ocr page 1

LEESBIBLIOTHEEK.

xxxiv6 jaargang

N!'. 4.

DE ZOON VAN DEN LANDLORD,

EECNE BIJDRAGE TOT DE LIJDENSGESCHIEDENIS VAN IERLAND.

MAAR HET FRANSCH

VAN

LUCIEN TH O MIN.

TWIiEDJS DEIiL.

M r - jn2

's-HERTOGENBOSCH. Maatschappij de Katholieks Illubtkatiïï. 1888/89.

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

kM. ^ 'M

(d 'X*

DE ZOON Hi m UHOLÖRO,

ocr page 6
ocr page 7

Eeue bijdrage tot de lijdensgeschiedenis van Ierland.

naar het fransch

VAX

-LUCIEJSI' TH O Al IN.

EERSTE DEEL.

BIBLIOTHEEK DbR RUKSUNiVERSl I tlT

u T R E C H T

COLL. THOMAASSE

:\L.

-1 rr'-'-'J.

'-«ygt;

. 0

UitgavG van de M a a t s o h n p P ij „D E KATHOLIEKE ILLUSTRATIE,

's-Hertogenboseh.

1888.

ocr page 8
ocr page 9

EERSTE GEDEELTE De Misdaad van Glen-Black.

i.

Het komplot van de marmeren Poort.

Het was een koude Januari-avond van het jaar 1862. In zijn hotel vierde sir Robert O'Connor, een afstammeling van een aristocratische lersche familie en lid van het parlement, met eenige intieme vrienden den derden verjaardag der geboorte van Rodoric, zijn jongsten zoon.

Gelegen aan hot uiteinde van Oxford street, tegenover de Marmeren Poort (Marble Arch) een gedenkteeken door George IV aan den hoofdingang van Hyde-Park opgericht, was het hotel O'Connor een der prachtigste van de wijk. Op dat uur waren de ramen van de voorzijde schitterend verlicht en van buiten hoorde men bij tusschenpoozen de lustige muziek der quadrilles.

«Die gelukkige rijken !quot; mompelden in het voorbijgaan de noodlijdende ongelukkigen, die huiverende, slechts ternauwernood met lompen bedekt, naar hun morsige holen van Saint-Gilles, Clerkanwell of Bethnalgreen terugkeerden.

Rijk ! sir Robert was het.

Zijn onmetelijke grondbezittingen in Connaught en de graafschappen Corck en Tipperary leverden hem een Jaarlijksch inkomen van vijf en dertig a veertig duizend pond sterling op.

Gelukkig ! was hij het ?

ocr page 10

ti

De twijfel daaraan kon in niemands geest opkomen wanneer de landlord des middags in zijn prachtige equipage door de lommerrijke dreven van Hyde-Park reed met zijne gade en zijne beide zonen aan zijne zijde. De oudste, Edward, die nauwelijks tien jaar oud was, gaf reeds door zijne schranderheid en zijn gedrag de schoonste verwachtingen. Wat de jongste betreft, een allerliefst blond rooskleurig knaapje, deze was de oogappel zijner ouders.

De familie O'Connor was, gelijk wij gezegd hebben, afkomstig uit Ierland. Toen Hendrik II, koning van Engeland in de XIIe eeuw, zijne soldaten op de kusten van het »smaragden-eilandquot; wierp, van begeerte brandende het aan zijn schepter te onderwerpen, vond hij geen geduchter en te gelijk grootmoediger vijanden dan de O'Connors, prinsen van Connaught en Ulster. Langen tijd bestreden die helden met gunstig gevolg den overweldiger, maar ten laatste moesten zij, verraden en aan zich zeiven overgelaten, hun degen verbreken.

Door Hendrik 11 van hun fortuin beroofd, bleven de O'Connors niettemin een groot aanzien onder hun landgenooten behouden. Dat aanzien verdween, helaas ! in de XVlIe eeuw op het tijdstip, dat sir George O'Connor, het roemrijk verleden van zijn geslacht vergetende, het katholieke geloof afzwoer en de bondgenoot van den veroveraar werd. Onmetelijke grondbezittingen waren het loon van dien afval en dat verraad.

De tijd kon het op het voorhoofd der O'Conners geprente schandteeken niet uitwisschen. Zelfs na verloop van twee eeuwen was de naam O'Connor in de hutten van Connaught voor alle arme lieden gelijkluidend met apostaat.

Evenals het meerendeel der Xersche landlords genoot sir Robert zijne onmetelijke inkomsten zonder zich om de ontberingen zijner pachters te bekommeren. Het goud, dat hij zonder tellen verteerde, had vele tranen gekost. Wat ging dat hem aan! In zijn trots achtte hij zich van een hoogere natuur dan die der duizenden menschen, die voor hem leden. Lady O'Connor, die

ocr page 11

7

e.'eneens in den protestantsclien godsdienst opgevoed was, deelde volkomen de zienswijze van haar echtgenoot.

Op den avond van den verjaardag, waarvan wij spraken, leunde een man van een reusachtige gestalte tegen de Marmeren Poort en hield het oog onafgewend gericht op het hotel O'Connor, waarvan de pendules juist elf uur sloegen; Na een oogenblik het oor geleend te hebben aan de vroolijke tonen der dansmuziek, die naar buiten drongen, mompelde hij, gramstorig met den voet stampende :

»Die ellendelingen vermaken zich, terwijl ik....quot;

De man braakte een vreeselijke verwensching uit. Op dat oogenblik tikte hem iemand op den arm.

«Niet zoo luid. Jack !quot; fluisterde een stem aan zijn oor.

Hij ontroerde en wendde het hoofd om; een jong mensch, bijna een kind, stond naast hem.

»Zijt gij het. Bill ?quot;

wik ben het,quot; antwoordde de nieuw aangekomene, zich op zijne kleine beenen fier verheffende.

»lk had u vergeten.quot;

«Ik vergeet niet zoo gauw,quot;

Gij zijt een voortreffelijke jongen. Bill.quot;

»Goed, goed, ik ben niet hier gekomen om naar complimentjes tc luisteren. Wij hebben iets te bespreken.quot;

ïZeker, wij hebben iets te bespreken.... Maar kom mede, wij zuiden herkend kunnen worden : die policemen zijn zoo achter-dcchtig 1quot;

De beide sprekers gingen de Marmeren Poort door en sloegen een der lanen van Hyde-Park in. Na een vijftigtal schreden gedaan te hebben, bleven zij staan. Een dikke nevel veroorloofde hun daar te verwijlen, zonder bemerkt te worden.

»Laat ons spoedig ter zake komen,quot; ving de colossus aan. gt;Gij kent mijn plan ?quot;'

Gij wilt tot het kind doordringen ?'' »

)gt;Juist.quot;

ocr page 12

8

»0m het te dooden ?''

»Te dooden ! Oho ! dat zou een al te zachte wraakoefening zijn. Het moet leven, het moet lijden...quot;

«Dat heb ik liever,quot; hernam Bill. »Waarom zou de zoon van den landlord niet bij eigen ondervinding de bitterheden des levens leeren kennen ?quot;

»Hij zal ze kennen, ik zweer het u, Bill,quot; betuigde de man met gesmoorde stem.

nik vraag u niet wat gij met hem wilt aanvangen. Jack.quot;

»En gij hebt gelijk, dat gaat mij arm ; hij zal leven, ziedaar alles wat ik u kan zeggen.quot;

De toon, waarop die man dat zeide, was angstwekkend.

Bill bedacht zich eenige seconden.

»Hij zal leven,quot; zeide hij bij zich zeiven; swie weet of daaruit niet later voor mij goud te siaan zou zijn ?quot;

En zich tot Jack wendende : «Komaan, wat kan ik voor u doen ?quot;

»Ik moet de ligging der kamer van den erfgenaam des landlords kennen.quot;

«Wilt gij daar binnendringen ?:'

ïHet moet wel.quot;

«Het zal moeielijk wezen.''

«Om het even, ik zal gaan en slagen of....quot;

tlij voltooide den volzin door het breede lemmet van een djlk te doen schitteren.

«Verberg dat wapen,quot; sprak Bill ; »het kan u tot niets nuttig zijn. Er wordt alleen behendigheid vereischt.quot;

»Ik heb mijne proeven afgelegd,quot; gromde de reus.

»Voorheen, maar.... Komaan, stelt gij vertrouwen in mij ?quot;

»In welken zin bedoelt gij dat, Bill ?quot;

»In dezen: ik zelf zal mij met de ontvoering van Rodoric belasten.quot;

Jack vatte Bill woest bij den arm,

«Zoudt gij dat doen ?quot; vroeg hij op twijfelachtigen toon.

ocr page 13

9

sik zal het doen, hoewel ik mijn toekomst in de waagschaal stel.quot;

»Gij zult er u wel uit redden, Bill. Gij zijt zoo slim als een vos en vlug als een aap. Wie toch, buitendien, zou den vromen leerling, den beschermeling van den reverend Dr. Mac-Paxton durven verdenken ? Hij is het immers die u verleden jaar in hoedanigheid van groom bij zijn vriend Robert O'Connor geplaatst heeft ?quot;

»Ja, Jack ; hij is het. Dé doctor is op dit oogenblik met zijn vrouw en miss Mary in de salons van den landlord. Welk een genoegen doet het mij hun hedenavond een kleine ontroering te kunnen bezorgen.... Maar zeg eens, als ik uw werk doe, wat zal dan mijn belooning zijn ?quot;

)gt;Ik heb hier een pond sterling....quot;

«Ongetwijfeld in den zak van een gentleman gevonden ?quot;

ïHeeft het er minder waarde om?quot;

sVolstrekt niet; ik heb geen vooroordeelen. Geef mij dat goudstuk.quot;

«Straks in ruil voor den bengel.''

«Wantrouwt gij mij, Jack?quot;

«Zaken zijn zaken, kleine.quot;

De groom haalde de schouders op,

«Welnu ! het zij zoo,quot; hernam hij. «Het stuk zal eenige minuten later in mijne handen zijn, ziedaar alles. Ik verlaat u. Jack ; gij moet mij bij de kleine deur wachten.quot;

Bill wisselde nog een paar woorden fluisterend. met zijn vriend en verdween, na een voorwerp in zijn zak te hebben laten glijden, dat deze hem overhandigde, in de richting van het hotel O'Connor.

ocr page 14

10

II.

De roof.

Het leest duurde voort.

In het salon maakte men muziek, in de voorzaal speelde men.

Bill was binnengetreden, dat kereltje was overal en nergens. Hij sloop zonder gerucht tusschen zijn collega's rond, met een ieder een praatje makende. Niemand gaf bijzonder acht op hem.

Plotseling bleef hij staan. Bij den ingang van het salon zag hij onder een groep vrouwelijke dienstboden miss Kitty, de gouvernante van den kleinen Rodoric.

«Dat is het gunstige oogenblik,quot; sprak hij in zich zeiven ; »aan het werk !quot;

Hij kende het huis van boven tot beneden in den blinde. In een oogwenk was hij aan de deur van Rodoric's kamer. Hij leende het oor, hij vernam niet liet minste gerucht. Hij trad binnen, de knaap lag gerust in zijn wieg te slapen.

»\Vat is hij mooi,quot; dacht hij, hem beschouwende. »Ilij zal arm zijn, hij zal lijden.quot;

Er flikkerde een straal van haat in zijne oogen.

Hij boog zich over den kleinen Rodoric. Een prachtig medaillon met kostbare steenen omzet en aan een gouden ketting om zijn hals hangende, schitterde op zijn borst.

Bill ontnam het kind het medaillon met den ketting en stak alles in zijn zak.

Rodoric was natuurlijk bij die onzachte aanraking wakker geworden.

sMoeder !quot; riep hij verschrikt bij het zien van den groom ; »moeder !quot;-

»Zij komt dadelijk.quot;

»lk wil moederlief !.... Ik wil....quot;

Uij zweeg eensklaps. Bill had zijn mond met een zakdoek bedekt, trok dezen sterk aan en bond hem met een paar stevige

ocr page 15

11

knoopen in den hals vast. Met den mond zoo dichtgesnoerd bewoog en kromde het kind zich in alle bochten ; maar tevergeefs: zijn schaker wikkelde hem in een deken en bracht hem niet behulp van een touw in de onmogelijkheid de geringste beweging te maken. Bill wierp vervolgens op de ledige wieg een papier, dat hij uit zijn zak haalde.

Dat gedaan hebbende wilde hij met zijn roof de vlucht nemen, toen hij, door naamloozen schrik bevangen, roerloos staan bleef.

Schreden lieten zich op de gang hooien.... Zij naderden de deur.... Er was iemand.

Bill voelde zich verloren. Zonder echter tijd te verliezen maakte hij ijlings de kanten gordijnen dicht, die de wieg van het kind bedekten en verborg zich in een hoek, achter een canapé.

De deur werd behoedzaam geopend. Eene vrouw, miss Kitty ongetwijfeld, wierp een oogslag naar binnen en ging, waarschijnlijk door de stilte gerustgesteld, terstond weder heen.

De roover herademde. IJlings verliet hij op zijne beurt de kamer en gleed als een schim door de gangen. De bedienden liepen bedrijvig af en aan. Om elke ontmoeting te vermijden, verborg hij zich hier achter de gordijnen van een raam, daar in een duisteren hoek, ginds achter een pilaar.

Deze duivelachtige kunstgrepen gelukten ; Bill bereikte zonder de aandacht te trekken de deur, waar zijn medeplichtige hem wachtte.

Deze sprong op hem toe.

))ls het gelukt ?quot; vroeg hij haastig.

»Het is gelukt !quot;

«Goed, geef mij het kind.quot;

»Maar het goudstuk ?quot;

«Hier is hot !quot; sprak de reus, en met een woesten ruk Bil! het kind van den landlord uit de armen nemende, verdween hij in de duisternis, welke de mist hoe langer hoe dichter maakte.

Eenigen tijd daarna had er een vreeselijk tooneel in de kamer van het kind plaats.

ocr page 16

Den kleinen Rodnric een nachtkus willende gaan geven, had lady O'Connor zich naar hem toe begeven ; zij had zich over de wieg gebogen....

Onder het slaken van een kreet van vertwijfeling viel zij op den vloer neder.

Haar kreet had het feest verstoord. Men snelde toe. De ledige wieg verklaarde alles.

Het kind was gestolen.

De landlord gaf zijne bevelen. De bedienden doorzochten het hotel, verspreidden zich in alle richtingen. Vruchtelooze moeite, men vond niets dat op het spoor van den roover kon brengen.

Sir Robert was der vertwijfeling nabij.

Wie toch kon de vijand zijn die hem zoo in liet hart trof?

Terwijl lady O'Connor bewusteloos weggedragen werd, beschouwde hij bleek en met een bloedend hart de wieg, waarin nog kort te voren zijn zoontje hem toelachte.

Eensklaps bukte hij zich met een gesmoorden uitroep. Zijne oogen hadden zich gevestigd op een papier, dat aan zijne voeten lag. Hij nam het op en las de volgende regels :

«Sir Robert O'Connor,

jEerlijds hebt gij mij het hart verscheurd, mijn loven en dat der mijnen verwoest.... Ik heb gezworen mij te wreken.... het uur daartoe is gekomen.... Mijn wraak zal onverzoenlijk zijn. Uw zoon is in mijne handen.... hij zal leven.... Ik zal een bandiet van hem maken.... Ik wil dat hij u eenmaal uwe beurs ontneme in het Strand of in Haymarket; ik wil dat hij in Newgate sterve door de hand van den beul....quot;

Dit papier droeg geen onderteekening.

De landlord wankelde op zijne beenen.

Hij verborg het aangezicht in zijne handen en mompelde met gesmoorde stem :

»De dood ware beter voor hem.... Wie toch wreekt zich zoo wreed ?quot; voegde hij er bij. »Wien heb ik beleedigd ?''

De ongelukkige leed ontzettend.

ocr page 17

13

'Jij deed het noodlottige geschrift tusschen zijn kleeren verdwijnen. Zijne vrienden poogden hem vertroostingen aan te bieden. Hij hoorde ze aan en antwoordde met gesmoorde stem :

sMijn geluk'is voor altijd vernietigd.... voor altijd!quot;

De reverend Dr. Mac-Pax ton greep deelnemend zijn handen.

»Wie weet, waarde vriend !quot; stamelde hij. »De kleine Rodoric kan teruggevonden worden !quot;

))Ik heb geen hoop meer.quot;

»De politie van het vereenigd koninkrijk is zoo voortreffelijk ingericht.quot;

De landlord schudde het hoofd.

»Zij zal niets vinden. Mijn kind is mij voor altijd ontrukt.quot;

«Maar de lord chief-justice moet toch verwittigd worden.''

»0 ja, natuurlijk ; maar het zal nutteloos zijn.quot;

Lady O'Connor had haar bewustzijn herkregen. Met hartverscheurende stem riep zij den kleinen Rodoric. Hare vertwijfeling ontlokte tranen aan aller oogen. Helaas! welke vertroosting kón men haar aanbieden ?

Verbijsterd liepen de bedienden verward dooreen ; onder hen zag men Bill, den kleinen groom. De eerste alarmkreet had dezen slapende in een hoek van de voorzaal gevonden. Wie toch zou hem hebben kunnen verdenken? Inderdaad, de ellendeling speelde zijn rol met volleerde bekwaamheid.

Zoodra hij zijne tegenwoordigheid niet meer noodig oordeelde, verliet Bill zijne kameraden en sloot zich zorgvuldig in zijn kamertje op. De koude, die buiten zeer vinnig was, deed zich in dit dakkamertje ook tamelijk hevig gevoelen.

sBrrr!quot; huiverde hij, «wat is het hier koud!... Wat mij echter vertroost,quot; liet hij er met een blik vol haat op volgen, »is dat do kleine nog meer zal lijden dan ik. Waar is hij op dit oogenblik? In het morsige hol van Jack... Ik heb er intusschen verstandig aan gedaan den ketting en het medaillon te behouden, het is een onderpand van groote waarde.quot;

Hij haalde het medaillon uit zijn zak en bekeek het met aandacht bij het schijnsel van het gaslicht.

ocr page 18

14

üe kunstig gewerkte gouden ketting was versierd met paarlen van het zuiverste water. Het medaillon, bestaande uit een gouden lijstje, waarin diamanten en saffieren gevat waren, wier flikkeringen de oogen verblindden, bevatte een fijn miniatuurscliilde-ring. Het was het portret van Rodoric. Het blonde roodwangige knaapje lachte; zijne blauwe oogen schenen bezield.

Bill wikkelde het kostbaar voorwerp in een stuk van de Times en verborg het zorgvuldig onder in een koffer.

nr.

Het hol ran Clerkenwell.

.Wij hebben den kleinen Roderic O'Connor verlaten, terwijl hij gekneveld en roerloos in de armen van Jack, den medeplichtige van den groom, weggevoerd werd.

Zich van het hotel van den landlord verwijderende, naderde de ellendige roover een cab, die aan den ingang van Park Lane stond te wachten en fluisterde den koetsier eenige woorden in het oor.

Deze, die zich van zijn bok voorover gebogen had, antwoordde op onderdanigen toon ;

«Uwe Lordschap kan op mij rekenen.quot;

«Loopt uw paard hard?quot;

sliet is een harddraver, sir.quot;

«Vooruit dan!... Er is een shilling fooi te verdienen.quot;

»0! ik weet zeker, dat ik ze krijg,quot; antwoordde de koetsier, een vergenoegd gegrom latende hooren.

Jack had met zijn vracht in de cab plaats genomen.

De koetsier had zijn begunstiger niet omtrent de vlugheid van zijn paard misleid. Door de zweep aangezet, bereikte het arme dier rennend het uiteinde van Park Lane en sloeg Piccadilly in.

«Ziezoo,quot; dacht Jack, »nu kunnen zij komen.quot;

Weldra verliet de cab Piccadilly om den weg naar Charing

ocr page 19

15

Cross en het Strand te nemen, reed daarna, Chancery Lane volgende, tot even voorbij Holborn, en hield, na nog een paar straten doorgereden te zijn, aan het einde van Clerkemvellstreet stil.

»Wij zijn er,quot; zeide Jack, op den grond springende.

»Ts Uwe Lordschap tevreden ?quot; vroeg de koetsier.

»Zeer tevreden.quot;

))Dus krijg ik de beloofde fooi ?quot;

ïllier is zij met den prijs van den rit.quot;

De koetsier hield de hand op en telde bij het licht van den lantaarn het geld, dat Jack hem gegeven had.

De rekening kwam uit. Do koetsier vroeg of hij wachten moest, doch de gewaande gentleman antwoordde ontkennend en verdween haastig in de sombere en bochtige stegen van Cler-kenwell.

De tocht van Jack was niet zeer lang. Na eenige nauwe straten doorgegaan te zijn, stapte hij een binnenplaats op, aan welker uiteinde een deur toegang verleende tot een trap, welker treden onder de voeten waggelden. Hij strompelde tastende naar boven en bereikte niet zonder moeite een smerig zolder-vertrek, waar de schorre en kijvende stem eener vrouw zijne verschijning begroette met de woorden :

sZijt gij daar eindelijk, Jack ?quot;

«Daar ben ik.'

»Ik wachtte u... Er is geen stuk brood hier... geen druppel porter of gin.,. Gij komt toch niet met ledige handen te huis?quot;

»Ik geloof het niet, Betsey.quot;

«Wat brengt gij daar mede?quot;

))Bez:e het maar eens.quot;

De bandiet wierp den kleinen Rodoric, nog steeds gekneveld en gebonden, op een hoop vuile lompen.

De oude Betsey had zich over het pak heen gebogen.

Zij gaf onwillekeurig een schreeuw van verbazing en gramschap.

))Een kind!... Gij brengt een kind mede!... Is dat uw buit van dezen nacht? Wat zullen wij met dat kleine uitgehongerde wezen...?quot;

Jack viel haar barsch in de rede.

ocr page 20

16

sZwijg!... Maak dat wicht los; zijne leden moeten verstijfd zijn. Laat u het bevel niet herhalen. Ik ben van avond niet geduldig, dat waarschuw ik u.quot;

De toon van den man liet geen tegenspraak toe ; Betsey gehoorzaamde. Terwijl zij de touwen doorsneed, die Roderic bonden en den zakdoek losknoopte, stond Jack, met de armen over de borst gekruist, dat tooneel met een duivelachtige vreugde aan te zien. Zijn door de ondeugd en de ellende verwelkte trekken hadden een vreeselijke uitdrukking. De oude Betsey zelve ontstelde er door.

»Wie is dat kind ?quot; vroeg zij.

»Wat gaat het u aan! Ik heb het gevonden....quot;

xiHet is een voornaam kind,quot; hernam zij, bij het zien van xijne rijke kleederen. »AVij zullen het aan zijne ouders kunnen teruggeven.... in ruil voor eenige schillings.quot;

»Nooit!quot; brulde Jack.

»Maar wat zullen wij er dan mede aanvangen?''

xilij zal ons van nut wezen.quot;

»Ik zie niet in hoe.quot;

«Domoor, zult gij u niet van dat wicht kunnen bedienen om de voorbijgangers in Pall-Mall, Bayswater en Norlandtown tot medelijden te stemmen?

De oude wierp haar man een zonderlingen blik toe. »lk begrijp,quot; gromde zij. »Maar als hij herkend wordt?quot; «Dat zal hij niet, Betsey. Wanneer het kind eene maand in uwe armen zal doorgebracht hebben, behoef ik niet te vreezen, dat het herkend zal worden, zelfs niet door zijne moeder. Gij hebt zulk een zonderlinge manier om uwe liefde aan den dag te leggen,quot; Betsey grijnsde van genoegen. Deze bemerking vleide klaarblijkelijk hare eigenliefde.

Om Jack te bewijzen dat hij zich niet in haar vergist had, stiet zij den kleinen Rodoric, die sinds hij van zijne banden bevrijd was, niets deed dan snikken, weer van zich af en zeide, hem met een hoop vodden bedekkende :

ocr page 21

17

»Slaap daar tot morgen, lievcrtje.quot;.. A propos ! Iioo zullen wij hem noemen?quot;

))Dat kan mij niet sclielen.quot;

»Hij moet toch den een of anderen naam hebben.quot;

«Kies dien zelve, Betse}'.quot;

«Laten wij hem Dick noemen... Dick, Dicky, Richard! Is dat niet goed gevonden?quot;

«Het kan niet raioier.,. Ha,! welk een overgang! lieden nog was dat kind rijk en geëerd; wat zal het morgen zijn! Morgen,quot; ging Jack met een duivelachtigen lach voort, «morgen zal hij gelijk zijn aan de duizenden ellendige wezens, die in onze wijken leven ; evenals zij voortaan haveloos, vermagerd, bedekt met zweren, zal hij half naakt in 't shjk der straten rondkruipen, aan de honden en de varkens den walglijken afval betwistende die

zijn honger zal kunnen stillen: evenals zij eindelijk zal hij _en

dat is mijn vurigste wensch — rollen in hetgeen do zedepreekers den afgrond der ondeugd, der misdaad, der eerloosheid noemen.quot;

■lack zwoeg plotseling als verschrikt door zijn eigene woorden.

»Gnj haat dat kind dus wel sterk?quot; vroeg Betsey, instinctmatig zachter sprekende.

quot;Dat kind? In het geheel niet, het heeft mij niets gedaan. Het betaalt de schuld van een ander, dat is alles.quot;

«O! ware die andere de landl«rd!quot;

»Zwijg, vrouw!quot;

»Evenwel...quot;

«Zwijg!quot; herhaalde Jack op gebiedenden toon. «Gij moet nooit den naam van dien man uitspreken.''

Betsey's oogen flikkerden. Zy raadde de waarheid.

»Jack,quot; zeide zij, «zij zullen lijden, wij zullen gewroken wor-den. Ik ben overgelukkig !quot;

De bandiet knarsetandde.

^Nogmaals!quot; riep hij uit; «wilt gij mij achter de tralies brengen ? Gij vergeet, dat een enkel woord iemand in gevaar kan brengen.quot;

2.

ocr page 22

1«

#

»:Iet is goed! gij zult door mij niet in gevaar kowen. Uwe belangen zijn immers de mijne. Stel u gerust, wie toch zou kunnen denken dat Jack, de voddenraper van Clerkemvell, Patrick Macauby, de uitgezette pachter is van Glen-Black, in het hartje van Connaught?quot;

»Er is geen Patrick Macauby meer.quot;

sliet zij zoo! maar Jack Thowless leeft: hij zal de wreker van Patriek zijn. Indien hij onder den iast bezwijkt, ben ik, Betsey, er nog, en ik zal mij niet minder onverbiddelijk toonen dan hij zelf.quot;

Jack haalde minachtend de schouders op, en ging voort :

»Laat ons intusschen eten. Ziedaar eenige pence, ga bij moeder Wilcox vleesch koopen ; vergeet vooral den porter en de gin niet.quot;

Terwijl Betsey hare inkoopen deed, liep Jack de zolderkamer op en neder, nu en dan stilstaande om den kleinen Rodoric te beschouwen, die op zjjn afzichtelijk leger ingeslapen was.

Jack Thowless, of liever Patriek Macauby, een Ier uit Connaught, kon vijftig jaar tellen, doch zijn verwelkt, verdroogd gelaat, zijne grauwe haren en baard deden hem minstens zestig schijnen. Langen tijd had hij een groote hoeve in de omstreken van Galway bebouwd, toen de agent (Ij van den landlord hem onrechtvaardig uitzette.

Verarmd, vertwijfelend, kon Patriek, die protestant was, uit zijne godsdienstige beginselen xle onderwerping niet putten, die den katholiek den tegenspoed met geduld doet dragen. Verre van daar, hij verliet Ierland, een onverzoenlijken haat zwerende aan den agent en sir Robert. Oin beter zijne plannen te kunnen volvoeren, had hij van naam veranderd. Men heeft hem zoo even aan het werk gezien om zich van den kleinen Rodoric meester te maken. Zoo hij van de medeplichtigheid van Bill had gemeend te kunnen gebruik maken, was het omdat hij diens

(1) In lerlauil noemt men ccn renhneestcr agent.

ocr page 23

•19

diepe verdoi'venlieid-kende en zeker was van zijne stilzwijgendheid.

Bill was de zooo van een pickpocket (zakkenrolder) van White-chape!. • Uoor den reverend Mac-Puxton, Di-, der Angllcaansche Kerk van de straat opgenomen, luid liij een zekere opvoeding genoten, en zijn beschermer vleide zich alle kwade neiging in hem verstikt te hebben.

Ue doctor vergiste zich schromelijk.

In zijn nieuwe levenswijze was Bill diep verdorven gebleven. Hij was zijn vader behulpzaam geweest bij verscheidene misdaden, waarvan de bedrijvers onbekend gebleven waren, ondanks de ijverigste nasporingen der politie. Jack wist dit; met één woord zou hij den jongen groom naar Newgate hebben kunnen zenden. Dat verklaart den invloed, dien hij op hem had.

Verscheidene dagen na de ontvoering van Rodoric durfde Jack zijn huis niet verlaten. Op zijn bevel ging de oude Betsey in den omtrek van het hotel O'Connor op kondschap uit. Zij vernam, dat lady O'Connor ten gevolge der noodlottige gebeurtenis door een zware koorts was aangetast, die haar leven in gevaar bracht. Wat Bill aangaat, niemand had eenig vermoeden op hem.

Tevergeefs had de landlord de hulp der fijnste speurhonden van de Londensche politie ingeroepen. Er was niet het geringste spoor van zijn zoon te ontdekken, Rodoric was verloren, verloren voor altijd.

Zulke inlichtingen waren wel geschikt om Jack Thowless een groote vreugde te verschaffen. De ellendeling wreef zich in de handen en zeide, Rodoric met een blik vol haat beschouwende:

«Het kind behoort mij, niets zal het voortaan meer aan mijne handen kunnen ontrukken. Ik heb gezworen mij te wreken; mijn wraak begint!...

ocr page 24

20

IV.

Het geheiiiiziimige doosje.

Tien jaren zijn verloopen sedert de in de voorgaande lioufd-stukKen vernielde gebeurtenissen.

Op zekeren dag had er een geheimzinnig voorval plaats in het hotel van sir Robert O'Connor, tegenover lïyde-Park: bij zijn ontwaken zag de landlord op zijn nachttafeltje een doosje staan, waarvan de aanblik hem deed ontstellen.

Wat was dat voor een doosje? van waar kwam het? Wat kon het bevatten?

Deze gedachten bestormden gelijktijdig den geest van sir Robert.

Aan alle gissingen een einde makende, opende bij het doosje en onderdrukte met moeite een kreet van schrik: op den bodem lag een wassen beeldje, welks hart met een klein dolkje doorboord was. Aan den greep van dat dolkje was een strookje papier vastgehecht, waarop de volgende woorden geschreven stonden: «Gedachtenis van den schaker van R o d o r i c.quot;

Sir Robert was zeer bleek geworden.

«Nogmaals die onbekende vijand!quot; dacht hy. „Nogmaals bedreigingen! Wat heb ik dien man gedaan, dat hij mij zoo met zijn haat vervolgt?quot;

Sir Robert liet zijn brandend voorhoofd in zijn hand rusten en bleef lang stil en roerloos zitten.

Toen hij het hoofd weder ophief, gleed er een traan over zijn wang. Hij wischte dien af en zijn secretaire openende, deed hij er zijn akelige vondst in verdwijnen. Na bet meubelstuk gesloten te hebben, naderde, hij den schoorsteen en deed tweemaal een zilveren schel weerklinken.

Onmiddellijk vertoonde zich een kamerdienaar. Het was een grijsaard; zijne trekken getuigden vnn braafheid en oprechtheid.

ocr page 25

vroeg de landlord, vis er hedenochtend niemand in mijne kamer geweest?quot;

»Niemand, sir.quot;

sZijt gij er zeker van?quot;

«Volkomen zeker, sir.quot;

»Zeer goed, John.quot;

Sir Robert kon niet twijfelen aan de verzekeing van zijn ouden dienaar.

Indien er iemand binnengeïreden was — en er was inderdaad iemand binnengetreden — hij wist er niets van.

Ka een kleine pauze hernam de landlord;

«John, ik verlang te weten of er sinds gisterenavond niets ongewoons in mijn huis is voorgevallen of opgemerkt; of men niemand rondom het huis heeft zien sluipen of pogingen doen om er binnen te komen. Gij moet omzichtig zijn in de vragen, die gij aan uwe collega's zult doen... Hebt gij mij begrepen?quot;

sik geloof het wel, sir.quot;

De bediende ging heen.

Eenlgen tijd daarna verscheen hij weder voor zijn meester.

»Welnu?quot; vroeg deze.

»lk heb niets vernomen.quot;

stiebt gij iedereen ondervraagd?quot;

jiledereen, sir.quot;

De landlord schudde ontmoedigd het hoofd.

»Wie zal mij den sleutel van dat raadsel kunnen geven?quot; mompelde hij, strak voor zich zieiade.

„John,quot; hernam hij overluid, »ik wil een ernstige vraag tot u richten. Zult gij mij zonder omwegen antwoorden?quot;

»Uwe Lordschap weet.....quot;

»Ik weet dat gij een waardige dienaar, een vriend zijt... Het is onder dezen titel dat ik mij tot u wend. Ziehier mijne vraag: kan ik een onbeperkt vertrouwen stellen in den trouw mijner bedienden.quot;

»0! zonder twijfel, sir..,.quot;

ocr page 26

22

»Van allen, zonder uitzondering ?quot;

olk weet niet of....quot;

«Vergeet niet dat gij mij beloofd hebt oprecht te zijn.quot;' «Ik zal het zijn, sir.quot;

i)Komaan, spreek, wantrouwt gij eenigen hunner ?quot;

ïil-gt;n enkele, en toch....quot;

iZijn naam, John ?quot;

«William.quot;

O William ! de leerling van mijn voortreffelijken vriend Dr. Mac-Paxton ! Ach! John, ik geloof, dat uw vermoeden ongegrond is.quot; «Uwe Loi'dschap heeft een beroep gedaan op mijne oprechtheid.quot;' «En ik ben er u dankbaar voor. Uw argwaan tegen William moet zijn reden hebben. Wat kan men hem verwijten ?quot;

«Niets, ik erken het.quot;

«Dus valt er op zijn gedrag niets te zeggen ?quot;

■)Rechtstreeks niet.... doch..,.quot;

«Hebt gij iets opgemerkt ?quot;

»TJw Jjordschap vergeve mij, maar het is mij onmogelijk oenig feit tot staving mijner woorden aan te halen.... Ik heb alleen de menigvuldige afwezigheid van Bill opgemerkt....quot;

«Die afwezgheid is zeer natuurlijk : hij brengt gaarne een bezoek aan zijn weldoener, den reverend Dr. Mac-Paxton, zoowel als bij zijn eigen familie. Daarin is niets onrustbarends. '

»Ik zal mij vergist hebben, sir.quot;

«Ik geloof het ook, John ; niettemin raad ik u aan in het geheim een oog in 't zeil te houden. Indien er iets buitengewoons mocht voorvallen, verzoek ik er onmiddellijk van verwittigd te worden.quot;

En opstaande liet de landlord er op volgen :

«Ga, John, cn zoodra uw jonge meester Edward beneden kornt, moet. gij hem verwittigen dat ik hem wacht.quot;

«Uwe Lordschap vergeve mij, maar....quot;

«Wat wilt gij zeggen, John ?quot;

Ik weet niet hoe ik. ..quot;

ocr page 27

-23

»Komaan.... geen omwegen ! Ik wil alles weten.... mijn zoon is misschien laat thuis gekomen ?quot;

«Hij is nog niet thuis!'' antwoordde de oude dienaar,

»Gij moet u vergissen, John ?quot; riep de landlord doodsblee van schrik uit.

«Ik vergis mij niet, sir.quot;

In hevige gemoedsbeweging liep sir Robert een paar malen zijn kamer op en neer. Eensklaps bleef hij staan en zijn ontroering pogende te bedwingen, sprak hij :

»Gij kunt gaan, John. Het uitblijven van Edward heeft ongetwijfeld een gegronde reden. Hij zal wel spoedig thuis komen. Zoodra uw jonge meester terug is, moet gij hem zeggen, dat ik hem wacht. Ik behoef u niet de grootste stilzwijgendheid aan te bevelen, niet waar?quot;

»Zelfs ten opzichte van milady O'Connor?quot;

«Ten haren opzichte vooral, John.quot;

De dienaar boog en ging heen.

V.

Het telegram.

Toen hij alleen was liep de landlord zijne kamer eenige malen op en neer : vervolgens naar zijn schrijftafel terugkeerende, liet hij zich in een leunstoel vallen ter prooi aan sombere overpeinzingen. Een paar malen noemde hij halfluid den naam van Edward. Eindelijk sprong hij weder op, hervatte zijne wandeling en wierp intusschen ongeduldige bilkken naar de deur.

Op het oogenblik dat sir Robert, het lange wachten moede, opnieuw wilde bellen, ging de deur open en een jonkman van eén ranke gestalte en voorname trekken vertoonde zich op den drempel.

Het was sir Edward.

ocr page 28

24

Hij boog en sprak op kalmen toon :

„Gij hebt mij laten ontbieden, vader?quot;

sJa, mijn zoon ; ik verlang een ernstig onderhoud met u te hebben.... een zeer ernstig.quot;

»Ik ben tot uwe bevelen, vader.quot;

''e landlord wees met den vinger op een armstoel.

«Gij kunt dien stoel nemen ; ons gesprek zal misschien van langen duur zijn.quot;

De jonkman gehoorzaamde.

Gedurende eenige minuten bleef er een pijnlijke stilte heerschen.

Edward was nauwelijks twintig jaar oud. Van een opvliegend, heerschzuchtig karakter scheen hij ongeduldig elk juk van welken aard ook, af te schudden. Zijne opvoeding was maar al te zeer geschikt om de zucht tot onafhankelijkheid in hem te 0111-wikkelen. Xa op de banken der hoogeschool van Oxford zijne meesters tot vertwijfeling gebracht te hebben, ging do jonkman de rust in de ouderlijke woning door zijne afdwalingen verstoren.

Een vreeselijke, onoverwinnelijke hartstocht had zich van hem meester gemaakt. Die hartstocht, die van het spel, dreigde hem naar den afgrond te voeren.

ïEdward, gij speelt,quot; had de landlord tot hem gezegd ; «wees op uwe hoede I Het spel is een lage ondeugd. Gij zoudt het wapenschild uwer voorouders kunnen bezoedelen.quot;

Diep bewogen had sir Edward beloofd niet meer te spelen.

Hoe had hij die belofte gehouden ?

Tienmaal had de ongelukkige gespeeld, tien malen hadden aanzienlijke geldsommen, aan de moederlijke zwakheid ontlokt, over het groene kleed der speelholen gerold, om in de handen van onverzadelijke spelers te verdwijnen.

Na zijn eigen hulpmiddelen uitgeput te hebben, leendu sir Edward tegen hooge interesten.

Schuldbekentenissen, aan eerlooze joodsche woekeraars afgegeven, moesten door den landlord letaald worden. Ditmaal nog

ocr page 29

25

hernieuwde deze zijne raadgevingen, zijne bedreigingen; het was vruchteloos. Edward speelde opnieuw, speelde altijd door.

Ging hij inderdaad de beduc htheid zijns vaders verwezenlijken ! Ging hij de eer van zijn raam bevlekken, degenen, die hem liefhadden, tot vertwijfeling brengen ?

Sir Robert O'Connor ging half in zijn stoel achterover liggen en zag zijn zoon strak aan.

sEdward,quot; ving hij eindelijk aan, sant woord mij openhartig: waar hebt gij den nacht doorgebracht ?quot;

sin de salons van mijn club,quot; antwoordde de jonkman.

üHebt gij gespeeld?quot;

sJa, vader.quot;

»En verloren ?quot;

Edward verbleekte licht en boog het hoofd zonder te antwoorden. sUw zwijgen is een bekentenis,quot; hernam de lord. «Hoeveel bedraagt uw verlies ?quot;

«Duizend pond.quot;

sHadt gij die som?quot;

»Ik had slechts driehonderd pond.quot;

De landlord fronste de wenkbrauwen en hernam :

»Dat is een eereschuld : hoe zult gij die afdoen ?quot;

sik reken op uwe goedheid, vader.quot;

sHet is goed ! ik zal voor de laatste maal betalen. Wie si uw schuldeischer ?quot;

»Sir Evelyn O'Brien.quot;

»L'e neef van den reverend doctor Mac-Paxton ?''

«Dezelfde, vader.quot;

sHij zal vandaag betaald worden. Dit nu afgedaan zijnde, moet ik u verzoeken mij eenige oogenblikken uw aandacht te schenken, daar ik n over uwe toekomst onderhouden moet. Gij zijt twintig jaar, de erfgenaam van een der aanzienlijkste geslachten van Groot-Brittanje ; hoe bereidt gij u voor tot hej schitterend lot dat u wacht ? Ik wil niet op het verleden terugkomen, u geen verwijtingen doen..,. Gij bezit hoedanigheden cn

ocr page 30

26

gebreken. Uwe gebreken zijn die van de kringen, waarin gij verkeert. Er is een geneesmiddel voor dat alles, namelijk reizen, Londen, Engeland, Europa zelfs, voor lange maanden, lange jaren, verlaten. Zijt gij bereid dat geneesmiddel aan te wenden ?quot;'

»Volkomen bereid, vader.quot;

»Zeer goed, Edward. Gij zult morgen vertrekken. Gij kunt uw reis inrichten gelijk gij wilt. Uw afwezigheid zal vijf jaar duren, zoo wil ik liet ; gij kunt elk jaar over zes duizend pond sterling beschikken....quot;

))Die som, vader...quot;

«Vindt gij misschien wat gering ?quot;

«Inderdaad.quot;

«Zij moet u voldoende zijn. Gij zult geen shilling meer ontvangen. Ik zal u wissels op de bankiers der voornaamste steden van Azië, Amerika, Australië ter hand stellen... Er zal niets vergeten worden. Gij kunt u verwijderen, Edward, en uwe moeder met uw ophanden vertrek bekend maken.quot;

Zonder verder iets hiertegen in te brengen boog de jonkman en ging heen.

Zoodra de deur zich achter zijn zoon gesloten had, liet de landlord het hoofd weder op zijne borst zinken en herviel hij in zijne vorige mijmering. Zij werd onderbroken door het binnentreden van een bediende, die hem op een kunstig gegraveerd zilveren blaadje een brief bracht.

Het was een telegram uit Galway. Sir Robert opende dien en las met verbazing:

»Reis naar Ierland niet langer uitstellen. Candidatuur bedreigd Onvoorziene verwikkelingen. Vertrek verhaasten.quot;

De telegram was geteekend : «Daniël Wakefiei.d, iniandan van (li heerlijkheid Flpweriness.

ocr page 31

27

VI.

Het roofnest yan Whitechapeï.

liij het lezen van dat telegram mompelde de landlord halllnid:

»Wat beteekent dat / »»Candidatuur bedreigd... verwikkelingenquot;quot; Wakefield meldt geen bijzonderheden. Hoe het zij, ik zal gaan en zien wat het is. Ik ga binnen twee dagen.quot;

Sinds dat oogenblik hield sir Robert zich met zijne toebereidselen voor de reis bezig. Hij gaf bevelen aan zijne bedienden en had langdurige besprekingen met zijne vrienden van het parlement; men sprak over de ophanden verkiezingen van Gal way en met het oog op een mededinger, stelde men een volledig plan van een verkiezingsveldtocht vast, waarin de katholieke en nationale candidaat door een getrouwen bondgenoot moest geslagen worden.

Des avonds in zijn slaapkamer gekomen, dacht sir Robert met voldoening over het dien dag door hem verrichte na.

jAlles gaat goed,quot; zeide hij bij zich zeiven; »mijne candida-tuur is verzekerd, Edward stemt toe in de reis die ik hem voorstel...quot;

Eensklaps bleef hij in de alleenspraak steken en bracht de hand aan zijn voorhoofd.

ïlk vergeet het noodlottige doosje! De bedreiging, die het bevat, zweeft nog altijd boven mijn hoofd. Ach! wie zal mij verlossen van den verborgen vijand, die al mijne genoegens vergiftigt?quot;

Denzelfden avond hadden twee mannen een geheime bijeenkomst in een roofhol van Whitechapeï. Die twee personen waren Jack Thowless en Bill, onze oude kennissen.

Jack had zijn afzichtelijk en woest voorkomen behouden; wat Hill aangaat, zijne lange en slanke gestalte, zijne regelmatige trekken, de voornaamheid zijner manieren maakten van hem een echten gentleman.

ocr page 32

28

»Welnu, Bill,quot; vroeg de oude bandiet, shoe hebt gij uwen arbeid volbracht?quot;

«Met den schitterendsten uitslag,quot; antwoordde Bill, zich met gemaaktheid in den wijden mantel wikkelende, die zijne livrei verborg. ))Het doosje en zijn inhoud zijn in handen van den landlord.quot;

jDie stellig met niemand over zijne ontdekking gesproken heeft ?quot;

»tiij heeft er zich wel voor gewacht.quot;

»Des te beter! hij zal geheel op zijn gemak mijn kleine gedachtenis kunnen bewonderen, tot zoo lang ik die vernieuw onder een anderen vorm.''

»Ik begrijp u,quot; gvinnikte Bill, wiens oogen van een somber vuur flikkerden. «Vandaag de waarschuwing, morgen de wraakneming.quot;

Na een korte pauze ging hij aldus voort:

«Jack, ik heb u ander nieuws mede te deelen.

»Aha! laat hooren dat nieuws. Bill.quot;

iln de eerste plaats het vertrek van den zoon des landlords.quot;

»Hoe! gaat Edward op reis?quot;

»Hij moet een reis om de wereld gaan doen.quot;

»Voor zijn genoegen?quot;

))Hij zou misschien liever hier blijven, maar de landlord meent, dat zijn zoon in de eenigszins nevelachtige atmosfeer van Londen verwelkte, en hij heeft derhalve besloten, dat hij ten spoedigste de gezonde lucht der savanen van Amerika of de rijstvelden van Indië moet gaan inademen en zich in de gloeiende zon der keerkringen koesteren.quot;

De oude Ier grinnikte.

sDat is de zorgvuldige liefde van een voorzichtig vader,quot; merkte hij aan; »hoe lang zal die reis duren?quot;

sik weet het niet; die bijzonderheid is mij ontgaan. De deuren zijn zoo dik!quot;

»De duur der afwezigheid \ an Edward doet ook niets ter zake,quot; hernam Jack Thowless. «Maar wat is uw ander nieuws?''

ocr page 33

29

»De landlord vertrekt binnen vier en twintig uren naar Gahvay.quot;

Jank uitte een kreet van verrassing.

ïgt;Naar Gahvay!quot; gromde hij. ))Gahvay, Glen-Black, Strawbei'ry Hill, FJoweriness. Wat gaat hij er doen ?quot;

»Voor zijne candidatuur werken.quot;

»En milady O'Connor?quot;

«Zij vergezelt haar echtgenoot.quot;

))Gaat gij mede?quot;

))Natuurlijk.quot;

Jack Thowless staakte zijne vragen. Hij liet het hoofd op de borst zinken en scheen na te denken. Bill beschouwde hem met. een loerenden blik. Hij vroeg zich af wat er wel in de hersens van den ouden paddy kon broeien.

Eindelijk hief Jack het hoofd weder op. Zijne kleine grauwe oogen, half onder zware wenkbrauwen verborgen, glommen als gloeiende kolen. Hij had een besluit genomen even heilloos voor den landlord als voor diens agent.

»Welnu,quot; vroeg Bill; »er zal daar wel iets te doen vallen, niet waar?quot;

a Misschien,quot; antwoordde Jack ontwijkend.

öTs mijn medewerking u daarbij niet noodig.quot;quot;

«Neen, alleen uwe stilzwijgendheid.quot;

»Bill kan zwijgen,quot;

olk weet het, ik weet het, mijn jongen... Een woord nog: zal de afwezigheid van den lord van langen duur zijn ?quot;

«De verkiezingen moeten den 20sten van deze maand plaats hebben; vandaag is het de 6e, en daar sir Ttobert den uitslag van de stemming moet afwachten, alvorens Ierland te verlaten, is het gemakkelijk den duur daaruit op te maken.quot;

»Zeer goed. Bill.quot;

«Thans moet ik u verlaten, Jack ; ik heb niet veel tijd. Ik vraag u niet welke partij gij denkt te trekken van de inlichtingen, die ik u geef, dat is uwe zaak ; ik wensch u enkel het welslagen uwer plannen.quot;

ocr page 34

30

Bill zette den kraag van zijn mantel op, drukte zijn hoed over zijn oogen en verliet, na den Ier met een hoofdknik gegroet te hebben, in allerijl het morsige krot. Op de trap ontmoette hij een knaap, die een lied neuriënde naar boven ging. Het was Dick, het gestolen kind.

stiet was hoog tijd,quot; dacht liill, sik ben er niet op gesteld door dien lieven jongen gekend te zijn.''

Dick deed met een trap de deur van den paddy openvliegen en trad binnen. Jack ontving hem met vloeken en ondervroeg hem over 't geen hij dien dag had verricht.

»Ik heb de straten doorkruist,quot; antwoordde het kind; ))ik heb beproefd uwe raadgevingen op te volgen.... Het handwerk wordt moeilijk... kooplieden en gentlemen zijn op hunne hoede: ziehier wat ik ten koste van tallooze gevaren meester heb kunnen worden.quot;

Dick ledigde zijne zakken en stelde zijn meester een aantal kleine voorwerpen van luttele waarde ter hand.

De Ier wierp ze gramstorig in een hoek.

»En is dat alles?quot; riep hij uit.

»Dat is alles.quot;

»Geen enkel kostbaar voorwerp ! geen portemonnaie, geen armband, zelfs geen horloge van tien shillings ! Dick ! gij zijt een luiaard, er zal nooit iets van u komen.quot;

De oogen van het gestolen kind schoten een bliksemstraal. Hij zweeg echter om den toorn van den Ier geen meerder voedsel te geven.

Dick was dertien jaar, het was de volmaakte type van den straatjongen van Londen. Zijn gelaat, dat regelmatige trekken bezat, was verwelkt en verbleekt door de levenswijze, waartoe hij veroordeeld was. Van zijn vroeger leven had hij slechts een zeer verwarde herinnering behouden. Het hotel van den landlord, de ouders, die hem liefkoosden, de livereibedienden, de tuinen waarin hij te midden van bloemen en groen dartelde, dat alles kwam hem als een droom van zijne kindsheid voor. De onge-ukkge knaap had vergeten; hij had zooveel bij Betsey en Jaok

ocr page 35

31

geleden. Betsey was eenige jaren na de ontvoering, waarvan hij het slachtoffer geweest was, gestorven. Jack had hem voor de ondeugd en de misdaad gevormd. Zijn opvoeding liet onder dat opzicht niets te wenschen overig, helaas! Jack wilde een bandiet van zijn leerling maken, het was hem maar ai te goed gelukt.

Na het zoo even door ons verhaalde tooneel, wierp de kleine Dick zich, om te slapen, op den hoop lompen, die hem tot legerstede diende.

Jack, die eene wijl zwijgend voor zich uit had zitten staren wendde zich om tot hem en zeide kortaf :

«Dick, ik ga een kleine reis ondernemen.quot;

.«Üaat gij uit de stad ?... Verlaat gij Londen ?quot;

o Ja.quot;

«Blijft gij lang weg ?quot;

«Hoogstens veertien dagen... Ik vertrek, maar ik wil niet, dat iemand mijne afwezigheid vermoede,'' liet de bandiet er op dreigenden toon op volgen. «Gij begrijpt mij, niet waar ? Voor iedereen ben ik te Londen in mijn verblijf te Whitechapel. Gij inoogt niets aan uwe gewoonten veranderen. Maar den mond gued dicht gehouden, verstaat gij, het moet; en ik reken er op.'

VII.

Het vertrek van den landverhuizer.

üp twaalf a vijftien mijlen van Gahvay verrijst op den top van een houtrijken heuvel, vanwaar het gezicht zich over diepe dalen uitstrekt, het kasteel Floweriness, het stamslot van het geslacht der O'Connors. Ondanks zijn dichterlijken naam — Floweriness, beteekent overvloed van bloemen — heeft dat kasteel een somber, bijna naargeestig voorkomen. Daar heerschte als despoot Daniel Wakefield, de agent van sir Robert O'Connor. Sinds hij met het vertrouwen van den landlord bekleed was, had

ocr page 36

32

die man vele tranen doen vloeien, vele huisgezinnen in de diepste ellende gedompeld. Zijne verschijning in de dorpen van het graafschap veroorzaakte steeds den grootsten angst aan de arme «tenants at -willquot; die onder zijn gezag stonden.

«De agent, de agent!quot; fluisterden de kinderen, zich in een hoek der ouderlijke hut verbergend.

Wakefield scheen een overheerlijk genot te smaken in den angst, dien hij inboezemde. Hardvochtig en inhalig nam zijn wil meestentijds de plaats der gerechtigheid in. Bij den pachter was steeds zijn eerste woord :

«Hoeveel geeft gij mij om de «tenurequot; (pacht) te hernieuwen ?quot;

En als de ongelukkige met een antwoord talmde, bepaalde hij zelf de som.

«Ik vorder drie pond.quot;

«Helaas! Uwe Edelheid, die zal ik nooit kunnen betalen.''

»Het moet nochtans... Maar nog iets, miss Wakefield heeft insgelijks recht op een gratificatie; zij moet zeven pond «pin-monneyquot; (speldegeld) bekomen.quot;

nZeven pond. O mijn God ! het is onze ondergang, onze volslagen ondergang!quot;

»Geeft gij de voorkeur aan de uitzetting?quot;

vi De uitzetting?quot;

«Zeker!... Het bevelschrift ligt gereed, ik heb het slechts te omlerteekenen... Zeven pond pinmonney of de uitzetting.quot;

Voor zulke bedreigingen moest de arme pachter toegeven.

Over het algemeen was de gratificatie van de vrouw en de kinderen hooger dan die van den echtgenoot. Voor»een pacht van veertien pond, ontving de agent twee pond en de vrouw vijf of zes pond.

Indien de pachter de eischen van den agent niet inwilligde, ontving hij weidia het bezoek van den process-server, een overheidspersoon, die het noodlottig bevelschrift van uitzetting overreikte. Dan kwamen de soldaten van de crowbar brigade, om het vee in beslag te nemen en de hut omver te halen, na

ocr page 37

33

er de bewoners uit verdreven te hebben. Die gevallen waren helaas zeer menigvuldig! Eenige dorpen in den omtrek van Flo-weriness waren bijkans geheel verlaten. Wat wij hier zeggen van het district Galway, geldt voor geheel Ierland. Van 1841 tot 1851 verwoestte de crowbar brigade 282.000 woningen of hutten.

Tot 186) was de grondeigenaar niet tot de geringste schadevergoeding gehouden jegens den pachter, dien hij tot den bedelstaf bracht.

In November 1858 sprak een rechtschapen magistraat, Thomas Berry Cusali Smith, verplicht zonder schadeloosstelling een pachter uit te zetten , die f CU00 aan verbeteringen aan de grondbezittingen van sir Robert O'Connor ten koste gelegd had, de volgende woorden, die door Mgr. Perraud in zijn: Het heden-daagsche Ierland, aangehaald worden :

„Wij verklaren voor God en voor de menschen, dat wij verplicht zijn de onrechtvaardigheid uit te oefenen.quot;

In Mei 1800 velde de lord-kanselier een soortgelijk vonnis en voegde ei- hetzelfde protest aan toe.

Later verleende een bill een bespottelijke schadeloosstelling aan de uitgezette pachters. Op de bezittingen van sir Robert O'Connor werd die bill zelden ten uitvoer gelegd Wakefield bezat eene bijzondere bekwaamheid om elke hinderlijke wet te ontduiken.

Onder de pachters van den landlord, die het menigvuldigste ten doel stonden aan de onrechtvaardigheden van Wakefield, behoorde Hugues Lindley, een braaf landbouwer van het dorp Fallmoore.

Met een helder verstand en een onwankelbaren moed begaafd, had Lindley zijne pachthoeve bewonderenswaardig verbeterd. Dank zij zijn arbeid waren woeste heidegronden en dorre velden vruchtbare akkers geworden. Wakefield wist het en schaamde zich niet den «tenant at willquot; de door zijn noesten vlijt verkregen verbeteringen duur te doen betalen.

Lindley bewoonde aan het uiteinde van het dorp Fallmoore

3

ocr page 38

34

een huisje, dat hij geheel met eigen handen opgebouwd had. In dit huisje verzoeken wij den weiwillenden lezer ons te willen vergezellen. Op het oogenblik, dat wij er den drempel van overschrijden, is het geheele gezin, volledig, ontroerd en oplettend geschaard rondom den grootvader, een schoonen grijsaard met zilverwitte haren.

sPatrick,quot; zegt deze, zich tot een voor hem staanden jonkman van ongeveer twintig jaar wendende, sPatrick, het uur der scheiding gaat slaan. De Shamrock wacht u op de reede van Gal-way; morgen zal zij u medevoeren, verre van degenen, die u liefhebben, verre van degenen, die om u treuren zullen.quot;

«Vader, ik zal wederkeeren,quot; prevelde de jonkman.

»Gij zalt wederkeeren ja, ik hoop het, maar wie weet of wij er nog zijn zullen?... De dood treft snel...quot;

»God zal mij de vreugde schenken u allen weer te zien.quot; De grijsaard schudde het hoofd.

»Mijn kind, op mijn leeftijd moet men niet meer op de toekomst rekenen. Laat mij, u een laatst vaarwel zeggende, u tevens eenige raadgevingen doen hooren, die mijne ondervinding mij ingeeft. Daar ginds, in Afrika, waar gij voortaan zult wonen, wachten u vele beproevingen, vele teleurstellingen. De verbannen Ier is zwak en zonder steun: maar al te dikwijls, helaas! bezwijkt hij onder den arbeid.quot;

»Vader,quot; riep de jonkman met vuur uit, »de strijd kan mij geen vrees aanjagen?quot;

iKind, kind, gij kent den strijd niet, waarvan gij spreekt! Het is de strijd van de zwakheid tegen de kracht, van de armoede tegen den rijkdom, van de rechtschapenheid tegen de list en het bedrog. Wie kan er zeker van zijn op dat gebied overwinnaar te blijven. Ik spreek zoo niet om u te ontmoedigen, mijn arme Patrick! Ik weet dat gij moed bezit; indien er iemand zegeviert, zult gij het zijn!quot;

Patricks oogen schitterden van blijdschap.

nik dank u, vader, ik dank u!quot; sprak hij.

ocr page 39

35

«Ja, gij zult zegevieren,'' hernam de grijsaard, «vooral indien gij in al de omstandigheden uws levens getrouw blijft aan uw God en uw vaderland.quot;

«Ik zal er getrouw aan blijven?quot;

»Zweert gij zulks?quot;

sik zweer het plechtig bij het beeld van den quot;Verlosser.quot;

En Patrick stak de hand uit naar het aan den leenien wand hangjende crucifix.

Lucy en Augusta, de jonge zusters van Patrick, naderden en klemden zich aan de kleeren van hun broeder vast.

«Waarom wilt gij vertrekken?quot; snikten zij; «waarom wilt gij ons verlaten?quot;

3gt;IIet moet,quot; antwoordde het hoofd van het gezin. »Ierland kan al zijne ongelukkige kinderen niet voeden.quot;

«Maar wij hebben toch zoo vele aardappelen !quot;

«Do oogst kan mislukken. Dan zou de hongersnood vreeselijk, onverbiddelijk zijn.quot;

«Welnu! wij zullen onze portie aan Patrick geven; dat hij blijve!quot;

«Waarvan zult gij zelf dan leven?quot;

«Wij zullen de wilde boschbessen, eikels en braambessen plukken.quot;

«Arme kleinen.' en 's winters?quot;

»'s Winters zullen wij doidamaun en seaveet eten, dat wij op het strand gaan vergaren.quot;

«Dat zullen wij ook eten,quot; zeide de kleine broeder van den landverhuizer. «Later, als wij wat grooter zijn, kunnen wij dan allen te gelijk naar die verre landen vertrekken.quot;

Er heerschte gedurende eenige minuten een pijnlijk zwijgen.

De grootvader verbrak het eindelijk.

«Patrick gaat vertrekken, het moet,quot; sprak hij. «Laten wij ons wachten zijn moed door onze tranen te verzwakken. Later, lieve kinderen, als hij er in geslaagd zal zijn een eigen haard in een of andere plaats van dat vreemde land te vestigen, zult

ocr page 40

36

gij naai- hem toe gaan en met hem arbeiden, om tot een be-scheiden welstand te geraken, die u zal veroorloven uwe familie te hulp te komen. Evenals quot;die dierbare Patrick zult gij het geloof uwer kindsheid bewaren: evenals hij zult ook gij Ierland liefhebben.quot;

»0 ja, wij zullen het altijd liefhebben!quot;

«Ierland is het land der martelaars; daar hebben onze vaderen hun bloed gestort voor den godsdienst en de onafhankelijkheid; daar zijn zij gedurende eeuwen gestorven aan den snellen honger en den langzamen honger, liever dan aan hun plicht te verzaken... Honger! begrijpt gij wel, kinderen, de vreeselijke beteekenis van dat woord? Ik weet wat honger is. Ik heb in tijden van grooten hongersnood duizenden menschelijke wezens, bleek, uitgeteerd het gras der velden zien afknagen, de schors der boomen zien verslinden, vuilnis zien omwoelen, tevergeefs pogende aan den dood te ontsnappen. Ik heb geheele dorpen door den geesel ontvolkt gezien. Ik heb kleine kinderen aan de borst hunner moeder zien sterven. Ik heb mannen, gelijk aan wilde dieren, elkander het wa'glijkste voedsel zien betwisten! Ik heb o! afgrijselijke herinnering! mijne moeder, mijne teergeliefde moeder, levenloos uitgestrekt gezien bij de lijken van vijf harer zonen! Later heb ik mijne arme Brigitta, uwe grootmoeder, van honger zien bezwijken in onze hut van Glen-Black... Ik heb dat alles gezien en ik leef nog... God heeft mij op deze wereld gelaten om u met onze geliefde dooden toe te roepen: »Beniint Ierland, het eiland'der heiligen, het eiland der helden!quot;

De grijsaard drukte Patrick aan zijn hart en sprak, na hem gezegend te hebben:

»Ga, mijn zoon, de toebereidselen zijn gemaakt. Vergeet vooral niet den struik shamrock, die u onder andere hemelstreken aan het verre vaderland moet herinneren.quot;

»Ik vergeet het niet, grootvader; Ellen heeft mij beloofd zelve den struik uit te kiezen, dien ik mo3t meenemen.quot;

«Ellen? Bemint gij dat meisje?quot;

ocr page 41

37

»Met geheel mijn hart.quot;

«Zij is uwer waardig. Gij keurt die liefde niet af?quot; vroeg de grijsaard, zich tot de familie wendende.

»0 neen!quot; antwoordde Patricks vader en moeder gelijktijdig. »Zij is goed en godvruchtig; haar lust voor den arbeid, hare verkleefdheid aan haar gebrekkige moeder doen haar door iedereen liefhebben en bewonderen.quot;

Een lichte stap liet zich buiten hooren.

«Ellen, Ellen!quot; riepen Lucy en Augusta verheugd.

Een mooi meisje van zeventien a achttien jaar verscheen op den drempel. Zij was groot en slank ; haar blozend gelaat vertoonde de sporen van versche tranen. Zij bleef staan en sloeg schroomvallig haar groote blauwe oogen neder.

Patricks moeder ging naar haar toe en vatte haai' bij de hand.

ïKom, mijne dochter,quot; sprak zij, awij wachten u. Gij zult immers voortaan tot de familie behooren? Deze plechtige dag is die der verloving.quot;

»Ja, wij zijn verloofd,quot; hernam Patrick... »Grootvader, zegen ons; smeek over onze hoofden de bescherming des Kemels af. Uw stem zal tot den Allerhoogsten opklimmen en verhoord worden.quot;

))Ik zegen u, mijne kinderen; ik smeek den Heer en de Onbevlekte Maagd u weldra te vereenigen, om elkander niet meer te verlaten.quot;

En op het door Ellen medegebrachte struikje shamrock wijzende, voegde de grijsaard er bij :

«Patrick, bewaar die symbolische plaiit; plant haar daar ginds in den vreemden bodem bij de hut die u zal beschutten, opdat gij altijd een levende herinnering aan Ierland hebbet.quot;

sik beloof het u,quot; antwoordde Patrick met gesmoorde stem.

Weinige minuten daarna verliet de jonkman, na een hartroerend laatst vaarwel, zijn geboorteplaats en richtte zijn schreden naar Galway, naar het onbekende.

ocr page 42

38

VIII.

De stemming.

Daags nadat Patrick vertrokken was, verspreidde zich met de snelheid van een loopend vuur een ongelooflijke tijding door het dorp Fallmoore.

»De landlord is aangekomen.quot;

»De landlord hier?quot; mompelden de ongeloovigen: »in geen vijftien jaar heeft hij den lerschen grond betreden!quot;

«En toch is het zoo; hij is hedenochtend op het bordes van het kasteel Floweriness gezien.quot;

«Gezien?... Door wien.quot;

»Door John Siles. den marskramer.quot;

»En door Hanna Foox, de waschvrouw.quot;

»En door Bernard Doohan, door William Owen, en als ik mij niet vergis, door Hugues Lindley zelf.quot;

Lindley werkte niet verre van daar. In een oogenblik was hij door dorpelingen omringd. Hij werd met vragen bestormd. De vernomen tijding scheen iedereen met angst te vervullen.

»Ik heb den landlord gezien,quot; antwoordde hij op al de vragen.

»Het is dus waar, wat men verteld heeft?quot;

«Volkomen waar.quot;

»Wat komt hij te Floweriness doen?quot;

»Ja, dat weet ik niet. Hij zal wel zijne redenen hebben.quot;

Een oude pachter glimlachte veelbeteekenend en zeide:

«Dat is nochtans niet moeielijk te raden.quot;

«Verklaar u, William,quot; riepen verscheidene stemmen.

»Sir Robert, onze landlord, komt de verkiezingen bijwonen.quot;

«Waartoe! zijne candidatuur wordt toch niet ernstig bedreigd, zou ik denken.quot;

«Wie weet? Sir Thomas Bloody biedt zich aan voor den den strijd.quot;

«Anderen hebben vruchteloos een dergelijken strijd ondernomen.quot;

ocr page 43

39

))Zij heetten niet sir Thomas Bloody. Sir Thomas is de katholieke en nationale candidaat. De landlord daarentegen is de zeer onderdanige dienaar der koningin; hij vertegenwoordigt de anti-katholieke en anti-nationale partij : uit dien hoofde moet elke goede Ier hem bestrijden.quot;

De pachters schenen door die woorden getroffen.

»Dat is gemakkelijk gezegd,1' gromde een hunner, een man met een listig en somber voorkomen, »maar, William, gij vergeet dat wij van den landlord afhankelijk zijn.quot;

»Hoeft hij daardoor het recht om over ons geweten te beschikken?quot; vroeg Hugues Lindley met verontwaardiging.

»Wij moeten hier slechts ons belang in het oog houden.quot;

))En den plicht, hoe handelt gij daarmede, Stephen ?quot;'

»Den plicht!... den plicht!... Mij dunkt, dat het zijn plicht verzaken is, als men door een onbedachtzame handelwijze de toekomst van zijn gezin in de waagschaal stelt. Indien de landlord verneemt dat eenige zijner pachters hun stem aan zijn tegenstander gegeven hebben, zal hij hen zonder erbarming uitzetten.quot;

»Welnu!quot; riep Lindley uit, «dat zal mij niet terughouden.quot;

sWat! gij zoudt tegen den landlord stemmen?quot;

«Zonder den minsten twijfel.quot;

»Ik zal uw voorbeeld niet volgen,quot; sprak de pachter, die het voorzichtig achtte de partij van den landlord te kiezen. ))Ik wil mij zeiven en de mijnen niet in het verderf storten.quot;

Lindley haalde de schouders op, en zich tot de aanwezigen richtende, vroeg hij:

»Wat zijt gijlieden voornemens te doen?quot;

»Uw voorbeeld te volgen,quot; antwoordde William.

»Ja, ja, wij allen zullen het volgen. De toorn van den landlord mag ons niet weerhouden. De plicht gaat boven het belang. Leve Thomas Bloody!quot;

Stephen ging heen met een minachtenden glimlach op de lippen.

«Die dwazen!quot; mompelde hij; ))zij storten zich zeiven in het verderf. Kon ik maar eenig voordeel uit hun ondergang trek-

ocr page 44

40

ken! Dat is echter, wel beschouwd, niet onmogelijk. Zal wel lachen die het laatste lacht!quot;

Bij zijne tehuiskomst vertelde Hugues zijn vader wat er voorgevallen was.

De oude Lindley scheen bekommerd.

»Het geval is zeer ernstig,quot; mompelde hij.

))Heb ik ongelijk gehad met te spreken gelijk ik gedaan heb, vader?quot;

«Volstrekt niet, mijn zoon,quot; antwoordde de grijsaard.

»Dus keurt gij mijn gedrag niet af?quot;

»God beware mij daarvoor! De spreuk der Lindley's is altijd geweest: de plicht booenal. Ook gij zijt getrouw aan die spreuk; het is goed, ik ben over u voldaan.quot;

En zachter sprekende voegde hij er bij :

))Er zullen misschien beproevingen voor ons uit voortkomen... Laat ons evenwel niet vreezen. God zal met ons zijn ; Bij za! ons ondersteunen, ons redden.quot;

Hugues Lindley verbleekte bij het vernemen dier woorden zijns vaders. Hij besefte de ontzettende gevolgen van de stem, die hij besloten had uit te brengen. Hij zag als in een droomgezicht het noodlottige bevelschrift van uitzetting voor zijne oogen schitteren; hij hoorde de mokerslagen van de crowbar-brigade, hij was getuige van de radelooze droefheid van zijn gezin.

Een oogenblik aarzelde hij ; had hij het recht op die wijze over de toekomst van zijne vrouw, zijne kinderen en zijn ouden vader te beschikken? Moest hij niet zijne rechten en plichten van burger aan zijne plichten als vader ten offer brengen?

Een verwijtende blik van den ouden Lindley herinnerde hem eensklaps aan zijn eerste besluit.

»Het is beslist,quot; zeide hij in zich zeiven, „mijne stem breng ik uit voor den verdediger van Ierland en den godsdienst. De plicht bovenal.quot;

Er verliep eene week.

ocr page 45

41

De voor de verkiezingen vastgestelde dag was aangebroken. Reeds vroeg in den ochtend omringden de constables het gerechtsgebouw, waar de baljuw de stemmen der pachters in ontvangst nam. Daniel Wakefield, de agent van den landlord, was, naast den baljuw gezeten, bij de stemming tegenwoordig, en hield aanteekening van de ten nadeele zijns meesters uitgebrachte stemmen.

Als de boeren, bij groepen door de constabels geleid, het raadhuis binnentraden, nam de baljuw de stembriefjes aan, waarna ieder kiezer den naam noemde van den candidaat, wien hij zijn stem gaf. De houding van den agent was wel geschikt om den bloohartigen schrik aan te jagen. Meer dan een arme pachter, gekomen om de candidatuur van Thomas Dloody te stemmen, gaf den naam van O'Connor op.

Indien soms een pachter, die moediger was dan de anderen, den naam van den katholieken en nationalen candidaat noemde, liet zich, ondanks de tegenwoordigheid der politie-agenten, gejuich hooren. Wakefield vertrok zijn gelaat dan tot een kwaad-aardigen lach en schreef eenigc regels in zijn zakboekje. De ongelukkige pachter was dan onherroepelijk gevonnist en veroordeeld.

Toen de beurt aan de bewoners van het dorp Fallmoore kwam, wendde Ilugues Lindley zich tot de groep en sprak de volgende woorden;

«quot;Vrienden, denkt aan uwe ziel en aan de vrijheid!quot;

En zelf het voorbeeld gevende, trad hij vooruit en noemde met vaste stem 'den naam van sir Thomas Bloody.

Een donderend hoera begroette deze stemming.

Het woedende voorkomen van Wakefield, den baljuw en de inspecteurs van politie, de doffe dreun der op den grond neergezette geweerkolven vermochten den pachters geen vrees aan te-jagen. Ieder hunner gaf zijn stem aan sir Thomas Bloody. Alleen Stephen stemde, gelijk te voorzien was, ter gunste van den landlord. Zijn stem werd door gefluit en gesis begroet.

ocr page 46

42

Bij het ve li aten van het raadhuis stond Lindley vlak hij den intendant van sir Robert O'Connor. De agent was zeer bleek; kwaadaardig richtte hij zijne kleine grijze oogen, die met een onheilspeilenden glans schitterden, op den pachter.

))Lindley,'' sprak hij, „gij zijt een ondankbare. Uw meester heeft u rnet weldaden overladen, gij beantwoordt die met een beschimping, erger zelfs.quot;

»lk koester den grootsten eerbied voor den persoon van den landlord,quot; betuigde Lindley.

»Hoe verklaart zich dan uwe stemming.quot;

sik eerbiedig mijn meester, maar ik kan zijne denkbeelden niet deelen. Ik ben katholiek en Ier.quot;

Daniel Wakefield haalde de schouders op en hernam met een glimlach:

»Paap en oproerling, ik vermoedde het wel. Daarenboven partijhoofd,'' voegde hij er bij, een haatdragenden blik op den pachter van Fallmoore werpende. »Het geval verdient de aandacht van sir Robert O'Connor: hij zal ingelicht worden en kan oordeelen.quot;

Onrustig, zenuwachtig nam Wakefield zijne plaats naast den baljuw weder in. Lindley en zijne vrienden verwijderden zich zonder elkander hunne gedachten te durven mededeelen.

Twee dagen later werd het bevelschrift van uitzetting dooiden ■proces-server aan de tenants at-will van Fallmoore betee-kend. Hoewel verwacht, was de slag er niet minder smartelijk om. Een enkele pachter was in zijn schik, namelijk Stephen. Zijn zelfzuchtige blijdschap wekte do algemeene verontwaardiging op.

sik had gelijk.quot; herhaalde hij te midden van de algemeene verslagenheid; «waarom heeft men ook niet naar mij gel\iisterd?quot;

Op den avond van dien zelfden dag vond de landlord in zijn bijzonder vertrek tredende, op zijn schrijftafel een vel wi; papier waarop een onbekende hand deze woorden geschreven had:

De ontvoerder van Roderic wacht zijn uur.

Steeds de bedreiging van den onzichtbaren vijand.

E

Fall Wa den zucl hij

C

op ruk

om;

mei

zijr en

:

do(

lijc

no ni( zoi

de ee st

ocr page 47

43

IX.

De erowlbar-lmgade.

De dag, voor de uitzetting der tenants-at-will van het dorp Fallmoore vastgesteld, was gekomen. Reeds vroegtijdig had Wakefield Floweriness verlaten, voorzien van de instructiën van den landlord. De intendant jubelde ; die hardvochtige en schraapzuchtige man kon zich eindelijk op de boeren wreken, die, naar hij wist, hem in den grond huns harten verachtten.

Om twaalf uur was de Crowbar-brigade (de breekijzer-brigade) op haar post. Baljuws, sheriffs, drivers, constables en soldaten rukten op het huisje van Hugues Lindley aan. Door zijn familie omgeven, stond de grootvader op den drempel,

Bij het zien der agenten van de crowbar-brigade, sprak hij met heldhaftige kalmte :

«Mijne kinderen, laat ons God danken, dat wij de eerste offers zijn. Men straft ons voor onze gehoorzaamheid aan den godsdienst en het vaderland.quot;

Hugues onderdrukte een snik, die hem in de keel opsteeg.

»Helaas! ik ben het, die het ongeluk over uw aller hoofd heb doen nederdalen,quot; sprak hij.

«Betreurt gij uwe handelwijze, mijn zoon?quot;

sNeen, stellig niet; maar ik zou alleen daarvoor hebben willen lijden quot;

))Wij zullen gezamenlijk lijden..... Wij zullen sterven als het

noodig is..... Laat ons vertrouwen op den Heer; heeft Hij

niet gezegd, dat Hij het geringste offer in Zijn naam gebracht, zou beloonen?quot;

De grijsaard zweeg plotseling.

Er was een groote beweging ontstaan onder de menigte, die de hut omringde. Aller blikken waren gewend naar een met een wapenschild prijkende koets, waaruit verscheidene personen stapten.

ocr page 48

44

»De landlord, de landlord!quot; fluisterde men elkaar toe.

»De reverend Dr. Mac-Paxton, bisschop van Galway.quot;

De menigte week met eerbied uiteen, sir Robert en de pro-testantsche bisschop naderden koel en minachtend.

Aanvankelijk had men kunnen denken, dat die beide doorluch-ige mannen de vergiffenis en den vrede kwamen brengen. Die begoocheling duurde evenwel niet lang. Na een kort onderhoud met Wakefield beval de landlord:

«Begint met de uitzettingen.....Geen genade!quot;

»Ja, ja,quot; sprak de protestantsche bisschop; «geen medelijden met de oproerlingen !quot;

De sheriff en zijne handlangers haastten zich dat bevel ten uitvoer te leggen.

De familie Landley werd met ruwheid uit de hut verdreven. De meubelen, door de constabels opgenomen, werden door elkander buiten neergeworpen.

Er ontstond een luid gemor onder de menigte.

))Nu de hut!'' beval de sheriff.

Op dat bevel grepen de soldaten hunne breekijzers, en in weinig tijds vormden het dak en de muren nog slechts één puinhoop.

llugues Lindley en zijn oude vader hadden stom en roerloos deze vernieling bijgewoond. De kinderen daarentegen vermengden, zich aan hunne moeder vastklemmende, hunne tranen niet de hare, het was een hartverscheurend schouwspel.

Nieuwe uitzettingen volgden. De smartelijkste tooneelen volgden elkander op.

Daar kroop een arme weduwe aan de voeten van der. landlord en smeekte hem in den naam van God, in den naam van alles wat hem het dierbaarste op aarde was, met haar en hare kinderen erbarming te hebben.

Iets verder verzocht een grijsaard als de grootste gunst onder het dak te mogen sterven, dat zijne jonge jaren beschut had, waar zijne ouders gestorven waren.

Op een andere plek nam een pachter God tot getuige van de ongerechtigheid, waarvan hij het slachtoffer was.

ocr page 49

45

«Die woning behoort mij,quot; sprak hij; »ik heb ze opgebouwd,

' vertrouwende op de eer en de eerlijkheid van den landlord.....

Ik heb de steenen en de kalk met groote inspanning door de

' bosschen en over de bergen hierheen gebracht.....'

Tegenover die klachten bleef de sheriff geheel ongevoelig. De woorden van den meester weerklonken steeds in zijn oor :

»Geen genade, geen erbarming!quot;

liet vreeselijke werk der verwoesting werd verder zonder ver-poozing voortgezet.

De hut van do oude Catharina Owen, de moeder der verloofde van Patrick Lindley, was thans aan de beurt.

Catharina, die ziek en gebrekkig was, kwam op den arm van Ellen geleund, langzaam naar buiten en richtte hare schreden naar de groep, die de familie Lindley vormde, waar zij met luid geween ontvangen werden.

«Wij komen uw lot deelen,'' zeide zij. »Wij zullen samen lijden en desgevorderd samen sterven.quot;

Binnen weinige uren was er van al de woningen van het dorp Fallmoore niets over dan puinhoopen, op welke de verdreven gezinnen zaten te jammeren en te weenen.

De landlord en zijn vriend, de protestantsche bisschop, waren ijskoude toeschouwers geweest van deze verwoesting. Toen de constables de laatste hut omvergehaald hadden, stegen de heeren weder in het vergulde rijtuig en deelden elkander onder het naar huis rijden hunne indrukken mede.

»De les zal haar vruchten dragen,quot; merkte de landlord aan, «Zij is nogal streng,quot; kon de waardigheidsbekleeder der An-glicaansche Kerk zich niet onthouden aan te merken.

»Vindt gij haar al te gestreng, mijn vriend?quot;

»0 neen; het was noodlg met die gestrengheid te werk te

Igaan. Die pachters vergeten hun verhouding tegenover u. Uw candidatuur te durven bestrijden! Zij hebben het, wel is waar, zonder gunstig gevolg gedaan: Bloody is geslagen geworden..... Wie weet of zij, ingeval van straffeloosheid, niet eengaan. Die pachters vergeten hun verhouding tegenover u. Uw candidatuur te durven bestrijden! Zij hebben het, wel is waar, zonder gunstig gevolg gedaan: Bloody is geslagen geworden..... Wie weet of zij, ingeval van straffeloosheid, niet een

ocr page 50

46

volgenden keer hunne poging zouden hernieuwd hebben? Wil Ierland onder den duim gehouden worden, dan moet het prote-stantsche vertegenwoordigers hebben. In dit land is, gelijk sir Robert Peel zeide, de bron waaruit de gunsten en de voorrechten vloeien, uitsluitend protestantsch en zal dit altoos blijven. De raad is verstandig en wij mogen dien niet vergeten.''

Het rijtuig was intusschen snel Flowericess genaderd. Op het oogenblik dat de beide vrienden voor het bordes van het kasteel uitstapten , kwam een ongeveer zestienjarig levendig meisje hen te gemoet loopen. Het was miss Arabella, de dochter van den protestantschen bisschop. Zij groette sir Robert en bood haar voorhoofd haren vader aan, die er een kus op drukte.

als uw wandeltochtje genoeglijk geweest, papa V' vroeg zij vriendelijk.

))Zeer genoeglijk, mijn kind,quot; antwoordde de bisschop zonder eigenlijk te denken aan wat hij zeide.

De landlord liet zijne oogen op het meisje rusten. Het sedert lang tusschen de beide familiën vastgestelde plan trad hem weder voor den geest.

»Zij zal Edward huwen, zij zal onze dochter zijn/' zeide hij bij zich zeiven; ïkomaan, er zal niets aan ons geluk ontbreken..... de toekomst behoort ons..... Het verleden is een

kwade droom, dien wij moeten vergeten.quot;

X.

öe misdaad.

Acht dagen waren sinds de uitzettingen van Fallmoore verloo-pen. Overal afgewezen, hadden de uitgezetten zich in de wouden en de heidevelden van het graafschap verspreid. Honger, koude, vermoeienis deden die ongelukkigen vreeselijk lijden. Verscheidem n hunner stierven van gebrek en uitputting op den rand van de

sloot geze Ei ten hooi en lag )gt;

ons te d ik li H hut opgi zelv

'i aan teni

r

phe zett te Flo insl j en I bloi I

zou der van 1

ocr page 51

47

sloot, waar zij zich, door vermoeienis overmand, hadden nedergezet.

Eenigen hunner poogden zich een hut te bouwen, ten einde ten minste eenige beschutting te hebben. Hugues Lindley behoorde tot dit getal. De gekozen plek was een onvruchtbaar en woest dal de Glen-Black of Zwarte Vallei genoemd. Zij lag op nauwelijks twee mijlen afstands van Fallmoore.

»Mijne kinderen,quot; had de uitgeputte grootvader gezegd, »laat ons hier stand houden. Mijne oude beenen weigeren mij verder te dragen. Ik wil sterven, den blik gewend naar het dorp, waar ik lange jaren gewoond heb.quot;

Hugues had aan het verlangen. zijns vaders toegegeven. Een hut van takken en zoden werd onder de beschutting eener rots opgetrokken. Het geheele gezin werkte aan haar opbouw. Ellen zelve, de verloofde van Patrick, bleef niet werkeloos. Meer dan eens herlevendigde zij door hare bedaardheid en hare opgeruimdheid den moed harer pleegouders.

»Dat kind is een ware schat!quot; zeide Lindley.

's Avonds van denzelfden dag dat de hut voltooid was, had er aan den ingang van de Zwarte Vallei een noodlottige gebeurtenis plaats.

Dien dag had Daniel Wakefield, op last van den landlord, Stephen bezocht, den eenigen pachter van Fallmoore, die van de uitzetting verschoond gebleven was. Na zich van zijn last gekweten te hebben, sloeg hij door de puinhoopen weder den weg naar Fioweriness in. De zon was ondergegaan; de nevel waarin Ierland insluimerde, omhulde reeds de ingestorte daken, de gescheurde en waggelende muren van hetgeen nog zoo kort geleden het bloeiende dorp uitmaakte. Alom heerschte een doodelijke stilte.

Het schouwspel was allertreurigst. Ieder ander dan Wakefield zou er door geroerd geweest zijn, doch de hardvochtige inten-dendant scheen zich bijzonder te verlustigen in het schouwspel van de verwoesting, waaraan hij zoo'n werkdadig deel had gehad.

Herhaalde malen struikelde zijn paard over de op den weg

ocr page 52

48

verstrooid liggende brokstukken der vernielde woningen. Hij Ireld het echter met gespierde hand in en mompelde met een grijn-zenden lach:

»Zou ik hier nog mijn hals moeten breken? Neen, die ellendige papen zouden al te blijde zijn Dat zou naar hun smaak wezen. Ik wil aan die domme wezens zoo laat mogelijk het genoegen verschaffen, mijne begrafenis bij te wonen.quot;

Fallmoore verlatende, bevond Wakefield, opzettelijk of niet. zich op een weg, die door de bosschen en de heidevelden naar Glen-Black, de verblijfplaats van de familie Lindley, voerde.

Kende de agent die verblijfplaats? Wilde hij door zijne verschijning de droefheid zijner slachtoffers verbitteren ?

Niemand zou die vragen kunnen beantwoorden.

Na verloop van een kwartier tijds vernauwde het pad zich eensklaps tusschen een dubbelen rotswand, begroeid met woekerplanten en laag struikgewas.

De nevel was zeer dik geworden; het was zelfs moeielijk in dat ravijn den begaanbaren weg te onderscheiden.

Een beangstigend gevoel maakte zich van Wakefield meester.

»Welk een geschikte plek voor een hinderlaag!quot; dacht hij. »Wat zou het zijn, als die papen eens aan wraak dachten! Gelukkig heb ik mijn revolver,quot; voegde hij er bij, met de hand onder zijn mantel. «Met dit wapen vrees ik niets!quot;

Hij gaf, zoo sprekende, zijn paard fiks de sporen, zoodat het in tamelijk snellen draf geraakte. Na verloop van een paar minuten noodzaakten hem nochtans de in het ravijn neergestorte rotsstukken dien gang te vertragen.

De intendant prevelde een verwensching en sprak :

»Welk een dwaasheid heb Ik begaan! Ik kom hier nooit uit., nooit!....quot;

Op dat oogenblik verhief zich voor hem in den hollen weg een menscheüjke gedaante, die een bijl zwaaide.

Al het bloed van Wakefield vloeide terug naar zijn hart.

»\Vie daar?'' riep hij met bevende stom.

ocr page 53

49

Het antwoord was verpletterend.

De bijl floot door de lucht en trof het paard op den kop. Het arme dier steigerde, deed eenige wanhopige sprongen cn rolde eindelijk met zijn berijder op den grond.

Alvorens Wakefield den tijd had zich op te richten, drukte een knie op zijne borst en maakte een hand zich meester van zijn revolver. ))Sta op!quot; beval een gebiedende stem.

Van angst verbijsterd, gehoorzaamde Wakefield.

»Genade!quot; mompelde hij, «genade!1'

De vreeselijke onbekende liet een schorren lach hooren. »0! welk een lafaard!quot;

IZeuuwachtig den steel van zijn bijl omklemmende, stelde hij zich nu vlak voor den agent van den landlord en sprak:

ȟaniel Wakefield, herkent gij mij?quot;

I»Neen... en toch die stem...quot;

«Hebt gij meer gehoord, niet waar?.., Komaan, raadpleeg uw geheugen eens.quot;

»Dat is nutteloos.quot;

»Ik ga ii helpen.... Ge herinnert u toch ten minste wel mijn naam? Ik ben Patrick Macauby.quot;

De intendant slaakte een kreet. «Macauby Zijt gij Macauby?quot; yJa, Macauby, de arme pachter van Inverness ... Macauby, dien gij hebt uitgezet omdat hij u geen tien pond finnmoneij kon geven.,., ik kom mij thans wreken.quot;

»Genadelquot; kreet Wakefield op hartverscheurenden toon.

I»Aha! hebt gij geen lust orn te sterven?quot;

«Genade!quot; herhaalde de ongelukkige, zich aan de voeten van den paddy krommende. «Genade, in naam van uw vrouw, van uwe kinderen!quot;

Macauby stiet hem woedend terug.

«Mijne vrouw, mijne kinderen!'' brulde hij. «Gij durft den naam van die geliefde wezens nog inroepen!... Gij zijt hun moordenaar,., Zij zijn gestorven in de ballingschap, gestorven terwijl zij u vloekten. Hot is in hun naam dat ik mij wreek.quot;

4

ocr page 54

50

Hij hief den arm op. In het schemerduister wierp het staal van de hijl een flikkering,

quot;Wakefield begreep, dat hij verloren was.

»Genade!quot; herhaalde hij nogmaals. »Genade in den naam van

God..... van dien God, dien wij beiden in denzelfden tempel

aanbeden hebben_____ Wij zijn beiden protestanten, wij zijn broeders..... Gij zult niet weigeren.....quot;

Macauby viel hem in de rede.

»Ik geloof niet meer in God.quot;

«Helaas!... waaraan gelooft gij dan?quot;

»Ik geloof aan de wraak. .. Ik geloof aan de smart.... Ik geloof aan het kwaad.... Het goud is de God, dien ik aanbid.quot;

Wakefield richtte het hoofd op.

sHet goud!quot; riep hij uit. »0! dan ben ik gered!quot;

sGij twijfelt aan niets, Wakefield.quot;

»Ik heb goud, veel goud..,.quot;

» Wel nu?quot;

sik wil mijn leven afkoopen. Welke som vraagt gij? Spreek,

Macauby. Ik zal, als het moet, alles opofferen wat ik bezit..... Ik

zal u het brood van mijne kinderen geven.... Maar spreek dan tcch!quot;

Macauby lachte schamper.

«Ellendeling!quot; sprak hij. »En wie zal mij borg zijn voor uw stilzwijgendheid?quot;

«Mijn woord van eer....

«Daaraan geloof ik niet.quot;

«Tk zal stom zijn, ik zweer het u...quot;

«Alleen de dooden zijn het.... Gij gaat sterven. Morgen zal uw lijk in dit woest ravijn gevonden worden. li; verkies de wraak boven het goud.quot;

«Erbarmen!quot; kermde Wakefield, «erbarmen, ik zal....quot;

Hij voleindigde niet; de bijl van Macauby was op zijn hersenpan neergedaald. Hij viel zieltogende op den grond neder. Men hoorde verscheidene doffe slagen, vermengd met een akelig gekreun: dan hoorde men niets meer. Daniël Wakefield was dood.

ocr page 55

51

Een oogenblik staarde de moordenaar op zijn werk.

))Dat is de eerste!quot; prevelde hij. »De beurt van den andere zal ook welhaast komen.'

Hij boog zich voorover, stak de hand tusschen de kleeren van zijn slachtoffer en maakte zich meester van zijn brieventasch, zijn geld, zijn horloge en eenige kleinigheden. Dat gedaan zijnde, nam hij de bijl op, waarmede hij de misdaad volvoerd had, en sloop door het hout voort in de richting der hut van Hugues * Lindley.

Zoodra hij verdwenen was, kwam er een man van achter een kreupelboschje te voorschijn, waar hij zich gedurende het zoo even door ons beschreven vreeselijke tooneel verborgen had gehouden. Dien man kennen wij; het is Bill, de knecht van sir Robert O'Connor.

De voormalige groom wreef zich in de handen en sprak in zich zeiven :

sliet toeval heeft mij bij uitstek gediend. Die Jack of liever die Macauby, gelijk de agent hem noemde, is een ruwe klant. Als

hij eens wist dat ik alles gezien heb?..... Gelukkig zal hij het

niet te weten komen. Bill weet van pas te zwijgen; hij zal in dezen zoo stom zijn als een visch.quot;

Een paar minuten later bleef er in het woeste ravijn niets anders achter dan het lijk van Daniel Wakefield, in welks nabijheid het gekwetste paard smartelijk lag te hinniken.

XI.

Het IbesclmMigde wapen.

Het was in den vroegen ochtend daags na den in het vorige hoofdstuk verhaalden moord. De nevel, die den vorigen avond over de dalen van Connaught gehangen had, was dooi- de eerste : stralen der zon verdreven geworden. Het daglicht was zelfs

ocr page 56

reeds doorgedrongen tot in de geheimzinnigste diepten van de Glen-Black, ondanks den reusaclitigen gordel van rotsen en boomen, waartusschen zij als het ware verscholen lag.

Op het oogenblik dat de familie Lindley dien ochtend rondom den schotel met aardappelen geschaard, die haar ontbijt vormde, God dankte door de stem van het hoofd des gezins, kwam de kleine Charles, een der kinderen, die even naar buiten geweest was, naar binnen loopen met den angstkreet:

»De constabels! de constabels!quot;

»Hoe! de constabels?quot; vroeg Hugues onthutst. »Gij vergist u gewis, Charles!quot;

»0 neeii, vader, ik heb ze gezien.quot;

»Waar? Aan welken kant?quot;

»In het ravijn. Zij komen; zij zullen dadelijk hier zijn.quot;

Een huivering doorliep de ledematen van Hugues en zijn ouden vader.

«Zouden zij ons dan wederom komen verdrijven?quot; sprak de grootvader treurig. «Zij zijn de meesters; Gods wil geschiede!''

Eenige minuten lang heerschte er een pijnlijk zwijgen in de hut.

Eensklaps deed een gerucht van voetstappen en aen gekletter van wapenen zich buiten hooren.

«Daar zijti zij!quot; riepen de kinderen, zich angstig achter hunne ouders verbergende.

De ineengevlochten takken, die de deur der hut vormden, werden ruw vaneengerukt en de uniform der constabels vertoonde zich. In hun midden kon men de zwarte kleeding der magistraten onderscheiden.

In een oogwenk was de hut bezet.

«Constabels, boeit dien man,quot; gebood de sheriff, op Hugues Lindley wijzende.

»Wat heb ik gedaan, en waarom behandelt men mij zoo?quot; riep de ongelukkige

»Oi)nstabels, gehoorzaamt!quot; herhaalde de magistraat.

H-^t bevel werd terstond ten uitvoer gelegd.

ocr page 57

53

»Dooi'zoekt nu dit hol en slaat geen hoekje over.... De bewijzen van de misdaad moeten hier gevonden worden. Toont mij alles wat gij verdachts zult ontdekken.quot;

Soldaten en polietleagenten doorzochten de hut en den geheeleu omtrek met de grootste zorgvuldigheid.

Lindley had beproefd zijne betuigingen van onschuld te herhalen, maar de magistraat legde hem barsch het stilzwijgen op.

«Zwijg!quot; gebood hij; «wacht tot men u ondervraagt.quot;

«Maar waarvan word ik beschuldigd?quot;

»Gii zulfc het weldra vernemen..... Buitendien, gij moet het

wel vermoeden.quot;

»Verdenkt men mij van een misdaad.quot;

De sherilf wilde antwoorden..... Een juichkreet van een der

constabels lokte hem buiten de hut.

»IIebt gij iets ontdekt?quot; vroeg hij.

sik heb deze bijl gevonden, sir.quot;

«Waar lag zij?quot;

«Onder dezen hoop heidekruid. Gelijk Uwe Edelheid kan zien, zitten er talrijke bloedvlekken aan.quot;

De quot;sherilf had de bijl reeds in de hand genomen. Zijne grijze oogen begonnen te schitteren.

«Bloed en stukjes vleesch,quot; sprak hij, zich tot.zijne collega's wendende; «ziedaar een geducht overtuigingsstuk.quot;

Zich daarop weder naar Lindley keerende, vervolgde hij:

«Herkent gij dit werktuig?quot;

«Ik erken het, sir.quot;

sis het uw bijl?quot;

«Ik kan het niet ontkennen.quot;

«Komaan, gij begint te bekennen. Dat is goed....quot;

«O! ik beken niets, sir, niets!.....quot;

«Gij alleen hebt nochtans die bijl aangeraakt.quot;

«Ik heb ze niet met bloed bemorst.quot;

«Verklaar ons, vanwaar dat bloed afkomstig is.quot;

»Dat kan ik niet..... ik kan zelfs niet begrijpen, hoe zij ondi.i'

ocr page 58

54

dien hoop heidekruid gekomen is. Ik had ze op honderd passen van hier in het bosch laten liggen,quot;

De sheriff haalde de schouders op en sprak op spottenden toon ;

«Genoeg! gij zult dat later ophelderen. Wij zullen u den tijd

geven uw herinneringen te verzamelen..... Maar wat beteekent

dat?quot;

De constabels hadden een nieuwe ontdekking gedaan.

»Een portefeuille, sir.quot; riep een hunner.

«Waar hebt gij die gevonden?quot;

'Daar..... onder een stuk van een plank..... achter de hut.quot;

»Laat zien.quot;

De sheriff nam de portefeuille en beschouwde haar aandachtig Het onderzoek was spoedig geëindigd.

))Het is de portefeuille van het slachtoffer,quot; zeide hij tot zijne collega's. »Er is geen twijfel mogelijk. Zij is bevlekt met bloed en de papieren, die er in waren, zijn verdwenen. Wat is er van die papieren geworden? De geldswaarden zijn natuurlijk gespaard

geworden..... de overige documenten vernietigd. De nasporingen

moeten voortgezet worden. Er mag niets verzuimd worden.quot;'

De sheriff overhandigde de portefeuille aan den baljuw, die op zijne beurt zeide:

»Er valt niet aan te twijfelen. Den schuldige hebben wij voor onze oogen: hij is te gelijk een moordenaar en een dief.quot;

«Mijn zoon een dief en een moordenaar! Ach! gij bedriegt u, heeren; mijn zoon is onschuldig; ik verklaar het bij den Hemel!quot; sprak de oude Iv'ndley.

»Dat hij zich dan rechtvaardige. Wij gaan hem confronteeren met het lijk van den vermoorden man. Constabels, op weg!quot;

Hugues Lindley werd ruw medegevoerd. Hij was bleek, maar kalm. Zijne oogen vestigden zich op zijne vrouw, zijne kinderen en zijn ouden vader met een uitdrukking van stille berusting cn met een hoofdknikken zeide hij hen vaarwel.

De droevige stoet begaf zich naar de plek, waar wij Daniël Wakefield ouder de slagen van Macauby hebben zien vallen. De

ocr page 59

grootvader had van verre willen volgen, ondersteund door zijne kinderen en Ellen. De constabels hadden gemeend zich niet daartegen te moeten verzetten.

Ter plaatse gekomen, hield de kleine troep stil. De sheriff gaf een teeken; de constabels, die met den gevangene in hun midden in gesloten gelid voortlienen, weken aan weerszijden uit, waardoor Hugues Lindley zich onverhoeds voor een afzichtelijk lijk geplaatst zag.

Een huivering van afgrijzen voer hem door de leden.

In dat met bloed besmeurd en verminkt lijk herkende hij Daniël Wakefield. Nu begreep hij de verdenking, die op hem rustte.

Wakefield! die man, die zich zoo onmeedoogend tegenover hem

getoond had, moest door hem gehaat worden..... Was het niet

natuurlijk, dat men hem verdacht zich gewroken te hebben?

Uij boog het hoofd en een traan rolde Jangs zijn gebruinde wang.

Deze ontroering ontging den sheriff niet.

«Lindley,quot; sprak hij op plechtigen toon, xhebt gij uw slachtoffer herkend ?quot;

»Ik heb Wakefield, den agent van sir Robert O'Connor, herkend.'

«Gij zijt het, die hem verslagen hebt.... ontken het niet.quot;

))lk ontken dat integendeel met al de kracht die in mij is.quot;

«De bewijzen zijn tegen u..... deze met bloed bevlekte bijl,

deze bij uwe hut ontdekte portefeuille.quot;

«De moordenaar zal mijn bijl genomen hebben om zijn misdaad te volvoeren; hij zal ze daarna bij mij met de portefeuille verborgen hebben, om zoo de verdenking af te leiden.quot;

De magistraat schudde het hoofd.

»Wie is die moordenaar ? Zeg ons zijn naam.quot;

sik ken dien niet, sir.quot;

«Verdenkt gij niemand ?quot;

«Niemand.quot;

»!)an zijt gij de moordenaar!quot; riep de sheriff met donderende stem. «Indien het slachtoffer kon opstaan, zou het zelf u dat

ocr page 60

50

•woord: moordenaar! in het gelaat slingeren ! Constabels, voert dien man mede; hij zal sterven.quot;

De oude Lindley was intusschen genaderd.

«Mijn zoon is onschuldig,quot; stamelde hij met gebroken stem. sGeef hem ons terug! Wij zullen van honger omkomen, als bij ons ontrukt wordt.quot;

»Jaagt dien kerel weg!;' gebood de sheriff.

sHeb erbarmen met ons!.... Gerechtigheid, gerechtigheid!quot;

De sheriff hernieuwde zijn bevel.

De constabels grepen den ouden man ruw aan en sleurden hem te midden der rotsblokken.

»Vader !quot; riep flugues, ))zegen mij ; dat zal mij sterken in de beproevingen, die mij wachten.quot;

»0! ik zegen u uit den grond mijns harten, geliefde en onschuldige zoon ! God zal u niet verlaten... Hij kent 1.et onrecht, dat u aangedaan wordt. Hij zal uw onschuld aan het licht brengen....quot;

«Genoeg, domme witkop!quot; riep de sheriff uit. »Voert hem nog verder weg. Hij belemmert het werk der justitie. Gezwind!quot;

Een agent duwde den grijsaard voort, die struikelende eenige schreden deed en het evenwicht verliezende, met eer. zwaren slag op den grond viel. Het voorhoofd van den ongelukkige was met den scherpen kant van een rotsstuk in aanraking gekomen. Een straal bloed sprong te voorschijn: men hoorde gekerm, vermengd met onsamenhangende woorden: »Mijn God!.... Ik vergeef,,.. Erbarming.... erbarming!.... mijn zoon.... onschuldig!,..,quot;

Dat was alles.

De grijsaard sloeg de oogen ten hemel, bewoog de lippen alsof hij had willen bidden ; daarop bleef hij plotseling roerloos liggen; geen woord, geen ademtocht kwam n:eer over zijne lippen : hij was dood.

ocr page 61

57 XII.

Het gerechtshof.

Geboeid en door de constabels weerhouden, was Ui gues Lindley getuige van dat ontzettend tooneel.

sMijn vader!.... mijn arme vader!quot; riep hij snikkende uit, »zóó te moeten sterven!..,; gedood door dien man!....quot;

«Zwijg!quot; sprak de sheriff. «Van dat ongeval draagt niemand de schuld ; het is eenvoudig een ongeluk!quot;

En daar de ongelukkige dit ontkende en nog voor de laatste maal een kus op het vaalgele gelaat zijns vaders wilde drukken, wendde de magistraat zich tot de constabels met het bevel :

»Voert dien man weg. De confrontatie is afgeloopen. Laat hem met niemand gemeenschap hebben.quot;

I sZelfs niet met zijne familie, sir?quot; sZelfs niet met zijne familie, sir?quot;

«Vooral niet met zijne familie. Alle inbreuk op dit bevel zal streng gestraft worden, vergeet dat niet.quot;

De constabels verwijderden' zich met hun gevangene in de richting van Floweriness.

Gedurende den tocht poogden de vrouw en de kinderen van Ungues herhaaldelijk hem te naderen. Ruw teuiggestooten, beproefden zij het telkens opnieuw, een blik, een woord, een teeken van bemoediging afsmeekende.

De ongelukkige kon hen slechts deze woorden toeroepen :

sGod beproeft ons ; wij moeten ons aan Zijne raadsbesluiten onderwerpen !quot;

Het was een afscheid.

Van Floweriness weid Ilugues Lindley naar Galway overgebracht, waar het gerechtshof moest bijeenkomen, belast met hem te vonnissen.

In het kasteel van Floweriness gekomen, waren de baljuw en de sheriff door den Inadlord ontvangen, om hem verslag van hunne bevinding te geven.

ocr page 62

58

„Indien Lindley schuldig is, moet de wet onverbiddelijk toegepast worden,quot; sprak de landlord, toen zij hem den naam van den

vermoedelijken moordenaar noemden. jia(

»0 ! hij is schuldig, sir, er is geen twijfel mogelijk.quot; ^ «Zijn er dus bewijzen tegen hem ?quot;

),De overtuigendste bewijzen. Men heeft bij hem, in zijne v0(

hut van Glen-Black, de bijl gevonden, waarmede de misdaad ka|

volvoerd geworden is. Aan die bijl, met bloed bevlekt, kleefden ^

nog splinters been, stukjes vleescli en vlokjes haar.... Men heeft ve] daarenboven een ledige portefeuille ontdekt, die aan het slachtoffer heeft moeten toebehooren.''

gt;:ls er geen een van de papieren gevonden, die zij be-

vatte?quot; w(

»Niet een, sir.quot; n0 »Men zal ze vernietigd hebben,quot; sprak de Anglicaansche bis-

schop, die tegenwoordig was, «vernietigd of door medeplichti- |.v gen verborgen.... Is men er zeker van dat die ellendige Lindley alleen gehandeld heeft?quot;

«Nagenoeg zeker.,.. Alleen zijn gezin....quot; |le

»Men moet dat gezin gevangennemen.quot; p8

»Het hoofd, een bijna honderdjarige grijsaard,quot; begDn de sherilï. j -

De landlord viel hem in de rede. |r

«Zeer halstai'rig en zeer geslepen,quot; zeide hij ; »ik heb hem n( vroeger gekend. Men moet hem in hechtenis nemen.quot; ; e(

»Dat is onmogelijk, sir.quot; (| «Maar ik eisch, dat men hem gevangen neme.quot;

«Dat is onmogelijk, ik herhaal het; de grijsaard is dood.quot; ^

«Dood ?quot; riepen sir Robert en de reverend Mac-Paxton gelijk- n

tijdig uit. e

»Hij is dezen ochtend bezweken bij het lijk van den ongeluk-

kigen Wakefield, tijdens de confrontatie.quot; v

«De ontroering heeft hem gedood.... Hij begreep, dat zijn 0 zoon verloren was.,.. Dat is nog een bewijs,... Maar, sheriff,

gij hebt niet gesproken van de andere leden van het gezin.quot;

• -J i

ocr page 63

59

«Vrouwen , kinderen , sir prevelde de magistraat, die zich eigenlijk voor zich zeiven schaamde, den moed niet gehad te hebben sir Robert O'Connor de werkelijke oorzaak van den dood des ouden Lindlej^'s mede te deelen.

»De toestand van die arme lieden is zeer beklagenswaardig,quot; voegde hij er bij. »Er is niets gevonden dat in de verste verte kan doen vermoeden, dat zij aan de misdaad medeplichtig zijn. Wat zal er thans van hen worden, daar men hen overal zal verstoeten ?

De landlord maakte een beschermend gebaar en hernam :

»Het ivorkhouse is er. Onze wetgeving is mensclilievend. Het gezin van den moordenaar vindt een onderkomen in het workhouse zoowel als dat van den eerlijken man. Ik ga de noodige bevelen geven, opdat de vrouw en de kinderen van Hugues Lindley in het armhuis van Galway opgenomen zouden kunnen worden.quot;

De magistraatspersonen groetten en gingen heen.

Dien zelfden avond sloot zich de gevangenis van Galway, waar het gerechtshof zijne zittingen hield, achter den voormaligen pachter van Fallmoore. Twee dagen daarna deed de familie Lindley hare intrede in het workhouse, die andere gevangenis. Ket lijk van den grootvader had een christelijke begrafenis go-noten door de goede zorgen van den pastoor der parochie en eenige andere liefdadige menschen, die zich door de bedreigingen der handlangers van den lord geen vrees lieten aanjagen.

Ellen, de verloofde van Patrick, en hare moeder baden en weenden lang op het graf van den braven grijsaard. Het jonge meisje plantte er een klein kruis op, dat zij zelve gemaakt had en zoomde het met planten shamrock.

«Het is het eerste slachtoffer,quot; lispelde zij onder een vloed van tranen. »A.ls Patrick terugkeert, zal hij zien, dat zijn grootvader niet door allen vergeten is geworden.quot;

Er verliepen eenige weken.

Het onderzoek der zaak van Glen-Black was afgeloopen.

ocr page 64

60

Hugues Lindley verscheen voor zijne rechters. De ongelukkige was sinds zijn inhechtenisneming wel tien jaar verouderd. Zijne haren, vroeger zwart als git, waren wit geworden. Zijne vermagerde trekken, zijn bleeke tint, zijn zwart omrande oogen, zijn gekromde rug, zijn onzekere gang : alles in hem verried het ontzettende lijden, dat hij verduurd had.

De bank der beschuldigden binnentredende, overmeesterde Hugues een geweldige ontroering : voor de gezworenen, onder de overtuigingsstukken, had hij zijn bijl herkend....

Het lag daar dat beschuldigende wapen! Het ging hem, in weerwil zijner onschuld, in het verderf storten.

De gezworenen hadden zijn ontroering opgemerkt.

»Die man is schuldig,quot; dachten zij. »Hij verraadt zich zeiven onwillekeurig.quot;

Sinds dat oogenblik was de ongelukkige veroordeeld.

De zitting werd geopend ; zij duurde tamelijk kort.

Verpletterd onder het gewicht van de verschrikkelijke beschuldiging, die op hem rustte, bepaalde Lindley zich tot de betuiging van zijn onschuld. Flet scheen, dat de ongelukkige alle hoop had opgegeven zijne rechters te overtuigen. Het verhoor was spoedig afgeloopen.

De attorney-general nam vervolgens het woord en somde in het kort de punten der beschuldiging op. Hij sprak van den diepen haat, die het hart van Lindley moest vervullen tegen dengene, die hem uit zijne woning verdreven had; hij toonde den ellendigen uitgezette, zijn wraakplan beramende en zijn vijand in het duister opwachtende om hem te treffen.... Hij verhaalde de ontzettende worsteling in het ravijn van Glen-Black. Er liep een huivering van afgrijzen door de aanwezigen toen hij Paniid Wakefield toonde, van het paard gesleurd, kruipende aan de voeten van zijn moordenaar, hem om het behoud van zijn leven smeekende. Hij eindigde zijn hevig requisitoir met de doodstraf te eischen voor den beschuldigde of liever den misdadiger.

De president vroeg nog aan den beschuldigde — voor den

ocr page 65

61

vorm slechts — of hij er niets bij te voegen had te zijner- verdediging.

Lindley richtte het hoofd op en antwoordde met vaste stem :

sik heb de misdaad, waarvan men mij beschuldigt, niet begaan. God, die weet dat ik de waarheid spreek....''

De rechter onderbrak hem.

»Genoeg!quot; riep hij uit. »God haat de huichelarij.... Is dat alles wat gij te zeggen hebt?quot;

«Alles, sir.quot;

«Het is wel.quot;

Weinige minuten daarna werd het vonnis uitgesproken : Hugues Lindley werd tot de doodstraf veroordeeld.

Bij de voorlezing van dat onrechtvaardige vonnis deed zich een luid snikken achter in de zaal hooren.

Lindley wendde het hoofd naar die zijde; de verloofde van zijn zoon stond daar, in tranen badende.

Het slachtoffer der menschelijke ongerechtigheid poogde het meisje toe te lachen. Daarop verhief hij de oogen ten hemel en zijne lippen prevelden het woord :

» Vaarwel!quot;

XIII.

Het workhouse. — De tereclitstelling.

Sinds het protestantsche Engeland Ierland aan zijn juk heeft onderworpen, is het lot der armen in dat rampzalige land diep beklagenswaardig geweest. De katholieke natiën beminnen en beschermen de armen, die zij als broeders beschouwen ; de niet-katholieke natiën daarentegen zien in hen gewoonlijk vijanden, of wel ten minste paria's en behandelen ze daarom dikwijls met onmenschelijkheid.

Ten tijde van Hendrik VIII geeselde men in Ierland de bedelaars,

ocr page 66

02

men sneed hun het lelletje van het oor af, men wierp ze in de gevangenis en veroordeelde hen zelfs ter dood als vijanden van den Staat.

Onder Eduard VI werden de bedelaars door middel van gloeiend ijzer op den schouder gemerkt met de letter V {vurgant, vagebond). Ingeval van herhaling werden zij met twee jaar slavernij gestraft. Indien zij ontvluchtten, werden zij in den bals gemerkt met de letter S. (slave, slaaf; en zij bleven slaaf voor de rest van hnn leven. Alle poging tot ontvluchting werd met den dood gestraft. (1)

In 1838 stemde het Parlement een wet, waarbij de oprichting van een workhouse of armhuis in elk der 101 districten van Ierland bevolen werd. Twintig jaar later bevatten de workhouses bij de achttien duizend zielen. Het waren voor het meerendeel van de straat opgepakte gebrekkigen, grijsaards en weezen.

Het is in een dier werkhuizen-gevangenissen, dat wij de vrouw en de kinderen van den rampzaligen Hugues Lindley terugvinden. Het was drie dagen geleden, sinds het gerechtshof het doodvonnis had uitgesproken. Het ongelukkige gezin was er nog geheel onkundig van gelaten.... In het rustuur met elkander op de binnenplaats vereenigd, spraken de moeder en de kinderen over den geliefden afwezige, toen een jong meisje onverwachts bij hen toegelaten word.

Dat meisje was Ellen.

Juichende van blijdschap wierpen de kinderen zich in hare armen.

))Gij brengt ons goede tijding, niet waar, beste Ellen ?quot; vroeg de kleine Lucy.

»Komt gij ons de vrijspraak van vader aankondigen ?quot; zeide een der jongens.

Het meisje beproefde te antwoorden, doch de woorden bestierven op hare lippen. Hare oogen vulden zich met tranen.

De moeder begreep die stomme droefheid.

»Uij is dus veroordeeld?quot; stamelde zij.

Ellen boog het hoofd. Allen barstten in een luid gejammer los.

ocr page 67

»Veroordeeld ! hij, onschuldig!...quot; hernam de arme vrouw met een door de droefheid verstikte stem. »Ach! dat is niet mogelijk! Ellen, gij moet u vergissen 1 God verlaat Zijne dienaren niet op dio wijze....quot;

»Ik heb het vonnis hooren voorlezen.quot;

»0 mijn God!... En liij heeft zijne onschuld niet kunnen bewijzen !quot;

»De schijn was tegen hem. Het is een martelaar. Hij is vol

kracht en moed. Zijn blik heeft mij verzocht tot u te gaan.....

u te vertroosten, te versterken....quot;

Het meisje wilde nog meer zeggen, maar hare aandoening was al te hevig. Zij verborg haar aangezicht in hare handen en barstte in snikken los. Het gezin van den pachter mengde zijne tranen met de hare. Een oogenblik hoorde men niets dan onsamenhangende uitroepen, klaagtonen, gebeden, snikken. . .

Dit hartroerende tooneel werd door de komst van den directeur onderbroken. Hij kwam aan het onderhoud een einde maken. De vrouw van den veroordeelde keerde zich tot hem en riep, de handen vouwende, uit:

»Ik heb een gunst te verzoeken, sir.quot;

» Welke?quot;

))Mijn man in zijn gevangenis te mogen bezoeken.quot;

ïDat is onmogelijk.quot;

»Ach! sir, gij zult mij die laatste gunst niet weigeren!....quot;

De directeur haalde de schouders op.

«Onmogelijk,quot; herhaalde hij, «onmogelijk!quot;

»Dat hangt overigens niet van mij alleen af,quot; voegde hij er »bij. »Daartoe wordt de machtiging van den attorney-general vereischt..... het is te laat om die aan te vragen, danr de terechtstelling op morgen bepaald is.quot;

De arme vrouw was verbijsterd als had haar een knotsslag getroffen.

«Moeder,quot; fluisterde Ellen haar in het oor, »ik zal hem zien. Ik zal hem uw afscheidsgroeten overbrengen.....quot;

«Ach! lieve dochter!quot; stotterde de rampzalige vrouw. Dit vas alles wat zij kon uitbrengen.

ocr page 68

64

Ellen ging lieen. Haar laatste woord was:

»Tk zal terugkomen..... moed gehouden! God is met ons!quot;

Een door tranen verduisterde blik antwoordde haar.

Den volgenden dag had de terechtstelling van Hugues Lindley inderdaad plaats. Reeds in den vroegen morgen omringde een groote menigte de gevangenis. Onder die massa merkte men in lompen gekleede boeren op, die somber en stilzwijgend, op hunne knoestige stokken geleund, blijkbaar iets in hun schild voerende, stonden te wachten.

Het waren de uitgezette pachters van Fallmoore en Floweri-ness. Zij kwamen een laatste blijk van achting aan hun landgenoot brengen, wiens onschuld zij geen oogenblik verdacht hadden. Op een woord, een teeken, zouden zij zich op de politieagenten geworpen hebben, om hun vriend te bevrijden.

Het woord werd iret uitgesproken.

Op het vastgestelde uur verliet Lindley de gevangenis, ondersteund door een priester met witte haren, die aan zijn oor woorden van vrede en vergiffenis fluisterde.

Een luid gemompel van verwondering doorliep de menigte.

)gt;De katholieke bisschop!quot; riepen tallooze ontroerde, stemmen,

Men vergiste zich niet. Het was de opperherder van liet bisdom, die met de eenvoudigheid van een echten apostel een groote di'oefheid kwam vertroosten en aller zielen sterken.

Sinds dat oogenblik dacht niemand meer aan wraak.

De uitgezetten knielden neder op den weg van den treurigen stoet en bogen het hoofd. De bisschop zegende hen. Een jong meisje knielde in de voorste rij. Haai' ziende riep de veroordeelde gesmoord :

ïEllen!quot;'

))Ik ben het, vader,quot; riep zij, opslaande en ondanks de con-stabels naar hem toesnellende.

»Hebt gij hen gezien, lief kind?quot;

«Ja, vader.quot;

»Waar zijn zijn?'1

ocr page 69

65

»In liet workhouse.quot;

Lindley verbleekte en mompelde:

»Gij zult lien wederzien, gij..... Zeg hun, dat ik hen liefheb.....

dat mijne laatste gedachte voor hen zal zijn..... Aan Patrick zult

gij zeggen, dat ik onschuldig gestorven ben. ... dat ik vergeven heb..... dat ik hem smeek insgelijks te vergeven.quot;

Terwijl de wachten Ellen terugstieten, voegde hij er nog bij :

»Zeg aan mijne geliefde vrouw, aan mijne dierbare kinderen, dat ik hen zegen.quot;

»Ik zelf zal hun dien zegen overbrengen,quot; sprak de bisschop.

»0! Monseigneur!.....quot;

»Het is mijn plicht. Ik zal gaan.quot;

«Heb dank. Monseigneur..... Heb dank voor hen en voor mij.quot;

Men was intusschen op de gerechtsplaats aangekomen.

De beulen grepen den veroordeelde aan: eenige minuten daarna ■hing zijn lichaam aan de noodlottige galg........

Getrouw aan zijne belofte begaf de katholieke bisschop zich des namiddags naar het workhouse. Ellen wachtte hem buiten; op voorspraak van den prelaat mocht zij hem vergezellen.

De ontmoeting was treffend.

De weduwe en de kinderen van den ongelukkigen pachter van Fallmoore wierpen zich aan de voeten van den bisschop, hem smeekende hun de laatste woorden van den martelaar te herhalen. De prelaat sprak lang te midden der tranen en snikken van allen. God scheen aan zijn mond een bovenmenschelijkc kracht gegeven te hebben ; toen hij zweeg, waren de zielen der rampzaligen, die even te voren van droefheid verbijsterd waren, met hemelsche vertroostingen vervuld.

Do bisschop overhandigde de weduwe een klein koperen kruisje, dat aan haar eclitgenoot behoord had.

)gt;Het is zijn laatste gedachtenis,quot; sprak hij ; sgij zult het ter hand stellen aan den oudste van het gezin, hem herinnerende, dat hij naar het voorbeeld van den goddelijken Meester moet

ocr page 70

60

vergeven aan degenen, die hem tot een wees gemaakt hebben.''

Nadat de waardige prelaat heengegaan was, maakte Ellen insgelijks aanstalten om van de familie afscheid te nemen.

xlk zal u in eenigen tijd niet wederzien,quot; bracht zij met moeite uit.

aGaat gij ons verlaten?quot; vroeg de weduwe ontroerd.

«Helaas ja! Mijne moeder wil naar Glen-Black terugkeeren...,.

De lucht onzer bergen is haar onmisbaar..... Ik zal u van tijd

tot tijd komen bezoeken.quot;

»Maar hoe zult gij ginds leven?quot;

»De pachters hebben ons een onderkomen en brood beloofd.

Zij zijn nochtans zeer arm!..... Zij hebben medelijden met onzen

nood.quot;

»God behoede u! God behoede ons allen !quot;

's Avonds van denzelfden dag, waarop dat tooneel plaats had, ontving sir Robert O'Connor in zijn hotel van Hyde-Park het volgend telegram:

»De pakketboot, waarop ik te Londen plaats genomen heb, is te Funchal binnengeloopen om een avarij te herstellen. Morgen steek ik weder in zee aan boord van de Shamrock, van de haven van Galway, die naar Freetown en de golf van Guinea stoomt.quot;

ilet telegram was geteekend: »Edward O'Connor.quot;

Edward zond regelmatig tijding van zich. Na de Sierra-Leone bezocht te hebben, berichtte hij op zekeren ochtend, dat hij zich opnieuw op de Shamrock inscheepte, om zich naar Sint-Paul-de-Loanda te begeven.

«Alles gaat goed,quot; zeide de landlord. »Edward krijgt smaak in avontuurlijke reizen. Ik vreesde voor hem het heimwee.quot;

Lady O'Connor zuchtte.

»Die arme jongen,quot; lispelde zij. »Hij zal in die woeste streken veel ongemakken te verduren hebben!''

sBeklaag hem niet, vrouw. Edward zal eenmaal, geheel van zijne gebreken genezen, terugkeeren. De reizen, ziedaar de

ocr page 71

67

schoo), waarin zich de Engelsche jongelingschap moet vormen.'' Lady O'Connor antwoordde hier niets op ; zij deelde, in den grond haars harten, geheel en al de meening haars echtgenoots. Men wachtte geduldig op nieuwe brieven van den afwezige. Zij kwamen niet, helaas !

Was hem een ongeluk overkomen ?

XIV.

Twee artikelen t.iu de „TIMES.quot;

Den volgenden dag las sir Robert, de Times inziende, het volgend bericht :

«Gisteren heeft te Galvvay de terechtstelling plaats gehad van Hugues Lindley, schuldig aan moord, gevolgd door diefstal op den persoon van Daniel Wakefield, intendant van sir Robert O'Connor, een rijk grondbezitter en lid van het parlement.

»De misdadiger, een ijverig katholiek, bezat veel geestkracht; de verpletterendste bewijzen hebben hem niet kunnen bewegen bekentenissen te doen; hij is, zijn onschuld betuigende, gestorven.quot;

Iets lager las de landlord het volgende berichtje :

»De agrarische misdaden nemen in Ierland sterk toe en inzonderheid in Connaught. Gisteren, op het oogenblik der terechtstelling van Hugues Lindley, heeft een brand, dien men aan kwaadwilligheid toeschrijft, het eenige huis van het dorp Fallmoore, dat door de uitzetting gespaard was, in de asch gelegd ; di ie of vier

hutten van een naburig gehucht hebben hetzelfde lot ondergaan. Verscheidene voormalige pachters zijn in hechtenis genomen.quot;

»Die schurken!quot; sprak de landlord, »zal men ze dan nooit onder den duim krijgen ?quot;

Hij hervatte de lezing van de Times. Geleerde verbande-

ocr page 72

68

lingen over de koloniale staatkunde van Engeland boeiden weldra zijn geheele aandacht. Na verloop van weinige minuten had hij Galway, de terdoodbrenging en de agrarische misdaden vergeten.

De landlord was een diepzinnig politicus en tevens een uitstekend financier. Zijne behaalde zegepralen op de tribune in al de vraagstukken, die den voorspoed en de grootheid van het Vereenigd Koninkrijk betroffen, hadden zijn naam beroemd gemaakt. Overladen met rijkdommen en eer, zou de landlord gelukkig hebben moeten zijn; toch was dit volstrekt het geval niet.

O! sir Robert leed ! Menige straatbedelaar, die hem benijdde als hij met zijn vurig span voor zijn prachtig rijiuig voorbijvloog, zou geweigerd hebben zijn lot te deelen, indien hij er de zielsangsten van gekend had.

Ook lady O'Connor leed; nochtans veroorloofde haar lichtzinnige natuur haar hare smart te vergeten.

Doctor Mac-Paxton en zijn gezin woonden meer in Londen dan in Connaught. Nauw bevriend met sir Robert, kwamen zij hem dikwijls bezoeken. Men sprak dan van Edward en ontwierp schitterende plannen voor de toekomst.

Miss Mary, de eenige dochter van den protestantschen bisschop, groeide op en werd bekoorlijk. Reeds hadden verscheidene jongelieden van de gentry de oogen op haar geworpen. De bisschop echter benam hun alle hoop door te verklaren, dat zij verloofd was met den zoon van zijn vriend O'Connor.

Wat ontbrak dezen dus om gelukkig te zijn?

Helaas! gelijk aan den knagenden worm onder in den kelk der bloem verborgen, pijnigde een altijd bloedende wonde in het geheim zijne ziel. Die wonde was de herinnering aan de ontvoering van den kleinen Rodoric; het waren de gestadig hernieuwde bedreigingen van den geheimzinnigen vijand, die op zijn verderf loerde.....

Er verliepen verscheidene maanden.

Op zekeren dag las de landlord in de Times.

»Meli telegrafeert van de Kaap:

ocr page 73

09

»De Sun fly, die hedenochtend op de reede gekomen is, heeft aan de maritieme autoriteiten een wrakstuk overhandigd, dat zij op de hoogte van kaap Negro in zee ontmoet heeft. Dit wrakstuk heeft tot het achtersteven van een groot vaartuig moeten be-hooren. De letters.... roc/c «chijnen aan te duiden, dat het de Shamrock betreft, een stoomschip van de haven van Galway, waarvan men sinds eenige weken zonder tijding is.quot;

En iets verder.

«Laatste tijdingen :

sOmtrent het vergaan van de Shamrock kan niet de minste twijfel meer bestaan. Het door de Sun fly opgevischte wrakstuk is herkend geworden door J. William Woolly, voormalig luitenant van de Shamrock. Het ongelukkige lersche schip, dat verscheidene vaten met nitro-glycerine aan boord had, is waarschijnlijk in volle zee bij den evenaar in de lucht gevlogen. Het is maar al te zeker, dat de geheele bemanning om het leven gekomen is.quot;

De landlord liet het blad vallen en mompelde:

«Edward is niet meer.... Het was mijn laatste hoop.... Al ons geluk is voor altijd vernietigd.. . O ! de toekomst, de toekomst!quot;

ocr page 74

TWEEDE GEDEELTE De schipbreukelingen der Shamrock.

i.

Op eoa wrakstuk.

De Shamrock was in volle zee met man en muis vergaan.

Togen het einde van een stormachtigen nacht had een vree-selijke uitbarsting zich aan boord doen hooren, en waren hooge

vuurzuilen ten hemel gestegen..... Gedurende eenige seconden

hoorde men een ontzettend gekraak, waaraan zich het gejammer van menschelijke stemmen paarde..... Daarop draaide het verbrijzelde, uiteengerukte vaartuig op zich zelve rond en zonk rechtstandig in de diepte weg.

Twee minuten later had alle gerucht opgehouden : de Shamrock was in den afgrond verdwenen.

Toen de dageraad het tooneel van de ramp verlichtte, zou men op de met schuim getopte golven sparren, stukken van ra's, planken, kortom duizenderlei verschillende voorwerpen hebben kunnen zien drijven.

Op een dier wrakstukken, — een vat, dat met zoet water gevuld geweest was — werd een menscheüjk wezen heen en weder geslingerd,

liet was iemand van nauwelijks twintig jaar. Een eerste zonnestraal deed de matte bleekheid van zijn gelaat uitkomen. Zijne gespierde ledematen, nauwelijks met kleederen gedekt, omklem-

ocr page 75

74

den met vertwijfelende kracht het vat, dat een middel van redding kon worden.

Plotseling uitte de schipbreukeling een kreet. Zijne oogen, die onafgebroken over de onstuimige zee zwierven, hadden zich gevestigd op een vormeloos voorwerp, dat op een halve kabellengte afstand van hem dobberde.

Was hst een der schipbreukelingen van de Shamrock? Was het een doode ? was het een levende ?

Met een levendige hartsbeklemming deed de jonkman zich zeiven die vragen.

In dat plechtige oogenblik voelde hij zich zoo eenzaam op zijn wrakke reddingsboei! Hij zou de klank eener bekende stem hebben willen hooien, een hand de zijne voelen drukken, aan een krach-tigen wil den zijnen stalen.

Met behulp van een stuk plank, waarvan hij zich als een roeispaan bediende, richtte de schipbreukeling zijn wrakstuk naar het voorwerp, dat zijn aandacht getrokken had.

Na eenige minuten roeiens wist hij waaraan hij zich te houden had : het was inderdaad eon levende schipbreukeling, dien hij voor zich had, drijvende op een paar sparren.

ïiMoed !quot; riep hij hem werktuiglijk toe; »schep moed!quot;

De ongelukkige had het hoofd opgeheven.

«Red mij!quot; stamelde hij met matte stem; »ik zink.,..quot;

Met een paar riemslagen naderde de jonkman zijn lotgenoot nog dichter.

»Neem plaats op mijn boei,quot; hernam hij ; ))zij kan twee menschen dragen.....quot;

«Dat is u zelven in het verderf storten.quot;

»Welnu! wij zullen samen sterven.,., of liever. God zal ons beiden redden.quot;

De twee wrakstukken raakten elkander.

tGeel mij de hand..... haast u..... Een golf kan ons scheiden.quot;

De schipbreukeling van de sparren gehoorzaamde.

Zoodra hij op het vat geheschen was, scheen hem de zenuw-

ocr page 76

72

achtige overspanning, die hem tot op dat oogenblik ondersteund had, te verlaten. Hij sloot de oogen en liet zich machteloos in in de armen zijns redders zinken.

»Het was tijd,quot; dacht deze.

Een aan zijn gordel hangende veldflesch losmakende, bracht hij die aan de lippen van den schipbreukeling, die eenige teugen deed.

Dit herstelde hem een weinig.

Hij richtte het hoofd op en mompelde;

sWelk een vreeselijk drama!..... zouden wij de eenig overlevenden zijn?quot;

»Helaas! ik vrees hot.quot;

«Zullen wij zelf aan den dood ontsnappen? Er zou een mirakel noodig zijn om ons te redden..... een waar mirakel!quot;

»God en Zijne heilige Moeder zullen zich over ons erbarmen!quot;

»Ik zou wenschen uw hoop te kunnen deelen.....maarongelukkig. ,..''

Hij voleindigde niet; zijn hoofd zonk neder op zijne borst en hij loosde een diepen zucht.

Zijn metgezel beschouwde hem nu aandachtig en werd getroffen-door zijn jeugd en zijn voornaam uiterlijk. Het was ontwijfelbaar een der elegante passagiers, die hij nog kort geleden op het dek der Shamrock bewonderde. Hoe was zijn naam? Hij had dien nooit hooren noemen.

Na een langdurig stilzwijgen vroeg de voorname schipbreukeling:

»Zeg mij toch eens aan wien ik mijn voorloopige redding te danken heb, edele jonkman?quot;

))Ik heet Patrick Lindley, sir.quot;

»Zijt gij een Engelschman ?quot;

«Een Ier uit de provincie Connaught.quot;

))Dan zijn wij eenigszins landslieden! Welk district bewoont gij ?

»Dat van Galway. Mijne ouders zijn pachters in het dorp Fallmoore, niet ver van het kasteel van Floweriness.quot;

»En uw landlord is sir Robert O'Connor, niet waar?quot; ■

»Juist, sir.quot;

ocr page 77

73

»Welnu! sir Robert is mijn vader..... Wij zijn derhalve geen

vreemdelingen voor elkander!quot;

slloe!quot; riep Patrick uit, «zijt gij sir Edward, onze jonge landlord ?quot;

»Ik ben Edward O'Connor, uw lotgenoot en vriend.... Er is hier op dit vat, waarop God ons vereenigd heeft, noch meester, noch knecht,... Ziedaar mijne hand, het is die van een eerlijk man, die nooit vergeten zal wat gij voor hem gedaan hebt.quot;

Getroffen vatte Patrick de hand, die de zoon van den landlord hem toestak.

«Helaas!quot;' prevelde hij, ))ik heb misschien slechts uw doodstrijd verlengd!1'

))Gij hebt uwe grootheid van zie! getoond..... Ik wil niets

anders zien..,.. Wat de toekomst betreft, wie weet?..... Zoo even

spraakt gij van hoop....?quot;

».Ja, ja, laat ons hopen! Het zou een misdaad zijn zich aan moedeloosheid over te geven. Wij zullen worstelen en elkander wederkeerig tot aan het einde ondersteunen.quot;

De zee werd woeliger. Een reusachtige golf overdekte de schipbreukelingen, dreigende hen in den afgrond mede te sleepen. De Ier zag het gevaar in.

sSir Edward,quot; zeide hij, »er is geen tijd te verliezen; wij moeten een weinig stevigheid aan onzen notendop geven, hem zoo mogelijk voor kantelen behoeden.quot;

»Maar hoe?..... Ik zie niet in op welke wijze.....quot;

»Er bestaat slechts één middel op: de wrakstukken, die om ons heen drijven, naar ons toetrekken en aaneenbinden.quot;

»Gij wilt dus eigenlijk een vlot maken?quot;

»Ja, sir, een vlot.quot;

))Laten wij het beproeven!quot; riep sir Edward.

Met behulp van hun plank, waarvan zij zich als een bootshaak bedienden, gelukte het den jongen lieden, met geweldige inspanning, stukken van masten en ra's te bemachtigen, die de zee naar hun zijde spoelde. Die stukken, verbonden door middel van

ocr page 78

74

touwen, die in overvloed aan het mastwerk hingen, vormden een vlot, dat eenigen tijd aan de kracht der golven weerstand kon bieden.

Tegen den avond was de arbeid volbracht.

De zon aan den gezichteinder ziende verdwijnen, herinnerden zich de schipbreukelingen, dat zij sinds den vorigen dag niets gegeten hadden.

Sir Edward gewaagde er het eerste van.

«Zouden wij dan veroordeeld zijn om van gebrek om te komen?quot; zuchtte hij.

«Onze voorraad is zeer gering,quot; antwoordde Patrick Lindley.

»Zeg maar liever ronduit, dat wij niets hebben!quot;

))Wij hebben dit,quot; hernam de Ier, een voorwerp toonende, dat hij uit zijne kleeren te voorschijn haalde.

»Een scheepsbeschuit!..... voor ons tweeën!.....quot;

»Het is weinig, ik weet het..... Wij hebben ook nog ongeveer

een liter brandy in deze veldflesch.'quot;

De Engelschman schudde treurig het hoofd.

sik voor mij heb niets kunnen redden. De ramp heeft mij verrast op het oogenblik, dat ik op mijn stoel ingedommeld was, na een gedeelte van den nacht met lezen doorgebracht te hebben.quot;

sik,quot; zeide Patrick, ssliep geheel gekleed op het dek.... De beschuit was mij gisteren voor mijn rantsoen gegeven geworden; wat de brandy aangaat, deze heb ik uit Ierland meegebracht.... Het oogenblik om die geringe provision eer aan te doen is daar.quot;

Patrick brak de beschuit door en bood sir Edward het grootste stuk aan.

Door den honger geprikkeld, bracht deze ze met gretigheid aan den mond.

Hij hield echter bijna dadelijk weer op en zich tot zijn metgezel wendende, die het stuk beschuit in zijn zak stak, vroeg hij :

»Hoe ! gij eet niet?quot;

»Ik bewaar die beschuit voor morgen.quot;

• Maar de honger moet u toch plagen?quot;

))Ik heb er niet veel hinder van..... Ik kan wachten.....quot;

ocr page 79

75

»Welnu! ook ik kan wachten,quot; sprak de jonge landlord met nadruk. «Later zal dat voedsel ons, inderdaad, van meer nut zijn.quot;

Na een korte poos liet liij er op volgen:

«Brood! liet is voor de eerste maal van mijn leven dat ik het

naar waarde schat..... En te moeten zeggen, dat ik armen

afgewezen heb, die misschien van honger stierven! '

Patrick meende een traan in zijn oog te zien blinken.

De nacht viel snel in. Hij was lang en droevig voor de beide schipbreukelingen. Bij den terugkeer van den dageraad lieten zij een angstigen blik weiden over die onafzienbare watervlakte, waarop zij op Gods genade ronddobberden.

Niets vertoonde zich. De ongelukkigen durfden elkander hunne indrukken niet mededeelen.

De zee, daags te voren reeds tamelijk woelig, bleef onstuimig. Reusachtige golven overstelpten elk oogenblik het vlot en slingerden het her- en derwaarts. Tegen don avond ging da wind echter eensklaps liggen.

De schipbreukelingen maakten van die stilte gebruik om een weinig voedsel te nemen. De helft der beschuit werd in een oogwenk verslonden. O! wat smaakte dat harde brood hun overheerlijk!

Den volgenden morgen stak de wind weder op. Het vlot werd met zekere snelheid meegesleept. Het was in een strooming geraakt. Werwaarts voerde die? Helaas! het was onmogelijk zich daarvan te vergewissen.

Dien zelfden dag ondervonden de schipbreukelingen een vreese-ijke en smartelijke teleurstelling, die hen bijkans tot vertwijfeling zou gebracht hebben.

Patrick, die voortdurend al de punten van den gezichteinder doorzocht, greep plotseling den arm van sir Edward.

«Daar ginds, daar ginds!quot; stamelde hij met bevende stem.

»Ik zie niets.quot;

»Aan den horizon... dat schip!quot;

«Een schip?.... o God!quot;

ocr page 80

76

»Het nadert.... zie ! Ach ! mocht het ons b,■merken.quot;

De Ier deed zijn wambuis uit en maakte het vast aan de punt van de plank, die hem tot roeiriem diende. Hij hoopte dat dit signaal zou opgemerkt worden. Vruchtelooze hoop ; het schip verwijderde zich weldra en verdween in de nevelen.

De Engelschman rukte zich van vertwijfeling de haren uit het hoofd.

»Wij zijn veroordeeld om hier van honger te sterven !quot; Jammerde hij.

De volgende dagen werd de toestand der schipbreukelingen ontzettend. Honger, dorst, slapeloosheid folterden hen beurtelings. Vooral de dorst, die door de brandende hitte van die hemelstreken nog des te heviger was, was voor hen een ontzettende marteling. De ongelukkigen beproefden zeewater te drinken, hetgeen hun lijden nog vermeerderde.

Den zesden dag na het vergaan van de Shamrock begon sir Edward bij tusschenpoozen te ijlen. Hij sprak van zijn hotel van Hyde Park, van zijne vrienden, zijne verloofde, en gaf zijn voornemen te kennen het kasteel van Floweriness te gaan bewonen.... Patrick, koewei door het lijden verzwakt, had zijn gehcele geestkracht behouden. Hij poogde, door troostvolle woorden, den moed van zijn ongelukkigen vriend te schragen, 's Namiddags van den zesden dag schudde Patrick Edward eensklaps hevig bij den arm en riep, met de hand naar den horizon wijzende, met onbeschrijflijke vreugde :

sLand ! land ! wij zijn gered !quot;

De Engelschman scheen uit een smartelijken droom te ontwaken. Hij keek uit en een vloed van tranen ontsprong aan zijne oogen.

»Ja, wij zijn gered,quot; riep hij ; «het is werkelijk land, '.k zie palmboomen, bergen.... God heeft zich over ons ontfermd..... Hij zij gezegend !....quot;

Hij zweeg eensklaps. De ontroering was te sterk: hij zonk bewusteloos in de armen van den Ier.

ocr page 81

77

Medegevoerd door de strooming, die het sinds eenigen tijd volgde, naderde het vlot met snelheid den oever. Twee uren latei-strandde het op een zandige kust, waar de schipbreukelingen gerui-men tijd zonder bezinning als levenloos bleven liggen.

II.

l)e woestijn ran Kalahari.

Patrick Lindley herkreeg het eerste zijn bewustzijn.

De brave Ier knielde op het zand neder en dankte God met een vurig gebed voor zijne redding; zich daarop naar een groep boomen sleepende, die hij op korten afstand ontwaarde, zocht hij vruchten en water.

Zijne verwachting werd niet teleurgesteld.

Na eenig zoeken ontdekte hij smakelijke vruchten, die hij gretig opat. In de nabijheid vloeide een heldere beek tusschen rotsblokken door; hij dronk er met volle teugen van.

Gesterkt door dat maal, hetwelk de Voorzienigheid hem verschaft had, dacht hij aan sir Edward.

Zich opnieuw over de beek buigende, vulde hij zijn veldflesch met het heldere water en spoedde zich, na eenige vruchten geplukt te hebben, naar zijn jongen lotgenoot. Zoodra deze de frischheid van het water gevoelde, sloeg hij de oogen op en prevelde :

sGered !,... mijn God!..., welk een geluk!quot;

Sir Edward, die door het gebrek aan voedsel meer geleden had dan Patrick, voelde zich zeer zwak. Het gebruikte voedsel herstelde hem evenwel een weinig. Hij kon met behulp van den Ier opstaan en zich onder de beschutting van een naburige rots op den grond neervlijen, waar zij den nacht zouden doorbrengen.

Den volgenden dag onderzochten de schipbreukelingen van de

ocr page 82

78

Shamrock de kust, waarop het vlot hen geworpen had. Het was een laag, bijna geheel vlak strand, waar zij geen spoor van bewoners ontdekten. De rijke plantengroei der keerkringen echter vertoonde zich daar in zijn vollen luister. Vijgen-, banaan-, oranje-, dadelboomen verhieven er hun kruin boven boschjes acacia's, cactussen, maniocs, aloe's, mimosa's en andere. Prachtig gevederde vogels waren er in menigte en verlevendigden die dood-sche streek door hun gekweel en hun gesnater.

Schelpdieren, die zij aan den oever der zee opraapten en eieren van allerlei gevogelte, die zij in de struiken vonden, verschaften aan onze jongelieden een stevig voedsel. Eén ding bedroefde hen : het was de afwezigheid van den mensch. De kust, waarop zij zich bevonden, scheen nooit door een menschelijk wezen betreden te zijn geweest. Zij gevoelden zich verlaten als midden op den Oceaan,

»Waar zijn wij toch hier ?quot; vroeg Patrick aan zijn Tnetgezel. De Engelschman schudde treurig het hoofd.

»Ik weet het niet juist,quot; antwoordde hij. sMaar ik vrees dat dit land niet de Congo is.quot;

«Wat zou het dan zijn, sir Edward ?quot;

»Het land van Damaras en de woestijn van Kalahari.quot;

»Een woestijn 1quot; riep de Ier ontsteld uit.

»Ja, Patrick ; een vreeselijke woestijn, die wij onmogelijk kunnen doortrekken.quot;

»Maar deze plantengroei, sir Edward....quot;

«Zij laat zich verklaren door de beken, die in die kleine golf uitmonden. Wie weet of zich aan gene zijde van gindsche heuvelen de woestijn zich in al hare afgrijselijkheid vertoont! Morgen zullen wij dat weten ; laat ons intusschen onze krachten door voedsel en slaap versterken.quot;

Na een genisten nacht zetten de schipbreukelingen hunne onderzoekingen voort. Binnen weinige uren hadden zij den top van een dier heuvelen bereikt, waarvan sir Edward gesproken had.

Een kreet van ontzetting ontsnapte gelgküjdig aan hun borst.

ocr page 83

79

Een eindelooze woestijn, door de zon verbrand, vertoonde zich aan hunne blikken.

Het was wel degelijk de woestijn van Kalahari.

Beiden bewaarden eenige minuten het stilzwijgen.

Patiick verbrak het 't eerst door de vraag:

3gt;S;r Edward, welk redmiddel rest ons nog? Wij kunnen ons toch zeker niet in die zandvlakte wagen?quot;

»Wij zullen de kust volgen,quot; antwoordde de Engelschman.

«In welke richting?quot;

»Die van de linie.... Aan dien kant mogen wij hoop voeden de Portugeesche bezittingen van Benguela te bereiken. Moed gevat, vriend, de tocht zal lang en gevaarlijk zijn! Wij zijn echter te verzwakt om ons dadelijk op weg te begeven. Wij zullen over twee dagen vertrekken. Intusschen moeten wij een ruimen voorraad levensmiddelen opdoen, want wij zouden ei gedurende de reis gebrek aan kunnen hebben.quot;

Twee dagen later begaven zich de schipbreukelingen, geiijk overeengekomen was, op weg. liet voorkomen van de kust veranderde al spoedig aanmerkelijk. Op het prachtige groen volgde een onvruchtbaar, door de zon verschroeid terrein, waarop ternauwernood hier en daar een verschrompeld kreupelboschje te zien was.

Gedurende een geheele week vertoonde zich hetzelfde schouwspel aan de oogen van sir Edward en zijn lotgenoot: aan de eeno zijde de zee, aan de andere de zandwoestijn.

Op zekeren namiddag echter vertoonden zich aan hen in de verte eenige heuvelen, bedekt met groen. De ondergaande zon deed een breed water tusschen de heuvelen door in hun oogen glinsteren.

Sir Edward gaf een schreeuw van blijdschap.

sEen rivier! Wij zijn gered!quot; riep hij.

Ondanks hunne vermoeienis zetten de schipbreukelingen hun tocht voort. Toen zij stilstonden, stroomde de rivier aan hunne voeten.

»Het is de Koenêne, vroeger de Baraberougho, sprak sii

ocr page 84

80

Edward na een kort onderzoek. »Aan de andere zijde is de Congo.quot;

»Is dat land bewoond ?quot;

sJa. De kust volgende zullen wij verscheidene belangrijke steden ontmoeten. Het eerste Mossamedes, aan gene zijde van liet voorgebergte, dat kaap Negro vormt; dan Porto-Novo en San Fiilippo de Benguela.quot;

»In dat geval zijn wij gered !quot; riep Patrick uit. «Wij moeten zoo spoedig mogelijk de rivier overgaan.quot;

Do Engelschman glimlachte en vroeg:

»Op welke wijze?quot;

»Wij hebben geen boot we! is waar, maar wij zouden kunnen overzwemmen.quot;

»Dat is onmogelijk, beste vriend.''

«Waarom?quot;

»Omdat die rivier door krokodillen verpest is.quot;

«Maar, sir Edward.....quot;

De jonge landlord viel hem in de rede.

»Het middel is onuitvoerbaar, zeg ik u..... Het zou een zelfmoord zijn. Komaan,'' vervolgde hij, met de hand naar den oever der rivier wijzende, «ziet gij daar in het slijk en de biezen dat beweginglooze voorwerp.....''

»Het is een verrotte boomstam, dien de wateren hebben medegevoerd,'' antwoordde Patrick.

))Gij vergist u, het is een krokodil. Er zijn er honderden andere. Ik zal het u bewijzen.quot;

En een grooten steen opnemende, wierp de Engelschman dien op den vermeenden boomstam, die zich plotseling bewoog en een afziclitelijken muil met tanden zoo scherp als dolken bezet opensperde.

«Welnu, Patrick, twijfelt gij nog?quot;

«Ach! sir, wie zou hebben kunnen denken'.... Maar het verschrikkelijke ondier is niet alleen. Daar is een geheel legioen.quot;

Inderdaad, bij het plonsen van den steen bewogen zich een

ocr page 85

81

menigte krokodillen in de biezen, hun groenachtigen rug en hun geopenden muil toonende.

Eenige verlieten hetwater en poogden de hoogte te beklimmen, waaide schipbreukelingen stonden, maar het terrein, dat tamelijk hoog was en zich nagenoeg loodrecht verhief, leende zich weinig voor hun bewegingen. Het was niettemin tijd om aan den aftocht te denken.

Sir Edward en zijn metgezel begaven z ch naar een hoogte op veiligen afstand van het water, waar zij besloten den nacht door te brengen,

«Morgen,quot; zeide de jonge landlord, szullen wij beginnen met de rivier stroomopwaarts te volgen. Het is de verstandigste partij, die wij kiezen kunnen, daar wij overigens, door haar te volgen, de bewoonde streken zullen naderen. Keurt gij mijn plan goed? Zijt gij bevreesd door het vooruitzicht van een langen en avontuurlijken tocht door het Afrikaansche vasteland?quot;

»Ik zou gaarne een reis om de wereld maken in uw gezelschap,'' antwoordde de Ier met vuur.

»Oho!quot; hernam sir Edward, »er is geen sprake van zulk een reis. Wij zullen de Koenóne opgaan tot aan haar oorsprong, op het grondgebied der Bienno's, niet ver van Bihe. Wij zullen in die stad eenigen tijd uitrusten; vervolgens zullen wij ons naar Sint-Paul de Loanda begeven, onzen weg nemende door de kringen (concelhosj Kakunda, Killenguès en Dombé. Rekening houdende met de hinderpalen, die wij zullen ontmoeten, zal die tocht ternauwernood drie a vier maanden duren.1'

Evenals altijd onder die hemelstreken was de nacht bijna plotseling ingetreden. Zoodra zij geheel door de duisternis omgeven waren, gaven de jongelieden zich aan den slaap over. Bij het opgaan der zon gingen zij op weg en hielden slechts rust om hun maal te gebruiken in een kleine door de rivier gevormde kreek. Daar ontdekten zij een groote menigte watermeloenen en een soort roodgekleurde komkommer, waarvan het vleesch, hoewel v/at bitter, hun overheerlijk toescheen.

Terwijl zij daarvan een voorraad plukten, uitte Patrick een kreet van verrassing.

6

ocr page 86

82

ïWat is er?'' vroeg sir Edward naar hem toesnellend;

ïZie, daar op het zand die diepe indrukselen.quot;

»Ik zie het. .. het zijn de sporen van de dieren, die aan de-rivier hun dorst komen lesschen. Dikhuidige, herkauwende, verscheurende en kruipende dieren zijn hier in deze streken zeer menigvuldig. Het is een gevaar, waaraan ik, om de waarheid te zeggen, niet gedacht had.quot;

»Hoe zullen wij ons daartegen beveiligen? Wij kunnen den oever van de Koenéne niet volgen, zonder ons aan vreeselijke ontmoetingen bloot te stellen.quot;

^Overdag is het gevaar weinig te vreezen,quot; hernam de

Engelschman

sMaar des nachts?quot; vroeg Patrick.

sDes nachts zullen wij wel middel vinden om die vreeselijke bewoners der wildernis op een afstand te houden.quot;

jEn dat middel, sir?quot;

^Is een groot vuur te onderhouden.quot;

Patrick schudde moedeloos het hoofd.

ïDat komt mij onmogelijk voor.quot;

«Niets is toch gemakkelijker. De wilden van alle deelen var: den aardbol kunnen vuur ontsteken zonder een van onze kunstmiddeltjes daartoe te bezitten. Wij zullen de wilden navolgen: wij zullen vuurmaken door twee stukken droog hout tegen elkander te wrijven.quot;

sik ben nieuwsgierig er de proef van te zien nemen,quot; prevelde Patrick met een zekere ongeloovigheid.

»Gij zult het nog hedenavond zien, beste vriend.quot;

Des avonds inderdaad, bij bet ondergaanderzon,nadatde reizigers een van boomen ontbloote plek uitgekozen hadden om er den nacht doortebrengen, maakte de jonge landlord zich gereed om zijne belofte te houden. Terwijl zijn makker een stapel hout gereed legde, deed hij snel tusschen den palm zijner handen een stok ronddraaien, waarvan het einde in een groot horizontaal liggend stuk hout stak.

De bewerking duurde langer dan de Engelschman vermoed had. De vaardigheid ontbrak hem dan ook. De nacht viel in zonder dat hij er in geslaagd was vuur te maken. Er was noch-

ocr page 87

83

tans geen oogenblik meer te verliezen, want de woestijn begon te leven; duizenderlei vreemde geluiden, duizenderlei wanluidende kreten, die steeds duidelijker en naderbij klonken, stegen op.

Patrick, die zich eenige schreden verwijderd had om den omtrek te onderzoeken, keerde spoedig terug en sprak met ontroerde stem;

»Sir Edward, het gevaar wordt dringend. Ik heb donkere gedaanten van dieren gezien, die niet ver van ons voorbij sprongen..... Ik heb schitterende oogen op mij zien vestigen..... Luister.

luister!quot; voegde hij er bij. «Daar zijn zij!quot;

Men hoorde een vreeselijk gebrul, waarmede zich kreten van angst en pijn vermengden.

Op hetzelfde oogenblik vloog een troep dieren als een wervelwind hen op een geringen afstand voorbij. Het waren roofdieren, die een kudde zebra's of antilopen vervolgden.

De jonge lieden haalden verruimd adem.

Zonder afgewend te zijn werd het gevaar minder dreio-end

Een minuut uitstel kon de redding voor hen zijn.

Plotseling voer een ijskoude rilling door hunne leden. Voor hen op geringen afstand vertoonde zich de donkere massa van een groot roofdier.

Was het de koning der woestijn? Was het een panter, een luipaard, een hyena? De ongelukkigen konden zulks niet onderscheiden. Zij zagen zijne glinsterende oogen, zij hoorden zijn forsche ademhaling, het geluid van zijn geduchte kaken.

Het ondier scheen nog besluiteloos; slechts één sprong en hij verpletterde hen onder zijn slag, verscheurde hen met zijne tanden en zijne klauwen.

Op dit oogenblik schoot er een vlam uit het droge hout op en verlichtte de open plek.

De jonge lieden waren gered.

Het verschrikte roofdier deinsde terug en verdween met een vreeselijk gebrul in de duisternis.

Met een van schrik bonsend hart knielden Patrick en zijn lotgenoot neder en dankten God voor hunne redding. Het overige

ocr page 88

84

van den nacht onderhielden zij het vuur zorgvuldig, zoodat het steeds hoog opvlamde. Geen nieuw ongenoodigd bezoek kwam verder hun rust verstoren. Bij het opgaan der zon had de wildernis haar gewone stilte herkregen. Na een licht ontbijt, bestaande uit watermeloenen en komkommers, zetten zij hun tocht stroomopwaarts voort.

Toen de hitte te brandend werd, hielden zij stil onder het lommer van een reusachtigen banaanboom, om welks stam zich slingerplanten met roode en witte bloemen kronkelden.

Eene menigte vogels, die onder het dichte looverdak de koelte gezocht hadden, vlogen bij de nadering der reizigers weg en streken niet ver van daar neder in een boschje mastik- en jujubesboomen.

Het gelukte den Ier een parelhoen met een steenworp te doodcn. Het v. as een buitenkansje voor menschen sinds geruimen tijd tot uitsluitend plantaardig voedsel veroordeeld. De vogel, voor een evenals den vorigcn avond ontstoken vuur geroosterd, werd de hoofdschotel van een heerlijk maal, met water van de Koenéne besproeid.

Zoodra dat maal afgeloopen was, vleiden de reizigers zich aan den voet van den banaanboom neder om een slaapje te houden.

Hun rust was van korten duur. Zij werden door een vreemd-soortigen, langgerekten kreet uit hun slaap gewekt. De oogen openende zagen zij zich omringd door een troep halfnaakte wilden, gewapend met pijlen en sagaaien.

Op een teeken van hun opperhoofd wierpen die wilden zich op de Europeanen en bonden hen in een oogwenk handen en voeten, zoodat zij zich niet verroeren konden.

III.

Gtevjmgea,

Een halfuur daarna verlieten de schipbreukelingen van de Shamrock, gezeten op mahara (zadel- en oorlogskameelen in

ocr page 89

85

Middel-Afrika) de boorden der rivier en reden naar een onbekende bestemming de woestijn in.

Hun geleide bestond uit een vijftiental negers, met een dom en bloeddorstig voorkomen. Het waren ongetwijfeld menschen-eters. De zorgvuldigheid, waarmede zij de ledematen der gevangenen betast hadden, om zich van de mate hunner vetheid te overtuigen, getuigde dit genoegzaam.

Sir Edward merkte zelfs een pak menschelijke kakebeenen op, dat een der negers aan een band over den schouder droeg. Hij achtte het onnoodig zijne ontdekking aan zijn vriend mede te deelen, om den armen jongen niet nog meer te doen ontstellen.

Na een langen rit in de steppen hield de karavaan stil in een dal, waar talrijke tenten stonden. Het opperhoofd van den stam, voor wien zij gevoerd werden, was een man in de kracht des levens. Hij toonde hun zijn linkerarm, die door een schot verminkt was en zeide tot hen in het Engelsch :

«Stanley.... slecht.... Blanke mannen sterven....quot;

Het was een veroordeeling.

Het opperhoofd had zich ongetwijfeld over Stanley te beklagen en hij wilde zich op mannen van zijn ras wreken door hen te vermoorden.

De nacht, die op de gevangenneming der scbipbreulielingen volgde, was voor dezen zeer akelig.

Afzonderlijk in hutten opgesloten, die door wilden bewaakt werden, dachten zij met droefheid aan het lot, dat hun beschoren was. De herinnering aan hun vaderland, aan de familie, die zij, het hart met hoop vervuld, nog zoo kort geleden verlaten hadden, deed hunne tranen vloeien. Patrick gaf zich evenwel niet aan de vertwijfeling over gelijk de zoon van den landlord ; de zoon van den armen lerschen pachter bezat godsdienst; deze vertroostte en sterkte hem.

De zon steeg schitterend boven dat in het hartje van Middel-Afrika verloren dorp op.

Nog steeds stevig gebonden, werden de Europeanen door slaven in de overdekte aan alle zijden open receptieloods van het opper-

ocr page 90

86

hoofd gedragen. Deze loods, met menschenschedels versierd, had een afgrijselijk voorkomen. Cassanga, gezeten op een zetel, die op leeuwen- en luipaardenhuiden stond, was in gestreept katoen gekleed. Een achter hem op den grond nederhurkende slaaf hield een parasol boven zijn hoofd, terwiil twee anderen, naast hem staande, waaiers van struisveeren bewogen.

Een dubbele rij krijgers met geweren, lansen of assagaaien gewapend, , omringden de voor de slachtoffers en hunne beulen opengelaten ruimte. Achter de krijgers verdrong zich een bonte en tierende menigte.

De gevangenen begrepen dat hun laatste uur gekomen was en zij bevalen hunne ziel aan God aan.

Op dat plechtige oogenblik ontstond er een beweging onder de wilden. Mannen, vrouwen, grijsaards en kinderen weken met eerbied, gemengd met vrees, ter zijde voor een persoon, gekleed in een panterhuid, die huppelende en met een paar afzichtelijke slangen spelende, die zich om zijn hals en borst geslingerd hadden, binnen de afgezette ruimte verscheen.

»De mazitous Iquot; riep de sidderende menigte.

De mazitous of toovenaar naderde de Europeanen en beschouwde hen in stilte. Na een langdurig onderzoek mompelde hij eenige woorden en trok rondom hen een kring op het zand.

Cassanga had een bevel gegeven aan zijne officieren.

Een hunner verwijderde zich en keerde weldra terug, in de hand een drinkschaal dragende, gevormd van een menschenschedel en een groenachtig vocht bevattende. Het was de mouavé of vergiftproef. Sir Edward en Patrick moesten den drank tot den laatsten druppel ledigen.

De uitwerking was snel en beslissend: de schipbreukelingen braakten het vergift zegevierend uit.

Er ontstond dien ten gevolge een woordenwisseling tusschen Cassanga en den mazitous.

Het zwarte opperhoofd eischte de terdoodbrenging der gevangenen. De toovenaar verdedigde, in den naam van zijn kunst, hun leven. De naam van Stanley werd herhaalde malen ge-

ocr page 91

87

noemd. De Amerikaansche onderzoekingsreiziger scheen bijzonder door die negers gevreesd. Zij geloofden vastelijk dat sir Edward en Patrick zijne beschermelingen en vrienden waren.

Om de tegenkanting van Cassanga te overwinnen, voerde de mazitous verscheidene goochelkunsten uit, welker uitkomst een geheelen omkeer ter gunste der blanken teweegbracht. Overtuigd, dat zijn leven van dat der vreemdelingen afhing, gaf het opperhoofd de noodige bevelen aan zijn ondergeschikten en wees een hut aan, waarin sir Edward en Patrick opgesloten en bewaakt moesten worden. Om zijne onderdanen voor de niet-terdoodbrenging der Europeanen schadeloos te stellen, leverde Cassanga hun een tiental negers uit, die kort te voren bij een razzia gevangengenomen waren; die ongelukkigen werden met afschuwelijke wreedheid vermoord en in stukken gesneden.

Hunne kreten bereikten het oor onzer vrienden.

»Wie weet of het niet spoedig onze beurt zal zijn,quot; sprak sir Edward treurig. «Wij zijn vandaag gespaard, maar morgen....quot;

«Morgen zal God ons beschermen gelijk Hij het tot dusverre gedaan heeft,quot; hernam Patrick, wiens geloof onverwinnelijk was. «Laat ons bidden en ons niet door de zwakheid laten overmannen Wij zullen ons vaderland, onze familie weerzien....quot;

«Gij vergeet, dat wij aan de genade overgeleverd zijn van een stam menscheneters van Middel-Afrika.quot;

«Ik vergeet niets, sir Edward.quot;

»Hoe zouden wij onze boeien kunnen verbreken en aan onze bewakers ontsnappen?quot;

«Ik weet het niet, maar het zal ons den een of anderen dag gelukken, dat is mijne overtuiging. Moed, sir Edward; moeden vertrouwen!quot;

De oogen van den Engelschman schoten vol tranen. Hij sloot Patrick met vuur in zijne armen en prevelde:

ï Dank voor uwe woorden! zij hergeven mij het leven..... Gij

zijc mijn vriend..... Indien wij er het leven afbrengen,quot; voegde

hij er bij, wzal deze hand, die de uwe drukt, wat er ook moge gebeuren, u altijd vriendschappelijk toegestoken worden.quot;

ocr page 92

88

Zelf bewogen -wilde Patrick daarop antwoorden, maar het binnentreden van verscheidene zwarten verhinderde hera hierin.

De negers waren de vertrouwde dienaars van Cassanga; zij brachten voedsel aan de gevangenen huns meesters.

Een hunner zette een plompen schotel op den grond, tot aan den rand gevuld met een lijmerige brei, toebereid uit in water gekookte jams. Anderen brachten dadels, vijgen, oranjeappelen, en in calebassen een drank, die het voorkomen en den smaak van palmwijn had.

De daaropvolgende dagen was de spijskaart onveranderlijk dezelfde. De Europeanen werden met een zeker ontzag behandeld. Hun leven scheen gespaard door de voorspellingen van den ma-zitous. Eene smart wachtte hen evenwel nog; op nadrukkelijk bevel van den zwarten koning werden zij van elkander gescheiden en in twee afzonderlijke hutten opgesloten.

Op die wijze verliepen er lange maanden.

Op zekeren dag ontstond er een geweldig rumoer rondom de hutten, waarin de gevangenen nog altijd opgesloten bleven. Deze werden door slaven opgenomen en op makara's geplaatst, om ■welke zich eene verschrikte menigte verdrong, bestaande uit vrouwen, die haar kinderen droegen en krijgers, wier lichaam met wonden overdekt was en wier wapenen met bloed besmeurd ■waren.

De stam had ongetwijfeld een geduchte nederlaag geleden; hij vluchtte om aan de woede van den overwinnaar te ontkomen.

Na een overhaasten tocht van verscheidene dagen door de wildernis, kwam de karavaan op zekeren achtermiddag aan den oever eener rivier, waarop een menigte prauwen schommelden.

Cassanga en zijne officieren hadden er reeds plaats op genomen. Op een teeken van den zwarten koning werden de Europeanen op hunne beurt ingescheept en zakte de flotielje den stroom af.

De schipbreukelingen van de Shamrock waren op dezelfde prauw geplaatst. Voor de eerste maal in langen tijd konden zij elkander de hand drukken, vertrouwelijk spreken en aan elkander hun hart lucht geven.

ocr page 93

89

De Ier was smartelijk getroffen door het gezicht der verandering, die de gevangenschap in den persoon van zijn vriend-had teweeggebracht. Bleek en vermagerd, was de ongelukkige jonkman nog slechts de schaduw van zich zeiven. Wat had hij vreeselijk naar lichaam en ziel moeten lijden!

Patrick, die kalm en gelaten was, had niet zooveel geleden. God beschermt zichtbaar degenen, die op Hem hun betrouwen stellen.

Sir Edward beschouwde zijn kloekmoedigen vriend langen tijd In stilte.

^Patrick,quot; sprak hij eindelijk, «hoopt gij nog altijd?''

«Natuurlijk,quot; antwoordde de Ier.

»Sinds maanden heb ik alle hoop opgegeven.quot;

sik beklaag u, sir Edward.quot;

jgt;Waar voeren die onmenschen ons heen ? Welk lot is ons voorbehouden? Ach! konden wij ons ten minste begrijpelijk rna-kenl.... Wij zouden beloften, verlokselen van allerlei aard in het werk kunnen stellen. Maar wij kunnen niets, niets beproeven; ons leven hangt af van een luim.quot;

De jonge Engelschman zweeg en liet het hoofd op de borst zinken. Dikke tranen biggelden langs zijne holle wangen.

«Sir Edward,quot; hernam Patrick, »onze toestand is niet hopeloos, gelijk gij schijnt te vreezen. Reeds heeft er een verandering plaats gegrepen.... het is misschien het begin van onze bevrijding. De gelegenheid tot ontvluchten kan zich voordoen, nu wij in de open lucht op een rivier zijn.quot;

De Engelschman schudde het hoofd.

«Vluchten?quot; prevelde hij; «welkeen dwaasheid! En onze bewakers?quot;

«Men kan hunne waakzaamheid misleiden.quot;

»En onze boeien ?

«Men kan ze verbreken.quot;

«Gij twijfelt aan niets, Patrick. Maar wat zal er van ons worden in deze uitgestrekte woestenij, gesteld dat het ons gelukt onze boeien te verbreken?quot;

«Niets zou ons verhinderen den loop der rivier te volgen tot aan de zee.quot;

ocr page 94

90

»Dat is een zeer avontuurlijk plan. Overigens bewijst niets, dat deze waterloop zich in den Oceaan uitstort. Ik heb alle reden om te gelooven, dat de Zambesi en hare zijtakken meer naar het Westen loopen. De rivier, die wij volgen, voedt ongetwijfeld de meeren Ngami en Komatan.quot;

))Naderen die meeren de beschaafde landen?quot;

»Voorzeker, maar toch zijn zij er zeer ver van verwijderd. De Engelsche kolonie van de Kaap ligt verscheidene honderden mijlen ten zuiden.quot;

»Er bestaat dus hoop van die zijde,quot; besloot de Ier. »Laat ons de gebeurtenissen afwachten, en ik herhaal het u nogmaals: laat ons hopen, laat ons hopen!''

De Engelschman vestigde de oogen op zijn vriend.

»Heb dank,quot; prevelde hij, »heb dank voor uwe bemoedigende woorden. O! wat zou ik gelukkig zijn indien ik uw geloof bezat!quot;

IV.

De outvluclitiug.

De vaart duurde verscheidene uren. Zij onderscheidde zich damp;or niets bijzonders. Toen de prauwen eindelijk stil hielden, was de zon aan den gezichteinder verdwenen, diepe duisternis bedekte den stroom en zijne oevers, het was slechts zeer flauw, dat in de richting van het westen een dunne lichtende streep den omtrek van eenige boomen zichtbaar maakte.

De gevangenen werden aan wal gebracht en in een bamboeshut opgesloten, waar zij onder het toezicht van hunne gewone bewakers gesteld werden. Deze bewakers waren slaven uit Bornoe of Fezzan, zwarten van een reusachtige gestalte en afzichtelijke gelaatstrekken met diepe tatoeëeringen doorkorven. Cassanga had ze om hunne bloeddorstige geaardheid uitgekozen. Die wezens hadden geen anderen regel dan den wil huns meesters ; te beproeven hunne waakzaamheid te verschalken of hen hun

ocr page 95

9-1

plicht te doen verzaken, ware te gelijk nutteloos en gevaarlijk geweest.

Patrick en sir Edward zagen dit in en stelden hun avontuurlijk plan van ontvluchting tot een ander tijdstip uit.

De tijd verliep. Op bevel van den zwarten koning werden de gevangenen nogmaals van elkander gescheiden. Het was een wreede slag voor hen; het scheen hun toe dat hun laatste hoop vervloog.

Hoe lang duurde die barbaarsche opsluiting?

Jaren, helaas!

Van licht en vrijheid beroofd waren de rampzalige Europeanen levende geraamten geworden. Patrick zelf, de krachtige Patrick, verzwakte onder het lijden der opsluiting. Doch mocht zijn lichaam al verzwakken, zijn moed bleef even sterk. In zijne lange uren van afzondering ontwierp hij een plan, welks uitvoerwg op een gunstige gelegenheid wachtte.

Die zoo reikhalzend verwachtte gelegenheid bood zich eindelijk aan.

Op zekeren dag ontstond er een ontzettend rumoer rondom de hutten, waarin de gevangenen versmachtten. Kreten, gehuil, gebrul, oorlogsliederen vermengden zich met het geraas der instrumenten en losbrandingen van geweren.

In droevige overpeinzingen verzonken leende sir Edward een verstrooid oor aan dat gerucht, Patrick, daarentegen, luisterde er gretig naar en maakte er uit op, dat er iets zeer buitengewoons moest hebben plaats gehad.

Op dat oogenblik waakte Mohammed, een jonge slaaf uit Soudan, bij oen razzia gevangengenomen, op een mat nedergehurkt, bij den ingang der hut. Mohammed was schrander en goed. Zijne eerste levensjaren had hij in Khartoum, Berber en Zanzibar doorgebracht. In die steden was hij in aanraking geweest met Engelschen. De woorden van hun taal, die hij onthouden had, dienden hem bij gelegenheid om gebroken met de gevangenen van zijn meester te praten.

Patrick sprak den jongen Arabier fluisterend aan.

ocr page 96

92

^Mohammed.quot; vroeg hij hem, awat gebeurt er in de kraal?quot; sCassanga, de sultan is gelukkig,quot; antwoordde de slaaf. »Het betreft dus een feest?''

»Een groot feest. Cassanga verheugt zich over de nederlaag van Camohlondo zijn vijand.quot;

sis Camohlondo gevangen ?quot;

»Gevangen en dood. Hij wordt van avond gegeten bij het feestmaal, dat de opperhoofden en de krijgers zal vereenigen.quot; »Waar zal dat vreeselijk feestmaal plaats vinden?quot;

»Aan den waterkant onder den grooten boabab.quot;

Patrik zweeg.

Zijn hart klopte hevig; de mededeeling van den Arabier opende hem de kans op bevrijding.

Na een pauze ging hij overluid voort:

«Mohammed, zoudt gij gaarne vrij zijn?quot;

De slaaf sloeg: zijn droomerige oogen op.

«Vrij?quot; prevelde hij.

«Ja, vrij.quot;

»Ach! ik heb nimmer de vrijheid gesmaakt...quot;

sArme jongen, ik beklaag u. Het is zoo zoet zijn eigen meester te zijn, naar eigen verkiezing te denken en te handelen, zich mensch te gevoelen onder de menschen.quot;

De Arabier schudde treurig het hoofd en sprak ;

»Ik zal nooit dat geluk kennen!quot;

»Wie weet het, Mohammed? Men mag niet aan God twijfelen. Indien gij vrij wilt wezen, zult gij het zijn.quot;

ïEn wie zal mij de vrijheid verschaffen?''

sik, indien gij mij naar uw beste vermogen wilt bijstaan.quot; aWat moet ik daartoe doen?quot;

süindeeerste plaats van eenigeoorlogskameelenmeester maken...'' sNiets is gemakkelijker: de rnaharo. van den stam zijn m de weide.quot;

»Dat is nog niet alles; wij hebben wapenen, levensmiddelen, en met water gevulde zakken noodig. De wildernis is groot en zou ons noodlottig kunnen worden. Aan gene zijde der zand-

ocr page 97

93

•woestijn bevindt zich een groote streek, die door blanke menschen bewoond wordt, daar zullen wij vrij, daar zullen wij gelukkig zijn!quot;

De Ier was in vuur geraakt; zijn geestdrift deelde zich aan den zoon der wildernis mede.

))lk wil vrij zijn,quot; sprak hij ; sik wil met u vluchten. Wanneer gaan wij op weg?quot;

sVan avond, gedurende het feest der krijgers.''

ïAlles zal gereed zijn.quot;

Patrick drukte de zwarte hand van den Arabier.

»Mohammed,quot; sprak hij, »wij vertrekken niet alleen. Ik heb een vriend, gij kent hem, het is de blanke gevangene.''

De Arabier zag Patrick met een zekere ontsteltenis aan. «Wilt gij den blanke gevangene medenemen ?quot; vroeg hij. »Waar denkt gij aan? De ongelukkige zal de reis niet kunnen doorstaan; hij is zwak, stervende.'''

»Reden te meer om hem hier niet achter te laten Die man moet het eerste gered worden. Belooft gij mij, Mohammed, hem ons plan mede te deelen en hem de uitvoering daarvan te vergemakkelijken ?quot;

»Ik beloof het u.quot;

»Ik reken op uw belofte. Het leven van mijn vriend is u toevertrouwd. Zoodra de nacht invalt en het gunstige oogenblik daar zal zijn, maakt gij u van de mahara meester, voer ze met onzen waarden gevangene in den met vijgen- en banaanboomen beplanten hollen weg, die twee mijlen ten zuiden van hier begint. Daar zal ik mij bij u voegen, zoodra ik, zonder de aandacht te trekken, zal kunnen vluchten. Wij zullen ons vervolgens naar het zuiden begeven, den rechteroever der rivier stroomafwaarts volgende. Mocht het mij om een of andere reden onmogelijk zijn mij op de aangewezen plek bij u te voegen, smeek ik u liever alleen te vertrekken dan u nutteloos bloot te stellen weder in de handen van Cassanga te vallen.quot;

«Het zal geschieden,quot; antwoordde Mohammed.

Eenige minuten later werd de jonge Arabier van zijn wacht

ocr page 98

94

afgelost. De slaaf uit Bornoe, die aan den ingang der hut neerhurkte, bemerkte niets verdachts. Afgemat door de vermoeienissen van dien dag legde die bewaker de assagaai naast zich neder en zijn gekroesd hoofd voorover latende zakken, gaf hij zich aan den slaap over.

De Ier dankte God voor dat toeval, hetwelk zijne oogmerken begunstigde.

Zoodra de duisternis gevallen was, nam hij de assagaai van den bewaker en zonder opgemerkt te worden uit de hut sluipende, richtte hij, de grootste voorzoi-gen in acht nemende, zijne schreden naar den weg, waar zijne vrienden hem wachtten. Nauwelijks was hij buiten den omtrek der kraal of een woedend gehuil en geschreeuw verkondigden hem dat het komplot ontdekt was.

Er was geen minuut te verliezen : alleen door een snelle vlucht kon hij zich, onder begunstiging der duisternis, aan de vervolging, der wilde krijgers van Cassanga onttrekken; maar door een lange werkeloosheid verzwakt, moest hij welhaast hijgende, uitgeput stilstaan.

Het gehuil naderde, werd steeds duidelijker.

De vervolgers waren nog slechts op eenige passen afstands.

Machteloos liet de Ier zich achter een boschje aloës neder-vallen en verbeidde met gelatenheid zijn lot.

In dat oogenblik van het nijpendste gevaar vloog de gedachte van den ongelukkige over de woestijnen en de zeeën naar de armoedige hut van Falltnoore, waar hij een treurende familie, een getrouwe verloofde hal achtergelaten. Uit den grond zijns harten bad hij God voor die zoo innig geliefde wezens,

Plotseling week die gedachte, een rilling doorliep zijne leden.

De krijgers van Cassanga liepen hem voorbij zonder hem te zien, zonder aijn tegenwoordigheid te vermoeden.

Patrick hield zijn adem in, bedwong de kloppingen van zijn hart.

Zoodra zijn vijanden zich ver genoeg verwijderd hadden, stond hij met nieuwen moed op en sloeg de richting naar de rivier in. Zij was niet ver verwijderd ; hij bereikte haar en op het gevaar af van door de krokodillen verslonden te worden, trad hij tot

ocr page 99

95

aan zijn middel in het drabberige water om een prauw te zoeken. Zijn pogingen werden met een gunstigen uitslag bekroond; er lag een lange prauw in de biezen, met een touw vastgemaakt. Hij sprong er in en een pagaai opnemende, die op den bodem lag, liet hij zijn broos vaartuig met den stroom afdrijven.

Bij het aanbreken van den dag bevond de Ier zich op grooten afstand van het punt van zijn vertrek. Met een beklemd hart onderzocht hij met het oog den oever ; hij was doodsch, geheel verlaten. De hoop, die hij nog gekoesterd had zijne vrienden terug te zullen vinden, verliet hem geheel.

)gt;De ongelukldgen zijn weer in de handen van Cassanga gevallen!quot; mompelde hij treurig: »God ontferme zich hunner!quot;

Met behulp van zijn pagaai bleef hij met den loop van den stroom de rivier afzakken. Tegen het midden van den dag ging hij in een inham aan land, om wat vruchten te plukken. Het was in het midden der maand Juni, het tijdstip waarop het in Middel-Afrika winter is. Dit was een gelukkige omstandigheid voor den Ier. Drie dagen na zijn vlucht uit de kraal van Cassanga, zag hij zijn prauw de wateren van een groot meer indrijven. Het was ongetwijfeld het meer Ngatni, waarvan sir Edward gesproken had. Aan gene zijde breidden zich beschaafde landstreken uit; aan gene zijde was de vrijheid, de redding!

Het hart van den jongen man bönste van blijdschap. Hij stuurde zijn rank vaartuig over de blauwe wateren van het meer voort, zonder evenwel zich te veel van den oever te verwijderen.

Tegen den avond bespeurde hij een tiental mannen, staande of gehurkt rondom een groot vuur, waarvan de witte rook boven een boschje palmboomen opsteeg. Een kudde vee graasde op korten afstand. Een groote met een zeil overspannen wagen stond terzijde in het hooge gras.

Patrick gaf een schreeuw van vreugde ; de mannen, die hij voor zich zag, waren herders, vreedzame en goedhartige lieden: bij was gered.

Einde van het eerste deel.

ocr page 100

INHOUD.

EERSTE GEDEELTE l)e Misdaad van Glen-Biack.

Bla dz

J. HET KOMPLOT VAN DE MARMEREN POORT.....5

11. DE ROOF...............10

ÏIJ. HET HOL VAN CLERKENWELL.........i4

IV. HET GEHEIMZINNIGE DOOSJE.........20

V. HET TELEGRAM.............23

VI. HET ROOFNEST VAN WHlTECHAPEf........27

VII. HET VERTREK VAN DEN LANDVERHUIZER......31

VIII. DE STEMMING..............38

IX. DE CROWBAR-BRIGADE...........43

X. DE MISDAAD ........■'.... 46

XI. HET BESCHULDIGENDE WAPEN.........51

XII. HET GERECHTSHOF............57

xni. HET WORKHOUSE. - DE TERECHTSTELLING . . . . G1

XIV. TWEE ARTIKELEN VAN DE ))TIMESquot;......67

TWEEDE GEDEELTE

Be sclripforeukelingen der Shamrock.

I. OP EEN WRAKSTUK..............

II. DE WOESTIJN VAN KALAHARI.........77

III. GEVANGEN. *.............85

IV. DE ONTVLUCHTING..............

ocr page 101

DE ZOÖi VHS DEN LiöLOfiO,

ocr page 102
ocr page 103

T T. ZsqIl

bi in mi mi ::::.

Eene bijdrage tot (!e lijsiensgescliiedenis vau ïerlajid.

na'ak het fransch

Xj U C IE jST TIIOMINquot;.

32quot;

TWEEDE D F. KL.

bibliotheek der rijksuniversiteit UTRECHT

COLL. THOMAASSE

'\ ' 'yr' '' '«v 'ar#*5^

■v ^

Jitgave van de Mastschappy ,d e katholieke illustratie.

's-Hertogsnboseh.

4888.

d

ocr page 104
ocr page 105

TWEEDE GEDEELTE De schipbreukelingen der Shamrock.

(Vervolj.)

V.

l)c iliamaiiten. — Onverlioopt terugzien.

Door Patrick met behendigheid tusschen de biezen, lissen en andere waterplanten heengestuurd, raakte de prauw den oever op ongeveer twintig passen van de herders. Het klotsen van den riem in het water had de tegenwoordigheid van den Europeaan aan het geoefende oor der wilden verraden. Toen hij voet aan land zette, omringden hem verscheidene mannen met eenigszins dreigende bewegingen.

Bij de eerste woorden, die hij in het Engelsch sprak, riep een hunner, die het opperhoofd scheen, uit :

»Gij spreekt de taal der kolonisten van het Zuiden ; gij zijt ongetwijfeld hun landgenoot ?quot;'

))Ik ben een Ier. Een schipbreuk heeft mij op de Afrikaan-sche kust geworpen, in een woeste streek, waar ik lang gevangen gehouden ben door Cassanga, een machtig en zeer bloeddorstig opperhoofd. Dank zij de hulp van een jongen zwarten slaaf, ben ik er in geslaagd uit zijn kraal te ontvluchten.quot;

«Wees welkom onder ons,quot; sprak de Afrikaan; «Cassanga, de koning, dien gij vlucht, is onze vijand; zijne benden hebben meer dan eens een schatting van ons vee geheven. Gij kunt u aan ons vuur zetten en ons maal deelen.quot;

ocr page 106

G

Patrick nam dit met erkentelijkheid aan.

Een stuk scliapenvleesch, dat voor liet vuur geroosterd was, werd in stukken gesneden en onder de aanwezigen verdeeld. Eenige watermeloenen en vruchten besloten dit voor Patrick zoo heerlijke maal.

De Ier vernam van zijne nieuwe vrienden, dat zij tot een stam van Uechuanas behoorden, wier gronden door de Kaffers overweldigd waren. Ieder jaar tijdens den winter of het regensei-soen, trokken zij de woestijn van Kalahari in tot aan de groote meren. Hunne kudden vonden daar een dicht en malsch gras, waarop zij verlekkerd waren. Na een maand vertoevens in die vette weiden, moesten zij ze verlaten en naar het Zuiden terug-keeren om de droogte te ontgaan.

Na het geven dier inlichtingen wikkelden de Bechuanas zich in hunne karosses of mantels van dierenhuiden, om den nacht door te brengen.

Den volgenden ochtend wilde Patrick van zijne gastheeren afscheid nemen. Doch dezen, met zijn lot bewogen, deelden hem mede, dat zij over twee dagen de oevers van den Ngami gingen verlaten en boden hem een plaats in de wagens der karavaan aan. De richting, die zij zich voorstelden in te slaan, was het Zuiden ; Patrick nam hun aanbod derhalve met erkentelijkheid aan.

Het vertrek had op den vastgestelden dag plaats.

Eiken avond kampeerde de karavaan op de door het opperhoofd uitgekozen plek. Van afstand tot afstand werden er vuren ontstoken om de kruipende dieren en de wilde beesten op een afstand te houden. Daarenboven bewaakten eenige wilden, niet geweren en assagaaien gewapend, het vee, dat binnen een afgeperkte ruimte in het hooge gras bijeengehouden werd.

Op zekeren nacht doodde Patrick een reusachtigen zwarten panter, die een os aangevallen had. Door dit wapenfeit vei wierf hij zich geheel en al de gunst van de wilden, die zich verheugden hem in hun midden opgenomen te hebben. Op bevel van het opperhoofd werden hem kleederen en een karosse gegeven.

ocr page 107

Den veertienden dag nadat zij de oevers van het meer Ngami verlaten hadden, scheidde Patrick van de Bechuanas. Men had de grens van Oost-Griqualanda bereikt, een land, dat door de Boers bewoond werd. Tegen den avond hield de jonge Ier halt aan den oever eener rivier oin er den nacht door te brengen. Deze rivier was de Vaal. Het land was dor en kaal, maar de bebouwde gronden moesten niet ver meer af zijn.

Na een rustigen nacht maakte Patrick zich gereed om weder op weg te gaan. Zijn veldflesch was ledig; hij ging naar de rivier om ze te vullen. Het doorschijnende water stroomde klaterend over een bed van zand en keisteenen, waarvan eenige zijn opmerkzaamheid trokken.

Hij nam er een op, dien hij een poos in stilte beschouwde ter prooi aan de, levendigste aandoening.

Eensklaps ontglipte hem een kreet van blijdschap.

De steen, dien hij in de hand hield, was een diamant, een prachtige diamant, daar viel niet aan te twijfelen. Die diamant was de rijkdom voor hem, voor zijn ouden vader, voor zijn geliefde moeder, voor zijne zusters en broeders....

Met welk oen vurigheid dankte hij God voor het geluk, dat Hij hem overzond !

De diamant flikkerde tusschen zijne bevende handen. Hij was buitengewoon groot en stellig een fortuin waard.

Zijne oogen boorden nogmaals tot op den bodem der rivier en hij slaakte wederom een kreet, want er lagen nog vier soortgelijke steenen op korten afstand van elkander in het zand der bedding. Hij nam ze op : het waren diamanten.

Patrick duizelde, een wolk benevelde zijne oogen, zoozeer had de blijdschap hem aangegrepen. Aanvankelijk meende hij de speelbal van een droom te zijn. Hij was nochtans goed wakker. Hetgeen hij zag en betastte, was werkelijkheid.

Vreugdedronken verborg hij zijn schat tusschen zijne kleederen en verliet de oevers van de Vaal.

Waar ging hij heen? Hij zou het niet hebben kunnen zeggen. Hij liep op goed geluk voort, met de oogen naar menschelijke

ocr page 108

n o

woningen zoekende. Van tij.l tot tijd bleef hij staan, bekeek de diamanten en mompelde halfluid;

sliijk ! rijk!.... mijn God! wat zal mijn familie gelukkig zijn! Voortaan zal zij niet meer voor den toorn van don agent des landlords behoeven to vreezen, zij zal niet meer de ontzettende folteringen van den honger lijden....quot;

De honger ! Patrick had er in zijn kindsheid zoo menigmaal de kwellingen van gevoeld Hij kende al het lijden, hetwelk er in dat woord opgesloten lag. Van den honger bevrijd te zijn, was dat niet voor den Ier het ideaal van het geluk ?

Patrick liep langen tijd voort. Zijne opgewondenheid bedaarde van lieverlede. Tegen het midden van den dag ging hij in do schaduw van een groep mimosa's zitten, om wat uit te rusten.

De hitte was drukkend. De dorre vlakte geleek een oven. Geen windje bewoog het gebladerde der boornen. Alles zweeg, vogelen en insekten.

Eensklaps sprong Patrick ontroerd op. Een kreet of liever een ïucht had zijn oor getroffen.

Hij meende zich vergist te hebben, doch bleef scherp luisteren. Nieuwe zuchten deden zich hooien.

Er moest iemand in zijne nabijheid zijn, die hulp behoefde.

Patrick keek om zich heen, doch zag niets. Xu doorzocht hij de groep boomen. Eenige seconden daarna bleef hij ven-ast en onthutst staan; een man, aan een geraamte gelijk, lag voor hein op het zand uitgestrekt.

Hij had dien man herkend : het was sir Edward O'Connor, het was zijn lotgenoot.

Patiick knielde naast hem neder. De ongelukkige En^elschman ijlde.

xlerug! mompelde hij met een gebaar van schrik. ïTerjg, moordenaar, ik wil niet sterven.,. Daar ginds wacht mij zulk een heerlijk leven.'quot;'

8Sir Edward, ik ben Patrick uw vriend.quot;

sik heb geen vriend, ik heb slechts vijanden.quot;

ïBedaar, sir. Ik kom u redden.quot;

ocr page 109

9

I)e Engelschman sloot de oogen ; hij sclieen uitgeput.

Na eene. poor, hernam hij :

sik lijd.... O! die dorst, die dorst!....quot;

Patrick bracht zijn met frisch water gevulde llesch aan de lippfii van den jongen landlord. Deze dronk met gretigheid.

Deze verkwikkende lafenis wekte hern een weinig uit zijn ij!-hoofdigen toestand op.

De Ier had zich van een goeden voorraad vruchten en eetbare in water gekookte wortelen voorzien. Dit kwam hem in deze omstandigheid uitmuntend van pus. Dooi- liet gebruik van eenig voedsel gesterkt, verzonk sir Edward in een diepen slaap.

Bij zijn ontwaken herkende hij Patrick, die naast hem stond. Zijne oogen vulden zich met tranen en liij poogde zich op te heffen.

«Vriend,quot; stamelde hij, »ik heb u tweemaal het loven te danken.... Hoe zul ik mijne schuld betalen?....quot;

»Door te vergeten wat ik gedaan heb,quot; antwoordde Patrick, swant ik heb eenvoudig mijn plicht vervuld.quot;

»Gij zijt een edel mensch, Patrick....quot;

Een oogenblik daarna wierp sir Edward een moedeloozen blik naar den gezichteinder en hernam;

ïWij zijn nog niet gered. Wie weet, of wij buiten deze woestijn zullen kunnen geraken?quot;

»Wij bevinden er ons op de uiterste g'rens van. Achter die zandheuvelen stroomt een breede rivier, de Vaal.quot;

»De \aal!quot; riep sir Edward. «Aan gene zijde is de Oranje-Vrijstaat! dat is de redding.... Ach! kon ik mij tot daar voort-sleepen!quot;

»Ik zal u ondersteunen, u dragen als het moet. Morgen zullen wij ons op weg begeven. Intusschen zullen wij vandaag in deze oasis uitrusten en onze krachten wat herstellen.quot;

Sir Edward antwoordde niets. Hij voelde zicli zeer zwak en vreesde den koenen Ier niet te zullen kunnen volgen. Don geheelen dag bleef hij in een soort van koortsachtige verdooving verzonken. Eerst bij het intreden van den nacht viel hij in een genisten slaap.

ocr page 110

-iO

Patrick durfde hem niet ondervragen omtrent het lot van Mohammed en hetgeen er met hem voorgevallen was sinds zijne vlucht uit de kraal van Cassanga. Hij vreesde zijn vriend te vermoeien en wreede herinneringen bij hem op te wekken.

Den volgenden morgen voelde sir Edward zich veel sterker. Hij was bereid den tocht weder te aanvaarden. Tijdens het eenvoudige maal, dat het vertrek voorafging, zeide hij met weemoed :

))Gij hebt mij nog niet naar Mohammed gevraagd, waarde Patrick?''

»Neen, want ik wilde geen smartelijke herinneringen bij u wakker roepen; hij is zeker dood, niet waar?quot;

)gt;Ja, hij is onder de vermoeienis en de ontberingen in de woestijn bezweken. Hij was een trouw dienaar, zijn verlies heeft mij diep getroffen. Ik zou mijn fortuin gegeven hebben om hem te redden.quot;

»En de kameelen?quot;

5)Ook dood. Wij waren in de woestijn verdwaald.... Welk een vreeseüjk lijden hebben wij daar doorstaan... O! die woestijn van Kalahari is een groot knekelhuis. Ik weet niet hoe ik het tot hier heb kunnen brongen. En gij, Patrick, hoe hebt gij u gered.''quot;

«Door den stroom op een prauw af te zakken.quot;

jEn gij hebt het meer Ngarni ontmoet?quot;

»Ja, sir Edward.quot;

»De rivier was de Tiouge. Wat hebt gij vervolgens gedaan ?quot;

sik werd vriendschappelijk door eenige Bechuanas opgenomen, die mij veilig door de woestijn gevoerd hebben. Ik mag wel van geluk spreken en ik dank God voor Zijne bescherming... En dit is nog niet alles, sir Edward; God heeft mij den rijkdom geschonken. Zie eens hier.quot;

En Patrick liet den jongen landlord een der kostbare steenen zien, die hij in de bedding van de Vaal gevonden had.

De Engelschman deed een uitroep van verbazing hooren.

»Een diamant,quot; riep hij uit, sen welk een diamant!''

»Ik heb er drie van dezelfde grootte en een kleinere.quot;

ocr page 111

•11

«Ilebt gij ze gevonden?quot;

xJa, hedenochtend in de bedding van de Vaal.quot;

»Dat is wonderbaarlijk! Ik wensch u geluk uit den grond mijns harten. Uwe diamanten zijn schooner dan het Zuiderkruis, de vermaarde diamant, waarvoor lord Derby 30000 pond sterling aan de heeren Lilienfeld betaald heeft. Gij zijt rijk, waarde Patrick. Verberg uw schat zorgvuldig; indien God ons vergund Hope Town of Boerfontein te bereiken, zult gij er gemakkelijk een aanzienlijken prijs voor maken. Laat ons op weg gaan, het is nu tijd.quot;

Na eenige uren gaans trilden onze reizigers van blijdschap bij het zien eener vallei, waarin zich ruime gebouwen verhieven, met boomen omgeven. Het was de hoeve van een Boer. Zij vonden daar een gastvrije opname. Op hunne dringende bede stemde de Boer er zeifs in toe hen naar Hope Town te rijden, waar zij zonder ongeval aankwamen.

Het eerste werk van sir Edward was aan zijne familie te schrijven ora haar omtrent zijn lot gerust te stellen en haar zijn terugkeer naar Londen aan te kondigen zoodia zijne geschokte gezondheid het hem zou veroorloven. Patrick van zijn kant verkocht aan den sjach van Perzië den kleinsten zijner diamanten; de prijs, dien hij er voor ontving, was meer dan voldoende, om zijn toekomst en die zijner familie te verzekeren.

De verkoop der andere diamanten, die een verwonderlijke schoonheid bezaten, had eenige dagen later plaats.

Een Hollandsche speculant bood er 150.000 pond sterling voor. Dit bod vond Patrick zeer aanlokkelijk en hij zou misschien toegeslagen hebben, maar sir Edward ried hem dit af en verwittigde den directeur van de «London en South African Company.quot; Deze bood 175.000 pond, die aangenomen werden.

Deze zaak afgedaan zijnde, vertrokken de schipbreukelingen van de Shamrock naar de Kaap, vanwaar een pakketboot hen naar Plymouth moest overbrengen.

Te Victoria kreeg sir Edward een aanval van koorts, die Uem noodzaakte de reis te onderbreken. Patrick nam met hern

ocr page 112

zgn intrek in liet Commcrckd Hold en verpleegde hem met de grootste zorgvuldigheid.

VI.

De brief van sir Edward.

Bij zijn aankomst te Hope Town had sii'Edward O'Connor, gelijk de lezer zich zal herinneren, zich gehaast aan zijne familie te schrijven. Deze brief, die naar de Kaap gezonden en door de Sunlley, een schroefpakketboot van de maatschappij Gross en Kington medegenomen werd, kwam zeven en twintig dagen na het vertrek uit Hope-Town te Londen aan.

Sinds de schipbreuk van de Shamrock, waarbij hun zoon omgekomen moest zijn, leidden sir Robert en zijne vrouw een tamelijk treurig leven, liet hotel van Hyde-Park weergalmde met meer van hot gedruisch der feesten; slechts enkele intieme vrienden overschreden er met lanue tusschenpoozen den drempel van. De reverend Dr. Mac-Paxton behoorde tot dit getal. Men zag er ook leden van het parlement en de sportclub, want de landlord verdeelde, om zijne sombere gedachten te verdrijven, zijn tijd tusschen de jacht, do wedrennen en diepzinnige studiën over de koloniale politiek van Groot-Brittanje.

Op dit laatste punt had hij onder zijn collega's een onbetwistbaar en onbetw/st gezag verworven.

Bill, de voormalige groom, was de vertrouwde kamerdienaar van den landlord geworden. De ellendeling had zijn plan niet opgegeven aan zijn meester het geheim van Rodoric's bestaan te verkoopen. Daarvoor moest hij hem Jack, zijn medeplichtige overleveren, zonder zich zeiven in het verderf te storten en toch het grootst mogelijke voordeel van zijn verraad te trekken.

Op zekeren ochtend kwam de brief van sir Edward in het hotel van Hyde-Park aan. Bill, die hem aan den landlord moest brengen, huiverde van schrik bij het herkennen van het handschrift van den zoon zijns meesters.

ocr page 113

43

j)Hij teeft! bij is in leven !quot; dacht liij met ontsteltenis.

Sir Edward in het leven lijnde, gingen zijn schoone droomea vcov de toekomst in rook 0|i.

Een helsche gedachte voer hem door den geest. Eij deed den bsii'lquot; tusschen zijne kleederen verdwijnen met het voornemen dien laV'ii' in te zien, ten einde zijne plannen naar den inhoud te wijzigen.

Des avonds begal zich Bill, zoodra zijn dienst het hem vei-oorloofde, naar zijne kamer, waarin hij zich opsloot. Niet zonder een zekere ontroering verbrak hij het zegel van den brief. Zmi.lra. hij hem geopend had, zochten zijne oogeu de omlertee-hemng.

»lk had mij niet vergist,quot; prevelde hij, met woede de vuisten bittlende; »sir Edward is niet dood ; vaarwel mijn schoon plan •quot;

Er b]eef hem echter nog een kans over.

Zijn oogen waren op de dagteekening van den brief gevallen.

^Hope-Town !'' mompelde hij, »Hope-Town I die stad ligt in het hartje van Afrika; er is, ge!f)k do brief aanwijst, een maand noodig om naar Londen te komen. Alles is misschien nog niet •verloren!quot;

Mij doorliep haastig de regelen dooi- de zwakke hand van sir Edward geschreven, en hernam zijn alleenspraak.

«Komaan, den moed niet opgegeven ! ik vergis mij niet: ik heb een maand tijd om mijne zaakjes in orde te brengen. Een maand is genoeg ; maar er is evenwel geen tijd meer te verliezen. Wij moeten handelen alvorens een tweede brief alles in gevaar brengt.quot;

Bill verbrandde den brief, die de blijde tijding voor den landlord bevatte, zonder de minste wroeging, en naar een kastje gaande nam hij uit een laatje een pakje, dat een medaillon met ketting bevatte.

De oogen van den bediende schoten een straal van vreugde.

»Dat medaillon is een fortuin voor mij,quot; sprak hij bij zich zeiven. »llet zal den landlord bewijzen, dat ik geen bedrieger ben. Ik zal het hem tegen goede betaling overhandigen. Maar komaan! aan het werk!quot;

ocr page 114

•u

Hij legde het medaillon weder in de kast, die hij zorgvaldig dichtsloot.

Bill ging voor zijn tafeltje zitten en legde een wit vel papier voor zich. Het oogenljlik was gekomen om zijn plan te volvoeren.

Na zijn pon in den inkt gedoopt te hebben, verhaalde hij, hoe Hodoric, door een ontrouwen bediende uit zijn wieg gestolen, in handen was gesteld van Jack, een lei', die zich de treurige taak gesteld had er een paria van do maatschappij, een verachtelijk wezen, in staat tot alle misdaden, tot alle eerloosheden van te maken.

Hij sprak van het medaillon, dat in het bezit van den knecht was gebleven. Hij schetste daarna in groote trekken onder dc aangrijpendste kleuren, het leven van het gestolen kind te midden der ellendige bevolking van Clerlcenwell en Whitechapel. Hij toonde den erfgenaam der doorluchtige lersche familie, ver-oordeel-d te leven van schandelijke beroepen, van alle. kunstgrepen der ellende en der ondeugd.

Het tafereel was hartverscheurend. Het eindigde met deze regelen ;

»De jonge Rodoric, wiens hart met gloeienden haat vervuld is tegen de maatschappij, die hem uit haar midden verstoot, heeft haar bloedige wraak gezworen. Evenals xijn broeders do anarchisten van Frankrijk, de socialisten van Italië en Duitsch-land, de nihilisten van Rusland, wil hij een nieuwe wereld stichten op de puinhdopen van de oude. Hij verklaart den oorlog aan alles wat bezit, aan alles wat geniet, hij streeft naar een hersenschimmige vrijheid en gelijkheid....

«Met een buitengewone schranderheid begaafd, oefent Rodoric reeds ondanks zijne jeugd, een onbetwistbaren Invloed op liet volk uit. Bij zijn vurige toespraken staan duizenden mannen op en eischen gerechtigheid. Ierland heeft de oogen op hem geworpen, om zich aan het juk van Engeland te onttrekken. Onder den naam van Dirk den Wreker doorkruist hij op dit oogen-blik....quot;

ocr page 115

15

Bill hield eensklaps op.

Een licht gerucht had zich aan den kant van het dakvenster laten hooren.

Hij hief het hoofd op en leende een aandachtig oor.

Het gerucht had opgehouden. Hij meende zich vergist te hebben en nam de pen weder op om den begonnen volzin te voltooien. Hij had het eerste woord nog niet geschreven, toen er herhaaldelijk op de glasruit getikt werd en een gedempte stem fluisterend riep ;

))Maak open, vriend, maak open, ik ben het.quot;

Bill sprong op. Hij had die stem herkend. Bleek als een doode, ging hij naar het venster, na den verraderlijken brief onder eenige dagbladen verborgen te hebben en gehoorzaamde aan het gegeven bevel.

Drie seconden later sprong een man in de kamer. Het was Jack Thowless.

Deze keek den voormaligen groom een oogenblik aan en zeide op spottenden toon:

sNaar het schijnt, verwachttet gij mij van avond niet ?quot;

»Inderdaad, dit bezoek verrast mij wel eenigszins.quot;

»Het stoort u toch niet?quot;

ïMij ?.... o ! in het geheel niet....quot;

3Z00 mag ik het hooren ! een vriend moet allijd welkom zijn bij zijn vriend.... Zelfs al komt hij, evenals ik, over de daken.... Drommels ! wat is die weg lastig ! Ik heb bijna den nek gebroken op die verwenschte goten.... Maar gij vergeet mij een stoel aan te bieden, en daar wij nogal wat met elkander te bepraten hebben, neem ik er zonder plichtplegingen een.quot;

Met een boosaardigen grijnslach nam de Ier tegenover Bill plaats en leunde met de beide ellebogen op tafel.

l)e knecht van den landlord had zijne gewone driestheid herkregen.

»Hebben wij wat te bepraten. Jack? Welnu! ik luister.quot;

»Laat mij even uitblazen. Ik heb u immers gezegd, dat die tocht door de lucht mij vermoeid had ?quot;

ocr page 116

»6ij kondet u dien bespaard hebben door uw bezoek tot mor-ge» uit te stellen.''

jack wenkte hem te zwijgen.

«Morgen !quot; gromde hij, »gij hebt goed praten ! Ik moet u van avoid spreken ; want ik heb u een dienst te vragen.quot;

ïAan mij, Jack?'quot;

T.?a, aan u.quot;

«Ats het een.... zaak betreft, ben ik uw man niet Ik heb Blij voorgenomen mij met niets gevaarlijks meer in te laten,quot;

»0! ik weet dat gij zeer ingetogen leeft; het is dan ook een dienst van een geheel anderen aard, dien ik van it vraag.quot; »Welken dienst verlangt gij van mij ?quot;

' De tijden zijn slecht, mijn arme Bill, het handwerk levert niets meer op. De kleur van het goud ken ik niet meer.... Ik kom »i een gedeelte van uw spaarpenningen vragen. Gij zult mij dit niet weigeren, daar ben ik zeker van ; indien gij weigerdet, zou ik, tot mijn innig leedwezen, gedwongen zijn geweld jegens u le gebruiken.quot;

Bill was opgesprongen.

nBedreigingen?'' riep hij uit. ))Wilt gij mij bestelen?quot;

aOho! geen leelijke woorden, mijn kleine vriend,quot; sprak Jack, die eveneens opgestaan was en zijn brcede hand op den schouder van Bill leggende, hem dwong weder te gaan zitten. «Verstaat gij: ik kom eenige ponden sterling van u leenen.... Leenen, hebt gij mij verstaan?quot;

De voormalige groora zette een bedenkelijk gelaat.

ilk ben armer dan gij,quot; gromde hij. »Mijne familie plundert mij; ik bezit geen penny.quot;

»Gij vindt er toch nog om dagbladen te koopen. Ziehier de Times, de Standard, de Pall Mall Gazelle.... Ik wist niet dat gij zoo veel aan de staatkunde deedt: zoudt gij voornemens zijn lid van het parlement te worden?quot;

De paddy had zoo sprekende die bladen opgenomen. Daardoor kwam de aangevangen brief van BiU bloot.

ïKomaan! wat is dat ? Een missive aan uw familie ongetwijfeld.... Kijk, kijk! dat moet wel aardig zijn....quot;'

ocr page 117

Van woede bnillende. poogde Rili luim door een onvei-hoedschen aanval het noodlottige papier te ontrukken. Maar de paddy was op zijne hoede; hij stiet zijn medeplichtige ruw terug en ging op schamperen toon voort:

»lloe ! geheimen voor mij?... Dat kan u toch geen ernst zijn? Ik zal het maar even inzien.... Hot is immers niet onbescheiden van mij?quot;

Zoo sprekende las hij de eerste regels.

Eensklaps nam zijn gelaat een schrikwekkende uitdrukking aan.

»D!e schurk!quot; mompelde hij binnensmonds, terwijl zijne hand, in zijn znk tastende, zich om het hecht van een geopend mes klemde

Bil! durfde zich niet verroeren.

Dc paddy ging met lezen voort.

Zoodra hij geëindigd had, keerde hij zich woest en dreigend naar den voormaligen groom.

Verrader!quot; riep hij uit, «verrader, gij wilt mij aan den landlord overleveren!quot;

»Jack... hoe kunt gij gelooven...quot;

i Gij wilt hem het geheim van het bestaan zijns zoons verkoopen. Die bladzijde is van u... gij durft het niet loochenen... ü! indien ik kon vermoeden...quot;

«Ik heb er nooit aan gedacht u in het verderf te storten. Jack .. U overleveren ware immers mij zeiven overleveren.quot;

«Men is toegeeflijk voor de aanbrengers.quot;

Jack... Jack!....quot;

»Ik zal niet toegeeflijk zijn, ik.... Ik zal onmeedoogend zijn.... 'Wee dengene, die mij verraadt!quot;

Hij trok zijne met het mes gewapende hand uit den zak.

Op dat oogenblik vielen zijne oogen op een paar regels van de Times, met rood potlood omhaald. Hij las:

»De gentleman R. O. C. neemt alles aan en verzoekt ophelderingen.''

»Aha!quot; riep hij, het blad verfrommelende uit. gt; Ziedaar wat

ocr page 118

-18

den brief verklaart. De landlord Robert O'Connor verlangt ophelderingen... Hij zou ze duur betalen, dut is natuurlijk. Welnu! hij zal niets weten ., niets! want gij gaat sterven!quot;

Met opgeheven mes wierp hij zich op Bill.

De jonkman ontweek den stoot door ter zijde te springen, en een ponjaard grijpende, die op de tafel lag, aanvaardde hij de worsteling met zijn gedachten tegenstander.

Deze worsteling was kort: na weinige minuten zonk Bill met doorboorde borst rochelende op den vloer.

De Ier beschouwde hem een oogenblik met bloeddorstige vreugde en prevelde ;

»Gij hebt uw bekomst, vriend Bill.... Ik heb er slag van. Dat is het middel om u stom te maken.. Thans ben ik meester van het terrein.... Ik moet handelen en snel handelen!quot;

VII.

De opeiibariiigen van Bill.

Zonder zich verder te bekommeren om den ongelukkige die zich aan zijne voeten kromde, ging Jack Thowless naar de tafel, waarop hij den noodlottigen brief had laten liggen.

»De laaghartige!quot; sprak hij bij zich zelven, »mij verkoopen, mij overleveren voor eenige shillings!.... Bill was schraapzuchtig; ik had het altijd wel gedacht, dat hot sleeht met hem zou at-loopen; ik heb mij derhalve niet vergist.quot;

De Ier nam den brief weder op en las hem nogmaals over. Een bijzonderheid, d e hem do eerste maal ontsnapt was, trof hem. Bill sprak van een kostbaar medaillon, hetwelk Rodoric ontnomen was om later tot staving zijner identiteit te dienen. Dat medaillon moest nog altijd in het bezit van den knecht zijn. Het kwam er thans op aan het terug te vinden en mode te nemen, liet besluit van Jack was spoedig genomen.

Met de handigheid van iemand, die niet aan zijn proefstuk is,

ocr page 119

■lit

onderzocht bij de meubelen en het kamertje. Zijne nasporingcw waren niet vruchteloos. In eene lade ontdekte hij verscheidene pakjes banknoten, in een andere vond hij een aanzienlijke sons in specie. Hij stak alles zorgvuldig in zijn zak.

Een derde lade werd geopend. Zij bevatte eeuige papieren en een klein rozenhouten met zilver ingelegd doosje.

Jack deed het deksel met een punt van zijn mes springen Een gebrom van tevredenheid steeg uit zijne borst op: hij zag het gezochte medaillon op den bodem liggen.

De paddy keerde en wendde het in zijne hand, bewonderde de in den gouden rand gevatte diamanten en eindelijk een oogslag op het portretje werpende, sprak hij:

»Ja, dat is sprekend de kleine! Dit kleinood is een fortuin waard. Het is toch een goede inval van mij geweest om hier te komen. Maar wat kan dat gerucht beteekcnen?quot;

Jack bleef luisterend staan.

Er naderde iemand buiten op de gang en tikte aan de kamerdeur.

Een langer verblijf werd gevaarlijk. Snel als de gedachte deed de bandiet den brief van Bill en het medaillon in zijn zakken verdwijnen en een laatsten honenden blik op zijn levenloos slachtofler werpende, ging hij naai* het venster en verdween op het dak.

Dat alles had slechts eenige seconden geduurd.

Er werd opnieuw aan de deur getikt.

»Maak toch open. Bill.quot; zeide eene stem, smaak toch open voor uwe kameraden.quot;

De gekwetste scheen uit zijn bezwijming te ontwaken. Hij richtte zich op den elleboog overeind en stamelde met zwakke stem:

»Help, help!... ik sterf....quot;

»Wat moet dat beduiden? welk een flauwe grap!quot;

»lk ben vermoord... sta mij bij!... haal den landlord.quot;

De klank der stem van Bill deed de bedienden schrikken. Zij begrepen dat er iets vreeselijks had plaats gehad en zij haastten zich alarm te maken.

ocr page 120

20

Eenige minuten daarna werd de deur met geweld geopend en sir Kobert trad door zijne lieden gevolgd binnen.

Bij het zien van Bill, (lie in een plas bloed uitgestrekt lag, steeg er een kreet van ontzetting op.

«Vermoord!... die arme jongen !quot;

De landlord gebood met een gebaar stilte.

))Lcop terstond om een dokter?quot; beval bij kortaf.

Bill schudde het hoofd.

i/Het is onnoodig,quot; stamelde hij. J'Ik ben verloren... Tlt heb nog slechts weinige minuten te leven .. Ik moet n zonder getuigen spreken, sir,'' vervolgde hij, sir Hobert strak aanziende. »lk heb u zeer gewichtige onthullingen te doen... Het betreft Rodoric.quot;

De landlord verbleekte. Een weeselijk vermoeden steeg in hem op. Daar hij scheen te aarzelen, hernam de stervende met inspanning.

«Haast li., mijn leven ontsnapt mij.. Drinken! drinken!'

Sir Robert liet een versterkenden drank brengen, en deed er den ongelukkige een teugje van gebruiken, hetgeen dezen ecu weinig sterkte.

j/Cijn wij alleen?quot; vroeg Bill met haperende stem.

»Ja, Bill, spreek; gij hebt den naarn van Rodoric genoemd? Kunt gij mij omtrent zijn lot inlichtingen geven? '

sik kan... en wil het doen.quot;

sLeeft hij ?quot;

«Ja.quot;

5)Hij leeft, zegt gij ?quot; herhaalde sir Robert. »Rodoric leeft ?quot;

sik heb het u gezegd.... Een stervende liegt niet... Ik wil een volledige verklaring afleggen.... ik was er reeds op bedacht geweest,... Voor een paar uren heb ik aan u geschreven... mijn medeplichtige heeft mijn brief in handen gekregen.... hij heeft mij doode-lijk gekwetst.... Ik heb die straf verdiend.... Ik ben een ellendeling....

Hij hield op. Een bloedig schuim zoomde zijne lippen.

Sir Robert goot hem eenige druppels van het versterkende vocht in den mond.

ocr page 121

ïSpreek,quot; fluisterde hij. «Hebt gij het kind uit zijn wieg ont-Toerd ? liebt gij het aan liet verderf prijsgegeven ?quot;

jgt;Helaas ! ik kan het niet ontkennen.quot;

jOngelukkige ! wat had mijn zoon jegens u misdreven ?quot; ïlk was naijverig op zijn geluk...quot;

3Aeb ! gij hebt hem wreed getrofien Maar ik wil u geen

verwijtingen doen ; het is daartoe te laat.....\ntwoerd mij ; wat

is er van Rodoric geworden ?quot;

sMijn medeplichtige heeft er een bandiet van gemaakt.... eeu bandiet gelijk hij zelf. Hij had gezworen hem te verdierlijken... er een verachtelijk wezen van te maken... L et is hem gelukt...quot; De landlord smoorde een zucht, die in zijn keel opsteeg.

»Waar is hij thans?quot; vroeg hij verder.

sin Ierland... in da noordelijke graafschappen.... Hij wil het volk tegen de landlords doen opstaan.... Drinken, drinken!quot; Sir Robert bracht het opwekkend elixer aan Hill's lippen. Na even gezwegen te hebben, hernam sir Robert :

iiloe heet uw medeplichtige?quot;

»Het is e n Ier van Floweriness.quot;

sEen mijner pachters ! Wat was zijn doel ?quot;

ï'Iij werd onrechtvaardig uitgezet.,., hij heeft zich gewroken.quot; «Ouk hij ?.... Zijn naam ?quot;

»Macauby.... Te Londen noemt men hem Jack Thowless. Het is een der gevaarlijkste bandieten van Clerkenwell,...quot; De ongelukkige zweeg wederom stil.

Dj zenuwachtige overspanning, die hem tot dusverre bezielde, scheen hem te verlaten.

De landlord ging voort met hem te ondervragen.

«Welken naam draagt Rodoric tegenwoordig ?quot;

»Den naam van Dick. .. De fenians noemen hem Dick den Wreker. Do ongelukkige is onbekend met zijn afkomst. Hij haat de maatschappelijke klas waaruit hij voortgesproten is, hij haat vooral u, zijn vader.... Macauby heeft zich in zijn wraak onverzoenlijk getoond.quot;

»Ach ! mijn zoon, mijn arme zoon,quot; riep de landlord op hart-

ocr page 122

verscheuren den toon uit. »0! ,1P dood ware verkieslijker voor ii geweest.quot;

Een kreet antwoordde op dien uitroep. De landlord «ntstelde en wendde liet hoofd om : bleek, half bezwijmende stond lady O Connor voor hem. De arme moeder was onopgemerkt binnengekomen : zij had alles gehoord, alles begrepen.

uRodoric in het leven!... mijn God !...quot;

Hij verboi'g zijn met tranen overstroomd gelaat in zijne handen.

De schreden van iemand, dio haastig de kamer binnentrad, deden den landlord liet hoofd ophollen, flij herkende den dokter, dien hij had doen roepen. Deze onderzocht den gekwetste on sprak dit enkele woord : «Verloren ! quot;

Bih verstond hem niet. Rij was in een staat van verdooving vervallen, die aan den dood grensde.

«Dokter, zeide de landlord, gt;;tk moet hem spreken, ik moet hem ondervragen. Kunt gij hem voor een oogenblik in het leven terugroepen?quot;

»Ik geloof het wol : maar gij moet u haasten.quot;

Hij haalde een fleschje uit zijn zak en goot eenige druppels van het vocht, dat het bevatte, in een glaasje van den opwek-kenden drank, die nog op tafel stond. Een klein scheutje van dat mengsel deed den zieltogende de oogen openen.

»Ach ! wat een pijn,quot; prevelde hij, »Ik ga sterven.... Jack, Jack !.... kon ik mij maar op u wreken.,,''

Plotseling scheen hem iets in te vallen; want met den vinger wees hij met inspanning naar het kastje, dat de bandiet doorwoeld had,

»Daar. daar.... het medaillon van Rodoric.quot;

»Het medaillon van mijn kind!quot; riep lady O'Connor.

sHebt «ij het?quot;

»Het ligt daar.., onder in een lade... in een doosje.... in een doosje....quot;

«De laden zijn doorzocht en liet doosje is ledig,quot; riep de landlord met vertwijfeling uit.

»Die schurk ! hij heeft mij het medaillon ontstolen.quot;

ocr page 123

23

\

Hij bleef wederom steken. Zijne oogen werden dof, glazig; liet klamme doodzweet brak hem aan alle kanten uit.

De dokter voelde den pols; deze verminderde snel.

Kon teunje van den drank hergaf den stervende een bedrieglijke kracht.

Hij deed eene poging en stamelde :

«Ik heb alles niet gezegd... Ik zal alles openbaren.... Macauby is een moordenaar.... hij is het, die Wakefield vermoord heeft.quot;

De landlord gaf een gil en werd doodsbleek.

«Wakefield, mijn intendant? het is onmogelijk !quot;

»lk ben getuige geweest van den moord.quot;

»Gij ?.... gij ?....quot;

»Tk was in het ravijn van Glen Blaek.... ik heb Macauby zijn bijl boven het hoofd van den intendant zien opheffen... Ik heb (K-n ongelukkige om genade hooren smeeken... Macauby was onverbiddelijk : hij sloeg toe, om zich op den man te wieken, die hem uitgezet had.quot;

»Maar dan is de pachter Lindley!....quot; mompelde sir Robert iaet gebroken stem.

sLuidley was onschuldig.quot;

sÜnscliuldig I en hij is dood... Ach! Bill, waarom hebt gij niet gesproken ? Gij zoudt oen misdaad voorkomen hebben, gij zoudt inij wreede wroegingen bespaard hebben !quot;

))]k heb gezwegen... Ik ben lafhartig geweest; ik vreesde Macauby. .. Hij heeft mij niet gespaard. ., Drinken ! ik lijd

De. dokter goot oenige druppelen van den cpwekkeiuhn drank tusschon zijne lippen.

Een oogenblik hoorde men niets dan de fluitende ademhaling van den zieltogende.

De dokter gaf den landlord een teeken dat de dood naderde. »Bill,quot; hernam sir lïobert, )gt;gij hebt uwe schuld betaald ; Macauby of liever Jack Thowless moet de zijne betalen.quot;

»Zidt gij mij wreken »11; beloof hot u, ik zweer het u.quot;

ocr page 124

»Ach ! het zal moeite kosten..., Jack zal zich niet laten vatten... Ik ken zijne listen... Men zal snel te werk moeten gaan....quot;' sWaar woont hij?.... Om Godswil, spreek!quot;

»ln het dichtste gedeelte van....quot;

Hij kon niet voleindigen. Een golf blood borrelde over zijne lippen.

«Spreek,quot; herhaalde sir Robert, gretig luisterend, »noem de woonplaats van den ellendeling.quot;

üe stervende uitte onverstaanbare klanken, waaronder men het woord »Whitechapelquot; meende te onderscheiden.

De dokter was opgestaan.

»llet is nutteloos hem verder te ondervragen,quot; sprak hijr «hij zal u niet meer begrijpen. Het is het einde.quot;

De doodstrijd duurde niet lang, maar was verschrikkelijk. Macauby's medeplichtige kromde en wendde zich met liet bruis op de lippen. In dien laatsten stond vertoonden de misdaden van zijn leven zich voor zijn geest. Verscheidene malen stamelde hij de namen van Rodoric en Jack Thowless, herhaalde keeren hoorde men het woord wraak. Eindelijk bleef hij roerloos zonder stem en zonder adem liggen ; hij was dood.

VIII.

De agent van politie.

Twee dagen na die gebeurtenissen zat sir Robert in sombere Overpeinzingen verdiept in zijn werkkamer, toen een bediende binnentrad en hern een kaartje van een bijzonderen vorm overhandigde, waarop men las :

ïWilliam J Woods.quot;

In een hoekje stond het stempel van den sheriff van Londen» Sir Robert keerde zich tot den bediende en vroeg :

gt;John, de gentleman, die u dit kaartje overhandigd heeft, is zeker hier ?quot;

ocr page 125

I Hij is hier, sir,quot;

»Laat hem binnentreden.1'

Eenige seconden daarna verscheen een man van een lange gestalte en een eenigszins stroef voorkomen in het vertrek, ilij groette met volmaakte holi'elij Uieid en zeide:

»Ik ben een agent van de geheime politie ; ik kom u verslag geven van de teedcre zending, waarmede ik belast geweest ben.quot;

ïSpreek ; welke is de uitslag van uwe nasporingen ?quot; vroeg sir Robert.

»Die uitslag is niet zoodanig als ik had durven hopen ; nochtans zijn er verschillende zaken van een zeker gewicht ontdekt.'quot;

»Welke ?quot;

»In de eerste plaats liet verblijf van Jack ïhowless in White-chapel.quot;

ïls de ellendige moordenaar gevangengenomen ?''

»Helaas ! neen, sir; hij had intijds de vlucht genomen, alles medenemende of vernietigende, wat hem gevaarlijk kon zijn.quot;

De landlord schudde mismoedig het hoofd.

ïüus moet alles opnieuw begonnen worden ?quot; hernam hij. ïGeene hoop meer.quot;

»Laat ons den moed niet zoo spoedig opgeven. Jack ïhowless zal zijne schuld aan de gerechtigheid betalen : dat is nog slec'ats een quaestie van tijd. Vergun mij thans u van iemand te spreken, in wien gij een levendig belang schijnt te stellen!quot;

))Gij bedoelt Dick, niet waar ?quot;

iJuist, sir.quot;

«Welke inlichtingen hebt gij omtrent dien jonkman ingewonnen ? Spreek, spreek.quot;

De agent had zijn portefeuille geopend ; hij nam er een gedeeltelijk door het vuur geblakerd stuk papier uit en bood het sir Robert aan met de woorden ;

»Wees zoo goed een blik te slaan in dit stuk van een brief, die in het hol van Jack Thowless gevonden is.quot;

De landlord nam het papier aan en las het volgende :

ocr page 126

20

hi geheel Connaught heerscht een gelieime gisting. Mijne tcgcnwoord igbeid is hier nog steeds onmisbaar. Ik zal geen gehoor geven aan de dringende aanzoeken onzer vrienden van Corck on \\ aterford dan wanneer alles gereed zal zijn voor den groo-ten slag. Haast u, Jack, hier bij mij te komen !....quot;

Daarondez las men nog :

))Dick de quot;Wre....quot;

Dat was alles.

Sir Robert streek met de hand over hot voorhoofd, waarop een koud zweet parelde.

))De ongelukkige!quot; dacht hij; »BilI heeft mij dus niet misleid. En ik kon het niet over mij verkrijgen aan zooveel smaad te gelooven.quot;

Hij bleef lang roerloos en stilzwijgend zitten.

Eindelijk richtte hij het hoofd op en sprak :

»Je datum ontbreekt. Die brief is misschien lang geleden geschreven? In dat geval zou hij geen waaide hebben.quot;

M illiam quot;Woods wees met den vinger op den achterkant van het papier en zeide eenvoudig :

«Ziehier.quot;

liet was de poststempel van Gal way. Men kon er lezen datum op lezen. 7 Augustus d878. De brief was dus de vorige week geschreven.

))Dat zijn kostbare inlichtingen,quot; hernam de landlord, na een lange beschouwing van den stempel en den brief. Een nieuwe weg wordt hierdoor voor onze nasporingen geopend. Wij moeten nog hedenavond naar Ierland vertrekken.quot;

De politieagent boog.

»lk ben tot uwe bevelen, sir,quot; sprak hij.

«Zeer goed. Gij kunt gaan en uwe toebereidselen voor de reis maken.quot;

»\orgeef mij,' hernam de agent; «zou ik een vraag aan u mogen richten, sir ?quot;

»11; luister, William Woods.quot;

ïKan ik op uw onbeperkt vertrouwen rekenen ?quot;

ocr page 127

»Gij bozit liet gftlieel nn al.quot;

i'Iil dit geval, z\ilt gij mij veroorloven dat ik de aangevangen tmsporingen gelieel alleen voortzet. De zaak is, gelijk gij weet, van groot gewicht; do geringste onvoorzichtigheid zou alles kunnen bederven ; ik kan niemands medehulp aannemen.quot;

sZelfs niet de mijne ?quot;

«Zelfs niet de uwe. liet welslagen hangt van die voorwaarde af.quot;

Sir Robert scheen verbaasd.

sik stel vertrouwen in u, ik heb het u gezegd,quot; sprak hij na zich een wijl bedacht te hebben ; sik neem uw voorwaarde aan.quot;

sVerbiedt gij mij die reis naar Ierland ?quot; voegde hij er hij.

«Volstrekt niet. Die reis is zelfs noodzakelijk. Ik zal u ongetwijfeld meer dan eens gewichtige mededeelingen te doen hebben. Ik verzoek u enkel de stiptste geheimhouding. Een woord nog : waar vestigt gij uw verblijf in Connaught?quot;

sin het kasteel van Floweriness.quot;

»Dat is mij genoeg. Ik zal u misschien schrijven : in dat geval zullen mijne brieven ceteekem! zijn: John Colgan.quot;

De politieagent groette en ging heen. Hij had het stuk van den brief van Dick den Wreker weder in zijn portefeuille gelegd.

Alleen gebleven werkte de landlord eene poos met een zenuwachtige haast; doch eensklaps driftig de pon nederwerpende, begaf hij zich naar lady O'Connor.

De arme vrouw was bleek : men zag op haar gelaat de ver-sche sporen van tranen.

Lieve vriendin,quot; sprak hij, ))gij lijdt. Gij hebt behoefte aan verstrooiing. Ik heb gedacht aan een reis.quot;

Lady O Connor scluulde droefgeestig het hoofd.

»Zal een reis'mij doen vergeten?quot; prevelde zij.

»Ik hoop het... Overigens gevoel ik zelf er behoefte aan deze stad te verlaten.... Dringende zaken roepen mij naar Ierland...quot;

»Ik zal u gaarne vergezellen.quot;

»Dat verhensl mij. Wij zullen rioweriness bezoeken, dal nnrdsch

ocr page 128

2S

paradijs verscholen in de diepte dor valleien van Connauglit. Daar zuilen wij onzen ouden vriend Mac-Paxton en zijne familie weer kunnen ontvangen. De goede doctor verlaat Ierland niet meer; hij schrijft mij dat zijne gezondheid sinds het huwelijk zijner dochter steeds achteruitgaande is.quot;

Er ontstond een langdurige stilte.

Lady O'Connor verbrak die eindelijk met de vraag :

»Wanneer vertrekken wij?quot;

«Over twee dagen als gij het goedvindt.-'

ïlk zal gereed zijn. Apropos, hoe iang zal de reis duren ?quot; ),lk weet het niet.... eeaige weken, eenige maanden misschien. Dat zal van de omstandigheden afhangen.quot;

IX.

Een. onTerwaeSite terugkomst,

Wij zullen onze vrienden Edward en Patrick te Victoria nu weder eens gaan opzoeken,

De lezer zal zich herinneren, dat de zoon van den landlord, uitgeput door het lijden der gevangenschap en de ontberingen van een lange reis dour de woestijn van Kalahari, in eon hotel van die Engelsche stad aan de koorts ziek lag. Der zorgvuldige verpleging van Patrick mocht het gelukken eindelijk over de ziekte te zegevieren. Na verloop van vier weken kon sir Edward opstaan en een korte wandeling in de open lucht maken.

Het punt van vertrek, naar Europa werd daarop ernstig besproken.

Op zekeren avond zeide de zoon van den landlord ;

«Patrick, wanneer vertrekken wij ? Wanneer verlaten wij dat Afrika, hetwelk ons zoo noodlottig geweest is?quot;

iiZoodra uwe krachten teruggekeerd zullen zijn, sir Edward...quot;

»Dat zijn zij reeds.quot;

»De reis zal vermoeiend zijn.quot;

ocr page 129

,]k gevoel mij stork gfnoeg rJie te venluron.quot;

»Als dat het geval is, kunnen wij over eenige dagen vertrekken.quot;

«Morgen reeds,quot; riep de .jonge Engelscbnian niet vuur uit; »morgen reeds: tiet leven is hier onuitstaanbaar. Ik heb behoefte aan de lucht van het vaderland. Lijdt gij ïdf niet door deze ballingschap?quot;

Patrick zuchtte. Ook hij z;ig het beeld van het vei wijdei de vaderland. Hij gedacht zijne familie, die hern in vreeselijke ongerustheid verwachtte.

Sir Edward nam hem bij de hand en zeide ;

sliet blijft afgesproken, niet waar, wij vertrekken?quot;

«liet zij zoo,quot; antwoordde de jonge Ier.

Twee dagen later kwamen de schipbreukelingen van de Sham-rocl; aan de Kaap aan.

limine eerste ontmoeting in die stad was gelukkig. Een officier van de Engelsche marine sprak sir Edward met ongeveinsde verrassing aan. liet was een vriend der familie O'Connor; bij was overtuigd van den dood van den zoon des landlords.

«Gij hier, sir Edward!quot; riep hij uit. »Gij!quot;

»Ik zelf in levende lijve, kapitein Warrington.quot;

j-En het vergaan van de, ShamrockV'

»ls maar al te waar, kapitein.quot;

»Waart gij aan boord?... Het was dus waar? Hoe zijt gij aan den dood ontkomen?quot;

»Wij zijn op een wrakstuk, die jonkman en ik, na verscheidene dagen van een vreeselijk lijden, aan land gespoeld. '

»Zijt gij de eenig overlevenden?quot;

ïWij vreezen het, wij zijn er zelfs zeker van.quot;

»Maar wat is er na het vergaan der Shamrock van u geworden? Vier jaren zijn er reeds sedert dien tijd verloopen; gij hebt, als ik mij goed herinner, geen teeken van leven gegeven. Vanwaar dat stilzwijgen ? Het komt mij onverklaarbaar voor.

))Ach! kapitein, wij waren geheel dood voor de wereld. Wij

ocr page 130

3Q

hebben vreeselijke beproevingen doorstaan. Ifet verliaal daarvan zou al te lang zijn. liet zij genoeg te weten, dat wij gevangenen waren van een wreed opperhoofd aan de boorden van de Tiougé, eu er eerst kortelings in geslaagd zijn onze boeien te verbreken en de beschaafde streken van het zuiden van Afrika te bereiken.quot;

«En gij zijt nu stellig voornemens u naar Engeland te begeven ?quot;

sDat is, inderdaad, ons vurigst verlangen, kapitein.quot;

»Ik zou u aan boord van mijn pakketboot the ÜHnbnarn kunnen nemen, maar ik begeef mij regelrecht naar Galway.quot;

Patrick Lindley ontroerde.

«Naar Galway!quot; mompelde hij.

»Ja, naar Galway. Ik vertrek hedenavond ; indien gij lust hebt met mij mede te gaan....''

/gt;0! van harte gaarne,quot; antwoordden de jongelieden.

»Zeer goed! tut hedenavond dus. ik ga de laatste toebereidselen tot het vertrek doen nemen.quot;

Des avonds waren sir Edward en Patrick aan boord van Ihe Sunbeam, die de Tafelbaai doorsneed en met duizelende snelheid naar de volle zee stoomde.

Vijf en twintig dagen daarna liet de matroos op den uitkijk, den gebruikelijken roep hooien; «Land! land'quot;

Aller blikken richtten zich naar den gezichteinder, waar zich een lichte grijsachtige streep vertoonde.

Het was Ierland, het was de kust van Connaught.

Patricks hart klopte sterk bij dat gezicht. Hij sloeg zijne oogen ten hemel en zijne geheele ziel steeg tot God op in een opwelling van erkentelijkheid en liefde.

Een ontmoedigende gedachte kwam helaas! spoedig die vreugde verstoren.

ïAls zij er eens niet meer waren!'' sprak hij bij zien zeiven. «Indien het ongeluk eens aan hunne deur geklopt luid!... En Ellen?...'' voegde hij er onwillekeurig bij. )gt;\Vie. weet of zij op mij gewacht heeft? De afwezigheid is bijwijlen een misdaad en altijd een ongelijk.quot;

ocr page 131

31

Een hariil, die zich vertrouwelijk op zijn schoiuler legde, stoorde hem in zijne overpeinzingen. De hand was die van sir Edward.

«Vriend,quot; sprak de jonge landlord, »laten wij ons verheugen; onze beproevingen hebben een einde genomen. Het vaderland, dat wij zoo menigmaal betreurd hebben, ligt voor onze oogen... Is het niet alsof de bries, die van het land komt, doortrokken is met den geur der bloemen, die de weidon van het groene Erin schakeeren. Ach! Patrick, ik heb dat land lief, sedert ik u lief heb.... Verheug u, ik herhaal het; binnen weinige uren zult gij uwe familie, uwe vrienden kunnen omhelzen. Ik zal getuige zijn van uw geluk, want ik ben voornemens u naar Fallmoore te vergezellen.quot;

sMaar, sir Edward, dat zal het oogenblik vertragen, waarop gij zelf uwe familie zult wederzien?quot; merkte Patrick aan.

)gt;Dat doet er niet toe. liet is mijn plicht, vóór alles, mijne hulde te gaan aanbieden aun de ouders van hem, die mij verscheidene keeren aan den dood ontrukt heeft.quot;

sLaat ons niet meer van hot verleden spreken wat ik u bidden mag.quot;

»llet zij zoo, maar wij zullen ten minste het programma van het tegenwoordige vaststellen, ons eerste bezoek zal vervolgens Londen gelden, waar ik u aan mijn vader en mijne, moeder zal voorstellen.quot;

iWat, sir Edward, gij zoudt voornemens zijn.... mij ?...

«Het is mijn bepaalde wil,quot; drong sir Edward aan.

«Gij vergeet, dat ik de zoon van een armen pachter ben.quot;

»Gij zijt mijn gelijke door het hart, en, het valt niet te ontkennen, door de fortuin. De schat in de Vaal gevonden behoort ii toe... Maar genoeg! Het blijft afgesproken, niet waar, wij begeven ons naar Fallmoore? Floweriness, de bakermat mijner vaderen, ligt op onzen weg; wij zullen het. bezoeken en van daar zal ik aan mijne familie schrijven, om haar van mijn aankomst te verwittigen.quot;

Weinige uren daarna wierp the Sunbeam het anker in de

ocr page 132

■'V'

32

haven van Gal way. Nog laat in den achtermiddag vertrokken de jongelieden naar Floweriness en Fallmoore.

Weldra vertoonden zich in de verte de hooge muren van 'net kasteel der O'Connors. Zij teekenden zich scherp op den bijkans geh'el duisteren westelijken horizon af.

Zich geheel met hunne eigene gedachten bezig houdende, zwe-sren de jongelieden toen sir Edward plotseling uitriep:

yZiet gij die talrijk verlichte vensters van Floweriness?quot; )üa, sir Edward.quot;

s/ij geven mij de hoop dat ik mijne ouders meteen zal weer-z cn. De verlichte vertrekken zija die, welke zij tijdens hun verblijf alhier bewonen. O! mocht ik mij niet vergissen! Vergeef mij mijne zelfzucht, waarde Patrick. Ik vergeet reeds mijne voornemens van heden morgen...''

De Ier drukte hem de hand.

»lk dank God uit den grond mijns harten voor de blijdschap, die u wacht,quot; zeide hij. »Gij zult gelukkig zijn... Ik voor mij gevoel een sterke hartsbeklemming; hot is mij alsof het. ongeluk mij gaat treffen... Hoe meer het oogenblik nadert, waarop ik den ouderJijken haard moet terugzien, hoe meer mijn bekommering toeneemt. Dit voorgevoel...quot;

Sir Edward viel hem in de rede.

5quot;Verban het, Patrick. Wees sterk. Zoudt gij nu in den stond, waarop de hoop, die u sinds de ramp van de Shamrock ondersteund heeft, verwezenlijkt gaat worden, zwakheid aan den dag leggen?quot;

sGij hebt gelijk, sir E hvard, ik bloDS over mijne lafhartigheid. God ontferme zich mijner!quot;

Kort daarop hielden zij stil voor het kasteel. Toen sir Edward aan den voet van het bordes uitstapte, slaakte John, die de bezoekers kwam ontvangen, een kreet van verbazing, bijna van schrik. De kreet werd door de andere knechts herhaald.

ïiJohn,quot; vroeg de jonge landlord, »zijn mijne ouders hier?'' j)Zij zijn in het salon, sir.quot;

ïAlleen?quot;

ocr page 133

33

«Tn gezelscliap van eenige vrienden.quot;

«Verwittig hen dat...quot;

Hij had den tijd niet om te voleindigen; sir Robert O'Connor vertoonde zich op den drempel. Bij het zien van Edward bleef liij als verstomd staan.

)gt;Mijn zoon!'' stamelde hij. «Levend!... Is het mogelijk?quot;

«Levend, vader. Ik heb de schipbreuk van de Shamrock overleefd. Ik heb u zulks in een brief medegedeeld...quot;'

»Wij hebben geen brief ontvangen,quot; antwoordde de landlord, terwijl hij zijn zoon aan zijn hart drukte. »0 ! wat ben ik gelukkig... overgelukkig.... Ik miste u, Edward... Ik heb in uw dood geloofd... De kommer van uwe moeder en mij is ontzettend geweest.quot;

De koele gentleman was bew ogen. Zijne stem verzwakte, zijne oogen vulden zich met tranen. Hij deed eene poging op zich zeiven om zijne bedaardheid te herkrijgen.

«Uwe moeder is daar,quot; zeide hij; »ik ga haar uw terugkomst mededeelen. Men moet hare teergevoeligheid ontzien. Een te levendige schok zou haar kunnen dooden.quot;

Hij spoedde zich naar het salon.

Sir Edward was hem op een afstand gevolgd.

Weldra laat zich een kreet hooren, een kreet van verrassing en van vreugde te gelijker tijd.

sEdward ?... hij?... Misleid mij niet!quot; stamelde de arme moeder.

De jongman vloog naar binnen.

»Moeder! moeder! ' riep hij met onstuimigheid.

lileek, bevende, kon lady O'Connor slechts deze woorden uitbrengen: »Mijn zoon!... mijn Edward... Gij!.,.quot;

En zij zonk bezwijmd in de armen, die naar haar uitgestrekt waren.

ocr page 134

34 X.

De aoon van Rugaes Lindley.

Uit hare bezwijming ontwakende, zocht lady O'Connor haar zoon met de oogen. Hij stond aan hare zijde, haar de oplet-tendste zorgen bewijzendp. Zij meende dat het een droom was en sloot de oogen, terwijl zij mompelde:

«Dat zou al te veel geluk zijn... Edward is dood!quot;

nik ben levend, moeder... Ik zal u niet meer verlaten,quot; betuigde Edward.

Daarop vatte hij Patrick bij de hand en voegde er bij:

sik stel u hier den jonkman voor, die mij tweemaal het leven gered heeft.quot;

iSir Edward,quot; bracht de Ier hiertegen in, shet i^ God, die u gered heeft, gelijk Hij mij zeiven gered heeft.quot;

«God heeft u een grootmoedige ziel geschonken, waarde vriend. Mocht gij al vergeten wat gij voor mij gedaan hebt, ik kan het niet vergeten... Vergun mij aan allen uw schoon gedrag te doen kennen.quot;

De landlord vestigde de oogen op den vreemdeling en verbleekte. Dat gelaat scheen wreede herinneringen in l;em wakker te roepen.

sEdward,quot; sprak hij, «zijn naam?... den naam van... uw vriend ?quot;

«Patrick Lindley.quot;

»Is het een Ier?quot;

»Ja, vader; zijne familie bewoont het gehucht Fallmoore, niet ver van Floweriness.quot;

Sir Robert sloeg zich met vertwijfeling voor het voorhoofd.

«Lindley!...quot; stotterde hij. «Fallmoore!... Enliij heeftugered?quot;

«Hij heeft mij gered... Ik was op het punt van r.a het vergaan van de Shamrock in de golven om te komen; hij heeft mij bij zich op een wrakstuk genomen, mij ondersteund, zijn Yoedsel met mij gedeeld... Later heeft hij, toen wij gevangenen

ocr page 135

O O

waren van een bai'baarschen Alrikaanschen koning-, mijne boeien verbroken... Later nug heelt lüj mij, toen ik uitgeput aan de oevers van de Vaal lag, wederom bijgestaan en gered.quot;

süus hebt gij hein het leven te danken?quot;

»Ja, vader.quot;

De trekken van den landlord waren aschkleurig geworden. Met een gesmoorde stem mompelde hij:

«Mijn God, zulk een schuld!... aan dien man... en ik die...quot; Hij brak af. Zijne krachten schenen hem te begeven.

«Vader,quot; hernam sir Edward, «laat ons niet van schuld spreken... Patrick heeft een te verheven ziel om zijne verkleefdheid ie verkoopen. Hij verlangt slechts onze achting, onze vriendschap. God heeft hem overigens reeds beloond; lüj is rijk en die rijkdom brengt hij aan zijne familie.'quot;

«Zij zal er niet van genieten, ' zuchtte de landlord.

Patrick voelde zijn hart smartelijk ineenkrimpen.

»Heeft eenig onheil mijne ouders getroffen?quot; vroeg hij sidderende.

».la, een onherstelbaar...quot;

süood!... Zij zijn dood, niet waar?... Gij antwoordt niet. Ik raad de ontzettende waarheid... Zij zijn van honger gestorven... ik kom te laat... En ik dwaas, ik had op geluk durven rekenen!'' Tranen verstikten zijne stem.

Zelf tot weenens toe bewogen drukte sir Edward hem de hand en sprak:

«Moed, vriend, moed!quot;

Na een pauze hernam de landlord:

«Patrick Lindley, vloek mij... gij hebt er het recht toe... Ik ben de oorzaak van uw ongeluk... wel is waar de zijdelingsche oorzaak...

»Gij?quot;

ïlk... ik, de vader van hem, dien gij gered hebt!''

lAVat is er dan gebeurd?quot;

)jO! een ontzettend, verschrikkelijk drama!quot;

«Spreek; zeg mij alles,., de onzekerheid is al te wreed!quot;

ocr page 136

36

«Luister... Uw vader liad tegen mij gestemd... Ik heb mij willen wreken... ik heb hem op een onmenschelijke wijze doen uitzetten. Wakeiield, mijn agent, had liet mij aangeraden... Wakefield werd op den openbaren weg vermoord gevonden.quot;

1)Ga voort!quot;

»Uw vader werd van den moord beschuldigd... begrijpt gij!quot;

«Maar mijn vader was onschuldig... mijn vader is geen moordenaar! Hij is vrijgesproken moeten worden.quot;

De landlord schudde treurig het hoofd.

jgt;De schijn was tegen hem... alles beschuldigde hem...quot;

»Is hij veroordeeld geworden!quot;

»Ja...quot;

Patrick bedekte het gelaat met beide handen.

«Veroordeeld!quot; snikte hij, op hartverscheurende wijze, »hij! die goede vader, die brave man, die voorbeeldige christen!... veroordeeld en gestraft als moordenaar... O! dat is te veel!quot;

«Patrick, mijn vriend, mijn broeder,quot; hernam sir Edward, »de beproeving is ontzettend... wees sterk. Uw vader was onschuldig ; zijn nagedachtenis zal in eere hersteld worden...quot;

»Hij is gestorven... geschandvlekt, onteerd...quot; Als verpletterd door het gewicht zijner droefheid liet hij zich in een zetel neder-vallen en bleef eene wijl als wezenloos voor zich staren.

Plotseling sprong hij op: ))Heb dank voor uwe sympathie, sir Edward,quot; bracht hij met moeite uit. »Ik verlaat u; wij zullen elkander niet wederzien. Vaarwel! leef gelukkig!... Vaarwel!quot;

Met wankelenden stap verliet de rampzalige jonkman het salon. Niemand waagde het hem te weerhouden. Sir Edward liet zich sprakeloos op een stoel nedervallen.

Het kasteel verlatende sloeg Patrick instinctmatig den weg in naar Fallmoore, zijn geboorteplaats.

De maan was opgekomen. Haar bleek licht overgoot het landschap. In de verte, te midden der vallei, verhieven zich de hutten van een dorp, het was Fallmoore. Patrick zocht met den blik het dak, dat zijne jonge jaren beschut had; hij meende het aan den voet der groote boomen te herkennen.

ocr page 137

37

Dat deed de hoop in zijn hart herleven.

sDaar wonen zij,quot; dacht hij : «wij zullen samen weenem.. wij zullen van het slachtoffer spreken.quot;

Hij verhaastte zyne schreden. De afstand verminderde zichtbaar.

Plotseling bleef Patrick onder het slaken van een scharren kreet staan.

Het dorp was verlaten. Zijne hutten waren slechts bouwvallen. Het huisje van zijne familie was nog meer dan de overige verwoest en onbewoonbaar.

Hij herinnerde zich nu dat de landlord gesproken had van uitzetting.

oZij zijn verdreven, verdreven geworden!... Waar zijn zij?.... Ongetwijfeld dood! O! mijn God!''

De ongelukkige liet zich op een steen nedervallen en gaf den vrijen teugel aan zijne droefheid.

Hoe lang duurde die toestand van lichamelijke en zedelijke verdooving.

Lange uren misschien.

Eindelijk werd Patrick uit zijne verdooving opgewekt door een gerucht in zijn nabijheid. Hij sloeg de oogen op en zag zich tegenover een man van lange gestalte, gekleed in een car-risk en het hoofd gedekt met een breedgeranden vilten hoed, die hem tot aan de oogen reikte, hetgeen hem een verdacht voorkomen gaf.

»Gij lijdt, jonkman,quot; sprak de onbekende tot hein, «gij zijt ongelukkig! Dat zijn aanspraken op mijne sympathie... Ik bezit hier in de nabijheid een hut, waar gij een goed vuur en een tamelijke keuken zult vinden ; wilt gij de gastvrijheid aannemen, die ik u aanbied.''

Patrick was ontroerd opgesprongen.

De stem van den onbekende scheen sluimerende herinneringen hij hem op te wekken.

«Neemt gij aan?quot; hernam de man op zijn ruwen toon.

»Maar ik weet niet of...quot;

3)Wie ik hen, niet waar?... Ik heb u niet naar uw naam

ocr page 138

38

gevraagd... Om het even! Ziehier de mijne: ik iieet Bernard Friel.quot;

«Bernard Friel! een pachter van den landlord!quot;

ȟe. voormalige pachter... juist... kent gij mij?quot;

»Ik ken u... ik ben Patrick Lindley.quot;

Friel gaf een gil van verbazing.

))Aha! zijt gij Lindley; des te beter. Kom, ik heb n veel, zeer veel mede te deelen!....quot;

En den ongelukkigen jonkman bij den arm vattende, voerde hij hfgt;m met zich mede, terwijl hij uitriep;

»Kora, wij zijn beiden slachtoffers dei' menschelijke ongerechtigheid... Wij hebben vreeselijke rekenschap van onze vijanden, van de geheele maatschappij te vorderen. Wij zullen in onze taak niet te kort schieten: wij zullen treffen, die ons getroffen heeft, wij zullen de turekers zijn !quot;

ocr page 139

DERDE GEDEELTE De eed van middernacht.

i.

De hut van Fa'lmoore.

Na een gang van tien minuten door de puinhoopen, de gescheurde en ingevallen muren van het voormalige dorp Fallra-iore, bleef de geleider van Patrick staan voor een hut, die iets minder vervallen was dan de overige en zeide :

Dllier is het Iquot;

Een lichtstraal drong door do reten der deur. Men hoorde binnen het knetteren van het groene hout, een geur van gebra-lt;U'i vleesch kwam aangenaam de reukzenuwen streelen.

Bernard Friel opende do deur. Een dikke rook drong naar buivn.

nCVa binnen, Lindley,quot; sprak hij. «Het is hot kasteel Flowe-riness niet. liet geriefelijkste ontbreekt hier zelfs, maar wij kunnen er op ons gemak praten.quot;

P itrick liet zich de uitnoodiging niet herhalen.

Hot inwondigo dar hut beantwoordde geheel en al aan het uitwendige. Niet hst geringste meubelstuk. Een plank, op twee steenen liggende, diende te gelijk tot stoel en tot tafel. Het bed werd vertegenwoordigd door een hoop droge bladeren en heidekruid. Wat hot kookgerief betreft, dat bestond uit een on.len ijzeren ketel en eenige steenen pannen.

ocr page 140

Een verroest en geblutst geweer hing aan den wand Pat was alles.

Patrick had dat met een enkelen oogopslag overzien.

Hij merkte ook een grijsaard op, die bij den haard hurkte eri op het braden van een reebout acht gaf.

sJaraes,quot; vroeg Friel, »is het maal gereed?'

ïHet is gereed.quot;

ïZeer goed, wij gaan eten. Ik breng u een gast.''

ïDat zie ik... Wie is het?... Een vriend, ongetwijfeld?quot;

«Het is Patrick Lindley.quot;

«Lindley! de zoon van den vercordeelde?quot;

» Dezelfde.quot;

De oude paddy richtte zich met moeite op en stak Patrick de hand toe.

»Sla toe, mijn jongen, en wees hartelijk welkom. Wij ware de vrienden uws vaders... Wij hebben hem zien sterven... Wij hebben gezworen hem fe wreken en...quot;

Bernard viel hem plotseling in de rede.

sGenoeg, James ; wij kunnen dat later bespreken. Wij zullen gaan eten. De spijzen zijn niet veelvuldig, een stuk gebraden reebout, wat vruchten en water_____ Ga daar op die bank zitten, Patrick, wij gaan beginmn...quot;

»Ik dank u, ik heb geen honger.quot;

ïlrlebt gij misschien reeds gegeten?''

ïNeen, maar hetgeen ik vermmen heb is zoo ontzettend!quot;

De paddy haalde de schouders op.

sOntroering!quot; gromde hij. ))Dat voedt evenwel niet Doe overigens gelijk gij verkiest. Wij voor ons gaan eten.quot;

De beide mannen gingen voor den haard zitten en sneden groote lappen gebraad af, die zij met gretigheid verorbeiden.

Znodra hun eetlust bevredigd was, antwoordden zij met voorkomendheid op de vragen van hun gast.

Deze ondervroeg hen omtrent het drama van de Glen Black en diens noodlottige gevolgen... Hij wist, helaas ! alles nog niet ! Toen hij de uitgestrektheid van zijn ongeluk kende, bleef hij

ocr page 141

41

roerloos cn stom zitten, als iemand die door den bliksem getroffen is.

Na een langdurig zwijgen mompelde hij met een gesmoorde stem :

jgt;Grootvader dood!... mijne moeder, mijne broeders en mijne zusters in het workhouse!... Mijn God!quot;

Zijne vertwijfeling schokte de beide mannen diep.

Zij wierpen elkander een blik toe, die beteekende ;

«Hoe zullen wij onze niededeelingen voltooien?...quot;

Patrick ving dien blik op.

sGij verbergt iets voor mij,quot; sprak hij. «Welk nieuw onheil heeft mijne bloedverwanten getrolfen? Het workhouse, die gevangenis, heeft hen gedood, niet waar?quot;

»Uwe moeder is inderdaad bezweken,quot; antwoordde James.

»Ook zij!...quot;

»Uwe broeders en zusters hebben het workhouse verlaten weinig tijds na den dood hunner moeder.quot;'

«Wat is er van hen geworden? Wonen zij hier?quot;

De oude James scheen te aarzelen. Het was Frie!, die antwoordde:

»Zij hebben zich slechts even in Fallmoore en de Glen Black vertoond. Uwe beide broeders zijn verdwenen zonder hunne plannen te doen kennen... Wat uwe zusters betreft, deze zijn naar loonden vertrokken.quot;

» Alleen?quot;

»In gezelschap van een jong meisje iets ouder dan zij.quot;

»Haar naam?quot; vroeg Patrick met bevende stem.

«Ellen Murphy.... Het is een wees; zij heeft naar het schijnt eene tante te Londen...quot;

Patrick drukte de hand op zijn hart, dat hevig klopte.

«Ellen, mijne lieve Ellen,quot; dacht hij. »Zij is de beschermster van Lucy en Augusta geworden... Zij heeft mij niet vergeten.quot;

Hij bleef een oogenblik zitten nadenken.

Bernard Friel klopte hem op den schouder met de woorden;

«Komaan jonkman, gij moet u sterk toonen! Tranen zijn

ocr page 142

42

goe(! voor vrouwen,',, en buitendien!... Er blijft u no^ een taak te vervullen over, een zware taak. Gij moet uwe familie wreken.'' Patrick g:if neen antwoord; hij scheen ternauwernood gehoord te hebben wat Friel zeide.

Deze ging aldus voort:

»Hebt gij raij begrepen?... Al uwe rampen hebben den hoogmoed van een man ten grondslag. Die man is de landlord. Hij is gekrenkt geworden door de stemming van uw vader, een stemming, die door al de pachters van Fallmoore gevolgd werd. Hij heefr. uwe familie, heeft ons zeiven gestraft door de uitzetting... Het is onze beurt om weerwraak te nemen.quot;

ö.Ia, ja,'' riep de oude James met schorre stem uit, »de beker loopt over... Er moet bloed vloeien... Ter dood! tei dood!.., wraak!...quot;

Patrick was opgestaan.

«Vrienden,quot; sprak hij met kalmte, ode wraak beliDoit aan God, aan God alleen,quot;

xgt;Wij zullen de uitvoerders Zijner gerechtigheid zijn,quot; grijnslachte Friel.

«Patrick,quot; hernam James, »zoudt gij weigeren tot da onzen te behooren? Gij wordt verdrukt; zult gij den moed bezi ten tegen de verdrukkers op te staan ?quot;

»Het ontbreekt mij niet aan moed: maar ik kan slechts met eerlijke wapenen strijden.quot;

James en Friel wisselden een snellen blik,

»Wij zullen niet over die ridderlijke theorieën twisten, üwft wijze van zien en denken schijnt van de onze te verschillen. De tijd en het nadenken zullen uwe denkbeelden wel wijzigen. I.ilusschen znhen wij alleen het werk der wrake voortzetten, waaraan wij ons laven erewijd hebben. Wij behoeven niet te vreezen dat gij misbruik zult maken van hetgeen gij hier hebt kunnen zisn en hoeren. De zoon van Ungues Lindley is geen verrader!quot;

»Indien hij een verrader was,quot; gromde de oude James halfluid, »wee zijner dan!.,.''

»Ik ben noch een verrader, noch een lafaard.''

ocr page 143

A3

sDat verheugt mij! Uw voorkomen zegt het overigens genoegzaam. Hoe Jammer dat gij achterlijke begrippen hebt.. Gij zoudt zulk een voortreffelijk aanvoerder geweest zijn.quot;

Bernard Friel vatte James bij den arm.

«Genoeg!'' sprak hij. »Met uw welsprekendheid zult gij dien jonkman niet overhalen. Indien hij de vergadering van morgen bijwoonde zou het anders zijn...quot;

Patricks nieuwsgierigheid werd door het geheimzinnige voorkomen zijner gastheeren opgewekt.

«Van welke vergadering spreekt gij?quot; vroeg hij.

)jVan de vergadering der White-Boys.quot;

»Der White-Boys?...quot;

«Ja, de White-Boys zijn de uitgezetten van Fallmoore en elders. Het zijn arme drommels, die zich over hunne landlords te beklagen hebben en zich op hunne wijze recht willen ver-schalfen.quot;

Patrick dacht na. Die woorden hadden hem getroffen.

sWaar heeft de vergadering plaats, waarvan gij spreekt?quot; vroeg hij.

sDat is een geheim,quot; antwoordden de voormalige pachters. «Zoquot; ik ze kunnen bijwonen?quot;

sGewis, op onze uitdrukkelijke aanbeveline.quot;

«Zoudt gij voornemens zijn uw broeders ca vrienden van mijne tegenwoordigheid te verwittigen?''

»r.!et moet wel, Niemand treedt binnen zonder zijn kaart van lidmaatschap te vertoonen.quot;

sik zou liever onbekend blijven.quot;

De beide mannen wisselden fluisterend eenige woorden.

»iiet is zeer ernstig wat gij ons daar voorstelt,quot; hernam de oude James eindelijk. »Het consigne schenden... Indien het ontdekt werd, zou hot misschien den dood ten gevolge hebben... üe jonge hoofdman is onverbiddelijk... Doch om het oven, wij zullen den zoon van onzen besten vriend niets weigeren. Wij zullen u binnenleiden.quot;

»Tk dank u, vrlenflon.quot;

ocr page 144

DGoed, goej... Moi-genavotid komt gij liier in ilc/.n hut bij ons; wij zullen u kleederen verschaffen gelijk aan die der saam-gezworenen... liet overige is onze zaak... Thans is het tijd om aan het nemen van eenige rust te gaan denken. Gij moet vermoeid wezen ; ziedaar een leger, slaap in vrede tot morgenochtend.quot;

De paddy wees met den vinger op den hoop gele droge bladeren, die in een hoek lagen.

Patrick strekte zich op dat nooddruftige bed uit, zijn metgezellen volgden zijn voorbeeld. Eenige minuten later heerschtc er in de hut een diepe stilte.

II.

Op een graf.

Den volgenden morgen, bij bet krieken van den dr.g, stond Patrick Lindley op. .Tames en Bernard sliepen nog. Het gerucht, dat hij in de droge bladeren maakte, deed hen insgelijks ontwaken.

»Wel! Lindley,quot; vroegen zij, «hoe hebt gij den nacat doorgebracht?... Slecht, nietwaar? Wij zien het aan uwe roode oogen, aan uwe bleeke trekken... Gij moet goeden moed houden.quot;

»God zal mij dien schenken.quot;

»Hoe gaat gij uw dag besteden?quot; vroeg de oude James.

»Ik ga de Glen Black, die noodlottige plek bezoeken. Daarna zal ik op het graf van mijn grootvader gaan bidden... '

sVoortrellelijk... Voor gij ons verlaat, moet gij echter ons ontbijt deelen... Er is nog een goed stuk reebout overgebleven. Ga daar zitten, wij zullen deelen.quot;

Patrick durfde niet weigeren. De honger begon zich te krachtig te doen gevoelen. Het maal duurde kort. Zoodra het afge-loopen was, drukte de jonkman zijn gastheeren do hand met de woorden:

ocr page 145

45

«Tot hedenavond.quot;

uTot hedenavond... Vooral geen onbescheidenheid!quot;

»Tk zat bescheiden zijn... reken op mijn woord.quot;

Piiti'ick ging heen. Bernard Fiiel riep hem terug.

»Gij gaat naar de Glen-Black?... Wilt gij mij vergunnen u te vergezel'.en? Ik ken de geringste bijzonderheden van het drama, waarvan die plek getuige geweest is... Mijne inlichtingen zuilen u ni t van onpas zijn.quot;

«Kom,quot; antwoordde Patrick.

De tocht werd stilzwijgend voortgezet. Meer dan eens richtte de ionkman onderweg de oogen naar de bouwvallen van Fall-moore, dat dorp, waar hij zijne jeugd had doorgebracht; meer dan eens bedwong hij de kloppingen van zijn hart...

De stem van liernard ontrukte hem aan zijne overpeinzingen.

»Ziedaar het tooneel van de misdaad,'' zeide hij.

Met den vinger wees de paddy op een smal ravijn, bezaaid met stukken graniet.

Patrick gaf geen antwoord. Hij werd zeer bleek en het was bijna met wankelenden tred, dat hij zijn gids volgde.

»Daar tusschen die twee boomen is Daniel Wakefield getroffen geworden,quot; hernam deze, «Iets verder ziet gij de rots, waartegen uw grootvader, ruw door constabels teruggestooten, gevallen is en zich den schedel verbrijzeld heeft... Ik heb met eigen oogen het zielloos lichaam van den grijsaard zien vertreden onder de pooten der paarden van de ellendige handlangers der politie.quot;

»0! het is afgrijselijk!quot; kreunde Patrick.

»Ja afgrijselijk!... Sinds dien dag heb ik een diepen haat voor de tirannen en hunne handlangers opgevat... Ik heb gezworen de lafhartig vermoorde onschuldigen te wreken... De gevoelens^ die ik destijds opvatte, zijn met den tijd niet verzwakt, verre van daar... Mijn haat is levendiger dan ooit. Wee den verdrukkers!quot;

Friels stem had een schrikwekkende Uitdrukking aangenomen.

»Vriend,quot; sprak Patrick, «Christus heeft aan Zijne beulen vergeven. Naar Zijn voorbeeld moeten wij vergeven...quot;

ocr page 146

4C

Friel viel bom in de rede.

«Vergeven !.... Zie, Patrick, dat is een woord, hetwelk wij, do Wrekers, niet kennen !quot;

«Het is het rnij.ie !quot; liernam de jonkman.

»ilet zou het uwe niet zijn, indien jcij evenals ik die bloedige tooneelen hadt bijgewoond ; indien gij bet scbavot van Galway gezien hadt!....quot;

Patrick boog bet hoofd en stamelde :

»God zoutnij ondersteund hebben.... Ik zou veel geleden hebben!.... Doch mijn hart zou zich tocb voor de wraak gesloten hebben....quot;

I)e paddy zweeg ; een schampere lach speelde om zijne lippen.

Patrick knielde neder op de plek, waar zijn grootvader den dood gevonden had en bad.

Na verloop van eenige minuten stond bij kalmer op,

«Kom,quot; zeide Bernard Friel tot bom. «Nu naar de hut.quot;

De beide mannen liepen een wijl stilzwijgend naast elkander voort. Patrick kende dat woeste oord sinds zijne kindsheid. De, aanblik van die zwarte rotsen, bedekt met mos en varens, van die verschrompelde boomen, van die ondoordringbare boschjes van doornige planten, maakte op hem evenwel een aan schrik grenzenden indruk. Hij wist dat zijne familie daar een langdurig en smartelijk martelaarschap verduurd had.

Eindelijk bleef Bernard staan en met den vinger op een hooge rots wijzende, aan welker voet men nog de laatste overblijfselen eener hut kon onderscheiden, zeide hij :

))Zie daar het door uw vader gebouwde verblijf.... Daar weid hij door de constabels geboeid na de ontdekking van de bebloede bijl en de portefeuille.... De magistraten waren overtuigd van zijn schuld.... De bewijzen waren dan ook onwederlegbaar....quot;

Patrick hief het hoofd op.

ïMijn vader was onschuldig,'' sprak bij.

«Onschuldig ?.... Aangenomen.... Maar, onschuldig of schuldig, hij is dood.... De rol van zijn zoon is geheel aangewezen, hij moet hem wreken.... Thans ga ik u verlaten, jonkman,quot; liet de paddy er op volgen; ))vergeet uwe belofte niet. Tot van avond !quot;

ocr page 147

olie zal er zijn,quot; antwoordde Patrick.

Alleen gebleven, beschouwde Patrick geruimen tijd in stilte die bouwvallen, die hem aan een smartelijk verleden herinnerden. Hij dwaalde in den omtrek der hut rond, aan de boomen, de struiken, de rotsen een gedachtenis zijns geliefden vaders zoekende.

Toen hij zich verwijderde, was zijn met tranen overdekt gelaat doodsbleek. De rampzalige jonkman begaf zich naar het kerkhof en zocht het giaf zijns grootvaders. Een kind, dat bij er naar vroeg, antwoordde hem :

sDaar is het 1quot;

En met den vinger wees de knaap een graf aan, waarop een prachtige krans lag.

Ten hoogste verbaasd trad Patrick nader.

De naam van Lindley was op het kleine kruis geschreven, dat Ellen Murphy geplant had.

«Wie heeft dat kruis geplant?quot; vroeg hij den knaap.

DEen jong meisje.... Ik heb haar naam vergeten.... Zij heeft het land verlaten.quot;

»Het is Ellen, mijn geliefde Ellen,quot; dacht Patrick.

En overluid voegde hij er bij :

»En dien schoonen krans ?quot;

üie is eenige dagen geleden door den landlord hier nedergelegd.quot;

»De landlord !quot; riep Patrick ten toppunt van verbazing uit. ïGij vergist u stellig !quot;

»0 neen ! ik vergis mij niet... Sir Robert is zelf hier geweest, door twee knechts vergezeld.... Hij scheen zeer treurig.... Ik heb tranen in zijne oogen gezien.... Hij heeft verscheidene keeren herhaald : Lindley was een braaf man.... Welk een noodlottige dwaling.... Mijn God !quot;

Patrick staakte zijne vragen. Up het graf nederknielende, be-gt; dekte hij zijn gelaat met de handen en bad aandachtig.

Eene hand, die zich op zijn schouder legde, ontrukte hem ploseling aan zijne vrome overpeinzingen. Hij sloeg de oogen op en herkende sir Edward.

«Vergeef mij,'' sprak deze, «vergeef mij, waarde; Patrick. AI-

ocr page 148

48

vorens dit lantl voor langen tijd misschien te verlaten, heb ik u een )aalste rnaal willen wederzien....quot;

iO! ik dank u voor deze welwilende gedachte, sir Edward.quot; »lk deel uwe droefheid, dat weet gij; ik lijd met u... Indien ik door het olfer van mijn leven het kwaad kon lierstellen dat u aangedaan is... Maar neen, helaas! dat is onherstelbaar...quot; sOm Godswil, sir Edward, zwijg daarover....quot;

»lk zal niet meer van het verleden spreken ... waartoe zou dat dienen!.... Mijn vader is wreed en onrechtvaardig geweest... Deze streek herinnert hem zijn vergrijp; hij gaat haar verlaten ora ze nooit weder te zien.... Floweriness zal voortaan dood voor hem zijn.quot;

ïiFloweriness!... de bakermat zijner familie. Maar gij zijter dan toch aan gehecht, sir Edward?''

«Nog minder dan mijn vader,quot; antwoordde hij. sik vertrek, gelijk ik u gezegd heb: ik weet niet welk lot de toekomst mij voorbehoudt.quot;

ïZijt gij voornemens uwe reizen te hervatten, sir Edward?quot; »Ja, beste Patrick.... Na een kort oponthoud te Londen bij mijne familie, ga ik eene reis ondernemen door het noorden van Europa; door Zweden, Noorwegen en Rusland.quot;

»Ook ik heb mijne zedelijke droefenissen, waarde vriend,quot; liet hij er half fluisterend op volgen; »ik heb aan de liefde geloofd ... de ontgoocheling is gekomen... Het jonge meisje dat ik beminde, heeft mij verraden.... Zij beminde een ander, alvorens de tijding van het vergaan der Shamrock in Engeland aankwam... Gelukkiger dan gij zal de wond, die ik in het hart ontvangen heb, zich mettertijd sluiten.quot;

De zoon van den landlord stak Patrick de hand toe.

Deze drukte ze en sprak met een zekere ontroering:

ïgt;Ik zou u om een gunst willen verzoeken, sir Edward.quot; ïSpreek.... Gij kent mijne gevoelens.quot;

»Zoo even hebt gij van Floweriness gesproken. A's uw vader er in bewilligde mij de bezittingen te verkoopen, die er van afhingen ?....quot;

ocr page 149

49

sVfijn vadei- zal hier gaarne in toestemmen...quot;

»[k zou er zeer blijde om zijn.... Gij weet hoe groot de som is, die de verkoop mijner diamanten heeft opgebracht ? Ik bezit niets meer.quot;

))Dat is genoeg, en meer dan genoeg, waarde Patrick.... Mijn vader zal den prijs bepalen.,.. Vertrouw op mij ! Binnen twee uren zult gij de eigendomstitels in uw bezit hebben. Waar zullen wij ze u kunnen overhandigen?quot;

«Bij den ouden pastoor van Fallmoore.quot;

«Afgesproken. Vaarwel, Patrick.quot;

De jonge landlord ging heen.

Twee uren later ontving Patrick de verkoopakte, voorzien van het zegel van den landlord. Deze stond de bezittingen van Floweriness,] Fallmoore en Glen-Black voor 20,000 pond sterling af, het vierde deel van hare werkelijke waarde.

Patrick las het stuk en bood het vervolgens den priester ter inzage aan.

»Mag ik aannemen ?quot; vroeg hij.

»Het is uw plicht; de landlord verricht een daad van herstel, waarvan men hem de verdienste moet laten. God zal hem dit eenmaal ^toerekenen. Wie weet,quot; voegde de waardige grijsaard er bij, »of niet zijne eeuwige zaligheid tot den prijs van dit oll'er gekocht is,quot;

III.

i)e eeilgeuooteu.

De avond begon te vallen, toen Patrick Lindley zijne vrienden in de vervallen hut van Fallmoore opzocht.

De beide paddys zaten op hun bank met elkander zacht pratende op hem te wachten.

Men begaf zich op weg in de richting van de Glen Elack. Een dikke nevel begon het veld te bedekken. Binnen weinige oogenblikken zou de nacht op dezen nevel volgen.

4

ocr page 150

50

De tocht duurde iang. Het was bijna middernacht toen onze bekenden stand hielden. Patrick merkte talrijke menschenge-daanten op, die zich naar een groep met kreupelhout begroeide rotsen begaven.

Bernard Friel fluisterde hem in het oor:

»Volg ons op korten afstand; wees vooral voorzichtig!quot;

«Ik stel vertrouwen in God,quot; antwoordde de jonkman. «Het doel, dat ik mij voorstel is te rechtvaardig, dan dat Hij mij niet zou bijstaan.... Ik zal mij overigens weten te doen eerbiedigen.quot;

«Hebt gij wapens?quot;

«Een revolver.quot;

»Beproef niet er u van te bedienen.... Hij zou u niet redden.... Het veiligste is niet de aandacht op u te trekken.quot;

Bernard spoedde zich naar zijn vriend, die over een groot rotsstuk klonterde dat over een afgrond hing. De twee kameraden waren weldra verdwenen.

Patrick klonterde op zijne beurt over de rots, door verscheidene deelgenooten gevolgd. Sinds dat oogenblik slingerde het pad midden door neergestorte rotsblokken en liep uit in een soort van hellenden afgrond, die den vorm van een trechter had. Patrick kon zijn gidsen slechts op het geluid hunner schreden volgen, zoo dicht was de duisternis. Eindelijk had men naar het schijnt hot einde van den trechter bereikt.

James en Bernard waren blijven staan. Een man met een geweer gewapend, richtte eenige vragen tot hen.

»Hoe laat is het?quot;

^Middernacht!quot; antwoordde Friel met luider stem.

«Welken dag ?quot;

»Die van het ontwaken.quot;

«Zachter!'' gromde de schildwacht, sizachter!.... Wat eischt gij?quot; vroeg hij nog.

sLeven en vrijheid.quot;

sPasseert,quot; zeide de schildwacht.

Patrick ging achter Friel en James een onderaardsche gang in, die hier en daar door fakkels verlicht werd.

ocr page 151

54

Twee- a dnehonderd schreden verder vertoonde zich plotseling een schildwacht, die in een donkeren hoek verscholen stond.

»Uvve kaart?quot; vroeg hij.

De gewaande eedgenoot had deze vraag voorzien. Achteloos de hand in den zak stekende, haalde hij er een stuk karton uit, dat hij den White-Boy onder de oogen hield en vervolgde daarop, zonder op de aanmerkingen van dezen acht te geven, zijn weg.

Twee minuten later trad hij een ruime grot binnen, die onregelmatig in de hazaltrotsen uitgehouwen was en verloor zich te midden der woelige menigte, die daar bijeen was.

De zitting was op het punt van geopend te worden.

De president, op een verhevenheid gezeten tusschen twee assessoren, die evenals hij zelf, het gelaat met een zwart masker bedekt hadden, stond op en eischte met een gebiedende stem stilte,

Patrick ontroerde.

Die stem had hij meer gehoord..,. Hij verbeeldde zich dat het die was van een man, wiens beeld hem gedurig voor den geest trad : van Edward O'Connor.

nik ben krankzinnig,quot; dacht hij. «Welke overeenkomst kan sir Edward roet dien woesten onruststoker hebben. Geene klaarblijkelijk. .. Tk ben de speelbal van een begoocheling.quot;

De stem van den president, die zich opnieuw verhief, onderbrak zijne bemerkingen.

«Broeders,quot; dus sprak de gemaskerde man, «de oogenblikken zijn kostbaar... Laat ons recht op het doel afgaan.... Wij zijn bijeengekomen, gelijk gij weet om over te gaan tot de bestraffing van een landlord, over wien een groot aantal uwer zich te beklagen heeft.quot;

«Ja, ja,quot; riepen allen verward dooreen. «Wij moeten den bloedzuiger vonnissen 1quot;

«Hij is reeds gevonnist... Hij heeft u met vertrapping van al uwe rechten uitgezet... Hij moet sterven...quot;

»Ter dood ! ter dood met hem 1quot; schreeuwden de woedende stemmen.

ocr page 152

52

Patrick L'indley voelde al zijn bloed naar zijn hart terugvloeien.

Onder de mannen, die daar even zoo luide de stem verhieven, had hij een groot aantal pachters van Fallmoore en Floweriness herkend. Het waren dus die vreedzame landbouwers, die goede en zachtzinnige, katholieken, die bereid waren vreeselijke misdaden te plegen op aanstoken van een vreemdeling !

«Wie is die man, die wraak eischt?quot; vroeg hij fluisterend.

Een oude paddy antwoordde hem.

«Het is geen wraak, het is gerechtigheid... Onze president is de groote Wreker van Ierland.quot;

»De taak is zwaar.quot;

»Hij zal er niet in te kort schieten.quot;

»Hij komt mij nochtans zeer jong voor.quot;

))Hij is nog geen twintig jaar; maar zijn genie is de jaren verre vooruit.quot;

))Hoe heet hij ?quot;

»Dick de Wreker.quot;

»Dat is geen naam.quot;

»Het is de zijne... Naar men zegt is hij uit een edele familie gesproten...quot;

De paddy brak eensklaps al en keek Patrick aandachtig aan.

»Hoe komt het, dat gij, een broeder, met dat alles onbekend zijt?quot; vroeg hij achterdochtig.

))Ik was langen tijd in Afrika... ik ben pas teruggekomen.quot;

»Dat verklaart alles... Maar stil! de president spreekt.quot;

Dick de Wreker ging voort met de woede der menigte aan te vuren. Zijne krachtige stem galmde als liet gerol van den donder in de diepten der grot. De jonkman was waarlijk welsprekend, toen hij de ellende van het volk schilderde on liet gedrag schandvlekte van eenige duizenden landlords, die den grond van »het groene Erinquot; onder elkander verdeelden.

Hij eindigde met deze woorden:

«Ierland moet gezuiverd worden van de tirannen, die zich sedert meer dan zevenhonderd jaren met haar bloed laven en zich met haar vleesch voeden. Het uur der verlossing gaat slaan.

ocr page 153

53

In afwachting van Je groote sociale vereffening, hebben wij afzonderlijke execution af te doen. De eerste is die van den landlord, die den ondergang bewerkt heeft van het meerendeel der broeders, die naar mij luisteren... Gij herinnert u immers altijd nog, waarde en ongelukkige vrienden, de onmenschelijke uitzettingen van Fallmoore, Floweriness en Glen Black?quot;

sAltijd, altijd !quot;

sWilt gij u zeiven recht verschaffen.'quot;

»Dat willen wij.quot;

«Geen enkel middel schrikt u af, niet waar?''

sGeen enkel,quot;

«Het is goed: wij zullen het staal en het vuur gebruiken.. . Wij zullen onverbiddelijk zij voor al wie zich wreedaardig betoond heeft. Wij zullen treffen wie ons getroffen heeft... Nog dezen nacht zal het vonnis ten uitvoer gelegd worden...quot;

))Dat zal het niet!quot; üet een luide en vaste stem zich hooien. «Dat zal het niet! quot;

Er ontstond een hevig gemompel onder de saamgezworenen. De president sprong van zijn zetel op en vioeg met een stem, die de toorn deed trillen.

»Wie durft mij op die wijze tegenspreken?quot;

»Ik!quot; antwoordde Patrick, zijn hoed afnemende en zich naaide estrade keerende.

))Wie zijt gij ?quot;

«Een Ier.quot;

iUw naam?quot;

«Patrick Lindley.quot;

Onder de menigte ontstond opnieuw gemompel.

«Patrick Lindley!quot; herhaalden de pachters. «De zoon van onzen vriend.quot;'

Dick de Wreker verzocht stilte en hernam:

«Patrick Lindley, ook gij zijt een slachtoffer van den landlord; het is derhalve uw plicht den tiran te treffen, die u tot een wees gemaakt heeft.quot;

»Het is mijn plicht dengene te beschei men, dien gij wilt treffen.quot;

ocr page 154

54

»Een vreemde theorie!quot; riep Dick de Wreker met een schamperen lach. «Zijne vijanden tegen de verdiende straf te beveiligen!... l)e gerechtigheid van het volk belemmeren!...quot;

Patrick onderbrak hem:

aWraak is geen gerechtigheid.quot;

nln wiens naam spreekt gij?quot;

»ln naam van den godsdienst.quot;

»Aha! gij zijt katholiek!... Ik dacht het wel... alleen do papen kunnen zulk een leer in praktijk brengen, zijne vijanden beschermen...''

»En liefhebben!quot; voegde de schorre stem van een der assessoren er bij.

«Hugues Lindley deelde die zienswijze niet,quot; sprak een oude havelooze paddy. )jHij heeft niet geaarzeld zich op Wakefield te wreken... Hij heeft hem gedood...quot;

«Zwijg!quot; riep Patrick uit, «beschimp de nagedachtenis mijns vaders niet ! het was geen moordenaar... Een ander heeft den moord gepleegd, waarvan gij spreekt...quot;

«Noem hem,quot; riep de assessor, die reeds gesproken had. »God kent hem... Hij zal hem weten te straffen !quot;

De assessor antwoordde met een godslastering.

Dick de Wreker was opgestaan.

«Lindley,quot; zeide hij, «gij zijt als een verspieder hier gekomen... Gij zijt met onze plannen bekend.... Het is onze plicht u te verhinderen ons te benadeelen... De straf der verraders is de dood.quot;

Patrick haalde de schouders op.

«Ik vrees niets,quot; antwoordde hij op kaltnen toon. »Ik ben geen spion.quot;

»Wat was dan uw doel met hier binnen te sluipen ?'* »Uw verderfelijke leerstellingen te weerleggen ; uwe plannen te bestrijden...1'

»Gij ontkent de lersche agrarische quaestie ?''

«Volstrekt niet, maar ik wil haar een andere oplossiijg geven dan de uwe.quot;

ocr page 155

„En hoedanig is die oplossing ?quot;

«Langs wettige wegen verkrijgen wat gij aan het geweld en (Ie misdaad wilt vragen... Met eerlijke wapenen strijden tegen de macht van Engeland en de onverzadelijke geldzucht der landlords...quot;

Een gemompel van afkeuring begroette deze verklaring.

üick de Wreker herstelde de stilte en hernam;

»Dat zijn hersenschimmen. De graaf van Desmont en de andere lersche leiders handelden vroeger niet zoo... Het is eveneens in onze dagen het geval geweest met den doorluchtigen O'Connell en Smith O'Brien...quot;

iZij zijn niet geslaagd, gelijk gij weet.quot;

»Door hun gebrek aan geestkracht. Dat verwijt zal men niet tot ons richten. Wij zullen te gelijker tijd de wrekers, de onver-winnelijken en de onverbiddelijken zijn,quot;

De president drukle met opzet op het laatste woord.

»Ja, ja, laat ons onverbiddelijk zijn !quot; brulden verscheidene saamgezworenen.

»Dood aan onze vijanden!... bloed!... bloed!...quot; tierden de overigen.

De veerkrachtige stem van Patrick overheerschte dat geschreeuw.

»Vrienden, hoort mij aan... Ook ik ben een man uit het volk. Ik heb evenals gij, meer dan gij geleden...quot;

«Spreek, spreek!quot; riepen de uitgezetten van Fallrnoore.

Dick de Wreker slaakte een gebrul van woede.

«Waartoe al dat gepraat!quot; riep hij. «Hij behoort niet tot de onzen... Luistert niet naar hem !quot;

«Vrienden,quot; hernam Patrick, »er zijn katholieken onder u-lieden ?...quot;

aWij zijn katholieken!quot; riepen de voormalige pachters.

«Christus, onze goddelijke Meester, heeft aan Zijne beulen vergeven : naar Zijn voorbeeld moeten wij vergeven aan diegenen, die jegens ons misdreven hebben... Ik heb het recht om u zoo toe te spreken, ik wiens vader onschuldig op het schavot ter

ocr page 156

56

ilood gebracht is, wiens familie naar het workhouse werd gesleurd...quot;

De verwenschingen en vloeken van den president en diens as-sesoren dreigden even de stem van den jonkman te overheerschen.

Doch deze ging onversaagd voort.

»Katholieken, mijne vrienden, mijne broeders, laat ons trouw blijven aan onzen godsdienst !... Velgelden wij geen kwaad met kwaad... De vergiffenis is zoo zoet voor het hart .. Gij eischt gerechtigheid ; zij zal u geworden. Onze zaak is die van God ; want Ierland verdedigt het vaderland en het geloof; de onafhankelijkheid van den grond en die der zie... God zal Zijn getrouwe kinderen niet laten omkomen... Stel gij vertrouwen in dien goeden Vader ?quot;

»Ja, ja!quot; riepen eenige stemmen.

«Uw vertrouwen zal niet beschaamd worden. Ik heb u een verblijdende tijding mede te deelen.quot;

dWelke ? welke ?quot; klonk het van alle kanten.

«De tenants-af-will der bezittingen van sir Robert O'Connor ïullen voortaan het noodlottige bevelschrift van uitzetting niet meer te vreezen hebben ; want zij zullen een eigendomsacte van hunne pachthoeven ontvangen

sLogentaal 1quot; tierde Dick de Wreker ; slogentaal!quot;

»Ik sta voor de waarheid mijner woorden in,quot; hernam de jonkman koel. «Morgen zal ik zelf de eigendomsbewijzen aan de belanghebbenden overhandigen.quot;

Deze verklaring maakte een levendigen indruk op de vergadering.

Doof voor de tegenwerpingen van den president drongen de saanigezvvorenen onstuimig op Patrick in en ondervroegen hem met angstige spanning.

Dick en zijne gemaskerde medehelpers trilden van woede : hunne macht ontsnapte hun.

Een hunner greep een geweer en legde op Patrick aan.

Het schot zou afgaan.

Op dat oogenblik dekte een onbekende den zoon van Hugues Lindley met zijn lichaam en zeide, een kaart van een bijzondere» Torm vertoonende :

ocr page 157

57

BSchiet niet. Deze man staat onder de bescherming van den grootmeester van New....quot;

Hij voleindigde niet: er klonk een schot en hij viel, de borst met een kogel doorboord, in zijn bloed badende neder.

IV.

Het slachtoffer der Wrekers.

Een doodelijke stilte volgde op deze losbranding.

Een der pachters had de kaart van het slachtoffer opgenomen. Hij las ze bij het licht van een fakkel en riep uit :

»Deze man heeft de waarheid gesproken : ziehier het teeken van meester Patrick Joyce, den dynamiteur der Vereenigde Staten.. . Hij zal den dood van zijn geheimen agent wreken.,..quot;

silij, die geschoten heeft, is een verrader!quot; riepen tallooze stemmen verward dooreen.

» Weg met de maskers ! weg met de maskers !quot; brulden anderen.

«Slaat dood den moordenaar !.... Ter dood '.... ter dood !quot;

Het tooneel nam onrustbarende verhoudingen aan.

Door vijandige gevoelens gedreven naderde de menigte onstuimig de estrade van den president. Knoestige stokken floten door de lucht en deelden geduchte slagen uit. Gekerm, pijnlijke kreten vermengden zich met verwenschingen en woest geschrei.

De president begreep, dat hij niet in staat was de orde te herstellen. Een teeken aan zijn assessors gevende, poogde hij een uitgang te bereiken. Bij die beweging ging zijn masker los. Eij het zien zijner trekken kon Patrick den kreet niet onderdrukken : hij!quot;

Hij zweeg plotseling, beschaamd over het vermoeden dat bij hem opgekomen was.

))Welk een dwaasheid !quot; dacht hij, «Het kan sir Edward niet zijn..,. En nochtans, dat gelaat, die stem. Daar schuilt een geheim achter....quot;

Dick de Wreker was verdwenen, gevolgd door zijn assessors

ocr page 158

58

en de kleine groep zijner getrouwen. De overwinning bleef aan de katholieke pachters. Voor de vertwijfeling bezwijkende, hadden die arme lieden het oor kunnen leenen aan de verlokkingen van laaghartige samenzweerders, die zich van hen wilden Ie lienen om hun haat te koelen, maar hun hart was niet verkankerd ; eenige woorden door Patrick geuit, waren genoegzaam geweest om hen op den rand des afgronds tegen te houden.

Bernard Friel tikte den jonkman op den schouder.

«Vriend,'' sprak hij, «gisteren noodigde ik u uit tot de onzen te behooren ; vandaag kom ik tot u.... Beveel, ik zal gehoorzamen.quot;

Patrick wees hem op den door het schot getroffen man.

»Hij ademt nog,quot; zeide hij ; »help mij hem buiten dit hol dragen. Misschien zouden wij hem kunnen redden.quot;

De paddy schudde het hoofd en boog zich over den stervende.

Deze sloeg de oogen op en sprak met inspanning;

«Raak mij niet aan..., het is nutteloos.... Het leven verlaat mij....quot;

« Vriend,quot; riep Patrick uit, »kan ik dan niets voor u doen ?.... Gij hebt mij gered....quot;

»K.orn nader.... Ik moet u spreken.... Een geheim.... Men late ons alleen.quot;

Patrick gaf een teeken: iedereen week terug uitgenomen Bernard Friel.

«Spreek nu.... Uw geheim?quot; vroeg Patrick.

»Het is van zeer groot gewicht.... Het betreft u zeiven....

«Mij ?quot;

»U.... Zal ik de kracht hebben mij te verklaren!.... Ach! ik stik....quot;

Er gutste een golf bloed over zijne lippen.

Weldra echter hernam hij: »De ellendeling, die op mij gevuurd heeft is.. . Maeauby, de man, die uwe broeders in het verderf gestort heeft.quot;

«Maeauby ?quot;

»Ja, een voormalig pachter van Floweriness,... Hij is het, die Wakefield vermoord heeft....quot;

ocr page 159

59

Patrick werd doodsbleek.

«Mijn vader was onschuldig, niet waar ?quot;

»0 ju ! onschuldig.... Macauby heeft zich op den intendant gewroken....''

«Mijn God!quot; riep Patrick uit; «mijn arme vader 1quot;

De zieltogende ging met steeds zwakker en onduidelijker wordende stem voort:

«Dat is alles niet.... Macauby is de booze geest van uwe familie geworden.... Uwe zusters zijn door hem naar Londen geroepen.... Hij wilde ook haar in liet verderf storten.quot;

»0 ! dat monster !quot;

»Eea jong meisje.... ouder dan zij.... heeft haar beschermd.quot;

»Eilen Murphy, niet waar ?quot;

»Juist.... Ellen.quot;

«Waar zijn zij nu ?quot;

«Zij bewonen Drury Lane.... Wat uwe broeders aangaat, hij heeft er bloeddorstige dynamiteurs van gemaakt....quot;

)gt;Die arme jongens !quot;

»Zijn haat heeft niets ontzien.... Dick, de president van dit •eedgenootschap.... behoort tot een aanzienlijke familie....quot;

Hij hield wederom op.

Patrick boog zich over hem en vroeg :

«Kent gij hem ?quot;

«Het is de zoon, die eertijds ontroofd werd aan sir... sir....quot;

Hij voleindigde niet : het bloed verstikte hem... Het was de dood....

Te midden van zijn doodstrijd ontsnapten eenige onsamenhangende woorden aan zijne lippen :

»Daar,... een rose-kaart.... directeur.... politie.... metropool.... 4, Whitehall-place.quot;

Dat was alles.

Bernard Friel, die zijn hoofd ondersteunde, liet het nederzinken en sprak :

„Het is gedaan.... Hoe jammer, dat hij zijne openbaringen niet heeft kunnen voltooien I Maar hij heeft van een kaart ge-

ocr page 160

60

sproken.... Hij moet haar bij zich hebben..,. Misschien bezit hij nog andere papieren ?.... Laat ons zien.quot;

De paddy tastte in de zakken van den overledene. Na lang zoeken vond hij onder in een zak een kaartje, dat hij aan Patrick overhandigde.

Deze bekeek het bij liet licht eener toorts en zeide :

sliet is roosklemig met een blauwen rand.quot;

»Dus is het dat, hetwelk de stervende bedoelde ?quot;

»Ik geloof het vel.... Het kan echter, helaas ! niet liet minste licht verschaffen, want er staat niets op,quot;

Friel schudde het hoofd :

»Dat bewijst niets,quot; sprak hij. «Dat kaartje moet zijn gewicht hebben. Bewaar het zorgvuldig ... Wij moeten vooral de woorden niet vergeten, die wij zoo even gehoord hebben ;

nPolitie.....metropool.... Whitehall.... Wie weet of ds politie dat

geheim niet kan ophelderen.quot;

»Ik zal zelf de kaart aan den directeur ter hand stellen,quot; hernam Patrick, door een plotselingen inval getroffen. »Wie weet, inderdaad?...quot;

De menigte omringde het lijk. Men wisselde fluisterende eenige bemerkingen.

»Kent gij het slachtoffer ?quot; vroeg Patrick.

«Neen,quot; antwoordden allen.

»Het was dus niet een der uwen?quot;

»Neen... Het is de eerste maal, dat hij aan onze vergaderingen deelnam... Hij was hier men weet niet hoe binnengekomen.quot;

Patrick staakte zijne vragen.

»Vrienden,quot; zeide hij, »dit lijk zal morgen op het naaste kerkhof begraven worden : wat u allen aangaat, ik verwacht u morgen te twaalf uren in Fallmoore.quot;

»Ja, ja, in Fallmoore Iquot;

»Tot morgen dus ! Het zal u niet berouwen u van uw valsche vrienden gescheiden te hebben.quot;

«Wij rekenen op de gegeven belofte,'' antwoordden de uitgezetten.

ocr page 161

61

Patrick Lindlef' nam den arm van Fiiel en vroeg hem onder het heengaan :

))Waar is de oude James ?quot;

De paddy maakte een verachtend gebaar.

i»Heengegaan !'' mompelde hij.

»Met de aanhangers van Dick den Wreker, niet waar?quot;

»Het is maar al te waar .. James heeft veel geleden : hij kan er niet toe besluiten te vergeven... Buitendien, James is niet katholiek.quot;

))Die ongelukkige !... Ik zou zoo blijde wezen ook hem te kunnen redden!quot;

Dij het verlaten der onderaardsche grot, sloegen Patrick en de paddy weder den weg naar de bouwvallen in, waar zij na eenige uren gaans aankwamen. Een gewichtige bijzonderheid kenmerkte dien tocht. Bij den ingang der ravijnen van de Glen Black werd er een geweerschot op onze vrienden gelost... De kogel miste gelukkig zijn doel en sloeg naast hen tegen de rotsen.

De jonkman behield zijne kalmte. Een menschelijke gedaante bemerkende, die in de duisternis verdween, zeide hij eenvoudig :

«God vergeve dien ongelukkige de misdaad, die. hij heeft willen plegen !quot;.................

Djn volgenden dag kwamen de uitgezette pachters van Fall-moore op het bepaalde uur te midden der puinhoopen van hun voormalig dorp bijeen. Patrick was er reeds, in gezelschap van Bernard Friel en twee of drie vrienden. De jonge Lindley gevoelde een levendige aandoening bij het aanschouwen in het volle daglicht van de vermagerde, verwelkte trekken van die mannen, die hij in gelukkiger tijden gekend had. O.' wat hadden ook zij moeten lijden ! Hij vergaderde hen om zich heen en hun verhalende wat er tusschen hem en den landlord verhandeld was, hernieuwde hij de toezeggingen van den vorigen nacht.

«Voortaan zult gij het noodlottige bevelschrift van uitzetting niet meer te duchten hebben. Bouwt uwe woningen weder op, bewerkt het land dat ze omgeeft, hergeeft een weinig welvaart

ocr page 162

62

aan uwe gezinnen... Werk, een voldoend levensondeihoud. ongestoord bezit, ziedaar wat ik u aanbied !quot;

«Wij nemen het aan!quot; antwoordden de pachters met geestdrift, «wij nemen het aan !''

«Komaan ! aan het werk dan !quot; dus besloot Patrick Lindley, «Geen luiaards! het brood is voor dengene, die het weet te verdienen.''

Sinds dien dag bezielde een nieuw leven Fallmoore. liet dorp verrees als door een tooverslag uit zijne bouwvallen. In de plaats der' puinhoopen waarop woekerplanten groeiden, verrezen weldra huisjes met een lachend voorkomen. Patrick hield met bijzondere zorg het toezicht over den opbouw van de ouderlijke hut en die, welke Catharina, Ellens moeder, bewoond had.

Zoodra Fallmoore en de overige dorpen, behoorende tot de door sir Robert O'Connor afgestane bezittingen, het voorkomen herkregen hadden, dat zij voor de uitzettingen bezaten, kondigde Patrick zijn vriend Bernard Friel aan, dnt hij Ierland ging verlaten.

«Gaat gij naar Londen ?quot; vroeg de padcty.

antwoordde Patrick; »ik wil mijne broeders en zusters terugvinden... Zonder hen zou het leven mij te zwaar vallen.quot;

xGod kome u te hulp!quot;

Inwendig voegde de paddy er bij :

))De taak zal moeilijk zijn... De kinderen zijn ook in de handen der White-Boys... De White-Boys zijn onverbiddelijk in hun wraak Iquot;

1

De (-Ssineezen van Koligate-street.

Terstond na zijn aankomst te Londen begaf Patrick Lindley zich naar het hoofdbureau van politie der metropool, gelegen op de Whitehall-place, No 4, en overhandigde aan den daar aanwezigen commissaris het geheimzinnig kaartje, gevonden in de kleederen

ocr page 163

63

van den onhekende, die in de vergadering der White-Boys dood geschoten was.

Rij liet zien van die kaait maakte de commissaris een gebaa'-van verwondering.

«Wie heeft u dat ter hand gesteld ?quot; vroeg hij.

»Ik heb het op een lijk gevonden.quot;

AiOnder welke omstandigheden?... Spreek... dat is van zeer veel gewicht.''

Patrick verhaalde het tooneel, waarvan hij in de grot getuige geweest was. Hij vergat niets wat den magistraat eenig licht kon verschaffen.

Toen Patrick geëindigd had, zeide de commissaris:

alk dank u voor die inlichtingen... Zij zullen niet zonder profijt voor ons zijn... Laat ons nu eens zien wien die kaait toebehoord heeft.quot;

Hij legde haar in een schoteltje en goot er den inhoud van een fleschje over uit, dat op zijn bureau stond.

Na verloop van een minuut ongeveer nam het kaartje een groenachtige tint aan. De commissaris nam het uit het schoteltje en bekeek het met aandacht. Zeer duidelijk zichtbare letters vertoonden zich in het midden.

«Zie zeide hij, het kaartje aan Patrick toonende.

Deze las:

»William J. Woods.quot;

»Wie is die gentleman ?quot; vroeg hij.

«Een der fijnste agenten der Londensche politie.quot;

»Hoe kwam hij in die vergadering?quot;

»Het was zijn plicht. De koene detective heeft niet geaarzeld de rol van eedgenoot van de secte der Wrekers te spelen om de gangen van die ellendelingen, die de maatschappij den ooi--log verklaard hebben, van meer nabij te kunnen bewaken.quot;

«Gelijk hij niet geaarzeld heeft zijn leven voor mij op te offeren,quot; voegde Patrick er met ontroering bij.

«Hij heeft zijn rol tot aan het einde vervuld door voor u de bescherming van een door de Glannagaels gevreesd opperhoofd

ocr page 164

64

in te roepen. Ongelukkig heeft die daad hem het leven gekost. Het was een dappere; eere zij zijne nagedachtenis!quot;

De magistraat bleef een oogenblik peinzende voor zich zien. Ernstige gedachten rimpelden zijn voorhoofd. Eindelijk verbrak hij de stilte om Patrick te vragen :

»Hebt gij er iets bij te voegen ?quot;

»Ik heb u om een gunst te verzoeken, sir.quot;

»Ik luister. Wat betreft het ?quot;

»De gevangenneming van een Ier, wiens misdaden op mijne familie drukken...quot;

»Zijn naam ?quot;

sMacauby.quot;

De commissaris hief het hoofd op.

sMacauby?quot; herhaalde hij, »Een Ier?... Een agent der geheime genootschappen?quot;

»,Tuist, sir.quot;

»Die man is, inderdaad, aan tallooze misdaden schuldig,quot; vervolgde de magistraat, een lijvig dossier raadplegende. «Ontvoering van een kind... Moord van een intendant... Talrijke diefstallen...quot;

Hij nam de kaart van Woods en bekeek die nauwkeurig.

»Deze kaart spreekt van Macauby... Zij brengt een nieuw feit aan het licht... Macauby is de rechterhand van den beruch-ten lerschen volksleider Dirk den Wreker. In de vergadering die gij hebt bijgewoond, moet hij de functie van assessor vervuld hebben.quot;

Patrick kon een uitroep van verbazing niet onderdrukken.

»In dat geval begrijp ik alles,quot; zeide hij. «Het is Macauby, die het schot gelost heeft... Ik had van den moord van Wake-iieM, den intendant van den landlord gesproken. Hij heeft gemeend, dat ik den schuldige kende en hij wilde dat geheim in het graf begraven... Ach! had ik slechts de tegenwoordigheid van den ellendeling vermoed !quot;

«Bedaar,quot; hernam de commissaris. »Macauby zal zijne mis-d iden boeten... Hij zal niet lang aan de politie der metropool kunnen ontsnappen... Voor het oogenblik is hij in Londen... Ik

ocr page 165

65

kan u geen andere bijzonderheden mededeelen... Zoodra hij aangehouden is, zal ik het genoegen hebben u een boodschap te zenden aan het adres, dat gij wel zoo goed zult willen zijn mij op te geven.quot;

»Morley's Hotel, Trafalgar Square,quot; antwoordde Patrick.

«Zeer goed, ik zal ei' aanteekening van houden.quot;

Het onderhoud was geéindigd. Patrick stond op; een invallende gedachte deed hem nog even verwijlen.

«Zoudt gij mij een laatste vraag willen veroorloven, sir vroeg hij.

»Met genoegen.quot;

»Heeft William Woods, de man, die zich voor mij opgeofferd heeft, een gezin nagelaten ? In dit geval zal ik...quot;

De magistraat viel hem in de rede;

»William Woods stond alleen op de wereld : het was een wees van het R ij'tl naval asylum van Greenwich... Zijn gezin was de politie der metropool, waar zijn dood een niet aan te vullen leegte veroorzaakt.quot;

Patrick drong niet verder aan. Hij groette en ging heen,

In de straat zocht hij met den blik een rijtuig, toen een jeug-dige, frissche stem zich plotseling aan zijne zijde deed vernemen :

«Patrick I... daar is de goede Patrick !quot;

De Ier wendde het hoofd om. Voor hem stonden op een paar hooge stelten twee jonge Cbineezen. De oudste — hij kon achttien jaar zijn — werd beschut door een elegant zonnescherm, dat zijn metgezel droeg. Zij waren rijk gekleed en hunne lange gewaden sleepten tot op den grond.

Op korten afstand gingen een twaalftal 'pole bearers, wier borden aanduidden, dat John Sompson en Thomas Buil, kooplieden, rechtstreeks uit China verschen aanvoer van een aanzienlijk aantal kisten uitmuiitende thee hadden ontvangen.

Patrick Lindley keek zonder te begrijpen. Op dat oogenblik ontdeden de Chineezen zich van hunne stelten en wierpen zich

aan zijn hals met den uitroep:

«Herkent gij ons dan niet, Patrick?''

ocr page 166

cc

ïMaar... ik moet u bekennen...quot;

«Waarlijk! hij herkent ons niet!.,. Wij zijn James en Hugues, uw kleine broers, die gij in het dorp, daar ginds, in Ierland, hebt achtergelaten.quot;

»Gij !... onder die verm Miming!... Mijn God, wat betee-kent dat?quot;

»Wij hebben een betrekking in het huis John Sumpson en Thomas Buil aangenomen... Het is geen schande om voor levende aankondiging te dienen... Maar ons werk is afgeloopen ; wij gaan ons kostuum afleggen. Dadelijk komen wj terug.quot;

De beide joiiKelleden snelden het naburige magazijn binnen, op welks uithangbord men in reusachtige letters den naam dei-kooplieden Sompson en Buil las. Twee minuten later keerden zij in gewone kleeding terug.

Hugues, de oudste, nam den arm van Patrick.

«Broeder,quot; sprak hij op ernstigen toon, «kom, wij hebben veel te bespreken... Er is zeer veel sinds uw vertrek uit Fail-moore gebeurd... Ontzettende dingen, helaas Gij weet ongetwijfeld nog n ets?... Gij weet niet, dat vader...

»Ik kom regelrecht uit Ierland,quot; stamelde Patrick.

»0! dan kent gij de vreeselijke gebeurtenis?quot;

«Ja, ik ken ze.quot;

üOnze vader is onschuldig gestorven,quot; hernam James, wiens blauwe oogen zich met tranen vulden.

»Ik weet het, ik weet het, broeder!quot;

»0m het even!quot; sprak Hugues op dollen toon. «Hij zal gewroken worden...quot;

.Broeder!quot; vermaande Patrick.

»Ja, hij zal gewroken worden... Maar, kom, wij kunnen hiei niet langer blijven staan praten.quot;

«Waar voert gij mij heen?quot;

«Naar onze woning.quot;

»ls het niet ver van hier V'

«Nauwelijks'driehonderd passen... Hollgatestreet...

Patrick liet zich medevoeren.

ocr page 167

67

De drie Ieren waren Hollgate-street binnengegaan. Zij bleven staan voor een vervallen huis met drie verdiepingen.

«Hier is het,quot; zeide Hugues.

Zij gingen een donkere gang in, klommen een krakende, waggelende trap op en kwamen eindelijk in een vertrek nagenoeg ongemeubeld, maar dat een zeker voorkomen van zindelijkheid bezat, die een aangename indruk maakte.

»Wij zijn te huis,quot; zeide Ilugues, zich haastende een luik open te maken, om wat licht te geven.

«Woont gij hier alleen?' vroeg Patrick na een vlue'itigen blik door het vertrek.

«Met een vriend,quot; antwoordde Ilugues.

»Een vriend

»Ja, den man, die ons sedert ons vertrek uit Connaught onder zijne hoede genomen heeft,quot;

slloe is zijn naam ?''

5)Jack.quot;

j)Heeft hij geen anderen ?quot;

sMen noemt hem soms Thowless.quot;

Patiick herademde. Hij had gevreesd den naam van Macauby te hooien noemen:

«Is die Jack Thowless een Engelschman ?'' vroeg hij.

»Een Ier evenals wij, Patrick; daarom heeft hij zich in onzen nood over ons ontfermd.quot;

))Wat is zijn ambacht ?quot;

«Voddenraper... O ! hij is zeer arm !quot;

«Zijne handelwijze is daarom des te verdienstelijker,quot; sprak Patrick. »lk zou hem willen kennen, hem bedanken...quot;

))Hij zal wel dadelijk te huis komen,quot; viel Ilugues hem in de rede; «maar, broeder, laat ons wat van u praten. Wat is er van u geworden, sinds gij ons verlaten hebt? Vier jaren laten verloo-pen zonder tijding van u te zenden ; wij hebben gedacht dat gij dood waart...quot;

«Een schipbreuk heeft mij op de kust van Afrika geworpen in een woeste streek, waar een negerkoning mij gevangen gehouden heeft.quot;

ocr page 168

68

»Hoe is het u gelukt te ontsnappen ?quot; vroeg James.

«Een jonge slaaf is ons behulpzaam geweest. Wij, een landgenoot, die eveneens gevangen zat, zijn uit de kraal van het bloeddorstige hoofd ontvlucht en na tallooze wederwaardigheden in de Engelsche koloniën van de Kaap aangekomen.... Doch daarvan later. Ik moet u eenige vragen doen, die mij voor het oogenblik zeer na aan het hart liggen. Gij hebt mij nog niet gesproken van onze zusters: Wat is er van Augusta en Lucy geworden ?quot;

De trekken van Hugues en James werden doodsbleek. Daar zij met een antwoord draalden, hernam Patrick:

»Waarom zwijgt gij ?.... Zoudt gij mij een slechte tijding mede te deelen hebben?.... Zijn onze zusters....''

«Wij weten niet wat er van haar geworden is;quot; antwoordde Hugues. »Wij weten alleen dat zij met Ellen Murphy in Londen zijn.''

«Ziet gij ze nooit ?quot;

«Nooit... Zij verbergen haar verblijf met de grootste zorgvuldigheid.-'

Patrick sloeg zich met de gebalde vuist voor het voorhoofd.

«Indien het eens waar was !quot; mompelde hij als tot zich zeiven sprekende.

))Wat dan?quot; vroeg Hugues.

Zonder op die vraag acht te geven, vervolgde Patrick :

«Broeders, hebt gij een Ier gekend met name Macauby ?'quot;

»Macauby ? ' herhaalden de jongelieden.

»la.,.. hebt gij hem gekend ?quot;

«Neen,quot; antwoordden zij zonder aarzeling.

»Die naam is u toch zeker niet vreemd ?quot;

«Wij hooren hem voor de eerste maal noemen.quot;

))Dat is zonderling!quot; hernam Patrick.

»Wat beteekenen die vragen ?quot; vroeg Hugues. «Wij begrijpen niet....quot;

Patrick legde hem met een wenk het zwijgen op.

«Broeders,quot; sprak hij met een trillende stem, «luistert : Ma-cauby, de man, van wien ik spreek, is een booswicht ... het is de moordenaar van Wakefield.quot;

ocr page 169

69

»De moordenaar van Wakefield?quot;

»Het is de moordenaar van onzen vader, de roover van onze eer....quot;

»0! die schurk!quot; riepen Hugues en James gelijktijdig met van woede glinsterende oogen uit.

))Dat is nog niet alles. Om zijn ongelukswerk te voltooien heelt Macauby gezworen de kinderen van Lindley in het verderf te storten.... Onze zusters zijn, vrees ik, in zijne strikken gevallen.... Mijn geliefde Ellen waarschijnlijk eveneens quot;

»Wij zullen haar redden,quot; brulden de jonge lieden. »Aime zusters ! en wij wisten van niets

Een schorre stem, die op de trap een lersch lied neuriede, deed Patrick het hoofd omwenden.

«Daar is Jack, onze vriend, onze beschermer Iquot; riep James.

ïDie zal ons behulpzaam zijn in het terugvinden van Ellen, Lucy en Augusta,quot; sprak Hugues ; «Londen heeft geen geheimen voor hein.... Hij zal onze wraak op Macauby Jen moordenaar verzekeren.''

De deur werd geopend, en een grijsaard met een hoogen voddenrapersmand op den rug trad binnen. Bij het zien van den vreemdeling bleef hij verrast staan en mompelde : sllij !.... hier T'

VI.

Macauby.

«Hier is Patrick, onze goede Patrick !quot; riepen Hugues en James den binnentredende verheugd toe.

«Uw broeder ?quot;

«Ja, Jack ; wij hebben hem heden teruggevonden. Hij kwam juist uit het politiebureau van Whitehall-place.quot;

De voddenraper mompelde iets binnensmonds en na zijn mand in een hoek neergezet te hebben, wendde hij zich tot Patrick en zeide met gemaakte eenvoudigheid :

ocr page 170

70

))Zoo ! zijt gij Patrick Liailley !. . Komaan, dat doet mij genoegen... Wij reken'en niet op uw bezoek; gij hebt ons lang zonder tijding gelaten !''

De jonkman sclieen getroffen door de spraak van den ouden man ; maar hij antwoordde evenwel :

sik z.it gevangen in het hartje van Afrika.quot;

«En gij zijt ontvlucht? Hoera! dat is opperbest... Maar ga toch weer zitten, Patrick. Gij zult de gastvrijheid niet van de hand wijzen van een landgenoot, die zeer bevriend was met uw ongelukkigen vader. Laat ons wat praten. Gij zijt stellig onbekend met hetgeen er in Ierland sinds uw vertrek is voorgevallen ?quot;

«Ik weet, dat mijn vader op het schavot gestorven is, dat mijne moeder en mijn grootvader insgelijks bezweken zijn....quot; ■.■Dus weet gij alles?''

))Ja, alles,1'

»Uvv vader is als moordenaar ter dood gebracht....quot;

itllij was onschildig ! Ken Lindley kan geen moordenaar zijn !quot;

«Dat is zoo.. . maar de schijn was tegen hem... quot; «De menschelijke gerechtigheid is niet onfeilbaar..,. God alleen.quot; De oude Ier viel hem driftig in de rede.

»God ?quot; morde hij met doffe stem. «Gelooft gij aan de gerechtigheid Gods ?quot;'

»Uit geheel mijn hart....quot;

«Gij zijt gelukkig !quot;

«Maar gij, Jack ?... Die taal is niet die van een katholiek.quot; »0! ik voor mij ben een weinig onverschillig omtrent die zaken.... Ik was vroeger protestant.... De wederwaardigheden des levens hebben mij verbitterd..,. In afwachting der gerechtigheid Gods is de ware bedrijver der misdaad van de Glen-I31ack onbekend gebleven !quot; liet hij er op schamperen toon op volgen, ))lk ken hem,quot; antwoordde Patrick.

quot;Gij ?quot; vroeg Jack verbleekende en zijne kleine grauwe oogen in de oogen van den jonkman borende.

ocr page 171

71

»lk ken hem,quot; hprnam dew, »en hij raag sidderen de ellendeling, want de straf zal hem niet ontgaan,,.. Wij zullen zonder mededoogen zijn voor dat monster.quot;

ïlloe is zijn naam ?''

«Macauby.quot;

«Macauby Iquot; herhaalde Jack, zich voor het voorhoofd slaande ; ))Macauby ! maar dien heb ik ook gekend.''

^iloe !'' riepen Ungues en James gelijktijdig uit. »0 ! dan zult gij ons behulpzaam zijn in het ontdekken van zijn schuilplaats.quot; De voddenraper schudde het hoofd en gromde :

«Dat zal moeielijk zijn.quot;

«Moeielijk! waarom?quot;

«Omdat ik Macauby sinds mijn vertrek uit Connaught niet wedergezien heb. tk weet zelfs niet eens, of hij nog leeft.quot; «Hij leeft,quot; sprak Patrick met nadruk.

»Is dat uw overtuiging ?quot;

•gt;■gt;.1,1, Jack.... Ik heb redenen om zoo te spreken : Macauby heeft een aanslag op mijn leven gedaan, Macauby heeft op mij geschoten-quot;

»Waar is dat gebeurd ?quot;

»ln Ierland.quot;

»0p welk tijdstip ?quot;

«Ternauwernood drie a vier weken geleden.quot;

7)En gij hebt u niet van hem kunnen meester maken?quot;

^ilet is hem gelukt mij te ontsnappen.... !k zal u niet zeggen onder welke omstandigheden..,. Later zal ik spreken,'quot; «Gij twijfelt toch niet aan mij ?quot; vroeg hij.

«In het geheel niet , maar het geheim is het mijne niet; het behoort aan de politie.quot;

»0 ! zoodra de politie er zich maar mede bemoeit,quot;' grinnikte de voddenraper, sis Macauby verloren, voorgoed verloren.quot; Op ernstigen toon liet hij er op volgen ;

»Is het inroepen der hulp van de Engelsche politie wel een lerschen patriot waardig ? Was het niet verkieslijk een beroep te doen op de gerechtigheid des volks. Gij weet wat daar

ocr page 172

72

ginds broeit. Ierland, sinds eeuwen onder den ijzeren hiel dei-landlords vertreden, wil zich vrijmaken... Weldra, morgen misschien reeds, gaan de slachtoffers van een verfoeilijke dwingelandij het hoofd verheflen en zich op hunne beulen wieken... Dat is de wet der wedervergelding.quot;

Patrick wenkte hem te zwijgen.

«Genoeg !quot; sprak hij, «genoeg !quot;

»Denk niet dat ik Macauby wil rechtvaardigen,1' ging Jack voort: i)die man is lafhartig geweest, hij heeft een onschuldige voor hem laten boeten... Hij moet gestraft worden, en dat zal hij ook: maar ook de landlord, de hoofdschuldige, zal zijne schuld betalen... Geen erbarmen, geen genade voor de uitzuigers van het volk !quot;

«Vergeef mij, Patrick,quot; ging Jack na een wijl op kalmer toon voort, «indien ik uw overtuiging krenk... Maar ik heb veel... zeer veel geleden!.,. Wat zijt gij nu voornemens te doen? wat zijn uwe plannen ?''

«Macauby aan de justitie overleveren, gelijk ik u gezegd heb. Zijne bekentenissen zullen veroorloven den smet van eerloosheid uit te wisschen, die aan dea naam van Lindley gehecht is.quot;

Het oog van den ouden Ier schitterde van een metaalachtigen glans.

«Ik wenschte te kunnen hopen, dat gij in dat voornemen zult slagen.''

«Twijfelt gij er aan T' vroeg Hugues,

«Helaas ! ja... Macauby is een zeer geslepen booswicht.quot;

En zich weder tot Patrick, wendende, vroeg hij :

»Ilebt gij geen andere plannen?quot;

«Ik wil mijne zusters en mijne verloofde terugvinden quot;

«Hebt gij eenige inlichtingen omtrent haar ?quot;

«Ik weet dat zij in Drury-Lane wonen.quot;

Jack scheen na te denken. Na verloop van een paar minuten hernam hij :

«Ik ben gelijk gij weet aan de kinderen van mijn armen vriend Lindley gehecht. Beschik derhalve over mij. ïk zal u be-

ocr page 173

73

hulpzaam zijn in uwe nasporingen, en ik wensch niets ever dai! u te zien slagen.''

»0 ! heb dank Jack, heb dank !quot; riepen de beide jongelieden,

Patrick was minder in zijn schik. Die man joeg hem vrees aan. Onwillekeurig trad het vreeselijke tooneel in de grot van Connaught hem weder voor den geest. Hij deed een nieuwe poging om dit uit zijne gedachte te verbannen en hernam, zich tot zijne broeders wendende :

«Zoodra de geliefde meisjes wedergevonden zijn, zullen wij Londen verlaten, die stad, waar de Ier beschimpt en veracht wordt.quot;

»Waar zuilen wij heengaan ?quot; vroeg James.

))In Connaught... naar Fallmoore, ons geboortedorp,quot;

«Gij vergeet, broeder, dat Fallmoore niets meer is dan een puinhoop.quot;

»Ik vergeet niets ; Fallmoore is uit zijne puinhoopen verrezen.''

Hugues en James deden een uitroep van verbazing hooren.

Jack Thowless scheen verrast;

«Wie heeft dat mirakel tot stand gebracht?quot; vroeg hij met een valschen glimlach.

«Het goud,quot; antwoordde Patrick koel;

sHet goud!... het goud van Robert O'Connor? het goud van den tiran ?quot;

«Het mijne. Jack.quot;

De oude paddy sprong op.

»Zoo 1 zijt gij rijk ? Wie zou dat vermoed hebben ?quot;

»God heeft een schat op mijn weg geplaatst. Van dien schat wil ik niet alleen genieten : mijne bloedverwanten, mijne land-genooten hebben er zoowel recht op als ik. Gij vooral, Jack, zult er een deel van ontvangen. Zijt gij bereid ons naar Ierland te vergezellen ?quot;

De voddenraper schudde het hoofd en zeide:

;)Ik dank u voor uw goede bedoeling, maar ik kan uw aan; bod niet aannemen. Op mijn leeftijd verandert men niet op eens al zijne gewoonten. Ik zal te Londen sterven, waar ik meer dan dertig jaar geleden heb.quot;

ocr page 174

74

;)Gij zult ten minste eenige honderden ponden aannemen?,..quot;

»Nie.ts !quot; antwoordde de oude paddy barsch.

Patrick drong vruchteloos aan.

»Onze vriend is onbaatzuchtig,'' merkte üugues aan. »Hij zal niet toegeven. Wat is hem aan rijkdom gelegen ! Wat hij bezit is hem voldoende.quot;

sik hoop din halstarrigheid wel te zullen overwinnen,quot; hernam Patrick. «Maar genoeg! ik ga u verlaten; dringende zaken roepen mij ; wij zullen elkander morgen wederzien.quot;

«Waar logeert gij?' vroeg James.

i)Morley's lli)tel, Trafalgar square.'1

«Een vorstelijk hotel,quot; mompelde ilugues.

Patrick verstond deze bemerking niet. Hij ging naar de deur. Alvorens, er den drempel van te overschrijden, keerde hij zich naar Jack :

«Vergeet uwe belofte niet,quot; zeide hij. »Wij rekenen op u voor het onderzoek van Drury Lane.quot;

sik ga aanstonds op weg. Fk heb talrijke vrienden dien kant uit. Wees gerust; morgen zal ik u goede tijdingen mede te deelen hebben.quot;

))God geve het!quot; antwoordde Patrick op het portaal verdwijnende.

VII.

ïa het Zwarte Konijn.

Men uur na het zoo even door ons beschreven tooneel trad Jack Thowless de beruchtste kroeg van Whitehall, het Zwavla Konijn, de ^ewone vergaderplaats der dieven en vagebonden der wijk binnen, lünnenkoraende liet Jack een vluchtigen blik weiden langs de tafels, waar die geheele bevolking, verstompt door de gin en de whiskey, verdierlijkt naar de ziel en het lichaam, zich bewoog, raasde en tierde, vloekte en zong, en een glans van genoegen vertoonde zich op zijn gelaat.

ocr page 175

75

»Zij zijn er,quot; prevelde hij ; »ik vermoedde het wel,quot; Hij schoof zonder veel beweging te maken tusschen de drinkers door en naderde twee mannen, die in een donkeren hoek voor een groote (lesch whiskey zaten. Een hunner hief het hoofd op en riep, hem herkennende, uit :

«Kijk ! daar is onze waarde Jack !quot;

ïlk zelf, Shoking.quot;

«Ik dacht, dat gij in Ierland waart; het is meer dan een eeuw geleden sinds men u hier gezien heeft.''

Jack legde twee vingers op zijn lippen.

«Zachter,quot; sprak hij ; «zachter Iquot;

»\Vat vieest gij dan?quot;

«Van ulieden niets; maar de politie houdt het oog op het Zwarlquot;. Koi.'jn gevestigd en wie weet of zich hier niet tusschen deze menigte een vermomde politieagent bevindt... Wij moeten

in ie.Ier geval voorzichtig zijn..... Maar hoe gaan de zaken?quot;

vroeg hij,

jiSlecht, zeer slecht.quot;

«Dus ontbreken de shillings in uwe zakken ?''

))Geen penny,quot; gromde Shoking,

«Volslagen gebrek aan alles.'' zeide zijn kameraad.

«Daar moet in voorzien worden,quot; hernam Jack.

«Wij verlangen niets liever, maar hoe ?quot;

«Ik kom er u de middelen toe verschaffen.quot;

»Dat is goed I Wij zijn te uwer beschikking... Ceveel... hebt gij ons bloed noodig ?quot;

De oude Ier glimlachte en antwoordde :

«Ik heb enkel uw goeden wil en uw dolk noodig.quot;

«Beschik over ons. Jack... Het betreft dus een onderneming 7quot;

«Natuurlijk.quot;

«Wanneer moet zij plaats hebben?

oReeds heden avond.quot;

)gt;Geef ons in dat geval de noodige ondeiTiclitingen: wij zullen ze letterlijk opvolgen.''

«Zachtjes aan,quot;' hernam Jack ; »de zaak, die ik u voorstel, is

ocr page 176

76

■van het grootste gewicht. Alvorens een vast besluit te nemen,, wil ik een weinig overleggen. . ik moet een opperhoofd der Wrekers spreken, want de belangen van Ierland zijn er bij betrokken. De man, dien wij onschadelijk moeten maken, is een onverzoenlijk vijand der Whitc-Boys: hij is rijk, zijn dood zal ons en onze broeders voordeel aanbrengen.quot;

®Doe wat gij wilt. Jack ; gij kunt op ons rekenen.quot; xlk verlaat u; over een uur zal ik terug zijn. Ik behoef u geen geheimhouding op te leggen.quot;

«Dat is inderdaad overbodig,quot; antwoordde John, de medeplichtige van Shoking; «degene, die den eed van midderuacht heeft afgelegd, weet in elke omstandigheid bescheiden te zijn.quot;

De avond viel, een dikke nevel bedekte de stad, en belette op nauwelijks zes passen afstand.s te zien. De Ier ging een smalle straat in en achter op een binnenplaats blijvende stilstaan voor een nederig uitziend huis, klopte hij op bijzondere wijze aan. De deur werd met een kier geopend en hij trad binnen. Een afzichtelijk oud wijf met een kaars in de hand liet hem in,

))Dick is toch niet uit, hoop ik ?quot; vroeg hij.

»Hij is binnen,quot; gromde de oude met schorre stem.

Jack ging al tastende de bochtige trap op. Twes minuten later trad hij in het vertrek van Dick. Gezeten voor een tafel, die met papieren overdekt was, hief de jonkman het hoofd op en scheen zeer verbaasd,

«Gij hier van avond. Jack !quot; sprak hij ; «ik verwachtte u niet.quot;

»Ik heb u iets mede te deelen, Dick.quot;

«Spreek,quot;

«Patrick Lindley, de gezworen vijand der White-Boys is te Londen.quot;

j)WeInu ! wat komt er dat op aan ? Wat kan ons de tegenwoordigheid van dien man schelen ?quot;

i)Hij heeft een onderhoud gehad met zijne broeders,quot;

sOhol zijt gij daar zeker van?quot;

sMaar al te zeker ; ik heb ze met elkander zien en hooi en spreken.quot; j/Waar ?quot;

ocr page 177

77

«In mijn hol van Hollgate-street.''

Dick de Wreker fronsde de wenkbrauwen.

»En heeft hij u herkend?quot; vroeg hij met levendigheid.

»Neen.quot;

»Hij had u toch in de grot van Glen-Black gezien?,,

»Gij vergeet, Dick, dat ik mijn gelaat met een masker bedekt had.quot;

»Hij had u aan de stem moeten herkennen.quot;

«Mijn spraak heeft hem naar het schijnt niet getrolfen. Overigens weet ik, desgevorderd, de buigingen van mijn stem te wijzigen. Wat mij vrees aanjaagt, is minder mijn eigen gevaar, dan dat van het genootschap. Hlijde zijne broeders teruggevonden te hebben zal Patrick Lindley niets onbeproefd laten om hen aan den invloed der Wlüte-Boys te ontrukken.quot;

Dick schudde het hoofd.

)itlet zal hem niet gelukken,quot; hernam hij.

» Wie weet ?quot;

«Hebt gij het bewijs van het tegendeel?quot;

«Het bewijs ? neen. Maar ik heb alle reden om voor de zedelijke zwakte van James Lindley te vreezen.quot;

«In dat geval moeten wij ons van James ontdoen. De dood is de straf der verraders.quot;

ygt;Wij kunnen hem nog geen enkel verraad ten laste leggen. Zou het niet beter wezen Patrick uit den weg te ruimen? Geloof mij, Dick, deze laatste kan ons veel kwaad doen. Hij is schrander en rijk...quot;

»ltijk ? zegt gij ; rijk ?quot; riep Dick.

«Met millioenen. Sir Robert O'Connor heeft hem zijne Jersclie bezittingen overgedaan.quot;

«In dat geval moet hij sterven.quot;

«Dat is ook mijn overtuiging.quot;

«Zijne rijkdommen zullen aan zijne broeders vervallen,quot; hernam Dick met gedempte stem. sHugues en James zijn jong, onervaren : lt;ie White-Boys zullen van hunne onervarenheid gebruik maken. Het goud van den landverhuizer zal dienen tot bestrijding der

ocr page 178

78

tirannen, die Ierland uitbuigen. Het komt er op aan om onverwijld te handelen. '

De oude paddy grijnsde boosaardig,

«Mijn plan is gemaakt,quot; zeide hij.

»L)aaraan herken ik u, Jack.''

«Het is zeer eenvoudig. Patrick Lindley is in Morleyi Uulel afgestapt. Zijn doel met naar Londen te komen was zijne broeders en zusters, zoowel als zijne verloofde Ellen Murphy op te zoeken.quot;

;gt;,Dat is hem reeds ten deele gelukt,quot; merkte het opperhoofd der Wrekers aan.

)gt;Dat is zoo; thans gaat het tweede gedeelte van het programma hem bezig houden. Hij zou een gedeelte van zijn vermogen geven om omtrent het lot der meisjes ingelicht te zijn; ik wil van die omstandigheid gebruik waken...''

»Om hem in een hinderlaag te lokken?quot; onderbrak hem Dick. »Juist.quot;

»Het idee is goed.quot;

sKenrt gij het goed, Dick?quot;

«Twijfelt gij er nog aan? Maar ga voort: gij wilt het werk toch zeker niet geheel alleen verrichten. Gij m iet ten minste een kameraad hebben, op wien gij u verlaten kunt.quot;

»Ik heb er twee uitgekozen.''

»lloe langer hoe beter. Hunne namen?'

«Slioking en John bliek : beproefde White-Boys. Zij wachten mij in het /.wartc- Konijn. Ik spoed mij naar hen terug, want Patrick Lindley moet nog heden avond sterven

Dick de Wreker boog het hoofd ten teeken van goedkeuring. De Ier was opgestaan. Na verloop van een paar seconden hernam hij :

»Neem een velletje wit papier, Dick, en schrijf.quot;

»Wat moet ik schrijven T'

«liet briefje, dat ons Patrick in de handen zal leveren. Dat briefje moet kort zijn. Ik zal het u opgeven. Zijt gy gereed? ))Ja.quot;

ocr page 179

»Goed ! schrijf: «Indien Patrick Lindley tijding omtrent zijne zusters wil hebban , moet hij den man volgen, die hem deze regelen zal overhandigen.quot;

Dicks pen liep over het papier.

Na een paar minuten richtte Dick het hoofd op.

»Is dat alles?quot; vroeg hij.

»Dat moet voldoende zijn, denk ik : de onnoozele jongen zal aan die uitnoodiging gehoor geven.quot;

Dick vouwde het papier dicht en Jack Thowless wreef zxh vergenoegd de handen. Hij stak het brielje in zijn zak en wilde heengaan. Zijn vriend hield hem met een wenk terug.

sJack,quot; zeide hij, »iju is het mijne beurt om u vertrouwelijke mededeelingen te doen. Gij hebt nog niets gezegd van mijn heerlijk wraakplan tegen den landlord.quot;

«Gij hebt dus uw rol van wreker of liever rechtsvoltrekker niet vergeten ?quot;

«Vergeten? brulde de jonkman, »die dingen laten zich niet vergeten. ]k heb mijn leven gewijd aan de vrijmaking mijner verdrukte broeders; ik heb gezworen de tirannen te verdelgen, het uur der wrake gaat slaan; de eerste, die onder onze slagen moet vallen, is sir Robert O Connor.quot;

liet oog van den paddy schitterde van een zonderling vuur.

«Gij haat hem dus wel zeer?quot; vroeg hij.

»0 ja, ik haat hem.''

sMaar gij kent hem ternauwernood.quot;

«Ik weet dat hij de vijand is der vrijheid, dat is mij genoeg,''

Jack grijnslachte duivelachtig.

«Spreek, zeide hij, «hoe ver staat gij met uw plan? Hebt gij nog niet afgezien van het voornemen om het hotel O'Connor in de lucht te laten springen ?quot;

«Integendeel, ik heb alles daartoe in gereedheid gebracht.quot;

«Dus is de helsche machine?....quot;

«Hier is zij,quot; riep Dick, een dagblad opnemende, dat een voor hem op een tafel staand doosje verborg.

i)e oude Jack onthutste onwillekeurig. Hij naderde het werktuig en bekeek het met aandacht.

ocr page 180

80

»Is dit machientje gereed om te werken?quot;

«Ik moet alleen den gang van het uurwerk regelen, dat de ontploffing moet bewerkstelligen. Dat punt is van het grootste gewicht, het welslagen van de onderneming hangt er van af. Voor het overige zijn een paar uren arheids voldoende om de gewenschte uitkomst te verkrijgen... Binnen kort hoop ik de proef met mijn doosje te nemen,quot; voegde Dick er lachende bij. »Ik kan immers nog altijd op uw medewerking i-ekenen, vriend Jack?quot;

«Natuurlijk!quot;

«Zeer goed! uw rol zal niet gevaarlijk zijn.quot;

«Waarin zal zij bestaan?quot;

)gt;In het brengen van een mand kolen in de keuken van het hotel.quot;

«Ik begrijp het, het doosje zal onder de kolen verborgen zijn?quot;

«Natuurlijk. En daar gij tegen het ontbijt het hotel zult binnengaan, zal het u gemakkelijk vallen, daar gij de vertrekken kent, het werktuig onder de eetzaal te plaatsen. Op die wijze zullen sir Robert, zijne vrouw en hunne gasten door de uitbarsting in stukken gereten worden.quot;

«Het zal geschieden,quot; antwoordde Jack Thowless met gesmoorde stem. »Zijt gij er zeker van, dat er zulk nen uitslag zal verkregen worden?quot; vroeg hij twijfelend.

«Zeer zeker. Jack.'*

«Maar het doosje is zoo klein?quot;

«De ontplofbare stoffen, die het bevat, zouden het geheele Parlementsgebouw in de lucht kunnen doen vliegen.quot;

«Hoera! Wat is de wetenschap een mooi iets. Met haar behulp kunnen vastberaden mannen de wereld hervormen.quot;

«Wij zullen die mannen zijn,quot; hernam de Wreker, wiens oog een bliksemstraal schoot. «Wee de tegenwoordige maatschappij! Zij moet in vuur en bloed verdwijnen.quot;

Hij greep Jack's hand en drukte die met de woorden :

»Ga, mijn oude vriend; ik weerhoud u niet langer. Morgen zullen wij elkander mederzien.'

»Tot morgen, Dick.quot;

En zonder er een woord bij te voegen verdween de oude paddy.

ocr page 181

81

VIII.

t)e hinderlaag.

Dick den Wreker verlatende, spoedde Jack zich naar zijne medeplichtigen in de zaal van het Zwarte Konijn.

Voor een flesch gin gezeten, hieven de bandieten bij zijne nadering het hoofd op en wisselden een snellen blik. Een hunner vroeg:

«Brengt gij ons de noodige inlichtingen?quot;

«Ta,quot; antwoordde Jack Thowless.

»Zeer goed, wij luisteren; spreek, wat moeten wij doen?quot;

»Ik kan mij hier niet verklaren...''

«Altijd achterdochtig!quot;

»Een weinig voorzichtigheid kan nooit kwaad. Komaan, zijt gij gereed mij te volgen?quot;

gt;)Ja,'' antwoordden de White-Boys opstaande.

«Gaat dan mede.quot;

Jack verliet de kroeg, door John Bliek en Shoking gevolgd. Niemand onder de drinkers gaf acht op hen.

De straat scheen nagenoeg verlaten. Een zware mist veroorloofde haast niet de gasbekken of de lantarens der cabs te onderscheiden.

De oude Ier nam den arm zijner makkers.

»Nu kunnen wij praten,quot; zeide hij. «Overigens heb ik u weinig te zeggen. Het betreft, gelijk gij weet, een vijand van Ierland koud te maken : die vijand logeert in Morley's Hotel.quot;

sMoeten w;j hem daar gaan doorsteken?quot;

»Neen, dat zou te gevaarlijk wezen.quot;

«Wat. moeten wij dan doen ?quot;

»Hem naar buiten, in een of andere eenzame straat lokken.quot;

))Dat zal moeielijk gaan.quot;

«Allergemakkelijkst, integendeel. Ik bezit een talisman, waarvan de uitwerking onfeilbaar zal zijn. Ziehier dien talisman, het

ocr page 182

82

is een brief, dien Shoking aan den bedoelden gentleman moet overhandigen.'!

»De boodschap zal gedaan worden,quot; gromde Shoking.

«Goed. Na de ontvangst van den brief zal de gentleman u volgen.quot;

»En waar moet ik hem heenbrengen?quot;

sNaar Butly-street in Whitechapell.quot;

«Maar als hij mij onderweg ondervraagt ?quot;

«Moet gij dit antwoorden: Men heeft mij belast u een brief te overhandigen en u tot gids tedienen, verder kan ikuniets zeggen.''

»En indien de gentleman aandringt?quot;

«Gij weet van niets.quot;

«Ik zal zoo stom zijn als een visch, mijn oude Jack.quot;

«Uwe bescheidenheid heeft eigenlijk niet veel waarde,'1 hernam Jack lachende, «want het zou u moeilijk vallen op zekere vragen van sir Patrick te antwoorden.quot;

ïAha, heet de gentleman Patrick?quot;

»Patrick Lindley. Prent u dien naam goed in het geheugen om hem aan de bedienden van het Morley's Hotel te herhalen. Wij gaan u hier verlaten. Neem den brief en volg mijn aanwijzingen.quot;

«Waar zullen wij elkander wedervinden?quot; vroeg Shoking, den brief in den zak stekende.

ïOp den hoek van Butly-street. Zoodra gij met den vijand der Wrekers zult verschijnen, zult gij overluid zeggen: »Moed!quot; John en ik belasten ons niet het overige.quot;

De booswichten scheidden van elkander.

Shoking ging naar het Morley's Hotel. De afstand was tamelijk groot. Na een half uur gaans had hij het kolossale gebouw bereikt. De mist werd hoe langer hoe dikker. Er werd een grondige kennis der plaatselijke gesteldheid van Londen vereischt, om met gerustheid te durven voortgaan. Shoking overhandigde zijn brief aan de bedienden van het hotel en wachtte.

Eenige minuten later verscheen een jonkman en vroeg hem met een stem, die van ontroering trilde :

ocr page 183

83

»Hebt gij dien brief gebracht?quot;

»Ja, sir.quot;

»0! dan komt gij mij het leven teruggeven! Gij weet waar mijne zusters zijn, gij moet mij van haar vertellen.quot;

Shoking onderbrak henj.

sVergeef mij, sir, ik kan niets antwoorden. Ik ben een arme paddy, dien men met een vertrouwelijke zending belast heeft,quot; ik zou daaraan te kort komen, indien...quot;

„Goed! wilt gij mij den weg wijzen?quot;

»Ik ben geheel tot uwe orders.''

«Laat ons dan gaan.quot;

Patrick Lindley en zijn gids liepen een wijl stilzwijgend naast elkander voort.

Er reed hun een cab voorbij, de jonge Ier wilde den koetsier aanroepen.

«Dat is onnoodig,quot; zeide Shoking ; nwij zijn er haast.quot;

Een paar raaien poogde Patrick zijn begeleider uit te hoeren. De medeplichtige van Jack Thowless gaf ontwijkende antwooi den. Patrick drong niet verder aan.

Aan den ingang van Butly-street meende Shoking, wiens oogen de duisternis doorboorden, twee menschelijke gedaanten tegen den muur te zien leunen. Hij herinnerde zich het wachtwoord en sprak het duidelijk uit. Een dergelijke uitroep antwoordde hem.

Patrick was blijven staan.

Een vreeselijk vermoeden schoot hem door den geest.

«Indien het de Wrekers eens waren ?quot; vroeg hij zich huiverend af.

De jonge Ier was dapper; hij herkreeg weldra zijn gewone geestkracht en was er op bedacht aan het gevaar het hoofd te bieden.

Dat gevaar was maar al te werkelijk ; Shoking en zijne medeplichtigen hadden zich op hem geworpen en poogden hem te treffe

Er ontstond een verwoede worsteling in de duisternis.

Hoewel ongewapend, gelukte het Patrick een oogenblik zijne

ocr page 184

84

aanvallers af te weren. Woedend over dien onverwachten tegenstand moedigden zijne belagers elkander fluisterend aan.

Er moest een einde aan komen, het gerucht van het gevecht kon de policemen aanlokken en de aanslag doen mislukken. Reeds begonnen zich op eenigen afstand verontrustende geruchten te doen hooren. Een uiterste poging wagende, wierp Jack Thow-less zich van achteren op den jonkman en omvatte zijn hals met zijne gespierde handen.

«Stoot toe,quot; riep hij tot zijne medeplichtigen ; -istoot toe !quot;

Deze gehoorzaamden.

Patrick voelde zijne borst verscheuren door het staal van den ponjaard. Een stroom bloeds overstelpte hem Hij slaakte een rauwen gil en viel bezwijmd, bijkans levenloos op den grond.

Na het volbrengen der misdaad vluchtten de moordenaars en waren spoedig in de duisternis verdwenen.

Op het oogenblik dat Patrick viel, snelden policemen en eenige voorbijgangers toe, aangetrokken door het gerucht van de worsteling. Een der laatsten boog zich over het lichae.m van het slachtoffer en mompelde met een snik ;

»Hij is het.,., mijn God !.... ik kom te laat !quot;

Een policeman, door dezen uitroep opmerkzaam gemaakt, vroeg hem ;

»Kent gij dezen man ?quot;'

»Het is mijn broeder.quot;

»Uw broeder ?quot;

«Helaas! ja.. . Hij is dood.... lafhartig vermoord. Ik zal hem wreken.... O! die monsters!quot;

De policeman was naast Patrick nedergeknield. Hij opende de kleederen van den ongelukkigen jonkman, en tastte naar de plaats van het hart.

Plotseling hief hij het hoofd op en zeide :

»Uw broeder is niet dood ; zijn hart klopt, zwak wel is waarj maar het klopt.''

De broeder van den gekwetste liet een uitroep van vreugde hooren.

ocr page 185

85

«Leeft hij ? O ! mochten wij hem kunnen redden !quot;

«Misschien zal het ons gelukken,quot; sprak een der omstanders. aMen moet hem opnemen, hem verbinden.quot;

«Waar zullen wij hem heenbrengen

«Naar mijn huis, Bernard Murphy, koopman.quot;

»Waar woont gij ?quot;

«Hier vlak bij quot;

«Kent gij het slachtoffer ?quot;

ïln het geheel niet; maar er is een lijden te verzachten en dat is ui ij genoeg.quot;

De broeder van den gekwetste had het hoofd opgeheven.

«Zijt gij Bernard Murphy, een Ier uit Connaught ?quot; vroeg hij met een van ontroering trillende stem.

«Ja, jonkman.... maar gij

«Ik ben James Lindley van Fallraoore; die gekwetste is mijn broeder Patrick....''

«In dat geval was Hugues Lindley, de terechtgestelde van Galway, uw vader? üwe zusters heeten Augusta en Lucy.... Komaan, mijn jongen, schep moed ! Ik ben een oud vriend uwer familie ; het is God, die mij op uw weg geplaatst heeft..,. Maar genoeg; laat ons dien ongelukkige spoedig vervoeren. Later kunnen wij praten.quot;

De waardige lersche koopman boog zich over het slachtoffer der White-Boys, dat hij met de grootste zorgvuldigheid ophief. Patrick was nog niet tot bezinning gekomen; een zwak gekerm steeg uit zijne borst op en zijne ledematen werden door stuipachtige rillingen geschokt. James en de policemen namen hem op. Eenige minuten later lag hij in een goed bed en een in allerijl ontboden dokter maakte toebereidselen zijne wonden te onderzoeken en een eerste verband aan te leggen.

De wonden waren vreeselijk. De ponjaard van den bandiet was diep in de borst van den jonkman doorgedrongen. Op dat gezicht loosde James een bangen zucht en vroeg angstig :

))Is er nog hoop ?quot;

«Geen dier wonden is levensgevaarlijk,quot; verklaarde de dokter

ocr page 186

86

na een nauwgezet, lang onderzoek «Er kunnen evenwel verwikkelingen intreden, die ik niet voorzien kan. Mocht dit het geval niet zijn, dan kan ik, met Gods hulp, voor de genezing instaan. Maar de zorgvuldigste verpleging.

«Het zal den zoon mijns vriends aan niets ontbreken,quot; viel Bernard Murphy hem in de rede.

De dokter voltooide het verband en ging heen na de noodige voorschriften gegeven te hebben. De policemen volgden hem.

Op dat oogenblik trad een jong meisje in het vertrek, waar de gekwetste lag. Toen zij den drempel overschreed, onderdrukte James Lindley, haar ziende, met moeite een kreet.

«Ellen !quot; sprak hij.

»James !quot; zeide zij op hare beurt, verrast en als verschrikt staan blijvende. »James ! gij hier ?quot;

Zij keek in het rond en bemerkte Patrick, die bleek en bewegingloos op het bed lag.

»Mijn God !'quot; stamelde zij, »die trekken.... Zou hij het zijn ?quot;

Zij deed wankelende een paar schreden en bleef wederom staan. Het bloed van het arme meisje vloeide terug naar haar hart. Het leven scheen haar te verlaten.

Bernard Murphy snelde naar haar toe en ondersteunde haar in zijne armen.

»Wat deert u, beste Ellen ?quot; riep hij uit,

»Hij is het, oom, niet waar?quot; vroeg zij in angstige spanning! «Hij ?quot;

»Ja, Patrick..., Patrick Lindley. Ach ! ik heb hem herkend. Ilij is dood !quot;

»Hij leeft. Wij zullen hem redden. Ik vergat, dat Patrick de vriend uwer kindsche jaren was. Maar spoed u naar rwe vriendinnen Lucy en A.ugusta. Gij moet haar met al de omzichtigheid, die uw hart u zal ingeven, mededeelen, dat haar broeder Patrick op straat door dieven aangevaUen en gekwetst is, en hier verpleegd zal worden. Ga, lief kind, Patrick heeft rust noodig. Wij zullen bij hem waken.quot;

ocr page 187

Met James alleen geblevon, deelde de waardige koopman dezec mede, dat Lucy, Augusta en Ellen, door hem bij hare aankomst te Londen in huis genomen, onder het toezicht zijner vrouw, een groote bloemenfabriek bestuurden. Zij woonden bij hem in en daar God hem zijne kinderen ontnomen had, had hij op haar al zijne liefde en al zijne vreugde overgedragen.

Daar hij de aanslagen van Jack Thowless, den boozen geest harer broeders, voor haar vreesde, leefden de lersche weezen in volslagen afzondering, slechts uitgaande om hare godsdienstige plichten in de naburige kerk te vervullen en enkel omgang houdende met een oude bloedverwante, die net Strand bewoonde. Toen de heer Murphy hem alles medegedeeld had, drukte James hem met warmte de handen en zeide :

»Gij zijt do redder van onze familie. Hoe zal ik u ooit de erkentelijkheid kunnen bewijzen, die mij vervult?quot;

De oude Ier glimlachte goedig en antwoordde :

»Er bestaat daartoe een zeer eenvoudig middel.quot;

»En dat is ?quot;

»Van levensgedrag te veranderen, uwe zusters, uw broeder waardig te worden....quot;

»Ik zal hunner waardig worden,quot; betuigde de jonkman met vuur; »ik breek met mijn verleden; niemand zal voortaan over mij behoeven te blozen.quot;

«Goed gezegd, mijn jongen,quot; sprak Bernard Murphy; sik reken op uw woord : geen Lindley heeft het nog gebroken.quot;

IX.

De helsche machine *

Den volgenden morgen was de toestand van den gekwetste verre van verbeterd. Een zware wondkoorts had zich bij den rampzaligen jonkman geopenbaard. In zijn ijlhoofdigheid stiet hij

ocr page 188

88

degenen terug die hem omringden en uitte onsamenhangende woorden: Ellen... sir Edward,.. Macauby... de Wrekers....

Ondanks die onrustbarende verschijnselen wanhoopte de dokter Mac-Doyle niet.

«Zijn sterk gestel zal hem redden,quot; herhaalde hij bij elk bezoek.

Ellen, James Lindley en zijne zusters weken niet van het bed van hun geliefden zieke. Alles wat de wetenschap en de vriendschap vermochten, werd in het werk gesteld. Zoovele pogingen zouden niet onbeloond blijven ; na verloop van veertien-dagen verdween de koorts en begon Patrick te beteren. Met welk een blijdschap herkende hij in zijne verpleegsters Lucy en Augusta, zoowel als zijne verloofde Ellen Ij

Patrick wilde de jonge meisjes ondervragen omtrent hare levenswijze, maar bij de eerste woorden legde dokter Mac-Doyle hem het stilzwijgen op.

sGeen onvoorzichtigheid, jong mensch ; gij weet dat uwe wonden nog niet geheeld zijn.quot;

«Verbiedt gij mij te spreken, dokter ?quot;

»Ja, nog eenige dagen,.. Wat ik voor u vrees is de gemoedsaandoening.quot;

Verscheidene weken verliepen. De genezing van Patrick ging goed vooruit. Op zekeren dag kon hij opstaan en eenige schreden door de kamer doen, ondersteund door Jarnes, wiens hulpvaardigheid, evenals die der jonge meisjes, zich geen oogenblik verloochende. Dokter Mac-Doyle liet nu langdurige gesprekken toe. Toen James zich eens bij toeval den naam van Hugues liet ontvallen, vroeg Patrick treurig :

»Waarom is onze broeder niet hier ?quot;

sHij is ongetwijfeld onbekend met uwe verwonding,quot; antwoordde James, het rood der schaamte naar zijne wangen voelende stijgen.

«Hebt gij hem sedert den noodlottigen avond niet wedergezien ?...quot;

«Neen, beste Patrick.quot;

ocr page 189

89

»Heeft hij Londen verlaten ?quot;

»Ik weet het niet... Ik kan niets weten, daar ik niemand zie...quot;

James aarzelde te antwoorden. Zijn broeder begreep zijne terughoudendheid.

Hij boog zich naar hem toe en fluisterde hem in het oor:

sHugues volgt zijn boozen geest, niet waar?quot;

»Ik vrees zulks.quot;

»0 ! ik had het wel goed geraden. Die Jack Thowless is een schurk. Hij heeft zich uw haat tegen de tirannen ten nutte gemaakt om u in den afgrond te lokken... Wie is die man? Als het eens...quot;

Hij hield eensklaps stil, vreezende te veel gezegd te hebben.

Op zijne beurt wilde James hem ondervragen, doch hij legde hem met een vriendelijk woord het stilzwijgen op.

»James, mijn jongen, genoeg daarover; later zult gij alles vernemen.quot;

James drong niet verder aan, maar hij begreep, dat zijn broeder een geheim verborg}

Dokter Mac-Doyle kwam Patrick Lindley dikwijls een vriend-? schapsbezoek brengen, als hij een uurtje vrijen tijd had, Mac-Doyle was een Ier uit Connaught; evenals zijne landgenooten zou hij het juk van den gehaten Engelschman hebben willen afschudden. Doch als vurig katholiek verschilden zijne middelen van die van den protestant Parnell. De denkbeelden in de meetings en het Parlement door den vermaarden volksleider en zijne medeplichtigen ontwikkeld, joegen hem schrik aan voor de toekomst van zijn ongelukkig vaderland.

»Die lieden zullen onze zaak in gevaarjbrengen,quot; zeide hij soms.

Dit was ook het gevoelen van Patrick Lindley.

Meer dan eens hadden de beide mannen elkander hun vrees en hunne verwachtingen medegedeeld. Een innige vriendschap op gemeenschappelijke strevingen gegrond, was tusschen hen ontstaan. Mac-Doyle bracht zijn jongen vriend gaarne a^n het praten, en getroffen door zijn schranderheid, zijn moed, zeide hij dikwijls bij zich zeiven:

ocr page 190

90

»A.cb ! waren er vele mannen gelijk hij in Ierland !quot;

Op zekeren ochtend ontving Patrick een brief uit Fallmoore. Bernard Friel, zijn oude vriend, meldde hem, dat de door den vliegeren landlord uitgezette pachters in menigte terugkeerden en in het wederopbouwen van hunne vernielde woningen wedijverden. Reeds hadden de gehuchten een bloeiend voorkomen herkregen. Een nieuw leven ontsloot zich voor die arme lieden, die vroeger onder een ruwe en onmenschelijke willekeur gebogen gingen.

De paddy eindigde met de volgende regelen :

»Sir Robert heeft zijn ontslag als afgevaardigde genomen; Zijn voormalige pachters, die de uwe geworden zijn, hebben besloten u de taak op te dragen hen in het parlement te vertegenwoordigen ; bereid u dus voor om voor de gerechtigheid en de vrijheid te strijden;quot;

Patrick had juist gedaan met het lezen van dien brief, toen de dokter binnenkwam;

Patrick reikte hem het papier toe met de woorden :

«Lees, waarde vriend.quot;

Mac-Doyle keek den brief door en dacht even na. Eindelijk hief hij het hoofd op :

«Wat zijt gij voornemens te doen ?quot; vroeg hij.

»Ik heb nog geen besluit genomen.''

«Maar gij moet er een nemen,quot; riep de dokter met zijne gewone beslistheid uit, »gij moet het voorstel van uwe vrienden daar ginds aannemen,quot;

«Maar, dokter, ik wil integendeel bedanken.,.quot;

»Het is uw plicht om aan te nemen.''

»Wat!quot; stamelde Patrick, sik, ik zou de plaats van een adellijken landlord durven innemen !... Wie weet buitendien of sir Robert O'Connor wel zijn ontslag als afgevaardigde genomen heeft, gelijk Bernard Friel beweert. En indien hij het gedaan heeft, kan hij op dat besluit terugkomen en het zou dwaasheid van mij zijn tegen hem te willen worstelen.quot;

De dokter schudde het hoofd en zeide :

ocr page 191

91

»Sir Robert is dood.quot;

«Dood ?... hij ! dood

»Ternauwernood een half uur geleden gestorven.quot;

sZijt gij er zeker van, dokter ?quot;

»Hij heeft in mijne armen den geest gegeven.''

»Maar sir Robert was vol leven en gezondheid !quot; bernam Patrick doodsbleek.

»Zijn dood is dan ook het gevolg van een misdaad !quot; antwoordde Mac-Doyle.

»Hoe! een misdaad ?quot;

»Ja, een afschuwelijke misdaad. Booswichten hebben het hotel O'Connor in de lucht doen springen. De ontploffing heeft de geheele wijk van Hyde-Park met schrik vervuld.quot;

»Mijn God ! Zijn er veel slachtoffers ? Lady O'Connor ?quot;

sHeeft er insgelijks het leven bij verloren.quot;

»En sir Edward ?quot;

»Hij is ver van Londen.quot;

«God zij geloofd! Maar spreek, waarde dokter, vertel mij de bijzonderheden. Wie zijn de bedrijvers van den aanslag?''

Mac-Doyle liet zich op een zetel vallen.

«Gij verlangt bijzonderheden,quot; sprak hij, «luister. Het toeval heeft mij getuige van het gebeurde doen zijn. Ik ging Hyde-Park door, toen zich in de richting van Oxford-street een vreese-lijke ontploffing deed hooren.quot;

««Het hotel O'Connor is in de lucht gesprongen !quot; klonk hetonder de menigte.

»Het was, helaas! waar. De l/afWe-^cc/i naderende, bemerkte ik een breede scheur in den gevel van het hotel. Een aantal policemen hield het volk op een afstand. Werklieden waren in het huis doorgedrongen om er de slachtoffers uit te halen, die nog ademden. Men riep om geneesheeren: ik heb mij gehaast aan die oproeping gehoor te geven.

»Nooit zal ik het tooneel vergeten, waarvan ik getuige geweest ben.

»Op een bed lag sir Robert O'Connor met verminkte ledematen,

ocr page 192

92

ingedrukte borst, zwaar te ademen. Iets verder, doch nog vree-selijker verminkt, lagen twee mannen. Een hunner, een grijsaard metj een ^erugstootend gelaat, beschouwde met een oog, waarin een zonderling vuur flikkerde, een jongmensch, dat zich stuiptrekkende naast hem kromde;

»De mond van den grijsaard vertrok zich eensklaps tot een afzichtelijken grijns en zich tot den stervenden landlord wendende, sprak hij deze woorden ;

««Eindelijk ben ik gewroken !quot;

»Sir Robert O'Connor maakte een plotselinge beweging bij den klank dier stem en vroeg :

»»Wie zijt gij ?quot;

»»Uw vijand,quot;.. Macauby, de ontvoerder van Rodork,quot;

»De landlord deed een dof gekreun hooren.

»»Gij ? O ! ellendeling !quot;

»»Vloek mij,quot; hernam de grijsaard met een vreeselijke kalmte. »Ik heb mijn taak volbracht... Ik kan nu sterven,.. Ik had gezworen van uw zoon een bandiet, een wezen te maken, tot alle euveldaden in staat... ben ik geslaagd?.,. Ziehier dien zoon... het is uw moordenaar... hij is het, die de helsche macfiine gereed gemaakt en in uw hotel geplaatst heeft; het noodlot heeft haar te vroeg doen springen.;, wij zijn onze eigen slachtoffers.quot;

»De man stikte. Hij zweeg eenige seconden.

«Sir Robert had zich met bovenmenschelijke inspanning half opgericht. Hij beschouwde den jongen zieltogende.

»»Hy?... mijn zoon?... Gij liegt!... dat is niet mogelijk!quot;

Mik spreek de waarheid... Ik kan bewijzen leveren,.. Daar, op mijne borst, dat doosje,..''

)).Met zijn verminkte hand gaf hij mij een teekenj

»Ik boog mij over hem heen en zijne kleederen openmakende, haalde ik er een klein doosje uit, dat een rijk medaillon met een fraai kinderportret bevatte;

))Ik hield dat portret onder de oogtn van sir Robert.

«Een schone kreet ontsnapte aan zijne lippen.

»»Rodoric !... O! dat is te veel!quot;

ocr page 193

93

»Hij zonk vernietigd, verplet achterover.

»Ik deed hem eenige druppels van een opwekkend elixer inslikken.

«Weldra opende hij de oogen weder en vestigde ze op den jongen gekwetste. De;:e ging voort zich in vreeselijke stuiptrekkingen te krommen. Hij mompelde met bijna onverstaanbare stem onsamenhangende woorden, waaronder ik opving:

»Onverwinnelijken... Wrekers... O'Connor... Dynamiet... parlement... Jack Thowless... Ter dood, ter dood !...quot;

»Sir Robert heeft eenige woorden tot den zieltogende gericht. Heeft de ongelukkige hem begrepen ? Ik weet het niet, maar hij heeft met godslasteringen en vervloekingen geantwoord, l'lotseling bleef hij steken ; zijn lichaam bleef roerloos liggen : hij was in vertwijfeling gestorven, gelijk hij geleefd had.''

De dokter zweeg.

»En sir Robert ? en Macauby ?quot; vroeg Patrick in angstige spanning.

«Macauby had bijna te gelijk met Rodoric den geest gegeven; Sir Robert is het laatste bezweken. Zijne saamgeknepen hand omvatte nog steeds het portret van zijn zoon.

)iDie ongelukkige !'' prevelden de jonge meisjes, die bij het verhaal van den dokter tegenwoordig geweest waren.

))God zij hem genadig!quot; sprak Patrick.

En zich tot James wendende, die de kamer binnenkwam, vroeg hij :

«Broeder, hebt gij gehoord wat er bij Hyde-Park voorgevallen is ?quot;

))Ik ban er zelfs getuige van geweest. Ik heb de lijken van sir Robert O'Connor en Jack Thowless gezien....quot;

»In Ierland heette Jack Thowless voorheen Macauby,quot; sprak Patrick met nadruk.

De jonkman verbleekte en gaf een gil.

«Macauby ?quot;

«Ja, Macauby,.. Jaagt die naam u vrees aan

«Dat monster ! Hij had den vader in het verderf gestort, en ■■.vilde ook nog de kinderen in het verderf storten. Gelukkig...quot;

ocr page 194

94

Hij onderbrak zich en bracht de hand aan zijne borst, terwijl zijn mond den naam van Hugues stamelde.

Patrick trok hem liefderijk tot zich.

»Wij zullen hem redden,quot; fluisterde hij. »De booze geest van onze familie is niet meer. God heeft onzen vader gewroken. Voortaan kunnen wij de toekomst zonder siddering te gemoet zien. Hoop en vertrouwen.quot;

X.

Naschrift.

Vier maanden na de hiervoren door ons verhaalde gebeurtenissen werd het huwelijk van Patrick met Ellen in de lïerk van Fallmoore voltrokken, die opgevuld was met een deelnemende menigte, uit al de gehuchten van het district Floweriness bijeengestroomd.

Op het oogenblik dat de stoet de kerk verliet, hieven de pachters de kreet aan van :

»Leve Patrick Lindley ! leve de zoon van den martelaar van Galway! leve onze nieuwe afgevaardigde ! leve de verdediger van Ierland!quot;

Patrick verheugde zich in het geluk dier eenvoudige lieden, dat zijn werk was en zou zich geheel gelukkig gevoeld hebben, indien de gedachte aan Hugues hem niet voortdurend voor den geest gezweefd had.

»Die ongelukkige!quot; sprak hij tot zich zeiven, »hij is dus voor altijd voor ons verloren.quot;

Acht dagen na het huwelijk van Patrick nam James Lindley afscheid van zijne familie en scheepte zich in naar Australië, waar hij op zijne beurt zijn fortuin wilde beproeven. Op denzelfden avond van zijn vertrek las Patrick, de Tl mus inziende, de volgenu'e regelen :

»Een jong en vurig revolutionnair, Hugues L... de broeder

ocr page 195

95

van een lersch afgevaardigde, is gisteren door de policemen overvallen geworden op het oogenblik dat hij een dynamietpatroon aan den ingang van het Parlementsgebouw poogde te plaatsen, lu de daarop gevolgde worsteling met de politieagenten heeft Hugues L... een revolverkogel in de volle borst ontvangen, die hem dood deed nederstorten.quot;

»Die ongelukkige!'' sprak Patrick, met de hand over het voorhoofd strijkende, waarop een koud zweet parelde ; )nlie ongelukkige ! Op die wijze moest hij dus eindigen ! Ach ! deugd en eer zijn geen ijdele klanken 1quot;

ocr page 196

INHOUD.

TWEEDE GEDEELTE Bc schipbreukelingen der Shamrock.

(Vervoltj.)

Ki,Argt;7.

V. DE DUMANTENi - ONVERHOOPT TERUGZIEN .... 5

VI, DE BRIEF VAN SIR EDWARD .... .... 12

VII. DE OPENBARINGEN VAN DIM..........i8

VIIl. DE AGENT VAN POLITIE..........24

IX. EEN ONVERWACHTE TERUGKOMST . 28

X. DE ZOON VAN IUIGUES LINDLEY........34

DERDE GEDEELTE Be eed Tan middernacht.

I. DE HUT VAN FALLMOORE..........39

H. OP EEN GRAF.............44

III. DE EEDGENOOTEN................49

IV. HET SLACHTOFFER DER WREKERS .......57

V. DE CHINEEZEN VAN IIOLLGATE-STREET......62

VI, MACAUBY...............69

VIU IN HET ZWARTE KONIJN .........74

VIII» DE HINDERLAAG ... ...... . . SI

IX, DE HEI.SCIIE MACHINE...........88

ocr page 197
ocr page 198

VAN DEZE

LEESBIBLIOTHEEK

VOOR

SS

Christelijke Huisgezinnen,

die reeds drie en dertig jaren duizenden inteekenaren telt,

VERSCHIJNEN JAARLIJKS

TWAALF B O E K D E E L EIST

0

voor slechts TWEE GULDEN VIJFTIG CENTS ; franco per post DRIE GULDEN TIEN CENTS, betaulbaar in twee gelijke termijneri. Men teekent in voor den geheelen jaargang.

ocr page 199
ocr page 200

vquot;

1

lt;

ocr page 201