HET ONTSTAAN
t a
VAN DE
O f i
/ 9 r
UITSLUITEND VERKETJGBAAK VOOE BB.'. VRIJMETSELAREN.
HET OKTSTAAN
VAN DE
âNederlandsche Vrije Logesquot;
DOOR
⢠C. J. M. DIJKMAKS.
Xv
c 3
C\
Gedrukt bij W. 11. VAN KELCK110VEN. â Arasterdam.
Meer dan 65 jaren had Z. K. H. Prins Frede-rik aan het hoofd der Orde van Vrijmetselaars onder het Gr.-.-O.-, der Nederlanden gestaan, toen hy den 8en September 1881 overleed.
Met dat overlijden ving een crisis in de Orde aan, wier oplossing het ontstaan van de âNeder-landsche Vrije Loges'quot; ten gevolge had en die dns, bij de poging om dat ontstaan zoo duidelijk mogelijk te verklaren, ernstige beschouwing verdient.
Die crisis, hoezeer aangevangen met het overlijden van Prins Frederik, was hiervan niet het gevolg. Had dat sterfgeval eenige jaren latei-plaats gehad, de crisis zou minder snel ingetreden, haar verloop zou geheel anders geweest zijn, maar het leven van Prins Frederik zou haar ontstaan niet hebben belet.
In het merkwaardige stuk, dat de handteeke-ning draagt van 132 MMiv. Vrijm.-. en dat in December 1881 het licht zag, wordt volkomen terecht gezegd:
âBij zeer vele broeders en in zeer vele werkplaatsen âheeft de overtuiging veld gewonnen, dat de Nederland-âsche Vrijmetselary meer kan en dus ook meer moet zijn, âdan zij is. Onder het lange bestuur van den overleden
âGr.-. Nat.-, die, gelijk bekend is, niet uitsluitend uit sym-âpathie voor de K/. K.-. maar ook onder den invloed van âstaatkundige gebeurtenissen zijne hooge waardigheid aan-âvaardde, is de werkzaamheid der Orde naar het inzigt âdier broeders en loges niet volledig genoeg geweest.quot;
Omtrent de oorzaak van dien toestand wordt in datzelfde stnk gezegd:
âDe overleden Gr.-. Nat.-, oefende een rechtmatigen en âoverwegenden invloed uit op den gang van zaken in de âOrde, op de zamenstelling van haar bestuur, op de be-âsluiten van het Gr.-.-Oosten. De Orde voorkwam veelal âzijne wenschen en liet niet zelden eigen inzigt varen uit âeerbied voor de overtuiging van den Gr.-. Nat.-., die ten-âgevolge van zijn hoogen leeftijd en zijne hooge positie in âde profane wereld, veelal anders dacht dan het jongere âgeslacht, dat in de Loges aan zijne tijdgenooten was âopgevolgd.quot;
De voorstanders van het behoud, hoezeer de minderheid uitmakende, waren, dank zij het prestige van den Prins, aan de regeering.
De verhouding van den Prins tot het Groot-Uosten vond men in menige werkplaats terug, in de verhouding van den Voorz.-. Mr.-, tot de Loge.
Menig Voorz.-. gebruikte nog steeds den af-geschaften titel van Reg.-. Mr.-., waande zich op zijn troon in den Tempel een vorst, en geloofde met groote beslistheid aan het; âl'état c'est moi.quot;
Zulk een Voorz.-., trouw bijgestaan door Be-stuurderen, door zijn invloed tot hunne waardigheid geroepen, voorkwam vaak het veldwinnen van nieuwere denkbeelden.
Aan den jongeren Br.*, die, nog niet in slaap gewiegd door den slentergang der Loge, het waag-
5
de de wijze van werken af te keuren, werd beduid dat hij niet den geest der Orde vatte.
âHet is niet gewaagd (zoo lezen wij in het boven aangehaalde manifest) te veronderstellen, dat de onmisken-âbare onverschilligheid, aan den dag gelegd door zoo vele âgeïnitiëerden, op wier medewerking hooge prijs wordt âgesteld, maar die zich allengs niet meer vertoonen aan âde Kol.-, en eindelijk zelfs ophouden leden van eene Loge âte zijn, voor een groot deel het gevolg is van teleurstelling over het tot nu toe onvolledige van onzen arbeid.quot;
Zoo was dan én door het Hoofdbestuur én door menig Loge-bestuur een dam opgeworpen tegen geleidelijke ontwikkeling van nieuwere denkbeelden.
Opmerkelijk is het verschijnsel, dat het behoud het sterkst was in de grootere steden, waar, op ander terrein, nieuwere denkbeelden, in den regel het eerst veld winnen.
Dit verschijnsel meenen wij te kunnen verklaren uit het feit, dat hij, die zich aan de publieke zaak wil wijden, in grootere plaatsen veel meer dan in kleine, een werkkring kan vinden, die geheel aan zijne wenschen voldoet en dus veel spoediger dan elders den kring verlaat, die aan zijne verwachting niet beantwoordt.
Menig Br/., die een sieraad van de Orde had kunnen worden, dekte de Loge spoedig na zijne toetreding.
Zij, wier wenschen bevrediging vonden in den officiers-titel â en deze titels werden in het oneindige gecréeerd â en zij, die hun winkel-cliëntèle door de Broederschap zagen versterkt, bleven en waren niet al te moeielijk bij het aan-
6
nemen van nieuwe leden, die, door het betalen van receptie-geld, het doen van liefdegaven en.... het houden van banketten mogelijk maakten.
Reeds geruimen tijd was de vereeniging âFra-tamp;mitasquot; bezig geweest om in dien toestand verbetering te brengen.
Dat streven vond sympathie by enkele Loges in de provinciën, ook bij de Loge âLa Paixquot; en niet minder bij â Willem Fredrikquot;.
Had de eerste Loge reeds vroeger het initiatief genomen tot het houden van samenkomsten, ge-wyd aan de bespreking van algemeene ma^onnieke belangen en toegankelijk voor alle broeders: eenige leden van â Willem Fredrilc'1 belegden op 9 December 1880 eene samenkomst, die bijgewoond werd door 105 Vrijm.-., leden van verschillende werkplaatsen, waarin de volgende stelling werd verdedigd: âDe weinige krachtsontwikkeling onzer âOrde is toe te schrijven aan eene onjuiste opvatting van haar doel door de Loges.quot;
Na eene kleine redactie-wijziging werd deze stelling met schier eenparige stemmen aangenomen.
De dam, door het behoudend element opgeworpen, begon bedreigd te worden; de crisis was in aantocht.
De Loge â Willem Fredrikquot; was bij hare Am-sterdamsche zusters bekend als âde aristocratischequot;, eene aanduiding, die zij voornamelijk te danken had aan hare weinige geneigdheid om met die zusters samen te werken, maar ook â zoo be-
7
weerden althans hare vrienden â aan hare groo-tere keurigheid bij het aannemen van leden en aan den goeden toon, die in hare gezellige samenkomsten heersclite.
Zij die haar aristocratisch noemden en zij die dit niet deden, waren het dusver hierover eens: â Willem Fredrikquot; behoorde tot de conservatieve Loges
Hieraan moet zeker voor een groot deel worden toegeschreven, dat de eisch tot hervorming, door eenige leden van deze werkplaats gesteld, de al-gemeene aandacht trok.
Die belangstelling werd niet weiuig versterkt, toen, niet lang na het houden van bovenbedoelde meeting, omstreeks Mei 1881, deze Loge de opengevallen plaatsen van Voorz.-. en Ged.-. Mr.-, bezette, door de benoeming van twee besliste voorstanders der vooruitstrevende richting.
Deze keuze, gedaan met overgroote meerderheid van stemmen, maakte het duidelijk dat â Willem Fredrikquot; om was.
Nog meer viel de veranderde toestand van deze Loge in het oog, toen eenige maanden later, nog vóór den dood van den Gr.â¢.-Mr.-. Nat.-., door eenigen barer leden het initiatief werd genomen tot de stichting van de Vereeniging: â Eendracht maakt Machtquot;, die zich ten doel stelde âde tegenwoordig bestaande werkeloosheid in de Orde, âte vervangen door een meer opgewekt en practisch âleven in vrijzinnigen geest.quot;
Aan eene commissie van 7 leden werd het Be-
8
stuur dezer Vereeniging opgedragen; eene even talrijke commissie werd belast met de redactie van het door haar uit te geven AVeekblad.
In elk dezer commissiën namen 4 leden van â Willem Fredrikquot; plaats.
Straks zal blijken waarom deze schijnbaar zoo weinig beteekenende bijzonderheid hier wordt vermeld.
Thans hebben wij ons bezig te houden met den strijd, die aan de verkiezing van eenen nieu-wea Gr.*.-Mr.*. Nat.', voorafging.
In het Maqonniek Weekblad van 26 Dee. 1881 wordt het eerst gewag gemaakt van de bovenbedoelde circulaire van 132 MM.-., niet door de Redactie, maar door een geheimzinnige âStem uit âhet Oosten'''' die o. a. zegt:
âDe circulaire hier bedoeld, is niets anders dan een ver-âkiezings-manoeuvre gerigt tegen hen die dengene tot âGroot-Meester Nationaal verlangen, welke doordrongen âvan onze eenige beginsels daarop regt heeft door Magon-ânieke deugden, volledige kennis van de K.-. K.-. en jaren âlange ervaring.quot;
Veertien dagen later treedt in dat blad, weer niet de Redactie, maar nu de âGenius der Ordequot; op, tot bestrijding der circulaire, door ons ernstig te vermanen, dat wij â individueelquot;, volstrekt niet als âlichaam'''' mogen handelen, want daardoor, zoo meent de Genius, âzou het onvergelijke-âlijk eenige mijner Orde, die boven alle tijden ivas, âis en zijn zal, verloren gaan.quot;
Eene maand daarna doet, nogmaals niet de Redactie, maar nu een onbekend zanger een aan-
9
val op de circulaire. Die zanger is naief genoeg om te gelooven dat er âOud-Dorxltschequot; BBiv. zijn met wie hij eendrachtig wil samenwerken en toont veel lust om de onderteekenaars der circulaire âuit de Bomvhut te verdrijven.''''
Ook in het volgend nummer bewaart de Redactie zelf over dit onderwerp het stilzwijgen, maar laat door Br.-. Persijn zeggen:
âWat die 132 willen is geen Vrijm.-. en behoort te huis âin Sociale clubs maar niet in onze Heilige Orde.quot;
âDe Vrijmetselarij mag zich op geen ander gebied be-âgeven als dat van zelfkennis, weldadigheid en humani-âteit.quot;
âWij moeten ons wel wachten om, zooals de 132 voge-âlaars willen, de staatkunde, de dogmatiek en de wetten âder samenleving in de Loges te brengen, dat zou zijn âeen twistappel werpen in onze Bouwhutten, dat behoort âdaar niet, maar in politieke clubs te huis.quot;
Eindelyk, in het laatst van Februari, neemt de redactie van het Maconniek Weekblad het woord om (nadat zij gedurende twee maanden ruimte in haar blad heeft afgestaan aan verschillende, meest anonyme, aanvallers van de circulaire) ons te verzekeren, dat dit stuk, aan de MMiv. VV.*. MM.-, gericht, in de binnenkamer moest besproken worden, waardoor zij van nadere bespreking teruggehouden was. Zij wrjt den geheelen strijd aan misverstand.
Geheel anders handelt het â IVeekblad voor Vrijmetselaarsquot;. Dit neemt dadelijk de geheele circulaire op en geeft te gelijkertijd een duidelijk blijk van instemming, door de BBr.-., die haar niet
10
onderteekenden, in de gelegenheid te stellen alsnog van hnnne sympathie te doen blijken.
Straks komen we op de magonnieke pers terug; thans hebben we ons bezig te houden met de merkwaardige vergadering, die den 12!l(:n Februari te Rotterdam plaats had
Deze vergadering, opgeroepen door de Rotter-damsche en Amsterdamsche Loges, had ten doel âhet houden eener voorloopige bespreking over âhet werk de verkiezing van een Grootmeester âtier Orde, dat in Juni a.s. zal moeten verricht âwordenquot;.
In deze vergadering zijn vertegenwoordigd 39 Loges, door 85 afgevaardigden.
Na eene kleine schermutseling over de orde van behandeling, verkrijgt Br.-. Baud het woord.
Aan zijne redevoering ontleenen wij het volgende:
âToen in 1816 Prins Frederik tot Grootmeester benoemd âwerd, was hij 19 jaar oud. Er was in Europa allerwege âreactie ontstaan tegen de vrijzinnige beginselen van het âlaatst der vorige eeuw; de volken haakten naar vrede âen rust na de groote oorlogen van het Keizerrijk; de ânatiën werden hersteld in haar zelfstandig bestaan en âook kwamen'de verdreven vorsten terug. De Orde van âV.*. M.*. was toen bijna overal in ons land gevestigd en âmen kon haar niet weren. Maar het vaderlijk bestuur âvan Koning Willem I, bevreesd voor de vrijzinnige beginselen en voor den zelfstandigen geest, die zich in eene âinstelling als de Orde zou kunnen ontwikkelen, deed zijn âzoon opnemen in de Orde en tot Grootmeester verkiezen. âDe reactie had zich meester gemaakt van de Orde. Dat âmen Prins Frederik tot Grootmeester benoemde was eene âinconsequentie. Eene instelling, gegrond op de volkomen âgelijkheid van den mensch, die van den kandidaat den
11
âeed vordert dat hij in de Orde geene maatschappelijke âbetrekking zal erkennen, benoemde een man tot Groot-âmeester alleen om de exceptioneele positie, die hij in de âmaatschappij bekleedde.quot;
âSpr. waardeert in den overleden Prins de humane wijze âwaarop hij als Vorst en als mensch altijd heeft gehan-âdeld Van dat standpunt bezien was hij een goed Groot-â meester.quot;
âDe arbeid werd van den aanvang af binnen nauwe âgrenzen beperkt; hij bepaalde zich tot het recipieeren, âtot het verleenen van hooger loon, tot werken van liefdadigheid, hoogstens nog tot het houden van bespiege-âlingen over zedekunde. Vele intellectueele krachten in âde Orde namen de vlucht uit de Loges, omdat zij zich âteleurgesteld zagen; de arbeid werd vervelend en een-âtoonig; de Orde werd een speelgoed voor groote kinde-âren; alleen hoogst gemoedelijke menschen, die in mystieke vormen en gebruiken behagen scheppen, konden in âde Loges bevrediging vinden. Daardoor is de kanker âingeslopen in de Orde.quot;
Aan het slot van ziine rede zegt Br.*. Baud :
âIs men niet tevreden met het tegenwoordige, wil men âdat de Orde zal zijn een kern van zedelijke en ontwikkelde mannen, die wenschen dat de Orde invloed oefene âop de maatschappij, dan is het niet onverschillig wie âons leiden zal op dien weg, want dat moet zijneen man âvan karakter, een man van kennis, een man geëerd in âen buiten de Orde, bovenal een man van eene onafhan-âkelijke maatschappelijke positie.quot;
Spreker stelt als slotsom van ziju betoog voor de volgende motie:
âDe Vergadering, van oordeel dat de Orde van VVV. âMM.-, in Nederland haar arbeidsveld moet uitbreiden en âin eene meer vooruitstrevende richting moet werkzaam âzijn, draagt aan eene commissie van drie Loges op een âonderzoek in te stellen naar zoodanige MM.-. VV.-. MM.-, âals geschikt en bereid zijn in dezen geest te werken
12
âaan het hoofd der Orde en noodigt de commissie uit, âhieromtrent, na raadpleging met de Loges, aan de Ver-âgadering verslag uit te brengen vóór 1 Mei 1882.quot;
Over deze motie ontstaat eene uitvoerige gedachten wisseling.
De bezwaren daartegen ontwikkeld, zijn van tweeërlei aard.
Die van formeelen aard laten wij rusten, om ons te bepalen tot de zakelijke bestrijding.
blechts een der leden, Br.-. Maarschalk, ontkent de juistheid der omschrijving van den tegenwoor-digen magonnieken arbeid. Een ander lid, Br.-. Donkersloot, is van oordeel dat de tegenwoordige toestand te wijten is aan de Loges zeiven, die niet nauwlettend genoeg waren by de aanneming en elementen hebben toegelaten die stelselmatig hadden moeten zijn geweerd. Een derde lid, Br.-. Krelage, wenscht aan het hoofd der Orde een man niet van eene bepaalde richting.
Besloten wordt de motie gesplitst in stemming te brengen.
Het eerste gedeelte: âde vergadering van oor-âdeel dat de Orde van Vrijmetselaars in Nederland haar arbeidsveld moet uitbreiden en in âeen meer vooruitstrevende richting moet werkzaam zijn,quot; wordt, met zitten en opstaan, met groote meerderheid aangenomen.
Het tweede gedeelte: âde Vergadering draagt âaan eene commissie van drie Loges op, een onderzoek in te stellen naar zoodanige MM.-. VV.. âMM.-, als geschikt en bereid zijn in dezen geest
13
âte werken aan het hoofd der Orde,quot; wordt met 20 tegen 17 stemmen aangenomen.
Het derde gedeelte: âde Vergadering noodigt âde commissie uit hieromtrent, na raadpleging âmet de Loges, aan de vergadering verslag uit âte brengen vóór 1 Mei 1882,quot; wordt met zitten en opstaan, met groote meerderheid aangenomen.
Zij, die meenden dat hiermede de zaak in het reine was, rekenden buiten den waard, want de Voorzitter bracht de motie nog eens in haar geheel in stemming, waarvan de uitslag was, dat zij met 20 tegen 18 stemmen werd verworpen.
Slechts ééne vrucht had dus de langdurige ge-dachtenwisseling, namelijk: âde erkenning door âde groote meerderheid, dat de Orde in Nederland âhaar arbeidsveld moet uitbreiden en in eene âmeer vooruitstrevende richting moet werkzaam âzijnquot;.
Slechts ééne vrucht, maar eene schoone. Zoo scheen het althans. De toekomst zou echter leeren dat die vrucht doorknaagd zou worden, dat haar sap verloren zou gaan.
In de vergadering werd een telegram bezorgd aan den Voorzitter. Het gerucht verspreidde zich dat afzender daarvan was: Prins Alexander. â Eenig gewicht wordt aan dit feit niet gehecht.
Ue vergadering houdt zich nog eenige oogen-blikken bezig met het noemen van candidaten. De volgende namen worden in de bus gevonden: Noordziek, Lieftinck, Sloet v. d. Beele, Baud, van
14
Spengler, van Tets, Vas Visser, van Diggelen en Tak van Poortvliet.
Ten slotte stelt de vergadering vast, dat eene tweede bijeenkomst zal worden gebonden en wel te ütrecbt.
Eenige voorstanders van de vrijzinnige richting zijn nn van meening, dat deze volgende samenkomst alleen dan tot iets leiden zal, indien eene tiinke bespreking van personen in kleineren kring voorafga. Eene nitnoodiging, door een aebttal Voorz.-. MM.', of bunne plaatsvervangers onderteekend , wordt daarom aan 20 Voorz.*. MM.*, bebalve de onderteekenaars gericbt, en strekt tot bet bouden eener samenkomst op 12 Maart.
In deze samenkomst zijn achttien Loges vertegenwoordigd, niettegenstaande eene krachtige poging beproefd is, om haar te doen mislukken.
Op 9 Maart namelijk werd door de Loges eene circulaire ontvangen, met de handteekeningen van de Voorzitters en Secretarissen van de drie Rot-terdamsche Loges en met die van de Voorzitters van de vijf Amsterdamsche werkplaatsen, waarin wordt bericht:
âdat zij eenparig besloten hebben de samenkomst van â12 dezer niet bij te wonen; 1°. omdat zij geene uitnoo-âdiging hebben ontvangen; 2°. om, ook indien zij eene uitaoo-âdiging hadden ontvangen, zij evenmin deze bijeenkomst âzouden bijwonen, op grond, dat zij die oproeping beschou-âwen als te kort te doen aan het besluit, door de verga-âdering van L2 Februari genomen.quot;
15
Op denzelfden dag, dat dit stuk wordt ontvangen, wordt eene circulaire verzonden, onderteekend door de Amsterdamsche Voorzitters, behalve Br. . Zeeman, die te Haarlem woont, en waarin wordt verklaard:
âdat noch een hunner, noch iemand, die geacht kan âworden bevoegd te zijn namens hen te handelen, mach-âtiging heeft verleend, tot het plaatsen hunner handtee-âkeningen. onder bovenbedoelde (de uit Rotterdam verzon-âden) circulaire.quot;
Met beslistheid reserveren zy voor zich de bevoegdheid om elke âsamenkomst bij te wonen, âdie zij in het belang der Orde nuttig of wen-âschelyk achtenquot;.
Deze pertinente verklaring wordt niet verzwakt door een circulaire, den volgenden dag uit Rotterdam verspreid. Uit dat stuk blijkt duidelijk dat er misleiding heeft plaats gehad en tevens wie deze voor zijne rekening heeft. Wij verzwijgen den naam, maar wijzen met te meer nadruk op het feit, dat zulk een daad kon geschieden dooreen Voorz.1. Mr.-, en op het nog droeviger feit dat eene Loge dien Voorz.-. aan haar hoofd hield, na zulk eene daad.
De samenkomst der vooruitstrevende partij slaagde, trots de poging om haar te doen mislukken.
Slotsom van de beraadslaging was: dat een voorloopig drietal van candidaten werd gekozen en dat alle opgekomenen zich verbonden om aan hunne Loges voor te stellen aaneensluiting, stemming over de drie candidaten, met het- gevolg
16
dat die van het drietal, voor wien de meesten der vooruitstrevende Loges zich zouden verklaren, zoii zijn de definitieve candidaat.
Op het drietal stonden de BBiv. van Diggelen, Tak van Poortvliet en Vas Visser.
Is de zooeven bedoelde verbindtenis door allen getrouw nagekomen?
Neen. Wij hebben den afdruk van een telegram gelezen, waarin een der verbondenen aan Prins Alexander bericht, dat deze van meet af de candidaat van zyue Loge is geweest.
Br *, van Diggelen verkreeg in de toegetreden Loges de meeste stemmen en was dus de candidaat van de vooruitstrevende partij.
De candidatuur van Br.'. Prins Alexander wordt het eerst openlijk verdedigd in het Maqonniek Weekblad van 17 April.
Reeds voor het ontstaan van deze candidatuur had het Weekblad voor Vrijmetselaars zich te dien aanzien volkomen duidelijk uitgesproken, o. a. in een hoofdartikel van 26 Maart, dat besloten wordt met deze woorden: âGeen Vorst aan het hoofd âder O.-., al was hij zoo deugdzaam als een God.quot;
Den 8⢠Mei verzendt Jhr. van Spengler ânamens âZ. K. H. Prins Alexander der Nederlandenquot; eene circulaire aan de Loges.
Dat stuk vangt aldus aan:
âAls Meester V.-. M.-. doordrongen van de overtuiging, âdat in Nederland de Vrijmetselarij een ruimer arbeidsveld âbehoeft, heeft Z.-. K.-. H.-. Prins Alexander der Nederlanden, mijne tusschenkomst verzocht om het volgende âmede te deelen.quot;
Die mededeeling bestaat hierin, dat Z. K. 11. meent dat er broederlijke betrekkingen met het Gr.-.-O.-, van België moeten worden aangeknoopt.
Om tweeërlei reden is het Maqonniek Weekblad van 8 Mei merkwaardig;
Ten eerste, omdat wij daarin de waarschuwing vinden: âde keuze, die wij doen moeten, niet tot âeen verkiezingsstrijd te maken, met alle daaraan âverbonden machinatiën en operatiënquot;, welke waarschuwing afkomstig is van een Br/, die eenige weken later zelf rondreist ter bevordering van de verkiezing van den Prins.
Ten andere, omdat daarin âEen Mr.-. V.-. M.-. âdie niet schroomt voor zijn gevoelen uit te ko-âmenquot; maar inmiddels zijn naam verzwijgt, waarschuwt, dat indien Br.-. Noordziek niet gekozen wordt tot Gr.-.-Mr.-. JS'at.-. âonvermijdelijk daar-âdoor eene afscheiding zal ten gevolge hebben âvan de nu nog vereenigde Logesquot;.
Wij vermelden deze bijzonderheden, hoezeer van niet overwegende beteekenis, om den toestand der Orde te schetsen, zooals deze zich door het verloop van de crisis heeft geopenbaard.
Het is inmiddels 14 Mei geworden.
Te Utrecht wordt eene vergadering gehouden, tot voortzetting der besprekingen in de Rotter-damsche samenkomst gevoerd.
Aanwezig zijn 76 BBr.-. vertegenwoordigende 38 Loges.
Van de te Rotterdam genoemde candidaten hebben verscheidene bedankt. Overblijven de
18
BBiv. vau Diggelen, Noordziek en Sloet van de Beele.
Biv. Sauerbier verzoekt dat de candidatenlijst worde aangevuld met den naam van Br.-. Prins Alexander der Nederlanden.
Deze candidatuur, het eerst en het meest bespro-kon. wordt zwak verdedigd, krachtig bestreden.
Zwak verdedigd, door Br.-, van Spengler, die geene andere gronden aanvoert dan: 1°. dat de Prins / 1000 beeft âtoegezegd''' voor den bouw van de Loge âLouisa Augustaquot;', 2°. dat de Prins van oordeel is, dat de macjonnieke arbeid zich niet kenschetst door een vooruitstrevenden geest; 3°. dat de Prins het onma^onniek vindt dat er geene aansluiting bestaat tusschen het Nederlaadsch en Belgisch Groot-Oosten; 4°. dat de Prins zijn lidmaatschap van T Union Royale heeft nedergelegd, omdat hij terstond na zijne receptie gedesillusioneerd werd.
Ztoak verdedigd, door Br.-. Sauerbier die, toegevende dat de Prins weinig bekend is, meent dat hij, nu nog jong en onervaren op maponniek terrein, bijgestaan door kundige Bi3iv., evengoed als Br.-. Noordziek het Grootmeesterschap kan vervullen, en beter nog: âomdat wanneer de Prins âomringd werd door bekwame, vooruitstrevende âBBr.*., juist de Prins, als telg van het Oranje-âhuis, het vaandel zou kunnen zijn waaronder âwij allen ons scharen.quot;
Zwak verdedigd. Voorzeker. Geen andere dei-opgekomen 76 BBr.-. trad voor den Prins in het
19
krijt en de aangevoerde gronden gaven we getrouw weêr.
Hoe geheel anders is de bestrijding.
Br.-. Baud komt het eerst in het vuur.
In eene uitvoerige rede, die de aandacht van alle aanwezigen spant, ontraadt hij deze candi-datuur âten sterkste en met klemquot; en wel op de volgende vijf gronden:
âDe verkiezing van den Prins zou zijn in strijd met de âbeginselen waarop de Orde gegrondvest is; die verkiezing âzou zijn een ramp voor de Orde; die verkiezing zou niet âzijn in het belang van den Prins zeiven; die verkiezing âzou niet zijn in het belang van het vaderland; die ver-âkiezing zou de eenheid der Orde in gevaar brengen.quot;
Ons bestek gedoogt niet dat wij de argumenten alle weergeven en wij bepalen ons daarom tot de meêdeeling van de toelichting van het laatste motief; deze luidt aldus:
âGeen enkel plan is beraamd noch eenige bespreking âgehouden om te zeggen wat wij doen zullen, wanneer âwij opnieuw eene teleurstelling ondervinden. Geen ander âdoel staat ons voor oogen dan het belang der Orde; âzelfzucht en eigenbaat zijn ons vreemd. Indien velen âkort na hunne opneming in de Orde teleurstelling onder-âvonden, en desniettegenstaande toch zoolang leden der âLoge gebleven zijn, dan was het omdat hunne hoop op âde toekomst gevestigd was, en zij vertrouwen stelden âin het gezond verstand van de broederschap. Eene ânieuwe teleurstelling zou de eenheid verbreken en een âberoep op den band, die ons vereenigt, zou dan blijken âijdel te zijn. Ons eenig antwoord zou zijn: omdat gij âu bi] uwe keuze leiden liet door politieke redenen of âdoor maatschappelijken titel, hebt gij het belang der âOrde verwaarloosd en met voeten getreden; thans is
20
âhet te laat een beroep te doen op den band, die ons âvereenigt.quot;
De tweede attaque kwam van niemand min-dev dan van Br.-. H. Zeeman, die zegt:
âdat hij aanvankelijk ook gedacht heeft dat het prestige âvan de Orde zou worden verhoogd wanneer men een âVorst aan het hoofd plaatste, raaar Spr. is daarvan teruggekomen uit overweging, dat wanneer de Orde moet ârusten op een geleend prestige zij niets waard is, de âOrde moet dat prestige aan zich zelve ontleenen.quot;
âSpr. twijfelt geenszins aan de ingenomenheid van Br.-. âPrins Alexander met de Orde, maar een feit is het dat âde Prins, ondanks herhaalde uitnoodigingen, nooit de âLouisa-stichting heeft bezocht. Ieder Vrij metselaar heeft âliefde voor die instelling en daarom zegt Spr. dat de âeenvoudigste Leerl.-. V.-. M.-. die een halven gulden als âdonatie afstaat, hem meer waard is dan de man, die âhonderd duizend gulden van de natie ontvangt en geen âenkelen gulden afzondert voor de stichting.quot;
Br.*. Vaillant, de Voorz.-. Mr.*, die den Prins recipieerde, zegt dat de Loge âT Union Royalequot;, de Haagsche werkplaats waarin de Prins het licht zag, hem heeft opgedragen de candidatnur van Riv. Prins Alexander te bestrijden.
âOp zekeren dag, in Juni 1876, werd Spr. bericht dat âde Prins wenschte aangenomen te worden vóór het feest âvan Prins Frederik. Spr. heeft toen een onderhoud ge-âhad met Prins Alexander, waaruit bleek, dat, op dat âoogenblik, de Prins geen goed begrip had van hetgeen âde V.-. M.-. bedoelde. De Prins werd voorgesteld en ter âreceptie toegelaten, vervolgens werd de dag der receptie âbepaald. Twee dagen vóór de receptie ontving Spr. een âbrief van 's Prinsen adjudant, meldende dat de Prins van âzijn aanzoek afzag. Dit heeft geleid tot onderhandelingen met Prins Frederik en tot besprekingen met den âvoorbereider. Het bleek namelijk dat de Prins bevreesd
21
âwas dat hem vragen zouden worden gedaan, die hij niet âdadelijk kon of wilde beantwoorden. De Prins is toen âaangenomen. Gaarne wil Spr. gelooven dat de Prins terstond lastig is gevallen met aanvallen op zijn beurs, âmaar wie heeft die niet ondervonden? De Prins is âvervolgens in November 1876 bevorderd tot Gtezel en âMeester en gaf zijn wensch te kennen om lid te worden âvan de Loge. De Loge meende dat aan den Prins eene âplaats in het Oosten moest worden aangeboden en besloot âhem te benoemen tot Ged.-. Meester van Eer. â Prins âFrederik was Meester van Eer. Hij werd uitgenoodigd in âde Loge te verschijnen ten einde in die betrekking te âworden geïnstalleerd. De Prins nam die uitnoodiging aan, âmaar den dag te voren zond hij bericht dat hij niet ko-âmen kon wegens het overlijden van een zoon van den âPrins Von Wied. Herhaaldelijk is daarop de Prins ge-âvraagd te willen komen, maar eindelijk liet de Prins we-âten dat hij niet verlangde te komen, en verzocht hij dat âde Voorzittende. Meester met de beide Opzieners in het âPaleis wilden verschijnen om daar de installatie te verplichten. Spr. meende die uitnoodiging te moeten afwijzen âverklarende dat de plechtigheid in de Loge moest geschie-âden. De Prins bedankte voor het lidmaatschap der Loge. âToen- later Spr.-. het gebeurde aan Prins Frederik mede-âdeelde, heeft deze de handeling van den Reg.quot;.-Mr.-, volkomen goedgekeurd. Nu moge het waar zijn dat in de âlaatste maanden de belangstelling in de Orde bij Br.*. âPrins Alexander is ontwaakt, zeker is het dat de Loge ââl'Union Royalequot; daarvan nooit eenig blijk heeft onder-âvonden en dit doet de Loge niet veel vertrouwen stellen âin het opgewekt maconniek gevoel bij den Br.quot;. Prins âAlexander.quot;
Ieder die deze mededeclingen van Biv. Vaillant leest eu onbevangen oordeelt, zal toegeven dat zij deu indruk maken vau een historisch getrouw verhaal, en zal ook meenen, dat zij alle verdere bestrijding volkomen overbodig maakten.
22
Br.quot;. Prins, Voorz.-. Mr/, van de Loge âLouisa Augusta1'1 dacht daarover echter anders, toen hij den grond der verdediging, ontleend aan de toezegging van eene schenking aan zijne Loge, ontzenuwde door de opinei'ldng:
âindien dit wordt genoemd een blijk van belangstelling âin de Orde, dan ware liet te wensclien, dat die belang-âstelling ook vroeger ware betoond, nu komi ze wat laatquot;.
Ook Br.*, (jiallandat Huet, Voorz.*. Mr.*, van de Loge âVicit vim virtusquot; is van meening dat er nog meer is aan te voeren ter bestrijding van den Prins. Van hem vernemen wij aangaande de gezindheid in zijne Loge;
âDe kandidatuur van Br.*. Prins Alexander vond geen âbijval. Men was niet op de hoogte van al de bijzonder-âheden die hier zijn medegedeeld, maar in weerwil van âdie mindere bekendheid, waren er zeer krachtige stem-âmen die de kandidatuur van den Prins bestreden, om-âdat men zijne verkiezing noodlottig zou achten voor do âOrde.quot;
Dezelfde spreker zegt verder:
âDe BBr.-. oordeelden verder dat wanneer men een man âkiest van wien men weet dat hij behoort tot de krachtig vooruitstrevende partij, men dan gevaar loopt, dat âmen van zich afstoot de BBr.-. die deze richting niet âzijn toegedaan en dat men scheiding, splitsing en ver-âdeeldheid doec ontstaan.quot;
Wel mocht Br.*. Baud na dit debat zeggen :
âEigenlijk zijn er thans slechts twee serie use kandida-âten: Br.quot;. Noordziek en van Diggelen, want de kandida-âtuur van Biv. Prins Alexander is als geécarteerd te beschouwen.quot;
Aan het eind van de vergadering geeft Br.*.
23
Lieftinck aan den Voorzitter, Hiv. van Spengler. den broederlijken raad, dat deze als vriend van den Prins, dien Br. . alles mededeelt wat is voorgevallen en hem verder clit zegge;
âgij Prins staat te hoog ora op welke wijze ook door âdie profane magons iets lager te worden gezet, daarom âtrek uwe candidatuur in.quot;
Is dit wellicht de boodschap geweest, die Br.-, van Spengler, op 18 Juni, toen hij deelnam aan de geheime zitting van het Giv.-O.'., overbracht in een brief aan een Adjudant van den Prins?
Wij gelooven het niet. Zeker is het, dat, zóó die raad al aan den Prins gegeven is, deze hem niet heeft opgevolgd.
Doch, hervatten wij den draad onzer geschiedenis, door de vermelding, dat bij het scheiden van de zoo even beschreven algemeene vergadering het plan werd gevormd, om eene samenkomst te houden van leden der vooruitstrevende partij, tot het stellen van candidaten voor de betrekking vau Groot-Officier.
Aan dat plan werd onmiddelijk gevolg gegeven.
Een-en-twintig Loges waren in die samenkomst vertegenwoordigd. In korten tijd was men met de aanbevelingslijst gereed. Daarop waren gesteld voor Gr.*.-Mr.-. Nat.-. Br.-, van Diggelen, voor Ged.-. Gr. .-Mr.-. Nat.'. Br.-. Lieftinck of van Tets, voor Gr. .-Oftic/. de BBiv. Baud, van ICet-wich, Lewe Quintus, van Reijsen, Strenguaerts, Vaillant en Vas Visser.
24
Thans vangt eene periode aan, die wij het he-
keenngstijdperk zouden kunnen noemen.
Br.-. Korteweg, Voorz.-.-Mv.-. van de Loge: âde Edelmoedigheidquot; opent de rei, door, in eene circulaire dd. 22 Mei, welke aanvangt met de mede-deeling, dat hij verreweg de oudste Voorz.-.-Miv, is, te verklaren, dat het lange jaren zijn gevoelen was:
âdat het niet wenschelijk is, dat een Vorst, al is liet âin Nederland een Oranje-telg, als Gruot-Meester Nationaal âstaat aan het hoofd der Orde of wel als Protector aan âde Orde verbonden zij.quot;
Hij laat daarop volgen:
âNog op 4 Maart 1882 verdedigde ik persoonlijk met âkracht dat gevoelen in de Loge âde Edelmoedigheidquot; en ânu is mijne innige overtuiging, dat de keuze van Prins âAlexander der Nederlanden in den stand der zaken, thans âis in het belang der Orde, â van het Vaderland, â van âhet Huis van Oranje en van Hem zeiven.quot;
âOp Zaterdag 20 Mei 4.1. bracht ik zes uren onder vier âoogen en nog twee uren onder acht oogen met Hem door.quot;
Wie heeft dezen Voorz.-.-Miv. in de bedwelmende hoflucht gevoerd? Tot deze vraag is te meer reden als men weet, dat deze Br.-, was Groot-Offic.-. tijdens het bestuur van Prins Fre-derik, zoodat zijne jarenlange innige overtuiging was gegrond op ervaring, en nog wel eene ervaring ten aanzien van een Prins, hoog geacht en bemind ook door die BBr. â¢., die het Grool meesterschap van een Vorst voor de Orde zeer nadee-lig achtten.
De tweede, van wiens bekeering openlijk bleek.
was Br.-. Gallandat Huet, Voorz.-. van de Loge â Vicit Vim Virtusquot;, die per circulaire mededeelt, dat de teekenplank in dato 22 Mei van Br.-. Kor-teweg en het schrijven in dato 24 Mei van Br.-. Alexander aan Br.quot;. Vaillant, een âongewonen diepen indruk'''' heeft gemaakt op de BBr.-. van â Vtcit Vim Vtrtas'\ Verder lezen wij in deze circulaire.
âMen besloot, dat ik, de Eegeerende Meester, een gehoor âzou aanvragen bij Z. K. H. Dit geschiedde, en op denzelfden âavond seinde mij Z. K. H.: âHet zal mij hoogst aange-âânaam zijn, U, Regeerend Meester, morgen Vrijdag, ten ââhalf drie uur ten mijnen huize te ontvangen.quot; Op Vrii-âdag, den 26stcn dezer, sprak ik onzen .Mede Br.-., het onderhoud duurde ruim drie uren.quot;
âEerst toen zijn ook mij de oogen geheel opengegaan ; âik heb toen helaas! bespeurd dat men over Biv. Alexander gesproken had zonder Hem te kennen; ik heb de âovertuiging gekregen, dat de bezwaren tegen hem ingebracht, geen recht hebben van bestaan. En ik ben dauk-âbaar, dat onze werkplaats ten minste in staat is om te âoordeelen op goede gronden, en dat zij thans het recht âheeft eene overtuiging te bezitten.quot;
Uen volgenden dag verzond de Loge â Vicit Vim Virtus'quot; eene circulaire, houdende het bericht, dat zij met algemeene stemmen tot cand.-. voor de betrekking van Gr. .-Mr.-. Nat.-, heeft verkozen Br.-. Prios Alexander der Nederlanden.
De lezer wordt vriendelijk verzocht het zoo even meêgedeelde te vergelijken met hetgene boven werd aangehaald uit het door Br.-. Gallandat li net op 1-1 Mei te Utrecht gesprokene.
De derde eindelijk, die van zijne bekeering door
26
de pers doet blijken, is Br.-. H. Zeeman, Voorz.'.-Miv. van de Loge Ja Charitéquot;.
In een door hem geschreven brief, geplaatst in het Mac.'. Weekblad van 12 Juni, lezeu wij;
âVerscheidene BB.-, waaronder ik ook behoorde, hebben âZ. K. H. Prins Alexander beschuldigd van onversch1'-âligheid voor en van zeer weinig belangstelling in de âVrijmetselarij. Een langdurig onderhoud met den Prins, âheeft mii van mijne dwaling niet alleen overtuigd, maar âmij ook tot de kennis der waarheid gebracht, dat het âgeen ramp, maar een zegen zou zijn Br.-. Alexander als âG-.-. M.-. N.-. te mogen begroeten, omdat hij is een man âmet een helder hoofd en een warm hart voor alles wat âde Vrijmetselarij betreft; omdat hij is een man die deti âvooruitgang wil, zonder de oude vormen in eens dood âte slaan.quot;
Eene vergelijking van dezen brief met hetgeen de schrijver in de vergadering van 14 Mei te Utrecht heeft gezegd is niet geheel overbodig.
Meer bekeeringen zijn ter onzer kennis gekomen, doch laugs vertrouwelijken weg, waarom wij ons van het noemen van andere namen moeten onthouden.
Tot ons leedwezen zijn wij niet in het bezit van het schrijven, den 24 Mei door Hr. . Prins Alexander aan Br.-. Vailla.nt gericht.
Alleen weten wij uit het Mac.'. Weekblad van 5 Juni, dat de Prins zijn terugtreden mi âV Union Royalequot; heeft verklaard door te wijzen op het dilemma waarvoor hij was geplaatst;
âOpoffering van eigen inzichten en zelfstandigheid, op-âoffering van beginselen aan den eenun kant, of moeielijk-âheden met Prins Frederik, die hij hoogachtte en lief had, âaan den anderen kant.quot;
27
Den 8 Juni schrijft Br.*. Prins Alexander een open brief aan Br.-. Brouwer te Zwolle, waaraan wij het volgende ontleenen:
âHet behaagde u onder dagteekening van den vijfden âJuni 1882 g.-. s.-. mij schriftelijk het verlangen te uiten, âom van mij te mogen vernemen of ik de vooruitstre-âvende richting ben toegedaan.quot;
âIk voldoe gaarne aan dit verzoek, door uwe aandacht âop het navolgende te vestigen.quot;
âHet is u bekend, dat er hier te lande bij de Vrijmet-âselarij drie richtingen bestaan.quot;
âEene dezer laatsten is van oordeel, dat, met het oog âop de geschiedenis, grondslagen en strekking der Orde, âde behandeling van maatschappelijke, godsdienstige en âstaatkundige onderwerpen, in geopende Loge, niet kan âgeacht worden onder den Vrijmetselaars-arbeid begrepen âte zijn.quot;
âDeze richting is van meening, dat de behandeling van âzoodanige onderwerpen, de vrije werking der Orde hier âte lande in gevaar zal brengen.quot;
âDaartegenover staat eene andere richting, die wél in âgeopende Loge of in daartoe bestemde bijeenkomsten, âaan de leden der Broederschap, de vrijheid wil geven om âover maatschappelijke, godsdienstige en staatkundige onderwerpen te spreken, maar niet aan de Broederschap âhet recht wil verleenen, om over de zoo even genoemde âonderwerpen te mogen stemmen.quot;
âBij deze laatste richting sluit zich nauw eene andere âaan, die in zooverre van de vorige verschilt, dat bij haar âniet het minste bezwaar bestaat, aan de leden der Orde âhet recht toe te kennen, om in den Tempel of in bijeen-âkomsten, die daarmede eenigermate overeenkomen, over âde reeds meermalen vermelde onderwerpen te stemmen.quot;
âHet is eene behoefte van mijn hart, en ik verlangde ânaar het oogenblik u te kunnen mededeelen, dat ik mij âgeheel aansluit bij de beide richtingen, die aan de leden âder Orde het recht willen verleenen, om in geopende
28
âLoge over maatschappelijke, godsdienstige en staatkun-âdige onderwerpen te spreken. Daar het stemmen over âdeze onderwerpen eigenlijk een punt van ondergeschikt âbelang is. zoo zoude men het geheel aan dc verschilende âWerkpl.-. kunnen overlaten, om daaromtrent bepalingen âin hunne Huishoudelijke Wetboeken op te nemen,quot;
Verder lezen wij in dezen brief:
âMen zal mij niet van overdrijving beschuldigen wan-âneer ik doe opmerken, dat, indien men in geopende Loge âde gelegenheid geeft om eene vrije en onbelemmerde âgedachtenwisseling over maatschappelijke, godsdienstige âen staatkundige onderwerpen te voeren, vele verstandelijk âontwikkelde Broeders, die in den tegenwoordigen s'and âvan zaken de Tempels zijn ontvloden, in hunne vroegere âWerkpl.-. zullen terugkeeren, en het helder licht doen âschijnen op al hetgeen den mensch belangstelling en âgeestdrift inboezemt.quot;
Deze brief leert ons dus, dat de Prins was een beslist voorstander van de vooruitstrevende richting en dat hij aan het niet volgen van deze richting het verval der Orde toeschreef.
Toch werd deze Prins candidaat van de behoudende partij in de Orde.
De âStem uit het Oosten'''' zweeg, de âGenius der Orde''' verstomde, de âZanger'''' hing,zijn lier aan de wilgen
Br.-. Noordziek deed afstand van zijne candi-datuur ten behoeve van den Prins; Br.-. Vaillaut beantwoordde den brief van den Prins niet en eenige BBiv. trokken het land door om stemmen te winnen voor den Prins.
Wij hebben in ons bezit brieven van twee BBiv. van hooge maatschappelijke positie.
20
Tn den eenen, dd. 13 Juni, lezen we, ten aanzien van het ijveren voor den Prins: âquot;t Is bar âen eenig in zijn soort zulk kuipen en znlk reclameren.quot;
In den anderen, gedagteekend 15 Juni, staat woordelijk: âIk zie met genoegen uit uw schrij-âven, dat wij het volkomen eens zijn. Het woord âwal ge li] k door n gebruikt, is juist het ware âwoord, dat mij in de pen zat toen ik schreef, âmaar ik veranderde het in ellendig. Het is âwerkelijk walgelijk, te zien, hoe velen allen zede-âlijken moed missen.quot;
Het verkiezingswerk, aldus voorbereid, had op 18 Juni plaats. De uitslag was, dat Br.'. Alexander met 81 stemmen, tegen 62 op Br.-, van Diggelen tot Gr/.-Mr.-. Nat.-, werd gekozen. Bij de stemming voor Ued â . Gr.-.-Mr.-. Nat.-, verwierf Br.-, van Diggelen 86 stemmen, Br.-. Noordziek 52 stemmen.
Bij de eerste stemming voor Giv.-Ofifc.-. werden benoemd Br.-. Baud met 100, Brv. Lewe Quiutus met 99, Br.-, van Tets met 91, Br.-. Lieftiuck met 93, Br. . van Reijsen met 79 stemmen.
De BBiv. Baud en van Tets verklaarden dat het hun, na de benoeming van Br.-. Alexander, onmogelijk was die betrekking aau te nemen. Br.-. Vas Visser, die in herstemming kwam, verklaarde om dezelfde reden niet verder in aanmerking te willen komen.
Daarna werden tot Giv.-Offic.-. benoemd de
30
BBr.-. van Ketwich, Wiersma, Streugnaerts, Vail-laint en Coumans.
De slag was geleverd, maar de stryd niet ge-ei ndigd.
Den 7 Juli werd in de Loge â Willem Fredrikquot; met 36 tegen 4 stemmen de volgende motie aangenomen:
âDe Loge â Willem Fredrikquot;quot;
âoverwegende, dat de benoeming van Br.-. Alexander, âKroonprins der Nederlanden, tot Grootm.-. Nat.-., aan het âlicht heeft gebracht, dat een groot deel van het Nederl. âGroot-Oosten, op dit oogenblik bestaat;
â1°. uit mannen, die geen voldoend vertrouwen stellen âin het vermogen van het mag.-, beginsel en daarom âmeenen, dat aan dat beginsel kracht moet worden ge-âgeven door den naam van een vorst;quot;
â2°. uit mannen, die geen bezwaar hebben gezien in âhet aanprijzen van de candidatuur van een voorstander âder richting, door hen als gevaarlijk voor de Orde ver-âoordeeld,quot; en
â3°. uit mannen, die ongepaste middelen hebben gebezigd, tot bereiking van hun doel;quot;
âvan oordeel, dat die toestand de vraag wettigt:quot;
ââOf het Ned. Groot-Oosten eene gewenschte werkplaats .,âis voor hen, wien het alleen te doen is om, met eerlijke ââmiddelen, zonder beginselverzaking, en met ongeschokt ââvertrouwen in de deugdelijkheid van de grondslagen ââder Orde, te arbeiden aan het heil der Menschheid?quot;quot; âBesluit
âaan het Bestuur op te dragen, voorstellen te doen âomtrent de gedragslijn, door â Willem, Fredrikquot; te volgen.quot;
Nog bestond eenstemmigheid onder de leden van â Willem Fredrikquot;, die de vooruitstrevende richting waren toegedaan; alleen openbaarde a
31
zich verschijnselen, dat de opportuniteitsquaestie zou worden op den voorgrond gesteld.
Op Zondag 9 Juni had eene vriendschappelijke bijeenkomst in de omstreken van Arnhem plaats van BBr.-. tot de vooruitstrevende partij be-hoorende.
Nog herinneren we ons levendig die samenkomst. Zij werd gehouden in een bosch. Tegen de helling van een heuvel zaten de BBr.-.. Onderwerp van de beraadslaging was het voornemen tot afscheiding.
Een der tot Gr.-.-Offic.-. benoemden had beloofd te komen, maar werd verhinderd en kwam eerst aan den broederlykeu maaltijd.
Na ernstige en kalme bespreking werd besloten aan de BBr.-. Baud, Vas Visser, van Tets, van Cappelle, Barenbroek en Dijkmans op te dragen het plan van scheiding te overwegen.
Deze BBr.-. vergaderden den 17 Juli.
Het résultaat van hunne besprekingen werd weêrgegeven in een schriftelijk en gemotiveerd voorstel aan de Vereeniging: âEendracht maakt Machtquot;, welk voorstel werd onderteekend door alle leden der commissie, behalve door Biv. Barenbroek.
Dat voorstel heeft de strekking, om tot de stichting van eene zelfstandige Groot-Loge te geraken.
Die poging moet naar het oordeel van de onderteekenaars worden aangevangen, met het bedanken door de leden der Vereeniging: âEendracht
82
maakt Macht'quot; voor hun lidmaatschap van eene onder het Gr.'.-Oosten ressorteerende Loge.
Het voorstel zou worden behandeld in eene gecombineerde vergadering van de commissie van liedactie en van het Bestuur der Vereeniging.
Deze samenkomst kon niet spoedig plaatshebben, dewijl eenige leden hunne zomer-vacantie buiten de stad doorbrachten.
Zij werd daarom eerst gehouden op Zondag 3 September.
Den ochtend van dien dag of den avond te voren ontvingen de leden van de Vereeniging eene brochure, getiteld âOns standpuntquot; en het opschrift dragende ânamens de Redactie van het Weekblad.quot;
Uit dat stuk zien wij, dat de commissie van Redactie onder anderen heeft overwogen:
âZou een plan tot scheiding levensvatbaarheid hebben âen zoo ja, welke zouden daarvan de voordeelen zijn?quot;
âZiedaar de twee hoofdvragen waarover het debat liep. âAan de levensvatbaarheid werd door de meesten onzer âgeloofd; maar aan de opportuniteit door de meerderheid âniet; want hoewel wij in beginsel allen vóór scheiding âwaren, zoo zag de meerderheid in, dat althans nu de tijd âdaarvoor nog niet gekomen is. nu nog een zeer groot âdeel der Vrijmetselaars slaapt, een auder deel zich gaarne âbuigt voor een vorstelijken Br.-., en onder het klein ge-âtal, dat moed en opgewektheid genoeg heeft om zelfstandig te zijn, nog wellicht velen gevonden worden, âdie optimistisch genoeg zijn om te gelooven, dat langzamerhand de oogen van allen zullen worden geopend, âom mede te strijden tegen alles wat slecht is, om mede âte leven in alles wat goed is. Het kuddeke zou dus, âzoo was de gedachtengang der meerderheid, te klein zijn
33
âom iets tot stand te brengen en in isolement ligt toch âwaarlijk niet onzv krachtquot;
Zoo had dus de meerderheid van de commissie van Eedactie, vóór de gecombineerde vergadering, partij gekozen. Haar minderheid, de voorstanders van scheiding, sloten zich in deze samenkomst bij die meerderheid aan.
Dat onder deze omstandigheid de beraadslaging zonder vrucht bleef, behoeft niet gezegd.
Het voorstel werd ingetrokken.
Den 27 October werd de vergadering van de Loge â Willem Fredrikquot; gehouden, waarin het Bestuur zich zou kwijten van de opdracht in Juni ontvangen, om een voorstel te doen omtrent de gedragslijn door deze Loge te volgen. Dat voorstel, voorzien van de vereischte toelichting, luidt:
âDe Loge spreekt uit, dat zij eene afscheiding van het âNed. Groot-Oosten wenschelijk acht, mits uit een nader âin te stellen onderzoek blijke, dat die scheiding mogelijk âis, in dien zin, dat de Loge daardoor niet ophoudt in âbetrekking tot de Magonnieke wereld te staan.quot;
Warm is het débat, liet beginsel vindt slechts bestrijding bij een tweetal behoudende BBiv . De opportuniteit wordt, door verscheidene leden betwist, die meenen dat we gedurende een jaar den gang der zaken moeten afwachten.
Het voorstel wordt met eene kleine meerderheid verworpen.
Naar aanleiding van dit besluit, wordt, een paar dagen daarna, door acht van de elf Bestuurs-
34
leden, ontslag genomen bij een bi'ief, die de redenen van dezen stap verklaart en waarbij tevens wordt bericht, dat een deel hunner den arbeid ouder het Gr.â¢.-O/, der Nederlanden wenscht te staken.
Eenige dagen later geven de afgetredenen hunne betrekkingen aan hunne opvolgers over en nog denzelfden avond wordt besloten tot de oprichting van een onafhankelijk maronniek lichaam.
Dit lichaam constitueert zich onder den naam van: âNederlandsche Vrije Logequot;, door de vaststelling van zijne Statuten op 4 Januari 1883. Bij koninklijk besluit van den 14⢠dier maand wordt deze Loge als rechtspersoon erkend.
Een barer eerste handelingen is het verzenden van de volgende teekenpl.'..
Aan het Groot-Oosten der Nederlanden.
. W.-. Kr. S.\ H.-. Zr. Vr.
Hr. Er. Groot-Meester Nationaal, Zr. Ar. BBrr.
Groot-Officieren, Zr. Wr. BBrr.!
Wij hebben het voordeel het Gr.-. O.-, der Nederlanden mede te deelen, dat in het O.-, van Amsterdam een zelfstandig magonniek lichaam is opgericht, onder den naam van: âNederlandsche Vrije Logequot;. Deze vereeniging is als rechtspersoon erkend bij Koninklijk besluit van 14 Januari j.l. N0. 25.
De redenen, die de leden dezer Loge er toe geleid hebben zich van het G.-.0.-. der Nederlanden af te scheiden, worden gevonden in de oplossing die de meerderheid van het Gr. .O.-, op den 18den Juni j.l. heeft gegeven aan de crisis, ontstaan door het overlijden van Z. K. EL Prins Frederik der Nederlanden, eene oplossing die door de minderheid beschouwd werd in strijd te zijn met het belang en met de beginselen der Orde.
Met al den eerbied dien zij verschuldigd zijn aan het
85
doorluchtig geslacht van Oranje, zijn zij, die tot de oprichting der âNederlanclsche Vrije Logequot; het initiatief namen, toch sinds jaren overtuigd, dat het niet in het belang dei-Orde is een Vorst tot haar hoofd te hebben. Deze overtuiging vestigde zich bij hen en ontwikkelde zich gedurende het Grootmeesterschap van wijlen Z. K. H. Prins Frederik en werd vooral sterker toen er sprake was den aanstaanden Koning der Nederlanden tot de hoogste waardigheid in de Orde te verheffen.
Aanvankelijk scheen de groote meerderheid in de Orde die overtuiging te deelen, zooals duidelijk blijkt uit het verhandelde op de vergaderingen te Botterdam en te Utrecht. De uitslag van de verkiezing op 11 Juni j.1. heeft echter bewezen, dat vele Loges hare overtuiging hebben prijs gegeven onder den indruk van het prestige, dat de naam van Oranje steeds in Nederland zal oefenen.
Zij die thans de- Nederlandsche Vrije Logequot; vormen bleven echter een principieel bezwaar hebben tegen de verheffing van een Vorst en vooral van den aanstaanden Koning tot hoofd der O.-., en zij hebben daarom na rijp beraad besloten den Maconnieken arbeid onder het gezag van het Gr.-. O.', der Nederlanden te staken, om dien voort te zetten in eene van dat Gr.-. O.-, onafhankelijke Loge. Aan dit besluit is uitvoering gegeven. De âNederlandsche Vrije Jjogequot; is geconstitueerd en hare statuten, waarvan wij hierbij een exemplaar aanbieden, zijn door de koninklijke goedkeuring bekrachtigd.
Indien de omstandigheden ons hebben onttrokken aan het gezag van het- Giv.O.-. der Nederlanden: de broederband, die alle Vrijmetselaars vereenigt, is daarom niet verbroken. De âNederlandsche Vrije Logequot; stelt er prijs op dat er tusschen haar en alle onder het Gr.-. O.-, der Nederlanden resorteerende Loges de meest broederlijke verhouding tot stand kome; zij verzoekt daarom bij dezen het Gr.-. 0.-. der Nederlanden dezelfde vriendschappelijke en broederlijke betrekkingen met haar te willen aanknoopen als die waarin vreemde maconnieke lichamen zich mogen verheugen.
in afwachting van een gunstig antwoord op dit broe-
36
derlijk verzoek, hebben wij het voordeel te zijn met gevoelens van hoogachting en broederlijke toegenegenheid
H.-.Eerw â¢. Gr.-. M.-. Nat.-., Z.-.Achtb.-. BBr.-. Gr.-. Offlc.-., Z.-.W.-. BBr.-..
Uwe heilwenschende mede BBr.-.
O.-, van Amsterdam, Het Bestuur der
den 26 Januari 1883. âNederlandsche Vrije Logequot; G. VAS VISSER, Voorzr. Mr:. WILLIAM SMIT, Secr:.. 0. J. M. DUKMANS, Thes:..
Afdruk van deze teekenplank werd met e -n ex. van de Statuten aan alle Loges, onder het Groot-Oosten der Nederlanden ressorterende, verzonden.
Van de Statnten laten wij hier de hoofdbep.i-lingen volgen:
' Art. 1. De Neder landsche Vrije Logequot;, gevestigd te Amsterdam, een zelfstandig deel uitmakende van den Al-gemeenen Vrijmetselaars-Bond, stelt zich ten doel, overeenkomstig de beginselen van dien Bond, het geluk van het Menschdom te bevorderen.
Art. 2. De volgende beginselen maken den grondslag van hare handelingen uit:
1°. Erkenning van het gezag der objectieve, dat is positieve waarheid, als het eenig mogelijke uitgangspunt, tot gemeenschappelijke opsporing van alle andere waarheden.
2°. Erkenning van de wereldorde, dus van de natuur, als eenige voor ieder toegankelijke bron van kennis, daarom treedt zij niet buiten de grenzen van het waarneembare.
3°. Erkenning van de rechten die de mensch aan de natuur ontleent en van de plichten, welke daaruit voortvloeien, in de eerste plaats van het recht van bestaan en de plicht om dit te verzekeren.
4°. Erkenning van het recht van bestaan der Maat-
87
schappij en dus van de wederzijdsche verplichting der individuen.
5°. Erkenning van de noodzakelijkheid van den arbeid op stoffelijk, verstandelijk en zedelijk gebied, als het eenige middel tot verzekering van het gelukkig bestaan van den individu en van de Maatschappij. 6°. Erkenning van toerekenbaarheid van den individu en van de Maatschappij by het verzaken van plichten en van de strafbaarheid als noodzakelijk gevolg van die verzaking, met inachtneming van humaniteit en wijsheid.
Aet. 8. De Loge-arbeid bestaat in:
a. de beoefening der Magonnieke wetenschappen. h. de behandeling van vraagstukken, van welken aard ook, waarin de Mensch belangstelt en waarvan de oplossing invloed uitoefent op zijn geluk.
c. het aanwijzen der middelen, die, ter bereiking van het beoogde doel, al of niet met medewerking van anderen, zullen worden aangewend, hetzij door.de Loge in haar geheel, hetzij door hare leden individueel.
De overige bepalingen zijn van administratieven aard en laten we dus onvermeld.
De scheiding was nu een voldongen feit. Vielen twintig BBiv. waren tot de nieuwe Loge toegetreden.
Br. . Baud, tot Eere-Voorzitter benoemd, nam die opdracht welwillend aan.
Br.-. Baud, de gevierde Voorz.-. Mr.-, van een der ijverigste, meest geachte Loges, de tot Gr.-.-Offic.*. gekozen Br.*, die deze betrekking weigerde, hoewel zij hem werd aangeboden op eene wijze, te benijden zelfs door een Prins, sluit zich aan bij
38
de kleine schare van BBrv., die den moed hebben naar hunne overtuiging te handelen.
Deze BBiv., in het bewustzijn van hun goed recht opgetreden, zouden spoedig te weten komen, dat het hun als misdrijf werd aangerekend, dat zy, geplaatst voor het dilemma óf den Vrijmetselaars-arbeid voor goed staken óf dien voortzetten in een onafhankelijke vereeniging, het laatste gekozen hadden.
Den 9dc Februari 1883 leverde de Groot-Ceremoniemeester, Br.-. Coumans, eene aanklacht tegen hen in wegens âverzaking van den plicht van âgehoorzaamheid, hun door de Algemeene Wet âopgelegdquot;.
Op de uitnoodiging van het Collegie van Groot-Officieren tot het inzenden van eene schriftelijke verantwoording, wordt geantwoord dat dit Collegie geen recht heeft Vrijmetselaren ter verantwoording te roepen, die opgehouden hebben onder het gezag van het Gr.'.-O.-, te staan.
Een Gr.-.-O.-, van geschillen wordt ingesteld, dat bij vonnis van 13 Mei 1883 de vier en twintig aangeklaagde BBr.-. schorst voor den tijd van één jaar en ééne maand.
Niet onaardig is de vorm van de missive, waarbij die uitspraak aan ieder van de betrokkenen wordt medegedeeld. Deze brief, onderteek end door: Alexander Prins der Uederlanden, heeft tot aanhef: Z.'. A.\ Br.', en eindigt: âmet de meest br.-.lijke âgevoelens betuigen wij te zijn.quot; âUwe heilw.-. âMedebbr.-.quot;
39
Wij wenschen de aandacht gevestigd te zien op de omstandigheid, dat de teekenpl.*. van 18 Januari was gericht aan het Groot-Oosten, niet aan Groot-Officieren, die het er blijkbaar op toegelegd hebben het Groot-Oosten, dat den 17⢠Juni vergaderde, te stellen voor een voldongen feit.
Wij verlangen, dat ieder wete, dat nimmer onze brief van 18 Januari door het Groot-Oosten is beantwoord.
Wij willen hier openlijk verklaren, dat het onwaar is, dat Groot-Officieren na onzen brief eene poging tot herstel der eenheid hebben beproefd, zooals men heeft willen doen gelooven.
Onwaar, volkomen onwaar is dit bericht, al geven wij onvoorwaardelijk toe, dat zulk eene poging toen geen kans op slagen zou gehad hebben.
Rustig ging inmiddels de pNed.-. Vrije Logequot; haar gang. Den 9 Juni 1883 had, in het bijzyn van een aanzienlijk getal visiteurs, hare plechtige inwijding plaats, bij welke gelegenheid twee can-didaten werden gerecepieerd
Het feest werd geleid door Br.-. Baud en slaagde dus.
Of op den avond van dien dag boven het bekend locaal van Zomerdijk Bussink de Genius dei' Orde zweefde weten we niet. Zeker is het, dat geen der daar aanwezigen onder den indruk was van de weeklagende stem uit het Oosten. Even zeker, dat de bekende Zanger te vergeefs zou ge-
40
zocht hebben naar âOud-Tgt;ordtsche Broeders'quot;, indien bi} bet banket met zijne tegenwoordigheid had bevoordeeld.
Al den eerbied, dien wij voor den Genius der Orde hebben, belet niet, dat wij het voor hoogstwaarschijnlijk houden, dat hij, de daar aanwezigen bespiedende, een glimlach niet heeft kunnen onderdrukken, als hij bedacht, dat de vier en twintig, die daar met hunne talrijke vrienden, onder het genot van keur van spijs en fonkelenden wijn, broederlijk samen waren, in naam der menschheid waren veroordeeld om gedurende een jaar en een maand geen Vrijmetselaars-arbeid te verrichten.
Rustig ging de âNed.\ Vrije Loge'quot; haar gang; haar ledental nam toe en zij moedigde met al haar vermogen het plan aan om, nevens baar, eene â Tweede Vrije Loge'''' op te richten.
Dat plan werd verwezenlijkt. Den 4equot; Juni 1884 werd de , Tweede Nederlandsche Vrije Logequot; plechtig ingewijd en werden tegelijkertijd zeven can-didaten in den Bond opgenomen.
Ook deze plechtigheid werd bijgewoond door een flink getal visiteuren.
Zij werd dienstbaar gemaakt voor de aankondiging, dat beide Loges onder den naam van: r Nederlandsche Vrije Loge-Landquot; eene vereeniging hadden aangegaan, ten einde op de meest broe-
41
derlijke wijze samen te werken tot bereiking van het gemeenschappelijk doel.
Meenen wij hiermede de taak, die we ons stelden te hebben volbracht: het schijnt ons toe, dat we den belangstellenden lezer nog in kennis moeten stellen van een feit, met het oog op den tegenwoordigen toestand van de Nederlandsche Vrijmetselarij, niet geheel van gewicht ontbloot.
Br.*. Diemont van Dathar, Voorz.-. Mr.-, van de â Geldersdie Broederschap''1, nam namelijk in den afgeloopen zomer, in overleg met Br.-. Barenbroek, Voorz.-. Mr.-, van âWillem Fredrikquot;, het initiatief tot eene samenkomst van eenige BBr.-., ten einde âin engeren kring een paar gewichtige onderwer-âpen, de Orde betreffende, te besprekenquot;.
Die samenkomst had plaats op 9 September 1884:. Zy werd behalve door de twee genoemde BBr.-. bijgewoond door de BBr.-. van Lelyveld, Helder en Prins, respectievelyk Voorz.-. MMr.-. van de Loges âla Vertu\ âDeugd en IJverquot; qu âLouisa Augusta'''' eenerzijds en de BBr.-. Baud, Vas Visser, van der Ploeg en Dijkmans, respectievelijk Eere-Voorz.-., Voorz.-. MMr.-. en Ged.-. Mr.-, van de beide â Vrije Logesquot;, andeizijds.
Het onderwerp der bespreking was aan de laat-sten niet medegedeeld. Hun vermoeden, dat de veranderde toestand in het Ned. Ghv.-O.-., ten gevolge van het overlijden van Br.-. Prins Alexan-
42
der, aanleiding gaf tot het oproepen der samenkomst, werd bevestigd.
Verder bleek, dat de vijf Voor/.*. MJVhv. van Loges onder het Gr.-.-O.', ressorteerende, eene poging wenschten te beproeven, om tot herstel van de eenheid te geraken.
Van onzen kant is daarop eenparig gezegd, dat wij individueel bereid waren tot behandeling van elk onderwerp van ma^.-. belang, ook dat van een mogelijk herstel der eenheid, mits eerst worde gedempt de klove ontstaan door het niet beantwoorden van onzen brief van 20 Januari 1883.
Resultaat van de vergadering is geweest dat de vijf BBr.-., behoorende tot het Ned. Gr.-.-O.-., met eenparige stemmen hebben besloten ten spoedigste stappen te doen tot vervulling der voorwaarde door de leden der â Vrije Loges1'1 gesteld.
Uit de mededeelingen ter vergadering gedaan is gebleken, dat althans twee der Groot-Oftic waaronder de Groot-Redenaar, bekend waren met het voornemen tot het houden en het doel dezer samenkomst.
Bij teekenplank van 19 Sept.. dus 10 dagen na zoo even bedoelde samenkomst, bericht het Col-legie van Giv.-Offic.-. aan het Bestuur van de âNed.-. Vrije Logequot;, dat Br.-. Lieftinck, in zijne hoedanigheid van Groot-Redenaar, eene aanklacht heeft ingediend tegen de Vrijmetselaren, uitmakende
43
de zoogenaamde âNederlandsche Vrije Logéquot; en wel ter zake van het houden van receptie.
Qnintessens van het daarop onzerzijds gegeven antwoord is, dat de teekenpl.-. in het archief is gedeponeerd.
Daarop volgt gelijke kennisgeving aan ieder der leden individueel. Bij die kennisgeving vernemen wij (âZeer Achtbare Broedersquot;) dat Groot-Ofticieren âmet de meest br.-.lijke gevoelens betuigen te zünquot; onze âheilw.quot;. medebbr.-.1'
üe Br.-., die meent, dat zulk bedryf is âèewrrfe-âriny van het heil der menschheidquot;, noeme zijn naam.
Ik richt tot u het woord Biv. Coumans en tot Br.-. Lieftinck, die zijt opgetreden als aanklagers van de leden der âNederlandsche Vrije Loges.'quot; Vraagt gij mij Br.-. Lieftinck, met welk recht ik mij heb afgescheiden van het Ned, (ir.'.-O.-.â dan antwoord ik u met hetzelfde recht waarmee gij, eenige weken vóór de verkiezing van een Giv.-Miv. Nat.-., mij verklaardet, te zullen scheiden, indien Prins Alexander werd gekozen.
En vraagt gy Br.-. Coumans mij, met welk recht alle leden van de âNed.\ Vrije Logesquot; spotten met de door u uitgelokte vonnissen, dan antwoord ik u: met hetzelfde recht, waarmee een zoon vau de Catholieke kerk, by mijne aanneming in de Orde, op den 26 April 1864, in de Loge âde Ware Broedertrouwquot;, spotte met de tegen hem als Vrijm/. gerichte banvloek van Rome.
44
Ten slotte tot n een woord BBrv. met wien il in 188'J gestreden heb tegen de noodlottige ver kiezing, die oorzaak is van ons optreden.
Ik vraag u; Duldt gij nog langer dat aldus ook uit uwen naam, wordt gehiindeldl
O.*, van Amsterdam, 26 Februari 1885.