ocr page 1

VOOR

§ c)

O

c) c*

\k

CHRiSTELIJKE HUISGEZINNEN

Jaarlijks verscliijnen Twaalf Boekdeelen van de jLeesbibliotheek.

.....

's-Hei'togenboscIi.

UITGAVE VAN

[gt;E MAATSCHAPPIJ DE KATHOLIEKE ILLUSTRATIE 1 8 8 8.

oCTMJ -'^o'Do-^o T)o'èc^gt;o tgt;-

ocr page 2
ocr page 3

V^ -7V--

mmm^

es.w®

r-Y'.W'-

-■mssm

mmm» amammag mm I

ocr page 4

ocr page 5

DE HMG Vi DEN DOOD,

ocr page 6
ocr page 7

•T-_ «?/

DE

HERBERamp; VAN DEN DOOD.

EE'IE

EPISODE UiT DE DAGEN

DER

P a r ij s c h e Commune.

DERDE DEEL.

BiSUOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT

UTRECHT

COLL. THOMAASSE

Uitgave van de Maatschappij „DE KATHOLIEKE ILLUSTRATIE.quot;

's-Hertogenboseh.

1888.

ocr page 8
ocr page 9

lu Mazas.

In den namiddag van den 18n April kwam het bevel een groot aantal gevangenen van de Conciergerie naar Mazas over te brengen.

De drie vrienden hadden juist het schrale rantsoen rijst verorberd, en zij zaten gemoedelijk met elkander te praten, toen een der talrijke patrouillles, die zich voortdurend in de gangen bewogen, gevangenen brengende of wegvoerende, voor de deur der cel staan bleef.

Een bewaarder met de phrygische muts op het hoofd, — het was een fraaie verandering in hun costuum — rammelde heftig met zijn sleutelbos, opende en riep de burgers Wilhelm en Bernard.

De drie vrienden drukken elkander de hand.

»Tot een spoedig weerzien,quot; zeide Walter tot hen; »wij zullen samen een lekker ontbijt gebruiken en over onze doorgestane ellende spreken.quot;

»En wanneer dat?quot; grijnsde een nationale garde.

«Parbleu ! zoo spoedig mogelijk!quot; antwoordde de soldaat; sever drie, vier, vijf dagen, wat weet ik het ? den noodigen tijd voor de Versaillanen om Parijs binnen te trekken.quot;

»Zij zullen er nooit binnentrekken die ellendelingen,quot; brulde ile garde woedend; «wij slaan ze alle dagen; nog hedenmorgen heeft generaal Cluseret een groote overwinning doen aanplakken.quot;

»Die van Chatillon misschien?quot; gaf de soldaat ten antwoord.

Het scheelde niet veel of de natiale gardes waren hem te lijf

ocr page 10

I)

gegaan; ilocli gelukkig hadden zij haast; de bewaarder duwde hem ruw in zijne cel terug en sloot de deur.

»Tot weerziens, kameraden, houdt goeden moed!quot; riep hij hun uit zijne cel achterna. »De Versaillanen zullen spoedig hier zijn; de Commune is een hoop struikroovers.quot;

«Zeg eens, burger bewaarder, staat gij die bandieten toe op zulk eene wijze de republiek te beschimpen ?quot; vroeg een korporaa van zeventien jaar.

»Wees gerust, burger,quot; antwoordde de kerel met een dommen lach ; »ik zal gedurende twee dagen vergeten hem eten te geven en ge zult zien, dat de vogel geen lust meer zal hebben om te zingen.quot;

De gardes juichten dat aardige gezegde toe en vervolgden hun weg door de gangen, hier en daar stilstaande om uit de cellen, hier een priester, daar een gendarm, elders een verdachte te halen, die men tusschen de gelederen plaatste tot de lading compleet was.

Nu deed men hen op de binnenplaats gaan. Een reusachtige kar, omringd niet gendarmen der Commune, die hunne pijp rookten, stond daar te wachten.

Zij had minder den vorm van een cellulair rijtuig dan van een kolossale kooi, voorzien van sterke ijzeren traliën, als die waarin men de wilde dieren opsluit; die kooi was in vakken verdeeld en in elk daarvan werd een gijzelaar opgesloten.

Bijna allen waren bleek en uitgeput en men kon op hunne vermagerde gelaatstrekken de ontberingen lezen, die zij geleden hadden, maar behalve een jongeling, die weende, getuigden hunne kalme en onderworpen trekken van hun moed en minachting voor de beulen die hen omringden.

«Naar Mazas!quot; riep eene stem.

De deuren gingen open, de zware kar zette zich in beweging en de bij den ingang der gevangenis saamgeschoolde menigte begroette met uitjouwingen en gemeene smaadredenen de verschijning der martelaren.

Eiken dag hernieuwde zich hetzelfde tooneel op dezelfde plaats en een bonte menigte van afschuwelijke hellevegen, dronkaards

ocr page 11

en straatjongens, die er voor betaald werden, vergezelden de on-gelukkigen van de eene gevangenis naar de andere, terwijl zij de lucht van hun woest gehuil deden weergalmen.

Op die wijze was de bezending reeds op de snijding van den boulevard de Scbastopol en de rue de Rivoli gekomen, waar de kar moest indraaien, toen de commandant galmde: »halt! presenteert sabels!quot;

De sabels vlogen uit de scheede de hoeven der plotseling ingehouden paarden knarsten over de keien en vergetende om de gevangenen te beschimpen, die nieuwsgierig door hunne traliën keken, stormde de menigte vooruit, roepende:

))Leve de Commune! Leve de generaal Cluseret!quot;

Het was inderdaad de groote overwinnaar, die van een zijner roemvolle expedities tegen de Versaillanen terugkeerde.

Een regiment nationale gardes, de muziek voorop, die de Marteiüaise speelde, opende den stoet; de soldaten droegen in plaats van lauwerkransen bossen seringen aan het einde hunner geweren en keerden met stof overdekt (stof van een overhaaste vlucht) terug en victorie roepende omdat zij hadden kunnen ontsnappen.

Op hunne flanken voltigeerden ruiters in schilderachtige cos-tumen gekleed, die men uit de kleedkamer van een schouwburg afkomstig zou geacht hebben: daarna kwam een compagnie amazones, den tyroler hoed op den chignon, in lange laarzen en en korte paarse rokken, met den chassepot op den rug, waardige mededingsters der breisters van i 7i)3, een roode vlag met een phrygische muts er op, voerende.

Eindelijk verscheen, achter in oen open rijtuig gezeten, — de eenige bekende manier van den generaal om de troepen aan te voeren, — de groote Cluseret, verguld op alle naden, bedekt met gouden nestels, borduursels, passementwerken, de echte type van een held op een gemaskerd bal, pratende met een lid der Commune in roode sjerp met gouden kwasten,

Een kapitein van den staf. ingeregen, gekapt, gepommadeerd, mot gegomde knevels en het knijpglas in het oog, en derde klerk op een notariskantoor alvorens hoofdofficier te worden, reed op een log trekpaard, dat door de natie in beslag genomen was.

ocr page 12

8

Het escorte bestond uit jagers der Republiek en uit die nieuwe Pretoriaansche garde, welke de Commune, steeds verzot op klatergoud, tot hoofddeksel de muts van astrakan met blauwen zak en rooden pluim gegeven had.

Dat alles draafde log, onhandig, met loshangenden dolman en getrokken sabel voort, een wolk van stof opwerpende en krampachtig den voet in de stijgbeugels drukkende om ze niet te verliezen, een ongeval, dat tamelijk menigvuldig aan die nieuwbakken ruiters overkwam.

De doorluchtige krijgsheld scheen vermoeid en niet bijster in zijn schik; het transport gevangenen voorbij komende, gewaardigde hij zich echter met een groet op de toejuichingen van het volk te antwoorden, en de kapitein van den staf deed de geestdrift ten top stijgen, door het gemeen toe te roepen :

«Burgers, ik kondig u een nieuwe en groote overwinning aan: de door uwe heldhaftige broeders teruggeslagen vijand is uit Neuilly verdreven; binnen weinige uren zult gij de kanonnen en de gevangenen zien aankomen.quot;

Een nieuwe uitbarsting van sieve generaal Cluseret! dood aan de Versaillanen!quot; begroette de aankondiging van deze overwinning, en de rue de Rivoli indraaiende volgde het geleide der gevangenen langzaam dat van den roemrijken generaal.

Helaas! de dagen der Commune waren geteld en de groote zegepraal van den grooten Ciuseret bestond in een wapenstilstand van eenige uren, waarin de Versaillanen wel hadden willen bewilligen, om aan de rampzalige bewoners van Neuilly, die sedert drie weken in hunne kelders opgesloten zaten, den tijd te geven naar Parijs te vluchten met medevoering van hun meubelen, hun linnengoed, hunne kinderen, hunne levensmiddelen, geladen op handkarren, kruiwagens en vervoermiddelen van allen aard, een akelige reeks van uitgeteerde schimmen, die zich met moeite voortsleepten, bestaande uit oude lieden, weenende vrouwen, bleeke, verwelkte, van honger stervende kinderen, die de kapitein van den staf in zijn logenachtige toespraak, naar de eischen van het oogenblik, herschiep in gevangenen en op den vijand veroverde kanonnen.

ocr page 13

9

Hoewel de Commune schaamteloos hare ovei winningbulletins bleef aanplakken, was zij niet onbekend met het gevaar dat haar dreigde en er slechts op bedacht om de worsteling te verlengen, ten einde zich den tijd te verzekeren alles voor hare vlucht in gereedheid te brengen.

Verscheidene hunner, en de onversaagde Felix Pyat behoorde onder dat getal, hadden reeds beproefd hun ontslag te nemen onder voorwendsels, die te onhandig waren om hunne collega's omtrent den waren aard van hunne bedoelingen in twijfel te laten; dezen hadden dan ook geweigerd hunne medeplichtigen te laten gaan. Later kwam die zelfde Felix Pyat, de lofredenaar van den moord en een der lafhartigste booswichten van de bandieten der Commune, op den inval om in een luchtballon te ontvluchten, teneinde, naar hij zekle, de verdediging in de provincie te gaan inrichten. De andere hoofden, zijne zoogenaamde vrienden, hielden hem wederom terug. Hot gelukte Rochefort te ontvluchten, maar hij was niet gelukkiger; op dat tijdstip hadden echter reeds allen, de noodlottige ontknooping voorziende, die door de onbekwaamheid hunner generaals en rle lafhartigheid hunner soldaten niet kon uitblijven, slechts één doel; valsche papieren en vermommingen gereedmaken, goud bijeenschrapen en ontsnappen, aan de granaten en het schrootvuur de ongelukkigen prijsgevende, die zij bedorven, verleid en in gevaar gebracht hadden.

Toen zij zagen, dat de Pruisen, waarop zij gerekend, de provincie, die zij bewerkt, de kanonnen die zij gestolen, het leger waarop zij staat gemaakt hadden, hen aan hun eigen krachten overliet, beving hen niet de moed, maar de woede der vertwijfeling en in hunne laatste verschansingen bestookt, wilden zij ten minste een laatste bloedbad in het brandende Parijs nemen.

De noodlottige kar rolde voort.

Het geschreeuw en getier was door het gemeen luider dan te voren hervat.

De gevangenen kwamen voorbij het stadhuis, dat in een citadel herschapen was, om welke zich reusachtige barricades met verscheidene verdiepingen met kannonnen beplant, verhieven : vervolgens kwamen zij langs de Bastille-kolom, geheel versierd met

ocr page 14

10

rooile vlaggen, die zich in de lucht ontplooiden nis groote bloedvlekken.

Eindelijk bereikte men Mazas.

Mazas is te gelijk een citadel en een gevangenis. Men zou haar een reusachtige menschelijke menagerie kunnen noemen; want zij heeft er de inrichting van: zij bestaat uit zes lange waaiervormig uitloopende galerijen en elke dier galerijen is niets anders dan een lange reeks van cellen, in den vorm van afgezonderde en met ijzer beslagen kooien. Er zijn 200 kooien per galerij, in het geheel 1.200. Een kapel ligt in het midden : des Zondags smaakten de gevangenen den troost er bijeen te komen, maai' onder de Commune was die verzachting opgeheven, en de gewijde plaats het hoofdkwartier geworden der door de nieuwe regeering benoemde beambten, was een observatiepost te meer.

Het rijtuig reed onder het verwulfsel door en bleef staan op een door hooge muren ingesloten binnenplaats.

Een voor een werden de gevangenen uit hunne hokken gehaald en achtei'eenvolgens opgesloten in de afgescheiden vakken van een groote ijzeren kooi, —- die den naam van wachtzaal droeg ; men kon noch staan, noch zitten, noch minder liggen in die hokken, die door hunne afmetingen aan zekere foltertuigen uit de middeleeuwen herinnerden.

Wilhelm had van het donkere cachot in Pruisen geproefd; hij mocht zich te recht verbeelden, dat koning Wilhelm die uitvinding aan zijne goede vrienden der Commune ten geschenke gegeven had ; alleen hadden deze ze verbeterd.

Van tien tot tien minuten openden de gevangenbewaarders een der vakken en haalden er den gevangene uit. De strooper berekende, dat hij, als men zoo langzaam vorderde, bijna anderhalf uur en het laatste nummer twee uur te wachten had.

Gedurende anderhalf uur gebukt te moeten blijven staan zonder zich te kunnen oprichten, is een ware marteling, maar wie weet wat hen daarna nog te wachten stond.

Eindelijk kwam hij aan de beurt; hij werd in een kabinet gevoerd, waar een soort van reus met een terugstootend voorkomen voor een reusachtig register zat, dat men de gcangenrol noemde.

ocr page 15

11

Dit schandboek, waar slechts de namen der boosdoeners van de ergste soort op voorkomen, heeft heden ten dage bijkans de waarde eener reliquie. Op de achterste in der haast bekrabbelde bladzijden, kan men de namen lezen van Mgr. Darboy, den E. P. Olivain, den eerw. heer Deguerry, pastoor der Madeleine-kerk, van den president Bonjean, van al de martelaars, wier bloed in het laatste uur tot uitboeting van de misdaden dei-om wenteling vergoten werd.

De cipier vroeg den gevangene zijn naam, voornamen en qua-liteit. en schreef: Wilhelm ***, geboren te ***, Elzas, den 4 Juli 1833, achterblijver en gijzelaar.

Daarop keek hij een lijst in, overladen met cijfers, biina alle gevolgd door een kruisje. Hij zette een nieuw, schoof de lijst ter zijde en zeide tot een bewaarder : »No. 28.quot;

De bewaarder nam een sleutel, die dat nummer droeg en gaf den gevangene een teeken om hem te volgen.

Zij traden een groote met zerken bevloerde, zaal binnen, op welke verscheidene deuren uitkwamen, waarvan de bewaarder er een aan den strooper aanwees.

Tot zijn groote verbazing stond Wilhelm, die openduwende, voor een badkuip. Deze was gevuld met lauw water en een grove nog rockende dweil lag er naast.

«Ontkleed u!quot; gelastte de bewaarder. *

»Waartoe ?quot;

»Om u te wasschen.quot;

sik ben schooner dan dat bad.quot;

»Dat wil ik best gelooven,quot; antwoordde de man lachende «maar het is het voorschrift,quot; liet hij er hafluid op volgen, ))en als gij er u niet aan onderwerpt, zou die booswicht van een cipier het mij doen misgelden ; neem den schijn aan van te gehoorzamen.quot;

»Gij zijt dus niet voor de Commune ?quot; vroeg de strooper op denzelfden toon.

»God beware mij er voor ! Ik was hier bewaarder en heb den cipier, die u ingeschreven heeft, tot kostganger gehad : men heeft eenigen der vroegere beambten behouden om het werk te

ocr page 16

-12

doen en wij pogen het lot te verzachten der brave lieden, welke die booswichten ons zenden ; maar stil, geen woord. Hebt gij geld?quot;

«Geen cent: zij hebben mij alles ontstolen.quot;

»Dat verwondert mij niet.quot;

»Met wie zal ik zitten ?quot;

»Gij zult alleen zijn; het is een cellulaire gevangenis.quot;

»Ik zou liever een kameraad gehad hebben.quot;

»Daar is geen mogelijkheid op ! Komaan ! het bad moet genomen zijn.quot;

Zij keerden naar het kabinet van den cipier terug, die bezig was den gewezen politieagent in te schrijven en te beschimpen.

De beide vrienden drukten elkander heimelijk de hand.

«Hierheen,quot; snauwde de bewaarder op ruwen toon en hij duwde Wilhelm een lange gang in.

»Hebt gij kennissen in Parijs, menschen die in u belang stellen?quot; vroeg hij, van toon veranderende, zoodra zij er een eind ver in waren.

«Slechts eene vrouw, maar die niet weet waar ik mij bevind.quot;

«Wilt gij het haar doen weten ?quot;

' Zeer gaarne, indien het haar niet in gevaar kan brengen.quot;

»Zij moet niet alleen komen ; een fatsoenlijke vrouw loopt gevaar hier beleedigd te worden.quot;

ïiiMs ik haar kon schrijven.quot;

«Dat is onmogelijk ; maar verzoek dokter B*'* te spreken ; hij heeft de week en is een zeer braaf mensch.quot;

«In wien men vertrouwen kan stellen ?quot;

«Als in ii zeiven; ziellier uwe cel. God doe u die weldra verlaten.quot;

Hij opende de deur, wierp een oogslag naar binnen cm zich te vergewissen of alles in orde was en ging heen om andere gevangenen te begeleiden.

De cel No. 28 was grooter, lichter en vooral luchtiger dan die van de Conciergerie, maar eenmaal daar opgesloten zag zich de gevangene van de geheele wereld afgescheiden en als hij buiten geen vrienden had, die verlof bekwamen hem te bezoeken, zag hij niets anders meer dan tweemaal daags het gelaat van den bewaarder op de uren van den maaltijd.

ocr page 17

13

Er zijn weinig gestellen, die tegen zulk een afzondering, in werkeloosheid gesleten, bestand zijn. Den tweeden dag betreurde Wilhelm reeds, ondanks het bezoek van den dokter, de doofpot van den Conciergerie en op het einde der week draaide hij in zijne cel rond als een wild dier in zijne kooi.

De bewaarder kende die ziekte. »Binnen weinige dagen zult gij u beter gevoelen,quot; zeide hij.

«Binnen weinige dagen zal ik krankzinnig geworden zijn,quot; antwoordde Wilhelm.

«Komaan, moed gehouden ; het zal niet lang meer duren: ile Versaillanen hebben het fort Issy genomen.quot;

»Dus behaalt Cluseret geen overwinningen meer ?quot;

«Cluseret! hij zit in de gevangenis.quot;

»Och kom !quot;

»De Commune heeft hem als verrader doen gevangennemen.quot;'

«Worden de aanhoudingen dus altijd nog voortgezet !quot;

»Of zij voortgezet worden ? Dat geloof ik ; Rigault is tot procureur der Commune benoemd, de schat van Notre-Dame is geroofd, priesters, geestelijke zusters. Broeders der Christelijke scholen vullen de gevangenissen ; wij hebben geen enkele ledige cel meer en.....quot;

«Kies een goeden kameraad voor mij,quot; viel de strooper hem in do rede.

«Indien men ze verdubbelt zult gij den uwen hebben,quot; beloofde de bewaarder; «ongelukkiger wijze vrees ik sterk, dat men om plaats te maken beginnen zal met den aartsbisschop van Parijs, zijne priesters en de met hem opgesloten Jesuïeten naar la Roquette over te brengen.quot;

«Alweder een andere gevangenis ?quot;

«De laatste,quot; mompelde de bewaarder, «die der ter dood veroordeelden.quot;

»Zij zouden niet durven.quot;

«Zij zullen alles durven ; zij zien dat zij verloren zijn, en geen vergiffenis te hopen hebbende, zullen zij zich willen wreken.quot;

«Maar weet gij_____quot;

ocr page 18

De bewaarder gaf hem haastig een wenk, terwijl hij bulderde : »Wat ik weet, is, dat als ik u nogmaals betrap met iets op den muur te krassen, ik u in de boeien zal doen sluiten

Op dat oogenblik verscheen in de deur de cipier, die behoedzaam do galerij was ingeslopen om zijn ondergeschikte te bespieden.

»Ga heen,quot; snauwde hij, sgij moogt niet zoo lang in de cel der gevangenen blijven.quot;

Zoodra zij buiten de deur waren, greep hij hem bij den arm en voegde hem dreigend toe ; )gt;Wees op uwe hoede ; want de eerste maal dat ik u snap, zult gij het mij driedubbel betalen.quot;

Op het uur van het middagmaal bracht een nieuwe bewaarder het rantsoen van Wilhelm. Deze was een volbloed democraat; men zag het aan zijn onbeschofte manieren.

Uit voorzichtigheid ondervroeg de strooper hem niet.

Iwee dagen verliepen zonder dat de eerste bewaarder weder verscheen; het was bijna zeker, dat hij verplaatst was, zeo zijn chef hem niet had doen opsluiten.

Wilhelm was er zeer mistroostig over, minder omdat hij er een vriend en een trooster door verloor, dan wel omdat hij vreesde de oorzaak van het ongeluk diens braven mans te zijn.

Op zekeren ochtend, dat de strooper in zijne cel gezeten was ter prooi aan die afgematheid, welke altijd op een te groote overspanning volgt, ging de deur zijner cel open en trad de dokter binnen.

»Wel, mijn vriend, hoe gaat het ?quot; vroeg hij deelnemend.

»De lamp gaat uit,quot; antwoordde de gevangene, »en rle olie raakt op.quot;

)gt;Kom, kom ! een dappere gelijk gij zou den moed gaan verliezen ; alles gaat goed : na Cluseret is nu Rossel gevangengenomen en vervangen door Delescluze, het fort van Vanvas is in de macht der Versaillanen, de volgende week zullen zij in Parijs zijn.quot;

Wilhelm schudde liet hoofd. — «God geve het, mijnheer ; maar voor mij zal het te laat zijn.quot;

ocr page 19

•15

»Misschien zult gij niet eens tot zoo lang behoeven te wachten, want er is iemand, die zich met een ongelooflijke hardnekkigheid met uwe invrijheidstelling bezighoudt.quot;

»En wie is dat ?quot; vroeg de strooper, wiens oogen als met een nieuw leven bezield werden.

«Een engel, die, dank zij hare onvermoeide navorschingen er in geslaagd is te vernemen, waar gij waart en waar ik woon.quot;

sMejulfronw Margaretha ?quot;

»Gisteravond is zij bij mij gekomen en heeft mij belast u dit ter hand te stellen.quot;

«Hebt gij haar gesproken ?quot;

»Wij hebben bijna een uur met elkander doorgebracht; ziehier haar briefje.quot; En hij overhandigde den gevangene een toegevouwen papiertje, dat twee goudstukken bevatte en waarop geschreven stond :

«Houd goeden moed; men houdt zich met u bezig ; wij zijn allen welvarende met inbegrip van George.

sgt; Margaretha.quot;

»U ! dat heilige en vrome meisje!quot; riep de strooper, met eerbied de handteekening onder aan liet briefje kussende ; »ja, ik heb gemeend, dat zij mij vergeten had, en daarom ben ik moedeloos geworden; ik ben een nietswaardige geworden, mijnheer de dokter, een nietswaardige, die niet verdient, dat zij zich met mij bezig houdt; maar druk haar vooral op het hart zich niet voor mij aan gevaar bloot te stellen, zeg dat ik gezond ben, doch buiten toegang zit en k liever zes maanden, een jaar zelfs in de gevangenis zou doorbrengen dan te moeten denken, dat zij zich voor mij zou wagen aan eenige beschimping.'

»Gij draagt haar eene groote genegenheid toe, naar het mij voorkomt.''

»Ja, mijnheer, ik heb haar lief gelijk men de engelen bemint, wier zuster zij is ; ik eerbiedig haar gelijk ik nooit iets geëerbiedigd heb op aarde, en evenals al degenen, die haar van nabij gezien hebben en haar kennen, vereer ik haar.quot;

ocr page 20

16

»Dan kan ik er op rekenen dat gij u niet meer lafhartig aan de moedeloosheid zult overgeven ?quot;

»Ik zweer het u, mijnheer, en indien de ge'egenheid zich voordoet, zult gij zien hoe ik mijn eed houd.quot;

De gelegenheid zou zich weldra voordoen.

De crisis nadert.

tevergeefs had Margaretha getracht in Mazas door te dringen: het scheelde weinig, of zij werd aangehouden toen zij zich opnieuw in de prefectuur van politie vertoonde om de machtiging te vragen den gevangene te bezoeken ; de zaken der Commune gingen van kwaad tot kwaad erger, en Ferré, die alles voor zich verloren zag, ademde nog slechts moord en brandstichting.

Hij- blaakte van woede en zou geheel Parijs hebben willen ombrengen.

Rigault, Pyat en de overige hoofden waren eveneens door den

waanzin van den bloeddorst aangegrepen ; de onmogelükheid,

waarm zij zich zagen om aan de gerechte doch te zachte straf

mnner misdaden te ontsnappen, maakte hen als het ware razend.

doodstrafquot;quot;61 ^ ^paling: de

De doodstraf tegen degenen, die weigerden te vechten om hen

e verdedigen, de doodstraf tegen de priesters, de doodstraf

tegen de verdachten, de doodstraf tegen hun eigene soldaten, de

doodstraf tegen hun medeplichtigen, altijd en overal de dood-strai.

De nieuwe generaal-opperbevelhebber van het gefedereerde ege, overtrof hen allen in heftigheid, en liever dan Parijs prijs

.^0 Pr00i geworden was. hij gezworen het lucht te laten vliegen of in de asch te leggen.

Aan zulke monsters de genade te gaan vragen van een gijze-

ocr page 21

17

laar was meer dan onvoorzichtigheid ; pogen zonder vergunning tot een gevangene door te dringen was vermetelheid.

Juil'rouw Schöltz had evenwel het een en het ander gedaan ; hodreigd en afgewezen door den gedelegeerde der prefectuur van politie, had zij zich aan de gevangenis Mazas aangemeld.

Zeer gelukkig voor haar was de cipier op dat oogenblik dronken en hij had zich vergenoegd met haar onder een vloed van smaadredenen de deur uit te zetten.

Een apothekersleerl ng, die aan den dienst der gevangenis verbonden en van dat verfoeielijke tooneel getuige geweest was, volgde het meisje ongemerkt en sprak haar aan, toen zij er ver genoeg van verwijderd was.

))Ik behoor tot het personeel van Mazas,quot; zeide hij tot haar, «en ik heb u zoo even op een onwaardige wijze zien afsnauwen ; geef mij den naam op van den gevangene, in wien gij belang stelt, en ik zal mijn best doen u tijding van hem te doen toekomen.quot;'

Margaretha bedankte hem aiet warmte voor zijn goedheid en noemde Wilhelm.

))Ik ken hem niet,quot; antwoordde de jonkman, ))maar ik weet iemand, die hem veel beter dan ik zal kunnen vinden en hem de boodschappen overbrengen, waarmede gij hem zoudt willen belasten; het is een voortreffelijk man en een der geneesheeren van de gevangenis, dokter B***. Ga naar den Boulevard Bourdon, hier dicht bij, no, 5. Gij zijt er zeker van hem iederen dag om twaalf uur te huis te vinden, want dat is zijn spreekuur.quot;

Die aanwijzingen volgende, gelukte het juffrouw Schültz. dank zij den goeden dokter, wel niet den gijzelaar te zien hetgeen iets bepaald onmogelijks was, maar zijn toestand te leeren kennen en hem met een weinig geld, wel noodig om de gestrengheid zijner gevangenschap te verzachten, de tijdingen te doen toekomen, waarnaar hij ongetwijfeld vurig verlangde, betreffende de ontsnapping van George en de gezondheid van den heer Schültz.

Dit was voorzeker een even gelukkig als moeielijk te verkrijgen

ocr page 22

•18

uitslag, maar er was er een die nog moeielijker te bereiken was en waarvoor Margaretha al de hulpmiddelen van haar overredende welsprekendheid en de onwederlegbaarste bewijsgronden moest ontwikkelen; den brouwer af te brengen van zijn plan om zich gevangen te gaan geven in de plaats van Wilhelm, van wiens aanhouding hij oorzaak beweerde te zijn, was een onderneming, die de stoutste diplomaten zou afgeschrikt hebben, De heer Schültz achtte zich volgens geweten en eer verplicht tot dezen stap en niets kon hem overtuigen, dat hij voor een andere zienswijze kon of zelfs moest zwichten.

De pastoor van Sint Gertrudis zou, hoewel met den besten wil van de wereld bezield, bijkans alles bedorven hebben door te bemerken, dat hij in het belang van zijn eigen veiligheid er wel aan zou doen dat voornemen op te geven, daar Wilhelm waarschijnlijk zou losgelaten worden uithoofde zijner onbeduidendheid, terwijl hij, een rijk man en....quot;

De Stier der Yogeezen liet hem niet uitspreken. «Nooit za ik er in bewilligen dat een onschuldige voor mij boete, zelfs met de overtuiging, dat hij niet zooveel zal betalen,'' riep hij uit, »en nog vandaag ga ik mij aan den prefect overleveren.quot;

Bij geluk had Margaretha dien zelfden morgen den apothekersleerling ontmoet; zij verkreeg dat haar vader nog den.uitslag harer bemoeiingen zou afwachten; maar zij verkeerde niettemin in de gestadige vrees dat hij tijdens hare afwezigheid eene heldhaftige onvoorzichtigheid mocht begaan en zich in den muil van die hongerige wolven werpen, zonder iets anders te bewerken dan een slachtoffer meer aan hun bloeddorst prijs te geven.

Geslingerd door vrees voor haar vader en voor Wilhelm, bedreigd èn door de woede der roovers van het stadhuis èn door de grootmoedigheid van den brouwer, verdubbelde ju'Trouw Schültz hare pogingen om dat dubbele gevaar af te wenden : maar zij bleven vruchteloos en in plaats van op te klaren, werd de hemel steeds dreigender en somberder.

Elke dag was een onmetelijke stap voorwaarts naar den gapenden afgrond, waarin alles scheen te moeten verzwolgen worden.

ocr page 23

19

Delescluze had het aangekonJigd; indien de Versaillanen Parijs binnentrekken, zal Parijs in puin en vlammen opgaan. Uit den mond van dien dolzinnige komende, was die bedreiging een treurige werkelijkheid.

Medegesleept door de overtuiging hunner misdaden, door de woede van zich overwonnen te zien, vermengden zijne medeplichtigen hun gebrul met dat van hun generaal-opperbevelhebber, en in de bedwelming van hun toorn kondigden zij bij voorbaat de slechting van het huis van Thiers en de omverwerping der aan den roem van het groote leger opgerichte zuil af.

Frankrijk niet kunnende vermoorden, sloegen zij het in het aangezicht door zijne roemrijkste herinneringen te beschimpen, en sarden het door als eerloos het huis te slechten van hem, die het zich tot hoofd gegeven had.

Dit was nog niet genoeg: zij brachten het in zijn godsdienst den bloedigsten hoon toe, door de kerken te plunderen en de heilige plaatsen in walglijke clubs te veranderen, waar op den gewijden stoei der waarheid het schuim der bandieten zijne godslasteringen in het aanschijn der omvergeworpen altaren kwam uitbraken.

Zij wilden bewijzen, dat zij voor geen enkele misdaad terugdeinsden en de Versaillanen tegenhouden door de stellige zekerheid van de vreeselijkste ramp, die ooit in de sombere annalen der geschiedenis werd opgeteekend.

«Wij zullen sterven,quot; hadden zij gezegd, «maar Parijs zal vóór ons vergaan!quot;

En nochtans naderden de Versaillanen voortdurend.

Naarmate zij vorderden, vermenigvuldigden zich de barricades, propten de gevangenissen zich op met gijzelaars, vulden zich de riolen met kruitvaten, de magazijnen met tonnen petroleum, in genoegzame hoeveelheid bijeengebracht, om elke wijk in brand te steken, en als ware dit nog niet genoeg geweest, riepen de roovers de verschrikkelijkste uitvindingen der wetenschap te hulp, bereiddden onderaardsche electrische draden, gereed om de vonk snel als de gedachte in de mijnkamers over te brengen, die van afstand tot afstand gegraven waren en gevuld met die helsche

ocr page 24

20

springmiddelen, het pierrit en liet dynamiet, vervaardigd om de Pruisen af' te weren en welke goddelooze handen zich gereedmaakten te bezigen om onder hunne oogen dat Parijs in brand te steken en te verwoesten, hetwelk zij ondanks hunne tallooze bataljons slechts door den hongersnood tot de overgave hadden kunnen dwingen.

Tegenover zooveel blinde woede was de Commune niet meer op de hoogte harer taak; hare bandieten deden al'stand ten behoeve van nog grootere bandieten dan zij zelve. Het comité van het openbaar welzijn verving het.

De löe Mei, — daags na de instelling van die als door de hel uitgebraakte regeering — was een schoone dag voor den koning van Pruisen, Wilhelm, en zijn gunsteling Bismarck.

Daags te voren had een dier geheime boodschappers, welke de tyrannen van Parijs dagelijks naar de hoofden van het vijandelijke leger zonden, in hetkamp der verbondenen het programma van het te hunner eer gegeven feest gebracht: de omverwerping van de Vendóme-zuil.

Op het vastgestelde uur bezetten de Pruisische soldaten in groote uniform, met vliegende vaandels, terwijl de muziek vroolijk hun volkslied speelde, de hoogten, van waar het oog Parijs ontwaart; blijdschap heerschte in hunne gelederen, hunne handen drukten elkander met warmte en zij zeiden tegen elkander:

«Over een uur zal er geen zuil, over eenige dagen geen Parijs meer bestaan.''

Op hetzelfde uur vervulde een onafzienbare menigte de rue de la Paix; op de Place de la Concorde, in de richting van den tuin der Tuilerieën strekte zich een reusachtig bed van takkebos-sen en mest gespreid uit. Aan den voet van het monument verbrijzelden de mineurs met geweldige mokerslagen het voetstuk dei-kolom aan de zijde der opera ; rondom het plein zag men niets dan nationale gardes, mannen, soldaten, in smerige, gescheurde uniformen, met verroeste geweren, half beschonken, uit dezelfde glazen drinkende, rookende, brullende en drinkende aan tafels, overdekt met wijndroesem, gebroken glazen en koppen, en op twee hoeken van het plein, militaire orkesten, die te gelijker tijd,

ocr page 25

'i-1

met een oorverdoovcnd geraas, geheel verschillende vaderlandsche liederen speelden.

Ver boven dit afzichtelijk gepeupel verhief zich lier de bronzen reus en toonde zijn bronzen kuras, gesmeed uit de vijandelijke kanonnen, om hetwelk in een zegevierende spiraal het groote leger tot aan het platform scheen op te klimmen, dat bekroond werd door het standbeeld van hem, dien de geschiedenis Napoleon de Groote genoemd heeft.

Boven van de heuvels en de forten konden de Pruisische officieren hun overwinnaar aanschouwen, het hoofd met lauweren omkranst, het voorhoofd badend in licht en waaraan de Meizon als een laatsten stralenkrans schonk; hij zag nog op hen neder met zijn adelaarsblik, met dien blik, die zoo menigmaal hun nedei'laag aanschouwde en er zich over scheen te verwonderen de uniformen van Jena voor de tweede maal zoo dicht bij zijne hoofdstad te zien.

De mokerslagen dreunden onafgebroken en nog steeds stond de zuil onwrikbaar.

Verscholen in een boschje der Tuilerieün stond een grijsaard, gekleed in een door het borstelen versleten uniform, met den rug tegen een kastanjeboom geleund, met de eene hand steunende op zijn stok, in de andere zijne muts houdende, insgelijks dat schouwspel aan te staren. Het was een der oude overblijfselen van het groote leger, die voor de laatste maal zijn keizer was komen groeten; dikke tranen rolden een voor een op zijne blauwe kapotjas en bij eiken hamerslag trilden de spieren van zijn door de zon van Austerlitz gebruind gelaat, als had hij er den terugslag van gevoeld.

Het gemeene volk, de vijandige Pruisen en de weenende veteraan waren niet de eenige getuigen van die misdaad van natieschennis. Degenen, die last gegeven hadden dat gedenkteeken van den roem der Fransche wapenen op een mesthoop te doen neder-storten, woonden de uitvoering van het door hun wangunstigen haat uitgevaardigde decreet bij op eene sooit van verhevenheid, versierd met vlaggen en behangen met roode draperiëen, die in golvende plooien van het balkon van het ministerie van oorlog afhingen.

ocr page 26

22

In de voorste rij dier beleedigers van Frankrijk in roede sjerpen, pronkte met de onbeschaamde fierheid van een parvenu een man in het zwart gekleed en met een kort geknipten witten knevel. Naast hem, maar hem blijkbaar diep verachtende, stond een nog jong man, voor zijn tijd versleten, mager, dor, bleek, onrustig, den arm gevende aan eene in den rouw gekleede dame en zelf in zwarte burgerkleeren zonder ander onderscheidingsteeken dan de roode rozet der Commune.

Die beide mannen trokken de openbare aandacht, als zijnde twee der hoofdleiders van de uiterste democratische partij. De een was Felix Pyat, de voormalige geestelijke, de andere Henri Rochefort, ex-graaf van Lucay, twee overloopers, twee apostaten, twee razende krankzinnigen, twee lafaards, die, op dat oogenblik zelf, beiden op een schandelijke vlucht bedacht waren.

Een groep nationale gardes en wrekers van Flourens'wezen ze elkander met den vinger aan.

sKijk !quot; zeide men, «Rochefort en Pyat keeren elkander den rug toe ; zouden zij kwade vrienden zijn ? Er zal nieuws zijn op het stadhuis !quot;

sCourbet is niet gekomen,quot; merkte er een aan, «dat is zonderling !quot;

»Daar is hij integendeel, links.quot;

sWaar ?quot;

)/De voorlaatste, die dikke met lange haren, vuurrood gezicht en langen baard.quot;

»Die dikkert ? Hij ziet er net uit als een koster.quot;

»Aha ! daar zijn Ferré en Delescluze.quot;

))Gij weet dat hij van avond in de Epi-Scié komt,quot; zeide een sergeant, zich tot zijn buurman wendende,

»Ferré ?quot;

»Neen, de generaal. Hij gaat het bataljon der mineurs van het Pantheon oprichten.quot;

»Hoe der mineurs ?quot;

»Wel ja, om de mijnkamers in de catacomben aan te leggen, om in drie minuten tijds de geheele wijk in de lucht te laten springen, indien de Versaillanen er den voet in zetten.quot;

ocr page 27

xDrommels ! ik heb ei' mijn vrouw en mijn dochtertje,quot; hernam de wreker, die niemand anders was dan Vincent.

Laurier haalde de schouders op : »Het vaderland gaat voor de familie,quot; sprak hij.

»Wie zal het bataljon aanvoeren ?quot;

sDat zou Rouzier wel kunnen zijn.quot;

»De Gezouten Schelvisch ? Is er dan geen bevordering dan voor schurken ?quot;

»En een volleerde schurk, maar die zich weet vooruit te hel-uen ; hij is eerste luitenant.quot;

»En zijn Mathilde is bij de petroleuses ingelijfd.quot;

»Als sergeant a 2 frs. 50 daags ; ik heb haar eergisteren ontmoet met den chassepot op den schouder en hare vrouwen de exercitie leerende ; zij is belast met de rue des Feuillantines: ik heb haar nummer 8 aanbevolen.quot;

»Dank u we), daar woon ik.quot;

»Gij kunt verhuizen, maar ik sta er op het huis van dien ouden calotin, die de vlucht genomen heeft, in de vlammen te zien opgaan, en met het huis de mooie dame, die het bewoont en ontwijfelbaar de ontsnapping heeft begunstigd der....quot;

Een trompetgeschal onderbrak het gesprek der beide vrienden ; de muziekkorpsen hielden op, er ontstond een groote stilte en men hoorde het geratel der kaapstanders, gevolgd door het geknars dei- ketenen ; daarop plotseling een hevig gekraak en een akelige gil. Een der kabels was gebroken en een daardoor terugspringende handspaak trof een marinier, dien men stervende wegdroeg.

Men moest een nieuw touw vastmaken, er verliep wederom een uur. Om vijf uur begonnen de kaapstanders weder te werken en de kabels zich te spannen.

De menigte wachtte in ademlooze spanning.

Plotseling scheen de kolom op haar voetstuk te waggelen : er ontstond onder de menigte een rugwaartsche beweging, vergezeld door een angstige siddering, het standbeeld van den keizer boog voorover en de bronzen colossus plofte neder onder zijn eigen zwaarte uiteenspringende. Een donderend gedruisch deed zich hoo-ren, vermengd met het gekraak der takkebossen, de grond dreun-

ocr page 28

de onder den geweldigen schok en eon oorverdoovende jubellu'eet begroette de eerste wraakoefening van het comité van openbaar welzijn.

Een enkele kreet van : ))Leve de keizer 1quot; verhief zich luide als een protest tegen die woeste vreugde. Die kreet, die niemand hoorde, was aangeheven door den invalide, die het standbeeld zijns keizers ziende waggelen, zich oprichtte en bij gemis van een sabel met zijn knak front maakte.

Eerst den volgenden morgen ontdekte men het reeds kon de lijk van den ouden soldaat, hij was vlak voorover gevallen met het gelaat naar den vijand gekeerd, de rechterhand op het hart als had een kogel hem daar getroffen.

Een rood dagblad sprak van dien dood als van een nieuwen moord, door de Versaillanen, die laaghartige moordenaars van kinderen, vrouwen en grijsaards, gepleegd.

Dit was zijne geheele lijkrede.

Ie dien tijde maakte een doode meer of minder weinig indruk op de openbare meening, die geheel in beslag genomen werd door de geweldige ontploffing der patronenfabriek in de Avenue Rapp, op het Champ-de-Mars, een ontploffing die eveneens door de Commune aan de vrienden van den heer Thiers toegeschreven, aan meer dan 200 personen het leven kostte en meer dan 1500 huizen deed scheuren of beschadigde in een omtrek van meer dan zes kilometers.

Deze ontzettende ramp was slechts het uitwerksel van een onverklaard gebleven ongeval, maar terwijl het plaats greep, begonnen talrijke werklieden, voor de vernieling in dienst genomen, een andere voor te bereiden, bestemd om in hetzelfde oogenblik Val-de-Grace, het Luxemburg, Sainte-Geneviève, Saint-Sulpice en het Pantheon, een derde van het Parijs van den linkeroever, in de lucht te doen vliegen.

Getrouw aan zijne belofte had Delescluze alles verordend voor de volvoering van die weergalooze misdaad in de vergadering van-de vurigste aanhangers der Commune, in de club der Epi-Scié bijeengeroepen.

Niemand ontbrak op de bijeenkomst, waarvan Laurier met Vin-

ocr page 29

25

cent gesproken had, noch de beruchte Mathilde, een helleveeg in mannenkleeding, wier gordel vol dolken en revolvers stak en die op den mouw van haar rood mouwvest de sergeantstrepen droeg ; noch la Chilfarde, een laarzenstikstertje met blauwe oogen, blonde haren en een van nature vriendelijk gelaat, die van een door de ondeugd gevallen engel een duivelin geworden was tot alle misdaden in staat ; noch de Gezouten Schelvisch, fier op zijne nestels en de borduursels van zijne uniform ; noch Lucipia, het slacht-olfer van het noodlot, die steeds naar een commando streefde, wat hij ui nun er kon machtig worden ; noch Thierry, de ex-winkelbediende, de schoonste der vertegenwoordigers van den liggenden boord en het laag uitgesneden vest ; noch het uitschot dei' oude bandieten, versleten door de ongebondenheid zoowel als door de harde levenswijze der galeien ; noch dat der bloeddorstige opgeschoten jongens, het geslacht van de toekomst voor de misdaad, de toekomstige kolonisten van Nieuw Caledonië. Al het schuim van Montrouge was daar bijeen: petroleuses, furiën van den moord en de brandstichting, moordenaars van vijftien tot zeventig jaar, bewoners der verlaten steengroeven, dieven van alle soort, ontsnapte tuchthuis- en galeiboeven, een afzichtelijk pandemonium van loovers, razend van wijn en bloeddorst.

Op een tafel staande, te midden van die keur van toehoorders, sprak Delescluze ongeveer twintig minuten met scherpe en metaalachtige stem, de stormachtige toejuichingen overheerschende, die zijne voorstellen verwekten.

Met de opeengeklemde tanden, het bleeke gelaat, de vlammende oogen, de gebalde vuisten, geleek hij den genius van het kwaad, de legioenen der hel toesprekende en door de verfijning zijner boosheid verbaasde hij zelfs do oude misdadigers, die in hem hun meester erkenden.

Rigault juichte toe, Ferré zelfs, als hij tegenwoordig geweest ware, zou toegejuicht hebben.

Zijn programma was eenvoudig.

üe wijk met barricades overdekken, met vertwijfeling weerstand bieden, niet dan in de uiterste noodzakelijkheid wijken door zich achter een dubbel gordijn van puinhoopen en vlammen terug te trekken.

ocr page 30

26

De brandstichting liet hij aan de vrouwen en kinderen over ; het betrof toch niets anders dan de vooraf met petroleum begoten huizen met een fakkel in brand te steken, de spuiten te vernielen, de waterleidingen af te snijden.

Voor de mannen bestemde hij de geweren en de kanonnen ; en als ten laatste de plaats niet meer houdbaar zou zijn, zouden electrische geleidingen de met kruitvaten gevulde mijnkamers en kelders in vulkanen veranderen.

Dit was nog niet genoeg ; onder Parijs strekken zich ruime galerijen uit, waarvan de burger Rouzier, luitenant der mineurs, de kronkelingen kende ; hiervan moest partij getrokken worden door de steunpilaren te ondermijnen, de honderden met dynamiet geladen mijnkamers met electrische draden te verbinden en wanneer het leger van Versailles, door de vlammen verblind, door het schrootvuur weggemaaid, door de loopgraven en barricades opgehouden, het Pantheon zou bereiken, de wrekende vonk afzenden: al de pijlers zouden gelijktijdig bezwijken, het door den schok scheurende verwulfsel zou instorten en met een ontzettend gekraak zouden tempels en gedenkteekenen, paleizen, huizen sn leger in den afgrond, veranderd in een vuurpoel van honderd voet diepte, verzwolgen worden en verdwijnen in een zee van vuur, die het derde gedeelte van de ruimte door het Parijs van den linkeroever ingenomen, zou overdekken.

De zaal (dreigde in te storten onder de geestdriftige toejuichingen; het was als hoorde men een gebrul van tallooze wilde dieren.

Een petroleuse klom op de toonbank, loste haar revolver in de lucht om zich gehoor te verschaffen en krijschte met schelle stem :

»Ik vraag, dat alvorens met het groote werk der brandstichting een aanvang gemaakt worde, al de priesters, al de gijzelaars, al de verraders zonder erbarmen doodgeschoten worden, opdat elke patriot een glas bloed kunne drinken van die eeuwige vijanden der republiek.quot;

»Gij kunt op Ferré rekenen,quot; antwoordde de generaal der ge-federeerden ; ))liij heeft de lijst der booswichten: hij zal er geen een laten ontsnappen.quot;

ocr page 31

Een nieuwe spreker verscheen op een tafel; het was Luscipia :

«Burgers,quot; riep hij uit, »ik.....quot;

Aan alle zijden liet zich gemor hooren.

»Sr zijn nu woorden genoeg gesproken,quot; merkte Delescluze gestreng aan ; »het zijn daden waaraan do republiek behoefte heeft.quot;— En een vooraf gereedgemaakte lijst nemende, benoemde hij op staanden voet een commissie van mineurs, waarmede hij zich afzonderde om te beraadslagen, terwijl de rampspoedige Luscipia zich onder de bezoekers verloor, waarboven hij gepoogd had zich te verheffen, terwijl hij treurig zijn geliefd woord mompelde: »0 noodlot!quot;

Op de tafel in de raadkamer lag een plan der catacomben uitgespreid. Delescluze kende het reeds ; hij wist dat men uit het midden van Parijs langs de onderaardsche gewelven met het fort Vanves gemeenschap kon onderhouden. De generaal nam een rood potlood en stipte de voornaamste punten aan, waar de mijnkamers geplaatst moesten worden : onder het Luxemburg, Saint-Sulpice, Val-de-Grace, het Observatorium en het Odeon.

Een bijzonderheid, die hij nog niet bemerkt had en zijne berekeningen in de war bracht, was, dat de onderaardsche gangen, in plaats van onder het Pantheon door te gaan om dat gedeelte van den berg heenliepen, daar de rotsbank van geen deugdelijke hoedanigheid had geschenen om die uit te kappen.

Delescluze troostte er zich over met de overweging, dat het gemakkelijk zijn zou gebruik te maken van de kelders van het ruime gebouw en er genoeg kruit bijeen te brengen om de pilaren van den koepel te schokken en dien op de soldaten, die

'l

het gebouw bezet zouden hebben, te doen neerploffen.

Over het plan heengebogen, verklaarde de Gezouten Schelvisch den generaal de overeengekomen teekens, die deze niet kon begrijpen : hij wees hem en zijne medeplichtigen de plaats aan, waar de weg naar Orleans over reusachtige uitgravingen loopt, waarin een geheel regiment gemakkelijk verzwolgen zou worden; de pijlers, die de waterleiding van Arcueil steunen en die, bezwijkende, plotseling alle fonteinen zouden doen opdrogen; de eigenlijke catacomben, waar de beenderen van verscheidene millioenen

ocr page 32

lijken opgestapeld zijn, een doodenstad, waarvan de straten ommuurd zijn met doodsbeenderen bezet met doodshoofden en waarin men langs drie hoofdtrappen afdaalt; waarvan de eerste aan de barrière d'Enfer, de tweede bij de Issoire-graftombe en ile derde in de vlakte van Montsouris ligt.

sZijn de versterkingsmetselwerken stevig ?quot; vroeg de burger generaal.

»Oni zoo te zeggen onwrikbaar,quot; antwoordde Rouzier.

))Het zal een zware arbeid zijn om dat alles te ondermijnen.quot;

sMet tweehonderd werklieden vordert alleen het aanleggen der mijnkamers meer dan een maand arbeids.quot;

«Men zal er twee aan besteden als het moet zijn,quot; riep de sergeant Laurier.

«Twee maanden !quot; brulde üelescluze, die zich geen begoocheling maakte omtrent den mogelijken duur van het beleg ; «alles moet binnen acht dagen gereed zijn.quot;

«Dan behoeft men slechts al de grijsaards, al de kinderen, al de vrouwen te pressen,quot; galmde de sergeant-petroleuse.

»IIet werk zou slecht gedaan worden,quot; antwoordde de Gezouten Schelviscli koel, terwijl hij zich uit zijne bukkende houding oprichtte, )gt;en de zaak zou mislukken ; zoo gaat het niet ?quot;

De generaal zag hem wantrouwend aan.

»Dus acht gij mijn plan onmogelijk om uit te voeren ?quot; vroeg hij.

«Integendeel ! met tweehonderd man van goeden wil en goed onder tucht zal alles in acht dagen gereed zijn.quot;

«Spreekt gij daar borg voor ?quot;

»Mits men aan mij de leiding overlate.quot;

»Het is vreemd, dat gij met tweehonderd man kunt doen wat gij met twee duizend voor onmogelijk verklaart,quot; merkte een andere galeiboef venijnig aan.

«Beneden deze met zoo veel zorg geschoorde verdieping,quot; ging de Schelviscli voort, «bestaat nog een andere ondoorzocht, aan iedereen onbekend, behalve aan mij. Zij rust slechts op brokkelige zuilen, met gescheurde afgebrokkelde verwulfsels, die bij

ocr page 33

den geringsten schok instorten en waarin men gemakkelijk kan afdalen langs een trap, dio niemand zou kunnen ontdekken.quot;

»Dat is een leugen,quot; riep een stem.

sBenoem een commissie om er mij in te vergezellen.quot;

»Ik verzoek er deel van uit te maken,quot; zeide de petroleuse.

«Hoeveel tijd is er noodig voor dat onderzoek?quot; vroeg de generaal.

ȕwee uren.quot;

«Komaan,quot; hernam de generaal, oals gij de waarheid gesproken hebt, zult gij kolonel worden; hebt gij daarentegen gelogen, dan zult gij doodgeschoten worden ; neemt gij die voorwaarden aan ?quot;

Delescluze wees drie stevige gefedereerden aan om hem te vergezellen ; men voorzag zich met pektoortsen, touwen en ging op weg.

Rouzier liep in hun midden.

»Rue Soufflot,quot; zeide hij.

»Moet daar dan nog ii'.ts medegenomen worden ?quot; vroeg de generaal.

»Daar is een trap, die naar de eerste verdieping voert.quot;

De generaal maakte verder geen aanmerking.

Binnen weinige minuten had men het huis van den broeder bereikt; het was een oude gefedereerde. Hij bevestigde de woorden zijns vriends en allen begaven zich naar den kelder, waarin men de opening van een put bemerkte, die met planken dicht gemaakt was. Deze betimmering weggeruimd zijnde, verlichtte het schijnsel der toortsen een wenteltrap volkomen gelijk aan die der abdij van Sint Gertrudis.

De door Rouzier geleide booswichten daalden in de ingewanden der aarde af en betraden de bovengalerij, die, welke op de plans der atlas van Thury voorkomt.

Bij het bezichtigen der stevige metselwerken tot schoring dei-gewelven kon Delescluze zich ten tweede male overtuigen, dat de Gezouten Schelvlsch niet gelogen had; de kleine troep zette, langzaam zijn tocht door de lange en nauwe galerijen voort en bereiktfi weldra den kruisweg, waar de ingang van de beneden-

ocr page 34

30

verdieping was, dien de pastoor van Sint Gertrudis alleen meende te kennen.

»De deur van de tweede galerij is hier,quot; sprak de Gezouten Schelvisch; »wie uwer bemerkt ze ?quot;

De oude galeiboef duwde tegen den steen, de ingang ging open en achter hem daalde de geheele troep de trap af, aan welks voet het schrikwekkende net zich uitstrekte.

Met hetzelfde geraak als had hij door de straten zijner wijk gewandeld, voerde Rouzier, door bijna onzichtbare merkteekens geleid, hen gedurende een kwartier in dien doolhof van gangen rond, waarvan de gescheurde verwulfsels dreigden neder te storten, de uitgezette wanden op het punt schenen te bezwijken en de zuilen, hier en daar voor een groot gedeelte afgebrokkeld, slechts door een wonder van evenwicht staande bleven. Op sommige pnnten waren de gangen ten deele versperd door instortingen, terwijl men op verscheidene punten met de grootste behoedzaamheid moest loopen en het stilzwijgen bewaren, dewijl de minste trilling van de lucht de vreeselijkste gevolgen kon hebben.

9Wilt gij nog verder gaan ?quot; vroeg de bandiet, aan een werf gekomen, waarop twintig gangen uitliepen.

«Wij kunnen wel terugkeeren,quot; antwoordde de generaal.

ïWat dunkt u van de gevolgen der ontploffing van eenige vaten kruit ?quot; vroeg Rouzier.

De tanden zijner metgezellen klapperden van angst.

«Kom aan mijn hart Iquot; riep Delescluze, den bandiet in zijne armen drukkende, «gij zijt een ware patriot, burger kolonel; de Republiek zal u haar wraak verschuldigd zijn en dank uw vaderlandsliefde zal Parijs verdelgd worden.quot;

quot;Leve de Republiek !quot; riepen de gefedereerden, door die woorden begeesterd.

Daarop namen zij den terugweg aan; zij waren de trap dicht genaderd, toen, den hoek van een gang omslaande, een der bandieten een licht meende te bemerken, dat terstond verdween : hij meende dat het de weerschijn was van een toorts op een vochtige zuil en volgde zijne makkers.

Een seconde vroeger zou hij hebben kunnen zien, dat die ver-

I.....

ocr page 35

31

meende weerschijn niets minder was dan de lantaren door een jong meisje gedragen, dat de trap afkwam, die zij gingen beklimmen.

God veroorloofde niet, dat zij elkander ontmoetten.

De commissie van de Epi-Scié keerde in de club terug, waaide Gezouten Schelvisch de welverdiende eerbewijzingen verkreeg, terwijl Margaretha geheel ontroerd door de groote gebeurtenis van den dag, de omverwerping der Vendóme-zuil, zelfs niet het minste vermoeden had van het gevaar, waarin zij verkeerd had.

Alleen vroeg zij in den loop van den avond aan Rosa waarom zij in de gewelven pek gebrand had.

De oude huishoudster begreep die vraag niet ; zij was slechts eens in den loop van den morgen naar het waterbekken geweest en had volgens hare gewoonte alleen de lantaarn medegenomen.

sliet is zonderling,quot; meende Margaretha, »de reuk van de pek is zelfs in de bovenverdieping goed merkbaar.quot;

De pastoor de Sint-Gertrudis schreef die lucht aan onder-aardsche uitwasemingen toe. Wat den brouwer aangaat, hij sloeg er hoegenaamd geen acht op: hij dacht slechts aan een ding, het middel vinden om de plaats van Wilhelm in te nemen: het was zijn uitsluitende gedachte. Hij scheen gezwicht te zijn voor de dringende vertoogen en redeneeringen van zijne dochter, maar hij was daarom niet minder vast besloten tot het einde toe te vervullen hetgeen hij zijn plicht noemde, en peinsde er dag en nacht over hoe hij dit zou kunnen doen, zonder iemand anders dan zich zeiven in gevaar te brengen.

Margaretha bezat te veel doorzicht om dat oogmerk niet te doorgronden ; zij bewaakte haar vader en hield de deur van de keldertrap, den eenigen weg waarlangs de reus zijn onderaardsche gevangenis kon verlaten, zorgvuldig gesloten.

De goede pastoor zag niets en bracht zijn leven in het gebed door. Het was een heilige en misschien werkten zijne gebeden meer uit dan al de berekeningen van den Stier der Vogeezen en mejuffrouw Schültz.

Verscheidene dagen werden door den Gezouten Schelvisch besteed om zich de voor zijne onderneming benoodigde werktuigen te doen afleveren en een aanzienlijk aantal toortsen te doen vervaardigen, terwijl hij zelf met zorg zijn personeel uitkoos.

ocr page 36

Vincent en Laurier zouden gaarne in dat keurkorps opgenomen zijn geworden, maar ondanks hun aandrang en de certificaten van burgertrouw, die zij tot ondersteuning van hun aanzoek bijbrachten, zond men hen naar de beruchte barricade op den weg van Orleans, om die te helpen verdediger.

De afzichtelijke petroleuses vervoerden met handwagens haar brandstichtenden voorraad door Parijs. Zij droegen geen schitterende uniformen, strepen of hoeden met pluimen. Delescluze had tot de vrouwelijke officieren, die alleen uniform droegen, gezegd, dat hare vrouwen, om mot meer zekerheid te kunnen handelen, zich niet van de andere burgeressen moesten onderscheiden dan door een grootere liefde voor de republiek, die haar uitkoos om evenals de vroegere Vestaalsche maagden het gewyde vuur van het vaderland te onderhouden.

Het was een afschuwelijk schouwspel, die nieuwerwetsche Vestaalsche maagden, bedekt met vuile lompen, oud voor het meeren-deel, schaamtelooze en walglijke hellevegen, wier grijze haren met verwarde lokken onder een vettige muts of een gescheurden hoofddoek te voorschijn kwamen, den adem verpest door den brandewijn, de kleederen doortrokken met petroleum, onder woest geschreeuw, wagens beladen met vaten, sponsen en kwasten te zien voortduwen of voorttrekken.

Troepen bleeke, havelooze kinderen, met ingevallen wangen en ongekamde haren, vergezelden tierende en juilende hunne waardige moeders, telkens een luid vreugdegejuich aanheffende als een officier stilstond om de deur van een huis, dat in vlammen moest opgaan, met krijt te teekenen.

Die afgrijselijke benden zongen, lachten, vloekten, brulden, waren gewapend met dolken, geweren, sabels, pistolen, losten revolvers en braakten bloeddorstige bedreigingen uit tegen de rampzalige inwoners, die, bleek van angst, bevende :1e toebereidselen tot hun ondergang aanschouwden.

Indien eenig leger ooit den naam van le^er van het schrikbewind verdiende, dan was het ontegenzeglijk dat, hetwelk Parijs tegen het einde der schandelijke Commune aan het werk zag.

In de verte hoorde men het doffe gebulder van de artillerie

ocr page 37

33

der forten, die hoe langer hoe zwakker cp het vuur der Versail-lanen antwoordden. De wallen bezweken, de gehavende bolwerken dreigden in te storten, de borstweringen waren geheel tot puin geschoten en zonder tusschenpoozing sloegen de granaten fluitende in de ingezakte casematten. Achtereenvolgens werden Issy, Vanves en Montrouge ingenomen door de orde, zegevierende over de revolutie, die als een slang zich in de laatste stuiptrekkingen der woede kronkelde.

De verdediging was voortaan onmogelijk ; sinds dat oogenblik maakte zij plaats voor de wraak.

Den 20n, 's morgens, kreeg de kolonel Rouzier, beter bekend onder den bijnaam van Gezouten Schelvisch, van zijn generaal opperbevelhebber, den burger Delescluze, de volgende orde :

«Maak mijnen gereed om de wijk in de lucht te doen vliegen.

»Dp. generaal-commandant, «Delescluze.quot;

Twee uur later had ile burger kolonel al zijn volk verzameld en begaf hij zich met zijne manschappen naar den hoofdingang der catacomben, die, gelijk men weet, in het voormalige octrooi-gebouw der barrière d'Enfer was.

Hoewel de hoofddraad, volgens bet plan, met het Pantheon in verbinding gebracht moest worden door de schacht van de rue Soufflot, had het gemak der afdaling door het octrooigebouw, dezen laatsten weg doen kiezen voor het vervoer van het kruit en de groote hoeveelheid klossen draad, die men noo-dig had.

Tot algemeene bewaarplaats van alle benoodigdheden was vooraf de werf in de bovengalerij onder Val-de-Grace aangewezen.

Tot groote verbazing van den kolonel stond de deur er van open en zag men er een groot aantal gefedereerden van het '103,! en 127^quot; regiment, hijgende, met stof en bloed bedekt, verbijsterd, wanhopig uit te voorschijn komen.

Met de weinige manschappen, die, in de duisternis verdwaald, in de catacomben den dood moesten vinden, was dit alles wat er van de bezetting van het fort van Vanves overbleef.

ocr page 38

34

Verplet onder de granaten, door de batterijen van het leger der orde in het fort geworpen en door de Versaillanen ingesloten, hadden de gefedereerden, na hot buiten gevecht stellen van hun commandant Durassier, geen ander middel gevonden om in Parijs terug te keeren dan door de onderaardsche gewelven te ontvluchten.

Die tijding deed de woede der mineurs slechts verdubbelen.

Te elf uur kwamen zij aan den kruisweg onder Val-de-Grace en begonnen er den draad te leggen, bestemd om het Pantheon te verbinden met het net der onderaardsche draden, die evenals een reusachtig spinnewebbe door do onderste galerijen moesten gespannen worden om de electrische vonk in elke werf, die in een mijnkamer veranderd was, over te brengen.

Dien dag hoorde Margaretha uit het gewelf naar boven gaande een geluid van stemmen op de bovenverdieping : zij dacht dat er metselaars aan het werk gingen en zette haar weg voort, aan niets anders denkende dan om den dokter tijding voor Wilhelm te gaan brengen en te vernemen, of er geen kans zou wezen, door middel van geld, den hoofdcipier om te koopen en den strooper te doen ontsnappen.

De heer Schültz had zijn ultimatum gesteld : óf Wilhelm zou in twee dagen in vrijheid gesteld zijn óf hij zou zich insgelijks gevangen gaan geven.

Wanhopig over het gedrag van Vincent had Louise hare medewerking aan het jonge meisje beloofd ; zij kende een der gevangenbewaarders, maar ontveinsde zich niet, dat het, zelfs voor een aanzienlijke som, zeer moeielijk zou wezen het geringste te verkrijgen van een naar bloed dorstend monster gelijk de hoofdcipier.

De beide vrouwen begaven zich nochtans tegen den middag op weg. Er heerschte een geweldige beweging in Parijs ; allerwegen verrezen er de barricades, hot verkeer was moeielijk en op verschillende punten hield men de voorbijgangers aan om hen met de oproerlingen aan de barricades te doen werken.

Toen zij aan den boulevard Bourdon kwamen, was de dokter uitgegaan en zou eerst tegen vier uur terugkomen. Zij besloten te wachten.

Om vijf uur was de dokter nog niet te huis; het langer

ocr page 39

35

wachten moede, wilden de beide vrouwen heengaan, toen hij eindelijk om halfzes te huis kwam.

Hij had den cipier door een kapitein der gefedereerden doen polsen en gaf alle hoop niet op, hoewel om de waarheid te zeggen, de onderhandeling weinig kans van slagen aanbood.

»Kom morgenochtend tegen acht uur terug,quot; zeide de dokter, »en gij zult een bepaald antwoord hebben.quot;

«Laura heeft mij niet noodig en uw vader verwacht u heden avond niet ; het beste zou zijn hier in de wijk te blijven ; wie weet of wij er morgen nog vrijelijk zouden kunnen komen ?quot; zeide Louise bij het verlaten van de woning des dokters.

Margaretha zou niets liever verlangd hebben, want dat doorkruisen te voet van geheel Parijs leverde, vooral voor twee jonge vrouwen, veel vermoeienissen en ongemakken van allerlei aard op, maar zij zag er tegen op den nacht in een logement door te brengen.

quot;Dat bezwaar is gemakkelijk uit den weg te ruimen,quot; hernam Louise ; «een mijner vriendinnen woont hier dicht in de buurt; het is een zeer brave vrouw, die ons met het grootste genoegen huisvesten zal.quot;

«Zoudt gij dat denken ?quot; vroeg Margaretha.

gt;)Ik ben er zeker van.quot;

»Welnu ! laat ons dan daarheen gaan, als gij ten minste denkt, dat wij haar geen overlast aandoen.quot;

Louise's vriendin ontving haar zeer goed en stelde een kamer te harer beschikking.

Zij lagen ongeveer een uur te bed toen er hevig op de straatdeur gebonsd werd.

Het was een afdeeling gefedereerden, die, aangevoerd door een beschonken kapitein, zonder eenige lastgeving, des nachts jacht maakten op de achterblijvers, of liever, onder dat voorwendsel, op een winstgevende plundering.

Die mannen waren ongetwijfeld begonnen met de naburige kelders te bezoeken, want zij waren beschonken en woedend; zij doorzochten het huis van boven tot beneden, de kasten openende, overal in en onder snuffelende, alles omverwerpende.

ocr page 40

30

Zij waren op het punt van zich te verwijderen, zonder iets gevonden te hebben, toen zij bij toeval aan den muur een slechte steendrukplaat zagen hangen, die de keizerin zieken bezoekende voorstelde ; meer was er niet noodig om hen te doen schuimbekken van woede ; zij verbrijzelden het schilderijtje, en in Mar-garetha, ondanks hare kleeding van werkster, iemand van een hoogere klasse herkennende, beschimpten en bedreigden zij haar.

De vriendin van Louise wilde haar te hulp komen, door te verklaren dat die beide burgeressen daar niet woonden, maar uit een andere wijk waren.

Deze onhandige verklaring lokte een soort van schaamteloos verhoor uit, ten gevolge waarvan die woestelingen, onder voorwendsel van voor de veiligheid der republiek te waken, de beide vrouwen drongen hen naar de prefectuur van politie te volgen, waar zij in eene cel geworpen werden in afwachting, dat zij den volgenden dag voor den burger Ferré zouden verschijnen.

Wel is waar was er voor haar van dat verhoor niet veel gevaar te vreezen, maar het was zonneklaar, dat het haar onmogelijk zou wezen zich op het bepaalde uur bij den dokter te bevinden.

Louise was wanhopig : Margaretha verkropte haar verdriet om niet da wroeging van hare gezellin te vermeerderen, maar was diep bedroefd over deze treurige verwikkeling, die alles bedierf.

Zij was toen verre van te vermoeden, dat hare positie neteliger was dan zij dacht.

Sedert den vorigen avond waren de Versaillanen bij verrassing Parijs binnengerukt, de catacomben waren overweldigd en alles werd voorbereid voor het ontzettende slottafereel : de moord dei-gijzelaars en de verbranding van Parijs.

ocr page 41

37

III.

Het straatgevecht.

Wat gebeurde er toch ?

Het hotel der prefectuur van politie scheen overrompeld door een legioen dui vels : er heerschte een ontzettend gedruisch. Dooide smalle vensters hunner cellen zagen de gevangenen lichten heen en weer gaan, de gangen dreunden onder de zware treden van hardloopeiule, vloekende, gewapende mannen ; op de binnenplaatsen hoorde men het brieschen der paarden, het kletteren dei-sabels op de steenen, om de tien minuten kwamen renboden en vertrokken weder in galop. De bevelen volgden op de bevolen en tusschen het gedruisch in het gebouw drong bij vlagen het dolle gerommel van de over de kaden voortrollende kanonnen en dat gerekte gemurmel van de menigte door, schrikwekkend en beklemmend als dat van den opkomenden vloed.

De beide sidderende vrouwen zaten dicht tegen elkander aangedrukt, hare gewaarwordingen niet durvende uiten, luisterende zonder te begrijpen, de nadering van een groot onheil duchtende, waarvan zij den aard niet konden raden.

Tegen vijf uur van den morgen bulderde het kanon — tot dusverre zoo verwijderd dat het zich in de overige geluiden verloor — plotseling al nader en nader, het gevecht werd thans in de straten van Parijs geleverd.

Daags te voren om vier uur des namiddags door de poort van Saint-Cloud bij verrassing binnengetrokken, hadden de Fransche troepen vervolgens snel langs het viaduct van Auteuil op de poorten van Issy en Vaugirard aanrukkende, deze voor den generaal Cissey geopend.

Een uur later, zonder dat zij zelfs vermoedden, dat de vijand hen kon aanvallen, waren de voorposten der oproerlingen om-

ocr page 42

38

singeld, verplicht de wapens neer te leggen en onder goed geleide naar de gevangenissen van Versailles gevoerd.

Zoodanig was onder ander het lot van de beruchte barricade op den weg van Orleans ; van voren was het een ware sterkte, beschermd door grachten en bewapend met kanonnen. De gefe-dereerden rekenden op haar als op een fort; de aanvallers trokken haar onverwachts om, vielen haar verdedigers met de bajonet in den rug aan, dreven ze in hun eigen grachten en richtten met hun eigen kogels een groot bloedbad onder de vluchtelingen aan.

Het was het werk van weinige minuten : wat weerstand poogde te bieden, werd zonder mededoogen neergesabeld, de overigen gevat en naar Versailles gezonden, waar Vincent in den nacht een veel minder zegevierenden intocht hield dan hij zich voorgesteld had, zonder wapenen, zonder kepi, de kleeding in flarden en bespat met het bloed van zijn vriend Laurier, aan zijne zijde door een bajonetsteek getroffen en zieltogende achtergelaten op de barricade, waar hij vallende zich den schedel tegen den scherpen kant van een keisteen had verbrijzeld.

Zoo ging het nagenoeg eveneens met de buitenwerken van Montmartre, Belleville, Charonne en zelfs de barricade van de rue de Rivoli, het meesterstuk van den schoenlapper Gaillard, kolonel der genie.

Deze laatste had echter de groote eer een paar malen vuur te geven, toen een onverwachte instorting, door den schok teweeggebracht. artilleristen en opstandelingen ter aarde deed storten, voor zij den tijd hadden opnieuw te laden en het was alleen dank aan eene overhaaste vlucht, dat eenige gefedereerden onder een kogelregen der chassepots er in slaagden zich uit de gevaarvolle positie te redden, waarin de domme laatdunkendheid van den grooten ontwerper der verdediging van Parijs hen gebracht had.

Ret oogenblik was gekomen, waarop de patriotten te hunnen koste leerden, dat het minder gemakkelijk is eensklaps een bekwaam krijgskundige te worden dan een gegalonneerde kepi op te zetten en zich de lendenen met een rooden sjerp te omgorden.

Om twee uur 's morgens had het leger der orde zich bijna zonder slag of stoot meester gemaakt van de op het Trocadero

ocr page 43

SO

opgerichte batterijen en ze tegen liet Champ-de-Mars gekeerd; om vijf uren waren de Ecole Militaire en de kruitmagazijnen in zijne macht en vielen zijne granaten tot in de rue Saint Dominique.

Van het Pantheon, zoowel als van de andere hoogten, antwoordden de gefedereerden onhandig met hunne geheele artillerie en het was het gedonder van dit geduchte kanonvuur, dat de beide gevangen vrouwen hoorden zonder er zich rekenschap van te kunnen geven.

Het rumoer in de prefectuur van politie hield aan, zonder dat in al die drukte iemand scheen te denken aan de gevangenen, die in de cellan opgesloten en sedert bijna twintig uren van voedsel verstoken waren.

Eenigen dier ongelukkigen, die des morgens tevergeefs hun eerste ontbijt, daarna om negen uur hun tweede verwacht hadden, beginnende te vreezen, dat men hen van honger wilde doen sterven, trapten tegen de deuren en riepen luidkeels om de bewaarders.

Het was bijna middag; de bewaarders antwoordden niet, het kanon bleef niet hevigheid bulderen en in de richting van de rue de Vaugirard hoorde men het scherpe en regelmatige ratelen der chassepots.

Plotseling liet een gedruisch van paarden en wielen zich op de binnenplaats hooren, een compagnie gefedereerden, tot aan de tanden gewapend, stormde de gang binnen en de cellen werden met woest getier geopend.

Beangst door de nadering van het leger en zich in de prefectuur van politie niet veilig meer achtende, oordeelde de burger Ferré het noodig ten spoedigste te verhuizen, ten einde dichter bij de door hem aan den dood gewijde gijzelaars te zijn ; overwonnen, voelde hij met nog des te grootere hevigheid zijne bloeddorstige lusten ontwaken en bereidde hij niet de woede van de vertwijfeling de lang door hem en zijne afschuwelijke medeplichtigen beraamde wraakoefening voor.

Door zijn lijfwacht van beulen omgeven, had hij alvorens heen te gaan nog nieuwe slachtoffers willen uitkiezen, ten einde ze naar de voor de algemeene slachting bepaalde plaats Mazas of ]a Roquette mede te sleepen.

ocr page 44

40

Afgrijselijk van toorn, met het schuim op de lippen, het pistool in de hand ging hij van cel tot cel, deed er de gevangenen uithalen en wees met een kort, woest gebaar diegenen onder hen aan, die ten spoedigste naar Ia Roquette vervoerd moesten worden.

Hun lot was geschreven op het vlammend gelaat van den rechter zoowel als op de onheilspellende tronies der gefedereer-den ; door een teeken van Ferré aangewezen, werden zij ruw in het midden der gelederen geduwd, met touwen gebonden, grof beschimpt, zelfs mishandeld indien zij de uniform van het geregelde leger droegen, en zoo mogelijk nog ruwer behandeld, wanneer de moordenaars in hen gendarmen, politieagenten, vooral priesters of religieuzen meenden te herkennen.

Onder de slachtoffers waren er verscheidenen zelfs niet ondervraagd geworden ; den burger gedelegeerde bij de justitie was zoowel hun naam onbekend als de misdaad, die hun ten laste gelegd werd, maar dat was hem om het even, mits het bloed slechts met stroomen vloeide en hij zich voor zijn dood, daar hij toch niet kon ontvluchten, in het gezicht van de slachting kon verlustigen, zijn lafhartigheid in een bloedbad versterken.

Op de binnenplaats brulden hellevegen, dronken van wijn en bloeddorst, de Carmagnole, terwijl zij woest rondom de kar dansten, omringd door een afzichtelijke menigte, die onder de gruwzaamste verwenschingen eischte dat men hun de Versail-lanen zou overleveren om ze te verscheuren.

Het was een schouwspel de hel waardig.

Louise en Margaretha zaten alleen in hare cel.

Bij hot zien dier beide vrouwen haalde Ferré minachtend de schouders op.

Men duwde haar ruw in een hoek, waar eenige vrouwen en kinderen, door schrik verlamd, bijeenstonden.

Den gefedereerden was het niet om vrouwen te doen en zij schenen zeer ontevreden zoo veel uitschot in de gevangenis te vinden ; gelukkig bood de volgende cel eene schoone vergoeding-voor die teleurstelling aan; in dezelfde cel had men twee priesters en een soldaat opgesloten; hunne verschijning werd begroet door verwenschingen en twintig armen grepen hen gelijktijdig

ocr page 45

41

aan en duwden hen in de gelederen onder de kreten van: »Ter dood met de calotins! Ter dood met de moordenaars!quot;

Nadat alle cellen geledigd waren, dreven een dozijn gefedereerden het uitschot met kolfslagen in een ruimer vertrek, dat tot gevangenis kon dienen en waarvan de tralievensters op de straat uitkwamen. Een bewaarder sloot de zware deur op liet nachtslot en de gendarmen der Commune verwijderden zich, terwijl zij hunne prooi medevoerden.

Een ontzettend gebrul verkondigde den opgeslotenen, dat de gevangenen op de binnenplaats verschenen waren, geweerschoten weerklonken, men hoorde een gedruisch als dat van een gevecht van wilde dieren, die elkander de bloedige stukken van een prooi betwisten; daarop boven liet gekrijsch der furiën de scherpe stem van Ferré een bevel geven ; do hoeven dei' paarden knarsten over de keien en de kar zette zich in beweging, gevolgd door de horde bloeddorstigen, die een dubbele rij gefedereerden met moeite in bedwang kon houden.

Daarop heerschte er in de gevangenis, een graf geworden, een ongewone, schrikwekkende, doodsche stilte, alleen afgebroken door het geweeklaag der in de zaal opgesloten vrouwen.

Buiten was de hemel helderblauw, de Meizon straalde in haar vollen luister en de Seine stroomde helder als een kristal, waarin zich de paleizen afspiegelden, die hare boorden zoomden.

Maar de alarmklok klepte onafgebroken, het ratelend gekraak der mitrailleuses bleef zich vermengen met het knetteren van het geweervuur, de granaten sprongen met donderende slagen en in het azuur des hemels ontplooide zich do roode vlag als een groote bloedvlek.

Dat alles raadde Magaretha eerder dan zij het zag door de reten van de planken luifel, die buiten voor de traliën gespijkerd was om alle gemeenschap van binnen met de straat te verhinderen.

Deze tegen de gevangenen genomen voorzorg was misschien een der voornaamste omstandigheden, die er op dat gevaarvolle oogenblik toe bijdroeg om haar het leven te redden.

De gefedereerden kwamen namelijk met groote hoopen in de

ocr page 46

straat voorbij, uit de dooi' liet leger Ingenomen wijken teriig-trekkende op het stadhuis en achter de barricades, die van het paleis der Commune een citadel maakten in het hart zelve van Parijs.

Indien een dier sombere, wanhopige, met bloed bedekte, door kruitdamp zwarte mannen, die met troepen en in de grootste wanorde terugtrokken, van woede knarsetandende, de hand krampachtig gekneld om den rookenden loop hunner geweren, een depot van Versaillanen vermoed had, indien vooral een dier heldinnen van den petroleum, een dier afzichtelijke hellevegen, erger dan de bloeddorstigsten onder de gefedereerden, gevangen vrouwen ontwaard hadden in de prefectuur van politie, die zij geheel ontruimd waanden, is het mogelijk, dat daar een dier bloedige drama's plaats gegrepen hadde, die verschillende punten dei-stad met bloed bezoedelden en inzonderheid de rue des Hosiers, den rondeweg en de al te beruchte rue du Haxo.

De in de zaal opgesloten vrouwen, die door de gefedereerden als vergeten waren, begrepen het afgrijselijke en gevaarlijke van haar toestand, wel verre dan ook om hulp te roepen, zwegen zij doodstil, zonder klagen de folteringen van den honger verdurende.

In de grootste benauwdheid verbeidden zij hare bevrijders, het leger, dat. Parijs binnengetrokken, er zich waaiersgewijze ontplooide, gereed om zich als een net zonder uitgang te sluiten en de gefedereerden, onbekend met de bekwame krijgskundige beweging, die rondom hen plaats greep, te vangen.

God had mededoogen met de ongelukkige slachtoffers veroordeeld om door den honger of het vuur in de prefectuur van politie om te komen, en Hij veroorloofde dat er zich onder de laatste beambten, die de Commune er achtergelaten had, een bewaarder bevond, die menschelijker was dan zijne kameraden.

Hij bracht de gevangene vrouwen een mand met brood, eenige kruiken met water en beval haar aan zich stil te houden, om geen gevaar te loopen, dat het woedende gepeupel de gevangenis overrompelde en haar om het leven bracht.

Die buitengewone edelmoedigheid vond misschien nii?t uitslui-

ocr page 47

43

tenk haar grond in het verlangen om goed te doen; maar de even voorzichtige als grootmoedige patriot maakte zich geen begoocheling meer omtrent de wanhopige positie van de regeering, die hij gediend had, enrekende op de erkentelijkheid dor vrouwen, wie hij het leven gered had om hem tegen de Versaillanen te beschermen.

Ondanks de verzekering van dien bijstand ontstond er nochtans onder de gevangenen een oogenblik van ontzettonden angst; dooide reten van de luifel ontwaarde een harer aan de zijde der Tuilerieën een dikke wolk van zwaren rook met een purper schijnsel verlicht, men zou gezegd hebben, dat het paleis in brand stond en het helsche plan om geheel Parijs in asch te leggen een begin van uitvoering had genomen. A) de op bevel van het comité ondermijnde gebouwen konden elk oogenblik in de lucht springen of in een door den petroleum gevoeden vuurpoel veranderen; verbranden of in de lucht spr'ngen; het vooruitzicht was ontzettend. Margaretha stelde haar gezellinnon gerust met de bemerking, dat de opstandelingen, meester van de Tuilerieën, hun vernielingswerk niet zouden hebben begonnen met een positie, waar zij nog lang weerstand konden bieden; zij stelden zich gerust met de gedachte dat die rook voortkwam door den brand van een particulier huis, ontstaan door granaten der batterij van de Triomfboog, en de gefedereerden wel verre van de vlammen aan te wakkeren, zich integendeel beijverden hare vernielingen te bestrijden.

Van die twee tegenstrijdige veronderstellingen was noch de een, noch de andere, gelijk dikwijls in een dergelijk geval plaats heeft, de ware, en de vlammen verteerden, zonder dat iemand er zich aan liet gelegen liggen, geen paleis of een bijzonder huis, maar doodeenvoudig een in de Seine vastgemeerd vaartuig.

De dag van den 22n was slechts een lange afwisseling van angsten en verwachtingen; de nacht viel in, minder luidruchtig, minder woelig, het kanon zweeg en er ontstond eene betrekkelijke stilte. Van beide zijden zochten de afgematte strijders in een onrustigen slaap nieuwe krachten om den broedermoordenden strijd voort te zetten.

Deze word hervat met het aanbreken van den dag en duurde

ocr page 48

44

tot den avond; maar ditmaal was er geen begoocheling omtrent den uitslag mogelijk: de overwinnende Versaillanen trokken voorwaarts, de opstandelingen, waarvan er reeds meer dan 6000 in de handen der soldaten van de orde gevallen waren, voor zich uitdrijvende; de anderen gingen voort met de woede der vertwijfeling te vechten; de straten waren bezaaid met dooden, de

huizen stortten in onder de kogels; aan alle kanten braken bran- , .

0 ' het

den uit door het springen der granaten aangestoken; de Com- ^

mune bestond niet meer: na eene laatste zitting, des morgens in ^ het stadhuis gehouden, hadden hare leden zich in hunne eigene wijken vespreid, de laatste leiding der worsteling overlatende aan ^ de hloeddorstigste leden van het Comité van het openbaar wel- ^ zijn, terwijl Ferré in zijne grenzenlooze woede het briefje gekrab-held had; ygt;Ilt;uiles flamber finances.quot; (steekt Finantiënin brand) ^ ^ hetwelk het eerste sein was van een der verschrikkelijkste aanslagen, die ooit in een beschaafde stad gepleegd werd. j

De eevaneren vrouwen waren natuurlijk onbekend met de bij- ,

.. kne

zonderheden van dien bloedigen dag; maar zij zagen den stroom

der vluchtelingen toenemen en hoorden het gebrul der met de |

quot; 0 en

iioe

en

(

1

het bez het reu dei

sto vat

tin

om gei

J'

\velt;: bar ben

• vra; 2

^ vol!

brandstichting belaste furiën.

Om twaalf uur bracht de medelijdende bewaarder wederom brood aan de ongelukkigen: hij scheen aan de wroeging ter prooi en had bij het heengaan de deur niet gesloten.

Om hetzij vrijwillig, hetzij uit achteloosheid zulk een inbreuk op de bestaande voorschriften te kunnen maken, zonder dat het opgemerkt werd, moesten er wel zeer ernstige gebeurtenissen plaats gegrepen hebben.

De gevangen vrouwen hielden raad. Er werd overeengekomen dat men tot den avond zou wachten en dan onder begunstiging der duisternis zou trachten bij groepen van hoogstens drie of vier de vrijheid te hernemen.

Tot groote verbazing der eersten, die zich in de gangen waagden, ontmoetten zij niemand; de trap, de binnenplaats, alles scheen verlaten. Alleen stonden er petroleumvaten langs de muren en op die vaten wachtten de brandstichtende lonten op de vonk. Het was hoog tijd om te vluchten.

ocr page 49

45

Margaretha en Louise gingen de straat op en sloegen den weg naar Saint-Sulpice in. De straten waren doorsneden niet barricades, bezet door opstandelingen in hemdsmouwen, echte benden booswichten; de vrouwen werden aangehouden, ondervraagd, ruw teruggestooten. Men mocht niet voorbij.

Zij richtten hare schreden naai' de rue du Bac: daar was veel volk; vrouwen en kinderen bestreken met petroleum de Munt en het Instituut; gefedereerden doorzochten de huizen om er de achterblijvers op te sporen en hen te dwingen aan den strijd deel te nemen; anderen werkten koortsachtig aan de oprichting-van nieuwe barricades; iets verder verlichtte een bloedig schijnsel als een onmetelijk Bengaalsch vuur razende, tierende groepen ; de Seine scheen bloed in plaats van water te bevatten en door wolken dikken rook stak een ontzettende brand van alle kanten hare vurige tongen door de tallooze ramen van de Consignatiekas, de Rekenkamer en het paleis van het Legioen van eer.

De menigte brulde, de balken kraakten met een akelig geknetter, de hemel, door een grijsachtig met zwarte plekken afgewisseld floers overdekt, werd gestippeld door niillioenen vonken, en de wind, die de vlammen kromde, nam in de ruimte mil-lioenen brandende papieren en sprankels mede, die zich heinde en verre over de wijk verspreidden.

Ook daar mocht men niet voorbij.

De Versaillanen waren dicht bij ; van de eene zijde bijna tot liet Wetgevend Lichaam genaderd en het Hótel des Invalides bezettende, dat de gefedereerde artillerie van de hoogten van liet Pantheon uit allo macht bestookte, van de andere, de Tuile-reiën en het Louvre insluitend, die nog ten deele door het leger der Commune bezet werden.

Een afdeeling petroleuses, die van de Pont-des-Arts kwam, stormde naar de rue Mazarine om nieuwe branden in de wijk van het Pantheon aan te stoken.

Tot eiken prijs wilden de beide vrouwen de rue des Feuillan-tines bereiken, de eene om haar dochtertje te vinden, de andere om zich bij haar vader te voegen; zij vermengden zich onder den gemeenen hoop en bereikten met de brand stichtsters de Place

ocr page 50

46

Saint-Sulpice. De oproerlingen bezetten het met een groote macht en bereidden zich voor tot een hardnekkigen strijd tegen de troepent die een gedeelte der rue de Vaugirard overmeesterd hadden.

Hun aanvoerder, een soort van reus met een dierlijk voorkomen, had zich voorgenomen van de Croix-Rouge tot de rue du Vieux-Colombier een scheidsmuur van vlammen op te richten, om de langs de rue du Cherche-Midi komende aanvallers tegen te houden; hij veranderde derhalve de richting van het bataljon petroleuses en beval haar de huizen van de kruisstraat de la Croix-Rouge te gaan bestrijken.

Wat was er de furiën aan gelegen, mits zij slechts haar dui- ^ velachtigen haat konden koelen door zoo veel mogelijk kwaad te doen ; zij togen onmiddellijk derwaarts op weg onder het gillen 1 van de Marseillaise en het uitbraken van godslasteringen en ver-wenschingen.

Deze nieuwe bestemming van het korps petroleuses noodzaakte ^ Margaretha en hare gezellin zich opnieuw van het Pantheon verwijderen, en stolde haar aan het gevaar bloot van niet voor den | volgenden morgen hare woning te kunnen bereiken, en hetgeen 3 nog erger was, om misschien in de handen der soldaten te i vallen, die niet in gebreke zouden blijven haarnaar Versailles te voeren. | Juffrouw Schültz verzocht derhalve den aanvoerder verlof het i plein te mogen overgaan en naar hare woning in de rue des q Feuillantines terug te keeren.

i)Ga met de anderen mede,quot; antwoordde de woesteling; »van- J daag is er geen sprake van huis of familie; het geldt voor alles I het welzijn der republiek.quot;

Deze ruwe afwijzing verhinderde het meisje niet te blijven ? aandringen en Louise paarde hare smeekingen aan de hare.

Op die beden antwoordde de aanvoerder met afschuwelijke j vloeken, en zich daarop tot eenige bandieten wendende, :| schreeuwde hij :

«Daar die burgeressen bang zijn, sluite men ze op in de kelders van Sulpicius; zij zijn gewelfd en daar zullen zij niets voor haar mooio huid te vreezen hebben.quot;

ocr page 51

47

sCommandant, gij beschouwt ons als verdachten,quot; riep Louise uit; szie, hier is mijn kaart, ik ben de vrouw van den burger Vincent, een der Wrekers van Flourens.quot;

«Laat mij met rust met uw Wrekers, morgen zullen wij zien; voor het oogenblik naar den kelder.quot;

1 wee bandieten vatten haar elk by een arm en voerden haar naar de crypte der kerk van Sint-Sulpicius, die een hoofdwacht der gefedereerden geworden was.

Die ontheiligde kapel geleek een roovershol, het altaar was in een rek voor de geweren veranderd en de trede in een tafol bedekt met flesschen in de omliggende huizen opgeëischt.

Aan ontvluchten uit dat hol viel niet te denken; de beide vrouwen waren genoodzaakt daar te blijven en de schandelijkste gesprekken, vermengd door gruwelijke godslasteringen aan te hooren.

Den volgenden ochtend om negen uur hadden zij hare invrijheidstelling nog niet kunnen verkrijgen, en onderhandelden met een halfdronken sergeant om haar toe te staan ten minste in de buurt levensmiddelen te kunnen gaan koopen, toen een vreese-lijke ontploffing, die de kerk tot in hare grondvesten schokte, al de verschrikte gefedereerden naar buiten deed stormen. De beide gevangen vrouwen maakten van de daardoor ontstane verrassing gebruik om eveneens naar buiten te snellen.

Aan de zijde van het Luxemburg en boven het paleis steeg langzaam naar den hemel een rookwolk op ; steenen, brokstukken van allerlei aard, door het geweld van de ontploffing in de lucht geslingerd, vielen hier en daar rookende en verkoold neder, de luiten van alle ramen, door de trilling verbrijzeld, bedekten het plein en men kon geen voet verzetten zonder op glas te trappen.

Het was het kruitmagazijn van het Luxemburg, dat in de lucht gevlogen was. Van hun eersten schrik bekomen, verheugden zich de gefedereerden over die opzettelijk voorbereide ramp: men zeide op het plein dat een geheel linieregiment vernietigd was.

Dit zou werkelijk het geval hebben kunnen wezen, indien de

o te jen ercl

ij ven

lijke nde,

kei-voor

ocr page 52

48

gefedereerde, belast met het aansteken van de lont, zich uit vrees van overvallen te worden niet te veel gehaast had ; de aanrukkende troepen hadden niets van de uitbarsting te lijden,

maar men wist dit niet op het plein evenmin als den gefede-reerden in de voorstad van den Tempel de inname der hoogten van Montmartre bekend was; er heerschte niet de minste eenheid in de verdediging en elke bende gefedereerden handelde naar eigen goedvinden.

Het paleis van het Luxemburg was ook ondermijnd, zoowel als de Sint-Sulpicius, het Odeon en alle andere monumenten, die, als zij in de handen van het leger vielen, insgelijks in de lucht zouden vliegen; de bevelen waren stellig, de overwinnende Versail-lanen moesten slechts puinhoopen en lijken overmeesteren.

Bijna te zelfder tijd stegen de vlammen uit de huizen van de Carrefour de la Croix-Rouge op. De soldaten der orde waren dus niet door de uitbarsting van het kruitmagazijn weerhouden jzljn geworden en hunne voorste kolonnes vertoonden zich aan de Car-refour du Vieux-Colombier, waar men genoodzaakt was hun een Svas barricade van vuur tegenover te stellen. met

De petroleuses hadden haar helsche taak volbracht en verspreid- Jte b den zich nu in de aangrenzende straten, de deuren besmerende D en haar brandbare vloeistof door de luchtgaten der kelders in de huizen werpende.

De straten du Dac en de Lille, het ministerie van Financiën, het Louvre, de Tuilerieën, het paleis van Justitie brandden met ongehoorde hevigheid; de hemel was bedekt met een dikken en roodachtigen rook, en de lucht, diemen inademde, bezwangerd met !

asch en doortrokken met den walglijken reuk van den petro- . O; leum; mocht de wind opsteken, dan waren er nog maar wei- tomn nige uren noodig en van de in een oceaan van vuur verzwolgen, wonderschoone hoofdstad zou er nog slechts een onmetelijke, zwarte, verkoolde, rookende massa overblijven. ^iarte

Door een onweerstaanbare nieuwsgierigheid gedreven, had- het i den eenige bewoners van het plein hunne deuren op een Dc kier geopend om te trachten eenige inlichtingen te bekomen, feder Louise duwde hare gezellin in een huis, waarvan zij zonder verw

den snel O

open

beke )/. men »( de v tight »1 aang

woor kan

Eo volzii ïewe

trek, volle

ocr page 53

49

ideii portier te woord te staan, die liaar den weg wilde versiierren, snel de trap opklommen.

Op de derde verdieping vonden zij op het portaal eene deur openstaan; zij traden binnen.

»Wie zijt gij en wat wilt gij?quot; riep eeue dame, de beide onbekenden ziende binnenkomen.

))Tvvee ongelukkigen, die aan de handen der bandieten ontkomen zijn,quot; antwoordde Louise.

»Gaat heen, gaat heen ! AVij kunnen u niet beschermen,quot; sprak de vrouw, haar de deur wijzende met die zelfzuchtige hardvochtigheid, welke de vrees maar al te veel in het leven roept.

«Blijft integendeel,quot; zeide een grijsaard, die, door het gerucht aangetrokken, op den drempel van een aangrenzende kamer ver-I scheen.

»Maar, vader, die vrouwen zullen u in gevaar brengen; zij ■zijn verdacht bij de gefedereerden,quot;

»Mathilde,quot; antwoordde de grijsaard gestreng, «uwgrootvader jHvas ook verdacht, toen eenige goedhartige boeien hem in 'OU met gevaar van hun leven verborgen; gedenk dat gij een schuld te betalen hebt.quot;

Da jonge vrouw gaf geen antwoord, maar sloot de deur met de woorden: «Ziedaar het gevolg van alles open te laten staan, men kan nooit....quot;

Een vreeselijke kreet; «te wapen!quot; onderbrak haar begonnen volzin; de hoorns schetterden en er ontstond op het plein een geweldig rumoer, gevolgd door een doodelijke stilte. • '3 Versaillanen!quot; liep de grijsaard.

.! Op hetzelfde oogenblik deed zich een kort en luidklinkend commando vernemen, een dubbele lichtstraal verlichtte het vertrek, een geduchte knal deed de meubelen waggelen en twee volle kogels zonden, de Lruin der barricade van de rue Bonaparte afschietende, een waar schrootvuur van keisteenen tot ia ■ het midden van het plein.

l)oor het raam zag men niet de soldaten^ maar alleen de ge-, federeerden, die achter hunne barricades op den buik lagen en verwoed laadden en schoten.

4

ocr page 54

50

Een kanon, of liever een mitrailleuse, op den hoek van Sint Sulpicius staande, werd op last van den commandant voortgetrokken om op de artillerie der Versaillanen te antwoorden, maar vóór het opgesteld kon worden, verbrijzelde een kogel zijn affuit, terwijl het kantelende twee artilleristen doodde.

Te gelijk bestormden de roodbroeken met gevelde bajonet de barricade.

Er had een vreeselijke worsteling plaats, waarna de roodbroeken eensklaps als een stortvloed het plein vulden, waarvan drie barricades te gelijker tijd genomen werden.

Er volgde een algemeene, overhaaste vlucht der gefedereerden naar het Pantheon, dat, geducht gewapend, hun een laatste wijkplaats aanbood. Alles was nochtans op het plein niet geëindigd; verrast door de snelheid van den aanval, hadden eenige groepen oproerlingen den tijd niet gehad de mairie te verlaten en gingen voort met door de met matrassen gedekte ramen te vuren; een geweerschot uit de vierde verdieping van een naburig huis trof doodelijk een jong korporaal bij de fontein.

Margaretha, die door het raam, waarvan geen enkele rnit meer heel was, de wisselingen van den strijd volgde, zag de soldaten met kolfslagen de deur inbeuken en in het huis verdwijnen; waaruit gevuurd was; eenige geweerschoten knalden, daarop vloog het raam van de rierde verdieping wagenwijd open, een gefedereerde, zwart van den kruitdamp, stapte in het kozijn, loste zijn karabijn op de op hem indringende soldaten, stiet een laatsten kreet uit van; «leve de Commune!quot; en naar beneden springende verbrijzelde hij zich de hersenpan op de straatsteenen.

Ter gelijker tijd werd de mairie overweldigd; geweerschoten, geschreeuw, gejammer deden zich hooren; daarop werd alles stil en de soldaten kwamen weer naar buiten, lijken mededragende, die zij op het trottoir nedeiiegden en twee of drie oproerlingen, bebloed, bleek, met gescheurde uniformen, voortsleurende, die zij voorloopig opsloten in de crypte, welke dien nacht aan juffrouw Schültz tot gevangenis gediend had.

Het plein was genomen, het verzet geëindigd; terstond gingen alle deuren open en uit de kelders, waarin zij zich verborgen

ocr page 55

51

hadden, kwamen van alle kanten mannen, vrouwen en kinderen te voorschijn, die het leger toejuichten, van blijdschap weenden, de hand drukten aan hunne bevrijders en hun sigaren, wijn en levensmiddelen brachten.

Meer dan tweehonderd lijken lagen op het plein, dat overdekt was met in plassen bloed verstrooide gebroken wapenen, kepi's, patronen en munitjim; aan den voet der barricades, daar, waar het gevecht het hardnekkigste was geweest, lagen dooden en gekwetsten, die zieltoogden en zich in stuiptrekkingen kromden.

De dooden werden op het trottoir van het seminarie van Sint-Sulpicius neergelegd, de gekwetsten in de vestibule der mairie. De kelders, de riolen werden onderzocht, de ijzerdraden in de mijnkamers uitkomende, zorgvuldig afgesneden, want alles was voorbereid om de kerk, het seminarie en verscheidene huizen in de lucht te doen springen; de gefedereerden hadden den tijd niet hunne misdadige plannen ten uitvoer te leggen en de wijk werd voor de verwoesting gespaard.

In het paleis van het Luxemburg waren zij niet gelukkiger; verrast door de verschijning der Versaillanen op het oogenblik, dat zij toebereidselen maakten om de petroleumvaten den bodem in te slaan, hadden zij slechts even den tijd het hazenpad te kiezen en het gevecht werd in de wijk van het Pantheon met dezelfde verwoedheid weder voortgezet.

Het gegeven wachtwoord luidde: )»Brandt Parijs plat.quot;

Naar het scheen hadden de gefedereerden van het Panthaon het zich ten taak gesteld vooral dat gedeelte van het verfoeilijk programma te vervullen.

Gedurende de vier uren van de woedende bestormingen, die het leger noodig had om de barricades van de rue Soufflot en andere op liet Pantheon uitkomende straten te veroveren, hield ile artillerie der gefedereerden geen minuut op met de wijk te bombardeeren en een regen van granaten op het Hotel des Invalides af te zenden, waar, naar zij wisten, een groote voorraad nitro-glycerine en dynamiet opgestapeld lag, waarvan een enkele vonk een vulkaan kon maken, die honderden huizen vernielen en heinde en verre dood en verschrikking verspreiden zou.

ocr page 56

Nog meer belust op verwoesting slopen de pelroleuses, in de reeds door het leger bezette deelen der stad verstrooid, behoed-zaam langs de buizen, onder baar versleten kleedeien llesscbcn petroleum verbergende en begoten snel een deur of wierpen gedrenkte lappen in de kelderopeningen. Daar waar zij, scbijn-baar argeloos, voorbijgegaan waren, brak plotseling een brand uit.

Deze helscbe handelwijze werd een geruime poos voortgezet, eer men bet complot ontdekte; sinds dat oogenblik schonken de so'daten geen lijfsgenade meer aan die afschuwelijke hellevegen. Wanneer zij haar op heeterdaad betrapten, plaatsten zij ze tegen een muur en schoten ze dood: maar de overigen zetten niettemin baar gevloekt werk voort; de vlammen volgden op de vlammen, dikke rookzuilen stegen op honderd plaatsen te gelijk op en zoodra zich een nieuw brandend punt vertoonde, kwamen reusachtige petroleum bommen van lOO a 150 kilo's, door de batterijen van Menilmontant, Belleville of Père-la-Chaise geworpen, het vuur aanwakkeren door in de huizen neer te slaan, op welker puinen zij vijf of zes liters brandende petroleum uitstortten.

Om de verwoesting te stuiten was er slechts één middel: de gefedereerden uit hunne laatste verschansingen verdrijven en hun hunne kanonnen ontnemen. Maar zij wilden gewroken sterven en vochten als wanhopigen, niet meer voor de overwinning, niet meer voor hun behoud, maar voor den ondergang van Parijs.

Die woedende tegenstand verbitterde de soldaten; het gevecht ontaardde in een strijd op leven of dood, de lijkon vielen op de lijken, men waadde door het bloed. Eindelijk werd de barricade stormenderhand genomen, de deuren van het Pantheon open-geloopen, de vluchtelingen nagezot tot in do kelders en gedood, voor zij ook daar den tijd hadden de lont in het kruit te steken om zich onder de puinhoopen te begraven.

Het was aan die zijde het laatste bolwerk van den opstand; hij werd in het bloed gesmoord. De gefedereerden hadden geweigerd zich over te geven; de soldaten waren zonder mededoogen: mannen en vrouwen, allen werden gedood.

Op sommige plaatsen trad men tot aan de enkels in het uloed. Niets hield de beide vrouwen langer terug; sprakeloos van af-

ocr page 57

grijzen, spoedden zij zich naar de rue des Feuillantines, de rue Gay-Lussac doorgaande, die vol lijken van gefedereerden lag.

Zelfs na hun dood behielden die ongelukkigen een akelige uitdrukking van razernij; met verstijfde armen, gebalde vuisten schenen zij hunne gebroken wapenen te zoeken en nog te dreigen.

Een orkaan van kogels en granaten had daar gewoed, de muren droegen er de diepe sporen van, de gebroken lantaarnpalen bezaaiden met hare overblijfselen de omgewoelde straat-steenen; stuk geschoten huizen vergunden door hunne wijde, geopende wonden het gezicht op hun door de granaten deerlijk verwoest inwendige; eenige waren ingestort en uit hare smeulende puinhoopen stegen zwarte rookwolken op, die de ademhaling belemmerden.

De nationale gardes, aan wie de politie der straten door de overwinnaars opgedragen was, lieten niemand die puinhoopen naderen; zij deden het midden van de straat houden en de toon, waarop zij de personen, die zich op de trottoirs waagden, gelastten die te verlaten, bewees, dat zij geneigd waren het consigne gestreng te doen eerbiedigen.

Louise en Margaretha dachten er niet aan om aan de gegeven bevelen niet te gehoorzamen of om stil te blijven staan, ten einde het akelig grootsch schouwspel der op de oevers van de Seine aangestoken branden gade te slaan; verscheidene malen door de wachten op straat aangehouden, bereikten zij eindelijk, hijgende van ontroering en bekommering, den ingang van de rue des Feuillantines en bleven eensklaps als door den donder getroffen staan.

De huizen met de nummers 6 en 8 bestonden niet meer.

Op de plaats, die zij innamen, zag het oog niets meer dan een vormloozen hoop steenen, dakpannen, verkoolde balken, waar-tusschen zich zwart geblakerd, van zijn schors beroofd gelijk de paal van een galg, de boom verhief, waaronder de goede pastoor van Sint-Gertrudis gewoon was te gaan zitten.

De beide vrouwen gaven een gil van ontsteltenis en ijlden naar de puinhoopen.

ocr page 58

54

»Terug!quot; riepen de nationale gardes, haar de punten hunner bajonetten voorhoudende.

Maai- zij wilden naar niets luisteren; men moest geweld gebruiken ; zij verzetten zich: Louise had hare kleine Laura toevertrouwd aan de zorgen eener brave vrouw in nummer 6, en de puinhoopen van nummer 8 hadden den toegang versperd, die naar de gewelven voerde, waarin de brouwer, de pastoor van Sint-Gertrudis en Rosa opgesloten waren; Louise sidderde voor hare dochter, Margaretha voor haar vader.

Men was op het punt haar naar de wacht te brengen, toen een garde, die in dezelfde straat woonde, in Louise de vrouw van Vincent den gefedereerde hei-kende en dit aan zijne buren mededeelde. Meer was er niet noodig om bijkans een oproer te verwekken; de vrouw van een gefedereerde kon niets anders zijn dan een petroleuse en het was niet naar de wacht maar naaide gevangenis, dat ze gebracht moesten worden.

In zulk een oogenblik van verbittering, terwijl de huizen van de rue du Bac als een laan van vuur vormden, op honderd verschillende punten van Parijs plotseling branden uitbraken, de Tuilerieën en de ministeries in lichte laaie stonden, was het niet te verwonderen, dat de verdenking zich vestigde op twee weenende vrouwen, die zich eerst kortelings in de wijk gevestigd hadden, waarvan eene de echtgenoote van een Wreker van Flourens was, de andere, een onbekende en die, beiden, na gedurende de dagen van het schrikbewind verdwenen te zijn, juist op het oogenblik weder te voorschijn kwamen, waarop de troepen zich van het Pantheon meester gemaakt hadden, dat dooide gefedereerden, misschien door Vincent zeiven verdedigd werd.

Wat zij ook zeiden om haar onschuld te bewijzen, haar geschiedenis was te onwaarschijnlijk om geloofd te worden, en de bevelhebbers der wacht hadden het te druk om haar te ondervragen.

Verscheid enen van den hoop en dit waren degenen, wier gedrag het dubbelzinnigste onder het schrikbewind geweest was, waren van oordeel, dat men met die petroleuses maar korte metten moest maken door ze dood te schieten; anderen, die den maat-

ocr page 59

oo

regel wat al te kras vonden, stelden voor haar naar Versailles te zenden; de kapitein vergenoegde zich haar naai- het gasthuis Val de-Grace te doen brengen, om er voorloopig opgesloten te •worden.

Tijdens het beleg van Parijs door de Pruisen had Margaretlia verscheidene dagen als ziekenverpleegster onder de bevelen van zuster Rosalie gediend. Zij hoopte zich te doen herkennen; maar zuster Rosalie en diegenen der overige zusters, op wie zij zich kon beroepen, waren in de ambulances verspreid en voorloopig werden de beide gevangenen met andere verdachte personen, op verschillende punten in de wijk gevangengenomen, opgesloten.

Voorzeker, hare gevangenschap was op verre zoo hard niet als die van de prefectuur van politie of de crypte van Sint-Sulpicius; hare bewakers behandelden haar met een zachtheid, waaraan de bewaarders der Commune haar niet gewend hadden, terwijl de commandant van de wacht juffrouw Schültz veroorloofde aan haar broeder George een briefje te schrijven, dat de brave kapitein, na het gelezen te hebben, beloofde aan het adres te zullen doen toekomen, maar dat alles stilde hare ongerustheid niet omtrent het lot dergenen, die haar dierbaar waren, en het was niet te verwachten dat Geoige, gesteld dat hij noch gewond noch gedood was, met den besten wil van de wereld zijn bataljon zou kunnen verlaten om zijne zuster te hulp te komen, alvorens de strijd geëindigd was.

Wat werd er intusschen van den heer Schültz en den pastoor, die in de onderaardsche gewelven opgesloten zaten, welke zich onder Val-de-Grace uitstrekten? Wat werd er van Laura? Was zij in den brand omgekomen, had zij kunnen vluchten ? Waar en hoe haar terug te vinden?

De beide lotgenooten waren troosteloos bij de gedachte, dat elke minuut, die verliep, den toestand verergerde dei genen in wie zij belang stelden en er waarschijnlijk niet alleen uren, maar dagen verstrijken zouden, alvorens het bevel tot hare invrijheidstelling gegeven werd.

Intusschen nam het aantal der in de kelders opgesloten gevangenen steeds toe. Eenigen bewaarden een somber stilzwijgen ;

ocr page 60

56

anderen, daarentegen, woedend over hun nederlaag, brachten do onrustbarendste geruchten in omloop : de moord der gijzelaars, de instorting der Tuilerieën, waarbij tien duizend Versaillanen verpletterd werden, vreeselijke ontploffingen, waarbij geheele regimenten den dood vonden.

Die tijdingen voedden de ongerustheid, maar er was er een, die de beide vrouwen van schrik deed verstijven.

Tegen acht uur 's avonds werd een gefedereerde gebracht, die tot het corps mineurs behoorde en verrast werd op het oogen-blik, dat hij den kelder van de rue Soufflot verliet; zijne kleederen waren bevlekt met die witachtige, kleverige laag, waarmede de wanden van de onjleraardsche gewelven bedekt waren; de overspanning van dien bandiet grensde aan razernij.

'gt;Ja, ja,quot; riep hij, schuimende van woede uit, «verheugt u, moordenaars, handlangers van den eerloozen Thiers, plant uw vrijheiddoodende lap op den koepel van het Pantheon, beschimpt de overwonnenen, vermoordt onze vrouwen en kinderen, het uur der gerechtigheid gaat slaan, honderden onzer broeders arbeiden op dezen stond in onderaardsche gewelven, aan u onbekend, onder dit gebouw waarin gij ons opsluit; zij zullen omkomen en wij met hen, maar gij zult met ons in het gapende graf nederploffen.quot;

^Vervloekt!quot; antwoordde een oude bandiet, d e tot dusverre als een wild dier ineengedoken in een hoek gezeten hebbende, plotseling opsprong, »wij zijn door verraders verkocht geworden en ik heb do Versaillanen hij de barrière d'Enfer met toortsen in de onderaardsche gewelven zien afdalen.quot;

:eln het bovennet, ik weet het, dit is aan iedereen bekend, maar daaronder is een ander, dat met het eerste gemeenschap heeft door een deur, die zoo goed verborgen is, dat er jaren zouden verloopen, eer zij die ontdekten,quot; riep de gefedereerde mineur uit; -oin deze laatste wordt de wraak voorbereid; de zuilen houden niet meer, do verwulfsels dreigen in te stoiten. Van de muren hunner forten van Belleville en Montmartre zullen onze broeders getuigen zijn van de vei zwelging van Parijs. Niets kan het meer redden; wij zullen omkomen, maar wij zullen gewroken zijn.quot;

ocr page 61

57

sMijn vader! mijn arme vader!quot; kreet Margaretha ver-bloekende, en zij wierp zich snikkende in do armen harer vriendin.

»Uw vader zal doen gelijk wij, burgeres, hij zal voor het vaderland sterven,quot; brulde do oude oproerling; »ja, wij zullen sterven, maar de republiek zal gered wezen.quot;'

Louise had den uitroep van het jonge meisje niet begrepen; zij poogde haar te troosten en gerust te stellen.

Maar Margaretha, voor wie de bedreiging van den bandiet een vreeselijke openbaring was, maakte zich uit hare armen los, ging naar do deur, in de hoop, dat zij open zou gaan en zij verzoeken kon dadelijk voor den commandant gebracht te worden om hom een mededeeling van het grootste gewicht te doen.

Doch do deur ging niet meer open, het cachot was vol; men sloot do latere gevangenen in een ander lokaal op.

Op die wijze verliep de nacht.

Dos ochtends bracht men den gevangenen eten, maar do ofiicier, tot wien juffrouw Schültz zich wendde, overtuigd, dat zij slechts een voorwendsel zocht om zich in vrijheid te doen stellen, gaf voor dat de commandant het to druk had om haar te hooren en weigerde haar verzoek over te brengen.

In do straten hield de strijd nog altijd even verwoed aan, maar verwijderde zich van lieverlede in de richting van Pelle-ville, de voorstad van den Tempel en het kerkhof van Père-la-Chaise.

Ondanks do hardnekkige verdediging der barricades, opgericht om het stadhuis to verdedigen, hadden de opstandelingen ook daar voor den woedenden aanval der Versaillanen moeten zwichten en waren zij op do voorstad van den Tempel teruggetrokken, na hot paleis der Commune in brand gestoken to hebben, terwijl op andore punten do docks van la Villotto, do voorraadmagazijnen en verscheidene particuliere huizen, met petroleum begoten, een vlammenzee vormden, tegen welker geweld elke poging om de verwoesting dier gewrochten van de beschaving en do kunst te stuiten, volslagen machteloos moest blijven.

ocr page 62

58

In de verte bleef het kanon onafgebroken bulderen, de bommen en de granaten kruisten elkander fluitende in de lucht: het scheen dat Parijs in twee kampen verdeeld was, die elkander

weclerkeerig wilden quot;vernietigen,

Louise weende, Margaretha was in de dofheid der vertwijfeling vervallen.

Plotseling ging de deur van den kerker open en er vertoon e zich een officier op den drempel, vergezeld door een soldaat, die de uniform der vrijwilligers droeg.

«Margaretha Schültz !quot; riep de luitenant.

Het meisje hief het hoofd op en slaakte een hartverscheu-renden kreet. Zij had George herkend en wierp zich in zijne armen.

«Vergeet mij niet, juffrouw !quot; riep Louise.

»Dood aan de «Versaillanen!quot; brulde de oude gefedereerde, zich op Vincents vrouw werpende, die hij bij de keel greep.

Hij zou haar geworgd hebisen, indien de soldaat hem met, om hem los te doen laten, een geweldigen kolfstoot in de zijde

had toegebracht.

Het wilde dier hief een gehuil van smart aan en viel eemge

passen verder neder.

sLaat ons mijn vader redden,quot; zeide Margaretha, »misschien

is het nog tijd.quot;

«Kom mede,quot; sprak de officier, »gij zijt vrij !quot;

IT.

Een drama onder den grond.

Getrouw aan de belofte, die de heer Schültz aan Margaretha gedaan had, had hij geduldig op haar gewacht tot daags na den dag, waarop zij zich met Louise naar den dokter begeven had, om zoo mogelijk de ontsnapping van Wilhelm te bevorderen. „ . x .

Het jonge meisje had verzekerd, dat zij ten allerlaatste op

ocr page 63

59

het middaguur te huis zou zijn; het was echter reeds lang een uur geslagen en nog liet zij zich niet zien; in weerwil van zijne ongerustheid oefende de brouwer nog geduld, doch de uren verliepen en Margaretha bleef weg.

Ondanks de geruststellende verklaringen door den pastoor en Rose omtrent het uitblijyen van Margaretha gegeven, nam de bezorgdheid van den brouwer steeds toe. Hij begaf zich echter op zijn gewone uur ter ruste en deed de lamp uit alsof hij wilde gaan slapen.

Tegen middernacht was hij echter de eenige, die waakte ; hij stond heimelijk op, nam een kaars en een pistool, die hij zorg gedragen had onder zijn bereik te plaatsen en sloop naar buiten, gevolgd door Sultan, die zich sinds het vertrek zijns meesters aan hem gehecht had en hem geen seconde verliet.

Zoodra hij in de gang en ver genoeg was, dat het schijnsel van het licht hem niet kon verraden, streek hij een lucifer aan, ontstak zijne kaars en bekeek den hoek van de galerij ; hij was wel degelijk op den weg van het A ve Maria, en den stap verhaastende, zette hij met vertrouwen zijn tocht voort.

Bijna geheel hersteld door zijn gedwongen rust, besteeg hij de trap, die naar de bovenverdieping voerde, deed den steen draaien en bevond zich in het slop, vanwaar een nauwe gang -naar de groote straat voerde.

Op het oogenblik dat de brouwer die wilde ingaan om de trap, welke naar nummer 8 leidde, te bereiken, deinsde Sultan, dio hem eenige passen vooruitging, grommende tez-ug. De brouwer blies dadelijk zijne kaars uit en luisterde.

Er heerschte in de straat een verward gedruisch van stemmen, vermengd met het rinkelen en krinkelen van een lang ijzerdraad, dat langs de steenen getrokken werd.

Schültz stak het hoofd omzichtig vooruit, terwijl hij den hond een teeken gaf om zich stil te houden.

Hetgeen hij zag was niet geschikt om hem gerust te stellen; roodachtige lichten bewogen zich hier en daar een groep mannen, aangevoerd door een persoon, wiens met goud gegalonneerde kepi in het schijnsel eener toorts schitterde, bezig niet

ocr page 64

60

het bevestigen aan de wanden van een reeks porseleinen isolators, waaraan zij hun draad vastmaakten op de wijze van die, welke de telegraafpalen langs een spoorweg verbinden.

Dit gezicht deed den brouwer ontstellen; klaarblijkelijk wilden de oproerlingen de pilaren ondermijnen, de holten met kruit vullen en pogen de onderaardsche gewelven door een opeenvolging van ontploffingen te doen instorten. Gelukkig, dacht de brouwer, kennen die booswichten de geheime deur met; daarbij zijn de herstellingswerken te stevig uitgevoerd, dan dat hun helsche toeleg kans op slagen hebbe, en ingeval zij een of andere gedeeltelijke instorting veroorzaken zouden, die de gemeenschap met de bovengalerijen zou afsnijden, hebben wij nog altijd den weg

van het Credo om uit de Herberg van den dood te ontkomen.

Hij bleef daar bijkans een uur op den uitkijk staan, uit de verte de werklieden beschouwende, die langzamerhand naderden, hun draad spannende en hunne haken met hamerslagen in den wand drijvende. Dat geklop en liet gerucht hunner gesprekken waren te sterk, dan dat Morgaretha die bij het afklimmen dei-wenteltrap niet zou gehoord hebben en dit was ongetwijfeld de reden, waarom zij in den loop van den dag niet gekomen was.

Den commandant, die niemand anders was dan de Gezouten Schelvisch, met groote schreden den kruisgang ziende naderen, ging hij haastig terug, liet de verborgen veer spelen en na zich verzekerd te hebben, dat de steen wederom goed gesloten was, de trap weder afklimmende, begaf hij zich met zoo veel omzichtigheid naar bed, dat noch de priester noch Rosa iets bemerkten.

Daao-s daarna stond de pastoor van Sint-Gertrudis volgens zijne gewoonte vroeg op, dvoeg het H. Misoffer op en keerde, na het verrichten zijner gebeden, naar de zaal terug om te ontbijten.

De brouwer was intusschen opgestaan en had de lamp aan-

gestoken.

))Laat ons hopen,quot; zeide de waardige geestelijke, eenige nieuwe aannemelijke reden zoekende om het uitblijven van Morgaretha te verklaren, »dat juffrouw Schültz weldra zal verschijnen, hoewel zij inderdaad.....quot;

ocr page 65

uZij zul noch vandaag, noeli morgen komen.quot; viul cIl; brouwer hem in do rede.

Juffrouw Rosa hief de armen ten hemel.

»Noch vandaag, noch morgen,quot; hernam de heer Schiiltz op uiterst kaitnen toon; »ik ben er zeker van.quot;

»En waarom dat?quot; riep de pastooi uit.

«Omdat wij ingesloten zijn.quot;

«Inderdaad, mijnheer Schiiltz, gij bezit een manier van iets te zeggen, die ik volstrekt niet begrijp.quot;

«Ingesloten of wel afgesloten, mijnheer pastoor; de gefede-reerden hebben het bovennet overweldigd; zij leggen er mijn-kamers aan, spannen electrische draden cn maken zich gereed om Parijs in de lucht te doen vliegen.quot;

Ditmaal vergenoegde Rosa zich niet met de armen ten hemel te heffen, zij gaf een gil van schrik.

üe pastoor gaf zich gaarne rekenschap van de feiten, alvorens er eenig besluit uit te trekken; hij deed een duchtigen greep in zijn snuifdoos, en vroeg bedachtzaam:

«Hoe weet gij dat, mijnheer Schültz?quot;

))Ik heb het dezen nacht met eigen oogen gezien.quot;

»Het is een groote onvoorzichtigheid, die gij begaan hebt. Hebben de bandieten u bemerkt?quot;

«Neen, Goddank ; maai' ik heb ze hun draden zien spannen en hunne mijnkamers aanleggen.quot;

»Dat is verloren tijd en kruit; zij zullen niets hoegenaamd doen vallen.quot;

)gt;Ik ben van hetzelfde gevoelen; maar het is niettemin waar, dat onze gemeenschap mot het huis afgebroken is.''

«Natuurlijk, totdat zij met hunne werkzaamheden gereed zijn; daarna zullen zij vanzelf moeten heengaan.quot;

«En wij zullen op ons gemak de draden kunnen afsnijden.quot;

«Waartoe zou dat dienen? Zij zouden het bemerken; ons een valstrik spannen en.... quot;

«Gij hebt gelijk, mijnheer pastoor, maar men moet op alles bedacht wezen; indien de lust hun bekroop hunne werkzaamheden in de benedenverdieping voort te zetten.quot;

ocr page 66

62

»Zij zullen er nooit den ingang van ontdekken.quot;

«Ik geloof het ook niet, maar toch, als zij dien ontdekten en hunne draden spanden, zou dan de ontploffing der mijnkamers niet de noodlottigste uitwerkselen te weeg brengen ?quot;

«Ongetwijfeld, mijnheer Schiiltz, zou een derde gedeelte v*n Parijs in den afgrond verzinken.quot;

«Boven ons hoofd,quot; jammerde Rosa, »en wij zouden levend begraven zijn.quot;

»Neen, mijn kind, het is nagenoeg zeker, dat wij verpletterd zouden worden.quot;

«Om het even, verstikt of verpletterd, het een is niets aangenamer dan het andere,quot; mompelde de arme vrouw.

»De aard van den dood doet er niets toe,quot; sprak de pastoor, xgt;mits hij ons slechts in staat van genade vinde.quot;

»Zoo ver zijn wij gelukkig niet,quot; hernam de heer Schiiltz; «hedenavond ga ik de werkzaamheden weder in oogenschouw nemen en ik hoop, dat zij ver genoeg gevorderd zullen zijn om mij te veroorloven ongehinderd de bovenste trap te bereiken.quot;

»Ik ga met u mede,quot; zeide de pastoor, «dat zal mij tot een wandeling dienen.quot;

))En ik vergezel u eveneens; voor geen geld van de wereld zou ik alleen hier blijven,quot; riep Rosa.

»Wij zouden ons zelfs in den kelder kunnen verbergen,quot; merkte de reus aan, die zijn voornemen om Wilhelms plaats in te nemen niet uit het oog verloor; «daar de gefedereerden het huis van boven tot onder doorzocht hebben, zullen zij er onze aanwezigheid niet vermoeden.quot;

Dadelijk na het ontbijt begon de pastoor de Sint-Gertrudis zijn plan te bestudeeren, en de heer Schültz de wapenen schoon te maken en in orde te brengen.

Tegen vier uur ging Rosa heen om haar kan in het waterbekken van den Pater te vullen. Een oogenblik daarna keerde zij terug, bleek, doodelijk ontsteld, buiten adem en met haar ledige kan in de hand.

»Wat deert u, Rosa?quot; vroeg de pastoor verschrikt. Zij wilde antwoorden, maar kon niet; hare tanden klapperden van schrik.

ocr page 67

63

Een paar minuten lang poogde zij tevergeefs een woord wit te brengen; haar door den schrik toegenepen keel liet slechts onverstaanbare klanken hooren.

De pi stoor en de brouwer trachtten haar tot bedaren te brengen. Eindelijk herstelde zij zich een weinig, maar zij bleef over al hare leden beven en hare beangstigde oogen op den ingang vestigen.

«Komaan, stel u gerust, Rosa; wat hebt gij dan toch zoo vreeselijks gezien?quot;

«HEM, mijnheer, HEM!quot; en zij maakte een kruis.

ïWie is die Hem?quot; vroeg de brouwer.

«Satan!quot; antwoordde zij op fluisterenden toon.

quot;Kom, mijn kind, stel u gerust, het is het spel uwer verbeelding ; de geest des kwaads verschijnt maar niet zoo. God veroorlooft dat niet,quot; hernam de priester, nen buitendien, hij vermag niets tegen goede christenen.quot;

»Het was stellig de speling van het licht uwer lantaarn op een of andere kolom,quot; merkte de brouwer aan.

»Neen, neen. hij was het wel; ik heb hem bij het waterbekken zien staan met een vlammend zwaard in de hand; hij had een vervaarlijken baard en roerde in het water met een zijner klauwen; op zijn hoofd droeg hij iets als een roode muts.quot;

De' priester en de brouwer keken elkander ontsteld aan; beiden hadden dezelfde gedachte.

)gt;Ik ga zien,quot; zeide Schültz.

«Ga er niet heen, mijnheer, ga er niet heen,quot; smeekte Rosa; »er zal u een ongelnk overkomen.quot;

De brouwer nam een revolver en overtuigde zich, dat hij geladen was; daarop deed hij een dik papier om de lantaarn om de uitstraling van het licht te verhinderen.

«Wees voorzichtig, mijnheer Schültz,quot; vermaande de priester, ))wees zeer voorzichtig; bedenk, dat van hetgeen gij gaat doen misschien het lot van een geheele wijk afhangt.quot;

De brouwer gaf een teeken, dat hij zich naar dezen raad gedragen zou, bond Sultan vast om dezen te beletten mede te gaan en verwijderde zich. Om naar het waterbekken te gaan en er van terug- te keeren, waren geen vijf minuten noodig.

ocr page 68

(34

Alvorens de brouwer de laatste kromming bereikte, zette liij de lantaarn neder en sloop onhoorbaar voort. Diclit bij het waterbekken komende, leende hij aandachtig het oor naar het

geringste gerucht.

Alles was doodstil en verlaten en men hoorde niets dan den lichten tik van eiken waterdroppel, die van hot verwulfsel in het bekken viel.

De brouwer keerde op zijne schreden terug, nam zijn lantaarn en onderzocht het gewelf met de grootste zorgvuldigheid; er was niemand, noch Hij, noch een der zijnen, en na zich vergewist te hebben dat de gedaante, die de huishoudster meende gezien te hebben, slechts in hare verbeelding bestond, keerde de brouwer naar do Herberg terug, waar hij, na julfrouw Rosa een weinig over haar angst voor den zot gehouden te hebben, de kan kwam halen om die te vullen.

Reeds had hij ze vol geschept en bukte hij zich om de lantaarn op te nemen, toen hij bij het schijnsel van het ïicht vlak voor zijne voeten een glinsterend voorwerp, een knoop zag hggen.

Een knoop op straat is een zeer onbeduidende vondst, maai hoe kon zulk een voorwerp op meer dan honderd vijftig voet beneden Parijs gevonden worden.

Schültz raapte dien met ontroering op ; hij glinsterde als was hij pas van het kleedingstuk, of laat ons liever zeggen van de vareuse of de tuniek gevallen, waaraan hij vastgenaaid was geweest, want hot was een uniformknoop.

Bolvormig, vertoonde hij in het midden een vrijheidsmuts en relief omringd door een strik, waarop men las: Mineurs dei-republiek.

Wie kon dien daar ter plaatse verloren hebben?

Wilhelm en Rosa kwamen er alleen.

Sinds het vertrek van 'Wilhelm had die knoop door het water groen uitgeslagen moeten zijn, en buitendien, hij zoo min als Rosa bezat of droeg zulke knoopen.

Een enkele uitlegging was mogelijk, waarschijnlijk, aanneemlijk zelfs, maar angstwekkend ; de huishoudster had zich slechts ten

ocr page 69

65

halve vergist; het was niet de duivel, dien zij ontwaard had, maar een zijner handlangers, een gefedereerde met roode muts. De ingang was bekend, de benedenverdieping in het geweld der gefedereerden; elk oogenblik konden de bandieten de Herberg van den Dood ontdekken en wat nog ontzettender was, het lot van een derde gedeelte van Parijs berustte in hunne misdadige handen : een mirakel der Voorzienigheid kon alleen de wijk van het Pantheon en Sint-Sulpicius redden.

De Stier der Vogeezen bracht het verschrikkelijk overtuigings-stuk aan den pastoor, die evenmin als hij zich eenige begoocheling maakte.

Ten deele gerustgesteld door het eerste verslag van den reus, was Rosa aan hare gewone bezigheden gegaan; de priester wees den brouwer met den vinger op haar en gaf hem een teeken zijn ontdekking voor zich to houden, en zeide toen op zijn gewonen kalmen toon :

«Daar gij niets anders te doen hebt, kunt gij wel eens met mij het plan van het onderaardsch gewelf in de kapel komen bestudeeren; de trede van het altaar zal ons tot tafel dienen en wij zullen er beter licht hebben van de kaarsen.quot;

«Laat Sultan hier dan bij mij,quot; verzocht Rosa.

»Wij zullen zelf wel blijven als gij bang zijt,quot; antwoordde de pastoor.

»0! als ik maar iemand bij mij heb,quot; antwoordde de huishoudster met hare gewone eenvoudigheid, »dan komt het er voor mij niet op aan wie bet is.quot;

In de kapel gekomen, ontvouwde de pastoor het plan, op hetwelk hij twee brandende kaarsen plaatste.

«Ziehier de trap,quot; zeide hij ; «hierlangs zijn de gefedereerden onvermijdelijk binnengekomen; om tot ons door te dringen moeten zij eveneens noodzakelijkerwijze den weg van het Ave tot aan den kruisweg van den Pater volgen, die naar het waterbekken en vandaar in de richting van het Luxemburg voert, niet waar ?quot;

«Natuurlijk.quot;'

«Indien wij dus dien kruisweg vooi hen sloten,quot; ging de

ocr page 70

G6

priester voort, »zoude„ zij niet alleen niet tot ons kunnen doordringen, maar zouden vvij ook het grootste gedeelte van het net beveiligen en er zou ons nog de weg naar de mstort.ng ove.-bliiven om aan de zijde van Vaugnard te ontkomen.

ȟat is ontegenzeglijk; maar op welke mjze is dat k,ms-

«Dooi'tdeSinstorting van een paar zuilen te bewerken, is mets gemakkelijker; hebt gij een voorraad kruit?quot;

sHoogstens een kilo.quot;

sDat is meer dan genoeg.quot;

«Maar de huizen, die er boven staan ? , , _

„Wij zijn hier onder onbebouwde terreinen en daarenboven

heeft de rots boven onze hoofden een groote dikte.'

„Mijnheer pastoor, er is misschien iets beters te doen,quot; nep plotseling de reus, zich voor het voorhoofd slaande, uv .

«Wat dan?quot;

sGeheel Parijs redden.quot;

sOp welke manier?quot;' ^

«Laat mij begaan ; ik heb een dag noodig.'

„Maar indien de gefedereerden vroeger verschijnen ?

«Wil gaan onmiddellijk alles voorbereiden voor de wstoiting van den kruisweg; doch wij zullen de lont niet aansteken dan in de uiterste noodzakelijkheid.quot;

„Gii moet ze aansteken.quot;

«Het is mogelijk, dat ik op dat oogenblik niet hier ben; maar geef mij uw woord, dat gij in dat geval met op mij zult

wachten.quot; It

»Ik zal integendeel wel op u wachten.

„Het is uw plicht eerder een geheele wijk dan een mensch te redden, mijnheer pastoor.quot;

«Blijf dan bij ons.quot;

«Het is mijn plicht te trachten allen te redden, zelfs ten koste van mijn leven,quot; verklaarde de brouwer; «lang genoeg hebben anderen zich voor mij aan de grootste gevaren olootgesteld zoodat het niet meer dan billijk is, dat ik mij op mijne beurt

opoffere.quot;

ocr page 71

07

De pastoor drong niet verder aan; liij zag dat liet nutteloos was.

Beiden keerden in de zaal terug.

Rosa zat aardappelen te schillen; zij klaagde er over dat zij op raakten.

»Kom ! wij hebben nog levensmiddelen voor acht dagen en in dien tijd zullen wij de Herberg verlaten hebben.quot; merkte de pastoor aan.

»Mij dunkt dat het tijd wordt,quot; hei-nam zij. «Wat doet gij daar, mijnheer Schültz ?quot;

»Gelijk gij ziet, neem ik een der ijzeren stangen van den haard.quot;

»Ik zal ze noodig hebben voor het bakken der aardappelen,quot;

«Neen, er behoeft van avond niet gebakken te worden,quot; hernam de pastoor, vreezendo dat de lucht zich door de gewelven mocht verspreiden; »gij moet ze maar koken, wij moeten zuinigzijn met het vet quot;

«Er is nog genoeg.quot;

»Om het even; mijnheer Schültz cn ik hebben ze lievrr anders.quot;

Juffrouw Rosa pruttelde nog, maar haar moester hoorde niet wat zij zeide, hij had de zaal verlaten.

Bij den kruissprong van het Ave Maria vernam men duidelijk de hamerslagen der mineurs. De pastoor wees zijn metgezel op kleine stukjes steen, die van het verwulfsel loslieten.

»Als dat voortgaat, zullen wij zelfs geen kruit noodig hebben,quot; zeide hij.

Het was niet zeer geruststellend.

Met zijn ijzeren stang wrong Schültz zoo zacht mogelijk een steen uit den voet der beide zuilen, die het dichtst bij de gang stonden en legde in de holte twee busjes met kruit, waarvan hij de stoppen door een propje zwam had vervangen.

«Ziezoo, dat is klaar,quot; sprak hij opstaande ; «gij behoeft het zwam slechts met een lucifer aan te steken en u uit de voeten te maken; de lont zal niet langer dan drie minuten branden.quot;

Daarop zijn horloge uithalende, voegde hij er bij: «Het is

ocr page 72

68

kwart over vieren, ik heb dus nog meer dan twee uren voor mij; tot halfzeven zal ik hier de wacht houden.quot;

»Het is goed,quot; antwoordde de pastoor, som halfzeven zal ik u komen aflossen.quot;

Bij zijn terugkeer was het geluid der hamerslagen aanmerkelijk naderbij gekomen.

De mineurs van Rouzier volgden een zeer eenvoudig plan om den weg te vinden. Drie aan drie ontrolden zij een der klossen, die allen aan den geleidraad onder aan de trap verbonden waren en drongen onversaagd in de bochtigste gang voort, hun draad medenemende, waarvan zij slechts al de wendingen behoefden te volgen om weder veilig uit dien doolhof terug te keeren. Bij elke nieuwe gang werd een nieuwe draad met den vorigen verbonden totdat men aan een instorting of een doodloopend punt kwam; op die wijze kon geen enkel gedeelte der gewelven ondoorzocht blijven, geen enkele werf in de verdeeling der mijn-kamers vergeten worden.

De kolonel Rouzier had het gezegd: geheel Parijs zal als een balletje in de lucht vliegen.

Schültz bedekte zijn lantaarn en sloop de gang in, die naaide trap voerde.

Indien de werklieden talrijk genoeg geweest waren, zou hij hen bij de eerste schreden ontmoet hebben, maar niet alles te gel ijker tijd kunnende doen, waren zij aan de linkerzijde begonnen.

Bij de derde kromming zette de reus zijne lantaarn neder en sloop nader gelijk hij des ochtends bij het waterbekken gedaan had. Weldra was hij zoo dicht genaderd, dat hij de beweging-van verscheidene toortsen en de stemmen der naastbij zijnde mineurs kon hooren.

Tot zijne groote teleurstelling werd de arbeid, die naar hij meende te zeven uur zou gestaakt worden, zonder onderbreking voortgezet. Op die wijze verliep er een uur.

Eensklaps werd er aan den voet zelf van de trap een hoorn-signaal gegeven; het geklop der hamers hield terstond op, de fakkels kwamen naderbij, het geluid der stemmen werd duidelijker

ocr page 73

69

en toen al de gefeclereerden bijeen waren, riep iemand op een toon van bevel;

» Stil te!quot;

En daarop:

«Sergeant, houd appel!quot;

Het beslissende oogenblik naderde: het hart van den brouwer klopte sneller; van hetgeen ging volgen, hing het gelukken of het mislukken van zijn plan af.

»Twee aan twee en voorwaarts voor het avondmaal!quot; riep de stem; »hedenavond dringt de tijd, om tien uur worden de werkzaamheden hervat. Marsch!quot;

En de geheele troep klom de trap op om in een der ruime werven van de bovengalerij het avondmaal te gaan gebruiken. Nauwelijks was de laatste man verdwenen, of Schültz stond reeds bij de onderste trede.

Tegen de wanden rondom hem lagen hoopen klossen ijzerdraad, beitels, hefboomen en hamers, bussen gevuld met schietkatoen, kortom, al de benoodigdheden voor de vernieling.

De brouwer had zijn geheele vroegere geestkracht herkregen; in de eene hand vatte hij een grooten hamer en een beitel, stak in zijne zakken een aantal lange spijkers, nam zijn lantaarn en ging de trap op.

De achterste der bandieten had bij het uitgaan den steen dichtgedraaid; diens dikte alleen scheidde hen van den brouwer.

De heer Schültz knielde neder, duwde zoo onhoorbaar mogelijk zijne lange spijkers tusschen de reten,en na zich verzekerd te hebben, dat het voortaan onmogelijk zou wezen het reusachtige blok in beweging te brengen zonder het los te breken, klom hij een twintigtal treden naar omlaag; zij waren uitgesleten door den tijd en in de weeke rots gekapt; met zijn beitel maakte hij van afstand tot afstand vierkante gaten, ging beneden quot;een vaatje springkruit halen, waarmede hij zijne gaten vulde, sneed zijn zwam stuk en maakte zijne lonten gereed.

Het zweet droop hem van het voorhoofd, zijne handen waren bebloed toen de hoorn voor de tweede maal schetterde; de handlangers van de misdaad gingen hun moorddadigen arbeid voortzetten.

ocr page 74

70

#

Een storm van godslasteringen verhief zich, toen zij bemerkten, dat de steen niet meer draaide; met vereende kracht duwden zij er tegen; hij bleef onbeweeglijk. Twintig armen bearbeidden hem gelijktijdig met beitels en hefboomen, hij kon niet lang meer weerstand bieden. Schültz maakte het teeken des kruises, stak ijlings zijne lonten aan en snelde naar beneden.

Bijna op hetzelfde oogenblik stortte het blok, door de hefboomen losgerukt, met donderend gedruisch tegen de wanden springende, met zulk een bliksemsnelheid langs de. steile spiraal naar beneden, dat de brouwer slechts even den tijd had zich op goed geluk tegen den wand te drukken om het ontzettende gevaarte te ontwijken, dat rakelings langs hem heen vloog: een paar duim dichterbij en hij ware vermorseld geweest.

Beducht voor een nog grooter gevaar, hervatte de brouwer zijn loop, doch eensklaps verblindde hem een flikkerende bliksemstraal, iets als een hoos nam hem van de treden op en wierp hem tegen den trillenden wand, een vreeselijke ontploffing verwoestte de trap, er ontstond een ontzettend gekraak, een gedeelte van het verwulfsel stortte in en als door knotsslag getrolfeu, werd de brouwer op de onderste treden van den trap nedergesmakt.

Bij dat angstwekkende gedruisch, bij dien geweldigen schok, die zich in alle kronkelingen van het onderaardsche gewelf, dat geheel waggelde als ging het instorten, voortplantten, had Sultan geantwoord met een langgerekt gehuil, en het touw losrukkende) waaraan Rosa hem vastgelegd had, snelde het trouwe dier in do richting van de trap weg.

Van schrik verbijsterd en ditmaal niet twijfelende u.an den algemeenen inval der helsche geesten, ijlde Rosa insgelijks, zonder te weten wat zij deed, naar den kruisweg van het Ave Maria. Haar meester bevond zich daar niet meer; de voorschriften der voorzichtigfeeid vergetende om slechts aan zijn vriend te denken, die misschien het slachtoffer was geworden van zijne heldhaftige zelfopoffering, was hij reeds aan den voet der trap de opeengehoopte brokstukken steen onderzoekende, op het gevaar af van zelf door de nog van het verwulfsel neervallende steenen gedood of gekwetst te worden.

ocr page 75

In dien chaos van puin en steenklompen kon hij niets onderscheiden, toen eensklaps Sultan, op de eerste treden springende, een nieuw gehuil aanhief, terwijl hij met zijne pooten de brokstukken wegkrabbelde, waaronder twee lichamen lagen, waarvan het eene, dat de onderscheidingsteekenen van kolonel droeg, met verbrijzelden schedel, gedeeltelijk dat van den reus verborg, die een gapende wonde aan het voorhoofd had.

»Rosa, help, help!quot; riep do pastoor, die niet in staat was het lichaam van Rouzier, den bandiet, geheel alleen ter zijde te leggen.

»Ach ! mijnheer, gij hier. God zij geloofd!quot; riep de huishoudster, «welk een vreeselijk ongeluk!quot;

»Kom hier, mijnheer Schültz is zwaar gekwetst, misschien dood ; Heer, mijn God, verleen ons de kracht hem te hulp te komen!quot;

Voor de beide bejaarde lieden was het geen gemakkelijke taak den schijnbaar ontzielden reus van onder de puinhoopen te voorschijn te halen en vervolgens naar de werf te dragen.

Juffrouw Rosa, het moet gezegd worden, vergat in die omstandigheden hare zenuwtoevallen en ging moedig aan het werk; maar hoe goed ook haar wil was, hare krachten vereenigd met die van den priester, konden het onmogelijke niet verrichten.

Geen kans ziende om verder te komen, legden zij op tien passen afstands van de trap den brouwer op den grond neder.

«Mijnheer,quot; zoide Rosa, »wij zijn niet in staat hem verder te dragen, en hier loopt hij niet meer gevaar dan elders; ik ga zijne matras halen; gij moet intusschen zijn gelaat afwasschen en dan zullen wij hem op zijn bed leggen.quot;

»Ik vrees dat alles gedaan is, Rosa; ingeval hij echter nog mocht leven, heb ik hem een laatste absolutie gegeven.quot;

«Die arme christen had het niet noodig,quot; snikte Rosa: »het was zulk een goed mensch!quot;

»De engelen zelfs hebben vlekken in de oogen van God, mijn kind,quot; sprak de priester, onderwijl hij de das van den brouwer losmaakte en met zijn zakdoek het bloed afveegde, dat uit diens wonde vloeide.

De huishoudster bracht de waterkan, wat linnen lappen en een kom en ging daarop heen om de matras te halen.

ocr page 76

72

Toen zij terugkwam, had de pastoor van Sint-Gertrudis het verband gelegd ; zijne handen werkten, zijn hart bad.

Hij vatte de hand der huishoudster en legde die op de borst van den reus.

»0 ! mijnheer, is het mogelijk ?quot;'

De priester legde een vinger op zijn mond.

Rosa maakte het bed in orde, waarna beiden met vereende pogingen er in slaagden het lichaam op de matras neder te leggen.

Sultan huilde niet meer ; op zijn achterpooten zittende, vestigde hij met uitgestrekten hals een smartelijk angstigen blik op zijn meester.

Het overige gedeelte van den nacht verliep zonder een aanmerkelijke verbetering in den toestand van den zieke aan te brengen ; van kwartier tot kwartier bevochtigde de pastoor het compres mot koud water om de hersenkoorts te voorkomen.

Gelukkigerwijze had de reus veel bloed verloren, er openbaarde zich geen koorts en langzamerhand herkreeg hij het bewustzijn en opende de oogen, maar eerst tegen den avond kon hij eenige woorden uiten om te vragen waar hij was.

Hij had alles vergeten en scheen uit een droom te ontwaken; zijn eerste woord was ; Margaretha.

»Zij zal spoedig hier zijn,quot; antwoordde Rosa.

Hij glimlachte, sloot de oogen en sliep weder in.

»Rosa, gij moet nu gaan slapen,quot; zeide de pastoor; sik zal blijven waken. Ik moet mijn brevier nog lezen en ben ten achteren ; over een paar uren kunt gij mij vervangen.quot;

Zoo losten zij elkander af, terwijl zij den gekwetste geen oogenblik alleen lieten ; den tweeden dag was er geen doodelijk gevaar meer te vreezen.

De wonden aan het hoofd genezen snel als zij niet doodelijk zijn; die van den brouwer begon weldra te heelen, zijn uitmuntende ziekenoppasser wenschte er hem geluk mede.

»Een stier heeft altijd een harden kop,quot; antwoordde Schültz.

«Zeg liever dat God een mirakel te uwer gunste verricht heeft.quot;

))Ik ben er Hem erkentelijk voor, maar ik vraag Hem nog twee andere,quot; hernam de gekwetste, seen voor mijne arme Margare-

ocr page 77

73

tha en het tweede voor Wilhelm ; wie weet wat er van beirten geworden is !quot;

))Ik zal er hedenavond onderzoek naar gaan doen,quot; antwoordde de priester.

»De gemeenschap is verbroken !quot;

»Hier langs deze zijde, maarniet langs die der rue de Vaugirard.quot;

»0 ! wat dat betreft, mijnheer pastoor, daar verzet ik mij tegen ; het is reeds genoeg, dat er twee personen in gevaar ver-li eeren om mijnentwille, en indien gij, om aan mijne ongerustheid een einde te willen maken, in de handen der gefedereerden gingt vallen, zou ik het mij nimmer vergeven.quot;

Tevergeefs bleef de liefdevolle priester aandringen.

Ditmaal paarde Rosa hare smeekingen bij die van den brouwer. Zij waren nog aan het redeneeren, toen een vreemd gedruisch hunne ooren trof.

»Men vecht boven ons hoofd,quot; riep de heer Schültz, zich pogende op te richten.

Inderdaad, door de instorting heen hoorde men het doffe geknetter van het geweervuur in de bovengalerij.

Het was een compagnie soldaten, die, aangevoerd door George in het eerste net was doorgedrongen langs de rue Soufflot en de bandieten verraste, bezig met het ondermijnen der zuilenvan de Val-de-Grace.

De ellendelingen poogden te ontvluchten naar de groote doods-beenderen-bewaarplaats, die in de vlakte van Montsouris uitkomt; maar daar werden de uitgangen bewaakt; tusschen twee vuren ingesloten en zich verloren ziende, wilden zij ten minste hun leven zoo duur mogelijk varkoopen.

Deze wanhopige worsteling in de onderaardsche doodenstad was ontzettend ; in het wilde afgevuurd, kwamen de kogels terecht in de langs de wanden opgestapelde doodsbeenderen, zoodat de doodshoofden tot onder de voeten der strijders rolden en de beenderen krakend door deze vertreden werden, terwijl de rossige gloed der fakkels een akelig schijnsel verspreidde in de dikke wolk menschelijke stof, die door de strijdenden opgejaagd werd en door de snelle en bloedige bliksemstralen der chasse-pots doorkliefd werd.

ocr page 78

7,4

Uier en daar vormde dat met Lloed doortrokken pulver dei graven plekken roodachtig slijk, waarin zich de doodelijk gekwetsten reutelend wentelden.

Van al de akelige episodes van het groote drama der inneming van Parijs, was deze misschien de ontzettendste.

Eenige soldaten verloren er het leven, maar van al de ovei-levenden van het Pantheon en van het geheele door Rouzier opgerichte bataljon, behield er geen een het leven; degenen, die niet onder de kogels vielen, vonden den dood onder de vreesehjke sabelbajonetten.

Het scheelde zelfs weinig, of de beide troepenafdeelingen, die hen van voren en van achteren aanvielen, waren, door hun woede vervoerd, met elkander slaags geworden. De koelbloedigheid van eenige officieren alleen voorkwam die ramp.

Na net einde van den strijd keerden George en de zijnen op hunne schreden terug met het doel in de oenedenveidieping ^ af te dalen en de gevangenen der Herberg lan den Dood te bevrijden.

Bij de kruisgang komende, waar hij zijne zuster, die met hem door de schacht der rue Soufflot afgeklommen was, had laten wachten, vond hij haar radeloos en in tranen smeltende.

»Margaretha !quot; riep hij uit, »wat is er gebeurd ?quot;

sZij hebben den ingang ontdekt,quot; antwoordde zij snikkende, )/de steen is verdwenen en de trap... bestaat niet meei.

Hij gaf een gil van schrik en droefheid,

»Wij zullen met touwen afdalen,quot; sprak de kapitein der compagnie. «Bedroef u niet, mejuffrouw ; wij zullen eerst eens zien

wat ons te doen staat.quot;

Zoo sprekende ging hij door eenigen gevolgd de galerij in, maai aan den ingang naar de benedenverdieping gekomen, zag hij weldra, dat men van alle Koop moest afzien om verder te diingen.

Niet alleen was de trap vernield, maar de koker, gevuld door de instorting, teweeggebracht door de ontploffing, bood het beeld aan van een put, waarvan de ommuring, onder den druk der omliggende gronden bezwijkende, slechts een geheel daaimede vormde, waaruit men geen enkelen steen zou kunnen wegnemen.

ocr page 79

75

I

zonder dat de daardoor ontstane holte terstond door opvolgende instortingen aangevuld werd.

Langs die zijde tot de ongelukkigen doordringen, die misschien nog in het leven waren, maar door een laag aarde en rotsstukken van meer dan honderd voet van hen gescheiden, was menschelijker wijze onmogelijk en de afdeeling sloeg, smartelijk bewogen, in doffe stilte de richting in, die naar de rue Soufflot voerde.

»Laat ons hopen,quot; zeide George tot zijne zuster; »ik heb den pastoor dikwijls hoeren zeggen, dat er een galerij bestond, die naar een schacht in de rue de Vaugirard leidde; misschien zij daar langs ontsnapt zijn.quot;

Margaretha antwoordde niet; zij meende dat de instorting slechts het werk kon zijn der gefedereerden, en haar vader, indien hij nog in leven was, zich in de macht bevond der bandieten, die naar het tweede net de wijk genomen hadden.

Beter ware'het voor hem geweest reeds dood te zijn.

Het jonge meisje was nochtans te vastberaden, om den moed op te geven, te christelijk om te vertwijfelen; al zou zij uit de ingewanden der aarde slechts drie lijken ophalen, zij zou den ingang vinden die naar de Herberg voert.

Daartoe moest zij alle binnenplaatsen van de rue de Vaugirard, een der langste straten van Parijs, doorzoeken.

Y.

Gered i

Reeds den 22n des morgens was de zegepraal der Versaillanen verzekerd en de nederlaag der gefedereerden ontwijfelbaar, maar het overwonnen oproer was er verre van af zijn laatste woord gesproken, zijn laatste euveldaad gepleegd te hebben.

Want het had gezworen zich in de schande en de misdaad te begraven .en zich vooraf lijkplechtigheden voorbereid, de snoodheid der hoofden waardig.

ocr page 80

76

Achtereenvolgens op verscheidene punten verpletterd, week het, zich om zoo te zeggen ineentrekkende, op de holen terug waaruit het voortgekomen was, waarvan het zijn laatste bolwerken gemaakt had.

Bij elke schrede, die het achterwaarts deed, stak het nieuwe branden aan en hulde zich in een sluier van vlammen, een helsche barricade, waarop de petroleuses, zich verbergende, petroleum en andere ontvlambare stoffen wierpen.

Het meerendeel dier schandelijke hellevegen, wier moeders den naam van breisters van '93 hadden gedragen, geleken minder op vrouwen dan op die afzichtelijke tooverkollen, waarvan de te gelijk snaaksche en vreeselijke verbeelding der middeleeuwen de des Vrijdags in de bleeke maneschijn op de weiden gehouden heksen bijeenkomsten bevolkten; door de Jaren gekromd, door de ondeugd uitgemergeld, bedekt met onooglijke lompen slopen zij als schimmen te midden der bouwvallen rond, haar helsche taak met nauwgezetheid vervullende.

Maar onder haar bevonden zich ook jonge vrouwen, gevallen engelen in zijden kleederen, en begaafd met een noodlottige schoonheid, waarvan zij zich slechts ten kwade bedienden. Eenigen droegen uniformen van gefedereerden en hanteerden het geweer in hare gelederen, terwijl zij zenuwachtiger en opgewondener dan de bandieten, deze vooral overtroffen in listige, verraderlijke, tijgerachtige stoutmoedigheid; zij vochten als leeuwinnen en doodden met genot.

De mannen stichtten geen brand, zij moordden; voor hen was het vuur slechts een middel, het bloed een wellust.

Men kon hun aantal op een vijftig duizend stellen, het was niets meer dan een kern van het leger der Commune, maar degenen, waaruit dit bestond, plichtig aan de gruwelijkste buitensporigheden, verblind door hun haat tegen alle maatschappelijke orde en verdierlijkt door het misbruik van sterke dranken, waren er slechts op bedacht te dooden en zich te doen dooden.

In dien broedermoordenden strijd, verlicht door de walmende cn vetachtige vlammen van den petroleum, te midden van het donderen van het geschut, het geknetter van het geweervuur, was

ocr page 81

het meer dan moeLelijk zijn koelbloedigheid te bewaren; verbitterd door het verzet en het verraad, gaven de soldaten geen kwartier meer en telkens nieuwe branden ziende uitbreken, ontstaken de vreedzaamste burgers in blakende woede.

«Schiet de gevangenen dood! geen kwartier! Ter dood met de petroleuses!quot; riep de vertoornde menigte.

En men moest geweld gebruiken om degenen terug te dringen, die zich op die misdadige vrouwen wilden werpen, welke door de soldaten in hun midden weggevoerd werden en in hare mach-telooze woede nog den moed bezaten op die bedreigingen door beleedigende spotternijen en zedelooze scheldwoorden te antwoorden.

Te midden van dien wilden krijg, van die vlammen, die de monumenten en paleizen van het brandende Parijs in graftoortsen veranderden, die de schandelijkste misdaden verlichtten, waren er omtrent de gijzelaars de onrustbarendste, maar ook de tegen-strijdigste geruchten in omloop.

Hoe ging het met den aartsbisschop van Parijs, monseigneur Darboy, den opvolger dier aartsbisschoppen, die, sedert 1848, voor den marteldood schijnen bestemd te zijn. Hoe ging het ook met de honderden gekerkerde priesters en de op de Versaillanen gemaakte gevangenen en de uit hunne kloosters verdreven religieuzen en de voor waarborg gegrepen gijzelaars?

Het lot van Chaudey, in koelen bloede door Rigault vermoord, moest de oogen aan de minst helderzienden openen omtrent het aan de slachtoffers beschoren lot, en nochtans aarzelde men voor zijn gevoelen uit te komen en al bevende zeide men:

»Zij zullen hen niet durven vermoorden.quot;

Alsof monsters van dat soort een misdaad met zonden durven begaan, terwijl het in hunne macht stond die te volvoeren.

Indien zij op dat oogenblik iets betreurden dan was het dat het Louvre, de H. Kapel, de Notre-Dame, het Pantheon en tal van andere monumenten aan hunne vernielzucht ontsnapt waren, en zij slechts eenige honderden gevangenen hadden voor de laatste slachting bijeengedreven.

Op denzelfden avond van den 22n, dat Ferré aankwam van de prefectuur van politie, welke hij uit vrees ontvluchtte doch zonder

ocr page 82

78

de prooi los te laten, in de laatste uren van zijne bloedige dictatuur door hem bemachtigd, werd er besloten dat de slachting-een aanvang zou nemen.

Daar het er echter op aankwam de schandelijke slachting zoo lang mogelijk te rekken, verdeelden de hoofdleiders der misdaad de gevangenen in afdeelingen en zonden aan den cipier van Mazas het bevel de eerste bezending over te doen brengen.

Monseigneur Darboy, de eerwaarde heer Deguerry, pastoor der Madeleine, de president Bonjean, een missionaris, bij de menschen-eters ontsnapt aan het martelaarschap dat hij te Parijs zou vinden, veertig gevangenen in het geheel, stonden met hun naam op de noodlottige lijst vermeld.

Om negen uur des avonds kwamen de wagens voor de poort der gevangenis, begeleid door een troep woedende bandieten.

Sedert den vroegen morgen vernam men in de gevangenis het hevige gebulder van liet kanon, en ondanks het door de bewaarders in acht genomen stilzwijgen wisten al de gevangenen, dat de Versaillanen eindelijk binnen Parijs doorgedrongen waren.

De verbeten woede der bewaarders, de geruchten van de straat en de verdubbelde gestrengheid om alle gemeenschap der gevangenen met elkander te beletten, zouden genoegzaam geweest zijn om den minst helderzienden de zoo gewichtige gebeurtenis te doen raden, die men voor hen geheim wilde houden.

Wilhelm in het bijzondei1 kon volstrekt geen twijfel te dien opzichte voeden ; dokter *quot; had hem alles verhaald wat er .gebeurd was.

In zijn koortsig ongeduld verwachtte de strooper elk oogenblik zijne bevrijding; hij verbeeldde zich, dat, nu de troepen eenmaal binnen de stad waren, voortaan niets meer hen in hun zegetocht kon tegenhouden.

Bij het binnendringen der gefedereerden in de gang verbeeldde hij zich, dat de Versaillanen hun de deuren kwamen openen en. hen aan de vrijheid wedergeven; het scheelde weinig of hij had George bij zijn naam geroepen.

Maar de vloeken en godslasteringen der horde moordenaars benamen hem spoedig zijne begoocheling; zij gingen zijne cel

ocr page 83

79

voorbij onder het gebrul van; «Naar Ia Roquette met de verraders! Ter dood met de pastoors en de gendarmen! Geen medelijden met de booswichten!quot;

Dikwijls had hij van de Septembermoorden hooien spreken, een der vreeselijkste aanslagen van '93 en hij zocht instinktraatig om zich heen naar een wapen om zijn leven te verdedigen.

Zijne cel was ledig; in ieder geval vatte hij zijne half volle waterkruik om die op de hersens van den eersten bandiet, die zich vertoonen zou, stuk te slaan. Hij behoefde er evenwel geen gebruik van te maken, de woeste bende verwijderde zich; daarop ontstond er een betrekkelijke stilte, namen werden afgeroepen, zonder dat hij onderscheiden kon welke, deuren gingen open en weder dicht en de troep zette zijn weg in andere gangen voort zonder wederom langs zijn cel te komen.

Eenige minuten later vernam hij op de binnenplaats een geweldig rumoer, daarop reden de karren met hare lading weg, omstuwd door de tierende menigte.

Tot in den ochtend van den volgenden dag kwam niets meelde stilte der gevangenis verbreken. Om negen uur kwam een bewaarder, volgens gewoonte, den gevangene met een woedend voorkomen zijn rantsoen brood toewerpen.

Nog altijd buiderde het kanon, de dokter bleef ^eg.

Kwart voor tienen ging de deur opnieuw open.

«Pak uw goed bijeen en ga naar beneden,quot; grijnsde de bewaarder en hij ging, de deur openlatende, heen.

Het bijeenpakken van zijn goed vorderde niet veel tijd; de strooper slak uit voorzorg zijn stuk brood in den zak en verliet ten hoogste verbaasd zijne cel.

Wat kon dat bevel beteekenen ?

Zou het de vrijheid wezen ?

Beneden aan de trap ontmoette hij verscheidene gevangenen, die evenals hij uit hunne cel kwamen en evenmin als hij begrepen wat er moest plaats grijpen.

Gezamenlijk traden zij in de vestibule; gefedereerde soldaten bewaakten de uitgangen, men duwde de aankomenden in ijzeren kooien en sloot er hen in op.

ocr page 84

80

De bewaarder, met die taak belast, was dezelfde, met wien Wilhelm bij zijne komst te doen gehad had; zij drukten elkander heimelijk de hand. De soldaten gingen weder heen en lieten hen alleen.

De goede bewaarder zag er bedrukt uit. Hij verhaalde den strooper hoe de overbrenging van het eerste veertigtal veroordeelden, door de burgers commissarissen Rouvier, Eudes en Gambon bevolen, had plaats gegrepen.

De gefedereerden keerden terug en de bewaarder hervatte zijn werk.

Zoodra de op de lijst vermelde veroordeelden allen beneden waren, gingen de kooien opnieuw open en mochten de gevangenen met elkander spreken.

Onder hen herkende Wilhelm den jongen soldaat, met wien hij in de Conciergurie opgesloten geweest was; deze drukte hem met warmte de hand, terwijl hij uitriep:

«Komaan! Wilhelm, nu zullen wij toch ons ontbijt kunnen gaan gebruiken!quot;

Arme jongen! hij meende dat men hen in vrijheid zou stellen; velen zijner lotgenooten deelden die begoocheling er. weenden van blijdschap.

Wilhelm gevoelde den moed niet hem dien waan te ontnemen.

Het gezicht der karren op de binnenplaats, de beschimpingen der nationale gardes, die met hunne wapenen de gevangenen bedreigden, met wier bewaking zij belast waren, de kreten en scheldnamen van het gepeupel, niets kon zijn vertrouwen aan het wankelen brengen.

»Zij hebben ons in een rijtuig gebracht, zij staan cr op ons in een rijtuig terug te zenden,quot; zeide hij lachende; »die hoeren zijn wel goed.quot;

Hij bleef even opgeruimd gedurende den langen tocht van Mazas naar la Roquette, zijne indrukken in- zijne col verhalende, waar hij een muis had afgericht om uit zijn hand te komen eten, en onderwijl smakelijk met zijn twee en dertig witte tanden en zijn eetlust van twintig jaar aan een stuk slecht roggebrood knabbelende.

ocr page 85

81

Toen do karren eindelijk voor de gevangenis stilhieldenj moest hg wel tot de erkentenis komen, dat als de overbrenging plaats had met het oog op de invrijheidstelling, deze maatregel niet onmiddellijk ten uitvoer zou gelegd worden, want in plaats van de gevangenen te laten gaan, voerden hen de bewaarders in een nauwe zaal, waar zij dicht opeen stonden en langer dan een uur opgesloten bleven.

Eindelijk ging de deur der vestibule open en een soort van onheilspellende hansworst, met vuurroode broek, das, kepi en sjerp, de burger Frangois, van beroep pakker, en door de genade zijner vrienden directeur van la Roquette geworden, verscheen, vergezeld door zijn getrouwen Ramain. Evenals de generaal Eudes had de burger Francois zijn hoogen post aan een eersten moord te danken.

Hij was er evenwel niet minder trotsch om en de verwaandheid van den parvenu sprak uit iederen trek van zijn dom en bloeddorstig gelaat.

Die dronkaard las met een haperende, door hikken onderbroken stem de namen dor gevangenen af, die de bewaarders bij ploegen scheidden, om hen naar hunne aangewezen kwartieren te brengen.

La Roquette is te veel bekend dan dat het noodig zij er hier een lange beschrijving van te geven; het is minder een gevangenis dan een wachtkamer voor de galeien of de guillotine, een ware kazerne van passagiers, gelijk de Jonge soldaat nog lachende zeide, toen hij eindelijk bemerkte, dat hij zich vergist had en er van geen invrijheidstelling sprake was,

Zij wordt verdeeld in twee gevangenissen met drie verdiepingen, van elkander gescheiden door een groote binnenplaats, die zij ten oosten en ten westen begrenzen, en die op de beide andere zijden geheel ingesloten wordt door de gebouwen van de griffie aan de eene, en een door de aanhangers der Commune verwoeste en ontheiligde kapel aan de andere zijde.

De daags te voren overgebrachte gevangenen, de gewichligste onder de gijzelaars, waren reeds op de eerste verdieping van de gevangenis aan de westzijde beneden de door het hof van assises veroordeelden tot de galeien of de doo Istraf opgesloten.

[

6

ocr page 86

82

Met uitzondering van eenige politie-agenten, die gevoegd werden tij de andere in de twee onderste verdiepingen van het oostelijk gebouw opgesloten agenten, kregen al de overige gevangenen, dut is te zeggen zeven geestelijken, eenige artilleristen, verscheiden achterblijvers en Wilhelm tot verblijf de derde verdieping, waar zij zich ten getale van meer dan honderd bevonden.

Alleen de priesters werden in cellen opgesloten; de overige gevangenen bleven, bij g ;brek aan ruimte waarschijnlijk, opeengepakt in een groote zaal, die haar licht ontving door getraliede vensters, welke uitzicht gaven op de plaats, bestemd voor de voorgeschreven wandelingen, maar waar in die dagen van regeering-loosheid, zich telkens woest uitziende mannen vertoonden, gewapend met revolvers en met papieren in de hand.

De dag verliep zonder dat zich iets opmerkelijks voordeed. Wel beschouwd was deze gevangenis beter dan die van Mazas ; men kon er ten minste praten en door de ramen kijken.

Na het middagmaal kwamen eenige bewaarders de cellen dei-priesters openen om hun een wandeling op de plaats te laten doen. Wilhelm stond toevallig op dat oogenblik voor het raam; hi.j zag den aartsbisschop van Parijs verschijnen; de waardige prelaat ging met moeite en steunende op den arm van een grijzen priester, dien de strooper herkende, omdat hij hem in de Madeleine gezien had; het was de eerwaarde heer Deguerry, een krachtige man, op wien, in weerwil zijner vier en zeventig jaren, de gestrengheid der gevangenschap geen invloed scheen uitgeoefend te hebben. Eenige paters Jesuïeten, religieuzen en leeken schaarden zich rondom hun opperherder en vader.

Die hovelingen van den rampspoed, die mannen, welke wisten dat zij gingen sterven, spraken met elkander in de grootste gemoedsrust, hunne oogen verhieven zich dikwerf ten hemel, hun gelaat was glimlachend en op hunne kalme trekken las men dezelfde blijdschap als die, welke de eerste martelaars moet vervuld hebben bij de gedachte aan hun naderenden dood.

Somber als een duivel onder de engelen verdwaald, die verbitterd wordt door het zien van een geluk, waarop hij weet geen aanspraak meer te kunnen maken, doolde een norsche bewaarder

ocr page 87

83

rond, terwijl hij zijne pijp rookte en voortdurend met den kol, zijner pistolen speelde.

Andere bewaarders, daarentegen, schenen geheel ter nede rpe slagen: men zag het hun aan, dat zij met tegenzin hunne bediening vervulden; de Commune, die hen gebruikte, omdat zij hen noodig had, beschouwde hen als verdachten, en het geringste gebaar van hunne zijde ware genoegzaam geweest om hen achter de grendels te doen zetten.

Om halfdrie klapte de hoofdcipier in de handen ; het was het sein van den terugkeer in de gevangenis. De volgzame kudde gehoorzaamde terstond en cenige minuten later kon men in de cellen, waarvan de raampjes openstonden, de gevangenen aandachtig hunne getijden zien lezen

J'ijna op hetzelfde oogenblik kwam een burger met een gejaagd voorkomen, voor wien alles beefde en de directeur Frangois onderdanig boog, de binnenplaats over, zijne schreden naar ket westelijk gebouw richtende.

);Kijk, Wilhelm,quot; zeide de jonge soldaat tct dezen, «daar loopt Ferré; hij is stellig dronken of gek.quot;

Waarschijnlijk was hij het een en het ander.

Hij deelde met een scherpe, hortende, onverstaanbare stem bevelen uit, waarna hij weder heenging ; hij zou juist verdwijnen, toen hij, zich eensklaps omkeerende, deze woorden schreeuwde :

»Om zeven uur de soldaten !quot;

Op het bepaalde uur kwam een gewapende bende van vijftig gefedereerden over de binnenplaats en schaarde zich in den ron-deweg, te gelijk ging een aantal bewaarders, onder de bevelen van een brigadier, de benedenverdieping van de oostelijke gevangenis binnen.

Ferré verscheen kort daarop, in het zwart gekleed met een Tyroler hoed op het hoofd en een roode sjerp om de lendenen ; ook hij verdween in den rondeweg.

Wilhelm voelde het zweet op zijn voorhoofd parelen; voor het raam staande, dat hij niet verliet en waarvan zijne handen zenuwachtig de traliën omklemden, zag hij de cellen achtereenvolgens openen en sluiten. Vervolgens zweefde iets als een processie

ocr page 88

van schimmen langs de ramen, die de trap verlichtten, welke naar den rondeweg voerde.

Er verliepen eenige minuten, een gelijktijdige losbranding, gevolgd door eenige afzonderlijke geweerschoten, weerklonk achter deu muur van den rondeweg. een witte wolk steeg boven den muur op en werd door den wind langs het raam medegevoerd. Wilhelm rook de kruitlucht; daarop schalden de hoorns, de beulen trokken, zegevierend hunne wapenen zwaaiende, weder wegen men hoorde niets meer dan een kwartier later het doffe ratelen van een verhuiswagen, die naar een te voren op het kerkhof van Père-Lachaise gedolven kuil een vracht vervoerde en een streep bloed op de straatsteenen achterliet.

ȟie laaghartige moordenaars !quot; fluisterde eene stem den stroo-per in het oor. Hij keerde zich met levendigheid om en zag den bewaarder Pinet, bleek, met de oogen vol tranen bij hem staan.

»Wat is er gebeurd ?'' vroeg Wilhelm.

«Hebt gij het niet vermoed?quot; hernam Pinet; »zij hebben zoo even den aartsbisschop van Parijs doodgeschoten.quot;

De nacht van Woensdag op Donderdag was vol verschrikking; nu en dan kwamen er gefedereerden binnen, haalden een of twee gevangenen en gingen weder heen; daarna hoorde men in de straat een gerekt gehuil, geweerschoten en woest vreugdegejuich.

Als ware hovelingen van het gepeupel wierpen Ferré, Rigault en Ranvier het slachtoffers ter prooi toe om het te vermaken.

Dat tijgerspel vermaakte ook hen.

Den volgenden dag, den 25en, werd een ander punt der stad gekenmerkt door den verfoeielijken moord der Dominicanen van Arcueil, vermoord door het 104e bataljon wilde disren, aangevoerd door den onmenschelijken en lafhartigen Serizier.

Des Vrijdags hernieuwden zich dezelfde tooneelen in den rondeweg, vijftien gijzelaars vielen onder de kogels der gefedereerden. Door het bloed wadende, brulde Ferré van genot.

Denzelfden dag werden acht en dertig gendarmen en zestien priesters, wien men lijfsbehoud toegezegd had, in de straten rondgevoerd, aan de woedende menigte overgeleverd en door vrouwen

ocr page 89

85

en kinderen in de rue du Haxo op een gruwelijke wijze ter dood gebracht.

Men kon zich geen begoocheling meer maken ; elk uur, dat verliep, was een foltering te meer voor de ongelukkige terdood-veroordeelden. Intusschen bleven de batterijen der opstandelingen voortgaan met brandkogels in Parijs te werpen.

De doodstrijd der Commune duurde zeven dagen. Hoe meer bloed er vloeide, hoe meer de moordenaars er naar dorstten, hoe meer hun verwoedheid toenam ; het waren geen menschen meer doch wilde dieren.

Om het getal moordenaars te vergrooten, had de eerlooze Ferré al de booswichten, die in la Roquette opgesloten waren, in vrijheid doen stellen en hen gewapend.

Het leger rukte echter met groote schreden nader ; het laatste toevluchtsoord der gefedereerden was ingesloten, nog eenige uren en zij gingen hunne misdaden boeten.

Hun woede had haar toppunt bereikt ; er bleven nog meer dan honderdvijftig gevangenen te vermoorden over, Ferré wilde niet dat hem een enkele ontkwam.

Om drie uur deed de leverancier der volksmoorden den gevangenen aanzeggen, dat zij allen naar beneden moesten komen.

Priesters, soldaten, verdachten gingen op hunne beurt sterven; reeds stelden zij zich in beweging.

Op de b'nnenplaats brulde, huilde, raasde een afzichtelijke menigte, met geweren, sabels en messen zwaaiende.

»Help mij toch een dier staven losrukken,quot; zeide Wilhelm tot den jongen soldaat; »wij zullen er eenigen mede na; r de andere wereld helpen.quot;

»Ach ! indien de kameraden wilden,quot; antwoordde de andere, «zouden wij nog kunnen...quot;

Een stem, helder klinkende als metaal, verhinderde hem voort te gaan.

Het was de brave bewaarder Pinet, die, gezonden om de cellen te openen en de gevangenen twee aan twee over te leveren, de derde verdieping achter zich gesloten had en riep:

«Gaat n et naar beneden, zij zullen u ombrengen ; maar ver-

ocr page 90

86

dedigen wij ons ! Laat ons sterven als het moet, maar geeft u niet over.quot;

»Bravo ! moed gehouden ! breken wij de ijzeren traliën los!quot; riep Wilhelm.

Verbijsterd door den schrik voor den dood, aarzelden velen.

Er was geen oogenblik te verliezen.

Met volk werd ongeduldig.

«Hoort hoe de politie-agenten zich reeds beneden ons barricadeeren,quot; ging Pinet voort, szult gij minder dapper zijn dan zij ?quot;

«Laat ons den vloer openbreken en vereenigen wij ons met hen,quot; riep een jonge priester, kapelaan te Belleville.

Het was Wilhelm gelukt een ijzeren staaf uit te breken. Hij stak dien in den vloer en deed het hout splinteren en weldra was er een gat gemaakt groot genoeg om te laten onderscheiden, dat de agenten zich krachtdadig in staat van tegenweer stelden.

Niets is zoo aanstekelijk als de moed ; in eenige minuten waren die mannen, die zich als schapen gingen laten slachten, een troep leeuwen geworden.

In een oogwenk waren de ijzeren traliën losgerukt, een stevige barricade tegen de deur gemaakt om het open loopen te beletten en de matrassen voor de ramen geplaatst om de gevangenen te beveiligen voor de kogels, die weldra op hen zouden regenen.

Het gepeupel, dat op het binnenplein wemelde en er zich verdrong om zijn aandeel te hebben in het schouwspel, dat door de aanstokers van de eindslachting beloofd was, begreep niets van hetgeen het zag, doch begon ongeduldig te worden en te dreigen.

Plotseling ontstond er onder die walgelijke horde een groote beweging. Ferré was binnengetreden.

Zijn woede maakte hem helderziende ; bij het zien der verdedigingsmaatregelen van de gevangenen begon hij te springen als een panter, wien men zijn prooi zou willen ontrukken.

«Vuurt op die bandieten,quot; riep hij, de zes loopen van zijn revolver tegen de ramen afschietende, »ter dood met de Versail-lanen ! Burgeressen der voorsteden, komt uw lafhartig vermoorde zonen, vaders, echtgenooten wreken!quot;

Een jonkman met roode muts legde brullende van woede op

ocr page 91

87

eiken gevangene aan, dien hij slechts vluchtig bespeurde : een waardige mededinger van Ferré was die woestaard niemand an ■ ders dan een vadermoorder, door het hof van assises der Seine ter dood veroordeeld.

Anderen poogden verraderlijk de slachtoffers buiten de gevangenis te lokken om hen te vermoorden, door te roepen ; »Leve de linie ! de soldaten zijn onze broeders !quot;

TTunne pogingen bleven echter vruchteloos ; niemand gaf gehoor aan die verlokking ; maar een nieuw gevaar bedreigde de verschanste ongewapende slachtoffers. Woedend geworden door den onverwachts geboden tegenstand en met alle geweld het bloed willende doen stroomen, hadden de moordenaars zich met fakkels gewapend om de barricades in brand testeken. terwijl een andere bende naar de mairie van Prince-Eugène stormde en er twee kanonnen en eon houwitser van terugbrachten, die zij op de gevangenis richtten.

»Ziedaar het begin van het einde,quot; zeide de jonge soldaat tot Wilhelm.

»Hoe ongelukkig, dat wij hier niet een half dozijn chassepots hebben,quot; antwoordde de strooper; »wij zouden de artilleristen als vliegen bij hunne stukken wegblazen.quot;

«Lafaards! geeft ons wapenen en wij zuilen naar beneden komen !quot; riep een voormalig brigadier, het volk met de vuist dreigende.

iLaat ons de Versaillanen roosteren?quot; krijschte een jonkman, haastig naderende om een fakkel op de barricade te slingeren,

«Ziedaar uwe belooning !quot; antwoordde de brigadier, hem met een steen werpende, die hem aan het voorhoofd trof en bloedend deed nederstorten.

«Ter dood met de moordenaars !quot; raasde de menigte ))laat de gevangenis springen.quot;

De gefedereerde kanonniers waren op het punt hunne stukken af te vuren, alles scheen verloren, toen er twee of drie granaten op het binnenplein van la Roquette neersloegen.

Er volgde een algemeene vlucht, een onbeschrijflijke venvar-ring ; in een oogwenk waren de gevangenis en hare toegangen ontruimd, de Versaillanen naderden.

ocr page 92

88

Gelukkig voor hen beschouwden de gevangenen deze vlucht voor een nieuwen valstrik ; zij kwamen niet naar buiten.

Vijf minuten later keerde de kapitein Veriz, een der bloeddor-stigste moordenaars van monseigneur Darboy, aan het hoofd eerier nieuwe bende terug, zestig bommen medebrengende om de gevangenis in de lucht te doen vliegen, en kort daarop verscheen nog een colonne van zeshonderd oproerlingen.

Zij ondernamen een nieuwen aanval op de barricades.

Deze doorstonden den aanval.

Wat betreft de gevangenis niet Orsinibommen te doen springen, dit was louter een ongerijmdheid.

De nacht viel ; het beleg duurde steeds voort, want de kapitein Vériz had gezworen zich meester te maken van degenen, die hij opstandelingen noemde; beschermd door een sterke barricade, waarvan het front eiken aanval van den kant der Bastille tartte, waande zij zich beveiligd tegen alle gevaar.

De nacht verliep met elkander van beide zijden in het oog te houden.

Om vijf uur 's morgens brachten de oproerlingen takkenbossen aan, terwijl anderen, in het tegenoverliggend gebouw opgesteld, een hevig vuur openden om de gevangenen te verhinderen de takkenbossen te verwijderen.

Onverhoeds werd de barricade in den rug aangevallen, een regen van schrootvuur doodde of verdreef hare verdedigers en met opgeheven bijl stormde een bataljon mariniers naar de gevangenis.

Verrast door het plotselinge van den aanval, poogden de ge-federeerden ternauwernood zich te verdedigen ; weinigen ontkwamen. Even lafhartig ais bloeddorstig had de kapitein Veriz, de onderscheidingsteekenen van zijn rang afrukkende, reeds de rue de la Roquette bereikt en liep hij wat hij kon, toen zijn voet uitgleed in het bloed van een gijzelaar, dien hij daags te voren zelf vermoord had. Een marinier raapte hom in het slijk op en hem met zijn krachtige vuist de keel als met een schroef omknellende, bracht hij hem naar de gevangenis terug. De honderd negen en zestig van een gewissen dood geredde gijzelaars herkenden den ellendeling en verrieden hem

ocr page 93

89

Hij was zoo lafhartig van om lijfsbehoud te smeeken.

Tot eenig antwoord werd hij tegen den muur van den ronde-weg geplaatst en doodgeschoten.

Reeds eenige uren te voren was Delescluze, de generaal der Commune, achter de barricade van het Chateau-d'Eau gedood.

Millière en Rigault lagen hier of daar in het bloedige slijk; men had die booswichten aangehouden en op staanden voet doodgeschoten.

Enkel een kogel voor zooveel misdaden; het was wel weinig.

Door een geleide gedekt, daalden Wilhelm en zijne lotgenooten gezamenlijk langs de hoogten der voorstad Saint-Antoine en den Plantentuin tot aan de kaden van den linkeroever af.

Op de eerste vreugde van aan de slachting ontkomen te zijn, waren de bitterste gewaarwordingen gevolgd; de met lijken en pui-nen bezaaide straten, de rookende bouwvallen op alle punten, de door de granaten gehavende huizen, de omgehakte hoornen, de verkoolde geraamten van het stadhuis en de prefectuur van politie, de doodsche stilte der straten, het gebulder van het geschut, beperkt tot den omtrek van het kerkhof van Pere-Lachaise waren voor hen de akelige openbaring van gruwelen, die zij zelfs in de overmaat van hun lijden niet vermoed hadden.

Op den boulevard Saint-Michel gingen zij uit elkander; Wilhelm verlangde den heer Schültz weder te zien, die hem ongetwijfeld tijding van George zou kunnen geven.

De hekken van het Luxemburg waren gesloten, maar van verre zag de strooper het paleis, het Pantheon, de Val-de-Grace en het Observatorium nog onbeschadigd staan. Hij meende, dat de^ strijd aan die zijde niet hevig geweest was en hij verheugde er zich over: waarschijnlijk, dacht hij, zal ik ze allen weder in de rue des Feuillantines bijeenvinden. Zij zullen wel blijde geweest zijn de Herberg van den Dood te kunnen verlaten.

Geheel vervuld met de blijde gedachte van het wederzien, ging hij de rue Gay-Lussac op, toen een vrouw met een kind aan de hand hem te gemoet kwam; hij liep haar voorbij zon-

ocr page 94

90

der haar op te merken en zij zag hem evenmin, daar zij met het hoofd voorover gebogen voortliep, maar hij hoorde het meisje zeggen: «Mama, daar gaat mijnheer Wilhelm.quot;

Hij keerde zich haastig om met de woorden : »Dag, juffrouw Vincent, hoe gaat het met u en uw man ? Goed, hoop ik !quot;

»Ach! mijnheer,quot; riep zij uit, sgij zijt hun dus ontsnapt?quot;

»Ja, God zij gedankt! Weet gij ook, of ik de familie te huis zal vinden?quot;

Zij zag hem onthutst aan en barstte in tranen uit.

»Is Vincent....quot; Hij durfde den zin niet voleindigen.

Zij boog het hoofd en antwoordde snikkende :

»Hij is te Versailles.... in de gevangenis.... ik ga met mijne Laura naar hem toe; maar eerst ga ik afscheid nemen van juffrouw Margaretha.quot;

»Zij heeft dus no. 8 in de rue des Feuillantines verlaten ?''

«Ach ! mijn beste heer, er is geen nummer 8 meer.quot;

»Geen nummer 8 meer?quot;

»Er is niets van over dan een puinhoop ; het is in de asch gelegd.quot;

»En waar woont juffrouw Schültz nu ?quot;

»Rue de Vaugirard, met haar broeder, mijnheer George:quot;

»En mijnheel- Schültz en de pastoor?quot;

»Zij hielden zich in de onderaardsche gewelven schuil; men weet niet wat er van hen geworden is.

Wilhelm werd door deze tijding als van den donder getroffen.

»Ga met mij mede,quot; hernam zij, sdejuffvrouw zal u dat alles in de bijzonderheden mededeelen. Die arme juffrouw! zij stelde zeer veel belang in u; zij heeft om u te redden haar leven gewaagd.quot;

En onder het voortgaan verhaalde zij hem de doo? haar met juffrouw Schültz doorgestane gevaren.

Een kwartier later kwamen zij samen in het door Margaretha bewoonde huis.

Georges wierp zich in de armen van den strooper, Margaretha drukte hem met warmte de hand.

»0! wat zou mijn vader blijde zijn u weder te zien, te weten, dat gij aan den dood ontsnapt zijt,quot; sprak zij met diepe aandoening.

ocr page 95

91

»Maar waar is hij? wat is hem overkomen? In 's Hemelsnaam, zeg het mij tochlquot;

ȟe booswichten hebben den ingang van het tweede gewelf ontdekt en de trap doen springen,quot; verhaalde George; shet is waarschijnlijk, dat de Herberg van den dood ingestort is!quot;

»Hoe! waarschijnlijk? Maar wie belet u er u van te overtuigen, daar er twee wegen zijn om er te komen?quot;

»Sinds twee dagen zoeken wij de schacht zonder haar te vinden,quot; antwoordde Margaretha.

»Dat komt omdat zij met planken bedekt is, maar zij bestaat werkelijk, daar ik eens, den weg van het Credo volgende, tot daar toe geweest ben.quot;

«Hebt gij ze gezien; kent gij het nummer van het huis?quot;

»Wel zeker ken ik het,quot; riep de strooper uit; »ga maar met raij mede.quot;

•)Wilhelm, het is de Hemel, die u te onzer hulp zendt,quot; snikte Margaretha.

Zij gingen terstond op weg, vergezeld door Louise, die hen niet wilde verlaten alvorens omtrent het lot van den vader harer weldoenster gerust te zijn.

Op het aangeduide nummer liet de bewoner, niet ten onrechte lieden wantrouwende, die den toegang tot de onderaardsche gewelven zochten, hen op hun verzoek in zijn kelder gaan en te gelijk de politie waarschuwen.

In allerijl verscheen er een commissaris door verscheidene agenten vergezeld.

George verklaarde hem het doel hunner nasporingen.

sZoodat, mynheer, naar uw gevoelen dat onderaardsch gewelf wel opstandelingen zou kunnen verbergen ?quot;

»Het is zelfs waarschijnlijk,quot; antwoordde George.

«Dan is het mijn plicht de militaire overheid te verwittigen; het is aan haar om hierin te beslissen,quot;

Een half uur later verscheen een geheele compagnie soldaten, de patroontasch gevuld met munitie en de chassepot in de hand; en een aantal andere met revolvers gewapende soldaten, die fakkels droegen.

ocr page 96

In een oogenblik was de opening van den put blootgelegd; evenals in de kelders van Sint-Gertrudis was die zoogenaamde schacht niets anders dan een wenteltrap.

«Waar is de gids?quot; vroeg de kapitein,

»Hier ben ik,quot; zeide Wilhelm; »ik zal vooruitgaan, maar ik moet u verwittigen, dat wij aan een vroegere instorting zullen komen, waar de doorgang, zonder juist gevaarlijk te zijn, tamelijk moeielijk is, en dat vooral niemand de aardigheid hebbe met den geweerkolf in de werven tegen de zuilen te stooten, want er zouden ernstige onheilen uit kunnen ontstaan.quot;

De commandant gaf de noodige bevelen aan zijne manschappen en de colonne zette zich in beweging.

De soldaten bewaarden het diepste stilzwijgen en gingen achter elkander; voor de eerste maal in die catacomben afdalende deden zij dit slechts met tegenzin en een geheimen angst.

Het scheelde weinig, of de kapitein zelf bad, bij de instorting gekomen, bevel gegeven om terug te keeren.

Achter de instorting werd de weg beter, maar de kruising dei-gangen steeds ingewikkelder.

Dank zij de op eiken hoek in den steen gebeitelde woorden, schreed Wilhelm met onverstoorbare zekerheid voort.

Eensklaps echter bleef lüj stilstaan en verborg met zijn vilten hoed het licht van zijn fakkel.

»Wat is het?quot; vroeg de kapitein.

»Zie eens daar ginds!quot;

Achter in een gang bemerkte men een rood punt, dat zich scheen te bewegen.

»Halt!quot; commandeerde fluisterend de officier, die met zijn revolver in de hand naast zijn gids in de duisternis bleef voortgaan, want uit voorzorg had de strooper zijn fakkel aan George overgegeven.

Zoo legden zij een vijftig schreden af en bleven staan.

Het licht bleef langzaam maar regelmatig naderen.

Het hart van den strooper klopte hevig, doch nog heviger klopte dat van Margaretha, die den kapitein op den voet volgde.

Wat George betreft, hij gehoorzaamde, hoe groot zijn ongeduld ook was, aan het consigne.

ocr page 97

93

Na verloop van een paar minuten was liet licht op geen honderd passen afstands meer en bij zijn steeds toenemende helderheid onderscheidde men duidelijk den zwarten omtrek van een mensch, hetzij man of vrouw, wiens gewaad op een tabbaard geleek.

Eenige schreden voor die gedaante uit, teekende zich een andere veel minder zichtbare op den witten wand af.

«Mijn God! wees gezegend,quot; prevelde het jonge meisje, en een weinig de stem verheffende, riep zij: «Sultan!quot;

Gelijk wij reeds vroeger gezegd hebben, zijn de galerijen dei-catacomben ware spreekbuizen.

Het licht stond dan ook plotseling stil, maar te gelijk liet zich een vroolijk geblaf hooren en met weinige sprongen was Sultan bij zijn meester, dien hij met betuigingen van de dolste blijdschap verwelkomde.

De priester vergiste er zich niet in.

»Zijt gij het, mijn kind?quot; riep hij met een van ontroering bevende stem.

«Ik ben het, eerwaarde,quot; antwoordde Margaretha, den goeden pastoor te gemoet snellende, sik, George, Wilhelm en andere vrienden.quot;

«Geloofd zij de Heer, die groote dingen gedaan heeft,quot; sprak de priester, «en dat Zijn heilige naam gezegend zij.quot;

«Voorwaarts!quot; commandeerde de officier.

«Waar is mijn vader?quot; vroegen Georges en Margaretha gelijktijdig.

«In de Herberg van den Dood,quot; antwoordde de pastoor, «en hij is thans buiten alle gevaar; ik ging den weg onderzoeken, om te zien of er niet te veel moeielijkheden voor hem zouden bestaan om de trap te bereiken, en mij te vergewissen of wij, zonder ons aan onmiddellijk gevaar bloot te stellen, dit gewelf zouden kunnen verlaten.quot;

«Parijs is vrij,quot; antwoordde de officier, ))en de omwenteling Overwonnen; maar zijn er geen oproerlingen in deze catacomben?quot;

«Geen een, mijnheer,quot; verklaarde de priester, «dank zij de bewonderenswaardige zelfopoffering van den heer Schültz, die, met gevaar van zijn leven, den toegang versperd heeft aan de

ocr page 98

94

ellendelingen, die het gewelf reeds overweldigd hadden; zonder hem zou de geheele wijk van het Pantheon en die van Sint-Sulpicius nog slechts een bouwval of liever een afgrond zijn; gij kunt er u met eigen oogen van overtuigen ; er waren reeds meer dan vijftig mijnkamers gegraven en het kiuit aangevoeld om ze te laden.quot;

»Is vader dan gekwetst geworden V'

))Ik meende, dat hij dood was; thans is hij bijkans geheel herste'd; met het aansteken van het kruit om de trap te doen springen, werd hij door een steen aan het hoofd getroffen en bijkans onder de puinen begraven; maar ik herhaal het; het is aan hem, aan hem alleen dat het behoud der wijk te danken is.quot;

Onder het gaan verhaalde de pastoor de geschiedenis der lielfdliaftige zelfopoffering van den brouwer.

Al pratende was men aan den kruisweg van het laler nosler gekomen.

sMijnheer de officier,quot; sprak de priester, «hoewel hersteld, is de heer Schültz nog wat zwak; vergun mij dus hem te gaan verwittigen om hem een ontroering te besparen, die zijne krachten misschien te boven zou gaan.quot;

«Ga, mijnheel' pastoor, wij zijn hier ten uwent en gij hebt hier te bevelen.quot;

De priester verwijderde zich onmiddellijk.

Eenige minuten later keerde hij terug.

»Als het u behaagt, mijnheer,quot; zeide hij.

Ondanks de voorzorg, die de pastoor gebruikt had, was het tooneel van het wederzien alleraandoenlijkst, zelfs de soldaten werden er door getroffen.

Terwijl de brouwer zich met zijn kinderen en Wilhelm onderhield, leidde de pastoor den kapitein en diens solriaten in de Herberg vun den Dood en de omgeving rond; hij voerde hen naar de ingestorte trap, toonde hun de door de gefedereerden aangevangen vernielingswerken, het waterbekken van het Ave Maria, de kapel, waar1,an hij hun de geschiedenis verhaalde, en eindigde met de uitdeeling onder hen van een half vat wijn, liet overschot van zijn voorraad. De commandant wilde drinken

ocr page 99

93

op de gezondheid van den brouwer en den pastoor; de pastoor en de brouwer antwoordden hem met een toost op het dappere leger, dat Frankrijk van de Commune verlost had.

Onder geleide van Wilhelm vertrok de commandant weder met zijne manschappen, waarvan hij er zes achterliet om den gekwetste te vervoeren, die nog te zwak was om veel te loopen en ook om hun in hunne verhuiz:ng behulpzaam te wezen.

Alles was voor het vertrek gereed toen de strooper terugkeerde.

De kaarsen werden voor het laatst aangestoken en het Te Deum der verlossing in de kapel van Sint-Gertrudis gezongen.

Een uur daarna heerschten de duisternis en de stilte opnieuw voor lange jaren in de ondeiaardsche gewelven en had de Herbert) van den Dood aan het zonlicht diegenen teruggegeven, wien zij tot schuilplaats had verstrekt en waarvan zij bijkans het graf geworden was.

EINDE.

ocr page 100

'» '1 'i li '•

INHOUD.

I. IN MAZAS.......

II. ÜE CRISIS NADERT . . . .

III. HET STRAATGEVECHT . . .

IV. EEN DRAMA ONDER DEN GROND

5

lü

37

58

ocr page 101
ocr page 102
ocr page 103

H

■i MMM1