igt; öi.
HET H. SACRAMENT
hes
VORMSELS.
door
L. M. P. P.
MET BISSCHOPPELIJKE GOEDKEURING.
Tiet is God, die ons met u hevestigt In Chrishis en die ons gezalfd heeft, die ons ook bezegeld en het and et pand des Geestes in onze harten gegeven heeft.
2 Kor. F. vs 21 , 22.
Rich. Retsbeiimav, iirmn Jl. T. Hf-ndriksen â Rotterdnm.
GOEDKEURING.
Gaarne hechten wij onze goedkeuring aan dit beknopt maar zaakrijk boekje, handelende over het H. sacrament des vormsels. Wij bevelen dit den geestelijken aan ten gebruike bij het onderricht over dit sacrament.
Gedaan te Utrecht, 10 Mei 1880.
f JOHANNES HEYKA.MP,
Aartsbisschop van Vlrecht.
te Haarlem, 18 Mei 188ö.
f CASPARUS .I01IANNES RINK RL,
Bisschop van Haarlem.
te Schiedam, 19 Mei 18S0.
f CORN ELIS DIEPENDAAL,
Bisschop van 'Deventer.
T
ONDERRICHTING
over het H. sacrament des vormsels.
Het H. sacrament des vormsels is het tweede van de zeven sacramenten, die door Christus ingesteld werden om ons aan zijne genade deelachtig te maken. Dit sacrament wordt vormsel genoemd, omdat het de bevestiging, de voltrekking is van het leven der genade, dat wij in den H. doop hebben ontvangen. Want gelijk ieder, die geboren wordt, wel een mensch is, maar geen volwassen mensch, zoo wordt men ook door den doop wel christen, maar door het vormsel volkomen christen. Daarom wordt dit sacrament door de kerkvaders de voltrekking of vervulling van den doop genoemd.
Het vormsel behoort tot de sacramenten der levenden. Men moet dus in staat van genade zijn om dit sacrament op een waardige wijze te kunnen ontvangen. Dit sacrament mag niet meer dan éénmaal ontvangen worden, omdat het een eeuwig merkteeken, het merkteeken van krijgsknecht van Christus, in onze ziel drukt.
4
Dit sacrament, waardoor ons wordt medegedeeld de volheid van den heiligen Geest met zijne genade en gaven, geeft aan het geestelijk leven, dat wij door den doop ontvangen hebben, den volkomen wasdom. Het maakt ons sterk, standvastig en kloekmoedig om al de bekoringen van duivel, wereld en vleesch te wederstaan, alle christelijke deugden getrouw te beoefenen en om ons niet te schamen in alle omstandigheden het waarachtig geloof te belijden, ja, indien het noodig was, ons bloed daarvoor te vergieten.
Deze uitwerkingen worden afgebeeld in hetgeen bij de toediening van dit sacrament plaats heeft.
Zoo beteekent de oplegging der handen de onzichtbare mededeeling des heiligen Geestes, die de geloovigen onder zijne hoede neemt en krachtig beschermt tegen de gevaren, die het geestelijk leven bedreigen.
De bisschop bidt daarbij, dat God zijn Geest over hen uitstorte; den Geest van wijsheid, die ons kennis geeft van hetgeen ons waarlijk gelukkig maakt en den zekersten weg daartoe doet bewandelen ; den Geest van verstand, die ons door zijn licht in de geheimen der waarheden van den godsdienst doet doordringen; den Geest van raad, die ons in staat stelt te weten wat billijk , wat recht, wat Gode welbehagelijk is; den Geest van sterkte, die ons zoo vast aan Christus hecht, dat niets ons in het goede kan doen wankelen; den Geest van wetenschap , die ons de ware kennis van God en van
5
ons zeiven geeft; den Geest van godsvrucht, die de liefde tot God in al onze handelingen doet uitschijnen en ons aandrijft tot alles , waardoor God geëerd wordt; den Geest van de vrees des Heer en, die ons met zorg alles doet vermijden, wat God zou kunnen beleedigen.
Het chrisma, een mengsel van olie en balsem, waarmede de vormelingen door den bisschop kruisgewijze op het voorhoofd gezalfd worden, beteekent de liefde Gods die door den heiligen Geest in ons hart wordt uitgestort, die ons het leed van dit leven met christelijk geduld doet dragen; die maakt, dat wij onze eer stellen in het kruis van Christus ; die ons door een stichtelijk leven den goeden geur van Christus onder onze broeders doet verspreiden.
De kaakslag, dien de bisschop den vormeling geeft, onder het uitspreken der woorden:' De vrede zij met u, beteekent, dat de vormeling onder het kruisvaandel van Christus tot krijgsknecht is aangenomen, wiens roeping is het ongelijk te dragen, nimmer ongelijk aan te doen, standvastig te blijven in den strijd voor waarheid en deugd, en alleen in den vrede van Christus zijn kracht en geluk te zoeken.
In de eerste tijden van het christendom, toen ook de doop gewoonlijk op lateren leeftijd werd toegediend, ontving men dit sacrament gewoonlijk na den doop. Thans wordt het bijna overal toegediend aan hen, die geacht worden de voornaamste waarheden van den godsdienst wel te kennen.
6
De H. schriftiuir deelt ons niet mee, wanneer dit sacrament door Christus werd ingesteld , maar dat het door Hem ingesteld is, blijkt o. a. uit het achtste hoofdstuk (vs. 14 â 18) van de hand. der apostelen, waarin wij aldus lezen: âAls nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, ge-hoord hadden, dat Samarie het woord Gods aangenomen had, zonden zij Petrus en Johannes tot hen af, die, daar gekomen zijnde, voor hen baden, opdat zij den heiligen Geest mochten ontvangen. Want Hij was nog in niemand van hen gekomen, maar alleen waren zij gedoopt in den naam des Heeren Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen den heiligen Geest.quot; Wij zien hier een duidelijk bewijs, dat Christus aan zijne apostelen de macht verleend en bevel gegeven heeft om den heiligen Geest mede te deelen. Immers, niemand zal beweren, dat de apostelen op eigen gezag die oplegging der handen ten opzichte van de christenen te Samarië gedaan hebben of ook konden doen. Zij toch konden aan een uitwendig teeken, namelijk de oplegging der handen, de mededeeling van de gaven des heiligen Geestes niet verbinden.
Uit dit alles blijkt, dat, hoewel dit sacrament niet volstrekt noodzakelijk is ter zaligheid, men nochtans aan groot gevaar zich blootstelt, wanneer men dit sacrament verwaarloost. Immers zou dit eene beleediging zijn Christus aangedaan, die de sacramenten heeft ingesteld om ons zijne genade mede te deelen, en een bewijs van hoogmoed, alsof men aan zijne genademiddelen geen behoefte zou hebben.
7
T
De toediening van dit sacrament, welke alleen door den bisschop mag geschieden, vangt aan met gebeden om de genade des heiligen Geestes over de vormelingen af te smeeken. Vervolgens houdt de bisschop biddend zijne handen uitgestrekt over de vormelingen en zalft daarna kruisgewijze hunne voorhoofden met chrisma , zeggende: N. Ik icekcn u met het teeken des kruises, en ik vorm 71 met het chrisma der zaligheid, in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen. Daarop geeft de bisschop den vormeling een kleinen kaakslag -* met de woorden: De vrede zij met u! Het geheel wordt besloten met een gebed en den zegen des bisschops.
LOFZANG: GEEST DES HEEREN.
Geest des Heeren, daal ter neer, Doe Gij uit uw heiige sfeer Ons een lichtstraal dalen ;
Gij, die armen sterkt en leidt, Die uw gaven ons bereidt,
Harten wilt bestralen ;
Gij, die troostend ons genaakt, Onze ziel uw woning maakt En ons wilt verfrisschen;
8
Die ons rust in d' arbeid geeft, 't Brandend voorhoofd koel omzweeft En den traan wilt wisschen;
Daal ter neer. o heiige gloed, En vervul Gij heel 't gemoed Met uw rijksten zegen.
Ach, bevlekt is heel ons hart;
Blonkt Ge ook in het aklig zwart Met uw glans niet tegen.
Maak Gij dan 't onreine rein,
Wees voor 't dorre een heilfontein, Heel Gij alle kwalen.
Buig wat hard is door uw kracht, Koester al wat koud is zacht.
Breng terecht wie dwalen.
Wil aan ieder die U eert.
Die U tot zijn troost begeert,
Al uw gaven geven.
Schenk ons 't heerlijk loon der deugd, Geef ons onverstoorbre vreugd En het eeuwig leven.
Amen.
9
GEBED OM DE GENADE DES H. GEESÃES.
O God! voor wien alle hart bloot ligt en alle wil spreekt en voor wien geen geheim verborgen is, zuiver door de instorting van den H. Geest de gedachten onzer harten, opdat wij verdienen U volmaakt te beminnen en waardig te loven; door onzen Heer, enz.
Verleen ons, bidden wij, almogende God! door ijverige verzuchtingen den H. Geest te mogen ontvangen, opdat wij door zijne genade van alle bekommeringen verlost worden en kwijtschelding onzer zonden verdienen te verwerven; door onzen Heer, enz.
LOFZANG; KOM GEEST DES LEVENS.
Kom, Geest des levens en der kracht,
Woon in het hart, dat U verwacht,
En deel uw heil'ge hemelvreê,
Aan uw bezielde scheps'len meê.
Gij zijt de Trooster, die ons leidt,
De gave, die ons God bereidt,
De bron, waaruit het leven vloeit.
Het vuur, dat heel ons hart ontgloeit.
Gij, van Gods liefde 't onderpand,
De vinger van Gods rechterhand,
Door U gezalfd, meldt onze mond Dea lof des Vaders, die U zond.
10
Uw licht doordringe ziel en zin,
Stort liefdegloed de harten in,
Waar 't vleesch zijn zwakheid voelen doet,
Rust Gij ons toe met kracht en moed.
O, dat uw kracht den vijand keer,
Zend in ons hart uw vrede neêr.
Zoo mijden wij, door U gesterkt,
Al 't kwade dat slechts jamm'ren werkt.
Geef, dat ons hart op God vertrouw',
Op Christus als zijn Heiland bouw',
Van U steeds hulp en troost ontvang',
U volgend, heel dit leven lang.
U Vader, U zij roem en eer,
Lof, prijs den opgewekten Heer;
Dank zij den Geest, die ons geleidt Nu en in d' eindlooz' eeuwigheid.
Amen.
GEBED OM ZICH TOT HET H. SACRAMENT DES VORMSELS VOOR TE BEREIDEN.
O God! die ons door het gedrag uwer apostelen geleerd hebt, dat wij, in uwen naam gedoopt zijnde, de volheid van uwen Geest ook noodig hebben, om door een heilig leven de heerlijke eigenschap van uwe kinderen
n
te bewaren, vergun mij door uwe genade de volheid van den H. Geest te ontvangen. Zuiver zelf mijn hart van de aardsche liefde en doof den geest der wereld in mij uit, opdat ik met den Geest der waarheid vervuld moge worden. Gij hebt mij door den doop van de wereld afgescheiden, omdat de wereld U niet kent en zij uwe vijandin is. Maar, mijn God! hoe zal het mogelijk zijn, dat mijn hart door zijne neiging nimmer weder tot de wereld keere, indien het niet aangemoedigd en ondersteund worde door een Geest van licht en sterkte, die het den geest van deze wereld doet verstooten en al hare hinderlagen doet ontgaan ?
Ik erken, dat ik U uit geheel mijn hart moet beminnen , en dat de liefde van deze wereld geene overeenkomst met uwe liefde kan hebben. Maar, om U mijn hart zonder verdeeldheid te geven, moet uw Geest het vervullen ; en het is deze vervulling, welke ik U verzoek, mij door het H. sakrament des vormsels te vergunnen. Ik moet niet volgens de wereld, volgens het vleesch noch volgens mijn eigen begrip, maar volgens uwen H. Geest leven. Dit heb ik U in mijn doop beloofd; maar daartoe heb ik uit mij zeiven geen genoegzame krachten. Gij zijt het, Heer! die mij moet versterken; en dit zult gij doen, indien ik het sakrament, dat Gij te dien einde hebt ingesteld, waardig ontvange.
Geef mij dan, o mijn God! de daartoe noodige gesteltenissen. Dat uw Geest zich zeiven de plaats kome
12
bereiden; dat Hij mijn hart van de voorgaande besmettingen zuivere; dat Hij het van eiken anderen geest ledig make; dat Hij mijne ziel naar zich doe verlangen; dat Hij mij een ootmoedig gevoelen van mijne zwakheid en eene brandende begeerte tot de sterkte en tot de deugd vergunne, welke Hij alleen mij kan mededeelen. Dat zijne inwendige en onzichtbare zalving mij te eenenmale aan U toeheilige, als de bisschop mijn voorhoofd met het chrisma zal zalven. Laat niet toe, o God 1 dat ik de zichtbare tee-kens van uwe genade, als zijn, de olie en balsem, ont-vange zonder uwe genade , die door deze uitwendige teekenen beduid wordt, te genieten. Geef, o Heer 1 dat mijn voorhoofd, door het teeken des H. kruises geteekend, zich nimmermeer over het kruis van Christus schame; dat geen tegenspoed noch bekoring de inwendige rust van mijn gemoed immer ontroere, welke uw Geest doet smaken aan degenen, wier harten Hij bezit. Eindelijk, goedertieren God! vergun mij de genade van het H. vormsel, en bewaar die genade in mij, nadat Gij ze mij zult hebben gegeven. Amen.
13
GEBED ÃOT HET VERKRIJGEN VAN DE ZEVEN GAVEN DES H. GEESTES.
Almachtige God! Gij hebt U verwaardigd mij uit het water en den H. Geest te doen herboren worden en mij al mijne zonden te vergeven. Druk heden het zegel op uwe ontelbare gunstbewijzen door den H. Geest met zijne zeven gaven in mij uit te storten. Zend mij den Geest van wijsheid, opdat ik alle vergankelijke dingen dezer wereld verachte en slechts de eeuwige goederen beminne. Zend mij den Geest van verstand, opdat ik immer meer en meer moge toenemen in de kennis der waarheid en des geloofs. Zend mij den Geest van raad, opdat ik met alle mogelijke zorgvuldigheid de zekere middelen tot mijne eeuwige zaligheid moge zoeken en bewerkstelligen. Zend mij den Geest van sterkte, opdat ik alle zwarigheden, welke zich tegen mijne zaligheid verzetten, moge trotseeren. Zend mij den Geest van wetenschap, opdat ik U, mij zeiven en mijne plichten immer beter leere kennen. Zend mij den Geest van godsvrucht, opdat ik immer beter moge gevoelen, hoe zoet uw juk en hoe 'ligt uw last is. (Matth. II: 30) Zend mij eindelijk den Geest van de vreeze des Heer en, opdat ik van liefdevollen eerbied jegens U doordrongen, niets zoo zeer moge vreezen als U te mishagen; terwijl ik, met het teeken des H. kruises op het voorhoofd, altijd een leven leide, dat voor de wereld gekruisigd is, opdat ik noch voor dood, noch voor eeuwigheid behoef te vreezen. Amen.
14
GEBED TOT GOD DEN H. GEEST.
De hem else he Vader zal den goeden Geest geven aan die er Hem om bidden, I.uk. 11. vs. 13.
O H. Geest, die één van wezen en te gelijk eeuwig zijt met God den Vader en zijnen Zoon Jezus Christus, die van Hen beiden op voor ons onbegrijpelijke wijze van eeuwigheid voortkomt, en met Hen te zavnen aangebeden en mede verheerlijkt moet worden, wij werpen ons voor U neder om U de hulde der aanbidding en verheerlijking toe te brengen, U te loven en te prijzen in alles wat Gij zijt en werkt, en uwe hulp en genade over ons in te roepen
Gij, die de Vertrooster genoemd wordt, de ware Leeraar, de levend- en heiligmakende Geest, verwerp ons niet, armen en ellendigen, die naar uwen troost en bijstand verzuchten.
Geest der waarheid, dien de wereld niet kent en niet kan ontvangen, geef, dat wij niet van de wereld zijn; maar verwaardig U in ons hart te komen om het te vervullen , te heiligen en aan God toe te wijden. Verdrijf uit ons alle duisternissen der zonden en des ongeloofs; weer alle twist, onzalige verdeeldheid en alle hatelijkheid verre van ons, en ontsteek ons door het licht uwer genade en het vuur uwer heilige, reine en duurzame liefde. Wees het leven van ons leven, de ziel van onze ziel, de geest van onzen geest, en werk in ons al het goede, dat Gij
15
van ons vraagt. Vernieuw, voltrek en bevestig in ons, al wat Gij reeds in ons begonnen hebt te werken.
Wat zijn wij zonder U , dan eene aarde zonder water , dor en uitgedroogd, en onvruchtbaar tot eenig goed werk ? Kom dan, Heer! verhoor ons haaste-lijk. Onze geest is bezweken. Keer uw aanschijn van ons niet af. Dat de overvloed van uwen dauw onze ziel zoo vruchtbaar make, als zij tot nu toe onvruchtbaar en dor geweest is. Dat de gloed uwer liefde ons beziele en in ons tot eene vlam ontbrande, die al wat onrein is, in ons vertere. Verzadig ons met den stroom uwer zuivere wellusten, en maak dat wij geen smaak meer vinden in de vergiftige zoetheden dezer wereld. Ja, vorm ons hart tot eene woonplaats voor U, en voor den eeuwigen Vader en zijnen welbeminden Zoon, opdat zij hun verblijf voor altijd bij ons vestigen.
O Gij, die milddadig zijt in uwe gaven, stort ook over ons uit, gelijk Gij door uwe profeten beloofd en ook op den Pinksterdag gedaan hebt, een geest van genade en van gebeden. Doe op ons rusten den Geest van wijsheid en van verstand, den Geest van raad en van sterkte, den Geest van wetenschap en godsvrucht, en vervul ons met den Geest van de vrees des Heeren. Doe ons de vruchten des Geestes dragen en als kloeke krijgsknechten voor Christus strijden, opdat wij ons nimmer over Hern , of over zijn evangelie, of over zijn kruis schaquot;
16
men, maar integendeel moedig ons geloof belijden en zijne belangen tegen eiken prijs en overal verdedigen.
Kom dan, o H. Geest! kom tot ons, en toef niet langer. Kom tot ons, o eenige Trooster der bedrukten! eenige hulp in al onzen nood! eenige steun der zwakken, zonder wien wij onvermijdelijk moeten vallen en ons zeiven niet kunnen oprichten. Kom tot ons, eenigste hoop der armen! Gij alleen kunt ons verkwikken in onze flauwhartigheid. Wij drijven nog op de woelende zee dezer bedorvene wereld; kom Gij tot ons, onze veilige gids en baken! die alleen ons voor schipbreuk bewaren en gelukkig in de haven brengen kunt. Amen.
Dli BEDIENING VAN HET H. SACRAMENT DES VORMSELS.
De bisschop bidt, nadat de vormelingen eerbiedig neder-geknield zijn, de volgende gebeden .
De H. Geest dale over u, en de kracht van den Allerhoogsten beware u van alle zonden.
A. Amen.
Hij teekent zich met het kruis en zegt: /gt;. Onze hulp is in den naam des Heeren.
A. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
B. Heer! verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
17
B. De Heer zij met u.
A. En met uwen geest.
De bisschop houdt zijne handen over de vormelingen uitgestrekt en zegt:
Laat ons bidden.
Almachtig , eeuwig God! die U verwaardigd hebt, deze uwe dienaren door het water en den H. Geest te doen herboren worden, die hun de kwijtschelding van al hun zonden hebt vergund, zend in hen uwen H. Geest den quot;Vertrooster, die zevenvoudig in zijne gaven is.
A. Amen.
Den Geest van wijsheid en verstand.
A. Amen.
Den Geest van raad en sterkte.
A. Amen.
Den Geest van wetenschap en godsvrucht.
A. Amen.
Vervul hen met den Geest van uwe vreeze, en hun gunstig ten eeuwigen leven zijnde, teeken hen met het teeken des kruises van Jezus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen.
A. Amen.
De bisschop zalft de vormelingen met het chrisma en zegt:
N. Ik teeken u met het teeken des f kruises.
18
Terwijl hij deze woorden spreekt, maakt hij het teeken
des kruises op het voorhoofd van dengenen, dien hij
vormt en gaat voort, zeggende:
En ik vorm u met het chrisma der zaligheid : in den naam f des Vaders en f des Zoons en f des H. Geestes.
A. Amen.
Hij geeft den vormeling een kleinen kaakslag, zeggende :
De vrede zij met u.
Hierna tvordt de volgende an tip hoon gezongen :
Bevestig, o God! hetgeen Gij in ons gewerkt hebt om uwen tempel te Jeruzalem.
Eere zij den Vader, enz. Als het was, enz.
Bevestig, o God ! enz.
Vervolgens zegt de bisschop:
B. Toon ons, Heer! uwe barmhartigheid.
A. En geef ons uwe zalige hulp.
/gt;'. Heer! verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
/gt;. De Heer zij met u.
A. En met uwen geest.
O God! die den H. Geest aan uwe apostelen gegeven en die gewild hebt, dat Hij door hen en hunne opvolgers aan de verdere geloovigen gegeven zoude worden ; sla, bidden wij, een gunstig oog op onze geringheid en
19
maak, dat de H. Geest nederdale in de harten dergenen, welker voorhoofden wij met het heilig chrisma gezalfd en i net het teeken des kruises geteekend hebben, en dat dezelfde H. Geest in hen nederdalende, en zich verwaardigende te wonen in den tempel zijner heerlijkheid, dienvolmake, die God zijnde, leeft en heerscht met den Vader en denzelfden H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen.
A. Amen.
Daarna zegt de bisschop:
Zoo zal alle mensch gezegend worden, die den Heer vreest.
En zich naar de vormelingen keerende , maakt hij tiet teeken des kruises over hen, zeggende:
De Heer zegene f u uit Sion, opdat gij liet welvaren van Jeruzalem moogt aanschouwen al de dagen uws levens en het eeuwig leven bekomen.
A. Amen.
DANKGEBED NA HET ONTVANGEN VAN HET H. VORMSEL.
Mijn Heer en mijn God! ik heb door uwe barmhartigheid het H. vormsel ontvangen. Wat zal ik U wedergeven, voor al wat Gij mij gedaan hebt? Welke dankbaarheid kan met eene zoodanige weldaad overeenkomen? Ik zal U loven. Heer! van ganscher harte; ik zal al uwe won-
20
deren vertellen. Ik zal mij verblijden en verheugen in U; ik zal uwen naam lofzingen, o Allerhoogste! en ik zal mij verbeugen in uwe hulp. Ik zal U liefhebben, Heere! mijne sterkte ; de Heer is mijn grondsteun, mijne toevlucht en mijn verlosser; mijn God is mijn helper, en ik zal op Hem hopen, mijn beschutter, de kracht mijner zaligheid en mijn beschermer. Ik zal onbesmet voor Hem zijn en ik zal mij wachten van mijne boosheid. Door U, o God! zal ik verlost worden van de bekoringen, en met mijn God zal ik over den muur springen; ja, mijn God! indien Gij U wilt verwaardigen de goddelijke uitwerkingen van dit groote sakrament in mij te bewaren en gestadig te vernieuwen, dan zal ik door U de muren mijner vijanden innemen. Maak, dat ik voortaan al mijne plichten met ijver volbrenge. Gij hebt mij onder uwe krijgsknechten aangenomen, en ik heb het merkzegelvan een krijgsknecht des Zaligmakers ontvangen; dat ik dan altoos toone een waarachtig strijder voor Jezus Christus te zijn, die de volheid van den H. Geest ontvangen heeft, en dat ik overal den goeden geur van een deugdzaam leven verspreide , met mijn evennaaste door mijne goede voorbeelden te stichten.
Vergun mij, bid ik U ootmoedig, dat nooit de wereld, noch de gewoonte mij door hare nadeelige gebruiken bederve, en dat haar vleien en streelen nooit indruk op mijn gemoed make. Geef, dat ik hare ongelukkige aanzoeken altijd verwerpe, en dat ik er mijn werk
21
van make te beletten, dat mijne broeders, die de kinderen van uwe kerk zijn, door hare arglistigheden en bedorvenheid verleid worden. Amen.
OM GOD TE DANKEN.
O God! wiens barmhartigheid onbepaald en wiens goedheid een schat zonder einde is, wij danken uwe aller-goedertierenste opperheerlijkheid voor de verleende weldaden , en smeeken altoos uwe goeddadigheid, dat Gij , die verleent wat wij bidden , ons nimmer verlaat, maar tot de toekomende vergelding bekwaam wilt maken; door onzen Heer, enz.
O God! die nooit toelaat, dat iemand, die op U hoopt, te zeer verdrukt wordt, maar een gunstig gehoor aan het smeeken verleent, wij danken U , dat Gij onze beden en wenschen aangenomen hebt, U minnelijk verzoekende , dat wij uit allen tegenspoed verdienen gered te worden; door onzen Heer, enz.
I N H O U O
Bladz.
Onderrichting over het H. sacrament des vormsels..........3.
Lofzang: Geest des Heeren..............................7.
Gebed om de genade des H. Geestes.....................9.
Lofzang; Kom Geest des levens..........................................9.
Gebed om zich tot het H. sacrament des vormsels voor
te bereiden................................................................10.
Gebed tot het verkrijgen van de zeven gaven des H. Geestes.. 13.
Gebed tot God den H. Geest..............................................14.
De bediening van het II. sakrament des vormsels............10.
Dankgebed na het ontvangen van liet H. vormsel..........19.
Om God te danken................................................................31.
T
)