ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

VERLOREN GELOOF

ocr page 4
ocr page 5

VERLOREN GELOOF

DOOR

FREDERIC BRETON

Werp niet, eer 't Bchitt'rend toortslicht straalt,

De kaars veracht'lijk op den grond!

Zeg van geen oude leer: Zij faalt.

Voor gij een nieuwe beet're vondt.

Ibsen's Brand.

AMSTERDAM H. J. W. BECHT

ocr page 6
ocr page 7

INHOUD.

VOORSPEL.

Hoofdstuk Bladz.

I. Professor en Pelgrim .................1

II. De moderne wonderdoener......................16

III. Een evangelist van den vooruitgang.......33

VI. Op den Calvariënheuvel en later..................50

V. Tegenstrijdigheden................................65

EERSTE DEEL.

DE INVLOED VAN EEN VERWANTE ZIEL.

I. Een hartewensch vervuld........................85

II. Een gesprek en een waarschuwing........104

III. Moedersmart................120

IV. Drie mannen en een vrouw...........138

V. Een onweder.................154

VI. Ivar's overwinning..............173

VII. Een nacht en een morgen...........191

VIII. Christina's pleidooi...............202

IX. Naar Noorwegen...............220

ocr page 8
ocr page 9

HOOFDSTUK 1.

PROFESSOR EN PELGRIM.

Het toeval had gewild dat professor Calvin Mortimer Christina Mostyn voor het eerst bij een bruiloft ontmoette.

Hij was toen een jonge doctor van acht en twintig, zij slechts een kind van tien of elf jaar. Hij sloeg natuurlijk weinig acht op de toevallige ontmoeting, maar het meisje herinnerde zich die haar geheele leven, omdat zij het begin vormde van een langzaam verliezen harer illusies, iets, waartegen zij zich voortdurend met hartstochtelijke, doch vruchtelooze geestkracht verzette. De ontmoeting had plaats bij gelegenheid van het déjeuner dinatoire na het huwelijk harer oudste zuster met Everard Ince, erfgenaam van het gelijknamige Katholieke baronetschap. Als vriend van den bruidegom, bevond Calvin Mortimer zich onder de genoodigden.

Bruiloftsfeesten zijn niet altijd even feestelijk, en de meeste gasten waren dankbaar voor de aanwezigheid van den oom der bruid, pater Mordaunt, den priester, die het huwelijk ingezegend had. Hij was een vroolijk geestelijke, minstens evenzeer tehuis in de

VERLOKEN GELOOF. I. 1

ocr page 10

2

zaken van deze wereld als men veronderstelde dat hij het in die van de andere was, en met zijn onverbeterlijke blijmoedigheid en amusante, zij het ook wat ouderwetsche, anecdotes slaagde hij er in, alle mogelijke aandoeningen, zelfs van de moeder der bruid, terug te dringen.

Evenals iedereen, schepte Mortimer veel behagen in den kostelijken drogen humor van den geestelijke, en groot was zijn verwondering, toen na het vertrek van het jonge paar de kleine Christina, een der bruidsmeisjes, in het salon bij hem kwam en fluisterend vroeg of oom niet een slecht priester was.

„Een slecht priester!quot; riep de doctor. „Lieve Hemel, kind, hoe kom je aan dat denkbeeld?quot;

„Hij heeft champagne gedronken!quot; antwoordde de kleine, met zulk een uitdrukking van afschuw dat Mortimer onwillekeurig lachen moest.

„De wereld zou nog goddeloozer wezen dan zij reeds is, indien iedere priester, die wijn dronk, noodzakelijk slecht moest zijn!quot; antwoordde hij. „Pater Mordaunt verschilt niet van andere geestelijken, waarom denk je dan dat hij slecht is?quot;

Het meisje schudde haar kopje met al den ernst der onschuld.

„Ik weet het niet,quot; sprak zij, „maar hij rookte een sigaar in de serre, en dat is bepaald slecht. Priesters behoorden zichzelf te kastijden, in plaats van sigaren te rooken en champagne te drinken.quot;

„Misschien doet hij de beide laatste dingen wel

ocr page 11

als zelfkastijding,quot; veronderstelde Mortimer. „Wellicht heeft hij een afkeer van tabak en wijn.quot;

„Misschien! Daaraan heb ik nog nooit gedacht! O, maar ik zie wel dat gij het zelf niet gelooft, gij knipoogt en lacht mij uit.quot;

„Eerlijk gezegd: ja. Indien je denkt dat ieder sterveling, die rookt of wijn drinkt, slecht is, doe je beter, je geheele leven in het klooster te blijven, waarvan je thans de school bezoekt.quot;

„Ik zal nooit in een klooster gaan,quot; antwoordde Christina, ietwat peinzend. „Daartoe ontbreekt mij de roeping. Ik ben veel te beuzelachtig en houd te veel van genieten — dat is te zeggen, ik bedoel geen vermaken, maar mooie dingen, zooals muziek en boeken. Onlangs ging ik naar de kapel vun het Karmelietenklooster; als boetedoening mogen de nonnen slechts op drie noten zingen, doch dit klinkt als de weening en knersing der tanden uit den Bijbel. Indien ik werkelijk goed was, zou ik gaarne van het genot, dat mooie muziek mij verschaft, afzien; zooals ik nu ben — zou het mij heusch krankzinnig maken als ik lang naar die nonnen luisteren moest.quot;

Mortimer fronste het voorhoofd bij de gedachte dat men een kind met zulke verdraaide begrippen van goed en kwaad opgroeien liet, en gaarne had hij het zijne gedaan om daarin verbetering te brengen; hij werd echter juist door een dame van zijn kennis naar een ander gedeelte van het vertrek geroepen. Hij vergenoegde zich dus met te zeggen:

ocr page 12

4

„Laat mij je één raad geven, Christina. Geloof niet alles alleen omdat een priester of een non het beweert. Tracht voor jezelf de waarheid te ontdekken! Wat waar is, kunnen wij zelf aan het licht brengen, wat niet waar is, is voor ons van geen belang.quot;

Vol ontzag keek het kind hem aan. Den zin der woorden verstond zij niet, doch als gevleugelde zaadjes vonden zij den weg tot haar gemoed, waar zij, evenals deze, eens zouden ontkiemen en tot rijpheid komen. Dit was de eerste ontmoeting tusschen Calvin Mortimer en Christina Mostyn.

Voor de tweede moeten wij tien jaar overspringen en van Londen naar een andere en zeer verschillende pelgrimsplaats reizen. Op zijn acht-en-twintig-ste jaar noemde men Calvin Mortimer reeds een aanstaand man van beteekenis, op zijn acht-en-der-tigste was hij dit werkelijk en nog professor op den koop toe. Doch juist in dien tijd trad er bij hem een dier reacties in, welke de natuur als wraakmiddel bezigt tegen hen, die al te stoutmoedig den sluier harer geheimenissen willen opheffen.

„De hersenen zijn gelijk een akkergrond,quot; sprak een van Mortimer's collega's, die zich gaarne van beeldspraak bediende. „Zoo nu en dan moeten zij eens braak liggen, zullen ze haar voortdurende vruchtbaarheid behouden.quot; Zoo kwam het dat de professor zich op een mooien voorjaarsmorgen in den sneltrein naar Noord-Wales bevond, en met al

ocr page 13

den spoed, waarover een samengestelde-hoogdruklocomotief beschikken kan, een kieine verpoozing zocht na den inspannenden arbeid.

Daar hij zich eenigszins voor archeologie interesseerde, stapte hij te Holywell uit met het plan de beroemde kapel der Heilige Winfriede en de ruïnes van Basingwerk te bezoeken. Beide bevonden zich volgens zijn reisgids in de nabijheid van het station. Hij was ook van zins naar een van de kolenmijnen van Bagillt of Point of Aire te gaan, teneinde proefnemingen te doen in verband met een theorie over koolwaterstofgas, die hij gemaakt had.

Dit laatste plan had intusschen nog geen bepaalden vorm aangenomen en was eenvoudig een uiting van het wetenschappelijk geweten, dat zich moeilijk met het vooruitzicht eener totale werkeloosheid verzoenen kon. Het vooruitstreven was den professor te lang gemakkelijk gevallen dan dat hij zich in stilstaan zou kunnen schikken. Wanneer hij, wat hij gaarne deed, over de vermeerdering der kennis en de reuzenschreden der moderne wetenschap sprak, duidde zijn flikkerend oog voldoende aan dat de vooruitgang Calvin Mortimer onder de ijverigste zijner discipelen telde.

Doch juist die ijver had hem het voortzetten zijner taak physiek onmogelijk gemaakt, hij had tijdelijk rust noodig, al hoopte hij ook daarmede de een of andere bezigheid te verbinden.

Na in zijn hotel gegeten te hebben, wandelde Mortimer den steilen heuvel af; halverwegen naar

ocr page 14

6

beneden staat de oude grijze kapel, door de vrome moeder van koning Hendrik VII gebouwd op de plek, waar volgens de oveiievering het afgeslagen hoofd der Britsche maagd ter aarde viel, en, evenals de staf van Mozes, een heilige bron ontspringen deed, waaraan het plaatsje Holywell (heilige wel) zijn naam dankt.

Naar beneden gaande, zag Mortimer rechts van den weg een groot gebouw liggen, boven welks deur het woord Hospitium geschilderd was.

„Wat is dat voor een gebouw?quot; vroeg hij een voorbijgaanden arbeider.

„Een tehuis voor arme pelgrims,quot; luidde het antwoord. „Zij, die aan de bron genezing zoeken, kunnen daar voor een shilling per dag kost en inwoning koopen. Wie te arm is, behoeft niets te betalen.quot;

„Komen hier dan nog pelgrims — in dezen tijd?quot;

„Zeker. Verleden week kwamen er driehonderd uit Manchester, bovendien is er nog een gezelschap uit Shrewsbury, met den bisschop aan het hoofd.quot;

Mortimer begon er plezier in te krijgen.

Toen hij het ijzeren hek wilde doorgaan, dat den toegang tot de kapel en de bron afsloot, vroeg men hem of hij een pelgrim was.

„Hoezoo?quot; luidde zijn wedervraag aan de oude vrouw, die bij het hek stond en de kleine passage als winkeltje voor den verkoop van photographieën, portretten der heilige, rozenkransen en dergelijke voorwerpen gebruikte.

ocr page 15

„Als gij een pelgrim zijt, hebt gij, evenals de andere, vrijen toegang,quot; sprak de deurwachtster. „Bezoekers moeten echter twee pence betalen.quot;

„Ik dacht dat het vrij was. Wat wordt uit die gelden bestreden? De zoogenaamde restauratie?quot;

„Neen, mijnheer! Dergelijk geknoei zou een plaats als deze bederven. Doch het gebouw behoort aan de gemeente, en het kerkje boven wordt als school van de Church of England gebruikt. De paters hebben echter de kapel en de bron ten behoeve van de Katholieken gepacht, en met de twee pence wordt de pacht gedeeltelijk betaald. Het zou een schande zijn als zulk een heilige plek in andere handen viel.quot;

„Zeker, zeker,quot; zei Mortimer goedig, terwijl hij zijn penningske offerde en de uitgesleten trappen, die naar de kapel en het bassin voerden, afdaalde.

Het was een prachtige avond, de laatste zonnestralen verguldden de toppen der hoornen en het hooger gelegen kerkje, terwijl de kapel reeds in een schemerachtig duister verzonken lag. De grauwe booggewelven en pilaren straalden echter in het gele licht van vele waskaarsen, en het kabbelende water weerkaatste nu en dan een vluchtig lichtstraaltje in de stoffige hoekjes van het dak, hier een vermolmde kruk, ginds een half vergane draagbaar beschijnend, door de kreupelen en lammen als teeken hunner veronderstelde genezing achtergelaten. Op het plaveisel om de wel wemelde het van menschen, alle standen en leeftijden waren

ocr page 16

8

vertegenwoordigd, van den net gekleeden deftigen man in den bloei zijner jaren tot den ouden blinden bedelaar, die in een hoekje zijn paternosters bad; van de in het wit gekleede schoolkinderen, die brandende waskaarsen in de hand hielden, tot de modieuse matrone, die voor deze enkele maal scheen te vergeten dat haar buurvrouw slechts een vrouw uit het volk was.

Het kostte Mortimer moeite een plaats te vinden, en al zoekende meende hij te droomen of zich door een wonder in een land als Spanje verplaatst te zien, waar de gemoederen nog voor allerlei bijge-loovigheden vatbaar zijn. In een hoek stond een altaar met het beeld der Heilige Martelares, omringd door waskaarsen en vazen met bloemen. Voor het altaar lagen een priester en zijn misdienaren neergeknield, en gedurende de litanie hoorde men het telkens weder invallende: „Ontferm TJ onzerquot; en „Bid voor onsquot;. Mortimer voelde een snaar in zijn gemoed trillen en herinnerde zich de dagen zijner jeugd, toen hij ook om ontferming gebeden had met hetzelfde blinde vuur, dat thans de lieden om hem heen bezielde. Doch de herinnering verflauwde en hij schudde haar af, hij wist immers dat zijn zenuwgestel verslapt en meer dan gewoonlijk vatbaar was voor zinnelijke indrukken. Toch moest hij bekennen dat het tooneel wel geschikt was om op gevoelige gemoederen indruk te maken — de gelaatstrekken van al die menschen, door het flikkerende kaarslicht beschenen, hun verschillende houdingen,

ocr page 17

9

de kalme gedaante van den bejaarden geestelijke in zijn wit koorkleed, de zwarte gestalten der nonnen tusschen de schoolkinderen met hun mousselinen jurkjes, beneden het borrelende water en boven het donkere gewelfde dak, en achter de schaduw van het altaar de verstrooide bouwvallen van een ouden molen of fabriek, die zich tegen den bleeken, geelachtigen hemel helder afteekenden, — dat alles vormde een schouwspel, dat men niet licht vergat. Toen de litanie geëindigd was, speelde een der nonnen op een harmonium, terwijl de pelgrims de hymne der Heilige Winfriede aanhieven:

Rijk heeft Natuur de Britsche maagden

Gezegend met lieftalligheid,

Maar schooner gaven schonk de Hemel De heil'ge maagd van Holywell.

Hoe meen'ge kruk, nu overbodig,

Hoe meen'ge draagbaar, thans onnut.

Getuigen van haar gunst aan kranken, — Beschamend twijfelzucht en spot.

De uitwerking van het gemengde koor was niet onaangenaam en de eigenaardige melodie der hymne bleef Mortimer dagen lang door het hoofd gaan, zoodat hij zich tot zijn ergernis telkens op het onwillekeurig fluiten of neuriën van het deuntje betrapte. Na den lofzang vertoonde de priester een reliquie van de Britsche Maagd, voor welke de pelgrims in aanbidding neerknielden, en daarop plaatste de geestelijke zich bij het ijzeren traliewerk om de bron; aan dit traliewerk was een kan

ocr page 18

10

bevestigd, om het water te putten. Een non en een vriendelijk uitziende oude dame traden naar voren met een meisje, dat zij half droegen, tusschen zich in.

„Ach, die arme juffrouw Mostyn !quot; sprak een vrouw in Mortimer's nabijheid. „Het is zeker beter voor haar dat zij lijdt, anders zou zij reeds lang genezen zijn. want zij hebben haar dikwijls genoeg hier gebracht. Hun volharding is echter bewonderenswaardig. Kijk eens hoe het arme kind zich kruist!quot;

Het meisje hief met de linkerhand haar rechterarm op en maakte daarmee op voorhoofd, borst en schouders het teeken des kruises. Haar rechterzijde was klaarblijkelijk geheel verlamd. De priester prevelde eenige gebeden, terwijl de non haar vingers in een kan met welwater dompelde en de zijde van het meisje besprenkelde.

„Welk een wreede spotternij!quot; dacht Mortimer. Het wreede was natuurlijk slechts een quaestie van opvatting, doch de spotternij sprak naar Mortimer's oordeel als vanzelf, want de toediening van het water had geen resultaat, en het meisje werd on-genezen naar haar plaats teruggedragen.

Inmiddels waren de kaarsen op het altaar uitge-bluscht en begonnen de pelgrims zich te verwijderen. Mortimer bleef dralen, verdiept in zijn onderzoek van de architectuur der kapel en in een berekening, hoeveel gallons water per minuut de bron, die het voorwerp van zooveel vereering was, wel uitwerpen zou.

ocr page 19

11

In deze beschouwingen werd hij gestoord dooiden priester, die voor de pelgrims gebeden had, een kleine, vroolijke man met grijs haar en levendige oogen.

,Calvin Mortimer?quot; zei de priester vragend.

„Pater Mordaunt?quot; antwoordde de ander. ,,Ik meende u aan het altaar te herkennen, doch het schemerachtige licht deed mij twijfelen. En kent gij mij nog? Ik moet meer veranderd zijn dan gij. en wij hebben elkander in geen acht jaar gezien.quot;

„Het gelaat van een beroemden professor is natuurlijk beter bekend dan dat van een eenvoudig priester; bovendien kunt gij er op aan dat een sluwe Jezuïet niemand vergeet, met wien hij eens een gesprek gevoerd heeft.quot;

Mortimer glimlachte.

„Welk een verschrikkelijke krachtverspilling!quot; merkte hij op, met een blik naar de bron. „Gij zoudt er de geheele stad bijna zonder kosten elec-trisch mee kunnen verlichten.quot;

„Het beekje verschaft beweegkracht aan vijf molens, voor het in de Dee stroomt, en voorziet het geheele lager gedeelte der stad van drinkwater. quot;

„Wel zoo. Ik dacht niet dat gij zoo iets toeliet. Is het geen heiligschennis?quot;

De priester lachte vroolijk.

„Weer een bewijs, welke bekrompen begrippen gij, verlichte mannen, aan ons, arme, bijgeloovige Katholieken toeschrijft. Wij verachten het natuurlijk

ocr page 20

12

nuttige niet, omdat wij ook in het bovennatuurlijk nuttige gelooven. Doch wat brengt u hier? Gij zijt niet precies wat men een pelgrim noemt!quot;

„Nieuwsgierigheid, anders niets! Ik ben op reis naar Carnarvonshire om berglucht, ozon enzoovoort te zoeken.quot;

„Een gevolg van overwerken?quot;

Mortimer knikte, en, als ware het onderwerp hem onaangenaam, vroeg hij plotseling: „Wie was dat verlamde jonge meisje, dat naar de bron gesleept werd? Is het niet een beetje wreed haar aldus met een vergeefsche hoop te vleien?quot;

Het speet hem de vraag gedaan te hebben toen pater Mordaunt antwoordde: „Dat was mijn nichtje Eileen, de jongste dochter van mevrouw Mostyn. Herinnert gij u mevrouw Mostyn nog? Ge zijt immers op Lady Ince's bruiloft geweest? Eileen's zuster, Christina, vroeg mij dezer dagen of gij dezelfde waart als professor Mortimer, die in de Koninklijke Academie een verhandeling over kiemcellen heeft gehouden. Zij wist wel niet wat kiemcellen waren, doch uw naam kende zij nog zeer goed. Maar kijk, daar komt zij zelf aan, zeker om mij over mijn treuzelen te beknorren; ik logeer voor een paar dagen bij mijn zuster en ga voor het einde van de week weer naar Saxonhurst. Wel, Christina, is Mama boos dat ik haar met het souper wachten laat? Hier is een oude kennis van u, — professor Mortimer! quot;

Mortimer was allesbehalve met de ontmoeting ingenomen, hij kreeg onverkwikkelijke visioenen

ocr page 21

13

van geslobkouste en in Schotsche reispakken stekende toeristen, die over niets dan bergklimmen spreken en intusschen in de bekoorlijkste valleien en lommerrijkste plekjes steeds om de jonge dames heen huppelen. Aangenaam werd hij dus getroffen door de hartelijke wijze, waarop juffrouw Mostyn hem de hand toestak en zeide : „Het doet mij genoegen u weer te zien, mijnheer Mortimer.quot;

Vooral dat mijnheer deed hem goed, want hij had er een hekel aan om, zooals hij het noemde, „geprofessord te wordenquot;. Professor was zulk een hatelijk woord; het beteekende zoowel een Duitsch philosoof als een goochelaar of een kwakzalver op een boerenkermis. — Het meisje, de professor en de priester verlieten te zamen de bron en wandelden tot aan den weg naar Pantasaph den heuvel op.

„Gij moet mijn zuster morgen komen opzoeken, het zal haar zeker genoegen doen,quot; sprak pater Mordaunt, eer zij afscheid namen.

„Ja, doe dat!quot; met deze woorden ondersteunde Christina zijn verzoek. „Het is niet erg beleefd tegenover u, doch wij zijn iedereen dankbaar, die eens wat afwisseling brengt in het eentonige familieleven. Wij kwamen hier voor Eileen's gezondheid en zijn thans een halfjaar te Pantasaph geweest, zonder dat wij meer dan een half dozijn bezoeken gehad hebben. Onze villa heet Deeside en ligt aan dezen weg, ongeveer een halve mijl van hier. Zij heeft een torentje met een gebroken weerhaan.quot;

„Die met den wind van iedere leer meewaait,quot;

ocr page 22

14

voegde haar oom er met een glimlach aan toe.

„Dat slaat op mij,quot; verklaarde Christina, „omdat ik een paar boeken over het Boeddhisme gelezen heb en aan oom vroeg of wij niet aan zielsverhuizing geloo-ven mochten. Het zou mij zoo toelachen, na mijn dood in een vogel te veranderen.quot;

„De quaestie verdient overweging!quot; sprak Mortimer. „Wie weet of de conventioneele engelen geen getransfigureerde vogels zijn.quot;

De priester trachtte ernstig te kijken, doch moest ondanks zichzelf lachen.

De vroolijkheid werkte aanstekelijk, en Mortimer wandelde bepaald opgeruimd naar zijn hotel terug. De koffiekamer was echter ongezelliger dan hij verwachtte, en tot zijn verwondering moest hij telkens aan het aanstaande bezoek te Deeside denken. Deze verwondering werd ergernis toen hij, te bed liggende, het beeld van een meisjesgezicht met twee donkere oogen uit de duisternis zag oprijzen, dat hem voortdurend met een vragende uitdrukking aanstaarde. Zoo iets was hem nog nooit overkomen, en hij beschouwde het als een teeken dat zijn zenuwen meer in de war waren dan hij gedacht had. Voorzeker, hij had aan slapeloosheid geleden, doch zijn brein was dan met geheel andere droombeelden dan het zachte levende vleesch van een vrouwegezicht vervuld geweest. Hij stelde echter in dit geval evenveel belang als in de duistere quaesties van zijn beroep, en hem bezielde ook thans de oprechte wensch, den patiënt te genezen of wel een onderzoek

ocr page 23

15

post mortem te mogen instellen, teneinde de oorzaak der kwaal op te sporen. Welk een aangename ontspanning voorzag hij in een onderzoek uit de eerste hand van de geheimzinnige natuurwetten der sexueele aantrekking!

ocr page 24

HOOFDSTUK 11.

DE MODERNE WONDERDOENER,

In den loop van een gesprek, dat eenige dagen later tusschen mevrouw Mostyn en haar broeder plaats had, noemde de laatste Calvin Mortimer een struikelblok voor de theorie van die Christenen, welke beweren dat een hooge trap van zedelijkheid en een totaal gebrek aan godsdienstig geloof onver-eenigbaar zijn.

„En wat denkt gijzelf, Charles?quot; vroeg de oude dame.

„Ik houd ze wel voor vereenigbaar. Intellectueele trots is een veel sterker macht dan de lust des vleesches, en iemand, die godsdienstloos, doch daarom nog niet ongodsdienstig is, gooit, om het zoo te zeggen, zijn eigen vensterruiten in, als hij de zedenwetten schendt. Natuurlijk is het met den gewonen mensch, die minder reden heeft om zich op zijn verstand te verheffen, anders gesteld, voor hem is de breidelende invloed van den godsdienst een behoefte, doch de werkelijk intellectueele heeft te veel respect voor zijn eigen natuur om zich te verlagen.quot;

„En de dichters dan?quot;

ocr page 25

17

„Dichters zijn veel meer menschen van het gevoel dan van het verstand. Gij vindt die twee dingen zelden in één natuur vereenigd; bovendien moet gij niet vergeten dat dichters, meer dan mannen van de wetenschap, voor godsdienstige invloeden vatbaar zijn. Iedere dichter houdt er een soort van godsdienst op na. Neen, zoolang men nog op een man door zijn aandoeningen werken kan, wanhoop ik niet aan zijn bekeering. Slechts wanneer iemand zich in materialistischen zin op het standpunt der bloote rede stelt, beschouw ik het geval als nagenoeg hopeloos.quot;

„Geeft gij eigenlijk het pleit niet gewonnen, wanneer gij den godsdienst louter als een emotie beschouwt ?quot;

„In zijn uitingen is de godsdienst hoofdzakelijk een gevoelsquaestie. Doch daarmede behoef ik het pleit nog niet gewonnen te geven. Waarom zou men de kennis van materiëele zaken hooger schatten dan de vatbaarheid voor gewichtige emoties, waarom aan een stelling van Euclides meer waarde toekennen dan aan een groot kunstwerk ?quot;

„Doch wat heeft dit alles met professor Mortimer te maken? Denkt gij dat men op hem door zijn aandoeningen kan inwerken, en dat Christina. . , .

„Ik denk niets bepaalds, doch het schijnt mij dat Christina een invloed ten goede zou kunnen uitoefenen. Zij heeft geen roeping voor het klooster, wie weet of zij niet een groot werk in de wereld verrichten kan ? Gij betreurt dit en hebt altijd gehoopt

VERLOREN GELOOF. I. 2

ocr page 26

18

dat zij den sluier aannemen zou, doch bedenk eens, liefste, welk een heerlijke genade het zou zijn, wanneer een man als Mortimer door middel der menschelijke liefde de waarheid leerde inzien Vele menschen denken ten onrechte dat de goddelijke genade zich slechts in gebeden en dergelijke erkend zaligmakende dingen openbaart, terwijl zij m werkelijkheid alles doordringt, zelfs het kwaad, zoo wij het slechts konden inzien. Zij is gelijk de ether, die, zooals professor Mortimer u zou zeggen, door het heelal suist evenals de wind door het gebladerte, en overal licht, warmte, geluid, ja waarschijnlijk zelfs het grondbeginsel van het leven verspreidt.

„Ge zijt zeer welsprekend,quot; sprak de zuster van den priester met een glimlach, die echter door een zucht gevolgd werd, toen zij voortging: „Veronderstel eens dat in plaats van hem te mfluenceeren Christina door professor Mortimer geïnfluenceerd wordt. Ge weet, zij gaat zeer ver in haar beschouwingen.quot; , -VT- 4. *

„Ja! Maar niet in Mortimer's richting! Niet m

zijn richting. Ik ben niet bang dat zij een mate-

rialiste worden zal.quot;

Mevrouw Mostyn zuchtte, zij was een e ma e

rialistische moeder, om de gevaren niet te bespeuren die aan het oog van haar broeder, den geestelijken vader van Christina, ontsnapten. Zij aarzelde evenmin haar vrees kenbaar te maken doch ontdekte gelukkig een tekst, luidende dat het geslacht der kinderen dezer wereld meei

ocr page 27

19

wijsheid bezit dan de kinderen des lichts. Zij vond hierin aanleiding, zich naar de omstandigheden te schikken en te bidden dat haar voorgevoel niet mocht bewaarheid worden.

Intusscben bleef Calvin Mortimer, bijna tegen zijn wil, te Holywell, en kwam hij iederen dag op villa Deeside, tot groot genoegen zoowel van Christina als van haar gebrekkige zuster Eileen. De ziekte van deze wekte niet alleen zijn sympathie, doch ook zijn beroepsijver op, en hij koesterde het denkbeeld, een daad van menschelijkheid te verrichten, welke tevens de wetenschap tegenover het bijgeloof in het volle licht plaatsen zou. Waar klaarblijkelijk noch de ontelbare gebeden, noch de vele besprenkelingen met Holywell-water iets hadden kunnen uitwerken, daar wilde hij een genezing tot stand brengen. Men vermoedde dat het meisje aan gedeeltelijke verlamming leed, doch Mortimer waagde de veronderstelling dat haar ongesteldheid louter een hysterisch karakter droeg en door de angstige teederheid der moeder bevorderd en verergerd was.

„Geloof mij,quot; sprak hij op zekeren dag tot mevrouw Mostyn, „indien gij er haar toe krijgen kondt zich een beetje meer in te spannen en niet zoo bevreesd te zijn voor vermoeidheid, zoudt gij haar een grooten dienst doen. Dat voortdurende liggen verzwakt, en zal juist aanleiding geven tot iets, wat gij wenscht te genezen. Het meisje gelooft dat zij gebrekkig is en verliest zoo het vertrouwen in haar kracht. Ons eerste doel moet zijn, dat vertrouwen

ocr page 28

20

te herstellen, wij moeten haar aan zichzelf ontrukken, haar in andere dingen, bij voorbeeld vroolijk gezelschap en studie, belang doen stellen. Het isr volgens mijn oordeel, totaal verkeerd geweest, haar naar dit vergeten hoekje te brengen, waar alle aandacht zich bij haar eigen kwalen bepaalt. Ook moet gij mij niet kwalijk nemen, maar al die godsdienstige drukte, die leer van berusten enzoovoort, zijn, van een physisch standpunt beschouwd, af te keuren. Zij verminderen de levenskracht! En dan zou ik het in plaats van met de St.-Winfriede-bron eens met een batterij van Farady willen probeeren!quot;

„Wat heb ik u altijd gezegd, moeder?quot; zei Christina. „Gij zijt zelf zoo akelig berustend en nu meent gij dat een ander het ook moet zijn. Doch wanneer men zich niet tegen de bezwaren verzet, hoe zal men ze dan ooit overwinnen? Natuurlijk,quot; vervolgde zij bij het zien van een verwijtenden blik in de oogen harer moeder, „bedoel ik niet dat berusting niet uitstekend is als ons niets anders overblijft, en natuurlijk is het gebed een voortreffelijk middel, maar zelfs oom zegt dat het niet altijd verhoord wordt op de wijze waarop wij het wenschen of verwachten, en misschien wordt het wel op een eenvoudige wijze vervuld indien wij mijnheer Mortimer's raad opvolgen. Eerst na alle andere geneeswijzen beproefd te hebben, kunnen wij een wonder verwachten. En wij wenschen toch slechts Eileen's beterschap, om het even hoe!quot;

Wel vreesde mevrouw Mostyn dat zij, als zij de

ocr page 29

21

toevlucht nam tot een natuurlijke geneeswijze, blijk gaf van een gebrek aan geloof in de bovennatuurlijke inmenging, die zij met zooveel volharding gezocht had, doch voor de overredingskracht van Mortimer en Christina moest zij ten slotte zwichten.

Met de nieuwe behandeling werd onmiddellijk een aanvang gemaakt, en reeds na weinige dagen kwam er in Eileen's toestand zulk een verbetering dat haar moeder er bijna van schrikte. „Het schijnt werkelijk alsof God haar aan des vijands handen overlevert,quot; schreef zij aan haar broeder, die naar Saxonhurst, het Jezuïeten-seminarium, teruggekeerd was om zijn colleges in de natuurwetenschappen te hervatten. En Pater Mordaunt antwoordde:

„De wetten der natuur zijn de wetten Gods, en de wetenschap is de natuurlijke theologie!quot;

Mevrouw Mostyn was gerust, en legde van dat oogenblik af de aangroeiende vriendschap tusschen Christina en Mortimer geen hinderpalen in den weg. Deze twee werden door het gemeenschappelijke genezingswerk bijna dagelijks te zamen gebracht. Zij beraamden de rijtoertjes en pic-nics, die thans de bezoeken der zieke aan kerk en bron vervingen; zij bedachten de spelletjes en charades, die het meisje des avonds moesten bezighouden. Mevrouw Mostyn keek slechts toe en bad dat alles „ ten beste mocht zijnquot;. Eindelijk kwam er een dag dat zij niet langer aan het verhooren barer gebeden twijfelen kon: Eileen was zoo ver hersteld dat zij in staat was zonder hulp uit te gaan.

ocr page 30

22

„Waar wilt gij het eerst heen?quot; vroeg Mortimer. „Het bosch is niet te ver. Gij zoudt er kunnen uitrusten en van het gezicht op de Dee genieten.quot;

Eileen zag haar moeder aan, doch mevrouw Mostyn zweeg, ofschoon een bijna droevige trek op haar gelaat kwam.

„Mij dunkt, mijnheer Mortimer,quot; sprak het meisje, „dat mijn eerste gang een kerkgang behoort te zijn om voor mijn genezing dank te zeggen.quot;

De uitdrukking van verlichting, die zich 'op het gelaat der moeder vertoonde, was zóó sprekend dat zelfs Mortimer die waarnam en tegelijkertijd respecteerde.

Zij gingen dus naar de kerk, mevrouw Mostyn en Eileen voorop en Christina en Mortimer achter hen aan.

„Wilt gij ook niet binnenkomen?quot; vroeg Christina, toen zij de deur bereikten. „Het wachten buiten zal u vervelen.quot;

„Een ietwat armzalig motief om een kerk binnen te treden, vindt gij niet, juffrouw Mostyn? Uw moeder zou zich maar ergeren.quot;

„O, neen! Het zal haar zeker genoegen doen. Wie weet welk een invloed het op u heeft!quot;

Mortimer glimlachte en volgde het meisje in het kerkgebouw. De diepe rust, die er heerschte, de stille heiligenbeelden, symbolen van de geestelijke behoefte der menschheid, de brandende lamp voor het altaar, een voorstelling van 's menschen nooit verflauwende hoop, dit alles versterkte hem in zijn

ocr page 31

23

opinie van Rome's kerk en deed hem erkennen dat de uitwendige rust der plaats wel geschikt was een inwendige rust aan het gemoed te schenken.

Een psychologisch verdoovingsmiddei zou hij het willen noemen, zoo niet de ernst, waarmede de drie vrouwen haar gebeden verrichtten, deze vergelijking ongepast deed schijnen.

Mevrouw Mostyn wischtesteelsgewijseenige tranen uit de oogen; welk een zenuwachtig gestel moet zij hebben, dacht Mortimer, dat zij, zelfs zonder den prikkel der muziek of andere uiterlijke invloeden, zoo vatbaar voor aandoeningen is. Eileen kweet zich van haar vrome plichten met den geloovigen, kalmen eenvoud der jeugd, bij het heengaan fluisterde zij Mortimer naïef toe: „Ik heb u natuurlijk in mijn gebed herdacht.quot; Doch het meest van allen trok Christina zijn aandacht. Zij bad met meer ernst dan haar moeder en zuster, doch het was de ernst der inspanning, als moest zij zich met geweld een gevoel van vroomheid opdringen, dat niet als vanzelf over haar wilde komen.

Dien avond werd er te Deeside muziek gemaakt, en bespeelde Christina haar viool. Welk een onderscheid tusschen Christina, de musicienne, en Christina, de vrome; het schenen twee verschillende menschen te zijn. Als musicienne was het meisje één en al vuur en emotie, en haar oogen namen een droomerige uitdrukking aan, alsof zij geheel andere klanken hoorde dan die, welke door de trillingen van haar instrument werden voortgebracht. Te gelijk met de

ocr page 32

24

vioolsnaren, schenen ook haar sterk gespannen zenuwen bespeeld te worden, zoodat deze met iedere beweging van den strijkstok, met iederen toon,

vroolijk of ernstig, als het ware meetrilden. Thans geen sprake van inspanning als bij het gebed in de kerk. Meisje en viool schenen één, zoo voortreffelijk harmonieerden zij te zamen. Kwam er op het gelaat der speelster een droevige of peinzende trek,

onmiddellijk gaf de viool deze verandering aan door een passage vol weeklagende, slepende tonen.

Ontlokte een snellere beweging van den strijkstok een vroolijke melodie aan de snaren, die hup- j pelde en parelde als een bergstroom, met pizzicato's om het water na te bootsen, wanneer het spattend over de ondiepe steenachtige bedding schiet, dan flikkerden en glinsterden haar oogen als een kabbelend watervlak in het zonnelicht, en om de hoekjes der half geopende lippen kwamen als door een tooverslag schalksche rimpeltjes, gelijk lachende ■ najaden, die verstoppertje spelen. Dit spel was geen schitterende kunst, het was een opwelling.

Toen Christina eindigde, vroeg mevrouw Mostyn aan Mortimer of hij van muziek hield. Als Mortimer jonger geweest was, had hij in één adem de waar- /

heid en een beleefdheid kunnen zeggen, door te ;

verklaren dat hij zich meer voor de speelster dan voor het spel interesseerde. Hij was echter een te bezadigd man voor dergelijke complimenten;

oprecht en zonder te vleien sprak hij:

„Vroeger hield ik veel van muziek, en ik heb

ocr page 33

25

er mij zelfs een tijdlang krachtig op toegelegd en de leer van harmonie, contra-punt en al het overige bestudeerd. Hoe meer ik echter van de theorie leerde, des te minder bekommerde ik mij om de practijk — zeker omdat ik, wetende hoe een stuk gespeeld moest worden, altijd ontevreden was over de wijze van uitvoering. Ik vond het veel aangenamer een partituur te lezen en haar samenstelling te ontleden dan haar te hooren voordragen.quot;

Christina lachte.

„Die verschrikkelijke moderne methode om alles T te analyseeren en met het ontleedmes aan te tasten!quot;

riep zij. „Het verbaast mij dat de muzikale microbe nog niet ontdekt is en het aantal omwentelingen, waarmede zij een geluidsgolf voortbrengt. En wie was uw lievelings-componist, mijnheer Mortimer?quot;

„Over 't geheel Bach, denk ik,quot; zei Calvin.

„Tk houd niet van Bach, hij is mij te koel en te regelmatig!quot;

„Dat trekt mij juist in hem aan. Het bestudeeren van een zijner fuga's is als het uitwerken van een rekenkunstig vraagstuk. Het is een echt intellectueel genot.quot;

„Met het gevoel heeft het zeker niets te maken,quot; J. zei het meisje schouderophalend. „Het idee om

muziek en wiskunde met elkaar te vergelijken! Ik heb een afschuw van wiskunde, ik heb kleuren noodig, en licht en warmte, iets, dat mij doortrilt en mij aan mijzelf ontrukt! Ik verfoei dat indeelen van alles naar een systeem, daarom kon

ocr page 34

26

ik ook nooit leeren teekenen, geloof ik. Ik wou altijd schilderen vóór ik perspectief kende. Wel, al die lijnen, hoeken en berekeningen jagen immers alle bezieling op de vlucht. Doch gij doet uzelf onrecht aan, mijnheer Mortimer; met zulke begrippen, als gij beweert er op na te houden, hebt gij onmogelijk muziek kunnen studeeren. De echte essentie der muziek is het schoone.quot;

„En de essentie van het schoone is orde!quot; voegde Calvin er aan toe.

Christina was door de opmerking getroffen en vond niet dadelijk een antwoord.

„Wat gij daar zeidet, doet mij genoegen,quot; sprak mevrouw Mostyn glimlachend. „Christina's ergste gebrek is het onstelselmatige in haar karakter. Met dat zij slordig is, doch zij schijnt te denken dat men beter doet zijn ingevingen te volgen dan vooraf iets te beramen. Zij maakt nooit plannen!'

„Dat behoeft ook niet!quot; hernam het meisje. „Ik heb immers een goed oud moedertje, dat zich den geheelen dag daarmee bezighoudt, evenals Penelope met het spinnen van haar weefsel.quot;

„En wat zult gij doen, als die goede oude moeder geen plannen meer voor u maken kan?quot; vroeg mevrouw Mostyn.

„Mijzelf verliezen, denk ik,quot; antwoordde de dochter.

„Tenzij gij een anderen gids vindt!quot; laschte de professor in.

Hij sprak geheel onder den indruk van het oogenblik en zonder nevenbedoeling, doch Christina

ocr page 35

27

bloosde en op dat oogenblik rees de gedachte aan een nieuwe, volstrekt niet onaangename mogelijkheid bij Mortimer op.

Mevrouw Mostyn echter keek ernstig.

„Christina zal altijd één leidsman behouden, hoop ik,quot; sprak zij, „met Hem behoeft zij niet bevreesd te zijn, welk een woede de afgrond ook om haar spille.quot;

Dat was de zuivere tale Kanaans, doch tevens, gelijk Mortimer duidelijk bemerkte, een oprechte opwelling van moederlijke bezorgdheid, meer nog voor het geestelijk dan voor het stoffelijk welzijn van haar kind. Hij respecteerde dit gevoel, en bedwong de vraag of het niet even gevaarlijk was het geloof tot gids te nemen als de reis op eigen verantwoordelijkheid te wagen. Naar huis gaande, dwaalden zijn gedachten af naar dien anderen gids, die volgens zijn gezegde Christina eens den weg wijzen kon. Een blozend meisje verstond onder zulk een gids natuurlijk een echtgenoot, en hij kon het haar niet euvel duiden dat zij tot een gevolgtrekking gekomen was, die de meeste meisjes als een soort van einddoel beschouwen, al is het in werkelijkheid slechts een begin. Over de ernstige mogelijkheid van een huwelijk had hij nog niet nagedacht, doch hij beschouwde zichzelf als de oorzaak van Christina's blos, en onwillekeurig gaf dit hem een aangename gewaarwording. Over het koesteren van illusies omtrent de liefde was hij reeds lang heen, en hij wist te veel van huidweefsels en dergelijke zaken om aan toevallige verschijnselen als schoonheid van

ocr page 36

28

lichaam en gelaat eenig gewicht te hechten. Van een physiologisch standpunt achtte hij gezondheid in een vrouw een eerste vereischte, ja, hij beschouwde het zelfs in mannen en vrouwen als een misdaad, tot de voortplanting van hun ras bij te dragen, als aan een der beide kanten de kiem van een ziekte bestond. Dat gezondheid en schoonheid meestal gepaard gingen, was een geluk voor hen, die de laatste bewonderden, en een bewijs te meer voor de volmaakte symmetrie van de wetten der materie, welke iedere vereenigbaarheid van het voortreffelijke en het leelijke buitensloten. Het huwelijk was een gezonde voltooiing van het physieke leven, en in dezen zin niet afkeurenswaardig, al had hij het tot nu toe te druk gehad om zichzelf in dien staat te begeven. Doch de jaren spoedden zich voort en er viel nog veel te doen, en hij zou waarschijnlijk nooit weder in de gelegenheid zijn, de zaak ernstig onder de oogen te zien, wanneer hij dit ijdele leventje opgegeven en zijn plaats in den grooten stroom der vooruitstrevende beschaving hernomen had. Zijn gezondheid was gedurende het korte verblijf te Holywell veel verbeterd, en hij was geneigd dit gedeeltelijk aan den weldadigen invloed van vrouwelijk gezelschap toe te schrijven. „Het is niet goed dat de mensch alleen zij,quot; deze waarheid had de oude kroniekschrijver, die haar te boek stelde, zeker aan de ervaring ontleend, en Mortimer achtte het zeer wel mogelijk dat het gezelschap eener vrouw het noodzakelijk tegenwicht zou vormen voor een

ocr page 37

29

te grooten studieijver met de lastige gevolgen daarvan. De goden hadden hem een korte verpoozing van den strijd geschonken en Christina Mostyn bestemd om hem het drukkende van den ledigen tijd niet al te zwaar te doen gevoelen; moest hij zich thans niet de gelegenheid ten nutte maken en de hoop, in haar blos uitgesproken, verwezenlijken, door zich haar als gids en echtgenoot aan te bieden ? De blos der gezondheid lag haar op de wangen, en haar bevallig voorkomen en innemende manieren zouden zijn huis aantrekkelijk maken voor de vrienden, die hij gewoon was te ontvangen.

Koude overwegingen, voorwaar, van een man, die op het punt stond een liefdeband aan te knoopen!

Toch zou men Mortimer onrecht aandoen als niet erkend werd dat hij Christina Mostyn gaarne mocht, niet slechts op de algemeene gronden, hierboven ontwikkeld, maar ook omdat zij Christina Mostyn was en als zoodanig van de types verschilde, onder welke hij gewoon was de vrouwen te rangschikken. Het was gemakkelijk de sekse te generaliseeren, doch Mortimer had nooit een der leden in het bijzonder bestudeerd en kon zich wel eens vergissen, wanneer hij aan Christina meer individualiteit dan aan andere vrouwen toekende. Hij beschouwde haar als een geringe afwijking van een organisme, in zijn hoofdvorm zóó eenvoudig, dat het de moeite van het bestudeeren niet waard was; zijn wetenschappelijke onderzoekingen hadden hem echter

ocr page 38

30

moeten leeren dat de meeste organismen er eenvoudig uitzien, tot men ze aan ontleedmes en microscoop onderwerpt, en dat zelfs deze werktuigen zonder een geoefend oog niet te gebruiken zijn.

Terwijl Calvin Mortimer zich aldus in wetenschappelijke bespiegelingen over het hofmaken verdiepte, schreef de goede mevrouw Mostyn met opgewekt gemoed aan haar broeder: „Ik begin het verstandige van uw leer der Genade in te zien. Voorzeker, het was geen toeval, dat professor Mortimer zijn schreden naar Holywell richtte, de beterschap van Eileen schrijdt voorwaarts en geeft alle hoop, van blijvenden aard te zullen zijn. Dit hebben wij aan Mortimer's behandeling onder Hoo-gere leiding te danken, mijn gebeden zijn alzoo niet vruchteloos geweest. Natuurlijk zijn ze dit nooit, doch ziehier een directe vervulling, tevens een wonderbaarlijke beschikking, die niet slechts de genezing van een lichaam, doch ook die eener ziel teweegbrengt. Op verzoek van Christina, ging de heer Mortimer heden met ons ter kerk, het zou dus een zich verzetten tegen de Voorzienigheid zijn, als men de vriendschap, waarover wij gesproken hebben, iets in den weg wilde leggen!quot;

De moeder schreef dezen brief nadat haar beide dochters zich naar boven ter ruste begeven hadden, zij was dus geen getuige van de volgende kleine schermutseling tusschen de zusters.

ocr page 39

31

„Er is één ding dat mij in mijnheer Mortimer niet bevalt!quot; sprak Eileen.

„Wat is dat?quot; vroeg het oudste meisje.

„Zijn naam. Die heeft zulk een echt protestant-schen klank!quot; t

„Wat blief je? Mortimer?quot;

„Neen, zijn voornaam! Ik las dien op zijn kaartje bij het eerste bezoek, en vreesde werkelijk dat ik een hekel aan hesm zou hebben, al was het ook zijn schuld niet. Calvin! Die naam doet zoo denken aan den onverzettelijken hervormer van Genève!quot;

„Het woord heeft een krachtigen klank,quot; zei Christina.

„Een oproerigen, bedoelt ge.quot;

„Niet alle verzet is ongerechtvaardigd. Bovendien zie ik niet in, waarom protestant een scheldnaam moet zijn. Men heeft het recht om te protesteeren tegen iets wat men niet billijken kan. En er waren misbruiken, zelfs in de kerk!quot;

„Alleen maar bij de individuen!quot;

„De kerk bestaat uit individuen.quot;

„Maar Christina, ik verbaas me. Ge neemt de partij van de ketters op.quot;

„Dat doe ik niet, ik verdedig slechts mijn voorliefde voor den naam Calvin. Hij schijnt bij een zoo sterke en verstandige persoonlijkheid te passen.quot;

„Sterk? Ja! Verstandig, tot op zekere hoogte. Vindt ge hem niet kleingeestig, Christina? Niet in een slechte beteekenis, doch er zijn zooveel dingen, waarvan hij geen begrip heeft, bij voorbeeld: gevoel.quot;

ocr page 40

32

Zoo sprak Eileen, en Christina bestreed dit oordeel des te heviger, daar zij gevoelde dat het niet geheel ongegrond was. Zij had de kloosterschool slechts voor de halve afzondering van Holywell verlaten, mannen had zij nagenoeg niet ontmoet, terwijl zich in haar natuur een sterke neiging tot het aanbidden of vereeren van iets openbaarde. Een Hooger Wezen had tot nu toe over den geheelen schat van haar eerbied en liefde beschikt, en zij had zich aan dat Wezen hartstochtelijk vastgeklemd, doch door het geweld, hierbij zichzelf aangedaan, zag zij er zich ten slotte slechts verder van verwijderd. Thans aanschouwde zij met jonge oogen, hunkerend naar geluk, de schoonheid van het leven, en kruiste een ander wezen haar weg, in welks oogen zij met de hare lezen, wiens hand zij met haar hand vatten kon. Het visioen, aan zijn zijde te leven, trok haar machtig aan, en zij was overtuigd dat het eens werkelijkheid worden zou. Zij had zich van haar Messias een ietwat ander denkbeeld gevormd, doch Calvin zou wellicht nog voortreffelijker zijn, daar hij zoo verstandig was en zooveel zelfvertrouwen bezat.

ocr page 41

HOOFDSTUK III.

EEN EVANGELIST VAN DEN VOORUITGANG.

Zij hadden halverwegen den hoogen steilen heuvel heklommen, die als het ware de verlenging is van een eigenaardige insnijding in het gebergte, welke onder den naam van Pennyball Street bekend staat. Zoowel Eileen als haar moeder waren vermoeid, en ook Mortimer en Christina was een klein oponthoud om adem te scheppen niet onwelkom.

Aan hun voeten lag het enge dal met de grijze huizen van Holywell, gehuld in de avondschemering en in een mist van kouden blauwen rook. De nevels schenen echter door een behendig kleurenschilder opzettelijk aangebracht om de gloeiende tinten, in welke zich het laaggelegen land aan gene zijde der Dee baadde, des te beter te doen uitkomen. Kwistig zond de reeds ter kimme neigende zon haar laatste stralen over het landschap uit, en het scheen den wandelaars van hun verheven plekje, als ware de rivier een zacht beekje van azuur, kronkelend over een veld van goudlaken. Zelfs de juweelen ontbraken in dit borduurwerk der natuur niet, want de vensters aan den oever van Cheshire glinsterden in de

VEELOKES GELOOF. I. 3

ocr page 42

34

zonnestralen als diamanten. Oostelijk achter de roode wallen van Chester was de dampkring helder, voor zoover hij niet reeds bedekt werd door de schaduwen van de naderende duisternis, waaruit zich de flauwe omtrek van de Piek van Derbyshire nog even verhief. In het noordoosten hing als een lijkkleed een zware wolk rook.

„Welk een smet op het landschap!quot; sprak Christina. „Het is een schande dat die verschrikkelijke mijnen en fabrieken zoo het tooneel mogen bederven.quot;

„Bederven zij het?quot; vroeg Mortimer. ;;Ik voor mij ben van een andere meening! Het zijn blijken van werkzaamheid en vooruitgang. Ik zou niet begee-ren den dag te zien, dat hun fornuizen uitgebluscht werden, tenzij de electriciteit andere krachten verschafte. quot;

„Welk een verschrikkelijke utiliteits-leer houdt gij er op na!quot; sprak het meisje.

„Mijnheer Mortimer heeft gelijk, Christina,quot; lichtte mevrouw Mostyn toe. „Hij heeft een dieper inzicht in de dingen. Hij laat zich niet door het bekoorlijke van het landschap medesleepen, doch denkt aan de zwoegende menschen, die over het land daar beneden verspreid zijn, en hoe verschrikkelijk het zou wezen, indien zij van het werk, door die fabrieken verschaft, beroofd werden.quot;

Mortimer glimlachte.

„Juffrouw Mostyn is nog jong genoeg om illusies te hebben en den mooien buitenkant van het gewaad te bewonderen, zonder aan de gescheurde voering

ocr page 43

35

te denken. Prettig als men dat doen kan, vindt gij niet, mevrouw Mostyn ?quot;

„Prettig misschien, doch verstandig niet, omdat het leidt tot een vergeten van de werkelijkheid des levens.quot;

„Moeten de jongeren dan voor de bekoring, de ouderen voor de ellende van het leven de oogen sluiten?quot;

„Er bestaat een middenweg,quot; sprak mevrouw Mostyn ernstig.

„Toe, laat ons wat voortmaken,quot; viel Christina hen in de rede, „anders komen wij te laat aan den top om de zon achter de heuvelrijen van Snowdon te zien ondergaan. Een geluk dat er westwaarts geen mijnen of fabrieken liggen, waarover gij disputeeren kunt.quot;

„Ga gij dan maar met mijnheer Mortimer vooruit,quot; sprak haar moeder. „Eileen en ik zijn vermoeid, wij komen u langzaam achterop of wachten hier tot gij terugkomt. Ik had den zonsondergang ook gaarne gezien, doch deze heuvel vergt bijna te veel van mijn krachten, en ik acht het voor mijzelf beter om hier te blijven. Dikwijls denk ik dat menig schoon schouwspel ons slechts gegeven is, opdat wij ons het genot er van leeren ontzeggen.quot;

Christina was reeds te ver weg om het laatste gedeelte van mevrouw Mostyn's rede te verstaan, en de moeder zuchtte.

„Ik wenschte dat het kwelduiveltje van het bezit de arme Christina wat minder in zijn macht had,quot;

ocr page 44

36

sprak zij tot Eileen. „Zelfs toen zij nog een klein meisje was, kon zij nooit iets zien, of zij moest het hebben ook.quot;

„Misschien zal de bevrediging barer verlangens haar de ijdelheid daarvan leeren inzien, moeder.quot;

„Ik hoop niet dat gij een profetes zijt, Eileen!quot; antwoordde mevrouw Mostyn.

Intusschen had Calvin Mortimer Christina ingehaald, en haastten beiden zich naar den vlaggestok, die op den top van den heuvel geplaatst was. De weg splitst zich hier in tweeën, de noordelijke tak verdwijnt in een voetpad, de zuidelijke voert langs eenige landhuisjes naar het lager gelegen dorpje Brynford. Tusschen de twee aldus gevormde armen strekt zich, in den vorm van een driehoek, een moerasvlakte uit, die zijn toppunt vindt in een kleinen aardwal, waarop een gedenkzuil is aangebracht. Om den gedenksteen is de grond gelijkgemaakt en met kiezel bestrooid, en van het op die wijze ontstane terras heeft men een onbelemmerd uitzicht naar het zuiden en het westen.

„Hoe heerlijk frisch en versterkend is de lucht hier,quot; merkte Christina op. „Daar beneden in Holywell gevoel ik mij altijd als in een hol, behalve wanneer de wind noordelijk of oostelijk is, en dan is het precies een schoorsteen.quot;

„De lucht is inderdaad opwekkend,quot; antwoordde Mortimer. „Zij heeft een smaakje van de zee.quot;

„Natuurlijk! Wij zouden ter hoogte van Rhyl de zee kunnen zien, indien die heuvel daar afgegraven

ocr page 45

37

was. Ik ben maar blij dat geen uwer utiliteits-mannen het werk ter hand genomen heeft, want ik geloof niet aan een verbeteren der natuur. Doch zeg eens, mijnheer Mortimer, was het u met die bewering omtrent fabrieken enzoovoort werkelijk ernst ? Houdt gij niet van de natuur?quot;

„Zeker doe ik dat! Dat is te zeggen, ik houd van frissche lucht en vergezichten en dergelijke dingen, doch ik kan mij de menschen niet begrijpen, die, over wat zij „effectenquot; noemen, zoo in verrukking geraken. De schoorsteen van een fabriek prikkelt mijn verbeelding veel meer! Konden de kunstenaars maar inzien dat een schoorsteen een werkelijk artistieke waarde bezit!quot;

Mortimer sprak deze woorden in scherts, de frischheid van de lucht en mogelijk ook de frischheid van het meisje bezielden hem ditmaal met een ongewoon jeugdig vuur. Christina vatte zijn gezegde echter in ernst op.

„Ik weet wat gij bedoelt,quot; sprak zij. „Het sombere trekt u aan. Ook ik werd, op een stormachtigen avond eenige weken geleden, door het schilderachtige van een oude mijn getroffen. Het licht der ondergaande zon was als bloedroode strepen, en de schoorsteenen en het raderwerk staken zwart tegen den karmozijnen achtergrond af. Zij schenen mij uitgerekte geraamten, en de stilstaande doffe plassen regenwater en hoopen ijzerslakken, door den gloed van het avondlicht bestraald, deden mij huiveren en gedachten aan misdaden en akelige geheimen bij mij opkomen!quot;

ocr page 46

38

Dit beeld had Mortimer met zijn toespeling op de artistieke waarde van schoorsteenen niet direct bedoeld, doch hij liet de uitlegging, die het meisje er aan gaf, voor wat ze was.

„Ik ben niet modern genoeg om van dergelijke gruwelen te houden,quot; vervolgde Christina. „Zij zijn te ziekelijk en maken mij bang. Ik houd van mooie dingen en toch ook van droevige; een zonsondergang bij voorbeeld brengt mij steeds in een peinzende en treurige stemming.quot;

„Ik zou mijzelf eerder van sentimentaliteit beschuldigen als ik in zulk een stemming geraakte, juffrouw Mostyn.quot;

Christina lachte en — fronste het voorhoofd. „ Ik zie dat gij mij voor den gek houden wilt, wacht echter daarmee tot wij thuis zijn. Gij zult het kinderachtig vinden, en ik weet zelf niet hoe het komt, maar een lucht als daarginds, waartegen zich de stille purperen bergtoppen afteekenen, brengt mij in een plechtiger stemming dan er in een kerk over mij komt.quot;

„De eerste plaats van aanbidding was als deze, en Z ij is waarschijnlijk de eerste godheid geweest,quot; zei Mortimer, naar de zon wijzend, die achter de heuvelen wegzonk.

„Ik zou een zonaanbidder kunnen zijn,quot; riep Christina. „Is het geen heerlijk gezicht?quot; Zij leunde tegen de zuil, den blik westwaarts gericht, en met ingehouden adem, als een zwemmer, die op het punt staat te duiken.

ocr page 47

39

Jeugd, die op de zee van het leven neerzag, — ziedaar een vergelijking, die echter bij Mortimer niet opkwam. Toch was hij niet zoo koel, of hij voelde zijn pols sneller jagen bij het gezicht van een lief meisjeskopje, stralend van hoop en gezondheid, en van de bevallige lijnen eener buigzame, welgemaakte gestalte, die tegen de rechthoekige omlijsting der zuil zoo voordeelig uitkwam. Hij schepte behagen in het denkbeeld, de pionier te zijn in het onontdekte gebied van dit vrouwenhart. Met dergelijke overpeinzingen kortte hij zich den tijd terwijl zij de zon zag ondergaan.

„Ik kan de ondergaande zon den rug niet toedraaien voor ik er alles van gezien heb!quot; sprak zij. „Gij zult mij in vele opzichten erg kinderlijk vinden, vrees ik!quot;

„Ja, dat doe ik.quot;

„Inderdaad?quot;

„Ja! Ik zeg echter niet dat ik het kinderlijke afkeur.quot;

Christina veranderde plotseling van onderwerp met de woorden:

„Ik zou wel eens willen weten hoe de plaats aan den vreemden naam: Pennyball komt. Ik vind dien niets passend!quot;

Deze opmerking werd door een ouden wegwerker gehoord, die bezig was zoden aan te brengen en thans de spade neerlegde om de trappen naar het terras, waar Mortimer en Christina stonden, op te klimmen.

ocr page 48

40

„Ik kan u op dat punt inlichten, dame, als gij het verkiest,quot; sprak hij. Christina gaf een teeken dat zij luisterde.

„De naam is volstrekt niet Pennyball, dame. In vroeger tijden, toen de koningen van Wales hun residentie hadden te Caerwys, dat gij ginds in het dal ziet liggen, was deze plek een seinpost.

„Westwaarts ligt, zooals gij ziet, Caerwys, als gij u omdraait, kunt gij in oostelijke richting de muren van Chester zien. Op dezen heuvel nu was een lange paal opgericht, en wanneer de schildwacht het Saksische garnizoen de poorten van Chester zag uittrekken teneinde een inval in het gebied van Wales te doen, dan behoefde hij de legerhoofden te Caerwys slechts door een signaal van de nadering der vijandelijke troepen in kennis te stellen. Vandaar was de plaats bekend als Pen-y-Pole, de punt van den paal, doch toen de Saksen het land bezetten, konden zij den naam niet uitspreken en verbasterden het woord tot Pennyball.quot;

Mortimer interesseerde zich voor dit stukje folklore, direct uit den mond van een zoon van het land zelf, en deed hem verschillende topographische vragen, die alle vlot beantwoord werden. Intusschen had Christina zich omgewend en trachtte het opschrift van den steen te ontcijferen. Boven den datum en het verhaal der gebeurtenis, die tot de oprichting van het monument aanleiding gegeven had, waren in ongekunsteld Romeinsch schrift duidelijk de volgende woorden gebeiteld:

ocr page 49

41

Heb Dhuw Heb Dhim Duw a

Digon

De oude Walliser lachte vriendelijk toen hij bemerkte hoe Christina's aandacht door het randschrift getrokken werd.

„Wat beteekent het?quot; vroeg zij.

„Het is een oud spreekwoord! Heb dhuw heb dhim: zonder God, niets. Duw a digon: met God, alles. Nooit werd een waarachtiger woord gesproken, en ik ben er trotsch op, het voor u te kunnen vertalen.quot;

Mortimer beet zich op de lippen en voelde in zijn zak naar een shilling om den knappen vertaler te beloonen en tevens zijn stilzwijgen te koopen.

„Hoe jammer dat moeder niet hier gekomen is/' zei Christina. „Het is een spreuk naar haar hart.quot;

„Wordt het geen tijd om haar weer te gaan opzoeken, juffrouw Mostyn?quot; vroeg Mortimer.

„Ja waarlijk. Ik dacht er niet aan dat zij op ons wachtte. Zij zal trouwens wel met Eileen naar huis gegaan zijn, denk ik.quot;

Zoo sprekend was het meisje het terras afgesneld, terwijl Mortimer den arbeider een fooitje toereikte.

„Ik heb een hekel aan kwezelarij,quot; sprak hij, zich weder bij Christina voegend. „Daarom vroeg ik of het geen tijd van heengaan werd. Die man droeg zijn baard op zulk een schijnheilige manier geknipt

ocr page 50

42

en verdraaide zijn oogen zoo geweldig, dat ik een poging voorzag om ons over den tekst, dien hij vertaalde, een preek te gaan houden.quot;

„Het was toch een treffende spreuk! Ik heb haar voor moeder en Eileen op een stukje papier geschreven. Gelooft gij niet dat het gezegde waarheid bevat?quot;

,Neen. Met in den zin, waarin de meeste men-schen het zouden opvatten.quot;

„Gelooft gij dan niet aan God?quot;

„Ik weet niet of ik aan hem geloof en kan evenmin zeggen dat ik het niet doe. Het onderwerp gaat mijn bevatting en het begrensde menschelijke begripsvermogen verre te boven. Het begrip der godheid is door verschillende rassen en geloofsbelijdenissen in te veel verschillende vormen gedrongen, dan dat ik aan een bepaalden vorm mijn goedkeuring zou kunnen hechten.quot;

„Maar gelooft gij niet aan een toekomstig leven, mijnheer Mortimer ? quot;

„De hypothese is niet onaannemelijk; ik zie echter niet in waartoe men den eenen vorm van een dierlijk leven boven den anderen een soort van voortbestaan zou toekennen. Wij hechten zoo aan ons bestaan dat wij voor het denkbeeld van tenietgaan terugschrikken, een theorie van een leven na dit leven uitvinden en deze als waarheid verkondigen, gelijk wij het met zoovele dingen doen, die wij niet kunnen «bewijzen, doch die voor onze doeleinden passen of aan onze zwakheden te gemoet komen.

ocr page 51

43

Ik weet slechts wat ik waarnemen kan. Ik weet dat mijn bestaan aan zekere natuurwetten gebonden is; hoe meer wij omtrent die natuurwetten kunnen te weten komen, des te beter voor ons. Daarom wijd ik mij geheel aan het onderzoek van de verschijnselen, die mij helpen de kennis dier wetten te vermeerderen.quot;

„Maar.....quot; stamelde Christina, „zijn goed en

kwaad slechts uitvloeisels van een natuurwet?quot;

„Jal De wetten der natuur zijn de eenige absolute wetten. Ons overeengekomen zedelijk wetboek is in werkelijkheid slechts een code, door de maatschappij als de doelmatigste uitgezocht en ontstaan na eeuwen van opmerking en ervaring.quot;

„Dus het kwaad is slechts afkeurenswaard omdat het in de maatschappij niet past?quot;

„Juist. Met onzen gecompliceerden beschavingstoestand kan nu eenmaal geen individu kwaad doen zonder anderen in meerdere of mindere mate daarin te betrekken.quot;

Zij waren thans aan de plek gekomen waar zij mevrouw Mostyn en haar jongste dochter achtergelaten hadden, doch gelijk Christina veronderstelde, was het wachten haar te lang gevallen, en waren zij naar huis teruggekeerd. De hierdoor veroorzaakte afleiding van het gesprek was Christina niet onwelkom, het luisteren naar al die theorieën bekoorde haar, doch vermoeide haar tevens. H«^ gaf haar een gevoel alsof zij naar een hoogen berg opgezien en daarvan een stijven nek gekregen had.

ocr page 52

44

Toch was haar dat opzien aangenaam geweest en zij vroeg zich af of zij ooit de kalme, gevoel-looze hoogten bereiken zou, van welke Calvin Mortimer het leven scheen te overzien. Het werd steeds donkerder, en tusschen de verspreide grijze wolken begonnen reeds enkele sterren te schitteren toen beide wandelaars in de richting van Holywell den heuvel afdaalden. Tijd en omgeving deden die vage, poëtische stemming bij Christina ontwaken, waarvan zij zich nooit recht rekenschap kon geven, doch die een zachte uiting scheen van een inwendige vreugde en een besef van volmaking, onbereikbaar gedurende het bewandelen van den gewonen dorren levensweg. Sentimenteel werd zij echter niet, daartoe was de man aan haar zijde te oud en te nuchter. Voor zulk een gevoel was Mortimer trouwens wel het minst van alle mannen vatbaar, zelfs al wandelde hij met een jong meisje door een lieflijk avondlandschap. Wat hem bezielde, geleek meer den killen hartstochteloozen glans der sterren dan het warme schemerlicht van het bosch. Toch voelde Christina zich niet ongelukkig.

„Hebt gij nooit behoefte gevoeld aan God?quot; vroeg zij. „Nooit verlangd naar iets, dat, indien gij het machtig kondt worden, u geheel bevredigen zou — een soort van geestelijk instinct, door niets stoffelijks te bevredigen ?quot;

Mortimer glimlachte.

„Neen, voor zoover ik mij herinneren kan, niet, en ik zou het ook verkeerd achten, toe te geven

ocr page 53

45

aan behoeften, die onmogelijk voldaan kunnen worden. Geloof mij, om gelukkig en gezond te zijn, moeten wij ons leeren vergenoegen met het leven zooals wij het kennen.quot;

„Maar zijt gij voor uw eigene gevolgtrekking niet teruggeschrikt?quot;

„ Teruggeschrikt ? Neen. Het is beter tot een gevolgtrekking te komen dan te beweren een geloof te hebben, dat met onze eigenlijke overtuigingen in strijd is.quot;

„Hebt gij dan de zaak bestudeerd, of wat hebt gij gedaan, mijnheer Mortimer ? Allerlei boeken, die ik gelezen heb, schenen mij nog meer van de wijs te brengen.quot;

„Dat spreekt vanzelf! Mets verbijstert zoozeer als onoordeelkundige lectuur. Beter te volharden in een bijgeloof dan besluiteloos te zijn,quot;

„Zelfs te volharden in een dwaling?quot;

„Zelfs in een dwaling, voor zoover slechts het individu daarbij betrokken is. Ik voor mij lees alleen dat altijd geopende boek, het boek der natuur. Tien jaar geleden was ik practiseerend geneesheer en heb toen te veel van het leven gezien om de feiten met de theorie van den godsdienst in overeenstemming te kunnen brengen; ik bedoel niet slechts de physiologische feiten, maar ook het menschelijke leven, zooals het geleefd wordt, de nuttelooze verkwisting, de onverdiende ellende, de doellooze existenties, kortom, het dikwijls totaal onbeduidende er van.quot;

ocr page 54

46

„Maar is het wel in alles zoo onbeduidend?quot;

„Tot heden, ja. Doch wij hopen dat het niet altijd zoo blijven zal en daarom spreken wij van vooruitgang en houden wij vol. Het schouwspel van een man, die, al worstelend, zich van den laagsten trap tot een hooger ontwikkeld wezen verheft, een heir van zich verzettende krachten overwint en de natuur dwingt haar geheimen te ontsluieren, zulk een schouwspel is in mijn oogen veel indrukwekkender dan de opvatting als ware het ras onmiddellijk in zijn laatsten vorm geschapen, terwijl hieraan de leer wordt vastgeknoopt dat het aardsch bestaan slechts het bestaan van een oogenblik is en het werkelijke leven eerst na den dood begint. Plaats u op het standpunt der dogmatische religie, en de oorlogen, de dwaasheden en het bijgeloof van het men-schelijk geslacht zullen u kinderachtig en doelloos schijnen; als momenten in den strijd van een geheel geslacht om zichzelf op te heffen, worden zij echter de werkelijke sporten van de ladder der ontwikkeling. De godsdienst was een dier sporten, thans hebben wij een hoogere bereikt. Voor de groote meerderheid is godsdienst slechts zuivere conventie of een aangename gewaarwording.quot;

Christina duizelde. De moederaarde scheen haar onder de voeten weg te zinken en het was alsof zij in peillooze diepten staarde. Die onbegrensde en onbewoonde ruimten in het heelal, en geen almachtige hand om de ronddwarrelende wereldstelsels te besturen, — het was een verschrikkelijke gedachte, en

ocr page 55

47

nog vreeselijker scheen haar het menschelijke leven toe zonder een barmhartig rechter, die de weegschalen der gerechtigheid in het gelijk brengt! Doch deze zelfde vrees deed haar den man bewonderen, die zulk een staat der wereldorde aannemen kon zonder zich er door te laten afschrikken.

„Denkt gij niet dat de menschen zich zonder godsdienst gelukkiger zouden gevoelen?quot; vroeg zij.

„Neen, ten minste nu nog niet. Met het gevoel, als kracht ten kwade of ten goede, moet men rekening houden; bij menigeen is vrees voor het onbekende de eenige breidelende invloed, dien hij kent. Meer dan vroeger op den godsdienst, behoorde de wereld door een geleidelijke ontwikkeling op de wetenschappelijke waarheid te worden voorbereid, omdat de wetenschap streng is en geen illusies duldt. Bovendien heeft de godsdienst een sterke traditie en velen menschen ontbreekt het zonder hem aan het noodige zelfvertrouwen. Een werkelijk begrip van de wetenschap hebben zij niet; laten zij nu hun godsdienst glippen, dan gaat tegelijkertijd de zedelijkheid overboord. Een wetenschappelijk materialisme vereischt inderdaad veel meer karaktervastheid dan een onwetenschappelijke religie.quot;

„Ja,quot; stemde Christina toe. „Mij dunkt, het is zoo moeilijk, wanneer een onzer dierbaarste betrekkingen sterft, te moeten denken dat hij dan eigenlijk niets meer voor ons is dan het lichaam van een dood dier. Dat iemand, van wien men veel houdt, geen ziel zou hebben, laat zich niet gemakkelijk

ocr page 56

48

gelooven; van moedei- bij voorbeeld zou ik het mij nooit kunnen voorstellen en het verbaast mij dat gij het van uzelf gelooven kunt.quot;

„Waarom?quot;

„Omdat er mijns inziens geestkracht toe behoort tot de ontdekking van al die wonderen van het heelal te geraken en dan nog den moed niet te verliezen dergelijke resultaten, als waartoe gij gekomen zijt, onder de oogen te zien.quot;

Mortimer zweeg, hij vreesde te openhartig geweest te zijn en den schijn te hebben aangenomen, als wilde hij haar geloof ondermijnen. Toch is het aangenamer u een geestelijk intellect te zien toegekend dan wanneer men u vertelt dat uw hersenmassa meer gekronkeld is dan die van een ander individu; geest moge een verzachtende uitdrukking voor materie zijn, de verstandigste materialist zou het noode als een compliment opvatten, indien men, zijn geestesgaven beschrijvende, deze slechts een buitengewoon groot aantal werkzame hersencellen noemde.

Christina dacht intusschen aan een schoolvriendinnetje, op vijftienjarigen leeftijd gestorven, en hoe zoowel de nonnen als de meisjes de vaste overtuiging gekoesterd hadden dat haar sterven slechts was het binnentreden van een gelukkiger leven, waarin de ziel niet ophield hen, die zij op aarde achterliet, lief te hebben en in gebeden te herdenken. Zij dacht aan den lijkdienst in de kloosterkapel, aan de witte zinnebeelden der onschuld op de lijkkist, aan de vurige gebeden, dat de overledene zuster mocht

ocr page 57

49

gereinigd worden van de kleine onvolkomenheden, die haar gedurende het korte aardsche verblijf hadden aangekleefd, en mocht worden toegelaten in de tegenwoordigheid van den Eeuwige. Zij herinnerde zich de laatste woorden van het stervende meisje: „Voor Gods troon zal ik aan je denken, Tina.quot;

En bleef thans de liefde dier beminnelijke vriendin in niets anders voortleven dan misschien in de buitengewone pracht der op haar graf geplante bloemen ?

4

VERLOKEN GELOOF. I.

ocr page 58

HOOFDSTUK IV.

OP DEN CALVAEIËNHEUVEL EN LATER.

Wanneer mevrouw Mostyn omtrent Mortimer's invloed op Christina's godsdienstig geloof niet geheel gerust was, dan zou die vrees getemperd worden door het feit, dat Christina na de beklimming van den Pennyball-heuvel bijzonder devoot werd. Zij ging iederen morgen naar de mis en woonde vrij geregeld den dienst bij, die dagelijks aan de bron der Heilige Winfriede gehouden werd. Nog merkwaardiger was het dat Mortimer haar gewoonlijk op deze tochten vergezelde of ontmoette.

Hij zag de zaak helderder in dan mevrouw Mostyn, zijn menschenkennis deed hem die vroomheid in een geheel ander licht beschouwen, hij wist dat een eerbiedig gemoed zich nooit sterker vastklemt aan den geloofsvorm, waarin het grootgebracht is, dan wanneer het voelt, zijn geloof te zullen verliezen. Hij stelde in deze evolutie bijzonder veel belang, en betuigde Christina op bescheiden, rustige en eerbiedige wijze zijn sympathie, waarvoor zij hem dankbaar was en die het meisje op zijn bijzijn deed vertrouwen als op een staf, bestemd haar te

ocr page 59

51

steunen wanneer zij struikelen, en andere hulp haar begeven zou.

Op zekeren Zondagnamiddag reden de drie dames naar Pantasaph teneinde den dienst in het Franciscanerklooster, het voornaamste gebouw der stad, bij te wonen. Calvin wandelde den „bergquot; over, zooals de bewoners den heuvel gelieven te noemen, die Pantasaph van Holywell scheidt. Hij wilde mevrouw Mostyn en haar dochters na den dienst bij de kerkdeur ontmoeten en wandelde in den tus-schentijd op het kerkhof om het heilige gebouw heen en weer, tot een regenbui hem dwong, een schuilplaats in het voorportaal te zoeken. Daar luisterde hij naar het vespergezang der monniken, en kortte zich den tijd met zich in de middeleeuwen terug te denken. Dit viel hem niet moeilijk, want Pantasaph is een echt stukje middeleeuwen.

Aan den voet der met dennen bezette heuvels verheft zich een verwarde klomp van grijze kloostergebouwen met de schuren en werkplaatsen eener nijvere godsdienstige bevolking, die men op werkdagen met opgeschorte pij en gesandaalde voeten de naburige akkers kan zien bebouwen. Aan de eene zijde van het klooster ligt een oud-Engelsche tuin met een ri] bijenkorven langs den zonnigen zuidelijken muur, aan de andere bevindt zich de — vroeger Engelsche — kerk, een zwaar, laag gebouw met een toren, die op het kerkhof uitziet. De stilte van dit laatste vormt een groot contrast met den tuin, waar de bijen tusschen de bloemen gonzen. Door de poort

ocr page 60

52

van het kerkhof ziet men een lindenlaan, aan welker

einde eenige rood-gedakte Tudor landhuisjes, bewoond

door den portier en andere leeke-dienaars van het

klooster. De landhuisjes staan aan den straatweg,

en aan de overzijde van dezen bevindt zich een -ty

tweede geestelijk gebouw — een klooster en weeshuis

met een hooge kapel, die met haar luchtige vormen

een tegenhanger is van de massieve en sombere

Franciscanerkerk.

Het geheele tafereel paste niet recht bij het Engeland van het eind der negentiende eeuw, en de tegenwoordigheid van Calvin Mortimer strekte slechts om het zonderlinge van het tooneel nog te verhoogen.

Hij, een geleerd professor, een kind van den vooruitgang, staande tusschen grafkruisen, luisterend naar het gezang der Franciscaner broeders en verzonken in bewondering van de architectuur dei-belendende kloosterkapel, — inderdaad, men kon het als een levend voorbeeld beschouwen eener onderstboven gekeerde wereldgeschiedenis. Het humoristische van het geval trof hem, doch er was nog meer.

Hij wachtte op een vrouw, die als het ware in die middeleeuwsche atmosfeer grootgebracht was, en dacht er ernstig over, haar tot zijn echt- Jt

genoote te maken. Een satiriek Christen kon hier een opmerking geuit hebben over de eigenaardigheid om haar buiten de kerk tusschen grafsteenen op te wachten, doch de eenige, die hem hierover aansprak, was mevrouw Mostyn, en

ocr page 61

53

haar woorden waren te ernstig om spot te kunnen bedoelen.

„Het is jammer dat gij niet besluiten kondt binnen te gaan,quot; sprak zij, „voor den zegen waart gij nog niet te laat en het zou zeker indruk op u gemaakt hebben. Het is alsof men in een Katholiek land is wanneer men al die monniken en het saamgestroomde landvolk ziet, en de kerk zelf geeft met haar getemperd zacht licht zulk een gewijden indruk. Eerlijk gezegd, beklaag ik de arme menschen, die alle lasten des levens zonder den troost van den godsdienst moeten dragen, het lijkt mij zelfs vreeselijk toe, in een kerk te bidden, waar Christus niet door het sacrament tegenwoordig is.quot;

Een vriendelijk lachje kwam op Mortimer's gelaat.

„Het moet een groote weldaad zijn zoo iets te gelooven,quot; sprak hij. „Zoo groot inderdaad dat ik haast zou wenschen het ook te kunnen doen.quot;

Mevrouw Mostyn wierp hem een harer vriendelijkste blikken toe; de oude dame met haar welwillend gelaat had een vast geloof dat alle dingen ten goede werken, al doorspekte zij haar taal ook gaarne met godsdienstige zedenlessen. Aan dit optimisme was het waarschijnlijk toe te schrijven dat zij haar oudere dochter zonder bezwaar met Calvin Mortimer alleen naar huis liet wandelen, terwijl zij en Eileen reden.

„De beste weg voor ulieden is over den Calvariën-heuvel, gij gaat dan de bovenste poort uit en volgt

ocr page 62

54

het pad door het bosch, dat u vanzelf op den St.-Asaphweg brengt.quot;

Een korte wandeling langs den tuin met de bijenkorven voerde Christina en Mortimer naar den voet van den heuvel, door de broeders in een Calvariën-berg herschapen. De helling was zeer steil en dicht begroeid met dennen, laurieren en andere altijd groene boomen, het pad was echter zigzagsgewijze aangebracht zoodat het stijgen niet moeilijk viel en het gezicht over het landschap telkens ruimer en afwisselender werd. Bij iedere kromming van den wTeg was in een houten lijst een basrelief van gekleurd porcelein aangebracht, dat een der veertien tooneelen van de Via Dolorosa voorstelde.

„Het schijnt alsof gij en ik bestemd zijn de heuvels te beklimmen, terwijl wij moeder en Eileen aan den voet achterlaten,quot; sprak Christina.

„Misschien is het wel een symbool,quot; antwoordde Mortimer glimlachend.

„Voor u, doch niet voor mij. Zoo vooruitstrevend ben ik niet, mij boven mijn eigene moeder en zuster te willen verheffen. Waarom zou ik ook; vooral omdat ik niet weet wat ik op den top vinden zal, hetzij zinnebeeldig, hetzij in werkelijkheid.quot;

„Zijt gij hier dan nog niet geweest?quot;

„Neen, nooit. Ik houd niet van de plek, ten minste nu niet, in mijn tegenwoordige gemoedsstemming, die bij de afbeelding van al dat lijden niet past. Welk een contrast met de natuur! Hoor de vogels eens zingen na den regen, en zie die vochtige

ocr page 63

55

laurierbladeren eens glinsteren in de zon. De wereld schijnt werkelijk te schoon voor het lijden.quot;

Calvin glimlachte, hij had alle sympathie voor het jonge en gezonde physieke leven, dat zich instinctmatig verzette tegen den dwang, waarmede het aan lijden en dood herinnerd werd.

„Deze dingen zijn inderdaad dwaas en ziekelijk,quot; sprak hij. „Jammer dat men het groote publiek hier toelaat, tenzij het is om het te leeren inzien hoeveel ongezond gevoel er in het geloof schuilt.quot;

„O, zeg dat niet!quot; riep het meisje. „Gij maakt mij bang en brengt mij in den waan als zou ik niet langer gelooven wat men mij geleerd heeft. Ik moet ten minste veronderstellen dat gij dit van mij denkt. Toch houd ik het voor goed, zoo nu en dan aan het lijden herinnerd te worden, al is men daarvoor niet altijd in de rechte stemming. Doch ga thans mee naar den anderen kant van het pad om het uitzicht te bewonderen, wij behoeven al die tafereelen niet te bekijken! Zijn de bergen niet heerlijk? Zie eens, zou die daar de Snowdon zijn? Greheel de vorm van een ineengehurkt dier! Als Mama hier was, zou zij den puntigen voor den Snowdon houden.quot;

Mortimer onderwierp zich aan haar veranderlijk humeur, en te zamen beproefden zij de juiste namen te vinden voor de verschillende bergtoppen, welke zich uit de groote keten aan den westelijken horizon verhieven. Dat grillige in haar manieren beviel den professor niet erg, en de vrees bekroop hem of het

ocr page 64

56

ook een uiting kon zijn van een neiging tot verandering en van een gedurig haken naar het nieuwe, twee eigenschappen, die hem in zijn aanstaande vrouw minder welkom waren. Hij wist niet en zou het ook nooit willen erkennen, dat juist in de veranderlijkheid, die hij geneigd was te veroordeelen, het geheim school van het aantrekkelijke, dat Christina voor hem bezat. Zij had al de bekoorlijkheid van het onverwachte, en gaf hem gedurig nieuwe sensaties, die hem, evenals zoovele electrische schokjes, het trage bloed met jeugdiger vuur door de aderen joegen.

Toen zij den top bereikt hadden, sloeg Christina's stemming opnieuw om. Bij het beklimmen der laatste wending van den kronkelenden weg was het meisje zoo uitgelaten mogelijk en verdiepte zich al lachend in de groote ontdekking, die haar wachtte. Zij had moeten weten, waarin die ontdekking bestaan zou, en toch gaf het gezicht er van haar een schok, gelijk men dien ontvangt bij een wanklank in een muziekstuk. Op de spits van een grasheuveltje stond een groot in kleuren geschilderd kruisbeeld, de gedaante meer dan levensgroot en met huiveringwekkende natuurlijkheid het verheven lijden weergevende, waarvan zij het symbool was. De schaduw des doods rustte op het bleeke gelaat, en de oogen schenen levens-en lijdensmoede; doch de schuine stralen der ondergaande zon speelden om de glorie van het met doornen gekroonde hoofd en deden de aureola in gouden glans stralen. Aan beide zijden van het kruis stonden

ocr page 65

57

de gestalten van de bedroefde moeder en den apostel, dien Jezus liefhad. Christina sidderde en alle vroolijkheid op haar gelaat bestierf. Was dan die gehoopte ontdekking slechts een verheerlijking der smart?

„Laat ons gaan!quot; sprak zij op gedempten toon tot Calvin. „Het is als een verwijt en doet mij huiveren! Mijn eigen pogingen om het geluk te zoeken zouden mij bang maken. En toch trekt het beeld mij ook weer aan, als ware het de eenige oplossing van het levensraadsel, zooals men ons trouwens geleerd heeft. Zie, daar voeren een paar treden naar beneden, laat ons, nu wij toch hier zijn, ook maar alles zien.quot;

Zij ging vooruit en Mortimer volgde haar zwijgend.

De treden voerden naar een spelonk, aan welker uiteinde men een soort van gewelf in den vorm van een graf in de rots uitgehouwen had. In de spelonk zelf heerschte bijna geheele duisternis, alleen was in de zoldering een spleet aangebracht, waardoor een straal van wit daglicht op de gedaante, den eenigen bewoner van het gi-af, viel. Het beeld stelde een doode voor in liggende houding en gewikkeld in een doodskleed, dat de omtrekken der verstijfde ledematen ternauwernood aan het oog onttrok.

Christina leunde tegen het traliewerk voor het graf en blikte peinzend op de verschrikkelijke rust daarbinnen. Zij zuchtte, en zich met een hartstochtelijke uitdrukking op het gelaat naar Mortimer keerend, vroeg zij : „Is het dus waar, denkt gij, dat

ocr page 66

58

wij een lijdensweg bewandelen en den werkelijken eindpaal van het leven in den dood vinden? Waarom is de wijde wereld zoo schoon, waarom biedt het leven zooveel vreugde, als het einde hierin bestaat?quot;

„Van welken kant wij het leven beschouwen,quot; antwoordde Mortimer ernstig, „steeds vinden wij dat, voor zoover het individu daarin betrokken is, de vooruitgang met den dood eindigt. Doch gelijk ik straks zeide, mijns inziens is het ongezond en ontzenuwend, zich daarin te verdiepen. Wij moeten werken zoolang het dag is, gelijk uw predikers zeggen.quot;

„En het lijden! Moet iedereen lijden?quot;

„De meeste menscben doen het, doch ik zie het „moetenquot; er van niet in! Wij behooren ons niet overwonnen te verklaren, de handen over elkaar te vouwen en een verkeerd geduld bij onszelven aan te kweeken, dat eigenlijk slechts apathie is. Het eenige doel der wetenschap, vooral der medische, is de smart tot een minimum terug te brengen. Verminder het lijden en de ziekten van het lichaam, en gij zult tevens de zoogenaamde geestelijke kwalen verzachten. Zelfs de zoogenaamde zonde is slechts een uiting eener ziekte, al is deze ook zoo subtiel dat zij aan de waarneming der wetenschap tot nu toe kon ontsnappen. Tot nu toe, zeg ik, want wij gaan vooruit, steeds vooruit! En ziedaar het fun-damenteele onderscheid tusschen wetenschap en godsdienst. De godsdienst staat stil en predikt berusting in het bestaande kwaad, leerende dat dit

ocr page 67

59

onvermijdelijk is door 's menschen zondige natuur. Waar er van kwaad sprake is, kennen wij het woord onvermijdelijk niet. Wij zetten onze nasporingen voort tot aan den wortel der dingen teneinde zoo de oorzaak eener kwaal te ontdekken; met het vinden van deze heeft men het kwaad zelf reeds half genezen. Ook wij hebben onze apostelen en martelaren, en het is ons bij den arbeid slechts om het verminderen van het leed der menschheid, niet om een tastbare belooning hier of hiernamaals te doen. Wij wenschen het leven te verbeteren, dat wij kennen, en op dit gebied valt er genoeg te doen ; waarom zouden wij ons dan verder bekommeren over het denkbeeldige leven, dat wij niet kennen?quot;

Uit Mortimer's oogen straalde de gloeiende geestdrift voor de eenige zaak, die hem in vervoering kon brengen, de zaak van den vooruitgang. De energie en hoop van den levenden man vormden een groot contrast met de rust der in het graf liggende gedaante. Christina zag beiden beurtelings heimelijk aan.

„Het moet opwekkend en bezielend zijn, het leven van een standpunt als het uwe te kunnen beschouwen!quot; merkte zij op. „Men leert ons, dat wij behooren te wenschen om het goede te doen, terwijl g ij het werkelijk wilt doen. Het schijnt zich dus bij ons tot wenschen te bepalgn, gij, daarentegen, doet het. En toch — de dood is het eenige zekere van het leven.quot;

ocr page 68

60

Calvin schudde zijn hoofd en glimlachte.

„Kom, kom! Dat zijn verkeerde gedachten! Deze akelige vertooning drukt u neer ondanks uzelf, en er hangt hier een lucht als in een grafkelder. Zelfs iemand met een flegmatisch temperament zou het hier op zijn zenuwen krijgen. Laat ons naar buiten gaan, gij zult u weldra beter gevoelen als gij in het zonlicht zijt, de bloemen ruikt en de vogeltjes hoort.quot;

Christina lachte flauwtjes en volgde hem. Zijn vermoeden bleek juist te zijn; eenmaal verwijderd van de plek, die haar tijdelijk neergedrukt had, kreeg zij spoedig haar opgeruimdheid terug. Bij het betreden van het dennenbosch achter den kloostergrond, stond zij stil, terwijl zij met opgeheven hoofd, evenals een hert, de frissche lucht insnoof.

„Ha! Dat doet goed!quot; sprak zij. „Hier ben ik mij weder van mijn jeugd bewust. Die plek daar gaf mij den indruk hoe men zich gevoelen moet als men oud wordt. Verschrikkelijk, niets dan den dood in het vooruitzicht te hebben! Hier spreekt alles van leven; hoe mooi is de schittering van de zee daar in de verte! Ziet gij de pieren wel aan het strand bij de monding van de Mersey? Zullen wij een oogenblik op dien boomstam gaan zitten en ons in het genot verlustigen? Maar neen, ik wil mij door de schoonheid van dat alles niet laten bedwelmen, liever wil ik het als een medicijn beschouwen, die ik wel noodig heb

ocr page 69

61

om den indruk van dat naargeestige graf te verdrijven. quot;

In de nabijheid van het landelijke rustplekje, dat Christina zoozeer bekoorde, boog zich het pad met een steile helling naar beneden in de richting van een golvend terrein, klaarblijkelijk vroeger bosch-grond, doch thans na het vellen der boomen in een roodbruine zandvlakte herschapen, waaruit zich slechts enkele met heide en bremkruid begroeide plekken verhieven. Een paar eenzame dennen had men laten staan; met de takken landwaarts gestrekt en de zee als het ware den rug toekeerend, schenen zij vermoeide zwervers, die beproefden tegen de helling op te klauteren om zich met het groote woud op den top te vereenigen. Aan den voet van den heuvel liep tusschen twee grauwe steenen muren een zandweg, en achter dezen daalden uitgestrekte weiden-vlakten, hier en daar door kreupelhout afgewisseld, geleidelijk tot de wijde monding der Dee en de opene zee af.

De lucht was na den regen opgeklaard en het uitzicht helder, slechts het westen was één zachte, lichte nevel.

Calvin Mortimer gevoelde onwillekeurig den wel-dadigen invloed der hem omgevende natuur. Ja, voor zoover het mogelijk was, verkeerde hij zelfs in een roes van opgewondenheid en hij begreep dat hij van deze gelegenheid moest gebruik maken om Christina Mostyn de groote vraag te doen.

,,In uw gezelschap kan ik van sommige schoon-

ocr page 70

62

heden der natuur genieten, waarvoor ik anders blind zou zijn,quot; begon hij, met een zwakke poging om het gewichtige onderwerp nog te vermijden.

„Inderdaad? Nu, ik ben blij als ik het genoegen, dat uw gezelschap mij schenkt, eenigermate kan vergelden.quot;

Zij sprak in allen eenvoud en zonder een zweem van spot of behaagzucht.

„Zijt gij dan gaarne in mijn gezelschap?quot; vroeg Mortimer snel.

„Ik zou het niet zeggen als het niet zoo was!quot;

Mortimer zag haar in de oogen. Zij sloeg ze neer en wendde, met een verhoogden blos op de wangen, het gelaat af. Toen kon hij niet langer weerstand bieden.

„Juffrouw Mostyn. . . . Christina,quot; sprak hij. „Zooeven hebt gij u welwillend uitgelaten over mijn zienswijze van het leven en de opvatting der taak, die ons te doen staat. Tot heden heb ik alléén gewerkt, het zou mij trotsch en gelukkig maken zoo gij mijn arbeid deelen wildet. Gij vindt het leven moeilijk, mag ik uw gids zijn?quot;

De blos bestierf op Christina's gelaat. Volgens de algemeen geldende opvatting moest dit het ver-hevenste oogenblik in een vrouwenleven zijn, en haar scheen het leeg en onbeduidend toe.

Mortimer had met veel minder bezieling gesproken dan toen hij zijn pleitrede hield voor den vooruitgang der wetenschap. Op zichzelf stelde dit gebrek aan minnaars-enthusiasme haar ook weder

ocr page 71

63

gerust, vurige liefdesbetuigingen zou zij van hem maar belachelijk gevonden hebben, zij waren niet in overeenstemming met zijn karakter. Bleef dus het hart ongeroerd, des te meer werd haar trots bevredigd, zoozeer zelfs dat deze zich met haar neiging scheen te vereenzelvigen. Zij vond er iets groots, iets edels in, zulk een verstandig man aan haar voeten te hebben. En daar hij geen jongeling was, die zich door de illusie van het oogenblikzou laten meesleepen, noch een man, die over een lief gezichtje of een mooi figuurtje in geestdrift geraken kon, zoo moest zijn aanbod wel oprecht gemeend zijn. Bovendien, en dit verklaarde wellicht wat er in haar handelwijze raadselachtigs overbleef, vond zij in Mortimer den eersten man, die het vrouwelijk bewustzijn bij haar deed ontwaken.

Het avondkoeltje, dat suizend door de dennetakken speelde, en de zee, die in de verte glinsterde als gesmolten goud, vergoedden gedeeltelijk het romantische, dat aan Mortimer's declaratie ontbrak. Hoe geheel anders was het haar te moede dan toen zij voor het symbool der smart op den Calvariënheuvel te Pantasaph stond! Mortimer's aanbod verwerpen zou tegelijkertijd zijn een afzien van alle kansen om het geluk des levens deelachtig te worden en een terugkeer tot de vroegere smartelijke twijfelingen. Zijn voorstel aannemen was een zich bevrijden uit den engen kring, waarin zij zich dagelijks ergerde, terwijl het haar een vooruitzicht opende van vreugde en vrijheid.

ocr page 72

64

„Er is maar één beletsel,quot; sprak zij ten slotte.

,En dat is?quot; vroeg Mortimer.

„Ik weet niet of moeder het zal goedkeuren dat ik met een niet-Katholiek trouw.quot;

,Zoudt gij haar weerzin deelen?quot;

„Ik? Neen, ik geloof van niet. Niet te gelooven is meer een ongeluk dan een gebrek.quot;

„Dus gij stemt toe als uw moeder zich niet verzet?quot;

„Ja, Calvin!quot; sprak Christina, die een besef had dat zij iets meer van hem behoefde, al wist zij niet wat.

Voor de eerste maal hoorde Mortimer haar zijn doopnaam gebruiken, dit trof hem en hij bracht haar hand aan zijn lippen. Zij gevoelde zich dankbaar, doch slechts ten halve voldaan; de teerling was echter geworpen en zij wandelden te zamen huiswaarts, een verloofd paar! Het woordje liefde was geen enkele maal over hun lippen gekomen.

ocr page 73

HOOFDSTUK V.

TEGENSTRIJDIGHEDEN.

Vóór mevrouw Mostyn haar toestemming gaf, liet zij pater Mordaunt uit Saxonhurst roepen om hem over de zaak te raadplegen.

„Met mijn vast geloof dat alle dingen zich eindelijk ten goede keeren,quot; sprak zij, „wilde ik toch de verantwoordelijkheid niet op mij nemen, mijn toestemming te geven tot een huwelijk met iemand die, zooals professor Mortimer, geen bepaald geloof heeft. Ook heb ik Christina ondervraagd en, naar ik vrees, bemint zij den man niet, doch neemt zij hem slechts omdat haar eigenliefde gestreeld is.quot;

„Maar zij mag hem toch gaarne?quot;

„Ja, natuurlijk — zij mag hem en acht hem meer dan iemand anders; doch dat is nog geen liefde.quot;

De priester lachte.

„Ik ben bang dat ik u niet volgen kan, lieve Caroline,quot; was zijn antwoord. „Eerlijk bekend, kan ik mij hoegenaamd geen begrip vormen van dien hartstocht der liefde tusschen man en vrouw. Hij veroorzaakt een massa ellende in de wereld, en

VEBLOBEN GELOOF. I. 5

ocr page 74

66

alleen zij, die deze klip kunnen omzeilen, zijn gelukkig, dat weet ik wel. De genegenheid en achting, die Christina volgens uw zeggen mijnheer Mortimer toedraagt, komt in mijn oogen de christelijke liefde veel meer nabij, schijnt een veel hechter basis voor het echtelijk geluk en van veel duurzamer aard, dan een passie, die wel heviger is, doch ook veel eerder vervliegt.quot;

„Misschien hebt gij gelijk,quot; zei mevrouw Mostyn. „Christina is echter zeer hartstochtelijk, en ik vrees dat zij in staat zou zijn dwaasheden te begaan als de stem barer genegenheid eens werkelijk sprak.quot;

„Dan is het juist zaak, haar hoe eerder hoe liever een bestemming te geven! Met al zijn agnosticisme zal professor Mortimer naar mijn overtuiging een beter echtgenoot voor het meisje zijn dan de een of andere jonge melkmuil, even vatbaar voor indrukken als zijzelf. Christina heeft als ballast ernst noodig, en men vindt dien gewoonlijk eerst bij een man als hij aan gene zijde van de dertig is. Werkelijk, een jonge, hartstochtelijke echtgenoot zou voor haar niet deugen en aanleiding kunnen geven tot de ontwikkeling van het lichtzinnige in haar karakter, waarvoor gij juist zoo bevreesd zijt.quot;

„En wanneer zij nu eens als getrouwde vrouw zulk een jongmensch ontmoette?quot;

Pater Mordaunt keek een oogenblik ernstig, doch spoedig klaarde zijn gelaat op.

„Met die veronderstelling doet gij het meisje

ocr page 75

67

onrecht! Zij is te goed opgevoed om een dergelijk gevaar te loopen.quot;

„Ik hoop het. Doch vrouwen en mannen zijn op dat punt net gelijk en bemerken het gevaar gewoonlijk eerst als het te laat is. Ik wenschte dat Christina een Katholiek tot echtgenoot gekregen had!quot;

„Nu, wie weet wat haar invloed niet bewerken kan? Natuurlijk heeft hij, wat de kinderen betreft, de noodige beloften gedaan?quot;

„Ja. Zij zullen in het geloof der moeder worden grootgebracht. Het is eigenaardig, met de opvoeding van meisjes in een klooster kan hij zich zeer goed vereenigen.quot;

„Inderdaad? Dat doet mij genoegen, het bewijst welk een gunstigen indruk Christina op hem gemaakt heeft! Ik heb werkelijk veel hoop op zijn eindelijke bekeering, wij moeten hem echter niet overhaasten, noch zijn neigingen forceeren. Ziet gij wel, Caroline, dat Christina ten slotte een groote roeping heeft? Geen non wordt zij, doch een zendelinge.quot;

Toch was de moeder inwendig niet geheel gerust, en in haar angst voorzag zij allerlei mogelijke ellende. Zij vreesde niet dat Christina ooit in het vervullen harer plichten zou tekortschieten, doch zij had een voorgevoel dat haar dochter menige pijnlijke strijd tusschen plicht en hartstocht wachtte. Ter wille van Christina hield zij dit alles voor zich en had zij voor het geluk van het meisje steeds een glimlach over. En Christina was werkelijk gelukkig.

Mortimer keerde naar Londen terug om voor het

ocr page 76

68

huwelijk, dat in den herfst zou voltrokken worden, het een en ander in gereedheid te brengen. In zijn afwezigheid kwamen zijn schitterende eigenschappen des te meer uit, en Christina was overtuigd dat zij hem beminde en gaf zich aan de zaligste droomerijen van hun toekomstig leven over. Zij schiep zich een paradijs van liefde met een idealen minnaar, Calvin Mortimer, als afgodsbeeld. Hier blies een geurig windje tusschen bloemen, die nooit verwelkten ; hier wandelde zij des avonds met haar minnaar als de ondergaande zon den hemel purper verfde of wanneer zij verbleekte voor het heir van opkomende sterren. Zij spraken dan over de verheven onderwerpen der wetenschap, en hij was al wijs en leerde haar door zijn groote liefde. Langs nooit betreden sneeuwvlakten voerde hij haar tot de bergtoppen der kennis, vanwaar hij haar het heelal toonde en voor haar gretige ooren het geheim der wetten verklaarde, die het beheerschen. Hij maakte haar opmerkzaam zoowel op de geringste kiem van het onbewerktuigde leven als op den samengestelden bouw der hoogere diersoorten, op het onkruid, dat tusschen de steenen van den weg groeit, en op het tropische woud, op het stofje, dat in den zonnestraal zweeft, en op het trotsche schouwspel der myriaden wereldsystemen, die daar dwarrelen om de zon, het droombeeld van den sterrenkundige. In haar verbeelding hoorde zij bijna de harmonie der sferen, en, bezield door een kunstenaarsdrang, greep zij in zulke oogenblikken haar viool, en speelde, speelde

ocr page 77

69

uren lang, terwijl zij niet slechts luisterde naar de tonen, door den strijkstok aan het instrument ontlokt, maar ook naar de wondervolle muziek des geestes, die haar oogen deed schitteren met boven-aardschen glans. Eileen verraste haar eens in een dergelijke stemming en was er ontsteld van, zij meende dat Christina in een soort van magnetische geestesvervoering verkeerde. Het was een vervoering, maar niet door een invloed van buiten veroorzaakt. Die zou later komen!

Haar droomen hadden echter naast een romantische, ook een practische zijde. Zij dacht na over hetgeen Mortimer van het doel der wetenschap gezegd had: het lijden der menschheid te verminderen, den standaard van het geluk te verhoogen. Wel is waar had zij van de practische toepassing der wetenschap slechts een vaag begrip, doch de geest van het onderzoek werd vaardig over haar. Niet slechts in den huiselijken kring, op welken zij ietwat minachtend neerzag, lag haar arbeidsveld, zij wilde haar echtgenoot ook bij zijn werk de behulpzame hand bieden. Zij kocht dus handboeken en kwelde zich het brein met sporen en weefsels, monaden en protoplasma en allerlei geleerdheid. Zij kreeg zelfs de nachtmerrie in den vorm van een reusachtige microbe, die bij het dek opkroop om haar te verslinden. Toch hield zij dapper vol en schreef zij aan Calvin om hem van haar studies te vertellen. Zij verwachtte dat hij haar prijzen en aanmoedigen zou, en groot was dus haar teleurstelling toen hij zich

ocr page 78

70

in zijn antwoord in afkeurenden zin uitliet en schreef dat hij aan niets meer hekel had dan aan zoogenaamd wetenschappelijke vrouwen, die met geleerdheid spelen, waarvan zij niets begrijpen.

„Ik houd zelfs al mijn boeken achter slot en grendel, opdat de dienstboden er uit nieuwsgierigheid niet in zullen neuzen,quot; schreef hij. „De plaats van een vrouw is in de huiskamer, de keuken of de kinderkamer, overeenkomstig haar positie en omstandigheden, doch in geen geval in het laboratorium.quot;

Het duurde verscheidene dagen voor Christina zich over deze terechtwijzing kon heenzetten, doch zij troostte zich met de gedachte dat bezorgdheid voor haar gezondheid Mortimer aldus schrijven deed. Wellicht vreesde hij dat het alleen studeeren haar hersenen te veel zou inspannen; wanneer zij weder bij elkaar waren, kon hij haar immers onderrichten hoe zij zich verder ontwikkelen moest. En alles wel beschouwd, verliet zij niet ongaarne dien verbijste-renden doolhof van termen en begrippen, die haar zooveel hoofdbreken gekost hadden. Zij keerde dus tot de muzikale droomerijen terug en herschiep den weten-schappelijken minnaar weder in den romantischen, die beter bij haar gemoedsstemming paste. Dikwijls bezocht zij het dennenwoud en haar lievelingsplekje met het uitzicht over de verre zee. Daar zat zij dan op den gevelden boomstam en ontwierp in gedachten een liefdestooneel tusschen haar en Calvin. Soms kon zij een gering gevoel van wrevel niet onderdrukken en wenschte zij dat hij zich in hun eenig verliefd tête-

ocr page 79

71

a-tète niet zoo koel getoond had, en dat zijn brieven wat minder correct van uitdrukking en wat hartelijker van inhoud waren. Doch het was slechts een schaduw van verdriet: een luchtig bijevleugeltje tusschen haar en de schitterende zon, die haar, zooals zij dacht, bescheen.

Intusschen bevond Mortimer zich te Londen, dubbel hard aan het werk om den te Holywell verbeuzelden tijd in te halen. Hij schreef geregeld tweemaal 's weeks, hoewel hij dit wel wat veel van zijn tijd gevergd vond, iedere minuut toch was hem kostbaar. Hij toonde zich echter zeer nauwgezet, en waar hij nieuwe plichten op zich genomen had, was hij bereid die te volbrengen. Hij betreurde den gedanen stap ook volstrekt niet, maar voelde toch dat het een verlichting zou zijn als het huwelijk goed en wel achter den rug was en Christina en hij zich ieder in hun eigen arbeidssfeer ingericht hadden. Zij zouden dan het aangename gevoel voor elkaar hebben van reeds lang getrouwde lieden, die beiden hun weg gaan zonder dat zij elkaar schijnen te veronachtzamen. Het was een eigenaardige beschouwing van het huwelijk, doch geen onnatuurlijke van een man als Mortimer. Jammer dat de regeling één schaduwzijde had. Christina kon er bezwaarlijk mee sympathiseeren. Zij vermoedde echter in het minst niet dat haar minnaar zulke denkbeelden koesterde, en Mortimer van zijn kant dacht niet aan de waarschijnlijkheid dat zij er zich tegen verzetten zou. Vandaar geen botsingen en een

ocr page 80

72

ongestoorde voortzetting van de toebereidselen tot het huwelijk.

Mevrouw Mostyn drukte haar verwondering uit dat Mortimer er niet een paar dagen uitbrak om zijn verloofde te Holywell op te zoeken. Doch Christina verontschuldigde hem, hij had het zoo druk met een redevoering, die hij op de jaarvergadering der British Association moest houden.

„De vergadering is te Chester, zooals gij weet, moeder,quot; zei Christina. „Wij kunnen er dus gemakkelijk heengaan om Calvin te hooren, en hij kan dan, indien hij wil, een paar dagen hier blijven voor hij naar Londen terugkeert.quot;

Zoo spoorden dus mevrouw Mostyn en haar beide dochters op een helderen Augustusdag van Holywell naar de oude stad aan de Dee; mevrouw Mostyn zenuwachtig, daar zij er tegen opzag de wetenschap, zooals zij het noemde, in haar hol te trotseeren, de meisjes opgeruimd en met het aangename gevoel eens een dagje vacantie te hebben. Vooral Christina was bijzonder opgeruimd, niet alleen verheugde zij zich in het vooruitzicht, Mortimer te ontmoeten, doch zij gloeide van trots bij de gedachte, hem in het redenaarsgestoelte zijn plaats te zien innemen om een vergadering van de corypheeën der wetenschap toe te spreken. Dat zulk een Saul haar als echt-genoote gekozen had scheen haast ongelooflijk. Zij vergat zelfs zijn uiterlijk en zag in haar verbeelding een vurig jongeling met een edel voorhoofd en oogen, van kennis en macht stralende, die door

ocr page 81

73

zijn groote geestesgaven alle geleerden aan zijn voeten bracht. Het visioen bekoorde haar zoodanig, dat zij bijna ontstelde toen de werkelijke Calvin Mortimer hen aan het station te Chester opwachtte. Zeker, hij zag er knap uit en zijn onbeweeglijk klassiek gelaat sprak van zelfbewuste kracht, zijn haar begon echter te dunnen, en om zijn oogen evenals op zijn voorhoofd vertoonden zich diepe rimpels, iets wat Christina nooit te voren opgemerkt had. Het deftige: „Hoe vaart gij?quot; en de vormelijke handdruk ontnuchterden haar eveneens, doch er waren veel menschen op het perron, en in het gedrang kan men van een minnaar bezwaarlijk liefdesbetuigingen verwachten. Christina troostte zich dus zoo goed zij kon en klemde zich des te vuriger aan haar denkbeeldigen Mortimer vast, nu zij gevoelde dat deze, vergeleken met het origineel, eenigszins gevaar liep van zijn voetstuk te vallen.

„Ik zou u vanmorgen graag mijn geleide dooide stad hebben aangeboden,quot; sprak de professor. „Ik moet echter tot mijn spijt mijn rede nog eens doorlezen. Toevallig werd mijn aandacht door T)r. Prentice op een nieuwe Duitsche theorie gevestigd, die ik bij het gereedmaken van mijn opstel over het hoofd gezien heb, hoewel ik verleden winter eenige aanteekeningen over het onderwerp maakte. Deze liggen thuis in mijn schrijftafel, en nu dien ik mij op mijn geheugen te verlaten om een kleine toelichting der bedoelde theorie in te lasschen. Het

ocr page 82

74

is noodzakelijk, neem mij dus niet kwalijk als ik u alleen laat en aan de goede zorgen overdraag van mijn jongen vriend, mijnheer Passover.quot;

„Een eigenaardige overdracht!quot; merkte Christina met een glimlach op.

Calvin zag haar verwonderd aan.

„Hoe bedoelt gij dat.....Ah, zoo, dat ik mijn

aanstaande aan een ander.....Nu, ik zei het zonder

nevenbedoeling en ben trouwens geen man voor dergelijke grappen. Mijnheer Passover is een journalist, die een verslag van de vergadering schrijft

— luchtigjes natuurlijk, gezellig keuvelend, in den geest van het damesweekblad, waarvoor hij werkt. Het is wel een beetje de wetenschap prostitueeren, doch een ernstig verslag zou den dames-lezeressen niet bevallen. Overigens is Passover een goede kerel, zeer gezien in zijn beroep, hetgeen nogal iets be-teekent als men weet dat hij nog geen dertig is

— nog bijna een jongmensch, zooals gij ziet. Hij heeft mij gisteren verklaard, gaarne uw geleider te willen zijn, vrouwelijk gezelschap trekt hem altijd aan en hij is veel meer een damesman dan ik. Er worden vanmorgen eenige proeven met bevroren dampkringslucht genomen, die hij u zal laten zien

— een populaire voordracht om de hersens van het onontwikkelde publiek wat te kittelen.quot;

„Behooren wij dan tot het onontwikkelde publiek?quot; vroeg Christina.

Mortimer keek op zijn neus. Hij had haastig en onafgebroken gesproken, vooral om niet onder

ocr page 83

75

den bekorenden invloed te geraken van Christina's frisch gezichtje en van het onwederstaanbare harer geheele persoonlijkheid. Zijn redevoering was immers van veel meer belang! Toen zij hem echter met een lachend gelaat aanzag en ondeugend vroeg of zij tot het onontwikkelde publiek behoorde, kwam onwillekeurig de wensch bij hem op, dat hij wat jonger en minder met bezigheden overladen mocht zijn.

„Van een wetenschappelijk standpunt beschouwd zijn er zoo weinig ontwikkelden,quot; antwoordde hij.

Mevrouw Mostyn, die een kleine woordenwisseling voorzag, haastte zich de gemoederen tot kalmte te brengen en vroeg waarover Mortimer lezen zou.

„Over Corticale Area's!quot; zei Christina, voor Mortimer zelf antwoorden kon.

Mevrouw Mostyn keek alsof zij het te Keulen hoorde donderen, zoodat Christina in lachen uitbarstte en ook Mortimer een glimlach niet bedwingen kon. De goede vrouw zag hen beurtelings met een verlegen uitdrukking aan.

„Wat zijn dat voor dingen?quot; vroeg zij.

„Het deel der hersenen, waar het centrum van het zenuwstelsel gelegen is. Calvin tracht de plaats vast te stellen, waar onze gewaarwordingen ontspringen, en kan u precies zeggen, uit welk deel uwer hersenmassa dit of dat gevoel, deze of gene gedachte voortkomt. Hij zet •zijn nasporingen tot aan den oorsprong der gedachte voort.quot;

„Zij drilt zich geheel als aanstaande vrouw van

ocr page 84

76

een geleerde, merkt gij wel, Calvin?quot; sprak de moeder. Mortimer gaf een knikje, waarop zij voortging: „Ik zou nu haast bang worden uw redevoering te gaan hooren. Het klinkt zoo uitdagend en zoo verschrikkelijk materialistisch, en de gedachte tot den oorsprong nagaan kunt gij natuurlijk toch niet, gij moogt ontdekken h o e de hersenen werken, het waarom blijft u verborgen. De eerste aandrift komt uit de ziel, het brein is slechts het medium om ze uit te drukken.quot;

„Zeker! De ziel ligt buiten het veld onzer na-vorschingen en betoogen.quot;

Mevrouw Mostyn verheugde zich over deze woorden; zij vatte ze echter anders op dan ze bedoeld waren.

In het hotel, waar Mortimer logeerde, werden de dames aan Hartley Passover, Mortimer's vriend, voorgesteld, een klein manneke met een knap uiterlijk en allerhoffelijkste manieren. Een echte damesman, zooals Mortimer zei, in staat om een toilet tot in de geringste details te beschrijven. Deze eigenschap, vereenigd met een natuurlijk talent om zich aangenaam te maken, hadden hem den bijzonderen tak van zijn beroep doen kiezen, in welken hij met zijn gaven woekeren kon. Schrijvers van ernstiger allooi lachten hem uit en noemden hem den damesjournalist, de ijverzucht sprak echter hierbij ook een woordje mee. Hun de hobbelige weg der politiek, hem het met bloemen bestrooide pad van assembleés, intieme tooneelvoorstellingen, soirées! Jonge reporters

ocr page 85

77

uit de provincie spraken afgunstig over de prijzen, die men hem voor de onderhoudende doch luchtige artikeltjes betaalde, welke wekelijks onder het op-schrift: „In het theeuurtjequot; in het blad „de Chatelainequot; verschenen. Modern was hij tot in de toppen van zijn vingers! Over alles en nog wat kon hij praten, over het laatste schandaaltje in de groote wereld, de anonieme novelle, door de critiek als ruw en zedeloos uitgekleed, doch die haar negenden druk beleefde, de schilderijen in het volgende Salon, de expositie in Bond Street van den schilder, die de nieuwe richting vertegenwoordigde, den Afghaan-schen dichter, den Shakespeare van Midden-Azië, den Poolschen musicus, die eene tweede Chopin zou worden. Over dat alles wist hij een oordeel uit te spreken, en om geheel fin-de-siècle te zijn en er een bijzonder stokpaardje op na te houden, was hij een vurig Ibsen-bewonderaar. Naar Christina's kleinsteed-sche begrippen ontrolde zich in de gesprekken van Hartley Passover een getrouw beeld van het maatschappelijke gezelschapsleven. De jonge journalist had mevrouw Mostyn's oudste dochter, lady Ince, in Londensche kringen ontmoet, dit alleen was reeds voldoende om hem een vriendelijke ontvangst bij moeder en dochters te waarborgen.

Hij wenschte Christina beleefd geluk met haar verloving en voegde er bij : „Mortimer's reis naar Wales verraste ons zeer, want de geëmancipeerde mannen der wetenschap worden gewoonlijk door de gletschers aangetrokken, evenals de naald door den

ocr page 86

78

magneet. Hij is zeker pelgrim en Katholiek geworden, zoo dachten wij, toen wij hoorden dat hij te Holywell was. Doch gij zijt zelf Katholiek, nietwaar, juffrouw Mostyn ? Ik had het vergeten, vergeef mij dus mijn moderne oneerbiedigheid.quot;

„Waarom modern?quot; vroeg het meisje.

„Omdat in onze dagen niets ernstig opgenomen wordt behalve het niet-ernstige. Wij hebben den trap van voortdurend lachen bereikt.quot;

„Denkt gij dan dat er geen ernstige menschen meer zijn?quot;

„Zeker! Zij zijn het die ons amuseeren, wij vormen het publiek. Ik voorzie dat gij tot de eersten behooren zult.quot;

„Ik? Waarom?quot;

„Gij hebt zulk een ernstige uitdrukking in uw oogen. Karakter in den mineursleutol, zooals wij zeggen. Gij zijt muzikaal, nietwaar? Mortimer heeft mij dat verteld.quot;

„Ik kras een beetje op de viool, als gij dat „muzikaal zijnquot; noemt!quot;

„Zeker, zoolang gij krast is het dat. Met een draaiorgel richt men meer uit, doch een viool kan volstaan, vooral wanneer zij door iemand in de rol van blindeman bespeeld wordt.quot;

„Een vreemd begrip van muziek! Is dat modern?quot;

Passover lachte.

„Jaag ik uw idealen op de vlucht?quot; vroeg hij. „Ik hoop van niet. Het zijn zulke heerlijke stokpaardjes. Ik had er ook eenige, zij zijn echter

ocr page 87

79

omgekomen bij den brand, die mevrouw Solness' poppen vernielde.quot;

„Mevrouw Solness? Wie is dat?quot;

„Wat? Hebt gij nooit van mevrouw Solness gehoord? Een gebrek in uw opvoeding voorwaar. Misschien nooit: iets van Ibsen gelezen?quot;

„Den Noorscben tooneelschrijver? Neen! Ik heb het dikwijls gewenscht, doch ik heb nooit een zijner werken kunnen machtig worden, en mijn oom, min of meer mijn gids op het gebied van literatuur, heeft mij nogal voor hem gewaarschuwd.quot;

„Uw oom is priester, geloof ik?quot;

„Ja!quot;

„ Dan moest hij u wel waarschuwen; ik voor mij zie gaarne het leven van alle kanten, van de smartelijke zoowel als van de bloem-in-het-knoopsgat zijde. Het is alles hetzelfde wanneer men zich maar amuseert !quot;

„Hoe kunnen smartelijke dingen ons amuseeren?quot;

„De smart is het toppunt van het genot, niets is belachelijker dan het tragische. Daarom is het leven tegelijkertijd belachelijk en genietbaar!quot;

„ Gij maakt mij duizelig!quot; zei Christina, en de uitdrukking op haar gelaat bewees dat zij waarheid sprak.

„Ik wou dat ik ook voor zulk een gevoel vatbaar was, juffrouw Mostyn,quot; sprak Passover, quasi ernstig.

„Waarom?quot;

„Wel, het zou een nieuwe sensatie zijn.quot;

ocr page 88

80

„Is het verkrijgen van nieuwe sensaties uw levensdoel? Waarom wordt gij dan geen mijnwerker of stoker op een stoomboot?quot;

„ 0! Dat zou slechts ruwe lichamelijke sensaties geven. De moderne opvatting is een veel fijnere, er moet aan een sensatie een zweempje van iets slechts, iets goddeloos zijn, om mee te beginnen.quot;

,Slecht! Goddeloos! Ik begrijp u niet.quot;

„Daar!quot; riep Passover. „Dat is een sensatie! Zij doet mijn zenuwen trillen. Het idee dat een vrouw uit onzen tijd iets niet begrijpt!quot;

„Ik ben, vrees ik, erg ouderwetsch. Dat ligt zeker aan mijn opvoeding.quot;

„Gij behoeft u niet te verontschuldigen. In onze dagen is niets nieuwer dan het zeer ouderwetsche. Zelfs de godsdienst komt weder in de mode, en de wereld smacht naar een echt godsdienstige vrouw. Onderwerp u dus om 's hemels wil niet aan de conventies. Uw verschijnen in onze salons zal op het openzetten van een venster in een duffe kamer gelijken. Het zal de frissche lucht binnenlaten.quot;

„En hoe staat mijnheer Mortimer tot al deze dingen?quot; vroeg Christina. „Ik zal mij toch zeker naar zijn wenschen moeten voegen?quot;

Passover lachte.

„Neen maar, die is heerlijk!quot; riep hij. „Dat is eerst een origineele opvatting. Het idee dat men in deze dagen het huwelijk als het eind in plaats van als het begin van een vrouwenleven beschouwt. Zoo gij wat meer moderne boeken gelezen hadt, zoudt

ocr page 89

81

gij weten dat het leven juist begint waar oudtijds het derde deel eindigde.quot;

Het was een waar woord, schertsend uitgesproken. Christina hoorde het niet ongaarne en zag thans meer dan ooit in haar aanstaand huwelijk een geheele omwenteling van haar bestaan. Een nieuwe wereld ontsloot zich voor haar oogen, en wanneer de werkelijke Mortimer ook niet geheel aan het beeld, dat zij zich van hem ontworpen had, beantwoordde, zoo werd deze kleine teleurstelling door het vooruitzicht der haar wachtende belangen en vermaken geheel op den achtergrond gedrongen. Bovendien was zij bij het uitspreken van Mortimer's redevoering tegenwoordig, en toen zij bemerkte hoe mannen van naam, schrijvers van standaardwerken, aan zijn lippen hingen, verdween het laatste sprankje twijfel voor den trots, dat zulk een man haar echtgenoot worden zou. De bewondering der anderen sleepte haar mede, en het was misschien maar goed dat hij niet met de Mostyns naar Holywell terugkeerde. Allicht zou hij daar iets van zijn stralenkrans hebben verloren.

Christina zag hem niet terug voor de bruidsdagen in September; het huwelijk werd door pater Mordaunt in de aan St. Winfriede gewijde katholieke kerk voltrokken. Hartley Passover was bruidsjonker en zond een gloeiend verslag van de plechtigheid aan zijn blad. Het regende van alle kanten gelukwenschen en geschenken, en Christina verkeerde in zulk een roes van opgewondenheid dat zij het ernstige van den stap, dien zij deed, ter-

VEKLOEEN GELOOF. I. 6

ocr page 90

82

nauwernood besefte. Het eenige, dat haar een oogen-blik tot bezinning bracht, was een geschenk van haar moeder, bestaande in een eenvoudig gouden kruis, waarop mevrouw Mostyn de woorden van de gedenkzuil te Pennyball had laten aanbrengen; „Heb Dhuw, Heb Dhim, Duw, a digonquot;, of: „Zonder God, niets. Met God, alles!quot;

ocr page 91

late DEEL.

DE INVLOED VAN EEN VERWANTE ZIEL.

ocr page 92
ocr page 93

HOOFDSTUK I.

EEN HARTEWENSCH VERVULD.

„Hoe komt het dat wij u in zoo lang niet gezien hebben? Christina was er niets over gesticht dat gij ons den laatsten keer, toen gij in Londen waart, niet opgezocht hebt. Kom vanmiddag, er is niemand, behalve Hartley Passover of misschien Christina's nieuwe protégé, Ivar Melsen, en zij tellen niet mee. Onder Melsen's muziek kunt gij gerust praten, hij trekt het zich hoegenaamd niet aan, want als hij eenmaal voor de piano zit, vergeet hij het onder-maansche totaal. Gelukkig maar, want behalve de muziek biedt het leven hem niet veel. Ik ben blij dat Christina hem zoo gaarne mag, zij spelen samen viool en piano, en als hij er is, maak ik dat ik wegkom. Feitelijk is hun muziek mij zwaar genoeg; vroeger vleide ik mij wel iets voor muziek te voelen, doch Darwin heeft gelijk met zijn bewering dat een man, die zich geheel aan de wetenschap wijdt, langzamerhand onvatbaar wordt voor zinnelijke genietingen. Een dosis feiten is een goed tegengift voor het opium der verbeelding, en voor

ocr page 94

86

de moderne muziek, zooals Nielsen ze speelt, heeft men veel verbeeldingskracht noodig. Zij is zoo vaag en vormeloos, — tooverachtig en vol locale kleur, zegt Christina, doch ik kan er niet bij, evenmin als bij een schilderij van de impressionistische school. Maar ik heb geen tijd meer, om drie uur moet ik in Hanover Square zijn om Herr Sicher's rede over de werking der leucocyten te hooren. Wonderbaarlijk, vindt gij niet, dat wij slechts bestaan uit organismen, die alle hun eigen levenskiem bezitten ?

„En nog wonderbaarlijker dat wij onze individualiteit behouden als iets naast en boven een samenstel van bloot stoffelijke atomen of organismen.quot;

Evenals het eerste, begon ook het tweede tijdvak van Christina's leven met eenige tusschen Calvin Mortimer en pater Mordaunt gewisselde opmerkingen.

Twee en een half jaar waren sedert het voltrekken van haar huwelijk verstreken, zij had haar drie-en-twintigsten verjaardag achter den rug, terwijl Mortimer van de vierde in de vijfde decade zijner jaren overgegaan was. De priester had dien leeftijd bereikt, waarin eenige jaren meer of minder weinig verandering brengen, noch in voorkomen, noch in denkwijze. Mortimer's aansporing om Christina op te zoeken was overbodig, want hij bevond zich reeds op weg naar zijn nicht, toen hij haar echtgenoot ontmoette.

Gelijk Mortimer voorspeld had, trof hij Christina in gezelschap van Hartley Passover en den musicus

ocr page 95

87

Nielsen, een Scandinavisch genie, door Passover bij den professor geïntroduceerd.

Pater Mordaunt wierp onder het voorstellen een snellen, onderzoekenden blik op beide jongelieden. Over geen van beiden maakte hij zich ten opzichte zijner nicht ongerust; de wijze, waarop Mortimer zijn vrouw aan het gezelschap van jongere mannen overliet, keurde hij echter ten sterkste af. Als priester verstond hij niets van den hartstocht der liefde, doch naar zijn meening behoorde er tusschen echtgenooten meer kameraadschap te bestaan dan tusschen zijn nicht en Mortimer het geval was.

„Gij komt als geroepen, pater Mordaunt,quot; zei Passover. „Een vertegenwoordiger van het onfeilbare geloof moet ons helpen in den aanval tegen mevrouw Mortimer's voorgewend materialisme of agnosticisme. Haar echtgenoot behoorde in den ban gedaan te worden als hij haar zulk een catechismus leert.quot;

„Verschrikkelijk, vindt gij niet?quot; lachte Christina, terwijl zij haar oom een kopje thee overreikte.

„Des te meer omdat gij het verschrikkelijke er van niet schijnt in te zien!quot; merkte de priester op.

„Wat is het verschrikkelijke?quot; vroeg de jonge vrouw.

^ Dat een vroegtijdig verliezen van het geloof bijna altijd een vroegtijdig bezoedelen der onschuld in zich sluit, Christina!quot;

„Een krasse, om niet te zeggen pijnlijke opmerking, vindt ge niet, oom?quot; sprak ze met saamge-knepen lippen en verdiept in de beschouwing van haar lepeltje.

ocr page 96

88

„Uit het bittere werd het zoete geboren,quot; zei Passover glimlachend, met een poging om aan de vlijmende woorden van den priester iets van hun scherpte te ontnemen.

„Juist, het zoete van een deugdzaam leven,quot; sprak de Jezuïet.

„Repeteert gij een preek, oom?quot; vroeg Christina met een bedaard sarcasme.

Hartley Passover stond op.

„Graat ge mee, Nielsen?quot; vroeg hij.

De jonge Noor keek op, als had men hem uit een droom gewekt.

„O .... ja! Ik wilde alleen maar zeggen dat wie zooveel van muziek houdt als mevrouw Mortimer, geen ongeloovige kan zijn. Muziek is een van Gods stemmen.quot;

De priester grimlachte.

„Zulk een sentimenteele opvatting van de Godheid is wel een beetje verwijfd, nietwaar? God is onze kracht, niet onze zwakheid,quot; sprak hij.

„Juist, maar onze kracht ligt in hetgeen wij het best kunnen en het best begrijpen. Ik vind haar in mijn kunst. Het schoone verlaagt nooit!quot;

„Indien men er een juist gebruik van maakt, niet, doch het kan onze krachten ondermijnen en ons de werkelijkheid doen vergeten. Op een gevaarlijk pad langs een afgrond loopt men niet met omhoog gerichten blik de lucht en de bergtoppen te bewonderen.quot;

„Neen, doch de schoonheid van beide moedigen

ocr page 97

89

iemand aan om te volharden. In mijn vaderland heb ik het dikwijls ondervonden; wat gij u voorspiegelt, wat gij verwacht daar boven te vinden, doet u voortgaan niettegenstaande vermoeienis en afmatting. Ja! dat is de ware kracht, te midden der gevaren steeds hooger te klimmen naar het ideaal van volmaakte schoonheid en vreugde, en zulks ten spijt van de verstandige gemaklievende menschen, die u verzoeken toch alsjeblieft beneden in het dal te blijven, waar de weg breed is en netjes geplaveid. Neen, volg liever den gids in u en het wenkende schoone boven u, onbekommerd of het nacht zij of storme!quot;

Ivar Nielsen was onder het spreken opgesprongen, en zijn geheele gelaat gloeide van opgewondenheid. Pater Mordaunt's blik vloog tersluiks van den jongen Noor naar zijn nicht, en met verwondering zag hij de uitdrukking van Nielsen's gelaat in het hare weerkaatst, evenals het licht der ondergaande zon zich afteekent op de toppen der sneeuwbergen. Toen zijn blik weder op Nielsen viel, bemerkte de priester iets, dat tot nu toe aan zijn aandacht ontsnapt was. De jonge man was ietwat gebocheld! Pater Mordaunt voelde zich plotseling toegeeflijker gestemd, een passie voor het schoone was aandoenlijk begrijpelijk in een mismaakte. Thans werd het hem duidelijk waarom Mortimer gezegd had dat, behalve de muziek, het leven aan Nielsen weinig vreugde bieden kon. Het was vriendelijk van Christina, belang in hem te stellen, zij had zeker medelijden met

ocr page 98

90

hem en medelijden is, hoewel somtijds het tegendeel beweerd wordt, dikwijls een beveiliging voor warmer gevoelens.

„Blijf liever en speel wat voor ons, mijnheer Nielsen,quot; zei Christina. „Mijn oom zal u gaarne eens willen hooren.quot;

„Gaarne willen hooren!quot; antwoordde Nielsen. „Dat wil het publiek op een concert ook. Maar zou hij mij begrijpen?'

Pater Mordaunt glimlachte, doch verklaarde niet dat hij Nielsen wel begrijpen zou. Hij wilde zijn nicht gaarne alleen spreken.

Nadat de twee bezoekers vertrokken waren, maakte de schertsende uitdrukking op het gelaat van den priester plaats voor een van teedere bezorgdheid en medelijden.

„Mijn arm kind,quot; begon hij. „Het doet mij inderdaad leed ...quot;

Christina hief de hand op, als wilde zij een slag afweren.

„Spaar mij, als het u belieft, oom!quot; riep zij. „De vernedering, als verloren schaap op een preek ge-tra cteerd te worden, kan ik niet verdragen. Van Calvin's standpunt, dat thans ook het mijne is, verdient gij beklaagd te worden, niet ik!quot;

„Bevredigt Calvin's standpunt u?quot; vroeg de priester.

„Bevredigen? Dat is de quaestie niet. Bevrediging moeten wij zoeken in de werkelijkheid van het leven, niet in allerlei abstracte gezichtspunten. Denkbeeldige eerste grondbeginselen, tot welke niemand

ocr page 99

91

zich ooit teruggewerkt heeft, zoo noemt Mortimer ze.quot;

,Daartoe moet ons de revelatie te hulp komen, mijn kind. Zij openbaart ons die eerste grondbeginselen. Doch ik wil niet met u redetwisten, de hoofdzaak is: zijt gij gelukkig en tevreden?quot;

„Voor zoover dat mogelijk is; ja. Natuurlijk heeft Calvin het erg druk en zie ik hem niet veel; dat is echter het lot van de meeste vrouwen, en ik heb vrienden genoeg, die mij den tijd aangenaam helpen korten.quot;

„Vrienden zooals mijnheer Hartley Passover en de jonge Noor, mijnheer. ... ik ben zijn naam vergeten?quot;

„Neen. Ik wenschte dat zij allen zoo waren. Het grootste deel is bij lange na zoo interessant niet.quot;

„Uw vriendinnen, bij voorbeeld?quot;

„Ja, indien gij wilt,quot; zei Christina glimlachend. „Een vrouw stelt in een andere vrouw nooit zooveel belang als in een man. Dat is een fundamen-teele wet der natuur, nietwaar?quot;

„Misschien, doch de natuur is niet onze eenige gids, Christina! En is het van een getrouwde vrouw wel verstandig, steeds jonge mannen van mijnheer Hartley Passover's slag om zich heen te hebben?quot;

Christina sperde haar oogen open.

„Lieve oom, hoe naïef zijt gij — of hoe argwanend ! Mijn vrienden zijn zuiver platonische, waarom zou ik hen wegzenden zoolang zij mij amuseeren en Calvin er niets t**;en heeft? Wat den armen Hartley betreft, hij zou, geloof ik, geen mug kwaad kunnen doen, de arme jongen! Jongen, zeg ik ? Hij

ocr page 100

92

lijkt meer op een meisje met. zijn zacht velletje en zijn krullen, zijn klein figuurtje en zijn onschuldige blauwe oogen. Als hij zijn snor niet had, zou hij best voor een meisje kunnen doorgaan. Gij moest eens zien hoe hij zich in een gemakkelijken stoel nestelt! Net een meisje! Maar hij is toch een goed vriend van mij, en ik ben hem zeer dankbaar dat hij mij met zooveel aardige menschen in kennis gebracht heeft. Want hij kent de geheele wereld, en daarbij heeft hij genoeg fortuin om van zyn betrekking onafhankelijk te zijn.quot;

„Is hij ook een agnosticus of een materialist?quot;

„O, neen, hij behoort tot de theosopbisten. Volgens zijn geloof is hij vroeger een visch of zoo iets geweest, en zal hij eindigen met als een dauwdroppel in de schitterende zee te verdwijnen. Een agnosticus zou hij nooit kunnen worden, zegt Hartley, die zijn hem te alwetend.quot;

„Hoe gaat het met baby?quot; vroeg de priester glimlachend.

„De jongen! O, uitstekend; alleen sukkelt hij wat met de tandjes. Doch ik zal hem beneden laten brengen, dan kunt gij hem zien!quot;

Zij schelde, en weldra verscheen de kindermeid met Mortimer's zoon en erfgenaam, die echter tot nu toe weinig blijken gegeven had van zijn verstandelijke erfenis.

„Gij kunt hem wel een poosje hier laten,quot; zei Christina tot het meisje. „Hij moet zijn oud-oom wat opvroolijken.quot;

ocr page 101

93

„Arm schepseltje!quot; sprak de priester, een vinger uitstekend, dien het kind, evenals alle babies, onmiddellijk aanvatte.

„Dat is een trek, dien hij, volgens Calvin, van zijn verren voorvader, den aap, heeft,quot; lachte Christina. „Kijk hem eens grijpen!quot;

„Arme kleine Christen! Foei, willen ze jou van een aap laten afstammen ? Je bent iets beters, nietwaar, mijn jongen? Een van Gods engelen en erfgenaam van Zijn koninkrijk. Ik hoop je nog eens een mis van mij te zien bijwonen.quot;

Baby kraaide bij het vooruitzicht.

„Is hij al gedoopt?quot; vroeg pater Mordaunt.

„Neen!quot; zei de moeder aarzelend. „Waarom zou hij?quot;

De priester zuchtte.

„Ik dacht dat hij in uw geloof zou opgevoed worden, Christina.quot;

„Zeker, doch ik sta op hetzelfde standpunt als Calvin. Iets als het Christendom bestaat er niet.quot;

„Wat bedoelt gij?quot;

„Wel, verondersteld dat bij het verlaten van dit huis een man op u toekomt en uw hoed in elkaar beukt. Gij zoudt zoo iemand wegens aanranding laten arresteeren, nietwaar?quot;

„Waarschijnlijk wel.quot;

„Dan zijt gij geen Christen. Als gij een Christen waart, zoudt gij een nieuwen hoed koopen, naar den man toegaan en hem beleefd verzoeken, dien ook in elkaar te slaan! Doch dat doet gij niet, gij laat hem

ocr page 102

94

oppakken. Waar blijft nu de onvoorwaardelijke vergeving van beleedigingen, het aanbieden van de andere wang, of, in dit geval, den anderen hoed?*

„Maar mijn beste, wij leven in een beschaafd land, en orde en wet moeten ter wille van de gemeenschap gehandhaafd worden, anders zou het leven onmogelijk zijn.quot;

„Juist, dat zegt Calvin ook. Zedelijkheid, noem ze godsdienst of hoe gij wilt, is een eenmaal aangenomen en doelmatig wetboek, dat ons in het streven naar een meer volmaakten maatschappelijken staat moet ondersteunen. Wat betreft het eigenlijke Christendom, zooals het in het Nieuwe Testament verklaard wordt, dat is een onmogelijke code voor een beschaafd land.quot;

„Vindt gij veel voldoening in deze begrippen, die gij aan anderen ontleend hebt?quot;

„Neen, dat kan ik juist niet zeggen. Doch zij hebben mij van mijn eigene beroofd, en . .. Daar begin ik weer! Waarom zouden wij opnieuw gaan twisten? Godsdienst is slechts een zaak van conventie evenals . . . zoovele dingen.quot;

„Bij voorbeeld ., . ?quot;

„De verhoudingen tusschen mannen en vrouwen.'

De piiester zuchtte.

„Dat gezegde verwondert mij niet, Christina, het is een natuurlijk gevolg eener zuiver menschelijke ontwikkeling. Het is een bewijs van wat ik straks zei; een vroegtijdig verliezen van het geloof sluit een vroegtijdig bezoedelen der onschuld in zich.

ocr page 103

95

Begin slechts de heiiigheid der bovennatuurlijke banden te betwisten, en een losmaken der mensche-lijke zal vanzelf volgen. Vrijheid ontaardt in losbandigheid.quot;

„Groote woorden!quot; riep Christina toornig. „Als een volk vrij is, spreekt gij van vrijheid; wil een individu zich vrijmaken, dan noemt gij het losbandigheid.quot;

„Dat hebt gij niet van uw echtgenoot geleerd.quot;

„Neen! Hij denkt als gij, doch op dat punt verschil ik met hem van gevoelen, omdat ik zijn redeneering zeer onlogisch vind. Aan den eenen kant zou dit het eenige leven zijn, waarvan wij zekerheid hebben, en bestaat er geen absolute maatstaf van goed en kwaad, uitgezonderd de door de maatschappij aangenomene; aan den anderen kant zou het volk wel recht hebben op vrijheid en geluk, doch het individu niet.quot;

„Christina, Christina, wat strijdt gij tegen het kruis,quot; zei de priester. „Het verwondert mij echter niet waar gij het eenige middel verwerpt, dat uin staat stelt het te dragen. Als er inderdaad geen andere maatstaf bestond dan die, welke door de maatschappij het doelmatigst bevonden is, dan zou ieder individu het recht hebben, zooveel mogelijk geluk voor zich te verzamelen.

„Doch men heeft het u anders geleerd — waar het leven ons geluk brengt, is dat slechts bij toeval. Het leven is een weg des kruises, en van uw kindsheid af hebt gij vernomen dat het juist daarom

ocr page 104

96

edel is en waard om te leven. Gij noemt het Christendom een onmogelijkheid! Neen, het is niet onmogelijk, alleen bovennatuurlijk, en daarom moet ons, om het te verstaan, de genade deelachtig worden. Zelfs met behulp der genade komt men nog niet tot de volmaking. Naar deze laatste moeten wij steeds streven, en wanneer zij schijnbaar zoo hoog en ver buiten ons bereik ligt, dan is dit opdat wij steeds zullen opklimmen. Als zij lager gelegen was, mochten wij eens denken haar bereikt te hebben en onze pogingen opgeven. Het is een ideaal; hoe verhevener het ideaal, des te hooger moeten wij streven.quot;

Christina boog zich over haar kindje heen.

„Een erg abstract metaphysisch ideaal, oom! Ik heb een ideaal noodig, dat met de materieele wereld, waarin ik leef, overeenkomt. Zulk een ideaal, dat mij in het dagelijksche prozaïsche getob van dienst kan zijn. Ik zie zooveel schoonheid, zooveel kans op geluk in dit leven, waarom zou dat geluk ons niet deelachtig kunnen worden ? Welbeschouwd is de aarde toch evengoed Gods schepping als de hemel, zoo er ten minste een God en een hemel bestaan. Laat ons echter in geen geval het aardsche leven versmaden.quot;

„Versmaden niet, doch het leeren gebruiken als een middel om het einddoel te bereiken!quot;

De jonge vrouw haalde de schouders op.

„Het einddoel is onzichtbaar, en wat de middelen betreft — ach, van moeder en Eileen krijg ik bijna

ocr page 105

97

iedere week een preek over hetzelfde onderwerp, en het geeft alles niets! Wie zou mij kunnen be-keeren?quot;

„Eén enkel ding slechts, Christina!quot;

„Ik weet wat gij bedoelt, oom; het geloof, dat mis ik, nietwaar? Ja, als ik dat kon vinden, zou ik misschien beter zijn dan ik nu ben.quot;

„Arm kind, gij zult het nooit vinden als gij zoozeer naar het bezit er van haakt!quot;

Christina lachte moedeloos.

„Gij begrijpt mij niet, oom! Gij zijt te lang priester geweest, en nu vergeet gij dat ik maar een mensch ben. Een beeld, bestaande in een schepping mijner phantasie, voldoet mij niet, ik heb iets werkelijks noodig, iets dat ik voelen en betasten kan, zooals het kind hier. Zou ik zooveel van hem kunnen houden als hij slechts in mijn verbeelding bestond?quot;

Het gelaat van den priester klaarde op.

„Het kind!quot; riep hij. „Natuurlijk hebt gij het kind. Is dat niet een bewijs van Gods goedheid? Uw zwakheid kennend, heeft Hij u iets gegeven, waarover gij uw menschelijke aandoeningen kunt uitstorten. Beschouw het kind zoolang als God, het zal de beste beveiliging zijn tegen het hunkeren naar het onbereikbare, waarover gij gesproken hebt.quot;

„Onbereikbare? Het is niet onbereikbaar, anders zou ik er niet naar hunkeren. Intellectueele sympathie, gelijkheid van smaak — die zullen zeker wel ergens op de wereld te vinden zijn?quot;

VERLOREN GELOOF. I 7

ocr page 106

98

Deze uitval werd afgebroken door het binnenkomen der kindermeid, die het kind kwam halen. Pater Mordaunt stond op om afscheid te nemen, toen zijn blik op eenige boeken viel, die op de tafel lagen. Hij nam een der deeltjes in de hand.

„Leest gij dit?quot; vroeg hij.

„Ja! Hoezoo?quot;

„Ik zie niet in wat gij aan dergelijke lectuur hebt. Indien gij er van houdt, lees ze dan gerust, doch mij schijnt het tijdverspilling. Er bestaat in het leven genoeg wezenlijk kwaad om het best buiten de opsomming van allerlei denkbeeldig kwaad te kunnen stellen !quot;

„Maar het is geen fictie! Het is werkelijk gebeurd, alleen de namen en plaatsen zijn denkbeeldig. Ik heb een hekel aan boeken en romans over onmogelijk goede menschen in een onmogelijk uitmuntende wereld. Ik begeer in een boek het leven te zien zooals het is, overvloeiende van realisme. Wij doen veel beter, sprookjesboeken te gaan lezen dan banale liefdesgeschiedenissen, die met een banaal huwelijk eindigen. Van de vertellingen trekken mij de jongensboeken met avonturen nog het meest aan.quot;

„Wij behoorden eigenlijk totaal geen verdichtselen te lezen,quot; zei pater Mordaunt. „Het leven is zoo kort.quot;

„Ja, en toch, lang of kort, het moet doorleefd worden!quot;

De priester greep de hand zijner nicht en drukte haar in de zijne.

ocr page 107

99

„Arm kind! Wij weten, gij zijt niet zoo gelukkig als wij gehoopt hadden. Al dat gretige hunkeren naar tijdelijke verstrooiing is er een bewijs van, doch geloof mij, geen wereldsche vermaken, noch boeken, noch kunst, noch andere menschen zullen u tevredenheid geven, hoezeer gij hun gezelschap ook moogt op prijs stellen. Goddank zijt gij thans gezond en in een aangenaam tehuis; hoe zou het echter zijn als gij ziek werdt of wanneer armoede u kwam kwellen? Hoe wanneer gij oud wordt en uw bekoorlijkheden en zin voor het vermaak verliest? Dan blijft u in ieder geval één ding over, doch zoo gij dat nu niet kent, zult gij de macht verliezen, het ooit te vinden.quot;

„Lieve oom, speel toch niet zoo voor ongeluksprofeet!quot; riep Christina. „Gij doet mij huiveren. Nog ben ik jong, ik heb maar één jeugd, waarom zou ik haar niet genieten ? Ja, als ik gelooven kon wat men mij vroeger geleerd heeft, dan zou het wat anders zijn. Doch dat is alles weg. . . weg, en Calvin heeft er mij niets voor in de plaats gegeven.quot;

De priester schudde liet hoofd. „God zegene u,quot; sprak hij, en ging toen heen.

Een halfuur later kwam Calvin Mortimer thuis.

Hij vond zijn vrouw in het salon, waar zij viool speelde.

„Dat is een van Nielsen's stukken, is het niet?quot; vroeg hij.

Christina hield op en toonde hem het titelblad van het muziekstuk op haar lessenaar: Het briesje

ocr page 108

100

in den berkeboom. Ivar Nielsen. Op. 5.

„Aha! Ja, ik meende zijn nevelachtigen stijl te herkennen.quot;

„Nevelachtig! Hij wil er ook niets bepaalds mede uitdrukken. Het is slechts de wind, die door de takken suist van een boom aan het fjord.quot;

„Dat is wel mogelijk, doch Nielsen zou niet zeer ingenomen zijn met de wijze, waarop gij zooeven het begin speeldet. Ik stond toevallig op het portaal te luisteren, maar zoo iets wilds en wanluidends heb ik zelden gehoord.''

„Dat was mijn gemoedsstemming toen ik begon. Ik nam mijn viool op om mij te kalmeeren, doch het duurde eenige oogenblikken voor de melodie mijn stemming meester werd.quot;

„Uw zenuwen behoorden zulk een medicijn niet noodig te hebben! Verandering van lucht zou u goeddoen. Waarom gaat ge niet eens een weekje bij uw moeder te Holywell doorbrengen? De kindermeid en ik kunnen wel op den jongen passen, nu hij toch gespeend is.quot;

„Neen, Calvin! gij weet dat ik nu niet naar Holywell zou kunnen gaan. Moeders stomme verwijten zouden mij meer hinderen dan wanneer zij die uitsprak. Denk eens: zij naar de kerk gaande, terwijl ik thuis bleef. O, ik zie reeds den medelijdenden blik, dien zij mij, zonder iets te zeggen, zou toewerpen.quot;

„Gij moet leeren u over dat soort van medelijden heen te zetten. Het is een der laatste en machtigste

ocr page 109

101

wapens van den godsdienst. Doch ik veronderstel dat gij onder den indruk van pater Mordaunt's bezoek zijt, hij kwam mij op de stoep tegen en heeft mij onder handen genomen omdat ik u, zijns inziens, te veel alleenliet.quot;

„Ja, Calvin, is het niet een beetje jammer dat gij en ik, die toch man en vrouw zijn, zoo geheel afgezonderd van elkaar leven, wat onze bezigheden en neigingen betreft?quot;

„Lieve Christina, ik meende dat wij een modus vivendi hadden gesloten, hetwelk ieder vrijheid van beweging liet; ik zou mij aan mijn microben, gij u aan uw muziek, uw jongelui en verdere verstrooiingen wijden. Gij weet hoe weinig mijn werk u aantrok toen gij, kort na ons huwelijk, probeerdet mij te helpen.quot;

„Ja, Calvin, doch ik zou mijn tegenzin overwonnen hebben als gij mij slechts een weinig aangemoedigd en geholpen, het werk een beetje geïdealiseerd hadt!quot;

„Ik heb het met opzet niet gedaan, lieve, omdat ik wist dat bij uw temperament een dergelijke poging een gevaarlijke proefneming zou zijn; bovendien zou uw hulp, hoe welgemeend ook, mij in werkelijkheid slechts gehinderd hebben. Is het niet zoo?quot;

„Ja! Ge zult wel gelijk hebben, ge hebt altijd gelijk! Bij het begin van ons huwelijk had ik een ander idee van uw werk, ik beschouwde het als ernstig en van actueel belang, in staat om het goede

ocr page 110

100

in den berkeboom. Ivar Nielsen. Op. 5.

„Aha! Ja, ik meende zijn nevelachtigen stijl te herkennen.'

„Nevelachtig! Hij wil er ook niets bepaalds mede uitdrukken. Het is slechts de wind, die door de takken suist van een boom aan het fjord.quot;

„Dat is wel mogelijk, doch Nielsen zou niet zeer ingenomen zijn met de wijze, waarop gij zooeven het begin speeldet. Ik stond toevallig op het portaal te luisteren, maar zoo iets wilds en wanluidends heb ik zelden gehoord.quot;

„Dat was mijn gemoedsstemming toen ik begon. Ik nam mijn viool op om mij te kalmeeren, doch het duurde eenige oogenblikken voor de melodie mijn stemming meester werd.quot;

„Uw zenuwen behoorden zulk een medicijn niet noodig te hebben! Verandering van lucht zou u goeddoen. Waarom gaat ge niet eens een weekje bij uw moeder te Holywell doorbrengen? De kindermeid en ik kunnen wel op den jongen passen, nu hij toch gespeend is.quot;

„Neen, Calvin! gij weet dat ik nu niet naar Holywell zou kunnen gaan. Moeders stomme verwijten zouden mij meer hinderen dan wanneer zij die uitsprak. Denk eens: zij naar de kerk gaande, terwijl ik thuis bleef. O, ik zie reeds den medelijdenden blik, dien zij mij, zonder iets te zeggen, zou toewerpen.quot;

„Gij moet leeren u over dat soort van medelijden heen te zetten. Het is een der laatste en machtigste

ocr page 111

101

wapens van den godsdienst. Doch ik veronderstel dat gij onder den indruk van pater Mordaunt's bezoek zijt, hij kwam mij op de stoep tegen en heeft mij onder handen genomen omdat ik u, zijns inziens, te veel alleenliet.quot;

„Ja, Calvin, is het niet een beetje jammer dat gij en ik, die toch man en vrouw zijn, zoo geheel afgezonderd van elkaar leven, wat onze bezigheden en neigingen betreft?quot;

„Lieve Christina, ik meende dat wij een modus vivendi hadden gesloten, hetwelk ieder vrijheid van beweging liet; ik zou mij aan mijn microben, gij u aan uw muziek, uw jongelui en verdere verstrooiingen wijden. Gij weet hoe weinig mijn werk u aantrok toen gij, kort na ons huwelijk, probeerdet mij te helpen.quot;

„Ja, Calvin, doch ik zou mijn tegenzin overwonnen hebben als gij mij slechts een weinig aangemoedigd en geholpen, het werk een beetje geïdealiseerd hadt!quot;

„Ik heb het met opzet niet gedaan, lieve, omdat ik wist dat bij uw temperament een dergelijke poging een gevaarlijke proefneming zou zijn; bovendien zou uw hulp, hoe welgemeend ook, mij in werkelijkheid slechts gehinderd hebben. Is het niet zoo?quot;

„Ja! Ge zult wel gelijk hebben, ge hebt altijd gelijk! Bij het begin van ons huwelijk had ik een ander idee van uw werk, ik beschouwde het als ernstig en van actueel belang, in staat om het goede

ocr page 112

102

in de wereld een stap vooruit te brengen. Zonder twijfel doet het dat ook, doch mijn verbeelding is niet sterk genoeg om de toekomstige resultaten van al dat turen op microscopische preparaten en dat aankweeken van bacillen te kunnen overzien. Het schijnt mij onbeduidend en ik heb er geen geduld voor!quot;

„Juist, daarom heb ik u willen sparen. Met enthusiasme zonder geduld en methode wordt meer vernietigd dan opgebouwd, Christina.quot;

„Ik meende dat uw werk hoofdzakelijk vernietiging beoogde, vernietiging van allerlei drogredenen, bij-geloovigheden en conventies, al begrijp ik niet wat gij er voor in de plaats stellen wilt. Wij vragen om brood, en gij geeft ons een microbe!quot;

Calvin haalde de schouders op en lachte.

„Gij zijt uit uw humeur, liefste! Pater Mordaunt heeft het u zeker lastig gemaakt. Speel liever door als u dat kalmeert, ik heb voor het eten nog wel een uurtje te werken en wil bovendien eens naar den jongen zien. Heeft hij vandaag veel last van zijn tandjes gehad?quot;

„Neen! Vanmorgen was hij erg kribbig, doch in den namiddag is hij vrij wat opgeknapt.quot;

„Dat doet mij genoegen. Gij hebt u, hoop ik, overtuigd dat de kindermeid de melk voor zijn flesch behoorlijk gesteriliseerd heeft ? Den laatsten keer beging zij de domheid, de melk in warm in plaats van in kokend water te zetten.quot;

„Ik heb er vandaag zelf het toezicht op gehou-

ocr page 113

103

den, Calvin,quot; zei Christina, en toen haar echtgenoot de kamer verlaten had, voegde zij er aan toe: „Het steriliseeren beperkt zich hier in huis niet tot de melk alleen; en misschien is dat in vele huishoudingen wel het geval. 0, ik heb somtijds het gevoel alsof ik stikken zal! Het verwondert mij niet dat de maatschappij nu en dan eens een venster openzet teneinde wat frissche lucht binnen te laten, zooals Hartley Passover het uitdrukt. Ik wenschte. .. .! Ik weet niet wat ik wenschen zou, behalve. . . . Doch dat kan niet, nu wij een kindje hebben. Ik moet baby tijdelijk maar als mijn God beschouwen, zooals oom zei.quot;

ocr page 114

HOOFDSTUK II.

EEN GESPREK EN EEN WAARSCHUWING.

Stel u voor: twee vrienden, gezeten in een kamer van één hunner op een uur tusschen middernacht en het aanbreken van den morgen, met een kistje sigaren of cigaretten benevens een paar glazen, wat sodawater en een flesch met geestverwarmenden whisky op de tafel tusschen hen in, en gij kunt er zeker van zijn dat er confidenties zullen volgen.

Denk u vervolgens die beide mannen jong en een van hen met een neiging tot het romantische, en gij kunt er op aan dat genoemde confidenties den vorm zullen aannemen van beschouwingen omtrent de zwakkere sekse, beginnende met een gesprek over de vrouwen in het algemeen, en eindigend met een over de ééne vrouw, die in het brein van den man met de romantische neiging zulk een voorname plaats bekleedt, in het bijzonder.

Dat was de gevolgtrekking, die Hartley Passover uit Nielsen's bezoeken afleidde, wanneer deze in de kamers van zijn vriend verscheen op een uur, dat gewoonlijk aan het verzamelen van nieuwe krachten voor den komenden dag van morgen gewijd wordt.

ocr page 115

105

Niet dat Passover iets tegen die late bezoeken had ; integendeel, hij was gewoon te zeggen dat hij eerst tegen middernacht goed wakker werd. Hieraan had hij ook zijn groote populariteit onder zijn gewone bezoekers, jongelui van het tooneel en de pers, hoofdzakelijk te danken; na afloop der comedies en vermakelijkheden bij Passover te kunnen „oploopenquot;, werd zelfs in hun kringen als een soort van voorrecht beschouwd. Daar Hartley eigen vermogen bezat, had hij in de inrichting der kamers zijn smaak voor het gemak en de weelde kunnen botvieren; eenige wangunstige asceten beweerden wel is waar dat men, zijn vertrekken aldus volproppende, de verwijfdheid te ver drijven kon, doch de meeste van Hartley's minder gefortuneerde vrienden vonden het veel te aangenaam van een andermans gemakkelijke stoelen, sigaren en whisky met sodawater te profi-teeren om zich over de vele draperieën, mollige tapijten, kussens, voetzakken enz. te ergeren. Zoo presideerde Hartley meestal driemaal per week een middernachtelijk symposion van dolle invallen en scherts. Ivar Nielsen was gewoonlijk een stille toeschouwer bij deze vergaderingen, en zijn tong kwam eerst los, wanneer de anderen vertrokken waren. Doch al sprak hij niet, hij luisterde des te meer, en zijn opmerkingen amuseerden Passover dikwijls,

„Ik mag uw jongelui wel,quot; zei hij. „Ze doen mij zoo #an Proteus denken!quot;

„Proteus? Wat bedoelt gij?quot;

„Hier zijn het zulke brullende leeuwen en aan

ocr page 116

106

den huiselijken haard spinnen zij als poesjes. Wie van hen zou zich werkelijk over de conventies durven heenzetten?quot;

„Dat hangt er van af wat gij onder conventies verstaat, als dat woord ten minste een bepaalde beteekenis heeft. In onze dagen is het slechts een smaadwoord voor alle aangenomen gebruiken, die tegen onze bijzondere neigingen indruischen. Ben dief bij voorbeeld zal het achtste gebod als hinderlijk conventioneel beschouwen.quot;

„En voor zoover hij niet beter weet, heeft hij gelijk. Ik sympathiseer met hem wanneer hij in een diefstal een rechtmatige daad meent te zien. Hij handelt veel mannelijker dan wanneer hij het stelen nalaat uit vrees voor straf of uit gebrek aan moed om zich tegen een door de meerderheid aangenomen gebruik te verzetten. Vrijheid is slechts een ijdele term, indien niet iedereen de vrijheid heeft om zich te ontwikkelen zooals hij dat het geschiktst acht; indien men zich, uit vrees voor het breken van de bandjes der conventie, niet eens fiksch mag uitrekken.quot;

„Maar mijn waarde,quot; riep Passover, „gij zijteen volslagen anarchist!quot;

„Tk ben geen anarchist,quot; antwoordde Nielsen ernstig, „Ik heb een grondstelling, namelijk dat men zich bij al zijn daden door zijn verhevenste gedachten moet laten leiden. En deze zouden, zooals gij begrijpt, iemand nooit tot een diefstal aansporen, maar hem dien als een laagheid doen verachten,quot;

ocr page 117

107

„Men kan echter kostbaarder dingen stelen dan iemands stoffelijke bezittingen,quot; wierp Hartley hem tegen, terwijl hij een sprankje ernst in zijn luchtigen toon legde.

„Stelen!quot; herhaalde de Noor. „Dat is geen goed woord voor wat gij bedoelt. Iemand met een vrijen wil kunt gij niet stelen. Gij kunt vrouwen niet met ossen of ezels of goederen gelijkstellen. Een man kan zijn vrouw niet bij testament aan een ander vermaken. Waarom niet? Omdat zij zijn eigendom, zijn slavin niet is! Zoowel gedurende het leven van haar echtgenoot als na zijn dood is zij vrij; als zij hem verlaat, is zij niet gestolen. Zij heeft het recht zichzelf het leven gelukkig te maken.quot;

„Zijn deze stellingen zuiver academisch?quot; vroeg Passover geeuwend.

Ivar Nielsen lachte.

„Wat dacht gij anders? Natuurlijk zijn zij academisch; zuivere theorie, doch die het bespreken wel verdient omdat zij het leven is, en wij leven.quot;

„Gij bedoelt dat uit de theorie de daad geboren wordt?quot;

„Dat kan het geval zijn, indien de omstandigheden zulks meebrengen.quot;

„En gij maakt van uw eigen inclinatie een soort van broeikas, waarin gij die theorie opkweekt, nietwaar?quot;

„Het is meer dan inclinatie, het is aspiratie!quot;

„Naar wat? Naar mevrouw Mortimer's salon?quot;

ocr page 118

108

„En waarom niet, als zij de bergtop is, die iemand boven zichzelf verheft?quot;

Passover bood Nielsen een cigarette aan.

„Wees toch practisch!quot; sprak hij. „Tracht niet u boven uzelf te verheffen. Het is een slecht plan. Gij wordt maar duizelig en valt naar beneden. En wanneer gij dan bovendien iemand met u mede-sleept, iemand, van wie gij houdt. . . . !quot;

De musicus ging naar de piano en sloeg een paar tonen aan.

„Wat is dat?quot; vroeg hij.

„Het motief uwer laatste sonate voor piano en viool,quot; gaf Passover dadelijk ten antwoord.

„Juist. Had ik die sonate kunnen componeeren zonder mij boven mijzelf te verheffen?quot;

„Maar die muziek zijt gijzelf, zij is de beste uitdrukking van uw eigen ik. En ik hoop dat het afdoend blijken zal wanneer gij haar over drie weken in St. James Hall spelen zult.quot;

„Mijn eigen ik!quot; zei Nielsen, heftig een dissonant aanslaande. „Dat is mijn eigen ik, als gij het weten wilt. Het andere is hoog boven mij, gelijk de sneeuw op de bergtoppen. Z ij is het! Nu weet gij, waarom ik naar haar salon verlang, waarom zij mij boven mijzelf verheft.quot;

„Een tamelijk gevaarlijke prikkel, doch zoolang hij slechts de muzikale neigingen in u wakker maakt, kan ik er niet veel tegen zeggen, mits de uitkomst het gevaarlijke van het middel wettigt. Doch waarom neemt gij het met uzelf zoo ver-

ocr page 119

109

schrikkelijk ernstig op ? Muziek moet voor den musicus van beroep evenzeer een quaestie van broodwinning zijn als schilderen en boekenschrijven voor schilders en schrijvers. Ik weet dat gij het nu niet met mij eens zijt, doch wacht maar tot het opbruisende in uw karakter een beetje bedaard is. Een artistiek temperament is als pas gebotteld bier: een lekkere drank onder een kop van schuim !quot;

„Als mijn nieuwe sonate schuim is, zal ik nooit iets beters maken.quot;

„Zeker zult gij, als gij maar eerst wat tot rijpheid gekomen zijt.quot;

„Ja, maar nooit iets zoo spontaans, zoo frisch, zoo vol van het parelende der jeugd. Arme mevrouw Mortimer! Als ik haar zie, denk ik altijd aan een bergstroom in de koude donkere schaduw van een steile rots, terwijl de zon zich in zijn rimpelend watervlak behoorde te spiegelen. De finale van mijn compositie is een poging om te laten zien wat de stroom in het breede zonnige dal zou zijn, het middelste adagio is de donkere kloof!quot;

„En het begin?quot;

„Dat is het hunkerend verlangen van den stroom naar liefde en leven.quot;

„Hebt gij dit alles reeds aan mevrouw Mortimer uitgelegd?quot;

„Neen.quot;

„Doe het dan niet. Ik ben niet preutsch, noch een Farizeër, en persoonlijk knoop ik niet ongaarne platonische betrekkingen aan met getrouwde vrou-

ocr page 120

110

wen. Haar gezichtskring is zooveel ruimer dan die van jonge meisjes. Doch in dit geval is het wat anders, want, ziet gij, Calvin Mortimer is een goed vriend van mij. Ik weet dat hij een methodisch, koud wezen is; hij weet dat trouwens zelf ook, en daarom laat hij zijn vrouw zoo dikwijls door andere mannen gezelschap houden. Maar hoe het zij, hij houdt veel van haar, en zij in den grond ook van hem, dat weet ik zeker.

„Denkt gij dat ik mij tusschen hen plaatsen zal?quot;

vroeg Nielsen.

„Volstrekt niet,quot; antwoordde Passover, zich opzettelijk van den domme houdend. „Mijns inziens behoordet gij haar echter niet als een soort van gemoeds-harp te beschouwen, waarop gij uw nieuwe muzikale ideeën uitwerkt. '

„Dus ... doe ik dat.. . volgens uw meening?quot;

„Niet opzettelijk. Maar het zou er van kunnen komen.quot;

„Gij vergist u,quot; sprak Nielsen zacht. „Zij is niet de harp, doch de harpspeelster. Ik ben de boom aan het fjord, zij is de bries, die de takken zingen doet. Ja! Dat was de eerste muzikale idee, die zij

mij ingegeven heeft.quot;

En hij ging weer naar de piano en speelde een begeleiding bij een air, dat hij zacht vooi zichzelf neuriede. Het was de melodie, die Christina na het bezoek van pater Mordaunt op haar viool speelde.

„Er is nog iets,quot; ging Passover voort. „Gij, muzikale heertjes, idealiseert zoo gaarne wat voor

ocr page 121

Ill

u onbereikbaar is. Natuurlijk heeft mevrouw Mortimer een knap gezichtje, en verstandig is zij zeker, anders zou Mortimer haar en zij Mortimer niet getrouwd hebben. Doch kent gij de ietwat triviale uitdrukking wel: een kat in een zak koopen?quot;

„Gij zegt dat toch niet met het oog op haar huwelijk met mijnheer Mortimer?quot; vroeg Nielsen.

Hartley begon te lachen.

„Daar hebt gij mij laten inloopen. Die quaestie raakt ons echter niet. De meeste verbintenissen worden, veronderstel ik, gesloten omdat men aan het huwelijk i n p o s s e altijd boven den ongetrouwden staat in esse de voorkeur schijnt te geven; vooral geldt dit van jonge dames, die zich willen emanci-peeren,quot;

„Juist. Zij meenen dat de echtgenoot dadelijk met haar op reis zal gaan om haar de hooge bergtoppen te toonen, terwijl hij ze meestal naar een binnenplaatsje brengt en op den vuilnishoop wijst.quot;

„Welnu, wat zou dat? Een vuilnishoop is het zinnebeeld der in een huishouding vereischte netheid. Een sneeuwberg zou maar een lastige klimpartij vereischen, om van lawines en dergelijke dreigende ongevallen niet te spreken.quot;

„Een lawine zou goeddoen. Zij zou al die nietigheden, waarin de ziel verstrikt wordt, wegvegen en begraven. Bij het noemen van het woord vuilnishoop dacht ik aan mijnheer Mortimer's wetenschap, aan zijn rondtasten in den afval om allerlei kiemen te vinden, aan zijn wroeten in de aarde,

ocr page 122

112

terwijl hij het zonlicht den rug toekeert. Een mooi werkje voor een vrouw als de zijne! En heeft zij er iets bij gewonnen? Ja, zij heeft de overtuiging gekregen dat er niets boven het aardsche gaat! Dat zegt zij ten minste, maar zij gelooft het zelf niet. Naprater ij en anders niets, evenals onze conventio-neele religie. Ook deze bestaat in het belijden van een zeker stelsel, dat met ons werkelijk geloof niets te maken heeft. In zijn binnenste koestert ieder zijn eigen begrippen, al houdt men er ook in het publiek andere geleende denkbeelden op na. God spreekt in de ziel, niet door gedrukte boeken of door den mond van andere menschen. Ware godsdienst bestaat in zelfvolmaking. Als er geen geest is, geldt dit slechts voor het dierlijke, en mijnheer Mortimer zou er waarlijk geen bezwaar in zien, dat aan zijn vrouw te vertellen.quot;

,Als gij theosophist waart, zoudt gij weten dat de eenige weg tot zelfvolmaking of zelfbevrediging is: zichzelf weg te denken,quot; zei Passover, terwijl hij op een laag stoeltje bij het vuur ging zitten om zijn handen aan den gloed te warmen.

„Zooals gij op het oogenblik in dit behaaglijk vertrek doet?quot; vroeg Nielsen.

„O, ik wend geen pogingen aan om volmaakt te worden, dat laat ik aan hoogere machten over. Ik moet' nog zeer veel reïncarnaties ondergaan voor ik het Nirwana bereikt heb. Misschien kom ik na dit leven wel als een arme bedelaar op de wereld terug, ik zoek dus van mijn tegenwoordige voor-

ocr page 123

113

rechten zooveel mogelijk te genieten. Oorspronkelijk ben ik een kind van het Zuiden, en een Meimaand in Engeland behoort volstrekt niet tot mijn idealen van een zomer.quot;

„Gij verlangt zeker erg naar uw bed, nietwaar?quot;

„Als vriend wil ik u geen onwaarheid zeggen door het te ontkennen.quot;

„Dan ga ik heen. Kijk, de dag breekt al aan. Uw Londensche straten bevallen mij het best bij het aanbreken van den morgen; een zonsopgang aan de rivier is zulk een heerlijk gezicht. Gisteren vlogen er verscheidene meeuwen, en o, dan verheug ik mij zoo, want zij schijnen mij een groet van de zee te brengen!quot;

„Pas op. loop maar niet tot Chelsea door,quot; riep Passover Nielsen achterna toen deze de trap afging.

Hartley Passover had Ivar Nielsen geheel in diens eigen belang gewaarschuwd; hij wilde niet dat Nielsen's carrière door een vrouw zou worden bedorven. Wat Christina betreft, zij bezat, volgens Hartley's meening, een veel te geëvenredigd karakter om zich door een passie op den verkeerden weg te laten meesleepen, terwijl het niet in hem opkwam dat een vrouw voor een, zij het ook in lichten graad, mismaakte iets meer dan een soort van welwillend medelijden gevoelen kon. Christina's vriendelijkheid, zoo dacht hij, kon echter door den jongen Noor wel eens verkeerd worden opgevat, en hii vreesde dat Ivar meer naar de stem der bewondering dan naar die der voorzichtigheid luisteren

VERLOREN GELOOF. I. 8

ocr page 124

114

zou. Onnoodig te zeggen dat hem dit bij de Mortimer's in een valsche positie plaatsen, en, ten minste tijdelijk, een noodlottigen invloed op zijn zielsrust uitoefenen moest.

Deze overwegingen voerden Passover een paar dagen later in mevrouw Mortimer's salon ; hij hoopte van haar iets naders omtrent den toestand te vernemen.

„Ik zal u één kopje thee geven,quot; zei Christina, „doch lang moogt gij niet blijven. Ik heb in de laatste dagen niemand gezien, want mijn arme jongen is ziek geweest.quot;

„Dat spijt mij; goed dat gij mij waarschuwt, u niet te lang op te houden. Ware vriendschap bestaat in oprechtheid. Als gij het goedvindt, wil ik wel dadelijk heengaan.quot;

„O, neen, doe dat niet. Het is zoo aangenaam en opwekkend, eens met een ander te praten, zij het ook maar voor een oogenblik. Baby is bovendien vrij wat beter, hij slaapt nu en zal, hoop ik, bij het ontwaken geheel opgeknapt zijn.quot;

„Wat scheelt hem? Toch niets ernstigs?quot;

„Neen. Tandjes en anders niets, maar Calvin is nogal ongerust, en nu maak ik mij, in weerwil van mijzelf, ook angstig. Zoo iets is erg aanstekelijk. quot;

„Is mijnheer Mortimer thuis?quot;

„Neen. Hij is naar een medische vergadering ergens in het Noorden van Londen, overigens was hij, evenals ik, gedurende de laatste dagen geheel

ocr page 125

115

aan huis gebonden. Doch hebt gij mijnheer Nielsen ook gezien? Ik weet waarlijk niet wat hij van mij denken zal. Eergisteren wilde hij mij een bezoek brengen om zijn nieuwe sonate voor piano en viool met mij te spelen, maar de meid heeft hem, zonder iets van baby's ziekte te zeggen, belet gegeven. Het ongelukkige is dat ik hem gevraagd had om te komen; hij moet mij dus voor zeer vergeetachtig of voor opzettelijk onbeleefd houden.quot;

Passover kon zijn lachen niet bedwingen.

„Kom, dat stootje zal hem geen kwaad doen, mevrouw Mortimer. Hij zal het in een kleine muzikale klacht omzetten en zich dan weer verruimd gevoelen. Zulke kleine teleurstellingen prikkelen hem slechts om zijn krachten te ontwikkelen.quot;

Christina keek een oogenblik ernstig, daarop begon zij ook te lachen.

„Ik was heusch zoo onnoozel om uw woorden ernstig op te vatten en te denken dat ik mijnheer Nielsen met dat „stootjequot;, zooals gij het noemt, in zijn gemoed gekrenkt had. Doch dit daargelaten, gelooft gij dat hij een man is die zijn emoties slechts beschouwt als iets, waaruit voor zijn kunst kapitaal kan slaan?quot;

„Dat hij ze als zoodanig b e s c h o u w t, wil ik niet beweren, doch de muziek wordt zoozeer door emoties geïnspireerd, dat deze laatste zonder twijfel gedeeltelijk het bedrijfskapitaal van een componist vormen.quot;

„Nu, men ziet duidelijk dat mijnheer Nielsen geheel

ocr page 126

116

een man van emoties is; een zenuwlijder evenals de meeste genieën, noemt Calvin hem. Doch het maakt hem des te aantrekkelijker, vindt gij niet? Men ontmoet zoo zelden een genie, dat aan de van een genie gekoesterde verwachtingen beantwoordt.quot;

„Wellicht omdat een man nooit als een genie erkend wordt eer hij het romantische der jeugd verloren heeft en te oud en ervaren is om zijn aandoeningen niet onder bedwang te kunnen houden.quot;

„Dat kan wel zijn ; ge weet echter niet welk een teleurstelling het was toen ik voor het eerst met menschen in aanraking kwam, die ik vóór dien tijd slechts door de faam hunner werken kende. Trout-beck, de novellist, bij voorbeeld. W elk een ondraaglijk saaie kwant is hij, en eten, dat hij doet, verschrikkelijk! Dat is om zijn hersens te voeden, zult gij zeggen, terwijl hij al zijn geest voor zijn boeken bewaart, daar hij dien te kostbaar vindt om er een gemengd gezelschap mee op te vroolijken. Misschien heel verstandig ingezien, doch het heeft mij den smaak in zijn boeken doen verliezen. En dan die heldentenor. Waarom heeft een ideale opera-tenor altijd zooveel van een weldoorvoeden ouderling met een krophals als een doffer ? Werkt dat niet ontnuchterend ? De eenige man, die beantwoordt aan het idee, dat ik mij in verband met zijn werken van hem gevormd had, is mijnheer Nielsen. In manieren, gelaat en denkwijze is hij één met zijn muziek.quot;

„Jammer dat hij mismaakt is.quot;

„Mismaakt! O, gebruik toch zulk een ruw woord

ocr page 127

117

niet. Dat kleine lichaamsgebrek, zooals het is, onderscheidt hem juist van de groote massa, en zijn gelaat is geheel dat van een kunstenaar.quot;

Passover glimlachte.

„ Ik vrees, dat hij hier slechts onbewust schittert.quot;

„Hoezoo ?quot; vroeg Christina.

„Gij windt hem op, zoodat hij nolens volens zijn schitterende gaven vertoonen moet. Ziet gij, daarom komen wij, jongelui, zoo gaarne bij u; gij doet ons altijd uitkomen en dat weten wij. Het is een groote gezelschapsgave, een betere dan het talent om zichzelf steeds op den voorgrond te dringen.quot;

„Maar is mijnheer Nielsen elders niet vroolijk en enthusiast?quot;

„Met onder vrienden op mijn kamer. Dan is hij vervelend als een oude paai of stil als het graf! Gij hebt, als gij mij de beeldspraak veroorlooft, de macht, de toetsen van Nielsen's zenuwklavier te bespelen, doch weet gij wel, dat daardoor in sommige opzichten een groote verantwoordelijkheid op u rust?quot;

Onder het spreken had Passover Christina aangezien. Zij echter haalde de schouders op en lachte.

„Ik zal oppassen niet te veel te broddelen,quot; antwoordde zij.

„Doe dat,quot; hernam Passover, ditmaal tot haar verwondering met grooten nadruk sprekend. „Nielsen is een man, wiens gemoedssnaren men licht te sterk kan aanslaan. Hij is, zooals uw echtgenoot zegt, min of meer een zenuwlijder, en het is gevaarlijk

ocr page 128

118

om den waanzin van het genie op te wekken.quot;

„Hoe weten wij dat zulk een waanzin niet het helderste verstand is? Wat is de maatstaf van het verstand? Een gezond dierlijk organisme, dat de meeste levensvatbaarheid heeft, zooals mijn echtgenoot zeggen zou? De bij uitstek achtenswaardige man van conventies, die nooit een in het oog vallende domheid begaat — de geesten, die, laag bij den grond, steeds voortgaan één bij één te tellen, zooals Browning zegt, en spoedig de honderd bij elkaar hebben, of de in hooger sferen zwevende karakters, die op een millioen mikken en zelfs geen eentje treffen kunnen?quot;

„Als ik mijn oogen sloot, zou ik mij kunnen verbeelden Nielsen te hooren,quot; sprak Passover. „Het is dezelfde spottende betoogtrant; geen wonder, voorwaar, dat hij zich hier opwindt wanneer gij hem aldus aanmoedigt. Maar alle scherts ter zijde, voor zoover ik er over oordeelen kan, ligt bij een man als Nielsen een der hoofdvereischten voor een normalen geestestoestand in het succes. En van zijn succes zou ik hem niet gaarne willen berooven.quot;

„Dus openhartig gesproken: ik moet hem in het trotseeren der conventies niet verder aanmoedigen,quot; voegde Christina er aan toe.

„Zoo is het. Wat ons betreft, wij kunnen gerust met de conventies den draak steken. Onze redeneeringen zijn zuiver theoretisch, doch de arme Nielsen mocht ze eens in de praktijk gaan toepassen, en die weelde kan hij zich niet veroorloven omdat zijn

ocr page 129

119

positie nog verre van onafhankelijk is. Hij moet eerst zijn carrière maken.quot;

Christina bewaarde een peinzend stilzwijgen.

„Ik verwacht groote dingen van zijn nieuwe sonate,quot; ging Passover ietwat luchtiger voort. „Het is werkelijk iets bijzonders, onlangs speelde hij een paar passages voor mij. Doch thans wil ik u niet langer ophouden, ik hoop dat baby spoedig geheel hersteld moge zijn.quot;

„Ik moet de uitvoering bijwonen,quot; zei Christina. „Wanneer zal zij plaats hebben?quot;

„De uitvoering?.....0, van Nielsen's sonate!

Woensdag over veertien dagen. Madame Schwachtod speelt de vioolpartij.quot;

„Ik wou dat ik het kon doen.quot;

„Gij, mevrouw Mortimer?quot;

„Ja, ik zou de muziek beter dan ieder ander begrijpen, dat voel ik. Jammer dat ik mijnheer Nielsen de laatste maal niet getroffen heb, volgens zijn belofte zou ik de eerste zijn, die de vioolpartij mocht spelen. Doch ik hoor de bel van de kinderkamer, ik moet heusch naar baby gaan zien.quot;

„Mortimer mag den goden dankbaar zijn dat er een baby is,quot; mompelde Passover bij zichzelf toen hij het huis verliet.

ocr page 130

HOOFDSTUK III.

MOEDERSMART.

Eenige kolommen, door Hartley Passover in zijn blad aan Nielsen's nieuwe sonate gewijd, waren door de meeste couranten overgenomen, zoodat niettegenstaande de hitte van een Juni-namiddag het publiek in grooten getale opgekomen was om de nieuwe compositie te hooren voordragen. Alle gereserveerde plaatsen in St. James Hall waren genomen, zelfs de shillingsplaatsen waren door een talrijk publiek van dames uit de voorsteden bezet.

Christina Mortimer had van Nielsen zelf twee parquetplaatsen ontvangen. Daags te voren had hii de kaartjes gezonden met een brief, waarin hij mevrouw Mortimer nederig verzocht, het concert niet te verzuimen. „Het spijt mij,quot; zoo schreef hij, „dat omstandigheden mij verhinderd hebben u volgens belofte de vioolpartij te laten spelen vóór een ander haar beproefd had. Thans hoop ik echter het genoegen te hebben uw critiek te hooren vóór die van anderen mijn oor bereikt. Uw zoontje zal, naar ik vertrouw, voldoende hersteld zijn om u te veroorloven hem te verlaten en u naar het concert te begeven.quot;

ocr page 131

121

Calvin Mortimer lachte toen zijn vrouw hem het briefje lezen liet.

„Met behulp van een woordenboek en een „beleefden briefschrijverquot; opgesteld. De laatste zin is allerheerlijkst: u te veroorloven hem te verlaten !quot; sprak hij.

„Maar Calvin! Zijn taal is toch zuiver,quot; gaf Christina ten antwoord. „In ieder geval is het erg vriendelijk van hem, zoo aan ons te denken.quot;

„Gij gaat zeker?quot;

„Natuurlijk. Waarom zou ik niet?quot;

„Ik dacht aan den jongen. Is het wel verstandig hem aan de zorgen van de kindermeid over te laten ? Ik ben namelijk niet thuis.quot;

„Wel, als gij denkt gerust uit te kunnen gaan. waarom zou ik het dan niet doen?quot;

„Die vergelijking is niet juist. Gij gaat voor genoegen, ik voor mijn werk.quot;

„Dat werk is toch uw genoegen, nietwaar?quot;

„Natuurlijk. In zoover als iedere ernstige arbeid dat behoort te wezen. Laat ons echter niet redetwisten ; indien gij gaan wilt, ga dan gerust. Een afwezigheid van twee uur zal er voor het kind niet zooveel op aankomen. En hij is gelukkig veel beter.quot;

„Ik zal thuis blijven als gij dat liever hebt, Calvin.quot;

„Beste Christina, er is hier geen sprake van „%ver hebbenquot;. Gij moet zelf besluiten; denkt gij. als moeder, uw kind gerust alleen te kunnen laten, dan zal ik geen tegenwerpingen maken.quot;

ocr page 132

122

„Hij is werkelijk geheel genezen, Calvin. Het zou overdrijving zijn te wachten of hij misschien weer ziek wordt, evenals mevrouw Blencowe, die thuis blijft omdat het misschien zal gaan regenen, en net zoolang wacht tot het werkelijk regent. Dan vindt zij zichzelf erg voorzichtig, terwijl zij vergeet dat zij in den tusschentijd uit en thuis had kunnen zijn zonder nat te worden. Wanneer moeders steeds thuis zouden blijven uit vrees dat hun kinderen iets overkomen mocht, dan zouden zij nooit uit kunnen gaan.quot;

Mortimer's eenig antwoord bestond in een welsprekend stilzwijgen, dat Christina gemelijk maakte en haar het genoegen van het aanstaande concert wel een beetje bij voorbaat bedierf.

Tien minuten voor den aanvang der uitvoering bevond zij zich in St. James Hall; om haar onrust te verbergen, snapte zij druk met Hartley Passover en amuseerde hem met een kluchtige beschrijving van de eigenaardigheden der beruchte mevrouw Blencowe.

„Ik heb haar kort na onze bruiloft te Folkstone ontmoet; zij vroeg mij daar aan de volle table d' hóte en over de tafel heen of ik in Anglicaansche-kerktapis-serieën belangstelde, en wat ik van het effect eener heliotroopkleur dacht. Even luid antwoordde ik dat ik Katholiek was, waarop zij met een medelijdend lachje aanmerkte: „O, hoe aangenaam moet dat wezen voor iemand, die zoo verzot op muziek is-als gij!quot; Dwaas oud schepsel! Alsof muziek en godsdienst samengaan.quot;

ocr page 133

123

„Muziek is thans uw godsdienst, geloof ik !quot; sprak Hartley.

„Wat is dat?quot; vroeg een derde stem, welker klank Christina trillen deed. „Ik wensch een onbevooroordeelde opinie over mijn nieuwe compositie van u te hooren, gij moogt er dus niet vooraf met een criticus van beroep, zooals mijnheer Passover, over praten.quot;

„Dat beloof ik u, mijnheer Nielsen,quot; sprak Christina. „Het is de eenige wijze, waarop ik u voor de ons gezonden kaartjes dankzeggen kan. Calvin — ik bedoel: mijnheer Mortimer was tot zijn leedwezen verhinderd met mij mede te gaan.quot;

„Och! Is hij niet gekomen? Dan mag ik zeker het genoegen wel hebben u thuis te brengen? Op die wijze verneem ik meteen wat gij van mijn werk denkt.quot;

„Zeker. Mijnheer Passover en gij zullen, hoop ik, met mij meegaan om een kop thee te drinken.quot;

„Het spijt mij zeer, mevrouw Mortimer, maar ik moet nog een artikeltje schrijven, dat ik aan een avondblad beloofd heb,quot; zei Hartley. „Ik kan zelfs niet tot het einde toe blijven. Wat is het laatste stuk? O — Variations van Corelli. Een beetje ouderwetsch, nietwaar ?quot;

Nielsen glimlachte.

„Dat heb ik om mevrouw Mortimer gedaan. Ik heb die Variatio ns eenmaal voor haar gespeeld, en zij vond het stuk precies een lach; ik dacht dus, dat het als slotnummer van mijn concert het publiek

ocr page 134

124

in een opgeruimde stemming huiswaarts zou doen gaan.quot;

„Het zal inderdaad een goed contrast vormen,quot; merkte Hartley op. „Het vroolijk optimisme van onze vroegere componisten is haast een weldaad na de ontzettend droefgeestige muziek der modernen. In hun dagen was het leven zeker veel eenvoudiger.quot;

„Het zou ook nu eenvoudig kunnen zijn als wij den moed hadden de spinnewebben der conventies te verbreken,quot; antwoordde Nielsen.

„Gij moet thans het spinneweb van het gesprek verbreken,quot; hernam Passover. „Het is twee minuten voor drieën. De jongedames-kostscholieren op de galerij halen haar partituren voor den dag, en ik hoor ze haar kelen schrapen alsof zij een openingskoor moesten zingen. Vooruit dus, waarde bouwmeester, ga thans uw toren beklimmen.quot;

„Die toren is nog niet gebouwd!quot;

„Toch wel — van muziek.quot;

„En daarom voor altijd,quot; voegde Christina eraan toe.

„Dat is het voorrecht, kunstenaar te zijn,quot; sprak Hartley, nadat Nielsen heengegaan was. „Zij bouwen voor zichzelf en voor altijd. Een geleerde als uw echtgenoot legt slechts de twijfelachtige fundamenten voor het volgende geslacht.quot;

Mevrouw Mortimer zuchtte alsof zij plotseling medelijden kreeg met het lot van haar echtgenoot.

Een oogenblik later verscheen Nielsen op het podium en zette zich voor de piano, — een moderne toovenaar, die de zinnen zijner hoorders onder zijn magischen invloed brengen zou.

ocr page 135

125

De nieuwe sonate opende het tweede gedeelte van het programma, en eerst toen gelukte het Christina onder den geweldigen indruk der muziek de gedachte aan Mortimer's bezorgdheid voor den kleine te vergeten.

De eerste maten der sonate vormden een breed largo voor de piano-partij alleen: zij moesten het langzaam aanbreken van den dag voorstellen. Daarop zette de viool het hoofdmotief in met eenige hooge harmonische tonen, klinkende als in de verte neer-droppelend water, welk thema zij vervolgens steeds meer uitwerkte en langzamerhand tot het midden-register bracht. Hier werd het door de piano overgenomen, terwijl het strijkinstrument een bruisend accompagnement van arpeggios speelde, die nu en dan in eenige maten van een slepende, op een wals gelijkende melodie overgingen, om ten slotte met de herhaling van het thema in den mineur weg te sterven. Christina was verrukt. Onbestemde visioenen van vreugde stegen als nevelen voor haar op en deden een gevoel van heftige ontevredenheid ontwaken, dat voor geen verbreken van belemmerende banden zou terugschrikken, wanneer het een brandende begeerte bevredigen kon. Het was haar als hoorde zij de zee tegen den boeg van een schip spatten, dat haar naar een ander land voerde. De wind blies door het tuig, en te midden van de schuimende golven riepen de zeevogels elkander toe. En dan weer scheen het geluid niet langer de zee te zijn; het geleek eerder het sissend ruischen van

ocr page 136

126

een bergstroom, diep in een enge kloof, aan beide zijden met donkere dennenwouden begroeid. En door deze wouden huilde de wind met eentonige en klagende stem, aan welke zich nu en dan de kreet van een roofvogel uit een ver verwijderd adelaarsnest op de toppen der bergen paarde. De laatste indruk werd nog versterkt bij het einde van het eerste deel der sonate, waar het hoofdmotief zich in afzonderlijke noten verloor en slechts flauw door het niet eindigend geruisch van het water scheen heen te trillen, totdat ook dit zwakker werd en geleidelijk ophield.

Het adagio, door Nielsen met de lange sombere vallei vergeleken, begon met een passage voor de piano in den bassleutel, voorstellende het laatste gerommel van een wegtrekkende onweersbui. Ka een beeld getooverd te hebben van de duistere kloof, waar het water in de schaduw der grauwe wolken-gekroonde bergreuzen mistroostig zijn weg zoekt, eindigde het adagio met een herhaling van het thema uit het eerste gedeelte. Steeds helderder en vlugger werd de muziek om zich eindelijk zonder pauze in het vroolijke en levendige scherzo finale op te lossen.

Op dat oogenblik werd de aandacht van het publiek afgeleid door een kleine opschudding bij een der zij-ingangen naar de stalles, en sloop een der beambten op zijn teenen naar de plaats waar mevrouw Mortimer zat om haar een briefje te overhandigen. Ietwat geërgerd over de stoornis en over het kruis-

ocr page 137

127

vuur der haar fixeerende blikken, brak Christina het couvert open en las zij het volgende briefje van de kindermeid:

„Mevrouw ! Gelieve dadelijk thuis te komen, baby heeft plotseling stuipen gekregen. Ik heb om Dokter Pocock gestuurd en baby een warm bad gegeven, dit heeft echter niets geholpen. Kom vooral dadelijk. Mijnheer is nog niet thuis.

Uwe dienstwillige

Janet Filbtjryquot;.

Het was alsof een schrille wanklank plotseling de volmaakte harmonie tusschen viool en piano stoorde en de lieflijke droombeelden, die de muziek in haar opwekte, op de vlucht joeg. Hartley Passover had het leven eens met een serie dissolving-views vergeleken, thans geschiedde de verandering nog sneller. De tuin der Hesperiden verzonk voor haar oogen, niet in de eindelooze ruimte van den oceaan, doch in de brandend heete straat van een wereldstad, waar het zonlicht haar onbarmhartig in het gelaat scheen als wilde het met haar diepe zielesmart den spot drijven. Haastig van haar zetel oprijzend, verliet Christina de zaal. De trippelmelodie van het scherzo klonk haar nog in de ooren toen zij in het bedrijvige Piccadilly stond, en scheen gedurende den rit door de blakende straten met het geratel der wielen maat te houden. Het was alsof zelfs Nielsen zich over haar smart vroolijk maakte.

ocr page 138

128

„Mijn jongen, mijn ventje!quot; kreunde het moederhart, waaraan zich onbewust de kreet paarde: „En niet eens gedoopt!quot;

Hoe zij thuis gekomen was en wat zij gedaan had, wist zij later zelf niet. Alles wat zij zich herinnerde was een gevoel van dorst en wrangheid in de droge straten op dien zomernamiddag, een plotselinge overgang van het schelle licht in de koele donkere vertrekken van haar eigen huis, kakelende dienstboden om het lichaam van haar kind, een geneesheer, die haar hand greep en haar bad zich goed te houden, en eindelijk het alleen zijn met haar smart in het duistere salon.

„Laat ik u een kop thee brengen, mevrouw!quot; zei Janet, de kindermeid.

Maar zij antwoordde woest: „Neen! Ga weg! Laat mij alleen! Ik heb niets noodig.quot;

De echo der melodie van het scherzo stierf weg, en zij dacht aan een liedje van Richardt, door Nielsen op muziek gezet:

Lieve Jezus, Gij waart hard Dus mijn kleine ster te rooven!

Hadt Gij waarlijk niet genoeg Eng'lenkindertjes daarboven ?

Geef hem vleugels, dat hij zweve,

En in Uwe glorie leve!

En mij, diep bedroefde vrouw.

Geef mij tranen in mijn rouw!

Maar de tranen kwamen niet, en het gebed zelf scheen haar het hart te versteenen. Wat hielp het of zij aan haar smart uitdrukking gaf als toch

ocr page 139

129

niemand haar hooren, veel minder troosten kon?

Even na vijven werd er gescheld.

„Calvin!quot; mompelde Christina bij zichzelf. Het was echter Ivar Nielsen.

De dienstbode, die hem de deur opende, had eerst geweifeld of zij hem toelaten zou, doch toen Nielsen, onbekend met hetgeen er voorgevallen was, verklaarde dat hij verwacht werd, dacht zij dat haar meesteres om hem gezonden had. Instinctmatig gevoelde zij dat een vooraf aandienen, zooals zij anders gewoon was te doen, thans misplaatst zou zijn, en zij verzocht Melsen naar boven te gaan, waar hij mevrouw Mortimer in het salon zou vinden.

„Ach, het gaf mij een steek in het hart,quot; sprak Nielsen, toen hij het tooneel later aan Hartley Passover beschreef. „Van buiten komende, scheen mij de kamer duister, zoodat ik haar niet zag, tot zij als een visioen voor mijn oogen oprees. Het was de zomer met de gestorven lente in de armen! Zij was nog gekleed zooals gij haar op het concert gezien hebt, en droeg nog den breedgeranden zomerhoed, die, haar gelaat beschaduwend, de klare oogen des te sprekender deed uitkomen. Ach, hoe hard en ijskoud was thans hun uitdrukking. Op haar schoot lag het doode kindje, bleek en stil, slechts gekleed in zijn wit hemdje. Het tooneel geleek een kopie van een marmergroep, die ik eens gezien heb, een piëta — de Heilige Maagd met «ten dooden Christus op haar schoot, alleen was hier de doode een kinderlijkje. „Ja! dat was

VEKLOBEN GELOOF. I. 9

ocr page 140

130

moedersmart! Het was een elegie op zichzelf, en schoon was die jonge moeder, schooner dan ik haar ooit gezien heb! Spreken kon ik niet en ook zij zweeg; zij keek mij slechts aan, en haar lippen trilden. Daarop ging ik heen.quot;

Had Ivar Melsen een overweldigenden indruk van Christina ontvangen, niet minder hevig diep was de indruk, dien de musicus op de jonge vrouw gemaakt had. Het fijnbesneden reine gelaat, het blanke voorhoofd, de golvende goudblonde lokken, dat alles herinnerde haar aan een der engelen van een glasschildering uit haar oude kloosterkapel. Reeds als schoolmeisje was zij op het gelaat van dien aartsengel — Raphael stelde hij voor — verliefd geworden. Thans dacht zij aan den Godsgezant, en vroeg zij zich af, van welken oorsprong toch de oude legende kon zijn, in welke de hemelsche bezoeker de rol van Trooster en Gids gespeeld had. Een trooster, een gids, ook zij had dien zoo noodig! Doch de eenige zichtbare troost, haar geboden, bestond in een blik van sprakeloos medelijden uit de donkerblauwe oogen van den jongen musicus, ter wille van wien zij haar kind dien middag alleengelaten had. Zij had nooit recht geweten wat zij voor Melsen gevoelde tot hij aldus de moeder in haar beschuldigde, doch ook de vrouw in haar troostte.

Zij stond op en droeg het lijkje naar de kinderkamer, waar zij het in het kleine ledikant neerlegde. Hoe dikwijls had zij daar gezeten en het kind in

ocr page 141

131

slaap gezongen. Thans was dat niet meer noodig; de gedachte aan den slaap bracht haar echter een theorie voor den geest, haar met vele andere door Mortimer ingeprent. Volgens hem was het dwaalbegrip van het ontwaken uit den eeuwigen slaap louter een uitvloeisel van het voorbijgaand karakter, dat oude volkeren reeds aan den gewonen slaap toekenden.

Voetstappen en stemmen in de gang verwittigden haar van Calvin's terugkomst, en zij begaf zich naar beneden om hem te begroeten. Hij was haar echtgenoot, vader van hun kind; één zelfde kommer drukte hen, waar zou zij sympathie vinden, indien niet bij dezen deelgenoot in het lijden?

De dienstboden hadden hem reeds het gebeurde verteld; zijn gelaat was bleek en zijn mondhoeken trilden zenuwachtig.

Christina sloeg de armen om zijn hals en snikte: „O, Calvin! Is het niet verschrikkelijk?quot;

„Wel verschrikkelijk, Christina!quot; antwoordde hij, zich zachtjes uit haar omhelzing losmakend. „Thans zult gij, naar ik hoop, van uw manie voor concerten voorgoed genezen zijn.quot;

Zijn vrouw deinsde terug en viel op een stoel neer.

„Gij wilt mij toch niets verwijten, Calvin? Gij denkt toch niet dat het mijn schuld was? Hoe kon ik dit voorzien, nu hij zooveel beter was? En indien ik het kon, indien het mijn schuld was, maak dan den last voor mij niet dubbel zwaar! Doch het is niet zoo, Calvin! Dat ik, de moeder,

ocr page 142

132

zorgeloos of onachtzaam geweest ben, is een onrechtvaardige bewering. Was hij niet evengoed, neen, meer mijn kind dan het uwe?quot;

„Ja, Christina, maar toch. .

„Wat „maar tochquot;? Gij zijt onbillijk tegen mij, Calvin, en gij ziet niet hoe gij mij met die toespelingen het hart doorboort.quot;

„Ik wensch u niet noodeloos pijn te doen, u niet meer te doen lijden dan gij reeds lijdt, ik wil alleen maar zeggen dat het een les is; een harde les; maar toch een les. Wellicht zou ik gezwegen hebben, had ik niet van de dienstboden vernomen dat die Nielsen hier geweest, en. . . door u zelfs ontvangenis.quot;

„Maar dat was een vergissing! Hij wist van niets, en ik had hem gevraagd om te komen vóór dit gebeurde. Men had het hem moeten zeggen en hem niet moeten toelaten, hij is echter onmiddellijk heengegaan toen hij mij zag. Geen van ons beiden sprak een enkel woord, één blik was voldoende.quot;

„Dan was het een vergissing, die, helaas, onherstelbaar is. Meer zal ik er niet van zeggen, dat kan u toch niet beleedigen, Christina. Het meeste verdriet vindt in vergissingen zijn oorsprong.quot;

„Helaas, ja!quot; mompelde zij.

„Wilt gij met mij naar boven gaan?quot; vroeg Calvin. De woorden kostten hem blijkbaar moeite; het was alsof hij zich tot een concessie dwong. Christina volgde hem zonder een woord te spreken.

Te zamen stonden zij naast het bedje. „Mijn jongen!quot; fluisterde Calvin, terwijl hij zich voorover

ocr page 143

133

boog en het koude gezichtje kuste. „Mijn jongen!quot;

Christina greep zijn arm.

„En niet gedoopt, Calvin! Het spijt mij nu toch dat het niet gebeurd is! Moeder zal het een oordeel noemen dat hij van ons genomen werd. Dat geloof ik echter niet, hij kan niet gestraft worden voor een nalatigheid van anderen. Maar o, Calvin, ik vind het zulk een vreeselijke gedachte dat hij uit ons bestaan weggevaagd, dat alles wat er van hem overblijft slechts een dood stuk leem is. En als dat waar is, waarom treuren wij dan ? Wij kunnen hem niet meer helpen, niet meer liefhebben, slechts een herinnering blijft ons over. Dacht ik of dacht gij nu nog maar dat hij voor ons leefde, dat wij hem eens zouden terugzien! Doch van dat geloof hebt gij mij beroofd. Zeg, Calvin, zou er niet een sprankje hoop zijn dat hij nog leeft, dat de dood niet aan alles een einde maakt?quot;

„Lieve Christina,quot; sprak Mortimer met een heesche stem, „wij zijn geen van beiden in de rechte stemming om dergelijke onderwerpen te bespreken. In oogenblikken van verdriet en emotie, gelijk wij thans doorleven, rijst het bijgeloof in ons op, en geven wij ons aan allerlei nuttelooze bespiegelingen over. Vergeefsche pogingen om onzen kommer te onderdrukken ! Ik weet slechts dat mijn jongen dood is en dat ik niet meer voor hem werken kan.quot;

„Maar wat helpen dan,quot; riep Christina hartstochtelijk, „wat helpen dan kennis, wetenschap en waarheid als zij ons in den steek laten waar wij ze

ocr page 144

134

het meest noodig hebben? Niet als wij gezond en gelukkig, neen, als wij ziek en ellendig zijn willen wij de waarheid weten, dan hebben wij troost en steun noodig, en welken troost verschaft ons een praatje over atomen, microben en organismen? Of een bewering dat verdriet bijgeloovigheid verwekt ? Wat geven ons alle stellingen en statistieken? Of, zooals ik op de kloosterschool in de Imitatie van Christus placht te lezen, waartoe dient de kennis van soorten en geslachten als het menschelijke hart en de ziel op de pijnbank liggen? Wanneer de doo-den dood zijn en alles daarmee uit is, laat ons dan maar trachten ze zoo spoedig mogelijk te vergeten, dat is het verstandigste.quot;

„Dat is het ook, Christina, al valt het somtijds zeer zwaar. Arbeid is de eenige verstrooiing.quot;

„En de arbeid van ons, vrouwen, bestaat slechts in het verzorgen van hen, die wij liefhebben. Wat moet ik doen nu mijn kind mij ontnomen is?quot;

Mortimer fronste het voorhoofd.

„Die klacht is misplaatst. Ik weet dat uw zenuwen thans overspannen zijn en gij geneigd zijt zelfs daar moeilijkheden te zien waar gij er van ontheven wordt ; aangenaam om te hooren is het echter niet.quot;

„Maar denkt gij dan dat ik het verzorgen van mijn kindje als een last beschouwde?quot;

„Het vergde klaarblijkelijk te veel van uw tijd.quot;

„0, Calvin, gij schijnt mij met alle geweld tot zondenbok te willen maken. Zoekt gij misschien een

ocr page 145

135

menschelijke oorzaak omdat iets als de beschikking van een hoogere macht volgens u niet bestaat?quot;

„Best mogelijk. Tk houd met feiten, niet met grillen rekening. Slechts feiten oefenen in werkelijkheid invloed op ons uit; misschien verdienen grillen in zekere mate de aandacht daar zij onze emoties in de war kunnen brengen.quot;

Christina keek haar echtgenoot aan om te zien of er achter zijn woorden een heimelijke bedoeling school; hij sprak echter blijkbaar in het algemeen, en dit ontlokte haar een zucht van verlichting. Geen woord werd er verder gewisseld, en de lange zomeravond liep ten einde, terwijl Christina in het salon zat, in opstand tegen haar verdriet en zich afvragend waarom zij eigenlijk geschapen was.

„Gij blijft niet opzitten, nietwaar, Calvin ?quot; vroeg zij toen zij hem goedennacht wenschte. „Ik zal bepaald niet kunnen slapen, en het is zoo vreeselijk zich in het duister om en om te wentelen, met niemand om tegen te spreken, niets om aan te denken behalve. .

„Slaap! Gij zult vannacht goed slapen, Christina,quot; sprak Mortimer voor zij den zin voleindigen kon. „Uw zenuwen zijn te uitgeput om u wakker te houden. Zeg het een of ander gebed op als gij denkt dat het u goed zal doen. Sommige naturen hebben, gelijk ik u lang geleden vertelde, het godsdienstig geloof noodig als een soort van afvoerkanaal. Het ontbreekt hun aan diepte of wilskracht om hun emoties te onderdrukken, en dan moeten deze op

ocr page 146

136

de een of andere wijze een uitweg zoeken. Uw muziek zou voor u voldoende zijn, dacht ik, doch ik begin te gelooven dat dit niet het geval is. Uw moeder en zuster zullen dit verdriet als een verborgen zegen beschouwen, wanneer het u weder bidden leert.quot;

Zijn bedekte spotternij ontlokte haar een bitter antwoord.

„En gij?quot; riep zij. „Is uw natuur zoo diep en krachtig dat gij, behalve uw werk, geen afleiding-behoeft? Maar wat is uw werk? Een bijgeloof voor u, zooals godsdienst voor andere menschen. Zij hebben engelen en heiligen, gij hebt. . . bacteriën! Ik heb noch het een, noch het ander, zelfs menschelijke sympathie zoek ik, naar het schijnt, tevergeefs.quot;

Calvin wilde opstaan, doch hij bedwong zich en sprak: „Gij hebt mij misverstaan, liefste, als gij denkt dat ik geen sympathie voor u gevoel. Als ik ze niet op een voor u begrijpelijke wijze kan uitdrukken, dan is dat mijn ongeluk. Doch zelfs al kon ik het, dan zou ik het toch verkeerd voor u achten. Het zou u slechts des te meer aan uw verdriet doen toegeven, terwijl gij u voor alle dingen be-heerschen moet. Er zijn vrouwen die alleen dan gelukkig zijn wanneer haar zenuwen in abnormalen toestand verkeeren, evenals de lagere klassen, die in begrafenissen en bloedige drama's behagen scheppen.quot;

„En behoor ik tot die categorie?quot;

„In zekeren zin: ja. Men heeft u in uw jeugd

ocr page 147

137

het abnormale als natuurlijk leeren beschouwen, zoodat thans een strenge tucht vereischt wordt om u te dwingen, met het normale tevreden te zijn.quot;

„Gij hebt mij zoo ver gebracht, Calvin, doch ik twijfel of het mij veel goed gedaan heeft. Misschien is mijn natuur zelf abnormaal! Wetenschappelijke evenmin als godsdienstige boeken kunnen den wensch in mij onderdrukken om zoo gelukkig mogelijk te worden. Ik heb slechts menschelijke gevoelens en menschelijke lusten! Ik had mijn jongen lief, moet ik, nu hij weg, voor altijd weg is, niet een plaatsvervanger zoeken?quot;

Calvin wuifde met de hand.

„Ga naar bed, lieveling, ga naar bed, de nachtrust zal u goeddoen.quot;

Zij gehoorzaamde en tot haar verwondering viel zij bijna dadelijk in slaap; ook werd zij niet wakker voor zij bi] het aanbreken van den dag iemand in de kamer hoorde stommelen. Het hoofd opheffend, bemerkte zij haar echtgenoot, die zich bij het koude morgenlicht, dat door de zonneblinden naar binnen viel, ontkleedde.

„Nog niet naar bed geweest, Calvin?quot; vroeg zij slaperig.

„Ik heb zitten werken,quot; antwoordde hij vermoeid.

Daarop sliep zij weder in.

ocr page 148

HOOFDSTUK IV.

DRIE MANNEN EN EEN VKOUW.

Drie weken later ontmoette Hartley Passover Calvin Mortimer laat in den namiddag in Piccadilly.

Hartley had den geleerde sedert den dood van diens zoontje niet gezien. Calvin scheen oud geworden, hij liep langzaam, en het was alsof hij zijn vroegere energie verloren had. Hij begroette den journalist met ongeveinsde blijdschap en vriendelijkheid en vroeg hem: „ Wilt gij vanmiddag, als gij niets bijzonders te doen hebt, bij mij komen eten?quot;

„Maar zal mevrouw Mortimer...zei Hartley aarzelend.

„O, zij is buiten, zoodat ik alleen ben, — een vreemde toestand wanneer men dien ontwend is. De tafel schijnt mij een woestijn nu ik geen gezicht tegenover mij heb en mijn aandacht door niets van het bloote voedsel afgeleid wordt. De zucht naar gezelligheid neemt met den ouderdom toe, geloof ik. Slechts als wij jong zijn kunnen wij ons eigen gezelschap ten volle waardeeren.quot;

ocr page 149

139

„Dat weet ik nog niet,quot; lachte Passover. „Een man is altijd zelf zijn beste vriend. Wij krijgen niet zoo spoedig en niet zoo gemakkelijk als onze andere vrienden genoeg van onszelf.quot;

„Wij hebben ook bij niemand anders dan bij ons zelf belang.quot;

Mortimer sprak met zulk een overtuiging dat de ander zich afvroeg wat er gebeurd kon zijn en onwillekeurig aan het vertrek van Christina dacht. Hij was op het punt de stelling te verkondigen dat het huiselijke leven uitnemend geschikt is om het cynisme aan te kweeken, doch zich bedenkend dat Mortimer voor den humor, in dergelijk afbreken der moraal gelegen, hoogst ongevoelig was, vergenoegde hij zich met de opmerking:

„Gij ziet er slecht uit. Ik zou eens een beetje rust en verandering zoeken.quot;

Mortimer schudde het hoofd.

„Dat zou er mij totaal onder doen geraken! Later misschien, voor het oogenblik is werken mijn beste geneesmiddel. Bovendien voel ik dat ik nog nooit zoo goed gewerkt heb als thans. Het schijnt een anomalie in de wetten der natuur dat men bij een volkomen gezonden lichaamstoestand het minst geschikt is voor goeden geestesarbeid. Of liever, tot op zekere hoogte is het brein nooit helderder dan wanneer het zenuwstelsel een weinig in de war is. Terwijl de meeste menschen onze groote denkers voor hooger ontwikkelde wezens aanzien, zijn deze inderdaad, van het standpunt der natuur beschouwd, voor

ocr page 150

140

den strijd om het bestaan het minst goed toegerust. Voor de natuur zijn ongetwijfeld de groote genieën, de Beethovens, de Shakespeare's en de Shelley's en zelfs de mannen der wetenschap, slechts abnormaliteiten, ziekelijke schepsels, ter voortplanting van het ras geheel ongeschikt. Zij zouden waarschijnlijk ook nooit den mannelijken leeftijd bereikt hebben, wanneer men ze niet met kunstmiddeltjes grootgebracht had.quot;

Passover lachte en wees op een stevigen kerel, die bezig was afval in een vuilniskar te scheppen. „Wees maar blij,quot; sprak hij, „dat er nog genoeg hersenlooze, goed toegeruste schepsels overblijven die de uitgeputte krachten der overbeschaafde, van hersens voorziene individuen kunnen vervangen.quot;

„Wel mogelijk,quot; merkte Mortimer op, „doch zulk een bekentenis staat met een uit den weg gaan van den vooruitgang gelijk. En deze is toch, wel beschouwd, de eenige grond voor, en het eenige doel van ons leven, al dateert hij feitelijk eerst van gisteren en al kunnen wij zijn resultaten niet in de naaste toekomst verwachten. Wij beginnen pas de wetten der natuur te leeren kennen, het zal nog geruimen tijd duren voor wij ze kunnen toepassen. Tot nu toe werden deze wetten altijd als een vijand beschouwd, dien men bestrijden, als een soort van blinden tegenstand, dien men overwinnen moest, terwijl zij in werkelijkheid de fundamenten zijn, waarop de geheele wereld rust. Naarmate wij voorwaarts schrijden, zullen wij leeren, meer door het

ocr page 151

141

instinct te leven. Ik ben bezig een verhandeling over het Menschelijk Instinct te schrijven.quot;

„Dat alles klinkt zeer aannemelijk,quot; zei Passover. ,De eenige schaduwzijde is echter dat de gewone man zijn onzinnige begeerten zou kunnen verontschuldigen door ze instinct te noemen.quot;

„Voor het oogenblik, ja. Doch een meerdere ontwikkeling zal het volk leeren onderscheiden, en het doen inzien dat iedere begeerte, die in strijd is met het bijzonder of maatschappelijk welzijn, geen natuurlijk instinct kan wezen.quot;

„Dat is mogelijk. Wij zullen het in ieder geval hopen ter wille van den goeden naam van den vooruitgang, een woord, dat voor vele neuzen nog een leelijk luchtje heeft. Een moderne Pilatus zou kunnen vragen: „Wat is vooruitgang?quot; Achteruitgaan is ook vooruitgang in een andere richting. In mijn oog zijn wij als de vliegen, die op den rand van een kan in het rond loopen in de hoop op die wijze nader bij de stroop te komen.quot;

Calvin Mortimer stemde met Passover's lach in, en Hartley bemerkte dat hij voor een enkele maal de rol van barmhartigen Samaritaan speelde, die olie in de wonden zijns naasten goot.

„Wat gelooft gij eigenlijk, Passover?quot; vroeg Mortimer. „Mij dunkt, de wereld moet voor menschen als gij een soort van kijkspel zijn.quot;

„Dat is zij ook grootendeels, en zij is het voor alle menschen, die hun stuivertje betalen willen om door de glaasjes te mogen zien. Wat het geloof

ocr page 152

142

betreft, daarvan ben ik even ruim voorzien als de groote massa, misschien ruimer sedert ik theosophist werd. Ik heb er wel eens over gedacht, Katholiek te worden, doch ik vreesde dat het mij te veel tijd kosten zou. Theosophie daarentegen legt, behalve de gewone regelen van gezondheid en verstand, geen bijzondere verplichtingen op. Zij bespaart mij de moeite mijn hersens te vermoeien met vragen als: waarom ik besta, vanwaar ik kom, waarheen ik ga. Eigenlijk geloof ik dat ik een heiden ben, — een gezonde, levenslustige heiden, zooals wij allemaal zijn totdat wij ziek worden. En u mankeert bepaald iets. Mortimer, anders zoudt gij die vraag zeker niet gedaan hebben.quot;

„Daarin hebt gij gelijk,quot; antwoordde de ander, „ of ik zou die paradox van u betreffende den achteruitgang nooit onbestreden hebben laten voorbijgaan. Ik behoorde het in te zien: het leven behoudt steeds zijn waarde daar het ons in staat stelt tot den voorraad van het groote magazijn der feiten iets bij te dragen. Er zal een dag komen dat men het ruwe materieel van thans door een nieuwe en betere levenstheorie zal vervangen, een theorie niet slechts nieuw op het gebied der geneeskunde maar op ieder veld, dat door de gedachte beheerscht wordt, zelfs op het veld der politiek. En dan zullen wij de natuur kunnen helpen in plaats van haar met gepatenteerde medicijnen of een gepatenteerde wetgeving te verbeteren.quot;

„Bravo, bravo!quot; riep Passover, applaudisseerend

ocr page 153

143

om zich de moeite van het tegenspreken te besparen.

Hij wilde naar Christina informeeren . doch wachtte daarmede tot het uurtje na den maaltijd, dat zoo geschikt is om zwaarmoedige buien te verdrijven. Eerst toen hij zijn gastheer onder het genot van een sigaar in een armstoel gedoken zag, waagde hij het de smartelijke quaestie aan te roeren, en vroeg hij waar mevrouw Mortimer zich bevond. En zelfs toen kwam er een schaduw van ernst op Calvin's gelaat, terwijl hij antwoordde:

„Een paar maanden geleden huurde ik een buitentje in Surrey voor haar en den .... den jongen; ik vond het een lief plekje en het was niet ver van de stad, zoodat ik hen in mijn vrijen tijd kon opzoeken. Thans is zij daar.quot;

„Wat zegt gij? En alleen?quot;

„Zij heeft het zoo gewild. Zij had naar baarmoeder in Wales of met haar zuster, lady Ince, naar Zwitserland kunnen gaan. doch zij verkoos een eenzaam verblijf in Surrey. Het zou haar goeddoen, zei zij, geheel alleen buiten te zijn. In zeker opzicht ben ik het met haar eens, want niets werkt verzach-tender dan een onvervalscht Engelsch landschap. Het is rustig, eentonig en gezond.quot;

„Maar mij dunkt, de zee of de bergen hadden haar gedachten beter in een andere richting kunnen leiden. Zij had niet slechts verandering van lucht, doch ook verandering van omgeving noodig.quot;

„Neen. Ze zei dat de zee of de bergen haar zenuwachtig zouden maken, en ik geloof dat zij gelijk

ocr page 154

144

heeft. Zij wekken inderdaad bij vele menschen de aandoeningen op.quot;

„En wat zou dat als het in de goede richting is? Zal zij zich, alleen in zulk een optrekje, niet doodkniezen ? quot;

„Zij heeft haar muziek!quot;

„Ja, maar enkel muziek is als damspelen in zijn eentje. Zelfs Ivar Nielsen zou het niet lang kunnen uithouden. Het is onmogelijk iets te verrichten zonder op waardeering of ten minste op sympathie van anderen te hopen.quot;

„Hoe gaat het met Nielsen?quot; vroeg Mortimer. „Is hij nog in Londen?quot;

„Dat zou ik gelooven! Hij spookt in mijn kamers rond als een kwade geest, en vraagt steeds vol belangstelling naar u en mevrouw Mortimer.quot;

„Zou hij een uitnoodiging om naar Surrey te komen, aannemen? Ik ga er van Vrijdag tot Maandag heen, en wanneer gij en Nielsen mij vergezellen wildet, zoudt gij mij een groot genoegen doen. Wij zullen wel ergens een plekje voor u vinden, in ieder geval is er wel een kamer in de buurt te krijgen. Het zal mijn vrouw een beetje opvroolijken, want zooals gij zegt, het is daar buiten saai genoeg. Gij kunt dan mijn gast zijn, en Nielsen de hare,quot;

Passover was met de uitnoodiging verlegen. Haar in Nielsen's naam afslaan, ging niet, evenmin als hij een geldige reden aanvoeren kon waarom men den jongen musicus niet zou uitnoodigen; aan den anderen kant echter voelde hij als bij instinct dat

ocr page 155

145

er niets goeds kon komen van den vertrouwelijken omgang, die tusschen den jongen Noor en de Mortimer's zou ontstaan als Nielsen de uitnoodiging aannam. Bij mevrouw Mortimer afternoon-tea te drinken was geheel iets anders dan drie dagen in hetzelfde huis met haar door te brengen en als een vertrouwd vriend in de eenzaamheid der rouwdragende moeder te worden toegelaten . . .

„Nu, hoe is het? Zijt gij bang u buiten te zullen vervelen?' vroeg Mortimer toen Hartley bleef zwijgen.

„Neen. Ik zal heel gaarne komen en Nielsen ook vragen, hoewel het zijn kan dat hij Zaterdag verhinderd is — in verband met zijn bezigheden, bedoel ik. Andere zoogenaamde verhinderingen zijn natuurlijk slechts euphemismen voor het afslaan van uitnoo-digingen, die ons minder welkom zijn.quot;

„Ik zou hem niet gaarne van zijn bezigheden willen afhouden,quot; sprak Mortimer ernstig. „Tracht hem echter over te halen, als gij kunt.quot;

„Mijn overredingskracht hangt af van de bereidwilligheid van hem, dien ik overreden moet, doch ik geloof in dit geval op almacht te kunnen bogen,quot; luidde Passover's ietwat duister maar kernachtig antwoord.

„Dan verwacht ik ulieden Vrijdagmiddag aan het Victoria-station voor den trein van vier uur en . . . Het juiste tijdstip ben ik vergeten.quot;

Zulk een vergeetachtigheid zou Passover ieder ander kunnen vergeven, doch in Mortimer verwonderde zij hem, daar de geleerde gewoonlijk de stiptheid,

VERLOKEN GELOOF. I. 10

ocr page 156

146

die zijn studies kenmerkte, op ieder gebied van het leven overbracht en zich het uur van vertrek van een trein en een levensgeschiedenis van een parasiet met dezelfde nauwkeurigheid herinnerde.

„Hij moet het bepaald dieper voelen dan zij!quot; was Hartley's onuitgesproken gedachte bij het heengaan.

Thuis komende vond hij Ivar Nielsen op hem wachten.

„Gij zijt laat,quot; sprak de Noor toen zijn vriend binnenkwam. „Ik wist niet dat gij vanavond uit waart.quot;

„Het was mijn plan thuis te blijven, doch ik kwam Mortimer tegen en liet mij overhalen bij hem te eten. Het was geheel een daad van barmhartigheid,. de dood van zijn kindje is een zware slag voor hem geweest.quot;

„O, ja. En hoe vaart mevrouw Mortimer? Hebt gij haar gezien? Hoe was zij?quot;

De driftige toon en het opgewonden gelaat van den musicus maakten Passover gemelijk.

„Waarom mijnheer Mortimer over het hoofd te zien en met zooveel overijling slechts naar haar te vernemen ?quot; vroeg hij. „Voor hem is het verlies het zwaarst; zij heeft genoeg andere neigingen, waaraan zij voldoen kan, hij geene, behalve zijn werk. Hij is kariger met zijn sympathieën dan zijn vrouw, doch hij voelt er niet minder diep om. Voor menschen van emoties is het verdriet wat een regenbui is voor een watervogel, doch mannen als Mortimer,

ocr page 157

147

die al hun liefde in een of twee voorwerpen con-centreeren, weten in werkelijkheid wat verdriet is. Men kan gerust beweren dat alleen de mannen het gevoelen kunnen, vrouwen doen niets dan op kwistige wijze haar emoties toonen. Bij een donderbui vallen zij flauw, en de dood van haar naaste en dierbaarste betrekkingen kan haar niet méér van haar stuk brengen. Bah ! Ik heb een hekel aan menschen, die alleen de vrouw en niet den man beklagen, omdat zij weent en hij zwijgt.quot;

„Wanneer de vrouw weent, is het omdat zij zwakker is en dus meer behoefte aan medelijden heeft!quot; zei Nielsen. „En dan heb ik haar gezien en gij niet, ik kan over haar verdriet oordeelen! Daarom vraag ik hoe zij het maakt. Waarom neemt gij mij dit kwalijk?quot;

„Alles goed en wel,quot; antwoordde Passover korzelig, „gij kunt zeggen wat gij wilt, doch gij weet zeer goed dat ik niet tegen uw sympathie voor mevrouw Mortimer opkom, slechts de manier, waarop gij u over haar uitlaat, bevalt mij niet. Gold het een vrouw, die gij zeer intiem kendet, dan zou ik uw wijze van spreken nog kunnen billijken, nu het evenwel een getrouwde vrouw betreft, vind ik ze onbetamelijk. Wat ook uw werkelijke gevoelens zijn, gij behoort nooit te laten blijken dat gij in een vrouw meer belangstelt dan in haar echtgenoot. Ik weet dat ik u in uw platonische neiging voor mevrouw Mortimer min of meer aangemoedigd heb, er zijn echter grenzen, die men, vooral in tijden

ocr page 158

148

als deze, niet behoorde te overschrijden. Ik geef u toe: zij is aantrekkelijker dan haar echtgenoot, vooral voor jongelui; de natuurlijke bevalligheid van haar sekse brengt het mede, doch dit, evenmin als de overeenstemming, die er wellicht tusschen uw beider neigingen en smaak bestaat, geeft u het recht om te doen alsof mijnheer Mortimer niet bestond.quot;

Op Ivar Nielsen's gelaat vertoonde zich een grijnslach.

„Dus moet ik volgens u iets voorwenden wat ik niet gevoel? Gij wordt erg puriteinsch en conventioneel,quot; merkte hij op.

„Dat is wel mogelijk, doch als er een vrouw in het spel is, moet men dat altijd zijn, althans uiterlijk. Ik vrees zoo dat gij u den een of anderen dag in het bijzijn van derden zult vergeten, die dan natuurlijk een geheel verkeerd begrip van uw verhouding tot mevrouw Mortimer zullen krijgen. En dat zou onbillijk zijn, zoowel ten opzichte van haar als van haar echtgenoot.quot;

„Bedoelt gij dat ik haar niet waardig ben?quot; vroeg Nielsen.

„Waardig? Wat heeft dat er mede te maken? Werkelijk, gij zijt in sommige opzichten net een kind, Melsen. Begrijpt gij niet dat ik, die u bij de Mortimer's geïntroduceerd heb, in zekeren zin verantwoordelijk ben ? Zelfs de geringste aanleiding tot opspraak moet vermeden worden, en ik herhaal mijn verzoek: let op uw woorden als gij over haar spreekt. Geloof mij, een te groote intimiteit, spe-

ocr page 159

149

ciaal met een vrouw, wordt bijna altijd gevaarlijk.quot;

„Waarom zegt gij dat? Gij zijt toch ook haar vriend, en kent haar langer dan ik.quot;

„Juist, en gij kunt dat desverkiezend als de reden van mijn verzoek beschouwen.quot;

„Ah ! Gij hebt haar vandaag gezien, schoon en aantrekkelijk in haar verdriet. Haar tegenwoordigheid is ook voor u gevaarlijk geworden, nietwaar?quot;

„Ik heb haar niet gezien. Zij is uit de stad.quot;

„Dus zijt gij daarom zoo prikkelbaar? Wat is erger: boos te zijn omdat men gedwongen was bij een vriend te dineeren, terwijl de vrouw des huizes afwezig bleef, of wel: over diezelfde vrouw te spreken en in het discours te toonen dat men belang in haar stelt?quot;

Nielsen zag Passover met zulk een quasi ernstige uitdrukking aan dat deze, ondanks zichzelf, lachen moest.

„Nu, laten wij er maar niet meer over spreken!quot; zei hij. „In ieder geval bemerk ik met genoegen dat uw logica onder uw verhitte verbeelding niet geleden heeft. Het is een bewijs dat er nog hoop voor u is, en naar ik verwacht, ook voor mij. Wel beschouwd is het van ons beiden erg dwaas om hier te gaan zitten keffen en kijven over de vrouw van een ander. Doch zoo zijn wij mannen nu eenmaal. Hoe het zij, ik heb een invitatie voor u. Mortimer heeft ons gevraagd. Vrijdag met hem naar Surrey te gaan en den Zondag over te blijven.quot;

„Heeft mijnheer Mortimer mij uitgenoodigd?quot;

ocr page 160

150

„Ja! Waarom niet? Hij dacht dat uw muziek mevrouw Mortimer zou helpen opvroolijken, als gij u ten minste verwaardigen wilt, niet voor geld te spelen!quot; sprak Hartley met een ondeugend lachje.

Tot zijn verwondering balde Nielsen de vuist en sloeg er mee op de tafel, terwijl hij uitriep:

„Dan ga ik niet!quot;

„Met gaan? Waarom niet? Krijgt gij misschien een plotselingen aanval van voorzichtigheid?quot;

„Voorzichtigheid? Neen, het is geen voorzichtigheid maar trots!quot; schreeuwde Nielsen, terwijl zijn zwakke stem in den fausset oversloeg. „Ik ben geen orgeldraaier, ik verhuur mij niet om de lieden te amuseeren, zooals de een of andere kermisgoochelaar! Ik weet dat ik een bultenaar, en dus in veler oogen maar half een man ben, doch ik ben ook musicus en geen automaat. Ik stelde mij voor in dat huis als vriend gevraagd te worden, en niet louter om hen den tijd te helpen korten. Dus haar boodschap luidde : of ik haar wil komen amuseeren? Ah ! Dwaas die ik was, iets anders te durven verwachten!quot;

„Mijn lieve vriend,quot; zei Passover kalm, „maak u niet driftig! Hier, steek een cigarette op. Ik heb volstrekt geen boodschap van mevrouw Mortimer. Het was slechts mijnheer Mortimer, die u inviteerde, omdat hij dacht dat uw bezoek zijn vrouw aangenaam zou zijn. Hij kon bezwaarlijk meer denken, en wat steekt daar nu voor beleedigends in? Wat het woord amuseeren, waarover gij u zoo ergert, betreft: het is een geijkte term. Slag hebben om de

ocr page 161

151

menschen aangenaam bezig te houden is een vaardigheid, die in beschaafde kringen zeer wordt op prijs gesteld. Men moge iemand achten om hetgeen hij is, gewoonlijk kan men dat slechts opmaken uit hetgeen hij doet. Het is een compliment, amusant genoemd te worden. Doch zelfs indien gij gevraagd werdt alleen om mevrouw Mortimer met uw muziek op te vroolijken, dan behoordet gij trotsch daarop te zijn, of ik geef al heel weinig voor de sympathie, die gij, volgens uw beweren, voor haar gevoelt. Het heeft eerder den schijn alsof gij op haar sympathie voor u aanspraak maakt. En vergeet, niet dat zij verdriet heeft!quot;

De musicus leunde op de tafel en verborg het gelaat in beide handen. Toen hij het weder ophief zag Passover dat zijn oogen vol tranen stonden,

„Neen, dat vergeet ik niet!quot; sprak hij zacht en met gebroken stem. „Hoe zou ik het kunnen, ik, die haar zag zitten alleen met haar verdriet? Vergeef mij zoo ik boos werd, ik was het noch op u, noch op haar, noch op haar echtgenoot. Twee zielen wonen in mijn borst, die van den artist en die van den mensch, en deze twee harmoniëeren niet altijd met elkander. De artist was beleedigd daar men hem slechts als een tijdverdrijf voor anderen beschouwde, en de mensch was gekrenkt omdat men niets meer dan een artist in hem zag.quot;

Passover blies eenige rookwolkjes uit voor hij antwoord gaf.

ocr page 162

152

„Weet gij wel dat gij u in een lastige positie brengt?quot; vroeg hij eindelijk. „Het is zeer onverstandig, om niet te zeggen verkeerd van u, de Mortimer's te gaan opzoeken indien de tegenwoordigheid van mevrouw zoo op uw zenuwen werkt. Zij is naar buiten getrokken om rust te zoeken, en als gij aan uw emoties toegeeft...!quot;

„O, maar dat zal ik niet,quot; riep Melsen. „Als er gevaar is, wil ik het liever trotseeren en meester worden, dan het ontloopen en er over broeien. Dat laatste doet mij juist mijn zelfbeheersching verliezen. Zie ik haar eenmaal onder het dak van haar echtgenoot, ben ik er eenmaal van doordrongen dat zij zijn vrouw is, dan zal ik genezen zijn. Ook zal de rust buiten mijn zenuwen sterken, de geheele zaak is evenzeer een quaestie van gestoorde gezondheid en overspanning als van werkelijke passie. Zwakke zenuwen zijn slecht in staat zich aan een magnetischen invloed te onttrekken, en zoolang ik in Londen ben, gevoel ik mij als gehypnotiseerd en kan ik den aandrang om haar te gaan zien niet weerstaan. Doch ik koester te veel achting voor mevrouw Mortimer om haar iets van mijn gevoelens te doen blijken. Tegenover u is dat wat anders, gij zijt mijn vriend en zult mij niet verraden. quot;

Passover gevoelde zich zachter gestemd.

„Neen, natuurlijk zal ik u niet verraden, in dat geval ware het doelloos met u over de zaak te spreken. Maar ik bezweer u, ook ter wille van

ocr page 163

153

mevrouw Mortimer: houd uzelf in bedwang en geef aan haar welwillendheid voor u geen verkeerde uitlegging. Het is welwillendheid, anders niets.quot;

,Anders niets!quot; herhaalde Nielsen.

ocr page 164

HOOFDSTUK V.

EEN ON WEDER.

Hartley Passover hield zich stipt aan den door Mortimer terloops geuiten wensch, volgens welken hij zich als den gast van den professor beschouwen moest, terwijl Ivar Nielsen die van Christina was. Wel is waar had hij het een plicht geacht, den jongen musicus een kleine waarschuwing te geven, doch het kwam niet in hem op, Ivar's gezelschap voor mevrouw Mortimer minder geschikt te vinden. Evenals zijn gastheer en pater Mordaunt, dacht hij, waar er van wederkeerige aantrekking sprake was, slechts aan een physieke zijde van de quaestie ; voor een mismaakte kon een vrouw, naar zijn inzicht, wel een vriendelijk medelijden, doch ook volstrekt niets meer gevoelen. Eenig gevaar was er zeker, doch dit bestond slechts voor Nielsen, en als deze zijn gemoedsrust op het spel wilde zetten, dan was dit een zaak, die hem alleen aanging. Daarbij had hij genoeg vertrouwen in de oprechtheid van Nielsen's genegenheid voor mevrouw Mortimer om te gelooven dat de jonge Noor haar niet met pijnlijke

ocr page 165

155

scènes zou lastig vallen. Bovendien werd het gevaar voor opspraak, dat in Londen dreigde, in het afgelegen plaatsje, waar Mortimer's buitentje lag, geheel vermeden.

Toen dus den Zondagmiddag na hun aankomst de drie heeren met Christina een wandeling maakten, was de verdeeling van het gezelschap zoodanig dat een toevallig langs den weg komend wandelaar er twee van elkaar onafhankelijke groepjes in zou gezien hebben. Zij waren op den terugweg van het plaatsje Holmwood, en volgden een voetpad bergopwaarts, dat nu eens in de schaduw der heggen langs de velden kroop, zich dan weer tusschen twee met varenkruid begroeide heuvelruggen in een diepen zandweg verloor, om straks als een smal lint in een bosch van welig kreupelhout te verdwijnen. Reeds in den beginne waren Mortimer en Passover hun beiden tochtgenooten een goed stuk weegs vooruit. Christina beklaagde zich dikwijls dat, hoe snel zij liep, haar echtgenoot steeds de gewoonte had, haar een paar passen voor te blijven. Toen derhalve Mortimer en Passover ook nu weder met krachtigen tred voorwaarts schreden, liet zij hen gaan zonder een poging aan te wenden om hen in te halen.

„De zucht zich met anderen te willen meten,quot; zei zij lachend tot haar metgezel, „is, zelfs op een wandeling, voor de oorspronkelijkheid noodlottig; hij spoort iemand aan, een ander op diens wegen in te halen in plaats van zelf zijn pad te kiezen.

ocr page 166

156

Calvin zal even blij zijn dat hij mij van zijn roks-panden afgeschud heeft, als ik dat ik mijn eigen tred regelen kan.quot;

Ternauwernood luisterde Nielsen naar wat zij zeide, de klank harer stem, haar tegenwoordigheid alleen beletten hem reeds aan iets anders te denken. Zijn eenig antwoord bestond in een blik, dien Christina ontweek, hoewel hij niets beleedigends had. Met dezelfde onverholen bewondering kijkt een kind iemand aan, voor wien het een onschuldige liefde gevoelt, of dien het als een soort van heilige, verheven boven gewone menschen, beschouwt. Misschien werd de blik door Christina met meer bewustheid opgevangen dan waarmede hij haar door Ivar toegeworpen werd.

„Hoe het komt, weet ik niet,quot; sprak hij, „doch deze wandeling met u herinnert mij er aan, hoe heerlijk ik het vond na mijn eerste terugkomst van de school te Christiania, met mijn moeder te wandelen. Het is zoo rustig en geeft toch zulk een eigenaardige wilde vreugde, ik voel mij als een vogel, die na dagen van duisternis en regen in het volle zonlicht hemelwaarts vliegt.quot;

„Christiania!quot; zei mevrouw Mortimer, zonder op Nielsen's complimenteuze beeldspraak acht te slaan. „Christiania, daar zou ik zoo gaarne heen willen gaan. Kon ik Calvin maar eens tot een reis naar Noorwegen overhalen! Iedereen gaat er tegenwoordig heen, er niet geweest te zijn is bijna even bespottelijk als Parijs niet gezien te hebben. Niet dat ik

ocr page 167

157

mij daaraan stoor! 0, neen, dergelijke conventies laten mij koud, en in den regel verfoei ik de plaatsen, waar iedereen heengaat; als ik een mooi plekje ontdek, zou ik het gaarne voor mij alleen behouden. Zelfzuchtig, vindt gij niet? Met Noorwegen is het natuurlijk iets anders, daar is plaats genoeg voor iedereen, en de noordelijke landen hebben mij altijd meer dan de zuidelijke aangetrokken. Met het wilde, barbaarsche Noorwegen verbind ik steeds de gedachte aan een onstuimige vrijheid en een scherpe zuivere lucht, niet bedorven door het koolzuur van geslachte longen, zooals Calvin zegt. Ook de Scandinavische literatuur en muziek zijn zoo frisch en origineel, zoo verschillend van de afgezaagde deuntjes uit het zuiden als een Wagner-opera van een aardig airtje van Donizetti. Het is ook mogelijk,quot; voegde zij er met een zucht aan toe, „dat het zoo bekoorlijk schijnt alleen omdat het ver weg en ongemeen is. Daarom houd ik ook zooveel van uw muziek. Zij is voor mij steeds ongemeen en vaag, en terwijl ik meen ze te vatten, ontglipt zij mij evenals de nevels in het gebergte.quot;

Nielsen's gelaat begon te schitteren.

„0, ja,quot; zei hij. „Gij zijt de eenige, die het begrijpt. Wat ik poog te doen, is schoonheid te suggereeren, ik bedoel — het is zoo moeilijk voor mij om het in een vreemde taal uit te drukken — ik bedoel dat ik den indruk van schoonheid, dien het een of ander voorwerp mij geeft, geheel tracht machtig te worden, om vervolgens het schoone in

ocr page 168

158

klanken weer te geven. Dat gelukt mij nooit volkomen, het middel is ontoereikend voor zoo wonderbaar een ideaal, want de kunst der muziek is een stijf en onhandig werktuig, bijna even onbeholpen als olieverf of woorden. Gij kunt een ideaal geen kluisters aanleggen, en het eigenlijke geheim is niet zoozeer het uitwerken van hetgeen u bezielt als wel de idee er van te suggereeren opdat anderen ze zelf kunnen uitwerken. Gij weet mijn gedachte na te gaan langs denzelfden weg, dien zij in mijn gemoed genomen heeft, maar anderen — 0! hun moet ik het gemakkelijk maken door ieder kantje met dikke zwarte lijnen aan te strepen!quot;

„Ja, alles hangt inderdaad van onszelf en van ons eigen gemoed af,quot; stemde Christina toe. „Men moge de geheele wereld afreizen, aan zichzelf ontsnapt men toch niet. Zoo zou ik, naar ik veronderstel, in Noorwegen hetzelfde verlangen naar iets dat nog verder weg is koesteren, dat mij thans hier in Engeland bezielt. Vroeger beschouwde ik dat gevoel als een soort van argument voor het bestaan van een verhevener, bevredigender leven na den dood, als een instinct voor het oneindige, maar nu . . .quot; Zij haalde de schouders op.

„Het is een argument!quot; riep Nielsen. „Ik ben er zeker van, en het is de eenige reden waarom ik nog aan een toekomstig leven geloof. Voor de conventioneele godsdiensten, de scherp afgebakende leerstellingen en vormen van vereering, gevoel ik niets: doch boven deze staat de een

ocr page 169

159

of andere groote waarheid, als een bergtop zich verheffend boven de wolken, die op de heuvelen rusten. Met deze waarheid is al het verhevene in harmonie, de daden der helden, de onbekend gebleven daden van zelfopoffering van het arme volk, de schoonheid der kunst. Ja, de schoonheid van alle ware menschelijke gevoel.quot;

„En de schoonheid der natuur?quot; opperde Christina, niet zoozeer bij wijze van vraag als wel om haar metgezel van het gevaarlijke onderwerp: het menschelijke gevoel, af te leiden.

„Dat spreekt, en de schoonheid der natuur,quot; was zijn antwoord. „Die verschillende vormen zijn slechts als de verschillende facetten van één diamant. Gij moest Noorwegen zien, mevrouw Mortimer, om te begrijpen hoe het landschap zoowel tot den zin voor harmonie en melodie als tot het oog spreekt. Christiania behoordet gij te bezoeken, al ware het slechts omdat de stad uw naam draagt; wat mij betreft, ik ben reeds blij als ik den naam in een advertentie van een stoombootonderneming gedrukt zie. En dan de Ijorden, het Hardanger met zijn tuinen, of verder noordelijk het Sogne-fjord, en dan mijn geboorteplaats tusschen de woeste pieken der Horungerne. Urenlang kan ik op zulk een fjord zitten turen met een gevoel alsof ik op een concert ben, want ik hoor er een symphonie der natuur, zooals ik in Londen een symphonie van menschen hooren kan.quot;

„In de laatste komen nog al eens thema's voor, die erg laag bij den grond zijn,quot; sprak Christina.

ocr page 170

160

„Ja, maar de totaalindruk is toch krachtig, en, evenals een storm, vol dissonanten. Na de eenzaamheid der fjorden te midden van al die menschente leven is een heerlijk contrast.quot;

„Ik geef aan de eenzaamheid de voorkeur, zij ontmoedigt niet zooals het leven in de maatschappij. Ik zou wel eens willen weten, mijnheer Nielsen, wat wij eigenlijk op de wereld doen; waarom wij lijden, zelfs waarom wij genieten; het schijnt mij alles ijdele krachtsverspilling. Alles eindigt in den dood! En zelfs als het dat niet deed, dan is het leven, hetwelk wij leiden, vol ijdelheid, bedrog en schijnvertooning, vol theorieën, volgens welke ieder er zijn eigen godheid op nahoudt, vol roepingen, wat betreft het leven en den vooruitgang, dat meest misbruikte van alle woorden. Alsof dat alles ons een stap nader tot de werkelijkheid bracht! Slechts in ons binnenste wordt het wezenlijke leven geleefd, en dat kent niemand behalve wijzelf.quot;

„Dat is waar, doch wij zouden ons innerlijk leven ook niet met iedereen willen deelen. Gedurende ons geheele bestaan zouden wij misschien niemand ontmoeten, die het begreep. O, als wij eens zoo iemand ontmoetten! Dan zou het een volmaakt leven worden, twee zielen, voor elkander geopend en gesloten, voor de gansche wereld daarbuiten. Zoo behoorde het huwelijk te zijn.quot;

Als eenig antwoord versnelde Christina Mortimer onwillekeurig den pas.

„Heb ik u beleedigd?quot; vroeg Nielsen. Hij had

ocr page 171

161

slechts de beweging opgemerkt, de beteekenis van haar stilzwijgen bleef hem verborgen.

„Mij beleedigd? Neen. Ik durf beweren dat uw opmerking wel eens juist zou kunnen zijn; jammer dat slechts weinige menschen het door u geschilderd geluk bij ervaring kennen. En toch.. . kom, waarom zou ik mij aan conventies storen en er omheen draaien? Ja, wat gij gezegd hebt, moet waar zijn. Als ooit iets het leven aanvullen kan, dan is het dat. Had ik iemand gevonden, die mij begreep, of liever: dien ik begrepen had, dan zou mijn beschouwing van de wereld wellicht geheel anders zijn.quot;

„Wij zien de wereld door de oogen van hen, die wij liefhebben, meer dan door onze eigene,quot; hernam Nielsen.

„Ja, als . .

Christina brak af. Haar stilzwijgen was welsprekend, doch Nielsen herinnerde zich Passover's waarschuwing om zijn emoties in bedwang te houden, en . .. hij zweeg ook. Toch was hij zoo doordrongen van hetgeen hij had willen zeggen dat hij een oogenblik geloofde het werkelijk uitgesproken te hebben. Een woord van Christina bracht hem weder tot zichzelf, zij maakte hem opmerkzaam op de donkere lucht, die kwam opzetten. Haar stem klonk ongewoon luid in de diepe stilte, die loodzwaar neerhing. Zij staken thans een weide over, aan alle kanten door opgaand hout ingesloten, welks gebladerte een diepere tint groen scheen te hebben aangenomen, terwijl de schaduwen tusschen de

VERLOKEN GELOOF. I. H

ocr page 172

162

boomstammen doorschijnend karmozijn waren. De zon, die hun zooeven in het gelaat scheen, verborg zich achter een stofmasker, en de heg aan het einde der weide teekende zich tegen de lucht af als ware zij op staal gegraveerd. Het uitgestrekte lage land aan den voet van den heuvel zwom nog in een nevelachtig licht, doch in het oosten waren de wolken met een roodbruine tint gekleurd zooals somtijds bij zonsondergang. Een blauwe duif vloog door het luchtruim om een schuilplaats in het bosch te zoeken, zij scheen bijna wit tegen het steeds purperder wordend uitspansel.

„Er broeit een onweer,quot; sprak Melsen. „Zijt gij bang?quot;

„Bang? Neen. Wel ben ik vol verwachtingenis iedere zenuw in mij gespannen, zooals de snaren mijner viool wanneer ik ze gestemd heb. Een onweer is de heroïsche symphonie der natuur, deze stilte is het voorspel. En dan het vreemde licht, — is het niet alsof wij van uit het banale daglicht in de plechtige schemering eener Gothische kathedraal getreden zijn?quot;

Nielsen wierp haar een blik toe, waaruit dankbaarheid en vervoering spraken.

„Wonderbaarlijk zooals wij elkander begrijpen!quot; mompelde hij. „Menschen zijn als muziekinstrumenten, hoewel slechts enkele in denzelfden toon gestemd zijn, wij echter ...quot;

Het verwijderde gerommel van den donder stoorde hem en vestigde zijn gedachten op iets van meer

ocr page 173

163

practisch belang: het zoeken van een beschutting voor den naderenden regen. Dat deze niet ver meer kon zijn, bewees de wind, welke ettelijke stofwolkjes van den verzengden bodem deed opstuiven.

Zij staken haastig het veld over, gingen vervolgens een hek in de haag door, en bevonden zich toen op een kleine grasvlakte, vanwaar drie paden in verschillende richtingen den heuvel op voerden. Mortimer en Passover waren verdwenen, en er bestond niet de minste aanwijzing, welk pad het juiste was.

„Dit schijnt het breedste en meest begane,quot; zei Christina. „Laat ons dit maar nemen.quot;

Zij deden aldus.

Het scheen meer een landweg dan een voetpad, waarschijnlijk was het een oude vervallen gemeenteweg, aangelegd vóór de dagen van Mac-Adam en van Rijkstoezicht op de wegen. Lang gras en fluweelachtig mos bedekten den grond, die met diepe, door de aanhoudende droogte bros geworden wagensporen doorgroefd was. De heggen aan beide kanten van den weg waren verwilderd en hoog opgeschoten, terwijl het overhangende gebladerte der daarachter staande hoornen de met het naderen van het onweer aangroeiende duisternis nog vermeerderde. Vlak bij de plaats, waar beide wandelaars stonden, deelden een hoop oud halfvergaan hout en een omvergeworpen kar, die haar dienstjaren achter den rug had, elkanders droefgeestig gezelschap. Verderop

ocr page 174

164

werd de weg nauwer en scheen hij in het halfduister van het bosch te verdwijnen. Christina en Ivar stonden verlegen en wisten niet waarheen zich te wenden, tot de moeilijkheid plotseling werd opgelost door een bliksemstraal, die het terrein vóór hen verlichtte en hun een vijftig ellen van daar een bouwvallige, halfgesloopte loods ontdekken deed. De slag na den straal werd op zijn beurt gevolgd door een zilverachtig ruischen in het gebladerte, en weldra viel de regen neer; eerst in enkele, dikke druppels, doch spoedig in samenhangende, horizontale strepen, die de nevelachtige duisternis nog vermeerderden.

„Wij moeten hard loopen, daar is niets aan te doen,quot; riep Christina. „Mijn parasol is in dezen stortvloed meer dan onbruikbaar.quot;

De daad bij het woord voegend, ijlde zij vooruit, doch nauwelijks had zij een paar schreden gedaan, of zij zou over een greppel gestruikeld zijn als Nielsen haar niet bij de hand gegrepen had. Zij berustte in den greep, en hij hield het handje omklemd tot zij de loods bereikt hadden. Een deel van het vilten dak was nog ongeschonden, en vlak onder dit waterdichte gedeelte lag een hoop droog stroo, dat in den vorigen herfst voor het vee verzameld was en thans als zetel dienst kon doen.

„Ik ben geheel buiten adem!quot; zei Christina, achteloos achterover leunend en de brooze varenstengels vertredend, die een vreemden flauwen reuk van zich gaven, evenals pas uitgegraven aarde.

ocr page 175

165

Nielsen keek naar haar gelijk Cymon de slapende Iphigenia bespiedde. Haar breedgerande stroohoed was naar achteren gegleden en omlijstte het gelaat als een aureool, terwijl het gezichtje met zijn zachte lijnen in het halve licht dubbel teeder scheen.

„Waarom blijft gij daar staan?quot; vroeg zij. „Gij zult nat worden. Kom toch binnen en ga hier zitten. Er is plaats genoeg voor twee.quot;

De woorden: „Ik durf niet,quot; kwamen op zijn lippen, doch hij zweeg en bleef buiten in den nevel staan, een grillige figuur inderdaad met zijn opgetrokken, mismaakte schouders, die de armen buitengewoon lang deden schijnen. Het welgemaakte gelaat scheen bij dat misvormde lichaam niet te passen. Voorgevend dat de hitte hem drukte, zette hij zijn hoed af, en toen de golvende blonde lokken vrij langs het gezicht zwierden, zag hij er haast meisjesachtiger uit dan Christina.

Zij dacht aan de droomen van voor eenige jaren — aan den idealen minnaar, die naar haar hand dingen en haar winnen zou, den held, volmaakt naar lichaam en geest, tegelijkertijd hartstochtelijk en teeder. Zij dacht aan den man, die door zijn wijsheid zijn medemenschen eerbied en ontzag zou inboezemen zonder het vermogen te missen haar meisjesdroomen te begrijpen en er mede te sympa-thiseeren, aan den man, die in huis een minnaar, buitenshuis een kameraad zou kunnen zijn. Ivar Nielsen kwam, wat sympathiseeren en begrijpen, zelfs wat hartstocht en teederheid betrof, haar ideaal

ocr page 176

166

het meest nabij. Zijn gelaat was bijnabovenaardsch schoon, jammer dat hij niet geheel aan alleeischen van mannelijke schoonheid beantwoordde. Was misschien onvolmaaktheid een noodzakelijke voorwaarde voor het aardsche bestaan, of kwamen bij een meer ideale verbintenis tusschen man en vrouw geen quaesties van physieken aard in aanmerking? Verwantschap van ziel was in ieder geval de eenige waarborg voor het bestendige van zulk een verbintenis, men kon ze de hoofdvoorwaarde noemen, terwijl al het andere bijzaak was.

Het onweer had thans zijn hoogtepunt bereikt. Het gekletter van den regen was als het geluid van duizenden zeisen, en het ratelen van den donder als het gerol der wielen van Gods zegekar over een koperen heerbaan. De bliksemflitsen, die nog steeds de lucht doorkliefden, deden hun gezichten nu eens spookachtig bleek uit de duisternis oplichten en flikkerden dan weder als vlammende zwaarden boven het verwijderde boschlandschap. De regen werd door den harden grond in miniatuurfonteintjes teruggekaatst, en zelfs tot in het binnenste der loods drong een soort van nevelachtige vochtigheid door, die op het schuim van een waterval geleek. Het onafgebroken gerol van den donder hield plotseling op, en er ontstond een tijdelijke stilte, die in tegenstelling met het voorafgaande woeden der elementen een stilte des doods geleek. Slechts de regen ritselde nog gelijk het verdorde gebladerte van een laan populieren, wanneer de herfstwind er doorheen blaast. Het water

ocr page 177

167

had in het zwakke vilten dak der loods een nieuwe opening gevonden, en een klein beekje biggelde op Nielsen's schouder neer. Hij drong zich naar binnen en meer naar Christina toe.

„Gij weet niet hoe spookachtig gij er uitziet,quot; zei Christina, naar hem opziende. „Ongeveer zoo stel ik mii de trollen voor.quot;

„De trollen? Hoezoo? Ik ben toch niet groot,quot; sprak Nielsen.

„Maar zijn trollen dan niet een soort van elfachtige dwergen?quot;

„Dwergen! 0, neen. Wij zouden hen eerder reuzen noemen, al mogen zij in uw oogen misschien dwergen zijn.quot;

Christina vond de beleefde terechtwijzing zoo kluchtig dat zij luidkeels lachte; het was haar eerste lach sedert den dood van het kind.

In Ivar's ooren klonk hij lieflijker dan het kristallen gemurmel van den regen, en ook hij lachte, doch slechts zachtjes als der elfen echo, wanneer zij instemmen met de vroolijkheid van een menschelijk wezen.

„Als ik een trol ben,quot; sprak hij, „dan zijt gij een boschnimf, die voor den storm gevlucht is; de geest van dien boom aan het fjord, het thema van het eerste muziekstuk, dat ik, door u geïnspireerd, componeerde. quot;

„0, in deze dagen van vooruitgang kent men geen boschnimfen meer,quot; antwoordde Christina niet zonder bitterheid.

ocr page 178

168

„Nu, dan zijt gij de dochter van een Viking, die mij uit mijn paleis in de bergen te hulp geroepen heeft. En de donder is het rollen der wielen van de strijdwagens mijner broeders, de reuzen, die mij komen terughalen opdat ik niet insluimere en zwak worde door de betoovering eener vrouw. Ja, boschnimf was geen goed woord, het doet denken aan het zonnige zuiden, en hier, in den storm, hebben wij behoefte aan een beeld uit het stroeve noorden. Ik ben wellicht in uw oogen klein en zwak, doch wat sterkte betreft, telt de geest en niet het lichaam mee, en zooals onze dichters zingen: wij hebben allen een trol in ons, die onder den betooverenden invloed van het schoone ontwaakt. Dat is het onderscheid tusschen ons en die oude reuzen; de liefde was hun zwakheid, zij is onze kracht!quot; Hij was haar onder het spreken nog dichter genaderd, en zijn oogen schenen stralen te schieten. Christina was als betooverd, onwillekeurig hief zij de handen op als wilde zij de nadering van iets noodlottigs, iets, dat sterker was dan zijzelf, afweren. Hij misduidde het gebaar en terwijl hij haar handen greep, baande zich het groote geluk, dat lang gesluimerd had op den bodem zijner ziel, met geweld een uitweg.

„Is het inderdaad waar?quot; riep hij, en terwijl zijn stem tot een nauw hoorbaar fluisteren daalde: „Christina! Kjaerlighed! leg elsker dig! Ik heb je lief, mijn wonder, mijn hartewensch!quot;

Op dit oogenblik werden plotseling het binnenste der loods en de open plek in het bosch in een zee

ocr page 179

169

van schel wit licht gehuld, dat alles in vlam scheen te zetten; slechts één seconde duurde het, doch deze was voor Christina en Ivar voldoende om duidelijk in elkanders oogen te kunnen lezen wat er in hun ziel omging. Zij wisselden een enkelen blik van liefde en tegelijkertijd van ontzetting; te midden der ontketende elementen hadden zij elkander hun passie geopenbaard! De zich verspreidende glans scheen voort te komen uit een wit gloeiende schijf, oogenschijnlijk slechts een paar voeten van de loods verwijderd. In de oogen der Katholiek grootgebrachte Christina was zij als een hostie, een verblindende discus van licht, omgeven door een monstrans van trillende, violet getinte stralen. Zoo werden de visioenen van het Heilige Graal afgebeeld, doch huiverend herinnerde Christina zich hoe deze slechts aan de reinen van harte ten deel vielen, terwijl zij ... . De felle schittering werd oogenblikkelijk door een schijnbaar dikke duisternis gevolgd, terwijl een doordringende zwavelgeur de lucht vervulde. Vervolgens brak, bijna zonder tusschenpoos, vlak boven hun hoofden een luid klinkende donderslag met helsch geweld los, en men hoorde een geknetter, alsof reuzenhanden een zware rol papier doorscheurden. Toen was het dat Christina haar zelfbeheersching verloor; de physieke invloed van den storm en de emoties, door de nabijheid van Nielsen opgewekt, werden haar eindelijk te machtig.

,0, Ivar, hoe verschrikkelijk!quot; mompelde zij, zijn handen vaster omklemmend.

ocr page 180

170

„Verschrikkelijk? Wel neen. Verheven, grootsch. De kracht onzer liefde, die weerklank vindt bij de krachten der natuur.quot;

„Maar het is als een waarschuwing! Een verschrikkelijke waarschuwing. 0, ik ben bang.quot;

„Bang? Maar dan zijt gij niet zoo sterk als ik gedacht had. Bang! Waarom zoudt gij bang zijn voor dien koninklijken groet, voor dien grooten geest, die ons toejuicht omdat wij den moed hebben uit te komen voor hetgeen wij voelen? Geen tijd oftooneel hadden beter bij onze gemoedsstemming kunnen passen. Bemerkt gij wel dat het vuur des hemels zelf door uw aderen stroomt en iedere zenuw trillen doet?quot;

Christina's kortstondige vrees verdween bij Nielsen's woorden, en zij werd zelfs door zijn geestdrift aangestoken. Hoe verschilde zijn geestdrift van den formeelen toon, waarop die andere man haar in het dennenwoud tusschen Pantasaph en Holywell van liefde, als men het ten minste zoo noemen mocht, gesproken had. Die man sprak voor haar ooren, deze scheen een beroep op haar ziel te doen. Ja, er was iets verhevens in de wijze, waarop de elementairste en toch ook de grootste aller musici Nielsen een uitgesproken, haar een stilzwijgende bekentenis afgedwongen had. Het onweer had hen afgesneden van die alledaagsche wereld met haar triviaal masker. Misschien was het bijgeloovig gedacht, doch kon het niet zijn dat de natuur om hen heen gesympathiseerd had met de natuur in hen, en op haar wijze toegejuicht had? En toch bestaat

ocr page 181

171

die innerlijke natuur uit zoovele subtiele draden, dat Christina er een soort van voldoening in vond zich, behalve door het onwillekeurig gebruiken van Nielsen's voornaam, niet verder gecompromitteerd te hebben. Het resultaat van opvoeding en aangenomen gewoonten, vereenigd wellicht met een ingetogenheid, die iedere vrouw als bij instinct eigen is, deden haar voor de mogelijke gevolgen van dit tête-a-tète terugdeinzen. Zij had tijd noodig om het gebeurde onder de oogen te zien en wantrouwde haar eigene emoties.

„Kom, mijnheer Nielsen!quot; sprak zij tot haar begeleider. „De regen is nu voorbij; zie het licht eens boven de toppen der boomen doorbreken.quot;

„Ja! Het wordt licht!quot; herhaalde hij, terwijl hij haar buiten de loods volgde. Zij deed als hoorde zij de veelbeteekenende opmerking niet, en Nielsen gevoelde dat er iets in haar karakter was, dat hij nog niet geheel begreep. Na het gebeurde stelde die plotselinge terugkeer tot denformeelen conversatietoon hem teleur. Hij begreep niet dat een vrouw behoefte gevoelt ook in eigen oogen den schijn op te houden.

Haastig spoedde Christina zich voort, als wilde zij verdere gesprekken vermijden, en Nielsen van zijn kant verbrak het stilzwijgen niet. Nauwelijks hadden zij het hek weder achter zich, dat zij bij het inslaan van den weg naar de loods waren doorgegaan, of zij zagen Mortimer en Passover hun te gemoet komen.

„Ik hoop dat gij een schuilplaats hebt kunnen vinden,quot; sprak Calvin.

ocr page 182

172

„O, zeker,quot; antwoordde Christina, met een verhoogden blos en een zekere hardheid in haar stem, die wel door Hartley Passover, doch niet door Mortimer opgemerkt werd.

„Bij het losbreken van het onweer spraken wij er juist over, welk pad wij zouden inslaan. Gelukkig kozen wij het verkeerde, dat ons naar een loods voerde, onder welke wij het einde der bui hebben afgewacht. Zijt gij teruggekomen om ons te zoeken ? Ik hoop niet dat gij zelf nat geworden zijt?quot;

„Neen. Wij waren dicht bij het buitentje en voor den regen binnen. En thans geef ik u in overweging naar huis terug te keeren, want het wordt tijd vóór een kop thee.quot;

„Gij zult mij misschien erg onbeleefd vinden, doch ik zou gaarne nog wat in mijn eentje heen en weer wandelen,quot; sprak Nielsen. „Zulk een onweer werkt op mijn zenuwen, en ik heb er behoefte aan, mij van mijn overtollige electriciteit te ontlasten voor ik in huis kom.quot;

„Zeker, zeker,quot; antwoordde Mortimer. „De stoornis in de natuur moet op een magnetisch zenuwgestel als het uwe inwerken.quot;

„Magnetisch is het woord!quot; dacht Christina bij zichzelf, doch zij zei niets en wendde zich huiswaarts zonder Nielsen ook maar een enkelen blik toe te werpen. Passover nam haar nauwlettend waar, terwijl zij, zulks bemerkende, haar aandoeningen achter een bijna luidruchtige vroolijkheid trachtte te verbergen.

ocr page 183

HOOFDSTUK VI.

ivar's overwinning.

Niet zonder bevreemding hoorde Calvin Mortimer den volgenden morgen aan het ontbijt, dat Christina van plan was haar zuster Eileen te logeeren te vragen.

„Ik ben blij dat gij van gevoelen veranderd zijt, liefste,quot; sprak hij. „Het verwondert mij niet dat de eenzaamheid u begint te vervelen.quot;

„O, dat is het niet,quot; antwoordde Christina snel.

„Wat is dan de reden?quot;

„Niets dan de nuk van een vrouw, ook zal het hier eenzamer lijken wanneer gijlieden weer vertrokken zijt. Dat is de schaduwzijde van bezoeken.quot;

„Wanneer kan uw zuster hier zijn?quot; vroeg Nielsen.

„Wel, als ik haar vandaag schrijf, krijgt zij den brief morgen, Dinsdag; als zij komen kan, is zij dus Woensdagavond, op zijn laatst Donderdag, hier.quot;

„Telegrapheer haar,quot; sloeg Passover voor.

„Dat zou ik doen als ik niet wist dat moeder zoo bang voor telegrammen is. Zij denkt als zij die ontvangt altijd aan ziekten of sterfgevallen. En bovendien verlies ik met schrijven maar een enkelen dag.quot;

ocr page 184

174

„Zijt gij dus morgen en Woensdag alleen ?quot; vroeg Nielsen.

„Ja. Doch ik zal het druk genoeg hebben met alles voor mijn zuster in gereedheid te brengen.quot;

De Noor wierp haar een verwijtenden blik toe, zij echter, zonder acht op hem te slaan, hield zich slechts met het koffieservies bezig.

„Waarom blijft gij niet tot juffrouw Mostyn komt?quot; vroeg Hartley Passover aan Mortimer.

„Ik zie tegen die paar eenzame dagen niet op,quot; zei Christina. „Doch het spreekt vanzelf, als gij het kondt schikken, Calvin ...quot;

„Onmogelijk, liefste, hoe het mij ook spijt. Met tegenzin ben ik er deze drie dagen uitgebroken, zulk een tijdverspilling ...quot;

„Hebt gij wel ooit eenig begrip van het woord genoegen, of zelfs maar van het woord rust gehad, Calvin?quot;

„Mijn werk is zoowel mijn genoegen als mijn rust, Christina,quot; antwoordde haar echtgenoot. „Voor het genoegen heb ik, naar ik vrees, reeds lang den smaak verloren, en zelfs het vermogen om te rusten schijn ik niet meer te bezitten sedert...quot;

Hij hield plotseling op, vreezende dat een meer duidelijke uitlegging haar pijn zou kunnen doen.

Om aan het gesprek een andere wending te geven, merkte Passover op: „Wel een beetje onlogisch, Mortimer, te beweren dat gij het vermogen om te genieten en te rusten verloren hebt, en tegelijkertijd te verklaren dat gij in uw werk rust en genoegen vindt!quot;

ocr page 185

175

„Dat is zoo!quot; gaf Mortimer glimlachend toe. „ïk bedoelde dat mijn werk een surrogaat voor beide is.quot;

„Zooals marmelade bij het ontbijt,quot; merkte Passover op, terwijl hij zich van dit ingrediënt bediende.

De grap ging echter niet op, en Nielsen vroeg wat hij er mede bedoelde.

Passover haalde zuchtend de schouders op.

„Als gij wat langer in Engeland geweest zijt, zult gij leeren, dat men iemand niet meer beleedigen kan dan door hem de uitlegging van een grap te vragen. Geen humor is tegen ontleding bestand, anders zou onze geëerde gastheer,quot; met een blik op Mortimer, „hem reeds lang onder het microscoop gelegd en er de kiem van ontdekt hebben.quot;

Ook deze pijl miste zijn doel evenals de vorige, en Passover was blij toen het ontbijt afgeloopen was. Het bleek om de een of andere reden onmogelijk, een meer vroolijke stemming op te wekken.

„Uw welgemeende pogingen om ons te doen lachen,quot; zei Christina, „zijn blijkbaar evenzeer tijdverspilling als geheel ons bestaan.quot;

Deze bewering werd door den journalist krachtig bestreden, hij verklaarde het verwekken van een lach voor een goed werk in den verb evensten zin, zoo niet voor het beste van alle goede werken wanneer men in aanmerking nam hoe grijs en somber het leven in het algemeen was.

„Ja, het leven is grijs en somber,quot; riep Nielsen. „Er bestaat slechts één middel om het helder te maken.quot;

ocr page 186

176

„En dat is .. . ?quot; vroeg Passover.

Christina stond plotseling van tafel op en riep;

, Lieve Hemel, begint gij weer een van die nut-telooze discussies? Dat is eerst recht den tijd verspillen. Wij moeten het leven nemen zooals het is.'

„Bravo, dat is de ware wijsheid!quot; zei Passover.

Een uur later bracht Christina haar echtgenoot en de beide gasten naar het station Holmwood.

„Gij wandelt zeker direct naar Cold Harbour terug,quot; zei Mortimer tot zijn vrouw toen hij in den trein stapte.

Cold Harbour! Welk een vreemde naam! Heet het dorp zoo?quot; vroeg Nielsen.

„Ja. Het is een geliefkoosde naam in de Engel-sche graafschappen,quot; antwoordde Mortimer, terwijl hij in de coupé stapte.

„Cold Harbour, Koude Haven, een passende naam!quot; zei Nielsen halfluid tot Christina. „Doch spoedig zal het schoone schip zijn witte vleugelen ontplooien en met het morgenlicht in de warme heldere zee uitzeilen.quot;

De conducteur, voor pathos ongevoelig, brak Nielsen's dichterlijke beeldspraak kort af en riep: „Instappen, mijnheer, als gij meegaat.quot;

Een fluitsignaal, een wuiven met de vlag ... en Christina stond alleen op het perron. Zuchtend sloeg zij den weg naar huis in, het was hetzelfde pad, dat Nielsen en zij den vorigen dag gevolgd hadden. Thans was hij weg en bevond zij zich tijdelijk in veiligheid. Zij had naar zijn vertrek verlangd, en

ocr page 187

177

toch ... nu zij hem niet meer terugroepen kon, had zij dit zoo gaarne gedaan. Een gevoel van algeheele eenzaamheid overviel haar. Zij trachtte haar geweten te onderzoeken zooals zij als meisje gewoon was te doen voor zij ter biecht ging. In gedachte stelde zij zich de vraag of de terugkomst van Mortimer of Passover haar verlichting zou brengen, doch het antwoord luidde ontkennend; zij wist dus wiens afwezigheid haar dat gevoel van bittere eenzaamheid gaf. De ontdekking was te voorzien, en openlijk erkende zij bij zichzelf dat zij Nielsen beminde, een bekentenis, die haar door zijn vertrek afgedwongen werd.

Toen zij de weide bereikte, waar het onweer hen overvallen had, sloeg zij het bekende pad in; onwillekeurig voelde zij zich tot het tooneel van den vorigen dag aangetrokken. Hoe alledaagsch kwam haar thans de plek voor. Nauwelijks herkende zij in het kleine vuile gebouwtje het toevluchtsoord, waaraan zulke zoete herinneringen verbonden waren. In het schelle daglicht zag het er zoo armzalig uit, zoo geheel anders dan den dag te voren bij het flikkeren van den bliksem. Om het contrast nog sterker te maken, graasde een verdwaalde koe vreedzaam in de nabijheid van het gebouwtje; het dier schudde den kop tegen de indringster, als wilde het haar beduiden dat zij in deze doodgewone omgeving niet paste. De indringster overwoog de quaestie bij zichzelf, zij peinsde en zon en vroeg zich af hoe het kwam dat haar stemming met de ernstige

VERLOREN GELOOF. I. 12

ocr page 188

178

tevredenheid, waarvan het rustige landelijke tafereel een symbool was, zoo slecht harmonieerde. Kwam het van haar toegeven aan de liefde voor Nielsen, een liefde, die tegen de conventies indruischte ? Kon het zijn dat achter die conventies een positieve wet school, van ouderen datum dan de conventies zelve? Haar echtgenoot had vroeger dikwijls den draak gestoken met de haarklooverijen van sommige schoolgeleerden. Katholieke theologanten, die een onderscheid maakten tusschen de dingen, die slecht zijn omdat ze verboden zijn, en de dingen, die verboden zijn omdat ze slecht zijn. Indien echter een absolute grondslag voor de uitspraak tusschen goed en kwaad, zooals men die aan de eigenschappen van God ontleende, indien zulk een grondslag niet bestond, dan kon iets ook nooit bepaald slecht zijn, hoogstens onverstandig wanneer het verkeerde gevolgen had. En kon het luisteren naar de werkelijke opwellingen van het gemoed wel ooit zulk een ellendig gevolg na zich sleepen als de onoprechtheid, die uit een in schijn gelukkig, doch inderdaad liefdeloos huwelijk geboren wordt?

Doch zelfs hier rees een bezwaar op, ontstaande uit de materialistische leer, die onder den invloed van Mortimer's lessen langzamerhand het oude geestelijke geloof vervangen had. Gemoedsopwellingen, dat woord was slechts een euphemisme voor dierlijke neigingen, die door de beschaving een fijner tintje gekregen hadden. Was haar gevoel voor den jongen Noorschen musicus niets meer dan een dierlijke

ocr page 189

179

neiging? Neen, dat was onmogelijk. Hoe kon iets, dat haar scheen te verheffen, dat haar in volko-mener harmonie met een wereld van kunst, poëzie en schoonheid bracht, een zinnelijk verlangen zijn? Melsen's mismaaktheid, hoe gering zij ook was, sloot de gedachte aan een bekoring van het oog buiten, wel had zij het hare bijgedragen om een diep gewortelde en haast moederlijke emotie van medelijden op te wekken. Zij wist in den beginne zelf niet recht wat zij voor hem gevoelde, hij stootte haar af en trok haar tegelijkertijd aan, evenals de bittere smaak van olijven. Toch zouden noch zijn gelaat, noch zijn gestalte iets meer dan een voorbijgaand gevoel van medelijden teweeggebracht hebben, indien zij zich niet door de geestelijke verwantschap hunner zielen onwederstaanbaar tot hem aangetrokken gevoeld had. Het gebouw, eens met behulp eener godsdienstige dressuur opgetrokken, nam een anderen vorm aan, en om het met de feiten in overeenstemming te brengen, gebruikte Christina, evenals alle twijfelaars, het overoude cement van het mysticisme. De breede basis van het Christendom was te streng eenvoudig voor zulk een rococo-kasteel. Met behulp van hetgeen Hartley Passover haar eens van theosophie en van de verschillende trappen van ontwikkeling geleerd had, stelde zij zich de menschelijke zielen voor als staande op een feitelijk onbegrensd aantal verschillende vlakken van evolutie. Verwante zielen waren zij, die hetzelfde vlak bereikt hadden op hun tocht naar het eind-

ocr page 190

178

tevredenheid, waarvan het rustige landelijke tafereel een symbool was, zoo slecht harmonieerde. Kwam het van haar toegeven aan de liefde voor Nielsen, een liefde, die tegen de conventies indruischte ? Kon het zijn dat achter die conventies een positieve wet school, van ouderen datum dan de conventies zelve? Haar echtgenoot had vroeger dikwijls den draak gestoken met de haarklooverijen van sommige schoolgeleerden. Katholieke theologanten, die een onderscheid maakten tusschen de dingen, die slecht zijn omdat ze verboden zijn, en de dingen, die verboden zijn omdat ze slecht zijn. Indien echter een absolute grondslag voor de uitspraak tusschen goed en kwaad, zooals men die aan de eigenschappen van God ontleende, indien zulk een grondslag niet bestond, dan kon iets ook nooit bepaald slecht zijn, hoogstens onverstandig wanneer het verkeerde gevolgen had. En kon het luisteren naar de werkelijke opwellingen van het gemoed wel ooit zulk een ellendig gevolg na zich sleepen als de onoprechtheid, die uit een in schijn gelukkig, doch inderdaad liefdeloos huwelijk geboren wordt?

Doch zelfs hier rees een bezwaar op, ontstaande uit de materialistische leer, die onder den invloed van Mortimer's lessen langzamerhand het oude geestelijke geloof vervangen had. Gemoedsopwellingen, dat woord was slechts een euphemisme voor dierlijke neigingen, die door de beschaving een fijner tintje gekregen hadden. Was haar gevoel voor den jongen jSToorschen musicus niets meer dan een dierlijke

ocr page 191

179

neiging? Neen, dat was onmogelijk. Hoe kon iets, dat haar scheen te verheffen, dat haar in volko-mener harmonie met een wereld van kunst, poëzie en schoonheid bracht, een zinnelijk verlangen zijn? Nielsen's mismaaktheid, hoe gering zij ook was, sloot de gedachte aan een bekoring van het oog buiten, wel had zij het hare bijgedragen om een diep gewortelde en haast moederlijke emotie van medelijden op te wekken. Zij wist in den beginne zelf niet recht wat zij voor hem gevoelde, hij stootte haar af en trok haar tegelijkertijd aan, evenals de bittere smaak van olijven. Toch zouden noch zijn gelaat, noch zijn gestalte iets meer dan een voorbijgaand gevoel van medelijden teweeggebracht hebben, indien zij zich niet door de geestelijke verwantschap hunner zielen onwederstaanbaar tot hem aangetrokken gevoeld had. Het gebouw, eens met behulp eener godsdienstige dressuur opgetrokken, nam een anderen vorm aan, en om het met de feiten in overeenstemming te brengen, gebruikte Christina, evenals alle twijfelaars, het overoude cement van het mysticisme. De breede basis van het Christendom was te streng eenvoudig voor zulk een rococo-kasteel. Met behulp van hetgeen Hartley Passover haar eens van theosophie en van de verschillende trappen van ontwikkeling geleerd had, stelde zij zich de menschelijke zielen voor als staande op een feitelijk onbegrensd aantal verschillende vlakken van evolutie. Verwante zielen waren zij, die hetzelfde vlak bereikt hadden op hun tocht naar het eind-

ocr page 192

ISO

doel, zijnde de hereeniging met de allesdoordringende levenskracht, welke de ziel der materie is. Al naarmate de zielen op dezen tocht min of meer van hetzelfde vlak verwijderd waren, trokken zij elkander aan of stootten zij elkander af. Een bevestiging dezer theorie vond zij in de gevoelens van sympathie of afkeer, welke men dikwijls kan hebben voor menschen, die men geheel toevallig op straat of in een vreemd gezelschap ontmoet. Uit hetgeen Nielsen zich zoo nu en dan had laten ontvallen, maakte zij op dat deze levenstheorie ook de zijne was, en voor het eerst bemerkte zij de duidelijke toepassing van wat haar tot nu toe slechts geleerde uitspraken geschenen hadden. Haar oom. Pater Mordaunt, had eens ironisch opgemerkt dat de grootste aantrekkelijkheid van het mysticisme bestond in zijn bruikbaarheid voor allerlei individueele gevallen, waarop Christina geantwoord had dat zij een geloof verlangde dat aan haar eigen behoeften voldeed; slechts van hetgeen zij persoonlijk gevoelde was zij absoluut zeker. Thans ging zij een stap verder, en beschouwde zij, met terzijdestelling van de door opvoeding en omgeving ingeprente gevoelens, de persoonlijke gewaarwording als de eenige r evelatie, die het mensch-dom ten deel gevallen is. Voor het logische gevolg dat zelfbeheersching dan slechts een onoprechtheid zou zijn, schrikte zij echter terug.

Het eindresultaat dezer zelf-analyse was de erkenning dat Ivar Nielsen voor haar meer dan echtgenoot en tehuis, ja zelfs meer dan een goede naam in

ocr page 193

181

den conventioueelen zin van het woord beteekende.

Toch huiverde zij nog voor de gevolgen harer eigen bekentenis,. Zij dacht er dan ook niet aan om Nielsen terug te roepen en schreef, thuis gekomen, haar uitnoodiging aan Eileen; zij wilde haar zuster als scherm tusschen zichzelf en den afgrond harer verlangens plaatsen.

Na de koffie bracht zij den brief naar het postkantoor in het dorp, blijde een bezigheid te hebben, die aan het drukkend gevoel van verlatenheid eenige afleiding gaf. Zij rekte haar wandeling tot de afternoon tea, en na de thee haalde zij haar viool in den tuin, zette het muzieklessenaartje op het grasveld voor het open venster der zitkamer en begon een oefening te spelen. Na de oefening probeerde zij de nieuwe muziek, die Mortimer voor haar uit London medegebracht had; deze viel echter niet in haar smaak daar het grootendeels paradestukken waren, die veel techniek vereischten zonder eenige emoties op te wekken. Zij begaf zich naar de zitkamer en liep haar collectie muziek door. Toen viel haar oog-op Nielsen's sonate voor piano en viool.

„Kijk eens aan!quot; riep zij. „Hoe jammer dat wij ze ten slotte nooit te zamen gespeeld hebben! Ik zal de vioolpartij eens alleen probeeren en zien of zij me lijkt. Zij zal wel minstens zoo goed zijn als al die prullen hier.quot;

In den tuin teruggekeerd, plaatste zij de partituur voor zich op den lessenaar. Terwij? zij het voorspel voor de piano las en de maten telde, den strijk-

ocr page 194

182

stok gereedhoudend, om met de vioolpartij in te vallen, hoorde zij het fluitje van den Londenschen trein, die te Holmwood aankwam.

„Dat vervelende fluiten!' riep zij. „Nu ben ik den tel kwijt.quot;

Daarop scheen haar iets in te vallen, en kwam er een lach op haar gelaat. Zoo lacht iemand bij de nadering van een beminden vriend, op wiens aankomst men geruimen tijd heeft staan wachten! Eenige minuten scheen zij in gepeins verloren, tot zij plotseling, zichzelf over haar dwaasheid beknorrend, driftig de eerste maten der sonate begon te spelen. Keeds de oefening scheen haar goed te doen, en zij ijlde door de lastige passages gelijk een fanatiek danser door de moeilijke bewegingen van een wilden Hongaarschen czardas. Toen zij aan het eind gekomen was, liet zij de armen zakken onder het slaken van een tevreden zucht, evenals iemand, die na een vermoeiende wandeling in een armstoel neervalt. De rust duurde echter niet lang.

„Ik moet het nog eens spelen,quot; sprak zij. „Nu en dan knoeide ik vreeselijk, en het loont de moeite wel om het goed te doen. Hoe jammer dat niemand mij op de piano begeleiden kan. Eileen moet de partij bepaald instudeeren als zij komt!quot;

Met zorg ging zij de muziek opnieuw door, en thans bleef haar aandacht geheel bij haar spel bepaald. Zij hoorde dan ook niet hoe de bel bij de voordeur van het buitentje overging, evenmin als zij bemerkte dat de dienstbode een bezoeker in de

ocr page 195

183

zitkamer gelaten had. Deze had het meisje toegefluisterd, haar meesteres vooral niet te storen, hij zou wel wachten tot zij met haar spel gereed was. De avondschemering begon reeds de kamer in een halfduister te hullen, en nadat de bezoeker het donkerste plekje, waar hij onopgemerkt bleef, uitgekozen had, ging hij naar de muziek daarbuiten zitten luisteren en bespiedde hij de rhythmische bewegingen van hoofd en armen der speelster tegen den achtergrond van roze gekleurde wolkjes. Tegen het einde der sonate gleed hij zachtjes van zijn zetel naar de piano.

„Zoo, dat ging beter! Ik was er ditmaal meer in,quot; zei Christina bij zichzelf, terwijl zij den strijkstok zakken liet. „Maar ik wou toch dat ik iemand voor de piano had.quot;

Het woord was nauwelijks gesproken, toen van uit het open venster achter haar de welbekende tonen tot haar kwamen: het laatste gerommel van het aftrekkend onweer, waarmede het adagio begon. Een oogenblik meende zij te droomen, doch steeds voller en machtiger zwollen de tonen, en zij herkende de hand, die de toetsen bespeelde. Eén slechts kende zij, die zulk een aanslag bezat. Haar eerste aandrift was de viool neer te leggen, hem te gaan begroeten en hem naar de reden zijner terugkomst te vragen. Doch die vraag vereischte immers geen antwoord, en zij was blij dat de verlegenheid van het vragen haar bespaard werd. Hoeveel eenvoudiger bleek het om den eersten groet in muziek te wisselen;

ocr page 196

184

ja, het was een kiesche gedachte van hem, haar aldus zijn tegenwoordigheid aan te kondigen, en zij waardeerde die ten zeerste. Zij wendde het hoofd zelfs niet om, maar hervatte, toen haar beurt gekomen was, haar spel, en zij vervolgden de sonate, hij in de duisternis uit het hoofd spelend, zij bij het open venster op het grasveld staande. De bloemengeur van den tuin om het buitentje hing zwaar in de stille warme avondlucht, en de muziek scheen een geest van naijver op te wekken in de vogeltjes, die zich reeds in den boomgaard achter het huis te rust begeven hadden. Doch spoedig hield hun zacht gekweel op, en hoorde men slechts het geluid der trillende snaren en het gonzen der duizenden avondvliegjes. Nielsen's werk was waarschijnlijk nooit zoo volmaakt uitgevoerd als dien avond, toen het de componist en zij, die hem geïnspireerd had, waren, die het speelden. Eenige voorbijgaande dorpelingen bleven op den weg staan luisteren en gluurden door de laurierheg om een blik op de spelers te werpen.

„Je wordt er griezelig van, nietwaar?quot; zei een oude man, toen de melodie van het scherzo voortsnelde en in de meest uitgelatene vroolijkheid van de eene variatie naar de andere danste. „Het zijn net booze geesten of heksen, die in het rond draaien, en toch krieuwelen je de beenen om mee te doen!quot;

Een dans van booze geesten, dat was de ruwe uitlegging van den eenvoudigen, gezonden landman;

ocr page 197

185

vrijheid, vroolijkheid, geluk en bandelooze liefde beteekenden de klanken voor hen, die ze aan hun instrumenten ontlokten. Een bergstroom, stuivend en parelend in het zonnige dal, luidde Nielsen's vertolking aan Hartley Passover. Om het beeld, zooals het door de muziek weergegeven werd, te voltooien en er een zedenles aan vast te kaoopen, eindigde de stroom blijkbaar in een versnelling en een val in een afgrond. Het tempo werd al vlugger en vlugger tot het met een presto besloot, na hetwelk de viool en piano te zamen het breede largomotief der ouverture herhaalden.

Christina's zenuwen trilden nog lang nadat de snaren van haar instrument verstomd waren. Als in een droom ging zij de kamer binnen waar Nielsen, die van de piano opgerezen was, haar met uitgestrekte handen te gemoet kwam.

„Waarom zijt ge gekomen?quot; vroeg zij.

„Waarom vraagt gij dat? Weet gij het dan niet?quot; zei Melsen. „In ieder geval heb ik het u gezegd.quot;

„Mij gezegd? Wanneer?quot;

Hij wees naar de partituur der sonate, die zij op de piano gelegd had.

„Dat is de stem, die het best mijn gedachten uitdrukt. Moet ik ze nog onder wooi'den brengen? Ik kom u bevrijden. Gij hebt slechts één leven, waarom zoudt gij het in slavernij doorbrengen? Gij hebt slechts één natuur; moet zij zich niet ontwikkelen en uitbreiden in plaats van in knellende banden

ocr page 198

186

te verzuchten ? Alleen door zich van de bergsneeuw en de donkere dalen los te maken, bereikt de stroom den grooten oceaan.quot;

„Maar hij volgt een voorgeschreven weg, en als hij buiten zijn oevers treedt, veroorzaakt hij verwoesting en vervloekt hem het volk.quot;

„Doch hij heeft zelf zijn eigen bed gegraven. En zou dan de menschelijke natuur niet het recht bezitten, zich door de rotsen der conventie met geweld een weg te banen?quot;

„O, zeker. Maar Ivar, gesteld dat wij dezen stap doen, gesteld dat wij aan onze wenschen toegeven, wat zal er dan van de toekomst worden?quot;

,Zijt gij bang dat ik u ooit verlaten zal?quot; vroeg Nielsen verwijtend.

„Neen! Neen! Echt iets voor een man om dat te denken! Ik heb niet m ij n toekomst op het oog, doch de uwe. Wat mij betreft, mijn grootste gebrek was, volgens mijn moeder, dat ik altijd wou bezitten wat ik bewonderde of waarvan ik veel hield. Het is niet waar! Ik wil niet bezitten, maar geven, mijzelf geven, zonder voorbehoud, mij geven aan hem, dien ik daartoe waardig keur, dien ik aanbidden wil, dien ik liefheb. Een man bezit, een vrouw geeft zich. Ik dacht dan ook aan uw toekomst en uw vooruitzichten. Wanneer ik aan uw verlangen voldoe, zal ik ze benadeelen en u aan banden leggen, gij zult mijn vrijheid slechts ten koste uwer eigene kunnen koopen. Het schandaal, zooals men het noemen zou, zal

ocr page 199

187

uw naam bekladden en u van uw engagementen berooven.quot;

„Engagementen!quot; herhaalde Nielsen verachtelijk, „Denkt gij dat ik mijn kunst als een handelsartikel beschouw? Neen, daarvoor staat zij mij veel te hoog. Ik wil uitdrukking geven aan wat in mij is, ik wil iets groots scheppen, en daartoe moet gij mij helpen. Gij inspireert mij en voltooit zooveel, waar ik slechts fragmenten grijpen kan. O, Christina, is liefde niet de ziel der kunst?quot;

Hij had zich onder het spreken voorover gebogen, en, voor zij wisten wat er gebeurd was, hadden hun lippen elkander gevonden.

Christina's eerste kus der liefde!

Nadat onze voorouders voor het eerst van de gedenkwaardige vrucht geproefd hadden, die hen aan God gelijk maken en hun het onderscheid tusschen goed en kwaad leeren zou, werden, volgens het scheppingsverhaal: hun oogen geopend. Eveneens ging het Christina na dien eersten kus; haar oogen werden ook geopend, en het was alsof zij in een nieuwe wereld blikte.

De positie van gezellin van den man, die haar tot dusver zoo conventioneel scheen, werktuiglijk in haar sleur, alledaagsch in haar plichten, vertoonde zich, wanneer men haar als een dienst der liefde opvatte, in een geheel ander licht.

Een gevoel van verruiming, zelfs van rechtvaardiging in eigen oogen, kwam over haar nu de strijd geëindigd was.

ocr page 200

188

„Zult gij uw zuster afschrijven?quot; vroeg Nielsen.

„Ik zal morgen telegrapheeren dat ik naar Londen terugkeer en haar dus niet ontvangen kan.quot;

„En uw echtgenoot?quot;

„Natuurlijk zal ik hem opzoeken en van mijn besluit in kennis stellen.quot;

„Wat zegt gij?quot;

„Ja, zeker. Ik wil niet handelen alsof ik mij voor mijn daden schaamde, en vluchten gelijk een dief in den nacht. Hij leerde mij dat ik mij slechts om mijn eigen leven te bekommeren heb, welnu, dan ben ik ook gerechtvaardigd wanneer ik het zoo gelukkig maak als mij dat mogelijk is.quot;

„Hoe dapper zijt gij!quot; sprak Nielsen vol bewondering.

„Als ik laf was, zou ik uwer niet waardig zijn, Ivar. Maar thans moet gij gaan, anders zou men er in Cold Harbour over gaan praten.quot;

„Een klein schandaaltje zou de lieden in een plaats met zulk een kouden naam wat opwarmen!quot;

Christina lachte.

„Morgen licht het schip zijn ankers!quot; sprak zij. „Reeds voelt het de zeewind door het tuig suizen.quot;

„Mijn lieveling, mijn leven! Tooveres, die gij zijt! Gij brengt mij de wijde grijze zee voor oogen met haar golven en vogels, de eigenaardige eenzaamheid van den oceaan, waar wij elkander geheel zullen toebehooren.quot;

„Ik mag zeker wel een eind met u naar het dorp opwandelen,quot; zei Christina. „Ik heb behoefte

ocr page 201

189

aan een bad van frissche lucht, en het huis komt mij nu zoo eenzaam en spookachtig voor! Hebt gij al een kamer besteld?quot;

„3a, ik heb mijn koffertje aan het hotei gelaten toen ik van het station kwam. Ik zou Hartley Passover's gezicht wel eens willen zien als hij wist dat ik teruggekeerd was!quot;

Zij vervolgden hun weg langs de kleine gemeente-weide en zagen in de verte het dorp, welks roode daken door de laatste zonnestralen verlicht werden. „Het plaatsje ziet er niettegenstaande zijn naam toch vriendelijk en vreedzaam uit,quot; zei Christina. „Zie den blauwen rook eens boven de denneboomen omhoog kronkelen, hij geeft zulk een indruk van gezelligheid, men denkt onwillekeurig aan vermoeide daglooners, die thuis komen bij vrouw en kroost. Geen natuurtafereel in den vreemde gaat toch boven een echt oud-Engelsch landschap.quot;

De gedachte aan een tehuis was op dat oogen-blik wel ietwat een verwijt, en maakte Christina onwillekeurig stil. Spoedig echter werd haar aandacht door Nielsen op een kibbelend echtpaar voor een der hutten gevestigd; met de kijvende stemmen vereenigde zich het gehuil van een kind op den drempel tot een zeer onwelluidend concert.

„Daar ziet gij het tehuis en het huwelijk,quot; sprak Ivar. „De liefde evenwel ontbreekt. Die man gaat liever naar de kroeg in plaats van aan den huise-lijken haard uit te rusten.quot;

Hij drukte Christina's arm vaster in den zijne.

ocr page 202

190

en haar onrust verdween. Toen zij het dorp bereikten, wilde hij haar weder thuis brengen. Zij protesteerde en vroeg of zij zoo den geheelen nacht op en neer moesten wandelen, elkaar bij afwisseling naar huis brengend, doch ten slotte stond zij hem toe, met haar terug te gaan tot waar bij de kromming van den weg het buitentje in het gezicht kwam.

ocr page 203

HOOFDSTUK VIL

EEN NACHT EN EEN MORGEN.

Het was reeds bijua volslagen duister toen Christina en Ivar elkander goedennacht wenschten.

„Waarom mag ik u niet geheel thuis brengen?quot; vroeg Nielsen. „Voor andere menschen zijt gij niet bang, vindt gij het dan zoo erg als de dienstbode ons te zamen ziet terugkeeren?quot;

„Och, Jenny is zoo onnoozel. Zij zou er niets van begrijpen en voor ons samenzijn slechts één uitlegging weten te vinden.quot;

„Dus geneert gij u een beetje?quot;

„Ik geloof het wel. Men kan de gewoonten niet ter zijde schuiven zooals men een hoed afzet. Zoo lang ik hier ben, moet ik mij in mijn gedrag naaide denkwijze van anderen richten.quot;

„Nu, goed. Gij zult hier niet lang meer blijven,quot; sprak Ivar.

„Wie weet?quot; antwoordde zij plagend, terwijl zij hem de hand toestak.

„Niet alleen een hand!quot; smeekte hij.

Doch Christina week achteruit. „Laat mij ten minste vandaag nog eens mijn eigen meesteres zijn, quot;

ocr page 204

192

sprak zij. „Ik moet er nog aan gewennen, geregeerd te worden. Het is alles zoo nieuw.quot;

Nielsen keek misnoegd, hij drong echter niet verder aan, en zij scheidden. Een tijdlang staarde hij haar na, doch toen zij, zich omkeerend, hem nog op de plek zag staan waar zij elkander verlaten hadden, gaf zij hem een teeken met de hand om naar het dorp terug te keeren, aan welk bevel hij gehoorzaamde.

„Hoe het komt dat ik mij zoo gedrukt gevoel?quot; dacht Christina onder het naar huis gaan. „De natuurlijke reactie na de emotie van dezen middag, zou Calvin zeggen, doch is het alleen een ingewortelde gewoonte, die mij doet terugdeinzen voor het inslaan van een nieuwen weg, al schijnt deze ook tot het ware geluk te voeren? Nog is het tijd om terug te keeren, doch waarom zou ik, tenzij .... Tenzij wat? Spreekt God werkelijk in mijn geweten, of is het slechts een overgeërfde sensatie, een resultaat van geslachten Christelijke voorouders, zooals Calvin zei? Indien ik gerechtvaardigd ben wanneer ik mijzelf gelukkig maak, en logisch geredeneerd ben ik daarin gerechtvaardigd, waarom zou ik dan aarzelen, tenzij ik vrees gevoel voor de praatjes der menschen, wat ik niet doe. Waarom zou ik bang wezen voor de menschen? Zijn zij beter dan ik in staat over goed en kwaad te oordeelen ? Kennen zij mijn karakter, mijn beweeggronden? Als zij mij voor slecht houden, wat zij waarschijnlijk zullen doen, dan is het omdat zij mij dezelfde be-

ocr page 205

193

geerten ten laste leggen, die ook zij koesteren. Zij echter geven er niet aan toe uit vrees voor ontdekking en voor het schandaal, waaraan zij zich zouden moeten blootstellen, iets, waar ik mij boven verhef. Natuurlijk is het met moeder en Eileen een ander geval, zij hebben haar principes, naar welke zij handelen en oordeelen. Ik heb mijn plicht verzaakt, zal de wereld zeggen; o, dat woordje plicht heeft zij zoo spoedig bij de hand! Doch wat is plicht? Als het niet iets anders tot grondslag heeft, schijnt het mij slechts een fetisch toe. Waarom zouden wij ons door zoogenaamde plichten in het geluk des levens laten storen, de dood maakt immers een eind aan geheel ons bestaan !quot;

Aldus trachtend de raadselen van het leven op te lossen, bleef Christina tegen een hek staan leunen en wierp zij een blik over de duister wordende velden, als verwachtte zij uit den grauwen mist de verrijzing van het een of ander wonderteeken. Te zeggen dat haar inderdaad een openbaring ten deel viel, zou waarschijnlijk veler spotlust opwekken. Zelfs Pater Mordaunt, die later van Christina's moeder het gebeurde vernam, aarzelde er een verklaring van te geven. Een feit blijft het echter dat de jonge vrouw iets ondervond, waarvan zij zich geen uitlegging geven kon, niettegenstaande de pogingen, die zij op het oogenblik zelf daartoe aanwendde. Toen zij de oogen opsloeg en om zich heen zag, werd zij zich plotseling van de diepe stilte der plaats bewust. Een stilte, die men voelen kon, een

VERLOREN GELOOF. I. 13

ocr page 206

194

stilte, die haar bevreesd maakte met zichzelf alleen te zijn. Zij tuurde naar het uitspansel als zocht zij daar het gezelschap van een bekende ster, doch de sterren bleven onzichtbaar, één groot eentonig kleed van bleek grijs scheen den hemel te bedekken. Op het punt den weg te verlaten en het tuinhek van haar buitentje door te gaan, hoorde Christina eensklaps een stem, die echter alleen door haar geest en niet door haar lichamelijk oor verstaan werd. Zij klonk als de stem van een verschijning, ook kon men niet, als bij andere klanken, de plaats aangeven vanwaar zij kwam.

Het was een geluid zooals men het zich in het luchtlooze hemelruim denken kon, de trillingen waren te fijn om voor de overbrenging naar deu luisteraar een ruw medium als de dampkringslucht te behoeven, en te etherisch om door een stoffelijk klankbord als het trommelvlies van het oor te worden opgevangen. Een zoo vage stem was, gelijk men begrijpt, niet te herkennen, doch Christina scheen te weten dat zij aan de gestorven schoolvriendin toebehoorde, die beloofd had haar voor Gods troon in haar gebeden te zullen herdenken. Driemaal hoorde zij de stem de woorden spreken:

„Blijf Calvin getrouw! Blijf Calvin getrouw! Blijf Calvin getrouw!quot;

Christina voelde dat het een Hemelsche boodschap was, doch zelfs toen voorzag zij het doellooze der waarschuwing.

Ietwat gejaagd en met droge lippen snelde zij

ocr page 207

195

op het huis af, bij de deur bleef zij een oogenblik staan, zich diets makend dat de stem zich nog eens zou laten hooren. De stilte werd echter slechts gestoord door het onwelluidend gezang van eenige landelijke pretmakers, die uit de naburige herberg naar huis terugkeerden. Dit getier riep Christina plotseling tot de wereld, waarin zij leefde en zich bewoog, terug.

„Welk een zenuwachtig, bijgeloovig schepsel ben ik toch !quot; zoo beknorde zij zich. „Mijn emoties zijn overspannen, en de stem, die ik meende te hooren, is niets meer dan de eene kant van mijn brein, de conventioneel goede kant, welke den anderen, slechten, kant verwijten doet. Ik had nooit gedacht dat de strijd tusschen mijn twee naturen, de individueele en die der gewoonten en tradities, zulk een buitengewone manifestatie zou veroorzaken. Ons arm organisme is zeker te zwak om als aambeeld voor de hamers der drie Titanen: wetenschap, bijgeloof en liefde, dienst te kunnen doen. Calvin zou deze dwaze inbeelding evenzeer afkeuren als hij den stap, dien ik ga doen, veroordeelen zal. Doch wat gaat mij dat aan? Het is alles zijn eigen schuld, ik zie niet in waarom ik mijn geheele leven op een ijsberg doorbrengen zou.quot;

Na het avondeten nam zij haar viool weder ter hand, doch, rusteloos en opgewonden als zij was, kon zij haar aandacht niet bij de muziek bepalen. Om tien uur ging zij naar boven, en daar zij geen slaap had, was het pakken der koffers voor de reis

ocr page 208

196

van den volgenden dag een welkome afleiding. Haar eerste zorg was echter het sorteeren van haar sie-radiënkistje; de geschenken, die zij van haar echtgenoot gekregen had, werden alle in een afzonderlijk vakje gelegd. Zij was vrouw genoeg om over het teruggeven van sommige juweelen spijt te gevoelen, doch het kwam haar eerloos voor, ook maar de geringste kleinigheid te behouden, die haar geschonken was krachtens een recht, waarvan zij den gever berooven ging. Bovendien was zij zich bewust dat die gaven, als zij haar later onder de oogen kwamen, haar een bron van verwijt zouden kunnen worden. Daarom zonderde zij Calvin's geschenken af van de andere, die zij als haar eigendom beschouwde, en van plan was te behouden. Zij poosde bi] een bracelet, een eigenaardig Indisch kunstwerk, ingelegd met opalen en robijnen; het was een erfstuk van Mortimer's moeder. Zij draaide het in haar hand om en om, zoodat het licht op de steenen viel; het viel haar zwaar, van de opalen te scheiden, want zij had een zwak voor edele steenen. Romantische naturen mochten aan deze de macht toekennen, kommer te veroorzaken, zij trotseerde altijd gaarne dergelijke bijgeloovige meeningen, fier als zij er op was dat het ongeluk op haar geen vat had.

Plotseling zonk echter de hand, die den armband omklemd hield, naar beneden, en bleef Christina eenige minuten als wezenloos zitten staren.

„Ik wou dat die vervelende stem ophield mij te plagen! Waarom moet ik hem trouw blijven? Het

ocr page 209

197

is veel beter, waar te zijn tegenover zichzelf en zijn eigen gevoelens.quot;

Zij legde den armband weg en keerde zich weder naar het kistje, doch thans greep haar hand een voorwerp, dat veel meer dan de bracelet van Mortimer's moeder als een stil verwijt tot haar scheen te spreken. Het was het geschenk barer eigene moeder : het eenvoudige gouden kruis, waarop de woorden van de gedenkzuil te Pennyball Hill gegraveerd waren: „Heb Dhuw, Heb Dhim; Duw, a digon!quot; „Zonder God, niets!quot; die woorden deden haar nadenken. Zij herinnerde zich hoe zij als jonge bruid dat kruis van mevrouw Mortimer ontvangen had, zij dacht aan dien eersten avond van haar engagementstijd, toen zij met Mortimer van Pennyball Hill naar huis wandelde, en hij in den breede over de verheven roeping der wetenschap uitgeweid had. Welk een held was hij toen in haar oogen, een verheven figuur als man der wetenschap, grooter zelfs dan Ivar Nielsen als artist. Zou ook Nielsen bij nadere kennismaking slechts een dwerg blijken te zijn ? Foei, welk een gedachte ! Zij beminde Nielsen zooals zij Calvin, naar haar meening, nooit bemind had. Zij voelde voor hem een soort van beschermende teederheid, gelijk indertijd voor haar zoontje; hij had als het ware de plaats van het kind ingenomen. Pater Mordaunt had haar gezegd, het kind tijdelijk als haar God te beschouwen, derhalve was Ivar Nielsen . . . .! En cj^e kringloop van haar redeneering was voltooid!

ocr page 210

198

Zij nam het kruis en legde liet geheel onder in de doos, er van scheiden kon zij niet, doch het terugzien wilde zij evenmin.

Het sloeg middernacht toen zij zich eindelijk te bed begaf, en den volgenden morgen te zes uur was zij reeds bezig zich weder te kleeden. Gedurende den nacht waren de wolken weggetrokken, en de morgenzon scheen helder door de met jasmijn omrankte vensters. De lucht zelf scheen te schitteren, en de dauwdruppels fonkelden op de grassprietjes. Bij het eerste gezicht van al die klaarheid verdwenen Christina's angst en vrees als een moerasdamp voor een zeewind; zij begreep dat de neerslachtigheid van den vorigen avond en de daarmee gepaard gegane hallucinaties slechts aan physieke oorzaken toe te schrijven waren. Vlug kleedde zij zich aan om vervolgens naar den tuin te snellen, waar de vogeltjes haar in den stralenden morgen een lustig welkom tegenkwinkeleerden.

Ja, dat was de vervulling barer meisjesdroomen. Dat was de tuin, waar zij zich voorgesteld had den beminde te ontmoeten, in wiens oogen zij met de hare zou kunnen lezen zonder dat er een sluier tusschen hing, zooals thans tusschen haar en haar echtgenoot. Beider zielen zouden voor elkander open liggen gelijk de bladen van een boek.

„Ja,quot; sprak zij halfluid, „steeds meer leeren begrijpen wat het ware karakter van den band tusschen man en vrouw zijn mq^t, ziedaar de hooge verwachting, die men aan den vooruitgang stellen

ocr page 211

199

mag. De vrouw vrij, en niet in haar vlucht belet door conventies en door de harde noodzakelijkheid, zich een tehuis te moeten verzekeren, doch in staat om den man te kiezen, met wien zij zich intellectueel vermaagschapt gevoelt.quot;

„Gij hebt gelijk!quot; zei Ivar Nielsen, het tuinhek binnenkomend. „Een vrije vrouw, een vrije man, een vrije keuze, dat is het geheim van ons levensgeluk. Jammerlijk is het als men de vrouwen het huwelijk ziet beschouwen zooals een man het een of ander postje beschouwt: als iets dat een inkomen en een positie verzekert. Kinderen begeeren zij niet, haar affecties zijn als een kapitaal, dat men belegt om er rente van te kweeken.quot;

„Zoo, zoo, hebt gij mij gehoord? Dat wist ik niet,quot; zei Christina. „Hardop denken is een slechte gewoonte.quot;

„Wel neen, in gezelschap van hen, die men liefheeft, behoorde men steeds hardop te denken. Doch hoe ziet de wereld er hedenmorgen voor u uit?quot;

„Als nieuw geschapen!quot; antwoordde zij vol geestdrift.

„Hebt gij goed geslapen?quot;

„Tamelijk. Doch laat ons daarover niet spreken, waarom zou men verdwenen schaduwen van den nacht terugroepen? Het zou een beleediging zijn voor een morgen als deze. Ik voel mij als de zich ontsluitende madeliefjes, en drink het zonnelicht in gelijk zij het doen met hun geopende bloemblaadjes. De natuur maakt mij dronken, en ik tintel van

ocr page 212

200

levenskracht, van electriciteit. Toen ik mijn haar kamde, knetterde het als een houtvuur; als het donker geweest was, had men de vonken kunnen zien. Kom maar niet te dicht bij mij of gij zoudt wel eens een schok kunnen krijgen.quot;

„O, neen! Ons magnetisme is van één pool.quot;

„Is dat een wetenschappelijke definitie van de liefde?quot;

„Het kan wel zijn, doch de liefde stoort zich niet aan de wetenschap, en evenmin aan een natuurlijke keuze.quot;

„Zeg toch dergelijke dingen niet, zij klinken zoo ruw, al stelt zich ook de wetenschap op een dergelijk standpunt. Ik zou wel eens willen weten of er één vrouw is, die het prettig vindt, louter als een mooi ontwikkeld dier beschouwd te worden. Daarvoor ziet bijvoorbeeld Calvin m ij aan, in theorie ten minste, want in de practijk gaat het gewoonlijk geheel anders. Wat zou echter de waarheid zijn?quot;

„De waarheid is ruim en omvat alles. De natuurwetten zijn slechts een rimpel aan het oppervlak, terwijl in de diepte een geheel andere toestand heerschen kan, die toch niet met de wetten van het oppervlak in strijd is. Een dergelijk begrip heb ik ook van ons toekomstig leven. Hier bevinden wij ons op de oppervlakte der waarheid, en, arme, hijgende en worstelende zwemmers die wij zijn, vreezen wij voortdurend te zullen zinken, omdat wij meenen dat het grijze uitspansel boven ons alles is wat er bestaat. Vandaar dat de meeste menschen

ocr page 213

201

trachten, dicht bij de kust der conventies te blijven ; wij echter zullen te zamen de opene zee ingaan. Het water is er dichter en zal ons gemakkelijker dragen. Maar kom, ik wil u een muzikale idee voorspelen, die gisteravond in mij opgekomen is: De zwemmer en de golf.quot;

„Wacht een oogenblik, dan zal ik Jenny zeggen dat zij de ontbijttafel in den tuin dekt. De menschen drinken dikwijls buiten thee, doch bij mij gaat niets boven een ontbijt in de frissche morgenlucht. Het is een soort van feest, dat de goden ons zouden benijden, — alles om ons heen vroolijk en helder, en onze eigene natuur, lichamelijk en geestelijk, op haar best. Zelfs de koffie schijnt in de morgenuren een fijne;* en geuriger aroma te bezitten. Om den maaltijd te volmaken, moeten wij nog wat vruchten hebben, — aardbeien, vochtig van den dauw, en dan honig en eigengebakken brood. Eenmaal heb ik zulk een feest in den tuin van een Zwitsersch hotel gevierd, doch toen ontbrak mij het beste van alles.quot;

„En dat was?quot; vroeg Melsen.

„Och, dat weet gij wel,quot; zei Christina, terwijl zij in huis trippelde.

ocr page 214

HOOFDSTUK VUL Christina's pleidooi.

Christina stond voor haar rechter. Eenige uren na hun Arcadisch ontbijt, was zij met Ivar Nielsen naar Londen gespoord. Zij had haar koffers in de garderobe van het station gelaten en reed in een hansom naar het huis van haar echtgenoot. Tevergeefs had Nielsen getracht, haar van haar voornemen af te brengen, zij was zelfs een weinig boos geworden dat hij haar het bewandelen van een weg voorsloeg, die, juist door zijn geheimzinnigheid, een blaam op haar karakter werpen moest. Zij schaamde zich immers niet voor het openlijk hernemen harer vrijheid, waarom zou zij dus handelen alsof zij het wel deed? Daarop had Ivar aangeboden, haar te vergezellen, doch ook dit voorstel had zij afgeslagen.

,Tk wil Calvin niet beleedigen,quot; had zij gezegd. „ Dat heeft hij aan mij niet verdiend. Uw naam behoeft bij de geheele zaak niet genoemd te worden: ik herneem eenvoudig mijn vrijheid van handelen, wat ik later doe, gaat niemand dan mij alleen aan.quot;

Christina Mortimer vond haar echtgenoot in zijn studeervertrek. Hij was bezig een artikel te schrijven

ocr page 215

203

over het overbrengen van besmettelijke ziekten door moskieten, een quaestie waarover de geleerde wereld in haar tijdschriften een strijd op leven en dood voerde. Onaangemeld was zij binnengekomen en stond zij voor zijn schrijftafel. Haar bekroop een gevoel alsof zij zich een kies moest laten trekken, en, hoewel ietwat ongepast in verband met het gewichtige van het oogenblik, was deze vergelijking toch niet onjuist. Zij had namelijk, evenals bij een bezoek aan den tandarts, al haar moed voor een pijnlijke operatie bijeenverzameld, en verlangde nu maar dat deze zoo spoedig mogelijk zou plaats hebben, daar langer uitstel haar dapperheid wel eens in gevaar brengen kon. Zonder dus de reden van haar onverwachten terugkeer in de stad te verbloemen of door een babbelpraatje het onderwerp met eenige behendigheid of decorum in te leiden, kondigde zij botweg haar plan aan, voortaan een van haar echtgenoot onafhankelijk leven te leiden.

„Gij kunt mij niet laken,quot; sprak zij, „want gij-zelf zijt de eerste geweest, die mij geleerd hebt dat ik de vrije beschikking over mijn eigen leven heb.quot;

Zij had verwacht dat Calvin haar met verwijten overstelpen zou, zij had reeds allerlei argumenten gereed om deze te bestrijden, doch haar vermoedens bleken te eenenmale onjuist te zijn. Mortimer bleef volkomen kalm. Eerst veegde hij zijn pen af, legde die toen zorgvuldig in het bakje van den inktkoker, om vervolgens een ivoren vouwbeen op te nemen

ocr page 216

204

en daarmede een soort van marsch op de tafel te trommelen. Die bedaardheid verbitterde Christina, en zij gevoelde een onbedwingbaren lust, hem eens flink door elkaar te schudden.

„Dit schijnt mij plotseling opgekomen, Christina,quot; zei hij eindelijk. „Ik geef u toe, de sympathie tus-schen ons beiden had in den laatsten tijd beter kunnen zijn, doch er zijn toch geen botsingen voorgekomen, die een dergelijk besluit rechtvaardigen. Is er sinds ik u verliet het een of ander gebeurd?quot;

„Besluiten schijnen altijd onverwacht, Calvin, doch inderdaad zijn zij het niet. Reeds lang heb ik hierover nagedacht, en toen het voornemen gisteren tot rijpheid kwam, ben ik dadelijk naar Londen gekomen om het u te zeggen.quot;

„Hadt gij niet kunnen schrijven?quot;

„Ik gaf aan een persoonlijk onderhoud de voorkeur. In brieven zoekt men maar uitvluchten.quot;

„Hm! Misschien waar! Doch mij dunkt dat in een zaak als deze een weinig meer omzichtigheid, een weinig meer raadplegen en bespreken met de familie niet ongewenscht geweest ware. Een echtscheiding-is gewichtiger dan het aangaan van een huwelijk. Gij moet niet vergeten dat er iets bestaat wat men reputatie noemt.quot;

Christina kromp ineen, doch haastig antwoordde zij: „Dat gaat alleen mij aan, Calvin, en ik heb er over nagedacht vóór ik dit besluit nam.quot;

„Goed. Doch als gij werkelijk wilt scheiden, moet zulks wettig en in den juisten vorm gebeuren.

ocr page 217

205

Op deze rnanier weg te loopen, raakt kant noch wal. De onbesuisde wijze, waarop gij mij met dit plan overvallen hebt, is voor mij het beste bewijs dat gij verstandig zoudt doen uw moeder of uw zuster. Lady Ince, ja zelfs uw oom, den priester, om raad te vragen alvorens gij een beslissenden stap neemt. Gij kunt ondertusschen in Cold Harbour blijven, terwijl ik beloof het u niet lastig te zullen maken voor gij tot een bepaald besluit gekomen zijt.quot;

„Gold Harbour!quot; herhaalde Ghristina. „Is het nooit in u opgekomen, Calvin, wat ons huwelijk voor mij geweest is?quot;

Galvin fronste het voorhoofd en zag er op dat oogenblik als een oud man uit. Toch brandde daar in het binnenste van zijn hart de jeugdige begeerte om de banden van het lang gedragen en zelf opgelegde juk te verbreken, zijn jonge vrouw in de armen te nemen en haar van zijn liefde te verzekeren. Maar de gewoonte, die tweede natuur, zegepraalde, en naarmate zijn aandoening heviger werd, schenen zijn houding en toon koeler en ge-dwongener te worden.

„Ik vrees dat ik een zeer gesloten natuur heb, Ghristina,quot; sprak hij. „Ik zou inderdaad durven beweren dat ik, hoe dieper ik gevoel, des te minder in staat ben, aan die gevoelens uitdrukking te geven. Ik heb echter nooit geweten dat u dit hinderde, gij hebt er u ten minste niet over beklaagd in een tijd dat daarvoor ongetwijfeld reden zou hebben bestaan.quot;

„Wanneer was dat?quot;

ocr page 218

206

„Wel, toen ik u — om den gewonen term te gebruiken — het hof maakte.quot;

„Neen, mij beklaagd heb ik niet; affecties, die klaarblijkelijk niet spontaan zijn, kan men toch niet waardeeren; gevoeld heb ik het echter wel. „Doch zijn manieren zijn misschien wel het uitvloeisel van een ouderwetsche hoffelijkheid,'' zoo dacht ik bij mijzelf, „als wij eens getrouwd zijn, zal het wel anders worden.quot; Het is u bekend hoe ik mij voorstelde uw gezellin te zijn, deelende in uw werk voor zoover ik dat kon, terwijl ik daartegenover op uw belangstelling en sympathie rekende voor de zaken, die mij interesseerden. En wat heb ik verkregen ? Als hoedanig ben ik beschouwd geworden ? Als een soort van superieure dienstbode, een „Hausfrauquot;, bestuurderesse van de huishouding, en niets meer. Dat is ongelukkigerwijs de positie der meeste getrouwde vrouwen, ik weet het, en als ik verstandig was, zou ik mij in de omstandigheden schikken. Doch ik ben niet verstandig, in dien zin ten minste niet. Ik bezit een eigen individualiteit, waarom zou ik geen vrijheid hebben, die te ontwikkelen? Het bedaarde huiselijke leven trekt mij niet aan, al zou ik er mij in geschikt hebben als men mij met een weinigje liefde en sympathie te gemoet gekomen was. Ik hoopte eveneens op eenige kameraadschap in dat leven, hetwelk wij, afgescheiden van onze uiterlijke bezigheden, in ons eigen binnenste leiden. Doch neen! Gij hebt uw materialisme zelfs in uw huis gebracht, uw vrouw was voor u slechts een

ocr page 219

207

schepsel, dat in den sleur der dagelijksche bezigheden een volkomen bevrediging barer behoeften vinden moest. Iets als een gemoed, dat omhoog-streeft, een geest, die zich wil uitzetten en naar iets anders hunkert dan de onbeduidende praatjes der salons en de zorgen voor het dagelijksche diner, hebt gij haar nooit toegekend. Zeer logisch, dat geef ik toe, doch de logica is dikwijls wreed!quot;

„Ik wil zelfs den schijn van ironie vermijden, Christina, doch wat gij daar over kameraadschap en ontwikkeling uwer individualiteit zegt, schijnt mij wel ietwat misplaatst toe. Voor zoover ik weet, hebben uw wenschen in die richting zich alleen geopenbaard in een manie voor het bijwonen van concerten — waartoe gij alle vrijheid hadt zoolang het niet met andere plichten streed — en in ...quot;

„Andere plichten! Zinspeelt gij op hetgeen den dag van mijnheer Nielsen's concert gebeurd is?quot;

„Uw eigen gevoel zegt u dat beter dan ik het kan doen! Gij noemt echter den naam Nielsen, welnu, ik wilde er u juist op wijzen dat een tweede uiting van die zucht naar ontwikkeling bestond in het aanknoopen van platonische vriendschapsbetrekkingen met jongelui, die in uw oogen artistieke of andere begaafdheden bezaten, waarbij gij u echter, naar het mij voorkomt, te weinig aan de rechten van uw eigen huisgezin en aan het oordeel dei-wereld gestoord hebt.quot;

„Het oordeel der wereld!quot; riep Christina minachtend.

ocr page 220

208

„Ik beklaag mij volstrekt niet,quot; ging Calvin voort, „en ik wil alles vermijden wat een scène verwekken kan, doch, eerlijk bekend, heb ik de wijze, waarop gij u geheel door anderen in beslag nemen liet, dikwijls afgekeurd, al heb ik ook nooit uw vrijheid in dat opzicht aan banden willen leggen. Ik was er mij van bewust: gij behoordet tot een jonger geslacht, mijn gezelschap moest zoo nu en dan hinderlijk en vervelend zijn, en in weerwil van mijn geloof in den vooruitgang, koesterde ik misschien enkele vooroordeelen, wat den omgang tusschen mannen en vrouwen betreft, die u ouderwetsch en belachelijk konden schijnen. Daarom zweeg ik, en liet ik u uw zin volgen, thans zie ik in dat het beter geweest ware als ik gesproken had.quot;

„Dat zou onnoodig geweest zijn. Gij hebt duidelijk genoeg getoond tot welk een ondergeschikte positie gij de vrouwen vernederen wilt.quot;

„Is het een teeken van ondergeschiktheid als een vrouw haar leven geheel in dat van haar man laat opgaan?quot;

„j^een, en duizendmaal neen! Het is de eenige ware basis voor de vereeniging van een vrouw met den man harer keuze. Doch gij hebt het mij nooit toegestaan, Calvin. De Hemel weet hoe ik getracht heb uw werk met u te deelen, doch gij wildet niet dat ik er deel aan nam.quot;

„Ik zag dat het u met tegenzin vervulde.quot;

„Geen vrouw zal ooit een taak met tegenzin volbrengen, als zij haar deelt met den man, dien zij

ocr page 221

209

bemint. Doch dat is juist de zaak, gij kent noch de vrouwen, noch de liefde. Hoe zou het anders kunnen wanneer men in gevoelsaandoeningen louter physieke uitingen ziet?quot;

„Dus als ik u wel versta, wilt gij mij verlaten wegens mijn ongeloof, of beter gezegd: mijn onwetendheid betreffende geestelijke dingen?quot;

„Niet om uw ongeloof in den godsdienstigen zin van het woord, doch wegens uw totale onbekwaamheid om de ingeschapen geestelijke natuur van den mensch en haar nooden en aspiraties te begrijpen. Wat den godsdienst of hetgeen ik daaronder verstond aangaat, daarvan hebt gij mij, zooals gij weet, reeds lang beroofd.quot;

„Heel veel houvast hadt gij er niet aan, Christina, toen ik u voor het eerst ontmoette.quot;

„Misschien niet, doch gij waart het, die mij, jaren geleden, aan het twijfelen bracht. Toen ik u als meisje op de bruiloft van mijn zuster ontmoette, gaaft gij mij reeds den raad, niet op gezag te ge-looven, doch te trachten zelf de waarheid te vinden. Dat heb ik gedaan en ik doe het nog steeds, daarom ben ik hier gekomen en zeg ik u dat wij moeten scheiden.quot;

Calvin stond op en liep met groote schreden de kamer op en neer. Er school een sterker beweegreden dan theoretische ontevredenheid achter het besluit zijner vrouw, dat begon hij thans in te zien.

„Hoor eens, Christina!quot; sprak hij kortaf, „gij behoeft niet te denken dat ik over u of welke

VERLOREN GELOOF. I. 14

ocr page 222

210

vrouw ook een geringschattend oordeel wensch uit te spreken, doch mijn kennis van de materieele zijde der vrouwelijke natuur heeft mij dit voldoende geleerd: geen broeien over haar rechten en haar behoefte aan ontwikkeling doet een vrouw haar tehuis en haar positie als getrouwde vrouw in den steek laten, tenzij er achter dit alles een sterke persoonlijke inclinatie schuilt. Theorieën zijn slechts het gewaad, waarin men zijn wenschen hult. Ik vraag u thans niet naar uw eigenlijk motief, doch ik herhaal: zou het niet verstandig zijn, eens rustig over de zaak na te denken en anderen om raad te vragen? Wellicht begrijp ik uw natuur niet ten volle, doch wat ik van haar weet, doet mij voor u vreezen. Uw ideaal-echtgenoot moge ik niet zijn, uw echtgenoot b e n ik toch, en als zoodanig wensch ik u zooveel mogelijk voor de gevolgen uwer eigene onbesuisdheid te bewaren. Ik smeek u, laat u niet door het oogenblik tot iets vervoeren, waarover gij later berouw zoudt hebben.quot;

„Dank u, Calvin, doch een dergelijk beroep is een bewijs te meer hoezeer gij mij, gelijk ik reeds zeide, als een kind beschouwt. Mijn echtgenoot behoorde mijn kameraad, niet mijn vader te zijn.quot;

Verwijtend zag hij haar aan.

„Ik doel op den omgang, niet op den leeftijd,quot; sprak zij snel.

„Dus staat uw besluit vast?quot;

„Gelijk ik gezegd heb.quot;

„Dan moet ik weten wie de man is.quot;

ocr page 223

211

Calvin bleef staan en zag haar in het gezicht, terwijl hij haar antwoord afwachtte.

„Er bestaat in het minst geen reden om den naam van een derde in het gesprek in te mengen. En kijk mij alsjeblieft niet zoo strak aan, dat hindert mij.quot;

„Geef antwoord op mijn vraag. Welke man heeft zich tusschen ons beiden gesteld, of ontkent gij dat er zulk een man is, en wordt gij slechts gedreven door -een krankzinnig denkbeeld van vrouwelijke onafhankelijkheid en dergelijke moderne dwaasheden?quot;

„Ik ontken niets en bevestig niets, behalve dat ik u verlaten ga.quot;

„Dan is er een man! Wie is het? Hartley Passover? Voor zoover ik weet, is hij de eenige, die intiem genoeg met u bekend was om invloed op u te kunnen uitoefenen!quot;

„Acht gij het waarschijnlijk dat ik mij door zulk een salon-vertrouwelijkheid zou laten influenceeren?quot;

„Neen. En bovendien, Passover is noch een gek, noch een schurk, dat weet ik.quot;

„ Oho, schurk! Hoe kunt gij zulk een woord gebruiken? Een schurk is iemand, die zich aan een laagheid schuldig maakt.quot;

„Welnu, wat kan lager zijn dan van de impres-sionabele verbeelding eener vrouw misbruik te maken om haar tehuis te verwoesten, haar heur goeden naam te ontnemen en haar echtgenoot te berooven?quot;

„En de vrouw? Hoe zoudt gij haar noemen?quot;

„ Dat zeg ik liever niet, de wereld zal dien naam

ocr page 224

212

spoedig genoeg gevonden hebben. Doch laat ons dit schermutselen met woorden staken, de zaak is daarvoor te ernstig! Gij hebt geen begrip van hetgeen gij doen gaat, het verlies van ons kind heeft u stellig het hoofd op hol gebracht. Het is krankzinnig, totaal krankzinnig. Gij kunt toch niet alle gevoel van plicht jegens uzelf en anderen verloren hebben.quot;

„Plicht, Calvin! Wat is plicht? Slechts een woord, een schil, een ledige schaal! Het godsdienstig geloof hebt gij mij ontnomen, menschelijke liefde kunt gij mij niet geven, en thans biedt gij mij den plicht aan. Wat is plicht als er geen abstracte wet voor goed en kwaad bestaat, geen God, die gehoorzaamheid aan zijn instellingen verlangt? Plicht, in den zin, dien gij aan het woord hecht, is louter een vereering van bestaande conventies, of hoogstens een zich voegen naar uw geliefkoosde utiliteits-regelen. Waarom zou ik nu het geluk van het eenige leven dat ik heb aan het een of ander theoretisch en afgezaagd begrip van den vooruitgang en de sociale welvaart opofferen ? Indien onze jongen in het leven gebleven was, zou het iets anders geweest zijn. Dan had ik er een roeping in gevonden, mij voor hem op te offeren, doch wien doe ik nu onrecht aan als ik mijn vrijheid her-n eem ? U niet! Gij zijt tevreden met de ontwikkeling uwer microben en kiemen, en gij zoudt in geen geval in een echt kunnen berusten, die ons beiden knelt en verbittert. Wees oprecht, zooals ik

ocr page 225

213

tracht te zijn. Laat ons bekennen dat wij een vergissing begaan hebben, en elkander in vriendschap de vrijheid teruggeven. Waarom zouden wij over de zaak twisten ? Gij zult toch niet willen beweren dat de plechtigheid in de kerk ons huwelijk bin-dender gemaakt heeft. Het zou ten minste van uw standpunt zeer onlogisch geredeneerd zijn.quot;

„Misschien wel, doch de wereld bestond reeds voor wij geboren werden. Het gaat niet, zelf zijn wereldje op te bouwen, wij dienen ons te schikken naar de gebruiken, die bij onze naasten in zwang zijn.quot;

„Maar indien niemand den stoot geeft, zal er nooit een wijziging van die gebruiken mogelijk zijn, en waar moet het dan met den vooruitgang heen?quot;

„Gij schertst,quot; zei Calvin, toorniger dan hij tot nu toe gesproken had, „en ik vind dat het onderwerp en de omstandigheden zich daartoe volstrekt niet leenen.quot;

„Ik scherts niet,quot; hernam zijn vrouw. „Mijn doel was slechts u te bewijzen dat, zelfs van uw standpunt beoordeeld, mijn daad gerechtvaardigd is.quot;

„Gerechtvaardigd! Gerechtvaardigd! Welk een onzin praat gij toch! Het geldt hier slechts een zaak van het gezond verstand. Gij moogt ontkennen dat gij jegens mij geen plichten te vervullen hebt, jegens uw eigene familie hebt gij dat wel. Wat zullen uw moeder en uw zusters zeggen zoo gij deze schande over haar brengt? Aan uw arme moeder kunt gij bij het beramen van dit plan niet gedacht

ocr page 226

214

hebben, zij zal uw daad niet gerechtvaardigd achten!quot;

„Neen, omdat zij een andere opvatting van plichten heeft dan gij en ik. Maar het is wreed en onlogisch om u achter haar te verschuilen. Gij wilt op mijn gemoed werken en gewaarwordingen opwekken, waarvoor gij anders slechts woorden van afkeer hebt.quot;

„Dat moet ik wel doen, omdat die gewaarwordingen het eenige zijn, waarmede gij nog rekening schijnt te houden. Doch hoe het zij, gij hebt geen begrip van wat gij doen gaat. Ook maakt gij u aan inconsequentie schuldig door te vergeten dat gij jegens uzelf plichten te vervullen hebt, plichten, die u verbieden u aan schande en het gebabbel van lastertongen bloot te stellen.quot;

„Conventioneele schande, Calvin; en wat het gebabbel betreft, daarop behoef ik geen acht te slaan, juist omdat het van lastertongen komt. Zij praten immers alleen over de verkeerdheden van anderen daar dit hun eigen zelfvoldaanheid streelt. Wat weten zij van de motieven mijner daad? Zelf op een laag zedelijk standpunt staande, huilen zij in koor mede wanneer zij zich niet aan de verantwoordelijkheid van een persoonlijk oordeel behoeven bloot te stellen. Niemand heeft zich ooit minachtender over hen uitgelaten dan gijzelf, Calvin.quot;

„Tut, tut, gij redeneert als een kind, Christina. Ik geloof waarlijk dat gij op het oogenblik niet toerekenbaar zijt, uw zedelijk evenwicht is door een overspannen verbeelding verbroken. Gij kent het leven niet, anders zoudt gij terugdeinzen voor den

ocr page 227

2] 5

afgrond, waarin gij u hals over hoofd wilt neerstorten. Wenscht gij op één lijn gesteld te worden met de vrouwen, die men niet noemt, een voorwerp van spot en smaad te zijn in de clubs en gezelschappen, een — Doch waarom zou ik verder gaan ? De geheele geschiedenis is krankzinnigenwerk, en moet, desnoods met geweld, gestuit worden. Gij zijt onder den invloed van een kwaden droom, een nachtmerrie; als gij morgen vroeg helder wakker wordt, zult gij dankbaar zijn dat men u voor ondergang behoed heeft.quot;

Nog nooit had Christina haar echtgenoot zoo opgewonden gezien, hij was dan toch niet zoo koudbloedig als zij gedacht had! Zij ergerde zich echter geweldig aan het air van meerderheid, dat hij tegenover haar aannam. Zonder een woord te spreken wilde zij de kamer verlaten, doch Calvin sneed haar den pas af en posteerde zich met den rug tegen de deur. „Ik mag u zoo niet laten heengaan,quot; sprak hij. „Ik ben uw echtgenoot en heb hier in ieder geval te bevelen. Gij blijft thuis tot ik aan uw moeder of uw oom getelegrapheerd heb om onmiddellijk over te komen. Misschien zullen zij er in slagen u dit krankzinnige denkbeeld en de van buiten geleerde lesjes van: gerechtvaardigd zijn, logisch handelen, enzoovoort uit het hoofd te praten. Een greintje gezond verstand is meer waard dan al die nonsens. Gij moet ziek zijn, ga zitten en laat de dienstbode u een glas wijn brengen, ik beveel het als geneesheer.quot;

ocr page 228

216

„Wordt gij onbeschoft, Calvin, en wilt gij mij met geweld hier houden?quot;

„Het is vriendelijkheid, geen onbeschoftheid, als men iemand belet zich in het verderf te storten.quot;

„Ik ontken dat ik mij in het verderf ga storten. Gij zijt een man der wetenschap, gij gelooft niets dan wat gij met uw eigen zinnen en verstand waarnemen kunt, gij beroemt er u op, uw intellectueele vrijheid te handhaven. Welnu, zoo doe ik een beroep op mijn vrijheid van emoties, zooals gij ze verkiest te noemen. Gij erkent geen gezag, ik evenmin. De rechten, waarop gij voor uzelf aanspraak maakt, die, naar uw eigen zeggen, gemeengoed zijn, zult gij mij zeker niet onthouden. Ik maak er thans gebruik van, ga dus op zijde en laat mij door. Wat raakt het u indien ik mij om de maatschappij niet bekommer? Mijn eigen levensgeluk is mij meer waard dan haar conventies !quot;

„En mijn geluk?quot; sprak hij gejaagd.

„Uw geluk? Voor zoover ik weet, ligt dat in uw werk, gij hebt het mij zelf meermalen gezegd. Hoe het zij, mijn ongeluk kan zeker niet tot bevordering van uw geluk strekken. Het zou u toch minder aangenaam zijn, uw vrouw te bezitten zooals gij uw mobilair en andere roerende goederen bezit, nietwaar? Zondig kan ik in uw oogen niet zijn, zonde is immers een verouderd begrip, een uitvinding van het bijgeloof. Ik verbreek de wetten der natuur niet, want die wreken zichzelf op haar schender. Alleen de wereld zal zich ergeren, omdat zij nog

ocr page 229

217

met allerlei overgeërfde tradities doortrokken is en gaarne voor fatsoenlijk doorgaat. O foei, al die tegenstrijdigheden zouden iemand zijn geduld doen verliezen.quot;

Calvin's gelaat had een harden trek aangenomen toen hij zich van de deur verwijderde en haar den weg vrij liet.

„Gij kunt gaan,quot; sprak hij. „Na alles wat ik van u gehoord heb, verlang ik niet u hier te houden. Het is jammer dat gij de begrippen van zedelijkheid met bijgeloovige dogma's verwart, doch het is een bewijs te meer voor wat ik altijd beweerd heb: hysterische religie leidt behalve tot ascetisme ook tot overprikkeling der emoties in andere richtingen. Moge uw ideaal u niet begeven, en de waarheid minder ontgoochelend blijken dan zij gewoonlijk is. Ik vermoed thans den naam van hem, die in deze pijnlijke geschiedenis de derde rol vervult. Gij past totaal niet bij elkaar., en ik beklaag hem dat hij, een man, als een zwakke vrouw aan zijn emoties toegeeft. Want dat moet ik eerlijk bekennen, het is bij hem haast evenzeer een quaestie van emoties als bij u. Ware het anders, ware er sprake van een physieken hartstocht, dien ik, hoewel begrijpelijk, zeer afkeurenswaardig zou vinden, ware er maar iets anders in het spel dan deze ziekelijke geestesafwijking, ik zou hem opzoeken en zoo mogelijk tuchtigen. Doch zulk een man kastijdt men niet, men zou evengoed een vrouw kunnen slaan.quot;

Christina bleef staan en zag hem met een toor-

ocr page 230

218

nigen blik aan. „Ik betreur dat gij zulk een slechte opinie van de menschelijke natuur hebt,quot; sprak zij, „doch toegegeven dat uw beschouwing juist is en wij ons niet boven het dier verheffen, dan brengt toch de billijkheid mede dat gij ons ook de vrijheid eener dierlijke existentie gunt. Dat is ruw en platweg gesproken, doch ik vrees dat gij mij anders niet begrijpen zoudt. Alle fijnere gevoelens zijn immers slechts een zaak van moleculaire trillingen. Moleculaire trillingen! Lieve Hemel, welk een heerlijk resultaat, welk een prachtige verklaring voor menschelijke verlangens en gevoelens, ja zelfs voor menschelijke gebreken. En dan beweert gij nog van mij te houden ? Bah, welk een liefde moet het zijn, die zich op een dergelijke theorie baseert. Oprecht gesproken, ben ik liever een dier dan een denkende en voelende vrouw, die zich aan de eischen van zulk een liefde onderwerpen moet. Dieren hebben ten minste hun vrijheid en behoeven zich om geen kunstmatige reputatie te bekreunen. Toch gevoel ik geen berouw over mijn reis hierheen. Memand althans zal mij kunnen beschuldigen dat ik u bedrogen heb, en gijzelf kunt getuigen dat wat ik doe, gedaan wordt uit eigen verkiezing en niet blindelings. Ik ben er van overtuigd dat mijn handelwijze logisch gerechtvaardigd is. Vaarwel, Calvin.quot;

Mortimer keerde zonder te antwoorden en met een gebogen hoofd naar zijn schrijftafel terug. Toen dwong hij zijn gedachten, zich weder bij het onderwerp te bepalen, waarvan zij op zoo ruwe wijze

ocr page 231

219

waren afgetrokken. Nu en dan scheen er echter een floers voor zijn oogen te komen, en wierp hij een blik vol weemoed op de photographie, die hij onder het werken steeds voor zich op de schrijftafel had staan. Het was het portret van zijn gestorven zoontje.

ocr page 232

HOOFDSTUK IX.

NAAR NOORWEGEN.

Zoowel Eileen Mostyn als haar moeder waren uiterst verwonderd over het telegram, waarin Christina haar terugkeer naar Londen meldde.

„Zulk een veranderlijkheid heb ik nog zelden gezien,'quot;quot; zei Eileen, ontevreden dat er van haar bezoek thans niets komen zou.

„Ik denk dat Calvin haar bij zich wenscht te hebben,quot; antwoordde haar moeder met den zucht, die haar gewoonlijk ontsnapte als zij over het huwelijksleven barer tweede dochter sprak. „Morgen zal er wel een brief komen, die ons de reden van dat plotselinge vertrek verklaart.quot;

Den volgenden morgen begroette Eileen, die wegens haar nog immer zwakke gezondheid wat langer te bed gebleven was, mevrouw Mostyn aan de deur harer woning. De oude dame kwam van de mis terug.

„Er is een brief voor u, moeder,quot; sprak Eileen. „Het adres is echter door Calvin geschreven; Christina zal toch niet ongesteld zijn? Sinds het

ocr page 233

221

kind gestorven is, heb ik maar enkele in haast geschreven lettertjes van haar ontvangen. Het heeft haar zeker erg geschokt! En dan niet eens gedoopt!quot;

„Och, lieve, het schijnt mij beter, ongedoopt te sterven dan zonder geloof te leven, en dat arme ventje zou zeker als ongeloovige grootgebracht zijn ! Het is mij nog steeds een raadsel hoe de arme Christina er ooit toe gekomen is, haar godsdienst te verzaken. Doch geef mij een kopje thee, Eileen, ik snak er naar. Ik kan zeer goed buiten mijn ontbijt, doch zonder een kop thee naar de mis te gaan, valt mij moeilijk.quot;

„Moedertje, moedertje, gij moogt niet drinken voor gij gegeten hebt. Laat mij u eerst een sneetje ham geven.quot;

„Goed, lieve! Gij weet wel wat het best voor de oude vrouw is.quot;

„Zoudt gij Calvin's brief niet eens openmaken?quot; vroeg Eileen.

„Na het ontbijt, mijn kind. Is het een minder aangename tijding, dan wil ik er mijn ontbijt niet door laten bederven, is het goed nieuws, dan zal het wachten er geen kwaad aan doen.quot;

De lectuur van het epistel werd dus verschoven tot de tafel afgenomen was.

„Slechte tijding, dat wist ik wel. Christina is ziek!quot; riep Eileen, die haar moeders gelaat onder het lezen bespied had.

„Ja, zij.. . . is. .. . ziek!quot; sprak mevrouw Mos-tyn, doodsbleek en naar adem hijgend.

ocr page 234

222

„O, moeder, is zij erg ziek? Toch niet dood?quot; vroeg Eileen, terwijl zij naar haar moeder toesnelde en haar den brief ontrukte.

Deze beweging bracht de oude dame weer tot zichzelf.

„Gij moogt het niet lezen, Eileen!quot; zei zij. „Ik verbied het u! Geef mij dien brief dadelijk terug. Misschien is het niet waar. Het kan niet waar zijn, tenzij. ...quot;

„Tenzij wat, moeder?quot;

„Tenzij uw arme zuster gek geworden is. Ik weiger zoo iets van een mijner kinderen te geloo-ven. 0, mijn God, geef mij kracht om dezen slag te dragen!quot;

„Maar wat is het toch, moeder? Vertel het mij maar, dan kan ik u het verdriet helpen dragen. Vroeger of later zal ik het toch hooren.quot;

„Ja, Eileen, ik zal het u vertollen, doch geef mij eerst tijd om wat tot kalmte te komen. Mijn trots is gekrenkt, en dat maakt mij zoo ontdaan. Wilt gij mij het fleschje vlugzout eens van mijn kamer halen, de dienstboden behoeven mij zoo niet te zien. Was mijn broeder Charles nu maar hier, dan konden wij te zamen de zaak bespreken!quot;

Eileen kwam weldra met het reukfleschje terug.

„Voelt gij u reeds wat beter, moedertje?quot; vroeg zij.

„Dat gaat wel. Kijk eens in den reisgids na of er om elf uur niet een trein naar Chester en verder naar Saxonhurst gaat. Ik moet mijn broer spreken en hem vragen mij naar Londen te vergezellen.quot;

ocr page 235

223

„Maar moeder, gij zijt geheel van streek en niet in staat om op reis te gaan.quot;

„Ik moet gaan, Eileen. Ik kan niet met de banden over elkaar zitten terwijl mijn arm kind ...quot;

Zij sidderde.

„Zeg mij toch wat het is, moeder,quot; smeekte Eileen, de armen om haar hals slaande. „Vergeet niet dat gij nog een kind hebt, dat u troosten wil.quot;

„Neen, lieve, dat vergeet ik niet, maar ... Kom. gij zijt oud genoeg om het te mogen booren, en gij hebt er recht op, het te weten. Ik ben echter niet in staat om zoo iets van mijn eigen dochter te vertellen, daar hebt gij Calvin's brief. Lees zelf!quot;

Eileen's wangen gloeiden toen zij van de schande las, die zelfs de pen van den koelen Mortimer met heimelijke verontwaardiging scheen bezield te hebben. Toen zij haar lectuur geëindigd had, zag zij haar moeder met een bleek doch gebelgd gelaat aan.

„Ik dacht niet dat Christina tot zulk een wreedheid in staat zou zijn,quot; sprak zij met een vergeefsche poging om haar toorn te onderdrukken.

„Wreedheid, Eileen?quot;

„Ja, wreedheid! Een ander woord is er niet voor. Alles zou ik haar kunnen vergeven, het verlaten van haar huis en van haar echtgenoot, de opspraak, de schande, de ellende, die zij verwekt, doch dat zij aan u niet gedacht heeft, dat zij u, die zooveel geleden hebt, een nieuwen last oplegt juist nu het leven een weinig kalmer en genoeglijker voor u werd, dat vergeef ik haar niet.quot;

ocr page 236

224

Het moederlijk instinct, steeds bereid het kroost, ook wanneer het zwak en afgedwaald is, te beschermen en voor te spreken, kwam tegen Eileen's driftigen uitval in opstand. „Ik ben het niet met u eens,quot; sprak de oude dame. „Geloof mij, Christina heeft er niet aan gedacht dat zij mij verdriet zou doen, en...quot;

„Een dergelijke gedachteloosheid is op zichzelf reeds een wreedheid.quot;'

„Met in dit geval, Eileen. Integendeel, het is juist een bewijs voor het eenige dat Christina's gedrag verontschuldigt: zij was op dat oogenblik ontoerekenbaar.quot;

„Dus onder den invloed van een soort van verstandsverbijstering?quot;

„Niet in den conventioneelen zin van het woord, doch zij moet de controle over haar wil verloren hebben, en heeft zich toen door haar emoties laten medesleepen.quot;

„Maar is het niet haar eigen schuld dat zij haar zelfbedwang verloren heeft?quot;

„Slechts tot op zekere hoogte. Bedenk dat zij zich niet meer kon vastklemmen aan den krachtigen steun, dien men zoo noodig heeft bij het beteugelen zijner verkeerde driften. O, Eileen, reeds langen tijd ben ik hiervoor beangst geweest. Ik vreesde dat als een hartstochtelijke natuur als Christina haar geloof verloor, een ramp als deze niet uitblijven kon. Vurig heb ik gebeden dat zij mocht bewaard blijven voor verzoekingen, aan welke zij, dat wist ik, vooral na den dood van het kindje geen Aveer-stand bieden kon. Het heeft niet mogen zijn. Reeds

ocr page 237

225

uw oom gaf mij zijn vrees te kennen dat baby het eenige was, waaraan zij zich vastklemde; welke toevlucht, welke troost bleef haar dus over toen zij hem verloor? Arm kind, ik kan mij haar natuur zoo goed begrijpen, en ik beklaag haar uit het diepst mijner ziel. Oordeel niet hard over haar, Eileen; uw trots is gewond evenals de mijne, doch gij moogt uw persoonlijken wrok niet voor een abstract gevoel van rechtvaardigheid houden. Het staat niet aan ons om te veroordeelen. Wie weet... misschien is deze val wel het begin van een heerlijke verheffing. Slechts als wij inzien hoe diep wij door onze onbezonnenheid kunnen zinken, wenden wij ernstige pogingen aan om ons uit de zonde weder op te heffen. Doch er is geen tijd te verliezen, ga mede naar boven en help mij mijn koffertje pakken. Eerst moet ik naar Saxonhurst en dan naar Londen, misschien is zij nog te redden. Ik heb geen rust zoolang ik weet dat zij in zonde leeft. ... al ziet zijzelf het zondige van haar gedrag niet in.quot;

„Zoudt gij haar niet liever aan haar lot overlaten ? Dan zullen haar de oogen wel opengaan, terwijl zij door uw tegenstand slechts in haar plannen gestijfd zal worden.quot;

„Eileen, gij bedroeft mij. Hoe kunt gij mij zoo iets voorslaan ? Al was zij mij geheel vreemd en niet het kind, dat ik liefheb, dan zou mijn geweten mij toch zeggen dat men, een afgedwaalde ziende, zijn uiterste pogingen aanwenden moet om haar weder op den rechten weg terug te brengen. Bedenk

VERLOREN GELOOF. I. 15

ocr page 238

226

hoe kortstondig het leven is. Veronderstel eens, wat God verhoede, dat de dood. ...quot;

„Maar als zij niet verantwoordelijk is, heeft zij dan eigenlijk wel schuld?quot;

„Neen, althans niet zoolang zij nog onder den invloed van die emoties leeft, doch later zullen deze haar kracht verliezen, en als zij dan tot zichzelf komt, ontbreekt het haar misschien aan moed om zich zonder hulp van anderen uit de banden der zonde te bevrijden. 0, Eileen, ik ben haar moeder, ik moet haar helpen.quot;

„En haar echtgenoot?quot;

„Calvin! Ach, de arme man, hij zal de zaak van een ander standpunt beschouwen. Bovendien is hij de verongelijkte partij, ik verwacht van hem niet veel medelijden of vergevensgezindheid.quot;

Eileen zweeg, en vier uren later zat mevrouw Mostyn in een der ontvangkamers van het seminarie der Paters Jezuïeten te Saxonhurst op haar broeder te wachten.

Toen Pater Mordaunt binnenkwam, overhandigde zij hem Calvin's brief. Het gelaat van den priester betrok onder het lezen. „Arme Caroline,quot; sprak hij medelijdend, „gij wordt wel zwaar beproefd, ik behoef u echter niet te zeggen waar gij troost vinden kunt. Wat denkt gij thans te doen?quot;

„Ik ben van plan, Calvin Mortimer te Londen op te zoeken, vervolgens wil ik trachten gewaar te worden waar zij is. En gij moet mij vergezellen.quot;

„Hm! Dan dien ik den Rector om verlof te

ocr page 239

227

vragen; nu, hij zal wel geen bezwaren maken. Toch zou ik u raden, Carolina, liever een paar dagen bedaard thuis te blijven en de zaak aan te zien.quot;

„O, Charles, dat kan ik niet. Op die wijze gaat de kostbare tijd verloren. Bovendien moet ik Calvin Mortimer spreken.quot;

„Nu, als het uw hart geruststelt, laat ons dan gaan. Ik weet hoe moeilijk het is, onder verdriet en smart stil te moeten zitten. Wij, priesters, zijn echter met te veel dergelijke geschiedenissen bekend om spoedig onze uiterlijke gelijkmoedigheid te verliezen. Doctoren en priesters verbazen zich nooit, daarvoor kennen zij de menschelijke natuur te goed. Waarom zoekt gij echter een onderhoud met Mortimer? Zulk een ontmoeting schijnt mij onder de tegenwoordige omstandigheden voor beide partijen pijnlijk.quot;

„Ik heb hem een gunst te vragen. Dat hij ze mij zal toestaan, durf ik haast niet hopen, doch het is mijn plicht alles aan te wenden om, ook ter wille van Eileen en Marion, een publiek schandaal te vermijden. Vooral voor Marion zal het een vreeselijke slag zijn, en wat zal haar echtgenoot er wel van zeggen ?quot;

„Everard Ince! O, hij is een verstandig man. Hij zal Marion den misstap harer zuster niet ten kwade duiden.quot;

„Neen, doch denk u eens in zijn positie. In gezelschappen zal men zijn vrouw met den vinger nawijzen en zeggen: „Dat is Lady Ince, de zuster van quot;

ocr page 240

228

„Ja zeker, aangenaam is het niet, dat weet ik, doch de Ince's zullen niet de eerste aanzienlijke familie zijn, in welke zoo iets voorvalt. Geloof mij : hoe ouder en aanzienlijker een geslacht is, des te uitgebreider is gewoonlijk ook zijn histoire secrète. Tot nu toe heeft het den Ince's aan een dergelijk cachet ontbroken, thans staan zij met de meeste adellijke families op ééne lijn.quot;

„Spot er alsjeblieft niet mede, Charles,quot; zei mevrouw Mostyn, haar tranen afdrogend,

„Neen, ik zeg het slechts om u wat afleiding te geven, Caroline. Doch wat wilt gij aan Mortimer vragen?quot;

„Zich niet van haar te laten scheiden!quot; fluisterde de oude dame. „Haar naam niet voor het oog der geheele wereld door het slijk te laten sleuren.quot;

„Daarin zal hij wel niet toestemmen. Het is de eenige remedie, die hem overblijft, en hij zal haar niet laten varen; het schijnt mi} trouwens onbillijk dit van hem te verlangen. Onderscheid, speciaal ten opzichte van Christina, maakt het natuurlijk niet, hun huwelijk is onverbreekbaar, al moet gij niet vergeten dat hij er anders over denkt. Wat het schandaal betreft, laat dat zijn loop nemen. In deze dagen wordt alles publiek, zelfs de kleur der das van een lievelingsdichter. Houdt men iets voor de menschen verborgen, dan gaan zij voort met babbelen, dat wil zeggen met overdrijven; weten zij eenmaal het fijne van de zaak, dan wordt deze een paar dagen besproken tot het nieuwe en pikante er

ocr page 241

229

af is, en er iets anders op het tapijt komt. Kijk de dagbladen maar in, de schandalen en gruwelijkheden verdringen elkander gelijk de golven der zee. Het publiek kan ze zich niet eens alle herinneren, slechts op den grooten Dag des Oordeels zal er niet één vergeten worden.quot;

Mevrouw Mostyn antwoordde niet, doch toen zij met haar broeder in een coupé van den Londen-schen sneltrein gezeten was. hervatte zij het gesprek : „Het is niet slechts uit vrees voor opspraak, Charles, dat ik een echtscheiding vermijden wil. Christina kon met haar tegenwoordige vreemde begrippen wel eens denken dat zij een nieuwe verbintenis mag aangaan als die tusschen haar en Calvin verbroken is. Zij zou zich op wettige wijze met dien anderen man in den echt kunnen begeven en op die wijze een soort van menschelijke sanctie aan haar zonde verleenen.quot;

„Ja, tot zoo iets moet een echtscheiding, van ons standpunt bezien, steeds leiden: daarom werkt zij ook de trouweloosheid in de hand. Wilt gij een bewijs voor deze stelling, let dan maar eens op de landen, waar men bijna op iederen grond scheiden kan. Wat Christina betreft, zij heeft te veel gezond verstand en een te helder oordeel om de inconsequentie niet te beseffen, die er in het aangaan van een tweede wetijjg contract gelegen zou zijn, waar zij de bindende kracht van het eerste ontkend heeft. Wees er van overtuigd, zij acht die nieuwe verbintenis door de wederkeerige neigingen en sym-

ocr page 242

230

pathieën voldoende gerechtvaardigd en zal een verdere wettige bekrachtiging eerder versmaden. Het kan zijn dat ik mij vergis, dat de verleiding om zich in de oogen van anderen te rechtvaardigen, haar te machtig wordt, doch ik ben er van overtuigd dat in dezen tijd van losbandigheid menigeen haar trot-seeren der conventies zal toejuichen. Welk een armzalig hulpmiddel zijn de menschelijke instellingen toch, wanneer zij niet op de wet van God gebaseerd zijn. Is het te verwonderen dat men somtijds aan haar kracht en rechtvaardigheid twijfelt?quot;

„Ik kan Christina's geval niet van zulk een abstract gezichtspunt beschouwen,quot; zuchtte mevrouw Mostyn. „Ik weet alleen dat zij, mijn eigen vleesch en bloed, haar wereldsche reputatie door het slijk gesleurd en haar ziel in gevaar gebracht heeft.quot;

„Over dat laatste zou ik mij in uw plaats niet al te zeer ongerust maken,quot; hernam Pater Mordaunt. „Het is natuurlijk een vreeselijke gedachte, doch Grods wegen zijn zoo wonderbaar dat het zeer goed een bedekte genade kan zijn.

;;Het spreekt vanzelf dat Hij de zonde ook niet oogluikend toelaat, doch het staat vast dat Hij somtijds Zijn hand van ons aftrekt en ons door eigenwaan verblinden laat, alleen om ons te doen inzien dat wij zonder Zijn hulp toch niet kunnen staande blijven. Christina J^eeft haar geloof verloren, haar val is daarvan het natuurlijk gevolg. En die val is niet eens het ergste der twee kwaden, want wat zijn de zonden der zwakke menschelijke natuur

ocr page 243

231

vergeleken met de zonden van het intellect en met den hoogmoed der kennis, die opzettelijk alles verwerpen wat zij met hun beperkte vermogens niet doorgronden kunnen? Christus had medelijden met Magdalena en den tollenaar, doch de Farizeërs veroordeelde Hij. Menschelijke zwakheid kan een aanspraak op Zijn genade doen gelden, doch aanmatigende kracht, die zich in blinden eigenwaan met Zijn almacht meten wil, is een beleediging tegen Zijn oppergezag en wekt Zijn toorn op. Overigens zal Christina, indien zij zich uit haar tegenwoordige slavernij bevrijdt, een edeler karakter hebben dan wanneer deze beproeving haar bespaard gebleven ware. Er behoort meer moed toe, een zedelijken mispas door een volgend leven te boeten, dan den uiterlijken schijn van het zoogenaamd fatsoen op te houden. Op dat punt hebben kerk en wereld een verschillende leer. De kerk predikt den zondaars genade en verlossing, doch de wereld zegt: Wie eens steelt, is altijd een dief. Dus moed gehouden, Caroline, denk aan uw geliefkoosde spreuk: Alle dingen strekken ten slotte slechts ten goede.quot;

Beide reizigers kwamen omstreeks acht uur te Londen aan en begaven zich onmiddellijk van het station naar Mortimer's woning. De priester achtte het verstandiger dat mevrouw Mostyn haar schoonzoon alleen sprak en bleef buiten in het rijtuig op haar wachten.

Na een miuuut of tien kwam de oude dame reeds

ocr page 244

232

weder terug. „Ik zie liet al aan uw gezicht: de zending is mislukt,quot; sprak Pater Mordaunt. „Waarmede motiveerde Mortimer zijn weigering?quot;

„Volgens hem eischte de billijkheid dat hij den anderen man gelegenheid gaf, Christina's goeden naam te herstellen.quot;

„Van zijn standpunt beschouwd, is zijn handelwijze correct. Doch wie is de ander?quot;

„Een musicus. Nielsen heet hij.quot;

„O, dan ken ik hem. Ik heb hem eens op Christina's afternoon-tea ontmoet. Geen onknap gezicht; poëtische trekken, zooals men ze belieft te noemen. Hij is echter een weinig mismaakt.quot;

„Mismaakt! Lieve Hemel, waar zijn Christina's gedachten geweest? Ik ben meer dan ooit overtuigd dat zij van zinnen was! Een bultenaar, hoe verschrikkelijk !quot;

„Maar Caroline, gij vergist u als gij denkt dat die omstandigheid de zaak erger maakt. Het bewijst mijns inziens dat de neiging, die zij voor hem gevoelt, in zekeren zin iets edelers dan een zinnelijke passie is.quot;

„Maar zoo zal de wereld er niet over denken. In de oogen van de meeste menschen zal het de zaak juist afschuwelijker maken.quot;

„O, neen, zoo erg is zijn mismaaktheid niet; ook is hij een muzikaal genie, en bij genieën let men niet te veel op het uiterlijk. Ik vrees echter dat Christina's neiging voor hem zeer diep geworteld is, en ik twijfel . . . Doch weet men waar hij, of zij zich bevinden?quot;

ocr page 245

233

„Mijn schoonzoon wist het niet en verlangde evenmin het te weten. Hij achtte het niet onwaarschijnlijk dat een zekere mijnheer Passover ons nader inlichten kon; deze Passover en Nielsen waren groote vrienden, en de jonge musicus schijnt door hem bij de Mortimer's geïntroduceerd te zijn. Ik heb den koetsier gezegd naar mijnheer Passover's kamer in Shaftesbury Avenue te rijden.quot;

Passover was juist thuis gekomen, toen de cab voor zijn deur stilhield. Hij maakte duizend excuses over den ontredderden staat van zijn vertrek, en niet ten onrechte, want het was op dat oogenblik weinig geschikt om een oude dame uit het hartje van Wales en een Pater Jezuïet te ontvangen. Sigaren- en cigarettenkistjes lagen overal verspreid, en op de tafel prijkte een keur van glazen en fles-schen met allerlei geestrijke dranken. Passover wachtte als gewoonlijk eenige vrienden, en kon niet nalaten heimelijk te glimlachen om het contrast tusschen deze beide bezoekers en hun omgeving.

„Mijnheer Nielsen!quot; riep hij in antwoord op de vraag van mevrouw Mostyn. „Wel, ik heb hem in een paar dagen niet gezien, het zou mij niet verwonderen als hij vanavond hier kwam. Doch wacht eens, daar ligt een briefje van hem op den schoorsteenmantel, dat is zeker met de laatste post gekomen. Gij permitteert mij? Wat is dat? Hij gaat Engeland verlaten . . . zegt mij hiennede vaarwel... vertrekt vandaag naar Noorwegen . . .! Nu begrijp

ocr page 246

234

ik er niets meer van! Er moet bepaald het een of ander gebeurd zijn.quot; En beurtelings zag hij mevrouw Mostyn en den priester aan.

„Ik voel . . . mij niet wel,quot; zei de oude dame, in haar stoel neerzijgend. ,De reis heeft mij zeker aangegrepen, en ...quot;

Passover snelde naar de tafel en schonk een weinig whisky in een glas water. „Drink eens, mevrouw, het zal u goeddoen,quot; sprak hij.

„Dank u zeer,quot; antwoordde mevrouw Mostyn. „Het spijt mij dat ik het u zoo lastig maak, doch ik heb een lange reis achter den rug, en op mijn leeftijd is dat zeer vermoeiend.quot;

„Het verwondert mij dat gij u tot nu toe zoo goed gehouden hebt, Caroline,quot; sprak Pater Mordaunt. „Doch wij mogen mijnheer Passover thans niet langer ophouden, en indien gij u wat beter gevoelt, stel ik u voor heen te gaan. Het is reeds over tienen.quot;

„Maar. . . . hm. . . . weet gij zeker dat ik u niet van dienst kan zijn?quot; merkte Passover op. „Wil ik trachten Nielsen's tegenwoordig adres gewaar te worden ? Hij heeft mij vroeger eens den naam van een plaatsje bij Bergen genoemd, waar hij, in Noorwegen zijnde, altijd uit te vorschen was.quot;

„Dank u!quot; sprak de priester. „Het zou vergeefsche moeite zijn. De quaestie is (ik zeg u dit om den praatjes vóór te zijn en de reden van ons onverwacht bezoek te verklaren), de quaestie is dat mijnheer Nielsen en mijn nicht, mevrouw Mortimer. ...quot;

„Zij ! Met hem. . . .!quot; riep Hartley.

ocr page 247

235

De priester knikte toestemmend en bracht, met een blik op mevrouw Mostyn, den vinger aan de lippen. Passover bedwong zich en geleidde zijn bezoekers zwijgend naar het rijtuig. Juist op dat oogenblik kwamen drie van Hartley's vrienden binnen.

„Hebt gij hier een huiselijke godsdienstoefening gehouden?quot; vroeg een hunner plagend, toen Hartley terugkwam.

„En dat met whisky!quot; sprak een ander, het nog halfgevulde glas omhooghoudend. „Wie heeft er gesnoept, de dame of de pastoor?quot;

Doch het bleek hun spoedig dat Passover niet tot schertsen gestemd was. Om een wending aan het gesprek te geven, begon men over de reisplannen voor de aanstaande herfstvacantie te praten.

„Weet gij reeds waar gij heengaat, Passover?quot; vroeg er een.

„0, hem behoeft gij dat niet te vragen!quot; riep een ander. „Passover behoort tot de benijdenswaardige stervelingen, die, evenals de zwaluwen, met de zon medetrekken. Hij kan zich de weelde veroorloven, des winters te reizen en gaat dan naar de Riviera of Egypte. Waarom probeert gij het niet eens te Algiers, of in Marokko? Gij zoudt er stof genoeg voor een paar dagbladartikeltjes vinden.quot;

„Daarvoor behoef ik zoo ver niet te reizen,quot; antwoordde Passover.

„Wat scheelt er aan, oude jongen?quot; vroeg de eerste spreker. „Is er iets niet in den haak met

ocr page 248

234

ik er niets meer van! Er moet bepaald het een of ander gebeurd zijn.quot; En beurtelings zag hij mevrouw Mostyn en den priester aan.

„Ik voel. . . mij niet wel,quot; zei de oude dame, in haar stoel neerzijgend. „De reis heeft mij zeker aangegrepen, en . . .quot;

Passover snelde naar de tafel en schonk een weinig whisky in een glas water. „Drink eens, mevrouw, het zal u goeddoen,quot; sprak hij.

„Dank u zeer,quot; antwoordde mevrouw Mostyn. „Het spijt mij dat ik het u zoo lastig maak, doch ik heb een lange reis achter den rug, en op mijn leeftijd is dat zeer vermoeiend.quot;

„Het verwondert mij dat gij u tot nu toe zoo goed gehouden hebt, Caroline,quot; sprak PaterMordaunt. „Doch wij mogen mijnheer Passover thans niet langer ophouden, en indien gij u wat beter gevoelt, stel ik u voor heen te gaan. Het is reeds over tienen.quot;

„Maar. . . . hm. . . . weet gij zeker dat ik u niet van dienst kan zijn?quot; merkte Passover op. „Wil ik trachten Nielsen's tegenwoordig adres gewaar te worden? Hij heeft mij vroeger eens den naam van een plaatsje bij Bergen genoemd, waar hij, in Noorwegen zijnde, altijd uit te vorschen was.quot;

„Dank u!quot; sprak de priester. „Het zou vergeefsche moeite zijn. De quaestie is (ik zeg u dit om den praatjes vóór te zijn en de reden van ons onverwacht bezoek te verklaren), de quaestie is dat mijnheer Nielsen en mijn nicht, mevrouw Mortimer. ...quot;

„Zij ! Met hem. . . .1quot; riep Hartley.

ocr page 249

235

De priester knikte toestemmend en bracht, met een blik op mevrouw Mostyn, den vinger aan de lippen. Passover bedwong zich en geleidde zijn bezoekers zwijgend naar het rijtuig. Juist op dat oogenblik kwamen drie van Hartley's vrienden binnen.

„Hebt gij hier een huiselijke godsdienstoefening gehouden?quot; vroeg een hunner plagend, toen Hartley terugkwam.

„En dat met whisky!quot; sprak een ander, het nog halfgevulde glas omhooghoudend. „Wie heeft er gesnoept, de dame of de pastoor?quot;

Doch het bleek hun spoedig dat Passover niet tot schertsen gestemd was. Om een wending aan het gesprek te geven, begon men over de reisplannen voor de aanstaande herfstvacantie te praten.

„Weet gij reeds waar gij heengaat, Passover?quot; vroeg er een.

„O, hem behoeft gij dat niet te vragen!quot; riep een ander. „Passover behoort tot de benijdenswaardige stervelingen, die, evenals de zwaluwen, met de zon medetrekken. Hij kan zich de weelde veroorloven, des winters te reizen en gaat dan naar de Riviera of Egypte. Waarom probeert gij het niet eens te Algiers, of in Marokko? Gij zoudt er stof genoeg voor een paar dagbladartikeltjes vinden.quot;

„Daarvoor behoef ik zoo ver niet te reizen,quot; antwoordde Passover.

„Wat scheelt er aan, oude jongen?quot; vroeg de eerste spreker. „Is er iets niet in den haak met

ocr page 250

236

de mooie Lesbia of met die aardige mevrouw Mortimer, van wie gij zoo doodelijk zijt? Is de bacteriën-slachter woest geworden?quot;

„Zij is immers uit de stad,quot; sprak de derde bezoeker. „Ergens op een eenzaam buitentje in Sussex tot herstel van haar gezondheid. De dood van haar kindje schijnt haar nogal geschokt te hebben.quot;

„Zoo. . . Ik wist niet dat zij weg was. Doch waar gaat gij dezen herfst heen, Passover? Gij zijt toch niet van plan de maanden Augustus en September in Londen te midden van hongerige zaakwaarnemers en eenzame huurkoetsiers door te brengen ? Ga liever met mij naar Noorwegen. Ik weet een allerliefst plekje, geheel afgelegen van de groote route en „nog nooit door den voet eens reizigers betreden,quot; zooals mijn gids opmerkte, toen ik het verleden jaar ontdekte.quot;

,Wanneer gaat gij, Fotheringhay ?quot; vroeg Hartley.

„Met voor Augustus. Ik kan helaas niet eerder.quot;

„Ik zal er eens over nadenken. Wie weet wat ik doe!quot;

„Bravo ! Het zal u niet berouwen. Gij zult bergen zien, en bosschen en watervallen. . . . eenig! Zoo iets als uw vriend Nielsen in zijn muziek beschrijft, gij weet wel, die sonate van hem voor piano en viool. ... ta ta tutitum ta ta taree ta. . . . ? Prachtige muziek, doch men moet in Noorwegen geweest zijn om ze naar waarde te kunnen schatten. De

ocr page 251

237

partituur is thans verschenen en aan een zekere Christina opgedragen. Wie dat wel zijn mag? Zeker de een of andere blonde Noorsche schoonheid! Stel u voor dat wij haar of hem eens op onze zwerftochten ontmoetten!quot;

„Haar of hem!quot; mompelde Passover, een cigarette aanstekend en zich in een leunstoel neervlijend.

EINDE VAN HET EERSTE DEEL.

ocr page 252

Bij den Uitgever dezes verscheen mede:

KlfiDEHEfl mn HET GHETTO

NAAR HET ENGELSCH

VAN

J. ZANGWILL

DOOR

Dr. J. DE JONG.

Prijs ingenaaid, 2 deelen...........f 5.50.

„ gebonden, 2 , ............6.50.

,Kinderen van het Ghetto' is geen roman in den gewonen zin, maar veeleer een reeks tafereelen uit het Joodsche leven in de hoofdstad. Tusschen de meeste daarvan bestaat evenwel een bepaald verband, en er zijn twee families, het gezin van den armen Mozes Ansell en dat van den rabbi Sjmoel, waarom zich al de andere figuren groepeeren. En de dochters Esther Ansell en Hanna, zijn de heldinnen, die elkander beurtelings de belangstelling van den lezer betwisten. Het boek is in twee gedeelten gesplitst; in het tweede, dat Kleinkinderen van het Ghetto heet, leidt de auteur ons binnen bij rijke Joden en in de perswereld; de gewone arme Joden, met hun kleine zorgen en eigenaardigheden, trekken ons echter nog meer aan. Het is niet wel mogelijk een juist denkbeeld te geven van den rijken inhoud van dit boek. Hier is, en vooral in het eerste gedeelte, alles interessant. Nu eens komisch, dan eens dramatisch en pathetisch, toont Zangwill zich hier groot in elk genre. De dichter Pinchas is een humoristische figuur, Heine waardig. Prachtige types van Joodsche burgervrouwen zijn Malke en Simche. Sommige tooneelen, bijv. de dood van Benjamin Ansell, de hoop der familie, laten zich niet met droge oogen lezen. Roerend is het echtpaar Hyams geschilderd : een man en vrouw, die zonder liefde zijn getrouwd, veertig jaren zwijgend naast elkander door het leven gaan, naar Amerika emi-greeren om het geluk van hun kinderen niet in den weg te staan, en dan eerst elkander leeren liefhebben.

ocr page 253
ocr page 254

KC-t'

ramp;amp;*

wV^-^SÏ- •« Rs c~ tv W

w. - •.sgt;, -:v -jesw^wk

iv? c /^r/ iquot;5' *f ÏV- »** ^17 ai ■ jK.lt;r

Llt; \f, -^v' P^^rL-fd

W - tU*'lt; ^ilt;'quot;L^, ^ 'fX-rJï

'C*' H

kW■%-?'?'

'ié 'i} ■' 'Pt*

'* y^.*- ih

^gt;V

^ N ^ \ -

-V-.'

sA gt;^V k -^l£

• CW^V^

v ^--y ^ - A ^ 'i ^ ^^

A - if/