ocr page 1

tf-c /Ct~tlt; . /*■lt; S, - /igt;

h J. ^

YMNASIUM TE

P

JORDRECH T.

PROGRAMMA

lt;; KDrifUMvr: dmx cuusr

i 8 8 G - 1 8 8 7

fgt; O R B R F, 0 TV T.

A. r.I.rsSK VAX OID-AUU,AS. issC).

i!j.

ocr page 2

S. oct.

4629

ocr page 3

J. $

Gymnasium te Dordrecht.

-—-egt;080

PROGRAMMA

VAN TIET

0 N D E R W IJ S,

UEDUKENDE igt;EN CUHSUS

I S 8 « — I S S 7.

DORDRECHT,

A. BLUSSÉ VAN OUD-ALBLAS. 188ü.

ocr page 4

€ O L L E tt l E V \ N C U lï A T O It E N.

H. A. Nebbens Steiiling, VoorsHtcr.

J. J. DE KEÜS.

J). van Tienen .1 ansse.

J. W. Beveksen.

II. J. DE GjlAAFF.

P. M. Keller van IFoorn, Secrdaris.

L E E R A R E N.

Dr. S. J. Wakken, Dl'. P. St'KI NE RIPS,

Rector, Leeraar in de Oude Talen. Conreclur, Leeraar in de Oude Tulen


Dr. II. .1. kiEwiuT du Jonge, LceraarindeOiule Talen, Aardrijks

kunde en Nederlandse//.

H. Duvanel, W. de Jager, M. Keidel, J. J 1 less LING,

fi. J. v. i). Stoüwe, Dr. I'OSTHUMUS,

Leeraren in de Frame/te Taal.

.Leeraar in de Hooydmlsche Taal. Leeraar in de Engelsche Taal. Leeraar in de IFiskunde.

Leeraar in de Nalnur- en Schei


kunde en Nal. Historie.

Leeraar. in Gesc7nedeuis en Neder

H. J. Dalhuisen,

Dr. VV. .), M. van Stookum, \

Dr. J. Doesburg,

Ds. A. Loepf,

Leeraar in de Llelreemosche Taal,

ocr page 5

Over de loelaling der Leerlingen.

Voor de toelating tot de eerste klasse wordt een examen afgelegd in het lezen, schrijven, rekenen, do beginselen der Nederlandsche en Frausche taal, der Aardrijkskunde en der Geschiedenis.

Ttclcenen. De hoofdbewerkingen niet geheele getallen; de kenmerken liuuner deelbaarheid, het vinden van den grootsten gemeenen deeler en van het kleinste gemeene veelvoud. De voornaamste eigenschappen en de hoofdbewerkingen van gewone en tiendeelige breuken. Metriek stelsel. Oplossen van eenvoudige toepasselijke vraagstukken en uit het hoofd rekenen.

Ncderlandsch. Bekendheid met de rededeelen, hunne verbuiging en vervoeging, en met enkele- hoofdregels der spelling; eenige bedrevenheid in taal- en redekundig ontleden. Vloeiend en duidelijk lezen; duidelijk schrijven.

Fransch. Vaardig lezen, verbuigen en vervoegen ook van de onregelmatige werkwoorden, en het in de Nederl. taal overbrengen van eenvoudige opstellen.

kslcundc. Bekendheid met de ligging der voornaamste landen van Europa. Kennis (in hoofdzaken) van de aardrijkskunde van Nederland.

ocr page 6

4

Geschiedenis. Overzicht van de hoofdgebeurtenissen der vaderlandsche geschiedenis en de hiermeê in betrekking staande hoofdfeiten in de algemeene geschiedenis.

Bij het geheole examen zal minder gelet worden op nit-gebreidheid en omvang, dan op gehalte der kennis.

Indien iemand dadelijk tot eene hoogere klasse wenscht te worden toegelaten, zal hij door oen afzonderlijk examen van het bezit der vereischte kundigheden blijk moeten geven.

ocr page 7

KONINKLIJK BESLUIT van 211 Juni 1878, S. 98, tot vaststellinfi van het leerplan der gymnasia en proyijiimasia.

Artikel 1.

I Ii't onderwijs aan do gymnasia woidt gegeven in een zesjarigen cursus, ingericht volgons do voorschriften van dit besluit.

Hot schooljaar vangt aan mot den eersten dag dor maand September.

Behalve op do zon- en feestdagen en in de vacantiën, bedoeld in art. 10 dor wet van don 28 April 1876 (Staatsblad Nquot;. ligt;2), tot regeling van hot hooger ouderwijs, worden de lossen gedurende hot gausche schooljaar gehouden op do uren van iedoron schooldag, door don gemeenteraad daarvoor aangewezen.

Art. 2.

Samenvoeging van klassen bij do lessen is verboden.

Uitzondering op dezen regel is alleen dan geoorloofd, wanneer ontstentenis van leeraren of soortgelijke buitengewone omstandigheden tijdelijk bijeenzijn van verschillende klassen noodzakelijk maken.

Bedraagt het getal leerlingen der zelfde klassen meer dan vier en twintig, zoo moot zij in twee, bedraagt hot meer dan vijftig, zoo moet zij in drie parallelklassen gesplitst worden.

ocr page 8

Abt. 3.

Do tabel, bij dit besluit gevoegd, wijst aan hoevelc los-iiron aan hot onderwijs in elk der vakken, vermeld onder a tot en mot m in art. 5 dor wet van 28 April 1876 (Staatsblad Nquot;. 102), tot regeling van het hooger onderwijs, wekelijks in elke klasse minstens besteed moet worden.

Vermeerdering dier lesuren is geoorloofd, mits hot getal, tot bijwoning waarin de leerlingen van elke klasse verplicht zijn, dat van twee en dertig niet tc boven ga.

Wordt daarenboven ouderwijs gegeven in één der vakken, vermeld in genoemd art. 5 onder n of o, of in beide, dan reken de daaraan te besteden lesuren bij do toepassing der twee vorige zinsneden niet mede.

V A K K E N,

-

1c Klasse,

2c Klasse.

I 3e Klasse.

_

'fl

2

O T*

5c Klasse.

|

Ge Klasse.

Geheel getal lesuren.

Griek soh.......

—

6

6

7

7

8

34

Latijn........

8

fi

fi

6

7

7

40

Nederlaudsch ....

3

2

2

a

2

1

12

Fransch.......

2

2

2

l

1

12

Hoogduitsch.....

—

3

2

2

2

1

10

Engclsch.......

—

—

3

3

2

1

9

Geschiedenis.....

4

3

3

2

2

3

17

Aardrijkskunde . . .

lt;3

2

2

1

—

1

9

Wiskunde......

4

3

3

3

5

5

23

Natuur-en Scheikunde

—

—

—

—

2

2

4

Natuurlijke historie .

2

2

—

—

2

2

8

Getal uren . .

38

29

29

28

32

32

178

ocr page 9

7

Art. 4.

Het onderwijs omvat:

n. voor da GricJcsche taal cn letterkunde:

in de tweede tot en met de vierde klasse, de gronden der spraakleer, do lezing 011 verklaring van eenvoudige Attisch proza en in de vierde klasse ook van Epische poëzy;

in do vijfde klasso, de herhaling en voortzetting der spraakleer, do lozing en vertaling van proza en van Epische poëzy-;

in do zesde klasse, de lezing en verklaring van moeilijker Attisch proza en van lyrische en dramatische poëzy.

In do vijfde klasse worden bovendien twee lesuren aan de cursorische lozing van gemakkelijke schrijvers en in de zesde klasse drie losuren aan do cursorische lozing van proza en van Epische poëzy besteed. Doze lesuren zijn meer bijzonderlijk bestemd voor do loorlingon, bedoeld in art. 5 onder a.

h. voor de Latijnschc taal cn letterkunde:

in de eerste tot en met do vierde klasse, do gronden der spraakleer, do lozing en verklaring van proza on van Epische poëzy;

in do vijfde klasse, do herhaling en voorzetting der spraakleer, do lezing on verklaring van moeilijker proza en van Epische, lyrische cn dramatische poëzy;

in do zesde klasse, de voortzetting van de lozing en verklaring van moeilijker proza en poëzy.

In de vijfde klasse worden bovendien twee lesuren aan de cursorische lezing van schrijvers, in de zesde klasse drie losuren aan do cursorische lezing van schrijvers, en aan de

ocr page 10

8

Romcinschc antiquiteiten i)ostcocl. I)ozc lessen zijn meer bijzonderlijk bestemd voor do leerlingen, bedoeld in art. 5 onder a.

c. voor de Nederlandsche taal en Idfcrknndc:

in de eerste tot en met de derde klasse, de spraakleer, taal- en stijloefeningen en de lezing en verklaring van nieuwere schrijvers;

in do vierde klasse, stijloefeningen, lozing en verklaring van klassieke schrijvers uit het laatste gedeelte der achttiende en uit de negentiende eeuw;

in do vijfde en zesde klassen, stijlocleningen en oen beknopt overzicht der Vaderlandschc letterkunde door lezing van stukkon uit vroegeren en latercn tijd.

d. voor de Fransche taal:

in do eerste tot en met do derde klasse, de uitspraak, de gronden der spraakleer, vertaling uit het Fransch in het Nederlandsch en omgekeerd, lozing van stukken uit den nieuweren tijd;

in de vierde tot on mot do zesde klasse, lezing en ver-Jdaring van meesterstukken van de lottorkunde.

e. voor de Hoogduitsche taal:

in de tweede tot en mot do vierde klasse, de uitspraak, de gronden dor spraakleer, vertaling uit het Hoogduitsch in het Nederlandsch en omgekeerd, lozing van stukken uit don niouweren tijd;

in do vijfde en zesde klasse, lezing en verklaring van meesterstukken van do letterkunde.

ocr page 11

9

f. voor de Engelsche taal:

in dc derde en vierde klasse, do uitspraak, de gronden der spraakleer, vertaling uit het Engelsch in het Neder-landsch en omgekeerd;

in do vijfde en de zesde klasse, lezing en verklaring van meesterstukken van de letterkunde.

f). voor dc geschiedenis:

a. voor de Vaderlandse he Geschiedenis:

in de eerste tot eu met de derde klasse, een algemeen overzicht der Vadcrlandsche Geschiedenis;

in do zesde klasse, een overzicht van do Staatsregeling van ons Vaderland sinds 1747 tot op den jongston tijd;

h. voor do Algomeonc Geschiedenis:

in do eerste tot en met de derde klasse, een overzicht der Algomeonc Geschiedenis;

in de vierde en de vijfde klasse, eeno moer uitvoerige behandeling der oude geschiedenis, en wel in het bijzonder van die dor Grieken in do vierde en van die der Romeinen in do vijfde klasse;

in de zesde klasse, eeno algomoeno herhaling en behandeling meer in bijzonderheden van de nieuwe Geschiedenis sinds don vrede van Utrecht.

h. voor dc aardrijkskunde:

in de eerste tot en mot de derde klasse, een algemeen overzicht dor liedondaagscho aardrijkskunde;

in de vierde klasse, do grondtrekkon der oude aardrijkskunde ;

ocr page 12

10

in do zesde klasse, behandeling van hoofdpunten uit de wiskundige on natuurkundige aardrijkskunde.

i. voor de tvisJcunde:

a. voor de Reken- on Stelkunde:

in do eerste tot en met do vierde klasse, dc hoofdbe-workingoii raot de gehcole en gebroken getalloii en stelkunstige vormen, do deelbaarheid dor gotalllen, hot metrieke stolsel, de evenrodighodon, do vergelijkingen van den eersten graad mot één of moer onbekenden, de wortelgrootheden, do gebroken en negatieve exponenten, do viorkautsvorgelij-kingen, de logarithmon, de reeksen;

in de vijfde en do zesde klasse, herhaling van hot geleerde.

h. voor de Meetkunde:

in de oorsto tot en mot do vierde klasse, de planimetrie on van do stereometrie de ligging en snijding van vlakken, de vlakke driehoek, do oppervlakten en inhouden van lichamon door platte vlakken begrensd;

in de vijfde klasse, de voortzetting der stereometrie; in do zesdo klasse, herhaling van het geloerde.

Bovendien worden in do vijfde klasse twee, en in de zesde klasse drie lesuren, meer bijzonderlijk bestemd voor de leerlingen, bedoeld in art. 5 onder h, besteed aan do goniometrie, do vlakke en bolvormige trigonometrie, do beginselen der vlakke coördinatenleer en do herhaling en toepassing op vraagstukken van het geleerde in roken-, stolen meetkunde.

k. en l. voor de natuurkunde en de scheikunde:

in do vijfde on zesde klasse, proofondervindolijke behan-

ocr page 13

11

doling van de voornaamste, binnen hot bereik der leerlingen liggende, vorscliijnselen op hot gebied der natuurkunde cn van enkele der voornaamste van dergelijke verschijnselen op dat der anorganische scheikunde.

m. voor de natuurlijke historie :

in do eerste en do tweede klasse, oefening van liet waarnemingsvermogen door behandeling en vergelijking van, inzonderheid inlandsche, plant- en diervormen;

in do vijfde cn de zesde klasse, inleiding tot de kemjds van hot planten- en dierenrijk.

Art. 5.

Vrijstelling wordt in de vijfde en do zesde klasse verleend aan leerlingen:

n. dio zich uitsluitend willen onderworpen aan hot eindexamen ter verkrijging van hot getuigschrift voor de faculteit dor godgeleerdheid, dor rechtsgeleerdheid of dor lettoren en wijsbegeerte, van de lessen in de meetkunde, meer bijzonderlijk bestemd voor bon, hieronder onder h genoemd, en van die in de natuurlijke historie';

b. die zich uitsluitend willen onderworpen aan het eindexamen ter verkrijging van hot getuigschrift voor de faculteit dor geneeskunde of dor wis- en natuurkunde, van do lessen in hot Grieksch en in het Latijn, moer bijzonderlijk bestemd voor hen hierboven onder a genoemd.

ocr page 14

UITTREKSEL ait het Koninklijk Besluit van 2 April 1884, omtrent het eindexamen.

Artikel 1.

Het eindexamen der gymnasia met zesjarigen cursus eu liet daarmede gelijkgestelde examen, vermeld in art. 12 der wet van 28 April lS7(j (Staatsblad nquot;. 102^), worden gehouden op achtereenvolgende door Onzen Minister van Bin-nenlandsche Zaken jaarlijks voor elk gymnasium en voor de in bovengenoemd artikel bedoelde commissie aan te wijzen dagen.

Art. 2.

Het examen omvat:

afdeeling i. Voor de Grielcsche taal en letterliunde:

a. bet vertalen en verklaren van eenvoudig proza (bijv. van XenopLon, Lysias of Isocrates) en Epische poëzie;

h. het vertalen en verklaren van moeilijker proza (bijv van Plato, Demosthenes of Plutarchns);

c. het vertalen en verklaren van dramatische poëzie;

aedebling II. Voor de Latijnsche taal en letterlcunde:

a. het vertalen en verklaren van proza (bijv. van Cicero, Salhistins of Livius) en eenvoudige poëzie (bijv. Ovidius of Virgilius);

ocr page 15

h. het vertalen en verklaren van moeilijker poëzie (bijv. lloratius;

c. de Romeinsclie antiquiteiten;

d. eene vertaling uit het Nederlandsch in het Latijn.

AFDEEiiiNG III. Voor de Nederlundsche taal en da geschiedenis:

a. een opstel in het Nederlandsch over een door elk examinandus uit een zestal opgegevene te kiezen onderwerp;

h. de geschiedenis, bepaaldelijk de in het zesde studiejaar behandelde gedeelten der vaderlandsche en algemeene nieuwe geschiedenis.

AFDEELiNG IV. Voor de Frausche, Iloogduitsehe en JEngelsche taal:

Vertaling van proza of gemakkelijke poëzie.

AFDEELiNG V. Voor de Wislcundc.

a. De stelkunde tot en met de tweedemachtsvergelijkin-gen (de onbepaalde vergelijkingen van den Isten graad, de reken- en meetkundige reeksen en de logarithmen daaronder begrepen);

h. de meetkunde tot en met de stereometrie;

c. De vlakke en bolvormige trigonometrie.

Het mondeling examen omvat, behalve de bespreking van aanmerkingen die op het schriftelijk werk van den examinandus kunnen worden gemaakt, de onderdeelen 1«, \ia en c en 1111); het schriftelijk examen de overige onderdeelen dier afdeelingen, benevens afd. IV, terwijl het examen in afdeeling V zoowel mondeling als schriftelijk wordt afgenomen.

ocr page 16

14

Art. 'ó.

De examinandi, die uitsluitend liet getuigschrift voor de faculteit der godgeleerdheid, der rechtsgeleerdheid of der letteren en wijsbegeerte verlangen, zijn vrijgesteld van het examen in het onderdeel V c.

Zij die uitsluitend het getuigschrift voor de faculteit der geneeskunde, of der wis- en natuurkunde verlangen, zijn vrijgesteld van het examen in de onderdeelen I h en c en II c en d. Voor hen kan bovendien, met goedvinden van gecommitteerden, worden afgeweken van den regel, gesteld hij het eerste lid van art. 4.

Art. 4.

Bij het schriftelijk examen in afdeeling I en II zijn stuk-leen, door don examinandus vroeger behandeld, uitgesloten.

Het gebruik van eigen boeken en van hulpboeken, loga-rithmentafels uitgezonderd, is niet geoorloofd; doch bij liej opgeven der te vertalen stukken wordt aan de candidaten de beteekenis medegedeeld van die woorden en uitdrukkingen, wier verklaring onoverkomelijke moeilijkheden zou kunnen opleveren.

Bij het mondeling examen wordt elk examinandus afzonderlijk ondervraagd; de tijd, die daarbij voor elk onderdeel wordt besteed, mag voor ieder examinandus niet meer dan 30 minuten bedragen.

Art. 5.

De regeling der examens geschiedt door den rector ol

ocr page 17

If)

tien voorzitter der commissie, bedoelcl in art. 12 alinea 1 der wet van 2.S April 1876 (Staafshlad nquot;. U)2j, met dien verstande, dat geen examinandus op één dag langer dan zes uren wordt geëxamineerd en dat het gcheele examen voor elk examinandus binnen ten hoogste drie dagen afloope.

Acht de gecommitteerde of de meerderheid der examinatoren of die der gecommitteerden het noodzakelijk, dat de duur van het examen voor één of meer examinandi met een dag verlengd wordt, dan wordt de belanghebbende daarmede in kennis gesteld en hem medegedeeld, welke dag daartoe door examinatoren of gecommitteerden is bestemd.

Indien meer dan een gecommitteerde is aangewezen, kan, ter bekorting van den duur van het geheele examen, in de verschillende afdeelhigen gelijktijdig worden geëxamineerd.

Abt. C).

l»ij de beoordeeling van ieder onderdeel van het examen wordt door den examinator een der volgende cijfers of praedicateii toegekei i d:

1 — slecht;

2 — onvoldoende;

3 — voldoende:

4 = goed;

5 = zeer goed.

Ter bepaling van het eindcijfer in elke afdeeling wordt de som der toegekende cijfers gedeeld door het getal barer onderdeelen.

ocr page 18

Ui

De examinandi, die bet getuigschrift voor de faculteit der godgeleerdheid, der rechtsgeleerdheid, of dor lettoren en wijsbegeerte verlangen, moeten in elke der afdeolingen I en II ten minste hot eindcijfer 3 hebben behaald.

Zij die het getuigschrift voor de faculteit der genees-kundo of dor wis- en natuurkunde verlangen, moeten in afdeeling V en althans in nog eene afdeoling ton minste het eindcijfer 3 hebben behaald.

Art. 7.

Gedurende het examen is het geen examinandus geoorloofd zich zonder vergunning van gecommitteerden uit het lokaal te verwijderen.

Zij die zich aan eenig bedrog bij het examen schuldig maken, worden terstond afgewezen.

Art. 8.

Van de bij dit besluit bedoelde examens in eenig vak, in art. 2 genoemd, zijn vrijgesteld zij, die volgens de wet op het middelbaar onderwijs bevoegd zijn tot het geven van onderwijs in dat vak.

Zij, die bevoegd zijn tot het geven van lager onderwijs in ééne of meer der in art. 2, afdeeling IV, genoemde talen, zijn van hot examen in die taal vrijgesteld.

Art. 9.

Van het examen in afdeeling V van art. 2 zijn vrijgesteld :

ocr page 19

17

a. zij, die met goed gevolg hebben afgelegd het examen, omschreven in art. 2 van ons besluit van 12 Februarij 1879 (Staatsblad nquot;. 35), voorbereidende tot het artsexamen ;

/gt;, zij, die met goed gevolg hebben afgelegd het examen van adjunct-ijker, omschreven in ons besluit van 11 Juli 1871 {Staatsblad uquot;. 7ii).

ocr page 20

PROGRAMMA VAN HET ONDERWIJS.

EERSTE KLASSE.

Latijn 10 uren.

Vormleer, vooral verbuiging en vervoeging. Maken van thcmata. Accusativus c. lufinitivo on dergelijke hoofdzaken der syntaxis, wier kennis noodig is voor 't vertalen van eenvoudig proza, 1). v. uit Jacobs en Doring.

Neclerlandsch 3 uren.

Spelregels. Taaloefeningen. Rededeelen tot aan het werkwoord. Leer van den zin. Oefeningen in 't lezen; uit het hoofd leeren van verzen.

Fransch 4 uren.

Spraakleer volgens Dubois. Nouvelle grammaire frangaise. lre en 2,nc aimée. Vertalen.

Geschiedenis 4 uren.

Vaderlandsche Geschiedenis 1 uur, tot aan de Unie van Utrecht. Overzicht der Oude Geschiedenis (3 uren) voorn. Geschiedenis van Grieken en Romeinen.

Aardrijlcslmnde 3 uren.

Nederland en Europa.

ocr page 21

ly

Wiskunde 4 uren.

Rehenkunde 1 uur.

De hoofdbewei'kingen met gelieele en gebroken getallen. Kenmerken van deelbaarheid. Grootste gemeene deeler. Kleinst gemeene veelvoud. Metriek stelsel. Talstelsel.

Stelkunde 2 uren.

Hoofdbewerkingen met geheele vormen. Vergelijkingen van den eersten graad met ééne onbekende.

Ontbinding in factoren. Het zoeken van den grootst go-meenen deeler en het kleinst gemeene veelvoud.

Medlcunde 1 uur.

Lijnen; hoeken; evenwijdige lijnen; do eenvoudigste eigenschappon van den driehoek; gelijk en gelijkvormigheid der driehoeken.

Ndtuurlijlce Historie 2 uren.

Beschrijving en onderlinge vergelijking van de meest bekende gewervelde dieren. Beschrijving van in Dordrechts omstreken te vinden planten.

TWEEDE KLASSE.

Grieksch 7 uren.

Vormleer, tot aan de auomala. Maken van themata. Vertalen van eenvoudige zinnen.

Latijn 7 uren.

Herhaling der vormleer. Hoofdregels der syntaxis, grondige beoefening der casusleer, der tijd- en plaatsbepaling. Themata. Vertalen van proza en poëzy.

ocr page 22

20

Nederlandsch 2 uren.

Herhaling en uitbreiding der Vormleer. Begin der Syntaxis. Taaloefening. Stijloefeningen uit Stellwagen. Lezen.

1'ranseli 2 uren.

Spraakleer volgons Dubois, 2me aunée. Vertalen van proza en poëzy. Thema's.

Iloogduitsdi 3 uren.

Hoofdregels der Vormleer. Uitspraak. Vertalen uit en in het Hoogduitsch.

Geschiedenis 'ó uren.

Vadorlandsche Geschiedenis 1 uur. Tot aan de Groote Vergadering in 1651.

Algemeene Geschiedenis 2 uren. Geschiedenis der Middeleeuwen en, zoo mogelijk, van een gedeelte der N, Geschiedenis.

Aardrijlcslmnde 2 'uren.

Azië en Afrika. Herhaling van Europa.

Wiskunde 'ó uren.

Ttehenhtmde 1 uur.

Evenredigheden. Voornaamste berekeningen van bet da-gelijkscb leven, als gezelschapsrekening, eifectenrekening, enz.

Stelkunde 1 uur.

Herhaling en uitbreiding der vergelijkingen van den eersten graad, met ééne onbekende. De hoofdbewerkingen met gebroken stelkunstige vormen.

Vergelijkingen van den eersten graad met twee en meei onbekenden.

ocr page 23

•21

Meetlcunde 1 uur.

Dc voornaamste toepassingen der gelijk- en gelijkvorinig-heid der driehoeken. Eenvoudige eigenschappen der veelhoeken. Parallellogram. Trapezium. Gelijk- en gelijkvormigheid der veelhoeken.

Nahmrlvjko Historie 2 uren.

Beschrijving en onderlinge vergelijking van gelede dieren.

Onderlinge vergelijking van planton.

DERDE KLASSE.

Grielcsch 6 uur.

Do geheele vormleer; enkele hoofdpunten der syntaxis. Themata. Vertalen van proza en eenvoudige versregels.

Latijn 1 uren.

Herhaling der vormleer. Van dc syntaxis herhaling van het in klasse II geleerde en dc leer der modi en cou-junctiones. Themata. Vertalen proza en poëzy.

Nederlanclsch 2 uren.

Herhaling der vormleer. Voortzetting der syntaxis. Taaloefeningen uit Stellwagen. Lezen.

Fransclt 2 uren.

Spraakleer volgens Dubois, 3mc annéc. Vertalen uit en in het Fransch.

lloogduitsch 2 uren.

De geheele vormleer. Hoofdregels der syntaxis. Thema's Lezen. Vertalen uit. en in het Duitsch.

ocr page 24

■gt;•gt;

Engelsch 3 urea.

Vormleer.

Geschiedenis 3 uren.

Vaderlaudsche geschiedenis 1 uur. Tot aan 1747; zoo mogelijk tot de Bataafsche republiek.

Nieuwe geschiedenis 2 uur. Tot den Vrede van Utrecht of de Fransche Revolutie.

AardrijJcslcunde 2 uren.

Herhaling. Amerika en Australië.

Wiskunde 3 uren.

Reken- en Stelkunde 2 uren.

Vierkantsworteltrekking. Wortelgrootheden. Gebroken en negatieve exponenten. Onbepaalde vergelijkingen van den eersten graad. Vierkantsvergelijkingeu. Logarithmen.

Meetkunde 1 uur.

Gelijkvormigheid van driehoeken en veelhoeken. Het berekenen der inhouden van vlakke figuren door rechte lijnen ingesloten.

VIERDE KLASSE.

Crrielcsch 7 uren.

Herhaling der vormleer. Overzicht der syntaxis. Episch dialect. Themata. Vertalen van proza en poëzy.

Latijn 7 uren.

Herhaling der vormleer. Herhaling en uitbreiding der Syntaxis. Themata. Vertalen enz.

ocr page 25

Nederlandsch 2 uren.

Herhaling en uitbreiding vau vormleer en syntaxis. Vertalon van stukken uit de oude of dc nieuwe talen. Lezen vau oen klassiek schrijver.

Fransch 2 uren.

Spraakleer volgens Dubois, N. Gr. fr. 3quot;'° année.

Hoogcluitsch, 2 uren.

Voortzetting dor spraakleer. Lezen; vertalen in en uit het Duitsch.

Emjelsch 3 uren.

Herhaling en verdere beoefening dor spraakleer. Lezen en vertalen.

Geschiedenis 2 uren.

Geschiedenis dor Grieken.

Aardrijkskunde 1 uur.

Oude Aardrijkskunde.

Wiskunde 3 uren.

Reken- en Stelkunde 1 uur.

Dc Logarithmen en hare toepassingen tot oplossing van oxponcntiale vergelijkingen en vraagstukken van samengestelde interostrekening. Roken- en meetkunstige reeksen.

Meetkunde 2 uren.

Do cirkel. Van do Stereometrie: do ligging on snijding van vlakken; de drievlakkonhock; de oppervlakken en inhouden van lichamen door platte vlakken begrensd.

ocr page 26

24

VIJFDE KLASSE,

Grieksch 6 uren voor de gelieele klasse.

Herhaling der vormleer. Uitgebreider behandeling der syntaxis Themata, Lectuur van Homerus enz. (zie lijst der boeken). Dialect van Herodotus. Geschiedenis der Letterkunde.

2 uren Cursorische lectuur met afdeeling A. (zie lijst).

Latijn 5 uren voor de geheole klasse.

Herhaling der spraakleer. Opstellen. Hoofdregels der metriek. Geschiedenis der Letterkunde.

2 uren Cursorische lectuur met afdeeling A. (zie lijst).

Nederlandsch 2 uren.

Opstellen. Stijloefeningen, Beknopt overzicht der vaderl. letterkunde. Lezen van klassieke schrijvers.

Fransch 1 uur.

Lectuur van Molière, Racine, enz. enz.

Hoogcluitsch 2 uren.

Lectuur van klassieke stukken. Herhaling der spraakleer

Enyelsch 2 uren.

Herhaling van het geloerde in de vorige klassen. Lectuur van klassieke schrijvers.

Geschiedenis 2 uren.

Geschiedenis dor Romeinen.

Wiskunde 3 uren voor de gezamenlijke klasse.

Meetkunde 2 uren.

Voortzetting der Stereometrie. In het derde uur: herha-

ocr page 27

25

ling van hot vroeger geleerde, vooral der planimetrie. 2 uren voor afdeeling B.

Goniometrie. Vlakke- en boldrioiioekmeting.

Natuur- en Scheikunde 2 uren.

Leer van evenwicht en beweging bij vaste lichamen, vloeistoffen en gassen. Scheikunde (na de winterva-cantie). De voornaamste mctalioïden on hunne verbindingen.

NahmrlijJce Historie 2 uren; alleen voor afdeeling B.

Plai itenanatomi e.

ZESDE KLASSE.

Grieksch 5 uren voor alle leerlingen.

Herhaling der spraakleer. Hoofdregels dor metriek. Geschiedenis der letterkunde. Lezen van moeilijker proza en poëzy. 3 uren cursorisch lezen in afdeeling A. van Homerus, Xenophon, Isokrates enz.

Latijn 4 uren voor alle leerlingen.

Herhaling der spraakleer. Metriek. Opstellen. Geschiedenis der letterkunde. Lectuur van proza en poëzy. 3 uren cursorisch lozen en Romeinsche antiquiteiten in afdeeling A.

\oor de overige vakkon is het voldoende te verwijzen naar het hiervóór gedrukte K. B. en er bij te voegen dat ook onderwijs wordt gegeven in do beginselen van hot Hebreeuwsch.

ocr page 28

LLI8T DEK HOEKEN.

Bij hot begin van doji cursus moeten do leerlingen zich allo boeken aanschaffen behalve do mot een f gemerkte. Zij moeten do boeken niet opensnijden, voordat zo door do leeraars zijn goedgekeurd. De in eono vorige klasse gebruikte boeken moeten bewaard worden.

G RIE K S C H.

Klasse 11. Attische Vormleer door Dr. Van Leeuwen en Mendos da Costa (7'1.80). Grieksch'Leosbook naar Gott-schick. Tweede druk. Groningen v. Giffen (f 1.70J. v. d. Es, Grieksche opstellen I (f 1.25). Diihner, Griek-sche oefeningen (f 1.90).

Klasse 111. v. Leeuwen, Attische Vormleer, v. d. Es, I en 11. Amibasis od. Cobet (/'1.20). Voegler, Tirocinium Poëti-cum (f 0.90.)

Klasse IV. Pluygers, Leerboek der Grieksche taal (fóM)), Mehler, Hoofdregels der Grieksche Syntaxis (f 1.00). v. d. Es 11. Diihner. Homerus, Odyssoa od. Teubner (f 1.00). Aufeurieth, Wörterbuch zu Homer (f 1.85). Van Leeuwen, Hot taaleigen der Homerische gedichten Cfl.m). t Tyysiae, Orationos cd. Cobet ( f 1.20). Anabasis.

ocr page 29

27

Klasse V. Phiygers. Melder, v. cl. Es III. Düluer, Ilias en Oclyssea, od. Toubncr (ƒ '2.()0). t Herodotus, eel. Toubner f 1.75. Lysias ed Cobet. t Lykurgos Redo gcgon Leokrates od. Nicolai. Woidmaim. (ƒ 0,50.) t Isocrates ed. Toubner (ƒ 1.75). t Lucianus. v. d. Es, Griokscho en Romeinscho Letterkunde ( f 3.75).

Afdebling A. Xeuophon, Anabasis ed. Cobet. Commen-tarii cd. Toubner (ƒ 0.30). Historia Graoca ed. Cobet (ƒ 1.20).

Klasse VI. Pluygers; Melder; iJühner. Ilias en Odyssea. Herodotus. Herwerden, Excerpta o pootis Graecis. Editio altera (/ 0.90). Warren, Bloemlezing uit Plato s dialogen (ƒ 1.20). Demosthenes, Taucbnitz Octavausgabo Vol. I. (ƒ 1.—). t Sophodis, Tragoediae. t Aristopbanis Co-moodiao. Tregder, Gr. en Rom. Letterkunde (ƒ 1.40).

Afdeeling A. Pluto, Die Vortoidigungsredo dos Sokratos nnd Kriton. Von Cbr. Cron, mit deutscben Anmorkungon, Teubnor (ƒ 0.65). Xenophon, Institutio Cyri ed. Toubner (/ 0.60).

Woordenboek: Van den Es.

L A T IJ N.

Klasse I. EUendt, Latijnscbo Grammatica (y''2.15). Volclcc. Opstellen tor vertaling in 't Latijn, 1 (ƒ 0.50). Jacobs en Döring, Latijnscb leesboek (ƒ 1.25).

Ki jAsse II. Ellcudt, Spies#, Ijcitijiischc vcrttiRlocicuingon

ocr page 30

2«

3clc cursus (/1.25). Nepos, cd. Cobct (/ 0.60). f Caesar, tic bello Gallico cd. Dinter (ƒ 0.50). f Kan en Schroder, Bloemlezing uit Latijusche dichters, le stuk (/0.60).

Klasse 111. Ellendt; Spkss; Bake, Latijusche Themata (/ 2.50). Caesar, de bello Gallico. Kan cn Schroder. t Ovidius, Metamorphoses ed. Teubner (/ 0.60). t Cor-nelissen, Libellus jocularis (/ 0.75). Hecker, Klassisch Woordenboek (ƒ 3.90).

Klasse IV. Ellendt, Bake, Cicero, Orationes selectae XXI, Tcxtausgabe von Klotz. Pars I (/ 0.50). Ovidius, Metamorphoses. Sallusüus, (édit. Constant. Paris, Li-brairie Delagrave f 1.10). f Vergilius. t Livius.

Klasse V. Dezelfde boeken als in IV en bovendien f ilo-ratius en t Terentius.

Aedeeling A' Sallustius. Ovidius. t SvhUmmer, Vier redevoeringen van Cicero. Brill.

Klasse \ I. Ellendt. Bake. Cicero, Orationes Selectae. Pars II. (f 0.50). Horatius. Vergilius. Suetonius, t Woltjer, Scrta Ro'mana (/ 1.1)0). Schlimmer, Romein-sche antiquiteiten (/ 2.—).

Afdeeling A. Cicero de Senpctute, (ed. Teubner /' 0.30).

Woordenboeken: Kan en Schroder (/ 6.50) of Ewjalhrechl (/ 9.75); van Hoëvell, Nederl. Latijnsch Woordenboek (/ 3.90).

ocr page 31

29

N E D E U L A N D S C H.

Klasse I. Fow//efóm, Kleine Noderl. Spraakkunst (/1.90). Koenen, Proza er Poësie, 2 stukken. Zwolle, Tjeenk Willink, 2e druk (ƒ 0.45, f 0.55.

Manhave, Zakwoordenboekje, Tliieme (ƒ 1.40).

Klasse II. van Heiten; Cosijn; Stelhvagcn, Stijloefeningen, le st. (f 0.60).

Manhave, als in I.

Bloemlezing uit Nederl. dichters, Amsterdam, van Kam-'

pen, 4e stukje, 2e druk (/ 0.40).

Bloemlezing uit Nederl. prozaschrijvers, Amst., van Kampen, 5e stukje, 3o druk (ƒ 0.55).

Kr,asse III. van Helten en Manhave, als in II. Stdkva-gen, Stijloefeningen. 2e stukje.

de Keyser, Neerlands Letterkunde in de 19e eeuw, leen 3e deel ( / 1.6()).

Klasse IV. van Helten; de Groot; Leopold en Rij leem, Nederlandsche Letterkunde (ƒ 3.75). Staring, Gedichten.

Klasse V. de Groot, als in IV. Potgieter, Proza (/2.50). Staring, Keur uit Vondels Lyrische en Dramatische poësie door P. van Moerkerken, Sneek, van Druten

(ƒ 1.9Ü).

Klasse VI. de Groot; Vosmaer, Vogels van diverse Pluimage (ƒ 1.20).

J)a Costa, Bloemlezing, den Haag, Thieme (ƒ 0.80), Vondels hekeldichten, Schiedam, Roelants (ƒ 0.30).

ocr page 32

30

F R A N S C H.

Klasse I. Dubois, Nouvelle grammaire fraugaise éd. Amersfoort, lre amiée (ƒ 0.55).

/Juhois, Nouveau Recueil, éd. Amersfoort lre aunée (ƒ0.55).

G. Verenet, Entretiens familiers. Schoevcrs, Clioix de lectures frangaises, deuxième partie (f 0.90).

Ki iASSe II. Dubois, Nouvelle Grammaire, 2e anuée, 6° edition, Amersfoort (ƒ 0.65). Dubois, Nouveau Recueil de thèmes, 2° anuée, G6 édition (/ 0.05). de Boch et Leeman, Lectures francaises, 1™ partie, éd. van Cleef (ƒ 1.20). J. N. Dirlrs, Le contour amusant etc., Noordhoff (/ 0.90).

Klasse III. Dubois, Nouvelle grammaire, Amersfoort, 3l-année, 5C édition (/ 1.25).

Dubois, Nouveau Recueil, Amersfoort, oL' aunée, 5e édition (/ 0.80).

Dubois, Choix de lectures frangaises (ƒ 1.85).

t A. Lmire, Mémoires d'un collégien éd. Hotzel (1.65).

Kr iASSE IV. Susan, Oefeningen. Dubois, Nouvelle grammaire. Dejardin, Clioix de morceaux, édit. Tjeenk Willink, Zwolle (ƒ 1.90), f ^1- de Viyny, Cinq Mars. t Etnilc Augier, Le gendre de Mr. Poirier. f Molière.

Klasse V. It einders Ploets, Manuel de littératuro (2.90). Racine, Corueille, V. Hugo etc.

Ki iASSE VI. Als IV. Ponsard, Coppée, Bornier etc.

ocr page 33

HOOGDUITSCH.

Klasse II. Spruijt, Theoretisch-praktische handleiding tot de lioogdnitsche taal ( f 1.25). Susan, Sammlung, Wor-ter Sprichw. und Redensarten (ƒ 0.60). Hopf und Patdsielc, Üentsches Lesebuch, ler Theil (ƒ 1.—).

Klasse III. Spruyt, Hochdeutscho Spraclilehre für Niedov-liinder (ƒ 1.25). Spruyt, Oefeningen behooremle l)ij de Hd. Spraclilehre (ƒ 0.75). id. Rogeln für die Deutsche-. Rechtschroihung (ƒ 0.50). lIop fwwA Paulsiclc, 2quot; Theil (/ 1-80).

Klasse IV. De hoeken van Spruyt als in III. Leopold, Deutsches Lesehuch 2ei' Theil (/ 1.50).

Klasse V. Sichcrer, Deutschlaiuls Klehiepiker rait Wörter-hüchleiu {/ 2.40).

t W. Ifdlm, Geschichte der poët. Litteratuur der Deut-schen. Klassieke stukken uit de National Bihliothek von Reclam, die later zullen worden opgegeven.

Klasse VL Als de vorige klasse.

E N G E L S C H.

Klasse 111. Tiohinson en Koster, Beginselen van 't Engelscli, Gouda, van Goor (ƒ 0.90).

Ttohinson, First readinghook, Utrecht, Dannenfelser.

Ki iasse IV. van Tiel, English Grammar for Dutch schools.

ocr page 34

3'2

Brill (/1.50). van Tiél, Course of translation (ƒ 0.90). Jlerrig, British Classical Authors (ƒ 2.95).

Klasse V. De hoeken van IV en daarhij: Taylor, VI Recitatives. Empire Educational Series (3 d).

Bulwer Lytton, The lady of Lyons. Students Tauchn. edit.

kartoniert (0.60 M.).

Lotuifelloio, Evangeline, Blackies School classics, cloth. 4 d.

Klasse VI. Tennyson, Enoch Arden, Stud. lanch. edit. M. 0.80. Shakespeare, Macbeth, Hunters edit. (1 sh).

geschiedenis.

Klasse 1, II en HI. Wynne, Beknopte Geschiedenis van het Vaderland (/ 1.75). Wynne, Handboek der Alge-meene Geschiedenis (ƒ 3.90). Herman en Woltjer, Historische Atlas. Groningen, Wolters (ƒ 2.90).

Klasse I bovendien Goden en Heldensagen, naar het Hoog-

duitsch van Hoffmann. Groningen, Folmer (ƒ 1.25). Klasse 11 en Hl. van Oordt, Tijdrekenkundig Overzicht der Algemeene Geschiedenis. Haarlem (f 0.30).

Klasse IV en V. Püts:, Schets der Oude Geschiedenis ea Aardrijkskunde (ƒ 1.35). Kiepert, Atlas antiquus (ƒ 3.90).

In klasse IV bovendien Goden en Heldensagen als m I.

Klasse VI. Wynne als in I, II en Hl, en Beynen, Kort overzicht van de Staatsregeling van ons Vaderland, Oe druk, v. Cleeli (J 1.50).

ocr page 35

A A R D R IJ K S K U N D E

Klasse 1. Aitton, Beknopt Leerboek der Aardrijkskunde, 's Gravenhage, Ewings {ƒ 1.30). Gouverneur, Overal Heen! Groningen, Noordhoff (/quot; 0.30). Dalcker en Deelstra, Op reis door Nederland. Noordhoff, 2 deeltjes (ƒ 0.80). JJos, Schoolatlas (ƒ 3.75).

Ki ■ASSE 11. Bos, Beknopt Leerboek der Aardrijkskunde (ƒ 1.50). Hos, Schoolatlas. Aitton, Nederlandsch Oust-on West-lndië. 's Gravenhage, Ewings ( ƒ 1.—).

Klasse 111. Bos als in 11.

Klasse IV. Zie Geschiedenis.

Ki iASSE VI. Dr. KrecTce, Beginselen der algemeene Natuurkundige Aardrijkskunde (f 1.25).

W 1 S K U N D E.

Klasse 1. Nineh Blolc, Leerboek der Wiskunde, 1 deel (ƒ 0.70).

Wisselinli, Eerste verzameling van vraagstukken toi oefening in het Praktisch Rekenen (ƒ 0.25).

Versluys, Rekenkundige Oefeningen en Vraagstukken, 1 stukje (ƒ 0.40).

Algebraïsche Vraagstukken door G. Smits, 's Hertogenbosch (ƒ 0.60).

f Versluys, Leerboek der Vlakke Meetkunde (ƒ' 1.25).

Klasse 11. Nincl: Blok als in 1. Versluys, Rekenkundige

ocr page 36

Oefcmingon, le en 2e stuk. G. Smits, Verzameling van Algebraïsche vraagstukken, 's Hertogeubosch, Robijns, 2e stukje (/' ().7ö). Versluys, Meetkunde als in 1.

Klasse III. Wisselink. Vraagstukken tor beoefening in de Algebra, 2e en 3e st.

Versluys, Meetkunde. Versluys, Gewone Logarithmen (/ 0.30).

Klasse IV. Behalve de boeken van III:

t Versluys, Leerboek der Stereometrie (ƒ' 2.25).

Klasse \ en VI. Boeken als in IV.

Klasse V en VI, afdeeling B. Versluys, Vlakke driehoeksmeting (ƒ 1.25).

Versluys, Bol-driehoeksmeting (ƒ' 1.50).

Versluys, Logarithmen der goniometrischo lijnen (ƒ 0.75).

Aldeeling JJ van klasse VI bovendien Versluys, Analytische Meetkunde vooral ten dienste der Gymnasia (ƒ 2.25).

NATUUR- en SCHEIKUNDE.

Ki jASSe \ en VI. Ur. II. van der Studt, Beknopt leerboek der Natuurkunde. Eerste stuk, 5° druk ƒ 1.25. Tweede stuk, 4C druk f 1,75. Derde stuk, 2e drulc f 1,75.

N A T ü U R L IJ K E 111 S T ü RI E,

Klasse I. Horn en lt;le (last, Leerboek der Dier-en Plantkunde.

ocr page 37

Klasse II. Salverda, Haudloiding bij het onderwijs in de beginselen der Plant- en Dierkunde, Ge druk (/' 3.90).

Ki jASSE V en VI, Afdeeling 13. liitsema Hou, Leerboek der Dierkunde (ƒ 2.50).

HEBREEUWSCH.

t Hóilenbery, Hebraisches Scbulbuch, 4' A uil age. Berlin 1880. (/ 1.85).

W. Gesenius, Hebraische Grammatik, berausgegeben von Kautscb, 23e Auflage (ƒ 2.60).

t W. Gesemus, Hebraiscb und Cbaldaiscb Ilandwörterbucli liber das A. T. 9° vielf. umgearbeitete Au tl age von Mühlau und Volck (/' 9.75).

ocr page 38

BIBLIOTHEEK VAN HET GYMNASIUM,

1. Homori Ilias. Halae et Berolini. 1820, 4 ex.

2. „ üdusseia. Halae, 1823, 4 ex.

• gt;. Lotgevallen van Ulysses of 5 boeken dei' Odyssea.

dour Woytiugh. 1833.

5. Xeiioi)hoiitis Memorabilia ed. Schneider. Lipsiae 181(j. 2 ex.

Xenophontis Cfropaedia. Tauchnitz. 6 ex, „ Anabasis. „ 2 „

5. 1). Wyttenbach. Selecta priucipum historicoruni. 182(). (J. Platonis Opera. Tauchnitz. Vol. I. G ex.

7. 1 lerodoti Historiarum libri IX. ïauchn. 2 vol. 2 ex.

8. Luciani Colloquia ed. Hemsterhuis.

9. Grieksch Leesboek van Kreeuen en van der Kloes 1851. 2 ex.

Grieksch Leesboek van Dr. Kan. 18G2.

1lt;). v. d. Es. Opstellen ter vertaling in't Orieksch, Iste st.

11. Ovidii Tristia ree. Burmaim 1822. 2 ex.

12. Phaedri Fabnlae, Cura Burmanni 1829. 2 ex.

13. Anthologia poëtica in nsuni Gymnasii Ainstelodamensis. 1820. 2 ex.

ocr page 39

;i7

14. Cicoroiiis do Officiis Libri. Cato, Laolius, Paradoxa ot Somnium. Amstelodami. 2 ox.

15. C. Ncpotis Vita Excellentium Imporatorum. 1819.

16. Caosaris Commentarii cura Oudondorpii. 1819. 4 ox.

17. Salustii Opora. 1747. 4 ex.

18. T. Livii Opera. Tauchnitz. 5 vol. 4 ox.

19. Suotonii XII Caesaros. 1707.

20. Justiui Historiao Philijipicao, o rcconsiouo Burmanui. 1722.

21. Q. Curtii Ruti Do Rebus Gostis Aloxaiidri M. llistorm Tauchn. 4 ex.

22. Eutropii Breviarium Historiao Romauac 1818. 4 ex.

23. M. Tulli Ciceronis Narratiouos. 4 ox.

24. Jacobs on Doring. Latijnsch Leesboek. Eerste deel. 1851.

25. Kan on Schroder. Bloemlezing uit Lat. Dichters. 2o st. 1861. 3 ex.

26. Initia Lectionis Scholasticae ed. Bosscha, 1816. 4 ex.

27. Latini Sermonis Etymologia ot Syntaxis. Accedunt Erasmi Colloquia Selecta. 1777.

28. Descriptiones Nobilissimorum apud Classicos Locorum, edid. v. Kampen. Series I, XV ad Cacsaris do Bello Gallico Commentarios Tabulae. 1879.

29. Overboek, Pompeji. Dritte A ullage 1875.

30. Illustrirtes Wörterbuch dor Römischou Alterthümor von A. Rich. 1862.

31. Bilder aus dom altgriochischen Lobon von Stoll, 2c Auflago 1875.

32. Von Löher. Griechischo Küstenfahrten.

33. „ „ Nach den giücklichcji Insein.

34. W. von Lübke. Denkmaler dor Kunst.

ocr page 40

;:s

35. Das Lobcn dor Griechon uud Romer von Guhl imd Koner. 187().

36. Griechischo Königsroisen, von L. Ross, 2 Bd. 1848.

37. Rciscn auf den Gricchischon Insein von Ross. 4 Bd. 1852.

38. Reison uud Reiseroutou durch Griochonland, ) Theil. 1841.

30. Mykcnae von Dv. ScUieman. 1878.

40. Dr. K. Oppol, Das altc Wnudorland dor Pyramidon.

41. Kollewijn, Schetsen en Verhalen, Iste dool. Geschiedenis der oudheid. 1879.

42. Paulus Cassel. Vom Nil zum Ganges. 1880.

43. Ilistorischor Atlas von Carl Wolff. 1877.

44. Bilderatlas znr Einfühiiug tu die antike Kunst von Meuge. Mit Text. 1880.

45. Elier's Uarda. Alt Egyptischer Roman.

46. Georges Hanno. Les Villos Retrouvées. Paris 1881.

47. Dr. W. Wagner. Unsero Vorzeit. Zweiter Band. Deutsche Heldensage. 1881.

48. J. Lange, Bilder zur Geschichte I en II. Cyclus. 28 Bi kier.

49. Kollewijn, Schetsen en Verhalen. 11.

50. Fruin, Tien jaren uit den 80-jarigen Oorlog.

51. Smiles, Plicht.

52. Buugener, un Sermon sous Louis XIV.

53. Jean Muce, Histoire d'une Bouchéo do Pain.

54. Mulder, Jan Faassen. 2 dl.

55. Au dra, Griechische Heldensagen für die Jiigcnd.

56. Bulwer, The Last Days of Pompei.

57. Motley, De opkomst der Nederlandsche Republiek. 12 dl.

ocr page 41

Hit

58. Macaulay, History of England. 2 vol.

59. Bcckor, Erzahlungen aus dor Alten Wolt.

60. Boissior, Cicéron ot sos Amis.

61. Homers Iliadc, Erziililt vou Schmidt.

62. Hyperidis Oratioiies.

63. Aoliani Variac Historiae.

64. E. Chatrian, F Ami Fritz.

65. Töpfer, Nouvelles Génévoisos.

66. Scott, The fair maid of Perth.

(gt;7. G. Freytag, Soil und Haben. 2 Th.

68. Epigrammatum Authologia Palatina, ed. Diibner. 2 vol

60. L. Biart, Aventures d'un Jeune Natiiraliste.

70. Bnlwor, The Last of the Barons.

71. Defoe, Robinson Crusoe.

72. Croighton, Histoire Romaine.

73. Jnliani Imperatoris quae supersunt omnia.

74. E. Rhode, Der Griechische Roman und seine Vorlaufer

75. Ten Gate, Neêrlands Roem ter Zee. 2dl.i Geschenk

76. Kühne, Deutsche Heldensagen. I van

77. Norvins, Histoire de Napoléon illustrée.) Dr. Warren. 7 8. De dichtwerken van Bilderdijk. Haarlem,

TT 1 Geschenk

Kruseman. f

70. Kompleete werken vaji den ouden heer l V 11

Smits. jDr.K. de Jonge.

80. Church—Bouzekamp, Vertellingen van Homerus.

81. Platonis Opera. Ex ofücina B. Tauchnitz. 13 st.

82. „ „ Teubüer. 7 st.

83. Xenophontis Opera. Tauchnitz. 10 st.

84. Xeuoph. Historia Graeca ed. Cobet. 5 ex.

85. „ Expeditio Cyri ed. Cobet.

86. Lysiae Orationes ed. Cobet.

ocr page 42

10

87. Plutarchi Vitae. Tauchnitz. 5 vol.

88. Demosthonis Orationcs. Tauchnitz. 6 st.

89. Ilomcri Ilias cd. Baumloiu. 2 ox.

90. Homcri Ilias rcc. La Roclio.

91. Homcri Odyssoa cd. Baumlcin. 2 cx.

92. Euripidis Tragoediac. Tauchnitz. 3 vol.

93. Aristophanis Comocdiac. Tauchnitz. 2 vol.

94. Hosiodi Carmina. Teuhner. 3 ex.

95. Horatii Carmina. Touhner. 7 ox.

9(i. Martialis Epigrammatou Libri. Teuhner.

97. G. Verschuur, Palestina. Reisherinneringen.

98. „ Ultima Thule.

99. „ Eene reis om do wereld in 480 dagen.

100. Freytag, Die verlorene Handschrift. 2 Th.

101. Nonni Panopolitani Dionysiaca. 2 vol.

102. Epistolographi Graeci ree. Hercher.

103. Imhoof-Blumer, Portraitköpfe auf Römischon Münzcn.

104. „ „ „ „ Antiken Münzcn

Hollenisclier Völker. 1885.

ocr page 43

DE 00 ft ZAKEN

Dr. J. ,1 DOESJnilKJ

ocr page 44
ocr page 45

Gcon gewichtiger viaag word in de, tweede helft der I Tc eeuw aan do kabinetten van Europa ter oplossing vodr-golegd, dan die der Spaanscho Successie, oen vraag, wolkoi' beantwoording van hot hoogste gewicht voor do toekomst van dit woroldclool was, omdat cr waarschijnlijk moest heslist worden tusschcu oen machts- on gehiedsvorgrootiug van het huis Bourbon en van Frankrijk on oen van hot huis Habshurg en van Oostenrijk. Aldus scheen hot laatste tafereel van het drama, hetwelk sinds twee eeuwen do livaliteit der huizen Valois en Habshurg tot onderworp had, te zullen worden afgespeeld.

Was er dan geen andere oplossing mogelijk? Waren deze beide mogendheden de conige rechthebbenden ? Had de koning van Spanje zelf dan geen wil en geen kracht om dien to doen eerbiedigen, en ging hot aan, buiten hem om don knoop door te hakken?

Do man, die sedert 1665 geroepen was, om over het weleer zoo machtige, thans nog slechts uitgebreide, rijk den schepter te voeren, was do ziekelijke Karei 11. Den naam alleen had hij gemeen met zijn beroemden voorganger, den machtigen koning en keizer, in wiens rijk do zon niet onderging. Maar ook niets moer dan dit. Zwakke spruit van verarmd bloed, bezat hij nog in mindere mate dan zijn

ocr page 46

twee naaste voorgangers do kracht den regeeringslast op de schouders te torsen en word hij geheel en al bcheerscht door wie zijn gunst konden deelachtig worden. Van jongs af worstelende met oen zwakke gezondheid, die hij nog door denkbeeldige kwalen verergerde, leed hij aau oen melancholic, die hem de menigte deed ontvlieden en in hot binnenste van zijn paleis een toevlucht zooken '). Do vermindering zijner verstandelijke vermogens hield daarmede gelijken tred. Voor zulk eenen man waren de staatkundige gebeurtenissen onverschillig, gelijk ook de belangen zijner staten hem vreemd moesten zijn. Toch scheen do bijna uitgedoofde kaars weer op te flikkeren, zoo dikwijls als do vraag van oen opvolger ernstig ter sprake kwam. De gedachte hieraan nam Kareis laatston levenstijd in beslag, en het toch reeds zoo zwakke hoofd duizelde bij do beslissing eener zoo hoogst gewichtige aangelegenheid.

Sedert jaren, sinds 1661, was deze zaak het middelpunt geweest der eer- en heorschzuchtige gedachten van Lode-wijk XIV. Ofschoon door don afstand zijner gemalin, Maria Theresia, dochter van Philips IV van Spanje, bij zijn huwelijk van alle aanspraken op de Spaansche staten uitgesloten, beschouwde hij, evenals zijn volk 2), dien afstand, daar het een particuliere overeenkomst was, waardoor goen staatswet kon worden te niet gedaan, als van nul en geoner waarde, te meer, omdat hem de huwelijksgift zijner gemalin, in ruil tegen zijn rechten op de Spaansche successie, niet

') Topin, 1'Europe ci les Bourbons sous Louis XIV, Paris, 1808. p. 150.

2) Mémoires de Monsieur dk Torcy, pour servir a I'liistoire des négociaiions depuis Ie traité de Ryswyck jusqu'a la paix d'Utrecht, Londen, 1757, deel I3 p. 14.

ocr page 47

was uitbetaald '). Eveneens had Anna, dochter van Philips 111 en moeder van Lodewijk XIV, van haar aanspraken afstand gedaan. De leer van het staatkundig evenwicht, in dit geval, te beletten, dat twee zoo groote monarchieën onder één schepter vcreenigd jwaretr, was het leidend beginsel hierbij geweest. Desniettegenstaande had Lodewijk XI \ zich stellig voorgenomen, hetzij door list, hetzij door geweld, of door beide, zoo niet do monarchie in haar geheel, dan toch een deel er van te bemachtigen. Het zou de kroon zijn op het werk door Frans I zonder goeden uitslag aangevangen, door Hendrik II en Hendrik IV voortgezet, door Richelieu en Mazarin bijna voltooid: de vernedering der Habsburgers, nog meer: hun onttroning in de Spaansche helft hunner rijken.

Frankrijks overwicht in Europa was sinds 1G48 en L659 een feit. Doch voor de toekomst behoefde het versterking. Immers het liet zich aanzien, dat Karei 11 de laatste van het Habsburgsche huis in Spanje zou zijn. Kon de Oostenrijksche tak er in slagen, krachtens zijn aanspraken, de Spaansche rijken bij de Duitsche te voegen, dan zou het zoo lang voortgezette werk zonder vrucht en de herleving van de monarchie van Karei V er het gevolg van zijn. Dat te verhoeden achtte Frankrijk noodig, vooral in zijn eigen belang. Vandaar de vertoogen, bij do verschillende kabinetten ingediend, ten einde ze voor de wederopeisching der rechten van Maria Theresia te winnen; vandaar de pogingen, in 't werk gesteld, om de

) Zie het „ fraite des droits de la reine très-eürctienne sur divers étiits de la monarchie d'Ksjragne,quot; Paris 1007, op last van I-odewijk XIV uitge-even. om f.nropa, zooals de voorrede zegt, van ziju reeht te overtuigen

^ l)e akte van afstand hij Mignet, Négoeiafions relatives i\ la auceessiou d'Kspague sous Louis XIV. Paris, 1835, deel I p 57_05.

ocr page 48

4(5

afstandsverklaring in Spanje to doen herroepen. Na zijn tookomstige rechten op de geheele Spaanschc successie be-wezeji to hebben, vindt Lodewijk, ongeduldig om zijn macht te vergrooten, daartoe een middel met behulp van het devolutierecht; en, na de Spaansche Nederlanden eerst gevraagd, maar niet verkregen te hebben, neemt hij zijn toevlucht tot de wapenen (1(567). Hot kon niet anders, of dergelijke overmoedige onderneming moest oen geduchte coalitie ten gevolge hebben, en vooral moest do keizer van hot Duitsche rijk met zorg den aanwas dor macht van zijn tegenstander gadeslaan.

Leopold I was de tweede pretendent en zijns inziens de eenige, die wettige aanspraken kon doen golden. Gesproten uit de jongste dochter van Philips III van Spanje, erfde hij do aanspraken zijner moeder, die, niet als haar oudste zuster, van don Spaanschon troon had afstand gedaan. Maar tevens was hij gehuwd met de tweede dochter van Philips IV, die hij haar overlijden haar rechten naliet aan hare dochter, gehuwd met don keurvorst van Beieren, Maximiliaau Emanuel. Hot kind uit dit huwelijk was dus lt;io erfgenaam der rechten zijner moedor op do Spaansche monarchie. Leopolds dochter echter had vóór haar huwelijk afstand van haar aanspraken moeten doen, zoodat haar nakomelingschap even good was uitgesloten als die van Maria Thcresia. Onder do nakomelingen van Philips IV derhalve, meende Leopold, was geen wettig opvolger in do Spaansche landen te vinden. Men had dus op te klimmen tot dio van Philips III. En daar nu Anna van Oostenrijk, moeder van Lodewijk XIV, afstand van haar rechten had gedaan, was Leopold, door zijn moeder, de eenige wettige erfgenaam. Doch de keurvorst van Beieren, gemaal dor

ocr page 49

47

dochter van Leopold, beweerde, dat de afstaiidsverklaring zijner gemalin geen invloed had op de rechten van haren en zijnen zoon, Josef Ferdinand, geboren in 1692. Sinds dat jaar dus werd het getal pretendenten met één vermeerderd. Het schijnt evenwel, dat Leopold in 1668, bij het loven zijner vrouw, er niet aan dacht zich op do rechten zijner moeder te beroepen, om op do geheele Spaansche monarchie aanspraak te maken; althans hij kende, krachtens het verdrag in datzelfde jaar met zijn Franschen mededinger gesloten, aan zijn schoonzuster gelijke rechten toe als aan zijn gemalin

Do devolutie oorlog had ver strekkende gevolgen. De Republiek der Vereenigdo Provinciën had Lodewijk den voet dwars gezet. Zij had een triple-alliantie tot stand weten te brengen, die den koning van Frankrijk tot een terugtocht noopte. Die alliantie moest worden ontbonden, waardoor de gelegenheid zou ontstaan, bloedige wraak op de stichters van het verbond te nemen. De oorlog van 1672 brak uit. De verheffing van den prins van Oranje was er het gevolg van; maar ook de bittere haat, dien de Nederlanders tegen den machtigen koning opvatten en hen, voorgegaan door Willem III, meer dan ooit deed bedacht zijn op middelen, waardoor voor de Republiek der V. P. de nabuurschap van Frankrijk minder gevaarlijk zou worden gemaakt. Gelijk de devolutie krijg de triplo-alliantie in het leven had geroepen, zoo deed de oorlog van 1672 een verbond ontstaan tusschen de Republiek, den keizer, den keurvorst van Brandenburg en den koning van Spanje. De vrede van Nijmegen was echter niet in staat, Lodewijks

') Mémoires de Torcy, 1, p. 23.

ocr page 50

4«

zucht tot vergrooting van zijn rijk ou versterking van zijn invloed in Europa to bevredigen. De réunionskamers werden opgericht en in vollen vrede moesten zich verscheidene steden, vooral in den Elzas, Fransche bezetting laten welgevallen. Zoo boetten Leopold 1 en het Rijk voor hun inmenging in den krijg en slaagde Lodewijk des te eerder, omdat de Turken bot hart der Oostenrijksche monarchie bedreigden.

Niet straffeloos zouden de Europesche mogendheden dit dulden. De oorlogsfakkel werd op nieuw ontstoken, maar niet dan nadat het groote verbond tot stand gekomen was, door Willem III gesticht. Zoolang de Stuarts in Engeland regeerden, was van dien kant voor Lodewijk XIV geen gevaar te duchten. Anders werd het, toen Jakob II, niet genoeg gewaarschuwd door het lot, dat zijn vader in don strijd tegen het Parlement getroffen had, in een dergelijken kamp den schepter verloor. Door allen verlaten, trad de monarch van Frankrijk het strijdperk binnen. Toch zegevierden zijn wapenen ook nu, schoon de uitkomsten niet zoo schitterend waren als voorheen. Bij den vrede van de Pyreneeën werd Frankrijk vergroot met Artois en eenige vestingen in Vlaanderen, Henegouwen en Luxemburg; bij dien van Aken geraakte het in bezit van een twaalftal plaatsen in de Spaansche Nederlanden; bij dien van Nijmegen moest Spanje Franche-Comté en eenige steden in de Spaansche Nederlanden afstaan, en de vrede van Rijswijk gaf den keizer, evenals Spanje het veroverde terug, met uitzondering van eenige plaatsen in de Spaansche Nederlanden.

Onwillekeurig en als vanzelf dringt zich do vraag op, welke de beweegredenen hebben kunnen zijn, die Lodewijk

ocr page 51

ev toe leidden, den voorspoed, waarmede van zijn zijde de oorlog was gevoerd, in aanmerking genomen, in zoo beperkte mate het recht van den sterkste te doen gelden. Edelmoedigheid jegens den overwonnene en zelfbeheersching waren nu jnist niet zijn kenmerkende karaktertrekken. De veertig jaren sinds den Pyreneeschen vrede verstreken konden daarvan getuigenis afleggen. Hij was er de man niet naar, te buigen, tenzij van alle kanten in het nauw gebracht. Zijn houding derhalve bij den vrede van Rijswijk moet wei-overlegde staatkundige berekeningen ten grondslag hebben, gehad.

Het oogenblik namelijk, waarop de laatste der Spaan-sche Habsburgers deze wereld zou verlaten, scheen meer en meer te naderen. Karei II was het laatste tijdperk zijns levens ingegaan. De Spaansche erfenis werd nu het eenige voorwerp van Lodewijks denken en handelen.

Europa's toestand was middelerwijl veranderd. Vervlogen was de tijd, toen Leopold van Habsburg de Frausche aanspraken nog ten deele erkende. Langdurige oorlogen hadden een onverzoenlijken wrok bij den keizer doen post vatten. De Duitsche vorsten, vroeger voor een zeer groot deel de Frausche zijde kiezende en het onverschillig aanziende, dat het heilige Roomsche Rijk, gedeeltelijk ten gevolge hunner berispelijke houding, gevaar liep door de Turken vernietigd te worden, schenen eindelijk te begrijpen, dat zij van Frankrijk niets te hopen, alles te vreezen hadden. Do Katholiek-gezinde Stuarts hadden plaats gemaakt voor een vorst uit het huis der Oranjes, een vorst, die de ziel der laatste geduchte coalitie was geweest, en die zich ten doel had gesteld aan Lodewijks grenzenlooze veroveringszucht paal en perk te stellen; een vorst, door wien de banier van het

ocr page 52

;quot;)(I

Protestantisme omhoog werd gehouden, en die, als de leider van de staatkunde der Republiek, de leer was toegedaan. Frankrijk niet tot nabuur te hebben.

Onder zulke omstandigheden kon het wel niet anders, of de politiek van het kabinet van Versailles moest, met de aanstaande Spaanscbe erfenis voor oogen, een wijziging ondergaan.

Vrees voor Frankrijks overwicht had Europa naar Oostenrijks aanspraken doen overhellen. Die zienswijze moest worden gewijzigd: het Weener verbond diende ontbonden te worden. Rust was noodig, ook voor Frankrijk, om de uitgeputte finantiën te herstellen en zich, zoo noodig, tot een kamp voor te bereiden. Dit kon worden bereikt door oen vrede, waarbij Lodewijk de rol van den edelmoedige speelde '). Zou Frankrijk, wanneer het voor de tweede maal door de wapenen der verbonden mogendheden onder leiding van Willem III van alle zijden werd aangevallen, zoude het dan nog de kracht hebben, niet alleen om zich te verdedigen, maar bovendien om zijn veroveringsplannen te doen gelukken? Daarom scheen het beter op vrodelie-vende wijze over Spanje's toekomst te beslissen. Ook aan

') Vgl. de Flassan, hist, générale ct raisonnee de la diplomatie Frai^aisc, ou de la politique de la France, depuis la fondation de la monarchie, jusqu'a la lin du règne de Louis XVI, Paris 1811, deel IV, p. 165. Hij verwijst t. a. j). naar de mémoires van d'AvAUX. Vgl. ook Martin, Histoire de France, Paris, deel XIV, p. 234, dezelfde zienswijze toegedaan; evenzoo dk Grovestins, Guillaume JTI et Louis XIV, Paris 1848, deel VII; v. Noorden, Europ. Gesch. im 18 jahrh., Düsseldorf 1870, deel 1; Onno Klopp, Der Fall des hauses Stuart u. die Succession des hauses Hannover, Wien 1879, VIII. p. G13, vlgd. e. a. Voltaire echter in zijn „Siècle de Louis XIVquot; (deel IV van de oeuvrrts completes,quot; Ch. XVTT, Paris 185G, p. 107), naar de mémoires van Tokcy verwijzende, is hiermede in tegenspraak.

ocr page 53

de overige partijen moest dergelijke schikking hoogst gewen scht voorkomen. Immers, de Engelschen, tevreden over de voorwaarden van liet Rijswijksche tractaat, waren niet geneigd langer in oorlogstoestand te verkeeren, dan volstrekt noodig was. Zij zouden hun koning niet hebben willen volgen in zijn zienswijze om, voorloopig althans, nog een groot leger op de been te houden. Willem III was geen absoluut vorst als zijn Fransche tegenstander, maar een koning, die zich had te onderwerpen aan den wil der natie, uitgedrukt in hot parlement. De republiek der V. P. had het doel bereikt, dat zij zich bij het begin van den oorlog had voorgesteld, ja zelfs een zekerheid verkregen, waarnaar zij lang had gestreefd, en om welke haai' te geven Willem III niet had opgehouden werkzaam te zijn. Zij had met den keurprins van Beieren, gouverneur-generaal der Spaausche Nederlanden, een overeenkomst aangegaan, waarbij haar het recht werd toegekend, in eenige der in die gewesten liggende steden troepen te leggen '). En de keizer? Deze had in dienzelfden tijd de Turken van zich af te weren, die een nog dreigender macht voor zijn landen eu het rijk waren, dan de Fransche heerscher. De vrede was dus aan allen gelijkelijk welkom, voor alle partijen eervol. Van dit oogenblik af heeft er een omkeering plaats in Frankrijks tot nu toe gevolgde staatkunde 1). De

1

-) Klopp, Der Fall des Hauses Stuart, VUT, p. 015, noemt het jaar 1690, sintls welk tijdstip Lodewijk XIV, op het bericht van de ziekte van Karei II en nadat hij kennis gekregen had van lirl geheime artikel van het Weener verbond, er naar streefde, zoo spoedig mogelijk aan den oorlog een einde te maken.

ocr page 54

;')(gt;

Protestantisme omhoog werd gehouden, en die, als de leider van de staatkunde der Republiek, de leer was toegedaan. Frankrijk niet tot nabuur te hebben.

Onder zulke omstandigheden kon het wel niet anders, of de politiek van het kabinet van Versailles moest, met de aanstaande Spaansche erfenis voor oogen, een wijziging ondergaan.

Vrees voor Frankrijks overwicht had Europa naar Oostenrijks aanspraken doen overhellen. Die zienswijze moest worden gewijzigd; het Weener verbond diende ontbonden te worden. Eust was noodig, ook voor Frankrijk, om de uitgeputte finantiën te herstellen en zich, zoo noodig, tot een kamp voor te bereiden. Dit kon worden bereikt door een vrede, waarbij Lodewijk de rol van den edelmoedige speelde '). Zou Frankrijk, wanneer het voor de tweede maal door de wapenen der verbonden mogendheden onder leiding van Willem III van alle zijden werd aangevallen, zoude het dan nog de kracht hebben, niet alleen om zich te verdedigen, maar bovendien om zijn veroveringsplannen te doen gelukken ? Daarom scheen het beter op vredelievende wijze over Spanje's toekomst te beslissen. Ook aan

') Vgl. de Flassan, hist, générale ct raisonnéc de la diplomatie Frat^aise, on de la politique de la France, depuis la fondation de la monarchie, jusqu'a ia lin du règnc de Louis XVI, Paris 1811, deel IV, p. 165. Hij verwijst t. a. ]). naar de mémoires van d'AvAUX. Vgl. ook Martin, Histoire de France, Paris, deel XIV, p. 234, dezelfde zienswijze toegedaan: evenzoo ni', Grovestins, Guillaume III et Louis XIV, Paris 1848, deel VII; v. Noorden, Europ. Gesch. im 18 jahrh., Diisseldorf 1870, deel 1; Onno Klopp, Der Fall des hauses Stuart u. die Succession des hauses Hannover, Wien 1879, VIII. p. G13, vlgd. e. a. Voltaire echter in zijn „Siècle de Lonis XIVquot; (deel IV van de „ oeuvrös completes,quot; Ch. XVII, Paris 185G, p. 107), naar de mémoirps van Torcv verwijzende, is hiermede in tegenspraak.

ocr page 55

f)!

de overige partijen moest dergelijke schikking hoogst ge-Avenscht voorkomen. Immers, de Engelschen, tevreden over de voorwaarden van het Ilijswijkschc tractaat, waren niet geneigd langer in oorlogstoestand te verkeeren, dan volstrekt noodig was. Zij zonden hnn koning niet hebben willen volgen in zijn zienswijze om, voorloopig althans, nog een groot leger op de been te houden. Willem 111 was geen absoluut vorst als zijn Fransche tegenstander, maar een koning, die zich had te onderwerpen aan den wil der natie, uitgedrukt in het parlement. Do republiek der Y. P. had het doel bereikt, dat zij zich bij het begin van den oorlog had voorgesteld, ja zelfs een zekerheid verkregen, waarnaar zij lang had gestreeld, en om welke haar te geven Willem III niet had opgehouden werkzaam te zijn. /ij had met den keurprins van Beieren, gouverneur-generaal der Spaansche Nederlanden, een overeenkomst aangegaan, waarbij haar het recht werd toegekend, in eenige der in die gewesten liggende steden troepen te leggen '). En de keizer? Deze had in dionzelfden tijd de Turken van zich af te weren, die een nog dreigender macht voor zijn landen en het rijk waren, dan de Fransche heerscher. De vrede was dus aan allen gelijkelijk welkom, voor alle partijen eervol. Van dit oogenblik af heeft er een omkeering plaats in Frankrijks tot im toe gevolgde staatkunde 1). De

1

) Klopp, Der Fall des Hanses Stuart, VI11, p. 015, noemt het jaar 1696, siiiils welk tijdstip Lodewijk XIV, op het bericht van de ziekte van Karei li en nadat iiij kennis gekregen had van het geheime artikel van het Weener verbond, or naar streefde, zoo spoedig mogelijk aan den oorlog ecu einde te maken.

ocr page 56

politick van geweld wijkt voor die der vreedzame onderhandelingen. Welke vruchten zon het kunnen plukken, mi half Europa het de Spaansohe monarchie, zoo Lodewijk die met geweld zou willen vermeesteren, betwistte? Het kwam er thans op aan, de tegenstanders kalm te stemmen.

Begrijpende, dat de verwerving der geheele Spaansche erfenis in geenen deele door Europa zou worden gedoogd, maar dat tevens de even groote aanspraken des keizers weinig gewicht in de schaal legden, indien hij niet in zijn vermeende rechten door Engeland en de republiek werd ondersteund, was het voor Lodewijk XIV van het meeste belang te weten, hoe de zeemogendheden haar standpunt zouden kiezen. Daartoe zouden de onderhandelingen dienen, die nu met Willem 111 worden aangeknoopt. De koning-stadhouder achtte den vrede van Rijswijk slechts een wapenstilstand, gedurende welken hij zich op nieuwe worstelingen had voor te bereiden. Maar noch de eene, noch dc andere der beide natiën, in welke hij gezag uitoefende, koesterde diezelfde overtuiging. In beide landen hield men 't er voor, dat een tijdperk van rust was aangebroken, waarin de geslagen wonden konden geheeld worden, en dat uitzicht gaf op een kalme toekomst. Vandaar de afdanking van de meerdere, voor den krijg noodige, doch nu overtollig geworden troepen. En ofschoon het Lagerhuis, dat zitting hield tijdens den Rijswijkschen vrede, voornamelijk was samengesteld uit Whigs en ijverig tot het voortzetten van den laatsten oorlog had medegewerkt, niet onverschillig kon zijn voor de vergrooting van Frankrijk, meende het niettemin gehoor te moeten geven aan de weuschen der natie, die vermindering van

ocr page 57

lasten vroeg '). Bovendien schoen men bezorgd voor de macht, die een weluitgerust leger in de handen van een vorst zou zijn. Het wantrouwen deed dus ook het zijne 2). Niettegenstaande alle bedenkingen van den kant des ko-nings, werd een groot deel van het leger afgedankt 3). Engeland ontwapende zich en de Republiek deed hetzelfde ^), wat te gevaarlijker was, nu dit voorbeeld niet door Frankrijk werd gevolgd. Willem 111 voorzag de gevolgen. Zijn gezag naar buiten zou niet weinig worden getemperd, daar hem de handen gebonden waren: ja, bij een plotselingen dood van Karei II zou hij niet kunnen beletten, dat Frankrijk zich op de Spaansche monarchie wierp, dewijl het vrij in zijn bewegingen was, nu geen verbond, noch eenige behoorlijke krijgsmacht oogenblikkelijk tegen zijn plannen konden optreden. Hij moest derhalve wel in de onderhandelingen treden, die Lodewijk zoo goed was met hem aan te knoopen, want zonder deze zou het gevaar eener ontzaglijke gebieds- en machtsvergrooting van den koning van Frankrijk niet denkbeeldig zijn. Alleen op deze wijze zou waarschijnlijk het evenwicht, zoo noodig voor aller onafhankelijkheid, kunnen bewaard blijven.

Lodewijk XIV had gerekend op de verlegenheid, waarin zich de koning van Engeland bevond °). Hij hoopte zijn tegenstander nu voor zijn politiek te winnen. Door in te

') Zie bv. verschillende brieven van W. 111 aan Heinsius, bij uji Gkovkstins, o. a. Vil, p. 48; bij v. Noorden, Europ. Gesch., enz., 1, p. llü.

-') v. Noorden, t. a. p.

3) Macaulay, Hist, of England, Londeu, 1860, IV, p. 273.

4) Wagenaak, Vaderl. Hist., Amst., 1782, XVII, p. 8.

') Zie bv. Willems schrijven aau Heinsius, 15/25 Maart 1698, bij de Guo. vestins, VII, p. 132.

ocr page 58

r)4

stemmen met Loclowijks voorstellen werd wel voor een deel Oostenrijk verloocliend, maar liet kon niet anders. En juist dit was het, wat de Fransclio monarch beoogde. Werd Willem liet met hem eens, dan volgde daaruit vanzelf, dat hij wel degelijk de aanspraken van Maria ïheresia erkende en dus niet toegaf aan de hooge pretentiën van Leopold. De laatste zou dan daarmee alleen staan en zóó genoodzaakt worden zijn buitensporige eischen eenigszins te matigen.

Hoofddoel der zeemogendheden bleef uu, te beletten, dat Frankrijk zich in de Spaansche Nederlanden en aan den Rijn vergrootte, hetgeen de onafhankelijkheid van de Republiek zou kunnen bedreigen; voorts, dat het zich niet meester maakte van Spanje en Indië, hetgeen voor de handelsbelangen van Engeland en de Vereenigde Provinciën niet voordeelig zou zijn. Konden die aangewezen gedeelten worden toegekend aan een vorst, van wien men geen gevaar behoefde te vreezen, dan was men gered.

Hij, wien dit werd toegedacht, was de kleinzoon van keizer Leopold, de zeer jeugdige Jozef Ferdinand van Beieren, wiens rechten, in tegenspraak met Leopolds beweringen, wel degelijk werden erkend. Het overschot zouden Frankrijk en Oostenrijk deelen. Aldus geschiedde. En het eerste verdeelingsverdrag werd door Engeland en de Republiek aan de eene eu Frankrijk aan de andere zijde, in Sept. en Oct. 1(398 geteekend ').

') Het iractaat bij Lambkrty, Mémoires pour scrvir a I'liisioirc du XVIII siècle, la Haie, 1730, 1, p. 12. Men vergelijke omtrent de onderhandelingen, die tot de verdeelingsverilragen hebben geleid : v. d. Heim, J)e traetaten tot verdeeling der Sp. monarchie, Gids, 1884, p. 42, vlgd.

ocr page 59

In Spanje brak bij het bekeud worden dezer beschikking een storm van verontwaardiging lus. Geen wonder. Niets was er, wat den Spanjaarden meer reden tot bezorgdheid gaf, dan een versnippering hunner monarchie; niets, dat zoozeer door hen werd verworpen, vooringenomen als zij waren met de eenheid hunner staten '). A\ aar echter den persoon te vinden, die den schepter over hunne rijken voeren zoude? Een prins uit het Oostenrijksche huis kon hun geen genoegen geven. Sinds jaren bekleedden er de gehate Duitschers, door den invloed der koningin. Maria Anna van Paltz-Neuburg, zuster der voor-overleden keizerin van het Duitsche rijk, alle voorname ambten. Het land was met Duitschers overstroomd, en wat was nu het voordeel tot nog toe uit die enge verbintenis ontsproten De Oostenrijksche landen lagen te ver van de Spaansche verwijderd, dan dat voor de Spanjaarden groot nut uit die vereeniging kon voortspruiten. En voor 't geval, dat een Oostenrijksche prins tot de koninklijke waardigheid in Spanje geroepen werd, zou dan niet Frankrijk trachten met geweld zijn aanspraken, te doen gelden V Zou het niet in dien strijd overwinnaar blijven? Tot het opwekken van deze en dergelijke denkbeelden ontzag dan ook de gezant van Frankrijk aan het hof van Madrid, sinds December 1697, de markies dTlarcourt, geene moeite, in welk streven hij niet weinig door het aanmatigend gedrag der koningin en dat harer volgelingen, werd geholpen 2).

Toch was Karei zelf voorloopig nog niet te bewegen, om

') Zie het bericht van d'Harcourt aan den koning bij Torcï, Mém., I, ]). RS. 2) üc instructie van d'Harcourt bij nb'. Flassan, Hist, de la diplom. 1'nine IV, p. 191; de TokcYj Mém., I, p. 13.

ocr page 60

Ól)

dergelijke zienswijze te huldigen. Ofschoon men verwachtte, dat hij, op de tijding van het eerste verdeelingsverdrag, zich zou verklaren ten gunste van den keizer of diens zoon, benoemde hij den jeugdigen keurprins van Beieren tot zijn eenigen erfgenaam '), oen beschikking, die een voortreffe-lijken indruk maakte quot;). Geen boter middel, dacht men, om hot evenwicht te bewaren: een vorst, wiens macht voor niemand gevaar opleverde, die niemand bedreigde, werd tot den troon geroepen. Do vrienden van den vrede waren uitermate verheugd; immers zóó bleef aan clkon staat zijn uitgostrokthoid en macht. In Engeland en in de Republiek was men blijde van hot verdeelingsverdrag verlost to zijn. Slechts twee vorsten waren minder geneigd met dezen juichtoon in te stemmen. Het waren Lodewijk XIV en Leopold I.

Maar hij, die geroepen zou zijn eenmaal den troon der Spaansche Habsbnrgers te beklimmen, overleed plotseling, oenige maanden na Kareis beschikking. De koning van Frankrijk knoopte terstond weer nieuwe ouderhandelingen aan met W illom HI, die daartoe zooveel te meer bereid was, naarmate do oppositie in het parlement — een oppositie, die met den aanval op het staande leger de verdachtmaking had samengeknoopt, dat Willems buitenland-scho staatkunde strekte tot bevordering zijner persoonlijke

') Eigenlijk had de koning; in Spanje hel recht niet, zelf en alleen over de monarchie te beschikken. Hij kon dit niet doen zonder de toestemming der Cortes, zie Hiiteau, Ave'ncmcnt des Bourbons au trone d'Espagnc, l'aris, 1875, 1, p. CX.

2) Men vergelijke wat llarrach omtrent de. gevoelens der Sp. natie te dezen opzichte zegt in de Mémoires et négociations secretes de Ferdinand Bonaven-ture conite d'Harrach, ambassadeur plénipotentiare de Sa Majesté Impériale a la cour de Madrid, par monsieur de la Torre, la Haie, 1730, i, p. 38.

ocr page 61

rgt; lt;

eerzucht — liem meer en meer de lianden hond '). De koning van Engeland zoude zieli dus, hij de onverseliillig-lieid, die zijn onderdanen ten 'opzichte van het erfenisvraag-stuk betoonden, niet in staat hebben bevonden, om, ingeval de Spaansche vorst plotseling kwam te overlijden, en Lo-dcwijk, als door geen verbintenis gehouden, zich van tie betwiste monarchie trachtte meester te maken, dien aanval niet kracht al te weren. In Frankrijk was men van dezen stand der zaken volkomen op de hoogte '2). Men wist, dat de koning-stadhouder zich niet. verstouten zou Lode-wijk te bedreigen. Tot de thans weer opgevatte onderhandelingen werd ook de keizer geroepen, die echter meende voorloopig niet te moeten toetreden. Zóó sloot Willem 111 het tweede deelingsverdrag (Maart 1700), dat hij zelf afkeurde quot;), en volgens hetwelk aan Frankrijk meer werd toegekend dan bij het eerste 4).

Toen het verdrag in Spanje word aangekondigd, kende de verbazing des konings en der koningin geene grenzen. Denzelfden indruk maakte het op de natie 5). Hoe, men quot; zich ten tweeden male vermeten, nog bij het leven des konings, over de monarchie te beschikken! Mot de eenheid

') vjrl. verschiilende brieven van III ;ian Heinsius, bij igt;k Gkovestins, Guilluume JII et Louis XIV, VU, p. 201, 2ü'2. üo» de raadpensionaris maakte zicli bij den dood van den keurprins zeer bezorgd, vgl. den brief van W. lil aan Heinsius, bij Grim blot, Letters of William 111 and Louis XIV. Londen, 1848, II, p. 254.

2) de Grovestins, VU, p. 195.

3) \ on Noordkn, Europaisehc Gesehiehte im 18quot;' Jarlihundert, Düsseldorfquot;, 1870, I, p. Hl.

*) Het verdrag bij Lamberty, ,Me'ni. J, p. 07 ; Wagenaak, XVII, p. 29 ; Torcy, Mem. I, p. 82.

5) Ranke, Franz. Gesoh., 2e Aull.; IV, p. 140.

ocr page 62

ÓS

eii oiigeschondcnheid van liet Spaansche rijk was het nu gedaan. Zou Lodewijk XI\ zich tevens niet, Ijij de eerste de beste gelegenheid, meester maken van hetgeen hem niet was toegedacht? Zouden dan niet eerst recht de veroverde gedeelten als overwonnenen, als aanhangsels van Frankrijk worden behandeld? Wilde men volstrekt de monarchie in haar geheel gehandhaafd zien, zoo was er geen beter middel, dan ze uit eigen beweging aan Lodewijk toe te kennen. Hij. de machtigste monarch van Europa, zou haar gewis tegen eiken aanval weten te beschermen. Niemand zou dat zoo gemakkelijk kunnen als juist hij. Of grensde zijn koninkrijk niet aan het schiereiland, aan de Spaansche Nederlanden, aan hot Milaneesche? Zouden ook niet de koloniën baat viudeu bij de bescherming der Fran-sche zeemacht, welke in die streken laugzamerhand meer stations kreeg? Welke hulp toch kon Oostenrijk brengen? ^ erwijderd van de Spaansche bezittingen, verzwakt sinds 1648, overwonnen op talrijke slagvelden, zou liet de kracht missen, aan het machtige Frankrijk weerstand te bieden en de Spaansche staten te beschermen. Verdeeling wilde men niet, zich aan Oostenrijk toe te vertrouwen zou hetzelfde zijn als door Frankrijk als overwonnene behandeld te worden. Welnu, de oude vijandschap moet wijken voor de zucht tot zelfbehoud. Een prins uit het huis Bourbon, niet Lodewijk zelt, om duidelijk in 't oog vallende redenen, moet de erfenis der Spaansche Habsburgers aanvaarden: want van den man, van wien in het tegenovergestelde geval alles te vreezen is, is dan alles te hopen ').

') Zie omtrent deze overwegingen de memorie van den markies del Fresuo, lid van den Spaansehen staatsraad, medegedeeld bij Okovestins, VII, p. 364—869.

ocr page 63

oil

Zóó hooft men gowikt on gowogen. Hot kwam er nu op aan, Karei 11 voor deze zienswijze te winnen. Maar daartoe waren talrijke liindorpalen uit den weg te ruimen.

Twee partijen betwistten te Madrid elkander het terrein. De Oosteurijksche, wier belangen door do koningin worden vooropgesteld, en welke nevens haar werd vertegenwoordigd door den prins van Hessen-Darmstadt, gouverneur van Catalonië en door de gunsteling dor koningin, de gravin de Beriep». Doch de hooghartigheid dor echtgenooto van Karei II, do aanmatiging barer volgelingen, de omstandigheid, dat vele der aanzienlijkste posten in handen der Duitschers waren; dit alles wekte afkoer. De houding van den Oostenrijkscben gezant, von Harrach, was evenmin geschikt veler sympathie te winnen '). Dientengevolge was impopulariteit de oogst van wat door deze partij was gezaaid.

Beter slaagde de Fransche gezant d'Harcourt. Hij had in last, zooveel mogelijk de stemming der grooto beeren en van hot volk ten opzichte der erfopvolging te doorgronden, terwijl hij voorts moest trachten te ontdekken, welke do geheime gangen waren der Oosteurijksche partij, ten einde die zooveel mogelijk te dwarsboomen '). Lodewijk XIV had iu hem den rechten man gevonden, en dat zijn komst de belangen der tegenpartij in don weg stond, bleek wel hieruit, dat hem gedurende drie maanden door toedoen der koningin een audientie bij den souvorein werd belet 3). Maar juist, omdat hij bij het grootendeels Duitscho hoi

') de Tohcy, Mém. 1, p. 38, 39.

2) i)E Torcy, Mém. 1, p. 13 ; de Flassan, p. I'Jl.

*) de Tokcy, Mém. I, p. 1^.

ocr page 64

HO

verdacht was, viel hot hem to gemakkelijker, aan bet volk te behagen, waartoe zijn prachtlievenclheid, zijn zeldzame behendigheid en zijn fijne tact hem niet weinig hielpen '). locn echter de koning van Frankrijk het tweede deeliugs-verdrag aan het hol van Madrid wilde mededeelen, verzocht de gezant, die zich daartegen sterk had verzet, van meening zijnde, dat het bekend worden er van zijn persoon in gevaar kon brengen en do gemoederen tegen Frankrijk ophitsen, om zijn terugroeping, waaraan Lodewijk voldeed 2). Toch had hij de Spanjaarden reeds in vrij groote mate verzoend met het denkbeeld, dat misschien eenmaal een Iransche prins hen zoude regeeren. Het behoeft nauwelijks gezegrl te worden, dat dergelijke neiging des volks de plannen van hen in de hand werkten, die, om reeds gemelde redenen, een prins uit het huis Bourbon tot koning der Spaausehe monarchie wenschten verheven te zien. De ziel dezer voornemens was de invloedrijke kardinaal Porto Carrero, door Ranke het orakel van Spanje genoemd !). Twee hoofdbezwaren dienden overwonnen te worden, en wel, de afstandsverklaring der koningin van frankrijk en de ongeneigdheid van Karei, om zijn eigen huis te berooven.

Wat het eerste betreft, oordeelde men, dat het doel. waarom Lodewijks gemalin afstand van haar aanspraken op de Spaansche kroon had gedaan, thans bereikt was. Men had er immers mee beoogd, te voorkomen, dat twee groote rijken vereenigd werden. Die bezorgdheid nu be-

') iik Ki.assan, Hist- do la dipluiiiatie Fraiifaisc, IV, jj, 192, 1(J3.

') Zie hierover vooral Kluit, Der Fall des Hauses Stuart, VII, p. 494 vlgd.

3) Ranke, Französischc Gcschichte, 2quot; Aull., IV. p. 120.

ocr page 65

rgt;i

hoefde niet moer aanwezig te zijn, daar de dauphin drie zonen had, van wie de oudste de rechten zijns vaders op Frankrijk erfde, terwijl een der beide andere het bewind over de Spaansche rijken kon aanvaarden. Er was derhalve geen vereeniging der beide kronen op één hoofd te vree-zen. Ten einde nu den koning te winnen, was het noodig, hem van zijn Dnitsche omgeving los te maken. Daartoe diende het ontslag van den prins van Hessen-Darmstadt en van de gravin de Berleps, die de koningin leidden, en op hun benrt weer het wachtwoord uit Weenon ontvingen. Aldus zou de koningin alleen staan, ten gevolge waarvan zij, ofschoon haar invloed op den koning groot was, toch niet meer, beroofd van haar leiders, die hinderpalen in den weg zou kunnen leggen, welke door de Franschgezinde groote heeren niet dan met veel moeite konden worden opgeruimd. Misschien ook, dat zij, gedurende Kareis laatste levensmaanden, het oor leende aan voorstellen, die niet meer of minder behelsden dan haar tweede huwelijk met den dauphin waardoor haar werkeloosheid na de verwijdering der beide gunstelingen dan ook voor een deel zou kunnen verklaard worden.

Met drang van redenen trachtte men den ougelukkigen koning zeiven, na eerst zijn omgeving gezuiverd en zelfs zijn Oostenrijkschgezinden biechtvader door een anderen vervangen te hebben, over te halen, een kleinzoon van Lode-wijk XIV tot zijn eenigen erfgenaam te benoemen 2). Geplaatst tusschen zijn persoonlijke gehechtheid aan het llabs-burgsche huis en de belangen der natie, was de koning

') jVIem. et négociations de Hakuacii, II, ]). 195.

-) Vgl. de uitvoerige en levendige sehildering de/er inlrigues in de Ménioirea du due de Saint-Simon sur Ie siTiele de Louia XIV' et la n'genee, Paris, 1856, II, chap. X, p. 115 vlgd.

ocr page 66

(■)2

ten prooi aan een iuwendigen strijd, die hem zijn laatste levensdagen een ondragelijke kwelling deden zijn. Rust, scheen het, was voor den ongelukkigen monarch niet meer op deze aarde te vinden. Men achtervolgde hem tot in zijn schuilhoeken en spiegelde hem voor, dat alleen de he-noeming van een Franschen prins tot erfgenaam den Eu-ropeeschen vrede en het ongerept voortbestaan der Spaansche monarchie kon verzekeren, ja, dat zelfs het heil zijner ziel van de keuze afhing. Zoo gaf dan eindelijk in don avond van den S''6quot; Octoher de doodzieke koning, liggende op het bed, dat weldra zijn sterfbed worden zou, toe en teekende het testament, dat reeds vooruit was gereedgemaakt, waarbij Philips, hertog van Anjou, tweede zoon des dauphins van Frankrijk, tot eenigen erfgenaam der Spaansche staten benoemd werd. Deze beschikking moest tot na 's konings dood geheim blijven. Die dood liet niet lang op zich wachten. Op den eersten dag der volgende maand verliet de laatste telg der Spaansche Habsburgers het leven, en kort daarna werd den volke verkondigd, dat de tweede kleinzoon des konings van Frankrijk den schepter in handen zou nemen ').

'} Volgens Kt,opp, Der Fall des llauses Stuart, berust tie triuiitie, dat Karei 11 de beslissing omtrent de keuze eens opvolgers in handen zou tïelegd hebben van Paus Tnnocentius XI i en 's pausen antwoord ten gnnste vau den hertog van Anjou, op een dwaling. De koning namelijk zou voor ziebzelven beslist hebben voor den aartshertog. Niet daarover derhalve kon hij 's pausen raad willen inwinnen, maar wel over het uitvoeren van dat besluit zonder dat. het, een oorlog na zich sleepte. Innoeentius XTI eehter ontweek de zaak-en antwoordde, dat, hij te gelegener lijd doen zou, wat hij vermocht. In het jaar 1700, toen èu genoemde pans èu Karei II nog leefden, bestond de overlevering nog niet. Zij kwam eerst iu hef jaar 1702 voor den dag en is van Fransehen oorsprong. Zie Ki.opp, der Fall des llauses Stuart, VII, p. 5U4 e. vlgd. en X, p. 1(gt;2.

ocr page 67

Moge Lode wijk niet de rechtstreeksche bewerker dezer schikking geweest zijn, zeker is liet, dat hij door zijn houding en invloed er toe heeft medegewerkt ').

Sinds den Rijswijkschen vrede had hij de Spaansche natie tot zich getrokken. Had zij niet aan hem de goede behandeling, bij dien vrede genoten, te danken? Waartoe diende het edelmoedige aanbod, in Mei 1698, toen de Mooren Centa veroverden, den Spanjaarden met de wapenen in de hand bij te staan? — een aanbod zoo edelmoedig, dat de koningin de hulp weigerde 1). Maar bovenal door de vrees levendig te houden, dat de monarchie verdeeld, en aan dén anderen kant. door de hoop op te wekken, dat zij door hem zou worden verdedigd, had hij het daarheen weten te leiden, dat de Spanjaarden er meer dan ooit van overtuigd waren, dat hun de keus vrijstond tusscbeu een verbrokkeling hunner rijken en liet behoud der eenheid onder Lodewijks machtige bescherming.

1

) ni Torcy, Mém., I, p. 30 en 87.

ocr page 68

II.

Het testament, dat geheim had moeten blijven, was reeds vóór Kareis dood gemeen goed geworden. De groote vraag was nu: zal Lodewijk liet aannemen of niet? Zoowel voor het eene als voor het andore werd in den door hem hijeen-geroepen raad gepleit. Het gold hier de keuze tusschen gehiedsvergrooting, door de deelingsverdragen gewaarborgd, en de uitbreiding van Frankrijks macht en aanzien door een kroon voor den jeugdigen Anjou aan te nemen; m. a. w.: tusschen eigen vermeerdering van macht en de vestiging van een tak van het luns Bourbon ten zuiden der Pyreneeën. Wat kon het meeste voordeel brengen? In we Ik gc ;val is een oorlog het waarschijnlijkst, of, indien in beide gevallen de wapenen moeten ter hand genomen worden, is er dan meer kans van slagen bij aanneming of verwerping van het testament ? En bovendien, zoo Lodewijk liet niet aanneemt, komt de geheele successie aan den tweeden zoon van Leopold I, den aartshertog Karei '). De keizer zal nu nog minder dan vroeger geneigd zijn, tot het tractaat van 1700 toe te treden. Moest, nu eindelijk het

'j ijk Tokcy, Mém., 1. |gt;. i'?.

ocr page 69

doel van een vijftigjarige regeering was bereikt, nu de uitzichten, die Lodewijk reeds bij zijn Spaansch huwelijk voor oogeu had gehad, ja, om welke to verwezenlijken dit huwelijk gesloten was, in vervulling stonden te komen, nu de rechten zijner gjmalin openlijk werden erkend; moest dat alles thans worden opgegeven? En zouden do wapenen worden opgevat tegen een volk, aan hetwelk oen kleinzoon als koning van harte welkom was, meer dan dat, togen een natie, die zelve dien kleinzoon had begeerd ')?

Met verschillende gewaarwordingen werd do tijding, da| de koning van Frankrijk het testament had aangenomen, ontvangen. In Engeland juichte men de komst van Anjou op den Spaanschen troon over 't algemeen toe '). Men geloofde, dat dit de eenige weg was, om uit do moeilijkheden te geraken, die door Willoms buitenlaudsche staatkunde waren veroorzaakt; dat de heerschappij van Philips van Anjou Frankrijks macht niet bedenkelijk zou vergrooten. Is Philips, zoo overwoog men, niet nog een kind? hij zal in Spanje zijn opvoeding ontvangen; zijn betrekkingen met Frankrijk zullen langzamerhand losser worden, en dan zal hij door den Spaanschen raad worden geregeerd Men had bovendien genoeg van den oorlog; reeds te veel nadeel was aan den handel toegebracht. Het Lagerhuis veroordeelde het regeeringsverdrag en schroomde niet eenige ministers in

') Men zie omtrent de meeningen en beslissingen in dien raad : igt;e Torcy, Mém., I, p. 95 eu 101 ; de Saint Simon, Mém., 11, chap. XI, p. 127 vlgd., die elkaar op enkele punten tegenspreken ; voorts Moket, (^uinze ans, etc., I, p. 32.

2) Schrijven van AVillem III aan Heinsins, bij de Grovestins, Vil, p. 396, 397.

3) ii a a // ii a » Gaillardin, Hist, du règne de Louis XIV, Paris, VI, p. 143,

ocr page 70

0(3

staat van beschuldiging te stellen. Willem III zelf was van een geheel andere meening '). Nu Lodewijk zich aan woordbreuk had schuldig gemaakt, was aan de bedoelingen en verwachtingen van den koning-stadhouder de bodem ingeslagen. Hij vreesde wel degelijk een machtsvergrooting van Frankrijk, die zoowel gevaar voor zijn koninkrijk als voor de Republiek opleverde. De handel zou voortaan in Italië, de Levant en Amerika ten zeerste worden bedreigd; de Voree-nigde Provinciën kregen nu de Franschen tot nabuur. Deze meoning deelde de raadpensionaris Heinsius en met hem enkele staatslieden in de Republiek, want in Holland was de stemming overigens als in Engeland. Zorg voor de toe-komst scheen men niet te hebben, dan ten opzichte der handelsbelangen Een omkoering dier flauwe stemming weid door Heinsius eerst verwacht, zoodra Lodewijk zijn toevlucht zou nemen tot maatregelen van gewold. Hij, de eerste dienaar der Republiek, was het, die de Staten-Generaal on die van Holland herhaaldelijk gewaarschuwd en den argwaan togen Lodewijk XIV levendig gehouden had. Een bedenkelijk hoofdschudden verried zijn meening omtrent het laatste deelingstractaat. Zijn waarschuwende stem was het geweest, die den koning-stadhouder hooge eischen aan Frankrijk had doen stellen. Nu eenmaal het testament was aangenomen, meende Heinsius, dat het geene zaak was, aan te dringen op het nakomen van het 2C ver-deelingsverdrag 3). Hij was er van overtuigd, dat de

') Zie zijn sclirijven aan Heinsius, bij de Grovestins, VII, p. 39G, 397.

2) Schrijven van Heinsius aan Willem ITT, bij de Grovestins, VIT, p. 426. De fondsen cn actiën op de Arosterdamschc beurs stegen, zie schrijven van Heinsius, bij de Grovestins, VIT, p. 403.

3) v. Noorden, Europ. Gesch. im 18°quot; Jahrh., I, p. 122, 123.

ocr page 71

G7

Spaansche natie niets moer vreesde, dan een versnippering harer monarchie, en dat do troonsbestijging van een Habs-burger mot gejuich door het Spaansche volk zou worden begroot. In die richting moest un gearbeid, met alle kracht de keizer gesteund worden ').

Het bleek spoedig, dat de raadpensionaris had gedwaald; maar, al mocht hij zich hierin ook bobben vergist, bodewijk XIV had hij doorzien en zijn landgonooten duidelijk de behoeften van hot oogenblik voor oogon gesteld. Noch in do staten van Holland echter, noch in de Statou-Gouoraal doelde de meerderheid zijn meening.

Middelerwijl greep een feit plaats, dat niet zonder gevolgen bleef, de bezetting namelijk van de Hollandsche barrière-steden door Fransche troepen, terwijl niemand op die gebeurlijkheid verdacht was. Als reden hiervan gaf de koning van Frankrijk op, dat de Staten-Generaal talmden mot het erkennen van den nieuwen koning van Spanje. Ten einde nu niet do Hollandsche garnizoenen, die de boste troepen der Republiek uitmaakten, gevangen te zien, was men genoodzaakt Philips V te erkennen (Febr. 1701) 2). Maar tevens opende die daad van geweld den Nederlanders de oogon. Do vrees voor een bedreiging uit de Spaansche Nederlanden begon zich langzamerhand te openbaren, gelijk men zich ook in Engeland ongerust maakte, want de tegenwoordigheid van Franschon te Ostende en te Nieuw-poort was evenmin geschikt, de Londensche kooplui zorgeloos te stemmen. De openbare meening werd Frankrijk

') lleinsiiis' woorden bij v. Noorden, t. a. p., p. 123.

a) Wagenaar, Vaderl. Hist., 1782, XVII, p. 71 ; Arend, Algcm. Gesch des Vaderlands, IV, 2e stuk, p 719.

ocr page 72

(j«

vijandig. Dosniottemin was het Engolsclie parlement niet bereid, den koning in zijn plannen te volgen, üe vredespartij behield er de overhand, en het besluit werd genomen, dat men den nieuwen koning van Spanje zoude er-kennen. Do Staten-Generaal richtten intusschen een memorie aan het parlement, behelzende, dat de Republiek op het punt, stond, borgen voor haar toekomstige zekerheid van Lodewijk te eischen; dat zij evenwel haar voorstellen van de toestemming en medewerking van Engeland afhankelijk wilde maken; dat, indien de onderhandelingen onvruchtbaar bleken, of, zoo zij mocht worden aangevallen dooide Fransche troepen, die Lodewijk naar de grenzen liet oprukken, dat zij dan rekende op Engelands bijstand, waaromtrent in de tractaten van 1 (577—7lt;S en 1689 overeengekomen was ').

Deze memorie had een goede uitwerking. De stem der natie liet zich meer en meer hooren. In verzoek- en vlugschriften werd het parlement aangevallen en verzocht, meer afdoende maatregelen te nemen voor 's volks veilig-lieid en voor den godsdienst, welke beide men bij den grooten aanwas van Lodewijks macht in gevaar meende te zien geraken, nu de Jakobieten, thans meer dan ooit in Lodewijk vertrouwen stellende, het hoofd ophieven, en bovendien den koning de middelen te verschaffen, ten einde zijn bondgenooten bij te staan, voordat liet te laat was. De eischen, door de Republiek en Engeland aan Lodewijk XIV gesteld, kwamen hierop neer, dat de Fransche troepen uit de Spaansche Nederlanden zouden terugtrek-

J) Wagenaar, XVJI, p. 74, De memorie medegedeeld bij v. Noorden, 1, |). 131 ; Ranke, Engl. Gescb., Leipzig, 18G8, VJ, p. 512

ocr page 73

69

ken; dat eonigc steden in die landen als barrière aan de V. P. zouden worden afgestaan; dat Ostende en Nieuw-poort aan Engelauds bewaking zouden worden toevertrouwd, en vooral ook drong Willem aan op voldoening voor den keizer, welke zou bestaan in den afstand van het Milanee-sche en van do Spaansche Nederlanden '). De Fransehe gezant d'Avaux verwierp deze eischen, namens zijn meester er niets anders tegenover stellende, dan het aanbod tot hernieuwing van den vrede van Rijswijk als waarborg voor de rust van Europa '1). Inmiddels rukten de Fransehe troepen in de Spaansche Nederlanden steeds voorwaarts, welke beweging een voor do Republiek zoo dreigend karakter aannam, dat zij, die op dit oogenblik niet in staat was zich behoorlijk te verdedigen 2), Engelands oogenblikkelijko hulp inriep. Aan dezen drang kon het Lagerhuis niet langer weerstand bieden, zoodat het besloot, de noodige gelden tot hot versterken der vloot en het zenden van een hulpcorps naar de Republiek toe te staan ').

De onderhandelingen, in den Haag tusschen de Staten-Gene-raal en d'Avaux gevoerd, leverden geen uitkomst op. Zij bedoelden do Republiek van de eerste zeemogendheid te scheiden en een verbond met Oostenrijk te voorkomen, welke pogingen den koning-stadhouder en den raadpensionaris in hun mee-ning versterkten, dat het Oostenrijksche huis krachtig diende ondersteund te worden. De keizer, bevreesd, dat de zeemogendheden, nu de conferenties in den Haag voortduur-

1

) Wagenaar, XVII, p. 73 ; Arend, t, a. p.

2

) Correspondentie van Heinsius bij de Guovesïins, VII, p. 442 *) Wagenaab, XVII, p. 75 ; Arend, IV, 3e stuk, p. 721.

ocr page 74

den, afzonderlijk met Frankrijk tot overeenstemming zouden geraken, liet thans zijn aanspraken op do geheolo snecessie, die hij, nadat Lodowijk het testament had aangenomen, staande gehouden had, vallen en verklaarde met Italië en de Spaanscho Nederlanden genoegen te zullen nemen ').

Do onderhandelingen, van dezen tijd af tusschen do zeemogendheden en den keizer gevoerd, leidden eindelijk tot het groote verhoud, waarvan de grondslagen waren: redelijke voldoening aan don keizer en het plaatsen eener onzijdige macht tusschen de Republiek en Frankrijk. Men dacht er dus hoegenaamd niet aan, Philips V van al zijn staten te berooven. Zóó en zóó alleen meende Willem III, dat het evenwicht zoude kunnen worden gehandhaafd en de veiligheid der Republiek gewaarborgd bleef. Zijn overkomst naar de Nederlanden, om de onderhandelingen met den keizer te leiden, gaf aan die door Frankrijk in don Haag gevoerd, don nekslag, weshalve koning Lodewijk zijn gezant terugriep. Die toenadering tot don keizer werd niet weinig in de hand gewerkt door het wantrouwen, dat men tegen Lodowijks bedoelingen koesterde, hetgeen zich liet rechtvaardigen door eonige zijner daden, welko als zoovele misgrepen kunnen worden beschouwd.

Ofschoon tegen do bedoeling van het testament 2), handhaaft hij in „ lettres patentesquot; s) voor zijn kleinzoon op onherroepelijke wijze diens rechten op den Franschen troon en bevestigt alzoo hot gevaar, dat te eeniger tijd hot evenwicht werd verbroken door de vereeniging der beide kronen.

') v. Nookden, I, p. 159.

') Afgedrukt bij dk Grovestins, VIT, p. 478 vlgd. 3) Lamberty, Mem., I, p. 888.

ocr page 75

71

Door hot bozottoii dor stoelen in de Spaansche Nodcrlan-don, waarin Hun Hoog Mogendon sinds 1G97 hot recht haddon bezetting to loggen, schond hij don vrodo van Rijswijk. Zijn pogingen, om voor do Engelschen on do Hollanders do havens van Spanje to sluiten en aan de laatston den invoer van negerslaven in do Spaansche kolonies, waarop zij recht hadden, te ontrukken, hadden geen andere uitwerking, dan dat zij do zeemogendheden verbitterden.

Maar hij gaat nog verder. Den 7en Sopt. 1701 word hot Haagsch verbond geteekend, mot hot doel, den keizer een behoorlijke voldoening en aan Engeland en do V. P. voldoende zekerheid voor hun veiligheid en voor handel en scheepvaart te verschaffon '). Do Spaansche Nederlanden moesten daarom tot oen barrière voor de Republiek gemaakt worden. Het verbond ontkende geenszins do rechten van Philips van Anjou, zoodat een overeenkomst nog mogelijk schecn, toon, kort na het sluiten van hot verbond, hot feit ruchtbaar werd, dat do zoon van den verdreven koning Jakob II, ten gevolge eener belotto, door Lodowijk den balling op hot sterfbed gedaan, door don Franschen souverein was erkend als Jakob III, koning van Engeland.

Dit was do eerste stoot tot don' oorlog 2). Hot Engel-sche volk was er over gebelgd, dat een vreemdeling zich had vermeten, het oen koning te geven, van wien het niets wilde weten. Alle partijen beschouwden die daad als oen beleodiging, als eon schonding van don Rijswijkschen vrede, en do koning, die nooit bij de natie was bemind geweest, werd, scheen het, eon populair man. Willem, door dezo

') Wagenaar, XVII, p. 93 eu 94, a) Zie ue Torcy, Mém., I, p. 104.

ocr page 76

gevoelens aangemoedigd en begrijpende, dat het parlement, hetwelk do rogeermg met zoo weinig toegevendheid behandeld en zijn voorstellen slechts op liet laatste oogenblik aangenomen had, niet meer do getrouwe uitdrukking van don wil dos volks was, ging tot de ontbinding van dit regeeringslichaam over en riep een nieuw bijeen tegen het begin van het volgende jaar. In dit nieuw gekozen Huis hadden de Whigs do meerderheid '). De oorlog was onvermijdelijk. Het parlement bewilligde do middelen tot uitrusting, doch te midden dier toebereidselen stierf de koning.

Die dood was een slag voor de bondgenooten, een straal van hoop voor Lodewijk. Met Willem was do stichter, de ziel van hot verbond van dit schouwtooneel verdwenen, de man, die gedurende geheel zijn leven de heftigste en gevaarlijkste tegenstander der Frausche staatkunde was geweest ; de vorst, die zijn gezag en zijn invloed gebruikt had ten nutte van Europa. In hem was het stelsel van hot staatkundig evenwicht als verpersoonlijkt; voor dat beginsel had hij alles veil. Ofschoon hebbende te worstelen mot zijn parlement en onder voortdurenden strijd met de partijen in zijn koninkrijk, triumfeerden eindelijk zijn inzichten. Hij had zijn volk weten te beduiden, dat hot go-vaar, hetwelk van Frankrijk dreigde, niet alleen de Republiek betrof, maar door haar ook Engeland; dat verder do zegepraal van Lodewijks bedoelingen tevens zou zijn do triumf van het Katholicisme, de nederlaag van den Pro-testantschen godsdienst. Langs den weg des vrodes het

') Lecky, Hist, of England in the eighteenth century, Londen, 1879, I, i). 30.

ocr page 77

Spaanschc orfenisvraagstuk tc heslcchton, lag in zijn bc-doelingcn. Desniettemin was het zijn streven, om door behoorlijk machtsvertoon aan deze poging kracht bij te zetten. Een ontwapening kon immers niet anders dan verlammend werken. Engelands invloed naar buiten daalde er moe, waarvan Lodewijk zou weten partij te trekken. Daarenboven moest men ook bedacht zijn op hot mogelijke geval, dat do Republiek bedreigd werd, ten einde haar de noodige hulp te kunnen verleenen. Doch eerst toen het bleek, dat hij goed had gezien, dat werkelijk hot gevaar dreigde, toqn do Jakobieten het hoofd begonnen op to steken, toen do Fransche alloonheorschor het volk van Engeland beloo-digde; toon eerst volgde men hom, ja, mon dwong hom, voor de bedreigde belangen in de bres te springen en den aangedanon hoon te wreken.

Lodewijk XIV had hoog spel gespeeld. Door zijn houding en daden waren do mogendheden tegen hom in 't harnas gejaagd. Hij had gemeend, dat voor de V. 1'. de vrede onontbeerlijk was, en dat evenmin hot parlement geneigd zou zijn vijandig togen Frankrijk op tc treden. Zeker is hot, dat, indien hij niet den misslag had begaan bij het sterfbed van Jakob II, de vijandelijke stemming in Engeland niet zoo spoedig merkbaar zou geworden zijn '). Tegenover zulke eensgezinde vijanden als do verbonden mogendheden begon hij zich afgezonderd eu geheel op zichzelf staande te gevoelen. Want zelfs het rijk, over welks bozit het zwaard stond te worden aangegespt, was niet

') Lecky, I, p. 30

ocr page 78

74

in staat, zolf tot de handhaving zijner onschendbaarheid bij to. dragen.

In dien stand van zaken wilde Lode wijk zich overtuigen, of niet, nu de stichter van het verbond niet meer was, de vijandelijke plannen der Republiek eenigszins bekoeld waren, weshalve hij H. Hoog Mogenden voorstelde, nieuwe onderhandelingen te beginnen. Koningin Anna had evenwel dor Republiek de verzekering barer vriendschap en do belofte gegeven, dat zij aan de buitenlandsche staatkunde van baron voorganger getrouw zou blijven '). Do Staten-Goneraal lieten derhalve antwoorden, dat zij zich niet mot afzonderlijke onderhandelingen konden inlaten. Kort hierna, den 15den Mei 1702, verklaarde do koningin van Engeland te gelijk mot de Republiek en den keizer, die reeds iu 't vorige jaar don strijd in Italië begonnen was, aan Frankrijk en Spanje don oorlog.

Gelijk het voor de zoemogondhoden niet onverschillig was, welke partij de gouverneur der Spaansche Nederlanden, Maximiliaan Emanuel, zou omhelzen, zoo zag ook Lodewijk XIV in dezen landvoogd oen niot te versmaden bondgenoot, een bondgenoot, wiens hulp tweeledig zon kunnen zijn, zoowol doordat hij de Spaansche Nederlanden voor de Fransche troepen kon openstellen, als omdat door zijn staten iu Duitschland de weg naar de Oostenrijkscho leidde.

Ton tijde van den vrede van Rijswijk stond hij, getuige de bezetting van eenige Zuid-Nederlandsche steden door Hollandsche troepen als barrière, onder don invloed der zeemogendheden. Toon evenwol zijn zoon, wien door Engeland en door de Republiek een deel der Spaansche nalaten-

') Wagenaak, XVII, p. 121.

ocr page 79

75

schap was toegedacht, stierf, en hom door Lodowijk, bij de troonsbekliniming van Philips van Airjou, oen erfelijk gouverneurschap werd voorgespiegeld, mits hij diens zijde koos, veranderde de stemming. Daarenhoven het de goede verhouding tusscheu dsn keurvorst en zijn schoonvader, keizer Leopold, te wenschon over, waarvan do roden hierin was te zoeken, dat do zoon van den landvoogd door het dee-lingstractaat on door do gunst der Spanjaarden zelve eeu gevaarlijk mededinger voor den keizer werd. En toen do jeugdige Josef Ferdinand kwam te overlijden, werd do verwijdering nog grootor, daar door dit sterfgeval Maximiliaans uitzichten worden vernietigd. Dat do dood van don jeugdigen kourprins door vergif zou zijn veroorzaakt, oen meening, welke door do diplomaten van Lodowijk XIV werd verbreid on door don vader zeiven gedeeld, werkte de goede verstandhouding tusschen schoonvader on schoonzoon niet in de hand ').

De keurvorst had voortaan niets meer van de welwillendheid van Willem III of van de Staten-Generaal to wachten, maar alles te verliezen, als hij mot Lodowijk XIV en Philips V brak.

Victor Amodeus II, hertog van Savoye, werd eveneens bondgenoot van Frankrijk. Do ligging zijner landen was zoodanig, dat hij niet onzijdig kon blijven. Koos hij Frank-rijks zijde niet, zijn gebied zou terstond bezet zijn. Bovendien werd zijn tweede dochter koningin van Spanje on

') Sugenheim, Dcutschland im Span. Erbfolgc - und im groszen Nordischcn Kriege, Berlin 1874, p. 29.

Ook de Torcy, mém., I, p. 52, spreekt van versehillende geruchten omtrent 's vorsten dood.

Vgl ook de Saint Simon, mém., UT, p. 179.

ocr page 80

76

voorloopig althans mcciulo hij don koizor nog niot to behoeven te vreezen. Onder do Duitschc vorsten schaarden zich eveneens aan Lodowijks zijdo Josof Clcmons, keurvorst van Kculon, door zijn broeder, den Bcierschen kourprins, daartoe overgehaald. Hannover verklaarde zich tot bondgenoot der Republiek en Pruisen werd slechts die dos keizers in ruil voor do koningskroon, welke hot in 1700 togen de hertogelijke had ingewisseld. Later, in 1703, breidde zich de kring der verbonden mogendheden nog uit, door do toetreding van Portugal en van Savoyo, welks vorst door Frankrijk was misleid.

Zoo was dan do oorlogsfakkel in Europa ontstoken, 't Was nu de vraag maar, aan welke zijdo de overwinning zoude zijn. Niemand, die bij 't begin van don krijg voorzien kon, welken afloop hij zou bobben. Wol daarentegen kou men zich spoedig overtuigen, dat hot militair genie ditmaal aan de zijde dor bondgenooten was, en do oorlogsfortuin zich van Lodewijk had afgewend.

Do eeuw dor groote veldhooron had plaats gemaakt voor een andere, die gedurende dezen oorlog geen Turonnes aan Frankrijk zoude opleveren. In hun plaats treden Marsin, Tallard, la Feuillado, Vendómo, Catinat, Villars, do beide laatsten do bekwaamsten, echter niot in staat, do tekortkomingen dor overigen te horstellen ').

Frankrijks gesteldheid was over 't geheol bij hot begin der 18° eeuw niet te benijden. Den voortdurendon oorlogstoestand, waarin hot sinds het begin van Lodowijks regeering verkeerde.

') Zie de alles behalve vleiende schildering dezer veldheeren bij Michelet, Hist, de France, Paris 1874-, XIV, p. 133, 133, 145 en 146.

ocr page 81

77

had het duur moeten betalen. Tallooze belastingen en nog meer het verlies van velen zijner zonen, op het altaar van don oorlogsroem als offer gevallen, haddon het in kwijnenden toestand gebracht. Op vele plaatsen was volslagen gebrek aan krachten, om de natuur te doen voortbrengen, wat zij zoo gaarne schenkt. De herroeping van het edict van Nantes had vele nijveren uit den lande verdreven, die hun arbeid aan het nieuw gekozen vaderland doden ten goede komen. De bronnen van welvaart raakten verstopt. Het volk leed en zocht verademing, nu de Eijswijksche vrede rust had gebracht. Maar die kalmte was een be-driegelijke. En op hot oogenblik zelf, waarop een duurzame vrede werd verlangd, waardoor de geslagen wonden konden worden geheeld, tart het half Europa, om naar de wapenen te grijpen tot het voeren van een krijg, waarin het aan den rand des afgronds zou worden gebracht.

ocr page 82
ocr page 83
ocr page 84
ocr page 85