f' ^e$tiitijiti;
tij 9c Jt'csJcii'uiicj
lt; v»
io^
â¢.'B' d
t'ii »
?A tTcrKtigt;ci\ c ^
â¢lt; (
H a » n e Ma 1«W|| w !⢠;|
«O»
rf
Uf
\Ti
i A gt;
V
T â¢
/y
II f T II {
lt 4 V gt;
ifi
â¢ntiiainmii dpr Fccstclijliliciltn.
in de zalen van het
PARK TIVOLI,
â
Dinsdag, 22 October 1889, 's avonds te 8 uur,
HENERALE I^EPETITIE.
â I '
Donderdag, 24 October 1889, 's avonds te 7i uur,
gevolgd door
CASINO.
fje «etter ue«riüijiii!iflfi.
{Aanteeheningen en opmerki»yen van den \en Secretaris der Utrechlsche Mannenzany- Vereenigivg.)
Dinsdag, 23 October 18/49.
't is den geheelen dag geen half uur achtereen droog geweest: een fijne, koude regen heeft ieder, die niet noodzakelijk buiten moest zijn, stilletjes thuis doen blijven, doch tegen den avond is de grauwe hemel wat opgeklaard, en nu de klokken van den Dom hare zeven heldere slagen doen weerklinken, schitteren de sterren aan het uitspansel en komt de maan met haar' zachten glans het aardrijk vellichten.
Gelukkig voor onze goede siad Utrecht; want hoewel sedert een jaar of vier het nieuwe kunstlicht, het gas, hier werd ingevoerd, is de straatverlichting nog te schaars, om niet altijd een weinig met het maantje rekening te blijven houden, als er een avondje voor uitgaan zal worden vastgesteld. Vooral aan den buitenkant, bij de Maliebrug, waar we ons bevinden, is het gewoonlijk tamelijk donker; want de beide lantaarns op de brug, de een met gaslicht, de ander met eene olielamp, wedijveren wel in helderheid, wat ze volgens plicht en op-dracht dan ook moeien doen, wijl men eerst eens wil zien , welk licht op den duur wel het best zal voldoen, maar toch kunnen ze het plantsoen niet aan eene diepe duisternis onttrekken. Gelukkig dus, dat heden avond de maan ons ter hulpe komt, om de verschillende personen, die omstreeks half acht van uit het centrum dei' stad den kant naar de Maliebaan opgaan, gemakkelijk te doen herkennen.
Zie, daar naderen van de zijde der Drigittenstraat met vluggen stap twee heeren; ze worden bij de brug opgewacht door iemand van for-schen lichaamsbouw, die hen blijkbaar heeft herkend.
A
«Goeden avond, Heeren! Ook naar de vergadering?quot;
«Ja, Herr Ruempol, van avond zullen wc waarlijk niet t'huis blijven. «We hebben reeds zoo een en ander gehoord, dat ons zeer nienws-«gierig maakt naar deze buitengewone bijeenkomst. Ik zei gisteren-«avond al ... . Maar laat ik u eerst mijn' vriend voorstellen, dien «ge zeker nog niet gesproken hebt.quot; Fritz Risch, niet «der alle Fritzquot; «maar «Unser gute Fritzquot; zooals wij hem noemen! Fritz, mag ik je «voorstellen, mijnheer Ruempol, student in de rechten, hier uit Utrecht.quot;
«Aangenaam, kennis te maken, mijnheer Rischquot; hooren wij den colossus antwoorden. «Zeker Duitscher van geboorte en hier op studie, niet waar?quot; En op bet bevestigend antwoord: «Dus zeker ook door «onzen vriend Clossmann voor dc socielcit gewonnen ? Kom , dan maar »op gestapt, heeren! 'l Is bijna kwart voor acht cn ge weet, Krantz »begiiit op klokslag: de militair zit hem nog altijd in merg en been.quot;
De drie heeren slappen nu door, de brug over, slaan links om en richten hunne schreden naar het «Maliehuisquot;, de schoone uitspanningsplaats op den hoek van Maliebaan en Maliesingel, bewoond door den heer J. M. Wouters. Ze gaan onder den prachtigen lindeboom, vóór het huis aan den Singel, «den roem van het Maliehuisquot; door, en treden in den gang door de eerste deur links in de llinkc, ruime zaal, aan de noord- en oostzijde omgeven door den grooten tuin, waarop zes ramen een schoon uitzicht geven.
Nu is daarvan echter niets le zien; de luiken zijn gesloten cn een achttal koperen olielampen, hangende op verschillende plaatsen aan den zolder, verspreiden een aangenaam cn zeer voldoend licht.
Een dertigtal heeren ongeveer is reeds bij het binnentreden van onze drie kennissen aanwezig, hier en daar groepjes formeerende tot het bespreken van de wetenswaardigheden en nieuwtjes van den dag. Ruempol, gevolgd door Clossmann en Risch, treedt na enkele, kennissen aangesproken en de hand te hebben gedrukt, op twee nog jeugdige heeren toe, die in den voorhoek der zaal in drnk gesprek zijn.
»Zoo, Slotemaker, dag, Haenchen!quot; »j\Tu reeds aan't samenspannen ? »Roin, laat mij dan ook van de partij zijn. En neem ook deze «twee heeren, Risch en Clossmann, in uw conspiratieplan op. Je kent «ze immers, Haenchen? 't Zijn landslui van je.quot;
De aangesprokene, een tenger, blond mannetje, Duitsch student van even in de twintig jaren, drukt zijnen langenoot en hartelijk de hand en
5
steil lien voor aim zijn' vriend Sloleinaker, candidaat in de llieologie aan de Utrechtsche Hoogeschool.
«Komt, rieeren, laten we met ons vijven hier in den hoek aaneen «tafeltje blijvenquot; zegt Rnempol. «Ik zie, dat Krantz al onrustig «tusschen de lui doorloopt en dezen en genen vraagt, om toch plaats «te nemen.quot;
Onze studenten geven aan deze uitnoodiging gehoor en ook de andere aanwezigen voegen zich bij elkaar, terwijl achter in de zaal eenige heeren aan eenc tafel, bekleed met groen laken, zich nederzetten.
«Aber, Clossmann, sage mal, wie; steht's demi init unsrer Societat, «dein Verein «Auroraquot; gegenüber?quot; hooren we plotseling den heer llisch vragen.
«Ja,quot; antwoordt de aangesprokene, «daar zou Herr Rnempol je «meer van kunnen vertellen. Hij is er van den beginne af aan bij «geweest en zells op Ui Jinii, loen de societeit geconstitueerd werd, «tot Commissaris gekozen, maar hij heeft toen bedankt. Toe lluempol, «vertel ons dal eens met een paar woorden.quot;
«Mij goed,quot; antwoordt deze «maar schik dan wat bij, dan zal ik «je een en ander mededeclen.quot; En zijn horloge voor den dag halende: « i Is bijna acht uur en 'kzal 'idus kort maken, vrienden!quot;
«Jelui weet, hoe de verhouding is tusschen onzen Rulferath, den «stadsmuziekdirecteur en Craeyvanger, den directeur van «Aurora,quot; «die inliet orchesl loch altijd eene ondergeschikte rol moet vervullen.
«Je weet ook, dal Dr. Rist, die C.raeyvanger en «Auroraquot; steunt en «in zijne muzikale verslagen tegenover Rulferalh niet altijd van partijdigheid is vrij le pleiten, de zaak er niet beter op heelt gemaakt.
«Nu hebben sommige heeren, leden van de Zangvereeniging «die niet in Aurora waren, zich onder Ivulferath vereenigd, om «nu en dan eens bij elkaar te komen tot hel insludeeren van «liederen, die geschikt zijn om voor te dragen bij de eene of andere «serenades, die we, zooals je bekend zal zijn, wel eens brengen aan »de dames, die op Toonkunst solo's hebben gezongen, of aan Prof. «Opzoomer, als hij met eene rede den feestavond heeft geopend. Dat quot;hebben we b.v. ook nog voor eenige maanden, den 15 Mei, gedaan, «loen er echter 2(J a 27 heeren bijeen waren, heeft Krantz «er eene socieieit van gemaakt en omdat ik zag, dat hel er voorna-«melijk om te doen was, tegenover «Auroraquot; op te treden, wilde ik
G
Bgecii commissaris wezen. Zc hebben toen collega van Heusden be-«noemd, dat jonge ventje daar, aan de bestuurstafel. Krantz is oen «vurig partijganger voor Kufferath en door de serenade-societeit wil »liij nu «Auroraquot; afbreuk doen. Daarom trekt hij ook burgerlui en «Duitsche studenten, die natuurlijk bun' landgenoot aanhangen, want «in «Auroraquot; zijn er nog al van onze Utrcchtsche studiosi.quot;
«Enfin, je begrijpt er alles van! Maar ik moet van al dat gehaspel «niets hebben: zingen wil ik graag, maar die eeuwige ruzie? Wat «zeg jij er van, Slotemaker?quot;
«Neen merci!quot; antwoordt de aangesprokene «dan bedank ik nog «liever op staanden voet.quot;
«Doch, Herr Slotemaker, warum.......quot;
«Mag ik allen heeren, die nog niet gezeten zijn, verzoeken plaats «te nemen?quot; klinkt nu do heldere basstem van den heer Krant;:, lequot; commissaris der Serenade-societeit.
Oogenblikkelijk overal geschuifel; ieder grijpi naar een' stoel en sluit zich bij den eenen of anderen kennis aan. Middelerwijl hooren we den heer Haenchen vragen: «Zeg, Ruempol, wie zil daar naast «van Heusden aan de bestuurstafel ?quot;
»Wel, kijkquot; herneemt deze «Kufferath, met zijne gebogen houding »en zijne groote lakensche schoenen, hier aan dezen kant, ken je. «Naast hem, die stijve veertiger, is Nieuwenhuijzen, organist van «den Dom , de rechterhand van Kufferath; daarnaast dus in t midden, «onze oud-militair Krantz, die in afwachting van stilte aan zijne lange «blonde knevels draait; naast Krantz onze van Heusden, van wien «ik je zoo even sprak, en op 't eind zit Haak Sr., de andere com-«missaris der societeit. Maar stil, ik zie , dat Krantz gaat beginnen.quot;
Deze is opgestaan en spreekt nu met heldere, klankvolle slem, terwijl hij zijne vurige improvisatie soms van gesten doet vergezeld gaan :
«Geachte Medeleden , vrienden onzer societeit, ik heet u allen op «deze eerste buitengewone vergadering hartelijk welkom! Uwe opkomst «in zoo grooten getale is mij een bewijs, dat de jeugdige serenade-«societeit kan rekenen op U aller steun en medewerking, waar het «de belangen der edele toonkunst in het algemeen en die onzer ver-«eeniging in quot;t bijzonder geldt; zij is mij een bewijs, dat gij hare «belangen wilt bevorderen ; immers het zal den meesten uwer bekend
7
«zijn, welke gewichtige voorsiellen commissarissen heden avond aan »uwe goedkeuring wenschcn te onderwerpen.quot;
«Volgens art. 20 van ons reglement zal het Bestuur heden rekening »en verantwoordiging van zijn beheer doen; maar gij zijt vooral opge-»roepen, omdat al. B van dat artikel, luidende: «H.H. commissaris-»sen zullen verder zoodanige maatregelen voor de toekomst voorstel-»len, als de belangen der societeit vorderenons heelt doen «besluiten, U te raadplegen over ingrijpende veranderingen, over «voorstellen, die met het bestaan en den voortdurenden bloei onzer «vereeniging in liet nauwste verband staan.quot;
«'tls daarom, mijne heeren, dat ik ü op dezen gewichtigen avond «nogmaals een hartelijk welkom toeroep, hopende en vertrouwende, «dat de besprekingen van heden avond een duidelijk bewijs zullen «geven van de genegenheid, die gij onze societeit toedraagt en van «den ijver, waarmede gij de belangen onzer jonge vereeniging wilt «bevorderen!quot;
Overal blijken van instemming, nu de voorzitter een oogenblik zwijgt. De heer Clossmann lluistert: «Nu , die Rrantz spreekt ferm! Zoo «iemand moet juist voorzitter eener vereeniging als de onze zijn !'quot;
«Jaquot; antwoordt Slotemaker «wat dat betreft, is hij wel de rechte «man op de rechte plaats, als hij maar niet altijd zoo onverzettelijk «zijn' wil doordreef; dat bederft bij hem veel!quot;
De heer Rrantz vervolgt nu :
«Alvorens, mijne heeren , over te gaan tot het behandelen der voor-«stellen, die U zullen worden gedaan , verzoek ik den heer van Hens-aden de lijst onzer leden ie willen lezen, niet alleen om aanteekening «van de aanwezigen te houden, maar ook om te doen zien, hoe onze «societeit in de vier maanden van haar beslaan in bloei is toegenomen.quot;
De heer van Heusden staat nu op en leest :
«Ze Tenor: A. W. Niemvenhuijzen Jr., Lolirman, G. VV. van Dockum, «Meeuws, Ph. E. Haenchen, de Grijs, Verkerk Jr., W. F. Nieuwen-«huijzen. Damman, Boudewijn Sr., W. J. Gunning, J. v. Rennes en «F. H. v. Rees.
2c Tenor: J. J. Haak Sr., J. Umland, Schuurman, Slotemaker, «van Antwerpen, Boudewijn Jr., van Gorkom, van Doornik, «van de Weijer, Bonman, Bosman en Keijzer.
«/e lias: F. Nieuwenhuijzen Sr., A J. R. Ruempol, J. D.
«Gerlings, van Trooslenburg de Bruijn, J. van [leusden, J. H. Deerns, »Grothe, W. H. ïaets van Amerongen, G. W. Smits, D. Juda, «Janssen, v. Bueren, W. Bolk Jr., f. Bolk Sr., Biitz, Henny, Mulder Sr., «Clossmann en Risch.
»2e Bas: Krantz, Haak Jr., Seilberger, J. W. Oosterbaan, Böhrn , »G. J. Ruijscb, van der Wurff, von Elclistorfï', Buttinck, Koenen »eii Gijsberls.quot;
De heer Krantz vervolgt nu :
«Zooals de heeren hebben kunnen nagaan, telt onze vereenlging «reeds 56 leden; de heer Biitz, nog op de lijst vermeld, moet evenwel «geschrapt worden, wijl ZEd. mij juist heden een briefje deed loe-«komen, waarin hij wegens veelvuldige bezigheden voor het lidmaat-«schap bedankt.'quot; «Omtrent onze financiën kan ik zeer kort zijn, «terwijl ik den heeren Umland en Deerns intusschen verzoek de «rekening na te zien en verslag uit te brengen. Sedert 16 Juni «werd er in debusopdewekelijksche vergaderingen/59.25 ontvangen; «daarbij komt Æ 1.75 van 7 introducties a 25 cl., op vier der verga-«deringen, maakt gezamenlijk Æ 61.â. De uitgaven bedragen, vooral «door den aankoop van muziek niet minder dan /' 57.15 , zoodat de «Seienade-societeit op heden met een batig saldo van Æ 3.85 sluit, «dat op de rekening van het volgende jaar zal worden overgebracht.quot;
«En nu , mijne heeren, de voorstellen, die commissarissen aan uw «oordeel wenschen te onderwerpen.quot;
«Maar vooral' een enkel woord.quot;
«Zooals u allen bekend is, heelt onze Serenade-societeit zich op 16 «Juni j.l. geconstitueerd. Evenwel kwamen vier ol' vijl maanden te «voren reeds een twintiglal muziekvrienden zoo voor en na bijeen , «om onder onzen verdienstelijken directeur Kullerath enkele mannen-«koren in te studeeren, die geschikt waren, om bij eene serenr.de «voor te dragen.quot; Gij weet, hoe die heeren op 15 Mei jl., toen dus «de societeit nog niet geconstitueerd was, eene uitnemend geslaagde «serenade brachten aan Mevr. Kufferath, Mevr. Donders, Mej⢠Deerns, quot;Mej. Ludger, Mej1quot;quot; van Kesteren, Mej. Fremerij en Mej. Schuur-»man. Dit optreden deed ons op de vergadering van 16 Juni besluiten , «eene societeit op te richten, terwijl tevens werd vastgesteld, dat de »ledea voortaan wekelijks, des Zaterdagsavonds, zonden bijeenkomen «in het Nieuwe Hollandsche Kollieliuis van Boumans.quot;
9
«Sedert dien lijd, mijne heeren, is de vereeniging, hoewel de «voorgestelde serenade aan den lieer Gerlings Sr., Mej. Ras , Mejcn «Deerns en de familie Alewijn, niet gegeven kon worden, steeds in «krachten vooruitgegaan: het getal van 27 leden op 16 Juni is meer «dan verdubbeld en wij meenen, dat de lijd gekomen is, om op «kunstgebied wat meer dan tot nu loc van onze vereeniging te vragen. «Gelukkig zijn er nu krachten genoeg aanwezig, om eene liederlafel «op te lichten, die eerlang zal toonen , onder haren Rullerath minstens «tegen een «Auroraquot; opgewassen te zijn. En al moge dan ook iedere «kritiek in de dagbladen niet vleiend voor onzen directeur wezen , «als wij slechts overtuigd zijn ons best te hebben gedaan, vinden we «in ons zeiven de ware bevrediging, als ,vij ons slechts aaneensluiten «als trouwe vrienden van onzen bekwamen Kuiïeraih, dan zullen wij «Utrecht nog eens toonen, wal ijver en toewijding vermogen! quot;Mijne heeren! ik stel U voor , dat vanaf heden de Serenade-societeil den «naam zal voeren van Utrechlsche Mannenzdiif/vereenifjin;/, terwijl zoo ge «dit kunt goedkeuren eene reglementsherziening zal worden voor-«gedragen!quot;
Een daverend applaus is het antwoord op deze met vuur voorgedragen woorden. Merk echter op, dat aan ons studententafeltje de instemming niet onverdeeld schijnt,quot; de heeren Slolemaker en Kuempol althans nemen blijkbaar eene alwaehlende houding aan.
Au de toejuichingen wat zijn bedaard, vervolgt de heer Krantz:
«Hartelijk dank, heeren, voor de blijken van instemming; al iwij-«felde ik niet aan uwe medewerking, waar het den vooruilgang onzer «vereeniging en de eer van onzen directeur geldt, hebben toch detal-«rijke bewijzen uwer sympathie mij uitermate verheugd, 'l Zij me dus «vergund, U artikelsgewijze de reglementswijzigingen ter goedkeu-wring voor te dragen, door commissarissen noodig geacht in betrek-«king lot hel streven der Utrechlsche Mannenzang-Vereeniging.quot; Art. I woi'dl nu: «De Utrechlsche .Maniienzaiig-Vereenigingquot;, instede «van de Serenade-societeilquot; steil zich ten doel hei vlijtig beoefenen «van mannenkoren en het geven van serenades aan.....enz.quot;
« Niemand hierop iels aan le merken ?quot; 't Kloppen op een paar tafeltjes is hel eenige antwoord.
«Art. /i. Het tweede gedeelte van dit artikel luidende: «Coinmis-«sarissen kunnen ook de leden der Zangvereeniging aan de gewone
10
»ballotage onderwerpenquot;, is vervallen, wijl we meenen, dal ieder lid »van Toonkunst het recht tot toetreding onverminderd moet behouden.
»Kan ieder zich daarmee vereenigen ?quot;
Het zelfde antwoord van zooeven volgt.
»Art. 8 wordt nu in dier voege veranderd M. if., dat niet meer het «kofHelmis van Bonmans als vergaderplaats wordt aangewezen; want quot;de kamer in de Servetstraat is waarlijk totaal ongeschikt om te zin-»gcn, en het luidt dus nu als volgt: «De vergaderingen zullen weke-«lijks gehouden worden in een geschikt lokaal.quot; Ik kan er wel bij-mvoegen, mijne heeren, dat commissarissen als repetitielokaal op't oog «hebben, de zaal, waarin gij U thans bevindt. Heeft iemand tegen «deze wijziging iels in 't midden te brengen ?quot;
jXogmaals is een algemeen geklop het goedkeurend antwoord.
»Art. 10 is slechls in zoo verre gewijzigd, dat commissar issen »hel niet noodig hebben geoordeeld, de serenades door de leden «beurtelings voorgesteld , telkens acht dagen voor te hangen, om door »de leden te worden goedgekeurd. Dit kan nu, des noodig, onmid-«dellijk geschieden,quot;
Nog vóór do heer Rrantz naar de goedkeuring vraagt, geeft men van verschillende zijden reeds blijk de wijziging goed te vinden.
»Art. 20. In dit Art. is de maand October voor de algemeene «jaarvergadering, die dan ook nu voor de eerste maal gehouden «wordt, vervangen door de maand Mei. H.H. Commissarissen mee-«nen, dat met Mei het seizoen voor de bijeenkomsten zoo goed als «gesloten is en achten het dus wenschelijk, dat in die maand de jaar-«vergadering belegd en rekening eu verantwoording gedaan wordt. «Tevens heeft dan op die vergadering eene nieuwe bestuursverkie-«zing plaats.
«Heeft een der heeren tegen deze regeling bezwaar ?quot;
Nogmaals is handgeklap en voetgeschuifel het eenige antwoord. Onze vrienden echter beginnen elkaar met eenige bevreemding aan te zien; 't is alsof men wil zeggen: «Hè, we zijn al tot Art. 20 en nog «komt er niet, wat we verwachtten.quot; Maar hun ongeduld wordt niet te lang op proel gesteld; want de lieer Rrantz herneemt het woord:
«En eindelijk, mijne heeren, hebben Commissarissen gemeend onder »Nquot;. 21 een nieuw Art. aan ons reglement te moeten toevoegen.quot;
Zie, 't is of deze schijnbaar onbeduidende woorden allen wakker
11
schudden. Overal ziel men de hoofden bij elkaar steken en hoon men fluisteren; niet liet minst aan ons studententaleltje. Doch onmiddellijk is er de diepste stilte, als de heer Krantz vervolgt:
«Dat Art. mijne heeren, luidt; Het lidmaatschap dezer liedertafel »is onvereenigbaar met dal van andere; soortgelijke gezelschappen.quot;
«Heeft iemand op dit Art. iets aan te merken'?quot;
Een oogenblik is hel doodstil, maar 'l is de slilte, die den storm voorafgaat. Daar zien we drie, vier handen tegelijkertijd in de hoogte en de heer Ruempol verheft zich met een «Mijnheer de Voorzitter?quot; »De een na den ander, heeren!quot; antwoordt deze, «Mijnheer Ruem-»pol heeft het woord !quot;
«Geachte heer Kram z,quot; vangt Ruempol nu aan. «Ge weel, hoe ik van «begin af aan geijverd heb voor de bijeenkomsten van heeren zangers «lol onderlinge oefening en ontspanning. «Het is u bekend,'dat ik «één der eersten was, die maanden vóór «de stichting der Serenade-«societeit daartoe reeds alles in het werk heb gesteld. Maar gij weet «ook, dat ik, reeds den Kien Juni bij mijn bedanken voor de benoe-«ming van commissaris, duidelijk heb te kennen gegeven, waarom «hel vijandig streven van sommigen tegenover de vereeniging «Auroraquot; «mij legen de borst stnilte. En nu ik die vijandige gezindheid be-«lichaarnd zie in het nieuwe art. 21 , kan ik niet anders dan ten «sterkste daartegen opkomen. Laten wij stil onzen eigen weg gaan «en een ieder vrijheid geven om te doen, wal hij meent goed te zijn; »ik stel dus aan HH. (Commissarissen voor, het ontwerp-artikel lerug «te nemen.quot;
De heer Krantz antwoordt;
«Mijne heeren I Wal de heer Ruempol daar in 'l midden brengt, is zeker «dooi- u allen met Instemming vernomen voor zoo verre het de blijken «geeft van zijne goede bedoelingen, van zijn edel hart, en gaarne «zouden commissarissen met zijn voorstel meegaan, zoo ze daardoor «de belangen onzer jeugdige vereeniging bevorderd achtten. Doch dat «is geenszins hol geval. Wij staan hier tegenover eene ons vijandige «macht, wij vallen niet aan, maar verdedigen ons slechts, niet van «ons gaal de vijandschap uil, maar van hen, die onzen Kuilerath op «allerlei wijzen willen dwarsboomen. Daarom, mijne heeren , moeten «wij op zuiver terrein komen en vrienden van vijanden weten te on-«derscheiden. En ieder, die lid is van «Auroraquot; of hel wenscht te
12
«worden, kan geen vriend onzer vereeniging, kan geen sllt;;uii voor «(inzeil directeur zijn. Daarom blijven commissarissen bij hun gevoelen wen wenschen het artikel in stemming te brengen, Doch ik geef gaarne «het woord aan don heer Slotemaker, die mij reeds tweemalen heeft »gewcnkt.quot;
De heer Slotemaker rijst nu op en spreekt: «Geachte heeren ' «Mij geheel aansluitende bij 't geen mijn vriend Ruempol zooeven in »'t midden bracht, wensch ik daaraan nog dit toe te voegen; «Zoo Art. »21 mocht aangenomen worden, kan ik onmogelijk lid blijven van onze «liedertafel, ofschoon ik het betreur, dan niet langer nut en voordeel »te kunnen trekken van de lessen van onzen verdienstelijken heer «directeur Kullerath. Immers uit het art. van den heer Rrantz spreekt »eene vijandige stemming tegenover andere liedertafels, die ik voor mij «niet deel (hoewel ik noch van «Auroraquot;, noch van «Apolloquot; lid ben) «en waarvan ik den schijn niet op mij laden wil alsof ik die deelde. «En dien schijn laad ik wèl op mij, zoo ik bij aanneming van dil «artikel lid der vereeniging blijf. Daarom zal ik in dat geval voor mijn «lidmaatschap moeten bedanken, hoewel mij dit om andere redenen «ook leed moge doen. Hierbij mag ik nog opmerken, dat ü overtuigd »kan zijn van mijne goede bedoelingen en dat ik bedank geheel uit «eigen beweging, zonder door iemand geïntluenceerd tezijn.quot;
Onrustige bewegingen, geschuifel en gemompel volgen op deze woorden. Hier en daar verneemt men zelfs een half onderdrukt : «Stemmen, stemmen!quot; \
De heer Rrantz echter herneemt: «Een oogenblik stilte, heeren! «'tSpijt ons, mijnheer Slotemaker, dal T niet met ons voorstel mee «kunt gaan, maar wij meenen, niet anders te mogen handelen, wil-«len wij de belangen van onze liedertafel en die van onzen directeur «bevorderen. De gronden daarvoor nogmaals te ontwikkelen, achten «wij overbodig, daar ze genoeg bekend zijn, en commissarissen slellen «dus voor, zoo niemand meer het woord verlangt, het artikel onver-«anderd in stemming te brengen.quot;
Een oogenblik volkomen stilte.
«Dan, mijne heeren, zullen wij tot stemming over gaanquot;.
Korten tijd hooren wij nu niets anders dan: »voor , voor, tegen, voor...quot; tot eindelijk de heer Rrantz zegt :
«Artikel 21 , Heeren, is aangenomen met 39 tegen (J stemmen!quot;
13
Dit is hel sein tot oeno drukte en beweging, alsol de vergadering reeds gesloten werd. Hier staal men onrustig op, als om te vertrekken , ginds wijzen de heftige gebaren op een ernstig dispuut, elders wacht men kalm de zaken af, stopt de pijp nog eens ol' bestelt een halt fleschje.
Doch al het rumoer wordt terstond als bezworen door de stem van den heer Krantz , die vervolgt;
«Aan het einde van onze werkzaamheden gekomen zijnde, wenschen «commissarissen deze buitengewone vergadering te sluiten, doch «willen vooraf gaarne allen het woord verleenen, die nog iets te vragen «of in 't belang onzer vereeniging in 't midden hebben te brengen.quot;
»ln dal geval, waarde voorzitter, verzoek ik LJ voor een oogenblik «het woord,quot; zoo hooren we uit den mond van den heer Slotemaker.
«Alle aanwezigen hebben zoo even mijne bezwaren tegen het laatste «artikel van het gewijzigd reglement gehoord; dat artikel is aan-«genomen: welnu mijne heeren, ik moet daarom hier op 'toogen-«blik verklaren, ook namens mijn' collega en vriend Ruempol, datwij «bedanken als lid der vereeniging, hoe zeer het ons ook leed moge «doen. Wij wenschen der Utrechtsche Mannenzang-Vereeniging alles «goeds, maar kunnen haar op de u bekende gronden, niet langer «als lid steunen.quot;
De heer Krantz laat hierop terstond volgen:
«Waarde heeren Ruempol en Slotemaker, hoezeer het ons ook spijt, «dat wij U niet langer als lid onzer vereeniging mogen begroeten , «wij begrijpen te goed , dal hot hier eene quaestie van beginsel is, «om uw besluit, hoe pijnlijk ook voor ons, niet te eerbiedigen. Hartelijk »dank voor al datgene, wat gij voor de serenade-societeit hebt gedaan; «wij bevelen ons, en kan het zijn, ook de vereeniging in uwe voort-«durende belangslelling aan.quot;
Hel zwak applaus, dat op deze woorden volgt, houdt terstond op als de heer Krantz vervolgt;
«En nu nog een enkel woord ten slotte !quot;
«Mijne Heeren! Trouwe vrienden van onzen directeur Kufferath, «gij hebt u onder zijne leiding vereenigd en eene societeit in 't leven «geroepen,* die reeds in den korten tijd van haar beslaan de duide-«lijkste bewijzen heeft gegeven van wat een vaste wil en toewijding «vermogen, die van alle zijden onder de voornaamste bewoners onzer
li
«stad de levendigste bewijzen van sympathie mocht ondervinden. Gij «hebt heden avond de vroegere Serenade-societeit verjongd doen te «voorschijn treden als de liedertafel «Utrcchtsche Mannenzang-Ver-»eenigingquot; en u verbonden, haar te steunen en te verheffen lot veredeling »der toonkunst en tot bevordering van liet schoone, goede en gezellige.
«Daarom, gij allen die hier aanwezig zijt, onzen hartelijken dank «voor wat gij reeds hebt gedaan, voor wat ge in 't belang der lie-«dertafel u nog voorneemt te doen. Moge liet ons gegeven zijn, de «vereeniging te verheffen, te doen bloeien tot in lengte van dagen, «opdat onze waarde Kufferath daarin zijn loon vinde voor de vele «moeite en zorgen, die hij zich voor de edele toonkunst en voor ons, «zijne vrienden, gaarne getroost. Mijne Heeren , met deze woorden , «waarmede gij zeker allen van harte instemt, sluit ik deze eerste «vergadering onzer nieuwe liedertafel!quot;
üorverdoovend is voor een oogenblik het applaus, dat op deze woorden volgt. Hier en daar staat men levens op en maakt aanstalten tot vertrekken. De overjassen worden aangetrokken , handdrukken gewisseld en de meeste heeren verlaten de zaal, om zich huiswaarts te begeven.
Ook onze kennissen staan op; Ruempol echter schijnt een oogenblik besluiteloos wat te doen, doch opeens treedt bij op de bestuurstafel toe, drukt den heer Rrantz de hand en zegt:
«Waarde Krantz, neem me niet kwalijk, wat ik gezegd heb. Ge «weet, hoe goed ik het meen, maar ik kon van avond niet anders «handelen, dan ik gedaan heb. Dat het je vereeniging wèl moge «gaan, hoop ik evenwel van harte.quot;
En de heer Krantz schudt de hem toegestoken hand en antwoordt ; «Beste Ruempol, ik ken je goed hart, laten we er op «'toogenblik niet meer over spreken, doch reken er op, dat het nu «te allen tijd een onuitsprekelijk genoegen zal zijn, je weer in ons «midden te zien. Adieu!quot;
De heer Ruempol groet nu nog de andere heeren en herneemt zijne plaats, doch Slotemaker staat reeds tot vertrek gereed en zegt: «Rom Heeren, laten we opstappen! 't Is nog zeven minuten voor ell'; we kunnen nog juist vóór 't sluiten der hekken binnen zijn ; anders laat die eeuwige brompot van eenquot; portier ons nog een kwartiertje in de kou wachten.quot;
15
Doch r.lossmann antwoordt:
»Ik blijf' nog wat; ik moet den directeur toch nog even spreken.quot;
Ook de heeren Risch en Haenchen verklaren nog eenige oogenblik-ken te willen vertoeven , en terwijl nu Rneinpol en Slotemaker vertrekken, treedt hot achtergebleven drietal op de bestuurstafel toe; zij drukken Kufferath en Krantz de hand, en feliciteeren beiden met den uitneinenden afloop der vergadering.
Allen schikken om de groene tafel, Krantz laat champagne aanrukken en terwijl hel edele vocht in do kelken bruist volgen toast op toast, en tot laat in den nacht weerklinkt nog de juichende uitroep :
z/Lcve de Utrechtsche Mannciizaiig-Vercciiigiiig!quot;
J. NEiNNSTIEIIL.
'êtthkmcul,
met medewerking van het
SYMPHONIEORCHEST der DD. SCHUTTERIJ,
Kapelmeester de lieer C. COENEN.
SOLISTEN:
De lieer J. ROGMANS, Concertzanger (Tenor), van Amsterdam. Do heer JOS. M. OBELIO, le Bariton a/d. IIoll. Opéra.
P R O G A M M Ax
Deel I (Historisch).
1. J. H. Kufferath........23 Oct. 1849â18G0.
//Welkom!quot; (1854). Koor.
2. C. Coenen............. 1860â1861.
Concert-Ouverture in Cmol, onder leiding van den Direoteur-Coraponist.
3. Ant. J. van Schaik.......... 1861â1881.
//Serenadequot;. Koor met Kwartet.
4. Rich. Hol............. 1881- 1883
«Ons Vaderlandquot;. Bariton-solo door den heer Jos. M. Orelio.
5. Mart. Bonman........ 1883âFebr. 1889.
//Waaromquot;. Tenor-solo door den heer J. Rogmans.
6. Bern. J. A. Rehl........Febr. 1889âHeden.
Nocturne. (Viool-solo door den lieer Veerman) en Finale uit de Orchest-Suite onder leiding van den Directeur-Componist.
Deel 11 (Solisten).
a. Mijne Moedertaal......L. F. Brandts Bitijs.
h. Ter lustechen taveerne......J. G. H. Mann.
Bariton-solo door den lieer Jos. M. Orelio.
8. Concert-aria (Met orcliest)......W. A. Mozart.
Tenor-solo door den lieer J. Rogmans.
9. Bariton-aria uit do Yondel-Cantato.....Rich. Hol.
(Met orcliest).
Solo door den lieer Jos. M. Orelio.
Deel lil.
10. âColumbusquot;..........C. Jos. Bramhach.
Dramatische Dichtung für Chor, Soli und Orcliester. Columbus de heer Orelio.
Ein Pülirer de heer Rogmans.
(Tclpi dcc
WELKOM!
[Aan de leden van het IVe Nederlandsche Taal- en Letterkundig Congres in 1854).
|
Woorden van Prof. L. G. Visscher. Zijt welkom hier, uit Zuid en Noord, Gij, Mannen ! die een schoon aocoord Weer nieuwe kracht komt geven; Gij, die tot eer van 't Vaderland , De oude taal en broederband En d'eendracht doet herleven. |
Muziek van J. H. Kuffernth. Zijt welkom hier, uit Zuid en Noord , Brengt in ons midden vruchten voort, Doet weer uw gaven hooren ; Doorzoekt en zuivert Neêrlands taal. Maar, laat ons woorden als metaal En klanken , die bekoren. |
Vivat, vivat dat schoon accoord Van toon en klank, van rijm en woord.
Van Schrijvers en Poëten ; Van kunsten en van Wetenschap, Van mannen op den hoogsten trap En hen , die Zangers heeten.
SERENADE.
|
Gedicht van Mr. J. N. van Hall. 'tBeekje murmelt liefdezangen. En 'tgebladert ruischt er mee Alles ademt rein verlangen , Alles onverstoorbre vree. |
Muziek van Anth. J. van Schalk. Liefste, wil naar 't koellje luisteren; Spelend met uw lokkenpracht, Zal 't u van mijn liefde fluisteren , 't Koehjen in den zomernacht. |
En zoo brengen wind en stroomen U de boodschap van mijn min ; Zijn 'took enkel zoete droomen , Liefste! slaap er zacht bij in.
19
Woorden van H. G. H. Groenewegen. Muziek van R. Hol.
Waar eens de zeemeeuw vloog , in de eanzaamlieid verloren , De roerdomp uit den poel zijn soinbren toon deed hooren ,
De zee haar golvend scliuim deed bruisoken op het zand , Of smoorde in 'twieg'lend riet, is thans ons Vaderland.
O grond ! door noeste vlijt ontwoekerd aan de golven ,
Door onze vad'ren eens uit poel en slijk gedolven,
Sehonk God elk volk een' grond, U schiep onz' eigen hand; Gij zijt ons eigendom, geheiligd Vaderland.
O , grond , die eens mijn wiegje hebt gedragen ,
Mijn graf zij ook gedolven aan uw strand ,
Want tot mijn laatste levenszon zal dagen ,
Heb ik (J lief. Gij zijt mijn Vaderland.
|
Woorden van C. Honigb. «O zeg' reisquot; vroeg de liefde, Hoe toch kwam ze aan die vraag? «Waarom van alle meisjes Alleen ik u behaag ? Mijn philosophisch meisje , Rap vraagstertje als geen , Ik stelle in stee van antwoord Drie vragen u voor één. Zeg, mijn diepzinnig kopje ! Is 't u misschien bekend Waarom de zonnebloeme Steeds naar de zon zich wendt ? Zij zag zich wel : Maar lachte e //Laat ons niet v( Maar blijven si |
SÃM? Muziek van Mart. J. Bouman Weet gij waarom toch telkens , Wanneer de lente ontwaakt , De nachtegaal zijn zangen Alleen voor 't roosje slaakt ? Weet gij waarom dc zwaluw Met trouw, die nooit bezwijkt, Dc lente steeds blijft volgen Waar zij ook henen wijkt ? Wanneer ik op die vragen Van u een antwoord krijg, Beantwoord ik u gaarne, Maar geeft ge er geen , â ik zwijg. evangen, gaf me een kus. â der vragen , ;eds aldus.' |
20
|
/viijne yvi Woorden v;iu Erans de Cort. Mijne moedertaal, mijne moedertaal, Wie of haar ook kleineere , Min ik als mijn Vaderland Sta ik voor met hand en tand O mijn Neêrlrtiidsch, mijn Neêrlandsch Dat houd ik steeds in eere. |
OEDERTA AL. Muziek van L. F. Brandts Buijs. Mijne moedertaal, mijne moedertaal. Wat anders komt daarnevens Zwaardgekletter , klokkenklank , Snarenspel en minnezang , O Mijn Neêrlandsch,mijn Neêrlandsch, Dat alles zijt gij tevens. |
Mijne moedertaal is de schoonste taal En zou ze 't ook niet wezen ,
Haar verkiezen zou ik nog ;
Want zij is de mijne toch,
O mijn Neêrlandsch,mijn Neêrlandsch, Wees eeuwig mij geprezen !
1'q ifiisUtlfeii
|
Woorden van C. Honigh. Ter lustechen taveerne , Dick mitten ghesellen ic vaer, Den coelen wijn so gheerne, Den coelen wijn drincken wi daer. Ter lustechen taveerne , Sijn onsc borsen scier wan. Den wert wil emmer scincken ; Des seijne hem Sinte Jan. |
Muziek van J. G. H. Mann. Ter lustechen taveerne , Selc mitten nappen elinckt, Ende vaderlant ofte lantshere Mit enen dronek ghedinkt. Ter lustechen taveerne, Ghedinck ic der minnen so hout, Si langhede mi bi het scieden Een vingherlinc root van gout. |
Ter lustechen taveerne,
Hebb'ic dit liedekijn , Ghedichtet ende ghesongen Ter eren van der liefste mijn.
2]
Concert-Aria.
(Componirt 1763). Musik von W. A. Mozart.
Lass mir meinen stillen Kummcr,
forschs nicht naoh meinen Leiden !
abo;estorbeii alien Freuden ,
bi'ielit mein qualorfulltes Herz!
Dulden will ich mid vergeben !
Rettung ist fiir mich verschwunden,
ewig bluten meine Wunden,
unausspreelilioli ist mein Sclmierz'
ïodt allein kann raioh befreien,
Selinsuclit ist fiir ihn eniglommen;
VVonne küiidet mir sein kommen,
sendet Trost in 's bange Herz!
(BA1UTON-SOLO).
Muziek van Eiohard Hoi.
Geteel des mensclien ziel: beur hopen en verlangen ,
Heur schuld en naberouw, heur hoogmoed en Leur val, Heur kracht en machtloosheid â dat al leeft in uw zangen : De mensoh zoor.ls hy is, en was, en wezen zal.
En bij dit al.....
Het Hollandsuh gemoed met zijn zwakte en zijn sterkte,
Zijn hope en zijn vreeze, zijn liefde en zijn haat; Wat drijfveer zijn driften geleidde en bewerkte.
De zegen van 't goede, de vloek van het kwaad.
33
âCOLÃMBÃ S.quot;
üichtung von Wilhelm vou Wuldbrülil. Musikvon C'. Jos. Brambucb.
Soli: Columbus: Bariton. Ein Führer: Tenor.
Vorspiel uud Chor.
An Bord , an Bord !
Vom Lande fort!
Die Wellen rauscben,
Die Segel sieb bausoben Zu waidlichem Zug;
Die Wimpel prangen Wie Zauberscblangen Zu keckem Plug 1 Ob Stürme aucb scbaukeln,
Nur lustiges Gaukeln Ist's in au nliebem Mutb ;
Nur vvonniges Necken 1st für uns der Scbreoken Des Sturms und der Eiutb.
Chor.
Der ïage und der Nacbte viel
Zogen wir dabin , â
Mit friseher Kraft und frobem Mutb
Ein bobos Ziel ersirebend ;
Uns bangte nicbt in Sturms Gebraus
Uns sclireekte nicbt der Windstill Oede â
Doch die Woge endlos scbwillt,
An uns'res Scbiffes Kiel zersohellt
Und kein tröstliob Sterngebikl
Die lange finstre Nacht erbelt.
Die Hoffnung sinkt, der Mutb erlahmt,
Die bangen Zweifel nicht mebr weichen ,
Wann wird der ïag erscheinen
Der uns'rer Hoffnung ïraum erfüllt! ?
23
Columbus.
O zaget nicht, vertrauet ineiraem Worte ;
Der grosse Tag ist nicht mehr fern
Der uns zum hohen Ziele leitet,
Zum heissersehnten nenen Land.
Im Geiste seh'ich's vor mir liegen
Mit seinen Wundern ohne Zahl ,
Und bis hinauf zu fernsten Zeiten
Verlieret sich mein Bliek:
Ich seh' der Völker raacht'ge Schaaren
Hinüberziehn zum neuen Land :
Naeh langer Kampfe blut'gem Eingen.
Daim hoch ein freies Banner wallt;
Ein machtig Banner, Sohutz des Friedens,
Hort der Freiheit und des Lichts.
Voran demi, Freunde, külm voran! Wir ziehen nns're grosse Bahn, Wie ich sie vor erwogen;
Was immer sich entgegenstellt, Es zeigt sich bald die neue Welt Auftauchend aus den Wogen.
Ein FQlircr.
Und wieder ïag und Niichte schwanden, Kein Zeichen wecket neu den Mutli Dass es das Ziel verküude. â
Doch seht! welcli wunderbares Leuchtcn Am Horizont erscheint! â
1st es das Land , das heissersehnte ! â Doch nein , mit süssem Wahne tiiuschet Des Meeres scliwankend Truggebild Der Wuuderfee Morgana; â
Wie nimmt es mir den Sinn gefangen Wie zieht's mioh fort mit ïraumsgewalt : Eilande, wie Kleinode Erglanzen aus dem Blau,
AVie nach dem Heldentode Steh' ich in sel'ger Schau' : Wie spiegein auf den Wogen In strahlend hellem Schein.
Sich praeht'ge Marinorbogeu ünd dunkier Palmenhain. Und Frau'n, wie sie in Traumcn. Der Schlafer kaum erseliaut,
24.
Ruh'n unter Blüthenbaumen Und wiiiken süssvertraut.
Bald sind sie wie Walkuren So stok; dann wieder hold ,
Als gait's den Eeigen führen Verlieissend Minnesold. â
Und weit öffnet sich die Halle Bei stolzem Harfenklang;
Einziebn wir Helden alle Mil. lautem Jubelsang. â
Der Traum entschwand, der Zauber ist zerflossen , Und immer endlos sclnvillt die Flutli. â
Es droht der Sturm, die Wogen rollen Und finster malint des Himmels Zorn.
(zu Coluiuljus)
O Herr, lass ab von lioffnungslosem Wagen, Zur Heimath führe uns zurttck !
Chor.
Zuriiok ! zurück ! zur Heimath ! â
Es tobt der Sturm, es braust das Meer, Die Wogen drauen rings umher,
Gestalten sich zu Grüften,
Das Aug' kein rettend Land erspaht ünd unser Hülferuf verweht Pruehtlbs in oden Lüften !
Zurück, zurück! zur Heimathflur Auf nehmen wir die lliehtung,
Hier auf der Wogen weiter Spur 1st Tod nur und Verniehtung!
Zurück ! zurück ! zur Heimath !
Colu mbiis.
O haltet aus ! zeigt kühnen Mannesmuth ! ])en ihr so oft bewiihret ;
Wenn unser Schiff audi wankt und kracht Und rings der Abgrund gahnt und klafft , Es winkt uns bald des Sieges höehste Krone ! Nur kurze Zeit noch traut dem Wort ; Ich schau's im Geiste immerfort,
Eucli steigt das Land im Westen dort Beim nachsten Morgenlichte.
Chor.
Vertrau'n wir noch dem kühnen Wort : Er schaut's im Geiste immerf u't,
Uns steigt das Land ira Westen dort Beim nachsten Morgenlichte,
1 N ï E R M E Z Z O (Xachtstück). Fiilirer.
Der Morgen grant, die lange Nacht ist hin ;
Und fern im Osten kündet sich
Des neuen Tags Beginn.
O lasset uns den Bliek erheben
Zu Gott hoch über'm Sternenzelt,
Auf dass er iIülf' und Gnade sende
Und unsre Noth und Zweifel ende.
Fiihi'ei' und Chor.
Dein Auge, Herr, das nimmer ruht Sieht doch der armen Schift'er Noth ,
Wacht über Erd' und Meeresfluth Und weiss , was alles uns bedroht. Du ebnest uns die grause Balm , Durehglühest uns're Brust mit Muth, Und führst zum Ziele Schiff and Kahn , Denn Dir gehorcht die wilde Fluht. â
SONNENAUFGANGr.
Fiilirer.
O seht! was hebt sich dort ira Morgenschein !
Was strahlt im Sonnengolde !
1st es Gewölk, ein Palmenhain ?
Morgana , jene Holde ?
Neoket sie wieder rait süssem Wahn ?
Zieht unser Schift' die Zauberbahn ? â
Nein , Nein !
Nicht mehr ist's Tauschung,
Es ist keiu schwankend Zauberbild â
Es ist das Land , das Heissersehnte !
Clior
Es ist das Land , das Heissersehnte 1 Das Land ! das neue Land !
Es winket nahe schon der Strand , Der Zweifel ist verschwunden ,
Die neue Welt gefnnden 1 â
Nun Lob und Dank sei Gott dem Herrn Und Preis ihm bis in Ewigkeit! â
36
Columbus.
Auf Dit', jungfrauliclies Gestae! ,
TVir pflanzen uns're Fahnen , Wir streuen hier die frisclie Saat, Wir offiien hier der Heldenthat, Dem Streben neue Bahnen! Des Geistes Leben soli dir bliihn , Soil edte Frucht entfalten ,
Sein Dunken soil hier zünden llt;ühn, Soli hier im Heldenkampfe sprühn, Zura Lichte sieh gestalten !
Chor.
Heil! Columbus Heil!
Heil dir, Preis und Dank ! Der durch die Meere sonder Wank Die Idihne Bahn gebrochen ! Ob wir den Grossen aueh verkannt, Er fülirt uns doch zum Wunderland Das er uns eh' versprochen !
Heil! Columbus Heil!
Heil Dir ! Preis und Dank !
Solostimmcn und Chor.
Hier auf der Freiheit beil'gem Grund Erblühe süsser Saug,
Erklinge frei aus Herz und Mund Der reinste Liederklang;
Gesange voll von heü'ger Gluth , Voll stolzer Wogenpracht, Sie gleichen deiner Ströme Fluth An Fiille und an Pracht.
Sclilussclior.
So weit dein freies Banner wallt Am fernesten Gestad' â
Der Strom des Liedes wiederhallt Und weckt zu grosser That. Es brause fort mit macht'gem Klang Der Freiheit stolzer Hochgesang! â
^ujcc-
op Donderdag, 24 October 1889, te uur,
met welwillende medewerking van 11.11. Werkende Leden der Vereeniging ulan van Beers.
PROGRAMM A.
Feestzang I eu VI. (Koor)......Mart. J. Bonman.
Schetsen van een1 trouwdag.....E. Laurillard.
Voordracht van den Heer J. G. ANDBIESSEN.
Sa.a. Der frolio Wandorsmann.....F. Mendelssohn.
h. Quartett aus der Posse âDie falsche
Pepitaquot;.........Ad. Miiller.
Kwartetten door de H.H. A. J. HALLEBEEK. C. C. EEISIN-(xER, J. VAN OTEGEM en 0. KOSSEN.
Do gelukkige..........Helvetiusv.d.Bery.
Voordracht van den Heer J. N. MULDER.
f a. In Zee...........K. Mestdagh.
| h. ,,Beliüt' dicli Gott,quot; Abscliiedslied ( aus âDer Trompeter vonSackingenquot;. Victor E. Nessier. Tenor-solo door den Heer Ph. 1'. RUIJSCH.
j a. Napoleon Bonaparte......Van der Horst.
I h. De lachlos.........E. Laurillard.
Voordrachten vau den Hoer 0. li. GIIOOTE WOOHTMANN.
( a. Hymne an König Cambrinus . . . G. Zalm.
( h. quot;NValzer...........Fr. Aht.
Dubbel-kwartet door de H.H. J. WJLBIÃNK, P. HEIJKAMP, H. v. OORT, W. ïWAALFHOVEN, G. SMIT, H. SMIT, 0. KOSSEN en B. VAN STRAELEN.
Fragment uit hot Orat. âDo Jaargetijdenquot;. J. Haijdn. Tenor-solo door den Heer ÃRLUS.
28
P A ü Z JS-
9. Banierzang. (Koor)........Eich. Hol.
i a. Recitativ und Arie aus das Orato- I F. Mendelssohn jq | rium âEliasquot;........I Bartholdy.
h. Egoïsmus..........Bern. J. A. Held.
Tenor-solo door den Heer L. DöRR.
11. Der Spcisczettel..........Carl Zöüner.
Kwartet van de H.H.........
12. De politieke baanveger.......De IFinter,
Voordracht van den Heer H. A. VAN DER KARST. ( «. Finnisches Reiterlied......Jos. A. Mayer.
13.
( h. Drinckliedeken uit de 17dc eeuw . . Mart. J. Bouinan. Bariton-solo door den Heer M. J. VAN DAM.
I «. Verlangen..........G. A. Heinze.
14- Noach..........A. W. Wijthoff.
Kwartetten door de H.H. L. DöRR, J. Pu. RIEMENS, N. J. MULDER en M. J. VAN DAM.
15. Een lied, dat als een nachtkaars uitgaat, E. Laurillard.
Voordracht van den Heer W. DE HAAN.
IC. Die Drillinge..........Bich. Genée.
Trio door H.H...........
G A S ï N O.
fell31 ilijl* liiug!|iuniiiei;3.
FEESTZANG.
Woorden van Jac. Philippi.
Muziek van Mart. J. Bouman.
Koor 1.
Op, Zangers, op! en feest gevierd ,
Uw sehoonsten toon, uw liefste zangen, Uw feestgewaden omgebangen,
Uw vaan met lauweren gesierd!
Vermeldt liet luid, vermeldt met kracht, Wat schoons en êels in veertig jaren, Op kunstgebied gij mocht ontwaren ; Hoe eendracht moeder is van macht!
Koor YL
Harmonie! ons eenheidsteeken ,
Kern van ons geliefd blazoen , Zinnebeeld van onze leuze,
Die wij heden hulde doen,
Elijv' als nu ons steeds omstralen ,
Geef ons steeds die lust en moed , Die bij strijd en zegepralen Moeite en zorgen rijk vergoedt.
§ER FRO HE lt;||ANDERSMANN
Musik von Felix Mendelssohn-Barlholdy.
Wem Gott will rechte Gunst erweisen Dem schickt er in die weite Welt. Dem will er seine Wunder weisen
In Berg und Wald und Strom und leid.
30
Die Baolilein von der Bergen springen , Die Lerelicn sclnvirren hoeli vor Lust. Was sollt ioli nicht mit ilmen singen Aus voller Kehl und frissclier Brust.
Den lieben Gott lass ioli nur wallen;
Der Biichlein, Lerchen, Wald mid Peld, Und Erd' und Himmel will erhalten, Hat aucli meiu Saeli auf's Best bestellt.
Komische Serenade
aus der Posse
âDIE FALSCHE PEPITA.quot;
Musik von Ad. Muller.
0, Pepita !
Hör' die Bitt'a,
Tanz die Madrilena Und dann den g'wissen Den Tanz El oje ! 0 , Pepita!
W oorden van Eug. van Oijo.
Muziek van K. Mestdagh.
De zee is kalm gelijk een meer, En laclit de zoenende zonne weer
Als een verliefde tegen ; Het windeken in de zeilen waait En dartelend op liet water zaait Eeu tintlenden sterrenregen.
Kom , Liefje , rust hier, aan mijn zij' , En leg uw hoofdje op 't lierte mij ,
Uw handjes in mijn handen .... Zoo mogen wij samen droomend beid' En ziel in ziel, aan de eeuwigheid In liefdesluimer landen !
31
O ! droomen , droomen 't leven door ! Mijn' Lieve , zie die vonklende voor
Gesneen door liet bootje in de golven; Zoo laten de droomen der liefde , ja , Hun sterrenbezaaide spoor ons na , In 's levens zee gedolven.
BeMt' (M Gott, es war zu selion gewesenquot;
WERNERS ABSCH1EDSLIED
gt;
AüS
âDer Trompeter von Sakkingen
Mnsik von Victor E. Nessier.
Das ist im Leben liasslich eingeriohtet,
Das bei den Rosen gleich die Dornen steh'n,
Und was das arme Ilerz auoli sehnt mul dichtet,
Zum Schlnsse kommt das Von-einander-geh'n.
In deinen Augen liab ioh einst gelezen,
Bs blitzte d'rin von Lieb' und Glüok ein Seliein ;
Eehüt dich Gott! es war' zu soliön gewesen ,
Behüt dich Gott! es hat nioh sollen sein !
Leid , Neid und Hass, aueh ich hab' sic empfunden ,
Ein sturmgeprüfter , müder Wandersmann ,
Ich traumt' von Erieden dann und stillen Stunden ,
Da führte mich der Weg zu dir hinan ,
In deinen Armen wollt' ich ganz genesen ,
Zum danke dir mein junges Leben weih'n ;
Behüt dich Gott! u. s. w.
Die wolken fiieh'n , der Wind saust dureli die Blatter,
Ein Regensohauer zieht durch Wald und Eeld , Zum Abschiednehnaen just das rechte Wetter ,
Grau wie der Himmel steht vor mir die Welt,
Doch, wend' es sich zum Guten oder Bösen ,
Du schlanke Maid , in Treuen denk ich dein ââ¢
Behüt dich Gott! u. s. w.
FrapBt til lel Oratni ,.3e JaarptljJenquot;.
Woorden van Anth. L. de Hop. Muziek van J. Haydn.
Ree: Gekluisterd ligt het spieg'lend meer, gestremd in zijnen loop is de stroom; omhoog van de hellende rotsen hangt versteend tot ijs de waterval. In 't dor geboomte klinkt geen lied; de velden dekt â de dalen vult een zware, dichte vlokkenlast. Der aarde beeld is nu een graf, waar kracht en lust in nederzonk; waar doodskleur alles valer tint, en waar de blik, van wijd en ver slechts droeve woestenij aanschouwt; â
Aria : Daar vraagt dc pelgrim dan Zich twijflend, angstig af Waarheen zijn voet zich riehten moet.
Vergeefsch zijn zoeken naar den weg,
Hij speurt in 't ronde pad noeh spoor ;
Vergeefs volhardt hij, kloek van geest;
Hij waadt al dieper door de sneeuw ,
En raakt al meer en meer verdwaald.
Dan wijken hoop en moed,
En vrees bestormt zijn hart Nu hij den dag reeds dalen ziet.
En koude en pijn en slaap Hem elke spier verlamt;
Maar plotseling treft zijn starend oog De scheemring van een vriendlijk licht;
Dan keert op nieuw de hoop ,
Van vreugde klopt zijn hart,
Hij gaat, hij ijlt naar 't kluisjen heen.
Waar d' armen zwerver laafnis wacht.
33
OPGEDRAGEN AAN DE
JJtrechtsche JAannenzangvereeniging.
Woorden van C. Kossen. Muziek van Rieliartl Hol.
Komt zangers, schaart U om'de vaan,
Oiulioog Uw' strijdbanier!
En volgt haar op Uw' zangersbaan,
Als mannen trouw en fier.
Zingt haar ter eer' Uw' schoonsten toon,
Vol geestdrift klink' Uw zang ;
Dat d'eêlste kunstzin in U woon ,
Toont dit Uw leven lang !
Omhoog thans vaan, wees blij begroet,
Door ons, om U vereend ;
Behoud in ons de kracht en moed ,
Door eendracht ons verleend.
En gaan wij , zangers , naar den strijd ,
Uien ons de zangkunst biedt ,
Waar Gij dan , vaan , de leidsvrouw zijt, Schalt luid' ons broederlied !
Waai fier dan op , ontplooi U vrij ,
Omhoog dan dierbre vaan ! Der kunst tot eere heffen wij Onz' schoonste zangen aan.
Wees ons een hechte broederband ,
Verzei ons, waar wij gaan ; Wij zijn, der kunste nauw verwant. Steeds trouw aan onze vaan !
34
Recitativ und
/ â
aus
das Oratorium âE L IA Squot;.
Musik von P. Mendelssolin-Bartholdy.
Eecitativ.
Zerreisset eure Herzeu, unci niolil euve Kleider! Um unsrer Simden willen hat Elias den Himrael verselilossen, duroh das Wort des lierrn ! So bckehret cuoh zu dem Herrn, eurem Gott, denn er ist gnadig) bannherzig, geduldig und von grosser Güte, und reut ihn bald der Strafe_
A l ie.
//So ibr mieli von ganzen Herzem sucliet, so wil icli mieli finden lassenquot;, sprieht unser Gott. Acli! dass icli wiistte, wie icli ibn finden, und zu seinem Stuhle kommen möchte!
Mg©l ©mi©.
Woorden van P. A. de Gcnestet. Muziek van Bern. J. A. Eebl.
Geef een meisje bruine lokken ,
Lippen , nimmer moe of bang Om te kussen en te jokken
Heel liet lieve leven lang ;
Kozenblosjes , sneeuwen handen ,
Hemelsehe oogen , elpen tanden ,
Ranke leest en vluggen voet ,
Armpjes om er in te vliegen ,
Of een kindje op te wiegen ,
En een blij gestemd gemoed.
Lieve Hemel, hoor mijn beden ,
Geef haar zachtheid , stille trouw ,
En die duizend kleinigheden ,
Die zoo lief staan in een vrouw.
Kleine zonden , teedre nukken ,
Die een gloeiend hart verrukken ,
Liefdes dartle poezij ;
Geef haar wat zich de eng'len denken En uw rijkste gunst kan schenken ,
Eu dan â Hemel, geef haar mij !
Her ^peisezettel.
Musik von Carl. Zöllner.
Marqueur !
Mein Herr ! Was giebl's fiir lieut ? Mein Herr ! zu dienen ;
Fricasse von Kalbfleiscli;
Blumenkohl mit Eundfleisch ;
Sauerkraut mit Scluveiuefieisch ; SchöpsenfleisrL mit Welsehkraut. Bratwurst; Omeletten ; Beefsteak ; Cotteletten ; angeschlagnen Kalberstoss; Schöng'efüllte Taube;
Schinken mit Kartoftelklos ;
Lerelien und Eagout,
Krautsalat mit Karpfen ;
Allerlei mit warmen Henna.
Priselie Macaroni; rohen Schinken ; Cervelatwurst; marinirten Kering ;
Laohs mit Eeraoladensauce ;
Nieren ; Hasen ; Einderbraten ;
Enten ; junge Hiihner ;
Eingemachte Pflaumen ,
Preiselbeeren ; Aepfel;
Sellerie ; salat.
Hinterher Butterbrod , Schweizerkas.
Portion : fiinf Grosch'n gut Geld. Wiinsche wohl zu speisen !
Musik von Jos Anton Mayer.
l)u sohneeiger Norden . du viiterlich Land , Da glimmt unser Herd an dem stürmischen Strand, Da vvuchs an dem Sohwert hart wie Slahl miser Am Da glüht unsre Brust fiir die Ehre so warm! Wie trankten an der Neva unser scliraubendes Eoss , Es schwamm duroh die Weichsel , ein trcuer Genoss
36
Es trug iiber'u Rheiii den Stabl scharf und blank, Das Kaisers Wohl i:! der Donau es trank.
Es mundet uns Reitern der feurige Wein ,
Gereift von der Sonne mit glüb'nderem Seheiu Wir leeren das Glas auf der Heimat AVobl,
Da wird uns das Herz von der Sehnsucht so voll.
Niclit lang an die Heimat, die tlieuro gedaebt!
Es ruft. die Trompete uns Keiter zur Schlaclit,
Es flaitern die Pahnen , es zittert der Grund ,
Es donnern Kanonen mit eheniem Mund.
AVie lioeb das Nordliciit fern an Finnlands Himmel erstralilt,
So blutrot vom Kampf die Erde sicb malt,
Drum ist uns so wolil im Kampf, in der Scldaclit,
Sie mabnt an des Nordlandes liorrliobe Pracht.
Es kümmert beim Kilt Schutt und Asolie uns nicht,
Es sprüht aus den Hufen hellfunkelndès Licht,
Es blitzt unser Hieb wie der Sonne wohl ,
Die Preiheit geht aus von dem leuchtenden Pol.
Du schneeiger Norden , du vaterlieh Land ,
Da glimmt unser Herd au dem stürmischen Strand , Da wuchs an dem Sohwert hart wie Stabl unser Arm , Da glüht' unsre Brust für die Ehre so warm !
Und fflhrt uns nach der Heimat einst das wechselnde Glück, Wir bringen die Ehre mit nach Pinnland zurück ;
Laut schall'es, wie einst am heimischen Strand ;
z/Gott schützc den König und das 'Vaterland!quot;
'SirrjaïjHi'ö übamp;em il-i lt;3© ti* ®mwa
Muziek van Mart. J. Bouman.
Er sai een oud manneken van tachentig jaren
In 't hoeckjen van den haerd met 't lijf vol flerecijn , Dc dokter die raedde 'em , wou hij wel varen ,
Hij sou 'em toch wachten van den Eijnschen wijn. //O Kijnsche wijn ,
«Gij maakt geen flerecijn ;
//lek moet, sei dat oud manneken ,
//Nog drinken eens een kanneken ,
//Nog eensjens vroolijk siju.quot;
37
Dat manneken dat soi: //lek sal den wijn niet sparen , Al sou ick daerom lijden noch soo groote pijnquot; ,
De dokter daar weer tegen, met tieren en met baren: //Soo wil ick niet langer jou dokter sijn.quot;
wO Rijnsche wijn enz.
Dat manneken sei weêr: âAl sou ick qualijck varen, Ick drinck toch te garen een teugjen llijnselien wijn.quot;
De dokter daer tegen: //Hij sitt,' dau op de blaren , Die lust sieh te branden: ick hou liet voor venijn.quot; O Rijnsche wijn enz.
Het manneken liet schenken een teugjen van den klaren , En bracht het aen den dokter den grooten medicijn ;
Terwijl dat men song en speelden op de snaren .lïen liedeken ter eeren van den Rijnsehen wijn: O Rijnsche wijn enz.
VERLANGEN.
Woorden mn J. Lgt;. Heije. Mosick van G. 4. Hanze.
Waarom zwelt go tecdre knop
Reeds in de eerste lentedagen?
Waarom beurt ge uw stengel op?
Vreest ge niet de voorjaarsvlagen ?
ïeedre bloem mistrouw den gloed.
Die zoo vroeg u bloeien doet.
Waarom klopt ge jeugdig hart
Reeds zoo vroeg met sneller slagen?
W aarom t lot zoo vroeg getart ?
Al te onstuimig is uw jagen;
tedre polsslag stookt den gloed.
Die u vroeg verteren doet.
38
N 0 AG Hx
Woorden van G. B. Heijdeman. Muziek van A. W. Wijtliolï.
Laat water drinken , wie dit wil,
Wij vrienden vinden 't al te kil ,
Wij wenschen wijn te drinken.
Hier laten wij liet water _ staan ,
Dat is een drank voor kip of haan ,
Met wijn slechts kan men klinken.
En daarom hiep , hiep , hiep , hoera !
Voor Noaoh onze Grootpapa !
Ja vrienden ! als men 't wel beziet,
Zat Noach zoo fideel toch niet,
Toen hij voor 't eerst probeerde ,
Den door hem uitgevonden wijn !
Ui] dronk alleen als fetoïcijn ;
''t Is wonder, dat hij 't leerde.
En daarom hiep , hiep , hiep , hoera .
Voor Noach onze Grootpapa 1
Kreeg een van ons de waterkuur , Hij steil' zijn zitplaats dan te huur ,
Bij feest en drinkgelagen.
Maar die een glas verdragen kan ,
Hij is bij ons de rechte man ,
Juist hij kan ons behagen.
Hij breng een hiep , hiep , hiep , hoera. Aan Noach onze Grootpapa!
DIE DRILLINGE.
Wir sind nicht blos Zwillinge Sonderu wir sind Drillinge,
Waren wir nur Zwillinge ,
So war 'n wir g'wis nur Zwei,
Aber weit wir Drillinge,
Sind wir misver Drei.
39
Ick bin der Stanislaus.
Ich bin der Wenzeslaus.
leb bin der Nieolaus.
Ganz gleioli erschuf uns die Natur! Unsre Ohr'n und Nasen sind gleieb lang
Eins ist bei uns versehieden nur Das ist unsrer holden Stimmen Klang, Ich singe den Tenor!
Ich singe Baryton !
Und ich, ich singe Bass!
Waren wir uur Zwillinge,
So gab das ein Duett;
Aber weil wir Drillinge So wird es ein Terzett.
Wo man erblickt den Stanislaus Da komt auch bald der Wenzeslaus Und Nieolaus bleibt auch nicht aus, Allein hiilt 's Keiner lange aus.
Und macht Scandal der Stanislaus, So kriegt auch Prügel Wenzeslaus , Und Nieolaus wirft man hinaus,
Doch Keiner macht sich was daraus !
Wo Schulden macht der Stanislaus Da pumpt aueh stets der Wenzeslaus Wo Liebe fühlet Stanislaus Da macht die Cour auch Nieolaus.
Wir theilen Alles brüderlich Und Keiner bat Etwas für sich!
Denn Wir sind nicht Zwillinge Sondern wir sind Drillinge u. s. w. Stanislaus, Wenzeslaus, Nieolaus!
_