lt;5~
camp;/
oud-katliolieke gemeente van de H. Agnes,
GEIEIEII en PLECNTIENE
i t i 1 i
i J
1
.;
*
i i t
i t J
INWIJDING DER KERK
EGMOMD AAW SEE
DOOR DEN HOOGEERWAARDEN HEER
CASPAHUS JOHANNES EINKEL,
Bisschop van Haarlem. WOENSDAG 12 MEI 1886.
J
â â I
fe)
S;
\k-%
V.
I
Rich. Reisberman, firma H. Ã. Hbndhiksen âRotterdam.
GEBEDEN en PLECHIIGIEOEN
BIJ T)E
INWIJDING DER KERK
VAN DE
oud-katholieke gemeente van de IL Agues,
TE
EGMOND AAN ZEE
DOOR DEN HOOGEERWAARDEN HEER
CASPARUS JOHANNES RINKEL,
Bisschop van Haarlem.
WOENSDAG 12 MEI 1886.
Rich. Heisberman, firma H. T. Hendeiksen â Rotterdam.
GEBEDEN en PLECHTIGHEDEN
BIJ DE
INWIJDING DER KERK.
Dc plechtigheid van de inwijding der kerk begint met het bidden van de zeven boetpsalmen. Dit geschiedt aan het altaar. Daarna gaat de bisschop met de geestelijkheid naar de Icerkportalen en zegt:
Wij bidden U, o Heer! voorkom onze werken door den invloed uwer genade en voltrek die door uwe medewerking, opdat al onze gebeden en werken, altijd van U beginnen en begonnen zijnde, door U volbracht worden; door Christus onzen Heer.
Antw. Amen.
De bisschop besproeit de portalen en het koor met wijwater, zeggende:
Heer! Gij zult mij besproeien met hysop en ik zal gereinigd worden; Gij zult mij wasschen en boven sneeuw zal ik wit worden.
Laat ons bidden.
De diaken. Laat ons de knieën buigen.
Antw. Richt u op,
Dc bisschop. O Heere God! die, ofschoon hemel en
4
aarde U niet bevatten kunnen, U echter gewaardigt op de aarde een huis te hebben, waar uw naam voortdurend worde aangeroepen, wij bidden U, met de voorspraak van de zalige Maria altijd maagd, van de H. Agnes en van alle heiligen, bezoek deze plaats met den gunstigen aanblik uwer goedertierenheid , zuiver haar door de instorting uwer genade van alle besmetting en wil ze zuiver bewaren; en Gij, die de godsvrucht van uwen geliefden David in het werk van zijnen zoon Salomon voltrokken hebt, venvaardig U in dit werk onze wenschen te volmaken en laat alle booze geesten van hier wegvluchten; door onzen Heer, enz.
Na dit gebed begeven allen zich weder naar het altaar gt; waar de groote litanie gebeden wordt.
Na de bede: Dat Gij U verwaardiget aan alle geloo-vigen, die overleden zijn, de eeuwige rust te geven.
Antw. Wij bidden U, verhoor ons.
zegt de bisschop. Dat Gij U verwaardigt deze plaats te bezoeken.
Antw. Wij bidden U, verhoor ons.
De bisschop. Dat Gij U verwaardigt uwe heilige engelen af te zenden om deze plaats te bewaken.
Antw. Wij bidden U, verhoor ons.
Met de staf in de hand staande, vervolgt
de bisschop. Dat Gij U verwaardigt deze kerk en dit altaar ter uwer eere en ten name der H. Agnes f te zegenen.
Antw. Wij bidden U, verhoor ons.
De bisschop. Dat Gij U verwaardigt deze kerken dit altaar ter uwer eere en ten name der H. Agnes t te zegenen en f te heiligen.
Antw Wij bidden U, verhoor ons.
De bisschop. Dat Gij U verwaardigt deze kerk en dit
5
altaar ter uwer eere en ten name der H. Agnes f te zegenen , f te heiligen en f in te wijden.
Antw. Wij bidden U , verhoor ons.
Aan hei slot van de litanie:
De bisschop. Laat ons bidden.
De diaken. Laat ons de knieën buigen.
Antw. Richt u op.
De bisschop. Wij bidden U, o Heer! laat uwe barmhartigheid ons voorgaan en, bij de voorspraak van al uwe heiligen, uwe genadige goedertierenheid ons geroep voorkomen; door Christus onzen Heer.
Antw. Amen.
De bisschop, o God! zie op ter mijner hulpe!
Antw. Heer! haast u om mij te helpen!
De bisschop. Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.
Antw. Gelijk het was in den beginne , en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
De bisschop. Laat ons bidden.
De diaken. Laat ons de knieën buigen.
Antw. Richt u op.
De bisschop. Almachtige en barmhartige God! die aan uwe priesters eene zoo groote genade boven de overigen verleend hebt, dat men al wat door hen op waardige en behoorlijke wijze gedaan wordt, geloovig als uwe handelingen aanziet, wij bidden uwe oneindige goedertierenheid , dat al wat wij nu zullen bezoeken, door U bezocht worde, en al wat wij nu zullen zegenen, door U gezegend worde, en dat met den ingang van ons , uwe geringe dienaren, door de verdiensten uwer heiligen , de duivelen wegvluchten en de engel des vredes binnentrede; door den Heer Jezus Christus, enz.
Antw. Amen.
(3
De bisschop. Zegen, o Heer! dit huis, dat uwen naam ter eere gebouwd is.
Ps. 83.
Hoe liefelijk zijn uwe woningen , Heer der heirkrachten!
Mijne ziel wenscht en bezwijkt van verlangen naar de voorzalen des Heeren; mijn hart en mijn vleesch haken vroolijk tot den levenden God.
De musch vindt zich wel een verblijf, en de tortelduif een nest om hare jongen te leggen; uwe altaren, Heer der heirkrachten, mijn Koning en mijn God.
Zalig die wonen in uw huis, o Heer! die U loven door alle eeuwen.
Zalig is de man, die van U zijne hulp heeft; die in zijn hart betracht om op te klimmen , door het tranendal, tot de plaats die hij gesteld heeft. Want de Wetgever zal zegen geven; zij zullen voortgaan met kracht meer en meer; men zal den God der goden in Sion aanschouwen.
Heer, God der heirkrachten, verhoor mijn gebed; luister toch toe, o God van Jacob.
Aanschouw toch, o God onze beschermer 1 en zie op het aangezicht van uwen Gezalfde.
Want één dag in uwe voorzalen is beter dan elders duizend. Ik heb liever ongeacht te zijn in het huis van mijnen God, dan te verblijven in der zondaren woningen.
Want God heeft de barmhartigheid en de waarheid lief; de Heer zal genade en heerlijkheid geven.
Hij zal ze van geen goed berooven, die in onschuld wandelen; Heer der heirkrachten, zalig is demensch, die op U betrouwt.
Eere zij den Vader, enz.
7
Ps. 121.
Ik ben verblijd in hetgeen mij gezegd is: \vij zullen gaan in het huis des Heeren.
Onze voeten zullen staan in uwe voorzalen, o Jeruzalem!
Jeruzalem, die opgebouwd is tot een stad, waar onderlinge gemeenschap is.
Want derwaarts trekken de stammen op, de stammen des Heeren; naar het bevel aan Israël om te loven den naam des Heeren.
Want daar zijn de zetels ten gerichte gezet, de zetels van het huis van David.
Bid om den vrede van Jeruzalem; wel moet het gaan dengenen , die U beminnen.
De vrede zij in uwe vestingen; en het welvaren in uwe hooggebouwen.
Om mijne broederen en mijne vrienden, wensch ik u den vrede.
Om het huis des Heeren onzen God, zocht ik U heil en zegen.
Eere zij den Vader, enz.
Allen. Zegen, o Heer! dit huis, dat uwen naam ter eere gebouwd is.
WIJDING VAN HET ALTAAR.
Dc bisschop. Laat ons bidden.
Be diaken. Laat ons de knieën buigen.
Antw. Richt u op.
De bisschop. Almachtig, eeuwig God! heilig dit altaar, dat wij, onwaardigen, ter uwer eere en ter nagedachtenis der H. Agnes inwijden, door de kracht van uwen zegen, en toon aan allen, die U hier aanroepen en op U hopen, de hulp uwer genade, opdat de gaven, die op dit altaar worden opgedragen, U altijd welgevallig zijn, de kracht der sacramenten blijke en de gebeden, die hier worden opgezonden, altijd verhoord worden; door Jezus Christus, onzen Heer.
Antw. Amen.
Daarop wordt door den bisschop het altaar met wijwater besproeid en bewierookt.
De bisschop heft den volgenden lofzang aan, die onder begeleiding van het orgel door het koor vervolgd wordt. Onder het zingen van den lofzang gaat de bisschop met de geestelijkheid de kerk rond en besproeit ze met wijwater.
Kom, Geest des levens en der kracht,
Woon in het hart, dat U verwacht,
En deel uw heil'gen hemelvreê Aan uw bezielde scheps'len mee.
9
Gij zijt de Trooster, die ons leidt, De gave, die ons God bereidt,
De bron, waaruit het leven vloeit, Het vuur, dat heel ons hart ontgloeit.
Gij, van Gods liefde 't onderpand, De vinger van Gods rechterhand,
Door U gezalfd, meldt onze mond Den lof des Vaders, die U zond.
Uw licht doordringe ziel en zin.
Stort liefdegloed de harten in.
Waar 't vleesch zijn zwakheid voelen doet,
Rust Gij ons toe met kracht en moed.
O dat uw kracht den vijand keer',
Zend in ons hart uw vrede néér; Zoo mijden wij, door U gesterkt. Al 't kwade, dat slechts jamm'ren werkt.
Geef, dat ons hart op God vertrouw', Op Christus als zijn Heiland bouw',
Van U steeds hulp en troost ontvang', U volgend, heel dit leven lang.
U Vader, U zij roem en eer;
Lof, prijs den opgewekten Heer;
Dank zij den Geest, die ons geleidt Nu en in d'eindlooz' eeuwigheid.
Amen.
Na den lofzang houdt lut orgelspel op en de bisschop aan het altaar teruggekeerd, bidt het volgende gebed:
10
Dc bisschop. Laat ons bidden.
De diaken. Laat ons de knieën buigen.
Antiv. Richt u op.
De bisschop. O God! die de plaatsen, welke uwen naam zijn toegewijd, heiligt, stort uwe genade uit over dit huis des gebeds, opdat allen, die uwen naam hier zullen aanroepen, de hulp uwer barmhartigheid ondervinden; door onzen Heer, enz.
Hierna begeeft zich de bisschop met de geestelijkheid naar de sacristy, om van daar het H. Sacrament in processie naar dc kerk te brengen; onderwijl wordt door het koor de volgende lofzang gezongen :
Komt, den lofzang aangeheven ,
Daar uw Heiland rijk en trouw ,
U zijn kost'lijk lichaam geven
En zijn bloed vergieten wou,
Opdat heel de wereld 't leven Eeuwig in Hem vinden zou.
Uit den schoot der maagd gesproten
Heeft Hij ons Gods gunst getoond,
Ons des hemels heil ontsloten,
Met zijn zegen hier gewoond,
En zijn leven , feestgenooten!
Met het heilrijkst werk gekroond.
Aan het Paaschmaal aangezeten
Had Hij met zijn broed'ren stoet Naar d'aloude wet gegeten
En met diep ontroerd gemoed Zich de hemelspijs geheeten,
Die de zielen sterkt en voedt.
11
quot;t Woord, dat vleesch werd, spreekt almachtig,
't Scheppend woord, en brood en wijn Zullen op dat woord, waarachtig
't Vleesch en bloed van Christus zijn,
Slechts 't geloove maakt ons krachtig,
Schoon 't den zinnen duister schijn.
Prijzen wij het heilig teeken,
Vol van eerbied en ontzag,
Al het oude zij geweken
Voor 't gebruik van later dag;
't Is ons door 't geloof gebleken,
quot;Waar geen oog het vinden mag.
Laten wij den Vader prijzen,
Dank en roem zij hem bereid,
Doen wij Christus 't loflied rijzen,
Die ons sterkt en leert en leidt.
Brengt den Geest in reine wijzen,
't Lied van dank en heerlijkheid.
Amen.
Onder het zingen van het laatste vers wordt de benedictie gegeven en hiermede is de inwijding geëindigd.
FEESTZANGEN
onder
den eersten heiligen dienst,
op Donderdag 13 Mei 1886.
Wijze : O Geest! O Geest!
Zoo is dan nu de dag verschenen ,
Zoolang verbeid ,
Deez' tempel Gode toegewijd;
God wil hier met zijn kindren wonen. Komt, dat wij daarvoor dank betoonen
Met hart en mond.
Komt, vieren wij met blijden geest Dit voor ons zoo heug'lijk feest.
Stort, beste Vader! uwen zegen
Op deze kerk;
Maak haar door uw genade sterk; Dat zij door offers U behage,
Die zij U brengt te allen dage
Ten zoen en troost Voor allen, die hier binnengaan, Met hun zonde-schuld belaamp;i.
13
Verhoor hen , die hier steeds vergad'ren
Ter uwer eer,
Die tot U roepen : God en Heer! Die niet op eigen krachten bouwen , Maar eenig op uw hulp betrouwen
Op uw gend,;
Die door 't gebed van 't nedrig hart Bij U zoeken troost in smart.
O Opperherder uwer kudde ,
Barmhartig Heer !
Zie van den hemel op ons neêr;
Sla op dit huis bij nacht en dage Uw oog; -â- dat U de dienst behage
Hier thans verricht.
Verhoor ons van uw hemeltroon Om het bloed van uwen Zoon.
Geef, dat wij nimmer hier vergeten
De heiligheid Van 't huis, ter uwer eer gewijd ! Dat U niet slechts de lippen eeren, Als we in 't gebed ons tot U keeren,
Maar hart en ziel.
Zoo zingen we eens met blijde stem In het nieuw Jeruzalem.
14
Wijze: Triumphal Triumphal
Verheugt u, o Christnen! verheugt u, o Christnen! De vreugde voegt aan deez' blijden dag!
Nu men God dit huis mocht wijden En in Hem zich kan verblijden.
Dankt Gode, dankt Gode Voor het onwaardeerbaar goed Dat Hij ons thans smaken doet.
Komt, nadert, o Christnen! komt, nadert, o Christnen Komt, nadert dat heilig huis van God.
Hier is rijkdom van genaden,
Hier zijn schatten van weldaden.
Komt, nadert, komt, nadert Met een welbereid gemoed Tot de Bron van alle goed.
Hebt eerbied, o Christnen! hebt eerbied, o Chiistnen! Hebt eerbied voor 't nieuwe huis van God, Nadert nimmer dezen tempel,
Treedt niet over zijnen drempel Dan biddend, dan biddend Om ontzag, eerbiedigheid Voor Gods groote majesteit,
Deez' tempel, o Christnen! deez' tempel, o Christnen! Deez' tempel zij uw grootste schat.
Houdt dit dierbaar huis in waarde Als het schoonst verblijf op aarde,
Hier vindt gij, hier vindt gij Toevlucht tegen allen nood,
Hemelsch voedsel, God'lijk brood.
15
Wij danken, o Vader! wij danken, o Vader!
Uw goedheid voor 't nieuwe kerkgebouw, Wil ons ook de kracht nu geven Om in uwen dienst te leven. Wij danken, wij danken Uwe liefde. God en Heer!
Eeuwig zij U lof en eer!
Wijze ; O sol Eja of Altitude.
God des vredes! heil en vrede
Heelt uw woord eens toegezeid Aan het huis, met dank en bede
Tot uw eere toebereid.
Hier ook wilt Gij zeker wonen Onder 't loflied dat er rijst, Om uw heerlijkheid te toonen Aan de schare, die U prijst.
Zie de woning hier verrezen
En door menschen opgericht; Laat haar een der zalen wezen
Van den tempel, dien Gij sticht! Heeft in Is'rels tempelhoven
Eens uw heerlijkheid gewoond, Vader! zend uw Geest van boven, Die ons uw genade toont!
16
Zegen allen, die hier naad'ren;
Prijk' eens menig naam met eer Op de vlekkelooze blaad'ren
Van het boek des levens, Heer! Dat wij eens met Jezus' vrinden,
En verlost door zijnen hand, d'Eerplaats in uw tempel vinden, In het eeuwig vaderland.