Ovmlr. iV'ed. Krnidk. Arch. D. V. le St. 1887.
DE FLORA VAN MARKEN
DCOK
Dr. J. ft. 150ERLA(tE.
De plantengroei van de meeste onzer Noordzee- en Zuiderzee-eilanden is thans in meerdere of mindere mate bekend. Eén eiland is er echter omtrent welks Flora volstrekt geen gegevens bestaan, n.l. het eiland Marken. Wel kan men wegens de nabijheid der kust en de ondiepte der geul, die het daarvan afscheidt, afleiden, dat deze Flora veel overeenkomst met die van de Oostkust van Noord-Holland moet hebben, doch een opzettelijk onderzoek ei- naai- is, voor zoover mij bekend is, nog niet ingesteld. Om die reden ben ik in het begin van den zomer of liever in het voorjaar (van 1886) met den Heer L. V u y c k, student te Leiden, daarheen gegaan, welk bezoek ik in het begin van September alleen herhaald heb, hopende aldus een volledige kennis fquot;er Flora te verkrijgen.
Het was lang koud geweest en dus was, zooals wij verwachten konden, onze oogst den 26en Mei nog niet heel groot. Toch vonden wij een veertigtal soorten, welk getal bij het twee'de bezoek tot drie en tachtig klom. Hiervan moeten echter een twaalftal soorten afgetrokken worden, die deels wild, deels gekweekt op het kerkhof en in den tuin van den geneesheer aangetrolfen werden, zoodat thans de Flora, zoover bekend is, uit één en zeventig soorten bestaat.
Het eiland Marken is geheel uit zeeklei gevormd en behalve
de heuvels, waarop de huizen staan, volkomen vlak. Door een hoogen dijk omringd en door een aantal sloten doorsneden is het een echte polder in de zee. De heuvels steken niet zeer hoog boven het oppervlak van den polder uit en zijn zon dicht bebouwd, dat daarop nagenoeg geen planten groeien konden. Het kerkhof alleen maakt hierop een uitzondering en we vonden daar ook eenige planten, die elders niet voorkwamen. Daarvan zijn er echter diie, een vlier, een eschdoorn en een kamperfoelie, naar alle waarschijnlijkheid met opzet geplant, terwijl de andere er misschien met ingevoeld zand zijn heengebracht.
De grootste bijdrage voor de Flora leverde de dijk. Deze bestaat voor een groot deel aan de zeezijde uit bazaltstukken, die met cement aan elkander verbonden zijn. Waar dit het geval was, groeide er niets. Aan de landzijde is de dijk bekleed met gebakken steenen, die niet gecementeerd zijn en daartus-schen groeide een rijke Floia.
Ten Westen van het eiland en ook voor een deel aan den Noord- en Zuidkant wordt hij aan den voet door een omheining van palissaden tegen de zee beschut. Waar deze omheining ontbreekt, vindt men hier en daar uiterwaarden. In het Noorden zijn deze het breedst en daar is de dijk voor een groote uitgestrektheid geheel begroeid.
Tusschen de steenen van den dijk vonden wij : Ranunculus r e p e n s L., Cochlear ia officinalis L., C a p s e 11 a Bursa PastorisL., Cerastium trivialeL., Sagina s t r i c t a Fr., P o t e n t i 1 I a a n s e r i n a L., Galium A p a-r i n e L., S e n e c i o vulgaris L.; C i r s i u m a r v e n s e Scop., Taraxacum officinale Wigg., S o n c h u s a r-p e i VUL,' S o n c h u s a r v e n s i s L., Convolvulus a r-v e n s i s L., L i n a r i a vulgaris Mill., B I i t u m B o n u s Henricus C. A. M., A t r i p 1 e x patula L. niet hare var; p r o s t r a t a, A t r i p 1 e x 1 i t t o r a 1 i s L., R u m e x crisp us L., Urtica dioica L., Agrostis al ba Schrad., P o a annua L., P o a t r i v i a 1 i s L.. P o a p r a-t e n s i s L., G 1 y c e r i a m a r i t i m a W. K., F e s t up a
3
duriuscala i., F e s t u c a arundinacea Schreb., F e s t u c a e 1 a t i o r L., B r o m u s mollis L., L o 1 i u ni j] e r e n n e L. met hare v a r. ten u e.
Aan den voet van den dijk aan de landzijde groeiden C i r-siuiti lanceolatura Scop., G 1 a u x ra a r i t i m a L., Statice elongata Hoffm., P I a n t a g o lanceolataL., Plantage m a r i t i m a L., Plantago Coionopus L., Plantago ra a ,j o r L. (?), Salicor nia herbacea L , T r i g 1 o c h i n m a r i t i m u ra L., J n n c u s G e i a r d i Lois.
In en aan de sloten vonden wij M y r i o p h y II u ra s p i c a-t u m L., P o t a m o g e t o n rufescens Schrad., Po t a m o-e t on pectinatus L.. R u p p i a m a r i t i m a L., Z a-n i c h e 1 I i a p a 1 u s t r i s L., J u n c u s Gerat' d i Lois, en S c i r p u s m a r i t i m u s i.
In de weilanden trof ik aan T r i f o 1 i u m p r a t e n s e L. en T r 1 f o 1 i u in r e p e n s L., J u n c u s G e r a r .1 i Lois, Alopecurus b u I b o s u s L., H o r d e u m secalinum Sckreh.. daartusschen grr.eide veel C i r s i u ra a r v e n s e Scop. en riet.
Langs de wegen stonden talrijke exemplaren L e p i d i u m r u d e r a I e i , en een enkele plant van S e n e b i e r a C o-r o n o p u s L.
De uiterwaatden werden grootondeels gevormd door liet, aan de Oostzijde stonden daar tussclien eenige exemplaren van Aster T r i p o I i u in L. en Statice e 1 o n g a t a Hoffm., aan den noordkant vond ik A 1 t li a e a officinalis L., in eenige weinige exemplaren dicht bij den vuurtoren en A p i n m graveolens L., ook eenige exemplaren van Polygonum a v i c u I a i- e L.
Op het begroeide gedeelte van den dijk aan den noordkant en zijne helling tot aan de sloot vond ik Sper gularia rubra Pecs., S p e r g u I a r i a media Fr., S p e r g u 1 a-r i a s a I in a Fr., Spergularia m a r g i n a t a D.C., een niet bloeiende V i c i a, Artemisia ra a r i t i m a L., verte-
genwoordigd rtoor de beide varieteiten s a 1 i n a en G a 1 I i c a, M a t r i i' a r i a C h a m o m i i I a L., Leontodon a u t u m -nale L., Glyceria distan s Wahlb., T r i t i c u m a c u t u m DC., T r i t i c u in pungens Pers., T r i t i c u m r e p e n s L., Triticumcaninu m Schreb., H o r d e u m maritiraura With.
Op het kerkhof vond ik behalve de reeds genoemde vlier, eschdoorn en kampei foelie, Papaver d u b i u m L., Achillea Millefolium L., L i n a r i a vulgaris Mill, en B r o m u s mollis X.
In den tuin van den geneesheer, een zeer klein plekje grond, tusschen de huizen van de kerkbuurt gelegen, vond ik behalve de gekweekte planten nog twee soorten, die ik elders op het eiland niet had aangetroffen n.l. Bellis p e r e n n i s L. en Convolvulus sepiumL. Daar zij vermoedelijk met gekweekte planten zijn ingevoerd en zich niet verder hebben verspreid kan men ze evenmin als (ie soorten, die alleen op het kerkhof voorkomen tot de Flora van hel eiland rekenen Toch moeten wij die Flora als zeer veranderlijk beschouwen, zoowel door den aanvoer van steenen voor den dijk als dooide onmiddellijke nabijheid dei' kust van Noord-Holland, welke het overbrengen van zaden en planten door den wind of met drijvende voorwerpen gemakkelijk toelaat. Het aantal soorten dat op den dijk groeit, zal daarom vooral aan wisseling onderhevig zijn. We kunnen dat ook opmaken uit het feit, dat er van verscheidene slechts een enkel exemplaar gevonden werd. Toch is het niet onmogelijk dat daarheen voortdurend dezelfde soorten worden aangevoerd, zoodat de plantengroei er op den duur ongeveer dezelfde blijft.
Wanneer wij de planten van het kerkhof en den tuin van den geneesheer uitzonderen, bevatte de Flora van Marken dus de volgende soorten:
Ranunculus repens L. Capsella Bursa Pastoris L
Cochlearia officinalis L. Senebiera Coronopus L.
Lepidium ruderale L. Cerastium triviale L.
5
|
Sagina stricta Fr. Spergularia rubra Pers. » media Fr. » salina Fr. » marginati T).C. Althaea officinalis L. Trifolium pratense L. » repens L. Vicia sp. Potentilla anserina L. Myriophj'llum spicatum L. Apiura graveolens L. Galium Aparine L. Aster Tripolium L. Artemisia maritima J,. var. salina W. Artemesia maritima L. var. Gallica W. Matricaria Chamomilla L. Senecio vulgaris L. Ciisium lanceolata Scop. » arvense Scop. Leontodon autumnalis L. Taraxacum officinale Wigg. Sonchus asper Vill. » ai vensis L. Convolvulus arvensis Æ,. Linaria vulgaiis Mill. Glaux maritima L. Statice elongata Ho/fm. Plantago lanceolata L. » major L. » maritima L. » Curonopus L. 5alicornia herbacea L. |
Chenoportium album L. Blitnm Bonus Henricus C. A. M Atriplex patula L. » » var. prostrata. i littoralis L. Rumex crispus L. Polygonum aviculare L. Urtica dioica L. Ruppia maritima L. Potamogeton rufescens Schreh. » pectinatus T,. Zanichellia palustris L. Triglochin maritima L. Juncus Gerardi Lois. Scirpus maritimus L. Phragmites communis Trin. Alopecurus bulbosus L. Agrostis alba Schrad. Poa annua L. d pratensis L. Glyceria distans Wahlb. » maritima W. K. Festuca duriuscula L. » arundinacea Schrch. » elatior L. Bromus mollis L. Triticum acutum X. » pungens Pers. » repens L. » caninura Schreb. Hordeum secalinum Schreb. » maritimum Willi. Lolium pei'enne » » » var. tenne. |