ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

Separaat-Afclnik ran het Neder!. Militair Geiieesliiiiiliy Archie!. Jaargang 1888. — Aflevering 3.

BOEKAANKONDIGING.

Huwelijken tussehen bloedverwanten,

in hunne gevolrjen, helreffendc den r/ezondheidstoesland der proyeneluur, hislor'iscJi-ellinoiirapJiiscli-l. riliscIi beschouwd en (jeloelsl non de ivetten der heridileil,

dook

N. P. VAN DER STOK.

's Gravenhage, Mautinus Nijiioff, 1888.

(Twee deelen).

De naam Van der Stok heeft in de wetenschappelijke wereld een goeden klank, üe drie broeders N. P., J. P. en J. A. van deii Stok hebben allen belangrijke bijdragen geleverd. waardoor die naam bekend werd.

In Nederlandsch-Indië is vooral N. P., de schrijver van het boven dit opstel genoemde boek, bekend door zijne „Handsleiding voor niet-geneeskundigenquot;, die bij aan het Nederlandsch-Indische leger opdroeg en die werd uitgegeven door de Vèr-eeniging tot bevordering der geneeskundige wetenschappen in Nederlandsch-Indië, zoowel als door zijn tweede populaire boek : „De voeding van zuigelingen. Een wenk aan moedersquot;, door diezelfde Vereeniging bekroond en uitgegeven.

Van het eerste werk verschenen reeds drie, van bet tweede twee drukken.

Toen ik in 1877 de eer had aan den Heer N. P. van der Stok het diploma van den eersten prijs te mogen overhandigen , die hem door de genoemde Vereeniging voor zijne „Voeding

ocr page 4

2

„van zuigelingenquot; was toegewezen, had ik tevens het voorrecht in herinnering te kunnen brengen, rlat hij reeds een belangrijk succes behaald had met zijne topographische schets van „Het eiland Saleijerquot;, met de uitstekende beschrijving van „Het Bad-etablissement te Pëlantoenganquot;, met zijne reeds ge-noemde „Handleidingquot; en met zijn „Wetenschappelijk verslag „over de voorgekomen verwondingen bij do l'- Expeditie tegen „het Rijk van Atjehquot;. Dat laatste opstel was zelfs door den Generalarzt Dr. Wilhelm Kotji in het Duitsch vertaald en aan den Dnitschen militair-geneeskundigen dienst als model aanbevolen.

Later schreef hij eene „Gezondheidsleer voor Inlandersquot;, waarvan hem de samenstelling door de Nederlandsch-Indische Regeering was opgedragen en die door haar werd bekroond met de gouden Medaille „voor bijzondere verdienste tot ver-,spreiding van kennis en beschaving onder den inlanderquot;.

In Nederland teruggekeerd, bleef hij voortwerken, zooals bleek uit de schoone mededeeling op het „5e Congres inter-„national d'hygiène et de démographiequot; in Augustus 1884 in Den Haag gehouden en getiteld: „Propagation de notions „hygiéniques chez les populations indigenes de l'ile de Java, „en tirant parti des prescriptions et des prohibitions se trou-„vant dans le Koran et dans la doctrine de 1'Islam en generalquot; ; uit de fraaie opstellen in „de Indische Gidsquot;: „Over de nood-„zakelijkheid en de waarde van lichaamsbeweging voor het „behoud der gezondheid in tropische gewestenquot;; „Het klimaat „van Insulinde en onze reconvalescenten-inrichtingen aldaarquot;; en (onder den pseudoniem Bacülüs) : „Eene t'huisreis uit Indië, „(ij) eene mailboot van de Stoomvaartmaatschappij «Nederland»quot;, waarin hij de partij opneemt tegen hen, die liever van de Fransche mailbooten gebruik maken.

En nu verrast de Heer N. P. van der Stok de medische wereld, beter zeg ik het geheele beschaafde pa bliek. met eene prachtige monographie, die op den omslag den ruimen titel

ocr page 5

draagt: ,fluvjelijken iusschen bloedverwantenquot; en waarvan de inhoud op zoo juiste wijze op dat titelblad is omschreven door de woorden : „historisch-etlinographiscli-kritisch beschouwd „en getoetst aan de wetten der heriditeitquot;; want ik acht dien in meer uitgestrekten zin genomen titel voor het geheele werk juister dan den meer omsclirjjvenden , die hierboven is afgedrukt en die op het eigenlijke titelblad voorkomt, waar men ook het uit .Ts. Ciirtsostomüs gekozen motto op vermeld vindt.

De Redactie van dit Tijdschrift droeg mij de vereerende en aangename taak op dat boek aan te kondigen. Aan dat verzoek ga ik thans met ingenomenheid voldoen.

De Schrijver zegt aan het slot zijner voorrede: , Hoewel dit „werk hoofdzakelijk voor gestudeerden, en onder hen meer „bijzonder voor medici geschreven is, heb ik toch getracht, „het ook voor hen verstaanbaar te maken , die niet of minder „goed met de klassieke talen bekend zijn, door alle Grieksche, „Latijnsche en enkele Italiaansche citaten, aan den voet der „bladzijden , vertaald weer te gevenquot;.

De meeste medici van den jongeren tijd zullen den auteur dank weten. dat hij die vertolkingen er bijleverde. Het boek heeft daardoor, voor onzen tijd, veel in waarde gewonnen. Ieder beschaafd persoon, die het hier besproken onderwerp wenscht te bestudeeren, vindt in Van dek Stok een vertrouwbaren gids, want, al blijkt het reeds bij het begin, dat de schrijver voor zich zeiven een goed vaststaand punt van uitgang heeft genomen, zoo is het toch evenzeer door het geheele werk bemerkbaar, dat hij dat standpunt door ernstige studie en waardeerende kritiek heeft verkregen; nergens verzwijgt hij de bezwaren, die tegen de meening, welke hij voorstaat, zijn in te brengen, maar beschouwt die van alle zijden, alsof hij zich geheel neutraal tegenover de besproken vragen verhield.

Dat maakt, dat de lezer een volkomen helder en duidelijk overzicht van het onderwerp krijgt, maar heeft wel eenigszins het bezwaar, dat diezelfde lezer alle studiën mede moet maken ,

ocr page 6

4

welke rle auteur voov zicli zeiven noodig achtte, eer luj het boek samenstelde. Don schrijver kan men geen ongelijk geven, dat hij alles verzamelde, wat hij omtrent zijn onderwerp kon vinden en wat hem voor zijne redeneering, als bewijsgrond, nuttig kon zijn. Evenwel schijnt het mij toe, dat het boek daardoor iets vermoeiends heeft gekregen en dat liet welliclit de voorkeur zou hebben verdiend eenige der aanhalingen met kleinere letter te doen drukken, om het resultaat van al die studie duidelijker in het oog te doen springen. Dat in het oog loopen bedoel ik zeer letterlijk, want aan duidelijkheid laat het betoog niets te wenschen over.

Zonder eenige overdrijving kan men dezen arbeid een standaardwerk noemen over den invloed der consanguiniteit bij liet geslachtelijk verkeer, want dat is de essence van het geheele werk. De schrijver heeft zijne taak zeer breed opgevat en daarom is de buitentitel van zijn boek juist gekozen, als men het woord huwelijk heel ruim opvat.

De samenstelling van het gansche werk getuigt van eene meesterhand voor de conceptie. Het eerste deel behandelt het geheele onderwerp historisch-ethnographisch; liet tweede bevat de statistisch-kritische beschouwingen, ofschoon heldere kritiek ook in het eerste deel niet ontbreekt.

Elk deel begint met een algemeen overzicht van den inhoud; aan het einde van elk hoofdstuk worden de in dat kapittel geciteerde werken genoemd en daarnaar wordt met cijfers verwezen. Aan het slot vindt men eene alphabetische lijst van al de gebezigde boeken, verdeeld naar de talen , waarin zij geschreven zijn en een alphabetisch register der namen van de aangehaalde schrijvers. Dat alles-maakt het gemakkelijk iets op te zoeken, wat men gaarne zou willen weten.

Werpen we nu een blik op den inhoud van dit hoogst belangrijke boek, dat niets in originaliteit verliest, al heeft de studie van: „The Mariage of near Kin , considered with respect „to the Laws of Nations, the Kesults of Experience, and the

ocr page 7

„Teiicliinirs of Biology by Alfred Henry IIutiiquot; eeu grooten invloed op de .samenstelling uitgeoefend.

De inleiding geeft ons een helder denkbeeld van de plaats, die het behandelde onderwerp in de wetenschap inneemt, omschrijft duidelijk den aard der behandelde vragen en geeft, na een overzicht der litteratuur, het plan der bewerking van het boek aan.

Hoofdstuk 1 bespreekt al wat ons bekend is van de con-sanguinaire huwelijken door den Bijbel en de verdere geschiedenis van het Joodsche volk. dat door zijn isolement voor de studie van dit onderwerp zoo bijzonder geschikt is. Duidelijk wordt daarin uiteengezet, dat de Mozaïsche wetten, omtrent door bloedverwantschap verboden geslachtelijke gemeenschap, niet hooge waarschijnlijkheid alleen betrekking hebben op verkrachting en hoererij, maar niet op wettig gesloten huwelijken. Zeker komt de schrijver tot eene juiste conclusie, als hij meent, dat, zoo de wetten zien op consanguinaire huwelijken, zij niet zijn gegeven om de physiologisch of hygiënisch veronderstelde, schadelijke gevolgen der consanguiniteit op de progenituur te voorkomen, daar er geen slechte gevolgen van gezien waren. Dat die bedoeling niet kon bestaan, blijkt uit de vele consanguinaire huwelijken bij de Joden , waartoe o. a. een stamboom der voorouders van Mozes tot voorbeeld strekt (pag. 55), en is door tekstkritiek ook vrij zeker te bewijzen (pag. 58 en 59). Integendeel komt de schrijver tot het resultaat, dat de veelvuldige consanguiniteit bij hunne huwelijken waarschijnlijk de oorzaak is van de groote tenaciteit, vitaliteit en energie der Joden; dat de vastheid der eigenschappen van dat menschenras en hunne resistentie tegen epidemieën (alles door voorbeelden, statistieken enz gestaafd) juist als gevolgen dier consanguiniteit moeten beschouwd worden en dat »geen waas van „mystieke eigenaardigheid en onverdelgbaarheid de joodsche ,natie behoeft te omhullenquot;, daar er „voor dergelijke factoren „geen plaats is in de physiologic der soortquot; (pag. 80).

ocr page 8

6

Dit gelieele hoofdstuk is in fraaien stijl, hoogst duideljik geschreven en heeft zeker geene nadere toelichtingen meer noodig. Er wordt niets in vermeld, wat goedgeloovigen kwetsen of onaangenaam zijn kan.

Het tweede hoofdstuk bespreekt de wetten, betreffende consanguinaire huwelijken, hij verschillende volkeren en haren invloed op de tegenwoordige wetgevingen.

Men verwachte in dit hoofdstuk niet eeue dorre opsomming der bedoelde wettelijke bepalingen; integendeel levert de schrijver eene onderhoudende beschrijving der ontwikkelingsgeschiedenis van de bedoelde wetten en geeft daarom eerst een alyemeen over zich I van den gang der ontwikkeling van de menscheljjke samenleving, waarbij door hem steeds de gewoonten en bepalingen omtrent het huwelijk op den voorgrond worden geplaatst. Het spreekt van zelf, dat die beschouwingen in den regel in verband staan met de verschillende vormen van godsdienst.

Zeer fraai is de beschouwing (pag. 90 en 91) over de oorzaken der vermenging van bloedverwanten en over de redenen, welke die deden verminderen, onder welke laatste de zucht tot oorlogvoeren eene voorname plaats inneemt; de consanguinaire verbintenissen blijken minder te worden, als de krijgszucht bij een volk toeneemt en omgekeerd „De krijgsman, die zjjn haard „en huisgezin verliet, wenschte zeker te zijn, dat zijne man-„nelijke verwanten, die óf in dat huisgezin verblijf hielden, „of wel het recht hadden, op genieenzamen voet er mede om „te gaan, in zijne afwezigheid geen misbruik zouden maken „van het gemak, waarmede de banden, die hem aan zijne „vrouw of vrouwen hechtten, verbroken konden worden.''

Op pag. 94 vinden we eene redeneering over het ontstaan der verwantschap alléén langs mannelijken weg (aynaiio), die interessante verschillen aanbiedt met de ireleerde beschouwinlt;ren

o o

van professor Wilken in „de Indische Gidsquot; over het ontstaan van het matrimoniaat. Het is wel jammer, dat Van ueii Stok geen aandacht heeft geschonken aan hetgeen Wilken ons over

ocr page 9

7

het geslachts- en huwelijk^leveu bij weinig beschaafde volken leerde. Die beide Hoeren bieden in de wijze, waarop zij de resultaten hunner studiën bekend maken, een merkwaardige overeenkomst. Beiden schenken den lezer niets van den gt-dachtengang en van de vooruitgemaakte studiën, waaruit zij hunne gevolgen trekken, en het schijnt mij toe, dat de hoog-leeraar daarin den geneesheer nog overtreft. Mij dunkt, dat de opstellen van den een voor den anderen groote aantrekkelijkheid moeten bezitten en daarom te meer baart het verwondering, dat Van dek Stok nergens over den arbeid van Wilken spreekt. Het opmerkelijke verschil in opvatting van familiebetrekking, dat tusschen liet grootste deel der Westersche en der Oostersche volken bestaat, en dat door A an dek Stok met een woord is aangeduid, zou dan sterker zijn uitgekömen.

De invloed, dien een mystiek ascetisme uitoefende, om de verbodsbepalingen van huwelijken tusschen bloedverwanten op een onzinnige wijze uit te breiden, wordt uitstekend geteekend. Toch hebben we ons de vraag gesteld of die inleiding over ascetisme (pag. 106—122) niet al te uitvoerig is behandeld.

Aanteekëning verdient de opmerking, dat de oorspronkelijke beteekenis van liet woord biijtuuie. volgens Hutu, niet is het huwen met twee vrouwen te gelijk, maar van het sluiten van oen tweede huwelijk (pag. 118).

Op die belangrijke inleiding volgt de modedeeling dor huwelijkswetten bij de oude astrolairische volken, waarbij weder vele bewijzen in extenso worden aangevoerd, dat de Perzen consanguinaire huwelijken sloten.

Daarna volgen de oude E'jijplenaren en dan vinden we de meening van velen uiteengezet, welke slechte gevolgen consanguinaire huwelijken al zoo kunnen hebben. Gingen al die dikwijls curieuze, maar meestal goed te weerleggen moe-ningen op, dan zouden we moeten instenimen mot de ironische uiting van den schrijver: „menigeen zou misschien de galg „ontloopon zijn. omdat zijne ouders aan elkaar verwant waren.quot;

ocr page 10

8

De vierde afdeeling van dit hoofdstuk is aan de Grieksche Imwelijkswellcn gewijd, die gevolgd worden door de Rornein-schc. Zij worden uitgebreid besproken niet liet oog op den invloed, dien vooral de laatsten op nieuwere wetgevingen hebben uitgeoefend. Zeer juist wordt aangetoond, dat hiiiine bejialingen tegen huwelijken in consanguiniteit, die buitengewoon streng zijn, het gevolg zijn van theocratischen willekeur (pag. 151), waarbij teu slotte de ware opmerkingen komen over de onbekendheid der ouden met mogelijk slechte gevolgen dier huwelijken (pag. 152 en 153).

Do Canonieke huwelijksiuelten geven aanleiding tot menige pikante opmerking. \ ervolgens vinden we die bepalingen bij de Mahomcclanen, in de Grieksche kerk, bij de Engelschen, Franschen, Nederlanders en negen andere natiën, terwijl in het naschvift op dit hoofdstuk de volgende conclusie wordt getrokken:

„In het algemeen deze waarheid: dal hel sexueele inslinct »— en daarmede de consanyuinairc huwelijken — in de „vroegste lijden., uilsluilend door het familie-leven, m door „de familie-belangen werd beheerschl; dal later hel open-„bare leven, langzamerhand hel huisselijk leven dominee-„rende, die hawelijken meer en meer liecfl geregeld, en „aan bepaalde wellen gebonden ; en dal eindelijk, een naar „macht en invloed strevende godsdienst, die zich hoe langer „hoe meer uitbreidde, en op hare beurt hel leven beheerschte, „deze huwelijken steeds meer en meer heeft zoeken te verblinderen, totdat eene algemeene reactie ook aan haar in-„vloed en machl perken stelde, en de malerieete belangen „der maatschappij weder meer en meer op den voorgrond „traden.''

Het «reheele hoofdstuk bevat vele wetenswaardiire en u'eestife

' O O O

citaten , zooals het er ook met eene eindigt.

In Hoofdstuk J1I vindt men de, door den begaafden schrijver verzamelde, ethnographische gegevens over dit onder-

ocr page 11

9

werp omtrent vreemde, oude oti hedendaagsche volkeren buiten Europa. Ongeveer een IGOtal verschillende volkeren worden daarin besproken en tevens vindt men telkens aanteekeningen, die, hoewel niet altijd rechtstreeks met het onderwerp in verband staande, hoogst belangwekkend zijn. Als voorbeelden leze men wat de schrijver mededeelt over de Georgiers; het spenen bij de Parsees; de vruchtbaarheid der vrouwen in Beloedschistan ; het aantal familie namen bij de Chineezen; de gevolgen van kindermoord en polygamie bij de Saniojeden: de sterfte der kinderen bij de Kalmv.kken ; de verwantschapsberekening bij de bewoners der Mariannen-eilanden; de mythologie der Polynesiërs ; de misvormingen en ziekten in Polynesië; de gevolgen van het drinken van kawa; de vruchtbaarheid der Polynesische vrouwen; den lichaamsbouw der Polynesiërs; het ontbreken van syphilis bij vele ludiaansche rassen in Paraguay enz. enz.

Met den schrijver hen ik het eens, dat voor vele streken, door Maleijers bewoond, het Mahomedanisme grooten invloed heelt gehad op de huwelijkswetten, maar toch bestaat de matrimonale beschouwing der verwantschap nog in vele dier landen . zooals Wilken ons leerde (pag. 223).

Over de nog altijd eenigszins geheimzinnige Kalangs op Java vinden we slechts een korte opmerking, die wellicht eenige uitbreiding noodig heeft (pag. 224).

Tn dit hoofdstuk bewonderen we steeds de juiste kritiek door den schrijver uitgeoefend en wijzen daartoe bijv op het gezegde over het eiland Formosa (pag. 22G).

Een zin op pag. 244 is mij niet duidelijk. Op de eilanden Pahna en Gomera. zoo staat er, „werd vrouwelijke schoon-„heid bij gewicht bepaald; toch achtte men de vrouwen er „vruchtbaar, hoewel ze verplicht waren geiten te bezigen om „hare kinderen te zoogen.quot; Ziet dat woordje loch alleen op de vrij algemeen heerschende volksmeening, dat dikke vrouwen niet zeer vruchtbaar zijn ? Waarschijnlijk wel! Omdat Vak dek

ocr page 12

10

Stok op pag. 147 van liet tweede Doel en op andere plaatsen speciaal wijst op de overmatige vetvorming, als oorzaak van steriliteit. Ik ben dat niet volkomen met hem eens, tenzij die vetvorming aan andere oorzaken, vooral aan anaemie, moet worden toegeschreven, waarbij dan wel verdere veranderingen in het genitale systeem voorkomen, die hier niet nader kunnen besproken worden; maar zelfs dan neig ik meer tot do meening van Hengeveld, die ook omgekeerd de overdadige vetvorming als een gevolg der onvruchtbaarheid beschouwt (zie Deel II, pag. 245).

liet zon vooral goed zijn geweest, als de schrijver in het tweede gedeelte van Hoofdstuk III, waarin hij de wijzen nagaat, waarop de besproken wetten ontstaan zijn, gebruik had gemaakt van de reeds genoemde studiën van Wilken. We zouden dan zeker hier en daar wijzigingen in zijne beschouwingen hebben aangetroffen

Zeer goed, kort en bondig is de beschrijving van den na-deeligen invloed, die door immigreerende Europeanen op do zoogenaamde wilde volken wordt uitgeoefend; daarbij staan afzonderlijk of te zamen besmettelijke ziekten (vooral syphilis), opium en sterke drank op den voorgrond (pag. 249). Wat sommige besmettelijke ziekten, maar bovenal syphilis betreft, zal ieder, die gelezen heeft, wat ik daarover schreef, wel begrijpen, dat ik het met Van der Stok volkomen eens ben.

Do schrijver merkt zeer juist op: 1° dat lang niet alle door hem opgegeven feiten vertrouwen verdienen, al moet hij ze bespreken. alsof dat wèl het geval was, en 2quot; dat niet alle waarnemingen op onverbasterde zeden en gewoonten betrekking hebben (pag. 250).

Belangwekkend is de. van Hdth overgenomen, statistiek omtrent de gewoonte van kindermoord in Britsch-Indiö en niet minder de bespreking der oorzaken van endogamie en exogamie, die we op pag. 254—260 aantreffen. Ook is hoogst lezenswaard, wat op pag. 256 wordt medegedeeld over den

ocr page 13

11

dikwijls zeer overeenstem menden gang der ontwikkeling van ver uit elkaar wonende volkeren, welke aan dezelfde uitwendige omstandigheden moet worden toegeschreven, zonder dat men daarom aan eene historische gemeenschaj) dier volkeren behoeft te denken.

Het vierde en laatste Hoofdstuk van Deel 1 dient ter beantwoording der vraag: „Bestaat er een aangeboren afkeer „tegen huwelijken in nauwe bloedverwantschap?quot; Die vraag moet. zooals de schrijver terecht opmerkt, beantwoord worden onafhankelijk van de mogelijke gevolgen voor de progenituur. De bespreking geeft aanleiding tot de mededeeling van vele curiosa. Daaronder missen we het zoogenaamde „Raadsel van Nümegenquot;, dat op eene schilderij van 1619 is voorgesteld, welke in de voorzaal van het stadhuis dier stad is te vinden. Het huwelijk, dat aanleiding gaf tot bedoeld raadsel, is niet rechtstreeks consanguinair, maar had wel een plaats onder de overige, soms anekdotische, verhalen mogen vinden. Woordelijk luidt de: „uitlegging van het raadsel'quot;, als volgt: „Huibert de oude Man trouwt voor zijne eerste vrouw Anna. „eene Weduwe, hebbende eenen Voorzoon, genaamd Gijsbekt, „en teelt bij haar zijne twee Zonen in het rood (op de schil-„derij), Adaji en Arend ; deze vrouw gestorven zijnde, trouwt „hij nu voor zijne tweede Vrouw, weder eene Weduwe, ge-„naamd Beel, die eene voordochter had. genaamd Jacomijn, „en krijgt bij haar de twee Zonen in het groen. Bartel en „Barend. Ondertusschen trouwt de Voorzoon van de eerste „Vrouw met de Voordochter van de tweede Vrouw, van welk „huwelijk eene dochter de vrucht was, Charlotte genaamd, „deze wordt vervolgens de derde Vrouw van den ouden Man; „bij welke hy zijne twee jongste Zonen in het wit, Casper en „Coenraad genoemd, verwekt.quot;

Charlotte was dus haar eigen grootmoeder, en Huibert was gehuwd met eene vrouw, wier beide grootmoeders ook zijne vrouwen geweest-waren.

ocr page 14

12

Charlotte zegt:

,Merkt wel en ziet op dit verklaren mijn.

„De twee iu 'tRood, mijn Vaders Broeders zijn „De twee in 't Groen zijn mijn Moeders Broeders. „De twee in 't Wit zijn mijn Kinders. En ik Moeder - Heb van deze zes, den Vader tot mijn Man. „Dat Maagschaps graat mij niet beletten kan.quot;

De alphabetische volgorde der namen doet de geheele ge-schiedenis legendarisch schijnen en liet blijkt uit een groot aantal plaatsen bij Van dek Stok, dat, zoo „Maagschaps graatquot; het laatste huwelijk niet beletten kon, de familie zeker niet katholiek was.

Zeer belangrijk voor de studie van het natuurlijk instinct is pag. 285, waar de volken worden besproken, bij wie de beschaving dat instinct niet heeft gewijzigd of vernietigd en waar dus de natuurlijke toestanden het meest ontwikkeld zijn.

Eindelijk wordt een overzicht gegeven van wat bij de dieren is op te merken en daarbij oefent de schrijver eene keurige kritiek uit op hetgeen omtrent die schepselen is medegedeeld of proefondervindelijk gestaafd.

Terwijl het eigenlijke hoofdstuk eindigt met de woorden: „De nalnnr kent geen «bloedschande»quot;, wil de schrijver zich toch vrijwaren voor „eene eventueele beschuldiging, dat hij, „door het loochenen van een ingeboren afkeer tegen z. g. „bloedschendige vermengingen, de in onze maatschappij be-' „staande orde van zaken zou willen omverwerpen'', en hij doet dat op verschillende en klemmende gronden, al strijdt dat eenigszins met zijn motto ; „Waarom beperkt gij de grenzen der liefde ?quot;

Het geheele eerste deel zal door ieder beschaafd persoon gaarne worden gelezen.

ocr page 15

13

In liet tweede Deel begint, zegt de schrijver, zijn eigenlijke taak en hij vangt die in Hoofdstuk V aan door eene verzameling van -16, waaronder zeer belangrijke, waarnemingen der resultaten van consanguinaire huwelijken bij sommige geïsoleerde volken of gemeenten. Onder de Nederlandsche onderzoekers vinden we de geneesheeren Polijn Bücuner, die over zulke verbintenissen op het eiland Schokland en tusschen de bewoners van Katwijk aan Zee onderzoekingen instelde, en Cobonel, die hetzelfde deed voor het eiland Marken.

De mededeeling (overgenomen van Hutii) omtrent eene geïsoleerde gemeente van ongeveer 1200 personen in een 40 tal dorpen. nabij de Zandzee in het Tengger-gebergte op Java (pag. 5) komt niet in alle opzichten overeen met hetgeen Vetu verhaalt op pag. 1012 van het derde Deel vitn zijn klassieke boek „Javaquot;. Hoewel Vetu niet van consanguinaire huwelijken in die gemeente spreekt, kunnen die, op grond van de weinige betrekkingen met andere plaatsen, wel worden aangenomen. Het aantal bewoners wordt echter door geheel andere cijfers uitgedrukt en, daar Vetu zegt, dat in elke désa een priester, tevens geneesheer, is, zou hun getal zeker meer dan 4 bedragen.

De uitdrukking „onderbouwd zijnquot; (pag 14 en 16). voor lichamelijk slecht ontwikkelde kinderen, is zeker niet aan te bevelen.

De gevolgtrekking, die van zeer groote waarde is, en die de schrijver uit al de mededeeliugen mag trekken, luidt, dat consanguinare huwelijken gedurende langen tijd kunnen worden voortgezet, zonder dat er schadelijke gevolgen voor de nakomelingschap uit ontstaan

In hoofdstuk VI bespreekt Van deu Stok de waarde dei-statistiek voor zijn onderwerp.

Met Dr. Sasse en den schrijver bén ik het eens, dat men bij gegevens door getallen in de geneeskunde meer moet wegen dan tellen. Mijne overtuiging daaromtrent liet ik blijken

ocr page 16

14

bij een onderzoek naar de vaccine in Nederlandscli-Indië (Ge-neeakuudig Tijdschrift voor N. 1., Deel XIX, pag. 125) en in Deel 1 van mijn boek: „De geneesheer in Nederlandscli-lndiö,'1 terwijl dat vooral uitkomt in Deel III van genoemd werk. waaide statistiek der dysenterie wordt besproken.

Zeer juist wordt door den schrijver op den voorgrond gesteld, dat steeds de verhouding tusschen heterosanguinaire en consanguinaire huwelijken te weinig wordt in acht genomen.

Een uitstekend fraaie beschouwing volgt nu over de factoren , die in elk huwelijk van belang kunnen yija voor de progenituur. Ik kan niet geheel beamen, wat Van der Stok over den invloed der liefde en der genegenheid op zwangerschap schijnt te willen aannemen, en deel hoogstens zijne mee-ning, dat die van invloed kunnen zijn op het aantal kinderen. De oorzaken, waarom consanguinare huwelijken nog al veel voorkomen, neemt V. d. S. van Devay over, maar vult die zelf aan. We vinden nu eene opsomming der redenen, die slechte gevolgen voor de progenituur kunnen hebben, zooals de lichamelijke toestand der ouders bij de conceptie; de phy-sieke en moreele toestand der moeder onder de zwangerschap (waarbij in beide gevallen speciaal het misbruik van alcohol in aanmerking komt); het verschil in leeftijd der echtgenooten en vele anderen meer. Bij het bespreken van het zoogenaamde verzien der zwangeren, wijst de schrijver er op, dat men daaronder ook moet verstaan het voortdurend denken aan de een of andere persoon of zaak; aan dat „denken aanquot;' schijnt ook mij zonder twijfel gewicht te moeten gehecht worden. omdat ik er meermalen voorbeelden van zag. Bij de zeer vele citaten in het boek. had Vader Cats hier wel een plaatsje verdiend. Nu krijgt men een overzicht van de invloeden, die op het gehalte der progenituur en op de sterfte in de eerste levensjaren invloed uitoefenen, waarna aan de herediteit eene ruime plaats wordt ingeruimd, omdat die zoo moeilijk is te elimi-neeren en tot zooveel verwarring in den strijd over dit onder-

ocr page 17

15

werp aanleiding heeft gegeven. De aanhaling uit liet boek van Ridot (pag. 72) is zeker niet compleet, want, zooals ze er nu staat, hoeft ze geen samenhang met het onderwerp. Dit hoofdstuk eindigt met aan te toonen, hoe onvoldoende de volkstellingen voor deze zaak zijn en van hoeveel nut zo, bij behoorlijke maatregelen voor geheimhouding, konden wezen.

Hoofdstuk VII is gewijd aan „kritische beschouwing van verzamelde statistieken.quot; Niettegenstaande het groote aantal cijfers is ook dit hoofdstuk niet te beschuldigen van vervelend te zijn. De schrijver heeft er slag van zijne lezei-s bezig te houden, voorzeker eeu niet gering te schatten eigenschap. Hot eerste gedeelte bespreekt de verhouding der huwelijken in bloedverwantschap tot die onder niet-verwanten on hot blijkt daarbij, dat van die verhouding alleen iets bekend is uit FVankrijk en heel weinig uit Engeland. De redenen waarom zoo dikwijls scheiding van consanguinaire huwelijken voorkomt, worden zeer juist als dezelfde aangegeven, waardoor die huwelijken dikwijls worden gesloten (pag. 89).

Belangrijk zijn de beschouwingen over de aandoeningen, die als gevolgen der syngeniastischo verbindingen worden beschouwd. Van dek Stok acht het noodig de overige oorzaken dier aandoeningen uitgebreid te bespreken en daardoor zijn de zeven volgende afdeelinoren van dit hoofdstuk voor geneeskundigen

o o o o

bijzonder interessant, evenals het achtste, dat enkele afzonderlijke gevallen kritisch bespreekt.

Wat hot creiinisme betreft, neemt de schrijver de meening van St. Lager over, dat kropgezwel bijna zeker het eerste tijdperk van cretinisme is. Die meening zou ik, op grond mijner ondervinding, niet geheel durven onderschrijven. Al is het niet te ontkennen, dat in vele gevallen struma, cretinisme en zelfs idiotisme met elkaar in verband staan, zoo komen struma en idiotisme toch zeker ieder geïsoleerd voor (zie ook V. d S. pag. 103) en het schijnt mij toe, wel wat gewaagd te beweren , dat, als de lijder of de lijderes aan struma zelf geen ere-

ocr page 18

16

tin wordt, tocli zijne of bare kinderen of kleinkinderen (volgens Watson zie pao-, 98) cretins zouden zijn Eene boekaankondiging is niet do plaats over dit onderwerp verder nit te weiden.

Het voorbeeld van atavisme hij doofsiomheid op pag. 116 is zeer leerrijk. Deze ziekte wordt terecht uitgebreid besproken. Evenmin als V. d. Stok (pag. 131) lieb ik in vijf en twintig jaren ooit onder do inlanders te Batavia een doofstomme ontmoet.

Wat het voorkomen van blindheid aangaat, zegt de schrijver „dat de beschikbare cijfers veel te gering zijn om daaruit conclusion to kunnen trekken.quot;

Dat er geen slcrilileit, als gevolg van familie-betrekking tnsschen do ouders, bestaat, is duidelijk; ze zouden dan geen ouders zijn; maar we vindon in deze afdeeling uitstekende opmerkingen over relatieve steriliteit.

Onder do misvorminfjen schijnt het mij, dat aan do voor-oordeolen bij vele volkeren omtrent tweelingen een wel wat te groote plaats is ingeruimd.

In do zevende afdeeling van dit hoofdstuk vindon we verschillende andore ziekten besproken, waaronder er zijn, die naar do nieuwste onderzoekingen aan besmetting door bacteriën worden toegeschreven en waarbij men dus hoogstens over het bestaan van begunstigende omstandigheden zou mogen spreken. Deze oorzaak tot het ontstaan van ziekten wordt dooiden schrijver niet genoemd. Als curiosum zij vernield, dat Auké in vollen ernst het voorkomen van blaaswormon in do lever toeschrijft aan verwantschapsbetrekking dor ouders (pag. 166).

De achtste afdeeling bespreekt oeiiige feiten, die bij verschillende auteurs te vinden zijn, in kritischen zin. Ik veroorloof mij twee waarnomingen te voegen bij die, welke betrekking hebben op slechte resultaten van niet-consanguinairo huwelijken. Bij eene familie, die ik jaren lang behandelde, waren van 12

ocr page 19

17

kinderen, tien op zevenjarigen leeftijd aan stuipen gestorven; de twee overblijvenden (n0 4 en n0 10) waren gezond. Bij eene andere familie stierven de vier eerste kinderen in liet eerste levensjaar aan darmkatarrh.

Hoofdstuk VIII. dat over de verwantschapsteelt bij dieren handelt, bespreekt eerst de vraag of men de uitkomsten, bij dieren verkregen, mag vergelijken met die bij menschen. Die quaestie wordt misschien wat al te uitgebreid behandeld, maar heeft zeker iti dezen tijd nut, waarin zooveel over vivisectiën wordt gesproken, liet is duidelijk, dat de schrijver het nut daarvan erkent, want hij verdedigt die proeven op goede gronden.

De redeneering, dat de verbeteringen bij kunstmatige teelt dikwijls verbasteringen zijn, is zeer belangwekkend en leerzaam. De verwandtschapsteelt heeft bij dieren . die in polygamie leven, een natuurlijken oorsprong, bij gedomesticeerde dieren niet altijd. Do verkregen resultaten zijn dus ter vergelijking met den niensch gedeeltelijk bruikbaar.

Wij krijgen nu de uitkomsten der verwantschapsteelt bij het schaap, bij runderen, varkens, paarden, honden en zeven andere diersoorten; daarna komen waarnemingen in Neder-landsch Oost-Indiö, meestal door den schrijver zelf gedaan. Curieus is de beschuldiging van Bouuin, dat „un voyageur „étranger, qui a habité la France et l'Angleterrequot;, genoodzaakt was in Engeland tweemaal zooveel „beafquot; te eten als in Frankrijk, omdat in Engeland de runderen meer in verwantschap geteeld worden dan in Frankrijk. De slechte resultaten der teelt in verwantschap bij varkens moeten waarschijnlijk geweten worden aan de nadeelige invloeden der domesticatie, vooral aan die der vetmesting, omdat de waarnemingen bij wilde varkens , door Van dek Stok op het eiland Saleijer gedaan, een tegenovergesteld beeld leveren. Do verwantschapsteelt bij paarden is van veel belang , omdat de physische eigenschappen , die men bij die dieren verlangt, vrij wel overeenkomen niet

ocr page 20

18

die, welke men Inj de mensclielijke mikomelingen wensclit. Houden scliijuen er dikwijla niet goed tegen te kunnen. We gaan de overige in liet boek genoemde dieren voorbij ou wijzen er op, dat de 9« afdeeling van dit hoofdstuk de verschillende meeningen omtrent de resultaten der verwantschapsteelt bespreekt. Een resumé geeft den inhoud van dit hoofdstuk duidelijk weder in den vorm van dertien stellingen, waarvan de 13^' (naar Sanson) luidt: ,La consanguinité n'agit pas autre-,ment, qu'en favorisant rhéréditéquot;.

In hoofdstuk IX vinden we 3het effect van kruisingen tusschen verschillende (menschen-) rassenquot;. Daarin is veel, wat algemeen bekend is aan hem. die zich met deze studie bezig hield. De mededeelingen van Göetz , Yvan . Steen Belle (?) en Buoca over Hollandscli-Maleische kleurlingen van Java (pag. 265) laten we, voor wat ze zijn. Dat ik met Van dek Stok in vele opzichten verschil in de beoordeeling dier kleurlingen en van de mogelijkheid eener voortplanting van Europeanen in Neder-laudsch Oost-Indië (pag. 266 en 267), zal voor ieder duidelijk zijn, die weet wat ik over kleurlingen in de twee eerste deelen van mijn : „De geneesheer in Nederlaudsch-Iudiëquot; heb geschreven, of die kennis heeft genomen vau mijne redevoering: ,over kolonisatie vau Nederlanders in Nederlandsch-Indiëquot;, uitgesproken in de algenieene vergadering van 13 December 1887 van het Indisch Genootschap te 's Gravenhage. Ik acht mij niet gerechtigd den daar geleverden arbeid hier te herhalen.

De philosophische studiën in Hoofdstuk X, vertaald naar Hutu, niet eenige aaiiteekeningeu. schijnen bij het onderwerp niet volstrekt onontbeerlijk.

Eindelijk geeft de schrijver een ongenummerd kapittel, dat den titel „Conclusiequot; draagt. Toen ik bemerkte, dat die conclusie het geheele boek recapituleerde, heb ik de lezing daarvan uitgesteld tot ik het bovenstaande had geschreven, ten einde •onafhankelijk van den schrijver een overzicht van zijn boek te leveren. Nu mogen we tot hetzelfde besluit komen als hij,

ocr page 21

19

dat de aan de consanguiniteifc toegeschreven nadeelige gevolgen niet bewezen zijn alleen van die verwantschap af te hangen ; terwijl het bewezen is, dat steriliteit niet daarvan at'liankelijk is.

Het is vermoeiend, dat de auteur zooveel komma's gebruikt, want dat bemoeielijkt het lezen. De volgende zinnen uit Deel 11 mogen als beAvijs dienen:

pag 157; „Defonmteiten ontstaan, verder, niet zelden, bij „de geboorte, vooral door slechte hulp door onhandige vroed-„vrouwen, door misbruik van instrumenten, en bij zeer enge ,bekkens;quot; enz.

pag. 162: „De oorzaken van phthisis, zijn, in hunne wer-„king, zoowel algemeen als plaatselijk.quot;'

Pag. 163: ,Aarujeboren liydroccphalas, is in den regel, „doch niet altijd, het gevolgquot; enz.

Zoo is dikwijls het onderwerp van liet gezegde door een komma gescheiden.

En nu de geheele indruk, dien het boek op ons maakte. Dat die zeer gunstig is, bleek reeds bij den aanvang dezer aankondiging. Zij, die niet bepaald dit onderwerp lot doel hunner studie kiezen, kunnen uit het boek toch veel leeren, wat wel uit dit overzicht duidelijk is. De stijl en taai zijn zoo helder, dat ik gaarne herhaal, wat ik den Meer Van dekStok in 1877 toesprak bij de vroeger bedoelde bekrooning: „Gij

„hebt...... getoond een wetenschappelijk man te zijn, die

„bovendien den tact bezit ook aan minder ontwikkelden duidelijk te maken, wat door u nuttig en noodig geacht is mede „te deelenquot;, en ik wijzig den laatsten, toen gesproken zin door thans te zeggen: „Verwanten, die willen huwen ot' gehuwd „zijn, en geneesheereu kunnen u dankbaar zijn voor den door „u geleverden arbeid.quot;

De Nederlandsche geneeskundige litteratuur is door het verschijnen van deze monographie een standaardwerk rijker geworden ; de geneeskundigen hebben er, zooals ik reeds zeide en meen te hebben aangetoond, een vertrouwbaren gids in ge-

ocr page 22

20

kregen oiu hun zoo dikwijls gevraagd advies over liuwelijken tusscheii l)loedverwanteii te motiveeren; de schrijver heeft zijn goeden naam er opnieuw door gehandhaafd.

Dr. C. L. van dek Buko.

Luckj-Soercn, Augustus 1888.

ocr page 23
ocr page 24
ocr page 25
ocr page 26
ocr page 27