ocr page 1

GEZONDHEIDSCOMMISSIE

DER

STAD UTRECHT,

Ingesteld bij Eaadsbesluii van 8 Felmiari 1855.

REGLEMENT, ARCHIEF, PERSONEEL.

— . RUKSUIWEf

U T R E C H T ,

J. VAN BOEKHOVKX. 1RS5.

ocr page 2

M

ocr page 3

v.fltf. h't1

GEZONDHEIDSCOMMISSIE

STAD UTRECHT.

Ingesteld bij Raadsbesluit van 8 Februari 1855.

REGLEMENT, ARCHIEF, PERSONEEL.

UTRECHT,

J. VAN BOEKHOVEN. 1885.

ocr page 4
ocr page 5

Besluit van den Raad der stad Utrecht van den 8sten February 1855, houdende instelling eener Gezondheidscommissie der stad Utrecht.

De Raad der stad Utrecht,

Op het daartoe gedaan voorstel van den Heer Dr. G. J. Mulder;

Herzien het besluit van 26 October 1854;

Besluit:

Art. i.

Er zal eene Commissie van deskundigen worden benoemd, die belast zal zijn:

a. met een in bijzonderheden afdalend onderzoek van al datgene, hetwelk in deze Stad voor de gezondheid der bewoners ongunstig is;

b. met de aanwijzing en beschrijving van al datgene, wat uit het genoemde oogpunt aan geen twijfel onderhevig is;

c. met de aanwijzing der middelen om al dat schadelijke te verwijderen.

De bedoelde aanwijzing en noodig geoordeelde voordragten worden door haar aan den Raad gedaan.

Art. 2.

De Raad behoudt zich voor, aan deze Commissie al zulke vragen voor te leggen, of haar zulke bemoeijingen op te dra-

ocr page 6

4

gen, als in het algemeen belang door den Raad het best zullen worden geoordeeld.

Art. 3.

Aan die Commissie wordt de naam gegeven van Gesondkcids-commissie der stad Utrecht.

Art. 4.

De Commissie is zamengesteld uit twee leden van den Gemeenteraad, twee regtsgeleerden , twee geneeskundigen , twee natuurkundigen , twee scheikundigen en twee bouwkundigen.

Art. 5.

De benoeming dezer leden geschiedt door den Raad.

Bij het ontstaan van vacature in eene der vijf laatste cate-gorien, zendt de Commissie eene aanbeveling aan den Raad, van twee personen voor elke vacature. In deze categorien zijn ook leden van den Raad benoembaar.

Art. 6.

Een der leden van elk der zes categorien treedt af met het einde van 1857 en voorts aan het einde van elk derde jaar.

Voor de Raadsleden . die als zoodanig gekozen zijn, eindigt ook met het lidmaatschap van den Raad dat der Commissie.

De aftredenden zijn dadelijk weder verkiesbaar.

Art. 7.

De Burgemeester woont de vergaderingen der Commissie bij, zoo dikwijls hij dit noodig acht.

Tegenwoordig zijnde bekleedt hij het voorzitterschap.

Art. 8.

De Commissie wordt bijgestaan door eenen Secretaris, buiten hare leden door haar te benoemen. Aan dezen wordt eene belooning van ƒ 200.— toegekend.

ocr page 7

5

Art. 9.

De Commissie regelt hare werkzaamheden. Zij stelt daarvoor een reglement vast, dat aan de goedkeuring van den Raad wordt onderworpen.

Art. 10

Aan de Commissie wordt jaarlijks eene som uit stads kas toegelegd voor de uitgaven van hare vergaderingen, voor het doen vervaardigen van de noodig geoordeelde teekeningen en plans en de verstrekking der in art. 8 vermelde belooning van den Secretaris.

Tot het erlangen der voor het volgend jaar als benoodigd geraamde toelage zendt zij hare begrooting met toelichtende memorie aan Burgemeester en Wethouders, vóór het einde der maand Julij.

Art. 11.

De Commissie doet jaarlijks in de maand April rekening en verantwoording aan den Raad van haar gehouden beheer in het laatst verloopen jaar. Het overschot van het afgesloten dienstjaar strekt in mindering van de aan haar toegekende som over het ingetreden jaar.

Art. 12.

Jaarlijks, in de eerste helft der maand Maart, zendt de Commissie aan den Raad een verslag in omtrent hare verrig-tingen gedurende het vorige jaar.

Aldus vastgesteld in eene openbare vergadering- van den Raad gehouden op heden den 8sten Februari] 1855.

De Burgemeester,

N. P. J. KIEN.

De Secretaris,

H. G. ROMER.

ocr page 8

Reglement van Orde der Gezondsheids-Commissie van de Stad Utrecht, opgemaakt ter voldoening aan Artikel g van het besluit van den Raad, van den 8sten Februari], 1855.

Art. i.

De Commissie bepaalt de onderwerpen harer bemoeijingen, en wijzigt die zoo dikwijls haar dit noodig voorkomt, overeenkomstig Artikel 1 van het besluit van den Raad.

Art. 2.

De Voorzitter wordt jaarlijks in de eerste Vergadering van April gekozen. Bij zijne afwezigheid neemt het oudste lid in jaren het Voorzitterschap waar.

Art. 3.

De Secretaris wordt voor drie jaren benoemd; hij ontvangt eene instructie, welke zoo noodig door de Commissie wordt gewijzigd. Bij ontstentenis van den Secretaris bekleedt het jongste lid in jaren zijne plaats.

Art. 4.

De Commissie houdt maandelijks eene Vergadering, in den regel den vierden 1) Maandag in de maand, des namiddags ten zes ure.

1

In de Vergadering der Commissie van 24 Maart -18G2 is besloten hiervoor den derden Maandag te kiezen.

ocr page 9

7

Buitengewone Vergaderingen worden gehouden, wanneer de Voorzitter het noodig oordeelt, of wanneer drie leden het verlangen.

Aan de leden wordt ten minste 24 uren te voren van Vergaderingen kennis gegeven.

Art. 5.

Alle besluiten of stemmingen geschieden bij volstrekte meerderheid van stemmen der aanwezige leden. Bij staking van stemmen heeft de Voorzitter eene beslissende stem. De stemmingen over benoemingen en aanbevelingen van personen geschieden bij geslotene briefjes.

Art. 6.

De Commissie kan de door haar te behandelen onderwerpen in handen stellen van een lid, oi van meer tot eene sub-Commissie vereenigde leden, om verslag uit te brengen en advies te geven.

Elke sub-Commissie benoemt haren Voorzitter en verslaggever.

Art. 7.

Elk jaar zullen ter voldoening aan de Artikelen 10, 11 en 12 van het Raadsbesluit worden opgemaakt:

In de maand Januarij, een verslag omtrent de verrigtingen der Commissie in het vorige jaar.

In de maand Maart, de rekening en verantwoording, en

In de maand Junij, de begrooting met toelichtende nota.

Art. 8.

Een der leden wordt tot Penningmeester voor drie jaren, of tot zijne aftreding als lid der Commissie benoemd.

Art. 9.

Van de gelden, der Commissie verstrekt, zullen geene uitgaven geschieden, welke niet in eene Vergadering zijn toegestaan

ocr page 10

8

de ordonnantiën tot betaling moeten door den Voorzitter en den Secretaris geteekend worden.

Art. io.

Van de aftreding der leden, volgens Artikel 6 van het Raadsbesluit, wordt een rooster gemaakt en bijgehouden.

Aldus opgemaakt door de Gezondheidscommissie in hare Vergadering van 21 Mei 1855, en gewijzigd in hare Vergadering van 12 November 1855.

Aldus goedgekeurd door den Raad der Stad Utrecht, in eene openbare Vergadering, gehouden den 28sten Februarij 1856.

De Burgemeester,

{get) N. P. J. KIEN.

De Secretaris,

{get) H. G. RÖMER.

ocr page 11

Catalogus van de gedrukte stukken in liet Archief der Gezondlicids-commissie. Februari 1885.

De Secretaris bewaart het Archief. De boeken en tijdschriften z.ullen tegen bewijs van ontvangst aan de Leden der Commissie, en geschreven stukken alleen aan Subcommissiën op machtiging van den Voorzitter worden verstrekt. (Instructie van den Secre

taris der Gezondheidscommissie, 21 Mei 1855).

Nos.

Tijdschriften..........................1 9-

Werken over Gezondheidsleer en Medische Politie

in het algemeen........................10 2^-

Drinkwater en waterverzorging......27—42.

Prostitutie............................43— 50-

Cholera en andere besmettelijke ziekten . . . S1—59-

Riooleering en Reiniging.........60 75.

Voedingsmiddelen en hunne vervalschingen . . 76—94.

Fabrieken, scholen; woningen............95 114-

Geneeskundige Plaatsbeschrijving......115—120.

Wetgeving..............121

Jaarverslagen en Rapporten van Gezondheids-

commissien, enz............I30 I52-

Platte Gronden en Projecten.......153 ^0-

ocr page 12

Tijdschriften.

Nos.

1. D. Lubach, E. J. Egeling en anderen. Schat der Gezondheid. Jaargang I tot XII. Amsterdam en Gorinchem. 1858—1S69. Geb.

2. Ann ales (T Hygiëne publique et de Mé de cine légale. Van af 2 Série, tome III (Janvr. 1855). Ontbreken 2 Séiie, Nos. 68 et 69 (Aoüt et Sept. 1870). Paris.

3. A. Leclercq et N. Theis. La Santé, Journal d'hygiène publique et privée. (2 tomes). Années 7, 8, 9 et 10. Bruxelles, 1855—1859.

4. G. Erbkam. Zeitschrift fiür Bauwesen, Jhrg. III, Heft 7 und 8. Berlin, 1853.

5. F. J. Behrend. Verhandlungen des Vereins für Staats-artzneiwissenschaft in Berlin. Erstes Heft. Erlangen, 1853.

6. Deutsche Vierteljahrsschrift für offentliche Gesundheids-pfle^e. Van af Bd. I (1869). Braunschweig.

7. Dr. L. Pappenheim. Monatschrift (later Beitrage genoemd) ftir exacte Forschung auf dem Gebiete der Sanitats-Polizei. Jhrg. I und II, ieder 7 Liefer. Berlin, 1859—1862.

8. Fr. Oesterlen. Zeitschrift für Hygieine, Bd. I, Heft 1 — 4 (3 Lief.) Tübingen, 1859/60.

9. B. W. Richardson. The Sanitary Review , and Journal of public health. Nos. 12—16. London, 1858/59.

Werken over Gezondheidsleer en Medische Politie in het algemeen.

0. L. An Cohen. Handboek der openbare Gezondheidsregeling en der geneeskundige Politie. 2 deelen. Groningen, 1866—1872. Geb.

1. Dr. C. Vogel. De geneeskundige Politiewetenschap, vertaald door Vernée. Tiel, 1854.

ocr page 13

11

Nos.

12. A Geigel. Handboek der openbare Gezondheidsregeling, bewerkt door S. Sr. Coronel. 'sHage, 1877.

13. Michel Lévy. Traité d'Hygiène. 2 tomes. Paris, 1857.

14. M. Vernois. Traité d'Hygiène industrielle et administrative. Tome I, A—E. Tome II, F—Z. Paris, i860.

ïS- A. Tardieu. Dictionnaire d'Hygiène publique et de Salubrité.

. Tome I, A —E ie Edition, Paris, 18^2—i8s4 Tome II. F—N.

I Tome III, O—Z.

I Tome I, A—D.

2c- Edition, Paris, 1862____) Tome 11' E-Meu-

Tome III, Mi—R.

( Tome IV, S—Z.

16. A. Becquerel. Traité élémentaire d'Hygiène privée et publique. Paris, 1854.

17. E. Thévenin. Hygiène publique. Paris, 1863.

18. Ch. Place. Manuel élémentaire d'Hygiène. Bruxelles , 1853.

19. L. Pappenheim. Handbuch der Sanitats-Polizei. Bd. I, A—G. Bd. II, ie Abth. H—P; 2e Abth. Q—Z. Bd. III, Supplement. Berlin, 1858—1864.

20. J. H. Schürmayer. Handbuch der Medicinischen Policei. 2 Ex., één gefr., één ongeb. Erlangen, 1848.

21. Fr. Oesterlen. Handbuch der Hygieine. Ttlbingen, 1851. Geb.

22. L. G. Kraus. Die Hygiène. Leipzig, 1878.

23. M. Frank. Ueber öffentliche Gesundheitspflege. München, 1854.

24. L. Hirt. Die Bedeutung und das Studium der öffentlichen Gesundheitspflege. Breslau, 1871.

25. L. Ali Cohen. Over eene ministerieele Circulaire over openbare Gezondheidsregeling. 1856.

26. H. de Cock. Gezondheidsleer. Haarlem, z. j.

ocr page 14

Drinkwater en Waterverzorging.

Ne*.

27. Rapport aan den Koning van de Commissie tot onderzoek van drinkwater in verband met de verspreiding van Cholera. 2^ druk. 4to. 'sHage, 1869.

Rapporten der Gezondheidscommissie:

28. Het drinkwater in de stad Utrecht. Januari i860.

29. Onderzoek van het drinkwater in de gemeente Utrecht. October 1878.

30. Over de Utrechtsche waterleiding. Juni 1884.

31. A. D. van Riemsdijk. Drinkwater en grondboringen te Utrecht in 1871.

32. F. W. Krecke. Het drinkwater te Utrecht. 1875.

33. N. H Henket. Ontwerp eener gemeenschappelijke duinwaterleiding voor 'sGravenhage en Leiden. 'sHage, 1869.

34. N. H. Henket. Ontwerp eener afzonderlijke duinwaterleiding voor Leiden. Leiden , 1869.

35. J. Lefort. Traité de Chimie hydrologique. Paris, 1859.

36. A. Fölsch und C. Hornbostel. Wien's Wasserveisorgung. Wien, 1863. 4to.

37. A. Fölsch. Bericht über die Wasserversorgung von Dresden. 4to. Dresden, 1864.

38. Die Dresdener trinkwasserfrage. Dresden, 1868.

39. C. Pieper. Quell-oder Flusswasser in Dresden. ister Theil. Dresden , 1870.

40. B. M. Lersch. Hydrochemie, 2te Aufl. Berlin, 1864.

41. F. Reuleaux. Ueber das Wasser. Berlin, 1871.

42. E. Reichardt. Grundlagen zur Beurtheilung des 1 rinkwassers. iste Aufl. Jena, 1869; 2te Aufl. Jena, 1872.

ocr page 15

Prostitutie.

Nos.

43. Rapport der Gezondheidscommissie der stad Utrecht over de Openbare Vrouwen en de publieke Huizen van Ontucht, Juli 1859.

44. Lagneau fils. Des Maladies vénériennes. Paris, 1856.

Afdruk uit Annales d'Hygiène.

45. J. Jeannel. De la Prostitution dans les grandes Villes. Paris, 1868.

46. F. S. Hügel. Zur Prostitution. Wien, 1865.

47. A.F. W. Schulz. Die Stellung des Staats zur Prostitution.' Berlin, 1857.

48. W. Acton. On Prostitution. London, 1857. Geb. ........The greatest of our social Evils (Prostitution).

London, 1857. Geb.

50. W. Logan. The great social Evil (Prostitution). London, 1871. Geb.

Cholera en andere besmettelijke Ziekten.

51. G. J Mulder. De Natuurkundige Methode en de verspreiding der Cholera. Rotterdam, 1866.

52. Verslag door B. en W. der stad Utrecht betreffende de de Cholera Epidemie in den zomer van het jaar 1866.

53- J- Wilbrand. Cholera- und Typhus-verhaltnisse der Stadt Hildesheim. Hildesheim, 1868.

54. A. Drasche. Die Epidemische Cholera. Wien, i860.

55. M. Pettenkofer. Zur Frage ilber die Verbreitungsart der Cholera. München, 1855.

56. J. Bierbaum. Das Malaria-Siechthum. Wezel 1853.

57. E. Romershausen. Das Miasma. 2,e Aufl. Marburg, 1856.

58 C. von NaGELi. Die niederen Pilze. München, 1877.

59 J. W. Moll. Plantenphysiologie en Gezondheidsleer. Amsterdam , 1878.

ocr page 16

14

Rioleering en Reiniging.

Nos.

60. Rapport van de Commissie van Frabicage betreffende de stadsreiniging. Utrecht, April 1876.

iNo 2 der Versl. en Mededeel uitgeg. door de Gez. Comm. te Utrecht, 1857.

62. J. F. W. Conrad, e. a. Rapport over de Riooleering en Waterverversching der stad Leyden, 1869.

63. J. A. van der Kloes. Verslag van den Stand der Foecalien-kwestie en der Gemeente reiniging in de gemeente Dordtrecht, op 1 Juli 1876. folio.

64. Ontwerp van een Rioolstelsel voor Tilburg. 4to. Leiden, 1870.

65. H. Berail. Bemesting door menschelijke foecalien. 's Bosch, 1858.

66. Ch. T. Liernur. De Rioolkwestie. 'sHage. 1867.

67. Ch. T. Liernur. Die Pneumatische Kanalisation und ihre Gegner. Frankfurt a/M, 1870.

68. Ch. T. Liernur en F. W. Conrad , Het pneumatisch Rioolstelsel. 'sHage, 1868.

69. J. A. Boogaard. De Rioolkwestie 1868.

70. A. M. Ballot. De Gezondheidleer tegenover de Rioolstelsels. Rotterdam 1873.

71. Eigenbrodt. Die Stadtereiniging. Darmstadt, 1868.

72. W. Thorwirth. Ueber Canalisirung grosser Stadte, spe-ciell Berlin. Berlin1863.

73. R. ViRCHOw. Die Kanalisation von Berlin. Berlin, 1868.

74. F. Gottishejm. Das unterirdische Basel. Zur Kanalisa-tionsfrage. Basel, 1868.

75. F. Goppelsröder. Zur Infection des Bodens und Bodenwassers. 4to. Basel, 1872.

ocr page 17

15

Voedingsmiddelen en hunne Vervalschingen.

Nos.

76. A. Chevallier. Dictionnaire des alterations et falsifications der substances alimentaires. 2 Tomes. A—K et L_Z.

Paris, 1854/55.

77. A. Payen. Des substances alimentaires. Paris, 1865.

78. Le Moniteur Beige, 19 Mars 1856 (Loi réprimant la falsification des substances alimentaires).

79. H. Klencke. Die Nahrungsmittelfrage in Deutschland. 2 Thl. Leipzig, 1855/56.

80. H. Klencke. Die Verfalschung der Nahrungsmittel und Getranke. Liefer 1—17. (Compl.) Leipzig 1856—1858.

81. M. v. Pettenkofer. Ueber Nahrung und Fleischextract. Braunschweig, 1873.

82. M. Bauer. Die Verfalschung der Nahrungsmittel. Berlin, 1877.

83. E. Reich. Die Nahrung und Genussmittelkunde. 2 Bd. 1 Thl. Göttingen, 1861.

84. F. A. ZtlRN. Anleitung zur rationellen Fleischbeschau. Leipzig, 1864.

85. R. ViRCHOW. Die Lehre von den Trichinen. Berlin, 1864.

86. C. G. von Reeken. Ons vleeschvoedsel. Haarlem , 1863.

87. H. J. Wilson. Het Brood. Kampen, 1864.

88. J. W. Gunning. Over geëmailleerd ijzeren vaatwerk, z. j.

89. A. H. Hassall. Food and its Adulterations. London, 1855. Geb.

90. W. Marcet. On Food. London, 1856. Geb.

91. H. W. Prescott. Tobacco and its adulterations. London, 1858. Geb.

92. Rapport van de Commissie in zake de Oprichting van een abattoir. Utrecht, 1876/77.

93. H. Beins. Spierarbeid en voedsel. Groningen, 1864.

94. L. Dusart. Eigenschappen der Lacto-phosphorzure kalk. Amsterdam, 1877.

ocr page 18

i6

Fabrieken, Scholen, Woningen.

Nos.

Verordening op het bouwen en slaopen te Utrecht:

95. Beginselen welke uit het oogpunt van den Gezondheidstoestand bij het samenstellen van een bouwreglement moeten worden in acht genomen, z. j.

96. Ontwerpverordening op het Bouwen en Sloopen. z. j. folio.

97. Eenige stukken betreffende de ontwerpverordening. 1881, 83.

97*. Verslag van het Onderzoek in de afdeelingen van den

Raad over de ontwerpverordening. 1S82.

98. Verordening op het bouwen en sloopen. 18S4.

99. Metropolitan Buildings Act. 14 Aug. 1855. folio.

loc. Stukken in zake het Request der Vereeniging tot aanbouw en aankoop van woningen voor minvermogenden der Ned. Herv. Gemeente te Utrecht. 1866/67.

101. S. Sk Coronel. De Gezondsheidsleer toegepast op de fabrieksnijverheid. Amsterdam, 1863.

102. Staat van de Nederlandsche fabrieken volgens officieële verslagen. Haarlem, 1859.

103. V. van den Broeck. Quelques mots a propos des fabri-ques de Produits chimiques. Bruxelles, 1855.

104. L. Peeters. Les fabriques de Produits chimiques. Bruxelles, 1855.

105. Fabriques de Produits chimiques. Rapport a M. Ie Ministre de l'Intérieur par la commission d'enquête. folio. Bruxelles, 1856.

106. A. C. L. Halfort. Krankheiten der Künstler und Ge-werbetreibenden. Berlin, 1845.

107. Zum Eisenbahn-Medicinalwesen. Celle, 1863.

108. L. Guillaume. Die Gesundheitspflege in den Schillen. Aarau, 1865.

109. W. Zwes. Das Schulhaus. Weimar, 1864.

ocr page 19

i7

Nos.

no. H. Barnard. Schoolarchitecture in the United States.

New-York, 1854. Geb.

ui. Verslag aan den Koning over de vereischten en de inrichting van arbeiderswoningen, door eene Commissie uit het Kon. Ned. Inst, voor Ingenieurs. 4to. 'sHage, 1855.

112. J. W. K. Roger. Luchtverversching en verwarming. Utrecht, 1856.

113. A. Müller. Reinhaltung der Wohnungen. Dresden, 1869.

114. C. Grassi. ChaufFage et ventilation de l'Hópital Beaujon. Paris, 1857. (uit Annales d'Hygiène).

Gene eskundige Plaatsbeschrijving.

115. S. E. Stratingh. Groningen als woonplaats beschouwd. Dissertatie. Groningen, 1858. Geb.

116. Waterpassing in en om Utrecht, uitgevoerd van wege het Stedelijk Bestuur en de Gez. Comm. in 1868. folio. Manuscr. Geb.

117. J. E. Remont. Rapport sur les traveaux d'assainissements etc. de Londres. 2ième Edit. Liège, 1853.

118. C. Wiener. Medizinische Topographic und Ethnographic von München. Erstes Heft: Sanitatsbehörden , — Personal und — Anstalten in München. München, 1862.

119. A. Bürkli. Strassenbahnen und Eisenbahnen in Stadten. Zurich 1865.

120. Handelingen van den Gemeenteraad der stad Rotterdam, gedurende het jaar 1857. 61 bladen folio.

Wetgeving.

121. W. H. de Watteville. Plaatselijke verordeningen der Gemeente Utrecht. 1861.

122. D. G. Mulder. Idem. 1869.

ocr page 20

8

Nos.

123. Verordeningen der Gemeente Utrecht, op losse bladen.

124. Verzameling van wetten, besluiten enz. betrekkelijk de Burgerlijke Geneeskundige Dienst in Nederland, 's Hage, 1836.

125. E. L. van Emden. Wet houdende voorziening tegen besmettelijke ziekten. 2 dln. 'sHage, 1872/73.

126. H. W. Waardenburg. Wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekten van 4 December 1872. Tiel, 1874.

127. L. J. Egeling. De Geneeskundige Staatsregeling van Nederland, Afl. 1. Tiel, 1857.

128. D. Keane. The nuisances-removal-act for England. London, 1855. Geb.

129. W. G. Lumlev. The new Sanitary Laws. London , 1855. Geb.

Jaarverslagen en Rapporten van Gezondheids-commissien enz.

130. W. de Sitter. Gezondheidscommissie!). Groningen, 1857.

131. Dr. Fortin. Organisation des Conseils d'Hygiène pu-blique. Evreux, 1852.

132. Verslagen van de verrichtingen der Gezondheidscommissie der stad Utrecht, van af het jaar 1855.

Ontbreken de jaren i860, 1861 en 1868.

133. Verslagen van de Vereeniging tot verbetering der Volksgezondheid te Utrecht van af Deel I, Utrecht, 1866. Ontbr. VIII (1875), IX (iste Afl.) (1876) en XIII (188!).

134. Verslagen van den Toestand der Gemeente Utrecht. Van af 1851.

135. Verslagen omtrent de Medische Politie in de Provincie Utrecht. (Hoofdstuk IV van het Provinciaal Verslag). 1867—1875.

136. Mededeelingen omtrent het Geneeskundig Staatstoezicht in Gelderland en Utrecht van 1 Juni tot 1 December 1884.

ocr page 21

19

Nos.

137. Alkmaar. Gez. Comm. Verslag 1875.

138. Amersfoort. De Gez. Comm. over de scholen. 1861.

139. Amsterdam. De Gez. Comm. over Melk, 1880. Keurmeesters van voedingsmiddelen ; Instructie 1858 ; Jaarverslagen 1863, 1882, 1883. B. en W. over Rioleering. 1879.

140. Arnhem. Plaatselijke Gez. Comm. Onderzoek der scholen. 1870.

Geneeskundige Raad : Over Arbeiderswoningen. 1871.

141. Deventer. Gez. Comm. Verslag 1880, 1883.

142. Gent. Openbare Gezondheid: Reglementsontwerp. 1850. Rapport en Reglement over Straatreiniging. 1850. Rapport Straatreiniging. 1854. Reglement Straatreiniging 1853.

Comité de Salubrité Publique: Sur les maisons d'Ou-vriers. 1852.

Reglement op de Beluiken en Blinden. 1850. Gezond-maken van de Beluiken en Blinden. 1852.

143. 's Gravenhage. Vereeniging tot verbetering van den Gezondheidstoestand: Verslag 1S71, 1878. Mededeelingen van idem over het onderzoek der bewaarscholen. 1878.

144. Groningen. Cholera-Commissie ; Verslag over 1849 , 1854, 1855. Vereen, tot bevord. v. d. volksgez. Verslag 1881/82.

145 Haarlem. Vereen, tot bevord. der volksgez. Jaarboekje 1882/83.

146. Harlingen. Plaatselijke Gez. Comm. Verslag 1870.

147. Leeuwarden. Plaats. Comm. van Geneesk. Toevoorzicht: over de maatregelen ter bevordering van den algemeenen Gezondheidstoestand aldaar. 1856.

148. Leeuwarden. Vereen, tot bevord. van Volksgez. Reglement. Vrouwenvereeniging tot bevord. der Gez. Belangen: Verslag 1871. 1872], 1875, 1877.

149. Leiden. Vereen, tot verbet, der Volksgez. Over het Rioolstelsel. 1870.

B. en W. over Waterleiding en Rioleering. 1870.

150. Middelburg. Plaatsel. Gez. Comm. Verslag 1871, 1872, 1876, 1877, 1880, 1881, 1882, 1883.

ocr page 22

20

Nos.

151. Nijmegen. Gez. Comm. Verslag 1868.

152. Rotterdam. Openbare Gez. Comm. Verslagen over 1868,

1871, 1880, 1882.

Idem over Regels bij het bouwen van Woonhuizen. 1856. Idem over den afvoer der faecale stoffen. 1856.

Idem over de Cholera. 1866.

Plaatsel. Comm. van Geneesk. Toevoorzicht: over de sterfte binnen Rotterdam. 1856.

Platte Gronden en Projecten.

153. Platte grond der stad Utrecht. Schaal 1 : 5000. Gekleurd en bijgewerkt.

154. Platte grond der stad Utrecht. Schaal 1 : 5000. Gedrukt bij P. W. v. d. Weijer.

155. Platte groud der gemeente Utrecht, bewerkt onder toezicht van den Architect-Directeur der Gemeentewerken, in 1877. Schaal 1 : 5000. Gekleurd op rollen.

156. Platte grond der gemeente Utrecht, de kadastrale opmeting gevolgd. Schaal 1 : 1250. Gekleurd, op perkamentpapier (in een bus).

157. Platte grond der gemeente Utrecht ter aanwijzing van de wijknummers. Schaal 1 : 1250. 4 folio bladen. 1868.

158. Platte grond der gemeente Utrecht, waarop zijn aangegeven de stadsriolen. Schaal 1 : 2500. Op rollen. Geschenk van het lid der Commissie W. //. Hnbrecht. 1869.

159. Projecten van een nieuwe straat van het Stationsplein tot op de Neude, en van het verbreeden der Viesteeg. Schaal 1 ; 1250. Twee exemplaren.

160. Utrecht en de Oosterspoorweg. Schaal 1 : 1000. Kaart met boekje. Utrecht, 1870.

ocr page 23

LEDEN DER GEZONDHEIDSCOMMISSIE.

De Commissie is samengesteld uit zes categorieën, ieder van iwec personen. Aan het einde van elk derde jaar tieedt van elke der categorieën één lid af.

In de onderstaande lijst is ieder persoon de opvolger van het lid, wiens naam boven hem staat. Achter ieder lid is het jaartal zijner benoeming geplaatst. De namen der personen, die hunne benoeming niet hebben aangenomen, of geene enkele vergadering hebben bijgewoond, zijn weggelaten.

Eerste Helft, aftredende Tweede Helft, aftredende

aan het einde der jaren 1857, aan het einde der jaren i860, 1863, 1869, 1875, 1881, 1866, 1872, 1878, 1884,

1887 enz.

1890 enz.

LEDEN VAN DEN GEMEENTERAAD

Mr. J. G. J. Baron van

Ittersum ,

(overleden vóór de eerste vergadering).

Mr. W. R. Boer, 1855.

Mr. A. J. van Beeck Calkoen, afgetreden in 1855. Mr. W. f. M. Bosch, 1857.


Dr. J. C. van Eeten, 1878,

RECHTSGEI .EERDEN.

Mr. J. VV. Romer. 1855. Mr. M. de Kock, 1857.

Mr. B. J. H. van Blaricum, 1872.

Mr. J. C. Voorduin, 1855. Mr. P. A. Broers, r8!;6.


ocr page 24

22

GENEESKUNDIGEN.

Prof. F. C. Donders, 1855. Dr. E. OuDENHOFF, 1858. Dr. M. Imans, 1864. Dr. J. E. van der Meulen, 1881.

Dr. H. J. Broers, 1855. Dr. P. Q. Brondgeest, 1873.


NATUURKUNDIGEN.

Dr. F. W. C. Krecke, 1855. Prof. R. van Rees, 1855.

Dr. J. D. van der Plaats , Jhr. Mr. Dr. A. D. van

1882. Riemsdijk, 1867.

Dr. J. L. Hoorweg, 1884.

SCHEIKUNDIGEN.

Prof. G. J. Mulder, 1855. Dr. N. W. P. Rauwenhoff, 1858.

Dr. W. A. J. van Geuns, i860. Dr.F.C.e.vanemdden, 1882.

Dr. J. W, Gunning, 1855. Dr. J. H. van den Broek, 1865.

Dr. F. W. Krecke , 1869. Prof. H. C. Dibbits , 1877.


BOUWKUNDIGEN.

S. A. van Lunteren, 1855. N. J. Kamperdijk, 1858. F. J. Nieuwenhuis, 1878.

J. P. de Bordes, 1855. J. M. F. Wellan, 1861. W. H. Hubrecht, 1867. J. P. Havelaar, 1874. H. Linse, 1878. R. J. Castendijk, 1883.


ocr page 25

23

T

VOORZITTERS.

De Burgemeester der Gemeente Utrecht is Eere-Voorzitter. De Voorzitter wordt jaarlijks in de eerste Vergadering van April gekozen.

Gekozen: Bedankt:

Prof. G. J. Mulder, 13 Maart 1855. 25 Mei 1857.

Mr. P. A. Broers, 22 Juni 1857.

PENNINGMEESTERS.

Een der leden wordt tot Penningmeester voor drie jaren benoemd.

Gekozen: i Bedankt:

Dr. J. VV. Gunning, 21 Mei 1855. 21 Maart 1864.

Dr. W. A. J. van Geuns, 21 Maart 1864. 15 Mei 1882.

Dr. J. C. van Eeten, 19 Juni 1882.

SECRETARISSEN.

De Secretaris wordt voor drie jaren benoemd.

Benoemd: Dr. J. VV. Gunning, voorloopig. Dr. A. C. Oudemans Jr., 21 Mei 1855. Dr. P. Q. Brondgeesï, 15 Aug. 1864. Dr. G. A. J. Beckers, 16 Dec. 1872. Dr. J. D. van der Plaats, i Mei 1884.

Eervol ontslagen:

18 Juli 1864. 16 December 1872. 17 Maart 1884.


i

ocr page 26

24

De Gezondheidscommissie der stad Utrecht bestaat dus op 8 Februari 1885 uit de Leden:

Treden af met het

Treden af met het

Categorieën.

einde van

einde van

1890, 1896, enz.

1887 , 1893 , enz.

Leden van den Raad.

Mr. W. J. M. Bosch.

Dr. J. C. van Eeten.

Rechtsgeleerden,

Mr. P. A. Broers.

Mr. B. J. H. van Blaricum.

Geneeskundigen.

Dr. P. Q. Brond-

Dr. J. E. van der

geest.

Meulen.

Natuurkundigen.

Jhr. Mr. Dr. A. D.

van Riemsdijk.

Dr. J. L. Hoorweg.

Scheikundigen.

Prof. Dr. H. C.

Dr. F. C. E. van

Diubits.

Embden.

Bouwkundigen.

R. J. Castendijk.

F. J. Nieuwenhuis.

Eere- Voorzitter: Mr. W. R, BOER , Burgemeester van Utrecht.

Voorzitter: Mr. P. A. BROERS.

Penningmeester: Dr. J. C. VAN EETEN.

Secretaris: Dr. J. D. VAN DER PLAATS.

ocr page 27

mmmm