ocr page 1

172 -

GESCHIEDENIS

DIJ;

KKRKRADE,

1UJ X. AIJil'R'I'S. — BOEKHANDELAAR. 1886.

Vak 122

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4

•■1

.; 'i *

. -•- \ '■vvV,':-, v.-* .. r.V-1

N quot; V

' - - -

vfiS

I

,T

f S-. •• ■■ MM

, ■■ '■ -

^.ï

a-H--! - .

' - .

. v'

■ /

1

'■ _

■pSs ■ ' ■ '

■Ws .quot;s::' r ■ :

W: - . '■ ■ ■ .

^ ■•■ . ■- • quot;■

'

■ ■ quot; v v . •

. . ■ ■ -

•■ ■; 1. :. , ■ 1 i v

fi' . ' ~ ■. - '' •l- , V;.~

:-:\-

f---

Wwtë yiièo

\ y-

- ' ' ' I

■ v asös'


' '' ' -•

• -

gt;■ . . ^ • •••-•

X'

V-

ocr page 5

DENIS

i 2

GKESOmiElDEIISnS

DER

KATHOLIEKE KERK

ocr page 6
ocr page 7

GESCHIEDENIS

/2 2 //■

DER

KATHOLIEKE KERK

ÜOOR

d-fp-taovvi cBto-uwc-to

LEERAAR TE ROLDUC.

KERKRADE,

BIJ N. ALBERTS. — BOEKHANDELAAR.

1886.

\ A

ocr page 8

GOEDKEURING.

IMPRIMATUR.

\V. EVKBTSj Can. Seminarii Rod. Rector

ad id dej)u/(ilus.

Rodoe Ducis, 10 Julü i88().

DRUK VAN M. ALBERTS i ZONEN TE GULPEN,

ocr page 9

IXiyilIIXlXO.

„Fecerunt itaque civilates duas a mores duo: ter ren am scilicet, amor sui usque ad comtemptum Dei: easiest em vero, amor Dei usque ad contemJgt;tum sui.quot; (De civ it. Dei. XIV-—28.)

De stichting der Kerk door den Zoon Gods, onzen Verlosser Jezus Christus, was niet zonder samenhang met de veert!quot;' _

n 1 1 1 it- ) n aamenhanpr

voorafgaande eeuwen, maar veeleer de vervulling van s Hemels beloften aan den eersten mensch bij schier alle volken bewaard, de bekroning van de vurige wensciien der aartsvaders, de vervulling van de voorzeggingen der profeten des Joodschen volks , welks godsdienst slechts als eene, hoewel onvolmaakte, voorafschaduwing des Christendoms moet beschouwd worden.

]5ij de heidensche volken wisselen godheden en godsdiensten rquot;tt elkander voortdurend af; bij liet Joodsche is en blijft Jehova de eéne, de ware God, blijft de godsdienst onveranderd.

Machtige volken staan op, lieerschen en verdwijnen; één volk, het zwakste, blijft onveranderd voortbestaan, gelukkig als ^ ^ het Jehova's geboden nakomt, ongelukkig als het die overtreedt; het voert door de eeuwen hot goddelijk Bock dos grooten wetgevers mede, het boek dat den sleutel bezit der diepe geheimen, der onbepaalde maar onloochenbare verwach- verleden, tingen, waarvan liet menschdom ten tijde van den Romein-schcn keizer Augustus de oplossing verbeidde.

Want onder de wrakken der schipbreuk van aloude waarheden — de later verbasterde leer van één God, de schepping der wereld, het oorspronkelijk geluk der eerste menschen in het Paradijs , den zondenval, den zondvloed, den torenbouw met taalverwarring — vindt men ook met meer of minder klaarheid in de overleveringen aller volken — de noodzakelijkheid van een bevrijder en de belofte van een Messias terug.

Kerk. Gesch. I

ocr page 10

2

Eén volk slcclils kon 't grootc raadsel oplossen, het geheim dei- volken, voor hem geen geheim, verklaren, daar de voorzeggingen zijner profeten duidelijk den tijd der komst van den Bevrijder, zijne hoedanigheden, zijn lijden kensehetsten, voorzeggingen onder zijne oogen vervuld , en dat volk heeft in onbegrijpelijke, maar eveneens voorspelde, verblinding zijn Messias gedood, wiens dood het mensehdom verloste.

De Verlosser kwam op den, door do profeten aangewezen tijd, hernieuwde het aanschijn der aarde door de stichting zijner Kerk en stichtte het nieuwe, geestelijke Jeruzalem, de stad Gods op de bergen, door den profeet aanschouwd, voor allen zichtbaar, voor allen genaakbaar, die van goeden wille zijn, die in zijn Naam willen zalig worden.

De Kerk, onze Moeder, die ons door het Doopsel herbaard heeft, door hare goddelijke leer gevoed, door de H. Sacramenten versterkt, die ons met teedcre zorg geleidt van de wieg tot het graf; de Kerk, wie zou haar niet beminnen, wie zou niet branden van begeerte om de geschiedenis te kennen dier doorluchtige Moeder, de onveranderlijke, de heilige, do vlekkelooze, de strijdende, die ons ter zegevierende Kerk heenvoert; wie zou niet lier wezen op deze koninklijke, he-melsche Moeder, wie niet gaarne, niet slechts hare vlekkelooze leer, maar ook hare glorierijke geschiedenis willen kennen en tegen laster weten te verdedigen?

Of ze dan nuttig is de kennis dier geschiedenis? — Hoe verlevendigt zij ons geloof, hoe doet ze ons van liefde gloeier, voor de roemrijke Moeder; hoe dwingt zij den onbevooroordeelde uit te roepen: Digitus Dei est bic! deze, en deze alleen is de ware Kerk van den eenigen, waren God! (1)

De Kerk zy alleen, de uit een zwakken kiem ontsprotene, wier

stichter op den schandpaal stierf, wier predikers arme, on-alleen wetende visschers waren, zij alleen tart de stormen der eeuwen, verjeugdigd en zegevierend te midden der vervolgingen, i) bestendig, en het bloed barer martelaren is het zaad der christenen. Drie eeuwen van bloedige vervolgingen, en het christendom verovert den troon van het Romeinsche reuzenrijk! Juliaan, Hendrik IV, Napoleon, hoe breken uwe machtige zwaarden op Petrus' rots !

Ontstaan sekten in haar eigen boezem, van den stam dei-Kerk losgerukt, verdorren zij weldra en verdwijnen, of, als slaven door het zwaard beschermd en voor het zwaard bnk-

(l) Goerres, Hurler, Gfrörer, L. Veuillot, Lipman, Manning, Newman, Lord Ripon, Littré, Onno Klopp. e. a. — (Zie Raes' Conver-titen en Rosenthal's Convertitenbilder.

ocr page 11

3

kend, verzinken zij langzaam in den poel van eigene bedorvenheid. Het Arianisme was meer verspreid dan liet Protestantisme. Het eerste is sinds lange eeuwen vergaan, voor liet laatste opent zich het graf. Onwrikbaar staat zij alleen, de vervolgde, tot wie Gods Zoon gezegd heeft: sik zal met u zijn tot het einde der wereld.quot;

Of zij nuttig is, hare geschiedenis? — Zij leert ons hoe de Kerk alleen heilig is en heiligt, alleen het menschdom waarachtig veredelt en verbetert; dat zij heilig is in haar 2) heilig Stichter, heilig in hare geheimen, hare leer, hare middelen, en hare leden, hare geboden en evangeliesche raden; de «Heilige heiligend, bij uitstekquot; moest willen dat zijne Kerk heilig zou zijn en heilig maakte, liij alle volken van de verschillendste zeden,

stammen en beschaving over de geheele wereld verspreid, zoo haar gehoor gegeven wordt, legt zij den hoogmoed aan banden, herschept den bloeddorstigen barbaar in den vreedzamen burger, en, 0 wonder! bewaart ongerept de sneeuw der onschuld te midden der zengende stormen en tochten van het naar wellust hunkerend menschenhart. (i)

Mohammed vermocht alles op den Arabier. Als een vurig ros heeft deze gehoorzaamd toen zijn meester hem tot vernietiging der volken over de slagvelden joeg, jomais quand il a fallu lui mettre a la bouche le frein de la pureté, il en a broyé les anneaux d'acier, et il s'est trouvé que la doctrine qui le poussait a la conquête du monde, était une doctrine moins fortement trempée que ses muscles et son poitrail.quot; (2)

De leer van Leo XIIl is die van Leo den Grooten, is de leer van Petrus. De waarheid verandert niet. »Gij verandert, 3) onvcran-derhalve zijt gij de waarheid niet!quot; — Op deze onverbiddelijk derlijk, klemmende sluitreden van den grooten bisschop van Meaux moet het Protestantisme het antwoord schuldig blijven. (3) — »Dc wetenschappen veranderen, zoo voert Lacordaire de Ce-sars sprekende in, de staten veranderen, alles is veranderd of verandert — en gij grijsaard van hot Vaticaan, waarom verandert ook gij niet? — »Non possumus,quot; zoo klinkt het de eeuwen door. — Wij Cesars, machtigen der aarde met millioenen strijders, wij schenken u de helft van ons purper,

doch breng een ofler, Grijsaard, aan den vrede en verander.

(1) Is er buiten de Kerk oprechte deugd te vinden, dan moet deze, hetzij als een overblijfsel van haren invloed, hetzij als het werk der trouw nageleefde natuurwet beschouwd worden: en, de ter goeder trouw dwalende behoort tot de ziel der Kerk.

(2) Lacordaire, conférences sur la chasteté.

(3) Bossuet, Histoire des Variations des églises Protestantes.

ocr page 12

4

door Houd uw purper, o Cesar, morgen zal men u er in begraven mirakelen eri 'quot;-t alleluja en do profundis bij u zingen, die nooit ver-bevestigd. iuquot;'l!ren.quot; Door talrijke mirakelen in alle eeuwen werd rlaar-ö enboven de Katholieke Kerk alleen door God begunstigd.

Hoe dan is liet mogelijk dat zoo velen de goddelijkheid dei-Kerk, voor ons zoo duidelijk, niet willen erkennen? Hoe is 't mogelijk dat de op den berg stralende lichtbaak niet allen, die haar zien. do veilige haven binnenvoere? — »11 et licht is in de wereld gekomen en de menschen hebben de duisternissen boven het licht gesteld, omdat hunne werken slecht waren. Want wie het kwade doet, haat het licht en nadert niet tot het licht, uit vrees dat zijne werken veroordeeld worden. Maar hij die naar de waarheid handelt, nadert tot het lichtquot; (1).

(i) Evangelie van Maandag na Pinksteren.

ocr page 13

§ 2.

Godsdienstige en zedelijke toestand der oude wereld.

Ten tijde van de komst des Verlossers waren de Joden R.. ^ in verschillende sekten, de liuichelende Phariseërs («blinkende gravenquot;), de ongeloovige Sadduceërs, de afgezonderde, zedelooze Esseniërs en de afgescheiden Samaritanen verdeeld. Niet aan den zin maar aan de letter der wet gehecht, verwachtten zij, daar ze hunne geestelijke en zedelijke ellende niet beseften , den Messias slechts als joden, een bevrijder van vreemde heerschappij en aardsche onheilen.

Zag 't er zoo treurig uit bij het uitverkoren volk, zich verheugende in een door God geopenbaarden godsdienst,

die tot voorbereiding van Christus' Kerk moest dienen,

veel dieper verzonken in de duisternis der dwaling, in het slijk des zedenbederfs lag toenmaals de heidensche wereld.

Goden van steen en hout onder allerlei vormen, dieren,

planten, ja de grootste ontucht, alles werd als goddelijk Bi-' cle vereerd, slechts de ééne ware God niet.

Op die goden, met wie hunne eigene priesters den spot dreven , op Jupiter, Bacchus , Venus, e. a. wien men als voorbeelden aller ondeugden wierook brandde, zou heden de galei- of galgstraf worden toegepast. Welk moest daar het zedelijk peil des volks wezen? — De familie bestond slechts in naam; vaderlandsliefde was als verdwenen; de küischheid scheen onbekend, en Cato Cen-sorinus, geroemd als de beste der Stoïcijnen, die onder de heidenen als de besten golden, Cato was een monster van onzedelijkheid. De slavernij bestond overal als wet- IIeR,enen-tige instelling, de slaaf werd nauwelijks met het dier gelijkgesteld, en de echtgenoote was de eerste der slavinnen. Het te vondeling leggen of dooden van kinderen, de moord in de publieke spelen en in de familie veroorloofd, de geleerden evenals de onwetende menigte verstoken van gezonde begrippen over eer en deugd — het bederf was zoo groot, dat geen menschelijk heilmiddel, ondanks alle aangewende pogingen, meer baten kon.

ocr page 14

6

Dan uit den hemel daalt de Bevrijder neer. Isaïas' profetisch woord gaat in vervulling: »Hun, die in de schaduw des doods gezeten waren is een licht opgegaan.... Want een klein Kind is ons geboren, een Zoon is ons geschonken.quot;

§ 3.

Komst en werkzaamheid des Verlossers.

In het jaar 752 na de stichting van Rome verkondigde de engel Gabriël, door God gezonden, aan Maria, eene maagd van Nazareth in Judaea, uit den stam van David, dat zij buiten de gewone wetten der natuur, hoewel maagd blijvende, den Zoon Gods, den Verlosser der volken zou ontvangen en ter wereld brengen. Jezus Chuistus, de Godmensch, in een stal te Bethlehem geboren , schijnbaar zwak en arm, wilde eerst door arme herders, dan door Wijzen en Koningen uit het Oosten, wien eene wondervolle ster den weg naar zijne kribbe wees, aanbeden worden. (1) Zijn rijk, waarin niet één , volk slechts, maar alle menschen van gosden wille den vrede zouden vinden, zon een geestelijk, geen aardsch rijk wezen. Doch Herodes, koning van Judaea, bevreesd voor zijn troon, trachtte den Schepper van alle leven te verborgen dooden, en deed, terwijl Maria en Jezus' voedstervader. Jozef, »de rechtvaardigequot; met het goddelijk Kind naar Egypte vluchtten, alle kinderen beneden de twee jaren en in Bethlehem en omstreken vermoorden. »Jezus groeide op in wijsheid en genade bij God en de menschen.quot; Op twaalfjarigen leeftijd beschaamde Hij door zijne vragen openbaar en antwoorden de grijze leeraren der Joodsche wet, en leefde vervolgens, »zijnen ouders gehoorzaam,quot; in stille afzondering, vóór den ouderdom van dertig jaren geen leven verder teeken zijner almacht en alwijsheid gevende. Reeds predikte een man door God gezonden, met name Joannes, op de oevers van den Jordaan door woord en voorbeeld

(i) De abt Dionysius Exiguus begon in 532 liet eerst de tijdrekening van Christus' geboorte af in gebruik te brengen.

ocr page 15

7

boetvaardigheid, kondigde het Lam Gods, »liet Licht der wereldquot; aan, en doopte den Heiland, terwijl boven den Doopeling eene stem weerklonk: »Deze is mijn welbeminde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen gesteld heb.quot;

Joannes de Dooper stierf dra den marteldood.

Alvorens zijn openbaar leven te beginnen, bracht Jezus om later zijne volgelingen te bemoedigen, veertig dagen te midden van beproevingen in de woestijn door en deed vervolgens op de bruiloft van Cana, op verzoek zijner moeder, bet eerste wonder, door water in wijn te veranderen. Vele andere volgden; De opwëkking der dochter van Jaïrus, en van den zoon der weduwe van Naïm, de plotselijke genezing van melaatschen , blinden en andere zieken, zijn wandelen over de golven, het spijzen van 5000 mannen met vijf brooden en twee visschen, de opwekking van Lazarus, die reeds sedert drie dagen begraven was, enz. Hij gaat al weldoend rond, ziels- en lichaamskwalen heelend, geestelijke en stoffelijke goederen uitdeelend, zich vrijmachtig Opperheer toonend der ganscbe schepping. Waarlijk eene goddelijke verschijning!

Niet minder wondervol was zijne leer, die de geestelijke en zedelijke wereld moest hervormen. In eenvoudige taal, in vergelijkingen leerde hij vooral de éénheid van God,

niet van een verbolgen Godheid, wiens gramschap door het bloed van slachtoffers moest gestild worden, maar van een God, vader der menschen, vader van den verloren zoon, een God van barmhartigheid en vergeving en vrede; en verkondigde daarenboven het gebod der liefde, als een nieuw gebod, als zijn gebod bij uitnemendheid, aan welke beoefening de wereld zijne ware leerlingen zou herkennen. Waarlijk eene goddelijke leer !

Do genade van God was op aarde neergedaald en deze De genade deelde Jezus Christus door de kanalen der zeven H. Sacra-heilige Sacramenten; het doopsel, het vormsel, de Eu- menten. charistie, de biecht, het oliesel, het priesterschap en het huwelijk den menschen meê.

Had de »Zoon des Menschenquot; zich zei ven niet herhaaldelijk en ten laatste voor Caïphas en Pilatus tevens den Zoon Gods genoemd, goddelijke eerbewijzing, geloof, i6 God hoop en liefde voor zijn persoon geëischt en de leer zijner s

ocr page 16

Godheid door wonderen bevestigd, Jezus' vlekkeloosheid, volmaaktheid en heiligheid, zijne macht over de natuur, zijne alwetendheid, die de toekomst en de harten en nieren der menschen doorgrondde, zijne leer, die alle teekenen van goddelijkheid bezit, zouden ons dwingen in Hem de Godheid te erkennen.

Om de leer zuiver, de H. Sacramenten ongeschonden te bewaren, moest de Zaligmaker eene zichtbare maatschappij, altijd één en onveranderlijk in de waarheid, stichten. En Hij heeft het gedaan.

Op de oevers van het meer Genezareth sprak Hij tot eenige visschers: »Komt met mij. Ik zal u visschers van Keus der menschen maken.quot; Met opzet koos hij zwakke, arme, onwetende visschers (Simon Petrus eu diens broeder Andreas, Joannes, Jacobus den Meerderen, Joannes' broeder, Philippus, Bartholomaeus, Simon, Thomas, Jacobus den Minderen, Judas Tschkarioth, Judas Thaddaeus, en den tollenaar Matthaeus), om de geleerden en machtigen te Apostelen, beschamen, liet licht der waarheid over geheel de aarde te doen schitteren, en voor immer over de wereld te zegevieren. »Weest niet verlegen,quot; sprak Hij, »oni goad of zilver.... Ik zend u als lammeren temidden der wcl-IIim ven.quot; In 't bijzonder machtigde Hij hen zijne leer met zending, goddelijk gezag te verkondigen, de H. Sacramenten toe te dienen en de Kerk te besturen.

Als grondsteen van den bouw der Kerk, als opperhoofd stelde Jezus Christus Simon aan, zeggende: »(jrij zult Petrus heeten, d. i. steenrots, en op die rots zal Ik mijne Primaat ®-er^ bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.quot; — »Ik zal u de sleutels des hemelrijks geven; wat gij op aarde zult gebonden of ontbonden hebben, zal ook in den hemel gebonden of ontbonden van zijn;quot;- »Hoed mijne lammeren, hoed mijne schapen;' — Ik heb voor u gebeden, opdat uw geloof niet wankele... bevestig uwe broedersquot; (in 't geloof); »Zie, ik ben met Petrus, u tot het einde der wereld.quot; Verder smeekt Hij tot zijn Vader: »0 Vader, zoo als Gij in Mij zijt, en Ik in ü, dat zij allen één mogen wezen in ons.

Een deel des Joodschen volks erkende in Jezus den Messias. Doch velen o. a. de Phariseërs en do priesters

ocr page 17

9

verklaarden Hem voor godslasteraar, en beraamden na Lazarus' opwekking liet plan hem te dooden. Vijf dagen na Jezus' triomftocht, waarbij Jeruzalem had weergalmd van de kreten: Hosanna, glorie den Zoon van David, weerklonk reeds het »Kruisig hem, kruisig Jezus' hem.quot; Het uur van het groote zoenoffer was aangebroken. In den nacht na de instelling des Altaarsacraments, dat voortdurend wonder der goddelijke liefde, leverde Judas den Verlosser zijnen vijanden over. Nog eenmaal deed Jezus den vervolgers zijne goddelijke macht gevoelen en werd dan in den Olijvenhof gevangen genomen. Nadat do hoogepriester Gaïphas Hem des doods schuldig ver- lijden klaard had, werd Hij bespot, gegeeseld en met doornen gekroond. Noch Herodes, noch de Romeinsche landvoogd IMatus vonden schuld in Hem. Toch leverde deze uit zwakheid den »Heilige der heiligen,quot; terwijl hij den moordenaar Barrabas vrij liet, den smadelijken kruisdood over. Op het kruis bad het onschuldige »Lam Godsquot; ' 1voor ons, en gaf ons zijne moeder tot moeder. »A lies is volhracld!quot; De voorzeggingen der profeten zijn vervuld. Hij sterft. De aarde beeft, de zon verduistert en de getuigen van den godsmoord roepen uit: » Deze was waarlijk de Zoon Godsquot; (1). Door zijn dood had de Heiland dood en en hel overwonnen en onze verlossing volbracht en Hij bezegelde, drie dagen later, het verlossingswerk door het groote wonder zijner glorierijke verrijzenis, plechtig door Hem zeiven voorspeld. Na de verrijzenis verscheen Jezus herhaaldelijk aan zijne leerlingen, en liet Sl Thomas,

om ons geloof te stalen, zijne handen in de H. wonden verrijzenisquot; leggen. Dan, den veertigsten dag na de verrijzenis steeg Hij ten hemel, na zijnen apostelen den H. Geest beloofd,

en deze laatste woorden tot hen gericht te hebben: » Alle macht is mij gegeven in den hemel en op aarde. Gaat derhalve en verkondigt het evangelie aan alle schepselen,

en doopt hen in den naam des Vaders, en des Zoons,

en des H. Geeites.quot;

Dat vruchtbaar woord deed den geest des apostolaats geboren worden.

1

Dionysius de Areopagiet te Athene, het groote natuurwonder aanschouwende, riep uit: „Of de aarde vergaat, of haar Schepper sterft.quot;

ocr page 18

10

Jezus' geschiedenis en leer is in de vier Evangeliën vervat, waarvan twee een apostel tot schrijver hebben. (1) Met Christus' dood begint eigenlijk de kerkelijke geschiedenis.

Men kan ze gevoegelijk in de volgende tijdvakken ver-deelen :

1. Van Christus Hemelvaart tot Constantijn den Grooten 33—313.

2. Van Constantijn tot (keizer) Karei den Grooten, 313-800.

3. Van Karei den Grooten (Charlemagne) tot Gregorius VII, 800—1073.

4. Van Gregorius VII tot Bonifacius VIII, 1073—1291.

5. Van Bonifacius VIII tot Luther 1294 —1517.

6. Van Luther tot de Fransche omwenteling, 1517—1789.

7. Van de Fransche revolutie tot op den tegenwoordigen tijd, 1789—188(5.

Ieder tijdvak zullen wij in twee hoofdafdeelingen beschouwen :

A. De uitwendige,

B. De inweiidige geschiedenis der Kerk.

(i) Hoe de beruchte Renan den Godmensch, het ideaal der volmaaktheid, het Alpha en Omega der wereldgeschiedenis, een „fanatie-ken dweeperquot; waagt te noemen, is onbegrijpelijk. Doch hij zegt zelf in zijn werk ; Les origines du christian isme, 4,,,e livre: „Je me réserve le droit du sourire de mon oeuvre.quot; — Van dit recht des schrijvers maakt ieder ernstige lezer gebruik. Zelfs J. J. Rousseau moet in zijn Emile

I — 4 b^ennen : „Je vous l'avoue, la majesté des Ecritures m'étonnc, la sainteté de 1'Evangile parle a mon coeur. Voyez les livres des phi-losophes avec toute leur pompe, qu'ils sont petits prés de celui-Ia. Se peut-il qu'un livre a la fois si sublime et si simple soit l'ouvrage des hommes ? Se peut-il que celui dont il fait 1'histoire ne soit qu'un homme lui même?.... Dirons nous que l'histoire de 1'Evangile est inventée a plaisir? Mon ami, ce n'est pas ainsi qu'on invente, et les faits de So-crate dont personne ne doute, sont moins attestés que ceux de J.-Ch.

II serait plus inconcevable que plusieurs hommes d'accord eussent fabriqué ce livre, qu'il ne Pest qu'un seul en ait fourni le sujet..., l'Evangile a des caractères si grands, si frappants, si parfaitement inimitables, que 1'inventeur en serait plus étonnant que le héros.quot;

ocr page 19

EERSTE TIJDVAK.

Van Christus tot Constantijn, 33—313.

A. UITWENDIGE GESCHIEDENIS.

§• 4.

Handelingen der Apostelen.

1) Vijftig dagen na de Verrijzenis, zoo verhaalt het boek »der Handelingen van de apostelenquot; daalde op liet Pinksterfeest {nevrrjxocTrJ) de H. Geest, die hun alles Pinksterfeest, zou leeren, onder de gedaante van vurige tongen, over de apostelen neder. En zie, welk een verandering! Van zwakgeloovigen en kleinmoedigen, die hun meester niet durfden volgen, worden zij onverschrokken, roepen begeesterd in de grootste gevaren uit: )»wat wij gezien en Gevolgen, gehoord hebben, kunnen wij niet zwijgen,quot; ja, ondergaan allen vreugdevol de vreeselijkste folteringen; van onwetenden worden zij de meesters in de wetenschap des geloofs, en hunne bezielde redevoeringen weerklinken dooide wereld; ongeletterden vroeger, nu niet de gaaf der talen verrijkt, doen zij zich aan alle volken verstaan en denzelfden dag bekeert Petrus door ééne toespraak drieduizend raenschen van de verschillendste naties; gewone,

zwakke visschers bezitten nu de goddelijke macht van mirakelen te doen. »Sta op en wandel,quot; zegt Petrus tot den lamme, en deze staat genezen op. Eenige dagen later klom het getal der bekeerlingen tot vijfduizend, »en allen bleven eenparig volharden in de leer der apostelen, de gemeenschap van het breken des broods en het gebed.quot;

ocr page 20

12

Gemeenschap. Het geloof en de Hefde vereenigden de eerste »geloo-vigenquot; of »broeders,quot; cloor de Joden »Nazareërsquot; genoemd, zoozeer, dat zij slechts één hart en ééne ziel schenen uit te maken, en gedurende veertig jaren in vrijicüligp gemeenschap van goederen leefden. Welk verschil met Communisme?de utopie van het hedendaagsch communisme? Hier ongeloof, daar geloof, hier hebzucht, daar liefde, hier ge-dwongene, daar vrijwillige gemeenschap, hier ontkenning van gezag, daar trouwe onderwerping, hier wanorde, het werk der hel, daar, zooals later in de kloosters, volmaakte orde in een engelachtig gemeenebest.

(Ananias en Saphira, die den H. Petrus wilden bedriegen, vielen plotseling dood ter aarde.)

Om de uitdeeling der aalmoezen beter te regelen, en in het prediken en doopen behulpzaam te wezen, wijdden de apostelen door de oplegging der handen zeven geloo-vigen tot dia/eens.

In plaats van Judas, den zelfmoordenaar, werd Matthias, op voorstel van Petrus, tot nieuwen apostel gekozen.

Het toenemen der geloovigen en de wonderen door de apostelen verricht, brachten de Synagoog in woede. In eene algemeene vervolging ontsnapten Petrus en Joannes, ten gevolge van Gamaliels wijzen raad, na gegeeseld te zijn geworden, aan den dood. Als eerste martelaar viel (3G) de ijverige diaken Stephanus, buiten Jeruzalem rl* martelaar.gesteenigd, terwijl hij voor zijn moordenaars bad. Een jongeling, Saulus genaamd, bewaakte de kleederen der beulen. Om denzelfden tijd had de eerste misdaad van Simonie plaats, daar Simon »de toovenaarquot; voor geld de Simonie. macht wilde koopen de gaven des H. Geestes uit te deelen. Bij hem vinden wij tevens reeds in eerste kiem de leer van Luther en Calvijn.

isle heiden Door een visioen voorgelicht, nam Petrus in 't jaar 38 den bekeerd, eersten heiden, den honderdman Cornelius in de Kerk op.

ocr page 21

13

Waarschijnlijk werd in 't jaar 40, vóór de sclieidingSymbolum, 40. der apostelen, de geloofsbelijdenis óf het symholwm opgesteld. Ook koning Herodes, Agrippa I, vervolgde de Christenen en deed Jacobus, Joannes' broeder, ombren-Petms bevrijd, gen en Petrus gevangen nemen (44). Deze, door een engel bevrijd, »begaf zich naar een ander oord.quot; (Rome?)

2) S' Paulus. Voornoemde Saulus (in 't Grieksch Pan-Leven van c'.en lus), een Phariseër en Gamaliels leerling, te Tarsus in „Apostel der Cilicië geboren, spoedde naar Damascus ter christenver- heidenen.quot; volging heen, toen hij onderweg eensklaps door een lichtstraal verblind, uit Jezus' mond de woorden vernam:

»Saulus, waarom vervolgt gij Mij?quot; (37) Te Damascus door Ananias van zijne blindheid genezen en gedoopt,

predikte Paulus Christus' leer, begaf zich met Barnabas eerst naar Cyprus, welks stadhouder Sergius Paulus hij rw missiereis, bekeerde, dan, overal Christengemeenten stichtende, naar Klein-Azië en Antiochia, en van hier naar Jeruzalem »om Petrus te zien.quot;

Omtrent de strijdvraag of de Christenen het Joodsche ritueel moeten volgen, werd in het eerste Concilie te Jeruzalem (50), nadat Petrus, als opperhoofd der Kerk, rlcConcilie, het eerst gesproken had, het besluit genomen, » dat de 50-geloovigen zich slechts te onthouden hadden van het den goden geofferde, van ontucht en 't bloed van gestikte dieren.quot; Eene tweede missiereis ondernam Paulus naar 2'lc missiereis. Klein-Azië, Macedonië, Athene, (waar hij Dionysius den en Areopagiet bekeerde — Paulus' rede), Korinthe (1'/, jaar),

Ephesus, Antiochia; eene derde (55—58) naar Ephesus, 0 waar de goudsmid Demetrius een opstand tegen hem verwekte; vervolgens naar Corinthe, Macedonië, Milete (waar hij een roerend afscheid nam van zijne bekeerlingen), Cesarea, Jeruzalem. Hier wilden de Joden hem (58)

dooden, doch, door de tempel wacht gered, bracht hij twee jaren te Cesarea, en na zijn beroep op den keizer,

ocr page 22

12

Gemeenschap. Het geloof en de liefde vereenigden de eerste »geloo-vigenquot; of gt;broeders,quot; cloor de Joden »Nazareërsquot; genoemd,

zoozeer, dat zij slechts één hart en ééne ziel schenen i

uit te maken, en gedurende veertig jaren in vrijwillujp gemeenschap van goederen leefden. Welk verschil met Communisme?de utopie van het hedendaagsch communisme? Hier ongeloof, daar geloof, hier hebzucht, daar liefde, hier ge-dwougene, daar vrijwillige gemeenschap, hier ontkenning van gezag, daar trouwe onderwerping, hier wanorde, het werk der hel, daar, zooals later in de kloosters, volmaakte orde in een engelachtig gemeenebest.

(Ananias en Saphira, die den H. Petrus wilden bedriegen, vielen plotseling dood ter aarde.)

Om de uitdeeling der aalmoezen beter te regelen, en in liet prediken en doopen behulpzaam te wezen, wijdden de apostelen door de oplegging der handen zeven geloo-vigen tot diakens.

In plaats van Judas, den zelfmoordenaar, werd Matthias, op voorstel van Petrus, tot nieuwen apostel gekozen.

Het toenemen der geloovigen en de wonderen door de apostelen verricht, brachten de Synagoog in woede. In eene algemeene vervolging ontsnapten Petrus en Joannes, ten gevolge van Gamaliels wijzen raad, na gegeeseld te zijn geworden, aan den dood. Als eerste martelaar viel (3G) de ijverige diaken Stephanus, buiten Jeruzalem isl* martelaar.gesteenigd, terwijl hij voor zijn moordenaars bad. Een jongeling, Saulus genaamd, bewaakte de kleederen der beulen. Om denzelfden tijd had de eerste misdaad van Simonie plaats, daar Simon »de toovenaarquot; voor geld de Simonie. macht wilde koopen de gaven des H. Geestes uit te deelen. Bij hem vinden wij tevens reeds in eerste kiem de leer van Luther en Calvijn.

isle heiden Door een visioen voorgelicht, nam Petrus in 't jaar 38 den bekeerd, eersten heiden, den honderdman Cornelius in de Kerk op.

ocr page 23

13

Waarschijnlijk werd in 't jaar 4.0, vóór de sclieidingsymbolum, 4.0. der ajiostelen, de geloofsbelijdenis of liet symholum opgesteld. Ook koning Herodes, Agrippa I, vervolgde de Christenen en deed Jacobus, Joannes' broeder, ombren-Petrus bevrijd, gen en Petrus gevangen nemen (44). Deze, door een engel bevrijd, »begaf zich naar een ander oord.quot; (Rome?)

2) S' Patjlüs. Voornoemde Saulus (in 't Grieksch Pau-Leven van den lus), een Phariseër en Gamaliels leerling, te Tarsus in „Apostel der Cilicië geboren, spoedde naar Damascus ter christenver- heidenen.quot; volging heen, toen hij onderweg eensklaps door een lichtstraal verblind, uit Jezus' mond de woorden vernam:

»Saulus, waarom vervolgt gij Mij Vquot; (37) Te Damascus door Ananias van zijne blindheid genezen en gedoopt,

predikte Paulus Christus' leer, begaf zich met Barnabas eerst naar Cyprus, welks stadhouder Sergius Paulus hij i-w missiereis, bekeerde, dan, overal Christengemeenten stichtende, naar Klein-Azië en Antiochia, en van hier naar Jeruzalem »ora Petrus te zien.quot;

Omtrent de strijdvraag of de Christenen het Joodsche ritueel moeten volgen, werd in het eerste Concilie te Jeruzalem (50), nadat Petrus, als opperhoofd der Kerk, iquot;6Concilie, het eerst gesproken had, het besluit genomen, » dat de 50-geloovigen zich slechts te onthouden hadden van het den goden geofferde, van ontucht en 't bloed van geslikte dieren.quot; Eene tweede missiereis ondernam Paulus naar 2,'c missiereis. Klein-Azië, Macedonië, Athene, (waar hij Dionysius den en Areopagiet bekeerde — Paulus' rede), Korinthe (l1/, jaar),

Ephesus, Antiochia; eene derde (55—58) naar Ephesus, J waar de goudsmid Demetrius een opstand tegen hem verwekte; vervolgens naar Corinthe, Macedonië, Milete (waar hij een roerend afscheid nam van zijne bekeerlingen), Cesarea, Jeruzalem. Hier wilden de Joden hem (58)

dooden, doch, door de tempelwacht gered, bracht hij twee jaren te Cesarea, en na zijn beroep op den keizer,

ocr page 24

14

nog twee jaren te Rome (61 — 63) in gevangenschap door. Eindelijk bevrijd, reisde hij naar Spanje, van hier naar Klein Azië, Macedonië en Creta, werd nogmaals gevangen genomen en in 67 bij ïre Fontane buiten Rome onthoofd. Timotheus, Lucas, Silas e. a. hadden hem dikwijls op zijne reizen begeleid. De H. Panlus richtte brieven zoo aan de nieuwe Christengemeenten, als aan enkele personen. (14 epistels).

3) S' Petrus, eerst in Jeruzalem en Samaria, latei-zeven jaren te Antiochia, waar de geloovigen het eerst den naam van Christenen kregen, verder in Pontus en bisschop Klein-Azië werkzaam, kwam omstreeks het jaar 42 voor ' vomlt;- (Je eerste, en na 50 voor de tweede maal naar Rome, beschaamde hier in Nero's telt;?enwoordilt;;heid de helsclie

O O

kunsten van Simon den Toovenaar, en stichtte eene Christengemeente in de hoofdstad der heidensche wereld. Zijn leerling, S' Marcus, schreef hier zijn evangelie, en werd als bisschop naar Alexandria in Egypte gezonden. Vandaar dat de zetels van Jeruzalem, Alexandria, Antiochia en Rome, door Petrus gesticht, als patriarchaal-zetels vereerd werden in 't Oosten en in 't Westen.

Bewijzen voor de stichting der Romeinsclie Kerk door Petrus zijn: lquot; Nooit werd een ander apostel als stichter genoemd, terwijl allo overleveringen en getuigenissen der oudste christen schrijvers, o. a. Clemens Rornanus, Hegesippus, Ignatius, Ire-naeus, Cyprianus, Epiphanius, Eusebius, Orosius, zooals ook de oudste martelaarsboeken, eenstemmig deu prins der apostelen , als stichter der kerk van liome noemen; en zelfs Suetonius, een heiden, spreekt (Claud. Cap. '25) van eene christengemeente te Rome omstreeks het jaar 49. 2° S1 Pau-!us schreef in 57 aan de Romeinen (1, 7—15; 15, 20—25) dat hij hoopt ook weldra de Romeinsche Christen gemeente »welker geloof allen bekend is,quot; te leeren kennen. 3e S' Petrus zelf dagteekent zijn eersten brief uit «Babylon,quot; waardoor ook »Papias, een leerling der apostelen, en Eusebius Rome aanduiden. Het Babyion aan den Euphraat bestond sedert eeuwen niet meer en was »ecne groote woestenij.quot; (Plinius, Strabo.) Het Egyptische Babylon was een nietig dorpje.

ocr page 25

15

Keizer Nero deed Petrus, toen deze eeuige voorname personen van het hof bekeerd had, in den Mamertijnschen kerker opsluiten. Hier doopte de eerste Paus zijne bewakers Processus en Martinianus, en werd den 29 Juni (37 op den Janieulus, het hoofd omlaag, gekruisigd.

4) De andere apostelen ondergingen allen, behalve Joannes, den marteldood. Joannes de Evangelist, die Ephe-sus tot bisschopszetel had en de martelaren Polycarpus en Ignatius onder zijne leerlingen telde, werd wel is waar onder keizer Doniitianus in kokende olie geworpen, bleef echter ongedeerd, schreef als balling op hot eiland Patmos (96) zijne openharuig en keerde later weer naar Ephesus terug. Hier bracht hij een oudleerling, die roever geworden was, tot inkeer, herhaalde immer den ge-loovigen; »mijne kinderen bemint elkanderquot; en stierf in 101. Ten bewijze van Jezus' Godheid schreef hij zijn evangelie. Jacobus de Mindere, eerste bisschop van Jeruzalem, werd (62) gesteenigd. Thomas verkondigde het Evangelie den Parthen en drong, meent men, tot in Indië (Thomasberg bij Bombay) door, waar hij gedood werd; Bartholomeus in Z-Arabië en Indië; Andreas in Griekenland en Z.-Rusland; Judas Thaddaeus in Syrië en Mesopotamië; Simon in het Oosten (?); Matthaeus in Palestina en Abyssinië of Ethiopië, Marcus in Afrika. (Alexandria.)

§ S-

De verwoesting van Jeruzalem. 70.

Een zoo verschrikkelijk drama als de verwoesting van Jeruzalem, 37 jaren vroeger door den Zaligmaker voorspeld, levert de wereldgeschiedenis niet op. Om den opstand, tengevolge der geweldenarijen van den landvoogd

ocr page 26

I

If)

Gessius Florus onder keizer Nero uitgebroken, te dempen, werd Vespasianus en later diens zoon Titus met legers naar Jndaea gezonden. Aan het hoofd der partijen onder de opstandelingen, die elkander vinnig bestreden, stonden Eleazar, Jan Joannes van Gischala en Simon Bargioras. De Joodsche geschiedschrijver Flavius lt; 1 Josephus, bevelhebber van Jotapat, (welks bewoners elkander vermoordden), en later Titus' gunsteling, heeft ons de geschiedenis van dezen oorlog nagelaten. Verschillende voorteekens kondigden den val van Jeruzalem aan,

en de Christenen der stad, de voorzegging des Zaligmakers indachtig, hadden zich in Pella teruggetrokken.

Om de vesting uit te hongeren, omgaf Titus haar met een wal (»vallo circumdabunt te.quot;) Terwijl burgerkrijg,

pest en hongersnood in de stad woedden, nam hij na harden strijd achtereenvolgens de ringmuren der voorsteden lieseta, Acra, de burg Antonia, dan den tempel- f bouw en eindelijk Sion, de Davidsstad.

Tegen Titus' bevel werpt een soldaat een brandende fakkel in den tempel. Deze gaat in vlammen op. Jeruzalem wordt verwoest. 1,100,000 Joden komen om en 97000 worden als slaven voor het amphitheater of voor den bouw des Coliseums, in welks nabijheid Titus triomfboog verrees, bestemd.

Bcteekenis der Christus' voorzegging (Matth. 23—24; Luc. 19) werd verwoestinc letterlijk vervuld. Titus zelf noemde zich het werktuig der quot;ii f 0 wrake Gods en bekende, dat niet hij maar de godheid de stad bedwongen had. 2) Het zekere bewijs was geleverd.

dat de Messias was gekomen, daar de tempel, waarin Hij verschijnen moest, vernield was. (Agg. 2, 7—10.) 3.) Het Christendom, voor allo volken bestemd, kon niet meer met het eertijds alleen bevoorrechte Jodendom verwisseld worden.

r

Ten tijde van keizer Aelius Hadrianus had een nieuwe opstand der Joden onder Akiba en Bar-Cochba (zoon der ster) plaats. Julius Severus doodde toen, na Bether genomen te hebben, 600,000 Joden, verwoestte nogmaals

«

/

ocr page 27

17

Jeruzalem (135) en bouwde op de ruïnen Aelia Capito-lina (1). Zooals voorzegd was werden de Joden over de geheele aarde verstrooid (Ezech. 12, 20), en bleven, o wonder! terwijl zoo vele machtige volken vergingen, als getuigen van Christus' godheid, hoewel verstrooid, onvermengd als volk voortbestaan; :ils een volk met het teeken van Caïn gebrandmerkt, want een wrekende hand had op zijn voorhoofd onuitwischbaar geschreven: Godsmoordenaar !

O volk, eertijds Gods volk, nu slaaf aller natiën, vergader u voor een oogenblik en antwoord: — Is liet waar dat in uw midden een mensch leefde, Jezus genoemd, die zeide dc beloofde Messias te zijn? — Ja. — Is 't waar, dat Hij gekomen is op den door de profeten voorspelden tijd! — Ja. — Is 't waar, dat Hij op de plaats geboren is, waar de Messias, volgens de voorzeggingen, moest geboren worden? — Ja. — Is 't waar dat zijn leven zuiver, zijne leer heilig was, dat hij blinden, dooven, rnelaatschen genas, en doodeu verwekte? Ja, wij kunnen het niet loochenen. — Ongelukkige, en wat hebt gij met den Rechtvaardige gedaan? Gij hebt Hem gekruisigd!— »Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.quot; — Jood, uw wensch is volbracht; ga, keer als getuige voor de geheele wereld, tot uw rampzaligen toestand terug.quot; (La Mennais).

§ 6.

Wondervolle uitbreiding des Christendoms tot de 4e eeuw.

1) »Als Ik van de aarde zal opgeheven zijn, zal Ik alles tot Mij trekken.quot; (Joan. 12, 32). Christus' arme vis-schers trokken den haat der boozen op zich, doch maakten tevens met het net des geloofs in het wereldmesr een uiterst rijken buit van slaven en vorsten, van armen en rijken, van geleerde wijsgeeren en ongeletterde barbaren.

(i) Te Tiberias werd omstreeks het jaar 220 door eenige rabbijnen de Mischna saamgesteld, die, met de later vervaardigde Ge mar a, den Talmud of overlevering vormt.

Kerk, Gesch. S

ocr page 28

18

Wij zijn eerst van gisteren, schreef Tertullianns (f 240), en wij vullen uwe steden, eilanden, kasteelen, markten, raadsvergaderingen, den senaat en liet paleis. Met hem getuigen de oudste kerkelijke schrijvers, Justinus, Origenes, Cyprianus, Lactantius en de heidenen Celsus , Lucianus en Plinius de jongere, van de uitbreiding der Kerk in-en zelfs buiten de grenzen van het Romeinsche wereld-Verspreiding rijk. Het groote aantal bisschoppen, maar vooral martelaren (11 millioen) gedurende de drie eerste eeuwen in bewijzen, dat door het vertrek der Christenen »het Romeinsche rijk eene woestenij zou geworden zijn.quot;

Azie, In Vóór-A zie, waar de Apostelen zei ven het geloof verkondigd hadden, bloeiden vooral de kerken van An-

O 7

tiochia, Cesarea, Aelia Capit. Smyrna (S' Polycarpus), Epliesus (S' Timotheus) en 't Syrische Edessa.

Europa, In Europa stichtte de H. Petrus de eerste kerken (Rome). Na hem predikte de H. Paulus op de eilanden der Midd. zee, in Griekenland, Macedonië en Spanje (V). Uit Rome werden vroegtijdig geloofsboden naar Gallic (Marseille, Lyon) gezonden, waar reeds in de tweede eeuw vele H. Bisschoppen o. a. Sl Gratianus te Tours, S' Paulus te Narbonne, S' Saturninns te Toulouse, S' Mar-tialis te Limoges, S' Prophimus te Arles werkten. In geheel Groot-Brittanië, in België (Tongeren), in Duitsch-land (Trier, Keulen), in 't vrije Germanje (Iren. adv. Haer. III-4), in Oostenryk bestonden reeds Christen gemeenten. De H. Maximilianus stierf 285 in Krain, Victorinus in Stiermarken.

Afrika. Naar Afrika werd de H. Marcus uit Rome gezonden naar Alexandria, van waar het Evangelie zich dan naar Boven-Egypte, Mauretanië en Numidië uitbreidde, zoodat hier in 't begin der derde eeuw reeds talrijke bisdommen bloeiden (Carthago). In Alexandrië ontstond een katholieke school door Pantaenus, Athenagoras, Origenes (die 2000

ocr page 29

19

kleinere en grootere werken schreef), Clemens van Alexan-drië en de H. Gatliarina wereldberoemd geworden. Zoo was het Christendom in korten tijd over de geheele wereld verspreid, en verdiende de Kerk den naam van katholieke.

2.) Als oorzaken dier snelle verspreiding werden dikwijls aangegeven het gemakkelijk verkeer tusschen de volken van het renzenrijk, en de schier algemeene kennis der Grieksclie taal. Weinig of niets baatte dit den apostelen, die de gave der talen hadden en geene grenzen kenden. Bovennatuurlijk 00lzal:en waren de oorzaken: 1quot;) de goddelijkheid der verheven en toch voor allen toegankelijke leer, die geest en hart dos menschen van bevredigt; 2°) de innerlijk werkende kracht der goddelijke genade; •'!quot;) de talrijke mirakelen; 4°) het heilig leven, de snelle geloofsijver, de bovennatuurlijke naastenliefde en de heldenmoedige marteldood der eerste Christenen. ytEgo vici mun- vei-s reuiin dum.quot; Goddelijk was de leer, een nieuw bewijs van haren goddelijken oorsprong was hare snelle verbreiding. Want wat al hindernissen! — 1°) Overal heerschte een aloude, in familie en staatsleven diep doorgedrongen nationale godsdienst, op- Barbaren geluisterd door weelderige feesten en prachtigen eeredienst. dogma. De nieuwe godsdienst daarentegen, wiens Stichter op den schandpaal stierf, door ongeletterde visschers verkondigd,

stamde uit een vreemd land (pdypagov d'óyud — Celsus), nit het verachte Judea, en had uiterlijk niets aantrekkelijks. 2°) Het heidendom stond volle bevrediging aan alle neigingen Hindernissen, der bedorven natuur toe »de voorbeelden der doorluchtige goden volgendequot; (wellustige godenfeesten, gladiatoren-spelen); het Christendom verbood streng alle slechte werken, ja zelfs begeerten en gedachten. 3°) Het heidendom was staatsgodsdienst en dezen aan te randen heette hoogverraad tegen de staatswetten, — moest dit niet voor de nieuwe leer een schier onoverkoombare hinderpaal wezen? Voegt hierbij 4°) de menigvuldige vooroordeelen en valscho beschuldigingen (o. a. dat de Christenen godloochenaars waren, vleesch van een vermoord kind aten (1) en zijn bloed dronken) en 5°) eindelijk bloedige vervolgingen gedurende drie eeuwen, en ieder onbevooroordeelde zal wanhopen, de snelle verspreiding des Christendoms door natuurlijke oorzaken te verklaren, 't Was bij uitnemendheid het werk Gods, die zich van 't geringe en verachtelijke bediende, om het sterke te beschamen.

(i) Aanklacht uit een valsch gerucht over de H, Communie ontquot; sproten,

ocr page 30

20

§ 7.

Dc Vervolgingen.

1°) »Omdat gij niet van deze wereld zijt, daarom haat. u de wereld.quot; Behalve deze oorzaak, die immer blijft voortbestaan, werden 2°) de Christenen, daar zijden vader-landschen godheden (Romulus Quirinalis e. a.) niet wilden otteren, als vijanden der staatsinstellingen, werd het Christendom zelf door de keizers met liet bestaan des rijks onvereenigbaar beschouwd. 3') Hierbij kwam dat de nieuwe godsdienst door den staat (wat gevorderd werd) niet erkend, zijne aanhangers als verboden geheim genootschap der vervolging blootstelde; en niet het minst 4 ) de blinde haat van het bedorven, door zijne priesters opgehitste heidensche volk, dat alle publieke rampen den Christenen (»odium generis humaniquot; — Tac.j toeschreef.

Drie eeuwen lang, met herhaalde onderbreking echter, duurden de vervolgingen voort en schonken der Kerk ongeveer elf millioen martyres (= getuigen) en vele rail-lioenen confessor es of belijders die slechts gefolterd, niet gedood werden. De ontrouwe Christenen noemde men lapsi afgevallenen, thurificati die wierook-, sacrificaii die een ander offer hadden opgedragen.

1ste Verv. onder Nero, G4-68. Tien der veertien wijken van Home werden in 64 doorbrand verwoest. Nero schoof de schuld op de Christenen. Was hij zelf de schuldige? Wilde hij in plaats van het houten, een gulden Rome bouwen ? Was 't op aanraden zijner gemalin, Poppea Sabina, eeue »proselietequot; of tot het jodendom bekeerde vrouw, dat hij de Christenen vervolgde? — Door tamme tijgers getrokken, ging de woedende tijger Nero in zijne tuinen, door de levende fakkels der met pik besmeerde,

ocr page 31

21

brandende Christenen verlicht, zich verlustigen in de uitgezochte martelingen. S1 Petrus en S1 Paulus waren

O O

de voornaamste offers zijner wreedheid.

2'le) Onder Domitianus, 81-90, werden de geloovigen als goddeloozen in Rome en de provinciën vervolgd. De consul Flavins Clemens, neef des keizers, en Clemens' gemalin Flavia Domitilla (deze verbannen), de H. Joannes (kokende olie) en Andreas (S1 Andries kruis) telden onder de voornaamste slachtoffers.

3'le) Onder Trajanus, 98-117, die het Christendom als een den staat vijandig geheim genootschap trachtte uit te roeien. Toen echter Plinius de jongere, landvoogd van Bithynië eu Pontus den keizer de onschuld der Christenen onder de oogen gebracht had (1), verbood deze de geloovigen op te sporen, diegenen echter, welke voor de rechtbanken reeds gedaagd waren of later gebracht werden, te straffen. Dit was de onschuld erkennen en toch de straf volhouden. De H. Ignatius, bisschop van Antiochië, en de (gekruisigde) 120jarige Simeon, bisschop van Jeruzalem M. M.

Onder keizer Hadrianus stierven als martelaren S' Sym-phorosa met hare zeven zonen; Paus Alexander I, wijl hij Hermes, stadhouder van Rome bekeerd had; S' Eus-tachius, veldheer, die de vijanden des rijks herhaaldelijk overwon, en de jeugdige veldheer Marius, wiens grafschrift in de catacomben nog heden bestaat.

1

Plinius schreef: ,,De Christenen zingen den lof van Christus, dien zij als God vereeren, verbinden zich bij eed geene misdaden, noch bedrog, noch diefstal, noch echtbreuk te begaan, hun woord niet te breken, de belastingen te betalen en vereenigen zich tot een gewoon, onschuldig maal.quot; — „Overal is het Christendom doorgedrongen; onr.e tempels staan leeg.quot; Arrius Antonius, stadhouder in Klein-Azië, riep de bevolking eener stad, die zich luid Christen noemde, toe: „ünge-lukkigen, als gij zoo gaarne sterft, daar zijn koorden en afgronden genoeg!quot;

ocr page 32

22

4'ie) Marcus Aurelius, 161-180, begon eene vreeselijke vervolging, omdat hij de Christenen als gevaarlijk voor den staat, en als oorzaak eener toenmaals woedende pest bescliouwde. Slachtoffers waren o. a. de H. Polycarpus van Smyrna (verbrand) de apologeet Justinus, de H. Felicitas met hare zeven zonen te Home, de H.H. Blan-dina, Sanctus en Attains in Gallië. De wondervolle redding van M. Aurelius' van dorst verstikkend leger door het gebed der »legio fulminatrixquot; (174) in Bohemen (regen) deed eene wijl de vervolging opbonden.

5d'!) Onder Septimus Severus, 193—211. De meest bekende martelaren waren S' Irenaeus in Gallië, de H.H. Perpetua en Felicitas en S' Leonidas, vader van Orige-nes, in Afrika.

Onder Alexander Severus, die den Christenen genegen was, en wiens moeder Mammea Origenes aan het hof' riep, deed de wreede stadhouder Almachius te Rome in 230 de H. Caecilia, wier lijk in de 15d0 eeuw nog ongeschonden bewaard bleek te zijn, ombrengen.

6d0) OmJer Maximinus 235-238, woedde vooral in Pontus en Cappadocië eene scherpe vervolging.

7Je) Onder Decius, 249-251, eene der bloedigste. Daar deze keizer de christenen voor goddeloozen en staatsvijanden hield, gaf hij het bevel ze overal te folteren totdat zij hun geloof verzaakten. De afvalligen — en hun getal was, helaas, niet gering — werden gespaard en dikwerf beloond. Paus Fabianus en S' Apollonia M. M.

8ste) Onder Valerianus 257-260. Onder de martelaren onderscheidden zich S' Cyprianus, bisschop van Carthago, Paus Sixtus en zijn diaken Laurentius, die nog schertste, hoewel half gebraden, op den gloeienden rooster.

9se) Onder Aurelianus, 275.

lO1'0 Onder Diocletianus en Maximianus Hercules, 303-305, de meest algemeene en vreeselijkste van alle. Diocle-

ocr page 33

23

tianus, door den Cesar Galerius om het belang des rijks tot vervolging aangespoord, liet het orakel van Delphi raadplegen. De Pytonissa antwoordde, dat de rechtvaardigen , over de aarde verspreid, haar beletten de waarheid te zeggen.quot; Hierop volgden achtereenvolgens vier vervolofingsdecreten. Het eerste vergde slechts offers aan

O D 0

de (roden van de soldaten. Maximianus liet aan den voet van den grooten S' Bernard het christen Thebaansche legioen herhaaldelijk decimeeren en daarna den commandant S' Mauritius met alle nog levende soldaten ombrengen. Prisca, gemalin en Valeria, dochter van Dio-cletianus, vielen af van het geloof. Te meer blonk de heldhaftige standvastigheid uit van een S1 Sebastianus , van een 13jarige S' Agnes te Rome, een H. Lucia te Syracuse, en een 12jarige Eulalia te Merida in Spanje. »De zwaarden werden stomp, de beulen vermoeid, (Euseb. v. Caesarea). Hoe gemakkelijk, had reeds Tertullianus gezegd, zou het den zoo talrijken Christenen geweest zijn de heidenen te overwinnen ))si non apud eos magis occidi liceret, quam occidere.quot; De wondervolle bekeering, gevolgd door den marteldood van den schouwspeler Ge-nesius in 's keizers tegenwoordigheid te Nicomedië, deed de vervolging in het Oosten ophouden. (1) Inliet Westen, behalve in Groot-Brittanië, waar de Cesar Constantijn Chlorus het bestuur voerde, hield zij aan.

Doch het uur der redding naderde. Toen Constantijn de Groote, die in 306 zijnen vader als keizer opvolgde, den 27 October 312 met een zwak leger tegen zijn mededinger Maxentius optrok, verscheen hem en zijnen legioenen het teeken des kruises, helder stralend in de wolken met het opschrift tóvtm vixa: in dit de overwinning; en met het kruis op 't vóór hem gedragen vaan-

1

Zie den kl. Darras, I, 285—288.

ocr page 34

24

del (labarum) overwon hij den 28, bij de Milvins'brug, zijn machtigen vijand, die in den Tiber verdronk. Het volgend jaar reeds stond de overwinnaar, te gelijk met Edict zijn ambtgenoot Licinins, den Christenen door het Edict

van van Milaan volkomen o-odsdienstvrijheid toe. De macht Milaan

der hel was overwonnen. Het Christendom had zich lt;re-durende de eeuwen van vervolging meer en meer versterkt cn uitgebreid. »Het bloed der martelaren had tot zaad des Christendoms gediend.quot; (Tert.)

Bewijzen der vkhschi.imxg hes kruises. 1° Eusebius, Con-stantijns tijdgenoot, verhaalt liet omstandig, cn zegt o. a. uit deu mond des keizers vernomen te hebben, dat deze, de be-teekenis des wonders niet begrijpende, 's nachts door den liein verschenen Christus tot het vervaardigen van het labarum werd overgehaald. Hoewel er duizenden getuigen van het feit waren, werd Eusebius niet tegengesproken. 2lt;gt; Artemius, Prudentius en Lactantius verhalen op dezelfde wijze het wonder, dat zij van ooggetuigen vernomen hadden. .'J0 Eerst in de 1 (gt;' eeuw werd het in twijfel getrokken door den Protestant Fabricius, die echter door andere Protestanten o. a. door den Lutheraan Mosheim weerlegd werd.

g. 8.

Wetensch. bestrijding der Kerk. De apologeten.

Terwijl het zwaard woedde, poogden de heidensche wijsgeeren en Sophisten het Christendom met de wapenen des geestes te vernietigen: dezen, zooals Celsus en Porphyrins door bestrijding der Evangeliën en der godheid van Christus; genen o. a. Lucianus door hoon en spo':; anderen nog, zooals Flavins Pliilostratus in zijn Apollonius van Thyana, door wondervolle doch valsche geschiedenissen te schrijven van personen, die men ver boven Christus verhief. Naar hetzelfde doel streefden door redeneerino- eu

o

spot de Joden in hun Talmud of overleveringen.

Tegen de valsche voorstellingen , bewijsgronden en aanklachten van heidenen en Joden traden geleerde Chris-

ocr page 35

25

tenen als verdedigers van hun geloof en geloofsgenooten Apologeten, op. Onder hen nyintten uit de in Samaria geboren wij?geer en martelaar Justinus, Tatianus, Clemens van Alexandria, Athenagoras van Athene, de geniale Terïullianus, Om-gf.xes en Cyprianus. Meesterlijk verdedigden zij de Kerk en deden daarenboven het belachelijke des heidendoms uitkomen. Roerend en stichtend is hunne beschrijving van de deugden der geloovigen in dit heldentijdvak r)el,glt;,en der Kerk: hunne onwrikbare standvastigheid in het quot;-e- ,

0 ^ 0 der eerste

loof', hunne grenzenlooze naastenliefde, die de heidenen dwong uit te roepen: »Ziet hoe de Christenen elkander christenen, beminnen!quot; hunne onderwerping aan het gezag, hun afschrik van de zonde, zoo groot, dat onmatigheid, hebzucht en wellust niet eens onder hen genoemd werden,

dat velen volgens Justinus (Apol. I—15) in alle standen op zestig- tot zeventigjarigen ouderdom hunne eerste zuiverheid bewaard hadden. Men vergelijke, zegt Origenes het vorig leven der nieuw bekeerden met hunnen tegen-woordigen wandel. Welke verandering! Hoeveel rechtvaardiger en deugdzamer zijn zij sedert hunne bekeering geworden ! Ja ! door den invloed des Christendoms werd de oude wereld herschapen, de slavernij allengs afgeschaft,

de vrouw in hare waardigheid hersteld, en de tot dusver gevierde, ja, vergoddelijkte ondeugd moest beschaamd in de duisternis, waaruit ze gekomen was, terugwijken.

Reeds ontstonden echter in de eerste tijden ketterijen —

of van de zuivere, door de Kerk verkondigde openbaring afwijkende christelijke leeringen, waarvan vooral melding Ketlei.jjen_ verdienen de Gnosis of leer der Gnostieken, die, onderling in meer dan dertig sekten verdeeld, heidensche wijsbegeerte met het Christendom vermengden en de eeuwige stof als bron van alle kwaad bestempelden; het Mani-cheïstne, door zekeren Manes uit Perzië gesticht, dat de zon als godheid erkende, J. Christus als vorst der zon

ocr page 36

26

vereerde en daarenboven de Perzische leer van een goed en een kwaad beginsel huldigde ; het Montanisme, door den Phrygischen dweeper Montanus geleerd, zondigde door bovenmatige gestrengheid en leerde o. a. dat zware zonden , na den doop , niet konden vergeven worden. Tertullianns liet zich, helaas , door de schijnmirakelen eener vrouw tot deze ketterij overhalen. Verder ontstonden nog de Antitrinitarkrs, die de H. Drievuldigheid loochenden, de strenge Novatianen, die zich reinen (xaüaoot vanwaar ketter) noemden en de even strenge Donatisten.

B. INWENDIGE GESCHIEDENIS.

§ 9.

De kerkelijke Hiërarchie (= heilige orde).

1 ) De goddelijke stichter der Kerk had haar van den beginne tot eene welgeordende maatschappij gevormd, haar eene vaste inrichting gegeven, die in den loop dei-tijden wel meer ontwikkeld, doch niet wezenlijk zou veranderd worden. Hij zelf en zijne apostelen noemden de Kerk »de stad Gods,quot; »het huis van God,quot; »het lichaam van Christus,quot; waarvan de geloovigen ledematen zijn , uitdrukkingen, die slechts op eene welgeordende maatschappij passen. Deze ledematen waren in twee klassen Geestelijken de geestelijken en de leeken, en de eersten op hunne beurt 611 in drie , door macht en waardigheid zeer verschillende leüven. ambten, die der bisschoppen, der priesters en der diakens ot' medehelpers verdeeld. Van deze ambten gewaagt reeds het Nieuwe Testament: zoo spreken de handelingen der

Leerende

eii Apostelen 14, 22. van het priesterschap, van de diakens, hooiende611 Tim. 1, 16. van de bisschoppen. Bisschoppen, Kerk. priesters en diakens vormden de leerende Kerk, die de

ocr page 37

27

hoorende of de leeken moesten onderwijzen, bedienen,

leidpn, en zoo noodig bestraffen. (I. Cor. 5. 5.)

Dat de machtsbevoegdheid der bisschoppen grooter was dan die der priesters bewijst ons 1°) de /'. Schrift, die den bisschoppen alleen de macht 'toeschrijft van te wijden en te vormen: »Leg niemand voorbarig de handen op,quot; zegt de H. Paulns aan Timotheus; en in de ^Handelingen der apostelenquot; 8, wordt ook het toedienen van het Vormsel den bisschoppen toegekend. 2°) In de oudste bisschops-catalogen vindt men immer slechts een bisschop en meerdere priesters voor de christengemeenten aangegeven. 3°) De oudste Kerkvaders verhalen uitdrukkelijk de instelling der bisschoppen door de apostelen en hunne hoogere machtsbevoegdheid. Zoo vermaant o. a. Ignatius (-J- 107) de bewoners van Smyrna: «Volgt den bisschop als Christus zeiven, de priesters als de apostelen, en eert de diakens.quot; Zoo schreef Clemens Romanus (-]- 98): »Den hoogepriesters, den priesters cn den levieten zijn verschillende ambten opgedragen.quot;

2n) De apostelen zeiven benoemden de eerste bisschoppen (Act. 14,22). Later kwamen de naburige bisschoppen Bisschopskeus, naar de plaats wier bisschop gestorven was, om in overeenstemming met de geestelijkheid en het volk der stad een nieuwen te kiezen en vervolgens te wijden.

Onder de priesters stonden de diakens, die de bisschoppen in de H. Mis behulpzaam waren, de H. Communie Ordens. en het Doopsel toedienden. Om de taak der diakens te verlichten werden subdiakens en weldra nog de mindere orden der acohjthen, exorcisten, lectoren en ostiariërs ingesteld.

3 ) De eenheid der Kerk toonde zich door onderlinge briefwisseling, handelende over bisschopskeuzen , dwaalleeringen, vervolgingen enz.; door de betrekkingen tusschen de moederkerken of metropolen en de Metropolen filialen; door conciliën of kerkvergaderingen; doch het ^

meest duor de algemeene onderwerping aan den Paus (Pö/xj-vader) of den bisschop van Rome, «de rots waarop 't gebouw der Kerk onwankelbaar rust.

ocr page 38

28

Conciliën. Men onderscheidt drie soorten van kerkelijke' vergaderingen : de hisschoppelijke, door den bisschop met de priesterschap zijner diocees ter regeling van aangelegenheden des bisdoms gehouden; de 'provinciale, door den metropolitaan of aartsbisschop, tor regeling van aangelegenheden eener kerkelijke provincie; de algemeene of cecunienische door den Paus of zijn gevolmachtigde saam-geroepen en voorgezeten om besluiten voorquot; de geheele Kerk te nemen, geldend. De goedkeuring van de besluiten der Conciliën door den Paus wordt immer vereischt.

HjjT PUiiiA.vr of de opperheerschappij des Pausen van Eome noemden wij als de kern der kerkelijke eenheid. Zooals de bisschop voor zijn diocees, de metropolitaan liet primaat v00r eene kei.]ceiij]ie provincie, zoo is de Paus voor de

der Pausen oe^ee^e kerk middelpunt der eenheid. Dit primaatschap der bisschoppen van Rome volgt klaar a) uit de bewezen cloor§ 4, 3 aangehaalde woorden des Verlossers tot Petrus;

b) uit het feit dat Petrus altijd 't eerst en als de eerste '^^ChrSus^ 10, 12) in de H. Schrift genoemd wordt, immer

als opperhoofd optreedt, het eerst predikt, het eerst het

2) het gedrag woord voert, het eerste wonder verricht, de eerste hei-v. lams. denen in de Kerk opneemt, bij de keus van een nieuwen

3) het gedrag aPoste^ e11 i'1 'Iet eerste concilie het voorzitterschap be-d. geloovigen. kleedt, c) Ook worden Petrus en zijne opvolgers, zoo

leert ons de geschiedenis, altijd en overal als opperhoofden der Kerk beschouwd-, reeds richtten zich de Christenen van Corinthe in een twist tot Clemens, bisschcp van Rome, hoewel de H. apostel Joannes in het niet ver verwijderde Ephesus nog leefde. Clemens sprak ook werkelijk als opperhoofd der Kerk en weigerde de gevraagde afzetting van trouwe priesters. Zoo besliste ook Paus Anicetus (157-168) den strijd over het Paaschfeest,

4) de leer der en Steplianus (f 257) den strijd over het Doopsel Kerkvaders, voor de geheele Kerk. d) De kerkvaders duiden klaar het

ocr page 39

29

primaatschap der Pausen van Home, opvolgers van den prins der apostelen, aan. De H. Irenaeus toont o. a. de noodzakelijkheid der overeenstemming aller kerken met die van Rome, uithoofde van haren machtigen voorrang;

S' Ignatius, leerling der apostelen, schreef in zijn brief aan de Romeinen, »dat de Kerk van Rome in den liefdeband aller kerken liet voorzitterschap bekleedtquot;, en S1 Cyprianus: »dat de Kerk van Rome de moeder eu wortel van alle kerken, het middelpunt der eenheid is,

omdat hare bisschoppen Petrus' opvolgers zijn.quot; e) Ook5) het gedrag de ketters erkenden dit primaatschap. De Montanisten cl- 'lt;etters' van Klein-Azië droegen hunne klachten den ver verwij-wijderden bisschop van Rome voor: op hem deden de Donatisten beroep, en S' Cyprianus verzocht hun den Novatiaanschen bisschop van Arles af te zetten, f) zelfsó) het woord dg heidensche keizer Aurelianus, f 275, erkende den v- AureIlanus. bisschop van Rome als opperhoofd der Kerk, daar hij verklaarde dat voor het gerechtshof slechts hij tot rechtmatige bisschop van Antiochië moest gehouden worden,

die door den Paus van Rome fils dusdanig erkend werd.

(Eusebius).

4. Het celibaat of de ongehuwde staat der priesters werd eerst in 255 op het tweede concilie van Carthago en in 305 op de beroemde kerkvergadering van Elvira in Spanje (can. 33) tot eene kerkelijke wet verheven, die van toen af in het Westen werd aangenomen. In het Oosten echter werd het celibaat, de bisschoppen echter uito-ezonderd, niet door wetten voorgeschreven.

O o

Hoewel niet door eene goddelijke wet vereischt, was de ongehuwde staat der priesters reeds van den beginne af regel, de gehuwde uitzondering. Van de apostelen schijnt slechts Petrus gehuwd geweest te zijn. Indachtig de woorden van Sl Paulus aan de Corinthiërs : »wie huwt doet goed, wie niet huwt doet beterquot;, hadden de

ocr page 40

30

Waarom is priesters meestal het door Justinus in zijne apologie zoo het celibaat hoog geprezen celibaat van den beginne af verkozen, en nuttig? slechts éénmaal gehuwden werden soms tot priesters gewijd. (I Tim, 3, 2). Ten gunste des celibaats voor den priesterstand pleiten dan ook zeer gewichtige beweegredenen: 1) de voorkeur door de li. Schrift aan den ongehuwden staat gegeven (I Cor. 7 en Matlh. 19, 20, »Qui potest capere, capiat.quot;) 2) De Kerk wil, dat de priester, wien de heiligste handelingen zijn toevertrouwd, door vrijwillige maagdelijkheid naar eene hoogere volmaaktheid streve, en 3) zich onverdeeld zijnen ambtsplichten toewijde (verg. I Cor. 7, 32). 4) de ongehuwde priester zal van den leekenstand onafhankelijker zijn, en zich onttrekken aan menigvuldige door familiebanden noodzakelijk ontstaande verplichtingen, die de waardigheid van zijn staat verlagen, ziju werkkring belemmeren en hem in de openbare verkondiging der waarheid en de verdediging der belangen van den godsdienst belemmeren. Getuige de ondervinding. (1)

§ io.

De kerkelijke schrijvers.

De noodzakelijkheid van de waarheid en schoonheid der openbaring den geloovigen beter te doen kennen en de Kerk tegen de bedriegelijke aanvallen der heidensche wijsgeeren en der ketters te verdedigen, deed al vroeg-

(l) „La chasteté est la soeur ainée de la vérité. C'est parceque nous possédons cette vertu, que nous sommes forts; et ils savent bien ce qu'ils font ceux, qui attaquent le célibat ecclésiastique, cette auréole du sacerdoce chrétien. Les sectes hérétiques 1'ont aboli parmi elles; c'est le thermomêtre de 1'hérésie: 4 chaque degré de Terreur correspond un degré, sinon de mépris, du moins de diminution de cette cé-leste vertu.quot; (Lacordaire. Confér. de N. D. II, 38.

ocr page 41

31

tijdig de kerkelijke wetenschap eene liooge vluclit nemen.

Vooral de kerkvaders, en onder hen 't meest de kerkleeraren, onderscheidden zich in dezen verheven strijd.

Kerkvaders noemt men de schrijvers die in de eerste Kerkvaders, tijden der Kerk door heiligheid van leven en zuiverheid van leer uitmuntten, en wier werken door de Kerk zijn goedgekeurd. Zij, wien één dezer vereischten ontbreekt, (o. a. Tertullianus, Origenes) worden kerkelijke schrijcers genoemd. De Kerkvaders, die door bui- Kerk- scllnJ-

. . vers.

tengewone geleerdheid hebben uitgeblonken, heet men Kerkleeraren. kerkleeraren, de schrijvers, die leerlingen der apostelen geweest waren, apostolische vaders. Tot de laatste be- APost- vaders, booren Clemens Romanus, Barnabas, S' Ignatius van An-tiochië. Hennas, Papias en Polycarpus. Onder de kerke-lyke schrijvers in dit tijdvak muntten uit Irenaeus van Lyon f202, Clemens van Alexandria (217) en de even geleerde als vruchtbare Origenes, »de vader van de exegeten of uitleggers der H. Schriftquot;, Tertullianus j 240, Cypria-nus (258), Lactantius »de Christen Ciceroquot; (830) en verschillende wijsgeeren der philosophische school van Alex-andrië.

§ li-

De H. Sacramenten en de H. gebruiken.

De H. Sacramenten, door Christus zeiven ingesteld. Het Doopsel, zijn, wat hun wezenquot; betreft, onveranderlijk. De ceremoniën echter, door de Kerk bijgevoegd, zijn voor verandering vatbaar en komen oorspronkelijk niet altijd met de tegenwoordige overeen. Zoo werd het Doopsel tot de 14lt;ie eeuw door drievoudige indompeling (immersio) des katechumeens toegediend. In geval van nood, bij ziekten enz. werd slechts het hoofd met water begoten. Door de catcc'eten tot het Doopsel voorbereid, werden de doo-

ocr page 42

32

pelingen of katechumenen verdeeld in drie klassen ; de hooremhn, die slechts tot het eerste gedeelte der H. Mis toegelaten werden; de knielenden, die na de offerande knielende den zegen des hisschops ontvingen en zich dan verwijderden ; de uitverkorenen, die de geheele Mis mochten bijwonen. Gewoonlijk doopte de bisschop ; in geval van nood mocht het iedereen. Sedert de tweede eeuw bestond het gebruik van peten bij den kinderdoop. Van Paasch-zaterdag tot den Zondag na Paschen droegen de nieuw-gedoopten het witte kleed {Dominica 'in aIbis). Bij den doop beteekent het witte kleed de onschuld, het zont de wijsheid. de brandende kaars geloof, hoop en liefde.

Aanvankelijk werd onmiddellijk na het Doopsel ook jjet het Vormsel door oplegging der handen, gebed en zalving Vormsel, toegediend, en wel door den bisschop. In de latere tijden bestond het gebruik, om veelal sommige geheimen des geloofs slechts onder verborgen benamingen en symbolen voor te stellen, ten einde den laster en spot der heidenen Tucht te voorkomen. Dit gebruik, tucht des (jeheims (disciplna des geheims. arcani) genoemd, werd vooral bij het H. Sacrament des Altaars aangewend.

De misgebeden zijn zeer oud. De canon dagteekent in hoofdzaak van den tijd der apostelen. De H. Communie II t n S wel^ onder beide gedaanten van brood en wijn, soms crament des 0' a- kinderen, onder éene gedaante, toegediend. Tot Altaars, straf werden publieke zondaars van de H. Communie uitgesloten (excommunicatio) totdat zij hunne sch'ild geboet hadden.

Bewijzen Als bewijzen van het oorspronkelijk bestaan der H. Mis en van Communie dienen 1°) de woorden der H. Schrift: »De cliris-'t oorspronk ^enen volhardden in de leer der apostelen, in de gemeenschap ' 1 ' van het breken des broods (H. Communie) en in het gebed.quot; jes aan. (Act. ap. 2, 42). 2°) Justinus (j- 407) zegt; »De ketters onthouden zich van de Eucharistie en het gebed, wijl zij niet met ons aannemen dat de Eucharistie het lichaam onzes Heeren J. Ch. is; en »na voorlezing van de schriften der

ocr page 43

33

profeten en apostelen (Epistel en Evangelie) en volgende gebeden, wordt den bisschop of priester brood met water gemengde wijn gebracht. Deze neemt ze en brengt lof en dank aan God. De diakens verdeelen bet gezegende brood en den gezegenden wijn (H. Communie) onder de aanwezenden. Dit noemen wij Euciiaristie, en gelooven, dat de spijs, gezegend door liet gebed, dat zijne woorden bevat, het vleesch en bloed is van den vleeschgeworden Jezus.quot; (1)

De Biecht of de rouwmoedige belijdenis der zonden vin- r)e Biecht, den wij ook reeds ten tijde der apostelen vermeld. Christus had hun de volmacht verleend de zonden te vergeven of die vergiffenis te weigeren. Opdat de zonden vergeven of gehouden kunnen worden, moet de schuldige ze bekend maken, eu dat dit gescliiedde, blijkt uit verschillende plaatsen der H. Schrift. (Act. Ap. 10, 18 en Jac. 5, fi.) Men onderscheidde de doodzonde van de dagelijkscbe. Voor de eerste werd de biecht vereischt. Naast de yehehne be- Geheime stond in den beginne ook ds openbare biecht voor zware en misdaden, zooals ketterij, echtbreuk en moord, die groote 0lKnlgt;are-ergernis veroorzaakt hadden. De boetelingen werden ver-

O O

deeld in vier klassen: de weenenden, die niet in de eigenlijke kerk, maar slechts in het voorportaal mochten binnentreden, de hoorenden, de knielenden en de staanden.

Voor zieken en zeer rouwmoedige boetelingen stond de bisschop soms eene verkorting of a flaat der boetpleging toe.

Het II. Oliesel werd op dezelfde wijze als heden toe- Het gediend. Dit blijkt uit de geschriften der Kerkvaders, die 01,esel-de woorden van den H. Jacobus (5, 14) steeds als bewys der goddelijke instelling van dit Sacrament aanvoeren.

Het H. Sacrament der Priesterwijding werd door de Priesterapostelen reeds, door oplegging der handen (2. Tim. 1. W1j(ling. 6.), schier op dezelfde wijze als heden toegediend.

Ook het H. Sacrament des Huwelijks werd volgens Huwelijk. Christus' woorden (Marcus 10. 9—12 en Matth. 19, 6.)

(i) Justin. Apolog. Kerk. Gesch.

3

ocr page 44

34

als onoplosbaar en als een »groot Sacramentquot; (Tert.) beschouwd. Het huwelijk met niet-christenen was verboden ; eene tweede echtverbintenis, na den dood van een der echtgenroten, geoorloofd.

In de catacoraben (— begraafplaatsen) van Rome, die in 1578 toevallig weder ontdekt werden, zijn vele merkwaardige opschriften en afbeeldingen, de H. Sacramenten en gebruiken der eerste Christenen betreffend, terug gevonden, 't Zijn nog levende getuigen van het geloof onzer vaderen.

Heilige De heidenen verbrardden, de Christenen begroeven hunne dooden. (1. Gor. 15, 42). Het was een aloud gebruik voor de dooden te bidden (Tert.) en het H. Misoffer tot lafenis hunner zielen op te dragen. (Vagevuur). Men vierde den sterfdag der martelaren als hun geboorte-

O O

feest in den hemel (natalitia), aanhad de heiligen niet, doch riep hen aan als voorsprekers bij God en vereerde hunne reliquieën (Polyc. de mart.).

Over het maken van het H. Kruisteeken zegt Tertul-lianus: «Wij maken het kruisteeken als wij uitgaan of terugkeeren, als wij onze kleederen aantrekken, aan tafel gaan,quot; enz.

gebruiken. Sedert den tijd der apostelen reeds werd de Zondag, in plaats van den Sabbat of Zaterdag, als »dag des Heerenquot; gevierd. Paschen, Pinksteren, Driekoningen (Epiphanie = verschijning), de Hemelvaart van Christus en Kerstmis, de sterfdagen der martelaren waren de oudste feesten, waarop men zich door vigiliën of nachtwaken reeds in den nacht vóór het feest voorbereidde. Tot het Paaschfeest bereidde men zich door eene minstens veertigdaagsche vasten.

De leer der katholieke Kerk in de 19° eeuw is dezelfde als in de 3 eerste eeuwen, en hare gebruiken klimmen tot de hoogste oudheid op.

ocr page 45

TWEEDE TIJDVAK.

Van Constantijn tot Karei den Grooten, 313-800.

/

A.

§ 12.

Constantijns regeering.

Hoewel Constantijn door een wonder de zege op Maxen-tius behaalde en in 313 door het edikfc van Milaan den Christenen godsdienstvrijheid schonk, bleef hij aanvankelijk heiden, maakte zich aan wreedheden, zelfs tegen leden zijner familie, schuldig en eerbiedigde niet immer de rechten der Kerk. Groot staatsman en veldheer was hij,

daarom echter nog niet een alleszins onberispelyk man.

Vooral aan de bemoeiingen zijner (christen) moeder, de H. Helena was het te danken, dat hij ter eere van het H. Kruis de kruisstraf afschafte, de bisschoppen eerde, den Christenen de hun door Diocletianus geroofde goederen terugschonk, de kerk van S' Jan van Lateranen , »de Verdiensten, moeder en het hoofd aller kerken der wereldquot; (1) en vele andere deed bouwen, handarbeid en rechtsspraak op den Zondag, onzedelijke ceremoniën bij de heidensche feesten en 't gebruik der heidensche ouders van hunne mismaakte kinderen te dooden, door strenge wetten verbood. Constantijns ambtgenoot Licinius, die, het edikt van Milaan schendende, zeventig Christenen te Sebaste deed ombrengen en naar alleenheerschappij streefde, werd, her-

(i) In deze kerk wordt het houten altaar van S' Petrus nog bewaard.

ocr page 46

36

haaldelijk overwonnen, in 323 op bevel van Constantijn, ter dood gebracht.

De Intusschen bouwde de H. Helena op liet graf des Ver-H. Helena. lossers 7 op den Olijfberg en te Bethlehem prachtvolle kerken, en zond een stuk van het H. Kruis, door haar op wondervolle wyze herkend, naar de eeuwige stad. Hier zetelden naast elkander de hoofden der geestelijke en der ■wereldlijke macht. Constantijns heldere staatsmansblik deed hem in het heerlijk gelegen Byzantium de meest geëigende hoofdstad voor het wereldrijk erkennen. Naar

o o

Constant!- dit centrum zijner staten, dat in het vervolg Covstantl-nopolis. n0pel zou heeten, verplaatste hij in 330 zijne residentie en bevrijdde zoodoende de Pausen van den invloed der wereldlijke macht. Het Rome van Nero was aldus de stad der Pausen geworden!!

Op zijn sterfbed (f 337) deed zich Constantijn te Ni-comedië door Eusebius, bisschop dier stad, het H. Doopsel toedienen.

§ 13.

Constantijns opvolgers.

Na de verdeeling des rijks tusschen Constantijns drie zonen Constantinus H, Constans en Constantius, die het Doopsel niet ontvangen hadden, brak een wreede broedertwist uit, waarin Constantius ten laatste de alleenheerschappij verwierf (350—361). Om zijne Ariaansche gemalin te voldoen, vervolgde deze keizer heidenen en katholieken. Op weg om den opstand van zijn bloedverwant Julianus te onderdrukken, omhelsde h ij kort voor zijn dood het Christendom.

Julianus de afvallige, die van 361 — 363 alleen de kroon droeg , door de studie der heidensche ivijsgeeren reeds vroeg bedorven, trachtte, zonder bloedige vervol-

ocr page 47

37

ging der Christenen geheel te versmaden, vooral met de Julianus wapenen van den geest, door schotschriften en geleerde werken, door het berooven der geloovigen van vrijheid vervolger' van onderwijs, rechten en waardigheden, het Christendom te vernederen, en tevens door opluistering der heidensche feesten het heidendom een nieuw leven in te storten. Vergeefsche moeite! Het bleef kwijnen, en hij, de vervolger , moest zijns ondanks een getuige der waarheid getujge worden. ))Ziet,quot; zoo sprak hij tot zijne heidensche priesters, »de gastvrijheid, de naastenliefde, de zuiverheid van zeden,

»zietdaar wat de partij der Galileërs doet aangroeien. »Zoo moet ook gij handelen; want welke schande! De »goddelooze Galileërs voeden niet alleen hunne armen,

»maar ook de onzen.quot; ^

Om de voorzegging cKs Zaligmakers: »Van den tempel zal er geen steen op den anderen blijvenquot; (Matth. 24, 2.) te logenstraffen , beval hij den tempel van Jeruzalem waarheid, weder op te bouwen. Doch de vlammen sloegen uit den grond op , vernietigden de fundamenten, en doodden de werklieden. Dit feit wordt zelfs door den heidenschen geschiedschrijver Ammianus Marcellinus (XXIII. 1, 3.) bevestigd.

Op 32 jarigen leeftijd in een slag tegen de Perzen doodelijk gewond, wierp de dwingeland een handvol bloeds ten hemel, uitroepende: »Galileër, gij hebt overwonnen.quot;

Vroeg of laat moesten alle kerkvervolgers dien wanhoopskreet slaken. Na Juliaans dood verdween het heidendom, als godsdienst, schier geheel uit de steden van bet Rom.

Rijk, bleef echter nog lang op het land als payanisme of boerengodsdienst voortleven.

De volgende keizers waren Christenen, doch duldden het heidendom, totdat onder Theodosius I den Grooten (379—395), het Christendom tot staatsgodsdienst verheven , en het heidendom op zijne beurt vervolgd werd.

ocr page 48

38

Tegen vervolging is echter de dwaling niet bestand. Het Paganisme verdween weldra uit het Romeinsche Rijk.

§ 13.

Verdere uitbreiding des Christendoms.

Intusschen had zich het Christendom over Azië, buiten de grenzen van het Kom. Rijk, in Arabic, Armenië, Indië, China, doch vooral in Perzië uitgebreid. Hier schonk in het iaar 342 eene hevige vervolgingr aan 14

o O O O

bisschoppen, honderden priesters en een zeer groot aantal geloovigen de martelaarskroon.

o o

In Noord- Afkika verhief zich de Kerk tot een hoogen trap van bloei. Men telde er honderden bisdommen, die helaas, door de komst der Ariaansche Vandalen weldra zouden vernietigd worden. In Abyssinië of Ethiopië, waar het Christendom reeds sedert de bekeering van den ka-merheer der koningin voor Meroë door den apostel Philippus bekend was, werd de koning Ela-Eskendi met het gansche volk door Frumentius en Edesius van Tyrus, ten tijde van Constantijn, bekeerd. Ela's opvolger, Eles-ban, legde zelfs de kroon neder, en stierf in geur van heiligheid te Jeruzalem. Niet lang duurde deze gelukkige toestand. Ketterijen scheurden Abyssinië van de Kerk los, en tot heden toe faalden de dikwerf herhaalde pogingen tot wedervereeniging. De eeredienst werd hier later met Joodsche en Mohammedaansche gebruiken vermengd. Het onwetende volk zonk in de barbaarschheid terug.

In europa verspreidde zich het Christendom ruimer dan elders. In de laatste helft der vierde eeuw verlieten vele Germaansche volken van N. en O., de Westgothen, Oostgothen, Vandalen, Longobarden, Burgonden en Franken hunne woonsteden en openden zich, door de Romeinsche valla heen, een weg naar het Zuiden. Behalve

ocr page 49

39

de Franken vervielen bijna allen eerst in de dwaalleer van Arius.

De Westgothen, onder keizer Valens door den bisschop ULFiLAS, die den bijbel in 't Gothiscb vertaalde, (1) tot bet Arianisme gebracht, stichtten een rijk in Spanje en bleven tot 586 aan de dwaalleer gehecht. De wonderen bij den marteldood van S' Hermenegild, die op bevel van zijn vader, koning Leovigild, gedood werd, hadden de bekeering van 's konings opvolger Reccared en het ge-heele volk ten gevolg. Nu leverde de kerk, tot staatsgodsdienst verheven, dra een aantal groote mannen op o. a. den beroemden kerkleeraar S' Isidorus van Se villa (f 735) en S' Ildefons van Toledo, en de wetten, door de bisschoppen der conciliën van Toledo opgesteld, bewijzen een zoo gevorderde beschaving, dat zelfs de Calvinistische Guizot (2) baar eenige bladzijden van bewondering wijdt-

De Vandalen vervolgden, onder de koningen Genserik, Trasamund en Hunerik, de bloeiende Afrikaansche Kerk, totdat Belisarius, veldheer van den Byzantijnschen keizer Justinianus I, in 534 door den slag van Carthago een einde aan hun rijk maakte.

Theodorik de Groote, koning der Oostgothen veroverde Italië, waar hij later de katholieken vervolgde, den geleerden H. Boëthius e. a. deed ombrengen en Paus Joannes I in de gevangenis liet werpen. Justiniaan's veldheer Narses vernietigde in 554 door een veldslag bij den Vesuvius het Oostgotbisch rijk.

Na de Oostgothen veroverden de Longobarden een groot gedeelte van Italië. De gemalin van hun koning Autbaris, de voortreffelijke Beiersche prinses Theodelinda, bracht de Longobarden tot de ware kerk terug.

(1) Dit oudste werk in Gothische taal wordt, als handschrift (codex argenteus) , te Upsala in Zweden bewaard.

(2) „Histoire de la civilisation en Europequot;.

ocr page 50

40

De Burgonden, veroveraars van W. Zwitserland en Savoye, werden door de Franken onder Clovis en zijne zonen van de ariaansche ketterij bevrijd.

In het Westen was Gallië »de oudste dochter dei-Kerk.quot; De Franken, die zich omstreeks het jaar 500 van dit land meester maakten, hadden toenmaals tot koning den dapperen Clovis, met Clotilde, eene katholieke prinses, gehuwd. Toen, hij in den slag van Tolbiacum (Zül-pich tusschen Bonn en Keulen) tegen de Alemannen, zijn reeds wankelend leger door aanroeping van den God zijner gemalin ter overwinning gevoerd had, liet hij zich eenigen tijd later met 3000 edelen te Reims doopen. »Buig uw hoofd, fiere Sicamher, zoo sprak de H. bisschop Remigius, verbrand wat gij vereerd, en aanbid wat gij verbrand hebt.quot; Terwijl Remigius den doopeling het lijden des Zaligmakers verhaalde, riep deze uit: »Que n'éjais-je la avec mes Francsquot;!

Te Reims werden in 't vervolg alle Fransche koningen gezalfd, en wel met de olie der »Ste Ampoulequot;, welke de H. Remigius, volgens de legende, uit de hand eens engels ontvangen had. De eerste Frankische koningsstam, die der Merovingers, verloor allengs zijn gezag, dat aan hofmeiers, onder welke Pipijn van Lauden, Pipijn van Herstal, Karei Martel 't meest bekend zijn, overging.

Reeds stond Rome met omstreken sedert Grecforius I feitelijk onder het wereldlijk gezag der Pausen. Toen Paus Stephanus III (?j door den Longobardischen koning Aistulf bedreigd, te vergeefs bij den Byzantijnschen keizer hulp zocht, wendde hij zich tot Karei Martel's zoon Pipijn den korten, die niet alleen Rome redde, maar het op de Longobarden veroverde Exarchaat van Ravenna met de Pentapolis den Pausen in vollen eigendom schonk (Donatio Pipini, 755).

Pipijn, tot koning der Franken gezalfd, en met den

ocr page 51

41

titel van Pair terns of beschermheer der Kerk vereerd, kon te recht op de vorderingen des Byzantijnschen keizers antwoorden: »Niet voor n werd 't Frankisch bloed vergoten, maar voor den H. Petrusquot; («Patrimonium Petri.quot;); want 1quot;) de keizer had, door weigering van hulp aan de Romeinen, feitelijk van zijne heerschappij afgezien. 2quot;i De veroveringen der Longobarden waren wederrechtelijk. 3quot;) Overigens was de schenking van Pipijn slechts eene vergoeding voor de 100 □ mijlen groote, door keizers en Longobarden ontvreemde, kerkelijke goederen.

Later werd door Karei den Grooten en andere vorsten de Kerkelijke Staat nog aanmerkelijk vergroot.

Deze souvereiniteit, zoo niet noodzakelijk, was toch uiterst nuttig, daar zij den Paus in staat stelde het opperherderlijk ambt, buiten allen nationaal-politieken invloed, ongehinderd uit te oefenen. Zoo Bossuet, Fleury en zelfs Napoleon I, die schreef: »Le Pape n'est pas a Paris, et c'est bien; il n'est ni a Vienne, ni ïi Madrid, et c'est pourquoi nous reconnaissans son autorité spiri-tuelle.quot; Nog is dat woord van toepassing.

In Groot-Brittanië was het christendom sinds het begin der vierde eeuw reeds verspreid, doch werd sedert 450 door de Angel-Saksen vervolgd, totdat Paus Gre-gorius I in 596 den Benedictijner monnik augustinus, later eersten bisschop van Kantelberg, met 40 gezellen naar het eiland heenzond. Deze bekeerde Ethelbert, koning van Kent, en, na korten tijd werd Engeland »het eiland der heiligenquot;, waar dertig koningen of koninginnen den troon met de kloostercel verwisselden, waar deugd, wetenschap (1) en kunst een hoogen bloei be-

(i) Zoo schrccf tie H. Beda „Venerabilisquot; (f 735) de geschiedenis zijns vaderlands.

ocr page 52

42

reikten in talrijke kloosters, welker monniken dra den Germanen »de blijde boodschapquot; zouden brengen. Den Ieren werd het geloof in het begin der vijfde eeuw door den ƒƒ. Patricius; den Schotten in 565 door den lerschen monnik Columb.vnus met het beste gevolg verkondigd.

In Germanje, waar het Christendom waarschijnlijk reeds door de Christen legioensoldaten bekend geworden was, werd. de eerste bisschopszetel door den H. Mater-kus te Trier gesticht. Van Trier verplaatste deze zijn stoel naar Keulen, en, daar hij te Tongeren de eerste Kerk in Z. Nederland stichtte, geldt hij te recht als de oudste apostel van België. De laatste bisschop van Tongeren was S' Servaïics, f 384, een Armeniër, die den zetel verplaatste naar Maastricht, waar 21 heilige bisschoppen elkander opvolgden. Door den Ier S1 Liyinus (Brabant), S' Eligius, bisschop van Doornik en S1 B.vvo (Vlaanderen) gesteund, verspreidden zij in Z. Nederland het licht des geloofs. Vooral onderscheidden zich de H. A man dus en Remaclus, die talrijke abdijen in België stichtten. De II. Hu bert us bracht in 722 den bisschopszetel van Maastricht naar Luik over.

Eerst in 630 werd de eerste Kerk in N. Nederland door den H. Wileried, bisschop van York, en in 69G de eerste bisschopszetel door den H. Willebroruus , een Angelsaksisch monnik, te Utrecht gesticht. Willebror-dus verwierf zich den naam van apostel der Friezen. Zijn werk werd voltooid door een anderen Ansjelsaksischen kloosterling, door den H. Bonieatius (Winfried) den apostel van Duits chianti, die het eerste concilie hier te lande te Leptines in Henegouwen beriep, en in 755 de bekeering der Friezen te Dokkum met zijn martelbloed bezegelde. Reeds was Bonifatius bij de Hessen en Thu-ringers werkzaam geweest, toen Paus Gregorius II hem als bisschop naar Duitschland terugzond. Hier doopte

ocr page 53

43

hy niet eigen hand meer clan 100,000 heidenen, en stichtte de bisdommen van Passau, Regensburg, Würz-burg, Eichstad en de abdij van Fulda, waar hij, volgens zijn verlangen, begraven werd. Reeds vóór hem hadden Rupertus, bisschop van Wortns, in Beieren (580), de Ieren Gallos en Columbanus in Zwitserland en Baden, (620) het katholiek geloof' in Duitschland verkondigd.

§ 14.

Dwaalleringen in het 2de Tijdvak.

De bloedige vervolging had niet gebaat. Door opstanden in de Kerk zelve en tegen hare leer trachtte nu de booze geest haar te schaden;

1quot;) De Donafisten, naar Donatus, bisschop van Casa-Nigra in Afrika genoemd, scheurden zich in 311 van de Kerk los, hielden hunne gemeenschap voor de alleen ware Kerk en beweerden dat het uitwerksel der H. Sacramenten van de waardigheid des bedienaars afhangt.

2 ) Het Arianisme, waaraan de Libysche priester Arius zijn naam gaf, loochende de godheid des Woords, en beweerde dat de tweede Persoon der H. Drievuldigheid een schepsel {tcolt^io) is, voor de zonde vatbaar. Op verschillende kerkvergaderingen, en ten laatste op de eerste algemeene in 325 te Nicéa (1) werd deze gevaarlijke dwaalleer gedoemd. Nogmaals werd te Nicéa de eenheid

o O ■

van wezen des Vaders en des Zoons, alsmede het eeuwig geboren worden van het Woord uit het wezen des Vaders

(i) Ziehier pro memoria het lijstje der 19 algemeene concilies: Ni. Co. E.

Cal. Co. Co.

Ni. Co. La.

La. La. La.

Ly. Ly. Vi.

l-'io. La. Tri. Va.

ocr page 54

44

plechtig als geloofspunt uitgesproken , en, om' liet geloof der Kerk desaangaande nog meer bepaald uit te drukken en alle dubbelzinnigheid te voorkomen , in de geloofsbelijdenis der apostelen het woord ^otxoovaioqquot; {consuhstantialis) ingelascht.

Door de keizers Constantius en Valens gesteund, breidde zich deze dwalleer zoo zeer uit, dat de H. Hieronymus schrijven kon: »De wereld was verwonderd Ariaansch geworden te zijn.quot; De Semi-Arianen (357) namen wel de gelijkheid van den Zoon met den Vader, doch niet de door het concilie van Nicea vastgestelde uitdrukking

O O

consuhstantialis, de wezensgelijkheid aan.

3quot;) Het Macedonianisme ontleende zijn naam van Ma-cedonius, patriarch van Constantinopel, en loochende de godheid van den H. Geest. Door de tweede algemeene Kerkvergadering te Constantinopel werd deze dwaling gedoemd, en in de geloofsbelijdenis van Nicea eene zinsnede, waarin de godheid des H. Geestes klaar wordt uitgesproken, ingelascht.

4 ) Het Pelagianisme, door Pelagius, een Britsch monnik verspreid, loochende de erfzonde met hare gevolgen, en beweerde, dat de mensch door zijne eigene natuurlijke kracht, zonder den bijstand der bovennatuurlijke genade zijne zaligheid kan verwerven. Nadat eenige provinciale kerkvergaderingen deze leer veroordeeld hadden, bevestigde Paus Innocentius I hun oordeel, en Angustinus, de groote bestrijder der Pelagianen mocht zegevierend uitroepen: »Roma locuta, causa finita.quot;

De Semi-Pelagianen hielden vol dat althans het begin dei-rechtvaardiging van 's monschen natuurlijke werking uitgaat, en schreven de eindvolharding in het goede niet aan Gods genade, maar aan 's menschen verdiensten toe.

5quot;) Het Nestorianisme, welks stichter Nestorius, patriarch van Constantinopel was, nam niet slechts twee

ocr page 55

45

naturen, maar ook t/cee personen, een goddelijken en een menschelijken in Christus aan, en leerde, dat Maria alleen dezen laatsten had gebaard en derhalve geen «Moeder Godsquot; {iïeoTÓxic) genoemd mocht worden. De derde alge-meene kerkvergadering, in 431 onder paus Celestinus I te Ephese gehouden, veroordeelde deze ketterij.

G'J Het Euty cl danism e. Door het bestrijden van Nesto-rius verviel de monnik Eutyches in de tegenovergestelde dwaling, en erkende in Christus slechts écM natuur. (Monophysisme). Hoewel door de vierde algemeene kerkvergadering, te Chalcedonië saamgeroepen, veroordeeld, bleef deze ketterij onder de Kopten in Egypte en de Ja-cobiten in Syrië en Mesopotamië voortleven.

7quot;) Het Monothelisme, leerende dat de twee naturen in Christus wel onderscheiden, maar toch dusdanig met elkander vereenigd zijn, dat beide slechts een enkelen wil hebben, werd in 680 op de zesde algemeene kerkvergadering te Constantinopel gedoemd.

Paus Honorius werd om zijne nalatigheid in liet vonnissen dezer dwaalleer veroordeeld. Dat hij zelf niet ketter was, bewijzen 1°) de geschriften der geleerdste theologen van dien tijd (Sophronius en Maximus). 2») Honorius brief aan den patriarch Sergius: »Wij geloovenschreef hij, »dat de twee naturen in J. Christus werken en handelen, ieder met deelneming der andere, de goddelijke natuur uitwerkende wat van God is, de menschelijke wat van het vleesch is, zonder verdeeling noch verwarring, zonder dat de goddelijke natuur veranderd worde in den mcnsch, noch de menschelijke natuur in God, maar zoo dat de verscheidenheden van de naturen geheel blijven.quot;

8°) De Iconoclasten of beeldbrekcrs beweerden, dat de vereering der beelden als afgoderij uit het Christendom moest verbannen worden. Keizer Leo de Isauriër begon den beeldstorm in 726, en zijne eerste opvolgers zetten dien voort. Nadat de zevende algemeene kerkvergadering in 787 te Nicéa de rechtmatigheid der beeldenvereering, waardoor niet hout of steen, maar de personen zelven,

ocr page 56

46

door de beelden voorgesteld, vereerd worden, uitgesproken had, bedaarde allengs de hevige storm. Te midden van alle deze innerlijke woelingen, waarin dikwerf keizers en zelfs vele bisschoppen de ketterijen schraagden, bleef de schat der goddelijke openbaring, vooral te Rome, ongeschonden bewaard en werd Christus woord : »Ik zal met ii zijnquot; glansrijk bevestigd.

§ Vo.

Het Islamisme.

Schadelijker voor de Kerk, langer van duur, rampvoller in hare zedelijke, godsdienstige en politieke «je-volgen dan alle overige dwaalleeringen was 't Islamisme (=- overgeving aan God), door den dweepzieken Mohammed in 't nog grootendeels heidensclie Arabië 't eerst verspreid. In het jaar 569 uit de Ismaëlitische familie der Haschemieten, wien het opzicht over den met 360 afgodsbeelden omgeven tempel der Kaal ja (= dobbelsteen) was toevertrouwd , gesproten, trok Mohammed, na zijn huwelijk met de rijke weduwe Kadischa, op veertigjarigen leeftijd met geestdrift tegen den afgodendienst te velde, en dwong, door de bewoners van Medina gesteund, zijne vaderstad Mekka en dra gansch Arabië tot aanneming zijner nieuwe leer, een vreemdsoortig mengsel van Joden-, Christen- en heidendom met de buitensporige droombeelden van den» profeetquot; zeiven. Van het jaar zijner vlucht van Mekka naar Medina (16 Juli 622) dagteekent de Hedschra of Mohammedaansche tijdrekening.

In hoofdzaak luidde de nieuwe leer: Er is slechts een God en Mohammed is zijn (voornaamste) profeet. Mozes en Christus waren mindere profeten. Wie niet aan Mohammed gelooft kan het paradijs, een verblijf van zinne-

ocr page 57

47

lijke geneugten, na dit leven niet binnengaan. Er bestaan «•oede en kwade engelen. Het noodlot bestemt ieders loopbaan. Slechts uitwendige werken: aalmoezen, vasten, bedevaarten naar Mekka, waar een zwarte meteoorsteen in de Kaaba vereerd wordt, gebeden vijfmaal daags, onthouding van wijn en bloedspijs, en vooral de heilige krijg ter verspreiding der leer, zijn voorgeschreven; voor inwendige heiliging niets. Integendeel 't nieuwe leerstelsel

O O O O

vleide de driften des volks door veelwijverij en bloedwraak toe te laten, en, kon de leer van het onverbiddelijke fatalisme in den beginne geestdrift wekken, haar natuurlijk ontzenuwende invloed deed zich later des te sterker gevoelen. Op overprikkeling volgde afmatting.

Mohammed werd in 632 door eene Joodsche slavin, eene zijner talrijke vrouwen , vergiftigd. Als geestelijke en wereldlijke gezagvoerders vervingen hem de kaliefen of opvolgers des profeets. Abou-Bekr, de eerste kalief, deed de Mohammedaansche leerstellingen in den Koran (= te lezen boek) bijeenbi'engen.

Hun, die in den strijd voor den Islam sneuvelden beloofde de Koran het paradijs. Vandaar de dweepzuchtige dapperheid der Mohammedaansche legerscharen, die onder Abou-Bekr over geheel Arabië, Syrië en Palestina; onder Omar I, den tweeden kalief, over Klein-Azië, Perzië en Egypte (G44), en in het begin der achtste eeuw over N.-Atrika en tot aan den voet der Pyreneeën hunne veroveringen uitstrekten. Wie niet den Islam wilde omhelzen werd gedood of als slaaf verkocht.

Aan het ruw geweld der wapenen en aan het vleien van 's menschen hartstochten is de snelle verspreiding der onzalige dwaalleer te wijten. In 732 stuitte de Frankenkoning Karei Martel het voortdringen der Mohammedanen in Frankrijk door den achtdaagschen slag van.Poitiers. Doch, ofschoon zij zich in twee sekten,

ocr page 58

48

die lieden onder de namen van Sounnieten of Schueten nog voortbestaan, verdeelden en de kruistocliten het Isla-nisme op eigen bodem gingen aantasten, bleef Europa tot het laatst der 17d0 eeuw voor de talrijke-legerbenden van Moharameds volgelingen beven.

o o

B.

§ 16.

Verhouding van Kerk en Staai. Het Primaatschap.

a) Uit de innig vriendschappelijke verhouding, welke er sedert Theodosius I tusschen Kerk en Staat bsstönd, trok de eerste groot voordeel; zij zag zich zelve in haar eigendom beschermd, hare rechtspraak, zelfs dikwijls in wereldsche aangelegenheden, erkend, hare wetten geëer-

DO 7 o

biedigd. Door den Staat gesteund, kon zij met rassche schreden tot haar doel, verbetering en beschaving der volken, voortsnellen; zwaard-vechterspelen en onzedelijke tooneelstukken verbieden; de zonden tegen God, zooals godslastering, ketterij en tooverij, als majesteitsschennis Gods, door den Staat doen bestraffen; doeltreffende maatregelen ter bescherming van kinderen , armen, gevangenen, weezen en vrouwen, tot viering van den Zondag en heiliging van den huwelijksband eischen, en met kracht op de afschaffing der slavernij aandringen. Niet alleen verzachtte zij het lot der slaven door het prediken dei-naastenliefde, door aan te toonen dat de slaaf gelijk alle anderen als een broeder en Gods evenbeeld moet beschouwd worden; niet alleen verkreeg zij de opheffing van het onbeperkt recht der meesters over leven en dood hunner slaven; maar zij vergde en verkreeg daarenboven, dat hun huwelijk als onoplosbaar, hunne familie als onscheidbaar door de wet erkend werd, en bestrafte het

ocr page 59

49

benemen der vrijheid aan een vrij man en de verwonding van slaven met den banvloek. Ten gunste der slaven bestaan niet minder dan 400 conciliedecreten en pauselijke bullen. De Kerk verhief den mensch.

Jammer dat vele keizers, wier voorbeeld la'er'maar al te gretige navolging vond, zich in dit tijdvak aan inbreuk op de rechten der Kerk schuldig maakten.

b) Het primaatschap der Pausen trad meer en meer op den voorgrond. Hunne beslissing gold algemeen als onaantastbare eindbeslissing. De Kerkvaders van dezen tijd noemen den apostolischen stoel van Petrus »cathedra singulavisquot;, vculmen anctoritatis' enz., en verschillende hunner gezegden over dit punt zijn spreekwoordelijk geworden: »Roma locuta est, causa hnita est.quot; (S1 Au-gustinus); »ubi Petrus, ibi ecclesiaquot; (S1 Ambrosius) ; »Summa sedes a nemine judicatur.quot; i^P. Gelasius).

§ 17.

De Kerkleeraren van het 2de tijdvak.

Stond de Kerk in dit tijdvak meer dan in elk ander den aanvallen van talrijke ketterijen bloot, rijker dan ooit was zij ook aan groote mannen, die hare leer op schitterende wijze verklaarden, en, zoowel door heiligen wandel als door degelijke wetenschap, den vijand beschaamden of tot zwijgen dwongen.

a) Onder hen muntten als Grieksche schrijvers uit; 1quot;) De H. Athanasius de Groote, patriarch van Alex-andrië , de immer zegevierende bestrijder der Arianen, die, op schandelijke wijze gelasterd, vijfmaal van zijn zetel verjaagd, meermalen ter dood veroordeeld, twintig jaren in ballingschap doorbracht, en slechts op wonderbare wijze het leven redden kon. Na onzeggelijk strijden en lijden was 't hem echter gegund te Alexandrië in Kerk. Gesch. 4

ocr page 60

50

vrede te sterven (373). Behalve talrijke schriften ter verdediging des geloofs liet hij eene heerlijke levensbeschrijving van den kluizenaar S' Antonius, zijn leermeester, na. De geloofsbelijdenis, naar hem genoemd, is bekend.

2 ) De H. Basilius de Guoote, wiens vader, moeder, grootmoeder, drie zusters en broeder als heiligen vereerd worden, werd te Caesaréa in Cappadocië geboren, en studeerde te Athene, waar hij in zoo innige, uit 't streven naar volmaaktheid in de liefde tot God ontsproten vriendschap met Gregorius van Nazianze verkeerde, dat zij slechts »eene ziel in twee lichamenquot; schenen uit te maken. Bij hen sloot zich Basilius' broeder, de H. Gregorius van Nyssa, groot redenaar en ijverige verdediger der geloofsbelijdenis van Nicea, als derde Cappadociër, hun evenboortige in dengd en talent, later aan.

Basilius, sedert 370 bisschop van Cesarea, leefde niet alleen als een monnik, maar werd voor het Oosten wat eenmaal Benedictus voor het Westen zijn zou: de vader van tallooze kloosterlingen, die zijne regels geheel of ten deele aannamen. Bovendien liet hij een groot aantal geleerde werken na, van welke zijne redevoeringen en brieven 't meest geroemd worden, (f 378).

3quot;) De H. bisschop Gregorius van Nazianze , «de godgeleerde,quot; groot redenaar en dichter, won, ondanks de listen en lagen zijner vijanden het grootendeels Ari-aansche Constantinopel voor de Kerk terug en stierf in de eenzaamheid (390). Wij bezitten van hem 400 schoone gedichten en 242 meesterlijk geschreven brieven.

4°) De H. Joannes Chuysostomus om zijne vurige welsprekendheid »gulden mondquot; genoemd, werd te Antiochië geboren, en vluchtte, na schitterende studiën, uit vreeze van tot bisschop gekozen te worden, in de woestijn, waar hij zijn werk over 't Priesterschap schreef. Met geweld naar Constantinopel gevoerd, werd hij tot patriarch verheven.

ocr page 61

51

Hier berokkende zijn vrijmoedig optreden tegen liet zedenbederf des hofs en der boogere kringen hem menige vervolging. Door toedoen der ijdele keizerin Eiuloxia tweemaal verbannen, stierf hij in 407, vele, in bijna classieke taal geschreven werken nalatend. Als toonbeel-den van kanselwelsprekendheid gelden vooral zijne homilieën over de H. Schrift.

b) Nog rijker aan groote mannen was de meer praktische Latijnsche Kerk :

1quot;) De H. Ambrosiüs , te Trier geboren, werd later stadhouder van Milaan, en, daar een kind bij de bisschopskeuze in deze stad uitriep: »Ambrosiüs zij onze bisschopquot;, hoewel nog katechumeen, tot bisschop gekozen. De nieuwe kerkvorst schonk zijne goederen den armen, vastte iederen dag tot den avond, en bestreed manhaftig het Arianisme. Zijne treffende welsprekendheid en deugd deden den grooten Augustinus, zijne vrijmoedigheid en zielskracht keizer Theodosius, na het bloedbad van Thessalonica, tot inkeer komen. »Keizer, met bloed bevlekt, verschijn niet voor het Allerheiligste! Als David hebt gij gezondigd, doe als David ook boete!quot;

Behalve zijne door roerende zalving uitmuntende pree-ken, stelde Ambrosiüs heerlijke lofzangen op, o. a. ))Deus creator omnium — O lux beata Trinitasquot; en waarschijnlijk ook het »Te Deum.quot; Hij stierf in 397.

2quot;) De H. Augustinus, de grootste Kerkleeraar aller tijden, te Tagaste in Numidië geboren (354), verviel nog jong in de dwaalleer der Manicbeërs, bleef, ondanks het smeeken zijner moeder, de H. Monica, en het gemis van zielerust, die alleen in de waarheid te vinden is, langen tijd der sekte toegedaan en liet daarenboven zijnen driften den vrijen teugel. Te Tagaste, Carthago, Rome en eindelijk te Milaan bewonderde men het buitengewoon genie van den jongen leeraar der welsprekendheid.

ocr page 62

52

»Een kind zoo veler tranen kan niet verloren staan.quot; Het begin zijner bekeering was den predicatië van S'. Arabrosius, de voltooiing er van aan een wonder te danken. («Neem, en leesquot;). Na strenge boetpleging en het schrijven veler theologische werken, werd Augusti-nus (395) bisschop van Hippo (Bona), blonk als een toonbeeld van alle Kerkvoogden uit, bracht door zijn onweerstaanbare redeneerkracht Manicheërs, Pelagianen

7 o

en Donatisten tot zwijgen en eindigde in 430 zijne zegenrijke loopbaan. Van zijne door fijnheid, diepzinnigheid en verhevenheid uitschitterende, in schoone, welsprekende taal geschreven 232 werken en werkjes zijn ons vele, waaronder de beroemde aConfessionesquot; (belijdenissen) en »De civitate Deiquot; (Over de stad Gods) uitmunten, bewaard gebleven.

3 ) De H. Hieronymüs, een Dalmatiër, bracht, na eene zeer bewogen jeugd, vier jaren als kluizenaar in de woestijn Colchis door, hield zich hier met boetpleging en studie, vooral der Hebreeuwsche taal, bezig, liet zich dan tot priester wijden, en bewerkte, op last van Paus Damasus, eene nieuwe Latijnsche uitgaaf van het Nieuwe Testament die, om hare degelijkheid weldra algemeen verspreid en daarom » Vulgataquot; genoemd werd.

De laatste twintig jaren zijns levens bracht de groote geleerde met oefeningen van boetvaardigheid, studie en de vertaling van het Oude Testament in eene grot bij Bethlehem door, waar hij in 420 stierf.

4quot;) S' Leo, de Groote, verdiende dezen naam, niet alleen door den aanval der Hunnen onder Attila van Rome af te wenden en de stad van de woeste Vandalen onder Genserik te bevrijden, maar ook door zijne uitmuntende deugden en geschriften tegen de Monophysieten en Pelagianen, (f 4G1).

5quot;) S' Geegorius, de Groote (590—604), uit een voor-

ocr page 63

53

naam geslacht gesproten, schonk zijn fortuin den armen om, van praetor der stad Rome, Benedictijner monnik te worden. Achtereenvolgens abt, diaken, nuntius te Constantinopel, werd hij in 590, ondanks zijn tegenstreven tot Paus gekozen. De geleerde, ijverige Kerkvoogd noemde zich «dienaar der dienaren Godsquot;, bena-

O

ming, die als een eeretitel prijkt onder de bullen van alle zijne opvolgers. Aan zijn ijver heeft de Kerk voor een goed deel den luister van haren eeredienst en ook den indrukwekkenden, naar hem genoemden, Gre-froriaanschen of kerkzang te danken. Ofschoon ziekelijk, nam Gregorius bij het bestuur der Kerk, het wereldlijk bestuur over Rome in handen, bestreed de slavernij en de willekeur der keizerlijke beambten, zorgde voor 't doelmatig gebruik der kerkelijke goederen, de verspreiding des geloofs, de handhaving der kerkelijke tucht en vond daarenboven nog tijd tot het schrijven van geleerde Theologische werken en het bestrijden der ketterijen. Vóór zijn dood smaakte hij de voldoening de Donatisten van Afrika, de Longobarden en Westgothen in den schoot der Kerk te zien terugkeeren en haar met een nieuw volk, de Angel-Saksen, wien hij S1 Augustinus met veertig geloofsboden gezonden had, te verrijken.

Bij voornoemde Kerkleeraren sluiten zich de groote bisschop van Poitiers, S' Hii.arius »de Athanasius van het Westenquot; (f 366) en S' Isidokus van Sevilla waardig aan.

§ 18.

Eeredienst.

In dit tijdvak werd de H. Mis reeds bijna woordelijk zooals heden gelezen, en ter passende opluistering van den godsdienst een heerlijk Kerkgezang, vooral door Gregorius I en S1 Ambrosius bevorderd, ingevoerd.

ocr page 64

54

De lieidensche gerechtshoven leverden den vorm voor de eerste Kerken of Basilieken (= den Koning der koningen gewijde gebouwen), een vorm, die weldra voor den Byzantijnschen stijl moest wijken. De Basilieken, langwerpig vierkante gebouwen waren in een voorportaal, voor de catechumenen en boetelingen bestemd, een schip of middendeel en een koor of heiligdom, door een traliewerk van het schip gescheiden, verdeeld. (Over den Byzant. stijl zie Midd. gesch. bl. 147.) Symbolische muurschilderingen ook mozaïeken en beelden versierden het inwendige der kerken. Bij de reeds bestaande feesten voegde men die van Christus' Hemelvaart en Besnijdenis, van O. L. V. Boodschap, S' Petrus en Paulus. Mamer-tus, bisschop van Vienne voerde, na eene aardbeving in 471, het eerst de »kruisdagenquot; {rogationes) in. Het gebruik van gewijd water, de vereering der Heiligen en der reliquieën, vooral van het in 326 teruggevonden H. Kruishout, namen toe.

§ 10.

Het Kloosterleven.

Het kloosterleven, die heerlijke, blanke,bloem van het ware christendom, heeft tot grondtrekken de zelfverloochening, de versterving en gehoorzaamheid, door Christus zeiven reeds zijnen volgelingen aanbevolen. (Matth. 10, 21). Van de eerste tijden des Christendoms af vond men asceten die, ongehuwd, hun leven met oefeningen van godsvrucht in de wereld doorbrachten; sedert de vervolging onder Decius reeds kluizenaars of eremieten {eorjiiog — eenzaam), die, zooals Paulus van Thebe, van de wereld afgezonderd, in de woestijn leefden.'t Coenobitische of gemeenzame klooster — (claustrum=afsluiting) — leven werd door den H. Amonius, «den vader der monnikenquot;, in

ocr page 65

de Thebaïsche woestijn gesticht, (f 356). Te Koma in Üpper-Egypte geboren, deelde deze heilige zijne goederen onder de armen uit, trok zich terug in eene afgelegene woestijn, en verzamelde in korten tijd om zich een groot aantal christenen, welke door zyn voorbeeld en vermaningen tot strenge boetvaardigheid, en beoefening aller deugden werden aangezet. Ieder monnik had echter zijne afgezonderde grot of hut. Antonius' leerling, de H. Pacuomu s werd de stichter der eigenlijke coenobia of rnonasteria, waar een aantal monniken, onder een abt en een gemeenzamen ordensregel zicli na een tijd van beproeving of noviciaat met gebed en handarbeid onledig hielden. Het eerste klooster telde 3000 leden. Verschillende andere, ook van nonnen of kuische jonkvrouwen, hadden aan Pachomius hun ontstaan te danken. S' B.v-sii.irs, de groote stichter der Basiliaansche orde, vergde van zijn monniken armoede, kuischheid, gehoorzaamheid, verder gemeenschappelijk gebed, ook te middernacht, overweging, studiën, handarbeid en vasten gedurende de grootste helft der week. De H. Hilarion (in Palestina), S' Martinus van Tours en S' Augustinus bevorderden naar krachten de zegenrijke instelling, welke eerst dooiden naar Trier verbannen H. Athanasius in Europa bekend en naar eisch gewaardeerd was geworden. Joannes Cassianus, een abt van Marseille, was waarschijnlijk de stichter van het beroemde, op het eiland Lerina (1), in 't begin der vierde eeuw, opgerichte klooster.

Den H, Bknedictus van Nursia in Umbrië komt echter de eer toe het kloosterleven in het Westen tot eene geregelde inrichting en hoogen bloei gebracht te hebben. Hij stichtte en bestuurde twaalf kloosters, o. a. het

(t) Lerina of St. Honorat, een eilandje in de Middell. zee behoo-rende tot het departement du Var.

ocr page 66

56

vermaarde Monte-Cassivo, terwijl zijne zuster, de H. Scliolastica, aan het hoofd stond van schier evenveel nonnenkloosters. Als abt (abba=-vader) stelde Benedictns, na door een wonder van een zekeren dood gered te zijn (giftbeker), zijne schoone orderegels op, waarin hij, behalve strenge gehoorzaamheid, handarbeid, stadie, overweging, breviergebed, onderrichting der jeugd en vrijwillige armoede zijnen kloosterlingen voorschreef. (Scholastica's dood.) Vele andere orden, in den vorm verschillend, maar allen met den zelfden geest van ootmoed, gehoorzaamheid en opofferende liefde bezield, zullen later de eersten in hare zegenrijke werking voor Kerk en maatschappij komen ondersteunen.

»Dompers en vadzige bedelaarsquot; zoo noemt soms de liberale (?) rijke, voor wien honderden armen in fabrieken en mijnen schatten winnen, de helden der naasten-Verchensten [jef(]e ^ je gr00te overwinnaars aller driften, de ondanks hun vasten en boetpleging immer ijverige kloosterlingen. Hoe grootsch is het besluit der karaktervolle mannen, die allen geneuchten der wereld verzakend, lange jaren, iederen dag, ieder uur de overwinning van zich zeiven, de grootste overwinning behalen; voor zich zeiven niet alleen maar ook voor anderen door hun boete en srebed,

O quot;

door het voorbeeld hunner deugden het hemelrijk openen en Gods straffende hand over het zondig menschdom uitgestrekt, tegenhouden! Al deden zij niets anders, hoe nuttig, ja, schier onontbeerlijk ware hun bestaan! Doch ook werken zij en hun ijverig werken is spreekwoordelijk geworden; (»zij werken als Karthuizersquot;) zij werken op den kansel, in den biechtstoel, in de hospitalen, op de slagvelden; zij werken door, met verachting van levensgevaar, overal het geloof te verspreiden; monniken redden voor ons, door ze zorgvuldig op perkament af te schrijven de werken der heidensche zoowel als der

der

kloosterorden.

ocr page 67

57

Christelijke oudheid; zij werken met even goed gevolg als taai geduld, in de beoefening van kunst en wetenschap; zij werken in de scholen voor liet kind, aan de universiteiten voor den jongeling als onovertroffen leeraars; zij werken om heiden te ontginnen, hosschen in vruchtbare akkers te herscheppen, moerassen droog te maken, hoezeer ook de koortsen hunne rijen dunnen; zij werken in armoede om anderen, om behoeftigen te spijzen.

Heft de kloosters op, en het pauperisme is daar met zijn voor de toekomst zoo dreigende gevaren. De »luie bedelaarsquot;, Benedictijnen genoemd, hebben de meeste streken van Europa vruchtbaar gemaakt, en hare bar-baarsche volken beschaafd en veredeld. In haar bloeitijd telde deze orde 60000 kloosters, waaruit 15,700 bekende schrijvers, 24 Pausen, 200 kardinalen, 4000 bisschoppen en 1560 gecanoniseerde heiligen voortkwamen. Noemt veldheeren, die met opoffering van honderdduizenden levens door hun talent groote en vele overwinningen behalen, doch hun eigen driften niet beheerschen, noemt ze groote veldheeren; noemt geniale schrijvers, die de hun door God geschonken talenten misbruiken, groote genieën, het zij! doch noemt hen niet »groote mannenquot;. Een groot man is hij, die het goede doet en zonder heersch- noch roemzucht zich opoffert voor zijne mede-menschen, om hun het goede te leeren; een groot man is daarom ook de uare kloosterling. Zoo oordeelt men hierboven: »Qni fecerit et docuerit magnus vocabitur in regno coelorum,quot; Dit zij ons oordeel op aarde.

ocr page 68

DERDE TIJDVAK.

§ 20.

A.

Van Karei den Groo'e i tot Gregorius VI!.

De uit N. en O. Germanje aanstormende barbaarache volken, en later de invallen van Noormannen, Hongaren en Sarraceenen (= Oosterlingen) brachten der in Overzicht. 2. W. Europa bloeiende christelijke beschaving zware slagen toe; doch de onoverwinbare Kerk opende dra dien trotschen en woest en volken hare moederlijke armen, belastte zich met hunne opvoeding, en door haar ijver, opoffering en genademiddelen zegevierde zij, na langen strijd, over hun bijgeloof en ongetemde drift, herschiep bloeddorstigen krijgslust in ridderdeugd, bandeloosheid in ware vrijheid, heiligde door hare zalving het gezag der vorsten, beschermde het tegen de weerspannigen, beschermde tevens de vrijheid des volks tegen de dwingelandij der machtigen, deed bare wetten eerbiedigen in geheel W. Europa, en terwijl in 't algemeen deugd, kunst en wetenschap bloeien, erkenden de herschapene, de gelukkige maar ook dankbare volken den Paus als hoofd der maatschappij, als vader der Christelijke volkenfamilie , als scheidsrechter tusschen- en beschermer van vorsten eh volken.

Het reeds vroeger beschaafde Oosten, waar ketterijen en zedeloosheid onder de despotische regeering van keizers, die doorgaans Christus' stedehouder versmaadden, voortwoekerden, verviel meer en meer, en de reeds half vermolmde tak scheurt zich ten laatste van den saprijken levensboom der Kerk af.

ocr page 69

59

Verdienstrijker nog clan Pipün de Korte was diens zoon Karei de Groote, die met zijn naam den karolingi-schen koningstara versierde; grooter door zijn talenten als staatsman en veldheer, meer nog door liet invoeren van Christendom en beschaving bij de heidensche Noordelijke volken, door zijne boetvaardigheid en verheven deugden in de laatste helft zijner regeering.

Tot levenstaak had hij zich gesteld, alle onder zijn schepter levende volken tot één groot Christelijk volk met dezelfde kerkelijke, staatkundige en burgerlijke inrichtingen samen te smelten. »Ik kan niet gelooven, meende Kareis hij, dat zij, die ongehoorzaam zijn aan God en zijne priesters,

aan het wereldlijk gezag gehoorzaam kunnen wezen.quot; (Capitularia).

Om de grenzen zijner staten tegen de invallen der Saksen, Avaren en Denen te vrijwaren, onderwierp hij na talrijke veldtochten hunne landen, zond hun missionarissen , stichtte de bisdommen Paderborn, Munster,

Verden, Osnabrück, Minden, Bremen, Halberstadt en Hildesheim, bouwde een groot aantal kerken-en kloos- Verdiensten, ters, vergde tienden voor hun onderhoud, schonk het hertogdom Spoleto aan den Pauselijken Stoel, doch be-sino-, teen den afkeurenden raad der geestelijkheid, in

o ~ ' O ^

't bijzonder van den beroemdem Alcuinus, den misslag, uit politiek vele Saksen te dwingen het Christendom aan te nemen. Ter beschaving zijner volken gebood bij verder door een Capitulare of edict, naar het voorbeeld der schold Palatina of hofschool, bij ieder klooster of kerk lagere, en in verschillende abdijen o. a. van S1 Gallen, FiiIda, Reichenau, Corvey (in Picardië), hoogere scholen op te richten. (Trivium, Quadrivium). Degeleerde Alcuinus, Pan lus de Diaken, Petrus van Pisa en Einhardus stonden hem hierin wakker Ier zyde.

In het jaar 800 kroonde Paus Leo III den grooten

ocr page 70

60

vorst tot keizer van het Westen, en schonk hem als voorzitter en rechter der christen volken het (ideale) imperium mundi, met de verplichting, de Kerk te be-Christcn schermen en naar vermogen uit te breiden. Paus en keizerrijk. Keizer zwoeren elkander den eed van hulde en trouw, de keizer, als katholiek, den Paus, de Paus, als wereldlijk vorst, niet als vazal, den Keizer. De toekenning der keizerskroon bleef den Paus voorbehouden. Tot beil der volken zouden het geestelijk en het wereldlijk gezag in het vervolg elkander steunen.

Kareis capitularia beginnen gewoonlijk met de woorden: »Reguante Domino nostro Jesu Christoquot;, en eindigen: »Carolus rex et sanctae apostolicae sedis fidelis-simus adjutorquot;. Te Aken, en volgens Darras, ook te Parijs, Reims en Rouaan wordt hij als gelukzalige vereerd (1).

- Slechts weinige zijner opvolgers begrepen het groote

nut der samenwerking van de geestelijke en wereldlijke macht, en, ook nadat sedert 902 de keizerlijke waardigheid aan Otto den Grooten van Duitschland en zijne opvolgers ten deel viel, was het niet zoozeer aan de gekroonde «beschermers der Kerkquot;, als wel aan de erkentelijkheid der volken te danken, dat Pausen en bisschoppen een grooten invloed op de christen maatschappij bleven uitoefenen. Vele keizers toch wilden de pauskeuze van zich afhankelijk maken, en matigden zich allengs het recht aan met mijter en staf, zinnebeelden der kerkeljjke macht, de investituur der aan de bisdommen verbonden leengoederen, ja zelfs, met het verlei

(I) IIij werd door een anti-paus, Paschalis III, in 1165 gelukzalig verklaard. Doch de Kerk duldt de vereering. Op eene aanvraag om heiligverklaring antwoordde Gregorius XVI in 1838: „Nil esse inno-vandumquot;,: Dat er niets veranderd behoorde te worden.

ocr page 71

G1

van dit wereldlijk goed het geestelijk ambt te vergeven.

Dit moest onvermijdelijk voeren tot de grootste misbruiken.

Sedert het Catholicismo staatsgodsdienst geworden was, en dus gedurende de Middeleeuwen, golden als algemeen aangeno- Qrolu]i)C(Tir. men grondbeginselen omtrent de verhouding tusschen Kerk en ' , ö ' Staat: 1) Kerk en Staat zijn innig met elkander verbonden,

deze moet hot zich ten plicht rekenen het geloof te beschermen , gene verdedigt elk wettig gezag tegen opstand , en verhoogt door hare wijding den eerbied dooi- de volken hunnen vorsten verschuldigd. 2) Het geestelijk gezag, als onmiddellijk van God komend en verhevener in zijn doel, slaat boven het wereldlijke, slechts middellijk door God den vorsten geschonken gezag, 't Eerste wordt als de zon, dit als de maan, die van dc zon haar glans ontvangt, voorgesteld. 3) De vorsten zijn streng aan de geboden van God en dei-Kerk, en, in zooverre zij Christenen zijn, aan hot oordeel der Kerk onderworpen. 4-) Dc opstandeling tegen liet wereldlijk gezag wordt door do Kerk met den ban bestraft; doch 5)

de vorst, door het volk gekozen om beschermer van het geloof,

van het goddelijk en rnenschelijk recht te zijn, die zijn plicht verzaakt, van het geloof afvalt en tegen Gods wetten zich verzet, verliest daardoor van zelf zijn ambt en ontslaat zijne onderdanen van den hem voorwaardelijk gedanen eed van trouw (1). ü) Den Paus komt het toe te oordeelen of een vorst als schismatiek of als vijand van God moet beschouwd worden. Dc kerkban, door het publiek recht, door vorsten en volken als wettig erkend, was een machtige dam tegen dwingelandij van den eenon, tegen opstand van den anderen kant. (2)

Onder de Pausen van dit tijdvak muntten vooral uit:

Nicolmjs I de Groote (858-8(37), die de Bulgaren in den schoot der Kerk opnam, zich kloekmoedig tegen den

(1) Het I4de artikel van het in Engeland gekiend publiek recht luidde o. a. „De koning, die hier beneden de plaats van den Koning der koningen bekleedt, moet het volk des Heeren besturen, de H. Kerk eeren en haar tegen alle vijanden beschermen. Doet hij dit niet, dan vervult hij ook den plicht van koning niet, en moet hij zijn titel verliezen.quot;

(2) De katholieke beginselen over de verhouding tusschen Kerk en Staat zijn onlangs meesterlijk uiteengezet door Paus Leo XIII in zijne onsterfelijke Encycliek van I. Nov. 18S5 „Immortale Deiquot;.

selen

der

Middel- 7C

ocr page 72

62

valsclien Photias, patriarch van Constaniinopel verzette en, ondanks allerlei vervoljfingen, koning Lothaar II

7 O O 7 O

van Lotharingen er toe bracht, Waldrada te verstooten en zijne wettige gemalin, Theutberga, in hare rechten te herstellen.

Sylvester. II (Gerbert.) 909-1003, groot geleerde, die vóór zijne verheffing Raymond den Vrome van Frankrijk en keizer Otto III had opgevoed, voerde het Arabisch cijferschrift in Europa in en bestreed manmoedig de misbruiken van zijn tijd.

Nicolaus II, 1058-10(31, richtte in 1059 htt college der kardinalen op, dat om alle wanorde en onregelmatigheid te voorkomen, in 't vervolg met de pauskeuze belast werd. (zie § 23.)

Menig roman- en courantenschrijver spreekt nog immer van ceuc pausin Joanna, die tusschen Leo IV en Bcnedictus III, van 855-858 te Rome zou geregeerd hebben. Do schrijvers van dien tijd, de bibliothecaris Anastasius, bij de keuze beider pausen tegenwoordig, Hincmar van Reims, Odo, Joanna? gt Pnuleiitius cu zelfs de toenmaals schismatieke Grieken noemen allen Benedictus als onmiddelijken opvolger van Leo IV. Ook zijn er muntstukken van Benedictus III uit het jaar Soó bewaard gebleven. In een werk van Stephanus vau Borbonne •]- 1 'iöl komt voor het eerst de fabel van pausin Joanna voor. (1)

§ 21.

Verspreiding des Christendoms.

Pa

a ii sm

De »apostel van het Noordenquot;, de H. Ansciiarius Bekeering (t i een monnik der abdij Nieuw-Corvey aan den der Weser, verkondigde 't eerst de blijde tijding in Uene,-Noordsche marken en Zweden. Vóór dat Canut de Groote (1014-1035) de bekeering der Denen voltooid had, was het

(i) Verg. o. a. Geschichtslügeu. Von drei Freunden der Wahrheit. Padtrborn. 1885. bl. 48.

4-

ocr page 73

G3

christendom reeds in Noorwegen, I.hland, Groenland, ja zelfs op het vasteland van Amerika bekend geworden. Het in Groenland bloeiende bisdom Gar dar werd eerst opgeheven in 1378.

Als de voornaamste apostelen der Slavische volken geldende Grieksch° monniken S1 Me'ihodius en S' Cyeil-lus, twee broeders, die in 't midden der negende eeuw in Bulgarije, Moravië en llohemen met goed gevolg het Evangelie verkondigden ; ofschoon lang vóór hunne komst de bewoners van Croatië, Carinthië, Krain ui Illyrië reeds het ware geloof hadden aangenomen. Uit Moravië drong het christendom in Polen door, waar koning Eo-

O 7 O

leslav I het tot staatsgodsdienst verhief. Verschillende andere vorsten maakten zich zeer verdienstelijk door invoering of verspreiding der waarheid. Zoo keizer Otto by de Wenden, tusschen Haale en Oder gevestigd; zoo quot;« de H. koning Wenceslav (93G) van Bohemen; zoo de

H. Sïkphanüs , koning van Hongarije (1000); zoo de grootvorstin Olga en haar kleinzoon Wladimir de Groote (988) bij de Russen. Uit onberaden ijver beging deze echter de fout, zijnen onderdanen geen vrijheid van keus te laten. De Kerk vraagt overtuiging en dwingt nooit.

volken.

§ 22.

De Scheuring der Grieksche Kerk.

De dwaalleeringen der Adoptianen in Spanje, (die met Nestorius twee personen in Christus aannamen), van Gottschalk, monnik van Fulda, over de voorbeschikking; en van Berengarius van Tours, die de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament loochende, zijn de eenige ketterijen in dit tijdvak. Doch in het Oosten leed de Kerk een allersmartelijkst verlies.

In 858 verhief de schaamtelooze tyran Michael III

en der

Slavisehe

4-

ocr page 74

ö4

een leek, den slnwen valschhartigen hoveling Photius,

1 o o

tot patriarch van Constantinopel. Paus Nicolaus I sloeg den indringeling met den ban. In plaats van zich te onderwerpen, loochende nu Photius het primaatschap des Pausen en sleepte het ijdele, zwakke volk in de scheuring mede. Dit duurde echter niet lang. Na Michaels

o o

dood herstelde keizer Basilius de vereeniging met Rome,

o o '

en het achtste ahjetneme Concilia te Constantinopel, (8G9), erkende uitdrukkelyk 's Pausen primaatschap.

Onder de nietige voorwendsels, dat de Westersche priesters geen baard droegen, in den Vasten geen alleluia zon-

O O ' O

gen e. a. hernieuwde de patriarch Michael Cekulaiuus in 1054 de kerkscheuring, die tot op den huldigen dag de groote helft der Grieksche geloovigen van de gemeenschap met Rome verwijderd houdt. Die gemeenschap werd nogmaals, doch voor korten tijd, op de kerkvergadering van Florence in 1439 hersteld. De aan den Paus onderdanigen heeten geünieerde of vereenigde Grieken.

§ 23.

B.

Kerkelijke inrichtingen en toestanden.

a) Sedert het midden der negende eeuw -werden de Keus der bisschoppen niet meer zooals voorheen door de priesters en het volk, maar door de kanunniken der hoofdkerken; Bisschoppen (Je Pausen sedert 1059 door het college der kardinalen gekozen.

Het dekreet van Nicolaus 11 bevatte hoofdzakelijk: 1°) Na 's Pausen dood moeten de zeven kardinaal-bisschoppen zorg-der vuldig de pauskeuze voorbereiden en eene candidaten-lijst opstellen. (vTractatioquot;). 2°) Deze lijst wordt aan het geheele college, dat de Delectioquot; doen moet, voorgelegd. Het college Pausen. is echter niet tot die lijst beperkt. De candidaat zal, zoo daar een geschikt persoon voorhanden is, uit de geestelijkheid dei-Kerk van Rome genomen worden. 3°} De geestelijkheid en

ocr page 75

G5

liet volk van Rome zullen, na volbrachte keuze, hunne toestemming geven, zonder dat echter deze een wezenlijk ver-eischte zij. 'i0) Den Duitschen koning of keizer wordt, als feitelijken beschormcr der pauskeuze en beschermer of »pa-triciusquot; der Kerk, het recht van toestemming verleend. Uij,

de Keizer, heeft het recht te beslissen of de kous werkelijk vrij en geldig heeft plaats gehad. Blijkt dit, volgens grondig aangegeven feiten niet het geval geweest te zijn, dan moet hij eene nieuwe, werkelijk vrije keus doen plaats hebben. Anders moet hij de keus aannemen. 5°) Uit dank voor de bescherming der pauskeuze wordt tevens den Keizer het hooge eererecht toegestaan van persoonlijk, of door een gevolmachtigde bij de wijding des nieuwen Pausen tegenwoordig te zijn.

b) Vele kloosters waren door de invallen der Noormannen, Hongaren en Sarraceenen te gronde gericht. In

vele andere was Je strenge tucht allengs verslapt. De 0r(le monniken van het in 910 door Willem van Aquitanië van gestichte klooster van Cluny bij Besamjon herstelden echter Cluny. onder de abten Berno, S' Odo en S' Odilo schier overal de kloostertucht en verwierven zich voor Kerk en maatschappij onschatbare verdiensten. Cluny werd een tweede Monte Cassino.

De II. Odilo voerde, om de bloedige veeten tusschen Godsvrede, edellieden te verminderen, in 1043 den godsvrede of io43' gt;treuya Deiquot; in, waardoor, op straffe van ban, de strijd tusschen bijzondere personen, van Woensdagavond tot Maandagmorgen, van den Advent tot Driekoningen en

O O 7 O

van Aschwoensdag tot het feest der H. Drievuldigheid verboden werd. Zeer heilzaam, vooral voor Italië, werkte ook de orde der Camaldulen, in 1023 door den H. Ko-mualdus gesticht. In het algemeen genoten de kloosters

O O O

in dit tijdvak groote privilegies, o. a. vrije keus dei-abten en beschikking over hunne tijdelijke goederen.

c) Het kostte veel tijd en moeite de pas bekeerde barbaarsche volken naar de leer van ootmoed, zuiverheid en naastenliefde te plooien. Ook vindt men nog dikwerf naast schitterende christelijke beschaving groote ruwheid

Kerk. Gesch. 5

ocr page 76

C6

van zeden: naast een overgroot aantal heilio-en schier

7 O O

heidensche bedorvenheid ; naast een vurig geloof, het vroe-

O O 7

ger, vóór hunne bekeering, zoo diep ingekankerde bijgeloofquot;. Bijgeloof? Het ongeloof is de moeder des bijgeloofs. De godsdienst der ongeloovigen was en is slechts bijgeloof. Ondanks de onophoudelijke en hardnekkige bestrijding van het bijgeloof door de Kerk op de conciliën van Arles 452, van Orleans 511, van Leptine 743 en vele anderen ; ondanks de strenge capitulariën van Karei den Grooten tegen dit ingeworteld misbruik bleef het bijgeloof hoewel verzwakt in de Middeleeuwen bestaan, en bestaat lieden nog, niet het minst in de verlichte (?) moderne steden. Ordaliën Zeer verspreid waren in 't bijzonder de ordaliën of godsoordeelen door vuurproef, waterproef, gerechtelijk tweegevecht enz. tot bewijs van schuld of onschuld. Hiertegen hebben de Pausen zich meermalen met kracht verzet. Zoo verboden o. a. Nicolaus I het gerechtelijk tweegevecht (8G7), Stephanus V de ijzerproef, Alexander II en Lucius III de waterproef, zonder evenwel het euvel overal te kunnen uitroeien.

Strijd Tegen alle barbaarsche gebruiken trad de Kerk te velde.

De heidensche aloude slavernij bestond niet meer in tegen christen rijken. Doch als eene teedere moeder verbeterde de Kerk ook het lot der lijfeigenen door den machtigen naastenliefde, den zwakken christelijk geduld en hoop andere mis- op een beter, eeuwig leven te prediken. Zelfs de Calvi-bruiken. nist Guizot moet bekennen dat »le développement moral et intellectuel de I'Europe a été essentiellement théolo-gique.quot; (1)

Door openbare boeten en straffen trachtte de Kerk den misdadiger tot leedwezen op te wekken en anderen een afschrik der misdaad in te boezemen. Onder deze

(i) Histoire de la civilisation en Europe,

ocr page 77

07

straffen moet vooral liet Interdict genoemd worden. Zoo iiet Interdict, vorsten zich aan grove vergrijpen schuldig maakten, bv.

door schending van de heiligheid des huwelijks, werd,

om hen te dwingen de ergernis weg te nemen, door Paus of bisschop het verbod uitgevaardigd van plechtige godsdienstoefeningen in hun landsgebied te verrichten en de H. Sacramenten, behalve in doodsgevaar, toe te dienen. De huwelijken werden dan ingezegend op het kerkhof;

de kerken mochten slechts voor boetgebeden geopend —

alleen geestelijken, bedelaars, en kinderen, later ook de kruisvaarders, op gewijden grond begraven worden. Ten o-evolsre van het Interdict werden de vorsten dik-

O o

werf door hun eigen volk tot eerbiediging der kerkelijke wetten gedwongen, en werd menige opstand des volks tegen de wettige overheid gedempt.

d) In dit tijdvak verbreidden zich bijzonder de ver- Vereering der eering der Moeder Gods en de devotie tot lafenis der H- Maagd, zielen in het Vagevuur. Peter Damiani vervaardigde de getijden der H. Maagd; en de lofzangen »Salve Regina,

Ave maris stellaquot; en »Alma Redemptoris materquot; dag-teekenen van dien tijd. Allerzielendarj werd quot;t eerst in Allerzielendag. 908 te Cluny gevierd. De wetenschap kon wijzen op \Velen. groote namen als Petrus van Pisa, Paulus de Diaken, schappen Rabanus Maurus, abt van Fulda, Strabo, abt van Reichenau, de Notkers van S1 Gallen, Dunstan in Engeland, de en wijsgeeren Scotus Erigena, Alcuinus, Lanfrancus, de ^ ^ dichters Otfridus, (Evangeliën harmonie), den onbekenden dichter van den Heliand en de dichteres Ibroswitha. (1) De Byzantijnsche bouwstijl maakte plaats voor den Romaanschen. Guido van Arezzo verwierf zich groote verdiensten voor de muziek, door de invoering der vaste toonladders.

1

Zie hierover P. Alberdingk Thijm's „Karei de Grootequot;.

ocr page 78

VIERDE TIJDVAK

Van Gregorius VII tot Bonifacius VIII 1073-1294.

§ 24.

Gregorius VII en de Investituurstrijd.

a) De op bladzijde 61 geschetste grondbeginselen der Middeleeuwen kwamen in dit tijdvak, vooral na den investituurstrijd, langzamerhand in toepassing.

Werd de pauskeuze in het begin der tiende eeuw een tijd lang door de woelingen van adellijke partijen in Rome, die meer dan eens onwaardigen tot Paus verhieven, belemmerd; later geraakte zy te zeer onder den invloed der keizers, die zich niet zelden het recht aanmatigden haar van hunne goedkeuring afhankelijk te maken. Tevens was in verschillende landen het misbruik ingeslopen, dat de vorsten bisschoppen aanstelden en hun de investituur van het wereldlijk gebied des bisdoms gaven met staf en ring, die het herdersambt en den huwelijksband des bisschops met zijne Kerk verbeelden.

Vele onwaardige hovelingen werden op zulke wijze door keizer Hendrik IV benoemd, ja, deze vorst schaamde zich niet de bisdommen door een jood den meestbiedenden te doen verkoopen. Het kon niet anders, of de slechte voorbeelden van zulke onwaardige kerkvoogden door simonie, zonder roeping, in het heiligdom binnen-o-edrongen, moesten een uiterst verderfelijken invloed op hunne onderhoorige geestelijkheid uitoefenen, en aan allerhande misbruiken, o. a. aan de schending van het celi-

ocr page 79

baat, een ruim veld openen. Deze misbruiken nu te verwijderen, de keuze der Pausen en bisschoppen van het wereldlijk gezag onafhankelijk te maken, het wereldlijk gezag aan dat der Pausen in alles wat het heil der zielen betreft, te onderwerpen, dit was het grootsche plan, dat door den monnik Hildebrand in zijne cel te Cluny was beraamd, en als Paus Giiegoriüs VII, door hem met al de kracht van zijn buitengewone gaven en standvastigen ijver werd verwezenlijkt.

Ij) De Investitduksxrijd. Nauwelijks had Gregorius VII,

die de vertrouwde raadsman van vijf Pausen geweest was, den stoel van S1 Petrus beklommen, of hij 1°) vermaande vaderlijk doch ernstig den lichtzinnigen Hendrik IV tot beterschap; 2quot;) hernieuwde tegen simonische en losbandige priesters de oude wetten, waardoor hun elke kerkelijke bediening verboden werd, en 3quot;) verbood tevens het christen volk aan kerkelijke verrichtingen van Gregorius zulke priesters deel te nemen. Ondanks den laster tegen maatregelen, den Paus en zijne getrouwen uitgestrooid, de bedreigingen des keizers en hevigen tegenstand der slechte bis-

o o o

schoppen 4quot;) verbood Gregorius het verlei van bisdommen aan leeken; 5quot;) sloeg Hendriks raadslieden in den ban en dagvaardde hem zei ven ter verantwoording naar Rome.

Hendrik beantwoordde deze dagvaarding door een schaam-teloozen brief »aan Hildebrand, den valschen monnikquot;,

en de samenroeping eener vergadering van wederrechtelijk aangestelde bisschoppen te Worms, die tot de afzetting des Pausen besloten. G') Nu trof ook hem de

o /

ban, waardoor hij, volgens het Germaansch publiek recht,

niet afgezet, maar onbevoegd werd zijn vorstelijk ambt uit te oefenen. Duitschlands vorsten, wegens Hendriks wangedrag en de willekeurige onderdrukking der Saksen verbitterd, verklaarden op een vergadering te Tribur in Hessen (1076) tot de keuze van een nieuwen koning te

ocr page 80

70

zullen overgaan, zoo Hendrik niet in den loop des jaars van den ban ontslagen werd — een plan, slechts door de gezanten van den grootmoedigen Paus verhinderd. Op dezer verlangen nl. werd besloten, dat op een rijksdag te Augsburg (2 Februari 1077) in tegenwoordigheid des Pausen over Hendriks lot zou worden beslist. De keizer wachtte echter den rijksdag niet at'. Midden in den winter 1077 begaf hij zich, van Gregorius edelmoedigheid overtuigd, over den berg Cenis naar Canossa, waarheen deze, op reis naar Augsburg, zich reeds begeven had. (1) Blootshoofds, barrevoets, in een boetekleed gehuld smeekte Hendrik drie dagen lang om bij den Paus toegelaten en van den ban ontslagen te worden. Deze, door 's Keizers rouwmoedigheid en belofte van beterschap vermurwd, hief, ondanks de overeenkomst met de vorsten te Tribur, den ban op, (2) doch vergde dat Hendrik IV Hendrik zich bij eede zou verplichten, vóór den te beroepen rijksdag geene regeeringsdaad te stellen, en zich, te na vrije verdediging van zijn gedrag, aan 's Pausen uitspraak te onderwerpen. Nauwelijks echter had de Canossa. wankelmoedige (huichelende?) vorst Canossa verlaten, of hij omgaf zich weer van zijn snoode gezellen, belette het verder reizen zijns weldoeners, en ging met het ver-koopen van bisdommen en 't kwellen der Saksen voort. Noffmaals trof hem de ban; en de Duitsche vorsten ko-

O '

zen nu Rudolf van Zwaben tot koning (1077).

(1) Zie hierover de Historisch-Politische ülatter 1S84 bd. 94 bl. 381 en volg.

(2) „Dcnique ir.stantia compunctionis ejus et tanta omnium qui ibi aderant supplicatione devieti, tandem eum, relaxato anathematis vinculo , in communionis gratiam et sinum sanctse matris ecclesias recepi-mus; acceptis ab eo securitatibus, quae inferius scripts; sunt.quot; (Jaffé,

1-257).

Het door Lambert van Schaffenburg verhaalde godsoordeel der H. Communie is eene fabel.

ocr page 81

71

Gregorius' gevoelen, dat de Paus rechter is tusschen vorsten en volken, en voor den vrede en het geluk der Christenheid zorg moet dragen, was, zooals reeds gezegd is, in dien tijd algemeen. Ook Suarez, Bellarminus en andere degelijke schrijvers kennen den Paus eene zijdelingsche macht op het Rechts-gezag der vorsten toe, do macht namelijk van de bevoegd- quaestie. heid der vorsten te beperken, en hun zelfs de kroon te ontnemen, zoo hun bestuur rechtstreeks het zielenheil hunner onderdanen tegenwerkt. De meeste vorsten van Duitschland hadden Hendriks afzetting van den Paus gevraagd, en volgons het publiek recht van dien tijd, waren do belijdenis van het Katholiek geloof en de onderwerping aan de Kerk vereischten om koning te zijn. üit werd in de Duitscl.e wetgeving (Zwabenspiegel) uitdrukkelijk erkend. Hendrik IV beklaagde zich dan ook niet over een misbruik van recht, maar ontkende rondweg dat Gregorius wettige Paus was. »De vierschaar des Pausen, zegt de Protestant Leibnitz, boven do vorsten verheven, om hun den weg te wijzen en ze te oor-deelen, zou bij ons de gouden eeuw terugvoeren.quot; (1)

Na Rudolfs nederlaag en dood in den slag aan den Elster 1080 kende Hendriks wraakzucht geen palen meer.

Hij deed daar zijne aanliangers den geëxcoramuniceerden bisschop van Ravenna tot tegen-paus uitroepen, hield Gregorius gedurende vier zomers (1081 — 1084 op den

O O

Engelenburg ingesloten, stak de S' Pieterskerk in brand,

doch werd door het aanrukken van 's Pausen leenman,

Robert Guiscard van Apulië, uit de eeuwige stad verdreven. Na Roberts vertrek ontstonden hier woelingen, die Gregorius dwongen zich naar Öalerno te begeven, waar

(i) De Protestantsche geschiedschrijver Leo zegt: „Wenn der Clanz des Kaiserthums unter Ileinrich IV, der übrigens nicht einmal Kaiser war, erblasste, so geschah dies nicht durch die Busse des Königs, sondern durch seine Krevel und Schandthaten, die ihn nach Canossa geführt, und durch die Treulosigkeit, mit welcher er seine dort gege-bene eidlichen Versprechungen brach. Ilatte Heinrich in Canossa unter der Dornenkrone , die er sich selbst aufsetzte, wirklich sich innerlich umgewandelt, dann würde er auch in der Gcschichte heute in einem unvergleichlichen Glanze dastehen. Da aber diese Dornenkrone nur ein Stuck Susserer Garderobe war .... wollen wir uns an Gottes Gcrech-tigkeit freuen, die einen innerlich verkommenen Menschen zu erreichen wusste, obwohl er aüsserlich ein König und Königskind war.quot;

ocr page 82

72

Gregorius' hij in 1085 stierf. »Ik heb de gereclitigheid bemind, dood 1085. daarom sterf ik in ballingschapquot;, deze waren de laatste woorden van den grooten kerkvoogd, in wien zich verheven deugd aan heldenmoed, zachtzinnigheid aan stalen standvastigheid, een scherpe staatsmansblik aan profe-tenijver paarde. »Der waffenlose Sieg des Mönches hat mchr anrecht auf die Bcwundernng der Welt, als alle Siege eines Alexander, Casar oder Napoleon.quot; (1) Hendrik IV, door zijn eigene zonen vervolgd en door schier alle zijne aanhangers verlaten, stierf met den ban beladen, in 1106.

Voortzetting Zijn opvolger Hendrik V, niet minder slecht van karakter dan zijn vader, zette den investituurstrijd voort, wierp van Paus Paschalis II in den kerker, dwong hem tot het verdrag van Ponte Mommolo (1111) waardoor deze zich

Investituur- tiii i • .., , ..

verplichtte de investituur der vrij gekozen bisschoppen,

strijd. vóór hunne wijding, den koning toe te staan, en hem wegens het voorgevallene nimmer te zullen exconimuni-ceeren. Uit de gevangenschap verlost, herriep Paschalis de hem afgeperste verklaringen. De Pausen Gelasius II en Calixtus II hernieuwden den banvloek van Gresorius VII tegen de keizerlijke investituur, en daar Hendrik V, wegens de ontevredenheid der rijksvorsten, het lot zijns vaders Concordaat , ^ T

van Worms, vreesde' sloot hlJ m 1122 met Calixtus II het vermaarde

1122. ' Concohdaat van Woems, waarin bepaald werd: de keizer ziet van de investituur met ring en staf af en zal slechts voor het wereldlijk gebied den leeneed der bisschoppen ontvangen, nadat dezen op canonieke wijze zullen gekozen zijn. Hendrik V stierf kinderloos in 1125. Het Concilie van Lateranen, 't negende algemeene, (1123) bekrachtigde het Wormser verdrao-,

o o

(I) Gregorovius' Geschichte der stadt Rom, IV— 19s. Zie over de laatste jaren van Gregorius: les Questions historiques XXXVIII — 5 en volg.

ocr page 83

73

Een dergelijke investituurstrijd ontstond in Engeland investituuronder koning Hendrik I (1100 —1135), waarin zich de strijd m aartsbisschop Anskljlus van Kantelberg onderscheidde, Enge'anc'quot; strijd door het verdrag van Bcc in Normandië ten gunste der Kerk beslecht; en onder Hendrik II, die, na den moord door vier edellieden op Thomas Beckbt, aartsbisschop van Kantelberg, gepleegd, in het openbaaar boete deed. (1170).

In Duitschland brak opnieuw een hevige strijd uit, 4 toen keizer Frederik I of Barbarossa, de leus huldigend »'s vorsten wil is recht en wetquot;, het absoluut vorstengezag zoowel over Kerk als staat wilde doen zegevieren. Hij verrijkt zich met kerkelijk goed, schendt het concordaat van Worms, neemt Rome in, doet tegen-pausen benoemen, doch moet, na den slag van Leijnano, bij het Slag van

verdrag van Venetië, het gedane onrecht herstellen. Dat Legnano'

.. . 0 1176.

zijn groote en edelmoedige tegenstander Paus Alexander

III hem den voet op den nek zou geplaatst hebben, is

eene fabel. F.rederiks zoon, Hendrik VI, een wellustige

en wreede dwingeland, volgde de willekeur, niet de

boetvaardigheid zijns vaders na.

§ 2(3.

Innocentius l!l. Gouden esuw der Kerk.

Zooals het goud in den kroes zijn zuiveren glans verkrijgt, zoo schittert de innerlijke glans der Kerk meer dan ooit te midden der vervolging.

O O

Tot het glanspunt van uiterlijken bloei, het glanspunt der Middeleeuwen zijn wij genaderd, tot de regeering van Innocextics IH (1198 — 121(3), »den godgeleerde, den wijsgeer, den redenaar, den groeten jurist, den gevoeligen dichter, den strengen asceet, den beschermer van kunsten en wetenschappen, den verdediger der

ocr page 84

74

onschuld, den vader der armen en weezen, maar bovena den waardigen stedehouder van Christus, den koning der H. Kerk, de reusachtige persoonlijkheid, die het ideaal van den waarachtigen opperpriester verwezenlijkte, die al die uitstekende hoedanigheden bezat, welke God slechts bij uitzondering in één persoon vereenigtquot;. (1) Hij beschouwde alle christen volken als ééne familie, wier vader de Paus was en verwezenlijkte het denkbeeld van Gregorius VII, dat het den Paus, als Christus' stedehouder op aarde, boven vorsten en volken geplaatst, toekomt als rechter in de twisten tusscheu vorsten onderling of tusschen volken en vorsten op te treden, en de regeerders te bestraffen, die, de rechten hunner onderdanen miskennend, het heil der zielen in gevaar brengen. Zoo dwong hij Philips August van Frankrijk zijne rechtmatige gemalin Ingeborga van Denemarken terug te nemen, Alfonsus II van Leon het onwettig huwelijk met zijne nicht te breken, den woordschender en kerkvervolger Jan Zonder Land den schepter neer te leggen; stichtte vrede tusschen Hendrik Lascaris van Constantinopel en den Bulgarenkoning Iwanourtsch; stilde de burgertwisten in Noorwegen, Navarra, Portugal, Armenië, Schotland en Italië (2), hielp de Spanjaarden de overwinning van Navas de ïolosa (1212) op de Muzelmannen behalen; en deinsde er niet voor terug het christenleger, gedurende den vierden kruistocht, omdat het zijn gelofte schond, in den ban te slaan. Daarenboven verbood hij ten strengste de ordaliën, riep het 12'le algemeen concilie zamen, waarop besloten werd, dat ieder christen ten minste éénmaal 's jaars, tot

(1) Hurter: Geschichte Innocentius' III.

(2) Van Innocentius I f 417 tot Leo XIII (Carolinenquaestie) traden de Pausen meer dan honderdmaal als scheidsrechters op.

ocr page 85

75

de H. Sacramenten moest naderen, hervormde, op aanvraag van den H. Lodewijk de rechtbanken der Inquisitie,

en gaf zijne goedkeuring aan de nieuw opgerichte kloosterorden der Franciscanen en Dominicanen.

Van nu af tot Bonifacius VIII 1quot;) beheerscht de Paus als vaderlijk rechter de Christen maatschappij, terwijl de keizerlijke macht, tengevolge van eigen wederrechtelijke aanmatigingen hare veerkracht verliest. 2quot;) Talrijke nieuwe klooster- Bloeitijd, ordfii wedijveren met de oudere in deugd en wetenschap.

3quot;) Door de werking en onder de hoede der Pausen ontstaan een groot aantal universiteiten, bloeien scholastieke godge-leerdheid, wijsbegeerte, mystiek, rechtswetenschap, kunst en nationale poëzie, alle , even als het gansche volksleven door het (jcloof bezield. 4quot;) Burgerij, priester- en ridderschap wedijveren naast en met elkander voor godsdienst en ware vrijheid (i), en de Westersche volken, reeds eenc familie dooiden band des geloofs, zien wij in wapenbroederschap, twee eeuwen lang, de grootmoedigste heldentochten ondernemen,

waarvan de geschiedenis des menschdoms gewaagt. — Doch ook deze gelukkige tijd had zijne schaduwzijde.

Door de invoering 'van het leenstelsel waren de bisschoppen Schaduwzij, sedert lang reeds tevens vazallen der vorsten, tot den heirhan en ander wereldlijke bezigheden genoodzaakt, zoodat zij dikwijls in zeer uitgestrekte diocesen hunne geestelijke plichten niet naar behooren konden vervullen. Daarbij kwam dat vele hunner, zooals ook kloosterabten, door den invloed hunner adellijke fatniliön, waar de oudste zoon al het onroerend goed erfde, zonder roeping hunne hooge waardigheid aanvaardden.

Vooral tegpn het einde der Middeleeuwen kwamen de slechte gevolgen dier misbruiken tot rijpheid.

In den strijd om de kroon in Duitschland, na den dood van Hendrik VI, had Innocent ius eerst Philips van Zwaben, en, toen deze vermoord was. Otto IV, echter niet zonder van hem gunstige beloften voor het welzijn der Kerk te eischen, ondersteund. Toen Otto deze beloften verbrak, werd Hendriks zoon, Frederik II, wiens

fl) „Et bientót la liljertc civile du peuple, les prerogatives de la noblesse et du clergé se trouvèrent clans un tel concert, que je ne crois pas qu'il y ait eu sur la terre de gouvernement si bien tempéréquot;. Montesquieu. Esprit des lois, Livre XI — ch. 8.

ocr page 86

76

voogdij Innocentius III op zich genomen had, met zijne goedkeuring als koning van Duitschland gehuldigd. Ook deze sluwe en ondankbare vorst, weldra de gedane beloften in den wind slaande, gaf zijnen stadhouder in het Napelsche bevel de pauselijke bezittingen van Ancona en Spoleto te bezetten, en stelde van jaar tot jaar den beloofden kruistocht uit. Met den ban beladen, begaf hij zich eindelijk in 1228 naar het H. Land, werd na zijne terugkomst te San Germano door Gregorius IX ontslagen, doch moest andermaal om zijne goddeloosheid en vijandelijkheden tegen Christus' stedehouder geëxcommuniceerd worden. Eerst op zijn sterfbed kwam hij tot inkeer. Zijn jeugdige kleinzoon Conradijn, de laatste der Hohenstaufen, werd in 1268, ondanks de tusschenkomst van Clemens IV te zijner gunste, te Nap sis onthoofd.

§ 27.

De Kruistochten. 1096—1291.

Sedert Constantijn bezochten jaarlijks scharen van pelgrims de door Christus' leven en dood geheiliquot;-de plaatsen van Palestina. Dit den christenen zoo dierbare land in het bezit van den barbaarschen Muzelman te laten, kon de diepe godsdiemtzin van het katholieke Westen niet gedoogen. Reeds Sylvester II en Gregorius VIÏ hadden pl.innen te zijn0!* bevrijding beraamd. Toen echter de Seldjoucksche Turken in 1072 Jeruzalem veroverden en de christen pelgrims gruwzaam vervolgden, vond de welsprekendheid van Peïkii den klui-Oorzaak. zenaar en Paus UiiBANDS II reeds de geloovige en krijgszuchtige harten van millioenen bereid om 1quot;) ter bevrijding van het H. Graf, 2quot;) ter bescherming der pél-Doel. grimstochten en 3 ) ter bestrijding der dreigende Sarracee-nenhorden goed en leven op te offeren. Urbanus II, wien

ocr page 87

77

Petev van Amiëns den liachelijken toestand der christenen in het Oosten en de mishandelingen der pelgrims in levendige kleuren had geschilderd, riep (1095) op de kerkvergaderingen van Piacanza en Clevnwut in Anvergne door vurige redevoeringen de geloovigen ten heiligen kriio-

o o o o o tjo

op, stelde de goederen der strijders onder de bescherming 'der Kerk, en schonk hun tevens, »mits zij uit godsvrucht en niet uit eer- of winzucht, den tocht aanvaarden, een volkomen aflaat (Ij. Onbeschrijfelijk was de geestdrift des volks. »God wil het! Naar Jeruzalem!quot; Honderdduizenden deden dezen kreet weergalmen en hechtten tot teeken hunner grootmoedige onderneming

o o o

een rood kruis op borst of schouder. (Kruisvaarders.)

l81® Kruistocht , 109G—1100. Verschillende scharen van krijgers en pelgrims kwamen op den wTeg naar Klein-Azië ellendig om het leven, eer het goed uitge-

o 7 o o

rust leger van 600,000 man, aan wier hoofd Adiiemak,

bisschop van Pay als gevolmachtigde des Pausen, en Godi'eied van Bouillon, hertog van Neder-Lotharingen e. a. stonden, in 109G de gevaarvolle reis aanvaardde.

Ook van dit leger, dat de Sarraceenen bij Dorylaeum en Antiochië versloeg, bereikten, na onzeggelijk lijden,

slechts 25,000 man in 1099 de heilige stad. Op wondervolle wijze hadden de kruisvaarders de H., lans te innemirg van Antiochië gevonden, en door de zichtbare hulp des he- Jeruzalem, mels Kerboga's drommen verslagen; aan een wonder 1099-ook was de inneming van het onneembaar gewaande,

door 50,000 Egyptenaren verdedigde Jeruzalem te danken. De vrome Godfried weigerde den koningstitel, en noemde zich »beschermer en baron van het H. Graf.quot;

Onder zijn broeder en opvolger werd in de assisen van

ocr page 88

78

Jeruzalem liet toonbeeld der feodale wetgevingen vervaardigd.

De verre afstand van Europa, het verschil van landaard enz. der bevolking van het H Land, de verraderlijke staatkunde der Byzantijnsche keizers en binnen-landsche twisten waren de hoofdoorzaken van het rassche verval des rijks, dat in de orden der hospitaal- en Tempelridders zijn krachtigsten steun vond. (zie § 28).

2J° Kkuistocht , 1147 —1149. De val van het sterke Edessa in 1144 door den emir Zknki van Aleppo veroverd, bracht het koninkrijk in groot gevaar en gaf den H. Bernardtis, abt van Clairvaux, aanleiding tot het prediken van den tweeden kruistocht, waartoe hij Lode-wijk VII van Frankrijk en keizer Koenr.vad Til wist te bewegen. Deze werd in de bergpassen van den Taurus, gene bij Laodicea verslagen, en beide vorsten, door nieuive scharen in Palestina versterkt, ondernamen tevergeefs Damascus aan den dapperen Noureddin van Aleppo te ontwringen. In dezen, zooals ook in de andere kruistochten, dekte de geestelijkheid voor een groot gedeelte de kosten der uitrusting. In 118G overwon Saxa-dijn, sultan van Egypte en Syrië, het door Guido van Lcsignan aangevoerde christen leger in den slag van

o o o

Tiberias, bemachtigde het H. Kruis, en deed 10,000 ge-Jeruza'.em ver- vangenen, die den dood boven den afval van het geloof 'ore'1 IlS7- verkozen, ombrengen. Het volgend jaar veroverde hij Jeruzalem.

3de Kruistocht, 1189— 1192. Deze treurmare ontvlamde op nieuw de geestdrift in Europa en bracht talrijke drommen van kruisvaarders op de been, aan wier hoofd keizer Frederik I, Philips August van Frankrijk en Richard Leeuwenhart van Engeland zich plaatsten. Frederik I overwon de Sarraceenen bij Ico-nium, vond echter helaas den dood in de golven van

ÉT

r

ocr page 89

79

den Saleph of Calicadnus, en zijn zoon Frederik van Zwaben kon slechts met een klein getal uitgeputte krijgers de grenzen van Palestina bereiken. Bij de verove-rincr van Ptolemaïs of Accon en de overwinning van

O O

Joppe bepaalden zich de krijgsbedrijven van Engelschen en Franschen.

De 4(i0 Kruistocht, 1199 —1204, door Innocentius III in het leven geroepen was niet gelukkiger, a) Het eerst vertrok een leger van Duitschers en Nederlanders, onder bisschop Koeniiaad van Mentz en den hertog van Limburg, behaalde eene overwinning op sultan Malek-Adhel bij Sidon, en vond later grootendeels ie Joppe den dood. b) Een ander, onder Baudewijn IX van Vlaanderen en Bonifacius van Montferrat, week van zijn doel af en werd met den ban gestraft. Het belegerde namelijk ten gunste van den negentigjarigen Doge Dandolo van Venetië de Dalmatisehe stad Zara, en vervolgens met dezen het verraderlijke Constantinopel. Hier stichtten zij een Latijwsch keizerrijk (1204 — 12G1), welks eerste vorst, de dappere Baudewijn, de Grieksche Kerk voor korten tijd weder met Rome vereenigde en daarom met zijn leger van den ban ontslagen werd.

Onder de vorige kruistochten werden de Joden om Inin woeker, overmoed, heiligschennissen en 't vermeende (?) doo-den van christen kinderen, in vele streken, hier door het volk, ginds door do vorsten, vervolgd, (i) Aan de krachtdadige bescherming van den H. Bernardus, de geestelijkheid in 't algemeen, in 't bijzonder de Pausen o. a. Innocentius IV en Paulus II, die onder zware kerkelijke straflen de mishandelingen der joden verboden, hadden dezen hunne redding te danken. Dc Joden zijn daarvoor niet dankbaar geweest.

5,Je Kruistocht, 1217—1228. Twee legers van kinderen

(i) De aanklacht van ritueele moorden werd dikwijls, niet altijd, zonder grond tegen de joden ingebracht.

Over den moord des Capucijners Thomas te Damascus in 1840 zie Mislin, 1-453. Zie verder het proces Esther Salomossy,

ocr page 90

80

(1213\ 40,000 Fransche, onder den herdersknaap Steplia-iiiis van Cloies bi] Vendóme, en 30,000 Duitsclie, onder den tien jarigen Nicolaus, richtten wel is waar niets uit tegen den Muzelman, doch wakkerden in Europa de reeds verflauwde geestdrift op nieuw aan. Aanvankelijk zegevierend, verloren Andreas 11 van Hongarije en koning J vx de Brienne van Jeruzalem e. a. een veldslag bij den berg Thabor en keerden onverrichter zake terug, b) Onder Pelagus, legaat des Pausen Honorius III, Jan van Brienne, Willem I van Holland, Walram 111 van Limburg veroverde een ander leger in 1219 Damiate iu Egypte, doch geraakte daarop in 's vijands gevangenschap. c) Keizer Feederik II kwam in 1228, met den ban beladen, in het H. Land, stelde de christenen door een verdrag met den sultan Malek-Kamel voor twaalf jaren in het bezit van het ontmantelde Jeruzalem, doch gedroeg zich als ongeloovige en moest, van het verkeer met de kruisvaarders uitgesloten, den terugtocht aanvaarden. In 1243 verwoestten ontelbare horden van Kowaresmische Turken de H. stad en vernietigden groo-tendeels in den slag van Gaza (1244j de geduchte drommen der Johannieters.

6de Kruistocht, 1248—1254. Nogmaals weerklonk 's Pausen noodkreet door Europa. Het Heilige Land was weer in 't bezit van den overmoedigen vijand. Zooveel bloed, zooveel krachtinspanning en heldenmoed vruchteloos! — De stem van Innocentius IV vond slechts weerklank in het hart van den ridderlijken H. Lodewijk IX van Frankrijk. Zooals Pelagus, wilde ook hij eerst Egypte, den sleutel van Syrië en Palestina, veroveren, doch ondervond , na twee overwinningen en de inneming van Damiate, hetzelfde lot. Te Baramoen, niet ver van Man-sourah gevangengenomen, ontsnapte hij ternauwernood met een gedeelte zijns legers aan het kromzwaard.

ocr page 91

81

7Je Kruistocht. In 1270 ondernam de held een nieuwen tocht tegen Tunis en stierf voor de muren dier stad. Zijn broeder, Karei van Anjou , voerde liet overschot des legers naar Europa terug.

De ridderorden en christenen van het H. Land, nu aan eigen krachten overgelaten, verloren de eene plaats na de andere, het laatst Accon ft oude JPtolomaii), door Malek-el-Aschraf in 1291 veroverd.

Gevolgen. Hoe grootsch, hoe nuttig, hoe dichterlijk een tafereel boden die tochten ! Niet om eer of wereldsch goed,

o 7

maar alleen door het ideale doel bezield Christus' graf te bevrijden, onder den kreet »God wil het!quot;, verlaten millioenen dapperen vaderland, familie en bezittingen, om in een afgelegen werelddeel het brandend klimaat, ziekten van alle soort en het staal van barbaarsche vijanden te trotseeren. Welk een geest van geloof en opofferende liefde! Geenen troost mocht de Heiland vinden op zijn lijdensweg. Ziet thans Godfried met zijne ijzeren strijders ter aarde uitgestrekt in tranen wegsmelten op zijn graf! O ja! Een splinter van zijn Kruis is hun meer waard dan de schitterendste koningskroon!

't Eigenlijke hoofddoel der kraistochten werd slechts voor korten tijd bereikt, doch 1quot;) het geloof der katholieke volken verlevendigd en door opoffering geadeld; 2quot;) de Kerk en het Pausdom meer vereerd dan ooit; 3 ) Europa tegen de Mohammedanen eeuwen lang beveiligd; 4quot;) de ridderschap, vooral door de stichting der geestelijke ridderorden, veredeld; niet meer uit roem- en ijverzucht maar voor een heilige zaak haar bloed vergietend; 5') 't

o o 7 7

verschil van nationaliteiten onder de algemeene kruisbanier verdwijnend; — deze waren groote, onschatbare gevolgen , waaraan zij, de ootmoedige martelaren, wellicht niet dachten, maar het bewonderend nageslacht den tol der dankbaarheid betaalde, 6 ) De afschaffing der lijf-Keil;. Gesch. 6

ocr page 92

82

eigenschap en de opkomst van den vrijen burger- en boerenstand, 7 ) de groot ere ontwikkeling van poëzie, genees- natuur- en aardrijkskunde en 8 ) van den handel, alsmede 9 ) de versterking van het vorstelijk gezag waren verder nog den kruistochten te danken.

§ 28.

Nieuwe Kloosterorden.

Hoe vuriger geest van geloof', des te meer monniken en priesters. Talrijk waren dan ook de kloosterorden in dit tijdvak van enthusiastiseh geloot' gesticht.

De geestelijke ridderorden, uit de ridderschap ontstaan, vormden eene samensmelting van ridder- en' kloosterleven. De ridderschap zelf' ontstond, zoo meent men, uit krijgsgebruiken der oude Germanen, o. a. militaire spelen, 't plechtig omgorden van het zwaard, enz. Ook den ridderslag vinden wij reeds onder Karei den Grooten, die den hertog der Friezen het recht toestond, door

O 7

den gehruilelijken kaakslag, zijn edelen tot milites te maken. In zijn vollen glans schittert deze schoone, dichterlijke, door het Christendom veredelde instelling reeds in de llJe eeuw.

De Van 7 tot 14 jaren was de jonge edelman page of

ridderschap, edelknaap. Hij diende van 14 tot 21 jaar als schildknaap gewoonlijk een vreemden ridder, en werd vóór een veldslag ot' een tornooi op zijn beurt door een ridder tot ridder geslagen. Na gebiecht en den nacht in godsdienst-

O O o O

oefeningen voor 't altaar doorgebracht te hebben, moest hij zweren getrouw te blijven aan godsdienst en eer, de zwakken en onschuldigen te verdedigen, en het gegeven woord heilig te bewaren.

O O

1quot;) De -1 ohannieters of Hospitaalridders: Het hospitaal van S' Joannes van Jeruzalem, in 1048 door eenige

ocr page 93

83

kooplieden uit Amalfi tev verpleging van zieke pelgrims gebouwd, stond, sinds den eersten kruistocht, onder de leiding van meestal adellijke monniken, wien de Proven-faalsche ridder Gerard regels gaf, en het dragen van een zwarten mantel met een achthoekig wit kruis op den linkerschouder voorschreef. Bij de geloften van kuischheid, gehoorzaamheid en armoede voegden de monniken, in 1118, een vierde, van te strijden tegen de ongeloovig^n en de pelgrims tegen hen te beschermen.

Paus BacQuËttlwt-i-tl.1 ^crrrde de nieuwe regels goed, en onderwierp de orde uitsluitend aan de rechtspraak van den H. Stoel. De orde, aan wier hoofd een Grootmeester met het opperbevel en het bestuur der commenden of kloostergoederen belast was. werd iu drie afdeelinoren

O O

gesplitst: de ridders voor den strijd, de priesters voor de godsdienstoefeningen en het verplegen der zieken, de dienende broeders. Door het opnemen van rijke edellieden, en nog meer door schenkingen, geraakte de oi'de in bezit van uitgestrekte landerijen en duizenden kastee-len in Europa en Palestina. Gedwongen in 1291 het H. Land te verlaten, vestigden zich de Hospitaalridders op Cyprus, veroverden in 1310 het eiland Rhodus (ridders van Rhodus) hielden hier, onder hun Grootmeester D'Aubusson, door eene vloot van Philips den Goede onder Geoifroi de Thoisi gesteund, een merkwaardig beleg tegen de Turken vol, doch moesten in 1522 capitnleeren en stad en eiland ruimen.

Karei V schonk hun toen Malta en eenige andere

-v O

kleine eilanden, waar zij zich tot 1798 staande hielden, (Maltezer ridders).

2') De Tempelieren. Hugo de Pay ens, Godfried van S1 Omer en andere Fransche ridders waren de stichters dezer ridderorde (1118). De H. Bernardus gaf hun regels, welke van de strenge Augustijner regels der Johannie-

ocr page 94

84

ters eenigszins afweken. De ligging van hun eerste klooster, naast de plaats waar eens Salomons tempel stond, deed hun den naam verwerven van Tempeliers. Een witte mantel met achthoekig rood kruis was hun kleedij, weldra door de Sarraceenen geducht. Gelijk die der Jo-hannieters stond de orde onder een Grootmeester, was in drie klassen verdeeld en aan de rechtspraak van den Paus alleen onderworpen. Uit hun laatste toevluchtsoord Accon in 1291 verjaagd, kwamen zij op hun rijke bezittingen in Europa wonen. (1)

Opheffuuj der Tempelorde, '1312: Na het vertrek der Tempeliers uit Palestina bestond het doel der inrichting niet meer. De groote rijkdommen der orde hadden verslapping van tucht, hoogmoed, geweldenarijen, geest van onafhankelijkheid, waarover Innocentius III reeds in 1218 klaagde, ja zelfs zedenbederf en ongeloof ten gevolge gehad. Philips IV, de Schoone, van Frankrijk, de voorrechten der orde, welke alleen den H. Stoel onderworpen was, miskennend, deed in 11307 alle Tempelieren in Frankrijk gevangennemen, op de folterbank brengen en 59 ridders, onder welke de grootmeester Jacob de Molay en drie andere waardigheid bek leeders, Hugo Peyraud, Geoflroi de Gonneville en Guido van Auvergne zich bevonden, op den brandstapel sterven. Nu beriep Paus Clemens V de zaak voor zijn rechtbank, deed ze, zonder loitering aan te wenden, vier jaren lang onderzoeken, en, nadat een aantal ridders aan afschuwelijke misdaden plichtig bevonden waren, hief hij 3 April 1312 op het Concilie van Vienne »per viam provisionisquot; de orde op; niet, zooals hij aanmerkte.

(l) „La chevalerie se montre digne d'admiration, surtout dans son institution militaire rellgieuse, oil elle accepte le sacrifice de toutes les affections, le renoncement a la gloire du guerrier comme au repos du moine, et charge du double fardeau de ces deux existences le même individu, en le vouant tour a tour aux perils du champ de bataille et au soulagement de la souffrance, i jeter l'épouvante dans les rangs

ennemis, et a consoler les affligés...... Le grand-maitre des hospitaliers

se faisait gloire du titre de gar dien des pauvres du Christ; celui de 1'ordre de St. Lazare (kleinere orde in Palestina) devait toujours être un lépreux. Les {ihevaliers appelaient les pauvres, nos maiires: effets admirables de la religion, qui, dans des siècles ou toute la puissance dérivait du glaive, savait humilier la valeur, et lui faire oublier eet orgueil qu'on en croit inseparable.quot; (Cantu, vert. v. Leopardi, V, 288'.

ocr page 95

85

omdat de gehcelc orde schuldig is, maar wijl zij geen doel van bestaan meer had en haar voortbestaan, om de ergernis door vele ridders gegeven, der Kerk schadelijk wezen zou. (1) 3) De Duitsche ridderorde: Het in 1128 door kooplieden van Lubeck ter verpleging van Duitsche pelgrims opgerichte Maria-liospitaal, werd door toedoen des lier-to^s Frederik van Zwaben in 1190 de bakermat der

o

Duitsche ridderorde, wier inrichting en vooi'rechten met die der twee andere orden overeenkwamen. Door hertog Koenraad van Masovië in 1228 ter hulp geroepen tegen de nos: heidensclie Pruisen, veroverden de Teutoonsche

O '

ridders in 55 jaren het land door het zwaard, door hun prediken de harten dier barbaren, en kwamen zich na Accon's val in het veroverde gebied vestigen. De grootmeester vestigde zijn zetel te Mariënburg. In de 14de eeuw was Pruisen, door toedoen dier edele ridders, reeds een der bloeiendste lauden van Europa.

»Naast deze groote ridderorden vinden we in de 12«, 13° en 14® eeuw verschillende kleinere in Italië, Duitsch-land en vooral in Spanje (orden v. Calatrava, Com-postella, S1 Michaël e. a.quot;)

4 ) De strenge Carthuizer-ovie, in 1084 door den H. Buuko van Keulen gesticht en naar het in 't dorp Chartreuse bij Grenoble gelegen moederklooster genoemd, hield zich met bidden, afschrijven van boeken, handarbeid en boete werken onledig. Hun groet luidde: »Memento mori!quot; De geleerde Dïonisius Cartusianus uit het Carthuizer-klooster van Roermond was later een der grootste sieraden der orde (f 1471).

5quot;) De Cisterciëmers ontleenden hun naam aan de abdij Oiteaux (Cistercium) bij Dyon, door den edelman

1

Zie verder hierover: Brück, bl. 456, die voor de onschuld der Tempelheeren pleit. Velen werden dan ook bij andere ridderorden ingelijfd.

ocr page 96

8G

Robert (f 1108) opgericht. Zij hadden dezelfde, doch eenigszins hervormde, regels der Benedictijnen. Een anderen edelman, den H. Bernard us, die het vermaarde klooster van Clairvau.v (Clara Vallis) bouwde, dankte de orde haar hoogsten luister.

6 ) De Norbertijnen naar hun stichter S' Noebertxis van Xanten (f 1134) of, naar hun eerste klooster Prémontré bij Laon, Premonslratensers genoemd, legden zich op de prediking, de zielzorg en studiën toe, en hebben de groote Pausen Tnnocentius III, Alexander III, Honorius 111 en Celestinus III onder hunne leden geteld.

7 ) De Carmdie.len ontvingen hun naam van het klooster, op den berg Carmel door den kruisvaarder Berthoi.d opgericht in 1156.

8 ) De Trinitariërs of »Ordo Sanctmac Trinitatis de redemptione captivorumquot; door den H. Joannes tan Matha en den prins S' Felix van Valois, neef van Philips August, in 1198 gesticht , kochten de Christen gevangenen en slaven der Sarraceenen los, en namen dikwijls zeiven de slavenboeien aan, om anderen te bevrijden en hen voor afval te behoeden.

9') Tot hetzelfde doel grondden S' Petrus Nolasctjs, Sl Raymond van Pennafort en koning Jacob van Arra-gon de orde der Nolaskers of »de mercede redemptionis captivorumquot;. (1218). Nog ontstonden de orden der »Servi B. M. Vquot;is,quot; der Eremieten van den H. Augusti-nus; de orde des Verlossers van de Zweedsche koningsdochter Brigitta; de Begijnen, de Humiliaten e. a.

Het meest verspreid en 't nuttigst waren echter zonder twijfel de twee groote, tegen de ketterijen, do weelde en hoovaardij des tijds gestichte orden der Bedelmonniken van de HH. Franciscus en Dominicus.

ocr page 97

37

§ 29.

De Franciscanen en Dominicanen,

»Een scliittrend vorstenpaar schonk zijner Kerk de Heer: Dees deelt den liefdegloed van 's Hemels Seraphijnen. In d' anderen, omstraald door 't licht der Cherubijnen, Weerkaatst zich hooger licht op 't ondermaansche weer.quot;

(Dante. Parad. XI-28.)

Twee vorsten der zielen voorzeker waren de H. Fran-ciscus en de H. Dominxccs, koninklijke zielen, die meer dan alle wereldsche vorsten voor het ware heil der volken tot stand hebben gebracht.

10°) DeH. Franciscus, zoon van een rijken koopman te Assisi, deed afstand van al zijne goederen en legde op een verlaten , stukje, gronds, Dport/ummlaquot;, kort bij Assisi, den grondslag zijner vermaarde orde. De «verheven dwaasquot; verbood niet alleen aan elk medelid, maar aan de orde zelve bet bezit van goederen, vergde dat het dagelijksch brood gebedeld, dat den overste de naam van Gardiaan, minister of dienaar, den leden die van «fratres minoresquot;. Minorieten of Minderbroeders gegeven werd. Dezelfde regels gaf Franciscus den »armen Clarissen', door de H. Claua, dochter van den graaf Sciffi, gesticht, en stelde tevens, na de goedkeuring zijner orde in 1211, de broederschap der Tertiarissen of broeders en zusters van den derden renel in, welke, door zekere gebeden en goede werken met de orde verbonden, een hoogst zegenrijken invlced op de zedelijke hervorming der maatschappij uitoefende, en nog onlangs door Leo XIII bijzonder dringend werd aanbevolen. De Seraphijn-sche liefde en vroomheid, de gloeiende zielenijver, de foedige eenvoud barer leden verschaften aan de orde der Minorieten zooveel bijval, dat zij reeds bij 't begin

ocr page 98

88

der 14de eeuw 150,000 leden telde. Zonder gevolg predikte Franciscus het Evangelie den Mohammedanen, die echter zijn heldhaftig geloof evenals dat van den H. Lo-dewijk bewonderden, en op zijn verzoek den Christen gevangenen de vrijheid schonken. De Heiland zelf drukte de teekenen zijner wonden in de ledematen van den vervoerden zanger en beoefenaar der goddelijke liefde, reeds twee jaren na zijn dood (f 122(3.) door de Kerk als heilige vereerd. (1)

11) Bijna tegelijker tijd stichtte Dominicus de Guzman van Callaroga in Castilië, die zijnen bisschop Diego van Osma ter bekeering der Albigensers naar Toulouse begeleid had, in 1215 de orde der Fratres praedicatores oï predikheeren, naar hun stichter ook Dominicanen genoemd, en schonk hun regels, deels aan die der Norbei tij-nen deels aan die der Augustijnen ontleend. Het prediken was hun voornaamste plicht. Dominicus ontving uit de hand der H. Maagd den rozenkrans, dat heerlijke gebed, hetwelk zoo vele wonderen van bekeering voortbracht, en, weldra in de gansche Christenheid verspreid, insgelijks door Paus Leo XIII in de warmste bewoordingen

O

werd aanbevolen. Evenals in de orde van Franciscus, onderscheidt men in die van Dominicus drie afdeelino-en •

O

die der mannelijke religieuzen (le orde), die der vrouwelijke religieuzen (2Ü orde), die van personen van beiderlei geslacht in de wereld (3e orde of regel). Uit de Franciscaner- en Dominicaner-kloosters sproten een overgroot aantal der geleerdste mannen, die in de Middeleeuwen schier alle leerstoelen der universiteiten bekleedden.

Missies. Niet minder onderscheidden zij zich in de missies. Alle

(il Zijne liefde tot God geeft aan zijne kinderlijk eenvoudige gedichten een bijzonderen geur. — De geheele natuur was hem onderworpen. De dieren verschenen op zijn stem om naar hem te komen luisteren. (^Zwaluw, mijne zusterquot; enz'.

ocr page 99

T

I

m

89

gevaren trotsend verkondigden zij het Evangelie in Azië, ja, zelfs den Mongoolschen Üsingis-Khans. Aan het hof van den Groot- Mongool Mangoe verbleef maanden lang de Brabantsche Franciscaan Ruisbroek. Man-goe's zoon Hulagoe zond een gezantschap aan Paus Gregorius X; en de beroemde Minoriet Joannes de Monte Corvixo (f 1330) doopte G000 ongeloovigen in Peking, bouwde er kerken en stichtte christen gemeenten, die echter met het Chineesch-Mongoolsche rijk in 1369 te gronde gingen. Niet gelukkiger waren de pogingen der Minorieten ter bestendige bekeering der Mohammedanen van Noord Afrika.

§ 30.

- Ketterijen. De Inquisitie.

In het Manichëisme en andere dwaalleeringen vervielen gedurende dit tijdvak de IValdensen, naar Petrus Waldus van Lyon, en de Katharen of reinen, naar de stad Albi in Z. Frankrijk ook Albigensers genoemd. Deze Nieuwe sektarissen, tevens politieke opstandelingen en aan on- Sekten, menschelijke wreedheden plichtig, boden met de hulp der graven van Toulouse, ofschoon door een leger van kruisvaarders onder Simon van Monti-ort te Muret in 1213 verslagen, den Franschen koningen nog hingen Slag van tijd weerstand. »Hadden zij gezegevierd, zegt Döllinger, Muret I2I3-barbaarschheid en heidendom zouden de christelijke beschaving verdrongen hebben; want zij waren de socialisten en communisten van hun tijd, en grepen huwelijk, ^ familie eu eigendom aan.quot;

De Kerk, ofschoon uit beginsel 't gebruik maken van geweld ter verspreiding des Christendoms verooi'deelend, heeft het recht en den plicht, waar zij het kan, hare geloovigen

ocr page 100

90

tegen verleiding te beschutten. (1) Tot dat doel her-vormde zij nu, in overeenkomst met de wereldlijke macht, de rechtbanken der Inquisitie of Geloofsonderzoek.

Sinds de staat een christenstaat met christelijke wetgeving geworden was, golden vergrijpen tegen den staatsgodsdienst als majesteitsschennis van God en de maatschappij tevens, en werden te recht, als andere misdaden,

opgespoord (Inquisitie) en bestraft. Aan de bisschoppen kwam het oordeel toe, of de aangeklaagde aan ketterij schuldig stond of niet. Den wereldlijken arm werd de bestraffing des hardnekkigen schuldigen overgelaten. Het decreet der kerkvergadering van Lateranen (1215), dat iederen bisschop als plicht oplegde, zelf of door een gevolmachtigde ieder jaar de ketters van zijn diocees op te sporen, was schier eene letterlijke aanhaling van den tekst der toenmalige burgerlijke wetboeken van Duitsch- ^

land. Frankrijk en Engeland. Ten tijde der Albigensers bracht echter de wettelijk bevolen Inquisitie of opsporing Oorsprong, zooveel schuldigen voor de bisschoppelijke rechtbanken,

dat eene bijzondere rechtbank, grootendeels uit geleerde kloosterlingen s amgesteld, met het opsporen en oor-deelen van ketters belast, opgericht moest worden.

Evenmin als bet decreet van 1215, baarde deze wijziging door de kerkvergadering van Toulouse bevolen,

in 1229 eenig opzien.

Na den Albigenserstrijd ware de nieuwe inrichting vervallen, hadden niet de H. Lodewijk IX van Frankrijk

(i) Overigens wat de aanstekende ziekten, die bestreden moeten worden, voor het lichaam zijn, zijn de dwaallecringen voor de maatschappij. Om hunne revolutionnaire dwaalleer te beschermen en te verspreiden hebben de Protestanten in alle landen foltering en doodstraf tegen de Katholieken aangewend. Ook keurden Luther, Melanchton en Calvijn („Jure gladii haereticos esse coërcendosquot;) de toepassing der doodstraf op ketters goed. Was het eigenlijk Protestantsche „cujus regio illius et religioquot; niet dikwijls eene verscherpte inquisitie?

ocr page 101

91

t

en andere vorsten bii den Paus op de instandhouding aangedrongen. Waar de vorsten het niet wenschten, b. v. in Engeland en Napels, werd de hervormde rechtbank niet ingevoerd. In Duitschland werd zij reeds opgeheven in 1233.

Uit de samenwerking der twee machten ontstaan,

was de Inquisitie niet eene uitsluitend geestelijke, maar tevens eene wereldlijke rechtbank. Üe geestelijke rech- inrichting, ters verklaarden, na onderzoek, den aangeklaagde schuldig of onschuldig aan verspreiding van ketterij, en bleet'

hij in het eerste geval halsstarrig, dan leverde men hem over aan den »wereldlijken armquot;, die de slraf toepaste volgens de netten das tijds; strenge straf meestal, ja dikwijls de doodstraf, zoo aan de gewone bede dei-geestelijke rechters »de selve (de wereldlijke macht) ^ met minne, also verre in ons is, biddende door de barm

hartigheid Gods, dat zij haer vonnisse over u lieden zonder pericle des doots modereerenquot;, geen gehoor werd verleend. (1)

Aan het »vemit.te gladtum in vaginarn' hebben de Pausen zich steeds herinnerd, en te Home, gedurende de middeleeuwen »het paradijs der Jodenquot; genoemd, is niemand door de Inquisitie ter dood gebracht.

Heel iets anders was de koninklijke Spcamclie Inquisitie, in 1479 door Ferdinand van Arragon ingesteld.

Eerst nadat de koning verklaard had, dat deze strengere rechtbank voor zijn door Muzelmannen en Juden hevig geschokt rijk eene noodzakelijkheid was, en geen geestelijke maar eene koninklijke instelling zou wezen, kon bij van den aanvankelijk tegenstrevenden Paus Sixtus IV de goedkeuring der benoeming van kardinaal Torqueniada

(i) Connaert, Bijdragen tot ac geschiedenis van het oude strafrecht, bl. 248—255.

ocr page 102

92

tot generaal-inquisiteur verkrijgen, üoor den koning aangesteld, benoemde de groot-inquisiteur, met goedvinden des vorsten, zijn assessoren. Behalve ketterij werd ook woeker, moord en smokkelarij door de Spaansclie inquisitie bestraft. De bisschoppen en Pausen geraakten zelve dikwijls in strijd met deze instelling, welke tevens beoogde, de absolute koningsmacht tegen de zelfstandigheid van adel en geestelijkheid uit te breiden. Ternauwernood vermocht de Paus den primaat van Toledo, Barth. van Caranza, uit de handen der Spaansclie inquisiteurs te redden, en Leo X sloeg zelfs de inqnisitoren van Toledo in den ban. De zoo enj gelasterde H. Petrus v.

O O

Arbues heeft nooit een doodvonnis geveld. (1) Van de slachtoffers der Auto da fe (actus fidei) waren 99/100 slechts tot het dragen van het Sanhenito of gezegend boetekleed gedurende de absolutie veroordeeld.

In de Nederlanden bestond de gewone kerkelijke Inquisitie tot 1523. Paus Adriaan VI benoemde een buitengewonen algemeenen inquisiteur, het volgend jaar door drie apostolische commissarissen vervangen. Door zijne strenge plakkaten scontre le faict d'hérésiequot;, vooral door het edict in 1546 te Maastricht uitgevaardigd,

D O 7

maakte Karei V de kerkelijke Inquisitie, ondanks den tegenstand der bisschoppen, schier nutteloos, en niet zelden werden zelfs zij, die hunne dwaling herriepen, volgens de plakkaten streng bestraft. Hierbij mag echter niet verzwegen worden, dat de Calvinistische propaganda hier te lande in dien tijd eene gansch politieke kleur verkregen had. Het getal slachtoffers, ongeveer 430, werd door Bor, Van Meteren en Hugo Grotius tot op meerdere duizenden vergroot.

Verloren door de Spaansclie Inquisitie in haar 850

(i) Zie Hist. Polit. Blatter 6o, bl. 854—873.

ocr page 103

93

jarig bestaan, volgens den onvertrouwbaren Llorente, den grootsten vijand dier instelling, 30,000 menschen het leven, zij behoedde de Spaansche monarchie voor het gift der dwaalleeringen en de goddienstoorlogen, welke in andere staten aan honderdduizenden het leven hebben gekost.

Wetenschap, kunst, en kerkelijk leven.

1quot;) De Wetenschap: Ten allen tijde was de Kerk de moeder der wetenschap. Haar is niet alleen de zedelijke maar ook de geestelyke beschaving van Europa te danken. Wij zagen reeds hoe zi] bezorgd was naast ieder klooster of hoofdkerk scholen te doen verrijzen; hoe reeds in de 9d0 eeuw vele abdijscholen eene groote vermaardheid verwierven. Het elfde algemeen concilie in 1179 en het twaalfde in 1215 schreven den geestelijken voor de kinderen der armen kosteloos in de christelijke leer, het lezen, schrijven en rekenen te onderwijzen. De hoogere studiën bloeiden reeds vroeg, wat ons land betreft, in de domscholen van Utrecht, waar verschillende Duitsche keizers onderricht genoten, en in de kloosterscholen van Mariëngaard by Dokkum, van Bloemhof en Aduard bij Groningen en van Klosterrath in Limburg. (1)

Uit de klooster- en domscholen ontwikkelden zich de beroemde Middeleeuwsche unioersiteiten, altijd onder bescherming, hulp en steun der Pausen, die, en door het verleenen van privilegiën en beneficiën aan leeraars en studenten en door belangrijke geldelijke bijdragen tot

Lager en

Middelbaar

onderwijs.

quot; '• 1~r-'

1

Zie hierover het groote werk van Friedr. Nettesheim: schichte des Unterrichtswesens,quot; enz.

ocr page 104

04

Universiteiten, stichting en instandhonding dier grootsche instellingen in liooge mate bijdrosgen. Haar getal bleef immer stijgen tot den tijd der Protestantsclie omwenteling; en één dier hoogescholen, bv. die van Parijs, telde meer leerlingen dan heden die van geheel Frankrijk te zamen. (1).

Niet alle vakken werden aan iedere nniversiteit onderwezen. Hier studeerde men hoofdzakelijk theologie, daar philosophie, ginds rechtsgeleerdheid, elders geneeskunde.

De eerste, de koningin der wetenschappen, bereikte het toppunt van bloei. Vooral twee theologische richtingen verwierven een onsterfelijken naam, de mystiek en de Scholastiek, scholastiek. Deze, de leerwijze van Aristoteles volgende,

tracht door streng logische indeeling en redeneering de geloofswaarheden zooveel mogelijk te verklaren en te bewijzen. Gene zoekt door overweging zich in God en Mystiek, de eeuwige waarheden te verdiepen , maar heeft daarbij minder verlichting des verstands dan ontvlamming des

O O

harten in Gods liefde ten doel. Gelijk men ziet, gaan quot;quot;

beide richtingen hand aan hand, steunen en volmaken zij elkander en men vindt ze dan ook bij de grootste theologische genieën van dien tijd — tevens groote heiligen — in de heerlijkste harmonie vereenigd. Tegen het einde der Middeleeuwen ontaardde scholastiek soms in spitsvondigheden, en mystiek in geestdrijverij.

Ofschoon vroeger de H. Augustinus en tegen het einde der llde eeuw Lanfkancus, aartsbisschop van Kantelberg, zich in de bespiegelende godgeleerdheid groeten naam verwierven , moet Lanfrancus' leerling en opvolger S' Anselmos van Aosta (f 1109) als de eigenlijke grondlegger der scholastiek beschouwd worden. Hij en na hem eene ontelbare schaar van geleerden irino-en

O O O

■--J'

(l ) In 1340 telde Oxford 30,000, en Praag in 1408 meer dan 36,000 Studenten.

ocr page 105

95

uit van het eenig ware beginsel; »Fahs quaerit intellec-tutn' of »credo ut intelligamquot; = »cloor het geloof tot de wetenschapquot; (des geloofs).

Eene uitzondering maakte de beruchte Parijzer leeraar Petrus Abei.aedus, die, van den twijfel uitgaande, in verscheidene, door S1 Bernardus weerlegde dwaalleerin-gen verviel, later echter tot inkeer kwam (f 1142).

Na Anselmus schitterden vooral in de scholastieke wijsbegeerte en godgeleerdheid: Petuus Lombaudus, «Magister sententiarumquot; f 11(34; de Franciscanen A i.kxax-

o 1

der van Hales; de H. Bonaventuiia, »Dr Seraphicusquot;;

Rogerus Baco, »Dl' Mirabilisquot;, die, behalve in de wijsbegeerte , het betrekkelijk zeer ver bracht in wis- en natuurkunde; Dons Scott, »D'- Subtilisquot;, in vele punten de tegenstander van S' Thomas; de Dominicanen Vin-cextius van He au v ais , schrijver eener encyclopedie van alle toenmaals bekende wetenschappen; Albertüs Magnus, groot wijsgeer en natuurkandige f 1280; Albertus'

leerling Sl Thomas van Aquino »Dr Angelicusquot; en de Cisterciënser S1 Bernardus »0'' Mellifluusquot;.

Onder dezen verdienen bijzonder vermelding de kerkleeraren ;

1quot;) S' Anselmus van Kantelberg door zijn strijd voor de vrijheid der Kerk van Engeland en zijne philoso-phisch-theologische werken beroemd, öi^

2quot;) De H. Bernardus, abt van Claimuix, f 1153, de eenvoudige, afgevasle monnik, die heel Europa door ■ /.. fquot;-***-zijne glansrijke redevoeringen met nieuwen ijver voor de ■. gt;gt;/-

kruistochten bezielt, de vredenstichter tusschen vorsten en volken, de raadsman der Pausen, die de geheele Kerk uit zijn klooster helpt besturen, de geduchte bestrijder der ketterijen, de meester der mystiek (»Bernarde ad quid venisti?quot;), die met bespiegeling overweging paart, de gloedvolle dichter (»Jesu dnlcis memoriaquot;) de groote

' ' ........

' ■aiF

ocr page 106

9(3

wonderdoener, die zi]n stempel afdrukt op geheel zijn eeuw.

Zijne beroemdste volgelingen in de mystiek waren in de 42''quot; eeuw Hugo en Richard van S' Victor, in de 'l;5« S1 Bo-naventura (-j- 1274), in de I4,le Joannes Taulcr, »0' Sublimisquot;, Joannes Gerson van Parijs, Joannes Ruysbroek van Groenen-daal bij Brussel, in de I5,,e de invloedrijkste van allen, de Nederlandsche Thomas a Kempis, wiens ygt;Xavolghirj van Christusquot;, na den bijbel, het meest verspreide en 't meest stichtende werk der wereld is se worden.

3°) De H. Thomas van Aquino te Rocca Sicca bij Napels geboren (1225 — 1274), trad, ondanks de tegenkantingen zijner familie in de orde der Dominicanen, studeerde onder Albertus Magnus te Keulen en trad zelf als leeraar op te Keulen, Parijs, Rome en Napels. Vroom, engelrein, kinderlijk eenvoudig weigerde hij alle waardigheden, en bleef diep ootmoedig terwijl zijn woord als eene orakeltaal door de geheele beschaafde wereld ging. Hij, de grootste der geleerden, de koning der Theologie, leerde, zoo zegt hij zelf, het meest in 't gebed voor zijn kruisbeeld. Zijne scliriftpn munten uit door rijkdom van gedachten, diepzinnigheid en klaarheid tevens. Zijne waarlijk «engelachtigequot; leer, vooral te putten uit de beide hoofdwerken, de »Summa theologicaquot; en »Summa contra gentiles'''' waarin hij de wetenschap van Aristoteles met die der Kerkvaders (Augustinus), tot één nieuw, alomvattend geheel weet samen te stellen tot verdediging en verklaring der katholieke waarheid, werd herhaaldelijk door conciliën en Pausen, het laatst door den thans luisterrijk regeerenden Leo XIII dringend aanbevolen. (1) Hij stierf op weg naar het Concilie van Lyon, te Fossa Nuova.

1

Van hem zeide Paus Joannes XXII; „Ipse Slus Thomas plus üluminavit ecclesiam quam o.nnes alii doctores; in cujus libris plus proficit homo uno anno, quam in aliorum doctrina toto tempore vitïe su£equot;.

ocr page 107

97

Thomas' aanhangers, de T hom is ten, en dezer tegenstanders Van af de Scotisten bestreden elkander geruirnen tijd over verschil- Thomas, lende leerraeeningen. Ook over het staatsgezag »de regimine principumquot;, schreef Thomas een vermaard werk; en toonde door zijne verhevene, indrukwekkende hymnen »Lauda Sion Salvatoremquot; — »Paiige linguaquot; — »Adoro te devotequot; —

»Sacris solemniisquot; — »Verbum supernumquot; dat de Christelijke geheimen een onuitputtelijke bron zijn, niet slechts van de diepzinnigste beschouwing, maar ook van de innigste gevoelens van liefde en godsvrucht voor alle geloovigen. (1)

Dit bewees nog beter de dichter bij uitnemendheid dei-middeleeuwen, de geniale dante (-j- 1321) die, vooral S' Thomas volgend, in zijne »Divina ccmmediaquot; als eene dichterlijke ))Summaquot; der middeleeuwsche wijsbegeerte en godgeleerdheid naliet.

4°) S1 Bonaventura, die als generaal der Franciscanen, kardinaal, en vooral door ziine talrijke pliilosophi-sche en theologische en in 't bijzonder mystieke werken oneindig veel goeds tot stand bracht. Hy stierf op het Concilie van Lyon, 1274.

2°) De kunst: Behalve bovengenoemde lofzangen verdienen noff vermelding liet indrukwekkende »Dies Iraequot;

o o

van Thomas van Celano, het roerende »Stabat mater'' van Jacopone di Todi, liet gt; Veni Creatorquot;, vele latijn-sche liedereu van S' Franciscus en zijne leerlingen,

andere, door volksdichters in hunne moedertalen vervaardigd; en naast Dante's verheven meesterwerk vinden wij nog liet beroemde Chanson de Roland, het Niebelunlt;jeri-lied, de Goedroen, den Parcival van Wolfram van Eschen-bach en meer andere voortreffelijke epische gedichten.

De bouwkunde ontwikkelde zich meer en meer. Na den Romaanschen stijl schept het Middeleeuwsch genie den meer symbolischen en zoo bijzonder voor christen

1

Ook Thomas logenstraft het purlteinsche gezegde van den Fran-schen criticus: „De la foi d'un Chrétien les mystères terribles d'orne-ments égayés ne sont point susceptiblesquot;. Daarentegen zegt J. de Maistre even geestig als waar „La confession d' Augsbourg ne se chante pasquot;. Kerk. Gesch. 7

ocr page 108

98

kerken geëigenden Gothischen of spitsbogenstijl. De slanke vorm van het Gothiscli kerkgebouw niet zijne hooge gewelven en torens, met al zijne hemelwaarts strevende lijnen, met heerlijke versiering en beeldhouwwerk , die aan het geheel het uitzicht van een steenen kantwerk geven, het echt christelijk karakter van den Gothischen stijl — dit alles deed hem eeuwen lang een onbetwisten voorrang behouden, en, al weri hij ook voor eenigeu tijd door den herleefden zin voor de kunstwerken van het heidensch Griekenland en Rome verdrongen , in den loop onzer eeuw weder tot zijn recht komen. Hoofdgewrochten der Gothiek zijn: de hoofdkerken van Parijs, Eeims, Amiens, Straatsburg, Weenen, 's Hertogenbosch, Antwerpen, Milaan, de S' Chapelle te Parijs, en de grootsche, in 1248 begonnen en thans eerst voltooide dom van Keulen. In de miniatuur, in de illustratie of verluchting der keurige handschriften, in de glasschilderkunst, de goud- en wapensmederij, het stikken en borduren van prachtige kerkgewaden zijn de voortbrengselen der Middeleeuwen niet overtroffen, zelden geëvenaard geworden. De beroemdste schilders der Middeleeuwsche school waren Fra Angelico, Fra Barto-lomeo. Hans Memlinc en Giotto, die onvergankelijke meesterstukken leverden.

3') Kerkelijk leven: Het breviergebed voor de geestelijken werd eerst in 1300 algemeen ingevoerd. Bij de leeken waren armen- of prentenbijbels op groote schaal verspreid. Tot stof van tooneelstukken dienden uitsluitend het Oude en 't Nieuwe Testament, vooral het lijden des Zaligmakers (Mysterie-Passiespelen). Druk bezocht waren de bedevaartplaatsen, in 't bijzonder die van Jeruzalem , Rome en Santiago di Compostella in Spanje.

ocr page 109

VIJFDE TIJDVAK.

§ 32.

Van Bonifacius VUlI tot het Proieatantisma, 1294—1517.

Met Bonifacius VIII (1294 —1303) eindigt het bloeitijdperk der Middeleeuwen. Met evenveel moed en beleid als Gregorius VII, doch met minder gevolg, trad hij voor de rechten der Kerk tegen de vorsten op. Zijn strijd met den sluwen, booshartigen koning Philips IV van Frankrijk, en de kort daarop volgende «Babylonische gevangenschapquot; der Pausen te Avignon brachten aan het pauselijk gezag in Europa zware slagen toe. Toen Philips IV »de Schoonequot; zich wederrechtelijk van kerkelijk goed meester maakte, beklaagde Bonifacius zich hierover in de bulle »Clericis laïcisquot; en verdedigde krachtdadig de immuniteit der geestelijkheid. In plaats van het gedane onrecht te herstellen deed de koninpc

O O

's Pausen legaat, Bernard de Saisset, in hechtenis nemen, ja dreef weldra de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij een nieuwe pausel^ke bulle verbranden, een valsche door zijn kanselier Pieter Flolte opstellen en den edel-moedigen kerkvoogd door de gewetenlooze hovelingen Willem van Nogaret en Willem du Plesis van ketterij en simonie beschuldigen deed. Alvorens hem »nomina-timquot; te excommuuiceeren trachtte de Paus door de beroemde bulle »Unam Sanctamquot;, waarin de verhouding tusschen geestelijke en wereldlijke macht in 't algemeen gekenschetst, en de verplichting der onderwerping van ieder Christen zonder onderscheid aan den Paus dogmatisch uitgesproken wordt, den koning tot inkeer te

ocr page 110

100

brengen. Deze gelastte echter Willem van Nogaret en Jacob Sciarra Colonna den helJhaftigen grijsaard in zijn paleis te Anagni verradelijk gevangen te nemen.

»Ik zie de lelievaan, Anagni, op uw slot;

Den Paus gevangene; in Christus' plaatsbekleeder Den Christus zelf verwond; door beulen zie'k hem weder.

En tusschen moordenaars ten doode toe bespot.quot;

(Dante, Purgat. XX,—85—90.)

Na drie dagen bevrijdde wel is waar de bevolking van Anagni haar vastberaden vorst, doch, ten gevolge der geleden mishandelingen en der kwellingen hem nog te

O O O O

Rome door de Orsini's bereid, bezweek hij reeds, met de grootmoedige woorden »ik vergeef op de lippen, den lln October 1303. De vastberaden Paus, die met ongebroken moed den vijanden der Kerk weerstand bood; de deugdzame kerkvoogd, die van zielenijver brandde, zijn bijzondere zorg aan de missies wijdde en 't eerst een jubilé invoerde; de diepzinnige geleerde, die het zesde boek der Decretalen opstelde en de universiteit der »Sapienzaquot; te Rome grondde, de edelmoedige en heilige priester werd in zijn leven en na zijn dood door de Colonna's en Willem du Plessis van simonie, ket-' terij, ongeloof, omgang met den duivel, moord en andere gruwelen beschuldigd.

o o

Ten 1quot;) Zou hij zijn voorganger S' Petrus Celestinus hebben doen ombrengen. — Vrijwillig deed de vrome maar ongeschikte Celestinus afstand van de driekroon om zijne gelief-Valsche koosde kluis weer te betrekken. Toen Bonifatius' vijanden echter den kluizenaar zijns ondanks tot het bewerken eener beschul- scheuring wilden misbruiken, deed de Paus hem in het kasteel Fumone opsluiten, waar hij groot geluk, door zijn vriend digingen. Jac- Stephanescis bezongen, lange jaren smaken mocht.

2°) Bonifatius' tweede opvolger, Clemens V, de jegens Philips IV anders zoo inschikkelijke Paus, wilde niet, hoezeer Philips er ook op aandrong, de nagedachtenis van zijn voorganger doemen, maar verklaarde integendeel in een edict van

ocr page 111

101

43 Soptcmbci1 1309: »Bonifatius, vroeger legaat van verschillende Pausen, gaf zelf later vele verordeningen in het belang van ons H. geloof en ter eere Gods. Door het opdragen der H. mis, door zijn prediken en andere goede werken heeft hij steeds openbare bewijzen van zijn katholiek geloof gegeven,

en de beschuldigingen tegen hom ingebracht zijn klaarblijkelijk van allen grond ontblootquot;.

3quot;) Niet van Bonifatius maar van Flotte is de valsche bulle,

waarin beweerd wordt, dat de koningen ook in wereldlijke zaken den Pausen onderworpen ziin. Dit heeft nooit een Paus beweerd. Hierover zegt Leo XIII in zijne encyclica van 29 Juni 1881: süe Kerk erkent en verklaart dat de wereldlijke zaken onderworpen zijn aan het staatsgezag, 'twelk cp dit gebied Souverein is; doch in zaken, welke zoowel tot het kerkelijk als het geestelijk rechtsgebied behooren, wil zij dat een overeenkomst tusschen beide machten getroffen worde, om de voor beide verderfelijke twisten te vermijden.quot;

4quot;) Heeft Bonifatius een zelfmoord begaan? -—• Hij stierf 83 jaren oud, na luide in tegenwoordigheid van acht kardinalen de katholieke geloofsbelijdenis te hebben afgelegd. In 1605 werd zijn graf geopend, en men vond een ongeschonden en schijnbaar pas ontslapen doode.

Clemens V (Bertrand de Goth) verplaatste den pau-selijken zetel naar Avignon, hoofdplaats van het den H. Stoel toebehoorend graafschap Venaissin. Zeker, de partijtwisten in de H. Stad gaven hem het recht Rome te verlaten en met den dichter te zeggen: »Rome n'est plus dans Rome; elle est toute oü je suisquot;, maar deze maatregel had toch, wegens den te grooten invloed door Frankrijk's koningen op de aldaar verblijvende Pausen iiitlt;reoefend, hoosjst riadeelige gevolgen. Daarom noemt

O 1 O O O O

de geschiedenis hun zeventigjarig verblijf te Avignon (1309—1377) »de Babylonische gevangenschap der „Babylonische .Pausen.quot; Clemens V beriep in 1311 te Vienne de 15'ie gevangen-algemeene kerkvergadering welke Bonifatius VIII van schap.quot; alle schuld vrijsprak, en hief het volgend jaar de gedeeltelijk schuldige Tempelorde op.

De regeering van zijn opvolger, den geleerden, vromen en rusteloozen Joannes XXII, werd door een hevi-

ocr page 112

102

gen strijd met keizer Lodewijk van Beieren en door de dwaalleer van Willem Occam en andere Minorieten, die de onfeilbaarheid der Pausen en der algemeene conciliën loochenden , een tijd lang verontrust.

Even vroom en geleerd was Joannes' tweede opvolger Innocentius VI. In Rome was, ook na de verjaging van den demagoog Cola di Rienzo, geen spoor van wereldlijke macht der Pausen meer te herkennen. Met de taak, de kleine tyrannen in den Kerkelijken staat te onderwerpen, belastte Innocentius den krijgskundigen kardinaal Albornoz, die hem in 13C1 de sleutels van de steden kon overhandigen.

»Aan iedere kerk op aard schenkt gij haar herder: o geef aan Rome, uw kerk, ook haren herder weer!quot; Zoo schreef de dichter Petrarca aan Innocentius' opvolger Urbanus V. Deze keerde werkelijk in 1367 naar Rome terug, ontving hier den eed van trouw des By-zantijnschen keizers. Jan Paleologus, doch verliet weder in 1370, ondanks de dreigende voorzegging der H. Bri-gitta, de eeuwige stad, om te Avignon, in den loop van Greg. XI hetzelfde jaar te gaan sterven. Gregorius XI, door de bede der H. Catharina van Siëna bewogen, maakte in Einde der Bab. 1377 voor goed een einde aan »de Babylonische ge-gev. 1377. vangenschap.quot; De gevolgen bleven echter niet uit.

§ 33.

De Scheuring van het Westen.

Na Gregorius' dood werd in 1378 Urbanus VI door de zestien in Rome aanwezige kardinalen éénstemmig tot Paus verheven en door de geheele Christenheid erkend. Eerst maanden later kozen zes in Frankrijk verbleven kardinalen, onder het valsche voorwendsel dat de keuze te Rome niet vrij geweest was, Robert de

ocr page 113

103

Génève (Clemens VII) tot tegenpaus, en wisten Frankrijk, Lotharingen, Napels, Schotland, later ook Castilië en Arrafon voor hem te winnen. Na Clemens' dood werd

O

een nieuwe tegenpaus. Petrus de Luna (Benedictus XIII), gekozen. Intusschen volgden na Urbanus' dood Bonifa-cius IX, Innocentius VII en Gregorius XII als ware Pausen in Rome elkander op. De laatste had den plechtigen eed gezworen om des vredes wille te zullen afdanken, mits de tegenpaus hetzelfde deed. Gregorius' vurige wensch, door beider afdanking den vrede hersteld te zien, werd echter door de uitvluchten en lagen van Petrus de Luna verijdeld (1). Vele kardinalen werden Gregorius ontrouw, vereenigden zich met kardinalen der tegenpartij tot eene onwettige kerkvergadering te Pisa, zetten beiden Pausen af (2) en kozen in kardinaal Petrus Philargi een tweeden tegenpaus, Alexander V, dien zy na zijn dood in 1410 door den snooden Balthasar Cossa, Joannes XXIII, vervingen. De tijden werden hachlijk.

De kerkvergadering van Constam, 1414 —18. Om de kerkelijke tucht overal te herstellen »in hoofd en ledenquot;, en aan de scheuring en de nieuwe dwaalleer van Jan Hus een einde te maken, kwamen in 1414, op aandringen van keizer Sigisraond en Gerson, den geleerden kanselier der Parijzer universiteit, talrijke bisschoppen, abten en priesters, zonder goedkeuring des waren Pausen, te Constanz tot een zoogenaamd algemeen Concilie bijeen, en vorderden de vrijwillige afdanking van Gregorius en de twee tegenpausen. Hierop deed Cossa afstand. Petrus de Luna werd afgezet. Ook de rechtmatige Paus Gregorius XIl dankte weldra af en erkende in 1417 het

(i) Zie Darras continue par Bareille t. XXXI p. 155 en volg. (2j Deze afzetting was ongeldig wijl „Summa sedes a nemine judi-catur.quot;

ocr page 114

104

Concilie, dat nu aan de noodlottige verwarring een einde kon maken, door Martinus V als eenkren wettigen

' O O

kerkvoogd te verkiezen. Van de 42ste tot de 45ste zittinsr

O O

moet men het Concilie van Constanz als de 16lle alse-meene kerkvergadering beschouwen. De vergadering was echter nog geen wettige kerkvergadering toen zij de leer verkondigde, dat het Concilie boven den Paus staat. Ook hebben de Pausen slechts die decreten der kerkvergadering goedgekeurd, welke »conciliariterquot; (en niet door 't stemmen naar naties) over »geloofszakenquot; en zonder aan de waardigheid en den voorrang des H. Stoels te kort te doen, aangenomen waren.

§ 34.

Vervolg. Kerkvergaderingen. Pausen.

Om aan de talrijke misbruiken, door de scheuring van het Westen eu andere oorzaken (zie § 26) in de kerkelijke tucht binnen geslopen, een einde te maken, beriep Paus Eugerius IV te Bazel het 17de algemeene Concilie (1431—1439', dat weldra naar Florence verlegd werd. Zeven bisschoppen bleven echter te Bazel, kozen een tegenpaus en verkondigden nogmaals het valsche Concilie van beginsel: »liet Concilie staat boven den Paus.quot; Slechts de eerste zittingen der kerkvergadering van Bazel en de zittingen te Florence zijn geldend. Hier namen de afgevaardigden der Grieksche Kerk in 1439 het primaat en de leer der Roomsche Kerk aan, doch vonden te Con-stantinopel geen bijval. Eenige jaren later (1453) zal Mohammed II de meineedige Grieken voor hunne halsstarrigheid bestraffen.

In 1458 werd Pius II (Aeneas Silvius) tot Paus gekozen, een groot geleerde, die als leek Augustinus' lichtzinnig leven. als priester en Paus, het voorbeeld van

Bazel— Florence.

Pius II.

ocr page 115

105

den bekeerden H. Augnstinus navolgde. Nadat hij tevergeefs getracht had Sultan Mohammed II te bekeeren,

riep hij de Christenen tot een kruistocht op, waaraan hij persoonlijk wilde deelnemen. Tot dat doel begaf hij zich naar Ancona, waar hij echter in 14G4 stierf. Het eenig gevolg des kruistochts was de zege, door Jan Hunyade en den kruisprediker Jan van Capistrano bij Belgrado bevochten.

Onder den naam van Alexander VI besteeg in 1492,Alexander VI. het jaar waarin de vrome Gemiees Christophorns Columbus Amerika op nieuw ontdekte, Rodrigo Borgia den pauselijken troon. Door de beroemde demarcatie-lijn (100 mijlen t. W. der Azoren) verhoedde Alexander den strijd tusschen Spanjaarden en Portugeezen in bet nieuwe werelddeel , en gaf zich veel moeite door missies de bar-baarsche volken voor geloof en beschaving te winnen.

Verder herstelde de talentvolle en energieke Paus rust en veiligheid in den Kerkelijken Staat, weigerde hardnekkig aan koning Karei VIII van Frankrijk, door Ludovico Moro naar Italië geroepen, de investituur van het koninkrijk Napels, ondersteunde de Venetianen in hun strijd tegen de Turken en stierf ten gevolge fener hevige anderdaagsche koorts, na met stichting de H.H. Sacramenten te hebben ontvangen.

Onder zijne regeering verjoeg de Dominicaan Savonarola, door zijne boetpreeken, Pedro II uit Florence en voerde een democratischen regeeringsvorm in. Vroom,

rein van zeden, trouw aan 't heilig geloof, doch eigenzinnig en dweepzuchtig, werd de geniale redenaar om zijne halsstarrige ongehoorzaamheid jegens den Paus door de Inquisitie ter dood veroordeeld, en onderging dien rouwmoedig in 1498. Savonarola was geenszins een voorlooper van Luther en heeft de schande van naast hem op het Protestansch monument van Worms geplaatst te worden, niet verdiend.

ocr page 116

106

Tiet oponljaar leven van Alexander VI plaatst hem in de rij der bekwaamste Pausen. Wat zijn privaat leven betreft, gt;

wordt hij, do vriend van den edelen Pius II, die hom schroef'; (

smous animus tuus est,quot; de vriend van Paulus II en Sixtus IV, van de grootste misdaden beschuldigd. IJij zou als Kardinaal een ergerlijk leven geleid, door simonie de tiara verkregen , den Turkschen prins Zizim vermoord hebben enz. enz.

Vele dezer beschuldigingen o. a. de moord van Zizim, die in het^legerkamp van Karei VIII aan bloedloop stierf, Alexander's verhouding tegenover Lucretia Borgia e. a. zijn reeds lang als laster erken 1, vele andere aanklachten niet genoegzaam bewezen. Ook voor hom moet toch de stelregel gelden: »unnsquisque censetur bonus, donec probetur malus,quot; en, na Leonetti's verdediging van Alexander VI, is het zaak het eindoordeel over hem te schorsen, te meer daar zijne voornaamste aanklagers alles behalve vertrouwen verdienen. Deze zijn de ceremoniënmeester Jan Burkhard, die door zijn opvolger, den zachtmoedigen Paris de Grassi, genoemd wordt )gt;cen monster van laagheid, haat en nijd, een onmensch,

wiens copiist de duivel was;quot; Frans Guicciardini, die op zijn c sterfbed verzocht, dat men zijn manuscript verbrandde; Paul

gingen, Jove, wiens verhalen zelfs door den Proteslantschen ongeloo-vigen Bayle voor fabelachtig gehouden werden, en diequot;zelf,

toen men hem op valschheden in zijn schriften opmerkzaam maakte, zeide: «Je le sais bien , mais laissez faire, d'ici a trois cents ans tout sera vrai.quot; Zou Alexander wirkelijk een misdadig privaatleven gevoerd hebben, wat moeielijk te ontkennen valt, te meer zou de werking der Voorzienigheid hier uitschitteren, daar hij als Paus niot alleen niet in dwaling verviel, maar vele en gioote diensten der Kerke bewees.

))Les Papes n'ont besoin que de la vérité.quot; (1)

Julius li. Julius II, 1503 —1513, ondoordringbaar voor oof eu

O O

oor en tocli wars van alle geveinsheid, geduldig in het ongeluk, edelmoedig in de overwinning, stout en voorzichtig in liet gevaar bezat alle hoedanigheden, die vorsten kunnen sieren. (2). Slaagde hij niet door het IS1113 algenieene concilie in 't herstellen der kerkelijke

(1) Joseph de Maistre. — Zie over Alexander VI: Histoire de l'Eglise par Darras, continuée par Bareille, 32, bl. 119—261,611 Revue des questions historiques XXIX, 357—428 en XXX—526.

(2) Audin, Histoire de Léon X, I—257 (Edition in — 12.)

ocr page 117

107

tnclit, liet gelukte liem, »den krijgshaften vredevorstquot;, de wereldlijke macht der Pausen op een aantal kleine tyrannen te heroveren. De strenge rechtdoener was echter tevens vergevingsgezind; onder het harnas des konings klopte het hart des priesters, het hart tevens des kunstenaars, die zoo vele vermaarde schilders bezielde, den senialen beeldhouwer Michael Angelo Buonarotti tot

O i-f *

o-enialen schilder en bouwmeester maakte, en Michaël

O

Aixcelo's Mozes en de grootsclie S' Pieterkerk ons als

O 0

symbolen zijner ontzagwekkende persoonlijkheid . heeft nagelaten. WmWi

Het 16Jlt;?, 17'cle en 18Je Concilie hadden nuttige verordeningen getroffen, om de ingeslopen misbruiken te herstellen. Zij* baatten echter voor bet oogenblik niet, omdat van den eenen kant het Pauselijk gezag, sinds Bonifatius VIII, den tegenstand der naar absoluut gezag strevende vorsten ondervond en door het schisma veel in aanzien verloren had. Van den anderen kant heerschte onder de hoogere geestelijkheid een geest van ontevredenheid, ten gevolge der aan den Paus op te brengen gelden. Daarbij was er, na het schisma en zijne voor de kerkeliike tucht zoo noodlottige gevolgen, nog geen Gregorius VII opgestaan, om de talrijke hinderpalen, welke de hervorming verhinderden, uit den weg te ruimen. Ware de Kerk geen goddelijke instelling, zonder twijfel zou zij gedurende of ten gevolge van het schisma te gronde zijn gegaan. Doch uit den nacht der scheuring bevrijd, trotst zij den hevigen storm van het Protestantisme evenals de gevaarvolle omwentelingen uit dien opstand geboren, en jeugdig en krachtig gaat zij te midden van puinhoopen onze eeuw te gemoet. »Non praevalebunt!quot;

ocr page 118

108

B.

§ 35.

Inwendige Geschiedenis.

Ksttonjen.

Tegen liet einde der 14'iquot; eeuw had Jan Wicleff door het ontkennen van 's raenschen vrijen wil, liet loochenen van 's Pausen macht en eene in kiem pantheïstische leer herhaaldelijk boerenopstanden in Engeland verwekt, welke met wapengeweld moesten onderdrukt worden. Jan Hus, leeraar te Praag, een oneerlijk en hoogmoedig man, nam, uit zucht van zijn naam bekend te maken, Wicleff's dwaalleeringen gretig op, hitste in Bohemen 't volk tegen geestelijken, Czechen tegen Duitschers op, vernietigde door zijn drijven de bloeiende Praagsche universiteit (1), predikte het verzet tegen de kerkelijke t „ overheid en oude christenleer. Een deel der menschen.

Jan li us, ...

zoo leerde hij o. a., is ter eeuwige verdoemenis bestemd, zonder dat de H. Sacramenten of de beoefening der deugden hieraan iets kunnen veranderen; geestelijke of wereldlijke oversten, die in doodzonde leven, hebben geen recht hun gezag over anderen uit te oefenen. ïn zijn ijdelheid beriep hij zich op het concilie (?) van Constanz, waar hij zich bereid verklaarde uit de schriften der kerkvaders de waarheid zijner leer te bewijzen. Hij verlangde slechts een vrijgeleide naar deze stad. Hierop ontsloeg de tegenpaus Joannes XXII hem van den ban en deed hem liefdevol behandelen. Toen echter Hus, tegen het gegeven woord, voortging met mislezen en

(i) In den loop van één jaar verlieten 20,000 studenten deze hooge-school.

ocr page 119

109

het openliik bestrijden der kerkvergadering, en zijne ketterijen niet wilde lierroepen, werd hij met zijn vriend, den moordenaar Hieronymus van Praag, den wereldlijken arm overgeleverd en door den paltsgraaf Lodewijk als ketter en opstandeling ten vuurstapel gedoemd. (1415.) Hus' terechtstelling veroorzaakte een opstand in Bohe-men, waar de woeste Jan Zisca aan het hoofd dei-Hussieten steden en dorpen vernielde, duizenden deed vermoorden en bij Deutschbrod het keizerlijk leger versloeg. De gematigde Hussieten of Cal iet ij» en verzoenden zich weldra, nadat hun het gebruik van den kelk (calix) in het H. Avondmaal was toegestaan, met de Kerk en behaalden op de dweepzieke Tahorieten, later als Bo-heemsche of Moravische broeders bekend, in 1434 te Bü-mischbrod eene volkomen overwinning.

Het Concilie, voor hetwelk tins verscheen, was geene rechtmatige Kerkvergadering, Joannes XXÜ geen rechtmatige Paus. Sigismond's geleibrief gold slechts voor de reis naar Constanz, was ecu reispas, waarvoor Hus den keizer dankte, bereid, zoo verklaarde hij, den marteldood te ondergaan, zoo hij door het concilie, waarop hij zich beroepen had, schuldig bevonden werd. («ignis incendio emendare.quot;) — j)Wenn man hier noch von gebrochenem freien Geleite reden will, macht man alle Obrigkeit zu einem Narrenwesen.quot; (Leo, Unicers. Geseind it(i).

§ 36.

Geestelijk leven. Wetenschap. Kunst.

a) Hoe groot een verschil tusschen dit tijdvak en het vorige! Het aanzien van Kerk , Pausen en priesters is door het schisma, de geschriften der half heidensche jongere Humanisten, de hekeldichten der minnezangers, het slechte voorbeeld door vele bisschoppen en priesters gegeven, dieper en dieper gedaald. Het getal der vrome, heilige bisschoppen en kloosterlingen is nog groot, zeer

ocr page 120

110

groot (1), doch velen ook leidden een geheel wereldsch leven; en, waar het slechte voorbeeld van boven kwam, De Geesto- wat moest daar de priesterschap, wat het volk wezen ? lijkheid. Treurig, ja, was 't op vele plaatsen met de kerkelijke tucht gesteld, en zelfs werd niet zelden de gulden wet De adel. (jgg celibaats overtreden. De adel, zoo ridderlijk weleer, verloor dikwijls zijn idealen eed uit het oog, zwelgde in weelde, zocht door glansrijk vertoon, door zucht naar avonturen, in bloedige veeten, soms in rooftochten, het afnemen van oude fierheid en ware ridderlijkheid te verliet volk. ijioemen ]lt;;n het volk? — In het algemeen was het geloof nog levendig, het volksleven doordrongen van godsdienstzin. Werden de bedevaartsplaatsen druk bezocht, ontstonden er vele grootsche werken van naastenliefde, vindt men veel geest van boetvaardigheid en heldhaftige deugd, werd door predicatie, christelijke leer, leer- en gebedenboeken het geestelijk leven ijverig bevorderd (2), daarentegen namen ruwheid, zedeloosheid, bijgeloof, het is niet te verwonderen, op onrustbarende wijze toe. Luther vond op vele plaatsen voor zijn opstand den bodem voorbereid.

Heilijjen. Onder de heiligen, by wie zich Gods genade in dit tijdvak bijzonder openbaarde, noemen wij S10 Hildegarde, Ste Catharina van Siëne, Ste Birgitta van Zweden, Ste Angela van Foligno, Sle Lidwina van Schiedam f 1453, Sle Catharina van Bologna, S' Joannes van Nepomuk,

1

*-

(i) Ook in Duitschland waar omstreeks dezen tijd Jacob Wimpheling, de strenge censor der geestelijkheid, schreef: „Ich kenne, Gott weiss es, in den sechs Diozesen des Rheines viele, ja nnzdhlige Seelsorger weltgeistlichen Standes, mit reichen Kenntnissen, namentlich für die Seelsorge, ausgerüstet und sittenrein. Ich kenne ausgezeichnete Prfilaten und Kanoniker, Vikarien, ich sage nicht bloss einige, sondern viele Manner des unbescholtensten Rufes, voll Frömmigkeit, Demuth und Freigebigkeit gegen die Armen.quot; (Janssen I, 592.)

(2j Janssen's Geschic hie des Deutschen Volkes enz. I, 587.

ocr page 121

Ill

den martelaar van het gelieim der biecht, Sl Rochus, den zaligen Nicolaas von der Fliie en de II. Elisabeth van Thuriugen, wier leven Montalembert zoo heerlik beschreef. Ook mag hier genoemd worden de vrome

O o

heldin Joanna D'Arc, de redster van haar vaderland.

b) Nog bloeide de wetenschap op honderd druk bezochte universiteiten, en, ontaardde de Scholastiek niet zelden in spitsvondigheden, ook werden S' Thomas'

Summae, van 1470 — 1500 tot 21G maal herdrukt, ijverig bestudeerd. Meester „Eckhart, Jan Tanier, Jan van Ruysbroeck f 1381, /Ge'rsoii, Thomas Hiimerken of' Thomas a Kempis (f 1471) onderscheidden zich in de mystiek. Wetenschap. Nicolaas van Lyra, wiens polyglottenbijbel 'door den groeten kardinaal Ximenes werd uitgegeven, en Diony-sius Carthusianus in de exegesis of uitlegging der

O OO O

H. Schrift. Menige vertaling des bijbels in de volkstaal vond men vóór Luther, o. a. vijftien in het Hoog- en vijf in het Nederduitsch. Leerboeken en gebedenboeken werden sinds de uitvinding der boekdrukkunst bij duizenden verspreid. Volgens Janssen (I, 19) bestaan er heden nog 30,000 werken, gedrukt tusschen 1450 en 1500.

In 1460 stichtte Geert Groote in ons land scholen voor middelbaar onderwijs onder de leiding der Broeders Broeders des des ycineenen levens, die kosteloos onderwijs gaven en gemeen en zelfs de armere studenten van schoolbenoodigdheden ltvcns* voorzagen. De beroemde Nic. van Cusa of Cuez, een universeel genie, de Fries Rudolf Agricola, Hegius, professor te Deventer, Erasmus, Paus Adriaan VI en de geleerde Murmellius van Roermond, die 24, eeuwenlang gebruikte leerboeken schreef, kwamen o. a. uit die scholen voort. (De Windesheimsche kring).

Zooals het uit de gedichten van Dante, Petrarca, Nic.

van Cusa en anderen blijkt, werden in de Middeleeuwen De de classieke studiën der oude Grieksche en Romeinsche Humanisten.

ocr page 122

112

schrijvers zeker niet verwaarloosd; doch de scholastieken legden zich in hun geschriften minder op schoonen taalvorm dan op degelijken inhoud toe.

De onderhandelingen met de Grieken om aan het schisma een einde te maken en de begeesterde ontvanorst

o o

den Griekschen geleerden Theod. Gaza, Pletho Bessarion e. a. na de inneming van Goustantinopel te Rome en te Florence bereid, gaven in de laatste helft der 15'Ilt;J eeuw aanleiding tot het herleven der oude classieke letterkunde en kunst met het noodlottig gevolg, dat slechts deze schoon bevonden , de degelijke Scholastiek en de heerlijke christenkunst daarentegen als barbaarsch uitgekreten werden. Op schoonen vorm werd schier uitsluitend gelet; de heidensche litteratuur verheerlijkt, tot groot nadeel van geloof en zeden overal verspreid; de nationale poëzie veracht. Zoo ver ging de waanzin dat, al klonk 't nog zoo bespottelijk, Christen uitdrukkingen voor heidensche de plaats moesten ruimen. Zoo noemde men bv. Christus »Horosquot; of gt;Minerva e Jovis capite ortaquot;, de kardinalen gt;gt;Patres conscriptiquot;, de priesters »Flaminesquot; enz. De hevige strijd der spotzieke Humanisten tegen de Scholastieken ontaardde weldra van een strijd over den vorm in een strijd om beginselen, en vele der eersten kozen, ook na zijn afval, Luther's zijde. Niet dat alle Humanisten zich door de heidensche strekking des tijds lieten meêsleepen. Neen! Velen, de oudere Humanisten genoemd, o. a. Aelius Antonius, kardinaal Fischer van Rochester, Thomas Morus, Ru-dolf Agricola, Hegius, Nic. van Cusa, Jac. Wimpheling e. a. namen den klassischen vorm aan, bleven echter op den bodem des geloofs evenals de Scholastieken voort-werken. Daarentegen verlieten de Jongere Humanisten dezen zekeren grondslag, vervielen dan ook, zooals eenige hunner hoofdmannen, Erasmus, Pico van Miran-

ocr page 123

113

dola (» De omni re scibili et de quïbusdam aliis''), Ulrich von Hutten, Laurentius Valla en Maecliiavelli liet be-wyzen, in dwaalleeringen, verspreidden zedeloosheid en ongeloof en reikten Luther in zijn vernielingswerk de hand. (1)

c) De christelijke nationale moet voor heidensche opvatting, uitdrukking, goden- en heldendom op den achtergrond treden. Bouwmeesters en schilders schud- Poëzie, den medelijdend het hoofd hij het zien der onnavolgbare meesterstukken, welke zij overal ontmoetten. De Gothische bouwstijl moet den oud-Griekschen, do strenge idealis- Bouwkunde, tische middeleeuwsche schilderschool aan de scholen der renaissance, die vooral den schoonen plastieken vorm der ouden bewonderen en nabootsen, het veld ruimen. Zoo realistisch als thans waren echter de scholen der eeuw van Leo X volstrekt niet. Tot de Middeleeuwsche school kan men nog rekenen Giotto, den Dominicaan Schilderkunst. Giovanni da Fiesole, Hans Memlinc, de broeders Hubert (f 142G) en Jan van Eijck, uitvinders der olieverf, en Quinte Matsijs. Aan het hoofd van de nieuwe scholen der renaissance prijkt de naam van den »goddelijkenquot;

Raphael Sancio (f 1520), den koning der schilders, die meestal aan diep gevoel en ideale opvatting een onover-troifen schoonen vorm paart. De Umbrische of Romein-sche school, wier hoofd hij was, de Lombardische van Leonardo da Vinei, de Florentijnsche van Michael An-gelo Buonarotti, groot schilder en bouwmeester en de grootste beeldhouwer der christen tijden, de Venetiaansche van ïitiano, de Zwabische van Hans Holbein (overgang tot renaissance) de Frankische van Albert Durer, den grootsten graveur, en de Spaansche van Velasquez,

leverden een overgroot aantal meesters op, die echter

(l) Over de Humanisten zie Janssen II, I—59. Kerk. Gesch.

8

ocr page 124

114

maar al te vaak door hunne te realistische voorstelling ergernis verwekten. In den stijl der renaissance bouwden Bramante en Michael Angelo (koepel) de grootste aller kerken, de S1 Pieterskerk. (1)

In de houtsnede en goudsmederij bracht ook dit tijdvak ontelbare meesterstukken voort, wier scheppers meestal onbekend gebleven zijn. (2)

1

In de I4de eeuw werden reeds bliksemafleiders op kerken en kloosters in Oostenrijk gebezigd. Zie Ilist. Po lit. Blatter, 93 Band, bl. 935.

ocr page 125

ZESDE TIJDVAK.

Van het Protestantisme tot de Fransche omwenteling 1517—1789.

§ 37.

Overzicht van dit tijdvak.

De herleving der heidensche letteren en kunsten, die heidensche denkwijze en valsche vrijheid bevordert; de uitvinding der boekdrukkunst, die veel goeds stichtte, doch meer nog zedeloosheid en ongeloof verspreidde; de ontdekking van Amerika, die den handel, maar tevens de zucht naar avonturen en rijkdom deed toenemen; de uitvinding des buskruits, die tot bezoldigde staande legers voerde; het streven der vorsten naar een absoluut gezag, dat in vele landen de ketterij beschermt, ten einde 't kerkelijk goed te kunnen saeculariseeren en zoowel over de zielen als lichamen der onderdanen te heerschen, voorbeeld ook door katholieke vorsten gevolgd (Gallica-nisme, Josephisme); het Protestantisme eindelijk dat een gedeelte van Europa der Kerke ontvreemdde; ziedaar de groote gebeurtenissen, welke wij op de grens der Mid-deleeuwsche en Nieuwere geschiedenis ontmoeten.

Zwart voorzeker scheen de toekomst. Want het ber ginsel van gezag, reeds door de verdeeldheid van het Westen verzwakt, verliest nu, ten gevolge van de schriften der jongere Humanisten en Luther's opstand, bij gansche volken zijne hooge beteekenis, en de koran-

ocr page 126

116

gen, terwijl zij hunne absolute macht misbruiken en ^

den opstand tegen den Paus toejuichen, ondermijnen zonder het te merken, den grondslag hunner tronen. v Bleef de leer deiy.Kerk immer dezelfde,' de in de' ker-

v kelijke tucht op vele plaatsen ingeslopen misbruiken

moesten weggeruimd worden. Vele Pausen en conciliën hadden dit tevergeefs beproefd. Door hen, door de bevoegde kerkelijke overheid moest de hervorming geschieden, en dit gebeurde vooral door het concilie van Trente.

■v 0 .

De jongere Humanisten met Luther en zijne volgelingen

hebben-• daarentegen 't eerst twijfel en ongeloof aange-'

kwfeekt, en -.in plaats van hervorming der tucht, eene önsvorming der leer bij' verschillende volken in het leVen geroepen, door achteruitgang op alle gebied, langdurige godsdienstoorlogen en tal van opstanden gevolgd. Nauwelijks heeft de Kerk over de dwaalleeringen gezegevierd en de ware hervorming tot stand gebracht, of het Jansenisme, eéne nieuwe ketterij, de aanmatigingen van het absolute vorstengezag (Gallicanisme, Josephisme)

en de Rationalistische leeringen van een valsch libeta-lisme dwingen haar tot nieuwen hardnekkigen strijd.

Machtige schepters bezwijken. De Kerk blijft te midden der stormen ptü staan op de rots. • .

* »

§38- V-

'i ,

De valsche Hervorming.

De Pseudo- Maarten Luther, den 10quot; November 1483 te Eisleben Hervorming, in Saksen geboren, trad (1505) tegen den wil zijns vaders, in het Augustijner-klooster te Erfurt en werd . in '1512 doctor en leeraar der godgeleerdheid. Zijne angstvallige en droefgeestige stemming trachtte hij, 'f

rijker aan verbeelding dan aan degelijke wetenschap,

sedert 1515 gerust te stellen door ^ te beweren dat

*

* A

gt;4

4

ocr page 127

J17

Christus alleen geloof van ons verlangt en dat goede werken niet noodig zijn ter zaligheid.

Toen nu Paus Leo X den geleerden Dominicaan Tet-zel met het prediken van een algemeenen aflaat belastte en van ieder welhebbende voor het winnen des aflaats eene aalmoes ter voltooing der S' Pieterskerk vorderde, trad Luther, die niet eens wist, zooals hij zelf bekent, wat aflaat was, in 95 stellingen tegen Tetzel op, niet uit naijver, niet om de leer der Dominicanen over den aflaat te verbeteren, maar wijl hij reeds de vrijheid van 's men-schen wil ^ontkende, de mogelijkheid van goede werken loochende en dé zaligheid van het geloof alleen, zonder 's menschen medewerking, afhankelijk maakte.

Men moet onderscheiden tusschen de zonde, beleediging van God of schuld (culpa), en de straf (poena); door de zonde verdiend. Die straf is eeuwig of tijdelijk. De schuld wordt door den doop of door de bieclit gedelgd. In de biecht wordt ook de eeuwige straf, niet altijd echter de tijdelijke verge-,ven. Dóo» de aflaten wr-geeft de Kerk geheel of gedeeltelijk de 'quot;tijdelijke, straffen, die wij anders om onze zonden zouden moeten delgen of door verdienstelijke werken op aarde, of, ria dit leven, in het vagevuur. De, aflaat, geput uit de overvloedige „verdiensten van Christus, do H. Maagd en de Mei-ligen, vergeeft dus^de straf, niet de schuld. Zoo leert het Conci-. lie van frentc, zoo ook ïetzel, de vrome en geleerde priester, dotlwals zedclooze, gierigaard en leugenaar door lasteraars uitgekreten. vHij verlangde voor het winnen van den aflaat seéne waaïdige biecht en waar berouw, éen dag vasten vóór do biecht én- het waardig ontvangen der H. Communie;quot; vervolgens »dass Jedeiv, der gebeichtet und, merke es wohl, reu-v ■miithig, Almosen gibt.nacli dem Rathe seines Beicht-vatel-s. — Diejenigén; welche kein Geld haben, sollen ihren Geldbeitrag quot;dure h Gebet und Fasten ersetzen, denn das Himmelreich soil den Reichen nicht mehr als den Armen quot;offen stehen.quot; Van ïetzels' jiSïmdentaxenquot; wordt het eerst in de wilfte .18d3 eeuw gesproken.

Vóór de aflaatsprediking was Luther reeds ketter. Zijn hoogmoed, die hem eigen zienswijze en gezag boven die der Kerk deed plaatsen, bracht hem er toe achter-

• ■ 'i k, ^

ocr page 128

118

eenvolgens alle dwaalleeringen der vorige eeuwen in zjine revolutionnaire leer op te nemen. Leer? — Neen! Er bestaat een Protestantisme, eene ontkenning, er bestaat eigenlijk geen positief Lutheranisme, daar Lutlier zich honderdmalen tegenspreekt, hier verwerpt, wat hij daar aanneemt. Als mensch liet hij zijnen kwaden driften den vrijen teugel, als schrijver wedijvert hij in zijne gt; Tischre-den' met de vuilste voortbrengselen van het heidendom. Hij, wiens eigen gedrag zoozeer hervorming behoefde, (1) gaf zich uit als door God gezonden »heiligequot; om ker-

O O O

kelijke tucht en leer te verbeteren. Waarom vond hij ingang, hij, wiens leer (?) eene aaneenschakeling van tegenspraken is, wiens taal soms de taal van galeiboeven en moordenaars in gemeenheid overtreft, hij de woordbreker, de schender der heiligste geloften, die een verloopen non, Catharina van Bora, tot echtgenoote neemt, de bigamie van Philips van Hessen goedkeurt, bij, de dronkaard, de wellusteling die niet bidden kon zonder daarbij te vloeken (J. II, 18jy, die zelf niet geloofde wat hij anderen predikte (J. II, 178-), wien de gewetenswroeging deed neerschrijven: »Ik alleen verstandig; en zouden dan alle anderen dealen en zoo langen tijd gedwaald hebbenquot;? (J. II, 17.-7) sGij hebt, zoo roept mij eene innerlijke stem toe, gij hebt onrecht geleerd, veel ergernis en tweedracht door uwe leer

O 1 O

veroorzaakt ; o ja, ik kan het niet loochenen; mir wird oft Angst und Bang darüber.quot; (2) Waarom vond hij

1

Te recht roept onze dichter- predikant Ten Kate „een onrustigen hervormer toe :

„Eerst zij het hart in eigen boezem stil,

Zoo 't in de borst der menschheid kloppen wilquot;.

Op niemand slaat dit juister dan op den vader van het Protestantisme. (t.) Luther's sSmmtl. Werke 46, 226-229.

NB. Wij duiden de talrijke citaten uit Janssen's Geschichte des D. Volkes alleen door J. aan.

ocr page 129

119

ingang? Waarom verspreidde zich zoo ras, 'k zeg niet zijne leer, maar de ontkenning aller bovennatuurlijke leer, ontkenning, die slechts in protcstatie haar wezen vindt?

1°) Ton gevolge der in de kerkelijke tucht werkelijk bestaande misbruiken. Vele bisschoppen en abten, meest edellieden zonder roeping, trokken de inkomsten van meerdere-beneficiën, gingen vaak buiten hun bisdom of klooster wonen,

leefden zeiven niet als priesters en lieten hun kudde verwilderen. Vandaar zedenbederf «en onwetendheid op vele plaatsen Waaraan onder geestelijken en leeken. Men reikhalsde naar hervorming en velen waanden in den beginne, dat Luther een ware hervormer was. 2°) De strijd der jongere Humanisten tegen de Scholastieken ontaardde dikwerf in een strijd tegen de Kerk, verspreiding en schonk aan Luther zijn meest begaafde bondgenooten. te 3°) De natuur der nieuwe leer, die, even als het Mohammedanisme 's menschen vurigste hartstochten, den hoogmoed en de zinnelijkheid streelde, den hoogmoed, doordien aan ieder individu het recht den Bijbel naar eigen goeddunken te ver- wijten? klaren, vrijheid van onderzoek werd verleend; de zinnelijkheid,

daar een ieder, Luther's voorbeeld volgend, van die vrijheid kon gebruik maken. 4 ) De neiging van vele ontevredenen,

zoowel onder de vorsten als onder het volk, tot verandering, tot nieuwigheden. 5°) Vele vorsten vonden in de omwenteling eene gelegenheid a.) om zich meer los te maken van het kerkelijk gezag; b.) zich te verrijken met kerkelijke goederen,

hetgeen Luther als verdienste aanprees, en c.) den door Luther en Melanchthon eveneens als noodzakelijk aangeprezen stelregel Dcujus regio, ejus religioquot; voor het absolute vorstengezag over zielen zoowel als lichamen der onderdanen in toepassing te brengen. Dit laatste heeft, door het ruw geweld der vorsten en de verjaging der priesters, verreweg het meest tot den betreurenswaardigen afval van verschillende volken bijgedragen.

»Het geloof alleen, zonder de goede werken, rechtvaardigt den mensch.quot; Deze, Luther's eerste dwaling, bracht hem niet alleen ertoe in Paul us' brief »ad Romanosquot; . 'f/'quot; (III, 28) het woordje alleen in te schuiven en den brief' , van den apostel Jacobus, die van een »dood geloofquot; -«rewaao-t, onecht te verklaren, maar deed hem achtereen-

O O 7

volgens in alle ketterijen des voortijds hervallen.

Om zich uit de verlegenheid, waarin hem de ygt;Obeliskenquot;

ocr page 130

120

van Dr Joannes Eck van Ingolstarlt gebracht hadden, te redden, stelde hij het beginsel op, dat de H. Schrift de eenige regel des geloofs is, dat buiten haar noch overlevering, noch Luther's Paus, noch kerkvergadering waarde hebben en vrij onderzoek dwaallee- een ieder toekomt. (.1. II. 366.) üit de leer der rechtvaardiging ringen. door 't geloof alleen volgde noodzakelijk het verwerpen van aflaat, vereering der Heiligen, vagevuur en Sacramenten.

Doopsel, avondmaal en mt*-liet hij bestaan, doch leerde dat bij do consecratie geenoquot; fransiihstanliatio plaats vindt, maar Christus in, cum, sub pane door Dhnpanatio,quot; op het oogen-blik der nuttiging, tegenwoordig is; en dat de H. Communie slechts een steekeuquot; en niet eene meewerkende oorzaak van heiliging is. Daar een ieder, volgens hem , door het geloof onmiddellijk met Christus verbonden is, zijn er noch Paus,

nocb priesterschap, noch Kerk, noch celibaat, noch kloosterorden noodig.

Leo X Paus Leo X besefte ten volle het groote gevaar van

O O *

Luther's opstand, doeli bleef een wijl werkeloos omdat en de huichelaar hem schreef: »Heilige Vader, voor uwe voeten breng ik al wat ik ben en bezit. Doe met mij Luther, wat u goeddunkt; uwe stem zal ik erkennen als die --

van Christus, die in u woont en door uw mond spreekt.quot;

In 1518 zond echter de Paus den zathtmoedigen kardinaal Ca jet anus naar Augsburg om de zaak nader te onderzoeken. Deze kon niets uitrichten bij Luther, die zich nu »van den kwalijk op den beter ingelicliten Pausquot; beriep. Hierop volgde de veroordeeling van 's ketters leer, zonder dat hij evenwel met naam genoemd werd; de vruchtelooze zending van den pauselijken kamerheer, den Sakser Kaiïel van Miltiz; een nieuwe, onderdanige brief van Luther, waarin hij verzekert »dat voor hem het gezag van den H. Stoel alles in den hemel en op aarde, met uitzondering van Christus, te boven gaatquot;. Tien dagen later schreef hij aan zijn vriend ;

Spalatin, dat hij niet wist sob der Papst der Antichrist selber oder dessen Apostel sei.quot; V

ocr page 131

121

§ 39.

Vervolg.

Half Europa nam weldra deel aan den strijd. De universiteiten van Parijs en Leuven, groote geleerden als Luther's Dr Eek, Tetzel, Wimpina, Sylvester Priërias, Cajetanus, geleerde Hendrik VIII van Engeland, Hoogstraten, Tapperus, tegenstanders. Emser e. a. bestreden op uitstekende wijze de nieuwe dwaalleeringen. !gt; Eek beschaamde in het »dispuutquot; te Dispuut van Leipzig Luther's aanhanger Karlstadt (Andreas Boden- Leipzig.

stein) en Luther zeiven, die zich overwonnen moest verklaren: »Male disputatum estquot; schreef hij aan Spa- Luthers latin, gaf echter den strijd niet op, gesteund door Phi- vrienden, lippus Melanchthon (Schwarzerde) een beroemd hellenist, jquot;'

door den ruwen ridder Frans van Sickingen, Ulrich van tic - ' Hütfen, Spalatin, Erasmus e. a. ' quot; j '

Erasmus van Rotterdam was onder menig opzicht de Vol- Erasmus.

taire van zijn tijd; even als de »singe du géniequot; lichtvaardig, Squot;*?

weinig diep en koud egoïst, hanteerde hij in Ciceroniaansche '

taal hij voorliefde en met groot gevolg het wapen der satyre. -w

Daar hij in het hoogste aanzien stond, ja, meer dan een Uf ■' koning vereerd werd, veroorzaakte zijn optreden ten gunste van Luther oneindig veel kwaads, wat zijn latere strijd tegen Lutlier en zijne bekeering te Bazel niet meer konden vergoeden. (1)

In 1520 bedreigde eene pauselijke bulle Luther met den ban, zoo hij binnen de zestig dagen zijne ketterijen niet herriep. Hij deed de pauselijke bnlle te Wittenberg publiek verbranden, en beantwoordde ze met een schrijven : »Tegen de bulle van den antichrist.quot;

Ook de door keizer Karei V te Worms (.1521) uitge- Luther in schreven Rijksdag vorderde Luther tot herroeping zijner den ban-

I (i) Janssen II, IQ—23. —

natus in plerisque, suspectus een zijner slechtste werken is

Van Erasmus' werken zeide men: „Dam-in multis, caute legendus in omnibus,quot; „De lof der zotheid.quot;


ocr page 132

122

leer op en sloeg den weigerachtige met zijne aanhangers in den rijksban. De vogel vlood echter bijlijds uit Worms naar den Wartburg. Hier vertaalde en ver-valschte hij op menige plaats den Bijbel.

Daar de Katholieke Dnitsche vorsten in 1524 te Regensburg het gemeenschappelijk besluit namen het Wormser-Edict in hunne staten toe te passen, sloten de Protsstantsche vorsten, de keurvorst Jan van Saksen, de landgraaf Philips van Hessen, Albrecht van Brandenburg, (1) voormalige grootmeester der Dnitsche rid-Verbond van derorde, de hertogen van Brunswijk-Luneburg, Hendrik Torgau, 1526. van Mecklenburg e. a. een verbond te Torgau, ter verdediging der nieuwe leer. Nadat deze vorsten den «hervormer/' die hun den roof van kerkelijk goed en de »bekeeringquot; hunner onderdanen (ook door geweld) ten plicht maakte, de hand gereikt hadden, kenden Luther's hoogmoed en lage onbeschaamdheid geen perken meer. Protestatie van In 1529 besloot de rijksdag van Spiers, dat de Katho-Regensburg, lieke standen bij het besluit van Regensburg tot het iS19- aanstaande concilie mochten berusten, de nieuwgezinden daarentegen zich tot dat tijdstip van verdere nieuwigheden moesten onthouden. Tegen dit besluit leverden Protestanten, dezen eene protestatie in, welke hun den naam van Protestanten verwierf.

Op een naderen rijksdag te Augsburg dienden de Protestanten de door Melanchthon bewerkte »Confessio

1

Het gebied der orde bleef Protestansch en gesaeculariseerd. De getrouw gebleven ridders trokken zich terug naar Mergentheim.

ocr page 133

123

Augustanaquot; in, die sinds, met de later vervaardigdeConfessio Au-»Apologiequot; der Confessie, als symbolum of gezamenlijke gustana, 1530' geloofsbelijdenis der aanhangers van 't vrij onderzoek zou blijven gelden.

Dom 22quot; Mol 15:30 schreef Mclanchthon aan Lutlier: sin Apologia quotidie multa mulamus. Veilem percurrisscs articulos lidei. Suliinde enim mutandi sunt at(|iie ad occasiones accom-modandi.quot; (.1. III. 167). Fraaie leer, ilic naar omstandigheden moet veranderd worden!! Den 24quot; Mei berichtten do gezan- ^ protes ten van Nurnberg, dat D1 Brück, kanselier van Saksen, in L ' de Confessie veel te veranderen vond, en den 28quot; Mei: «dezelfde kanselier deelt meè dat 's keurvorsten raadslieden haar ta!ltsiquot;'he nog dagelijks veranderen en verbeteren,quot; (J. III. 166-167). Den 26quot; Mei schreef Melanchthon aan Camerarius: «Ego mutabam sgt;mK)llm et relingcbam pleraque quotidie, plura etiam mutaturus, si nostri evawnduorig permisisscnt,quot; en denzelfden dag aan gel'adbraakt-Luther: »Ad has hodie rnira consternatio animorum nostrorum accessit, lectis Viti literis, in quibus significat, te nobis ita irasci, ut nostras literas nc legere quidem velis. (J. III. 167).

Melanchthon had namelijk in de artikelen over de rechtvaardiging door het geloof het woordje alleen, waarop Luther altijd den nadruk legde, weggelaten, hideirae. In 1537 wijzigde Melanchthon zelf, in bijzijn van Luther, de Augsburg-sche leer over het Avondmaal ten gunste der Zwitsers. Tegen Karlstadt en Zwingli voerde Luther lang een hevigen strijd over het avondmaal. Een ander maal wijzigde Melanchthon deze leer geheel in Katholieken zin en verwierp als waanzin («deliriaquot;)

zijne en Luther's voormalige leer over de goede werken:

»lJie Rede gute Werke sind nöthig ist wahr und recht.quot; (J. IV, 36). Luther bekende in 1537 dat Melanchthon immer het Sacrament eene «slechte ceremoniequot; noemde. (J. lil. 354).

In 1557 verklaarden 3i Protestantsche godgeleerden, dat de Confessie van 1530 door voortdurende veranderingen geworden was »wic ein Cothurnus oder Pantoffel.quot; (.1. IV, 24). Hertog Julius van Brunswijk schreef, dat sedert 1531 de Confessie bijna ieder jaar veranderd was geworden. In 1566 wilden de Protestantsche vorsten te Naumbürg, in 1576 te Torgau («ilas Torgische Buchquot;), in 1577 te Berg (»das Bergische Buchquot;) concordiënf ar muien opstellen, doch geraakten nog meer in discordie. Hoe kon het anders? — In den militairen modelstaat Pruisen werd in 1817 bij koninklijk decreet door Willem III de concordie of unie van Protestanten, Calvinisten en andere sektarissen afgekondigd (! ?)

ocr page 134

124

Op den rijksdag te Neurenberg 1532 schorste Karei V, door den Sultan Soliman bedreigd en een verbond des vijands met de Protestantsclie vorsten vreezend, het rijksproces tegen de nieuwgezinden, verschoof de uitvoering der besluiten van Worms en Augsburg tot eene algeraeene kerkvergadering en verklaarde zich zoodoende feitelijk voor het bestaan der ketterij.

Te midden van den strijd waren Leo X, Adriaan VI, Concilie van Clemens VII en Paulus 111 elkander opgevolgd. De Trente, 1545, laatste beriep in 1545 het concilie van Trente. Op een concilie hadden zich Luther en zijne volgelingen beroepen. Nu gaven zij door hunne dwaze eischen te kennen, dat hunne beroeping slechts een uitvlucht was. Het Luthers dood, volgend jaar stierf Luther te Eisleben, lang vóór zijn 1546. dood zóó door het volk gehaat dat hij, uit vrees van vermoord te worden, niet eens de begrafenis zijns vaders had durven bijwonen. (1) Hij, die herhaaldelijk de vorsten had aangezet hunne handen te wasschen in 's Pausen bloed (J. Ill, 531J, schreef stervende, terwijl de duivel, zooals hij zelf bekende, spottend voor hem stond (J. III, 536—538) met houtskool op den muur: Pestis eram vivus, moriens ero mors tua. Papa.quot; — Lutheranisme heeft nooit bestaan (2). Het Protestantisme is geheel vervallen; de Kerk bloeit.

Op een nieuwen rijksdag te Augsburg bood Karei V een door Julius Pflug en den protestant Agricola be-

(1) Ook Melanchthon werd als „een verrader des evangeliesquot; uitgekreten. Zijn huis te Wittenberg werd door Protestanten vernield en hij stierf veracht en gehaat. (J. III, 64 en IV, 86.)

(2) Wat was Luthers leer? Niemand kan het zeggen wijl hij voortdurend zijne leer veranderde, ja, hij geloofde zelf niet eens wat hij predikte. Luther's lofredenaar Mathesius schreef: „Antonius Musa, pastoor te Rochlitz, zegt mij, dat hij zich aan Dr Luther klaagde:quot; Ik kan zelf niet gelooven, wat ik anderen predik. God zij dank, antwoordde deze , dat het anderen gaat als mij; ik meende : ))mir ware allein so.quot; (J. II, 178).

r

ocr page 135

werkten voorloopigen geloofsregel Interim' genoemd net ;nterim aan, die lot de sluiting der kerkvergadering van Trente van in liet Rijk van kracht zou blijven. (1) Dit »Interimquot; Augsburg, heel protestantsch in de leer der rechtvaardiging en 1548. halfslachtig in die der transsubstantiatie wekte misnoegdheid in beide kampen.

Eerst in 1555 kwam te Augsburg een duurzame gods dienster ede tot stand: 1quot;) Het beginsel »cnjus regio. Godsdienstejus religioquot; werd aangenomen en 't stond den vorsten vrede van vrij met hunne onderdanen in de oude Kerk te verblijven, Augsburg, of tot de nieuwe leer over te gaan. (2) 2') Men maakte 1555-nochtans het voorbehoud (reservatum ecclesiasticum) dat,

in geval een geestelijk landsheer uit de oude Kerk trad,

deze landsheer de aan zijn bisdom of abdij behoorende goederen en inkomsten zou verliezen. Hiertegen protesteerden de Protestanten. 3') Herdoopers, Zwinglianen en andere sekten, die de Augsburgsche Confessie niet aannamen, werden van den vrede uitgesloten. 4quot;) De Protestanten mochten de geroofde kerkelijke goederen behouden. Voor 't overige gelijke rechten en eendracht (!?)

Pogingen tot hereetiiging werden later gedaan door Wla- Togingen tot dislav IV van Polen {Colloquium charitativum), door den wedervereeni-hertog van Hessen Rlieinfeldt (die katholiek werd), door den gmg met de Spanjaard Spinoia, Grotius, Bossuet, Leibnitz, den geleerden bekeerling Steno Stensen, die later priester en apostolisch vicaris van Hamburg werd, en vooral door den Franciscaner Christoph. de Rojas Spinoza, bisschop van Tina in Croatie,

die reeds dertien protestantsche vorsten, tot groote vreugde van Leibnitz, voor de unie met Rome had gewonnen. Zijn schoon plan werd door den oorlog en de tegenwerking van Lodewijk XIV verijdeld.

De «Reformatiequot; heeft haar werk voltooid. Welke waren de gevolgen?

(1) Zie J. Ill, 612.

(2) „Auch der kümmerlichste Reichsstand hatte von nun an das Recht, den Glauben seiner Unterthanen zu normirenquot;. (J. III, 722).

ocr page 136

126

T

T

§ 40. -V-

Gevolgen der pseudo-hervorming.

I) Voor het geloof, a) De waarheid is één, moet één Verval zijn. — De leer der vrijhei 1 van onderzoek had tot na-tuurlijk gevolg het ontstaan van sekten der sekte, in . Duitschland alleen van Herdoopers, Osiandristen, Majo-risten, Flaccianen, Hessussianen, Snnergisten, Adiapho-risten, Schwenkfeldisten , Autinomisten, Philippisten —

nog meer? —ja, »schier soviel Secten und Glauben wie Köpfequot;, behalve hen, die, tegen het beginsel van vrij onderzoek, de bij iedere uitgave veranderde Confessie van van Augsburg aanhingen. De eenige overeenstemniino-

O CJ C_J O Q

aller sekten bestond (en bestaat) in liet verwerpen en hoonen der Katholieke leer. (J. III, 20). Munster verwierp den kinderdoop; Carlstadt prees de polygamie en den beeldstorm aan; Zwingli beweerde dat God de oorzaak is van alle kwaad, enz. Reeds in 1525 schreef Luther aan zijne aanhangers in Antwerpen : »Deze wil zich niet laten doopen, gene loochent het Sacrament;...

eenigen zeggen dit, anderen dat, »und schier sind so Godsdienst, viele Secten und Glauben wie Köpfequot;. (J. II, 389). b) De godsdienst verviel in de «hervormdequot; streken sreheel.

0 O

Melanchthon schreef in 1523 den keurvorst van Saksen:

))Gij zijt vorsten van heidenen, niet van Christenenquot; (J. II, 218); en in 1527 aan Myconius: sNiemand haat hetquot; Evangelie smeer als juist diegenen, welke van onze partij willen zijn.quot; (J. III, 64). Luther schreef in 1515, kort vóór zijn dood, aan den hertog Georg van Anhalt: »Wij leven in Sodoma en Gomorrha. Daaglijks wordt alles slechter. In de omstreken van Wittenberg,

twee steden en vijftien dorpen ken ik slechts één enkelen boer, die zijn gezin tot het naleven van Gods woord

t

ocr page 137

127

T

T

aanmaant. De anderen allen »lauien gevadesWeges zum Teufel.quot; (J. Ill, 534, 535).

II) Voor de zeden: Luther schreef in 1523: »Onze Evangelischen worden zevenmaal erger dan zij vroeger onder het pausdom geweest zijn. Want nadat wij het (nieuw) evangelie hebben leeren kennen, stelen wij, liegen, eten, drinken en bedrijven wij allerlei kwaad. Ik zit hier midden van Sodoma, Gomorrha en Babyion. Als

een zondvloed is de dronkenschap opgekomen____(J. 11,

415). — Frans Lambert, de invloedrijkste «hervormerquot; in Hessen schreef aan Myconius: »Ik leef in smart en tranen. Ik zie, dat er bijna geen liefde meer bestaat en alles vol laster, lengen en nijd is. Zeer veel hebben wij vernietigd, maar wat hebben wij opgehonR-df (J. 111, 55). In 1529 schreef Luther: «Eén duivel is bij ons uitgedreven en zeven boozere duivels zyn in ons gevaren____

In het algemeen zijn burgers, boeren, vorsten en onderdanen allen »des Teufels;quot; boeren, burgers en adel zijn thans onder het licht des ïevangeliesquot; tienmaal erger dan zij onder het pausdom geweest zijn.quot; (J. III, 65). Uit Straatsburg schreef Butzer ongeveer hetzelfde (J. III, 92). In Wittenberg werd het zedenbederf zoo groot, dat Luther de stad moest verlaten: »Nun weg aus diesem Sodomaquot; ! (J. III, 534.)

III .) Voor de wetenschap: Vóór Luther stonden de wetenschappen in boogen bloei; en niet aan hem is het te dunken, dat zij na hem weder hoog aanzien in Duitsch-land verwierven. Luther schold »die Vernunftquot; als »des Teufels Brantquot; (J. III, 534), de universiteiten als » moordenaarsspelonken en synagogen van verderf.quot; (J. 11, 293). Reeds in 1523 schreef de Humanist Eobanus Hessus uit Erfurt: »Onder voorwendsel van het evangelie onderdrukken de predikanten hier de schoone wetenschappen, onze school staat leeg; wij worden veracht.quot; In Mei 1520

van zeden '

van wetenschap en studiën.

-----x—rr-r-rr-

t

ocr page 138

128

telde de Erfurter universiteit nog 311 studenten, in 1523 slechts 34 meer. Een dergelijk verval meldde Me-Universiieiten. lanclitiion aan Eobanus. (J. TI, 293 —301). Lutlier sclireef in 1529: »Es ist der leidige Teufel, dass jetzt die junge Welt so wüst, wild und ungezogen ist, dass eitel Teu-felskinder darans werden. (J. II, 66 en 293 — 301). In Ilostock, waar jaarlijks 300 studenten ingeschreven werden, meldden er zich in 1525 slechts 15. Hetzelfde treurige

O

beeld boden Leipzig, Basel, Freiburg. In Heidelberg waren in 1525 meer leeraren dan studenten. »Ik heb nog zes toehoorders, schreef de beroemde rechtsgeleerde Ulrich Zasius van Freiburg, en deze zes zijn allen Fran-schen.quot; (J. II, 293—301).

En de lagere scholen? — »In de Duitsche landen, klaagde Luther in 1524, laat men alom de scholen uit-Lagere sterven.... toen ik jong was gold het spreekwoord: scholen, een scholier veronachtzamen is eene zware zonde.quot;

Ieder dorp had vroeger zijne school; en nu? In 1527 was in het district Wittenberg (145 parochiën en 100 filialen) nog ééne school behouden gebleven. In Thurin-gen bestonden van de voonnalkre 187 scholen er noo-

O

negen. (J. II, 63). »Dat alles, schreef Luther, is een werk des duivels; Onder het pausdom heeft de duivel zijne netten uitgespreid door de oprichting van kloosters en scholen, en wel zoo, dat onmooglijk één knaap hem kon ontloopen, of dit moest door een wonder Gods geschieden.quot; (J. II, 293 en volg.)

IV) Politieke gevolgen, a) Luther predikte den opstand, vorderde zijne aanhangers op tot het vermoorden van Paus en bisschoppen (J. III, 17), en verdedigde even als Melanchthon den tyrannenmoord. »Als de burgers en onderdanen het geweld eens tyrans niet langer kunnen verdragen, dan mogen zij hem ombrengen als een dief of straatroover.quot; Melanchthon sprak zich in

ocr page 139

129

denzelfden zin over Hendrik VIII nit. (J. III, 418 en 419). Nog schreef Luther: «Vorsten, men zal niet, men kan niet, men wil niet uwe dwingelandij en uw moedwil langer verdragen.quot; (J. II, 243). Toen de Loeren reeds Luther hitst in opstand waren, schreef hij: »De eenige oorzaak hier-de boeren ten van is de op den gemeenen man onverdragelijke druk 0Pstancl 0P; van vorsten en heeren.quot; (J. Ill, 18). 't Volk zelf maakte de gevolgtrekking. Het stond op onder Thomas Miinzer en anderen, roofde en moordde. Toen Georg van Truchsess de boeren in Zwaben overwonnen had en de vorsten zich tot den »hervormerquot; wendden, veranderde als bij tooverslag Luther's taal. »Wie Münzer gezien heeft, doet ze ■ schreef hij toen, mag zeggen dat hij den duivel zeiven dooden; gezien heeft... het is tijd dat de boeren als dolle honden gewurgd worden.quot; In 1525 gaf hij een geschrift uit tesen de moordende en roovende boerenbenden, waarin o. a: »De boeren hebben den dood naar lichaam en ziel verdiend. Men wurge of doorsteke hen als razende honden. Een vorst kan heden den hemel beter verdienen door bloedvergieten dan door bidden.quot; Terwijl Luther bruiloft vierde met Catharina van Bora, werden meer dan 100,000 boeren gedood. De beul schreef eenige jaren later: »Ik, Martinus Luther, heb alle boeren in hun opstand verslagen; al hun bloed kome op mijn hals.quot;

(J. III, 536 en 537). b) Na den boerenopstand verkon-preekt 't abso-digden Luther en Melanchthon de politieke leer van de lute vorsten-onbeperkte macht der overheid over de onderdanen, zij gezag, predikten en leerden de slaafsche onderwerping des volks en de heerschappij des gewelds. (J. III, 19). »Dat de overheid uit den boerenkrijg leere, schreef Luther, in

het vervolg streng en met geweld te regeeren..... De ezel

wil geslagen, het gemeene volk met geweld geregeerd worden. Daarom gaf God aan de overheid een zwaard en geen vossenstaart in de hand.quot; (J. Ill, 536). »Zooals Kerk. Gesch. 9

ocr page 140

130

de ezeldrijvers den ezels voortdurend den stok moeten doen gevoelen, zoo moet de overheid het gemeene volk, geestelijke en mijnheer onmes drijven, slaan, wurgen, afbeulen, ver-werekllijke, branden, onthoofden, radbraken, opdat men haar vreeze en het volk alzoo in toom gehouden wordequot; (J. II, 57G). »Dat 2 en 5 zeven uitmaken, zoo preekte Luther, dat kunt gij begrijpen met uw verstand; maar als de overheid zegt; 2 en 5 is acht, dan moet gij het gelooven tegen beter weten en tasten in.quot; (J. II, 575). In Mei 1554 verklaarde Melanchthon op een religie-bijeenkomst te Naumburg dat de »Dahingahe' der Kerk onder de wereldlijke overheid, niet slechts, zooals Luther beweerde, eene noodzakelijkheid, maar een goddelijk bevel was. (J. III, 702). Vandaar het beruchte »cujus regio, ejus et religioquot;, het absoluut gezag der Protestantsche vorsten zoowel in het geestelijke als in het wereldlijke, een gezag, dat meer dan alle andere oorzaken te zamen, door dwang het Protestantisme heeft verspreid. (Zie J. III en IV). Eu toch spreekt men van »vrij onderzoek.quot; b) In 1527 schreef Luther aan den keurvorst Frederik: stemt den roof» Wij moeten eerst de harten van de kloosters aftrekken.

der kerk. Zijn deze leeg, laat dan de landsheeren er mee doen wat goederen toe. zij willen.quot; (J. III, — 55). Weldra verklaarden de Protestantsche vorsten het als hun plicht de kerkelijke goe-Verarming der deren te rooven. (J. III, 186). Die roof der kerkelijke lage klasse, grondeigendommen was tevens eene berooving van den gemeenen man, die nu het medebezit der ffemeentegoe-

O 7 O O

deren of »Almendenquot; verloor. (J. I, 279 en III, 699). Overal veroorzaakte het Protestantisme eene yroote ver-arming der lagere volksklasse, in Engeland 't eerst met den vroeger onbekenden naam van pauperisme bestempeld. In prachtige bladzijden schildert Janssen (I, 265—414) het geluk en den overvloed van boeren en werklieden vóór de «hervorming.quot;

ocr page 141

131

c) Goihdiewtoorlocjen veroorzaakte de »hervormingquot;

overal waar zij binnendrong. Vroeger stond eene Kerk tegenover verschillende staten, nu staat één staat tegenover verschillende kerken. 1quot;) In 1535 maakten zich de wederdoopers onder Jan Matthijsz. van Haarlem. Jan Godsdienst-Bockelszoon of Jan van Leiden en Rotman, meester van oorlogen de stad Munster en stichtten er »liet Nieuwe rijk van r) Het N. Rijk Sionquot;, waar veelwijverij toegelaten en een schrikbewind,van Sion 1535. wiens beul Knipperdolling heette, ingevoerd werd. In 1536 hernam de prins- bisschop Ulrich van Waldeck de zwaar geteisterde stad en bestrafte de wreede geestdrijvers.

2quot;) Te Smalcalden sloten in 1531 keurvorst ^^WlfTTk 2») SmalcaUli-van Saksen, landgraaf Philips van Hessen en andere sche oorlog, protestantsche vorsten een nieuw of- en defensief ver- 1547. bond en weigerden den Keizer de gevraagde hulp tegen de Turken. Na lany dralen en toegeven sloeg Karei V

O O O

den keurvorst en den landgraaf in den rijksban. Gesteund Maurits v. Sakdoor den Protestantschen hertog Maurits van Saksen, sen verraadt behaalde 's keizers veldheer Alba eene glansrijke over-Keizer en Rijk. winning op den keurvorst bij Mühlberg (1547). Frede-riks land en titel verkreeg nu Maurits, die den keizer weldra verried, en, in bond met Willem van Hessen en Jan Albert van Mecklenburg, »in einer Urkunde Deut-scher Schande und Deutschen Selbstverrathesquot; (J. Hl, 642), de rijkssteden Metz, Kamerijk, Toul en Verdun aan koning Hendrik II van Frankrijk overleverde.

3°) In 1608 sloten eeuige hervormde vorsten en steden, ter verdediging (?) tegen den Keizer, eene Unie teUnie en Liga. Ahausen, wat in 1609, ter zelfverdediging, het sluiten eener U'ja der katholieke vorsten te Miinchen ten gevolge had.

De Gullk-Kleefsclie successie-oorlog (1609 —1614) kreeg, 3quot;) Gulik-door de deelneming der staatkundig-godsdienstige ver-Kleefsche suc-bonden van Katholieke Spanjaarden en Calvinistische cessie-oorlog. Noord-Nederlanders, eene sterk godsdienstige kleur.

ocr page 142

132

4°) Dertigja- 4quot;) Door liet drijven der hervormden en de heersch-rige oorlog, zucht van hervormde vorsten ontstond de dertigjarige

oorlog. (1618 —1G48), tengevolge waarvan Duitschland ,

machteloos en rampzalig werd, en ook in dit opzicht, zegt de protestantsche geschiedschrijver D1' Hinrichs, »war die Reformation das grösste Ungliick was Deutschland je getroffen hat.quot; Deze oorlog kan echter slechts ten deele een orodsdienstoorlog genoemd worden. (Zie hierover do

O o o \

Nieuwe geschiedenis). Tegen de bepalingen van den vrede van Munster (1648), waardoor het »Jus reformandiquot; en de roof der kerkelijke goederen bevestigd werden , protesteerde Paus Innocentius X door zijn nuntius kardinaal Fabio Chigi.

Hebben de katholieke veldheeren Tilly en Pappenheim moedwillig Maagdenburg in '1631 verbrand en verwoest? —

1°) Tilly, een groot veldheer, zegt de Protestantsche ge-Bruiloft van schiedschrijver Wittich, kon onmogelijk liet bevel geven dit bolwerk tegen de Zweden, deze sterke strategische positie voor verdere ondernemingen, door ziju eigene soldaten te doen vernielen. 2°) Hij moet het Restitutie-edict doen uitvoeren en kon dus niet de voornaamste der teruggevorderde steden vernietigen. Neen! die brand was voor Tilly een zeer Maagdenburg, beklagenswaardig ongeval. 3quot;) Toen Pappenheim met het regiment sGronsveldquot; poort en wal bij de Neustadt genomen had,

brak reeds het vuur op twintig plaatsen in de stad uit. 4°) Fal-kenberg, de Zweedsche bevelhebber der vesting met eenigc heethoofdige predikanten en leden van het schippersgilde, hebben den brand veroorzaakt om de schuld op de belegeraars te werpen en zoodoende »die Entrüstung der Protestantischen Welt wachzu-rufen.quot; 5°) Leo van Aitzema, zaakgelastigde der Nederlandsche Republiek in Maagdenburg, schreef: »Men kan terecht beweren, dat deze stad opgeofferd is geworden, om Zweden groot te maken.quot; Falkenberg's daad was voor Gustaaf Adolf geen 1

geheim. Ook bekende zijn kanselier.Oxenstierna: »De koning 'I

heeft de verwoesting van Maagdenburg met genoegen gezien.quot; ii

5n) Het Protestantisme is eveneens eene der grond- ,1

oorzaken geweest der Fransche revolutie. Dit schreef onlangs Paus Leo XIII, dit beweren alle katholieke en zelfs vele protestantsche schrijvers o. a. Hendr. Leo en

ocr page 143

133

Ludwig Feuerbach: »Die Entwickelung revolutionarer Staatsrcchtstheorien, zegt de eerste, war die ganz noth-wendige, unausbleibliche Folge der Reformation.quot; En

o ' r3

Feuerbacli: »Het Protestantisme heeft den Paus door den koning vervangen. Nu geldt de strijd bet politieke pausdom ; de bewijzen voor de noodzakelijkheid van den staatkundigen zyn dezelfde als die voor de noodzakelijkheid van den godsdienstigen Paus. Der Protestant ist ein religiöser Republicaner.quot;

6quot; Indirekt waren ook de afval en godsdienstoorlogen in andere staten, gevolgen van Luthers kerkelijken opstand.

§ 41.

De Hervorming in Zwitserland.

a) Ulrich Zwingij , pastoor te Zurich, een driftig en zedeloos mensch, verkondigde over het algemeen Luthers leer in Duitsch Zwitserland, verwierp echter, na hevi-gen strijd met Luther, de »impanatwquot; en loochende Christus' tegenwoordigheid in het H. Sacrament. De Herdoopers veroordeelde hij tot den waterdood. Noch de liefdevolle brief van Paus Adriaan VI, noch de zegevierende wederlegging zijner 67 theses door Jan iaber van Constanz vermochten den halsstarrigen ketter tot

inkeer te brengen. De bewoners der oude WoudcantonsKath. Cantons. Swytz, Uri, Unterwalden, en Lucern, Zug, Freiburg en Solothurn bleven der Kerke getrouw, en versloegen in 1531, de moedwillige «hervormersquot;, die te Bazel, Bern, Slag van 8' Gallen en elders de Katholieken onderdrukten. Zwingli CaPPel' '531 • sneuvelde. Luther juichte. De inwoners van Bern voerden met geweld de hervorming in de op Savoie veroverde landstreken in ; Geneve, in strijd met zijn bisschop,

nam de nieuwe leer aan en werd 't gereformeerde Rome.

b) Hier trad de hardvochtige Jan Calvin (Chauvin),

ocr page 144

134

... ,

te Noyon in Picardië geboren alg hervormer, en tevens

als dwingeland in wereldlijke zoowel als geestelijke aangelegenheden op. Door Melchior Volmar leerde hij Luthers leer kennen, sloot zich later in hoofdzaak bij Zwingli aan, verbood alle kerkelijke plechtigheden en versieringen, leerde de onvoorwaardelijke praedestinatie of onvoorwaardelijke verdoeming, de onvrijheid van 's menschen wil, de noodzakelijk/ieid der zonde bij vele menschen en de slechts virtueele tegenwoordigheid van Christus voorde uitverkorenen in het avondmaal. Te Genève stelde hij eene strenge inquisitie in, die alle familiereohten schond, de volksvermaken zelfs kinderspelen verbood, en van 1542 —154(3 meer dan 000 personen in hechtenis deed nemen, 76 verbannen en 58 onthoofden of verbranden. Onder dezen bevonden zich de Spaansche geneesheer Michael Servede, wegens zijne leer over de H. Drievuldigheid levend verbrand (1553), de pantheist Jac. Gruet, die onthoofd, de bijbelvertaler Bolsec, die verbannen werd. Calvijn's leer, door politieke partijen gesteund, werd in N. Nederland, Schotland, Engeland en Frankrijk verspreid; hier vooral door den geestrijken, doch zedeloozen Theodoras Beza.

§ 42.

Het Protestantisme in de Noordsche rijken en in Polen.

a) De edelman Güstaaf Wasa, die Christiaan 11 van Denemarken uit Zweden verdreef (1523), voerde hier, om zijn troon door den roof van kerkelijk goed en het breken der macht van adel en geestelijkheid, te bevestigen, het Protestantisme met list en geweld in. Tot werktuigen bediende hij zich vooral van de predikanten Olof en Laurens Peterson en Laurens Anderson. Wasa liet.

ocr page 145

om het volk te misleiden, de bisschoppelijke waardigheid, als titel bestaan, en beval den predikanten »ter bevrediging van zwakhoofden en domkoppen, hostie en kelk te behouden.quot; Dus eene parodie der H. Mis. De bisschoppen, monniken en priesters van Zweden bleven der oude Kerk getrouw en werden of onthoofd of verbannen. Weldra verbood eene gruwzame wet den Katholieken priesters onder doodstraf het betreden van Zweedsch grondgebied, wet, waarin alleen voor de priesters der gezantschappen van Frankrijk en Spanje eene uitzondering gold. Wie de protestantsche kerken niet bezocht, werd gegeeseld, enz. Langen tijd werd het geloof nog door Jezuïeten, die den dood trotseerend, met rattenvallen te koop liepen bij velen bewaard.

b) In Denemarken omhelsde koning Frederik T, om den invloed der geestelijkheid te fnuiken het Protestantisme, deed de bisschoppen gevangen nemen en verbood onder doodstraf het verblijf van katholieke priesters op Deensch gebied.

c) Eveneens werden Noorwegen en IJsland, met Denemarken verbonden, gewelddadig «hervormd.quot; In 1550 onderging Jan Aresen, bisschop van Horlum, den marteldood.

d) Polen, waar men de nieuwe leer duldde, werd weldra bezocht door een bonte schaar van hervormers, onder welke Laelius en Faustus Socinus, die de godheid van Christus loochenden, het meest bekend zijn. Dank den ijver der bisschoppen, oefenden zij op de bevolking weinig invloed uit. Onder koning August III heulden de weinige hier hewormden met Rusland en Pruisen. Polen werd in 1772, 1793 en 1795 tusschen Rusland, Pruisen en Oostenrijk -verdeeld. Hier werden hun geloof en nationaliteit geëerbiedigd, daar, vooral in Rusland, met voeten getreden. De Czaren, tevens Pausen der schisma-

ocr page 146

136

tische Russische staatskerk, schrikten voor geene, zslfs niet de meest barbaarsche middelen terug, om den Unia-ten van West Rusland hun voorvaderlijk geloof te ontrukken. Over het algemeen bleven de Polen aan 't se-

O O

loof en 't land hunner vaderen gehecht. (Zie § 58).

§ 43.

De Hervorming in Frankrijk.

De zedeloosheid van het hof en der hoogere kringen,

O O 7

en de schaamtelooze politiek van den »roi très-chrétienquot; Frans I, die met den Sultan en de Duitsche Protestanten tegen Karei V verbonden sloot, vergemakkelijkten aan Theod. Beza en zijne volgelingen het verspreiden der Calvinistische leer in Frankrijk. Hier werden de hervormden, lluyenooten genoemd, een politiek-gods-dienstige partij, die onder het bestuur der laaghartige koningin-raoeder Catharina de Medici en barer zonen Frans II, Karei IX en Hendrik III, door de machtige familie der Bourbons van Navarra en van tijd tot tijd door Catharina zelve begunstigd, meer en meer in uitbreiding en aanzien toenam; hoewel Beza met zijne predikanten, op het »Colloque de Poissyquot; in 1561, op alle punten voor de bewijsvoering van den kard. v. Guise en den Jezuïet Laynez moest wijken. Behalve den koning Anton van Navarra, die later weder katholiek werd, waren de prins van Condé en de admiraal Coligxy de hoofden der Hugenooten. Aan het hoofd der katholieke partij stond de hertog Frans van Gui.sik een groot man in den waren zin des woords. Reeds hadden de hervormden, zooals elders ook in Frankrijk door hunne dweepzieke predikanten opgehitst, in Béarn, te Ni-mes en andere plaatsen, de Katholieken gruwzaam

ocr page 147

137

vervolgd (1), toen eenige Hugenooten in een gevecht te Vassy, dat zy zeiven uitlokten (2), door het gevolg Aanleiding der van Frans van Guise gedood werden (15G2), Dit gat' Godsdienst-het sein tot een 36 jarigen godsdienst- en burgeroor- oorlogen, log (3) waarin de Katholieken hij Dreux, S' Denys,

Jarnac en Montcontour de Protestanten, ondanks den steun van Duitschers en Nederlanders ( Willem v. Oranje en Lodewijk v. Nassau), versloegen. Hoewel de Hiigenooten de gewichtige stad Havre den Engelschen over- Winstgevende leverd, en nederlaag op nederlaag geleden hadden, schonk nederlagen, de regeering in de vreiesverdragen den hervormden telkens, niet alleen godsdienstvrijheid, maar daarenboven de vestingen Montauban, Cognac, La Charité en La Roebelle, (4) De hoofden der katholieke party, Frans van Guise, de maarschalk S1 André en Anne de Montmorency werden door de Hugenooten vermoord; de eerste door den Calvinistischen edelman Jan Poltrot de Mere, Moord van Fr. die op bevel van Coligny en op raad van Theod. Beza, v- Ouise. den edelen hertog, zijn weldoener, doodelyk verwondde (5).

In ISTS kwamen 800 liervonnde edellieden, door 8000 sol-

1

Vóór en onder de godsdienstoorlogen vernielden de Hugenooten in Frankrijk 150 Cathedralen en 500 kerken.

ocr page 148

134

. . .

te Noyon in Picardië geboren als hervormer, en tevens als dwingeland in wereldlijke zoowel als geestelijke aangelegenheden op. Door Melchior Volmar leerde hij Luthers leer kennen, sloot zich later in hoofdzaak bij Zwingli aan, verbood alle kerkelijke plechtigheden en versieringen, leerde de onvoorwaardelijke predestinatie of onvoorwaardelijke verdoeming, de onvrijheid van 's menschen wil, de noodzakelijkheid der zonde bij vele menschen en de slechts virtueele tegenwoordigheid van Christus voor de uitverkorenen in het avondmaal. Te Genève stelde hij eene strenge inquisitie in, die alle familiereohten schond, de volksvermaken zelfs kinderspelen verbood, en van 1542 — 154G meer dan 900 personen in hechtenis deed nemen, 76 verbannen ea 58 onthoofden of verbranden. Onder dezen bevonden zich de Spaansche geneesheer Michael Servede, wegens zijne leer over de II. Drievuldigheid levend verbrand (1553), de pantheist Jac. Gruet, die onthoofd, de bijbelvertaler Bolsec, die verbannen werd. Calvijn's leer, door politieke partijen gesteund, werd in N. Nederland, Schotland, Engeland en Frankrijk verspreid; hier vooral door den geestrijken, doch zedeloozen Theodoras Beza.

§ 42.

Het Protestantisme in de Noordsche rijken en in Polen.

a) De edelman G u sta af Wasa, die Christiaan II van Denemarken uit Zweden verdreef (1523), voerde hier, om zijn troon door den roof van kerkelijk goed en het breken der macht van adel en geestelijkheid, te bevestigen, het Protestantisme met list en geweld in. Tot werktuigen bediende hij zich vooral van de predikanten Olof en Laurens Peterson en Laurens Anderson. Wasa liet,

ocr page 149

135

om het volk te misleiden, de bisschoppelijke waardigheid, als titel bestaan, en beval den predikanten »ter bevrediging van zwakhoofden en domkoppen, hostie en kelk te behouden.quot; Dus eene parodie der H. Mis. De bisschoppen, monniken en priesters van Zweden bleven der oude Kerk getrouw eu werden of onthoofd of verbannen. Weldra verbood eene gruwzame wet den Katholieken priesters onder doodstraf het betreden van Zweedsch grondgebied, wet, waarin alleen voor de priesters der gezantschappen van Frankrijk en Spanje eene uitzonde-rino- gold. Wie de protestantsche kerken niet bezocht, werd gegeeseld, enz. Langen tijd werd het geloof nog door Jezuïeten, die den dood trotseerend, met rattenvallen te koop liepen bij velen bewaard.

b) In DenemarJcen omhelsde koning l' rede rik I, om den invloed der geestelijkheid te fnuiken het Protestantisme, deed de bisschoppen gevangen nemen en verbood onder doodstraf het verblijf van katholieke priesters op Deensch gebied.

c) Eveneens werden Noorwegen en IJsland, met Denemarken verbonden, gewelddadig «hervormd.quot; In 1550 onderging Jan Aresen, bisschop van Horlum, den marteldood.

d) Polen, waar men de nieuwe leer duldde, werd weldra bezocht door een bonte schaar van hervormers, onder welke Laelius en Faustus Socinus, die de godheid van Christus loochenden, het meest bekend zijn. Dank den ijver der bisschoppen, oefenden zij op de bevolking weinig invloed uit. Onder koning August III heulden de weinige hier hewormden met Rusland en Pruisen. Polen werd in 1772, 1793 en 1795 tusschen Rusland, Pruisen en Oostenrijk «verdeeld. Hier werden hun geloof en nationaliteit geëerbiedigd, daar, vooral in Rusland, met voeten getreden. De Czaren, tevens Pausen der schisma-

ocr page 150

136

tische Russische staatskerk, schrikten voor geene, zslfs niet de meest barbaarsche middelen terug, om den Unia-teu van West Rusland hun voorvaderlijk geloof te ontrukken. Over het algemeen bleven de Polen aan 't o-e-

o O

loof en 't land hunner vaderen gehecht. (Zie § 58).

§ 43.

De Hervorming in Frankrijk.

De zedeloosheid van het hof en der hoosere kringen,

o o 7

en de schaamtelooze politiek van den »roi très-chrétienquot; Frans I, die met den Sultan en de Duitsche Protestanten tegen Karei V verbonden sloot, vergemakkelijkten aan Theod. Beza en zijne volgelingen het verspreiden der Calvinistische leer in Frankrijk. Hier werden de hervormden, Ihujenooten genoemd, een politiek-gods-dienstige partij, die onder het bestuur der laaghartige koningin-moeder Catharina de Medici en harer zonen Frans II, Karei IX en Hendrik Hl, door de machtige familie der Bourbons van Navarra en van tijd tot tijd door Catharina zelve begunstigd, meer en meer in uitbreiding en aanzien toenam; hoewel Beza met zijne predikanten, op het »Colloque de Poissyquot; in 1561, op alle punten voor de bewijsvoering van den kard. v. Guise en den Jezuïet Laynez moest wijken. Behalve den koning Anton van Navarra, die later weder katholiek werd, waren de prins van Conde en de admiraal Coligny de hoofden der Hugenooten. Aan het hoofd der katholieke partij stond de hertog Frans van Guise^ een groot man in den waren zin des woords. Reeds hadden de hervormden, zooals elders ook in Frankrijk door hunne dweepzieke predikanten opgehitst, in Béarn, te Ni-mes en andere plaatsen, de Katholieken gruwzaam

ocr page 151

137

vervolgd (1), toen eenige Hngenooten in een gevecht te Vassy, dat zij zeiven uitlokten (2), door liet gevolg Aanleiding der van Frans van Guise gedood werden (1562). Dit gaf Godsdienst-het sein tot een 36 jarigen godsdienst- en burgeroor- oorlogen, log (8) waarin de Katholieken bij Dreux, S' Denys,

Jarnac en Montcontour de Protestanten, ondanks den steun van Duitschers en Nederlanders (Willem v. Oranje en Lodewijk v. Nassau), versloegen. Hoewel de Hngenooten de gewichtige stad Havre den Engelschen over- Winstgevende leverd, en nederlaag op nederlaag geleden hadden, schonk nederlagen, de regeering in de vreiesverdragen den hervormden telkens, niet alleen godsdienstvrijheid, maar daarenboven de vestingen Montauban, Cognac, La Gharité en La Roebelle. (4) De hoofden der katholieke partij, Frans van Guise, de maarschalk S' André en Anne de Montmorency werden door de Hugenooten vermoord; de eerste door den Calvinistischen edelman Jan Pol trot de Méré, Moord van Ir. die op bevel van Coligny en op raad van Theod. Beza, Y- t:iuse-den edelen hertog, zijn weldoener, doodelijk verwondde (5).

lu 1572 kwamen 80U hervormde edellieden, door 8000 sol-

(1) Vóór en onder de godsdienstoorlogen vernielden de Hugenooten in Frankrijk 150 Cathedralen en 500 kerken.

(2) Zij stoorden de godsdienstplechtigheid, die Fr. van Guise bijwoonde, en verwondden hem door een steenworp aan het hoofd.

(3) De Protestantsche geschiedschrijver Fitz-William zegt: „Het uil-lokken van vijf burgeroorlogen, het verraad der vestingen, de plundering en vernieling van kerken en kloosters, de vermoording van pliesters en monniken (o. a. te S' Sever en Orthez), de barbaarsche slachting order eenvoudige geloovigen bij de processiën van Pamiers, Kodez en Valence aangericht, zijn onwederlegbare getuigenissen der bloe-diquot;e gruwelen, waaraan de Hugenooten zich jegens de katholieken schuldig maakten. Ik waag het niet deze feiten te ontkennen, waiit zij zijn waar.quot;

(4 ! Te La Rochelle verkocht Lod. v Nassau den roof der Watergeuzen (Zie Kervijn van Lettenhove : „Les Huguenots el les Gneuxquot; II, 289-325.

(5) Wat vroeger schonk Frans v. Guise, bij het beleg van Orleans, na een mislukten aanslag, eenen anderen Calvinistischen moordenaar de vrijheid, zeggende: „Eh bien! si ta religion t' oblige de tuer un homme, qui de ton propre aveu ne t'a jamais offensé, la mienne m'ordonne de te pardonner.quot;

i I ft 1

.4. -y/j'

tX ^4 * 7^1

7

r^:/H ^

J J / /

, r Q «rgt;v^ iK/,0'

/

ocr page 152

138

daton vergezeld, liet huwelijk van Hendrik van Navarra met de zuster van Karei IX te Parijs bijwonen. Hier werd op Coligny, wegens zijn dreigend optreden, op bevel der gewe-teniooze Catharina van Medici door-^Trinitigiii u'en aanslag beproefd. (1) Hierop besloten de Hugenooten in den vBnHlwlo-

,, . mcusnachtquot; van 23—L2i Augustus het paleis te overrompelen

Uarlholomeus- i i • ^ i i- ^ i r» r*--» * .

en den koning met zijn hof te vermoorden. Den 23 Augustus

nac t, 1572. 's morgCns si'amiral lit appeler son conseil, et y furent l'ospace de quatre heures. La résolution fut, pour l'assurance de leur .religion et conservation d'eux tous, d'exccuter pronip-tement ce qu'ils avaicnt auparavant advisé et arrêté entre eux, ;i savoir : lever le roi de Navarre pour roi et Uier le roi, les reines rnére et lille, messieurs d'Anjou et d'Alenconquot; enz. (K. v. L. II, 554). De rollen werden onder de saamgezworenen verdeeld. (K. v. L. II. 556 —557). 's Avonds reeds zouden 8i Hugenootsche edellieden liet paleis binnendringen om. tegen den morgen, op het gegeven oogenblik de wachten te dooden en de toegangen voor de anderen te openen. Doch Karei IX, door den Hugenoot Bouchavannes van het plan onderricht, gaf, het recht van zelfverdediging verre te buiten gaande, om twee uur 's morgens het wreede bevel: »Qu'on tue tons les Huguenots de France, afin qu'il ne reste pas un seul, qui puisse me reprocher ce que j'aurai fait.quot; (K. v. L. H, 572). Het getal slachtofTers bedroeg in Parijs en provinciën van 2000 a 4000 man, waaronder Coligny en een vijftigtal edellieden. (K. v. L. II, 590). Velen werden door geestelijken, o. a. door den bisschop Hennuyer van Lisieux gered. Karei IX gaf reeds in den namiddag van den 24 Aug. het bevel de gewelddaden te staken en redde verschillende Hugenooten in den Louvre. Dit bevel werd niet uitgevoerd. (K. v. L. II, 595.) Hendrik, zoon van Frans van Guise, redde eveneens verschillende Hugenooten en doodde geen enkele. (K. v. L. II, 592). In Rome vernam men eerst de tijding van een mislukten aanslag op het leven van Karei IX. De Kardinaal van Lotharingen, Lodewijk van Guise, toen te Rome aanwezig, verkreeg van Paus Gregorius XIII een plechtigen dienst te mogen houden, om God voor de redding des konings te bedanken. Dit stond de Paus toe, doch gaf, van de ware toeiracht der zaak onderricht, zoowel in brieven als in woorden, zijn afschuw te kennen van de misdadige wijze, waarop het bedreigde Catholicisme in Frankrijk gered scheen. (2)

ocr page 153

139

Toen, na den dood van Karei IX, zijn broeder en op-volsrer Hendrik III den Calvinist Hendrik van Navarra de kroon wilde nalaten, sloten de katholieken van Frankrijk, met Hendrik van Guise aan 't hoofd, de II. Liga, met het doel dit plan te verijdelen. Een De H. Liga. nieuwe burgeroorlog, oorlog der drie Hendrikhen genoemd, ontbrandde. Op bevel des konings werden Hendrik van Guise (»le balafréquot;) en zijn broeder de kardinaal Lo-dewijk vermoord. Hendrik's jongere broeder, de hertog Kaï'el van Mayenne, streed, toen koning Hendrik III in 1589 onder den dolk van den dweepzuchtigen Dominicanerbroeder Jacob Clément gevallen was, aan hetr hoofd der Lig ai sten tegen Hendrik van Navarra. Deze bekeerde zich in 1593 en gaf den 13 April 1598 het Edict van Edict v.m Xante*, waardoor de Hugenooten godsdienstvrijheid, toe-Kantes, 1598. gang tot alle betrekkingen en verschillende veiligheidsplaatsen verkregen. Het werd hun echter verboden zich verder uit te breiden en de katholieken te onderdrukken. Dit deden zij niettemin, veroorzaakten nieuwe burgertwisten en verbonden zich zelfs in lt)27 met Engeland. Richelieu dwong ze, met hulp der Hollandsche Calvinisten, door de inneming van La Roebelle tot onderwerping. Van het besin der godsdiensttwisten af hadden de uitste-

O O

kendste katholieke bisschoppen en geestelijken o. a. S' Franciscus van Sales, S' Vincentius a Paulo, Véron, de bekeerde Calvinist, kard. Du Perron, en bisschop De Sponde van Paraiers vele Hugenooten tot de moederkerk teruggevoerd. Onder Lodewijk XIV werd de groote meerderheid door Bossuet («Exposition de la doctrine catho-Ikjuequot;), Fénelon, de geestelijkheid in 't algemeen en dooide retteerinsr «rezonden missionarissen bekeerd. Onder

O O O

voorwendsel dat de Hugenooten, tegen de bepalingenopheffing van van het Edict van Nantes in, op 200 plaatsen nieuwe het Edict van tempels gebouwd quot;en de katholieken in Béarn en in de Nantes, 1683.

ocr page 154

140

%

veiligheidsplaatsen onderdrukt hadden, hief' Lodevvijk XIV,

op vaad der ministers Le Tellier en Louvois, in 1685 het Edict van Nantes op, deed de 200 kerken afbreken en beval eindelijk, alle Hugenooten door dwang te be-keeren of uit Frankrijk te verdrijven. Het getal der uitgewezenen beliep 67,000. Daar bij de overige Huge-Dc nooten dragonders ingekwartierd werden, heette men Dragonaden. 's konings maatregel »de Dragonaden,'quot; waarvan Christina van Zweden zeide: »Vos dragons sont de mauvais mis-sionnaires.quot;

Lodewijk XIV, door Louvois opgehitst, hief uit iiolitick,

ten einde 't bestaan van een staafje in don staat te verhoeden,

het edict van Nantes op; 1') »De rechten door dit edict den Calvinisten ingewilligd hadden zij (in onrechtvaardige oorlogen) niet de wapens in de vuist verkregen.quot; (Voltaire), en tT) daarenboven dikwijls het edict gesclionden. 3quot;) Hugo Gro-tius zegt over de herroeping: »Norint illi, qui reformatorurn sibi nomen imponunt, non esse ilia foedera, sed regum edicla, ob publicam facta utilitatem et revocabilia, si aliud regibus publica utilitas suaserit.quot;

Destijds regeerde te Rome Innocentius XI, wiens heilig leven de bewondering der geheele wereld, zelfs van Protestanten en Turken opwekte. Bij de tijding van de verzoening der Hugenooten met de Kerk, liet hij te Rome een plechtig »Te Deumquot; zingen, keurde echter,

toen hij van de Dragonaden en andere dwangmaatregelen kennis kreeg, deze ten scherpste af. . *•

Lodewijk XIV, toenmaals in hevigen strijd met den Paris |

over de sGallicaansche vrijhedenquot;' schreef aan d'Estrées, zijuf gezant te Rome: »Je ramène a l'église [)rès d'un million de Calvinistes; mais ce qui surprendra le plus toute la chrétienté,

e'est que sa Saintcté n'ait pas voulu contribuer a un avan-tage si important a notre religion et au S1 Siége.'' 2°) Innocentius liet door zijn nuntius d'Adda koning Jacob II van Engeland bidden, van Lodewijk tot eene zachtere behandeling '

der Hugenooten te bewegen. (I). üquot;) De bisschoppen, die zich • ♦,

(t) Revue des Questions historiques, XXIV, 377.

ocr page 155

141

tegon do Dragonaden verzotten (o. a. Le Camus van Gre-Y nohle) waren de aan den Paus getrouwe. 4-0) Zelfs S1 Simon,

5 een tegen Innocentius zeer ingenomen schrijver, zegt: »Cette

X, , main-basso sur les Huguenots no put tirer d'Innocent XI la , moindrc approbation.quot;

Au^Ten gevolde van den dwang, door de regeering vtitge-

^ Ö O O7 O DO

oefend, stonden de sektarissen der Cevennen, »Camisardsquot; genoemd, op en begingen onder hun profeet Duskeue en hun legerhoofd Cavalier de vreeselijkste gruwelen tegen katholieke priesters en leeken. (1) Lodewijks wetten tegen de Hugenooten werden na zijn dood niet meer uitgevoerd, en Lodewijk XVI schonk hun in 1787 al de rechten der overige burgers.

§ 44.

Afval van Engeland.

t- »A1 wie het kwade doet, haat het licht,quot; zegt het

Evangelie. Salomon, de wijste der menschen, viel en werd vijand des lichts. Hendrik VIII van Engeland (1509—1547), die om zijne verdediging der H. Sacramenten {oAssertio Sacramentorumquot;) tegen Luther, van Paus Leo X den titel van ^defensor jdeiquot; verkregen had, wilde het vóór zeventien jaren met Catharina van Arragon, weduwe zijns broeders Arthur, gesloten huwelijk nietig doen verklaren, om met Anna Boleyn in den echt te kunnen treden. Daar Paus Clemens VII de echtscheiding moest, en , ondanks 's konings listen en bedreigingen, bleef weigeren, verklaarde zich Hendrik, op aanraden van Thomas Cromwell tot geestelijk opperhoofd der Kerk van Engeland, liet door den vuigen

i Cranmer (2), dien hij tot aartsbisschop van Kantelberg ».---

(1) Zie daarover „La Controversequot; van 1SS2, 16 Jan. bl. 65—83 en 1 Febr. bl. 152 —166.

(2) Cranmer was in 't geheim Protestant en gehuwd.

ocr page 156

142

had benoemd, de eclitsclieiding uitspreken en vorderde van zijne onderdanen den »eed van suprematie,quot; waar- ^

door zij hem, den echtbreker, tot paus der Engelsclie Kerk zouden erkennen. Op het schisma volgde een Schrikbewind, schrikbewind, door roof der kerkelijke goederen (1), vernieling van kerken, kloosters, bibliotheken en vele kunstwerken, den moord van twee zijner zes gemalinnen (?), van twee kardinalen, twee aartsbisschoppen, 18 bisschoppen, 500 abten en monniken, 12 hertogen en graven, 104 edellieden en 70,000 burgers bloedig geteekend. Onder deze slachtoffers der dwingelandij verdienen vooral vermelding de geleerde kardinaal Fischer,

bisschop van Rochester, de geleerde en heldhaftige kanselier Thomas Mokus, 's konings verwante, de grijze gravin Salisbury, moeder van den kardinaal Polus, op wiens hoofd de tyran 50,000 ducaten gesteld had, en de hofpredikers Peyto en Elstow, van de orde der *-

Franciskanen. (2)

Aan de katholieke leer veranderde Hendrik, behalve het primaat, niets, en bestrafte zelfs met den dood de schending des celibaats. Om die redenen zond de Pro-testantsche Cranmer, die Protestanten om hun geloof ter dood liet brengen, zijne vrouw en kinderen naar Duitschland. Hendrik VIII stierf plotseling in 1547, op het oogenblik dat hij zijne zesde gemalin Catharina Parr wilde doen verbranden. (3) »Zoo stierf, zegt de Protes-tantsche geschiedschrijver William Cobbet, de onrechtvaardigste, laagste en bloeddorstigste tyran, die Engeland

(1) Ter waarde van 125 milliocn, die hij in weinige jaren verbraste.

(2) Ook de lage Cromwell werd onthoofd. Melanchthon schreef toen: „De Engelsche tyran heeft Cromwell gedood en zich aan echtbreuk

schuldig gemaakt. Hoe juist zegt de tragedie: geen schooner offer kan |

Gode gebracht worden dan dat van een tyran. Moge God dien geest aan een moedig man geven.quot; (J. III, 418.)

(3) Zie Hergenrüther, II, 339.

I

ocr page 157

143

ooit geregeerd had. Hij had het land in vrede, eenheid en geluk gevonden , hij liet liet door partijen en scheuringen verdeeld zijnen opvolgers, en de inwoners aan ellende en armoede ten prooi. Hij was 't, die er de zedeloosheid, misdaden en kwade driften invoerde, welke zoo vreeselijke vruchten droegen onder de regeering zijner kinderen, met wie eenige jaren later zijn huis en naam uitstierven.quot; (1)

Na Hendrik's dood werd het celibaat voor de Anglikaansche bisschoppen en priesters opgeheven. »L)e opheffing dor kloosters en van liet celibaat der geestelijken, zegt Cobbot (6j8 brief)

had ten gevolge verregaande zedeloosheid en armoede des Gevolgen, volks, twee euvelen, die men gedurende de 900 jaren van Katholiek geloof in Engeland niet kende. Het Pauperisme, de voortwoekerende kanker, die reeds een derde der natie heeft aangegrepen, dagteekent van de «hervorming.quot; Vóór de regeering van bloed telde men nauwelijks drie misdadigers in ieder graafschap, nu in eens 00,000 in de. staatsgevangenissen.quot;

Edüard VI, zoon van Hendriks derde gemalin Joanna Seymour, verkreeg in 1547 de kroon. De laaghartige Cranmer, hoofd eener strenge inquisitie, die de aanhangers der katholieke leer met den dood bestrafte, stelde het »Common Prayer-bookquot; en de 42 artikelen eener nieuwe geloofsbelijdenis op, en voerde gewelddadig het Protestantisme in. De bisschoppen schafte hij niet af,

doch wijzigde in wezenlijke punten het Rómeinsch ritueel voor de wijdingen (2).

Na Eduard verkreeg de »edele, deugdzame en rechtschapenequot; (Cobbet, 9Je brief) Maria de Katholieke (1553—58), het eenig wettige kind van Hendrik VHI,

de kroon, en voerde, in overeenstemming met het par-

(1) Zie W. Cobbet's Geschiedenis der Hervorming in Engeland, 6cie Brief. Bijzonderheden over dezen ij in Rohrljacher T. XXIII en XXIV.

(2) Zie „La ContTJversequot; van 16 Febr, iSSa hl. 209,

ocr page 158

144

Maria de lemeiit, het katholiek geloof' weder in. »Onder hare bloeddorstige??regeering, zegt Cobbet, hadden, na gerechtelijke uitspraak volgens de bestaande wetten, ongeveer 250 terechtstellingen plaats van meestal ellendige booswichten, die den moord der koningin beraamden, ten einde zich, onder voorwendsel van gewetensvrijheid, in eene nieuwe omwenteling door plundering te verrijken.quot; (8sle br.). Onder hen bevond zich Cranmer, de eed- en echtbreker, de samenzweerder en moordenaar, die Luther zei ven in slechtheid overtrof, een booswicht van wien Cobbet ^8ste br.) ons het afschrikkend beeld gemaald heeft. De koningin van Schotland, Maria Stuart, kleindochter eener zuster van Hendrik VIII, was, na tQdueamp;amp;- dood, de wettige koningin van Engeland. Toch maakte Elizabeth, de onwettige dochter van Anna Boleyn, hoewel door haar eigen vader van alle recht op den troon uitgesloten , zich van de kroon meester. Deze bloeddorstige en Kon. EU- zedelooze pausin van Engeland, deze huichelende »Je-zabeth. Zabelquot; wordt nog heden door vele schrijvers als eene groote vorstin en als de »queen virginquot; geprezen, de edele Maria de Katholieke daarentegen als de »bloeddorstio-equot;

O O

gescholden. Weinige dagen vóór Maria's dood had Elizabeth nog plechtig gezworen: »Moge de aarde mij inzwelgen, als ik niet eene ware Roomsch-Katholieke ben.quot; Doch nauwelijks op den troon, dwong de waardige dochter van Hendrik VHI, door het vergen des suprematie-eeds, hare onderdanen te kiezen tusscheu afval van het geloof of den dood, en verbood zij onder doodstraf het lezen der H. Mis. »Weldra waren er geen beulen genoecr te

o o o

vinden en mijne pen weigert het verhaal neêr te schrijven van alle wreedheden, die toen de wereld met ont-Vervolging. zetting vervulden.quot; (Cobbet). Met geweld voerde zy het Protestantisme in. Bisschoppen, priesters en monniken bleven over het algemeen der oude Kerk getrouw. Al-

ocr page 159

145

leen van 1583—1603 ondergingen 232 priesters den marteldood. Elizabeth liet een nieuwe geloofsbelijdenis in 39 artikelen voor de Hoog- ofquot; Episcopaal-Anglikaan-sche kerk opstellen. Barlow, dien zij tot bisschop van S1 Asaph benoemde, wijdde Matthias Parker tot aartsbisschop van Kantelberg, en deze wijdde de andere An-glikaansche bisschoppen.

Barlow was waarscliijnlijk zelf niet bisschop (1), en bruikte bij do wijding het ongeldig ritueel van Eduard Vi. AnS1- 'I1Squot; liet schijnt dat vóór ettelijke jaren drie Anglikaansche geesto- schoppen? lijken, van de ongeldigheid der vroegere wijdingen overtuigd,

zich in een schip op den Oceaan door drie bisschoppen, een Griekschen, een Jansenistischen en een oud-katholieken, de bisschoppelijke wijding hebben laten toedienen. (2)

Nietteger staande de bloedige strafwetten, bleven vele katholieke priesters, vooral Jezuïeten, in Engeland werkzaam.

Velen, o. a. Campion en Ogilbay S. J. werden op bar-baarsche wijze gemarteld. Kardinaal Allen stichtte in België een missiehuis voor zijn ongelukkig vaderland.

In Schotland werd gedurende de minderjarigheid der ko-nino-in Mama Stuart, door John Knox, onder mede-Maria Stuart's

0 ... i]

werking van een deel des adels, het Calvinisme ingevoerd. •

Tegen haar stookten de hervormden een opstand, toen zij, na den moord van haar tweeden gemaal üarnley,

o-ed won (jen werd den moordenaar Bothwell te huwen.

o O

Zij zocht toevlucht bij hare nicht Elisabeth, die haar na 18-jarige gevangenschap op het slot Fotheringay bij Sheffield, valschelijk deed aanklagen en onthoofden.

Maria stierf heldhaftig als martelares. De minister Walsing-ham had vroeger van Elizabeth gratie verkregen voor twee veroordeelde edellieden Ratcliffe en Gray, onder voorwaarde dat dezen den held Don Jan van Oostenrijk, die naar Maria's hand dong, uit den weg zouden ruimen.

Van beide landen, van Engeland en Schotland, ver-

io

1

„The question of Anglican ordersquot; door Estcourt.

ocr page 160

140

kreeg Maria's zoon Jacob I (1603— 25\ oerst Calvinist, later Anglikaan, de kroon. Na het »buskruitverraadquot; nam de vervolging der katholieken in hevigheid toe.

Eenige katholieken o. a. Catesby en Gny Fawkes hadden zich dooi' een van 's konings ministers tot een aanslag tegen „buskruit- jjouing cn parlement laten vervoeren. Volgens Catcsby's go-verraad.quot; tuigenis keurde P. Garnett S. .1., bij wien hij biechtte, het voornemen, als zware zonde, sterk af. Deze werd echter, wijl hij het geheim der biecht niet wilde schenden, met vele anderen op de wreedste wijze tor dood gebracht. (1)

Karei I Jacob's zoon, Kabel I (1025—49), werd op bevel onthoofd. c^er Puriteinsche sektarissen, die de meerderheid in het parlement verkregen hadden, onthoofd, eene eeuw na Hendrik's opstand tegen den Paus: »la revolution comme Saturne dévora ses propres enfants.quot; Hierop volgden repn-Cromwell. bliek en schrikbewind van Cromwell, dan, onder Ka,hel II Test-eed. (1000—86), de invoering van de » Test-actewaardoor ieder ambtenaar gedwongen werd het pauselijk primaat en de transsubstantiatie te loochenen, en bijgevolg de Katholieken van alle staats-betrekkingen (tot 1820) uitgesloten werden.

O

Onder Kareis regeering klaagde Titus Oates, die van anglikaan katholiek, en later weer anglikaan geworden was, valschelijk vijf Jezuïeten van samenzwering tegen clen koning aan. Vele priesters en edellieden werden hierop onrechtvaardig ter dood gebracht. (2)

Karei II bekeerde zich op zijn sterfbed. Zijn broeder en opvolger Jacob II, die reeds als hertog van York tot de Willem lil. ggj.jf was teruggekeerd, werd door zijn schoonzoon Willem III van Oranje (1088 — 1702) onttroond. Onder hem en zijne opvolgers bleef de vervolging tot 1829 voortduren. De lersche Orangemen dagteekenen van hem.

(1) Zie hierover: Les Mélanges de L. Veuillot, Iquot; Série, II, 130.

(2) „Titus Oates, zegt L. Veuillot, hideux garnement, moins scélérat que le ministre Shaftesbury, demandant 1'accroissement de sa fortune au succès de cette hideuse intrigue.quot;

ocr page 161

147

Menigvuldige sekten der sekte ontstonden ook hier,

o. a. de Presbyterlanen, dia geen bisschoppen wilden; Sekten, de Puriteinen, die alle ceremoniën afschaften; de dweepzuchtige Kwakers (van to quake = trillen) door den schoenmaker John Fox; de Methodiiten door John Wesley,

en later de bezadigde RituaUsten door D1' Pusey gesticht.

In Ierland begon sedert Hendrik VIII eene wreede Ierland, vervolging, sedert Elizabeth een systeem van uitroeiing der natie. Deze liet bv. door hare soldaten het onrijpe graan afmaaien om de bevolking uit te hongeren. Onder hare regeering en de volgende werden den Ieren hunne akkers, te zamen 10 mill, acres, ter waarde van meerdere milliarden , ontnomen. Cromwell kreeg bevel van het parlement alle Ieren te dooden, en voerde dit hier en daar letterlijk uit. Ondanks alle vervolgingen, armoede, hongersnood, ondanks de barbaarsche »lgt;ill of Triand'' (1),

door Willem III, met schending des verdrags van Lime-

7 O O

rich, geteekend, bleven tie Ieren hun godsdienst getrouw.

Onder de thans regeerende koningin Victoria stierven nog in »het groene Erinquot; IJ mill. Ieren van honger,

en moest 1 mill, naar Amerika verhuizen. De helft des eilands behoort aan 750 Protest. Lords, en de andere helft bijna gansch aan 12000 andere Protestanten. De katholieke Ieren zeiven zijn meestal arme pachters (600,000) of daglooners (100,000.)

§ 45.

De Hervorming in Nederland.

In de Nederlanden vond 't eerst de sekte der Her-

1

Geen katholiek mocht een testament maken, noch land koopen, noch een paard bezitten van eene waarde boven 5 p. St., noch onderricht geven, noch den kath. godsdienst publiek uitoefenen. De zoon, die protestant Werd, kreeg het gansche vermogen zijner ouders, enz. enz.

ocr page 162

148

doopers eenigen aanhang. Daar zij zich aan opstanden en allerlei woelingen pliclitig maakten, werden zij onder Karei V streng bestraft. Uit Duitscliland drong het Protestantisme, uit Frankrijk het Calvinisme binnen, en vonden machtige bondgenooten in de heerschzncht van den sluwen prins Willem van Oranje, in de hebzucht van veel andere edelen, op kerkelijk goed belust, en in de grieven des volks tegen koning Philips TI en »de Spanjaardenquot; (1). Weldra verkregen de Calvinisten, hier Geuzen genoemd, door dwang en verjaging der monniken en priesters, in Noord-Nederland de bovenhand en vervolgden eeuwen lang de aanhangers van den ouden godsdienst. (Martelaren van Gorcum, 9 Juli 1572). De katholieke kerken, die in 1560 door den ^beeldstormquot; grootendeels geplunderd en verwoest waren geworden, eigenden de hervormers zich toe. Dra splitsten zij zich in Rationalisten of Remonstranten en Orthodoxen of Contra-Remonstranten, welke laatsten, het beginsel van vrij onderzoek ten spot, in 1(518 te Dordrecht hunne geloofsleer den Remonstranten opdrongen, en eene synode of een veelhoofdig pausdom voor de Nederlandsche Calvinisten instelden. De meerderheid der synode in onzen tyd ontkent soms de godheid van Christus; men zocht der wonderspreuk »Christendom boven geloofsverdeeldheidquot; gelding te verschaffen, ja de thans naakte, den Katholieken ontvreemde tempels moesten reeds door de »Orthodoxenquot; tegen het ongeloof worden gebarrica-

O O O

deerd. (2).

De vrij geworden katholieken ontwikkelden zich voorspoedig.

(1) Zie hierover „Les Huguenots et les Gueuxdoor Kervijn van Lettenhove, en mijne Vaderlandsche geschiedenis bl. 83—113.

(2) Men denke aan het „Kerkelijk Conflictquot;, met aankleve van dien.

ocr page 163

149 § 4(3.

De ware hervorming. Het Concilie van Trente,

1545-63.

Om de misbruiken, welke op vele plaatsen in de kerkelijke tucht waren binnengeslopen, uit te roeien, om de Oorzaken. Protestanten, die zich op eene kerkvergadering beroepen hadden, zoo mogelijk, tot de Kerk terug te voeren, om de aangetaste punten der Katholieke leer nogmaals klaar tegenover de dwaalleeringen te stellen, beriep Paus Paul us III in 1545 te Trente een algemeen Con- Cone, van cilie, dat, hoewel tot tweemaal, eerst door de pest en Trente: daarna door den aanval van Maurits van Saksen op'547—49 Trente, onderbroken, wegens het aantal en de geleerd-^ ^2—63 heid (1) zijner leden, het gewicht zijner besluiten en de o-evol^en daarvan, als een der voornaamste onder al de

O O 7

Kerkvergaderingen moet beschouwd worden.

De besluiten, het dogma betreffende, werden deels in vertogen (expositiones), deels in canones of korte stel- Canones. regels, die bondig en klaar de katholieke leer bevatten en de dwaalleer verwerpen, uitgedrukt. De geloofsbe- Geloofsbe-sluiten vorderden denzelfden eerbied voor de Christelijke sluiten. Overlevering als voor alle boeken van het Oude en Nieuwe Testament; zij verklaarden de vertaling der Vulgata voor authentiek, stelden de leer der Kerk aangaande de rechtvaardiging, de H. Sacramenten, de vereering der heiligen en reliquieën, den aflaat en het vagevuur nogmaals in klare bewoordingen tegenover de ketterijen in het licht. De voornaamste decreten omtrent de kerke- Tucht: lijke tucht waren de instelling van Seminarian voor de Sem,narign.

(1) Omler hen blonken vooral uit de kardinalen Polus en L. van Lotharingen, de bisschop Olaiis Magnus van Upsala, Ruard Tapper, Melchior Canus O. 1'. Salmeron en Laynez S. J.

ocr page 164

150

opvoeding der toekomstige geestelijkheid, en die van den Index. Index der voor geloof of zeden gevaarlijke boeken (1). In 1588 stelde Sixtus V eene bijzondere congregatie van den Index in, die gunstig werkte.

Om een der grootste oorzaken van verslapping der kerkelijke tucht weg te ruimen, verlangde het decreet der kerkvergadering over de Seminariën dat voornamelijk kinderen van armen, zonder uitsluiting echter der rijken, tot het priesterschap zouden opgeleid worden. (2)

Gevolgen: In een dor hoofdpunten, do tci'iigvocring dor Protcstantsche sekten tot de Kerk, slaagde liet Concilie niet. De Protestantsche vorston beantwoordden veeleer de uit-noodiging tot het Concilie op onbeschaamde wijze. (J. IV, 10G, 138, 140). De andere doeleinden werden echter ton volle bereikt: heldor blonk de waarheid tegenover de dwaalleer Gevdgen «en mot verjongde kracht trad het Catholicisme tegen de Protestantsche wereld opquot; (Ranke); de misbruiken in de tucht verdwenen; de bedorven takken waren van den boom der Kerk afgescheiden; de seminariën leverdon haar geleorde, deugdzame en trouwe priesters (3); woldra was zij rijk aan groote heiligen, geleerden en kunstenaars; de Apostolische Stoel werd weder het brandpunt van de liefde en voreering der geloovigen; talrijke nieuwe kloosterorden ontstonden; do missiën biociden meer dan ooit en voorden in verre stroken der Kerk moer geloovigen toe, dan zij in Europa verloren had; voor de streng Katholieke wetenschap brak een nieuw tijdvak van luister aan (Suarez e. a.), en de Romeinsche Catechismus en de Catechismus van Canisius, twee meesterstukken van vorm en degelijkheid, legden in de jeugd den grondslag van ware kennis en deugd. ))Een inwendige geest van hervorming had zich in de Kerk doen gelden en haar

ocr page 165

151

in één mcnschcnleven, van liet Vaticaan tot in ilc meest af-gelegon gehuchten hernieuwd.quot; (Macaulay, Edinb. Rev. 18i-0).

Paolo Sarpi (of zijn pseudoniem Pietro Soave Polano), een afgevallen monnik, schreef in 1619 eene vervalschte geschiedenis der kerkvergadering van Trente, in 1055 door een authentiek geschiedverhaal van den kardinaal Gcsch. \an PiLLAVicm S. J. meesterlijk weerlegd. '' Concilie.

§ 47.

De voornaamste Pausen van dit tijdvak.

Toen Luther de vaan des opstands ontrolde, zetelde Leo X, te Rome Leo X (Joannes van Medici), wiens regeering in de geschiedenis der kunst den naam van »eeuw van Leo Xquot; draagt. Als een diamant ving hij het licht dei-vernuften van zijn tijd in zich op en straalde het terug.

Minnaar van kunst en pracht, door Humanisten gevormd en wellicht zelf wat te veel Humanist, onderteekende hij de heilzame besluiten der 17lle algemeene kerkvergadering v. Lateranen, doch zorgde te weinig voor krachtdadige uitvoering; gaf een decreet tegen de verspreiding van slechte geschriften en liet 120 meest ongeloovige Humanisten ongehinderd te Rome werken (1). Was hij »de vader der schoone letterenquot;, niet minder vaderlijk zorgde hij voor de studie der godgeleerdheid (Cajetanus);

en de uitstekende godgeleerden der Kerkvergadering van Trente werden hoofdzakelijk onder zijn bestuur gevormd.

Telt;fen Luther trad Leo eerst met voorzichtige zachtheid

O

later met kloeke gestrengheid op.

Aukiavn' VI, de eenige Nederlandsche Paus, ongeluk- AdriaanVi,

kig in zijn ijverig streven om de ware hervorming tot 1522—23.

(1) Zie Von Reumont's ,,Geschichte Koms,quot; III, 377*

ocr page 166

152

stand te brengen, droeg slechts één jaar de driekroon en stierf van verdriet. Zijn voornaamste werk heette Clemens vu, rebus theologicis.quot; Zijn opvolger Clemens VII, in '523—34- (jg Italiaansdie politiek verward, hielp, zonder het te bedoelen, door zijn bond met Frans I van Frankrijk, den keizer moeielijkheden bereiden, welke dezen beletten krachtdadig tegen het Protestantisme op te treden.

Iius l\. plus {\r bevestigde (1584) de decreten der kerkvergadering van Trente en zorgde, door zijn neef, den H. Ca-rolus Borromeus, ondersteund, met ijver voor hunne uitvoering.

S' Pms \ , gt pIÜS y wer]f voort. Hij ondersteunde Phi-

i566- 72. lipS n van Spar je in zijn strijd tegen de hervormden van Frankrijk en Nederland en sloot een verbond met Spanje en A enetië tegen de Turken. De glansrijke zege van Slag van Lepanto, onder bescherming der H. Maagd door Don Lepanto, I57i.juan van Oostenrijk bevochten, bekroonde dit verbond.

Door een wonder kon Pius, op het oogenhlik zelf der overwinning, deze den kardinalen mededeelen. Verder verordende hij dat de bulle »In coena Dominiquot; , waarin de met den ban gestrafte misdaden (o. a. de roof van kerkelijk goed en het onrechtvaardig vorderen van belastingen) opgesomd werden, jaarlijks zon worden afgekondigd.

Greg. XIII, Pius' opvolger, Gregorius XIII, maakte zijn naam 1572—85. onsterfelijk door de verandering van den Juliaanschen kalender in den Gregoriaanschen, die langzamerhand overal, behalve in Rusland, werd aangenomen.

De geniale Sixtus V (Felix Peretti}, die in zijn jeugd veehoeder zou geweest zijn, zuiverde in korten tijd het Uo-Sixtus V, meinsche gebied van rooverbenden, versierde Rome met i585—90- verschillende grootsche gebouwen, richtte de »zuil van ( aligula op, voltooide de koepel van S' Pieter en ds waterleiding »Aqua 1 elicequot;, vergrootte de Vaticaansche

ocr page 167

153

bibliotheek, en stond, hoewel gevreesd, in hooge achting bij het Romeinsche volk (1).

Glejilns VIII schreef een jubilé uit, dat drie millioen Clemens VIII, pelgrims naar Rome lokte, en nam Hendrik TV in den 1592 1605. schoot der Kerk op.

Onder ÜHBiKUs VIII werd het reeds onder Paulus V Urbanus VIII, begonnen proces der Inquisitie tegen Galileo-Galilei 1623 44-(y 1642) over het nieuwe systeem van Nicolaas Copernicus, domheer van Frauenburg — de beweging van de aarde om de zon — geëindigd.

Gulilei, te Pisa in 15()4 geboren, een geleerde, die don tlierniomeler uitvond en den verrekijker verbeterde, verdedigde openlijk iu de landstaal Copernicus' systeem over liet wentelen der aarde om de zon, werd door de Inquisitie veroordeeld en eenigen tijd opgesloten, eerst in het paleis van den Toscaanschen gezant (La Trinita del Monte), daarna één dag in het huis van oenen der Inquisiteurs en later in het paleis van ziju vriend Piccolomini, aartsbisschop van Siena. Ploccs van 1quot;) De Inquisitie liet toe, dat Copernicus' systeem in het latijn, Gahlcï. wel als hypothees, doch niet met dogmatische zekerheid gedoceerd werd, en het werd werkelijk iu dien tijd, zelfs door geestelijken geleeraard. Galileï verkondigde dit echter tegen zijne belofte, in de volkstaal en als bewezen zaak, hoewel de geleerdste natuurkundigen en wijsgeeren van dien tijd, zooals Descartes, Tycho de Brahe en Baco van Vendam, uit wetenschappelijke gronlen zich tegen Copernicus' systeem uitgesproken hadden (2). Iti KilG werd reeds een decreet van veroordeeling, in naam van den Paus, door de Congregatie van den Index, in 1633 het decreet der Inquisitie uitgegeven.

2°) Om dit decreet aan den Paus, als onfeilbaar hoofd der Kerk, te kunnen toeschrijven, moest uitdrukkelijk er in vermeld staan, dat de Paus, na kennisneming, het bevestigd,

1

Zijn plan, de landengte van Suëz te doen doorgraven, bleef om verschillende redenen onuitgevoerd.

2

Galilei kende de gewichtigste bewijsgronden voor het systeem van Copernicus pleitend, niet, en voerde slechts onbepaalde en onzekere bewijzen voor zijne zienswijze aan. — „Tm ganzen Galileischen Streite handelte es sich urn keine das übernatürUche Gebiet berührende dog-malische Frage.quot; (Zie Geschichtslügen, von drei Freunden der Wahr-heit, bl. 431—435 ?

ocr page 168

154

en bevolen heeft 't uit te vaardigen; en daarenboven als leeraar (ex cathedra) geheel de Kerk verplichtte, dit decreet aan te nemen. Dit alles, ook het woord vconfirmavitquot; ontbreekt in dit decreet der Inquisitie, wier vonnissen overigens niot het gezag van kerkelijke geloofsbepalingen, maar slechts dat van doctrinale congregatieuitspraken bezaten, en nooit door pauselijke bullen aan de katholieke Kerk werden bekend gemaakt. De rechtbank der Inquisitie kon dwalen, »maar de Pausen, zegt Joz. de Maistre, hebben nooit, in hun hoedanigheid van opperhoofden der Kerk, één enkel woord uitgesproken noch tegen Copernicus' systeem, noch tegen Galileï in 't bijzonder. Dat Galileï, na het vonnis, zou gezegd hebben: »e pui-se muovequot; is eene fabel. 3°) Galileï was, zooals blijkt uit zijn brief aan pater Castelli, in dc dwaling vervallen, dat Josuë's woord; azoii, sta stil;quot; als valsch moest gehouden worden, hoewel dat gezegde, als het bevel aan een der hemellichamen, met het doel den dag te verlengen, zelfs in Copernic's systeem, door iedereen wordt aangewend; »Tous les astronomes encore aujourd'hui disent et diront toujours: le soleil se léve, le soleil se couche, le soleil passé au méridien, le soleil s'ar-rête au solsticequot;, etc. (I)

ürbanns VIII bepaalde ook de wijze, waarop de heiligverklaring in 't vervolg zou plaats vinden. De wonderwerken van liem, voor wien deze lioose eer stevraaird

o o o

wordt, moeten aan liet strengste onderzoek onderworpen, buiten allen twijfel gesteld; zijn leven driemaal tot in de kleinste bijzonderheden onderzocht worden, en telkens moet zijn volmaakte levenswandel, door nieuwe feiten gestaafd, met nieuwen luister te voorschijn treden. Do eerste maal wordt hij venerabel of eerbiedwaardig verklaard, wat nog geene vereering toelaat; hierop volgt de beatificatie of zaligverklaring, welke de vereering, niet voor de gansche Kerk, maar slechts voor één land of ééne kloosterorde vergunt, eindelijk spreekt de Paus de canonisatie of heiligverklaring uit, waardoor de vereering allen geloovigen wordt aanbevolen. De Kerk wil zoodoende den geloovigen voorhouden, dat de lidmaten

(i) „Les splendeurs de la foiquot; par l'abbé Moigno, IV, 210.

ocr page 169

155

der strijdende en der zegevierende Kerk met elkander in nauwe verbinding staan en hun ievens heerlijke voorbeelden ter navolging, vermogende voorsprekers ter aanroeping voorstellen. (1)

Met het proces van zaligverklaring is belast de congregatie Proces der Kerkgebruiken, samengesteld uit 3 afdeelmgen: 1°) 2(3 van zaüg-kardinalen; 2quot;) 27 geleerde raadsleden, ieder door twee godgeleerden bijgestaan; 3quot;) gereclitsbeambten: de «promotor lidelquot;, belast met het maken van opwerpingen zoolang er een punt duister is; de secretaris, die procesverbalen opstelt;

de notaris, die de acten minuteert; de procureurs, consistoriale advokaten, exporten, tolken, geneeskundigen, natuurkundigen enz. altijd twee van ieder vak, waarvan de eene het vóór,

de andere het tegen moet verdedigen.

üe II. bedelaar Labre stierf in April 1783. In Juni 1783 begon de geestelijke rechtbank reeds het onderzoek van zijn leven en wonderen. Meer dan 100 getuigen (voor en tegen),

wien 132 vragen gesteld werden, vernomen. — 402 voorloo-pige zittingen door de afdeelingen te Rome gehouden — in 1785 verslag op 3300 hl. in 4t0 uitgebracht — Tegelijkertijd onderzoek en oproeping van getuigen te Amettes, Labre's geboorteplaats, te Boulogne, te Paray Ie Monial e. a. plaatsen — Proces ingeleid in 1792.— Tot 1796 voortzetting van onderzoek en 91 zittingen in Rome — Proces gestaakt door de verbanning van Pius VI en Pius VII — Weer opgenomen in 1828, en, na degelijk onderzoek der wonderen, na talrijke nieuwe zittingen dei' afdeelingen, eene haarfijne kritiek enz.

enz. werd Labre in 1859 gelukzalig verklaard.

Voor de heiligverklaring moesten twee nieuwe wonderen bewezen worden. Het onderzoek, de kritiek der feiten, de geneeskundige consultaties, de beraadslagingen der afdeelingen enz. duurden tot 1872, en den 9n Februari 1875 werd machtiging verleend, tot de plechtigheid der heiligverklaring heiligver-over te gaan. »Si l'on n'admettait pas, zegt de geleerde klaring. Moigno, (jn'un arrêt prononcé dans ces conditions de lenteur, de maturité, de severite, de sollicitude, d'inquisition, hors de rinlluence de toute pression Immaine, en presence et sons rinspiration de Dieu, est l'expression manifeste de lavérité... que seront les jugements rendus par les autres tribunaux humains?quot;

(i) Zie „Kerk. gesch. bewerkt door G. Verzijl.

ocr page 170

15G

Innoc. X. Ixnocentius X (1644—55) trad op tegen liet beginsel: »cujus regio, ejus religioquot; en tegen den roof der ker-kelijke goederen, door den Westphaalschen vrede (1048) bevestigd.

Alexandervii. Alexander VII (1655—67) had het geluk de geleerde koningin Christina van Zweden en den landgraaf Ernst van Hessen-Rheinfels in den schoot der Kerk te zien terugkeeren, doch moest vele vernederingen van Lode-clcmcn;; ix. wijk XIV van Frankrijk ondergaan. Clemens IX (1667—69) bracht den vrede van Aken (1668) tot stand, en herstelde de onderbroken betrekkingen van Portugal en

o o

Venetië met den H. Stoel.

Innoc. xi. Onder Ixnocentius XI (1676—89) had de bevrijding van het door den Vezier Kara-Mustapha belegerde en door Rudiger van Stahremberg verdedigde Weenen (1683) plaats.

Het Christen leger, door den Franciskaner pater Marco u'aviano, biechtvader van den vromen en ootmoedigen keizer Ontzet van Leopold I, verzameld cn aangemoedigd, door geldelijke bijdra-Weenen gen cn 't gebed van Innocentius en de geheele christenheid 1683. ondersteund, bevoclit op den Kahlcnberg onder Karei van Lotharingen, 's keizers veldheer, Jan Sobieski, koning van Polen en Jan IV van Saksen, cene schitterende overwinning op het groote leger der Turken. Jan Sobieski, die slechts cpn derde dor strijders in 't veld bracht, en het plan van Karei van Lotharingen volgde, wilde tot eiken-prijs opperbevelhebber zijn; en 't was om niet Sobieski's ijdelheid te krenken, dat keizer Leopold, den slag niet bijwoonde. (1) Vóór den slag naderden dc hoofden des legers ter II. Tafel, en diende J. Sobieski Aviano's mis. Lodewijk XIV had den belegeraars eenige Fransche ingenieurs ten dienste gesteld.

Innoc. XII. Innocentius XIII (1721 —24) benoemde, met tranen in de oogen, op aandringen van verschillende hoveni vooral van het Fransche, den beruchten abbé Dubois

(1) Zie hierover het in alle opzichten prachtige werk van Onno Klopp: „Das Jahr 1683quot; enz. bl. 298—338.

ocr page 171

157

tot kardinaal. Dubois, wiens gedrag op dat oogenblik niets te wensclien overliet, moest evenwel nog de belofte afleggen in liet vervolg een streng priesterlijk leven te leiden, belofte die bij later in den wind sloeg.

Glemeks XII sloeg door de bulle »In eminentiquot; de vrijmetselarij met den ban.

Zijn opvolger, de geleerde canonist Benedictüs XIV

I

(1740—58) hernieuwde dien ban, verminderde bet getal XIV-der vastendagen en schreef meerdere beroemde werken over canoniek recht. Zijn werk «over het diocesaan conciliequot;, en dat »over de beatificatie en canonisatie der Heiligenquot; yjelden als meesterstukken.

O c?

Clemens XIII (1758 — G9) veroordeelde Febronius en Clemens verdedigde krachtdadig de Jezuïetenorde tegen, hare XI11-machtige vijanden. De zwakke Clemens XIV (17G9 — 74) Clemens xl\. schorste de jaarlijksche afkondiging der bul »In coena Dquot;'quot;, en hief de orde der Jezuïeten op.

Pros VI (1775—99), die tegen het Josephisme en 11'us VI-Rationalisme een zwaren strijd had te voeren, stierf als ballinge en gevangene onder de Fransche omwenteling.

o o o o

§ 48.

De Geestelijke orden.

De 10J|? eeuw, ofschoon de eeuw van wanorde en afval van het H. geloof, bracht niettemin een buitengewoon aantal groote heiligen en vele religieuze orden voort, die de Kerk voor de geleden verliezen in korten tijd schadeloos stelden en den overvloed barer levenskracht in 't oog aller onbevooroordeelden deden schitteren.

1') De orde der Theatijnen, in het midden der 17Jo eeuw door Petrus Caeaffa (later Paus Paulus IV) ter opwekking van geestelijken en leeken tot deugd en wetenschap gesticht. De beroemde redenaar (en godge-

Bcncd ictus

i,

!

i

ocr page 172

158

leerde) Ventura werd later een der grootste sieraden der orde.

2°) De orde der Capucijnen (capuce=monnikskap) een tak van de orde der Franciskanen, door M.vmi.vs Bacchi, overste des kloosters van Montefulcone, tot den oor-spronkelijken, strengen regel der Minorieten teruggevoerd. In 't begin der 18de eeuw telde zij 1G09 kloosters en 25,000 medebroeders. Zoowel in de verre missiën als in Europa werkten zij met zegenrijk gevolg.

3°) De orde der Barnahieten, door drie edellieden in de Kerk van S' Barnabas te Milaan opgericht.

4°) De orde der Sornaskers door den edelman S' Hier. Aemiliani in het dorp Somascho bij Milaan, voor de opvoeding en verzorging van arme weezen gegrond.

5°) De broeders der christelijke, liefde, in Duitschland »Barmhartige broedersquot; genoemd, door S' Joannes a Deo in 1545 te Granada opgericht.

6°) De Vaders der christelijke leer, door Cesar de Brs in 1592 bestemd ter onderrichting van de jeugd in de christelijke leer.

7J) De priesters van het Oratorium, door den H. Pm-lippus Neri in 1571 gesticht en naar een oratorium der Kerk van S1 Hieronymus te Rome genaamd, legden zich op godgeleerdheid en prediken toe, leidden jonge lieden tot den priesterstand op en verpleegden de zieken. Op bevel van Phil. Neri schreef de even vrome als geleerde (later kardinaal) Baronius, eene zeer uitgebreide en degelijke geschiedenis der Kerk togen de Maagdeburger Centnriatoren. Dezelfde vereeniging, in Frankrijk door den kardinaal Petrus de BÉrulle gesticht, bracht groote geleerden o. a. den wijsgeer Male-branche, den exegeet Morin (een bekeerling). Thomassin, Richard Simon, den grooten, doch te strengen redenaar Massillon, en in onzen tijd den beroemden redenaar en

ocr page 173

schrijver Gratry voort. Jammer dat vele Fransche Ora-toriauen zich door de lage huichelarii der Jansenisten lieten misleiden. Vóór eenige jaren stichtte de bekeerling Neavman, thans kardinaal, met William Faber het Oratorium in Engeland.

8°) De Fassionisten van Sl Pavlus a Cuuce, met het doel missiën te honden onder christenen en heidenen.

9quot;) De Lazaristen of congregatie der Missies, door S' Vinxentius a Paulo uit Pouy in Gascogne opgericht, om missies te geven onder het volk en in -verre gewesten het geloof te verkondigen. Dit laatste deden en doen zij met overrijk gevolg. S' Vincentius stichtte eveneens de orde der

10quot;) Liefdezusters, wier naam alleen by vriend en vijand als een loflied klinkt dier Kerk, welke deze heldinnen der naastenliefde voortbracht. Millioenen zou het Protestantisme gaarne geven, zoo 't ééne enkele ware liefdezuster kon voortbrengen.

11quot;) De Congregatie van S[ Maurus, wier stichter Didier de la Cour, prior der abdij S1 Vannes, de regels der Benedictijnen te Tulle (lG18j in dien zin wijzigde, dat zijne onderhoorigen zich uitsluitend met studiën bezig hielden. De vermaarde Mabillon, die de geschiedenis der Benedictijnen schreef, was o. a. een sieraad dezer geleerde orde.

12quot;) De Trappisten, naar de abdij La Trappe, waar de prior de Ragt;'cé in 16(52 den oorspronkelijken regel der Cisterciënsers herstelde, aldus genoemd, onderscheiden zich zoowel door eene buitengewoon strenge levenswyze (nooit vleesch, altijd stilzwijgen enz.) als door de bewonderenswaardige gevolgen, waarop zy in het ontginnen van heidegronden, droogmaken van moerassen (Tre Fontane) enz. konden bogen.

13°) Na de opheffing der Jezuïetenorde (zie § 50)

ocr page 174

160

richtte de H. Alfonsüs van Liguoki de congregatie der

o o

Redemptoristen op, die door hunne volksmissies oneindig veel goeds in Europa en Amerika tot stand brachten. Onder de meest bekenden in lateren tijd gelden de zalige Clemens Hoitbauer, die het Katholieke leven in Oostenrijk wekte, en pater Bernard (Hafkenscheidt), een Nederlander, wiens machtige welsprekendheid zoowel in Amerika als in verschillende hinden van Europa met rijke vrachten bekroond werd.

14quot;) Behalve de Liefdezusters ontstonden nog in dit tijdvak de orde der Ursulinen, door de H. Angela Merici van Brescia ter opvoeding van jonge dochters en tot verpleging der zieken, en de orde der Vintatie tot ziekenverpleging door S' Frvnciscus van Sales en 8'« Fuan-cisca van Chantal te Annecy gegrond (1610). De H. Teresia voerde een (nog) strengeren regel bij de (strenge) Carmelietessen in. (1)

§ 50.

De orde der Jezuïeten.

Is het doel aller orden Gods meerdere eer, zelfheiliging en heiliging van anderen, geen enkele toch kon in werkzaamheid, in aantal van geleerden, van heldhaftige missionarissen en martelaren, geen enkele in groote gevolgen harer werking op alle gebied, vergeleken worden met de Jezuïeten, »de grenadiers der Kerkquot;, door den Spaanschen oud-soldaat Ignatius van Loyóla (Inigo Lopez de Recalde) gesticht.

S'Ignatius. Ignatius, bij het beleg van Pampelona (1521) zwaar gewond, kwam door het lezen van de levens der heili-

(i) Haar leven werd door (quot;e gravin Ida Hahn—Hahn en vooral door de Heilige zelve meesterlijk beschreven.

ocr page 175

161

gen tot het grootmoedig besluit zijn leven God alleen toe te wijden, schreef te Manresa, waar hij de zieken verpleegde, zijne beroemde » Geestelijke oefeningenquot;, leerde op de kinderbanken eener school van Barcelona liet Latijn, zette later zijne studiën voort aan de universiteit Stichting der van Parijs en legde hier met zes gelijkgezinde stnden- 1'lle I534-ten (1) in de kerk van Montmartre (1534) de geloften af van knisch en armoedig te leven, en voor de bekeering der ongeloovigen, of iot elk ander doel, dat de Paus hun mocht aanwijzen, te gaan arbeiden. Paus Paulus III bevestigde (1540) de nieuwe orde onder den naam van Gezelschap van Jezus, zooals ook de door Ignatius ontworpen »Constitutiesquot;, een meesterstuk,

waarin, ondanks het verschil van tijden en omstandigheden, nooit eene verandering noodis is geacht.

7 O O O

Aan het hoofd der orde staat een generaal (praepo-situs generalis), voor het leven gekozen, wien een »ad- Inrichting, monitorquot; en eenige »assistentenquot; als raadslieden ter zijde staan, of, mocht het noodig zijn, te recht wijzen, ja zelfs in enkele gevallen kunnen doen afzetten. Dus wijs getemperde monarchie, wier ziel eigenlijk de rjehoor-zaamheul, doch geen slaafsche (2) veilheid is, en waarin eerzucht geene plaats mag vinden. De nieuwe leden moeten eerst in een tweejarig noviciaat zich met godvruchtige oefeningen, dan, na aflegging der kleinere geloften, acht tot tien jaren met studie en onderricht bezig houden (Scholastieken), eer zij, gewoonlijk op ongeveer 30-jarigen ouderdom tot priesters gewijd worden. Volgt een derde proefjaar vóór de aflegging der drie laatste geloften, waarbij zij, die de »solemneele professiequot;

1

De H. Franciscus Xaverius, Laynez, Rodriguez, Salmeron, Boba-dilla en de Savooiaard Le Fèvre of Beatus Petrus Faber.

ocr page 176

162

doen, een vierde voegen, die namelijk, van zich onvoorwaardelijk voor de missiën den Paus ter beschikking te stellen. Zoo volgen elkander novicen, scholastieken, priesters en professen in rangorde; waarbij de orde ook nog leekebroeders telt, die zich eveneens door geloften verbinden en met quot;odsdienstiy-e oefeningen en bandar-

O O o

beid onledig houden.

Voor zeltheiliging zorgen de Jezuïeten door een beschouwend leven en stipte gehoorzaamheid in hun werkkring; tot heiliging van anderen omvatten zij alles. Werkzaam- prediken, catechizeeren, bestiering der gewetens, onder-heid. wijs der jeugd in collegiën en universiteiten, het geven van missies onder de beschaafde, het stichten van missiën onder de heidensche volken (1), ten einde aldus op elk gebied van wetenschap en werkzaamheid den vijanden der Kerk het hoofd te bieden (2).

Toen Ignatius stierf (1556) telde de orde reeds 1000 medeleden met 100 collegiën , profeshuizen en residen-tiën. Onder Ignatius' opvolgers Laynez en den H. Fran-ciscus de Borgia nam de bloei der orde meer en meer toe.

Het kon niet anders of de Protestanten wien de Je-Vijanden zuïeten het »nec plus ultraquot; toeriepen (3), de Calvinisten, der orde. welke zij zegevierend bestreden (4); de Jansenisten wier huichelaryen zij ontmaskeren; de ongeloovige school der Philosophen en Encyclopedisten, welke zij onder

(1) Frederik II schreef aan D'Alembert: „Je n'ai jamais trouvé de meilleurs prêtres, de meilleurs maitres, ni de meilleurs sujets.quot;

(2) Heden telt de orde ongeveer 3000 missionarissen in vreemde landen. — Hunne geleerdste tijdschriften zijn : „Die Stimmen v. Maria Laachquot; en de „Civilta cattolicaquot;. In Nederland hebben hunne „Studiënquot; reeds een welverdienden naam verworven.

(3) De Jezuïeten, vooral Canisius van Nijmegen, Le Jay en Hoffaeus redden Oostenrijk en Beieren van het Protestantisme.

(4) Calvijn zeide: „Necandi sunt, vel certe ejiciendi, vel mendaciis opprimendi.quot;

ocr page 177

163

hunne logica verpletterden (1), het mogelijke zouden doen om de orde te vervolgen, ja te vernietigen.

In Portugal, waar de zwakke Jozef I regeerde en de Vervolgingen sluwe Seb. Carvalho, markies van Pomb.vl, die zijne in Portugal; verheffing den Jezuïeten te danken had, het bestuur voerde, begon 't eerst, en wel in 1740 de vervolging in de missiën van Uraguay en van den Maranon (2),

onder voorwendsel, dat de paters tegen de regels hunner orde, handel dreven, terwijl zij in werkelijkheid slechts de voortbrengselen der akkers hunner bekeerlingen verkochten en niet kochten om te verkoopen, wat door hun regels verboden wordt. Pombal's doel was Portugal te protestantiseeren door 's konings dochter,

de prinses van Beira, niet den Protestantschen hertog van Cumberland te verloven, en zich zeiven vervolgens

' o

tot koning van Portugal te verheffen (Cr. J., 33). De Jezuïeten stonden hem in den weg. Een aanslag op 's ko-nincrs leven bood hem in 1758 de gevvenschte gelegen-

o o o o

heid, zijnen haat op de orde en zijn naijver op de hoogadellijke familiën der Tavora, Aveiro en Atougia te koelen. Door een bijzondere, door hem zelf samengestelde rechtbank, deed hy, zonder 't minste bewijs van schuld,

vele edellieden en Jezuïeten gruwzaam folteren en ter dood brengen, anderen in sombere kerkers versmachten en de overige Jezuïeten, ook die der koloniën, op de kust der Pauselijke Staten ontschepen. (3). De oude markiezin van Tavora werd o. a. onthoofd, de 81 jarige pater Malagrida levend verbrand. »L'excès du ridicule

(1) O. a. P.P. Nonotte en Patouillet. Zie „Les Odeurs de Parisquot; par L. Veuillot, bl. 46—57.

(2) Zie „Clément XIV et les Jésuitesquot; par Crétineau Joly (18—25). Dit werk wordt in 't vervolg aangeduid door Cr, J.

(3) Cr. J. 40—80. Dit vonnis, vol tegenspraken, werd na Jozefs dood vernietigd en de beul Pombal ttr dood veroordeeld.

ocr page 178

164

et de l'absurdite, zegt Voltaire zelf, fut joint a l'excès de riiorreur.quot; Pombal was een bloeddorstige tijger, in Frankrijk; In Frankrijk (Cr. J., 65) voegden zich by den baat tegen de orde van ketters en ongelooviffen noff die van

o o o o

de eerlooze Pompadour, die, zooals zij zelf in een brief bekende, van P. de Sacy S. J. geene absolutie kon krijgen, zoolang zij aan het hof zon verblijven, alsmede van den minister Choiseul en van de Fransche parlementen, meest uit Jansenisten saamgesteld. Eén Jezuïet, pater Ant. de la Valleite, begaat op het eiland La Martinique de fout, tegen de regels der orde en buiten weten der overheid, werkelijk handel te drijven, moet zijne betalingen staken, wordt, zoodra de zaak zijnen oversten bekend werd, afgezet en bestraft en onderwerpt zich rouwmoedig. De schuld van één pater werd der orde geweten. Het tekort van de la Vallette beliep 2\ mill, franken, doch steeg weldra door valsche wisselbrieven tot het dubbele. Het parlement verklaarde nu de orde insolvent, ontnam haar alle goederen en hief haar eindelijk op (1762), niet enkel om de zaak Laval-lette, maar vooral »parcequ'il y a abus dans le dit Institut de la dite Société se disant de Jésus, bulles, brefs, constitutions,quot; etc. (1)

in Spanje; Om Karei III van Spanje, een vriend der Jezuïeten, tot bun hevigsten vijand te maken, moest een helsch plan door 's konings minister Aüanda , door Choiseul

(i) Ware het geen ramp voor Frankrijk geweest, men zou met dit zonderling en zot vonnis (Cr. J. 115 —117) hartelijk moeten lachen.— „Ce qu'il y a d'étrange, c'est que les Jésuites furent proscrits dans le Portugal pour avoir dégénéré de leur institut, et en France pour s'y être conformés.quot; Dit schreef Voltaire, die wenschte: „que le dernier Jésuite fut jeté au fond de la mer avec un Janséniste au cou.quot;

La Mennais schreef: „Longtemps encore on s'apercevra du vide immense qu'ont laissé dans la chrétienté ces hommes, avides de sacrifices comme les autres le sont de jouissances.quot;

ocr page 179

165

eu andere vijanden der orde beraamd worden. Choiseul deed een valschen brief onder den naam van Kicci, generaal der orde, vervaardigen en uit Rome aan den pater provinciaal van Spanje zenden, een brief, waarin 's ko-nings eer zwaar aangetast en de noodzakelijkheid zijner onttroning beweerd werd. (1) Toen deze brief onder de oogen des konings gebracht werd, gaf deze bevel (1767)

alle Jezuïeten van Spanje en koloniën, 6000 in getal,

zelfs de zieken te verjagen en op de kust der Pauselijke Staten te ontschepen. Dit gruwzaam bevel werd gruwzaam uitgevoerd. Velen stierven op zee. (Cr. J. 137). »Alzoo, ook gij, mijn zoon, schreef Clemens XIII den koning, tu quoque fili mi, gij brengt den gevoe-ligsten slag aan mijn vaderhart, gij vult den kelk mijner smarten en verhaast mijn dood!quot; De koning antwoordde: »Het geheim der misdaad, welke dezen maatregel noodzakelijk maakte, zal ik altoos in mijn koninklijk hart bewaren.quot;

Karei III vond in Bern. Tandcci, minister van den in Napels; jeugdigen Ferdinand IV, een gedwee werktuig om de Jezuïeten ook uit het koninkrijk der Beide Sicilian te doen verjagen. Aan Aranda, Choiseul en Pombal gelukte het daarenboven den hertog van Parma en de keizerin Maria Teresia van Oostenrijk tot denzelfden maatregel over te halen. Maria Teresia, die het gt;Theresianumquot; voor de Jezuïeten in Weenen gebouwd had, gaf eerst na lang in Oostenrijk, talmen en met tegenzin toe aan den drang der Bour-bonsche hoven, van den minister von Kaunitz en haren zoon Jozef II, die den staat met de goederen der orde

(i) Zoo de Protestantsche geschiedschrijver Coxe in 't werk: „Spanje onder de Bourbons,quot; V, 4, en de Protestant Schoell in zijne Geschiedenis der Europeesche Staten, XXXIX, 163. — Ook Cr. J. kan, zonder eene dergelijke toedracht der zaak, 's konings plotselijken en radi-kalen omkeer niet verklaren.

ocr page 180

166

wenschte te verrijken. Is de wraaklust des vijands nu gekoeld ? — Neen! De Bonrbonsche hoven vergen van ^

den Paus de opheffing der orde en hun »tolle, tollequot; door Voltairianeii en Jansenisten versterkt, klinkt immer dreigender voor het Vaticaan. (Cr. J. 154 — 301).

§ 51.

Vervolg.

Na den dood van Clemens XIII werd in het conclaaf,

welks groote meerderheid, uitstekend door deugd en geleerdheid, den Jezuïeten gunstig was, maar waarin ook de Bourbonsche hoven, helaas, eenigen aanhang vonden (1), de kardinaal Ganganelli, op wien beide partijen meenden te kunnen rekenen, tot Paus (Clemens Opheffing XIV) gekozen (1769). Langen tijd bood deze weerstand

aan den eisch der hoven, die met een scheuring dreigden. quot;*

der Hij verkropte in stil geween de dagelijksche plagerijen en beleedigingen der gezanten d'Aubeterre, Azpuru en gansche (later) Monino, totdat hy eindelijk, reeds ziek naar geest en lichaam, den 21n Juli 1773 de bulle van op-Orde, 1773. heffing der verdienstvolle orde (»Dominus ac redemptorquot;) onderteekende. Deze maatregel, de kerkelijke tucht betreffend, lag buiten het gebied van de onfeilbaarheid der Pausen, wien zonder twijfel het recht toekomt op te heffen, wat zij zeiven gesticht hebben. Ganganelli verviel, na het onderteekenen der bulle in een zeer overspannen gemoedsstemming, achtte zich voor eeuwig verloren, en riep dikwerf weenend uit; «Gedwongen heb ik 't gedaan!quot; Hij stierf in 1774, op wondervolle wijze

(1) Vooral de kardinalen Malvezzi, De Solis en de Bernis speelden cene onwaardige rol.

ocr page 181

1G7

door S' Alphonsus van Liguori ten doode voorbereid. (1).

[De fubel der vergiftiging des Pausen door het aan een ieder onbekende »aqua tofanaquot; wordt niet meer geloofd en werd door de verklaring van Clemens' geneesheeren Salicetti en Adinolfi genoegzaam weerlegd (Cr. J. 291).]

gt;Ganganelli heeft zijne lijfwacht opgeheven.quot; (D'Alem-bert); »ein Vermaner aller Autoritat ist gefallen.quot; (Joh. Gevolgen, v. Muller); de meeste collegiën staan leeg, op de leerstoelen der hooge scholen vervangen meestal vijanden der Kerk de Jezuïeten; de goederen der orde worden tot wereldlijke doeleinden verbruikt; hare missiën vervallen ; de vijand bestormt met nieuwen moed pausdom en Kerk. Doch ook de ex-Jezuïeten bleven de trouwe verdedigers der Pausen, de trouwste verdedigers zelfs van den doodgemartelden Clemens XIV.

Frederik II van Pruisen en Catharina II van Rusland namen vele paters in hunne staten op, en hier bleven dezen met pauselijke goedkeuring voortarbeiden, totdat Herstelling, Pius VII door de bulle »Sollicitudo omniumquot; in 1814 i8i4-de orde over geheel de wereld herstelde. (2)

Het »raeiiicz, meiitez toujours, il en restera quelque chosequot; van Voltaire en het «onderdrukt ze door leugensquot; van Cal-vijn werden maai' al te dikwijls tegen de Katholieke Kerk en togen de Jezuïeten in 't bijzonder aangewend. Slaat der lasterhydra één'hoofd af, er groeien telkens nieuwe bij.

1quot;) De Jezuïeten, zegt de laster, huldigen hot beginsel, dat het doel do middelen heiligt. — De beroemde pater Roh S. J. v»lsclie loofde 1000 daalders uit aan hem, die bewijzen kon, dat ooit een enkel Jezuïet die leer verkondigd had. Nooit is zelfs eeu schijn van bewijs hiervoor geleverd. 2quot;) De Jezuïeten zouden

ocr page 182

168

't eerst verdedigd hebben en nog verdedigen de wettigheid van den tyrannenmooré. a) Vóór het ontstaan der orde was die leer reeds lang verspreid, en werd zij door J. Petit, beschuldi- doctor der Sorbonnc, verdedigd, door het Concilie van Con-gingen. stanz verworpen, b) Verschillende katholieke en protestantsche schrijvers der Jüd0 eeuw, o. a. Luther, Melanchthon, hebben die leer verdedigd, c) Van de vele duizenden Jezuïeten zijn er slechts veertien te vinden, die deze leer huldigden en dan nog onder voorbehoud. De voornaamste dezer was Mariana, wiens leer door den generaal Aquaviva verboden werd. d) Nooit hebben de Jezuïeten die leer aangewend, zelfs niet tegen hun barbaarschon vervolger Pombal. 3 ) De »Monita secretaquot; zijn het werk van een schaainteloozen lasteraar. -4quot;) De oversten in de orde zouden hunne ondei'hoorigen kunnen verplichten tot het begaan van zoi.den. — Deze beschuldiging wil men uit de »Constitutionesquot; des gezelschaps bewijzen: Visum est nobis in Domino, excepto expresse voto, quo So-cietas universa Sumnio Pontilici pro tempore existenti tenetur, ac tribus votis esscntialibus, paupertatis, castitatis et obedien-ti;e, nullas constitutiones, declarationes, vel ordinem ullum vivendi posse obligationem ad peccatum mortale ac veniale inducere, nisi superior ea in nomine Dni J. Ch1', vel in virtute obedientiae juberet.quot; — Uit den samenhang en de gewone kerkelijk-juridische spreekwijze blijkt voldoende, dat ad peccatum , evenals ad culpam in den regel der Dominicanen, niet beteekent tot, maar onder zonde, en dat ea niet terugslaat op peccatum, maar «deze zakenquot; beteekent. (1)

Uitbreiding der Kerk.

De Katholieke missiën vullen de heerlijkste bladzijden Missiën van de geschiedenis der Kerke Gods en dienen haar tot in Indie. verdediging en lofrede. Aan het hoofd dier keurbende van geloofshelden, welke dit tijdvak opleverde, schittert de nieuwe S' Paulus, de apostel der Indiërs, de Alexander

1

Dat de „blindequot; gehoorzaamheid, met name die der Jezuïeten, eene zeer zedelijke is, wordt klaar bewezen o. a. in het feuilleton der „Germaniaquot; van 21 Maart tot 10 April 1S86. Geheel anders is het gesteld met de geheime genootschappen en de vrijmetselarij.

ocr page 183

169

de Groote der zielen, S' Feanciscvs Xaveeius, uit een voornaam geslacht op het slot Xavier bij Pampelona geboren. Hoe hier in 't kort zijn gloeienden zielenijver,

zijne ialrijke wonderen, zijne veroveringen, zijn ootmoed,

zijn lijden te schetsen? (1) Hij doopte met eigen hand meer dan een millioen heidenen in Vóór- en Achter-Indië, Ceylon, de Molukken en Japan, verwekte meerdere dooden ten leven, bezat (als S'Petrus,) gedurende eenige maanden de gaaf der talen, deed de stormen dei-zee bedaren, veranderde herhaaldelijk het zeewater in zoet water, enz. enz. Ook wilde hij het Chineesche volk bekeeren, doch stierf in 't gezicht des vastelands op het eiland Sancian in 1552.

Portugeeschc kooplieden wierpen zijn lijk in ongebliiscliten kalk, om, eenige maanden later, de beenderen des Heiligen te kunnen medenemen. Zij vonden liet echter ongedeerd, een over-heerlijken geur uitwasemend , en vervoerden het naar Goa.

Hier werd in 1744, in tegenwoordigheid des onderkonings Castel-Nuovo, en vóór ettelijke jaren in 't bijzijn van duizenden het graf geopend en S1 Franciscus' lichaam onveranderd bevonden.

In Japan werd Franciscus' werk door Franciskanen in Japan en Jezuïeten met het beste gevolg voortgezet. Een gezantschap van bekeerde Japansche prinsen woonde de verheffing van Gregorius XIII in 1572 bij. Onder keizer Taicosama begon eene 36-jarige vervolging met den mar- Vervolging, teldood van zes Franciskanen en drie Jezuïeten, 's Keizers opvolgers, door Hollandsche kooplieden opgehitst, zetten de vervolging voort, en een hunner, Quixasü, beval in 1614 de missionarissen te verjagen of te dooden, stelde de christenen voor de keuze: de doodstraf of afval van

1

Zijn arm was somtijds door 't menigvuldig doopen als verlamd. — In zijn lijden hoorde men hem gewoonlijk uitroepen: ,,ampliusquot; nog meer! — Uit ootmoed en eerbied voor't gezag schreef hij zijnen oversten geknield.

ocr page 184

170

het geloof, en voerde het Jesumi in, eene wet, welke iederen vreemdeling verplichtte het kruis te vertrappen. Het getal martelaren, waaronder alleen 150 Jezuïeten, was overgroot. Slechts eenige christen dorpen bleven gespaard. (1)

In het afgesloten China drong 't eerst (1600) de gein China, leerde Matthias Ricci S. J. binnen, verkreeg door 't schenken van uurwerken toegang aan het hof en de gunst het geloof te mogen prediken, stichtte een noviciaat te Peking, schreef in 't Chineesch verschillende werken over christelijke zedenleer, meetkunde enz, werd eerste mandarijn des rijks, doch hij stierf, door de keizerlijke familie diep betreurd, reeds in 1010. De Chineezen vergeleken hem bij hun grooten Confucius. In 1617 brak een eerste vervolging uit. Keizer Tsung-Tshing, door de Mandschoedsche Tartaren bedreigd, riep echter de Jezuïeten terug, wier hoofd, Adam Schall van Keulen een groot wis- en sterrekundige, den titel van eersten mandarijn verkreeg, den calender verbeterde, eene beroemde sterrewacht oprichtte, en vele mandarijnen en leden der keizerlijke familie bekeerde. Toen de Mandschoe Xuntchin Peking innam, bleef Schall eerste mandarijn, gaf den keizer les in de sterrekunde, en werd met de opvoeding van 's keizers zoon Kang-hi belast. Na hem srenoten de

0 o

paters Ferd. Verbiest (1657), een Nederlander, Gerbillon, Parennin, Gaubil, Castiglione, tot wiens lof de keizer een werkje schreef, Gogeils, groot sterrekundige e. a.veel aan-

(1) Hollandsche kooplieden bombardeerden de burg Simabara, waar zich 37,000 Christenen verschanst hadden, die allen omkwamen. — De Hollandsche factorij op het eilandje Desima in de haven van Nanga-saki, waar de vervolging gestookt werd, is tegenwoordig het missiehuis der zendelingen, die nog verschillende christen dorpen aantroffen.

(2) De lasterlijke beschuldiging van Schall's afval en huwelijk door plofessor Friedrich van München verspreid, werd door Pater Cornely in de „Stimmen aus Maria-Laachquot;, III, 279, glansrijk weerlegd.

ocr page 185

171

zien. Vele anderen werkten in de hoofdstad en in de provinciën, door Franciscanen, Dominicanen en Lazaristen ijverig geholpen. Zelfs verrees (1703) in de tuinen van liet keizerlijk paleis eene katholieke cathedraal, waartoe Lode-wijk XIV het marmer leverde, üe vraag, of de vereering van Confucius en hunne voorouders door de Chineezen als eene politieke of als eene godsdienstige moest beschouwd worden, werd door Paus Benedictus XIV in 1742 ten gunste van de zienswijze der Dominicanen, die deze vereering als afgodendienst aanzagen, beslecht. Nog langen tijd na de opheffing der orde stonden ex-Jezuïeten,

o. a. de geleerde Amiot, d'Espinha, president van 't tribunaal van sterrekunde, Felix de Rocha, Andr. Rodriguez, Sichelbarth, in hooge gunst aan het hof. (1) Te-lt;ren het einde der 18'le eeuw stuitte keizer Kien-Long

O O

door eene vreeselijke vervolging den voortgang der bloeiende missiën. In CocMnchina (1618), Tonkin en Si am in Achter-werkten Lazaristen en Jezuïeten met duurzaam gevolg. imlio.

In Thibet (1707) oogsten de Capucijnen onder Horatius della Penna rijke vruchten, toen in 1742 eene bloedige vervolging hun werk vernietigde.

O O O

Op de PhiUppijnen werden, onder de regeering van op de Philips 11 van Spanje, in korte jaren vier millioen in- Philippijncn, boorlingen vooral door Augustijner monniken bekeerd, en van ruwe barbaren, van menscheneters in toonbeelden van deugd en beschaving omgeschapen.

Bultbn schreef hierover: »Rien no fait plus d'honneur a la religion que d'avoir civilisé ces peuples et jeté les fondements d'im empire sans autres amies ((ue celles de la vertu.quot; En Dr Kern, professor te Leiden, zeide in 1883 op eene wetenschappelijke vergadering te Amsterdam; »Eere vooral der katho-

(l) De tijding van de opheffing der orde veroorzaakte den plotselij-ken dood des Paters van Hallenstein, president van het wiskundig tribunaal.

ocr page 186

172

lieke geestelijkheid! Zij lieeft, terwijl zij de verbreiding van liet Christendom bevorderde, ook bijzonder veel werk van het onderwijs gemaakt. Aan de Spaansche pastoors hebben de Philippijners het te danken dat op elk dorp eene openbare school, met verplicht schoolbezoek, is ingevoerd. Op die scholen wordt onderwijs gegeven ia lezen, schrijven en christelijke leer. Want om hot Christendom was 't den Spanjaarden en Portugeezen veel meer dan den Hollanders altijd to doen. Beoogden tie laatsten van den aanvang af voornamelijk handelsbelangen, den eersten stond als hoofddoel steeds de verbreiding des geloofs voor den geest.quot; Ongeveer hetzelfde Leo, professor te IJalle, en andere Protest, geschiedschrijvers.

In Afrika bloeiden missiën in Angola, (Franciscanen) Guinea, aan den Congo, van waar een negerkoning aan Paus Paulus V meer missionarissen vroeg; aan den Zambezi in 't rijk Monomofcapa (Jezuïeten).

In 't nieuw ontdekt Amerika wedijverden Benedictij-Amerika, nen. Franciscanen, Jezuïeten en Dominicanen in de verspreiding van het ware geloof. Twaalf Benedictijnen vergezelden reeds den vromen Christopliorus Columbus op zijn tweeden tocht (1493). Het eerste bisdom werd in 1512 op S' Domingo gesticht. In Mexico telden de Mexico, Franciscanen, onder wie Mart, van Valencia en de bisschop Jan van Zuinaraka 't meest zich onderscheidden, en de Dominicanen van 1G24—44 alleen zes millioen bekeerlingen. Onder de Dominicanen blonk in Amerika vooral uk de edele menschenvriend Barth. de L.\s Casas, die verkreeg, dat de koning onder doodstraf verbood de inboorlingen tot slaven te maken; doch aanvankelijk, om het lot der Indianen te verbetereu, den slavenhandel met Africaansche negers goedkeurde. Ook dezen handel 'anada, bestreed hij echter later met grooten nadruk. In Canada begon pater Beeboeüf, die in 1649 den marteldood onderging, de bekeering der wilde Ilnronen. Wie kent niet de heldhaftige opoffering der Jezuïeten voor dit arme volk, de wreede martelingen van Izaak Jogues, Bressani,

ocr page 187

173

den graaf J. de Breboenf en Gabriel Lallemant S. J?(l)

Ook in Maryland, Viryinië en California predikten Je- Maryland zuïeten (Salvatierra en Kühn.) In Amerika, waar virginie, reeds in 1G10 vijf aartsbisdommen, 27 bisdommen, 400 California kloosters en talrijke parochiën bestonden, predikten o. a. in in het Noorden S1 Ludovicus Bfrtrand O. P., door vele z. Amcrik wonderwerken vermaard; in N. Grenada Z. Petrus Cla-ver S. J; in Chili en Feru, waar Ste Hosa van Lima de eer der heiligverklaring verdiende, S1 Franciscus van Solano en S' Turribe; in Brazilië vele Dominicanen en Jezuïeten, onder welke Robrega, Anchiëta, de wonderdoener, Baraza en Z. Ignatius Azevedo, die op eene reis door den Calvinistischen zeeroover Jac. Sorie met zijne 39 gezellen in 1570 vermoord werd. Als een tweede Las Casas trad hier op de beroemde redenaar Vieiua S. J.

Nergens slaagden de Jezuïeten beter dan bij de wilde volken van Paraguay en Uraguay, waar zij in de bekende lied acties een »Evangelische Republiekquot;, zooals die der eerste christenen, stichtten. Nadat reeds vele missionarissen hier den marteldood gevonden hadden, gelukte het den Paters Maheta, en Cataldino in 1G10 de eerste reductie, »Loretoquot; bij den stam der woeste Gua-ranis op te richten:

Iedere Reductie, door twee missionarissen bestuurd, had quot;e hare school en openbare werkplaats, hare kudden en gelijke- Reducties lijk onder de familiën verdeelde akkers. De opbrengst van een gemecnteland, sgodsbezittingquot; genoemd, was voor weduwen en weezen bestemd. Bij overtreding der wetten gold als eerste strafquot; eene geheime vermaning der missionarissen, als tweede eene openbare boete aan de kerkdeur, als derde, die in IJ eeuw slechts een paar maal behoefde aangewend te

1

Zie „Die Katholischen Missionenquot; van 1S84 1)1. 95 en volg. — Over de missiën in 't algemeen zie dit goedkoope werk, „de katholieke missiesquot; en de „Annales de la propagation de la foiquot;, tijdschriften, die niet genoeg aanbevolen kunnen worden.

ocr page 188

174

worden, de roedenstraf. — Montesquieu zegt over de Reducties: »Le Paraguay nous fournit un exomple do ces institutions singulières faites pour r Ie ver les peuples u la vertuquot; en Voltaire: «L'ëtablissement, formé dans ie Paraguay par les seuls Jésuites Espagnols, parait a (pielques égards, le triomphe de rhumanité.quot;

Ter regeling van het gansclie missiewerk stichtte Paus De Gregorius XV in 1622 te Rome eene consresratie ter

' O O

Propaganda, voortplanting van het geloof = de propaganda fide, om de grenzen der missiën aan te duiden en de verdeelins der aalmoezen te regelen. Hiermede verbond Urbanus VIII in 1627 een seminarie tot vorming van «•eloofs-

O O

boden. Zondag na Driekoningen predikt hier ieder toekomstig missionaris in zijne landtaal.

Tot in 't begin der 18,le eeuw bleven de Protestanten werkeloos op het gebied der missiën. Van wie zouden Protestantsche missionarissen hunne zending out van (Ten?

O O

Wat zullen zij met vrouw en kinderen bij wilde volken Protest, tot stand brengen? Wat kunnen zij uitrichten met hun missiën? beginsel van vrijheid van onderzoek, naar hetwelk de bekeerling (?) zijn geloof in den bijbel moet zoeken? — Dus, maar bijbels verspreiden!?

Doch bij het heerlijk, het grootsche katholieke werk werkeloos toe te zien? Neen! Zij trachtten de katholieken na te bootsen, en, konden zij zeiven niets voor de ware' christelijke beschaving der heidensche volken tot stand brengen, ten minste den vooruitgang 'van het Catholicisme te hinderen. Daar ligt de aanleidino' hunner

o o

zoogenaamde missiën, waarvoor het rijke Engeland alleen jaarlijks meer dan 100 millioen franken opoffert. En met al dat geld, met den politieken steun der machtigste rijken, welk volkje hebben zij veredeld? Aan welken volkstam hebben zij de ware christelijke beschaving gebracht? — Zij hebben vele millioenen bijbels weggeschonken of verkocht, ziedaar alles. »Slechts op de

ocr page 189

175

opofferende werkzaamheid, op den blakenden zielenijver der katholieke missionarissen rust de zegen van God,

die hen door zijne Kerk uitzendt »als lammeren onder de wolvenquot; — »Les missions protestantes sont le maximum de la puissance humaine avec le minimum d'effet divin; les missions catholiques le minimum de la puissance humaine avec le maximum d'effet divin.quot; (1)

Â¥

§ 53.

Nieuwe dwaalleeringen.

a) Het Jansenisme. Reeds had Michaël Hu as, sinds Bajus. 1541 professor der universiteit van Leuven, de wilsvrijheid niet als een vermogen van vrij te kiezen, maar als een inwendigen aandrang, die slechts vrijheid te noemen is, als geen uitwendige dwang plaats grijpt, voorgesteld,

en den wil van den gevallen mensch als zoo bedorven,

dat alle zijn handelen zonden zouden wezen. Hij herriep (f 1589) zijne dwaalleeringen, die later, onder anderen vorm, in het door Jansenios, eerst professor te Jansenius'

August in us.quot;

„Les Reflexions morales,quot;

(1) „Les Splendeurs de la foiquot; par 1'abbé Moigno, IV, 298. —- Zie hierover verder: „La stérilité des missions protestantesquot; par le cardinal Wiseman en 't magistrale werk van Marshall over „de christelijke missies.quot;

(2) Pascal's „Penseesquot; is een zeer degelijk werk.

Leuven, later bisschop van Yperen, nagelaten werk »Augustinusquot; weder hevigen strijd veroorzaakten. De quot; vrome Jansenius had zijn werk aan het oordeel van den H. Stoel onderworpen. Doch na zijn dood (1638) werd het herhaaldelijk gedrukt, en zijne dwaalleeringen door de geleerde Arnauld, Blaise Pascal (2) door de nonnen van Port Royal, en 't meest door de »Ré flexions moralesquot; van den Oratoriaan Pasquier Quesnel in Frankrijk en de Nederlanden verspreid. Volgens hen kunnen eenige

I

ocr page 190

176

geboden Gods zelfs niet door de rechtvaardigen onderhouden worden, daar de vereischste genade ontbreekt; en is 't Semi-Pelagiaansch te beweren, dat Christus voor alle menschen zonder uitzondering gestorven zou wezen. In één woord zij ontkennen de wezenlijke vrijheid van 's menschen wil en nemen slechts eene uitwendige vrijheid (a coactione) aan, terwijl zij de eigenlijke inwendige vrijheid (n necessitate) loochenen. In 1640 -doemde Urba-nus VIII een eerste maal deze ketterijen, en na hem Clemens XI door de bulle »['nigenitusquot; in 1713. De Jansenisten, onder alle sekten zeker de meest huichelende, verklaarden de door Pausen en synoden veroordeelde dwaalleeringen voor verwerpelijk, hielden echter met eene onverzettelijkheid, eener betere zaak waardig, vol, dat in »Augustinnsquot; en de »Réflexions moralesquot; die ketterijen zich niet bevonden, en beriepen zich, zoo-Silence als a^e vorige ketters, van den slecht ingelichten op respectueux.quot; den beter ingelichten Paus. Zoolang als de Paus slecht ingelicht was, zouden zij een »eerbiedig stilzwijgenquot; bewaren. O Phariseëngebroed! Het in Frankrijk zeer verspreide Jansenisme verdween daar bijna geheel onder de Gevolgen, regeering van Lodewijk XV, doch een Jansenistische geest van buitenmatige gestrengheid drong in de theologische studiën der Fransche geestelijkheid door, en oefent zelfs nog heden, ondanks de tegenwerking van kardinaal Gousset e. a. een hoogst verderfelijken invloed uit. Haar zijn mede het geringe kerkbezoek en ontvangen der H. Sacramenten in het ongelukkige Frankrijk te wijten.

In Holland waar, uithoofde der Calvinistische over-heersching, de bisschoppelijke hiërarchie sedert 1583 door een Apostolisch Vicariaat moest vervangen worden, vonden de Jansenisten vriendelijke opname en rijke inkomsten in het den Katholieken ontnomen kerkelijk goed. Hierbij kwam helaas, dat de Apostolische Vicaris Joan-

ocr page 191

177

nes van Neercassel betrekkingen met tie gevaarlijke sekte aanknoopte en zijn opvolger Petrus Codde met een deel der Hollandsche geestelijkheid openlijk tot haar overging (1G88). Toen Clemens X! in 1702 den vromen Theodo-rus de Koek, in plaats van den at'gezetten Codde, tot Apost. Vicaris benoemde, koos de sekte Cornelius Steenhoven tot aartsbisschop van Utrecht, en liet hem door üomin. Variet, afgevallen bisschop van Babyion i. p. i,

hoewel deze reeds lang in zijn ambt geschorst was, de heilige wijding toedienen (1723). Eenigen tijd later stichtte de pseudo-aartsbisschop Meindarts Jansenistische bisdommen te Deventer en te Haarlem. Nosc heden zet

O .

het »Utrechtsch kerkje,quot; een teringachtig leven voort.

Het Quiëtisme: In Spanje verkondigde Molinos de Het dwaalleer, dat de liefde tot God zóó verheven, zóq zul- Quiëtisme ver, zóó onbaatzuchtig zyn kan, dat de ziel, zich zelve van Molinos. vergetend, de eeuwige zaligheid niet meer verlangt en voor de verdoemenis onverschillig blijft; zulke liefde kan de grondslag van het christelijk leven worden; en dan heerscht volkomen rust (Quiëtisme) zonder mogelijkheid van zondigen. Deze dwaling door Mquot;le Guyon naar Frankrijk overgebracht werd door den vromen bisschop Fenelon in 't werk »Les Maximes des Saintsquot; verdedigd, door

o 7

Bossuet met groote hevigheid bestreden, en door Inno-centius XII in 1099 veroordeeld. De nederige Fénelon onderwierp zich grootmoedig.

Het Gallicanisme: Lodewijk XIV van Frankrijk, die tegenover het buitenland doorgaans eene heidensche politiek volgde, wilde in het binnenland een absoluut vorstengezag grondvesten, om met de rechten des volks en ook der Kerk willekeurig te kunnen handelen. Hij begon met, »regaliënquot; te vergen van de bisdommen, welke vroeger dat zoogenaamde »koningsrechtquot; niet kenden, beschermde den door Innocentius XI geëxcommuniceerden

Kerk. Gesch. 13

ocr page 192

178

gezant Lavardin, die van het »Jus asi/liquot; (1) groot misbruik gemaakt had, en bezette ile pauselijke bezittingen Avignon en Venaissin. Weldra ging hij verder en trad op voor de vrijheden der Gallwaansc/ie Kerk, in de reeds lang opgeheven pragmatieke sanctie van Bourges (1438) vervat en later door Pithou du Puys verdedigd, vrijheden tegenover den Paus, die de Fransche kerk den koning

o ' O

zouden onderwerpen en tot een schisma voeren (2gt;. In 1681 beriep hij eene vergadering van 35 hem welgevallige bisschoppen eu 34 afgevaardigden der geestelijkheid in Parijs, om eene »declaration des droits de l'église De Gallicanequot; te vervaardigen. De geniale, doch te zwakke Declaratie. Bossuet misbruikte zijne talenten door het opstellen en verdedigen (3) der beruchte »declaratiequot; en der vier haar bijgevoegde artikelen, wier onderteekening door een ko-lgt;e ninklijk edikt van alle geestelijken gevorderd werd. Deze 4 artikelen, artikelen luidden in hoofdzaak: De koning, als zoodanig, is niet aan het oordeel der Pausen onderworpen, en zijne onderdanen kunnen niet van den eed van getrouwheid ontslagen worden; de Paus, als opperhoofd der Kerk, is aan een algemeen Concilie onderworpen, en door de bestaande »canonesquot; en gebruiken der Gallicaansche Kerk gebonden; de besluiten der Pausen verplichten de

ocr page 193

179

Fransche geestelijkheid niet, alvorens deze hare toestemming gegeven heeft (1).

Innocentius verzette zich tegen de »Declaratiequot; en wilde ze doemen (2); Alexander VIII verklaarde ze in 1G90 voor nietig, en Innocentius XII bewoog in 1G93 den koning zijn edict op te heffen (3). Na zijn dood werd het echter door het Jansenistisch parlement en later door Napoleon I hernieuwd.

Het Febronianistne en Josrp/iixme: Tecren het o-ezatr der

J o o o

Pausen over de Kerk verscheen in 17G3 een boek van den Trierschen wijbisschop Nic. von Hontheim (een leerling van den Jansenistischen canonist van Espen), den pseudoniem xFebuoniusquot; voerend. Volgens hem is de Febronius. Paus onder de andere bisschoppen slechts »primus inter paresquot; of de eerste onder gelijken. Hij kan zonder hunne toestemming geene besluiten nemen in zake van geloof,

geene ketterijen doemen, geene wetten voor de geheele Kerk uitvaardigen, noch eene daad van jurisdictie in de afzonderlijke diocesen stellen. Reeds in 't volgend jaar werd dit werk, »eene lage vleiery der vorsten,quot; zonder samenhang en vol van tegenspraken, door Clemens XII veroordeeld.

Doch keizer Jozef II, door zijn geneesheer, den Hol-landschen Jansenist van Swieten (4j opgevoed, door den sluwen en ijdelen minister von Kaunitz beheerscht, nam Febronius' boek gretig op en stelde zich, zooals hij 't den Spaanschen gezant Azara bekende, de losscheuring

(1) ... „nee tarnen irreformablle esse judicium, nisi ecclesiae consensus accesserit.quot;

(2) „Per finii' la besogna, zeicle hij, censuraró queste proposizioni.quot;

(3) Innoc. XI zeide reeds van hem: „Questa è la speranza che ei resta, perche conosciamo veramente che è pio.quot; Werkelijk verzuimde Lodewijk XIV slechts éénmaal onder zijne regeering de H. mis, en kwam later van zijn zondig leven en dwalingen terug.

(4) Van Swieten, zegt men althans, keerde later tot de moederkerk terug.

ocr page 194

180

zijner staten van Rome ten doel. Alles in kerk en staat naar zijne grillen door edicten te veranderen, hieraan wijdde hij zijn onmiskenbare talenten en overgroote werk-Jozef's lust. En hoe weinig bleef' hij zich zeiven gelijk. — Der maatregelen, vrijmetselarij liet hij toe hare goddelooze vergaderingen te houden, doch hief de kloosters op en verving daarenboven de bisschoppelijke seminariën door »algenieene,quot; onder toezicht der regeering geplaatste seminariën (te Weenen, Pesth, Pavia en Leuven); voor de Joden en Protestanten gaf hij een »tolerantie-edictquot; en vervolgde de katholieke Kerk. Hij saeculariseerde de goederen der kloosters, deed de heilige vaten en sieraden der kerken aan Joden verkoopen, bepaalde het aantal kaarsen voor de altaren, enz. enz. (1). Hij stond vrijheid van drukpers toe, liet de goddelooze Fransche werken van dien tijd ongehinderd verspreiden, doch verbood de afkondiging van Pauselijke bullen en bisschoppelijke mandementen zonder »Placetquot; of toestemming der regeering. ïe vergeefs ondernam de grijze paus Pius VI de reis naar Weenen. Gevolgen. Hij vond geen gehoor. Verwarring in Kerk en staat, in 't rechtwezen, in alles (2), eene groote ontevredenheid en opstanden zijner onderdanen waren de gevolgen van zijn onzinnig drijven. Te recht noemde men hem de gekroonde revolutie. Bij zijn naderend einde, toen hij de Fransche revolutie tegen zijne zuster Marie-Antoinette zag

(1) Vandaar dat Frederik II van Pruisen hem noemde: „mon frère le sacristain.quot;

(2) Keizer Leopold schreef na Jozefs dood: „Die Verwirrung, die überall herrscht, macht mich zittern. Sie übersteigt alle Begriffe.quot; — In 't begin van 1789 schreef Jozef aan Leopold: „Je n'ose plus avoir d'opinion et la faire exécuter. Tout ce que j'entreprends échoue misé-rablementquot;; en aan zijne zuster Christina, koningin van Napels: „Saches bien que de tous les hommes, qui vivent actuellement, je suis le plus malheureux.quot;

ocr page 195

181

losstormen, kwam hij, te laat, tot inkeer. (1) Congres van Ems: Te gelijker tijd werkten de geestelijke keurvorsten van Trier, Mentz en Keulen tot sloping der pauselijke macht. Het Emser congres en de ygt;Emser punctatiequot; Emser bleven gelukkig zonder gevolg. In Italië streefde de punctatie. Synode van Pistoja (1786) naar hetzelfde doel. Toen Synode echter de geestelijkheid hiertegen in verzet kwam, onder- van Pistoja. wierpen zich de bisschop Scipio Ricci en zijne afgedwaalde medestanders aan den H. Stoel (2).

§ 54.

Wetenschap en kunst.

De strijd tegen het Protestantisme noopte de katholieke geleerden zich meer dan vroeger toe te leggen op de exegesis of uitlegging der H. Schrift. Onder de meest Exegesis, beroemde exegeten van dit tijdvak behooren Maldonatus, Alf. Salmeeon en Fr. Toleïus S. J.. de Nederlander Wilh. Estius, de benedictijn Calmet en a Lapide S. J., een Limburger (1637).

Tevens zochten de godgeleerden meer dan voorheen God-hunne bewijzen uit de H. Schrift en de overlevering. In geleerdheid, dit opzicht muntten uit Melchior Canus 0. P. door zijn classisch werk »Loci theologici,quot; de vermaarde Jezuïet Dion. Petavius, de Oratoriaan Thomassin e. a.

Anderen openden een nieuw tijdperk van bloei voor de scholastiek. Van de nieuwere scholastieken onder- Nieuwere scheidden zich Vooral Domin. Bannez O. P., Gabr. Vas- Scholastiek.

ii ) Toen zeide hij tot den prins de Ligne: „Votre pays m'a tué. La prise de Gand m'a porté le coup mortel; la retraite de mes troupes de Bruxelles m'achève. On devrait être de bois pour y survivre.quot; Von Kaunitz beklaagde hem niet en zeide: „II a fort bien fait de mourir.quot; (2) Zie Hist. Pol. Blatter, Bd. 87 bl. 405.

ocr page 196

182

QUEz S. J., de zeer geleerde Fr. Süaeez S. J. (Dr eximius) en de Karmelieten van Salamanca; Lugo S. J.; S' Alfonsus.

Behalve de in § 39 reeds genoemde polemisten oogstten vele anderen rijke vruchten en duurzamen roem door hun strijd tegen de dwaalleeringen, o. a: Berthold, bis-Polemiek. schop van Chiemsee, Lindanus (1588), bisschop van Roermond, de kardinalen Di; Peuuox en Hosius, Bossüet (Histoire des variations des églises protestantes) en boven allen kardinaal Bellarminus S. J. Ook schreven Pascal (Pensees de-) Arnauld en Nicole (over de Eucharistie) verdienstvolle werken, doch vervielen later in het Jansenisme.

Mystiek. De ascesis en mystiek bloeide meer dan ooit en boogde op S1 Ignatius (Exercitia spiritualia), St0 Teresia, Con-ïexson O. P., Nic. Hauteville, L. de Ponte, Alt'. Rodriguez S. J., den Franciskaan Joann. de Cartagena, den Capucijner d'Argenton en een groot aantal anderen.

Kerk. Voor de kerkelijke geschiedenis zorgden uitmuntend gesehiedenis. de Fransche Benedictijnen van S' Maurus, door andere orden gesteund. Rosweydus S. J. begon het reuzenwerk van de uitvoerige levens der Heiligen, door de naar Bollandus genoemde Bollandisten tot op den huidigen dag voortgezet. Kardinaal Baroniüs opende de rij der groote Katholieke geschiedschrijvers. Muratori e. a. maakten veel werk van de christelijke oudheidkunde en Bosio strekte deze studie tot de in 1558 opnieuw ontdekte catacomben uit.

Kerk. recht. wetenschap van het kerkelijk recht verrijkten Paus

Benedictus XIV, Barbosa, Faxgnani , Reifeexstuel en Sen ai a lzg ru eb k ii met geleerde werken.

Kansel- Eene bijzonder hooge vlucht nam de kanselwelsprekcnd-welsprek. heid vooral in Frankrijk waar de groote Bossuet (f 1704), Bourdaloue S. J. (f 1704), Massillon , Fléchier , Le Jeuxe een groot aantal meesterstukken voortbrachten.

ocr page 197

183

Nog verdienen vermelding Segnbri S. J., de Portugees ViEiu.v S. J. en de oorspronkelijke doch voor ons soms te weinig ernstige P. Abraham a Sancta Clara.

De dichtkunst bloeide in verschillende landen. Neder- Dichtkunst, land had zijn grooten bekeerling, Vondel (Altaargeheimnissen enz); Italië zijn Torquato Tasso (Het verloste Jeruz.); Spanje den grootsten treurspeldichter, Calderon de la Barca (Autos sacrament ales) en den vruchtbaarsten,

Lopez tie Vega; Portugal, Camoëns; Engeland den zeer waarschijnlijk katholieken Shakespeare; Frankrijk Cor-neille, Racine e. a.

De kerkelijke muziek, welke sedert het einde der 15de eeuw te wereldsch geworden was, werd door Palestrina »den koning der kerkelijke muziek,quot; en den Nederlander Orlando di Lasso op de ware baan teruggevoerd. »Pales-trina's scheppingen, zegt Fétis, zijn toonbeelden, zoo onbereikbaar in hunne volmaaktheid, dat zij den navolger tot wanhoop brengen.quot; Seb. Bach, Handel, de vrome Haydn en Mozart beoefenden mede de godsdienstige muziek.

Meer en meer verloor de schilder- en beeldhouwkunde het ideaal uit het oog. In de plastische, te plastische voorstelling van tafereelen leverden de Italiaansche scho- Schilderkunst len en die van Rubens en Rembrandt vele groote meesters. Murillo, de grootste Spaansche schilder (f 1(582)

was en bleet onovertroffen in zijne Madonna s. In Italië stichtte de geniale beeldhouwer Canova eene nieuwe school. De glasschilderkunst, die in de Middeleeuwen zoo gebloeid had, ging verloren.

De renaissance-stijl bloeide van 1500 — 1600 en ont- Bouwkunst, aardde in Barocco- en Rococo-stijl.

ocr page 198

184 S 55.

Het ongeloof, voorbode der revolutie.

In het protestantsche beginsel, vrijheid van onderzoek, en in t plaatsen van t individueele verstand boven het gezag der Kerk lag reeds »de godsdienst der redequot; opgesloten; en terecht spotten de protestantsche rationalisten met het hun, ondanks hun beginsel, opgedrongen symbolum, van een »papieren Paus.quot; Van hier tot volslagen ongeloof was slechts één stap noodig.

Sedert Caktesius, die zelf Katholiek bleef, doch wiens systeem, op den algemeenen twijfel gegrond, in 1063 door den H. Stoel veroordeeld werd, betrad de nieuwe wijsbegeerte opnieuw de dwaalwegen der oude heidensche Verspreiders philosofen. De Amsterdamsche Jood Spinoza (Pantheïsme), Kant en Fichte in Duitschland (Pantheïsme) Herbert van Cherbury (Deisme) (1), John Locke (Sensualisme), Shaftesbury, de twijfelaar David Hume e. a. in Engeland trachtten den grondslag van alle stellig geloof te vernietigen, en werden in hunne onheilvolle pogingen door van verschillende vorsten (Fred. H), later door dichters en romanschrijvers hunner richting naar krachten gesteund. Het meeste kwaad stichtten de Jood Lessing («Nathan de wijzequot;) Goethe (2), Schiller en Lord Byron. Uit Engeland, waar zij slechts in de hoogere kringen haar vernielingswerk uitoefende, werd de ongeloovige wijsbegeerte ongeloof, naar Frankrijk overgebracht en vond hier in de door 't regentschap en de regeering van Lodewijk XV bedorven en ongodsdienstigen adel en burgerij een wel voorberei-

(1) Het Deïsme neemt ecne godheid aan, doch die zich met de we-reld niet inlaat.

(2) Zie inzonderheid over Göthe de degelijke en boeiende studies van P. Al. Baumgartner S. J.

ocr page 199

185

den bodem (1). »Ecrasez l'infamequot;, d. \v. z. de katholieke Kerk, werd hier de leus van een aantal vrijdenkers en vrijmetselaren, den twijfelaar Bayle, Montesquieu (Lettres Persanes), baron D'Holbach, Helvetius, Condillac, J. J. Rousseau, Fr. Arouet de Voltaire (1G94—1777), d'Allembert en Diderot; de encyclopedie, een reuzenwerk,

alle takken van kennis in onchristelijken zin behandelend, de Koran der ongeloovige wereld (2).

Voltaire, de zedenlooze als mensch en als schrijver, Voltaire, de bestendige hater van Christus en van zijn even-mensch (3), de gierigaard, die zich met slavenhandel en bedrog verrijkt, de huichelaar, die medaljes uit Rome laat komen en zich aan heiligschennis plichtig maakt om een zetel in de Fransche Academie te verwerven, de vaderlandslooze, die Frankrijk bespot, zijn reinste glorie bezwalkt (La Pucelle), de nederlagen der Franschen toejuicht, de lage vleier van Frederik II en Catharina II,

lt;reen acenie maar een »singe du ü-éniequot;, en dernier

O O O O '

des hommes par le coeurquot; (^4), — Voltaire bezoedelde eene

ocr page 200

186

halve eeuw lang met slyk en gift al wat heilig, al wat eerbiedwaardig, al wat edel is, en vervolgde nog zijne slachtoffers met grijnzenden hoonlach.

J. J. Rousseau. J. J. Rousseau, om zedeloosheid uit Frankrijk verbannen , door zijn eigen vrienden voor waanzinnig gehouden (1), schreef in sierlijken stijl verschillende werken (contrat social, Emile , la nouvelle Héloïse, dialogues enz.) vol tegenspraak en werd door zijn »contrat socialquot; de vader van het politiek liberalisme, rijk aan tegenstrijdigheden zooals zijn stichter. Den 3n Juli 1778 nam hij vergift in en doodde zich door een schot in den mond.

In het algemeen waren de Jansenisten, door lum haat Uondge- tegen de Kerk verblind, de bondgenooten der zooge-nooten. mianide »Philosofen.quot; Andere geestverwanten telden dezen op en om verschillende tronen, (Aranda, Pombal, Choi-seul, Malesherbas, Mme du Barry, Frederik II, keizer Frans I e. a.), andere, de gevaarlijkste van allen, te gevaarlijker, wijl zij in 't geheim hunne plannen smeden en alle middelen tot het bereiken hunner helsche plannen aanwenden, in de loges der vrijmetselarij.

Of de oorsprong der vrijmetselarij terug te voeren zij tot het Gnosticisme, Manichëisme, de Albigensen of de Tempelheeren, doet weinig ter zake; zeker is 't, dat een geheim genootschap, reeds in 1535 over geheel Europa verspreid, sinds Cromwell in alle omwentelingen de De hand had, het slopen van altaar en troon, en het ver-Vrijmeiselarij. vangen van Gods wet door de wetten van den «vrijen menschquot; beoogt. De leer der logemannen is een verkapt

„Revue des Questions historiques, IV, en volg.quot; en „Voltairequot; door W.

Kreiten S. J. waar o. a. hl. 532-553 Voltaire's wanhopige doodstrijd J

meesterlijk verhaald wordt.

(1) O. a. door Mme d'Epinay en zijn laatsten vriend Corancez. —

Maxime du Camp zegt over Rousseau's dialogues: „Ses dialogues sont le fruit d'un cerveau dérangé. C'est la folie prise sur le fait.quot;

ocr page 201

187

Deisme, op de vergoding des menschen uitloopend; hunne zedenwet, de »morale indépendantequot;; en hunne godde-looze eeden gaan vergezeld van ceremoniën, waarin kinderachtige onzin zich paart aan godslastering en heiligschennis. (1)

Om 't even of de vrijmetselaren zich tot het Carbo-narisme, het Mazzinisme, de Solidaires, tot het Duitsch Uluminisme van Weisshanpt of tot het Fransche van S1 Martin; tot den Schotschen, Franschen of Egypti-schen (Misraïm) ritus rekenen, hun goddeloos en revo-lutionnair doel blijft ongeveer altijd hetzelfde, en voor allen is Gambetta's woord, de leuze: »le cléricalisme voila l'ennemi!quot; (2J

1

Zie hierover de Encycliek van Leo XIII van 20 April 1SS4 en „Les sociétés sécrètes et la sociétéquot; par Dechamps. — Hoe het lijden des Zaligmakers en 't H. Avondmaal 0. a. hij de receptie van den „Rose Croixquot; des Franschen ritus geparodieerd wordt, zie Dechamps I, 53.62. — Men stelt den postulant vragen als: „Vous engagez-vous a une ohéissance absolue, sans réserve?quot; „Donnez-vous a notre ordre droit de vie et de mort?quot; — Het 6'le en 20quot; artikel van den eed komen hierop neer: „Les choses commandées par 1'ordre cessent d'etre injustes dès qu'elles deviennent un moyen d'obtenir le but general; la fin justilie les moyens.quot; — „A peine le serment est-il prononcé, qu'on annonce a l'initié que dès ce moment il est affranchi de tons ceux, qu'il a faits jusqu'alors A la patrie et aux lois.quot;

ocr page 202

ZEVENDE TIJDVAK.

Van de Fransche omwenteling tot op onze dagen 1789-1886.

§ 56.

A.

De Fransche omwenteling en hare gevolgen.

De ontkenning van het geestelijk gezag door liet Protestantisme had reeds in 't midden der 17de eeuw eene politieke omwenteling in het leven geroepen, wier slachtoffer koning Karei I van Engeland geworden was. De revolutionnaire beginselen uit Engeland in Frankrijk door de »Philosofenquot; verspreid, door eene bedorven burgerij gretig opgenomen, en door de vrijmetselaars-loge krachtdadig gesteund; de misbruiken van 't absolute koningsgezag, dat de werking der Kerk verlamde en eene reactie des volks als tot noodzakelijk gevolg had; de vrijheidsoorlog der N. Amerikanen hadden eene gevaarlijke mijn gedolven onder den koninklijken troon, door de uitspattingen van het regentschap en der regeering van Lodewijk XV reeds lang in minachting geraakt bij het volk. Op het gunstig geacht oogenblik deed de loge die mijn ontploffen.

1871 maakten de Parijzer vrijmetselaren bij duizenden gemeene zaak met de brandstichters en moordenaars der Commune, en plaatsten hunne vaan op de wallen der door Fransche soldaten belegerde hoofdstad. (Zie „Les convulsions de Parisquot; par Maxime du Camp, IV, 51-65^.— Lord Beaconsfiekl (Disraëli) zeide kort vóór zijn dood: „De nieuwere geschiedenis van Europa vermag alleen te schrijven wie in de geheimen der loge is ingewijd.quot;

ocr page 203

189

De Standen of de afgevaardigden van geestelijkheid,

adel en burgerij, door den braven maar zwakken Lcde-vvijk XVI saamgeroepen om den financieelen nood te verhelpen, verklaarden zich op aandringen der vrijmetselaren Siéyes en Mirabeau tot nationale vergadering en »Constituantequot;, die den lande eene nieuwe constitutie De Consti-zou geven en het oppergezag uitoefenen. De goedige tuante, 1789. koning gaf toe, en werd beambte, gijzelaar en eindelijk slachtoffer der volks vertegen woordigino;, door de loo-e

O O O 7 O

naar willekeur beheerscht.

Zonder van plichten te gewagen, kondigde de Constituante de «rechten van den menschquot; af, a) hief de voor- Hare rechten van adel en geestelijkheid, b) de kloosterorden besluiten, en de geloften der kloosterlingen op (?); c) stelde het kerkelijk goed, ter waarde van vier milliarden, ter beschikking van den staat (1) en d) nam de door den Jansenist Camus bewerkte «civiele constitutie der geestelijkheidquot; aan. Door deze constitutie werden 1quot;) 135 bisdommen van Frankrijk opgeheven en door 75, overeenkomstig de grenzen der 75 departementen ingedeelde,

vervangen. 2quot;) De bisschoppen zouden in 't vervolg door de kiezers (ook Joden en Protestanten) van ieder departement, zonder tusschenkomst des Pausen , de pastoors door de bevolking der gemeenten gekozen worden. 3quot;) Op voorstel van Barnave 4 Jan. 1701 moesten alle geestelijken deze door Pius VI (13 April) veroordeelde constitutie bezweren. Tevergeefs verdedigde de welsprekende abbé Maury de rechten der Kerk. 127 bisschoppen en meer dan 50,000 priesters weigerden den eed {Inser-mentés.) Eenige duizenden zwoeren op de constitutie {assermentes), de meesten onder voorbehoud, en vervielen

(1) De Protestanten en Calvinisten mochten hun kerkelijk goed behouden.

ocr page 204

190

in den ban. (1). e) Verder werd toen voor 't eerst de Kerk der H. Genoveva, patrones van Parijs, in een Pantheon, begraafplaats der »groote mannenquot;, Voltaire, Mirabeau, het oninensch Marat e. a. herschapen, en f) ontweldigde men den Paus Avignon en le Venaissin, waar in 1792 zes honderd burgers door Jonrdan Coupe-Têtes en zijne gezellen gefolterd en gedood werden. Den 1quot; October 1791 volgde op de Comtituante de Wetgevende vergaderiny, waarin de nltra-revolutionnaire Ja-cobijnen over de meerderheid beschikten.

Besluiten der Verbod van geestelijke kleederen te dragen, officieele Legislative, afschaffing van het H. Sacrament des Huwelijks en een bandecreet tegen de niet beëedigde priesters (2) waren de voornaamste daden dier vergadering, welke Journées de 2-5 September 1792 den moord van 400 priesters en Septembre, van duizenden onschuldigen in Parijs alleen (Danton) on-i791- gestraft toeliet.

Onder de in 1792 gekozen nationale vergaderinaf, de

0 o O 7

* Conventie,quot; die den 21,'n September de Reptihliek uitriep, bereikte de dwingelandij haar toppunt. Lodewijk XVI Het (21 Jan. 1793), zijne gemalin Marie Antoinette en zijne schrikbewind vrome zuster Madame Elisabeth werden onthoofd; de 1793—94- nog jeugdige Dauphin stierf wat later ten gevolge der barbaarsche martelingen in den kerker verduurd. De guillotinen van Parijs rustten niet; de nonnen van Mont-martre bestegen hier, onder het zingen van kerkelijke lofliederen, het schavot. Duizenden moordtuigen werkten onophoudelijk in de departementen en doodden vier mil-

1

Engeland nam de meesten op; de koning schonk hun een zijner

ocr page 205

191

Hoen Franschen. (La loi des suspects); in Nantes alleen (Carrier) werden 700 priesters gedood (1) en de opstand der Vendée in bloed gesmoord. Den christen kalender verving een door Romme vervaardigde republikeinsche (Decaden); den christen godsdienst, de godsdienst der »déesse Raisonquot;, die men in den persoon van levende vrouwen op de altax*en vereerde (2). Den 7quot; Mei 1794 decreteerde Robespierre het bestaan van een Opperwezen alsmede de onsterfelijkheid der ziel, en trad als hooge-priester maar tevens als dictator op. (3) Door zijn val 28 Juli 1794 kwam er een einde aan het «Schrikbewindquot;, en eenige verzachting; in de vervolyring der Katho-

quot; O O o O

lieken. Sedert 1797 vorderde men van alle priesters den eed van »haat aan het koningschap.quot; Door de Fransche legers werden de republikeinsche er. goddelooze beginselen in verschillende landen van Europa verspreid. De Republiek ontnam aan Paus Pius VI een gedeelte zijner staten, en, toen de Fransche generaal Duphot, aan 't hoofd van muiters, in Rome gedood werd, rukte Berthier piUs vi op bevel der Fransche regeering de H. Stad binnen, gevangen, riep de Romeinsche republiek uit en voerde den Paus als gevangene achtereenvolgens naar Siëna, Florence en Valence mede. Hier stierf de edele Pius als balling den

ocr page 206

192

29n Aug. 1799. In Parijs verklaarde men het pausdom vernietigd; doch den 14quot; Maart 1800 werd, onder bescherming der Russische bajonnetten, Pius VII (Barnabas Chiaramonti) in Venetië tot Paus gekozen. Den scherpzinnigen diplomaat Consalvi koos Pius tot zijn Napoleon staatssecretaris. Inmiddels had de groote veldheer Napoleon Bonaparte als eerste consul (1799) het bestuur in sluit het Con- zijne hand gecentraliseerd, en zocht, om zijne macht duurzaam te vestigen, den godsdienst te doen herleven, cordaat, iSoi. Tot dit doel sloot hij 15 Juli 1801 een concordaat met den H. Stoel (1) waarin o. a.: De openbare katholieke eeredienst is geoorloofd; het getal bisdommen wordt op 60 vastgesteld; alle bisschoppen moeten hun ambt nederleggen, en nieuw gekozene zullen aangesteld wor-Bepahngen. den; (La »petite Eglisequot;); de regeering bezoldigt de domcapittels en seminariën, doch de gesaeculariseerde kerkelijke goederen blijven den bezitters verzekerd; de eerste Consul krijgt dezelfde rechten en voorrechten der vroegere koningen, o. a. bij de benoeming der bisschoppen. Les articles Eigenmachtig voegde Napoleon 77 «articles organiquesquot; orgamques. aan concordaat toe.

Deze artikelen voerden het placet voor bullen, mandementen en conciliën in, lieten het sappel corn me d'ahusquot; toe, vergden dat in de seminariën de Gallicaansche artikelen «c-doceeiil werden, dat de pastoors eerst na het burgerlijk hu-welijk de kerkelijke huwelijken inzegenden en bep'erkten de vrijheid van den openbaren eeredienst.

» Voor het welzijn van den godsdienstquot; zalfde Pius VII (2 Dec. 1804) Nap. Bonaparte tot keiz-r, nadat deze

(i) Men heet concordaat een tusschen den H. Stoel en eene wereldlijke regeermg gesloten overeenkomst, welke niet door ééne der con tracteerende partijen eigenmachtig mag gewijzigd of opgeheven worden. — I oen een zijner vrienden Napoleon den raad gaf, zich tot hoofd der 1'ransche kerk te verheffen, antwoordde hij: „Voulez-vous aussi que je me fasse crucifier?quot;

ocr page 207

193

zijn huwelijk met Josephine de Beanharnais had doen inzegenen. Napoleon plaatste zich zeiven de kroon op het hoofd. Wel ondersteunde hij nu de congregatie du-vreemde missiën, erkende de broeders der christelijke leer en de liefdezusters en schafte de onchristelijke tyd-rekening af; maar hij weigerde de organieke artikelen op te heffen, trachtte van den Paus een werktuig zijner despotische regeering te maken; vorderde van hem de nietigverklaring des huwelijks van zijn breeder Jéróme en de verklaring, van 's keizers vijanden als de zijne te beschouwen. De Paus weigerde, en sloeg, toen de generaal Miollis (1808) Rome bezette en een keizerlijk decreet den Kerkelijken Staat bij Frankrijk inlijfde, de schuldigen met den ban. Op alle slagvelden en over schier alle Europeesche volken had de dwingeland gezegevierd. Een zwakke grijsaard, zijn gevangene (1),

waagt 't hem te weerstaan en weigert standvastig de Strijd

O O O J

goedkeuring aan de, na zyne gewelddaden, door den keizer nieuw benoemde bisschoppen. Napoleon verbond tusschen den getrouwen kardinalen, die geweigerd hadden zijn onwettig huwelijk met Maria Louisa van Oostenrijk bij piLls VI1 te wonen, het dragen van het purper (»zwartequot; kardinalen), en beriep, om de bisschopsquaestie te regelen, en een nationaal concilie, dat onder voorzitterschap van zijn oom, kardinaal Fesch, den 17quot; Juni 1811 te Parijs Napoleon, geopend werd. Krachtig traden eenige bisschoppen, o. a.

Mgr. de Broglie, bisschop van Gent en Kaspar Max. von Droste Visschering, wijbisschop van Munster, tegen 's keizers vorderingen op, verlangden de invrijheidstelling des Pausen, en stemden een den keizer niet welgevallig adres. De gevangenissen van Vincennes openden zich

(i) Den 5quot; Juli 1809 nam generaal Radet den Paus en diens secretaris B. Pacca gevangen en voerde hen naar Grenoble.

Kerk. Gesch. 13

ocr page 208

194

voor de kloekmoedige prelaten. De andere namen de vijf door de regeering hun voorgelegde artikelen aan. Ook Pius VII, door de sroodequot; kardinalen dagelijks bestormd, schonk, doch onder voorbehoud, aan deze artikelen en de elf' voorloopige artikelen van een nieuw concordaat ziine goedkeuring, welke hij weldra terugtrok. Daarom werd hij van Grenoble naar Fontainebleau vervoerd. »Je te briserai, vieillard,quot; en »de bliksems van het Vatikaan zullen de wapenen niet doen vallen uit de handen mijner soldatenquot;, zoo blufte de veroveraar op het toppunt zijner macht (1). Nu volgden de tocht naar Rusland, waar de koude aan meer dan 500,000 stervende krijgers de wapenen deed ontvallen, de nederlaag te Leipzig, Elba, Waterloo, Sle Helena, en Pius' zegevierende intocht in Rome. — »Nazareër gij hebt overwonnen !quot; — Napoleon begreep de hem door de Voorzienigheid gegeven les en smaakte nog éénmaal het geluk van den »gelukkigsten dag zijns levens,quot; van den dag zijner eerste H. Communie.

§ 57.

Vervolg van Frankrijk.

Ofschoon Lodewijk XVIII (1814-24), broeder van den koning-martelaar, zelf van liberale beginselen doordron-De Kerk gen, het welzijn der Kerk weinig of niet ter harte nam, onder moest hij, daar de katholieken over de meerderheid in Lodewijk de nationale vergadering beschikten, den katholieken xviii; godsdienst als staatsgodsdienst erkennen en verschillende der Kerk gunstige decreten goedkeuren. Het godsdienstig

o o o o O

(i) Napoleon schreef namelijk aan Eugène de Beauharnais:.....

„M'exeommunier? Fense-t-il alors que les armes tomberont des mains de mes soldats.quot;

ocr page 209

___.1—LJ

195

leven bloeide weer op. De gcesteljikheicl en de kloosterorden ijverden om de door de revolutie geslagen wonden te heelen en geleerde mannen, Jozef de Maistre (f 1821),

de Box a ld , Frayssinous, Mgr. de Boulogne, Auguste Nicolas e. a. gaven meesterlijke verdedigingsschriften des Christendoms in 't licht.

Helaas! met niet minder ijver werd ook het kwade zaad uitgestrooid (1), en de regeering (Corbière en Frayssinous) handhaafde de leer der Gallicaansche artikelen.

Onder den vromen Kakel X (1824-30), die zijnen onder broeder opvolgde, moest, na de wetten tegen godslaste- Karei X; ring en de bandeloosheid der pers, het voortreffelijk ministerie Villèle, door de liberalen Guizot, Thiers, Laf-titte, Lafayette en door den zelfzuchtigen Chateaubriand (2)

bestookt, voor het liberale ministerie Martignac plaats maken. De scholen der Jezuïeten werden nu gesloten. De voortdurende «liberalequot; vorderingen zijner ministers moede (»le ministère des concessionsquot;) beriep de koning het anti-liberale ministerie Polignac, wiens »ordonnantiënquot; de revolutie van 1830 déden uitbreken.

Met schending der beloften aan Karei X gedaan, niet volgens het beginsel der legitimiteit, noch volgens dat der volkssouvereiniteit, maar door de gunst der partij onder Lod. Guizot-Thiers-Laffitte, verkreeg Lodewijk-Philips van Or- Philips; leans (1830-48) de kroon van Frankrijk. Hij schrapte de woorden: »la religion catliolique est la religion d'étatquot;

uit de gewijzigde grondwet, veranderde de kerk van Ste Genoveva weder in Pantheon, liet de ontheiliginsc

' o o

(1) Van 1816-24 werden o. a. i i '2 millioen boekdeelen der com-pleete en 300,000 exemplaren van afzonderlijke werken van Voltaire gedrukt en verspreid.

(2) „Chateaubriand, zeide MIHe de Genoude, voyait loin en politique, quand il ne se mettait pas devant lui.quot; — Zie over de „Restaurationquot; : Alfred Nettement's „Histoire de la Restaurationquot; , en „Le parti libéral sous la Restaurationquot; par Thureau-Dangin.

ocr page 210

196

der kerk S' Germain-L'Auxerrois en de verwoesting van het aartsbisschoppelijk paleis (1831) ongestraft, legde de vrijheid van onderwijs (1844) aan banden, en dwong de . Jezuïeten hunne collegiën en noviciaten te verlaten, terwijl ongeloof en zedeloosheid door tooneel en pers zonder hindernis mochten verspreid worden (1). Naast het voortreffelijk episcopaat verdedigden L.v Mennais, Gehukt, de geniale redenaar Lacordaiue 0. P. en Mox-ïalembert in den »Avenirquot; met moed en beleid de rechten der Kerk, vervielen wel is waar in dwalingen

7 O

Verdedigers (scheiding van Kerk en Staat) doch onderwierpen zich van de na 's Pausen uitspraak. La Mennais werd later, helaas, rechten der (Jqqj. zjjn werk »Paroles d'un croyantquot; volslagen ketter Kerk. en )j^eef in zijn clwaalleer volharden. Met niet minder moed en talent traden voor de belangen der Kerk op de beroemde bekeerling en polemist L. Veüillot, de groote redenaar Beiuiyeu , Laurentie, Poujonlat e. a. Reeds vormde zich om dezen tijd eene liberaal-katho-lieke partij, wier hoofden Montalembert, de Falloux, Cochin, de Broglie en Dupanloup vuur en water wilden verzoenen, en door hun »Corraspondantquot; meer kwaad dan goed stichtten. Lode wijk-Philips , door de Februari-revolutie verjaagd (1848), leerde in Engeland de Maistre's woord begrijpen: »Qui mange da Pape en meurt.quot; M^r. Affre. JSfa een bloedigen barricadenstrijd, waarin de geleerde eu edelmoedige Mgr. Atfre, aartsbisschop van Parijs, den christen heldendood vond, werd Lodewijk Napoleon, neef

(i) Over de schouwburgen schreef Barbier:

„Les thedtres partout sont d'infdmes repaires, Des temples de débauche oü le vice éhonté Donne pour tons les prix legon d'impureté.quot; En zelfs Alfred de Musset:

,,Oui, c'est la vérité, le théatre et la presse Etalent aujourd'hui des spectacles hideux, Et c'est en pleine rue a se boucher les yeux.quot;

Ij

ocr page 211

3

197

van Napoleon I, president der tweede Fransclie Repu-4- bliek, dank der belofte, in een brief aan Montalembert

gegeven, dat hij het wereldlijk gezag der Pausen zou beschermen. Ten gevolge van zijn »coup d'étatquot; werd hij eerst president voor tien jaren en in 1852 keizer (1).

Hij hield -woord, zond als president den generaal Oudinot naar Italië, om Rome op de Garibaldisten te heroveren. Napoleons stond daarenboven eene beperkte vrijheid van onderwijs (wet Fulloux), en volkomen vrijheid der geestelijke orden verdiensten, en vereenigingen toe (S1 Cyr), gaf het Pantheon den eere-dienst terug, doch weigerde de organieke artikelen van en fouten, 1802 op te heffen. Nadat de Orsinibommen (1858) den ex-Carbonari zijne voormalige beloften in herinnering gebracht hadden, werd hij der Kerk vijandig, verklaarde (1859) ten gunste van Piëmont een onrechtvaardigen oorlog aan Oostenrijk, liet toe dat den Paus een deel X zijner staten ontweldigd werd, beloofde (1864) aan Pië

mont de Fransche troepen uit Rome terug te trekken, en verbood de S' Vincentiusvereenigingen (2), terwijl hij vrij spel liet aan de apostelen van ongeloof en zedenbederf. De stemming des volks en der nationale vergade-

O o

ring, waarin zelfs de ultra-liberale Thiers het wereldlijk gezag der Pausen verdedigde, dwong hem evenwel in 1867 een hulpcorps naar Rome te zenden (slag van Mentana) en door zijn staatsminister Rouher de verklaring af te leggen, dat Frankrijk riooit de annexatie der Pauselijke Staten bij Piëmont gedoogen zou. In 1870 verbrak hij deze belofte, riep de Fransche troepen uit Italië terug en leverde Rome der revolutie over. Te

* (i) Deed hij dien staatsgreep met het doel Frankrijk van regeerings-

5% loosheid te redden, dan kan men met L. Veuillot (I Serie V, 130-145)

hem niet van eedbreuk beschuldigen. De latere daden van den s'uwen keizer laten echter slechts zelfzucht vermoeden.

(2) Zie § 65.

ocr page 212

198

straf. gelijker tijd met de wandaad kwam de straf. Napoleon III stierf als balling in 1873. Na zijn val volgden de nit-Gruwelen der roeping der 3lIe Republiek, de gruwelen der »Communequot;: Commune, de vermoording van Mgr. Darboy, van vele priesters en burgers, de brand der monumenten, enz. enz. (1) Door Thiers' drijven kon de katholieke meerderheid der na den oorlog van 1870 gekozen nationale vergadering slechts de vrijheid verkrijgen tot het oprichten van vrije katholieke universiteiten zonder hulp van den Staat, en werd na korten tijd vervangen door eene anti-katholieke meerderheid , die, onder de leiding van vrijmetselaren (Gam-betta, J. Ferry) der Kerke diepe wonden sloeg. Men ontnam den katholieken universiteiten het recht van graden te verleenen, hief de kloosters op, verjoeg de Jongste religieuzen (2) en schoolbroeders uit de scholen of col-vervolging. legiën en op de meeste plaatsen zelfs de liefdezusters uit de hospitalen, op hetzelfde oogenblik dat de moordenaars en brandstichters der Commune begenadigd werden ; beroofde meer dan de helft der kapelanen van 't hun verschuldigd tractement, verwijderde den catechismus uit de scholen, voerde ongodsdienstige schoolboeken in, dwong de geestelijken in het leger te dienen, enz. enz. Alleen de guillotinen en de vereering der »déesse Raisonquot; ont-

o O

breken heden aan het nieuwe schrikbewind. Onjjelukkitr

O O

en diep vernederd Frankrijk!!

§ 58.

De Kerk in Duitschland.

Zeer noodlottige gevolgen had de Fransche omwenteling voor de Kerk in Duitschland. De linker-Rijnoever

(1) Zie het zeer belangrijk werk: „Les convulsions de Parisquot; par Maxime du Camp.

(2) Er zijn tegenwoordig meer dan 150,000 Fransche kloosterlingen beider geslacht, onder dewelken duizenden in de missiën.

ocr page 213

199

kwam aan Frankrijk, en, om de wereldlijke vorsten voor de verloren landstreken schadeloos te stellen, werden in 't niet alleen de kerkelijke goederen van prins-bisdommen, algemeen, abdijen en kloosters gesaeculariseerd, maar zelfs de bibliotheken en de kerksieraden, ten bate der regeeringen,

meestal aan Joden voor spotprijzen verkocht. Vele hemeltergende heiligschennissen gingen met het rooven van ornamenten, van ciboriën en kelken gepaard. Hec Weener congres van 1814 hechtte, ondanks het protest van kardinaal Consaxvi, zijn zegel aan dien roof. Na de nederlaag der Franschen bleven de Duitsche regeeringen een vijandige houding tegenover de Kerk innemen. De later gesloten Concordaten veranderden den treurigen kerkelijken toestand zeer weinig, daar bureaucratische willekeur tot 1818 toe alle vrije beweging der Kerk onmogelijk maakte.

In Oostenrijk, waar de Kerk de boeien van het Jose- In Oostenrijk. ■ phisme droeg, daalde het godsdienstig leven, in weerwil van de ijverige werkzaamheid der Redemptoristen (Pater Hof'bauer) en Jezuïeten, onder geestelijkheid en volk meer en meer, tot dat keizer Frans Jozef I in 1849 de vrijheid en zelfstandigheid der verschillende kerkgenootschappen erkende en in 1855 met den H. Stoel een Concordaat sloot, waarbij hij grootmoedig de valsche beginselen van liet Josephisme prijsgaf.

Uit was een doorn in 't oog der machtige liberale partij. Door de loge gïleid, door de Joden (1) gesteund,

bewerkte deze, hoezeer nok de Paus zich verzette, de aanneming van drie anti-katholieke wetten. De nieuwe wet op het onderwijs zou vooral een hoogst verderfelij-ken invloed uitoefenen. De protesten der bisschoppen

(l) De vrijmetselarij en het drijven der Joden, die over de meeste groote couranten beschikken, blijven, met het Panslavismus, een groot gevaar voor Oostenrijk.

ocr page 214

200

werden in beslag genomen, en de kloekmoedige Rüdigier, bisschop van Linz, moest zijn wettig verzet met den kerker boeten. Eenzijdig en dus wederrechtelijk had men het Concordaat geschonden, eenzijdig en wederrechtelijk hief men het in 1870 op, om in 1874 een »Culturkampf a la Prussiennequot; in 't klein le beginnen. De wet tecen

o o

de kloosters gericht kreeg gelukkig 's keizers goedkeuring niet. Heden bestaat het liberale overwicht niet meer. Dan, nog veel blijlt der in zich zelf verdeelde conservatieve meerderheid te doen, om de Kerk ten volle in hare onvervreemdbare rechten te herstellen.

In Hongarije. Ju llomjarije werd in 1860 door de wetten over onderwijs, opvoeding van kinderen uit gemengde huwelijken en viering der feestdagen de strijd tegen de Kerk begonnen, en door de invoering van het »placetquot; (1870) en andere vijandige verordeningen voortgezet. (Kardin. Simor).

In Pruisen. Pruisen had ook in 1821 met den Paus eene Conventie gesloten, welke dragelijke toestanden voor de Katholieken in 't leven zou hebben geroepen, ware zij nageleefd geworden. Zij bleef echter eene doode letter. De regeering schond willekeurig alle rechten der Kerk en scheen naar het doel te streven de katholieke bevolking langzamerhand te protestantiseeren. De strijd over de gemengde huwelijken bracht eene groote verandering ten goede. Toen Clemens August van Droste-Visschering, Aartsbisschop van Keulen, en Martin, von Dunin, aartsbisschop van Posen-Gnesen verklaarden aan de eischen der regeering niet te kunnen toegeven, werden zij in 1838 iu den kerker geworpen. Eerst in 1842 schonk koning Willem IV hun de vrijheid weer. Intus-schen had de strijd het katholieke leven in 't overmoedige Pruisen krachtig opgewekt. (1)

(i) Toen de bisschoppen gevangengenomen werden, schreef de be-

ocr page 215

201

De Pruisische grondwet van 1848 schonk der Kerk vrijheid en zelfstandigheid, en, hoewel de »gelijkheidquot;

door de constitutie plechtig beloofd , dikwerf geschonden werd, was de toestand tot 1871 gunstig, ja, gunstiger dan in verschillende katholieke landen. Doch prins Bismarck, »de man van ijzer en bloedquot;, had reeds lang de vernietiiHnnr der katholieke Kerk in Pruisen beraamd, toen

O CD

hij, na Oostenrijk en Frankrijk verpletterd en 't nieuwe Duitsche keizerrijk gesticht te hebben, evenals .) uliaan en de Napoleons zijne kracht tegen Petrus' rots beproefde. (1) Zijn hoofdwerktuig was Dr Falk, minister van eeredienst. De strijd begon in 1871 met de opheffing der katholieke afdeeling van het ministerie vaneeredienst.

Weldra werden eenige den katholieken gunstige artikelen der grondwet gewijzigd of opgeheven, en in 1873 ^ llluquot;k;imPf-door de beruchte Mtiwetten alle rechten der Kerk ge-scbonden met het klaarblijkelijk doel een schisma in het leven te roepen. Die toeleg mislukte.

Hot recht der kerkelijke overheid van opvoeding en aanstelling der geestelijken, alsmede het recht der bestraffing van j)lichtvergctcri priesters werd verkracht en een koninklijk

roemde polemist Guido Görres met profetisehen blik: „Der Zauher ist jetzt gebrochen, der allgemeine Unwille gegen die falsche Schwartzkunst ist aufgestanden; es ist unmöglich geworden das alte Unwesen fortzu-treiben. Ein Menschenalter wird es leidlich vernünftig gehen,aber un-sere Kinder kunnen wieder ein flhnliches Spectakelstück erleben. Dann wird es grosse KSmpfe durch andere Generationen hindurch setzen, bis endlieh die nachgeborene als die siegende sich in ihrer Ilerrschaft be-haupten und befestigen kann.quot;

(ij Als bondsgevolmachtigde schreef Von Bismarck-Schönhausen aan den minister ManteufTel in 1852, S5quot;5 Dcc: „Mit der ultramontanen l'artei ist kein Bund zu flechten...den 13 Juni 1853: „Noch wie vor bin ich der Ueberzeugung, dass eine Verstandigung mit der katho-lischen Partei unmöglich ist;quot; en in 1854: „Die Protestantischen Re-gierungen mussen sich bestreben, mehr Gemeinsamktit als bisher für ihre stellung gegen die Komische Kirche zu gewinnen.quot; In een anderen brief zeide hij nog: „Meines Erachtens ist es eine Tauschung, wenn eine Protestantische Regierung glaube auf dem Wege der Nachgiebig-keit gegen ultramontane Bestrebungen jemals zum Friede zu gelangen.quot;

ocr page 216

202

gerechtshof (uit vijanden der Kerk saamgestcld) voor kerkelijke aangelegenheden opgericht. Verder »die Idrchliche disci-plimirgewalt iiber Kirchcndiener darf nur von Deulschen

kirchlichen Behörden ausgeübt werdenquot;____ »und gegen Dis-

ciplinai'strafe dieser Behörde stehi die Berufung an die Slaats-beliörde oden.quot; (1) Dus losscheuring van Rome! Nu volgden het itSperrgeselzquot; waardoor den geestelijken, die niet de Meiwetten wilden erkennen, hun tractement onthouden werd; dan do verjaging der geestelijke orden, behalve van een bepaald aantal «Barmhartige zustersquot;, en in Juni 1875 nieuwe wetten over het bestuur en gebruik van kerkelijke goederen. Eene wet van 1876 rukte de school van de Kerk los en bracht het onderwijs van den godsdienst in de hand van den Staat.

Deze Draconische wetten voerde men met willekeur en groote hardheid uit: de bisschoppelijke seminariën en convicten werden gesloten, vele bisschoppen en priesters in de gevangenis geworpen of verbannen, geëxcommuniceerde geestelijken op verschillende plaatsen door den Staat aangesteld, aan de sekte der »Oud-katholiekenquot; katholieke kerken toegewezen; oud-katholieke leeraren der godgeleerdheid te Bonn aangesteld (2), ja zelfs het mislezen en het toedienen der H. Sacramenten aan stervenden bestraft. Reeds meer dan 1000 parochiën zijn op dit oogenblik nog zonder priesters. Geestelijkheid en leeken bleven in 't algemeen getrouw en gaven der wereld een schitterend voorbeeld van standvastig seloof,

o o 1

offervaardigheid en lijdelijken tegenstand tegen onrechtmatig geweld. De macht der katholieke partij in den Rijksdag en de rampen uit de Meiwetten gesproten (3)

1

Reicbensperger, Von Hertling, Von Frankenstein, Moufang, v. lleere-man, Julius Bachem e. a. Verg. over den Culturkampf deslaatsten bon-dig geschrift: „Preussen und die katholische Kirche.quot;

ocr page 217

203

dwongen de regeering in 1880 en volgende jaren de strengheid der Mei- en Juniwetten te matigen, zonder

O O 7

echter de bepalingen, die de zelfstandigheid der Kerk aanranden, wezenlijk te wijzigen. Een groote stap in die richting werd eerst in 188G gedaan. Door nieuwe wetten, na lange onderhandelingen met Rome, in de Pruisische kamers aangenomen enden 21 Mei 188G door den koning bekrachtigd, werden verschillende bepalingen der Meiwetten opgeheven eu andere, toch in beperkten zin, ten gunste der Kerk gewijzigd. (1) Tevens beloofde prins Bismarck ook de andere den katholieken vijandige wetten, in overeenstemming met den Paus, te zullen veranderen.

Op dit oogenblik kan de Kerk nog niet vrij in de school werken, en blijven in vele gevallen de strafbepalingen omtrent het mislezen en toediensn der H. Sacramenten even als de uitsluiting der geestelijke orden voortbestaan. In Baden, Hessen en andere kleinere Duitsche Staten woedde en woedt nog een dergelijke sCulturkampfquot; (2). Wanneer zal de onheilvolle strijd

(ij Het koninklijk gerechtshof voor kerkelijke aangelegenheden, de van de kanunniken gevergde eed en het „Culturexanienquot; voor de seminaristen werden opgeheven. Het „Sperrgesetzquot; blijft ten deele voortbestaan. De weinige reeds toegelaten nonnen mogen kinderbewaarscholen houden, doch geen onderwijs geven. Kerkelijke „convictequot; aan de universiteiten, alsmede kleine en groote seminariën, die vóór 1873 bestaan hebben, worden, behalve in de diocesen Gnesen-Posen, en Keulen toegestaan. De leeraars moeten echter Duitschers zijn en hunne namen zoowel als het met dat der staatsscholen overeen te brengen studieplan moeten der regeering bekend gemaakt worden. Zonder verlof der regeering mag verder geen student uit een ander diocees in die seminariën opgenomen worden. Voor éénmaal, voor de thans talrijke benoemingen gaf de Paus de „Anzeigequot; en het „Einspruchtsrechtquot; der regeering toe. liet lezen van stille missen en het toedienen van Sacramenten aan stervenden worden niet meer bestraft. Het beroep der geestelijken op den staat vervalt.

(2) Deze strijd werd door den liberalen professor Virchow met den naam van „Culturkampfquot; betiteld.

ocr page 218

204

eindigen ? Dit weet niemand, doch ieder geloovige weet dat de Kerk zal zegevieren.

Koning Max. van Beieren sloot in 1817 een concordaat met den Paus. Deze overeenkomst werd (eenzijdig) door de regeering verbroken en scheen zelfs niet te bestaan tot 1837, toen Lodewijk I (1825-48) het Concordaat in de meeste punten deed uitvoeren, en daarenboven door den bouw van heerlijke kerken en door de beroeping van vermaarde katholieke geleerden (Görres, Möhler e. a.) aan de universiteit van Miinchen zich groote verdiensten verwierf. De goede stemming duurde tot 1841. Sedert dit jaar hernieuwden verschillende den katholieken vijandige decreten deu voriifen droevisen

' O O

toestand, die onder Maximiliaan II en Lodewijk II tot heden voortduurt. Tegen de katholieke meerderheid der kanier houdt Lodewijk II, een zonderling, den minister v. Lutz, een vijand der Kerk, de hand boven 't hoofd.

In Hessen, waar de hoog begaafde bisschop Willem Emm. v. Ketïei.er in 1854 eene conventie met, de reiree-ring sloot, bleef de kerkelijke vrede tot 1872 bewaard. Wurternherg sloot in 1857 en Baden in 1859 conventies met den H. Stoel, die weldra geschonden werden, vooral in Baden, waar de ministerpresident Jolly reeds in 18GL) als kerkvervolger Bismarck's naijver opwekte. Ook in Saksen hebben de katholieken veel te Ijjden van de Pro-testantsche onverdraagzaamheid. Na den oorlog van 1870 woedde de »Culturkampfquot; in het gansche nieuw gestichte Duitsche keizerrijk.

§ 59.

De Kerk in Spanje, Portugal. Italië en Zwitserland.

a) Met de Bourbonsche dynastie poogde men de Galli-caansche beginselen naar het zoo innig katholieke en op

ocr page 219

zijn geloof zoo fiere Spanje over te brengen. De regeering scheen zich tot taak te stellen het trouwe \'olk van het centrum der eenheid los te scheuren. Het plan mislukte. Jozef Bonaparte (1808-13) onderdrukte de Kerk nog meer dan zijne voorgangers. Hij werd verjaagd. Ferdinand VII herstelde de kerkelijke inrichtingen en riep de Jezuïeten terug. Toen echter in 1820 eene uit liberalen en vrijmetselaren saamgestelde partij de meerderheid in de Cortes verkreeg, hief deze de kloosters op, saeculariseerde de kerkelijke goederen, verbood het verkeer der geestelijkheid met den Paus, voerde de Fransche civiele constitutie van 1790 in, verjoeg den pauselijken nuntius uit het land en bestrafte do niet beëedigde priesters met dood en verbanning. Slechts weinige geestelijken werden hunnen plicht ontrouw. Doch ook Spanje had, helaas, zijn Talleyrand in den kardinaal de Bourbon, aartsbisschop van Toledo. In 1823 hief Ferdinand VH de tyrannieke decreten weder op. De strijd tusschen Christines en Carlisten gaf andermaal aanleiding tot vervolging, tot nieuwe opheffing der orden, verbeurdverklaring van kerkelijk goed, verbanning van bisschoppen enz., tot dat maarschalk Narvaez, sedert 1843 aan 't hoofd des bewinds, met Rome onderhandelingen aanknoopte, door het concordaat van 1851 gevolgd. Meesterlijk en manmoedig verdedigden Jac. Balmes (f 1848) en Donoso Coiitez (f 1851) gedurende de vervolgingen de rechten der Kerk. Nieuwe verdrukkingen onder Espartero (1854-56), koning Amadeus en den

president Serrano,____en ook onder de regeering van

den goedgezinden Alfonsus XII (1875-85) en het ministerie Canovas—Y Pidal bleven vele onrechtvaardige wetten tegen de kerk bestaan. Na Alfonsus' dood heer-schen weer de Liberalen, die ditmaal den weg der vervolging schijnen te schuwen.

ocr page 220

20(j

b) In Portugal was en is de toestand geen betere te noemen. Integendeel! Onderdrukking der Kerk onder Fransche heerschappij, onderdrukking door de volgende

dag ! De loge is hier

— O o

de weinig talrijke geestelijkheid niet overal met den waren geest bezield. Toch geeft de katholieke partij, in woord en daad immer krachtiger optredend, gegronde hoop op eene betere toekomst.

iu Napels, c) In het Koninkrijk Napels sloot Ferdinand I, na de Fransche overheersching, in 1818 met den Paus een concordaat, dat de Josephistische onderdrukking der Kerk deed ophouden zonder deze evenwel volkomen vrijheid en zelfstandigheid te gunnen.

Piëmont, In Piëmont was de kerkelijke toestand na het vertrek der Franschen tot 1848 een bevredigende, ja, onder de regeering van Karel-Albert aanvankelijk een gelukkige. Victor Emmanuel (1848-78,) begon in 1848 de vervolging in Piëmont, en na de inlijving van Lombardije, Panna, Toscanen, Venetië, Napels, de Kerkelijke Staten Koninkrijk enZ- in llet koninkrijk Italië: vijandige onderwijswet, Italic-; opheffing der geestelijke orden, verkoop van 't kerkelijk goed ten bate der schatkist, verplichtend burgerlijk huwelijk , krijgsdienst voor de geestelijken, stichting van anti-katholieke scholen en kerken zelfs in Rome. De ziel dezer decreten was de minister Cavour (f 1861). in d) In Zwitserland waarborgde de bondsgrondwet, na

Zwitserland, de verjaging der Franschen aangenomen, de bezittingen en rechten der Kerk en de vrijheid van onderwijs. Met leede oogen zagen Protestanten en vrijdenkers den toe-nemenden bloei der kerkelijke instellingen, vooral der kloosters, en volgden Calvijns raad ze eerst met laster te overladen, om dan tot daden over te gaan. In 1834 ontnamen de regeeringen van eenige cantons den katholieken alle hun gewaarborgde vrijheden. In 1841 hief

regeeriugen tot op den huidigen almachtig,

ocr page 221

207

de regeering van Aargciu de kloosters op, en, toen de vrome raadsheer Jozef Lüu in 1844 de terugroeping dei-Jezuïeten in Lucern doordreef en de zeven katholieke cantons, ter verdediging tegen de radicalen een »Sou-derhundquot; sloten, werd Leu vermoord, de Sonderbund door een bondsleger onder generaal Dufour onderworpen (1847) en de grondwet in anti-katholieken zin gewijzigd (1848). Den kloosterlingen ontnam men alle rechten , verbande den bisschop Mauilley van Lansanne en Geneve (1873), verjoeg den Apostolischen Vicaris Mgr. Meiimillod nit Geneve en Mgr. Lvciiat uit Solothurn (1873). Op vele plaatsen verdreef men de trouwe katholieke priesters, om hunne kerken aan de sekte der Oudkatholieken, die het dogma van 's Pausen onfeilbaarheid in zake van quot;'eloof en zedenleer weigeren aan te nemen.

o o

Dit laatste had hoofdzakelijk plaats in Bern en de Ju-rastreken (waar men zelfs den privaatgodsdienst verbood) in Zurich en ïessino. In Zurich hield ten gevolge van den val der Radicalen in 1875 de vervolging op, hoewel zij, schoon in minderen graad, in de meeste cantons voortduurt.

§ 00.

De Kerk in de Nederlanden.

Meer dan twee eeuwen hadden de trouwe Katholieken in N. Nederland gezucht onder een meer of minder kwellende verdrukking, welke hun de uitzonderingsmaatregelen,

O 7 O O 7

door gezag of invloed der overheerschende Calvinistische

o O

staatskerk genomen, onophoudelijk berokkenden, toen de Voorzienigheid de Frausche revolutionnairen, die in hun eigen land den godsdienst verbannen hadden, gebruikte,

O O 7 O 7

om hier als bevrijders van dienzelfden godsdienst op te treden. De «gelijkheid van allen voor de wetquot; bleef

ocr page 222

208

echter feitelijk meestal eene doode letter. Het hooger en lager onderwijs o. a. bleef schier geheel onderworpen aan de bevoorrechte Kerk.

In 1815 werd België met N. Nederland vereeniffd.

O O

Het streven der Calvinistische regeerino-, door eene wil-

O O7

lekeurige grondwet, de invoering der organieke artikelen

O O 7 • O O

van 1801, eene vijandige wet op liet onderwijs, de instelling van een Kerkenraad met den oud-josefist Gobau tot hoofd, de stichting van universiteiten met meestal Protestantsche leeraren enz. scheen er op aangelegd te zijn om '1I3 der bevolking heloten of' afvalligen te willen maken. Andere den katholieken vijandige decreten en daden lieten zich niet wachten : verplichte krijgsdienst voor de seminaristen, verbanning van Mgr. de Bkoglik

1 O O

van Gent en veler getrouwe priesters, sluiting der bisschoppelijke seminariën en oprichting van een »philoso-phisch college,'quot; verplichtend voor de seminaristen, wilden zij tot eenig ambt toegelaten worden, enz.

Het concordaat in 1827 met Rome gesloten had slechts ten doel, zooals uit de vertrouwelijke nota des ministers aan de belanghebbenden blijkt, het volk zand in de oogen te strooien en werd ook niet ten uitvoer gelegd.

o o O

Ofschoon de regeering in 1829 de vervolgingspolitiek opgaf en de opening der seminariën weer toestond, begingen de Belgische katholieken de niet geringe fout,

O O O o O 7

zich in den opstand van 1830 door de Liberalen te laten meêsleepen. België werd echter vrij.

a) In N. Nederland bleef onder Willem I de verdrukking voortduren. Onder zijn grootmoedigen opvolger Willem It werd den kloosters de vrijheid teruggeschonken, en de grondwet van 1848 bekrachtigde nogmaals de rechten der katholieken. In 1853 werd onder een eerlijk liberaal ministerie de kerkelijke hierarchic hersteld, een maatregel , die onder de Calvinistische meerderheid een waren

ocr page 223

209

storm in een glas water deed ontstaan. Het »bezadigd

o o

woordquot; van onzen onsterfclijken Broere bracht er veel toe by de gemoederen te bedaren, en velen Protestanten de oogen te openen over bet dwaze dier »Aprilbewe-ging.quot; Was nu de toestand rooskleurig? Geenszins! Dra bewezen de wetten op het onderwijs, de verordeningen aangaande de processiën enz., dat ook de Liberalen slechts liberaal tegenover Liberalen kunnen wezen. De neutrale godsdienstlooze school, met haar onzinnig programma, werd alleen bezoldigd en kostte den lande van 1878 tot 1836 de som van 15G millioen gulden, zegge honderd zes en vijftig millioen, uitgegeven om onverschilligen en half- geleerden te vormen en zoodoende met het geld van andersdenkenden aanhangers te werven voor de liberale sekte. De overgroote meerderheid der natie, nog aan positief geloof hechtend, is gedwongen de openbare godsdienstlooze school, welke zij niet gebruiken kan, te helpen onderhouden, en, wil zij voor een op godsdienstige beginselen steunend onderwijs barer kinderen zorgen, op eigen kosten bijzondere scholen te stichten. Dit gebeurde dan ook op groote schaal, en met bewonderingswaardige opoffering, zoowel door Katholieken als door geloovige Protestanten.

Dezelfde geest van offervaardigheid der Nederlandsche Katholieken blonk niet minder schitterend in de liefde, waarmede zij den Paus-Koning hun geld en het bloed hunner zonen (Pieter Jong) aanboden; in de schatten, welke zij wegschenken aan het bouwen van talrijke, schoone kerken, het oprichten en steunen van inrichtingen van liefdadigheid. Terwyl de bloei van het godsdienstig leven zich in menigvuldige geestelijke vereenigingen, het veelvuldig ontvangen der bh. Sacramenten enz.

d o

verblijdend openbaart, draagt ook de katholieke pers in dagbladen, tijdschriften, godgeleerde en geschiedkundige

Kerk. Gesch. 14

ocr page 224

210

werken er krachtig toe bij, het katholiek bewustzijn in de harten onzer landgenooten levendig te houden en steeds hooger te wekken.

b) In België verzekerde de grondwet van 1831 vrije uitoefening van den godsdienst, volkomen vrijheid van het onderwijs en der geestelijke orden.

In 1834 stichtten de bisschoppen de thans meer en meer in bloei toenemende vrije universiteit van Leuven, de vrijmetselaren daarentegen de vrije universiteit van Brussel. (1) Tusschen de Kerk en de Loge ontspon zich een uiterst hevige strijd tot heden voortdurend. gt;L'Eglise voila rennemi!quot; is de leus van 't Belgisch Liberalisme. Eene liberale »Aprilbewegingquot; bleef niet uit, toen Mgr. Van Bommel in 1834 nogmaals de Loge met den ban sloeg. Koning Leopold I was »chevalier Kadoschquot; dei-Loge; zijn zoon Leopold II tot dusverre een zwakhoofd, door het liberale «achtste ministerie,quot; eene hofpartij, beheerscht. In 1878 kwamen de logemannen Frère Or-ban en Bara aan het bewind en deden door de hun verzekerde meerderheid der Kamer de volgende gt;liberalequot; maatregelen aannemen: de godsdienstlooze staatsschool, het afbreken der diplomatieke betrekkingen met den H. Stoel, de inbeslagneming der katholieke studiebeurzen en schenkingen, de vermindering der uitgaven voor den katholieken eei'edienst, en eene anti-katholieke wet voor de kerkhoven. Schitterend blonk de offervaardigheid van het geloovig volk uit. Overal ontstonden als bij toover-slag katholieke scholen, en de staatsscholen staan schier overal leeg. Malou, Jacobs, de convertiet Woeste, Beer-naert e. a. verdedigden met talent en volhardino- de

^ O

goede zaak die in de verkiezingen van 1884 zegevierde.

(i) De redevoeringen der Brusselsche studenten, in 1866 op het studentencongres te Luik uitgesproken, herinneren niet slechts aan Voltaire, maar ook aan Robespierre en Danton.

ocr page 225

211

(»Soulagement universe!.quot;) Nu werd de onderwijswet eenigszins gewijzigd. De vervolging hield op. Doch het goedgezind katholiek ministerie kan vele onrechtvaardige maatregelen, vroeger tegen de Kerk genomen, wegens den tegenstand des konings en de bedreigingen der Li-heralen, tot op dit oogenhlik nog niet doen verdwijnen.

§ ei-

De vervolging der Kerk in Polen en Rusland.

Sedert de verdeeling van het ongelukkige Polen, he-

O O O '

zigden de Czaren alle middelen om de katholieke bevolking hunner staten in de Molochsarmen van het schisma te werpen. Alleen onder Catharina II werden 8 millioen katholieken (10,000 parochieën en 150 kloosters) door dwang tot de scheuring gebracht. De gegronde hoop op eene betere toekomst één oogenhlik gerezen, toen de edele Alexander I zich ter bekeering voorbereidde, werd door zijn plotselingeu dood te Taganrog (1825) verijdeld. (1)

Gruwzaam vervolgde Nicolaas I de Rutheensche Unia-ten en de kloosterorde van S1 Basilius (2). Hij nam de kerkelijke goederen in beslag, beloonde de apostaten en bestrafte op wreede wijze de bekeerlingen, verbood katho-

1

Alexanders bekeering begon in 1818 op het Congres van Aken, toen hij zich door den pastoor Müllejans van Würselen liet onderrichten. In 1822 vroeg de Czaar onderricht in de katholieke leer van den R. K. priester graaf Hohenlohe en verzocht op de knieën om zijn priesterlijken zegen. In 1825 zond Alexander zijn adjudant Michaud naar Rome, om van Leo XII een monnik, met de noodige volmacht voorzien, te vragen, in wiens handen hij zijne geloofsbelijdenis wilde afleggen. Hiertoe werd de Franciskaan Orioli gekozen, die, helaas, den Czaar niet meer levend aantrof.

ocr page 226

212

lieke preek en catechismus enz. enz. Het kille Siberië Vervolgingen werd de staatsgevangenis voor de trouw gebleven geestelijkheid. Bisschop Jozef Siemasko viel van het geloof af en hielp zijne voormalige geloofsgenooten onderdrukken. De tusschenkomst des Pausen baatte den armen onder Uniaten niets. In 1845 reisde de tyrannieke keizer naar Rome en had de driestheid, hij, de beul zijner katholieke onderdanen, een audientie bij Gregorius XVI aan te vragen. Bleek als de dood verliet hij het vertrek des Nicolaas I, stedehouders van den Eeuwigen Rechter, en sloot twee jaren later een concordaat om het niet uit te voeren. Terwijl de dwingeland alle rechten zijner katholieke onderdanen met voeten trad, verklaarde hij in 1852 aan en de Porte den krijg, om de rechten der Schismatieken van Turkije, die geenszins gekrenkt werden, te handhaven en stierf met smaad overladen tegen het einde van den voor hem ongelukkigen oorlog, (f 1855). Zijn zoon Alexander II. Alexander II zette de verdrukking der Polakken voort: verbanning naar Siberië van bisschoppen, priesters en leeken, gewelddadige inlijving van gansche streken in de Schismatieke staatskerk (1), en daarbij gehuichelde onderhandelingen met Rome.... Gods wraak trof den Czaar in zijne hoofdstad door de hand der Nihilisten. De thans regeerende keizer, Alexander III, sloot in 1884 een verdrag met Leo XIII en schendt het sinds twee jaren.

In weerwil van die vervolgingen traden veel aanzienlijke Russen tot de R. K. Kerk over: een aantal leden der familie Gallitzin, gravin Sophia Swetchin, graaf Greg. Schouvakdf, vorst Joan. Gagarin en de geleerde Joh. Martinoff, beiden S. J.

(l) Lord Disraöli bevestigde in het Engelsch parlement, dat de kozakken de bevolking van gansche dorpen , zelfs vrouwen en kinderen, die weigerden schismatiek te worden, uithongerden of neerschoten.

ocr page 227

213

§ 02.

De Kerk in Groot-Brittannië.

Met bloed en tranen zou de geschiedenis der Kerk in Groot-Brittannië sedert Hendrik VIII moeten geschreven worden. Noemt men deze eeuw, de eeuw der vrijheid,

'twas vrijheid voor het kwaad, 'twas overal, niet 't minst in 't»vrijequot; Engeland, verdrukking van het eenig ware geloof. Want zoo de heerschende ketterij, eerder het folteren der katholieke Ieren dan deze het lijden moede, de gestrengheid harer vervolgingen in de laatste tijden eenigszins gematigd heeft, niettemin bleef het lersche volk 't armste, 't vernederdste, 't meest verdrukte volk der gansche aarde. Daniël O'Connell, de geniale O'Connell. »koning-bedelaarquot; trad hier als bevrijder op (1). Geweld versmadend, riep de onovertroSen en vrome redenaar eene vreedzame beweging van millioenen burgers in 't leven en dwong de regeering (Robert Peel, Wellington) door de »Einancipatie-hillquot; in 1829 den Ieren gods- Emancipatie dienstige, staatkundige en, iets later, burgerlijke vrijheid, (1829). alsmede de afschaffing der tienden voor het onderhoud van den Anglikaanschen eeredienst (1838) toe te staan. Krachtdadig ondersteunde de Capucijn Mathkw (j- 1856), de beroemde matigheidsprediker, O'Connell's streven. In 1850 herstelde Pius IX de katholieke hierarchic in En- Herstell. der «■eland en richtte er het aartsbisdom Westminster en Hierarchie,

o

twaalf bisdommen op. Hetzelfde jaar zag de stichting 1851. eener katholieke universiteit te Dublin. Den eersten aartsbisschop, den geleerden kardinaal Wiseman (ftSGS)

volgde de beroemde bekeerling Manning op. Jaarlijks keeren duizenden Anglikanen, waaronder vele geleerden.

(1) Zie O'Connell's lijkrede door P. Ventura, verschenen te 's Bosch bij Arkesteyn en Z. 1847.

ocr page 228

214

Anglikaansche geestelijken en edellieden (Kardinaal Newman , Lord Ripon) in den schoot der moederkerk weer, en de beweging tot wedervereeniging met Rome onder de talrijke Puseysten (1) of Ritualisten wordt van dag tot dag grooter. Ondanks de uitspattingen der door de Kerk gedoemde Fenians, schijnt de Engelsche regeering het zelfbestuur (»Home Rulequot;) der Ieren in Ierland en den terugkoop der aan 't lersche Tolk ontvreemde gronden, zoo niet binnen kort, dan toch in een niet zeer verwijderde toekomst te willen toestaan. Onder de katholieke schrijvers van Engeland verdienen vooral Mgr. Wiseman en Manning, Newman, Lingard en Thomas Moore genoemd te worden.

In Noorwegen werden in 1845, in Denemarken in 1849 den katholieken godsdienstvrijheid en gelijke staatkundige rechten toegestaan. Duitsche missionarissen werken in deze landen met goed gevolg. Doch Zweden hief de tyrannieke wetten van vroeger slechts gedeeltelijk op.

In Griekenland bestaan acht bisdommen. Het getal der katholieken is nog gering, neemt echter, even als in de Donauvorstendommen en Turkije, ieder jaar beduidend toe.

§ 63.

De Kerk in de andere werelddeelen.

Missiën.

»In omnem terrain exivit sonus eorumquot;, over de ge-heele aarde hebben de missiën zich uitgebreid.

(i) De Puseysten naar Dr Pusey, Mannings professor, genoemd, hebben, als vrucht hunner historische en archaeologische studiën over de christelijke oudheid, hun eeredienst en kerken weder geheel op katholieke wijze ingericht; zij nemen de 7 H. Sacramenten en ook de transsubstantiatie aan.

ocr page 229

215

a) Amerika: In Canada, dat vóór 17G5 aan Frankrijk toe- Canada. quot; behoorde, bloeien het aartsbisdom Quebec en verschillende

bisdommen. Bij de Indianen, tot in de sneeuwvelden van het ruwe Noorden, en op het eiland Vancouver werken missionarissen, die reeds eenige Indianenstammen bekeerd hebben.

In de Vercenigde-Stafen, waar zeventig bij name be- Vereenigde-kende Protestantsche sekten doorgaans in den »King Staten, dollarquot; éénheid zoeken, en men in 't begin dezer eeuw slechts weinige katholieken aantrof, bloeien heden, onder bescherming van werkelijk liberale wetten, 12 aartsbisdommen, 53 bisdommen en eenige Apostolische Vicariaten, en kunnen de geestelijke orden onder de beschaafde bevolking, zooals ook bij de nog wilde stammen in Texas, Oregon (P. De Smet), Californië enz. ongehinderd hunne zegenrijke taak volbrengen. In 1852, 1866 en 1885 vergaderden nationale conciliën, die zeer rijke vruchten droegen. Mgr. M. Closley, aartsbisschop van New-York verkreeg in 1875 het Romeinsch purper, en mocht nog vóór zijn dood den grondslag zien leggen tot de oprichting eener katholieke universiteit.

In Mexico woedde onder de presidenten Comonfort en Mexico. Juarez een hevige vervolging tegen de Kerk. Keizer Maxi-miliaan, den raad van Pius IX in den wind slaande, zocht steun bij de verradelijke Liberalen, die hem, na den terugtocht der Fransche troepen, in 1867 ter dood brachten. Juarez (f 1872) kon nu de vervolging voortzetten , vervolging, welke echter en geestelijkheid en volk tot nieuw leven wekte.

r

In de republieken van Centraal-Amerika, in Haïti en Centraal-S' Domingo volgen onderdrukkingsmaatregelen tegen de Amerika. Kerk en »pronuntiamento'squot; elkander snel op. Beter is de toestand op het eiland Cuba, Portorico, Jamaica en de Engelsche Kleine-Antillen.

I

ocr page 230

216

Zooals in Mexico en Centraal-Amerika zijn militaire z. Ameiik. opstanden, en vervolgingsdecreten in de Z. Amerikaansche y

republieken, republieken aan de orde van den dag. Schier overal hebben de vrijmetselaren met hun liberaal gevolg de concordaten geschonden, het kerkelijk goed gesaeculari-seerd en de Kerk zelve aan boeien gelegd. In de meeste staten is de reactie der katholieke meei-derheid voor goed begonnen, ja in Chili, Ecuador en Bolivia heeft zij reeds gezegevierd. Een waar Christen held was de geniale Gabriel Garcia Moeeko, president van Ecuador,

die, als groot geleerde, groot staatsman en dapper krijgsman oneindig veel voor de zedelijke en stoffelijke beschaving des volks tot stand bracht, doch in 1875 op bevel der loge vermoord werd (1). Pombal's verdrukkingssysteem werd, ook na de bevrijding van Brazilië,

in dit land voortgezet en had een treuria: verval van

o o

geloof en zeden ten gevolge. Het verzet tegen de on- —

rechtvaardige maatregelen der regeering en de gevan-genscharp der bisschoppen van Olinda (Vital) en Para wekten de katholieke bevolking uit haar slaap. Keizer Don Pedro II schonk den bisschoppen de vrijheid weder en sloot een verdrag met den H. Stoel. Na de verpletterende nederlaag der Liberalen in de verkiezingen van 1885 is er hoop op eene gelukkigere toekomst. In het Patagome. koude Patayonië werken de missionarissen van den beroemden Don Bosco. (2)

N. Afrika. h) In Ar. Afrilca maakten zich de bisschoppen Pavie en Lavigeme zeer verdienstelijk voor de Kerk. (3) De laatste, thans aartsbisschop en kardinaal, stichtte een

(J) Zie „Das Leben von Garcia Morenoquot; von Adolf v. Eerlichingen.

(2) Een vrome priester van Turijn, die op wondervolle wijze aan meer dan So,ooo weezen onderhoud en opvoeding bezorgt.

(3) Tot aartsbisdom Algiers bchooren de bisdommen van Oran, Constantine, Carthago en Tunis.

i

ocr page 231

217

groot seminarie ter opleiding van missionarissen voor Centraal-Afrika, die reeds eene bloeiende missie aan de groote meren bezitten.

In Opper-Egypte en Nvhie werkte Mgr. Comboni (f 1881), Nubio. wiens missionarissen en nonnen tegenwoordig in gevangenschap der Mahdisten zuchten.

Op de Westkust, in Senegambië, Sierra Leone, de Westkust. Goudkust, Gabon, de Congo-landen en zelfs in het beruchte rijk van Dahomei (18G0) wordt door de paters der consjresatie van den H. Geest en die van 't Onbe-

o o

vlekt hart van Maria het geloof verkondigd. In het Kaapland bestaan drie apostolische Vicariaten, en de Kaapland. Jezuïeten, die het gesticht der Trappisten van Dubrody overgenomen hebben, verzorgen uit het Kaapland hunne zwaar beproefde Zambezi-missiën. Op het eiland Bourbon, A. d. Zambezi, waar in 1838 Mgr. Soulage den marteldood onderging,

werd in 1850 een bisdom opgericht. Het eiland La Reunion had reeds sedert lang een bisdom. Op de Seychellen prediken sedert 1853 de Capucijnen, op Mada- Madagascar. gascar de Jezuïeten. Dezen, vervolgd onder koningin Ranavolana (f 1861), verkregen onder Radama 11 volle vrijheid en bekeerden de koningin Rasoherina (f 1868). Daarentegen verhief hare zuster Ranavolana II, door Engelschen invloed beheerscht, het Protestantisme tot staatsgodsdienst, verjoeg (1884) de katholieke missionarissen, doch moest weder in 1885, door Frankrijk overwonnen, vrijheid van godsdienst toestaan.

Voor Egypte en Arabië is sedert 1837 het apostolisch Egypte, vicariaat van Alexandrië opgericht. In Zanzibar, welks Zanzibar. Sultan den geloofspredikers volkomem vrijheid toestaat,

verscheen de Duitsche pater Horner in 1867 als eerste geloofsbode. In Abyssinië winnen de verkondigers des Abyssinie. Evangelies, na de vervolging onder den Negus Theodo-ros II (f 1868), weer een weinig veld.

ocr page 232

218

c) Oceanië. Oceanië bezit sedert geruimen tijd in de Engelsche steden verschillende bloeiende bisdommen. In 1844 vergaderde te Sidney een provinciaal, in 1886 een nationaal concilie. De Benedictijnen begonnen in Nieuw-Holland de bekeering der wilde inboorlingen en stichtten onder hen de abdij Nieuw-Nürsia. Behalve dezen werken in dit werelddeel Jezuïeten, Maristen, priesters van het Picpusgezelschap en missionarissen van 't H. Hart. Buiten de kerkelijke provinciën van Sidney, Melbourne en Nieuw-Zeeland, bestaan in Polynesië drie andere bisdommen en acht apostolische vicariaten.

Overal, in alle werelddeelen, ondersteunen de Liefdezusters, Franciskanessen en andere vrouwenorden met het zegenrijkste gevolg de missionarissen door onderricht en verpleging van zieken.

d) Azië. In het rijk bevolkte Azië wedijveren Benedictijnen, Franciskanen, Jezuïeten, Capucijnen, Lazaristen, schier alle orden met elkander tot bekeerinsr der volken.

Turksche Hoewel de edicten van 1839 en 1856 in de Turksche bezittingen, bezittingen vrijheid van godsdienst toestonden, bleef de Porte den katholieken vijandig gezind. Aan het vreeselijk bloedbad, in 1860 door de Druzen onder de katholieke Maronieten aangericht, waren de Turksche ambtenaren medeplichtig; en, toen in 1870 een aantal Armenische üniaten tegen hun patriarch Hassoen opstonden, ondersteunde de regeering openlijk deze scheurmakers. Kupe-lian en andere hoofden van het schisma keerden later van den dwaalweg terus.

o o

Van groote beteekenis voor het Oosten zijn het seminarie van Gazir, en de universiteit van Beiroet, door de Jezuïeten bestuurd, alsmede de talrijke kloosters der Franciskanen en Lazaristen in Klein-Azië, Syrië en Palestina. Hier bedienen de Franciskanen de kerken van het H. Graf, van Bethlehem en andere H. plaatsen,

ocr page 233

219

doch hebben van Protestanten en vooral van russische Schismatieken vele wederwaardigheden te verduren.

In Perzië genieten de Uniaten sedert 1875 vrijheid Pemë. van godsdienst.

Na de verovering van Voor-Tndië door Engeland Voor-Indie. moesten, buiten Goa en Macao (in China), de Portu-geesche bisdommen door apostolische vicariaten vervangen worden. De nieuwe indeeling der kerkelijke provinciën gaf in de gemelde bisdommen aanleiding tot een schisma, dat in 1859 gelukkig werd bijgelegd. Voorgoed is nu (1886) de zaak geregeld door Leo XIII. In de apostolische vicariaten van Indië en Ceylon wordt het werk der zeer talrijke geloofsboden met bijzonder gunstig sevolquot;- bekroond en door de Engelsche regeering eerder

O O ' O O O

gesteund dan verhinderd. (Lord Lytton, L. Ripon.) Schier overal verrijzen scholen en bloeiende collegiën, meest door Jezuïeten bestuurd.

In Birmav, Siam en nog meer in Anani viel het zaad des Evangelies op vruchtbaren bodem. In dit laatste Achter-lndie. rijk hadden onder de wreede koningin Min-Menh (f 1841)

en Tu-Duc (1883) bloedige vervolgingen plaats, welke echter door Frankrijk's tusschenkomst eenigszins verminderden. Frankrijk, eens »de degen der Kerk,quot; vroeger de beschermheer der Christenen van het Oosten,

Frankrijk, verreweg de rijkste bron van geloofsboden en bijdragen voor de missiën, het edele, grootmoedige Frankrijk, heden door de Loge bestuurd, trekt, hoewel langzaam, zijn beschermende hand van het Oosten terug en belette niet, terwijl toch zijn dapper leger Anam bezet hield, dat in 1884-85 een groot aantal Fransche priesters,

honderden liefdezusters, 40,000 Anamitische christenen vermoord en meer dan 100,000 van have en goed beroofd werden.

De Capucijnen en Lazaristen konden in Thibet, ten Thibet.

ocr page 234

220

gevolge van de vijandschap der Lama's, geene blijvende Corea. vruchten voortbrengen. Corea dronk het zweet en bloed van tallooze geloofshelden en toch kon voortdurende vervolging hier het christendom niet uitroeien. (Ridel.) En China, hoevele duizenden martelaren leverde het niet in onze eeuw ? Het hevigst drukte de vervolging China, onder de keizers Kia-King (f 1820) Tao-Kuang (f 1850; en Hien-Fong. In 1860 namen de Franschen Pekingr in en verkregen vrijheid voor de christenen, wat evenwel niet belette, dat missionarissen en geloovigen later nog dikwerf veel in de provinciën te lijden hadden. Moge na de onderhandelingen en het aanknoopen van diplomatieke betrekkingen tusschen Leo XIII en de Chineesche regeering (1886) de zielenoogst in het reuzenrijk, dat geheel in Apostolische vicariaten is ingedeeld (1), eindelijk niet meer gestoord worden!

Japan. Twee eeuwen had de Kerk in Japan reeds opgehouden te bestaan. Geen katholieke priesters mochten den bodem des rijks betreden, totdat de Amerikaansche en Engelsche kanonnen om handelsbelang tegen het eilanden-rijk gericht hun in 1858 den weg openden. Ook hier bleef de vervolging (1867- 84) niet uit. Door een brief aan den keizer verkreeg Leo XIII in 1884 volkomen vrijheid voor de verkondigers des Christendoms. Naast de bloeiende Kerk der Philippijnen werken Jezuïeten en andere orden Insulinde. ijverig aan de uitbreiding des geloofs op de Groote- en Kleine Sounda-eilanden en Molukken. (Bisdom Batavia). Ten jare 1878 werkten in alle missiën te zamen 283 bisschoppen 17,087 priesters, en telde men 11 'l2 millioen nieuw bekeerden.

(l) Zelfs in Mongoliü zijn de missionarissen van het gesticht Scheut-veld bij Brussel werkzaam. Veel Nederlanders telt men onder hen, de bisschoppen Rutjes en Hamer.

ocr page 235

221

§ 04.

Dwaalieeringen.

Door de vervolgingen gehard, bleef' de katholieke Kerk iu éénheid der aloude leer voortbloeien en zich verder ontwikkelen, terwijl de protestantsche en schismatieke kerken overal aan het wereldlijk gezag, dat door stoffelijke macht liare oplossing wil verhoeden, geboeid, meer en meer, in weerwil van dien machtigen steun , haar einde te gemoet ijlen. De schismatieke kerken gelijken op afgezette ledematen, wier edelste deel en (1) het eerst en 't meest aan bederf ten prooi vallen; de protestantsche op gebouwen met vermolmd materiaal in moeras opgericht, en tevergeefs door geharnaste krijgers gestut. De tijd der ketterijen is voorbij. De strijd, een hevige strijd, zal voortaan tusschen waar geloof en ongeloof moeten uitgevochten worden. De oudere Christen sekten vervallen meer en meer in rationalisme en indifferentisme; de nieuwe brachten 't niet tot eenige beteekenis, en beiden zijn onmachtig tegen het ongeloovige rationalisme, dat door dezen als zuster, door genen als dochter wordt begroet.

Het Hermesianismc van professor Hermes van Bonn (f 1831), die de bewijsgronden der rede tot grondslag van 't bovennatuurlijk geloof wilde maken; het Traditionalisme van den welmeenenden de Bonald, die alle begrip van godsdienstige en zedelijke waarheden uit de overlevering, en deze uit de oorspronkelijke openbaring wilde putten; het systeem van La Mennais, dat daarentegen alle bron van zekerheid slechts in den »sensus communisquot; (2)

(1) „Nos popes, mais c'est du fumier;quot; woord van een Russisch diplomaat.

(2) Algemeene overeenstemming, een soort van algemeen stemrecht.

ocr page 236

222

meende te vinden ; het systeem van den toch ffoedcezin-

1 ~¥ • • O rl

den Gtintlitr, die a priori alle geheimen des Christendoms wilde bewijzen; de sekte der lionge.anen, gesticht in 1844 door den afgevallen priester Joannes Rouge, die een godsdienstig nihilisme verkondigde; de Katholiek-Galli-caarsche sekte van den afvalligen pater Hyacinth Loyson ; eindelijk in Duitschland en Zwitserland de sekte der Oad-Katholieken, die de leer van de onfeilbaarheid der Pausen niet wilden aannemen — al deze sekten en valsche systemen vonden slechts onbeduidender! bijval. De Jansenistische bisschop Heijkamp van Deventer wijdde den afvalligen priester Hubert Reinkens tot bisschop der Oud-katholie-ken, wier priesters, even als Luther, »de comediequot; besluiten met een huwelijk! — Deerniswaardige pogingen! Reinkens, Loyson, de Zwitsersche staatsbisschop Herzog en de Anglikaansche bisschop Henry Cotteryl van Edin-burg wilden vóór eenige jaren te Bern, door een godsdienst met gemeenschappelijke communie, der wereld hunne godsdienstige gemeenschap bewijzen — gemeenschap van haat tegen de katholieke Kerk. Waren wellicht Jansenisten, Kwakers, Calvinisten enz. verhinderd het verbroederingsfeest bij te wonen ?

De tijd der ketterijen is voorbij. De strijd zal voortwoeden tusschen de Kerk en 't ongeloovig rationalisme, dat zich, hoe verscheiden de individueele meeningen ook mogen wezen, overal met den welklinkenden naam van Liberalisme tooit. Wat is Liberalisme? — Het Liberalisme op godsdienstig gebied stamt uit de nalatenschap van Voltaire, op politiek gebied uit het »contrat socialquot; van J. J. Rousseau, en wordt overal door de Loge gesteund. De eene stelt de rede boven positief geloof, de andere wil Gods invloed uit de maatschappij weren. Wat zijn liberalen? Vrijgevigen voor hunne partij immer, onderdrukkers van andersdenkenden schier overal. Wat zijn

ocr page 237

223

liberalen? Er zijn vele soorten »tot capita, tot sensusquot;, ja, er zijn zelfs katholieke liberalen.

Wat is liberalisme ? Als leer bevat liet drie graden 1quot;) liet absoluut liberalisme, voorgevend dat de menscli vrij, alleen van zijn eigen rede afhankelijk, zich niet aan de voorschriften van een geopenbaarden godsdienst behoeft te onderwerpen. (Gemakkelijke praxis!). 2°) Het onvolkomen liberalisme beweert, dat de burgerlijke maatschappij niets te maken heeft met de godsdienstige, dat de staat geheel onafhankelijk is van alle bovennatuurlijk gezag, dat Christus en zijne Kerk wel over 't individu, maar niet over den Staat, de familie (burgerlyk huwelijk) het onderwijs (neutrale scholen) enz. hun gezag mogen doen gelden. (1) 3quot;) het katholiek-liberalisme (vuur en water!) is de leer van amphibiën, die zich wel is waar tegen de in 1 en 2 behandelde beginselen verklaren , doch tevens meenen dat 't praktisch beter is de moderne vrijheden te eerbiedigen, en in 't burgerlijk bestuur tusschen waarheid en dwaling geen onderscheid

O o

te maken. (2) Vele weidenkenden lieten zich in den be-

(1) „Ce qui est en litige c'est 1'essence même de Ia religion, c'est la divinité du christianisme et de Jésus-Christ lui même. Dire que Jésus-Christ est le Dieu des individus, et n'est pas le Dieu des peuples et des sociétés, c'est dire qu'il n'est pas Dieu. Dire que le christianisme est la loi de 1'homme individuel, et n'est pas la loi de 1'homme col-lectif, c'est dire que le christianisme n'est pas divin. Dire que 1'Eglise est juge de la morale privée et domestique, et qu'elle n'a rien a voir d la morale publique et politique, c'est dire que l'Eglise n'est pas divine. Dire qu'il y a deux ordres de doctrine, deux ordres de morale, 1'un qui relève de la religion, 1'autre qui relève seulement de 1'état, du prince ou du peuple: c'est enseigner le dualisme Manichéen. Somme toute, le naturalisme politique n'est rien moins que 1'apostasie, s'il n'est même 1'athéisme.quot; (Oeuvres de Mgr. Pie, évêque de Poitiers t. VI. p. 434.)

(2) Zie Cours élémentaire d'apologétique chrétienne par M. 1'abbé Rutten; en de „Oeuvres complètes de Mgr. Pie.quot;

Door den Syllabus van Pius IX zijn o. a. de volgende liberale stellingen veroordeeld: Een ieder is vrij in de keus van een godsdienst; het protestantisme is slechts een andere vorm van den waren gods-

ocr page 238

224

ginne meeslepen. Gelukkig, dat halfheden geen langen duur kunnen hebben.

De liberale gezagstheorie is vervat in het »contrat social' van J. J. Rousseau. Volgens hem zyn de men-schen van nature volkomen vrij, van nature onvatbaar om door eene macht buiten zich bestierd te worden; doch hebben door middel van een vrij contract van hunne persoonlijke vrijheid of rechten afstand gedaan. (1) De som dezer afgestane individuëele willen vormde nu het staatsgezag, den volkswil, zich uitsprekend in de publieke opinie, die de wetten maakte, en wel, wijl dit praktisch de eenige mogelijke we^ blijkt, bij monde der volksvertegenwoordiging. (Zie Vaderl. gesch. bl. 201-202). De uitvoerende macht, welken naam zij ook drage, (mi-

dienst; de Kerk is niet eene ware, volmaakte, vrije maatschappij, maar het behoort aan de burgerlijke maatschappij te bepalen welke de rechten der Kerk zijn en de grenzen binnen welke zij die rechten mag uitoefenen; de bedienaren der Kerk en de Paus van Rome moeten van alle zoig en beheer van tijdelijke zaken uitgesloten worden; de Staat, als zijnde de oorsprong en de bron van alle rechten, bezit'een zeker recht door geene grenzen beperkt; het gansche beheer der openbare scholen, waarin de jeugd wordt opgeleid, (slechts de bisschoppelijke semmanen onder eenig opzicht uitgezonderd), kan en moet aan de burgerlijke macht worden toegekend, en wel in die mate, dat aan geen ander gezag het recht verleend worde zich te mengen in het onderwijs der scholen, in de uitreiking van graden, in de keuze en goedkeuring der leeraren; in onzen tijd is het niet meer nuttig dat de katholieke godsdienst gehouden worde als de eenige staatsgodsdienst; want het is valsch dat de vrijheid van lederen godsdienst en de volle macht allen toegekend om elke meening en gedachte openlijk uit te drukken, strekken tot bederf van zeden en geest der volken, en tot verspreiding van een onheilvol indifferentisme; de Paus moet zich verzoenen en overeenstemmen met het liberalisme en de moderne maatschappij.

(i) De „déclaration des droits de 1'hommequot;, (20 Aug. 1789)'welke valsche met ware beginselen vermengt, alleen van de rechten en niet van de plichten des menschen spreekt, begint met de woorden; „Les hommes naissent et demeurent libresquot;, die het heele liberalisme kenmerken. Is de mensch van nature, essentieel, volkomen zedelijk vrij... dan geen albestuur van God, dan geen schepping, want zoo men de schepping aanneemt, moet men ook de afhankelijkheid van 't geschapene tegenover den Schepper erkennen.

ocr page 239

nisters, president, koningen) moet slcelits werken als gedelegeerde de* volks, en deze kan, als eerste bezoldigde staatsdienaar, naar believen des volks veranderd worden.

Behalve Rusland bebben alle Europeesche Staten den liberalen of modern-constitntioneelen regeeringsvorm aangenomen. Die liberale regeeringsvorm, in tegenstelling met het absolutisme, (1) wordtin alle landen door eene grondwet of constitutie, welke het staatsopperhoofd en de volks vertegen vvoordijf in moeten bezweren, nader be-

O o ~

paald. Deze constituties kennen het wetgevend gezag toe aan 't volk (lsle en 2Je kamer - het uitvoerend aan verantwoordelijke ministers en den onverantwoordelijken koning (of president eener republiek), die de ministers benoemt, (zie Vaderl. gesch. bl. 93—UG). Ze komen in hoofdzake op hetzelfde neer: »Le roi règne et ne gou-verne pas.quot;

Dit systeem met zijne voortdurende kostbare minister-veranderingen, met zijne onrustbarende verkiezingen (2), zijne baatzuchtige partijen-krakeelen, zijn onverantwoordelijk despotisme der meerderheid, is, hoewel jong, reeds verouderd. De meerderheid in de kamers beslist en onderdrukt doorgaans de minderheid, welke soms de meerderheid des volks vertegenwoordigt («liberalequot; indeeling

O O x O

der kiesdistricten), en de meerderheid is bijna immer de speelbal van een partymenner (3). Wat de derde stand

(1) Liberaal politiek systeem heet ook de vrijhandelstheorie in tegenstelling met het protectionisme. De constituties laten gewoonlijk de valsche beginselen, waaruit ze ontsproten, buiten spel, en de door haar geschapen regeeringsvormen zijn dan in zich, essentieel, niet af te keuren. ,,Van weinig belang is 't, zegt de H. Augustinus, onder welk bestuur de sterfelijke mensch leve, zoo zij, die gebieden, niet tot het goddelooze en slechte dwingenquot;.

(2) Volgens de liberale theorie moesten al/e menschen kiezers zijn. En hoeveel kiezers weten wat zij doen?

(3) ^0g meer: „Egoïsmus contra egoismum pugnat constanter, et interea leges conduntur non prouti sapientia et justitia exigunt, sed

Kerk. Gesch. 15

ocr page 240

220

in de lste Fransche revolutie vorderde, vordert heden de 4Jo stand, het proletariaat, de groote meerderheid des volks. De 4'ie stand, zoo langen tijd aambeeld, wil op zijn beurt hamer zijn, en als hamer niet alleen de machtstelling, maar ook volgens Proudhon's stelsel, »la propriété c'est le vol,quot; het fortuin der hoogere standen trelïen (socialisme of communisme). De rijke vrijmetselaars en de vorsten, eereleden der geheime genootschappen, zullen te laat hun drijven betreuren. — Er bestaat nog slechts eene macht die voor 't gezag in de bres treedt, ééne onneembare burcht des gezags, midden van den chaos. Het Pausdom zal Europa redden na eene nieuwe »oiit-wikkelingsziekte,quot; na een nieuwen zondvloed — van bloed.

De »Liberalenquot; David Strauss, Ernest Renan, Ludwig Feuerbach e. a. schreven romans, waaraan zij eene wetenschappelijke kleur wisten te geven, over het leven van J. Christus, en trachtten, doch tevergeefs, met behulp van leugen en sophisme, hunne bespottelijke gevolgtrekkingen, op de loochening van Christus' godheid uitloopend, met een schijn van waarheid te omkleeden.

§ 65.

De Pausen der 19Je eeuw.

Pius VII. Piüs VII (1800-23), uit Napoleon's gevangenschap bevrijd, trachtte, met de hulp van zijn staatssecretaris Consalvi, de door de revolutie verwarde kerkelijke toestanden der Europeesche staten door onderhandelingen met de regeeringen opnieuw te regelen. Ter opwekking van t kerkelijk leven herstelde hij de societeit van Jezus.

insipienti praecipitantia ct studio partium; ita ut saepissinic non con-ventus legislativus, secl tyrannicum conventiculum revera haheatur: et exinde populi oppressioquot; enz. (Zigliara, III—222).

ocr page 241

227

Zijn opvolger Leo XII (1823-29) voerde voormelde onder- leo XII. handelincren ten einde en sloot met verschillende staten

o

verdragen, welke de regeeringen echter doorgaans wederrechtelijk ontdoken. Leo liet den Kerkdijken Staat,

waar hij uitstekend voor onderwijs en kunst gezorgd had, in bloeienden toestand aan PuTs VIII, die reeds na Pius VIII. verloop van één jaar stierf. Da driekroon kwam nn aan den Camalduler monnik Gregorius XVI. Deze groote Gregorius Paus volgde ook op den troon den strengen reamp;el zijnsr XVI. orde, wat hem niet belette eene grocte werkzaamheid te ontvouwen. Onverschrokken bood hij de revolutie in Italië het hoofd, keurde de omwenteling in Polen af,

doemde verschillende valsche of gevaarlijke leeringen,

bracht de missiën in de heidensche lauden tot nieuwen bloei, beschermde kunsten en wetenschappen en regelde het rechtswezen, de belastingen en 't bestuur zijner staten. Den geleerden Angelo Mai en den wereldberoemden talenkenner Mezzofanti (f 1849) riep hij in het college der kardinalen. Tot tweemaal toe moest, met hulp van Oostenrijk, de revolutie in de Kerkelijke Staten bedwongen worden. Toen het ijverzuchtige Frankrijk hierop de haven van Ancona bezette, brandmerkte de Paus in krachtige taal deze rooversdaad voor geheel Europa.

Pius IX (Mastai-Ferretti), door toegevendheid, door Pms IX goedheid de liberalen en revolutionnairen zijner staten (1846-7S.) trachtende te winnen, verleende amnestie aan de politieke misdadigers en voerde in 't bestuur de gevorderde

o o

veranderingen door. Doch voedt slangen met honig, zij verliezen haar gift niet : en de Mazzinisten, door Pi us zoo mild behandeld, bespiedden het oogenblik om hun weldoener ten val te brengen. Ook de grondwet van 10

O O

Maart 1848 en de beroeping van het geavanceerd liberale ministerie Mamiani bevredigden de onruststokers niet. De manhafte minister de Rossi viel (15 Nov), onder

ocr page 242

228

flen dolk der logemannen, 't Gelukte den Paus door bemiddeling van den Beiersclien gezant, graaf von Spanr, naar Gaëta te ontvluchten. In Rome werd de republiek uitgeroepen. Een Franscli leger onder generaal Oudinot hernam in 1849 de stad Rome op de Garibaldianen. Doch in 1859 liet Napoleon III, voor de Orsini-bommen beducht, door Victor Emmanuel van Piëmont en zijn revolutionnairen minister Cavour, de Legatiën en de Ro-magna, èn in 't volgend jaar, de Marken en Umbrië van den Pauselijken Staat losscheuren.

De namen van Lamoricière en Pimodax, de overwonnen helden van Castelfidardo, zullen onsterfelijk blijven. Toen de roodhemden in 180«' Rome zelf aantastten, dwong de openbare opinie in Frankrijk den keizer een hulpcorps naar Italië te zenden (slag van Mentana). In 1870 liet hij den revolutionnairen vrij spel, die door de Porta Pia Rome binnendrongen, om van de stad dei-martelaren en der Pausen de hoofdstad van een revolu-tionnair koninkrijk, van de stad der oud-Romeinsche en Middeleeuwsche monumenten eene moderne wereldstad te maken, eene moderne gevangenis voor het opperhoofd der aloude Kerk. Tegen deze roofdaad, alsmede tegen de waarborgen-wet der grootmachten en de sliste civilequot;, door de roovers aangeboden, kwam met nadruk de groote Pius in verzet.

Daden van Onder zijn 32 jarig pontificaat sloot Pius IX verdragen met verschillende regeeringen, herstelde de kerkelijke hiërarchie in Engeland en Holland, richtte 29 aartsbisdommen, 132 bisdommen en 33 apostolische vicariaten Pius IX. op, begunstigde de wetenschap (Rossi), doemde de moderne dwaalleeringen door den »Syllabusquot; (zie § 65) en verzamelde tot vijfmaal toe een groot aantal bisschoppen om zijn troon: bij de dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd 8 Dec. 1854; de

ocr page 243

229

canonisatie der Japansclie martelaren (9 Juni 1862); het eeuwfeest der apostelen Petrus en Paulus (29 Juli 1867); het Vaticaansch concilie (1869-70) en 's Pausen 50 jarig bisschops-jubilé (3 Juni 1877). Voornoemd concilie, in 1868 door de bille »Aeterni Patris Unigenitusquot;

in Rome saamgeroepen, werd den 8n December 1869 in tegenwoordigheid van 747 bisschoppen geopend, üe ver- Het Vatic, handelingen liepen hoofdzakelijk over het primaat en de Concilie, opportuniteit der dogma-verklaring van 's Pausen onfeilbaarheid in punten van geloof en zedenleer. Hoewel eenige bisschoppen (Dupanloup) en geleerden (Doellinger)

hevig de opportuniteit, ja, eenige weinigen zelfs het leerstuk zelf bestreden (»Janusquot;), hoewel de ministers Hohenlohe van Beieren, Daru van Frankrijk, von Beust van Oostenrijk met den Pruisischen gezant von Arnim niets onbeproefd lieten om de uitspraak van het dogma te beletten, kwam deze in de vierde openbare zitting (18 Juli) tot stand, en werd, met uitzondering van eenige Oudkatholieken, overal met geestdrift aangenomen.

liet Gallicanisme was voor immer onschadelijk gemaakt.

Leo XIII (Joachim Pecci) volgde 7 Februari 1878 Pius den Groote op. (1) Bewonderenswaardig was de werkzaamheid van den nieuwen Paus, een lichamelijk zwakken, doch zeer geleerden en scherpzinnigen grijsaard.

In 1878 hernieuwde hij liet protest tegen den roof der Kerkelijke Staten, herstelde de hiërarchie in Schotland en trad met nadruk tegen het socialisme op; in 1879 gaf hij aan de philosophische studiën door de Encycliek » Aeterni Patrisquot; haar ware richting weder, en knoopte betrekkingen aan met Duitschland (v. Schlözer) en Enge-

(i) J. Pecci, 2 Maart 1810 geboren, werd in 1843 bisschop i. p. en nuntius te Brussel, in 1846 bisschop van Perugia, in 1853 kardinaal, in 1877 Camerlengo der Romeinsche Kerk, wien na den dood des Pausen het bestuur per interim wordt opgedragen.

ocr page 244

230

Daden (Errington); in 1880 vaardigde hij de encycliek

»Arcanum divinse sapientiaïquot; over de heiligheid des hu-van welijks uit, en eene tweede over de H.H. Cyrillus en Methodius, apostels der Slavische volken; in 1881 protesteerde hij tegen de gewelddaden van het Belgisch, in 1882 tegen die van t Italiaansch gouvernement; herinnerde den vorsten (1881) hunne plichten en waardigheid, Leo XIII. richtte bisdommen in Bosnië en Herzogewina op; moedigde (1882) de katholieke schrijvers aan, maakte een einde aan het schisma der Armeniërs (Kupelian), stichtte een Armenisch seminarie te Rome, een Grieksch-Melchi-tisch te Jeruzalem, een Syro-Chaldaeïsch te Mossoul (Dominicanen) en hervormde de Basilian er-orde (Jezuïeten). In 1883 gaf hij een schrijven in 't licht ter bevordering der wetenschap, opende de Vaticaansche archieven voor iedereen, beriep groote geleerden, Hergenröther, Mgr. Fie, Newman e. a. in het college der kardinalen, . gaf eene encycliek over den derden regel der orde van S' Franciscus (1882) en over het rozenkransgebed (1884); richtte 1883 drie apostolische vicariaten, een aartsbisdom en twee bisdommen in Bulgarije op; doemde door de encycliek »Humanum genusquot; nogmaals de geheime genootschappen der Loge (1884); trad in 1885 als scheidsrechter O]) tusschen Spanje en Uuitschland in de Caroli-nenquaestie, en bracht door zijne onderhandelingen in 1880 eene gunstige wending in den »Culturkampf.quot; Daarenboven maakte hij uiterst veel werk van de missiën onder de heidenen, en knoopte door het zenden van brieven en gezanten vriendschappelijke betrekkingen aan met de hoven van China, Japan, Zansibar 'en Ferzië. Groote droefheid werd den Fans bereid door de anti-godsdienstige wetten der Italiaansche regeering; door het schandaal bij de bijzetting van Fins IX in San Lorenzo; de saecularisatie van de goederen der Fropaganda, de

ocr page 245

231

schaamtelooze, voortdurende lasteringen der liberale Ro-meinsche dagbladen, de vernieling van oud-Roraeinsche monumenten, enz.

§ 66.

Kerkelijk leven, wetenschap en kunst.

Wordt schier in alle landen der wijde wereld de katholieke Kerk met argwaan en vijandschap behandeld, wordt zij, we zagen het, schier overal vervolgd, geen reden toch om te wanhopen. Op de geteisterde golven wandelt het pausdom onverschrokken zijn goddelijken Meester te gemoet en het »quare dubitastiquot; behoeft slechts aan weinige zwakgeloovigen gericht te worden. Ja, de Kerk zegeviert midden in de vervolging! Zij zegeviert door hare bewonderenswaardige eenheid in geloof' en zedenleer daar, waar alles zich verdeelt en onderverdeelt in partijen en zienswijzen; zij zegeviert in haar pausdom, dat, ondanks het verlies zijner wereldlijke macht, immer meer eerbied afdwingt, meer invloed uitoefent (1); in haar geleerd en zielenijverig episcopaat, in haar talrijke, over het algemeen, met den besten geest bezielde geestelijkheid, in hare legioenen van vrome monniken en nonnen, van kloekmoedige missionarissen, tot in de sneeuwvelden der poolcirkels en de verzengde tropische landen doorgedrongen; in het geloovige volk, dat, na afscheiding der lang bedorven leden, altijd meer in krachtdadig geloof en liefde toeneemt; zij zegeviert door talrijke heiligen die haar hunne moeder noemen; door uitstekende geleerden op elk gebied van wetenschap, door den nieuwen 1)1 oei der ware godgeleerde en wijsgeerige studiën; zij zegeviert eindelijk door de onmacht zelve

fl) Zelfs tie gvoote Protestantsche geschiedschrijver Ranke moet toegeven, dat met deze eeuw een nieuw glanstijdperk zich voor het pausdom geopend heeft.

ocr page 246

232

harer vijanden om op politiek en sociaal gebied de dreigende gevaren der toekomst, tegen welke zij alleen hulpmiddelen bezit, weerstand te bieden.

Schier overal zijn de katholieken uitgesloten van de regeering, schier overal van de leerstoelen der hooge-scholen, en zijn het middelbaar- en lager onderwijs in de hand van den godsdienstloozen Staat. Dit belet echter niet, dat, zooals Leibnitz reeds bemerkte, ïde besten onder de andersdenkenden tot de katholieke Kerk zich wenden en alleen de slechtsteu onder de katholieken zich van de Kerk afscheiden. In Engeland keeren jaarlijks duizenden tot de moederkerk weer. De bekeerincr

O

van Dr Newman alleen liad (3000 bekeeringen tengevolge.

Over de grootsche werking der katholieke missiën is reeds gesproken.

Het ontbrak ook niet aan nieuwe geestelijke congregatiën en christelijke leeken-genootscbappen.

Een zegen voor Nederland is en blijft de congregatie der zusters van liefde in 1832 te Tilburg door pastoor J. Zwijsen, later aartsbisschop, ingesteld onder den titel van O. L. V. van harmhartigheid, — de zusters van Engelen, Heythuisen, Maastricht, de congregatie der broeders van de onbevlekte ontcangenis enz. enz. enz.

■-

Nieuwe In 1845 stichtte de kapelaan Lepailleur van S' Sergenootschap- van (bij S' Mulo) in Bretagne eene congregatie van arme pen van dienstmaagden, genoemd »les petit es soeurs des pauvres', geestelijken zich belastende met verpleging en 't onderhond van ziekeen leeken. lijlce oude mannen en vrouwen, voor wie zij het dagelijksch brood bedelen. De eerste waren Marie-Therèse, Marie Augustine en Jeanne Jngan. Op wondervolle wijze kwamen de meeste hunner zeer talrijke inrichtingen tot stand (1).

(i) Zie quot; Les serviteurs de Dieu au XIX sièclequot; door Léon Aubi-neau, hl. 108—174.

ocr page 247

233

In 1835 stichtte de geleerde Fred. Ozanam, met den grooten natuurkundige Ampère en eenige studenten dei-universiteit van Parijs, de S1 Vincentiiis-vereenif/ingeri, met het doel de armen te bezoeken eu op allerlei wijze te ondersteunen. Deze vereenigingcen oefenen reeds he-

O O

den in de geheele katholieke wereld een zeer heilza-meu invloed uit. Door eenige arme dienstmeiden van Lyon werd het genootschap tot voortplanting des ge-loofs opgericht, dat in 1840 de goedkeuring des Pausen verwierf. Mgr. Fohbix Janson stichtte in 1843 het in 1856 goedgekeurde genootschap der H. Kindsheid; Cou-niux het gezelschap van Picpus (1805); Dn Mazknou,

later bisschop van Marseille, de orde der J/amfcn (1828); de beroemde convertiet Likbekman de congregatie van

o o

het H. hart van Maria (1848); Mgr. Lavigeuik van Algiers die der missiën voor Centraal-Afrika; Don Bosco,

priester van Turijn, behalve honderden weeshuizen, colleges tot vorming van missionarissen (Patagonië). In Duitschland stichtte Kölping »die Katholische Gesellen-vereinequot;, in Frankrijk graaf De Mun een dergelijk genootschap. — (S' Pieterspenning). Niet alleen de oude bedevaartplaatsen maar ook nieuwe, vooral die van Lourdes, waar de H. Maagd in 1858 aan een arm meisje, Bernadette Soubirous, herhaaldelijk verscheen, worden 1'cl,cvaarton druk bezocht, en zeer dikwijls toont God door mirakelen, hoe welgevallig hem deze oefening van godsvrucht is.(l)

In 1856 schreef eene pauselijke bulle het feest van het U. Hart met mis en officie der geheele Kerk voor. De vereering van het EL Hart werd, na de verschijningen des Zaligmakers te Paray le Monial aan de zalige Margaretha Alacoque (f 1696), immer meer verspreid en in 1765 door Clemens XIII goedgekeurd en aanbevolen.

O o

1

Zie „Les miracles de Lourdesquot; par Henri Lasserre.

ocr page 248

234

Wetenschap. Wetenschap. In de Apologie muntten uit Möhler, wiens »Symboliekquot; algemeen verspreid en bewonderd werd, de bisschoppen v. Kettelsr en Haffner van Mentz, Martinus van Paderborn, Pie van Poitiers, Dechamps van Mecbelen, Hettinger van Würzburg, de Jezuïeten Perrone, Palmieri en Franzelin; Albert Weiss 0. P. Gratry en Moigno ( Les splendeurs de la foi); de leeken Auguste Nicolas: (Etudes sur le christianisme), Donoso Cortez, L. Veuillot, de priester Balmes e. a.; in de Moraal kardinaal Gousset, Mgr Bouvier, Sailer, Moufang, Martinet, Gury, Ballerini, Lebm-kuhl S. J. In het Jm canomcum blonken uit Bouix (f 1871) Feije, de kardinalen Gousset en Tarquini, Craisson, Philips euvele anderen; in de exegesis Allioli (f 1873), Beelen, Bisping, Reinke, Arnoldi, Wiseman, Kaulen, Bickell, Patrizi, Knabenbauer, Kamelauer, Vigouroux e. a.; in de Liturgie Dom Gueranger, abt van Solesmes (L'année liturgique) Schmid e. a.; in de gewijde welsprekendheid schitterden Mgr Pie, Dechamps, Dupanloup, Laurent, Plantier en Freppel, de Dominicanen Lacordaire en Mon-sabré, de Jezuïeten Ravignan, Rob, Félix; de priester Veit (Weenen) en de Theatijn Ventura; in de Patrologie Möhler, Chevalier, Freppel, Tessler, Funke e. a.

Als groote katholieke wijsgeeren noemen wij o. a. Tap-parelli, Balmes, Donoso Cortes, Görres, Sanseverino cn Signoriello van Napels, Albert Stöckl van Eichstadt, de Jezuïeten Tongiorgi, Kleutgen, Liberatore, Cornoldi, Pesch en de overige schrijvers der »Philosophia Lacen-sisquot;, de Dominicanen Zigliara, en Alb. Lepidi.

Op het gebied der geschiedenis leverde onze eeuw een groot aantal beroemde katholieke schrijvers: behalve de Bollandisten, Rohrbacher, Darras, de kardinaal Hergen-röther, bisschop Hefele, Neugart, Brischar, Janssen van Frankfort, Bellesheim, von Reumont, Grisar S. J., Mgr Rüss van Straatsburg, de Broglie, Montalembert, Créti-

i

ocr page 249

235

neau Joly, Ozanam, Döllinger (die, heiaas! ond-kathoiiek werd) de bekeerlingen Onno Klopp, Hurter, Gfrörer,

verder nog in Italië de kardinaal Bilio, Cantu, Balan, Moz-zoni en in Nederland Nuyens, P. Alberdinck-Thym en Kervijn van Lettenhove.

Als oriëntalisten onderscheidden zich Zingerle, Bickell, Mosinger, Vigouroux, Bollig en Strassmayer S. J.; als archeoloyen Binterim, Marchi, De Rossi, Garncci, Perret Kunst, de Richemont.

Kunst. In de poësie blonken uit Lamartine (eerste gedichten) Clemens Brentano, Fred. v. Schlegel, v. Stolberg, Weber e. a. In de schilderkunst openden Over-beck, v. Cornelius, Veit, Schadow en van Steinle een nieuw tijdvak voor de christelijke kunst, en de bouwmeesters (Cuypers, Schmidt, Viollet-le-due e. a.) zoeken hunne inspiration in de meesterstukken der Middeleeuwen. Om in den kerkelijken zanq, even als in de overige deelen der liturgie, de lang gewenschte éénheid te verkrijgen,

werd de volgens den Romeinschen vorm van zingen bewerkte editie van Pustet te Regensbum door de con-

O O

ffregatie der Riten goedgekeurd. Tevens weerde men

o o o o

zooveel mogelijk de op vele plaatsen binnengedrongen theatermuziek, en de ware kerkelijke toonkunst, zooals zij door de school van Palestrina werd begrepen, herkreeg weder hare rechten. Aan het hoofd der beweging stond Duitschland met zijne Cecilia-vereeniging, die zich weldra overal uitbreidde en ook in ons land, als Gre-goriusvereeniging, meer en meer in bloei toeneemt.

O O O quot;

ocr page 250

236

Terugblik.

Een terugblik op de geschiedenis der Kerk is hare beste .apologie. In die geschiedenis stralen haar goddelijke oorsprong en Gods leiding voor ieder onvooringenomene in helder licht. Aan alle volken heeft zij de grootste weldaden bewezen; alle beschaafde volken danken haar, de immer vervolgde, limine beschaving. De vervolging was haar door den Heiland voorspeld: »lk zend u als schapen onder de wolvenquot;; »zij zullen u vervolgen, zooals zij mij vervolgd hebbenquot;; doch zij zullen niet zegevieren: »non praevalebunt.quot; Legt dan getuigenis af, soldaten, die aan de kruisiging badt deelgenomen: »Vere, lilius Dei erat iste;quot; legt getuigenis af gij volken, ver verspreid, verschillend van aard en taal, die het juk, u door arme visschers opgelegd, dankbaar hebt aangenomen ; gij, keizers van het machtigste rijk, die gedurende drie eeuwen van vervolging, millioenen christenen deedt ombrengen ; gij, Constantijn, die met het versmade kruis uwe zegevierende banieren kroont; gij, Juliaan, die strij-densmoe uitroept: »Galileer, gij hebt overwonnenquot;; gij, barbaarsche volken van 't Noorden en Oosten, herschapen tot deugd en ware beschaving; legt getuigenis af, ketterijen zonder tal, door uw verdwijnen of door uw deerniswaardig verval, en ook gij, Oostersche Kerk, van den eik losgerukte tak, weldra van bloesem en bladeren beroofd en door de wormen doorknaagd; treedt als getuigen op machtigste vorsten der Middeleeuwen, Hendrik IV, Philips IV, Frederik I, Frederik II; machtigste vorsten der nieuwere tijden, Lodewijk XIV, Jozef II, Napoleons; en ook gij, jongste Juliaan, Prins Bismarck, overwinnaar van twee machtige rijken, bestuurder van

ocr page 251

het machtigste, verklaar openlijk voor het Duitsche parlement, voor hen, die n in den striid tegen do Kerk ondersteunden: »Galileer, gij hebt overwonnenquot; ; legt getiiilt;miis af, bekeerlinyen der barbaarsche volken van

O O 7 O

alle werelddeelen, van alle eilanden, die Jesus' naam door

den missionaris hebt leeren kennen....... En thans,

altijd onveranderlijke Kerke, altijd aangevallen, en altijd zegevierende, altijd gelasterde en altijd reine, open vrij de archieven van het paleis uwer Pausen! L'Em.rsio n'a b kso in que de i..v vérité.

ocr page 252
ocr page 253

Olii-onolosissclie lijst der Pnnsen.

Petrus 42 - G7.

Linus -J- 79.

Cletus of Anacletus -j- 91. Clemens I f 100. Evaristus ■{- 108. Alexander 1 -j- 117. Xystus of Sixtus f I'2(1. Telesphorus f 137. Hyginus 7 Hl.

Pius I f 15G.

Anicetus f 107.

Soter f 170.

Eleutherus f 189.

Victor f 201.

Zephyrinus f 218. Kallistus I f 223.

Urbanus I f ?30. Pontianus ■}• 235.

Anterus 235—36. Fabianus 230—50. Cornelius 251 — 53.

Lucius 253—5i. Stephanus I 254-57. Sixtus II f 258. Dionvsius 259-68.

Felix I 269 - 74. Eutychianus 275—83. Gajus 283—90. Marcellinus 290—304. Marcellus 307—309. Eusebius f 309. Melchiades 310—14. Sylvester I 31 i—35. Marcus -j- 330.

•Tullus 337 — 52.

Liberius 352 — 66.

(Felix II, tegenpaus?) Damasus I 366 — 84. Siricius 384-98. Anastasius I 398—401. Innocentius I 402—17. Zosiraus 417—18. Ronifacius I 418 —52. Celostinus I 422—32.

II. Sixtus III 432- 40.

» Leo I de Gr. 440- 01. » Uilarius 461 — 08.

ii Simplicius 468 - 83.

« 1'elix III (II) 483-92. » Gelaslus 492 — 96. » Anastasius II 496-98. » Symmachus 498-514. » Hormisdas 514—23.

» Joannes I 523—26.

» Felix IV (Uil 52(i —30. Bonlfacius II 530 — 32.

Joannes II 532—35.

II. Agapetus I 535 — 36.

Silverius I 536 - 40.

Vigilius 540—55.

Pelagus I 555-00.

Joannes III 500—73.

lienedictus 574 — 78.

Pelagius II 578—90.

H. Gregorius I de Gr. 500-004. Sabinianus 604-006.

Uonifacius III j 007. II. Bonlfacius IV 608—15.

» Deusdedit 615 — 18.

lionifacius V 619—25.

Honorius I 625 — 38.

Severinus f 640.

Joannes IV 610-42.

Theodorus I 642 —49. H. Martinus I 649—55. » Eugenius I 655 - 57. 1) Vitalianus 657—72.

Adeodatus 672 — 76.

Donus 676 —78.

H. Agatho 078-81.

» Leo II 082 - 83.

» Benedictus II 084—85. Joannes V 085 - 86.

Conon 686—87.

H. Sergius I 687- 701.

Joannes VI 701—705.

Joannes VII 705-707.

Sisinnius f 708.


ocr page 254

Chronologische lijst dek Paosek,

C'onstantinus I 708 —lo. II. Gregorius II 715—81. » Gregorius III 731—41. » Zacharias 741 — 52. Stephanus II f 752.

Stojjlianus III 752—57. H. l'aulus I lol—(SI. Stephanus IV 7GH —7-2, Adrianus I 77-2-95.

H. Leo III 795 - 81G.

Stephanus V 81(5—17. H. I'aschalis I 817 — 24. Eugeniuö II 8-24 — 27. Valentinus II -j- 827.

Gregorius IV 827—44.

Sergius II 844 — 47.

H. Leo IV 847—55.

lienedictus III 855 - 58. H. Nicolaus I 858 — 07. Adrianus II 807—72.

Joannes VIII 872-82.

Marin us I 882 —8 i.

Adrianus 111 f 885.

Stephanus VI 885—91. Formosus 891 — 90.

Bonifatius f 890.

Stephanus VII f 897.

Romanus -{- 897.

Theodorus II f 897.

Joannes IX 898 — 900. Benediotus IV 900 — 903.

Leo V f 903.

Christophorus f 903.

Sergius III 903—11.

Anastasius III 911--13.

Lando -j- 914.

Joannes X 914—29.

Leo VI f 929.

Stephanus VIII 929 31. Joannes XI 931—30.

Leo VII 930-39.

Stephanus IX 939—42.

Marinus II 9i3-4G.

Agapetus II 940 — 55.

Joannes XII 955—04.

Leo VIII 904 - 05.

lienedictus V f 905.

Joannes XIII 905— 72. Benedictus VI 973—74. Bonifacius VII (verjaagd) ■}• 985. Benedictus Vllf 974 - 83.

Joannes XIV 983—84.

Joannes XV (onrechtmatigl.

Joannes XV (XVI) 985—90. Gregorius V 990 - 99.

Joannes XVI (tegenpaus).

Sylvester II 999—1003.

Joannes XVII f 1003.

Joannes XVIII 1003—1009.

Sergius IV 1009-12.

Benedictus VIII 1013-24. .

Joannes XIX 1024—33.

lienedictus IX 1033—45.

Gregorius VI 104-5-40.

Clemens II 1040 — 47.

Damasus II f 1048.

H. Leo IX 1049—54.

Victor II 1054—57.

Stephanus X 1057—58.

(Benedictus X onrechtmatig). Nicolaus II 1058 — 01.

Alexander II 1001—73.

(Honorius II onrechtmatigquot;). H. Gregorius VII 1073—85.

(Clemens III onrechtmatig).

Victor III 1080 — 87.

Urbanus II 1088—99.

Paschalis II 1099—1118.

Gelasius II 1118—19.

Calixtus 11 1119—24.

Honorius II 1124—30.

Innocentius II 1130 — 43.

(Anacletus II onrechtmatig). Celestinus II 1143—44.

Lucius I11144-45.

Eugenius III 1145 — 53. ■ - •-

Anastasius IV 1153—54.

Adrianus IV 1154—59.

Alexander III 1159—81.C Lucius III 1181 - 85.

Urbanus III 1185—87.

Gregorius VIII f 1187.

Clemens III 1187-91.

Celestinus III 1191 - 98.

Innocentius III 1198-1210.

Honorius III 1210- 27.

Gregorius IX 1227—41.

Celestinus IV f 1241.

Innocentius IV 1243-54.

Alexander IV 1254—01,

Urbanus IV 1201 - 04. .V^;

Clemens IV 1205 - 68. WlLwi


ocr page 255

Ohhonologischk lijst dek Pausen.

H. Gregorius X 1271 £.76. Innocentius V f 12*/6.-«

Adrianus V f 127(5.

Joannes XXI (XX) -1276 —77. Nicolaus 111 1277 80.

Martinus IV 1281 — 85.

Honorius IV 1285—87.

Nicolaus IV 1288-92^-H. Celestinus V 1292—94.' Bonifacius VIII 1294 — 1303. Benedictus XI 1303—

Clemens V 1305 14.

Joannes XXII 1316—34. Benedictus XII 1334 42X. lt;'ij, Clemens VI 1342—52.

Innocentius VI 1352-62. Urbanus V 1362-70.

Gregorius XI 1370—78.

Urbanus VI 1378—89.

Bonifacius IX 1389 — 1404. ^ Innocentius VII 1404—6.

ferfcKS SUTdMquot;

^^^Tarlinus V 1417-31.

lEugenius IV 1431—47.

-.■ JJ- Nicolaus V 1447 — 55.

JCalixtus III 1455 - 58.

'Pius II 1458—64.

- -^/Paulus II 1464 — 71.

Sixtus IV 1471 — 84C7vI-^i Innocentius VIII 1484-92. Alexander VI 1492—1503.

Pius III f 1503.

Julius II 1503—13.

Leo X 1513—21. i'/V I) ( Adrianus VI 1522 — 23. Jyjoilari1' Clemens VII 1523-34.

'$si

Paulus III 1534 — 49,

Julius III 1550 - 55. Marcellus II -[■ 1555.

Paulus IV 1555 —59.

Pius IV 1529 - 65.

II. Piua V 1566—72. Gregorius XIH 1572- 85. Sixtus V 1585- 90. 'éf Urbanus VII | 1590. Gregorius XIV -]- 1591. Innocentius IX f 1591. Clemens Vlll 1592—1604. i.eos^tf 1605.

Paulus V 1605 21. Gregorius X V 1621 - 23. Urbanus VIII 1623 - 44. Innocentius X 1644 — 55. Alexander VII 1(gt;55—67. Clemens IX 1667^—69. Clemens X 1670—76. Innocentius XI 1676 — 89. Alexander VIII 1689-91. Innocentius XII 1691 — 1700. Clemens XI 1700-21. Innocentius XIII 1721 — 24. Benedictus XIII 1724 - 30. Clemens XII 1730 -40. Benedictus XIV 1740—58. Clemens XIII 1758 — 69. Clemens XIV 1769—74. J:-Pius V[ 1775 - 99.

Pius VII 1800-1823. Leo XII 18.3-29.

Pius VIII 1829-30. /-up I—4fc , W.

Gregorius XVI 1830-J^Pius IX 1846—78.

«L 5-J Leo XlII 1878.—-id — 2.c /u'' • ^

iStfiLö 5 11 Vi,. - icj ,

r L-WkjiU) '1n. '


MjUV,

m

amp;

Kerk. Gesch.

IÓ

if;

ocr page 256

Ovei'ziclitstatel der*

No.

WANNEER EN WAAR?

ONDER WELKEN PAUS?

1

325. I Nicca.

Silvester.

2

381. I Constantinopcl.

Damasus.

3

431. Ephese.

Celestinus I.

4

451. Chalcedon ië.

Leo-de-Groote.

5

553. II Constantinopcl.

Vigilins.

0

680. III Constantinopel.

Agatho.

7

787. 11 Nicea.

Adrianus I.

8

8G9. IV Constantinopcl.

Adrianus II.

9

1123. I Lateranen.

Calixtus 11.

10

1139. II Lateranen.

Innocentius 11.

11

1179. III Lateranen.

Alexander 111.

ocr page 257

algemeene

C 'oru-iliën.

WAT BESLOTEN?

WAAROM?

Ketterij van Arius, priester van Alexandrië.

Ketterij van Macedonius, patriarch van Constantinopel.

Ketterij van Nestorlus, patriarch van Constantinopel.

Ketterij dei- Monopliysiten, ingevoerd door Eutyches, monnik te Constantinopel, en verdedigd door Dioscorus, bisschop van Alexandrië.

Dvvaalleeren vervat in de schriften van Origenes en in de Drie Kapittels.

Monothelisme, gesproten uit 't Euthychianisme.

Ketterij der Ikonoklasten van de Oostersche Keizers.

Photius, ingedrongen patriarch van Constantinopel.

Investituur-strijd.

Dogmatieke dwalingen van Arnold van Brescia en Petrus van Bruis.

Ketterij der Albigensen en Waldensen.

Godheid des Woords; sym-bolum van Nicea.

Godheid des H. Geestes; dogma der H. Drievuldigheid.

Maria is de Moeder van God (theotokos). Christus één persoon.

Het dogma der twee naturen in Jesus Christus, God-Mensch.

Het dogma der goddelijke menschwording en der verlossing.

Twee willen in Christus in overeenstemming met de twee naturen.

Wettigheid van de vereering der heilige beelden.

Veroordeeling van Photius; herstelling van den patriarch Ignatius; geoorloofde vereering der beelden.

Vrede tusschen de Kerk en het Duitsche Rijk.

Veroordeeling der Arnaldis-ten en Petrobrusianen; kerkelijke bevrediging.

Veroordeeling der toenmalige dwaalleeringen; vernietiging der handelingen der antipausen.


ocr page 258

Ovei'ziclitstafel dei*

N«

WANNEER EN WAAR?

ONDER WELKEN PAUS?

12

1215. IV Lateranen.

Innocentius III.

13

1245. 1 J.von.

Innocentius IV.

14

1274. II Lyon.

Gregorius X.

15

1311—1312. Vienne.

Clemens V.

16

1414—1418. Constanz. (gedeeltelijk.)

Martinus V.

17

1439. Florence (te Een-ara begonnen en te Rome besloten 1445).

Eugcnius IV.

18

1512—1516. V Lateranen.

Julius II en Leo X.

19

1545—ir,6 ». Trcnte.

Paul us III, Julius III, Pius IV

20

1869—1870. Rome (Vati-kaan).

Pius IX.

ocr page 259

alg-emeene

Oonciliën.

WAT BESLOTEN?

WAAROM?

Dc Albigensen; de ketterij van Berengarius, enz.

Vereeniging der üriekseli-scliismaticke met de Latijn-sche Kerk; strijd tusselicn de Kerk en liet Keizerrijk.

Uitroeiing van liet Grieksclie schisma.

Dwalingen der Ueggarden, fratrieellen , enz.; grieven tegen de Teinpcllieeren.

Ophefling der oiieeniglieid betrellende den wettigen Pans; ketterijen van Wiklell' eu Jan Huss.

Vereeniging der Latijnen met de Grieken.

Opkomende scheuring; eendracht der vorsten; hervorming der tucht; verdediging der Christenheid.

liet Protestantisme.

Kwalen des tijds, hoofdzakelijk uit Rationalisme en Naturalisme ontsproten.

Het dogma der 11. Eucharistie; Paasch-communie; kruistocht.

Erederik 11 wordt afgezet; opvordering tot een kruistocht.

Dc II. Geest komt van den Vader en van den Zoon (lilio-(jue) voort.

Ophefling van de orde der Tempelhecren; kruistocht.

Maiiinus V wordt door de gansche Christenheid gehuldigd; Jan Hus veroordeeld.

Onderwerping tier Grieken.

Ontwerp van een tocht tegen de Turken van Con-stantinopel.

Doginatieke bepalingen der geloofspunten door de Protestanten verworpen; besluiten tot hervorming der tucht.

De onfeilbaarheid van den Paus.


ocr page 260

ERRATA.

7.

R.

17

v. 0.

13.

„

11

ff ff

26,

gt;gt;

3

ff ff

26,

gt;gt;

2

ff ff

28,

gt;gt;

■ 7

ff ff

29.

'4

v. b.

30.

gt;gt;

7

ff ff

33gt;

gt;gt;

2

ff ff

33.

»

7

ff ff

33gt;

15

ff ff

38,

gt;gt;

14

ff ff

40,

gt;»

17

ff ff

54,

gt;gt;

9

v. 0.

67.

gt;gt;

5

ft ff

71.

8

ff ff

74.

gt;gt;

10

ff ff

quot;3.

gt;gt;

6

V. b.

162,

gt;gt;

2

V. 0.

189,

gt;»

13 en 12 v

207,

gt;)

'3

V. 0.

wiens ' lees

wier.

ontucht en 't bloed van „

ontucht, bloed en

van de diakens „

6, van de dia

kens.

Tim. 1, 16 „

Tim. 1. 6.

St. Matth. 10, 12 „

St. Matth. 10, 2.

hun „

hem.

Matth. 19, 20 „

Matth 19,10-13.

brood met „

brood en met.

zijne „

Zijne.

Jac. 5, 6 „

Jac. 5, 16.

voor Meroë „

van Meroö.

n'éjais-je „

n'étais-je.

Matth. 10, 21 „

Mare. 10, 21.

Ibroswitha ,,

Hroswitha.

daar „

door.

Iwanourtsch „

Iwanowitsch.

nationale moet „

nationale kunst

moet.

ontmaskeren „

ontmaskerden.

75

83-

kerk en „

kerken te schen

ken.

Gregorius XVI 1830 46.


In de lijst der Pausen:

ocr page 261

ITVI IOl l gt;.

1. Inleiding.........

'2. Godsdienstige en zedelijke toestand der oude wereld 3. Komst en werkzaamheid dos Verlossers

EERSTE TIJDVAK, van Christus tot Constautijn, 33-

313.

§

4. Handelingen der Apostelen.....

11

-15

§

5. De verwoesting van Jeruzalem.....

15

-17

§

6. Wpndervolle uitbreiding des Christendoms

17

-20

§

7. De vervolgingen.......

20-

-24

§

8 VVetenschapp. bestrijding der Kerk. De Apologeten .

2i

-26

§

9. De kerkelijke Hierarchie......

20-

-30

§

10. De kerkelijke schrijvers ......

30-

-31

§

11. De H Sacramenten en de H. gebruiken .

31

-34

TWEEDE TIJDVAK.

Van Constantijn tot Karei ilcn Orootcn, 313—§00.

35 - 36 3C-38 38-43 43-46 46-48

48-49

49-53 53—54 5i - 58

§ 12. Constantijn's regeeiing ....

13. a) Constantijns opvolgers ....

§ 13. b) Verdere uitbreiding des Christendoms . § li. Dwaalleeringen in het 2'le tijdvak § 15. Het Islamisme ......

§ 10. Verhouding van Kerk en staat. Het Primaat.

§18. Eeredienst § 10. Het kloosterleven

DERDE TIJDVAK.

Van Karei den ttrooten tot Urcg. VII, 800—1073.

58-62

62 - 63

63 - 64 64-68

§ 20. Geschiedenis van dit tijdperk. .

§ 21. Verspreiding des Christendoms

§ 22. De Scheuring der Grieksche Kerk .

S 23. Kerkelijke inrichtingen en toestanden.

1-4 5-6 ü—1ü

ocr page 262

INHOUD.

VIERDE TIJDVAK.

Van C*regorius VII tot Bonifaciiis VIII, 1073—1394.

ran Dladz.

§ 24. Gregorius VII en de investituurstrijd . . . (gt;8 — 73

§ 20. Innocentius III. Gouden eeuw der Kerk . . . 73—76

§ 27. De Kruistochten, 1090—1201 ..... 70—82

§ 28. Nieuwe kloosterorden......82-87

§ 20. De Franciscanen en Dominicanen .... 87-89

§ 30. Ketterijen. De Inquisitie......89-93

§ 31. Wetenschap, kunst, en kerkelijk leven . . . 93 — 98

VIJFDE TIJDVAK.

Van Bonifaeius VIII tot het Protostaiitisnie, 1291—1517.

§ 32. Eenige Pausen van dit tijdvak .... 99—102

§ 33. De scheuring van het Weston .... -102—104

§ 34. Vervolg. Kerkvergaderingen. Pausen . . . 10 {• — •108

§ 35. Ketterijen in dit tijdvak......108-109

§ 30. Geestelijk leven. Wetenschap. Kunst . . . 109—115

ZESDE TIJDVAK.

Van het Protest» tot de Fransehc omwenteling;, 1517—1789.

§ 37. Overzicht van dit tijdvak.....115—116

§ 38. De valsche Hervorming......110—121

§ 39. Vervolg der Hervorming.....121—120

§ 40. Gevolgen der poeudo - hervorming .... 120 133

§ 41. De Hervorming in Zwitserland .... 133—134

§ 42. Het Protest, in de N. rijken en Polen . . . 134—136

§ 43. De Hervorming in Frankrijk.....130—141

§ 44. Afval van Engeland......141 — 147

§ 45. De Hervorming in Nederland.....147—149

§ 10. De ware Hervorming. Het Concilie van Trente . 149—151

§ 47. De voornaamste Pausen van dit tijdvak . . 151—157

§ 48. De geestelijke orden......157—100

§ 50. De orde der Jezuïeten......160—166

§ 51. Vervolg.........166-168

§ 52. Uitbreiding der Kerk......168—175

ocr page 263

INHOUD.

van Bladz

§ 53. Nieuwe dwaalleeringen......175—181

§ 54. Wetenschap en kunst ...... 181 —184

§ 55. Het ongeloof, voorbode der revolutie . . . 184—188

ZEVENDE TIJDVAK.

Van de Fransehe om wenteling tot op onze dagen, 178» 1886.

§

50 De Fransche omwenteling en hare gevolgen .

188

-194

§

57. Vervolg van Frankrijk.....

194

-198

§

58. De Kerk in Duitschland . . . ' .

198

-204

§

59. De Kerk in Spanje, Portugal, Italië, Zwitserland

204

-207

§

GO. De Kerk in de Nederlanden ....

207

-211

§

61. De vervolging der Kerk in Polen en Rusland

211

-213

§

02. De Kerk in Groot-Brittanië ....

213

-214

§

03. De Kerk in andere werelddeelen. Missiën

214

-221

§

04. Dwaalleeringen in dit tjjdvak ....

221

-220

§

05. De Pausen der 19'le eeuw ....

220

-231

§

00. Kerkelijk leven, wetenschap en kunst

231

-235

Terugblik........

230

237

Chronologische lijst der Pausen. Do algemeeno Conciliën.

ocr page 264
ocr page 265
ocr page 266
ocr page 267
ocr page 268

Tirj A. ALBERTS te Kerlrade, zijn mede verschenen en verkrijghaav:

SCHETS DEK ALfiEMEEXE (JESCHiEDEXlÖ, 1° DEEL. (01 DE fiKSCIII HDENiS). ^ Druk.

SCHETS DEI J ALlt;iK.M EKNK lt; ■ KSCI11 KDEXIS . 2quot; DEEL. CKSCHIEDKXiS DLL' MIDDEL-EEl \\ K.\). 2 ^ Druk. quot;

SCHETS DEI! A L(lEMEEXE (iESCHIEUEXIS. 3e DEEL (XI El quot;WH UESCHI KDEXIS).

iloor VIC. ISSCOt li lilts. Ii(gt;eraiir le SColiluc.

BALLADEX-SAMMLI XC, eiii Bucli zur Luhr-mul l nterlialtiiiig für Sehule und Hans.

«l«»r l'ij'irt' W I.H.TSKÏSS. lii'eraar te llolilne.

DRUK VAX M. ALBERTS .V ZONKN TE OULl'KX.