KERKPLECHTIGHEDEN
VERKLAARD.'
^EN J-EER- EN j^EESBOEK JE
VOOR DE
Katholieke Jeugd.
: Doormeng:*! met gesprekken tnsschen eeu Pastoor en zijne Parochie-kinderen,
ïquot;.
gr; - : , DOlt;)E
i ⢠L. ENGBERS,
, j .. quot;â â â -, ;/ ' â
kfen jiarUprjutüer ran TwenUie, Beken van- Almelo én 11. A. 1'utfoor te l'asw.
E l f d e Igt; i- ti It.
TE Al.MKJjt). 111.1
J. T. SOMBER. 1888.
^ '? ? X 4. %â 'hquot; gt; â
/ DE
Kerkplechtigheden
VERKLAARD
EN j^EER- EN j_.EESBOEKJE
VOOR DE
Katholieke Jeugd.
Uoormeu^il met g-esprekken tiissclien een Hastoor en zijne Parocliie-kinderen,
DOOR
L. ENGBERS,
in leven Aartspriester van Twentke, Deken van Almelo en R. K. Pastoor te Vasse.
Elfde Druk.
TB ALMELO, BIJ
J. ï. S O M M E E.
188S.
GOEDKEURING.
De Kerkplechtigheden verklaard door den Eerwaarden Heer L. Engbers, Pastoor te Vasse, heb ik met genoegen gelezen, en oordeel het zeer nuttig te zijn, dat dezelve door den druk in het licht gegeven worden.
H. A. PEESE,
Aartspriester van Twenthe.
Dekekamp, 3 Junius 1822.
De' ondergeteekende stelt dit werkje onder de bescherming der Wet; en zal eiken nadruk-ker en verspreider van nagedrukte exemplaren vervolgen.
INLEIDING.
Om de Katholieken in het algemeen meer bekend te maken met de voornaamste Ceremoniën of Plechtigheden, met welke de H. Kerk hare Godsdienst verricht, heb ik dit boekje geschreven.
De Ceremoniën dienen om ons te leeren en te onderrichten, het verhevene van de godsdienstige geheimen voor oogente stellen en onze aandacht tot God op te leiden. Eene groote menigte onder de Christenen zijn wel aanschousvers van de Ceremoniën ; doch kennen de beteekenissen niet, welke de Kerk daarmede bedoelt; deze kunnen dus weinig vrucht daaruit trekken. Zij zien bij voorbeeld bij de bediening van den H. Doop , dat de Priester het doopkind eenig zout in den mond legt, zijne ooren en neus met speeksel bestrijkt, het tweemaal zalft met olie, een wit spreidje of mutsje op het hoofd legt, den doopheffer ten laatste eene
INLEIDING.
brandende kaars in de hand geeft, welke Ceremoniën in zich zeer leerrijk zijn, en vele schoone beduidingen hebben, om ons de waardigheid en uitwerkingen van dit Sacrament onder het oog te brengen, waarvan zij echter de beteekenissen niet kennen. De Kerk wenschte daarom niet zonder redenen, dat de Zielbestierders den geloovigen somtijds de verklaringen dier Ceremoniën gaven, en hun daarvan eene grondige kennis bijbrachten. Doch, door het leeren en onderwijzen van vele andere zeer noodige stukken van de Godsdienst, ontbreekt den ZIelbestierder dikwijls den tijd, om door preek of Catechismus van alle Ceremoniën een behoorlijk onderwijs te geven. Uit dien hoofde kwam het mij niet ondienstig voor, dat den geloovigen een boekje voor eenen geringen prijs werd aangeboden, waarin zij, die lezen kunnen, op eene gemakkelijke en aangename wijze eene nuttige kennis van de voornaamste kerkplechtigheden kunnen verwerven, en daaruit de schoone beduiding, welke de Kerk daarmede bedoelt, leeren kennen-
Wanneer dit werkje aan het gezegde oogmerk mocht voldoen, zou de medehulp van andere Zielbestierders, om het onder de geloovigen algemeen te maken, van zeer groot
IV
INLEIDING.
belang zijn. Zoo hebben eenige Zielzorgers de Zondagschool tot oefening van huisselijke aandacht, hunnen onderhoorigen Katholieken wel willen aanbevelen, om zóó mijne bedoeling te helpen bevorderen, waarvoor ik hun hiermede mijnen hartelijken dank betuig.
Dit werkje is wel aan de Katholieke Jeugd opgedragen, doch ik wensch tevens, dat ook de volwassenen en bijzonder de Huisvaders en moeders het met opmerking lezen, om voor zich zelve en hun huisgezin daardoor de Godsdienstige kennis meer en meer te bevorderen.
Ik heb mij daarin bediend van samenspraken met kinderen, doormengd met eenige verklaringen en verhalen ; dit kwam mij geschikter voor, om den droogen stijl, die anders bij zulke verklaring ontstaat, en den leeslust, bijzonder voor kinderen, meer optewekken, zoodat hetzelve voor Katholieke scholen, waar dezelve bestaan, tot een leer- en leesboekje dienen kan. De vragen en antwoorden, bij wijze van Catechismus, heb ik daarin gebracht, met oogmerk om het den kinderen, die hunnen Catechismus reeds doorgeleerd hebben, ter lezing en beoefening aantebieden, en de be-kwaamsten onder hen bij het Catechismus
V
INLEIDING.
onderwijs naar den inhoud der lessen te ondervragen, en hier en daar eene vraag te kunnen laten beantwoorden; wanneer andere Zielbestierders nevens mij verkiezen daarvan gebruik te maken, zou dit een allergeschiktst middel zijn om dit werkje tot een algemeen volksboekje te maken.
Vele ouders zullen daarvan een mxttig gebruik maken, wanneer zij in de vaste of op zondagen, als hun huisgezin in stilte bijeen is, nu en dan door een hunner kinderen of huisgenooten daaruit eene les voor hun huisgezin openlijk laten voorlezen ; hierdoor zal het huisgezin met de schoone plechtigheden bekend worden, met welke de Kerk de heilige Godsdienst uitoefent, en menig Christen zal dus bij het aanschouwen dier plechtigheden tot godsvruchtige aandoeningen worden opgewekt.
VI
Mij in deze korte verklaring der Kerkplechtigheden geheel onderwerpende aan het oordeel van onze Moeder de H. Kerk, verzoek ik den godsvruchtigen lezer, mij in zijne gebeden indachtig te zijn.
DE SCHRIJVER,
DE KERKPLECHTIGHEDEN
v e r k ij a a k u.
EEESTE LES.
Pastoor. Kinderen! ik heb u beloofd, om zoo haast als gij in het onderwijs, tot de eerste H. Communie wat meer zoudt gevorderd zijn u somtijds eenige Kerkplechtigheden, die men Ceremoniën noemt, uit te leggen.
Kaatje. Dat zal ons recht lief zijn. Pastoor ! wij hebben er onder ons al van gesproken, dat deze uitlegging wel haast zou beginnen.
Past. quot;Weet gij dan ook nog, kaatje! wat ik u van de Ceremoniën in het algemeen gezegd heb ?
Kaatje. Neen, Pastoor ! maar ik wensch gaarne het nog eens te hooren.
Past. Luistert dan wel toe, kinderen! ik zal u de vragen en antwoorden daarvan nog weder vernieuwen.
Ceremonie,
Vr. Wat heteeJcent het woord Ceremonie ?
Antw. Het woord Ceremonie beteekent een kerkelijk gebruik, waardoor men Grod vereert, als bidden met gebogen knieën, niet gevouwen handen, met neergeslagen oogen.
Vr. Waarom hedienen zich de Katholieken van zulke Ceremoniën, zoowel te huis als hij den openharen Godsdienst ?
A. Om te beteekenen : 1. dat wij God niet alleen inwendig dienen naar den geest; maar ook met het
DE KEEKPLECHTIGHEDEK
lichaam door de uitwendige houding. 2. Om door uiterlijke Ceremoniën, de innerlijke aandacht opte-wekken. 3. Omdat wij in de betrachting van geestelijke en goddelijke dingen door uitwendige teekenen geholpen worden.
Vr. Wordt ook van zulke Ceremoniën in de H. Schrift gesproken ?
A. O ja ! in de oude wet heeft Grod den Joden bevolen, de Ceremoniën te onderhouden (1). De Zaligmaker bediende zich in de nieuwe wet van onderscheidene ceremoniën. Hij sloeg zijne oogen ten hemel, zuchtte, wierp speeksel uit, en raakte daarmede de tong van een doofstomme (2). Hij bad met gebogen knieën (3). Viel op zijn aangezicht ter aarde (4). Hij blies over zijne Apostelen, als Hij hun den H. Greest mededeelde (5). Bij zijne hemelvaart zegende Hij hen met opgeheven handen (6).
Past. Gij kunt u niet verbeelden, kinderen, hoe schoon en nuttig de ceremoniën zijn, die wij nu gaan verklaren, en welk een diepen indruk deze uiterlijke plechtigheden bij het verrichten van den G-odsdienst, op ons hart maken. Zij zetten aan de bediening der heilige zaken een bijzonderen luister bij, boezemen ons eerbied en ontzag voor deze in en wekken onze aandacht tot God op.
8
Denkt er maar eens aan, wanneer gij de openbare Godsdienstoefening met luister ziet verrichten. Gij aanschouwt het altaar prachtig versierd, gij ziet den Priester in plechtgewaad het H. Offer der Mis opdragen, de wierookgeuren doordringen het heiligdom, de geloovigen knielen in eerbiedige houding neer; alles is er op ingericht om ons ontzag, eerbied en hoogachting voor God in te boezemen. Deze ceremoniën zijn noodig om onzen geest tot
(1) 3 Kon. II. (2) Marc. VIT. (3) Luc. XXII. (4) Math. XXVI. (5) Joan. XX. (6) Luc. XXIV.
teekiaahd.
God te verheffen ; daarom zegt dan ook de Kerkvergadering van Trente : âde natuur van den mensch is zoo geschapen dat zij niet licht zonder uitwendige hulpmiddelen tot de overweging der hemelsche dingen kan worden gewend.quot; Het ware dan ook te wenschen, dat alle geloovigen de beteekenis der ceremoniën goed kenden; de Kerk verlangt dan ook, dat de kracht en de beteekenis der ceremoniën aan de geloovigen worden verklaard.
Kaatje. Moeder heeft ons geleerd, altijd eerst een kruis te maken, als wij zullen bidden, en somtijds zie ik wel eens een klein kruisje maken op het voorhoofd, op den mond en op de borst, waarvan ik de beteekenis en het onderscheid niet ken.
Past. Zoo, kaatje, dat is braaf, gij weet dat ik gaarne hoor, dat kinderen vrij uit zeggen, hetgene, wat zij willen te kennen geven, mits met zedigheid ; uwe opmerking en weetlust verschaffen ons een goed begin.
Teeken van het H. Kruis.
Vr. Hoe moet men het Icruisteeken maken ?
A. Men teekent zich met het voorste der vingeren van de geheele rechterhand, terwijl men die brengt van het voorhoofd tot de borst, en daarna van den linker schouder tot de rechter, en men zegt: in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Greestes. Amen.
Vr. Worden ons ook door het kruismaken eenige geheimen beteekend 2
A. Ja; en wel het geheim der H. Drieëenheid, en der menschwording onzes Heeren.
Vr. Hoe verklaart gij dit?
A. Het geheim der H. Drieëenheid, belijd ik, zeggende : in den naam, en niet, in de namen, waardoor ik eenen God beken, en er bijvoegende : des
9
DE KEEKPLECHTIGHEDEN
Vaders en des Zoons en des II. Geestes ; doe ik belijdenis der drie Personen in de Godheid.
Yr. Hoe beduidt gij in het hruismaken de mensch-wording onzes Heeren ?
A. Door dat ik mijne hand breng van het voorhoofd tot de borst, beduid ik hoe Gods Zoon bij zijne menschwording van den hemel is nedergedaald op de aarde ; en ik breng mijne hand van den linker schouder tot den rechter, om te beteekenen, dat wij door zijn H. Kruisdood, van den staat der zonden, tot den staat der genade gekomen zijn.
Vr. Waarom maakt men somtijds een_ klein kruisje op het voorhoofd, op den mond en op de horst 1
A. Om ons te bevrijden van alle kwade gedachten, woorden en werken.
Vr: Waarom maakt men dit kleine kruisteeken op het voorhoofd, den mond en de horst voor het lezen van het Hvangelie ?
A. Om te toonen, dat wij de leer van het Evangelie in ons geheugen willen behouden, met onzen mond belijden, en van harte met onze werken naar hetzelve leven,
Heix. De beteekeningen van het kruismaken zijn allen zeer mooi. Pastoor ! maar dat kan ik alles er niet bij onthouden, zoo dikwijls ik een kruis maak.
Past. Het is genoeg, lieve jongen ! dat gij de beteekeningen daarvan weet, dan kunt gij het somtijds nog eens gedenken; zorg maar, dat gij het kruisteeken met vollen eerbied maakt, en niet zóó als of gij de vliegen verjaagt.
Het maken van het kruisteeken, moet men niet gering schatten, het is een der schoonste en eerbiedwaardigste van alle ceremoniën, het is een oud gebruik dat van de Apostelen afkomstig is. In de eerste eeuwen der Kerk was dit gebruik reeds zeer algemeen, zooals wij in de schriften der H. Vaders lezen. ïehtulliaxus, die in de tweede eeuw leefde.
10
veeklaaed.
schrijft aldus: âBij iederen stap dien wij doen, bij iedere handeling, welke wij verrichten, wanneer wij ons wasschen of kleeden, wanneer wij ons aan tafel neerzetten of ter ruste begeven; in een woord, bij alles, wat wij doen, beginnen wTij immer met het Kruisteeken op ons voorhoofd te drukken. Te vergeefs zoekt gij in de H. Boeken eene wet, die dit gebiedt; gij zult er daar geene vinden. De overlevering is het, die deze oefening heeft ingevoerd, het gebruik heeft haar bekrachtigd en de getrouwheid heeft haar bewaard.quot; Men moet een eerbiedig gebruik van het kruisteeken maken; want het is eene openbare belijdenis, dat wij leerlingen van onzen gekruisten Verlosser zijn; het is een kort gebed, om door de verdiensten van jbstjs, wat goed is, van den hemelschen Vader te erlangen; het is een bewijs, dat wij alles in den naam van den Gre-kruisigden willen verrichten, en tevens een voortreffelijk middel, om de duivelsche aanvallen en bekoringen te verdrijven.
Maar zeg mij eens, hein ! waarmede bespreukt men zich somtijds, wanneer men een kruisteeken maakt ?
Hein. Met wijwater.
Past. Kinderen! weet gij wel wat wijwater is, en waartoe het wijwater dient? Luistert nu eens op deze vragen, de antwoorden zal ik er bijvoegen.
Wijwater.
V. Wat is wijrcatar ?
A. Wijwater is water met zout gemengd, en tot zekere gebruiken door kerkelijke gebeden gezegend.
Vr. Waarom wordt het wijwater door kerkelijke gebeden yezeg end ?
A. Opdat door de gebeden der H. Kerk, welke over het water worden uitgesproken, de onreine geesten van ons wegvluchten, en onze zielen door
11
de keekpiechtigheden
het levende water (dat ia door de genade des H. G-eestes, welke jEsrs (I) heeft beloofd aan hen die oprecht in Hem geloovenj mogen gezuiverd en gelaafd worden.
Vr. Wat zegt men, terwijl men zich met wijwater besproeit!
A. Heer! besproei mij, en ik zal gezuiverd worden; wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw (2).
Vr. Heeft het water dan eenige kracht uit zichzelf?
A. TJit zich zelf heeft het geen de minste kracht; maar geheiligd door het gebed, en gebruikt met een waar berouw des harten dient het om ons van da-gelijksche zonden te zuiveren, en ons tot meerdere godvruchtigheid te bereiden,
Vr. Waarom wordt het water met zout gemengd ?
A. Om te beteekencn, dat de vergiffenis, ook van dagelijksche zonden, niet verkregen wordt zonder boetvaardigheid, welke door het bijtende van het zout beduid wordt.
12
Past. Eene schoone voorafbeelding van dit gezegend water en zout, vinden wij in het 4de Boek der Koningen, 2de Hoofdst. Wij lezen daar, dat de Profeet elizeus het schadelijke en ongezonde water bij Jericho met zout vermengde, en weder gezond maakte. De H. alexandee, die de zesde Paus na den H. peïbtjs geweest is, en geleefd heeft in het jaar 119, schrijft van het wijwater: âWij âzegenen het -water met zout gemengd voor het âvolk, opdat allen, die men daarmede besprenkt, âgeheiligd en van dagelijksche zonden gezuiverd âworden. Als de onvruchtbaarheid van het water,quot; aegt hij, âwerd weggenomen, toen de Profeet bli-âzetjs het met zout vermengde hoe veel te meer zal het zout, door goddelijke gebeden geheiligd.
(1) Joan IV. (2) Psalm L. 9.
TERKXAABD.
âde onvruchtbaarheid zuiveren, de overige goederen âvermenigvuldigen, de bekoringen des duivels af-werenquot; (1). Ziet hieruit, kinderen ! van welk een aloud gebruik in de Kerk het wijwater is; bedient er u veeltijds van, maar altijd met eene godsvruchtige meening, zoo dikwijls als gij in de kerk gaat, om te bidden, daartoe hangt het in bakjes bij de ingangen van de kerk; â als gij opstaat of slapen gaat, daartoe plaatst men het in de slaapvertrekken ; â ook is het dienstig als men tot zonde bekoord wordt, of als het onweder is ; ook de zieken worden dienstig daarmede besproeid. Bij de meeste kerkelijke inzegeningen moeten de Priesters hetgene wat zij zegenen, met wijwater besprenken.
Kaatje. Als het wijwater tot zoo een heilig gebruik gezegend is, dan zal liet ook wel zonde zijn hetgeen wat ik eens gezien heb : twee jongens speelden buiten kerktijd achter in de kerk en zij besproeiden elkander met wijwater zoo nat als zij maar konden.
Past. Dat wenschte ik ook wel eens gezien te hebben ; heden ! wat zou ik die jongens ....!.' Leert daaruit nooit in de kerk te spelen ; want de kerk is eene plaats alleen tot de G-odsdienst ingewijd, en wilt vooral geene gewijde zaken misbruiken.
Betje. Is de kerk dan ook gewijd. Pastoor ?
Past. Ja, kind! daarvan zal ik naderhand nog eens spreken, wij willen nog eerst handelen over andere gewijde zaken, als gewijde Asch, Palmen en Kaarsen; doch liefst op eenen volgenden keer, dan kunt gij deze les beter onthouden.
TWEEDE LES.
Past. Wie van u, kinderen! weet mij nu het beste te zeggen, waarvan wij laatst omtrent de Kerkplechtigheden gehandeld hebben ?
(1) Pouget P. 3. S. 2. c. 3. § 10: InCanone Alexandri.
13
DE KEEKPLECHTIGirEDEN
Hein. Ik wel, Pastoor! toen is gehandeld over de Ceremoniën, en in liet bijzonder over het Kruis-maken en over het wijwater; want ik heb sedert met veel meer aandacht het kruis gemaakt en mij meer met wijwater besprenkt, dan te voren.
Past. Zoo, kinderen ! dat is braaf dat gij niet alleen leert, wat die schoone dingen beteekenen, maar dat het u ooit opwekt tot meerder aandacht. Ik heb u laatst beloofd wat uitteleggen van de gewijde Asch, Palmen en Kaarsen; let dan nu eens op de volgende vragen.
Gewijde Asch.
Vr. Wanneer icordt de Asch gewijd ?
A. Op den eersten quot;Woensdag van de Vaste, die men daarom Assche-Woensdag noemt.
Vr. Tot wat einde icordt de Asch gewijd?
A. Voornamelijk, opdat G-od hun, die daarmede bestrooid worden, een rouwmoedig hart en de vergiffenis hunner zonden verleenen moge.
Vr Met toelke gemoedsgesteltenis zal men de gewijde Asch ontvangen ?
A. Met eenen geest van ootmoedigheid, bekennende voor Grod, dat wij stof en asch zijn, en om onze zonden tot stof en asch zullen wederkeeren ; en met een rouwmoedig hart over onze zonden, toonende voor G-od en de menschen, dat wij de H. Vaste onder de gewijde asch beginnen om voor onze zonden te boeten.
Vr. fFiit spreekt de Friester, terwijl hij ons met asch teekent ?
A. Gredenk, mensch! dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeeren (1).
14
Past. De Asch, kinderen! is ten allen tijde een
Cl) 1 B. Mozes III.
TEEKLAAHD.
zinnebeeld van boetvaardigheid geweest. God zelf beval den kinderen van Israël, om zich tot een tee-ken van boetvaardigheid met asch te bestrooien (1). De inwoners van Ninivé, zelfs tot den Koning toe, bestrooiden, ten blijke van boetvaardigheid, hunne hoofden met asch op het spreken van .ioxas (2).
Gewijde Palmen.
Vr. Waarom worden op Palm-Zondag, of de laatste Zondag voor Paschen de Palmen gewijd?
A. Tot aandenken, hoe de Israëlieten den Zaligmaker met palmen te gemoet gingen, en Hem juichende met blijdschap inhaalden in de stad Jeruzalem.
Vr. Waarom worden dan de Palmen door kerkelijke gebeden ingezegend?
A. Opdat zij, die de Palmen met godsvruchtig-heid dragen, naar lichaam en ziel van God mogen beveiligd worden ; en de bewoners dier huizen, in welke gezegende Palmen gebracht worden, van (rod mogen beveiligd worden tegen alle onheil en listen des duivels.
Vr. Welk zinnebeeld geven ons de groene Palmen ?
A. Zij beteekenen ons de goede werken, met welke wij jesus onzen oppersten Koning, moeten tegemoettreden.
Cheisje. Voor kinderen. Pastoor! is het toch maar een speeltuig. Wij plachten eertijds wel veertien dagen vooruit, van een mooien palmbosch te spreken. De meest versierde was de liefste, dan zongen en speelden wij daarmede; zou dit ook zonde zijn ?
15
Past. De vreugde der kinderen, cheisje ! kan ons verbeelden, de blijdschap, met welke de Israëlieten den Heiland binnen de stad voerden: zóó ge-
(1) Jevem. XXV. (2) Jon. III.
de kerkplechtigheden
nomen is bet geen misbruik. Maar als de kinderen, met hunne gezegende Palmen, uit de kerk weder te huis komen, dan behoort de vader of moeder den gewijden Palm te bewaren, en die niet langer tot speeltuig der kinderen te laten. Zoo een gewijde Palm wordt met eerbied te huis bewaard ; ook wel gevoegelijk gebruikt bij de bediening van een zieke, of bij andere omstandigheden, om daarmede wijwater te sprenkelen, ten einde ons alzoo deelachtig te maken aan de gebeden en zegeningen, die van de H. Kerk over de Palmen gesproken zijn.
Gewijde Kaarsen.
Om u nu, kinderen ! over de gewijde Kaarsen te onderrichten, welke op majtia-zuivering, of maeia-Lichtmis, den 2den Februari, in de kerk worden ingezegend, moet ik u vooruit iets over den Feestdag verklaren. De H. Kerk viert alsdan het godsvruchtig aandenken, hoe de Allerheiligste Maagd, haren goddelijken Zoon jestjs, het ware licht der Heidenen, te Jeruzalem in den tempel aan den hemelschen Vader opdroeg; bij welke gelegenheid de oude simbos' Hem met blijdschap op zijne armen nam, en Hem noemde: een licht tot verlichting der Heidenen (1). Al van vroegere eeuwen, is het een gebruik in de H. Kerk dat op dien Feestdag waskaarsen gezegend en ontstoken worden. Wil nu hieromtrent op de volgende punten letten.
Vr. Waartoe worden op dien day de gewijde kaarsen ontstoken ?
A. Om te beduiden, hoe chbistus het ware licht der wereld is, ook tot een vreugdeteeken, dat Hij als het ware licht aan den ouden simeon verschenen is.
16
Vr. Waartoe wil ons de Kerk door die brandende lichten opwekken ?
(1) Luc. II: 32.
teeklaaed.
A. Dat wij gelijk de wijze Maagden den Heiland met brandende lichten van goede werken zouden tegemoetkomen.
Vr. Tot welk einde worden dan de kaarsen door de ze-geningen ingewijd?
A. 1. Opdat degene, die dezelve medenemen, naar ziel en lichaam van God beschermd worden, te water en te lande. 2. Opdat de vorsten dei-duisternis en hun aanhang, met vrees en beven die plaatsen ontwijken waar zij ontstoken worden. 3. Opdat onze harten door het onzichtbare licht des H. Greestes verlicht mogen worden, en het vuur der liefde in onze harten gloeie. Deze gunsten mogen wij van God verwachten, uit kracht der gebeden, welke de priester uit naam der H. Kerk bij de inzegening gedaan heeft.
Kaatje. Als ik nu te huis kom, kan ik moeder weder zeer veel verhalen, van hetgene wat ik heden geleerd heb.
Past. Zoo, kinderen! dat staat mij bijzonder aan, wat kaatje zegt. Als ieder van u zich gewent, te huis te verhalen, wat gij in de kerk gehoord hebt, dan kunt gij het naderhand beter onthouden.
hein. Daarom moet ik altijd zoo net acht geven; want vader vraagt mij altijd 's avonds waar de Pastoor over geleerd heeft, ik weet er dikwijls wel een deel van, maar alles kan. ik zoo niet onthouden.
Past. Het is genoeg, kinderen! dat gij maar het voornaamste onthoudt; als gij u eerst gewent te vertellen wat gij onthouden hebt, leert gij dit op den duur zoodanig aan, dat gij naderhand in staat zijt, om eene geheele les te verhalen.
DEEDE LES.
Beelden.
Vr. Waartoe dienen ons de Heelden des Heilands of der Heiligen ?
17
BE KEEKPIECHTIamp;HEDEN
A. 1. Om ons het leven, lijden en sterven van onzen Zaligmaker, alsmede dat van de Heiligen en groote vrienden Gods indachtig te maken; en ons tot liefde jegens Grod op te wekken. 2. Om door het aanschouwen dier beelden ons op te wekken, het leven van den Heiland en de voorbeelden der Heiligen na te volgen.
Vr. Wat leert de Kerk omtrent de Beelden ?
A. De Kerkvergadering van Trente zegt; men behoort de Beelden van ciraisTUs, van de Moeder Grods en van andere Heiligen voornamelijk in de Kerk te behouden, om deze behoorlijke eer en hoogachting te bewijzen (1).
Vr. Hoe stelt de Kerk die eerbetcijzing voor ?
A. Niet alsof er geloofd wordt, dat er iets goddelijks of eenige kracht in de beelden is, waarom wij zouden verplicht zijn, die te eeren, maar omdat de eer, die wij aan de beelden bewijzen, gericht wordt tot hen, die zij verbeelden.
Yr. Is het Maken der heelden niet strijdig tegen Gods gebod; gij zult geen gesneden beeld maken ?
A. Neen; want dan zou alle schilderkunst, snij-en graveerkunst ook verboden zijn. Op G-ods bevel werden wel beelden of gelijkenissen gemaakt van de Cherubijnen op de Arke des Verbonds (2). In den tempel van Salomon waren menigvuldige beelden van Cherubijnen, zoo wei geschilderde als ge-gotene, om die heilige plaats te versieren (3). God heeft alleen verboden beelden te maken, om die te aanbidden, of eenige goddelijke eer te bewijzen.
Vr. Is het eeren der Beelden reeds een zeer oud gebruik in de Kerk ?
18
A. Ja; tebtullianus zegt omtrent het jaar 200: dat op de kelken der geloovigen het beeld van
(1) I Cone. Trid. Sess. XXV. (2) I B. Mozcs XXV, 13. (3) 3 B. der Kon. VI, 23.
vehklaard.
Christus, voorstellende den goeden Herder met het verloren schaap op zijne schouderen, afgebeeld was (I). âDe gedachtenis van de Beelden der heiligen te eeren,quot; zegt de H. basilius, âis openbaar: dit is ons van de Apostelen overgeleverd.quot;
Vr. Wat moet men van mirakuleuze of wonderbeelden denken; hunnen die heelden ook eenige wonderen doen ?
A. Wanneer eenige wonderen daarbij geschieden , doet G-od die alleen, bewogen door de voorspraak dier Heiligen, welke onder deze beeltenis worden voorgesteld; of op het groote vertrouwen, hetwelk een Christen daar op Gods almacht stelt. Men kan ook aanmerken, dat G-od op zulk eene plaats, waar het Beeld zijns Zoons of dat zijner Heiligen geplaatst is, bijzonderlijk wil geëerd en verheerlijkt worden.
Jan. Verleden week, Pastoor! was een Protes-tantsch buurman in ons huis ; hij sprak met vader ook over onze Beelden, waarvoor hij wel achting toonde. Ik hoorde hem zeggen, ik kan toch niet begrijpen, dat de afbeelding van de H. Drieëenheid of van de drie goddelijke personen lichamelijker wijze wordt voorgesteld, daar God een zuivere Geest is, en geen lichaam heeft.
19
Pasx. Dat zal ik u verklaren, kinderen! hetgeen wat jan hier zegt, verdient wel opmerking. Hierdoor wordt niet de Godheid verbeeld; maar alleen eenige gedaanten, in welke God gewaardigd heeft zich te openbaren. Bijvoorb. : God de Vader als een oud Man, zittende op eenen troon, voor wien de boeken geopend worden, gelijk de profeet daxiël Hem gezien heeft (2), waardoor de eeuwigheid Gods en zijne oneindige wijsheid beteekend worden. De H. Geest wordt afgebeeld in de gedaante van vurige tongen, of van eene duif, dewijl Hij onder zulke
(1) Libr. de pudisitis. (2) Daa. VII.
de kerkplechtigheden
teekenen verschenen is (1). G-ods Zoon wordt zeker niet oneigenlijk met een menschelijk lichaam afgebeeld, gelijk als hij er mede bekleed op deze aarde verkeerd heeft.
Antokij. Ik heb wel gehoord, Pastoor! dat de Protestanten, over het eeren der beelden zeer bespottelijk spreken en ons beschuldigen alsof wij de beelden aanbidden.
Past. Dit is eene enkele lastering der Protestanten ; zulks is hun meer dan genoeg in openbare geschriften op eene overtuigende wijze bewezen. Zij spreken verachtelijk omtrent het voorstellen der beelden; en dikwijls worden er beelden van groote vorsten en krijgshelden ook door hen openbaar tentoongesteld. Waarom geschiedt dit? Is dit niet om de gedachtenis dier groote mannen te verlevendigen, en de voorbeelden dier dapperen ter navolging aantebevelen ? â Waarom zou dan de Kerk niet aan hare geloovigen de voortreffelijke voorbeelden van H. Mannen verlevendigen, en dezelve door hunne afbeelding ter navolging aanprijzen ? Gij ziet daaruit, kinderen ! hoe ongerijmd de Protestanten dus over onze beelden spreken.
Heik. Men zegt, Pastoor! dat ons Altaarstuk een zeer treffelijk kruisbeeld zou zijn.
Past, Dat is het ook, hein ! maar hierover, kinderen ! moet ik u nog eene nuttige aanmerking zeggen.
20
Beelden worden ongelijk beschouwd. Yele maken grooten ophef van een beeld, dat naar de kunst geschilderd of gehouwen is, zij roemen, als zij zoo een meesterstuk bezitten; maar dit is geen bewijs, dat zulk een beeld daarom veel vrucht bij hen verwekt. Als een beeld ons stichten zal, ligt dit meer aan de wijze, hoe wij een beeld beschouwen,
(1) Matth. Ill, 13. Hand. 11, 3.
verklaard.
dan wel aan de schoone en natuurlijke eigenscliap van een beeld zelf. Als liet aanzien van een kruisbeeld, al is het ook van geringer soort, u te binnen brengt de groote liefde van uwen Verlosser, die den schandelijken kruisdood voor u gestorven is; en gij hierdoor opgewekt wordt, om God weder te beminnen; als het kruisbeeld u indachtig maakt, hoe geduldig uw Heiland de zwaarste pijnigingen geleden heeft en u bij uw lijden tot geduld verwekt, dan trekt gij ware vrucht van het beeld. Men moet dus niet zoo zeer op de kunstige vorming van een beeld letten, als wel op datgene, wat het ons ter navolging voorstelt. Overigens zijn de natuurlijkste beelden zeker de beste.
Reliquiën.
Vr. W'at verstaat men door Reliquiën?
A. Reliquiën zijn overblijfselen van hetgeen den Heiland of de Heiligen op eenige wijze heeft toebehoord, hetzij van hunne lichamen, gebeenten, kleederen enz.
Vr. Hebben de Reliquiën ook eenige kracht of vermogen ?
A. Zij hebben geene kracht uit zich zelve; maar G-od heeft menigmaal wonderen getoond bij de overblijfselen der Heiligen. Zoo getuigt de H. hie-honymtjs, dat het lichaam van den H. hilariox tien maanden na zijn dood nog ongeschonden bevonden is (1). De H, AUGtrsTrtms wijst aan: 23 onderscheidene wonderen, meest in zijne tegenwoordigheid geschied bij de overblijfselen van den H.
stefhaisxs (2).
21
Vr. Waarom eeren wij de overblijfselen der Heiligen?
(1; Hier. in vita S. Hilar. (3) Aug. libr. XX, de Civ. Dei.
de keekplechtigheden
A. Dewijl hunne lichamen de levendige ledematen van cheisttts en de tempels van den H. G-eest zijn geweest; dewijl zij van Christus ten eeuwigen leven zullen verwekt en verheerlijkt worden, en God daardoor vele weldaden aan de menschen bewijst (1).
Geebit. Ik heb wel eens gehoord van Heiligdom, Pastoor! zijn dat ook Eeliquiën.
Past. Neen, Geebit ! weet gij nog niet wat Heiligdom is? Heiligdom wordt ook wel Agnus Dei genoemd: dit is niets anders dan eenig wit was, waarop dan de gedaante van een lam geprent staat, hetwelk door den Paus tot godvruchtige einden gezegend en met het H. Chrisma gezalfd is, gelijk water en zout tot wijwater gezegend wordt; opdat de geloovigen, die het godvruchtig bewaren, deelachtig mogen worden aan de zegeningen, door den Paus daarover uitgesproken.
Kaatje. Zijn hier in de kerk ook eenige Tieli-quiën der Heiligen, Pastoor?
Past. In de meeste kerken in Nederland worden weinig Eeliquiën gevonden, die ter openbare vereering zijn uitgesteld, want ten tijde der Reformatie zijn in de vervolging, die de Katholieken toen ondergingen, en door de verwoesting der kerken, de meeste Eeliquiën verloren gegaan, en van velen die nog zijn overgebleven, zijn de echte brieven of bewijsstukken zoek geraakt. De Eeliquiën, waarbij geene brieven van echtheid gevonden worden, mogen niet tot openlijke vereering worden voorgesteld, om alle misleiding of bedrog voor te komen; echter zijn in den Altaarsteen eenige Eeliquiën aanwezig.
jan. Een Altaarsteen, Pastoor! wat wordt daardoor verstaan? dien heb ik nooit gezien.
22
Past. Te midden op de tombe van ieder Altaar, jan ! waar de H. Misoiferande wordt opgedragen,
(1) Cone. Trid. Sess. XXV, de inv. Sanct.
quot;verklaard.
moet altijd een steen geplaatst liggen, die daartoe door den Bisschop bijzonder gezalfd en ingezegend is: hij ligt onder de Altaar-dualen, en boven dien steen wordt het Corporaal uitgespreid, waarop de kelk geplaatst en de H. geheimen der Misoft'erande verricht worden. G-elijk in de eerste eeuwen der Kerk, boven de graven der Martelaren wel Altaren werden opgericht, waar het H. Misoft'er werd opgedragen, deels om door een eerbiedig aandenken hunner overblijfselen tot navolging hunner schoone voorbeelden aangespoord te worden, deels om door hunne voorspraak bij God te verkrijgen, dat wij waardig mogen zijn, om de heilige en ontzaggelijke oöerande aan God, op eene Hem behagelijke wijze op te dragen; zoo is nog ten huidigen dage in iederen Altaarsteen eene plaats, welke men het sepulcrum of grafstede noemt, waarin eenige Eeli-quiën der Heiligen besloten worden. Even daarom draagt nog de uitslaande tafel van het Altaar den naam van tombe , dat is graf of grafstede. Leert hieruit, kinderen! altijd uwe hoogachting aan het Altaar te bewijzen om de overblijfselen der Heiligen, welke aldaar rusten, en wel voornamelijk om de aanbiddingswaardige oft'erande, welke op het Altaar aan God van tijd tot tijd wordt opgedragen.
Chrisje. Zouden de Protestanten ook niet met het vereeren der Reliquiën spotten. Pastoor !
23
Past. Ja, Chrisje! dit doen zij, maar ook toch zonder redenen: vermits men van het eeren der Eeliquiën de schoonste voorbeelden in de H. Schrift aantreft. Toen de Israëlieten uit Egypte trokken, om naar het beloofde land te reizen, nam mozes met veel eerbied het gebeente van den Patriarch jozef mede (1). Door het aanraken der beenderen van den Profeet elizeus verwekte God een doode
(1) 2 ü. Moz. XIII: 19.
DE K'EEKPLECIITIGTIEDEjr
ten leven (1). De vrouw, die 12 jaren lang aan het L-loedvloeien geleden had, werd door liet aanraken van den boord van jesus kleed wonderdadig genezen (2). De zieken, die door de schaduw van petrus overlommerd werden, werden gezond (3). Men legde de zweet- en gordeldoeken van pauitis op de zieken en zij werden genezen; anderen werden van booze geesten verlost (4).
VIERDE LES.
Veertigdaagsche Vaste, Quatertemperdagen, Vigiliën enz.
Past. Hebt gij de laatste les nog goed onthouden, kinderen ?
Chbisje. Ja, Pastoor! ik heb aan mijne ouders er zeer veel van verhaald.
Past. quot;Wat hebt gij hun dan voornamelijk daarvan verteld?
Cheisje. Hetgeen toen is uitgelegd van het eeren der beelden, en bijzonderlijk waarom de drie Q-oddelijke Personen lichamelijk worden afgebeeld en hoe wij een beeld moeten aanzien om er vrucht van te trekken, van de Eeliijuiën, van den Altaarsteen en meer andere mooie dingen, en ook nog van de tombe, waarom die zoo genoemd wordt.
Past. Zoo, kinderen! ik kan u niet genoeg zeggen, hoe nuttig het is, dat gij u gewent, het voornaamste weder te vertellen, wat gij in de les gehoord hebt. Nu eens verder over de vastendagen.
Vr. Wdke zijn de vasten- en onthoudingsdag en, die de Kerk heeft vastgesteld?
24
A. De veertigdaagsche vaste, de quatertemper-
(]) i B. der Kon. XIII; 24. (2) Matth. IX. (3) Hand. V: 15. (4) Hand. XIX; 9.
teekxaaed.
dagen, de vigiliën, de kruisdagen, de H. Mareusdag, de adventsvaste, en de Vrijdagen en Zaterdagen van iedere week.
Vr. Waarom is de groote Vaste voornamelijk incjesteld?
A. Opdat wij ons veertig dagen zouden versterven naar het voorbeeld van den Heiland , die om onzent wil veertig dagen en nachten gevast heeft in de woestijn; alsmede, om voor onze zonden te boeten, en om ons tot het hoogfeest van Paschen behoorlijk voor te bereiden.
Past. Deze veertigdaagsche vaste, kinderen! is een tijd van bijzondere godsvrucht, de Kerk wekt ons dan niet alleen op tot vasten, maar ook tot het gebed en tot het geven van aalmoezen; dan ziet men wekelijks over dag menigmaal de kerk vol volk, om de H. Misofferande bij te wonen; dan wordt alle dagen het Evangelie voorgelezen. De Kerk verbiedt in den H. vastentijd alle openbare en luidruchtige vrolijkheden, en wenscht, dat wij alsdan in eene heilige en afgetrokkene stilte leven, ons toeleggende op de beschouwing van .tesüs bitter lijden, dat wij in ons zelve gaan, om onze zonden te overwegen , daarover boetvaardigheid plegen, en ons door oprechte bekeering geheel tot Grod wenden.
Vr. IFat beteekent het ivoord Quatertemperdagen?
A. Quatertemper beteekent Vier Tijden, en wil hier zeggen, vier tijden des jaars, op welke vastendagen bepaald zijn.
Vr. Tot welk einde zijn de Quatertemperdagen verdeeld ?
A. 1. Om in ieder jaargetijde eenige boetvaardigheid en versterving te oefenen. 2 Om G-od te danken voor de ingezamelde vruchten der aarde, en om den zegen over nieuwe vruchten van Hem af te smeeken. 3. Dewijl op die dagen de jonge Priesters gewijd worden; om dus door vasten en bidden van God te verwerven , dat Hij waardige Priesters aan zijne Kerk gelieve te verleenen.
25
BE KEBKPLECHTIGHEDEN
Past. Op zulke Quatertemperdagen , kinderen ! moet gij trachten, zno het de tijd eenigszins toelaat, des morgens de H. Misofferande bij te wonen ; want het ia eene uitmuntende weldaad, dat God waardige Priesters aan zijne H. Kerk verleent, waarvan de bevordering van het heil der geloovigen in groeten deele athangt. Daartoe vastten en baden ook de Apostelen en eerste Christenen (1).
Vr. Waartoe wordt op de Vigiliën voor sommige feestdagen gevast?
Past. Opdat wij beter bereid zouden worden, die feestdagen bekwamer te vieren.
Cheisje. Vigilie, Pastoor! wat wil dat zeggen?
Past. Het woord Vigilie, kinderen! komt van het latijnsche woord vigilare, hetwelk waken, of nachtwachthouden beteekent. Deze vigilie-dagen zijn afkomstig van eene zeer oude gewoonte der Christenen, welke daags voor eenen grooten feestdag in hunne bidplaatsen bijeenkwamen, en aldaar een groot gedeelte van den nacht in vasten en bidden doorbrachten. Dit was reeds in het jaar 98 een gebruik in de Kerk; immers plinius spreekt van deze vigiliën der Christenen ten tijde van den keizer tbajakts (2). Deze gewoonte is echter naderhand, om eenige misbruiken die er bij voorvielen, afgeschaft, en veranderd in de vastendagen, zooals wij die nu houden.
Vr. TP at beteekenen de Kruisdagen voor ons Seeren Hemelvaart 1
A Deze worden ook biddagen genoemd : zij hee-ten kruisdagen, omdat men eertijds op deze dagen bij openbare processie alleen het kruis omdroeg, gelijk nog in vele Katholieke landen geschiedt.
26
Vr, Waartoe zijn deze kruis- of biddagen ingesteld, en waarom wordt dan gevast?
(1) Hand. XIII; 2. (2) Ripp. I. B. 7 Cap.
YEHKLAAED.
A. Om door bidden en vasten van G-od den zegen aftesmeeken voor het gewas ; alsmede dat Hij alle straften en plagen genadig van ons moge afwenden.
Yr. Heeft de Kerk nog niet een anderen zoodanigen hid- en vastendag bepaald?
A. Ja; den Feestdag van den H. mabcus op den 25sten April.
Past. De vastendagen zijn ook al van een zeer oud gebruik. Van het vasten op de kruisdagen spreekt reeds de H. augustiktjs te zijnen tijde. En de vastendag op den Feestdag van den H. mabcus is door den H. ghegoritjs in het jaar 590 der Kerk ingevoerd, om door vasten en bidden den algoeden Vader der menschen te bewegen, tot het doen ophouden van straffen; want destijds heerschte te Eome eene vreeselijke pestziekte, welke menschen en vee ten grave sleepte. (1).
Alhoewel nu in ons land, op die dagen geene processiën gehouden worden, zoo wordt evenwel de Litanie van alle Heiligen openlijk in de Kerk voorgelezen, en daarom moet gij op die dagen vlijtig ter kerk gaan, om door gezamenlijke gebeden te verkrijgen, dat het teedere gewas, hetwelk in dit jaargetijde aan vele gevaren is blootgesteld, door den algoeden Vader moge behouden en gezegend worden.
Zeg mij nu eens, heik ! hebben wij zoo even nog meer vastendagen opgenoemd ?
Heix. Ja, Pastoor ! de Adventsvasten en de ont-houdingsdagen op alle Vrijdagen en Zaterdagen van iedere week.
Past. Waarom onthoudt men zich op Vrijdag en Zaterdag van vleeschspijzen ?
27
Het geschiedt ter gedachtenis van het lijden des
(1) Durand Rogat, Libr. XI.
DE KEEKPLECHTIC HEDEir
Heeren, die op Vrijdag voor ons geleden heeft en gestorven is en op Zaterdag in het graf heeft gelegen.
VIJFDE LES.
Past. In de veertigdaagsche vaste, kinderen! en bijzonder in de laatste dagen voor Paschen komen verscheidene Kerkplechtigheden voor, welke ik u in deze en de volgende les zal trachten te verklaren
Bedekking der Kruisea.
Van den vijfden zondag in de vaste, genaamd Passie-zondag, tot den Stillen of G-oeden Vrijdag worden de kruisbeelden in de kerk met een paar-schen sluier overdekt.
Vr. Waarom worden alsdan de kruisen overdekt?
A. Om de geloovigen meer optewekken tot het godvruchtig overwegen van jesüs lijden ; en dewijl de Zaligmaker vóór zijnen aanstaanden dood zich wat in het verborgen hield, omdat zijn uur nog niet gekomen was, en daarom niet meer zoo openbaar bij de Joden verkeerde, zoo als het Evangelie van dien Zondag zegt: Jesus verborg zich en ging uit den tempel.
Past. Men leest, dat een beroemd schilder, als hij groote en aandoenlijke smarten eener aanziea-lijke Mevrouw, welke zij in het hevigste van haar lijden ondergaan had, bij het afbeelden van hare gelaatstrekken door het penseel niet genoeg wist uittedrukken, eenen zwarten doek over het geheele aangezicht getrokken had ; willende daardoor te kennen geven, dat hare smarten wel konden beschouwd, maar niet genoeg uitgedrukt worden. Zoo iets schijnt ons de Kerk te willen aanduiden door het bedekken der kruisen.
28
YEKKLAAHD.
G-edurende die dagen, kinderen! worden in de priesterlijke getijden en in de kerkelijke diensten de blijde verzen of gezangen, als liet Gloria Patri tot teeken van droefheid over het lijden onzes Heeren achtergelaten-
Witte Donderdag. Het H. Graf.
Vr. Waarom icordl die dag Witte Donderdag genoemd?
A. Deze benaming heeft het volk aan dien dag gegeven even gelijk de benaming drie Koningenfeest (epiphania), lichtmis (purificatio); omdat de Priesters in den vastentijd in het Paarsch gewoonlijk gekleed, dien dag in een plechtig wit gewaad de H. Mis doen.
Vr. Wat heeft Christus op dezen dag verricht?
A. Op den avond voor zijn lijden heeft Hij, nadat Hij eerst met de Apostelen, volgens de Joodsche wet het Paaschlam gegeten had, het Allerheiligste Sacrament des Altaars ingesteld, en te gelijk de H. Misofferande opgedragen, waarbij Hij zijne Apostelen tot Priesters wijdde, daar Hij hun beval, ditzelfde te doen ter gedachtenis van zijn bitter lij den (1).
Past. De kerk wil ons dit aandenken door buitengewone Ceremoniën op dezen dag verlevendigen. quot;Waar meer Priesters in eene kerk aanwezig zijn, leest slechts een Priester de H. Mis, terwijl de andere alleen communiceeren. Kinderen! weet gij wel waarom? Dewijl de Apostelen toen als Priesters uit de hand van den Zaligmaker de H. Communie ontvangen hebben.
29
De Priester consacreert op dien dag twee groote Hostiën, eene voor de H. Mis van dien dag, en de andere voor die van den Vrijdag, op welken de
(1) Luc. XXII.
de KEEKPLECHTiaHEDEN
Priester wel nuttigt, maar niet consacreert. Nu wordt na de H. Mis deze H. Hostie plechtstatig over-gebraclit naar eene daartoe bereide plaats in de kerk, welke men het H. Graf noemt, alhoewel deze benaming ten minste voor dien dag noch wat oneigenlijk is: dewijl onze Zaligmaker dan nog in het H- Sacrament als levendig tegenwoordig is; waarom volgens de kerkelijke rubrieken deze plaats met waslichten, bloemwerk en andere sieraden van verschillende kleuren, doch niet met zwart, behoort versierd te worden (1),
Om nu op dezen gedenkwaardigen dag jesus in het aanbiddelijk Sacrament, hetwelk in het H. G-raf wordt bewaard, te eeren ter gedachtenis van zijn bitter lijden, wordt in verscheidene kerken van quot;Witten Donderdag tot Stillen Vrijdag gedurige aanbidding gehouden, terwijl sommige geloovigen bij afwisseling daartoe bepaalde biduren aannemen ; dan ziet men, bijzonder tegen den avond, dat het Allerheiligste Sacrament door eenen grooten toevloed van volk bezocht, en met bijzondere godsvrucht aangebeden wordt.
Betje. Waarom, Pastoor! wordt op dien dag onder de H. Mis een houten ratel in plaats van schel gebruikt ?
30
Past. De H. Mis van dien dag, kinderen! wordt met deze bijzondere Ceremoniën verricht. Onder het zingen van den Gloria in excelsis wordt voor de laatste keer met de klokken geluid of gescheld en met het orgel gespeeld ; hierna verandert alles als in eene doodsche stilte, daarom bedient men zich van een ratel in plaats van de schel, zoodat deze drie dagen van Donderdag tot Zaterdag aan den Gloria geene klokken, schel, noch orgel gebruikt worden.
(1) Romsee Tom. III. A. XII. § II.
verklaard.
Vr. Wat beteekent het stilzwijgen der klokken enz. !
A. Dit stilzwijgen wil te kennen geven de droefheid der geloovigen over het lijden en den dood van Christus. In den geestelijken zin beteekent dit het stilzwijgen der Apostelen, die zich bij het gevangennemen van Christus gingen verbergen.
Past. De klokken, kinderen! zijn niet oneigenlijk een zinnebeeld van de geestelijke herders en bijzonder van de Apostelen, want wat de klokken doen, dit zijn ook de geestelijke herders gehouden te doen (1). G-elijk de klokken de menschen herinneren, om op gezette uur en plaats God aan te bidden, zijn de geestelijke herders verplicht door hunne levende stem dezelve van tijd tot tijd daartoe aan-tezetten.
Vr. Waarom wordt het altaar na de H. Mis van alle sieraden en dwalen ontboot ?
A. Om in eenen geestelijken zin uittedrukken dat Christus, die door het Altaar beduid wordt, bij de geeseling en kruisiging, van zijne kleederen ontbloot werd.
Jak. Wat zijn al die beduidingen aandoenlijk, Pastoor! ik verlang al om wat van den Goeden Vrijdag te hooren.
Goede Vrijdag.
31
Pasx. Deze dag, kinderen! is niet minder gedenkwaardig ; daar jesus Christus, de eeniggeboren Zoon des Vaders, op dezen dag, nadat Hij aan de Heidenen overgeleverd, gegeeseld en met doornen gekroond is, te Jeruzalem aan het schandelijke kruishout op den berg Calvarie door de verlossing van het menschelijk geslacht, zijnen smartelijken dood volbracht heeft.
(1) Pouget Inst, Cath, p. 2. S. 3. C. 3. § 10,
db keekplechtigheden
Daar op dien dag geen H. Mis gelezen wordt, geschieden er eenige treurige Ceremoniën, die eenigs-zins naar de Ceremoniën der H. Mis gelijken, en zeer aandoenlijk zijn. De Priester verschijnt in het zwarte misgewaad voor het Altaar, en strekt zich aan den voet van hetzelve geheel op den grond neder, als diep bedroefd over den dood van cheis-tus ; hij bidt in stilte en betracht dat heilig lijden. De linnen duaal, die dan op het Altaar gespreid wordt, herinnert ons aan den linnen doek, waarin het lichaam van cheistus gewikkeld werd, nadat het van het kruis afgenomen was. De Priester leest de lessen uit de boeken van mozes en de Profeten; dewijl de wet en de Profeten getuigenis geven van den dood van chhistus ; en daarna wordt de Passie gelezen.
Vr. Waarom wordt driemaal het kruis verheven en ontbloot ?
A. Dit wil zeggen dat oheisttjs, aan het kruis ontbloot, der geheele wereld ter aanbidding wordt voorgesteld.
Past. Deze driemalige verheffing en ontblooting van het kruis kan ons ook herinneren aan de groote bespotting, welke onze Zaligmaker geleden heeft. 1. In den voorhof van den Hoogepriester, toen Hem de oogen werden toegebonden. 2. Bij ïilatus, toen Hij na de geesseling uit spot gekroond werd. 3. Op den berg Calvarie, toen Hij gekruist werd.
Terwijl de Priester tot driemaal zingt; Ziet het hout des kruises, waaraan het heil der wereld gehangen heeft, antwoordt het koor: komt! Laat ons aanbidden. Als dit geschiedt, kinderen! knielt gij eerbiedig neder, om ciieistus voor de heilrijke verlossing dankbaarheid te betoonen, en Hem voor den geledenen smaad te eeren.
Vr. Waarom trekt de Friester de schoenen uit, als
32
VEEKLAABD.
hij het kruisbeeld krist, en den Zaligmaker, door het kruis verheeld, aanbidt ?
A. Uit ootmoedigheid en eerbied jegens den ge-kruisten Heiland, naar het voorbeeld van mozes bij den brandenden braamstruik, toen Grod zich aan Lem openbaarde (1).
Past. Deze dag, kinderen! werd bij de eerste Christenen zoo heilig gehouden, dat de Priesters de eeredienst steeds met bloote voeten verrichtten ; de Christenen nuttigden den geheel en dag niets dan tegen den avond water en brood (2) ; ook bij ona Christenen ia het gebruik, op dien dag, van alle melk en zuivel verboden
Na de vereering van het kruis, wordt door den Priester de H. Hostie plechtstatig uit het H. Graf gelicht en op het Altaar gebracht; daarna geschieden eenige Ceremoniën, die zoowat naar de Ceremoniën der H. Mis zweemen, doch daarvan zeer verschillen; onder deze wordt de H. Hostie ter aanbidding verheven, en de Priester nuttigt dezelve. Deze van de H. Mis zoozeer verschillende Ceremoniën, verwekken dikwerf eenen diepen indruk op de gemoederen der geloovigen, ter bespiegeling dei-droevige gebeurtenissen bij het lijden en den dood van cuiiisTUs voorgevallen.
Op aommige plaatsen wordt in het H. Graf, waar het H. Sacrament is bewaard geweest, een kruisbeeld van onzen Heiland nedergelegd, om gedurende Vrijdag en Zaterdag daarbij het aandenken van het ontzielde lichaam onzes Heeren in het graf te vieren ; waarschijnlijk dat hiervan de naam van het H. Graf ontstaat.
33
Jak. Ik heb gemeend. Pastoor ! dat de Priester op Goeden Vrijdag ook de H. Mis las, dewijl de H. Hostie verheven wordt en de Priester communiceert.
(1) 2 B. Moz, (2) Rippel 1 B. 5 C.
3
de KEEKPLECHTiaHBDBIT
Past. Neen, kinderen! de hoofdzaak der H. Mis bestaat in de consecratie, welke op dien dag niet geschiedt.
Betje. Waarom wordt op dien dag geen H. Mis gelezen ?
Past. 1. Omdat het opdragen van het onbloedige offer een teeken van vreugde is ; op dezen dag nu betreurt de Kerk den dood van haren Bruidegom. 2. De H. Mis, als het onbloedige offer, strekt tot aandenken van het bloedige offer, hetwelk Christus op dien dag voor ons aan het kruis heeft opgedragen, waarop de Kerk dan alleen hare aandacht vestigt.
De Ceremoniën op Paasch-avond zullen wij tot eene volgende les besparen.
ZESDE LES. Paasch-Avond.
Op dezen dag, kinderen! viert de Kerk de gedachtenis, dat het lichaam van cheistus in het graf gerust heeft; dan worden drie onderscheidene dingen door kerkelijke gebeden ingewijd, als : het nieuwe vuur, de Paasch-kaars en het Doopwater.
Hein. Ik en jan gingen voorleden jaar daarom al zeer vroeg naar de Kerk, Pastoor! doch wij waren nog niet vroeg genoeg opgestaan; want toen wij in de kerk kwamen, was alles reeds verricht; doch dit jaar zullen wij beter oppassen.
Past. Dan zal ik u eerst den toestel verhalen kinderen ! van hetgene dan 200 geschiedt en hoe ? zoo kunt gij de beteekenis beter leeren kennen.
Nieuw Vuur.
Voor de kerkdeur wordt eene tafel geplaatst. Hierop worden een vuurslag, zwavelstokken en een
3é
TEEKLAAED.
komfoor met gedoofde kolen of andere licht vuur-vattende stoffen geplaatst, verder zijn op de tafel een missale, kaars en wijwater aanwezig. De Priester slaat vuur uit den steen; onsteekt daarmede de brandstoffen voor het nieuwe vuur; zegent dit, en terwijl de andere lichten uitgebluscht zijn, worden deze van dit nieuwe vuur aangestoken.
Jaït. Waarom, Pastoor! wordt dan nieuw vuur ontstoken en ingezegend?
Past. Dit is nog eene herinnering aan een aloud gebruik: eertijds werd alle dagen het vuur tot kerklicht aldus geslagen en gezegend: want de Kerk gebruikte geene dingen tot de Godsdienst, of zij werden eerst daartoe gezegend. De wijding van dit nieuwe vuur was nu op Paasch-avond meer plechtig, om aan te duiden, dat cheietus, als het ware licht der wereld, dat, in het graf rustende, scheen uitgebluscht te zijn, eensklaps luisterrijk uit de dooden herrijzende, in vollen glans de aarde verlichtte (1)
Vr. Wat beduidt het, dat van dit nieuwe vuur alle andere lichten op nieuw ontstoken worden ?
A. Dit heeft deze schoone beteekenis, dat de menschen hun licht en het vuur eener heilige liefde van den herrezenen Verlosser, zonder wiens verlichting alles duister en koud is, moeten ontleenen: waarom hij zelf heeft verklaard: Ik ben gekomen om het vuur op de aarde te brengen, en wat wil ik anders dan dat het ontstoke worde? (2)
Hein. Zou dan het Paaschvuur, Pastoor! hetwelk het volk des avonds op Paaschdag met vreugde ontsteekt, daarvan ook eenige beduiding hebben?
Past. Dit vreugdebedrijf op Paschen, kinderen! door het ontsteken van die Paaschvuren, mag ons ten minste verbeelden de algemeene blijdschap onder
(1) Pouget p, 2, S. 1, C. 3, § II. (3) Luc. XII: 49
3*
35
a)E KEEKPLECHTIGHEDEN.
het volk over de zegenpralende Verrijzenis onzes Heeren ; te meer, daar in de Kerk het nieuwe vuur tot een zinnebeeld van ciieisttjs' Verrijzenis strekt.
Paasch-Kaars.
Vr. IV%t beteeleent de Pamch-Kaars ?
A. Zij is ons ten zinnebeeld van oiibistus, gelijk eertijds de vuurkolom, die den kinderen van Israël verscheen, toen zij uit de slavernij van Egypte, of van den Koning piiabao verlost werden (1), een zinnebeeld van ciieisttjs was.
Past. Toen Israëls kinderen uit Egypte trokken, zond God hun eene vuurkolom, die hen beveiligde tegen den aanval van den vervolgenden piiabao ; hun gestadig voorging, en hun door de woestijn den weg aanwees, langs welken hen God wilde voegen tot het beloofde land. Dus ook, mijne kinderen ! beschermt ons de Zaligmaker tegen de listige vervolging van den helschen riiAEAO, den duivel, dien hij door zijn kruis overwonnen heeft; en gaat hij ons met de voorbeelden van zijn heilig leven gestadig voor; wijst ons den weg aan, dien wij moeten bewandelen, om ten hemel te komen. Stelt u daarom zijn heilig leven gestadig voor oogen, en tracht zijne voorbeelden natevolgen, om gelukkig tot ons beloofde land, dat is tot den hemel, te geraken.
36
De Abt ri'pebtus verklaart ons zeer schoon, dat de Paasch-kaars een zinnebeeld van cnniSTUS is. Bij de wijding der kaars, voor dat zij ontstoken wordt, worden vijf korrels van wierook in dezelve gehecht, ter aanduiding hoe het doode lichaam van citbistüs door jozef van Arimathea en nicohemus met specerijen werd omwonden. De vijf openingen in de kaars waarin de korrels gestoken worden, doen ons
(1) 2 B. Mozes XIII.
VEEKLAAED. 37
denken aan de vijf wonden des Heeren. Daarna wordt, bij de wijding, de kaars ontstoken ter be-teekenis, dat cilristus luisterrijk van den dood verrezen is (1).
Daar onze Zaligmaker na zijne verrijzenis nog veertig dagen op. aarde verkeerde , terwijl hij zicli verscheidene malen aan zijne leerlingen vertoonde, wordt de Paasch-kaars van Paschen tot ons Heeren Hemelvaart bij plechtige diensten ontstoken.
Antoxij. Waarom, Pastoor! wordt de Paasch-kaars dikwijls nog eerst ontstoken onder de H. Mis voor de Consecratie, en dan na de Communie weder uitgebluscht ?
Past. Op zeer vele plaatsen is het gebruik dat de Paasch-kaars ontstoken wordt wanneer het Allerheiligste Sacrament ter aanbidding is uitgesteld, of anders onder de H. Mis van de Consecratie tot aan de Communie. Dit gebruik mag u zeer schoon aan jestts lichamelijke tegenwoordigheid op het Altaar in het Allerheiligste Sacrament herinneren.
Vr. Waarom wordt op onzes Heeren Hemelvaart de Paasch-kaars uit de Kerk genomen of uitgedaan, na het zingen van het Evangelie !
A. Omdat cimiSTUS toen de aarde verlaten heeft, en ten hemel geklommen is, gelijk in het Evangelie van dien Feestdag gezegd wordt; nadat Hij met zijne Apostelen gesproken had, tcerd Hij ten hemel opgenomen, en zit aan de rechterhand Gods.
Naatje Ik geloof niet, Pastoor ! dat vele men-schen den zin dier sehoone zinnebeelden kennen. Wat is dat jammer !
Past. Zekerlijk, kinderen ! wanneer wij de zinnebeelden kennen, kunnen zij ons tot vele godvruchtige gedachten opleiden ; daaruit kunt gij zien, hoe nuttig en aangenaam het is, eenig onderwijs over
(1) Pouget pag. 2, S. 4, C. 2, § II.
de keekplechtigiieden
de Kerkplechtigheden te ontvangen. Nu nog iets over het
Doopwater.
Vr. Waarom wordt het Doopwater plechtig gewijd?
A. Opdat dit heilige en zoo noodzakelijke Sacrament met meerder eerbied, grootere hoogachting en aandacht ontvangen en toegediend zou worden.
Vr. Waarom geschiedt deze wijding juist op Paasch-avond?
A. Omdat eertijds de Catechumeni (dat is te zeggen: menschen die nog heidensch of ongedoopt waren, en nu tot den H. Doop in geloofszaken onderwezen werden) gewoonlijk op den vooravond van Paschen of Pinksteren plechtig gedoopt werden. Van daar is nog het gebruik in de Kerk, dat liet doopwater op dien dag wordt gewijd.
Past. Er zijn zeer vele Ceremoniën, kinderen! die bij de wijding van het Doopwater voorkomen; het zou ons wat lang ophouden om die alle uitteleggen : wij zullen ze, om kort te zijn, moeten voorbijgaan, te meer, daar deze Ceremoniën zeer zelden door het volk worden bijgewoond.
Jan. Is dit hetzelfde gewijde water. Pastoor! daar de menschen op Paasch-avond iets van mede naar huis nemen ?
Past. Ja, kinderen! en dit doen zij om daarmede hun huis en andere plaatsen te besprenken; of om het te bewaren en bij andere voorvallen te gebruiken, zoo als ik u reeds van het wijwater onderricht heb.
Een gedeelte van dit gewijde water wordt in de doopvont gedaan. De Priester neemt nu iets van de ÃL. Olie, waarmede de doopelingen worden gezalfd, alsmede een weinig van het II. Chrisma, en vermengt deze beide met het water. De olie en het H. Chrisma zijn zinnebeelden van chhistus :
38
veeklaaej).
Mijn naam is eene uitgestorte olie. Het water ia een zinnebeeld van het volk, zoo als uit de boeken der Profeten bekend is. De vermenging van het water met de H. Olieën geeft de uitwerkselen van den H. Doop te kennen, namelijk de vereeniging van den doopeling met cheistus.
Vr. Waarom wordt op Paasch-avond onder de 11. Mis, bij het Gloria weder met de klokken geluid; met de schellen geheld en op het orgel gespeeld?
A. Tot vreugdebetoon over de Verrijzenis onzes Heeren, waardoor zijne Apostelen en leerlingen weder een nieuw leven, moed en troost bekomen hebben.
Hein. Daar onze Zaligmaker eerst Zondagsmorgens verrezen is, Pastoor ! waarom wordt die vreugd dan al Zaterdag vooruit gevierd ?
Past. Wel, lieve jongen! dat hebt gij aardig opgemerkt. Nu zal ik u ook daarvan de reden zeggen. Deze geheele plechtigheid, als het wijden van het nieuwe vuur, Paaschkaars, Doopwater enz. gebeurde eertijds tegen den avond, en dit duurde tot na middernacht. Eindelijk werd de H. Mis door den Bisschop opgedragen; natuurlijk gaf men toen al vreugdeteekenen over de Verrijzenis onzes Heeren. Dit officie is om bijzondere redenen naderhand vervroegd tot Zaterdag 's morgens; daarom wordt nu op Zaterdag in het Kerkelijke officie reeds met vreugde van de verrijzenis gewag gemaakt.
ZEVENDE DES.
Doopsel.
Past. Eaatst kinderen, hebben wij over het doopwater gesproken ; nu zullen wij de ceremoniën, bij de bediening van het H. Sacrament des Doopsels nader bespreken.
39
DB KEBKPLECHTIGHEDEN
Vooraf echter moet ik nog opmerken, dat de ceremoniën bij de toediening der H. Sacramenten altijd in hooger aanzien zijn, dan die, welke bij andere kerkelijke gebruiken voorkomen. De Kerk wil ons daardoor opmerkzaam maken op de voortreffelijke en heerlijke gaven die in de Sacramenten besloten zijn, zij wil ons daardoor de groote weldaden van God dieper in het gemoed drukken.
Om u nu een recht begrip van de plechtigheden van het H. Doopsel te geven, zoo wil ik ze verklaren in de orde zooals ze door de H. Kerk zijn voorgeschreven.
Ivaar het voorschrift der H. Kerk dan worden de doopelingen aan de deur der kerk gebracht, omdat de ingang tot de kerk aan de ongedoopten geheel en al verboden is ; om de smet der erfzonde zijn zij nog onwaardig om het huis Gods binnen te treden, zij moeten eerst door het H. Doopsel gezuiverd en tot ledematen van chbistos verheven worden.
40
Aan de kerkdeur vraagt hen de Priester, wat zij van do Kerk begeeren ; en als hij dit verstaan heeft, onderricht hij ze in de leer des geloofs, dat zij in den Doop moeten belijden. Deze gewoonte van de doopelingen te onderwijzen, voor dat zij gedoopt worden, komt zonder twijfel van cheistus, die zijne Apostelen gebood ; Gaat, onderwijst alle volken, hen doopende in den naam des Vaders, en des Zoons, en d£s H. Geestes: leerende hen onderhouden al wat ik u bevolen heb (1). Uit welke woorden men zien kan, dat men den Doop, behalve in geval van nood, niet toedienen moet, voor en aleer dat men een kort onderwijs ran geloof en godsdienst heeft laten voorafgaan. Doch gelijk die onderrichting geschiedt bij wijze van Catechismus, die in vragen en antwoorden
(1) Matlh. XX\ III: 19, 23.
TEHKLAAED.
bestaat, zoo antwoordt degene, die tot zijne jaren gekomen is, op de voorgestelde vragen zelf; maar, is liet een kind, dan antwoordt zijn doopheffer of peet voor hetzelve, en doet in zijn naam de plechtige beloften (1)
De Ceremoniën van het Doopsel zijn veelvuldig; ik zal ze u, tot meer duidelijkheid, in drie afdee-iingen voorstellen.
Ceremoniën voor het Doopsel.
De Priester blaast in het aangezicht van den doopeling, en bezweert den duivel hem te verlaten ; hij geeft hem het teeken des kruises op het voorhoofd en de borst â steekt hem een weinig gezegend zout in den mond â en leidt hem de kerk binnen tot aan de doopvont.
Vr. Waarom blaast de. Priester den doopeling in het aangezicht en bezweert hij den duivel ?
A. Om te beteekenen, dat de doopeling, tot nog toe onder het juk van den satan, nu door het doopsel tot een heilig beeld Gods, gelijk God den eersten mensch inblies, door de mededeeling des H. Geestes, dien de Heiland aan zijne Apostelen mededeelde, toen Hij over hen blies (2), zal vernieuwd worden.
Vr. Waarom geeft hij hem het kruisteeken op het voorhoofd en de borst ?
A. Om te beteekenen, dat cheistus den doopeling de genade om tot een bovennatuurlijk evenbeeld Gods vernieuwd te worden, door zijn lijden en zijnen kruisdood verworven heeft.
41
Vr. Wat beduidt het gezegend zout, hetwelk in den mond gedaan wordt ?
(1) Roomsch-Catech. Doops. § 7. (2) Joan XX: 22.
be keekpleciitigheden
A. Het zout is een zinnebeeld der wijsheid (1), en wordt den doopeling in den mond gelegd, om te beteekenen dat het doopsel voor het bederf der zonde bewaart, den Geest der wijsheid mededeelt en ook het lichaam tot de onbederfelijke en heerlijke verrijzenis bereidt.
Vr. Waarom staat de doopvont hij den ingang van de Jcerh?
A. Dewijl het Doopsel het eerste en noodzakelijkste Sacrament is, waardoor de doopeling, gelijk als door de deur moet ingaan, om in de gemeen-Bchap der H. Kerk te kunnen worden opgenomen als een lidmaat van .testis ciieisttjs.
Ceremonien bij het Doopsel.
Als de voorafgaande plechtigheden geëindigd zijn, kinderen ! komt men tot de doopvont, ⢠daar men nog andere Ceremoniën verricht, waaruit men in het kort de plichten van den Christelijken G odsdienst zien kan; want nadat de Priester gezamenlijk met de doopheffers luide op gelezen heeft: Ik geloof in God den Vader enz., en het Onze Vader, vraagt hij den doopeling driemaal nadrukkelijk af. Verzaakt gij den vijand ? Ik al zijne werken ? Ãn al zijne pomperijen ? Waarop deze, of de doopheffer in zijn naam zegt: ik verzaak. Hieruit ziet gij, hoe dat zij, die in den krijg van cheistus onder de vaan van het H. Kruis willen dienen, vooral heilig en godsdienstig moeten beloven den duivel en de wereld te verlaten, en dat zij hen voor geheel hun leven als de ergste vijanden willen verfoeien.
42
Daarna vraagt de Priester bij de doopvont staande : Gelooft gij in God den Vader almachtig ? Waarop men antwoordt: ik geloof, en zoo vervolgens op ieder
(1) Matth. V, 3.
VEEKLAAUD.
artikel van het geloofsbegrip ondervraagd, doet men eene plechtige belijdenis van zijn geloof Deze twee beloften bevatten, als het ware, de kracht en het merg van alle christelijke plichten.
Voordat de Priester tot den H. Doop overgaat, bezweert hij nogmaals den duivel, om den doope-ling te verlaten, â hij bestrijkt diens ooren en nensgaten nu met eeuig speeksel uit zijnen mond â zalft hem met de olie der geloofsleerlingen, op de borst en tusschen de schouderen, en daarna vraagt hij den doopeling: Wilt gij gedoojit worden ? en, deze dit ingewilligd hebbende, doopt hem de Priester, stortende het water driemaal kruisgewijze op het hoofd, onder deze woorden: N. N. ik doop « in den naam des Vaders, en des Zoons , en des H. Geestes.
Yr. TFaarom hestrijM de Friesier de ooren en neusgaten van den doopeling met speeksel ?
A. Hierin volgt hij het voorbeeld van crmiSTUS, die de tong van den doofstomme met speeksel aanraakte (1). De ooren bestrijkt hij, opdat die door Grod mogen geopend, en hij genegen moge gemaakt worden om het woord Gods te hooren, en den neus opdat die de geur der waarheid verneme (2); ten einde hij dit heilig woord zorgvuldig van de dwaal-leeren en valsche beginselen der wereld blijve onderscheiden, gelijk men door den reuk eene bedor-vene spijs van eene goede onderscheidt.
Vr. Waarom wordt de doopeling gezalfd met de H. Olie ?
43
A. De Olie beteekent de genade, welke ciieistxjs verleent, opdat de doopel'ng als een dapper strijder den geestelijken strijd i quot;e loopbaan van het christelijke leven moge volhouden (3).
(1) Marc. VII, 54. (3) Ambr. lib. de Mystr. C. I. n. 3. (SJ S. Cyrill. Hierosol. 2. My stag.
DE KBEKPLECHTIGHEDEÃT
Yr. fFnar wordt de doopeling met de 11. Olie gezalfd 1 A. Op de borst en tusschen de schouders.
Past. Hiervan, kinderen ! geeft de H. ambeositjs deze verklaring : De doopeling, zegt hij, wordt in den doop met olie gezalfd op de quot;borst en tasschen de schouders, gelijk men eertijds aan de kampvechters deed bij de oude Grieken en Eomeinen: ten einde hem te vermanen, dat hij gelijk een kloek soldaat gedurig moet staan onder de wapens, om slag te leveren aan den duivel en aan liet vleesch, die nooit ophouden ons te bevechten, want den soldaat wordt het geweer niet gegeven, om ledig te zitten; maar om op zijne hoede te zijn, en om bij iederen aanval den vijand afteweren.
Ceremoniën na het Doopsel.
De Priester zalft den gedoopten op het hoofd, met de zalf olie. Chrisma genaamd â hij trekt hem het witte kleed aan, of legt in dezelfs plaats een wit doekje op zijn hoofd â en geeft hem of den doopheffer eene brandende kaars in de hand.
Yr. Waarom zalft de Friester den gedoopte met Chrisma ?
A. Dewijl deze van nu af met zijn hoofd cheis-ttjs vereenigd, en in deszelfs lichaam, de Kerk, ingelijfd is, wordt hij als een levende tempel van den H. G-eest geteekend en gezalfd, en naar den naam van chuïsttjs, die Grezalfde beteekent, wordt hij nu voortaan Christen genoemd (1).
Yr. Wat beteekent het witte doekje of kleedje, hetwelk de Priester op het hoofd van den gedoopte legt ?
44
A. Het kleed der heiligmakende genade, hetwelk de gedoopte ontvangen heeft, waarbij hij ver-
(1) St. Cyrill. codem loco.
TEEELAAED.
maand wordt, om het door geheel zijn leven onbesmet te bewaren.
Past. Eertijds, kinderen ! bijzonder wanneer op Paschen en Pinksteren, gelijk ik n bij het doopwater reeds gezegd heb, de Doop plechtig bediend werd, werden de nienwgedoopten tot een zinnebeeld van onschuld geheel in het wit gekleed, waarin zij de geheele week door gedoscht gingen, dagelijks de H. Misofferande bijwonende en communiceerende; de Priester droeg dan bijzonder voor hen het H. Misoffer op, gelijk blijkt uit de aloude gebeden van den Canon der Mis, welke de Kerk nu nog op de dagen onder het Octaaf van Paschen en Pinksteren houdt. Juist daarom wordt ook de eerste Zondag na Paschen nog Dominica in albis, waaronder depositis verstaan wordt, genoemd, omdat dan de nieuw ge-doopten hunne witte kleederen aflegden (1).
Vr. l-Fat heteekent de brandende kaars, welke den gedoopt en in de hand wordt gesteld?
A. Dit geschiedt om te herinneren, dat hij van de duisternis tot het licht gekomen is, om aan te duiden dat hij dat geloof, ontstoken door de liefde, welke hij in liet doopsel ontvangen heeft, nu voortaan door goede werken moet aankweeken en vermeerderen (2) : ten einde dus den hemelschen Bruidegom der zielen, als deze komt, met eene brandende lamp te kunnen te gemoet gaan, zoo als de vijf wijze maagden (3).
Vr. Waarom wordt den doopeling den naam van een Heilige gegeven ?
Om aan te duiden dat hij door den H. Doop een medeburger der Heiligen Gods wordt, en opdat hij het voorbeeld van dien Heilige zou nastreven. Daarom moeten wij de voorbeelden der Heiligen naar
(1) Pouget p. 3. Sect. 1 C. 2. § 7.
(2) S. Gvegor. Naz. or. 40. (3) Matth. XXV. 4.
45
DE KEBKPLECHTIGHEDEN
wien wij genoemd zijn, meer en meer zien na te volgen, wij moeten hen bijzonder rereeren en aanroepen, opdat zij hunne machtige voorspraak bij Grod voor ons doen gelden.
Deze doopsplechtigheden zijn nu allen wat omstandig uitgelegd. Weet gij wel kinderen ! waarom ?
Cheisjb. Dat kan ik wel denken, Pastoor! omdat zij allen zoo mooi zijn.
Past. Keen kind! daarom niet alleen; maar bijzonder om u ook eens weder te herinneren aan de plechtige beloften, die gij door uwe doopheffers bij uwen doop voor God hebt afgelegd; toen gij hebt afgezworen den duivel, de zonde en de ij delheden der wereld; om u weder te binnen te brengen datgene, wat gij in uwe geloofsbelijdenis aan Grod beloofd hebt, namelijk : om hem voortaan als vrome kinderen Gods getrouw te blijven door de onderhouding zijner geboden en de oefening van deugdzame werken. Tracht daarom altijd uw woord te houden, en nooit door eenige zonde van God aftewij ken !
ACHTSTE LES. Het Vormsel.
Past. Voordat ik de beteekenis der Ceremoniën van het H. Vormsel verklaar, kinderen, zal ik u eerst bekend maken met de wijze, waarop dit Sacrament wordt toegediend.
Gij weet uit den Catechismus en uit de verklaring, die ik u reeds over dit Sacrament gegeven heb, dat het Vormsel dooreen Bisschop wordt toegediend, en dat dengene, die het na eene godvruchtige voorbereiding ontvangen, door de H, Zalving en oplegging der handen van dien Bisschop, deelachtig worden aan den H. Geest met de volheid
46
TEEKLAAED.
zijner gaven en genaden, waardoor zij verlicht, ge zuiverd, verwarmd en gesterkt worden; gelijk be-teekend ia door de vurige tongen, onder welker zinnebeeld zich de ïï. amp;eest aan de Apostelen mededeelde (1).
Het Vormsel wordt op deze wijze toegediend. De Bisschop plaatst zich midden voor het Altaar in zijn bisschoppelijk gewaad gekleed, en zich gekeerd hebbende tot degene, die moeten gevormd, worden, strekt hij zijne handen over of tot hen uit, en bidt aldus : Almachtige, eeuwige God! die U ge-w aar dig d hebt, deze uwe dienaren, door het water en den H. Geest (in het doopsel) te doen herboren worden, en hun al hunne zonden te vergeven ; zend uwen II. Geest met zijne gaven, van den Hemel over hen. Amen.
Een Geest van wijsheid en verstand. Amen.
Een Geest van goeden raad en sterkte. Amen.
Een Geest van wetenschap en Godvruchtigheid. Amen.
Hierna drukt de Bisschop zijnen duim in het H. Chrisma, en zalft daarmede eenieder dergenen die hij vormt, op het voorhoofd. De zalving geschiedt met den duim der rechterhand, welker vier vingeren onder de zalving op het hoofd van den vormeling gelegd worden. De Bisschop spreekt on-dertusschen deze woorden: N... Ik tee ken u met het teeken des H. Kruisses, en bevestig u met het Chrisma der Zaligheid, in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen
47
Deze oplegging der handen, benevens de zalving en het gebed, maken het uitwendige teeken van het Vormsel uit, en moeten dus als wezenlijke deelen van dit Sacrament beschouwd worden. Maar de wijze waarop deze zalving geschiedt, gelijk mede al het andere, dat nog bij het Vormsel plaats heeft, zijn Ceremoniën, waardoor gedeeltelijk de heilzame
(Ij Handel. II. 3,
DE KEEKPLECHTIGIIEDEN
uitwerksels van dit Sacrament en gedeeltelijk de plichten der gevormden beteekend, en op eene zinnebeeldige wijze voor oogen gesteld worden.
Vr. TFat heteekent de oplegging der handen van den Bisschop ?
A. Die beteekent, dat de H. Geest afdaalt over degenen die gevormd worden (1) en dat hij hen onder zijne bescherming neemt.
Vr. Waarom geschiedt de zalving met Chrisma, hetwelk uit olijfolie en welriekende balsem gemaakt is 1
A. Om aanteduiden de menigvuldigheid en volheid der genaden, welke door het Vormsel worden toegedeeld. De olijfolie beduidt de geestelijke sterkte om kloekmoedig de vijanden onzer zaligheid te bestrijden, en de welriekende balsem den plicht der gevormden, om door goede werken, bij Grod en bij de menschen eenen aangenamen geur te verspreiden (2).
Vr Waarom wordt de zalving kruimijze op het voorhoofde gedaan.
A. Het voorhoofd, als de bijzondere zetel der schaamte, wordt gezalfd, opdat de gevormde noch door vreeze, noch door schaamte wederhouden worde, het geloof met woorden en werken te belijden, bijzonder als de eer Gods, ons eigen heil of het heil des naasten zulks vereischt.
Vr. Waarom geeft de Bisschop een lichten slag op de wang van den gevormde, terwijl hij zegt, vrede zij u ?
A. Om te beteekenen, dat degene die cueisttjs willen navolgen, ook bereid moeten zijn, vervolging en smaad om cheistus wille te lijden, en dat zij door deze bereidwilligheid tot den waren vrede van cuiïiSTUS kunnen geraken.
48
Baetje. In welke houding, Pastoor! moet men tot den Bisschop naderen om het Vormsel te ontvangen?
(1). 2 B. Moz. fa) Rippel 1 B. 5 C.
yeeklaard.
Past. Een iegelijk nadere met groote ootmoedigheid en eerbied tot den Bisschop ; kniele voor hem neder, terwijl gij uwe handen voor de borst zamen gevouwen houdt; of wanneer het getal der vormelingen te groot is, gaat men aan rijen op zijne knieën zitten; als er dan eene rij gevormd is, vertrekt die, en eene andere komt in de plaats om ook gevormd te worden, en aldus gaat het voort tot den laatsten toe. Hierbij kinderen ! is bijzonder op te letten, dat men nimmer trachte met geweld onder de menigte vooraan te dringen, om des te eerder geholpen te worden, al moest men ook nog zoolang wachten.
Aan den gevormde wordt een nieuwen naam van eenen Heiligen gegeven, om te beteekenen, dat hij, door het Vormsel tot eene nieuwe waardigheid verheven, naar het voorbeeld van dien Heilige, dezelve waardiglijk bekleeden moet.
Bij het Vormsel wordt ook een peter vereischt, die even gelijk als bij het Doopsel den plicht op zich neemt, om voor de zaligheid van den gevormde, zooveel hij kan en de omstandigheden dit toelaten, te zorgen.
NEamp;EKDE LES.
Het Allerheiligste Sacrament des Altaars.
Daar het Sacrament des altaars, waarvan wij nu zullen spreken, liet heiligste, verhevenste en hoogst-waardigste van alle Sacramenten is : en wel om de aanbiddelijke tegenwoordigheid van jestjs chkisxus, die met zijne Godheid en menschlieid, met zijn vleesch en bloed, met ziel en lichaam daar aanwezig is, en van de H. Engelen daar met grooten eerbied wordt geëerd en aangebeden; zoo moet gij de
4
49
50 DE KERKPLEOHTIamp;IIEDES-
Ceremoniën, kinderen ! welke bij de bediening of uitdeeling van dit allerheiligste Sacrament Toorko-men, met alle oplettendheid beschouwen. Zij zijn wel zeer kort of weinig, om de uitdeeling van dit H. Sacrament, welke zeer dikwijls voorkomt, daardoor niet te vertragen ; maar de kennis dier weinige Ceremoniën kan tevens tot opwekking der godvruchtigheid veel bijdragen, als dezelve met aandacht worden opgemerkt.
De Priester, het allerheiligste Sacrament willende toedienen, vertoont zich in priesterlijk gewaad voor het Altaar, waarop waslicht ontstoken is. Even voor de uitdeeling der H. Communie spreekt de dienaar des Priesters, aan den voet van het Altaar nedergeknield, in den naam van al degenen, die commnniceeren willen, den Confiteor, dat is de algemeene schuldbelijdenis der zonden, waarin hij voor God, voor de Heiligen, en voor den Priester belijdt: door eigene schuld veel gezondigd te hebben, en roept de Heiligen en den Priester aan om voor hem te bidden.
De Priester opent het Tabernakel, om het Ciborie te vertoonen, waarin het allerheiligste Sacrament bewaard wordt, en na voor hetzelve eerbiedig nedergeknield te hebben, keert hij zich tot de communicanten en bidt voor hen in de volgende woorden : Be almachtige God ontferme zich uwer, en uwe zonden vergeven hebbende, geleide Hij u tot het eeuwige leven. Amen.
Nu heft hij zijne rechterhand omhoog, en maakt het kruisteeken over het volk, terwijl hij bidt: De almachtige en barmhartige Heer verleene u kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis uwer zonden. Amen. Dit is een gebed en geene Sacramenteele Absol utie; dit bidt hij, opdat de Communicanten van de nog overgeblevene of aanklevende dagelijksche zonden mogen gezuiverd worden. Dit bidt hij, het kruisteeken
VERK1AAH1).
makende; om te kennen te geven, dat wij alleen door den kruisdood van cheistus de vergiffenis onzer zonden te liopen hebben.
Als hij de H. Hostie met het uiterste van zijnen duim en eersten vinger genomen heeft, vertoont hij dezelve, boven het Ciborie houdende, eerst aan het volk, en zegt (om de Communicanten tot een acte van geloof in de tegenwoordigheid van jesus chbis-tus optewekken) in navolging van den H. joajvites den Dooper : Ziet daar het Lam Gods, hetioelk wegneemt de zonden der iBereld(l). Waarop hij, om eene diepe ootmoedigheid in hen te verwekken, de woorden spreekt van den hoofdman, die den Heiland om de gezondheid van zijnen knecht kwam bidden : Heer ! ik ben niet waardig, dat gij ingaat onder mijn dak; maar spreek alleen een woord en mijne ziel zal gezond worden (2). Deze woorden herhaalt hij driemalen, om te kennen te geven, hoezeer wij ons vóór de H. Communie in de ootmoedigheid moeten oefenen.
Chbisje. Moet hij , Pastoor ! die communiceeren wil, ook deze woorden met den Priester uitspreken ?
Past. Dit is wel niet noodig, kinderen! maar evenwel zeer dienstig. Bemerkt, hier, hoe godvruchtige Christenen, die ter H. Communie naderen , zich onder deze korte Ceremoniën kunnen gedragen. Zij zeggen den Confiteor met den dienaar in stilte , en bidden daarop recht vurig om vergiffenis hunner zonden. Als de priester het H. Sacrament aan het volk vertoont, aanbidden zij den Heiland daarin tegenwoordig met diepen eerbied. Onder het: Heer ik ben niet waardig.... slaan zij, nedergeknield, en het hoofd wat nedergebogen houdende , op hunne borst, en verwekken met dezelfde of met andere
(1) Joan 1, 29.
(3) Math. VIII, 5. In plaats van knecht, wordt hier om de duidelijkheid ziel gezegd.
51
4*
â --
DE KERKPLECHTIGHEDEÃs
woorden, een acte van ootmoediglieid ; dan gaan zij met voor de borst samengevoegde lianden (1) , met nedergeslagen oogen en langzamen tred naar de Communiebank, om bet H. Licbaam en Bloed des Ileeren te ontvangen.
Men moet zicb bij deze beilige verriebting vooral wacbten van bij eene groote menigte van com-mnniecanten naar de communiebank te dringen; maar bedaard den tijd nemen, tot dat men eerbiedig kan naderen; docb men moet ook niet te lang vertoeven, om den Priester niet te vergeefs te laten wacbten. Aan de communie-bank nedergeknield, voege men de banden onder bet communiekleed. quot;Weet gij wel kinderen ! waarom ? Wanneer bet eens gebeurde dat de H. Hostie nederviel, kon zij op bet communiekleed blijven liggen. In zulk geval moet men, met bet communiekleed op de banden, onbewegelijk blijven zitten, totdat de Priester de-ïelve voorzichtig opneme, en de plaats met een vocbtig kelkdoekje zuivere, om ook soms de afgevallene particulen te bewaren.
Van daar is ook waarschijnlijk bet gebruik bij velen , dat die van het vrouwelijk geslacht met dit inzicht ook nog eenen communiedoek op de handen dragen, als zij ter Communie naderen, gelijk bij de eerste Christenen onder haar in gebruik was welken doek men Lominicale noemde (2); doch wanneer het communiekleed opgeslagen is, doen zij beter hetzelve nog over den communiedoek op de handen te nemen, dewijl een uitgespannen
(1) Velen verzuimen na eenige jaren weder het gebruik , hetwelk hun voor het ontvangen tot hunne eerste H. Communie onderwezen is ; zoo gaan sommigen met voor het lijf gevouwen, neergeslagen handen tot de communiebank. Het is loffelijk en stichtend, het eenmaal onderwezen gebruik, ten allen tijde stip-telijk natekomen.
(2) Pougetp. 3, S. 2, §22*** de Communione populi.
52
teekiaaed.
comn) uniekleed eene bij ongeluk nedergevallen Hostie op het best beveiligt.
De H. caroltjs BOEEOMEtrs, Aartsbisschop van Milaan (1), vermaant, dat allen, die ter H. Communie naderen, zeer zedig en eenvoudig gekleed zijn, zonder eenigen ij delen opschik, en dat bijzonder het vrouwelijk geslacht zonder opgekrulde haren, zonder gouden hoofd-, oor- of halssieraden, en wel met zeer zedig toegedekten hals en overdekt hoofd, aldaar verschijne.
Aan de communiebank knielende, houde men met neergeslagen oogen het hoofd wat nedergebogen; doch als de Priester nadert om de Communie toe te dienen, heffe men zijn hoofd recht op, terwijl de oogen neergeslagen blijven. Men opens behoorlijk den mond, en brenge de tong tot op de onderste lip. De H. Hostie op de tong ontvangen hebbende, sluite men dadelijk den mond, buige langzaam het hoofd wat neder, en late daarna de H. Hostie eenige oogenblikken op de tong onbewegelijk liggen, om die, vochtig geworden zijnde, beter te kunnen nuttigen.
Heen'. Ik heb eens op eene andere plaats gezien, Pastoor ! dat de communicanten na de Communie een beker werd toegereikt, waaruit zij nuttigden; wat is dit voor een gebruik ?
Past. Op sommige plaatsen, hein ! is het gebruikelijk dat men de communicanten na de Communie eenen beker met wijn of water toereikt, om iets daaruit te nemen, ten einde de H. Hostie beter te kunnen nuttigen, doch men kan denzelven ook naar believen laten voorbijgaan.
53
Dat men overigens, kinderen! zoo dikwijls men tot de H. Communie nadert, eene statige en eerbiedwaardige houding moet in acht nemen, vereischt
(1) Instruct. Past. p. Ill C. XII.
DE KEHKPLECHTIönEDEIï
de heiligheid en verhevenheid der zaak, die men verricht. Men moet vooral letten, dat men geene ongepaste manieren bezige.
Sa de Communie ga men in dezelfde eerbiedige bonding tot zijne vorige bidplaats terug, en blijve daar eenige oogenblikken in stille beschouwing zitten, waarop men vervolgens oefeningen van dankbaarheid, aanbidding en andere gebeden verrichte.
Tot deze verhandeling over het allerheiligste Sacrament, zullen wij nog eenige daartoe betrekkelijke vragen, tot opheldering voegen.
Vr. Wat verstaat men door eene Ciborie ?
A. Ciborie noemt men den grooten kelk, met een overdeksel gesloten, waarin de geconsacreerde Hostiën worden bewaard, en waaruit de H. Communie wordt toegediend.
Vr. Wat noemt men een Venerabél of Remonstrant ?
A. Een Venerabel of Eemonstans is datgene waarin eene geconsacreerde Hostie of het allerheiligste Sacrament onder de gedaante van brood, door middel van een glas, zichtbaar aan het volk vertoont, en dikwijls ter openbare aanbidding uitgesteld wordt.
De Zegen.
Vr. Wat is de zegen, die met de Ciborie of het Venerabel gegeven wordt ?
54
A. De Priester maakt met het H. Sacrament, terwijl hij de Ciborie of het Venerabel in de handen houdt, den vorm van het kruis over het volk, opdat de geloovige aanbidders door jestis chbistus zeiven mogen gezegend worden: gelijk de Apostelen op den Olijfberg, even voor Zijne hemelvaart, Zijnen goddelijken zegen ontvingen. Hij hief Zijne handen op, zegende hen en voer ten hemel (1).
(1) Luc. XXIV, 50, 51.
veeklaasd.
Past. Hierbij kinderen ! moet ik u op de uitwendige houding, bijzonder op het knielen en andere eerbewijzingen opmerkzaam maken ; die gij voor het allerheiligste Sacrament, en wel voornamelijk onder den zegen verplicht zijt te betoonen.
Jan. Het knielen, Pastoor! beeft dit dan ook wat te beduiden ?
Past. Ja, kinderen! het eerbiedig nederknielen voor het allerheiligste Sacrament, is eene van de uitwendige eerbewijzingen, die wij voor God schuldig zijn. Dewijl velen daarin zeer onachtzaam zijn, zoo leert dit van uwe vroegste jeugd af wel verrichten, en bovendien altijd eene zeer zedige en stichtende houding aannemen, zoolang gij in de kerk zijt, waar het allerheiligste aanwezig is ; dan zult gij hierdoor niet alleen God eeren maar ook anderen stichten, en uwe houding zal toonen, dat gij een levendig geloof bezit, en eene zedelijke opvoeding in den Godsdienst genoten hebt. Let daarom wel op :
1. Als gij in eene kerk komt, waar het H. Sacrament wordt bewaard (dit kan men zien aan de brandende kerklamp) dan knielt men tot op de aarde voor hetzelve neder.
2. quot;Wanneer echter het H. Sacrament ter openbare aanbidding is uitgesteld, betoone men eenen dieperen eerbied, en men kniele met de beide knieën of ten minste met ééne knie zeer aandachtig neder, om dus jestjs cheisttjs te eeren en te aanbidden.
3. Wanneer met het H. Sacrament de zegen gegeven wordt, dan zitte men niet gelijk sommigen, die slechts ééne knie buigen en met de andere de gedaante van eenen winkelhaak maken; maar men zitte op beide knieën vol eerbied neder, het hoofd een weinig buigende, met de oogen voor zich ziende : terwijl men de handen gevouwen of samengevoegd
55
BE keekplechxigiiedex
voor de borst houdt, en men aanbidt zijnen Zaligmaker, die in dit H. Sacrament wezenlijk en waarlijk tegenwoordig is; men make onder den zegen eerbiedig het teeken van het H. Kruis, en sla, gelijk de rouwmoedige tollenaar, op zijne borst, terwijl men eenige woorden van godvruchtige aandoening uitspreekt; en men verlange dus den H. Zegen door de allerhoogste Majesteit Gfods zelve te mogen ontvangen.
Och, kinderen! daar hangt zooveel af van het levendig geloof aan de goddelijke tegenwoordigheid, aan welke wij nietige aardwormen nooit genoegza-men eerbied kunnen bewijzen, en van onze rouwmoedige verzuchting tot G-od, nevens het groote betrouwen, dat wij op zijne ontferming stellen, en bijzonder van vurige liefde en hoogachting, die wij jegens het allerheiligste Sacrament in het hart dragen. Tracht daarom altijd uw best te doen, om voor Zijne (xoddelijke en aanbiddelijke tegenwoordigheid in dit Altaargeheim het verplichte in- en uitwendige ontzag te betoonen. Hierbij moet ik nog eenige gezegden van eenen Protestantschen Koning verhalen.
Een Protestantsch Koning in Duitschland, kwam eens een klooster bezien, en werd in de kerk ook langs het koor geleid tot voorbij het groote Altaar. Als nu de kloosterlingen, die het Altaar voorbijgingen, zich volgens hunne gewoonte diep, met hun aangezicht plat ter aarde, voor het allerheiligste Sacrament nederbogen, begonnen eenigen van 's Konings gevolg hierover te grimlachen; doch de Koning dit merkende, berispte hen, zeggende: âWanneer ik een geloof had als deze kloosterlin-âgen, dan zoude ik mij niet alleen tot op de aarde ânederbuigen, maar zelfs trachten mij als tot onder âde aarde voor de goddelijke tegenwoordigheid te âverschuilen.quot;
56
VEKKLAAEU.
Kerklamp.
Jan. De kerklamp, Pastoor ! waar zoo even van gesproken is, wat beduidt die, en waartoe brandt zij ?
Past. Deze lamp, kinderen! moet, volgens de kerkelijke voorschriften, bij dag en nacht branden ter eere van het allerheiligste Sacrament, en wordt daarom het altijddurend of eeuwige licht genoemd. Dit licht moet onze aandacht opwekken en ons herinneren aan de groote liefde van jestjs tot ons menschen, daar Hij in het H. Sacrament altijd bij ons is, ju als het ware in het midden van ons woont, om onze verzuchtingen te verhooren en ons met zijnen geestelijken troost te verkwikken door het vuur zijner liefde jegens ons. G-elijk die lamp gestadig brandt, zoo moet ons geloof aan dit Sacrament altijd levendig zijn en ontsteken in eene vurige liefde, door welke wij ook hartelijk wenschen, aldaar altijd te mogen aanwezig zijn, om onzen Heiland met dankbare wederliefde te eeren en te aanbidden.
Yan dit eeuwige licht, kinderen ! had men een zeer gepast voorafbeeldsel in de oude wet, toen een altijddurend vuur op het brand altaar moest onderhouden worden, ten einde de brandofferanden ontstoken werden; een vuur dat nooit moet uitgaan, waarvan geschreven staat: Het vuur zal altijd op het altaar branden ; dit is het eeuwigdurende vuur (1).
57
En een niet minder gepast voorafbeeldsel geeft ons de gouden kandelaar, die gesteld was in het Heilige van het Tabernakel, aan de zuidzijde. Deze kandelaar was van massief goud, met den hamer gedreven. Dit zijnen steel sproten zes armen : drie aan de eene en drie aan de andere zijde. Ieder arm was versierd met drie schaaltjes in de gedaante van notendoppen, met drie appelen en drie leliën.
(I) 3 B. Moz. VI, 12, 13.
de kebkpiechtiamp;heden
Zeven lampen werden boven op den kandelaar en zijne armen gesteld, gevuld met de zuiverste olie der olijven, om gestadig voor den Heer te branden en naar alle zijden licht te geven. Aaeok en zijne zonen moesten die lampen verzorgen in het Tabernakel, zoodat zij van 's avonds tot 's morgens voor het aangezicht des Heeren bleven branden.
TIENDE LES.
De Offerande der H. Mis.
*
Past. Hierbij kinderen ! komen zeer vele plechtigheden voor ; weet gij wel, waarom ? Juist omdat de Mis eene offerande is : want het opdragen van offeranden aan God, is van het begin der wereld af, gelijk blijkt in de offeranden van kaïn en abel, altijd een der voornaamste godsdienstige verrichtingen geweest, ja is zelfs geheel van goddelijken oorsprong ; want waar hadden kaïn en abel dit geleerd, tenzij van hunnen vader ? en deze had geen anderen leermeester gehad dan Grod. God gebood daarom ook den Joden in hunne wet, dat zij hunne offeranden met bijzondere plechtigheden zouden opdragen. Daar nu de H. Misofferande eene vervulling van al de Joodsche offers is, en wel een heilig en onbevlekt offer, door jesus Christus zeiven voor de nieuwe wet ingesteld, hetwelk in heiligheid, waardigheid en verhevenheid alle offeranden der Joodsche wet oneindig te boven gaat, daarom heeft onze Moeder de H. Kerk ook verscheidene plechtigheden ânaar de gewoonte en overlevering der âChristenen van de eerste eeuwen, daartoe voorge-âschreven, opdat door al deze plechtigheden de uit-âmuntendheid van die allereerwaardigste offerande âzoude worden aangeduid, en opdat de gemoederen âder geloovigen door die uitwendige teekenen van
58
VERKLAARD.
'Godsdienst en godsvrucht opgewekt zouden worden »tot aandachtige overdenking der verhevenste waar-olieden van het geloofquot; (1).
De beteekenis echter van al deze Ceremoniën voortedragen, zal ons hier wat te omslachtig worden. Men vindt dezelve in verscheidene kerkboeken tusschen de Misgebeden opgegeven, waaruit gij ze in hare beteekenis kunt leeren kennen. Doch daar de Kerkvergadering van Trente de Pastoors en allen, wien de zorg over de zielen der geloovigen is opgelegd, gebiedt om niet alleen de Ceremoniën, maar ook de woorden, welke in den dienst der H. Mis gebruikt worden, alsook al het overige, wat tot die H. Offerande betrekking heeft, bij geschikte gelegenheden voor de gemeente uit te leggen, zal ik om aan dit besluit te voldoen, u eene geheele verklaring, zoowel van de gebeden als van de Ceremoniën bij nadere gelegenheid tot lezing ter hand stellen (2).
In deze les zull en wij eenige Ceremoniën bijbrengen, welke in de kerkboeken niet veel voorkomen; zoo als^ het gebruik van Kaarsen, quot;Wierook, Schellen, Misdienaars, gewijde Kerken, Kerksieraden; het Misgewaad en deszelfs verschillende kleuren, de Latijnsche taal, welke alle tot de Misofferande betrekking hebben.
Yr. ïFaartoe dienen de brandende kaarsen bij de 11. Mis ?
A. 1. Tot eer van God, om deze offerande met luister op te dragen. 2. Tot een teeken van blijdschap ; daarom worden op hooge feesten ook meer lichten ontstoken. 3. Moeten zij de geloovigen aan hunnen plicht herinneren om anderen door goede
(1) Cone. Trid. Sess. XXII, 5.
(2) Zie deze verklaring hier achter aan dit werkje toegevoegd,
59
BE KEEKPLECIITIGHEDEN
werken voor te lichten, waardoor Grod verheerlijkt wordt.
Yr.' Waarom gebruikt men wierook bij de H. Mis en andere godsdienst-verrichtingen ?
A. 1. Tot meerdere plechtigheid der godsdienstige verrichtingen, en wel bij de Mis om te betee-kenen, dat de offerande alleen aan de oppermachtige Majesteit G-ods wordt opgedragen. 2. Tot opwekking van den godvruchtigen ijver der geloo-vigen, opdat hunne gebeden uit een vurig hart tot Grod mogen opklimmen, en zij door goede werken in waarheid voor Grod een goede reuk van cheis-irs mogen zijn (1).
Vr. Is het branden van wierook bij den godsdienst al een zeer oud gebruik ?
A. Ja, G-od beval reeds aan mozes in de oude wet (2) om ook den wierook bij zijnen H. Dienst optedragen. Zachaeias, de vader van joankes den Dooper, offerde Grode wierook, toen de Engel amp;a-BEiëL hem verscheen (3). De II. Drie Koningen offerden den nieuwgeboren Heiland wierook (4) om te beduiden dat zij Hem als God vereerden. De H. ambeositis getuigt van de gewoonte in zijnen tijd, om wierook bij de H. Misofferande te bezigen.
60
Past. De wierook, kinderen! is ook een schoon zinnebeeld van een nederig, vurig en Grode aangenaam gebed. Gelijk de wierook door het vuur ontstoken, met een aangenamen geur opwaarts klimt, zoo ook moeten onze gebeden uit een nederig en vurig hart opkomen, en dan zullen zij met eenen liefdelijken geur opstijgen tot den troon Gods. Daarom bad de koninklijke profeet bavib : laat mijn gebed opklimmen als een reukwerk voor mo aanschijn (5). In het boek der Openbaring wordt gezegd : de gouden
(1) 2 Cor. II, 15. (2) 2 B. Moz. XXX. (3) Luc, I. 9. (4) Matth. II, 11. (5) Ps. CXL, 2.
vehklaahd.
schalen vol reukwerk zijn de gebeden der Heiligen of der geloovigen (1). Als gij dus bij deu H. Grodsdienst dien wierook ziet omhoog stijgen, tracht dan daarbij ook uwe gebeden uit een hart vol van warme liefde, aan God optedragen.
Vr. Wat beduidt het schellen of gelui der klokken?
A. Dit geschiedt, om daardoor de oplettendheid der geloovigen op te wekken; en dikwijls worden de onderscheidene deelen der Mis daaraan gekend van diegene, welke den Priester niet kunnen zien of hooren.
Vr. Waartoe dient de Misdienaar ?
A. Om den Priester gedurende de Mis van dienst te zijn; hem in den naam van alle aanwezende geloovigen te antwoorden, als hij tot het volk spreekt, en alzoo dikwijls met het volk samen bidt,
Vr Waartoe dienen de kerksieraden, als, beelden, schilderijen, kronen ene. ?
A. Om aan het huis Gods luister bij te zetten en de aanwezigen tot Godsdienstige gevoelens op-tewekken, gelijk eertijds de tempel van salomo met vele kunstsieraden verrijkt was.
Vr. Waarom worden de plaatsen ingewijd, die wij kerken noemen ?
A. Om ze van het algemeen gebruik aftezonderen en alleen tot verrichting van godsdienstoefening den Heer toe te heiligen door bijzondere gebeden en Ceremoniën, die te dien einde door de H. Kerk zijn voorgeschreven.
61
Past. Volgens de kerkelijke regels, kinderen! behooren de nieuwe kerkgebouwen door den Bisschop te worden geconsacreerd of geheiligd ; welke plechtigheid zeer groot is, en met vele luisterrijke en leerzame omstandigheden vergezeld gaat, van welke inwijding men dan ook jaarlijks eenen feest-
(1) Openb. X, 3.
DE EEEKPLECHTIGHEDEir
dag viert, die men kerkwijding noemt, in navolging van de feestelijke en prachtvolle inwijding van den tempel van salomo (1). Leert hieruit, deze God geheiligde plaats altijd eerbiedigen, en nimmer eeni-ge onzedige of ongepaste bedrijven in dezelve te ondernemen.
Babtje. Mag men dan ook niet spelen in de kerk. Pastoor!
Past. Neen kind! daar de kerk enkel aan de G-odsdienst is toegeheiligd, en te meer daar jestjs Christus in het allerheiligste Sacrament aldaar tegenwoordig is, moeten speelbedrijven van kinderen, hoe onschuldig die ook zijn, uit het huis Gods verwijderd worden, met alles wat niet tot de G-odsdienst behoort. Hoe schrikkelijk is deze plaats! zeide eertijds de Aartsvader jaoob, toen Grod zich in den slaap aan hem geopenbaard had: zij is niet anders dan het huis Gods en de poort des hemels (2).
Misgewaad of Priesterlijke Kleeding.
Vr. Waaraan moet ons de Priesterlijke Meeding gedurende de H. Misofferande indachtig maken ?
A. Aan het bitter lijden en sterven van onzen Zaligmaker.
Antonij. Is het gebruik van de Priesterlijke kleeding reeds een oud gebruik ?
62
Past. Zeker is het gebruik van de Priesterlijke kleeding reeds, zeer oud, want Gods zelf had in het Oude Verbond reeds nauwkeurig voorgeschreven, welke kleeding de Priesters bij de offeranden moesten dragen. Wij lezen immers in de H. Schrift: âGod zeide tot mozes : gij zult aaboït uwen broe-âder en zijne zonen roepen, om voor mij het pries-âterlijke ambt te bekleeden. Gij zult voor aakox
(1) 2 Paralip. VII, (2) 1 B. Moz. XXVIII, 17.
VEÃKLAAIil).
âzeer sierlijke Itleederen maken. Grij zult daarover âspreken met ervaren mannen, die ik met wijsheid âvervuld heb. Dit zijn de kleederen, die zij zullen âmaken; Een borstsieraad, een schouderkleed, âeen rok, een nauwen linnen onderrok, een mijter âen een gordelriem.
âDoch de Hoogepriester droeg boven dezen lin-ânen onderrok een lang kleed van hemelsblauw , âaan welks onderboord 72 gouden belletjes hingen âen tusschen de belletjes even veel granaat-appeltjes, âgemaakt van purper, hemelblauw en scharlaken , âopdat men hem zoude hoeren, als hij in of uit de âheilige plaats ging, en tot eerbied opgewekt wor-âden. Boven dit kleed had hij nog een ander zeer âkostbaar kleed, hetwelk maar ten halven lijve kwam, âen Ephod genoemd werd. Dit was op de schoude-âren toegemaakt met twee gouden haken, waarop âtwee kostbare steenen stonden, in welke de twaalf âgeslachten gegraveerd waren, zes in den eenen âsteen en zes in den anderen. Voor op dit kleed âwas een vierkant borstsieraad, geborduurd en versierd met twaalf edele steenen, in vier rijen gerangschikt: op iedere rij drie steenen. Op dit âborstsieraad stonden de woorden: Leering en waarheid. De hoogepriester droeg nog op zijn voorhoofd eene gouden plaat, die vast was voor aan âden mijter. Daarin stonden de woorden ; Heiligheid komt toe aan den Heer.quot;
En nu, kinderen! zullen wij overgaan, om de beteekenis van de priesterlijke gewaden te leeren kennen, gij kunt daaruit zien, hoe treffend ons dit priesterlijk gewaad, bij de offerande der Mis, aan het bitter lijden en den dood des Heeren herinnert.
Vr. Wat heteekent de Amict of linnen doek, dien de Friester. als hij zich tot het opdragen der Mis kleedt, eerst op zijn hoofd legt, en daarna om zijne schouderen voegt ?
Ã3
de kerkplechtigheden
A. Deze moet ons te binnen brengen den doek , met welken de spottende krijgsknechten het aangezicht van den Zaligmaker bedekten, toen zij hem sloegen, zeggende; Christus, profeteer ons! Wie is het, die V geslagen heeft? (1).
Vr. Wat beduidt de Albe of het lange witte kleed ?
A. Het witte kleed, met hetwelk jesüs door heeodes bespot is.
Vr. Wat verheelden ons de stool, manipel en cingel of koord ?
A. De boeien of banden, waarmede de dienaars der Joden den Heiland gebonden hebben.
Vr. Wat heeft de kasuifel voor beteekenis ?
A. Het beteekent ons den purperen mantel, welken de krijgsknechten den Zaligmaker om de schouderen hingen, toen zij hem spotsgewijze tot Koning kroonden, en de kolom voor op het miskleed kan ons herinneren aan de kolom, waaraan Hij gegeeseld is : het kruis, achter op het kasuifel afgeteekend, verbeeldt het kruis, hetwelk Hij op zijne schouderen gedragen heeft, en waaraan Hij gestorven is.
64
Past. G-ij ziet hieruit, kinderen! hoe schoon de H. Kerk door hare Ceremoniën in het priesterlijke gewaad, den Priester en het volk bij de offerande der Mis aan jesus bitter lijden zoekt te herinneren. Denkt er veeltijds aan, als gij den Priester in zijn gewaad uit de Sacristie naar het Altaar ziet treden, om de H. Misofferande aan Grod op te dragen; dat hij het kruis op zijne schouderen draagt, gelijk cheistus zijn kruis gedragen heeft naar den berg Calvarie. Zoo richt de Kerk alles in om te voldoen aan het gebod van den Zaligmaker, toen Hij de H, Misofferande instelde, zeggende: doet dit ter mijner gedachtenis (2).
(1) Matth. XXVI, 68. (2) Luc. XXII, J9-
VERKLAAED.
Maar hebt gij wel opgemerkt, dat het misgewaad nog zijne bijzondere kleuren heeft?
Antosij. Ja, Pastoor ! somtijds wordt er in het wit, somtijds in het rood, in het zwart, of in andere kleuren Mis gelezen.
Past, Daar zijn bijzonder vijf kleuren, welke de Kerk tot het misgewaad voorschrijft, de witte , de roode, de paarsche, de groene en de zwarte kleur. De Kerk gebruikt de witte kleur als een teeken van blijdschap op de glorierijke Peesten onzes Heeren, als het Peest van Zijne Geboorte, Verrijzenis, Hemelvaart. De Engelen, die bij deze verrijzenis in het graf verschenen, waren in het wit gekleed. Ook wordt de witte kleur gebruikt op al de feestdagen van de allerheiligste Maagd mahia, van de H. Belijders en van de H. Maagden: om ons aan den glans hunner volmaaktheid, of onbevlekte zuiverheid te doen gedenken. Zij gebruikt de roode kleur op Pinksteren, wegens de vurige tongen, in welker gedaante de H. Geest over de Apostelen verscheen : alsook op de feestdagen der H. Apostelen en der II. Martelaren, vermits dezen hun bloed voor cmiis-ttjs vergoten hebben. De jiaarsche kleur, als een teeken van boetvaardigheid, wordt in den Advent, in de Vaste, op de Quatertemper- én Vigilie-dagen gebruikt. De groene kleur wordt beschouwd als een middensoort; de Kerk gebruikt deze van Driekoningen tot Septuagesima, en van Pinksteren tot den Advent, tenzij er eenige feestdagen invallen ; dewijl deze tijden aan geene bijzondere vreugde of droefheid geëigend zijn. Eindelijk wordt de zwarte kleur gebruikt als teeken van rouw bij de Missen voor overledenen.
De Latijnscho Taal.
Vr. IVaarom verricht de Kerk al hare godsdienstplechtigheden in de Latijnsche taal.
65
de iceiikpleciitigiieden
A. Om alle veranderingen, welke de verschillende volkstalen ondergaan, in de belangrijke stukken van den Grodsdienst te vermijden, en dezelve altijd één en onveranderlijk te bewaren.
Past. Daar zijn voornamelijk drie talen, kinderen ! welke onveranderlijk blijven, en de grondtalen genoemd worden: de Grieksclie, Hebreeuwsche en de Latijnscbe taal. Van deze gebruikt de Kerk, voor zooverre zij in bet Oosten verspreid is, de Grrieksche taal, en zooverre zij zicb in het quot;Westen verspreidt, de Latijnscbe taal in de Mis, kerkelijke officieën, en bij de bediening der Sacramenten. Zoo is zij veilig voor alle nadeelige veranderingen, die somtijds door verbastering van taal konden insluipen; want onze Hollandsche, de Fransche, Duitsche en meer andere volkstalen blijven niet op den duur dezelfde ; zij veranderen door den tijd bijna gelijk de mode in de kleederen. Het is ook geen klein toevoegsel tot de éénheid der Kerk, dat zij ook in het gebruik der taal altijd en overal één en onveranderlijk is.
Jakquot;. Maar is het ook niet jammer. Pastoor! dat nu de meeste lieden niet verstaan kunnen, wat in de Mis gelezen wordt ?
Past. Dit gemis, kinderen! wordt weder vergoed door verscheidene kerkboeken, waarin men in zijne moedertaal dezelfde gebeden en stukken kan vinden, welke de Priester in de Mis leest.
ELPDE LES. Het Sacrament der Biecht.
Dewijl ook dit Sacrament aan de geloovigen dikwijls wordt toegediend, kinderen ! zooals ik u omtrent het H. Sacrament des Altaars reeds gezegd heb, zoo komen ook hier weinige Ceremoniën voor.
66
verklaard.
Docli hoe minder deze zijn, met des te meer oplettendheid moet gij dezelve opmerken; dewijl die weinige, wel overwogen, niet min bijdragen ter opwekking der geloovigen als tot luister der bediening van dit Sacrament. Wij zullen het volgende hiervan aanstippen.
Gij hebt reeds uit het onderwijs omtrent dit Sacrament gehoord, dat Christus aan zijne Apostelen en hunne opvolgers, als de wettig gewdjde Priesters, de macht heeft verleend om aan den rouw-moedigen zondaar in zijnen naam de zonden te vergeven of te houden, zeggende : welker zonden gij vergeeft, die worden hun vergeven, en weiher zonden gij houdt, (of niet vergeeft) die zijn gehouden (1). G-ij hebt gehoord, dat dus de zondaar om de vergiiTenis zijner zonden te bekomen, zich bij den Priester moet vervoegen ten einde zijne zonden te biechten, en door de H. Absolutie de vergiffenis derzelve te verkrijgen. Hiertoe behooren de volgende Ceremoniën.
De Priester, nadat hij door eenige korte verzuchtingen of gebeden, don bijstand van den H. Geest tot het verrichten van dit heilige werk beeft aangeroepen, bekleedt zich met de stola en plaatst zich in den biechtstoel, die daartoe in de kerk is ingericht. De biechteling, nadat hij zich in alle noodige stukken tot de biecht behoorlijk en goed heeft voorbereid, gaat, in eene nederige houding, gelijk het eenen berouwhebbenden zondaar past, naar het biechtgestoelte, en knielt in eene zijdelingsche af-deeling van hetzelve, dus op de zijde van den Priester neder, cn vraagt in het hart of met den mond eerst den zegen van den Priester, zeggende : Eerwaardige Vader! ik hid u om den zegen.
67
De H. carolus barromeus. Aartsbisschop van
(1) Joan. XX, 22.
5*
DE KEHKPLECltTIamp;HEDEN
Milaan, vermaant de Biechtvaders, in zijne onderrichtingen aan de Pastoors (1), om geene biechtelingen tot dit Sacrament toetelaten, welke zonder eene behoorlijke in- en uitwendige voorbereiding tot hetzelve willen naderen. Met alleen de uitwendige houding, maar ook de kleediug der biechtelingen moet geheel zedig en zonder eenigen opschik zijn. Zij behooren te bedenken, dat zij zich vervoegen voor den rechterstoel en het oordeel van den Heer hunnen G-od, wiens plaats hier de Priester bekleedt, en naderen gelijk een zondaar, die om barmhartigheid en vergiffenis zijner zonden ootmoedig aanhoudt.
Bij de nadering tot den biechtstoel, kinderen ! moet gij ook voornamelijk leeren in acht nemen, om nooit, zooals bij een groot getal biechtelingen het geval kan zijn, tot eenig gedrang aanleiding te geven, ten einde in de heilige voorbereiding noch u zeiven, noch anderen te verstoren.
De Priester zegent den biechteling, die aan zijne zijde zit neergeknield, terwijl hij onder het maken van het teeken des H. Kruises over denzelven de volgende woorden uitspreekt; De Heer zij in uw hart en in uwen mond, opdat gij al uwe zonden behoorlijk biecMet in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Hierop spreekt de biechteling de voorbiecht, zeggende : Ik belijd den almachligen God, de Heilige Maagd Maria, alle Heiligen en u Priester, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, tvoorden en werken; door mijhe schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Deze algemeene schuldbelijdenis dient tot eene rouwmoedige inleiding der biecht.
68
De biechteling zegt eerst den tijd, wanneer hij zijne laatste biecht gedaan heeft, en als hij daarna
(1) P. 11 Cap. VII.
veeklaaed.
al zijne begane zonden behoorlijk beleden heeft, kan hij zijne biecht besluiten op deze wijze: Deze en al mijne zonden, die mij niet te voren zijn gekomen, zijn mij van harte leed, omdat ik verdiend heb van God, mijnen rechtvaardigen rechter, strengelijk gestraft te worden ; omdat ik jegens God, mijnen weldadigsten Vader en grootsten Weldoener, zoo ondankbaar geweest ben; omdat ik den allerheminnemw aar dig sten God in het geheel niet, of toch niet gelijk het behoort, bemind, maar veracht en beleedigd heb. Ik icil mij met de genade Gods beteren, en bid om eene zalige penitentie en om de absolutie, als gij, mijn Vader! het goedvindt. Hierna let hij nauwkeurig op hetgene hem de Biechtvader zegt, wetende dat deze in den naam Grods tot hem spreekt. Voornamelijk let hij met aandacht op de middelen, die men hem voorschrijft, om in het vervolg de zonden te vermijden, en welke goede werken hem tot penitentie opgelegd worden.
Als nu de Priester na de opgelegde penitentie den biechteling de absolutie wil geven, bidt hij eerst: Be almachtige God out ferme zich uwer, en u mee zonden vergeven te hebben, geleide hij u tot het eeuwige leven. Amen.
Hij heft zijne rechterhand voorts omhoog naar den biechteling zeggende : De almachtige en barmhartige Heer verleene u kwijtschelding, vergiff'enis en ontbinding uwer zonden. Amen. En kort hierop spreekt hij over hem uit de woorden van de Absolutie, waarin de vorm van het H. Sacrament bestaat, en ontbindt, in stede van God, den biechteling van zijne zonden.
Met groote eerbiedigheid, kinderen 1 trachte men de Absolutie te ontvangen: men kan onder dezelve bedenken, dat ook tot ons gezegd wordt, hetgeen jestjs tot den acht en dertigjarigen zieke sprak: Zie! gij zijl nu gezond geworden. Zondig voortaan niet meer, opdat u niets ergers over-
69
DE KERKPLECHTIGHEDEN
Tcome (1). En wie zal, dit bedenkende, ook niet opgewekt worden, om voor die groote weldaad den Vader van alle goedheid en harmhartigheid te loven en te danken ?
Als de tijd het toelaat, doet de Priester na de gegevene Absolutie nog liet volgende gebed ; Het lijden van onzen Heer Jesns Christus ; de verdiensten van de allerheiligste Maayd Maria en van alle Heil iff en, en al het ffoed wat yij gedaan hebt, en al de smart, die gij geleden hebt, verstrekken u tot vergiffenis moer zonden, tot vermeerdering der genade, en tot verwerving des eeuwigen levens. Amen.
Dit gebed, kinderen, dient voornamelijk opdat de biechteling, die door de Absolutie van zijne zonden nu ontbonden is, ook moge verkrijgen de vergiffenis zijner straffen, die na de vergevene zonden nog dikwijls overblijven.
Alleen bij dit Sacrament is het aan de Priesters toegelaten, om bij sommige omstandigheden eenige van de Ceremoniën weg te laten, hetwelk om de kortheid van tijd ook dikwijls moet geschieden. Ook de Biechtelingen mogen om dezelfde redenen de voorbiecht en de wijze om hunne biecht te besluiten, achterlaten. De voorbiecht kan de Biechteling dan bij zich zeiven vooruit opzeggen, eer de Priester hem den zegen geeft, en dan dadelijk beginnen te biechten. ;Zoo kan hij zijne nabiecht of het besluit zijner biecht zeggen wanneer de Priester hem de absolutie geeft.
TWAALFDE LES,
Het H. Oliesel.
70
Dit Sacrament, kinderen ! wordt het H. Oliesel genoemd, wegens de olie, waarmede de Priester den
(1) Joan. V, II
VEEKI/AABD.
zieke zalft, volgens de instelling van ciihisttjs, uitgedrukt door den H. Apostel jacobus, zeggende : Indien iemand onder u dek is, zoo roepe hij de Priesters der Kerk tot zich, en dezen zullen over hem hidden, hem zalvende met olie, in den naam des Heeren. Het (jebed des geloofs zal den zieke helpen, en de Heer zal hem verlichten, en zoo hij in zonden is, zullen zij hem vergeven worden (1).
Daar de zieken vooraf, of gelijktijdig moeten bediend worden met het Sacrament der Biecht en met de laatste II. Communie, zullen wij over deze Ceremoniën nog eerst spreken.
In Katholieke landen wordt, wanneer de Priester tot de bediening van eenen zieke geroepen is, het allerheiligste Sacrament openlijk naar het huis van den zieke gedragen ; dan is de Priester gekleed met een wit koorkleed en stool, en draagt het allerheiligste Sacrament, in het ziekenbusje besloten, voor de borst openlijk in beide handen, terwijl de koster met een brandenden lantaarn en schel vooruitgaat. Door het schellen worden de geloovigen opgewekt tot eerbiedige aanbidding van het H. Sacrament, en om te bidden voor den lijder. quot;Wanneer dit gebeurt, ziet men al het volk uit de huizen, waar de Priester voorbijgaat, aan de deur komen, neder-knielen en bidden.
71
In sommige Bisdommen geschiedt het overbrengen van het allerheiligste Sacrament naar het huis van den kranken nog veel plechtstatiger. quot;Wanneer de Priester geroepen is, en zich ter kerk wil begeven, om van daar het H. Sacrament aftehalen, wordt er een bijzonder teeken met de klok gegeven; dan komen verscheidene personen, bijzonder die tot de broederschap van het allerheiligste Sacrament be-hooren, ieder met eene brandende fakkel in de hand
(1) Jacobus V, 3.
DE KEEKPLECHTIQHEDEK
om den Priester met het H. Sacrament van de kerk aftebalen, of naar het huis van den zieke, of van daar weder naar de kerk terug te geleiden (1).
In ons Vaderland wordt, gelijk gij weet, het allerheiligste Sacrament door den Priester alleen, en in stilte, onzichtbaar naar den zieke gedragen. Ik maak u echter bekend met de Ceremoniën, die in Katholieke landen daarbij voorkomen, opdat gij hieruit leeren moogt, welke hoogachting en stille eerbewijzing wij in ons hart nog moeten betoonen jegens het allerheiligste Sacrament, als wij somtijds weten, dat de Priester hetzelve onzichtbaar bij zich draagt, terwijl hij naar het huis van eenen zieke gaat, en welke voorbereiding ook ieder in zijn huis moet maken, waar een zieke zal bediend worden.
Chbisje. Welke voorbereiding,Pastoor ! moeter dan in het huis van een zieke gemaakt worden ?
Past. Het vertrek, kinderen ! of de kamer waar deze rust, wordt eerst zuiver en schoon gemaakt. Is de zieke nog zoo sterk, dan staat hij tegen dien tijd op van het bed, en kleedt zich zindelijk, uit hoogachting jegens de H. Sacramenten, waarmede hij verlangd bediend te worden; wanneer hij echter reeds zwak is, dan blijft hij op het bed rusten.
72
Naast het bed des lijders wordt eene tafel, waarover een zuiver witte spreide gelegd is, aangebracht, waarop de Priester het allerheiligste Sacrament in het ziekenbusje kan nederzetten. Men zet daar een of twee kandelaars met waslichten, â een kruisbeeld, â een kommetje met wijwater, â een gewijd of ander palmstruikje tot het besprengen van wijwater, en een ander kommetje of glas metfrisch water en een lepel daarnevens op, welke de Priester gebruikt, om na de uitdeeling der H. Communie de voorste vingeren te spoelen, waarmede hij het
(1) Carol. Borrom. Instruct. Past, append de Communion»
VERKLAAED.
H. Sacrament heeft aangeraakt, en deze ablusie aan den zieke te geven â als ook een vlokje van boomwol of van andere stof, waarmede de Priester de plaatsen, waar hij de zieke met de H. Olie zalft, weder afveegt.
Alhoewel in ons Vaderland het allerheiligste Sacrament zonder openbare plechtigheid naar het huis van de zieke gebracht wordt, vindt men tevens bij vele Christenen dit loffelijk gebruik, hetwelk ik u ter navolging ook bijzonder aanprijs, dat de geburen en naast bijwonende vrienden zich tegen dien tijd naar het huis van den lijder begeven , om aldaar het H. Sacrament te eeren en te aanbidden, en dus, voor en na de bediening den zegen te ontvangen , dien de Priester met hetzelve over de aanwezige geloovigen geeft, en om ook gezamelijk voor den zieke te bidden.
Men treft sommige buurten aan, waar deze prijs-bare gewoonte zeer algemeen is , zoodat bijna alle huisgenooten van de naburige woningen zich vervoegen naar het huis van den zieke, ten tijde dat de Priester verwacht wordt, om aan dezen de laatste H Communie te brengen, ten einde daar den eersten en laatsten zegen te ontvangen , het H. Sacrament te vereeren en mede voor den zieke te bidden. Ik herinner mij, dat ik eertijds, toen ik nog Kapelaan was, eens in het huis van eenen zieke kwam, om aan dezen de laatste H. Sacramenten toetedienen, terwijl daar reeds eenige lieden bijeen waren; midden onder de bediening kwamen nog eenige anderen uit dezelfde bum't het huis binnen , om de toediening bijtewonen. Toen alles verricht was , gaven de laatst ingekomenen wezenlijk hun ongenoegen aan den huisvader te kennen , dat hij hen van de komst des Priesters niet vroeg genoeg had laten verwittigen, zoo dat zij, van den eersten zegen af tot den laatsten, die heilige verrichting
73
de keekpleohtigheden
niet hadden kunnen bijwonen. De godvruchtige ijver dezer vrome lieden trof mij zeer. Wanneer de H. cAeolus BOHEOMErs , die ijverige voorstander van de vereering van het allerheiligste Sacrament, nog geleefd had en daarbij was tegenwoordig geweest; zou hij zeker den godvruchtigen ijver dier vrome lieden openlijk geprezen hebben.
Toediening van het H. Oliesel.
De Priester, in het huis van den zieke gekomen zijnde, zegt. Frede zij dezen huize. Antw. En allen die daarin wonen. Hij bekleedt zich met de stola , en zet de II. Olie op de bereide tafel neder. Hij vertroost den zieke door heilzame woorden, onderricht hem van de kracht en uitwerking van dit Sacrament als het de tijd toelaat, versterkt zijn gemoed zooverre het noodig is, en wekt hem op tot de hoop op het eeuwige leven.
Hij wijst den zieke op het kruisbeeld van onzen Zaligmaker, of reikt het hem over, om hetzelve met liefde te omhelzen, ten einde zijn lijden te vereenigen met het lijden des Heeren, en in hem het verlangen en het vertrouwen op te wekken , om door de verdiensten van den gekruisten Zaligmaker alle noodige genade, tot, wel sterven, te verkrijgen.
Hij besprenkt den zieke, de kamer waar deze rust en alle omstanders met het gewijde water, hij verzoekt van God door eenige gebeden den godde-lijken zegen over het huis en alle de inwoners , en maakt daarover het teeken van het heilige kruis. Hij vermaant ook de omstanders, om voor den zieke te bidden; hij bidt den SOsten en 129sten Psalm bavids, met de verkorte Litanie van alle Heiligen en eenige toepasselijke gebeden, opdat de zieke door de voorspraak der H. Engelen en uitverkorenen Gods godvruchtig moge voorbereid worden tot het
74
TEEKLAAED.
waardig ontvangen van dit Sacrament, en daardoor de herstelling zijner gezondheid of een zalig sterfuur verkrijge.
Dewijl de duivel, onze vijand, gelijk de ïl. Petetjs zegt, rondgaat als een iriescJtende Leeuto, zoekende wien hij moge verslinden (1); en deze booze vijand ook niet ophoudt om den zieke tot den. laatsten doodstrijd nog soms te bekoren, bezweert de Priester, in den naam van de allerheiligste Drieëenigheid de macht van den duivel, door de oplegging zijner handen ; door de aanroeping van alle H. Engelen en uitverkorenen G-ods, opdat de zieke tegen de aanvallen des boozen vijands moge beschermd worden.
Hierna gaat hij over tot de H. Zalving, hij zalft de vijf zinnen, of die ledematen van den zieke, waardoor de menschen gewoon zijn te zondigen. Deze zalving geschiedt kruisgewijze, met den duim, dien hij in de H. Olie gedoopt heeft; en onder de zalving van ieder zintuig spreekt hij de volgende woorden: Door deze H. Zalving en door hare aller-genaderijksie barmhartigheid, vergeve u de lieer al tcat gij door het gezicht misdaan hebt. Amen. En zoo vervolgens bij het raken van alle zintuigen.
Na deze zalving volgen nog eenige gebeden, waardoor de Priester van Grod verzoekt, dat hij den zieke naar lichaam en ziel gelieve te genezen, en de noo-dige genaden toe te deelen, waardoor de lijder waarlijk gebeterd wordt.
Axtonij. Sterft de zieke ook eerder. Pastoor! wanneer hij het H. Oliesel ontvangen heeft ?
75
Past. Neen, kinderen ! juist het tegendeel. Wanneer de zieke vroegtijdig met dit H. Sacrament bediend wordt, zal het hem bijzonder voordeelig zijn tot herstelling zijner gezondheid, indien dit hem zalig is. Immers gij weet uit den Catechismus,
(1) 1 Petr. V, 6.
db kebkplechtiamp;hedes
dat dit een der uitwerksels is, welke men door dit Sacrament mag hopen van God te verkrijgen; waarom ook de Apostel jacobus in de reeds aangevoerde woorden zegt: Het gehed des geloofs zal den zieke helpen. Leert dus hieruit, dat, mocht gij ziek worden en er gevaar van sterven bestaat, gij dan verlangt om vroegtijdig van het H, Oliesel voorzien te worden, ten einde de herstelling uwer gezondheid, indien het u zalig is, daardoor worde bespoedigd.
DEETIENDE LES.
Beaarding der Dooden.
Past. In deze les, kinderen! zal ik u het be-aarden der dooden eenigszins verklaren. J^atst hebben wij over de toediening van het H. 'Jliesei gesproken; komt nu de zieke te sterven, dan e -ben er eenige kerkplechtigheden plaats by het ontzielde lijk, hetwelk ter aarde zal besteld worden.
Aan het hootd nu van de doodkist wordt het kruis geplaatst. Daar worden kaarsen ontstoken. De Priester doet eene zwarte stola om en stelt zich aan het voeteinde van de kist; achter hem staan de bedienaars met een wierooksvat en wierook, nevens een wijwatersvat en eene wijkwast. iJe Priester buigt zich voor het kruis, en besprengt het liik met het gewijde water zeggende : Be vernederde heenderen zullen zich voor den Beer verheugen. Hij leest den 50sten Psalm davids, dien hij besluit met de woorden: Heer verleen hem de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hem-, dat hij ruste in
vrede! Amen. .
Hierna zegt hij : Indien Gij Heer ! de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal dan bestaan? Waarop volgt de 129ste Psalm met het voorgaande sluitge-
76
VERKLAAIID.
bed en nog eenige verzen; hij leest daarna het Onze Vader geheel in stilte, buigt zich diep voor het kruis dat aan het hoofdeinde staat; besprenkt het lijk met het gewijde water, en bewierookt den doode.
Vr JFat heteelcent het, dat er een kruis aan het hoof einde van het lijk geplaatst wordt ?
A. Uit wil te kennen geven, dat de overledene als goed Christen gestorven is ; dat hij eens op de gelukzalige verrijzenis zijns lichaams uit het graf, door niets anders dun door de verdiensten van den gekruisten Heer jesus chiustus, hoopt.
Vr. Waartoe branden er kaarsen bij het lijk ?
A. Om de hoop op de aanstaande verrijzenis aan te duiden.
Yr. Wat wil het besprengen met het wijwater en het wierooken te kennen geven ?
A. Daar de lichamen der geloovigen in hun leven tempels van den II. Geest zijn geweest gelijk de H. Patjltts zich uitdrukt, en in eenen goeden geur van deugden voor God en de menschen hebben gewandeld , worden hunne lichamen, door het gewijde water, tot eene zalige opstanding als voorbereid en ingewijd; zoo duidt ook de wierook op den goeden geur hunner deugden â en goede werken, zonder welke niemand de hoop der zalige opstanding ten grave medeneemt ook mag de wierook de geloovigen opwekken, dat zij hunne gebeden tot lafenis der ziel des overledenen mogen opwaarts ten hemel zenden, gelijk de wierook omhoog klimt.
Past. Onder verscheidene verzen en gebeden, die de Priester bij het beaarden van het lijk voor de rust der zielen ten hemel zendt, wordt deze inzegening tot driemaal herhaald. Na de tweede inzegening zegent de Priester ook het graf, sprekende het volgende gebed :
God, door wiens barmhartigheid de zielen der over-
77
78 de kbekplechtigheden
ledenen in vrede rusten, gewaar dig u deze grafstede te zegenen ! stel uwen II. Engel daar als wachter, en ontsla van alle handen der zonden de ziel van dengenen wiens lichaam hier begraven loordt: opdat zij sick altijd met uwe Heiligen zonder einde verheuge, 'Boor Jesus Christus onzen Heer. Amen.
Hierna besprenkt de Priester het lijk met het gewijde water zeggende; Heden zij uwe stede in vrede, en uwe woning in het heilige Sion. Boor Christus onzen Heer. Amen.
Het H. Kruis genomen hebbende, teekent hij met hetzelve driemaal kruisweg de kist zeggende : Ik teeken dit lichaam met het teeken des H. Kruises, ten einde het op den dag des oordeels vernjze en het eeuwige leven bezitte. Boor Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Driemaal werpt hij wat aarde op de kist, of op het lijk, terwijl hij zegt; Van aarde helt Gij hein gevormd; Heer, wek hem op ten jongsten dage. Boor Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Hierbij, kinderen! behooren alle omstanders zich te herinneren aan hun eerste begin en laatste einde ; want de mensch is uit stof der aarde gevormd, en zal tot stof der aarde wederkeeren. In den schoot d.er moeder en in den schoot der aarde, zijn koningen en onderdanen elkander gelijk. Wat verhevene gedachten kan men niet bij het graf maken?
Betjb. De lijken van jonge of ongehuwde lieden, Pastoor ! worden wel eens versierd. Heeft dit ook nog eene beteekenis ?
Past. De reden hiertoe zal wel deze wezen, om door de versiering den voorrang van den ongehuwden, maagdelijken staat, boven den gehuwden aanteduiden. Dezen staat verheft de H. pattlus zeer boven den echten staat, zeggende ; die zijne dochter ten huwelijk geeft doet wel, en die het niet doet, doet heter (1.)
(1) 1 Cor. VII. 38.
^ i
VEEKLAAED.
Men vindt nog meer gebruiken bij het sterven en begraven, die ook hunne godvruchtige beteekenis hebben. Na het sterven of bij het begraven wordt met de klokken geluid, zoo als gij wel menigmaal gehoord hebt; weet gij ook wel waarom ? Dit gelui der klokken dient om de geloovigen op te wekken dat zij voor de rust der ziel van den overledene eenig gebed mogen storten. Misschien hebt gij dit luiden nog altijd onverschillig aangehoord, maar tracht voortaan aan dit godsdienstig inzicht gestadig te voldoen ; een klein gebed, eene korte verzuchting tot God: Heer ! verleen hem de eeuwige rust enz. kan ten minste tot eenige lafenis der ziel van den ove»ledene strekken.
Op verscheidene plaatsen wordt eenige dagen achtereen, of op eenige aaneenvolgende zondagen op eene bestemde plaats, hetzij in het sterfhuis of in de kerk, bidvergadering gehouden van de gebu-ren, vrienden en anderen, om voor de rust der ziel van den overledene gezamenlijk te bidden. Zulke gebruiken, kinderen ! hebben dikwijls hunne waarde en zijn zeer aanteprijzen; men vindt ze onder vrome Katholieken. Daardoor voldoen wij aan de liefde welke wij aan onze afgestorvene broeders en zusters schuldig zijn. Zij herinneren ons dikwerf met vrucht aan den dood, en de kortheid van dit sterfelijk leven.
Aktonu. Zijn de kerkhoven. Pastoor ! ook niet gewijde plaatsen, en waarom worden die ingewijd?
Past. Ja, kinderen ! de kerkhoven zijn afgezonderde plaatsen, die door de kerkelijke inzegening aan God zijn toegeheiligd, en niet zonder reden; want het kerkhof wordt genaamd de akker Gods, Gelijk het korenzaad, op den akker gezaaid, in de aarde gedolven wordt en daar rotten moet, opdat uit deze verrotting een schoone en rijke oogst voort-kome, zoo ook worden de lichamen der gestorvenen
⢠79
80 * DE KERKPLECHTIGHEDEN
op den alvker Gods als gezaaid en onder de aarde gedolven om daar te vergaaa, opdat zij ten jongsten dage, door eene glorierijke verrijzenis als een heerlijke en rijke oogst weder voortspruiten en opstaan tot de onbederfelijkheid des levens.
Op zulke gewijde kerkhoven mogen ook geene lijken begraven worden dan van gedoopten, of van zulke Christenen, die in den schoot der lioomsch-Katholieke Kerk geleefd hebben, en christelijk afgestorven zijn ; zoodat openbare zondaars en anderen, die hunne jaarlijksche biecht en Paasch-Communie niet verricht hebben, en zonder teeken van berouw gestorven zijn, of die in den kerkban zijn, van deze inzegening bij de begrafenis, en van het begraven op gewijde kerkhoven verstoken zijn.
Viert men ook niet op sommige dagen, kinderen! bijzondere gedachtenis van de overledenen ?
Naatje. Ja, Pastoor ! ten minste op den jaarlij kschen sterfdag.
Past. Op verscheidene plaatsen houdt men ook bijzondere gedachtenis op den darden, zevenden en dertigsten dag. Dit alles heeft zijne geheimzinnige beteekenis, en gij zult wel niet weten waarom.
Men houdt in de gebeden en II. Misofferande de gedachtenis der overledenen op den derden dag, omdat Christus op den derden dag verrezen is, zoo wenscht en hoopt men, dat de ziel des overledenen uit de plaats van zuivering tot een nieuw en verheerlijkt leven in den hemel moge opgaan.
Men houdt dit aandenken op zevenden dag; daar de Schepper van hemel en aarde op den zevenden dag gerust heeft, zoo w-enscht men, op dezen geheimzinni-gen dag, de lijdende ziel de eeuwige rust. quot;Waarvan de H. AMBROsitrs zegt: âOp den zevenden dag gaan âwij weder aan het graf van den gestorvenen, want deze âdag is een zinnebeeld van de aanstaande rustquot; (1).
(1) Ambt.2 boek vaa den dood zijns broeders SA.TYRUS, No. 3^
TEHKLA.A.RB.
Het aandenken wordt op den dertigsten dag gehouden, dewijl de kinderen van Israël den dood van moses en aabon dertig dagen beweend hebben (1).
Zoo viert men ook de jaardagen der overledenen niet zonder redenen. Immers goede vrienden wen-schen elkander op hunnen jaarlijkschen geboortedag wel geluk ; zoo wenscht men ook jaarlijks de zielen zijner ouders en nabestaanden de eeuwige rust en de vreugde in den hemel. Dit is van zoo een aloud gebruik in de Kerk, dat terïtjlltaxtjs in de tweede eeuw der Kerk, daarvan zeer duidelijk spreekt, omtrent eene vrome weduwe, en wel met deze woorden : âDeze vrome weduwe bidt voor de âziel van haren man; zij wenscht haar troost, verkwikking en deel aan de glorierijke Verrijzenis en âoffert voor haar op den verjaardag des gestorve-ânenquot; (2). Deze getuigenis is zeer merkwaardig, men ziet daaruit hoe de geloovigen in de eerste tijden der Kerk voor de zielen der overledenen baden, offerande opdroegen en hunne jaarlijksche gedachtenis vierden.
VEEETIENDE LES. Het Sacrament des Huwelijks.
Daar liet Huwelijk door cukisttjs, onzen Zaligmaker, tot de waardigheid van Sacrament verheven is, waarvan de H. Paulus zegt: dit is een groot Sacrament, doch ik zeg, in Christus en in de Kerk, zoo vindt men ook weder bijzondere kerkplechtigheden, die de waardigheid, kracht en verplichting te ken-
(1) Rippel 3 b. 5 cap.
(2) Tertuüan. 1. b. de moncg imia C. X.
81
6
de keekplechtighedek
nen geven, welke dit Sacrament in zich besluit en voortbrengt. Grij ziet somtijds in de kerk die Kerkplechtigheden verrichten, kinderen ! daarom zal ik ook wat van hare beteekenissen verklaren, want gij zijt toch verlangend, om gaarne alles te weten.
De Huwelijksbelofte tusschen Bruidegom en Bruid gedaan, wordt eerst driemaal in de kerk afgekondigd.
Vr. Waarom geschieden de drie proclamatiën voor het ingaan van het huwelijk ?
A. Om diegenen, welke eenig huwelijksbeletsel van betrekking, maagschap of andere ten opzichte dezer afgelezene personen mochten weten, uittenoo-digen zulks vroegtijdig aan den Pastoor te doen weten, en de geloovigen te vermanen, den zegen des hemels over hen, die zich tot het huwelijk bereiden, aftesmeeken.
Past. Wanneer er geen huwelijksbeletsel gevonden wordt, bereiden zich de Bruidegom en Bruid tot het ingaan van het huwelijk op eenen daartoe bestemden dag. Zij gaan eerst tot het Sacrament der biecht en ter H. Communie, en daarna ontvangen zij het Sacrament van het huwelijk.
Zij naderen tot den voet van het altaar, voor den Pastoor, die in zijn priesterlijk gewaad often minste met een wit koorkleed en eene stool gekleed is, terwijl de kaarsen op het altaar ontstoken zijn, en er drie of ten minste twee getuigen aanwezig zijn.
De Pastoor, nadat hij den Bruidegom en de Bruid ieder afzonderlijk en met verstaanbare woorden heeft afgevraagd, of zij elkander tot wettige echtgenooten nemen willen, en zij dit met ja beantwoord hebben, verbindt hen in het huwelijk. De Bruidegom en de Bruid geven elkander de rechterhand, en de Pastoor spreekt dan de volgende woorden : Ik verbind u in het huwelijk in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen. Hij besproeit hen met het gewijde water.
82
TERKLAAKD. S3
Daarna zegent de Pastoor den trouwring, zeg-; gende na eenige versen het volgende gebed :
Zegen, Heer! dezen trouwring, dien wij in Uwen naam zegenen; opdat zij die hem dragen zal, de getromc-j heid aan haren Bruidegom ongeschonden helvarende, in i Uwen vrede en in Vwen wil verblijve, en zij altijd in I eene onderlinge liefde leven. Door Christus onzen Heer. Amen.
De Pastoor besproeit den ring kruisgewijze met i bet gewijde water, en de Bruidegom denzei ven uit de band des Pastoors ontvangende, steekt dien aan den ringvinger van de rechterband der Bruid. Inmiddels zegent hen de Pastoor, zeggende : In den naam des Vaders, en des Zoons, en des 1:1. Geestes. Amen. Bevestig, Heer ! hetgeen Gij in ons gewerkt heht, ! en na eenige versen leest hij het Onze Vader, en voorts het volgende Gebed:
Wij hidden U, Heer ! zie neder op deze mee dienaren, : en bescherm gunstiglijk mve instellingen, welke gij tot voortplanting van het menscJielijk geslacht hebt ingevoerd, opdat zij die onder mve bestiering samengevoegd Korden, door tme bescherming mogen bewaard blijven, In Christus onzen Heer Amen.
Wanneer de Bruid ingezegend wordt, spreekt de Pastoor nog twee gebeden, na welke hij hen zegent en met het gewijde water besproeit, zeggende : De Almachtige God, de Vader, de Zoon en de II. Geest, geve u zijnen zegen. Amen.
Vr. Waarom tromvt de Pastoor Bruidegom en Bruid in het bijzijn van getuigen ?
A. Opdat deze het voltrokken huwelijk betuigen kunnen ; daartoe worden ook die getuigen in het trouwboek mede opgeteekend.
Tr. Jf 'at beduidt het, dat de Bruidejom en de Bruid elkander de rechterhand geven ?
A. Elkander de hand geven is een teeken van bet verbond van vriendschap en getrouwheid, dat
6*
DE KERKPLECHTIGHEDEN
bij liet huwelijk wordt aangegaan, en geeft te kennen, dat, gelijk hunne handen samengevoegd zijn, ook hunne harten mogen vereenigd blijven.
Vr, Waartoe steekt de Bruidegom den getcijden ring aan den ringvinger der Bruid?
A. Om zich daarbij altijd te herinneren aan de liefde en trouw, welke zij elkander aan den voet van het altaar wederkeerig beloofd en toegezegd hebben. Hij wordt aan den ringvinger gestoken, alzoo diens ader, gelijk de H. Ambhosii's wil, tot het hart, als hoofdzetel der liefde, opklimt.
Past. Het Sacrament van het huwelijk, kinderen ! heeft een uitmuntend en verheven zinnebeeld in het geestelijk huwelijk, hetwelk onze Zaligmaker met zijne Kerk heeft gesloten.
Betje. Hoe, Pastoor ! heeft onze Zaligmaker dan ook een huwelijk gesloten?
Past. Ja, kinderen ! onze Zaligmaker heeft een huwelijk aangegaan, maar een geestelijk huwelijk. Dit verklaart de H. Paui/üs in zijnen brief tot de Ephesiërs, waar hij den Heiland voorstelt als een Bruidegom, en de H. Kerk als de uitverkoren Bruid. De man, zegt hij, is het hoofd van de vrouw, gelijk Christus is het hoofd van de Kerk. Gij mannen, is het verder, htht nice vrouwen lief, gelijk Christus zijne Kerk heeft lief gehad (1). Omdat gij van dat geestelijk huwelijk wat nieuw ophoort, wil ik u de schoone overeenkomst wel even verklaren.
Voor het huwelijk gaat eerst de ondertrouw of de verloving. Deze heeft cheisttis lang te voren aan zijne Kerk gedaan door den Profeet oseas : Ik zal 11 trouwen, zegt Hij daar tot zijne Bruid, ik zal u trouwen in rechtvaardigheid, barmhartigheid en getrouwheid (2),
81
Na deze verloving of ondertrouw heeft Hij het
(1) Ephas. V, 23, 25. (2) Oseas II.
VEEKLAAHD.
geestelijk huwelijk met zijne Kerk voltrokken in zijn doodsuur, hangende aan het kruis. De huwelijks voorwaarden heeft Hij met zijn eigen bloed geteekend. Na den dood heeft hij zijne zijde laten doorsteken en openen, om zijne liefde aan de Bruid te bewijzen; want de band van dit geestelijk huwelijk is zelfs door zijnen dood niet verbroken, maar blijft eeuwiglijk.
De kinderen, die uit dit huwelijk geboren worden, zijn alle geloovigen, welke, gelijk de H. joanses zegt, niet uit vleesch en hloed, maar uit God geboren zijn (1). Hun erfdeel, hetwelk ohristus als hun Vader door zijnen arbeid, lijden en dood voor de Kerk, hunne Moeder, die onder het doorstaan van vele kwellingen en vervolgingen, hare kinderen opleidt om er deel aan te verdienen, verkregen heeft, zijn de eeuwige goederen des Hemels. Ziet daaruit, welke schoone beteekenis het Sacrament van het huwelijk ontleent aan het geestelijk huwelijk van ciieistus met zijne Kerk. Daarom zegt ook de H. PAtTLUS: liet is een groot Sacrament in Christus en in de Kerk,
Het aangaan van het huwelijk op eene plechtige wijze en door het houden van bruiloftsfeesten wordt, door de kerkelijke wetten, niet toegelaten, van den eersten Zondag van den Advent tot aan het octaaf na Driekoningen; noch van Aschdag tot den eersten Zondag na Paschen; dewijl deze tijden tot boetvaardigheid en tot ernstiger godsvrucht van de Kerk geëigend zijn, en dus, door het houden van openbare vermaken, niet gestoord mogen worden.
De Zegening der Kraamvrouwen.
85
Past. Somtijds, kinderen! ziet gij eene Ceremonie in de kerk verrichten, daar ik u ook iets
(1) Joan. I.
BE KEEKPIiECHTIClUEUEK
van verklaren wil: zij is de zegening der Kraamvrouwen, die weder haren eersten kerkgang doen. quot;Weet gij wel, bbtje ! welke beteekenis het heeft, dat zulk eene moeder dan op eene plechtige wijze ter kerk wordt ingeleid?
Betje. Keen, Pastoor! ik heb het wel gezien, maar weet niet wat het in heeft.
Past. Dit geschiedt naar het voorbeeld van de allerzaligste Moeder des Heeren. De wet van mozes verplichtte de vrouwen om, nadat zij een kind ter wereld gebracht hadden, eenen bepaalden tijd te huis te blijven, en daarna tot den tempel te gaan, om zich door eene offerande te zuiveren. De H. Moeder Gods, alhoewel zij er niet toe verplicht was, heeft zich evenwel naar die wet gedragen, nadat zij den Zaligmaker der wereld gebaard had; zoodat wij daar jaarlijks nog den feestdag van vieren op den tweeden Februari, genaamd Maria-zui-vering; van daar is het loffelijk gebruik, dat de Christen kraamvrouwen bij haren eersten kerkgang den priesterlijken zegen ontvangen.
Vr. Wat moet het voornaamste oogmerk eener Moeder zijn hij haren eersten kerkgang ?
A. 1, Grod te danken voor de gelukkige geboorte van haar kind. 2. Dit kind als een geschenk GJ-ods, tot zijnen 11. Dienst optedragen. 3. God te loven voor de herstelling harer krachten.
Vr. Wat heteelcent het brandend waslicht, dat zij dan in de hand draagtquot;}
A. Dit kan strekken tot een afbeeldsel van het licht des geloofs en het vuur der liefde, hetwelk zij moet trachten te bewaren en te vermeerderen.
De kraamvrouw met eene brandende kaars in de hand aan den ingang der kerk nederknielend, besproeit de Priester haar met wijwater, zeggende: Onze hulp zij in den naam des Heeren.
A. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
86
teeklaakd.
Priest. Deze zal den zerjen des Heercn erlangen.
Hij leest; den 23 Psalui davids met het vers : Glorie zij den Vader enz. quot;Waarna liij herhaalt:
Deze zal den zegen des Heer en erlangen en barmhartigheid van God haren Zaligmaker; want dit is het geslacht dergenen die hem zoeken.
De Priester reikt haar het uiterste van de stola toe en geleidt haar daarmede in de Kerk, zeggende .
Treed binnen in de Kerk Gods; aanbid den Zoon der 11. Maagd Maria, Jesus, die u de vruchtbaarheid van kinderen te haren gegeven heeft.
De kraamvrouw knielt voor het altaar, Grod dankende voor de genoten weldaden, en de Priester bidt:
Heer, ontferm U onzer ! Christus, ontferm U onzer . Heer, ontferm U onzer ! Onze Vader enz.
eenige versen spreekt de Priester het volgende gebed:
Almachtige eeuwige God! die, door het baren der II. Maagd Maria, de smarten der harende vrouwen die /nu gelooven, in blijdschap, veranderd hebt, zie genadiglijk 'neder op deze uwe dienaresse, welke om L te danken met blijdschap tot uwen tempel komt; en vergun dat zij na dit leven, door de verdiensten en voorspraak derzelfde II. Maagd Maria, met haar kind tot de vreugde der eeuwige zaligheid moge geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
De Priester besproeit de kraamvrouw weder met het gewijde water, zeggende :
De vrede en den zegen van den ahnacldigen God. van den Vader, den Zoon, en den H. Geest, dale over a neder en blijve altijd met u! Amen.
87
de keeepleciitigheden
VIJFTIEN DELES. De Rozenkrans.
Past. De voornaamste Kerkplechtigheden, kinderen ! die voor u van belang zijn te weten, heb ik u nu reeds verklaard; doch eer wij daarvan afzien, wil ik u nog eenige ophelderingen geven van twee gebruiken, welke bij het bidden somtijds voorkomen. Het eene is het gebruik van den Rozenkrans, en het andere bestaat in het bidden van de Groetenis des Engels, waarna nog iets van de Vesper en van de gewone gebeden zal gezegd worden.
Chhisje. Zoo, Pastoor ! met den Rozenkrans zijn wij meer bekend, daarvan wensch ik gaarne wat te hooren.
Past. De Rozenkrans bestaat in eene manier van bidden, bij welke verscheidene oefeningen voorkomen, bijzonder als die met de mjsteriëen gebeden wordt. Daarin komt voor, de oefening der voortreffelijkste deugden, als 1. de oefening van geloof en aanbidding bij het: Ik gdoof in God den Vader, enz. en bij de versen: Glorie zij den Vader, enz. 2, de oefening van Hoop, Liefde en Dankzegging bij het overdenken der 15 mysterieën, die er tusschen gevoegd worden ; 3. de oefening van het gebed, bij het II. Onze Vader en het Wees gegroet.
Vr. Hoe loorden de 1b mysteriën over het leven, den dood en de verrijzen, s van Christus verdeeld ?
A. In de 5 blijde, 5 treurige en 5 glorierijke mysteriën.
Vr. Hoe bidt men den Rozenkrans ?
A. Vooraan bij het kruisje zegt men : ik geloof in God den Vader enz. Voor iedere groote koraal zegt men eerst: Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest; gelijk het was m het begin, nu en altijd
88
TEEKLAARD.
in alle eeuwen der eeuwen. Amen. Daarna het Onze Vader, enz.
Bij iedere kleine koraal: Wees gegroet, enz.
Voor de drie eerste kleine zegt men :
Dn Engel des heer en heeft aan Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van den H. Geest. Wees gegroet enz.
Zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw tooord, Wees gegroet enz.
Het woord is vleesch geworden en heeft onder ons geetcoond. Wees gegroet enz.
Daarna voegt men bij ieder tientje telkens tus-schen het Wees Gegroet, na de â woorden: gezegend is de vrucht mos lichaams Jesus; een der volgende mysteriën.
5 Blijde Mysteriën.
1. Dien gij maagd blijvende, ontvangen hebt.
2. Dien gij Elisabeth bezoekende, gedragen hebt
3. Dien gij maagd blijvende, gebaard hebt.
4. Dien gij in den tempel opgedragen hebt.
5. Dien gij in het midden der leeraren gevonden hebt.
5 Droevige Mysteriën.
1. Die water en bloed voor ons gezweet heeft.
2. Die voor ons gegeeseld is.
3. Die voor ons met doornen gekroond, is.
4. Die zijn kruis voor ons gedragen heeft.
5. Die voor ons gekruist is.
5 Grlorierijke Mysteriën.
1. Die van den dood verrezen is.
2. Die ten hemel geklommen- is.
3. Die den H. Geest gezonden heeft.
4. Die u ten hemel opgenomen heeft.
5. Die u boven de engelen en Heiligen gekroond heeft.
Past. De Kerk viert jaarlijks ook eenen feestdag
van den Rozenkrans, die wel de vierdag van den Rozenkrans genoemd wordt; maar eigenlijk een feestdag van de allerheiligste Maagd maeia is. De
89
DE KEEKPLECimCilIEDEN
Kerk herinnert ons dan aan de groote weldaden, die de Katholieke Christenen van God ontleend hebben door de voorspraak van de allerheiligste Maagd ; en wel hijzonder door deze godvruchtige oefening van den Rozenkrans. Paus ciemeks XI heeft deze feestviering op den eersten zondag van de maand October voor de Kerk vastgesteld, om Grod voor de verkregene weldaden te danken, en de Christenen optewekken hunnen toevlucht te nemen tot de voorspraak van de II. Maagd maiiia ; en bovenal door het godvruchtig gebruik van den Eozenkrans.
De Eozenkrans met de Mysteriën te bidden wordt zeer aangeprezen wegens de schoone overdenking van de voornaamste geheimen des geloofs, die zoo kort en gemakkelijk gehouden wordt. Zoo worden wij door tusschenvoeging van de 15 Mysteriën in onze gedachten eerst geleid bij do begroeting welke de H. Maagd van den Engel gaüeiêl ontving, bij haar bezoek dat zij aan elisabeth deed, bij de geboorte des Heilands in de stad Bethlehem enz.
De vijf droevige Mysteriën bevatten de voornaamste hoofdpunten uit het lijden onzes Heeren. Wij beginnen met onze gedachten in den hof G-eth-semané; daarna gaan wij naar het rechthuis van PiiATirs, overdenkende de geeseling, de kroning en kruisdraging, en klimmen tot op den berg Calvarië bij de kruisiging, en verzuchten telkens door de voorspraak van mama, om aan de vruchten van het H. lijden onzes Heeren deelachtig te worden.
De voorname geheimen van de verrijzenis en hemelvaart onzes Heeren, van de nederdaling des H. G-eestes over de Apostelen, nevens de hemelvaart van de 11. Maagd maeia beschouwen wij in de 5 glorierijke Mysteriën.
Zoo wenscht de Kerk dat wij ons, onder het bidden van den Eozenkrans, jesus leven, dood en ver-
90
TEHKLAAED.
rijzenis aandachtig zullen te binnen brengen. Hoe schoon is nu deze oefening ! bijzonder voor degenen, die niet lezen kunnen ! Ja ook vele godvruchtige Christenen, alhoewel zij de schoonste boeken bezitten en lezen, maken echter gebruik van den Eozen-krans, om deze heilrijke geheimen op zoo eene korte manier te overwegen.
Dit bidden van den Rozenkrans is daarom in vele huisgezinnen eene oefening van avondgebed ; waarbij te wenschen valt dat de huisvaders of moeders zorgen, dat degene die voorbidt en zij die antwoorden, alle woorden duidelijk en langzaam uitspreken.
Sier, kinderen! moet gij u van uwe vroege jeugd altijd aan gewennen, zoo dikwijls gij alleen of met anderen den Eozenkrans bidt.
Het wordt niet vereischt eenen geheelen Eozenkrans met de 15 Mysteriën achtereen te bidden; men kan ook een enkel tientje alleen bidden ; want aan het getal behoeft men zich niet te verbinden. Velen echter die dagelijks het gebruik hebben van 5 tientjes te bidden, vieren 's Maandags en Donderdags de 5 blijde Mysteriën, 's Dinsdags en Vrijdags de 5 droevige, 's Woensdags en Zondags de 5 glorierijke Mysteriën.
Terwijl gij meest allen lezen kunt, is het u gemakkelijk de Mysteriën bij den Eozenkrans te leeren bidden ! maar die niet in een kerkboek lezen kunnen, en de Mysteriën van den Eozenkrans niet geleerd hebben, hoe weinig hulpmiddelen hebben zulke menschen om de geloofsgeheimen bij hun gebed te overdenken ! Daarom, kinderen ! wil ik u vooral doen opmerken, als gij ooit in de gelegenheid mocht zijn of komen, om zulk eenen minkun-digen de ló Mysteriën van den Eozenkrans te leeren bidden, gij dit niet moogt verzuimen; daardoor oefent gij een bijzonder werk van barmhartigheid
91
DB KEBKPLECHTGIIEDEN
uit: wat denkt eens, als een minkundige daarin met stiehting onderwezen is, en zich voortaan gewent de Mysteriën met aandacht tusschen den Eozenkrans te voegen, dan is hij toch in staat om de voornaamste geheimen van den godsdienst, die in het leven, de dood en verrijzenis des Heeren gelegen zijn, onder het gebed te overwegen, en dusdoende het uitwendig gebed met het inwendige te vereenigen ; (of om duidelijker te spreken) onder het bidden te mediteeren, te beschouwen. Welke aandacht, welke godsvrucht en heilige gemoedsaandoening kan dit bij hem niet verwekken ! ja het dient hem als een boek, waarin hij het voornaamste van den godsdiénst aantreft.
D© Engel des Heeren.
Het is een zeer lofwaardig gebruik bij vele Katholieken, om 's morgens, 's middags en 's avonds te bidden drie versen en driemaal wees geyrod, welke versen beginnen met de woorden : de Tingel des Heeren, waarom ook deze oefening de ijroetenïs des TLwjels genoemd wordt In vele Katholieke landen is dit gebruik zoo algemeen, dat daartoe met het kleppen der klok, driemaal daags een bijzonder teeken gegeven wordt: welk gebruik van kleppen, ook bij ons hier en daar, waar er geschikte gelegenheid toe is, en het geen aanstoot geeft, wordt in acht genomen.
Vr. Hoe hidt men de groetenis des Engels ?
A. Op deze wijze: de Engel des Heeren heeft aan Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van den H. Geest. fFees gegroet enz.
Zie de dienstmaagd' des Heeren ! mij geschiede naar uw woord. Wees gegroet enz.
Het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond. Weet gegroet enz.
92
TEHKLAJLED.
GEBED.
JVij hidJen U, o Heer! stort uwe genade in onze harten opdat vlij, die door de boodschap des Ent/els, de MenscJacording van Christus meen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis mogen komen, door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Vr. Met welk inzicht wordt de groetenis des Engels gebeden.
A. ïot dankzegging voor de overgroote weldaad der menschwording van cheisttjs, en om aan dezer heilzame vruchten deelachtig te worden door de voorspraak van de H. Moeder Gods.
Vr. Wanneer wordt dit gebed knielende, en wanneer staande verricht ?
A. Men bidt het altijd knielende, uitgenomen zaterdags tegen den avond; en zondags wordt het den geheelen dag door, staaande gebeden, als ook op al de dagen van Paschen tot H. Drievuldigheid.
Antoni.i. Wat beduidt het. Pastoor! dat het 's Zondags en in den paaschtijd staande verricht wordt ?
Past. Dit geschiedt, ter gedachtenis aan de glorierijke verrijzenis van cheistus, die bijzonder in den Paaschtijd en op alle Zondagen van het jaar herdacht wordt. Van Paasch-Zaterdag echter tot H. Drievuldigheid, worden in plaats van den Engel des Heer en, de versen Koningin, des hemels enz. gebeden.
Het gebruik, om de Engel des Heeren te bidden, is zeer aan te prijzen, en om dit godvruchtig gebruik meer en meer algemeen te maken, hebben, de Pausen bekeuictus XIII en uenemctcs XIV tal van aflaten verleend aan de geloovigen die dit godvruchtig gebruik onderhouden.
93
DE KERKPl/BCUTIGIIEDEN-
Vesper.
Nu wil ik u, kinderen! ook nog iets van de Vesper en de gebruiken, welke bij de Vesper voorkomen zeggen, alhoewel over dit laatste niet veel te bemerken valt.
De Vespers is eene godsdienst-oefening, waarin wij door het zingen van Psalmen en H. Lofzangen de grootheid Gods verheerlijken, zijnen lofverkondigen, Hem danken en zijnen bijstand verzoeken.
Nadat het Allerheiligste is uitgesteld, begint de Priester de dienst, zingende: Beus in adjuloriwm tneum Mende, dat is : O God! zie op iot mijne hulp Het koor antwoordt: Domine adjuvandum elc. Heer haast ü om mij te helpen.
Onder het zingen dezer beide versen en het daarop volgende Gloria Patri, sta men recht op met den Priester, en terwijl het koor zingt Gloria Fatri etc. dat is : Glorie zij den Vader, den Zoon, en den H. Geest, buige men zijn hoofd wat voorover uit eerbied jegens de drie goddelijke personen, wier lof gezongen wordt.
Terwijl het koor de Psalmen en H. Lofzangen zingt, kan men nederzitten om te bidden ; doch als het Allerheiligste Sacrament ter openlijke aanbidding is uitgesteld, is het eerbiediger, dat men gedurende dezen godsdienst zijne gebeden knielende verricht, als onze lichaamskrachten zulks toelaten.
Vr. Waarom staat het volle met den Friester terwijl het Macjnificat gezongen wordt ?
A. 'l. Omdat deze lofzang als het Evangelie onder de Vespers is, (Luc. I). 2 omdat dezelve ziet op het geheim der menschwording van chbis-tus, tot welker vereering wij met de H. Moeder-Maagd dit lof- en danklied blijmoedig zingen.
Vr. Waarom wordt op hooye feesten of hij meer
91
veeklaard.
solemneele Vespers onder het Magnificat hel H. Sacrament en geheel het Altaar bewierookt ?
A. Om met meer plechtstatigheid te beduiden, dat wij onzen lof en onze aanbidding tot .tesus in het allerheiligste Sacrament richten ! en dat gelijk de welriekende wierook opwaarts stijgt, alzoo onze aandacht hemelwaarts klimme, om als het ware, Gode een aangename geur te zijn.
Past Ik kan u niet genoeg aanbevelen, kinderen ! om alle zon- en feestdagen dezen namiddag-Godsdienst, de Vesper, bijtewonen, en dezelve nooit, dat bij hooge noodzakelijkheid te verzuimen ! immers daardoor betuigen wij hoogachting en wederliefde tot jesus in het allerheiligste Sacrament, hetwelk dan ter openlijke aanbidding wordt uitgesteld ; daardoor brengen wij de zon- en feestdagen godsdien-stiger over, daardoor vereenigen wij ons met den dienst der H. Engelen, welke onophoudelijk Grod loven en aanbidden.
Gev/one Gebeden.
IVr.Vr. Op welke wijze behoort men zijn gebed te verrichten ?
A. Men bidde met gevouwen handen, neergeslagen oogen, met ontdekten hoofde en gebogen knieën.
Vr. Waarom bidt men met gevouwen handen en neergeslagen oogen?
A. Wijl deze wijze van bidden den onderdanen past, die om hulp en ontferming smeek en.
Vr. Waarom bidt men met ontdekten hoofde en met gebogen knieën ?
A. Tot betuiging van onzen eerbied voor de ; G-oddelijke Majesteit, en om onze onderdanigheid ook uitwendig te betoonen.
Past. Met gebogen knieën kinderen! heeft gebe-
95
---
96 be keekplechtighedejt
den de Koning Salomon (1), de profeet dasiël (2), de H. stepiianus (3). Men leest in de levensbeschrijving van den II. Apostel oacobus, eerste Bisschop van Jeruzalem, dat hij zoo dikwijls knielende heeft gebeden, dat zijne knieën hard, als eene ka-meelshuid geworden waren.
Jan. Mag men ook niet somtijds bidden, Pastoor, met den hoed op het hoofd ?
Past. Ja, kinderen ! zoo bidden velen zeer aandachtig, terwijl zij op weg alleen gaan, zonder den hoed aftenemen; velen bij het spinnen, naaijen of anderen arbeid zonder de handen te vouwen ; doch als er geene beletselen zijn, en men zich tot het gebed bepaalt, bij voorbeeld 's morgens en 's avonds behoort men de gebruiken bij het gebed in acht te nemen en met gebogen knieën te bidden.
Tracht dan niet alleen te knielen, maar ook uw geheele lichaam in die houding te stellen, welk eenen met aandacht biddenden Christen betaamt; en niet optevolgen dezulken, die onder het gebed met hunne armen op stoel of bank zoo voorover leunen, dat zij eer op slapers dan bidders gelijken. Het is zeer aanteprijzen, dat het huisgezin, terwijl het de morgen- en avondgebeden samen verricht voor een kruisbeeld nederkniele, en onder het gebed dikwijls de oogen op den gekruisten Heiland richt.
Gij kunt niet denken, kinderen ! wat die uiterlijke eerbiedige houding onder het dagelijksche gebed nog eenen grooten invloed heeft op de inwendige aandacht des harten. Ook als gij aan tafel voor en na het eten bidt, slaat dan nooit uwe oogen op, verricht dan uw gebed altijd met eene heilige stilte, met gevouwen of samengevoegde handen, zoodat gij nooit onder hetzelve iets anders doet; die kleine
t
(1) 3 Boek der Kon. VIII. (2) Dan. VIII. (3) Hand. VII.
VERKLAARD.
stichtende houding is toch een bewijs van grooten eerbied jegens God.
Twee dingen , mijne kinderen ! wensch ik hartelijk, dat gij alle dagen uws levens moogt opvolgen ; en welke? eene eerbiedige houding bij den Godsdienst in de kerk, en eene eerbiedige houding bij het verrichten van uwe huiselijke aandacht. Stelt u voor : gij komt in eene kerk, waar gij alle geloovigen in eene zedige, gepaste en eerbiedige houding de Godsdienst ziet bijwonen, hoo stichtelijk zal u dit niet voorkomen, en welken indruk tot eerbiedige gevoelens voor God moet dit niet bij u verwekken! Wacht u derhalve van in de kerk nooit omtezien, of met de oogen in het rond te zwerven, of te praten, te lachen, ja voor elke andere onzedige houding des lichaams. Denkt dat gij in een huis zijt terwijl het huisgezin zijn morgen- of avond-aandacht gezamenlijk verricht; de huisvader bidt voor, het huisgezin antwoordt; alles geschiedt met duidelijke en bedaard uitgesprokene woorden. Zelfs het kruismaken, waarmede het gebed begint en eindigt, wordt van ieder met teekens van eerbied gedaan ; en ieders houding is die, van een met aandacht biddenden Christen. Moet dan zulk een voorbeeld viw hart niet roeren, en u mede tot aandacht aansporen ?
97
7
de kerkplechtigheden
VERKLARING VAN DE HEILIGE MIS.
Inhoud dep gebeden en verklaring der Ceremoniën, welke bij de H. Offerande der Mis voorkomen.
De offerande der H. Mis bestaat voornamelijk in de Consecratie , als uitmakende die heilige handeling, hij welke het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed des Heeren wordt veranderd. Deze behelst, wat !het wezen der zaak betreft, de gedachtenis aan het lijden en sterven van oheistus, volgens Zijne woorden bij het laatste avondmaal uitgesproken : doet dit ter mijner gedachtenis (1).
De handelingen, Ceremoniën en Gebeden, welke onder het verrichten dezer offerande voorkomen, hebben wel, elk voor zich, hunne eigene beteeke-nissen ; doch worden mede godvruchtig en met veel nut zoo verklaard, dat zij ook iets beteekenen omtrent het lijden van jesus oheistus, ten einde de geest en aandacht diergenen, welke de Mis hooren of opdragen, mogen worden opgeleid tot de hoofd-geheimnis, te weten : die van den dood en het offer des gekruisten Heilands jbstjs oheistus.
98
Wij zullen hier kortheidshalve maar gedeeltelijk van de eigene beteekenissen der Ceremoniën spreken, en daarbij de zinnebeeldige voegen in hoeverre die toepasselijk zijn op het lijden onzesHeeren; waarbij valt te bemerken, dat de zinnebeeldige toepassing aan de onderscheidene godvruchtige denkwijze der geloovigen gelaten wordt en niet behoeft samen te stemmen, zooals dit uit onderscheidene kerkboeken te bespeuren is. Wij zullen hier tevens uit de toepassingen, diegene bijbrengen, welke ons als de
(1) Luc. XXII, 19,
tebklaaed.
meest overeenstemmende met het Lijden voorkomen, en die afzonderlijk met â teekenen.
âDe priester in het misgewaad gekleed verbeeldt âde persoon van jestts Christus in zijn lijden. Als âhij uit de Sacristie naar het altaar gaat, kunnen âwij ons verbeelden hoe ciikistus , uit de eetzaal âwaar hij het laatste avondmaal gehouden had, ging ânaar den hof G-ethsemani, om daar zijn lijden te âbeginnen.quot;
JSfadat de Priester den kelk op het altaar geplaatst, het misboek in orde gelegd en alles tot de offerande heeft ingericht, begint bij de Mis beneden bij den voet van het Altaar.
HET BEGIN DEE MIS.
Onder het teeken van het H. Kruis zegt de Priester : In den naam des Vaders, en des Zoons, en des II. Geestes. Amen. Ik zal inyaan tot het Altaar Gods.
De Misdienaar antwoordt in den naam van alle geloovigen: Tot God die mijne jeugd verblijdt.
De Priester leest met den Misdienaar, om het andere vers, den 42 Psalm datids, ten einde zich en het volk aantesporen om met vreugde en vertrouwen op te gaan tot het altaar Gods, waar het H. offer zal worden opgedragen.
Diep nedergebogen spreekt hij de algemeene schuldbelijdenis : Ih belijd voor God almachtig enz. Dit doet ook de dienaar in den naam van al de geloovigen die aanwezig zijn om de Mis te hooren.
Vr. Waarom doen de Friester en de Dienaar de algemeene schuldbelijdenis ?
A. Opdat zij ook van de kleinste vlekken der zonde gezuiverd worden, en de Priester dus met te meer reinheid en grooter vertrouwen tot het H. Altaar moge naderen. Zij erkennen dat zij zondaars zijn, en bidden voor elkander, naar de vermaning
van den H. jacobus : belijdt elkander mee zonden en
7#
99
DE KEBKPLECUTIGHEDEir
hidt voor elkander, opdat gij zaliy wordet; want het aan-houdende gebed van den rechtvaardige vermag veel (1).
De Priester bidt daarom ook voor het volk, dat G od hun de zonden vergeve, zeggende : De almachtige God onfferme zich tiwer, en u uwe zonden vergeven hebbende, geleide hij u ten eeuwigen leven Amen.
âAls de Priester aan den voet van het altaar diep ânedergebogen de algemeene schnldbelij denis spreekt, âkunnen wij ons voorstellen, hoe cheistus in den âhof Gethsemani water en bloed, uit benauwdheid âzijner ziel, zweette. Mochten wij dan ook berouw âover onze zonden gevoelen, die de oorzaak van dit âbloedige zweet geweest zijn !quot;
Met vertrouwen op God treedt de Priester naar het altaar op ; hij bidt nogmaals om de vergiffenis zijner zonden , kust het altaar tot teeken van verzoening met cheisttjs, en bidt om door de verdiensten der IJ eiligen, wier overblijfselen in het altaar rusten, die kwijtschelding te erlangen.
Bij plechtige diensten wordt het kruis of het allerheiligste Sacrament benevens geheel het altaar bewierookt; dit wordt na de opoffering nog herhaald, gelijk nader zal gezegd worden.
De Introïtus of ingang ter Mis.
De ingang der Mis bestaat uit eenige versen, getrokken uit ds H. Schrift, en wel meest uit de Psalmen van datid , met het vers Gloria Patri et». Hij wordt Introïtus of ingang ter Mis genoemd, dewijl hij van het koor gezongen wordt terwijl de Priester uit de Sacristie naar het altaar gaat.
100
âAls de Priester naar den kant van den Epistel gaat âom den Introïtus te lezen, denkt dan hoe cheisttjs âgevangen, weggeleid en voor aknas gebracht is.quot;
(1) Jac. V, 16.
verklaard.
Kyrie Eleison. Gloria in Excolsis.
Door dit formulier van gebed, kyrie eleison, wordt elke persoon der allerheiligste Urieöenheid driemaal aangeroepen ; daarom wordt na het driemaal Heer ontferm U onzer, driemaal herhaald Christus ontferm U onzer, door welke woorden de tweede persoon in de Godheid wordt aangeroepen.
âOnder het drievoudig kyrie eleison kunt gij u âherinneren: hoe ciiristus door PEïRrs driemaal verloochend is.quot;
Het Gloria in Excelsis is een vreugdegezang, de eerste versen daarvan bestaande uit het gezang, dat de Engelen gezongen hebben, toen zij de geboorte des Heilands aan de menschen verkondigden.
Dit Gloria wordt in gezongene diensten door den Priester, voor het altaar, aangeheven en door het koor vervolgd. En dewijl de Mis een vreugdeoffer is, wordt dit blijde gezang als ook de overige gezangen, onder de Mis, met orgelspel begeleid.
In de Mis voor de overledenen, en op die dagen welke niet aan vreugde toegeëigend zijn, wordt dit G-loria weggelaten.
Dominus Vobiscum Collecten.
Vr. Waarom keert de Priester zich, onder de Mis dikwijls tot het volk, zeggende: de Heer zij met u ?
A. Met deze woorden groet hij het volk en wekt het tot aandacht; die wijze van groeten was eertijds zoo in gebruik (1); en gelijk hij tot het volk spreekt, keert hij zich tot hetzelve om, daar men natuurlijk zijn aangezicht wendt tot hen die men aanspreekt.
101
De dienaar wenscht, uit naam van het volk, den Priester dezelfde genade, antwoordende: en met uwen geest.
(1) Ruth II, 4. 2 Paral. XV, 2. 2 Timoth. IV, 22.
BE KEEKPLECHTIGHEDEN
Vr. Waarom strekt de Friester bij deze woorden zijne handen uitl
A. Om liet gebaar naar de uitdrukking zijner woorden te voegen; gevende dus zijnen wensch te kennen : dat de Heer door zijnen Geest de harten van het volk moge opwekken (1). Door het uitstrekken zijner handen wil hij de harten zijner toehoorders als het ware vereenigen ; en door de samenvoeging dier handen hen gezamenlijk als ineensluiten tot aanbidding.
âAls de Priester zich dus keert tot het volk, mag âu dit indachtig maken, hoe cheistus petbus aan-âzag en hem tot boetvaardigheid noopte.quot;
Vr. Wat beteekent het woord Collecte ?
A. Collecte wil zeggen verzameling, en wordt hier zoo genoemd, vermits de Priester de goede verlangens der geloovigen als in een gebed verzamelt, en dezelve in aller naam, als gezant aan God voordraagt ; daarom spoort hij ook eerst het volk aan, zeggende : Laat ons hidden.
De gebeden, welke de Priester hier aan God opdraagt zijn verschillende. Zij zijn toepasselijk op den tijd, of op de feesten ; b. v. in de vaste bidt hij : dat wij ons niet alleen mogen onthouden van spijzen, maar ook van zonden ; in den paaschtijd: dat wij met cheistus mogen verrijzen ; op Pinksteren : dat wij mogen ontvangen den 11. Geest; op de feestdagen der Heiligen : dat wij door hunne voorspraak deze of gene deugd mogen verkrijgen.
Yr. Waarom houdt de Triester de handen opgeheven terwijl hij bidt ?
102
A. Deze wijze van bidden was gebruikelijk in de oude wet; mozes bad met opgehevene en uitgestrekte armen, toen josuë slag leverde aan de Ama-lekieten (2). Heer! verhoor mijn gehed, sprak datid, terwijl ik mijne handen verhef tot uwen heiligen tem-
(1) Pouget p. 3, § 2, C. 7, § 22. (2) 2 B. Moses XVII, 11.
TEEKLAAED.
pel (1). Ook de H. paulus spreekt van deze wijze van bidden, tot zijnen leerling timotiieus (2).
Y. Waarom antwoordt de dienaar op het gebed van den Priester Amen ?
A. Het woord Amen beteekent den wensch, dat het moge geschieden ; dit Amen spreekt de dienaar uit naam van al het volk, en is hier als eene onder-teekening dier gebeden en wenschen aantemerken, welke de Priester voor het volk ten hemel opdraagt.
De Epistel. Graduale. Alleluja.
Epistel beteekent brief, en bestaat in eene les uit de H. Schrift, liefst uit de brieven der Apostelen. Hij dient of tot lof van den heiligen wiens feest gevierd wordt; of tot onderrichting van den Priester, of tot onderwijzing van liet volk; daarom wordt hij ook dikwijls gezamenlijk met het Evangelie, voor of na de Mis, in de moedertaal, aan het volk voorgelezen.
De dienaar antwoordt op het einde van den Epistel : Beo Gr atlas. Gode zij dank, daarvoor dat hij ons zulke heilige leer heeft toegezonden,
âGedenkt onder het lezen van den Epistel en de âGraduale, hoe cheistus in het rechthuis van pilatus âvalschelijk beschuldigd werd.quot;
Vr. TFat wil Graduale zeggen 1
A. De Graduale bevat eenige versen getrokken uit de H. Schrift, en meest uit de Psalmen, welke verschillende zijn naar gelang der tijden en feesten.
Graduale beduidt trapgezang, dit ontleent zijnen naam aan een overoud gebruik der Kerk. Het was eertijds gewoonte, dat de Diaken, om het Evangelie te zingen, eene hoogte of verhevene plaats beklom, waar men met trappen opging. Daar nu, voor het zingen van het Evangelie eenige Ceremoniën, als ook het gebed van den Diaken, en het zegenen van
(1) Psalm XXVII, 2. (2) 1 Timoth. II, 3.
103
de keekplechtiöheden
den wierook geschiedden, zoo werd in den tusschen-tijd deze Graduale door het koor gezongen.
Ka de Graduale wordt buiten de Vaste, meest altijd Alleluja gezongen. Dit is een woord van vreugde en lof; het wil zeggen : looft den Heer !
Het Evangelie.
Vóór het lezen van het Evangelie wordt het boek van de linker- naar de rechterzijde des Altaars overgebracht. Dit heeft uit eene omstandigheid, die bij de oudheid in gebruik was, zijnen bijzondere grond : in den geheimrijken zin kan het ons aanduiden, dat toen de Joden het Evangelie verworpen hebben, de Heer het heeft doen overbrengen tot de Heidenen, van welke wij onze afkomst ontleenen,
Intusschen bidt de Priester in het midden voor het altaar diep gebogen, dat G-od zijn hart en zijne ziel moge zuiveren, opdat hij het Evangelie waardiglijk moge verkondigen.
âTerwijl het boek wordt omgedragen herinnert u, âhoe jesus van pilattts werd gezonden tot heeodes.quot;
Het boek wordt tot het zingen of lezen van het Evangelie schuins op het altaar geplaatst, zoodat de Priester zich recht tegenover het Evangelie stellende, zich schuins of half tot het volk keert, hetwelk hij aanspreekt, en door de les van het Evangelie onderwijst. In deze schuinsche stelling keert hij zich ook niet om tot het volk terwijl hij zegt: Dominus vobiscum : de Heer zij met u.
De reden waarom de Priester en het volk zich teekenen met het kleine kruisje op het voorhoofd, op den mond en op de borst voor het lezen van het Evangelie, is reeds verklaard in de les over het maken van het teeken des H. Kruises.
Vr. Waarom staat het volk op onder het zingen of lezen van het Evangelie ?
A. Om te toonen, dat men bereid is, zijn leven
104
VEHKXAAED.
te ricliteii naar de leer van het H. Evangelie, en des-zelfs woorden met den lioogsten eerbied aantehooren.
Men leest dat in sommige landen, zooals Polen en Hongarije de soldaten eertijds hunne sabels uittrokken, om te toonen, dat zij bereid waren met hun leven en bloed het Evangelie te beschermen.
Hier staat te bemerken, dat zij niet weldoen, die ten tijde van het Evangelie blijven knielen ; want het is beter de Ceremoniën van de Kerk te onderhouden, dan zijn eigen godvruchtig gevoelen te volgen.
Vr. Waarom wordt in plechtige Missen het Evangelie door den Priester of Diaken bewierookt?
A. Het Evangelie wordt bewierookt uit hoogachting jegens de H. woorden welke ons daaruit verkondigd worden.
Vr. Tfat heteehenen de brandende lichten, die, bij plechtige Missen, onder het zingen van het Evangelie worden opgeheven ?
A. Dat het Evangelie is geweest een licht der Heidenen, waardoor zij uit de duisternis hunner dwalingen tot de kennis des geloofs gekomen zijn
Yr. Waarom kust de Friester het boek na het lezev van het Evangelie ?
A. Om zijnen eerbied, zijn geloof en vaste gehoorzaamheid aan de H. woorden van het Evangelie te betuigen.
âOnder liet lezen van het Evangelie kunt gij u âvoorstellen hoe ciieisttjs door hehodes bespot, tot âpilattjs terug wordt gezonden.quot;
Na het Evangelie wordt op bijzondere Feestdagen het Credo of de artikelen des geloofs gelezen ; dewijl, nadat de Apostelen het Evangelie verkondigd hadden, de wereld openbare belijdenis van het geloof heeft afgelegd.
De Opoffering.
Het eerste voorname deel der H. Mis.
Voor dat de Priester dit deel der H. Mis begint,
105 *
DE KEBKPLECHTGHEDEN
keert hij zich eerst nogmaals tot het volk, zeggende :
Be Heer zij met u. Autw. En met uwen geest. Zich voorts weder naar het altaar gev, end hebbende, leest hij eenige versen, getrokken uit de H. Schrift, welke het offertorium , dat is, opoffering genoemd worden ; want eertijds werd na de geloofsbelijdenis brood en wijn door de geloovigen tot de offerande aangebracht, hetgene van den Priester gezegend en aan God opgedragen werd.
Hierna ontdekt de Priester den kelk, en legt de Corporaal open, om de offering te beginnen.
âHierbij kunt gij u verbeelden hoe oheistus vóór de âgeeseling, van zijne kleederen is ontbloot geworden.quot;
De Priester neemt de Pateen, waarop de hostie ligt, in beide handen; heft die wat omhoog, en spreekt het gebed der offerande van het brood.
Heilige Vader, almachtige, eeuwige God ! neem dit onbevlekte offer aan, hetwelk ik, uw onwaardige dienaar, opdraag aan ü, den levenden en waren God, voor mijne talrijke zonden, heleedigingen en nalatigheden, gelijk ook voor allen die hier tegenwoordig zijn, alsmede voor alle geloovige Christenen, zoo levende als doode, opdat het mij en hun voordeelig zij ten eeuwigen leven.
De Priester gaat naar de zijde van het altaar; terwijl de Misdienaar hem wijn en water toereikt; hij giet van den wijn in den kelk, waarbij hij een druppel of een weinigje water voegt, en weder in het midden van het altaar gekomen, neemt hij den kelk in zijne handen, en dien nu wat hooger houdende, zegt hij :
Heer ! wij offeren u dm kelk der zaligmaking en hidden mee goedertierenheid, dat hij voor ons heil en dat der ge-heele wereld, met eenen geur van zoetigheid, moge opklimmen tot voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit. Amen.
âBedenk onder deze offerande hoe Christus zijn âlichaam tot de bloedige geeseling heeft overgegeven.quot;
Vr. Wat beteekent 't dat de tcijn met icater vermengd icordt ?
106
TEEKLAAED.
A. Dit heeft de zeer sclioone beteekenis : 1. van het geheim der menschwording, waarin de mensche-lijke natuur met de goddelijke natuur vereenigd is in den persoon van oueisttjs. 2. Van de vereeniging van cnEiSTTJS met zijne Kerk. Door den wijn wordt eenigermate ohbistx-s bedoeld, die van zich zeiven getuigt: lit hen de wijnstok; het water is eene aanduiding van het volk, gelijk de II. joankes in het boek der openbaring te kennen geeft (1). 3. Beduidt het, hoe uit de zijde van cheistus lichaam, water en bloed gevloeid is, toen hetzelve aan het kruis hangende met eene lans doorstoken is geworden.
âDe Priester bedekt den kelk, waarbij gij kunt bedenken, hoe cheistcs met doornen is gekroond.quot;
In het midden voor liet altaar eenigszins nederge-bogen, roept de Priester den H. Geest aan om het olfer te zegenen.
Bij plechtige Diensten wordt nu de offerande en geheel het altaar bewierookt; terwijl de Priester den wierook, eerst door hem gezegend, straks boven het offer laat opklimmen, zegt hij :
Dit reukwerk van U gezegend hlimme op tot U, o Heer ! dat uwe harmliartigheid op ons nederdale.
Onder het bewierooken van het altaar spreekt hij eenige versen uit de 140ste Psalm, waarin onder anderen deze woorden voorkomen : Laat mijn gebed tot U, o Heer !gericht worden,gelijk een reukwerk voor uw aanschijn.
Vr. Waarom wordt de offerande en geheel het altaar bewierookt ?
A. Om dezen daardoor met te meer plechtigheid aan Grod toe te heiligen, en gelijk door het altaar CHEISTXJS beteekend wordt, wordt ook geheel het altaar bewierookt.
107
Vr. Waarom wascht de Triester aan de zijde van het altaar het uiterste zijner vingeren, terwijl hij eenige ver-ien uit den lasten Psalm leest ?
(1) Openb. VII, 15.
DE KERKPLECnTIGHEDEN
A. Om te beteekenen dat hij, die zoo een heilig offer aan Grod wil opdragen, zich te voren ook van de geringste zonde moet trachten te zuiveren.
âHier herinnert u, hoe pilatus den Heiland onschuldig verklaarde, terwijl hij zijne handen wieseh.quot;
Wedergekeerd tot midden voor het altaar, draagt de Priester deze offerande op aan de allerheiligste Drievuldigheid, ter gedachtenis der voornaamste geheimen van den Zaligmaker; als dat van zijn lijden, verrijzenis en hemelvaart; waarbij ook gedachtenis gevierd wordt van de allerzaligste maagd maiua. en eenige der voornaamste Heiligen, wier voorspraak de Priester verzoekt.
De Priester zich onwaardig kennende dit offer optedragen, verzoekt daartoe ondersteund te worden door de gebeden van het volk, zeggende orate fratres, hidt Broeders , dat mijne en moe offerande aangenaam moge worden aan God den almachtigen Vader.
Hierop bidt de dienaar dadelijk uit naam van al het volk: de Heer aanvaarde dit offer uit uwe handen, tot lof en glorie van zijnen H. Naam, tot voordeel van ons en van zijne geheele heilige Kerk. Amen
âTerwijl de Priester zich nu keert tot het volk, âkan u dit zeer goed te binnen brengen, hoe pila-âttjs Christus aan het volk vertoonde, zeggende : âziet den Mensch.quot;
De Priester weder tot het altaar gekeerd, verricht zijn gebed in stilte.
Praefatie.
Prrefatie beteekent; voorafgaande inleiding. Deze heet zoo, omdat zij den ingang tot den Canon der Mis en eene algemeene inleiding tot het ware offer is ; daarom vangt de Priester die aan met luider stem, om den Grod van alle eeuwen te loven.
Ten einde dien lof plechtig aan Grod te betuigen, wordt geheel de Pra'fatie bij zingende Diensten door
108
VEHKLAAED.
den Priester gezongen, terwijl de eerste versen door het koor beantwoord worden. De Priester zingt of spreekt tot liet volk : De Heer zij met u.
De Dienaar of het koor antwoordt: en met tiwen Geest!
Do Priester vermaant het volk, dat zij hunne harten van de aarde aftrekken en ten hemel verheffen : verheft uwe harten. Antw. Wij hebben onze harten tot den Heer verheven.
Als het volk geantwoord heeft, dat zij hunne harten tot God verheven hebben, is de Priester daar mede nog niet tevreden, maar vermaant het verder tot dankzegging en spreekt: laat ons den Heer onzen God danken.
Het volk antwoordt; Dit is waardig en recht.
Nu betuigt het volk plechtigen dank aan God, openlijk door den Priester en heimelijk door hunne gebeden, en dit alles in ciieisttjs onzen Heer, die den Vader lief is, door wien Hem ook de Engelen, en wij met hen loven.
De Priester vervolgt: waarlijle het is waardig en recht, billijk en heilzaam dat wij U altijd en op alle plaatsen danken, heilige Heer ! almachtige Vader ! eenwige God! in Christus onzen Heer (1) door wien de Engelen mee Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten U al bevende eeren, de Hemelen en hemelsche krachten en de zalige Serafijnen met vereenigde blijdschap uwen lof verkondigen. Met tcelke wij bidden, dat gij U ook gewaardigt aantenemen onze stemmen met ootmoedige belijdenis, zeggende: Heilig! Heilig! Heilig! h de God der Heirkrachten. Hemel en aarde zijn vol van wwe heerlijkheid. Heil TI in het allerhoogste! Gezegend Hij die daar komt in den naam des Heeren! Heil U in het allerhoogste!
(1) Op voorname Feesten en bijzondere tijden wordt hier de eigene weldaad aangevoerd, waarvan wij dan gedachtenis vieren, om daarvoor 's volks bijzonderen dank te betuigen.
109
DE KEEKPLECHTiaHEDEN
Vr. Waarom wordt hij het Sanctus met de klokjes of schellen geluid?
A. Deels uit vreugde bij de uitdrukking dezer vreugdewoorden ; deels om het volk opmerkzaam te maken bij het begin van den Canon.
Deze Prsefatie is eene verhevene en waarlijk he-melsche dankzegging, die buitengewoon geschikt is om de harten der geloovigen tot godsvrucht op te wekken; de strijdende Kerk op aarde vereenigt zich hier met de triomfeerende Kerk in den hemel; zij ontleent de woorden aan de koren der hemelsche geesten, om den goddelijken lof te zingen : want de woorden : Heilig ! Heilig ! Heilig ! is de Grod der heirkrachten, is een lofzang, dien de Profeet isaias den Serafijnen in den hemel heeft hooren zingen, voor den troon G-ods (1),
Door deze woorden: gezegend is hij die daar komt in den naam des ITeeren, worden wij herinnerd dat als die grootmachtige Heer zal komen op het altaar, wij hem onthalen, gelijk eertijds die van Jerusalem deden, welke hem zegepralend binnen hunne stad voerden, roepende: gezegend hij die daar komt inden naam des Heer en ! Hosanna of heil in het allerhoogste !
âToepasselijk op het lijden kunt gij onder de Pr»-âfatie denken, hoe cheisttts ter dood veroordeeld âwerd, toen de Jodenriepen : kruist hem ! kruist hem /quot;
Canon.
Deze is eene onveranderlijke orde van gebeden welke dagelijks in de Mis voorkomt; terwijl de andere gebeden naar de Zon-en Feestdagen veranderd worden.
110
De Canonbevatallervoortreffelijkste gebeden, welke hunnen oorsprong uit de eerste eeuwen der Kerk ontleenen. Eerst bidt de Priester hier tot den he-
(1) Isahs VI, 3.
VEEKLAAHD
melschen Vader door onzen Middelaar jesur cheis-ttjs als den. voornaamsten Priester, die dit offer den Vader altijd opdraagt. Hij bidt, dat God dit offer geliere aantenemen en te zegenen, dat hij opdraagt voor de gelieele Kerk, opdat Grod zich ge-waardige haar te bevredigen, te bewaren, te vereenigen en te bestieren over de geheele aarde, met onzen Paus, onzen Bisschop of geestelijken Overste en alle belijders van het ware Katholieke geloof.
Hier houdt de Priester nog bijzondere gedachtenis der personen, voor welke hij de H. Mis opdraagt, of welke hem bijzonder aanbevolen zijn, en wordt genoemd ;
Memento.
Of gedachtenis der levenden
Als de Priester deze gedachtenis houdt, kunt gij met weinige woorden bidden voor uwe bijzondere belangen, als voor het welvaren uwer ouders, vrienden en anderen, voor weikeu gij eenigen zegen of bijstand verlangt.
âDeze Memento kan u ook herinneren, hoe ohkis-âttjs zijn kruis dragende, voor ons ging sterven om âons te doen leven.quot;
De Priester viert het aandenken der allerheiligste Maagd mabia, der H. Apostelen en der eerste Martelaren, en bidt Ood om bescherming door hunne verdiensten en gebeden.
Daar God in de oude wet bevolen had, dat ieder die een offer zou opdragen, zijne handen moest leggen op het hootd van het slachtoffer, om aan te duiden, dat hij zelf den dood verdiende, waarvoor hij echter het slachtoffer in zijne plaats stelde; daarom strekt de Priester zijne handen over den Kelk en de Hostie uit, om te kennen te geven, dat geen menschelijke genoegdoening in staat is de beleedigde rechtvaardigheid Gods te verzoenen,
111
DE KEEKPLECHTIGflEDEK
waarom hij dan ook het allerheiligste lichaam en bloed van Gods Zoon tot een zoenoffer opdraagt.
âDit herinnere u, hoe jestjs wordt beweend door âde vrome vrouwen, die Hem op den kruisweg volgen.quot;
Vr. IVaar om maald de Priester vijfmaal het kruis-teeken over het offer ?
A. Opdat het offer, door de verdiensten en door de kracht van onzen gekruisten Heer jesus cheis-tus, den Vader aangenaam moge worden.
âDit mag u doen gedenken, hoe jestjs lichaam âmet nagelen door handen en voeten aan het kruis âis geklonken.quot;
De Gonsecratio.
Het tweede hoofddeel der H. Mis:,
De Priester, gedachtig aan hetgene jesus in het laatste avondmaal verricht heelt, neemt het brood in zijne handen ; heft de oogen ten hemel, dankt voorts, en zegent hetzelve; dan (zich wat voorover buigende en de hostie tusschen zijne duimen en voorste vingers houdende) consacreert hij, in de persoon van chüistus wiens plaats hij hier bekleedt; dat is: hij spreekt, over dit brood diezelfde alvermogende woorden uit, welke CHHisTrs uitsprak bij het laatste Avondmaal. Zoodra nu die woorden geëindigd zijn, is Christus hier tegenwoordig onder de gedaante van brood. De Priester knielt dadelijk neder om de tegenwoordigheid Gods aantebidden ; hij verrijst dan en heft de geconsacreerde hostie omhoog; ten einde al de aanwezende geloovigen jestts CHiiiSTiTS, daaronder tegenwoordig, eeren en aanbidden.
Dit alles wordt met een gepaste en diepe stilte verricht; het volk ligt op de knieën neergebogen, en slaat bij nedergebogen hoofde op de borst, sprekende eenige woorden of verzuchtingen tot den goddelijken
112
vehkl a a rd«
Heiland, om Hem dus met een levendig geloof, vaste hoop en vurige liefde te eeren en te aanbidden.
Onder de opheffing van de H. Hostie kunt gij âu herinneren, hoe jesus met het kruis werd om-âhoog geheven.quot;
Bemerkenswaardig is hier, waarom de Dienaar onder de opheffing het onderste einde van het miskleed des Priesters wat omhoog houdt; dit heeft zijne reden uit het gebruik van de grijze oudheid der Kerk, toen bedekte nog het miskleed in den vorm van eenen ruimen mantel van alle zijden het geheele lichaam des Priesters, van de schouders tot aan de voeten ; wanneer dus het miskleed, dat zijdewaarts op de armen hing, achter wat opgeheven werd, verlichtte dit den Priester op de armen om de opheffing van den kelk gemakkelijker te verrichten. Alhoewel nu de miskleedendoorden tijd met eene zijdeopeuing zijn ingericht wordt evenwel de oude gewoonte van het miskleed onder de opheffing op te beuren, nog behouden.
De Consecratie van den kelk en de omhoogheffing geschiedt op dezelfde wijze als bij de consecratie van liet brood, met dezelfde woorden, die cinns-tus in het laatste avondmaal over den kelk gesproken heeft.
Vr. Waaroni wordt lij plechtige Diensten onder de heide opheffingen, behalve het schellen ook met de Idoh geklept ?
A. Opdat alle geloovigen, die te huis of elders moeten blijven en dit kleppen hooren, zich in den geest in de kerk vertegenwoordigen, om bij dit voornaamste deel der Mis, jesus tegenwoordigheid in hun hart te aanbidden.
âBij de opheffing van den kelk moogt gij betrachten, hoe het H. Bloed uit de wonden des âHeeren op de aarde gevloeid is.quot;
Na de Consecratie vervolgt de Priester de ge-
8
113
DE KERKPLECHTIGHEDEN
beden uit den Canon, waarin hij met de geheele Kerk het allerheiligste offer aan de goddelijke Majesteit opdraagt ter gedachtenis van het lijden, van de verrijzenis en hemelvaart onzes Heeren, en bidt, dat hetzelve bij Grod moge aangenaam zijn, gelijk de offergiften van den rechtvaardigen abel, het offer van abeaham, en dat van den opperpriester mel-chisedech : en dat door de handen des H. Engels dit offer moge gebracht worden op het verheven altaar in de tegenwoordigheid der goddelijke Majesteit, opdat allen, die onder de Mis nuttigen, met hemelsche genade mogen vervuld worden. Daarna houdt hij den
Memento
Of de gedachtenis der Overledenen.
Waarbij hij stilstaande nog de bijzondere gedachtenis houdt dier overledenen, voor welke hij of de H. Mis opdraagt, of welke hem bijzonder aanbevolen zijn: en bidt dat zij allen in Christus rusten, de plaats van verkwikking, van licht en vrede bekomen mogen.
Als de Priester deze gedachtenis maakt kunt gij aan God bevelen de zielen dier overledenen, voor welke gij bijzonder gehouden zijt te bidden.
âOnder dezen Memento overweegt hoe chkisttjs âhangende aan het kruis, om genade bad voor zijne âvijanden.quot;
114
Het gebruik, om voor de overledenen te bidden in de Missen, wordt gevonden in de alleroudste Liturgiën, of voorschriften van den openlijken G-ods-dienst; schrijvers uit de eerste eeuwen van de Kerk spreken er van, als van eene zeer gebruikelijke zaak : zoo als tertullianus (I), de H. ax:qustinus (2) en meer anderen. Bemerkt daaruit, hoe dit
(1) De Corona milit. (2) Serm. 34 de verb. Apost,
TEEKLAAKD.
gebruik reeds zijn bestaan heeft, van af de tijden der Apostelen.
Nobis Quoque Peceatoribus.
Nadat de Priester voor de rust der overledenen gebeden heeft, doet hij zulks voor zich en alle omstanders; hij beschouwt zich met hen als zondaren, en smeekt, in de hoop op Gods barmhartigheid, dat wij deelgenooten worden aan het zalige gezelschap der H. Apostelen, Martelaren en alle Heiligen; niet uit hoofde onzer verdiensten, maar uit Grods vrije genade.
Vr. Waarom spreekt de Priester de eerste woorden van dit gebed met luider stem, en klopt hij zich op de horst?
A. Ten teeken dat hij zich als zondaar beschouwt; hetgene de geloovigen bij dit luide teeken mogen navolgen.
De Misdienaar die, van de stille gebeden bij de Consecratie, tot nu toe achter den Priester is blijven zitten, kust nu den uitersten boord van het misgewaad, en plaatst zich dan weder aan den voet van het altaar. Dit kussen van het misgewaad kan men beschouwen als een heilig verlangen om mede in het genootschap der zaligen opgenomen te worden, naar des Priester gebeden.
âTerwijl de Priester zich op de borst slaat, âzeggende : nobis quoque peceatoribus; dat is : ook âaan ons zondaren, kunt gij u herrinneren aan het gebed van den goeden moordenaar aan het kruis : wees mijner gedachtig, als gij komt in Uw rijk.quot;
Vr. Waarom maakt de Friester e enige malen het teeken des II. Kruises, zoo wel over het Offer als met de geconsacreerde Hostie, boven en voor den Kelk ?
A. Om aanteduiden hoe wij ons aan de vruchten van het lijden onzes Heeren, en alle goede gaven, door dit H. Offer, kunnen deelachtig maken.
Eer dan de Priester de kruisteekens met de H,
8*
115
DB KEBKPLBCHTiaHEDEN
Hostie boven en voor den Kelk maakt, knielt hij om liet H. Lichaam en Bloed des Ileeren aan te bidden ; en heft daarna den kelk met de H. Hostie een weinig omhoog. Eertijds, en wel vóór de elfde eeuw, was dit de eenigste verheffing onder de Misse, ter aanbidding voor het volk, daarom wordt nog op vele plaatsen, onder' deze opheffing, gescheld. Naderhand, en wel met oogmerk om de ketterij van zekeren beebngaeius te beschamen, die Q-ods tegenwoordigheid in het H. Sacrament loochende, is de verheffing ter openbare aanbidding ingevoerd, namelijk na de Consecratie. Zoodat deze verheffing, daar wij nu van spreken, nog een overblijfsel uit de oudheid is (1).
Pater noster.
Wanneer de stille gebeden geëindigd zijn, begint de Priester met luider stem te bidden het Onze Vader. Hij vermaant allen om dit mede te bidden, zeggende : Laat ons hidden.
Daar hij zich echter onwaardig acht, Grod zijnen Vader te noemen, verootmoedigt hij zich, bekennende, dat wij alleen daarom durven bidden, Onze Vader enz. omdat Christus het geboden heeft.
Leest dit waardige gebed, het gebed des Heeren, met bijzondere aandacht en met groot vertrouwen, om daardoor te bekomen hetgene gij daarin verzoekt. Dit eerwaardig en verheven gebed des Heeren, wordt tot meerdere plechtigheid, met de inleiding, onder plechtige diensten, door den Priester gezongen.
âDe zeven gebeden, daar het Onze Vader uit âbestaat, mogen u indachtig maken aan de zeven âwoorden, die de Zaligmaker, aan het kruis hangende âgesproken heeft.quot;
116
Wanneer het volk, door den Misdienaar of door
(1) Romsee de Cerem. Missae p. 364 et 304.
yeeklaaed.
het koor. geantwoord heeft: maar verlos ons van den kwaden, zegt de Priester: Amen, en bidt dat G-od, om de voorspraak van de allerheiligste Maagd sia-eia. en aller Heiligen, ons van alle kwaad behoeden en den vrede schenken moge.
Daarna ontdekt de Priester den kelk en breekt hij boven dezen de II. Hostie midden door, waarvan hij voorts nog een stukje breekt, met hetwelk hij boven den kelk drie kruisen maakt, zeggende : De vrede des Heeren zij u. Antw. En met uwen Geest. Welke drie kruisen te kennen geven de verdienende oorzaak, waardoor de verzochte vrede verkregen wordt. De Priester laat dit deeltje der H. Hostie in den kelk zinken en dekt dien weder.
Vr. Waarom breekt de Priester de II. Hostie ?
A, In navolging van onzen Zaligmaker die bij het laatste avondmaal, het brood brak, eer Hij onder deze gedaante, Zijn lichaam aan de Apostelen uitdeelde.
Vr. Waarom laat de Priester een deeltje van de H. Hostie in de Kelk zinken ?
A. 1, Om aan te wijzen, dat het lichaam niet zonder het bloed is, noch het bloed zonder het lichaam. 2. Om te kennen te geven, hoe er hier één Sacrament, uit de gedaanten van brood en wijn, gevormd wordt (1)
âBetrekkelijk het lijden, kan u dit breken der âH. Hostie verbeelden den dood van cheistus, in âwelke de ziel van het lichaam scheidde ; en het ânederzinken van een deeltje der H. Hostie in den âkelk, kan u voorstellen hoe, na den dood, de ziel âvan cheistus is nedergedaald in het voorgebergte âder hel.quot;
Agnus Dei.
De Priester buigt zich voorover, en slaat driemaal met de hand op de borst, zeggende tweemaal:
(1) Durand de fractione Hostiae.
117
DE KERKPLECHTIGHEDEN
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer ! In plaats van ontferm IJ onzer, zegt hij de derde maal; geef ons den vrede /
In de Missen voor de overledenen, wordt niet gezegd : ontferm u onzer, maar : geef hun rust, en op de derde keer: geef hun de eeuwige rusL
âTerwijl de Priester driemaal voor de borst slaat, âbedenk hoe velen die cheistüs aan het kruis heb-âben zien sterven, zich tot God bekeerden, slaande âop hunne borst.quot;
De Priester bereidt zich tot de H. Communie voor; de handen op het altaar samengevoegd houdende, en zich eenigszins buigende; bidt hij drie gebeden. In het eerste verzoekt hij dat God, niet op zijne zonden, maar op het geloof der H. Kerk moge zien, en zich gewaardige Haar in vrede en eenheid te bewaren. In het tweede smeekt hij, bij het lichaam en het bloed des Heeren, om verlost te worden van alle ongerechtigheden en van alle kwaad alsmede om den weg der geboden Gods te bewandelen en nimmer van God gescheiden te worden.
Ten laatste bidt hij, dat het nuttigen van het lichaam en bloed des Heeren hem niet tot oordeel en verdoemenis strekke ; maar dat hem een krachtig behoed- en geneesmiddel zoo wel naar ziel als lichaam moge zijn.
De H. ConiMunie.
Het derde voo rname deel der H. Mis.
Voor dat de Priester het lichaam en bloed des Heeren nuttigt, knielt hij eerst voor hetzelve eerbiedig neder; daarna neemt hij de H. Hostie tusschen den duim en voorsten vinger der linkerhand, zeggende : Ih zal het Jemelsche hrood aamaarden en den naam des Heeren aanroepen. Zich voorwaarts
118
TEEKLAAIID
gebogen houdende, slaat hij met de rechterhand driemaal op de borst naar het voorbeeld van den ootmoe-digen tollenaar, en belijdt telkens zijne onwaardigheid , zeggende met den Hoofdman: (1) lieer ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak, maar spreek alleen één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Vr. Waarom spreekt de Friester de eerste dier woorden met wat luider stem, en waarom wordt daarbij gescheld?
A. Om de opmerkzaamheid van het volk tot dit voorname deel der Mis te bepalen, en opdat allen de H. Mis hooren, en niet tot de H. Communie naderen, ten minste een vurig verlangen mogen hebben om geestelijker wijze te communiceeren.
Voor dat de Priester de H. Hostie nuttigt, zegt hij : Het lichaam van onzen Heer jestjs cheisttjs beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Voor de nuttiging uit den kelk ; Wat zal ik den Heer wedergeven voor al wat Hij mij verleend heeft ? Ik zal den kelk der zaligheid nemen en den naam des Heeren aanroepen. Al lovende zal ik den Heer aanroepen en ik zal van mijne vijanden bevrijd zijn. Den kelk willende nuttigen, zegt hij ; Het bloed van onzen Heer jesus cheistus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen
Na de nuttiging bidt hij om de heilzame vruchten daarvan, en dat er geen zondevlek bij hem moge overblijven.
âDeze nuttiging van het lichaam des Heeren kan âons herinneren, hoe dit H. Lichaam van het kruis âgenomen en in een graf is nedergelegd.quot;
Nadat de Priester genuttigd heeft, deelt hij de H. Communie onder de geloovigen uit, wanneer er onder hen zijn, die deze verlangen ; zoo als in de negende les verklaard is.
119
Als de Priester nu den kelk met wijn en water
(1) Zie negende les.
be keeeplechtighedbk
gezuiverd heeft en weder bedekt, wordt het boek naar de linkerzijde van het altaar terug gedragen, hetwelk ons den geheimrijken zin kan aangeven dat het joodsche volk, hetwelk in den beginne het Evangelie verworpen heeft, (waarom dit van hen genomen en tot de Heidenen is overgebracht,^ op het einde der wereld hetzelve zal aannemen.
De Priester, zich tot de linkerzijde van het altaar keerende , leest de Communie, welke bestaat uit eenige vreugde versen, aan de H. Schrift ontleend.
âOnder deze kan men zich voorstellen, hoe chris-âtus tot vreugde der geheele wereld, van den dood âverrezen is.quot;
De Priester keert zich tot het volk, zeggende : de Heer zij met n. Antw. En met uwen geest.
âVerbeeld u hoe de Zaligmaker na zijne verrijzenis zich vertoonde aan zijne Apostelen, en hun den vrede wenschte.quot; Als de laatste Collecte of Post-communie gelezen wordt, welke bestaat uit eene of meer gebeden tot dankzegging, zoo herinnert u âhoe âChristus nog 40 dagen na zijne verrijzenis op de âaarde verkeerde met zijne leerlingen, sprekende met âhen over het rijk Gods.quot;
De Priester wendt zich nu tot het volk, zeggende : de Heer zij met u. Antw. En met uwen geest.
Waarna hij zingt; Ite Missa est, dat is gaat het Offer is volbracht.
âBedenkt hoe cheistds in het bijzijn der Apostelen ten hemel voer.quot;
Nu mag het volk weggaan, hetwelk de woorden ite missa est, beduiden ; dewijl de offerande voltrokken is, doch voor het vertrek van het volk, bidt de Priester nog eerst, nadat hij zich tot het altaar gekeerd heeft, met half nedergebogene houding, het volgende gebed, waarna hij het volk zegent en het laatste Evangelie leest.
120
TEEKXAABD.
Gebed.
Laat, o II. Drievuldigheid! dit werk mijner dienst-laarheid U aangenaam wezen, en vergun dat deze offerande welke ik, omcaardige, voor de oog en uwer Majesteit heb opgedragen, TI behagelijk zij, en mij en allen, voor welke ik ze opdragen heb, door Uwe ontferminge, voordeelig. Amen.
Hierna knielt liet volk om den zegen des Priesters te ontvangen. Hij strekt zijne handen hemelwaarts om te beduiden, dat bij dien zegen eerst van den hemel smeekt, zeggende : U zegene de almachtige God (en zich tot het volk wendende en over hen het kruisteeken makende), de Vader, de Zoon en de n. Geest. Antw. Amen.
âTerwijl de Priester den zegen over het volk âspreekt, herinnert n, hoe cmusTUs don H. Greest âover de Apostelen heeft gezonden.quot;
Hier valt te bemerken, dat velen van het volk ten onrechte bij den priesterlijken zegen opstaan, men sta niet eerder op dan na den Priesterlijken zegen, om dezen dus knielende te ontvangen, en daarna het Evangelie (hetwelk gemeenlijk uit het eerste hoofdstuk van johannes genomen wordt) staande te hooren.
Bij de woorden op het laatste van dit Evangelie van JOHANNES : en het Woord is vleesch geworden, kniele men met den Priester of buige zich met diepen eerbied, uit gevoel van liefde, dankbaarheid en aanbidding jegens het geheim der menscli wording, waarin de Zoon Grods, het eeuwige Voord des Vaders ter onzer verlossing het vleesch in de men-schelijke natuur heeft aangenomen.
Op het einde spreekt de Dienaar in den naam van het volk: Gods zij dank /
121
NASCHRIFT.
Nuttige Wenken.
Past. Bij het Mis liooren, kinderen ! en het bijwonen van andere godsdienst-oefeningen, treft men hier en daar misbruiken aan, waarop ik u nog bijzonder wil oplettend maken, opdat gij ze omzichtig vermijdet.
Men ziet sommige lieden, voor het aanvangen van den dienst, voor de kerk staan blijven tot dat de Dienst begint. Volgt znlk gebruik nooit na, maar gaat zonder vertoeven zedig de kerk binnen naar uwe bidplaats; den overigen tijd voorden Dienst kunt gij met nut tot een voorbereidingsgebed besteden.
Als gij in de kerk komt terwijl de Priester, met het Allerheiligste Sacrament, den zegen geeft of bereid staat om die te geven, zoo knielt dadelijk neder, zonder verder de kerk in te gaan, tot zoo lang die zegen gegeven is, en daarna vervoegt u op uwe bidplaats. Het is oneerbiedig, als men, onder den zegen, de kerk inkomende tot naar zijne bidplaats doorgaat: dit stoort den vereischten eerbied en de heilige stilte.
Men ziet ook sommige personen in de kerk, bij het inkomen, elkander groeten of eerbetuigingen bewijzen, vóór dat zij hunne hulde voor het kruisbeeld op het altaar, of voor het allerheiligste Sacrament, daarin geplaatst, afgelegd hebben. Volgt nimmer zulke misbruiken na, maar richt uwe eerste eer-bewijzing tot uwen Goddelijken Heiland. Het ware te wenschen dat alle andere persoonlijke eerbetuigingen of begroetingen binnen de kerkmuren van een' iegelijk, werden achtergelaten, tenzij bij het
NUTTIGE -WENKEN.
uitgaan die ontmoeting van den eenen of anderen vreemdeling daar aanleiding toe gave.
Blijft niet aan de ingangen van de Kerk of nabij de kerkdeur staan, om daar de H. Godsdienst bij te wonen ; ja moogt gij geene eigene bidplaats, of soms geene eigene plaats hebben, gaat dan tot de meestgeschikte plaats die voor u open is, om daar zonder door anderen, die in- of uitgaan, verstoord te worden, met stille aandacht Mis te kunnen hooren: want nabij de kerkdeuren ziet men de meeste onzedigheid.
Zijt gij op uwe bidplaats om daar met aandacht Mis te hooren, of uwe aanbidding te doen, dan doet het zeer veel af, welke houding gij aanneemt. Is uwe houding van lichaam, uwe richting van handen, voeten, oogen en hoofd van het begin tot het einde geheel eerbiedig, stil en ingetogen, dan sticht gij anderen, terwijl uwe inwendige godsvrucht wordt opgewekt; het tegendeel verstrooit u zeiven en ontsticht anderen.
Gaat nimmer uit de kerk voor, onder, of dadelijk na het geven van den zegen, maar wacht altijd zoo lang, dat het allerheiligste Sacrament eerst is weggezet; het tegendeel is eene laakbare oneerbiedigheid.
Gaat, zonder de uiterste noodzakelijkheid nimmer uit de preek. Het eerbiedig aanhooren van Gods heilig woord moet u altijd dierbaar zijn ; leest onder de preek in geen boek, maar vestigt dan uwe aandacht alleen op Gods woord. Die uit de preek gaan, en wel somtijds voor de kerk op straat, of op weg, staan blijven zijn verachters van Gods heilig woord
Als gij de Mis hoort, ziet toe of het allerheiligste Sacrament onder de Mis t«r openbare aanbidding is uitgesteld. Zoo ja, dan blijft gedurende de Mis, buiten het opstaan bij het Evangelie, op uwe knieën zitten bidden, uit eerbied voor jestjs lichamelijke
123
nuttige â wenken.
tegenwoordigheid ; ook zit niet achterwaarts op de zitbanken, tenzij gij om gemis van lichaamskrachten, zoolang niet knielen kunt,
Wanneer het Allerheiligste Sacrament onder de Mis, niet is uitgesteld : blijft dan ten minste , van de Consecratie af tot de nuttiging des Priesters, altijd knielende, om den Zaligmaker onder do gedaanten van brood en wijn op het altaar tegenwoordig, knielend aan te bidden ; ook behoorde men de gebeden bij de opoffering en die na den Sanctus-in den Canon verricht worden, met gebogene knieën te doen.
Wel niet overal, doch in sommige kerken ziet men hoe velen van het volk zich onder de Mis zoo zeer tot het zitten op de banken bepalen, dat zij bijna niet op hunne knieën vallen tenzij ouder het schellen bij de Consecratie en bij het Domine non sum dig mts, waarna zich terstond weder nederzetten, en bij dit op on neder gaan zitten, nog dikwijls geraas of gestommel veroorzaken. Wacht u, kinderen! voor dergelijke onzedige houding onder het Allerheiligste en aanbiddelijke Misoffer.
O hoe wenschelijk ware het dat do huisoversten anderen daarin met een eerbiedig en stichtend voorbeeld voorgingen, en dikwijls lettenden op het ge drag van hunne huisgenooten, hoe zij de heilige Godsdienst bijwonen, ten einde hunrie gebreken daarin te verbeteren. Hoe vele slapers, gapers o£ kijkers die met hunne oogen zoo oneerbiedig om- en rondzwieren, of ergeren, verdienen niet, om hunne onzedige houding in de kerk eene dergelijke of wel dikwijls herhaalde berisping.
IMPMATUR.
Zwollae, hac. 3 Nov. 1888.
OTTO ANT. SPITZEN,
can. libe. cens.
124
INHOUD.
Bladz.
EEESTB LES.
Ceromonien.............7
Teeken van liet H. Kruis........9
Wijwater.............11
TWEEDE LES.
Gewijde Asch op Assclie-Woensdag .... 14
Gewijde Palm op Palm-Zondag......15
Gewijde Kaarsen op Lichtmis......16
DEEDE LES.
Beelden des Ileilands en der Heiligen ... 17
ReBquiën, Heiligdom.........21
Altaarsteen.............22
VIEEDE LES.
Veertigdaagsche Vaste.........2é
Quatertempei-dagen..........25
Vigiliën, Kruisdagen..........26
St. Marcusdag, Advents-Vaste......27
VIJTDE LES.
Bedekking dar kruisen op Passie-Zondag . . 28
Witte Donderdag, Het H. Graf......29
126 Ikhottd.
Bladz.
Houten ratel ............30
Goeden Vrijdag...........
Ontblooting van liet Kruis, deszelfs vereering 32
ZESDE LES.
Paasch-avond............34
Nieuw vuur.............34
Paaach-vuur.............35
Paascli-kaars............36
Doopwater.............38
ZEVENDE LES.
De H. Doop............39
Ceremoniën voor den Doop.......41
» bij het Doopen.......42
» na het Doopen.......44
ACHTSTE LES.
Vormsel..............^
NEGENDE LES.
Het Allerheiligste Sacrament des Altaars . . 49
Gedrag en houding der Communicanten ... 52
Beker na de Communie.........53
Ciborie, Venerabel, Zegen........54
Kerklamp.............^
TIENDE LES.
Offerande der H. Mis.........58
Kaarsen..............^
quot;Wierook..............
Schellen..............61
Misdienaars, Kerksieraden, Inwijding der Ker-
Inhoud. 127 Bladz .
ken..............61
Misgewaad.............62
Latijnache taal............65
ELFDE LES.
Biecht..............66
TWAALFDE LES.
H. Oliesel.............70
Voorbereiding in het vertrek van een zieken 72
Toediening van het H. Oliesel......74
DERTIENDE LES.
Beaarding der dooden.........76
Gelui der klokken..........79
Gewijde Kerkhoven..........79
Gedachtenis der overledenen op den derden,
zevenden en dertigsten dag, Jaardagen . 80
VEERTIENDE LES.
Huwelijk.............81
Huwelijks proclamatiën........82
Trouwring.............83
De Zegening der Kraamvrouwen.....85
VIJFTIENDE LES,
De Rozenkrans...........88
De Engel des Heeren.........92
Vesper..............94
Gewone Gebeden...........95
VEEKLARING tan de HEILIGE MIS.
Begin der Misse...........99
Introïtus..............100
Inhoud.
Bladz^
Kyrie Eleison, Gloria in Excelsis .... 101
Dominus Vobiscum, Collecten......101
Epistel, Graduale, Alleluja.......103
Het Evangelie...........104
Opoffering.............10§
Prsefatie..............108
De Canon.............110
Memento.............111
Consecratie.............112
Memento.............114
Nobis quoque Peccatoribus.......115
Pater Noster............116
Agnus Dei.............117
Communie.............118
Gebed..............121
Naschrift.............122
128