-ocr page 1-
-ocr page 2-

• r-

. i: V c Vl

-ocr page 3-

VI. Kecliten van Vianen.

De rechten van Vianen zijn ons bewaard in een handschrift behoorende aan de Maatschappij van Letterkunde te Leiden, op den catalog-us vermeld onder nH. 818, als: „Privilegiën en keuren van Vianen van 1336 tot 1566, meerendeels authentieke afschriften, Hs. op perkament uit de i5de en i6de eeuw.quot; Het was vroeger in het bezit van B. Huydecoper en van Kluit. De beschrijving is evenwel niet nauwkeurig. Het is in folio en bevat, behalven de onbeschreven bladen voor en achter, op 46 genommerde bladen eene reeks van stukken, waarvan het oudste is van 1269, die de rechten aan Vianen verleend en daar geldende, omvatten. Van bl. 1—37 verso zijn die afgeschreven achter elkander door dezelfde hand omstreeks 1490, maar zijn niet geauthentiseerd of geteekend. Omstreeks 1555 schreef de secretaris Ludolph op bl. 38—42 nog enkele stukken in en teekende die, terwijl hij op bl. 9 verso een stuk invoegde en authentiseerde en op bl. 18 verso zes regels bijvoegde. Eene latere hand eindelijk schreef op bl. 38 verso een stuk in en voegde op bl. 42—46 er nog stukken aan toe, loopende tot 1566, terwijl eindelijk op bl. g recto een verklaring van burgemeesteren, schepenen en raad van Amersfoort voorkomt van 1495, hier in 1576 ingeschreven en door de handteekening van drie personen als met het oorspronkelijke overeenkomstig verklaard. Wij treffen hier dus zonder twijfel een handschrift aan dat oorspronkelijk voor de regeering van Vianen bij het bestuur en de rechtspraak werd gebruikt en tot in 1576 is bijgeschreven.

Dit wordt bevestigd door een in het archief der gemeente Vianen bewaard handschrift op papier, dat op 19 bladen niet alleen het grootste gedeelte van den inhoud van het boven beschreven handschrift wedergeeft, maar ook in 1594 daaruit afgeschreven werd, blijkens de telkens bijgevoegde aanwijzing van de bladzijde waarop ieder stuk te vinden was, die met do bladzijden van het eerst vermelde handschrift over-

\

-ocr page 4-

een komt. De bedoelingf bij het maken van dit afschrift was blijkbaar bijeen te verzamelen wat toen nog, in 1594, ter toepassing of verklaring bruikbaar geacht werd. Heeft nu dit afschrift tegenover den afgeschreven tekst geene waarde, anders is het met wat verder daarin voorkomt, namelijk; i0. drie brieven van den g-raaf van Bossu als stadhouder en president van den raad des konings over Holland en Vriesland, aan de regeering van Vianen, houdende bevel over te zenden zulke costuymen en privilegiën als zij mochten hebben om die aan de goedkeuring van den hertog van Alva te onderwerpen, gedagteekend 17 October 1569, 4 November 1569, 7 April 1570, 20. het antwoord daarop van de regeering van 18 April 1570, en 30. eene copie van de costuymen en usantien der stede Vianen, betrekkelijk het recht van erfopvolging en de wijze van rechtsvordering ter invordering van gehypothekeerde en andere schulden. Alle deze stukken zijn ge-authentiseerd door den substituut secretaris van Vianen Bosman in 1594, die dit geheele handschrift ook zelf schijnt geschreven te hebben. Het laatste stuk nu is klaarblijkelijk opgesteld om met het antwoord aan den raad van Holland en Vriesland opgezonden te worden, en schijnt een afschrift van het opgezonden stuk te zijn. Of ook de andere stukken in dit handschrift daarbij opgezonden zijn, blijkt niet, maar wel hebben wij hier weder een bewijs dat de herhaalde bevelen tot opzending van de costumen der steden en landen door Karei V en Philips gegeven, krachtig hebben medegewerkt om de aandacht der besturen op de oude rechten te vestigen, die te doen verzamelen en in schrift stellen en daardoor een beteren en meer geregelden rechtstoestand in het leven te roepen.

Wij vinden in deze stukken zeer verschillende onderwerpen behandeld. Het eerste, Vyanen betreffende, is het charter van bisschop Jan van 1271, waarbij hij aan Sweder van Beusinchem , den stichter van het kasteel Batenstein, het recht in leen gaf tot twee jaarmarkten te Vianen met de rechtspraak over alle misdaden, die op die markten zouden voorvallen, en geleide beloofde aan allen, die ze zouden bezoeken. Daardoor werd Zweder dienstman van den bisschop '), want hij ontving

1) Matthaeus, fundat. p. 594, de jure glidii p. 375, Heda p. 224.

-ocr page 5-

3

dit ad justum fcudum in loco et jure ministerialis. Hier wordt voor het eerst Castrum Vianen genoemd, want in een stuk van 1269 '), waarbij de schouw over eene wetering wordt geregeld tusschen Walter uten Goye en Zweder van Beusin-chem, heet deze nog miles de Heisloet en de urbs vetus, waarvan daarbij sprake is, als behoorende tot de jurisdictio van Zweder, schijnt eene andere beteekenis te hebben en slechts aanduiding van de juiste grens te zijn. Vianen toch is eerst door de markten en het veer over de Lek een middelpunt van bevolking geworden, zooals dan ook de bisschop zelf de juiste plaatsbepaling, waar de markt gehouden zou worden, nog aan Zweder overlaat. 2) De man die eigentlijk als de stichter van de stad Vianen te beschouwen is, is Willem van Duvenvoorde, de bekende vriend en vertrouweling- van graaf Willem III van Holland. Hij was in 1326 getrouwd met de oudste dochter van heer Zweder, Heilwich, en verkreeg daardoor de bezittingen van haren vader onder zijn beheer. De voorwaarden bij dit huwelijk vastgesteld, zijn mij niet bekend, maar wel blijkt het, dat toen bepalingen zijn gemaakt tot regeling van de erfopvolging in de goederen van heer Zweder, in geval het huwelijk van Willem van Duvenvoorde kinderloos bleef, en het was juist ten g'evolge dier bepalingen, dat later Vianen weder aan Gijsbert en Zweder van Vianen kwam. Wij voegen hier in het stuk waaruit dit blijkt:

Littera de sponsalibus IV. canicrarii et filie doviini de Vyanen.

Alle denghenen, die desen brief zien of horen lesen, maken cont ende kenlic Henric van Vyanen, dat ic ghelovet hebbe vor mi ende voer mine nacomelinghe in den huwelic tuisscen Willem van Duvenvoerde ende jonfrou Heilwi, heren Sueders van Vyanen ouste dochter mins broders, te houden bi mirre trouwen ende bi mirre sekerheide alle vorwerde, die in den huwelic ghedaghedinct siin, als die brieve daeraf houden. Ende vertie ende scelde quite die borch ende die heerscapie van

t) Matthaeus, t. a. p. p. 600. Zie blz. 118,

2) Over een verschil van Sweder met den bisschop later in 1324 , besliste de graaf van Gelder. Zie Matthaeus, de jure gladii p. 376.

-ocr page 6-

4

Vyanen ende alle gut, dat dartoe behoird, tote Willems ende jonfrou Heilwy behoyf voemoemd, in allen maniren dat die brieve van den hulic houdt vocrscreven, behouden mi mins leens, dat ic houde van der heerscapie van Vyanen ende in den brief van den hulic niet ghescreven en staet, ende behouden mi mins rechts van der herscappie ende goede van Vyanen , weer dat her Sueder min broder storve sonder wittige gheburt van sinen live ghecomen.

Voerd ghelovic Willem ende jonfrou Helwy mirre nichten voerscreven, waer dat heren Zueders mins broders vorseyt ghebrake sonder zoene ghewonncn in wittighen bedde, alst ghesproken is in den brieve van den hulike, ende ic die borch och heerscappie tote Vyanen in min hande hadde of daerop ware of yemant van minen wegen, dat ic die borch voerseyt of heerscappie bi mirre trowen ende sekerheide leveren ende ontrumen zoude vrilic ende sonder enich wedersecghen Willem van Duvenvorde vorseyt of sinen ghewaerden bode mit sinen openen brieve tot jonfrou Heilwy mirre nichten behof ende harre tueer beste daerin te doene sonder arghenlist.

Waer oec, dat Willem vorseyt doet ware eer her Sueder min broder storve zonder soene in witteghen bedde ghewonnen, ende jonfrou Heilwi levede ende kinder hadde bi Willem, so belovic jonfrou Helwy voerscreven of haren ghewaerden bode mit haren openen brieve die borch ende heerscapie van Vyanen voernoemt te ontrumen ende te leveren mit alle dien goede, datter toe behort, in allen maniren als voerscreven is; ende ghelove hare ende haren kinderen mit goeden trouwen daer-toe te helpen, dat si se vrilic ghebruken.

In kennisse hiiraf hebbic desen brief open bezegelt mit minen zeghele. Ende om die meerre sekerheide hebbic ghebeden ende bidde edel luden ende moghende here Jan, bi der ghenaden Goeds bisscop tUtr(echt), heren Willem grave van Henegouwen) van Holl(and) van Zeiand ende here van Vriesland, ende WviOrecht Scenc van Bozichem, waer dat zake, dat ic in enighen ponte van desen vorwerden vorscreven brokelic ware ende niet en hilde Willem ende jonfrou Helwy vorseyt, dat si voer heme ende voer hare nacomelinghe gheloven willen Willem ende jonfrou Heilwy, mi alsulc te hebben dat ic hem voldede. Ende wi Jan, bi der ghenaden Goeds bisscop van Vgt;\xecht, voer ons ende voer onsen nacomelingcn bisscopen van \]trcchi, ende wi Willem grave etc. ende Hubrecht Scenc voerscreven vor ons

-ocr page 7-

5

ende voer onse nacomelinghe, om bede Henrix van Vyanen vorseyt, beloven Willame ende jonfrou Helwi voerseijt, waer dat zake, dat hem yet ghebrake an Henric voorseyt enighen poente van den vorwerden vorscreven, dat wi Henric voerseyt also goet hebben souden, dat hi heme voldede. Ende hebben in orconden daerof desen brief mit Henric voerscreven open bezegelt mit onzen zegelen. Ghegeven in De Hage op onser Vrowen dach te Midoeste int jaer ons Heren MCCC ende XXVI.

(Register van Hubert van Buchel, f. 92. Prov. archief van Utrecht.)

Ook uit een ander oogpunt is dit stuk belangrijk. Er blijkt toch uit dat dit huwelijk niet slechts met medewerking van graaf Willem, maar ook met goedkeuring van den bisschop van Utrecht tot stand kwam, en dat deze dus ook zijne toestemming heeft gegeven tot de verpanding van Vianen en de opdracht van dit leen, dat oorspronkelijk een Utrechtsch leen was, aan Holland. Dit kan ons trouwens niet verwonderen, als wij weten dat de bisschop ook diep in schulden zat, dat hij van den graaf van Holland niet alleen groote sommen had ontvangen, maar ook vooral van Willem van Duvenvoorden, aan wien hij daarom ook het gerecht van de Nye Vaert tegenover Vianen in pandleen moest afstaan en dus alle reden had om tegen dit huwelijk en de verpanding van Vianen geene bezwaren te maken. Die verpanding van Vianen hing met dit huwelijk nauw zamen of liever was er een gevolg van. Het blijkt toch dat Zweder in 1326 met vele schulden bezwaard was en noch die betalen noch de 200 ponden tourn. jaarlijks bij het huwelijk zijner dochter toegezegd, kon voldoen. Zijn schoonzoon Willem van Duvenvoorde schoot hem derhalve zes duizend ponden tourn. voor om zijne schulden te vereffenen en ontving daarvoor en voor het inkomen zijner vrouw, de bezittingen van zijn schoonvader, de burcht van Vyanen met alle daaraan verbonden rechten en inkomsten te pand, onder goedkeuring van den graaf van Holland als leenheer. Waarschijnlijk had Zweder die daartoe vooraf aan den graaf van Holland opgedragen, en die nu weder aan dezen opgegeven, opdat hij Willem van Duvenvoorden er mede beleenen zou. ■■)

3) Dat Willem van Duivenvoorden ook voor een gedeelte dier goederen en reehten door den bissehop is beleend, schijnt wel te blijken uit het voorkomen van hem onder de famuli et armigeri van don bisschop in 1334, ofschoon dit ook het gevolg kan zijn van het ieenbezit van andere goederen.

-ocr page 8-

6

Zulk eene overeenkomst toch tot verpanding van een leen, waarbij de leenman het goed met alle rechten en verplichtingen aan een ander te pand afstond, kon niet tot stand komen dan met medewerking van den leenheer, die den tijdelijken verkrijger er mede moest beleenen. Dit geschiedde dan ook en Willem van Duvenvoorden ontving toen A^ianen als leen van den graaf zooals het hem was verpand en voor zoolang als de schuld onafgedaan bleef. De voorwaarden van den afstand zijn ons bewaard in een charter, waarvan ik de kennis dank aan de altijd bereidvaardige hulp van den heer Hingman, den kundigen ambtenaar op het rijks archief. In dat charter van 1327 stellen de graaf en Willem van Duvenvoorde het volgende vast. De laatste zou alle inkomsten van het leengoed in zijn volle uitgestrektheid trekken, behalven alleen die versterfte van sinen mannen, d. i. het aandeel, dat de heer in de nalatenschap zijner eigen lieden had. Uit die inkomsten zou van Duvenvoorde voor alles genieten 200 ffi tourn. jaarlijks , hem bij huwelijksvoorwaarden toegezegd. Overigens zou hij jaarlijks uitbetalen: aan heer Zweder van Vianen. zijn schoonvader, 400 ffi, aan Lijsbet van Vianen, zijne schoonmoeder, 240 quot;S?, aan Claas en Steven heer Sweders broeders en aan Catherine zijne zuster, te zamen 100 It'. Dan zou hij 200 Tl' behouden om den burcht mede te doen bewaren en te onderhouden, terwijl hij verdere noodzakelijke onkosten daartoe in rekening zou mogen brengeu. Al deze uitkeerin-gen zou hij echter alleen doen als de opbrengsten daartoe voldoende waren. Bleef er van de opbrengsten wat over, dat zou strekken in mindering van de voorgeschoten 6000 ffi en van zoodanige gelden als heer Zweder later nog mocht leenen. Was de schuld afbetaald, hij zou zijn burcht, rechten en inkomsten weder vrij en onbezwaard terug bekomen. Zie hier het charter zelf.

Wi Willem grave etc. ende Willem van Duvenvorde makent cont allen luden, want here Zueder van Vianen, ridder, ons in die hand gheset heeft zine burch te Vianen ende alle zyn heerscappie te Vianen ende al dat daer toe behort. Ende al zinen renten, lien, eyg'hen, tiende ende erve, pacht, veren, viskerie ende al verval, dat van deser tyt voerwaerts meer van allen zinen goede vorscreven verscinnen zal, wtghenomen die ver sterfte van zinen mannen, also als die handveste spreken van

-ocr page 9-

7

don huwclike tusschen Willem vorseyd endc joncvrouwe Hey-lewyf sire dochter, in dustanighen voerwaerden dat \vi hem wt zinen g-oede vorscreven jaerlicx. gheven zullen vier hondert pond tor, te betalen alle jare die ene helfte te middewinter ende die andere helfte tc paeschen. Vort zullen wi veren Lyse-betten der vrouwen van Vianen, zinen wive, daer of jaerlix wytreyken twie hondert viertich pond tor., die ene helfte jaerlixc te s-Martins misse in den winter, ende die ander helfte te s-Jans misse middezomer. Vort zullen wi jaerlix vytreyken Claes ende Steven heren Zueders broederen ende Katrinen zire suster hondert pond tor., te betalen jaerlix die ene helfte te 'smartyns misse in den winter, ende die ander helfte te s-Pieters misse in die lenten. Vort zullen wi behouden jaerlix die borgh te Vianen vorser, mede te doen te verwaren twie hondert pond tor. Vort zal Willem van Duvenvorde vorser, behouden jaerlix ende vor al voer wyt nemen alse vor zyn huwelie goed twie hondert pond tor. Endc daer of zal die eerste jaerscaer ingaen te sinte Martyns misse in den winter int jaer van zeven ende twyntich. Ende alle renten vorscreven zullen wi betalen ten vornoemden terminen also verre alse alsoe vele renten van sinen goede vorscreven verscinen. Vort zullen wi zinen borgh, zine heer-scappie ende zyn goed vorscreven ende dat daer toe behord, van zulken coste als niet omberen ne mach , verwaren doen met zyns goeds coste vorscreven bi enen goeden man, die wi ende hi daer toe zetten zullen, ende wat sine rente ende vervallen van sire heerscappie ende goede vorscreven hier boven jaerlyx draghen moghen ter goeder reeckeninge, daer zullen wi sinen scoud mede doen ghelden, die loept tote zes dusent pond tör. toe of daer ommetrent, ende die zullen wi alzo verwaren doen, dat daer ghiene cost meer up ghecome, het en ware van reysen ende cost van boden, die scoud mede te innen ende te betalen. Ende alsoe vele alse jaerlix van zinen renten vrye blivet boven desen vornoemden vytghezetten goede, so sal zine scoud vorser, minderen van desen zes duzent pont vorscreven, ten waer of wi hem ghelt lienden, jof hem vytdeden daer wi in zinen opene brief of hadden, dat souden wi jaerlix weder voer wyt nemen van sinen renten. Ende immer jaerlix rekening te doen van allen stucken vorscreven, waer omme wi hem g'heloven, so wilke tyt wi sine scoud vorscreven in deser manieren te vollen be-taelt hebben van desen zes dusent ponden vorscreven , so zullen wi hem ziin hws, ziin heerscappie ende alle zyn goed vorscreven

-ocr page 10-

8

also vry leveren, als hiit ons in die hant ghezet heeft, behouden allen den vorwaerden van den huwelike vorscreven. Ende alle stucken voerscreven sonder arghelist ende ter goeder rekeninge. Ende omme dat wi willen dat alle stucken vorscreven vaste ende ghestade bliven, zoe hebben wi ende Jan van Polanen alse orkonde met ons desen brief open bezcghelt met onsen seghele. Ghegheven in den Haghe up Sinte Michiels-daech int jaer ons heren MCCC zes ende twijntich.

(Register E. L. n. 1316-1337. Cas C. folio 18 Rijksarchief.)

Op die wijze was dus werkelijk Willem van Duvenvoorde sints 1327 heer van Vianen geworden. Hij had nu ook belang om den bloei en de uitbreiding van die plaats door handel en verkeer te verzekeren en de rechtszekerheid er te vermeerderen, vooral daar hij nu zoowel de lage als de hooge jurisdictie daar verkregen had, althans in dat gedeelte dat hij van Holland te leen had. Wij zien dan ook dat hij in 1336 drie jaarmarkten en een weekmarkt verzekerde aan zijne luiden tot Vianen aan den oever, dat hij daar een rechter en schepenen had, die keuren met zijn goedvinden konden vaststellen, en dat hij hun alle vroegere rechten bevestigde, en daardoor den grondslag legde voor de stads vrijheid. Hij deed daarom dit charter mede door graaf Willem bevestigen en bezegelen. In verband daarmede stond de tolvrijheid in Holland, die hij voor de poorte door hem gesticht in hetzelfde jaar verkreeg van den graaf, waar uitdrukkelijk genoemd worden alle die binnen de vrijheid en de poorte wonen, terwijl Willem van Duvenvoorde zelf eindelijk toen een stadbrief gaf, waarbij hij verschillende punten regelde en vaststelde omtrent de bevoegdheid en de rechtspraak der schepenen, de rechtspleging, de macht zijns rechters, de boeten op enkele handelingen en meer. Men kan dus volkomen terecht het jaar 1336 als het tijdstip aannemen dat Vianen een stad werd, al bleef die geheel in alles afhankelijk van den heer dier plaats, die de ambtenaren aanstelde, de boeten genoot en de door rechter en schepenen te maken keuren goedkeuren moest. Eindelijk vinden wij nog van hetzelfde jaar eene eeninge van den heer Willem van Duven-voorden met heer Otto van Asperen, die weder in zoover met den stadbrief zamenhangt als daardoor de vervolging van rechten werd verzekerd. Dat het somtijds bij de talrijke aan

-ocr page 11-

9

elkander grenzende jurisdictiën van verschillende heeren, moeilijk viel zijne rechten jegens elders zich ophoudenden te vervolgen en recht te krijgen van eenen vreemden heer, maar al te genegen zijne lieden te beschermen ten koste van anderen, is niet te verwonderen. Van daar dat naast gelegen heeren zich verbonden en eenigden om wederkeerig hunne ondersaten onvertogen recht te verschaffen en te beschermen. Zulk eene overeenkomst kwam dan ook tot stand tusschen den heer van Vianen en dien van Asperen, terwijl eene dergelijke overeenkomst tusschen heer Gysbert uten Goye en heer Jan van Heukelom, dat is voor 'tWael, Honswyk en Hagestein van 1332 ook voor Vianen geldig werd, toen de heeren van Vianen ook heeren van uten Goye en burggraven van Utrecht werden.

Dit had reeds plaats met heer Ghisebert van Vianen, dien wij in 1345 aantreffen, toen Vianen een eigen kapel verkreeg afhankelijk van de kerk van Hagestein. In 1354 bevestigde aan hem benevens aan zijn broeder Zweder, Hertog Willem van Beijeren als graaf van Holland de tolvrijheid voor de burgers van Vianen, maar onder voorwaarde dat men geene goederen naar Utrecht zou uitvoeren en dat geen vreemden van de tolvrijheid gebruik zouden maken. Heer Ghisebert hield toen de zijde van Holland en was in oorlog met den bisschop van Utrecht, met wien hij in 1355 weder verzoend werd en beloven moest den bisschop hout ende trouwe te wesen, alse goede gestichtsluyden sculdich syn te doen hoerren rechten leenheer. ') In 1383 verleende hij nog vrijheid van beden en schattingen aan zijne poorteren van Vianen bij een brief mede bezegeld door zijn broeder en zijn oom, Zweder en Hendrik van Vianen, welke vrijheid zijne onderzaten wel zullen verkregen hebben ten gevolge van hem verleende ondersteuning en geschonken gelden in de moeilijkheden, waarin hij gewikkeld was tegenover den bisschop. In 1372 droeg hij zijn burcht te Vianen met hare hofstede aan den graaf van Holland op en in 1386 werd hij voor andere goederen leenman van den hertog van Gelder. De heeren van Vianen toch, wier gebied tusschen Holland, Utrecht en Gelderland gelegen was, zagen zich telkens, bij iederen twist die tusschen hunne naburen uitbrak, bedreigd en stelden meer vertrouwen in het machtige

1) Matthaeus, fund. p. 595

-ocr page 12-

IO

Holland, dan in het zwakkere, vaak verdeelde Utrecht, en kozen dan ook meestal partij voor Holland of voor Gelder, zonder zich altijd hunner leenplicht jegens Utrecht te herinneren. Reeds in 1383 was de zoon van heer Ghisebert, Hendrik heer van Ameide. Waarschijnlijk was hij met eene erfdochter uit dezen tak der Heeren van Herlaer gehuwd. Althans hij was het die de heerschap Ameide aan Vianen bracht. Hij zelf had slechts eene dochter Johanna of Jan, die met Walraven van Brederode huwde 1), die de eerste heer van Vianen uit het geslacht der Brederodes werd. Van hem vinden wij hier de oproeping aan alle zijne burgers, om binnen zijne stad terug te kceren en ter verdediging gereed te zijn in 1407 en 1412. Wat trouwens ons niet kan verwonderen bij zijne gedurige oorlogen, zoowel onder hertog Aalbrecht en graaf Willem als in dienst van gravin Jacoba. In dien tijd schijnt Vianen achteruit te zijn gegaan en zich later niet weder tot den bloei te hebben kunnen verheffen dien het in de 14® eeuw had bereikt, al zochten de heeren van Brederode door verschillende voorrechten er inwoners heen te lokken en den handel en het verkeer te bevorderen, waartoe ook de bepaling behoorde dat, wie poorterrecht in Vianen won, vrij en onbelast daar zoude blijven van elders gemaakte schuld.

Behalve de door den heer van Vianen vastgestelde en afgekondigde stukken komen in deze verzameling verschillende stukken voor, die overdragten genoemd worden van den heer van Vianen met zijn gerecht en vrienden, en die derhalve door samenwerking van s' Heren rechter en schepenen met den Heer tot stand kwamen en op den naam des heren werden afgekondigd, hoewel zij waarschijnlijk wel uitgingen van de stads-regeering; andere stukken hebben den vorm van opgeteekend gewoonte recht dat, zoo als het erkend was en gevolgd werd, wordt medegedeeld. Daarvan een dagteekening aan te wijzen is onmogelijk, vooral omdat wij hier blijkbaar eene compilatie hebben van bepalingen, die eenigermate naar de onderwerpen gerangschikt, uit andere oudere bronnen haar inhoud ontleende, en alles bij een bracht, waaruit het geldend recht der plaats gekend kon worden, zooals het op het einde der i5e eeuw bestond, en waaruit het weder in de i6e eeuw, voor zoover

1

Voet, oorsprong van Brederode, bl. 66

-ocr page 13-

11

het toen nog als bestaand en geldig recht kon beschouwd worden, werd uitgetrokken en bijeen geschreven. Juist toch de in het afschrift van Bosman ontbrekende gedeelten hadden alle waarde toen verloren en waren door de veranderde omstandigheden op zijde gezet. Ik geef hier echter natuurlijk den inhoud van het volledige en oorspronkelijke handschrift, maar in tijdsorde waar dit mogelijk was gerangschikt, en voeg er alleen aan toe wat het latere afschrift daarenboven bevat, tevens aanwijzende welke stukken daar uitgelaten zijn.

B. J. L. ue Geer.

I. Wouter uten Goye, zoon van heer Gysbert uten Goye verdraagt zich met heer Zweder van Beusichem betreffende de schouw der Hagewetering. 31 Augustus 1269.

Universis presentes literas inspecturis, ego Walterus ex Goye filius domini Ghysberti ex Goye notum facio et protestor quod sculteti mei et prospectores mei, qui vulgo heemraders nomi-nantur, cum scultetis et heemradibus domini Zwederi de Bue-sinchem militis de Helsloit usque vutweteringam de Gasperde simul prospicient weteringam sub hac conditione, quod omne forefactum, quod vulgo verbuernisse sive boete dicitur, quod ex dicta weteringa emerserit, si reus hujusmodi forefacti sive boete bona mobilia in mea jurisdictione habuerit et non in jurisdic-tione domini Zwederi antedicti, ego pandabo ita quod heemraders jus suum habeant, et quidquid superfuerit pandabo dicto domino Zwedero vel ipso mortuo suis heredibus. Et dominus Zwederus et ego et heemraders nostri vutweteringam simul prospiciemus et de omni forefacto et boetis in vutweteringa emergentibus heemraders jus suum habeant et quod superfuerit dictus dominus Zwederus et ego et nobis mortuis hcredes nostri simul aequaliter dividemus. Praefatus autem dominus Zwederus promisit quod nee ipse nee sui heredes unquam hageweteringam obstruent vel cursum aequae suae impedient, sed ipsas procurabunt servari prout heemraders protestati fuerunt iuramento suo quod de iure servare debebunt. Homines autem de jurisdictione domini Zwederi inter Helsloit et urbem veterem pro aliquo facto vel forefacto non poterunt impeti vel arrestari in jurisdictione mea videlicet Gasperden, Everdinge et Goitber-

-ocr page 14-

12

tinge, nisi tarnen pro recenti pugna vel furto recenti. Et e con-verso homines de jurisdictione mea videlicet Gasperden, Ever-dinge et Goitberdinge pro aliquo facto vel forefacto, nisi tamen pro recenti pugna vel furto recenti, in jurisdictione domini Zwederi, scilicet inter Helsloit et urbem veterem, non poterunt impeti vel arrestari, sed alter nostrum subditis alterius justiciam faciet indilatam. In cujus rei testimonium presentes literas sigillo meo roboratas dedi dicto Zwedero et suis heredibus. Datum a0 domini millesimo CC0 LXIX0 sabbato post decol-lationem beati Johannis.

(HS. i fol. 8 recto. Ontbreekt in HS. 2. — Zie Matthaeus, Fuudat. p. 600.)

II. Jan, gekozen bisschop van Utrecht, verleent aan Zweder van Beusichem, ridder, in recht erfleen het recht om twee jaarmarkten te doen houden op zoodanige plaats binnen het rechtsgebied waarin zijn burgt Vianen gelegen is, als hem gelieven zal. 1 December 1271.

Johannes, dei gratia Traiectensis electus, omnibus in perpetuum praesentia visuris ct audituris salutem in domino. Noverint universi quod meritis plurimorum laborum et etiam oneribus expensarum dilecti nostri Zwederi de Buezinchem militis, quas assidua sollicitudine et cura pervigili pro ecclesia Traiectensi nostri praedecessoris, domini Henrici bonae memoriae, et nostris temporibus sustinuit, consideratis ante et inspectis, de mcorum et ecclesiae traiectensis praelatorum et ministerialium consilio et consensu, concessimus eidem Zwedero et suis perpetuo legi-timis heredibus ad justum feodum in loco et iure ministerialis, quod infra suam jurisdictionem, ex ilia parte Lecke ubi castrum suum Vyanen situm est, ubicunque sibi placuerit et magis visum fuerit expedire, duas nundinas, quamlibet octo dierum in quo-libet anno ex nunc in antea possint habere terminis infra scriptis. Videlicet unam nundinam quae incipiet in octava vigilia as-sumptionis beatae Mariae virginis et aliam quae incipiet octo diebus ante vigiliam omnium sanctorum. Protestantes publico in hiis scriptis, quod omnes ad ipsas nundinas venientes unde-cunque tam personis ac rebus et bonis suis omnibus, in terris et in aquis, veniendo, morando et recedendo, tribus diebus ante-

-ocr page 15-

13

quam crux ipsarum nundinarum erigatur et tribus diebus post-quam deponitur ipsa crux, in protectionem nostram et ecclesiae traiectensis recepimus et conductum. Omnem insuper juris-dictionem de omnibus forefactis, quae durantibus ipsis nundinis quocunque modo contigerint, eidem Zwedero et suis perpetuo heredibus judicare in feodum concedimus loco et jure ministe-rialis. Actum praesentibus domino Stephano decano scti Petri, domino Jacobo decano scti Johannis Traiectensium ecclesia-rum, Hermanno de Voerst, Ghysberto de Ruele, Gerhardo de Reno et Gerhardo de Voerne militibus et aliis quamplurimis nostris et ecclesiae traiectensis ministerialibus, militibus et famulis. In cuius rei testimonium nostro sigillo sigillavimus praesens scriptum ad perpetuam firmitatem. Datum anno domini millesimo CC0 LXXI0 feria quarta post festum beati Andrcae apostoli.

(HS. i fol. 6 verso, Ontbreekt in HS. 2. — Zie Matthaeus, Fundat. p. 594-)

III. Eening of verdrag tusschen Gysbert nten Goye, knape, burggraaf van Utrecht, en Jan van Huecklem, ridder, over het recht doen aan elkanders wederzijdsche onderdanen. 17 Juli 1332.

Alle den ghenen die desen briefï sullen sien off horen lesen ic Ghijsbert vten Goye, knape, borchgrave t'Utrecht, doe te vérstaen mit kennisse der waerheit, dat heer Jan van Huecklem , ridder, ende ick bij rade onser magen mit gunste ende mit vrienscap een enynge onderlynge gemaect hebben ende malchanderen geloeft ende gesekert hebben bij onsen trouwe, in deser manieren. Enige hide die in heren Jans gericht voer-seit wonen ende rechts begeren van dengenen die in mijnen gericht wonen, het waer van schoude off van schade off van enyger-hande saken, daer twist off werringe off comen mocht tusschen sijncn luden ende den mijnen, dien luden sal ic ende mijn erff-namen ofte nacomelingen nae mijnre doot een onvertoghen recht doen tot aire tijt sonder vertreck van enygher clage. Ende des gclijx sal hij ende sijn erffnamen ofte nacomelingen mijnen luden weder doen die in mijnen gerechte wonen ende die recht van hem begheren. Ende waer dat sake dat enich dootslach off leemte gedaen worde in heren Johans gerecht voers. die bij hem off bij sijnen erffnamen ofte nacomelingen ghesoent

-ocr page 16-

14

worde, ende sijn Inden pandingc begeerden van horen maech-ghelde van horen maghen die in mijnen gerechten wonen, dat maechghelt sail ick ende mijn erffnamen ende nacomelingen dien luden vut doen panden sonder vertreck van eniger clage tot aire tijt, alse dat gevalle ende wijs vermaant worden, also groot alst hem g-eset worde ende mit recht ghebueren mocht. Ende desgelijcx sail heer Johan voerseit ende sijn erven ofte nacomelingen mijnen luden weder doen, die pandinge begheren van horen maechghelde van hoeren maghen, die in sijnen gerechten wonen van enyge dootslagen ofte leemten die in mijnen gerechte gedaen worden, die bij mij ofte bij mijnen erffnamen ofte nacomelingen gesoent worden. Ende op dat alle dese voirsc. punten van mij ende van mijnen erffnamen ende nacomelingen vast ende ghestade ende onverbroken bliven sonder alrehande archeit, soe hebbe ick Ghijsbert vter Goije voirseit desen brieff besegeit mit mijnen segel. Gegeven int jaer ons heeren M. CCC XXXII des Vridages voer sente Margrieten dach,

(HS. i fol. 7 verso.)

IV. Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout en Heilwyff, vrouwe van Vianen en van Oosterhout. zijne vrouw, geven aan hunne lieden te Vianen aan den oever drie jaarmarkten, eene weekmarkt, en voorts zoodanig recht als nader bepaald zoude worden. 18 December 1335.

Ic Willam van Duvenvoirde heere van Oisterhout ende Heilwyff vrouwe van Vyanen ende van Oisterhout sijn wittaftige wijff, maken condt ende kenlyc alle den ghenen die dese lettere sullen syen off horen lesen , dat wij onsen luden tot Vyanen an dat oever ghegeven hebben ende geven ene vriheide , alse van den drayboem, daer onse gerechten sceyden ende die gerechten van Hagesteijn, tot dier monicstege toe vut-gaende in die lecke, also verre alst ons toebehoert endet onse ouders haer gebracht hebben, ende weder vut der lecke op-gaende alsoe breet tot den wege toe die voer den biesen leecht, mit drie jaermarcten elxjaers alsoe alse die bij gewoenten ghe-legen hebben, ende een weckemerct altoes opten Woensdach, mit sulcke danigen geleide alse onse ouders beijde jaermarcten

-ocr page 17-

15

ende wekemerct haer g'cbracht hebben. Ende voirt soe geven wij ende hebben ghegeven onser voers. luden van den oever alsulck recht als wij over een setten sullen. Ende onse scepenen en sullen gheen recht noch kueren leggen bynnen onser vrijheide voirs. het en sij bij ons off bij onsen rechter die wij daer setten. In oirconde van desen brieve besegeit mit onser segelen ende om die meerre sekerheide soe hebben wij gebeden onsen lieven heren den grave van Henegouwer, van Hollant ende heren van Vrieslant, daer wij dese voirs. vriheide ende gerichte off houden, dat hij desen brieff met ons besegelen wille. Ende wij Willam grave van Henegouwen ende van Hollant, hebben om beden wil heren Willems van Duvenvorde heren van Oister-hout ende Heil wives vrouwe van Oisterhoit ende van Vyanen, desen brieff mit hem besegeit in den jare ons heren MCCC vive ende dertich des manendages voer Stc Thomas dach.

(HS. i fol. 7 recto.)

V. Eening of verdrag tusschen Otto, heer van Asperen, en Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout, o. a. over het onderhouden van de eening tusschen het land van Hagestein en het land van Vianen. 27 Februari 1336.

Wij Otte, heere van Asperen, ende Willam van Duven-voirde, heere van Oisterhout, maken cont ende kenlic allen denghenen die desen brieff sullen syen off hoeren lesen, dat wij male mit anderen over een gedragen sijn mit dusdanige voirwerden als hier nae staen. In den yerston geloven wij Otte ende Willam voirs. malchanderen onse landen te helpen weren jegens elcken manne, vutgeset onsen lieven here den Grave van Hollant. Voirt geloven wij malchanderen in goeden trouwe, dat wij nyet gedogen en sullen bij onsen wetenscap dat den enen arch off scade gesciede van des anders lande off daer doer des anders lande van yemande soe wie hij waer. Ende waren wyt wisten dat gescyen soude, dat souden wij maclchanderen helpen verhoeden ende keren nae onser macht sonder argelist. Voirt soe sijn wij over een gedragen, dat wij die enynge houden sullen tusschen dat lant van Hagesteijn ende dat lant van Vijanen in sulcker manieren, dat men die ghene die wonachtich sijn in den lande van Vijanen nyet be-

-ocr page 18-

i6

setten en mach in den lande van Hagesteijn, ende die ghene die wonachtich sijn in den lande van Hagesteijn nyet besetten en mach in den lande van Vijanen, ten ware dat sij hem verbonden hadden voer den richter ende voer drie scepenen off voer den richter en voer vier wittaftige buermanne, die dat wittelijcke tucheden mit open brieven off mit den monde. Voirt geloven wij dat wij malchanderen alle schoude van renten ende van anderen wittaftigen saken, die wij ofte onse hide die een den anderen sculdich sijn in mallics anders lande , vut te doen reijken ende recht daer aff te doen in sulcken manieren als ons lantsrecht gelegen is sonder argelist. Voirt soe sullen onse voirgenoemde lande van Hagesteyn ende van Vijanen altoes bliuen van dijcke ende van dijckrecht, van weteringen ende van slusen in alle rechten ende in alle poynten als sij tot haer toe geweest hebben ende die oude brieve houden die daerop gemaect sijn. Ende wies die heemraders over een dragen in dier lande orbaer die den meesten cost doen, dat sullen die gheen volgen die den minsten cost doen. Ende alle dese voirgenoemde voirwerde hebben wij malchanderen geloeft ende gewilkoert te houden vast ende g'estade voer ons ende voer onse nacomelingen in goeder trouwe sonder alle argelist. In oirconde ende kennisse hebben wij desen brieff besegeit mit onsen segelen. Gegeven int jaer ons heren duysent drie hon-dert ses ende dertich des woensdages nae Ste Mathijs dach.

(HS. i fol. 8 verso.)

VI. Willem III, graaf van Henegouwen, enz. geeft aan allen die in de vrijheid en de poorte op den oever te Vianen wonen, tolvrijdom in Holland, Zeeland en Westfriesland. 24 Juli 1336.

Wy Willem, grave van Henegouwen, van Hollant ende here van Vrieslant. Maken kont allen luden, want die vryheit ende die poirte opten oever te Vyanen, die heer Willem van Duvenvoirde here van Oesterhout, onse kamerlinc, ende Heyl-wyff vrouwe van Vyanen en van Oesterhout, syn wyff, onse nichte, gemaect hebben voir die borch te Vyanen bynnen den palen, alsoe als die brieven spreken die daer op gemaect syn, ende die sy van ons houden, hoge gherichte ende lege, ende want die vryheit ende die poirte leghet op dat eynde van

-ocr page 19-

'7

onsen lande ende wyse gheern verbetert saghen, waer by dat sy ende hore nacomelingen ons ende onsen nacomelingen te better daer mede dienen raoegen, ende hebben om beden willen heres Willems ende Heylwiven onser nichten voirscr, sulcke gratie ende vryheiden gedaen, dat wy gegeven hebben voir ons ende voir onse nacomelingen alle denghenen, die bynnen der vryheiden ende poirten voirscr. nu ter tyt wonen off hier namaels wonen sullen, dat sy tollenvry sullen varen mit alle horen goede duer alle onse gravesscappen van Hollant, van Zeelant ende duer onse lande van Vrieslant, ende nemense mit alle hoeren goeden in onser hoede ende bescermte gelyc anders onsen luden van onsen gravesscappen ende lande voirscr. ende alle dingen zonder argelist. In oirconde desen brieve besegeit mit onsen groten zegel. Gegeven in den hage op sinte Jacobs ende sinte Christofels avont int Jaer ons heren MCCCXXXVT.

(HS. i fol. 5 recto. Ontbreekt in HS. 2.)

VII. Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout, en Heilwijf, vrouw van Vianen en van Oosterhout, geven aan de poorters en poorteressen binnen hunne vrijheid van Vianen verschillende rechten. 22 September 1336.

Wij Willam van Duvenvoirden here van Oisterhout ende Hcijlwich vrou van Vijanen ende van Oisterhout, sijn wittaftige getruwede wijff, maken cont ende kenlic allen luden die desen brieff sullen syen off horen lesen, dat wij gegeven hebben ende geven voir ons ende voir onsen nacomelingen onsen goeden getruwen luden poirteren ende poirterschen, die nu ter tijt wonen off hier naemaels wonen sullen bynnen onser vri-heijden te Vianen, alsulcke recht als hier namaels bescreven staet.

1. In den yersten soe geven wij hem, soe wat drie sccpen besegelen off meer van scoude, dat sal men vutpanden ende recht daer aff doen over alle onse lande van Vijanen.

2. Voirt wat drie scepen off meer besegelen van erffnisse bynnen der vriheyde voerseyt, dat sal gestade bliven, mer alle erfnisse die buten der vriheiden ghelegen is, rechts te pleg-en bynnen den ban daert gelegen is, vutgenomen alle leeng-oet dat men hout van der hofstede van Vijanen.

-ocr page 20-

18

3. Voirt soe sal men alien comannen die van buten comen recht doen over dwersnacht ende onvertoghen. Ende waer dat sake , dat men den coman pande settede die men driven off dragen raochte, die soudo die coman houden tot des anderen daghes toe, nae dien dat sij hem ghescat waren bij scepen, soe moeghen wij die panden losenen, willen wij, om den hoofftall. Ende waert dat wijse nyet en losenden off nyemant van onser wegen, soe machse die coman wech voeren ende sijnen will daer mede doen.

4. Voirt soe wie die vierschaer, daer onse rechter mit vier scepen te recht sate off mit meere, stoerde die verboerde tegens ons tyen pont tornoijse.

5. Voirt soe wie scepen wederseijde off tegens scepen von-nisse, die verbuerde tegens elcken scepen een pont ende tegens ons alsoe vuel als tegens alle die scepenen.

6. Voirt soe wie onsen richter enen vrede weijgerde off verswege, verboert tegens ons vijff pondt. Ende waer dat sake dat onse richter off sijn bode des vreden nyet en vermaenden ende een scepen off meer den vrede eyschden, alsoe dicke als hine wederseechde off versweghe ende ment betugen mocht mit scepen off mit twe poirters, soe verboerde die gheen die men eyschde tegens ons vijff pont.

7. Voirt soe wie enen vrede brake ende onsen richter hem daer aff bedragen mocht mit twe scepenen off mit twee wittaf-tige poirteren, die verboerde tegens ons lijff ende goet.

8. Voert soe wie eenen mensche doet sloeghe bynnen der vriheit voirseijt, over den handadighen souden wij richten off onse richter mit wijsdom van scepen, ende die een helft sal bliven sijnen wijve van sijnen goede ende sijnen kynderen, heeft hijse, ende heeft hij ghene, soe salt bliven sijnen erffna-men, ende die ander helft sal onse wesen. Ende waer oick dat sake, dat die handadighe ontghinge ende nyet begrepen en worde, soe soude hij ballinck wesen des lants ende der vriheit voirsc. totter wijlen dat hij ons ende den maghen verbetert had, ende soe moeghen wij onse bant an sijn goet slaen ende ghebruckent als voirscreven is.

9. Voert soe wat mensche den anderen verleemde , die verboerde tegens ons tyen pont, ende hij moet den ghenen beteren die hij verleemt heeft bij ons ende bij den scepenen.

10. Voert soe wat mensch den anderen dede ene kuerwonde dat onse richter ende onse scepen kenden, die verbuerde

-ocr page 21-

'9

tegens ons vijff pont, ende die gheen die de smerte had dien soud men beteren bij ons off bij onsen richter ende scepencn.

11. Voirt soe wat mensch den anderen dede een bloet-wonde, die verboerde tegens ons drie pont, ende den mensche te beteren die men misdede bij ons off bij onsen richter ende bij scepen.

12. Voert soe wat mensche den anderen met eenre vuste sloege, die verbuerde tegens ons een pont.

13. Voirt soe wie enen mensch lochende mit erren moede, die verbuerde tegens ons tyen scillinge.

14. Voirt soe wie enen knijff treckede off een sweert in erren moede, die verbuerde tegens ons drie pont.

15. Voirt soe wie enen mensch sloege mit enen stave, die verbuerde tegens ons drie pont.

16. Voirt soe wie huysstotinge dede bij nacht off bij dagx-ende onse richter bedragen mocht mit scepen off mit twe witt-aftigen poirteren, die verbuerde tegens ons tyen pont, alsoeane-nich werff als hyt dede.

17. Voirt soe wie enen mensch vercrafte bij dage off bij nacht ende onse richter bedragen mocht mit scepen off mit twee wittaftigen poirteren, daer souden wij off onse richter richten over sijn lijff ende deylen an sijn goet, gelijc als van den dootslage.

18. Voert soe wie den anderen stale sijn goet ende men vonde driven off dragen off datten onse richter bedragen mochte mk scepen off mit wittaftigen poirteren, daer soude onse richter richten over sijn lijff ende deilen an sijn goet gelijck als van den dootslage, alsoe verre dat tyen scillingen weert ware off daer en boven.

19. Voirt desgelijcx van den diefflijcken goede te vijff scillingen toe off daerenboven, daer sal onse richter richten over sijn ore.

20. Voirt soe wat vutemsche man beset worde bynnen der vriheit voirsc. van scoude, die mach quyt wesen mit sijnen ede, ten waer off die gheen dien beset had betoech had van drie scepenen, soe en mach hij daer nyet voer zweren, ende had hij ander betoech van wittaftighen luden, soe souden wij dat be-sien off onse richter, off hij daer scout an had, ende dat te richten bij onsen goetduncken off bij ons richters,

21. Voirt alsulcke kueren alse onse scepenen leggen bij wille ons richters, die sal men houden ende altoes behouden,

-ocr page 22-

20

ons onser heerlicheiden ende die kueren te mijnren ende te meerren ende off ende aan te doen, als wij willen, ende alle die saken te dueren tot onsen wederseggen, dat is te verstaan van de kueran die man dagelicx leit bij onser richter ende bij onse scepenen, behoudelic der hantvesten alle dandere punten, die sij bescreven heeft,

22. Ende wij sullen scepenen setten ende ontsetten, wanneer wij willen, ende alia ambochten bynnan der vrihayde, ende alle matan sal man barnen ende ykan bij ons off bij den ghenen die wijt bevelen, ende bij onsen scepenen. Ende ware oick dat sake, dattcr scepenen ontbraken ende wij bynnan lants nyet en waren, soa mocht onse richter anen kyasen bij sijnen ede, daer wij ende onse poirte meda bewaert waren.

23. Voirt soa wat scout gemaect wart, die onse richter anda scepenen kannen, dat sal men vutpanden bynnan vierthienacht den derden pennync beter nae scepen schieringe , behouden alcken coman van buten sijns rechts alsat voers. is.

24. Voirt soe wie hem scepen kenningen vermatt ende des after bleve, die varbuerde tegens ons een pont

25. Voirt soe mach onse richter van onser wegen poirteren ontfaen voer twa scepenen off meer, ande die gheen die men ontfaet sal gheven een pont ter poirten oirbaer mede te vesten.

26. Voirt alle misdaet ende brueken, die bij nacht geschien off geschien moegan, daer sal onsa richter mit den scapan een waerheit off moegen ondervijnden, alsoe wel bij vermoeden alc man op zijnen aedt als off mant gesien had, ende elc misdaet daar aff te verbeteren, gelijc als hier voer gascreven is.

27. Voirt wanneer wij off onse richter den scepenen von-nisse vermanen in den gericht, dat die selve scepen dan wijsen off die meerre hoep, dat sal van dien saken voirt gaen sonder argelist.

28. Voirt soe sullen alle onsa hoffstadan bynnan onser vri-heyt staen op anen erfpacht in sulcken manieren alsoe sij vut-gheven sijn.

Ende alle dese voirs. punten ende rechten hebben wij Willam van Duvanvoirdan heer van Oisterhout ende Heylwych vrou van Vijanen ende van Oisterhout geloift ende geloven voir ons ende voir onse nacomelinge te houden in allan manieren als voirs. is, ons altoes behouden onser heerlichait, ende alle saken

-ocr page 23-

2 I

sonder argelist. In oirconde desen brieve be?eg-elt met onsen zegelen. Gegeven int jaer ons heren dusent drie hondert ses ende dertich des anderen dages nae Ste Matheus dach.

(HS. i fol. i volg.)

VUL Gysbert, heer van Vianen en van den Goye, en Zweder van Vianen, zijn broeder, geven aan de poort van Vianen het recht om accijnsen te heffen. 18 Februari 1354.

Wy Ghysbert here van Vyanen ende van den Goye ende Zweder van Vyanen myn broeder maken condt ende kenlic allen luden die desen brieff sullen sien off horen lesen, dat wy gegeven hebben ende gheven by raede onser liever vriende myt onser vryen wille onsen lieven poirten van Vyanen eive-lycken ende erfflycken te behouden van ons ende van onsen nacomelingen alle deze punten die hier nae bescreven staen.

i. Dat is te verstaen tot enen cys der poirten van Vyanen mede te verbeteren:

In den yersten van elcken vreemden vate biers twee grote.

Item van elcken vate byers, dat men bynnen de vryheit van Vianen bront, twie pennyngen.

Item van elcken mudde hertz koerns, dat men bynnen der vryheit te cope backet, vier penninghen.

Item van elcken mud haveren, dat men te cope backet, twie penningen.

Item van elcken runde, dat men ter banck slaet, acht pennyngen.

Item van elcken scape, dat men ter banck slaett, wie pennyngen.

Item van elcken vereken, dat men ter banck slaet, twie pennyngen.

Item van elcken mud zouts, dat men verteret bannen der vryheit van Vyanen, twie pennyngen.

Item van elcken huut, .die boven vyff scillinge geit, twie pennyngen ende die sal die coman gelden.

Item van elcken zalm, die men bynnen der vryheit snit, twie pennyngen.

Item van elcken laken, dat men bynnen der vryheit van

-ocr page 24-

Vyanen vutsnyt». dat cost boven zestien ponden, twie grote, ende soe wat cost beneden zestien ponden twie scillingen.

Item van elcken ame wyns een take wyns.

Item des gelycx van alle wyn, die men mit tonnen off mit vlesschen haelt, te cope nader amynge.

Item van elcken vate honicx acht pennyngen.

Item van elcker mese buckinx acht pennyngen.

Item van elcken coppel froyts acht pennyngen.

Item van elcken vate meeds enen groten.

Item van een pont grote wert metserien twe grote.

Item van elcken hoit weits, dat men bynnen der vryheit van Vyanen vercoept of vutmet, acht pennyngen ende die sal die coman gelden.

Item van elcken hoit haveren, dat men bynnen der vryheit vercoept off uvtmeet, two penningen ende die sal die coman gelden.

Item van elcken wevegetouwe daer men op weeft in dor weken wekelicx enen pennic.

2. Item die borye van der poirten te verhueren gelyc den cys van der poirten.

Item die dobbelschole te verhueren bynnen die vryheit van der poirten gelyc den cys van der poirten.

Item die keylbane te verhueren bynnen der vryheit van der poirten gelijc den cys van der poirten.

3. Item alle scout die hier aff bescout wert van desen punten voirscr. die sullen wy hem vut doen panden alle onse landen doer, gelyc oft mit aller recht vervolch waer.

4. Item dese voirscr. punten sal men vermynren ende vcr-meerren by rade des heren van Vyanen ende by rade des scouten, scepenen ende des gemeyn raets van Vyanen alset hem donct orbaer wesen.

5. Item soe hebben wy gegeven ende geven der poirte van Vyanen voerscr. tot onser wederseggen ende onser nacomelin-gen alle boeten, die verschynen tot drie ponden toe bynnen der poirten vryheit voerscr. ende die boeten ende alle boeten te rechten over dwarsnacht.

6. Item soe hebben wy gegeven ende geven der poirten van Vyanen voirscr. cys, wage ende botermate, alsoe alst van oudts haer gecomen is, tot onser wederseggen of onser nacomelinge.

7. Item soe geven wy allen poirteren van Vyanen, soe wat goot sy copen off vercopen inden jaermarcten hoer tollegelt

-ocr page 25-

te gaen ander poirten oirbaer, ende dit sal wesen tot des heren van Vyanen wederseggen.

8. Item soe sullen die iaermareken van Vyanen bliven staen in allen rechten als zy van oudts haer gecomen syn.

Ende om dat wy Ghysbert heer van Vyanen ende van den Goye ende Zweder van Vj^anen myn broeder willen, dat alle dese punten voirscr. vast ende gestade bliven ewelycken van ons ende van onse nacomelingen alsoe als sy voirscr. syn, soe hebben desen brieff tot enen oirconde beseg'elt mit onser zegelen. Gegeven int Jaer ons heren dusent driehonderd vier ende vyftich sdynxdages na Valentini

(HS. i fol. 2 verso. Ontbreekt in HS. 2.)

IX. Hertog Willem van Beyeren, graaf van Holland, enz. bevestigt de tolvrydom door graaf Willem III aan die van Vianen verleend, 19 November 1355.

Hertoge Willam van Beyeren, greve van Hollant, van Zee-lant ende here van Vrieslant ende verbeider der grevesscap van Henegouwen, doen cont allen luden, want die vryheide und die poirte opten Oever te Vyanen, die heer AVillam van Duvenvoirde, heer van Oesterhout, ende ver Heilwyff, vrouwe van Vyanen ende van Oesterhout, syn wyff, onse nichte, ghemaect hebben voir die borch te Vya,ncn bynnen der palen, alsoe alse die brieve spreken die daer op gemaect syn, ende die sy van ons houden hoghe gherichte ende leghe, ende want die vriheide ende die poirte leghet op dat eynde van onsen lande, ende wyse gerne verbetert saghen, waer by dat sy ende hoir nacomelingen ons ende onse nacomelingen te bett daer mede dienen moegen. Ende hebben om sulcken trouwen dienst als her Ghysbert, her van Vyanen, ende syn ouders ons ende onsen ouders gedaen hebben ende noch doen sullen , sulcke gratie . ende vryheiden gedaen, dat wy gegeven hebben ende geven voir ons ende voir onse nacomelingen alle den genen, die bynnen dier vryheiden ende poirten voirscr. nu ter tyt wonen off naemaels wonen sullen , dat sy tollen vry sullen varen met alle horen goede duer alle onse grevesscappen van Hollant, van Zeelant ende duer onse lande van Vrieslant. Ende nemense in onsen hoede ende bescermte ghelyc anders onsen luden van onse grevesscappen

-ocr page 26-

24

ende lande voirscr. Ende waer dat sake dat sy enich goet tot Utrecht voerden off dat sy ander lude op horen tollevry vuerden, daer mens op hem mit recht bewisen mocht, die soude ons Ghysbert voirscr. hoer lyff ende hoer goet overleveren also verre als hys machtich wesen mochte. Ende waert dat hy des nyet en dede, als hys van ons off van onser wegen vermaent worden, soe waer die tollen iegens ons verbuert. Ende alle dingen sonder argelist. Ende omdat wy willen dat alle dese punten van ons ende van onse nacomelingen vaste ende stade ende onverbroken bliven, soe hebben wy desen brieff open besegelt mit onsen segel. Gegeven tot Scoenhoven op sinte Elysbettcn dach int jaer ons heren MCCC ende Vive ende Vyftich.

Jussu domini Comitis praesentibus domino de Culenborgh , Johs. de Bruel cl Jo. Zungen

Jo. DE BUEREN. S. DoMINUS DE IJSELSTEIJN.

{Hs. i fol. 5 verso, ontbreekt in Hs. 2.)

X. G-ysbert, heer van Vianen en van den Goye, en de poort van Vianen verklaren te hebben beloofd aan hertog Willem van Beijeren, graaf van Holland enz., dat niemand van de door graaf Willem van Hene. gouwen verleende tolvrijdom gebruik zal maken dan tot het vervoeren van goed van de poort van Vianen. Vóór 23 Juni 1356.

Alle denghenen die desen brieff sullen sien off horen lesen doen wy Ghysbert, heer van Vyanen ende van den Goye, ende die poirte van Vyanen verstaen mit kennisse der wairheit, want ons grave Wallam van Henegouwen ende van Hollant, daer God die zyell off hebben moet, sulcke grade gedaen heeft, ende gegeven onser vriheide ende poirte van Vyanen tolle vry te varen doer synre gravesscappen van Hollant, van Zeelant ende syn heerscappie van Vriesland, allen die inder vriheiden ende poirten voirscr. wonen ende wonen sullen mit hores selffs goede ende anders nyemants. Ende om alle twij ende woirde, die hier namaels off vallen mochten, so hebben wy geloeft ende ghewilkoert onsen lieven heren hertoge Willem van Beyeren, grave van Hollant, van Zeelant, here van Vrieslant ende verbeyder der gravesscap van Henegouwen, nyemant goed dan der poirte van Vyanen te vueren vry van

-ocr page 27-

den toll. Ende waer dat sake dat yemant van onsen poirteren van Vyanen voirscr. hyer aff in gebreke gevonden worde ende ment ter waerheit betonen mocht, die verbuerde iegens onssen lieven here van Hoilant voirscr. lyff ende goet. Ende dien souden wy hem tot synen vermanen overleveren synen vryen wille mede te doen also verre als wy syns machtich waren of geworden konden, sonder enygerhande argelist. In kcnnisse enz.

(Hs. i fol 6 recto. Ontbreekt in Hs. 2).

XI. Gijsbert, heer van Vianen en van den Goye, en Hendrik van Vianen, heer van Ameide, zijn zoon, verleenen aan die van Vianen vrijdom van bede en schattingen, 9 September 1383.

Wij Ghijsbert, here van Vyanen ende van der Goye, ende Heynrick van Vyanen, here van der Ameyden , onse zo,en, doen cont ende kenlyck allen luden, dat wy gegeven hebben ende geven voir ons. ende voir onse erven tot ewyghen dagen alle die gheen, die nu ter tyt bynnen onse poirte van Vyanen wonen off hier namaels wonen sullen, vry te wonen ende te wesen van aire beden ende scattinge die hem roerende is van onser wegen, tsy mergeng-helt tsy huysgelt, in wat maten dattet toecomen mocht, vutgeset te muren, te graften ende te steenstraten ende anders alle saken die der poirten van Vyanen tot orbaer comen mochten. Ende wy Ghysbert, heer van Vyanen ende van der Goye, ende Heinrick van Vyanen ende van der Ameyden geloven in goeder trouwen voir onss ende voir onse erven onsen poirteren van Vyanen alle dese voirscr. punten ende voirwaerden vast ende stede te houden ende nyet te verbreecken in gheenre wys, In kennisse der waerheit soe hebben desen brieff open besegeit mit onser scgelen. Ende om die meerre vestenisse ende sekerheit soe hebben wy gebeden heren Zweder van Vyanen, heren Heynrick van Vyanen, onse broeders ende oemen, ende heren Jan van Brakel, ridders, desen brieff mede over ons te besegelen. Ende wy Zweder van Vyanen, Heynrick van Vyanen ende Jan van Brakel, ridders, om bedes wille heren Ghysberts, heren van Vyanen ende van den Goeye. ende Heynrics van Vyanen, heren van der Ameyden, ons broeders ende neve voirscr., soe hebben wy desen brieff mede besegeit myt onser

-ocr page 28-

segelen tot eenre rechter vaster oirconde. Gegeven int jaar ons heren dusent drie hondcrt drie endc tachtig des Woens-dages na onser vrouwen dach nativitatis.

(Hs. i fol. 3 verso, met latere hand bijgevoegd. Ontbreekt in Hs. 2).

XIL Hendrik, heer van Vianen en van der Geye, burggraaf van Utrecht en heer van Ameiden, en Jan, des heeren dochter van Vianen, jonkvronwe van Ameiden, geven aan die van Vianen nieuwe bepalingen omtrent het recht van accijnsheffing. 22 September 1407.

Wij Heynrick, here van Vyanen, van der Goye, borch-grave tutrecht ende hare ter Ameyden, ende Jan des heren dochter van Vyanen , Joncfrou van der Ameyden, doen cont ende kenlik allen luden mit desen openen brieven , dat wy ghegeven hebben ende geven by raede onser vriende ende mit onser vrien wille onser lieven poirten van Vyanen ewelycken ende erfflycken te behouden van ons ende van onsen nacomelingen alle die punten, die hier na bescreven staen, dat is te verstaen tot enen cys der poirten van Vyanen mede te verbeteren, welcken cys ende punten, die hier nae bescreven syn, in onser poirten hantveste van Vyanen, die sy van onse ouders heeft, niet bescreven en staen.

In den yersten van wollen ende werverijen, van elcken pont groot wert salmen geven afft to cyse twe grote.

Item van enen vate smeers off van enen vate olys twe grote.

Item van enen vierdel boter enen halven grote.

Item alle boter, die men in vaten opslaet endc voert ver-coft worde, sal men vercysen elc vat voir twe groten.

Item van enen vate honichs twe grote.

Item voir enen vate pecx off voir enen vate traen enen halve grote.

Item van wasse ende voir vlasse van elcke pont groot wert., twe grote.

Item van eenre wage ysers drie penninge.

Item voirt alle yser, dat men opslaet ende voirt vercopt, salmen uercisen na den beloop voirscr.

Item van potten, ketelen, coperwerc, potspyse, clocspyse,

-ocr page 29-

tynnen ende loot, gewrocht ende ongewrocht, van eiken pont gewichtc twe grote

Item alle hout, dat men opslaet tot Vyanen ende vercoft wert, dat is cysber, van eiken pont gewichtc twe grote, ten waer dat ment onvercoft en wech voerde.

Item van spec ende voirt van aire vetter waren, die men vercoept, van elcken pont gewichte twe grote.

Item van lynnen laken des gelycx.

Item van enen bryndel vederen enen penninc.

Item van vier bryndel hennips enen penninc.

Item van enen vate edix twe penningen.

Ende dit sal wesen payment na ingehout der voirhantvesten der poirten van Vyanen alse dat van ouds haergecomen is.

Item alle scout die hier aff bescout wert van desen punten voirscr. die sullen wy hem wt doen panden alle onsé lande doer, gelyc oft mit allen recht vervolcht waer.

. Item soe hebben wy gegeven ende geven onser poirte -van Vyanen alle dese punten voirscr. van ons te hebben ende te houden tot onse wederseggen toe ende onser nacomeling-hen in alle der maten ende voirwerden also der poirten hantvest van Vyanen, die sy van onse ouders hebben, daer off inhout ende begrepen heeft, sonder arch. Ende omdat wy Heynrick here van Vyanen, Jan, des heren dochter van Vyanen, Jonckfrou van der Ameyden voirscr. willen dat alle dese voirscr. punten vast ende stede bliven alse voirscr. syn, soe hebben wy desen brieff besegeit myt onser segelen. Gegeven int jaer ons heren MCCCC ende seven op sinte Mauritius dach.

(Hs. i fol. 4 recto. Ontbreekt in Hs. 2.)

XIII. Hendrik, heer van Vianen enz , en Johanna, dochter tot Vianen, jonkvrouwe van Ameiden, geven aan die van Vianen tolvrijdom binnen het land van Ameiden en Meerkerk. 1 Maart 1414.

Wy Heijnric, here van Vyanen, van den Goye, borch-grave tutrecht ende heer ter Ameyden, ende wy Johanna, dochter tot Vyanen, joncfrou van der Ameyden, doen cont ende kenlic allen dengenen die desen brieff sullen sien off horen lesen, dat wy gegeven hebben ende geven voir ons ende voir onse nacomelinge mit onsen vryen wille onser liever

-ocr page 30-

28

poirten van Vyanen ende onser goeden getruwen luden poir-tcren ende poirtressen, die nu ter tyt wonen ende hier namaels wonen sullen bynnen der vryheit van onser poirten van Vyanen voirscr. tolle vry te varen ende te keren, te water ende te lande, voirby onsen tollen doer onsen landen van der Ameyden ende van Merkerck. In oirconde deses, want wy Heynrick, here van Vyanen ende Jan, dochter van Vyanen voirscr. willen, dat dese vryheit van deser tollen voirscr. onser lieven getruwen poirteren ende poirtressen tot Vyanen vast ende gestade ende ewelick blive ende gehouden werde van ons ende van onsen nacomelingen, alsoe als voirscr. staet, soe hebben wy van onser rechter wetenheit onse segele aen desen brieff doen hangen. Gegeven int jaer ons heren dusent vierhondert ende viertyen opten yersten dach in der maent die men hiet Meert.

(Hs. i fol. 4 verso. Ontbreekt in Hs. 2.)

Dit is dat Jiaercomen onser poirten alsoe men recht opter enynge ').

1. Item soe wie an den anderen in gebreke wair, dair hij mit recht op spreken off clagen will op der enynghe, die sal en doen vuerbieden ende men sal en dach van recht leggen over dwarsnacht, soe sal die clager sijn clage doen ende dan mach die gheen die angesproken wert hem ontrichten mit synen ede, dat hij en nyet schuldich en is, will hij. Coemt hij nyet voer soe sal men en weder dach van recht leggen over XIIII dagen, soe sal dan die clager sijn clage ver-nyen. Comt hij dan nyet voer ende ontricht hem als voirscr. is, soe sal men panden, ende die pande sullen staen XIIII

1) De volgende stukken zijn in het Hs. achter de hier voorgaande handvesten geplaatst. Vele doen zich uitdrukkelijk kennen als overdrachten of keuren, met medewerking van den heer gemaakt en door dezen afgekondigd. Van de andere is de aard onzeker, want hoewel enkele zich als haercomen , dus als costumen of rechtsgewoonten, aanwijzen , vindt men ook daarin aanwijzingen, dat ze ten deele althans haar oorsprong hebben iu overdrachten. Ze worden mitsdien hier uitgegeven, zooals ze in het Pis. voorkomen , met bijvoeging van doorloopende nummers.

-ocr page 31-

29

dagen ende die sullen den derden pennync beter wesen na scepen schattinge. Ende opten XIIIPquot; dach sal men die pande voert schatten ende eijghenen als recht is, ten waer off die gene die angesproken waer voer der schattinge voer quaem off op sijnen dorpel ghinghe staen ende ontrichte hem selven dat hij den clager nyet sculdich en waer als recht is '),

Aldus recht men van schade ende van schoude nae onse

haercomen.

2. Item soe wie rechts te doen had op ten anderen van schade off van schoude, die sal en anspreken opter poirte dingdach ende des dages te voren voer doen bieden, dan sal hij zijn clage doen ende die clage sal staen drie XIIII dage, alsoe verre als die ghene die angesproken is hem nyet en onrecht als recht is, ten vutdragende dage ter vierder clage sal men ghulde off recht doen, off men sal den clager gewonnen goet panden, ende die pande sullen staen drie XIIII dage, ten vutdragende dage sal men die pande schatten ende eygenen den derden pennync beter tot des heren behoeff na schieringe ende wijsynghe der scepenen.

3. Item alle heren schout, seijs goet, erffhuse ende wesen goet pand men ende vercoeptet sonder den derden pennync beter te wesen, na costume ende haercomen onser poirten daer aff.

4. Item alle pande die men pandt ende die ter scepen schattinge comen, die sullen den derden pennynck beter wesen ende daer houden wij onse loesse, an gelijc als van den coman voers. is. Ende die loesse te staen over dwars nacht, loessen wij se dan nyet, soe sullen wij den clager die pande laten volgen ende behouden sijnen wille mede te doen.

5. Item soe wie onrechte aenleijdinge dede off onrechte were van schade off van schoude, die mit clagen vervolcht waer, die verbuerde jegen ons XXIII scillinge drie werven.

6. Ende dede yemant onrechte anleydinge off onrechte weer over scepenen brieve oft scepenen vonnisse, die verbuerde XIIII ponde alsoe dicke als hijt dede, dats te verstaen tegen

1) Hierop volgen (fol. 9 recto en verso) twee door verschillende handen ingeschreven stukken van het gerecht te Amersfoort, betreffende de tolvrijdom aldaar van die van Vianen.

-ocr page 32-

elcken scepen i pont ende tegen ons alsoe vuel als tegen alle die scepenen.

Van vrede te lueygeren.

7. Item see en sullen wij geen poirters noch poirtersen die binnen onser poirten wonen off namaels wonen sullen op leijden off in vangnisse leggen om gheen bruecken off anticht, die wij hem op segghen willen, alsoe verre als sij sulcke bruecken verborgen willen, die hem onse scepenen over wijsen sullen, ende daer aff sullen wijse te recht setten.

8. Item waert sake dat onse richter off zijn bode off onsc scepen des vreden nyet cn vermaenden, soe mach een poirter den vrede eijsschen; also dick als yemant dien vrede weygerde off verswege die men eysschde ende ment betugen mocht mit scepenen off mit twe poirters, soe verbuerde hij tegens onser poirten V It' ende dat drie werven toe, wie dattet daer en teynden weygerde off verswege, dat quaem aen den here te beteren.

g. Item wes zuene, dat wij off onse gerecht seggen tus-schen onser poirteren off die wonachtich sijn in onser vrijheit, die sullen sij houden. So wie die zuene nyet en hielde, also menichwerven als hij se nijet en hielde off wedersechde, so verbuerde hij tegen der poirten XX 'HT, nochtan wouden wij die zuene gehouden hebben van onser heerlicheit wege. Ende van der zuene sal onse gericht hebben enen ouden dordrechtsche gulden van dengenen, die sij meest inden onrechten vynden.

10. Item so wat onse gerechtslude doen van onser wege, wie daerop sprake off misdede ende ment betugen mocht mit twe scepen off mit twee poirteren, dien sal men in bieden ende hij sal in ligghen in sijnen huse ende hoffstede te bliven XIIII dage lane, daer en bynnen sal hij beteren dat hij mis-daen heeft bij ons ende onser gericht. Ende also dick als hij vuyt ghinge ende ment betugen mocht als voirs. is, soe verbuerde hij tegen onser poirte V IC' drie dage lange duerende, daer en teijnden quaemt an onser heerlicheit te genade te beteren van den brueken als die ghene die onse recht versmaet. Ende waert dat yemant daer voir ontruimde off verweke, die soude ballinck slants wesen ter tijt toe dat hij dat der heerlicheit gebetert had. Ende desgelijcx te richten van allen de ghenen die in geboden werden.

-ocr page 33-

3'

Van ziveeren.

11. Item wair yemant die zwoer voer schout ende hem namaels bedacht, dat hyt sculdich waer ende qualick gezworen hadde, die sal noch weder mogen comen ende betalen tselve dat hij ontzworen had sonder bruecken aen den heer dair aff te verbueren.

12. Item soe wie sijn poirterscap op gheeft die sal geven ter poirten oirbaer vyff ponde.

13. Item soe wat men op enen marctdach willekoert olT verscult, dair aff sal men altijt op alle dage recht doen als-mens begeert na costume ende haercomen onser poirten dairaff. Ende waert dat yemant op enen merctdach enige wair cofte, dair hij den genen nyet aff en vernuechden dair hyt tegen cofte, ende hem die ander daer om toe sprake, dat geit soudmen den genen diet vercoft had rechtevoirt vutpanden ende richten sonder vertreck.

14. Item wair yemant in onser poirten oft in onsen lande wonachtich, dair wij in ghebreke an waren van bruecken, van reynten off van tyenden, daer die dage off verleden waren, daer men rechts an begeerde mit scepen brieven van Vijanen, off van verwonnen scult, dair souden wij off onse rentmeester enen coepdach off doen leggen bynnen den yersten XIIII dagen ende een yegelycken sijn gadinge dair aff te copen totter tijt toe dat wij dat onse dair aff hebben ende dan voert enen yegelycken te richten na onser poirten recht.

15. Item soe en sullen onse poirters malchanderen nergent buten besetten noch hoer goede an spreken na costume ende haercomen onser poirten. Ende waert sake dattet yemant dede, die soud men in bieden ende hij soude bij ons ende onsen gericht beteren na onsen haercomen, dat is te verstaen bynnen XIIII dage naestcomende.

16. Item waert sake dat onse poirteren buten erghent vechtende off twistende worden, daer off en souden sij onder ons gheen boeten verbueren, mer men soudse in bijeden ende zuenen na den recht ende haercomen onser poirten, gelijc oft hier gesciet waer.

17 Item soe wie poirter wert off is tot Vijanen, die sullen sijn kynderen die hij dan crycht poirter wesen ende poirtrecht genieten, ter tijt toe dat hyt off sijn kijnderen opgeven off verbueren.

-ocr page 34-

18. Ende wie eens poirters dochter behilict ende daer mede wonachtich blijft in onser poirten, die sal poirter ende poirtrecht mede te hebben ende te genieten mede behylicken.

19. Item soe en sal men ghenen poirter tot Vijanen besetten bynnen der vriheit, mer men sal en vuerbieden ende beclagen na den recht van onser poirten, ten waer dat hij soe lichtladen waer ende al sijnen boedell dagelix an hem had, soe dat hij gheen goet en liet aen te rechten, so mocht men hem besetten gelijc enen wechveerdygen poirter ende anders nyet.

20. Item wair enich poirter, die van brueken, van boeten off van sculde, die hij nyet verborgen en konde, in helden quaem, daer aff soude hij voir sijn stockgeit geven, als hij vutquaem, XII dordrechtse placken, ten waere dootslach off anders ondaet dat ander heerlicheit quaem, daer soude stocgelt off staen op enen ouden scildt, mer waert dat hij yemant gewont had dat totter vresen stonde, daer aff soude dat stocgelt staen die ijerste acht dage op XII dordrechtsche placken, ende teijndens den yersten acht dagen, waert dat die manne ter vresen stonde ende hij hem nyet en verborchden, wair hij een poirter soe soude hij alle dage sitten op een dordrechtschen plack thent hij hem verborcht, tot enen ouden scilt toe, ende ist een vut-heems man soe sail hij alle dage sitten op drie dordrechtschen placken tot enen ouden schilt toe als voers. is.

21. Item vut sake dat een vutheems man beset worde, die hem nyet verborgen en conde, ende daervoir in helden quaem, die soude sculdich wesen tot sijnen vutdragende recht-dach toe XII dordrechtsche placken, ende saet hij langer teijndens sijnen vutdragende rechtdach, soe sal hij alle daghe sitten op drie dordrechtsche placken, tent hij hem verborcht, tot enen ouden scilt toe als voirs. is.

22. Int jaer ons heren dusent vierhondert vyff ende tseven-tich op ten derden dach in Meerte wert overdragen by onse lieve vrouwe van Bredrode, van Vyanen, als voecht ende mom-baer van Walraven onser lieven Joncheren, here der selve landen, ende by den borghemeysteren ende gericht out ende nye ende by anders den magen, vrunden ende goeden mannen, en een Rydinghe geordineert van der brouwerien ende ter gemeynre nutscap ende profyte der poirteren ende onder-saten, na der costume ende gewoente van anderen goeden steden hyer omtrent, in deser manieren als hyer na bescreven volcht.

-ocr page 35-

23. In den eersten soe sullen alle brouwers bynnen onser poirten vriheit geseten brouwen van drie Vyaensche mudden weyts, van vyftenhalve mudden ende een scepel garslen ende van acht mud haveren vier ende twyntich volle vaet biers ende een vat voir haer drincken ende nyet meer, ende dess gelyx die een halff brout off een quartier brouwen nae dien beloep. Ende hier op sullen die brouwers, brouwers wive, maechden ende knapen tot alle vierdel jaers, te weten Gregorii, Odulphi, Lamberti ende Lucie hoeren eedt doen ende dat liefïlick aen den heiligen zweren, also veel koerns als voirscr. is daer in te doen ende nyet myn dair in te doen noch te doen doen ende nyet langer dat te brouwen dan voirscr. staet. Ende wair yemant die op dese voirscr. rydinge nyet brouwen en woude, die soude die naeste twe jaeren synre brouwerien offstaen ende bynnen dier tyt niet brouwen. Waert oeck sake dat die gene die van der stede wegen dair toe geordiniert sal worden, bevynden conde dat sy myn koerns dair in deden off langer brouden dan voirscr. staet, soe souden sy daer an verboten alsoe dicke als men dat bevonde twe oude vranc-rycksche scilde , halff tot onser poirten ende halff tot dess geens behoeff die dat bevynden sal, ende dairen teynden een brout biers tot sheren behoeff.

24. Item als een hoet weyts geit twaelff rynser gulden current, een hoet garsten sestalve rynser gulden ende een hoet haveren drie rynser gulden ende derdalve scillingen, soe sal dat vol vat biers gelden twaalff stuvers current.

25. Item soe wanneer dat koern gemeenlicken verloopt hoger off leger, dat beloept eiken rynser gulden twe wittgens op elck vol vat myn noch meer.

26. Item den oncost van den brouwers als huyshuer, kna-peloen, malen, ketell, tonnen, hop, brant ende z. v., te samen acht arn. gr. vyftien cromstart van den gulden op elck brou.

27. Item die tonnen yketmen op thien emmer, eiken emmer gerekent op seventien mengelen ende vier mengelen voir dat gisten.

Ordinanci ende overdracht visch ende vleysch te copen off vercopen.

28. Item soe is onse lieve heer van Vyanen mit synen gericht ende vrienden overdragen ende willen, dat nyemant veynotscap maken en sal visch te copen, die hy voirt vercopen

-ocr page 36-

wille bynnen onser vriheit van Vyancn, dan hoerre twc te samen, by eenre penen van drie ponden.

29. Item soe willen onse lieve lieer ende syn g-ericht dat nyemant ghenen co man, die visch brenct off die opten weghe is syn visch te vercopen tot Vyanen, synen visch aff en cope, hy en heeft syn male gestaen, by eenre penen van drie ponden.

30. Item waer yemant dat hier en boven dede dat men hem overtugen mocht, die verbuerde totter poirten behoeff also dicke als hyt dede drie pondt, Ende die men nyet betuchen en mocht, die mach staen tot synre onscout also dick als mens hem vermaent.

31. Item soe wie visch had aen der merct die nyet goet en waer die souden onse gezworen die merct verbieden, ende waer yemant die en daer en boven vercoft, also dick als hyt dede soe verbuerde hy drie pondt.

Van vleysch ter banck te slaen ende te vercopen.

32. Item so wille onse lieev here van Vyanen ende syn gericht, dat nyemant gheen veynoetscap maken en sal vleysch ter banck te slaen dan hoerre twe te samen, by eenre penen van drie ponden.

33. Item waer yemant die verkensvleysch ter banck sloege dat ghelten off sog'hen waren die onghemaect waeren, alsoe dyck alss hyt dede, soe verbuerde hy drie pont. Item waer yemant die vleysch bliese, dat die vynder vonden, die verbuerde alsoe dick als hyt dede, drie pont. Item ware yemant die ontidich vleysch ter banck brocht, dat die vynder vonde, die souden sy die merct verbieden ende vcrcoftet yemant daer en boven also dick als hyt dede, soe verbuerde hy drie ponden.

34. Item soe en sail nyemant gheenrehande vleysch ter banck slaen hy en salt levende aen der banck bynden eer hyt slaet, b y der penen van drie ponden.

Item soe en sal nyemant vleysch ter banck slaen daer hy langer ter banck mede staen sal dan drie male tussschen meye ende sinte Lambertus dage, by der penen van drie ponden.

35. Item soe en sal nyemant geenrehande waer die op wege is ter merct te comen, op copen ter tyt toe dat men dair mede op ter merct stact, op verbuerte van enen ouden gulden.

36. Item soe en sullen die voire opers ende vutheemsen op ten merctdach niet copen des somers voir IX uren ende des wynters voir X uren, opt verbueren van enen ouden gulden.

-ocr page 37-

Van den ghemcfyt ende mate ende backer recht.

37. Item soc en sal nyemant meten dan by dcr poirton gebrande mate, noch vercopen dan by der poirte gewicht, also dicke alss daer yemant over dede ende die vynders dat bevonden soe verbuerde hy drie pont.

38. Item soe sal een yegelic tapper tappen tsy wyn off bier ende al dat voert ten tap loopt by der poirt brant, ende enen yegelic daer af tsyn geven. Ende yemant die den anderen syn volmaet nyet en gave ende die gheen dat bevonde die men daertoe sette, die verbuerde also dicke alss hyt dede dric ponden.

39. Item soe salmen backen nader ryt ende waer yemant die syn wicht daer nae nyet en had ende daer na biecke ende die gheen dat bevonde, die men daer toe sette, die verbuerde, also dick alss hyt dede, drie pont, ende dese pene sal halff hebben die poirte ende halff die gheen die daer toe geset wordt.

40. Item ofte sake waer dat yemant sprake op onse gerecht van desen voirscr. saken off op den ghenen die daertoe gezworen syn, die soudmen aff panden, also dicke alss hyt dede, drie ponden.

41. Item soe sal een yegelyck biertapper, die bier tapt om gelt, tappen by der poirten brant ende enen yegelycken syn volmate buten huse seynden,-elc mengolem om twe doytken. Waer yemant die des nyet en dede, ende die vynders vonden off dat men betugen mocht, die verbuerde also dicke alss hyt dede, drie poirt ponde.

Voirt willen wy ende onse gerecht, dat een yegelic biertapper die bier om gelt tapt, syn bier vercopen sal ende vut-seynden alsoe lange alss hyt heeft ende hyt vercoopt naden paymente voirscr., waer yemant die des weygerde ende nyet en dede ende daer en boven vercofte ende die vynders vonden off dat ment betughen mocht, die verbuerde also dick alss hyt dede, drie poirt ponde.

42. Item soe sal een yegelic tappen bynnen synre huse alse g'ewoentlic is geweest.

7 'ge ley de vander wekemeret.

43. Item dat geleyde van onser wekemerct sal ingaen dess dijnxdages als die clock drie slaet over middach durende tot dess woensdages ende dien dach thent die sonne ondergaet.

-ocr page 38-

36

Vanden jairmarcten.

44. Item so syn in onser poirten gelegen ende van oudts haer gecomen drie jairmarcten, alse sente Jacops dach, sente Severyns dach ende des sonnendages tot midvasten. Ende dat merct recht van elcker merct voirs. duert XIIII dagen lane , dat is te verstaen drie dagen voer den rechten staenden marct dach des midnachts te voren ingaande, ende also voert XIII1 dage lanc vut durende , des midnachts weder vutgaende.

45. Item alreheiligen dage ende aire zielen dage snyt men ghewant tot Vijanen.

46. Item des Sonnendages na midvasten ende des dages daerna snyt men oick gewant.

Overdracht off yemant ons gezwoeren ongunst bewijs den.

47. Item waert sake dat yemant onsen gezwoeren die nu syn off namaels wesen sullen enyge vete off ongunst toende off bewysde dat vete geleeck [ende dat van des gerechts wegen]'), soe souden sy tot maninge ons off ons g'ercchts inleggen, ter tyt toe dat sy dat verricht ende verbetert hadden by ons ende by onsen gerecht. Ende waer dat sake dat sy dese maninge versaten, dat waer by eenre penen van vyff ponde, drie dage lanck elcx dages vyff ponde. Ende daer en teynden soe sullen wyse daervoer aen tasten ende houden ter tyt toe dat sy ons dat verbetert hadden. Alle dese voirscreven voirwaerden willen wy dat vast ende stade bliven ende onverbroken ende welkoer dattet verboerde nyet te verdragen, ter tyt toe dat wy mit onsen gericht anders overdragen, dat ons ende onsen gericht beter dunct.

Van den gezwoeren -Maker ende van der wake.

48. Aldus is onse lieve heer van Vyanen overdragen mit synen gerecht van den gestaden gezwoeren waker, die sy gewonnen hebben, nachtelicx te waken, dat hy ten heiligen gezworen heeft te doen als hiernae bescreven staet ende des nyemant te verdragen.

In den yersten soe sal hy alle avont ter wake blasen ende, als hy yerst geblazen heeft, soe sal hem elck reyden ter wake

1) Het tusschen haakjes geplaatste [] is ter zijde bijgevoegd.

-ocr page 39-

37

te gaen. Endc als hy anderwerff blaset soe sal een ygclyck wesen op syn waken, ende dair sal die waker om gaen ende wie hy dan nyet en vyndt op synre waken, dien sal hy aff panden twe witte groten. Waer yemant die sliep ende nyet te slapen en buerde, die soude hy aff panden twee witte groten. Ter midnacht ende des mergens sal hy des gelycx omgaen ende die wake besyen. Ende waer yemant die van der muere ghinghe des mergens eer hy luyder op geblazen had, dien soud hy aff panden twe witte groten. Ende wie nyet van aider nacht en coemt, dien sal hy aff panden vier witte groten. Voirt waert sake dat die wakers hem vergaderden opter muren vier off vive te samen in der muten, die sal die waker sceyden, ende waer hyse heet gaen, daert hem nut dunct, daer sullen sy gaen. Ende wie hem dit verseit ende nyet en gaet daer hyse heet gaen, dien sal hij aff panden drie witte groten. Voirt waer yemant die desen waker misdede off onredelycke woirde gave van desen voirscr. punten, die salmen in byeden ende hy sal inleggen na costume van onser poirten ter tyt toe dat hy dat ghebetert heeft by mynen here van Vyanen ende by synen gericht, ende syn boeten daer aff betaelt heeft naden recht van onser poirten.

39. Item soe is overdragen ende geboden dat een yegelyc syn wake opter poirten mit syns selffs live houden sal off enen stereken man voir hem opter poirten ter waken seynden ende dan selve enen omganc an te nemen die wake te besyen, soe dat by den gerecht geordineert wert.

Van kijff ende sceldinge.

50. Item soe is onse lieve heer van Vyanen met synen gerecht overdragen, soe wie kijff off sceldinge maket bynnen onser poirten vriheit, het waer man off wijff, endc den anderen sprake dat hem ghinge an syn lijff off an sijn ere, dat die borgermeysters betughen mochten met twee wittaftighen ghetu-gen ende tgericht bekende na den getuge dattet den anderen ghinge an syn lijff off an sijn ere, die soude verbueren drie pont alsoe dicke als hyt dede ende ment betughen mocht.

51. Ende soe wie van desen bruecken bruekich worde dien sullen die borgermeysters in bieden off yemant van den gerecht, ende die gheen die daer in gheboden worde, die sal inlegghen na costume ende gewoente van onser poirten ter tijt toe dat hij die bruecken gebetert ende betaelt heeft.

-ocr page 40-

52. Voirt waert sake dat yemant van desen bruecken voirscr. bruekich worde en sijn viertienacht in gelegen had ende onse borgemeysters gheen goet daer an en vonden off dat sij selve seyden dat sij gheen goet en hadden, waert een manhoeft, die sonde daer voir in vengnissen leggen in hanneken , elck at-male om drie scillinghe in afcortinghe van den boeten voirs. ter tijt toe dat hij sijn boeten daer aff verlegen hadde.

53. Ende waert dattet een wijffhoeft waer, die soude voir dese voirs. brueken den steen draghen van der waterpoirt, ter kercken toe. Ende waert sake dat yemant ontrumede van desen voirs. brueken, die souden ballinc wesen slants ter tijt toe dat hij den heere ende der poirten van Vyanen dat ge-betert had.

54* Voirt soe sal hier aff tughen een yegelic die die borgemeysters hier aff tot enen ghetuge vermanen, naden ouden haercomen.

Van kvjff ende vechtelic.

55. Item waert sake dat yemant kijff off vechtelic makede daer een vrede off quaem, dat is te verstaen die een poirter tegens den anderen , die souden die borgermeysters in doen bieden ende die sullen inlegghen vierthien daghen, ende byn-nen den yersten acht daghen soe moeghent hoerre twier vrienden zoenen off sij kunnen, ende zoenens die vriende nyet soe salt tgerecht zoenen bynnen den anderen acht daghen. Ende wes dat gerecht dan daeraff seyt, dat is by eenre penen van twyntich poirt ponden, alsoe dicke als sijt weder seggen off weder spreken.

56. Item waert sake dat yemant enich kijff of vechtelick makede als voirs. is, dat is te verstaen een poirter tegens enen Aoithemsche man off een vuthemsche man, die een tegen den anderen, die sullen die borgermeysters inbieden ende, overmits dat die vuthemsche man sijn vriende nyet bij hem en heeft, soe sullen sij dach hebben twe daghen lanck hoer vriende daerbij te werven, also verre alss sij voldoen nader ouder costume ende gewoenten onser poirteren; so sullen sij bynnen den tween yersten daghen bij schijnender zonne weder incomen ende een huys kyesen bynnen der poirte van Vyanen ende daer sullen sij inlegghen vier daghe lanck ende so moeghent hoer vriende zoenen bynnen den yersten twe dagen. Ende en zoenens die vriende nyet soe salt tgerecht zoenen bynnen

-ocr page 41-

den anderen twe dagen. Ende wes zoene dat onse gfcrecht hier aff seyt dat is bij eenre penen als voirs. is, ende van der zoenen sal onse gerecht hebben eenen ouden dordrechtschen-gulden van den ghenen die sy meest in den onrecht vijnden.

GJiehot ons lie ffs heren a° XIIIP ende seven in vigilia Nicolai.

57. Item soe dede onse lieve heere van Vyanen opten selven dach in der kereken seggen, dat alle eenlopen poirters in comen sullen bynnen Vyanen tusschen dit ende sonnendach naestcomende ende daer by hem te bliven ende mede te doen gelyck andere poirtcren , soe dat behoert. Ende wie des nyet en doet die sal verbuert hebben syn poirtrecht beheltlycken der poirten hoers rechts daer aff ende en sullen bynnen drie jaeren na deser tyt gheen poirter weder werden mogen noch der poirten noch des poirtrecht hier en bynnen erghent in te ghenieten.

58. Item dat alle ons lieffs heren ondersaten, die onder hem in synre landen geseten ende gecomen hebben gheweest, by hem comen sullen ende by hem bliven in synre poirten voirscr. waer yemant die des nyet en dede ende anderswaer weecke , die doet hy opseggen hoer buerscap ende en wilder tot ghenen tyden voir ondersaten verantwoorden noch weder onder hem hebben mitter woen, ende waer yemant die daer en boven weder onder hem quaem mitter woen, daer woude hy syn beraet op houden, wat hy daer mede doen woude.

59. Item waert sake dat enich van onsen poirteren waeren die nyet tegenwoirdich en Avaeren , die sullen rechtevoirt in comen ende hoir wapenscouwinge doen van sulcken harnasch als sy op geset syn ende bynnen der poirten bliven gelyc den anderen off enen anderen hores g'elyc mitt synen harnasch houden in synre stat, wie des nyet en dede die verbuerde alle dage een poirt pont totter tyt toe dat hyt dede.

GJiebot ons lieffs heren a°. XIIIIC ende XII opten beloken Paesdach.

60. Onse lieve heere van Vyanen doet ghebieden alle synen poirteren ende ondersaten die onder hem geseten syn, dat sy by hem ende onder hem bliven ende in ghenen landen anders-

-ocr page 42-

waer, in steden off sloten, en trecken ligghen, then vvaere off yemant om syn kenlike wittaftighe comanscap of andere noet-saken vuttoghe ende weder quame alss hy die ghedaen had. Waer yemant die daer en boven anderswaer in enich stede of slot ghinge liggen, also menigen dach alss hy vutwaer soe sonde hy verbueren tegens ons ende onser poirten alle daghe een poirt pont, ende dat sullen onse burgemeysters in der tyt van onser poirten wegen ende onse scouten van onser wegen in onsen lande tot aire tyt tot hoeren goetduncken vut richten moghen an hoeren goeden, dat sy erghent in onsen landen hem toebehoerende vynden moghen, ende vynden sy dan gheen goet in der tyt ende hem namaels enich goct an quame, daer mochten sy an rechten. Ende vonden sy gheen goet mit allen, so mochten sy an syn lyff richten off hy weder in den onsen quaem, ter tyt toe dat hy datt ghebetert had.

61. Onse lieve Jonchere van Brederode is met synen gerecht ende mitter vroetscajo overdragen ende doet gebieden, dat n} mant aen geen zijde van der Lecken en provande op thien oude scilden, ende dat goet te verbueren soe dicke alsmen dat bevynt. Ende die ghene die scuten hebben en sullen nyemant over der Lecken vueren, sy en hebben oerloff van minen lieven Joncheren op die scuyt, ende thien oude scilde te verbueren. Ende dit gebot sel dueren totter tyt toe dat myn lieff Jonchere anders overdraecht. Overdragen ende gesloten opten beloken paeschdach a3, etc. LXXXIIJ.

Overdracht hoe dat men recht doen sal van pacht anno XIIII' LXI.

62. Item in den jare XIIIIC ende LXI soe is onsen lieven heer Reynolt, heer tot Brederode, tot Vyanen etc. mit sijnen vrunden, die doemproest ende anderen sijnen maghen ende vrunden, mit sijnen gerechte ende goeden mannen overdragen om orbaer ende nutticheit sijnre gemeente ondersaten, dat alle die ghene die ghearft sijn in den lande van Vyanen die sullen horen pacht panden met schout ende scepenen, ende die pandingen zeilen staen XIIII daghen lanck, ende teynden de XIIII daghen soe mach die gheen, die men sijnen pacht sculdich is, scatten aen des pachters goet waer hij aen gescat wil wesen ende wijst, soe wel dat van sijnen erven off op sijnen erve is, wair hijt in den lande van Vyanen bevijnden

-ocr page 43-

4i

kan. Ende dese scattmghe sal men scatten den derden pen-nynck beter tot dess heeren behoeff. Ende wil die heer die scattinge aen hem nemen, soe sel hij den lantheer die die scattinghe begeert, dat geit opleggen, ende die heer sal houden sijn beraet van der scattinge na den rechte van den lande, dat is te weten van erfenisse XIIII dagen lanck ende van reet goed ende tijlbaer have van twee dage op den derden, off die heer mach den lantheer die die scattinge begheerde die scattinghe te goede scelden off hij will.

63. ') Item wordt aldus geuseert, dat een grontheer oft lantheer mit schout ende schepenen mach panden voer twee jaeren achterstallige pachten ende voer dat lopende derde jaer. Ende altijt is die grontheer naerder sijnen pacht te besweeren dan die pachter te ontsweeren.

Overdracht van ■pachten ende erffpachten ende van loeft van pachten, anno XIIIIC ende acht.

64. Item soe willen wij ende onse gerecht, waert sake dat cnich gebreck gheviel van den verleden pachten, tsij erfpachten off ander pachten, dat houden wij mit onsen gerecht an ons tot onser verclaringe, overmits dat die lande vuest ende onghe-bruyct gelegen hebben. Ende waer yemant, die daer en boven over onser verclaringe recht socht, die verbuerde tegens ons ende onse gerecht een peyne van vijff oude gel. gulden. Ende nochtans en soude onse gerecht daer en teyndens gheen recht daer over wijsen off doen.

65. Item waer yemant die onder ons ghelant ende ghearft waere, die van sijnre lanthuer off pacht ergent buyten den onsen in anderen gerechte geloeft off wilkoer naem, daer off en soude onse gerecht dan daer en teynden gheen recht doen noch daer over staen, overmits dat sij ons rechts yerst aifge-gaen ende trecht anderswaer ghetogen hebben.

Van vutheemsche luden die van bnten mïtter ivoen coemen.

66. Item soe hebben wij ghegeven ende gheven alle den ghenen, die van buten onder ons vut anderen steden ende

1) Deze bepaling is met een latere hand, uit de i6t* eeuw, bijgeschreven.

-ocr page 44-

42

landen metter woen comen, ende hoer poirtrecht off buerrecht onder ons wynnen ende ontfangen, dat sij van aire schout, die sij buten eer sij onder ons metter woen quamen gemaect hadden, vry ende onbelast daer aff in den onsen wesen sullen, ende dat onse gerecht daer aff over hem gheen recht doen en sal, vutgesceyden off sy onder ons off in den landen die mit ons in enynghe staen enighe wilkoer gedaen off schout gemaect hadden, daer aff ende van aire scout, die sij maken na dat sij onder ons mitter woen gecomen sijn, sal men yegelijcken recht doen na onsen lantrecht.

Van bodenloen ende van dagelixschen arbeyde,

anno XIJII ende acht.

67. Item van bodenloen, dat is te verstaen van knapen ende meechden, so willen wij dat wie die boden houden dat sij hem teynden hoerre aessen, als sij vutghedient hebben, hoir geit geven ende betalen sullen, off men sal hem hoer ghelt vut panden tot hoerre vermaninghen ende vutrichten bynnen vier-tiendaghen oft mit allen recht verwonnen waer. Ende waer yemant die mit sijnre bode schele crege oft twist bynnen der aessen , ende sij nyet en overdroeghen , so mochten sij scheiden bij den gerecht off bij hoirre twier vriende, ende wes sij dan overdroegen dat soudmen den bode doen off men soudt hem vutrichten als voirscr. is. Wair oick yemant die sijnen bode oirloff gave bynnen sijnre tijt, buten gescheit des gerechts off hoirre twier vriende, daer die bode op croende, die verbuerde tegens den bode die vol aessen ende onsser poirten daer toe enen ouden gulden. Ende waert dat enich bode vut sijnre aessen off dienst ghinge bynnen sijnre tijt sonder gescheit van den gerecht off hoirre twier vriende daer men op croende , die verbuerde tegen onser poirten een jaer vut onser poirten vriheit te wesen ende der poirten enen ouden gelres. gulden.

Van allen dagelixschen arheit ende loon.

68. Arbeidslude, die men dagelix om geit ende loon wint, dien sal men hoir ghelt ende loon als sijt verdient hebben gheven ende betalen, off men salt hem onvertoicht over dwers-nacht vutrichten ghelt off pande, want sij des qualiken langer ontberen moeghen dan des etens, overmits dattet zwetich ende bloedich loan is.

-ocr page 45-

43

Van den boedelen die hynnen der poirten besterven daer huijssen toe hoeren, anno XIIIF ende XI op onser Vrouiven avont purificatio.

69. Item soe is onse lieve heere van Vyanen mit sijnen gquot;erecht ende vrienden overdragen als hier nae bescreven volcht. In den yersten soe wanneer een boedel besterft bynnen der vryheit van onser poirte tot Vyanen, daer buys ende hoffstede tot den boedel toe hoeren so moegen die gheen die daer in bestorven sijn, zamelic in den helen boedel bliven sitten also lang als hem des genuecht. Ende ist dat yemant die in den boedel hoert, een off meer, hoir deel vut den boedel hebben willen ende schiftinge ende deilinge gheren, die sullen dan overgheven den eygendom van den huse ende van der hoffstede voirscr. ende mit den anderen, die in den boedel bliven sitten, overdragen om een redelic geit, bynnen jaers te betalen, ten ware dat sij selve mit gunste anders overdro-gen. Ende vut sake dat die gheen die aldus sijn deel vut den boedel hebben woude, den eygendom dan nyet over en gaven als voers. is, die sullen dan voirtaen allen onraet van den huse ende hoffstat voirs., also cleyn ende also groet verwaren gelijc off die alinge eygendom daer off allied hoer waer. Ende waert sake dat sij dien onraet voirs. nyet en verwaerden, soe moegen dié borgermeysters onser poirten van Vyanen dien voers. onraet also groot als dien dan buert te wesen, an hem rekenen totter tijt toe dat die onraet also groet geworden is als hoer deel daer aff belopen mach off weerdich is, ende moghen dan dien eygendom voirt vercopen ende overgeven van onser poirten wegen , ende dat sal stantaftich wesen ende bliven gelijc off die eygendom an onser poirten bestorven ware.

70. Voirt waert dat yemant, die oick in den boedel bestorven ware, vutlandich waer, soe mach die schout van sheren wegen den voirs. eygendom overgeven gelijc off hijt selve waer, ende alsulc boedel deel als hem in den boedel bestorven mach wesen onder onser borgermeyster hande te bliven totter tijt toe dat hij quaem ende den eygendom selve quyt schoude.

71. Voir van allen boedelen die voir desen tijt bynnen der vriheit van onser poirten bestorven sijn, daer die boedel aff geschoert is, die sullen mit malchander overdragen bynnen drie maenden na datum deser overdrachte, die husinge ende hoffstede aen ene te brengen , off een yegelic alsoe menich als

-ocr page 46-

44

daertoc hoert sal daer en tcynden van sijnen deel enen alinghen onraet verwaren, ende daer voert mede te doen als voirs. is, mer waert dat sij in deser maten die husinge voirs nyet scheiden noch overdragen en konden, soe sonde die ghene die dair ghebreck in had den anderen sijn deel setten moeghen op een ghelt, te nemen off te gheven, ende waert dat die ander dan nyet et koor bynnen XIIII daghen daer na, so soud hij daer en teynden van des anderen deel, die dat gheset had, enen alinge onraet mede verwaren ende dair mede te doen alss voirs. is. Mer alle boedelen die bestorven sijn ende noch zamentlic zitten onghescuert, die moghen voirt bliven sitten ter tijt toe dat sij hoeren boedel schueren willen , ende dan daermede te doen alss voers. is.

72. Voirt had yemant enighe ledighe ombetijmerde hoffstede bynnen der vriheit van onser poirten voirs. die aen sijn woenstat nyet g'elegen en waer, ende van alle anderen ledighen ombewoen-den hoffsteden, daer aff sal men doen ende g'helden sulcken onraet, als bij ons ende onsen gerecht daerop gheset sal werden.

73. Ende viel hier enich ghebreck off arguaci inden punten voirs. tot eeniger tijt, dat houden wij mit onsen gerecht an ons tot onser verclaringhe. Dese overdracht voirs. wert overdragen als voirs. staet bij ons ende onsen gerecht ende vrienden int jaer ons heren M. IIIIC ende elve op onser liever Vrouwen avont purificatio.

Van goede vut bestorven boedelen te winnen.

74. Item waer yemant, die vut enen bestorven boedel van schade off schoude goet winnen woude mit recht, dair die boe-delherde gheen weer op en dede, die soude an elke hant nemen drie manne ende daermede houden, als recht is , dat ment hem sculdich is, ten waere dat hij sijnen schijn daertoe dede dat hij also ellendich waer, dat hij nyemant en had daer hijt mede doen mocht, dan soude hij dat selve houden als voirs. is ende also menighen eedt daervoer doen als hij menighen manne an elke hant gehadt soude hebben. En waer yemant die in enen boedel bestorven waer vutlendich off onmundich , waer dat men recht op socht, dien mach sijn naghelnaest verantwoirden als recht is, waert dat die rechte voicht off die boedelherde hem nyet en verantwoirden.

75. Item waer yemant vutlendich, daer men recht op socht, ende hem sijn naghelnaest nyet en verantwoirde alse recht is.

-ocr page 47-

45

so sonde die clager an olke hant enon man nemen ende daer mede houden, alse recht is, dat ment hem sculdich waer, dan soudmen hem voirt richten als recht is.

76. Item alle onmundighe off weeskynderen , die onder ons besterven, daer die rechte voecht aff buten in anderen landen woent, die en sal die kynderen nyet vervoechden ten waere dat hij onder ons mitter woen qvaem ende bleve, ende die sal men van onser heerlicheit bij den anderen maghen besorghen ende vervoechden.

Ghebot van den dobbelen ende van boever yen anno XIIIIC ende vivve.

7 7. Item waer yemant, die tegen den anderen dobbelde off enigerhande spul spuelde om ghelt, ende hem meer off wonne dan hij reets ghelts bij hem had, ende den anderen hielde weder sijnen danc in den huse opten berde off opter straten, dat woude onse lieve here van Vyanen richten alst ghewelde-lijcken saken.

Van den dobbelen ende van boeveryen anno XIIIIc ende XIII des sonnendaghes na Agnetis.

78. Onser lieve here van Vyanen heeft mit sijnen gerecht ende vrienden overdragen groten last, die vallen mocht van den dobbelen so men tot Vyanen dagelicx dobbelt, daer hem onder sijnen ondersaten ende luden groet gebrec, perlement ende vechtelic aff comcn mochten, datter sommighe liveloes, goedeloes ende verderfflic bij mochten werden, dat hij zeer node had, ende heeft daerom een ordinanci daer aff geset ende geordineert, dat hij voer tbest gedaen heeft, die hij enen yegelic gebiet te houden bij den penen also die ordinanci daer aff inhout ende hierna bescreven volcht in deser maten.

In den yersten soe willen wij, waer dat men dobbelt in den onsen, dat sal wesen vyaensrecht na den ouden haercomen ende geit noch kansse te versyen.

79. Item wat ghelt dat men opslaet opten berde dat men nyet en kende off nyet goet en waer, dat sal die ghene die dat hout winnen off verliesen tot sulcker weerde als die weert seecht dattet goet is.

80. Item soe wie enich geit voer hem set opten berde, een stuck off meer, daer hij op dobbelt, soe mach yemant, die

-ocr page 48-

46

dacrop gewonnen heeft tyen gulden off meer, een stuck gouts daer off trecken ende den weert laten syen, ende tot also vuel alst die weert weerdeert sal hijt nemen ende ghe-ven den anderen voirt daerop off doent hem gheven dat hij tsijn hebbe.

81. Ende waert datter meer lude dan een op eens mans gout gewonnen hadden, wie dess yerst begeert die mach dat gout na hem trecken, ende off dat gout beter waer dan hij daeran g he wo mien had, dat soude hij den anderen opleggen off doen leggen tot weerderinge des weerts.

82. Ende waer yemant, die hem dess weren woude, dat men sijn gout nyet striken en most, also dick als hij daer weer in dede, so soude hij tot elcker tijt als hijt dede ver-bueren twijntich poirt ponde, halff onsen lieven here van Vyanen ende halff der poirte.

83. Ende waer yemant die den anderen foberdi daer over dede off in besichde, dien soudmen inbyeden ende dat richten na ghewoenten onser poirten.

84. Item waert sake dat yemant dobbelde anders dan om reet gelt ende dat hij yemant schuldich bleve tot enen nobel toe off daer en binnen, daer aff soudmen den anderen, also verre als hijs begeert, bynnen den yersten atmale rechtevoirt recht doen gelijc oft van sijs goede waer. Mer waer yemant die dat over den atmale liet staen dat hijs den gerecht nijet bij en bracht ende rechts daer off gheerde, daer en sal onse gerecht dan dair en teynden gheen recht aff doen.

85. Item waert sake dat yemant over dobbelspul bynnen enen atmale opten anderen wonne , dat hij en meer sculdich bleve dan een nobel, daer aff en soude die gheen, die dat opten anderen ghewonnen had, nyet hebben, mer also vuel als hij meer dan enen nobel off yemant ghewonnen had, also vuel soude mijn here ende die poirte van eiken hebben, ende dat an hem beyden vut te rechten alss sijs goet.

86. Item waert sake dat yemant ghedobbelt had ende sculdich bleve , so mach die ghene die op hem ghewonnen had tot enen nobel toe off daer en bynnen, off onse borgers waert dats meer waer dan een nobell, also verre alsij sijns goets nyet en vijnden aen te richten als voirscr. steet, dien daer voer in doen byeden in een huys te liggen , nader ghewoenten van onser poirten vanuen inliggen, ter tijt toe dat hij daer aff voldaen had. Ende \\ aer yemant die dat verbrake off vutghinge eer hij voldaen

-ocr page 49-

47

had, dat soude onse lieve here ende onsc poirte an hem richten willen, gelijc off hij van anderen saken in gheboeden waer na gewoente onser poirten daer aff.

87 Item soe wie yemant enich ghelt leent op dobbelspul off boeveryen, valt hem daer hi ghebreck int wedercrigen off valt den borgen gebreck, die daer voir loven, dat sij ghelden off leysten off schade daer bij lijden, daer en willen wij gheen recht aff laten geschien , wie oic ede off sekerheit van yemant daer aft ontfing, hoe sij dat deden, dat soude onse lieve heer willen richten als an den ghenen die hem sijnre heerlicheit bewonde.

88. Item dess gelijcx willen wij, of yemant enigerhande andere boeverye off spul tegen den anderen spuelde, het sij sotsen, potreynen, weyen, zeylen , traetzen, caetsen off wor-tafelen, kolffslaen, ryettrecken off enighe boevery, hoe dat sij ghenoemt sijn, dat tot also vuel ghelts coemt, als voirsc. is, daer aff te doen ghelijck voirs. staet.

Van dobbelen om tgelach claimen lew en heit.

89. Item soe willen wij, waer men om tgelach dobbelt, op wien dattet valt, diet verliest, daer salt die weerdt an houden, mer waer yemant dair hijs nyet bijsonder anhouden en wonde, dien sal zij zonderen ende noemen, eer hij beghint te dobbelen.

go. Item waer men om tgelach dobbelt, daer en sal men nyet vorder int vat wynnen dan dat gelach datter tegenwoir-dich verteert is. Ende wie vorder opten anderen wonne daer aff en soud hij nyet hebben, mer dat soude myn heere ende die poirte hebben ende desgelycx also vuel van den ghenen die dat ghewonnen had, ende dat vut te richten van hem beyden als voers. is. Ende dat sal die weert sculdich wesen onsen bor-germeysters des anderen dages bij te brengen bij eenre penen van XX poirt ponden, halff den heer ende halff der poirten.

91. Item waert sake dat die weert an yemant meer hielde dan dat gelach datter tegenwoirdich verteert is, also dick als hij dat dede, soe soude hij verbueren X poirt ponde, halff den heer ende half der poirten.

92. Item waer yemant die tgelach verdobbelt had off die int vat meer verloren had, ende den weert ontghinge, dat soudmen den weert rechtevoert als hijs begheert vutrichten als sijsgoet. Ende vonde men sijns goets nyet also vuel, soe soudmen hem daer voir inbyeden in een huys te leggen , na der gewoonten onser poirten van den inligghen, ter tijt toe dat

-ocr page 50-

48

hy daer aff voldaen had. Ende wacrt sake dat yemant dat verbrake off vutghinge eer hij voldaen had, soe soude mijn heer ende die poirtc dat an hem richten willen, g-elijc off hij van anderen saken in gheboden waere nader ghewoenten onser poirten daer aff.

93. Item waert dat yemant in enighen der punten voirs. enygo ny vonde vynden woude, off dat onser ondersate buten den onsen dobbelden off boevery deden, als voirs. is, ende sij enyge cloecheit hier in sochten off besichden, dat souden onse lieve heere ende die borgermeysters selve besien ende dat caven tot hoeren goetduncken ende richten na der ordinanci voirs. gelijc oft in den onsen geschiet waer. ')

Noia van vuersteden, anno XIIIIC ende XVIII.

94. Item des sonnendages na Agnetis virginis anno XIIIIC ende XVIII wert in den kercken geboden, dat nyemant stoken noch vuer en soude hebben in cameren off ander vutlaten off op zolre, boven noch beneden, them waere datter scoor-steen in waren, die bynnen ende buten van den brande ver-sekert waren; also menich werven als men erghen vuer vonde in cameren off ander vutlaten, boven off beneden, dacrt soe nyet besorcht en waer, soe woudmen dien aff panden enen ouden gulden tot onser poirten behoeff, ende dessgelijcx mede den ghenen die die cameren verluieren.

95. Voert soe doet men enen yegelycken seggen, dat nyemant gheen cameren en verhuer na desen tijt vuer in te hebben tensij dat sij voer den brant versekert ende versorcht sijn mit scoorsteen bynnen ende buten ende anders wael bewaert, also dicke alss daer yemant over dede, dien woudmen aff panden een ouden gulden ass voers. is.

Van den gasten te kus en.

96. Item is geboden enen yegelycken, dat sij toe sien van hoeren boden ende gasten, die sij husen off houden, dat sij daer voir verantwoirden mogen, want schiede erghent enighen schade van hem luden, dat woudmen richten ende houden an den ghenen, daer sij thuys toghen, elx sye daerom toe.

1) Hier volgen in het Hs. (fol. 24—28) eenige breedvoerige ordonnantiën van 17 Februari 1490, houdende eene evaluatie van de munt, overgangsbepalingen betreffende de betaling van oudere schulden en renten, en prijzen van levensmiddelen en andere waren . eindelijk betreffende de graanprijzen en het gewicht van het brood, die hier zijn weggelaten,

-ocr page 51-

49

Nota van den vletquaet.

97. Item waert sake dat yemant enich vletquaet in sijnre hofstede droeghe off dat yemant stoecte off keersen kleemde dattet bernde, soe datter loope off gheruft aff quaem, dien soudmen aff panden drie poirt ponden tot onser poirten behoeff off men sal en dairvoir inbyeden alss gewoenlyc is.

Van den eede, lest overdragen anno MIIIIC ende LXI opten Meydach.

98. Onse lieve heere van Brederode, van Vyanen etc. doet een yegelijck weten, hoe dat hij mit eendeels sijnre maghen, vrienden ende gemenen gerechte , ter eren Goids ende tot salicheit der zielen , overdragen is ende gehouden wil hebben bynnen sijnre stede ende landen van Vyanen van enigen eden, die voir sijnre dingbancken gezwoeren worden op ver-buerenisse ende correctien hier na bescreven.

99. Item soe wie dat voir der dingbancken ons lieffs heren voirsc. voir scade off voir scult mitten rechte aen gesproken ende beclaget warde, ende dat die die angesproken is sijn onscult ende eedt dair voir doet, ist dan sake dat die anleg-ger van der toespraken , bynnen der eerster maent dair na hem die voirganger also gezwoeren had, mit waeraftiger levendiger conde hem anbetugen ende beschinigen mochte, dat onse lieve here voirsc. mit sijnen gerechte docht dattet getuyeh genoech waraftich bewesen ende bij gebracht waer, dat den eedt quellic ende menedich waer gezworen, soe sal die menedige persoen op enen sonnendach, die men hem bij den gerecht voirsc. beteyekenen zal, voir der homisse in een paer lynnen cleder in der processie voir den cruce sonder meer an te hebben openbaerlic gaen. Ende dede hij dess nyet, soe sal hij sijn twe voirste vingeren, daer hij den ede mede gezworen had, dair an verbuert hebben ende die sal men hem sonder lang vertreck offhouden ende dat hem in gheenrewys verdragen, ende hier toe sal dan die menedige persoen betalen den aenlegger der toesprake bynnen die naeste XIIII dagen, na dien datten eedt valselic bewesen waer als voirs. staet, dat selve dat hem die menedige persoen sculdich waer. Ende en gesciede hem die betalinge also nyet, so sal die rechter hem dat terstont vut sijnen aire reedsten goede, rue-

4

-ocr page 52-

rende ende onruerende, soe lange alst daer is vut halen ende vut panden getyck tsheren scult ende den aenleg-ger voirsc. dairmede betalinge doen.

100. Item waert sake dat yemant den anderen menedich betugen woude ende hem dat anseyde, ende des dan nyet bij gebringen noch waraftich betugen conde, die sal staen totter selver correctie voirscreven.

Die ordinancie van den beesten te schutten, anno Mil 11° ende LXI op ten meydaeh.

i o i. Item soe wie scade gedaen wert, ende dat goet wart geschut, die sal nemen twe sijn naeste buer, een boven ende een beneden, ende laten den scade besien, ende waren die bueren voirs. nyet wijs genoech, soe sal hij nemen twe goede wijse bouluden, ende laten dien den scade bezien , ende dat en sal nyemant den anderen weygeren buten nootsaken. Ende alss dit voirs. gesciet is, wil dan die g'heen, die die scade gedaen heeft, nyet beteren bij die twe voirs. soe sal men hem verdagen voir trecht ende die scepenen sullen die twe getugen horen bij horen eedt ende hem dair nae vutrichten.

102. Item soe is overdragen bij onsen lieven heere van Brederode ende tot Vyanen etc. ende mit sijn gemeen gerechte dat een ygelijcke, die den anderen voir onse dingbanck mit recht toe spreket, dat die aenlegger sel seggen den g'henen die aengesproken wart, wair voir dat hij hem toe gesproken heeft off neen, men sel hem dair gheen recht aff doen.

Van der zoenen, lest overdraghen anno MIIII c ende LXXII op Ste Mathijs dach.

103. Item soe is onse lieve heere van Brederode, van Vyanen etc. mit sijnen gerecht ende vrienden overdragen, in den eersten , soe wes zoene dat wij off onse gerecht zoenen, soe wie die zoene nyet en hielde, alsoe dicke ende menichwerven als hij die verzwege off weder seide, soe verbuerde hij tegen onser poirten XX S', nochtans wouden wij die zoene gehouden hebben van onser heerlicheit wegen. Waert sake dat yemant daer en boven den anderen misdede tzij mit slaen, mit steken oiT anders dat kenlic ende bewijslic waer, ende men mit witt-aftigen waraftighen personen betugen mocht, datter van dier sake toe quaem, daer die soene oft gesleten waer, die sonde daeraen verbueren veertich oude Vranckrijcsche scilden Noch-

-ocr page 53-

5i

tant soe soude hij den ghcnen beteren dien hij misdaen nadde tot cavelinge ons ende onss gerechts. Ende waert sake dat die misdader geen goet en had, die verbuernisse voirgenoemd mede te betalen, die soude daer voir in vangenisse leg'gen in hanneken, elck atmael om VI scillingen in affcortinge sijnre verbuernisse, ter tijt toe ende alsoe lange dat hij die verbuernisse daer off verlegen had. Ende wij sullen hem water ende broot leveren van der heerlicheit wegen, ende dese verbuernisse sal staen halff tot slieren ende halff tot onser poirten behoeff.

Van den vutheemschen Inden.

104. Voirt meer alle die ghene die van buten onder ons mitter woen comen ende onse poirter worden off die in onsen lande buerrecht wynnen ende hem verbonden hebben vijff jair lanck onder ons mitter woen te bliven, die sullen teynden jairs ende dage, nadien dat sij poirter ofte buer geworden sijn, mit horen brieven tsy van lijffrenten off anders al alsulcx rechts mogen plegen als onse poirteren ende ondersaten. Voort meer soe wes recht dat onse poirteren ofte ondersaten in anderen lande gebuert van bcsettinge off van lijffrenten, des gelijcx soe willen wij enen j'gelijcken wederom doen.

105. Onse lieve Joncheer Walraven heer tot Brederode, tot Vyanen, Burchgrave t'Utrecht ende heer ter Ameyden is mit sijnen raetsvrunden ende gerechte overdragen ende gesloten over dat zeer te beduchten is, dat dagelicx voer den rechte vele quader eden van scaden ende sculden gcboeren, alss dat die clager geen eedt van scade off van sculden nemen en sal, hoe wel die sculdenaer sijnen eedt daer voir biedt, die clager sal d'aff geven eer den eedt gedaen wert den gerecht off den genen daer onse lieff jonchere dat belieft aen te comen, enen stoter, om den eedt te bet daermede te vertrecken ende te verscutten. Overdragen ende gesloten op Ste Ponciaens dach anno etc. LXXXV.

Van den haccken ende ander instrnmenten.

106. Int jaer ons heren MCCCC ende LXXIII op sinte Lucyendach soe is onse lieve vrouwe van Brederode, van Vyanen etc. als voecht ende momber van onsen lieven Jonc-heren, mit haren magen, vrienden, raide ende gerecht oudt ende nye overdragen als van den haken ende ander instrumenten , dair men slote listelycke ende subtylike mede op doet

-ocr page 54-

52

ofte op breect, so doet men enen ygelijcken seggen, waert sake dat men bevynden conde dat hem yemant dair mede behelp heymelic off openbaer ofte aen hem hadde, die soude dair aen verbueren, also menichwerven als men dat aen hem bevynden conde, vyff oude vranckryesche scilden, halff tot sheren ende halff tot onser poirten behoeff. Ende dair en teynden sal hij op die caeck staen op een woensdach drie uren lanck, als van achte tot elve uren toe. Ende des en sal men nyemant verdragen. Ende waert sake dat yemant hier voir ontruimde ende vluchtich werde, die soude dan balling slants wesen ende en soude dat lant nyet weder mogen comen tegen den heer, ten waer dat hij sijn sentencie voersc. eerst voldaen ende volbracht hadde. Ende wair yemant die geen goet en hadde aen te richten dese voirsc. bruecke mede te betalen, die soude dair voir in vangenisse legen in hannlgen, elc atmael om drie scillingen in affcortinge der bruecke voirsc., ter tijt toe ende alsoe lange dat hij die bruecken dair off verlegen hadde. Ende die borgemeysters in der tijt sullen hem van der stede wegen water ende broot leveren. Nochtan soe sal hij opter caick staen als voirsc. is. Ende waer enich smyt off sloetmaker die dese voirsc. haken ofte andere instrumenten, die men dair toe besicht, maecten dat men also in der waer-heid bevynden conde, die soude staen totter selver correctie alss voirsc. staet.

Nota van den waker.

107. Voert meer soe is onse lieve vrouwe voirsc. op ten selven dach ende bij den selven overdragen van den waker die des nachts van des gerechts wegen waect. Soe wes dat hem begegent opter mueren off opter straten alst sijnen omganc is tsy van ruygen, onredelijcken ofte onbetamelijcken woirden ofte anders van eniger ondaet, dat sell hij den gemenen gerecht by sijnen ede by brengen. Ende dair na sal men dat rechten sonder yemants wederseggen.

GJiebode onss lie ffs heren anno XI1IIC ende XVIII opten XIII'quot; dach.

108. Int jaer ons heren M. IIIIC ende XVIII opten heiligen XIII dach wert overdragen bij onsen lieven here van Vyanen, bij den Borgemeysteren, scout, scepenen ende bij anders den vrienden ende goede mannen alse Ghijsbert van Vyanen, doude

-ocr page 55-

53

cnde sijnen zoen Heynrick van Vyanen, Voern van Vyanen) Splinter van der Vliet, Jein Gheritszoen, Wouter Scade etc. in deser mate als hier nae bescreven volght, dat des sonnendages na XIII dach openbaerlick in der kercken vutgesproken wert. In den yersten soe doet onse lieve here van Vyanen gebieden alle sijne poirteren ende ondersaten die onder hem geseten sijn, dat sij bij hem ende onder hem bliven ende in genen landen anderswaer, in steden off sloten en trecken leggen, ten waere off yemant om sijn kenlijcke wittaftige comanscap off andere nootsaken vut toge en weder in quaem als hij gedaen had. AVaer yemant die hier en boven anderswaer in eniger stede off slote ghynge liggen, also menige dach als hij vut waer, soe soude hij tegens onss ende tegens onser poirten verbueren alle dage een poirt pont, ende dat sullen onse borger-meysters in der tijt van onser poirten wegen ende onse scouten in den lande van onser wegen tot aire tijt vutrichten mogen tot hoeren gaetduncken an hoeren goeden, dat sij erghent in onse lande hem toebehoerende vijnden moghen. Ende,vonden sij dan inder tijt geen goet ende hem namaels enich goet aen quaem, dair mochten sij an richten. Ende vonden sij geen met allen, so mochten sij richten an sijn lijff off hij weder inden onsen quaem totter tijt toe dat hij dat gebctert had.

Van dengenen die huten leggen.

iog. Soe onbiedt onse lieve here ende doet alle onsen poirteren seggen die tot deser tijt nyet tegenwoirdich en sijn, dat sij rechtevoirt incomen tusschen dit ende over acht dagen naestcomende, ende bynnen der poirten bliven ende doen gelyc den anderen, wie des nyet en doet die sal daer en teyn-den verbueren alle dage tegen onser poirten een poirt ponde. Ende wat poirteren diet vut bleven, die hooftheren sijn off yemant onder hem had leggen, die soude verbueren alle dage twe poirte ponden , totter tijt toe dat hij ingecomen sij als voirs. is, ende dat aire tijt vut te richten alst ons off onsen Burger-meisteren goetdunckt.

Fan den eenlopen poirteren.

iio. Soe doet onse here seggen, dat alle eenlopen poirteren incomen sullen bynnen onser poirten tusschen dit ende over acht dagen, ende daer bliven ende mede doen gelijc anderen poirteren soe dat behoirt, wie des nyet en doet die sail ver-

-ocr page 56-

54

buert hebben sijn poirtrecht, beheltlic nochtans onser poirtcn hoers rechts daor aff, ende en sullen bynnen drie jaeren geen poirter weder werden mogen noch der poirten noch der poirtrecht erghent in te genieten.

Van den ondersafen.

111. Soe doet onse lieve here seg-gen dat alle sijn onder-saten, die buten leggen, weder thuys comen in sijnen lande tusschen dit ende over acht dagen ende daer bliven, waer yemant die des nyet en dede, die soude verbueren alle dage een poirt pont als voers. staet vut te richten.

112. Item so heeft onse lieve here van Vyanen ghegeven onser poirten alle verbuernisse, die hier aff verbuert werden. Ende wil dat die borgermeysters onser poirten dat van tijde te tijde inwynnen als daer van yemant verbuert wert sonder yemant te verdragen.

113. Soe doet onse lieve here van Vyanen seggen dat hij alle die ghene, die vut getoghen sijn geweest ende buten gelegen hebben, van des sij daer an verbuert hebben tot deser tijt toe, om beden wil sijnre vriende voirsc. ende des gerichts overslaen ende quytscelden wille. Ende scelt hem dat quyt indien dat sij noch in comen ende doen mede gelijc anderen onsen poirteren soe dat behoert. Ende waer yemant die dair overhorich in waer, die soude dan ballinc onser landen wesen daer en teynden, beheltlic nochtan onser poirten suiker verbuernisse als hij dair in verbuerde an sijnen goeden vut te richten als voirs. is.

114. Onse lieff here van Brederode doet bevelen ende ghebieden een yegelijcken. Alsoe hier an ende doer den lande vast dagelicx zekere rutteren ende boeven vertrecken, datse nyemant en huse noch en hove, eten noch drincken en ver-cope, noch tot genen vere over en vuere. Ende waert sake dat sij hier in mijns heren lande lagen leiden, yemant vinghen off scaden, soe doet myn heer gebieden, dat mense mit den clockenslach vervolgen, vangen ende doetslaen sail sonder verbueren. Overdragen bij minen heer ende bij sijnen rade op St. Bartholomeus avont anno domini etc. LXXXIX.

-ocr page 57-

55

O nil tunic i van den viicr ende van den brandc ctc., a0. XVII in vigilia assumtionis Marie.

115. Item soe is overdragen datter vuermeysters wescn sullen tot Vyanen alse an der oostzyde opten langen dijek twe, alse II ende II iifter ander muren ende in der straten voer vorens tot after der kere, ander moeien toe twe, alse II ende II opt mercvelt ende die strate after tgasthuys ende te vijff-husen, voirt ter kereken toe twe, alse II ende II an die oest-zyde vander vorder strate twe, ende an die westzyde vander vorder strate twe, voirt opten corten dijek ende die strate van heren Jans tot Coenre van Herlaer ende die strate ondertus-schen twe, ende in der strate dacr Heynric van Vyanen woent ende die steghe omtrent twe. En dese vuermeysters sel men jaerlix setten, noemen ende vernyen, alss men die homans van der waken ende de wake venwet off daer en binnen alss den gerecht 'oirbairlijcken dunct. Ende sij sullen dagelix tot aire tijt alst te doen is off alst hem van den borgemeysters ghe-seecht wert, omgaen ende die husen besyen off der koern, stro off ruwer in gedragen waer, dat ter sorghen stonde. Ende doen dat rumen also dat bijden recht overdragen is op sulken kueren alss daer op staen.

116. Item hierop sijn geordineert twe overste vuermeysters om off ons last viel van brande, alse an die oestzyde een ende an die westzyde een, alse II ende II.

117. Item alle die ghene die 'snachts die wake op ter mueren buert, die sullen opter mueren bliven ende elx zyn stede te houden ende daer nyet afscheyden in geenre wijs.

Mede is geordineert 'dat alle die scutte ende die boghen hebben ter muren lopen sullen den wakeren te bescudden, elx op syn quartier daer hy wonachtich is. Ende desgelijcx sullen allen de goede mannen die geharnascht ende getuycht sijn mede ter muren lopen, om die te helpen wairden, elx op syn quartier daer hy wonachtich is. Ende alle die blote, oudt ende jonc, man ende wyff, sullen voirt mit emmeren, mit oesvaten, mit lederen ende ander reescap lopen opten brande om dien te vervallen ende te doen dat hem die overste vuermeyster heiten doen.

118. Voirt waert sake dat enich gheruft quacm off dat wij buten enighen onraet gewair worden , so soude elc die des nachts die wake opter mueren buerde, syn stede op ter mueren

-ocr page 58-

56

houden ende in gheenrewijs off scheiden. Aler wie des yerst gewaer worde die soudt rechtevoert te weten doen. Ende dan sullen die scutte ende alle die goede manne die geharnascht ende getuycht syn ter muren lopen elx op syn quartier. Ende alle ander blote, oudt ende jonc, sullen verg-aderen opter straten by haeren oversten vuermeyster alss voirscr. staet om offter erghent brant op ghinge dien te vervallen.

Van den bussen.

Voirt soe is gheordineert van den bussen ende van den busmeysteren off er te doen waere.

iig. Soe sullen tusschen Bateste3m ende die waterpoirt an beyden sijden van den nyen toren, ende in der voerpoirt van der waterpoirte aan beiden sijden bij den bussen wesen, Hubert van Laer, Jan Jacobs zoen, Martyn Tymmerman, Ludeken van den Oever. Ende voirt van der waterpoirte tot Gheenkens pcirthuse Goesen van Nyesteyn, Gherit van Zande, Hubertus Tymmerman. Van Gheenkens poirthuse totter moeien toe ende daer omtrent, Alart van den Wale, Hensberch Sulcken. Voir der Vyaensche poirt ende voert van daer tot den ouden molenwerff toe ende daer omtrent Jan van Coude, Beernt van Tulle, Jan Zweyn, Gherrit Joest.

120. Item tot Batesteyn ende daer omtrent Gherj^t Jans mit den huysgesinde. Ende dese lude te vernyen als te doen is by den gerecht.

121. Item soe doet men enen yegelijcke seggen van alle deser poynte voersc. dat alle man willich sij dese voirsc. punten mede te doen als voirsc. staet, ende elx doe daer hij toe geset is. Waer yemant die dair onwillich in waere ende des nyet en dede, dat woude onse lieve here ende onse gerecht aen dien houden ende rechten dat na hoeren goetduncken.

122. Item soe doet men alden goeden mannen ende den scutten seggen dat alle man syn harnasch ende hoer boeghen reyde ende rede hebben ende hem saten bij hem te hebben, om alle saken die ons ruekeloes wedervaren mochten

123. Item is gebode op dese selve tijt ende enen yegelijc-ken doen seggen in der kereke, dat nyemant ghelt op yemants harnasch, boghe off weer en lene noch te pande en neme , wair yemant die dat dede ende men dat vernaem, dat woude onse lieve here off onse gerecht sonder ghelt van hem weder doen halen.

-ocr page 59-

Van ycken. ')

124. Item tot wat tyden schepenen sitten omme te ycken tonnen, kannen, maten, poirtgewicht oft anders, see sullen sjr hebben van elcke tonne eenen stuver, van elck pont eenen halven stuver ende alle ander gewicht daer onder een sextgen, van een quaerts tonne eenen halven stuver ende alle ander kannen oft maten (tsy mengelen oft pynten) een oertgen , van een elle te ycken eenen halven stuver, van een schepel twee stuvers, van halve schepelen, spint oft halff spint eenen stuver ende van halve voeten oft kannen byers eenen halven stuver. Ende allet gheen dat eens geyekt is geweest ende dat oude teyken noch heeft, sal men halff ghelt aff hebben nae advenant als voirscr.

Op dootslaghen.

125. Reijnolt heer tot Bredcrode, tot Vyanen, Burchgreve t'Utrecht ende heere ter Ameijde is overdragen bij rade ende consente sijns gerechts ende goeder mannen van sijnre ghe-meenten alsulcken punten als hier na bescreven staen in den jaer ons heeren dusent vier hondert negen ende veertich.

In den eersten waert dat bynnen onser stede van Vyanen ende lande off bynnen onser stede van der Ameyde ende lande enich ongeval ghesciede, dat yemant doot bleve, dat setten wij terstont in vreden van al den onsculdighen maghen op beiden zijden, die in onsen steden ende landen voirsc. wonaftich sijn, duerende drie atmael lanck. Ende bynnen dier tijt en sellen des doden maghen gheen wrake daerom doen op dess ont-sculdighen hantdadighen maghen. Ende waert dat yemant daer en boven missdede dat willen wij aen hem rechten, als aen enen vredebreker mitten zweerde aen sijn lijff, gelijc off hij dien vrede selve mitter handt ghegeven had. Ende soe wes vrede, dat men daer en teynden van dootslagen nemen sal die sal dueren twaelff weken lanck. Ende dit punt sal men alle jaer kundighen ende vernyen opten heyligen jairs dach in allen kereken in onsen steden ende landen voersc. om enen yegelijk te waeren ende te laten weten dat hij nyet en misdoe.

1) Deze bepaling is met eenc l.Uere hand (van de 16e eeuw) op f. 35 verso geschreven.

-ocr page 60-

58

Op arbcyisludc.

126 Item waert dat yemant enighc arbeyts lude wonne, het waer man off wyfF, hem te arbeyden bynnen onser stede off daer buten bij dach hueren, off enich werck aen name te maken voergreeps om sijn loon daer aff te hebben, die sal daerbij nemen twe personen te tuge om haer voerwaerden te vestigen. Ende waert dat die ghene in sijn werck nyet en quame off dat hij int werck quame en daer vut ghinge buten oorloff zijns meysters, eer dat hij sijn werck voldaen had, soe verbuerde hij alle dage een pont, also verre alst hem vermaent werde van den ghenen die hem gewonnen had bij tween personen. Ende so mach die ghene sijn werck bestaden aen een anderen ende soe wes dattet meer costo dat sal die arbeytsman betalen. Ende waert dat sij hieromme twiachtich werden ende yemant den anderen hier om voer tgerecht toe sprake ende die tuge daerom geboden worden haer konde hier off te seggen, dat sullen sij terstont doen by enen koer van enen ponde also menichwerven als hij des van onsen rechter vermaent worden. Ende wes zij tughen daer en sal m^emant ontscout voer doen.

127. Ende dese kueren die hier aff verschijnen zullen, hebben onse lieve here die ene helft ende onse gerecht die ander helft. Ende die selmen den ghenen die bruekich wert off halen mitten bode als heeren scout. Ende waert dat hij gheen goet en had aen te richten soe sullen die boden hem bieden in te leggen ende daerin te bliven ter tijt toe dat hij sijn koeren betaelt heeft ende ghebetert bij den gerecht dat hij gebroect heeft. Ende waert dat hij inlaghe ende daer vut ghinge off dat hij niet in en ghinge leggen, dat sal onse heer mit sijnen gerechte rechten tot horen goetduncken.

128. Ende waert dat dese arbeytslude hoer loon nyet betaelt en worde alss hem geloeft waer, dat sal men hem vut-rechten alss men van outs haer toe gedaen heeft nae inhout onser hantvesten.

Ordinanci also alst recht weder gheopent -wert a0 XIIII0 ende acht, dat om des oorloges mille ende ander ghehreke lange op gestaen had.

129. Item so syn wy Heynrick heer van Vyanen, van der Goye, borchgrave tutrecht ende heer ter Ameyden, overdragen bij onsen gerecht ende bij rade ende goetduncke onser vriende,

-ocr page 61-

59

want men om g-hebrecs wil ende last van oirloghe, die wij ghehadt hebben, ghcen recht in onsen steden cnde landen gcdaen en heeft, dat voert best ghedaen is, dat men voertaen enen yegelic recht doen sal over al in onsen steden ende landen inder manieren als hiernae bescreven volcht.

In den yersten soe willen wij ende onse gerecht dat alle scout, die gemaect is voer sinte Remigius dach int jaer XIIII c ende seven, daer die daghe der betalinge op die tijt off geleden ende omcomen waeren, op staen sal eon jaer lane van des manendages na sinte Urbanus dach naestcomende om hantgelt, dat is te verstaen van tyen ponden een te reynten, tot tyen ny gulden toe off daer en boven. Ende scout die gemaect is als voirsc. staet tot vyff gulden toe off daer en boven, sal des gelijcx mede op staen een halff jaer lanck van desen dage voirsc. Ende alle scout die beneden vijff gulden sal men recht aff doen. Ende soe wie die scout nyet en betaelde noch betalen en will, dat tyen gulden is off daer en boven, die machse onderhouden alss voirscr. is , also verre als hij voldoet 'van den hooftgelde bynnen eenre maent daer naest volgende ende die reynt daer aff te voren betaelt bynnen XIIII dagen na desen dage voirsc. Mer hij sal comen bynnen den yerste acht dagen na dat hys vermaent wert, ende voldoen den gerecht dat hy bynnen eenre maent voldoen sal als voirscr. is. Ende viel enich gebrec in den voldoen tusschen den partyen die souden voldoen by den gerecht. Voirt waert zake dat enes zacwout niet en voldede off doot waer, so mogen die borgen dat goet verborghen ende onderhouden als voirsc. staet. Voirt waert sake dat enich van den borgen onwillich waeren ende nyet voldoen en wouden mit horen mede werekeren, so moghent die ander verborghen ende onderhouden als voirsc. is. Ende so sal men die borghen voirt richten aen des zacwouts goet ende aen des onwilligen borgen, also verre als sijt gheren nader recht van den lande. Ende waert yemant die nyet en voldede gelijc voirsc. staet aen dien soudmen voirt richten nader lant-recht. Mede waert dat yemant voir den anderen borge waer ende vut der borchtocht wesen Avoude, dien borghe soude die zacwout alzo voldoen bij den gerecht, dat hij zeker is dat hij gheenrehande goet wech vueren en sal noch mit sijnen live en wech varen, hij en heb yerst voldaen van der ouder scout voirsc. , dat is te verstaen dat hij en voldoen sal mit borgen off mit sijnen ede.

-ocr page 62-

58

Op arbeytslude.

126. Item waert dat yemant enighc arbeyts lude wonne, het waer man off wyff, hem te arbeyden bynnen onser stede off daer buten bij dach hueren, off enich werck aen name te maken voergreeps om sijn loon daer aff te hebben , die sal daerbij nemen twe personen te tuge om haer voerwaerden te vestigen. En de waert dat die ghene in sijn werck nyet en quame off dat hij int werck quame en daer vut ghinge buten oorloff zijns meysters, eer dat hij sijn werck voldaen had, soe verbuerde hij alle dage een pont. also verre alst hem vermacnt werde van den ghenen die hem gewonnen had bij tween personen. Ende so mach die ghene sijn werck bestaden aen een anderen ende soe wes dattet meer coste dat sal die arbeytsman betalen. Ende waert dat sij hieromme twiachtich werden ende yemant den anderen hier om voer tgerecht toe sprake ende die tuge daerom g'eboden worden haer konde hier off te seggen, dat sullen sij terstont doen by enen koer van enen ponde also menichwerven als hij des van onsen rechter vermaent worden. Ende wes zij tughen daer en sal n3remant ontscout voer doen.

127. Ende dese kueren die hier aff verschijnen zullen, hebben onse lieve here die ene helft ende onse gerecht die ander helft. Ende die selmen den ghenen die bruekich wert off halen mitten bode als heeren scout. Ende waert dat hij gheen goet en had aen te richten soe sullen die boden hem bieden in te leggen ende daerin te bliven ter tijt toe dat hij sijn koeren betaelt heeft ende ghebetert bij den gerecht dat hij gebroect heeft. Ende waert dat hij inlaghe ende daer vut ghinge off dat hij niet in en ghinge leggen, dat sal onse heer mit sijnen gerechte rechten tot horen goetduncken.

128. Ende waert dat dese arbeytslude hoer loon nyet betaelt en worde alss hem geloeft waer, dat sal men hem vut-rechten alss men van outs haer toe gedaen heeft nae inhout onser hantvesten.

Ordinanci also alst recht weder gheopent wert a0 XIlIlquot; ende acht, dat om des oorloges wille ende ander ghebreke lange op gestaen had.

129. Item so syn wy Heynrick heer van Vyanen, van der Goye, borchgrave tutrecht ende heer ter Ameyden, overdragen bij onsen gerecht ende bij rade ende goetduncke onser vriende.

-ocr page 63-

59

want men om ghebrecs wil ende last van oirloghe, die wij ghehadt hebben, gheen recht in onsen steden ende landen gcdaen en heeft, dat voert best ghedaen is , dat men voertaen enen yegelic recht doen sal over al in onsen steden ende landen inder manieren als hiernae bescreven volcht.

In den yersten soe willen wij ende onse gerecht dat alle scout, die gemaect is voer sinte Remigius dach int jaer XIIII c ende seven, daer die daghe der betalinge op die tijt off geleden ende omcomen waeren, op staen sal een jaer lane van des manendages na sinte Urbanus dach naestcomende om hantgelt, dat is te verstaen van tyen ponden een te reynten, tot tyen ny gulden toe off daer en boven. Ende scout die gemaect is als voirsc. staet tot vyff gulden toe off daer en boven , sal des gelijcx mede op staen een halff jaer lanck van desen dage voirsc. Ende alle scout die beneden vijff g-ulden sal men recht aff doen. Ende soe wie die scout nyet en betaelde noch betalen en will, dat tyen gulden is off daer en boven, die machse onderhouden alss voirscr. is, also verre als hij voldoet Van den hooftgelde bynnen eenre maent daer naest volgende ende die reynt daer aff te voren betaelt bynnen XIIII dagen na desen dage voirsc. Mer hij sal comen bynnen den yerste acht dagen na dat hys vermaent wert, ende voldoen den gerecht dat hy bynnen eenre maent voldoen sal als voirscr. is. Ende viel enich gebrec in den voldoen tusschen den partyen die souden voldoen by den gerecht. Voirt waert zake dat enes zacwout niet en voldede off doot waer, so mogen die borgen dat goet verborghen ende onderhouden als voirsc. staet. Voirt waert sake dat enich van den burgen onwillich waeren ende nyet voldoen en wouden mit horen mede wrerckeren, so moghent die ander verborghen ende onderhouden als voirsc. is. Ende so sal men die borghen voirt richten aen des zacwouts goet ende aen des onwilligen borgen, also verre als sijt gheren nader recht van den lande. Ende waert yemant die nyet en voldede gelijc voirsc. staet aen dien soudmen voirt richten nader lant-recht. Mede waert dat yemant voir den anderen borge waer ende vut der borchtocht wesen woude, dien borghe soude die zacwout alzo voldoen bij den gerecht, dat hij zeker is dat hij gheenrehande goet wech vueren en sal noch mit sijnen live en wech varen, hij en heb yerst voldaen van der ouder scout voirsc. , dat is te verstaen dat hij en voldoen sal mit borgen off mit sijnen ede.

-ocr page 64-

6o

130. Ende alle alsulckc scout alss die gfhemeyn poirte ende tlant van Vyanen sculdich sijn, sal hier vut gesceiden wesen, ende daer sal men aff doen bij ons ende bij onsen gherecht alss redelic is , want men dat noch nyet wael ghereyden en kan, overmits dat die zacwoude ende die borgen daer aff een deel vervaren ende verstorven syn, ende onse poirte ende lande in last gestaen ende woest gelogen hebben. Mor teyn-dens desen jaar voirscr. so willen wij van dien scout voirsc. enen yegelijcken toe helpen dat sij dat gelijcke betaelt sullen werden als voirscr. staet, na gelegenheit der saken also verre alss onse lande in rusten bliven. Ten waere off yemant hier en boven anderswaer buten den onsen in anderen steden daer aff recht socht ende vervolchde, daer en wouden wij dan nyet verder in doen. Ende alle openen brieve die tot meerre reynten ende penen staen dan van tyenen een, daer salmen des gelijcx aff doen by ons ende onsen gherecht als redelic is. Mer alle ander scout, die gemaect is, daer die daghe aff geleden sijn sint sinte Remigius dach voirscr. off scout die sint ghemaect is ende die men voert aen dagelicx maect off maken sal, daer sal men voert aen een yegelijcken recht aff doen na onser poirte recht ende na den lantrecht.

131- Voert waert sake dat yemant den anderen myn eysschen woude dan men hem sculdich waer, om sijn geit eer van hem te crighen, off dat yemant den anderen meere borghen woude dan hij hem sculdich waer, om dat geit langer onder te houden, daer sullen onse scepenen toegaen ende dat vertasten , ende wes sij daer aff vijnden ende hoirre enich over wijsen dat sal elx den anderen daer aff doen.

132. Item waert sake dat yemant enighe brieve onder hem had van ouder scult, daermen hem in sculdich waer ende bij hem liet leggen, daer hij nyet mede en sprake noch en maende bynnen jairs na daten deser overdrachte, ende die nu enen transfixe dede vernyen, van sijnre aensprake daer en wouden wij dan teynde dier tijt gheen recht mede laten geschien.

I33- Voert waert sake dat yemant hier en boven maende off croende off brieve over gave anderen luden off over namen mede te manen off te doen manen, die verbuerde tegen ons ende tegen onser poirten, also verre alsen onse gerecht betughen mach mit wittaftigen ghetug'e, vijff oude gelresche gulden also dicke alss dat gesciede, ende die sal hij betalen bynnen drie dagen na dien dat hy betughet wert. Ende waert dat hij die

-ocr page 65-

6i

vijfF gulden nyet en betaelde als voirscr. is, so souden sij daer en teynden staen alle dagen op een peyn van een vleemsche placke. Ende dese voirsc. vijff gulden mitter penningen voirscr. die daer aff verschijnen tot aire tijt vut te richten alst ons ende onsen borgermeysteren van onser wegen ende van onser poirten wegen goet dunct. In orconde des bezegelt mit onss lieffs heren zegel voirscr. Gegeven int jaer ons heren dusent vier-hondert ende acht, des Sonnendages na sints Servaes dach ').

Ordinantie van der appellatien. (4 December 1543).

I. Reijnault heer tot Brederoede, vryheer tot Vianen, Borch-grave Tutrecht, heer tot Haveraingcourt, ter Ameyde etc. doen te weeten, alsoe tot onser kennisse gekoemen is, dat dagelicke voer den leeghen in onsen landen van Vianen ende Ameyde veele ongeregeltheiden gebueren, dat perthijen die vonnisse tot hoeren achterdeele vercrijgen, dickwyls daervan appelleren ende nochtans haer appellatie niet en prosequeren noch en verheffen in behoerliker tijt, dan alleenlick omme te dilayeren ende trey-neren, soe hebben wij, omme daerinne te remedieren , geordi-neert ende ordineren mitsdeesen , dat alle die geene die nae deesen daghe appelleren ende bijnnen veerthien daeghen nae date vanden vonnisse haer appellatie niet en verheffen ende vervolgen, dat alsdan tzelve vonnisse sijn volcoemen effect sorteren sal, ende die appellant sal verboeren een boete van veerthien ponden, dat pont g'ereeckent voer enen beiersgulden van XLI groten vlaems, den beierschen ghulden halff tot onser ende halff der schepenen behoeff, daer tvonnisse geweesen is. Ende wie bij definitive sententie bevonden wordt tonrechte geappelleert te hebben , sal verboeren eene boete van twee ponden groten vlaems tot onsen proffijte. Dan indien yemant in deer tijt hangende die appellatie daer van soude willen renun-tieren, sal 't selve moeghen doen bij oerloff van den richter der

1) Hier eindigt (op fol. 37 verso) het oorspronkelijke door éénzelfde hand geschreven HS. Op fol. 38 begint eene nieuwe reeks van stukken, zijnde afschriften van ordonnantiën van Reinoud van Brederode, uit de eerste helft der 16e eeuw, als naar het oorspronkelijke gecollationeerd geteekend.

-ocr page 66-

02

appellatien, mits betalende die costen vanden processe ende boeten vanden vierthien ponden , halff tot onsen profijte ende halff der richters van der appellatie. In oerconde van deesen onse gewoentlike hantschrift hier onder gestelt opten vierden dach van December anno XVC drie ende veertich (aldus onder-teyckent) R. de Brederoede.

Gecollationeert teghens syn originael, is bevonden daer-mede t'accorderen. By my J. Ludolph.

(23 Augustus 1535). ')

II. Reynold heere tot Brederode, vryheere tot Vyanen, heere tot Haveringcourt, borchgrave tuytrecht, heere terAmeyden, tot Heemsroede, Berghen ter Kermerlant, heere van den orden van den gulden vliese, houtvester in Hollant, doen te weten allen onsen officieren, justicieren ende ondersaten van Vyanen ende van der Ameyde voirscr. dat alsoe wij verstaen dat dagelix bynnen onser steden ende landen van Vyanen en vander Ameyde voirs. groot gebreck valt van bedelaers, door allen onser voirscr. landen te gaen bedelen ende bysondere in allen feesten van gilden, bruloften ofte kermissen, nyet tegenstaende dat zij gesont ende machtich sijn huers lichaems ende huer cost ende broot well wynnen moegen, die welcke mede dickwijls b3^nnen onsen voerscr. lande mit onsen scamelen ondersaeten anders leven dans behoert, waer omme wij ordonnieren ende bevelen onsen voirs. officieren ende justicieren, dat men van nu voert daen sulcke bedelaers, machtich huers lichaems omme den cost te wynnen, waer die bynnen onsen heerlicheden voirscreven bevonden zullen worden, apprehendere, vanghe ende bynnen den derden dach ter scerper examinatie stelle, ende alsdan voerts die selve naer quantite van huer delicten huer recht laet gescyeden oft te recht stellen, zonder die selve langer ghe-vangen te houden. Want onse geliefte sulex is. Gedaen tot Cleve onder onse hantscrift hier onder gestelt den XXIIÏte Augustus anno XVC ende vyff en dertich. (Aldus onder get.) R. de Brederode.

Gecollationeert tegens den principale ende accordeert metten selve by my. A. Roevoet.

1) De ordonnantie is met een andere hand dan de overige ordonnantiën van Reinoud van Brederode ingesehreven op fol. 38 verso.

-ocr page 67-

63

(2 Augustus 1535-)

III. Op huden is bij onsen genadigen heeren van Bredcroede vryheer tot Vianen etc. sijnre Genade raitsvrunden ende gerecht mit enigen van den geerffden bynnen Vianen, den schoute mit enighen van den g-erechten van Heycoep, Lecks-mondt, Meerkercke, Ameyde ende Thienhoven geordineert , gestatueert ende overdragen tot proffyt ende welvaeren van den gemeenen ondersaten der steeden ende landen Vianen ende Ameijde, die nu tegenwoerdich sijn ende hijr naemaels koemen sullen, deese puncten hijr nae volgende, omme dit vast ende onverbroeckelick geobserveert ende onderhouden te worden gelijck andere municipael rechten ende hantvesten der steeden ende landen voirscreven.

1. In den eersten , alle die gheen dien hoer ouders vader oft moeder afflivich geworden sijn , die sullen succederen ende erven inde plaetse van hoeren afflivigen ouderen, te weeten voer een hoeft in hoer oude vaders ende oude moeders goeden in allen schijne als hoer ouders in levende lijve weesende gesuc-cedeert ende geerft souden hebben, vutgesondcrt die leen-goeden, dwelcke sullen blijven staen tot hoeren ouden ende behoerliken rechten, ende daer en tendens alle andere succession te blijven staen als die voer date van deesen gestaen hebben ende trecht van dien g-eweest is.

2. Ten anderen, soe wie bijnnen den steeden oft landen voers. enige liggende erven, staende getymmer oft geypotekeerde renthen , leen oft eyghen , vercoept, soe sullen des vercopers naeste vrunden, een oft meer die effen nae sijn, ende die oudtste inden leengoeden bynnen jaers die vercofte goeden nae rechte van vernaestinge, gelijck in anderen steeden ende landen, daer vernaestinge onderhouden ende gebruijckt wordt, aen hem moeghen nemen ende trecken, mits den coeper restituerende sijne penningen, die hij vuthgegeven ende verschoeten hadde ende voerts voldoende allen anderen conditiën, ter cause vande vercopinge gemaeckt, wel verstaende indien die cooper ende vercoeper enighe collusie oft heijmelick verstant tsamen maeck-ten , die penningen van den coop hogher segghende oft aen-brengende, dan die inder waerheit geschiet waer, die sullen verboeren tegens onsen genadigen heeren alsoe veele als die penningen vanden aengebrachten coop bedragende waeren. Ende omme alle bedroch hier inne soude moeghen vallen te

-ocr page 68-

64

secludcren ende verhoeden, sullen die vercoeper ende coeper gehouden weesen als sij des versocht worden, bij eede te ver-ciareu hoe, in wat manieren ende voer hoe veele penning'en sij den coip gemaeckt hebben, sonder enich argh ofte list.

3. Item ten derden, soe daegelicks veele abusen vallen in pandingen die voer schout ende schepenen gedaen worden ende die pantkeeringhen daer teghens, die in absentie van schout ende schepenen geschien, soe sullen van nu voertaen alle die ghene die bij schout ende schepenen gepant worden, ende hoer panden willen keeren, dat sij tzelve sullen doen voer schout ende schepenen ende sulcks te register doen stellen, als van der pandinge geschiet, ende daer van betalen gelijck men vander pandmge doet. Ende die inden onrecht valt sal den anderen gehouden weesen sijn oncosten te restitueren. Actum den anderden dach van Augusto anno XV c vijff ende daertich mij tegenwoirdich j. Ludolph.

Copie vanden vrijJieitsbriejf van heden ende schattingen , den inwoenders van Viancn, Heycoep, Lecksmondt ende Meer-kerek bij heer en Reynolt heer en tot Br ede roede gegeven. (18 Juni 1546.)

III. Wij Reynolt heer tot Brederoede, tot Vianen, Borch-greve t Utrecht etc. doen kont ende kenlick allen luden dat wij voer ons ende voer onsen erven ende nacomelingen gegeven hebben ende geven, mit deesen onsen tegenwoerdigen brieve, allen dengenen die nu ter tijt binnen allen onsen kerspelen van Vyanen, van Pleycoep, van Lexmonde ende van Meerkerke woenachtich sijn off hijr namaels wonen sellen, vrij te woonen ende te weesen van aire beden ende schattinge, die hem ruerende is van onser weghen of van onser erven off nacomelingen wegen, tzij margengelt of huysgelt, in wat maten dattet toecomen mochte, wtgeseecht te muren, te graften ende te steenstraten ende anders alle saecken die der poirten vfin Vyanen te oirbaer comen mochten. Ende wij Reijnolt heer tot Brederoede voirs. geloven in goeden trowen voir ons ende voir onsen erven ende nacomelingen allen onsen kerspelen voirsc. alle deese voirs. punten ende voerwerden vast ende stede te houden ende niet te verbreecken in enigerwijs, alle dinge sonder argelist. In oerkonde der waerheit zoe hebben wij desen brief voir ons ende voir onsen erven ende nacome-

-ocr page 69-

6,5

lingen doen besegelen ende onsen segel daeraen gehangen tot eenre rechter vaster oerkonde. (jegeven tot Vyanen des mane-dages nae den heiligen palmdach in den jaer ons heeren dusent vierhondert vier ende vijftich, vijfthijn dage in Aprile.

Gecollationeert teghens den originalen brieft volseegelt mit eenen gantsen ende gaven pethanigen seghele aen eenen dub-

I belden steert, van rooden wasse , inhebbende wier leewen ende inde circumferentie van dien stont geschreven; Reynalt heer tot Brederoede, tot Vyanen enz. Ende was bevonden daer mede te accorderen , in presentie van Willem van Erp borgermeyster, Cornelijs van Sandwyck ende Willem Dobbe schepenen by my. belden steert, van rooden wasse , inhebbende wier leewen ende inde circumferentie van dien stont geschreven; Reynalt heer tot Brederoede, tot Vyanen enz. Ende was bevonden daer mede te accorderen , in presentie van Willem van Erp borgermeyster, Cornelijs van Sandwyck ende Willem Dobbe schepenen by my.

J. Ludolph.

Ordinantie van geschrifftlicken dingtalen te maeeken.

(18 Juni 1546.)

IV. Keynault, heer tot Brederoede , vrijheer tot Viahen , Borchgreve t'Utrecht, heer tot Haveraingcourt, ter Ameyde etc doen te weeten, dat tot onser kennisse gekomen is, datter daeghelicks veele abuysen ende gebreecken voer onsen schepenen ende rechtbanck van Vianen gevallen bij parthyen ende hoeren procureurs, dat sij in cleijnen saecken groote ende langhe dingtalen in geschriffte maecken, somtijts veele meer die saecke verduijsterende dan trechte verstant voertbrenghende, mits oeck dat parthien ende hoer procureurs veele ende langhe dilaijen ende treijnementen soecken , ongelijck meer dan behoer-lick is, waeromme hyrinne willende remedieeren hebben wij geordonneert ende gestatueert, ordonneren ende statueren mits deesen, dat van nu voertaen van saecken vijftich carolus ghulden ende daer onder bedragende gheen geschrifftelicke dingtalen gemaeckt en sullen worden, maer men sal die zelve by monde aff pleyten ende opt corste die verificatien daerbij onder schepenen leveren, ten waer dan dat die selve schepenen swaricheit inde saecke bevindende, parthyen ordineerden hoere dingtalen in geschriffte te stellen, tselve sal elck vanden parthien als dan gehouden weesen te doen bij corte memorien sonder vorder daerop d'eene teghens den anderen te repliceeren ende dupliceeren. Ordonnerende voerts den procureurs hoeren parthien niet te abuseren bij frivolen persuasien ende perver-sen inductien, off anderssins onnutten ende exorbitanten costen

-ocr page 70-

66

te brenghen, opte peene van suspensie hoers diensts ende arbitrale correctie nae gelegentheit van der saecke. Oerkonde onses gewoenlickes hantschrifft hieronder gestelt opten XVIIIen dach van Junio anno etc. XLVI. (onderteykent)

R. de Brederoede.

Ordinantie onses Genadig en heeren van goeden te nior-tificeeren, openhaerlick gepublieeert ende affgeleesen voer den stadthuise in presentie van den drost Reynaulf die borchgreve van Brederoede, Conielijs van Sandtwijck ende Bernt van Oestrum schepenen opten XVequot; dach van aprille anno XVC XL VIII. (12 April 1548.)

V. Reijnault heer tot Brederoede, vrijheer tot Vianen , Borchgreve t'Utrecht, heer tot Haveraingcourt, ter Ameyde etc. doen te weeten dat wij gehadt tadvijs van onsen gerechte tot Vianen ende anderen onsen raidtsvrunden geordineert ende gestatueert hebben, statueren ende ordineren mitsdeesen voer ons, onsen erven ende naecomelinghen tot proffijt ende walvaeren vanden gemeenen ondersaten onser heerlicheiden ende landen Vianen ende Ameyde , dat men van nu voertaen gheene onroerende goeden, husen, erven, lant, sandt oft onlosbaer erffrenthen bijnnen denselven onsen heerlicheiden ende landen gelegen, en sail brenghen aen cloosteren, collegien oft enighen gheestliken personen oft plaetsen, omme die selve goeden perpetuelick ende ewelick gemortificeert te worden, sonder onsen oft onser erven expressen octroye ende consente. Bevelende daeromme allen onsen schouten ende schepenen, die nu sijn oft naemaels koemen sullen, bijnnen onsen heerlicheiden Vianen ende Ameyde deese onse ordinantie scherplick tonderhouden ende gheene kennisse te nemen oft yemant van vutheemschen oft inlandigen ter contrarie te doen soude willen attempteren bij der peenen van arbitrale correctie ende allet gheene anders gedaen mocht worden null ende van onweerden te weesen. Oerkonde onses ge-woentlicks hantschriffts hijr onder gestelt opten XIIen dach van Aprille anno XLVIII (onderteijekent) R. de Brederoede.

Gecollationeert teghens sijn originael is bevonden mitten selven te accorderen. By my

J. Ludolph.

-ocr page 71-

óy

Ordinantie onses Genadig en heer en aengaende van vutheem-schen male kander en te besetten. (15 April 1548.)

VI Onse genadige heere heeft georclineert doer aengeven van den gerechte omme sonderlingen reedenen, diit van nu voirtaen gheene vutheemschen malckanderen alhijr bijnnen Vianen arresteren noch mit recht bespreecken sullen van civile saecken, die hijr niet gevallen noch gecontraheert en sijn, in personeelen actiën, mer sullen gerenvoyeert worden voer hoeren competenten richter, daer sij hoere woenstadt houden, ten waer saecke dat eene vanden parthien mit ons in eenige stonden. Actum bij onsen genadigen heere opten huse Bathensteyn, den XVen Aprilis anno XLV111 mij tegenwoerdich

J. Ludolph. ')

Cupie. (17 Maart 1358.)

I. Henrick heer tot Brederode, vrijheer tot Vianen, burch-graeff tot Utrecht, heer tot Haverincourt, ter Ameyde etc. doen te weten dat, alsoe onse lieven ende getrouwen burgeren, inwoe-ners ende ondersaeten der steden, heerlickheyden ende landen van Vianen ende Ameyde, vuyt hoerluyder rechter goede gunste tot behulp van onse lasten ende ter wilsten van onse huldinge ende blijde incomste, ons vergunt ende gegeven hebben seven stuvers ende een halven brabants op elcken margen lants jaerlicx te heffen den tydt van ses jaeren aen een geduerende, daer deerste jaer aff vuytgeset ende gegeven sal worden opte vruchten ende pachten Petri ad Cathedram aquot; XVc acht ende vyftich lestleden gevallen ende verschenen, ende alsoe telcken jaers terstont nae Petri, voirsc. jaeren geduerende sonder langer. Soe ist dat wy daeromme belieft ende geconsenteert hebben , believen ende consenteren mitsdesen voir ons, onsen erffven ende naecomelingen, heeren ofte vrouwen van Vianen, dat wy die voirsc. gifte nyet en sullen moegen trecken in consequentie, nochtte oeck binnen voirs. jaeren ondersaeten ende geerffden vorder ofte mit andere subventien ofte wtsettingen belasten, dan die voirs. steden ende landen, burgheren, inwoenders ende

1) Hiermede eindigen de gecollationeerde en geauthentiseerde afschriften en beginnen op fol. 43 recto met eene andere hand afschriften van ordonnantiën van Hendrik, heer van Brederode.

-ocr page 72-

68

ondersaeten van dien te houden in heure oude vrijheyden ende previlegien , hem by onse heeren ofte vrouwen van Vyanen verleent ende gegeven, devvelcke wy geapprobeert ende ge-confirmeert hebben, approberen ende confirmeren by deese. Oeck deselffde gelovende nu ende ten eewigen daege te ontlasten , costelois ende schaedelois te houden van alle alsulcke renthen, daer sy voir onsen heeren ende vader hoichloffiicker gedachte voir verscreven ende verzegelt hebben, tzij aen heeren Thomas van Nykercken saliger ofte andere gheen vuytgeson-dert, soe wel van den hoeftzomme als van de verlopen renthen. Voirt dat indien binnen enich van de voirs jaeren die voirs. steden ofte landen sulcx. gestelt worden by oorloge, waeters imbreck van dycken ofte ander inconvenienten (dat God ver-huede) dat hem nyet doenlick waer die penningen voers. te betaelen, dat men alsdan dat jaer ofte die jaeren supersederen sal van de voers. penningen te gaderen ofte tontfangen , mer tselve te continueren totdat een beteren tydt gecomen sal syn. Ende dan voirts die resterende termynen ende iaeren te innen ende voirts te doen gaderen. Well verstaende oeck dat indien wy afflivich worden voir ende all eer die voers ses jaeren geexpireert waeren, in sulcken gevalle die resterende jaeren nyet gegadert en sullen worden, dan die voers. ondersaeten ende geerffden daer van ontlastende, ende gelovende by deesen voir ons, onsen erffven ende nacomelingen daervan costelois ende schaedelois te houden. Die selffde oeck gelovende te ver-scryven op gelegender tyt alles tgunt hemluyden ofte enich van hem op heurluyden versueke by ons geaccordeert is ofte noch geaccordeert sal worden, op te puncten by ons in deliberatie gehouden. Des toirkonden soe hebben wy ons gewoentlicke hanteecken hier onder gestelt ende onsen grooten zeghell onder aen deesen brieff doen hangen by onser rechter wetenscap opten XVII dach Martii au XV c acht ende vijftich stilo communi.

Copie. (17 Maart 1558.)

II. Henrick heer tot Brederode, vrijheer tot Vyanen, Burchgrave t'Utrecht, heer tot Haveraincourt, ter Ameijde, etc., doen te weeten, dat overmits die goede gunste, die wij draegen ende hebben totten burgheren ende inwoenders onser stede van Vyanen, soe ist dat wij daeromme ende oeck om die selve stede te verbeteren ende die vromen te bewegen

-ocr page 73-

69

daer binnen mitter woen te comen ende metter woen te blijven, bij onser rechter wetenscap ende wt onse sonderliage gratie, mit voerbedachten raede, deselve burgheren ende in-woenders binnen der stede mueren geseten ende woenende ofte noch aldaer metter woen sullende comen, voir een eewich on wederroepelick statuyt ende previlegie geaccordeert ende gegeven hebben, accorderen ende geven mits desen voir ons onsen erfFven ende nacomelingen, heeren ofte vrouwen van Vyanen. dat soe wie van nu voirtan duer enighe forfeyten ofte delicten tzy van dootslaegen ofte anderen verbuert sijn lij ff ende goederen, dat die selve goederen van ons gere-dimeert sullen moegen worden mit hondert gulden, twijntich gefalueerde stuvers den gulden gereeckent. Ten waer tfaict ofte tdelict zeer enormelicken geschiet waer ende dat tzelve smaecken ofte sijn soude crimen lese majestatis aut superiori-tatis , daervan te geschieden als nae bescreven rechten. Ende hebben voirts in vuegen voirs. in recompense van anderhalff-ven gefalueerden brabantsschen ofte hollantschen stuiver, die ons geconsenteert is nu ende ten eewigen daegen op elck vat biers nu ende ten eewigen daegen '), dat wtgetapt sal worden om geit binnen der stede van Vyanen ende die vryheijt van dien, boven den gewoentlicke excys, geaccordeert ende beloeft, accordieren ende beloven bij deese, dat van nu voirt an der selver burgheren, ondersaeten ende inwoenders, gheen bier om geit vuyttappende, ongemolesteert sullen blijven ende ongehouden wesen van enich gruyt ofte excijs te betaelen tzij van onsen ofte der stede wegen. Ende dat wij oeck van nu voirtan die moelens binnen Vyanen voirs. nimmermeer en sullen laeten huyren ofte gebruycken bij een, dan aen ende bij verscheijden distincte personen , die oeck gheen collusie ofte vennetscap met een maecken sullen moegen in enigerwijs Alles sonder arch ofte liste. Des toirkonden hebben wij onsen gewoentlick hantteijcken hieronder gestelt ende onsen zeghell aen deesen brieff doen haugen, bij onser rechter wetenscap. Geschiet opten XVIIen Martii anno XVc acht ende vijfiftich stilo communi.

Copie. (4 Maart 1559.)

111. Henrick, heer tot Brederode, vrijheer tot Vianen,

1) Deze woorden zijn onderstreept in het handschrift.

-ocr page 74-

BurchgraefF t'Utrecht, heer tot Haveraingcourt, ter Ameyde, etc., doen te weten dat, om die goede gunste die onse onder-saeten, geseten onder den schoutampten van Vyanen, Boelghry, Outhenae, Heycop, Leexmondt ende Laeckervelt, ons verthoont hebben ende seeckere geschenck ons bij hem tonser goeder benuegen gedaen, wij voir ons, onsen erftven ende naeco-melingen, heeren ofte vrouwen van Vyanen, wederomme allen denselffden ondersaeten ende heuren goeden vuyt onse son-derlinge gratie mit voorbedachten raede, moet ende wille ge-accordeert, vergundt ende gegeven hebben, accordeeren, vergunnen ende geven mits deesen, thijnsvry te weesen van nu voirtaen ten eewigen daegen geduerende, mits dat sij alleen-lycken daervoer ende wijders tot een kennesse jaerlicx sullen betaelen ofte doen betaelen geheel commervrij ten comptoir van onsen rentmeester van Vijanen in elcker tijt ende telcke sinthe Peters daeges ad cathedram bij den gadermeister van tgemeen lants penningen ende van tgemeen lants wegen onder ende van elcken schoutampt voirs. thien gefalueerde stuvers hollantssche off brabantssche munte, vuyt te haelen opten selven gadermeester als andere onser demeynen bij gebreecke van betaelinge. Ende dat wij oeck ter contemplatie ende beede van den voirs. onsen ondersaeten dselve geaccordeert hebben ende accorderen bij deesen inder qualiteijt ende in vuegen voirs., dat van nu voirtaen onder den schoutampten voirs. ende voirt in onsen steden ende allen onsen landen van Vianen ende Ameijde geaboleert, doot ende te nyet wesen sal alsulcke vernaestinge als by tijden van onsen heeren ende vader hoogher memoerien opgebracht, geordineert, gestatueert oft geaccordeert was, sulex dat van nu voirtaen op gheen vercofte goederen vernaestinge vallen sal meer dan van een cleijn parcheel van erffhuys ofte lant, gemeen, ongescheyden ende onverdeijlt liggende in ofte met een ander parcheel ofte parchelen, dat bij dengheenen ofte bij den gheene die tmeeste-deel hebben ofte heeft, vernaest sal moegen worden alleen-licken binnen ses weecken, nae dat deygenaers ofte eygenaer van tmeerder deel gerechtelicken ende geschriftelicken geadver-teert sullen ofte sal wesen van den coep, die welcke oeck bij den vercoeper beswoiren sail worden, indyent begeert wordt , sonder simulatie ofte andere heymelicke verstandt tusschen denzelven coeper ende vercoeper geschiet te weesen, gelijck verthoont ende angegeven wordt. Hierenteyndens hebben mede

-ocr page 75-

7i

alsvoiren geaboleert ende te nyete gedaen, aboleren ende doen te nyete bij deesen tpretense previlegie van dat over die vuytheemssche, die onder ons metterwoon comen, gheen recht gedaen soude worden van schulden onder ons ofte in onse steden ende landen voirs. nyet gemaeckt, in vuegen dat dzelve vuytheemssche van nu voirtaen justiciabell sullen wesen in ende op als gelijck andere onse ondersaeten, beheltelicken ons onse aucthoriteyt dieselve daer tegens te moegen versien met onse gratie ofte geleyde tot onsen gelieven ende gelijck wij te rade bevijnden sullen dienlicken te weesen ende te behoiren. Ende want alle tgeene ende in soedaenige vuegen als voirs. is by ons ende bij onser rechter wetenscap gedaen, geaccordeert, gestatueert ende geordonneert is sonder arch ofte liste, soe hebben wij ons gewoentlicke hantteycken hieronder gestelt ende onsen zegell onder an desen doen hangen. Gegeven den vierden dach Martii anno vijfthienhondert negen ende vijftich styll van Utrecht. (Onderteyckent)

H. de Brederode.

Copie. (3 Maart 1566.)

IV. Henrick, heer tot Brederode, vrijheer tot Vianen, Burchgraeff t'Uytrecht, heer tot Ameyde, Berghen etc., doen te weten, dat ter oersaecke onser stede van Vijanen, soe overmits den cleynen incoemen van den excyssen als ter cause van de nieuwen brouwerije, tot grooten costen van de voornoemde stede opgerecht ende nochtans geen effect ge-sorteert hebbende, merckelicken becommert ende ten achteren gestelt is. sulcx dat de regierders derzei ver stede geschaepen sijn nyet te sullen connen in reparatie houden die poirten ende muyren derzelver stede met dies daeran cleeft, dezelve regierders aen ons versocht hebben, dat den excijssen van wijnen ende waeren ter slete gelevert, verhoocht ende ge-renoveert soude werden, als wel eer in gelijcke saecke gedaen is geweest, blijckende bij de brieffven daervan bij onsen voir-saeten den voirnoemden regierders verleent in den jaere XIIIc ende XIIIIc wij, gheneycht sijnde hierinne te voersien ten eijnde onser voirs. stede te voiren gebracht, poirten ende muijren in reparatie gehouden moegen werden, hebben vuyt onser rechter wetenschap voir ons ende onse naecomelingen, heeren ofte vrouwen van Vyanen, tot prouffyt van onsen voirs.

-ocr page 76-

72

stede gegeven ende geven bij deesen brieffven allen civylen bruecken ende vechtkueren, binnen den schoutampt van Vyanen vallende, die welcke well eer tot deesen daegen toe onsen voirsaeten ende predecessuers laeten volgen hebben tot prouffijte van de schutterije tot Vyanen. Welverstaende nochtans dat die Burghermeester van Vyanen inder tijt van stadts wegen jaerlicx. gehouden sal sijn op elcke maenschul de voirs. schutterije te betaelen XII stuvers, mitsgaders hemluyden tot twee-mael des jaers noch te beschicken off doen leveren ses tonnen dobbelt biers tot haerluyder refectie, als drie tonnen sint Joris dach ende gelijcke drie tonnen op sinthe Huybrechts dach. Hebben voirts onse voirs. stede tot versuecke van den voer-noemden regierders ende ter fijne als boven geduerende den tijt van vier jaeren, ende langer nyet, geaccordeert ende accor-deeren hemluyden mitsdesen , dat den excijsse op elcke aeme rijnsche wijns, romanije ende bastert thien stuvers ende op elcke aeme fransche wijnen acht stuvers meer verhoocht sail worden, gelijck wij denselven exchys verhoogen by desen, dan die tot noch toe geweest ende daervan genoiten ende ontfangen is geweest, ingaende die voirs. verhoginge Petri et Pauli aposto-lorum toecoemende. Accordeerende van gelijcken geduerende denselven tijt van vier jaeren ten excijsse op elcken osch ende koe, die binnen onsen schoutampte van Vyanen ter bancke geslaegen ende mitter slete gelevert ende vercoft sail worden, twee stuvers, op een vereken eenen stuver ende op een scaep een halffve stuver. Ende dit all sonder prejudicie van de previ-legien ende vrijheijden onser voirs. stede, die wij nyet en ver-staen hierbij te derogeren , dan hebben diezelve geapprobeert ende approbeeren die bij desen, in vuegen dat naede expiratie vande voirs. vier jaeren die voirs. verhoginge ende impositie van excyssen afif, doot ende te nyete wesen sail als voirs. is. Alle dinck sonder arch. Des toirconde hebben wij desen brieff mit onsen naeme onderteijekent ende mit onsen zeghele hier vuythangende doen bevestigen. Gegeven int jaer ons heeren duysent vijff hondert ses ende tsestich den III™ dach in meerte naer gemeen styll, ende was onderteijekent H. de Brederode ende nochtans nyet bezegelt. ')

ï) Op het laatste beschreven bltid van het HS. (fol. 46 verso) staat nog een ordon-nantie van de Staten van Holland van 15 Maart 1678 . ingeschreven door dezelfde hand die de handvesten van Hendrik van Brederode schreef.

-ocr page 77-

73

(i5 November 1551).

Schout '), Borgemeesteren ende gerechte hebben geordineert bij bevele onses Genadigen heeren, dat alle die gheene, die var.' nu voertaen eenige koemanschap doen in herbergen ende droncken gelaegen, die sullen gehouden weesen die selve koemanschap binnen drien atmaelen voer schepenen off anderen wettachtigen persoenen bescheydelick doen beschreyven off bij gebreecke vandijen en sal men daar geen recht overdoen. Aldus gepu-bliceert voerden stadthuyse opten XVen dach van november anno XVc LI ende was onderteijekent J. Ludolph.

Cop ia copie.

Die Grave van Boussu, heere van Beury, Gammeraiges, Blangy etc. stadthouder ende capiteyn generael bij provisie die president ende raeden des Conincx over Hollandt ende Vrieslandt. Edele, vrome, eersaeme, discrete, goede vrienden. Alsoe d'Excel. van den hertoge van Alve bij seeckere zijne Excellentie mis-syve van date den XVen october deser tegenwoerdige maendt ons schrijft onder andere, dat wij ons souden informeeren vande coustumen ende previlegiën, die dsteden ende particuliere onder-saten moegen hebben, aengaende die crimineele proceduyren buijten der dispositie der gemeenen rechten. Ende dat wij daer van sijnder Excellentie souden adverteeren, omme daernae op sulcke coustuymen ende previlegien sulcken aenschouw genomen te worden als naer beboeren. Soe requireeren wij ende nyettemin van Conincklijcker Majesteits weegen lasten ende ordonneeren , ons metten allder spoedelicxte over te schicken allsulcke costuijmen ende previlegien, al^ ghy eenichsins in uwen bedryffve soudt moegen hebben, ten eijnde die bij ons daer nae aen zijnder Excellentie overgesonden moegen werden, omme daer mede sijne Excellentie goede geliefte gedaen te worden, ende van t'gundt voers. es en zijt in geene gebroecke, Edele, vrome , eersame , discrete, goede vrunden onsse heere Godt zij metu. Geschreven inden Haege den XVIIen october anno 1569, ende was onderteijekent Drost. Superschriptie: Edelen, vromen,

1) Dit stuk, evenals de volgende stukken in HS. i ontbrekende, is ontleend aan HS. 2, en ter zijde daarvan staat: Dit poinct is staende ofte gesteecken in schepen regie tot Vymen op date ende jaere daer inne verhaelt.

-ocr page 78-

74

eersaemen, discreten, goede vrunden, Drost, Burgemeisters ende regierders der stede van Vianen. Hebbende een opgedruckt cacheth in rooden wassche. Onder aen desen stondt geschreven: Gecollationeert jegens zijn originael in date onderteijckent ende gecachetteert alsboven, ende is daermede bevonden taccorderen opten achsten Junij anno 1573 bij mij secretaris der stede Vianen. Ende was onderteeckent Pelgrums.

Gecollationeert jegens die copie authentycq in date ondergeschreven ende onderteeckent alsboven, ende is bevonden daermede taccordeeren opten igen Juny 1594 bij mij als substituyt secretaris der stede van Vianen. B. Bosman

Copia copie.

Die grave van Bossu, heere van Beury, Gammeraeges, Blangy etc., stadthouder ende capiteyn generael bij provisie die president ende raeden des Conincx over Hollandt ende Vrieslandt. Eersaeme, discrete, goede vrunden, allsoe wylen hoochlofflicker gedachten die keyser Kaerl, die vijffde des naems, onsen aire genadichsten heere (wyens ziele Godt genadich zij) begeerende te remedieeren op de abusen procederende duer die diversiteyt van de costuijmen, die men in de landen van herwaertsovere gebruyekt ende useert, ende te voersien tot die inconvenienten die daer vuyt spruyten, mitsdyen dat men dickmaels in eene plaetse contrarie costuymen bevynt, ende oeck omme die costen te schouwen, die de parthyen doen omme die voers. costuymen te veeriffieeren, hier voermaels bij zijner Majesteitsopenebrieffven van ordonnantie, gedecreteert opt stuck van der politie van desen landen van herwaertsovere, eerst in den jaere XVc een ende dertich ende tzedert inden jaere veertich daernae volgende, onder anderen gestatueert ende geordonneert heeft, dat allen officieren ende wethouderen van den steden, groot ende cleyn, bailius, prevoisten ende andere officiers van allen Quartieren, ende elcx van hun int zijne voer heure schependom, jurisdictiën , Bailliuagien, provoisen, gehouden zouden weesen binnen seeckeren tijde te hove over te seynden die costuymen van elcken quartiere schriftelicken geredigeert bij goede declaratie, omme die te duersien ende veeriffieeren ende met goede ende rijpe deliberatie van raede die te decreteeren ende op die onder-houdenisse ende observatie vandyen te ordonneeren, zoe nae recht ende redenen ende ten meesten oerbaer, welvaeren,

-ocr page 79-

75

prouffyt ende commoditeyt van sijner Majesteits vasal 1 en en de ondersaten bevonden zoude werden te beboeren, ende want nu veele ende diversche persoonen met die voers. costuymen ben in menigerleije maenieren behelpen willen, soe beg-eert die Excellentie van den hartoch van Alva, stadtbouder Gouverneur ende Capiteyn generaell over desen landen, van de voers. costuymen onderrecht te zijn, waeromme zoe requireeren wy u ende nyet te min, van weegen Coninclijke Majesteit onsen aire genadichsten beere, lasten ende ordonneeren, dat ghy binnen drie maenden naedate van desen ons overscbickt, allsulcke costu3'men als gbij eenicbsins souden moegen bebben in uwen bedryffve well ende beboerlicken in gescbrifte gestelt, zoe voors. es, op peyne zoe verre ghy van des te doen in gebreecke blijft, van uwen costuijmen gepriveert ende bovendyen arbitralicken gestraft ende gecorrigeert te werden, waerom van t'gnnt voers. es, en zijt in geen gebreecke. Ende biermede, Eersaeme, discrete, goede vrunden onsen beere Godt zij met u. Geschreven in den Haege den lllen november 1569, ende was onderteijckent'Ernst. Superschriptio; Edelen, vroomen, eersaemen , discreeten goede vrunden Drost, Burgemeesters ende gerechten der stede ende landen van Vianen. Hebbende een opgedruckt cachet in rooden wassche. Onderaen desen was geschreven: Gecollationeert tegens zijn originael in date onderteijckent ende gecachetteert alsbo-ven, ende is daer mede bevonden te accordeeren opten achsten Junij anno 1573 bij mij secretaris te Vianen ende was onder-teeckent Pelgrums.

Gecollationeert jegens die copie autentycq in date ondergeschreven ende onderteeckent als boven. Is bevonden daermede taccordeeren, bij mij als substituyt secretaris der stede van Vianen. B. Bosman.

Copia copie.

Die Grave van Boussu, beere van Beurij, Gammeraiges, Blangy etc. stadthouder ende Capiteijn generaell bij provisie die president ende raeden des Conincx over Hollandt ende Vrieslandt. Eersaeme, discrete, goede vrunden, wij bebben zeeckeren tijt geleden bij twee onse missiven, deen in date den XVIIen Octobris, ende dander in date den IIIen Novembris beijden lestleden, aen- u luyden geschreven. dat gbij ons binnen seeckeren tijt in de voers. missyven geroert sout overseynden allsulcke coustuy-

-ocr page 80-

76

men, als ghy eenichsins soudt moegen hebben in uwen bcdrijffve, als ghij all tzelve breder hebt moegen verstaan bij de voers. onsen missyven. Ende allsoe wij ontfangen hebben allen cos-tuymen, soe well crimineele saecken als civyle betreffende van allen steden ende plaetsen van Hollandt, soe en bevijnden wij nochtans daer onder nyet die costuymen, die ghij in uwen be-drijffve hebt civyle saecken betreffende. Soe lasten ende ordon-neeren wij u nochmaels bij desen well vuytdruckelicken dvoers. costuymen ons eerstdaeghs over te schicken, op peijne inde voers. missive geroert, waeromme van tgundt voers. es en zijt in geen gebreecke. Eersaeme, discrete, goede vrunden onssen heere Godt zij met u. Geschreven in den Haege VIIen Aprilis 1570 naer Paesschen, ende was onderteeckent De Barendrecht. superschriptie. Eedele, vroome, eersaeme, discrete goede vrunden Drossaert, Burgermeesters ende Regierders der stede Vianen, hebbende een afgedruckt cachet in rooden wassche. Onder aen desen stondt geschreven. Gecollationeert jegens zijn originael in date onderteijckent ende gecachetteert alsboven. Ende is daermede bevonden taccordeeren opten Vnien Junij anno 1573 bij mij secretaris der stede Vianen ende was onderteeckent Pelgrums.

Gecollationeert jegens die copie autentijcq in date staende ondergeschreven ende onderteeckent alsboven, is bevonden daermede taccordeeren opten XIXen Junij XV XC1III bij mij als substituyt secretaris der stede Vianen. B. Bosman.

Copia copie.

Hoochgeboiren , vermoegende, eedele, zeer hoochgeleerde heeren wij gebieden ons zeer dienstelijcken met aider reverentie in uwer E. goede gratie.

Hoochgeboeren, vermoegende, Eedele, zeer hoochgeleerde heeren, wij seijnden uwer E. hier bij gevoecht, over achtervolgende die bevelen aen ons gedaen bij twee missyven, die costuymen ende usantien, die wij alhier int bedrijffve ofte vrijheijt onderhoudende ende gebruijckende zijn, daervan datter over seer langen tijt eenige bij geschrifte gestelt zijn, ende eenige allsoe voerts vervolgende een tijt lanck daernae, gelijck dat all breder gesien zall moegen werden bijde daten derzelffder, ende eenige nu tegenwoirdich maer nochtans zoe lange geobserveert ende onderhouden, dat geen menschen memoerie ter contrarie

-ocr page 81-

77

en gedenckt, ende tot verscheyden reijssen in juditio con-tradictorio geapprobeert, versouckende ende biddende zeer oetmoedelicken dat mijnen voers. E. heeren ons souden be-lieffven te houden voer g-erecommandeert, ten eijnde wij ende onse schamele ondersaeten mochten genijeten tgeene ons ende hemluyden over langen tijt vergannen ende geaccor-deert is geweest.

In de dorpen van Heycop, Lexmondt ende Laeckervelt onder Vianen voers. resorteerende, werden genouch gelijcke costuymen ende usantien onderhouden ende gebruijekt, immers geheel gelijcke in de successien van goederen, ais in den bedrijffve van Vianen voers. onderhouden ende gebruyekt werden, versouckende ende biddende daeromme zeer oetmoedelicken alsboven.

Hoochgeboiren, vermoegende, eedele, zeer hoochgeleerde heeren, Godt almachtich verleene uwer E. sijne Goddelicke gratie ende genade. Vuyt Vianen desen XVIIFquot; dach in Aprili anno XVc ende tzeventich. Subschriptie: Die geheele uwe goetwillige dienaers Drossaert, Burgermeesters ende regierders der stede Vianen, ende was onderteyekent; Pelgrums. Super-schriptie: Hoichgeboiren, vermoegende, eedelen ende zeer hoochgeleerden heeren den Grave van Bossu etc., als stadt-houder generaell over Hollandt ende Vrieslandt, diepresident ende anderen raeden sconincx van Spaengien etc. over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt, resideerende in den Haege. Hebbende een opgedruckt cachet van groenen wassche. Onder aen desen stondt geschreven: Gecollationeert jegens zijn origi-nael in date onderteijekent ende gecachetteert alsboven ende is bevonden daermede te accordeeren opten achsten Junij I57 3 bij mij secretaris tot Vianen ende was onderteijekent: Pelgrums.

Gecollationeert jegens die copie autentijcq in date, staende onder geschreven ende onderteijekent alsboven, is bevonden daermede taccorderen opten XIXCquot; Junij 1594 bij mij als sub-stituyt secretaris der stede van Vianen. B. Bosman.

-ocr page 82-

78

Costumen van Vianen van 1570.

Copia copie van de costuymen ende usantien der stede Vianen als nu eerst bij gfeschrifte gestelt, maer nochtans soe lange geobserveert ende onderhouden, dat geen men-schen memoerie ter contrarie en gedenckt, soe well in judicio contradictorio als daer buyten, ende eerst beroerende derffenisse ende besterffenisse der eijgentlicke goederen soe ruerlicke als onruerlicke.

1. \ oer all ende eerst werdt, soe wordt alhier geobserveert ende onderhouden, dat die kijnderen in haerluijder oulders goederen ab intestate succedeeren, deijlende dzelffde in capita ofte hooft voer hooft in zoe veel stucken ofte deelen alsser kynderen ofte Isynts kynderen syn, jure representationis ende anders nyet.

2. Wederomme zoe succedeeren doulders in haer kynderen goederen, buijten sluijtende broeders ende süsters, hoedaenich die oeck weesen moegen, alsse dzelffde kynderen sonder ge-boirte after haer te laeten afflyvich werden.

3. Broeders ende susters succedeeren oeck in des anders goederen in capita, paert paerts gelijck, alsser geen geboirte noch oulders en zijn, secludeerende ende buijten sluytende broeders ende susters kijnderen.

4. Ende allwaer sulcke persoonen als voers. staet nijet en zijn, soe succedeert ofte succedeeren die aldernaeste in bloede, sonder aenschouw te nemen vande zijde ofte live en mitsgaders oeck vande qualificatie van persoonen, tzij man ofte vrouwen, ofte oeck van sulcke gecomen ofte oeck eenigen oulderdom.

5. Man ende wij ff en moegen deen in des anders goederen nijet succedeeren , all waert oeck dat zijluyden malcanderen mochten bij testamente geinsitueert hebben, meer dan een clevn redelick testament genyeten, te reeckenen naer state ende qualite vanden goederen der zelffder ende daer beneffens die lijftochte \ an allen hueren goederen, indyen sulcx belieft is bij dezelffde ende anders nyet, mitsgaders tvordel hier voeren gestelt.

6. Item ende datter tusschen dzelffde persoonen terstondt naede confirmatie van thuwelick in facie ecclesie geschiet, is

-ocr page 83-

79

gemeenschappe van goederen , soe verre in de voerwaerde van-dyen nyet anders gecaveert en is. In welcken gevalle dzelffde persoenen ende oeck allen anderen haer moeten reguleeren naeden tenuer van de zelffde nyet alleen in 't geene voers. staet, maer oeck in allen anderen poincten daerinne begrepen, hoedanich oeck weesen moegen.

7. Allen natuerlijcke kijnderen werden van vaders goederen ende van dier zijde gecomen gesecludeert, maer deijlen in smoeders goederen tmde die van dier zijde gecomen, soe verre alsse dzelffde nyet overwonnen ofte diergelijcke bastaerden en zijn.

Ten tweeden beroerende die maeniere ende stijll van procedeeren in saecken, daer van inde voers. handvesten geen mentie gemaeckt en werdt. ende sonderlinge in materiën van proceduijren ende executien op erffpachts-brieffven, soe die in voortijden genoempt zijn, ende nochtans inder waerheijt nijet en zijn dan rentebrieffven, schepenen schultbrieffven ofte anderen diergelijcke bekentenissen, vonnissen, landtpachten ende diergelijcke, daerinne alltijts geprocedeert is geweest zoe hier nae volcht.

8. Eerst dat den erffpachtheer ofte proprietaris van eenige renthen gehipotequeert op eenige speciale landen. erffven, huijs-sen ofte diergelijcke (soe die nu genoempt wordt) nyet konnende geraecken tot betaelinge van zijnen erffpacht ofte renthen, den possessuer van thypoteque in zijne brieffven ten onderpant ge-stelt met schout ende schepenen ontwaeringe doen doen moet, daerbij verstaen werdt denzelfden possessuer daermede geinthi-meert te zijn , dat hij tachterweesen binnen veerthien daegen betaele, op peijne dat den voers. tijdt overstreecken zijnde hij zijn zeiven bij schout ende schepenen voerschreven sail doen en geven int voers. hypoteecke voer zijn voers. ten achter-weesen.

9. Ende blijffvende den voers. possessuer in gebreecke , ver-weygeringe ofte vertreck, soe wordt den erffpachtheer ofte proprietaris van de voers. renthen (parthye daer toe geroepen) in tvoers. hipoteecke geeijgent, met een reserff dickwils van noch binnen eenen gracelicken tijt te moegen betaelen dvoers. afterstallige renthen ofte erftpacht mette costen daeromme

-ocr page 84-

8o

gedaen in sulcken gevalle, ende dvoers. betaelinge allsoe ge-daen zijnde dvoers. eijgeninge van onwaerden zijn zall.

10. Maer indijen den possesseur den voers. tijt laet over-strijcken, soe en mach dvoers. e3rgeninge nyet te nyet gedaen werden. dan mits bij den possessuer leggende die hooftsom-me van voers. erfFpacht ofte renthe metter verloep vandyen ende costen daeromme gedaen. Ende ingevalle dvoers. op-legginge vertoegen ende nyet geeffectueert en werdt, zoe moet de erfFpachtheer ofte renthier den voers. possessuer met schout ende schepenen doen gebieden, nae dat hij in de voers. eijgeninge den tijt van veerthien daegen berust zall zijn, dat hij tvoers. hipoteecke ruympt binnen anderen XIIII daegen op peyne van hem srechts daer over te willen versien.

11. Ende in cas van oppositie, vertreck ofte dilaeij, soe wordt denzelffden possesseur vuyten naeme ende tot versoucke van de voers. erffpachtheer ofte renthier bij schout ende schepenen geboden den opganck ende offganck van tzelfifde hipoteecke all binnen den tijt van XIIII daegen alsboven.

12. Ende ingevalle dvoers. possessuer alsdan noch in weij-geringe blijft, soe wordt den erffpachtheer off renthier in de possessie vandyen gestelt, die alsdam tvoers. hipoteecke mach gebruijcken ende genyeten ter redelicker wijse tot dat hy jaer ende dach in tzelffde berust zall zijn, alsdan hij sail moegen versoucken aen den schout ende schepenen voers. (sijn parthye daertoe geroepen) dat hij in t' voers. hipoteecke nu ende ten euwigen daegen geeijgent zall werden, ende zijn parthyen voers. daervan nu ende ten euwigen daegen onteygent, laetende hem daermede be werden als met zijn eijgen zelffs onbecroont van yemanden.

13. Swelck schout ende schepenen sulcx doen (parthye nochtans eerst ende alvoerens daerop hoerende ende nyet son-derlincx weetende te zeggen) waernae ende tvoers. vonnisse allsoe gegaen zijnde, geen redemptie ofte lossinge meer en valt, maer mach den erffpachtheer ofte renthier daermede doen onbecroont van zijn parthije als met zijn eijgen zelffs goederen.

14. Ten anderen, dat men vuyt crachte van de schultbriefFven, schepenen kennissen, willige condempnatien, vonnissen, metsga-ders van verseheenen landtpachten ende andere diergelijcke gepreviligeerde saecken den debituer met schout ende schepenen mach panden, daerbij verstaen werdt denzelffden debituer daerbij geinthimeert te zijn, dat hij tachterweesen binnen XIIII daegen

-ocr page 85-

8i

betaele, op peijne dat den voers. tijt overstreccken zijnde, den voers. crediteur met zijn begonste pandinge zall moegen voerts vaeren, doende die panden haelen tot op den stadthuijse.

15. Ende die voers XIIII daegen overstreecken zijnde, doet den credituer die voers. panden duer den gerechtsbode met consent van den schout opten stadthuijse haelen, ende eenen coepdach daerop leggen tot sulcken daege als den voers. schout dat belieft, insinueerende daervan den voers. debituer.

16. Ende in gevalle den voers. debituer middelrentijt nyet en betaelt ende oversulcx den voers. coepdach laet voert gaen, soe mach den schout voers. die vercofte goederen aen hem nemen ende behouden, mits betaelende die penningen daervoir, en die gecoft waeren mette eesten daeromme gedaen.

17. In welcken gevalle den debituer voors. dzelffde lossen mach met dubbelt geit ende anders nijet.

18. Waertoe den voers. schout dach nemen mach opte vercofte ruerlicke goederen den tijt van drie daegen, ende opte onruerlicke goederen veerthien daegen.

19. Dan indyen hij den coepe aen hem nyet en begeert te houden, soe moet hij den credituer daermede laeten bewerden als mit zijn eijgen zelffs goederen naede expiratie van den tijt voors.

20. Oeck werdt alhier geobserveert ende onderhouden, dat dofficiers tot parthijen behoeve in de costen van den processen, die zijluijden tegens dzelffde geinstitueert hebben, gecondemp-neert werden indyen die saecken daertoe gequalificeert zijn.

21. Van de stijle ende maenieren van proceduijren inder camere van appellatie alhier, dijckrechten ende leenrechten, en wordt alhier geen mentie gemaeckt omme dattet resort van de appellatien, dat alhier boven ende langer dan menschen memoerie gedenckt, geweest is, bij provisie den hove van Hollandt geannexeert is, ende leencamere alhier den leenhove van de Graeffelicheyt van Hollandt voers.

22. Oeck wordt alhier geobserveert ende onderhouden, dat op een sweerts ofte taverniers boeck, mits besweerende die schulden in tzelffde beschreven ofte doen schrijven, soe well ge-sproiten van verdroncken bieren ende verteerde costen, voer anderen te betaelen toegeseijt als bij de debituers selffs verdroncken ende verteert, recht ende justicie gedaen ende gead ministreerd werdt, all waert oeck dat dzelffde schulden in thien ofte twijntich jaeren nyet gemaeckt en waeren, gelijck oeck

-ocr page 86-

82

op andere borgers boecken gedaen werdt van waeren ten slete gelevert, soe verre dzelffde exchysbaer geweest zijn.

Onder aen desen stondt geschreven aldus: Greextraheert vuyt zeeckere coustuymen ende usantien der stede Vianen in den jaere van tzeventich lestleden, duer bevele van den stadthouder president ende raeden van Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt bij huerluyder reitsratijffve brieffven, deerste in date XVIIen October 1569, danderde in date IIIIen November daer aen volgende ende den derden ende lesten VIIen aprilis 1570 naer paesschen, bij geschrifte gestelt ende neffens andere poincten geextraheert vuyte hantvesten der stede Vianen voers. In den raede van den hove van Hollandt resideerende inden Haege XVlIIen der voers. maendt Aprilis overgesonden, ende zijn daermede bevonden tac-corderen op ten achsten Junij anno XV lt;= drie ende tseven-tich bij mij secretaris tot Vianen, ende was onderteijckent Pelgrums.

Grecollationeert jegens die copie autentycq staende ondergeschreven ende onderteeckent alsboven , is bevonden daermede taccordeeren opten XIXen Junij XVC XCIIII bij mij als substituyt secretaris tot Vianen. B. Bosman.

-ocr page 87-
-ocr page 88-
-ocr page 89-