ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

DE KEYELAARSCHE

DEVOTIE

TOT DE

H. MAAGD MAE1A.

UTEECHT

Voor rekeniny van de Broedermeesters, bij wie dit hoekje verkrijijhaar is.

ocr page 6
ocr page 7

GOD ZIET ALLES!

Dat deze gedachte u beziele, nu en ten allen tijde, opdat geene misdadige gedachte in uwen geest opkome, en gij, na God en zijne Allerheiligste Moeder Maria alhier waardig vereerd te hebben, eenmaal door hare voorspraak en bescherming waardig moogt geacht worden deel te hebben in hare heerlijkheid in den hemel.

imprimatur.

J. G. H. C. ESSiNK, Lib. Geus.

Maa ksen d. 7 Martii 1891.

ocr page 8
ocr page 9

BERICHT

WEGENS DE BROEDERSCHAP DER

MiEi. HM [« iffl GiBS li,

ONDER DEN TITEL VAN:

0. L. V. YAN KETELAAR.

Gevestigd in de li. K. kerk huiten de Wittevrouwen te Utrecht.

Welke hroedrrschap vtet Ajlciicn is beyiftiyd door Zijne Heiligheid l?ans ISenedicius XIV, den 24 Augusfus 1740, die op nieuw zijn bevestigd an vermeerderd door Zjne Heiligheid Paus Gregorius XVI, den 14 Juni 1840.

Ten eerste. Alle Koomsch Katholieke geloovigen, die op den dag- Imuncr inscbrijvino- gebiecht eu gecominunicrerd hebben, eu bidden voor de eendracht der Christen vorsten en de bekeering der zondaren, zullen verdienen vollen Aflaat.

ocr page 10

VI

Ten tweede. De Broeders en Zusters, die in gevaar van te sterven, gebiecht en geeoinimuüceerd hebben, of, dit niet kunnende, met een oprecht leedwezen over hunne zonden den Allerheiligste Naam Jesus aanroepen, zullen verdienen vollen Aflaat.

Ten derde. Wordt volle Aliaat verleend aan alle Broeders en Zusters op den feestdag der ïenhe-melopneming van de. H. Maagd Maria, zijnde de voornaamste feestdag van deze Broederschap, als zij gebiecht, het H. Sacrament des Altaars ontvangen en in de broederschapskerk gebeden hebben tot voormeld einde.

Ten vierde. Wordt verleend aan de Broeders en Zusters op den eerstvolgenden Zondag van ieder Quatertemper des jaars, zoo zij gebiecht, gecommuniceerd en in de broederschapskerk als voren gebeden hebben, zeven jaren Aflaat en zooveel Quadragenen.

Ten rijfde. Zoo dikwijls als de Broeders of Zusters in de broederschapskerk te zamen de H.Misse of andere kerkelijke diensten bijwonen, of te zamen vergaderen om eenig goed werk te doen, of de Processie bijwonen, verdienen zij voor iederen daad zestig dagen Aflaat.

Ten zesde. Zoo iemand der leden van deze Broederschap het H. Sacrament, wanneer het aan een

ocr page 11

VII

zieke wordt gebracht, vergezelt, of bij de begrafenis van een Broeder of Zuster godvruchtig tegenwoordig is, of, hierin belet zijnde, met gebogen kniëen één Onze Yader en Wees Gegroet voor den zieke bidt, zal verdienen zestig dagen Aflaat.

Ten zevende. Broeders of Zusters eenige werken van barmhartigheid verrichtende, als: arme vreemdelingen herbergen of met aalmoezen bijstaan; zieken bezoeken en hen in hun lijden troosten; onwetenden Gods gebodan en hetgene ter zaligheid noodig is, leeren; dolenden op den weg der zaligheid brengen; vrede maken uiet zijne eigene vijanden, of tnsschen verwijderden de liefde en den vrede doen herleven;—• verdienen voor iedere daad zestig dagen Aflaat.

Ten achtste. Wordt verleend aan de Broeders en Zusters, die vijfmaal het Onze Vaderen Wees Gegroet bidden, voor de zielen der gestorvene Broeders of Zusters, of die eenig geestelijk of lichamelijk werk van barmhartigheid zullen gedaan hebben, zestig dagen Aflaat.

Eindelijk verleent Zijne Heiligheid, in eene tweede Bnlle, ten zelfden tijde gegeven, tot troost der overledene Broeders en Zusters: dat de Broeders en Zusters die aan het altaar der broederschapskerk, betrouwende op de almacht en de barmhartigheid

ocr page 12

VIII

Gorls en op de voorspraak van de TT.H. Apostelen

Petrus en Panlus, de H. Offerande der Mis, aan dat altaar geofferd en toegeëigend aan de zielen der afgestorvenen van deze Broederschap, (welke Missen bijzonder gedaan worden op Allerzielendag, ieder dag van dat octaaf en al de Maandagen des jaars), aandachtig bijwonen, de verdiensten er van kunnen toevoegen aan de zielen der overledene Broeders en Zusters, om hen aldus van de pijnen des vagevunrs te verlossen. Broeders of Zusters die verre af wonen en niet in de broe-derschapskerk kunnen komen, zullen hunne eigen kerken bezoeken en doen als boven gemeld is; doch dat zij zich beijveren, zooveel mogelijk op de voornaamste dagen de broederschapskerk te bezoeken.

Den 14 Juni 1840 heeft het Z. 11. Gregorius XVI, zdiger gedachtenis, behaagd bij gelegenheid van het honderdjarige bestaan der Broederschap, de Aflaten, door Pans Benedictns XIV voornoemd verleend, te vernieuwen, te bevestigen en uit te

ocr page 13

breiden, om voor altijd te duron, toevoegelijk ann de zielen in liet Vagevuur op de navolgende wijze;

1. Volle Aflaat voor die op den dag der inschrijving in de Broederschap, na gebiecht en gecommuniceerd to hebben, zullen bidden tot de meening van Z. H.

2. Volle AHaat voor die op de Bedevaavtsreis gebiecht en gecommuniceerd hebbende, godvruchtige gebeden tot de meening van Z. 11. zullen uitstorten.

3. Volle Aflaat voor de Broeders en Zusters, te « innen op de dagen, dat de bcdevaartsreis verricht wordt, wanneer zij die niet mede doen, maar op een dier dagen gebiecht en gecommuniceerd hebbende, in hunne eigene parochiekerk, op de voormelde wijze zullen bidden.—Hetzelfde, na het bovenstaande volbracht te hebben, op liet feest van Maria-Tenheinelopneming eu op eiken dag van het Octaaf; op de feesten van O. L. V. Zuivering, 3 Februari; Boodschap, 2 5 Maart; Geboorte, 8 September; en(Onbevlekte)Ontvangenis 8 quot;December.

4. Honderd dagen Aflaat aan de Broeders en Zusters op de pelgrimsreis, telkens te verwerven, als zij de II. Mis of preek hooren, of eenig ander goed werk gezamenlijk verrichten.

ocr page 14

X

5. Honderd dutreii Aflaat als de Broeders of Zusters srodvruclitig eene der H. Missen bijwonen,

die van wege de Broederschap zoo voor de levenden als overledenen gedaan worden, in hunne parochiekerk. ^

leder, die deelachtig wil zijn aan voormelde Aflaten en aan de H. Offerande der Misse, de offers der kaarsen en de veelvuldige godvruchtige werken, die in deze Broederschap, /,00 voor levenden als overledenen, worden opgedragen, en hieronder vermeld staan, kunnen zich, om tot lid van deze Broederschap te worden ingeschreven, bij de Broedennecsters hunner Gemeente aanmelden.

leder Lid betaalt in het jaar veertig cents, en zij die jaarlijks blijven contribueeren tot hunnen dood, genieten bij hun overlijden drie H. Missen,

welke in hunne parochie dadelijk zullen worden opgedragen voor de rust hunner zielen.

Jaarlijks op den boegen feestdag van de Tenhemelopneming der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, 15 Augustus, wordt in de broeder-schapskerk ten half elf ure, eene solemneele H. Mis opgedragen voor de Broeders, Zusters en Weldoeners ^

dezer Processie. Doch zoo deze feestdag op Zaterdag komt, zullen die. plechtigheden op den daarop-volgenden Zondag gehouden worden.

( i

ocr page 15

'sNainiddagis tea vier ure de Vespers enPredikatie, waarna de gewone gebeden en lofzangen, bij do Processie gebruikelijk, zullen volgen; hetwelk acht dagen zal duren, op de werkdagen ten zes, en des Zondags ten vier ure. De lijst der overledenen zal des Zondags onder dit octaaf, voor de Vespers, worden afgelezen.

Zondags onder dit octaaf, wordt de gezongen II. Mis voor de overledene Broeders, Zusters en Weldoeners opgedragen.

Op den Feestdag vau Maria Geboorte, 8 September, 's morgens ten half elf ure, eene plechtige Mis van voorbereiding, om den goddeüjkeu zegen over de Bedevaart ai' te smeeken; des avonds ten 6 ure Lof met de gewone gebeden en lofzangen. Doch valt. deze op Zaterdag, dan zal op den daarop volgenden Zoiidag die plechtigheid gehouden worden.

Na de terugkomst der Processie zal er op den eersten Dinsdag, 's morgens ten half tien ure, uit dankbaarheid, eene soleuineele Hoogmis met Predikatie geschieden, en gesloten worden niet het Te Deum laudamus en eenige lofzangen. Acht dagen daarna, op hetzelfde uur, eene plechtige Zielmisse met Predikatie voor de overledenen van de Broederschap, gevolgd van nog eenige gebeden en

ocr page 16

xii 'i

lofzangen. Indien invallende Feestdagen of omstandigheden /.niks vevliinderen, zal dit alsdan in tijds bekend gemaakt worden.

Verder wordt in do broederscliapskerk iedere week eene H. Misse gelezen voor de overledenen van deze Broederscliap, en worden op alle feestdagen van do II. Moeder Gods de Missen opgedragen voor do Broeders, Zusters en Weldoeners der Processie.

Alsmede worden er bovendien wekelijks nog twee II. Missen opgedragen voor do leden der Broederscliap en voor de overledene Broeders en Zusters. In iedere gemeente waar Broedemeesters woonachtig zijn, wordt jaarlijks, na den afloop der Beêvnartsreiz.e, eene Misse van Eeqniem voor de overledene Broeders en Zusters opgedragen, en tevens het waslicht geofferd aan alle kerken bo-hoorencle tot deze Broederschap, ter eere van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, om door bet geheele jaar op Zon-en Feestdagen te branden.

Nog wordt er in de broederscliapskerk iedere week eene H. Misse gelezen res Zaterdags, voor de Broeders en Zusters van deze Broederschap;—• en daarenboven wordt er jaarlijks nog een groot getal 11. Missen voor de overledene Broeders,

gt; *

i

ocr page 17

Xlli

Zusters en Weldoeners opgedragen, naar gelang van de inkomsten der gelden.

In het begin der maand Augustus van elk jaar zullen de Broederineesters in hunne gemeenten rondgaan, om de contribntiën en verdere liefdegiften in te zamelen, en de namen der overledenen op te nemen om die op de lijst te doen plaatsen; welke overledenen deelachtig zullen zijn aan alle gebeden, goede werken en H. Missen die gedurende dat jaar gedaan worden. De Broederineesters zullen de lijsten vóór 13 Augustus indienen.

BERICHT.

WEGENS DE BEDEVAART NAAR

KEVELAAR.

In de algemeene vergadering van den 1 Sept: 1891 is vastgesteld dat voortaan eene Bedevaart

ocr page 18

XIV

naar Kevelaar zal vertrekken op den eersten Zaterdag in Augustus en terugkeeren den daaropvolgende Maandag.

Den indrukwekkende Processie met het H. Sacrament door en om Kevelaar, zal op Zondag na de plechtige Hoogmis plaats hebben.

Alle luister wordt ook door Kevelaar aan deze Processie bijgebracht.

De tweede groote Processie vertrekt op den eersten Dinsdag na den lOden September met twee treinen en wel een van Geldermalsen den Bosch Kevelaar en een van Arnhem, Nijmegen Kevelaar.

De tijd van vertrek en terug gaan alsmede de Godsdienst oefeningen, die zoowel vooraf en na de .Bedevaarten in de Broederschapskerk zullen plaats hebben en gedurende de reis zullen in de Programmas aangegeven worden.

De Programmas zijn bij de Heeren Broedermee-sters verkrijgbaar.

Met den middag trekt de Processie in Kevelaar, waarbij eene groote kaars ter eere van de Allerheiligste Maagd geofferd wordt; welke blijft branden zoolang de Processie te Kevelaar vertoeft, en verder, op al de feestdagen van de H. Moeder Gods, en op Allerheiligen-en Allerzielendag. Des namiddags ten twee ure zal de lijst der overledenen worden

ocr page 19

XT

afgelezen, waarna ten hall' vier ure het Lof on Predikatie; vervolgens trekt de Processie, met brandende waskaarsen biddende naar het Koode Kruis, alwaar zij, na voor de overledenen gebeden te hebben, langs Oud Kevelaar weder naar de groote kerk terugtrekt.—Des avonds ten half acht ure de Ko/.enkrans voor de overledenen, en ten acht ure de Predikatie voor de overledenen; en verder gedurende den avond zal aldaar voor de overledenen, en voor andere noodwendigheden gebeden en lofzangen gezongen worden.

Op Donderdag zullen te Kevelaar de H.Missen beginnen in de kerk op Oud Kevelaar ten half /.es ure, alwaar de Bedevaartgangers zullen trachten waardig te communiceeren om den Aflaat te verdienen.

Ten negen ure de solenmeele Hoogmis in de groote kerk; waarna de Predikatie, en verder de gebeden en lofzangen, als meer gemeld is. Des namiddags ten drie ure vergaderen de Bedevaartgangers weder in de groote Kerk; van waar de Processie, na den zegen ontvangen te hebben, zal vertrekken, even als bij den optocht, en met dezelfde plechtigheid, de kerken in-en uittrekkende, naar alwaar des

avonds om zeven ure liet Lof met Predikatie, en de gewone gebedenen Lofzangen zullen geschieden.

Op Vrijdag zulle te Goch de H. Missen beginnen

ocr page 20

XVI

ten zes ure, en ten zeven ure de solemneele gezongen H. Misse met de afscheidspredikatie, waarna de Processie uit elkander gaat, en een ieder de terugreis naar verkiezing aanneemt.

ocr page 21

ONDERRICHT VOOR PELGRIMS,

om liunne Vgt;elt;ievaa,i-t met de meest«ï vi-ucbt t«i doen.1)

LES UIT HET H. EVANGELIE KAAK LICAS. IIOOl'DST. II. VAN VS. 41 TOT 51.

Zijno ouders (van Jesus) gingen allo jaren naar Jerusalem, op den pleehtigen dag van Paschen.

En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij volgens de gewoonte van liet feest naar Jerusalem opgegaan waren.

1

^ ijlen zijue Dood. Hoogw. do Bisschop van Haarlem, Mgr. Franc. Jac. van Vree, heeft ilit onderricht onder den titel van Pelyrimsbockje, uitgegeven, toen hij in 1838 kapelaan tc Amersfoort was. Het is later door Z. D. H. herzien en vermeerderd, en zoo wordt liet nu den vromen Pelgrims in ons vaderland aangeboden.

P. v. d. P., Pr.

ocr page 22

18

En toen zij, na den üfloop der dagen, wederkeerden, bleef het kind Jesus te Jerusalem, en zijne ouders wisten het niet.

Doch zij, ineenende, dat Hij onder liet gezelschap was, trokken eene dagreize voort en zochten Hem onder de bloedverwanten en bekenden.

En Hem niet vindende, keerden zij terug naar Jerusalem, om Hem te zoeken.

En het geschiedde, dat zij Hem na drie dagen vonden zitten in den tempel te midden der leeraren, hen hoovende en vragende.

En allen, die Hem hoorden, werden verbaasd over zijne wijsheid en over zijne antwoorden.

En zij, Hem ziende, stonden verwonderd; en zijne moeder zeide tot Hem; Zoon, waarom hebt Gij zoo met ons gedaan? Zie, uw vader en ik zochten U met smart.

En Hij zeide tot hen; waarom zocht gij Mij? wist gij niet dat Ik met de zaken mijns Vaders bezig moet zijn?

Eu zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak.

En Hij vertrok met hen, en kwam te Nazareth, en Hij was hun onderdanig. En zijne moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.

ocr page 23

19

1.

Het vertrek ter bedevaart.

Toeu, in het jaar 13 der Christelijke tijdrekening. liet den Joden ter viering voorgeschreven Paasehfeest naderde, was er te Nazareth, eene kleine stad van Galilea, een huisgezin, waarvan al de leden zich tot de reis naar Jerusalem, voorbereidden. Dit huisgezin, klein in getal maar groot in waarde der personen, bestond uit eenen man, uit eene Maagd, de bruid des mans, en uit eenen twaalfjarigen jongeling, den Zoon der Maagd. Men weet, dat God den Joden bevolen had, dat do mannen ouder hen jaarlijks met het Paasehfeest te Jerusalem in den tempel zouden verschijnen. Hoewel dit gebod de vrouwen en de kinderen niet betrof, verzuimde echter de Maagd van Nazareth nimmer de godvruchtige reis te doen, en nu althans nam zij baren Zoon, die twaalf jaren oud geworden was, naar Sion's tempel mede. Het is niet te verwonderen, dat deze godvruchtige Maagd, schoon geen zoodanige verplichting hebbende, deze reis deed. Te Jerusalem toch was de eenige tempel des waren Gods; daar alleen werden den Heer en Vader des heelals offeranden opgedragen; daar vierden de Priesters en Levieten, met

ocr page 24

20

de luisterijkste plechtigheden, den dienst des Opperheers; daar zongen Israëi's kinderen de verrukkelijke liederen van Sion; daar werd ieders gemoed met godvruchtige aandoeningen vervuld, en de ziel, boven het stoffelijke verheven, en zich verdiepende in de beschouwing der heilsbeloften, smaakte in 's Heer en voorhoven meer genoegen op eenen dag, dan zij op duizend had kunnen smaken in de paleizen der Koningen 1): inderdaad, redenen genoeg voor een godvruchtig hart, om in bedevaart naar Jerusalem te reizen.

Het gebruik van bedevaarten te doen, is dus zeer oud; en, zoo men de reis der Joodsche mannen naar het heilig oord, al geene bedevaart wil noemen, omdat deze door God bevolen was, zal men toch aan de reis onzer Maagd dien naam niet kunnen weigeren; want zij ondernam die geheel uit eigene keuze.

Indien nu onder de nieuwe wet eenige plaatsen door God met bijzondere gunsten vereerd worden, bijv. met wonderdadige genezingen, dan kan men het den geloovigen niet ten kwade duiden, dat zij eene reis ondernemen om op die plaatsen, waar God, gelijk weleer, iu den tempel te Jerusalem, zich boven andere plaatsen gunstig betoont, waar

1) Ps. 83.

ocr page 25

21

zooveel gebeden en zooveel verkregen wordt, waar de wonderen zich van tijd tot tijd herhalen, den Almachtige te gaan verheerlijken, danken en smee-ken. Dan toch blijkt het dat God deze plaats bevoorrecht, gelijk Hij voorheen den tempel van Jerusalem bevoorrechte. Hem de redenen van znlk doen te vragen, past den sterveling niet; maar te gelooven, dat Hij er wijze redenen voor heeft en zijn doen te eerbiedigen, dat is plicht. Zooals dan die deugdzame Maagd naar Sion optrok, zoo mogen de Katholieken ook naar Kevelaar optrekken, alwaar, door de voorspraak der H. Maria, zoo menige gunst van den almachtigen God wonderdadig verkregen is.

Maar, zal iemand vragen, kan het voorbeeld dier Maagd iets afdoen? Dit voorbeeld doet alles af; want die Maagd is (hi (ivzcyencle. horen alle vronici-n 1), de H. Muia, do Moeder Gods, Niemand zal het, geloof ik, durven wagen, deze Maagd, die vol van (jenade was, te berispen, en in dit geval des te minder, daar zij tot gezel op hare reis had haren Zo. n, die de Zoon Gods is. Wij mogen hot zeggen: Grepen weleer Jesns en Maria den pelgrimsstaf, om een bevoorrecht oord te bezoeken, zoo mogen ook de dienaren van Jesns, iV Lm'. ï. iS.

ocr page 26

23

du kinderen van Maria den staf opnemen, om te Kevelaar, waar God, op Maria's voorspraak, zijne gunsten vaak zoo mildelijk heeft uitgedeeld, htmr.e gebeden te gaan storten.

Gelnk Pelgrims! gij, die bedevaarten onderneemt, hebt de Moeder Gods zelve tot voorgangster. Maar verlangt gij, die door linar voorbeeld tot liet ondernemen der bedevaart opgewekt wordt, ook niet van haar te leeren, hoe gij de reis moet doen? Ik geloof' het. Laten wij haar dan volgen.

II.

Het oogmerk.

Eer wij ons met Maria op weg begeven, mogen wij wel vragen: wat was eigenlijk haar oogmerk niet die reis? 1'n dan vinden wij, dat het blijkbaar geen ander kan geweest zijn, dan de r.erliKcrlijkiiuj van God. Zij gingen naar eene heilige plaats, op eenen heiligen tijd, in een heilig gezelschap; want zij ging naar den tempel, in de dagen van Paschen, met Jesns, haren goddelijken Zoon, en Josef, haren heiligen Bruidegom. Zij ging zich voreenigen met die duizenden, die van alom naar Jerusalem stroomden, ten einde hunne offers den Heer ter éere op te dragen, met die duizenden, die in de

ocr page 27

23

heilige stad het gezang dos Heeren, de liederen Sion's, kwamen aanheffen; met die duizenden, die derwaarts getogen waren om Gods opperheerschappij te erkennen, om Hem dank te zeggen, om vergiffenis af te smeeken, om nieuwe weldaden te vragen, met die duizenden, die in 't heilige Sion hot paaschlam kwamen eten, de gedachtenis der verlossing uit Egypte,—- voorafbeelding der verlossing uit do zonden—, die daar in Gods tempel kwamen verzuchten: Hemelen, dauwt van boren ! en dat de wolken regenen den llecldraardi(je: de aarde opene zieh en brenge den Zaligmaker voort; niet al die duizenden ging zij zieh vereeuigen, terwijl zij den Kechtvaardige, den Zaligmaker met zich voerde.

Wat kan dus anders, o verhevene Maagd! wat kan anders uwe bedoeling geweest zijn, dan de verheerlijking Gods? Neen, een ander oogmerk kon in uw Gode gewijd hart niet huisvesten. Gij gingt om te erkennen, dat de hemelsche eigenschappen. die u sierden, gaven des Heeren waren; gij gingt om uwen dank voor die gaven te betuigen, om de bevestiging en voimeorderinu; ervan te smeeken; gij giugt om, hoewel zelve, 0111 uwen Zoou, vrij van zoude, uw ofl'er voor de zonden, te brengen; want gij gingt uw hart aanbieden

ocr page 28

24

tegen den dag, op welken het zwaard der droefheid het doorsteken zonde; gij gingt, o droevige Moeder! om nogmaals te zeggen: zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw te oord (Lc. I, 38). In liet bezit van zoo groote gnnsten, in hot vooruitzioht vim zoo groote droefheid, gingt gij nogmiifils uw verheven lied zingen;

Mijne ziel verheft den Heer:

Hem die mijn God is, wiens schepsel ik ben. Hem looft en prijst mijne ziel.

En mijn geest juicht in God mijn heil:

Niet in aardsehen roem, niet in tijdelijke goederen, niet in iets vergankelijks, maar in God, die mijn heil, mijn redder, mijn zaligmaker is, in God alleen verheugt zich mijn geest.

Omdat Hij op de geringheid zijner dienstmaagd heeft gezien; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen,

Ja, dit verheugt mij, dit doet mij van vreugde opspringen, dat mijn God op zijne geringe dienstmaagd heeft neergezien, dat Hij mij, een nederig schepsel, met zijne weldaden verrijkt heeft, mij zulke weldaden geschonken heeft, dat van nu af alle geslachten mij Zalig noemen.

ocr page 29

25

Omdat Hij, de machtige, groote dingen aan mij gedaan heeft, en heilig is zijn naam

Wat ben ik viin mij zeiven om te juiclien? om zalig' genoemd te worden?... Maar omdat Mij de wondervolste gunsten over mij uitgestort heeft, daarom zal ik zalig genoemd worden; 011 daarom zal ik ITem prijzen: heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid i.s van geslachte tot geslacht dengenen die; Hem vreezen.

Heilig is do naait mijns Gods. eeuwig zijne barmhartigheid! zij duurt van geslachte tot geslacht. Straft Hij, Hij treft slechts hot vermetel verzet; maar al wie Hem vreest, heeft barmhartigheid te wachten.

Hij heeft kracht geoefend door zijnen arm; Hij heeft de trotschen in de raadslagen huns harten verstrooid.

Zijn arm heeft Hij uitgestrekt, eu daar bleek zijne kracht; mij, eene geringe maagd, verhief Hij wonderbaar; maar de trotschen, die in hun hart boo/.e raadslagen smeedden, heeft Hij door hunne eigene listen verward, eu hen, die zich op huune wijsheid verlieten, verstrooid.

ocr page 30

26

De machtigen heeft Hij van den troon gezet, en Hij heeft de nederigen verheven.

Hij heeft de hongerigen niet goederen vervuld en de rijken ledig weggezonden.

Ziet daar de maclit mijns Gods, dat Hij hen, die zich zeiven maclitig wanen, uit de hooüte nederstort; dat Mij die rijken, die zich van alles voorzien wanen en een walg van hemelsche hebben, van alles ontbloot; terwijl Hij de nederigen, de geringen op den troon plaatst, en de armen, degenen die honger lijden, met zijne gaven overlandt.

Dit is 1 iet gezang der Maagd. Schittert daarin niet de grootste eenvoudigheid des harten? Eene. gedachte is er slechts in tc zien, aan die eeue zijn al de overige ondergeschikt, of liever al de overige komen voort nit dit ééne; God, God alleen is in hare ziel, in haar hart, in haren mond; aan God allt en moet van alles de eer gegeven worden.

Pelgrims! leert hier, wat oogmerk 11 tot de bedevaart aansporen moet; namelijk do eer Gods. Gij moogt n niets ande,rs voorstellen, dan tü Kevelaar u voor God te gaan vernederen, vergiffenis van Hem af te smeeken. Hem voor zijne weldaden te danken, nieuwe weldaden voor n en de uwen (maar met onderwerping aan zijnen wil)

ocr page 31

37

te vragen: en dit Mies onder de beschermino- en voorspraak van Maria

Vele meuschen /.ijn in hunne huiselijke betrekkingen overladen met bezigheden en zorgen; nauwelijks kunnen /.ij den tijd vinden om de noodzakelijkste godsdienstplichten te vervullen; altijd omringd en bezig gehouden door voorwerpen, die geest en hart voor godsdienstige indrukken minder vatbaar maken, schijnen zij zich nimmer met volhardenden ernst op liet eenige noodzakelijke te kunnen toeleggen. Dat dezulken zich in het jaar eenige dagen afzonderen en eone bedevaart ondernemen, om, van alles wat hen anders verstrooit, ontslagen, zich vrijelijk met God en hunne eeuwige toekomst bezig te honden; dit is een prijsbaar, een heilig oogmerk, ieder hunner kan /eggen; Mijne ziel verheft (hu Heer.

Dat anderen, die tijd en gelegenheid genoeg hebben tot godsdienstoefeningen, maar bedenkende, hoe gemakkelijk hun dit alles valt, iets meer doen willen en daartoe eene bedevaart kiezen, die met onderscheidene ontberipgen en vermoeienissen vergezeld gaat; ook dit is een prijsbaar inzicht, ook in dezer mond past Maria's woord; Mijne ziel verheft den Heer.

Dat wederom anderen, zich herinnerende, hoe

ocr page 32

28

vele a;oetle werken zij verzuimd, lioc vele zonden zij gepleegd hebben, in liet verlangen om hnnne verzuimen eenigzins in te halen, om voor hunne overtredingen te boeten, als pelgrims naar eeue heilige plaats reizen: dit moet door een ieder voor ecne goede bedoeling gehouden worden: want zij nemen hunne toevlucht tot 'sTIeeren harmhartujheid, die is van geslachte fo! yeslncld dent/eueiK die Hem rreezev.

Dat iemand, dio eene bijzondere gunst van den Heer verlangt, om die zekerder to verkrijgen, eene bedevaart doet, mits hij zich altijd a:in den god-delijken wil onder.vevpe;

Dat iemand, die zich in een verderft'lij ken omgang, in eene booze gewoonte, in oene naaste gelegenheid tot zonde gewikkeld ziet, den pelgrimsstaf opneemt, om door dit middel de gevaren te ontworstelen, dat kwaad uit te roeien:

Dit alles moet geprezen, moet deugdzaam, moet heilig genoemd worden. Die zoo doen, rerheff-n den Heer.

Dat men, niet deze ol' dergelijke goede oogmerken bezield, eene bedevaart kiest naar eene plaats, waaide H. Maria voornamelijk geëerd wordt dit verdient goedkeuring. Aan haar toch heeft Hij, die maehtig is.gnxile dingen gedaan. Zijn Naam is heilig,

ocr page 33

39

en zijne burmharliijheid ran geslachte tot geslacht.

M aar;

Wanneer bij cle opgenoemde of andere prijsbare oogmerken zich eenig onedel inzicht voegt; wanneer bijv. nieuwsgierigheid zoom el tot de rrize aanspoort iils godsvrucht; dan zoude ik de bedoeling niet meer zoo gaaf heilig, en het werk niet zonder voorbehouding verdienstelijk noemen;

Wanneermen van do bedevaart eenen lusttocht maakt, dan zoude ik ze voor schadelijk honden;

En wanner iemand, die in zijne eigene gemeente aan zijne plichten te kort schiet, die door zijnen gewonen biechtvader van het ontvangen der Heilige Sacramenten geweerd wordt, wanneer zulk een den uitwendigen schijn van pelgrim aanneemt, om van priesters, bij welke hij niet bekend is en aan welke hij zich niet bekend maakt, de Sacramenten te rooven, dan zoude ik zeggen, dat hij een zeer onheilig, een zeer verfoeielijk oogmerk heeft; ik plaats hem bij degenen, die God in hunne raadslagen verstrooit.

Neen, wie gelijk Maria reizen wil, wio volgens haar voorbeeld en onder hare bescherming eene bedevnart wil doen,die mag zich geene onverschillige, veel min slechte oogmerken voorstellen; verheerlijking van God, en bevordering van 's pelgrims

ocr page 34

30

zaligheid, moet zijne eenige beweegreden zijn.

111.

Be reis en hot verblijf.

Wij weten nu, waarheen Maria reisde en waarom zij daar heen reisde. Nu zullen de l'elgrims zekerlijk ook verlangen te weten, hoe zij zich op den tocht gedroeg, en wat zij te Jerusalem deed.

Hoe zij zicli op den tocht gedroeg, kan men reeds daaruit genoeg opmaken, dat zij reisde in het gezelschap van Jesus! Wat toch kan onder het geleide van Jesus gevonden worden, dat niet zedig, ordelijk, ingetogen, heilig is?... O Pelgrims! gij ook moet in het gezelschap van Jesus reizen, gij moet iedere schrede zoo zetten, iederen oogslag zoo wenden, ieder woord zoo spreken, alsof Jesus aan uwe zijde ging. En al ziet gij Hem niet. Hij is echter bij u; want Hij heeft gezegd: waar er twee of drie in mijnen naam veryaderd zijn, daar ben Ik in Intn midden.

quot;Wilt gij meer in bijzonderheden het gedrag van Maria op hare bedevaart kennen, zien wij dan hetgeen de groote Ambrosins van de handelwijze, die zij immer in acht nam, gezegd heeft. „Van haar moogt gij regels voor uw gedrag nemen, daalde onderwijzingen der deugd, in haar als in een

ocr page 35

81

voorbeeld uitgedrukt, n tocncn, wat gij verbeteren, wat gij vluchten, wat gij behouden moet. Zij was van harte nederig, ernstig in hare woorden...Zij

was spaarzaam in het spreken, ijverig om te leeren... Zij was gewoon niemand te beleedigen. voo1- bejaarderen op te staan, hare gelijken niette benijden, de grootspraak te vluchten Wanneer toonde zij walging van minderen? Wanneer lachte zij voor den zwakke? Wanneer vermeed zij den arme?... Niets terugstootends was in hare oogen, niets onbedachts in hare woorden, niets onzedigs in hare handelingen. Hare gebaren waren niet geweldig, haar gang was niet w ild, haar geluid niet schaterend; maar de houding zelve des lieliiiiims was het beeld barer ziel, de uiterlijke voorstelling viiu hare deugdquot;. En ik mag hier bijvoegen uit het Hooglied van Salomon; Langs den icey I/ceft Maria acuvn yeur verspreid als kaneel enu'iiri('keiidelalseiii;zijgnf ee-neu aaiiyenameii yeur van ziel:, cdsiiityelezene mirre. Den ganschen weg over verspreidde haar voorbeeld op allen, die omtrent haar waren, eenen godsdien-stigen indruk, gelijk welriekende specerijen eenen aangenaamen geur doen ontwaren..

En hoe gedroeg zij zich wel,, toen zij te Jerusalem was? Toen zij den tempel bezocht? dien tempel, in welken een grijs Profeet haar gezegd had;

ocr page 36

33

het zwaard van droefheid zalu door hei harte (jaanlX).

O men kan het zicli voorsteilen, als men Maria's godbvrucht eeu weinig kent. Daar. in de heilige stad,

rond zij hare rust; daar was zij als een rozesirvik te Jericho, als een schooue olijj op de velden, als een plataan lavys het water 3); daar zij zat in de schaduwe desyenen naar wien zij verlangd hadi); daar speelde zij voor hem, in de heïliye plaats, en het was haar vermaak in het midden ran Gods dienaren te zijn 4). Keeds bij het ontdekken der tempeltiunen had zij uitgeroepen: //■ ben verheiKjd over hetgeen mij gezegd is: wij zullen in het huis des Ileereu gaan 5); en toen hare voeten in Jeru-saleras voorhoven stonden, bad zij met vertrouwen: J)e lieer zal niet toelaten., dat de roede (ter zondaren op het lot der rechtvaardigen, hlijve drukteen 6).

Dit is het voorbeeld, dat de Pelgrims moeten navolgen.

En gij, die den jaarlijksehcn tocht naar Kevelaar mede doet, ziet hoe gemakkelijk het u is, naar het voorbeeld van Maria te handelen, vooral van het oogenblik, waarop men zich tot den optocht vereenigt, om in orde van processie voort te trekken.

l)Luc. rr. 2) Eccli. XXIV. 3)HooS?l. II.

4) Spreuk. VIII. 5) I's. 121. G) Ps 124.

ocr page 37

33

De banier dei- Christenen, het Kruis, wordt ontsluierd, en toont den verzamelden, wat weg /.ij te honden hebben; de vanen waarop de afbeeldingen der Moeder Gods en van de Beschermheiligen der verschillende g-meenten prijken, volgen de kruisbanier, en doen in de menigte het vooruitzicht ontstaan op liet verwerven der gunsten die zij door Maria's voorspraak verlangen; op het voorbeeld der geleiders neemt men den rozekrans ter hand, en de talrijke verzameling verricht met luider stemme dat eenvoudige maar tevens verhevene gebed, namelijk; zij groet Maria, zij herhaalt hare groeten, en nl die groeten zijn zoo vele rozen, die haar ter eere tot kransen gevlochten of langs den weg gestrooid worden; liederen, die de teederste godsvrucht en hot kinderlijkste vertrouwen op de voorspraak van Maria ademen, worden door de talrijke schare gezongen en wisselen het gebed af; van tijd tot tijd trekt uien eeue kerk binnen, waar Hij dien men aan 't kruis afgebeeld ziet, en dien men in zijuo Moeder eeren wil, zelf gevonden wordt en terwijl men Ifem aanbidt, zegent Hij, in zijn Sacrament door de banden des Priesters opgeheven, de nederknielende pelgrims. Komt men in eene plaats, waar men voornemens is wat langer te bidden, dan stijgt een dienaar desHeerenden

ocr page 38

34

kansel op, en houdt eeue tot vertrouwen en be-keering opwekkende leerrede: vervolgens begeeft liij zich, met eenige ambtgenooten, in den biechtstoel, waar zij als uitdeelers van Gods geheimenissen, don boetvaardigen zondaar de ontbinding zijner overtredingen geven. lu den morgenstond wordt het heilig Offer opgedragen en is het brood dei-Engelen bereid, om degenen die er naar hongeren te spijzen. Eindelijk nadert men het heilig oord, waarheen de bedevaart zich richt. Nauwelijks heeft men de torenspitsen in 't verschiet ontdekt, of vreugde glinstert ophetgelaatderpelgrims. „Daar, zeggen zij dan, daar beidt ons onze teedere Moeder, die met al onze kwalen medelijden heeft, onze machtige Moeder, die voor ons bij haren godde-lijken Zoon alles verkrijgen kanquot;, De plaats zelve binnengetrokken zijnde, kan men zijne godsvrucht vrijelijk voldoen. Voor liet wonderheid van haar, op wier voorspraak de Heer hier zoo menig wonder werkte, kan men zijne vurigste wenschenuitstorten, kan men den boezem ledigen van alle kwellingen, die hij besloten hield. Alles stemt nu het gemoed tot ijver. Ginds zijn het groepen van biddenden, die gemeenschappelijk hunne smeekingen opwaarts zenden en als met vereende krachten den hemel bestormen; hier zijn het zingenden, die Jesus en

ocr page 39

35

zijne Moeder in hunne liederen verheerlijken; daar ziet men afgezonderde personen, die in stille aandacht de heilige waarheden overwegen, of in zwijgende weemoed hunne zonden besoliouwen en beween en. Nu gaat men bidden in eene kapel, dau gaat men Gods woord hooren in een ander bedehuis. Men trekt met brandende waskaarsen naar eene hoogte, op welke, gelijk op den Calvarieberg, een kruis geplaatst is, en van welke een Priester tot de vergaderde menigte spreekt over het lijden des lleersn en dat zijner lieve Moeder Middelerwijl beijvert men zich, om in de vierschaar der boetvaardigheid het geweten van de laatste smet te reinigen, en eene algemeene Communie der bedevaartgangers bevestigt in hen al de goede-vooniemens die zij gemaakt hebben.

Zoodanig is de loop der pelgrimsreize. O hoevele hulpmiddelen tot aandacbtl Hoe vele opwekkingen tot godsvrucht! hoe vele aansporingen tot ijver! Gelukkig zij, die, naar het voorbeeld hunner H. Moeder, steeds in het; gezelschap van Jesns reizen, en ter heiliger stede door Maria tot Jesns, door Jesns tot den Vader gaan. Aan hen doet God groote dingen, hen ontvangt en koestert en kweekt die barmhartigheid die blijft ran geslachte tot geslacht.

ocr page 40

3(i

YI.

De terugreize.

Pelgrims! opent uwe ooreB, verneemt rle geschiedenis der terugreis van Maria. Ook deze zal nog menige leering opleveren.

Nog vol van de heilige gedachten, die de tempel en de offers haar hadden ingeboezemd, verliet zij Jerusalem. Maar toen des avonds de Pelgrims zich ieder bij zijne familie voegden, verscheen Jesus niet. Maria en haar Bruidegom Josef zochten Hem bij hunne verwanten en bekenden, maar konden Hem nergens vinden, wij zouden der ouderlijke zorg van Maria en Josef te kort doen, indien wij de onwetendheid van hetgeue Jesus wedervaren was hun tot schuld rekenden. Beiden wisten dat Jesus een goddelijk kind was, beiden waren dus zeker, dat, wat Hij ook doen mochte, liet altijd volgens de wetten der wijsheid zijn zoude. Uit hoogere inzichten nu had het goddelijk kind zich aan hun oog onttrokken, en lien, terwijl zij niet de minste vrees koesterden, laten wegreizen.

Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de les die in deze gebeurtenis voor u gelegen is.

Maria, van de bedeviiart huiswaarts koerende, verloer Jesus, doch zonder hare schuld; o Pelgrims!

ocr page 41

beijvert u om Heui niet te verliezen door uwe scliuld. Eene doodzonde berooft u van Hem; Pel-fi'rims! vlucht, vlucht de doodzonde! Hoe treurig zoude het niet zijn, indien gij, na met het heiligste oogmerk, met de meeste godsvrucht uwe bedevaart gedaan te hebben, spoedig wederom van uwen Verlosser verwijderd wierdt? Met welke oogen zoude die teedere Moeder, die zoovele gunsten voor u afbad, u dan aanzien? Welke smart, indien zij er nog vatbaar voor ware, zou uwe onstandvastigheid haar veroorzaken? Eu welke schade voor u zeiven!... Verloren waren dan die vruchten, welke gij met zooveel zweet en arbeid verzameld hebt; verloren de verdiensten, die gij verkregen hebt; verloren de genaden, waarmede gij verrijkt zijt. God beware lederen Pelgrim voor dit ongeluk! Doch zoo het iemand overkomen moeht, dat hij niet wanhope.

Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de geschiedenis van Maria's terugrelze.

Toen de II. Maria Jesus verloren had, ving zij aanstonds aan. Hem te zoeken.

Maria richtte hare schreden naar den tempel, en daar vond zij haren Jesus terug, gezeten onder de leeraren.

Pelgrims! zoo gij ooit Jesus verliest, begeeft u naar den tempel; daar is Hij nog in het midden

ocr page 42

38

/ijner dienaren, welke Hij belast heeft u te helpen om Hem weder te vinden. Grijpt daar gelijk de schipbreukeling de plank, waarmede gij n redden kunt; zuivert uw geweten in het Sacrament van boetvaardigheid, en gij zult Jesns wedervinden; want Hij verbergt zijn aanschijn niet voor degenen, die Hem zoeken.

Pelgrims! luistert nog.

Ook in een anderen zin dan die u nu verklaard is, kunt gij Jesns verliezen: of wel geheel zonder uwe schuld, wanneer Hij uit eigene beweging zich aan u onttrekt, gelijk Hij zich te Jerusalem aan het oog zijner Moeder onttrok; of min of meer met uwe schuld, wanneer gij aan de indrukken van het aardsche, aan de vorderingen der zinnelijkheid, aan het zelfbehagen der eigenliefde, weêr eenigen voet geeft in uw hart. Dan is er wel geen scheidsmuur opgetrokken tusschen u en Hem, gelijk dit door de doodzonde geschiedt; maar gij mist toch de liefelijke uitwerkselen zijner tegenwoordigheid; Hij antwoordt u niet, als gij in het gebed tot Hem spreekt, en de lust om tot Hem te spreken dooft in u uit; koude is in't hart, in liet gemoed dorheid, verstrooiing en gedachteloosheid zijn in den geest. O hoe smartelijk is die

ocr page 43

39

toestand! Veel verschilt het wel, of viw Beminde uit eigen beweging zich verscholen houdt, ten einde het verlangen in uwe liefde te prikkelen, dan of Hij u voor kleine ongetrouwheden straffen wil; maar wie zal ooit durven zeggen: ik heb die verwijdering niet verdiend? In ieder geval Pelgrims! moet gij, als Maria, den verlorene weder zoeken. En hoe dan? door nederige erkenning uwer onwaardigheid, door vurig wensohen en smeeken, door geduldig verbeiden van het oogenblik, waarop Hij goed zal vinden u zijn zaligend aanschijn weer te toon en. Wacht u wel van iets na te laten waarvan gij weet dat het Hem behaagt; gaat naar den tempel en vraagt zijnen priesters, of zij u op zijn spoor kunnen helpen; wendt u tot zijne Moeder, opdat zij Hem voor u verbidde; bereidt uw hart in het vertrouwelijk vooruitzicht, dat Hij met al zijne liefelijkheid zal wederkomen; neemt deel aan den feestdisch van zijn Lichaam eu Bloed; en toeft Hij dan nog, zoo bedenkt, dat ook Maria en Josef Hem lang al weenende moesten zoeken, en dat zij daarenboven toen zij Hem tot hunne onuitsprekelijke vreugde gevonden hadden, niet eens met vleiende liefkozingen ontvangen werden. Maar ziet, na die verwijdering ging rle Dierbare met hen naar Nazareth, en bleef bij hen. Volhardt dan. Pelgrims!

ocr page 44

40

jn uw zoeksn, in uw sineeken, en weldra zal Hij

zeggen: zie mij hierlDan zal moe del den Heer verheffen, eu mee geest zal juichen in God nw heil. Dan zult gij zeggen: //■ heb Hem. gevonden, den Beminde mijuer ziel; ik heb Hem vastgegrepen, en ik zal Hem niet meer loslaten.

V.

Besluit.

Zoo leerde u Maria bedevaart houden; en opdat gij daarin haar voorbeeld zoudt volgen, o Pelgrims! zoo zij u nog dit herinnerd. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart. Bewaart gij ook het nu gelezeue in uw hart, dat is, onthoudt, overweegt, omhelst het, eu dan moogt ge hopen, dat gij, onder hare voorspraak, het ook beoefenen zult.

En gij die ooit op die wijze eene bedevaart gedaan hebt, verheugt u; want gij hebt eene zaak gedaan, die Gode welbehagelijk en u zeiven voor-deelig is; gij hebt liet voorbeeld gevolgd uwer Moeder, die in bedevaart naar Jerusalem ging; gij hebt ook voorzeker door hare voorspraak gunsten verkregen, die u dierbaar zijn moeten. Eebt gij misschien niet juist datgene verkregen, wat gij wenschtet, zoo moogt ge u echter overtuigd houden.

ocr page 45

41

dat gij iets anders, 't geen u nog voordeeliger is, verworven hebt; want gelijk God nooit te vergeefs gebeden wordt, zoo wordt ook Maria's voorspraak nooit te vergeefs ingeroepen.

Maar Pelgrims! nog ren woord, en dat zich zelfs verder dan tot u uitstrekt. Gij moet Maria niet slechts o]) nwe bedevaart, maar altijd tot voorbeeld en tot hulp hebben. Ons leven hier op aarde is niet anders dan een pelgrimschap. Pelgrim be-teekent vrcemchl 'mg, en de bedevaartganger wordt zoo genoemd, omdat hij in het oord, waar hij te bedevaart gaat, gewoon! ijk een vreemdeling is. En wij zijn hier op aarde ook vreemdelingen, die naar ons vaderland reizen. Helaas! wie gevoelt niet de ongemakken zijns vreemdelingschaps? Wie kan het zonder tranen ten einde brengen? En wie, 'tgeen de grootste van al de rampen is, wie ziet zich niet omringd van gevaren, iii welke hij vreezen moet om te komen? gevaren, die zijne behoudene aankomst in het hemelsclle vaderland bedreigen; gevaren, die hij vaak niet ontwijken kan, omdat hij ze maar al te dikwijls in zijn eigen binnenste medevoert. Ach! ons hart ontvlamt M)o lichtelijk, en wee dengene, die de noodlottige vonken niet weet of niet zorgt af te leiden!... Ter gewenschte plaatse zullen wij echter aanlanden, als wij Maria

ocr page 46

42

steeds tot voorbeeld en tot helpster nemen. „Zij, zegt de H. Bernardus, zij wijke nooit van uwe lippen, nooit van uw hart, en om het genot van hare voorspraak te hebben, zoo verlaat nooit het voorbeeld van haren wandel. Haar volgende, verdwaalt gij niet,... haar voor oogen hebbend, mist gij niet,.,, liare gunst genietende, bereikt gij de plaats uwer bestemming.

Christelijke Pelgrims, die dit leest! ik bid God door de voorspraak zijner lieve Moeder, dat Hij u naar het vaderland geleide: en gij, als gij uwe godvruchtige, gebeden tot de H. Moeder opzendt, gedenkt dan uwen armen medepelgrim, die deze regelen voor u geschreven heeft.1)

1

Mon gelieve wijlen den Hoogw. schrijver, die in zijn leven het gebed der vrome Pelgrims vroeg, nu bij zijn, helaas! te vroegtijdig verscheiden to gedenken.

ocr page 47

GEBEDEN.

ocr page 48
ocr page 49

MORGENGEBED.

--oOo-

In den naam des ATaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.

v. De Engel des Heeven heeft Maria geboodschapt, li. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.

Wees yeyroel, enz.

v. Zie de dienstmaagd des Heeren.

li. Mij geschiede naar nw woord.

gegroet, enz.

v. En het Woord is Vleesch geworden.

li. En het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, enz.

v. Bid voor ons H. Moeder Gods.

ll. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS JSIDDEN.

Stort, Heer, uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des engels de mensch-wording van Christus, uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden door den-

ocr page 50

46

zelfden Christus, onzen Heer. Amen.

v. Zend uwen Geest uit en zij zullen herboren worden.

r. En Gij zult liet aanschijn der aarde hernieuwen.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die de harten der geloovigen door de verlichting'des II. Geestes hebt onderwezen, vergun ons in denzelfden Geest oprecht wijs te worden, en ons door zijne vertroosting gedurig te verblijden, door Jesus Christus onzen Heer Amen.

Laten wij ons voor Gods majesteit allerdiepst verootmoedigen, en Hem de hulde onzer aanbidding bieden.

Allerheiligste en allerhoogwaardigste Drievuldigheid, één God in drie Personen, wij gelooven en belijden, dat Gij hier waarachtig tegenwoordig zijt; wij aanbidden U met de allerdiepste gevoelens van ootmoedigheid, en geven U met al ons hart de eer, die men aan uwe opperste majesteit verschuldigd is.

Laat ons God voor alle ontvangene weldaden bedanken, en wijden wij ons geheel aan zijn H. dienst toe.

Mijn God, wij bedanken U zeer ootmoedig voor al de genaden, die Gij ons tot heden toe, in uwe

ocr page 51

47

allergrootste barmhartigheid, verleend hebt, en wel bijzonderlijk, dat Gij ons alle middelen ter hand gesteld hebt, om TJ ijverig te kunnen dienen. Is het niet evenzoo wederom door eene uitwerking uwer goedheid, dat wij dezen dag aanschouwen? Ook willen wij dien alleenlijk tot uw heiligen dienst besteden; wij dragen U al de gedachten, woorden en werken van dezen dag op; zegen ze, o Heer, opdat er geene moge wezen, die niet bezield zij door uwe liefde, en die niet strekke tot uwe meerdere eer.

Laat ons een vaat voornemen maken, om de zonden te vluchten en de deur/d te oefenen.

Aanbiddelijke Jesus, goddelijk voorbeeld dei-volmaaktheid, naar hetwelk wij moeten leven, wij gaan alles aanwenden om ons gelijkvormig aan U te maken: ootmoedig, gehoorzaam, zuiver, geduldig, ijverig in het gebed en in het vervullen der plichten van onzen staat; verdraagzaam en liefderijk jegens elkander, en onderworpen aan Gods heiligen uil; en wij zullen ons bevlijtigen, niet meer in die zonden te hervallen, welke wij zoo dikwijls bedreden hebben, eu die wij opreehtelijk begeeren te verbeteren.

Luat ons God om den hijstand zijner genade smeeken.

ocr page 52

48

Mijn God, Gij kent on/.o zwakheid, ivij vermogen niets zonder den bijstand uwer genade; weiger ons die toch niet, schenk ze, o mijn God, naar onze behoeften; geef ons krachten genoeg om te vluchten al het kwaad dat gij ons verbiedt; te oefenen al het goe:l, dat gij van ons verwacht, en om geduldig te lijden allo tegenspoeden, die het U zal believen ons over te zenden. Amen.

Unzc Vader; Wees geyroet; Ik gelooj in God, onz. Hier maakt men een cjoed voornemen voor den dcuj, van die oj die fout naarstiy te vermijden,,..

of die en die deugd bijzonder ie beoefenen.

O Maria, onze Moeder, en naast God onze eenige hoop, wij werpen ons met hot volkomenste betrouwen in den schoot nwer barmhartigheid. Zie, o minzame Maagd, mot een meêdoogend oog op deze uwe pelgrimschaar, die zich aan uw dienst heeft toegewijd; beveel ons aan uwen aanbiddelijken Zoon, opdat er geen van ons verloren ga, maar dat wij allen door uwe voorspraak tot hot geluk mogen komen van Hem met U. na dit aardscho pelgrimsleven, eeuwiglijk te beminnen en te aanschouwen. Amen.

Engel des hemels, mijn liefdadige leidsman, verwerf mij zóó gehoorzaam te zijn aan uwe

ocr page 53

49

ingevingen, dat ik in niets afdvvule van den weg der geboden van mijnen God.

Heilige Josef, groote vriend Gods. wees onze raadsman, onze hulp en voorspraak, opdat wij in gehoorzaamheid, eendracht, liefde en oprechte godsvrucht ondor elkander verkeerende, doorüaan Jesus en Maria dagelijks meer en meer mogen behagen.

H. Willibrordus, Patroon van ons vaderland, bid voor ons, dat wij in het ware geloof, hetwelk gij hier gepredikt hebt, mogen volharden, en de afgedwaalden er toe mogen wederkeeren.

Heilige Patronen en Patronessen onzer kerken, bidt voor ons, en bidt, voor allen, die bijzonder aan nwe bescherming aanbevolen zijn.

Groote Heiligen, wier namen wij de eer hebben te dragen, beschermt ons, bidt voor ons, opdat wij God, gelijk gij, mogen dienen op de aarde, en Hem met u eeuwiglijk verheerlijken in den hemel. Amen.

[Men leze hier de Litamie van den Zoeten Naam J esn s).

Laat ons uit geheel ons hart de oefeningen van Geloof, Houp en Liefde vencekken.

Mijn Heer en mijn God, ik geloof vastelijk, dat Gij een God zijt in drie goddelijke Personen; dat de tweede Persoon voor ons mensch geworden en

ocr page 54

30

gestorven is, dat Gij de looner van het goed en de straffer van het kwaad zijt. Dit en al wat Gij, o God, in de. H. Schrift en door de overlevering geopenbaard hebt, en mij door de onfeilbare Heilige Kerk te gelooven voorstelt, neem ik vastelijk aan, omdat Gij de opperste waarheid zijt, die noch bedriegen kunt, noch bedrogen kunt worden. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.

Heer, vermeerder mijn geloof.

Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast betrouwen door de verdiensten van Jesns Christus het eeuwige leven, en de noodige middelen om er toe te komen; omdat Gij, die mijn liefste Vader zijt, oneindig goed en machtig, ons dit beloofd hebt, en Gij getrouw zijt in uwe beloften. In deze hoop wensch ik te leven en te sterven.

Heer, vermeerder mijne hoop.

Mijn Heer en mijn God, ik bemin U uit geheel mijn hart en bovenal, omdat Gij oneindig volmaakt en de bron van alle goed zijt. Ik vergeef van harte aan allen die mij beleedigd hebben, en bemin mijne evennaasten gelijk mij zalven uit liefde tot U. In deze liefde wensch ik te leven en te sterven.

Heer, vermeerder mijne liefde.

Geloofd zij onzen Heer Jesns Christus.

Nu en in alle eeuwigheid. Amen.

ocr page 55

51

0 Jesus, door uw wonden;

Vergeef ons onze zonden.

Heer, geef aan de geloovige zielen de eeuwige rust.

En het eeuwig licht verlichte haar. Amen.

REISGEBEDEN.

Antiph. Op den weg des vredes.

Lnfxany van Zacharias.

Gezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft zijn volk bezocht en er verlossing voor gewerkt;

En Hij heeft eenen hoorn van heil ons opgericht in het huis van David, zijnen dienstknecht.

Gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige aloude Profeten;

Eedding van onze vijanden, en uit de hand van allen, die ons haten;

Om barmhartigheid te doen aan onze vaderen, en gedachtig te wezen aan zijn heilig verbond;

Aan den eed, dien Hij zwoer aan Abraham, onzen vader, dat Hij ons zoude geven.

Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost, Hem zonder vreeze dienen.

ocr page 56

5 2

In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn; al onze dagen.

En, Gij, Kind! een Profeet des Allerhoogsten zult Gij genoemd worden: want gij zult voor het aangezicht des Heeren voorafgaan, om zijne wegen te bereiden;

Om aan zijn volk kennis des heils te geven ter vergiffenis hunner zonden.

Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, door welke Hij ons bezocht heeft, de Opgang uit den hooge.

Om te verlichten degenen, die in duisternis gezeten zijn en in de schaduwe des doods; teneinde onze voeten te richten op den weg des vredes.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den PI. Geest; gelijk het was in den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Op den weg des vredes en des voorspoeds geleide ons de almachtige en barmhartige Heer; de Engel Eaphaël vergezelle ous op den weg, opdat wij in gezondheid, vrede en vreugde ten onzent wederkeeren.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Ome Vader, enz.

ocr page 57

v. Maak mve dienaars zalig';

a. Mijn God, die in U hopen.

v. Zend ons hulp uit uw heiligdom,

A. En uit Sion bescherm ons.

v. Heer, wees ons een sterke toren.

a. Tegen onze vijanden.

v. Laat de vijand niets tegen ons vermogen; a. En laat de zoon der boosheid ons geen nadeel toebrengen.

v. Gezegend zij de Heer ten allen tijde. a. De God on/.es heils geve ons eene voorspoedige reis.

v. Heer toon ons uwe wegen.

a. Eu leer ons uwe paden kennen.

v. Ach of on/.e wegen bestuurd wierden, a. Om te bewaren uwe gerechtigheid, v. De kromme wegen zullen recht worden. a. En do oneffen wegen zullen effen worden, v. God heeft zijnen Engelen bevolen.

A. Dat zij u bewaren zouden in al uwe wegen, v. Heer, verhoor ons gebed.

A. En ons geroep kome tot U.

laat oxs bidden.

God, die de kinderen Israels droogvoets door het midden der zee hebt doen gaan, en aan de drie \\ ijzen door eene ster den weg tot U hebt

ocr page 58

54

aangewezen: geef ons, smeeken wij U, eene voorspoedige reize, opdat wij onder het geleide van uwen H.Engel op de plaats,waarheen wij ons begeven, en eindelijk in de haven der eeuwige zaligheid gelukkig mogen aankomen.

God, die uwen dienaar Abraham uit het land des ongeloofs en der boosheid hebt teruggevoerd en hem op al de wegen zijner vreemdelingschap ongedeerd bewaard hebt; wij bidden U, dat Gij U o-ewaardiii'd, ons, uwe dienaren te behoeden. Wees voor ons, Heer, bij de reisvaardigheid eene be-moediging, op den weg eene vertroosting, in hitte eene beschaduwing, in regen en koude eene bedekking, in tegenspoed een stenn, in glibberigheid een staf; opdat wij onder uw geleide voorspoedig aankomen op de plaats, waarheen wij ons begeven, en daarna behouden ten onzent wederkeeren.

quot;Wij bidden U, Heer, verhoor onze smaekiiigen, en bestier den weg uwer dienaren in den voorspoed mvs heils; opdat wij bij al de wisselingen van weg en leven altoos door uwehulp beschermd worden.

Geef ons, bidden wij, almachtige God, dat uw gezin den weg des heils bewandele en de vermaningen van den voorlooper, den H. Joannes, volgende, rustig moge komen tot Dengene wien hij verkondigd heeft, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die

ocr page 59

5 5

met U loeft en heerscht iü do eenheid des H. Geestes, Ood in alle eeuwen der eeuwen. Amen. v. Laat ons in vrede voortgaan,

a. In den naam des Heeren. Amen.

AVONDGEBED.

In den naam dos Vaders, en des Zoons, en dos H. Geestes. Amen.

Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen hot vuur uwer liefde. Amen.

Laat ons God zoor al zijne weldaden bedanken.

Hemelselie Vader, welken dank zullen wij U bewijzen voor al hst goede, dat wij van U genoten hebben: Gij hebt ons geschapen, met het dierbaar bloed viin uwen eenigen Zoon verlost, met /.oovele onwaardeerbare genaden begunstigd, en nog heden hebt Gij ons. Pelgrims, volgens/.iel en lichaam, zoo milddadig gespijzigd. O Heer, geef dat wij aan /.oovele weldaden mot een dankbaar hart mogen, beantwoorden. U oprecht dienen en beminnen en nooit ophouden U te loven. Amen.

Ouze Vader; IVees (/('(/roet; Ik yeloof in God; de tien geboden Gods; de ■cijj'(jc.hodtn der II. Kerk. enz. Lnat ons God om- de kennis onzer zonden bidden.

Heilige Geest, oorsprong des lichts, doe ons

ocr page 60

5 6

nagaan, in de droefheid onzer harten, het. kwaad dat wij heden gedaan, en het goed dat wij verzuimd hebben.

Laat ons om geweten onderzoehen.

Laat ons ook nagaan, of wij ge tronie zijn gebleven aan de goede voornemens, die toij dezen morgen gemaakt hehhen...

Heb ik van daag atte Jouten zorgvuldig vermeden?., die drift bestreden?... die deugd bijzonder beoefend?... alles om en voor God, in vereeniging met Jesvs en Maria, gedaan?...

Plaatsen wij ons in die zielsgesteldheid' waarin wij gaarne zonden bevonden worden, indien wij nog dezen nacht voor den rechterstoel van God moesten verschijnen...

OEFENING VAN BEROUW.

Mijn Heer en mijn God, het is ons leed nit den grond van ons hart, dat wij tegen U gezondigd hebben, omdat Gij het hoogste goed en bovenal beminnelijk zijt en Gij de zonden oneindig verfoeit. Wij bidden U ootmoediglijk om vergiffenis, dooide verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, en nemen ons vastelijk voor, met de hulp uwer genade, boetvaardigheid te doen, om U nooit meer te vergrammen. Amen.

ocr page 61

Laat ons hidden voor de levende en overledene geloovigen.

Stort, Heer, uwe zegening uit over onze ouders, weldoeners, vrienden en vijanden; besoberm al onze overheden, zoo geestelijke als wereldlijke. Help de armen, de gevangenen, de bedroefden, de reizigers, de zieken en de stervenden. Bekeer de zondaars en onze dwalende broeders, en verlicht de ongeloovigen.

God van goedheid en genade, heb ook medelijden met de zielen, die in het vagevuur lijden, maak een einde aan hare pijnen en verleen aan allen de eeuwige rust. Amen.

Laten wij ons aan de II. Maagd en aan onze 11.H. Engelen hevelen.

Wij stellen ons onder uwe bescherming, H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden in onzen nood niet, maar verwerf ons van alle gevaren altijd bevrijd te zijn, o Maagd, vol heerlijkheid en zegen. Amen.

Wij bidden U, o Heer, bezoek deze woning, en weer verre van haar alle listen des vijands, dat uwe H.H. Engelen daarin wonen om ons in vrede te bewaren, en dat uw zegen altijd over ons blijve door Jesus Christus, onzen Heer, Amen. {Men leze hier de Litanie der 11. Moeder Gods).

ocr page 62

SS

Besplierm ons, o Heer, terwijl wij waken, be-waar ons, terwijl wij slapen, opdat wij met Christus gewaakt hebbende, in vrede monjen rusten. Amen. Geloofd zij onze Heer Jesus Christus. Nu en in alle eeuwigheid. Amen.

Jesus, Maria, Josef,

Ik geef U mijn lichaam en mijne ziel.

■Tesus, Maria, Josef.

Sta mij bij in mijnen doodstrijd.

J e su s, M aria, J o s e f.

Laat mijne ziel met U in vrede rusten. Amen.

GEBEDEN BIJ DE H. MIS.

VOOR DE II. MIS.

God, hemelsehe Vader, Gij. die mij naar uw beeld geschapen hebt; o GJod, de Zoon, Gij, die om mij te verlossen de menschelijke nntimr hebt aangenomen, uw H. bloed voor mij vergoten en den bitteren dood geleden hebt; o God, H.Geest, Gij, die mij in den H. Doop geheiligd en tot het ware geloof geleid hebt; o Gij, allei heiligste Drievuldigheid, geef mij uwe genade, dat ik dit H. Misoffer aandachtig bijwone en het niet den priester aan uwe goddelijke majesteit ten offerbrenge: 1. 'i'ot roem en eer van uwen H. Naam, om

ocr page 63

59

te belijden, (lat Gij de eenis;e hoogste God en Heer over ons menschen en alle soliepseleii zijt, wien alléén dit offer toekomt.

2'. Tot gedachtenis, o Jesns, van uw bitter lijden en sterven, tot welk einde Gij dit H. offer hebt ingesteld.

3. Tot dankzegging voor alle mij bewezen genaden en weldaden.

4. Tot voldoening voor al mijne zouden en misdaden.

5. Tot verwerving der goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood.

6. Voor mijne geliefde ouders, bloedverwanten en vrienden, voor mijne geestelijke en wereldlijke overheden en al mijne weldoeners, bepaaldelijk voor..

7. Voor do zielen van alle in Christus afgestorvenen, bepaaldelijk voor...

Neem, o barmhartige God en Heer, dit ofler genadig aan, laat dit mijn voornemen TJ welgevallig zijnen verhoor mijn gebed, door onzen Heer Jesns Christus, uwen Zoon, die met TJ leelt en heerscht iu de eenheid des H. Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

BIJ DE BELIJDENIS (CONFITEOR).

O Jesns, hoe groot is nwe goedheid eu barmhartigheid jegens mij! Het is U niet genoeg geweest.

ocr page 64

voor mij mensch te worden, te lijden en te sterven; maar Gij hebt ook bij uw verscheiden uit deze wereld dit H. offer ingesteld, waarin Gij U zeiven aan uwen hemelsche Vader voor mij opdraagt. Hoe zal ik, o allergoedertierenste Jesus, die liefde genoegzaam erkennen en zoeken te vergelden? Ach, in plaats van u te danken, houd ik niet op met U dagelijks te vergrammen. Daarom beschuldig ik mij zeiven en spreek: Ik, arme zondaar, belijde voor God, den Almachtige, voor de H. Maria altijd Maagd, voor den H. Aartsengel Michaël, voor den H. Joannes den Dooper, voor de 11.H. Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen en vooru, mijne Broeders, dat ik zeer gezondigd heb met gedachte, woorden en werken, door mijne schuld, mijne schuld, mijne allergrootste schuld: daarom bid ik de H. Maria altijd Maagd, den H. Aartsengel Michaël, den H Joannes den Dooper, de H.ll. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen eu u, mijne Broeders, den Heer, onzen God, voor mij te willen bidden.

Bij het Kyrie deison zegge men mei den priester: Heer, ontferm U onzer (driemaal). Christus, ontferm U omamp;x(driemaal). Heer, ontferm ü onv.ex(driemaal). bij het gloria (wanneer het gebeden wordt).

Glorie aan God in den allerhoogste, en vrede

ocr page 65

op aarde den menscheu van goeden wille. Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden ü; wij verheerlijken U; wij danke U om nwe groote glorie. Heer God, hemelsche Koning, God Almachtige Vader. Heer Jesus Christus, Eengeboren Zoon. Heer God; Lam Gods, Zoon des Vaders. Die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste: Jesus Christus, met den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

BI.I DE COLLECTE, DEN EPISTEL EN HET GKADCALE.

Hoor, o hemelsehe Vader, naar het gebed uwer H. Kerk, waarmee inj uwe goddelijke majesteit in de Naam van onzen Heer Jesus Christus ootmoedig toespreekt, en uwe hulp en bijstand in allen nood voor hare geliefde kinderen nederig inroept. Wend uw vaderlijk aanschijn niet van ons af, maar zie met genadigen blik op ons neder, opdat wij van allen ramp bevrijd, U welbehagelijk leven, zalig sterven, en uw rijk en heerlijkheid verwerven mogen, door Christus, onzen Heer. Amen.

Verwek hier uit geheel uw 'nart de oefeningen van Geloof, Koop en Liefde {Zie bladz. 49).

ocr page 66

63

BIJ HET EVANGEIE.

Hiirt en ziel beffen zich, o Christus Jesus, in nw H. Evangelie, tot II op; o H. Geest, zend uw liclit van omboog, opdat ik de blijde boodschap des hemelscben Vaders en zijn H. woord door U, o Jesns, zijnen Eeniggeboren Zoon, verkondigd, wel versta, en er de genade van erkennen mogen. Ontsteek mijnen wil, o Gij eeuwig vuur, opdat ik het nieuwe gebod der liefde met lust en begeerte ontvange en volbrenge. Voer ook mijn hart tot de volmaaktheid der evangelische vermaningen, opdat ik met de kudde uwer uitverkoren schapen, die uwe herderlijke stem hoorcu, in dit leven zoo vereenigd worde, dat ik eenmaal, ten jongste dage, met hen aan uwe rechterhand staande, de troostvolle woorden verneme: Komt, gezegenden mijns Vaders, en bezit het rijk, dat voor u bereid is van den beginnne der wereld. Amen.

BIJ DE GELOOFSBELIJDENIS (CIIEDO).

Ik geloof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en van aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

En in eenen Heer Jesus Christus, Gods Eengeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God, licht van licht, waarachtig God van waarachtig God; voortgebracht en niet

ocr page 67

63

gemaakt, van eene zelfstandigheid met deu Vader, door n ieu alles gemaakt is. Die om ons inenschen en om onze zaligheid is nedergedaald van den hemel.

En is vLcesclt geworden door den Heiligen Geest, uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons, onder Pontius Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven; en Hij is ten derden dage, volgens c'e schriften, verrezen; en Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders; en zal wederkomen in glorie om te oordeelen de levenden en de dooden; wiens rijk geen einde zal hebben.

Ik geloof in den H. Geest, den Heer en levendmakende, dienitden Vaderen den Zoou voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en medeverheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft.

En ééne Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijde één doopsel ter vergeving van de zonden. I n ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomende eeuw. Amen,

BIJ DE OFFERANDE (OFFEKTOKIÜM).

O God, hemelsclie Vader, Gij die deze allerheiligste offerande des Nieuwen Verbonds door Jesus Christus, uwen Eengeboren Zoou, hebt ingesteld, die zich daarin zelf door de handen mvs priesters

ocr page 68

64

voor ons opdraagt; evenzeer breng ik mij zelven hiermede ten offer aan uwe goddelijke majesteit. Neem deze onbloedige offerande genadig aan; ik wijde U daarbij mijn lichaam en mijne ziel, ja, alles wat ik ben en. bezit. Laat dit al te zamen vereenigd zijn met de bloedige offerande, welke Jesus Christus eens aan knmhout voor geheel het mensehelijk geslacht U, o almachtige God, heeft opgedragen. Met Jesus en zijne eiudelooze verdiensten begeer ik mij in al mijn doen en laten eeuwig te verbinden; in Hem en in zijn bitter lijden en sterven berust mijne hoop en mijn vertrouwen; op Hem is mijn geloof gegrond en gevestigd; Hij is de bron mijner liefde en van mijn heil in eeuwigheid.

Ik breng U hiermede, o hemelsche Vader, ook al mijn lijden en geluk, mijne ouders en verwanten, mijne naasten en mijne beminde vrienden op aarde, ootmoedig ten offer. Laat mij en al de mijnen U een welgevallig offer zijn, en neem ons allen op in uw rijk, waar wij U en uwen Zoon, onzen Heer, te gelijk met den H. Geest, altijd en eeuwig-zullen loven en prijzen. Amen.

BIJ DE PKAEPATIE.

Tot U, o God verheffen wij onze harten en zeggen uwe goddelijke majesteit dank. In waarheid, het is

ocr page 69

65

waardig eu rechtvaardigj billijk en heilzaam, dat wij U altijd eu overal dankzeggen; heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Cii ristus onzen Heer; door wien de engelen uwe majesteit loven, de heerschappijen U aanbidden, de machten voor U beven, de hemelen eu de krachten der hemelen, gelijk ook de gelukzalige serafijnen, U in eenparig gejuich verheerlijken. Vergun, bidden wij U, dat ook onze lofzangen met deze worden toegelaten, terwijl wij smeekend belijden en spreken: Heilig, heilig, heilig, is de Heer, de God der legerscharen. Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie. Hosanna in den hooge Gezegend Hij die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge.

BIJ HET MEMENTO (DE GEDACHTEKIS) DER LEVENDEN.

Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten Naam bij deze heilige oflerande tegenwoordig zijn, genadig neder; en opdat mijn gebed te krachtiger zij, zoo wil ik het vereenigen met de voorbede der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, de Heilige Apostelen, Martelaars, en Belijders, Maagden eu van alle Heiligen. Laat, o hemelsche Vader, deze offerande, waarin uwe Eengeboren Zoon zich op eene onbloedige

ocr page 70

•Ui

wijze opdraagt, mijner ziel ten eeuwigen leven verstrekken. Ik bid U, o Heer, rlat Gij uwen dienaar onzen Pans, onzen Bisschop, en alle Bisschoppen, herders en zielzorg'ers verlichten en besturen wilt; opdat degenen, die hun aanbevolen zijn, door hunne leer eu hun voorbeeld met uwe uitverkorenen mogen vereenigd worden.

Dat Gij de vorsten der aarde, de Christen mogendheden en prinsen, die de eer van uwen goddelijken Naam tegen alle boosaardig vergrijp beschermen en bevorderen, iu hunne macht gelieft te versterken, en iu genade, vrede en eenheid, welke de wereld niet geven kan, te bewaren.

Dat Gij mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners, en alle hier op aarde nog omwandelenden, voor wie ik verschuldigd ben te bidden, tijdelijke en eeuwige welvaart wilt verleenen. Geef hun, o Heer, door uwe milde goedheid, wat zij begeeren, wanneer hot met uwe eer niet strijdig en hun heilzaam is.

Verder bid ik U, dat gij alle zondaren tot ware boetvaardigheid brengen en allen, die iu zware bekoring zijn, met uwe krachtige genade sterken en voor den val behoeden wilt.

Dat Gij alle in het geloof dwalenden, inzonderheid in ons vaderland, dat Gij Heidenen en Joden

ocr page 71

67

tot de kennis van het ware geloof wilt roepen en brengen. Gedenk o lieraelsche Vader, dat uw eengeboren Zoon Jesus Christus ook voor deze allen den bitteren dood heeft geleden, en vooral om de zondaren in deze wereld gekomen is; leid ze allen tot de gemeenschap der geloovigen, opdat zij uwe vaderlijke genade en goedheid deelachtig worden, en uw Naam te meer in eeuwigheid zij geprezen. Door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en regeert, God vau eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

BIJ DE OPHEFFING VAN DE H. HOSTIE.

Zijt gegroet, o Gij mijn Verlosser en Zaligmaker Jesus Christus, mijne hoop en toevlucht. Gij zijt liet eeuwig Woord des Vaders, Gij mijn God en mijn al. O Jesus, Gij die aan het heilig kruishout U zeiven aan uwen hemelschen Vader hebt opgedragen, geef mij deel aan uw heilig lijden, aan uw waarachtig lichaam en bloed in dit H. Sakra-ment, nu en in de ure van mijnen dood. Amen.

BIJ DE OPHEFFING VAN DE H. KELK.

Zijt gegroet, o Gij waarachtig en levend-bloed, dat uit de IT. wonden mijns Heeren Jesus Christus gevloten en met zijn H. lichaam in dit H. Sakrament vereenigd zijt. O dierbare schat, o edele badstroom

ocr page 72

68

van het kostbaarste en zuiverste bloed, wasch eu reinig mij van al mijne zonden, genees en versterk mijne ziel ten eeuwige leven. Amen.

GEBED NA DE CONSECRATIE.

O allerbeminnelijkste Jesus, met een onwrikbaar geloof belijde, vereere en aanbid ik U, hier tegenwoordig onder de gedacinten van brood en van wijn. Ik smeek ootmoedig, laat mij ten jongsten dage U onverhuld met een verheugd oog aanschouwen, bij het aantal uwer uitverkorcnmi medegeteld worden, en in de hoogste vreugde uwe liefelijke stem hooreu; kom, gij gezegende! Ontferm U mijner, o Jesus, en laat uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn; laat uw kostelijk bloed voor mij niet te vergeefs vergoten wezen, maar laat het mij, gelijk al uwen uitverkorenen tot eeuwige vreugde en zaligheid verstrekken. Amen.

DE GEDACHTENIS DER OVERLEDENEN.

Gedenk ook, genaderijke Jesus, allen die in het ware geloof uit dit leven zijn verscheiden, vooral de zielen van {onze biechtvaders, enz..). Laat de kracht en uitwerking dezer allerheiligste offerande en de voorbidding uwer H. Kerk hun te hulp komen; geef hun deel aan uwe eindelooze verdiensten, stort den milden zegen der genade van uw kostbaar bloed overvloedig op hen neder. Neem

ocr page 73

GO

ze op nit de tijdelijke strafplaats iu de eeuwige rust en zaligheid, opdat zij met alle Heiligen (en na mijn versoheiden ook ik met hen) in uw rijk U loven en prijzen mogen Gij, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid, Amen.

BIJ HET PATER NOSTEB.

Bid hier hut Onze Vader en zeg daarna:

Verlos ons, bidden wij U, o Heer, van alle kwaad dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is; eu verleen ons, door de voorbede van de zalige en roemwaardige altoos Maagd en Moeder Gods Maria, van do heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas eu alle Heiligen, genadig xrede iu onze dagen, ojulat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten allen tijde vrij mogen blijven van zonden en gerust zijn van alle kwellingen, Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

De vrede des Hoeren zij en blijve altijd met ons. Amen.

I!1J HET AONÜS DKI.

Lam Gods, dat do zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

ocr page 74

70

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm TJ onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons den vrede.

VOORBEREIDING TOT DE GEESTELIJKE COMMUNIE.

Ziu'litmoedigste en allerootmoedigste Jesus, daar Gij ons bij U roept met de woorden: Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, Ik wil u verkwikken! zoo treed ik met een rouwmoedig hart, maar vol vertrouwen U nader, begeerig om zooveel mogelijk aan mv H. Lichaam en Bloed bij dit TL Ofïer en Sakrament deelachtig te worden, en deze engelenspijs geestelijkenvijze te kunnen genieten. Kom, o Jesns, kom binnen in mijn hart, verkwik en vervul het met uwen geest en uwe genade. O Gij, zoete vreugd mijns harten, o Gij leven mijner ziel, scheuk mij de vergiftenis van al mijne zonden en gebreken; neem alles van mij weg, wat mij afkeerig van U maakt, O dierbare Jesus, leid mij tot U en regeer over mij, bereid IJ eene aangename woning in mijn binnenste, zoodat Gij steeds blijven moogt in mij en ik in U, die leeft en regeert met den Vaderenden H. Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder

ocr page 75

71

mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden. {Driemaal).

Benh Uier, dat (jij met den priester communiceerd en zerj:

liet lidinnm onzes Hoeren Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwige leven. Amen.

DANKZEGGING NA J)E GEESTELIJKE COMMUNIE.

O Jesus, licht mijns harten, vreugde en blijdschap van mijne ziel, l zeg ik dank in eeuwigheid, U loof ik uit al mijn vermogen, dewijl. Gij mij, uw onwaardig schepsel, met uw H. Lichaam en Eloed geestelijker wij ze hebt gespijzigd. O Gij. mijn Zaligmaker, mijn God en mijn al, neem door deze uwe onbegrensde liefde, alles van mij weg wat ü mishagen kan; vernie lw mijnen geest in mijn binnenste, en vervul mijne ziel met uwe genade; ontsteek mijnen wil met het vuur uwer liefde, en maak dien geheel en al gelijkvormig en ondergeschikt aan den uwe, opuit ik voortaan zeggen moge: ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.

BIJ DE LAATSTE COLLECTE.

Hoe zal ik U, o beminde Jesus, voor de groote weldaad danken, dat Gij mij deelachtig hebt ge-

ocr page 76

73

mankt nan dit allerheiligste Offer, waarbij ik de gedachtenis van uw bitter lijden en sterven vernieuwd heb. O Jesns, alles wat in mij is, zal uwen H. Naam in eeuwigheid loven en prijzen. Ach, mocht ik steeds do kracht en werking van dit allerheiligste Sakrament ontwaren! Verleen mij genadiglijk, o Jesus, dat ik aan het einde mijns levens, met dit en de andere H. Sakramenten voorzien en gesterkt, in liet ware Geloof, in de troostvolle Hoop en in de volmaakte Liefde deze wereld verlate, en U, mijnen Heer, te zamen met den Vaderen den H. Geest, eeuwig loveu, prijzen en dankzeggen moge. Amen.

BIJ DEN ZEGEN (BENEDICTIE).

Ons zegene de almachtige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

EVANGELIE VAN DEN H. JOANNES.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn er door gemankt; en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven, en het leven was het licht der menschen; en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen

ocr page 77

73

hebben liet niet begrepen. Er was een inensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis vau bet licbt te geven; opdat allen door hem gelooven zouden.

Hij zelf Wiis liet licht niet; maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was liet, waarachlig licht, hetwelk de mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen; maar allen die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven, om kinderen Gods te worden; dengenen die in zijnen Naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wille des vleescbes, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en Het beeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Eengeborenen van den Vader, vol genade en waarheid.

NA ])E H. MIS.

O hemelsche Vader, neem van mij aan dit U verschuldigd dienstoffer, dat ik U door de bijwoning dezer H. Mis heb toegebracht, en vergeef mij alle daarbij bedreven zonden, verstrooiing en na-

ocr page 78

74

latigheid. Ik beveel mij U aan, nu en ten allen tijde, terwijl ik mij in de hand uwer goddelijke barm-havtisfheid geheel en al overgeef. Laat uw heilige wil steeds aan mij voltrokken worden, en moge ik eenmaal, na een zaligen dood, uw eeuwig rijk en eindelooze heerlijkheid verwerven. Dit bid ik voor mij en al de mijnen door de verdiensten van uwen Eengeboren Zoon Jesns Christus, en door de voorspraak der zaligste Maagd Maria, zijne allerliefste Moeder. Amen.

BIECHTGEBEDEN.

Het is van het grootste belang, zich goed voor te bereiden tot het heilig Sakrament der Biecht. Om eenc goede biecht te spreken, moot men zich zooveel mogelijk eenigeu tijd afzonderen, ton einde in den geest des geloofs ernstig na te denken wat men verrichten gaat.

Na het onderzoek worde zooveel mogelijk het berouw opgewekt, door de gedachte aan (locls recht-vaardigheid, die de zonde streng moet straften, en aan zijne harmhartiyheid, die den opreeht-boetdoenden zondaar alle zouden wil vergeven, en men make een vast voornemen, de zonde niet meer te be-

ocr page 79

75

drijven. Dit gedeelte der Pieclit is het noodzakelijkste, want zonder berouw worden de zonden niet vergeven.

OEFENING VAN BEROUW.

O mijn God, ik beken, dat ik vele eu groote zonden bedreven heb; maar al had ik slechts eéne zonde bedreven, ik zou uwe oneindige volmaaktheid hebben beleedigd! Ach! waarom ben ik niet diep bedroefd. Ik heb gezondigd tegen uwe oneindige goedheid, en heb een laag schepsel, een ijdel gewin, een oogenblik vermaak boven U den voorrang gegeven. O God der barmhartigheid, vergeef mij mijne zonden; zij zijn mij leed uit den grond van mijn hart; leed niet alleen omdat ik den hemel heb verloren en de hel verdiend, maar omdat ik U, die zoo goed, zoo beminnelijk zijt, heb beleedigd. O mijn God, heb medelijden met mij, uw arm kind. Verwerp mij niet van uw aanschijn, en zend mij niet van U weg; ik haat, ik verfoei de zonden uit geheel mijn hart, en wil liever sterven dan U ooit weder vergrammen.

Men laze Uier I's, 50 en 139 (den IVn en Vin der Zeven Boetpsalmen).

GEBED VAN DANKZEGGING,

Loof, mijne ziel. den Heer, en al wat in mij is, zijn heiligen Naam,

ocr page 80

latigheid. Ik beveel mij U nan. nu en ten allen tijde, terwijl ik mij in de hand uwer goddelijke barmhartigheid geheel en al overgeef. Laat uw heilige wil steeds aan mij voltrokken worden, eu moge ik eenmaal, na een zaligen dood, uw eenwig rijk en eindelooze heerlijkheid verwerven. Dit bid ik voor mij en al de mijnen door de verdiensten van uwen Eengeboren Zoon Jesus Christus, en door de voorspraak der zaligste Maagd Maria, zijne allerliefste Moeder. Amen,

BI ECHTGE BEDEN.

Het is van het grootste belang, zich goed voor te bereiden tot het heilig Sakrament der Biecht. Om eene goede biecht te spreken, moet men zich zooveel mogelijk eenigen tijd afzonderen, ten einde in den geest des geloofs ernstig na te denken wat men verrichten gaat.

Na het onderzoek worde zooveel mogelijk het berouw opgewekt, door de gedachte aan Gods rechtvaar diy hei d, die de zonde streng moet straffen., en aan zijne barmhartigheid, die den oprecht-boetdoenden zondaar alle zouden wil vergeven, en men make een vast voornemen, de zonde, niet meer te be-

ocr page 81

75

drij ven. Dit gedeelte der Bieelit is het noodwikelijlcste, want zonder berouw worden de zouden uiet vergeven.

OEFENING VAN BEROUW.

O mijn God, ik beken, dat ik vele en groote zonden bedreven heb; maar al had ik slechts eene zonde bedreven, ik /.ou uwe oneindige volmaaktheid hebben beleedigd! Acn! waarom ben ik niet diep bedroefd. Ik heb gezondigd tegen uwe oneindige goedheid, en heb een laag schepsel, een ijdel gewin, een oogenblik vermaak boven U den voorrang gegeven. O God der barmhartigheid, vergeef mij mijne zonden; zij zijn mij leed uit den grond van mijn hart; leed niet aileen omdat ik den hemel heb verloren en de hel verdiend, maar omdat ik U, die zoo goed, zoo beminnelijk zijt, heb beleedigd. O mijn God, heb medelijden met mij, uw arm kiud. Verwerp mij niet van uw aanschijn, en zend mij niet van U weg; ik haat, ik verfoei de zonden uit geheel mijn hart, en wil liever sterven dan U ooit weder vergrammen.

Men leze hier Ps. 50 en 129 (den IVn en Vin der Zeven Boetpsalmen).

GEBED VAN DANKZEGGING.

Loof, mijne ziel. den Heer, en al wat in mij is, zijn heiligen Naam.

ocr page 82

70

Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet zijne weldaden niet.

Die al uwe sclmltl vergeeft, die al uwe krankheden geneest.

Die uw leven verlost van het bederf, die u kroont met goedheid en barmhartigheid,

Barmhartig en genadig is de Heer, lankmoedig en groot is zijne goedertierenheid.

Hij doet ons niet volgens onze zonden, eu Hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

Zoo ver het Oosten verwijderd is van het Westen, zoo ver doet Hij de zonde van ons weg.

Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, zoo ontfermt zich de Heer over hen die Mem vreezen.

Looft den Heer, gij, zijne engelen, looft den Meer, gij, zijne dienaars, die wat Hem behaagt volvoert.

Looft den Heer, al zijne werken, op allo plaatsen zijner heerschappij; loof, mijne ziel, den Heer. Amen.

GEBED O-M DE GENADE DEE VOLHARDING.

Welken dank ben ik U o mijn God niet verschuldigd. Niet alleen hebt Gij mij geschapen en verlost, maar nu wederom hebt Gij mij al mijne zonden vergeven, waardoor ik uwe goedheid zoo beleedigde. Ach, ik zal U niet meer vergrammen, maar ondersteun mijne zwakte, want de vijanden

ocr page 83

77

mijner zaligheid zullen mij opnieiuv willen verleiden. Verleen mij, o God, de genade der volharding. O Vader der barmhartigheid, door de verdiensten van mven goddelijken Zoon, verleen mij deze genade der genaden; dat ik niet. meer van U gescheiden worde. Ik vraag U die gunst voor mij, en voor allen die het geluk liebbcn in uwe heilige liefde te leven. Het geloof verzekert mij, o God dat ik, indien ik aanhoudend U om deze gunst blijf vragen, het geluk zal hebben die te verkrijgen, omdat Gij beloofd hebt hen te verhooren die U zullen aanroepen.

Ik bid U dan nog in den naam van Jesns, en om de voorspraak van Maria en .Tosef, geef mij de genade des gebeds. Geef mij, dat ik in alle gelegenheden van zonde mijne toevlucht totü neme, door de zoete namen van Jesus, Maria, Josef, met eerbied uit te spreken. Onder hunne bescherming hóóp ik te leven en te sterven in uwe genade, en deelachtig te worden aan uwe heerlijkheid in alle eeuwen. Amen.

ocr page 84

70

Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet zijne weldaden niet.

Die al uwe schuld vergeeft, die al uwe krankheden geneest.

Die uw leven verlost van het bederf, die u kroont met goedheid en barmhartigheid,

Barmhartig en genadig is de Heer, lankmoedig en groot is zijne goedertierenheid.

Hij doet ons niet volgens onze zonden, en Hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

I'iOO ver het Oosten verwijderd is van het Westen, zoo ver doet Hij de zonde van ons weg.

Gel ijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, zoo ontfermt zich de Heer over hen die Mem vreezen,

Looft den Heer, gij, zijne engelen, looft den Heer, gij, zijne dienaars, die wat Hem behangt volvoert.

Looft den Heer, al zijne werken, op alle plaatsen zijner heerschappij; loof, mijne ziel, den Heer. Amen.

C.EBEI) 0.\l DE GENADE DER VOLHARDING.

Welken dank ben ik U o mijn God niet verschuldigd. Niet alleen hebt Gij mij geschapen en verlost, maar nu wederom hebt Gij mij al mijne zonden vergeven, waardoor ik uwe goedheid zoo beleedigde. Acli, ik zal U niet meer vergrammen, maar ondersteun mijne zwakte, want de vijanden

ocr page 85

77

mijner zaligheid zullen mij opnieuw willen verleiden. Verleen mij, o God, de genade der volharding. O Vader der barmhartigheid, door de verdiensten van uwen goddelijken Zoon, verleen mij deze genade der genaden: dat ik niet meer van U gescheiden worde. Ik vraag L die gunst voor mij, eu voor allen die het geluk hebben in uwe heilige liefde te leven. Het geloof verzekert mij, o God dat ik, indien ik aanhoudend U om deze gunst blijf vragen, het geluk zal hebben die te verkrijgen, omdat Gij beloofd hebt hen te verhooren die U zullen aanroepen.

Ik bid I dan nog in den naam van Jesns, en om de voorspraak van Maria en Josef, geef mij de genade des gebeds. Geef mij, dat ik in alle gelegenheden van zonde mijne toevlucht totU neme, door de zoete namen van Jesus, Maria, Josef, met eerbied uit te spreken. Onder hunne bescherming hoop ik te leven en te sterven in uwe genade, en deelachtig te worden aan uwe heerlijkheid in alle eeuwen. Amen.

ocr page 86

78

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

De kardinaal Bona vraagt, waarom zooveel Christenen weinig voordeel doen met hun menigvuldig te Communie gaan, en voortdurend in dezelfde fouten hervallen; het licht niet aan de kracht der spijze, antwoordt hij, maar aan de gesteldheid van dengene die eet. De weinig goede gesteldheid, de slechte voorbereiding doen ons de kracht dor H. Communie missen.

Wenscht gij derhalve met veel vrucht het H. Sakrament te ontvangen, onthecht u dan ten eerste aan al het aardsche, en ban uit uw hart al wat God niet is. Bereid u ten tweede reeds den dag te voren tot dat verheven werk, en denk aan het groote geluk, dat u wacht.

OEFENING VAN GELOOF,

Mijn Jesus, Gij /.ijt hier op het altaar tegenwoordig; mijne zinnen zien wel niets dan de gedaanten van brood en wijn, maar ik geloof niettemin dat Gij wezenlijk en waarachtig in het H Sakrament tegenwoordig zijt. O Jesus, waarlijk God en waarlijk mensch;Jesus,Koning van hemel eu aarde;Jesus,Zoon van den levenden God; Jesus, Zoon van de Maagd Maria: ik werp mij voor uwe voeten neder, en

ocr page 87

79

aanbid U uit den grond mijns bavteu. Gij zijt mijn Heer en mijn God, en ik ben uw schepsel. Gij zijt mijn Verlosser, mijn Vader, mijn beste Vriend! en ik ben uw kind. Neem God, mijne hulde aan en vermeerder mijn geloof.

OEFENING VAX VERTROUWEN.

Mijn TI eer en mijn G'rod, Gij zult mij komen bezoeken. Gij zult in mijn hart nederdalen. Ja, nog eenige oogenblikken, en Gij zult zoo waarachtig in mij zijn als Gij in den hemel zijt. Moet uw bezoek, o Jesus, mij vrees aanjagen? moet ik, als Gij midert, moet ik bij uwe tegenwoordigheid beven?.. Neen, neen; ik wil mij niet betrouwen aan uwe liefde overgeven, ik wil m j in uwe armen werpen, gelijk een kind zich werpt in de armen zijner moeder. Goede Jesus, indien Gij in mijn hart komt, dan is liet niet, om mij mijne vorige ondankbaarheid te verwijten, om mij te oordeelen en te verdoemen; neen. Gij komt lt;ils een teedere vriend, om mij te troosten in mijn kommer, te Iielpen in mijne zwakheid, ts verrijken met uwe genade en om mij heilig te maken. Kom dan, o Jesus, kom; ik ben arm, ik ben krank, ik ben vol behoeften en ellenden, en toch zal ik op uwe barmhartigheid hopen; kom dan, o Jesus, en vermeerder mijn vertrouwen.

ocr page 88

so

OEFENING VAN LIEFDE.

Goede Jesus, wanneer ik denk aan al de blijken uwer liefde, dan word ik rood van schaamte, omdat ik U zoo weinig bemin. Voor mij //ijt Gij mensch geworden; voor mij 'iijt gij in een stal geboren! voor mij hebt Gij in armoede, in kommer en vermoeidheid, in ontberingen van allerlei aard geleefd; voor mij zijt Gij in droefheid en in doodelijken zieleangst in den hof van Olijven geweest; voor mij zijt Gij beschimpt, bespot, bespuwd, geslagen, gegeeseld en met doornen gekroond; voor mij hebt Gij het zware kruis willen dragen; zijt Gij daaraan vastgenageld, en na drie smartelijke uren gestorven. Eindelijk, voor mij hebt Gij dit aanbiddelijk Sa-krament ingesteld, om U geheel aan mij te schenken, om de steun, de troost, het voedsel mijner ziel te zijn, zoo dikwerf ik tot U wil komen. Goede Jesns, ik bemin U. Aanhoor de verzuchting mijns harten; ik bemin U meer dan mij zeiven; ik bemin U meer dan de geheele wereld; ja, ik bemin U, maar helaas. Gij weet dat ik U nog te weinig bemin; zuiver en ontsteek dan meer en meer mijne liefde.

OEFENING VAN BEllOUV.

Mijn God, mijn God, ik dnrf mijne oogou niet

ocr page 89

81

tot U opheffen, omdat ik tegen U gezondigd heb. Om de liefde van Jesus, bid ik U. mijn God, vergeef mij al mijne doodzonden, dagelijksche zonden, al mijne ongeduldigheden, onoprechtheden, verstrooidheden; mijne onverstorveuheid en onmatigheid; al mijne verzuimenissen omtrent mijne plichten en uwe geboden.

Oneindige goedheid, het smart mij, dat ik ü vergramd heb; ik haat ik verzaak de zonde uit geheel mijn hart; ik beloof, dat ik eer wil sterven dan met voorbedachtheid eene zonde te begaan. Ach, geel' mij de genade U getrouw te blijven, en U uit geheel mijn hart te beminnen.

H. Maria, II. Josef, helpt mij, bidt voor mij, op het oogenblik dat ik Jesus in mijn hart zal ontvangen.

OEFENING VAX quot;VERLANGEN.

(Uit het XVII Hoofdstuk van het IV Bode der navolging van, Christus).

Met de meeste godsvrucht en vurige liefde, met al de genegenheid en den gloed mijns harten, wensch ik U, Heer, te ontvangen, zooals vele heilige en godvreezende personen bij de H. Communie naar ü verlangd hebben, die U door de heiligheid van hun leven hoogst behagelijk en in de vurigste godsvrucht waren.

ocr page 90

82

O mijn God, eeuwige liefde, mijn eenig goed, nimmer eindigend geluk, ik begeer U met het levendigste verlangen eu met den diepsten eerbied te ontvangen, als ooit een Heilige gehad heeft of gevoelen koude.

En ofschoon ik onwaardig ben, al die gevoelens van godsvrucht te hebben, offer ik U daarmede geheel mijn hart. Niets wil ik mij voorbehouden, maar mij en al het mijne gewillig en gaarne opdragen.

Heer, mijn God, mijn Schepper; mijn Verlosser, met zulk een zoet gevoel, met zulk een eerbied, dankbaarheid, geloof, hoop en zuiverheid verlang ik U heden te ontvangen, zooals uwe lieve Moeder Maria U ontvangen en verlangd heeft. Zie, arm en behoeftig sta ik voor U, smeekende om geiiiide en uwe barmhartigheid inroepende.

Ach, goede Jesus, toef niet langer; kom mijn, Jesus, kom, okom!

ocr page 91

83

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

UIT DEN LOFZANG DER DKIE JONGELINGEN.

Laat ons het yezanrj der drie jongelingen zingen, dat zij zongen in den gloeiende oven, lovende den Heer.

Looft den Heer, al de werken des Heeren; zingt en verheft zijn lof tot in eeuwigheid.

Engelen des Heeren, looft den Heer; zingt en verheft zijn lof tot in eeuwigheid.

Hemelen, looft den Heer; 5'

Wateren, en al wat boven den hemel is,7'1 looft den Heer; i

Alle heirkrachten des Heeren, looft den Heer; g Zon en maan, looft den Heer; Sf

' - CD

Sterren des hemels, looft den Heer;

N

Eegen en dauw, looft den Heer;

Alle gij winden, looft den [leer; —

Vuur en hitte, looft den Heer; ^

Koude en hitte, looft den Heer; ^

Dauw en rijp, looft den Heer; s

Vorst en koude, looft den Heer; g I.ls en sneeuw, looft den Heer;

Nachten en dagen, looft den Heer; '5-

O

Licht en duisternissen, looft den Heer; amp;

Bliksem en wolken, looft den Heer;

Aarde, loof den Heer;

ocr page 92

84

Bergen en heuvels, looft den Heer;

Alle gewassen des aardrijks, looft deu Heer; g-

Waterbronnen, looft den Heer; ^

Zeeën en rivieren, looft den Heer; P

Zeedieren, en al wat in de wateren zieh ^

beweegt, looft den Heer; ^

Alle vosielen des liemels, looft den Heer; ^

. s.

Wilde en tamme dieren, looft den Heer; Kinderen der menscben, looft den Heer, 5-O Israël, looft den Heer; ^

Priesters des Heeren, looft den Heer;

Dienaars des Heeren, looft den Heer, c Geesten, en zielen der rechtvaardigen, looft S den Heer; lt;.

Heiligen en nederigen van harte, looft den =-

~ CD

Heer; p-

Ananias, Azarias, Misaël, looft den 1-1 eer;

Laat ons loven den Vader en den Zoon met den H. Geest.

Prijzen en verheffen wij Hem tot in eeuwigheid. Geloofd zijtGij, Heer, in het uitspansel des hemels. Geprezen en geloofd en hoog verheven in eeuwigheid. Amen.

LOFZANG VAN MARIA.

Mijne ziel maakt groot den Heer, en verheugd heeft zieh mijn geest in God, mijn Zaligmaker.

ocr page 93

85

Omdat Hij nederzag- op de oeringheid zijner dienstmaagd; want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen;

Omdat groote dingen aan mij heeft gedaan, Hij die machtig is, en heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslacht over degenen die Hom vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door zijnen arm; verstrooid heeft Hij de hoogmoedigen in de gedachte huns harten.

Machtigen heeft Hij van den troon gestooten, geringen verheven.

Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël, zijnen dienstknecht, aangenomen, indachtig zijner barmhartigheid:

Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, aan Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader en den Zoon en de H.Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eenwen der eeuwen. Amen.

TEEDEEE VERZUCHTINGEN TOT JESUS.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig.

Bloed van Christus, maak mij dronken.

Water der zijde van Christus, wasch mij.

ocr page 94

8(5

Lijden van Christus, versterk mij.

O goede Jesus, verhoor mij.

In uwe heilige wonden verberg mij.

En laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.

(Dit verzucht men driemaal met eene vnrige UeJde).

Voor den boozen vijand, bescherm mij.

In het uur van mijnen dood, roep mij.

En laat mij tot TJ komen;

Opdat ik U met uwe Heiligen love,

In de eeuwen der eenwen. Amen.

SCHIETGEBED.

Geloofd,aangebeden en gedankt zij, ten allen tijde, het allerheiligste Sakrament des Altaars. Amen.

{Uit het IX Iloofdüuk van het IV Boek der Navolging ran Christus).

Heer, al wat in den hemel en op aarde is, is het uwe.

Ik verlang mij «elven als een vrijwillig ofl'er aan Ü op te dragen, en voor altoos de uwe te blijven.

Heer, in de eenvoudigheid mijns harten, offer ik U heden mij zeiven op, om voor altijd U alleen te dienen, U te gehoorzamen en een offer te zijn van altoosdurende lof.

Neem mij aan met dit heilig offer van uw dierbaar Lichaam, hetwelk ik U heden opdraag in het bijzijn der engelen, die onzichtbaar U omringen.

ocr page 95

87

opdat het mij en heel uw volk tot heil verstrekke.

Heer, ik le^ op uw zoenaltaiir neder alle zonden en overtredingen, die ik voor U en voor uwe heilige engelen heb begaan; van den den dag af dat ik voor het éérst heb kunnen zondigen, tot op dit uur toe; opdat Gij ze allen in het vuur uwer liefde moogt aansteken en verbranden, al de vlekken mijner zonden uitwissehen; mijn geweten van alle misdrijf zuiveren, en mij in uwe genade, die ik door mijne zonden verloor, moogt herstellen, door mij alles ten volle kwijt te schelden en mij tot den kus des vredes aan te nemen.

Wat anders kan ik voor mijne zonden doen, dan ze nederig te belijden, te beweenen en gestadig uwe ontferming in to roepen.

Ik bid 1 dan, verhoor mij genadig, waar ik hiervoor U sta, o mijn God; al mijne zonden zijn mij ten hoogste leed, nooit wil ik ze weder bedrijven; ik beween ze cn zal ze beweenen zoolang ik leef; ik bon bereid, boete te doen en voldoening te geven zooveel ik kan

Vergeef mij, o God, vergeef mij mijne zonden; om uwen heiligen naam, red mijne ziel, die Gij met uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht.

Zie ik beveel mij aan uwe barmhartigheid en geef mij over in uwe handen.

ocr page 96

88

Handel met mij volgens uwe goedheid, en niet naar mijne zonden en ongerechtigheid.

Ook offer ik U op al het goede dat in mij is, hoewel het zeer weinig is en onvolmaakt; opdat Gij het moogt verbeteren en heiligen, het met welgevallen aannemen, U behagelijk maken, gedurig tot het meer volmaakte trekken, en mij, tragen en onnutten knecht, tot een gelukkig en lofwaardig einde brengen moogt.

Ik offer U ook op al de vrome wenschen der godvruchtige zielen; de belangen van mijne ouders, vrienden, broeders, zusters, van allen die mij dierbaar zijn; van degenen die mij of anderen uit liefde voor U hebben welgedaan, endie van mij gebeden verzocht hebben, hetzij zij nog in het leven of reed? overleden zijn, opdat zij allen ondervinden de hulp uwer genade,, de kracht uwer vertroosting, behoeding voor gevaren, bevrijding van straf, opdat zij, aan alle kwaad ontrukt, U blijmoedig den grootsten dank toebrengen.

Ook draag ik Ü de gebeden en zoenoffers op, bijzonder voor hen die mij in eenig opzicht be-leedigd, bedroefd, veracht, of mij eenig nadeel, of last hebben aangedaan.

MEMORARE.

Gedenk, o goedertiereriste Maagd Maria hoe het

ocr page 97

89

nooit is gehoord, dat iemand die tot n zijne toevlncht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door u verlaten is. Bemoedigd door dit vertrouwen, vlucht ik, spoed ik tot u, o Maagd der maagden, Maria, Moeder van Jesus Christus, en sta ik, zondaar, zuchtend en bevend voor uw aangezicht. O Moeder van het eeuwig Woord w il mijne bede niet versmaden, maar mij, ongelukkige, die uit dit tranendal tot n roep, spoedig verhooren; sta mij bij, ik smeek het u, iu allen nood, nu en altijd en vooral in het uur van mijnen dood, o teedere, o beminnelijke, o liefdevolle Maagd Maria. Amen.

GEBEDEN OM DEN VOLLEN AFLAAT TE VERDIENEN.

VOOME REIDEN D GEBED.

Almachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in bet Sakrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige verdoemenis betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen moet voldoen, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overvloedige voldoeningen van onzen lieer Jesus Christus, de H. Maagd en de Heiligen. L we Kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft

ocr page 98

90

mij heden nit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei op nieuw mijne /.onden, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade daarin niet meer te vervallen.

GEBED TOT GOD DEN VADER, VOOK DE VERHEFFING DER H. KERK.

Gedenk, o eeuwige Vader, uwe Kerk, welke Gij van den beginne hebt bezeten. Verheerlijk haar als de Bruid van .Testis Christus, uwen eenigen Zoon, die al zijn Bloed voor haar heeft gestort. Wil, bid ik Ü, baar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren, en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar lijden en strijden steeds overwinne, en meer en meer haren goddelijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, l met een vast betrouwen aanroepen, en meteene volmaakte liefde beminnen. Onze Vader; H ees (jegroei; Glorie zij den Vader, enz.

GEBED TOT GOD DEN VADER, VOOR DE UITROEIING DER KETTERIJEN.

O Jesus, waarachtig Licht, dat allen mensch verlicht die in deze wereld komt, ik smeek U, de

ocr page 99

'Jl

duisternis en scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat alleen het licht der waarheid volgen en /.icli haasten, qui in den schoot der ware Kerk terug te keeren. O goede Herder, breng de verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er slechts céne kudde, en één Herder zij. Onze Vader; H ees geyroet; Glorie zij den Vader, enz.

oe13ei) tot god den h. geest, voor den vrede tdsschen de christen vorsten.

O goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die /,00 vele volken in de éénheid des gelools hebt vereenigd; stort de volheid uwer genade uit over de vorsten cn hunne dienaren. Vervul hunne harten met dieu geest var liefde, welken Gij op deze aarde hebt gebracht. Geef, dat zij zich nooit door eenigeu hartstocht laten vervoeren: dat zij nimmer iets on-dernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer Kerk; maar integendeel al hunne krachten inspannen, om de volken, welke Gij hun hebt toebetrouwd. naar de vreugde des eeuwigen levens te geleiden. Onze Vader; Wees r/egroet; Glorie zij den Vader, enz.

gebet) tot de ii. drieëeniieid voor de verbreiding van het geloof.

Heilige Drieëenheid, Vader, Zoon, en H. Geest,

ocr page 100

92

gedenk, dat de zielen der ongeloovigen liet werk uwer handen zijn, en Gij hen naar uw beeld hebt geschapen. Dat uw rechtmatige toorn bevredigd worde door de gebeden der heilige zielen en der H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid; zend tot die barbaarschc volken echt Apostolische mannen, die al hunne pogingen aanwenden, om het geloof onder hen te verbreiden, en schenk hun eindelijk de genade van U te kennen, te aanbidden, te beminnen en te dienen. Onze Fader; Wees gegroet; Glorie zij den Fader, enz.

GEBED VOOU ONZEN II. VADEK J)EN PAUS.

O God, Herder en Bestuurder aller geloovigen, zie. op uwen dienaar N..., dien Gij tot Opperherder uwer Kerk hebt gesteld, genadiglijk neder. Geef hein hidden wij U, dengenen over wie hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te zijn, dat hij, te zamen, met de hem toevertrouwde kudde, tot het eeuwige leven moge geraken. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen. Onze Fader; IFees gegroet; Glorie zij den Fader, enz.

GEBED MET VOLLEN AFLAAT.

Onze H. Vader Tins IX heeft den 31 Juli 1 858 den aflaat, bekrachtigd, reeds door de Pausen Clemens \ 111 en lienedictus XIV verleend, en later door

ocr page 101

98

Pius VII en Loo XII bevestigd.

Al wie namelijk met een rouwmoedig' hurt, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, het onderstaande gebed godvruchtig vooreen igkruisbeeld leest, en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Zijne Heiligheid vromelijk bidt (waartoe men de gewone aflaatgebeden kan gebruiken), verdient een vollen aflaat, welke ook aan de zielen in het vagevuur kan toegevoegd worden.

GEBED.

Zie, o goede eu allerzoetste Jesus! ik werp mij voor uw aangezicht op mijne knieën neder, en bid en smeek U met al den gloed mijner ziel, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hoop, en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken; terwijl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende wat reeds de profeet David van L, o goede Jesus! in den mond nam: Zij hebben mijne handen en mijne, voeten doorboord, en al vrijne beenderen geteld. (Psalm XXI. 17, 18).

ocr page 102

'J 4

EENIGE BIJZONDERE GEBEDEN.

GEÜEU OM DEN GODDELIJKEN WIL TE HOGEN KENNEN.

O God, die ons geleerd hebt, dat er recht vaardigheid bestaat in het kennen en beminnen van uwen wil; vervul onze harten met de helderheid van nw goddelijk licht, opdat wij mogen kennen wat wij doen moeten en de krachten bezitten om overeenkomstig do rechtvaardigheid te handelen.

GEBED OM DE GAVE DES GEBEDS.

Almachtige God, ondersteun onze zwakheid, en daar wij van ons zeiven, en door ons /.elven niet instaat zijn oin het goede te verrichten, zelfs niet van liet te begeeren, smeeken wij U, verwek door uwen Heiligen Geest in onze harten de onuitsprekelijke verzuchtingen des gebeds, opdat wij van uwe goedheid verwerven den wil om het goede te doen, en de kracht om het te volbrengen.

GEBED OM BEROUW EN DROEFHEID OVER DE ZONDEN.

Almachtige en oneindig goedertierene God die een stroom van levend water uit do steenrots hebt doen vlieten, om den dorst van uw volk te lesschen, doe ook uit onze versteende harten tranen van berouw vloeien, opdat wij onze zonden beweenen

ocr page 103

'J5

en van uwe barmhartigheid vergiffenis verwerven mogen.

GEBEll Oil DE GENADE TOÏ HET VEUKICHTEN VAN GOEDE WERKEN.

Bestuur, als het I behaagt, Heer, do genegenheden van ons hart door de werking uwer barmhartigheid- en geef ons niet over aan onze eigene zinnelijkheid; maar geleid ons in de wegen uwer waarheid; opdat wij door het volbrengen uwer geboden, de giften ontvangen mogen, welke Gij belooft.

GEBED OM DE GENADEN DEll ONTHOUDING.

Gewaardig U, o G(,d, uwe dienaren te verhoeren, die hunne toevlucht tot uwe barmhartigheid nemen, en U uit den grond huns harten hunne ootmoedige gebeden aanbieden; en verleen ons de onthouding, daar Gij ons leert, dat deze deugd een geschenk is, hetwelk wij niet bezitten knnnen zoo Gij het niet geeft.

GEBED TEGEN KWADE GEDACHTEN.

O God, Gij weet, dat wij van ons zeiven niets vermogen; bewaar ons, bidden wij U, in-en uitwendig, opdat onze lichamen van alle kwalen mogen bevrijd, en onze zielen gereinigd zijn van alle gedachten, welke haar zouden knnnen bevlekken.

ocr page 104

96

GEBED VOOR VRIENDEN EX WELDOENERS.

O God, die, door de genade van den Heiligen Geest, de Christelijke liefde in de harten uwer geloovigen hebt uitgestort; verleen aan uwe dienaren, voor welke wij uwe goedheid afsmeekeu, gezondheid des lichaams en der ziel; opdat zij U uit al hun vermogen beminnen, en alles verrichten wat U welgevallig is.

GEBED VOOR DELEEDIGERS EN VIJANDEN.

Oneindig, Heilig Heer, almachtige Vader eeuwige God, verleen ons eene liefde, welke ons aanspoort, om uw voorbeeld navolgende, kwaad met goed te vergelden en ons niet over de straf maar over de bekeering onzer vijanden te verheugen.

GEBED OM DE BEKEERING DER ZONDAREN.

God van barmhartigheid en goedheid, verhoor de gebeden en verzuchtingen, die wij voor U uitstorten voor onze broeders die in gevaar zijn van verloren te gaan; opdat zij, hunne dwaasheid verlatende, van den dood verlost worden, en de overvloedigheid uwer genaden de menigte hunner zonden uitwissche. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

ocr page 105

'J7

LITANIE VOOR DEN ZONDAG.

TOT DE H. DRIEVULDIGHEID.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm II onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon Verlosser der wereld.

God, heilige Geest,

Heilige en ondeelbare Drievuldigheid, één God,

Onbegrij pel ij k e Majesteit,

Onveranderlijke Macht,

Oneindige Wijsheid,

Grondelooze Goedheid,

Heer der heerschappijen.

Eeuwige Wet, §

Eeuwige Waarheid, Éf

God, Almachtio-e Konina-,

• crj

Die alleen God, en één God zijt,

In wien wij leven, ons bewegen en zijn. §

Wiens majesteit de aarde vervult, quot;

Aan wien alleen men ylle eer en glorie

schuldig is.

Die ons troost in onze kwellingen.

Die alleen groote wonderen doet.

ocr page 106

98

Die zijt, die waart en die wezen z\üt, Eechtvaavdig en schrikkelijk in liet oordeel, Heerlijk en wonderbaar in uwe werken, Ongeboren Vader,

Eengeboren Zoon,

H. Geest, van Beiden voortkomende, 2

H. Drievuldigheid, één God. 3

Wees genadig, spaar ons Heer,

Wees genadig, verhoor ons Heer,

Van alle kwaad, verlos ons Heer.

Van alle zonden,

Van alle ongeloovigheid, ®

Van het overtreden uwer geboden, g

Van het versmaden uwer gaven, g

Van het verzuimen uwer heilige dienst, -cc

fTj

Van den eeuwigen dood, c»

0 O

Door uwe almacht.

Door uwe wijsheid.

Door uwe oneindige goedheid.

Door uwe groote barmhartigheid.

Door uw geduld en uwe lankmoedigheid. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons do genade wilt verleenen, om altijd en overal te belijden, dat Gij de ware God zijt, wij bidden U verhoor ons.

Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om U te eeren als één God in Drievuldigheid van l'arsonen.

ocr page 107

99

en de H. Drievuldigheid in de éénheid der natuur

te aanbidden, wij bidden U, verboor ons.

Dat Gij ons de genade wilt verleenen U 2.

uit selieel ons liart te beminnen.

. t er

Dat Gij bet volk, hetwelk uwen heiligennaam £

toegeheiligd is, wijt bewaren en zalig maken. g

Dat Gij aan de dwalenden genade wilt ver-

leenen, om tot den weg der rechtvaardigheid „

terug te keeren,

Dat Gij TJ gewaardigt aan de overledene. § . . ^ geloovigen de eeuwige rust te geven, 0

Dat Gij U gewaardigt ons te verhooren, ™

O H. Drievuldigheid, verlos ons.

O H. Drievuldigheid, maak ons zalig,

O H. Drievuldigheid maak ons lovend.

lieer, ontferm Ü onzer.

Christus, ontferm TJ onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader; enz.

Laat ons loven den A ader, en den Zoon. met den

TT. Geest.

Laat ons Hem loven en verheerlijken in alle eeuwen. Geloofd zijt Gij, Heer. in het uitspansel des hemels. En alle. eer, glorie en lof waardig in alle eeuwen. Dat God ons zegene, onze God, dat God ons zeu-ene. Dat geheel r!e aarde Hem vreeze.

Heer, verhoor mijn gebed.

ocr page 108

100

En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige eeuwige God, die uwe dieimars in de belijdenis van liet wave geloof, de glorie der eeuwige Drievuldigheid deedt kennen, en in de inaclit der Majesteit de Eenheid aanbidden; wij bidden U, dat wij door de vastheid van hetzelfde geloof voor alle tegenspoeden mogen beveiligd worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE VOOR DEN MAANDAG.

TOT DEN HEILIGEN GEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.

God, Heilige Geest.

H. Drievuldigheid, één God.

H. Geest, die van den Vader en den Zoon voortkomt, ontferm U onzer.

Geest des Heeren, God van Israël, ontferm t onzer. H. Geest, die de heerschappij over het menschdom hebt, ontferm U onzer.

ocr page 109

101

TT. Geest, die de geheele aarde vervult,

Die alle kracliteu beat.

Die alle goed werk en alles voorziet,

Die de hemelen versiert,

Geest der waarheid, die alle waarheid leert,

alle gaven uitdeelt,

Geest van wijsheid eu verstand,

Geest van raad, sterkte, wetenschap en

godvrnchtigheid.

Geest van de vreeze des Heeren en van

voorzichtigTieid.

TT. Geest, door wiens ingeving de heilige

mannen Gods gesproken hebben,

H.Geest die de toekomende dingen verkondigt TT. Geest, gave en belofte des Vaders, 11. Geest, Vertrooster die de wereld overtuigt, TT. Geest, door wien de duivelen uitgeworpen worden.

Tl. Geest, nit wien wij herboren worden. 11. Geest, door wien de liefde Gods in onze harten uitgestort is,

Geest der aan neming tot kinderen Gods. Geest van genade eu barmhartigheid. Geest, die ons iu on/e krankheid te linlp komt, en aan onzen geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn.

Goedgunstige Geest, die zoeter dan honig zijt.

ocr page 110

1 02

II. Geest, onderpand onzer erfenis, die ons

op den rechten weg leidt,

Oppergcest, die levend maakt en versterkt. Geest van zaligheid, oordeel en blijdschap, Geest van geloof, vrede en vurigheid.

Geest van ootmoedigheid, liefde en kuischhoid, g-

^ . . . T ^

Geest van goedertierenheid, goedheid en g lankmoedigheid, ^

Geest van zachtmoedigheid, waarheid, oen- 0 heid en vertroosting, S

Geest van vermorzeling des harten, van

belofte, veruieuwiug en heiligmaking,

Geest van leven, verduldigheid, onthouding

en zedigheid.

Geest van alle genade.

Wees genadig, spaar ons, H. Geest.

Wees genadig, verhoor ons H. Geest.

Van den geest der dwaling, verlos ons. H.Geest Van den geest der onkuischheid,

Van den geest der yodslastering, 2.

Van alle verhardheid in list kwaad en van

wanhoop, §

Van alle vermetelheid en tegensprak van de

bekende waarheid, ~

Van alle boosaardigheid en kwade gewoonte, jp Van het benijden der broederlijke liefde, Van onboetvaardigheid in ons uiterste.

O

g

ocr page 111

103

Door uwe eeuwige voortkomst van den Vader

en den Zoon,

Door uwe onzichtbare zalving,

Door de volheid der genade, waarmede Gij

de H. Maagd Maria begunstigd hebt,

Door die overvloeiende heiligheid, waarmede 3 Gij de Moeder des Heeren in de Ontvan- ° genis des VVoords overstort hebt,

Door uwe heilige verschijning bij het Doopsel van Christus. quot;

Door uwe. heilrijke komst over de Apostelen,

Door de onuitsprekelijke goedheid, waarmede ^ Gij de M. Kerk bestuurt, de Opperhoofden vereenigt, de Martelaars versterkt, de Leeraars verlicht en de geestelijke Orden instelt. Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij naar den geest mogen wandelen en de begeerte des vleesehes niet volbrengen, wij bidden U, verhoor ons,

Dut wij 1 nooit bedroeven wij bidden 1 , verhoor ons. Dat Gij alle Kerkelijke Orden in den heiligen godsdienst en den waren geest wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Daar Gij aan alle ^'kristenen één hart en ééne ziel

wilt geven, wij bidden l , verhoor ons.

Dat Gij ons de volharding, de vervulling aller deugden wilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons.

ocr page 112

] 04

Dnt Gij U gewaardigt ons te verhooren, wij bidden

U, verhoor ons.

Geest Gods, wij bidder, ü, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

stort uwen Geest over ons uit.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

zend ons den beloofden Geest des Vaders. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

geef ons den goeden Geest,

Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer,

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm l onzer.

Onze Vader; enz.

Schep in mij, o God, een zuiver hart. En vernieuw den rechten geest in mijn binnenste. Verwerp mij niet van uw aanschijn.

En neem uwen heiligen Geest van mij niet weg. Geef mij weder de vreugde van uw heil;

En versterk mij meteen kloeken geest.

De genade van den Heiligen Geest,

Verlichte onze zinnen en harten.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep koine tot U.

LA AT ONS BIDDEN,

O God, die de harten der geloovigen door de.

ocr page 113

verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons over zijne vertroosting altijd mogen verblijden. Door onzen Heer .Testis Christus, uwen Zoon. Amen.

LITANIE VOOR DEN DINSDAG,

VAN DEN ZOETEN NAAJI ,TESUS.

Heer, ontferm L onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons,

God, hemelsche Ynder, ontferm U onzer.

God, Zoon Verlosser der wereld,

God, H. Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jesus, Zoon van den levenden God,

Jesus, glans des Vaders.

Jesus, klaarheid van het eeuwige licht, 2

Jesus, Koning der glorie, —i

Jesus, Zoon van de Maagd Maria, 2

Allerbeminnelijkste Jesus, • ^

Wondervolle Jesus,,

Allermachtigste Jesns,

Allergeduldigste Jesus,

Allergehoorzaamste Jesus,

ocr page 114

lUfi

Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,

Jesns, minnaar der knischheid,

Jesus, onze liefde,

Jesus, God des vredes,

Jesns, bron des levens,

Jesns, voorbeeld aller deugden,

Jesus, ijveraar der zielen.

Jesus, onze toevlucht,

Jesns, vndqr der armen,

Jesns. hoop der geloovigen,

Jesus, goede herder,

Jesns, waar licht der wereld.

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, ouzo weg en ons leven,

Jesus, blijdschap der Engelen.

Jesus, koning der Patriarchen,

Jesus, ingever der Profeten,

Jesus, meester der Apostelen,

Jesus, leeruar der Evangelisten,

Jesns, sterkte der Martelaren,

Jesus, licht der Belijders,

Jesus, zuiverheid der Maagden,

Jesns, kroon van alle Heiligen,

Wees ons genadig, spaar ons, Jesus,

Wees ons genadig, verhoor ons Jesus.

Vau alle zonden, verlos ons, Jesns.

ocr page 115

107

Van uwe griimschap, verlos ons Jesus,

Van de listen des duivels, verlos, ons Jesus,

Van den onreiuen geest, verlos, ons Jesns,

Van hot verzuim uwer goddelijke inspraken.

Van den eeuwigen dood,

Door liet geheim uwer H. Mensehwording,

Uoor uwe geboorte.

Door uwe kindsheid.

Door uw goddelijk leven.

Door uwen arbeid, 3

Door mve benauwdheden en uw lijden, g

Door uw kruis en uwe verlatenheid, 9

Door uwe smarten, w

Door uwen dood en uwe begrafenis, S

Door uwe Verrijzenis, ?

Door uwe Hemelvaart,

Door uwe vreugde.

Door uwe heerlijkheid,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat. wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer, Jesus.

Jesus, hoor ons.

Jesns, verhoor ons.

t

ocr page 116

los

GEBED.

HeereJesiis, die gezegd hebt: vraagt eu gij zult verkrijgen, zoekt eu gij zult vinden, klopt en u zal o])eu gedaan worden; wij bidden U, stort de genegenheid van uwe goddelijke liefde in onze gemoederen, opdat wij 1, uit geheel ons hart, met woorden en werken beniinnen en nooit ophouden U te loven: die leel't en heerscht met God den Vader in de eenheid dos H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE VOOR DEN WOENSDAG.

TER EEEE VAN DE IIII. ENGELEN'.

Heer, ontferm L onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm 1 onzer. God Zoon. Verlosser der wereld, ontferm 1 onzer. God, H. Geest, ontferm l onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm l onzer. ?1. Maria, bid voor ons. cf

H. Moeder Gods, ^

H. Maagd der maagden, 5

H. Michaël, die altijd do beschermer van o Gods volk geweest zijt, quot;

ocr page 117

109

H. Michael, die Licifer en zijnen wederspan-nig'en aanhang lit den hemel verdreven hebt, H. Michaël, die den betiehter onzer broeders ia den afgrond der helle geworpen hebt, H. Gabriel, die aan Daniël een goddelijk

gezicht vertoond hebt,

H. Gabriël, die a.m Zacharias de geboorte en bediening van zijnenzoon Joannes voorzegd hebt,

H, Gabriël, die van God tot Maria in Nazareth, om de Mensehwording des Woords aan te kondigen, gezonden zijt,

H. Rafael, die den jongen Tobias op zijne

reize zoo getrouwelijk geleid hebt, H. Kafaël, die van Sara den duivel verdreven hebt,

H. Rafaël, die aan den ouden Tobias het

gezicht hebt wedergegeven,

H. Engelen,

Die aan Gods hoogen en verhevenen troon staat.

Die God gedurig: Heilig! Heilig! Heilig! toezingt.

Die de duisternissen verdrijvende, ons verstand verlicht.

Die de goddelijke dingen aan de meuseheu bekend maakt.

ocr page 118

110

Die van God tot bewaarders der mensehen gesteld zijt,

Die altijd ziet liet aanschijn des Vaders,

die in de hemelen is,

Die u verheugd over een zondaar, die boetvaardigheid doet.

Die het volk van Sodoma met blindheid

geslagen hebt.

Die Loth uit Sodoma uit het midden der

goddeloozen geleid hebt,

Die langs de ladder van Jacob op- en ai-

geklommen zijt.

Die op den berg Sinaï aanMozes Gods wet

beschikt hebt.

Die aan de herders de geboorte van Christus

verkondigd hebt.

Die Christus in de woestijn gediend hebt. Die Lazarus in den schoot van Abraham

gedragen hebt,

Die in witte kleederen aan het graf van

Cliistus gezeten hebt,

Die aan de apostelen verschenen zijt, toen

Christus ten hemel opklom,

Die Christus, als Hij zal komen om te oord celen met den standaard des krnises zult voorgaan, Die op het einde der een wen de uitverkorenen zult bijeenvergaderen.

ocr page 119

Ill

Die rle boozen van de rechtvaardigen zult scheiden,

Die aan God de gebeden van die Hem bidden

opdraagt,

Die de stervenden bijstaat.

Die door Gods kracht wonderen werkt, Die afgezonden wordt ten dienste dergenen, — die de erfenis der zaligheid zullen bekomen. quot;quot;

-rj

Die tot beschermers van keizer-, koninkrijken g en landen gesteld zijt, 0'

Die de legers der vijanden menigmaal ver- m

strooid hebt.

Die Gods dienaars menigmaal uit de kerkers

en andere gevaren verlost hebt,

Die de martelaars in hunne folteringen

menigmaal vertroost hebt.

Alle heilige Orden der zalige Geesten,

Van alle gevaren, verlos ons. Heer, door uwe

heilige Engelen,

Van alle ketterijen en scheuringen, verlos ons,

lieer, door uwe heilige Engelen,

Van pest, oorlog en hongersnood, verlos ons, Heer,

door uwe heilige Engelen,

Van een haastigen en onvoorzienen dood, verlos

ons, Heer, door uwe heilige Engelen, Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.

Door uwe heilige Engelen, wij bidden U, verhoor ons.

ocr page 120

112

Dat fi'ij ons wilt sparen, wij bidden U verhoor ons.

Dat Gij ons wilt genadig zijn, wij bidden U, verhoor ous.

Dat Gij ons onze zonden wilt vergeven wij bidden quot;ü, verhoor ons.

Dat Gij uwe heilige Kerk wilt besturen en bewaren, wij bidden U verhoor ons.

Dat Gij aan de Christen koningen en vorsten vrede en eendracht wilt vorleenen. wij bidden ü verhoor ons.

Dat Gij de vruchten der aarde wilt geven en bewaren, wij bidden U. verhoor ons.

Dat Gij aan alle overledene geloovigen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm I onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

LAAT OXS BIDDEN.

O God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid uwe heilige Engelen tot onze bewaring

gewaardigt te zenden, verleen ons op ons smeeken.

ocr page 121

] 13

dat wij door hunne hulp altijd beschermd worden, en hun gezelschap eeuwiglijk mogen genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE VOOR DEN DONDERDAG,

TOÏ JESUS IN HET ALLERHEILIGSTE SAKEAMENT.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons,

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon Verlosser der wereld.

God, H. Oeest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Levend Brood, dat uit den hemel gedaald zijt, § Eeuwig Woord Gods, mensch geworden en 5° onder ons wonende, ö

Verborgen God, schuilende onder zienlijke ge- ^ daanten, §

Wonderbaar geheim van ons geloof, £$

Zeer hoogwaardig en levendmakend Sakrament, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde. Geestelijke spijs onzer ziel,

ocr page 122

11

Krachtig voedsel, door hetwelk wij in deugden opgroeien,

Allerkrachtigst hulpmiddel, waardoor onze verlorene krachten en genaden hernieuwd worden. Sterk schild tegen alle bekoringen.

Geestelijk hulpmiddel voor alle zonden en krankheden,

Onuitspreekbare schat van genaden, H. Sakrament, door hetwelk de Geest van Jesus

ons medegedeeld wordt.

Lam zonder vlek,

Goede Herder, die uw leven voor uwe schapen

gegeven hebt.

Goedhartige Vader, die uwe kinderen spijst

met uw heilig Lichaam en Bloed, Opperpriester, die U zei ven dagelijks in de offerande der Mis opdraagt aan uwen hemelschen Vader,

Goddelijke offerande, door welker opdracht wij dagelijks belijden, dat wij U in alles willen onderdanig zijn.

Waardige offerande, waardoor wij God voor

al zijne weldaden bedanken,

Welbehagelijke offerande, waardoor wij Gods genade verzoeken en overvloediglijk verkrijgen. Offerande van verzoening voor levenden en dooden.

ocr page 123

115

Allerheiligste gedachtenis van het lijden des

Heeren, ontferm U onzer.

Teerspijs en versterking dergenen die in den

Heer sterven, ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons. Heer,

Wees genadig, verhoor ons, Heer.

Yan de begeerlijkheid der oogen, verlos ons, Heer, Van de begeerlijkheid des vleesehes.

Van de hoovaardij des levens.

Van het onwaardig nuttigen van uw Lichaam en Bloed,

Van alle ketterij, dwaling en ongeloovigheid S des harten, §

Van alle oneerbiedigheid en misbruik van dit ^ heilig Sakrament, g

Vim alle krankheden en zonden, die de vruchten quot; van dit heilig Sakrament verminderen en beletten.

Door de onschatbare liefde, waarmede Gij dit

heilig Sakrament hebt ingesteld.

Door de onuitsprekelijke liefde en goedheid, waarmede Gij ons tot het nuttigen van uw heilig Lichaam en Bloed opwekt,

Door uw dierbaar Bloed, dat Gij ons op het

altaar hebt nagelaten.

Wij zondaars, wij bidden U verboor ons. Dat het U believe, het geloof, den eerbied en

ocr page 124

116

de begeerte tot dit wonderbaar Sakrament in ons te vermeerderen en te bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat bet U believe, ons, door eene ware belijdenis onzer zonden, tot bet dikwijls nuttigen de/.er geestelijke spijs te bereiden,

Dat het U believe, ons mildelijk deelachtig te maken aan al de geestelijke vruchten van dit g-heilig Sakrament,

• ei

Dat wij door het nnttigen van uw heilig Lichaam-

en Bloed mogen blijven in U en Gij in ons, a Dat wij U mogen navolgen in ootmoedigheid, oquot; zachtmoedigheid en in alle andere deugden, quot; Dat wij, alle boosheid en wereldsche genegen- g heden verlatende, altijd in matigheid, rechtvaardigheid en godsvrucht mogen leven. Dat het U believe, ons in het uur des doods met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dut wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm L: onzer.

Cristus, hoor ons.

Christus, verhoor ons,

ocr page 125

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Heer, verboor mijn gebed.

En mijn geroep koine tot U.

LA.AT ONS BIDDEN.

O God die, on-s onder dit wonderbaar Sakrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten; wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Rloed zóó eerbiedig eeren, dat wij de vrucht van uwe verlossing gedurig in ons mogen gevoelen, die met den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht. God, in alle eeuwen dor eeuwen, Amen.

LITANIE VOOR DEN VRIJDAG.

OP HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CIIIUSTUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm Ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon Verlosser der wereld, 3

«t-

God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God, SL

Jesus, die, nadat Gij den lofzang gezegd hebt, = uitgegaan zijt naar den Olijfberg om te bidden, |

ocr page 126

118

Jesus, die door de levendige voorstelling- van mv lijden benauwd, bedroefd en zeer beangst werdt, Jesns, die, tot het lijden bereidvaardig U aan den wil van uwen hemelschen Vader onderworpen hebt,

Jesus, die in uw gebed ter aarde gevallen zijt, Jesus, die in uwen doodstrijd water en bloed

■/weetende, door eenen Engel versterkt zijt, Jesus, die aan don verrader Judas den kus niet

geweigerd hebt,

Jesus, die U zeiven vrijwillig in de handen der zondaars overgeleverd hebt,

Jesus, die van uwe leerlingen verlaten werdt, g Jesus, die wreedelijk gebonden, tot Annas en

Caïphas gebracht zijt, B

Jesus, die van eenen dienaar een kaakslag

ontvangen hebt, g

Jesus, die door valsehe getuigen beschuldigd zijt, ® Jesus, die, getuigenis der waarheid gevende, als

een godslasteraar ter dood verwezen zijt,

Jesus, die Petrus, toen hij U verloochend had, wederom genadiglijk aangezien en bekeerd hebt, Jesus, wiens aangezicht bespuwd en met vuisten geslagen is,

Jesus, die gebonden voor Pilatus gebracht zijt, Jesus, die tot koning Herodes gezonden en van hem en zijn volk bespot zijt.

ocr page 127

119

■Tosijs, die achter Bnrabbas gesteld zijt,

Jesus, die wreedelijk gegeeseld zijt,

Jesus, die met doornen gekroond zijt,

Jesns, die, uit spot met een purperen mantel

omhangen zijt,

Jesns, wien een riet tot schepter in de hand

gegeven werd,

Jesns, die met een groot geroep tot den kruisdood veroordeeld werdt,

Jesns, die van Pilatus, schoon hij uwe onschuld 0 erkende, aan de Joden overgeleverd zijt, om S gekruist te worden, g

Jesns, die, met n\v kruis beladen, naar den

berg Calvarië gegaan zijt, 0

Jesus, die door Simon van ('vrene in het dragen S

« O

van uw kruis geholpen zijt,

Jesns, die de vrouwen, als zij over U weenden, geboodt, dat zij over zich zeiven en hare kinderen zouden weenen,

Jesns, wien men wijn, met gal gemengd, heeft

te drinken gegeven,

Jesns, die tusschen twee moordenaars aan het

kruis gehangen hebt,

Jesns, wiens kleederen de soldaten gedeeld hebben Jesns, die, aan het kruis hangende, voor hen die U lasterden en kruisten uwen Vader gebeden hebt, Jesns, die den boetvaardiaen zondaar in srenade

ocr page 128

] 20

ontvangen en hem het Paradijs beloofd hebt, Jcsus, die uwe Moeder aan den heiligen Joannes

bevolen hebt,

Jesns, die aan het kruis geroepen hebt: Mijn God!

mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten? Jesus, die aan het kruis dorst hebbende, met 0 edik gelaafd zijt, 5,

Jesus, die al wat van U geschreven was vol- g bracht hebt, ^

Jesns, die stervende uwen geest in de handen 0 mvs Vaders bevolen hebt, g

Jesns, dis, uw hoofd buigende en met luiderquot;

stemme roepende, den geest gegeven hebt, Jesns, door w7iens dood de honderdman en

velen van het volk bekeerd zijn,

Jesns, wiens zijde met eene lans doorstoken is, Jesus, uit wiens zijde water en bloed gevloeid is, Jesns, die van het kruis afgenomen, in een zuiver kleed gewonden en in een nieuw graf gelegd zijt. Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees, genadig, verhoor ons, Jesus.

Van alle kwaad, verlos ons Jesus.

Van alle zonden, ®

Van een haastigen dood, °

Door uwen doodstrijd en uw bloedig zweet, g Door' uwe geledene kaakslagen en seeselinfr, oT1

O O O J/J

Door uwe doornen kroon, S

ocr page 129

121

Door uw kruis en lijden, ®

Door uwen dorst, uwe tranen en uwe naaktheid, ^ Door uwe allerheiligste Vijf Wonden, S

Door uwen dood en uwe begrafenis, S

Wij, zondaars, wij bidden TT, verhoor ons. 'P Dat Gij ons de vruchten van uw lijdon wilt mededeelen,

Dat wij eenegroote genegenheid mogen hebben, om uw lijden en uwen dood dikwijls met dankbaarheid te overdenken.

Dat wij do dwaasheid van het kruis hooger

achten dan ;ille wetenschap der wereld. Dat wij, eens gereinigd zijnde van de doodelijke^. werken. U, o Zoon Gods, niet wederom krui-sigen, en ü dus opnieuw ten spot en schande g; stellen, ==

Dat wij ons betrouwen altijd stellen op uw lijden c) en kruis, waardoor wij de zaligheid, het leven lt; en de verlossing bekomen hebben, 3-

Dat wij aan de liefde, die U voor ons toen S wij zondaars waren, heeft doen sterven, met 2 dankbaarheid mogen beantwoorden, ■quot;

Dat wij het voorbeeld van uw lijden, dat Gij ons hebt nagelaten, altijd zóó voor oogen hebben, dnt wij uwe voetstappen drukken, Dat wij dagelijks ons kruis opnemen en U navolgen,

ocr page 130

122

Dat wij, iiaar mv voorbeeld, als wij Gescholden worden, niet wederschelden, als wij lijden, niet dreigen, maar onze zaak overgeven aan U, die rechtvaardig oordeelt.

Dat de wereld aan ons gekruist zij, en wij

aan de wereld,

Dat wij het vleesch met zijne driften en begeerlijkheden kruisigen.

Dat het verre van ons zij, in iets anders te roemen, dan in het kruis van onzen lieert: Jesus Christus,

Dat wij in al onze benauwdheden en in allen ^ nood ons tot IT keeren, en in uwe heilige quot; Wonden onzen troost mogen vinden,

Dat wij in uw Bloed van nlle zouden mogen g gereinigd woorden, Ëf

Tgt; .... 0

Dat uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar en ^ schrikkelijk de zonde is, om welke Gij een = zoo bitteren dood gestorven zijt.

Dat wij door do kracht van uw kruis den duivel,

de wereld en het vleesch overwinnen.

Dat nis uw lijden in ons overvloedig is, ('an ook uwe vertroostingen in ons, door U, overvloedig mogen zijn,

Dat wij, dagelijks gedenkende, dat Gij voor ons gestorven zijt, in wederliefde ontstoken worden, om niet voor ons zeiven maar voor nv/e

ocr page 131

123

dienst te leven, wij bidden U, verhoor ons. Dut Gij ons in het uur van onzen dood door uwen kruisdood wilt vertroosten, wij bidden U verh.ons. Dnt Gij ons door uw kruis in uwe glorie wilt brengen, wij bidden l , verhoor ons Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer, Jesus.

Heer, ontferm U om;er.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

(Jnzc Vader; enz.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen, en deu dood des kruises doen lijden, opdat de mensch het voorbeeld van zijne ootmoedigheid zou navolgen; geef genadiglijk, dat wij leven naar de lessen zijner leidzaamheid, en deel verkrijgen in zijne Verrijzenis, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen,

ocr page 132

LITANIE VOOR DEN ZATERDAG.

TER EERE DER ALLERHEILIGSTE MAAGD MAlllA.

Heer, ontferm L7 onzer.

Cliristus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm TJ onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsclie Vader, ontferm l' onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke genade.

Allerreinste Moeder, St

Allerzuiverste Moeder, ~

Ongesehondene Moeder, o

Onbevlekte Moeder, o

Beminnelijke Moeder, V

Wonderbare Moeder,

Moeder des Seheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

ocr page 133

125

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maf gd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid. Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat.

Eerwaardig vat.

Uitmuntend vat van godsvrucht.

Geheimzinnige roos.

Toren van David,

Ivoren huis.

Gulden huis,

Ark des verbonds.

Deur des hemels.

Morgenster,

Behoud der kranken.

Toevlucht der zondaars.

Troosteres der bedrukten,

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Aartsvaderen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaars,

Koningin der Belijders,

ocr page 134

12(5

Koningin der Maagden

Koningin van alle Heiligen, g

Koningin, zonder vlek ontvangen, °

Koningin van den allerh. rozenkrans, =*

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm L1 onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onze Vader; enz.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jesus, die stervende al uwe leerlingen, in den persoon des H. Joannes, als zonen aan uwe beminnelijke Moeder hebt aanbevolen, wrij bidden Ü, geef ons een kinderlijk hart, om haar, geheel ons leven lang, oprechtelijk te eeren, te beminnen en te dienen opdat wij door hare voorspraak eens tot het geluk mogen komen van TJ met haar eeuwiglijk te aanschouwen. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle

ocr page 135

137

gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze vrouw, ouze middelares, onze voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.

Bid voor ons H. Moeder Gods Opdat wij waardig worden do beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

Stort, Heer, uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Mensch-wordingvan Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden enkrnistot de glorie der Verrijzenis mogen komen. Dooi denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE

DEK ZEVEN DllOEFHEDEN VAN MA UIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm T; onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God. ontferm U onzer.

Die]) bedroefde Moeder, bid voor ons.

ocr page 136

128

Die te Bethlehem in cle herberg geene plaats

hebt gevonden,

Die in eenen stal uw verblijf hebt moeten nemen, Die uwen eerstgeboren Zoon in eene kribbe

hebt neergelegd,

Die de besnijdenis uws Zoons in uw moederhart

hebt gevoeld.

Die gehoord hebt, dat uw Zoon tot een teeken gesteld was, hetwelk velen zouden tegenspreken. Die van den grijzen Simeon vernomen hebt, dat uw hurt met een zwaard zou doorgriefd worden. Die met uwen Zoon behoeftig naar Egypte

zijt gevlucht.

Die den moord der Onnoozele kinderen hebt beweend.

Die uwen verloren Zoon drie dagen gezocht,

en in den Tempel weergevonden hebt. Die treurdet over den haat en nijd dor Joden

tegen uwen Zoon,

Die, na het laatste Avondmaal, van uwen Zoon

een droevig afscheid hebt genomen, Die uwen Zoon door Judas verraden, en door

de Joden gevangen genomen zaagt, Die vernomen hebt, dat uw Zoon als een misdadiger aan den Hoogepriester overgeleverd was. Die gehoord hebt, dat uw Zoon valschelijk was aangeklaagdj

ocr page 137

U'J

Die uwen Zoon door de Joden hebt hooren

ter dood eischen,

Die het gezegend iiiingezicht uws Zoons met

vreeselijke vuistslagen hebt zien schenden, Die uwen Zoon doo:- Joden en krijgsknechten

wreedelijk zaagt mishandelen,

Die Barabbas boven uwen Zoon zaagt kiezen, Die uwen Zoon gegeeseld en met doornen gekroond hebt aanschouwd.

Die het onrechtvaardigst vonnis tegen uwen Zoon hebt hooren uitspreken.

Die uwen met het knns beladen Zoon te ajemoet Bquot;.

amp;-

zijt gegaan, ^

Die, de gezegende handen en voeten van uwen § lieven Zoon met folterende nagelen hebt zien o doorboren, y

Die de laatste woorden uws Zoons van 't kruis

hebt opgevangen.

Die uwen Zoon in den doodstrij d zijt bijgebleven, Die het lichaam van uwen Zoon in uwen moederlijken schoot ontvangen hebt.

Die van het graf uws Zoons, diep bedroefd,

naar huis zijt wedergekeerd,

O spiegel aller bedroefden,

O bijstand der krankeu,

O steun der kleinmoedigen,

O toevlucht der zondaren.

ocr page 138

130

O Koningin der Martelaren, bid voor ons.

Door het bitter lijden en den dood van uwen Zoon,

bevrijd ons. Koningin der Martelaren,

Door de folteringen van uw hart, g-

Door uwe overgroote droefenis en zielesmart,^; Door uw mateloos zielelijden.

Door uw zuchten en geween, §

Door uwe moederlijke meewarigheid,

Door uwe vermogende bescherming, §

Van overmatige droefheid,

Van kleinmoedigheid, ~

Van alle gelegenheid en gevaar van te zondigen, ^ Van de listen des duivels, g

Van versteendheid des harten, É2

Van onboetvaardigheid, 5-

Vnn een onvoorzienen dood, 2

Van de eeuwige verdoemenis.

Wij, zondaren, wij bidden u verhoor ons.

Dat gij ons in het ware geloof, in eene vaste^; hoop en in eene brandende liefde, door uwe cr voorbede, wilt bewaren, Bl

Dat gij ons bij uwen Zoon eene volmaakte -droefenis en een oprecht berouw over onze-'quot; zonden wilt verwerven, 2

Dat gij ons, die u aanroepen, steeds troost en cf hulp wilt verleenen, ^

Dat gij ons in het uur des doods wïlt bijstaan, 5

ocr page 139

131

Dat lt;rij ons een gelukkig levenseinde wilt

verwerven, wij bidden u, verhoor ons.

Moeder Gods, wij bidden u, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Cristus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm Lr onzer.

Onze Vader, enz. TFees yeyroet, enz.

In alle bekommernis, angst en nood.

Kom gij ons te hulp, allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria,

GEHEI).

Verleen ons genadig, o Heer .lesus Christus, det de H. Maagd en Moeder Gods Maria, bij uwe goddelijke Majesteit in het uur onzes doods eens vriendelijke voorspreekster moge wezen; zij, wier allerheiligste ziel in het uur uws lijdens met het zwaard der droefheid is doorgriefd; door U Jesus Christus, Verlosser der wereld, die met den Vader en

ocr page 140

den H. Geest leeft en regeert, in alle eenwen der eeuwen. Amen.

LITANIE VAN DEN H. JOSEF.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

H. Josef,

Bruidegom van Maria, _

Voedstervader van Jesus, £

Man naar Gods hart, o

Getrouwe en wijze dienaar, ^

Bewaarder der zuiverheid van Maria, s

C/5

Medehulp van Maria,

Die om Maria met bijzondere genade begunstigd zijt,

O gij zoo zuiver in maagdelijkheid.

Gij zoo diep in ootmoedigheid.

ocr page 141

133

Gij zoo vurig in liefde.

Gij zoo hoog in beschouwing,

Die door den Heiligen Geest zeiven rechtvaardig

zijt verklaard.

Die in de goddelijke verborgenheden boven

anderen verlicht zijt geweest,

Die door den Engel in het geheim der Mensch-

wording onderwezen zijt.

Die met Maria, uwe bruid, welke bevrucht was

naar Bethlehem gereisd zijt.

Die, in de herberg geene plaats vindende, in

een stal zijt gaan vernachten,

Die waardig geacht zijt, bij Christus te wezen, toen Hij bij zijne geboorte in eene brib gelegd werd, Die, toen Christus besneden werd, zijnen naam

.lesus genoemd hebt,

Die met Maria het Kind .lesus in den tempel

hebt opgedragen,

Die. op het woord van den Engel, met Jesus

en Maria nnar Egypte gevlucht zijt,

Die na Herodes dood, met het Kind en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd, Die, toen het Kind Jesus te Jerusalem gebleven was. Het vol droefheid met Maria zijne Moeder, gezocht hebt.

Die Hem, zittende in het midden der leeraren, na drie dagen met blijdschap gevonden hebt.

ocr page 142

134

Aan wien de Heer der heeren op aarde is

onderdanig geweest, bid voor ons.

Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt,

bid voor ons.

Man vim Maria, uit welke Jesns geboren is,

bid voor ons.

Patroon der H. Kerk, bid voor ons. On/.e voorspreker, hoor ons, H. Josef.

Onze beschermer, verhoor ons, H. Josef, In onzen nood, help ons, H. Josef.

In al onze benauwdheden. c

en

In het nnr van onzen dood, quot;5quot;

Door uw allerheiligste trouw, 2

Door uwe vaderlijke zorg en teederheid.

Door al uw arbeid en zwoegen.

Door al uwe deugden, g*

Door al uwe verdiensten,

W ij, die u als beschermer aanroepen, wij bidden

u, verhoor ons. JS.

Dat gij Jesus wilt bidden, om vergiffenis onzer St zonden te verkrijgen 5^

Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft ^ aan te bevelen,

•lt;

Dat gij voor alle maagden en ongehuwden de ^ gaaf van zuiverheid gelieft te verwerven, § Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte _ getrouwheid en heilige eendracht wilt verkrijgen 5

ocr page 143

] S 5

Dat sij voor nlle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming wilt verwerven.

Dat gij de vaders der huisgezinnen in het'-gj Cliistelijk opvoeden hunner kinderen wilt be- 51 hulpzaam zijn, 2

Dat gij alle vergaderingen, die u bijzonderlijk ■? zijn toegedaan, wilt begunstigen, SS

Dut gij allen die op uwe hulp betrouwen, altijd | en overal, wilt beschermen,

^ a

Dat gij alle geloovigen en de gansehe H. Kerk door uwe voorbede wilt helpen.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm IJ onzer.

Jesus Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm \ onzer.

Christus ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader; enz.

Bid voor ons, H. .Tosef.

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

ocr page 144

136

LAAT ONS BIDDEN.

Wij bidden U, Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, wat wij door ons zelve niet kunnen verkrijgen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJZONDERE GEBEDEN TOT DEN H. JOSEF.

VÓütt DE VERKIEZING VAN EEN STAAT.

O glorierijke en Heilige Josef, Bruidegom der allerheiligste Maagd en Moeder Gods, voedstervader van den Heer der heerlijkheid, ik bid n ootmoediglijk, dat gij door uwe voorspraak de verlichting mijns verstands wilt verwerven, opdat ik eenen staat moge kiezen, waarin ik mijne roeping opvolge, mijnen God en Zaligmaker ver-heerlijke, mijnen evenmensch stichte en mijne zaligheid bevordere. Verwerf mij de genade van dit aardsohe leven zoo heilig door te brengen, dat ik verdienen moge, in uw gezelschap God eeuwiglijk te verheerlijken. Amen.

ocr page 145

137

GEBED SA HET VERKIEZEN VAN DEN ONGEHUWDEN STAAT.

Maagdelijke echtganoot der maagdelijke Moeder van het Lam Gods, met ootmoedig vertrouwen oj) den bijstand van Hem die gezegd heeft; „mijne genade is n tot alles genoegquot;, heb ik mij voorgenomen, de roeping, die ik tot den uiaagdelijken staat gevoelde, op te volgen; ondersteun mij bestendig door uwe gebeden, gij, die de bijzondere voorspraak der maagden zijt. Verwerf mij de genade, dien heiligen staat zuiver en heilig te beleven; opdat ik aan mijne gelofte (of aan mijn voornemen) tot aan mijnen dood toe getrouw blijve, en, na dit aardsche leven in onbesmette zuiverheid te hebben doorgebracht, in de eeuwige heerlijkheid het Lam moge volgen, waar Het ook ga. Amen.

GEBED EENS HUISVADERS AAN DEN II. JOSEF.

Heilig hoofd van het allerheiligste Huisgezin, ik bik u ootmoedig, dat gij mij door uwe voorspraak de noodige wijsheid en voorzichtigheid wilt verwerven om mijn huisgezin Christelijk te besturen, door arbeidzaamheid, godsvrucht en getrouwheid in al mijne plichten, een voorbeeld te wezen voor allen die aan mijn bestuur zijn toevertrouwd; opdat ikGod, inal de betrekkingen, w aarin zijne voorzienigheid mij op aarde geplaatst heeft, getrouwelijk

ocr page 146

138

dienen en in het ^elukzaliac leven eeuwig in uw gezelschap verheerlijken moge. Amen.

LITANIE.

VAM DE H. IIOEDEU ANNA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm l onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon Verlosser der wereld, ontfermU onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

H. Anna, cr

Moeder der H. Moeder Gods,

lt;J

Grootmoeder des Zaligmakers, g

Wortel van Jesse.

o

Vruchtbare boom, S

Vruchtdragende roede,

Van koninklijke afkomst.

Vreugd der Engelen,

Dochter des Aartsvaders,

ocr page 147

139

Eoem der Profeten,

Glorie van alle Heiligen, Vruchtbare wolk.

Lichtende wolk.

Heldere wolk.

Vut vol genade.

Spiegel van gehoorzaamheid, Spiegel van geduld,

Spiegel van barmhartigheid. Spiegel van godsvrucht. Bolwerk dor Kerk, Toevlucht der zondaren,

lt;

5 -i

c

Hulp der Christenen, Bevrijding der gevangenen. Vertroosting der gehuwden.

Moeder der weduwen.

Leidsvrouw der maagden,

Veilige haven der reizigers.

Weg der vreemdelingen.

Genezing der zieken.

Gezondheid der kwijnenden.

Licht der blinden.

Tong der stommen.

Oor der dooven.

Vertroosting der bedrukten,

H. Anna, hulp van allen, die u aanroepen wees onze voorspraak.

ocr page 148

14(1

v. De Heer hoeft de H. Anna bemind. a. En hij heeft hare schoonheid liefgehad.

gebed.

Almachtige en eeuwige God, die de H. Anna verkoren hebt om de moeder te wezen van haar, die uwen éénigen Zoon gebaard heeft; vergun ons, dat wij, door een waren eerbied hare gedachtenis vereerende, door hare verdiensten en voorspraak, tot de glorie des eeuwigen levens uiogeu toegelaten worden. Door Jesus Christus, onzen Heer.

gebed eenek huismoeder tot de It. anna.

Heilige moeder der Moeder onzes Heeren gij, die de leidsvrouw waart van de jeugd der allerheiligste Maagd, die, door uw voorbeeld en door uwe lessen, haar do volmaakste ootmoedigheid en andere deugden beminnelijk gemaakt en ingeprent hebt: o, verwerf mij door uwe voorspraak de genade, van ook eeue wijze en godvruchtige leidsvrouw mijner kinderen to wezen; opdat ik hen alb Christelijke deugden en vooral de ootmoedigheid moge leeren beminnen eu beoefenen. Verwerf mij, door uwe gebeden, do verhooring mijner gebrekkige smeekingen voor de vorming mijner kinderen, opdat zij, in dit leven, uwen en onzen God en Zaligmaker getrouwelijk dienen en Hem in uw

ocr page 149

141

gezelschap eeuwig aanschouwen, beminnen en verheerlijken mogen. Amen.

GEBED EENEll WEDUWE TOÏ DE H. ANNA.

Heilige moeder der weduwen, ik bid u ootmoedig, dat gij mij door uwe gebeden in mijnen weduwestaat wilt ondersteunen; verwerf mij de noodige genade, om dien staat heilig te beleven, om mijne begeerten van de aarde en het aardsche af te trekken; opdat ik waarlijk weduwe ziju moge. Wees mijne voorspraak bij Hem, die de beschermer der weduwen is, en wiens voorzienigheid de zorg des besten echtgenoots oneindig ver te boven gaat. Op deze voorzienigheid wil ik mijn vertrouwen stellen in alles vat mijne tijdelijke nooddruft betreft; onbekommerd voor de toekomst, wil ik alle Christelijke deugden beoefenen, en mij uw heilig voorbeeld ten regel stellen. O bid voor mij, opdat ik. bij dit besluit ten einde toe volhardende, na dit kortstondig en kommervol leven, met u en alle Heiligen, de eeuwige vreugde genieten moge. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

ocr page 150

142.

DE ZEVEN BOETPSALMEN.

TOT HEILZAAM GEBRUIK VOOR EN NA DE BIECHT.

I. BOETPSALM.

Ps. VI. Ootmoedig gebed van een zondaar die Gods oordeel vreest.

Heer, straf mij niet in uwe verbolgenheid, en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Ontferm U mijner. Heer, want mijne gebeenten zijn ontsteld.

En mijne ziel is zeer ontroerd, maar Gij Heer, tot hoe lang?

Keer U tot mij, o Heer, en red mijne ziel; maak mij zalig om uwe barmhartigheid.

Want in den dood is er niemand die U gedachtig is, en wie zal in de hel U loven?

Ik ben vermoeid van al mijn zuchten; ik zal alle nachten mijn bed wasschen (door mijn geween), met mijne tranen zal ik mijne legerstede besproeien.

Mijn oog is van de verbolgenheid ontroerd; ik ben verouderd onder al mijne vijanden.

W ijkt weg van mij, gij allen die boosheid pleegt, want de Heer heeft de stem van mijn weenen verhoord.

Ja de Heer heeft mijne smeeking verhoord, de Heer heeft mijn gebed iiangenomen.

Dat al mijne vijanden beschaamden zeer ontsteld

ocr page 151

14-3

worden; dat zij zich zeer haastig bekeeren, en beschaamd worden.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in den. beginne, en nu, en altijd, cn in de eenwen der eeuwen. Amen.

II. BOETPSALM.

Ps. XXXI Zaliy lot des boetvaardujen, ramjjzaiigheid van den verstoleten zondaar.

Zulig zij, wier misdaden vergeven en wier zonden bedekt zijn.

Znlig de man, wien de Heer de zonde niet heeft toegerekend, en in wiens geest geen bedrog is.

Omdat ik zweeg, zijn mijne gebeenten verouderd, terwijl ik don ganschen dag luide riep.

Want dag en nacht is uwe hand op mij verzwaard; in mijne ellende heb ik mij tot U gekeerd, terwijl ik met doornen doorstoken werd.

Mijn misdrijf heb ik U bekend gemaakt, en mijne ongerechtigheid niet verborgen.

Ik sprak; Ik zal tegen mij aan den Heer mijne ongerechtigheid belijden, en Gij hebt do boosheid mijner zonde vergeven.

Daarvoor zullen alle Heilige tot U bidden, ten bekwamen tijde.

Voorwaar, bij den zondvloed van velen wateren.

ocr page 152

144

zullen zij tot hem niet genaken.

Gij zijt mijne toevlucht in de verdrukking, die mij omgeeft; Gij, mijne blijdschap, verlos mij van degenen die mij omringen.

Ik zal u verstand geven, en onderrichten op dien weg, dien gij bewandelen zult; Ik zal mijne oogen op u gevestigd houden.

Wilt niet worden als een paard of muilezel, die geen verstand hebben.

Bedwing met breidel en toom de kinnebakken van hen, die tot U niet naderen.

Vele zijn de geesels des zondaars, maar hem die op den Heer hoopt, zal barmhartigheid omgeven.

Verblijdt uin den Heer en juicht, rechtvaardigen, en roemt gij allen die oprecht van harte zijt.

Glorie zij den Vader, enz.

III. BOETPSALM,

Ps. XXXVII. Lijden des zovdernrs en rouwmoedige onderwerping.

Heer, straf mij niet in uwe verbolgenheid en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Want uwe schichten steken reeds in mij, en Gij hebt uwe hand zwaar over mij uitgestrekt.

Er is niets gezonds aan mijn vleesch uithoofde van uwe gramschap, er is geen vrede in mijn gebeente, uit hoofde van mijne zonden,

ocr page 153

145

Want ik ben tot over mijn hoofd in misdaden verzonken, en als een zware last honden zij mij ter neder gedrukt.

Mijne wonden zijn vol bederf en ongeneesbaar geworden, uit hoofde van mijne dwaasheid.

Ik ben ellendig geworden en diep ter aarde gekromd, den ganschen dag ging ik in droefheid heen.

Want verachting is mijn deel geworden, en in mijn vleesch is niets gezonds.

Ik ben verdrukt en bovenmate vernederd, en luide schrei ik van het gezucht mijns harten.

Heer, al mijn verlangen is voor uw oog, en mijn zuchten is voor L niet verborgen.

Mijn hart is ontroerd, mijne kracht heeft mij verlaten, en zelfs het licht mijner oogen, het is mij niet meer.

Mijne vrienden en naastbestaanden zijn vijandig mij genaderd, en stonden tegen mij.

En die nabij mij waren, stonden van verre, en geweld deden zij, die mijne ziel zochten.

En die kwaad tegen mij smeedden, spraken ijdel-heden, en bedrog beraamden zij den ganschen dag. Doch ik als een doove hoorde niet, en ik was als een stomme die zijn mond niet opent.

En ik ben geworden als een mensch, die niet hoort,'en die geene wederspraak in zijne mond heeft.

Want op U, Heer, heb ik gehoopt; Gij, Heer,

ocr page 154

146

mijn God, zult mij verhooren.

Want ik sprak: Laat mijne vijanden zich oens iiiet al te zeer over mij verheugen; zoo dikwerf toch mijne voeten wankelden, spraken zij trotschelijk over mij.

Want ik ben tot de geeselen bereid, en mijne smart is altijd voor mijn oog.

Want ik zal mijne ongerechtigheid verkondigen, en denken aan mijne zonden.

Maar mijne vijanden leven, en zijn machtig boven mij: en vermenigvuldigd zijn zij die mij onrechtvaardig haten.

Die kwaad voor goed vergelden, lasterden mij, wijl ik het goede volgde.

Verlaat mij niet, Heer, mijn God, en wijk Gij niet van mij.

Denk op mijne hulp, 'Heer, God mijns heils.

Glorie zij den Vader, enz.

IV BOETPSALM. Ps. L. Ootmoedige bede des boetvaardiyen zondaars om vergeving en geestelijke wedergeboorte.

Ontferm U mijner, o God, volgens uwe groote barmhartigheid;

En naar de menigte uwer ontfermingen delg mijne boosheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerech-

ocr page 155

147

tiglieid, en reinig mij van mijne zonden,

Want ik ken mijne ongerechtigheid, en mijne zonde is gestadig voor mij.

Tegen n alleen hsb ik gezondigd, en kwaad voor nwe oogen gedaan; opdat Gij gerachtvaardigd wordtin nwe woorden, en bij het oordeelcn verwint.

Want zie, in ongerechtigheden ben ik geboren, en in zonde heeft mijne moeder mij ontvangen.

Want zie. Gij hebt de waarheid bemind, en mij de onzekere en verborgen geheimen nwer wijsheid geopenbaard.

Gij zult mij besproeien met hyzop, en ik zal gezuiverd worden; Gij znlt mij wasschen, en ik zal witter worden dan sneenw.

Gij zult aan mijn gehoor vreugde en blijdschap geven, en mijne vernederde gebeenten zullen juichen.

Wend uw aangezicht af van mijne zonden, en delg al mijne ongerechtigheden uit.

Schep in mij eeu zuiver hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste den oprechten geest.

Verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uwen heiligen geest van mij niet weg.

Geef mij de vreugde mvs heils weder, en versterk mij met den verwinnenden geest.

Ik zal de ongerechtigen uwe wegen leeren en da goddeloozen zullen tot U bekeerd worden.

Bevrijd mij van de bloedschuld, o God, God

ocr page 156

148

mijns hoils, en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid verheflen.

Gij zult, Heer, mijne lippen openen, en miju mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt Gij een offer gewild, ik zou het U gegeven hebben; in brandoffers zult gij geen behagen vinden.

Een verbroken geest is een offer voor God; een vermorzeld en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Doe, Heer, naar uwen goeden wil, aan Sion wél, opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan zult Gij het offer der rechtvaardigheid aannemen, offeranden en brandoffers; dan zullen zij kalveren op uw altaar leggen.

Glorie zij den Vader, enz..

V BOETPSALM.

Ps. Cl. Bede om afwendig der straffen voor de zonden.

Heer, verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.

Keer uw aangezicht van mij niet af op wat dag ik verdrukt worde, neig uw oor tot mij.

Op wat dag ik U zal aanroepen, verhoor mij haastelijk.

Want mijne dagen zijn als een rook verdwenen.

ocr page 157

Ui)

en mijne gebeenten als een verdroogd hout verdord.

Ik ben verslagen als hooi, en mijn hart is verdord, wijl ik vergeten heb mijn brood te eten.

Van het geluid mijner zuchten, is mijn gebeente aan mijn vleesch gekleefd.

Ik bon gelijk geworden aan den pelikaan der woestijn; ik ben geworden als een nachtuil in het huis.

Ik heb gewaakt, en ben geworden als eene eenzame musch op het dak.

Den ganschen dag beschimpten mij mijne vijanden, en die mij prezen, zwoeren tegen mij.

Omdat ik asch als brood at, en mijnen drank met tranen mengde.

Uit hoofde van uwe gramschap en verontwaardiging, wijl Gij mij opgeheven en nedergeworpen hebt.

Mijne dagen zijn als eene schaduwe heengeweken, en ik, als hooi ben ik verdord.

Maar Gij, Heer, blijft in eeuwigheid, en uwe gedachtenis van geslachte tot geslacht.

Gij zult U verheftenen 1 over Sion ontfermen; want de tijd is daar, om U er over te ontfermen, die tijd is gekomen.

Want uwe dienaars hebben welbehagen in zijne steenen,en zijnen grond zullen zij zich aantrekken.

En dan zullen de volken uwen Naam vreezen. Heer, en alle koningen der aarde uwe glorie.

ocr page 158

150

Want de Heer heeft Sion opgebouwd, en Hij zal in zijne glorie gezien worden.

Mij heeft op het gebed der geringen nedergezien, en hunne smeeking niet versmaad.

Men schrijve dit voor liet volgende geslacht, en het volk dat geschapen zal worden, zal den Heer loven.

Want Hij heeft van zijn heiligen troon nedergezien, de Heer zag van den hemel op de aarde neder.

Om de zuchten der gevangenen te hooren, om do kinderen der verslagenen te verlossen.

Omdat zij den Naam des Heeren in Sion verkondigen, en zijnen lof in Jerusalem.

Als de volken te zamen komen, en de koningen om den Heer te dienen.

Hij heeft Hem op den weg zijner sterkte geantwoord: Verkondig mij het luttele mijner dagen.

Neem mij toeli niet weg in het midden mijner dagen; uwe jaren zijn van geslachte tot geslacht.

In den beginne bobt Gij, Heer de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken uwer handen.

Zij zullen vergaan, maar Gij blijft altoos; zij allen zullen als een kleed verouderen.

Gij zult ze veranderen als een dekgewaad en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt altoos dezelfde, eu uwe jaren zullen niet bezwijken.

He kinderen uwer dienaren zullen woonplaatsen

ocr page 159

151

hebben, en hnn zaad zaj zicli uitstrekken tot in eeuwigheid,

Glorie zij den Vader, enz.

TI. BOETPSALM,

Ps. CXX1X. Bede om vergiffenis der zonden.

Uit de diepte heb ik tot U geroepen Heer!— Heer. verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

Zoo Gij de ongerechtigheid wilt gadeslaan. Heer!-— Heer, wie xal dan bestaan?

Want bij Ü is verzoening, eu om Uwe wet. Heer, heb ik U verbeid.

Mijne ziel heeft op zijn woord verbeid, mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Hat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den naclit toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

Eu Hij zal Israël verlossen, uit al zijne ongerechtigheden.

Glorie zij den Vader, enz.

VII. BOETPSALM.

Ps. CXLII. Ernsiiy verlmujen om van helpad der zondeti terug te keeren..

Heer, verhoor mijn gebed, verneem mijne smee-

ocr page 160

153

king om uwe waarheid; verhoor mij in uwe rechtvaardigheid.

En treed niet in het gericht met uwen dienaar; want geen levend mensch zal voor, uw aanschijn gerechtvaardigd bevonden worden.

Want de vijand heeft mijne ziel vervolgd hij heeft mijn leven ter aarde toe vernederd.

Hij heeft mij in het duister gesteld, gelijk de dooden der aarde; mijn geest is over mij beangst, en mijn hart is ontroerd in mij.

Ik ben de oude dagen indachtig geweest, ik heb al uwe werken overdacht; ik overdacht wat uwe handen deden.

Ik heb mijne handen naar IJ uitgestrekt; mijne ziel is voor U als eene aarde zonder water.

Verhoor mij toch haastelijk. Heer, mijn geest is bezweken.

Keer uw aangezicht van mij niet af; opdat ik niet worde gelijk degenen, die in het graf dalen.

Laat mij vroeg uwe barmhartigheid vernemen, want op U heb ik gehoopt.

Maak mij den weg bekend, waarop ik wandelen moet, want tot U heb ik mijne ziel verheven.

Eed mij van mijne vijanden. Heer, tot U heb ik mijne toevlucht genomen; leer mij uwen wil doen, want Gij zijt mijn God,

I'w goede Geest zal mij op den rechten weg

ocr page 161

I 53

geleiden; om uwen Naam, Heer, zult Gij mij levend maken in uwe gereclitigheid.

Gij zult mijne ziel uit de verdrukking leiden, en in uwe barmhartigheid mijne vijanden verstrooien.

Gij zult ze a'len ten ondergang voeren, die mijne ziel kwellen, want ik ben uw dienaar. Glorie zij den Vader, tvs.

LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus verhoor ous.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm L onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons. ^

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden, o

H. Michael, °

H. Gabriel, |

H. Eaphaël,

Alle H.ll. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons. Alle H.ll. Koren der zalige Geesten, bidt voor ons. II. Joannnes de üooper, bid voor ons.

ocr page 162

154

H. Josef, bid voor ons.

Alle H.H. Aartsvaderen en Profeten, bidt voor ons.

li. Petrus, bid voor ons.

H. Paulus,

H. Andreas,

H. Jacobns,

H. Joannes,

H. Tliouiiis,

H. Jacobns, g-

H. Philippns, lt;

li. Eartholomaens, °

H. Matthaens, g

li. Simon. '

H. Tliaddaei is,

li. Mathias,

li. Barnabas,

li. Lucas,

li. Marcus,

Alle H.li. Apostelenen Kvangelisten, bidt voor ons.

Alle 11.11. Leerlingen des Heeren, bidt voor ons.

Alle II.H. Onnoozele Kinderen, bidt voor ons.

li. Stephanus, bid voor ons.

li. Laurentins, bid voor ons.

li. Vincentius, bid voor ons.

11.11. Fabianus en Sebastianus, bidt voor ons.

11.11. Joannes en Paulus, bidt voor ons.

li.li. ('osmas en Damianus, bidt voor ons.

ocr page 163

155

H.H. Gevvasiiis en Protasius, bidt voor ons.

Alle H.H. Martelaars, bidt voor ons. H. Silvester, bid voor ons.

H. Gregorius, ^

H. Ambrosius lt;

' O

H. Angustiims, 3_

H. Hieronymns, 2

H. Martinns,

H. Nicolans,

Alle H.H. Bissolioppen en Belijders, bidt voor ons. Alle H.H. Jjeeraars, bidt voor ons.

H. Antonins, bid voor ons.

H. Benedictns, 5-

H. Bernardns, g

H. Dominions, -■

O

H. Franciscns, g

Alle H. H. Priesters en Levieten, bidt voor ons. Alle H. H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons. 11. Maria Magdalena, bid voor ons.

H. Agatha, ^

H. Lucia, p-

H. Agues, 2

c O

H. Caeeilia, quot;1

H. Catliarina, 5

H. Anastasia,

AlleH.M. Maagden en Weduwen, bidt voor ons. Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons.

ocr page 164

150

Wees genadig, spaar ons Heer.

Wees genadig, verboor ons Heer.

Van alle kwaad, verlos ons Heer.

Van alle zonde,

Van uwe gramschap.

Van een haastigen en onvoorzienen dood,

Van de lagen des duivels,

Van gramschap, haat en allen kwaden wil.

Van den geest der onknischheid,

Van bliksem en onweder, ^

Van den geesel der aardbeving, S

Van pest, hongersnood en oorlog, p

Van den eeuwigen dood, wj

Door het geheim uwer mensehwording.

Door uwe komst.

Door uwe geboorte,

Door uw doopsel en heilig vasten.

Door uw kruis en lijden.

Door uw dood en begrafenis,

Door uwe heilige verrijzenis,

Door uwe wondervolle hemelvaart.

Door de komst van den H.Geest den Vertrooster,

In den dag des oordeels,

Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons wilt sparen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij onze misdaden wilt kwijtschelden, wij

bidden U, verhoor ons.

ocr page 165

Dat Gij U gewaardigt, ons tot eene ware boetvaardigheid te geleiden,

Dat Gij U gewaardigt, uwe H. Kerk te besturen

en te bewaren.

Dat Gij U gewaardigt, liet Apostolisch Oppergezag en alle kerkelijke Orden in den H. Godsdienst te bewaren,

Dat Gij U gewaardigt, de vijanden der H.Kerk

te vernederen, ^3.

Dat Gij D gewaardigt, den Christen koningen —

en vorsten vrede en ware een dracht te veiieenen Dat Gij U gewaardigt aan geheel het Christen = volk vrede en eenheid te schenken, 5^

Dat Gij U gewaardigt, ons in uwe heilige dienst lt; te versterken en te bewaren, 3-

Dat Gij onze gemoederen tot Hemelsche be- °

geerten wilt opwekken, §

.. . 73 Dat Gij U gewaardigt, al onze weldoeners met'

de eeuwige goederen te vergelden.

Dat Gij TJ gewaardigt, onze zielen en de zielen van onze broeders, nabestaanden en weldoeners voor de eeuwige verdoemenis te behoeden. Dat Gij U gewaardigt, de vruchten der aarde

te geven en te bewaren,

Dat Gij U gewaardigt, aan alle geloovige overledenen de eeuwige rust te geven.

Dat Gij II gewaardigt, ons gebed te verhooren,

ocr page 166

158

Zoon Gods, wij bidden ü, verboor or.s.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verboor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, boor ons.

Christus, verboor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader; enz.

En leid ons niet in bekoring:

Maar verlos ons van den kwade.

psalm 69.

O God, kom mij te hulp; Heer, haast ü, om mij te helpen.

Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.

Dat zij terugwijken en zich schamen, dio mij kwaad willen.

Dut zij met schaamte terugwijken, die (spottend) tot mij zeggen: goed zoo! goed zoo!

Laat allen, die ü zoeken, zich in U verhangen en verblijden; en dat zij, die uw heil beminnen.

ocr page 167

159

altijd zeggen: Hooggeprezen zij den Heer!

Doch ik ben behoeftig eu arm, o God, help mij.

Gij zijt mijn helper en mijn Verlosser: Heer, toef niet

Glorie zij den Vader, enz.

Gelijk het was, enz.

Maak uwe dienaar:; zalig.

Mijn God, die in ü hopen.

Wees ons, Heer, een sterke toren.

Tegen onzen vijand.

Laat de vijand niets tegen ons vermogen.

En dat de zoon der ongerechtigheid zich niet verstoute, ons te schaden.

Heer, handel niet met ons naar onze zonden;

En vergeld ons niet naar onze ongerechtigheden.

Laat ons bidden voor onzen Paus N....

De Heer beware hem, en spare hem in liet leven, make hem gelukzalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

Laat ons bidden voor onze weldoeners.

Gewaardig U, Heer, allen die ons weldoen, om uwen Naam, met het eeuwige leven te vergelden. Amen.

Laat ons bidden voor de geloovigen, die overleden zijn.

Heer, geef hun de eeuwige rust, en het eeuwig licht verlichte hen.

ocr page 168

160

Dat /,ij ruste iu vrede.

Amen.

Voor onze broeders, die afwezig zijn.

Mijn God, mank zalig uwe dienaars, die op U hopen.

Zend hun hulp uit uw heiligdom.

En bescherm hen uit Sion.

Heer, verboor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

GEBEDEN.

O God, wien het eigen is, U altijd te ontfermen en te sparen; ontvang onze smeeking, opdat do ontferming uwer goedertierenheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, genadiglijk ontbinde.

Verhoor, bidden wij U, Heer de gebeden dei-ootmoedig smeekenden, en spaar de zonden van hen die U schuld belijden; opdat Gij ons goedgunstig kwijtschelding en tevens vrede verleent.

Toon ons genadiglijk, Heer, uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, dat Gij ons te gelijk én van alle zouden bevrijdt, én aan de straften, die wij er voor verdienen, ontrukt.

O God, die door de zonde beleedigd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt; zie genadig neder op de gebeden van het Ü smeokende volk;

ocr page 169

161

en wend de geesels uwer gramschap, welke wij door on/.e zonden verdienen, van ons af.

Almachtige en eeuwige Ood, ontferm U over uwen dienaar, onzen Pans N... en bestuur hem volgens uwe goedertierenheid op den weg van het eeuwig heil; opdat hij door uwe hulp begeere wat I) behaagt en het met alle kracht volbrenge.

O God, van wien de heilige begeerten, de goede besluiten en de rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uwe dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan; opdat on/.e harten aan uwe geboden mogen onderworpen zijn, en de tijden, zonder vrees voor vijanden, onder uwe bescherming rustig mogen wezen.

Ontsteek, Heer, onze nieren en ons hart door het vuur van den TI. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam mogen dienen, en met een rein hart behagen.

God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen uwer dienaars en dienaressen vergiffenis van alle zonden; opdat zij de kwijt-schelding, waarnaar 'dj altoos verlangd hebben, door onze godvruchtige smeekingen mogen verwerven.

Wij bidden L', Heer, voorkom onze werken met den invloed uwer genade, en voltrek ze door uwe medewerking, opdat al ons gebed en werk altijd van U beginne, en, begonnen, door TJ voltrokken worde.

ocr page 170

163

Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden heerselit, en ü ontfermt over allen, welke Gij te voren weet, dat zij door geloof en werk de uwen zullen zijn; wij smeeken U ootmoedig, dat degenen voor wie wij ons voorgenomen hebben, onze gebeden te storten, hetzij hen nog de tegenwoordige eeuw in het vleesch weerhoudt, of de toekomende hen reeds, van het liehnam ontdaan, heeft opgenomen, op de voorspraak van al uwe Heiligen, door uwe genadige barmhartigheid, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerselit in de éénheid des Heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer, verhoor mijn gebed

En mijn geroep kome tot U.

De almachtige en barmhartige Heer vevhoore ons. Amen.

En dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, in vrede rusten.

Amen.

ocr page 171

163

LITANIE VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U over de overledene geloovigen.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over

de overledene geloovigen.

God, H. Geest, ontferm U over de overledene

geloovigen.

H. Maria, bid voor hen.

H. Moeder Gods, bid voor hen.

H. Maagd der Maagden, bid voor hen.

Alle H.H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor hen. Alle II.H. Koren der zalige Geesten,

H. Josef, bid voor hen.

Alle H.H. Aartsvaders en Profeten. pl

e-t-

Alle H.H. Apostelen en Evangelisten, ^

Alle H.H Leerlingen des Heeren, o

Alle H.H. Onnoozele Kinderen,

' CD

Alle H.H. Martelaren, ?

H. Martinns. bid voor hen.

Alle H.H. Bisschoppen en Belijders,

ocr page 172

104

Alle H.H. Leeraren der Kerk, bidt voor hen. Alle H.H. Priesters en Levieten, bidt voor ben. Alle H.H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor lien. Alle H.H. Maagden en Weduwen, bidt voor hen. Alle Gods Heiligen, bidt voor hen.

W ees genadig vergeef hen. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. lt;t

Door uwe oneindige barmhartiglieid, =-

Door uw allersmartelijkst lijden.

Door uwe Heilige Wonden,

Door uwe luisterrijke opstanding, ^

Door uwe heerlijke hemelvaart, r*

Wij zondaars, wij bidden ü, verhoor ons. Die aan de zondares vergiffenis verleend en

den goeden moordenaar verhoord hebt,

Die uit genade zalig maakt.

Die de sleutels hebt van dood en hel, 3.

Dat gij de zielen van de leden onzer Broe- ^ derschap, die in de pijnen des vagevuurs zuchten, wilt genadig zijn s

Dat gij onze overledene ouders, vrienden en c| weldoeners uit hunne vreeselijke pijnen w ilt

CD

verlossen, g-

C

Dat gij alle overledene geloovigen van hunne g straffen wilt vrijspreken, 2

Dat gij U over hen, die geene bijzondere voor- •al bidders op deze wereld hebben, wilt ontfermen,

ocr page 173

ir.5

Dlt;it gij hun verlangen wilt vervullen, wij bidden

U, verhoor ons.

Dat gij hen tot het getal der uitverkoren wilt

aannemen, wij bidden U, verhoor ons.

Koning der ontzachelijke Majesteit, wij bidden U,

verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

geef hen rust.

Lam Gods. dat wegneemt de zonden der wereld,

geei' hen rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

geef hen de eeuwige rust.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm l onzer.

Christus, ontferm 1 onzer.

Heer, ontferm T onzer.

Onze Vader; enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Van de poorten der bel.

Verlos, Heer, hunne zielen.

lieer verhoor mijn gebed,

En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, voor wiens aansehijn bet mensehelijke

ocr page 174

lOfi

leven, hoe roemwaardig ook, niet onschuldig bevonden wordt, wanneer Gij het, met ter zijdestelling uwer goedheid, beoordeelt, wil toch de ongerechtigheden van uwe dienaren en dienaressen, welke wij U aanbevelen, niet gadeslaan; maar verleen aan hunne zielen, gelijk wij met betrouwen van uwe barmhartigheid smeeken kwijtschelding van alle straffen.

Ootmoedig, lieer, storten wij onze gebeden voor de zielen van uwe dienaren en dienaressen, en smeeken U, dat Gij hen alle smet, die zij door het inenschelijk verkeer hebben beloopen, genadiglijk kwijtscheldt en heu in het verblijf uwer juichende verlosten opneemt. Door Christus, onzen lieer Amen.

DAG VAN GRAMSCHAP.

Dag van gramschap, dag des Heeren, Die heel de aarde in asch zal keeren,

Naar Sibyl en David leeren.

Wat een schrik zal elk ontwaren,

Als de Eechter neêr zal varen,

't Al ten streng verhoor vergaren.

Een bazuiuschal, vreemd van tone,

Dreunt er door der dooden wone,

Daagt hen allen voor zijn troone.

ocr page 175

107

Dood, natuur verslaan en beven,

Als het schepsel zal herleven.

Om Hem rekenschap te geven,

't Schuldboek wordt er aangedragen, Dat van alles zal gewagen,

Waarom 't vonnis wordt geslagen.

Is de Hechter dan gezeten.

Wat er schuilt wordt klaar geweten.

Niets blijft strafloos of vergeten.

Wat zal ik, rampzaalge, spreken?

Wien mij dan ten voorspraak smceken. Als rechtvaardigen verbleeken?

Gij die, schrik'bre Gloriekoning!

Zaligt uit genabetooning.

Heilbron! geef me uw zaalge woning,

Goede Jesus! wil gedenken,

Dat Ge om mij U zelv' kwaamt schenken,

Wil mij dan tor hel niot wenken.

Moê Ziit (iij van me op te sporen, 't Kruis ook hebt Ge om mij verkoren: Zóóveel werk zij niet verloren.

Hechter der gerechte wrake!

Ach dat ik uw guustwoord smake.

Eer de dag der reekning nake.

ocr page 176

] 08

'k Zncht nis een der schuldenaren, 't Schnamrood op 't gelaat gevaren. Wil toch. God! een' smeekling sparen.

Die Maria hebt onthe\ en.

En een' moordenaar deedt leven.

Mij ook hebt Gij hoop gegeven.

Ze is onwaard wat bede ik slake.

Maar Gij Gotde! uwe liefde make.

Dat ik niet in 't helvmir blake.

\\il mij bij de schapen leiden,

Eu mij van do bokken scheiden.

Aan uw recht'r plaats bereiden.

Bij 't verdoemen der verloorneu,

't Vuur ten prooi van 't eenwig toornen, Eoep mij met nwe nitverkoornen,

'k Smeek U, diep ter aard gebogen, 't Hart verbrijzeld voor uwe oogen, Heb toch met mijn eind meedogen.

O die dag van janimerklagen.

Die den mensch voor 't oordeel dagen. Uit het stof zal op doen rijzen.

God! wil hem gena bewijzen.

Goede Jesus! hoor mijn beê:

Geef hun, Heer! nw eeuw'gen vreê.

Amen.

ocr page 177

169

GEBEDEN VOOR VERSCHILLENDE OVERLEDENEN.

GEBED VOOR EEN VADEli OF EENE jMOEDElt.

O God, die bevolen hebt, onzen vader en onze moeder te eeren, rntferm U door uwe bannhar-tigbeid over do ziel mijns vaders (of mijner moeder, of over de zielen mijner ouders; vergeef zijne (hare of bunne) zonden, en geef, dat ik hem (haar of hen) eenmaal in het verblijf der eeuwige glorie aanschonwen moge. Door onzen HeerJ.C.mven Zoon.

GEBED VOOR WELDOEXEKS.

O God, die den zondaren vergiffenis schenkt en behagen schept in de zaligheid der menschen; Wij smeeken uwe barmhartigheid, door de voorspraak van de gelukzalige Maria, altijd Maagd, en van al uwe Heiligen, dat Gij onze broeders, bloedverwanten en weldoeners, welke uit deze wereld gescheiden zijn, tot de eeuwige gelukzaligheid wilt toelaten. Door J.C'. onzen lieer.

GEBED VOOR BI.IZONDEKE PERSONEN.

Verhoor lieer, de gebeden, door welke wij uwe barmhartigheid ootmoedig smooken, dat Gij de ziel van uwen dienaar N.. die Gij uit deze wereld geroepen hebt, in het verblijf van vrede en lieht wilt plaatsen en haar in de glorie uwer I leiligen doen deelen. Door J.C. onzen Heer.

ocr page 178

170

Heer, die oneindig goed zijt, wij smeeken U, onli'erin U over de ziel uwer dienaresse N.. en geef haar deel aan de eeuwige zaligheid, nadat Gij haar van do bedorvenheid dezes sterfelijken levens verlost hebt; dit bidden wij door J. C. onzen Heer.

GBBED VOOR DE ZIELEN', DIE GEENE BIJZONDERE VOORBIDDERS OP AARDE HEBBEN.

Groote God, wiens naam Ontfermer is, erbarm U over de zielen dergenen, welke geene bijzondere voorbidders op aarde hebben. O God van genade, vergeef hare zonden, en verlos Haar, die zooveel aan uwen lieven Zoon gekost hebben; verlos haar uit de plaats der zuivering en van alle lijden, om haar toe te laten in het oord der zalige rust, en doe haar in het gezelschap uwer uitverkorenen de eeuwige vreugde genieten. Door J. C. onzen Heer.

GEBED VOOR DE AFGESTORVENE LEDEN VAN DE BROEDERSCHAP.

Barmhartige Vader van al uwe kinderen, die in den hemel, op de aarde en ouder de aarde zijn, ik bid U voor mijne broeders en zusters, die in het geloof aan uwe vaderlijke liefde ontslapen zijn.

ocr page 179

171

en imp; niet de volle vruchten huns geloof genieten. Ik weet, o God, dut al uwe daden wijsheid /ajn; maar Gij zult toch ook mijne bede niet versmaden: ik mag bidden voor hen, die deze aarde verlaten hebben; Gij zijt nog hun Vader, zij zijn nog uwe kinderen; vrijgekocht door het bloed van uwen Zoon, bezielt hen het verlangen om zalig te worden. Ach, Vader, ik smeek U bij uwen naam van Vader, uwe ontferming zij grenzenloos; laat hunne reiniging kortstondig zijn, vervul liet verlangen hunner zielen: dit bidden wij U om de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon.

ZEVEN GEBEDEN.

VOOll DE OVEllLEDSNE OELOOV1GEN, DOOR HET LIJDEN EN DEN DOOI) VAN CIIBISTUS.

I. O Jesus, ous leven en onze verrijzenis, die, toen Gij uit deze wereld gescheiden zijt, ous uw lichaam en bloed tot spijs en drank hebt nagelaten: ik bid U ootmoediglijk; door deze uwe oneindige liefde, ontferm U over alle overledene geloovigen en bijzonder over N. N., geleid hen naar de bronnen des levens, en geef, dat zij weldra met U aanzitten in uw rijk.

Onze Vader, enz.

ocr page 180

172

II. O Jesus, onze bescherming en onze zfilig-heid, die voor ons in den hof zulk een bitteren angst hebt uitgestaan, dat uw zweet geworden is als druppelen bloeds, die op aarde vloeiden; ik bid IJ ootmoediglijk, door dit uw dierbaar bloed, ontferm U over alle overledene geloovigen en bijzonder over N.N. verlos hen uit al hunne benauwdheden en wiseh alle tranen van hunne oogen af.

Onze rader, enz.

III. O Jesus, onze Verlosser en Zaligmaker, die om onze zonden gevangen zijt genomen: .ik bid ü ootmoediglijk door deze harde ketenen en banden, ontferm U over alle overledene geloovigen, an bijzonder over N.N. slaak alle boeien van hunne zonden, met welke de menschelijke zwakheid hen in dit leven gebonden heeft; opdat zij in blijdschap U het offer van dankzegging mogen opdragen.

Onze F(amp;r, enz.

IV. O Jesus, blijdschap onzer harten, die uw aanbiddelijk aanschijn, dat de Engelen verlangen te aanschouwen, hebt laten bedekken, bespuwen en mishandelen: ik bid ü ootmoediglijk door dit uw onbegrijpelijk geduld, ontferm l' over alle overledene geloovigen, en bijzonder over N. N.

ocr page 181

ontvang lien in cle aanscliouwing van uw glansrijk lichten vervul hen met blijclschap voor uw aanschijn.

Onze Vader, enz.

V. O Jesus, de kroon onzer heerlijkheid, die om onze zonden en onzen hoogmoed met geeselen geslagen en met doornen wreedaardiglijk en smadelijk gekroond zijt: ik bid l ootmoediglijk, door deze uwe uiterste vernedering, ontferm i over alle overledene geloovigen, en bijzonder over N.N. verleen genadiglijk, dat zij weldra de kroon der eeuwige heerlijkheid verkrijgen; want Gij zijt liet, die ons bekroont ir_ barmhartigheid en ontferming.

Onze Vader, enz.

VI. O Jesus, onze Voorspreker en onze Hechter, die U door een onrechtvaardig vonnis tot den bittersten dood hebt laten veroordeelen, om ons van het vonnis der eeuwige verdoemenis te ont-heften; ik bid U ootmoediglijk door de diepte uwer barmhartigheid, ontferm U over alle overledene geloovigen en bijzonder over N.K. laat hen weldra dit woord van vertroosting hooren: „Uwe zonden zijn u vergeven!quot;

ünze Vader, enz.

ocr page 182

174

VIL O Jesus, ons eenig en opperste Goed, die al onze zonden in uw lichaam gedragen hebt aan het kruis: ik bid U ootmoediglijk door deze uwe onwaardeerbare weldaad, ontferm Ü over alle overledene geloovigen en bijzonder over N.N. ontsluit hen weldra den toegang ter eeuwige heerlijkheid, en laat beu in blijdschap booren: „Komt gezegenden mijns Vaders! bezit het rijk, dat u bereid is van den beginne der wereld.quot;

Onze Fader, enz.

aanroeping der heiligen voor de

overledenen.

O gij. Heiligen, Engelen, gij allen, uitverkorenen Gods, komt de zielen der overledene geloovigen te hulp; komt haar te hulp, gij vooral, en laat haar uwen aanbiddelijke Zoon aanschouwen, gij, o goedertierene en genadige Maagd Maria. Amen.

gebed op of bij een kerkhof.

ü God, licht der geloovige zielen, hoor goedgunstig onze smeekingen, en geef aan uwe dienaren en dienaressen, wier lichamen alhier, of' waar ook ter aarde, in Christus rusten, de plaats der verkwikking, de zaligheid der rust en de klaarheid van het licht. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

ocr page 183

175

MANIER

om den

HEILIGEN ROZE KRANS

godvruchtig te lezen.

--0Q0-

In den Naam des Vaders en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.

Ik geloof in God, den Vader almachtig, enz.

Glorie zij den Vader, enz.

Onze Vader, die in den lienieien zijt, enz.

Ik groet n. Dochter van God, den Vader, Wees gegroet, enz.

Ik groet u. Moeder van God, don Zoon, Wees gegroet, enz.

Ik groet n. Bruid van God, den H. Geest. Wees gegroet, enz.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest; gelijk het was in den beginne, en nn, en altijd, en in do een wen der eeuwen. Amen.

DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.

i. :de boodschap des engels.

O v e r d e n k i n g.

Maria wordt door den Engel gegroet, die haar boodschapt, dat zij den Zoon Gods zal ontvangen;

ocr page 184

17«

bedenk: hoe zuiver viin zonden, lioo ootmoedig van harte, hoe vol van liefde zij was, daar God in haar is nedergedaald.

Diit de namen van Jesns en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Do H. Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van Christus. IFeesgegroet, enz. 3. Maria is tot Moeder van Christus verkozen.

3. De Fngel Gabriel brengt Maria de blijde boodschap.

4. Maria is in de eenigheid van haar gebed.

5. De Engel zegt: „Wees gegroet, vol van genade; de Heer is met u!quot; 3;

6. Maria was verbaasd, toen zij den Engel | hoorde. eg

7. De Engel zegt: „Vrees niet, Maria; want gij^ zult door den Heiligen Geest ontvangen.quot; S-

8. Maria zegt: „Zie de dienstmaagd des Heeren, | mij geschiede naar uw woord.

9. Maria is van den Heiligen Geest overlommerd geworden.

10. „En het Woord is vleesch geworden en Het heeft onder ons gewoond.quot;

Glorie zij don Vader, enz.

ocr page 185

177

GEBED.

O Moeder der goddelijke genade, verkrijg mij een zoo zuiver, ootmoedig en godminnend liart, dat ik uwen Zoon Jesus onzen Heer in mij waardig ontvangen en altijcl behouden moge. Amen.

II. HET BEZOEK VAN MARIA AAN HARE NICHT ELISABETH.

Overdenking.

Maria, bevrucht zijnde van den Zoon Gods, bezoekt hare nicht Elisabeth; op de stem harer groetenis wordt het kindje Joannes in den moederschoot geheiligd; en van vreugde opspringende, belijdt het zijns Heeren tegenwoordigheid. Denk: hoe gij ii altijd in de goddelijke tegenwoordigheid bevindt, en gij leeft, alsof gij Hem niet kendet.

Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria gaat uit ootmoedigheid hare nicht Elisabeth bezoeken. JViesgegrout, enz. S

2. Maria wordt bestierd van den Heiligen Geest. S

3. Maria, met allen haast opstaande gaat over het gebergte. g

4. Maria werd met veel liefde door hare nicht -^ Elisabeth ontvangen.

ocr page 186

178

5. De H. Joannes is gezuiverd, en van blijdschap in den moederschoot opgesprongen.

6. Elisabeth zeide; „Gezegend i? de vrucht uws lichaamsquot;. ^

CD

7. Maria heeft in verrukking uitgeroepen;,,Mijne S ziel maakt groot den Heer!quot; ^

8. Elisabeth zeide; „Welk geluk geschiedt mij g dat de Moeder des Heeren tot mij komt!quot;r-

9. Het huis van Zacharias is door de komst 2 van Jesus en M;iria gezegend.

10. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde gediend.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBEU.

Heilige Maagd en Moeder Gods, Maria bezoek mij toch dikwijls met uwen Jesus, opdat mijne arme ziel gezuiverd worde van zonden en mijn geest zich verheuge in God, mijnen Zaligmaker. Amen.

III. DE GEBCOKTE VAN CHRISTUS. Overdenking.

Maria baart, zonder smart of verlies harer maagdelijke zuiverheid, den Zaligmaker der wereld, de blijdschap des aardrijks, de vreugde des hemels; windt Hem in doeken, en legt Hem in eene kribbe.

ocr page 187

179

Zie, God wordt in een stal geboren, omdat hij geene plaats vindt, in eene herberg, noch in de harten der mensehen.

Dnt de namen van Jesus en Maria zijn gezegend van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria heeft gebaard en is maagd gebleven. TFees gegroet enz.

2. Maria heeft Jesus in een stal gebaard en

in doeken gewonden.

3. Maria heeft Jesus met veel liefde en verwondering aansehouwd.

4. Maria heeft Jesus omhelsd en aan haar hart gedrukt. g

5. Maria heeft Jesus als eene moeder gevoed..„

6. Maria heeft Jesus in eene kribbe gelegd, diem Josef daartoe had bereid. §

7. Jesus lag op hooi en stroo tusschen os en ^ ezel. ?

8. De Engelen hebben gezongen: „Glorie zij God in den allerhoogste, en vrede den men-schen die van goeden wil zijn!quot;

9. De herders zijn het kind komen bezoeken,

10. De koningen zijn het Kind komen aanbidden en hebben hunne giften geofferd.

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 188

1 80

GEBED.

O Maria, verkrijg mij dat geluk, dat Jesus zijne intrede in mijn hart neme, en daarin ruste, opdat mijn hart zich in Hem verkwikke, die alléén de ware rust is. O liefste Jesus, mijn hart is bereid, mijn hart is bereid.

IV. J)E OPDRACHT VAN CHRISTUS IN DEN TEMPEL.

Overdenking.

Maria draagt haren Zoon Jesus in den tempel op. De H. Simeon ontvangt Hem met blijdschap in zijne armen en omhelst Hem teeder. Verzoek Hem ook met de armen uwer begeerte te mogen omhelzen.

Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu at' tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz,

1. Maria gaat om haar H. Kind te offeren. Wees

(jeyroet, enz.

3. Jesus en Maria onderwerpen zich aan de Wet. ^

3. Maria gaat door moeielijke wegen naar Je- g'

C/3

rusalem.

4. Maria heeft Jesus op hare armen gedragen.aq

5. Maria al biddende, vervordert haren weg. §

6. Maria heeft Jesus in den tempel opgeofferd.

7. Maria heeft Jesus met vijf sikkelen herkocht.

ocr page 189

181

8. Anna was verblijd, dat hare voorzegging volbracht werd. ' g

CZ)

9. De oude Simeon heeft Jesus ombelsd en op3c zijne armen gedragen. ^

10. Simeon zeide; „Heer! laat nu uwen dienaar gaan in vrede volgens uw Woord.quot; g Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

Heilige Maagd Maria, gelief mij aan Jesus, de gezegende Vrucht uws lichaams, aan te bieden; maak Hem mij genadig, en laat mij niet sterven, zonder eerst mijnen Zaligmaker te zien, opdat ik Hem moge aanschouwen iu de eeuwigheid, Amen.

V. DE VINDING VAN HET VERLOREN KIND JESUS. Overdenking.

Maria en Josef zoeken het verloren Kind Jesus met groote droefheid, en vinden het in verrukking van blijdschap in liet midden der leeraren. Deuk: hoe dikwijls gij Jesus door de zonden verloren hebt; maak een vast voornemen, u te verbeteren en Jesus uit geheel uw hart te zoeken.

Dat de namen van Jesus eu Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

ocr page 190

182

1. Maria heeft haar lief Kind verloren, Wees

yeyroet, enz.

3. Maria heeft haren schat gemist,

3. Maria heeft Hem overal gezocht.

4. Maria heeft Jesus langs alle wogen en straten gezocht.

5. Maria heeft Jesus na drie dagen gevonden. ^

6. Maria vindt Jesus in den tempel. 3

7. Jesus, twaalf jaren oud, hoort en vraagt-jq

CD

de ]eeraren. rj3.

o

8. Maria zeide; „Zoon! waarom hebt Gij ons ® bedroefd?quot; j

9. Jesus is met hun gegaan en was hun on-derdanig.

10. Maria bewaarde al deze woorden, welke Jesus tot haar sprak, in haar hart.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

O Maria, allergoedertierendste Moeder, verkrijg voor mijn hart een ware droefheid, en voor mijne oogen tranen van rouw, om het verlies te be-weenen van mijnen Jesus, dien ik zoo dikwijls door de zonden verloren heb; gun mij Hem weder te vinden en altijd te behouden. Amen.

ocr page 191

183

DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.

I. DE BENAUWDHEID VAN CHRISTUS.

IN HET HOFJE.

Overdenking.

.Tesiis. benauwd tot den dood, v;ilt. neder op de aarde met zijn lieilio; aangezicht, en zweet druppelen bloeds. Stel u, o inenscli! in liet binnenste van dit benauwd hart; '/.ie, hoe het wordt geprangd, zoo door de aanstaande pijnen als door uwe zonden.

Zoo lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem heeft geleverd tot den dood, ja tot den dood des kmises.

Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jesus gaat naar den hof van Oliveten, TFecs (/eyroet, eir/..

2. Jesus valt plat ter aarde neder.

3. Jesus volhardt in het gebed. s!

4. Jesus is bedroefd tot den dood. ^

5. Jesus zweet water eu bloed. -i-

CS

6. Jtsus stelt zijnen wil in den wil van zijnen bemelsehen Vader. S-

7- Jesns vermaant zijnen leerlingen om te wa-3 ken en te bidden.

ocr page 192

184

8. Jesus wordt van zijnen Apostel door ten kus geleverd. H ees gegroet, enz.

9. Jesus wordt van zijn bemind volk gevangen Wees gegroet, enz.

10. Jesus wordt wreedelijk gebonden en gesleurd van deneenen rechter tot den anderen. Wees gegroet, enz.

Zoo lief heeft God, enz. bladz. 183.

GEBED.

Vergeef, o Jesus, door uw bloedig zweet al onze zonden; zij zijn ons leed uit den grond onzes harten, omdat wij U daardoor hebben vergramd, Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

II. DE GEESELIKG VAN CHRISTUS. Overdenking.

Jesus, de Verlosser der wereld, aan eenen gee-selpaal gebonden, wordt wreedelijk gegeeseld en ontvangt menigvuldige wonden. Denk, o zondaar! of het redelijk is, dat gij uwe kwade lusten nog zult zoeken in te volgen, daar de Zoon Gods om uwe zonden aldus met geeselen verscheurd wordt Dat de nnrnen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jesus wordt overgeleverd om gegeeseld te worden. Wees gegroet, enz.

ocr page 193

185

2. Jesus wordt valschelijk beschuldigd.

3. Jesus' kleederen worden uitgerukt.

4. Jesus staat geheel ontbloot. ^

5. Jesus wordt a; n een paal gebonden. g C. Jesus wordt met zweepen geslagen. ^

7. Jesus wordt met roeden gegeeseld. ^

S

8. Jesus' vleeseh wordt met scherpe haken g verscheurd.

9. Jesus' bloed vloeit langs de aarde. jquot;!

10. Jesus ontbonden zijnde, kruipt naar zijne kleederen.

Zoo lief beeft God, enz. bladz. 183.

GEBED.

O minnelijke Jesus, blusch door dit vloeiende bloed het blakende vuur onzer doodelijke wellusten. H. Maria, Moeder Gods, verkrijg voor ons bij uwen lieven Zoon, dat wij met de banden zijner liefde gebonden zijnde, do roede zijner tijdelijke kastijdingen gaarne voor onze zonden mogen verdragen. Amen.

III. DE DOORNENK1100NING VAN ClIHISTUS. Overdenk ing.

Jesus wordt gekroond meteene doornen kroon, die met eene onverdragelijke pijn in zijn gezegend hoofd gedrukt wordt. Zoo groot, o mensch! is uwe duivelsche hoovaardigheid, dat zij met zulke ver-

ocr page 194

18(1

smaiidheid, door den Zoon Gods moet. genezen worden.

Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot. in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

]. Jesus wordt verwezen om gekroond te worden.

Wees geyroet, enz.

3. Zij hebben Jesus een doornen kroon bereid.

3. Zij hebben de doornen kroon in Jesus'hoofd gedrukt. s!

4. Jesus' hoofd wordt aan allen kanten doorwond g

5. Jesus' hoofd druipt van het bloed. 'J?

6. Jesus' voorhoofd is met bloed bedekt.

o

7. Jesus'oogen zijn mot tranen overgoten 3-

8. Jesus' gelaat vertrekt van pijn.

9. Jesus wordt met een purperen mantel bespot.'

10. Jesus is wreedelijk mishandeld: „Aanzie den menseh.quot;

Zoo lief heeft God, enz. bladz. 188.

fiEBED.

O .lesus, Koning mijner ziel, leer mij door uw heilig voorbeeld de versmadingen verdragen, de ijdelheicl verachten, en do lioovaardigheid verzaken. Heilige Maria, bid voor uiij, opdat Jesus door de verdiensten zijner doornen kroon mij de kroon der eeuwige heerlijkheid gelievete verleen en. Amen.

ocr page 195

187

IV. DE KRUISDRAGING VAK CHRISTUS. Overdenking'.

.lesus, dragende zijn kruis iiüar den Calvarieberg, outmost zijne gezegende Moeder. Denk: hoe Zij elkander de harten doorwonden met het zwaard van droefheid, voornamelijk toen Maria Hem zoo dikwijls zag bezwijken onder zijn kruis.

Dat de namen van Jesns en Maria zijn gezegend: van nu at' tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jesus wordt veroordeeld om gekruist te worden,

IVees gegroet, enz.

3. Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelsd.

3. Jesus heeft zijn kruis op zijne doorwonde schouders gedragen.

4. Jesus bezwijkt onder het kruis om onze ^ zonden. 1?

Cfi

5. Jesus met zijn kruis beladen, ontmoet zijne-,c. bedroefde Moeder. ^

6. Jesus dnikt zijn gezegend aangezicht in den g. doek.

7. Jesus zeide; „Handelt men zoo met het ^ groene hout, wat zal er dan met het dorre geschieden?quot;

8. Niemand wil Jesus zijn kruis helpen dragen.

9. Jesus valt aan den voet des bergs neder.

ocr page 196

188

10. Jesus beklimt voor ons den Ciilvarieberg, Wees gegroet, enz.

Zoo lief heeft God, enz. bladz,. 183.

GEBED.

O Maria, goedertierene Moeder, verwerf mij, dat ik mijn kruis gewillig drage, en altijd wandele in de bloedige voetstappen van Jesns Christus; opdat het leven en lijden mijns Zaligmakers in mij uitgedrukt en vertoond worde. Amen.

V. DE KRUISIGING VAN CHRISTUS. Overdenking.

Jesus van bet hoofd tot de voeten doorwond, wordt aan het kruis genageld; en hangende tnsschen twee moordenaars, sterft Hij den allersehandelijk-sten dood, om u het leven te geven.

Dat de namen van Jesns en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jesus wordt wreedelijk aan het kruis uitge- ^ rekt. JFees gegroet, enz. g'

2. Jesns' handen en voeten worden doornngeld.

3. Jesus wordt aan het kruis opgericht en zijne-jq wonden vloeien van bloed. §

4. Jesus bidt voor zijne vijanden. ^

5. Jesus belooft den moordenaar het paradijs.

ocr page 197

189

6. Jesus beveelt den H. Joannes aan zijne Moeder.

O)

7. Jesus, dorst hsbbende, is mot gal en edik S gelaafd.

8. Jesus heeft uitgeroepen: „Mijn God! mijn g God! waarom hebt Gij Mij verlaten? Jquot;*quot;

9. Jesus zeide; „Het is volbracht!quot; 3

10. Jesus heeft zijnen geest gegeven en zijn' hart voor ons geopend.

Zoo lief heeft God, enz. bladz. 183.

liEJSEI).

O Jesus, ik bid U door al uwe smarten en door uwen bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en door al uwe gezegende wonden, ontferm U mijner, en druk uw H. Lijden zoo diep in mijn hart, dat mij niets anders behage dan Gij, mijn Jesus, die voor mij gekruist zijt.

ocr page 198

190

DE VIJF VERHEERLIJKTE GEHEIMEN.

I. DE VERRIJZENIS VAN CHRISTUS. Overdenking.

Jesns verrijst luisterrijk van den dood en vertoont zich terstond aan Maria; denk: met welk eene onuitsprekelijke blijdschap dc Moeder overgoten is geweest, toen zij haren Zoon zegevierend verrezen zag, dien /ij drie dagen te voren zoo schandelijk had zien sterven aan het kruis.

Dat de namen van .lesns en Maria zijn gezegend van nu af tot in eeuwigheid.

0)ize Vader, enz.

1. .lesus is den derden dag opgestaan IFees

gegroet, enz.

3. Jesus heeft den dood en de hel overwonnen.

3. Jesus troost en verlost de oud vaders.

4. Jesus is heerlijk verrezen. ^

5. Jesus verblijdt zijne H. Moeder. S

6. Jesns vertoont zicli als eeu hovenier aan-j0 Maria Magdalena. '§

7. Jesus vertoont zich aan Petrus, eu heeft g, hem gezegend. ^

8. De leerlingen van Emmans zeiden; „Waren onze harten niet van liefde brandende, als Hij tot ons sprak?quot;

9. Jesus staat in liet midden zijner leerlingen en wenscht hun allen den vrede.

ocr page 199

191

lO.Jesns toont zijne verheerlijkte wonden aan den H. Thomas, Vees geyroet, enz.

Geloofd en gedankt zij .Tesns Cristns in het allerheiligste Sakrament des altaars, en deszeli's voorstander do H. Vader Dominicus met zooveel lofzangen en eer als hij waardig is.

GEBED.

O Maria, allergelukkigste Moeder, ik bid u dooide blijdschap, die uw moederlijk hart gevoeld heeft, toen gij uwen beminden, van den dood verrezen Zoon aansehouwdet, verkrijg mij, dat mijne ziel met Hem geestelijker wijze verrijze tot het leven der genade, en nooit den dood der zonde meer sterve. Amen.

II. DE HEMELVA AliT VAN CHRISTUS.

Over denkin g.

Jesus, vergezeld van vele zalige zielen, klimt zegevierend ten hemel. Denk; hoe Maria Hem van ganseher harte en met zoete tranen is gevolgd.

Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Fader, enz.

1. De heerlijke hemelvaart van Jesus. Wees gegroet enz.

2. Jesus scheidt van zijn lieve vrienden. Wees gegroet, enz.

ocr page 200

192

3. Maria omhelst haren lieven Zoon.

4. Magdalena werpt zich aan de voeten van .lesus.

5. Jesus klimt op door zijne eigene macht. S-

6. De leerlingen hebben Jesus aanschouwd en S Hij heeft hen allen gezegend. '-g

7. Jesus heeft voor ons den hemel geopend, g

8. Jesus zit aan de rechterhand zijns hemelschen Vaders. g

9. Jesus toont zijne Heilige Wonden voor ons quot; aan zijnen hemelschen' Vader.

10. Jesus is onze Middelaar in den hemel. Geloofd en gedankt, enz. bladz. 191.

GEBED.

Verwerf mij, o goedertierene Moeder en Maagd Maria, dat ik uwen Zoon Jesus Christus, die in zegepraal ten hemel is opgeklommen, van ganscher harte moge navolgen, en met eene dorstige ziel onophoudelijk en brandend naar Hem verlange. Amen.

III. DE ZENDING VAN DEN H. GEEST.

Overdenking.

Jesus, zittend aan de rechterhand zijns Vaders, zendt den H. Geest over zijne Apostelen, die te

ocr page 201

li) 3

zarnen met Maria volharden in liet gebed. Denk: met wat veel zoeten brand van liefde, de harten vervuld waren, wanneer dat goddelijke vnur daarin nederdaalde; bid, dat het aldus ook op n moge nederdalen.

Dat do namen van .Tesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jesus heeft zijnen H. Geest beloofd Wees yegroet, enz.

2. Jesus heeft den Trooster gezonden.

3. Jesus heeft het vuur op de wereld gezonden.

4. De H. Geest heeft de harten met liefde ontstoken. ®

5. De H. Geest heeft de verstanden verlicht.jc

6. De H. Geest heeft de harten versterkt. '!3

o

7. De H. Geest heeft verscheidene talen doen 5-

spreken. 2

tl

8. De H. Geest heeft zijne gaven medegedeeld.'

9. Kom, H. Geest! bezoek de harten uwer geloovigen.

10. Kom, H. Geest! ontsteek in ons het vuur uwer liefde.

Geloofd en gedankt, euz. bladz. 191.

GEBED.

Kom nu ook, H. Geest, vervul mijn hart en

ocr page 202

194

ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik U zaliglijk kenne, vuriglijk beuiinne eu behagelijk dieue. H. Maria, verkrijg mij deze genade. Amen.

IV. ])E OPNEMING VAN JIAIilA TEN HEMEL. Overdenking.

Maria, rustende op haren Welbeminde, wordt in heerlijkheid opgevoerd ten hemel en verheven boven alle koren der Engelen. Verblijd u, omdat gij nu in den hemel niet alleen Jesns hebt, die aan zijnen Vader zijne wonden toont, maar ook Maria, dio voor n bij haren Zoon spreekt.

Dat de namen van Jesus en Maria zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria is opgenomen ten hemel. TFeesgeyroet. enz

2. De hemelsehe Vader ontvangt zijne beminde ^ Dochter. g

m

3. Jesus verwelkomt ziine lieve Moeder.

aq

4. De H. Geest omhelst zijne lieve Bruid, nc

5. De Serafijnen groeten Maria. §

6. De Engelen dienen Maria.

7. Geheel de hemel is verblijd door Maria.

8. Maria zit bij haren lieven Zoon.

9. Maria is onze Voorspreekster in den hemel.

ocr page 203

195

10. Maria is onze Moeder en Middelares bij haren Zoon. Wees aegroet enz.

Geloofd en gedankt, enz. bladz. 191.

GEBED.

O Maria, Moeder der barmhartiglieid, wij roepen tot u, zuchtende eu weenende, in dit dal van tranen. Welaan dan, onze Voorspreekster! keer uwe barmhartige oogen tot ons, en bid voor ons bij God, uwen Zoon, opdat wij hier van Hem vergiffenis onzer zonden verwerven, en hierna het eeuwige leven. Amen.

V. DE KilOXING VAN MARIA.

Overdenking.

Maria wordt van de II. Drievuldigheid als Ko-ningin des hemels gekroond. Denk: met welk eene verheerlijking en blijdschap der zaligen deze kroning is geschied; tracht ook deze nieuwgekrooude Koningin met iets te vereeren, en scheuk haar te dien einde het Rozehoedje, dat gij leest.

Dat do namen van Jesus en Maria zijn gezegend; van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria is met heerlijkheid in den hemel gekroond.

Wees gegroet, enz.

3. Maria is gekroond door hare serafijnsche liefde Wees gegroet, enz.

ocr page 204

196

3. Maria is gekroond door hare engelachtige zuiverheid.

4. Maria is gekroond door hare groote ootmoedigheid.

5. Maria is gekroond door hare volmaakte gehoorzaamheid. 33

6. Maria is gekroond door hare heilige voor- S

zichtigheid. tic

. . 0

7. Maria is gekroond door hare groote ver-a5

. 1 0 duldigheid. S-

8. Maria is gekroond door hare ijverige dank- j baarheid. •',1

9. Maria is gekroond door hare volharding in alle deugden.

10. Maria is gekroond boven alle Engelen en Heiligen in den hemel, gelijk de Moeder van God toekomt.

Geloofd en gedankt, enz.hliidz. 191.

GEBED.

Ik offer u, allerzuiverste en roemwaardigste Moeder Gods, Maria, in vereeniging met al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden deze geestelijke kroon van gebeden en groetenissen; gew aardig u, haar te ontvangen, met al de lofzangen, die op aarde en in den hemel gedaan worden; verkrijg mij eu allen, voor wie ik gehouden ben tc bidden.

ocr page 205

van uwen lieven Zoon de pienadc oiu wel te leven en zalig te sterven. Amen.

Een Onze Fatier, tot dankbaarheid, dat God, ons de genade gegeven lieeft om den llozokrans te lezen. Onze Vader, enz.

Een Wees gegroet, dat Maria ons verstand wille opdragen aan den hemelsclien Vader, opdat wij in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen gedenken. Ji'ees gegroet enz.

Een Wees gegroet, dat Maria ons geheugen wille opofferen aan haren Zoon, opdat wij gedurig zijn heilig leven en bitter lijden indachtig mogen zijn. Wees gegroet, enz.

Een H ees gegroet, dat Maria, onzen wil gelieve toe te eigenen aan den If. Geest, opdat hij gedurig in ons van liefde brande. Wees gegroet, enz.

Wij zullen het GWoo/'bidden, opdat ons gebed aan God aangenaam zij, dat het strekken moge tot zijne verheerlijking, tot welstand der 11. Kerk, tot bekeering der zondaren en der afgevallen Christenen en tot welstand der gemeente.

Ik geloof in God, den l ader enz.

De almogendheid des Vaders beware ons, de wijsheid des Zoons onderwijze ons en de liefde des H. G t estes ontsteke ons.

In den naam des Vaders, en des Zoons en des IT. Geestes. Amen.

ocr page 206

198

GEBED TOT MARIA ONZE MOEDER OM HAREN BIJSTAND IN HET LEVEN.

Beminnelijke Moeder vau mijnen Zaligmaker, heilige Mang-d, die ook mijne Moeder zijt, ik verheng mij over dit woord, hetwelk tot mij gezegd is. O Maria, mijne teedere Moeder, na Jesns het voorwerp mijner vurigste liefde! Me gedachten zullen u zalig noemen, teemt Hij heeft gr oote dingen gedaan aan n, die machtig en wiens naam heilig is en wiens barmhartigheid zich uitstrekt van tje-slachte tot geslachte hij allen die Hem, vreezen. Koningin der Patriarchen en der Profeten, dei-Apostelen en der Martelaars, der Belijders eu der Maagden, der Engelen en der Aartsengelen! ge-waardig u ook mij te besturen. Laat uwe zachte blikken op uw kind, den zwervenden zoon van Eva, die uit de diepte van het tranendal tot n roept, nederdalen. Bescherm mij tegen den vijand, welken gij overwonnen hebt. Gij zijt mijne hoop, mijn troost, mijne hulp te midden der gevaren, welke mij omgeven. Sterre der zee! leid mij door de ontstuimige wereldzee in de haven van het eeuwig vaderland. Amen.

ocr page 207

1 90

GEBED TOT MARIA, OM HAREN BIJSTAND IN HET UUR DES DOODS-

O Maria, Moeder der reinste liefde, verwerf mij de gaaf van üefde, opdat ik in liefde tot uwen goddelijken Zoon ontstoken, en tegen den kwaden geest versterkt worde, vooral in de ure des doods. Wie zal mij van de banden des vleesches losmaken, opdat ik aan u moge gelijk zijn? Wie zal mij van den last der sterfelijkheid bevrijden? Wie zal mij vleugelen geven, opdat ik, gelijk de duif, naar mijne Moeder vliege en mij bij baar nederzette? O mijce Moeder! ik bemin u meer dan mij zeiven, ik bemin u naast God meer dan alle dingen, en wil u ook eeuwig beminnen. Maar helaas! ik bon nog ver van u, ver van uwen Zoon verwijderd, op deze aarde aan vele gevaren blootgesteld, ben ik aan vele smarten ten prooi gegeven. Bescherm mij, troost mij, en als het uur van sterven komen zal, wil mij dan toch dien overgang licht maken; versterk mijn geloof; bevestig mijne hoop; leg mij woorden van liefde in mijn stervenden mond; en leg uwe hand op mijn hart, hetwelk tot het laatste oogenblik voor u, mijne Moeder! en voor mijnen Jesus kloppen zal. Sta mij bij door uwe voorbede, opdat mijn einde rustig, mijn overgang zalig zij. Amen.

ocr page 208

200

GEBED TOT MARIA IN ALLEN NOOD.

O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ik, (N.N.) de onwaardigste der zondaren, neem mijne toevlucht tot n en bid u met een kinderlijk vertrouwen, dat gij, o medelijdende Moeder! mij ellendige, moogt verhooren in mijne benauwdheden. Ach, wees voor mij eene krachtige voorspraak bij de allerheiligste Drievuldigheid, Dochter van God, den Vader Moeder van God den Zoon, Bruid van God den 11. Geest! Zio van uwen troon, o verhevene Maagd! neder, niet, op mijne zonden, maar op mijne verlatenheid, niet op mijne verdiende straffen, maar op iiiijue behoeften, niet op mijne onwaardigheid, maar op mijn berouw. Ondersteun mij, opdat ik niet valle; troost mij, opdat ik niet wanhope; behoud mij, opdat ik niet verloren ga. Ach! tot wie zal ik vluchten in mijne benauwdheid dan tot u, gelijk een kind tot de moeder, wanneer de vader vergramd is? Ja ik vlucht tot u, die de oorzaak onzer blijdschap, de behoudenis der kran-ken, de toevlucht der zondaren, de troosteresse der bedrukten, de hoop der kleinmoedigen en de hijstand der Christenen zijt.

O allerheiligste Maagd! gij kunt mij helpen, en ik vertrouw, dat gij mij helpen zult. Gij kunt mij helpen, want naast God zijt gij de machtigste

ocr page 209

301

van allen; oen zudit voor den zondaar, uit uw moederlijk hart opgaande, vermag meer dan de gebeden van velen.

Ik betrouw, dat gij helpen zult, omdat gij vol zijt van liefde jegens dó mensehen en vooral tot de zondaren, (jij hebt zoo velen uit den afgrond hunner boosheden teruggevoerd, van den rand des verderfs wedergeleid, en aan het geweld des hel-schen vijands ontrukt, opdat /.ij tot verbetering, tot zaligheid hunner ziel en tot de eeuwige vreugde des hemels zouden geraken. Door uwe voorspraak vermoogt gij alles bij uwen goddelijken Zoon, waarom zoudt gij mij ongelukkige ook niet helpen? Ik beu immers vm denzelfden God geschapen; door hetzelfde dierbaar bloed vrijgekocht; met dezelfde woorden aii:i uwe moederlijke teederheid aanbevolen; gij zijt zoowel mijne Moeder als gij hunne Moeder waart? Uwe liefde is niet verflauwd, uw ijver is niet verminderd. Gij let niet op het aanzien der personen; waarom zoudt gij mij ellendige ook niet bijstaan door uwe voorbede? Ik beken, dat mijne zonden groot en veel zijn, en dat ik er lang roekeloos in voortleefde; maar ik weet ook, dat het bij n nooit te laat is; dat gij altijd gereed zijt naar ons te luisteren; dat gij uwe armen steeds naar ons uitstrekt, om ons te ontvangen.

In het volste vertrouwen op u bid ik u oot-

ocr page 210

202

moediglijk om troost, hulp, bijstand, bescherming en verlossing, bijzonder in deze mijne ellende... Aoh, allergenadigste Moeder! wend nw aanschijn niet af van mijne smeekingen, maar verhoor mijne gebeden ook zonder verdiensten. Laat mij niet opstaan zonder verhoord, noch van u weggaan zonder getroost to zijn. Dat uw moederlijk hart daartoe bewogen wierd door de blijdschap, die gij hebt mogen ondervinden in de boodschap des Engels, het bezoek van uwe Nicht, de opdracht en wedervinding van Jesns in den Tempel. Heb toch medelijden met mijne droefheid, om de onuitsprekelijke droefheid, welke uw hart doorgriefde, toen gij onder het kruis stondt, waaraan uw Zoon stierf, en gij met Hem zijn bitter lijden verduuvdet. Verheug mijn bedrukt hart, door mijne gebeden te verhooren om de verhevene vertroosting, die gij hebt mogen ondervinden in de glorierijke verrijzenis en wondervolle hemelvaart uws Zoons, in het troostrijk afdalen des ïl. Reestes, in uwe opvoering en luisterijke kroning in den hemel.

Ik bid en smeek n, o Maria! om alles wat uw teeder hart zonde kunnen bewegen, dat gij mij toch helpt door nwe voorbede bijzonderlijk om de liefde van Jesus tot u en de uwe tot Hem. Gelief mij te troosten door van nwen lieven Zoon voor mij te verkrijgen, dat ik in dezen nood van Hem

ocr page 211

2-03

geholpen worde. O Maria, ik zal niet opbonden met bidden, totdat mijn gebed verhoord eu mijn wenscb vervuld is. O allermededoogendste Moeder! verhoor mij eu wil niet langer vertoeven, ik beken, dat ik uiot verdiend heb van u verhoord te worden, wijl ik tot nu toe zoo traag in uw dienst geweest ben, maar van nu af maak ik een onverandelijk voornemen, om mij met allen ijver aan uwe dienst te wijden. Ik offer u op mijnen goeden wil en mijne oprechte meening; ontvang die in liefde en verwerf mij de genade, dat ik in staat moge zijn, mijn voornemen te volgen en mijne belofte getrouw te vervullen; opdat ik door uwe voorbede bevrijd van benauwdheid, van den lust waaronder ik gebukt ga, mij met nieuwen ijver aan de vervulling van mijne plichten zoo toewijde, dat ik eenmaal het geluk hebbe, van mij in uw gezelschap eeuwig-lijk in het bezit van mijnen Schepper te verheugen. Amen.

VEEZTÉHTINGEN TOÏ MARIA OM HARE ZEVEN VREUGDEN.

O Maria, om de vreugde, waarmede uw hart vervuld werd, toen de Engel des Heeren u boodschapte, dat gij door de allerheiligste Drievuldigheid waart verkoren, om de Moeder te zijn van den

ocr page 212

204

eeuwenlang verwachten Verlosser der wereld; om die vreugde bidden w ij u, dat gij door uwe voorbede voor ons wilt verwerven, dat wij dikwijls godvruelitiglijk aan deze heugelijke verkiezing denken en ter bevordering van ons heil beseften mogen, hoeveel belang de God van ontferming en liefde in ons waar geluk, de verlossing onzer 'delen stelde, en iioe hoog wij daarom onze onsterfelijke ziel behooren te schatten.

1! ces gegroet, enz.

O Maria, om de '/.oete vertroosting, waarmede uw hart vervuld werd, toen gij zonder smarten uwen Zoon baardet; wij bidden u, verwerf voor ons door uwe voorspraak, dat wij steeds we] beseffen, hoe groot eenen schat van genade wij aan de geboorte van uwen goddelijken Zoon te danken hebben, en hoezeer wij verplicht zijn, daarvan een waardig gebruik te maken.

H ees gegroet, enz.

O Maria, om do vreugde, die gij smaaktet, toen de Oostersche Wijzen aan uwen Zoon wierook, goud en mirre offerden en daardoor den jonggeborene op hunue wijze huldigden; wij bidden n, verkrijg voor ons door uwe gebeden, dat wij, naar het voorbeeld der Oostersche aanbidders, Jesus, uwen Zoon, in ootmoedigheid des harten aanbidden

ocr page 213

205

eu mui llem ons verstand, ons gelieugeu en onzen wil ten offer brengen; opdat wij in geloof, lioop en liefde niet verzwakken maar altoos toenemen mogen.

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de overgroote blijdschap die gij moclit ondervinden, toon gij nwen twaalfjarigen Zoon wedervondt in den tempel in het midden der leeraren; wij bidden u, verzoek voor ons de genade, dat, als wij het ongeluk liebbeu van door de boosheid on/.er misdaden de liefde van .lesus, nwen Zoon, te verliezen, wij ons dan haasten. Hem te zoeken en in oprechte boetvaaardigheid weder te vinden.

Wees gegroet-, enz.

O Maria, om de onbegrijpelijke vreugde, waarmede gij vervuld werdt, toen mv beminde Zoon, van den dood verrezen, zich levend aan n vertoonde; wij bidden u, dat gij door uwe voorbede voor ons de genade moogt erlangen, dat wij steeds geleid worden door den oprechten wsnsch van nwen Zoon, te mogen zien, en verdienen, eenmaal gelukkig tot dat einde weder opgewekt te worden op den jongsten der dagen.

Wees gegroet, enz.

ocr page 214

20 6

O Miiria, om de overgroote vreugde, waarvan uw hart vol was, toen gij Jesus uwen Zoon, door eigene kracht zaagt ten hemel klimmen; wij bidden u, dat gij ons de genade moogt verwerven van zóó te leven, dat wij eenmaal waardig mogen bevonden worden, bezit te gaan nemen van die plaats, welke Hij voor ons bereid heeft; en daar te genieten wat noeh oog gezien, noch oor gehoord heeft, noch in het hart van den mensch ooit is opgekomen,— hetgene God bereid heeft voor die Hem dienen.

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de vreugde, waarmede gij vervuld werdt, toen de H. Geest in de gedaante van vurige tongen over de leerlingen uws Zoons afdaalde; wij bidden u, verkrijg voor ons de genade, dat ook wij niet de gaven van den Vertrooster mogen worden uitgerust en bestraald door zijn licht, opdat wij den weg, ons door Jesus getoond, met vasten tred bewandelen.

Vees gegroet, enz.

GEBED VOOR DE LEVENDE LEDEN VAN DE BEOEDEESCHAP.

O allergoedertierenste Moeder, die met welgevallen nederziet op onze ootmoedige pogingen: gewaardig u, de hulde te ontvangen, welke wij.

ocr page 215

307

in den geest van liefde vereenigd, aan den voet van uwen troou brengen. Neem onze Broederschap in uwe weldadige bescherming, en laat onze broeders en zusters den invloed van uwe bescherming ondervinden. Laat. ons door u toegang hebben tot den Zoon, o Gezegende! die genade gevonden hebt, en de Moeder van het leven en van de zaligheid zijt; opdat Hij ons door u ontvange, die door u aan ons gegeven is. Uwe volmaaktheid verschoone bij Hem de schuld van ons bederf; en uwe ootmoedigheid, aan God zoo aangenaam, verwerve vergiffenis voor onze ijdelheid en hoovaardigheid. Dat toch uwe ovorgroote liefde bedekke de menigte onzer zonden; en dat uw e verhevene vruchtbaarheid ons aanbrenge de vruchtbaarheid van verdiensten.

O onze Meesteresse, onze Middelaresse, ouze Voorsprekeresse! beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Maak, o gezegende Maagd, door de genade die gij hebt gevonden, door het voorrecht dat u is gegeven, door de barmhartigheid die gij hebt genoten, dat Jesus, uw Zoon, ouzo Heer, ons door uwe tusschenspraak, aan zijne zaligheid en glorie deelachtig make, gelijk Hij door u onze krankheid en ellende heeft aangenomen. Amen.

ocr page 216

•208

GEBED TOT MARIA. ALS ONZE MOEDER.

O Maria, Moeder Gods eu onze Moeder, hoe is het mogelijk, dat ik, die eene zoo heilige Moeder heb, zoo bedorven blijf! dat ik, die eene Moeder heb, altijd brandende van liefde tot God, slechts het schepsel bemin! dat ik, die eene Moeder heb, zoo rijk in deugden, daaraan zoo arm ben; Mijne beminnelijke Moeder! het is waar, dat ik niet verdien, mv kind te wezen; mijn slecht gedrag heeft mij deze gunst geheel onwaardig gemaakt; ik vraag u slechts, mij goedgunstig als nwen ge-ringsten dienaar aan te nemen. Verbied mij echter niet, u mijne Moeder te noemen; die naam vertroost, verteederd mij, en herinnert mij de verplichting die ik heb, van u te beminnen; die naam moedigt mij aan om mijn vertrouwen op u te stellen. Wanneer ik het meest tcrngschrik op het zien van mijne zonden en de goddelijke gerechtigheid, dan voel ik mij versterkt, als ik denk, dat gij mijne Moeder zijt. Ach, laat ik dan tot u zeggen: o mijne Moeder! zóó noem ik u, zóó zal ik u altijd noemen. Na uwen goddelijken Zoon, zult gij altijd mijne hoop, mijne toevlucht, mijne liefde zijn in dit dal van tranen. En stervende hoop ik gt;i toe te roepen: Mijne goede Moeder! kom mij te hulp; heb medelijden niet mij. Amen.

ocr page 217

GEZANGEN.

ocr page 218
ocr page 219

GEZANGEN

TER VEREERING VAN

DE H. IV1AAGD.

No. 1.

AANROEPING VAN DEN II. GEEST.

151.1 DE PROCESSIE EN AN DEUK GELEGENHEDEN. ( Veni Sancte Spiritus).

1. Heil'ge Geest! kom, luiit uw stralen I it den hemel op ons dalen,

Die der armen Vader /.ijt:

Kom, o (lever aller gaven!

Kom de droeve harten laven,

Dat uw lieillieht hen verblijd'.

2. Zoete Gastvriend onzer zielen! Levensbalsem voor wie vielen,

llust bij 't zwoegen van den dag; Kom, o Laalbron! 't heete woelen Der ontgloeide drii't verkoelen.

Troost in alle weegeklag!

3. Zalig Licht! o doe uw stralen In het diepst des harten dalen,

Van 't geloof in V vervuld;

Komt uw kraebt ons niet doordringen, IS'iets dan in ons stervelingen,

Niets is zonder sehade of schuld.

J*. Wil in ons 't onreine wissohen. Wil 't verdorde in ons verfrisseheu, Heelen wat er woud ontving;

ocr page 220

21 3

Wil wat stug' is in ons breken, 't Koude weer in gloed ontsteken, Bichten wat het spoor ontging. 5. Geef wie trouw in TJ gelooven 't Zevengavental van boven,

Dat hen sterke in alle deugd;

Geef hun haar vergelding te erven. Geef, o geef een zalig sterven.

Geef hun de eeuw'ge hemelvreugd.

No. 2.

VÜOEBEEEIDINGS -LIED.

1. Kom, Pelgrimsehaar! verheerlijk haar.

Die Moeder is en Maagd; Dat lofzang en gebed zich paar'; Zij is een toevlucht in gevaar. Kom, Pelgrimsehaar! te Kevelaar Haar moederhulp gevraagd.

2. De wereld!... zij bespotte vrij

Uw vromen kinderzin;

De beevaart noem' zij dwecperij;

Maar dat die smaad u dierbaar zij, Want wet Gods Eng'len eereu wij De Hemelkoningin.

3. Wie 't rein gemoed voor smet behoedt.

En leeft naar 's Heeren woord; Wie zuchtend om het eeuwig goed Naar Kevelaar te beevaart spoedt.

Zijn Moeder bidt, zijn zonden boet: Hij keert niet onverhoord.

ocr page 221

SI 3

4. Komt , Pelgrims! komt, nu vóór den tocht Gods zegen afgevraagd;

Dan Kevelaars kapel bezocht,

Die vaak getuige wezen mocht Vanwond'ren, doorzijn handgewrocht, Bij 't beeld der Moedermaagd.

N,. 3.

LIED OP DEN NAAM VAN MARIA.

OPBRACHT DK1! PKr.GUIJtSBErS.

AA ij ze: Maria, wees gebenedijd.

1- IVIaria's naam, die 't hait verblijdt. Zij, Pelgrims! dit ons lied gewijd;

Haar moedernaam zoo zoet, zoo groot, Is ons een troost in allen nood,

Is ons een kracht tot in den dood.

3. /V-li! bij uw moedernaam zoo zoet, AA ij bidden u, dat ge ons behoedt; füj. die do helslang hebt verplet, Gij zijt het, die door uw gebed,

Maria! uwe kiud'ren redt.

3. Roep ik tot gt;i in zielsverdriet.

Neen. Moeder! gij verstoot mij niet, Hebt gij van ons uw naam verstaan. Gij ziet ons uit den liemel aan.

En ongetroost laat ge ons niet gaan.

4. Jn allen nood. tot in den dood. Weerklinkt uw naam, zoo zoet, zoo groot;

ocr page 222

314

Wie weet niet, dat gij 't kind aanschouwt, Dnt op uw moedernaam vertrouwt,

Naast God op u zijn hope bouwt.

5. zes;™ dan dee'/' Pelgrimsohaar,

Die o])trekt naar uw Kevelaar:

Aan u, die aller Moeder y.ijt,

Wier zoete naam ons liart verblijdt.

Zij onze Pelg'rimstoolit gewijd.

No. 4.

RIJ TIKT AANVAAEDEN VAN DE PELGrEIiMSEEIZE.

Wijze: JVa/o Beo.

1. Heil'ge Moeder! Utreclit's broederleden*) Komen zauien niet gezang en beden, 1 ter eer naar Kevelaar getreden: Hemelsterre! leid, leid onze schreden, f Pelgrims! dat Maria Ons als heden altoos wijz',

Hoe door 't leven Heen te streven Naar het hemelsch Paradijs.

3. Heden gaan we, o Moeder zonder vlekken! Weer ter plaatse, die uw liefde wekken, Gunst bij gunst op ons mocht nedertrekken,

*) Voor de andere ^irocossiën in 't algemeen aldus:

Heil'ge Maagd! de u trouwe broederleden Komen mz.

ocr page 223

215

Menig mir gebed en lofzang rekken, f 1'elgrims! dnt Maria enz.

3. Wil nog eens, gelijk reetls zooveel jaren, Utreclit's ii getrouwe pelgrimscharen

Op hnn tocht voor lijfs-en zielsgevaren, Moeder! wil uw kinderen bewaren, f Pelgrims! dat Maria /■//;.

4. Laat de zou ons 't bloote voorhoofd schroeien, ()f de regen van de leden vloeien,

't Lange pad ons onder 'tgaan vermoeien: 't Zal ous hart in hooger liefde ontgloeien, f Pelgrims! dat Maria e//;.

5. Luider klinke ous loHied ouder 't prijzen; Luider steeds moet on/.e smeekbeè rijzen: V\il, o wil aan jongeling en grijzen, Mocderinaagd! uw zoete gunst bewijzen.

f Pelgrims! dat Maria i-nz.

6. Wil, Maria! wil op maagd en vrouwen, Lie haar hoop met kinderlijk vertrouwen Op uw nooit-verstooten voorspraak bouwen. Met lt; en oog vol liefde noderschouwen.

f Pelgrims! dat Maria enz.

7. Uw gebed vindt bij uw Zoon behagen;

't Zal ons troost in 's levens droeve dagen, 't Zal ons kracht bij welverdiende slagen, 't Zal ons ui wat zalig is Hem vragen, f Pelgrims! dat Maria p?/z.

ocr page 224

216

8. 't Dorstig hert spoedt sneller bij 't genaken Van de laafbron: wij ook, Moeder! blaken Van verlangen naar nw tempeldaken,

Waar nw Kind'ren zóóveel zoetheid smaken.

f Pelgrims! dat Maria enz.

9. Als wij daar dan, voor nw beeld gebogen, 01' vereend om nw kapel getogen,

Of bij 't Kruis n. Moeder! bidden mogen, Sla op ons een blik van mededoogen. f Pelgrims! dat Maria mz.

10. Wil voor ons de deugden die we derven, Wil gena voor alle schuld verwerven;

Vraag, dat we eens in .lesns' liefde sterven, l'u met ii zijn hemelglorie erven. Pelgrims! dat Maria evz.

No. 5

NIEUW MARIA-LIEÜ.

TEK EERE VAN O. L. V. VAN KEVELAAK; HAAll OPGEDRAGEN DOOR DE PELGRIMS VAN UTRECHT. OP ])E HEENREIS.

1. O heil'ge Maagd Maria!

W ij komen hier te zaam.

Om met een hart vol liefde

Te loven nwen naam Naar Kevelaar, o Moeder!

Trekt onze schare voort:

Daar hebt gij, Troost der droeven! Zoo menig bee verhoord.

ocr page 225

217

2. Wij, Pflorims, altegader

Vmu Utrecht opgedaan, Wij bidden: Zie uw kind'ren,

Zie ons goedg-nnstig aan; Wil ons ïebed vovhooren,

Gestort uit vol gemoed; Met truueu in onze oogen, Zoo vallen wc u te voet.

3. fiij '/.'jt de Koninginne.

Van lieel liet liemelsch lioF, Eu al do /aalge koren Bezingen uwen lof;

Bezingen, boe uw bede

Aan uwen Zoon behaagt; Eu hoe gij voor uw kind'ren Zijn sehoonen hemel vraagt.

4. Gij, Toevlucht onzer zielen!

Gij staat den zondaar bij; Gij Troost in 't aardsche lijden!

Gij maakt de droeven blij; Do doovcn, kreup'len, blinden,

Zij hooren, zien en gaan:

Neen, nooit nog, trouwe Moeder! Kiep men vergeefs u aan.

5. Want u heeft God verkoren,

Voor alle smet bewaard; Gij hebt, o Maagd en Moeder!

Des Vaders Zoon gebaard; Gij Hem. door veertig eenwen Met zooveel smart gewacht.

ocr page 226

218

Den Rodder ons gesclioiiken

Vim 't /.oiitli;; aardsch geslacht.

6. Gij, reiner dan do zoiine,

Eu blanker dan de maan!

Tiie ons, zoo vol van zonden, Zie ons ontfermend aan! W ij gaan te beevaart henen

Van hier iiiiar Kevelaar: O, dat ii\v moederbede Voor onheil ons bewaar'.

7. Aan n dan, heil'ge Moeder!

Zij on/.e tocht gewijd; Wil onze voorspraak wezen Tot in don jongsten strijd; V\ il onze schreden leiden

Op 's levens pelgrimsbaan,

Eii d ons eti onze beden I \v lieven Jesus aan.

8. En als wij wederkomen

Van 't oord, waar wij te zaam, O allerliefste Moedor!

Verhellen gaan mv naam: Wil dan ook ons behoeden.

Ons leiden aan uw hand. Dat wij in vrede koeren In t dierbaar vaderland.

No. 6.

DE VIJF WONDEN.

\V ijzo: O vijf werelds klare lichten ! Zing, mijn ziel! hot vijftal wonden,

ocr page 227

319

Dio iiw Gotl clraagt, voor uw zonden. Eens aau 't kruis bebloed, gehoond, Thans met heerlijkheid gekroond. fHeer! ontferm V onzer.

O Mari.i Koniuginno.

Moedor Gods en Krnisheldiune!

Gij, dio, met uw Zoon gewond.

Onder liet bloedig kruishout stondt, Bid voor ons, Maria!

DE SMARTELIJKE WONDEN.

1.

Wees «ïegroet dan, vijftal bronnen!

Waar het bloed kwam nitgeronnen. Dat een^ 's werelds heil beslist, En haar schuld heeft uitgeuiseht. (f/A

'k Wil in 't stof mij nederbuigen Aroor dio wonden die mij t ligen, Hoe in 't kniisgelieimenis Ach! een God mijn offer is.

Ook ik zie het, hoe Ge uwe armen Tot mij uitbreidt in erbarmen,

Dat ik zondaar, vol van rouw,

.Jesus! tot U vluchten zou.

'k Zie uw handen openscheuren,

Heel liet wicht uws lichaams beuren. Opgezwollen, uitgerekt,....

Mij, ja mij nog toegestrokt.

ocr page 228

230

5. 't Is, o 't is, oprlat uw zoffen Uit die bronnou nedevregen',

En «e ons wasschen in den vloed V;in uw tilverzoenend bloed.

6. God zijt Gij !... en 't zijn nw lianden Die de onmeetb're heemlen spanden,

'tSpoov besclireven, dat nog de aard' Met liaai- zonnenlieir bewaart.

7. En o-ij zondaar! dorst het wauen, Naaglen door dat vlcesch te jagen,

Dat van pijnen krimpt en rilt. En uw hand heeft niet getrild'?...

8. il toeh om de zonden treuren. Die uw hand en ziel besmeuren,

t\leeseh verscheuren van nw God; lot hoelang niet Hém gespot?.,. Ü. iA)f zij God in drie personen,

Lof zij Hem wien doornen kronen, .Die het vijftal wonden draagt. Lof zijn Moeder, altijd Maagd!

II.

1Ü. Goede .lesus! laat mij groeten 1 it zoo diep doorboorde voeten. Ach. hoe zwollen zij niet op Van den wreeden hamerklopl (fileer!) 11. Als de hand U niet kon dragen. Moest ae voet nw lichaam schragen. Ach hoe vlijmend was dan 'twee. Dat uw scheurend vleesch doorsnee.

ocr page 229

2.21

] 2. ü diit ik met Magclalena,

Jesus! nan uw voeten weene.

Laat de tranen van mijn hart Balsem drupp'len in uw smart.

13. 'k Zou mijn lippen in verrukken Met liaar op uw wonden drukken,

Kon ik slechts, mijn God en Heer! 'k Zou ze kussen keer op keer.

14. Dierb're voeten! die nooit moede Achter 't zwervend schaapje spoedde.

En niet ruste, hoe gewond,

Tot g'e 't schaapje wedervondt.

15. En gij. zondaar! dorst het wagen, Naaglen door dat vleeseh te jagen.

Dat van pijnen krimpt en rilt: En uw hand heeft niet getrild?...

1(5. Ach, wil in u zelven treden,

Hoe gij zondigt met uw schreden. Zie noch eens die woud, dat bloed. Val, o val uw' God te voet.

17. Lof zij God in drie Personen,

Lof zij Hem wien doornenkronen. Die het vijftal wonden draagt. Lof zijn Mosder, altijd Maagd!

III.

18, Wees gegroet, doorstoken borste! Hartewond, waar ik naar dorste.

Gij, o teed're Pelikaan!

Biedt uw bloed ter laving aan. (f/Zw/).

I

r

ocr page 230

222.

19. Open zij'! voor mij doovstooton, Waaruit bloed en water vloten,

'k Ving reeds zoeten drop bij drop Lit uw hcirge bronwel op.

20. 'k Liet soms over de open lippen, D'ademtocht niet lienen glippen,

't Was, als ik dan stille zweeg, 01' een zucht uw hurt ontsteeg;

21. 'tWas, of bij 't eerbiedig Inist'reu Ik een stemme hoorde Ihiist'ren.

Naamloos zoet dan vraagde zij. Kind, mijn kind! bemint gij Mij?

22.. En gij, zondaar! dorst het wagen, In die zijde een speer te jagen, 't Harte door, dat niet meer leeft; En uw hand heeft niet. gebeefd?...

23. Ach, doorwoud uw hart van binnen. Om alleen uw God te minnen.

Dat het Hem ten ofi'erand Van ondoofb're liefde brand'.

24. Lof zij God in drie Personen,

Lof zij Hem wien doornen kronen, Die het vijftal wonden draagt. Lof zijn Moeder, altijd Maagd!

IV.

25. Mocht ik dieper nog doorgronden 't Eindloos lijden »1 dier wond en)

Maatloos als uw boezempijn,

.lesns! moest mijn liefde zijn. (f.//eer/).

ocr page 231

223

2ü. 'k Heb gezegd: „'k wil nu begiiiuen,quot; Met mijn' Heer en God te minnen; 'k Drang met eiken aderklop Hand en voet en hart U op. 37. Dat ik U alleen beliage,

Uwe wontien met u drage,

Immer om mijn zonden treur'. Nimmar weer mijn ziel besmeur'. 28. Goede .iesnsl door uw wonden, Zuiver mij van al mijn zonden, Handen, voeten, open zij'!

Vijftal bronnen! heiligt mij;

2Ü. Dat ik met mijn Jesus strijde.

Dat ik om zijn liefde lijde,

Handen, voeten, open zij'!

Vijftal stemmen! spreekt voor mij.

30. Laat mij stervend u nog groeten, Dierb're handen, dierb're voeten!

•Tesus! dan mijn veegen mond Klemmen op uw hartewond.

31. Lof zij God in drie personen.

Lof zij Hem wien doornen kronen, Die het vijftal wonden draagt. Lof zijn Moeder, altijd Maagd!

DE VERHEEELIJKTE WONDEN.

I.

32. Lieve Jesns! wil gedoogen,

Dat ik nu mijn bevende oogen.

ocr page 232

2 24

Waar Gij heerscht in de opperste eer, Naar uw sctiitt'rend lichaam keer'.(f//eer/)

33. 'k Zie g-eeu strijden,'k zie geen lijden. Maar verwinnen, ziels verblijden.

Vijfmaal springt een stralen vloed. Die Gods heeuilen juichen doet.

3 4. O die wonden drupten zegen.

Toen Gij, uit uw graf gestegen, En verwinnaar van den dood,

't Oog aan 't ongeloof ontsloot.

35. Ach in twijfeling verloren.

Moge ik als uw leerling hooren:

„ürcug uw vingeren hier bij,

„Leg uw hand in mijne zij.quot;

3 6. 'k Zal als Thomas nederbuigen.

Luide van uw Godheid tuigen;

'k Stort mij aan uw voeten neer, 'k Hoep als hij: „Mijn God, mijn Heer!quot;

37. Hier straalt eindloos alvermogen [u mijne overschitterde oogen.

Goddelijk geheinmis;

Dat in wonden 't leven is!

38. 't Leven uit u heengevloten...

't Leven uit u voortgesproten...

Heil'ge wonden! 'k hoor uw taal; 't Sterven is de zegepraal!

39. Lof zij. God in drie personen

Lof zij Hem wien doornen kronen.

ocr page 233

22 3

Die het vijftal wonden draagt, Lof zijn Moeder, altijd Maagd!

II.

40. Dierb're wonden! 'k zal niet vreezen, Wat op aard' mijn deel moog wezen:

Krankte, sraarte, wonde of pijn, Moet niet gij mijn glorie zijn? (fileer!).

41. Wordt mijn lichaam ook doorstoken, 't Stervend harte mij gebroken,

Daül ik. Heer! met U in 't graf: 'k Schnd dan de aardsche boeien af. 43. In uw wonden is genezen.

Uit den dood zijt Ge opgerezen. Wonden zijn de levensbron,

't Graf gaat vóór de gloriezon.

43. Waarom Keer! ik mag 't U vragen. De aardsche wonden nog gedragen.

Nu Gij in. uw rijksgebied.

Keeds de Koningskroon geniet?

44. O ze zijn ten glorieteeken.

Dat ze ons van uw zege spreken Over zonde, hol en dood,

Die den hemel ons ontsloot.

45. Blijft dan, wonden! zegepralen.

Schiet dan uit in gloriestralen,

Laat ons voor Gods aangezicht. Juichen in uw zaalgend licht.

46. Want ook zij die hier verwinnen. Varen ze eens uw hemel binnen.

ocr page 234

226

Daukeu 't eeuwig heilgenot Aan de wonden van hun God.

47. Lof zij God in drie Personen,

Lof zij Hem « ieu doornen kronen, Die het vijftal wonden draagt. Lof zijn Mosder, altijd Maagd!

m.

48. Waarom, Heer! ik mag 't U vragen. De aardsche wonden nog gedragen.

Nu Gij in uw rijksgebied

Eeeds de gloriekroon geniet... (fƒ/««•/).

49. 't Is, opdat de zaalge kringen 's Heeren zegepraal bezingen.

Baden in dien pnrp'ren vloed, Die hen eeuwig juichen doet;

50. 't Is, opdat de godgetrouwen Op zijn glorie blijven schouwen.

Dat soms in hun droeve ziel 't Sterkend licht der heemlen viel:

51. Maar ook, die hnn'God doorwondden. Hem herkruisten door hun zonden,

Die het god'lijk offerbloed.

Spottend traden met den voet;—•

5 2. Zij, de geesten die er vielen.

En de duizend duizend zielen.

Langs de breede zondebaan In den hellenacht gegaan,—

53. Zij ook pullen saamvergaren,

Om die wonden aan te staren.

ocr page 235

237

Maur ten vloek!... als vlammend licht Slaat om 't hooploos aangezicht!...

54. Lof zij God in drie personen,

Lot' zij Hem wien doornen kronen, Die net vijftal wonden draagt. Lof zijn Moedor, altijd Maagd!

IV.

55. Strenge Rechter! als uw wonden 't Hellevonnis meêverkonden:

„Weg vervloekten! weg van Mij!quot; Als zij zinken aan uw zij; (fileer!). 5 6. Als uw goddelijke luister

Heel den nacht van'safgrond duister. Uw gehoond zich wrekend bloed Al hun boosheid peilen doet:

57. God van eindeloos erbarmen! Ach. ontvang ons in uwe armen.

Om uw wonden dan, o Heer! Zie genadig op ons neêr.

58. Laat nog eenmaal mij u groeten, Dierb're handen, dierb're voeten!

Open wond van Jesus'zij!

Heiligt, heiligt, heiligt mij! 50. Lof zij God in drie Personen,

Lof zij Hem wien doornen kronen. Die het vijftal wonden draagt. En zijn Moeder, altijd Maagd!

Heer! ontferm V onzer.

ocr page 236

2-28

60. O Maria, Koninginne.

Moeder Gods en Kruisheldinne!

Gij, die, met uw Zoou gewond,

Onder het bloedig kruishout stondt, Bid voor ons, Maria !

GEBEl).

Verleen ons, Heer Jesus Christus, nu en in het uur van onzen dood. dat bij U in genade verhoord worde Maria, uweMoeder, wier allerheiligste ziel met het zwaard van droefheid doorstoken is; Gij die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

No. 7.

MAEIA, TOEVLUCHT DER ZONDAREN.

OP DE PELG11BISREIS.

Wijze; U il Maria! toch aanschouwen; of

Laten vrij ons nadcrhuiyeu,

1. Groote Koningin der heemlen! Hooggezeten op uw troon,

AVaar ontelbare Eug'len weemlen Voor het aanschijn van uw Zoon;

Laat ons 't eergestoelte naken,

Waar ü 't eeuwig loflied rijst.

Laat ons hart de zoetheid smnken, Dat liet ook uw liefde prijst.

3. Wie iieeft immer u gebeden.

En is troostloos heengegaan? Wie vereerde u hier beneden Eu gij hoordet hem niet aan?

ocr page 237

Vromen! wilt liet luide tuigen, Van uw wieg door haar bewaakt;

Wilt nw dank'bre knieën buigen, Zondiiars! door haar vrijgemaakt.

Zij, ja! heeft voor u gesproken, Zij, zij heeft uw ziel gered;

Ligt uw slavenjuk verbroken,

Zondnar het is door haar gebed.

Nimmer, neen! heeft ze afgewezen Wie bij haar zijn toevlucht zocht;

Hoeveel beden tot lianr rezen,

't Plonk te meer wat zij vermocht-

Gij, die uw ontelb're zonden Klimmen deedt met dag en uur.

Eeuwig vaart gij reeds verslonden Door het wrekend hellevuur:

Maar uw Moeder bleef nog spreken. Keerde uw nnderende straf:

Wil dfin om hnar voorspraak smeeken. En geua daalt op u af.

Werp u, zondnar! in hare annen; Zij, uw toevlucht bij den Heer,

Zij. een moeder vol erbarmen.

Ziet goedgunstig op u neer.

Kunt gij nog hüar hulp versmaden. Die zij telkens u weêr biedt?

Zondaar, zondaar! laat u raden. En verstoot haar liefde niet.

Wil haar droeve klachten hooren, Hoe zij minlijk tot u spreekt;

ocr page 238

330

„Kind! zult t/ij mij 't liavt doorboren,

Dat voor lang van weedom breekt? 't Zwaard ging- door de ziel mij henen, Toen ik onder het kruishout stond, En mijn stervend Kind zag weenen, Gansch van hoofd tot voet doorwond.

7. Was die troost mij bijgebleven;

Dat zijn dood het heil verwierf, Gij wilt mij dien troost niet geven, Zoo Hij vruchteloos voor u stierf; Hoor dan, zondaar! hoor mijn sineeken:

O keer weder tot nw Heer!

'k Zal als Moeder voor u spreken. Hij dan wordt uw Vader weêr.quot;-—

8. Zoo, vol teeder mededoogen.

Zoo, met uwe ziel begann.

Zoo, met liefdestralende oogen,

Spreekt u uwe Moeder iian.

Zal die taal uw hart niet winnen.

Dat ge uw zondig leven hant? Dat ge nw' Jesns gaat beminnen. En Hem nimmermeer verlaat?. .

9. Moeder! ja, 'k wil de uwe wezen,

'k Heb gezegd en keer nu weêr; Doet mijn zondental mij vreezen.

Gij beveelt mij aim den Heer. Zie. hier ben ik. diep misdadig.

Maar vermorzeld van berouw: Ach! maak mij uw' Zoon genadig. Hem nu zweer ik eeuwig trouw.

ocr page 239

No. 8.

HIJ HET ONTDEKKEN VAN KEVELAAR.

Wijze: O Kevelaar! o heilig land.

1. Daar, Broeders! daar rijst Kevelaar, Het oord van zooveel zielsverlangen; Uw Ik'v'lingsstee, o relgrimschaar! Waaraan uw oog verrukt blijft hangen,

3. Daar, daar werd op Maria's beo Den smeekeling ge na geschonken,

En onze Pelgrims tuigen meê Van 's hemels gunst hun toegeblonken.

3. Laat vrij een spot/iek ongeloof Met onwil op ons nederschonwen:

Wij blijven voor hun spotten doof. En. Moeder! op uw voorspraak bonwen

4. 't Is niet van gister, dat de Heer Een liev'lingsoord heeft uitgekozen:

't Gewijde Godsbhid moge weer. Den wnften lasteraar doen blozen.

5. Hem moge Mambre, Bethels-steen, Hem Maria tot zwijgen dwingen,

Eu Sion, Sion! waar voorheen Gods kind'ren vaak te beêvaartgingen.

6. Welaan dan, Pelgrims! oog en hart Daar tot r.w Moeder opgeheven;

Wns u haar naam ten troost in smart; Daar zal zij dubbel troost u geven.

ocr page 240

233

7. Diuir zal uw roepstem als weleer Door d' open hemel henen breken.

Daar zal uw Moeder, daar de Heer Genadig neerzien op uw smeoken.

8. Knielt, Pelgrims! op die heil'ge steê Voor 't wonderbeeld vertrouwend neder:

Uw Moeder bidt er met n meê, En ongetroost keert gij niet weder.

Men kan dit lied ook zingen op de wijze van Travaillez a voire saU'l in de Caniiquas da St. Snlpicn; maar dan voege men achter elk koe,plet (ol' viertal regels, ditzelfde tweetal (of refrein):

Hoopt, Pelgrims! hoopt; want in dit oord Werd reeds zoo menig* bec verhoord.

Nquot;. 9.

LIED TE KEVELAAE.

VOOR HET OFFEREN DER KA AKS.

Wijze: Komt, Roomse he Katholieken !

1. AVeest welkom broederleden 1 In 't vriendelijk Kevelanr;

Stort lofzang en gebeden,

Gelijk zoo menig jaar.

fO Moeder zonder smet!

O heilig Eng'lenkoor!

Dringe uw en ons gebed Vereend tot Jesns door.

ocr page 241

2 3 3

2. Hoe zoet is 't,, hier te midden

Van broed'ren zonder tal. Hem openlijk te aanbidden, Die lieer is van 't heelal! f

3. Hoe. zoet is 't, zonder schromen

Voor smaad of spotternij, Lofzingend saam te komen In lange pelgrimsrij! f

4. Hetzij we in dichte scharen

Hij loflied en gtbecn; Of zwijgend zaaravergaren: Ons aller doel is één. f

5. Gods Moeder zalig spreken.

Tot glorie van haar Zoon; Haar • r.igen, dat ze ons smeeken Hem aanbiede oj) zijn troon, f

6. Wordt straks door maagdenhanden

Ons offer aangebracht,

't Zal haar ter eere branden. Bij dagen en bij nacht, f

7. O dat het haar behage.

Het od'er onzer min; Wij roepen telken dage Haar hooge voorspraak in. f

8. Laat luid un loflied schallen.

Der Moedermaagd ter eer: Het rijst ten welgevallen Van Jrsus, onzen Heer. f

ocr page 242

234

9. Laat ons godvnichtiiquot;' trekken Kondom haar bedelmis;

En later d'optocht rekken Tot nan het Roode Kruis, f

10. Weest welkom, broederleden! In 't vriendlijk Kevelaar;

Stort lofzang en gebeden,

Gelijk /,oo menig jaar. f

Nquot;. 10.

LIED VAN 0.L, V. VAN KEVELAAR.

Wijze: Crnator alme Sidcntw, eu audero kerkzangen.

1. Zie, Moeder! Utrecht's broedertal TJ nadertreên met blij geschal; O Moeder van barmhartigheid! Wij bidden vi, dat ge ons geleidt.

3. Wij brengen dank, en lof en eer, U, Moeder van den Opperheer!

O hoor uw trouwe pelgrimschaar In 't vi geliefde Kevelaar.

S. Gij, onze hoop en toeverlaat! Uw beê behoedt voor alle kwaad; Ach, bid bij uwen lieven Zoon, Dut Hij ons zijn gena betoon'.

4. O Moeder Gods en altoos Maagd! Gij hebt van eenv.ig Hem behaagd: Verborgen Koos! der maagden Bloem Gij 's werelds vreugd en 's hemels roem

ocr page 243

23 5

5. Gij y.ijt de teut waar God in rust.

Mijn zoete hoop en zielelust;

In ii, die idler toevlucht /.ijt,

Is ook mv pelgrimschaar verblijd.

6. O Koningin van 's hemels hof!

Gods Eng'len zingen daar uw lof; En wij te dezer HeilVe stee,

V. ij zingen niet hun Koren meê.

7. Laat Cherubijn en Serafijn De tolken onzer liefde zijn:

Wij, zondaars, vallen voor u neer, O Moeder van den Opperheer!...

8. Maar toch gij hoort ons pelgrimslied. En smaadt ons lol'gestamel niet;

Vertoon ons aan uw lieven Zoon;

Gij zijt zoo dicht bij zijnen troon.

Nquot;. 11.

LIEFDEZUCHT.

TOT HET KINDJE JESUS EN ZIJNE H. MOEDER. KAPELLIED.

WijzQ: Ave rosa sine spina; doch dan moet men liet eerste eu derde vers telkens driemaal zingen.

I. Hoor, o Zoete! onze groete, {driemaal). Die we u, lieve Moeder! biên;

Toon ons, armen, toch erbarmen, (driemaal) Laat, laat ons uw Kindje zien.

ocr page 244

2srgt;

3. Wil geheugen, dat we brengen, Eozenkrans en lofgedicht;

Dat we waken, 't harte maken Tot een rustplaats voor uw Wicht.

3. O die Zonne! Liefdebronne!

Die aij als uw God bemint,—

Geel', o Reine! ons dat kleine,

Geef ook ons uw godiijk Kind.

4. Laat ons samen, naar betamen.

Bozen vlechten tor, een kroon,

't Hart zoo louter, als 't outer-Waslicht, wijden aan uw Zoon.

5. En Mem drukken, met verrukken,

Eu Hem wiegen aan de borst. Die alleene, naar dat eene Lieve kleine kindje dorst;

R. En dan sluiten alles buiten,

Om met Hem alleen te zijn;

En te geven heel ons leven Alles aan dat Kindekijn.

Nquot;. 12

SMEEKZAKG TOÏ DE MOEDER DER ZEVEN SMARTEN.

ONDER HET OPTREKKEN NAAR HET ROODE KRUIS.

Wijze: titabat Mater.

]. Zie, gezegendste aller vrouwen!

T'trecht's Pelgrims vol vertrouwen.

ocr page 245

237

Weêr eenstemmig tot u gaan; Smee-kend nanr uw beêhuis trekken. Smeekend tot u de armen strekken, Hoor, ach hoor uw kincl'ren aan!

3. Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die ii sneed door 't moederharte

het woord van Simeon; Hoe doorgriefde n 't vreeslijk lijden, Dat nw Jesus door moest strijden. Eer Hij dood en hel verwon.

3. Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte.

Toen gij Eethl'ein om den dood Van zijn wichtjes hoorde kannen. En gij net nw Kindje in de armen. Bevend naar Egypte vloodt.

4. Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die ii sneed door 't moederharte

Bij 't verliezen van uw Kind, Dat ge eerst na drie lange dagen, Na veel vragen en veel klagen In den tempel wedervindt.

5. Hoor. ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte.

Toen ge uw' zoon ter dood zaagt gaan. En Hem onder 'tkruishout hijgend. Afgemarteld, nederzijgend,

't Smartelijk oog op u zaagt slaan.

ocr page 246

■zss

6. Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte.

Toen lt;nj met uw' Zoon gewond, Met Hem al zijn pijnen lijdend. En den wreeden doodkamp strijdend Ouder 't bloedig kruishout stoiidt.

7. Hoor, aeh hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte,

Toen, als alles was volbracht. Gij uw' Zoon, van 't kruis genomen In uwe armen neer zaagt komen. Toen aan al uw kind'ren dacht.

8. Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte.

Toen ge uw' Zoon, in 't graf geleid Aan uwe oogen heel onttogen.

Diep bewogen neergebogen,

Eenzaam, Moeder! hebt beschreid.

9. Moeder dan der zeven smarten! Trouwe troost der droeve harten !

Sta, o sta uw kind'ren bij.

Dat we dragen al de dagen 's Levens plagen zonder klagen.

Leer ons lijden zooals gij.

10. Maar, o Moeder! mag het wezen. Dat zij van het ziekbed rezen

Voor wie wij te beevaart gaan; Dat we ons innigst zielsverlangen Op deez' pelgrimstocht ontvangen Hoor dan, hoor uw kind'ren aan.

ocr page 247

28 (J

11. Ach dat ik genezing vonde Van de wonde mijner zonde,

Die ik pleegde keer op keer;

Voer, o Moeder van erbarmen!

Voer mij in de broederarmen Van uw lieven Jesus weêr.

13, Aeli! dat mij uw beê verwerve,

Dat ik leve, dat ik sterve

In ds liefde van uw' Zoon;

Dat ik, zegenrijkste Vrouwe!

Eens uw heerlijkheid aanschouwe Waar gij zetelt naast zijn troon.

No. 13.

ÜITNOODIGING TOT DEN LOF VAN MARIA.

Wijze: M'ju stetu, quot;u laat u zoetjes hooren.

1. Komt, spoedt u! komt Maria prijzen:

Zij is zoo groot;

Met snaar en stem haar eer bewijzen, ïot aan den dood.

f Broeders, Zusters, zwijgt nu niet.

Zwijgt Maria's grootheid niet.

Maar verheft haar in uw lied,

W ees gegroet, wees gegroet, wees gegroet Maria!

2. Lokt uit uw speeltuig zoete klanken!

Zij is zoo goed;

En laat uw stem haar zingend danken. Met blij gemoed.

j Broeders, Zusters! zwijgt nu nieï

ocr page 248

240

Zwijgt Maria's grootheid niet,

Maar «/i. als boven.

3. Vlecht, maagden! om Maria te eereu

Een leliekraus.

Eens moge uw leliewit verkeeren In hemelglans,

f Broeders, enz.

4. O moeders! reeds uw zuigelingen

Zijn haar gewijd;

Vrij moogt gij hare zorg bezingen: VA] waakt altijd.

f Broeders, enz.

5. Gij, vaders! hoe vermoeid van 't zwoegen.

Zingt haar ter eer;

't Wordt otterand en zielsgenoegen; Wat wilt gij meer?

f Broeders, enz.

6. O jong'ling! wijd uw schoonste jaren

Aan deze Maagd:

Zij redt uw onschuld uir, gevaren.

Zoo gij bet vraagt.

Broeders, enz.

7. Wanneer de schapen veilig grazen

In klaverwei'.

Dan moet de herder 't loflied blazen Op zijn schalmei, f

8. En, scheepling! komt na't stormgeklater

Ue kalmte weer.

Bezing dan vrij, voor lucht en water. Maria's eer. f

ocr page 249

24.1

9. Wanneer de d.igtoorts met haar stralen In 't Oosten glimt,

Zij hooie, lioe tot hiiiir drie malen Het Are klimt, f

10. En spreidt de zon in 't heete Zuiden

Daar glans en gloed.

Dan moet de bedeklok weer luiden Ten Engelgroet, f

11. Maar zinkt het licht naar de avondlanden,

En daalt de nacht,

Heft dan tot haar uw hart en handen: Groot is haar macht, f 13. Wij op deze aarde vreemdelingen.

Gaan bevend voort;

Zij leidt ons, die haar liefde zingen, Na:.r 't vaderoord. f

No. 14.

LIEFDEZUCHTEN TOT DE H. MAAGD.

1. Wat zal ik gaan beginnen,

Maria, Maged zoet!

Mijn hart, mijn ziel, mijn zinnen.

Zijn vol van liefdegloed.

f Gij zijt het, die ik min,

ü goede Koningin!

3. Gij zijt mijn Bruid, mijn Moeder,

Mijn troost, mijn toeverlaat; Uw Zoon is mijn Behoeder.

Op wien mijn hope staat.

f Gij zijt het, enz.

ocr page 250

■2 a

3. Och! had ik zóóveel monden

Als sterren 't firmament. Ik giufi; uw lof verkonden Alom en zonder endl f

4. Och! had ik zóóveel zielen

Als water, lucht en land Yan 's Heeren scheps'len krielen, Ik schonk ze u t'eener hand. j

5. Heelaas! o bitter klagen!

Dat ik rampzalig uiensch, U zóó niet kan behagen Als ik het vurig wenscli. f

6. Ik zal mij alle dagen,

En dat ter uwer eer! Godvrnchtiger gedragen, Eu dienen onzen Heer. f

No. 15.

JiEDE AAN JESÜSquot; H. MOEDER-

1. O Maria! Maged schoone, 15id voor ons bij uwen Zone, O Maria! bid voor ons. 3. O Maria! Maged reine,

Moeder Gods en heilfonteine! O Maria! bid voor ons.

3. O Maria! hooggeprezen.

Door uw Zoon zijn wij genezen, O Maria! bid voor ons.

4. O Maria! rein van zonden,

ocr page 251

243

Vraag- genezing onzer wondeu, O Maria! bid voor ons.

5. O Maria! hoog verheven.

Gij gaaft ons den God van 't leven! O Maria ! bid voor ons.

6. O Maria! Konir.ginne!

Vraag ons Jcsns' zoete niiiine,

O Maria! bid voor ons.

No. 16

LIED TOT DE H. MOEDEE DEE B AE Mïï AETI6H EID.

1. Maria, Koninginne!

Gij zijt het die ik minne,

Gij zijt liet, wie de kroon. Als Esther, werd beschoren. Om ons, zoo diep verloren. Te redden door uw Zoon.

S. Gods Zoon hebt gij gedragen. Die Satans macht verslagen. Den kop hem heelt verplet; Die, heeler onzer wouden. Verzoener onzer zonden Ons 't leven heeft gered!

3. O Moeder, vol gena de!

Gij slaat uw kind'ren gade. Met onbeschrijfb're min; Uit duizend uitgelezen,

W at zal nw macht niet wezen, / Gekroonde Koningin! |

ocr page 252

244

4. Zoo hoog werd g'ij verheven,

Opdat ik weêr zon leven,

O levende Ifontein ! \

Want gij, voor smet beveiligd, Gij schonkt Hem, die ons heiligt, Het Lam, van smetten rein. '

5. Te zwak zijn onze klanken. Om, Moeder! u te danken.

Die 's werelds vrenïde zijt;

In n, o schuldloos Eden!

Kwam God tot ons getreden, ^ Wiens voetstap de aard verblijdt. '

6. Hoe /,oet is 't u te noemen,

Hoe zoet is 't u te roemen,

O nieuwe Dageraad!

Ik zie de Zonne gloren, I ^

Die ons door u beschoren, l Ook niet meer ondergaat.

No. 17.

HULDE EN BEDE AAN MARIA.

1. Komt! heffen wij een loflied aan. Luid klimm' het op van de aard'. Tot voor den troon waar deEng'len staan

't Zij met hun lied gepaard. Wij zingen op den toon van 't stof,

Eu knielen voor u neer. Wij staamlen dankbaar uwen lof, O Moeder van den Heer! (bis.) 3. Dat onze lof u niet mishaag'. O Hemelkoningin!

ocr page 253

3-15

Al is de toon v;iii 't stof te laag,

Hij (Irmü' ten liejuel in. Wat sten'linif, die zoovéél vermodit.

Wat haalt er bij uw eor:

Nooit, is uw hul]) vergeefs gezocht O Moeder van den Heer! (bis.)

3. Uw ootmoed was zoo gadeloos,

Zoo iiiinlijk ia Gods oog,

Dnt u zijn Zoon tot Moeder koos En neerkwam van omhoog;

0 Morgenster der zaligheid! Hij daalde op aarde neer,

De Redder, eeuwenlang verbeid, O Moeder van den Heer! {bis.)

4. In woede sloeg de ontroerde hel

Om 't hei! van ons geslacht,

Toen u de Aartsengel Gabriël

De hemelboodschap bracht. Hoe Satan dreig' bij elktn tred. Wij vree/.en htm niet meer;

1 w Zoon heeft hem den kop verplet, O Moeder van den Heer! (ó/«.)

5. Hoe lieflijk klonk der Eug'len toon

Voor de eerste maal op aard'.

Toen gij, o zniv're Maagd I Gods Zoon

In BethFem hebt gebaard; Het hemelkoor juichte in ens lot

En daalde om 't kri'ije neer: Het zag—een menschgeworden God! U—Moeder van den Heer! (his.) (i. Wij roepen nóg met heel de Kerk

ocr page 254

240

Door clii eenwen heen n ;ian,-Heeft Jesus 't eerste wonderwerk

Niet op nw ber gedaan?

Ach, zie beschermend van oiiihoog'

Hier op nw kind'ren neer, Aanschouw ons met meêdoogend oosr, O Moeder van den Heer! (ils.)

7. Toen Jesns aan het krnishont liing,

Ons 't eenwisï heil verwierf.

Gaf Hij n aan zijn lieveling,

Ker Hij voor allen stierf;

Gij werdt Zijn Moeder. Hij nw kind,

W ij deelden in die eer:

En ons hebt gij als Hem bemind, O Moeder van den Heer! (bis.)

8. Uw Moeder is zij, Pelgrimschaar!

Die nw getrouw bemint;

Zeg, zeg in alle zielsgevaar;

Ach Moeder! hoor nwkind! Zie, lieve Moeder, vol gena!

Zie o)) nw Pelgrims neer:

I \v liefde heeft geen wederga, O Moeder van den Heer! (bis.)

9. Ach, Moeder van barmhartigheid!

Onttrek nw hulp ons niet;

Als ons de wereld lokt en vleit En gij ons wank'len ziet.

Of Satan ons zijn strikken zet

Door wellust, gond of eer:

Ach, dat nw voorspraak ons dan redd', O Moeder van den Heer! (/«.(.)

ocr page 255

247

10. Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,

Of ramp bij ramp ons slaat; Als •.vat we ook pogen wreed mislukt,

Ons alle hoop vergaat;

Als ons deze aard' geen troost meer biedt,

Ziet gij dan op ons neer, En weiger ons uw hulp toeh niet, O Moeder van den Heer!

11. Als 't albeslissend sterfuur slaat.

En 's levens licht verdwijnt Voor de eeuwigheid, die opengaat

En aan do /-iel verscliijnt:

Ach, dat ik dan mijn brekend oog.

Mijn Moeder! tot u keer'. Uw zoeten blik ontmoete omhoog,

0 Moeder van den Heer! (A/s.) 13. Bescherm uw 1'elgrims op hun baan

En waak aan onze zij;

Hoor Moeder! hoor uw kind'ren aan

En blijf ons altoos bij.

Wat lot ons in dit leven beid',

1 zingen wij ter eer;

l zingen we eens in eeuwigheid, O Moeder van den Heor! (7«s.)

N,J. 18.

MARIA. HULP IN ALLEN NOOD.

Wijze: O vijf locralda liarr licht an. ( II ('iiijyc stentmnu:J

1. Wie kan 's werelds wee ontvluehten. Wie moet niet. in smalte zuchten;

ocr page 256

248

Ja! 't is liier een tranendal,

Waar men immer weenen zal: Wie zal ons bescliermen?

(Allen:)

f Pelgrim! Inat, lant af van klagen, Ga Maria linlpe vragen Eu vertrouw: want liaar gebed: Heeft /.00 menigeen gered:

Zij zal u beschermen.

2. Wanr ik wende mijne schreden,

Naar de velden, naar de steden,

Overal is 't ramp en druk.

Overal is 't ongeluk:

A\ie zal ons beschermen? f Pelgrim! enz. nis heren.

3. Ginds zijn krenp'len, lammen, blinden. Hier is ziekte en pijn te vinden;

Werwaarts ik mijne oogen wend. Zie ik anders dan ellend?,..

Wie zal ons beschermen? f Pelgrim! enz. als hoven.

4. Doet de dood geen tranen vloeien. En ons tal van jamin'ren groeien.

Zij 't ook, dat hij 't einde ons is Van des levens droefenis:

W ie zal ons beschermen? Pelgrim! enz. als hoven.

5. Had ik rampen slechts te vreezen, O 't zou nog te dragen wezen:

ocr page 257

249

Ach! de duivel bviescbt ook rond, Dreigt mijn ziel op eiken stond: Wie zal ons beschermen? f Pelgrim! enz. als boren.

6. Hier door 't zondig vleesch geprikkeld, Daar in oogenlnst gewikkeld.

Ginds in 's levens hoovaardij. Nimmer van bekoring vrij:

Wie zal ons beschermen?

Pelgrim! zwijg, laat ai' van klagen. Ga Maria en:, nis horen.

1. Wat, wat stem gebiedt mij't zwijgen; Zal ik troost en hulp verkrijgen. Als ik 't ann Maria vraag.

Zwijgend bid en niet meer klaag? Zal /.ij mij besehermen?

(Alle.u:)

Ja, gij kimt met vol vertrouwen, Pelgrim! op haar voorspraak bouwen. Want haar moederlijk gebed Heeft zoo menigeen gered:

Zij zal u beschermen.

N16.

SMEEKLIED TOT MAKIA.

A\ ijze: Maria! wij vallen n te voeten. 1. Ootmoedig vallen we u te voeten, O goede Hemelkoningin!

Gedoog, dat we u eerbiedig groeten. Als kind'ren van uw huisgezin.

ocr page 258

350

f Zoo wij u smecken Wat God beba.agt;

() wil clan voor ons spreken,

Gij, teed're Maagd!

Uw Zoon zal 't schenken

Wat gij Hein vraagt,

En 't kind gedenken,

Dat tot n klaagt.

3. Wij bidden met bewogen harten, O goede Hemelkoningin!

Gedenk ons om nw Zeven Smarten, Als kind'ren van nw hnisge/in, f Zoo wij n smeeken enz. 3. A'\ il ons nw tronwen bijstand geven, O goede Hemelkoningin!

Zoolang we in ballingschap hier leven, Wij, kind'ren van nw hnisgezin. f Zoo wij u smeeken enz.

i. Wij bidden u, wil n ontfermen, O goede Hemelkoningin!

AM! ons, 't /.ij rijk of avm, beschermen. Als kind'ren van nw hnisgezin. f

5. Ach bid, dat Jesns on/e zonden,

O goede Hemelkoningin! Onskwijtschelde om zijn dieib're wonden Als kind'ren van nw hnisgezin. f

6. Dat we altoos om vergeving zuchten,

() goede Hemelkoningin ! En zorgzaam alle zonden vluchten. Als kind'ren van nw Imisgezin. j

ocr page 259

351

7. Eu zijn we in zielosmart of lijden,

O goerle Hemelkoninjiin!

Wilt gij ons met mv troost verblijden, Als kind'ren van nw hnisgezin. f

8. Naakt eens voor ons her mrr van scliekleu

O goede Hemelkoningin!

Ach, help ons tot den dood bereiden. Ons, kind'ren van uw huisgezin, f

9. Dekt reeds de doodkleur onze wangen,

O goede l lemelknninsnn!

Laat ons nw moederhulp erlangen, Als kind'ren van uw huisgezin, f

10. Als S.'ituns listen ons bekoren,

O goede Hemelkoningin!

La at ons uw zoete stemme hooren, Ons, kind'ren van uw huisgezin, f

11. Kom dan, kom ons de hope geven.

O goede Hemelkoningin!

Van 't eeuwig zalig glorieleven. Ons, kind'ren van uw huisgezin, f

1 3. En in het uur van ons verseheiden, O goede Hemelkoningin!

Ach! wil ons tot uw Jesus leiden, Als kind'ren van uw huisgezin, f

13. Dan zal Hij rekenschap ons vragen, O goede Hemelkoningin!

Als Heer en rechter onzer dagen, Ons, kind'ren van uw huisgezin, f

ocr page 260

25 2

14. Spreek dan, spreek dan voor ons, o Moeder!

O goede Hemelkoningin!

Bij uwen /0011 en on'/en Broeder, Als kind'ren van n\v hnisgezinf

15. Verwerf, dat wij in 's hemels boven,

O goede Hemelkoningin!

Met alle Heiligen n loven.

Wij, kind'ren van uw huisgezin, f

No. 20.

VERZUCHTINGEN TOT MARIA.

Wijze: Ucncens des Jlcara; of in de Cautiqnes de St. Sul/jic:': Jl/èrr 'Ir Dien.

1. Maria! gij, die boven de Eug'lenkoren,

De Moeder zijt van 's Vaders Zoon, uw Kind! Mijn Moeder ook! wil onze bede hooren. Gij, die or.s heil zoo teederlijk bemint -j- Moeder des Heeren,

Troost in mijn smart!

U wil ik eeren Met een dankbaar kinderhart. {Iris.) {Men l/crhaall:) Moeder des Heeren, enz.

3. Gij, Moedermaagd! sehonkt ons den God van

't leven.

Die door zijn dood ons't leven wedergaf; Vu naam heeft ons de zoetste hoop gegeven. Zoolang wij gaan met onzen pelgrimsstaf. -|- Moeder des Heeren, m;.

ocr page 261

358

3. Wij allen dan, rampzalige Eva's zonen,

Eu ballingen, wij zien tot u omhoog; Wij die helaas! een tranendal bewonen, Wij slaan tot n ons heilverwachtend oog. f IMoeder des Heeren, ens,

4. t) mogen wij met eiken stap Hém naken.

Wiens Moeder gij, zoowel als de onze zijt; En komt :1e dood onze aardsche boeien slaken, Dat in dit uur Gods aanschijn ons verblijd'.f

5. U Troosteres van droeve bannelingen!

O Moeder, die uw kind'ren niet verlaat! Moog dan mijn ziel uw goedheid eeuwig zingen. Als zij dit stof en tranendal ontgaat, f

6. Maria! gij die boven de Eng'lenkoren,

De Moeder zijt van 's Vaders Zoon, uw Kind! Wil 't smeekgebed der pelgrimsehaar verhooren, Die, Moeder! u zoo teederlijk bemint, f Moeder des Heeren, ens.

Nquot;„ 21.

PELGEIMSLIED.

TER EERE VAN DE ALLERZALIGSTE MAAGD EN MOEDER GODS MARIA.

GEDURENDE DE REDEVAART.

Wijze: II ij (jroctcn n, u May cd schoon! 1. Wij groeten u, o zuiv're Maagd!

Door wie ons 't heillicht is gedaagd; Wij groeten u op uwen troon,

O Moeder van Gods een'gen Zoon!

ocr page 262

234.

S3 O reine Mangd! o ed'le bloem! Vol hemelgeur, dsr maagden roem! Als kristallijn, zoo schitt'rend rein, O smettelooze heilfontein!

3. O zetel, waar de Wijsheid straalt,

Waar 't eenwig Woord is neergedaald, Die door zijn Geest de waarheid leert, En in zijn Kerk steeds triomfeert.

4. Geen wereld-of geen hellemacht.

Of wat er opstond nit den nacht.

Heeft ooit de waarheid haar ontroofd, Want Jesus blijft haar god'lijk Hoofd.

5. Gij zijt die Onbevlekte Maagd,

Wier moederbeê aan God behaagt; Die alverwinneiid iu den strijd.

Der Kerk een trouwe toevlucht zijt.

ö. (jij, oorzaak onzer zielevrengd.

Wier komst heel de aarde heeft verheugd. Ontvang uit kinderlijk gemoed,

O Moeder! onzen liefdegroet.

7. Beveel ons aan mv god'lijk Kind.

Dat ons ten eind' toe heeft bemind. Dat in den smartelijksten dood Voor ons zijn laaste bloed vergoot.

8. O Davids Toren van ivoor!

Wijd schitt'rend in den zonnegloor.

Door goddelijke hand gesticht.

Waar alle wapenmacht voor zwicht.

ocr page 263

9. Gij, Arke van liet nieuw Verbond! Op \i is mijne hoop gegrond; De Serafijnen daalden neêr Om 't gulden Huis van d'Opperheer.

10. O Hemelpoorte! rijk en schoon,

Door u xwain de ongeschapen Zoon, Hij 't eeuwig Woord, Hij werd uw Kind: Zoo teeder lieeit Hij ons bemind!

O Morgenstarre! lieflijk-zacht,

Na zulk een eenwenlangen nacht; Gij kondigt 't blijde heillicht aan, Dat voor het aardrijk op zal gaan.

Gij, Toevlucht der verloren ziel. Die jammc.'lijk van God verviel,

0 Troosteres in allen nood!

Gij redt ons uit den eeuw'gen dood.

18. O Hulp van 't Christelijk gezin,

Gij aller Heil'gen Koningin!

Ach toon in onzen jongsten strijd.

Dat gij ons aller Moeder zijt!

14. Hoor, Moeder' op hun pelgrimsbaan, Hoor de uw gegeven kind'ren aan;

1 w Zoon heeft hunne schuld geboet, Wees, goede Moeder! wees gegroet.

15. Gegroet, Gods dochter op uw troon! Gij, Moeder van Gods eeuw'gen Zoon! Gij, Bruid van God den Heil'gen Geest! Die vóór cu na, zijt Maagd geweest'

11.

12.

ocr page 264

2 5 ft

No. 22.

AFSCHEIDSLIED TE KEVELAAK.

Wijze: Adieu, adieu wij scheiden.

1. Vaarwel, vaarwel wij scheiden, Vaarwel, o Kevelaar!

Kon zij hier langer beiden.

Nog' bleet' de pelgriinschaar.

f Maar, Moeder Gods! blijf gij. De n trouwe pelgrims bij.

3. Doch schoon wij huiswaarts streven, Wij laten 't harte daar:

Zoo zoet is 't ons te leven In 't vriend']ijk Kevelaar.

Ma ar. Moeder Gods! enz.

3. O moeh hij, wie vernieten

Durft spotten met ons lied. O mochte hij eens weten,

Wat daar de ziel geniet, t

4. Wij zullen 't luid verkonden.

In 't vaderland gekeerd,

Hoe daar uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd, t

5. Door onze vaderdreveii

Weêrklinke 't pelgrimslied;

En neen, zoolang wij leven,

Zwijge onze lofzang niet'

6. Moge aller hart ontgloeien.,

Maria! in uw min.

ocr page 265

257

Do godsvrucht tot u bloeien In 't Christen huisgezin! f 7. Vaarwel, vaarwel, wij scheiden, O dierbaar Kevelaar!

Moog God ons hier weer leiden, Te beevaart, 'tander jaar! En Moeder Gods! blijf gij Blijf uwe pelarrims bij.

No. 23.'

AFSCHEIDSLIED.

BIJ HET ONTBINDEN DER PKOCESSIE.

A\ ij/.u: // 'nes (jc.groet o/j kindertoon, cu audore wijzen. 1. Wees nog eens, o Kruis! gegroet. Zielverkwikkend Hefdeteeken!

Dat, besproeid luet god'lijk bloed. Nog voor ons gena blijft smeekeu. Troostend /.ijt ge ons voorgegaan, Wees gegroet, o zegevaan! 3. Weest aan 't eind van onzen tocht, \A eest gegroet, geliefde vanen!

'k Heb zoo vaak het beeld gezocht. Dat er wegdook in uw banen:

't Vriendlijk beeld, dat ons behaagt. Van de lieve Moedermaagd.

3. Wees van Utrecht's pelgrimschaar. Eer zij uittreedt uit haar rangen,

Voor uw plechtig feestaltaar, \\ ees nog met vereende zangen. Die de liefde stijgen doet,

V\ ees, o Moedermaagd! gegroet.

ocr page 266

258

4. ü die zoete bedevaart!

O die zangen en dat smeeken!

Dat ons ophief boven de aard', 't Smart ons dat we 't onderbreken,

Hier reeds do optocht zich ontbindt En ik straks de wereld vind.

5. Ziet ge. Pelgrims!'t Kruis niet meer, Dat u wenkte voor uw rijen:

Onder 't Kruis toch van den Heer Blijven we al ons leven strijen;

U te beevaart, a te huis Volgen wij, o dierbaar Kruis!

6. Zien we, o teed're Moedermaagd! In uw gouden feestbanieren,

Nu het uur der scheiding daagt. Niet uw naam of beeld meer zwieren; U wijdt Utrecht's huisgezin,

ü een eeuw'ge kindermin.

7. Wordt uiet bij den schittergloor Van ontclb're vlammentongen.

Niet met duizendstemmig koor, Moeder Gods! u lof gezongen: Afstand scheidt de harten niet. Die gij voor u branden ziet.

8. Toeven 's werelds zorgen weer, Dreige weêr 't geweld der zonden:

Gij, o Moeder van den Heer!

Is de beevaart ook ontbonden.

Waar de pelgrimschare zij,

Gij toch blijft uw kind'reu bij.

ocr page 267

251)

9. Broeders! neen, 't ontga ons niet: Pelgrims zijn we heel ons leven: Hij, die 's hemels rust u biedt, Heeft als vreemd'ling hier verbleven:

Goddelijke Pelgrim! Gij Blijf ons, aardsche Pelgrims, bij!

No. 24.

SMEEKLIED VOOE DE OVERLEDENEN.

W ijze: O vijf werelds klare lichten.

1. Uit de diepe boetekolken

Dringt de weeklacht naar de wolken Al der dooden, die dit uur Lijden in het lont'rend vnur: f Heer! ontferm U hunner.

En gij, Moeder der genade!

Sla hun smartlijk zuchten gade. Ach, wil hun ten toevlucht zijn lu luui onuitspreek'bre pijn: Bid voor hen, Maria!

3. Aan des levens leed ontheven,

Is aan 't lichaam rust gegeven;

Maar de ziel! zij rust niet eer Voor zij opgaat tot den Heer: f Heer! ontferm U hunner. 3. Uit Gods ademing ontsproten, Uit zijn leven voortgevloten.

Is voor haar geen heilgenot Dan in 't blij bezit van God: f Heer! ontferm U hunner.

ocr page 268

3150

4. Wat al smart de ziel ook drage, Hoe de wroeging rustloos knage:

Verre van haiir God te zijn,

Is haar allerfelste pijn!

f Heer! ontferm U hunner.

5. Hoe doorfolterd ook van binnen, God toch. God alléén beminnen

En Hem derven!... wat gemis!... Groot, ach! als Gods glorie is: ■j- Heer! ontferm U hunner.

6. Of zij zuchten, smeeken, kermen; Eustloos roepen om ontfermen.

Neen! liet baat bij Gods gemis 't Baat hun tot geen lafenis: -j- Heer! ontferm Ü hunner.

7. Zij dan, in hun onvermogen,

Kliigen ons met smeekende oogen:

„Wist gij, die op aarde zijt,

„Wist gij, wat een ziel hier lijdt! f Heer! ontferm LT hunner.

8. Zij, ach! die zoo droevig klagen,

't Zijn onze ouders, kind'ren, magen, 't Is een ziel, die ons het wijt. Dat zij zooveel smarten lijdt!... f Heer! ontferm U hunner.

9. God, o God! wil toch bevrijden Die door mijne schuld zoo lijden.

Ach! dat deze pelgrimstocht Aller straf volboeten mocht!

f Heer! ontferm U hunner.

ocr page 269

am

10. Wil, genadig God! vergeven Wat wij tegen TJ misdreven,

Eindig, eindig hunne straf,

Wisch hun laatste smetten af: f Heer! ontferm U hunner. ]]. Laat lieu, die toch TJ beminden,

Laat hen nu ontferming vinden: Om liet lijden van uw Zoon.

Geef hun 't langverbeide loon: f lieer! ontferm LT hunner.

13. Geef hun, die in kerkernachten Naar uw vaderblik versmachten.

Geef hun in uw aangezicht De eemv'ge rust en 't eeuwig licht: f lieer! ontferm U hunner. 13. Nog eons, voor U neergebogen, Smeeken we ü: Hebt mededoogen! Voer hen uit den langen nacht In de glorie dié hen wacht: f Heer! ontferm U hunner.

Nquot;. 25.

GEZANG VOOR DE OVERLEDENEN.

Wijze: Hen. Dei Tilins. 1. O tlemelkoningin!

Verhoor, verhoor de klacht,

Door teed're broedermin Hier voor uw troon gebracht: O /ie op onze suieeking neer. Gij, trouwe voorspraak bij den Heer!

ocr page 270

263

Moeder! Moeder!

Ar-h, van uw kindertal In 't lout'rend vuur,

Hoor in dit uur,

Hoor 't verre klaaggeschal!

2. Heel aas! /.ij zijn in smart,

Wien gij tot aan den dood l'w teeder moederhart

Met zooveel liefde ontsloot; Zij znchten, roepen keer op keer: Wees onze voorspraak bij den Heer, Moeder! Moeder!

Ach, van uw enz. als boven.

3. Zij hebben, trouwe Maagd!

Op aarde in al hun nood Uw moederhulp gevraagd.

Die gij hun immer boodt;

Zoudt gij hun na den dood niet meer Ten voorspraak wezen bij den Heer: Moeder! Moeder! enz.

4. .Hij 't bloed van uwen Zoon, Dat hen ook heeft bevrijd.

Toon, smeeken we u, ach toon. Dat gij hun Moeder zijt:

Hoor, hoe zij roepen keer op keer; Wees onze voorspraak bij den Heer, Moeder! Moeder! enz.

5. O hartverscheurend lot! Wat onverpoosd gezucht!

Wat roepen zij tot God!...

ocr page 271

En alles zonder vrucht!...

Voor hen is 't arbeidsuur niet meer: O gij, bid gij dan tot den Hoer! Moeder! Moeder! enz.

6. Hoe sehiet hun hart omhoog, Hat dorst en smaoht naar God;

Maar 't vindt geen vaderoog,

Geen zaalgend heilgenot!

En 't stort weer in zijn lijden neer: Gij dan, verbid, verbid den Heer, Moeder! Moeder! enz.

7. O Hemelkoningin!

Verhoor, verhoor de klacht,

Door trouwe broedermin Hier voor uw troon gebracht;

O zie op onze smeeking neer, Gij, trouwe voorspraak bij den Heer! Moeder! Moeder! euz.

No. 26.

SMEEKZANG VOOR DE OVERLEDENEN.

Wijze: O Je sus! God es Lam; of Urn Dei Filuts, doch met overspringing; van den vijfden en zesden Latijnschen regel.

1. O dood! wie gaat uw' nacht,

AVaar ons het oordeel wacht,

Ooit zonder wederzin En vrees en beven in?...

O God! o God!

ocr page 272

304.

Wie, dien zijn schuld niet knaagt, Als Gij in 't lioht

Van uw gezicht Ons voor uw vierschaar daagt!

2. Een driewerf Heilig klinkt Den troon waarop Gij blinkt, T it aller Eng'len mond,

En zonder einde, rond.

Uw woord! uw woord! I'w woord blijft eeuwiglijk: Dat wie een smet,

Hoe licht, bezet,

Niet ingaat in uw rijk.

8. Ach! in wat foltergloed

Wordt 't laatste kwaad geboet Dier ziel, wie 't eeuwig recht Gods aanschijn nog ontzegt;

Zij schreit! zij schreit! Om wat zij nergens vindt, En dorst en smacht In kerkernacht Naar God, dien zij bemint.

4. Gij, die haar redden kunt.

Wier beden 'tis vergund.

Haar ketens los te slaan,

Gaat n haar lot niet aan?...

Ach hoort! ach hoort!

Hoe ze om ontferming krijt;

„Voor 't minste gij !

ocr page 273

'2 A 5

„Hebt medelij'!

„Gij, die mijn vrienden zijt.quot;

5. ïot U dan, eeuw'ge Zoon, Die, dalend van nw troon, Do poorten van den dood Verbrijzelde en ontsloot.

Tot ü ! tot U!

Wiens naam, ook onder de aard'. Men lof getnigt. En knieën buigt,— Is 't, dat ons smeeklied vaart. Onze / 'ader.

fi. Uw lijden was te zwaar: En 't iieil der wereld waar'. AVat kwaad ze ook liad gewrocht. Tot minder prijs gekocht;

Dat bloed! dat bloed! Gestort in overvloed,

Druppe op hen af.

Wier ziel de straf Nog voor de zonde boet. 7. Ach! bij de biit're smurt, Verborgen in uw hart. Uw openlijken hoon,

lüetstaf en doornen kroon En wond! op wond! Waarin uw purper kleeft: O Middelaar!

Verlos een schaar, Die hopend op U leeft.

ocr page 274

2- fi fi

8. Mot zweet en bloed bemorst, Hebt Gij uw krnis getorscht, Eu 't kwaad, door ons gedaan, U zeiven opgei aan,

Gena! gena!

Voor beulen afgebecn:

Klimt 't noodgeschal Van 't vriendental Dan ijdel tot U heen?...

9. Nauw hadt Gij iu den dood Het hoofd gebukt, of vloodt Hen afgrond in, ten troost Aan Abra'ms zielenkroost:

Nog eens! nog eens! O daal nog eens in 't graf, In 't droef geween En 't klaaggesteen Dier vrienden-zielen af!

10. En gij, die van Gods Geest (hnlominerd /.ijt geweest. Hom baarde zonder wee. Die nlles worden deê;

O hoor! o hoor!

Ons lied, o Moedermaagd! Smeek met de beê Der zielen mee,

AVier roepstem tot u klaagt. Onze Vader.

11. Ook haar heeft u uw Zoon Tot kind'ren aangeboón.

ocr page 275

2fi7

Toen, zevenmaal gewond, Gij bij zijn kruishout stondt:

In smart! in smart! Hebt gij dat kroost gebaard: Wij smeeken u:

Toon, dat ge ook nu Als Moeder op hen staart.

13. Neen! op den glorietroon Gezeten naast uw Zoon,

Niet minder dan in smart. Draagt gij een moederhart:

Ken beê! een beê! Van ii tot Hem gericht. Vervangt de straf En nacht en graf Met 's hemels eeuwig licht.

13. En waar gij zegepraalt. Van 's Heeren glorie straalt. Hem lofzingt met elkaar, Ontelb're 11 eirgenschaar:

O bidt '■ o bidt! Dat onzer broed'ren oog Het eeuwig licht Van Gods gezicht Met aanschouwen moog.

14. Gij toch, die voor uw deugd Een eindelooze vreugd

15ij God ten loon geniet. Gij allen hoort ons lied; Den strijdI den strijd!

ocr page 276

2 GS

Hebt gij ülreu volbracht!

Gij kent de smart En 't wanklencl hart Van Adams broos geslacht

15. O knielt dan met ons neêr,

Voor 't aanzicht van den Heer,

Verkort dier broed'ren leed, Wie zwakheid vallen deed;

In quot;t licht! in 't licht!

Verrijz' hun blijde ziel Eu sniiiiik' bij God 't Onsterflijk lot,

Dat u ten deele viel.

Onze Vader.

v. Heer, geef haar de eeuwige rust.

ü. En het eeuwig licht verlichte haar.

GEK E 1).

O God, hetnelsclie Vader, wij bidden U, dat Gij door het bitter lijden en sterven van uwen lieven Zoon, en door de verdiensten en voorspraak van de allerzaligste Maagd Maria, en van alle Heiligen do overledenen van onze Broederschap, van onze Processie, van onze vrienden en weldoeners, en van alle zielen, die in het vagevuur zijn, tot do eeuwige gelukzaligheid wilt laten komen. Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. v. Heer, geef baar de eeuwige rust.

ll. En het eeuwig licht verlichte haar.

v. Dat zij in vrede rusten.

li. Amen.

ocr page 277

36«

No. 27.

DE VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN EOZENKMNS.

Wijze: Wij groeien u, u zuivfre Maagd.

I.

DE VUT l»l-[Jl)E GEHISBIEN.

Gods vaderoog sloeg de aarde ga,

Een Engel daalt met spoed: „Wees,—sprak hij,—o gij vol gena,

„Maria! wees gegroet.quot;

f Maria Koninginne!

O gij vol moederminne.

Sta ons bij in allen nood,

In den dood, Maria! (bis.)

1. Nauw heeft ze uit Gods gezant gehoord,

Wat 's Heeren wil behaagt 1 Oi' zij stemt in-—en 't eeuwig Woord

Nam 't vleesch aan uit de Maagd, f Maria Koninginne! en:.

2. En zij, die 's werelds Schepper droeg,

Is tot haar Nicht gegaan. Om dienend waar de nood het vroeg. Aan hare zij te staan. (^Mariu.)

3. Zij trekt naar Davids kleine stad—

Daar baart zij 't godlijk Kind, Dat met haar 't hemelsch heir aanbad, Eu zij in doeken windt, f

ocr page 278

370

4. Zij bood liet God ten offer weer

In Salems tempelsteê:

„Laat nu,—sprak Simeon,— oHeer! Uw dienaar gaan in vree.quot; f

5. Wat blijdschap voelde uw moederhart,

Maria! nu ge uw Kind,

Zoo lang ge/.ocht met zooveel smart, In 's Heeren tempel vindt, f IL

UK Vl.rt' DROEVIGE GEHEIMEN.

Wie is er, Moederl die het meldt,

Hoe u het harte brak.

Toen 't zwaard, van Simeon voorspeld, U zevenwerf doorstak. (fil/cnV/.) 1. Gij zaagt den Heer, Gethsemané' Bedroefd tot in den dood:

Hoe 't bloed,dat de angstHem storten dec Op de aarde ncdervloot. f 3. Mijn Jesus! ach, wat foltering!...

'k Zie diepe wond bij wond. De striemen van de geeseling,

Die gij voor mij doorstondt. f

3. Nu mengt de moedwil pijn en hoon

Wreedaardig ondereen:

Euw vlecht de beul een doornen kroon Om 's Heeren hoofd nog heen! f

4. Mijn Jesus sleept, bedekt met bloed.

Zijn kruis naar Golgotha;

Wie onzer draagt niet welgemoed Voortaan zijn kruis Hem na. -[•

ocr page 279

271

5. Hij sterft, aan 't smartelijk kruis gehecht, Zijn Moeder ziet het aan!. . . Ach, toen is 't zwaard, i'.oo lang voorzegd' Diep door haar ziel gegaan L. f III,

UK VHF GI.OHIlillI.IKB GEHEIMEN,

.Inicii, Moeder! juich, uw Zoon regeert

lu opperheerschappij:—• Uw droefheid is in vreugd verkeerd, Gij heerscht nu aan zijn zij, Maria.)

1. De Heer, de Heer is opgestaan

En leeft nu voor altijd'

O dood! gij jaagt geen vrees meer aan: Uw prikkel gingt ge kwijt, f

2. Daar klimt Hij door de sterrenbaan—•

Een Eng'lenpaar daalt neer, Eu kondigt d'elf Apost'leu aan: „Zóó keert Hij eenmaal w eer.quot; f

3. Hij zendt him d'afgebeden Geest,

Die licht en krachten geeft; Do Apost'leu tuigen 't onbevreesd. Dat Jesus weder leeft, f

4. Toen gij, o Maagd' van liefde stierft.

Schonk Hij u 't rijksgebied.

Dat ge in uw raart'laarschap vervvierft. En thans met Hem geniet, f

5. Daar wordt gij door uw eigen Zoon

Gekroond tot Koningin,

En schittert naast zijn glorietroon. Voor uwe moedermin, f

ocr page 280

372

No. 28

DE VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN EOZENKEANS.

A\ ij/c: O Gloriosa Domina.

I.

DK VIJF BLIJDK GEHEIMEN.

Wij groeten u, o reine Maagd I O Koningin, o Koningin!

Gij, die uw' Schepper hebt behaagd, O Koningin Maria!

1. tie ontvingt in u des Vaders Zoon, O Koningin, o Koningin'

Hij daalde in u van 's hemels troon, O Koningin Maria'

3. Gij gingt een langen w eg te voet, O Koningin, o Koningin'

En liebt uw blijde Nicht begroet, O Koningin Maria'

3. Gij hebt den Eedder dezer aard', O Koningin, o Koningin'

ïe Bethl'em in een stal gebaard, O Koningin Maria'

4. Ootmoedig naar Gods huis gegaan. O Koningin, o Koningin'

Boodt gij uw' Zoon ten offer aan, O Koningin Maria'

ocr page 281

273

5. Drie dagen trokt gij zoekend rond, O Koningin, o Koningin!

Eer gij uw Jesns wedervondt, O Koningin Maria 1

II.

DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.

O droeve Moeder, vol van smart! O Koningin, o Koningin!

Wat diepe wonden droeg uw hart, O Koningin Maria!

1. O Moeder! welk een zielewee! O Koningin, o Koningin!

Bij 't bloedzweet in Gethsemane, O Koningin Maria!

3. O Moeder, welk een foltering! O Koningin, o Koningin!

Bij Jesus' wreede geeseling, O Koningin Maria!

3. O Moeder, welk een pijn en hoon! O Koningin , o Koningin!

Uw Jesus draagt een doornen kroon, O Koningin Maria!

4. O Moederhart, op nieuw doorboord! O Koningin, o Koningin!

Uw Jesus sleept zijn kruishout voort, O Koningin Maria!

5. O Moeder, welk een marteling! O Koningin, o Koningin!

ocr page 282

274

Toen Hij aan 't kruis te sterven hing, O Koningin Maria!

III.

DK VI.T1' GLORIEEIJKE GEHEIMEN.

Verheug u, na die lange smart, O Koniiigin, o Koningin!

Verrukt de vreugd uw moederhart, O Koningin Maria!

1. Verrezen is des levens Heer, O Koningin, o Koningin!

Maria ziet haar Jesns weer,

O Koningin Maria!

2. Uw Zoon ging in zijn heerlijkheid, O Koningin, o Koningin!

Waar Hij een plaats ons toebereidt, O Koningin Maria!

3. Toen is zijn Geest op aard' gedaald, O Koningin, o Koningin!

Die niet zijn licht Gods Kerk bestraalt, O Koningin Maria!

4. Uw Zoon zendt u een Engelrij, O Koningin, o Koningin!

Eu juichend voert ze u aan zijn zij', O Koningin Maria!

5. Uw Zoon geeft u de gloriekroon. O Koningin, o Koningin!

Nu heerscht gij op uw hemeltroon, O Koningin Maria!

ocr page 283

275

GEBED.

1. O ji'ij, uw u-lorie ingegaan, O Koningin, o Koningin!

Hoor 't smeeken uwer kind'ron aan. O Koningin Maria!

3. Bid voor de Kerk, voor Jesus' bruid, O Koningin, o Koningin!

Straal' zijne glorie in haar uit, O Koningin Maria!

3. Bid voor 'tbeminde Hoofd der Kerk, O Koningin, o Koningin!

Dat Jesus hem verlichte en sterk', O Koningin Maria!

4. Bid, dat uw Zoon de herdersehaar, O Koningin, o Koningin!

In zijn getrouwe dienst bewaar', O Koningin Maria!

5. Bid, dat hun kudde tot hun vreugd, O Koningin, o Koningin!

Moog bloeien, groeien in de deugd, O Koningin Maria!

6. Bid, dat geen Christen Vorst, of Staat, O Koningin, o Koningin!

Aan 't heil van Kerk of zielen schaad', O Koningin Maria!

7. Weer, Moeder! alle zonde en straf, O Koningin, o Koningin!

Weer alle geesels van ons af, Ü Koningin Maria!

ocr page 284

276

8. Bid, bid voor ons in alleu nood, O Koningin, o Koningin!

En blijf ons bij tot in den dood, O Koningin Maria!

No. 29.

BIJ DE MIS VAN DANKBAAEHEID.

Wijze: Hato Deo.

1. Heil'ge Maagd! de Eijnscbe en Veehtscbe

zoomen (1)

Zien verheugd hun pelgrims weergekomen. Die. uit dank, niet langer in te toornen. Heden om Gods altaar /.amen stroomen f Gij waart onze Sterre,

Op de heil'ge pelgrimsbaan; Met behagen.

Al die dagen,

Zaagt ge ons uit den hemel aan. 3. Heil'ge Maagd en Moeder hoor dan heden. Hoor de vaurge dank-en smeekgebeden. Aan ons brandend pelgrimshart ontgleden. Zegen ons, uw trouwe broederleden!

f Gij waart onze Sterre, enz.

1

Voor de andere Procossiph in 't algemeen aldus;

Heil'ge Maagd! de vaderlijke dreven Zien haar Pelgrims, blij haar weergegeven. Heden naar Gods heilig altaar streven. Dat hun dank er tot u op moog zweven.

ocr page 285

27 7

3. Koningin der zaalge hemelhoven!

Waar uw gloriezangen nooit verdooven, Duld, dat we u, met de Eng'len Gods daarboven Schoon dan ook in zwakke klanken loven.

-j- Gij waart onze Sterre, enz.

4. ïeed're Maagd en Moeder onzes Heeren! Die we als toevlucht voor ons zondaars eeren, Gij. gij bleeft Gods strafzwaard van ons weren, Gij ook deedt tot Hem ons wederkeeren.

f amp;'ij waart onze Sterre, enz.

5. Goede Moeder! moge uw liefde ons geven, Dat we nu van alle schuld ontheven, Slechts voor 't één wat noodig is, hier leven, Dag aan dag naar hooger godsvrucht streven.

f Gij waart onze Sterre, enz.

6. Eeine Maagd! wij weten't van't verleden: Zwak zijn wij en wankel onze schreden; Toon ons 'tpad, waarop wij veilig treden. Trouwe Moeder! sterk ons door uw beden.

-j- Gij waart onze Sterre, enz.

7. Moedermaagd en Hemelkoninginne!

't Zij mijn dank, dat 'k vurig nn beginne, Wat tr zondig in mij is verwinne, U getrouw en altoos méér beminne f Gij waart onze Sterre, enz.

■cCo---

ocr page 286

278

Nquot;. 30.

LOFLIED AAN MARIA.

Op Maria-Boodschap, en andere Maria-feesten.) Wijze; als Lied VII, XXXI en XLI.

1. Jnb'lend wil ik u bezingen,

Moedermaagd! die op den troon In het hoogst der hemelkringen

Zijt gezeten naast uw Zoon; De Eng'len, om u opgevaren,

Blijven met verrukt gemoed In het diep geheim nis staren Van U beider liefdegloed.

3. 't Vloekwoord, op ons uitgesproken, Klevend aan den schoot der vrouw Werd voor u alleen verbroken, In wie God eens wonen zon;

Vóór die heilzon op ging varen,

Sohoot, voor 's werelds wachtend oog Vlekloos uit den nacht der jaren Uwe Morgenster omhoog.

3. 's Heeren Engel werd gezonden.

Die, van vruchtbaar licht omhuld, U de boodschap kwam verkonden,

Die 't erbarmingsplan vervult: Ja, de hemel huwde aan de aarde;

Hij, dien gij in Bethl'ems stal Zonder pijn of smarte baarde. Was de Schepper van 't heelal!

ocr page 287

379

4. Dan wat zang komt hier te stade.

Meldt Maria's liefdevuur:

Hoogste liefde der genade,

Hoogste liefde der natuur!...

Neen, geen tong heeft dit vermogen, Christ'nen! zoo gij 't wilt verstaan. Wendt dan naar het kruis uwe oogen. En ziet daar die Moeder aan!...

5. Daar is 't dat ze in liefdesmarte

't Ofl'er van hiiar .Tesus deelt. En Hij aan haar moederharte;

Ons als kiud'ren aanbeveelt;

Moeder dan, door God gegeven!

Bid voor ons, bid uwen Zoon, Dat Hij eens in 't eeuwig leven Ons zijn heerlijkheid vertoon'.

No. 31.

DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS VAN MAKIA.

AVijze: Staak, o nmreld! 't angstig klagen; ofx als Jjicd 1 -VA.

1. Laat mij nog een lofzang wekken. Schoonste! wie de lieinel mint; Blanke Lelie zonder vlekken,

lloze, die geen weerga vindt! Held're ster aan 's hemels kimmen,

Smettelooze m orgen gloor!

Laat mijn zangtoon tot u klimmen, Bloem van Jtida's maagdenkoor!

ocr page 288

aso

2. ü mocht nooit het vonnis treffen.

Dat er kleeft aan 't aardsch geslacht; God wilde u den vloek ontheffen, Die ons doemt in satans macht. Hij, die vóór alle eeuw regeerde.

Heer van leven is en dood.

Hij was 't, die zijn Moeder eerde, Toen zij werd in Anna's schoot.

3. Haar zou de eeuw'ge Geest omzweven,

En zijn Bruid mocht niet bevlekt, In wie Hij den God van 't leven

Eens het aardsche leven wekt. Goddelijk, Drieëenig Wezen!

Vader, Zoon, en Heil'ge Geest! Eeuwig zij de gunst geprezen,

Die Gij aan dit kind beweest.

4. Satan sloeg in nieuwe woede.

Toen hij 't vreemd geheimnis zag. En zijn nederlaag vermoedde

Uit Maria's wordingsdag.

Was hij nimmer nog geweken,

Greep hij 't kiemend leven aan;

Hier, hier is zijn macht bezweken, Hier hem de eerste buit ontgaan.

5. God van eindeloos ontfermen!

Zie ons aan met vaderoog;

A^il voor Satan ons beschermen,

Die ons vaak aan U onttoog; En gij. Moeder vol genade!

Die de heislang hebt. verplet,

ocr page 289

281

Vraag;, dat ons geen zonde schade, Maagd! ontvangen vrij van smet.

No. 32.

JUBELLIED AAN MARIA, ONBEVLEKT ONTVANCtEN.

\\ i j/e: 7/ 'ecsgegroet op kindertoon eu andere melodiën. 1. Lieve Moeder van den Heer!

Laat ons om uwe zetel dringen.

Laat nwe kind'ren u ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen, 't Moet weerklinken luid en blij: Moeder, onbevlekt zijt gij! 3. 't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overklonken,

't Woord, door Pius' mond verkond; En uw kind'ren vreugdedronken JubMen op uw feestgetij:

Moeder, onbevlekt zijt gij!

3. Neen, dat loflied zwijgt niet meer: Tot aan 's werelds verste palen,

Zullen met het hemelsch heer Al uw kind'ren 't luid herhalen 't Woord van 't zalig jnbeltij: Moeder, onbevlekt zijt gij!

4. En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;

Wie, wie dankt niet met ons meè Voor ril 't heii, door u ontvangen In het zalig jubeltij.

Moeder, onbevlekt zijt gij !

ocr page 290

2 83

5. Zoimezuiv're Moedermaagd!

Om de glorie u gegeven,

Hoor ook wat ons hart n vraagt; Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub'len aan uw zij';

Moeder, onbevlekt zijt gij!

No. ^3.

LOFZANG TER EERE VAN HET H. EN ONBEVLEKT HART VAN MARIA.

Wijze: trees gc.groet op kindertoon, eu vele andere melocliëu.

I.

1. Laat nu rle aarde op blijden toon 't Duizendstemmig feestlied zingen,

Beeds weêrklinkt om 's Heeren troon 't Lofgezang der hemelingen,

't lluisch' der Moeder van den Heer En haar heilig Hart ter eer!

2. Spiegel, gij! van Godes macht. Die voor de erfsmet u beveiligd.

En gt;i onder 't aardseh geslacht /jich ton woontent heeft geheiligd, Heiligdom van Gods gena.

Tempel zonder wederga!

3. Vlekloos Hart! wie zal uw lof. Wie uw zaligheid bezingen!

De Eng'len van het hemelscli hof Spreken in hun hooge kringen Neeii zij spreken nimmer uit, W at, dit heilig Hart omsluit.

ocr page 291

ass

4. Voor hot machtig zonnclicht Wijkt de stille sterrenliiister,

Maar de zon hualt 't aangezicht En haar stralen weg in 't duister Voor de glorie van de Maagd, Die aan 't hart van God behaagt,

5. Keiner dan ooit sneeuwvlok viel, Waardig hirr haar God te aanschouwen.

Was de nederige ziel Der gezegendste aller vrouwen; Op die schoonheid zag de Heer Van zijn liooge zetel neer.

II.

6. Toen nu 't Woord in uwen schoot. Moedermaagd! was neergekomen,

En, bereid ten offerdood. Knechtsgestiilt had aangenomen, O wat hebt ge een liefdegloed In uw Moederhart gevoed.

7. Hoe was toen uw Hart verheugd. En in liefdevuur verslonden.

Want gij droegt der heein'len vreugd; Maar, o Moeder! eens ook wonden Al de schichten van de smart Uw beminnend Moederhart.

8. ü doorgriefde wond bij wond Door geheel uw lijdend leven;

Maar toen ge onder :t kruishout stondt, En uw' Zoon den geest zaagt geven. En een speer zijn zij' doorstak.

ocr page 292

2S4

Ach! wie meldt, hoe 't Hartnbrak.

9. Uit dat lichaam, zoo verscheurd. Vloeit een bloedstroom voor haar neder;

Wie, wie is er die niet treurt Met een Moederhart zoo teeder: Maatloos als de onmeetb're zee, Is Maria's boezemwee.

10. Ach! droog hare tranen af.

Rijs, o Koning van het leven!

Hijs weer uit het duister graf: En van glorielieht omgeven,

Trooste uw aangezicht de smart Van 't üebroken Moederhart.

III.

11. Wees, Maria! wees getroost.

Lang zal 't lijdensuur niet wezen.

Eer de derde morgen bloost,

Ziet ge uw' Zoon, uit 't graf gerezen, Vrij van smart en vrij van smaad, In 't onsterflijk lichtgewaad.

12. Daar, daar ziet zij reeds haar God: Haar beminden Zoon genaken.

En een nameloos genot Voelt zij nu haar hart doorblaken. Tot Hij, in triumf gekeerd,

Aan des Vaders zij' regeert.

18. Rustloos zucht haar minnend Hart, Nu ze op aard' noch moet verwijlen;

O! zij wil van liefdesmart Opwaarts naar heur Jesus ijlen,

ocr page 293

285

Die in 's Vaders heerlijkheid Eeeds haar zetel toebereidt.

14. Als het maagd'lijk Was voor 't vuur, Voelde zij haar Hart verteeren,

En versmacht naar 't zalig uur.

Dat de stem haar roep' des Heeren; Toen kwam Jesus haar te moet,

En zij stierf van liefdegloed.

15. Heilig Harte! vrij van smet,

Troost voor wie op u vertrouwen.

Hoor ons kinderlijk gebed, O gezegendste aller vrouwen !

Vraag nu, vraag van 't godlljk Lam, Dat zijn liefde ons hart ontvlamm'.

No. 84.

DE GEBOOETE VAN MAEIA.

Wijze: Foi. dont la pnistance injinie, uit de Cautifjnes de St. Sulpice; of; UrU Heidendom! van vreugd opspringen; maar dan moet men in ]iluats van acht, telkens vier regels nemen.

1. Wat ster verschijnt aan 's hemels bogen! Wat stralen scheemren in't verschiet! Zoo zacht een licht rees voor onze oogen

In heel den loop der eeuwen niet. Is 't licht, zoo blijde ons toegeblonken.

De sterre niet van Jesse's spruit?

Is daar geen zang ons toegeblonken Aan de uitverkoren Hemelbruid'?

3. Eeeds lacht het morgenrood ons tegen. En kondigt met zijn vriendlijk licht

ocr page 294

286

De heilzon aan, die opgestegen,

Den nacht vaagt voor haar aangezicht. Ja, zalige aarde! stem uw zangen.

Zij kwam, zij kwam, de Hemelmaagd,

Door wie wij 's Vaders Zoon ontvangen, Het Lam, dat onze schulden draagt.

3. Een jubeltoon dringt door de graven.

Een lichtstraal door der dooden nacht; Straks valt de boei der kerkerslaven,

Eu uit is 't met de hellemacht!

Blij juicht het koor der hemelingen

Eu de Eng'lenschaar ziet vol van min O]) 't kindje neer, dat zij reeds zingen Als hunne en onze Koningin.

4. Ook wij kuieleu dankend neder

Om uwe wieg-, o heilig kiud!

Uw leven brengt ons 't leven weder:

Hem baart ge ons, die den dood verwint. Laat, laat ons God eenstemmig prijzen.

Het heilmir onzer redding slaat:

Maria leeft! de Zon gaat rijzen.

Wees welkom, schoone Dageraad!

No. 35.

MARIA - TENHEMELOPNEMING-

Wijze: als lied XXX e.n XXXI 1. Wie, wie zie ik opwaarts zweven.

Van het zonnelicht omvloeid.

Van een. kroon gesternte omgeven.

Dat haar om het voorhoofd gloeit?

ocr page 295

387

Eng'len dartelen en spreien

Edens bloemen voor haar voet. Waar zij onder 't blij g-eleien Naar lieur Welbeminde spoedt.

3. 't Is de Maagd, van God verkoren. Door der vad'ren stem voorzeid, Die uit Davids stam geboren,

Eeuwen zuchtend was verbeid; Zij, na zooveel bange jaren. Zij moest in eeu herderstal 't Wichtje door een wonder baren. Dat de God was van 't heelal.

3. Blij dan zij haar lof gezongen;

Van geslachte tot geslacht Worde door ontelb're tongen

's Werelds Jank haar toegebracht. Zij, zij is het, die aan de aarde

Heil en vrede w edergaf;

Want het Wichtje, dat /.ij baarde. Sloeg ons satans kluisters af.

4. O dat we immer met vertrouwen,

In het leven, in den dood. Opwaarts naar Maria schouwen,

Die haar kind'ren nooit verstoot; Waar Gods Eng'leu neergebogen

Staan om d'eeuw'gen glorietroon. Deelt zij Jesus' rijks vermogen. En beveelt ze ons aan haar Zoon.

5. Luide moet ons lied dan rijzen

Om de glorie die haar kroont.

ocr page 296

388

Luide Jesus' liefde prijzen.

Die oneindig haar beloont Heden dan met de Eng'lenkringen

Juichen wij, vervoerd van min;

Maar, nog aardsche bannelingen,

Hoepen we ook haar voorspraak in.

N . 36.

MARIA- TENHEMELOPNEMING.

Wijze: Naio Deo.

1. Laat ons blij Gods lieve Moeder eeren: Zij zal heden de oogen tot ons keeren; Wat we ootmoedig in 't gebed begeeren Met ons vragen voor den troon des Heeren. f Moeder, hoogverheven!

Ach verwerf ons bij uw Zoon,

Als wij sterven,

Dat wij erven 't Eeuwigdurend hemelloon.

3. Ze is dees dag ten hemel opgenomen; Al de zaalgen doen hun zangen stroomen Haar ter eer; hoe zou een kind nu schromen, Heden voor haar moedertroon te komen, f Moeder, hoogverheven! enz.

3. Moeder nog, gelijk zij was op aarde, Heerscht zij naast den Zoon, dien zij ons baarde; Smaakt zij 't loon, dat zij zich hier vergaarde, Die zijn woorden in haar hart bewaarde.

f Moeder, hoogverheven! enz.

4. Hij, die haar tot Moeder heeft verkoren, Die haar Zoon is, uit haar schoot geboren,

ocr page 297

289

Die haar nu zijn glorie heeft beschoren; Hij, Hij zal haar moederbeê verhooren. -j- Moeder, hoogverheven! enz.

5. Welk een macht en liefde hier verbonden! Die om strijd uit duizend duizend monden Al de heemlen en deze aard' verkonden: Wie, wie bad en heeft geen hulp gevonden?

f Moeder, hoogverheven! mz.

6. Wij dan, Utrecht's oude broederleden, Komen op uw feestgetij van heden,

Moeder! vol vertrouwen toegetreden Met een krans van kinderlijke beden.

f Moeder, hoogverheven! enz.

7. W ees geloofd, c Moeder! nooit volprezen. Gij dees dag tea glorietroon gerezen; Moeder Gods, van eeuwig uitgelezen!

Ja, gij zult ook onze Moeder wezen, f Moeder, hoogverheven! enz.

Nquot;. 37.

MARIA - TENHEMELOPNEMING-

Wijze; Maria, Moeder Jcsn Christ,

1. Maria, Moeder van Gods Zoon,

Alleluja, alleluja!

Ging heden op naar 's hemels troon. Alle-, alleluja!

Ging heden enz.

ocr page 298

390

2. God zond nijne Eng'len tot haar af.

Alleluja, alleluja!

Om haar te wekken uit het graf. Alle-, alleluja!

Om haar enz.

3. Zij voeren mot hun Koningin,

Alleluja, alleluja!

Verrukt den o])en hemel in.

Alle-, alleluja!

4. Daar komt met heel een Eng'lenstoet,

Alleluja, alleluja!

De Zoon zijn Moeder in 't gemoet. Alle-, alleluja!

5. Wat onuitspreeklijk heilgenot!

Alleluja, alleluja!

Zij ziet Hem, haren Zoon en God! Alle-, alleluja!

6. Elkaar zien Zoon en Moeder aan;

Alleluja, alleluja!

Eu zwijgend bleven de Eng'len staan!... Alle-, alleluja!

7. Nu treedt zij in een zonnegloor,

Alleluja, alleluja!

Aan Jesus' hand de heemlen door. Alle-, alleluja!

8. Een maagdelijke Sterrenkrans

Alleluja, alleluja!

Staat om haar hoofd in stillen glans. Alle-, alleluja!

ocr page 299

■291

9. Zij, vol genade, als vol deugd, Alleluja, alleluja!

Geniet de volheid aller vreugd!

Alle-, alleluja!

lü. Zij zetelt op den eeretroon.

Alleluja, alleluja!

Naast Jesus, baren God en Zoon. Alle-, alleluja!

11. Zoo is zij 's hemels koningin.

Alleluja, alleluja!

Maar Moeder ook van 't aardsch gezin. Alle-, alleluja!

12. Zoo klimm' tot haar ons smeekend lied.

Alleluja, alleluja!

Vergeet ons, arme Pelgrims niet. Alle-, alleluja!

13. Wij zingen God': Alleluja!

Alleluja, alleluja!

In Maria! alleluja!

Alle-, alleluja!

Nquot;. 38.

AVE IAEIS STELLA.

BIJ ALLE FEESTGELEGENHEDEN.

Wijze: O Deus, er/o amo te; of Creator ahuc

siderum en vele andere kerkzangen. 1. Gegroet gij, Sterre van het meer! Verheven Moeder van den Heer, En altoos Maagd; gij hemelpoort, Die ons 't verbeide heil besehoort.

ocr page 300

393

2. Wat Gabriel u heeft verkond,

Neem 't Ave van zijn Eng'lenmond: Keer Eva's naam ten zegegroet,

Dat ge ons in vrede vest en hoedt.

3. Wil zondaars van hnn boei ontslaan. Breng voor de blinden 't heillieht aan. Verdrijf ons kwaad met alle straf, Smeek al het goede voor ons af.

4. O toon ons, dat gij Moeder zijt. Dat Hij, die zich uw Zoon belijdt. Door u eens tot ons heil gebaard. Door n ook ons gebed aanvaard'.

5. Der Maagden zonderlinge bloem. Zachtmoedige! der zachten roem.

Ik bid, dat ge onze schuldboei slaakt, Zachtmoedig ons en zuiver maakt.

6. Verleen een reine levensbaan.

Beveilig 't pad waarop we gaan.

Opdat wij, Jesus ziend' verheugd

Te zaam steeds juichen in zijn vreugd.

7. Zij God den Vader lof en eer, Met Christus d'allerhoogsten Heer; Zij de eigen roem den Geest bereid. Den Drie eéne eer in eeuwigheid.

Antiph. Zie, Maria was onze hoop, tot wie wi vluchten om hulp, opdat zij ons zoude bevrijden en zij is ons te hulp gekomen.

v. Gedoog, dat ik u love, o Heilige Maagd a. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.

ocr page 301

393

LAAT ONS HIDDENquot;.

Almachtige eu barmhartige God, die w onderbaar in de allerzaligste Maagd Maria eenealtoos-durende hulp tct verdediging van liet Christen volk gevestigd hebt; geef genadiglijk, dat wij, onder zulk eene bescherming strijdende in ons leven, de overwinning op den boezen vijand behalen mogen in den dood. Door onzen Heer J. C., uwen Zoon, die met U leeft en beerscht in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eenwen der eenwen. Amen.

N '. 39.

STABAT MATEE.

Naast het kruis met schreiende oogen, Stond de Moeder, diep bewogen, Daar de Zoon te sterven hing.

En haar door het zuchtend harte. Overstelpt van wee en smarte, 't Zevenvoudig slagzwaard ging.

O hoe droef, hoe vol van rouwe. Was die zegenrijkste vrouwe Om Gods Eéngeboren Zoon.

Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij. En wat folteringen leed zij Bij 't aanschouwen van dien hoon!

ocr page 302

394

Wie die hier niet schreien zoude. Die het grievend leed aanschouwde, Dat Maria's ziel verscheurt?

Wie kan, zonder mee te weenen, Christus' Moeder hooren steenen.

Daar zij met haar Zoon hier treurt?

Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus zoo in pijnen En in wreede geesol straf;

Zag haar lieven Zoon zoo lijden,

Heel alleen den doodkamp strijden. Tot Hij zijnen geest hergaf.

Geef, o Moeder! bron van liefde. Dat ik voele wat u griefde.

Dat ik met u medeklaag;

Dat mij 't hart ontgloei' van binnen In mijn' God en Meer te minnen. Dat ik Hem alleen behaag.

Heil'ge Moeder! wil mij hooren! Met de wonden mij doorboren. Die Hij aan het kruishout leed;

Ach, dat ik de pijn gevoelde Die uw' lieven Zoon doorwoelde.

Toen Hij stervend voor mij streed.

Mocht ik klagen al mijn dagen. En zijn plagen waarlijk dragen Tot mijn jongste stervenssmart.

ocr page 303

395

Met u onder 't kruis te weenen,

Met uwe rouwe uiij vereenen,

Dat verlanat mijn weenend hart.

Maagd der maagden! nooit volprezen, Wil nu niet mij tegen wezen.

Laat mij treuren aan uw /.ij.

Laat mij al de wreede plagen En den dood van Christus dragen,

Laiit mij sterven zooals Hij.

Laat mij, in zijn kruis verslonden.

Laat zijn wonden mij doorwonden

Om de liefde van uw Zoon.

Dan, in wederliefde ontstoken.

Worde ik door u voorgesproken.

Moeder! voor zijn reehtertroon.

Maak, dat mij het kruis beware.

Dat dan Christus' dood mij spare.

Dat Hij mij gena bewijz';

En als quot;t lichaam eens zal sterven.

Doe mij dan de glorie erven Van het hemelseh Paradijs.

GEBED.

Wij bidden U, Heer Jesns Christus, dat de allerzaligste Maagd Maria, uwe Moeder, voor ons nu en in het uur van onzen dood bij uwe goedertierenheid tusschenbeide kome; zij wier allerheiligste ziel met het zwaard van droefheid doorstoken is, DoorU, Jesns Christus, Zaligmaker

ocr page 304

296

der wereld, die met den Vader eu den H. Geest, leeft en Leerschtin de eeuwen der eeuwen. Amen.

No. 40.

LITANIE-LIED VAN ONZE LIEVE VROUW.

Wijze: Sta/jat Mater.

Heere, God! wil U ontfermen,

Cliristus, God! wil U ontfermen,

Heer! wil ons genadig zijn.

Heere, God! o wil ons hooren,

Christus, God! wil ons verliooren.

Heer! wil ons genadig j-ijn.

Vader, God! op 's hemels troone,

Godes Eéngeboren Zone!

Heer! ontferm U over ons.

Heil'ge Geest, God! hooggeprezen.

Drie personen, één in wezen!

Heer! ontferm U over ons.

O Maria! hoog in eere,

Heil'ge Moeder van den Heere, f O Maria! bid voor ons.

Maagd der maagden uitgelezen.

Om Gods Moeder eens te wezen, f O Maria! enz.

O gij Moeder der genade.

Wie geen erfsmet immer schaadde, f

ocr page 305

397

Moeder u-ij, eu Maagd gebleven Hebt gij Jesns ons gegeven, -j-

Gij ten tempel Gods geheiligd. En voor alle smet beveiligd, f

Liei'ste, wondervolle Moeder Van den Schepper en Behoeder, f

W ijze Maagd, en hoog te prijzen, Lof en eer moet tot n rijzen, f

Groot in moederlijk vermogen.

Zacht en trouw in mededoogen. f

Reine spiegel aller vromen.

Vreugd is ons door u gekomen, f

Vat, vol van den Geest des Heeren, AVie kan waardig n vereeren. f

Vat van godsvrucht, geur van Eden, lioze vol verborgenheden, f

Davids toren, zegeteek en.

Elpen toren, nooit bezweken, f

Gulden huis en quot;s Heeren woning, Bondsark zijner gunstbetooning. f

Deure tot des hemels luister, Morgenster na 't lange duister, f

Gij, ons heil bij krankte en wonden. Toevlucht voor wie zucht in zonden, f Troosteres van alle droeven.

Hulp voor al wie hulp behoeven, f

ocr page 306

398

Koningin der Eng'Ienrangen,

Oij der Vad'ren zielsverlangen, f

Koninginne der Profeten,

En Apost'len, hooggezeten, f Koningin der Martelaren,

Maagden-en Belijd'renseharen. f Koningin van allo Heü'gen,

Laat rnv voorspraak ons beveil'gen, f

God'lijk Lam, dat neemt de zonden.

Door uw kruis, nw dood en wonden.

Spaar ons, zondaars, spaar ons, Heer.

God'lijk Lam, wil ons bevrijden.

Door uw dood en smart'lijk lijden, Zie genadig op ons neer.

God'lijk Lam, ons heil en leven,

AVil ons alle schuld vergeven.

Ach, ontferm U onzer. Heer!

Nquot;. 41.

LIED TER EERE VAN HET H. SAKRAMENT.

Stem: In de eeuw van Adanin tijden, 1. Laten wij ons nederbuigen Voor dit Hoog Geheimenis,

Laat en mond en hart getuigen:

Dat Gods eigen Zoon hier is.

Want Hij sprak, liet kan niet falen:

„'t Is mijn lichaam, 'tis mijn bloedquot;. En zijn Kerk, hoe kan zij dwalen.

Daar Gods eigen Geest haar hoedt?

ocr page 307

399

3. Plij dan rnst hier voor ou/.e oogen In dit Heilig Sakrament,

Die in liefde en alvermogen Mate noch beperking kent; Hij, wien de Engelen aanbidden

Op zijn hoogen bemeltroon. Hij kwam neder in ons midden, 's Vaders ongeschapen Zoon!

3. Die een Maagd heeft uitverkoren

En voor alle smet bewaard;

Die als kind uit haar geboren;

Met ons wonen kwam op aard', Met ons werken, met ons weenen,

't Leven geven door zijn dood; Die door graf en voorborcht henen, 's Hemels glorie ons ontsloot,

4. Hij, wiens offer wij belijden

In 't omsluierd Sakrament,

Hij is hier, als in 't verblijden

Van des hemels glorietent; Hij moet hier als daar geprezen,

Hij, door wien wat ademt leeft! Die verwinnend eens verrezen,

Hier de onsterflijkheid ons geeft.

5. Hij is hier, die opgevaren

Aan des Vaders /.ij' regeert; Die zich ons zal openbaren,

Als Hij op de wolken keert; Die ten troost in 't sterflijk leven, Zelf zich hier ten onderpand

ocr page 308

300

Van dp sïlorie wilde geven,

üie ons wacht in 't vaderland.

6. Hij. ja! is de Heer der heeren,

Die hier alles tot zich trekt; Die door liefde wil regeer en En door liefde, liefde wekt. Dat dan 't ongeloof eens zwijge

Bij dat godlijk liefdeblijk;

Dat de liefdebede stijge:

„Laat toekomen. Meer! uw rijk!quot;

7. Glorie dan zij Hém gegeven,

Eindelooze lof en dank,

Die op d'avond van zijn leven

Ons zich gaf tot spijs en drank; Goede Jesus! zie, we knielen Diep bewogen voor U neer;

Wees de Koning onzer zielen.

Liefde toch vraagt liefde weêr!

8. Al ons leven, lijden, strijden

Zij ten dank U toegebracht.

Alle zegen en verblijden.

Wat door Iquot; op aarde ons wacht. Wil dan, Jesus! wil ons geven.

Dat geen zonde ons van TJ scheid', En wij U na 't sterflijk leven Zien iu uwe heerlijkheid.

ocr page 309

301

No. 42.

LIEFDEKLACHT VAN CHEISTÜS TOT DEN ZONDAAR.

ij/o: O zaliff, heilig Bethleheniy en andere wijzen. CHRISTUS.

(Weinige stemmen.J

1. Mijn kiud! wat heb Ik u misdaan,

Uiit gij mijn roepstem niet wilt hoeren,

Ik nam voor u de menschheid aan,

'k Hen in een stal voor u geboren.

'k Heb toen mijn kinderlijk gezucht.

Mijn bloed reeds voor u opgedragen.

Ik ben voor n vervolgd, gevlucht:

Mijn kind! wat hebt ge om Mij te klagen?

DE ZONDAAR.

CAllen.J

Barmhartig God! ik heb misdaan, Eouwmoedig val ik aan uwe voeten, Ach, zie liet kind ontfermend aan. Dat zijne ondankbaarheid wil boeten.

CHRISTUS.

(//'einige stemmen .J

2. 'k ïleb dertig jaren u gezocht.

Voor u gearbeid en gebeden,

'k Heb wat geen sterv'ling ooit vermocht Voor u verdragen en doorstreden.

ocr page 310

300

Van de glorie wilde geven,

üie ons wacht in 't vaderland.

6. Hij, ja! is de Heer der heeren.

Die hier ;illes tot zioh trekt; Die door liefde wil regeeren En door liefde, liefde wekt. Dat dan 't ongeloof eens zwijge

Bij dat godlijk liefdeblijk;

Dat de liefdebede stijge:

„Laat toekomen. Heer! uw rijk!quot;

7. Glorie dan zij Hém gegeven,

Eindelooze lof en dank.

Die op d'avond van zijn leven

Ons zich gaf tot spijs en drank; Goede Jesns! zie, we knielen Diep bewogen voor U neer;

Wees de Koning onzer zielen,

Liefde toch vraagt liefde weer!

8. Al ons loven, lijden, strijden

Zij ten dank U toegebracht.

Alle zegen en verblijden.

Wat door U op aarde ons wacht. Wil dan, .lesns! wil ons geven.

Dat geen zonde ons van 1 scheid'. En wij U na 't sterflijk leven Zien iu uwe heerlijkheid.

ocr page 311

301

No. 42.

LIEFDEKLACHT VAN CHEISTÜS TOT DEN ZONDAAE.

AVij/c: O zalig, heilig Bethlehem, mi andere wijzen.

cmtisTus.

( Weinige stem m en .J

1. Miju kind! wat heb Ik u misdaan, Uat gij mijn roepstem niet wilt hooren,

ik nam voor u de mensehheid aan,

'k Ben in een stal voor n geboren.

'k Heb toen mijn kinderlijk gezucht.

Mijn bloed reeds voor u opgedragen.

Ik ben voor u vervolgd, gevlucht;

Mijn kind! wat hebt ge om Mij te klagen?

DE ZONDAAR.

(Allen.)

Barmhartig God! ik heb misdaan, Eonwmoedig val ik aan uwe voeten. Ach, zie liet kind ontfermend aan, Dut zijne ondankbaarheid wil boeten.

CHRISTUS.

(Weinige stemmen.)

3. 'k Heb dertig jaren u gezocht.

Voor u gearbeid en gebeden,

'k Heb wat geen sterv'ling ooit vermocht Voor u verdragen en doorstreden.

ocr page 312

303

Ik ben bespot, bespuwd, gehoond.

Voor u verscheurd door geeselslagen.

Met doornen is mijn hoofd gekroond. Mijn kind! wat hebt ge om Mij te klagen?

DE ZONDAAK.

fAllen.J

Ach goede Josus! 'k heb misdaan. Ik werp mij schreiend aan uw voeten,

Ach zie het kind ontfermend aan, Dat zijne ondankbaarheid wil boeten.

CHRISTUS.

(Weinige stemmen.)

3. Mijn kind! wat heb Ik u misdaan? Ik ben, beladen met uw zonden, Hot bloedig kruispad opgegaan. Van hoofd tot voet bedekt met wonden.

Voor u, voor a ben Ik gekruist.

Voor ii heb 'k al mijn bloed vergoten:

En gij, ach gij hebt Mij verguisd.

Mijn zijde met een. speer doorstooten.

DE ZONDAAR.

(Allen.J

Ach goede Jesus! 'k heb misdaan. Ik stort mij snikkend aan uw voeten,

Ach, zie het kind ontfermend aan. Dat heel zijn zondeschuld wil boeten.

ocr page 313

303

cimrsTus.

(Weinige stemmen.)

4. 'k Vergiif u reeds zoo menig keer, 'k Vergaf n reeds zoo vele zonden:

En telkens kruisigt gij Mij weer, Eu telkens spot gij met mijn wonden.

Heb 'k daarom u met smart gezocht? Heb 'k daarom met mijn eigen leven

Van dood en liel u vrijgekocht, Om smaad voor dank Mij w eer te geven'?

DE ZONDAAR.

fAllen.J

Ach Jesus! Jesns! 'k hel) misdaan, Ik stort mij snikkend aan Tiw voeten.

Ik wil den smaad TJ toegedaan, O Jesus! heel mijn leveu boeten, CHRISTUS.

(Weinige stemmen.)

5. Heb 'k daarom, wat geen moeder doet, U, aan mijn feestdisch aangezeten,

U met mijn eigen Vleesch gevoed. Kunt ge alles, alles dan vergeten!.,.

O kind, mijn kind van zooveel smart! Wat wilt ge langer Mij weerstreven?...

Kom, stort u aan mijn open hart. Bemin!... 'k wil alles u vergeven!

DE ZONDAAR.

(Allen.) .

Mijn God! 'k verdien uw liefde niet.

ocr page 314

304

Ik val aan uw doorboorde voeten, Die 'k met mijn tranen overgiet. Ik zal voor al mijn zonden boeten;

Beminnen, Jesns! wil ik U:

Zult Gij dan alles mij vergeven?...

Beminnen, Heer! en dankbaar nu Als boet'ling voor uw aanschijn leven.

No. 43.

HET ONZE VADER.

1. God, onze Vader! Gij die zijt

In hemel en op aarde.

Dat steeds uw Naam, die ons verblijdt,

Geheiligd zij naar waarde.

Uw rijk, als onze troost en hoop.

Bestemd voor ware vromen,

O laat het na dees levensloop

Genadig ons toekomen.

Uw Ilijk, evz. als hoven.

2. De hemel luistert naar uw woord.

Wanneer Gij wilt gebieden;

Zoo moet op aarde ook ongestoord

Altijd uw wil geschieden.

Uws Zoons waarachtig Yleesch en Bloed, Dat onze ziel doet leven, Eu 't daaglijkseh brood, dat't lichaam voedt.

Zij beiden ons gegeven.

Uws Zoons, enz. uls boven.

ocr page 315

3(i5

3. Hoezeer met zware schuld belafui, O God! wil ons toch sparen; Wij schelden kwijt wat werd misdaan,

Ook onzen schuldenaren.

Bescherm ons tejren satans macht,

Als hij ons komt bestrijden;

Wil ons gestaag bij dag en nacht

Van alle kwaad bevrijden.

Bescherm ons, en:, als boven.

AMEN.

No. 44.

HET WEES GEGROET.

Wees gegroet, gij vol genaden! Wil ons, zondaars, niet versmaden. Ons, die uwe kind'ren zijn. (his.)

't Is op u, dat wij vertrouwen; Gij mocht onder alle vrouwen Moeder wezen van Gods Zoon. (bis.)

Dochter gij, door God verkoren,

Jesus is uit n geboren.

Bruid van God den Heil'gen Geest.^'s^

O Maria I nooit volprezen.

Wil voor ons een Moeder wezen. Nu en in het uur des doods, (bis.)

AMEN.

ocr page 316

306

No. 45.

GELOOF, HOOP, LIEFDE EN BEEOÜW.

1. God! al wat uw Kerk verklaart Als door U geopenbaard,

Willen we altoos vast rjdooven;

Wijl de ware Kerk van boven Voor de dwaling blijft bevrijd. Altoos alverwinnend strijdt.

Willen we, enz. als boven.

3. Jesus! wie op V verb'ouwt,

Hij heeft op een rots gebouwd; 't Is uw woord: Gij wilt ons geven. Dat wij eeuwig met U leven; Gij toeh. Gij hebt ons verlost, 't Heeft den prijs uws bloeds gekost, 't Is uw woord, enz. als boven.

3. Geest van liefde! geeft ons nu. Dat wij Vader, Zoon en U

Als ons hoogste goed beminnen. Met ous hart, met ziel en zinnen; Ook om God beminnen wij Onzen naaste, wie hij zij.

Als ons enz. als hoven.

4. Wij gevoelen in ons hart Om uw liefde groote smart

Over al onze euveldaden.

Die wij vol berouw versmaden;

Allen willen wij voortaan Altijd uwe wegen gaan Ovei al enz. als boven.

ocr page 317

807

No. 46.

PUNTEN, DIE MEN MOET WETEN UIT DE NOODZAKELIJKHEID DES MIDDELS.

EEN GOD.

Groote God! Gij zijt alléén,

Gij 't aanbidd'lijk Opperwezen;

Gij moot door alle eenwen heen,

Van uw schepselen geprezen;

Want uw lof is 'teerst gebod, (bü.)

Gij, slechts Gij zijt waarlijk God!

imrE PERSONEN.

Eén in wezen Zijt Ge, o Heer!

Maar in U zijn drie personen;

'k Moet den Geest oneindige eer Als den Zoon tïn Vader toonen.

Eeren wij naar 't hoogst gebod, (his.)

Drie Personen, en één God.

DE MENSCtlWOKDING.

Adam viel, en 't aardsch geslacht Lag in satans boeien neder;

's Vaders Zoon werd mensch, en bracht Ons tot God, zijn Vader, weder;

Eer zij Hem naar 't grootst gebod: (bis.)

Werd Hij mensch. Hij is ook God.

BELOON ING EN STRAF.

Die in zonde zich verblijdt.

Moet voor groote straften vreezen;

Christen! «oo gij deugdzaam zijt.

ocr page 318

308

Zult gij eeuwig zalig wezen.

Niiar uw daden wordt uw lot (bis.) Eeuwig eens beslist door God.

No. 47.

PELGEIMS-AVONDLIED.

Wijze: Aw rota sine spina.

1. Minlijk-blinkend van den hoogen. Diep in 't blauw van 's hemels bogen, Ziet gij als met mededoogen.

Avondster! ons. Pelgrims, aan; Vriendlijk straalt gij altoos neder, Of 't een blik is, zoet en teeder,

Dien een Moeder altoos weder Op ons broedertal laat gaan.

2. Dooft de vreugdezon haar stralen, Zien wij d'avond om ons dalen. Gij gedoogt niet, dat wij dwalen,

Trouwe Ster! gij toont uw licht; 't Is ons in ons pelgrimsleven. Van den lijdensnacht omgeven, Als een straal, die uit komt zweven Van Maria's aangezicht.

3. Zal het laatste licht ons stralen, 's Levens avond voor ons dalen,

't Brekend oog in nacht gaan dwalen:

Hemelster! blijft voor ons staan; In den doodsnacht, vol verschrikken, Wil ons, Moeder! met uw blikken,

ocr page 319

309

Vol van liefde en licht, verkwikken: Wenk ons, tot u op te gaan!

No. 48.

BEDE AAN DEN H. JOSEE.

ze: als 't Nieuw Maria-lied. (N. 5,1)1. 21fl).

1. O Josef! Voedstervader Van Jesus, onzen Heer, Wij treden biddend nader. En knielen voor u neer;

Want in uw vaderarmen

Draagt gij het godlijk Kind; 't Zal onzer zich erbarmen,

Wijl 't uw gebed bemint.

3. Wil, Josef! voor ons vragen, Dat v. ij in 's levens lot Ons naar zijn wil gedragen.

Getrouw aan zijn gebod. Wil door uw beo verwerven,

O trouwe toeverlaat!

Dat wij den hemel erven. Als eens ons sterfuur slaat.

3. Wij smeeken u te gader.

Patroon van Jesus' Kerk!

Blijf, Josef! ons ten vader,

ïen steun bij al ons werk; Vraag ons, met Jesus'Moeder,

Zijn hulp in allen nood. En blijf ons trouw ten hoeder Van nu tot in den dood.

ocr page 320

310

No. 49.

LOFLIED AAN DE H. MOEDER ANNA.

Nadat Paus Pius IX op den 8 December 1854. Maria's Onbevlekte Ontvangenis ten leerstuk heeft verklaard.

Wijze; Wti's gegroet op kindertoon, ea vele andere melodiëu,

1. Moeder Anna! luid en blij Moet ook u mijn loflied rijzen;

Moeder van Gods Moeder, gij,

'k Moet uw nieuwe quot;lorie prijzen: Straalt er op de dochter eer, 't Schittert op de moeder weer.

3. Ver reeds als de lichtstraal schiet, Vloeit van duizend dankb're tongen

't Nanw-verkondigd zegelied:

't Wordt door de Eng'len meegezongen 't Godlijk-stil geheimenis,

Dat in n voltrokken is.

3. Wonder zonder wederga!

Vlekloos hebt gij haar ontvangen.

Door nws Heeren heilgena,

'tKind dat ge aan uw hart mocht prangen Anna! ja alleen uw kind Is aldus door God bemind!

4. En ik zon niet luid en blij U in uwe dochter prijzen!

Moet niet aller eeuwen rij

ocr page 321

311

't Loflied voor u op doen rijzen!

Wie is als nw vlekloos kind.

Wie ooit liec.Jt als zij bemind!

5. Van uw dochter zonder smet Straalt de weerglans op u neder.

Keert, o Anna! uw gebed Tot haar Zoon ooit vrnohtloos weder? Moeder van Gods Moeder gij,

Bid dan Anna! bid voor mij.

No. 50.

SMEEKLIED AAN DEN H. WILLIBEORDUS.

APOSTEL EN PATROON DER NEDERLANDEN.

Wijze; Creator al uw sidcr/nn, on andere kerkzangen.

1. O Willibrord! die van omhoog Ons gaslnat met beschermend oog.

Hoor 't nageslacht der vad'ren aan.

Met wie gij zelf hebt omgegaan.

3. Zie Neerland aan, uw roem en kroon, Gij onze Apostel en Patroon!

Hier hebt gij, moedig Godsgezant,

Hier .lesns' heilbanier geplant;

3. Hier halt' een eeuw zijn naam verbreid. Zijn Bruid een zetel toebereid,

Hier door uw ijver en gebed Mijn vad'ren uit den dood gered.

ocr page 322

31 3

4. Ach! elf maal ffing een eeuwkring rond. Sinds gij hier satans rijk venvont,

En nn! ach meer dan 't half geslacht— Het zonk terng in 's vijands macht.

5. Geliefde Vader en Patroon!

Zie Neerland aan, n\v roem on kroon; Bid, Willibrord! bid bij den Heer, Dat al wie doolt eens wederkeer'.

fi. Ach voer hen met nvv trouw gezin. Ach voer ook hen n\v glorie in:

O gij, die 't Kruis hier hebt geplant, Bid voor uw dierbaar Nederland!

ocr page 323

LITANIAE LAÜEEÏANAE.

\

Kyrie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos

Christe, exaudi nos.

Pater de coelis. Deus, miserere nobis.

Fili, Eedemptor mnndi. Dens, miserere nobis.

Spiritus Sancte, Dens, miserere nobis.

Sancta Triuitas, nnns Dens, miserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Sancta Dei Genitrix.

Sancta quot;Virgo Virginnm,

Mater Christi,

Mater divinae g'ratiae.

Mater purissima.

Mater castissima.

Mater inviolata,

Mater intemerata,

Mater amabilis.

Mater admirabilis.

Mater Creatoris,

Mater Salvatoris,

Virgo prndentissimn.

Virgo veneranda.

ocr page 324

314

Virgo praedicanda, ora pro nobis.

Virgo poten s,

Virgo clemens,

Virgo fidelis,

Speculum justitiae,

Sedes sapientiae,

Causa nostrae laetitiae,

Vas spirituale,

\as honoriibile,

Vas insigne devotionis,

Eosa mvstica,

Turris Davidica,

Turris eburnea

Domus aurea

Foederis area,

Jauua coeli,

Stella matutina,

Salus intirmorum,

Eefugium peccatorum,

Consolatrix afflictorum,

Auxilium Cliristianorum,

Eegina Angelornin,

Eegina Patriarcharnm,

Eegina Froplietarum,

Eegina Apostolornm,

Eegina Martvrum,

Eegina Confessorum,

Eegina Virginum,

Eegina Sanctorum omnium,

Eegina sacratissimi Rosarii.

Eegina sine labe concepta.

ocr page 325

315

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, p.iroe nol)is, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaiuli nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere

nobis.

Christe, audi nos.

Chrifte, exaudi nos.

Ave Maria.

Sub tuum praesidium confugimtis, sancta Dei Genitrix, nostras deprecationes ne despicias in necessitatibus nostris; sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta, Domina nostra, Advocata nostra. Mediatrix nostra, tuo Filio nos reconcilia, tuo Filio nos commenda, tuo Filio nos repraesenia.

v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix.

it. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.

OEEMÜS.

Gratiam tnam, cinaesumns, Domine, mentibus nostris ini'unde, ut qui angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus, per passionem ejus et crucem ad resurrectionis gloriam perduca-mnr. Per eumdein Christum Dominum nostrum. Amen.

ocr page 326

INHOUD.

Bladz.

Bericht wegens de Broedersehap vnn O.L.V.

van Kevelaar..........v

]?ericht wegens de Bedevaart naar Kevelaar xm Onderricht voor Pelgrims, om hunne bedevaart

met de meeste vrnrht te doen. . . . 17

I. Het vertrek ter bedevaart . . . . 19

II. Het oogmerk........33

III. De reis en het verblijf.....2-9

IY. De terngreize........36

V. Besluit..........40

GEBEDEN.

Morgengebed..........45

Eeisgebeden..........5]

Avondgebed..........5 5

Gebeden bij de H. Mis.......58

Biechtgebeden..........74

Gebeden vóór de H. Communie . . . . 78

Gebeden na de H. Communie.....83

Gebed tot de H. Maagd. (Memorare.) . . 88

Gebeden om den vollen aHaat te verdienen. 89

Gebed met vollen aflaat.......92

Eenige bijzondere gebeden......94

Om deu goddelijken wil te mogen kennen . . 94

Om de gaven des gebeds.......94

Om berouw eu droefheid over de zouden. . . 94

Om genade tot het verrichten van goede werken. 95

Om de gave der onthouding......95

Tegen de kwade gedachten.......95

\ oor vrienden eu weldoeners......90

Voor beleedigers en vijanden......96

Om de bekeering der zondaren......90

ocr page 327

Litanie voor den Zondag, tot de H. Drievuldigheid ...........'J 7

Litanie voor den Maandag. Tot den H. Geest. 100 Litanie voor den Dinsdag. Van den Zoeten

Naam Jesus..........105

Litanie voor den Woensdag. Ter eere van

de H.H. Engelen........108

Litanie voor den Donderdag. Tot Jesus in

het Allerheiligste Sakrament.....113

Litanie voor den Vrijdag. Op het lijden van

onzen Heer J. C........117

Litanie voor den Zaterdag. Ter eere der Allerheiligste Maagd Maria......134

Litanie der Zeven Droefheden van Maria . 127

Litanie van den H. Josef......133

Bijzondere gebeden tot den H. Josef . .13(5 Vóór de verkiezing van een staat . . . . 130 Gebed na liet verkiezen van den ongehuwden staat . 137 Gebed eens huisvaders aan den H. Joset. . . 137 Litanie tot de H. Moeder Anna . . . .138 Gebed eener huismoeder tot de H. Anna . 140 Gebed eener weduwe tot de H. Anna . .141 De Zeven Boetpsalmen. Tot heilzaam gebruik

vóór en na de Biecht.......143

Litanie van alle Heiligen......153

Litanie voor de Geloovige Zielen. . . .163

Dag van gramschap........166

Gebeden voor verschillende Overledenen. . 169

Voor een vader of eene moeder.....16'J

Voor weldoeners..........169

Voor bijzondere personen.......109

Voor de zielen die geene bijzondere voorbidders op

aarde hebben..........170

Gebed voor de afgestorvene leden van de Broederschap.........170

ocr page 328

Zeven gebeden voor de Overledenen door het

lijden en den dood van Christus . . .171 Aanroeping der Heiligen voor de Overledenen 174

Gebed op of bij een kerkhof.....174

Manier om den H. Eozenkrans godvruchtig

te lezen...........175

De vijf blijde geheimen.......175

De vijf droevige geheimen.......183

De vijf verheerlijkte geheimen......190

Gebed tot Maria, onze Moeder, om haren

bijstand in het leven.......198

Gebed tot Maria, om haren bijstand in het

uur des doods.........199

Gebed tot Maria in allen nood . . 300 Verzuchtingen tot Maria om hare Zeven Vreugden ............203

Gebed voor de levende leden van de Broederschap............206

Gebed tot Maria als onze Moeder . . .208

GEZANGEN.

No.

1. Aanroeping van den H. Geest.—bij de Processie en andere gelegenheden . .211

2. Voorbereidings-lied.......212

8. Lied op den Naam van Maria.—Opdracht

der Pelgrimsreis........213

4. Bij het aanvaarden van de pelgrimsreize 214

5. Nieuw Maria-lied. Ter eere van O.L.V. van Kevelaar; haar opgedragen door de Pelgrims van Utrecht.-Op de heenreis . 216

6. De vijf Wonden........218

De smartelijke Wonden......219

Do verheerlijkte Wouden......223

Gebed. . . .........228

ocr page 329

7. Maria, Toevlucht der zondaren.— üp de Pelo-rimsreis.........2'2 8

8. Bij het ontdekken van Kevelaar . .331

9. Lied te Kevelaar Vóór het offeren der kaars 333

10. Lied van O. L. Vrouw van Kevelaar . 334

11. Liefdezueht tot het Kindje Jesus en zijne

H. Moeder.— Kapellied.....335

13. Smeekzang t3t de Moeder der Zeven Smarten.— Onder het optrekken naar het Eoode Kruis.......336

13. Uitnoodiging tot den lof van Maria . 339

14. Liefdezuchten tot de H. Maagd . . . 341

15. Bede aan Jesus' H. Moeder .... 343

16. Lied tot de H. Moeder van Barmhartigheid 343

17. Hulde en bede aan Maria .... 344

18. Maria. Hulp in allen nood .... 347

19. Smeeklied tot Maria . .... 340

30. Verzuchtingen tot Maria.....353

21. Pelgrimslied ter eere van de allerheiligste

Maagd en Mot der Gods Maria—Gedurende de Bedevaart......353

33. Afscheidslied te Kevelaar.....356

23. Afscheidslied. — Bij het ontbinden der

Processie..........35 7

34. Smeeklied voor de Overledenen . . . 359

35. Gezang voor de Overledenen . . .361

36. Smeekzang voor de Overledenen . . . 363

Gebed ............308

37. De vijftien Geheimen van den Rozenkrans 369

I. De vijf blijde Gelieimeu . . . . 309 II. De vijf droevige Geheimen . . . .370 Hf. De vijf glorierijke Geheimen . . . 371 28. De vijftien Geheimen van den Rozenkrans 372 I. De vijf blijde Geheimen .... 372

ocr page 330

11. Be vijf droevige Geheimen .... 373 III. De vijf glorierijke Geheimeu . 274 Gebed . . . .....; 375

2'.). Bij de Mis van dankbaarheid . . .276

30. Loflied aan Maria.—Op Maria-Boodscliap

en andere Maria-feesten.....378

31. De Onbevlekte Ontvangenis, van Maria 279

32. Jubellied aan Maria Onbevlekt Ontvangen 281

38. Lofzangen ter eere van het H. en Onbevlekt Hart van Maria......382

1..............

11..............

111..............

34. De Geboorte van Maria.....385

35. Maria-Tenhemelopneming.....386

36. Maria-Tenhemelopneming.....388

3 7. Maria- Tenhemelopneming.....389

38. Ave maris Stella—Met gebed—Bij alle

feestgelegenheden.......392

S 9, Stabat Muter............393

40. Litanie-lied van Onze Lieve Vrouw . 396

41. Lied ter eere van het H. Sakrament . 398

42. Liefdeklacht van Christus tot den zondaar 301

43. Het Onze Vader.......3Q4

44. Het Wees gegroet.......g()5

45. Geloof, Hoop, Liefde en Berouw . , 306

46. Punten, die men moet weten uit de noodzakelijkheid des middels. . . . 307

47. Pelgrims-Avondlied.......308

48. Bede aan den H. Josef......309

49. Loflied aan de H. Moeder Anna . .310

50. Smeeklied aan den H. Willibrordus . 311

Litaniae Lauretanae.......313