ocr page 1

i kx n;

DR. A. BAGINSKY,

Pi'dct/Xt lt; ri'inl . I /'/n.

Uit het Duitsch vertaald

Jgt;001i

W. J. ZUBLI en A. ARN. J. QUANJER,

(Ifjiciercn van Gezondheid.

T W E, E D E DRUK.

i.

ƒ r

ocr page 2
ocr page 3

HET ROODVONK.

ZIJN OORZAKEN EN DE MIDDELEN OM HET TE VOORKOMEN EN TE GENEZEN,

DOOIl

DR. A. BAGINSKY,

Praktiseer end Arts.

UIT HET DUITSCH VERTAALD

DOOIl

/I, iy, J. ZUBLI en A. Arn. J. QUANJER,

Officieren van Gezondheid,

2quot; D R U K.

(\uy

/

ocr page 4

DUI K VAN C. WE HÜKK JU. - HK.LDKU.

ocr page 5

HET ROODVONK

ZIJN OORZAKEN EN DE MIDDELEN OM HET TE VOORKOMEN EN TE GENEZEN.

Tot de groep (Ier zoogenaamde koortsige huiduitslagen behoort behalve de mazelen, de pokken en de rubeolae ook de scharlakenkoorts of het roodvonk. Indien men bij deze ziekten alleen lette op de meer in het oog vallende verschijnselen, die zich op de huid van liet lichaam vertoonen, zou men allicht kunnen meenen, dat ze niets anders waren dan eene eenvoudige aandoening van de huid, 't geen evenwel niet het geval is. I Iet eigenlijke wezen dier ziekten is eene zeer belangrijke verandering in de gesteldheid van het bloed, waardoor liet geheele organisme sterk wordt aangegrepen; men heeft deze ziekten daarom ook tot de z. g. bloedziekten gebracht. Het roodvonk openbaart zich in de gewone gevallen door eene eigenaardig roode kleur van de huid, die nu eens licht, dan weer bijzonder donkerrood kan wezen. Deze roode kleur der huid strekt zich over het geheele lichaam uit, slechts zelden blijven enkele gedeelten verschoond of is de verkleuring vlekvormig. Tegelijk met de roode kleur der huid ontstaan er meer of minder hevige verschijnselen van keelontsteking, vooral moeilijkheid bij het slikken. De huid is bij roodvonklijders heet op het aanvoelen, de pols en de ademhaling zijn sneller dan bij gezonde menschen, d. w. z. er bestaat koorts. In het verder verloop van de ziekte verbleekt de kleur, de opperhuid wordt ruw en broos, waarop spoedig do zoogenaamde afschilfering (liet vervellen) begint. De opperhuid laat in dit tijdperk, terwijl dc vroeger bestaande koorts geheel is geweken, deels in kleine schilfers.

ocr page 6

4

deels in grootere lappen — vooral aan de armen en vingers — los. Met het einde der afscliilfering is ook de ziekte geëindigd.

Het roodvonk is gedurende zijn gelieele verloop, doch bijzonder gedurende het vervellingstijdperk, iioogst besmettelijk en wordt niet alleen door onmiddellijke aanraking van de zieken op gezonden overgebracht, maar de smetstof, die zich gevormd heeft, kan ook door gezonden, die met roodvonklijders in aanraking zijn geweest, zonder dat ze zelf ziek worden, aan anderen worden medegedeeld. De smetstof' is alzoo zeer verraderlijk van aard, ja, er is onder alle ziekten, die het menschdom teisteren, bijna geen, die zoo verraderlijk en juist daarom zoo gevaarlijk is als het roodvonk. Onder de schijnbaar onbeduidendste verschijnselen dreigt niet zelden het grootste gevaar, zoowel voor het leven, als voor latere volkomene herstelling; want ook liet aantal van de z. g. naziekten van het roodvonk is buitengewoon groot, zoodat er bijna geen orgaan van liet lichaam is, dat niet gedurende of tengevolge van het roodvonk ziek kan worden.

Eene meer nauwkeurige kennis van deze ziekte is dan ook niet het oog op hare bijzonder groote besmettelijkheid, op de eigenaardige wijze waarop de smetstof wordt medegedeeld, en op het dikwijls zoo verraderlijke verloop van de geheele ziekte van het hoogste belang. Zij is de schrik van ouders, die haar bij hunne eigene kinderen hebben loeren kennen, en, waar zij in kwaadaar-digen vorm voorkomt, verwoest zij binnen weinige uren dikwijls de schoonste levensverwachtingen. Het gebeurt niet zelden, dat in kwaadaardige epidemiën, drie en meer kinderen uit één gezin door het roodvonk worden weggeraapt. Tijdige voorzorgsmaatregelen zoodra een epidemie uitbreekt, het vroegtijdig herkennen van de ziekte, spoedige geneeskundige hulp bij de eerste verschijnselen, en vooral het geheel laten varen van do verkeerde gewoonte om roodvonklijders warm in te stoppen of onder zware dekens te laten broeien, kunnen menig kinderleven redden.

De scharlakenkoorts (het roodvonk) ontleent haar naam sedert ongeveer het begin der 17e eeuw, toen deze ziekte het eerst duide-

ocr page 7

5

lijk beschreven werd, aan de seharlaken roode kleur der huid, op het hoogste punt der ziekte. Hoeveel vroeger deze ziekte reeds is voorgekomen is echter niettegenstaande alle geschiedkundig onderzoek niet aan te geven, en 'inewel er geschiedkundigen zijn, die trachten deze ziekte tot de oude Grieken en Romeinen terug te brengen, zijn er echter in de oude geneeskundige geschriften geen bewijzen te vinden, dat zij bij hen reeds bekend zou zijn geweest.

Het roodvonk is veeleer een betrekkelijk jonge ziekte, die in-tusschen sedert haar eerste optreden tot heden toe, zoowel in hevigheid, uitgebreidheid, als gevaarlijkheid der epidemieën is toegenomen. — In het jaar 1G10 trad plotseling in Spanje een epidemie op, die wegens hare kwaadaardigheid met de levendigste kleuren beschreven werd; zij verkreeg in Spanje den naam van Garotillo, om de gevaarlijke stikkingsverschijnselen, waaronder de aangetasten bezweken. De beschrijvingen van de geneesheeren laten geen twijfel over of men had te doen mot eene kwaadaardige keelontsteking, die in vele punten met de in onze eeuw zoo gevreesde diphtheritis (kwaadaardige keelontsteking) overeenkwam. — Omstreeks denzelfden tijd, dat het Zuid-Westelijk gedeelte van Europa in hooge mate door deze vreeselijke ziekte bezocht werd, vertoonde zich in het Noorden van Europa eu wel voornamelijk in Dnitschland en Polen de scharlakenkoorts; /.ij werd in het jaar Ifil!) door den beroemden professor Sennert uit Wittemberg en door von Doring uit Warschau gelijktijdig beschreven. Spoedig echter verscheen ook in Italië en vooral te Rome de scharlakenkoorts, die gepaard ging met do als Garotillo beschreven ziekte en zoo oen ziektebeeld vormde, 'twelk van deze niette onderscheiden was. De ziekte was in het Noorden nog niet kwaadaardig en de beroemde Sydenham beschouwde haar in 1045 nog als zoo goedaardig, dat hij haar ter nauwernood den naam van ziekte geven wilde. Spoedig echter vertoonde zij zich onder eene andere gedaante, want slechts weinige jaren later, 1689, beschrijft de Engelsche geneesheer Morton haar als een der vreeselijkste, die hij ooit had gezien, zoodat hij haar niet anders n een soort van pest kon noemen. In deze epidemie ging do

ocr page 8

6

scharlakenkoorts niet zelden reeds niet zeer hevige keelontstekiiiquot;;

o o

vergezeld, en de epidemieën, die kort daarop iu de Grieksche archi-pel en in Turkije volgden, waren vooral doodelijk door de keelontsteking, waarmede ze gepaard gingen. Wij willen hier volstrekt geen nauwkeurige geschiedenis van het roodvonk schrijven, maar toch stellen wij er groot be'ang in, den oorsprong van eene ziekte op te sporen, om te zien hoe zij in den beginne goedaardig en weinig geteld, door bijzondere omstandigheden, of door een meer toevallige verbinding met een haar verwanten, op andere plaatsen en onder een andere luchtstreek voorkomenden, ziektevorm een ge-gevaarlijk en kwaadaardig karakter aanneemt. In dezen kwaadaar-digen vorm, ja, steeds in verderfelijkheid toenemende, bezocht het roodvonk in opvolgende epidemieën het geheele Europeesche vasteland en verspreidde zich van hier over de overige werelddeelen, dikwijls in zoo verwoestenden vorm, dat zij te recht den naam heeft verkregen van een der gevaarlijkste besmettelijke ziekten, die vooral voor de kinderkamer zeer te vreezen zijn.

Wij spraken daareven van besmettelijke ziekten, en moeten nu, om ook in het vervolg boter begrepen te worden, eene verklaring geven van hetgeen eene besmettelijke ziekte is. Wij vragen dus: «wat is ziekte? en wat is besmetting?quot;

Bepalen we ons vooreerst tolde eerste vraag. Plet antwoord zal zeer verschillen naar de verschillende tijdperken van ontwikkeling der geneeskundige wetenschappen ; het standpunt, waarop wij ons tegenwoordig bevinden, en waarvan men mag getuigen, dat liet meer dan eenig vroeger op natuurkundige gronden rust, is ongeveer het volgende. Het is duidelijk, dat, even als in de grooto onbewerktuigde natuur alles naar vaste, ons meest allen bekende wetten plaats heeft, zooals bijv.: de loop der planeten, het breken der lichtstralen, de voortplanting van het geluid, zoo ook de organische, bewerktuigde natuur naar vaste wetten geregeld wordt. Alles toch wat wij levensprocessen noemen, de verschijnselen, die wij in het leven van dieren en planten kunnen opmerken is, al zou men geneigd zijn hier en daar aan onbeperkte willekeur te denken, slechts het resultaat van vaste wet-

ocr page 9

7

ten, die even onveranderlijk zijn als die van den loop der planeten. Het/al, na hetgeen wij daareven zeiden, eveneens duidelijk worden, dat iedere tusschenkomst van nieuwe invloeden, die niet met de normale overeenkomst of direct schadelijk voor het organisme zijn, op grond van de bestaande wetten, veranderingen in de physiolo--gische verrichtingen ten gevolge moeten hebben. Deze veranderingen nu, die als ze zich met zekere kracht doen gevoelen, de harmonie tusschen de physiologische verrichtingen, welke wij liet leven Iieeten, onmogelijk maken, noemen wij ziekte. Ziekte is alzoo geen wezen op zich zelf', dat zich in het lichaam nestelt, om daar zijn zetel en verblijfplaats te vestigen, maar niets anders dan een ongelijkmatige en ondoelmatige werking van dezelfde krachten en van dezelfde stollen, die bij normale werking de gezondheid uitmaken. Gezondheid en ziekte staan alzoo, al zijn ze in uitwendige verschijnselen en volgens 't spraakgebruik, liet tegenovergestelde van elkander, in natuurwetenschappelijk geneeskundigen zin niet zoo scherp tegen elkander over, als men anders wel gelooft. Er komt toch een groote reeks van toestanden voor, waarvan men ternauwernood kan bepalen of ze tot de gezondheid of tot ziekte behooren zoodat zelfs de grenzen tusschen deze beide moeilijk aangegeven kunnen worden. Ieder weet bij ervaring, dat er ziekten zijn (vooral de koortsachtige) waardoor het geheele organismus wordt aangedaan, en dat aan den anderen kant ieder lichaamsdeel afzonderlijk ziek en weer gezond kan worden (hoewel men zelfs bij de geringste plaatselijke aandoening moet aannemen, dat het organisme in zijn geheel daar eenigszins in deelt); ieder weet verder, dat de ziekten of verspreid, met enkele gevallen, (sporadisch) optreden of in den zelfden tijd of na elkander een ijroot aantal menschen aantasten (e p i d e in i e ii n).

Als wij ons tot de laatste beide afdeelingen bepalen, dan hebben wij dus twee scherp begrensde groepen van ziekten, die, welke sporadisch voorkomen en die, welke epidemisch optreden, liet ligt in den aard van de zaak, dat de laatste, die welke epidemisch optreden, sedert menschen gehengenisde aandacht der geneeskundigen

ocr page 10

8

tot zich getrokken hebben en dat de vraag naar de oorzaken van verwoestende epidemieën tot heden toe nog altijd een hoofdpunt van het geneeskundig onderzoek uitmaakt.

Ook wij willen bij de oorzaken tot ziekte een oogenblik stilstaan. De epidemische ziekten kunnen uittweeërlei bronnen ontspruiten: de ziektestof ontstaat nl. öfin den bodem, den grond, waarop een aantal menschen wonen en verbreidt zich in de lucht der naaste omgeving óf wel do smetstof ontstaat in den mensch zelf, wordt van den eenen mensch op den anderen overgebracht, om ook bij dezen opnieuw ontwikkeld te worden. Het springt dadelijk in het oog dat de gron dziekten, zooals wij ze willen noemen, nooit die uitbreiding zullen verkrijgen als de anderen, die bij het onophoudelijk verkeer tusschen menschen en menschen steeds weer op nieuw kunnen ontstaan en eigenlijk nooit zouden behoeven te eindigen. — De in den bodem ontstane ziektestof, gewoonlijk het product van rotting of gisting draagt den wetenschappelijken naam van miasme, hetgeen zooveel wil zeggen als verontreiniging der lucht. De thans geldende wetenschappelijke meeningen over deze miasma's zijn voor ons tegenwoordig doel van geen belang en wij gaan daarom over tot de tweede groep, die veel gevaarlijker is. Het overdragen van een ziekte van den eenen mensch op den anderen noemt men in het dagelijksch leven besmetting, en alzoo zijn wij nu eindelijk tot de tweede van boven gestelde vragen genaderd, nl.: Wat is besmetting? Eene besmettelijke ziekte is een zoodanige, die hetzij door onmiddellijke aanraking, hetzij door middel van kleedingstnkken, waschlinnen of iets dergelijks van mensch op mensch wordt overgedragen, en die juist, omdat dit overdragen zoo gemakkelijk geschiedt, bij voorkeur een epidemisch karakter aanneemt. Zulk een ziekte is nu ook het roodvonk. Wij blijven thans, bij de oorzaken der besmettelijke epidemische ziekten nog een oogenblik stilstaan, omdat een juist denkbeeld van de tegenwoordig heerschende meeningen, wat betreft de smetstollen een krachtig hulpmiddel is, om de wijze van verspreiding en het gevaarlijke van het roodvonk beter te leeren kennen. Do smetstof, contagium genoemd, (naar hot latijnsche woord contingo, aanraken) is treurig genoeg, tot

ocr page 11

fl

heden nog bij geen enkele ziekte ontdekt en alle pogingen daartoe door verschillende wetenschappelijke onderzoekingen in het werk gesteld zijn vruchteloos gebleven; voor korten tijd evenwel is de ontdekking gedaan, dat in hot bloed van lijders aan tnsschenpoo-zende koorts schimmelvormige, bewegelijke lichaampjes voorkomen; daardoor nn zien wij een geheel nieuw veld voor toekomstige onderzoekingen geopend. Men ziet uit liet daareven medegedeelde jongste resultaat van het wetenschappelijk onderzoek in welke richting men bij het denkbeeld, om de smetstof te ontdekken te werk ging; ontdekkingen toch op natuur-wetenschappelijk gebied hebben zelden toevallig plaats, maar zijn meestal bet resultaat van logische gevolgtrekkingen, door den scherpzinnigen onderzoeker uit een reeks van waargenomen verschijnselen afgeleid.

Wordt hot onderzoek naar eenige zaak of wet op deze wijze ondernomen, dan komt men onder gunstige bijomstandigheden tot het gewenschte resultaat. Men stelde zich daarom reeds sedert langen tijd het contagium voor als vaste, zij hot dan ook uiterst kleine organische lichaampjes, met alle eigenschappen van organische wezens, zooals het opnemen van voedsels, do vatbaarheid voor verdere ontwikkeling en het vermogen om zich voort te planten, voorzien ; zulk een lichaampje, zij 't een diertje of een schimmelplantje, zal allo eigenschappen bezitten, waardoor wij in staat zijn om de verschijnselen der smetstolfen te verklaren. Het spreekt overigons van zelf, dat men niet alleen door enkel theoretische beschouwingen, tot deze vernuftige voorstelling van een zoogenaamde levende smetstof is gekomen, maar dat proeven, onderzoekingen en ontdekkingen, ook op andere gebieden der natuurkunde, daartoe den weg hebben aangewezen. Hoewel het hier natuurlijk de plaats niet is, om de geschiedenis van de smetstolfen uiteen te zetten, mogen we toch niet onvermeld laten, dat de ontdekking der schurftmijt, en die van schimmelplanten, die oorzaak zijn van do roest in het koren, van de ziekte der zijdewormen, der druiven en der aardappelen, de vaste punten zijn, waarop het zooeven vermelde nieuwe denkbeeld over het wezen der smetstoffen steunt. Nu nog een enkel woord ovor

ocr page 12

10

hot aanstokond voj-inogen van smotstollon. Hot valt gomakkolijk in hot oog, dat van hot oogonblik af, waarop mon aanneemt, dat de smetstof een levend, tot voortplanting geschikt, lichaam is — eon meening, die ovenwei ofschoon waarschijnlijk nog verre van bewezen is — er ook geen beletsel voor hare verspreiding kan bestaan: gelukkig is hot vermogen van deze kleinste organismen, om zich to bewegen slechts bij enkele weinige ziekten zoo groot, dat zij zich spoedig algomoen kunnen verspreiden; zeer ergere besmettelijke ziekten, zooals bijv. de syphilis, kunnen zich slechts door onmiddellijke aanraking met do smetstof verder verspreiden en dan nog alleen wanneer het aangeraakte deel, van het tot dusverre gezonde lichaam, van opperhuid beroofd en alzoo wond is. Men spreekt bij deze ziekten van een vast coutagium, d. i. een smetstof, die zich niet laat scheiden van de vloeistof, waaraan zij verbonden is, bij de syphilis alzoo — niet van den otter der syphiiitischo zweer of van hot bloed van lijders aan syphilis.

Er zijn editor, helaas! ook ziekten, waarbij de smetstof buitengewoon bewegelijk is, zich in do lucht verspreidt, mot snelle vaart gehoolo landstreken doorloopt en aan kleedingstnkken, waschlinnen, enz. blijft vastkleven. Men noemt de smetstof dan oen vluchtige en het spreekt van zelf, dat do ziekten, die daaruit voortkomen de allergevaarlijkste zijn; togen haar kan mon zich niet vrijwaren, helpen geen afzonderingsmaatrogolen enz. en daar de smetstof 011-zichtbaar is kan men haar ook niet ontloopon.

Tot deze groep van besmettelijke ziekten mot een vluchtig contagium behoort hot roodvonk. Voegt mon daarbij do opgedane ondervinding, dat deze smetstof kwaadaardig is, tot de ergste processen aanleiding geeft, zoor langen lud hare lovensvatbaarhoid lie-

O O - O •/

houdt en maanden lang aan do kleedoren blijft vastkleven, dan begrijpt men licht, waarom men liet roodvonk als oen hoogst verderfelijke en kwaadaardige ziekte moet beschouwen.

Wij mogen waarlijk wol om verscbooning vragen voor deze lange inleiding, omdat wij niet de leer van do smetstoffen maar oen beschrijving van het roodvonk wildon geven. Mot gaat echter in do ge-

ocr page 13

11

ueeskuiule mi eenmaal niet anders; een Juist begrip van ern enkele ziekte, ja zelfs van een geheele groep van ziekten is dikwijls geheel onmogelijk, als niet algemeene gevolgtrekkingen aan een groot aantal bijzondere ziektegevallen ontleend, tot uitgangspunt van de beschouwingen worden genomen. Men bevindt zich daardoor reeds aanstonds, om een beeld te gebruiken, dat mij daar voor den geest komt, op een verhevene standpunt, bijv. op een toren, van waar men in een vijandelijke vesting alle loopgraven, sluipwegen en magazijnen kan overzien, en daardoor gemakkelijk 't meest geschikte punt voor een aanval kan kiezen.

Een dergelijke toestand zou ons bij de beschouwing van het roodvonk eveneens zeer te pas komen, :ils de algemeene gezichtspunten, die wij hebben verkregen op stellig wetenschappelijke gronden berustten, d. i. als wij de schimmel of het microscopisch diertje, waardoor het roodvonk ontstaat, met zekerheid konden kennen. Dit is echter helaas nog niet het geval en daarom strijden we, al kunnen we ook do vijandelijke vesting nauwkeurig bespieden, den strijd als de zoodanigen, die wel hoog maar toch op te grooten afstand staan, om met goed gevolg een aanval te wagen.

We willen evenwel alle beeldspraak laten varen en ter zake overgaan.

liet roodvonk komt onder twee vormen voor: 1quot;. als lichten en iquot;. als zwaren ziektenvorm. Deze verdeeling moet men echter in dien zin opnemen, dat de lichtere vormen van het roodvonk meer regelmatig en geleidelijk verloopen, terwijl de zwaardere vormen zich zeer onregelmatig en onder honderderlei wijzigingen voordoen. Wij moeten echter opmerken, dat noch de lichtere noch de zwaardere vormen van roodvonk te vertrouwen zijn; het is in iederen vorm een zeer verraderlijke ziekte, die dikwijls op het alleronverwachtst tot de meest kwaadaardige verschijnselen aanleiding geeft.

1. EENVOUDIGE ROODVONK.

Men onderscheidt bij elke besmettelijke koortsachtige ziekte zekere tijdperken, hetwelk bij de koortsachtige huiduitslagen, met te

ocr page 14

12

meer rcclit gedaan wordt, omdat men daarbij met ziekten te doen heeft, waarvan men het verloop als 't ware aan de verschijnselen op de Imid kan volgen. Er verloopt altijd eenigen tijd, waarin de in het lichaam opgenomen smetstof om zoo te zeggen sluimert, zonder belangrijke verschijnselen in het leven te roepen; men moet zich daarbij voorstellen, dat zij dezen tijd behoeft om zich verder te ontwikkelen en uit te breiden, want aangezien de smetstof slechts in kleine hoeveelheid in het lichaam geraakt, is zij niet in staat, om zoo plotseling hare nadeelige gevolgen te doen gevoelen, wel echter na eenigen tijd, wanneer zij in hoeveelheid is toegenomen of wel .als zij in het bloed van den betrokken lijder zulke veranderingen heeft te weeggebracht, dat de organen limine normale verrichtingen niet meer kunnen uitoefenen. Men noemt dit tijdperk het broeiïngs- of kie m in gstijdperk (incubatio), dat dikwijls zoowel voor de omstanders van den zieke als voor hom zelf onopgemerkt voorbijgaat, omdat er betrekkelijk nog geene waarneembare verschijnselen van de ziekte bestaan. Men heeft getracht om te bepalen hoe lang dit tijdperk duurt, doch is tot geen bepaald resultaat gekomen; dit alleen hebben wij daaruit geleerd, dat de smetstof niet langer dan ongeveer 7 dagen in het lichaam sluimert of verborgen blijft. Nu eens vroeger dan weer wat later treden de eerste verschijnselen van de ziekte te voorschijn, en geraakt de lijder in het tweede tijdperk der ziekte, dat der voorboden of invasie. Om nu bij de volgende beschrijving der ziekte in geen dorre, vermoeiende opsomming der afzonderlijke verschijnselen te vervallen, willen wij ons niet bij algemeene bewoordingen bepalen, maar liever oen bijzonder geval, dat wc onlangs in onze practijk waarnamen, als onderwerp voor onze beschouwing kiezen. De lezer stelle zich daarom voor, dat hij bij mij is op 't oogenblik, dat ik bij een eenvoudig geval van roodvonk geroepen word, en mij uit belangstelling en weet-srierijrlieid naar den zieke vergezelt; de ouders dio ik reeds lang

~ O O '

ken, zuilen er zeker niets tegen hebben, dat ik een leek medebreng, die jraarne het roodvonk iets nader willen leeren kennen. liet zieke kind is omstreeks 7 jaren oud, een zeer verstandige kleine paticut,

ocr page 15

13

die vrij nauwkeurig weet op te geven 't geen hij gevoelt en onze vragen vriendelijk en zeer juist beantwoordt; wat hij zelf niet weet aan te geven, zullen zijne opmerkzame ouders ons wel mededeelen. In liet huis van den buurman is ongeveer een week geleden een kind, dat pas aan roodvonk leed, voor het eerst uit zijn bedje opgestaan, en onze kleine zieke had de verzoeking, om zijn speelgenoot te bezoeken, niet kunnen wederstaan. De oorzaak van de ziekte is duidelijk; de besmetting was het gevolg van bovengenoemd bezoek. Onze kleine man heeft zich in de verloopen zeven dagen volkomen wel gevoeld, tot gisterenavond, toen de volgende verschijnselen bij hem werden waargenomen: Zonder dal hij zich dien'dag bijzonder had ingespannen gevoelde hij zich erg vermoeid en ter neergedrukt, zoodat hij vroeger dan gewoonlijk naar zijn bedje verlangde. Hij weigerde zijn avondeten en klaagde over een gevoel van volheid en misselijkheid. Hij had een weinig hoofdpijn, doch klaagde vooral over droogheid en lichte pijn in de keel, waardoor het slikken eenigszins moeilijk en soms zeli's vrij pijnlijk was. De huid was daarbij heeter dan gewoonlijk, ruw en droog op het aanvoelen; de pols was bijzonder snel, in een woord do knaap was koortsig.

In dien toestand bevond zich de kleine zieke gisterenavond. Hedenmorgen vinden wij denzelfden toestand, het spreekt echter van zelf, dat wij als arts den lijder nauwkeuriger onderzoeken. Wij vestigen allereerst onze aandacht op het lichaamsdeel waaraan het kind 's avonds en den ganschen nacht het meest geleden heeft, laten hem den mond daarom wijd open doen en zien bij het onderzoek der keelholte, dat het zacht gehemelte zeer donker gekleurd en het slijmvlies eenigszins gezwollen is. De amandelen, die aan weerszijden van het zachte gehemelte liggen, zijn opgezet en zeer rood; de tong is rood en lichtgrijs beslagen ; het treft ons, dat de oppervlakte der tong met tallooze kleine korreltjes bezaaid is, die eveneens rood gekleurd zijn en de tong het aanzien geven van een moerbei (moerbei-tong). De huid is zeer droog en hard en bij het opnemen van de temperatuur des lichaams merken wij, dat die 2 graden hooger is dan de normale, daar de thermometer 39,7° C.

ocr page 16

14-

aangeeft. Do pols is bijzonder versneld en wij tellen 180 slagen in do minuut. Als wij de huid in do halsstreek van den knaap oenigszins nader boseliouwen, schijnt iiot ons of ze daar iets roodor ware dan anders ; wij kunnen dit evenwel niet vast bepalen, het is toch mogelijk, dat wij ons bedriegen. Vatten wij nu alles 't geen wij van don knaap zelf on van zijne ouders hoorden bijeen en brengen wij dit in verband met de vorschijnsolon, die wij bij hem waarnemen, dan is er haast geen twijfel over of wij hebben met een beginnend geval aan roodvonk te doen. Het kind bevindt zich in het tijdperk der voorboden van de eigenlijke huidziekte, en wij weten bij ervaring zeker, dat do huid van den kleinen lijder, den volgenden morgen met het kenmerkend roodvonkuitslag bedekt zul wezen. Nadat wij ons nu de verschijnselen van iiot voorboden-tijdperk, gemis aan eetlust, roodheid en zwolling van hot zachte gehemelte, met oen gevoel van droogte in do keel en moeilijk slikken, do beginnende moerbeitong, de hoogo temperatuur des lichaams en de snelle pols nog eens goed hebben nagegaan, verlaten wij het kind, om hot den volgenden morgen weer te bezoeken. Bij dit tweede bezoek vinden wij hot lijdortje in don volgenden toestand. De goheole oppervlakte van zijn lichaam vertoont oen licht rozoroode kleur, het donkerst aan den hals en aan do borst, aan do boenon en armen minder rood, doch ook daar is de roode kleur aanwezig, liet gelaat van den knaap is donkerder rood, de oogon glinsteren, de ademhaling is sneller dan gewoonlijk, liet kind haalt wol .'gt;0 maal adem in do minuut, terwijl oen gezond kind in denzelfden tijd go-woonlijk niet moor dan 20 malen adem haalt. Do pols tolt 100 slagen in do minuut. Hot kind klaagt over groote moeite bij hot slikken, en bij hot beschouwen van de mond- on neusholten zien wij hot slijmvlies zeer gezwollen, zoor rood en vooral de amandelen grootor en moor uitpuilend dan onder gewone omstan ligheden. Tor-wijl wij nu iets nauwkeuriger op do huid lotton on haar aandachtig van nabij bekijken, zien wo, dat het schijnbaar gelijkmatig roode uitslag bestaat uit talloozo zoor fijne roode verhevene puntjes, zoodat men iiot ireheolo uitslaquot;' met oen beeld van inozaïk zou kunnen ver-

ocr page 17

15

gelijken. Do geheele huid seliijut ook iets meer gezwollen en veerkrachtiger te zijn, en als wij met den vinger hier of daar op de huid drukken, dan verdwijnt de roode kleur voor een oogenblik onder den drukkenden vinger en komt de normale huidkleur terug, om zoodra de drukking ophoudt weer voor de roode kleur plaats te maken. Het kind heeft overigens geen hoofdpijn, maar de kleine patiënt is eenigszins ongeduldig, omdat hij zich onlekker gevoelt, intusschen spreekt hij met ons en wij krijgen uit de wijze, waarop hij antwoordt, uit zijn geheele houding de overtuiging, dat er althans voor heden — want wij moeten bij roodvonk steeds een slag om den arm houden — geen levensgevaar bestaat. Wij mogeü evenwel onzen kleinen zieke niet verlaten zonder hem, door enkele voorschriften betrekkelijk de verpleging, eenige verlichting in zijn toestand te bezorgen. Het is daarbij onze eerste plicht, om den ouders op het hart te drukken, dat ze den knaap niet te warm toedekken, het kind moet koel gehouden worden, een wollen nachtgewaad, dat hij gisteren aanhad is heden op onzen raad niet meer in gebruik; de vensters zijn ook in de ziekenkamer open geweest, zoodat wij dan ook bij het binnentreden van het vertrek den aangena-men indruk verkrijgen van do daar aanwezige frissche, zuivere lucht; het toeval wil, dat wij dit ziektegeval in den nazomer tor behandeling krijgen, maar ook zelfs in den winter zouden wij niet schromen, om de ziekekamors geregeld te luchten, en zouden zelfs bij de strengste koude de vensters minstens eon uur open zetten en te groote afkoeling van het vertrek trachten te voorkomen door iets harder te stoken. Het kind mag in zijn bedje slechts licht gedekt wezen, niet met een dekbed maar meteen eenvoudige sprei of deken. Onze zieke heeft heden ook een helder schoon hemd aan, omdat wij gisteren do ouders hebben verzocht, om hem zoo mogelijk allo dagen te verschoonen, doch te zorgen, dat het schoone linnen goed gedroogd zij.

Tegen don kwolleudon dorst reiken wij onzen patient frisch, koud water, 't geen hem ook het boste bevalt, veel boter dan limonade uit vruchtensappen bereid. Do keelontsteking zoeken wij meer

ocr page 18

16

door uitwendige dan door inwendige middelen te bestrijden, door het kind om de 5 minuten een in ijswater goed gedrenkt, en dan weer uitgewrongen kompres om den hals te leggen, met de bemerking diit men, indien dat soms te lastig moclit wezen, even goed een met ys gevulde blaas kan aanwenden. Eindelijk schrijven wij nog voor, dat liet kind lieden en van nu ai' dagelijks een bud mag nemen. Bij een kamertemperatuur van 18quot; li. mag het badwater 26° hebben.. terwijl de kleine er ongeveer 10 minuten in mag verblijven en flink met zeep moet afgewasschen worden. Uit het bad genomen moet hij goed worden afgedroogd en schoon linnen aandoen en daarna weer te bed gebracht én licht toegedekt worden. Hiertoe bepalen zich voor van daag onze voorschriften. Ik merk aan mijn belangstellenden vriend, dat hij bij alle deze maatregelen eenigszins bedenkelijk liet hoofd schudt, omdat ze zoo geheel in strijd zijn met die, welke men tot dusverre bij roodvonk heeft genomen. Welnu! Avij hebben in de geneeskunde een treurigen tijd gehad, waarin de heete koortsachtige ziekten met warmte behandeld werden, en aangezien de dwalingen der artsen bij het publiek al heel licht wortel schieten en als moeilijk te overwinnen vooroordeelen blijven bestaan, zoo vindt men ook tegenwoordig nog zelfs zeer ontwikkelde leeken, die zich van de vroeger gevolgde behandelingswijze niet kunnen losrukken. Gelukkigerwijze zijn de geneeskundigen dezen tijd reeds geheel te boven en het publiek zal, naar wij hopen zich ook spoedig door hen laten leiden; want wij kunnen thans met geen mogelijkheid bepalen hoeveel nadoelen lijders aan ernstige koortsachtige ziekten door een verhittende en warme behandeling hebben ondervonden; van geneeskundige zijde is zelfs reeds beweerd, dat het roodvonk alleen daardoor zulk een kwaadaardige ziekte is geworden, omdat men haar eeuwen lang met prikkelende geneesmiddelen en warme verpleging behandeld heeft. Hoe weinig grond deze bewering nu ook hebben moge, want reeds do vroegste roodvonkepidemieën waren soms uiterst kwaadaardig, zoo is liet toch onbetwistbaar waar, dat roodvonklijders zich bij eene koele behandelingswijze veel beter bevinden en dat de procentsgewijze sterfte bij de

ocr page 19

17

zware gevallen veel minder is geworden; Ik zelf' heb gezien, dat drie kinderen van een doodarme familie, die midden in een kouden winter, zooals in het Hartsgebergte kan voorkomen, dicht bij een venster lagen, waarvan de ruiten gebroken waren, zoodat de sneeuwvlokken hen in het gezicht vlogen — dat deze kinderen alle drie van zeer ernstig x-oodvonk genazen. Er is een algemeene natuurwet, die ik met de triviale woorden «waar brand is moet men blnsschen en geen olie in liet vuur werpen,quot; wil aanduiden; en de koortsachtige processen in het dierlijk organismns zijn inderdaad niets anders, dan snelverloopende verbrandingsprocessen van de organische stoften des lichaams.

Wij hebben tot heden toe nog geene geneesmiddelen voorgeschreven en in lichte gevallen kunnen wij er ook wel buiten, omdat de ziekte, zooals wij aan zullen toonen een cyclisch verloop heeft, dat, eens begonnen, zijn natuurlijken loop moet volbrengen. Intusschen behooren noch de vriend, die mij vergezelt, noch ik zelf tot zulke menschen, die de geneesmiddelen bij ziekte haten of' als nutteloos beschouwen. Zoozeer men zich moet wachten om geneesmiddelen voor te schrijven, waar ze niet noodig zijn, en waar di-eetetische voorschriften de voorkeur verdienen, evenzeer zou men aan den anderen kant met domheid en blindheid geslagen zijn, als men onder zekere omstandigheden, waar men van de heilzame werking van geneesmiddelen alles kan verwachten, er zijn toevlucht niet toe nam; waar dergelijke omstandigheden bestaan is het de heiligste plicht van den arts, om de geneesmiddelen hem door de natuur geschonken aan te wenden; het publiek moet zich echter ontwennen, om bij een ziekbed altijd een drankfiesch te willen zien, wij geneesheeren moeten zorgen, om niet meer voor te schrijven dan noodig is. üe zaak is eigenlijk deze, dat een groot aantal recepten alleen geschreven worden, omdat de patienten veeltijds alle vertrouwen in de drankfiesch stellen en meenen, dat zij zonder die niet herstellen kunnen. Voor ons hebben dergelijke recepten dan ook geene andere beteekeuis dan dat wij daardoor den schijn

aannemen, dat wij iets aan den zieke doeu. Deze zeer beharti-

•gt;

ocr page 20

18

genswaarde wenken tnsschen twee haakjes. Wij keeren nu naar onzen zieke terug. Den volgenden dag bemerkten wij, dat de patiënt nog niet veel beter is, liet uitslag is nog donkerder geworden, zoodat het geheele lichaam er als een donkerrootle dook uitziet. De huid is nog heet, de wangen zijn rood; de pols is zeer snel, in een woord denzelfden toestand als gisteren; wij bevinden ons op het hoogste punt van het tweede tijdperk der ziekte, het tijdperk van bloei. — Den volgenden dag evenwel heeft de ziekte een ander voorkomen verkregen. Het kind gevoelt zich beter, de koortsverschijnselen zijn minder, de roode kleur gisteren nog zoo donker, begint te verbleeken en ook is de huid minder gespannen; het gelaat is niet zoo donkerrood als gisteren, zelf iets bleeker dan gewoonlijk, de pols heeft maar 130 slagen meer, de ademhaling is vrijer en ook veel minder snel dan den vorigen dag. De tong is nog rood en bezit nog baar moerbeiachtig voorkomen, de kleine begint trek in eten te krijgen; de dorst is verdwenen en het slikken is niet meer zoo pijnlijk als de vorige dagen; en als wij door den geopenden mond de keelholte van den kleinen patiënt beschouwen, dan zien wij, dat ook het slijmvlies minder rood begint te worden. In de eerstvolgende dagen neemt de ziekte op de zoo even aangegeven wijze meer en meer af. De koorts verdwijnt geheel. De pols daalt tot op 80 slagen in de minuut en de temperatuur van de huid tot 37.5° C., de roode kleur der huid wordt steeds bleeker en verdwijnt eindelijk geheel. De eetlust wordt goed en de knaap gevoelt zich lustig en opgewekt. Uit alles bemerken wij, dat de ziekte afneemt en ieder, die liet verraderlijke van het roodvonk niet kent, zou meenen dat het geheele proces geëindigd en het gevaar van den zieke verdwenen was. Bij onzen kleine, die dan ook slechts zeer licht ziek was, zal dit waarschijnlijk ook wel het geval wezen, hoewel wij niet onopgemerkt laten, dat al zeer spoedig nadat de roodheid verdwenen is, de huid een andere gesteldheid verkrijgt, die ons tot dusverre onbekend was. Ze wordt, nadat ze eerst zeer bleek geworden was, in de eerstvolgende dagen ruw en stoot zich vooral in den hals, aan den

ocr page 21

19

rug en de voorvlakte van den romp in kleine schilfertjes af; van de handen laten zelfs groote lappen los, die het kind zelf met groot genoegen losscheurt. Met deze verschijnselen zijn wij het afschii-fer i n gs t ij d p er k ingetreden; toch al is de koorts geheel verdwenen en al gevoelt het kitul zich wel, zijn wij nog maar op de helft der ziekte gekomen, want zooals wij later zullen aantoonen, dit tijdperk brengt nog zeer veel gevaren met zich mee. Juist daarin ligt het verraderlijke van het roodvonk, dat in den tijd, waarin de omgeving en de zieke zelf meenen, dat hij geheel hersteld is, en hij niets liever zou doen dan opstaan en uitgaan, juist de meeste gevaarlijke toestanden kunnen ontstaan. Het afschilferingstijdperk verloopt bij onzen zieke in 14 dagen, zoodat na dien tijd de huid geheel gezuiverd schijnt; intusschen is dit niet in alle gevallen hetzelfde; de tijd van duur is dikwijls zeer verschillend, soms duurt het zeer vele, soms maar weinige dagen, soms zelfs eenige weken; ook heeft de afschilfering over 't algemeen naar de meer of minder lievige huidontsteking meer of minder sterk plaats; bij eenige zieken haast niet waar te nemen en voor den arts alleen waarneembaar door de ruwheid der huid, zien wij bij anderen de opperhuid in groote lappen loslaten, vooral aan de armen en aan de handen, waar zij soms als een handschoen kan worden afgetrokken. Wij willen omtrent dit tijdperk van de ziekte ook nog enkele opmerkingen met betrekking tot de verpleging en verzorging laten volgen. De reden, waarom wij bij ons lijdertje van liet begin zijner ziekte tot aan haar hoogste punt iedere verhittende behandeling vermeden, bestond in de hevigheid van de vergezellende koorts; het zal daarom ook gemakkelijk te begrijpen zijn, dat met het oogenblik waarop de koorts verdwenen is, die behandeling niet meer op haar plaats is. Onze kleine patiënt klaagt ons zelfs al spoedig, dat hij het koud heeft, zoodat de natuur nu als het ware zelve een wenk geeft om hem warmer te houden dan tot nu toe; het spreekt echter Avel van zelf, dat men ook nu den patiënt niet al te veel mag broeien.

Wij dekken onzen kleinen zieke niet toe met een dekbed of

ocr page 22

20

met wollen dekens, en zelfs :il bevonden wij ons in den winter, zonden wij niet te hard stoken, noch verzuimen om de kamer te luchten; hoogstens zouden we, zoolang het kind hot bed houdt, zorgen, dat liet dek iets warmer is dan vroeger. In den winter zouden wc de temperatuur van de kamer tot op ongeveer 17° IJ. brengen en den patiënt bij het luchten der kamer voor tochtlucht behoeden, door het plaatsen van een tochtscherm of' wel door hem in een aangrenzend vertrek over te brengen. Dit zal voldoende wezen om den patiënt voor de nadeelige gevolgen van het vatten van koude te vrijwaren.

Is nu reeds in de eerste tijdperken van liet roodvonk de hnid-kultuur van het hoogste belang voor een gelukkig verloop van de ziekte, niet minder is zij dit ook in het afschilferingstijdperk, waarin de natuur alles in liet werk stelt om de opgenomen smetstof uit het lichaam te verwijderen; daarom zijn baden voor den zieke een eerste vcreischte. De baden moeten nu met het oog op de lagere temperatuur van het lichaam van don patiënt om dezen tijd, — die temperatuur is nu niet hooger dan 37n C. — iets warmer gegeven worden, zoodat hij nu in een bad van 27° II. gebracht wordt. Kleinere kinderen zouden wij zelf een bad van 30° R. voorschrijven. Om liet zuiveringsvermogen van liet water te verhoogen voege men bij het bad een weinig keukenzout, terwijl het van zelf spreekt, dat de zieke in het bad met een spons en zeep flink worde afgewas-schen. Onder deze behandeling zal het afschilferingstijdperk zonder stoornis gelukkig verloopen. Do kleine heeft een goeden eetlust en gevoelt zich volkomen wel, zoodat men weldra niet meer kan merken, dat bij zulk een ernstige ziekte als het roodvonk doorstaan heeft. — Wij kunnen nu het kind, dat wij tot dusverre behandelden vaarwel zeggen, omdat wij zeker zijn, dat hij nu voor verdere schadelijke gevolgen gevrijwaard is. De geheele duur van onze behandeling was nagenoeg vier weken, en daar wij nog mooi weer hebben, staan wij hem toe, zich in dc vrije lucht te bewegen, 't geen hem zeer veel goed doet; waren we in den winter of was het weder niet zoo schoon, dan zouden wij hem voorzichtigheidshalve nog 8—14

ocr page 23

21

dagen binnen houden, en zijn luiid, door de temperatuur van het bad langzamerhand te verminderen, tegen weersinvloeden harden.

Ieder geneesheer is verplicht, zich elke nieuwe ervaring die hij opgedaan heeft, en de omstandigheden, waaronder hij haar verkregen heeft, nauwkeurig in te prenten, om uit een groot aantal ervaringen zijne gevolgtrekkingen te maken; en omdat wij nu onzen lezer zoo even bij het zieke kind telkens aan onze zijde hadden en hem tot medebehandelenden arts en waarnemer hebben bevorderd, zoo leggen wij hem ook diezelfde verplichting op, en verlangen, dat hij de ondervinding uit do waarneming van het daar pas beschreven geval verkregen, nauwkeurig omschrijve en haar goed onthoude. Wij hebben dan daaruit kunnen leeren:

1°. Dat liet eenvoudig, goedaardig rondvonk oen ziekte is met een cyclisch verloop, en dat men daarin verschillende tijdperken kan en moet onderscheiden: ten eerste het tijdperk der voorboden, dan het tijdperk van uitbotting en bloei en eindelijk dat van de afschilfering; daaronder is de tijd, waarin hot vergift in rust verkeert (het tijdperk der broeiing, 't welk van 4—7 dagen kan duren), niet medegerekend.

2quot;. Het tijdperk der voorboden duurt slechts kort, gewoonlijk niet langer dan 1 a 2 en soms 3 etmalen; dat van uitbotting en bloei (gt;—7 dagen; liet afschilferingstijdperk kan van 2—6 weken duren, doch is in den regel in 10 dagen geëindigd.

O O o O

3quot;. Het roodvonk is een ziekte van liet bloed, die met hevige koorts, met keelontsteking en belangrijke ontsteking van do huid gepaard gaat en licht van don eenen mensch op den anderen wordt overgebracht.

4°. Met het oog op de hevige koorts moet het roodvonk in het algemeen en vooral in het begin der ziekte met verkoelende middelen behandeld worden en mag men de zieken niet broeien. De temperatuur der kamer mag niet hooger dan 15° R. wezen. Eens in hot tijdperk dor afschilfering, mag do kamertemperatuur op 17° gebracht worden en kan men de zieken iets warmer toedekken.

5quot;, Het is vooral do verpleging van de huid, de huidkuituur,

ocr page 24

22

waar het bij de behandeling van liet roodvonk op aankomt, daarom moet de patiënt reeds den eersten dag, dat men liet nitslag bemerkt met baden behandeld worden, die in liet begin met het oog op de koorts koel moeten gegeven worden, docli later warmer moeten zijn. Na ieder bad moet de patiënt zuiver, goed gedroogd, linnen aandoen.

Neemt men deze regelen tot richtsnoer bij de behandeling, dan zullen ongetwijfeld alle roodvonkgevallen, die niet van den beginne af aan een onregelmatig karakter vertoonen, in den regel gelukkig afioopen en zal men de voldoening smaken, dat de zieke kinderen hunne gezondheid weer volkomen terugkrijgen.

Indien wij alleen de gelegenheid hadden om het straks beschreven geval van roodvonk waar te nemen of zoo het toeval ons niets anders dan zulke gevallen onder behandeling deed krijgen, dan zouden we zeker nauwelijks aan kunnen nemen, dat het roodvonk een kwaadaardige ziekte is, en dat te meer omdat wij zagen hoe regelmatig zijn verloop was; wij zouden eerder tot het besluit komen om het roodvonk een goedaardige ziekte te noemen, ofzelfs geen ziekte, evenals de groote Sydenham dit in de 17o eeuw deed na de epidemie, die hij waargenomen en beschreven heeft. Wij zullen echter spoedig genoeg leeren inzien, dat het roodvonk zeer kwaadaardig kan wezen en met het oog op de snelheid, waarmede het dooden kan en op liet groot aantal naziekten in kwaadaardigheid met de cholera zon kunnen worden vergeleken.

II. GEVAARLIJKE VORMEN VAN ROODVONK.

1. Het kwaadaardig roodvonk.

Zoowel in het begin eener hevige epidemie als wanneer zij op 't hoogst is ziet men soms enkele gevallen van roodvonk, die door hun verloop zelfs ervaren artsen in verbazing brengen. Oogen-schijnlijk gezonde en zeer vroolijke kinderen worden als met een bliksemslag, door de ziekte aangetast; hun ziekte duurt slechts weinige uren; zij worden bewusteloos en sterven in de diepste ver-dooving binnen zeer korten tijd. Ziedaar in weinige woorden de

ocr page 25

23

schets van het beeld dezer vreeselijke ziekte, die wij nu nauwkeuriger zullen leeren kennen. Wij kiezen daartoe denzelfden weg, dien wij straks hebben ingeslagen, niet de beschrijving van hetgeen vroeger is gezien, maar eigen waarneming zal onze leermeesteres wezen, en de uitbreiding der roodvonkepidemie, in welker begin wij het boven beschreven geval van roodvonk, hebben gade geslagen geeft ons helaas spoedig gelegenheid, om froed op de hoogte te komen. Wij, mijn vriendelijke lezer en ik, gaan naar een kind, waarbij ik geroepen ben, en dat eenige weinige minuten geleden plotseling zeer ernstig ongesteld moet zijn geworden. Het kind is een speelmakker van ons vorig patiëntje en wij vermoeden dus reeds, dat ook hij door het roodvonk zal zijn aangetast. Aangezien wij weten, dat de ouders van het kind bedaarde en verstandige menschen zijn, die niet uit overdreven angstvalligheid telkens den arts laten roepen, zoo vreezen wij, dat liet kind werkelijk ernstig ziek zal wezen. Do knaap is vier jaar en tot voor zeer korten tijd vroolijk en gezond geweest; hij heeft zijn avondboter-ham nog gegeten en later nog evenals gewoonlijk gespeeld. Eensklaps is hij over vermoeidheid gaan klagen, en wenschte eenige oogenblikken te gaan liggen, zonder evenwel rust te vinden; hij werd integendeel meer en meer onwel, en begon te braken; dit braken herhaalde zich al spoedig, en daarbij was het kind reeds zoo afgemat en zag er zoo angstig en vervallen uit, dat men het ter nauwernood zon herkennen. Dit alles is in den loop van nog geen half uur geschied, en de ouders maakten zicli zoo angstig, dat zij aanstonds geneesknndige hulp hebben ingeroepen. Het kind ligt, nog aangekleed, met half geloken oogen op de sopha, do kleur van zijn gelaat is bleek, en bijzonder in het oogvallend is een bleeke kring, die zich van het voorhoofd tot rondom de oogen en naar den neus uitstrekt, het kind verkrijgt daardoor een uiterst ontsteld voorkomen. Als wij liet toespreken dan opent het de oogen geheel en ziet ons met een erg matten blik aan, waarop het dadelijk de oogleden weer laat vallen, terwijl wij op onze vraag of hij ook pijn in het hoofd of ergens anders heeft, geen antwoord

ocr page 26

24

krijgen. AVij laten liet kind nu ontkleeden. Op de linid, die warm, doch niet bovenmatig heet op het aanvoelen is, is niets bijzonders waar te nemen, er bestaat geen zweem van een of ander uitslag of van roodheid. Do pols is buitengewoon snel, zoodat wij hem nauwelijks kunnen tellen, doch met eenige moeite merken wij, dat hij zeker meer dan 200 slagen doet, de ademhaling is oppervlakkig, snel, 60 maal in de minuut. Wij onderzoeken de keel van het kind en ontwaren, dat het slijmvlies van de keelholte donkerrood en gezwollen is; ook de amandelen zijn opgezet, dit is de eenig waarneembare ontleedkundige verandering, die intusschen niet voldoende is om den blijkbaar hoogst gevaarlijken toestand te verklaren. Dit onderzoek van de keelholte, dat intusschen slechts met moeite is kunnen geschieden, heeft overigens dit voordeel gehad, dat het kind opgewekter is; hij beantwoordt enkele onzer vragen en deelt ons mede, dat hij een stekende pijn in de keel gevoelt en grooten dorst heeft. Het aanwezig zijn van meerdere gevallen van roodvonk in onze woonplaats en de mededeeling der ouders, dat het kind met het door roodvonk aangetaste kind van hun buurman tot op het oogenblik, dat dit laatste ziek werd in aanraking is geweest, stelt ons in staat om een diagnose te maken — d. i. de ziekte te herkennen, 't geen wij anders misschien niet zouden kunnen gedaan hebben; wij besluiten uit het bovenvermelde, in verband met de, zij het ook nog weinig beteekenende keelontsteking, dat wij een beginnend geval van roodvonk voor ons hebben en zijn er reeds dadelijk op voorbereid, dat het een zeer ernstig geval zal wezen, omdat de eerste verschijnselen reeds zoo hevig zijn; wij verhelen dit ook voor de ouders niet, opdat zij ons later niet kunnen verwijten, dat wij de zaak niet ingezien of te licht geteld zouden hebben.

In gevallen als het daareven beschrevene staat de arts schier hulpeloos aan het ziekbed, en kan hij in den regel niets anders doen dan afwachten, welken loop de natuur wil nemen. Om het zenuwstelsel eenigermate te bedaren schrijven wij een lauw bad voor, en geven inwendig 't een ol' ander opwekkend geneesmiddel.

ocr page 27

Dc beginnende nedergedrnkte toestand cn slaperigheid van liet kind nopen ons, om na het had koude omslagen op het hoofd aan te wenden.

Weinige uren later spoeden we ons, door angst voor onzen kleinen patiënt gedreven, reeds weer naar hem heen. Wij vinden hem op treurige wijze veranderd, en mogen helaas ! den ouders geen zweem van hoop meer geven op zijn behoud. Het kind is nog onrustiger geworden, het wentelt zich van «Ie eene op de andere zijde, ieder oogenblik klagelijk steenende; de oogen zijn halfgesloten; als wij hem luide aanroepen opent iiij ze slechts voor een oogenblik en bemerken we een ledigen, starenden blik; het is onmogelijk om het kind een enkel woord te doen spreken; het slikt ter nau-wernood nog een weinig van den hem aangeboden drank. Hot braken heeft zich niet herhaald, doch er is onwillekeurige stoelgang geweest. De pols is ontelbaar, de adem buitengewoon snel, GO maal in de minuut. De huid is brandend heet.

Terwijl de bewusteloosheid steeds dieper werd en tot volkomen verdooving toenam, volgde de dood van het kind nog binnen het eerste etmaal der ziekte. De zeer verstandige ouders staan ons toe om de lijkopening te doen, waarbij wij hopen iets belangrijks te zullen vinden; wij zien ons echter in die hoop teleurgesteld, want wij vinden feitelijk niets waardoor wij den spoedigen dood van liet kind kunnen verklaren. De inwC'uTlige organen van het lichaam, de hersenen, de lover en de nieren zijn rijker aan bloed dan gewoonlijk, de milt is op do doorsnede donkerder gekleurd en schijnt ook iets grooter, terwijl het bloed er vrij donker uitziet en dun vloeibaar is. Ziedaar alles, — de eigenlijke oorzaak van den dood is ons daardoor geenszins duidelijk geworden.

Wij willen nu nog oen oogenblik bij dit geval stilstaan en nagaan wat wij er bij hebben opgemerkt. Wij hebben de ziekte als roodvonk beschouwd zonder dat wij ook maar met een enkel woord van het huiduitslag hebben gerept. Hadden wij dan daartoe wel het recht? Indien wij maar dit eene geval zooals daar voorkwam, waargenomen hadden, dan zou onze uitspraak zeer gewaagd

ocr page 28

26

wezen, en wij zouden op tegenspraak van onze collega's bedacht moeten zijn; wij zijn intnssclien niet de eersten, die zulk een ziekte zagen, zij is veeleer reeds door de alleroudste waarnemers van het roodvonk beschreven geworden en ook wij zelf' hebben meer dergelijke gevallen waargenomen. Wij zullen helaas in deze zelfde epidemie, die langzamerhand een zeer kwaadaardig karakter aanneemt, nog wel meer zulke gevallen ontmoeten en gelegenheid hebben om de lijkopening te doen; ieder dergelijk geval, komt in een huisgezin voor, waar een ot' meer kinderen door duidelijk uitgedrukt roodvonk, met zichtbaren uitslag, aangetast zijn geweest zoodat men er volstrekt niet aan kan twijfelen of deze ziekte heeft dezelfde oorzaak en ontwikkelt zich uit dezelfde smetstof, (contagium) als liet eenvoudig roodvonk.

Hetgeen wij uit deze waarneming leeron is van tweeërlei aard: 1. dat er roodvonkkoorts bestaat zonder huiduitslag en dat deze ziekte dan, hoewel in den regel goedaardig, ecu zeer kwaadaardig karakter kan aannemen en 2. dat een enkel verschijnsel den aard van de ziekte niet bepaalt, maar dat de mogelijkheid, om een ziekte te herkennen alleen verkregen kan worden, als men alle ziekteverschijnselen te samenvat. Het is een onverstandige eisch van vele lijders, om reeds bij het eerste bezoek van den arts, van hem te willen weten welke hunne ziekte is; omdat dit onder sommige omstandigheden zeer moeilijk is, vooral bij die alleen staande gevallen, waar de voornaamste verschijnselen of geheel ontbreken ol slechts zeer onvolkomen zijn uitgedrukt; men heeft het dan zich zeiven te wijten als zelfs een nauwgezet geneesheer, door dwaze patiënten tot spreken gedwongen, zich alleen in duistere termen, voor hen onverstaanbaar, over de ziekte uitlaat. Mijn vriendelijke metgezel zal wel begrijpen, dat er gevallen voorkomen waar de herkenning eener ziekte uiterst moeilijk, ja dikwijls onmogelijk is, en indien het zoo even beschreven ziektegeval, dat wij, en te recht, voor roodvonk gehouden hebben, het eerste en eenigste in onze woonplaats ware geweest, wij zonden dan zelfs in weerwil van hetgeen de lijkopening ons opleverde,niet in staat zijn geweest om de ziekte te horkenneu.

ocr page 29

27

Maai' hoc nu het snelle verloop en het kwaadaardige van de ziekte te verklaren? Wij gaan daartoe terug tot hetgeen we boven over de smetstof gezegd hebben en herinneren daarbij, dat wij deze hebben beschreven als lichaampjes, die de vatbaarheid hebben, om zich voort te planten en te vermenigvuldigen, en wier kiemen van het eene individu op liet andere kunnen worden overgebracht. Evenmin nu als wij deze lichaampjes kennen, even weinig weten we tot welke processen ze aanleiding geven in liet bloed van hem, die er door besmet is. AVij kunnen ons hier alleen op het gebied der hypothese bewegen en moeten ons voorstellen, dat genoemde kiemen als ze in het bloed van een mensch zijn geraakt, dit als het ware in gisting brengen en dat de hevigheid van dit gistingsproces de levensvatbaarheid van de lichaamsorganen ondermijnt. Het is dus vooral de vraag of het bloed van eenig mensch zeer licht in gisting te brengen is, in welk geval een kleine hoeveelheid smetstof reeds tot een zware ziekte aanleiding kan geven. Wij weten dan ook reeds, dat er menschen zijn, die maar even met een lijder aan besmettelijke ziekte in aanraking behoeven te komen, oin dadelijk ziek te worden; terwijl anderen vrij lang en krachtig weerstand aan de besmetting bieden.

Passen wij deze algemeene regels op het roodvonk toe, dan ontwaren wij aanstonds, dat het kwaadaardige en sneldoodende karakter daarvan gezocht moet worden iu een uiterst snelle, met het leven onbestaanbare, bloedsontmenging, die door het roodvonk-gift in het bloed van eenig mensch, dat lichtelijk in gisting geraakt, veroorzaakt wordt. Wij herhalen echter, om niet verkeerd begrepen te worden, nog eens, dat wij hiermede alleen beproefden om het kwaadaardig roodvonk te verklaren, en dat wij in de verste verte niet begrijpen, hoe dit proces in zijn werk gaat; wij bewogen ons zooals wij zeiden op het gebied der veronderstelling; dergelijke hypothesen zijn echter voor de wetenschap zeer belangrijk, omdat ze op vroegere ervaringen gesteund en met verstand in toepassing gebracht, den weg kunnen banen, tot nieuwe ontdekkingen.

De kwaadaardige roodvonkkoorts, waartoe wij nu terugkeeren,

ocr page 30

28

verloopt niet altijd zooals wij dit in liet waargenomen geval beschreven hebben; in de meeste gevallen gaat het niet zoo snel, zoodat de ziekte zich meer duidelijk kan ontwikkelen. Dan volgen, hoewel in korter tijdsbestek, de verschillende tijdperken, die wij boven bij het eenvoudig roodvonk beschreven hebben, elkander op. De oudere broeder van het kind, dat aan kwaadaardig roodvonk gestorven is, is ook ziek geworden, met verschijnselen, die op roodvonk wijzen. De ouders zijn buitengewoon angstig en roepen spoedig onze hulp in, waaraan wij naar ons beste vermogen zullen trachten te voldoen. Wij willen eerlijk bekennen, dat wij ons eenigszins schoorvoetend naar den patiënt begeven, omdat wij vree-zen, dat de ouders misschien andermaal door dezelfde ramp getroffen kunnen worden. De eerste blik op het zieke kind maakt ons deze vrees bijna tot zekerheid. Het kind, dat tot dusverre volkomen gezond was, is nog geen uur geleden ziek geworden, ook nu mot verschijnselen van misselijkheid en braking; het laatste heeft zich in dien korten tijd driemaal herhaald. De jongen ziet er bleek en vervallen uit, is echter volkomen bij zijn bewustzijn en antwoordt op onze vragen, dat hij stekende pijnen in de keel, maar geen hoofdpijn heeft, en zich zeer moe en afgemat gevoelt. Jlet onderzoek van den pols toont ons het enorm aantal van 180 slagen in de minuut, terwijl de ademhaling 40 malen in de minuut plaats heeft, de huid is brandend heet. Wij onderzoeken de keelholte en vinden de amandelen in een ons tot dusverre nog niet voorgekomen toestand. Hare omgeving is zeer donkerrood, het slijmvlies en de gehcele keelholte schijnt eenigszins gezwollen en heeft het voorkomen van donkerrood fluweel; men spreekt daarom in wetenschappelijke termen ook van een fluweelachtige zwelling. De amandelen, die vrij sterk uitpuilen, schijnen als 't ware met een vuilgeel beslag overtrokken te zijn, 't welk wij door middel van een aan een staafje gebonden sponsje slechts met moeite kunnen wegnemen. Hoe gering en dun dit vuilgeel beslag ook zijn moge, zoo is het toch voor den arts een teeken, dat er gevaar dreigt en mijn metgezel zal aan mijn bezorgden blik reeds bemerkt hebben,

ocr page 31

29

dat ik dit nieuw geval niet als goedaardig beschouw. Op grond van hetgeen voorafgegaan is, zijn wij dan ook verplicht om den armen ouders mede te deden, dat wij met beginnend roodvonk te doen hebben, 't welk zich ernstig laat aanzien on reeds bij zijn eerst ontstaan samengesteld is met kwaadaardige keelontsteking (diphtheritis). Onze voorspelling is dan ook, zoo niet bepaald ongunstig, dan toch met het oog op den algemeenen toestand van het kind, hoogst bedenkelijk. Het verder verloop leert ons, helaas ! de ziekte in al hare kwaadaardigheid kennen. Den volgenden dag heeft het kind hevige koorts. De huid is met een vuil doch donkerrood uitslag overdekt; op enkele plaatsen verdwijnt de roodheid niet onder den drnkkenden vinger, zij blijven rood en dat is ons een bewijs, dat wij niet alleen met ontstekingsroodheid te doen hebben, maar dat er uitstorting van bloed onder de huid heeft plaats gehad. Wie de besmettelijke ziekten kent en bij vroegere epidemieën ondervinding omtrent deze bloeduitstortingen onder de huid heeft opgedaan, weet ook, dat men met een der allergevaarlijkste verschijnselen te doen heeft. Het is een bewijs, dat het bloed der zieken zeer ontmengd is, en maar zelden is het organisme daartegen bestand.

Het geheele voorkomen van liet kind boezemt ons dan ook groote bezorgdheid in. De uitdrukking van het gelaat is dof en er bestaat neiging tot slapen; daarbij is het kind onrustig, hot blijft niet lang in dezelfde houding, maar werpt zich van de eene zijde op de andere; de ademhaling is buitengewoon snel, zoo ook de pols, die uiterst zwak en haast niet te tellen is. Wij onderzoeken wederom de keel en vinden daar de gisteren pas begonnen ziekteverschijnselen zeer toegenomen. Beide amandelen zijn met dikke, vuile, grijsgeele massa's bedekt en haast niet waarneembaar, de omgeving donkerrood; bij de door het onderzoek opgewekte bewegingen tot braken, wordt een dik, geel, taai, etterachtig slijm ontlast, dat de geheele keelholte vult en alle verder onderzoek belet. De tong is droog met een roodbruine, bijna glimmende korst bedekt, ook de lippen beginnen droog te worden; do mondhoeken beginnen te ont-

ocr page 32

28

verloopt niet altijd zooals wij dit in het waargenomen geval beschreven hebben; in de meeste gevallen gaat het niet zoo snel, zoodat do ziekte zich meer duidelijk kan ontwikkelen. Dan volgen, hoewel in korter tijdsbestek, de verschillende tijdperken, die wij boven bij het eenvoudig roodvonk beschreven hebben, elkander op. Do oudere broeder van het kind, dat aan kwaadaardig roodvonk gestorven is, is ook ziek geworden, met verschijnselen, die op roodvonk wijzen. De ouders zijn buitengewoon angstig en roepen spoedig onze hulp in, waaraan wij naar ons beste vermogen zullen trachten te voldoen. Wij willen eerlijk bekennen, dat wij ons eenigszins schoorvoetend naar den patiënt begeven, omdat wij vreezen, dat de ouders misschien andermaal door dezelfde ramp getroffen kunnen worden. De eerste blik op het zieke kind maakt ons deze vrees bijna tot zekerheid. Het kind, dat tot dusverre volkomen gezond was, is nog geen uur geleden ziek geworden, ook nu met verschijnselen van misselijkheid en braking; het laatste heeft zich in dien korten tijd driemaal herhaald. De jongen ziet er bleek en vervallen uit, is echter volkomen bij zijn bewustzijn en antwoordt op onze vragen, dat hij stekende pijnen in de keel, maar geen hoofdpijn heeft, en zich zeer moe en afgemat gevoelt. Het onderzoek van den pols toont ons liet enorm aantal van 180 slagen in de minuut, terwijl de ademhaling 40 malen in de minuut plaats heeft, de huid is brandend lieet. Wij onderzoeken de keelholte en vinden de amandelen in een ons tot dusverre nog niet voorgekomen toestand. Hare omgeving is zeer donkerrood, het slijmvlies en de geheele keelholte schijnt eenigszins gezwollen en heeft het voorkomen van donkerrood fluweel; men spreekt daarom in wetenschappelijke termen ook van een fluweelachtige zwelling. De amandelen, die vrij sterk uitpuilen, schijnen als't ware met een vuilgeel beslag overtrokken te zijn, 't welk wij door middel van een aan een staafje gebonden sponsje slechts met moeite kunnen wegnemen. Hoe gering en dun dit vuilgeel beslag ook zijn moge, zoo is het toch voor den arts een teeken, dat er gevaar dreigt en mijn metgezel zal aan mijn bezorgden blik reeds bemerkt hebben,

ocr page 33

29

dat ik dit nieuw geval niet uls goedaardig beschouw. Op grond van hetgeen voorafgegaan is, zijn wij dan ook verplicht om den armen ouders mede te deden, dat wij met beginnend roodvonk te doen hebben, 't welk zich ernstig laat aanzien en reeds bij zijn eerst ontstaan samengesteld is met kwaadaardige keelontsteking (diphtheritis). Onze voorspelling is dan ook, zoo niet bepaald ongunstig, dan toch met het oog op den algemeenen toestand van het kind, hoogst bedenkelijk. Het verder verloop leert ons, helaas! de ziekte in al hare kwaadaardigheid kennen. Den volgenden dag heeft het kind hevige koorts. De huid is met een vuil doch donkerrood uitslag overdekt; op enkele plaatsen verdwijnt de roodheid niet onder den drukkenden vinger, zij blijven rood en dat is ons een bewijs, dat wij niet alleen met ontstekingsroodheid te doen hebben, maar dat er uitstorting van bloed onder de huid heeft plaats gehad. Wie «Ie besmettelijke ziekten kent en bij vroegere epidemieën ondervinding omtrent deze bloeduitstortingen onder de huid heeft opgedaan, weet ook, dat men met een der allergevaarlijkste verschijnselen te doen heeft. Het is een bewijs, dat het bloed der zieken zeer ontmengd is, en maar zelden is het organisme daartegen bestand.

liet geheele voorkomen van het kind boezemt ons dan ook groote bezorgdheid in. De uitdrukking van het gelaat is dof en er bestaat neiging tot slapen; daarbij is het kind onrustig, het blijft niet lang in dezelfde houding, maar werpt zich van de eene zijde op de andere; de ademhaling is buitengewoon snel, zoo ook de pols, die uiterst zwak en haast niet te tellen is. Wij onderzoeken wederom de keel en vinden daar de gisteren pas begonnen ziekteverschijnselen zeer toegenomen. Beide amandelen zijn met dikke, vuile, grijsgeele massa's bedekt en haast niet waarneembaar, de omgeving donkerrood; bij de door het onderzoek opgewekte bewegingen tot braken, wordt een dik, geel, taai, etterachtig slijm ontlast, dat de geheele keelholte vult en allo verder onderzoek belet. De tong is droog met een roodbruine, bijna glimmende korst bedekt, ook de lippen beginnen droog te worden; de mondhoeken beginnen te ont-

ocr page 34

30

vellen, zoodat het onderzoek van mond- en keelholte haast niet mogelijk is, zonder dat ze aan het bloeden geraken. Ook uitwendig zien wij reeds, dat de halsstreek vooral het lijdende deel is, want de vorm van den hals is anders dan gewoonlijk; vooral merken we op, dat de deeleu aan de hoeken der onderkaak dik en gezwollen zijn. Onderzoekt men deze zwelling nauwkeurig, dan bemerkt men twee harde knobbels ter grootte van een duivenei, 't zijn de daar ter plaatse gelegen lymphatische klieren. Ziedaar nu den toestand, waarin wij lieden onzen zieke aantreffen; wij hebben de zaken niet te donker gekleurd, integendeel wij vreezen, dat wij de hevigheid der verschijnselen eer te laag dan te hoog hebben geschat. De algemeene toestand is heden zoo, dat wij de zaak schier als hopeloos beschouwcn, en dit ook voor de arme ouders niet verhelen. Wij zijn echter niettegenstaande dat als geneesheer verplicht om de handen niet in den schoot te leggen, maar alle middelen, die de ondervinding ons leerde kennen, aan te wenden. Daarmede vervult de arts niet zelden een heiligen plicht, ook al is hij overtuigd, dat al zijne bemoeiingen vruchteloos zullen zijn. Reeds bij ons eerste bezoek hebben wij op grond van de vroeger aangegeven regelen de verpleging van den zieke geregeld; wij hebben gezorgd, dat de lucht in de kamer koel is en behoorlijk ver-verscht wordt, en verder door een afkoelend bad getracht de hooge temperatuur te verminderen. Tegen de gisteren reeds begonnen kwaadaardige keelontsteking hebben wij dag en nacht ijs laten aanwenden en wel door middel van een blaas, hall gevuld met stukjes ijs, die om den hals werd bevestigd; ook inwendig hebben wij kleine stukjes ijs laten toedienen; en de zorgvuldigheid in aanmerking genomen, waarmede al onze voorschriften zijn opgevolgd geworden, hadden we een beter resultaat van een en ander mogen verwachten. Dat al ons pogen niets heeft geholpen en de ziekte, trots alle aangewende middelen, zoo kwaadaardig is toegenomen, is reden genoeg om de voorspelling ook voor het verder verloop van de ziekte ongunstig te stellen. Het sterk te voorschijn gekomen uitslag noopt ons heden om zooveel mogelijk de hevige out-

ocr page 35

31

steking van de huid, die /.ooals wij weten slechts een deel der verschijnselen van de ziekte uitmaakt, te bestrijden ; daartoe gaan wij over tot de aanwending van de door Sc h nee man aangeprezen spekin-wrijvingen. Wij laten 't kind, zonder het te veel te ontblooten, maar ook zonder 't te warm te dekken, over het geheele lichaam met versch spek inwrijven, en herhalen deze bewerking den eersten dag driemaal; met de koude omslagen om den hals wordt voortgegaan, terwijl inwendig af en toe een frisschende drank of een klein stukje ijs wordt gegeven. Toch vleien wij ons niet met ijdele hoop, integendeel wij vreezen 't ergste. — Den volgenden morgen is de toestand oogenschijnlijk niet erg veranderd, doch 't ontgaat onze aandacht niet, dat het nog altijd onrustige en woelende kind de oogen slechts ten halve opent. Als wij het toespreken dan staart het ons met een glazigen blik aan; we krijgen geen antwoord, alleen steunt de kleine zieke van tijd tot tijd. De pols is ontelbaar; de huid is heden iets koeler op het aanvoelen dan gisteren, de ademhaling is uiterst snel. De lippen zijn droog met donkerbruin beslag, zoo ook de ontvelde mondhoeken en de tong. Het slijmvlies van de keelholte is een wankleurige zwerende oppervlakte, hier en daar met vuile, donkerbruine, stinkende verstorven massa's bedekt. Wij hebben hier een voorbeeld van den hevigsten vorm van kwaadaardige keelontsteking. De stoelgang is onwillekeurig weggevloeid; er is slechts weinig urine geloosd, — een belangrijk verschijnsel, waarop wij later bij andere gevallen nog terugkomen. — Diep geroerd door den aanblik van dit langzaam stervend kind, verlaten wij het ziekbed, en gij mijn trouwe volgeling zult wel, evenals ik en alle andere artsen, die het roodvonk in dezen vreeselijken vorm hebben leeren kennen, niet wenschen om ooit weer iets dergelijks bij te wonen. Het kind stierf nog denzelfden dag.

Wij willen nu kalm en bedaard, al wat wij bij dit treurig ziektegeval hebben opgemerkt verzamelen; want zelfs uit het meest ongelukkig verloopen geval is leering en nut voor ons te trekken. Wij hebben dus kunnen opmerken:

ocr page 36

32

l0. Dat liet kwaadaardig roodvonk (scharlakenkoorts) ongc-twijfeld een tijdperk van voorboden en een tijdperk van bloei heeft; alleen /e verloopen met vreeselijke snelheid; juist die snel-lieiil is de oorzaak van liet kwaadaardig karakter. Een afschilfe-ringstijdperk komt er niet, omdat de lijder voor dien tijd reeds bezweken is.

2quot;. De ontmenging van het blood is in 't kwaadaardig roodvonk reeds herkenbaar, door de bloedige uitzweeting ouder de huid.

3*. Tiet kwaadaardig roodvonk gaat gepaard met een kwaadaardige ontsteking van de keel; deze is een der eerste verschijnselen van de ziekte en verdient van bet eerste oogenblik af aan, de grootste aandacht.

4e. De behandeling der kwaadaardige gevallen moet op dezelfde gronden rusten, als die van de goedaardige. Reinheid, buidknltunr, een koele omgeving van de lijders en de krachtige aanwending van ijs uitwendig en van de meest doeltreffende middelen inwendig, kunnen de kwaadaardigheid van het proces eenigszins temperen.

Al liep hot beschreven geval ook doodelijk af, toch mag men de hoop niet opgeven, om onder minder ongunstige omstandigheden gelukkiger te wezen.

S*quot;. De Schueemansche spekinwrijving is een middel,'t welk wel in aanmerking verdient te komen; men mag er zich intusschen niet meer van voorstellen dan van ieder ander geneesmiddel 't welk men gebruikt, om de ontsteking van de huid te bestrijden; het is slechts tegen een verschijnsel van de ziekte gericht, niet tegen de eigenlijke oorzaak der ziekte.

Ge. Specifieke geneesmiddelen om de kracht der ziekte te lire-ken kennen wij tot nu toe evenmin, als wij den drager der ziekte de roodvonksmetstof zelf nog kennen.

Wij hebben tot nu toe als 't ware alleen de uitersten van het roodvonk leeren kennen; aan de eene zijde den eenvoudigen vorm met zijn volkomen regelmatig verloop, zonder naziekten, aan de andere zijde den kwaadaardigen vorm der ziekte, die zóó snel het organismns doodt, dat bet eigenlijk ziekteproces geen tijd heeft

ocr page 37

33

zich to ontwikkelen, Tusschon deze helde uitersten, die slechts zelden voorkomen, omdat het roodvonk zich nu eenmaal aan geen regelmatigheid stoort, liggen een aantal wijzigingen, die wij uog zullen beschrijven, liet spreekt van zelf, dat wij al de afwijkingen en al de samenstellingen, die wij mi nog na willen gaan, niet bij een en 't zelfde individu zullen aantreffen, en hoe rijk aan materiaal de epidemie, die thans onze krachten vordert ook wezen moge, kunnen wij niet verwachten, dat wij gedurende haar bestaan alles zullen zien wat vroegere waarnemers sedert jaren hebben kunnen opmerken en beschrijven. Wij willen daarom nu een, anderen weg volgen, en in plaats van de afzonderlijke ziektegevallen, die wij samen zullen zien, in hun geheel te beschrijven, willen wij liever de afwijkingen in de verschijnselen in de verschillende tijdperken der ziekte, do samenstellingen met andere ziekten alsmede do naziekten bij verschillende lijders trachten na te gaan, en 't geen wij zeiven niet in de gelegenheid zijn om waar te nemen, zullen wij aan de beschrijving van andoren ontleenen.

2. Het onregelmatig verloopend roodvonk.

Onregelmatigheden in het verloop van de afzond e r 1 ij k e t ij d p e r k o n d e r z i e k t e.

De indeeling van het roodvonk in verschillende tijdperken maakt het reeds van te voren waarschijnlijk, dat de onregelmatigheden, waarover wij zullen spreken, in allo tijdperken kunnen voorkomen.

Wat het tijdperk der broeiing betreft, moeten wij aanmerken, dat nauwgezette waarnemers met grond meenen te moeten aannemen, dat hot soms veel langer duurt, dan men tot dusverre meende, dat mogelijk was; zoo spreekt men van gevallen waarin do smetstof langer dan een maand in liet lichaam zou gesluimerd hebben, voor zij zich zoover ontwikkeld had, dat er zekere verschijnselen van roodvonk te voorschijn kwamen. Men begrijpt echter lichtelijk) dat dergelijke waarnemingen zeer twijfelachtig zijn; want wanneer men niet in een afgelegen, weinig bevolkte streek woont, waar men bepaald aan kan geven waar en wanneer iemand mot oen zieke in

3

ocr page 38

34

aanraking of in zijne omgeving is geweest, mag men een vermoedelijke aanraking met het roodvonkgift niet uitsluiten. Het zou bijv. knnnen gebeuren, dat eon kind heden in aanraking komt met een ander kind, 't welk aan roodvonk lijdt, zonder besmet te worden ; vier weken later echter wordt het, door een derden persoon, die het roodvonkgift, 't spreekt van zelf zonder dat iemand dat vermoedt, in zijne kleederen mededraagt, aangestoken; wat is nu natuurlijker dan dat men hier spreekt van een broeiingstijdperk 't welk langer dan vier weken zou hebben geduurd ? Desalniettemin moeten er, zooals wij reeds gezegd hebben enkele gevallen zijn geweest, waarbij men den langen duur van dit tijdperkstellig kon aantoonen. Daar wij ons echter hier met geen streng wetenschappelijke vraagstukken bezig houden, heeft deze bijzonderheid voor ons slechts geringe waarde, en wij gaan dus over tot het tweede tijdperk n.1.:

II e t t ij d perk der v o o r bode n.

Wanneer men nu in de gelegenheid is, om eenige epidemieën van roodvonk achtereenvolgens waar te nemen, dan bespeurt men, dat de voorboden der ziekte in elke epidemie eenigszins van elkander verschillen; soms zien wij dit eigenaardige, dat de ziekte zich onder duidelijk uitgedrukte gastrische verschijnselen ontwikkelt en met lievige braking en menigvuldige stoelgangen begint; op een anderen tijd gaan verschillende zenuwachtige verschijnselen het uitbreken van het uitslag vooraf, de kinderen krijgen lievige krampen, ijlen, knersen met de tanden of vallen na lichte stuiptrekkingen in een half sluimerenden of geheel verdoofden toestand, en zijn bewusteloos. Dit laatste is echter zeer zeldzaam en is altijd het bewijs, dat het geheele organisme sterk in liet lijden deelt. Het spreekt van zelf, dat de eigenaardigheden van het gestel, steeds haren invloed op het ziektebeeld blijven uitoefenen. Een zeer prikkelbaar kind krijgt eerder zennwachtige toevallen, bijv. stuipen, terwijl bij eeu ander meer de gastrische verschijnselen op den voorgrond treden; zooals dan ook over 't algemeen in ieder ziektegeval 't beeld der ziekte door de eigenaardigheden van het aange-

ocr page 39

35

taste individu gewijzigd wordt. Van daar ook, dat de ziektovor-schijnselen bij volkomen dezelfde oorzaken zoozeer van elkander verschillen kunnen. Soms ziet men het roodvonkuitslag ontstaan, zonder dat men iets van voorboden beeft bemerkt; bij oogenscbijn-lijk gezonde en vroolijke kinderen ziet men bet gebeele lichaam met een liebt roodvonkuitslag bedekt, dat men, niet beter wetende, nauwelijks als een verschijnsel van ziekte zou herkennen; in nog andere gevallen zijn bet de verschijnselen van keelontsteking, die liet allereerst ons aan beginnend roodvonk doen denken. Bij een licht gevoel van moe- en matheid klagen de kleinen over epn gevoel van branding en drukking bij het slikken en terwijl men nnjr geneigd is om de ziekte te beschouwen als oen eenvoudige keelontsteking ten gevolge van het vatten van koude, breekt onverwacht en vrij snel het huiduitslag uit.

Wij hebben nu de wijzigingen van het tijdperk der voorboden vermeld, zonder dat wij daarbij echter in het minst hebben willen beweren, dat zich in volgende epidemieën niet geheel andere verschijnselen kunnen opdoen. Iedere epidemie toch kan, zooals wij reeds aanmerkten, even goed als iedere lijder hare eigenaardigheden bezitten. Korten tijd nadat de voorboden zich vertoonden, soms reeds na eenige uren, soms echter eerst na 1 of 2 dagen en nooit later dan na 3 dagen komt het roodvonkuitslag, waaraan do ziekte baren naam ontleent, te voorschijn, en daarmede is de ziekte in liet

t ij d perk der u i t b o 11 i n g en bloei

gekomen.

Wij willen nu de wijzigingen, welke in dit tijdperk kunnen voorkomen, nagaan. Wij hebben boven bet uitslag beschreven als een mozaïk, dat bestaat uit ontelbare kleine roode stipjes, die in elkamb ' vloeiende een gelijkmatig roode kleur aan do huid geven; — dit is bet geval bij het regelmatig verloop van de ziekte. Het uitslag kan zicli echter ook anders voordoen. Behalve dat liet van licht rozerood tot donkerrood purperkleurig kan afwisselen, is er ook nog onderscheid in do uitgestrektheid van liet uitslag en in

ocr page 40

36

de wijze, waarop het zich verbreidt. Het regelmatig uitslag begint, zooals wij reeds hebben gezegd, in den regel aan den hals en verbreidt zich van daar over den romp en de ledematen. Dit is nu niet altijd het geval en het gebeurt niet zelden, dat of enkele lichaamsdeelen zeer vroeg reeds donkerrood gekleurd zijn, terwijl anderen geheel vrij blijven of er slechts geringe sporen van ver-toonen; ook ziet men soms dat de roodheid vlekvormig is, waardoor 't een of ander lichaamsdeel als 't ware getatoueerd schijnt. Men ziet daarbij dan vaak de sierlijkste figuren, die vooral zeer schoon zijn, als de donkere kleur van hot uitslag tegen de lelieblanke huid van do kinderen afsteekt. Deze wijzigingen hebben op het verloop van de ziekte geen den minsten invloed, zij zijn of geheel toevallig of 't gevolg van nog onbekende eigenaardigheden van de huid der lijders. Als men zich het roodvonkuitslag alleen voorstelt als een gelijkmatig roode verkleuring van de huid, of het nooit anders dan in dezen vorm gezien heeft, dan zou men allicht een verkeerd begrip verkrijgen van het wezen der ziekte; het is daarom, dat wij het noodig oordeelen om op deze afwijkingen de aandacht te vestigen. Men zal om dwaling te voorkomen, juist bij deze afwijkingen van den normalen vorm, met de meeste nauwkeurigheid op de bijkomende verschijnselen moeten letten, bijv.: op de koorts, den menigvuldigen, snellen pols en vooral op de keelpijn en den toestand van het slijmvlies der keelholte. Nog andere wijzigingen komen er voor mot betrekking tot het langer of korter blijven bestaan van het uitslag en daarmede op den duur van het t ij d p o r k van bloei. De duur van dit tijdperk is bij het regelmatig verloopend roodvonk ongeveer G dagen, te rekenen van hot oogenblik dat liet uitslag zich vertoont tot dat waarop de afschilfering begint. Intusschen kunnen ook hierin belangrijke wijzigingen voorkomen, liet gebeurt soms, dat liet uitslag slechts weinige — 3 a 4 — uren zichtbaar blijft; daarna is de roodheid verdwenen, zoodat men zijn oogen nauwelijks vertrouwt, wanneer men de huid zeer bleek ziet op dezelfde plaatsen waar het uitslag kort te voren sterk was uitgedrukt; in andere gevallen blijft het uitslag langer

ocr page 41

.37

dan 8 dagen sta:in, ja or zijn gevallen, waar liet na weken nog niet verdwenen is. In de laatste gevallen gaat de donkerroode klonr langzamerhand in een vuil violette over. Dit langdurig Wijven bestaan van het uitslag is steeds zeer bedenkelijk, omdat de krachten van den patiënt door do aanhoudende koortsen worden uitgeput.

Wij moeten nu nog bij een belangrijk punt even stilstaan, omdat het tot de schromelijkste dwalingen aanleiding heeft gegeven. Het spoedig verdwijnen van bet uitslag, waarvan we daareven gewaagden, is niet altijd liet bewijs, dat de ziekte zeer eenvoudig is; veeleer zien wij daarbij soms na eeuige dagen zeer hevige en kwaadaardige complicaties ontstaan en later de meest verschillemle naziekten volgen.

Artsen zoowel als leeken hebben deze waarneming dikwijls gemaakt en beiden zijn tot het onbegrijpelijk dwaze denkbeeld gekomen, dat het uitslag dan naar binnen geslagen zou zijn, om daaruit liet aantal en de kwaadaardigheid der naziekten te verklaren. Wij echter, die in het roodvonk niet slechts een eenvoudige huidziekte zien, maar hot als een ziekte van liet bloed beschouwen, kunnen maar niet begrijpen hoe men aan een enkel verschijnsel van het roodvonk zoo groote beteekenis kan hechten, maar vinden bot natuurlijk dat bij een ziekte, die op ontmenging des bloods berust, de meest verschillendo organen kunnen worden aangetast, liet bloed toch bevat de voedingssappen voor alle organen en het spreekt van zelf, dat van het oogenblik af waarop hot bloed ziekelijk veranderd is, ook do mogelijkheid bestaat, dat hot een of ander orgaan ziek wordt. Hoe wil men overigens ook hot zoogenaamd naar binnenslaan van het uitslag en de daaruit ontstane naziekten verklaren? Men zou daarbij in de eerste plaats van het denkbeeld moeten uitgaan, dat het plotseling verdwijnen van het uitslag alleen dan als nadoelig voor 't geheele organisme beschouwd kan worden, als het huiduitslag de een of andere voor bet lichaam schadelijke stof uit het binnenste van het organisme naar de oppervlakte voert om het daar uit te scheiden. Indien deze voorstollin0'

O

juist ware dan zou daaruit van zelve voortspruiten, dat alle ziektegevallen, waar die uitscheiding zeer levendig is — d. i. van het

ocr page 42

38

roodvuiik gesproken, waar liet uitslag zeer sterk en donker gekleurd is — zeer goedaardig moeten verloopen. Dit is nu juist niet altijd liet geval. Staat ook al de hevigheid dor ziekte niet in rechte reden tot den graad van het uitslag, en al behooren de gevallen, die wij zoo even bespraken, niet tot de zeldzaamste, zoo is het toch in het algemeen waar, dat een zeer donkerrood uitslag, dat lang blijft staan, het bewijs is van een ernstig geval. Een andere ziekte waarbij de algeineene toestand nog meer in overeenstemming is met den toestand der huid, vinden wij in de pokken; hier hangt het min of meerder gevaar der ziekte bepaald af van het aantal pokpuisten of van de hevigheid van do huidontsteking. Uit al het voorafgegane besluiten wij dus, dat het plotseling verdwijnen van het huiduitslag, al is het ook een onregelmatig proces, op zich zelf beschouwd, weinig beteekenis heeft, en zoo men al geneigd mocht wezen er wel eenige waarde aan te hechten, kan die niet dan gunstig voor den zieke wezen; want de zieke is met het verdwijnen van bet huiduitslag van een der verschijnselen van het roodvonk, de huidontsteking, verlost geworden.

Wij hebben echter nog een andere opmerking. Er komen gevallen van roodvonk voor, waarbij alle inwendige organen zoo belangrijk zijn aangedaan, dat daardoor de geheele stofwisseling, zelfs de bloedsomloop gestremd wordt, en de dood spoedig volgt; wij hebben de mogelijkheid hiervan reeds boven bij de waarneming van een kwaadaardig geval erkend, hoewel daar, door de snelheid van liet ziekteverloop, de verschijnselen van de aandoening der inwendige organen niet duidelijk genoeg te voorschijn traden. Stelt men zich echter voor, dat het geheele proces een langzamer verloop neemt, dan ontstaat de mogelijkheid, dat op het tijdstip, waarop het uitslag zich heeft ontwikkeld, het hart, de lever en de milt reeds zoo belangrijk zijn aangedaan, dat deze organen eensklaps ongeschikt voor hunne verrichting worden. De bloedsomloop wordt belemmerd, de kort te voren donkerroode huid wordt bleek, de pols uiterst zwak, de zieken zien er vervallen uit en sterven binnen weinige uren. Indien men in deze gevallen liet verdwijnen

ocr page 43

van het uitslag ahi een ongunstig verschijn sol beschouwt, 'lan is dit zeker zeer te recht; de verklaring van de zaak is echter onjuist, zooals er over 't algemeen in de natuurwetenschappen een groot onderscheid is tusschen het waarnomen van een leit en zijn verklaring; hot verdwijnen van liet uitslag is, zooals ieder uit ouzo beschrijving reeds zal hebben bogropon, niet do oorzaak van liet kwaadaardig verloop van de ziekte maar is liet gevolg er van; hot gool't ons aan de oppervlakte van het lichaam to lozen, wat daar binnen plaats grijpt.

Wij zonden verkeerd gedaan hobbon, aan do bespreking van het plotseling verdwijnen van hot uitslag zooveel ruimte en tijd to besteden, indien het alleen voor de theorie van belang ware. Dit is echter volstrekt het geval niot: integendeel heeft do opvatting, dat hot plotseling verdwijnen van het uitslag gevaarlijk en zolt's zoor gevaarlijk is tot de onbegrijpelijk dwaze mooning goloid, dat men dit gevaar zou kunnen vermindoren als men het uitslag zoo spoedig mogelijk weer op do huid terugriep, en men heeft dit denkbeeld practisch toegepast door de lijders in hoeto, ongeluchte vertrekken te laten liggen en onder zware dekens te broeien, men wreef hen do huid, en maakte door dit alles hun lijden onuitstaanbaar. Het sterftecijfer bij deze behandolingswijzo, die men al spoedig ook in zulke gevallen aanwendde, waar het uitslag zeer sterk was, uit vrees dat het naar binnen mocht slaan, was vreeselijk groot en niettegenstaande dat bleven velen tot don hnidigen dag deze methode verdedigen. Ieder, die onze beschouwingen mot aandacht gevolgd hooft zal do dwaasheid van zulk een handelwijze inzien en do toekomst zal loeren of do vroeger beschreven methode, waarbij de lijders koel en frisch gebonden worden en waarbij men weinig op bet huiduitslag lot, maar zich voel met de verpleging der huid bezig houdt, do ware is of niot.

De afwijkingen in liet:

T ij d p e r k d e r a f s c h i 1 f e ring zijn van minder belang on bepalen zich alleen tot do meer of min-

ocr page 44

10

dcre uitbreiding van de vcrvelling. Soms luiast niet waarneembaar, is zij in andere gevallen zoo belangrijk, dat groote lappen van de opperhuid in eens loslaten. Na zeer zware ziektegevallen en vooral bij lieden, die nooit veel zorg aan Inmne huid besteedden, wordt dit tijdperk heel licht vertraagd en is de huid soms, nadat de ziekte reeds zes weken geduurd heeft, nog ruw en met dikke schobben bedekt.

\\ ij z i g i n g e n in het verloop v a n h e t r o o d v o u k als er z w a r e ziekt e u b ij k o m e n.

Als men alle ziekten, die het roodvonk kunnen vergezellen, hier zou willen beschrijven, zou men eigenlijk een korte schets moeten maken van de geheele ziektekunde, zoo groot is haar aantal; flit is echter voor ons bestek onmogelijk en onnoodig. Wij zullen ons daarom tot de voornaamste bepalen.

a. I) i p h t h e r i 1 i s, k w a a d a a r d i g e k t! e lont s te k i n g. \\ ij worden bij een geval van roodvonk geroepen, 't welk reeds zes dagen duurt. Het verliep tot heden toe zeer gunstig en liet kind, een meisje van vier jaren, bevond zich, een weinig koorts uitgezonderd, vrij wel; het uitslag was op den derden dag te voorschijn gekomen, is nog aanwezig en vrij donkerrood. De ouders hebben onze hulp ingeroepen, omdat het kind gedurende den jongsten nacht plotseling weder over keelpijn klaagde, en omdat de hals uitwendig zichtbaar gezwollen was en de ademhaling eenigszins belemmerd scheen. I it het boven door ons waargenomen en beschreven geval van kwaadaardig roodvonk hebben wij geleerd, dat er tijdens liet verloop van het roodvonk een zeer kwaadaardige keelontsteking met versterving gepaard, de verwoestende diphthe-ritis, kan optreden. Wij vreezen iets dergelijks in het onderhavige geval en onderzoeken de keel daarom zeer nauwkeurig. Wij vinden de vroeger beschreven donkerroode kleur en de (luweelachtige zwelling van het slijmvlies; de beide amandelen zijn met vuil grijze massa's bedekt, de watervaatsklieren aan den hoek van de onderkaak zijn zeer gezwollen en geven den hals 't vreemde voorkomen.

ocr page 45

11

waardoor do ouders zoo gcsclirikt zijn. Do samonstelling, waarmode wij hier nu te doen hobbon is diplitlieritis of' kwaadaardige keelontsteking, oen zachtere vorm van dien, wolken wij boven beschreven hebben. Het geval verloopt dan ook anders dan liet bovenvermelde. Hoewel wij ijsomslagen om de keel laten aanwenden, kunnen wij niet verhinderen, dat er zich oen hevige catarrhale aandoening van het slijmvlies van don neus bijvoegt. Don volgendon dag loopt er dikke otter uit den neus, waardoor de huid in den omtrek dor neusvleugels stuk wordt gebeten; do lippen zijn gebarsten, droog en bloedende; het kind wordt hoosch en verliest do stem. Wij kunnen dit niet voorkomen, maar wat ons wol .gelukt, en dat is voor hot vervolg van het meeste belang, wij brengen do verschijnselen in de keel tot staan. De vuil grijze massa's worden niet grooter, integendeel kleiner; hot donkerrood slijmvlies wordt lichter rood; do etterafschoiding wordt minder, de koorts neemt ai' en de algomeene toestand van liet kleine patiëntje wordt beter.

Het wordt ons duidelijk, nu dit geval iu genezing is overgegaan, en wij evenals vroeger, onze opmerkingen aantookenen, dat wij daarbij met oen tusschenvorm van keelontsteking te doen hebben gehad, die niet tot de meest kwaadaardigste kan gerekend worden. Wij kennen dus roods de drie hoofdvormen van do keelontsteking,

Oquot;

die het roodvonk kunnen vergezellen; de eerste, de lichtste vorm, is de catarrhale, de tweede de zoo even beschreven diphtheritischo in lichteron graad en de derde de verwoestende ot' met versterving gepaard gaande. Tusschen deze drie vormen kan de keelontsteking bij roodvonk wat den aard on de hevigheid der ontsteking betreft, honderderlei wijzigingen aannemen. Het is haast niet te zoggen, welke verwoestingen deze keelontsteking in haar hovigsten graad bij kinderen kan veroorzaken. Om zich oen denkbeeld van hare afschuwelijkheid te kunnen maken, moet men zulke lijdortjes hebben gezien on waargenomen; do adem is stinkende, de otter vlooit uit den neus, de lippen zijn bloedend en gebarsten, met korsten bedekt, terwijl de hals gezwollen is. Do diplitlieritis is oen ernstige en gevaarlijke samenstelling van het roodvonk, dat door haar een

ocr page 46

42

voel moeilijker verloop heelt en het leven van den zieke bedreigt. Op zich zeil' reeds een gevaarlijke ziekte wordt zij dit nog meer, omdat van haar de prikkel uitgaat, waardoor de geheele halsstreek in ontsteking kan geraken.

b. Ontsteking v a n d e o n d e r k a a k s k 1 i e r e n. I )e reeds meermalen genoemde zwelling van de watervaatsklieren in de nabijheid van den hoek van de onderkaak, verloopt niet altijd zonder eenig ander verschijnsel, dan een gevoel van drukking en spanning; integendeel deze ziekte is tusschenbeide zeer belangrijk, zoodat zij zelfs de diphtheritisehe keelontsteking op den achtergrond dringt. Hetzelfde kind, waarbij we daar juist beschreven diphtheritisehe keelontsteking hebben kunnen waarnemen, boezemde ons eenige dagen ernstige bezorgdheid in wegens de belangrijke aandoening der onderkaaksklieren. Ze waren, vooral aan de rechterzijde, zeer gezwollen en drukten zoozeer op het strottenhoofd, dat de ademhaling slechts met groote moeite plaats had. i)c gezwollen klieren waren hard, vast en heet op het aanvoelen en werden niettegenstaande onze behandeling eer grooter dan kleiner; eerst op den vierden dag begonnen ze te verweeken, de bedekkende huid werd rood, en den volgenden das; kou men den gevormden etter

O O O

aan weerszijden door een insnijding ontlasten. Wij hebben nu in deze verettering van de onderkaaksklieren ecu nieuwe belangrijke complicatie van het roodvonk leeren kennen. Men moet echter niet gelooven, dat deze verettering der watervaatsklieren altijd met diphtheritisehe keelontsteking gepaard gaat; ze kan integendeel ook zonder deze geheel zelfstandig optreden, en niet zelden in belangrijken graad, zoodat er zich aan weerszijden van de onderkaak groote abcessen vormen. De etter, die daaruit door de insnijdingen ontlast wordt is dun vloeibaar en van een flauwgele kleur; de pijn en de spanning houden nadat hij is weggevloeid dadelijk op, zoodat men den ouders dringend moet aanraden, om er zich niet tegen te verzetten, wanneer de arts zoo vroeg mogelijk deze abcessen wil openen. Men bespaart den kinderen daardoor vele pijnlijke uren, en omdat zc tot rust komen en gemakkelijker adem

ocr page 47

43

halen, bewaart men lt;le krachten, 't geen bij een ziekteproces als het roodvonk, dat zoovele samenstellingen kan vertoonen en zulke verrassende wendingen kan maken, van 't hoogste belang is.

V e r e 11 e r i n g van het o n d e r h n i d s c e1w e e f s e1 a a n d e n li a 1 s. Naast de zoo pas beschreven verettering van de watervaatsklieren aan den hals komt een ander, niet minder belangrijke en eigenlijk nog gevaarlijker samenstelling van het roodvonk voor, n.1. de ontsteking en veretter'mg van het onderhuids-celweefsel in de halsstreek. Wanneer men op eenige plaats van liet lichaam de huid tusschen twee vingers opneemt, dan ontwaart men, dat zij zich tot op zekere hoogte in een plooi laat oplichten en men haar als 't ware heen en weer kan schuiven. Het losse weefsel waaraan de huid deze bewegelijkheid dankt, noemt men het onderhnidscelweefsel eu het is bekend, dat het juist in do halsstreek zeer los is en groote mazen bevat. Gedurende het verloop nu van een hevig geval van roodvonk en meestal in de eerste dagen nadat het uitslag zich vertoond heeft, begint de halsstreek dicht beneden de onderkaak, min of meer rood te worden, de huid wordt meer gespannen, zij begint te glimmen en is pijnlijk. Do reeds bestaande koorts wordt heviger en de lijders klagen over hevige pijnen. Het hoofd wordt achterover gehouden en sterk op liet kussen gedrukt, omdat de ademhaling door de zwelling der huid belemmerd wordt, en de geringste voorwaartsche beweging door de drukking, die daardoor op de ontstoken deelen wordt uitgeoefend, de pijnen vermeerdert. Het verloop van deze even kwaadaardige als pijnlijke samenstelling van het roodvonk is als volgt. J)e huid wordt reeds na verloop van eenige uren veel rooder, zoodat ze Iiij die van de omgeving, die minder rood is, zeer afsteekt; de spanning neemt belangrijk toe en naar dezelfde mate ook de pijnen. Korten tijd daarna, intusschen niet voor den derden dag nadat de ontsteking begonnen was, voelt men de tot dusverre harde zwelling op een of meerdere plaatsen week worden en bemerkt men bij betasting het gevoel alsof er vloeistof in de gezwollen deelen is verzameld; dit is een zeker bewijs, dat er zich etter be-

ocr page 48

14

giiit to vormen. Dit neemt spoedig zoo toe, dat liet onderlmids-eelweefsel in één groot abces is veranderd, dat beneden de onderkaak uitpuilt. De ademhaling is onder dat alles zeer belemmerd geworden, de koorts is zeer lievig en de aauliondende pijnen zijn oorzaak, dat de kleinen dag nocli nacht kunnen slapen, liet spreekt van zelt, dat de arts ook in deze gevallen alles in 't werk stelt, om het ziekteproces zooveel mogelijk te beperken; daartoe maakt hij in de eerste plaats gebruik van krachtige aanwending van ijs ol van koude inwikkelingen, verder van het inwrijven van doelmatige zalven, om, zoodoende, hoewel 't zelden gelukt, den overgang in verettering te voorkomen en do ontsteking tot verdeeling te brengen. Zoodra men intusschen bespeurt, dat er verettering zal komen, moet men zijn best doen, om dat proces te bespoedigen, en daarna den etter zoo spoedig mogelijk te ontlasten. Wanneer men duidelijk gevoelt dat er etter aanwezig is, moet het abces door één ol meer insnijdingen geopend worden om den zieke verlichting te bezorgen, al is het ook niet mogelijk om het gevaar van den toestand weg te nemen. liet ontstekingsproces kan zich ver-dor uitbreiden; soms woekert liet oppervlakkig steeds verder voort, zoodat men zelfs gevallen onder behandeling krijgt, waarbij de verettering van het onderhuidscelweefsel van de borstkas zich tot benoden den tepel uitstrekt, en waar men alleen door drieste en vroegtijdige insnijdingen, om den etter te ontlasten, liet leven kan redden, dat anders door de koorts aan het etteringsproces verbonden, bedreigd wordt. Soms echter grijpt het proces meer in de diepte en heeft er ettervorzakking plaats tot in de borstholte, dan sterven de lijders al heel spoedig aan ontsteking der longen of van het borstvlies. Intusschen blijft het proces bij kinderen, die een goede constitutie bezitten meestal tot den hals bepaald en in dat geval is do eenvoudige ontlasting van den otter voldoende, om ne verdere uitbreiding van liet ontstekingsproces te beletten.

d. Waterzucht en n i o r o n t s t o k i n g. De tot nu toe beschreven complicaties, waardoor het verloop van het roodvonk onregelmatig wordt, zijn van dien aard, dat ze zich van den be-

ocr page 49

45

ginne af aan door duidelijke verschijnselen aankondigen, men is daardoor ook reeds aanstonds in de gelegenheid om alle hulpmiddelen, die wij bezitten, aan te wenden. Wij gaan thans over tot een van de allerbelangrijkste complication van deze ziekte, n.1. w a t e r z n c h t c n uierontsteking, die zicli of heimelijk en ongemerkt, langzamerhand ontwikkelen, öf soms eensklaps met groote lievigheid te voorschijn komen; in dit laatste geval is haast geen hulp meer mogelijk, omdat do dood gewoonlijk spoedig volgt. Onder waterzucht verstaat men de uitscheiding en ophooping van vloeistoffen in de mazen van liet onderhuidscelweefsel en in allo holten van het lichaam; men hooft alzoo Imklwaterzucht, borstwaterzucht en buikwaterzucht; gewoonlijk komen ze allen tegelijk voor, omdat de oorzaken, waardoor zij ontstonden, niet bepaald op een enkel lichaamsdeel inwerken, maar van algemeenen aard zijn en op liet goheele organismus hun invloed uitoefenen. Ieder die gewoon is om zich niet enkel bij de verschijnselen, die hij waarneemt, als zoodanig te bepalen, maar over do oorzaken, waardoor ze ontstonden, na to donken, zal mot do uitdrukking «waterzuchtquot; als do naam van een ziekteproces niet tevreden wezen, maar vragen hoe of het mogelijk is, dat zulke belangrijke uitzweetingen als soms bij waterzucht voorkomen, over 't algemeen kunnen plaats hebben. Hot antwoord daarop is, dat waterzucht kan veroorzaakt worden door de moest verschillende inwendige ziektoprocessen, dat zij het gevolg kan wezen van hartziekten, levorziekton, nierziekten, enz. en dat ze ook kan ontstaan ten gevolge van alle processen, door welke do voeding dos lichaams belangrijk gestoord wordt, al-zoo van maagkanker, loutering of langdurige vorettering bij wondon als anderszins. Men ziet uit een en ander, dat, wanneer iemand een geschiedenis van de waterzucht zon willen schrijven, iiij er ook toe zou moeten overgaan om een beschrijving te geven van bijna allo, vooral van de slopende ziekten, juist omdat do waterzucht geen zelfstandige ziektovorm is, maar alleen een verschijnsel van de meest verschillende ziekteprocessen. Daaruit vloeit echter ook voort, dat men met de uitdrukking «waterzuchtquot;, wat hot wezen en de naaste

ocr page 50

46

oorzaak van het lijden betreft, niets gezegd heeft, en dat zoolang men niet weet waardoor de waterzucht is ontstaan er ook geen sprake kan wezen van een juiste, op wetenschappelijke gronden berustende, behandeling. Als wij dan de waterzucht een der belangrijkste complicaties van liet roodvonk noemen, hebben wij daarmede nog niets meer gezegd, dan dat er vocht in het onderhuidscelweefsel en in de lichaamsholten wordt uitgescheiden, zonder dat wij een enkel woord gegeven hebben, waaruit wij zouden kunnen afleiden, welke ziekte het is, waaruit zij voortvloeit. Indien wij dit willen weten, dan moeten wij onze aandacht vestigen op de organen, waarvan wo reeds hebben gezegd, dat zij meer bepaald tot waterzucht aanleiding kunnen geven. De weg, welken wij bij het beantwoorden der vraag naar het wezen van de waterzucht bij roodvonk zullen inslaan, is de volgende. De roodvonk-water-zncht is een ziekte, die snel ontstaat en zich bij een andere snel-verloopende ziekte voegt; ze komt voor bij individuen, die voordar, ze door het roodvonk werden aangetast, volkomen gezond waren; wij kunnen dus reeds a priori alle slepende ziekten buiten sluiten, en moeten onze aandacht vestigen op die organen, welker ziekten, ook al bestaan ze nog maar korten tijd, waterzucht ten gevolge hebben; de ervaring nu heeft ons geleerd, dat dit de nieren zijn. Niets is dan ook natuurlijker en duidelijker, dan dit verband tus-schen nierlijden en waterzucht; want aangezien de nieren de organen zijn die het overtollige water, als urine uit het lichaam afscheiden, zoo spreekt het ook van zelf, dat ziekten der nieren, tot terughouding van het water in het lichaam moeten leiden, 't welk zich ten slotte als waterzucht openbaart. Langs dezen logischen weg zijn wij er alzoo toe gekomen, om bij 't roodvonk vooral op de nieren te letten, en dat dit juist is leert al spoedig de stellige waarneming, dat de nieren reeds in de eerste periode van het roodvonk in groote mate in het lijden betrokken zijn, bijna evenzeer als de hnid en de keel. Dit is dan ook de reden waarom er geheele epidemieën van roodvonk voorkomen, waarin bijna geen enkel kind van waterzucht verschoond blijft; en vroegere genees-

ocr page 51

47

hoeren, die niet genoog mot do physiologie bekend waren om het verband tnsschen waterzucht en nierlijden te kermen, waren door dit verschijnsel zoo getroffen, dat ze behalve en na het afschilfe-ringstijdperk nog een nieuw tijdperk der ziekte aannamen, 't' welk zij het tijdperk der waterzucht noemden. Eerst latere waarnemers van het roodvonk hebben aangetoond, dat de waterzucht eene samenstelling is van liet roodvonk en niet tot het eigenlijke rood-vonkproces behoort. Alvorens nu het nauw verband, tusschen waterzucht, uierontsteking en roodvonk nader uit een te zetten, willen we ons iets meer nauwkeurig met de uitwendige verschijnselen van de waterzucht en den tijd en de wijze waarop zij zich openbaart, bezig houden. In het at'schilferiugstijdperk, als de huid der kinderen nog ruw en bleek is, bespeurt men ter hoogte van de enkels of nog vaker in het aangezicht eene eigenaardige spanning en glimmende zwelling van de huid. Wanneer men op deze plaatsen met den vinger drukt, dan blijft, nadat de vinger is weggenomen, de indruk daarvan in de huid nog eenigen tijd zichtbaar; dit is een bewijs dat de huid door een vreemde stof, die zich in het onderhuidscel weefsel heeft neergezet, haar veerkracht verloren heeft. Heeft de zwelling zich het eerst in het aangezicht vertoond, dan verkrijgt dit daardoor een eigenaardig vreemde uitdrukking; het is gezwollen en opgezet en daarbij opvallend bleek, bijna waskleurig. Het is dit verschijnsel 't welk de ouders in den regel — en te recht — zoo angstig maakt en hen noopt, om zelf bij gevallen van roodvonk, die aanvankelijk heel eenvoudig verliepen, geneeskundige hulp in te roepen. Nadat dit eerste verschijnsel zich heeft vertoond, neemt de waterzucht gewoonlijk spoedig toe. De voeten en de beenen zwellen op en ook de huidbekleedselen van den buik deelen daarin; de buik zet zicli uit, het bewijs, dat ook de buikholte zich met water begint te vullen; tegelijker tijd wordt do ademhaling iets korter, en ontstaat er een korte kwellende hoest, beide verschijnselen zijn 't bewijs dat er ook water in de borstholte aanwezig is, waardoor de longen gedrukt worden en belemmering in de ademhaling ontstaat.

ocr page 52

48

Wordt cr onder dozc omstandigheden niet spoedig hulp verschaft, dan sterven de kinderen lichtelijk, en helaas zeer spoedig, aan steeds toenemenden ademnood. Gedurende den tijd, dat de zoo even beschreven verschijnselen zich ontwikkelen, is de hoeveelheid nrine, die dagelijks geloosd wordt, zeer gering geworden, de urine is iets donkerder en bezit meer vaste bestanddeelen dan anders. Pijnen zijn er volstrekt niet aanwezig en het verraderlijke van het proces bestaat daarin, dat men het eerst bemerkt als de ziekte reeds een vrij lioogen graad bereikt heeft. De geringe hoeveelheid urine en haar veranderd voorkomen trok reeds sedert jaren de aandacht der geneesheeren, en bracht er hen toe om de urine scheikundig te onderzoeken. De uitkomst van dit onderzoek leerde, dat men een heele reeks vreemdsoortige zelfstandigheden in de urine vond, waarop men niet was voorbereid. Uit het scheikundig onderzoek bleek verder, dat de urine, behalve hare normale bestanddeelen, een stof bevatte, die in de voeding van het organisme een allerbelangrijkste rol speelt, n.1. het eiwit. Als mei, nagaat, dat de gezamenlijke dierlijke weefsels voor het grootste deel uit eiwit bestaan, dan wordt het duidelijk, dat aanhoudend verlies van eiwit door de urine, een uiterst nadeeligen invloed moet uitoefenen. liet allereerst staat het bloed zijn eiwit af en aangezien de hoeveelheid bloed in liet lichaam over 't algemeen steeds dezelfde moet blijven, zoo wordt liet verlies van eiwit, door een grootere hoeveelheid water slechts schijnbaar vergoed. In waarheid heeft het bloed in zijn voornaamste bestanddeel een groot verlies geleden, en zoodra de verdunning van het bloed zekere grenzen heeft overschreden, dan ontstaat er uitzweeting van liet overtollige water in het onderhuidscel weefsel en in do verschillende holten des lichaams, met andere woorden, er ontstaat waterzucht. (»p deze wijze verklaart zich het ontstaan der waterzucht zeer gemakkelijk, en verder blijkt uit deze voorstelling van het wezei^, en de oorzaak der ziekte, hoe geheel anders de beschouwingen worden als men zich niet maar alleen tot het eenvoudig waarnemen der afzonderlijke! verschijnselen bepaalt, maar er zich op toelegt om hun

ocr page 53

49

om lam onderling verband te leereu kennen. Het onderzoek van de nrine naar haar eiwitgehalte geschiedt als men conu kleine hoeveelheid er van in een glazen buisje doet, er eenig azijnzuur bijvoegt en dan kookt. Indien de urine eiwit bevat, dan wordt het vocht eerst grijsachtig troebel, en nadat liet afgekoeld is, ziet men een vlokachtig bezinksel op den bodem liggen. Wilde men het scheikundig onderzoek van de urine nog verder uitstrekken, 't geen evenwel voor do practijk van minner belang is, dan zou men vinden, dat ze rijker aan zouten en daarentegen armer aan pisstof (ureum) is dan de normale urine van hetzelfde specifiek gewicht. De tweede wijze, waarop de nrine onderzocht wordt, n.l. met het microscoop is van méér belang voor den geneesheer, en is bij de behandeling van het nierlijden zoo gewichtig, dat deze haast niet mogelijk is, zonder dat men daarbij de veranderingen, die zich in de nieren voordoen, tot leiddraad neemt. Brengt men een droppel urine van een lijder, die pas door waterzucht is aangetast onder liet microscoop, dan ontwaart men daarin zoogenaamde roode bloedlichaampjes, gestolde eiwitvezelen, de zoogenaamde cylinders, benevens kleine cellen van het bekleedsel der nierbuisjes. Het bloed en de gestolde cylinders wijzen op belangrijken ontstekingachtigen toestand in de nieren, terwijl de tegenwoordigheid der niercellen het zeker bewijs zijn, dat de ontsteking het weefsel der nieren begint aan te tasten, liet spreekt van zelf', dat wij ons hier alleen bij datgene bepalen, wat ieder, en vooral zij, die reeds eenig denkbeeld van liet organische leven hebben verkregen, kunnen begrijpen, en dat wij ons van alle verdere wetenschappelijke beschouwingen moeten onthouden. Voor ons bestaat het eindresultaat van het microscopisch onderzoek der urine hierin, dat wanneer men de genoemde bestanddeelen door het microscoop in de urine kan waarnemen, daarmede ook liet bestaan van nierziekte bewezen is; het is dan tevens duidelijk waarom dat orgaan zijne normale verrichtingen niet meer naar behooren kan vervullen, waarom liet in plaats van alleen water met zouten te liltreeren ook liet edelste bestanddeel van het menschelijk orga-nismus, het eiwit verwijdert. Een ziek orgaan kan evenmin zijn

4

ocr page 54

50

verrichting behoorlijk vervullen als do inensch zeli' dit kan doen als hij zich ziek gevoelt, en de zieke nier is vooral zeer goed met een filtrmn te vergelijken, 't welk op de een of' andere plaats beschadigd is; zulk een filtrum is verder voor zijn doel ongeschikt, en laat alle stoffen, die wij er anders op zien achterblijven, onverhinderd medevloeien. Wij hopen, dat wij nu het verband tnsschen waterzucht en nierlijden wel duidelijk zullen hebben verklaard; één vraag echter hebben wij nog niet beantwoord, n.1. welke de reden is, dat juist de nieren zoo iu 't oogloopend in het roodvonklijden worden betrokken. Men heeft ook daarover menige verklaring trachten te geven, maar de eenvoudigste daarvan is, althans voor de meeste gevallen, zeker die, welke de schrijver dezer bladen zich door proeven op dieren heeft trachten te bewijzen. Als men n.1. bij dieren, bijv. honden en konijnen de huiduitwaseming belet, door ze bijv. met vernis, gomslijin of eenige andere stof te bestrijken, waardoor de zoogenaamde ademhaling langs de huid niet kan geschieden, dan sterven de dieren soms zeer spoedig ; heeft men echter het geluk van de proef op zeer krachtige dieren te nemen, dan volgt de dood eerst na eenige dagen. In het eerste geval ziet men bij de lijkopening der dieren bijna geen verandering, bij de laatsten daarentegen ontdekt men, dat de nieren belangrijk zijn ontstoken, en beide waarnemingen samengenomen bewijzen, dat de huiduitwaseming voor het organismus van het hoogste belang is, en dat, waar zij plotselin0 onderdrukt wordt, de dood en waar dit langzaam geschiedt nierontsteking het gevolg is. Neemt men nu aan, dat de boven aangehaalde wet, dat een orgaan niet geregeld zijn verrichting kan vervullen, ook voor de huid geldt, dan is het duidelijk, dat de door roodvonkuitslag aangedane huid, ook de huiduitwaseming niet geregeld kan verrichten, en dat alle schadelijke stoffen, die zich in gasvormigen toestand iu het lichaam op-hoopen, niet verwijderd worden. Dientengevolge krijgen de nieren, wier verrichting met die van de huid overeenkomt, nu ook nog den last om voc de huid op te treden, een last, waaraan deze kleine organen slechts korten tijd kunnen voldoen. Onder den

ocr page 55

01

druk van doze al te zware taak worden zo zoor spoedig ziek.

Wij kennen in nog beter dan vroeger de keten van oorzaken, waardoor waterzucht ontstaat, en als wij nu alles samenvatten, en het geheel nog eens overzien, dan bemerken wij als eerste aanleiding er toe den ontstoken toestand van de huid, aan het roodvonk eigen. Deze is oorzaak, dat de huid hare verrichting niet naar behooren waarneemt; het gevolg daarvan is, dat de taak der nieren te groot wordt en dat ze al spoedig in ontstekingachtigen toestand geraken : de nieren filtreeren niet meer, zooals ze dat anders doen, de onbruikbare stoffen van de bruikbare; want met de pisstof gaat ook liet eiwit door liet filtnun. Dit verlies aan eiwit geeft aanleiding tot verdunning des bloeds en eindelijk tot waterzucht. De zoo even gegeven verklaring is niet de eenige, die men van de waterzucht gegeven heeft; ze voldoet dan ook niet voor alle gevallen ; er komen toch gevallen van roodvonk voor, waarbij de ontsteking van de huid zoo weinig beteekent, dat men haar ter nauwernood kan waarnemen, en evenwel is de waterzucht, die daarop volgt, soms zeer belangrijk. Deze gevalllen heeft men getracht te verklaren door aan te nemen, dat het roodvonkgift, 't zij het een schimmel of een klein diertje is, onmiddellijk prikkelend op de nieren werkt, en dat liet zich daarin met zekere voorliefde zou nestelen. De beslissing van dit meer wetenschappelijk vraagstuk is voor ons minder van belang, wij hebben er hier dan ook maar uit een algemeen oogpniu melding van gemaakt. Do niet-geneeskundige kan uit den aard en de wijze, waarop de verschijnselen zicli aan het ziekbed voordoen, opmaken, dat het vinden van het verband tusschen de afzonderlijke ziekteverschijnselen niet gemakkelijk is en dat het dikwijls veel hoofdbrekens kost. om oogen-schijnlijk eenvoudige processen te verklaren; hij kan daar verder uit leeren, dat, waar twee of meer geneesheeren over het wezen van eenig ziekteproces in meeuing verschillen, ieder voor zich misschien gelijk kan hebben, omdat de wegen, waarlangs de natuur haar doel bereikt, zoozeer uiteenloopen.

Men kan er verder nog eeu andere gevolgtrekking uit opma-

ocr page 56

52

ken, n.l. deze, dat de dikwijls zoozeer gewensclite beliandeling van de meest in liet oogloopende verschijnselen doorgaans wel mogelijk maar niet altijd de ware is, maar dat de geneesheer, overal waar dit kan, zijne behandeling tegen de oorzaken der ziekte moet richten en die moet trachten weg te nemen. Een geneesheer, die zonder de bestaande nierontsteking te kennen, alleen togen de waterzucht na roodvonk wilde handelen, en om die te genezen, misschien wel als de ziekte op het hoogst is, scherpe pisdrijvende middelen zou willen toedienen, zou olie in het vuur werpen, omdat hij daardoor de organen, die bij een kalm verloop der ziekte het overtollige water moeten verwijderen, n.l. de nieren, door die prikkelende middelen als 't ware geheel ongeschikt voor hare inrichting zou maken. Het is ook op grond van deze laatste beschouwingswijze, dat ervaren artsen van alle tijden in de behandeling van de waterzucht bij 't roodvonk, behalve op de verpleging der huid ook vooral het oog hielden op de verrichting der nieren. Warme baden zijn daarom ook, in dit later tijdperk der ziekte, waarbij geen koorts meer bestaat, zeer aangewezen en het zweeten, dat na het bad volgt, is een uitnemend middel zoowel om de huid onmiddellijk van haar last te bevrijden, als om de nieren te helpen en in staat te stellen om hare verrichting weer te kunnen volvoeren. Wij besluiten onze beschouwing van dezen langzaam verloopenden vorm van waterzucht en nierontsteking, met de opmerking dat deze aandoening voor de zieken in elk geval even gevaarlijk als onaangenaam is, e n m en v e r z u i in e daarom nooit spoedig, zeer spoedig, geneeskundige hulp in te roepen. Alle middelen, zelfs de schijnbaar onschuldigste, kunnen oneindig veel kwaad doen, wanneer zo in deze zoo grillige ziekte, niet op liet voorschrift van een ervaren geneesheer worden toegediend.

Wij moeten nu ook melding maken van de waterzucht en nierontsteking, die meer snel (acuut) ontstaan, en van de treurige toevallen, waarmede zij gepaard kunnen gaan ; dit is van te meer belang, omdat zij het sprekend bewijs zijn voor de waarheid van hetgeen we daareven hebben gezegd, en omdat zij ons tevens op-

ocr page 57

mcrkzaam maakt op vele niet tc voorziene toestanden, die als ze zicli voordoen, de omgeving der lijders met angst en schrik vervullen, en voor de lijders zeiven een doodvonnis zijn. ]5ij een kind, dat wellicht gisteren nog geheel gezond scheen, rondspeelde en goeden eetlust had, openbaarde zich na nauwelijks merkbare zwelling en soms wel zonder haar, plotseling een lievige aanval van stuipen. Het kind wordt bewusteloos, slaat met handen en voeten, verdraait de oogen, knerst op de tanden en vertoont schuim op den mond. Met gelaat wordt gedurende den aanval blauwrood. Het geheele proces, dat onder een snorkende ademhaling eindigt, duurt slechts enkele minuten, waarna liet bewustzijn terugkeert. JOvenwel slechts voor korten tijd : dan komt er weer een aanval en liet meest gewone gevolg is, dat het bewustzijn, nadat deze schrikkelijke toevallen zich 10 a 12 malen herhaald hebben, niet meer terugkeert, en de kinderen in de diepste verdooving sterven. Men moet geneesheer wezen en de zaak nauwkeurig kennen, om in staat te zijn dit verschrikkelijke proces tot hetzelfde lijden terug te kunnen brengen, 't welk wij als de eigenlijke oorzaak van de waterzucht hebben leeren kennen, n.1. tot de nierontsteking. En toch is dit zoo, zooals wij duidelijk zullen aantoonen. Ieder weet, dat de urine door de nieren wordt afgescheiden en dat deze vloeistof behalve andere zelfstandigheden ook ureum (pisstof) oplost. Boven hebben wij reeds ter loops vermeld, dat bij de langzaam verloopende nierontsteking minder ureum in de urine gevonden wordt dan anders: deze vermindering is bij de snelverloopende uierontsteking nog belangrijker, en aangezien er toeh voortdurend ureum in het lichaam gevormd wordt, hoopt zij zich meer en meer in het bloed op, eti ontstaat vergiftiging door ureum. De gevolgen van deze vergiftiging nu zijn de zoo even beschreven stuipen. Zij verschijnen, zooals ieder, die ons betoog gevolgd heeft, zal begrijpen, te gelijk met do waterzucht, soms reeds bij haar eerste sporen, soms nadat zij reeds een zekere hoogte bereikt heeft. Waterzucht en stuipen hebben intusscheu rechtstreeks niets met elkander gemeen; haar eenigste punt van aanraking is, dat ze bei-

ocr page 58

5 i

den te gelijk van dezelfde gemeenscliappelijke oorzaak, liet nierlijden, liet gevolg zijn. Deze bloedvergiftiging is een niterst gevaarlijke toestand en do spoedig te verwachten dooil kan alleen afgeweerd worden, als do aangewende middelen dadelijk linnne werking doen gevoelen. Wij behoeven or zeker niet op te wijzen hoe noodzakelijk het is om aanstonds geneesknndige hnlp in te roepen ; want de schrik, die bij 't ontstaan dezer stnipen iedereen vervnlt, is gewoonlijk zoo groot, dat men bijna altijd naar den eersten den besten geneesheer ijlt. Hij patiënten, die ver van een geneesheer wonen, on dus minder gemakkelijk spoedig hnlp knnnon verkrijgen, kunnen odn of meor warme baden met korte tnsschenpoozen herhaald soms goede diensten bewijzen ; het spreekt echter wel van zelf dat dit middel slechts voor het oogenhlik bedarend werkt en dat hot aan den arts moet worden overgelaten welk geval al of niet voor de behandeling mot baden of zweetkuur geschikt is; ook hier richt zich de wijze van behandeling, evenals bij alle ziekten het geval is, naar de individualiteit van den lijder.

e. M oer z e 1 d z a m e s a m en stolling o n. Indien het ons plan ware om een nauwkeurige wetenschappelijke beschrijving van het roodvonk te geven, dan zonden we dit hoofdstuk over do .samenstellingen van doze ziekte met andere, niet mogen sluiten zonder minstons nog een dozijn, deels zeer kwaadaardige, toestanden te beschrijven. Weinige ziekten kunnen in zoo verschillende vormen voorkomen, en men is, zooals wij reeds eens hebben opgemerkt, gedurende haar geheele verloop tot aan het einde van het afsclulferingstijdpork nooit voor 't optreden van nieuwe verschijnselen gevrijwaard. De voornaamsten hebben wij beschreven; de overigen zullen wij, omdat ze voel zeldzamer zijn, slechts in hot kort vermelden. Als eon van do belangrijkste, die nog vrij dikwijls voorkomt, staat bovenaan 't zoogenaamde g o w r i c h t s r li e u-m a t i s m u s. Het kan gebeuren, dat kinderen, die reeds door oen dor zwaarste vormen van do beschreven ziekte waren aan quot;quot;o tast,

O '

die ten gevolge bijv. van uitgebreide verettering van het onder-li uidscel weefsel aan don hals doodolijk ziek ter neder liggen, in

ocr page 59

o 5

ccn of meer gewrichten pijn krijgen. Deze pijn neemt ieder oogen-hlik toe en bereikt spoedig zulk een hoogte, dat ze den toestand geheel beheerscht en het eenige is waarover de kinderen klagen. De gewrichten zij daarbij rood en gezwollen, terwijl de geringste poging tot beweging de pijnen nog vermeerdert. Het is een uiterst treurige toestand en hij den kinderlijken leeftijd te erger, omdat men hier de pijnstillende middelen, wegens de prikkelende werking, die zij op de hersenen zoo licht uitoefenen, haast niet durft aan te wenden. Gaat, 't geen trouwens zelden gebeurt, de ontsteking der gewrichten in verettering over, dan volgt de dood spoedig en iedere behandeling lijdt schipbreuk op het snelle' verloop van dit kwaadaardig proces. Waar het evenwel bij een eenvoudige ontstekingachtige zwelling der gewrichten blijft, heeft men juist, omdat het proces dan langzamer verloopt, alle complicatiën te duchten, waarmede het echt gewriebtsrheumatismus ook kan zijn samengesteld, n.1. ontsteking van de meest verschillende ingewanden. Zeer spoedig onstaat er beklemming van de ademhaling, liartkloppingen, pijn in de hartstreek en het onderzoek leert, dat er ziekte van het hartezakje en van de klapvliezen is bijgekomen. Kort daarna begint de lijder hevig te hoesten, hij krijgt pijnlijke steken in de zijde, en als de arts dan weer nauwkeurig onderzoekt, bemerkt hij, dat er zich bij al het reeds bestaande ook nog ontsteking van het borstvlies of zelfs van de longen heeft ontwikkeld.

Wanneer men het niet zelf had gezien, zou men moeielijk kunnen gelooven, dat alle deze ziekteprocessen zieli op eenmaal bij een lijder en nog wel een kind, kunnen voordoen en tot het einde toe verloopen; toch is het zoo. Er gaat geen epidemie van eeni-gen omvang voorbij, waarin niet het een of ander geval wordt waargenomen, waar bijna alle deze en de reeds vroeger vermelde samenstellingen bij één en denzelfden lijder zich vertoonen en doorstaan worden. Gedurende de roodvonk-epidemie, waarvan wij bij het begin van dit schrijven melding maakten, waren wij in de gelegenheid om nevens een groot aantal gevallen, die met de meest verschillende samenstellingen gepaard gingen, ook twee

ocr page 60

56

waar tc nemen, die met gewrichtsrlieumatisimis in zijn kwaadaar-digsten vorm en met alle bijkomende toevallen vergezeld gingen. Beide kinderen bezweken voor 't geweld der ziekte; dit is intns-schen niet altijd het geval, en de wonderlijk gelukkige resultaten, die er soms zijn verkregen geven ons recht, om zelfs in de allerergste gevallen van roodvonk, van een verstandige en oplettende behandeling alles te durven hoopen.

Enkele noquot;- zeldzamer samenstellingen komen er voor; daartoe

O o

behooren de verettering van het doorschijnende hoornvlies, waardoor allicht blindheid ontstaat; eindelijk nog kwaadaardige zweren in de mond en keelholte, verettering en ook koudvuur van de longen. Zij zijn, omdat zij zoo hoogst zeldzaam voorkomen, meer uit een wetenschappelijk oogpunt belangrijk; hier bepalen wij er ons toe met ze te noemen.

O n r e lt;? e 1 m a t i g h e d e n in li e t r o o d v o n k d o o r

O O

naziekte n.

Enkele van de beschreven toestanden komen intnsschen zoo laat, anderen, die wij nog moeten vermelden, zoo vroeg te voorschijn, dat men in twijfel wordt gebracht welke men tot de complicaties der ziekte en welke men tot de naziekten moet brengen. Met spreekt daarom van zelf, dat deze verdeeling in complicaties en in naziekten geheel willekeurig en slechts in zooverre juist is, dat de zoogenaamde naziekten langen tijd nadat roodvonk voorbij is, en dikwijls levenslang bestaan blijven. Zij beginnen in den regel als snelverloopende processen, doch nemen als spoedig een sluipend, langzaam verloop aan en veranderen in cronische, slepende ziekten. Als de belangrijkste van allen staat boven aan de ontsteking van het gehoorwerktnig. Soms reeds als liet roodvonk nog op liet hoogst is en soms eerst gedurende of na den afloop vau bet af schil fcri ngstijd perk, ontwaren de kinderen een gevoel van jeuken en kriebelen in het oor, dit gaat zelfs soms in pijn over, en de kinderen grijpen dikwijls naar het oor; verstandige kinderen weten juist de plaats aan te geven waar de beginnende

ocr page 61

57

ziekte zit. Jgt;ij het onderzoek bevindt men, dat de huid van liet oor rood is en gezwollen, zoodat de uitwendige gehoonveg nauwer schijnt dan in den gezonden toestand. Alle deze verschijnselen wijzen o[) een ontstekingspioces. Weldra wordt er nu een vuile stof afgescheiden, die uit het oor vloeit en gewoonlijk leelijk riekt, omdat ze grootendeels uit rottend oorsmeer bestaat. Oorspronkelijk donkergeel van kleur, wordt deze uitvloed meer en meer etterig, totdat er eindelijk voortdurend een rijkelijke hoeveelheid etter uit het oor wordt afgescheiden. In de meeste gevallen kan men door een spoedige en zorgvuldige behandeling, het gehcele proces weldra tot staan brengen. Deze behandeling bestaat in de meest mogelijke reinheid en het aanwenden van middelen door den geneesheer voorgesclire-ven, om do etterafscheiding te verminderen. Het gehoor blijft alsdan ongestoord, omdat alleen de uitwendige gchoorweg en niet het inwendig oor was aangedaan; het geheele proces heeft dan weinig te beduiden. In andere gevallen intusschen, en vooral in die, waaraan men niet van den beginne af aan de noodige zorgen heeft besteed, deelt de ontsteking zich, nadat het proces reeds weken of maanden lang geduurd heeft, aan het trommelvlies en het inwendig oor mede, en ontstaan er verwoestingen, waardoor het gehoor verloren gaat; daarmede is het tooneel echter nog in geenen deele gesloten; de verettering houdt, nadat het gehoor verwoest is, niet op, maar tast ook het rotsbeen, waarin het inwendig gehoororgaan ligt, aan en het einde is, dat dit geheele been eindelijk in de verettering deelt. Zooals bekend is, is het rotsbeen een der beenderen, waardoor de basis van den schedel gevormd wordt, waarop de hersenen met hare vliezen rusten, en niets is nu natuurlijker, dan dat het ontstekingsproces van de basis van den schedel zich ook aan de hersenvliezen en aan de hersenen zelve medededeelt. Daarvan komt het, dat vele kinderen jaren lang nadat ze aan roodvonk geleden hebben, aan de gevolgen van een slopenden oorenvloed bezwijken. Wij hopen, dat uit het voorgaande duidelijk moge blijken, hoe dikwijls, oogen-Schijnlijk niets beteekenende ziekteprocessen, wanneer men zo niet met de noodige zorgvuldigheid behandelt, langzamerhand meer en

ocr page 62

moer om zich hoon grijpen, eu zulke verwoestingen iuuirichten, dat eindelijk het gehecle orgaiiismns te gronde gaat.

Ken dergelijk proces komt ook niet zelden op liet neusslijm-vlies voor. De stinkende slijmvloed van den nens, zooals zij zich na het roodvonk ontwikkelt, kan langzamerhand tot verwoesting der neusbeenderen en van de kraakbeenderen van den neus aanleiding geven. Dit is intusschen reeds veel zeldzamer 't geval, on deze kwaadaardige ontstoking van het nousslijmvlies komt missdiion alleen voor hij kinderen, wier weefsels door een klior-ziekig gestel, een minder weerstandbiodend vermogen bezitten. lgt;ij kinderen, met een gezond on krachtig gestel, bepaalt zich do ziekte tot een oppervlakkige catarrhale ontsteking van hot neusslijmvlies. die in den regel van weinig beteekenis is.

De naziekten, die nu nog overig zijn, zijn vooral slepende ontstekingachtige toestanden (catarrhon) van hot slijmvlies dor mondholte, der keel en van do darmen. Deze slopende keelaandoening gaat meestal mot belangrijke zwelling van de amandelen gepaard, ou de na hot vatten van koude, telkens torugkeerondo ontsteking van de gezwollen amandelen, dwingt ons eindelijk, om deze, /00 't schijnt wel misbare organen, geheel of gedeeltelijk weg te nonion. De aandoening van 't darmkanaal, dat zich kenmerkt door hardnekkige, moeilijk to genezen on telkens terugkeoreude diarrhcoën, kunnen dikwijls in korten tijd liet gestel der kinderen ondermijnen. Zo vermageren, worden bleek, en alleen door de moest zorgvuldige verpleging en de grootste voorzichtigheid ton opzichte van de voeding, kan men eindelijk de kwaal to boven komen. Over 't algemeen zijn deze aandooningon van het slijmvlies van hot darmkanaal vrij zeldzaam on men kan haar ontstaan, als men in het eerste tijdperk van het roodvonk maar voorzichtig is, misschien geheel voorkomen.

Wij hebben in de tot dusverre beschreven zioktevormen, in groote trekken als 't ware, een algemeone schots van het onregelmatig roodvonk gegeven; indien men hot volledig wilde behandelen zou men zeker drie maal meer ruimte noodig hebben. Het

ocr page 63

59

doel van 't populair onderricht is ook niet, om geleerden te maken, maar het moet en zal kennis verspreiden over de verschijnselen en toestanden, die zicli dagelijks aan het ziekbed kunnen voordoen; het moet door een goede beschrijving van alles, wat uit den aard der zaak tot de ziekte behoort ook de niet deskundiiren leeren in-zien, dat de geneeskunde niet bij machte is, om een, eenmaal begonnen ziekte naar willekeur paal eu perk te stellen. Door zulk populair onderricht moet men de menschen gewoon maken, om moer wetenschappelijk te denken, en zal ook de niet deskundige leeren begrijpen, waarom de ziekte in het eene geval zus in het andere zoo verloopt; men moet hun leeren begrijpen, dat het verloop' van eene ziekte nog meer van de individualiteit — het eigenaardige van liet gestel — van den lijder, dan van de ziekteoorzaak at-hangt. Daaruit wordt het verklaarbaar, dat dezelfde oorzaak bij verschillende individuen niet altijd dezelfde uitwerkselen vertoont; en, waar men bij sommige kinderen compilation of naziekten ziet ontstaan, terwijl anderen daarvan bevrijd blijven, is het dwaasheid, om die blijkbaar onverklaarbare zaak door een uitdrukking als »het vatten van koudequot;, die niets beteekent, te willen verklaren. Zooals wij boven reeds hebben gezegd, ziet men soms kinderen met roodvonk in liet ruwste weer rondloopcn, zonder dat ze er eenig kwaad gevolg van ondervinden, terwijl bij anderen in spijt van de zorgvuldigste verpleging, de ernstigste verschijnselen worden waargenomen.

De reden hiervan ligt soms in het karakter van de epidemie — 't welk niets anders beteekent, dan dat de roodvonk smetstof in 't eene geval heviger inwerkt dan in het andere — doch in de meeste gevallen ligt de oorzaak van het onregelmatig verloop dei-ziekte in het gestel van het aangetaste individu. Het is dan ook meer dan dwaas, om de behandelingswijze van den eenen geneesheer beter te achten dan die van een ander, of wel den arts voor bijkomende complicatiën of naziekten verantwoordelijk te stellen, indien hij, wat van zelf spreekt, naar de regelen der kunst en op wetenschappelijke gronden gehandeld heeft. Het was vooral om dit goed uit te doen komen, dat wij ons ten taak stelden, ook het

ocr page 64

r,o

oiiregolmatig roodvonk to beschrijven. De incnigviihlige verando-ringen en wijzigingen, die dit ziektebeeld kan vertoonen, verboden ons om den lezer, evenals hij de vroeger behandelde vormen van het roodvonk, mede naar liet ziekbed te nemen, en hem in staat te stellen zelf waar te nemen en hem in staat te stellen zelf waar te nemen en zijne gevolgtrekkingen te maken. Intnsscheu hopen wij, dat onze meer dogmatische voorstelling aan het juist begrip der zaak niet schaden zal.

behandeling: van kx voorbehoemiddelen

tegen 11 er roodvonk.

Over de gronden, waarop de behandeling van het roodvonk berust, hebben wij boven reeds genoeg gezegd; wij hebben er dan ook haast niets meer hij te voegen. Dit eene echter moet men zich op het hart drukken; liet populair onderricht heeft niet ten doel, kan niet ten doel hebben, om den geneesheer overbodig te maken; dit is zoo onmogelijk, dat reeds de gedachte alleen, dat liet dit zou kunnen oi' willen, liet bewijs zou wezen, dat men het doel, waarmede populaire geschriften worden uitgegeven, ten eenenmale miskende. Wij hebben boven gezegd, dat 't roodvonk, als 't op het hoogst is, als een koortsachtige ziekte is te beschouwen, en verkoelend behandeld moet worden, tot dat de hoogere temperatuur is afgenomen, terwijl daarna de behandeling meer verwarmend en opwekkend moet wezen. Verder hebben wij aangegeven, dat de behandeling vooral moet berusten op de meest mogelijke zorg voor en de verpleging van de huid. Een en ander mag echter in de praktijk alleen onder de leiding van een vertrouwd en bekwaam geneesheer worden toegepast. De leek, die, ook al heeft hij eemg wetenschappelijk inzicht, hoogstens de uitwendige verschijnselen eenigszins zal kunnen beoordeelen, is niet in staat om voor ieder geval en op elk oogenblik van de ziekte, de juiste aanwijzing te doen voor 't geen er verricht moet worden; want tot een juiste wetenschappelijke behandeling wordt een volkomen kennis geeiseht van het organisch leven tot in de minste kleinigheden toe. Het

ocr page 65

01

zon nit dien hoofde dan ook geheel nutteloos wezen, hier te willen opgeven, lioe de beschreven samenstellingen en naziekten moeten behandeld worden. Het eenige wat wij hier kunnen en moeten doen is aan te raden, om de voorschriften van den geneesheer, die 't vertrouwen van de ouders van liet zieke kind bezit, ten nanw-kenrigste op te volgen. Juist omdat, gelijk ieder, die ons op den voet heeft gevolgd, nn wel zal weten, dat het roodvonk zulk een kwaadaardige en verraderlijke ziekte is, mag men niet lichtvaardig over haar denken. De ziekte laat ons den tijd niet tot nntte-looze kwakzalverskunstjes ot' de dwaze geneesplannen vau onbevoegden.

Van bijzonder belang is het vasthouden aan dezen regel, met het oog op de menigvuldige samenstellingen der ziekte, die als ze te laat of niet goed behandeld worden, in den kortst mogelijken tijd den dood ten gevolge hebben. Geen der beschreven ziekten, die zich bij het roodvonk voegen, heeft een zelfstandig karakter, en mag daarom ook niet als zoodanig beschouwd worden; men moet den toestand in zijn geheel nemen, om een deugdelijk beeld dei-ziekte te verkrijgen, met welke wij ons hier bezig honden, en het zou dus zonder eenig nut en ook werkelijk onmogelijk zijn, om voor ieder afzonderlijk geval een behandelingswijze of bepaalde voorschriften aan te geven. Reinheid van het vertrek, dikwijls luchten om de atmospheer in de omgeving der zieken zuiver te houden, verpleging van de huid door baden, en, waar de arts liet noodig oordeelt door, spekinwrijvingen, zuiver linnen, de grootste voorzichtigheid in het toedienen van spijzen, benevens zorg voor rust en kalmte in de ziekenkamer, dit alles zijn zaken, waarvoor de verplegers moeten zorgen. Wat do spijzen betreft, zoo mag er natuurlijk niets verstrekt worden dan hetgeen de arts noodig oordeelt; er bestaat evenwel een dieet voor koortslijders, een zoogenaamd koortsdieet, waarmede iedereen bekend moet wezen. Zij bestaat vooral uit vloeibare spijzen, en wel uit melk, dunne soepen en oud wittebrood. Zelfs bouillon mag niet zonder voorbehoud gegeven worden, nog veel minder wijn. De wijn is een genees-

ocr page 66

middel in don waren zin des woords, en de aanwijzingen tot zijn gebruik zijn niet altijd zoo gemakkelijk als het schijnt. Het mag daarom alleen op het voorschrift van den geneesheer worden toegediend. Heeft de koorts den patiënt verlaten, en bestaat ergoede eetlust, zooals in den regel gedurende het geheele afschilferings-tijdperk 't geval is, dan mogen er, behalve moeielijk te verteren voedsels, zooals bijv. vette en zure spijzen en bladgroenten, die men nooit mag geven, ook vaste spijzen worden toegediend. Hieronder rekenen wij vooral zacht gekookte eieren, lijn gehakt rund-vleesch, gebraden kalfsvleesch, kippen, duiven enz. Roggebrood en aardappelen mogen door den zieke nooit gegeten worden, alvorens liij geheel hersteld is, en daar de roodvonkpatiënten in den regel kinderen zijn, zal men wel doen nog langen tijd zeer voorzichtig te wezen met het geven van dezen, voor kinderen zoo slechten kost; ook pannekoeken en spijzen van dien aard zijn zeer schadelijk. Men moet zorg dragen van niet te veel voedsel op eens te geven, beter is het om de twee uren iets te laten gebruiken. Neemt men deze regelen goed in acht, dan werkt men mede om liet verloop der ziekte te vereenvoudigen en tot een gelukkig einde te brengen.

Zagen we, dat hij het reeds uitgebroken roodvonk, de taak der behandeling in hoofdzaak aan den geneesheer toekomt, wiens voorschriften stipt moeten worden opgevolgd, geheel anders wordt het, waar liet te doen is om de verdere uitbreiding der ziekte te voorkomen. Dan is liet aan de huisgenooten van den zieke, om door hunne zorgen het eenmaal ontstane kwaad paal en perk te stellen. De geneesheer kan hier weinig doen; de grootste waakzaamheid is voortdurend noodiquot;: en soms moeten strenge maatrege-

O o o

len genomen worden, tot welker toepassing men desnoods de wetgeving en de uitvoerende macht van den staat te hulp moet roepen. W anneer men een vijand wil bestrijden, en, zooals wij, hem geheel wenschen te verslaan, dan is het, de ondervinding leert het ons, allereerst noodig, om zich zooveel mogelijk, tot in de kleinste bijzonderheden toe met zijne eigenaardigheden bekend te maken;

ocr page 67

fio

willen we dus de mogelijkheid, om liet roodvonk te voorkomen bespreken, dan moeten wc ons weder te binnen brengen, 't geen wij van de eigenschappen van de roodvonksmetstof gezegd hebben. Het is liiermede echter helaas niet best gesteld, want wanneer wij, 't geen de ervaring omtrent de smetstof geleerd heeft overzien, dan moeten we eerlijk verklaren, dat we de smetstof zelf noch niet eens kennen. Eenige schrijvers, waaronder vooral Hallier te Jena, meenden stellig zeker te mogen aannemen, dat liet een uiterst klein organismus is, dat tot de schimmelsoorten gebracht moet worden; deze bewering verdient evenwel nog bevestiging en is tot nu toe niet zeker bewezen. Wat wij stellig zeker van de roodvonksmetstof weten is het volgende:

1. Zij verspreidt zich door onmiddellijke aanraking van den eenen mensch op den anderen.

2. Zij verspreidt zich door tusschcnpersonen, die zelf gezond blijven en haar, zonder dat ze 't weten bij zicli dragen en ongemerkt verder verspreiden.

3. De roodvonksnietstof hecht zicli ook aan levenlooze voorwerpen, zooals: kleedingstukken, aan de muren, den vloer en waarschijnlijk aan de meubelen.

4. De smetstof behoudt zeer langen tijd haar besmettend vermogen, zoodat zij na verloop van maanden nog nieuwe gevallen veroorzaakt, ja men wil zelfs waargenomen hebben, dat zij in een kleedingstuk verscholen, na verloop van een jaar nog haar besmettend vermogen had behouden.

Om deze eigenschappen moet men letten bij het nemen van maatregelen, waardoor men de smetstof wil vernietigen, of waar zij reeds roodvonk deed ontstaan, de ziekte tot dat eerste geval te bepalen. De eerste en belangrijkste maatregel zal altijd bestaan in de afzondering van den lijder. Een kind, dat door roodvonk is aangetast, moet van de overige huisgenooten gescheiden en in een afzonderlijk vertrek behandeld worden. Waar dit onmogelijk is, zou men om verdere ongelukken te voorkomen, de patiënt in oen ziekenhuis kunnen doen opnemen. In het ziekenhuis moeten

ocr page 68

64

lt;le roodvonklij fiers in een afzonderlijk gebouw of' lokaal worden opgenomen, waar men geen andere dan roodvonklijders behandelt. Dit zal de eerste en belangrijkste maatregel wezen, om het roodvonk te beperken; want het is zeker, dat het telkens terngkeeren van epidemieën zijn oorzaak vindt in de slechte hospitalen en zieken-hnizen van den tegenwoordigen tijd. De afzondering der zieken moet in de bijzondere woningen zoowel als in de ziekeninrichtingen, zoolang volgehouden worden, totdat het afschilferingstijdperk geheel is afgeloopen, en moet zicli niet alleen tot de patiënten maar ook tot de verplegers uitstrekken. Wie de verpleging van een roodvonklijder op zich neemt, mag met anderen niet in aanraking komen; deze maatregel is in openbare inrichtingen vrij gemakkelijk toe te passen, in bijzondere woningen minder. Behalve, dat men bierkan rekenen op den goeden wil van de verplegers, om niet met de omgeving in aanraking te komen, wordt er ook voor gezorgd, dat, waar men het verkeer met gezonde personen en vooral met kinderen niet kan voorkomen, dit toch nooit mag gebeuren, dan nadat er eerst van kleeding is verwisseld. Deze maatregel zou zich natuurlijk ook tot de geneesheeren moeten uitstrekken, omdat ze ongetwijfeld dikwijls, als ze niet uiterst voorzichtig te werk gaan, de smetstof van liet eene huis naar het andere overbrengen. Het spreekt intusschen van zelf, dat 't telkens verwisselen van kleeding voor den arts onmogelijk is; ze moeten daarom zorg dragen om zoo min mogelijk de lijders met hunne kleeren aan teraken, en telkens wanneer ze een ziekenkamer hebben verlaten, hunne kleederen zorgvuldig afborstelen. In de ziekenkamers moeten zoo weinig mogelijk losse, poreuse voorwerpen, die veel lucht in zich opnemen, bewaard worden, zooals bijv. wollen kleedingstukken, bontwerk enz.; want men heeft waargenomen, dat zulke stoffen, vooral 't bontwerk, jaren lang de smetstof bij zich hielden. De ziekenkamer, en zoo mogelijk ook het aangrenzend vertrek, moeten zorgvuldig gelucht worden, om ophooping det smetstof te voorkomen; men mag daarom zelfs, bij strenge koude in den winter niet verzuimen, om de vensters open te zetten; wij hebben vroeger reeds aangetoond

ocr page 69

05

van hoeveel belang deze maatregel voor de genezing der zieken is. liet waschlinnen der lijders mag niet, dan na vooraf' te zijn ontsmet, uit het ziekenvertrek verwijderd en nooit bij ander waschlinnen gedaan worden. Het beste en gemakkelijkste is, om zoodra de zieke verschoond is, het uitgetrokken linnen in een oplossing van zwavelzuur zink te dompelen, het daarna in heet water te doen en dadelijk te laten wasschen. Daar het intusschen zeer lastig is, om dadelijk alles stuk voor stuk te wasschen, zoo is de ontsmetting door zinkvitriool vooreerst voldoende om liet bewaren van de wascli onschadelijk te maken. De uitwerpselen der lijders, urine en stoelgang, vooral echter de soms belangrijke hoeveelheid slijm en etter, die uit neus en mond verwijderd worden, moet men nauwkeurig met chloorkalk, waarbij eenig verdund zoutzuur is gevoegd, ontsmetten, alvorens ze in den algemeenen vergaderbak te werpen. Men moet vooral met deze stoffen zeer voorzichtig te werk gaan, omdat zo hoogst waarschijnlijk dragers der smetstof' zijn. Als het lokaal door de genezen zieken ontruimd wordt, dan moet het zeer zorgvuldig schoon gemaakt worden. Allereerst wordt het, bij goed gesloten deuren en vensters, met chloorkalk gedesinfecteerd. De vloeren moeten met de een of ander chloor bevattende stof afgeboend, en daarna Hink geschrobd worden; de muren witte men op nieuw, en als er behangsels zijn, moet men deze nauwkeurig afwrijven : in een woord, alles, wat in het vertrek was achtergebleven, moet met de meeste zorg worden schoongemaakt en daarna de kamers nog eenige dagen door het openzetten van deuren en vensters gelucht worden. De naleving van alle deze voorschriften is jammer genoeg niet gemakkelijk, en bij arme lieden haast niet mogelijk; de wetenschap heeft echter aangetoond, dat zij noodig zijn, willen ze aan het doel, om roodvonkepidemieën onmogelijk temaken, beantwoorden. De afzondering moet zicli in zekeren zin ook tot de scholen uitstrekken; dat een kind, 't welk aan roodvonk heeft geleden, de school niet mag bezoeken voor het afschilferingstijdperk geheel is geëindigd, spreekt van zelf; intusschen is hiermede met betrekking tot liet voorkomen van de verdere verspreiding van liet roodvonk,

ocr page 70

66

nog weinig gedaan. Van voel meer belang is liet, «lat geen kind nit een huisgezin waar de roodvonk heerscht, zoolang de ziekte duurt, de school bezoekt, want juist zulke kinderen brengen, als de afzondering in liet huisgezin niet streng kan worden volgehouden, de smetstof' over. Begint het roodvonk hier of daar epidemisch op te treden, dan is het 't allerbest de school geheel te sluiten; hetzelfde geldt vooral ook voor de bewaarscholen, omdat de kinderen, die daar komen nog jonger zijn en meer gevaar loopen. Aangezien gebrek aan goeden wil en ook onverstand zeer dikwijls oorzaak zijn, dat de voorschriften ter afzondering worden overtreden, wordt het eerste geval van roodvonk gewoonlijk al spoedig door een tweede en derde gevolgd en is weldra de epidemie in vollen gang. Daarbij komt nog dat beschaafde, zoowel als onbeschaafde, menschen veel meer geneigd zijn, om van allerlei geheime middelen tot voorkoming van ziekte gebruik te maken dan om op wetenschappelijke ervaring gegronde voorzorgsmaatregelen na te komen, en dat te meer daar genoemde middelen gemakkelijk te verkrijgen zijn, terwijl de laatstgenoemde maatregelen moeilijk zijn op te volgen. Alleen hierdoor laat het zich verklaren, dat zelfs wetenschappelijk gevormde geneeskundigen aan belladonna, azijnzuur en aan zoutzuur een voorbehoedingsvermogen hebben toegeschreven, dat geen dezer middelen bezit. Men kan evenwel niet ontkennen, dat of een meer nauwkeurige kennis van de smetstof van het roodvonk, of het toeval ons even goed een werkzaam tegengift aan de hand zal kunnen doen tegen het roodvonkgift, als wij in de quinine een stof hebben gevonden tegen de giftstof, die de tusschenpoozende koorts veroorzaakt; tot heden toe is dat middel echter nog niet gevonden en do kennis, die wij van de roodvonksmetstof bezitten, is nog niet zoo groot, dat men zich zou mogen vleien met de hoop hieruit den aard van het tegengift te kunnen opmaken; wij moeten ons daarom met de genoemde voorzorgsmaatregelen tevreden stellen.

ocr page 71

EEN WOORD IN HET BELANG VAN ALLE OUDERS EN KINDEREN.

Niet zonder grond hebben de hedenduagselie geneeskundigen den oorlog verklaard aan de kwakzalvers en de kwakzalverij.

Onder welken vorm deze laatste zich ook vertoond steeds vindt zijden vijand gereed om haar, in naam der wetenschap, alle geheimen huismiddeltjes te ontwringen.

Ontwikkelde en verstandige lieden laten zich dan ook niet meer meeslepen door bedriegelijke aanbiedingen met groot vertoon in de nieuwsbladen geplaatst, maar wenden zich, wanneer zulks noodig is. tot een bevoegd geneesheer.

O ' O O

Deze gedachte meent de uitgever van dit boekje op den voorgrond te moeten stellen, opdat de lezer weten moge welke de bedoeling dezer uitgave is.

Onderstaande werkjes over de gezondheidsleer zijn geschreven oi' vertaald door nog bestaande, gerespecteerde artsen of' doctoren en wier namen, bekend «als die van mannen der wetenschap, de gedachte uitsluiten, dat in deze boekjes iets zal worden gevonden, dat naar kwakzalverij (bedriegerij) zweemt.

Neen, de uitgever is overtuigd, dat deze werkjes door den geneesheer zeiven warm allen ouders zullen worden aanbevolen, omdat zij in popnlairen vorm geschreven, de ouders niet zelf' leeren dokteren, maar hen opmerkzaam maken op verschijnselen, waardoor, tijdig bespeurd, de taak van den arts wordt verlicht, en in verband met zijn hulp, vele onheilen worden afgeweerd.

ocr page 72

II

Immers do onbckondheicl met het gevaar doet vaak de voorzichtigheid uit het oog verliezen, — en eene waarschuwing bij tijds ontvangen, zou menige moeder het verlies of' het ongeluk harer lievelingen hebben bespaard.

En wijl in deze werkjes op de voorboden en verschijnselen, op het verloop en de nasleep van zoovele kinderziekten gewezen wordt, mag zulk een boekje in niet één huisgezin ontbreken, waar prijs wordt gesteld op de grootste schat des levens — de gezondheid.

M. E. DE GRAUW,

UITGEVKK.

ocr page 73

in

Bij den uitgever dezes zijn mede

De Krampachtige Ziekten,

De middelen om ze te voorkomen en hare behandeling,

door Dh. PETER KAATSER, practiseerend Arts en Kon. Badarts te Bad Rehhurg.

Prijs f 0.30

VERGIFTEN

KN

TEGENGIFTEN,

door Dk. M. DYRENFURTH.

Prijs ƒ1.00

hun ontstaan, hunne levenswijze en de middelen om hen te verdrijven,

dook

Dk. M. DYRENFURTH.

Prijs 50 Cent.

mond- en Landziekten

door Dk. W. VON GUÉRARD, practiseerend tandarts te Berlijn. met 45 figuren.

Prijs ƒ1.00

DE SCROFULOSE,

haar ontstaan, de middelen om haar te voorkomen en te behandelen,

dook Dk. PAUL NIEMEIJER. Met 3 Figuren.

Prijs 50 Cent.

De eerste hulp bij Ongelukken,

van Dk. ALFRED SMEE,

Officier van Gezondheid.

Prijs 40 Cent.

te bekomen de navolgende werkjes :

DE

i;N

du middcleii om haar te 1» e st r ij (1« ü,

door Dk. J. VOGEL.

Prijs 25 Cent.

zelen en

hare oorzaken, de middelen om ze te voorkomen en te genezen.

een raadgever voor iedereen

door Dh. II. J. BASKE,

practiseerend Geneesheer.

Prijs 25 Cent.

)

DE HARTZIEKTEN,

hare vormen, oorzaken en de middelen om ze te voorkomen en op de beste wijze te behandelen,

dook

Dk. J. HERMAN BAAS. Met 3 Figuren.

Prijs 50 Cent.

ic iratl)lllEiiïE imilini,

hare oorzaken en wijze van ontstaan,

benevens de middelen om ze te voorkomen en te behandelen,

dook

Dk. J. HERMAN BAAS, praat. arts.

Met 10 Figuren.

Prijs 40 Cent.

©E DOPTKIEBOTO®.

een raadgever voor iedereen. Prijs 25 Cent.


ocr page 74

IV

De Typhus,

zijne vormen, verschijnselen, oorzaken en de middelen om hem te voorkomen,

met aanwijzing hoe de leeken uit een dietetisch liyjneniscli 00«;-

J O O

punt aan de behandeling deel ! kunnen nemen. een raadgever voor iedereen. 1 dook

Du. J. HERMAN BAAS.

F rijs 60 Cent.

BLEEKZUCHT en MIGRAINE

(Schele hoofdpijn)

ZENUWACHTIGHEID EN HYSTERIE,

hare oorzaken, de middelen om haar te voorkomen en te genezen,

dog ii

Dk. ADOLF HAGIXSK V,

practiseerend Geneesheer.

Prijs 60 Cent.

DE BRAAKLOOP

of de Ziekten der sjnjsver-teering hij kinderen,

dook

Dk. ADOLF BAGINSKY,

Prijs 50 Cent.

De koortsachtige Ziekten.

hare oorzaken, de middelen om ze te voorkomen en te genezen,

met een bijzondere beschouwing van de Koudwaterhehandeling,

dook

Dk. A. BAGINSKY,

pract. Arts.

Prijs 50 Cent.

MDPLAATSEÏIBADKIH

door Dk. SIEGFRIED HAHN, Bad-Arts.

Prijs 50 Cent.

Scheeve Rug, platte Borst, Platvoet,

hunne oorzaken en behandeling, benevens de middelen om ze te voorkomen.

een raadgever voor iedereen, dook

Da. PAUL NIEMEIJER.

Met 18 Figuren in den tekst. Prijs 90 Cent.

DE HAEMORRHOIDEN.

Hare oorzaken, behandeling en de middelen om ze te voorkomen.

een raadgever voor iedereen. Met 10 lioutsnêefiguren.

Prijs 90 Cent.


Alle vorenstaande werken zijn uit het Duitsch vertaald door

A. W. J. ZUBL1 en A. Am, J. QUANJER,

Officieren van Gezondheid.

----

ocr page 75

V

AANBEVELING OVERBODIG! MEN ZIE DEN INHOUD!

Voor 75 Cents in plaats van f2A0:

HET ONMISBARE BOEKWERK Dl!. FRIEDRICH ERISMAINN,

GEZONDHEIDSLEER

voor ontwikkelden van alle standen.

Voor Nederland bewerkt door Dr. S. Sr. COROXEL.

878 bladzijden postformaat.

— I N H

Algemeene levensvoorwaarden.

Eerste Hoofdstuk.

De Ine lit. Normale bestanddee-len der Incht (stikstof, zuurstof, ozon, koolzuur, waterdamp). Kringloop der gassen van de lucht. Beteeke-nis der lucht voor de ademhaling. Verontreinigingen der dampkringslucht. Beteekenis der lucht voor de afkoeling des lichaams. Warm te-economie van het menschelijk organisme. Warmte-ontwikkeling en warmteverlies; de eigen warmte des lichaams en de voorwaarden om ze te behouden. Invloed van de lucht op de warmte afgifte des lichaams. Warmte-regeling door de huid. Verkoeling en tocht. Hygiei-nische beteekenis der winden. De luchtdrnkking; invloed der berglucht. Het zonlicht . . Blz. 1—28.

Tweede Hoofdstuk.

De bod e m. De voornaamste hygieinische eigenschappen van don bodem. Poreusheid en doorlatingsvermogen voor water en lucht. Bodemvochtigheid en grondwater. Verband tusschen vochtigheid van den

O U D. —

bodem en epidemische ziekten. Grondlucht en grondventilatie. Beteekenis van de zuiverheid on droogheid van den bodem. Verontreiniging van don bodem door uitwerpselen, fabrieksaval en dergel., kerkhoven .........Blz. 28—45.

Derde Hoofdstuk.

Het klimaat. Oorzaken der klimaten. Invloed van do zee, van do bodemverheffing, van wouden, van winden, enz. op het klimaat; hoeveelheid en verdoeling van den regen. Invloed van het klimaat op do monschen. Geographische vor-deeling dor ziekten. Acclimatisa-tie...........Blz, 45—56.

Vierde Hoofdstuk.

Gemeentewezen; dorp en stad. Onjninstiire verhoudingen der

o o o

tegenwoordige ligging van plaatsen. Nieuwe wijken in de steden. Bouwplan van nieuw aan te leggen plaatsen. Villawijken. Hygieinische ei-schen aan de bouwpolitie te stellen. Hot bouwen van goedkoope en gezonde woningen. Watervoorziening

o o

van do steden en dorpen. Hygioi-


ocr page 76

VI

nische eischen aan een goed drinken huishoudelijk water te stellen. De verschillende watersoorten, (regenwater, grondwater, natuurlijk en kunstmatige bronnen, rivier- en meerwater). Opruiming der facale stoffen; kanalisatie en afvoer.

Blz. 57—92.

Vijfdk Hoofdstuk.

De woning. Ilygieinische beteekeiiis van het huis. De bouwgrond. De bouwmaterialen; poreusheid en warm te-behoudend vermogen. Opheffing van de poreusheid door de vocht; nieuwe gebouwen. Inwendige inrichting van het huis. Luchtbederf in het huis door de uitwasemingen van de longen en de huid der menschen. Detaakderven-tilatie en hare noodzakelijke grootte. Natuurlijke ventilatie. Kunstmatige ventilatie. De verschillende methoden van verwarming en harehygiei-nische beteekenis; kachel en centrale verwarming. De kunstmatige verlichting. De verontreiniging dei-lucht van bewoonde ruimten door de privaatgassen. Middelen ter bestrijding (watercloset, ventilatie der kuilen, desinfectie van hunnen inhoud) ........Blz. 92—138.

Zesde Hoofdstuk.

K1 e e d i n g; h u idverpiegi n g; baden. Ilygieinische beteekenis der kleeding, invloed der verschillende kleedingstoffen op liet warmteverlies des lichaams. Verwekelijking en harding. De zonden der mode. De afzonderlijke kleeding-stukken en het bed. De huid als orgaan der ademhaling en uitscheiding. Het reinhouden der huid; verwisseling van linnengoed; kuipbaden ; rivier- en zeebaden ; warme lucht-en dampbaden. Blz. 138-1M.

Z EVENDE 1 lOOFDSTUK.

De voeding. De afhankelijkheid van de verrichtingen des lichaams van het stofverbruik. De verteringsvochten. De ontleding der voedingsstoH'en in de weefsels. De afzonderlijke voedingsstoffen in hare beteekenis voor de voeding (eiwitachtige lichamen, vetten, koolhydraten, minerale bestanddeelen, water). Gevolgen van onvoldoende voeding. Hongerziekten. Eischen van een goeden kost. Dierlijk en plantaardig voedsel. De hoeveelheid voedsel voor een volwassen mensch be-noodigd. Hot normaal rantsoen. De beteekenis dor genotmiddelen en specerijen. De kost van verschillende groepen der bevolking (arbeiders, armen, soldaten, gevangenen, zieken enz.), openbare inrichtingen tot verbetering der voedingsverhoudingen voor de armen; volksgaarkeukens ; verbruiks-vereenigingen. De afzonderlijke voedings- en genotmiddelen; het vleescli, zijn samenstelling, toebereiding, conserveering; het vleescli van zieke dieren. De lijm. De vogeleieren. De melk en hare producten (room, kaas,, boter, wei, kumis); de melkverval-sching. Graan, meel en brood; samenstelling der verschillende meelsoorten. De peulvruchten. Groenten en ooft. De geestrijke dranken ; kwade gevolgen der drinkzucht.

Blz. 154—228.

Levensvoorwaarden der verschillende leeftijden.

Achtste Hoofdstuk.

De eerste kindsheid. Sterfte der jonggeborenen en hare oorzaken. Invloed der klimaat- en sociale verhoudingen op de kindersterf-


ocr page 77

VII

tc. De voedingsbehoeftc der jonggeborenen. Gevolgen eener ondoelmatige voeding. Zoogen door de moe-

~ o o

der. Zoogminnen. Voedingdoor koe-

o o

melk. Melksurrogaten (Liebig's soep, kindermeel van Nestle, Gerber, Lie-big, karnemelk). Kribbe-inrichtin-gen. De kinderkamer. Ziekten dor ademhalingsorganen bij kinderen en hare oorzaken. Reinheid en zorg voor de huid van jonggeborenen, klierteringder pasgeborenen en hare oorzaken. Kleeding. Invloed van het zonlicht. Levensvoorwaarden van den jonggeborene; beweging; .slaap. Het doorbreken der tanden ; het spenen; de vaccinatie.

Blz. 231—271.

Nkcknuk JIoofdsïuk.

De school. Kindertuinen als voorbereiding tot de school. Do invloed van het schoolbezoek op de gezondheid. Gebroken in de bestaande schoolinrichting. Ongunstige ver-hondingen van de schoolkinderen te liuis. Gebreken in de bestaande methode van onderwijs. Schoolziekten ; voedingsstoornissen, verkrommingen der wervelkolom, bijziendheid, tering, stoornissen in den bloedsomloop; ziolsstoornissen. De taak dor schoolhygieine; de schooltafel; het schoolvertrek (grootte, ventilatie, verwarming, verlichting); bouwplan van hot schoolgebouw; verbetering der leermethode; gymnastiek. ......Blz. 271—30G.

Tikndk Hoofdstuk.

Het b e r o e p. Veranderingen in het organisme door den arbeid.

Vermoeienis. Geestelijke werkzaamheid (hersenarbeid.) Werktuigelijke arbeid (spierarbeid). Hot beroep van den soldaat en don zooman. Do landman. Hot personeel dor spoorwegen. De berg- en mijnwerkers (sterfte; vergiftigingen, ongelukken; wetgeving op don mijnarbeid). Fabrieksarbeiders en handwerkslieden (stof, schadelijke gassen en dampen, giftige zelfstandigheden, stoornissen in do warmto-oconomie, schadelijke lichaamsliouding, overspanning, ver-wonding door werktuigen). Inrichting der werkplaatsen (grootte, ventilatie). De fabriekswetgeving; de normale werkdag; vrouwen- en kinderarbeid in de fabrieken.

Blz. 306—342.

AANHANGSEL.

Ei.fuk Hoofdstuk.

De volksziekten. Kenschetsing der volksziekten. Sterfte aan epidemische ziekten. De oorzaken der epidemische ziekten. Contagieuse infectieziekten (syphilis, mazelen, roodvonk, pokkon, vlektyphus, enz.) en liare voorkoming; isoleering der ziekten, vaccinatie, vermindering der individuëele voorboschiktheid (koepokinenting). Do zuiver-mias-matische ziekten (tusschenpoozendo koorts). Do vorvoerbaar-miasma-tische ziekten (buiktyphus, cholera, gele koorts, pest); invloed van plaatselijke omstandigheden; wijze van verspreiding; voorbehoedende maatregelen ; dcsinfectie, quarantaine, gezondmaking der plaatsen.

Blz. 343-378.


ocr page 78

VIII

DE RAADGEVER

HIJ

ZIEKE PAARDEN.

Eene handleiding voor eiken houder van Paarden om de meest voorkomende ziekten en gebreken te kunnen onderkennen en daartegen de eerste hulp te kunnen verleenen,

15 EN KV KNS

EEN AANHANGSEL,

BKVATTKNÜK UK WKTS-AUTIKELEN, DIK KI.KK HOUDEK VAN l'AAKKK HIJ BESMETTELIJKE ZIEKTEN NOODZAKEI.IJK MOET KENNEN OM ZICH VOOH SCHADE TE VUIJWAUEN.

DOOR

JK. ƒ . DE ƒ5 R U I J N ,

Gcpeusiounccrd Luitenant-Kolonel Paardenarts, Ridder der Orde van ilcn Nederlandschen Leeuw.

Prijs.......f 175.

GIDS VOOR HOEFSMEDEN.

EENE HANDLEIDING

TOT HET

DOELMATIG ltESLAAi\ VAX PA A It D K V,

zoowel met gezonde als met ziekelijke hoeven,

EOOU

A. jj. DE j^RUIJN,

Gepensioneerd Luitenant-Kolonel Paardenarts, Ridder der Orde van den [Nederlandschen Leeuw.

Met 15 figuren. — Prijs een Gulden,

ocr page 79

lx

Lezers in Nutsvergadering^n,

werkende en kunstlievende leden van Rederijkerskamers, Reciteer-College's, Gezelschappen, enz.

indien ge verlegen zijt om geschikte bijdragen, koopt dan voor

één Gulden vijf en twintig Cent:

DRIE DEELEN KEURIGE VOORDRACHTEN,

j, j, 3B' 1» O O TO» 0.

KEUR VAN NEDEBLA.NDSCHE EN ZUID-NEDER-LANDSCHE TOEZIE,

1! IJ K ENG E B U A C H T D O O U

J. HILMAN.

Te zanLamp;ri ÜG4 blcLÜ^ztjdamp;iu

Juweeltjes van DE GENESTET, VAN BEERS, TEN KATE, BEETS, HOFDIJK, HASEBROEK, VAN LENNEP, DE BULL en anderen.

——

Alia Tdai 'bo vert genoamp;nxcLe zijih verforijghcLCLV hLJ clejL Uttgamp;veT cle-zes, HcLccrZejiurLer Hoi ittizinerh Sn te AiTtsteTdcuix, rdsntede hij ellcejh rljoe/r-1 uuixZela/w,

ocr page 80

ocr page 81