en minderjarigen te zanien bezeten wortlende. en waar het verzoek door hen allen omredenen van gemeeuschappelijk belang wordt gedaan , is de Kantonrechter onbevoegd.

King pl. 's-l|prtogenbosph, v. 2t .inli 1888, W. Still.

An. 695.

2, Add. Partijen die in termen zijn van gerechtelijke scheiding en deeling kunnen niet daar buiten om van elkander vorderen rekening en verantwoording en atgitte der saldo's ter zake van het beheer door sommige der ileelgenooten over de te scheiden gemeenschap gevoerd.

Hiertegen doet niets at dat de comparitie waarop door de reken-plichtigen gezwegen zou zijn, eersi heeft plaats gehad na de litis contestatie van bedoelde actie.

Arr.-H. Hotterdam, 1.\l( i 1884, VV. 5203. liet arrest van 'in

April iSS5, \\ . 5 1 (i I , waarbij het beroep in cassatie tegen dit vonnis

werd verworpen, behandelt dit punt niet, als zijnde daartegen geen middel opgeworpen.

ocr page 376

[Art. 721

De vrouw kan gelijktijdig instellen den eiscli tot scliuiiiing un deeling der gemeeliscliii|i van winst en verlies en dien Int rekening en verantwoording over liet beheer van den man van het persoonlijk goed der vrouw.

Arrest v. IS .luni ISSli, \V. 5312; v. d. II. li. K. dl. Lil p. 2(i2 en vlgde; K. dl. CXLill § 34.

Arl. tj'Jli.

4. Bij den eisch tot hoedelscheiding kan gevoegd worden eene hijvordering, in casu strekkende tot het doen benoemen van deskundigen ter taxatie van een gelegateerd goed, aan te nemen tegen inbreng van den gewaardeerden prijs.

Arr.-R. Uroningeu, v. 10 Oct. 1881, W. 51 li3.

Art. 097.

8. Achl. Idem Hot 's Hosoh v. 15 Jan. 1889, \\. 5fi83 ; en Arr.-R. Amsterdam v. 25 l'Vbr. IS'.tO, W 58(i5

De partijen kunnen , mits zich bepalende tot de termen van het geschil, zooais die in het procesverbaal zijn omschreven , wel degelijk andere rechtsgronden ot middelen doen gelden , dan die door haar voor den notaris zijn aangevoerd en bij proces-verbaal vermeld.

Hot' Arnhem 18 Juni 1881, \V. 5 108.

Het depót van het verhaal van zwarigheden kan ook na de dagvaarding geschieden.

Arr.-R. Assen 20 Jnni 1881 , VV. 5131.

Arl. 721.

10. Waar revindicatoir beslag is gelegd op verkeerde goederen . is geen schadevergoeding verschuldigd, wanneer tie gearresteerde ook die goederen den deurwaarder heelt aangewezen.

Arr.-R. Amsterdam v. 24 September 1 888 , \\ . 570(1. Cl', art. 45li, 15. Rv. aant. 22c.

91

ocr page 377

Art. 733.)

II. I gt;e man ilu; in al^elienle i^etiieenscha)) van gneileren is ^«'hnwii , is iievoc-^il om op ili; z:ikfii tot tlie «foiiiueiiseh^ji belmorcinle en /icli onder ile vrouw bevindende, revindicatoir beslag t,e leggen.

Arr.-K. Rotterdam v. 2lt;.l Nov. 1888, W. 5(i59.

12 Zie ten ijetooge dat aandui linlt;r van een bepaalden persoon, onder wien bet beslag mag worden gelegil, niet wordt veieisclit en dat een hiiiszoekini;, als igt;ij art. 441 K Ivv. bedoeld, ook bier ge oorloold is.

Redactie W. v. li. R in nquot; 54'vt ca ds. .1. 0. Sikkel in W. S ; de meeiiiug (b r red. \\. wordt bestreden door' B. in \\. n0 5444, ii Mengelwerkquot; en door Q. N. in VV. 5457 «Mengelwerk.quot;

Ar/. 730.

4. Vermits voor executoriaal beslag op schepen andere bepalingen zijn gemaakt, dan voor dat op andere roerende goederen , zoo belmoren eerstbedoelde bepalingen overeenkomstig dit art. ook bi) conservatoir beslag op schepen gevolgd te worden.

Arr.-R. (Jroningen 15 Mei 1883, VV. 5'i8'.l , waarbij nog werd beslist dat de niet-opvolging van de 3de alinea van art. 564 Rv. nietigheid van het beslag ten gevolge heeft.

Art 732.

De hangende bet proces gedane vermindering der vordering kan van geen invloed zijn op de deugdehjkbeid van een gelegd arrest.

Hof Amsterdam 9 Januari 1 885', VV. 5180. Verg. ook art. 7'5t) li. Rv. aant 1.

7. Dit artikel ziet alleen op den schuldenaar.

Hof Leeuwarden 12 Juni 1881), VV. 5813.

Ar! 733.

Zie ten betooge dat de hier gegeven bepaling niet tot andere beslagen mag worden uitgestrekt, inr. 11. van Manen Thvniis jg. 1 887 , p. 567 sqij. Zie verder de literatuur over dit onderwerp, vermeld sub art 297 B. Rv.

92

ocr page 378

(Art. 73!quot;).

Art. 734.

•t. Het zou strijden met alle regelen van procesorde, wanneer ile rechter eerst trad in een onderzoek naar liet van waarde zijn van liet beslag om vervolgens naar gelang van de uitspraak daarvan zich al of niet bevoegd te verklaren om van de hoofdvordering kennis te nemen.

Arr.-R. (Jroningen v. 15 Mei 1 882, \\. 538'.).

Arf. 7;,..rgt;.

2. Add. Idem bij vonnis der Arr.-R. Middelburg v. 10 Juin 1885, \V. 5267.

9. Add. IltH aangehaalde vonnis der Arr.-R. te Assen v. 7 Maart lS53s(|q., behandelt niet de schuldvordering van den arresteerenden crediteur op zijn schuldenaar, maar die van deu geëxecuteerden op diens schuldenaar, zoodat deze beslissingen te raadplegen zijn bij de vraag of men deugdelijk beslag kan leggen op een insehuld, al is die ten tijde van het beslag nog niet opeischbaar?

Die vraag werd bevestigend beantwoord bij vonnis der Arr.-R. te's-Graven-hage v, 11 Januari 1889, \V. 5757 en 57fi9; bij welk vonnis in het verklaringsproces gewezen , de derde gearresteerde werd veroordeeld om hetgeen uu opeischbaar was geworden, dadelijk uittebetalen en het restant op de termijnen, waarop de schuld aan den geexecuteerde verder opeischbaar zal worden.

10 Adif. Geen derde arrest is geoorloofd onder zich zelf.

Hof 's Boseli v. 8 Febr. 1887, W. 5380; anders bij vonnis der Arr.-R. Rotterdam v. 13 Juni 1885 , VV. 5229.

12. Add. Anders bij vonnis der Arr.-R. Roermond v. 31 Oct. 1889 W. 5807.

29. Een vonnis waarvan geappelleerd is, kan niet worden aangemerkt als een authentiek bescheid als hier is bedoeld.

Arr. v. 14 Febr. 1890, VV. 5837; R. dl. CLIV § 15.

Een arrest onder een derde op de goederen van den schuldenaar gelegd, belet dezen niet om wegens hem verschuldigde huurpenningen onder dien derde gearresteerde pandbeslag te leggen.

Arr.-R. Rotterdam . ... W. 5264.

:il. I )e hier bedoelde bescheiden moeten zijn rechtstitels waaruit de verplichting van den schnldenaar tot betaling voortvloeit.

Arr.-R. v. Middelburg, v. 10 luui 1885, \\ . 52(i7 verg. aant, 29.

ocr page 379

.-1)7. 7;i8.)

AH. 73()

1. Add. Vergelijk- ook de navolgende heslifssintr:

Wiinneer het blijkt, dut de som, waarvoor het arrest gelegd is, te hoog is. en deze dus verminderd moet worden, geelt zulks (teen aanleiding tot gedeeltelijke opheffing van het arrest met, schadevergoeding.

Hof Amstcnlam v. 8 Mei 1885, \\. 5271.

5. Met is voldoende dat de dagteekening der acte, krachtens welke het arrest wordt gelegd, in liet exploit voorkomt, zonder nadere omschrijving van het stuk.

Avr.-R. Haarlem v. 18 Mei 1 880, VV. 5359.

lt;gt;. De hesjrooting door den President strekt ook ter bepaling van het bedrag, door betaling waarvan de gedaagde het beslag kan voorkomen.

Arr.-R. 's Ila^e 23 December 1887, W. 5522.

7. Zie ten hetooge dat onder «ter plaatsequot; in de 3lt;: alinea van dit art. bedoeld, moei worden verstaan f/eni.ef.ntc — Mr. Hesse in VV. 5245.

Art. 7:58.

11. Add. Vergelijk navolgende beslissing:

Als de Ned. rechter onbevoegd is van de hoofdvordering kennis te nemen, is hij dit eveneens ten aanzien van den eiscb tot van-waardeverklaring van het arrest

Arr.-R. Middelburg v. 18 Nov. 1885, \V. 5315.

Zie voorts ten betooge dat waar schuldeischer en schuldenaar beide vreemdelingen zijn, en hier te lande niet wonen, de Ned. rechter niet bevoegd is, van de hier bedoelde actie kennis te nemen.

Concl. (X M. behoorende bij arr. Hof 's-l5oseh v. 4 Maart 1881, W. 5143, het laatste ook vermeld sul) art. 4 B. R.

94

ocr page 380

Mw. 74lt;.i.

Art. 7.S9.

5. IT^t, van rechtswege laten vervallen van het beslag staat niet gelijk met de weigering tot vanwaardeverklarini,'.

Hol' Amst.iirdam v. 18 Maart 1 887, VV. 5 I-7').

Av! 742.

1. /hhl. Idem als arr. v. fi .fanuari 1 S 1-5, bij vonnis der Arr.-R.'s-dravon-liafro v. 30 Sept. 1887 , W. 5491 (ook aangcli. sii!gt; art. 431) in appel bevestigd liij arr. Hof 's-Gravenliau;(; v. 2!) Oct. 18S8, W. quot;gt;027, en liij vonnis Arr.-R. Rotterdam v. 2(gt; .luid 188C, \V. 5422, en v. 14 Mei 1887, W. 5463, waarbij nog werd beslist, dat de verklaring niet als eene gerechtelijke bekentenis is te beseliouwen , en de derde gearresteerde bevoegd is op zijn verklaring terug te komen.

(5. Aill. Vergelijk aangaande de niotiveering der verklaring, navolgende beslissing:

Wanneer do verklaring geen andere is dan eene algemeene en onvoorwaardelijke ontkenning van alle schuldplichtigheid jegens den geëxecuteerde, zoowel ten tijde van het arrest als daarna, behoeft 7,ij niet met redenen omkleed te zijn,

Arr.-R. Rotterdam v. 25 .luni 1887, W. 5488.

Art. 744.

5. Add. Al maakt de derde gearresteerde eene opmerking die de Rechtbank leidde tot ontzegging van de gevraagde afgifte, zoo kan hij toch niet geacht worden die afgifte te hebben betwist.

Hof Amsterdam v. 21 October 1887, W. 5519.

Art. 749.

(i Waar in eersten aanleg op de feiten die de verklaring bevat, geen aanmerking is gemaakt, en de eed niet, is opgelegd, is men in appèl tot het opleggen van den eed niet meer bevoegd.

Arr. Hol 's-Gravenluige v. 39 Oct.. 18SS, W. 5(127 ; ook venueld bij art. 742

ocr page 381

Art. 75G,)

Art. TfiO.

5. De reclitsgeldigheid dt^r cessie, waarvan de derde gearresteerde iiieliiinif maakt, kan in het verklaringsproces niet worden betwist, ook niet al is degeen aan wien gecedeerd is, in liet proces gevoegde partij aan zijde der declarante

Arr. llnf 's-Gravenhaije v. 2'.lt; October 1 888, W. 5027; ook ver-meld l)ij art. 7 4-2.

Art. 7rgt;i.

•i. Uit dit art. blijkt dat de arrestant geen uitsluitend reclit op het gearresteerde verkrijgt; eerst door en in de procedure, geregeld bij art 481 B. Rv. en niet in die tot van waardeverklaring kan uitgemaakt worden, welk recht de arrestant tegenover zijn tnede-schukleischers heeft op het gearresteerde.

Hof 's-Gravenhagc v. 25 Januari 188(gt;, VV. 5343.

Art. 7quot;ir)

i. Dit art. ia ook van toepassing bij executoriaal arrest.

Arr. v. 29 Maart 1 889, VV. 57quot;2; R. d. CLI § 53; waarbij vernietigd werd arr. Hof 's-Gravenhage v. 27 Febr. 1888, W. 57(|2. Verg. ook art. 47fi.

3. De rechter is verplicht te onderzoeken of bij de beschikking de grenzen van gelden en jaarwedden tot onderhoud niet werkelijk zijn oversell reden.

Arr. Hof 's Hage v. 27 Februari 18S8, W. 5560.

■4. Zie over de niet-toepasselijkheid van dit en het volgend art.

in geval van faillissement —

Arr. v. 13 Januari 1888, VV. 5500; R. d. CXLVl II § 7; v d. H. H. R. d. L1V |). 22 en vlgde.

'.IG

ocr page 382

97 (Art. TfM

Art. 758.

13('. Add. Alleen voor vorralleii luuirpeniiingeii kan i)esl:iif worden t^ele^d . al zijn ook de goederen buiten toestenuning van den ver-Imurder vervoerd

Arr.-R. Amstcrduin , v. 31 .liin. 1889, \V. 57fi k

Anders navolgende beslissing:

Voor pandbeslag op vervoerde goederen is het niet noodig dat de linnrpenningen opvorderbaar zijn.

Arr.-R. 's I, 10 Sept. 18 86 , \V. 5394.

Art. 7()(gt;

4 Add. Verzuim van formaliteiten in bet proces-verbaal van beslag heeft geene nietigheid ten gevolge, daar de wet zulks niet nitdrukkelijk heeft bepaald

Arr.-R. v, Zierikzee, v. -22 Maart 1887, W, 5553.

(». Art. 450 B. Rv. is niet van toepassing op de vordering van don eigenaar van in pandbeslag genomen goederen tot opheffing van dat beslag.

Hof Amsterdam, v. 15 Oct. 1880, \V. 5375.

Art. 763.

6. De van waardeverklaring van een gelegd pandbeslag is niet als ten uitvoerlegging te beschouwen als bedoeld in art. 771 \V. v. K.

Arr.-R. 's-Gravenhage, v. 33 Dec. 1 887 , W. 5532,

Art. 704.

10. Ter toepassing van dit art. behoeft de vordering niet a priori vast te staan; voldoende is het, dat men ecne vordering heeft.

Hof v. Justitie Ouraqao, v. 20 Fcbr. 1885, VV. 5218.

Mr. W. van |{os.skm Hz., Burlt;j. Rechtsv le Snppl. 7

ocr page 383

. I r! 771.)

II. Art. U)0 W. v K. belet den schipper niet gebruik te raakeu van dit artikel, dat, zoo algemeen mogelijk aan ieder schuldeischer recht van l)('slalt;;- geeft op de goederen van zijn vreemden schuldenaar

A it.-li. Middelburg, v. ~ quot;1 Mei 18SS, \\ . 5598 , waarbij nog werd beslist dat van weigering ora te voldoen aan di* verplichting tot betaling niet behoeft te blijken.

Art. 771.

1. Add. Een rekenplichtige is nalatig van het oogenblik af, dat hij, verplicht tot het doen van rekening en verantwoording, aan die verplichting niet voldoet.

Arr. v. 18 .luni 1880, W. 5312; K. d. ('XL11I § 34; v. d. H.

15. R. dl. I.I I p. 202 en vlgde.

De voogd, van wien kan aangenomen worden, dat hij, na de meerderjarigheid van zijn pnpil, voldoende tijd heeft gehad om zijne rekening en verantwoording te doen, is als nalatig rekenplich-tige te beschouwen, ook zonder in verzuimstelling, welke ook in het algemeen niet voor nalatigheid wordt vereischt.

A it.-K. Middelburg, v. 10 Maart 18Sö, W. 5350.

2. Add. Onder nalatige ook te verstaan hij wiens rekening nog niet is goedgekeurd.

Hof Amsterdam, v. 8 Mei 1 885, \V. 52 KI.

3. Add. Deze bepalingen zijn niet van toepassing bij de rekenplich-tigheid van vennooten of' codividenteu als zoodanig.

Ait.-R. Winschoten, v. 20 Oct. 1880, W. 54 1.3.

G. Mii. '/Ac. voorts Hof Amsterdam van 18 April 1890, \V. 5808, ten betooge dat er geen rekenpliclitigheiil bestaat tegenover een ouderbaas wegens zijn aandeul in de, winst ; idem bij vonnis der Arr,-It. Rotterdam van 9 .Vovcmber 1887, W. ;gt;;)10 ten aanzien van den patroon tegenover den agent, dir provisie te vordcivn heeft. Anders arr. 1 [of's Graven hage van 7 Mei 1888, VV, a 5 8 0 , waarbij is beslist dat wanneer door den patroon aan /.ijn boekhondiT moet worden nitgekeenl } van de winst der a 11 ai re , eerst-gi'nocnidr wr! degelijk vrrpti(dit is verantwoording te doen van de ontvangsten

98

ocr page 384

(.!/•/. '11.

t'ii uitgaven ten ('inde iic bcdioiidi* zal kunnen bcoordeidcn , lt;-»(' i 1quot; winst behaald is, en non ja, hoeveel. *)

13 A(/t/. Een of meer aandeel houders eener iiiiamloo/.e vennooi-sclia]i zijn onbevoegd te vorderen, dat. aan hem of hen individueel rekening en verantwoording door liet bestuur worde; gedaau.

Hol' v. Justitie Curasao v. 10 April 1885, VV. 5230.

37. Add. W aar de eischer lastgever reeds geheel o|gt; de hoogte is van het saldo, is een rekeniugs-proces onnoodig.

Ari'.-K. AmsUrdam, v. 9 Fehr. 1888, W. 5521. Verg. ook arr. Hol 's Hosch v. 18 Mei 1881!, U. 5400.

12. De eiscli tot het doen van rekening en verantwoording, gegrond op dit artikel, en de eisch tol het opnemen van rekening en verantwoording, gegrond op art 782 1gt;. K zijn in juridieken grond en strekking verschillend, al mogen beide vorderingen op dezelfde rekening en verantwoording betrekking hebben.

Air. v. 20 Maart 1885, W. 5111); li, d. ('\\\l\ « 35; v. d. II. 15 K. dl. li p. 580 cm vlgde. lÜj het arr. van het Hol' te Hosch was de laatstgenoemde actie niet-ontvankelijk verklaard op grond van litis pendcutie.

-13. I'e rekenplichtigheid kan ook gegrimd zijn op en direct voortvloeien uit de wet (in casu uit een Kerkelijk Uegleinent).

Arr.-li. Leeuwarden, van 24 Mei 1888, \V. 5608, ook vermeld suli art. 5.

Ar/. 772.

10 Idil. Zie ten lielooge dat hel dwangmiddel wel zijn rechtsgrond verliest, zoodra de rendant eeue rekening, al is die nog zoo weinig beteekenend, aflegt, maar dat voor het overiuc de exeeutiesom is te beschouwen als provisie op liet vast te stellen saldo, zoodat de rendant, eenmaal geëxecuteerd, niet nu het afleggen van zijn rekening aanspraak heeft op dadelijke en gave tenigkonung van de exeentiesoni

Mr. A. 1', lb. Eyssell in Themis 1888, p. 1quot;) s([(|.

■*) Hij ai'i'esl v. 'il! Jauuari l^'-M . W. -V.ISO . j;af «Ie II. liaait eene beslissmji gelijk aan die van hel lievenvermehl an. ilol' Anistenlain v, IS April IS'.III. Oeze lieslts-sing w'onl 1 in tien hreede Iteslreilen doer nu-. .1. li. \aleki'iiiei' Ki|gt;^ in zijn proet-selirift: 7 lie beleekenis -an hel woonl rekenpliehtigen in art. 771 Wetb. \. Uurg lunblsv./. Leiden. ISO'l.

ocr page 385

Art. 784.)

15. Zie ten belooge dat de voorschriften van art. 587 en 5'Jl al. 1 R. Rv. ook op liet slot van dit artikel 7 72 toepasselijk zijn, maar dat daarentegen wel tegen vrouwen en zeventigjarigen het hier gegeven middel van lijfsdwang kan uitgesproken worden — Mr. A. 1'. Th. Eyssell in Themis, 1888, ]). lt;)3 sqq. Zie voorts ih. dat de ten uitvoerlegging van den lijfsdwang ondergeschikt is aan zekerheidsstelling wegens de bepaling van art. 5'JO U. Rv.

Art. 774.

'2 Adlt;l. Al is s^een bepaalde vorm voor rekeninif en verantwoording van een gevoerde gestie voorgeschreven, zoo moet daarin toch de opgave der gedane outvaugsten eu uitgaven voorkomen

Arr. v. 8 Mei 1885, W. 51(56; v. d. 11. B. R. dl. LI p. 100 en vigde, waarbij nog werd beslist dat dit ook waar is, al zouden uit de overgelegde boeken eu bescheiden de kennis der ontvangsten en uitgaven kunnen worden verkregen.

Art. 778.

6. Add. Bij de mondelinge toelichting kunnen geene nieuwe puuten van geschil aan 's rechters oordeel worden onderworpen.

Hof 'sllage, 39 Juni 1885, \V. 5189.

Art. 78(1.

1. Add. Uit art. is alleen geschreven voor de rekening eu verantwoording afgelegd voor den rechter.

Arr.-R. Rotterdam, van 11 Juni 1888, VV. 5016; idem Arr.-R. Maastricht v. 22 Juli 1890 , \\ 5912.

Art. 784.

De beueficiairo erfgenaam kan — bij nalatigheid — ook tot het doen vau rekening en verantwoording worden opgeroepen, zonder

too

ocr page 386

{Art. 820.

dat, fie crediteur die de actie instelt, verplicht, is zijne medescliuld-eisciiers in liet geding te roepen.

A it.- li. (ri'oiiiiigcn , v. 1 !l Dcc. 1S84, VV. 5 J' I ti.

Arl. 79(5.

Dit artikel zegt niet dat aanbod cn consignatie niet anders van waarde zijn, dan door afzonderlijken cisch tot van waardeverklaring, maar liet, bedoelt, slechts lt;/it, dat bijaldien een der partijen, hetzij van waardeverklaring, hetzij nietigverklaring eisclit , die eisch nnmmicr en in een aanhangig geding als incident zal worden behandeld

Ait.-R. Amsterdam, v. SI Jan. IS81.), W 5fiS3.

Art. 798.

Ook bij tegenstrijdig belang heeft de vrouw geene rechterlijke machtiging noodig, wanneer de man door woord ol daad hlijk geeft zijne machtiging te willen verleenen.

An-, v. 20 April 1888, VV. 5552; R. d. GXLVIII § ()6; v. d.

11. 15. 11. dl. L1V p. 183 en vlgdc.

Art. 810.

Het hier gegeven voorschrift is van openbare orde, zoodat bij verzuim vau nakoming der formaliteiten de eisch ook ambtshalve moet worden niet-ontvankelijk verklaard.

Arr.-ll. Hrcda v..... 1888, \\. 5(574. Vermel, onk arl. S21,

aant. 2.

Art. 820.

I. Aild. De presidiale beschikkingen blijven van kracht, totdat de Rechtbank over de onderwerpen, daarbij geregeld. heeft voorzien.

Arr.-R. Alkmaar v, 13 .laiuiari ISS7, W, 51()S, waarbij nnn' werd aangenomen dat de Rechtbank wel degelijk bevoegd is in die beschikkingen wijzigingen te brengen.

101

ocr page 387

Art 861.)

5. Igt;e lloclit.hiink is nirt bi'voe^il otn te liesiissen dintrciit ccm eiscli tot afgifte aan de vrouw van iiu goederen tot luiar ilagelijkrieli gebruik liostenui.

Arr.-R. Middribiirg, v. 33 April 1885, VV. 5230 , ook vennold sul) art. 83I-.

(». Tegen de hier bedoelde beschikkingen is geen verzet toegelaten.

Arr.-K. 'sllngf v. 3 Nov. 1 SS5 , VY. 5348.

7. 1 gt;e president kan, op verzoek van den man, de vrouw met gelasten eene andere woning te betrekken.

Waar geene aanwijzing oiutreut eene andere woning gescbiedt, wordt eene bescliikking omtrent de kinderen overbodig

Pres. bcsch. Alkmaar, v. 35 Nov. 1885, VV. 52!ll ; anders Reehtl). Arnliem, 31 April 1 SU 1 , \V. 2591.

Art. 821..

ó. Niets belet dat .le hier bedoelde ineid'- oie vorderingen worden ingesteld bij de conclusie van eisc! - .e ten principale wordt ge-iioineu.

Arr.-R. Middclbing v. 33 April 1885, VV. 5230.

Art. 855.

2 .1 ild. liet is geoorloofd om bij «le conclusie van antwoord een middel van niet-ontvankelijkheid op te werpen , waarvan bij het verzoekschrift tot gratis admissie geen melding is gemaakt, mits de i/roiulen, waarop het steunt, daarin waren gesteld.

Arr.-R. Middelbun; 14 .lun. 1885 , VV, 5198. In doi zeilden zin als bij air. v. 19 .hm. ISfiC. werd beslist bij vonnis Arr.-R. 1 treclit v Mei 1889, VV. aSP.), waarbij nog werd aangeuonien dat,

op die andere vordering niet kan worden recht gedaan , omdat de eonelnsie van eisch niet trezegeld is, doch dat liet gemis van zegel van de dagvaarding geen bezwaar zou maken, omdat dat stuk geregis-

Monografie ovrr dc/.i-n titel: inr. (i. lifouwcr .Izn. „ Anneiireclitquot; Leiden 1885.

102

ocr page 388

{Art 875.

An. 8(31.

2. Zie ten betooge dat waar de tegenpartij verklaart zich tegen het verzoek niet te verzetten, alsdan de rechter dit niet mag afwijzen, immers hem dan hoogstens een onderzoek naar het onvermogen is toegestaan.

Mr. H. J. van Leeuwen in W. 5552,

Ah. 8'52.

6. Add. Zie wijders ten betooge dat in cas van dit art. de wederpartij van den verzoeker de volkomen ongegrondheid te bewijzen heeft, en wei alleen door schriftelijk bewijs —

Mr. II. Verkcmteren in W. 5432 //Mengelwerkquot;. Zie daartegen Mr. 15. tjimons in VV. n0 5434; en naar aanleiding daarvan «een ond practicusquot;, in VV. t. z. p. Zie weder Mr. Verkouteren in \V. 5440 //Mengelwerk.quot; Vergelijk ook over het verhand van de artikelen S55, 8') 1, S(i2 en Si)-/, Mr. A. Heemskerk in Vhfinis I SS'.l, blz. 245 en vlg

Art. SG8.

2. Add. Zie over de vraag of de a Iministratiën van dagbladen jure coustitueudo moeten worden gedwongen kosteloos noodige ad-vertentiën op te nemen.

Mr. O, P. \ reede in \V. 5353 en 5365, en de Redactie van het VV. in nquot; 53f!I en n0 5365.

Art. 87.').

2. Idem bij arr. v. 19 Oet. 188S, VV. 5667, II. d. CL § 10; v. d. II. I!. li. dl. LfV j). 2C.I5 en vlgde.

i. De vergunning om zich kosteloos op de ingestelde vorderino-te verdedigen bevat in zich de bevoegdheid om zulks te doen bij wijze van reconventie.

Arr.-li. Maastricht, v. 6 .lull I8S6, W 5373.

ocr page 389

/ O s G

Art. 897 )

Art. 887.

2. lu strijd niet, dit artikel is het verzoek tot schorsing der ten uitvoerlegging van het vonnis hangende het verzet.

Arr.-R. Zierikzee, v. Jan. 18SS, W . 5543.

Art 897.

2. Zoolang de boedel van den in staat van kennelijk onvermogen verklaarde niet door de Rechtbank is insolvent verklaard , is deze onbevoegd om eene door den curator getroffen dading goedtekeuren

Arr.-R. Alkmaar, 17 Hec. 1881-, W. 5185.

NU. Hij staat van kennelijk onvermogen komt geene insolventverklaring te pas. (W. v. R. Bz.)

7

ocr page 390

-

ocr page 391
ocr page 392
ocr page 393

Bij de Uitgevers dezes zijn verschei Mr. A. A. DE PINTO. ONTWERP W E ï BOEK

^^VAN

burgerlijke rechtsvordering.

s. quot; - • quot; ' ■

-Boek I—V Prijs: f ().2.r).

J. VAN DEn'hüNERT Thz.,

F O R M U L I E R B- O ;E K

DEK ONHEI.'SCHEIDENK AKTEN DKirOiMfEXDE TOT DE

B U RG K R LI J X K R E C TI TSVORl) E RIN G.

herzieu, omgewerkt en vermeerderd door Mr. J. Heemskerk Az.

3e druk, aangevuld door Mr. G. Bklinfante.

Prijs: ing. ƒ 10, gch. in linnen band ƒ 11.

Mr C. P. K. WINCKEL.

FORMULIERBOEK burgerlijke ?f^hts¥orderliö

NEDEKLAKDBOH-INDIK.

Prijs: ing. f ICv g^k in lederen .hand'ƒ 20. • .

Mrs. L. J. VAN OPPEN enU C. SASSÈ.

\ •

nederlandsche rechtslfteratuur.

Prijs der 5 deelen ingenaaid . . . . ƒ 3ó._

Gebonden in 5 heel linnen hanlt;len - 38.25

gt;1 „ 1 half lederen band . - 10.—

:gt; )gt; 2 ,, „ handen - 42.50

s-Gravmlmpp. — Gf^rnit jilj Ocbr. Brlh.ftfntPv roorh. t A. D. HrhfiikM.