ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

DE TOELATING VAN ONBEMIDDELDEN TOT DE HOOGERE INRIOHTINGEN VAN ONDERWIJS.

De bekende voorstellen van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot verhooging der schoolgelden aan verschillende middelbare en lagere scholen hebben in hoogc mate, zoo in als buiten de hoofdstad, de aandacht getrokken, en aanleiding gegeven, dat van meer dan ééne zijde de quaestie der schoolgeldheffing is besproken.

Wat het dagelijksch bestuur der hoofdstad er toe geleid heeft, die voorstellen te doen, is bekend. De financiëele toestand der gemeente is verre van rooskleurig, en hier, evenals elders, dragen de kosten voor het onderwijs in hooge mate daartoe bij. Niets natuurlijker dus, dan dat, nu versterking der inkomsten noodzakelijk blijkt, een onderzoek wordt ingesteld, of de gemeente-inrichtingen van onderwijs ook eene ruimere bate in de stadskas kunnen doen vloeien, waardoor de onevenredigheid tusschen uitgaven en inkomsten eenigs-zins zou worden verminderd.

De tegenwoordige schoolgelden zijn vastgesteld in een tijd, toen het onderwijs minder offers vergde, dan thans. De jaarwedden van onderwijzers en leeraren, de hoofdpost op elke begrooting eener school, zijn herhaaldelijk verhoogd, wat natuurlijk in verband staat met de hoogere eischen, aan het onderwijzend personeel gesteld. Die eischen te verlagen, gaat niet aan, en wie meenen mocht, dat thans in dit opzicht de uiterste grens is bereikt, vergist zich, althans wat het middelbaar en gymnasiaal onderwijs betreft, deerlijk. Ik wijs

ocr page 4

DE TOELATING VAN ON BEMIDDELD EN TOT

slechts op de verslagen van bijna elke commissie van examen voor middelbaar onderwijs der laatste jaren, waarin telkens op nieuw wordt aangetoond, dat de wijze, waarop tegenwoordig de bevoegdheid voor verschillende vakken — vooral de geschied- en letterkundige — verkregen wordt, in 't geheel niet voldoet. Wordt aan ons onderwijs eene natuurlijke ontwikkeling gegund, dan is het te voorzien, dat binnen niet te langen tijd een geheele ommekeer in de wijze van opleiding en examineeren der a. s. leeraren zal plaats vinden, liet is hier de plaats niet uiteen te zetten, welke gevolgen dat zal hebben voor de scholen; maar gemakkelijk te voorspellen is het, dat eene nieuwe stijging der kosten voor middelbaar en gymnasiaal onderwijs er het gevolg van zijn zal; daardoor zou voor vele gemeenten, die nu reeds met moeite hare scholen onderhouden, de last wel eens te zwaar kunnen worden, en er groot gevaar bestaan, dat een aantal hoogere burgerscholen en gymnasia zou verdwijnen of slechts door heffing van een bijzonder hoog schoolgeld in stand gehouden kunnen worden. Zoo zou men van Scylla in Charybdis gekomen zijn; want onze tijd eischt dringend een grooter, niet een kleiner getal goed ontwikkelde burgers.

Zijn nu beide belangen te vereenigen? Kan men het onderwijs zoo voortreffelijk mogelijk maken, zonder te grooteoffers te vergen van de schatkist en de gemeentekas, of door te hoog opgevoerd schoolgeld, nog meerderen dan thans buiten de scholen te houden ? Het komt mij voor, dat men de inoeie-lijkheid alleen zal kunnen oplossen door te breken met het tegenwoordige stelsel van schoolgeldheffing en toepassing te geven aan het in den laatsten tijd meer op den voorgrond getreden denkbeeld, om ieder, wiens kinderen de openbare scholen bezoeken, te doen betalen in evenredigheid tot zijn inkomen. Daardoor zal het mogelijk zijn, het schoolgeld zoo hoog op te voeren, als noodig is, voor de velen, die zonder bezwaar den hoogeren prijs kunnen betalen, zonder dat men iemand buitensluit, die voor hooger of middelbaar onderwijs geschikt is en dit noodig heeft.

Behalve dat dit stelsel financiëel voordeelig is, pleit er do billijkheid voor. leder schoolgeld is willekeurig. Wil de over-

O

ocr page 5

DE HOOGERK INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

heid bij gelijke behandeling van allen, die van dc school gebruik maken, de rechtvaardigheid betrachten, dan kan ze dit slechts doen op twee wijzen. Ze moet dan, of de kosten berekenen , die gemiddeld per leerling gemaakt worden en de school toegankelijk stellen tegen dien prijs, of ze voor allen kosteloos open stellen. Het eerste kan niemand wenschen, middelbaar en hooger onderwijs zouden er nagenoeg onmogelijk dooi' worden ; hoe hooger schoolgeld toch, hoe minder leerlingen, hoe minder leerlingen, hoe hooger de kostende prijs. Waar zou het einde zijn?1 Bovendien zou daardoor het groote belang, dat. de gemeenschap in haar geheel bij de verspreiding van goed onderwijs heeft, miskend worden. Het laatste — algemeen kosteloos onderwijs — zou mij zeer toelachen. Werkelijk geloof ik, dat het algemeen belang zoozeer gebaat wordt door de verspreiding van kennis en beschaving in eenen zoo ruim mogelijken kring, dat de overheid, die in dezen helaas niet alle hinderpalen uit den weg kan ruimen , er althans geen nieuwen in den vorm van schoolgeld behoort bij te voegen. Misschien is dit het stelsel der toekomst, maar voor onmiddellijke invoering is de tijd nog niet gekomen. In afwachting van dien tijd, zou het hoofdvoordeel ervan reeds te verkrijgen zijn, door, als boven gezegd is, in de plaats van een eenvormig schoolgeld, eene retributie in evenredigheid tot ieders draagkracht te heffen.

Dat het aangeprezen stelsel rechtvaardig is, wordt niet door allen toegegeven; het is zelfs eene bevoorrechting der mindere standen genoemd. De bemiddelden immers, zoo wordt geredeneerd, betalen door hun hoogeren aanslag in de belasting toch reeds het meeste van de niet door schoolgeld gedekte kosten van het onderwijs. Zeker is het waar, dat zij grootere sommen betalen; maar bij de beoordeeling van hetgeen ieder bijdraagt voor de openbare kas, komt het

3

1

Te Ainsterdani, waar voor dc verscliillendc middelbare scholen voor jongens de jaarwedden der leeraren dezelfde zijn, kosl volgens de begrootingscijfers een leerling der scholen met Sjarigen cursus (schoolgeld /30) ƒ203, een leerling dei-school met Sjarigen cursus (schoolgeld ƒ 60) /265, een leerling der handelsschool (schoolgeld ƒ180) /368. Aan de bijzondere middelbare school voor meisjes (schoolgeld /400), die ongeveer vijftig leerlingen telt, worden de kosten door de schoolgelden op verre na niet gedekt.

ocr page 6

DE TOELATING VAN ONBEMIDDELDEN TOT

minder aan op dc som, die men betaalt, dan op den last, die op den belastingschuldige gelegd wordt, en dat de druk grooter wordt, naarmate de aanslag klimt, zal, althans van een goed ingericht belastingstelsel, wel niet worden beweerd. Indien men van bevoorrechting wil spreken, dan geloof ik, dat ze thans in hooge mate aanwezig is. De rijkeren immers, toch reeds in bet bezit van alle voordeden, die kapitaal, geboorte en connectiën schenken , worden nu ook nog in staat gesteld uit te blinken door kennis en ontwikkeling, verkregen voor een goed deel op algemeene kosten.

Een oud argument tegen de toelating van kinderen uit de lagere kringen der maatschappij tot de scholen, die in den regel door bemiddelden bezocht worden , en dat thans ook wel weer dienst zal doen, is dat het voor die kinderen zelf niet wenschelijk is, dat zij uit hunnen kmig gehaald worden en gebracht in een kring, waarin ze zich niet thuis gevoelen. Ik antwoord hierop vooreerst, dat kundigheden en hoogere geestesontwikkeling aan het leven eene grootere waarde geven , en dat dit geldt voor ieder, onverschillig tot welken kring hij in zijne jeugd behoorde, en voorts, dat zij ook stoffelijke voordeden verschaffen, die den onbemiddelde toch zeker nog meer te stade komen, dan den gegoede.

Niet echter, en daarop komt het vooral aan, het belang der individuen, maar dat der gemeenschap moet bij de beoordeeling der zaak den doorslag geven , en dat dit gebaat wordt, wanneer zonder grootere offers uit de openbare kas, een grooter aantal goed onderwezen burgers kan verkregen worden, wie zal het ontkennen ? Wanneer door de financiëele voordeden, die een goed ingericht evenredig stelsel moet opleveren, dc overheid meer scholen kan onderhouden en alle verbeteringen, die de tijd eischt, in het onderwijs kan aanbrengen, dan worden daardoor weder allen gebaat, de bemiddelden, die steeds de meerderheid der bezoekers zullen uitmaken, in de eerste plaats.

Nu naar alle waarschijnlijkheid groote veranderingen in de regeling van ons schoolwezen in aantocht zijn en de vraag of de hoogere inrichtingen van onderwijs ook onder het bereik der mingegoeden moeten gebracht worden, niet meer kan worden

4

ocr page 7

DE HOOGKRE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

ter zijde gesteld , is het m. i. nuttig eens na te gaan, wat hielen elders reeds op dit gebied gedaan is. Ik geef, wat ik gevonden heb en wat mij op de meest welwillende wijze van verschillende zijden is medegedeeld. Er zal o. a. uit blijken, rlat het denkbeeld eener evenredige heffing niet zoo nieuw is, als velen meenen, maar werkelijk hier en daar met goed gevolg is toegepast.

Wat het buitenland betreft, kan ik alleen uit Duitschland tamelijk uitvoerige mededeelingen doen; de opgaven uit andere landen zijn grootendeels ontleend aan Schmidt: En cyclop a die des gesammten Er ziel mg s- and Unterrichtswesens, lste druk, 1870. 1 Dat daardoor sommige opgaven wat oud zijn, is niet zoo heel erg; er zal in dezen tijd, bij toen vergeleken, in de meeste landen eer meer dan minder gedaan worden.

Van België wordt medegedeeld , dat V? van de leerlingen der dthénées royaux geheel en 2 pet. gedeeltelijk is vrijgesteld van schoolgeld, aan de overige rijks-middelbare scholen Vs geheel en Vio gedeeltelijk. De vrijstellingen worden telkens voor één jaar verleend. Ook aan de provinciale en gemeente-inrichtingen van middelbaar en hooger onderwijs komen vrijstellingen voor. In het reglement der Ecoleprofessionellepour les jeunes filles te Brussel vind ik de bepaling, dat het bestuur dei-school beurzen kan verleenen, gelijkstaande met het geheele bedrag, de helft en Vt van het schoolgeld ; in dat van de Ecole rnoyenne-professionelle de demoiselles te Luik, dat 30 pet. dei-leerlingen kunnen vrijgesteld worden van schoolgeld, waarbij twee halve vrijstellingen voor ééne geheele gelden.

Aan de lyceën in Frankrijk onderhield de staat 500 geheele, 350 en 400 halve plaatsen. Bovendien genieten de departementen en gemeenten vermindering van schoolgeld voor de hour siers, die zij op hunne kosten op de staatsscholen plaatsen.

5

In Italië is (of was in 1870) het schoolgeld buitengewoon laag -. aan gymnasia gemiddeld 7, aan middelbare scholen 6 Uren. In vele deelen van Napels en op Sicilië was het onderwijs geheel kosteloos.

1

Dc tweede dfuk bevat lut mijn spijt goene mededeelingen omtrent de school-gelden aan middelbare scholen.

ocr page 8

DE TOKLATING VAN ON BEMIDDELDEN TOT

In Engeland wordt vooral van particuliere zijde veel voor onbemiddelden gedaan. Alleen Christ's Hospital te Londen zorgt voor de hoogere opleiding van meer dan 1000 knapen, die gedeeltelijk mede op kosten der stichting de hoogeschool kunnen bezoeken.

In Rusland kan Vio der leerlingen van gymnasia van schoolgeld worden vrijgesteld; de ouders hebben slechts aan te toon en, dat zij dit niet kunnen betalen.

In Griekenland is in 1837 het schoolgeld afgeschaft.

o O

Uit het verslag van het onderwijs in Oostenrijk , gemaakt voor de Weener tentoonstelling van 1873, blijkt, dat destijds Vó van de leerlingen der middelbare scholen waren vrijgesteld. In Boven-Oostenrijk, Salzburg en Krain kwamen ook halve vrijstellingen voor. De vrijstellingen werden verleend op voordracht van het college van leeraren aan behoeftige leerlingen , die zich goed gedragen en goede cijfers verkregen hebben. Aan de Handelsacademie te Weenen (schoolg. fl. 150) komen ook geheele en halve vrijstellingen voor. In het programma van 1881 der Handelsacademie te Praag vind ik opgegeven, dat in dat jaar van 259 leerlingen 39 geheele of gedeeltelijke vrijstelling genoten.

In vele kantons van Zwitserland is het onderwijs in al zijne vertakkingen kosteloos, b. v. in Basel (stad), Luzern, Zug e. a. In eenige kantons zijn alleen kantonbewoners vrijgesteld , als in St. Gallen , en Schaffhausen. Overal waar schoolgeld , dat in den regel zeer laag is, geheven wordt, wordt door geheele of gedeeltelijke vrijstelling voor onbemiddelden uitstekend gezorgd.

In Duitschland, waar het middelbaar ouderwijs — ook het gymnasiaal onderwijs wordt daartoe gerekend — tot eene hoogte gebracht is en eene populariteit geniet, als bijna nergens elders, wordt overal, zij het op verschillende wijzen en in verschillende mate voor de belangen der onbemiddelden gezorgd. Vooreerst zijn de schoolgelden in den regel niet hoog. Waar men een eenvormig schoolgeld heft, gaat dit zelden het bedrag van 100 mark, het cijfer van Berlijn, te boven. In enkele plaatsen is het veel hooger, te Hamburg b. v. 192 mark, maar daarentegen is het in Zuid-Duitschland

()

ocr page 9

DF, HOOGEBE INLICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

over het geheel zeer laag. In Beieren bedraagt het in den regel 32 mark. Te Stuttgart is het 42—63 mark, overal elders in Würteinberg lager; in Baden is het maximum eveneens 63 mark. In de meeste plaatsen van Duitschland wisselt het schoolgeld met de klasse waarin de leerling is geplaatst, een stelsel, dat zeker ook zijn ontstaan dankt aan de zucht, om liet onbemiddelden ouders gemakkelijk te maken, daar toch de rijkeren hunne kinderen langer kunnen laten schoolgaan, maar dat overigens m. i. weinig aanbeveling verdient, daar het in vele gevallen tot ontijdig afbreken der studie moet leiden 1.

Onbemiddelde leerlingen, die het verdienen , worden overal — althans uit verschillende streken van Duitschland wordt mij medegedeeld, dat dit algemeen in zwang is — kosteloos of tegen half schoolgeld toegelaten. Somtijds is het getal der aldus begunstigden onbeperkt, somtijds beperkt. Het laatste is b. v. het geval in Hessen, waar in 1874 is bepaald, dat 5 pet. der leerlingen kunnen worden vrijgesteld , ter beslissing van de leeraren-vergadering. Aan het Realgymnasium te Elberfeld wordt vermindering van schoolgeld toegestaan tot een gezamenlijk bedrag van 10 pet. van de bruto-opbrengst der schoolgelden.

Volgens Mushackes Schulkalender {Statistiscles Jair hue J. der höheren Schalen Deutschlands 1887-'S8) is aan de volgende scholen het schoolgeld in verband gebracht mee de financiëele omstandigheden der ouders. Ik geef de geheele lijst met alle in het jaarboek voorkomende bijzonderheden, voor enkele scholen vermeerderd met wat mij op verzoek is medegedeeld.

M til hei m ajit Ruhr.

(Gymnasium on Realgymnasium) i 36—210 M.

M ilnchen-Gladbach.

(Gymnasium en Realgymn.) . .

45—180 »

48—180 gt;

30—150 »

54—136 »

(Höh. Bürgersch.)...........

Willlich.

(tlöhere katli. Stadtschule) . . . .

Altena ajd Lenne.

7

Naar schoolklasson en inkoinsten-

belasling (zie beneden).

naar het vermogen der ouders (zie beneden).

idem.

naar de inkomstenbelasting, verminderd naar ink. bel. der ouders.

(Sladt. evang. Realprogymn.),. .

1

In ons land komt dit ook voor, liet sterkst te Veendum, waar aan do hoogere burgerschool het schoolgeld bedraagt voor do le kl. ƒ 20, voor de 2e ƒ25, voor de 3o /30, voor de 4e / 40, voor do óo ƒ 50.

ocr page 10

DE TOELATING VAN ONBEMIDOELDEN TOT

8

Haffen. (Realfrymrmsinm) .

Lüdenamp;cheidt,

(Rcalprogymnasium)..........

Schwelm.

(Realprogymnasium)..........

Uohenlimhury.

(Höh. Stadtschule)...........

llöhr.

(Real, iiiid Höh. Töchterschule)

Kim ajd Nahe. (Hi)h. Stadtschule)...........

Duiken,

(Realprogymnasium)..........

Dasseldorf.

(Realgymnasimn).............

Lanffenberg.

(Real pvogym nasi u m)..........

Lennep

(Realprogymnasium)..........

(Höli. Töchterschule).........

Remscheidt.

(Realschule)................

Hhetjdl.

(Realschule)................

Ruhrori.

(Realgymnasium)............

Viersev.

(Realprogymnasium)..........

Hückeswagen.

(Rektoratsschule).............

Verdingen.

(Höh. Stadtschulc)...........

MïdJudm ajd Jiijn.

(Realgym nasi um).............

JZupen.

(Realprogymnasium)..........

Essen.

(St. höh. Töchterschule)......

Varel. {Oldenburg). (Realprogymnasium)..........

(Höh. Töchterschule)........

70—120 M. naar de schoolklasse; verminderd tot

0P '/4' Vs cn '/2 naar 'n'lt;-bel. Het maximum wordt betaald door ouders die meer dan 36 M. ink. bel. betalen. Leerlingen van elders betalen het maximum 30 M. 96—144 » 1 naar de schoolkl. met vermindering volgens de ink. bel. tot op :V.i0f Vs-42—150 » naar schoolkl. en inkomstenbel.

60—168 » naar woonplaats, schoolkl. en inkomstenbel.

12— 42 » naar de ink. bel.

voor jongens naar de ink. bel.; voor meisjes 75 M. 72—144 gt; naar de schoolkl. (Leerl. uit de gemeente, wier ouders minder dan 24 JI. ink. bel. betalen, betalen de helft.)

110 » met vermindering volgens de ink.

bel. voor leerl. die goede cijfers verkrijgen.

48—160 » naar de ink. bel.

42—276 »

48—300 »

40—250 »

48—144 »

48—192 »

48-162 »

20—130 »

36—252 »

43—165 »

68—174 »

naar klasse en inkomstenbel.

naar de inkomstenbel.

naar klasse en ink. bel.

idem.

idem.

naar de ink. bel.

idem.

idem.

naar klasse en ink. bel.

idem.

naar de klasse, doch verminderd

naar de ink. bel.

voor leerl uit de gemeente volgens de ink. bel.; voor leerl. van elders 90 M.

i volgens de ink. bel.

72—174 »

54—144 »


ocr page 11

DE HOOGERE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

Te Mülheira a/d Ruhr wordt tegenwoordig het mininuim betaald door ouders, die beneden 15 mark inkomsten-belasting betalen, het maximum door hen die 432 mark en daarboven betalen en door de leerlingen van elders. De laatste bepaling heeft reeds sedert jaren aanleiding gegeven tot de klacht, dat de school voor leerlingen van buiten zoo goed als gesloten is, wat in het nadeel der gemeente geacht werd. Bij herhaling waren reeds door curatoren uitzonderingen gemaakt, vooral voor kinderen van ambtenaren en onderwijzers uit den omtrek, maar op den duur bleek de toestand onhoudbaar. Vandaar dat eene andere regeling is voorgesteld, welke nog op de bekrachtiging van de regeering wacht, en welke op het volgende neerkomt:

A. Gymnasium. B. Höliore Bü rger sc li ul e.

Bij een aanslaft in do ink. bel. van Bij een aanslag in do ink. bel. van

0—12 M. 80 M. voor allo klassen 0—12 .M. 50 .M. voor alle klassen

18™i2 » 90 » » » » 18—42 » 60 » » » »

48—126 » 100 » » » » 48—126 » 70 » » » »

144—180 » 110 » » » » 144—180 » 90 » » » »

216—288 » 130 » » » » 216—288 » 110 » » » »

360 on liooger 150 » » » ■* 360 en lioogor 130 » » » »

Leerlingen van elders betalen evenveel, Leerlingen van elders evenzoo, maar

maar niet minder dan 100 M. niet minder dan 90 M.

Te Munehen-Gladbach is de regeling als volgt:

Sexta cn Quinta...... 48 M. i

Quarta cn Tertia..... 72 » ; voor wie 3—18 M. ink, bol. betalen.

Secunda en Prima.... 90 »

Sexta en Quinta...... 72 »

Quarta en Tertia..... 96 » ' » » 24—48 » » » »

Secunda en Prima.... 120 » (

Sexta en Quinta...... 96 »

Quarta en Tertia..... 120 » ' » » 60—108 » » » »

Secunda en Prima.... 150 » |

Sexta en Quinta...... 120 »

Quarta en Tertia..... 144 » ' » ^ boven 108 » » » »

Secunda en Prima.... 180 » j

Te Hamburg bestaat eene dergelijke regeling aan twee bijzondere scholen, nl. aan de school, genaamd Talmud Tora, hoo-gere burgerschool voor Israëlieten , waar het schoolgeld wisselt tusschen 40 en 144 mark cn aan de Stiftung-schule von 1815.

9

ocr page 12

DK TOELATING VAN ONBEMTDDULDEN TOT

Aan deze school betalen van de 734 leerlingen, die haar thans bezoeken, 125 niets, 184 leerlingen betalen 72 mark, 304 leerlingen 96 mark, 94 leerlingen 120 mark en 27 leerlingen 144 mark. De leerlingen der eerste categorie betalen 3 mark per kwartaal voor leermiddelen, uitgezonderd 6, die daarvoor 15 pfennige in de week betalen. Uit een daartoe bestemd fonds krijgen 38 der armste leerlingen eene toelage voor kleeding.

De laatstgenoemde school, dezelfde waaromtrent het orgaan van Volksonderwijs van 30 Sept. 11. eenige merkwaardige mededeelingen deed, verdient eene nadere beschouwing hier ter plaatse, daar zij de eerste geweest is, die van den beginne af er op uit was, kinderen uit de meest uiteenloopende kringen bijeen te brengen. De uitdrukking ,/Standesschulenquot; is afkomstig uit. den strijd, dien de directeur dr. Ree tegen die scholen voerde. De hoer Ree, tot wien ik mij, naar aanleiding van genoemd artikel in het Volksblad, om nadere inlichtingen wendde , had de welwillendheid mij bovenstaande bijzonderheden mede te deelen. Mijne vraag of hem ook iets gebleken was van de nadeelen en gevaren , die men in zoo hooge mate vreest van de vermenging der standen in do school, werd door hem met een beslist neen beantwoord, terwijl hij mij verwees naar een paar brochures, in 1864 en 1866 door hem over deze zaak geschreven, die hij de vriendelijkheid had mij tevens toe te zenden. Ik deel er hier 't een en ander uit mede.

In het in laatstgenoemd jaar verschenen geschrift: „Dii1, alUjemeine Volksschule oder Standesschulen ?quot; stelt de schrijver gesteund door eene toen reeds bijna dertigjarige ervaring, de voordeden der voor allen toegankelijke school in het licht. Met mathematische nauwkeurigkeid berekent hij. dat het door hem gewenschte stelsel voor dezelfde kosten een grooter aantal kinderen tot eene hoogere ontwikkeling brengt, dan door de indeeling naar standen geschieden kan, waardoor dus het hoofddoel der school: kennis en beschaving te verspreiden , beter bereikt wordt.

,/De ontwikkelingquot; zegt de schrijver, «heeft hare eigene

10

ocr page 13

DE HOOGKRE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

zelfstandige waarde. Met haar gaan ecliter ook noodzakelijk verschillende andere voordeden gepaard, waarvan ik hier slechts noem de grootere geschiktheid om zijn brood te verdienen , en daar de algemeene volksschool aan veel meer menschen eene grootere ontwikkeling verschaft, geeft zij hnn ook tegelijkertijd ecne veel grootere kans zich op te werken, zich en den hunnen meer stoffelijke welvaart te verschaffen.

Dit te bevorderen is zeker de taak van den staat. Ons omringen overal in de groote steden duizenden gezinnen, die in den bittersten nood leven , die den vloek van Adam : ,/in het zweet nws aanschijns zult. gij uw brood etenquot; nog als een zegen zouden beschouwen , daar zij wel het zweet hebben, maar niet het brood, die voor zich en de hunnen niet eens in de toekomst een uitweg zien. Te midden van die ellende kan ook de meest opofferende weldadigheid slechts tijdelijk, slechts stuksgewijze helpen; op den duur staat de individu daartegenover machteloos. Wij moeten dus naar krachtiger middelen omzien en een daarvan is te zorgen, dat de ellende tenminste niet erfelijk worde, dat aan het kind althans de gelegenheid verschaft worde, zich en de zijnen in een gunstiger toestand te brengen. In mijn kleinen kring, uit mijn geringe ervaring kan ik honderden gezinnen noemen , die uit een treurigen toestand, waarin zij tijdelijk of zelfs blijvend door het armbestuur ondersteund moesten worden, alleen daardoor tot geregelde middelen van bestaan of zelfs tol welstand zijn gekomen, dat aan hunne zonen de gelegenheid werd verschaft, zich eene kennis en ontwikkeling eigen te maken, als anders bij ons in den regel slechts bemiddelden kunnen verkrijgen.

Verschillende bedenkingen worden besproken en weerlegd, b. v. dat de kinderen der urmen minder vatbaar zouden zijn voor hoof/ere ontwikJcehny en dat zij in zedelijk opzicht een nadeelyien invloed op de anderen zouden hehhen. Hooren wij, wat de directeur daaromtrent zegt:

„Dat de armen aan verschillende storende invloeden bloot staan, wie zal het ontkennen ? Maar niet daarop komt hot aan. Het is de vraag of dooi' die storende invloeden de vat-

11

ocr page 14

DE TOELATING VAN ONBEMlDOELDEN TOT

baarheid voor hoogere ontwikkeling zoozeer wordt verminderd , dat het gemeenschappelijk onderwijs daaronder op noemenswaarde wijze lijdt. Daarop alleen komt het aan, en daarover kan slechts de ervaring beslissen. En juist de ervaring spreekt overal tegen zulk een benadeeling van het onderwijs in de gemeen schappol ijkn school. In de officiëele verslagen uit Amerika, waarvan ik vele deelen heb doorgezien, heb ik nergens eene dergelijke klacht vernomen, evenmin uit Zwitserland , en evenmin heb ik ze zelf gegrond bevonden in mijne dertigjarige practische werkzaamheid. Aan mijne school is in dit opzicht tusschen de kinderen uit de laagste en de hoogste kringen geen in het oog loopend verschil.

z/Zcer zeker lijden de armen onder de slechte voeding, zij hebben ook dikwijls nauwelijks gelegenheid om hun huiswerk te maken ; en zonder eenigen twijfel is het juist, dat een arm kind bij het begin van zijn leertijd gemiddeld ver achter staat bij den gegoede, wat vlugheid van begrip en gemakkelijkheid om zich uit te drukken betreft. Daaruit ontstaat bij leeken zeer begrijpelijk de meening, dat dit zoo blijft, en dat daarom een gemeenschappelijk onderricht voor beide kinderen niet goed mogelijk is. Maar de ervaring heeft die meening niet bevestigd; het genoemde onderscheid neemt dooide school zeer snel af, en in de hoogere klassen is het niet meer te bespeuren. Wanneer het ons onderwijzers geoorloofd en mogelijk ware, de ons toevertrouwde kinderen uitsluitend naar hunnen meerderen of minderen aanleg in twee groepen te verdeelen en deze beide groepen afzonderlijk te onderwijzen , dan zouden natuurlijk de klassen der begaafden zeer snelle vorderingen maken, maarzooals bekend is, leiden de stands-scholen niet tot zulk eene verdeeling, maar tot eene scheiding van alle knappe en domme kinderen der armen aan de eene zijde van alle knappe en domme kinderen der rijken aan de andere zijde.

,/Ook zedelijk nadeel wordt gevreesd van de algemeene volksschool , en inderdaad zou deze bedenking van het allergrootste gewicht zijn — wanneer zij, afgezien van weinige uitzonderingen , maar gegrond was. Wanneer de kinderen der gegoeden

12

ocr page 15

DE HOOGERE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

door die der armen in do gemeenschappelijke school werkelijk zedelijk benadeeld werden, dan zou men het door ons verdedigde schoolsysteem zoowel daar, waar het zich sporadisch vertoont, als in die landen, waar het onder inillioenen menschen het heerschende is, al lang weer hebben opgegeven. De groote menigte der kleine lieden staat zedelijk volstrekt niet lager dan de overige bevolking. Het is eene aanmatiging der rijken, wanneer zij er zich niet mede willen vergenoegen meer geld te hebben, maar bovendien nog beweren, zedelijk hooger te staan. In tijden van nood plegen juist dikwijls geringe lieden zich meer dan anderen te onderscheiden door dienstvaardigheid , zelfopoffering, moed, trouw aan het gegeven woord. Het gevoelen onzer tegenstanders is veelal door eene begripsverwarring ontstaan. Niet in zedelijk, maar in aesthetisd opzicht worden de armen dooi' de gegoeden overtroffen , en dat blijkt ook werkelijk reeds bij kinderen, en wij laten ons door de ontzaglijke voordeden der algemeene volksschool niet verleiden , een mogelijk nadeel in dit opzicht voor kinderen van zeer beschaafde manieren te loochenen. Slechts kunnen wij het gevaar voor niet zoo ernstig houden , als het op het eerste gezicht schijnt, daar de fatsoenlijke manieren door minder beschaafde scholieren gewaardeerd en gaarne nagevolgd worden.quot;

Tot zooverre onze in de practijk vergrijsde Hamburger schoolman , wiens oordeel zeker nog eene grootere waarde verkrijgt, wanneer men weet, dat hij als, lid der regeering zijner vaderstad en van den Duitschen rijksdag de maatschappelijke toestanden nog uit een ander oogpunt heeft kunnen bezien, dan den meesten zijner ambtgenootcn mogelijk is.

De laatst besproken school te Hamburg is eene bijzondere inrichting, die slechts weinig steun van den staat genoten heeft, en het is hier de plaats er op te wijzen, dat de pogingen der overheid in Duitschland, om voortgezet onderwijs ook onder de lagere volksklassen te verspreiden, van particuliere zijde zeer gesteund 'worden. Bijna alle scholen bezitten een eigen vermogen, grootendeels ontstaan uit legaten en schenkingen en voortdurend aangroeiend o. a. door giften van oud-leerlingen, hetzij bij hun vertrek, hetzij later. Van som-

18

ocr page 16

DK TOELATING VAN ONBEMIDDELBEN TOT

migc stichtingen komen fle venten ten goede aan de leeraren, die daarnit pensioen trekken of onderstenning genieten in geval van ziekte., of wel aan hunne nagelaten betrekkingen; andere fondsen zijn voor arme leerlingen bestemd , die daaruit toelagen ontvangen om in hun onderhoud te voorzien en in vele gevallen nog ondersteund worden , nadat zij de school met de universiteit verwisseld hebben. Enkele voorbeelden die alleen reeds uit het genoemde jaarboek met vele andere te vermeerderen zijn, mogen hier een plaatsje vinden.

Aan het gymnasium te Düren werden in 1887 in 't geheel 9263 mark aan stipendiën uitgekeerd en wel aan 1 leerling 300 mark, aan 4 leerlingen elk 300 mark aan 24 leerlingen elk 150 mark en aan 44 leerlingen elk 100 mark.

Aan het Realgymnasium te Mülheim aan de Ruhr werden in het schooljaar 188f)-'87 324 mark uitgekeerd aan 1 leerling en 2 oud-leerlingen der school.

Aan het Realgymnasium te Elberfeld bestaan 3 stichtingen ten behoeve der leerlingen; aan 2 oud-leerlingen werden over 'teerste halfjaar van 1887 ruim 500 mark uitgekeerd, 6 leerlingen der school ontvangen ieder 50 mark. Over een bedrag van ruim 800 mark was nog niet beschikt.

Aan het Evang. Padagogium (gymnasium) te Maagdenburg zijn 72 internen. Van dezen betalen slechts 22 het volle kostgeld (600 mark), 20 betalen niets, 15 een vierde en 15 de helft. Bekend zijn de rijke zoogenaamde Fürstenschulen te Grimma, Meissen en Schulpforta. Aan de eerste school zijn voor het internaat 104, aan de laatste 139 geheel vrije plaatsen. Dat overigens op vele plaatsen ook particulieren door het verstrekken van „Freitischequot; het hunne doen, is bekend.

Het is mij niet gebleken, of in den regel zoo vrijgevig als b. v. te Amsterdam aan de kosteloos toegelaten leerlingen de leermiddelen worden verstrekt; de aanschaffing wordt echter gemakkelijk gemaakt, doordat vele uitgevers bij invoering hunner schooluitgaven, de exemplaren voor arme leerlingen kosteloos leveren.

Vragen wij nu, wat in ons vaderland gedaan wordt, om middelbaar en gymnasiaal onderwijs onder het bereik van onbe-

14

ocr page 17

DE HOOGERE INRICHTINGEN VAN ONIJEKWIJS.

middelden te brengen , dan is het antwoord : van rjksweye niets. Wel kan men de schoolgelden der rijks hoogere burgerscholen in den regel niet hoog noemen, zij wisselen tusschen /quot;24 (Bergen-op-Zoom) en /'00 (Utrecht), maar dat bedrag wordt dan ook van alle leerlingen gevorderd. Wel schijnt de kostelooze toelating van begaafde , maar minvermogende jongelieden tot de rijks hoogere burgerscholen wel eens ter sprake gekomen te zijn en waren niet alle regeeringen afkeerig van het beginsel; maar wettelijke bezwaren stonden aan de toepassing in den weg. Van eenc poging om die bezwaren weg te nemen, is nooit iets gebleken. Ook schijnen nergens de gemeentebesturen in die leemte voorzien te hebben , door zulke jongelui voor rekening der gemeente de rijksschool te laten bezoeken, ook daar niet waar voor de eigene inrichtingen het beginsel wordt gehuldigd, zoodat zich het zonderlinge verschijnsel voordoet, dat in enkele plaatsen (b. v. te Leeuwarden) wel meisjes, maar niet jongens kosteloos middelbaar onderwijs kunnen genieten en in andere (I). v. Middelburg) wel het gymnasium, maar niet de hoogere burgerschool kosteloos open staat.

De gemeentebesturen zijn in dit opzicht vrijgeviger geweest dan de hoose reareerine. Aan de eenige burserdagschool en aan

O o o o O o

bijna alle burgeravondscholen bestaan kostelooze plaatsen ; aan vele der laatste wordt zelfs in het geheel geen schoolgeld geheven. Het voorbeeld van kostelooze toelating op gymnasium en hoogere burgerschool werd in 1873 door Amsterdam gegeven. 1 De reglementen werden vastgesteld in de raadszitting van 2 April 1873, nadat reeds op 6 December 1871 door aanneming van het voorstel-Jager het beginsel was uitgemaakt. Onder meer werd bepaald, dat jaarlijks kosteloos geplaatst konden worden op het gymnasium 3, op de handelsschool 3, op de hoogere burgerschool voor jongens 5 en op die voor meisjes 5 leerlingen. Na de oprichting der hoogere burger-

15

1

Het is mogelijk, d:it eene iindere gomeenlo is vooi'gcguan, maai' de verordeningen up dit punt, die ik gezien heb, zijn alle jonger dan de Amstei-damsche, terwijl indertijd bij do behandeling der zaak in den gemeenteraad, waarbij de kwestie der wettigheid uitvoerig is behandeld, op geen precedent werd gewezen.

ocr page 18

OK TOELATING VAN ON BEMIDDELDEN TOT

scliolen met Sjarigen cursus werd de verordening aangevuld met de bepaling, dat ook aan elk dier scholen jaarlijks 5 zulke leerlingen eene plaats konden vinden.

Het voorbeeld van Amsterdam is door verschillende gemeentebesturen gevolgd (te Leeuwarden heeft de zaak eerst voor eenige maanden haar beslag gekregen), zoodat thans van de 41 gemeenten , die eigene scholen — hoogere burgerscholen of gymnasia — onderhouden , nagenoeg de helft op de eene of andere wijze, hetzij kosteloos, hetzij tegen verminderd schoolgeld aan eenige jongelieden toegang tot die inrichtingen verleenen. Voor zoo veel mij bekend is, wordt overal de eisch gesteld , dat de aldus begunstigden door aanleg en ijver uitmunten.

De gemeenten , waar in dit opzicht van overheidswege niets gedaan wordt, zijn de volgende: Breda, 's-Hertogenbosch, Apeldoorn, Nijmegen, Tiel, Doetinchem, Dordrecht, Gorinchem, Gouda, Leiden , Rotterdam , Schiedam, Haarlem, Zieriksee, Amersfoort, Utrecht, Almeloo, Kampen, 01 denzaal, Zwolle en Assen. Te Zwolle en Nijmegen, misschien ook elders, zijn indertijd voorstellen gedaan tot invoering der zaak, maar door den gemeenteraad verworpen. Uit Almeloo wordt mij medegedeeld, dat aanvragen om kostelooze plaatsing nog nooit zijn gedaan, maar wellicht zouden worden toegestaan. Te Kampen, waar het schoolgeld zeer laag is — ƒ30 zoowel voor het gymnasium , als voor de hoogere burgerschool — zijn enkele keeren toelagen voor den aankoop van leermiddelen verleend. In eenige der genoemde plaatsen trachten particuliere vereenigingen in de behoefte te voorzien of bestaan oude stichtingen, welker opbrengst voor ons doel gebruikt wordt, waarover later.

Te Arnhem, Delft, Amsterdam, Deventer, Groningen , Winschoten en Maastricht bestaan de gunstige bepalingen zoowel voor het gymnasium als voor de hoogere burgerschool; te Zutphen, 's-Gravenhage, Leeuwarden en Sneek gelden ze alleen voor de inrichtingen van middelbaar onderwijs, niet voor het gymnasium; evenzoo natuurlijk te Brielle, Eukhuizen, Hoorn. Zaandam, Goeslt; Harlingen, Enschedé en Veendam,

16

ocr page 19

DE HOOGERE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

waar geen gymnasia bestaan, terwijl te Middelburg, zooals reeds is opgemerkt, alleen het gymnasium in aanmerking kon komen, daar de hoogere burgerschool eene rijks-inrichting is.

In sommige gemeenten is het getal der vrijstellingen beperkt, in andere niet. Voor Amsterdam zijn de cijfers boven opgegeven. Te Arnhem kunnen aan elke inrichting jaarlijks

2, te 's-Gravenhage aan de school met vijfjarigen cursus 2, aan die met driejarigen cursus 4 jongelieden kosteloos geplaatst worden. Te Hoorn bedraagt het geheele getal niet meer dan

3, waarbij nog de bepaling bestaat, dat daardoor het getal leerlingen eener klasse niet boven 30 mag stijgen. Te Maastricht kunnen er aan de hoogere burgerschool in 't geheel 15 zijn, terwijl te Leeuwarden het getal telkens door B. en W. wordt bepaald. Voor de overige gemeenten is mij van geene beperking gebleken.

Behalve te Amsterdam worden de leermiddelen kosteloos verstrekt te Arnhem , 's-Gravenhage en Middelburg. Te Sneek en Maastricht worden de boeken kosteloos in gebruik gegeven. Uit andere plaatsen wordt medegedeeld, dat de leermiddelen niet verstrekt worden, uit enkele ontbreken de opgaven hieromtrent. Hier en daar wordt langs particulieren weg geheel of gedeeltelijk in die leemte voorzien, in den regel door vereenigingen, zoo b. v. te Zutphen, Enkhuizen (voor 2 leerlingen), Goes (waar eene beurs voor één leerling bestaat), Enschedé en Deventer. In laatstgenoemde plaats worden ook van gemeentewege aan enkele bevoorrechten prebenden verleend. Voor 1887 was daarvoor uitgetrokken /100, voor 1888 ƒ50. Bovendien bestaat er een klein kapitaaltje, indertijd door directeur en leeraren bijeengebracht, tot ondersteuning van verdienstelijke leerlingen.

Te Harlingen, Deventer en Maastricht worden nevens geheele ook gedeeltelijke vrijstellingen verleend; te Enschedé komen alleen halve vrijstellingen voor.

Welk gebruik van de gelegenheid gemaakt wordt, heb ik niet van alle plaatsen kunnen vernemen; in enkele schijnt de belangstelling vrij gering te zijn. Te Briellc werden tot

17

ocr page 20

DK TOELATING VAN ONBEMIDDKLDEN TOT

nog toe alleen vakleerlingen vrijgesteld, te Zaandam nog slechts één leerling, maar hier bestaat een particulier schoolfonds, waarover straks nader. Te Winschoten waren er aan de hoogere burgerschool tot dusverre 9, te Hoorn zijn alle drie de plaatsen bezet, te Harlingen waren er ten hoogste 3 of 4 te gelijk. Te Deventer zijn er tot op heden 20 toegelaten , waarvan 3 nog schoolgaan; te Arnhem is in den regel nog al belangstelling; in dit jaar waren er 3 candidaten voor de 2 plaatsen. Afgezien van Amsterdam, schijnen de hoogere burgerscholen te Maastricht en te Zutphen het grootst aantal vrijgestelden te hebben. In eerstgenoemde plaats waren er in het vorig jaar 11, die niets en 2 die het halve schoolgeld betaalden en zijn die cijfers nu 9 en 1; in laatstgenoemde zijn thans 9 leerlingen geheel vrijgesteld.

Om gemakkelijk te bevroeden redenen wordt van de gelegenheid , kosteloos het gymnasium te bezoeken, veel minder gebruik gemaakt. Te Maastricht zijn tegenover 10 vrijgestelden aan de hoogere burgerschool slechts 3 aan het gymnasium. In de plaatsen, waarvan mij cijfers zijn medegedeeld, waren er overal slechts enkelen, te Winschoten is er nog in het geheel geen gebruik van gemaakt.

Van hetgeen door bijzondere vereenigingen gedaan wordt, kan ik slechts weinig mededeelen; veel daarvan onttrekt zich aan de nasporing van particulieren. Bekend is, dat er vele oude stichtingen bestaan, die veelal het opleiden van jongelieden tot den geestelijken stand ten doel hebben; met alle is dat echter niet het geval, b. v. niet met het Willebrordus-fonds, waaruit aan 't Utrechtsche gymnasium 8 a 9 jongelieden studeeren. Hetgeen ik kan mededeelen van hetgeen door in latercn tijd ontstane vereenigingen gedaan wordt, is waarschijnlijk verre van volledig, toch meen ik, het mij er van bekend is, aan den lezer niet te moeten onthouden; wellicht wekt het tot navolging op.

Te Rotterdam bestaat eene vereeniging: ,/het Rotterdamsche schoolfonds,quot; die uit. December 1887 116 leden telde eu op het oogenblik dc schoolgelden en gedeeltelijk ook de school-behoefteu betaalt voor 2 leerlingen van het gymnasium, 3

18

ocr page 21

DE HOOGF.RE INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

van do hoogere burgerschool inct vijfjarigen cursus, 4 van die met driejarigen cursus en van 2 leerlingen van scholen voor uitgebreid lager onderwijs voor meisjes. De beurzen worden slechts aan begaafde jongelieden van goed gedrag en telkens voor éên jaar verleend.

Ook te Zaandam bestaat eer; dergelijk fonds: //het Zaan-landsch schoolfondsquot;; dat on-en minvermogenden bijstaat met geheele of gedeeltelijke betaling van het schoolgeld en waarvan reeds verscheidenen gebruik hebben gemaakt. De begunstigden nemen de verplichting op zich, zoo mogelijk latei-het genotene terug te betalen.

Te Assen bestaat mede eene dergelijke vereeniging, die echter met geringe finaucieële krachten en in zeer beperkten kring werkt; te Utrecht worden enkele jongelui gesteund o. a. door het departement der maatschappij van nijverheid en de waalsche gemeente, terwijl te Nijmegen het schoolgeld van één leerling der hoogere burgerschool door de afdeeling van Volksonderwijs wordt betaald.

En nu de uitkomsten van al die pogingen ? Zijn zij van dien aard, dat zij nopen op den ingeslagen weg voort te gaan en zelfs eene zoo groote uitbreiding aan de zaak te geven, als door de invoering van evenredige schoolgeldheffing zou geschieden? Ik kan natuurlijk geen volledig overzicht geven van wat er geworden is van de velen, die op de boven beschreven wijze in hunne studiën geholpen zijn; maar op grond van eigen waarneming en van de mij verschafte inlichtingen zou ik gerust de resultaten zeer bevredigend durven noemen. Die inlichtingen zijn mij op de meest welwillende wijze bijna alle verstrekt door de directeuren der scholen, en voor zooverre die heeren mij tevens hunne meening over den besproken maatregel mededeelden, betuigden allen, ook de enkele, die nog geene groote gevolgen gezien had, mij hunne ingenomenheid er mede. Bijna altijd werden de uitkomsten als zeer bevredigend, goed, zelfs als buitengewoon gunstig gekenschetst. Van ééne hoogere burgerschool met vijfjarigen cursus werd mij eene gedetailleerde opgave van do tegenwoordige betrekking der vroeger vrijgestelde leerlingen gezonden.

19

ocr page 22

DE TOELATING VAN ONBEMIDDELDEN TOT

Daaruit bleek o. a., dat 10 van de 17 eindexamen gedaan hadden, en dat ook bij de overigen, misschien met ééne uit-uitzondering, het onderwijs goede vruchten gedragen had. Van eene andere school werd medegedeeld, dat 2 van de 3 leerlingen , die dezen zomer met goed gevolg eindexamen hadden afgelegd, tot de besproken categorie behoorden, terwijl thans aan dezelfde school 4 zidke leerlingen in de 5de klasse zitten, die tot de besten dier klasse behooren. Daar in vele plaatsen de maatregel nog slechts kort werkt, zijn velen, die na het verlaten der school hunne studiën voortzetten, nog niet aan 't einde daarvan. Toch zijn reeds verscheidenen in openbare betrekkingen werkzaam, ook bij het onderwijs, zoo middelbaar als lager.

Te Amsterdam werkt de verordening nu 15 jaren, en hier is dus het geschiktste terrein om waarnemingen te doen. Al dadelijk kan ik verklaren, dat van de sombere voorspellingen, die de tegenstanders van het voorstel-Jager in 1873 lieten hooren, niets is uitgekomen. Het is volstrekt niet gebleken, ,/dat de kinderen van arme en verarmde ouders zich op de schoolbanken unheimisch en niet te huis gevoelenquot;; noch dat „wanneer men kinderen kosteloos eenig fransch en duitsch wil leeren, dit toch niet die vruchten zal afwerpen als bij die leerlingen, welke in den regel de daartoe bestemde scholen bezoeken , en zij van het geleerde niet die baten zullen trekken in het vervolg, welke men zich in zijne philanthropische verbeelding voorsteltquot;, aangezien (altijd volgens den door mij aangehaalden spreker) „kinderen alleen dan nut en voordeel trekken van het onderwijs, wanneer zij het genieten overeenkomstig hun stand en karakter en in hunne eigene omgeving.quot;

Zelf heb ik gedurende ruim 7 jaren kunnen waarnemen, dat de bedoelde leerlingen zich op de schoolbanken zeer goed tehuis gevoelen, en velen hunner tot de meest geziene behooren, zoowel bij hunne mede-leerlingen als bij hunne leeraren. Ik weet niet, of het waar is, „dat de ouders uit de meer gegoede klassen niet gaarne zien, dat naast hunne kinderen leerlingen uit den min gegoeden of behoeftigen stand

20

ocr page 23

DE HOOGERK INRICHTINGKN VAN ONDERWIJS.

op de schoolbanken plaats nemenquot; en of dus vele Amsterdam-sche ouders de toepassing van den maatregel met leede oogen zien ; maar wel weet ik, dat de Amsterdamsche jongens er hunne sanctie aan hebben verleend. Ook wanneer het hun , zooals niet altijd te vermijden is, bekend is van sommige hunner mede-leerlingen, dat dezen kosteloos zijn toegelaten, gaan zij op de gewone wijze met hen om; van eene afscheiding bemerkt men niets. De energie, waarvan velen der armen blijken geven , bij het overwinnen van moeilijkheden, dwingt eerbied af en heeft op de klasse een goeden invloed. Ik spreek hier niet slechts van de school met driejarigen cursus, waaraan ik verbonden beu, en waar door het lage schoolgeld steeds vele leerlingen zijn uit kringen, die niet zoover afstaan van die, waarin zich de niet-betalenden bewegen; ook aan de andere scholen heeft men dezelfde ervaring opgedaan; de directeur van de handelsschool, die van de school met vijfjarigen cursus en de rector van het gymnasium hebben mij verklaard,- dat, zij den maatregel heilzaam achten, er nooit eenig nadeelig gevolg van hebben waargenomen en over het gros der kosteloos toegelatenen zeer tevreden zijn.

Van den kant der meisjesscholen is wel eens de klacht vernomen, dat leerlingen uit lagere kringen zich daar werkelijk geïsoleerd gevoelden. Ik donk, dat daarvoor geen andere oorzaak is, dan dat de maatregel er slechts zelden toepassing gevonden heeft 1; van nadeelige invloeden op andere leerlingen of storende werking op het onderwijs is ook daar niets gebleken.

Dat over het algemeen van de gelegenheid minder gebruik is gemaakt door meisjes, dan door jongens (thans is het ge-heele getal meisjes, met inbegrip van de op de industrieschool geplaatste 18 tegen 91 jongens) ligt zeker vooral daaraan, dat het meerendeel der meisjes, die later zelf in haar onderhoud zullen moeten voorzien en goeden aanleg hebben, zich

21

1

Misschien zijn er toch andere oorzaken. Zoo wordt mij medegedeeld, dat de eenige leerling, die in dit jaar kosteloos geplaatst is op de scholen 4e kl. voor meisjes twee jaar ouder is dan hare medeleerlingen derzeiïde klasse. Hier hapert iets aan de organisatie.

ocr page 24

DB TOELATING VAN ÜNBKAIIUDELUEN TOT

voor ecne betrekking bij het onderwijs voorbereidt en dus de kweekschool bezoekt. Aan de hoogere burgerschool voor meisjes waren er slechts eeu viertal, bij wie intusschen het onderwijs goede vrucht heeft gedragen.

Ook aan de handelsschool waren er nooit veel: in den laatsten tijd is echter zoo hier als aan 't gymnasium het aantal aanvragen eenigszins toegenomen, zoodat er thans aan de eerste inrichting 3, aan de laatste 7 zijn. Tot de toeneming van den lust, om de kostelooze plaatsen aan het gymnasium te bezetten, draagt voor velen zeker ook bij het vooruitzicht, later bij voortzetting hunner studiën aan de universiteit alhier, vrijgesteld te zijn van de anders daarvoor verschuldigde bijdrage. Immers, en dit is zeker de reden, waarom men liever de deuren der hoogere burgerschool dan die van 't gymnasium wat wijder openzet —op de gymnasiale volgen voor de meesten de academische studiën, en tenzij misschien voor theologen, is er nog veel te weinig gedaan, om onbemiddelden aan de hoogeschool te steunen.

Zooals te verwachten was, zijn de meeste vrijstellingen verleend aan de hoogere burgerschool met vijfjarigen en aan die met driejarigen cursus. Aan de eerste school is het ge-heele getal der niet-betalenden tot dusverre geweest 36, waarvan 9 nog schoolgaan.

Van de 27 overigen

hebben eindexamen gedaan............................. 11,

zijn voor den afloop van den cursus vertrokken ten gevolge van een afgelegd examen (litterarisch-mathematisch examen, admissie-examen voor de militaire academie) wegens plaatsing bij de telegrafie, bij 't lager onderwijs of aan eene andere school. 8 , zijn om andere redenen vertrokken (in den regel wegens plaatsing op een kantoor)............................... 4 ,

is de vrijstelling ingetrokken bij........................ 4.

22

Aan de beide scholen met driejarigen cursus was het geheele getal ten minste................104 1

1

Verwisseling van directeuren aan bijna alle scholen heeft de nasporing eenigszins bemoeilijkt. Zuo ontbreken van do le hoogere burgerschool met driejarigen cursus de opgaven over twee jaren.

ocr page 25

DE HOOG ERF. INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

Daarvan zijn nog op school 46. Van do 58 overigen

hebben met goed gevolg eindexamen gedaan............................28,

zijn tusscbentijds in eenig examen geslaagd of overgeplaatst

naar eene andere scbool..........................................................6 ,

zijn om andere redenen vertrokken............................................13,

zijn bij 't eindexamen afgewezen, of is de vrijstelling ingetrokken bij 11.

Dat er aan de scholen inot driejarigen cursus meer vrijgestelden zijn, dan waartoe de verordening recht geeft, komt vooreerst' daar van daan , dat er eigenlijk drie zulke scholen zijn , (de derde is verbonden met de handelsschool) en dat de niet-betalenden steeds geplaatst worden aan eene der scholen met laag schoolgeld, en ten tweede, doordien het nog al eens voorkomt, dat voor jongelieden, die reeds schoolgaan, vrijstelling gevraagd wordt, wanneer namelijk door onvoorziene omstandigheden — in den regel den dood des vaders — het schoolgeld niet meer betaald kan worden. Burgemeester en wethouders zijn zoo humaan zulke verzoeken steeds in te willigen, wanneer daarvoor termen zijn.

Mocht iemand meenen, dat de door mij hierboven medegedeelde uitkomsten niet zoo heel gunstig zijn , dan ben ik zoo vrij met hem van gevoelen te verschillen. Verreweg de meesten der vrijgestelde leerlingen hebben hun doel bereikt, eenigen op schitterende wijze. De directeuren van alle scholen kunnen voorbeelden geven van jongelieden , die dank zij het kosteloos genoten onderwijs, in goed bezoldigde en gewichtige betrekkingen geplaatst zijn , of wier nog niet voltooide studiën tot de schoonste verwachtingen recht geven. Teleurstellingen komen echter, als overal, ook hier voor. Van den bijzouderen aanleg is niet altijd veel te bespeuren, de groote ijver, waarvan sommigen aanvankelijk blijken gaven, de energie, die anderen noodig hebben, om bij soms treurige huiselijke omstandigheden allerlei storende invloeden te overwinnen, verflauwen wel eens. Financiëele moeilijkheden dwingen soms de ouders hun kind iets te laten verdienen en het ontijdig van de school te nemen, waar het uitstekend voldeed. Daarbij is de regeling der zaak nog verre van volmaakt. Elders heb

28

ocr page 26

DK TOELATING VAN ONBEM1DDELDEN TOT

ik er op gewezen, dat het voorbereidend onderwijs in het Franscli voor de leerlingen van de scholen der lstc en 2de klasse, die plaatsing aan eene middelbare school wenschen, onvoldoende is, en hoewel nu eenigen, die aanvankelijk voor dit vak geheel onvoldoende waren, met eene werkkracht, die eerbied afdwong, het binnen enkele maanden tot een voldoend , zelfs tot een zeer goed cijfer brachten, blijft voor anderen die gebrekkige voorbereiding een struikelblok hun geheelen leertijd door. Ook kon zonder groote kosten nog wel iets gedaan worden, waarvan ook andere leerlingen voordeel konden trekken. Ik bedoel de opening van eene gelegenheid voor hen, die te huis moeilijk werken kunnen, om aan de school zelve onder toezicht hun huiswerk te maken. In Duitsch-land bestaat zulk eene gelegenheid schier overal, waar leerlingen uit de lagere kringen tot de middelbare school worden toegelaten; hier te lande, geloof ik, alleen te Maastricht.

Indien, zooals ik meen te hebben aangetoond, de ervaring heeft geleerd , dat onze inrichtingen voor middelbaar en hooger ouderwijs ook geschikt zijn voor jongelieden , die niets, niet eens hunne boeken kunnen betalen , dan zal toch wel niemand kunnen beweren, dat ze niet deugen voor hen , die wel een deel, misschien een belangrijk deel van het thans gevorderde schoolgeld kunnen betalen, maar niet het geheel, en zal zich niemand op dien grond tegen de invoering eener evenredige schoolgeldheffing kunnen verklaren. Er zijn zeker nog wel andere bezwaren , maar daar staan zulke groote en in 't oog loopende voordeelen tegenover!

Ik noem er nog één , dat voor Amsterdam en andere groote steden, waar verschillende middelbare scholen zijn, van gewicht is. Thans wordt, behalve te Rotterdam, overal voor de verschillende scholen een verschillend schoolgeld gevorderd. Daardoor vragen vele ouders bij de keuze eener school niet in de eerste plaats, welke, met het oog op den aanleg en de vermoedelijke bestemming van hun kind, de voorkeur verdient, maar welke het best in overeenstemming is met hunne financiëele draagkracht en ... hunnen stand.

Zoo zijn er aan de scholen met driejarigen cursus steeds

24

ocr page 27

DF. HOOGER/R INRICHTINGEN VAN ONDERWIJS.

leerlingen , clie eigenlijk bestemd zijn voor die met vijfjarigen cursus, maar die eerst gedurende drie jaren profiteeren van het goedkoope onderwijs aan de eerste, en vervolgens overgaan naar de tweede. Dat is nadeelig voor die leerlingen, die nu geen afgerond geheel, maar twee niet best bij elkander passende stukken krijgen, nadeelig voor de school met vijf-' jarigen cursus, die nu in de 4tle klasse te veel vreemde ele

menten moet opnemen, nadeelig eindelijk voor de school met driejarigen cursus, die nu gedwongen is, in verschillende richtingen te werken. Daarentegen zijn er aan de school met vijfjarigen cursus leerlingen in de lagere klassen, van wie men kan voorzien, dat zij de geheele school niet zullen afloopen; en die dan ook aan het eind van het 3l1u jaar, dikwijls al eerder vertrekken. Zulke leerlingen waren aan eene school met driejarigen cursus beter op hunne plaats. Van de leerlingen der school met vijfjarigen cursus gaat jaarlijks een groot aantal in den handel ; zij hebben eene groote hoeveelheid, ongetwijfeld zeer nattige kennis opgedaan, maar niet die waaraan zij in de eerste plaats behoefte hadden. De uitstekende inrichting, geheel voor hen geschikt en bestemd, kan niet worden bezocht, omdat het schoolgeld driemaal zoo hoog is. Bij invoering eener evenredige schoolgeldheffing zouden alle scholen gelijkelijk toegankelijk zijn voor ieder en elke school beter dan thans aan hare eigenaardige bestemming kunnen voldoen.

Het vraagstuk der schoolgeldheffing is van het grootste gewicht. Men bedenke wel, dat afgezien van de slechts bij uitzondering bestaande gelegenheid tot kostelooze plaatsing, bij de tegenwoordige regeling, geen aanleg of ijver, zelfs geen stand of geboorte, maar alleen de macht van het geld toegang geeft tot de inrichtingen van onderwijs, waar eene hoogere ontwikkeling met al de zedelijke en stoffelijke voordeden , daaruit voortvloeiende, kan worden verkregen. Eene heffing naar het vermogen heeft naar mijne overtuiging de eigenschap, op merkwaardige wijze het algemeen belang tegelijk met het bijzonder te dienen. Zij is heilzaam voor de maatschappij, die baat vindt bij eene zoo algemeen mogelijke

25

ocr page 28

DE TOELATING VAN ONBEMIDDELDEN ENZ.

26

G. A. C. VAN GOOR.

verspreiding van kennis en beschaving; zij is nuttig voor de scholen, die beter dan thans aan haar doel zonden beantwoorden. Zij is eene weldaad voor die ouders, welke de middelen niet bezitten , thans hunnen kinderen de opleiding te laten geven , welke deze noodig hebben , en voor die, bij welke die middelen kunnen gaan ontbreken, alvorens de opvoeding van hun jongste kind voltooid is. En wie, die hot geluk heeft niet te behooren tot eerste categorie, zal durven beweren, dat hij ook valt buiten de tweede?

Amsterdam , November 1888.

ocr page 29
ocr page 30
ocr page 31