ocr page 1

eEnis. SUB. ■ zyq.

—-é»^ quot;^—

arrest

VAN i'ET

Tn

GerechtshofteLeeuwardeii d(UFebr.l885. | Poster-jkerk. ORGANISATIE

VAN HET

beheer

DER

•4^

KEBKELIJKE GOEDEEEN

BIJ DE

Ned. Herv. Gemeente.

Â¥

'K

Jl»

li

ocr page 2
ocr page 3

kPlt;gt;v'

Poster-Nijk^Mk. ,4-

ARRES

Gerechtshof te Leeuwarden (ld.4Febr.1885.

.Jcgt;^

O R GJ^Rl I E

VAN (j^T

BEH EER

DER

KERKELIJKE GOEDEBEN

BIJ DE

Ned. Herv. Gemeente.

Boekdrukkerij van A. Jongbloed, te Leeuu t

4 S

ttjX

ocr page 4
ocr page 5

In naam des Konings!

Het gerechtshof te Leeuwarden , eerste kamer, kennis nemende van Burgerlijke Zaken , heeft het navolgende arrest gewezen , in zake :

Anne Abrahams Blom, zonder beroep, Enneüs Wig-gers Heerma, landbouwer en Dirk Andries Zwart, landbouwer , allen wonende te Nijkerk in Ocstdongeradeel, uitmakende het college Kerkvoogden der Nederduitsche Hervormde Geméente te Nijkerk in Oosidongeradeel en alszoodanig die gemeente in rechten vertegenwoordigende, oorspronkelijk eischers, nu appellanten bij geregistreerd exploit van den vijfden Mei 1800 vier en tachtig, compa-reerende door hunnen procureur Mr. Jacob van Leeuwen te Leeuwarden.

TEGEK

1°. Ahe Sijhenga, Burgemeester der Gemeente Oost-dongeradeel, wonende te Metslawier , Gemeente Oostdon-geradeel.

2°. Pope Dirks Hartmans, landbouwer, wonende te Nijkerk in Oostdongeradeel.

3°. Urne Feijes Dijkstra, zonder beroep, wonende aldaar , zich eveneens noemende en zich tevens gedragende als Kerkvoogden der Nederduitsche Hervormde Gemeente aldaar, oorspronkelijk gedaagden , nu geïntimeerden bij gemeld exploit, compareerende door hunnen procureur Mr. Tiete van Hettinga Tromp te Leeuwarden.

Voor de appellanten is geconcludeerd :

„dat het den Hove behage, rechtsprekende in hoo-„ger beroep en in het hoogste ressort, te vernietigen het ,vonnis der Arrondissements-Rechtbank te Leeuwarden, den „acht en twintigsten Februari achttien honderd vier en „tachtig tusschen partijen gewezen, waarvan appel, en

ocr page 6

4

„de appellanten — vroeger eischers, — in voorschreven „qualiteit alsnog ontvankelijk te verklaren in hunne vor-,dering , ingesteld bij dagvaarding van den derden April „1800 twee en tachtig; en voorts hun die vordering toe „te wijzen, waarin zij, destijds eischers, nu appellanten , „qualitate qua^ bij voorschreven vonnis ten onrechte niet-,ontvankelijk zijn verklaard.

„Mitsdien te hooren verstaan, dat de geïntimeerden , „vroeger gedaagden , zijn ongerechtigd om het beheer te „voeren over de kerkegoederen en fondsen bij de Ne-„derduitsche Hervormde Gemeente te Nijkerk in Oostdon-„geradeel, het toezicht te houden op het beheer van- en „voorzooverre eenige vacature dit veroorzaakt, het beheer „te voeren over de beneficiale goederen bij die Gemeente „en zich daarvan hebben te onthouden ; dat integendeel „de appellanten, vroeger eischers, daartoe zijn gerech-„tigd en de geïntimeerden , vroeger gedaagden , gehouden „zijn , voormeld beheer en toezicht aan hen over te laten.

„Mitsdien de geïntimeerden , vroeger gedaagden, bij ar-„rest, uitvoerbaar bij voorraad, hetzij met of zonder borg-„stelling te veroordeelen , om aan de appellanten, vroeger „eischers, qualitate qua, te doen rekening enverantwoor-„ding van het door hen gevoerd beheer over de kerkegoe-„deren en fondsen bij de Nederduitsche Hervormde Ge-„meente te Nijkerk in Oostdongeradeel, te beginnen met „het jaar 1800 negen en zestig, en aan hen af- en over „te geven alle goederen , gelden , titels en papieren, tot „dat beheer en bewind behoorende , alsmede tot betaling „van de som , die bij het sluiten van de rekening zal blij-„ken verschuldigd te zijn , met de intressen dier som van „af den dag der dagvaarding ; wijders te bepalen een ter-„mijn binnen welken deze rekening ten overstaan van een „bij het arrest te benoemen Commissaris zal worden afgelegd.

„Eindelijk te verstaan, dat indien de geïntimeerden, „vroeger gedaagden , in gebreke blijven aan deze veroor-„deeling tot het doen van rekening en verantwoording te

ocr page 7

5

,voldoen, zij daartoe zullen worden genoodzaakt door in-beslagneming en verkoop hunner goederen, ieder tot een „bedrag van vijf en twintig duizend gulden, of zoodanige „andere som als het Hof zal vermeenen te behooren, als-„mede dat zij daartoe en tot betaling van het vast te stel-„len slot van rekening en tot uitlevering der over te ge-„ven goederen, gelden, titels en papieren, bij lijfsdwang „zullen kunnen worden gedwongen, met veroordeeling van „geïntimeerden in de kosten van beide instantiën.''

Voor de geïntimeerden is geconcludeerd:

„dat het Gerechtshof te Leeuwarden gelieve te verstaan, „dat er goed is gevonnisd en kwalijk geappelleerd, mits-„dien met afwijzing van de conclusion der appellanten , „het vonnis , waarvan appel, bevestige en de appellanten „verwijze in de kosten van deze tweede instantie.quot;

Het Gerechtshof tc Leeuwarden, eerste kamer , kennis nemende van Burgerlijke Zaken ,

Gehoord de conclusiën van partijen, toegelicht bij plei-dooijen, gevoerd voor de appellanten door Mr. U. H. RUBER , advocaat te Leeuwarden, voor de geïntimeerden door hunnen procureur.

Gehoord de conclusie van den PROCUREUR GENERAAL Mr. P. Hofstede, strekkende tot bevestiging van het vonnis, waarvan beroep, en veroordceling der appellanten in de kosten ;

Gezien de stukken van het geding, voor zooveel noodig behoorlijk geregistreerd:

Wat de daadzaken betreft.

Overwegende dat bij arrest van den Hoogen Raad van den 20 Mei 1881 het beroep in cassatie is verworpen tegen het arrest van dit Hof van den 18 Februari] 1880, waarbij onder meer was beslist, „dat met 1 October 1869 de rechten of bevoegdheden der Hervormde Floreenplich-tigen , als stemgerechtigde vertegenwoordigers der Her-

ocr page 8

6

vormde gemeenten ten aanzien van het beheer en het toezicht op liet beheer der plaatselijke Kerkelijke goederen, met het geheele provinciale reglement, zijn vervallen, door het in werking treden van art. 11 van het Koninklijk Besluit van den 9 Februarij 18G6 (St.bl. no. 10);quot;

Overwegende dat reeds den derden Junij daaraanvolgende eenige lidmaten en doopleden der Hervormde gemeente te Nijkerk den Kerkeraad aldaar hebben uitge-noodigd om het tot stand brengen van eene nieuwe organisatie van het kerkelijk beheer, dat aldaar sedert 1 October 1869 nog steeds werd voortgezet door Kerkvoogden, gekozen door en werkzaam onder het toezicht van Floreen-plichtigen, ter hand te nemen, en eene lijst te willen opmaken van de leden der gemeente, aangewezen in art. 2 van het Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk, en dat den zesden Junij daarna hun door den Kerkeraad is geantwoord, dat „de door adressanten bedoelde lijstquot; reeds in dat jaar door den Kerkeraad was opgemaakt en gearresteerd;

Overwegende dat de lijst, waarnaar do Kerkeraad verwees — gelijk beneden nader zal blijken — niet was eene lijst van de leden , maar eene lijst van de manslidmaten der gemeente, opgemaakt tot het doel, omschreven in art. 6 van het Synodaal Reglement op de benoeming van ouderlingen en diakenen en de beroeping van predikanten ;

Overwegende dat die adressanten zich daarop hebben vereenigd tot eene voorloopige commissie ten einde zelve de maatregelen le leiden om lot eene nieuwe organisatie te geraken , en deze voorloopige, uit acht leden dier gemeente bestaande , commissie vervolgens eene lijst heeft opgemaakt van allen, die volgens art. 2 van het Algemeen Reglement voornoemd tot de Hervormde gemeente van Nijkerk behooren, welke lijst, na voorafgegane afkondiging van den predikstoel, van den 13 lot en mot den 17 Junij 1881 ter visie heeft gelegen , zonder dat legen haar reclames of bezwaren zijn ingebracht, en door

ocr page 9

7

de voorloopige commissie op den 18 Junij d. a. v. is vastgesteld met een getal van 626 leden, en door den Voorzitter en den Secretaris dier commissie onderteekend ;

Overwegende dat de voorloopige commissie in eene bijeenkomst van de daartoe opgeroepen op die lijst voorkomende gemeenteleden, op den 25 Junij 1881 , ter beantwoording met ja of neen, heeft voorgesteld deze vraag;

„Wilt gij, dat het beheer der herkegoederen onzer ge-„meente voor den bepaalden lijd van zes jaren door de „den twintigsten Mei laatstleden alhier zijnde en wonende „meerderjarige manslidmaten der gemeente zal worden „uitgeoefend, volgens een door eene commissie van acht „personen uit de lidmaten en doopleden bestaande te „maken Reglement, en aanbieding ter goedkeuring van „dat Reglement aan al de leden der gemeente ?quot;

Overwegende dat die vraag op 336 van 337 ingeleverde stembriefjes met ja en op één met neen is beantwoord;

Overwegende dat als regel bij die stemming is toegepast , dat de gehuwde mannen mede voor hunne vrouwen , de vaders tevens voor hunne minderjarige kinderen de stemmen bij gesloten briefjes hadden uit te brengen :

Overwegende dat de aldus gequalificeerde meerderjarige manslidmaten namens meergemelde commissie bij afkondiging van den predikstoel tegen den zesden Julij Ibbl zijn opgeroepen om eene commissie van acht leden der gemeente te benoemen ten einde een Reglement op het beheer te ontwerpen, en dat aan die benoeming hebben deelgenomen 23 manslidmaten;

Overwegende dat liet door de alzoo aangewezen commissie ontworpen Reglement, na huiskondiging aan al de leden der gemeente , van den 14 tot en met den 21 Julij daaraanvolgende ter kennisneming mede van al de leden der gemeente is neergelegd, zonder dat gedurende of na die ter visie legging eenige bezwaren daartegen zijn ingebracht;

Overwegende dat de commissie van leiding inmiddels

ocr page 10

8

eene lijst van de op den 20 Mei in de gemeente gevestigde meerderjarige manslidmaten heeft geformeerd , bevattende 41 namen, en dat deze lidmaten tegen den 22 Julij d. a. v. zijn opgeroepen om het Ontwerp-reglement ter vaststelling te ontvangen, en casu quo terstond daarna over te gaan tot benoeming van notabelen ; en dat van die 41 meerderjarige manslidmaten 23 zijn opgekomen, die, bij schriftelijke stemming , eenparig hebben besloten het ontworpen Reglement goed te keuren en vast te stellen , zonder wijziging of verandering van het concept; dat diezelfde stemgerechtigden onmiddelijk daarna zijn overgegaan tot het verkiezen van het bij 't gearresteerd Reglement vereischte getal notabelen en dat de gekozen notabelen daarop zijn overgegaan tot het benoemen van drie Kerkvoogden ;

Overwegende dat, nadat zoowel de gekozen kerkvoogden als de notabelen eenigen tijd later collectief hun ontslag hadden genomen, de stemgerechtigd verklaarde manslidmaten tegen 5 December 1881 wederom zijn opgeroepen tot het verbiezen van notabelen, waartoe 24 van de 41 op voormelde lijst geplaatste manslidmaten zijn opgekomen, en dat voorts de toen benoemde zeven notabelen , allen tegenwoordig, dadelijk daarna bij beslotene briefjes met eenparigheid van stemmen tot Kerkvoogden hebben benoemd de drie appellanten in dit geding;

Overwegende wijders , dat de beide ouderlingen en de beide diakenen , als Kerkeraad der toen vacante gemeente Nijkerk, ter gelegenheid van de bovenvermelde stemming op 25 Junij 1881 , hebben geprotesteerd tegen het optreden van de voorloopige commissie , op grond, dat de Kerkeraad de bevoegde macht is om in dezen de leden der gemeente zamen te roepen , met verklaring, dat de Kerkeraad tot die zamenroeping onverwijld zal overgaan en daartoe bereids de voorbereidende maatregelen heeft genomen , en de genoemde commissie mitsdien in geen en-el opzicht aan nalatigheid of weigering des Kerkeraads

ocr page 11

9

eenig gezag of bevoegdheid kan ontleenen ; dat verder ontkend moet worden elke bevoegdheid om te stemmen van hen, die geene lidmaten der gemeente zijn , en elke bevoegdheid van gehuwde mannen om de stemmen van hunne vrouwen, elke bevoegdheid van de vaders, om de stemmen van hunne kinderen uit te brengen ; dat al verder eene stemming over zaken ; bij wege van geheime stemming , door gesloten ongeteekende briefjes in eene geslo-tene bus te werpen , zooals hier heeft plaats gehad, is ongeoorloofd en in strijd met al wat in zake stemmingen in de Hervormde Kerk gebruikelijk is , en zulks nog te meer, waar geene wettige bestuurders de stemming kunnen controleren ;

Overwegende dat de personen der gedaagden in dit geding , met nog vier anderen, in hoedanigheid van lidmaten , zich daarop bij het protest en de verklaring der ker-keraadsleden hebben aangesloten en zich mede bereid hebben verklaard om ten spoedigsten eene regeling van het Kerkelijk beheer der gemeente te helpen voorbereiden en tot stand brengen;

Overwegende dat de Kerkeraad dan ook vervolgens eene lijst heeft opgemaakt, bevattende al de namen der man-nelijhe en vrouwelijke lidmaten der voormelde gemeente, die der eersten ten getale van 41 , die der laatsten ten getale van 26, te zamen 67 lidmaten ; — welke lijst) na van den 30 Junij tot en met den 7 Julij ter visie te hebben gelegen, zonder dat daartegen bezwaren waren ingebragt, door den Kerkeraad is gearresteerd ;

Overwegende dat de op die lijst voorkomende mannelijke en vrouwelijke lidmaten, bij afkondiging van den predikstoel tegen den 9 Julij 1S81 door den Kerkeraad zijn opgeroepen om te stemmen over de volgende vragen :

Ten eersten: „Wenscht gij als lid van de Hervormde gemeente te Nijkerk de regeling van het Beheer en Bestuur der Kerkegoederen en Fondsen te Nijkerk, het benoemen van Kerkvoogden en de verdere slembevoegdheid

ocr page 12

10

in zaken van Beheer en Bestuur, op te dragen aan do stemgerechtigden , bevoegd tot het verkiezen van- Ouderlingen en Diakenen en het beroepen van predikanten in deze gemeente ?

Ten tweeden : zoo ja - wenscht gij als stemgerechtigd te hebben aangemerkt, degenen, die als zoodanig worden aangewezen door de lijst van stemgerechtigden, opgemaakt door den Kerkeraad dezer Gemeente in Januarij achttienhonderd een en tachtig ?quot;

Overwegende dat van die 67 lidmaten op voormelden dag zijn opgekomen 35 ; namelijk 17 mannen en 18 vrouwen , die bij mondelinge stemming de gestelde vragen eenparig bevestigend hebben beantwoord;

Overwegende dat bij eene door den Kerkeraad uitgeschreven stemming op den elfden Julij d.a.v., waaraan 15 van de 28 stemgerechtigden , voorkomende op de bedoelde in Januarij 1881 opgemaakte lijst, hebben deel genomen , eene commissie van vijf uit hun midden is benoemd om een Reglement op het beheer te ontwerpen, en dat voorts het door die commissie ontworpen reglement van den 17 tot en met den 21 Julij 1881 voor de naar bedoelde lijst stemgerechtigde manslidmaten ter visie heeft gelegen en den 22 Julij daaraanvolgende door 16 van de 28 stemgerechtigden in eene vergadering, onder leiding van den Kerkeraad, met een paar geringe wijzigingen is gearresteerd;

dat in dezelfde vergadering voorts het bij dat reglement vereischte getal notabelen is benoemd , welke notabelen, ter vergadering aanwezig , daarop dadelijk zijn overgegaan tot benoeming van Kerkvoogden , waartoe benoemd zijn de nu gedaagden en geïntimeerden ;

Overwegende dat deze gekozen kerkvoogden , die nog in functie waren als Kerkvoogden door Floreenplichtigen benoemd, den 2 Augustus 1881 , na verklaard te hebben, dat zij wegens de bovenvermelde beslissing van den Hoo-gen Raad geene bevoegdheid meer hebben om gemeld be-

ocr page 13

11

heer voort te zetten , rekening en verantwoording hebben gedaan van hunne administratie sinds den eersten October 1869 aan de den 22 Jnlij 1881 gekozen notabelen , en zulks in tegenwoordigheid van en met goedkeuring des Kerkeraads ; en dat, nadat die notabelen aan hen als aftredende Kerkvoogden algeheele kwijting en décharge voor hun beheer en bestuur tot aan dien datum hadden verleend , met goedkeuring en zooveel noodig met medewerking van den Kerkeraad, hun in hunne nieuwe kwaliteit als door Notabelen benoemde Kerkvoogden zijn teruggegeven en door hen weder tot zich zijn genomen alle gelden, boeken en bescheiden, tot het kerkelijk beheer der Hervormde gemeente te Nijkerk behoorende ;

Overwegende dat al hot vorenstaande , zoowel hetgeen door of onder leiding van de commissie uit de leden der gemeente als hetgeen onder leiding van den Kerkeraad is voorgevallen en tot stand gebracht, is neergelegd in nota-rieele processenverbaal, die door partijen de actis causae zijn gemaakt en aan welke de vermelde stemlijsten zijn vastgehecht of daarin opgenomen , en niet weersproken ;

Overwegende dat de Kerkvoogden, die den 5 December 1881 ten gevolge van de maatregelen der gemeente-commissie zijn gekozen , na voorafgegane vruchteloos gebleven sommatie van den 11 Maart 1882, de andere Kerkvoogden, die onder leiding des Kerkeraads gekozen en in het bezit der fondsen gesteld waren, bij dagvaarding van den 3 April 1S82; hebben aangesproken met de onderwerpe-lijke vordering om zich ongerechtigd te hooren verklaren om het beheer te voeren over de kerkegoederen en fondsen bij de Nederduitsche Hervormde gemeente te Nijkerk in Oostdongeradeel, en het toezicht te houden op het beheer van , en voor zooverre eenige vacature dit veroorzaakt , het beheer te voeren over de beneticiale goederen bij die gemeente — en zich te hooren veroordeelen om aan de eischers qq. rekening en verantwoording te doen van het door hen gevoerd beheer , te beginnen met het jaar

ocr page 14

12

1869, met wijdere, in voege breeder in het petitum dier dagvaarding vermeld;

Overwegende dat de rechtbank te Leeuwarden bij vonnis van den 28 Februarij 1884, op de conclusiën der gedaagden de eischers niet-ontvankelijk heeft verklaard in hunnen eisch , op grond dat zij niet hebben bewezen de kwaliteit, die zij zich toeschrijven ;

Overwegende dat de eischers bij akte van den 5 Mei daaraanvolgende van die uitspraak in hooger beroep zijn gekomen , met dagvaarding van de gedaagden tegen 's Hofs terechtzitting van den 14 Mei 1884, en dat partijen vervolgens ter rolle gemotiveerde conclusiën van eisch en antwoord hebben genomen, van welke de slotsommen aan het hoofd der van dit arrest af te geven expeditie textueel zullen worden vermeld;

Overwegende dat do appellanten voorts nog bij akte van procureur tot procureur de dato 18 October j.1. in 't geding hebben gebracht eene door den heer J. de Jong , predikant te Oostrum en Jouswier, in hoedanigheid van consulent der vacante gemeente te Ooster-Nijkerk, den 8 October te voren afgegeven verklaring: „Geregistreerd te ,Leeuwarden den veertienden October 1800 vier en tach-„tig, deel 33, folio 153, recto vak 2, een blad, een „renvooi. Ontvangen voor recht Een gulden twintig cent. „De Ontvanger G. A. (get.) Fonteinquot;;

Wat hetreft het recht.

Overwegende dat de appellanten tegen het vonnis, waarvan beroep , de volgende grieven hebben aangevoerd en ontwikkeld :

I. dat de rechtbank aan de juiste overweging , dat de Hervormde gemeenten na 1 October 1869 de bevoegdheid kregen om zelve te regelen het beheer van- en het ioe-zicht op hare Kerkegoederen en fondsen en in de wijze waarop zij dat beheer wilden regelen , vrij waren , ook nog heeft toegevoegd de woorden : „alleen gebonden aan de algemeene rechtsregelen en die welke kerkelijke wetten

ocr page 15

13

en reglementen, voor zoyver op deze materie toepasselijk, aan de hand yacen /' en appellanten niet begrijpen aan welke Kerkelijke reglementen en wetten zij gebonden zouden zijn , nu de rechtbank zelf heeft uitgemaakt, dat alle wettelijke bepalingen, op dat beheer betrekking hebbende, zijn vervallen ;

II. dat de rechtbank heeft beslist, dat de stemming van hen , die naar art. 2 van het Algemeen Synodaal Reglement geacht moeten worden tot de gemeente te be-hooren, niet was, zooals appellanten hebben gesteld, eene subsidiaire machtiging, maar dat, nu die stemming is gehouden, hier wel degelijk zoude moeten vaststaan : „dat zij , die de machtiging verleenden , daartoe bevoegd waren en het inderdaad eene machtiging kan genoemd worden — vermits toch dit door de rechtbank ingesteld onderzoek geheel overbodig was , wanneer, zooals terecht ook de rechtbank later overweegt, de meerderjarige manslidmaten de wettige stemgerechtigden of rechtsvertegen-woordigers van de ongeorganiseerde gemeente moeten worden geacht, omdat machtiging van een rechthebbende ten eenenmale overbodig was, en liet evenmin aangaat om — gelijk de rechtbank nu heeft overwogen — te beweren, dat, nu de machtiging is gevraagd (en nog wel niet eens door de appellanten) , zij ook een der fundamenten van de reorganisatie moet zijn geweest, omdat het toch niet aangaat een rechthebbende, die voor alle zekerheid nog machtiging vraagt, juist om dat vragen ook van zijn recht te versteeken ;

III. dat de rechtbank, een onderzoek instellende naar de gehouden stemming der leden (naar art. 2 van het Algemeen Synodaal Reglement) tendeerende om de gevraagde machtiging te verstrekken, ;n plaats van de bevoegdheid van die leden te onderzoeken, alleen is gaan critiseeren de ivijze, waarop die stemming heeft plaats gehad, en daarbij tot de onjuiste conclusie is gekomen, dat, door bij deze stemming de gehuwde vrouwen en on-

ocr page 16

14.

mondige kinderen te doen vertegenwoordigen door hunne mannen en hunne vaders, eene cumulatie van onderscheidene stemmen op één persoon plaats vond, waardoor bij eene zóó belangrijke en in hare gevolgen zóó ver strekkende regeling in strijd met do eerste regelen eener wilsverklaring is gehandeld , terwijl buitendien het stemmen met gesloten ongeteckende briefjes in een gesloten bus in strijd zou zijn met hetgeen bij stemmingen in de Hervormde Kerk is bepaald ;

IV. dat de rechtbank, zich aansluitende bij der appellanten meening, dat bij het ontbreken van eenigen regel, wie als stemgerechtigden der gemeente moesten worden beschouwd, eenleiddraad voorde beslissing in dezen, wie voor stemgerechtigden zijn te houden, moest worden gezocht in de Synodale reglementen en wie door dc Synode als stemgerechtigden zijn erkend — ten onrechte heeft beslist, dat dan ook die Synodale bepaling in haar geheel moest worden overgenomen, en niet losgemaakt van de daarbij gevoegde waarborgen, zoodat alleen als stemgerechtigden konden worden erkend zij , die in eene door den kerkeraad der gemeente opgemaakte lijst als stemgerechtigden waren opgenomen;

V. dat de rechtbank heeft aangenomen, dat nu in de vergadering van hen, die naar art. 2 van het Algemeen Synodaal Reglement gerekend worden tot de Hervormde gemeente te Nijkerk te behooren, het besluit was aangenomen , dat het ontwerp-reglement aan al de leden der gemeente ter goedkeuring zoude worden aangeboden, tot aanneming van het reglement niet zoude kunnen voeren eene stemming van de meerderjarige manslidmaten, zoodat de appellanten ten onrechte een beroep tot staving hunner kwaliteit hebben gedaan op een reglement dat in zich zelf vicieus is, en aan vicieuse stemmingen zijn bestaan heeft te danken , en zij mitsdien die kwaliteit van Kerkvoogden niet zouden hebben bewezen;

VI. dat de rechtbank ten slotte bij de overweging , dat nu de appellanten niet zouden hebben bewezen het recht,

ocr page 17

15

dat zij zouden hebben op het beheer en toezicht der kerkelijke goederen en fondsen der Hervormde gemeente te Nijkerk, heeft gevoegd, dat de gedaagden, nu geïntimeerden , die dat beheer feitelijk ui toefenen , hunne kwaliteit niet nader hebben te bewijzen , zoodat de organisatie, van hun kant uitgegaan, niet nader zoude behoeven te worden onderzocht, en de rechtbank daarbij ten eenen-male heeft vergeten , dat de gemeente geheel vrij was op welke wijze zij wilde voorzien in de sinds 1 October 18G9 heerloos geworden administratie harer Kerkelijke goederen ; dat de gemeente die reorganisatie bij het geheel ontbreken van wettelijke bepalingen kon doen op welke wijze zij verkoos, mits slechts de reorganisatie bleek te steunen op den ondubbelzinnigen consensus van de leden dier gemeente , en dat dus , waar twee organisaties in de gemeente hadden plaats gehad, een vergelijkend onderzoek van die beide niet mocht achterwege blijven, en de rechtbank zich wel degelijk de vraag had moeten voorleggen, welke organisatie de voorkeur verdiende als de meeste waarborgen opleverende, dat zij de wettige uitdrukking was van den wil der gemeente;

Overwegende wat betreft de vier eerste grieven — dat door de intrekking van de provinciale reglementen op het beheer, bij het op 1 October 18G9 in werking getreden Koninklijk Besluit van 9 February 1866 , aan de Hervormde gemeenten zelve bleef overgelaten het beheer harer kerkelijke goederen en het toezicht daarop in eigen boezem te regelen, doch dat in de provincie Friesland, in gemeenten , waar het Floreenstelsel gold, dat Koninklijk besluit zijn doel aanvankelijk voor het grootste gedeelte heeft gemist, daar het denkbeeld vrij algemeen ingang had gevonden, dat het vigerend floreenstelsel nog voortleefde krachtens oudere verbindende statuten ;

Overwegende dat nieuwe organisatiën , onafhankelijk van floreenplichtigen, in die gemeenten , met name ook te Nijkerk in Oostdongeradeel, eerst zijn ondernomen sedert

ocr page 18

16

de hoogste recliterlijke uitspraak op 20 Mei 1881 bovenvermeld ;

Overwegende dat, ter beantwoording der vraag, hoe men in don toen geboren heerloozen toestand tot eene de geheele gemeente verbindende reorganisatie van het kerkelijk beheer moest komen , men op den voorgrond behoort te stellen, dat, waar in het zedelijk lichaam alle verbindende reglementen, zelfs de bepaling van de stembevoegdheid , betreffende het aangelegen onderwerp , ontbreken , niemand, immers noch de af te treden Kerkvoogden, noch de tol andere bepaald omschreven werkzaamheden geroepen Kerkeraad , noch de lidmaten of leden individueel , bevoegd zijn om iets te bevelen ot te ondernemen, dat a priori voor allen verbindend is, doch dat, wie ook het initiatief meenen te moeten nemen, hunne voorstellen of maatregelen louter feiten zijn , die eerst waarde verkrijgen door den bijval of de instemming en opvolging van hen, wier rechten en belangen het geldt;

Overwegende dat, bij het onderzoek der vraag, of eene reorganisatie steunt op de wilsuitdrukking van de leden of van hunne meerderheid, en zij alzoo voor allen verbindend tot stand is gekomen, het zwaartepunt mitsdien niet is gelegen in het initiatief en in voorloopige maatregelen, maar in den uitslag ;

Overwegende dat als punt van uitgang alleen vaststaat, dat naar het Nederlandsch Hervormd Kerkrecht tot elke bijzondere gemeente behooren zij, die op belijdenis des geloofs tot lidmaten zijn aangenomen; zij die vooralsnog alleen door den Doop in hare gemeenschap zijn ingelijfd; zij die door geboorte uit Hervormde ouders of door overgang hunner ouders tot de Hervormde kerk gerekend worden tot eene bijzondere gemeente in betrekking te staan, en zij ; die in eenige Evangelische Gemeente, hetzij hier te lande , hetzij elders , zijn erkend , als behoorende tot de Hervormde Kerk, en van hunnen doop of hunne belijdenis door behoorlijke bewijzen hebben doen blijken;

ocr page 19

17

Overwegende dat artikel 1G96 van liet Burgerlijk Wetboek bepaalt. dat indien bij de instellingen, de overeenkomsten en de reglementen , geene bepalingen opzigtelijk het stemrecht zijn gemaakt, ieder lid van het zedelijk lichaam gelijk recht heeft zijne stem uit te brengen en het besluit bij meerderheid van stemmen wordtopgeniaakt, — doch men daarin niet moet voorbijzien, dat de titel, waarin die bepaling voorkomt, zoowel als de redactie dier bepaling zelve, duidelijk aangeven , dat de wetgever daar geene andere zedelijke lichamen op het oog heeft dan die uit eene overeenkomst van rechtsbevoegde personen — en dus met inachtneming van de voorwaarden, welke vereischt worden tot de bestaanbaarheid der overeenkomsten (artt. 135G en volgende van het Burgerlijk Wetboek), zijn ontstaan, ol' wel door het openbaar gezag zijn ingesteld, en die bepaling daarom onmogelijk eene Hervormde gemeente kan omvatten en haar dus ii priori niet kan verbinden, omdat eene kerkelijke gemeente, wanneer men het oog vestigt op hen , die naar kerkrecht tot haar behooren , evenmin als de Staat, op eene civielrechtelijke overeenkomst berust;

Overwegende dat bij art. 3 van het Synodaal Algemeen Beglement voor het Bestuur der Kerk het Stemrecht aan manslidmaten is toegekend , doch die bepaling bij de organisatie van het beheer niet eerder absoluut verbindend kan zijn, dan wanneer zij door de gemeente van toepassing is verklaard of stilzwijgend opgevolgd ;

Overwegende dat men, om tot eene verbindende reorganisatie te geraken, mitsdien het beginsel kan navolgen van art. 1696 van het Burgerlijk Wetboek, en dus vóór alles het stemrecht laten bepalen door hen, die naar kerkrecht leden der gemeente zijn ; of, in navolging van art. 3 Algemeen Synodaal Reglement, voorloopig de manslidmaten als stemgerechtigden kan aanmerken ;

Overwegende dat in het eerst gestelde geval, zij, die dooide leden tot stemgerechtigden zijn verklaard, derhalve a

ocr page 20

18

priori een verbindend radicaal bezitten, terwijl in het tweede geval het radicaal eerst later verbindend kan worden door de toestemming of stilzwijgende erkenning der gemeente;

Overwegende dat, wanneer men de reorganisatie , op welke de appellanten zich beroepen, aan die algemeene beginselen toetst, terstond blijkt, dat men daarbij den eerstvermelden weg heeft ingeslagen , en allen opgeroepen, die tot de Hervormde gemeente te Nijkerk behooren, tot het getal van 626 leden , zonder dat één van die beweerd heeft te zijn uitgesloten, des dat gehuwde mannen namens hunne vrouwen en de vaders namens do minderjarige kinderen hadden te stemmen, ten minste hebben gestemd , met dezen uitslag, dat door en namens 337 leden met op ééne na eenparige stemmen , en dus door de meerderheid van de 626 leden , aan de manslidmaten het stemrecht is toegekend ;

Overwegende dat men nu op het voetspoor van de ge-intimeerden en van den eersten rechter wel in zeer uit-eenloopenden zin een afkeurende kritiek kan gaan uitoefenen over die wijze van stemming, maar men dan ten eenenmale voorbij ziet, dat, waar het zedelijk lichaam in casu niet op eene civielrechtelijke overeenkomst berust, ook de hoofdelijke of persoonlijke stemming, in art. 1696 van het Burgerlijk Wetboek bedoeld, onmogelijk precies in acht te nemen is, en die kritiek in dit geheel éénige geval dus geen andere kenbron kan hebben en werkelijk geene andere heeft dan eene indivichieele meening, niet steunende op eene verbindende wettelijke of statutaire bepaling, hoedanige meening geen grond van reciii-spraak mag zijn ;

Overwegende dat men in foro civili die stemming alleen te aanvaarden heeft als het feit, dat allen, die daaraan hebben deelgenomen, zonder tegenspraak en zonder dat er boven hunne opvatting rechtens in de gegeven omstandigheden voor eene andere meening eene plaats is , en alzoo

ocr page 21

19

kraclitons het recht eener vrije vergadering; hebben goedgevonden , op de door hen gevolgde wijze, te geraken tot de beslissing door de yeheele gemeente omtrent de vraag, wie het stemrecht in zake het beheer zouden uitoefenen, en dat het besluit eenparig werd genomen door en namens de meerderheid der 626 leden van de gemeente ;

Overwegende dat deze uitslag des te meer als eene ondubbelzinnige wilsverklaring van de gemeente is te aanvaarden , nu zij principieel niet verschilt met de organisatie , op welke de geïntimeerden steunen , in zoover, dat beide partijen, hoewel langs velschillende wegen, tot hetzelfde eindresultaat zijn gekomen, dat namelijk de manslidmaten het stemrecht hebben uit te oefenen , en partijen slechts verschillen over de toepassing van dat beginsel;

Overwegende dat bij de stemming van de leden op 25 Junij 1881 , naar de bedoeling van de hun gestelde vraag, de regeling van het beheer voor den tijd van zes jaren in beginsel is opgedragen aan de manslidmaten , die tot de gemeente hehoorden op 20 Mei te voren , den dag van de meerbedoelde uitspraak van den Hoogen Raad, en dat de geïntimeerden sustineeren , dat de manslidmaten , naar het Synodaal Reglement op de verkiezing van kerke-raadsleden en predikanten , volgens de in Januarij hevo-rem daarvan ■ door den Kerkeraad opgemaakte en gearresteerde lijst, daartoe alleen bevoegd kunnen zijn;

Overwegende dat, gelijk boven is overwogen, alleen de wil der meerderheid van de leden der gemeente een allen verbindenden grondslag kan leggen; zoodat, waar zij in beginsel heeft aangenomen het stemrecht van manslidraa-ten , het ook aan haar zelve staat te beslissen of zij dit beginsel precies zóó wil toepassen als de Synode het heeft toegepast op het gebied van 't geestelijk bestuur, of niet

Overwegende dat het bovendien, als niet weersproken , mag aangenomen worden in confesso te zijn , dat de in Januarij te voren door den Kerkeraad gearresteerde lijst

ocr page 22

20

van stemgerechtigde manslidmaten enkel heeft moeten dienen om naar art. 6 van het Synodaal Reglement op de verkiezing van Kerkeraadsleden , en dus op het gebied van het geestelijk bestuur der gemeente, te doen beslissen de vraag, of de manslidmaten, zooals zij in dat reglement zijn omschreven, het recht tot verkiezing der kerkeraadsleden zelve wenschen uit te oefenen, dan wel den Kerkeraad daartoe bepaaldelijk machtigen, en dat die vraag in laatstgemelden zin is beantwoord ;

Overwegende dat die stemlijst van January 1881 dus , zelfs van het standpunt der geïntimeerden bezien , reeds had uitgediend en niet van blijvende kracht was gedurende een vol jaar, gelijk de stemlijst in art. 3 van het aangehaald reglement bedoeld, zoodat dan ook de Kerkeraad wel degelijk door de stemming van mans- en vrouwen-lidmaten eerst heeft laten beslissen, dat zij die lijst wilden volgen;

Overwegende dat uit bovenstaande beschouwingen blijkt, dat de vier eerste grieven in hoofdzaak gegrond zijn bevonden ;

Overwegende ten aanzien van de vijfde grief, dat het den 25 Junij 1881 door de leden der gemeente aangenomen voorstel duidelijk inhoudt, dat het ontwerp-regle-ment niet enkel aan de manslidmaten maar aan al de leden der gemeente ter goedkeuring zou worden aangeboden , doch dat de wijze, waarop dit zou geschieden, daarbij niet bepaald is aangegeven ;

Overwegende dat nu uit het betrekkelijk notarieel proces-verbaal onweersproken blijkt, dat aan de huizen van al de leden der gemeente bij geschreven of gedrukte briefjes mededeeling is gedaan, dat het ontwerp-reglement op het beheer gedurende acht dagen voor hen ter visie was gelegd, en voorts dat binnen of na verloop van dien termijn geen enkel bezwaar tegen dat ontwerp is ingebracht , en dat het op grond daarvan vervolgens ongewijzigd is gearresteerd door de manslidmaten , namelijk

ocr page 23

21

door 23 van de 41 , en dus door de meerderheid van hen, die den 25 Junij te voren waren gequalificeerd ;

Overwegende dat de juistheid van de te voren geformeerde stemlijst van manslidmatcn , die op den 20 Mei 1881 in de gemeente aanwezig waren, bevattende de namen van 41 personen, aan geene bedenking kan onderworpen zijn, omdat de namen en het getal dier personen in allen opzigte overeenstemmen met die der manslidmaten , welke voorkomen op de lijst der mannelijke en vrouwelijke lidmaten, die de kerkeraad tot grondslag heeft gelegd van de stemming op den 9 Julij 1881 ;

Overwegende dat al de leden der gemeente dus geacht moeten worden bekend te zijn geweest met het ontworpen reglement, zoodat bij gemis van eenig bezwaar, protest of verzet van die zijde, dat ontwerp de stilzwijgende goedkeuring der gemeente wegdraagt, en het arresteren van hetzelve door de gequalificeerde manslidmaten dan ook geen ander doel en beteekenis had dan om zulks te constateren;

Overwegende bovendien dat de belang- of rechthebbende leden, zonder op het terrein van hun genootschap tijdig van eenig verzet te hebben doen blijken, of een verschil te hebben opgeworpen, in rechten do nietigheid of ongeldigheid van genootschapsaangelegenheden niet meer mogen inroepen;

Overwegende dat de vijfde grief bijgevolg mede gegrond wordt bevonden;

Overwegende ten aanzien van de zesde grief, dat naar art. 1902 van het Burgerlijk Wetboek, de eischers en appellanten hun recht tot het voeren van het kerkelijk beheer hadden te staven, terwijl do geïntimeerden de feiten en het recht, waarop zij zich tot tegenspraak van der appellanten gepretendeerd recht beriepen, eveneens hadden te bewijzen, en partijen dan ook tot bewijs van hare sustenuen al de tot het verschil betrekkelijke pro-

ocr page 24

22

ccsscnverbaal in forma probanti in het geding hebben gebracht ;

Overwegende dat de rechter mitsdien de feiten en de rechtsgevolgen, daaruit door partijen afgeleid^ wel degelijk onderling had te vergelijken , ten einde in de eerste plaats daardoor tot de in dezen afdoende zekerheid te geraken omtrent de wil der meerderheid in de gemeente ;

Overwegende dat uit de overwegingen ten aanzien der vorige grieven dan ook reeds voldoende blijkt, dat het Hof den aangegeven weg heeft ingeslagen, en de zesde grief gegrond acht;

Overwegende dat de gedaagden niet in twijfel hebben getrokken, dat de eischers op de wijze, bij het den 22 Julij 1881 gearresteerde reglement voorgeschreven; zijn benoemd tot kerkvoogden, evenmin, dat zij de vereisch-ten van benoembaarheid bezitten, die dat reglement vordert ;

Overwegende dat de appellanten mitsdien de hoedanigheid , in welke zij zijn opgetreden, ontleenen aan de eenige in dezen geldende rechtsbron, de wil van de meerderheid in de gemeente, zoowel van de leden, als — vergeleken met de organisatie door den kerkeraad tot stand gebracht — van de stemgerechtigde manslidmaten;

Overwegende dat zij alzoo in hunne vordering hadden behooren te zijn ontvangen;

Overwegende wat de gegrondheid der vordering betreft , dal de gedaagden en geïntimeerden , blijkens het boven in factis overwogene , dezelfde personen zijn, die tot medio 1881 als kerkvoogden het beheer voerden onder de continuatie van het floreenstelsel, doch dat zij zich in eene pretense nieuwe qualiteit in liet bezit hebben doen stellen van alle gelden, titels en bescheiden, tot het kerkelijk beheer in de gemeente Nijkerk behoorende ;

Overwegende dat zij de vordering ten principale alleen in zoover hebben tegengesproken , dat de eischers geen recht zouden hebben om van 1869 af rekening en ver-

ocr page 25

23

antwoording te vorderen van een beheer, dat jaarlijks regelmatig gevoerd en afgesloten is door degenen, die toen te goeder trouw het kerkvoogdij-beheer hebben gevoerd achtervolgens de reglementen, die tot 1869 krachtens de invoering door den Koning en de berusting daarin door de gemeente hadden gegolden, en daarna hoewel alle dwang van 's Konings wege in dezen had opgehouden te bestaan , stilzwijgend door de gemeente, als tijdelijke regeling van het beheer harer fondsen, waren aangehouden, en terwijl in elk geval geene anderen, die betere rechten tot dat beheer hadden, van 1869—1881 dat beheer hadden kunnen op zich nemen , van welke bestrijding de gedaagden de gegrondheid nog hebben aangedrongen door een beroep op het feit, dat de personen der eischers bijna jaarlijks van 1869 lot en met 1880 de rekening en verantwoording der toenmalige door de flo-reenplichtigen verkozen kerkvoogden mede zouden hebben opgenomen , goedgekeurd en onderteekend;

Overwegende dat de eischers daarop o. a. hebben geantwoord, dat de leden, die het eischend college uitmaken , nimmer in die qualiteit bij die vroegere rekeningen hebben kunnen tegenwoordig zijn, omdat zij toen nog niet die hoedanigheid bezaten; dat zij wel in die qualiteit en dus voor de gemeente in deze procedure optreden , doch de gemeente niet kan zijn gebonden door hetgeen de tegenwoordige kerkvoogden vroeger persoonlijk, als eigenaren van bepaalde ten floreenkohiere bekende gronden, hebben verricht; — dat het toenmalig beheer der gedaagden was en bleef een feitelijk beheer , waarvan zij niet hebben beproefd zich te doen ontslaan en de goedkeuring van de rekeningen door floreenplichtigen niets hoegenaamd betee-kent, zoodat de verplichting tot het afleggen van die rekening en verantwoording voor de gedaagden voortdurend is blijven bestaan;

Overwegende dat uit deze debatten als feitelijk vaststaande mag worden aangenomen, dat de kerkvoogden, die sedert

ocr page 26

24

1869 in functie zijn geweest, zoolang er rechtsonzekerheid bestond omtrent het al of niet voortleven van het floreen-stelsel — gelijk boven overwogen — jaarlijks , even als te voren, rekening en verantwoording gedaan hebben tot en met 1880 aan floreenplichligen;

Overwegende dat die rechtsonzekerheid — gelijk de eischers bij conclusie van repliek in prima zelve erkenden — de oorzaak was van de continuatie van den be-staanden toestand, des dat het beheer en toezicht door floreenplichligen werd voortgezet en er noch hunnerzijds noch uit den boezem der gemeente een initiatief tot reorganisatie werd genomen ;

Overwegende dat het doen en laten in dat opzigt derhalve zoowel bij de beheerders als bij de gemeente be-heerscht werd door dezelfde oorzaak, n.1. communis consensus op grond van rechtsonzekerheid, en er tusschen hen en haar ten dezen dus geen vinculum juris , waartoe een verschillend standpunt noodig is, in dien tijd kon geboren worden, weshalve, nu ex post is gebleken, dat beide in dwaling hebben verkeerd, de gemeente, namens welke de eischers optreden, de dwaling harerzijds niet tot een terugwerken den grondslag mag leggen van den eisch tot rekening en verantwoording van 1869 tot en met 1880 ;

Overwegende dat de eischers bovendien daarbij uit het oog verliezen, dat de floreenplichtigen in betrekking tot de Hervormde gemeenten in Friesland geene derden waren , maar de stemgerechtigde vertegenwoordigers der gemeenten zelve, zoodat de rekening en verantwoording van 1869 tot 1880 aan hen is gedaan als zoodanig; en dat dus de gemeente, nu vertegenwoordigd door de eischers en appellanten, metterdaad op nieuw rekening en verantwoording vordert over de jaren, waarin die rekening en verantwoording namens haar en — men mag er bijvoegen — met hare eigene consensus reeds is opgenomen en afgesloten ;

ocr page 27

25

Overwegende dat de gedaagden dus rekening en verantwoording aan eischers hebben te doen van af het administratiejaar , dat loopende was , toen de gesustineerde rechtsonzekerheid bij de beheerders en bij de gemeente was opgeheven, dat is van af 1° January 1881 ;

Overwegende dat de hoofdvordering, behoudens dat gedeelte , bijgevolg als gegrond behoort te worden toegewezen ;

Gezien artt. 771 en volgende, 32 en volgende en 50 van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering ;

RecMsprekende in naam des Konings!

Vernietigt het vonnis , den 28 Februari] 1884 door de Rechtbank te Leeuwarden tusschen partijen gewezen , en , doende wat de eerste rechter had behooren te doen;

Verklaart de eischers, nu appellanten, ontvankelijk in hunne vordering ;

Verklaart hen voorts gerechtigd en de gedaagden; nu geïntimeerden , mitsdien ongerechtigd, om het beheer te voeren over de kerkegoederen en fondsen bij de Neder-duitsche Hervormde gemeente te Nijkerk in Oostdongera-deel, het toezicht te houden op het beheer van- en voor zooverre eenige vacature dit veroorzaakt, het beheer te voeren over de beneficiale goederen bij die gemeente ;

Verstaat dat de geïntimeex-den zich van dat beheer en toezicht hebben te onthouden en gehouden zijn om het aan de appellanten over te laten ;

Veroordeelt de geïntimeerden om aan de appellanten qualitate qua te doen rekening en verantwoording van het door hen gevoerd beheer over de kerkegoederen en fondsen bij voormelde gemeente, te beginnen met het jaar 1881 , en aan hen af- en over te geven alle goederen, gelden, titels en papieren, tot dat beheer en bewind behoorende, alsmede tot betaling van de som, die bij het sluiten van de rekening zal blijken verschuldigd te zijn, met de in-tressen dier som van af den dag dér dagvaarding;

ocr page 28

26

Verstaat, dat die rekening en verantwoording binnen acht weken nadat dit arrest in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, zal worden afgelegd voor het lid der rechtbank te Leeuwarden Mr. C. W. de Vriese , op een door dezen op aanvrage van de meestgereede partij te bepalen dag;

Verstaat eindelijk, dat indien de geïntimeerden in gebreke blijven aan deze veroordeeling tot het doen van rekening en verantwoording te voldoen, zij daartoe zullen worden genoodzaakt door inbeslagneming en verkoop hunner goederen, ieder tot een bedrag van vier duizend vijf honderd gulden , en dat zij daartoe en tot betaling van het vast te stellen slot van rekening en tot uitlevering der over te geven goederen, gelden, titels en papieren, zullen kunnen worden gedwongen bij lijfsdwang ;

Ontzegt aan eischers en appellanten hetgeen zij meer hebben gevorderd dan hun werd toegewezen ;

Veroordeelt de geïntimeerden in de kosten van beide instantiën.

Aldus gewezen door de Heeren Mrs. Bo el es, Vice-President van — Bergsma, van Heioma, Jongsma en van Nes v an Meerkerl:, Raden in den Hove, en uitgesproken door den Vice-President met opene deuren ter terechtzitting van Woensdag den vierden Februarij 1800 vijf en tachtig , in tegenwoordigheid van genoemde Raden en van den Procureur-Generaal Mr. P. Hofstede.

ocr page 29
ocr page 30
ocr page 31