/
over het
naar aanleiding der rede vak
aldaar gehouden 01^
verkrijgbaar gesteld bij
J. B. REIJNDORP, Valckenierstraaï 51, Amsterdam.
i
i
Zamenspraak over het Koffiehuis „de Vredequot;, OP RAPENBURG.
Jan. Wel buurman !. wal heb ik wonder opgezien van dat Huis, want dat vall nu dunkt mij, van het eene uiterste in bet andere. Dit is nu met rerbt in den Geest begonnen, en eindigen in liet vleescb.
Pfkt. Wol buur wat hebt gij dan aldaar gezien ?
Jan. Wel zoo als ik meen, is dit huis opgericht door weldenkende mannen, welke elkander aanspoorden om naar hun vermogen bijdragen te doen, (hetwelk ik zoo meen er noch in zit), om was het mogelijk te bouwen tot Gods eer, en tot heil der menschbeid. Bij den aanvang werd aldaar des Heeren zegen afgesmeekt, en geen sterken drank zou aldaar worden verkocht, en op den dag des Hoeren, voor het publiek gesloten zijn. En ziet, nu al staat het op 'sHeeren dag open voor elkeen, zonder de deelhebbers hierin te kennen.
Piet. Maar Vriend het was toch immers niet onbekend, dat Professor J. H. Gunning Jr. hierover zou handelen, n.1. over bet houden van den sabbath '?
Jam. Wat gij daar zegt is waar. Maar eilieve in onze eenvoudigheid dachten wij, (vermits hij een Professor is in de Godgeleerdheid), niets anders, dan dat hij zoude medewerken, om Gods gebod te handhaven, en den mensch zou wijzen op zijn dure plicht, daar God zegt doet dat, en zoo hij ongehoorzaam is, dan de rampzalige gevolgen te schetsen.
Piet. Maar is dit dan nu zulk een groot kwaad? men
2
zoekt eerlijk aldus 's menschen welzijn te bevorderen, en de deelhebbers eerlijk te voldoen.
Jan. Wel, wel, noemt gij dal eerlijk langs zulk eenen weg. Kan het schenden van Gods gebod Zijne goedkeuring wegdragen ? Neen aldus staat men gelijk met een publieke kast, welke eerlijk zijn belasting betaald. Neen Vriend, men moest van nu voortaan dit Huis maar noemen onvrede, want nu heeft Professor Gunning onder het zoet gefluit als een vogelaar, aan den Almachtige en Zijn volk den oorlog verklaard. Deze handel heeft zeer veel overeenkomst met hetgeen wij vinden in Nummeri 22. Aldaar laat Balak, der Midianieten koning, den priester Bileam roepen, maar God liet zijn wensch niet toe. Mij dunkt het ware hem beter geweest als die ezel zijn voet had plat gedrukt, en onbekwaam gemaakt om te gaan, dan was hij wellicht, als in Nummeri 31 met de Vorsten niet omgekomen, om zijn raad aan Balak, omtrent der Midianieten dochteren. Zie daar nu het gevolg van dezen handel. Daar ging dan deze Directie, (waarvan des Heeren Geest was geweken) in de vorige maand heen, en noodigde dezen Professor uit om op 3 November aldaar een voordracht te houden. Maar even als Balak naar hunne wensch, want wee hem als het niet goed beslaat. Nu daarvoor was geen twijfel, want een Professor is best in staat, om met een verwaterde rede hunnen baan schoon te vegen. Hij noemt zich de overwinnaar, en heeft letterlijk niets gestaafd, daar tegenover hem zoo vele eerwaardige mannen met vele bewijzen uit Gods Woord hem met puntkogels troffen. Maar het was als Salomo zegt: Een koning en windhond zijn niet te weder-staan. O, neen, een dwaas blijft een dwaas al stampt men hem in den mortier. Neen, alleen die met hem instemden, waren, de Heer S. en de Evangelist Geel. Ik heb al lang opgemerkt, dat deze waait met alle winden, van de volmaakbaar-heidsleer van P. Huet en soortgelijke, en dan de derde was de kastelein. Nu dit versta ik, er eten zoo vele van de eikels, onder de eikenboomen, maar zien niet op, van waar ze vallen, daarom zeide ik te voren, die koek is al gaar eer hij in de oven komt,
3
en mij dunkt dan van dien Evangelist, hij mocht zich schamen voor God en menschen om zulks toe te stemmen en Gods wet te vertreden, dan kwam hij goed terecht. Nu dan deze Heeren zullen nu voortaan de ruige menschen opknappen op 'sHeeren dag in dat Koffijhuis, maar God wil anders. Hij wil, dat elk mensch zich zal hegeven in Zijn bedehuis, om te hoo-ren naar Zijn geopenbaarde Woord, uit den mond zijner knechten, die verkondigen dat er in den Heere Jezus Ghristus, uit eeuwige liefde, raad is voor slechten^ en hen die door de zonden zich verloren achten, in Hem een eeuwige erfenis-Maar dan niet als bovengemeld ; hot is in mijn oog een wonder, dat juist in deze dagen stemmen uitgaan om dien dag in eere te zien handhaven, en zie nu het contrast, van de deur open te zetten, neen de liberalen zien nu dat hun standpunt niet houdbaar is, en dat het zedenbederf hierdoor is toegenomen en aangekweekt, om God en Christus te lasteren, en dien dag te gebruiken tot hun eigen bederf, [s dan dit doen niet tot bespotting van Jood en Heiden, welke aldus oorzaak krijgen, om met God en Zijn volk te spotten. Neen Vriend, Gods Woord leert ons anders. En dat, zoo velen er na dezen regel zullen wandelen, over dien zal zijn vrede en barmhartigheid. Al, die dezen dag niet waarneemt, neemt hem den Heere niet waar, en in Psalm 2 daar staat dat die Vorst hen zal verbrijzelen met een ijzeren staf als een pottenbakkersvat. Wel buurman, heeft God niet ingeschapen in elk mensch, zelfs de heiden, wil daardoor een dag aan zijne Goden wijden. Hoor eens, ik zal u eene zaak verhalen. Voor drie jaren moest alhier bij de Marine des zondags worden gewerkt, aan booten voor Atjeh, maar twee man hadden hiervoor geweigerd, nu dit kwam ter oore van den overste, en deze belastte baas Hoek om hen hiervoor te straffen. Maar de baas zooals hij mij zeide, kon dit maar niet doen^ want zeide hij, ik geloof dat zij God vreezen, en het zijn knappe werklieden. Maar met drie weken, vroeg de Overste aan Hoek, of hij die twee had gestraft. Hoek kwam met een en ander ter verschooning, maar niets baatte, en nu moest hij dit doen, er. nu deelde hij hun
4
dit mede, waarop zij vraagden ; maar baas, zouden wij even naar het kantoor mogen gaan ? en dit stond hij hun toe ; nu vraagden zij aan den portier den Overste te spreken, en dit werd hun vergund. Maar nauwelijks binnen zijnde, was het eerste: zoo zijt gij daar, die den arbeid weigerdet voor de Marine, kom maak je weg van hier, waarop dc eene vroeg,
maar Overste, wij hebben maar eene vraag; toen was liet antwoord, nu toe maar niet lang. Nu vraagde een hunner, Overste, indien u ons hier laat komen, en draagt ons iets op om uit te voeren, dan zijn wij dit verplicht. Maar buiten zijnde,
komt Hoek en zegt, wel wat zijn de orders, nu peggen wij zoo en zoo. Als nu Hoek zegt kohi, kom, stoor u hier niet aan, ik zeg u gij doet maar zoo en zoo. Alsdan beschouwen wij als tusschenman baas Hoek, tusschen u en ons, en zijn verplicht naar u, en niet naar Hoek te hooren. Maar alzoo is u ook tusschenman tusschen ons en God, en die zegt van niet te werken, en u zegt van wel, hoe ijioeten wij nu ? Nu was er niets minder dan dit, dat hij wilde hooren, cn zeide kom, kom, maak dat je weg komt met uw gekwezel, en stuur de baas hier. Nu kreeg hij bevel, dat zij voor straf drid dagen van de werf moesten, maar vergat hen te stralfcn in ^ hun loon, en, zeide Hoek, dit vergat ik ook, cn vertelde dit mij met zulk een blijdschap dat zijn oogen overvloeiden. Maar nu zijn die beiden Oversten niet meer, maar ik geloof dat beide mannen noch in leven zijn en dit is ten bewijs dat God zijn goedkeuring op het onderhouden van Zijn gebod gaf. En opmerkelijk is het met elke ziel, die God ontdekt, dan weegt hem voort, het lasteren van Gods naam, en het schenden van 's Heeren dag. Nu dacht mij, dit is een beeld in deze zaak. Ik beschouw nu ook dien Professor als tusschen man. Nu zegt die Schepper en Wetgever van 't heelal gedenk dat gij dien dag heiligt, en hij zegt dat behoeft niet alzoo. Mij dunkt. Hij moest zich schamen, vermits hij Professor is in de Godgeleerdheid, om een kolïiehuis aan te bevelen, ter verbetering van den mensch, hij heeft veel overeenkomst met een leeraar nog in deze stad, welke voor wei-
-
5
nige jaren, in de couranten een opera aan beval, aldaar zou een Italiaansche zangeres zich laten hooren, hij zelf kon best preeken voor een klein getal van zijne richting. Maar noch eens, mij dunkt ik zou mij schamen als ik Professor was en zulk een voordracht had gehouden, en het schijnt mij ook toe van de Directie dat zij twee rokken hebben, er i vrome en een liberale, want als men op den rustdag pasSKfert, dan kan men zien spelen op het dambord enz., alzoo dit is nu hun Bijbel. Maar een Professor welke studenten moet onderwijzen, hoe moet ik dit rijmen ? is dat niet de stem van Jacob, verder alles van Ezau. En wat nog meer ? Er was voor maanden door deze Directie aangesteld, een eenvoudig man, om voor arme menschcn des morgens een uur bijbellezing te houden, en ziet uit den mond van goede hoorders dan was hij daar tot zegen voor vele, arme van geest; waarvan de opkomst getuige was. Maar ziet de vlag wordt nu omgekeerd geheschen en nu werd in 't laatst van October dien man een brief overhandigd om met 1 November te eindigen met voorwendsel van de kostbaarheid, en dat is niet noemenswaard ; ik weel niet hoe die heer dien brief durfde overhandigen, mij dunkt met een kloppend hart; hoe menigmaal heb ik niet zijn brave Vader hooren bidden voor land en kerk, alzoo ik ben bewust, zijne ziel zegt anders. Daarom zeg ik, lieve vriend, zeg zulke vrienden vaarwel, die u vau het rechte pad afleiden. Dit schrijf ik uit liefde voor u om uwe ziel te behouden, uit betrekking op uwen vader, daarom noem ik niet uw naam; nu ziet men op deze geringe kosten, maar men hoorde nimmer over die roekeloos verspilde honderden guldens aan die bespottelijke kofl'iewagen met twee man en een paard ; en nu al weer buurman, hebt gij ook niet gehoord dat er op de liui-terkade een dito huis is gebouwd, waar het des Zondags open is als overal, nu, dus doende als er veel omgaat zal men het een zegen noemen. Maar ik zeg, als een os bij een vetweider, maar voor de slachtbank, maar genoeg.
Nu heb ik weer een en andermaal in de standaard gelezen, dat eerwaardige mannen hunne afkeuring over dezen handel
6
schreven, dit laatste was in hoofdzaak over 's Heilands werken der barmhartigheid en de zeven wonderen op de Sabbatten tegenover de Farisëen. Het was of de Heiland wilde laten zien dat Hij Heer was over den Sabbath en dat hunne schaduwen aan 't einde waren, dit liet Hij hun te Kana hooren, over zijne verkiezende liefde omtrent het heidendom; juist over Naaman en toen over de weduwe. Maar nu wurmt die Professor nog over den Sabbat. Maar dat komt, dat hij dien dag niet kent, welke dien God vreezen in eere zoeken te houden, het is juist des Heeren dag, van Zijne glorierijke overwinning over dood en graf en over de gansche helle-macht, zie daar den Doods-dooder, daar ligt nu op Zijnen dag, het graf voor Zijn volk geheiligd en de zweetdoeken opgerold, tot hunne eeuwige blijschap, de dood is overwonnen enz. En juist door dezen Overwinnaar, zingt dat volk • verhoogt o poorten en rijst eeuwige deuren, opdat de Koning der eere inga, en zij zullen Hem volgen, tot in alle eeuwigheid, met palmtcikken in de hand. Werd dien dag niet door Abraham gezien, en hij was verblijd, daarom zong men : dit is de dag, de roem der dagen enz., zag het niet op het jubeljaar en de jaarweken ; zong men niet; juicht o volken juicht enz., zie daar nu, is dit niet de dag, daar alles opzag; zegt nu daarna de geloovige niet: ons offer is voor ons geslacht ; was er met het scheuren van het voorhangsel, en den hoogenpriesterlijken rok geen einde met de schaduwen, en daarom mocht dien mantel van den Heere Jezus niet gescheurd worden, en aldus was het van dien tijd voor de kerk's Heeren dag, en op Patmos bevestigd. Alzoo dan die nu noch Sabbath wil houden, laat die dan ook offeren, want dat moest branden, maar nu is die Jezus naar Zijne belofte noch dezelfde, Hij doet op geestelijke wijs noch dezelfde wonderen op Zijnen dag, daarvan zijn zoo vele levende getuigen, maar onder de middelen van Zijn Woord. En nu heeft die kerk zich zoo kinderlijk verblijd, bijna negentien-honderd jaar. En ziet, daar komt een Professor, om al die Godzalig ontslapene oud-vaderen, welke rondom Zijnen troon nu juichen, om hen te vertrappen en hun
7
geloof te schande te maken. Maar hoe zou dit komen? Wel dat zulke bouwlieden dien hoeksteen verwerpen, het is als Pilatus zeide ; Wat zal ik met Jezus doen, daarom zeide Hij; Vader ik dank U dat Gij dit verborgen hebt voor de wijzen en verstandigen en hebt dit den kinderen geopenbaard, en nu zucht die kerk van Jezus Christus om de zonden onder een legioen van zulk soort van hooggeleerden) nu zal men met die wijsheid, Gods slaande hand keeren, zooals cholera, longziekte met vaccine voor de pokken en zielkunde enz., zij moeten ons ook vertellen van waar komen die duizende zuchten om het hoogst-noodige levensonderhoud, zij zien in dit alles niet Godshand en juist ziet Gods kind in dat alles Zijne straffende hand en niettegenstaande Zijne liefdehand met zulk een buitengewoon vruchtbaren zomer. Neen men predikt in plaats van ootmoed, waar voor Erskiene waarschuwde:
't Geloof historisch voorgebouwen,
En dan maar zeker te vertrouwen Dat dit waarachtig is geschied.
Wil dan gerust en vrolijk leven.
Want onze schuld die is vergeven,
En Adams schuld die raakt ons niet.
Nu Buurman zijt gij voldaan ? nu zou ik eindigen ofschoon mijne pen noch vloeit, over de nachtelijke toekomst, zoo de Heere God niet uit genade tusschentreedt, laat daartoe voorts onze bede zijn : Och Heere, bekeer hen, want zij weten niet wat zij doen. En volk laat ons niet laag op hen zien, opdat wij niet in eenzelfde oordeel vallen. Neen lieve Broeders en Zusters, laat ons maar eerlijk zijn, er is in ons en om ons ook vrij wat af te breken, want de wijzen zijn met dc dwazen ingesluimerd, en dat is onze schuld. Door het niet waken en het heulen met de vijanden van Jezus Christus. En nu noch een kort woord tot de Directeuren van het koffiehuis. Och Mannen, schaam u voor God en niet voor de wereld laat de vijand eens juichen, dat doen zij met uwen handel nu ook. Maar God wil dwalenden onderwijzen en op het rechte
8
spoor brengen. Maar indien gij nu als Salomo's zoon den raad der ouden verwerpt; welnu dan, Jozua zeide, kiest wien gij dienen wilt. En wij hopen in Gods kracht Hem te dienen. Maar wees dan toeh maatschappelijk oprecht en ga over tot een eerlijke scheiding en geef dien hurgermenschjes liet hunne terug.
Uw dienaar,
G. B____