ocr page 1

11 i u i M11 i 11 ^

(I5W(i5e5e5C5C.5C5(15(ii £0^

..............iWquot;—

wz 3-

van den , / ■_

üCV 'C

■$amp;■}% . tedmiï,

J^ailsbisf^af oan ^aniplbri) ,

:

T :. i®:

door [%

^ fr. lm. Trix, ^

i frisstfr uan' öe Orb èpr pai-nr-iiPten. -

: I—

9Iê,• t vttio^ dct övctztcn r''—

P''

ytffc 't

ViJ' ft

quot; ' ■ ;;Gtl

188S.

M. WATERRELS, Drukker en Uitgever ••r,_

ROERMOND. _

Warlaboekj

rfmnmrmrfiwYfc.

Vak 57

ocr page 2
ocr page 3

. ■;

(TO (15 dS'eS'e 5 (i5 (15 WWW d 5 d!) W(15 WdïCi; CÏW d / «)

:Gtl ;:g^ ;;etz

;Gtl

!!§►—

Cl i-

ic:

;;Gw :(C.^_

naar de tweede L^tijnsche ' Hollandsche versmaat ovequot;

tgave ir ■ebrachlt;quot;

i-

gt; ff. Bnit. T: ix/Q

Trieste nan ie Hfamp;f itr psriiipliEkn.

GflCe-t -vc-ttot dn JC-tstamp;n.

t

2?%

K'iiDEiJB.iGuJeEa WEERT;i—

1888

M. WATERREUS, Drukker eu Uitgever, -féh.

ROERMOND.

fSariaboekje

J. s»

jlarfsfiisfffinp Ddn ]\ant?!!ifrg

quot;(fe)

.....................................................

X

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

2190 0232

ocr page 4

Impfimaïur franslafio ^«rlartèica.

EUEEMUHDS, 12 Septeabris 1833.

S. 3t. eJlu^et,

Qan et cttaf., SiG^or-um Q-tynsot.

)o!-

.ai» t.^jrlt;i'-*Ea«3eitïuKiquot; ;rt5gt;.s ^a,- ay

ocr page 5

Voorwoord.

A

et gulden boekje, waarvan wij den godvrucbtigen lezer bij deze eene vertaling in Hol-landscbe versmaat aanbieden, werd ^ i in de laatste jaren voor het eerst fquot; \ j uitgegeven in Engeland, en daarna ^ j Y in België, naar acht handschriften v bewerkt door den Eerw. Pater R a g e y, van het Gezelschap van Maria, en voorzien van eene bijzondere goedkeuring en aanbeveling van zijne Eminentie Kardinaal M a n n i n g, Aartsbisschop van Westminster Al aanstonds

i) De Katholiek. Nieuwe Reel s. Eerste Deel. 1886. Zie Pag. 342.

©

ocr page 6

-■a/W--

VOORWOORD.

4

bij de kennismaking kwam in mij het verlangen op, dat dit werkje, zoo vol van verhevene waarheden, en toch zoo eenvoudig en zalvend, tevens bruikbaar zijn mocht voor de geloovigen, die de Latijnsche taal niet verstaan. Waarom ik eindelijk, met een hart vol dankbaarheid jegens de Moeder der schoone liefde, voor de 'onschatbare weldaden, die ik door hare tusschenkomst heb ontvangen en nog hoop te ontvangen, onder haren bijstand de vertaling ondernam, die hierbij aan de godsvrucht der geloovigen wordt aangeboden.

Hartelijke dank zij hierbij gebracht aan hen, die door hunne vriendschappelijke wenken of terechtwijzingen oorzaak zijn, dat dit werkje in veel minder onvol-

ocr page 7

voorwoord.

maakten vorm te voorschijn komt, dan anders het ge val zou geweest zijn Moge intusschen deze overzetting, hoewel nog altijd verre beneden het oorspronkelijke blijvend, een weinig bijdragen, om, ter eere van haren goddelijken Zoon, en tot welzijn der geloovigen, de ware godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd Maria te bevorderen, dan zal mijn vurige wensch vervuld, en mijne moeite ruimschoots beloond zijn.

Hoe inmiddels uit het werkje zooveel mogelijk vrucht te trekken, kan de godvruchtige lezer opmaken uit de hier volgende voorrede van den grooten Mariavereerder, denH. Anselmus zeiven.

Fr. I.ud. TRIX, o. c. Boxmeer, 15 Aug. 1888.

----GsD--

ocr page 8

--^

Vg\gNvg\G)\|)N^)\^\X 1 'j\l ' I I 1 ' ! I

quot;i) (r~o n S~iJ 'j *J £quot;*gt; (T '•) 'ï' o (T d (Th TOSquot;

Uoorrede van den cJ't. (Slnselmus.

hier volgende overwegingen of gebeden, als geschreven zijnde om den geest van den lezer op te ^ wekken tot liefde of vreeze Gods, (quot;) of tot onderzoeking van zich zeiven, f~j^ moeten niet gelezen worden met ^ ^ gejaagdheid, maar met kalmte, en ^ / , niet spoedig, maar langzaam, met * i V naarstige, en nauwkeurige overden- V king. Ook moet de lezer niet het voornemen hebben om ieder der-zelve geheel door te lezen, maar slechts zooveel als hij, met Gods hulp, gewaar wordt dat hem helpt om de genegenheid tot bidden op te wekken, of zooveel hem genoegen verschaft. Ook behoeft hij het

--Ca)--

ocr page 9

VOORREDE VAN DEN H. ANSELMUS. 7

een of ander daarvan niet altijd aan te vangen van af het begin, maar waar het hem het meest bevalt. Want daartoe juist zijn zij in strophen onderscheiden, om te kunnen beginnen of eindigen, waar hij verkiest, opdat de lengte, of de quot;xfc' veelvuldige herhaling derzelfde .A, plaats geene verveling veroorzake; JV ' ' maar de lezer integendeel daaruit ' t ^ eenige genegenheid van godsvrucht ^ quot; putte, wat het doel is, waartoe zij J 'K gemaakt zijn.

--^^

ocr page 10
ocr page 11

■L -Is ---—:—=—--------

Si*JljL^-eb~i*~c^..

Aansporing om den bijstand van Maria in te roepen.

W J- -tfr

'W Als het hert, dat zich, versmachtend, quot;V/quot;

Naar de frissche waatren spoedt, wT

Snelt 't het rechtgeloovig harte wquot;

_yAV_ Tot zijn God, de bron van 't goed. (*gt; ® •^- 2. •^

Als het water der fonteine Koelte geeft en lafenis.

Zóó is God het ware middel Voor de ziel, die dorstend is.

3-

O, hoe stelt ge uw heilgen over

Eindloos groote goedren, Heer! Die het eeuwig licht ontvlieden. Storten zich in d' afgrond neer.

4---®--4

ocr page 12

-WV/v---

INLEIDING.

IO

4-

Die U zoeken, vinden 't leven,

Vreugdevol, en rust voor 't hart; Maar die U verlaten, oogsten Enkel arbeid, enkel smart.

5-

Vrede schenkt Ge, entevens kronen

Hun, die strijden voor uwe eer: lt; Alle vreugde zonder einde, rn

Hun, die met U wonen. Heer. ^

Ach,hoe laat gij,geest des menschen,

U bedriegen door den schijn; Als ge u onvoorzichtig aantrekt Zorgen, die nadeelig zijn!

7-

Waarom wacht ge u niet voor gruwlen. Die u de verrader prijst5 Mint gij niet de rechte wegen.

Die u steeds de Schepper wijst?

--^---

ocr page 13

INLEIDING.

Word verstandig, wil toch leeren, Dat gij komt van 't hoogste goed; Welke wet gij hier moet volgen, En wat ge eenmaal worden moet.

Mensch, veracht u niet, maar'acht u

Als een koninklijke loot;

Ga ii zeiven na, en denk toch, Wat genade gij genoot.

Denk eens, hoe en tot wat einde

Gij door God geschapen zijt; Hoe, waart ge onderdaan gebleven, U zijn erfnis had' verblijd.

11.

O gij, stervling, wat al rampen Hebt ge u zeiven niet bereid; Toen ge uw Meester en uw Schepper Weigerdet uw dienstbaarheid!

-Mv-

K-

-K

ocr page 14

INT.EIDING.

Maar nog grooter zijn de smarten

In den kerker van de hel;

Waar ge in pijnen neer zult zinken, Wederstrevend Gods bevel.

13-

Hij verliest zijn ziel, zoo kostbaar. Die de vreugd der wereld mint; Daar hij om een vluchtig schijngoed Nimmer 't eeuwig leven vindt.

14.

Wacht u dus, het juk des Heeren,

Dat zoo zoet is, te versmaan; En, de rechte wet verwerpend, In der ontucht dienst te gaan.

ïS-

Hebt gij wonden, zorg dan spoedig

Voor het middel, dat u baat; Eer zij voortgaan en bederven.

En het u nog slechter gaat.

----

w.

12

ocr page 15

INLEIDING.

16.

Wanhoop niet: gij kunt met Christus

Deelen in zijne erfenis,

Zoo gij 's vleesches lusten uitsluit, Naar 't in uw vermogen is.

17-

Zoo gij vreest, wil niet mistrouwen.

Maar dring op genezing aan; Schrei om 't kwaad, kastijd uw lichaam, Eoet voor't geen gij hebt misdaan.

Zoo gij Christus vreest, den rechter

Van die levend zijn en dood; Weet dan: Hij wil niet verderven Die Hem smeeken in hun nood.

19.

Bid en smeek, sla op uw borste.

13

Ween, verneder u oprecht: Aan 't rouwmoedig, zuchtend harte Wordt de vrijspraak niet ontzegd.

-eis-

-va,. - - ^

ocr page 16

-NAA/V--

INLEIDING.

14

O, herinner u MARIA,

Smeekend, lovend in gebed: Zij toch kan waarachtig delgen Elke misdaad, elke smet.

Zoo 11 de oude vijand aanspoort

Tot hetgeen verboden is;

Bid de Ster der Zee in ootmoed. En gij overwint gewis.

22.

Ja, al kwelt u de bekoring

Van den duivel nog zoo zeer; Dra wordt gij verlicht, verzuchtend Tot de Moeder van den Heer.

23-

Mocht het wreed serpent u wonden

Door bekoringen misleid;

Voor den smeekling blijft zij Moeder,

Vol van goedertierenheid. ---amp;--^

ocr page 17

--^Aj\r--

INLEIDING.

15

\r

24.

Zoo gij u misschien nabij reeds

Aan den rand van d'afgrond ziet;

Blijf ook dan nog steeds gelooven, Dat Zij u haar hulpe biedt.

25-

Als 't u leed is, dat gij onder Zwaren last van schulden kijgt; , Bid Haar, tot gij de vergifnis J\, i ' Van haar gocTlijk Kind verkrijgt. ' '

M 26.

^ Want haar Jezus kunt gij vinden J^S-Tot verzoening steeds bereid; Als gij 's Hemels Koninginne Vol geloof om hulpe schreit.

27.

Jesse's Spruit staat boven alles. Wat er leeft in 't vaderland; Bid Haar needrig, smeek Haar dringend

Uit uw innigst ingewand. --amp;---^

ocr page 18

^7 10

---

INLEIDING.

28.

Snel tot Haar, die naar gewoonte 't Hart der droevigen verlicht; Wees verzekerd, dat Zij 't oor leent Aan 't gebed tot Haar gericht.

29.

r Deze Koninginne zal u ■ Uit de puinen op doen staan; -

U in veiligheid geleiden

Langs de rechte levensbaan.

Y

30-

Menigeen, alreeds begraven.

Wekte Zij ten leven weer;

Zelfs in 't kwaad verstokte zondaars Kan Zij brengen tot den Heer.

31-

Heb Haar lief, en smeek Haar luide

Uit des harten diepsten tcon; Dat Ze u steune, en u geleide

Tot haar goddelijken Zoon.

--^

ocr page 19

----

INLEIDING. 17

32.

Haar vereerend zult gij wandlen

In den waren zonneschijn; En, door, Haar geholpen, veilig Tegen eiken aanval zijn.

-Y'

't Zij geloofd toch en beleden Tot des Allerhoogsten eer;

Christus gaf der Maagd en Moeder J'* Aller schepselen beheer. ' '

ocr page 20

^Doota fcj aa itdc ö vczivcy ing..

Alleenspraak der ziel, die zich geheel aan den dienst van Maria verlangt toe te -wijden.

Mijne ziel, spreek alle dagen, En bezing Maria's lof;

Eer haar feesten, eer haar daden, Hier is schitterende stof.

2. ■

Blijf beschouwen en bewondren, Hoe verheven troon Haar draagt;

Roem Haar als de vruchtbre Moeder, Prijs Haar als de Zaalge Maagd.

3-

Huldig Haar opdat haar voorspraak Van uw zonden u bevrijd';

Smeek Haar, dat de storm der driften Niet verwinnende u bestrijd'.

4-

ocr page 21

^------------ist,

Voorafgaande Overweging. 19

4-

Deze Vrouwe bracht den schat ons

Uit den hemel afgedaald;

Deze Koningin was oorzaak, Dat Gods gratie ons bestraalt.

5-

Noem, mijn tong, de zegeteeknen

Van de reine Moedermaagd;

Die den vloek ons toegeslingerd [j

Wonderlijk heeft weggevaagd.

6.

Zing de Koningin der wereld Zonder einde 't loflied toe; Doe haar deugden luid weerklinken. Word dien lofzang nimmer moe.

7-

Al mijn zinnen, stemt te samen

In dat glorierijke lied; De gedachtnis de^er Zaalge Maged, o, vergeet ze niet.

ocr page 22

--a--^

20 Voorafgaande Overweging.

8.

Niemand zeker is te vinden

Zoo welsprekend op deze aard'; Die in staat is voort te brengen Zangen, barer grootheid waard.

Looft tocb, allen Godes Moeder,

Maagd, en oorzaak onzer vreugd; Scboon niet meenend te bereiken Haar verhevenheid en deugd.

«cd

10.

Immers hadr verdiensten prijzend Doet men 't nooit volkomen goed; Voor wier schepter al 't geschaapne Vol van eerbied buigen moet.

Maar, wat voor godvruchte zielen

Nimmer zonder nut geschiedt; 't Is mijn plicht dat ik Haar prijze, Haar alom mijn hulde bied'.

ocr page 23

-----------

Voorafgaande Overweging. 21

12.

Schoon door niemand ooit Maria Naar verdienste wordt gepreekt; Toch is hij een dwaas, uitzinnig, Die niet van Maria spreekt.

i3-

Haar, wier leven, onderwezen

Door een goddelijke leer, Kettersche spitsvondigheden ^

En verzinsels velt ter neer.

lt;1

14.

'jv Haar, wier deugden, als een bloemtuin,

't Sieraad van Gods Kerke zijn; Haar, wier daden en wier woorden Geur verspreiden wonderfijn.

ïS-

Eva dreef ons door haar misdaad

Buiten Edens lusthof voort; Zij, geloovig en gehoorzaam.

Opent ons de Hemelpoort.

---^ )j(-

ocr page 24

--naA/V--

T T

22 Voorafgaande Overweging.

16.

Werd den mensch om Eva's zonde

't Schikbre vonnis loegezeid; Door Maria vindt hij 't voetpad, Dat naar 't vaderland geleidt.

17-

Haar dus zij geheel bijzonder

Aller liefde en lof gewijd;

Haar vereere steeds eenieder, Bidde men ten allen tijd.

Haar nu smeek ik, daar ik weet, dat Niets aan hare macht weerstaat; Uit te rukken, af te weren Al datgene, wat mij schaadt.

19.

Geve Zij, dat ik steeds handle

Naar de lessen van haar Zoon; En Hem, na dit stertlijk leven.

Blijde aanschouwe in 't hemelsch loon.

:^ 4-

ocr page 25

otzanqen.

qJ J

i J\\.

I

Jls.

4-

ocr page 26

t

4

ocr page 27

u. ......... ...........;77F

LOFZANG I.

Maria -wordt geloofd als Maagd en Moeder, door wie de wereld •wordt vernieuwd, en de voornaamste Christelijke deugden worden door hare voorspraak met aandrang gevraagd.

i.

O Gij, sieraad aller vrouwen, Ware roem van mv geslacht;

Uitverkoorne, boven allen

Hoog gesteld in eer en macht;

2.

Hoor goedgunstig die U loven, Die U prijzen op deze aard';

Reinig die met schuld bevlekt zijn, Maak hen 't hemelsch erfdeel

waard.

3-

Spruit van Jesse, hoop en toevlucht Van een neergedrukte ziel;

Werelds sieraad, licht in 't duister. Heiligdom, dat God beviel.

ocr page 28

---

LOFZANG I.

4-

's Levens beeld,der zeden richtsnoer.

En de volheid der gena;

Godes tempel, en der deugden Toonbeeld zonder wederga.

5-

. Heil U, Maagd, door wie weer y de arme ^

's Hemels deuren open ziet; Die U door de list der slange

Q)1 Buigen noch verleiden liet.

6.

Dochter van den koning David,

Glorievol en wonderschoon; Wie de Koning, 's wereld Schepper Voor zich zeiven koos ter woon.

7-

Wijnstoks keurloot, frissche roze,

Lelie aller zuiverheid;

Die het koor der reine zielen Naar de hemelvreugde leidt.

4— 20

ocr page 29

-)jlt;r-----------5^

LOFZANG I. 27

Geef dat mijn verstand verheldre, Schenk aan mijne taal de kracht Om den lof van uw verdiensten Te verkonden dag en nacht.

9-

Vurig wensch ik,dringend smeek ik:

Geef mij uw herinnering;

/ Dat ik dikwijls, op een wijze \

Uwer waard, uw glorie zing'. feu

Schoon ik weet dat mijne lippen Gansch onrein zijn en ontsteld; Is 't mijn plicht toch, niet te zwijgen Waar het uwe glorie geldt.

11.

Maagd, verheug U, Gij zijt immer

Allen lof en eerzang waard; Die voor ons, verworpelingen. De oorzaak der bevrijding baart.

-4

2

4-

ocr page 30

)al--^--K

28 LOFZANG I.

12.

Altijd rein, en tevens vruchtbaar,

Maagd en moeder te gelijk; Vruchtbre Moeder,als de palmboom Bloeiend en aan vruchten rijk.

13-

Gij, wier bloemen. Gij wier geuren, Ter verkwikking 't hart begeert; Gij, wier vrucht van de eeuwge smart ons

Vrijkocht, naar 't geloof ons leert. 14.

O gansch Schoone, niet ontreinigd Ook maar door het minste stof; Maak, dat wij steeds, rein en blijde, IJvrig zijn voor uwen lof.

ïS-

O Gij Zaalge, door wier toedoen De aarde nieuwe vreugde ontving; Door wier levendig gelooven 't Hemelrijk weer open ging!

■ffi

ocr page 31

--dp---

LOFZANG I.

29

16.

Door wie blij de wereld schittert,

In het ware licht gebracht, Uit de aloude duisternissen

Van der zonden donkren nacht.

17-

Machtigen zijn nu behoeftig,

Naar hetgeen uw lofzang meldt; Armen worden thans verzadigd. Wat Gij eertijds hebt voorspeld.

Thans verlaat men door uw toedoen 't Kronkelpad der ondeugd weer; En de sporen zijn verdreven Van zoo menig valsche leer.

19.

'sWerelds grootheid,zoo verganklijk,

Leerdet Gij ons te versmaan; God te zoeken, 't vleeschte temmen,

Aan de driften te weerstaan; -----

ocr page 32

~l5ï-4«

30 LOFZANG I.

Zijn gedachten te verheffen,

Vol van godsvrucht, naar Gods troon;

En zijn lichaam te versterven. Dorstend naar het hemelsch loon.

21.

^ Gij, o Maagd, droegt in uw zuivren w

A. Maagdenschoot den Opperheer,

( ) Den Verlosser, en hersteldet

( J Ons in onze vorige eer. ( J

Y Y

2 2 «

4^ . 4^

Moeder zijnde door Gods almacht, En toch de eerste in 'tmaagdental; Baardet Gij den waren Koning En den Schepper van 't heelal.

23-

Wees gezegend, door wier deugden

's Vijands list ter nederstort;

A

En aan ons verlosten vrijspraak Door de hoop geschonken wordt.

Ca}--Hl

ocr page 33

--

LOFZANG I.

24.

Hoog gezegend de onverwinbre

Vorst, van wien Gij moeder zijt; Die, als kind uit U geboren. Ons geslacht van schuld bevrijdt.

k

25-

Redster, troosteres der zielen, ^ - Die tot wanhoop zijn gebracht; lt; Hoed mij, bid ik, voorde foltring, ^ Die daar ginds de boozen wacht.

Vquot;' 26.

Wil voor mij goedgunstig smeeken, Dat ik de eeuwge ruste smaak'; Dat ik, arme zondaar, nimmer In den helschen poel geraak'.

27.

Wat ik wensch, waarnaar ik zuchte Is, dat Gij mijn wonden heelt; En aan mijne ziel de gaven Der genade mededeelt;

SS

31

ocr page 34

.rVi

32 LOFZANG I.

28.

Dat ik zuiver zij en zedig,

Matig, zoet, vol lieflijkheid, Vroom, rechtzinnig en omzichtig, Tot vergeving steeds bereid;

29.

T Onderwezen en beveiligd ,

Qp Door de kennis van Gods wet; '■l En door heilige oefeningen In mijn plichten nauwgezet;

3°-

Statig, zacht en toch standvastig.

Goedig en beminnelijk; Ongeveinsd en rein, voorzichtig. Lijdzaam, en in ootmoed rijk;

3i-

Wijs van harte, waarheidlievend, En oprecht steeds in mijn woord; 't Kwade hatend, God steeds eerend Door mijn werken, zoo 't behoort.

-tquot;

ocr page 35

LOFZANG I.

32.

Wees de moeder en de bijstand

Van geheel de Christenschaar; Geef ons vrede, opdat ons nimmer 's Werelds last verwarring baar'.

33-

Schenk verlichting, en houd immer

Uwe hulp voor hen bereid, wi Die uw feesten of uw daden Huldigen met naarstigheid.

34-

God de Vader, God de Zoon, en

God de Heiige Geest, geleid, Eene Godheid, onze schreden In der eeuwen eeuwigheid.

33

C^)

ocr page 36

J e_91_9 C. .i e_s t-S C_S CJ C_9 C_S (L3 e_9 C_S C_S tJ e_5 lt;L-S t-S (1_5 quot;ÏJ e_S tj) t-S t-S t

LOFZAHC 2.

Aaiirocping van de Ster der Zee, opdat Zij ons te midden der stormen van dit leven bes chemie.

Ster der Zee, geluk verschaffend, En den hoogsten lofzang waard. Overtreffend alle sterren.

En wat ons verlicht op aard';

Steun en koester die U smeeken

Door uw moederlijk gebed; Weer steeds af van onze zielen. Wat haar drukt, of haar besmet.

3-

Maagd, verheug U, die van satans

Listen ons bevrijdt op aard'; Daar Gij wezenlijk en waarlijk Naar het vleesch den Schepper baart.

-eis-

ocr page 37

LOFZANG 2

4-

Allerreinste, Vlekkelooze,

Met een hemelsch kroost verrijkt; Die als Moeder, tevens eeuwig Met de maagdenlelie prijkt.

5

Wat Gij waart dat blijft Gij immer, s Daar Gij ongeschonden baart; i| Hem verzorgend en Hem voedend, Door wien Gij geschapen waart.

6.

Mij bedroefde, wil mij bijstaan. Maak mij zonder einde blij; Geef den wreed verwonde, smeek ik. Uw verkwikkende artsenij.

7-

O, beveel mij Jezus Christus,

35

Uwen Zoon, goedgunstig aan; Bid, dat ik de zonde en schipbreuk Dezer wereld moge ontgaan.

ffi

ocr page 38

LOFZANG 2.

Maak mij zacht, van twist afkecn'g,

En bedwing mijn dartelheid; Sterk mij tegen alle misdaad, Geef mij zielsstandvastigheid.

De begeerlijkheid der wereld Boeie noch verzwakke mij; Die de ziel verblindt en hard maakt Zuchtende in haar slavernij.

Nooit verwinne mij de gramschap;

Dat de schrikbre hoovaardij, Vruchtbare oorzaak veler rampen. Nooit mijn meesteresse zij.

11.

Bid, dat God mijn hart beware

36

Door genade in overvloed; En dat de oude vijand nimmer Onkruid zaaie in mijn gemoed.

M-------Cagt;

ocr page 39

LOFZANG 2.

Geef mij,bid ik,'t schild der deugden, Dat ik bij den strijd niet vall'; Recht geloof, onwrikbre hope, Vuurge liefde bovenal.

13-

Help mij de ondeugd overwinnen, Vreeze en gramschap; geef mij /quot; kracht, \ Om mijn tong aldus te binden. Dat ik zwijg, waar schade wacht.

14. .

Smeek Hem, dien Gij in uw schoot droegt.

Ster der Zee, en vraag voor mij. Dat op deze zee der wereld De overtocht voorspoedig zij;

J5-

Dat Hij vreeze storte en liefde

37

Voor zijn naam, in mijn gemoed; Mij zijn zoeten viede schenke. En verdoov' der ontucht gloed;

-|sr

-sgt;

ocr page 40

M---------^

38 LOFZANG 2.

16.

Mij de kuischheid geve en godsvrucht,

Als een onverwinbren muur; Mijn beschermer zij en leidsman Tot mijn laatste levensuur.

i7-

Schoone Maagd, bereid het pad mij Naar den Hemel, die mij wacht; Wil mij zondaar zoo genezen. Dat ik 's werelds vreugd veracht.

18.

'k Weet, Gij geeft aan die gelooven

Wat ik biddende verwacht; Uw geringste wenken worden Altoos stiptelijk volbracht.

19.

Goede Moeder, schenk mijn ouders De eeuwge ruste door uw beê: En ook allen reeds gestorven Vrienden en verwanten mee.

-GcD--^

ocr page 41

LOFZANG 2.

Doe mij, armen mensch, geraken

Tot het volste zielsgenot;

Uwen Zoon hierna te aanschouwen. Zij mijn eeuwig zalig lot.

Maak mijn vrienden immer ijvrig, Waar 't hun godsdienstplichten geldt;

Om in alles te volbrengen

Wat de wet der waarheid stelt.

22.

Weer wat kwaad is, en ontmasker

's Vijands listen zonder tal; Wat in onze ziel of lichaam Slecht is, onderdruk het al.

23-

Zoete Maagd, verbreek de boeien. Door onze eigen schuld gesmeed; Om, den vorst des doods verwinnend,

39

Vrij te zijn, en zonder leed.

quot; jC

ocr page 42

------^

40 LOFZANG 2.

24.

Ieder voele alom uw hulpe

En bescherming, die belijdt, Dat Gij, boven allen zalig,

Godes heiige Moeder zijt.

25-

Ster der Zee, wil ons bevrijden

Uit den storm van dezen tijd; {è En bezorg ons alle gunsten, %

Gij die onze Schutsvrouw zijt.

20. 2 Glans des Vaders, Moeders Schep- [ V

per,

Jezus, onze roem en eer;

Maak mij, bid ik, door Maria Uw genade waardig, Heer.

27.

's Werelds Meester en Verlosser,

Vol van goedertierenheid;

Geef aan ziel en lichaam tevens Levenskracht en zaligheid.

ocr page 43

---------

LOFZANG 2. 41

28.

Om, hersteld ten eemvgen leven,

U te loven, Heer, op aard'; Die uw schepselen verlostet,

Door een heiige Maagd gebaard.

29.

God de Vader, God de Zoon, en

God de Heiige Geest, geleid, Eéne Godheid, onze schreden In der eeuwen eeuwigheid.

ocr page 44

a

-lt;p-

L.OFZANQ 3,

Verheerlijking van het maagdelijk baren van Maria, en den verheven omgang der Moedermaagd met het menschgeworden Woord.

i

Christus' Moeder, die den God- £

meusch [j

Droegt in uwen heilgen schoot; (

Uit wier wonder, maagdlijk baren n

Vrede voor de volken sproot; ?

Wend uw blik, en uw geneigdheid Herwaarts met goedgunstigheid; U verneedrend, om, ons armen. Steeds tot hulp te zijn bereid.

3

Zoete Maagd, die den bedroefden

Hoop schenkt op vergiffenis; Vraag, dat God zijn Kerk verleene Wat hare overwinning is.

f

ocr page 45

LOFZANG 3. 43

4-

Schenk den vrede ons, en verpletter Satan, die ons steeds bedroog:

Dat hij door zijn vuurge pijlen Niemand onzer treffen moog'.

5-

Juich, die waardig zijt bevonden Om te dragen uwen God,

'tLicht der wereld,'s levens leidsman. Redder van het menschlijk lot.

6.

Ongedeerd en ongeschonden Hebt Ge uw godlijk Kind gebaard ;

Zonder dat uw raaagdenschoot ooit In het minste werd bezwaard.

7-

Ander baren drukt de leden. Maakt steeds dat men zuchten slaakt:

Uwe vrucht verdrijft de droefheid, Geeft een vreugd, die eeuwig smaakt.

ocr page 46

-gt;—^-

LOFZANG 3.

44

8.

't Kroost der overige vrouwen

Wordt al schreiende gebaard: Deze baring kent geen smarte. Als een God verschijnt op aard'.

9-

Wees gezegend, die de misdaad

Onzer eerste moeder dekt; En een godlijke artsenije Ons, ellendigen, verstrekt.

10.

Hoog gezegend, die in uwen Maagdenschoot met vleesch bekleed,

Ons weer opricht, en terugvoert Naar den Hemel, vrij van leed.

O hoe blijde zijn de zangen

Der profeten, U ten lof-. Het geheim, in U voltrokken. Gaf hun tot bewondring stof!

ocr page 47

-^—

LOFZANG 3,

12.

Zalig noemde U, en verheven

Boven allen, Gabriël;

Toen hij 't zoete ïWees gegroetquot;, U Overbracht op Gods bevel.

i3-

Vrouwe, door den Heer gezegend. Gij, Gij droegt en laafdet Hem, Dien de schepping, in aanbidding. Huldigt als met eéne stem.

14.

Gij aanbadt en laafdet God zelf. Mensch geworden in uw schoot; Die ons afwiesch en verloste. Toen Hij al zijn bloed vergoot. iS-

Gij mocht Hem als schreiend zuig-

ling

Koestren, aan uw schoot bewaard; Hij volbracht het werk van dienstknecht.

Gij van dienstmaagd op deze aard'.

45

ocr page 48

-gt;/VA/v--

LOFZANG 3.

16.

Gij genoot zijn minlijk bijzijn,

Als Hij onderwees en at; Wondren deed Hij met uw weten, En als Gij er 't oog op hadt.

(è

17-

In uw bijzijn, op uw bede.

Deed Hij 't huwlijk heilig zijn; Toen Hij plotseling zes kruiken Vulde met een kostbren wijn.

■%r— 46

Zoo, vertrouwd met al de wondren

En de woorden van uw Heer, Spijsde Hij U met de gratie Zijner goddelijke leer.

19.

Hoeveel angst en smarten woelden Door uw ziel, als 't boos geslacht Zijnen Opperheer en Leidsman

Aan het kruishout had gebracht! ^^--

ocr page 49

-4

LOFZANG 3. 47

Wat al jamren, wat al pijnen,

Wat al zuchten vol van smart; Toen de Hemelvorst geleid werd Naar een dood, zoo wreed, zoo hard!

Door een ziel vol treurigheden Dringt het scherpe lijdenszwaard;

Als uw oog dien wreed gehoonden En vermoorden Zoon ontwaart.

22.

Want de groote Koning wilde Als een lam ten ofter gaan;

En zoo bracht Hij door zijn kruishout Licht en Zaligheid ons aan.

23-

Zijne straf geleidt ons zondaars Weer naar 't Rijk der Heemlen heen:

Zeekre hoop op kracht en leven Geeft het kruis, en 't kruis alleen.

4-

4quot;

ocr page 50

-NAAA---

LOFZANG 3.

24.

De Albestuurder scheen den boozen

Arm te zijn, en als misdeeld; Gevend, door zijn knechtsgedaante, Aan zijn dienaars 't levensbeeld.

25-

, Hij, de onmetelijke Koning, ,

■ïf' Wilde aan't kruis gehangen zijn; quot;r

Om ons, zondaars, te verlossen Ju

y Van 't gevaar der eeuwge pijn. I j

M 26.

Wreede geeselslagen wonden Jezus, onzen zoeten Heer;

En een kroon van doornen kroont

Hem,

Door zijn zijde gaat de speer.

27.

Maar nu, d'afgrond openbrekend, Maakt hij op de hel zijn buit; En, de poort des doods verbrijzlend,

48

Laat hij de geboeiden uit.

-(agt;

ocr page 51

LOFZANG 3.

28.

O, hoe werd uw hart van vreugde Weer vervuld den derden dag;

Toen de sterke Koning toonde, Dat de dood verwonnen lag!

29.

Want, terwijl Hij d'ouden vijand Streng in boeien hield gekneld;

Liet Hij zich bezien, betasten. Als een overwinnend held.

3°-

Wie kan melden, vvie bedenken. Uwe blijdschap in den stond;

Toen de Hemel den bedroefden Tijding van den vrede zond?

3i-

Waar zal men een lofzang vinden. Die uw glorie evenaart;

49

*

9

-i-

4-

Maagd, die in zoo groote vreugde Als geheel versmolten waart?

-Ca;-

ocr page 52

LOFZANG 3.

32.

Na zoovele wondren, Moeder,

Die Gij zien mocht van uw Zoon; Zaagt Gij Hem ten Hemel klimmen, Naar den Vaderlijken Troon.

33-

W Thans^net Hem vereemgd,voertGij vj/ '\Y Over alles heerschappij; quot;V/quot;

Ver verheven boven de aarde,

Hooger dan der Englen rij.

•4^ 34- 4^

^ Sla, o Rijksvorstinne, de oogen Uwer zoete ziele neer;

Vraag vergeving voor de zonden Uwer dienaars bij den Heer.

35-

Nu, zoo hemelhoog verheven,

Blijft Gij zeetien naast uw Zoon; Vraag voor allen 't eeuwig leven. Zeetiend op uw glorietroon.

—-®K

ocr page 53

LOFZANG 3.

36.

Sterk ons, en bezorg ons immer Schatten van barmhartigheid;

Breng ons,die nog zoo verkeerd zijn, Tot den staat van heiligheid.

37-

Voor mijn afgestorven vrienden quot; Vraag verlossing van hun pijn; «jr Overvloed van alle gunsten -amp;■

Voor die nog in leven zijn. j®. -f-.AV. 38.

Met de hulp van uw gebeden ^

Sta èn hen èn mij steeds bij; Dat wij hier in blijdschap leven. De eeuwge vreugd ons erfdeel zij.

39-

Door uw bijstand, o Maria,

Tot de zegepraal geleid.

Dat we eens leven, goede Moeder, In het land der Zaligheid.

51

ocr page 54

n|---^-

52 LOFZANG 3.

H-ffi

40.

Schenk aan allen, die U eeren,

Medicijn en hulpbetoon;

Heilgen vreê, en met de burgers Van omhoog de gloriekroon.

41.

God de Vader, God de Zoon, en God de Heiige Geest, één God, Door der eeuwen eeuwigheden Wees bestuurder van ons lot.

ocr page 55

□ I !_□

j't je jt jc je j't 3*«. 3 e 3c j'e. sc.sc.s^ slt;t jgt;\ j'tj'c. jp j% S^St sc. s(l

LOFZANG 4.

Smeekgebed eener ziel, die van droefheid overstelpt en door bekoringen gekweld is, tot de Allerheiligste Maatrd Maria.

Heil U, Maagd, die de oorsprong ? onzer

U Blijdschap zijt; daar Ge ons op j aard'

0 Den Verlosser en Bewerker

1 Van de glorie hebt gebaard.

2'

Maagd en Moeder, door wier toedoen 't Helsch serpent ter neder ligt; Voor wiens listige verleiding Moeder Eva was gezwicht.

3-

Liefsre Moeder, Gij die alle

Vlekken des bederfs ontvloodt; Die U uitkoos, brak de kluisters

Van den gruwelijken dood. h--

ocr page 56

^----^

54 LOFZANG 4.

4-

Goedertierne, maak dat ieder,

Die uw feesten gaarne viert, Zich verblijde, met de gave Van het ware licht versierd.

w

5-

Christus' Moeder, die de zielen Blijdschap schenkt in hare smart: vA, Geef mij, bid ik, dat ik Christus i ' Diene met een zuiver hart. ' '

6. y

Y Y

jrïy Maak, dat mijne ziel zachtmoedig, En steeds kalm zij naar mijn wensch: Om mij nimmer te vergrijpen Tegen God of d'evenmensch.

7-

Parel op de koningskrone

Van den Hemelvorst geijkt; Die met eene kroon van alle Gaven der genade prijkt;

-Cagt;

ocr page 57

-'WAA-

LOFZANG 4.

Ster der Zee, Gods Schatbewaarster,

Heldre Spiegel aller deugd: Die door ieder wordt bewonderd, En tot wie men bidt met vreugd.

9-

.^y Geef mij, dat ik mijne ziele quot; Van gebreken zuivren moog'; lt;• En door heilige oefeningen

Immer te volmaken poog'. ^ '

kp .0. y

^ Help mij om aan alle listen

Van de duivlen te weerstaan;

Laat mij door de scherpe pijlen Van de zonden niet vergaan.

11.

Smeek tot God, o Overschoone,

Dat Hij mijne schuld vergeev'; Wees mijn Schutsvrouw, dat ik nimmer

-U 55

Door den sterken vijand sneev'.

--K

ocr page 58

56 LOFZANG 4.

12.

Maak dat ik verdien' te krijgen

't Goed, waarom ik immer bad: Om toch nimmer af te wijken Van het rechte levenspad.

13-

Maagd, die als de morgensterre Schittert in den ochtendstond;

Daar Gij 't nachtlijk duister wegdrijft.

En ons 't warequot; licht verkondt.

14- C$) Ach, verzorg uw smeekelingen,

Zuiver hen van zondensmet; En verrijk hen met de reinheid. Die uw ziel in schittring zet.

ïS-

Zie den vorst des doods zijn pijlen

Op ons werpen onvermoeid,

Bied hem weerstand; in zijn kluisters Houde hij ons niet geboeid.

-t-

ocr page 59

LOFZANG 4.

16.

Geef mij vrede, om God te dienen Door mijn ijver voor de deugd; En door ijdle zorgen nimmer Arm te zijn aan ware vreugd.

17.

Geef, dat ik den Vorst der glorie Door mijn trouwen dienst verblijd';

Hem een kinderlijke liefde

Als mijn grootste vreugde wijd'.

é)

amp;

Reinig die door schuld bevlekt zijn, En beschut ons door uw macht: Doe ons veilig zijn en zuiver. Wat verleiding ons ook wacht'.

19.

Door U hopen we op verlossing,

En op onze zaligheid;

Die alle andren overtreft in Macht en goedertierenheid.

57

ocr page 60

-nAAA---

lofzang 4.

Overrijk toch boven allen

Zijt Ge in 't hemelsch rijksgebied; Gij, uit wie de bron der gratie Ter genezing voor ons vliet.

O Gij, raenschgeworden wijsheid, Dien Maria heeft gebaard;

Zonder dat haar maagdenreinheid Van haar luister werd ontaard;

22.

Heer, ik zing U voor zoo groote Weldaad lof uit alle macht:

Die ons vreugde, waren rijkdom, Die ons 't eeuwig leven bracht.

23-

Vorst der krachten, voor wiens

ordning Iedere misleiding zwicht;

Wil ons bijstaan, en verrijken Met den schat van 't ware licht.

cM— 58

ocr page 61

-VAA/V--

LOFZANG 4.

24.

Zie, ik vraag, om niet te vallen, In mijn zwakheid U een gift:

Mij de wetenschap te schenken Van de Goddelijke Schrift.

25-

Als een hondje, bid en smeek ik Om de kruimels van uw brood;

Die ik hoop dat Gij uw dienaar Niet zult weigren in zijn nood.

26.

Uoe me uw Moeder waardig eeren, Christus, goedertieren Vorst;

Die U eenmaal droeg, en voedde Met haar overlieilge borst.

27.

Geef mij kracht om alle onreinheid Steeds te weren van mijn zij:

Maak, dat ik, zachtmoedig, vluchte Allen nijd en hoovaardij.

H 59

ocr page 62

—— LOFZANG 4.

28.

Sier mij immer met het sieraad

Van een deugdzaam leven, Heer: Weer 't bedrog, opdat ik enkel U, met zuiver hart begeer'.

29.

Goede Jezus, regel de tire

Van mijn sterven; en verleen. Dat mijn geest dan opwaarts stijge Naar het koor der Zaalgen heen.

3°.

God de Vader, God de Zoon, en God de Heiige Geest, één God, Door der eeuwen eeuwigheden. Wees bestuurder van ons lot.

M-

60

ocr page 63

^.........—^...........

s z-StLSiStjse. 3e_s*s. jTe. je 3'e JVs e. J) t j*ej t^ej cj eje_9*!. je. j'e. .s'e.

LOFZAHG 5.

Verzuchting eet/er boetvaardige en beangste ziel, toi de Allerhei-ligsle Maagd Maria.

z

Licht der heilgen, hoop der zondaars,

Maagd, en Moeder van uw God; Door wie voor den mensch hersteld werd 't Eeuwig zalig levenslot.

2.

Vrouwe, met een zuchtend harte

Stort ik mijn gebed tot U; Want een zware last van schulden, Die ik maakte, drukt mij nu.

3-

Neem,zooals Gij pleegt,den last weg.

Die mij neergebogen houdt: En verschoon, wat ik met schaamte Thans beken, dat mij berouwt.

-GcD--—K

ocr page 64

-NAA/V-

LOFZANG 5.

4-

Eene onmetelijke droefheid

Doet mij krimpen van de smart: Daar de schicht der zonde telkens Mij verscheurt het hijgend hart.

5-

O hoe slecht en laf is ieder,

Die de booze wereld mint: £

Hij, die God verlaat, bedenkt niet, rji

Wien hij tot zijn meester vindt, r*

6. nl

Waarlijk blind en zonder kennis.

Als het redelooze vee,

Toonen zich, die 't schijngoed

minnen Dezer wereld, zoo vol wee.

7-

■\Velke vrucht, behalve droefheid.

Geeft de vreugde dezer aard'5 Zij, wier zorg aan hare slaven Niets dan bittre smarten baart.

ocr page 65

5^-

LOFZANG 5. 63

Spaar mij, die nu schrei van droefnis,

Opperrechter van 't heelal: Want ik overtrad met boosheid, Wat mij uwe wet beval.

9-

'k Schaam mij, en verdor van angsten,

Vreezend voor uw aangezicht: Als ik 't aantal mijner zonden Overweeg, met haar gewicht.

10.

Groote vrees en droefheid laten Mijne ziel geen rust of duur: Mijn gemoed schrikt van ontzetting, Als het denkt aan 't stervensuur.

11.

Heer, wie zal er veilig wezen. Bij dat allerstrengst gericht: Als, hetgeen nu blijft verborgen. Blijken zal door 't helderst licht ?

-Ga}-

ocr page 66

J(------4f-

64 LOFZANG 5.

quot;Welke droefheid, welke smarten, Zullen hun te wachten staan.

Die rampzalig, om hun zonden. Naar den helschen afgrond gaan?

13-

Huilen zullen de verdoemden, Jammren te vergeefs, van pijn;

Als zij in hun boosheid eenmaal Aan het vuur geleverd zijn.

14.

Ach, wat deed ik! waartoe kwam ik! Hoe verviel ik tot deez' staat!

Werwaarts voeren 's vijands listen Hem, die zich verleiden laat!

ïS-

Waarheen vlucht ik, om het vonnis, Dat zoo schriklijk is, te ontgaan?

Wie zal mij nog op mijn smeeken Van des Rechters toorn ontslaan ?

ocr page 67

--AAAT------

1 1 LOFZANG 5. 65

(?

è

16.

O Maria, die de weg zijt,

Dien Gods eeuwge Wijsheid nam;

Toen Hij 't menschdom door 't geloof weer Van den dood verlossen kwam;

rr\ IT-

Maak dien vreeselijken Rechter Voor uw smeekelingen zacht: Maak dat ons niet in zijn gramschap ^ Om onz' schuld de vuurpoel wacht'.

18.

's Hemels ladder, schenk me in 't strijden

De overwinning op het kwaad: Maak, dat ik. in 't goed standvastig, Wat ik voorneem, nooit verlaat'.

19.

Laat niet toe, dat ooit de doornen

Mijner fouten dieper gaan; Gij, die leert om naar de vruchten Van volmaakter deugd te staan.

4-

ocr page 68

--d{p--

LOKZANG 5.

20.

Goedertierne, wil mij, zondaar,

Tot een Patronesse zijn: En verzei mij, als ik eenmaal Voor Gods rechterstoel verschijn.

21.

Smeekende beveel ik dringend

Mij in uwen bijstand aan; Om de pijn der eeuwge doodstraf Van den sterken Vorst te ontgaan.

Bid voor mij, en geef Gij antwoord, Als wij voor den Rechter staan: Want onmetelijke schulden Klagen uwen smeekling aan.

23-

'k Viel in wanhoop, als ik 't oog slechts

Op mijn zonden hield gericht; En niet wist of had bevonden. Dat Gij redt wat nederligt.

ill

66

-4-

ocr page 69

--

LOFZANG 5.

24.

Heiige Moeder., breng mij, arme, Zaligheid door uw gebed;

Die door zwaren last van zonden Neergedrukt lig en verplet.

2S-

Ach, verlos mij van de zonden, En de machten van de hel;

Die U smeek, en mijn vertrouwen Heel in uw verdiensten stel.

26.

Zoete maagd, wil ons bevrijden Van de zucht naar aardsch genot;

Slaak de boeien onzer zonden. En verzoen ons weer met God.

27.

Open weer de poort des Hemels Voor ons, ballingen op aard;

Wat Gij kunt, daar uw vermogen Uw verdiensten evenaart.

67

ocr page 70

-p—d.-

LOFZANG 5.

28.

Breng mijn vader en mijn moeder

Tot den staat van zaligheid; Doe hen smaken de eeuwge goedren, Overvloedig hun bereid.

29.

Bid den Heer des Hemels immer Voor 't geloovig volk op aard': Doe ons steeds, de wereld vluchtend, Christus volgen, Zijner waard.

30-

Gode dierbre, maak ons effen

't Pad, dat naar den Hemel leidt; Om te deelen in de glorie Van uw Zoon in eeuwigheid.

Si's Werelds Schepper, die gebaard

heeft

Willen worden door uw schoot. Geve ons, dat wij Hem beminnend, Immer doen, wat Hij gebood.

68

ocr page 71

--

69

LOFZANG 5.

32-

God de Vader, God de Zoon, en God de Heiige Geest, één God, Door der eeuwen eeuwigheden Wees bestuurder van ons lot.

J ^

-GC-

ocr page 72

----quot;^ör*

jt/ej'e.je_9quot;e_5'ii_s*c_s*i-s'g s'g se s'e ti'e o'? fTe iV s'g o'c f)V i'c ^'p_''i'.i'fgt;/i'f»

LOFZANG 6.

Loflied ter eere der voorrechten, weldaden, gaven en uitmun-tende schoonheid der Allerheiligste Maagd Maria.'

Hemelpoort,waardoor hetheil kwam (Ji Den geloovigen bereid;

v] Poort des lichts,dienaar de vreugde, (V) Altoos durende, geleidt; (g)

Eedle Maagd, geen man bekennend, Als der maagden eer en kroon, Waard bevonden om te worden Moeder van Gods eengen Zoon;

3-

Maagd, voorzichtig en vermijdend Wat eens de eerste vrouw misdeed; Die bevrucht zijt door een wonder. Zonder man en zonder leed;

ocr page 73

4-

LOFZANG 6.

Hoor goedgunstig onze wenschen, En verwerp ons smeeken niet: Maar geeft acht steeds en bescherm

ons,

Die Gij vol gevaren ziet.

$

Veel werd eertijds door de Zieners Over U, o Maagd, voorzegd; S Eenen ééngen schat van gratie Zagen zij U weggelegd.

6.

71

Hij toch, die uit U geboren Wilde worden en gevoed; Meldde in schriften en figuren Uwen lof in overvloed.

■*-

De eerste moeder in haar dwaasheid Was de schuld van d' ondergang; Toen zij van 't verboden proefde, Luistrend naar de valsche slang.

ocr page 74

72 LOFZANG 6.

De alleszins bijzondere oorzau1:

Van des menschen heil zijtGij; Werd des Hemels deur gesloten, Om U kwam de toegang vrij.

9-

Want verachtend en ontvluchtend j, quot;tquot; Wat deze aard'verlokkend biedt; ^ Deedt Gij 't wonder, dat der helslang

V

pi ri uecUL v.tij L wonder, uai uer ncibian k j Gruwbren kop te pletter stiet.

M io.

-i;- 't Wreed serpent heeft door zijn

giftpijl

Eva tot den val geleid:

Maar zijn listen leden schipbreuk Tegen uw voorzichtigheid.

^

Gij gaat alle kuische zielen

Als vorstin en leidsvrouw voor; Voert langs 't uitverkoren bergpad 't Vlekkelooze maagdenkoor.

ocr page 75

LOFZANG 6.

12.

Door, ondanks uws volks gewoonte, Wereldsch tooisel te versmaan;

Leerdet Gij, de zorg des vleesches En zijn driften te weerstaan;

13-

Openend voor die U volgen Het volmaakte en rechte pad.

Om zich zedig op te sieren Met een waren deugdenschat.

14.

Want Gij leerdet, dat de vreugden Dezer wereld ijdel zijn;

Vluchtig, en nadeelig tevens, Valsch, bedrieglijk door den

schijn,

15-

Moeder Eva wierp haar kindren Door een wreeden dood ter neer:

Uw geloof, waardoor Gij schittert, Gaf ons 't ware leven weer.

73

4-

*

ocr page 76

4-

74 LOFZANG 6.

i6

Gij, gij zijt de schat, zoo kostbaar.

Aller gaven der gena;

En de lusttuin, vol van reukwerk. Lieflijk zonder wederga.

i7-

Springbron van het levend water.

Reinigend die schuldig zijn; Die hier drinkt gaat niet verloren,

Maar heeft echte medicijn. é» (f ^

I i8. T

Bron, verzegeld^ die door d'indruk

Van geen dieren schade lijdt;

Maar door goddelijke deugdeu,

Altoos rein. gesloten zijt.

ig.

Halssieraden, opgeluisterd

Door een kostbren paarlenschat. Blijven verre van het lieflijk.

Dat uw deugdzaam leven had.

t

6,

4quot;

ocr page 77

*-

LOFZANG 6.

Bloemenperken in de lente

Zijn bevallig overal;

Hoeveel meer het heerlijk zaadveld Van den landman van't heelal!

75

T

I

1

cy

)Oc ?

amp; F

T f

ï

4

Stemt het zien der lentebloemen Elk tot overgroote vreugd;

Gij verblijdt de brave zielen Door uwe overgroote deugd.

22.

Dat ook bloemen geurig rieken, Spreiden al haar pracht ten toon;

Dra verwelken ze en verdorren, En niet duurzaam is liaar schoon.

23-

Uwe schoonheid, veel meer wonder Blijft steeds onveranderd frisch

Zij verwelkt niet noch vermindert Daar zij onbederflijk is.

t

k -f


4-

4

ocr page 78

--tp--

LOFZANG 6.

24.

't Is uw naam, die alle reukwerk,

Allen balsem overtreft:

Daar hij geurt, de zielen spijzigt. En haar van den dood ontheft.

25-

Thans zijn trotschen neergeworpen. Zooals Ge in uw lofzang meldt; En verworpenen verheven, Wonderlijk in eer gesteld.

26..

Christus, dien Ge als moeder baardet

Zonder vader, de Opperheer, Zond den regen der genade Over heel het aardrijk neer.

27.

Mindre vrouwen, koninginnen, Stemmen in uw lofakkoord; Talen, volken, die gelooven,

Smeeken U, zooals 't behoort.

--^--

a-

76

ocr page 79

--ctp--

LOFZANG 6.

77

28.

Sion's schoone dochterschare Looft U vol verwondering; En verheugt zich om den luister, Dien zij door uw deugd ontving.

29.

Allen loven U als schoone, Als den waren dageraad; Uitverkoorne, gansch volmaakte, Koninginne in naam en daad.

30-

Wie is Zij, die wonderschoone. Schitterend en zoo vermaard; Die aan zooveel wondre gaven Zooveel deugdenkronen paart ?

3i-

Die met wangen van de tortel,

Oogen van de duif begaafd, Schoon, aanminnig is als 't duifje, • Dat zich aan de beekjes laaft?

ocr page 80

78 LOFZANG 6.

32-

Zij,wier leven steeds den schoonsten

Glans van alle deugden geeft; Zij, wier daden immer schittren Boven alles wat er leeft?

33-

Die nog zoeter is dan balsem s En den fijnsten zalvengeur; ^ Jv Meer bevallig dan de schoonste J ' Leliën — en rozenkleur? '

\/ 34- ^

O Gij, driewerf Zaalge Moeder, j

Gij wier heilig ingewand Hem omvatten mocht en dragen. Die het grootsch heelal omspant!

35-

Zaalge schoot, waarin Hij schuilde, Die de Vorst der krachten heet; Waarin 't Woord is vleesch geworden,

Deelend in ons menschlijk leed.

ocr page 81

--

LOFZANG 6.

79

36.

Zaalge boezem, waar de Heiige

Geest van God zijn ruste nam; Zaalge schoot, waardoor 't verloren Menschdom weer zijn heil bekwam.

37-

Zaalge sponde, heerlijk schittrend, quot;W j\ Waar de minste schaduw vlucht a 1 ) Voor de maagdelijke Moeder, t) ^ ^ Door den Heilgen Geest bevrucht. ^ ^

«gt; 38- «.

O gij zaalge borst wier druppel ^

Hem tot voedsel strekken moet; Die aan de aarde geeft haar vruchten.

Die geheel de wereld voedt!

39-

Deze woning maakte God, om

Mensch te worden, zich gereed;

Hier verborgen, kleedt de schoone Bruidegom zich met zijn kleed.

-Gt-r—

ocr page 82

8o LOFZANG 6.

40.

Zoo staat de natuur verbaasd, nu Ze op een hoogere orde staart; En haar loop ziet uitgesloten, Daar een reine Maagd hier baart.

41.

Moeder Gods, die onzer hope ^ Oorzaak en begin mocht zijn; 'v-Bid uw Zoon, dat Hij ons schenke De gewenschte medicijn.

42- 4

Maak mij, armen blinde, weder J-

Ziende door Uw smeekgebed; Om den weg Uws Zoons te volgen. Hem behagend naar zijn wet.

43-

Maak aldus mij in dit leven

Rijk aan gaven van de deugd; Als een onderpand, om eenmaal Waard te zijn de hemelvreugd.

-JK-

ocr page 83

LOFZANG 6.

44-

Trek mij in dit sterflijk leven

Door uw goedheid uit liet kwaad; Maak me aan de eeuwge rust deelachtig, Als het uur van sterven slaat.

45-

i 'k Smeek U voor mijn naastbe-

staanden

Tevens om het eeuwig goed; Dat ze in vreugde mogen leven,

Immer voor gevaar behoed.

46-

O Gij, heiige Maagd, ontferm U, Neem enz' smeekgebeden aan; En verlos ons steeds van 't kwade, Met ons deerlijk lot begaan.

47-

God de Vader, God de Zoon, en

God de Heiige Liefde, leid, Gij, drieëenig God, uw dienaars In der eeuwen eeuwigheid.

é)

ocr page 84

\ ..............»

LOFZANG 7.

Erkenning en aanroeping va7i de Allerheiligste Maagd Maria, als middelares en helpster, vooral in de bekoringen.

Hope der gevallen zielen,

Eenig ware Moedermaagd; h

Die den Opperkoning baardet, ^

Wien 't heelal zijn wetten vraagt; .S

2. y

Poort des Leidsmans, die, ons red- ^

dend

Door het diep geheim van 't kruis. Ons terugbrengt tot 't gezelschap Van Gods englen in zijn huis;

3-

Neem den lof aan, en het danklied. Die 'k uit godsvrucht zingen zal; Wetende, dat ik daarmede Onzen goeden Heer beval.

-MA-

ocr page 85

-N/WV--

LOFZANG 7.

4- •

O! hoe zaalge, steeds gezegend, Glorievolle vrouw zijt Gij;

Die de wereld waschtvan zonden Door een godlijke artsenij!

, 5-

Zaalge Moeder, Gij, wier zuivre Schoot, van alle vlekken vrij, Dekte en droeg den Vorst, wien toekomt Aller eeuwen heerschappij!

6.

O gij heiige, zaalge handen.

Armen van de Moedermaagd; Die Hem voeden, dragen mochten. Die de gansche schepping draagt!

7-

Eva's misdaad onderwierp ons

Aan 't bederf door helsch venijn; Gij doet ons, geboeiden, Godes

Aangenomen kindren zijn.

----

ocr page 86

---K0----

84 LOFZANG 7.

/V

9

Zoete Maagd, geef d' ongeleerder! 't Licht der kennis naar hun staat;

Vraag voor die hun schuld beweenen De vergifnis van hun kwaad.

9-

Die de alleen volmaakte leerschool

Aller hemeldeugden heet;

Breng genezing aan de kranken, Die U smeeken in hun leed.

Wie kan uw verdiensten melden, Wie begrijpen; daar, om niet. De arme slaaf door U zich weder In volkomen vrijheid ziet!

Geen bevatting is 't gegeven Te achterhalen al dien lof; 's Menschen mond is niet bij machte Uit te spreken zooveel stof.

ocr page 87

LOFZANG 7. 85

Geene vlek, en niets wat hard is, Niets hebt Gij, wat iemand stuif. En in schoonheid, én in eere. Munt Gij boven allen uit.

13-

Allen moeten biddend eeren

Uwe groote uitmuntendheid: Schoon volkomen goed door

niemand Ooit uw glorie wordt verbreid.

14.

Schoon ook niemand uw verdiensten Looft zooals gij 't waardig zijt; Geeft het toch reeds groote hulpe. Als men dezen plicht belijdt.

iS-

Zeester, door verheven deugden Schittrend voor eenieders oog; Luid verkondigd en geprezen Door de burgers van omhoog;

M-

ocr page 88

J/Kn ,

86 LOFZANG 7.

16.

Voer, zooals gij zulks gewoon zljt, Die vergaan van 't dwaalspoor

weer;

Doe hen keeren, stort de gaven Der genaden op hen neer.

17-

En op de eerste plaats, vermeerder

Ons geloof door uw gebed; Geef ons, steeds door goede werken U te volgen naar Gods wet.

Vestig in de hoop, die kwijnen,

Sterk ons door den liefdegloed; Schenk ons eendracht,ban 't onreine. Maak, wat wij misdeden, goed.

19.

Spruit van Jesse, slaak den zwaren

Zondeketen^ die mij boeit; Schenk den vrede, die van werken Der volmaaktheid overvloeit.

ocr page 89

--vw--

LOFZANG 7.

20.

Al te zeer gebruikt de gruwbre,

Wreede vijand zijne kracht; Strijdend, om door 't kwaad der ontucht

Mij te krijgen in zijn macht.

21.

Nu bedekt, en dan weer open,

Laat hij van den strijd niet af; Altoos nieuwe listen zoekend. Of ik hem soms toegang gaf.

22.

Wil, o glorievolle Vrouwe,

Mij beschutten in 't gevaar; En verijdel elke poging

Van den helschen moordenaar.

23-

Dat geen ijdel of onzinnig

Woord mij ooit tot kwaad verleid'; Noch 't gehoor mij ooit misleide, Of de trek der gulzigheid.

87

ocr page 90

------------------

gt;8 LOFZANG 7.

24.

Maak, dat noch gevoel,noch reuk mij

Drijfveer tot de zonde word';

Noch gezicht, of lach, of woede.

Ooit mij in den afgrond stort';

2S-

Zoo des vleesches prikkels sluimren

Met hun schadelijk bedrijf, \^) Dat de booze zinnenneiging Immer koel en rustig blijv'.

26.

Dat mijn ziel steeds kalm, en vol zij

Van een geestelijk genot; Opgehelderd en gezuiverd

Door een straal van licht uit God.

27.

Doe mijn hart steeds zoo vervuld zijn

Van hetgeen de liefde vraagt; Dat zij daaruit immer banna Alles wat aan God mishaagt.

4

ocr page 91

--IAAT---

LOFZANG 7.

28.

O Maria, weg'des levens,

Vol van Gods genadenschat; Wees de middlaresse tusschen God en 't plichtig zondenvat.

r-?

9)

29.

Bid voor mij, opdat ik nimmer

Neerzinke in den eeuwgen dood; W Dat ik rein zij, en verachte. ^

Wat de wereld acht als groot.

3o' è Dat die Geest, die door een wonder w

U deed Moeder zijn, en Maagd;

Immer mij geleide, en leere

Alles wat aan God behaagt.

3i-

Dat die gratie mij behoede

Voor de schuld van alle slag; Welker volheid Hij U schonk, die Weenend in uwe armen lag.

4---4--4-

89

ocr page 92

--4p--

LOFZANG 7.

32-

Albestuurder van de wereld,

Allergoedertierenst Heer; Zie op de geknakte zielen, Geef ze hare krachten weer.

33-

Spreid op ons het licht van uwe Groote goedertierenheid;

Schenk ons, die in droefheid liggen. Hemeltroost en vroolijkheid.

34-

Zoon van God,ach maak mij, bid ik, Van de list des vijands vrij;

Geef mij, dat ik door Maria Uw genade waardig zij.

35-

Schenk ter harer liefde en eere, Die Gij als uw Moeder mint,

Dat ik met de braven eenmaal 't Goed der eeuwge ruste vind'.

a-

90

-4-

ocr page 93

91

_

LOFZANG 7.

36.

Door hetgene Zij verdiende

Smeeken wij, U lovend, Heer; Schenk ons tot het rijk des Hemels Goedertieren toegang weer.

37-

God de Vader, God de Zoon, en

God de Heiige Liefde, leid. Gij, drieëenig God, uw dienaars In der eeuwen eeuwigheid.

ocr page 94

IxOFZAHG 8.

De bijzondere uittmmtendheid der Allerheiligste Maagd Maria -wordt verkondigd, en ootmoedig om haren bijstand gevraagd.

Prï Koningin, door Gods genade l? Uitverkoren van 't begin;

^ Gij, wier heilig baren alles ^

Y Weer herstelde met gewin: Y

l 2- ] Noch de wierook, noch de balsem oquot;

Geuren als het heiligdom,

Waaruit de Allerhoogste voortkwam

Als de schoonste Bruidegom.

3-

Moeder van den grooten Koning, Die 't geheim der wet verklaart; Gij, wier Zoon door zijn profeten Eer bezongen werd op aard;

ocr page 95

-'p-'M-

LOFZANG 8.

93

y

9

4-

Bron der deugden, doe mij, bid ik,

Vluchten alle zondenslijk •, En den blik der ziel en 't streven Richten naar het hemelrijk.

5-

Heiige Maagd, die van genade

Overvloeit; o, stort ze mij Zoo in 't hart, dat mij het aardsche Door 't geloof verachtlijk zij.

•i . 6-

Reinig in mijns harten woning

Wat uw heilig oog mishaagt;

Wisch de smetten mijner lippen,

Godes dierbre Moedermaagd.

7-

Geef mij, dat ik, rein van zonden,

Godes eer alom beoog;

En uw glorie uit ter harte.

Vrij van smet, verkonden moog'.

ocr page 96

-NAA/V-

LOFZANG 8.

94

8.

Wie kan U, o goedertierne,

Waardig loven op deze aard'; Die, een ééngen schat te ontvangen,

Door uw deugden waardig waart!

9-

Dat de dageraad ook schoon zij, Als hij opkomt schittrend rood: Vergeleken, blijkt zijn schoonheid /-R Minder aangenaam en groot.

(|p io.

V v Helder schijnend is het maanlicht, v Door geen enkle wolk bedekt: Maar nog grooter is de glans, dien Gij der braven ziel verstrekt.

ii.

't Licht van uwen glans verschaft

ons

Te aller ure ware vreugd; Middlerwijl dè maan soms nauwlijks

Éénen nacht deze aard' verheugt.

---^

ocr page 97

4-

LOFZANG 8.

12.

Als zij vol is, wordt zij lieflijk,

Maar vermindert spoedig weer; Nu eens schijnend, dan weer schuilend,

Gaat zij altijd op en neer.

13-

Gij zijtschittrend, nooit verduisterd, Leidsvrouw onzer reis op aard'; Niet bedekt maar uitverkoren, Als de zon, waarop men staart.

14.

Inderdaad de zon is schittrend

Door bewondrendswaardig licht: Maar toch dikwijls door een nevel Nog onttrokken aan 't gezicht.

JS-

Overschoone, Gode dierbaar.

Gij bekleedt den eersten rang; Als de lichtbron zonder nevel. Mindering, of ondergang.

95

C^) è

ocr page 98

()6 lofzang 8.

16.

Vlekloos rein en lieflijk zijt Gij,

Heel en al bewondrenswaard: -Nimmer hoorde of zag men leven Als uw leven op deze aard'.

T7-

t Alle hemelburgers zingen t

quot;Jfquot; Eeuwig glorie aan uw Zoon; Vol van eerbied en bewondring Voor uw hoog verheven troon,

9 • i®- 9

Want geheel het koor der englen

Overtreft Gij in waardij; Vorstendommen, Machten, Krachten,

- En alle ovrige Englenrij.

19.

O hoe aangenaam en zalig.

Maagd, is uw gedachtenis;

Al uw daden en uw woorden Zijn een zielelafenis.

ocr page 99

LOFZANG 8.

20.

Hier is 't al volmaakt en heilig,

Waar eenieder heil verwacht; Waar de geur des levens opstijgt, Die ons menschlijk leed verzacht.

T

Wij begroeten U, en zingen

Uwen lof naar onze macht;

Maar om alles weer te geven y Mist het vrome hart de kracht.

T 22. T

)V- .

Zoo veelvuldig, zoo onmeetlijk,

Is hier overvloed tot lof; Dat bespraakte en diepe geesten Nog bezwijken voor die stof.

23i

Niemand is er, die naar waarde

Lof aan uwe glorie geeft;

Uit wie sproot, die den bewerker Van het kwaad verslagen heeft.

97

ocr page 100

LOFZANG 8.

24.

O gezegend, die des vleesches IJdle glorie hebt versmaad;

En den weg hebt aangekondigd Tot een eeuwgen vreugdestaat!

2S-

Hoog gezegend, die vol smarten. \y Toen men Hem aan 't kruishout W Vquot; klonk, -$r

Ons verloste, en aan zijn dienaars IC,

«1 Goddelijken vrede schonk! lt;w

•amp;-

JjK 26.

Maagd vol zachtheid, nooit volpre- ^

zen.

Immer nieuwen lofzang waard;

Stem uw Zoon tot vree voor allen, Die U eeren op deze aard'.

27.

Geeft dat mijn begrip volmaakt zij, Om te mijden al wat schaadt; Doe mij kennen en volbrengen Al datgene wat mij baat.

98

ocr page 101

LOFZANG ö.

28.

Zorg dat ik steeds naar oprechtheid

Streven moge in eiken kring; En, gesterkt door ware godsvrucht, Door den geest het vleesch bedwing'.

29;

Moeder van het Lam, dat strijdend

Ons bevochten heeft als prijs, Op den dwingland, door wiens listen

Wij hier missen 't paradijs;

30-

Delg de schuld van mijn verwanten

Door uw moederlijke beê:

Deel aan mijne goede vrienden 's Hemels rijksten zegen meê.

31-

99

quot;Sir

e

JL

o

X

Jib*

x

O

Heiige Maagd, en zuivre Moeder, Davids spruit, in roem zoo rijk; Doe ons door uw moederbede Opstaan uit der zonden slijk.

-MvV

ocr page 102

----

LOFZANG 8.

S2»

Jesse 's Dochter, die de zwakke Zielen in heur kracht herstelt;

Sterk ons, en bedwing der duivlen Helsche macht in haar geweld.

33-

O, behoed uw smeekelingen Voor de pijlen vol vergift;

Die 't verderf zijn voor die volgen Hunne vleeschelijke drift.

34-

Goede Maagd, maak dat wij immer Vrij van alle doodschuld zijn;

Laat niet toe, dat wij verzinken In den poel der helsche pijn.

35-

Worde een kalm en deugdzaam leven Ons door uwe gunst bereid:

Dat de deugd ons hier verblijde, En hieina de zaligheid.

--iia--

a-100

ocr page 103

--dp—-

LOFZANG 8.

36.

Dringend smeek ik, met de heilgen

Te genieten uw gezicht;

En mij eeuwig te verblijden In de gaaf van 't godlijk licht.

37-

Jezus Christus, Zone Gods, door

Wien 't heelal is voortgebracht; God en Mensch, die weer verlostet 't Schuldig menschelijk geslacht;

38.

Vreeselijke Vorst, bescherm ons

Tegen alles wat ons deert; Schenk dit groot geluk aan ieder. Die Maria waarlijk eert.

39-

Op haar moederbeê, vernieuw ons. Breng ons weer tot onzen plicht; Zij doe ons standvastig blijven,

Brenge ons voor uw aangezicht.

---^--

—K

IOI

ocr page 104

102 LOFZANG

40.

Eeuwig Koning, zie met liefde

Op uw sraeekelingen neer;

Schenk aan onze duistre harten 't Licht des Heilgen Geestes weer.

41.

Wegens Haar, die U haar borsten

Eertijds gaf als zuigeling; -^y-

Wil, o Heer, uw volk beschermen, v ' Geef het steeds vermeerdering.

42.

Goede Herder, houd uw schapen ^ Van den helschen leeuw bevrijd; Jh Breng ons tot het tal dergenen, Die de hemelvreugd verblijdt.

43-

Lof den grooten Vorst en 't Lam,

den

ffl y

V

Eeuwgen Vader en den Zoon; En den Geest, die met hen beiden Draagt de goddelijke kroon.

x-sgt;

ocr page 105

f*--777777 . 777T777.

«Ti» «Ti» i*!» «w» «Ti» «1*1» «Ti» «Ti» i'i» i'i* q'p «Tc i'c «te i'g gg j'cLjV-S'g-i)'(L-5jL3e.35_51

LOFZANG 9.

Zang ier cere van het geheim der Boodschap.

i.

Zaligste onder alle vrouwen, Y Maged, die Hem dragen mocht, ¥ gt; \ Die, ons arme zondaars zoekend, ^ Deze treurvallei bezocht; ,

T 2. V

4V.

Moeder van den Vorst, wiens Vader Geene vrouw ooit heeft bekend; Van den Koning, op wiens wenken Heel het wereldrond zich wendt;

3-

Die de leer des hemels over

Heel het aardrijk hebt verspreid; Zuiver ons, Gij die bevrucht werdt Door den Geest van heiligheid.

--00--- rw

ocr page 106

• rVcX

104 LOFZANG 9.

4-

Doe met geestkracht mij weer opstaan

Uit den aardschen modderpoel; Al de wenschen mijner ziele Richten naar het hoogste doel;

Maak dat ik met grooten ijver lt;;

Mij voor 'themelsch loon bereid'; En niet als een droeve balling Buiten blijve in eeuwigheid.

6. q|)

O volzalige, onze zangen Mogen U gevallig zijn;

Dat ons loflied, zwak en staamlend, U toch niet onwaardig schijn'.

7-

Dank betuig ik, als ik naga,

Hoeveel goed Ge ons hebt gedaan; En van wat al schrikbre rampen Gij uw dienaars mocht ontslaan.

ocr page 107

LOFZANG 9.

8.

Eva's misdaad deed ons leven

Kort van duur zijn op deze aard'; Gij zijt de oorzaak van een leven, Dat ons eeuwig vreugde baart.

9-

Onrecht vrare 't, te vergeten

Zulk een schoone liefdedaad; Daar 't behoort dat ze onuitwisch-

baar

In 't gemoed geschreven staat.

10.

Ja in waarheid zeer gevaarlijk

Is hier de stilzwijgenheid;

Waar de wereld wordt gezuiverd En haar redding wordt bereid.

11.

Luid verkor digd en geprezen

Zij de vrucht van uwen schoot: Ieder stervling moet ze kennen, Uwe daden overgroot.

ocr page 108

-xA/UV--

LOFZANG 9.

12.

Gabriel bracht uit den hemel U, o Maagd, een tijding aan;

Wier vervulling satan ketent,

Ons in veiligheid doet staan.

i3-

Uit het schittreud hof gezonden, Van den hoogen troon gedaald.

Brengt hij U geheimen over Van eene eeuwge vreugd doorstraald.

14.

Zoo, als afgezant ter bruiloft Van zijn koning aangesteld.

Komt hij op deze aarde ontvouwen, Wat U Godes vriendschap meldt.

ïS-

Naar de werkplaats dezer aarde Daalt hij uit den hemel neer;

Om den wil U te verklaren.

En 't besluit van God den Heer. j

---^----K

M—

106

ocr page 109

LOFZANG 9.

16.

Spoedend zich tot U, zoo glansrijk,

Uit het koninklijk geslacht Van den grooten, Gode dierbren Koning David voortgebracht;

Zacht van inborst, door de paarlen

Der genaden overrijk;

Niemand schadend, allen leerend. Levend God behagelijk;

18.

Pas volwassen, zonder opschik,

Niet van ziel, maar van de leest; Heilig in gelaat en houding. Heilig in het hart nog meest;

De eerste jaren reeds vol groote

Schatten van de wetenschap; Gode dierbaar, gansch onschuldig, Rein van alle zondendrab;

I07

ocr page 110

loS LOFZANG 9.

Tïoven mv geslacht versmadend

Wat de wet des vleesches vraagt; In uw zwijgen, in uw spreken, Doende bteeds wat God behaagt;

Hoogst voorzichtig, altoos ijvrig

In 't vervullen van de wet; Zonder dat Gij menschenroem

zoekt,

Of op hunnen lof ooit let;

En in daden en in woorden

Onberisplijk, zonneklaar;

Door den glans van alle gaven Der genaden wonderbaar;

23-

Zoo snelt Gods geheimnisdrager Naar U heen; en brengt op aard' Een geheim, dat aan het menschdom Door 't geloof verlossing baart.

-Ca}-

ocr page 111

--K---g

LOFZANG 9. 109

24.

't Zij vermeld,Tdat U Gods Engel

Onuitspreeklijke eer bewees; Daar men nooit, tot uw verwondring. Vóór of na een vrouw zoo prees.

25-

aK Dat gij boven allen uitmunt P/ Toonde de gezant gewis £ Door te groeten op een wijze. Die bewondrenswaardig is.

26.

Hij ontvouwt U, vol van eerbied.

Welke toekomst U verbeidt; En verklaart, wat U de Koning, Die U heiligde, bereidt.

27.

Hij dan groet U, en verkondigt

Godes weldaad onomhuld;

Op de zoetste wijs verklarend Dat Ge een Zoon ontvangen zult.

Él—--®--H

ocr page 112

UK

110 LOFZANG

28.

Eerst spreekt hij het »Wees gegroetquot; uit, En daarna 't geheim zoo zoet, Zoo onmeetlijk, dat tot aller Eeuwig welzijn strekken moet.

29.

»0 Maria, Gode waardig,quot;

Zegt hij, »vol gena zijt Gij: sü gezegend Gij, en Zalig,

»Door de onmeetlijke eeuwenrij.

30-

sGij, God minnend, vondt genade

sBij zijn allerhoogsten troon: sin haar volheid, zult gij blijde »Baren eenen Koningszoon.

31-

sVrees niet, daar alleen 't geloof U

sEenen Zone schenken zal; j Tegen den natuurloop barend j Den Verlosser van 't heelal.

quot;0^ ¥

ocr page 113

LOFZANG 9.

32.

jGij zult Moeder zijn, en heeten

»Meesteresse van 't heelal;

Ill

sGij zult baren, zonder dat uw «Zuiverheid iets lijden zal.

33-

»Maak U niet ontsteld, verwonderd, sHoorend dat Gij baren zult; «Baren zult Gij, maar als eertijds »Met de maagdlijke eer omhuld.

34-

sVan begeerlijkheid en prikkling »Van het vleesch is hier geen

schijn:

«Maar de Heiige Geest zal door een «Wonder U doen vruchtbaar zijn.

35-

Door de kracht des Allerhoogsten, sDoor den Heilgen Geest vervuld;

sWeet, dat Gij den grooten Koning «Aller eeuwen baren zult.

K

ocr page 114

-gt;!lt;■ i-

LOFZANG 9.

37-

»Hij zal 't volk, door Hem te redden, «Zuivren van het zonden slijk;

s Daarna zal Hij, eeuwig heerschend, «Hen doen deelen in zijn rijk.

38-

sAlle vrouwen, die gelooven, jZullen juichen U ter eer;

«Alle volken door uw kroost weer ïZalis wezen in den Heer.quot;

39-

Gij geloofdet wat gij hoordet,

Spiegel van godvruchtigheid; Blijvend, vóór en nd, het baren. Allerreinst in maagdlijkheid.

40.

Naar 't voorzeggen der schrifturen,

Baardet Gij uw godlijk Kind: Thans met uwen Zoon gekroond,

voert

Ge over alles het bewind.

4----i---4-

ocr page 115

-AAA/^-

LOFZANG 9.

113

41.

Alle reeds bekeerde volken

Prijzen U als glorievol; Smeeken U, vol van bewondring, Brengen aan uw lof hun tol.

42.

aS 's Hemels kooren zijn getuigen, I 'ÓJ (Boven wie Ge uw troon verheft.) {f Dat Gij de uitverkoornen verre In verdiensten overtreft.

43-

Heel de wereld smeekt in ziekten, vv

En in nood van alle slag, U om eenen goeden uitval.

Door uw bijstand dag aan dag.

44.

U, den roem van alle vrouwen,

Immer prijzend, bidden wij: Smeek uw Zoon, de zon der waarheid. Dat Hij ons genadig zij.

-i-

ocr page 116

--cip--

LOFZANG 9.

45-

Hoed ons steeds, opdat het leger Van den vijand ons niet let';

En verleen ons, arme blinden, Hulp en kracht door uw gebed.

46.

Bid voor mij, opdat ik nimmer Voor den vuilen wellust zwicht';

En mijn ziel onschuldig blijve Voor des Heeren aangezicht.

47-

Zeester, die den onervaren En den zondaar niet verlaat;

O, behoed door uw verdiensten Ons op deze zee voor 't kwaad.

48.

Duld niet, dat de bittre golven Hen ooit doen te gronde gaan.

Die U prijzen en vereeren.

a-

114

Die U steeds ten dienste staan.

---K

ocr page 117

_-

LOFZANG 9.

49-

Hoed mij voor de vuurge schichten, Reinste Maagd, zoo lief, zoo teer; Die uw wegen niet bewandlen, Vallen door hun kracht ter neer.

50-

'k Zucht nog altijd onder lasten

Van onmetelijke schuld;

Maak mij weder vrij, en tevens Van volmaakte deugd vervuld.

51-

Heiige Maagd, ik bid al smeekend

Uwe groote uitmuntendheid; Dat Gij mij ter eeuwge aanschouwing

Van Uw godlijk Kind geleidt.

52-

O Messias, ons geboren

Uit Maria, altijd Maagd; God, die door uw bloed de wereld Hebt verlost en rein gevaagd;

II5

ocr page 118

-^-

LOFZANG 9.

53-

Zend ons, Oorsprong van ons leven, Uwen Geest der waarheid neer; Om uw heilgen wil te kennen. En te handlen naar uw leer.

54-

Geef mij kracht, om af te leggen

De gewoonte van het kwaad; Geef mij, smeek ik, dat ik moedig D' ouden levensweg verlaat'.

A 55-

w Neem, onmetelijke Koning,

Mij in 'tland des levens aan; Wees mijn zonden niet indachtig. Die zoo dreigend voor mij staan.

56-

Zuiver, Heer, mijn slecht geweten Van de schuld, die er aan kleeft 5 Om de reine vreugd te smaken. Die een vlekloos leven geeft.

ii6

ocr page 119

LOFZANG 9.

57quot;

En gedoog niet, dat ik neerzink'

In den poel van duisternis; Wenvaarts gaat, wie met zijn

zonden

Stervend nog beladen is.

58- _

Eeuwig Licht, geleid uw kindren,

Die Gij riept, ter heiligheid; Zoo, dat we alle onreinheid

vluchten, '\F

Iedere ongerechtigheid.

59- ^ Schenk, rechtvaartig Rechter,

smeek ik,

Iedereen vergiffenis;

Die Maria, uwe Moeder Liefdevol indachtig is.

60.

Hem, die ons en alles voortbracht,

Aan den God van Majesteit;

Zij de glorie zonder einde.

Lof en eer in eeuwigheid.

--^

117

lt;$gt;

ocr page 120

ü squot;i sstrsesjnxn ^iijrijjrii^^jri3jr^jri)s~is~sjr7is~sa''ae~ss~ds~ss'

LOFZANG 10.

De Allerheiligste Maagd Maria,

wordt gebeden, om tot allen, ook die geen Christenen zijn, die in eenigen nood naar lichaam of ziel verkeeren, haren bijstand uit te strekken.

r ~ N

i. -

(S) Maagd, die schittrend boven alle £c

5 Hemelkooren U verheft;

(2) Daar ge als meesteres der deugden

T Verre alle andren overtreft:

2.

Die, den Heer en Schepper barend Met behoud der maagdlijkheid, Ons in vrede naar den Vader Van het ware licht geleidt;

3-

Zeester, die den weg der dwaling,

Ter vermijding, kennen doet;

En het nieuwe licht, wiens werken

Iedereen beoef'nen moet; --^ 'jfquot;

ocr page 121

---------

LOFZANO IO. 119

4-

Bron der deugden, reinig, bid ik. Alles wat mijn mond besmeurt; Zoo dat Gij mijn woorden uwe Kostbre gunsten waardig keurt.

5-

Ongeschikt en gansch onwaardig Ben ik, Maagd, voor uwen lof; Daar ik, door veel kwaad be-t) sprongen, IT

Sj Neergedrukt lig in het stof.

6.

Toch vertrouw ik, als verwinnaar

Eens te komen uit den strijd; U vereerend, die ons zondaars De eenge weg ten leven zijt.

7-

O Gezegende, wier leven

Zoo behaagde aan d' Opperheer, Satan neersloeg, onze schuld wiesch, En 'tverloorne redde weer;

4-

ocr page 122

LOFZANG I O.

Moeder Gods, dat uw gebeden Onze kracht zijn bij Gods troon:

Smeek Hem, dat Hij alle zaken. Met een goed gevolg bekroon'.

9-

Die het godlijk Kindje liefheeft, Dat Gij eenmaal hebt gevoed;

Kan onmogelijk betwijflen

Uwer beden kracht en gloed.

to.

Zorg, o zoete Maagd, dat nimmer Mij 't vergift des draaks genaakt;

Die verheven heraelsterren

Door zijn listen wanklend maakt.

Denk toch, denk toch, hoe onmeet-

lijk

Zwak het vleesch is van natuur; Hoe de goddelooze vijand 't Menschdom aanvalt op den

duur.

4quot;

9

-t-

ocr page 123

LOFZANG IO.

12.

O paleis van God omschans ons Door een sterken muur en wal; Red de zondaars, sterk de braven, Hoed de zwakken voor den val.

i3-

Onze middlares en redster.

Sta de kranke zielen bij;

Wees goedgunstig, maak de zieken Door 'tgewenschte middel blij.

14.

Schenk het licht weer aan de blinden, Helderheid aan 't zwak gezicht; Help gedrukten en vermoeiden, Maak bedroefden 't harte licht.

iS-

Breng den armen en geboeiden

121

4-

$ 9

4-

In hun druk vertroosting aan; Vraag voor vreemden en gevangnen 'Dat zij vroolijk huiswaarts gaan.

-rp-

c^rlKj

m—■Mwüiii 1 ■irrr'Bi

ocr page 124

-WIA.--

LOFZANG IO.

16.

Dwing de stormen in hun woede, Breng de golven weer tot stand; Doe hen, die de zee bevaren,

Blijde landen aan het strand.

17-

Maak die vijand zijn weer vrienden.

En elkander goedgezind ; ^

Zoo dat niemand onzen Rechter I

lt;9, Streng, maar vol van goedheid ,è)

$ vind'. fg5

r i8. {

Vraag uw Zoon ook voor de Joden, Zij hun schuld ook nog zoogroot; Dat zij, Hem erkennend, bidden Om de hulp, die Hij hun bood.

19.

Meesteres der ware wijsheid.

Die Gods heiige leer verspreidt; Maak mij deugdzaam, en volmaak

mij

Op den weg der heiligheid.

*— 122

ocr page 125

4-

lofzang io.

Bid uw Zoon, dat Hij mijn schulden

Delge tot de laatste toe;

Smeek Hem, dat in 't uur van

sterven

Niets mijn ziel verschrikken doe.

21.

Vraag den Koning, dat ik wandle Naar de heiige wet der deugd; Zoo dat ik, van de aard' verscheidend.

Hem aanschouwe in de eeuwge vreugd.

22.

Delg, o zaalge, door uw beden

Alles, wat ik ooit misdeed; Doe me in 't Paradijs eens rusten, Eeuwig vrij van alle leed.

23-

Maak hen blijde, die U eeren.

Weer ons elke hindernis; Doe ons eens de glorie smaken. Vreugde waar geen einde aan is.

123

T k

?

-i-

ocr page 126

—tp—

124 LOFZANG 10.

24.

Zeester sta ons door uw voorspraak

Zoo bij d'Opperrechter bij; Dat de Hemelvorst ons roepe Tot der Englen feestgetij;

25-

Om 't getal der hemelburgers

Te vermeerdren, en hun lot, Eeuwig levende te deelen. Vol van goddelijk genot.

26.

Heer des levens, die het mensch-

dom

Schiept en vrijkocht van den dood;

David 's sleutel, eens gedragen Door een heilgen Maagdenschoot;

27.

Koning, rijk in zegeningen.

Scheld mij alle schulden kwijt; Die ik maakte en steeds vergrootte, Handlend met uw wet in strijd.

ocr page 127

--«---[l

LOFZANG IO. 125

Ach, hoe boos heb ik het geestlijk Doopgeheim geschonden. Heer; Toen ik mij door zooveel zonden Heb bezoedeld keer op keer!

29.

Ja, wel slecht heb ik gehandeld

Door in 's duivels dienst te gaan ; In zijn slavernij verblijvend,

Booze daden toegedaan.

30-

Zoon van God verdrijf goedgunstig

Al het duistere uit mijn hart;

Laat niet toe dat ik verzinke In den poel der helsche smart.

31-

Door de tusschenkomst en voorspraak

Uwer Moeder, altijd Maagd; Doe mij zijn vol vrees en liefde Voor uw naam, naar 't U behaagt.

---r°?

ocr page 128

---vAA/V--

LOFZANG 10.

32.

Wees goedgunstig, en indachtig

Wat Gij voor ons hebt gedaan; Welke smart Gij voor ondankbre Zondaars eens hebt doorgestaan.

33-

Hoor ons smeeken, en behoed ons ■ ^ v Voor den vijand op deze aard'; gt;?■lt;. Door de beden uwer Moeder Weer verbeden en bedaard.

V 34. y

^ Deze trede tusschenbeide, ^

Stemme U tot verzoening weer; Die U droeg, en ais haar kindje Voedde met haar melk. o Heer.

35-

O. ter harer liefde smeek ik.

Reinig mijn geweten weer;

Geef dat ik uw godlijk aanschijn

Nimmermeer vergramme, Heer. ^^

126

ocr page 129

-^A/V---yS.

LOFZANG 10. 127

36.

Zaalge God, door uwe liefde

Bid ik, maak mij weder goed;

Geef voortaan mij steeds te kennen. Wat ik doen en zeggen moet.

37-

Godmensch, doe ons dra verhuizen W Uit den kerker van het stof; ^ ^ Plaats ons waar uw aanschijn schit- ^

In uw koninklijken hof. ^

V Y

^ 38. ^

Toon uw aanschijn den getrouwen. Thans verborgen voor hun oog;

Zend aan allen, die U eeren.

Uwen vrede van omhoog.

39-

Doe ons ingaan in den voorhof

Van uw huis zoo vorstelijk; Overvloeien van geneugten In uw hemelsch koninkrijk.

ocr page 130

128 LOFZANG IO.

40.

U, o Zoon, zij met den Vader Lof en eer in 't eeuwig rijk; En den Geest, die met U beiden God is, U volmaakt gelijk.

t

ocr page 131

«Tc «Tc «Tc I'P ■)'(■ i'c s'p jVj'iLjVjcjej*t3V5'(LJ)quot;ej'e_s'(!_s*e_i)*(LJ'lt;L

LOFZANG 11.

Gebed tot de Allerheiligste Maagd Maria, waarin met het grootste vertrouwen de weldaden gevraagd worden, die Zij gewoon is hare dienaren te schenken.

i.

Ware roem en eer van Isrel,

Maagd vol gratie hoog geloofd; En al barend van der maagden Eer en glorie niet beroofd;

2.

Die voor de eeuwen reeds voorzien

werdt,

En verkoren door den Heer; Die Hij zegende, en beloofde Door voorspelling, keer op keer;

3-

Twijg van Jesse, maak ons, bid ik,

Rein van alle zondenstof; Zoo, dat wij, daarvan gezuiverd, IJvrig zijn in uwen lof.

\

ocr page 132

130 LOFZANG II.

4-

Dwaas toch, en voor Gods genade Gansch ondankbaar bovendien, Toonen zij zich, die uw glorie Den verdienden lof niet biên.

_ 5-

Hij bedriegt zich, die de Moeder Van den Opperheer niet prijst; Die tot Haar niet bidt, begrijpt niet Welke gunst hem God bewijst.

6.

Daarom bid ik, dat mijn godsvrucht. Heiige Maged, U bevall'; En mijn ijvren voor uw lofzang Moge stichten overal.

7-

Hoog gezegend zij de zaalge

Vrucht van uwen maagdenschoot; Uit wiens gave voor het mensch-

dom

Wederom de vrede ontsproo';.

--^--

ocr page 133

LOFZANG II. 131

't Lieflijkst licht dat nooit vermin-

dert.

Kwam der wereld opgedaagd; Toen het Woord is vleesch geworden

In uw schoot, o Moedermaagd! 9-

Wel een glansrijk nieuws te heeten, Dat een Maagd den Koning baart; Aller vorsten Heer en Koning, En haar maagdlijkheid bewaart!

10.

O, hoe heilig, hoe volzalig

Zijn uw moederborsten. Maagd; Die Hem baren mocht en voeden, Die den sterrenhemel draagt!

11.

Zaalge borsten waaruit Jezus,

't Godlijk Kind,zijn voedsel nam; Op wiens wenk de gansche wereld Uit het niet te voorschijn kwam!

-eis-

ocr page 134

132 LOFZANG II.

Om de schuld des eersten vaders • Werd de glorie ons ontzeid;

Door den val der eerste moeder Ons een dnbble dood bereid.

13-

Door Maria, als wij volgen ,

Den Messias, haren Zoon 5 ^

Schenkt ons God weer 't eeuwig leven En der Englen gloriekroon.

14.

Doe ons. Moeder Gods, uw feesten Vieren met een dankbre vreugd;

En des vleesches lusten vluchten, Steeds standvastig in de deugd.

ïS-

Vraag, o zoete Maagd, de vrijheid Voor ons zondaars, aan den Heer;

Ban de valschheid, en verbrijzel Onzer zonden boeien weer.

-rly

ocr page 135

-^—

LOFZANG II.

133

16.

Zeester, laat geen oorlog woeden, Breng den boozen mensch tot staan;

Laat ons in de wereldstormen Niet verstrooien of vergaan.

17-

Duld niet, dat op deze zee ooit

Geesten aan de spitse staan; Door wie onbedachte zielen . Heel en al ten gronde gaan.

18.

'k Bid U, Maagd, door uw bescherming

Mij te redden uit deez'zee; En in 't eind me een plaats te

schenken

In het land van eeuwgen vree.

19.

Doe mij lungs der deugden trappen

Veilig reizen op den duur; Maak mijntredlicht,omte ontkomen Aan 't rampzalig helsche vuur.

-Cagt;

ocr page 136

LOFZANG II.

20.

'k Draag een grooten last, gebogen

Door de menigte van schuld; Eenen last, die 't boos geweten, Tot mijn straf, met angst vervult.

In gehoor, gezicht en werken.

En in woorden ondoordacht. Heb ik, mijn geluk verwoestend. Mij in dwalingen gebracht.

22.

Goedertierne, hoog verheven

Maagd, al zuchtend onder 't leed, Smeek ik: vraag voor mij vergeving Van hetgeen ik ooit misdeed.

23-

Qoede Moeder, 'k bid en smeek U

Met een toegenegen hart;

134

Geef mij kracht om niet te wanklen. Hoe de duivel mij ook tart'.

-W

lt;Agt;

ocr page 137

—E

lofzang ii.

24.

'k Vlucht tot U, ten einde Gij mij Voor den wreeden vijand hoedt;

En mij, armen zondaar, eenmaal De eemvge krone schenken doet.

25-

Wil het slechts, want uw vermogen lt; Is aan uwen wil gelijk;

I(| Wat Gij wilt, dat geeft uw ZoonU In geheel zijn koninkrijk.

26.

Schoone Maagd,die 'shemels sterren Door uw schittering verdooft;

Door U smeeken wij te erlangen 't Eeuwig leven, ons beloofd.

27.

Zorg dat wij verdienen mogen

Eens te aanschouwen uwen Zoon; Vraag Hem vrede,opdat Hij nimmer Ons zijn dreigend zwaard vertoon'.

k

-x-

ocr page 138

-vAA/V--

LOFZANG II.

28.

Doe mijn leven vol quot;geloof zijn,

O verrijk in alle deugd; Om te komen tot het gastmaal Vol onsterfelijke vreugd.

1

y

29.

Woord van God, dat satans

trotschheid Door het kruis ten onder bracht; Reinigdet uw volk van de erfschukl Van het menschelijk geslacht;

30-

Voor ondankbren, van de boozen

Lijdende de wreedste pijn; Om ons, armen dezer aarde, In de glorie te doen zijn;

31-

Hemelsch Koning, schenk mij 't

sieraad

Van een leven vol van deugd; Zoo dat ik verdien te ontvangen 't Eeuwig goed der hemelvreugd.

136

ocr page 139

LOFZANG II.

32-

Wie geloof heeft, vinde als vrijburg, Hare hulp in allen nood;

Die weleer U voedde en droeg, in Haren driewerf heilgen schoot.

33-

Spaar de zondaars, o Messias, Neergedaald uit 's hemels erf;

Mensch geworden om deze aarde Rein te wasschen van 't bederf.

34-

Dat uw gratie onze harten Zuivere en bevruchte. Heer,

Met de vruchten aller deugden. De ondeugd bannend meer en

meer.

35-

Doe ons steeds in onschuld handlen, Overal voorzichtig zijn;

Zoo dat geen bedrog uw schepsel üoit misleide door den schijn.

137

ocr page 140

—=(p--

LOKZANG II.

36.

Doe me omzichtig zijn en ijvrig,

In mijn ganschen levensloop; Om, door tranen, eens te smaken De eeuwge vreugd, waarop ik hoop.

Â¥i-T

ocr page 141

ü tri «rsc^s 'is~i(ris~icr

LOFZANG 12.

Op nieuw wordt het maagdelijk baren der Allerheiligste Maagd Maria verheerlijkt, en haar tiaam aangeroepen als eene zekere bescherming tegen alle. rampe7i, zoo algemeene als bijzondere.

i.

Ster der zee, en Moeder tevens,

Eenig in verhevenheid;

Die, na uwen Zoon, de hoogste Plaats bekleedt in heiligheid;

2.

Middlares des hoogsten Vaders,

Die de Zoon tot Moeder nam; Toen Hij ons ten eeuwgen leven Den terugkeer schenken kwam;

3-

Vraag, dat Christus, 't oor ver-

leenend Allen, die U eeren hier; Ons besture, en mei de gaven.

Der genade rijk versier'.

--*-

ocr page 142

-^—

140

LOFZANG 12.

M

9

Heil U, Maagd, die ons de boeien Van de misdaad hebt geslaakt; Toen de val des eersten menschen Ons tot slaven had gemaakt.

Twijg van Jesse, alle tongen Moeten juublen U ter eer; Alle volken dank betuigen, En U loven immermeer.

Want daar Gij des hoogsten Vaders Eeuwig Woord ter wereld bracht; Maaktet Gij ons vrij van de erf-

schuld

4

J\.

Van het menschelijk geslacht.

Tal van vorsten, en van heilgen.

Door de gratie Gods verlicht. Baden om te mogen smaken 't Bijzijn van uw godlijk Wicht.

-(a)-

ocr page 143

Ttl

-gt;-4-

LOFZANG 12.

Thans is 't duister der profeten,

Zalige, door U onthuld; De figuurlijke voorspelling Der aloude wet vervuld.

iy 0

9-

Door een wonder bracht een dorre P C] Roede bloem en vruchten voort *, ' * gt; Als een teeken dat Gij eenmaal Moeder zijn zoudt van het Woord.

141

Gij toch, nooit een man bekennend, Hebt een Koningszoon gebaard; Zonder dat de minste smart U Bij het baren heeft bezwaard.

11.

Ster der zee, die. Moeder wordend.

Reine Maagd gebleven zijt; Door uw bede worde uw dienaar Van zijn zondenschuld bevrijd.

A lt;Sgt;

lt;8gt;

ocr page 144

-nA/V/V-

LOFZANG 12.

12.

Schitterende Maagd, die opstijgt,

Van de minste vlekken vrij. Als een wolkje rook, ontvloden Aan de fijnste specerij;

't Zij tot zaligheid eenieder. Die 'tgeloovende beleidt;

T Dat ge een God hebt mogen baren, 4-

En toch Maagd gebleven zijt.

x O Maria schenk ons hulpe

Door uw moederlijke beê; vv

Gij, wier naam reeds den bedroefden Troost en vreugde schenkt in wee.

Heiige naam, waardoor we ont-. kwamen

Aan eene eeuwge treurigheid; Goede naam, waardoor we ontvin-

gen

't Goed der eeuwge zaligheid.

-

142

ocr page 145

4-

LOFZANO 12.

16.

Bid voor ons, o spruit van Jesse,

Dat uw hooggezegend Kind Ons beware, en steeds de vijand Elke list verijdeld vind'.

i7-

Doe ons krijgen wat wij vragen,

Zaalge, die zoo goedig zijt: Maak dat we immer veilig wezen, En van alle schuld bevrijd.

Moeder Gods, blij f voor ons zondaars

Bidden om vergiffenis; En bezorg ons overvloedig Alles wat ons nuttig is.

19.

Neem den oorlog weg, en geesels. Zwaard, en pest, en hongersnood; Schenk den troost der moederliefde Den bedrukten in hun nood.

143

4-

4-

l11''

ocr page 146

LOFZANG 12.

Geef ons vreugdevolle dagen,

Vrede en kalmte van omhoog; Dat geen ziekten ons bezwaren,

Wisch de tranen uit ons oog.

|

21.

, Goede Moeder, uw bescherming quot;Â¥quot; Blijve uw trouwe kindren bij; quot;vquot; f-, pi Tot we uw Zoon voor eeuwig loven, IJ Heerschende op zijn feestgetij.

22. y1

's Werelds Schepper, die ons

zondaars

Uit een vrouw geboren zijt*,

Die ons door de straf des kruises Van de zonden hebt bevrijd;

23-

144

Heer, ik smeek U, maak mij arme Van den band der zonde vrij; Maak mij door de vorstengave Eener eeuwge krone blij.

-%r

ocr page 147

-eagSi

LOFZANG 12.

24.

Op de bede van iuv Moeder, Hoed mij voor den dood, o Heer;

Drijf de vrees weg, maak mij blijde, En genees mijn wonden weer.

2S-

Vorst der krachten, laat mij zingen Tot aan 't uur van mijnen dood,

Van de maagdelijke Moeder, Die U droeg in haren schoot.

26.

Dat haar lof ons steeds een middel Tegen 's vijands listen zij;

Onze zegepraal in kwelling. En der zonden artsenij.

27.

Eeuwge Koning, doe mij deelen. Met mijn vrienden te gelijk;

Door de beden uwer Moeder, In de vreugd van 't hemelrijk.

I45

4quot;

Y

T

Cv V

4-

Y

4-

ocr page 148

-vAA/V-

LOFZANG 12.

28.

Reken mij door uwe goedheid, Bij de schapen, die Gij mint; En verzaad mij van de goedren, Die men aan uw tafel vindt.

29.

Zoon der onbevlekte Moeder,

Christus, hoop der kerk op aard'; ^5r Laat ons met de heilgen deelen 't Rijk, dat eeuwig vreugde baart.

*2 o» -AV.

O * p»

U, o Zoon, zij met den Vader,

Lof en eer in 't eeuwig rijk;

En den Geest, die met U beiden God is, U volmaakt gelijk.

146

ocr page 149

quot;a s~3 s~s

LOFZANG 13.

Gebed van een zondaar, die op de Allerheiligste Maagd Maria volkomen zijn betrouwen stelt, en onder hare leiding tot God ªt, om de tijdelijke rust en de eeuwige zaligheid te bekomen.

^ ï. ^

^\\f Moeders Gods, door wie de zondaar quot;V/quot; ,3r In zijn vriendschap wordt her-W _ steld; ^

Die de sluwheid der vervloekte ^ amp; Helleslang hebt neergeveld; S 2.

Geef gezegende ons, uw feesten Zoo te vieren, dat uw macht Ons behoede voor de gramschap, Die in 't eind de zondaars wacht.

3;.

Om in staat te zijn tot lofzang,

Uwer grootheid niet onwaard; Zuiver ons van alle schulden.

Nooit volprezene op deze aard'.

ocr page 150

£□1

LOFZANG 13.

4-

U te loven en te prijzen, U te zeegnen, is de vreugd

Van de zielen, die met ijver Streven naar volmaakte deugd.

5-

Want ook zelfs de hemelburgers. Die God eertijds herwaarts zond.

Waren vol van vreugd, verkondend. Op wat trap van deugd gij stondt.

6.

Zaalge Maagd, die aarde en hemel Hebt vervuld van nieuwe vreugd;

Die als van juweelen schittert Door den glans van alle deugd;

7-

Bid voor ons den eeuwgen Koning,

Om te vluchten alle kwaad; En aldus de hel te ontkomen. Als het uur van sterven slaat.

148

ocr page 151

----

LOFZANG 13.

149

8.

Heiige Maagd, zie, welke strijd ons

Rusteloos wordt aangedaan; Blijf ons immer ondersteunen, Om toch moedig pal te staan.

9-

Ach ! wat deed ik,toen ik me eertijds Overgaf aan d' eeuwgen dood; Blind door de ijdelheid, die mij een Kort en nietig leven bood!

10.

Ach, hoe ging ik door mijn zonden. Van 't gezicht, 't gehoor te grond; Werd ik door mijne andre zinnen. Smaak, gevoel, en reuk gewond!

11.

Zoete Maagd, tot U verzucht ik

In de droefheid van mijn hart; Beter middel voor mijn zwakheid Vind ik niet in mijne smart.

ocr page 152

^--N/VVV--

150 LOFZANG 13.

U te smeeken, is 't bijzonder

Middel, dat de zondaar heeft; U, die aan de wreed gewonden De gezondheid wedergeeft.

13-

Tot U spoede zich eenieder, o Zuchtend onder zondenschuld; ^ Ar Overtuigd, dat Gij hem weder ' Met den Heer verzoenen zult.

'J 14.

M

/JV Nauw met God vereenigd, kunt Gij gt;iv. Alles geven wat men vraagt;

Daar Gij over alle geesten.

Goede en kwade, heerscht, o Maagd.

ïS-

Welke hoop op 't eeuwig leven Bleef ons, na te zijn misleid;

Of wat troost, zoo ons de Schepper Niet dit middel had bereid?

ocr page 153

-AAA^-

LOFZANG 13.

W

A

16.

Zoo de godlijke artsenije

Aan de wonde was ontzegd; Wat bleef dan ons armen over, Ach, waar kwamen wij te recht ?

17-

De eerste moeder, door haar misdaad.

Trok ons in den afgrond neer; Maar het bloed van uwen Jezus ■) Zuiverde ons van schulden weer.

j a.

Thans is weer de toegang open

Tot een eeuwgen vreugdestaat; Voor eenieder, die, verwinnend, 's Werelds lust om God verlaat.

19.

Om zoo groote gunsten minnen

U de heiligen om strijd; Die door menig kostbaar voorrecht Toch reeds allen dierbaar zijt.

ocr page 154

-NAAA^-

LOFZANG 12.

28.

Reken mij door uwe goedheid, Bij de schapen, die Gij mint; En verzaad mij van de goedren, Die men aan uw tafel vindt.

•èr

-w

-flr

X

f9

Mr

W

X

-$r

A\. AS-

29.

Zoon der onbevlekte Moeder,

Christus, hoop der kerk op aard': Laat ons met de heilgen deelen 't Rijk, dat eeuwig vreugde baart.

3°-

U, o Zoon, zij met den Vader, Lof en eer in 't eeuwig rijk; En den Geest, die met U beiden God is, U volmaakt gelijk.

146

ocr page 155

■sfss-ss-ss-ss-aff'scss-i ca tTCTirs s~s e~is~se~3e~ie~36~)s~3jr^ s~* c

LOFZANG 13.

Gebed van een zondaar, die op de Allerheiligste Maagd Maria volkomen zijn betrouwen stelt, en onder hare leiding tot God gaat, om de tijdelijke rust en de eeuwige zaligheid te bekomen.

Mr

ir

MT

X -isr

jL

Jls.

A\

o

4^

Moeders Gods, door wie de zondaar In zijn vriendschap wordt hersteld ;

Die de sluwheid der vervloekte Helleslang hebt neergeveld;

2.

Geef gezegende ons, uw feesten Zoo te vieren, dat uw macht Ons behoede voor de gramschap. Die in 't eind de zondaars wacht.

Om in staat te zijn tot lofzang.

Uwer grootheid niet onwaard; Zuiver ons van alle schulden. Nooit volprezene op deze aard'.

ocr page 156

-lt;?p--

LOFZANG 13.

4-

U te loven en te prijzen,

U te zeegnen, is de vreugd Van de zielen, die met ijver Streven naar volmaakte deugd.

5-

Want ook zelfs de hemelburgers, Die God eertijds herwaarts zond, Waren vol van vreugd, verkondend, Op wat trap van deugd gij stondt.

6.

Zaalge Maagd, die aarde en hemel Hebt vervuld van nieuwe vreugd; Die als van juweelen schittert Door den glans van alle deugd;

7-

Bid voor ons den eeuwgen Koning,

148

Om te vluchten alle kwaad; En aldus de hel te ontkomen. Als het uur van sterven slaat.

ffi

ocr page 157

-^--[c

LOFZANG 13. 149

Heiige Maagd, zie, welke strijd ons

Rusteloos wordt aangedaan • Blijf ons immer ondersteunen. Om toch moedig pal te staan.

Ach ! wat deed ik,toen ik me eertijds Overgaf aan d' eeuwgen dood; Blind door de ijdelheid, die mij een Kort en nietig leven bood!

10.

Ach, hoe ging ik door mijn zonden, Van 't gezicht, 't gehoor te grond; Werd ik door mijne andre zinnen, Smaak, gevoel, en reuk gewond!

Zoete Maagd, tot U verzucht ik

In de droefheid van mijn hart; Beter middel voor mijn zwakheid Vind ik niet in mijne smart.

□

ocr page 158

-NAA/gt;--

LOFZANG 13.

U te smeeken, is 't bijzonder

Middel, dat de zondaar heeft; U, die aan de wreed gewonden De gezondheid wedergeeft.

13-

Tot U spoede zich eenieder, u Zuchtend onder zondenschuld; gt;5r vA, Overtuigd, dat Gij hem weder ^ ' ' Met den Heer verzoenen zult.

M 14.

^ Nauw met God vereenigd, kunt Gij Alles geven wat men vraagt;

Daar Gij over alle geesten,

Goede en kwade, heerscht, o Maagd.

ïS-

Welke hoop op 't eeuwig leven Bleef ons, na te zijn misleid; Of wat troost, zoo ons de Schepper Niet dit middel had bereid?

Pr?

IS°

ocr page 159

-AAA^-

LOFZANG 13.

151

A

16.

Zoo de godlijke artsenije

Aan de wonde was ontzegd; Wat bleef dan ons armen over, Ach, waar kwamen wij te recht ?

i7-

De eerste moeder, door haar mis-Y daad, •

Trok ons in den afgrond neer: t/ ' ' Maar het bloed van uwen Jezus

J Zuiverde ons van schulden weer.

v

^ l8'

Thans is weer de toegang open

Tot een eeuwgen vreugdestaat; Voor eenieder, die, verwinnend, 's Werelds lust om God verlaat.

19.

Om zoo groote gunsten minnen

U de heiligen om strijd;

Die door menig kostbaar voorrecht Toch reeds allen dierbaar zijt.

ocr page 160

152 LOFZANG 13.

20.

Reinig ons van alle zonden, Maak, dat we eenmaal onbesmet

Met de hemelburgers juublen. Zoetste Maagd, door uw gebed.

21.

Gij, waarachtig Licht, de Schepper En Bestuurder van 't heelal;

Zie op ons, omringd door stormen. Vol van geesels overal.

22.

Over onze levensdagen

Zend uw heil en voorspoed af;

En behoed uwe arme dienaars Voor der zonden dreigend graf.

23-

Sterk ons door 't geloof, en doe ons Één zijn door de liefde. Heer;

Vrees of dwaling werpe ons nimmer Qp den weg der zonde neer.

ocr page 161

-£-l£-l-

LOFZANG 13. 153

24.

Eemvge Koning, dat uw liefde ons Voor de helsche straf behoed',

Die Gij vrijkocht van de zonde Door den losprijs van uw bloed.

25-

En verlos ons, door uw Moeder, Van der duivlen sluw bestaan;

Geef dat wij, om onze zonden. Niet met hen verloren gaan.

26.

Goede Jezus, maak ons blijde Door uw minlijk aangezicht;

Leid ons zoo, dat wij geraken Tot het eeuwig hemellicht,

27.

U, o Zoon, zij met den Vader, Lof en eer in 't eeuwig rijk;

En den Geest, die met U beiden God is, U volmaakt gelijk.

t

ocr page 162
ocr page 163
ocr page 164
ocr page 165

«ii» «ii' ip ie ii» «x» pe sg sg !)g-se_!)e-!)g-9g-!)e-!)g-!)i_se..s_e.-se--!)(L-9e-i)e-se.

Bladwijzer 1.

Waarin de wijze wordt aangegeven, 01 de lofzangen voor de bijzondere godvruchtige oefeningen der maand van Maria geschikt te maken.

Op den vooravond van den in dag. Leze men de Inleiding: Als het, bl. 9

den in dag. De voorafgaande overweging: Mijne ziel 18

den 2n dag. Lofzang 1: O Gij, tot aan strophe 21 25

den 3n dag. Van strophe 21, Lofz. 1:

Gij, o Maagd, tot aan het einde 30

den 4n dag. Lofz. 2: Ster der zee, tot aan strophe 17 34

den 5n dag. Van strophe 17, Lofz. 2: Schoone Maagd, tot aan het einde 38

den 6n dag. Lofz. 3 : Christus' Moeder, tot aan strophe 11 42

den 7n dag. Van strophe 11, Lofz. 3: O hoe blijde, tot aan strophe 34 44

den Sn dag. Van strophe 34, Lofz. 3: Sla, o Rijksvorstinne, tot aan het einde 5°

den 9n dag. Lofz. 4 : Heil U, tot aan strophe 21 53

den ion dag. Van strophe 21, Lofz. 4: O Gij menschgeworden, tot aan het einde 58

---GcC---

_- —A.- \ -

ocr page 166

w 0 Ms

158 BLADWIJZER I.

bladz.

den nn (fag. Lofz. 5: Licht der heilgen, tot aan strophe 18 61

den I2n Van strophe 18, Lof

zang 5; 's Hemels ladder: tot aan het einde 65

den 1311 dag. Lofz. 6: Hemelpoort, tot aan strophe 26 70

den I4n dag. Van strophe 26, Lofzang 6: Christus, dien, tot aan str. 34 76

den 1511 dag. Van strophe 34, Lofzang 6: O (Jij, driewerf, tot aan het einde 78

den i6n dag. Lofz. 7.- Hope der gevallen, tot aan strophe 28 82

den i7n dag. Van strophe 28, Lofzang 7: O Maria, tot aan het einde 89

den 1811 dag. Lofz. 8: Koningin, tot aan strophe 26 92

den 1911 dag. Van strophe 26, Lofzang 8: Maagd vol zachtheid, tot aan het einde 98

den 2on dag. Lofz. 9: Zaligste, tot aan strophe 29 103

den 2111 dag. Van strophe 29, Lofz. zang 9: O Maria, tot aan strophe 39 110

den 2211 dag. Van strophe 39, Lofzang 9: Gij geloofdet, tot aan str. 49 112

den 23n dag. Van strophe 49, Lofzang 9: Hoed mij, tot aan het einde 115

den 24n dag. Lofzang 10: Maagd, die, tot aan strophe 24 118

--h;

ocr page 167

gt;quot;• -r^.

•i rs,

159

BLADWIJZERS I amp; 2.

bladz-

den 2511 dag. Van strophe 24, Lofzang 10: Zeester, tot aan het einde 124

den 26n dag. Lofzang 11: Ware roem, tot aan strophe 19 129

den 27n dag. Van strophe 19, Lofzang 11; Doe mij, tot aan her einde 133

den 28n dag. Lofzang 12: Ster der zee, tot aan strophe 14 139

den 29n dag. Van strophe 14, Lofzang 12: O Maria, tot aan het einde 142

den 3on dag. Lofzang 13: Moeder Gods, tot aan strophe 11 147

den 3in dag. Van strophe 11, Lofzang 13: Zoete Maagd, tot aan het einde I49

Bladwijzer 2.

Waarin de lofzangen tot de Allerheiligste Maagd Maria wórden aangegeven, die voor sommige feestdagen geschikt zijn.

feestdagen.

Op het feest van de geboorte des Heer en. Lolzang 7: Hope der gevallen bl. 82

Op het feest der Verrijzenis. Lofzang 3: Van strophe 28, O, hoe werd, tot aan het einde 49

Op het feest der geboorte van de Allerh. Maagd Maria.

Lofzang 4: Heil u Maagd 53

:--(k—;--

-----

ocr page 168

n/\AA^----—

l6o BLADWIJZERS 2 amp; 3.

bladz.

Op hei feest der Boodschap.

Lofzang 9: Zaligste» 103

Op de feesten van den H. Naam van Maria, en van den Rozenkrans. Lofzang 12 Ster der zee 139

Op het feest van het Medelijden der Alierh. Maagd Maria.

Lofzang 3: Christus' Moeder, tot aan

strophe 28 42

Op het feest der Hemelvaart van Mana. \ Lofzang 8: Koningin 92

j Op het feest van alle Heiligen.

Lofzang 13: Moeder Gods 147

Op ieder feest der Allerheiligste Maagd Maria.

Lofzang 10: Maagd, die 118

Lofzang 11: Ware roem 129

Bladwijzer 3.

De lofzangen bevattende, die met sommige bijzondere omstandigheden en behoeften overeenkomstig zijn.

Voor de Biecht.

Lofzang 5: Licht der heilgen bl. 61

Na de Biecht.

Lofzang 13: Moeder Gods 147

4-

ocr page 169

-)j(----------)jlt;-

BLADWIJZERS 3 amp; 4. l6l

bladz.

Foor de prediking, vuoral va?i den lof van AI ar ia.

Lofzang 8: Koningin 92

Lofzang 10: Maagd, die 118

In bekoringen.

Lofzang 7: Hope der gevallen 82

In bekoringen tegen de zuiverheid. Lofzang 8: Koningin 92

Gebed voor levende en overleden bloedverwanten.

Lofzang 2: Ster der zee 34

Gebed voor de zondaars.

Lofzang 7: Hope der gevallen 82

Gebed om openbare rampen af te weren. Lofzang 12: Ster der zee 139

Bladwijzer 4.

De lofzangen, waarvan men, bij wijze van novene, vooral gebruik dient te maken,

ie dag.

Lofz.

1: O Gij bl.

25

2e dag.

2; Ster der zee

34

3e dag,

»

4; Heil U

53

4e dag.

»

7: Hope der gevallen

82

5e djg,

8: Koningin

92

6e dag.

»

10: Maagd die

118

7e dag.

»

11: Ware roem

129

8e dag.

»

12: Ster der zee

139

9e dag,

»

13: Moeder Gods

147

4---f-

ocr page 170

^-------

102 BLADWIJZER 5.

Bladwijzer 5.

Ten gehruike der predikanten in het kort de voornaamste zaken, bevattend, die door den H. Anselmus over de Allerheiligste Maagd Maria geschreven in dit boekje voorkomen.

Macht van Maria om de zonden te verdel-i gen. - Inleid, str. 20. I

lt; Maria aan te roepen, om de bekoringen 3 rS te overwinnen. - Inleid, str. 21 en volg. A [jJ Maria aan te roepen, om vergiffenis der LIJ J zonden te bekomen. - Inleid.str.25 en volg. f m Maria aan te roepen, om de droefheid te m V verdrijven. - Inleid, str. 28. V

S Maria aan te roepen, om zijne eigene be- ? keering te verkrijgen. - Inleid, str. 29 en volg.

Christus heeft alles aan zijne Moeder onderworpen. - Inleid, str. 33.

Niemand kan Maria naar waarde loven -Voorafg. Overw. str. 8 en volg. - lofz. 7 str. 11, 13, 14. - lofz. 8 str. 8, 21 en volg.

Maria brengt de ketterijen ten onder. -Voorafg. Overw. str. 13.

Maria de nieuwe Eva. - Voorafg. Overw. str. 15, 16. - lofz. 6. str. 10 en 15. -lofz. 7 str. 7. - lofz. 9 str. 8. - lofz. 13 str. 17.

---K

ocr page 171

ïimrr^- •iH' T • 'TT '

BLADWIJZER 5.

Maria zeester. - Inleid, str. 21. - lofz. 2, str. 1, 14, 25. - lofz. 4 str. 8 en 15. -lofz. 7 str. 15. - lofz. 9 str. 47. - lofz. 10 str. 3 en 24. - lofz. 11 str. 16. - lofz. 12 str. 1 en 11.

Maria door allen op bijzondere wijze te beminnen. - Voorafg. overvv. str. 17.

Zich voor den lof van Maria te besteden is een werk, voor ons zeiven nuttig en aan God aangenaam. - Voorafg. overw. str. 11 en 12. - lofz. 7 str. 3.

Verhevenheid en uitmuntende Waardigheid van Maria. - lofz. 1 str. 1. -lofz.3 str. 33. - lofz. 8 str. 18,

Gebed tot Maria, om de genade te bekomen van haren lof te verkondigen. -lofz. 1 str. 8. - lofz. 8 str. 6 en 7. -lofz. 10 str. 4 en volg.

Maria Maagd en Moeder. - lofz. 1 str. 12 en 22. - Lofz. 2 str. 4 en 5. - lof. 3 str. 1, 6 en volg. - lofz. 4 str. 21. -lofz. 6 str. i, - lofz. 9 str. 31 en volg.-lofz. 10 str. 2. - lofz. 11 str. 1, 8 en 9. lofz. 12 str. 9 en volg.

Maria onbevlekt. - lofz. 1 str. 14. - lofz. 4 str. 3. - lofz. 8 str. 16.

Maria herstelster der wereld. - lofz. 1 str. 15 en volg. - lofz. 6 str. 26. - lofz. 8 str. 1. - lofz. 11 str. 33.

Maria toonbeeld der christelijke deugden, lofz. 1 str. 19 en volg. - lofz. 6 str. 13. lofz. 7 str. 9.

163

I---

...I.. •- ?

^LÊk.

ocr page 172

--p—d.--

BLADWIJZER 5.

4

4

A

lt;»

Maria wordt aangeroepen om de christelijke deugden te verkrijgen. - lofz, 1 str. 27 en volg. - lofz. 2 str. 8 en volg. -lofz. 4 str. 27 en 28.

Maria wordt aangeroepen voor de overledenen. - lofz. 2 str. 19. - lofz. 3 str. 37.

Maria wordt aangeroepen voor de Kerk. -lofz. 3 str. 3.

Maria wordt aangeroepen voor bloedverwanten en vrienden. - lofz. 8 str. 30.

Maria wordt aangeroepen om een goeden dood te verkrijgen. - lofz. 10 str. 20 en volg.

Maria wordt aangeroepen om vergiffenis der zonden te verkrijgen, - lofz. 11 str. 20 en volg.

Maria wordt aangeroepen om ons van openbare rampen te bevrijden. - lofz.12 str. 18 en volg.

Maria wordt aangeroepen om aan de bekoringen te kunnen wederstaan. - lofz. 4 str. 10 en volg. - lofz. 7 str. 20 en volg. - lofz. 8 str. 32 en 33. - lofz. 9 str. 45 en volg. - lofz. 10 str. 10 en volg. - lofz. 11 str. 33 en volg.

Maria wordt aangeroepen voor ellendigen en bedrukten. - lofz. 10 str. 13 en volg.

Maria verhoort de gebeden der haren, lofz. 2 str. 18.

Smarten van Maria naast het kruis. - lofz. 3 str. 19 en volg.

164

Vreugden van Maria na de verrijzenis van

-sp-

ocr page 173

--

BLADWIJZER 5.

haren Zoon. - lofz. 3. str. 28 en volg. Beschrijving der schoonheid van Maria. -lofz. 6 str. 19 en volg. 29 en volg. -lofz. 8 str. 9 en volg. - lofz. 11 str. 26.

Glorie en beroemdheid van Maria. - lofz.

6. str. 27 en volg. - lofz. 9 str. 41 en volg. Hoe groot geluk Maria te beurt viel door haar moederschap. - lofz. ó. str. 34 en volg. - lofz. 7 str. 5 en 6. - lofz. 11 str. 10 en 11. -Vermogen der tusschenkomst van Maria, -Oj lofz. 10 str, 9. - p (jj

/ Smeekende almacht van Maria. - lofz. 11 \/ J str. 25. - lofz. 13 str. 14. - L J

' Verheffing van den naam van Maria. -

lofz. 12 str. 14 en 15. -• Maria heeft de geheele wereld van de leer lt;• V des hemels vervuld. - lofz. 9 str, 3. -^ Het geheim der Boodschap wordt bezon- • gen. - lofz. 9 str. 12 en volg. -Door Maria worden wij gelijk met de Engelen. - lofz. 11 str. 13. -Door Maria bekomen de schuldigen vergiffenis - lofz. 13 str. 1. -Maria te smeeken is het geneesmiddel voor

de gevallenen. - lofz. 13 str. 12,

Dwazen en ondankbaren zijn zij, die geene godsvrucht tot Maria hebben. - lofz. 11 str. -

Die tot Maria niet bidt, kent de gave Gods niet. - lofz. n str. 5. -

De godsvrucht tot Maria is de godsvrucht --amp;—:—-

i65

ocr page 174

-vAAA^- --

l66 BLADWIJZER 5.

der heiligen en de weg der volmaaktheid. - lofz. 13 str. 4, 5 en 19. -Maria morgenster. - lofz. 4. str. 13. -Maria licht der Heiligen, hoop der gevallenen. - lofz. 5 str. 1. -Maria hemelladder. - Lofz. 5 str. 18. -Maria deur des hemels. - Lofz. 6 str. 1. -Maria wordt beschreven in de Schriftuur en vooraf verkondigd door de profeten, -Lofz, 6 str. 5 en 6. -1 Maria schat van alle genadegaven. - Lof;. _ _ ^ 6 str. 16. Y

Maria bron der levende wateren. -Lofz. ó CyJ str. 17. -

Maria oorzaak en begin onzer hoop. - Lofz. (g) 6 str. 41. -^ Maria hoop der gevallen zielen. - Lofz. 7

str.' ^. vK

Maria geheel liefelijk. - Lofz. 7 str. 12.

Maria weg des levens. - Lofz. 7 str. 28.

Maria de ware maan,leidsvrouw onzer reis.

Lofz 8 str 12 en 13. -Maria onze zon, die niet ondergaat. - Lofz.

8 str. 14 en 15.

Maria bodin der eeuwige vreugden. - Lofz. 8 str. 24.

Maria middelares en redster der zieke zielen.

Lofz. 10 str. 13.

Maria meesteres en verspreidster der ware

wijsheid. - Lofz. 10 str. 19.

Maria middelares van God den Vader. -

Lofz. 12 str. 2. ---^--

ocr page 175

---------

ALGEMEENE BLADWIJZER. 167

Maria toevlucht der zondaren. - Lofz- 13 str 13, IS en volg.

Algemeene Bladwijzer.

amp;

Bh.

Voonvoofd .... 3

Voorrede van den H. Anselmtis 6

Inleiding .... 9

^ f Vooraf gaande Overweging . 18 ^

I.of zang 1. Maria wordt geloofd als t.

maagd en moeder, door wie de we-^ reld wordt vernieuwd, en de voornaamste christelijke deugden worden door hare voorspraak met aandrang gevraagd ... 25 Lofzang 2. Aanroeping van de ster der zee, opdat Zij ons te midden der stormen van dit leven bescherme. 34 Lofzang 3. Verheerlijking van het Maagdelijk baren van Maria en den verheven omgang der Moedermaagd met het menschgeworden Woord. 42 Lofzang 4. Smeekgebed eener ziel,

die van droefheid overstelpt, en door bekoringen gekweld is, tot de Allerheiligste Maagd Maria . . -53 Lofzang 5. Verzuchting eener boetvaardige en beangste ziel, tot de Allerheiligste Maagd Maria . . 61

4-

4-

ocr page 176

l68 ALGEMEENE BLADWIJZER.

bladz.

Lofzang 6. Loflied ter eere der voor-rechtén, weldaden, gaven, en uitmuntende schoonheid der Allerheiligste Maagd Maria . . .70 Lofzang 7. Erkenning en aanroeping Nan de allerheiligste Maagd Maria, als middelares en helpster, vooral in de bekoringen. . , .82

Lofzang 8. De bijzondere uitmuntendheid der Allerheiligste Maagd Maria wordt verkondigd, en ootmoedig om haren bijstand gevraagd 92 Lofzang 9. Zang. ter eere van het

geheim der Boodschap . . . 103 Lofzang 10. De allerheiligste Maagd Maria wordt gebeden, om tot allen, ook die geen Gristenen zijn, die in eenigen nood naar lichaam of ziel verkeeren, haren bijstand uit te strekken . . . . .118 Lofzang 11. Gebed tot de Allerheiligste Maagd Maria, waarin met het grootste vertrouwen de weldaden gevraagd worden, die zij gewoon is hare dienaren te schenken . . 129 Lofzang 12. Opnieuw wordt het maagdelijk baren der Allerheiligste Maagd Maria verheerlijkt, en haar naam aangeroepen als eene zekere bescherming tegen alle rampen, zoo algemeene als bijzondere. . »139

ocr page 177

BLADWIJZERS.

bladz.

Lofzang 13. Gebed van een zondaar, die op de allerheiligste Maagd Maria volkomen zijn betrouwen stelt, en onder hare leiding tot God gaat, om de tijdelijke rust en de eeuwige zaligheid te bekomen . 147

Y

è $

-X-

Bladwijzers.

BladuK I. Voor de oefeningen der

Maand van Maria .... 157 Bladw. 2 Voor de feesten van Maria. 159 Bladw. 3. Voor sommige bijzondere

omstandigheden . . • . 160 Bladw. 4. Voor gebeden van novenen. 161 Bladw. 5. Van de voornaamste zaken. 162

169

ocr page 178
ocr page 179