ocr page 1

KL A AiS Ï1M,

uitgesproken in een open brief,

GERICHT AAN

Ds. C. BOUTHOORN,

1

Predikant der Hevvonnde Genieente te ()ud-Beierland.

wfigens ZijnEerw. liclitvaardige handelingen

JN 11KT

doff f. i I

P r ij s 25 Gent.

„„„ - -------—

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

■. A U 53

HABAKUK 2 : 2.

„Toen antwoordde mij de Heere, en zeide: Schrijft. het gezigt, en stel het duklelvjk op tafelen, opdat daarin leze die voorbij loopt.quot;

Eerw. De oorzaak, die mij dringt om dezen brief open tot U te zenden: is van wege de houding door ü aangenomen tegenover mijne twee voorgaande brieven.

Van den l5ten ging er eerst een gerucht: Dat ik een vuile brief U geschreven had; doch daarna: dat het een „minder aangenamequot; brief was.

Van den tweeden was het: „Ik houd niet van zulke brieven.quot; En met welke Gij gehandeld hebt even gelijk Jojakim, Jerm. 36 : 22, 23. Welke brieven ik zoo vrij ben , om ze nog eens achter deze te doen volgen. Want het woord is:

„Nu dan, ga heen, schrijf voor hen op eene tafel, en teeksn het in een hoek, opdat het blijve tot in den laatsten dag, voor altoos, tot in eeuwigheid. Want het is een wederspannig volk, het zijn leugenachtige kinderen ; kinderen die des Heeren Wet niet hoor en willen.quot; Jez. 30 : 8, 9.

ocr page 6

Oud-Beierland, 15 December '87.

Aangaande de Profeten:

„Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijne beenderen bewegen zich!quot; Jerm. 23 : 9.

Was weleer de uitroep van den man Gods die zich in hoofdst. 20 bemoeid had om te verdragen-, maar niet konde van wege het gezicht zijner oogen en het gehoor zijner ooren. Zie het vervolg van Jer. 23. En wiens uitroep en betuiging zou het niet zijn, bij hetgeen heden zijne ooren hooren, en zijne oogen aanschouwen van de lichtvaardigheid veler Priesters en Ouderlingen. Vooral, wanneer ons een Patroon, en eene Wet te aanschouwen gegeven wordt van het Huis des Heeren.

„Menschehkind! zeide de Heere: Wijs den huize Israels dit huis, opdat zij SCHAAMROOD worden van wege hunne ongerechtigheden, en laat ze het Patroon afmeten. En als zij schaamrood worden van wege alles wat zij gedaan hebben, zoo maak hun bekend den vorm van het huis, en zijne gestaltenis, en zijne uitgangen, en zijne ingangen, en al zijne vormen, en al zijne ordinantiën, ja al zijne vormen en al zijne ; en schrijft het voor hunne oogen, opdat zij zijnen vorm en al zijne ordinantiën bewaren en doen. (*)

Waarlijk, ik lieg niet: en hoewel ik met den Profeet tracht te verdragen en mij bemoei om te zwijgen, terwijl mij ook des Heeren Woord den ganschen dag tot smaat en tot schimp is: Zoo kan ik niet.

Want: Er wordt niet slechts ongerijmdheid gezien in de Proleten van Samaria (de moderne) die door Baal profeteeren: „Maar ook in de Profeten van Jeruzalem

[*] Ezech. 43 en 44,

ocr page 7

zie ik afschuwelijkheid, zeide de Heere; want zij sterken de handen der hoosdoeners.quot; Jerm. 23 : 13, 14.

„Jeruzalenis profeten zijn lichtvaardig, gansch trouwe-looze mannen, zeide de Heere; hare priesters verontreinigen het heilige, zij doen der Wet geweld aan.quot; Ze-fanja 3:4. En zou ook dit des Heeren betuiging niet heden mogen zijn? — Of zijn het slechts Modernen, die ongerijmdheid doen? Neen, ook Jernzalems profeten en priesters doen afschuwelijkheid. Niet slechts de eerste, maar ook de tweede en de derde verontreinigen het heilige en zij doen te zamen der Wet geteeld aan. —

O, men noemt zich Orthodox, dat is: rechtzinnig, strenggeloovig, oudgeloovig. En men verlaat de goede wegen en de oude paden, die onze Vaderen naar het woord huns Gods bewandeld hebben.

Men roept voor Orthodoxie, dat is: rechtzinnigheid, vasthouden aan de Kerkleer, dewelke begrepen is in onze drie formulieren van eenheid : En o, men wijkt er zoo ver van af! En hierom werd ook mijn hart in mij gebroken, en ook al mijne beenderen bewogen zich, wanneer mijne oogen zagen (1)• dat onze Predikant het voornemen had om reeds Zondag 18 Dec. een menigte lidmaten te bevestigen: en wanneer ook mijne ooren hoorden, dat het getal der competenten omtrent 130 zou bedragen. En dat hiervan (van zulk eene menigte) de oorzaak moet gevonden worden bij den Leeraar. Ja bij de lichtvaardigheid en ongerijmdheid van den Leeraar; en in den doodslaat oï slapirigheid van Ouderlingen.

Of is het geene lichtvaardigheid, ongerijmdheid, ja afschuwelijkheid, dat een Leeraar die slechts 21//2 maand in de gemeente is, en ook nog weinig heeft gecatechi-

1

Op het predikb. briefje.

ocr page 8

-i

seert, daar zoo op aandringt? En dat in eene gemeente waar de sleutel der kennis schier weg is. — In eene gemeente, waar in do laatste -i jaren zoo bedroefd weinig catechisatie gehouden is, door vacaturen en door uithuizigheid van den vorigen Leeraar. — In eene gemeente, waar er o zoo velen! nog willens onwetende zijn!

Ja wat zeg ik: waar de aannemelingen (enkelen niet te na gesproken) menschen zijn, die nog nimmer met begeerte der ziel Gods Woord ter hand genomen hebben; of voorname uitleggers der li. Schrift als handwijzers hebben begeerd. Ja, waarvan nog velen de spraak, en het Lieverij vertoonen van hen, die zeggen: „Wijkt van mij! aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust!quot;

Nog eens: Is het niet lichtvaardig enz. om deze menschjes zoo ras, en met een luttel kindervragentje, door het opzeggen van het „Onze Vaderquot;, van de 12 Art. des geloofs of van de Wet des Heeren, aan te nomen en te bevestigen als lidmaten? (1) En hoewel zij het lichaam des Heeren niet kunnen onderscheiden, nochthans voor hen den weg te openen tot het gebruik van de li. Sacramenten, tegen het bevel des Heeren. Matth. 7 : 6.

Eerw. Ik mag immers toch de gedachten wel verre van mij doen, namelijk; dat 11 Erastiaansche gevoelens zoudt aankleven? (t) — 'tls waar, Uw ouderling Vl.,

1

Er ziju onder de aannemelingen sommige, die bijua nimmer een cateehi-satie bezocht hebben, dan nu slechts 4 weken.

(t) Toraas Erastus, als eene ster uit den Hemel gevallen zijnde, cu Turks quot;omorden, beweerde «dat de Kerkelijke tucht een mensebelijke vond, dwingelandij en anti christens was; dat Judas mede ten Avondmaal gegaan liadde en dat daarom niemand zch's geca openbare groote zondaars daarvan mochten geweerd worden: Dat het Avondmaal voor een middel der lekccrlny te houden was, en daarom toelaten moesten zoovclen en zoodanigen als begeerden toegelaten t«

ocr page 9

O

toen hij mij opwekte, tijdens het beroep, om U ook eens te schrijven: mij verzekerende dat ü van God bekeerd was, zeide mij: „En het II. Avondmaal is hiertoe het ,middelquot; geweest.quot; Maar ik heb zulks aangemerkt als een verk'ienh wijziging, die Vl. aan Uw spreken gaf.

Om verder te gaan.

Eerw. Werden en worden de aannemelingen ,.Com-petentenquot; genoemd, dat is: BEVOEGD, GERECHTIGD, GELDIG. Ai lieve! waarin bestaat toch deze bevoegd-he id, gerechtigheid of geldigheid?

Och, dat ik ü bidden mag: bezie en overweeg toch eens met alle aandacht het patroon en den vorm en de gestaltenis en de uitgangen en de ingangen en alle vormen en ordinantiën en de wetten van Gods huis, waarvan de Heere zelf eene beschrijving geeft. En waarvan onze Gereformeerde Vaderen ook zoo duidelijk hebben geschreven. O, deze gaven acht op het Woord en den strengen eisch van de Wet huns Gods. Ezech. 43 : 12. „Dit is de Wet des Huizes, op de hoogte des bergs zal zijn gansche grens rondom henen, eene HEILIGHEID DER HEILIGHEDEN zijn: Ziet dit is de ivt van het huis.quot;

O! het wordt tweemaal gezegd, dat heiligheid de icet is, en onze Vaderen hebben heiliglijk gebeefd bij dezen eisch, en hierom ook al het mogelijke aangewend om te voorkomen, dat het heilige geminacht, veracht of vertreden werd.

Eerw. Zeide de Heere, Hagg. 2:12: „Vraag nu den Priester de wet, zeggende: Ziet, enz. (lees s. v. pl. vers

worden, nadat ze te voren maar vermaand wierden, dat zij hun niet lielit met de misdaad van onwaardige gemeenschap besmetten zouden.quot; (Zie VeuscuuüR hl. 45G, Zamenspraken.)

ocr page 10

6

13 —15). (*)En och, ik schaam mij bijna, om zelf eenen Priester het volgende te moeten voorleggen;

Ten eerste. «. „En zij (de Priesters) zullen mijn volk onderscheid leeren tusschen het heilige en onheiligquot;, en hen hekend maken het onderscheid tusschen het onreine en reine.quot; Ezech. 44 : 23.

h. „Om U (den leerling) hekend te maken de zekerheid van de redenen der Waarheid; opdat gij redenen der Waarheid antwoorden mocht dengenedie U zendt.quot; (f)

c. „Eene ziel zonder icetenschap is niet goed.quot; Lees Jez. 27 : 11.

d. „Mijn volk gaat verloren omdat het zonder kennis is. Dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik ook u verworpen.quot; Hoz. 4 : 6. liLs £

e. „En dewijl gijlieden (de priesters) vreemden hebt ingebracht, onbesnedenen van hart en onbesnedenen van vleesch, om in mijn heiligdom te zijn, om dat te ontheiligen, te weten mijn huis; als gij mijn brood, het vette en het bloed offerdet en zij mijn verhond verbraken.quot; Ezech. 44 : 7. Overweeg deze plaatsen.

Op dit alles en meer andere uitdrukkingen der H. Schrift, onze Geref. Vaderen gelet hebbende, zoo wil ik nog

ten tweede. UEw. wijzen op datgene 't welk deze in hunne Art. hebben vastgesteld. Namelijk in die van Dordrecht Ao. 1618 en 1619 enz.

Evenwel, eer ik er toe overga, om ü te bepalen bij hetgeen van een Leeraar in deze vereischt wordt, zoo wijs ik U eens heen naar de Acta of handelingen (veronderstellende dat gij ze wel hebben zult) der Nationale Synodi, Sessi 14 den 17 Nov. 1618, om aldaar te zien welke eischen Ouders en Schoolmeesters gesteld werden.

C*J En vergelijk hiermede Vr. 82 van de Held. Catechismus, [f] Spr. 22 ; 21.

ocr page 11

En bij nalatigheid gestraft (gesensureerd) werden, om hieruit UE\r. aireede te doen verstaan, welke kmnis zij reeds in de kinchren en jongelingen eischten.

Gij ziet daar, dat ze drie formulieren des Catechismi stelden, tot drieërlei gebruik. Het eerste voor kinderen, inhoudende: de Wet des Heeren, de Art. des Christ. Ge-loofs, 't Gebed des Heeren en de instelling der Sacramenten en der Kerkelijke dissipline, met eenige korte gebedekens en slechte (geringe) vragen, gepast op de drie deelen van den Catechismus. Het tweede voor jongelingen, die in het voorgaande waren toegenomen, was: een kort begrip des Catechismi van den Palts. Het derde voor diegenen, die in jaren en kennis verder gekomen waren, was: het onderwijs in den Catechismus van den Palts of die van Geneven. (1)

De vereischte dan van een Leeraar, was:

a. Te gaan tot allen die leerzaam zijn; en met eenen Ouderling, of in de huizen, of in de plaats van de Consistorie, eenig getal derzelven, zoo uit de lidmaten der kerke als andere volwassenen, alle weken bijeen te roepen, met hen gemeenschappelijk uit de Hoofdstukken der Christelijke Religie te handelen, de Chatechismus-Predikatiën met hen te herhalen, en alle vlijt aanwenden dat een ieder tot een klare en bondige wetenschap kome. — Die nu (uit deze reeds onderwe-zenen) zich willen begeven tot de gemeente, zullen drie of vier weken vóór de bediening des Avondmaals, op

1

Indien men in de kinderen en jongelingen drze heniris reeds moest aan-kweeken; Is liet dan niet te verfoeien dat deze nu onderwezen worden uit vragenboekjps, die niet verder spreken dan van bijbelselie geschiedenis, en. ., dan van eenen exemplaren Jezus, gelijk Arius, Sosinus en Modern. l)e boekjes zijn II. Wester en A. v. d. Berg. «Wij moeten ook zoo dien als Jezus 1quot; Dat is de grondtoon. En niet: dat Jezus hloed reinigt van alle zonden. Ook geen Jezus als God geopenbaard in het vleesch, maar een »aanmerkelijkquot; persoon. Recht Sociniaans.

ocr page 12

8

c.

zekere plaats meermalen en naarstiglijk onderricht worden, opdat zij des te bekwamer en vaardiger worden om rekenscluip van hun geloof te geven.quot; (*) h. Maar deze voorzichtigheid zullen de Predikanten gebruiken, dat zij zóódanigen tot zich roepen, die welken zij zien, dat eenige werkelijke hoop van vrucht van zich geven, en die zij weten dat met de zaligheid hvnnrr zielen bckommrrd zijn. (f)

c. Aroetius antwoordt op de vraag: „wat middelen van onderzoek zal de kerk best gebruiken, opdat waardigquot; tot gemeenschap der Kerke behoorlijk bereidt en aangenomen wordenquot;: ,.In groote steden, zegt hij, daar elk inwoonder den Leeraren en Ouderlingen zoo familiaar niet bekend, of genoegzaam doorzien kunnen zijn, is meer en zwaarder onderzoek van noode, dan in dorpen of stedekens, waarin 't getal der toehoorders en communicanten zeer klein is; deze moet men deze raad geven, dat ze na 't exempel van de oude kerken een order van competenten maken, waar zij niemand in laten, zonder dat hij een getuigenis van Christelijke en onsrg rlijki' wandel brengt van de Predikant of Ouderling, welks opzicht dat district of deel dier stad aanbevolen is; laat er daarenboven tusschen elks eerste verzoek, en optekening van zijn naam in het kerkelijk register en zijn dadelijke belijdenis des geloofs, en aanneeming onder de leden der Kerke, eene tusschen-stand van tijd (langer of korter, nadat voorvalt en noodig is) gesteld worden, in welke zij door weekelijks ondn-zoek en herhaal van de Iloofdstukk-n der Religie na orde van de Catechismus, geoefend moge worden,

[*] lielct!schap des geloofs; nu niet meer w't Onze Vaderquot; of de Art. des geloofs, de ^ et des Heereii of eenige kindenragentjjes opzeggen, neen,

[f] O let hier toch vooral op.

ocr page 13

9

opdat zoo Pred. en Ouderlingen bewust moge zijn van haar vordering in noodige kennis, en meteene de Op-zienders van dat quartier, waarin zij woonen, onderzoeken, en zich informeeren mogen van derzelver leven en zaden: wanneer dan iemand de weekelijks wederkeerende onderwijzingen der competenten lang genoeg bijgewoond heeft, en matelijke indien niet voortreffelijke preuven van zijn vordering, door het antwoorden op voorgestelde vragen gegeven te hebben zal geoordeeld worden; dat die gaan tot de Predikant of Ouderling van zijn wijk, en een getuigenis van hem eische (verzoeke) opdat hij moge toegelaten worden tot het doen van een solemneele (plegtstatige) belijdenis des geloofs, en na en door dezelve tot de genieting des Avondmaals.quot; (1)

d. Uit de concepten van de Classis van Walgeren, 14 Sept. 1672. Artikelen rakende de Kerkeraad: „Men zal trachten zoo licht niemand tot des Heeren tafel (Avondmaal) toe te laten, voordat men moralen kennis heeft bekomen van zijn godzaligen en stichtelijken wandel en FONÜAMENTEELE kennis van de waarheid, volgens Matth. 7 : 6.quot;

e. Uit de concepten van de Classis van Zuidbeverland 1672: „Dat naauw gelet worde op de aan te nemen lidmaten, dat ze in hennis behoorlijk gefundeert, en in zeden stichtelijk zijn.quot;

f. En, om nu een geheele rij van getuigen voorbij te gaan, zoo eindig ik met de getuigenis van 7 godzalige Leeraars in 1675, uit verscheidene steden van Nederland te zamen gekomen.

Ten lste: dat ieder Predikant in zijn quartier een wekelijksche catechisatie hebbe voor diegene, die zich

1

Polit. Ecclef. part. 1, lib. 2, pag. 755-7^4.

ocr page 14

10

bereiden laten om ledematen te worden. Ten 2^ : geen ledematen aan te neemen, dan die een gquot;.gronde kennis hebben van de principale (voornaamste) stukken der Christelijk'} Religie, en bijzonder ook van de practyjk des geloofs, des gebeds, der zelf-verloochening, der hekeer ing, des H. Avondmaals; en die stichtelijk ran wandel zijn.quot; Dus ook geen Sabatschendende wan-laars. (1)

g. En om nu nog geen oneer te doen aan die lichtende ster Wilh. amp; Brakel, zoo zal ik hem nog eens sprekende invoeren:

„Men moet wel toezien, wie men tot de tafel des Heeren toelaat; want daaraan hangt de welstand of het verderf der Kerk. Onnozele Predikanten, Ellendige, Ledematen, die op het opzeggen van de Art. des ge-loofs, en het gebed des Heeren toegelaten worden.quot;

En verder sprekende over den ban, roept hij uit: „Wat raad? Wat raad? Daar doet geen apperentie op tot verbetering: want het model is weg, men weet niet meer hoe 'twezen moet en wat ergernissen zijn: hoe de Kerke moet zijn als ze wel gesteld is: men noemt bloeiende gemeente als er vele tot het gehoor komen, als er vele lidmaten worden aangenomen, al zijn ze zoo onwetend als de heidenen en geheel aardsgezind, als er een goede uitwendige vrede is, al is het, dat men allen in den slaap der zorgeloosheid verzonken ligt.quot; (f) Doet de moeite en doet nazoek hiernaar. O, er is nog zoo veel tot onderrichting hierbij.

Ziet daar Eerw., eenige getuigenissen, niet slechts van 2 of 3, maar van een heele reeks getuigen, UEw. ter overweging aangeboden.

1

Zie J. Koelman, 't Ambt en pligteu tan Oud. en Diac., pap:. 439.

(t) Rede Godsdienst ran Brakel, I Df, Cap. 28 ^ 10 en Cup. 29 i 31.

ocr page 15

11

O, voorwaar, hun ging de verbreking Jozefs zéér ter harte. En hebben zij zich vanwege hunnen ijver verteerd gelijk eene brandende kaars: Derzei ver schijnsel bestraalt ons heden nog in deze duistere dagen en komt. ons zeer te stade.

O, zij ware wars van: met loze kalk te pleisteren en de ziele naar de bloemhoven te jagen.

„Donkere wolken!quot; roept IJEw. van den kansel, „hangen over de gemeente Oud-Beierland.quot; En wie zou dit, zonder dat hij met stroo (droomen) (1) te doen had, niet betuigen, zoo hij de telkenen der tijden nagaat en vergelijkt met Gods Woord. AVat ging den zondvloed vooraf? En wat de omkeering van Sodom en Gomorra ? (t) Wat ging de verlating van den tabernakel te Silo vooraf? Zie Ps. 78 : 56-63.

En wat dreigde en ging den ondergang van Jeruzalem en haren tempel vooraf? Zie Jerm. 6—7 vers 14 en Klaagl. Jerm. 1 : 8, 9. Lees ook Mich. 8.

Wat is de verwoesting van de tweede stad en tempel voorafgegaan ? Zie Luk. 19 : 46, de toestand des tempels. Matth. 28 ; 87, de verwerping van den Messias en vers 88, het Oordeel.

En wat gaat er bij ons en door geheel Nederland in zwang, waarover wij Gods oordeelen kunnen inwachten? Zie Hoseja 4 : 1, 2 en verder Zefanja 1 : 8 en verder. Ja ook door het gansche land zien wij vervuld Ezech. 22 : 25 — 28 en ziet het oordeel vers 81.

En zal ook ons hart bestaan ? Zullen onze handen sterk zijn? Wanneer de Heere dit AL bezoeken zal! Zie vers 14.

1

Jerm. 23 : 25.

(t) Gen. 0 ; 11 en 18 ; 23. Lee* en overweeg,

ocr page 16

De Ileere geve U en mij en velen met ons, in die ure: Een ARK of SOAR tot Inhoudviis! En dat ook wij uit en dooi' 'sHeeren vsroot moedig en: groot mogen worden. 2 Sam. 22 : 36.

DU zij ch hartewensch van hem, wiens hoop het is: met U e'énen Vader en één en denzelfd'n oudstquot;n Broeder te hebban enz.

W. VAN KUIJK.

P.S. „Donkere WOLKEN, o^'er cnze gemeente,quot; zegt IJ, en waarvoor gij met recht waarschuwt. Maar Eerw.! is er niet meer, waarvoor Gij heden te waarschuwen hebt? Is er niet noodig als uit de }r',el te roepen en niet in te houden, ja, als met een BAZUIN te blazen, en te waarschuwen voor die menigte van SPRINKHANEN (Openb. 9) dewelke uit den rook van den put des afgronds voortkomen en ons land en kerken vervullen, en vele menschen beschadigen. (1)

O, straks zult gij mogelijk den tekst behandelen: MEn er waren herders . . . zich houdende in het veld en hielden de nachticacht over hunne kudde.quot; O, in het veld te zijn en te strijden voor het GELOOF den heiligen eenmaal overgeleverd zijnde, dat betaamt een Herder. En als het nacht is en donker: o ja, dan, dan moet hij dubbel waakzaam zijn, want dan komt het roofgedierte uit zijne holen en loert en duikt en schuift om een weerloos schaap te bemachtigen.

O Leeraar! zie dan ook heden vooral toe, terwijl vanwege den rook des puts de lucht en de zon zoo verduisterd zijn geworden. (*) En ook doornen en dis telen

1

Eu hierom is dan ook zoo zeer noodig om Ez. 4'1lt; : 23 iu practijk te brengen. Lees s.v.p.

(f) Het licht en de zmverheid van de lorre Christi, volgens J. Durham

ocr page 17

13

reeds overlang in onze voorheen zoo heerlijke Paleizen zijn opgegaan, en duivelen er huppelen en hunne metgezellen toeroepen. Jez. 3-t : 13, 14.

O, waakt, Wachter ! en waarschuwt! en heeft voor het woord, dat de Heere met Eedzwering over de Herders uitspreekt, dewelke de schap m aan het wild gedierte ten roof qxï tot spijze geven. Ezech. 34- : 8.

Zou het ook heden, hem, die zegt Gereformeerd Leeraar te zijn, geene roeping zijn, om het volk bekend te maken: dat ... O wat? O Ja, dat de Anti-Christ op den voornaams ten zetel is gezeten in de Herv. Kerk, in onze Synode: en ook hier als God zit, en zich teg ens telt en verheft boven al wat God genaamd en als God geëerd wordt: En dat ook deze, als Gods wederpartijder Ps. 74, in het midden van Gods vergaderplaatsen heeft gebruld, en nog brult: En na al onze gewenschte dingen en graveerselen te hebben vernield: zijne teekenen tot teeUenen heeft gesteld.

Zoo Gij Eerw., mij eenige dagen geleden, aanschouwd hadt, zijnde in overdenking aangaande deze dingen. Uwe vraag zou zeker geweest zijn: „Waarom weent gij?quot; en mijn antwoord of liever uitroep, zou zijn geweest:

I' K A B O D!

W. v. K.

ocr page 18

Oud-Beierland, 18 Juli '87.

WelEw. Leer aar! (1)

Daar ook heden, veler Evangelie is naar den mensch, en niet naar of tot Gods E;r; verheffende den vrijen wil des menschen, hetzij meer bedekt, of ook wel openbaar; hetzij ten deele of ook wel geheel. En Gods vrije genade verkleinende of ook geheel vet loochenende:

Zoo is men al eens schoorvoetend om de pen op te vatten en een schrijven te richten tot een beroepen Leeraar aan dewelke men geeue kennis heeft.

W. L., Gij zult het mij toch niet tegenspreken, dat er ook heden nog velen zijn, die zeggen, dat ze Apostelen zijn en zijn het niet, maar worden leugenaars bevonden.

Die wel het gelaat en gewaad vertoonen van een waar Herder en Leeraar, maar die slechts den haren mantel hebben omgedaan om te liegen. Of, om onder dien mantel.-handel te doen met lichamen en zielen der menschen. Openb. 18 : 23. „Zij leer en om loon en waarzeggen om geld,quot; zegt Micha. (t) „'tWare beter, zegt Vader Brakel, dat ze schoenlapper geworden waren dan een Leeraar om tijdelijk gewin!' Deze zijn dan ook geen geroepenen van of door Jezus Chr., gelijk de Ap. Gal. 1 : 1, maar slechts van menschen.

En terwijl nu, een mensch hen daartoe verworven heeft (2) (tot het Leeraarsambt); zoo kan het niet anders of zij zoeken den mensch te behagen. En, zijnde geene dienstknechten van Jezus Christus, zoo weiden zij slechts

1

Gezonden ami Ds. C. BOUÏHOOIIX, op het beroep tot ZEw. uitgebrncht naar Oud-Beierland.

2

ft; Micha 3 ; 11. (**j Zaeh. 13 : ö.

ocr page 19

15

zich zeiven en niet de kudden. Gelijk zijnde den dwazen herder. Zach. 11 : 16 of die van Rom. 16 : 18.

Dezen (de zooevon genoemden) zullen nimmer zeggen 1 — „Oordeelt Gij wat recht is^God.quot; Of ook niet: „Men ^ ^ moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan de menschen.quot; Zij zullen zich ook nooit verblijden, dat ze waardig geacht zijn geworden, om Jezus Naams wil smaadheid te lijden, want als verdrukking en vervolging komt om des Woords wil, zoo vallen zij AF. Och, zij hebben ook geene geeseling te vreezen van een Saniëus Sanhedrin. (*)

Maar Eerw. Daar mij eene betere getuigenis g. p. s.

week door eenige mijner vrienden van ü gegeven werd,

waaruit en doordat men hoop hebben mag, dat Gij een Evangelie verkondigt niet naar den mensch, een Evangelie dat Gij door genade mede deelachtig zijt, en waardoor Gij nu ook zeggen moogt: „Hetgeen wij (ook ik) gehoord hebben, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben van het Woord dis L wens, dat verkondigen wij (ook ik) U.quot; — En daar UEw. daardoor (zoo Gij roeping en zending hebben moogt, want niemand neemt voor hemzelven die Eer aan, Hebr. 5 ; 4) eene goede boodschap van het goede brengen kan, en ons den VREDE kan doen hooren, die aangebracht is door de BORGGERECHT1GHEID van Jezus Christus; en die tot Sion zeggen kan en mag: „Uw God is Koning!quot; —

en die tevens Jeruzalem zelve bemint, het goede voor haar zoekt en om haren VREDE bidt. (f)

Zoo is schrijver dezes daardoor gaande en opgeioekt geworden, om deze zijnen wensch, waarmede velen overeenstemmen, UEw. te kennen te geven, namelijk:

1

Sanicus, vol bloedige Etter. Dus eene vervuilde Synode. ^ ^7' ,

(\J Op het getuigenis vau Ouderling Vl. aangaande. ^ ^ ^

' c ^T.Za.

ocr page 20

16

Dat het den Alrnar.Jdige en alleen wijzen God behagen mocht, zulk een Leeraar en Herder ons te schenken, die bekwaam is om ook onze gemeente, die zoo deerlijk vervallen is, te weiden met wetenschap en verstand.quot; Jerm. 3 : 15.

En, heeft de Heere Uw God (dewelke ik hoop ook mijn God te zijn) in U die gaven gelegd, Hij geve U eene keus te doen. Hem tot Equot;,r en Jezus Kerk (en kan het met Zijn Kaad bestaan) ook onze gemeente tot HEIL. En U en de Uwen nimmer tot rouw. —

Eerw.! zeide ik hierboven: „Die tot Sion zeggen kan en mag: „Uw God is Koning!quot; — En die tevens Jeruzalem zelve bemint, het goede voor haar zoekt, en om haren Vrede bidt.quot;

Ja: „Uw God is Koning!quot; Dit was de blijde Boodschap, dewelke eertijds en ook nog: de ware Profeten en Leeraren brachten en te brengen hadden aan Sion.

„Uw God is Koning!quot; niet slechts dat Hij zich als de zoodanige in zijne Macht en Heerschappij enterhunner verlossing zoude openbaren, maar ook, dat zij Hem als hun Heer en Koning: hadden te eerbiedigen, en Zijne Wetten te gehoorzamen. Ps. 81 : 9 enz.

O, zij (de ware Prof. en Leeraren) gaven en geven duidelijk te kennen: dat deze Koning geene mxleding rs kan verdragen, dat Hij niet wil, dat men Zijne eer aan anderen geeft. Volgens Exodus 34 : 14.

O, hij wilde toch van Israël niet half gediend zijn, neen. Maar niets of alles hebben, hetwelk blijkt uit de woorden van den Profeet Elia: „Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zoo de Heere God is, volgt Hem na, en zoo het Bacil is, volgt hem na!quot; —

En wanneer de Heere Zijne bedrukten bezocht had

ocr page 21

17

Jez. 51 : 21, 22, 23. En den beker der zwijmeling, van hunne hand genomen had ; zoo hadden zij ook Hem die hen als Koning en Heiland verlost en het goede aangebracht had te gehoorzamen; te dienen in gereclitigliekl en heiligheid, zie Jez. 52 : 2, 11 en de kantteekening. 't Was tot haar: „Schud u uit het stof, maak u op, zit neder o Jeruzalem! maak u los van de banden van uwen hals, gij gevangene dochter van Sion!quot; „Vertrekt, vertrekt, gaat uit van haar, raakt het onreine niet aan; gaat uit het midden van haar, reinigt u, gij die de vaten des Heeren draagt!quot;

„Uw God is Koning!quot; och dat het ook, en vooral heden, voor mij, en al Gods volk, en bovenal voor een Dienaar des Woords (en dus ook voor U) een woord zijn mag van „vermaanquot;, om Jezus Christus alleen als Hoofd en Heer Zijner Kerk te erkennen, en Zijne ordonnantiën boven alle menschelijke reglementen te eerbiedigen. Ja ook, om alle onheilige handen, die strekken om Jezus Koningschap te vernietigen of slechts te verdonkeren, af te werpen.

En heeft Sion nu reeds zeventig jaren gezucht onder zulke banden, handen die daar, door listige, geweldige en bedricgelijke handen zijn omgedaan; en dat wel van wege de achteloosheid van Leeraren en Ouderlingen der Gemeente. En hebben tot op heden, vele Leeraars en Opzieners dit geacht als eene krankheid, die men wel dragen kan, Jerm. 10 : 19, en wel omdat zij (vooral vele Leeraars) deze onheilige handen meer als GOUD dan als LOOD hebben geacht. Maar waarom dat het dan ook heden met onze Herv. Kerk staat, even gelijk Jerm. 10 : 20, 21.

Nochtans zijn ook deze onheilige banden, zoo vroeger als later, als ook heden, voor sommigen zéér knellende

ocr page 22

IS

handen geworden, wanneer God de H. Geest hen kwam overtuigen van hunne ontrouw tegenover hunnen Heer en Koning, en tegenover zoovele schapen hun toever-trouwd. (1)

En, doen heden nog vele Leeraren (handelende tegen hunne overtuiging) den H. Geest smart aan, er zijn er ook nochtans, die Zijne stem in hun geweten niet gesmoord hebben. Maar hebben bij deze stem hun stil gebed uitgestort, en hunne zonden beleden en beweend. En hebben geworsteld, totdat er een straal van licht is doorgebroken. O, dat het komen mocht tot den vollen dag toe.

En Eerw., is er nu van den Heere een deur der hope geopend in het dal Achors, (dat is: in het dal der beroerte) waardoor vele oprechten uittrekken; och, wil dan toch niet gelijk velen, deze deur zoeken te versperren. Maar wil hen, met ootmoedig opzien tot Uwen God, volgen, (t)

O dan, dan zullen Jeruzalems dochteren, ook ü, die het goede voor haar wenscht te zoeken, liefhebben en beminnen.

En de Heere God zal de bede verhoeren, die Gij bidden zult om den vrede voor Jeruzalem. En, Zijne beloften zal Hij over U en uw huis waarmaken.

„WEL moeten zij varen, die U (JERUZALEM) beminnen.quot;

Nog eens: „Uw God, o Sion! is Koning!quot; O, dat dit een woord van verschrikking mocht zijn voor allen die

1

Ik deuk aan De Cock, Brummelkamp, Ledeboer en anderen van vroeger jaren en ook aan vele Leeraren van heden.

ft) Volgen, met achterlating van die dwalingen, die aangewezen zijn in den voorga anden brief.

ocr page 23

19

haar gram zijn; of hunne hand leenen tot hare verdrukking. 0, hoe vreeslijk zal het zijn, wanneer de Heere Zijne en hunne vijanden zal beginnen te plagen. Let op Farao en Sanherib.

O, laat er toch geen zweem van welgevallen bij n zij n over het geroep: „Ontbloot ze, ontbloot ze tot haar fondamenten toe!quot; O ziet toch het oordeel over Babel en hare kinderen, Ps. 137 : 8, 9 uitgesproken. Dat vers 5 en 6 geduriglijk de stem uwer ziel moge bevonden worden, dat geve de Heere!

Wenscht uw Vriend en in hope,

Uw Broeder in Christus,

(•) W. VAN KUIJK.

P.S. (f) Eerw. Mocht er veel haperen bij velen, die ook de gehoorzaamheid hebben opgezegd aan eene bij God gevloekte Synode, weet, dat er nochtans oprechten onder dezen gevonden worden.

Maar weet ook, dat onder alle Leeraren en Ouderlingen, die zulk eene Synode Eerbiedigen: Niet één oprecht kan genoemd worden.

Want ziet, tegen het Woord van God en onze belijdenisschriften, wordt Gij verplicht om een Godloochenaar, niet slechts in den ring, maar op Uïoen kansel toe te laten. En nog gruwelijker: Gij moet, ja moet, (1) wanneer deze uit den ring weder zal vertrekken, hem (deze Godloochenaar, en ook andere ketters, wanneer zij maar deugdzame heidenen zijn) een Attest (getuigenis)

1

AU Consulent.

ocr page 24

20

geven: dat er op Lnrr m leven niets valt aan te merken..

Zoo óók met moderne lidmaten. O wee! zoo gij het hevel van Koning Jezus gehoorzaamt! Wee, zoo Gij aan den, aan God gezworen Eed getrouw zijt, om, als Herder (verstaat goed) Uwe schapen te beveiligen voor de wolven; hetwelk Gij toch beloofd hebt.

(Zie het Formulier tot bevestiging van Predikanten).

Och, dat ook Onderl. en Diakenen, eens wilden bestu-deeren Koelman's boekje ,.'t Ampt en de pligten van Oud. en Diakenen.quot; O, welk een schaamte zouden zij vinden en leering kunnen erlangen. Ik heb het eertijds aangeboden aan Diaken K. B., om hetzelve met den Kerkeraad eens te doorzoeken. Ja aanbod doende, om, zoo het in zijn geheel werd gelezen, voor ieder Kerke-raadslid, een Ys gulden te zullen uitkeeren ten behoeve der armen.

Maar .... het antwoord was: „Och, wij zijn zoo ZOET INGESLAPEN! laat ons RUSTEN!quot; Amos 6:1.

En och, mij ontbrak destijds de moed, om met den Opperschipper, Jona 1 : 6 mijne stem te verheffen, en uit de keel te roepen: „Wat is U, gij HARD SLAPENDE ? sta op, roep tot Uwen God! want het schip (de Kerk) is in nood! wij VERGAAN!!!quot;

Och, dat wij, daar ook het wier, Jona 2 : 5, om onze slapen gebonden is: eens tot onzen God kregen te roepen. Maar helaas! Vers 8 huisvest nog bij ons.

Ontwaak, noordenwind! en kom, gij zuidenwind! doorwaai onzen HOF, dat hare specerijen uitvloeien!

ocr page 25

Oud-Beierland, 24 October '87.

WelEw. Leeraar! (1)

„Zoo zeide de Heere: staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij en wandelt daarin, zoo zult gij rust vinden voor uwe zielen, Jerm. 6 : 16.quot; Elders zegt de H. Geest: „Zet de oude palen niet terug die uwe vaders gesteld hebben, Spr. 22 : 28.quot; —

En zoo wij hierbij, heilbegeering mogen uitzien, en begeeren te wandelen in de v yn des Heeren, zoo zal ook voorzeker de H. Geest ons voorlielden en toeroepen: „Dit is de weg, wandelt in denzelde.quot;

WEw. het zal niet noodig zijn, U op te sommen: al de oude paden en de goede wegen die onze Ger. vaderen hebben bewandeld, naar het woord en den Eisch huns Gods.

En ook zal het evenmin noodig zijn alle richtingen te noemen, van de pal'-n die zij naar de Wet des Huizes gezet hebben, Ezech. 43 : 11, 12.

Maar, daar tijd en omstandigheden mij bepalen bij het een en ander: duid het mij dan niet ten kwade, dat ik als lidmaat (door Gods genade, van Jezus Kerk) en van wege de kennis mij in deze verleend: om uwe aandacht opmerkzaam te maken op eenige Oude paden en goede icegen door onze Ger. vaderen bewandeld; en op hunne peilen die zij gesteld, en zulk eene zéér goede richting hebben gegeven; om te voor-

1

Deze brief is aan ZEw. gericht toen men remain, dat ZEw. geen huisbezoek zon doen vóór de Bediening tan liet JI. Arondinaal; en is ten vure gedoemd.

ocr page 26

22

komen: dat de heilige dingen niet door onheilige worden verslonden, Matth. 7:6. Is het niet Ew., dat, om dit laatste zooveel mogelijk te voorkomen, zij gesteld hebben ; dat Leeraren en Ouderlingen, vóór den tijd van het uitreiken van het H. Avondmaal: huis- of liever harte-visitatiön zouden doen? En dit was ook immers eene goede paal, gezet en gericht maar het richtsnoer des H. Geestes, waar hij zegt: „zijt naarstig om het aangezicht uwer schapen te kennen, en zet uw hart op de kudden ? Spr. 27 : 23.

En waarom zou de H. Geest dezen eisch stellen? Is het niet, omdat Hij wil, dat een Leeraar, niet slechts maar de bedreigingen en belofte in het algemeen zou toepassen; maar ook, dat hij de schapen, hem toevertrouwd, naar hunnen staat en omstandigheden zou kunnen behandelen-, en niet zoude zijn als in de lucht slaande. O gij weet het, Eerw: dat de H. Geest wil, dat een Leeraar en Opziener: „De zwakke zal sterken, en het kranke heelen; het gebrokene verbinden, en het weggedrevene wederbrengen, en het verlorene opzoeken zal. Ezech. Si : i.quot;

En zal dit gevonden worden: zoo moet er immers eene persoonlijke kennismaking gevonden worden? Gij weet ook WEw: wat de H. G. niet wil, ja 't is Zijne krachtige waarschuwing: „Geeft het heilige den honden niet.quot; „Geen zoon eens vreemden, zegt Hij, zal daarvan, (van het Paaschlam) eten; geen uitlander noch huurling zal daarvan eten.quot; Exodus 12.

O, alleen gekochten met het dierbaar bloed des Middelaars, en besnedene van hart zullen of mogen van die fóe/töcmaaltijd eten!

O, Eertijds riep men bij deze H. teekenen en zegelen: „Het Heilige: is voor de heiligen!quot;

ocr page 27

En ook hierom was het, dat getrouwe Leeraren : eertijds, zelfs zeer hoog geplaatste personen, die de ver-eischte van een rvaardig Comminicant niet hadden: van de hondstafel hebben geweerd.

O, wanneer een Calvijn, op zekeren tijd de Libertijnen in aantocht zag, om te naderen tot de H. Nachtmaalstafel, zoo bedekte hij plotseling met zijne handen de teekenen en zegelen van het Verbond; en riep in heilige verontwaardiging uit: „Deze handen kunt gij afsnijden, deze leden vermorselen! Mijn bloed is het uwe, vergiet het! Maar nooit zult gij mij dwingen, om het heilig/', den goddelooze te geven.quot; —

Eerw.! het is waar, ik heb vernomen dat Gij g. p. s. Zondag, bij de proef-predikatie getrouwelijk uwe hoorders hebt gewaarschuwd; en hierover ben ik verblijd.

Maar het is zeker, dat velen het gehoorde op hunnen huurman, of op hunne huurvrouw, die naast hen zat, hebben toegepast. Dit zal zelfs a. s. Zondag blijken.

Gij zult zien, dat onderscheiden personen, wier gelaat en gewaad reeds tegen hen getuigt, zullen naderen. (1)

Ja Gij zult ook zien, dat als naar gewoonte, het ge-heele College van Ouderlingen en Diakenen aan uwe rechter- en aan uwe Zmfcerhand zullen zitten. Eu waaronder ev toch nog velen, bij eene persoonlijke behandeling zullen blijken te zijn: zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verhonden der beloften-, geene hoop hebbende en zonder God in de wereld.quot;

En deze zullen dan, na zulke waarschuwingen van den kansel, toch toetreden! — En dat wellicht uit en door het oordeel Gods, dat reeds op hen rust, en waar-

1

Die uiet zullen komen gelijk Jakob met de zijnen tot Bethel. Gen. 35 ; 2.

ocr page 28

24

van de wakkere en trouwe Koelman zegt: „dat ze hun inbedden, dat ze, omdat ze tot zulk een Ambt gekozen zijn, „toch wel bekeerdquot; menschen moeten zijn.quot;

„O, zij zullen, zegt hij, den dag eenmaal verolosksn, op den welken men hen tot dat Ambt verkoren heeft!quot;

O, hoe noodig is dan toch eene persoonlijke behandeling! (*)

O, dat onze Opzieners ook nog eens getrouw, WAKERS werden. Dat het eens een prikkel werd: „Alsdie eens REKENSCHAP geven zullen.quot; Hebr. 13 : 17.

O, straks, over 8 of 10 dagen, zullen ook wederom honderden lidmaten (tijdens de kermis) de herberg en comedie in en uit loopen, om alle goddeloosheid qierig-lijk te bedrijven; zonder hen eens zuur aan te zien. Ja, wat zeg ik? om hen weer ongemoeid driemaanden na deze, tot den H. Disch toe te laten.

En wat zal ik hier nog meer bijvoegen; ach, zoo ik mijne beschouwing volgde, ik vond bijna geen einde.

O, hoe laag is Jeruzalem, de stad der bijeenkomsten, gedaald! Jez. 3 : 4 en 12 zien wij over ons in vervulling.

En hierom zal misschien ook weldra het besluit baren: „En SION als eene AKKER geploegd, en Jerusalem tot steenhoopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wondsquot; Micha 3.

Eerw. dat de Heere U aan ons geschonken mocht hebben, om te bouwen de oude verwoeste plaatsen; om de fondamenten van geslacht tot geslacht verwoest, op

[♦] Opdat ook de toorn Gods mocht geweerd worden van de gemeente. Zondag Vr. 85.

ocr page 29

25

te richten; om de bressen toe te muren, en de paden weder op te richten om te bewonen.

Dat zij de wensch, van hem die zich noemt,

TJw Vriend en in hope Br. in dir., W. van KÜ1JK.

PS. Alle niet uitgeschreven teksten gelieve de lezer op hun plaats te lezen.

ocr page 30

NASCHRIFT.

Op pagina 3.

Het getal bevestigden is heden pl. m. 150; en nog groeit het getal competenten aan. Men zegt, dat onder deze ook behoort, degene, die Zijn Eerw. in Nov. 11. op een kruiwagen dronken zag heen voeren van de kermis. En waarover ZEw. zich zoo een en andermaal, en nog al eens met verfoeüng van dien van den kansel liet hooren. Ja, alsof deze de ij roots te zondaar ondei de kermisgangers werd bevonden. (*)

Is deze man nu bekeerd?

Heeft bij hem een hartelijk leedwezen en waarachtig heroine over zijne zonden zich geopenbaard? En is ei een heilig verlangen naar de gemeenschap van Jezus Christus bij hem aanwezig; wiens lichaam hij ook nu door het licht des H. Geestes begint te onderscheiden, en hem dierbaar wordt? Zoo ja: Welgelukzalig! deze man, die den Heere verkiest. Werd dit aller deel.

Maar is hij (en och, hoevelen met hem!) nog in zijne zonden: O, dan gaat (en het gaat !)• alle hoogachting en ontzag voor zulk een heilig, (maar nu onheilig) werk te loor. O, het doet de ware Sions-kinderen zuchten en vluchten uit het huis der samenkomsten.

Op pagina 4-.

Waar toch is het immer in de maatschappij vernomen, dat er zoo lichtvaardig een Acte als bevoegd of gerechtigd is uitgekeerd geworden? zie Boston.

„Ja maarquot; hoor ik zeggen, „die hebben zij nog nietquot;. Maar eilieve ! zoo deze „bevestigdenquot; (zie Predikb.bdefje

(*) O, IUÜ ZEw. de 3e ZondagsalU. (die juist inviel, eu on» ALLER Ter-dorven natuur tcckent) eens juist liad toegepast, o welk een schaamte had 'nier-door gevonden geworden, bij zooveleu «irf-kermlsgangers, die nu juichten. O, in een Predikatie de openhare zonden slechts te bestraffen is Remonstrant, maaf zonden te ontdcH'en is Gereformeerd.

ocr page 31

18 Dec. 11.) morgen eens uit de Gemeente gaan, zult Gi]

hun die Acte (Attestatie) kunnen of mogen weigeren ?

Zou ook uwe weigering, uw dom dan niet veroor-deelen? Immers ja.

En wanneer UEw. met de Ouderlingen hun een Attestatie uitkeert, wordt dan hierdoor dat praatje niet gesmoord, namelijk: „'t Is maar om te weten waar je behoort! 't Is maar „AANSLUITENquot;.

O, welk een ONZIN 1 Verstaat ZEw. den H. Doop dan niet? Die aireede een inlijving genoemd wordt in de Kerk van Christus! En hoewel ik den Doop maar niet beschouw als eew^vehlteeken, zoo meen ik toch dat'

eertijds, zelfs uit doopacten onze herkomst of ook standplaats voor den Burgerlijken Rechter werd aangewezen.

Zoo zeg ik dan nog eens: dat het onzin is, om menschen, die nog tot dezelfde Kerk behooren, waar zij , , gedoopt zijn en nog verkeeren, nog eens „aan te sluiten.quot; ^

O, ik vrees, dat dit woord maar is gebezigd, toen men de fouten begon te bemerken. (1)

Neen Eerw. zal het WEL zijn, zoo behoort het een AANNEMEN te zijn, op zulk eene wijze, en van zulke Personen zoo als zij hiervoren door onze vaderen naar de WET des HUIZES is beschreven.

Op pagina 11.

„Wolkenquot; zijn somtijds bewijzen en uitwerkingsmiddelen van Gods gunst en goedheid, 1 Kon. 18 V 4-1,

4-5, Ps. 105 : 39; somtijds van zijn w/gunst, gramschap en toorn. Ex. 14 : 24, Ps. 18 : 12,13 en 77 : 18, Jez. 50 : 3.

In den laatsten zin is het door ZEw. genomen, met bijvoeging: „Donkerequot; wolken als teeken van Gods bijzondere gramschap, en naderend Oordeel. En welk Oordeel of

1

Waarom werd de «bevestigingquot; niet meer vermeld op 't predikb. briefje ?

r.iet men de fout ? welnu, wees eerlijk en herroep het, en gaat op zulk een weg uiet Toort.

ocr page 32

28

\ 5^ a

teeken van Gods gramschap zal dan wel het zwmrstezijn ?

Is het niet: wanneer de Profeten en Ouden of Ouderlingen tot kinderen en vrouwen worden gemaakt? Jez. 3 : 12. Ja opgevuld worden met clronksnschap, dat is: met VERDWAASDHEDEN, Jer. 13:12,13. O, dat gras, groente en hoornen nog beschadigd werden, zou nog een licht Oordeel zijn, Openb. 9, want dit zou het lichaam slechts benadeelen: Maar hierdoor worden de zielen, ja lichamen èn zielen beschadigd tot haar Eeuwige rampzaligheid.

O, mijne Vrienden! mijne medeburgers van Oud-Beierland! Wordt er hiervoren aangehaald hetgeen de Godzalige J. Koelman zegt van Ouderlingen en Diakenen die de vereischte hoedanigheden niet hebben namelijk: „dat ze den dag eenmaal VERVLOEKEN zullen op welken men hen tot dat Ampt geroepen heeft.quot;

O, gewis! het zoude ook heden zijne uitspraak zijn bij de zoovele lidmaten die de VEREISCHTEN niet bezitten. En wat zou hij (Koelman) en andere van onze trouwe vaderen doen met zulk eenen lichtcaardigen Kerkeraad ? O, wellicht gelijk die, om de Eere Gods, zoo ijverige Dienstknecht Nehemia Hoofd. 13 : 25.

O, dat het ons aller betuiging eens werd, in overeenstemming des harten zoo als wij lezen Ezra 10 : 12; „En de gansche gemeente antwoordde en zeide met luider stem: NAAR UWE (Gods) WOORDEN, ALZOO KOMT HET ONS TOE TE DOEN.quot;

W. v. K.

Ik hoor eene naspraak.

Maai-:

Geen geval, geen zorg, noch Utst,

Oost noch West, noch zandiooestvjn,

Doen mij meer of minder zijn:

GOD IS RECHTER!

DIE 'T BESLIST,

ocr page 33
ocr page 34
ocr page 35