amp; ?!
VERSLAG
OVER DE
Wlt;E R K Z A A M H E D E IST
^0?
Lil
Ã
O/, Vi^N AMSTERDp,
sedert hare oprichting- tot ultimo F(â bruiari 1885 (p.*. s.'.).
Gedrukt tiij VV. U. VAN KELCKHOVEN. â AmsterOam.
â
VERSLAG.
OJi
/ff
VERSLAG
Li
OVER DE
W E R K Z A A M H E D E N
DER
b
IN HET
O;. Vp AMSTERDAM,
sedert hare opricliting' tot ultimo Februari 1885 (p.-. s.-.).
Gedrukt bij \V. II. VAN KELCK1IOVEX. â Amsterdam.
LEDENLIJST
VAN DE
J E D E PVL ANDSCHE ^ R IJ E j^OGE,
li ij ilen nniiuniig onu lief Jflnc.'. jiuit 58oö.
Contribueerende leden.
Mr. J. M. Baron BAUD, Arnhem.
H. B. BELDEK.
W. E. BOOM. I.
P. M. COCHIUS, Arnhem.
Z. DEEN1K. 11.
C. J. M. D1JKMANS.
Jhr. TH. A. G. DE GEER. 11.
A. DE HAAN. Baarn.
G. HARKEMA.
E. J. HEIJER.
J. B. JONAS.
J. JULSING. 11.
J. Th. C. KOOH.
H. F. KETTNER 11.
J. W. MEIJJES Jr.
HVL. ^
2
A. I/ESPÃRANCE VAN NULCK. 11.
Ds. J. VAN DER PLOEG, Veendam. If.
J. G. POUW Jr. I.
H. REIJSENBACH.
A. J. SAMUELS. II.
P. VAN SANTEN Nz.
P. C. SCHUIJMER. II.
WILLIAM SMIT.
H. J. SNIJDER.
J. L A. J. SPRENGER, Arnhem.
J. STAM.
J. C. STUIJT. I.
J. J. TIM Jr. II.
Jhr. J. H. VAN REIGERSBERG VERSLUUS, Watergraafsmeer.
G. VAS VISSER.
P. H. VORSTMAN Jr. II.
W. VAN DE WAAL. II
E. H. W ELS I NK.
Dr. K. Th. WENZELBURGER.
G. A. A. DUDOK DE WIT. II.
T. VAN DER ZEE, Enschedé.
Rustende leden.
J. A. BELDER. I.
J. A. BIENTJES. II.
C. V. GERRITSEN.
J. H. TROÃ1LLART VAN LOOKHORST. N. VOS.
3
Bestuur.
Aftreding.
Mr. J. M. Barok BAUD, Voorz.-. Mr/, van Eer.
C. J. M. DI.TKMANS, Voorz.-. Mr.-. '86.
H REIJSENBACH, Ged.-. Mr.. '8G.
.T. B. JONAS, le Opz.' tevens Thes.-. '87.
WILLIAM SMIT, 2quot; Opz.-. '88.
P. VAN SANTEN Nz.. Eed.-. '86.
Dr. K. Th. WENZELBÃRGER, Seciv. '87.
H. B. BELDEK, Arch.-. Bibl.-. '88.
Commissie van beheer van het Weezenfonds.
G. HARKEMA, Voorz.-. '80. C. A. A. DUDOK DE WIT, Penningm.-. '87.
H. J. SNIJDER, Secret.-. '88.
Commissie van onderzoek. P. VAN SANTEN Nz., Voorz.-. E. .1. HEIJER.
J. Th. C. KOGH.
J. W. MEIJJES Jr.
G. VAS VISSER.
Commissie van Receptie. H. B. HELDER, Voorz.-.
E. J. HEIJER.
H. F. KETTNER.
P. H. VORSTMAN Jk.
E. H, WELSINK.
'
O
t ïiiic
GEVESTIGD TE AMSTERDAM.
De âNederlandsche Vrije Logequot;, wier Statuten zijn goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 1-i Januari 1SS3, N1' 25, en
de âTweede Nederlandsche Vrije Logequot; wier Statuten zijn goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 4 Mei 1884, Nr 27,
beide gevestigd in het O.-, van Amsterdam,
gelijkelijk bezield met den wensch om op de meest broederlijke wijze samen te werken tot bereiking van het gemeenschappelijke doel,
hebben besloten onder den naam van: âNederlandsche Vrije Loge-Bondquot; eene vereeniging aan te gaan, welke geregeerd zal worden door de navolgende bepalingen:
Art. 1.
De Statuten van de beide Loges, zooals die bij de bovenvermelde Koninklijke besluiten zijn goedgekeurd, worden aangenomen als Grondwet van den Bond, met het gevolg dat daarin geene verandering mag worden gebracht dan met wederzijdsch goedvinden der Loges.
Overigens blijft de autonomie van elk der Loges volkomen gehandhaafd.
Art. 2.
Aan het hoofd van den Bond staat een Centraal Bestuur, gevormd door zes leden Meester-Vrijmetselaars, waarvan door elke Loge drie worden benoei
HVL
2
Jaarlijks, voor het eerst op den laatsten Februari 1885, treden, volgens een vast te stellen rooster, twee leden van het Centraal Bestuur af en wel van elke Loge een.
Het aftredende lid is niet herkiesbaar voor het volgende zittingjaar.
Akt. 3.
Aan het Centraal Bestuur is opgedragen:
1°. het bevorderen van eene krachtige samenwerking der beide Loges, zonder aan hare zelfstandigheid te schaden;
2°. het bevorderen van de stichting van nieuwe Loges en andere corporatiën, met het doel om zoodra mogelijk over geheel Nederland te verkrijgen een volledig organisme op den grondslag der beide Vrije Loges;
3°. het aanknoopen en onderhouden van vriendschapsbetrekkingen met andere Macjonnieke lichamen;
4°. al hetgeen verder, met wederzijds goedvinden van beide Loges, als tot zijne taak te behooren zal worden aangewezen.
Arï. 4.
Het Centraal Bestuur bepaalt hoe de werkzaamheden onder zijne leden zullen worden verdeeld.
Art. 5.
De Loges verbinden zich over en weder den steun en de hulp te verleenen, die in billijkheid kan worden gevorderd.
Akt. 6.
Het Reglement van het Weezenfonds, door de âNederlandsche Vrije Logequot; gesticht, zal binnen een jaar na dagteekening dezer overeenkomst gewijzigd worden in dien zin, dat beide Loges daaraan deelnemen.
Art. 7.
Het Centraal Bestuur zal van tijd tot tijd gecombineerde vergaderingen beleggen, bestemd tot het aanhooren van voor-
3
drachten en het bespreken van onderwerpen van algemeen belang.
Tot die vergaderingen hebben al de Leden, die den graad bezitten waarin gewerkt wordt, toegang.
Art. 8.
De Leden van beide Loges hebben over en weder recht van toegang tot de Receptie-, Feest- en Rouw-Loges, voor zoover zij de graden bezitten waarin gearbeid wordt.
Art. 9.
Op nader te bepalen tijdstippen, zoo mogelijk om de 14 dagen, zal eene bijeenkomst, aan gezellig samenzijn gewijd, gehouden worden tot nauwere kennismaking en versterking van den broederzin tusschen de Leden van beide Loges.
Art. 10.
Alvorens een candidaat voor den bond aan ballotage te onderwerpen, zul minstens 14 dagen te voren aan de andere Loge schriftelijk gevraagd dienen te worden of er harerzijds ook bezwaren bestaan tegen de toelating ter receptie, onder opgave van: naam, voornamen, beroep of ambt, woonplaats, dagteekening van geboorte en geboorteplaats.
Het antwoord â feiten behelzende â dat daarop mocht inkomen, zal aan de Loge vóór de ballotage moeten medegedeeld worden.
Is binnen den bepaalden tijd geen antwoord ontvangen, dan zal de Loge het er voor mogen houden dat bij de andere Loge geen bezwaren tegen de toelating bestaan.
Ten blijke dat hooger gemelde vraag is gesteld, zal door de betrokken Loge dadelijk schriftelijk mededeeling van de ontvangst van het schrijven worden gedaan.
Art. 11.
Ten aanzien van de affiliatie tot contribueerend lid â met uitzondering van het geval dat een candidaat bij zijne aanvraag om als Vrijmetselaar te worden aangenomen, den wensch heeft te kennen gegeven ook als contribueerend lid toe te
4
treden â zal op gelijke wijze gehandeld worden als in Art. 10 is vermeld. In de opgave zullen bovendien aangewezen moeten worden de graden die hij bezit, de data waarop en de Loge waarin zij verkregen zijn en de Magonnieke lichamen waarvan hij lid is geweest.
Art. 12.
Met goedvinden van de Loge waaraan is gevraagd of bij haar bezwaren bestaan die vóór de ballotage dienen overwogen te worden, kan, in spoed vereischende gevallen afgeweken worden van den bij Art. 10 gestelden termijn en vroeger tot de ballotage worden overgegaan.
Art. 13.
Door het Centraal Bestuur zal jaarlijks in de maand Februari verslag van zijne werkzaamheden over het laatst verloopen jaar aan de Loges worden gedaan.
Art. 14.
Deze overeenkomst treedt dadelijk in werking. Zij is verbindend tot tijd en wijle dat bij gemeenschappelijk overleg van het Centraal Bstuur en de beide Loges, verandering daarin wordt gebracht.
Aldus krachtens de besluiten der contracteerende Loges in triplo opgemaakt en onderteekend, den â 1 Juni 1884.
Het Bestuur der Het Bestuur der
âNed. Vrije Loge.quot; âTweede Ned. Vrije Loge.quot;
Gr._VAS VISSER, Dr. B. J. VAN DER PLOEG,
Voorz. Voorz.
Dr. K. Th. WENZELBURGER, E. Th. SHEETS,
Secr. Secr.
Sedert de brochure van Br.-, C. J. M. Dijkmans, âHet ontstaan van de Nederlandsche Vrije Loges'' liet licht heeft gezien en in maconnielce kringen verspreid is, kan zich de verslaggever over de werkzaamheden der âiW. Fr.-. L.'.quot; van de taak ontheven achten, nog eens in biizon-derheden te treden over de redenen, welke geleid hebben tot de afscheiding van het Groot-Oosten der Nederlanden door eenige Vrijmetselaars; het zal voldoende zijn te herinneren, dat 21 Broeders zich tot een âvrij magonnic-k lichaamquot; vereenigd en aan Br-. G. Vas Visser de samenstelling van een voorloopig comité van uitvoering opgedragen hebben.
In de eerste bijeenkomst, gehouden op 16 November 1882, werd Br.quot;. Vas Visser bij acclamatie tot voorzitter gekozen, die zijnerzijds Br.-. Dijkmans als thesaurier en Br.-. William Smit als secretaris aanwees. In dezelfde vergadering werd tevens een Commissie tot het ontwerpen van statuten benoemd, bestaande uit de BBr.-. Mr. J. M. Baron Baud, Dijkmans en H. B. Beldek. Tegelijk werd besloten alle acht dagen en wel Donderdags eene Algemeene Vergadering te houden, om met de voorbereidende werkzaamheden zoo spoedig mogelijk te vorderen.
Reeds in de vergadering van 28 December 1882 kon het concept der statuten worden rondgedeeld. Het âvrije ma-gonnieke lichaamquot; nam den naam van âNederlandsche Vrije Logequot; aan. In de volgende vergadering (-1 Januari 1883) werden de 17 artikels der statuten bijna onveranderd aangenomen en bij Koninklijk besluit van 14 Januari d. a. v. (N0. 25), dus tien dagen later werd, door goedkeuring dier Statuten, de erkenning als rechtspersoon verkregen.
4
Op 18 Januari 1883 werd de eerste Vergadering der ,,Nederl.\ Vrije Logequot; door den voorzitter plechtig geopend en Br.-. Baud bij acclamatie tot Eere-voorzitter benoemd. Aan het Groot-Oosten der Nederlanden en de verschillende daaronder ressorteerende Loges werden de statuten met een begeleidende teekenpl.' gezonden; hetzelfde geschiedde ook tegenover het kapittel der Oppergraden en de kamer van Administratie van de Afd.-. van den Mr/. Gr.-..
Zeer uiteenloopend was de indruk, door het optreden der âAr.-. Vr.'. Lr.quot; bij de overige Loges te weeg gebracht. Terwijl âKarei van Zwedenquot; in het O.-, van Zutfen onzen stap met van geestdrift glooiende woorden toejuichte, terwijl â Willem Fredrikquot; in het O.-, van Amsterdam den wensch uitte, in vriendschappelijke betrekkingen met ons te willen staan en den broederband niet te verbreken, namen andere werkplaatsen eene meer gereserveerde houding aan, zooals âConcordia Vindt Animosquot; in het O.-, van Amsterdam, dat eerst de beslissing van het volgend Gr.-.-O.-, wilde afwachten, of zooals âLa Vertuquot; te Leiden, welke werkplaats onze kennisgeving met een teekenplank beantwoordde, die van eene geheel onjuiste voorstelling der feiten uitging, zoodat het noodig werd geacht deze blijkbare vergissing door een afzonderlijk schrijven te rectificeren.
Er werd nu overgegaan tot verkiezing van een bestuur, â want het instituut van âofficierenquot; bestaat bij de Nedr. Vrije Logequot; niet â en daartoe werden benoemd;
G. Vas Visser . . tot Voorz.vMr.*..
C. J. M. Dijkmans. â Ged.-. Mr. ..
H. B. Beldek . . â Eerste Opziener.
A. de Haan ... â Tweede Opz.-. en tevens Thes.-..
P. van Santen Nz. â Redenaar.
William Smit . . â Secretaris.
H. Reijsenbach. . ,, Archivaris-Bibliothekaris.
In verschillende vergaderingen, gehouden in de maanden Maart en April 1883, werd het huishoudelijk regie-
ment behandeld, dat definitief in de vergadering van 26 April vastgesteld werd. Volgens art. 1 verleent de âN.-. Vr.\ L.\quot; geen andere graden dan die van Leerling, Med-gezel en Meester en de artt. 28 en 21 bepalen, dat de leden van het bestuur slechts gedurende drie achtereenvolgende jaren zitting kunnen hebben en dat een afgetreden bestuurder gedurende het jaar volgende op zijne aftreding niet als lid van het bestuur benoembaar is.
Eene bijzondere Commissie voor do benoodigdheden in eene open Loge bracht op 29 Maart rapport uit over hare werkzaamheden. Als kleur der Loge werd wie met rood aangenomen. Wat het ameublement betreft, zoo had de Commissie niet noodig van het haar verleend crediet een ruim gebruik te maken, daar het grootste deel van het beooodigde door geschenken van de BBiv. werd samengebracht. Eene der Zusters schonk een prachtig bewerkte banier.
In de Vergadering van 17 Mei 1883 werd het reglement voor de âCommissie van Onderzoekquot; en voor de âCommissie van Receptiequot; aangenomen.
Zoo zou eindelijk tot de plechtige opening en inwijding van de âNederl:. Vrije Logequot; overgegaan worden en deze had plaats op 9 Juni 1883, in het gebouw van de âMaat schappij tot Nut van 't Algemeenquot;. Br.-. Baud had bereidwillig de leiding der plechtigheid op zich genomen en 's middags 2 uur werden de poorten van den tempel geopend.
In een kernachtige, van geestdrift voor het door ons beoogde doel gloeiende redevoering, die, hoewel geruimen tijd de aandacht der BBiv. vorderende, dezen toch veel te kort voorkwam, schetste hij aan de hand der geschiedenis als roeping van onze Orde, de ontwikkeling van het menschdom tot een hoogeren trap van beschaving en veredeling, en toen hij de volvoering dezer taak aan de rol toetste, welke de Vrijmetselarij sedert langen tijd en meer bepaald in ons land gespeeld heeft, moest hij het treurig feit constateren, dat zij iu vele opzichten te kort geschoten is. Zij is hare roeping sedert langen tijd ontrouw gewor-
6
den, bijoogmerken werden van lieverlede de hoofdzaak en traden in de plaats van het oorspronkelijke doel. Uit zijne rijke ondervinding deelde Br.-. Baud feiten en bewijzen mede, die een treurig, vernederend licht werpen op de Orde en op de wijze, waarop de Koninklijke Kunst tot nu toe uitgeoefend werd. De Redenaar, alle hulde brengende aan den overleden Grootmeester-Nationaal, Z. K. H. Prins Pre-derik der Nederlanden, ziet de oorzaak van den stilstand, en wat. hier hetzelfde is, van den achteruitgang der Orde, in de tot nog toe gevolgde gewoonte, om steeds eenen vorst of een lid van het regeerend huis aan het hoofd te plaatsen. Bij de oprichting van de zoogenaamde Heilige Alliantie wisten de Europesche vorsten wel wat zij deden, toen zij een corporatie, die door hare organisatie en door hare middelen over groote krachten beschikte en een overweldigenden invloed kon uitoefenen, onder hunne persoonlijke voogdij stelden; in vele Staten lieten de Loges het zich welgevallen, dat de bespreking van alles, wat staatkunde en godsdienst betrof, zorgvuldig uit den tempel geweerd werd; de hoogwaardigheidsbekleeders poogden de rol van hovelingen te spelen en men heeft gezien, hoe vrije en door hunne positie in de maatschappij onafhankelijke mannen in dezen bedwelmenden dampkring hunne zelfstandigheid van denken en handelen opofferden aan de kans om een vriendelijk woord van vorstelijke lippen te hooren. Deze corruptie moest zich, het kon trouwens niet anders, ook in de lagere spheren der Orde verspreiden; de Loges werden aan onzichtbare banden gelegd, iedere vrije . uiting van gedachten, zoo niet geheel onderdrukt, dan toch met zeker schouderophalen bejegend en alle zelfstandigheid van begin af gesmoord. Om de Orde weder tot datgeen te maken, wat zij volgens hare roeping zijn moet, dient met den tegenwoordigen sleur gebroken te worden. Wordt daartoe niet slechts een cordaat besluit, maar ook een zekere moed vereischt, en zijn de opofferingen, voor dit doel noodig, voor menigeen naar gelang van zijne positie in de maatschappij niet onbelang-
rijk, â des te grooter zal dan ook de verdienste en des te streelender het bewustzijn zijn, het werkelijk goede en edele niet slechts gewild, maar ook ten uitvoer gelegd te hebben. Dit is de roeping der â Nederl â . Vrije Logequot;, zij kan en moet de zuurdeesem worden, die het afgeleefd lichaam der Orde doordringt en haar een nieuw leven geeft.
Nadat Br.-. Baud deze gedachte in woorden, alleen hem eigen, ontwikkeld had, ging hi] over tot de wijding van den Tempel en het zal zeker voor ieder, die tegenwoordig was, een overweldigend, onvergetelijk oogenblik geweest zi]n, toen hij, nadat zich de broederkring gevormd had, alle onedele hartstochten uit den Tempel verbande en hem wijdde als heiligdom der broederliefde, waar eendracht en samenwerken de leus van iedereen moet zijn.
Hierop werd tot de receptie van twee duisterlingen overgegaan, doch niet vóór dat de voorzitter hunne aandacht er op gevestigd had, dat zij, eenmaal door de âNed.-. Vrije Logequot; gerecepieerd en tot haar toegetreden zijnde, voorshands geen kans hadden, om door het Groot-Oosten en de andere Loges als Vrijmetselaars erkend te worden. Een dezer duisterlingen was de jeugdige zoon van een lid van het bestuur, en het was een even plechtig als aandoenlijk oogenblik, toen de vader zijnen eigen zoon het eerst den broedernaam gaf. De andere candidaat was een man van meer gevorderden leeftijd en de âNederlr. Vrije Logequot; mocht zich geluk wenschen, een lid, dat volgens zijne profane betrekking â hij is Doopsgezind predikant - tot de meest ontwikkelde klassen der maatschappij behoort, te mogen aannemen. In een goed, weldoordacht bouwstuk van Br.-, van Santen, werden de nieuwelingen en de aanwezigen nog eens en meer in het bijzonder op de reden van onze afscheiding gewezen. Tal van visiteurs uit werkplaatsen van Amsterdam en van andere Oostens van het land, woonden de plechtigheid bij, die door een gemeenschiippelijk maal in het lokaal van Zomerdijk Bus-sink gevolgd werd, waar menig hartelijk woord en wensch voor de toekomst der ,,Nedvrl.\ Vrije Loge gehoord werd.
8
Niet onvermeld mag blijven dat verschillende BBiv. van talent, hoewel geen leden, met de grootste welwillendheid en geheel belangeloos hunne medewerking bij de inwijding onzer werkplaats verleend hebben.
En deze verwachtingen werden niet teleurgesteld. Wel is waar. schenen zware onheilspellende onweersbuien zich boven ons hoofd te verzamelen; iedereen kent de aanklacht door Br.-. Cousians tegen ons ingediend, en het vonnis van het Gr.-.-O.-. van geschillen van het jaar 1883, waardoor wij voor één jaar en ééne maand geschorst werden; iedereen weet echter ook, dat wij geen gelegenheid lieten voorbijgaan, om de onrechtvaardige tegen ons ingebrachte beschuldigingen te wederleggen, dat wij herhaaldelijk de plechtige verklaring aflegden, dat wij Vrijmetselaars zijn en blijven wilden, dat wij niettegenstaande onze afscheiding even goed als andere Loges het recht hadden, voor het geluk en het welzijn der menschheid op de ohs meest passende wijze te werken. Dit mocht echter niets baten; omdat wij de misdaad begaan hadden, onze meening nopens de verkiezing van Prins Alexander tot Grootmeester-Nationaal niet zoo op eens, over boord te werpen, omdat wij niet, gelijk de meeste Katholieke bisschoppen op het concilie van 1870, bereidvaardig het âsacriflcio del intellectuquot; brengen konden, was ons bestaan in de oogen der meeste werkplaatsen âonwettigquot;, ârevolutionairquot; en ten hoogste af te keuren. Dit weerhield echter andere Broeders niet, van de aan hen gerichte uitnoodiging, om gezellige avonden of recepties der âAV. Vr:.L.\quot; bij te wonen, een ruim gebruik te maken. Was het ons ontzegd, den drempel van eene onder het Gr.â¢.-O.-, der Nederlanden ressorteerende Loge te overschrijden, â wij stelden onze poorten voor alle Br.-. Vrijmetselaars wijd open en allen wer len op even hartelijke als broederlijke wijze ontvangen.
Om tegenover de buitenwereld te toonen, dat wie hot doel wil, ook de noodige en geoorloofde middelen moet gebruiken, werden groote inspanningen, zoowel van de Loge zelfs, als van enkele leden gevorderd. Het was in de eerste plaats
9
zeker geen kleine voldoening voor ons, dat in de mag.-, ver-eeniging âEendracht maakt Machtquot; â wier orgaan âWeekblad voor Vrijmetselaarsquot; ons optreden in het begin niet altijd met welwillende oogeu zag, â ten gevolge van bijzondere omstandigheden, onze richting de bovenhand kreeg en dat van dit oogenblik af het genoemd weekblad voor onze principes in de bres sprong en steeds een onvermoeide kampvechter bleef voor alles, wat den vooruitgang op maconniek gebied bevorderen kan. Tegelijk zag do âNederlr. Vrije Logequot; hot getal harer leden van maand tot maand toenemen, hetzij dat ÃBiv. uit andere Loges tot ons overgingen, of dat anderen, die sedert langen tijd geen actief deel meer aan maconnieke werkzaamheden genomen hadden, zich onder onze banier schaarden, om het lang gestaakte werk te hervatten. Van ieder, die aan de ,,Necl. Vrije Logequot; de aanvraag rich te, om als contribueerend lid te worden opgenomen, werd, zoover hij bij het Nederl.-. Groot-Oosten behoorde, opgave van de redenen gevraagd, die hem er toe geleid hadden om die vereeniging te verlaten, en doorgaans was schering en inslag van alle antwoorden: Teleurstellingen in deze of gene werkplaats ondervonden, onvoldaanheid met hetgeen gedaan of gelaten werd en de wensch, om eens in een andere omgeving zijne krachten te beproeven.
Onder zulke aanmoedigende omstandigheden was het niet te verwonderen, wanneer het denkbeeld, eene Ticeede Ned.'. Vrije Logequot; op te richten, op het tapijt gebracht werd en ook aanstonds de volle sympathie onzer Loge wegdroeg. Toch bleef het voorshands bij gedachten wisselingen tusschen enkele broeders en ook toen in de vergadering der âNed.\ Vrije T^ogequot; van 21 Pebr. 188i een brief van â1'Union Fraternellequot; voorgelezen werd, waarin onze werkplaats uitgenoodigd werd, eene commissie van 3 leden te benoemen tot deelneming aan eene bespreking over de wenschelijkheid van de oprichting eener Tweedo Groot Loge in Nederland, â kwam het denkbeeld de uitvoering geen stap naderbij, hoewel het plan, eene Tweede
10
Ned.-. Vrije Loge in Amsterdam te stichten ook in de vergadering âl'Union Fraternellequot; grooten bijval vond. Eerst toen op 20 Maart 1884 Br.-. E. Th. Sheets in dc vergadering der âN.\ F/v. L.-.quot; toegelaten werd en daar mededeelde, dat een zevental BBiv. MMr.-. Vrijmetselaars besloten hadden tot de stichting van een cweede Loge over te gaan, en nadat tusschen het Bestuur der âN.-. Fr.-. L.\quot; en die BBiv. eene comparitie had plaats gehad, was de zaak beklonken; op denzelfden avond werd eene Commissie, bestaande uit de BBiv. Dijkmans en Sheets benoemd, om eene overeenkomst te ontwerpen die den grondslag zou leggen voor een te vormen centraal-bestuur van de beide Loges. Het hoeft nauwelijks vermeld te worden, dat de Algemeene Vergadering der .,Ned.-. Fr.-. L.-.quot; deze heugelijke gebeurtenis met blijdschap begroette ; Br.-. Vas Visser, Br.-. Dijkmans en Br.-. Beldek werden tot leden van het centraal-bestuur gekozen, en op 3 Juni 1884 werd de overeenkomst met de âTweede Ned.\ Vrije Logequot; in eene buitengewone vergadering bekrachtigd. Reeds den volgenden dag (-4 Juni) werd in het gebouw der âVrije Gemeentequot; de Nieuwe Loge plechtig geopend en door den voorzitter der âN.\ Fr.-. L.\quot; ingewijd, terwijl aan negen duisterlingen (drie van de V.-. Fr.-. Lr.quot; en zes van de âTiveede Ar.-. Fr.-. Lr.quot;) het licht werd gegeven. Br.-. Vas Visser en Br.-. Dijkmans werden bij deze gelegenheid om hunne verdiensten, die zij zich voor het tot stand komen der Zusterloge verworven hadden, tot Meesters van eer benoemd, eene onderscheiding, welke door de â Nr. F-. Lr.quot; op hoogen prijs gesteld werd. Ook op dit feest waren talrijke visiteurs uit verschillende werkplaatsen van Amsterdam verschenen. Volgens art. 9 der statuten van het âfrije Loge-Bondquot; gevestigd te Amsterdam, hebben om de 14 dagen gezellige bijeenkomsten van de leden der beide Loges plaats.
De gelegenheid, om ons bestaan en onze richting tegenover de buitenwereld te doen gelden, zou zich kort daarop voordoen.
11
De 10 Juli 1884, de dag, op welken 300 jaren geleden Prins Willem van Oranje voor de vrijheid van het Neder-huidsche volk zijn leven liet, moest ook in magonnieke kringen op waardige en indrukwekkende wijze herdacht worden. Met de bekende welwillendheid had, âKarei van Zwedenquot; ons op de hoogte gehouden van al hetgeen daaromtrent zoowel bij het college van Gioot-Offlcieren, als bij andere Loges, n.1. âSilentiumquot; te Delft, besloten en voorgesteld was geworden. Het spreekt van zelfs, dat de twee Vrije Loges reeds om hare verhouding tot het Groot-Oosten, aan eene herdenking van dien dag tegelijk en in vereeniging met andere magonnieke lichamen in het land, niet konden deelnemen; er bleef daarom niets over, als uit eigen initiatief en wel te Amsterdam zelfstandig op te treden. Er werd dus in de vergadering van 2G Juni 1SS4 besloten, in het gebouw der âVrije Gemeentequot; de gedachtenisviering te houden, den toegang niet enkel voor alle BBiv. met hunne Dames, maar ook voor niet-maQons open te stellen en den bekenden schrijver H. de Veer, uit te noodigen de feestrede te houden. Dit gebeurde, een talrijk publiek vulde de zaal, de redenaar wist door eene boeiende en treffende redevoering de toehoorders tot geestdrift op te wekken en de Nederland-sche â ^rije Loye-Bondquot; had reden, om met het in alle opzichten welgeslaagde feest te vreden te zijn.
Wat de werkzaamheden der âN.-. v.'. L.\quot;, meer bepaald de taak aan Bestuur, Vergadering en de verschillende Gommissiën opgedragen betreft, zoo moet in de eerste plaats genoemd worden hot door haar opgerichte Weezenfonds en er zal zeker geen beter middel zijn, om tot de kennis van hetgeen tot nu toe op dit gebied gedaan is, te komen, dan indien wij een gedeelte van het eerste verslag der Commissie van dat Ponds in hoofdzaak overnemen ;
,,A! spoedig nadat de âNederlandsche Vrije Logequot; de Koninklijke goedkeuring had verkregen, ontsproot bij onzen Voorz.-. Mr.-, de gedachte, dat het der Loge een eerste
12
plicht moest zijn de fondamenten te leggen van eene instelling, wier fondsen dienstbaar gemaakt moesten worden voor de opvoeding der nagelateno weezen van Broeders Vrijmetselaren.
âDeze gedachte werd algemeen tosgejuicht en in dezelfde vergadering, waarin onze Voorz.-. Mr-, het vorenbedoelde had te kennen gegeven, werd besloten tot stichting van een Weczenfonds, terwijl over den aard der verpleging geen besluit werd genomen, maar eene Commissie benoemd, die de leden der Loge in een volgende vergadering zou voor lichten en dus een onderzoek instellen naar de beste wijze van verpleging.
âIn een uitvoerig en gemotiveerd rapport heeft die Commissie hare denkbeelden omtrent de verschillende wijzen van verpleging uiteengezet en mocht zij het genoegen smaken, dat de vergadering met algemeene stemmen zich verklaarde voor het door haar gedaan voorstel om de wee-zen, die aan de zorg van de âNederlandsche Vrije Logequot; zouden worden toevertrouwd, in het huisgezin te verplegen.
âNa dit besluit werd door het bestuur een reglement voor het Weezenfonds ontworpen, dat in de vergadering van den 24 en Mei 1883 werd vastgesteld. Een van de leden der Commissie, die het onderzoek naar de beste wijze van verpleging geleid heeft en veel heeft bijgedragen tot de samenstelling vaneen grondig rapport, werd ons in Februari 1883 door den dood ontrukt en werd dat ingaan in het eeuwig O.-, van Biv Beudt door alle leden van onze Loge betreurd, niet het minst door zijne medeleden in de Commissie, die met hem werkzaam geweest waren. Maar de geest van onzen onvergetelijken Br.-, leeft voort in zijne edele weduwe. Mevr. Bküdt, want reeds herhaalde keeren werd de kas van het weezenfonds door haar rijkelijk bedacht en zij deed dit âter eere en in den geest van haar overleden manquot;. Wij kunnen niet nalaten, ook bij deze gelegenheid de edele geefster onzen warmen dank uit te drukken.
âNa de vaststelling van het reglement werd, overeen-
13
komstiï nrt. 52 onzer Statuten, een permanente Commissie gekozen, hes taande uit de BBr â¢. J. B. Jonas, H. J. Snijder en T. van der Zee en van af dat oogenblik kon het Wee-zenfonds beschouwd worden als te zijn geconstitueerd.
âAllerminst had de Commissie bij hare benoeming vermoed, d.it haar werkkring over het afgeloopen jaar van dien aard zou zijn, als het verslag zal aangeven ; veeleer had zij verwacht, dat die eerste tijdkring, waarover haar beheer zou loopen, hoegenaamd geen afwisseling van werk zou aanbieden; maar terwijl meermalen vermeerdering van werk de leden eener Commissie onaangenaam stemt er men aan den wrevel daarover in de jaarverslagen lucht geeft, zoo wenscht de Commissie hier en in dit geval met vculruk t,c conshiteeren, dat die niet verwachte werkkring voor haar een aangename en welkome taak is geweest, want liet Weezi'u/oiuls van de Nederhntdsche Vrije Logequot; heeft daardoor reeds het eerste jaar van zijn bestaan aan zijne roeping kunnen beantwoorden.
âIn een der vergaderingen door onze werkplaats, gehouden in de maand October van het jaar 1883, deed Br.-. T. van der Zee het mondeling verzoek, dat de âNederlr. Vrije Logequot; zich het lot mocht aantrekken van den wees H u i b e r t M a i d m a n, interne op de Machinistenschool te Amsterdam, geboren den 1 Februari 1867 te Soepayang (eiland Sumatra), wiens vader â in gee)ie betrekking tot onze Loge staande, kind der Loge â Mat a Uariquot; in het O.-, van Padang, in welke Loge hij achtereenvolgens de drie mag.-, graden had verkregen en laatstelijk de betrekking-van Officier bekleed â tijdens zijn verlof in Holland den 19 September 1883 te 's Gravenhage was overleden, on verzorgd nalatende drie zonen, waarvan Huibertde tweede was.
âDe Voorz.-. Mr/, die in beginsel het verzoek van Br.-. van der Zee ondersteunde â en met den Voorz.-. Mr.-, alle BBr.-. ter vergadering aanwezig â moest evenwel, opgrond van het Reglement, dien Br.-, verzoeken zich met zijn verzoek te wenden tot de Commissie van het Weezenfonds.
âDaaraan heeft die Br.-, voldaan, doch toen de Commissie
14
kennis had genomen van het verzoek, stuitte zij op de zwarigheid, dat volgens art. 4 geen hulp mocht worden verleend, zoolang het vaste kapitaal minder dan Æ 1000 bedraagt, wat inderdaad op dat oogenblik het geval was.
âMaar spoedig was daarin voorzien; de leden onzer Loge overtuigd dat een reglement, voor eene instelling als het Weezmfonds, slechts vastgesteld wordt om het leidend beginsel aan te geven waarin gewerkt moet worden en dat buitengewone gevallen buitengewone maatregelen noodzakelijk maken, wilde eens Broeders kind om dat artikel 4 niet van zich afstooten en legde, door het vrijwillig storten van een bedrag groot Æ 200, uitsluitend met bestemming voor den wees H. Maidman, voor de Commissie de brug over art. 4, waardoor zij zonder wetsverkrachting van artikel 3 naar 5 kon marcheeren.
âAlsnu diende zij een gemotiveerd voorstel in bij het bestuur, lettende op de door de Commissie aangegeven motieven tot ondersteuning van het verzoek van Br.-, van der Zee, de algemeene vergadering gaf hare volledige goedkeuring en was alzoo de wees Huibebt Maidman kind der ..Nederl.-. Vrije Logequot; geworden.quot;
Voor het jaar 1884/85 verwijzen wij naar het hier bijgevoegd verslag.
Van niet minder algemeen belang achtte de âN.\ V.\ L:.quot; de ondersteuning van de âvereeniging voor Huisvlijtquot; alle leden traden tot deze vereeniging toe met het gevolg, dat onze Loge in het Bestuur vertegenwoordigd is.
Spoedig zou de gelegenheid zich voordoen, om pogingen in het werk te stellen, om het stelsel van âHuisvlijlquot; op groote schaal in toepassing te brengen. Toen gedurende de laatste maanden van het jaar 1884 werkeloosheid en nood onder den werkenden stand begon toe te nemen, zoo dat de publieke liefdadigheid moest ingeroepen worden, werd in de vergadering van 26 November 1884, door Br.-. Dijkmans de vraag opgeworpen, of de Loge op dit gebied niets doen kon, daar het wel de moeite
waard was, hier iets te presteren, en Br.-. J. Stam, die reeds vroeger op een der gezellige avonden een zeer belangrijke voordracht over huisvlijt met practische demonstraties gehouden had, stelde al dadelijk voor, het stelsel van huiswerk toe te passen, om op deze wijze aan het noodlijdende volk werk te verschaffen.
Er werd vervolgens in de Vergadering van 24 December een commissie benoemd, om het voorstel theoretisch en practisch nader uit le werken en later verslag uit te brengen. Dit gebeurde ook in de Alg. Vergadering van 12 Febr. 1885 en men vereenigde zich toen met de motie: âdat onderwijs in huisvlijt en kleine industrie een der middelen i*, waardoor werkeloosheid op den duur kan ioorden beslreden.quot; De vroeger benoemde commissie werd permanent verklaard en zij zal weldra met de resultaten door haar verkregen voor den dag komen.
Niemand, allerminst een Vrijmetselaar, mag het oog sluiten voor het meer en meer op den voorgrond tredend sociaal vraagstuk en al schieten ook de krachten van individu's en vereenigingen, voor de praktische oplossing van de eene of andere kwestie misschien te kort, zoo is toch reeds veel gewonnen, wanneer voor ieder de gelegenheid geopend wordt, op de hoogte te komen van hetgeen in de tegenwoordige maatschappij in dit opzicht omgaat. Op het einde van het jaar 1888 werd naar aanleiding van een door Br.-, van der Zee over de sociale kwestie gehouden voordracht eene zeer belangrijke discussie gevoerd en het is zeer te betreuren, dat het door een der BBiv. geopperd denkbeeld, om door eene autoriteit op staatshuishoudkundig gebied openbare voordrachten te doen houden en daardoor gezonde denkbeelden over hot organisme van het maatschappelijk leven in wijde kringen te verspreiden, door verschillende redenen nog niet kon uitgevoerd worden. In een andere bijeenkomst, waaraan ook door de leden der âTweede Nederl.'. Vrije Logequot; deelgenomen (9 October 1884), werd over de pers en over de vraag gesproken, of de Vrijmetselarij op haar gehalte invloed diende uit te
16
oefenen, en in eene latere voor alle BBiv. Vrijmetselaars toegankelijke Vergadering (gehouden in Eensgezindheid) werd het algemeen stemrecht behandeld in verband met de vraag, of de invoering er van in het belang der alge-meene beschaving wenschelijk is? Het hoeft nauwelijks gezegd te worden, dat, al hebben zulke discussies ook een zuiver theoretisch karakter, toch de onderlinge wisselingen wrijving van gedachten en de uiting van verschillende dikwijls lijnrecht tegenover elkander staande denkbeelden aan de aanwezigen niet slechts een genotrijken avond verschaffen, maar dat zij niet anders dan hoogst vruchtbaar en leerzaam zijn kunnen, ten minste ieder tot nadenken aanspooren moeten. Dat de âJSfederl.-. Vrije Logequot; in dit opzicht zoo wel aan hare leden, als ook aan andere BBiv. alles tracht aan te bieden, wat in liet belang harer krachten gelegen is, bewijst de kunstbeschouwing, die door een harer leden, Br.-. C. A. A. Dudok de Wit, met zijne rijke verzameling van teekeningen gegeven werd, verder de reeds genoemde voordracht van Br.-. Stam over huisvlijt, vooral echter een hoogstbe-langrijke, met groote zorgvuldigheid uitgewerkte redevoering van Br.-, van Santen over de historische ontwikkeling der goudsmeedkunst. Laten wij eindelijk nog aan twee genoegelijke buitendagen herinneren : de samenkomst op den Wageningschen berg op 14 Oktober 1888 met BBiv. uit Arnhem, Zutfen en Wageningen, en het gemeenschappelijk uitstapje op 13 September 1884 naar Driebergen en omstreken, van welke twee gelegenheden door vele Broeders gebruik werd gemaakt.
Wat de veranderingen in het Bestuur betreft, zoo moesten volgens den opgemaakten rooster in het eerste jaar, dus ultimo Februari 1884, aftreden: de BBiv. Helder en William Smit. Zij werden vervangen door de BBiv. J. B. Jonas, die als 2e Opz.-. en Dr. K. Th. Wenzelbuköer, die als Secretaris optrad, terwijl Br.-. A. de Haan, tot dusver 2e Opz.-., tot lste Opz.-. benoemd werd.
Ultimo Febr. 1885 waren aan de beurt van aftreding:
17
de BBiv. Vas Visser en de Haan. In plaats van den eerste werd als voorz.1. gekozen de Gedep.-. Mr.1. Br.-. Dijk-mans, terwijl Br.-. Reijsenbach, Archivaris-Bibliothekaris tot Gedeputeerde Mr.-., Br.-. Jonas tot le, Br.-. William Smit tot 2(le Opziener en Br.-. Beldek tot Archivaris-Bibliothekaris benoemd werden.
Intusschen werden, zoo als bekend ia, verscheidene pogingen gedaan om eene verzoening tusschen de ,.Nederl.-. Vrije Logesquot; en hel Gr.vO.-. der Nederlanden tot stand te brengen, pogingen, die volgens het standpunt, waarop zich onze tegenstanders plaatsten, noodzakelijk schipbreuk moesten leiden en zij voerden eindeli]k tot het door het Gr.vO.-. van Geschillen aan het Gr.vO.-. der Neder].-, gedane voorstel om de leden der âNederl.-. Vrije Logequot; uic de Orde te verbannen. Het kan natuurlijk niet de taak van dit verslag zijn, over de rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid resp. doelmatigheid of ondoelmatigheid van dit voorstel breeder uit te weiden; wij schorten ons oordeel op totdat het volgend Groot-Oosten der Nederlanden de eindbeslissing zal genomen hebben.
Met vertrouwen ziet de âNederlr. Vrije Logequot; de toekomst tegemoet; het eerlijk zoeken naar waarheid moet vroeg of laat tot het beoogde doel leiden; hindernissen hier en daar in den weg gelegd, verhoogen slechts de kracht en de dag kan niet verre zijn, dat de algemeene overtuiging zal gevestigd zijn, dat wij â zij het ook met zwakke middelen en geringe krachten â slechts het goede gewild hebben.
O.-, van Amsterdam, Dr. K. Th. WENZELBÃRGER, 1 Maart 1885. Secretaris.
T