ósb Ttr, i'l
/,
l
QJsS f
e^s?
t 1
^ 17
DE VEREEN1GING
TOT
MÃÃEDEHII
TE
ASSEN,
ï%
tl If
if
HAAR ONTSTAAN EN HAREN WERKKRING
GESCHETST DOOR
/VI, fA. po HEN jj^.
I'i'osident flier Vei'eenmino
.-i
mï:
f! » | -: g
.LIXtiK GUATAMA - 1880.
__,
â ' ' ti-
I
\ lt;r
ASSEN
DE VEREENIGING
TUT
mOPiDÃM ÃM TOCTELMÃ
TE
ASSEN,
HAAR ONTSTAAN EN HAREN WERKKRING
GESCHETST DOOR
JA. JA. pO HEN
President dier Vereeniging.
ASSEN â WILLTNGE GRATAMA - 188(:.
i:.
VOORREDE.
Er zijn sedert het opstellen van de korte mededeeling van het ontstaan en den werkkring onzer Vereeniging eenige jaren verstreken, waarin vele omstandigheden een keer hebben genomen, en vele gezichtspunten eene andere richting hebben gekregen.
't Is dus mogelijk, dat bij de lezing er van deze of gene opmerking zal worden gemaakt; toch was ik van oordeel, aan de oorspronkelijke tekst niets te moeten veranderen en deze te leden zooals zij vroeger werd opgesteld.
Ik wensch terug te 'geven de zienswijze welke ons geleid heeft tot het nemen van het besluit, om zoodanige Vereeniging als de onze in 't leven te roepen.
Dien ten gevolge werd deze schets bij de Bestuursleden rondgelezen, en later aan eene Commissie van vier leden, de Heeren: Mr. A. ten Oever, H. Russcher, H. Poelman en H. 0. Winters, ter beoordeeling gegeven.
In eene algemeene vergadering bracht die Commissie een aanprijzend verslag uit, tevens voorstellende om het boekje voor rekening der Vereeniging te leden drukken en aan ieder lid één exemplaar uit te reiken.
Dat deze Vereeniging in bloei moge toenemen, is de wensch van
M. M. COHEN Jr.
Assen, 9 Februari 188G.
1.
VEREENIGEN!
Om de rechtsbedeeling in iederen Staat zóó in te richten of af te ronden, dat niemand in de toepassing er van zich gekrenkt, verkort in zijne rechten gevoelt, is niet alleen moeielijk, maar bijna, nu de eischen van onzen tijd bij den dag stijgen, onmogelijk. De wetgevingen der verschillende volkeren hebben er naar gestreefd den wensch van velen in den lande te bevredigen. Hebben die wetten aan dien grooten aandrang van die rechtmatige of onrechtmatige eischen kunnen voldoen; â hebben zij de ontevredenen voldoening kunnen schenken; â hebben niet velen geklaagd over de beperking van hun recht?
Bij voortduring bleef in de toepassing er van een zekere onregelmatigheid bestaan, die geene bevrediging voor iedere partij of richting kon opleveren. De ontevredenheid over gekortwiekt recht is de roep van den dag. Onverholen verheft zij hare stem, om met klem, met alle kracht haar eigen, zoodanige eischen te stellen, die, werden zij ingewilligd, meermalen onheil zouden berokkenen, daar zij, bij bedaard overleg, voorgelicht door 't verstand, gewis werden afgekeurd, omdat zij door onbesuisd geestdrijven in 't leven traden en dus een beklagenswaardige figuur maakten.
Zoo kan 't zijn, dat in een en denzelfden Staat, onverschillig waar, partijen ontstaan, verschillende in zienswijze of richting, wier eisch-snaar zóó hoog is gespannen, dat zij een wanklank in de harmonische stemming met de overige snaren op 't zelfde instrument voortbrengt, waardoor zelfs het verstopt gehoor van een Beethoven verschrikkelijk wordt getroffen. Bij cle voorlichting van den
6
fakkel der wetenschappen, waardoor de ontwikkeling der Europeesche natiën naar juisten prijs kan worden geschat, ontwaart gij, hoe verbazend uiteenloopend somwijlen een en 't zelfde recht wordt toegepast. Duidelijker stelt gij u de betrekking van den mensch tot zijn recht voor, als gij u denkt iemand, die één jaar 't burgerrecht heeft in Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Rumenië, Griekenland, Rusland, Pruissen, Nederland, Belgie, Engeland, Frankrijk of Spanje. Welk resultaat zou 't u opleveren op rechtskundig gebied? Vat of liever vereenzelvig nu eens met het rechtsbegrip dier volkeren ook de idéé van deugd, en stel, dat dan ook op de aanschouwing dier deugdbasis het nationaal wetboek is geschoeid, â welke verrassende uitkomst zou u dit opleveren ! ? Hoe hebben zeden en gewoonten daarop ver-bazenden invloed uitgeoefend! Romulus kon dus zijn broeder opofferen, â Brutus zijn zoon laten onthoofden,â een Solon den kreupele, den zwakke, den oude, den hulpbehoevende aan zijn idéé voor vaderlandsliefde prijs geven.
Nemen we nu zoodanige indrukken in ons op, bij die wijze van wereldbeschouwing in 't algemeen, â niet minder is 't van belang, als wij dien cirkel in engeren kring samentrekken, onze aandacht op Nederland vestigen. Is er in Nederland sedert de grondwetsherziening in 1848 bevrediging onder de partijen ontstaan; â heeft die nieuwe wetgeving er in kunnen slagen, verzoening der verschillende richtingen te bewerken'? Uit het midden van Neêrlands volk verheffen zich vele en velerlei stemmen; zij eischen dringend wetsherziening ! De bestaande wetten zijn dus onvoldoende; â zij schenken geene voldoening aan onze eischen; â zij kunnen ons niet meer bevredigen. De een wil weder terug hebben wat hij eenmaal bezat; â een ander wil behouden al Vat hij tot nu toe had; een derde wil alles bezitten wat hij ziet.
Aan wiens zijde is 't recht ?
Lezer! Zijt gij onbevooroordeeld ? Welnu, laat dan kalmte uw richtsnoer zijn, houdt hartstocht of verblindheid verre van u. In 't bespreken van wat recht of onrecht is, zij men niet te streng of te wreed. Wij hebben ons dus
7
opzettelijk onthouden, om verder daarover in bijzonderheden uit te wijden. Onze bedoeling is 't slechts, opmerkzaam te maken op hoedanige wijze men komt tot het besluit, dat de bestaande wetten, volgens onze bescheidene meening. slechts overgangsmiddelen zijn naar een ander, beter tijdperk. Wvj haken naar een tijdstip, waarin 't licht op den kandelaar geplaatst, onophoudelijk doorbrandt, om de ontwikkelingsperiode van volkswelvaart te blijven voorlichten en bestralen!
Landswetten behooren dus, bij de kern van 't volkerenrecht, vooral dat van den burger van den Staat in zich te bevatten, opdat het vrij en onbeperkt op zedelijk gebied kunne ontwikkelen. In de Nederlandsche wetgeving is die gelukkige idéé aanwezig; â in Nederland is vrijheid van, godsdienst; â vrijheid van drukpers; â vrijheid van onderwijs; â vrijheid tot vereenigen, enz. enz. De wetgeving heeft dit alles in enkele trekken in 't groot afgerond; aan den burger is 't, die de orde en 't welzijn van 't geheel wenscht te bevorderen en daartoe wil medehelpen, om zich in betamelijken ernst te schikken. Maar, dit of dat bevalt hem niet in de rechtsbedeeling. Dan bestaat er gelegenheid, om zich onderling met zijne geestverwanten te verstaan, en om zich zoodanig openlijk tot eene vereeniging te vestigen. De een beweegt zich op 't gebied der schoone kunsten en der wetenschappen; â een ander tracht veeteelt en landbouw tot betere ontwikkeling te brengen; â een derde wil den bloei van handel en scheepvaart bevorderen, een vierde om 't belang van den nij veren werkman voor te staan, en zoo is ieder op zijne wijze ijverig werkzaam, om 't heil des volks te verhoogen, zoo mogelijk tot een vroeger ongekenden gelukstaat op te voeren. Zóó worden stoom, spoor en telegraaf dienstbaar gemaakt tot bevordering van verschillende doeleinden. Zoo blijkt uit de samensmelting van elders bijeengevoerde krachten, dat ze, doel matig aangewend, zeer nuttig werkzaam kunnen zijn. Zóó blijkt het ons immers eveneens uit de samenstelling van weldoordachte en in werking gebrachte mechanische toe stellen. Maar, evenals bij die kunstgewrochten, wanneer
8
er slechts één haakje uit de oorspronkelijke ligging geraakt, de werking der machine staakt, en .... wie kan dan berekenen hoeveel schade of onheil daardoor wordt veroorzaakt? Zóó is ieder werkdadig mensch een onmisbare schakel van den grooten keten der samenleving; â hij kan door deugd en plichtsbetrachting zegen aanbrengen, zooals hij door ondeugd en plichtsverzaking schade berokkent. De boom der kennis van goed en kwaad spreidt immers tak en twijg naar alle richtingen uit. De gedachte en het ten uitvoer brengen verdringen elkaar onophoudelijk (1). 't Is de eeuw der snelheid, 't Ros liep te langzaam, men bracht stoom voor den wagen ; â de stoom was te traag en men maakte de electriciteit tot zijnen bode; â onder en boven den grond baant men wegen. Ongelukkig hij die droomt en door onachtzaamheid op den middag slaapt. Er is eene sage van C h o n i e uit Megalla, die in zijne jeugd zeer beroemd was, doch hij legde zich ter ruste; â hij sluimerde in en slaapt gedurende 70 jaren. Hij ontwaakt; â de wereld is hem intusschen onbekend geworden. Paden en wegen waren verlegd, 's menschen bedrijf bood hem onbekende verschijnselen aan. Nu waande de arme man zich ongelukkig in de hem nieuw geworden wereld; hij wenschte liever te sterven, dan een leven te leiden, waarin hij zich niet meer gelukkig gevoelt, niet meer kan schikken, geen levenslust meer heeft! In die sage ligt eene groote levenswijsheid. Hij, die zijn leven in sluimerende traagheid slijt, dien gaat het evenzoo als 't C h o n i e ging ; â hij gaat eenzaam en verlaten te midden der wereld, welker eischen hij niet beseffen, welker vorderingen hij niet bevredigen kan. Wel hem, die den wil bij de kracht om te werken paart, die steeds met vernieuwde, vertienvoudigde spierkracht vervult en die gelukkig aanwendt; â doch tcee hem, die zoo lang roept; âde dag is nog langquot; totdat eindelijk de zon in de westerkim van zijn levenswandel daalt, de avond met zijne zwarte schaduw en donkere
(1) Zie onze Sansinnir-, uitgave van C. v. Gorcum Braaksma, Assen, 1866.
lt;)
schemering daar is, waarin hij, diep bewust van zijne schuld, doch te laat, op zijne mislukte levenshaan, zijn verzuimd dagwerk, terugblikt. Een der bitterste vloeken is 't, des avonds te zeggen: â Och, ware 't eerst de morgen van mijn leven!quot;
Zal dus eene vereeniging goed kunnen werken, dan moeten de leden er van homogeen in hunne beginselen zijn, en moet ijver en liefde, om de eenmaal opgenomen taak met lust te volbrengen, allen bezielen; â daar, waar 't eene lid in zijne krachten te kort schiet, moet hij door 't andere meer krachtig lid worden ondersteund, opdat allen in alles als 't ware, gelijktijdig samenwerken om 't beoogde einddoel te bereiken. Leden, niet hetzelfde beginsel der vereeniging toegedaan, behooren zich daaruit te verwijderen, of daaruit te worden verwijderd, of de toetreding worden geweigerd. Schijnbaar bevat deze stelling iets strijdigs; denkt men echter aandachtig over 't belang eener vereeniging na, dan treedt de waarheid er van duidelijk voor den geest. Gesteld : Er bevinden zich bij u twee of drie leden van eene tegenovergestelde richting, die bij herhaling in do vergadering tegen alle voorstellen werken, met de bedoeling om 't goede, dat uwe vereeniging beoogt, te verijdelen, opdat het voorstel der tegenovergestelde partij des te beter worde gehandhaafd, haar pogen en streven meer kans tot welslagen hebbe! Hoe denkt gij omtrent de wenschelijk-heid om zoodanig lid in uwe vereeniging te blijven behouden?! Nog een ander voorbeeld. Is 't mogelijk, dat in eene kerk op één en dezelfde plaats, op één en 't zelfde oogenblik de godsdienstoefening van de R. K. met de Hervormden kan plaats hebben ? Wat gaf aanleiding, dat de torenbouw van Babel moest worden gestaakt? Het misverstand!
a. De Vereeniging.
Waaraan is onze vereeniging haar ontstaan verschuldigd? De diep betreurenswaardige indrukken van het schadelijke
10
der onheilspellende uitwerkingen der commune te Parijs lagen nog versch in ons geheugen; â 't schrikwekkend beeld van toen spookte nog bij voortduring voor onzen geest; â alom zag men in den lande werkliedenvereeni-gingen in 't leven geroepen, wier bestaan, zoo althans schetste men die ons, in onze verbeeldingskracht even gevaarlijk voor ons waren, als dat der commune te Parijs is geweest. Men waande in iedere afdeeling er van eene vertakking van die gevreesde commune te zien; â men vreesde in ieder lid een roover, een moordenaar te ontwaren ; â men vreesde ook in Nederland de ziekteverschijnselen van die alles verpestende plant te zien ontkiemen. Wantrouwend bespiedde men hare beginselen; â 't was niet anders dan dat men met leede oogen en weerzin de uitbreiding van soortgelijke vereeniging zag toenemen. Het vooroordeel vervolgde haar en trachtte hare opkomst te bemoeielijken. Men vreesde hare vestiging ; â men maakte zich angstig voor 't onkruid, dat zij zoude voortbrengen. In 't kort, men waande, dat de commune in haar volle verschrikking in aantocht was, om zich in haar verpletterend alvermogen op ons te slingeren, om ons te vermor-selen. Men waande, dat elke vereeniging, door den arbeidersstand in 't leven geroepen, als de tak zoude zijn van den zuiveringsboom, door God zelf aan Mozes aangetoond ; het middel, om al 't bittere der maatschappelijke toestanden, vooral tusschen kapitaal en arbeid ontstaan, uit den weg te ruimen, om, door 't geweld dier tuchtroede 't verbroken evenwicht te herstellen, â zij zoude, ja! zij moest herstellen â bon gré mal gré â de verstoorde wereldharmonie, â maar, haar loftrompet kondigt roof, moord en plundering aan, en dat bazuingeschal klonk velen onwelkom in de ooren.
't Baart dus geene verwondering, dat men over 't algemeen haar eerst gehoudene meetings met eene niet te verklaren vrees bezocht; â men dacht zich bijna niet veilig om te midden van hun gezelschap te verschijnen; â men zag bijna in den broeder een vijand ! Welke verschrikkelijke gedachte ! Hij, die een andere richting dan de onze
11
is toegedaan, zou men kunnen haten ?! Welk een ontee-rende bladzijde in 't geschiedboek der menschheid! Doch, geheel ongegrond was toen die vrees niet. De sprekers, die toen eerst optraden, om 't voornemen van den arbeider in te leiden, maakten zich schuldig aan overdrijving; zij hadden woorden ten aanhoore van 't opkomend publiek verkondigd, welke den bedaard en aandachtig luisterenden burger in eene zeer onaangename gemoedsstemming brachten; zij hadden zich uitdrukkingen en gezegden veroorloofd, volstrekt niet geschikt om de belijders er van onze liefde, ons broederhart te schenken. Was 't schrikbeeld der commune in zijne volle afzichtigheid hunne schreden reeds vooruit gesneld; â was 't grijnzend spook op zich zeiven der menschheid reeds een afschuw, die eerste woordvoerders schenen de trawanten des aansnellenden onheils te zijn, die Jupiter hadden overgehaald, om zijn donderbus op aarde uit te storten, en die op hare grondvesten te doen schudden. Geen wonder dus, we herhalen, dat die eerste sprekers werden beschouwd als de priesters, door de helsche machten afgezonden, door dood en verderf voorafgegaan, om dien afgod â de commune â in 't vrije en rustige Nederland binnen te leiden.
b. Wat vergrootte die verschrikking.
De Internationale werd algemeen als den eersten veldmaarschalk van de commune beschouwd.
Een kort samenvattende tabel van hare krachten levere 't volgende:
In 1870 was Frankrijk ten opzichte der Internationale in 4 féderatiën verdeeld, als te Parijs, Marseille, Rouaan en Lyon. Alleen te Parijs telde men meer dan 70.000 leden; sedert de Internationale bij de wet werd verboden, is 't getal leden zeer toegenomen. In België zijn féderatiën, die ruim 30.000 leden tellen. Te Napels telde de Napelsche sectie meer dan 30.000 leden. In Oostenrijk, waar de Internationale niet werd geduld, telde zij ruim 13.000 leden. In Duitschland begrootte men het aantal aanhangers op
12
meer dan één millioen. Spanje telde er toen meer dan 25.000 leden. Ook in Portugal had zij grooten aanhang. Meer nog waren in Rusland. Zweden, Polen en Denemarken begonnen zich allengs aan te sluiten. De quot;Veree-nigde Staten van Noord-Amerika leverden meer dan 800.000! In Engeland, waar vroeger 't hoofd zetelde, beschikte de Internationale bovendien over een vrij aanzienlijk kapitaal!
In Nederland ?____ De gemoederen waren dus in eene
verschrikkelijke gisting; het bedaard overleg ware bijna geweken, om voor angst en vrees plaats te maken. De brandstichting te Parijs, de onheilen, toen door de commune gepleegd, waren dus nog lang niet uit het geheugen gewischt. 't Scheen, alsof de schaduwzijde op de ontwikkelingsperiode van de geschiedenis der menschheid een valen sluier over haar afgewend blozend aangezicht had geworpen, alsof zij den scherpen blik van don kalm denkenden wereldaanschou-wer vreesde.
In dat tijdperk begonnen de werklieden-veroenigingen zich in Nederland te ontwikkelen, zoodat in 't begin van 1872 zich hier reeds eene vereeniging had gevestigd. Men zag echter hier vooral niet in, dat den arbeider hierdoor, zooals elders, meer erkenning als mensch zoude te beurt vallen. Assen had in dit opzicht veel, zeer veel boven andere plaatsen vooruit; â te Assen was de arbeider geheel te huis, in de volle beteekenis des woords; velen hadden hun heer langen tijd gediend, trouw en oprecht diens belangen behartigd, en wederkeerig genoot de arbeider daarvoor de volle genegenheid, het ongekrenkt vertrouwen van den werkgever. Bij ziekte, bij andere onwelkome wederwaardigheden, werd hartelijk deel in zijn lot genomen, een goed klinkend bewijs van deelneming gegeven, â niet als aalmoes, neen : als blijk van liefde en hoogachting werd hem 't noodige verstrekt. Kon of mocht de arbeider een zoodanig gunstbewijs verachtend afwijzen, door te willen beweren : Geef mij een zoodanig hoog loon, dat ik met den spaarpenning zelf alles kan aanschaffen. Waar zou de grens van loon en arbeid blijven! De overgang van gemiddeld tot hooger loon mag alleen in een overgangsperiode, zoo
13
tijd en gelegenheid daartoe gunstig medewerken, trapsgewijze plaats hebben; â de dreigende houding van den arbeid jegens het kapitaal kon dus hier over 't algemeen geen gunstigen indruk bewerken.
Zag men in de werklieden-vereeniging zelve zelfs een geoorloofd streven, waardoor de arbeider een hooger loon, betere kleeding of meer voeding kon erlangen, zoo meende men toch in de wijze hoe zij zich in het eerst vestigde iets onaangenaams op te merken, dat eer den afstand van 't kapitaal tot den arbeid kon in de hand werken, dan de gewenschte toenadering helpen bewerken. Voor werkstaking of iets dergelijks toch had men hier minder vrees dan elders; â 't getal van arbeiders is er niet zoo groot, en de werkgever is eer genegen iets toe te geven, dan iets tot het uiterste te drijven; meer ziet hij op goed en degelijk werk. De onbedachtzame toepassing van macht kan echter nergens, en alzoo gewis hier niet, eenige toenadering bewerken. De vereeniging scheen eene dreigende houding aan te nemen. Bovendien werd in hare vergadering van den 17den December 1871, gehouden alhier, vastgesteld een: Reglement voor de winkelvereeniging der Asser werklieden-vereeniging, waarvan het eerste art. aldus luidt: â Vanwege de Asser werklieden-vereeniging wordt eene win-kelvereeniging opgericht. Deze stelt zich ten doel het algemeen verkrijgbaar stellen van brood, in eene eigene bakkerij gebakken, en verder van andere levensmiddelen en benoodigd-heden, als door de vergadering der leden aangewezen.quot; Art. 2. âAlles wordt gemaakt of ingekocht van eerste kwaliteit en verkocht tegen marktprijzen, uitgenomen het vleesch, spek en vet, dat tegen inkoopsprijs alleen aan de leden der vereeniging wordt verkocht.quot;
Toen dit besluit ruchtbaar werd, werd de goede verstandhouding der partijen nog meer geschokt. Hoe onschuldig en geoorloofd op zich zelve ook, was 't besluit tot het oprichten eener winkelvereeniging te Assen eveneens voor 't oogenblik niet wenschelijk. Immers, in groote steden, z. a. Amsterdam enz., of fabriekplaatsen, zoo in als buiten Nederland, waar de arbeider als 't ware eene kaste op zich
14
zelve is, geheele buurten of wijken bezit, is zoodanige winkel niet alleen wenschelijk, maar zeer doelmatig; â maar hier te Assen, waar de arbeider meestal bij en om den winkelhouder woont, diens huisvriend is, heden, morgen en eiken- dag bij den neringstand moet arbeiden of arbeider is, is 't een grief, dat hij, ofschoon met eerlijk verdiend geld en vrijelijk daarover beschikken mag, in eigen winkel den inkoop doet. Indien dit het geval ware bij een enkel persoon, dan had de zaak niet zóódanig in 't oog loopend geweest; â maar nu 't dag aan dag bij de massa der neringdoenden plaats had, wakkerde de ontevredenheid tegenover die winkel-onderneming bij den dag aan. Al had de Averkgever ook geen bekrompen geest, toch kwam de koopmansgeest daartegen op, bewerende, dat het voorbijgaan van zijn winkel ook minder kas opleverde; kwam nu nog ktvonaverhooging daarenboven, dan was de kas immers dubbel benadeeld! In eene fabriekstad, waar honderden arbeiders van één patroon afhankelijk zijn, is die winkelnering beter, meer passend; in kleine plaatsen, z. a. Assen, dragen zij minder vruchten, en zal ook zoo welig niet ontkiemen.
c. Onze Vereeniging.
Kon het uit den aard dier omstandigheid wel anders, dan dat uit de opgewektheid der gemoederen in ons landelijk stedeke iets moest voortvloeien?
En toch, trots de voortgezweepte kracht van den waan, welken de ontevredenheid in 't leven had geroepen, bleven de rust en de vrede der ingezetenen onderling ongedeerd; als 't heiligdom, als de factoren van volksgeluk bleven beide onbedreigd, geen oogenblik gestoord. Vreedzaam en bedaard volgde ieder zijn weg. Alleen in de gesprekken onderling, in 't beschouwen van het punt in kwestie, in de uitlegging en toepassing er van bestond verschil in zienswijze. Zoo ontstond als van zelve 't eigenaardig verschijnsel, dat de een zich partij stelde voor den werkgever^ een ander meer voor den arbeid.
15
Kon het nu wel anders, dan dat uit die gemoedstemming al gaandeweg de gedachte zich ongemerkt ontwikkelde, om bij massa zich eens te verstaan over den hestaanden toestand, gedachtenwisseling te houden over zekere onderwerpen, wier behartiging men zich alle evenzeer aantrok?
Uit het midden van Assens ingezeteden verhief zich de roep : ter vergaderingVergaderen, ja vergaderen ! Maar door wie en hoe zou 't initiatief daartoe worden genomen ? Wij verstouten ons geenszins, om hier naam of persoon op te geven; veel minder wagen wij 't geheime gedachten te ontplooien, eene daad in 't licht te plaatsen, waardoor deze of gene zich in zijn waan zou teleur gesteld zien, alsof hij geen recht had te mogen worden genoemd; vooral nu, nu we op 't punt staan dat onze vereeniging eene machtige schrede voorwaarts schrijdt, zijn er velen geneigd, zich daarvan het vaderschap toe te kennen. En, is 't geen gewoon verschijnsel, als eene onderneming, tot wier oprichting velen hebben meegewerkt, gelukt, er ook velen zijn, die gaarne roemen en hooghartig beweren: bij mvj is de gedachte ter vestiging er van ontstaan ? En, zoo eens eene onderneming mislukt, hoe velen er dan zijn, die in hunne hooge wijsheid den ondergang hebben voorspeld!
'Woensdag-avond den 10den April 1872 werd op de zaal van 't hotel Kuipers te Assen eene tweede bijeenkomst gehouden door ingezetenen, die bezield waren door de gedachte, dat er hier ter stede eene vereeniging kon of moest in 't leven worden geroepen, wier streven moest zijn: de welvaart en den bloei onzer inwoners te bevorderen en bepaaldelijk ook met het doel, om 't lot van den arbeider te verbeteren. Hij, die de discussiën met een gepast woord inleidde, bracht de saamgekomenen, meer dan 100 in getal, onder de aandacht, dat de vergadering op dit oogenblik zich niet bezig moest houden met beschouwingen over de wijze hoe men 't genoemd doel zou trachten te bereiken, maar in de eerste plaats eene commissie had te benoemen, welke een reglement moest ontwerpen, daarna een bestuur
16
zou kunnen kiezen en zaken behandelen, als er eene vereeniging tot stand werd gebracht, die 't welzijn in 't algemeen kon verbreiden en tevens den toestand van den werkman, gedurende den winter verbeteren (1).
Zou de nieuwe vereeniging reeds voor goed zijn geconstitueerd, dan zouden zich als van zelve verschillende zaken op den voorgrond ter behandeling plaatsen, waaraan op dat oogenblik nog in de verste verte niet kon worden gedacht, doch die, alsdan geschikt tot onderlinge bespreking, tot een bepaald doel zouden kunnen leiden.
Over 't algemeen vond die toespraak bijval; op zeer ordelijke wijze werd hierover gedachtenwisseling gehouden ; de vergadering was als één man doordrongen van de waarheid, dat het voorstel tot het benoemen eener commissie behartiging verdiende; â in dien geest werd dan ook een besluit genomen. Staande de vergadering werden uit haar midden vijftien leden benoemd, die de taak aanvaardden, om zoo spoedig mogelijk een concept-reglement te ontwerpen, waarin het doel der vereeniging en de wijze hoe alle krachten behooren samen te werken, om dat doel te bereiken, zou worden omschreven.
Be taak der commissie.
Die commissie had zich belast een reglement te ontwerpen, waardoor eene vereeniging moest ontstaan of verrijzen, waarin de grondslag werd gelegd, waaruit eens een schoone overeenkomst voortsproot, geschikt om vele leden te omstrikken, wier streven zou zijn iets nuttigs tot stand te brengen. Zij moest dus iets scheppen: haar mandaat was slechts eene los opgegeven schets, eene gedachte in onbestemde bewoordingen uitgedrukt; aan haar was 't gegeven, om door de uitvoering te toonen, dat zij berekend was voor 't volbrengen der aangenomen taak. Getrouw aan hare roeping, beantwoordde zij aan hare verwachting.
Zijn de gewone gestelde eischen bij 't ontwerpen van een reglement, dat bij verstand een helder inzicht zich
(I) Ziu de Prov. Ureutsche cu Asser Courant van Vrijdag den 12en April 1872.
17
pare, om in eene bestaande leemte iets te geven ter geschikte aanvulling van 't ontbrekende, nu was 't vooral bedaard overleg, gevoegd bij de zoo hoogst noodige gemoedskalmte, welke bij 't samenstellen er van een hoofdzetel moest innemen, om door geene valsche begrips-formule misleid, op een klip vast te raken; â nu moest vooral meer dan ooit met tijd en plaats rekening worden gehouden, om niet door den maalstroom van zoo vele zienszc^zm, die zich als blinkende sterren aan den hemel vertoonden, een verkeerde haven in te zeilen ; â nu moest vooral daarin eene geestkracht doorstralen, door wier voorlichting werd aangewezen de gedragslijn langs welken weg de individuen, homogeen van gedachte, zich behoorden te bewegen, door vereend en gezamenlijk een pad te bewandelen, dat hen naar 't ge-wenschte einddoel kon leiden; â mc moest zich uit het brein eene zoodanige gedachte ontwikkelen, waardoor iets wordt verwezenlijkt, hetwelk vroeger hier nog niet bestond.
Don grondslag van 't reglement dus zoodanig te leggen, dat daarop veilig eene vereeniging kon bestaan, was wel degelijk eene moeielijk te volbrengen taak.
Heeft de commissie dat zwaartepunt in de schaal gelegd tegenover de eischen van den dag'? Heeft zij bij hare dientengevolge gehouden vergaderingen gelet op 't belangrijk vraagpunt: al was zij 't onderling eens omtrent den vorm, omtrent de keuze der ontworpen artikelen, of die dan ook de goedkeuring der meerderheid zou kunnen of mogen erlangen? Wat toch zou de aangewende moeite tot daar-stellen van 't geheel baten, zoo bij de openlijke bespreking dier artikelen, die nauwkeurig zouden worden gewikt en gewogen, de meerderheid ze verwierp ?
Zou de commissie niet de gedachte bezield hebben : of hier te Assen, een betrekkelijk in zielental kleine gemeente, nog eene vereeniging, behalve die der reeds bestaande Asser Werkl.-vereeniging, levenskracht kon erlangen? En, moest toch niet tevens alles worden vermeden, zelfs de schijn er van, alsof men zich bijeen schaarde, om een krachtig protest tegen haar aan te teekenen ?
Zou niet zoodanige houding een vijandigen geest tussclien
9
IS
burger en burger in't leven roepen ? Neen! De aanleidende
gedachte er toe moest zelfs streng worden vermeden. Geen wrok, zelfs geen wrevel mocht het kenmerk harer handelingen in zich opnemen; de commissie moest verzoenend werkzaam zijn, en dat was zij. Zij koesterde dan ook de rechtmatige hoop, dat van de zijde der Asser W. V. officieel eene schrede tot toenadering zou worden gedaan, om elkander verzoenend de hand te reiken (1); maar die hoop werd door geene gunstige uitkomst bekroond. Ware toen de toenadering, onder welk voorwendsel dan ook, geschied, de commissie ware alsdan in de gelegenheid geweest, om van dit gunstig aanbod gebruik te maken, en in 't reglement zoodanige bepaling kunnen opnemen, waardoor 't mogelijk had kunnen zijn, dat de ineensmelting van die bestanddeelen, tot één en 't zelfde einddoel aangewend, krachtdadiger had kunnen werken. De zustervereeniging scheen toch, van hare vestiging te zeer overtuigd, geene behoefte tot toenadering te gevoelen; aan haar was immers, volgens tijd, de prioriteit. Doch hoe verkeerd. Ware toen de gewenschte toenaderfng geschied, de goede verstandhouding onderling ware veel spoediger op hechte grondslagen gebracht. Welke heilzame uitwerking had die samenwerking der twee bij elkaar gevoegde krachten, gelijktijdig en doelmatig in werking gebracht, kunnen hebben; â welken heilzamen invloed op 's volks bloei en welvaart kunnen aanbrengen; â welk heil had eindelijk die toenadering tot onderlinge bevordering van wederzijdsch belang kunnen verhoogen!
De commissie, hare afwachtende houding moede, zag dan ook terecht in voortaan zelfstandig te moeten werken, en, na onderscheidene onderling gehoudene vergaderingen, hadden we het genoegen, om bij eene daarvoor belegde vergadering op Maandagavond den 15 Juli 1872, te hooren aankondigen dat de commissie, hare taak hebbende volbracht,
(â n In de Noordstar van den IS April 1872, heb ik over 't onderwerp dier toenadering mijne zienswijze breedvoerig ontwikkeld.
19
aan de vergadering het concept-reglement aanbood ter goedkeuring. Het bevatte slechts 21 artikelen, klein van omvang en flink van gehalte (1).
DOEL EN STREKKING ONZER YEREENIGING.
Onder den titel van: â Vereeniging tot bevordering van Volkswelvaart te Assenquot; trad op dien avond onze vereeniging in 't leven. Haar ontstaan werd plechtig gevierd, onder tal van zegeningen hare toekomst begroet.
Hoe jeugdig dan ook, waagt zij 't evenwel bedachtzaam voorwaarts te schrijden en zoekt zoo mogelijk haar bestaan onder 't gros harer zuster-instellingen te vestigen. En trots de geringheid harer opkomst, geschiedt die stoute stap, om ieder weldenkende op te wekken, haar ontwikkeling te helpen bevorderen.
Immers, elke vereeniging, hoe jeugdig dan ook, in 's volks belang tot stand gebracht, zal, zoo zij aan hare roeping wil voldoen, ook aan 't oordeel des volks moeten worden aangeboden. Haar naam; âBevordering van Volkswelvaartquot; immers geeft genoegzaam haar doel en strekking te kennen. Het streven naar bevordering van t'oZfcswelvaart kan zich onmogelijk beperken tot slechts in een engen cirkel; haar werkkring behoort zich uit te breiden tot de massa, tot dat grostal van individuen, die wij tot de maatschappij rangschikken. In zoodanig opzicht ware 't dan wellicht ook beter om te zeggen: gevestigd te Assen (2).
(1) De commissie zoowel als de vergadering was eenparig van oordeel, om in art. 3 te plaatsen: «Leden zijn.... mits ge ene leden eener werklieden -vereeniging zijnd e,quot; opdat zij in haren werkkring daarvan geen last zoude hebben.
(2) In dezen geest wagen we het der vereeniging in overweging te geven, om eens te onderzoeken ; «In hoever is 't wenschelijk voor onze vereeniging, bij onze zuster-instellingen te onderzoeken, op welke wijze zij op philantropisch gebied werkzaam zijn.
»En, zoo dit wenschelijk is, of wordt geacht, welke middelen zou men ter bereiking van gemeld doel behooren aan te wenden ?quot;
20
Zal de vereeniging voorwaarts streven, dan mag, dan kan hare roeping niet beoogen, een enkel deel der massa welvaart trachten aan te brengen, neen! zoo ver mogelijk moeten de takken van dit spruitje zich verbreiden, om daar, waar het reikt, gezegende vruchten aan te bieden.
Uit de kennisneming van een enkel artikel van haar reglement zal.wellicht haar werkkring, in meer of mindere mate haar streven kenbaar worden.
Art. 1 luidt: De vereeniging stelt zich ten doel:
1. bevordering van handel en nyjverheid;
2. verbetering van 't lot van den nijveren werkman.
Art. 2. De vereeniging tracht dit doel te bereiken:
a. door kennisneming van alle op handel en nijverheid betrekking hebbende wetten en besluiten;
b. door 't houden van vergaderingen, voorlezingen en 't bespreken van belangen, de vereeniging betreffende, alsmede de gunstig verkregen resultaten algemeen bekend te maken ;
c. door werkverschaffing.
Uit de kennisneming van haar werkkring kan wellicht voortvloeien de overweging; In hoeverre is 't al of niet wenschelijk, 't goede, dat die vereeniging onder 't volk tracht te verbreiden, om hier of daar aan te kweeken, geschikt is om verder voort te planten?
't Is denkbaar, dat, in bijzonderheden beschouwd, eenige ondergeschikte onderwerpen, bij of in enkele gemeenten, niet dezelfde gehalte zullen hebben, naardien de individuen op dit of dat punt, zelfs door middel van locale omstandigheden daartoe in staat gesteld, op materieel en intellectueel gebied de bedoeling der vereeniging verre overtreffen; maar daarentegen is 't ook denkbaar, dat er nog enkele gemeenten kunnen zijn, waar zoodanige vereeniging nog eenig nut kan stichten. In 't eerste geval zouden we dan ook de vereeniging bij die bevoorrechten niet durven aan te bevelen; in 't andere geval zouden we met gerustheid haar doel en strekking ter lezing en overdenking mogen aanbieden. Mogelijk is 't althans, dat uit de bevordering
21
van het doel op philanfcropisch gebied eenig nut kan voortvloeien.
Getrouw aan hare roeping, welke der vereeniging bij hare wording werd voorgeschreven, heeft zij in 't belang van handel en nijverheid reeds eenige schreden voorwaarts gedaan. Ofschoon zij op den weg âvoorwaartsquot; niet altijd even gelukkig slaagde, gaf dit toch geene aanleiding, om ontmoedigd zich daardoor te laten afschrikken. En welke onderneming kan op een bestendig, ongestoord geluk bogen ?
Voor hem, om slechts ééne zaak te noemen, die een juisten blik in 't handelsverkeer te water tusschen de provinciën Drenthe en Friesland heeft, is gewis de ligging van den dam te Appelscha een dam in de volste beteekenis des woords. Tusschen de edelmogende Staten dier beide provinciën was 't dientengevolge een belangrijk punt, waarover werd onderhandeld. Hinderpalen van allerlei aard werden in den weg gelegd, om 'tpunt van bezwaar nog zwaarder te doen gelden, waardoor de onderhandelingen, daarover gevoerd, geen handvol aarde van dien aardkluit vermochten weg te ruimen. De vereeniging was nu van meening, ook 't hare ter wegruiming van 't hinderblok te moeten ondernemen.
De onderhandelingen der Staten van beide provinciën gestaakt zijnde, moest er een nieuwe schakel worden gemaakt, welke den loshangenden keten weer aaneen moest smeden. Dien ten gevolge werd eene commissie, bestaande uit drie mannen, uit haar midden afgevaardigd, welke van hare zijde pogingen moest aanwenden de belangstelling in de wegruiming van den dam te verlevendigen, 't Bestuur der vereeniging noodigde daartoe uit den AVelEd.Gest. Heer Mr. L. Oldenhuis Gr rat am a, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal enz. te Assen, een ijverig Staatsman, die veel voor 't heil der provincie zijner inwoning tracht te bewerken; â den WelEd. Heer H. Boom, even ijverig voor Drenthe's belangen, bekend als school-
22
opziener en als redacteur; â en wijders den heer H. C. Winters, stadsbouwmeester, mede te Assen, als deskundige. Deze drie mannen, bezield als ze waren iets te willen bijbrengen wat ter bevordering der scheepvaart van de beide provinciën kan strekken, gelukte 't eindelijk om de onderhandelingen daarover opnieuw aan te knoopen. Er werd veel geschreven, zelfs werden er conferentiën gehouden en welwillende complimenten aan die commissie bewezen ; â maar ter bevordering van 't beoogde doel was er wel sprake, geene toenadering.
De vereeniging had hier slechts de voldoening in eigen boezem, hoe zij had getracht een steen ter opbouwing van 't geheel, dat is van 't volksbelang, aan te brengen en te bevestigen. Is dan die onderneming mislukt? In 't eene opzicht van den dam te Appelscha is zij mislukt; ten opzichte der verwezenlijking van 't oorspronkelijk idéé, om de genoemde provinciën als zusters door innige of liever verwante betrekking, aaneen te strengelen, welke vooral door onmiddellijke scheepvaart-verbinding kan geschieden, is de hoop opnieuw aangewakkerd, naardien een waterweg werd gezocht tot stand te brengen langs de rijksgestichten Veenhuizen naar Haulerwijk.
Zal die onderhandeling in haar pogen slagen ? Wij wenschen het. Toch kunnen wij voetstoots van dat belangrijk onderwerp geen afscheid nemen, voor en aleer wij ter overweging aanbevelen, hoe reeds bij ondervinding is gebleken, dat het hoogst noodzakelijk was om twee provinciën, Drenthe en Friesland, wier belang het eischt wederkeerig hare voortbrengselen op de minst mogelijk kostbare wijze toe te zenden, door de scheepvaart die taak te verlichten. Wij weten 't immers hoe 't vervoer per as bij de overbrengst der goederen of producten de kosten verhoogt! Heeft Drenthe behoefte per as 't haar ontbrekende van elders te ontbieden, niet minder behoefte heeft die naar Drenthe gekeerde Friesche hoek, om 't hem ontbrekende per schip te mogen ontvangen, 't Handelsverkeer eischt tevens nog de opruiming van den dam te Appelscha; ook voor de ontwikkeling der nijverheid wordt zij gewenscht, en toch
23
blijft door 't enkel stijfhoofdige brein der beheerders, de dam, welks opruiming zoo algemeen wordt gewenscht en door welks verdwijning de welvaaart van twee provinciën niet weinig zou worden bevorderd, als een heiligdom nog steeds onaangeroerd.
Hij, die met belangstelling volgde de geschiedenis der onderhandelingen, gevoerd in de provincie Groningen over den dam bij Nieuwe-Pekela en Stads-Kanaal, zal ook beseffen, hoe reikhalzend Drenthe en Friesland uitzien naaide opruiming van den dam bij Appelscha.
Bezwaren, daartegen opgeworpen, zijn ons overbekend; deze zijn echter geenszins van zoodanigen onoverkomelijken aard, niet gewichtig genoeg, om daardoor 't hoofddoel op den achtergrond te schuiven. Is 't niet een schrikwekkend denkbeeld, dat in 't laatst gedeelte der 19de eeuw over een op zichzelf beschouwd nietig plekje gronds zooveel wordt gehaspeld, alsof een aarddeel uit het verband zou worden gerukt! Wij zouden bijna geneigd zijn te gelooven, dat een voorstel, om den Hondsrug te verplaatsen, niet meer tegenkanting zoude vinden. Wat stelt men zich wel voor, hoe daaromtrent het oordeel van 't nageslacht zal zijn ?
Wij stippen dit met een enkele letter opzettelijk aan, om daardoor op den voorgrond te plaatsen de gedachte, hoe de vertraging van het daarstellen eener goede zaak eens door de op ons volgende geslachten sterk zal worden gegispt.
Zullen de Drentsche en Friesche aangelegenheden spoedig worden gebaat door 't wegruimen dier aardkluiten, welke de scheepvaart-verbinding afsluiten?
Wij hopen het.
Wij onthouden ons opzettelijk het technisch deel van 't behandelde onderwerp te betreden, opdat wij in geene nuttelooze onaangename botsing komen met de verschillende zienswijze van rechthebbenden, van waterpas, enz.
Eéne zaak staat vast: elke hinderpaal, welke de vrije ontwikkeling van handel en nijverheid stremt, worde uit den weg geruimd. Hoe, op welke wijze ? Vraagt het aan de Lesseps.
24
De vereenigüig tracht bedachtzaam hare schreden voorwaarts te richten en houdt met tijd en vooruitgang rekening. Daar, waar zij de zaak zelve niet kan aanvatten, wier bevordering zij echter doelmatig' acht, tracht zij door 't uitbrengen van adhaesie de zaak in een meer beter of gunstiger daglicht te plaatsen. Zoo was er in onzen gemeenteraad ingediend een voorstel van burgemeester en wethouders, inhoudende een belangrijk bouwplan, waartoe nog geen l/100ste deel van ons bosch beschikbaar, bij verkoop n.L, zou worden gesteld, tot het bouwen van vijf villa's en even zoo vele heerenhuizen. De vereeniging begreep terecht, dat, zoo het bouwplan ten uitvoer komt, een schoon perk van af 't gymnasium tot aan den hertenkamp in 't leven wordt geroepen, 't welk veel zou bijdragen wandelingen langs dien kant van 't bosch te veraangenamen en te gelijker tijd ook meer welvaart aan de stad aan te brengen. In haar toen aangeboden adres komt dan ook ten slotte voor: âDat alles saamgenomen, noopt ons, geachtte Hoeren ! om u dringend te verzoeken, 't voorstel van burgemeester en wethouders aan te nemen, om zoo, door eene betrekkelijk kleine opoffering van stadswege, aan de ingezetenen groot voordeel deelachtig te doen worden. Gij zult dan een plan goedkeuren, dat voor Assen van groote, van gezegende gevolgen moet zijn; want het zal in de merkwaardige ontwikkelings-gescbiedenis dezer stad, die nog geen drievierde eener eeuw bestond, een tijdperk openen van welvaart en bloei, terwijl zij, die op ons volgen, u prijzen zullen als mannen,- die niet alleen hun tijd begrepen; maar ook als mannen, die een helderen blik hadden in Assen's toekomst.quot; Het adres had spoedig méér dan tweehonderd onderteekenaars. Het voorstel van burgemeester en wethouders werd dan ook tot grooje tevredenheid der ingezetenen door den raad bij meerderheid van stemmen aangenomen.
Onze gemeente, die onder leiding van 't thans bestaande bestuur zulke belangrijke schreden ter ontwikkeling en
25
verfraaiing voorwaarts heeft gedaan, wacht nog op aanvulling van enkele onderwerpen, behoorende tot de rubriek âbevordering van handel en nijverheid.quot; Zij zijn van verschillenden aard, maar treden van lieverlede in 't leven. Zoo werd onlangs eens gevraagd om, behalve de gewone week- en jaarmarkten, ook elke maand een veemarkt te mogen houden. De raad gaf gevolg aan dat verzoek. Nu die vee-, maand- en jaarmarkten bestaan, ontdekken we nog eene leemte, â 't is het bestaan van een paarde-markt. In de Novembervergadering van 1874 werd dit ter tafel gebracht; na rijp beraad en goed overleg werden middelen beraamd om zoodanige paardemarkt zoo mogelijk te doen gelukken.
Volgens het oordeel der vergadering is 't premiestelsel als 't meest doeltreffend middel beschouwd, ten einde paarden aan de lijn te krijgen, waardoor de kooper in de gelegenheid werd gesteld, naar hartelust inkoopen te doen. Intusschen werd men het na veel wikken en wegen eens, eene proef te nemen door aan ieder herwaarts ter markt gebracht paard één gulden, als tegemoetkoming in de reiskosten, toe te kennen. In zoodanigen geest werd dan ook een adres opgesteld, geteekend door al de leden onzer vereeniging en aan den gemeenteraad ingediend, ter medewerking en onderteekening in dezen. Het bevatte in hoofdtrekken 't volgende : De vereeniging verzoekt, naardien zij meent in 't belang onzer gemeente dit te moeten voorstellen, dat hier in 't vervolg eene paardemarkt worde gehouden en die aan de thans reeds bestaande jaarmarkten te verbinden; â zij zou gaarne zien, dat de raad daartoe het initiatief nam, opdat het eens een flinke paardemarkt kunne worden; â zij achtte Assen daartoe zeer geschikt, ja zelfs beter dan Rolde, Norg en Zuidlaren, naardien wij nu door 't spoor met alle voorname plaatsen in reehtstreeksche verbinding staan, hetwelk den in- en verkoop, aanvoer en aflevering sterk bevordert; Assen biedt dus nu, beter dan vroeger, tot het houden van paardemarkten eene geschikte gelegenheid aan. Zij acht het ook doelmatig, als de raad zich met dat voorstel kon vereenigen, dat het dagelijksch
26
bestuur eenige weken te voren in de couranten den dag van 't houden dier paardemarkten bekend maakte, en, dat de vereeniging plan had om eene premie als reisgeld voor de aan te voeren paarden uit te loven, om daardoor bij den landbouwer lust en neiging op te wekken, hunne paarden herwaarts te brengen. Mocht de raad zich ook met dat gevoelen kunnen vereenigen, dan wordt dien ten gevolge eenige subsidie aangevraagd. Door burgemeester en wethouders werd dat verzoek gunstig opgenomen (1). Zij waren zelfs van oordeel, om in navolging van 't geen geschiedde te Amsterdam en Arnhem e. a. gemeenten, dat vanwege de gemeente zelve eenige premiën behoorden te worden uitgeloofd, 'twelk de bedoeling der vereeniging belangrijk zoude ondersteunen. Zij stelden toen voor, om de te houden paardemarkt aan de jaarmarkten van Mei en Augustus te verbinden, waarbij zij de volgende prijzen denken uit te loven; P. voor 't best gekeurde span wagen- of koetspaarden van gelijk geslacht en gelijke kleur, niet ouder dan 5 jaar, van inlandsch of vreemd ras, een prijs van /quot;25; â 2'. voor de beste merrie met veulen of veulens, van inlandsch of vreemd ras, een prijs van /quot; 15; â 3'. voor de beste merrie, niet ouder dan 5 jaar, mede van inlandsch of vreemd ras, een prijs van /quot; 15; â 4°. voor
(1) Wij moeten hier der waarheid hulde brengen, 't Bestuur der ^â vinoente Assen had reeds bij 'tinwerking brengen der veemarkt ook dadelijk het houden van een paardemarkt daaraan verbonden. Zoo ook liail hier kunnen en moeten zijn een wol- en botermarkt. Ook daartoe had het bestuur het initiatief genomen; â waardoor is 'tmogelijk geweest dat van die soort markten niets is geworden ? Nemen wij Meppel tot voorbeeld, dan moet Assen verbaasd staan over het verschil, hoeveel Meppel boven Assen als handelsplaats vooruit heeft. Wat gaf' aanleiding dat in de eerstgemelde stad zooveel handel en drukte lieerschende is, terwijl hier de handel en nijverheid kwijnt? Wij hebben iveds vroeger bij onze vergaderingen de vraag gesteld: »Wat kan oorzaak zijn, dat de jaarmarkten te Rolde, Norg en Zuidlaren zoo druk bezocht worden, terwijl die te Assen in den handel bijna geen naam heeft ? Welk middel ter opwekking van dien gewenschten handel verdient aanbeveling?quot;
27
den besten ruin, niet ouder dan 5 jaar, van inlandsch ot vreemd ras, een prijs van flb.
In de raadsvergadering onzer gemeente van Vrijdag den öden Maart 1875 werd ook op ons voorstel gunstig beschikt, en 't voorstel, door Burgemeester en Wethouders gedaan, met eenparige stemmen aangenomen. Nadat door 't Bestuur onzer gemeente in vele couranten de bekendmaking was geschied, volgde die onzer vereeniging. Intusschen had onze burgemeester ook nog een prijs van /quot;25 beschikbaar gesteld, zoodat op de jaarmarkt van Donderdag den 13 Mei 1875, alhier gehouden, méér dan driehonderd paarden waren aangevoerd, 't Was recht aangenaam zoo vele schoone paarden bijeen te zien. De keuring bracht nog al eenige levendigheid en beweging, maar de handel in paarden was nog niet gelukt. Slechts één keer was er te Assen een paard voor /quot;800 gekocht. Of die paarden-eigenaars ook genegen waren, om de gulden in ontvangst te nemen ?! De goede gezindheid onzer ingezetenen heeft ons bij wijze van vrijwillige inschrijving in staat gesteld die som te kunnen uitbetalen. Ofschoon nu wel niet oogenblikkelijk een gunstig resultaat werd verkregen, houden we ons evenwel overtuigd, dat de paardemarkt ook hier eens aan onze verwachting zal voldoen. Wij beschouwen deze genomene proef als zeer gewichtig, vooral omdat daardoor en handel en nijverheid tevens worden gebaat.
VOLKSVOORLEZINGEN.
In vroegere gehoudene huishoudelijke vergaderingen werden wel eens enkele malen voorlezingen gehouden, maar, ofschoon zij werden opgeluisterd door de tegenwoordigheid van dames en door muziek, begon men toch later in te zien dat men het houden van soortgelijke lezingen niet beperken moest binnen den engen kring onzer vereeniging. en terecht. Wil of zal men aan de roeping onzer instelling getrouw blijven, d. i. âbevordering van Volksicelvaartquot;, dan moeten de lezingen, vanwege de vereeniging uitgaande,
28
ook eene nuttige strekking hebben op uitgebreide schaal, met andere woorden, 't moesten zijn: lezingen voor 't volk!
We zouden in dit opzicht vooral op menige instelling kunnen wijzen, wier strekking is: âbevordering tot nut van 't algemeenquot;, en die evenwel hare lezingen houden binnen den engen cirkel van leden der vereeniging en dus in de uitvoering van 't doel nog zeer bekrompen handelen. Men was 't bij ons omtrent dat punt spoedig eens en besloot de verbeterde zienswijze, bij de toepassing van 't daaromtrent in ons reglement opgenomene (1), te volgen. Maar wie zou nu de eerste zijn op wien de keuze viel? Er zijn te Assen zoo vele mannen, die 't woord en de pen kunnen voeren! Eenparig was men van oordeel, om onzen burgemeester daartoe minzaam uit te noodigen. In onze verwachtingen werden we dan ook niet teleur gesteld. Maandagavond den 1 Februari 1875, trad de HoogWelGeb. heer W. A. baron van der Feltz, te half acht, in 't hotel Kuipers, in de eivolle bezette zaal, als spreker op. Wij onthouden ons te herhalen, wat van deze lezing, zóó passend op onze vereeniging, in vele bladen medegedeeld werd; â we zouden tekort doen aan de waarde van dien man, die wars van alle loftuigingen is. Dus punctum! Genoeg zij 't hierbij te vermelden, dat ons ledental op dien avond met Vi van 't geheel vermeerderd werd, door heeren, die uit eigen beweging tot ons toetraden.
Zullen die volksvoorlezingen in 't vervolg worden herhaald ? 't Plan is reeds ontworpen; â 't gewichtigste, de uitvoering volgt, en hoe die lezingen aan de verwachting zullen voldoen, zal de ondervinding moeten leeren. (2)
(1) Art. 2 luidt: De vereeniging tracht haar doel te bereiken, b. door 't houden van voorlezingen.
(2) Volksvoorlezingen behooren in zoodanigen geest gehouden te worden, dat daardoor niet alleen 't bestaand goede in onze maatschappelijke omgeving -worde aangeprezen; maar, waarin ook de gebreken worden aangetoond, was 't hoofddoel dier lezing. Wij zullen wellicht in geen gemeente in geheel Nederland, gelijk in zielental aan de onze, de weerga vinden, waarin zooveel voor onderwijs en opvoeding vanwege 't bestuur wordt gedaan als te Assen. Wij hebben hier een gymnasium.
BEMOEIINGEN VAN VERSCHILLENDEN AARD.
Arbeid adelt.
Op grond van dit gezegde maakte de Vereeniging hare eerste krachten dienstig, om den nijveren werkman arbeid te verschaffen, 't Kei-kloppen was toen nog aan de orde van den dag. Maar er was geen kapitaal aanwezig. De ingezetenen van Assen betoonden hunne belangstelling, want bij eene inschrijving werd spoedig het daartoe be-noodigde kapitaal verkregen.
Uit het midden der Bestuursleden eene Commissie voor Werkverschaffing gevormd, wier reglement door ons den 18 September 1872 werd vastgesteld.
H. B. school, een school voor uitgebr. lager ondenvijs en tal van scholen voor gewoon lager onderwijs. Ten opzichte van handel en n ij v e r h e i d blijft hier nog veel te wenschen. Maar, dat is iets, waarvan de ingezetenen meer blijk moeten geven ; middelen van vervoer zijn hier voldoende. Hoe de verhouding van handel en nijverheid in Nederland over 't algemeen van 't verleden tot thans stond, kan men 'tbest schatten, als we lezen wat daaromtrent gezegd wordt door A dol f Streckfuss: ))De dageraad der volksvrijheidquot;. Leiden ISTS, op blz. 2 : «De vereeniging der Nederlanden .... die handel en verkeer... . dat zelfs de zwaarste lasten .... aan de algemeen geklommen welvaart geen afbreuk kon doen. Holland werd de stapelplaats ... ook in wetenschap en kunst namen zij met eere hunne plaats in aan de zijde der overige Europeesche volken. Ja in werkelijke beschaving overtroffen zij die zelfs. De scholen waren voor dien tijd voortreffelijk. . .. men leerde niet alleen de nieuwe talen vloeiend spreken, maar kon ook de oude klassieke lezen en verstaan. Ook de muziek werd beoefend .... zelfs de lagere volksklasse werd goed onderwezen; de eenvoudige handwerkslieden vormden in de Nederlanden niet, gelijk in andere landen, eene ruwe onwetende menigte, zij hadden wat degelijks geleerd en waren tot denkende wezens gevormd.
30
De onderstaande staat geeft een kort overzicht van hare werking:
Werkloon.
H. Heuving is de vorige week uitbetaald /quot;5.â
Houtman en zijn zoon........- 6,â
Verkerk met zijn twee zoons, die pas voor
de eerste week aan 't kloppen zijn geweest, . . â 9.â
In de week van 18 Januari is aan H. Heuving uitbetaald............... - 4.50
Houtman en zijn zoon........- 6.50
Gedurende eenige jaren werd met touwpluizen en kei-kloppen de nijvere arbeider aan een broodje geholpen, en de armverzorging had minder personen te onderhouden.
I. IJSBAAN.
Vóór ons ligt een verslag der commissie, die onder toestemming van Burgemeester en Wethouders te Assen, dd. 15 Februari 1879, gedurende acht dagen baanvegers op de vaart en 't kanaal onder Assen aan 't werk had, die wel de schaatsrijders behulpzaam mochten zijn, maar geen geld afvragen, veel minder afpersen. Zij droegen allen een band om den arm, waarop met groote letters; âVolkswelvaartquot; stond te lezen. De couranten van dien tijd maakten daarvan loffelijke melding; aan die baanvegers, meer dan 20 in getal, werd daags / 0.60 uitbetaald. De som er van beliep ruim f 111.00.
Volgens missive van onzen Burgemeester, dd. 5 December 1879, werden twee leden uit ons midden afgevaardigd tot het formeeren eener Commissie van Werkverschaffing te Assen. Na de vestiging er van, werd besloten haar een subsidie van f 40.00 te schenken.
2. Lezingen.
De lezingen of volksvoordrachten werden gehouden door den Ew. Gel. Heer J. E. Eilers Koch, Luth. predikant te Rotterdam, tweemaal.
31
Dr. L. A1 i Cohen, inspecteur enz. te Groningen^ tweemaal.
Dr. H. U. Me ij boom, predikant te Assen.
Ds. Koch, Predikant te Eorg.
Mr. H. van Lier, leeraar te Groningen.
J. Br als, leeraar te Assen.
P aardemaekten.
De vereeniging wendde vele pogingen aan, om den handel in paarden te bevorderen. Zij loofde eerst f 1 uit voor elk aan de lijn gebracht paard, er waren den 13den Mei 1875 meer dan 300 paarden â zie de courant van 14 Mei '75 â aangebracht. Vervolgens werd 50 cent voor ieder paard betaald, dat aan de lijn werd gezet. De ingezetenen van Assen hebben die pogingen door flinke bijdragen gesteund. Later werd in overleg met het bestuur onzer gemeente keuring enz. gehouden â doch niets was in staat, om de paardemarkt in 't leven te houden, ofschoon menigeen zich nog vele geldopoffering getrooste.
Ons verzoek, dd. 21 Febr. 1879, bij den Raad onzer gemeente ingediend, om 't getal jaarmarkten met twee, een in Maart en een in October, te vermeerderen, werd met gunstigen uitslag bekroond.
4. Groen temaekt.
De vereeniging wenschte de velden en landerijen rondom Assen meer voor tuinbouw geschikt te maken en trachtte hier een groentemarkt in 't leven te roepen. Ons burgerlijk bestuur heeft ook getracht deze onderneming te steunen. Men leze:
Verordening, regelende de groentemarkt.
Art. 1. De groentemarkt wordt dagelijks, met uitzondering van Zon- en Feestdagen, gehouden op de Collardslaan, Oostzijde.
Van 1 April tot 1 September vangt de markt aan des morgens 8, gedurende de overige maanden vangt zij aan des morgens 9 uur. Zij eindigt des voormiddags ten 11 ure.
32
Art. 2. Niemand zal groenten en fruit op de markt brengen vóór het bepaalde uur.
En is hiervan afkondiging geschied, waar het behoort, den 9 April 1879.
De Burgemeester, M. A. D. Jolles.
De Secretaris, Gr. L. W. Vos.
Ofschoon de tuiniers en handelaren voor elk uur werden betaald, mocht het ons evenmin gelukken, het beoogde doel te bereiken.
Het Gemeentebestuur heeft die onderneming gesteund; der Vereeniging heeft het geld gekost.
5. Den 20 November 1878 hield Volkswelvaart met de Afdeeling der Koninklijke Maatschappij van Tuinbouw en Plantkunde te Assen een gecombineerde Vergadering, waarbij een nieuwe Vereeniging âFloraliaquot; in 't leven werd geroepen, aan welke jaarlijksch van af hare stichting, behalve over 1884, een subsidie van f 25 uit onze kas werd toegekend; over 1888 echter van f 30.
6. Een subsidie van f 25 werd aan de Vereeniging âHoornmuziekquot; verleend.
7. Op een missive van den heer Mr. L. Oldenhuis Ton ekens. Notaris te Stadskanaal, van den 14 Aug. 1879, werden uit ons midden de h.h. K. V o s, J. Benes en A. Braakman afgevaardigd ter Vergadering op den 28 Aug. te Gieten ter bespreking van een Tramwegverbinding van Assen met Stadskanaal.
8. Ter versterking van 't Garnizoen alhier werden verschillende bemoeiingen in 'twerk gesteld.
9. Aan de Vereeniging âDierentuinquot; alhier werd f 50 renteloos voorschot verstrekt.
Bij latere schikking ontving Volkswelvaart in de uitloting van aflossing 10 aandeelen ieder a /quot; 5, waarvan in 1884 reeds 2 aandeelen werden uitgeloot.
10. In 1876 wendde onze Vereeniging zich tot het stedelijk bestuur van Assen, om in 't volgend jaar het
33
Landhuishoudkundig Congres te mogen houden. Daarop werd gunstig beschikt.
In Februari 1877 werd f 25 voor een prijs op de te houden tentoonstelling beschikbaar gesteld.
11. Den 22 Sept. 1876 werd door ons aangevraagd de versterking der politie in onze gemeente.
12. De bemoeiing onzer Bouwcommissie tot het daar-stellen van arbeiders-woningen vond geen genoegzame ondersteuning. Januari 1877.
13. In November 1878 een ziekenbus op te richten.
14. Een adres, ingezonden aan den heer Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, d.d. 15 October 1881, verzoekende verbetering van de Hoofdvaart naar Smilde.
15. Uverige medewerking om 'tveel besproken en ge-wenscht âHerstellingsoordquot; alhier te vestigen.
16. Den 7 November 1883 werd de aanbieding gedaan aan 't Hoofdbestuur der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen te Amsterdam om hier eene Kweekschool te stichten ter opleiding voor Bewaarschoolhouderessen.
Het Burgerlijk bestuur en de Afdeeling dier Maatschappij alhier ondersteunden dit voorstel.
Het Hoofdbestuur nam die zaak wel in overweging, maar bij later ontvangen missive van 't Hoofdbestuur werd ons kenbaar gemaakt, dat Utrecht de uitgekozene stad was.
17. Op ons verzoek, om't getal der jaarmarkten met 2 te vermeerderen, heeft het Burgerlijk Bestuur gunstig beschikt.
18. Bij missive van den Directeur-Generaal der Staatsspoorwegen te Utrecht werd ons bericht, tengevolge verzoek, om in de waggons der 3e kl. verwarmingstoestellen aan te brengen, zoowel als in de le en 2e kl., dat in de dameswaggons der 3e kl. gedurende de wintermaanden verwarmingstoestellen zullen worden aangebracht.
19. De pogingen, om hier een ziekenbus op te richten, zijn mislukt.
20. In 1883 werd besloten om twee jongens bij âHuisvlijtquot;, ieder a /quot; 5, voor onze rekening te plaatsen. Over de schooljaren 1884, 1885 en 1886 werd die som telkens toegestaan.
34
21. Den 5 December 1883 werden pogingen aangewend, om hier een bad- en zweminrichting te stichten.
22. Op aanvraag der commissie van beheer: âOndersteuningsfonds voor onvermogende jongelieden van uitstekenden aanlegquot;, te Assen dd. 23 Mei 1884 gesticht, werd in eene algemeene vergadering besloten, om f 10 subsidie te geven, in den vorm van vier aandeelen, leder è, f 2.50, op voorwaarde, dat vier leden uit ons midden aan hare vergaderingen zouden deelnemen.
23. In de Algemeene vergadering van den 9 Februari 1886 werd besloten, om aan de Commissie voor werkverschaffing alhier eene subsidie a /quot; 40 te geven.
Geschiedkundig overzicht der vereeniging.
a. In de bestuurs-vergadering van 15 leden â zijnde de Heeren M. M. Cohen jr., voorzitter, Mr. A. ten Oever, secretaris, J. Benes, A. Braakman, W. Koops, quot;W. van Kr eg ten, L. van Leer, A. van Oosten, H. Oosterveen, D. Postma, T. Sikkens, N. Smedes, J. Stunt, H. Veen en H. de Vries â werd den 10 Juni 1872 een ontwerp-reglement vastgesteld, om 't in een algemeene vergadering aan te bieden.
h. Dat ontwerp werd, behoudens eenige wijzigingen, in de algemeene vergadering van ruim 70 leden. Maandag den 15den Juli 1872 gehouden, vastgesteld, en hierdoor werd de vereeniging tot bevordering van Volks-Welvaart te Assen voor goed gevestigd.
c. Het getal leden was dan eens af- dan weer toenemende, zoodat op dit oogenblik het ledental omstreeks 60 bedraagt.
d. Wijziging in 't Reglement den 7 April 1876 en later den 16 December 1879; daarop volgde de Koninklijke goedkeuring den 4 Maart 1880, St. bl. no. 82.
e. Het lOjarig bestaan der vereeniging wordt feestelijk gevierd den 10 November 1882.
Wijders het 12jarig bestaan Donderdag den 7 Febr. 1884.
Het ISjarig bestaan werd op Dinsdag 3 Maart 1885 herdacht.
f. Den 9 Febr. 1886 werd in een algemeene vergadering met eenparige stemmen besloten, om dit boek op kosten der vereeniging te laten drukken en aan ieder lid een exemplaar er van, tot gedenkboek, uit te reiken!
Wel is waar werden niet alle pogingen, om nuttig werkzaam te zijn, door gelukkigen uitslag bekroond, doch is dit evenwel niet aan âVolks-Welvaartquot; te wijten. Zij zou oneindig meer nut kunnen stichten, zoo haar ledental bij den dag toenam; â zoo wij tot deelneming aansporen, dan geschiedt dit alleen in 't belang om te helpen bevorderen âVolks-Welvaart!quot;
Onderstaande regelen werden uitgesproken tijdens de feestelijke vergadering van âVolksweiwaartquot;, gehouden op Donderdag 18 Maart 1886, en op verzoek van vele leden in dit werkje geplaatst.
»Volkswehvaart nam het voorstel aan,
Een boekj' in 't licht te geven;
Waarin geschied'nis van haar daan,
Yan heel haar rust'loos streven.
Die aan «Volkswelvaartquot; altijd dacht,
Geacht bij al de leden,
Vermeldt aan 't verste nageslacht,
Hoe zij steeds heeft gestreden.
Meldt men zijn eigen daan niet graag,
Belangloos was het schrijven;
En immer hoorde men de vraag ;
Wat waren uw bedrijven ?
Lof daarom vooral aan de wakkere leden,
Die 't ijzer, als 't heet was, met kracht wilden smeden. Lof daarom de mannen, die steeds op hun post staan, Die hielpen zoo lang 'tuit de kas kon gedaan.
In d' eerste plaats hulde den voorzitter Couën,
Die in 't eerste gelid streed en '( woord gaf aan hen.
Welk' in 't belang van Volkswelvaart van pas wilden spreken, Met liefde voor een enkelen stand wilden breken.
36
»Voor werklui, voor koopliên, voor burgers en boerenquot;, Besloot men wat lichtlijk tot welvaart kon voeren. De Vereen'ging liad voor allen een open oog,
Hoe zij zich in medewerking dikwijls bedroog;
«Friesland met Drenthe te water vereenrgd.
Verschaffing van werkquot;, die de armoede lenigt,
«Bloemen in huisquot; van het armste ge^in,
»Maandmarktenquot; gaven den burgers gewin.
«Huisvlijtquot; mocht ook reeds subsidie ontvangen, Verschaffers van werk kregen geld naar verlangen. Gebruikers van 't spoor, hetzij rijk, hetzij arm,
Ook de derde-klas-reiz'gers, zij zitten nu warm.quot;
Hiermee zal ik eind'gen met 't noemen der daan;
't Is deze Vereeniging als vele gegaan:
Wat nut zij gesticht heeft was ras weer vergeten,
Slechts wat niet tot stand kwam wordt dikwijls verweten.
Gaan wij onzen weg toch maar rusteloos voort.
De voorzitter werkte steeds zooals 't behoort.
Laat de leden door woorden, door daden hem schragen.
Ziet slechts op het doel, wilt naar d'uitkomst niet vragen.
ERRATUM.
Bladzijde 14 regel 16 van boven staat: levensverhoo-ging, lees: toowsverhooging.