ENQUÃTE
BETKEFFENDÃ
WERKING EN UITBREIDING WET VAN 19 SEPTEMBER 1874
(STAATSBLAD No. 130)
EN NAAR DEN
TOESTAND VAN FABRIEKEN EN WERKPLAATSEN
B U N D E !⢠III en IV
SNEEK
TIEESEB^Tz. 1887
â
I ...........RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
0561 9428
r.
ENOTJETE
/^c.4 é ^quot;Z
WERKING EN UITBREIDING
BETREFFENDE
DER WET VAN 19 SEPTEMBER 1874
(STAATSBLAD No. 130)
EN NAAR DEN
TOESTAND VAN FABRIEKEN EN WERKPLAATSEN
BUNDEL III
BiBLiOTHEEK DER j RUKSUNIVERSITti UTRECHT ?
. »V V ;
overgeplaatr'
Vakgebiedsbibüot'r. k
SNEEK H. PYTTERSEN Tz.
1887
ZITTING VAN VRIJDAG 28 JANUARI 1887.
Tegenwoordig de heeren:
|
Verniers van der Loeff, Voorzitter. Goeman Borgesius, Onder-Voorzitter. Beelaerts van Blokland. Bahlmann. Ruïs van Beerenbroek. |
Heldt. Smit. Van Alpiien. Van der Sleyden. J. D. Veegens, Griffier. |
|
Verhoor van den heer dr. B. Carsteu. 9395 De Voorzitter: Wilt gij uw naam, voornamen, ouderdom, beroep en woonplaats opgeven? A. Doctor Berend Caraten, oud 57 jaar, adjunct-inspecteur van het geneeskundig Staatstoezicht in de provincie Zuidholland en waarnemend adjunct-inspec-teur in de provincie Zeeland, wonende te 's Gravenhage. 9396. V. De Commissie heeft begrepen, dat zij den dag van heden bestemmen moest tot het hooren van getuigen, die inlichtingen zouden kunnen geven, omtrent de omstandigheden, waaronder de vlagserij in ons land, en meer bijzonder in de provinciën Zuidholland en Friesland pleegt te worden uitgeoefend. Gij hebt de welwillendheid gehad in antwoord op de circulaire der Commissie van einde October, eene missive in in te zenden, mot twee nota's. De eene handelt over de loodwit-fabriek te Dordrecht, terwijl de andere, die zekere uitgebreidheid heeft, ons oen overzicht geeft van uwe beschouwingen over de vlasserij. Hot lag dus vanzelf op onzen weg u te verzoeken om heden ook voor ons te verschijnen, teneinde nader mondelinge inlichtingen van u te ontvangen omtrent een punt, waarvan gij zoo blijkbaar studie gemaakt hebt. Misschien zullen wij aan het slot van uw verhoor de vrijheid nemen enkele vragen van meer algemeenen of anderen aard tot u te richten. Hoofdzakelijk echter zullen wij ons met de vlasserij bezighouden, waarmede de dag trouwens tamelijk wel bezet zal zijn. |
Mag ik beginnen met u te vragen; hebt gij eenigerlei bijzondere aanleiding gehad om den toestand van de lokalen, die voor hot vlassen gebezigd worden, in zekere gedeelten van onze provincie te gaan onderzoeken ? Is het u in 't oog gevallen dat in die gemeenten eene hoo-gere graad van sterfte was, of is er eenige andere aanleiding geweest ? A. De eerste aanleiding is geweest, dat ik tusschen 1865 en 1870 don Hoeksche Waard en het eiland IJael-monde bezoekende, getroffen werd door de omstandigheid, dat de mensehen tusschen 14 en 40 jaar er zoo slecht uitzagen. Als ik dat vergeleek met andere doelen der provincie, met Voorne en Putten, en zelfs met üverflakkeo, dan was het zeer opvallend. Vooral trof het mij, dat, als men die mensehen ontmoette in gesloten lokalen, zij veel meer hoestten dan el ders. Ik heb er met verscheidene medici op het eiland IJselmondo over gesproken, en deze, die jarenlang eene uitgebreide praktijk hebben, spraken unaniem de overtuiging nit, dat het vlassen behoorde tot de meest ongezonde bedrijven. Ik heb daarop in de eerste plaats geraadpleegd de sterftestatistiek in -het algemeen van die eilanden, en toen is mij gebleken uit die van 1840 tot 1860 en verder uit opgaven die wij hadden tot 1870. dat vooral in de Hoeksche Waard en op het eiland LIselmonde de sterfte het grootste is. Kr zijn wel eenige groepen in Nederland, waar de sterfte ook hoog is, maar de Hoeksche Waard kan gerekend worden dat gedeelte van Nederland te zijn, waar de sterfte het grootste is. Ik heb mij zeiven de vraag gesteld: hoe zal ik oen onderzoek instellen ? Ik heb toen in lKt)7 eene circulaire gericht aan burgemees- |
4
|
ter en wethouders van al de gemeenten in die streek, waarin ik hun 13 vragen heb gesteld. Ik achtte het wenschelijk bij het onderzoek naar de vlas-industrie tevens in te stellen een onderzoek ten aanzien van de hennep-industrie, die in de Al-blasserwaard op breede schaal wordt uitgeoefend. Mjjne circulaire was van den volgenden inhoud: 's Gravenhage, December 1887. Ik neem de vrijheid uwe medewerking in te roepen voor een onderzoek nanr den invloed der vlas- en hennepbereiding op de volksgezondheid. Dit onderzoek heeft mij geleid tot de volgende vragen, die ik U.E A. beleefdelijk verzoek zooveel mogelijk te willen beantwoorden : K Behooren vlas en hennep tot de voortbrengselen van landbouw in uwe gemeente? Zoo ja: 2o. Bestaar er verordeningen en bepalingen omtrent het roten en verder verwerken van deze ? 3°. Hoeveel vlas en hennep wordt jaarlijks verwerkt ? 4o. Hoeveel vlas en hennep, uit andere streken afkomstig, is hieronder begrepen 7 5°. Op welke wijze heeft de roting plaats? (gtroomend, stilstaand water, oever rivieren, algemeene rotingplaat-sen); 6°. Worden in plaats van roten in water ook andere behandelingswijzen gevolgd ? 7°. Op welken afstand van de kom of ander meer bebouwd gedeelte der gemeente heeft roting plaats? 8°. Geschiedt het roten spoedig na den oogst of eenige maanden daarna? 9°. Hoeveel mannen, vrouwen en kinderen (beneden 14 jaren) houden zich femiddeld met het verwerken van deze ezig? braken hekelen, zwingelen enz. 10 '. Met welken leeftijd begint deze arbeid bij kinderen ?emiddeld met het verwerken van deze ezig? braken hekelen, zwingelen enz. 10 '. Met welken leeftijd begint deze arbeid bij kinderen ? 11°. Hoeveel (ijd wordt gemiddeld jaarlijks aan 't verwerken van vlas of hennep bepteed. 12°. Bestaan er ook inrichtingen waar het verwerken van vlas of hennep in 't groot geschiedt? |
13o. Heeft men eenen schadelijken invloed op de gezondheid ten gevolge van deze industrie waargenomen^ Het zal mij zeer aangenaam zijn door uwe tusschenkomst in staat te worden gesteld dit onderzoek voort te zetten, en de antwoorden op deze vragen zooveel mogelijk in den loop dezer of dei-volgende maand te mogen te gemoet zien. De Geneeskundige Adjunct-Inspecteur voor Zuidholland, (get ) Dr. B. Carsten. Aan Burgemeester en Wethouders van Van alle die gemeentebesturen ontving itc een antwoord, en had dus een punt van uitgang. Ik heb toen in de eerste plaats de meeste zwingelkrten op Uselmonde en een groot gedeelte van die in de lloeksche Waard bezocht. Toen werd ik meer en meer overtuigd dat dit bedrijf zeer nadeelig was cn zeker moest leiden tot vermeerdering van de ziekten der borstorganen. Daarop is door mij een onderzoek ingesteld, en heb ik uit de sterfte-staten aangetee-kend al diegenen die gestorven zijn aan acute en chronische ziekten der ademhalingswerktuigen en aan longtering. Deze laatste wordt dikwijls afzonderlijk genomen, doch neemt men deze er hier niet bij, dan zouden er verscheidene gevallen van chronische bronchitis daarbuiten blijven, en dat zou ik minder wenschelijk vinden. Men beweert ook dat het hekelen aanleiding geeft tot het ontwikkelen van longtering. Ik ben begonnen met den leeftjjd van 14 jaren, omdat over het algemeen de jongens en meisjes niet vóór dien tijd in de zwingelketen arbeiden. Ik heb van de totale sterfte eerst afgetrokken al diegenen, die overleden zijn aan ziekten, waarvan de oorzaak niet bekend wa«. En toen is mij gebleken dat de sterfte aan de genoemde borstziekten op dien leeftijd over het algemeen in de vlas-gemeenten veel grooter was dan in de gemeenten waar het vlasbedrijf niet wordt uitgeoefend: in 1870 kwam ik tot het resultaat, dat in alle gemeenten op het eiland Uselmonde, waar vlas wordt verwerkt, de sterfte grooter was dan bijv. in Pernis en Zwijndrecht, waar |
5
|
geeu vlasarbeid is. Het sprak zeer sterk. Uit was in de Hoekbche Waard hetzelfde. Ook daar was de sterfte door aandoening van de borstorganen op den genoemden leeftijd veel grooter dan in de gemeente Zuid-Beierland, waar geen vlas verwerkt wordt Ten gevolge van dat bezoek heb ik toen met den president van de maatschappij voor vlas-industrie gesproken en met verscheidene hoofden van inrichtingen, die hot vlasbedrijf in bet groot uitoe'enen. Ik heb hun eenige wenken gegeven, die ik meende dat in het belang van do gezondheid der arbeiders wenschelijk waren. Het gevolg daarvan is geweest, ik weet niet of het was post of propter, dat vooral op I Jsel -monde sedert 1870 belangrijke verbeteringen zijn aangebracht. Ãe vlasboeren, die op groote schaal laten zwingelen, hebben tegenwoordig machinale inrichtingen, waarbij het stof, dat bij het zwingelen wordt opgeworpen, ou dat schadelijk voor do gezondheid kan geacht worden, door opzuiging en ventilatie verwijderd wordt. En nu is het opmerkelijk â ik heb dat in het rapport medegedeeld â dat de sterfte aan ziekten aan ademhalingswerktuigen in de laatste jaren verminderd is ; de diagrammen, die ik aan de Commissie heb toegezonden, zijn gunstiger dan die welke ik ia 1870 gemaakt heb. Een tweede punt, dat mij in don laat-sten tijd gebleken is veel verbeterd te zijn, is dat het uitzicht van de zwingelaars en de zwingelaarsters ook eenigs-zins gunstiger is. Dat neemt echter niet weg, dat het zwingelen en braken van het vlas nog voor het grootste gedeelte op de oude wijze geschiedt, en dat het machinale braken en zwingelen tot de uitzonderingen blijft behooren. Het is dus van belang steeds het oog te houden op de zwingelketen, en daarin zooveel mogelijk verbetering aan te brengen. Ik heb in mijn rapport ook gesproken van een model-zwingelkeet. waar voor een premie werd uitgeloofd, doch waarvan tot dusverre nog geen gebruik is gemaakt. Dit neemt niet weg, dat er ook nog andere verbeteringen aangebracht kunnen worden. |
Als zoodanig noem ik in de eerste plaats ventilatie in de lokalen, want die laat zeer veel te wenschen over. Meestal hebben do zwingelkooien een zoogenaamdon zolder, waar het vlas wordt geborgen. Het stof, dat naar boven trekt en zich aan de zoldering hecht, valt later weder naar beneden. De eenige ventilatie in zulk een zwin-gelkoui wordt verkregen door het oplichten van een plank aan eene zijde van de kooi, en aangezien de werkzaamheden meest in den winter geschieden, blijven de luiken dicht, omdat er niet wordt gestookt. En toch meen ik dat, zoo ergens, hier wel verwarming mocht aangebracht worden. Indien die lokalen verwarmd waren, zouden de luiken ook wel opengezet worden. In mijn rapport heb ik den wensch geuit, dat die zwingelkooien geen zolder mochten hebben, en dat de ventilatie in het dak werd aangebracht. Verder zou men den maatregel kunnen nemen om het getal arbeiders in die zwingelkooien zooveel mogelijk te verminderen. Bij het braken is de toestand over het algemeen beter. In de eerste plaats wordt er meer machinaal gebraakt dan gezwingeld, en in de tweede plaats is de man niet zoo vlak boven het stof, hij ademt dus zoo alles niet in. Mijne conclusie komt daarop neêr, dat de vlas-industrie een zeer ongezond bedrijf is Het is treurig om aan te zien die scharen van volk, die zich met dat bedrijf bezighouden. Wanneer men een vlas-arbeider na eenige jaren terugziet â ik heb meestal mijn oog gevestigd op personen, die ik later kon herkennen â dan bemerkt men, dat zij zeer achteruit zjjn gegaan, in 10 jaar zijn zij gewoonlijk versloten. Gewoonlijk zijn zij zeer kortademig, zij zien er zeer slecht uit, ten gevolge van het emphy-seem dat zich ontwikkelt, krijgen zij minder goede circulatie, waardoor de voeding minder goed wordt, en zij dus zeer spoedig versleten zijn, zoodat het zeldzaam is, dat men iemand van 50 ziet. Het is een zeer opmerkelijk verschijnsel, dat mij verhaald ia door de burgemeesters in die gemeenten, dat zooveel menschen daar armlastig zijn, omdat zij |
|
niet meer werken kunnen; ofschoon men niet kan zeggen dat zij ziek zijn, lijden zij toch aan de gevolgen van hun bedrijf. 9397, V. Dus als ik het goed begrjjp, dan hebt u geheel uit eigen beweging en naar aanleiding van eigen waarnemingen, die u onder uwe inspectiereizen gemaakt hebt, u de zaak aangetrokken, en inderdaad een succes op uw pogingen gehad, dat zich onder cijferslaat brengen. Er laat zich immers naar u ons zegt, eene verbetering zien door de vergelijking tusschen het diagram van 10 jaren geleden en thans. Dit laatste feit bleek, zooals u straks zelf heb gereleveerd, uit uwe nota niet, want daarin was alleen opgenomen het diagram van den laatsten tijd, maar niet dat van vroeger ; de vergelijking was dus voor ons niet te maken? A. Het was wel gedrukt, want ik had er al medcdeeling van gedaan in de vergadering van den geneeskundigen raad, en het is dus in de verzameling van stukken van het geneeskundig Staatstoezicht opeenomen. 93','8. V. Ik twijfel daaraan geen oogen-blik, maar dat hebben wij niet kunnen opmerken ; wij hadden hier alleen uw laatste diagram, en die uitkomst moest ons dus natuurlijk ontsnappen : dit doet echter niets af aan de verdienste die in uw arbeid steekt en die het mij hoogst aangenaam is te releveeren. Misschien is het wenschelijk vóór alles met u den gang eens te doorloopen van de vlasserij, Dan komen wij vanzelf tot de punten, waarover wij inlichtingen van u kunnen vragen of gij die nader zoudt willen toelichten. De zaak begint al in het vroege voorjaar, in Maart, mot zaaien, niet waar? A. Juist. 9399. V. Ik onderstel dat in dat werk niets steekt, wat hier bij deze enquête behoeft besproken te worden, want het is een zeer gewoon werk ? A. Ik heb er in mijn rapport reeds op gewezen, dat de menschen uit hunne woonplaatsen naar elders gaan om te wieden. 9400. V. Daarop volgt het meer uitgebreide werk van het wieden? A. Juist. |
940'!. V. In uw stuk hebt gij ons medegedeeld dat de arbeiders in groote scharen uittrekken naar de Haarlemmermeer. naar den Upolder en naar Zeeland, Friesland en Groningen ? A. Zij gaan voornamelijk naar de Haarlemmermeer. 9402. V. Welke aanleiding bestaat er voor die menschen van de Zuidhol-landsche eilanden zoo ver weg to trekken voor die verrichting ? A. Ik denk dat dit is, omdat er de vlasboeren, die in het groot doen, veel aan gelegen is om goede vlassers te hebben, die het werk kennen. 9403. V. Ik begrijp dit, wat betreft de latere manipulaticn, waarbij eene eigenaardige handigheid en bedrevenheid te pas komt, maar stelt het wieden ook bijzondere eischen. zoodat daarvoor een geoefend personeel noodig is ? Anders is het toch wel zonderling, dat de Hollandsche bevolking zoo ver wegtrekt vcor de eerste dingen. Weet gij daaromtrent ook iets te vertellen ? A. Het is mij niet bekend. Hetzelfde verschijnsel neemt men echter in Gelderland waar. De bevolking trekt daar eveneens naar Drenthe om eiken te schillen. 9404. V. Het feit heeft u aanleiding gegeven om observaties te maken, wat de gezondheid en wat de zedelijkheid betreft ? A. Vooral wat de gezondheid aangaat. Het voornaumste bezwaar is, dat de menschen zeer slecht gehuisvest zijn, in schuren op hooi en op stroo, waardoor zij. vooral in den eersten tijd, namelijk in Maart en April, blootgesteld zijn aan plotselinge afwisselingen der temperatuur, waardoor zij zeer gauw koude vatten, hetgeen natuurlijk bij hen, wier ademhalingswerktuigen daartoe eene zekere voorbeschiktheid bezitten, het sterkst is. 9405. V. Is er nog niet een andere kwade kant aan verbonden, namelijk dat men, voordat de reis aanvangt, begint met do kleine kinderen te evacu-eeren ? A. In het algemeen worden de kinderen zelden gezoogd, maar zelfs in die enkele gevallen worden zij dan nog ontijdig gespeend. Het kind wordt dan bij eene buurvrouw of een lid der familie gedaan, en verder gevoed met voor dien leeftijd onnatuurlijk voedsel. |
7
|
94(j6. V. £n dan trekt alles weg: A. Ja : mannon, vrouwen, jongens, meisjes. 9407. V. En de tweede schaduwzijde is de onzedelijkheid ? A. Ja. dat ligt voor de hand. In het algemeen is het mij voorgekomen dat het een bedrijf is, dat zeer de onzedelijkheid bevordert. In de eerste plaats, het punt dat wij nu behandelen, dat samenzijn van mannen, vrouwen, jongens en meisjes in eene schuur of hooizolder. Het laat zich hooren, dat dit tot onzedelijkheid aanleiding moet geven; maar ook voor het bewerken zelf van het vlas zijn mannen, vrouwen, jongens en meisjes bijeen. 9410. V. Het plukken heeft in Juli plaats, niet waar? A. Ja. 941-1. V. En dan ziet men weer een repetitie van de reis in het voorjaar? A. Ja 9412 V. Onder soortgelijke omstandigheden ? A. Precies hetzelfde. 9413. V. Dan wordt het vlas binnengehaald en getransporteerd per spoor en schuit naar de centrale punten, waar de inrichtingen bestaan, die daarvoor noodig zijn, en waar het volk voor die j bezigheden gedresseerd is. Wat gebeurt V dan daar? A. Het eerste werk is den vlasstengel van zijne zaadkorrels te ontdoen, het zoogenaamde reepen. Dit is geen nadee-lijj werk. Daarbij wordt geen stof ontwikkeld, omdat het zeer voorzichtig geschiedt. Men tracht alleen do zaadbollen er af te halen, tusschen pennen door; daar wordt een vlasbundel doorgehaald en de zaadkorrels worden er afgenomen. Vervolgens wordt het vlas naar het land gebracht, om korten tijd te drogen en daarna in eene sloot geworpen om te , roten, welke sloot wordt afgedamd. De vlasplanten liggen er over elkander ip. 94/14. V. De samenstelling der plant uit drio bestanddeelen hebt gij in uw verbaal duidelijk uiteengezet; gij zult het echter nog wel eens willen herhalen en tevens aantoonen wat de bedoeling van het roten isquot;? | A. In dat stilstaand water, met orga |
nische stoffen bezwangerd, heeft eene ontbinding plaats, voornamelijk d© zoogenaamde slijmlaag treifende, die zich tusschen de schors en de splint van de vlasplant heeft ontwikkeld. 9415. V. Kunnen wij het niet aldus zeggen: De kern van de plant is hout, rondom die kern zitten de vlasdraden ; daaromheen bevindt zich de schors; dat alles wordt van natuurwege bijeengehouden door eene zekere lijmachtige zelfstandigheid. Nu is het vraagstuk om die lijmachtige zelfstandigheid zoodanig tot oplossing te brengen, dat die drie dingen zooveel mogelijk los van elkaar gaan. Daarvoor wordt het vlas in de slooten te rotten gelegd, niet waar ? A. Juist. Wanneer het goed onder water ligt, wordt het met slootmodder bedekt. Valt er niet bijzonder veel regen, en is het niet te droog, dan gaat de ontbinding geleidelijk voort; maar komt er wat te veel regen, dan wordt de ontbinding niet voldoende bevorderd en zijn die dammen zoodanig gemaakt, dat zij kunnen overloopen, en verspreidt zich dat rootwater in alle verdere slooten die met den boezem in verband staan. Daaruit wordt het drinkwater genomen, en in zooverre is het nadeelig voor de volksgezondheid. 9416. V Dat is nu eene wetenschappelijke gissing? A. Mathematisch zeker is het natuurlijk niet uit te maken. 9417. V. Hoelang blijft het vlas in die slooten liggen ? A. Dat hangt er van af, ik geloof dat hot een week of vier, vijf is. Dan wordt de modder er afgehaald en het vlas op het land uitgespreid om te drogen. Wanneer het goed gedroogd is, wordt het naar de schuren gebracht en daar opgestapeld. Naarmate de winterarbeid begint, wordt met het zoogenaamde braken een aanvang gemaakt. 9418. V. Dat is de eerste periode van den winterarbeid. Wanneer begint men daarmede ? A. In September of October. Nu zijn wij in de zoogenaamde braakhuizen. Het braken heeft niet plaats in hetzelfde vertrek waar gezwingeld wordt. Dat braken bestaat daarin, dat men de schorslaag en de houtlaag breekt. Om de vlasdraden te kunnen prepareeren, moeten die van de hout- en schorsdeelen worden gezuiverd. Bij dat breken heeft eene |
8
|
ontwikkeling van stof plaats. Dat stof beb ik beschreven, en ik heb daarvan wat medegebracht. Ik heb in -1868 wat van dat vlasstof verzameld, onder andere van den zolder van een zwingelkeet; van een zolder boven de braakmachine, en van de braakmachine afgeveegd. Ik stel deze monsters in handen van de Commissie. De stof, die zich bij het braken ontwikkelt, is niet zoo hinderlijk voor de bewerkers als die welke bij het zwingelen ontstaat; de houding, de manipulatie van de bewerkers is anders, zoodat men veilig kan aannemen dat het braken niet zoo schadelijk voor de gezondheid is als het zwingelen. 9419, V. Komt daarbij ook niet in aanmerking, dat men twee wijzen van braken heeft, namelijk het hand-en het machinale braken ? A. Bij de handbraak ontwikkelt zich niet zooveel stof; maar het braken geschiedt meestal machinaal. Men heeft in sommige braakhutten, waar machinaal gebraakt wordt, een ijzeren plaat boven de braakmachine aangebracht, waardoor het stof verhinderd wordt neer te vallen. 9420. V. De handbraak is dus een primitief instrument voor hot breken van de kern, het hout van do plant. Zijn de machinale braakmachines uit ons land of van buiten af gekomen ? , A. Ik durf het niet zeker zeggen. Bedrieg ik mij niet, dan heeft men mij indertijd gezegd, dat het Amerikaansche machines waren. 9422. V. En die zijn uit een hygiënisch oogpunt voldoende ? A. Ja, zij zijn niet zóó, dat er aanmerking op is te maken. 94'23. V. Zijn dat zeer kostbare dingen? A. In zooverre als er een stoommachinetje bij noodig is, wel. 9424. V. Dat zal dan een locomobiel zijn? A. Ja. De toestel zelfs is overigens geen kostbare zaak, geloof ik. 9425. V. Worden zulke machines met locomobile veel in rondgaand gebruik genomen, voor gemeenschappelijke rekening ? A. Neen, de groote vlasboeren houden er zelf zulk eene machine op na. 9426. V. Heeft die machine in het |
algemeen de handbraak verdrongen ? A. O neen. 9427. V. De groote massa is dus nog niet op den goeden weg? A. Neen. Ik schrijf dit hier aan toe, dat die zaak in verschillenden graad wordt uitgeoefend. De groote vlasboeren hebben zulk eene machine, maar de kleine kunnen dat niet verdragen 9428. V. Is die ijzeren plaat, die zooveel nut doet en toch maar luttel weinig kan kosten, algemeen in gebruik, of laat dat te wenschen over? A. Die worden alleen gebruikt bij de machines. Bij het handbraken is zjj niet in het gebruik. 9429. V. Is het bij de handbraak niet toe te passen ? A. Men zou het toestel ook daar dienstbaar kunnen maken. 9430. V. Met weinig kosten ? A. Ja, maar men doet het niet. 9431. V. Uit sleur? A Ja. Mag ik u nog iets doen opmerken'? Wij spraken zoo even over groote en kleine vlasboeren, maar ik zou nog een stap verder willen gaan en opmerken dat de vlasarbeid ook in het gezin wordt uitgeoefend Wanneer men een dag in de vlasstreek verkeert, ziet men dikwijls onder een afdak bij de kleine woningen de vrouw bezig met zwingelen, als zij een oogenblik tijd heeft. Dat is zeer algemeen. Het is mij wel gebeurd, dat ik vrouwen tegenkwam, van wie ik dacht dat zij vlasarbeidsters waren; bij nader onderzoek verklaarden zij nooit in een kooi of in een braakhut geweest te zijn, maar dat zij te huis een uur of vier zwingelden. 9432. V. Onder meer of minder gunstige omstandigheden ? A. Die zullen zoowat gelijkstaan, de ruimte staat in gelijke verhouding tot den omvang van het bedrijf. 9433. V. Gij spraakt daar van afdak, dat is toch in ejfeclu beter voor de ventilatie al moge het werk er minder aangenaam door worden ? A. Ik heb mij niet duidelijk uitgedrukt, ik sprak van een afdak, maar dat afdak is geheel en al afgesloten. 9434. V. Zij doen het werk dus volstrekt niet onder betere omstandigheden, de gevolgen zijn dus niet minder scha-delijlf ? Maar het is een tak van huis- |
9
|
industrie, en daar kunnen wij nu niet over spreken. Hebt gij nu nog iets over het braken to zeggen'? A. Bij die braak-machinea heeft men over het algemeen niet de zoogenaamde stoom-zuigers waarbij het stof wordt verwijderd, maar ik heb op het eiland Uselmonde, ik meen bij den heer Plaisier te Hendrik-Ido-Ambaoht, in de machinale brakerij gezien, dat de stoom tegelijk wordt gebruikt om het stof te verwijderen. Doch slechts op die eene plaats heb ik dit waargenomen. 9486. \ Bij dat braken, dat u dan nog minder kwaad schijnt te vinden, komt toch de plant in bewerking, terwijl er, zou men zoo zeggen, nog de meeste modder gedroogd aan zit. Men zou dus zeggen, dat hierbij de meeste aanleiding tot eene sterke stofontwikkeling bestaat ? A. Dat is toch niet het geval, omdat het braken het grofste werk is. De droge modder gaat er met groote stukken af en valt neer, zoodat bij het inademen niet veel stof wordt opgenomen. 9437, V. De modder valt dus in kluiten en klonten op den grond, maar geeft geen aanleiding tot de ontwikkeling van die massa fijne stof, die bedenkelijk is voor de ademhalingswerktuigen ? A. Juist; althans in kleinere kluitjes. 9438 V Laat ons thans het braken verder daarlaten. Na komen wij aan het zwingelen, wilt u ons dat eens vertellen ? A. Wanneer de vlasplant gebraakt is, komt zij in de vertrekken waar gezwingeld wordt. Het primitieve zwingelen heb ik beschreven ; het bestaat daarin, dat de zwingelaar voor zich heeft een Ãlank van een paar centimeters dikte. iie plank staat met de smalle zijde naar hem toe, terwijl aan de andere smalle zijde eene insnijding is, de zoogenaamde kraag, waarin het vlas gelegd wordt. -Met de linkerhand wordt het vlas in de kraag gelegd, en met de rechterhand hanteert de arbeider de zwingelspaan. lgt;it is een breed, plat houten voorwerp met een handsvat. Met die zwingelspaan wordt het vlas geslagen en op die wijze wordt de modder, de hout- en schors-laag er uit verwijderd. Dit werk gaat natuurlijk langzaam, omdat men van tijd tot tijd die bos vlas moet omdraaien om de verschillende kanten er van te kunnen zwingelen. Wanneer eeu arbeider zulk een bos vlas goed wil zwingelen, dan heeft hij daarvoor omstreeks drie kwartier noodig. Gedurende al dien tijd zit hij met zijn gezicht boven de plank, en door de kracht, die hij moet aanwenden, om de zwingelspaan langs de plank te bewegen, ademt hij dientengevolge nog meer stof in,lank van een paar centimeters dikte. iie plank staat met de smalle zijde naar hem toe, terwijl aan de andere smalle zijde eene insnijding is, de zoogenaamde kraag, waarin het vlas gelegd wordt. -Met de linkerhand wordt het vlas in de kraag gelegd, en met de rechterhand hanteert de arbeider de zwingelspaan. lgt;it is een breed, plat houten voorwerp met een handsvat. Met die zwingelspaan wordt het vlas geslagen en op die wijze wordt de modder, de hout- en schors-laag er uit verwijderd. Dit werk gaat natuurlijk langzaam, omdat men van tijd tot tijd die bos vlas moet omdraaien om de verschillende kanten er van te kunnen zwingelen. Wanneer eeu arbeider zulk een bos vlas goed wil zwingelen, dan heeft hij daarvoor omstreeks drie kwartier noodig. Gedurende al dien tijd zit hij met zijn gezicht boven de plank, en door de kracht, die hij moet aanwenden, om de zwingelspaan langs de plank te bewegen, ademt hij dientengevolge nog meer stof in, |
9439. V. De vorige bewerking had dus de bestanddeelen losgemaakt, en deze laatste operatie, het zwingelen, heeft ten doel hout en schors te verwijderen, waardoor men niet anders overhoudt dan het lint of vlas. Dit geschiedt op de wijze, die u duidelijk hebt omschreven; het is voor den man eene zware inspanning, doet hem hijgen en veel stof inademen, daar de geheele atmosfeer met stof vervuld is. Dat is het kwaad, niet waar? A. Ja. Wanneer men in de zwingel-keet komt, kan men door het stof elkander niet onderscheiden, en is men er een oogenblik in, dan is men geheel met stof' bedekt. 9440. V. Wat is daartegen te doen? A. In de zwingelkeet ventilatie aan te brengen om het stof te verwijderen. Al wat zolder is, moet uit de keet genomen worden en eene dakventilatie worden aangebracht; het beste zoude zijn dakruiten. Zoodoende zou men ook meer licht kunnen krijgen, want het beweren, dat licht nadeelig voor het vlas is, is ongegrond. Men zou dus boven meer licht kunnen aanbrengen, zoodanig dat men de ramen kon oplichten, ook tot bevordering der ventilatie Dan zoude nog het getal arbeiders in de zwingelkeet beperkt moeten worden Ik heb opgemerkt, dat in verscheidene zwingelketen de ruimte voor ieder persoon, die daarin werkte, niet meer dan 14 kubieke meters bedroeg. Dit is wel wat weinig, vooral, wanneer men nagaat, dat in de hospitalen 50 kubieke meter vereischt wordt. Beperking van het aantal is dus hoogst noodig. Nu de verwarming der lokalen, die met de ventilatie in nauw verband staat. Bij gebrek aan de noodige warmte ziet men toch wel dat de ventilatie door de arbeiders tegengewerkt wordt. |
10
|
9442. V. Gij spraakt van verwarming, maar is daar niet een groot gevaar aan verbonden met betrekking tot het artikel ? A. Dat geloof ik niet. Men kan om de kachel een mantel zetten. Het komt mij voor, dat het bezwaar zoo groot' niet zou wezen ; er zijn toch altijd eenige personen aanwezig, en een baas die toezicht houdt. Desnoods zou men in de zwingelkeet een kamertje kunnen afschieten voor een kachel. 9443. V. Is te dien opzichte het een en ander gedaan ? Hebben de plaatselijke besturen zich do zaak aangetrokken en misschien daarvoor verordeningen vastgesteld ? A. Daaromtrent is mij niets bekend. Alleen heeft, gelijk ik straks zeide, de Maatschappij voor vlas-industrie zich de zaak aangetrokken. Die Maatschappij heeft, behalve de lokalen, ook andere zaken besproken, en wel degelijk onder andere de machinale bereiding. Nu is het moeilijk te zeggen of het daar een gevolg van is, maar sedert die Maatschappij en ik er ons mede bemoeid hebben, is het beter geworden en zijn er meer machines en stofzuigers geko-merl De toestand is nu wat verbeterd. Maar van den kant der plaatselijke besturen heb ik geen teeken van leven gezien, geen bouwverordening over zwingelketen. 9445. V. De maatschappij voor vlasindustrie behoort immers te Dordrecht te huis? A. De algemeene vergadering werd te Rotterdam gehouden. Voorzitter was de heer Van Aken, gewezen burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht, die, zoo ik wel heb, straks als getuige voor de Commissie zal verschijnen. 9446. V. Die Maatschappij heeft zich de zaak aangetrokken, maar gij hebt niet bemerkt, dat door de plaatselijke autoriteiten eenige verbeteringen zijn aangebracht ? A. Ik herinner mij niet ooit eene verordening onder de oogen te hebben gehad. 9447. V. De groote zaak zou zijn de verplichting voor te schrijven tot betere ventilatie 'I A. Ja, en het bevorderen van de toepassing van het machinaal zwingelen en het machinaal stof opzuigen. |
9448. V. Worden er reeds exhausters aangetroffen ? A. Ik heb ze gezien te Hendrik-Ido-Ambacht in de fabriek van Snauw buiten het dorp, bij Steehouwer en ik meen bij Plaisier. 9449. V. Gij kent zo dus niet alleen uit de boeken maar ook uit de praktijk? A. Ja. 9450. V. Acht gij ze nuttig? A. Ze werken uitstekend; ik heb 12 personen aan het zwingelen gezien, die niet meer met de spaan arbeiden, maar het vlas in de gleuf leggen. Door de beweging van de spaan wordt het stof in eene kast gezogen. In die kast bevindt zich een trommel die bewogen wordt en het stof uit het dak verwijdert. 9451. V. Zijn de exhausters kostbaar ? A. Vrij kostbaar, maar daardoor wordt veel handenarbeid uitgewonnen. 9352. De heer Smit: Gij zegt dat het machinaal zwingelen uitstekend is: bedoelt gij hiermede uitstekend voor de gezondheid of voor de qualiteit van het vlas? A. Voor de gezondheid. 9453. V. Is het u niet bekend, of de qualiteit van het vlas dezelfde blijft? A. Dat durf ik niet zeggen, maar herhaaldelijk heb ik vlasboeren op de gunstige uitwerking van die werktuigen, op de gezondheid der arbeiders opmerkzaam gemaakt. Dat het vlas minder goed is, heb ik nooit gehoord. 9454. De Voorzitter: Sedert hoe lang past men exhausters bij het machinaal zwingelen toe ? A. In 1875 heb ik die het eerst opgemerkt. 9455. V. Gij komt gaandeweg zeker nog wel in die gemeenten ? A. Ja. Na 1875 zijn er verscheidene exhausters bijgekomen. In Heerjansdam en Hendrik-Ido-Ambacht zijn er ^zoodanige inrichtingen. 9456. V. De vraag van den heer Smit is voorzeker volkomen rationeel. U beziet de zaken uit een hygiënisch oogpunt, en vindt natuurlijk allicht voortreffelijk, wat de menschen gezond maakt. Maar het is hun te doen om geld te verdienen. Als het kwaad werkte, zouden zij er vanzelf niet van willen weten; maar gelooft gij dat dit van deze zaak |
11
|
moeielnk vermoed kan worden, en neemt het gebruik van die toestellen toe ? A. Het neemt toe. 9457. V. En als gij met die menschen gesproken hebt, hebben zij u dan niet op de schaduwzijde gewezen? A. Ik heb nog niet lang geleden met den ouden heer Snauw over de zaak gesproken ; hij is een oud-vlasboer, maar van hem heb ik er ook niets van gehoord. 9458. V. Is er bij het zwingelen ook een preservatief toe te passen 7 A. Het eenige zou zijn het dragen van zoogenaamde respirators. Maar over het algemeen worden die dingen ter zijde gelegd. Misschien dat het bij de vlasindustrie komt, omdat men daarbij krachtig moet ademen, en de respirator eene belemmering is, maar zeker is het dat ik ze in andere fabrieken ook heb zien ter zijde leggen, omdat zjj er om lachen en de menschen niet overtuigd zijn van het groote nadeel waaraan zij blootstaan. 9459. V. Zijn de respirators wel eens aangewend bij de vlasserij ? A Ik herinner mjj niet ze ooit daarbij gezien te hebben, maar ik heb wel eens gezien dat zij doeken voor den mond hadden. Den gewonen halsdoek deden zij, in den vorm van een driehoek, voor het gelaat, zoodat de basis over den neus en de punt over den mond hing. 94(50. V. Daaruit blijkt, dunkt mij, dat bij die menschen de zucht bestaat om een respirator, al is het in primitieven vorm, te bezigen. Hebt gij â het is volstrekt geen verwijt dat ik u er van maak â het punt van de respirators nooit ter sprake gebracht? A. Jawel, maar dan werd mij geantwoord : dat gaat niet. ⢠9461. V. Zou de reden daarvan ook kunnen zijn, dat zij dan minder makkelijk met elkander kunnen praten ? Wij hebben gehoord dat dit in sommige fabrieken de reden is dat men tegen de respirators is. A. Ik durf het niet zeggen. 9462. V. Het is dus door de boeren, met uw weten, nooit beproefd respirators te bezigen ? A. Dat ik weet niet. 9463. De heer Goeman Borgesius: Hoeveel uren wordt in de zwingelkeet gewerkt ? |
A. Zij beginnen, zooals ik reeds in het rapport gezegd heb, 's morgens om 4 uur, half vijf, en werken door tot zonsondergang. f 9464. V. Zou er geen middel zijn om dien langen werkdag wat te bekorten ? Die voortdurende blootstelling van do ademhalingswerktuigen aan die minder gunstige omstandigheden zal ook wel een van do redenen zijn, waarom het zwingelen zoo ongezond is? A. Ja, hoe langer men aan het stof in de zwingelkeet is blootgesteld, hoe nadeeliger. 9465. V. Gij hebt gezegd, dat in den regel kinderen onder 14 jaar niet medegaan naar de zwingelkeet; maar worden zij bij andere verrichtingen der vlas-industrie wel gebruikt? A. In het algemeen niet. In mijn rapport heb ik gezegd, dat in de zwingelen braakketen wel jongere kinderen komen, maar dat is minder om te werken dan wel omdat de ouders hen me-denemen, omdat zij het goed vinden dat de- kinderen reeds vroeg het werk zien en zich aan de inademing dier stof gewennen. 9466. V. Zijt gij dat met hen eens ? A Neen, zeker niet. 9467. V. Ik deed de vraag, omdat ik in verschillende schoolrapporten lees, dat de vlas-induslrie zoo nadeelig werkt op getrouw schoolbezoek ? A. Dat laatste is ook toe te schrijven aan de verplaatsing der ouders. Als die naar de Haarlemmermeer gaan bijv. nemen zij de kinderen mede. 9468. V. Van welken leeftijd zijn dan die kinderen, welke door hen medegenomen worden ? A. Die zijn tusschen 10 en 12 jaar. 9469. De Voorzitter; Wat hebt gij, sprekende over de fabricage in het al-geipeen, -bedoeld met dat zwingelen op Maandag? Dat zij het dan minder lang kunnen uithouden 1 Hoe komt dat? A. Dat schijnt voornamelijk hierin te zitten, dat de luchtcellen worden uitgezet en dientengevolge in een gedeeltelijken verlammingstoestand verkeeren, zoodat een nieuwe prikkel noodig is om ze weer tot werkdadigheid te brengen en de ruimere ademhaling te bevorderen. 9470. V Dat zij dan dus minder zwingelen houdt soms geen verband met de |
12
|
gewoonte, die meer brj werklieden voorkomt. om des Maandags maar halve dagen te werken? A. Do omstandigheid, dat zij het niet kunnen, laat zich zeer goed verklaren door de opeenhooping van stof in een groot gedeelte van de luchtcellen ; dat neemt niet weg, dat bjj de vlas-industrie het jenevergebruik vrij algemeen is, en men zal ook wel Maandaghouden en niet werken; maar hetgeen ik in het rapport heb medegedeeld omtrent de mindere werkzaamheid op Maindag, schrijf ik toe aan de werkdadigheid van de luchtcellen, die eerst moeten geprikkeld worden voordat zij behoorlijke activiteit krijgen om weer te kunnen uitademen wat er in gekomen is: Dat is ten minste mijne verklaring van het feit. 9471. V. Wanneer nu het zwingelen is afgeloopen, wat gebeurt er dan verder? A. Wanneer het zwingelen is afgeloopen, ziet het vlas er al heel glad uit; men ziet er bijna niets op dan een onkel houtstengeltje enz.; dan wordt het zoogenaamd opgemaakt. Dit geschiedt nog al eens door jeugdige personen van â 14, 15 jaar üe fijne houtsdeeltjes, die er nog in zijn, worden verwijderd, hetzij met de hand, hetzij met een houtje, hetzij op eene andere wijze. Dit werk is spoedig afgeloopen en wordt door sommigen beschouwd als nog nadeeliger te zijn dan het zwingelen, üe juistheid van die meening heb ik echter nooit kunnen inzien. 9472. V. Gebeurt deze bewerking ook in de zwingelkeet, of in een ander lokaal ? A. Neen, in de schuur van den vlasboer. 9473. V. Men heeft u wel gezegd dat dit werk nog nadeeliger is dan het zwingelen, maar u hebt die overtuiging niet ? A. Neen, het tegendeel van dien; het komt mij voor minder nadeelig te zijn. 9474. V. Is na dit opmaken de fabricage afgeloopen ? A. Ja, dan worden er zoogenaamde steenen van gemaakt en die in don handel gebracht. 9475. V. In het begin hebt gij gezegd dat do gezinnen met hunne kinderen en al uittrokken om aan het werk deel te nemen, dat wij hebben doorloopen, |
Worden bij de geheele bewerking van het vlas voortdurend zeer jeugdige personen aan het werk gesteld ? A Over het algemeen niet. 9476. V. Gebruikt men ze dan alleen bij het wieden ? A Zjj gaan mede, omdat het gezin als het ware opgebroken wordt. 9477. V. Maar wanneer het vlas ingehaald is en er dus geen veldarbeid meer te verrichten valt, worden de kinderen dan gebruikt bij het braken en zwingelen ? A. Over het algemeen is hat werken van kinderen dan niet groot. 9478. V. Wat verstaat gij onder kinderen ? A. Jongens en meisjes van 12â14 jaren. 9479 V. Woorden die ook bij het zwingelen gebruikt ? A. Ja, dan beginnen zij. 9489. V. Dus bjj het zwingelen en het opmaken van het vlas worden jongens en meisjes boven de '12 jaren gebruikt. Worden zij ook gebruikt bij het braken ? A. Neen. 9481. V. is dat het werk voor volwassenen. A. Ja, Mijnheer de Voorzitter. 9482. V. Uit hoeveel personen bestaat gewoonlijk het personeel in zulk een zwingelkeet ? A. üat is zeer verschillend. De type van een zwingelkeet zal er een zijn, waarin 20 personen werken. 9483. V. Gij zegt dat die 20 personen bestaan uit volwassenen, jongens en meisjes. Bestaat er eene zekere verdeeling, verhouding in? A. Neen 9484. V. Men gebruikt dus wat men krijgen kan? A. Ja, doch er zijn meer volwassenen. 9485. V. Het wordt dus ook door jongens en meisjes boven de 14 jaar, als een middel vanj verdienste aange-gegrepen? A. Ja zeker. 9486. V. De nadoelen van het vlas-sersbedrijf op het schoolbezoek worden dus voornamelijk veroorzaakt doordat de geheele familie van huis trekt. Maar geeft nu het werkon in de schuur ook aanleiding tot schoolverzuim? Het laat- |
13
|
gte zal wel ontkennend dooi* u beantwoord worden, omdat het werken in die schuren niet door zoo jonge kinderen geschiedt 7 A. In het algemeen geloof ik niet, dat do vlas-industrie aanleiding moet geven tot schoolverzuim. Maar er komt iets anders hij. Een gedeelte van de arbeiders, dat 's winters in de zwingelkeeten werkl, gaat 's zomers naar de steenplaatsen, en daar worden, en werden vooral vóór 1874. veel jonge kinderen gebruikt, die daardoor de school verzuimen. 9487. V. In welken tijd van het jaar komt dit meestal voor ? A. In den zomer. 9488. V. Dus juist in dien tijd, wanneer de voorjaarsarbeid is afgeloopen, en die van den winter nog niet aangevangen ? â A. Ja. 9489. V. üp zich zelf dus heeft het vlassersbedrijf dit nadcelige gevolg â dat toch al belangrijk is â dat het ge-heele gezin optrekt? A. .la, wat betreft den arbeid te velde buiten hunne woonplaats. 9490. De heer Goeman Borgesius: Komt het niet dikwijls voor, dat de moeders medewerken in de zwingel-kooien en de schoolgaande kinderen dan te huis moeten blijven om op de heele kleintjes te passen ? A. Ik heb dit niet bepaald opgemerkt, doch het zal zeker wel het geval zijn. Dit staat vast, dat er verscheidene moeders in de zwingelkooien werken. 949'!. V. Is het u ook opgevallen, dat de huisgezinnen onder dat werk dei-moeders leden, dat bijvoorbeeld de kin deren verwaarloosd worden ? A. Dit heeft mijne aandacht niet getrokken. 9492. De Voorzitter ; Kunt gij mij ook zeggen wat de jongens en meisjes van 14 tot 15 jaren zoo ongeveer verdienen ? A. Dat weet ik niet Wèl kan ik verklaren, wanneer een gezin, bestaande uit man, vrouw en een paar kinderen, in het vlas werkt, het een zeer goed weekgeld maakt. Aan die ruime verdiensten, die in de laatste jaren wel wat verminderd zijn, valt ook de vermeerdering van het drankmisbruik toe te schrijven. |
9493. V. Komt er ook sterke drank in de kooien ? A. Het is mij niet bekend, maar het zou mij niet verwonderen, want ze komen des nachts te 4 uren bijeen. 9495. V. Wij hebben gesproken over de onzedelijkheid bij het op reis gaan van de familiën in het voorjaar ; maar bestaat er ook in die zwingelkeeten, kooien en dergelijke plaatsen een toestand die minder wenaohelijk is? A. Ik ben er geen ooggetuige van geweest, maar ik heb herhaaldelijk gehoord, dat het broeinesten van onzedelijkheid zijn. 9496 V. Komen zij in het late najaar en in den winter ook reeds zoo vroeg op? A. Ja. 9497. V. Hoe is dan de verlichting? A. Dat durf ik niet zeggen. 9498. V. Hebt gij in het Zuidholland-sche ooit de , oprichting waargenomen van zoogenaamde centrale inrichtingen op groote schaal, die dan eene betere ventilatie hebben, en waar de gevaren vermeden zijn, op welke gij gedoeld hebt ? A. Alleen de groote vlasboeren volmaken hunne inrichtingen ; maar er is geene centrale inrichting. 9499. V. Is het u bekend, dat die in Friesland bestaat? A. Neen. Hot zou ook wenschehjk zijn, dat men centrale inrichtingen had voor het roten van het vlas. Het water zou dan gefiltreerd kunnen worden vóór het op den boezem komt Nu wordt dit dooide rottende zelfstandigheden zeer onzuiver gemaakt. Niet alleen, dat daardoor reeds het water zeer onbruikbaar is maar tevens wordt zoo min mogelijk gespuid, ten einde geen gelegenheid to f even tot het overloopen van den dam. n den boezem, genaamd de Waal.tus-sehen Ridderkerk en Hendrik Ido-Am-bacht, heeft weinig watorverversching plaats, en door het rootwater uit de slooten wordt het drinkwater voortdurend slechter. even tot het overloopen van den dam. n den boezem, genaamd de Waal.tus-sehen Ridderkerk en Hendrik Ido-Am-bacht, heeft weinig watorverversching plaats, en door het rootwater uit de slooten wordt het drinkwater voortdurend slechter. 9500. V. De verschijnselen en de vormen der ziekten, waarin het kwaad zich openbaart, hebt gij in uw rapport opge-teekend ? A. Ja. 9501. De heer Goeman Borgesius: Dat roten verwekt een gruwelijken stank; |
14
|
geschiedt het in booten langs den open-baren weg, zonder dat eene verordening aangeeft dat men zich op eenigen afstand moet houden? A. Ja. 9502. V. Bestaan niet in Groningen zulke verordeningen in enkele gemeenten ? A. In Zaidholland bij mijn weten niet. 9503. V. Is de uitwaseming van root-slooten ook nadeelig voor de borstor-ganen ? A. Neen, maar er komen tussohen-pozende koortsen uit voort; die slooten zijn als het ware kunstmatige moerassen, bronnen van malaria. Wanneer het water gedronken wordt door kleine kinderen met gevoelige intestina, volgt daaruit diarrhee. 1504. De heer Ruys van Beeren-broek: Worden ook rootsloten in de nabjjheid van woningen aangetroffen? A. Neen, alleen buiten de kom der gemeenten. 9505. V. Dus op zoodanigen afstand van de woningen, dat haar drinkwater niet onmiddellijk wordt bezwangerd met nadeelige stoffen? A. Onmiddelljjk niet; men drinkt niet het water uit de rootslooten. 9506. De heer Smit: Ik wensoh alleen een misverstand op te helderen. Dat vindt zijn oorsprong hierin, dat men alleen langs de weiden roten kan, en nu liggen die weiden meest langs den openbaren weg. Zoo is het bjjv. te Ridderkerk. 9507. De Voorzitter: Ik heb u straks gevraagd of gij kennis droegt van het bestaan van eene centrale inrichting in Friesland. Daarop hebt gij ontkennend geantwoord. Zijt gij echter ook overigens bekend met den toestand van de vlasserij in Friesland? A. Neen. Ik herinner mij alleen een verslag van den geneeskundigen raad van Friesland en Groningen omtrent de openbare hygiëne op het roten. Daar was verschil van meening omtrent het al of niet nadeelige van het rootwater; echter niet voor zooveel dit als drinkwater mocht gebezigd worden; daaromtrent bestond geen verschil. 9508. V. Uit eigen waarneming weet gij er echter niet van? A. Neon. |
9509. V. Dan zullen wij onze besprekingen van de vlasserij voor geëindigd houden. Mag ik u overigens nu vragen, of er ook naar uwe meening in uw ressort takken van industrie zijn, waarop onze aandacht in het bijzonder dient gevestigd te worden ? Gij hebt straks al met een enkel woord gesproken óver de steenfabrieken ; kunt gij daarover ons ook het een en ander medodeelen. A. In vergelijking met de vlaa-industrie is over het algemeen het werken op de steonplaatsen niet zoo nadeelig; trouwens het werk wordt gedaan in de open lucht. Ik kan ook niet zeggen, dat men bij hot maken van de producten van die fabricage nadeel zou kunnen ondervinden. Wel is mij opgevallen dat er lang gewerkt wordt op die steonplaatsen, ook door het jongere personeel. In den laatsten tjjd is dat ook weder beter geworden, maar er is eon tijd geweest, ook nog terwjjl ik geneeskundig ambtenaar in deze provincie ben, dat jongens van 12 jaar, en zelfs daaronder, 13 en 14 uren daags, behoudens den schafttjjd, werkten. Zij moesten tegen een volwassen man, een vormer, opwerken, hetgeen voor die jongens veel te zwaar is. Daar waar het vormen machinaal geschiedt, zooals in den laatsten tijd veelal het geval is, is dit minder in het oogloo-pend. Het werken van zulk een jongen bestond in het nemen en opeenhoopen v in het vormsel, hetgeen een voortdurend draaien teweeg brengt. Deed hjj dat werk van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, dan werd hij meestal 's avonds zoo duizelig dat hij niet op de beenen kon blijven staan. Het werk, dat do jongens nu doen, is echter ook niet licht. Zij werken van 's morgens vijf tot 's avonds 7 uur, waarvan hoogstens 3 uren voor schafttijd en rust afgaan. Het work bestaat in het kruien van steenen van de vormplaats naar de ovens Dat werk wordt ook gedaan door vrouwen, die voornamelijk aan de ovens werkzaam zijn. Die steen-industrie is in mijne oogen nadeolig wat betreft het te veel werken van jongens en het uitbreiden van den arbeid van de vrouw. 9510. V. In welke streken van ons |
15
|
land zoudt gij meenen, dat die industrie het kwaadst is? A. In Zuidholland is dat niet zoo erg en bepaalt zich die industrie tot Alblas-serdam, Langerak en Hendrik-ldo-Ara-bacht. Daar is dat kwaad niet zoo in het oog springend. 9511. V. Waar dan wel? Laat mij maar zeggen wat ik bedoel. Gij hebt ons attent gemaakt op de steen-industrie, waarop wij, zooals gij wel kunt aannemen, reeds onze aandacht hadden gevestigd. Het zou echter mogelijk zjjn, dat gij ons eene vingerwijzing zoudt kunnen geven omtrent streken in de provincie of in het land, waar de nadeelige zijden van die industrie een ernstiger karakter hebben dan elders. Ik noem bijvoorbeeld de Usel- en Waalstreken. A. Daaromtrent kan ik niet veel me-dedeelen, dat ligt buiten mijn terrein. 9512. V. Hier in de provincie kent gij die zeker toch? A. Mijn werkkring ligt bezuiden Maas en Lek en daar wordt die industrie weinig uitgeoefend. Hierboven noemde ik die plaatsen reeds. 9513. De heer Knys van Beereu-broek: Sprekende over kinderarbeid, hebt gij alleen gewag gemaakt van jongens; maar worden er ook meisjes gebezigd ? A. Het werk wordt meestal gedaan door jongens, doch ook wel door volwassen vrouwen. 9514. V. Ik doe u die vraag, omdat in Limburg ook wel meisjes â altijd boven den leeftijd van 12 jaren â gebezigd worden bij de steenbakkerijen om de gevormde steenen weg te dragen. Het getal staat daar zoowat gelijk voor meisjes en jongens. A. Ik heb geen meisjes gezien, maar wel veel vrouwen. Naar eene berekening, die ik vroeger eens gemaakt heb, werken op eene steenfabriek ongeveer de helft mannen, een vierde vrouwen en een vierde jongens, 9515. De Voorzitter: Gij hebt ons straks zeer duidelijk en nauwkeurig den gang van de vlas-industrie verteld; gij hebt gezegd, dat in de maand Maart, in het voorjaar, de gezinnen er op uittrekken om te zaaien en spoedig daarop om tewieden. Tusschen die periode en de winterperiode werken zij op de steenfabrieken; trekken zij daar dan ook gezinsgewijze heen ? |
A. De fabriek, die ik bedoelde, is te Hendrik-Ido Ambacht, en die is dicht bij de vlasstreek 9516. V. Zij vinden hun werk dus vlak in de buurt; dat nomadenleven komt dus daar niet te pas ? A. Neen. 9517. V. Wij hebben thans de donkert kanten bekeken. Hebt gij ook iets goeds te vertellen van de provincie? Dat zal er toch ook wel zijn ? A. Natuurlijk, ik heb mijne aandacht gevestigd op de glasfabricage. Aan die flasfabricage zijn ook wel gebreken ver-enden, maar ia den laatsten tijd is er toch vrij wat verbeterd.lasfabricage zijn ook wel gebreken ver-enden, maar ia den laatsten tijd is er toch vrij wat verbeterd. De glasfabriek van Mjjnssen en C0. te Leerdam is een zwart-glasfabriek en die van de heeren Nieuwenhuizen en Mjjnssen is er een van wit-glasfabricage. In die zwart-glasfabriek nu zijn nog enkele koelovens, waar het uithalen nog op de ouderwetsche manier geschiedt. De heeren zullen allen weten, dat het groote bezwaar bij die glasfabricage is, dat jongens gebruikt worden om de heete flesschen uit die koelovens te halen. Op de fabriek van Jeekel en C0. bestaat dat nog, maar langzamerhand worden meer koelovens daargesteld en wordt het beter, maar toch is het een feit dat jongens in een zoogenaamde koeloven moeten kruipen, waar de temperatuur ver over de 100 graden is Zij krijgen dan zoogenaamde wanten aan, om de flesschen te kannen aanpakken, maar gevallen hebben zich voorgedaan, dat de hooge temperatuur zoo op de jongens werkte, dat zij bewusteloos werden, uit den oven moesten gehaald worden en eenigen tijd moesten liggen om tot zich zelf te komen. 9518. V. Dat is te Leerdam? A. Ja, maar b|j Mjjnssen en CJ. heeft men verbetering aangebracht en meer koelovens gemaakt, maar toch heb ik er een gezien, waar nog jongens inkruipen. In de wit-glasfabriek van Nieuwenhuizen en Mjjnssen echter heeft men een toestel aangebracht, waardoor dit niet meer noodig en het bezwaar opgeheven is. De flesschen zijn eenvoudig in ijzeren laden gebracht, die machinaal boven de ofens worden bewogen, en |
16
|
⢠geleidelijk wordt het glas afgekoeld, en dan staat er een meisje, die de flesschen er afneemt. Ik moet hierbij doen opmerken, dat die firma Nieuwenhuizen en Mijnssen voor hare werklieden nog al veel doet. Zij hebben onder anderen een ziekenfonds opgericht voor hunne werklieden en ze verzekerd tegen invaliditeit. Ook hebben zij het plan, om te gemoet te komen aan het bezwaar van die koelovens waarvan ik zoo even sprak. In die glasfabrieken, on vooral in de witglasfabrieken, wordt nog ander ongezond werk verricht. Zoo zijn daar men-schen bezig om arsenik met mangaan-oxyde en kobalt te vermengen. Daar hierbij ook soda gebruikt wordt, kan dat werk niet anders dan zeer nadeelig voor de gezondheid zijn. Ik heb werklieden dikwijls aangeraden om bij dat werk respirators te gebruiken; maar ik heb zo er niet toe kunnen krijgen, omdat men nog niet overtuigd van het nadeel is 9529 De heer Goeman Borgesius : Gij hebt gezegd dat de jongens in die heete ovens gaan; geschiedt dit omdat de opening voor volwassenen te klein is ? A. Ja. 9520. V. En zijn het zeer kleine jongens? A. Ik denk van 13 jaar. 9521. V. Moeten zij er lang achtereen in blijven ? A. Zoolang als zij het kunnen uithouden. De flesschen liggen achter in den oven, ik denk op l'/j meter van de opening; zij moeten de flesschen dus naar zich toehalen. Als zij er dan uitkomen, worden zij door een ander afgelost. 9522. V. Als ik het dus goed begrijp, heeft men daarvoor ook eene ploeg van jongens ? A. Ja. Het zijn dezelfde jongens, die ook bij de glas-industrie worden gebruikt. 9524. De Voorzitter: Hebt gg soms ook op lichtpunten te wijzen ? Gij kont zeker ook plaatsen waar iets gedaan wordt in het belang van de ontwikkeling, van de opleiding van den werkman? A. Ja, voornamelijk is mij dit opgevallen in de fabriek van den heer Leen Smit aan den Kinderdijk. |
üok toen ik de fabriek van de firma Diepenveen, Leis en Smit bezocht om oen onderzoek in te stellen naar den invloed der ontwikkeling van de ijzer-deeltjes bij het boren als anderszins, heb ik enkele interessante bijzonderheden vernomen, die bewijzen dat er wel iets voor den werkman, in het bijzonder voor de jongens, gedaan wordt. Zoo wordt er bijv. een paar keeren per week door de jongens slechts halve dagen gewerkt, en dan moeten zij de andere helft van den dag schoolgaan, op straf van uit de fabriek verwijderd te worden. Daarvoor wordt door de ondernemers zelf gezorgd. Dan zijn er nog ziekenfondsen, die door de ondernemers beheerd worden en waaruit de werklieden, ingeval van ziekte, de helft van hun loon trekken. 9525. De heer Ruys van Beeren-broek: Een enkele vraag nog naar aanleiding van de glas-industrie. Worden de jongens, behalve voor het halen dei-voorwerpen uit de koelovens, ook gebruikt bij het blazen van glas? A. Wel bjj dat bedrijf, maar zij blazen zelf niet. Bij de glasfabricage staat aan iederen pot een ploeg van vier man, namelijk een sapper, een aanbrenger, een vormer en een jongen die het glas wegdraagt. Die jongens, die het voorwerp gloeiend wegdragen en het aan eene staaf hebben om het in den oven te zetten, worden gewoonlijk ook gebruikt voor de koelovens. 9526. V. Weet gij ook of er dag en nacht gewerkt wordt? A. Hoofdzakelijk des nachts. Zondagnachts begint het om 12 uren en gaat de heele week door, iederen keer later, zoodat zij des Zaterdags-middags gereed zijn, om tot Zondagnacht rust te hebben. 9527. V Dus bij dat nachtwerk worden ook die jongens gebruikt ? A De jongens moeten er altijd bij zijn. 9528. De Voorzitter: Wij zullen misschien later nog wel eens aanleiding hebben om, als dat punt behandeld wordt, u to verzoeken nog verdere mede-deelingen te doen. Zijn er nu nog punten die gij wenscht te bespreken ? A. Alleen wensch ik de aandacht dei-Commissie te vestigen op de loodwitfa-briek te Dordrecht, een punt dat naar mijne meening die aandacht ten volle waard is, omdat, als men door een ander |
17
|
bedrijf ongesteld is geworden, dit kan ophouden als men dat bedrijf laat varen : maar menschen bij welke eens de intoxicatie door lood is begonnen, behouden dit hun geheele leven, en daarom is het zoo verschrikkelijk. Het lood is een langzaam vergif dat accumuleert; men ontwaart er niets van, totdat men het eindelijk bemerkt. Het is dus eene zaak, die ten volle de aandacht verdient. Zoover ik weet, bestaat in mijn district maar ééne fabriek, maar dat bedrijf wordt uitgeoefend op de meest schadelijke wijze. Dat is de zoogenaamde Hollandsche methode. Daardoor heeft men voortdurend stof-ontwikkeling. Na het vormen van het koolzure loodoxyde wordt die van de cylinders afgeklopt Dat stof wordt langs den natten weg gemalen, daarna wordt de brei gedroogd en die gedroogde massa moet wederom gemalen en daarna gebuild worden. Dat alles geeft stof, en dus de werklieden zijn voortdurend aan stof-inademing blootgesteld, dat zeer nadeelig is voor de gezondheid. 9529. V. Is eene andere methode van fabricage mogelijk, waardoor die gevaren vermeden worden ? A. Ja, maar ook deze methode kan verbeterd worden, waardoor die sterke verspreiding van stof voorkomen wordt. 9530. V. Doet men dat niet ? A. Toen ik in -1869 voor hef eerst do fabriek bezocht, heb ik den eigenaar op eenige mogelijke verbeteringen attent gemaakt. Hij heeft toen eenige betere ventilatie aangebracht, maar dit neemt niet weg dat de werklieden nog steeds de'nadeelige gevolgen van die fabricage ondervinden. Ik heb in mijn rapport enkele cijfers genoemd. 9531. V. In uw verslag is het volgende opgeteekend : » V olgens de gemeenteverslagen werden in het ziekenhuis te Dordrecht aan loodkoliek behandeld in 1879 7, in 1880 7, in.1881 8, in 1882 9, in 1883 10, in 1884 8 en in 1885 18 personen.quot; Waarom hebt gij bij dat ééne jaar 1883 in parenthesi gesteld «uitsluitend op de loodwitfabriek ?quot; Kon men omtrent de andere kolieken den oorsprong niet constateeren ? A. Ik geloof dat alle de lijders, die in het ziekenhuis werden behandeld, m. |
uit dio ééne fabriek afkomstig waren. 9532. V. Gij hebt dus die cijfers getrokken uit de afzonderlijke jaarverslagen, niet uit een verzamelstaatje van het gemeentebestuur ? A. Ja. 9533. V. En gij meent dat al de cijfers te wijten zijn aan die ééne fabriek? A Ja, 9534. V. En dat de wijze van werken belangrijk zouden kunnen worden verbeterd ? A. Ja. 9535. V. Maar misschien met groote kosten ? A. Jade geheele inrichting zou moeten veranderd worden.- 9536. V. Maar bleef de oude methode niet bewaard? A. De vorming van het koolzuur lood door azijnzuur en mest kan behouden blijven. Ik zou geen loodwitfabriek in de bebouwde kom eener gemeente wen-scnen ; door sterk te ventileeren, krijgt men het lood in de atmosfeer, waarvan de naaste bewoners hinder moeten hebben. 9537. V. Hebt gij nog iets aan de Commissie mede te deelen? A. Neen, Mijnheer de Voorzitter. 9538. V. Dan bedank ik u voor de schrifturen, die gij de beleefdheid hadt ons te doen toekomen, en voor alles wat ons door u werd medegedeeld. Dr. Carsten. Verhoor van den heer C. Van Aken- 9539. De Voorzitter: Mag ik u verzoeken, uw voornaam, naam, ouderdom, beroep en woonplaats op te geven ? A. Cornelis Van Aken, oud-burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht, to Scheveningen, oud 61 jaar. 9540. V. Wij hebben de vrijheid genomen u te verzoeken, voor ons te komen om eenige inlichtingen te geven omtrent een tak van nijverheid, waarmee gij in eene vroegere betrekking algeheele bekendheid gekregen hebt, namelijk de vlasserij, Den gewonen gang van het werk hebben wij met den heer Dr. Carsten reeds doorloopen, zoodat wij tamelijk wel daaromtrent op de hoogte zijn. Maar wij zouden er grooten prijs op stellen van u eens te hooren 2 |
18
|
welke schadelijke zijden aan dat bedrijf verbonden zijn, en in nog hoogere mate zouden wij er prijs op stellen van u te vernemen welke verbeteringen misschien te dien opzichte redelijkerwijze te bereiken zouden zijn, wel te verstaan, zonder de industrie het leven onmogelijk te maken. Wilt gij uwe gedachten eens uit elkander zetten, of wilt gij liever dat u bepaalde vragen gedaan worden ? A. Ik ben met den heer Carsten sedert het bestaan van het geneeskundig Staatstoezicht werkzaam geweest. De heer Carsten heeft aan do Commissie overgelegd eene nota waaromtrent hij mij geraadpleegd heeft. Die nota is u wel bekend. Naar aanleiding van die nota heb ik een andere nota opgemaakt, daar de heer Carsten zich meer bepaald heeft tot de hygiëne. Wat de heer Carsten niet heeft behandeld, het meer oeconomische, heb ik tot onderwerp van bespreking gemaakt in de volgende d^or mij geschreven nota : NOTA betreffende de vlasbereiding in Zuidholland voor de Commissie van Enquête uit de Tweede Kamer der Sta-ten-Generaal. In Nederland wordt jaarlijks geoogst gemiddeld 15^000 hectaren vlas, dat op kleine uitzonderingen na aldaar ook wordt bereid en gereedgemaakt voor de vlasspinnenjen. De vlasbereiding verschaft in een groot deel des jaars en daaronder gedurende het geheele winterseizoen, arbeid aan 15 tot 18 duizend werklieden. Zij wordt gedreven in Groningen, Noordbrabant, Zeeland, Friesland en Zuidholland, het meest in beide de laatstgenoemde provinciën. Zuidholland is de hoofdzetel der vlasbereiding en wel in 26 a 30 gemeenten-op de eilanden Usel-monde, Oud-Beierland en Voorne en Putten; terwijl in andere provinciën alleen wordt bereid het vlas dat in de jiabijheid is gegroeid, wordt in Zuidhol-land door de vlasbereiders of vlasboeren uit verschillende provinciën van Nederland vlas aangevoerd en bewerkt. Tot aan den oogst behoort de vlasteelt tot het gebied van den landbouw: daarna begint de vlasbereiding. |
Als burgemeester der gemeente Hen-drik-Ido-Ambacht. waar de vlasbereiding het hool'dbestaan der bevolking uitmaakt en voorzitter der Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Vlas-Indus-trie, was ik in staat haar van nabij gade te slaan, en de gebreken op te merken die haar uit een hygiënisch uogpunt aankleven. Dit leidde er toe dat onmiddellijk na de instelling van het geneeskundig Staatstoezicht, ik in aanraking kwam met den heer adjunct-inspecteur van het geneeskundig Staatstoezicht in Zuidholland, dr. Carsten, welke gedach-tenwisseling en overleg om in den ongun-stigen toestand naar verbetering te trachten, tot mijne aftreding in 1885 heeft geduurd. Dr. Carsten heeft u overgelegd eene nota houdende volledige beschrijving van de vlasbereiding en mij bij de opmaking daarvan geraadpleegd, met welke nota ik mij geheel kan vereenigen. Otn niet in herhaling te treden, wensch ik mij te bepalen tot datgene wat als niet direct tot het gebied der hygiene behoorende, door dr. Carsten niet of slechts in het voorbijgaan is behandeld. Hij bespreekt in zijne nota de vlasbereiding in Zuidholland, en ik moet mij mode daartoe bepalen, omdat ik met de vlasbereiding elders, speciaal in Friesland, niet bekend ben. De vlasbereiding in Noordbrabant geschiedt op dezelfde wijze als in Zuidholland. Ik volg de Schets van hoofdpunten op den voet I. De handhaving der wet op den kinderarbeid bij de vlasbereiding l^ost weinig moeite, omdat kinderen beneden 12 jaren daarbij niet met voordeel kunnen gebruikt worden; door de vlasboeren namelijk, voor en in den oogst werden wel kinderen gebezigd, doch dit behoort tot het gebied van den landbouw. II. Plaatselijke verordeningen krachtens art. 82 der wet op het lager onderwijs bestaan in de bedoelde gemeenten niet: 1°. omdat de vlasboeren in de betrokken gemeente daardoor van ongunstiger conditie zouden worden dan hunne collega's in omliggende gemeenten; 2°. omdat ze geen doel zouden treffen, daar de kinderen in omliggende gemeenten zouden gaan werken, waar dergelijke verordening niet bestaat. |
19
|
111. De aard van den arbeid is uitvoerig beschreven in de nota van dr. Carsten. Overwerken, nachtarbeid noch Zon-dagarbeid hebben bij de vlasbereiding plaats. üe duur van den arbeid is gelijk voor alle werklieden zonder onderscheid van ouderdom of kunne; bij den zomerarbeid van 's morgens 41/2 tot 's avonds 7 uur; hier gaat af voor rusttijden S'/s uur, zoodat de werkuren bedragen 11 per dag of 66 per week; bij den winterarbeid van 's morgens 5 tot de avond valt, doch niet later dan 6 uur, gemiddeld tot 4V2 uur; hier gaat af voor rusttijden 3 uur, terwijl Zaterdags slechts tot 12 uur :s middags wordt gewerkt; zoodat die werkuren bedragen gemiddeld 8 per dag of per week 48 uren Het werkloon bij de vlasbereiding wordt in den zomerarbeid per uur berekend en bedraagt, voor een man 10 cents per uur of f 1,10 per dag, een vrouw 7 cents per uur of f 0,77 per dag, jongelieden (het geslacht maakt weinig verschil): van 16 tot 18 jaren 5 cents per uur of f 0,55 per dag, van 12 tot 16 jaren 31/, cents per uur of f 0,38 72 per dag. Bij den winterarbeid heeft de berekening van het loon op de volgende wijze plaats : Bij het braken van het vlas per bos 6 cents. Dit werk geschiedt alleen door mannen. Het dagloon bedraagt hoogstens f 1,10 per dag. Bij het zwingelen van hot vlas wordt het loon berekend per steen, (2,8 kilo) waarvoor wordt betaald 35 cents. Een man zwingelt per dag 3 steen; zijn dagloon bedraagt dan f l.05, eene vrouw 2I/2 steen per dag, f 0,87 V2, jongelieden van beiderlei geslacht van 14 tot 18 jaar 1V, steen, dagloon f 0,52'/,. Bij het opmaken van het vlas (dit werk geschiedt alleen door mannen) wordt het loon per steen van 2.8 kilo berekend, en bedraagt 6 cents. Een man kan per dag opmaken 20 «teen, dagloon fl,20. |
De verhouding tusschen het getal volwassen mannelijke arbeiders en dat der arbeidende personen bij de vlasbereiding staat als C tot 20. In die verhouding is in de laatste jaren geene verandering gekomen. IV. De lichamelijke, verstandelijke en zedelijke toestand van den vlasarbeider in het algemeen, en dus ook van de gehuwde vrouwen en jongelieden, staat beneden die van andere werklieden. In hoofdzaak is dit te wijten aan de werkplaats waar het vlas wordt gezwingeld en waarin ze een groot gedeelte van het jaar doorbrengen, de zwingel-keet. De vergelijking wordt op de eenvoudigste wijze gemaakt, door zo te stellen naast de zoogenaamde boerenarbeiders, die hun arbeid verrichten op het veld of in de landbouwschuren. Wanneer men op de genoemde Zuid-hollandsche eilanden een werkman ontmoet, zegt de eerste blik of hij een vlasarbeider is ; het geestelooze bleeke gelaat, de beklemde ademhaling en heesche stem wijzen hem aan. Vlaszwingelaars van 60 jaren, zijn hoogst zeldzaam, en dan nog lijden deze aan ziekten der borstorganen ; op iederen leeftijd boven 20 jaren schijnen zij 10 jaren ouder dan zij werkelijk zijn. Treedt men eene werkmanswoning binnen, dan is één oogopslag voldoende om te weten of men bij een vlasarbeider is, daar in dat geval de orde, reinheid en netheid ontbreken, welke men in de eenvoudigste boerenarbeiderswoning aantreft, of ook bjj die vlasarbeiders waar de vrouw het zwingelen van vlas niet heeft geleerd en daarom in de huishouding blijft. De financieele toestand der vlasarbeidersgezinnen waar de gehuwde vrouw in de huishouding blijft en dus geen loon verdient, is niet minder dan daar waar zij mede vlas gaat zwingelen. De vrouw van don vlasarbeider verlaat 's morgens tegen vijf uur, mot haar man en kinderen boven de 12 jaren hare woning, voor de zwingelkeet. In de rusttijden komen zij te huis eten en 's avonds tusschen 4 sn 6 uur keeren zjj terug. De woning en de zich daarin bevindende kleine kinderen, zijn den geheelen dag toevertrouwd aan de |
20
bewaking van eon kind dat zelf bewaking noodig had, en om dat doel het i schoolonderwijB moet verzuimen. (
Dat de huismoeder en hare dochters ( die den dag hebben doorgebracht in een 1 zwaren geestdoodenden arbeid en in 1 eene onreine omgeving, zoodat zij met 1 stof bedekt terugkeeren, geen lust heb- i ben om zich met vrouwelijke handwer- ; ken bezig te houden of om orde en reinheid in hare woning te bevorderen, laat s zich verklaren en ook dat de man in : die onreine huiselijke omgeving zich niet op zijn gemak gevoelt. i
Een kenmerkend, feit in de gezinnen â der vlasarbeiders is, dat de ouderlijke ; macht hier alleen in naam bestaat; kinderen van 14 jaren zijn de ouderlijke : tucht ontwassen en leven naar eigen goeddunken, en de ouders doen geene moeite om hen daarvan terug te brengen.
Hoofdoorzaak vnn die verhouding is, dat kinderen zoodra zij aan den vlas-arbeid deelnemen, loon verdienen en zij reeds op 14jarigen leeftijd eene niet onbelangrijke bijdrage tot het inkomen van het gezin leveren, waarom de ouders hen naar de oogen moeten zien in plaats van den gewonen toestand, dat kinderen tot hun 16de of ISde jaar van hunne ouders afhankelijk zijn.
In eene zwingelkeet zitten hoogstens 24 werklieden van allerlei ouderdom en beiderlei kunne, alles dooreen. De gesprekken die gevoerd worden werken niet gunstig op de zedelijkheid, te oor-deelen naar de ruwe en dikwijls zede-looze taal die men buiten de zwingelkeet hoort, en de vele vroegtijdige huwelijkeji zijn een gevolg van het vrije verkeer van beide seksen.
Verder is die invloed ten kwade niet zichtbaar, want, tenzij dat de vlasarbeiders zoodanig gedemoraliseerd zijn, dat zij de daarvoor noodige energie missen, doodslag, verwonding, echtbreuk noch diefstal komen onder hen voor.
De vlasarbeiders leven bij den dag zonder eenige voorzorg ; zij missen alle initiatief, zijn goedhartig en onderling behulpzaam, ruw en onbeschaafd in hunne gesprekken en eerlijk. Het zijn getrouwe echtgenooten, doch ongeschikte ouders, die uit onkunde of onmacht hunne kinderen geene opvoeding geven, maar hen laten opgroeien zooals het valt.
liun hoofdeigenschap is echter afwezigheid van alle gevoel van verantwoordelijkheid en zorg voor de toekomst, en hiertoe werkt de inrichting der vlasbereiding mede, daar de vlasboer voor woning en voedsel zijner werklieden heeft te zorgen, en deze dus van de allereerste zorgen des levens ontheven zijn.
Om dit te doen zien volgt hier eene schets van de wijze waarop een vlasboer zijne werklieden aanneemt.
Een vlasboer, zooals zijn populaire naam luidt, heeft te zorgen, behalve voor eene werkplaats, voor de woningen zijner werklieden.
Een vlas-arbeider, hoofd van een gezin, of die een huisgezin wil vestigen, begeeft zich, in den regel in Januari, naar een vlasboer en verlangt van hem tegen de eerstvolgende Meimaand eene woning te huren. De vlasboer vraagt naar het getal personen in het gezin die in zjjne dienst werkzaam kunnen zijn.
Wanneer dit onderzoek en dat naar bekwaamheid en geschiktheid goed uitvalt, wordt de woning verhuurd.
Door die eenvoudige handeling is een contract gesloten, waarvan de bepalingen aldus te omschrijven zijn,_en dat van Mei aanstaande gedurende één jaar loopt.
De vlas-arbeider verbindt zich, zoolang hij in het huis woont, om met alle zijne huisgenooten boven de 12 jaren, die in de vlasbereiding kunnen gebruikt worden, te allen tijde den vlasboer ten dienste te staan; hij is ook verplicht om buiten de gemeente, en zelfs in andere provinciën, het te velde staande vlas te gaan wieden, wat eenige weken, en te gaan plukken, wat eenige dagen per jaar duurt.
Bepalingen omtrent het tarief van het werkloon worden niet gemaakt.
De vlasboer gebruikt den arbeider en zijne huisgenooten die werkkrachten zijn, of zoovelen hij er behoeft, daar waar hij ze in zijne zaak noodig heeft. Heeft hij geen werk, dan kunnen ze dit bij anderen gaan vragen, doch hij heeft niet te zorgen dat hij te allen tijde werk voor hen heeft. Wanneer hij ze noodig heeft moeten ze echter opkomen al is het dat zij elders werk hebben, waar zij meer mede kunnen verdienen.
21
|
De vlasboer zorgt in den regel, doch dit is geene verplichting, dat zijne werklieden eenig bouwland in gebruik hebben om aardappelen op te telen en geeft hen voorschot op hun te verdienen loon, wanneer zij verklaren dit te behoeven. V. ilet huisgezin van een vlasarbeider kan niet bestaan van zijn weekloon alleen ; daarom moeten zijne vrouw, zonen en dochters, boven 12 jaar, door hunnen arbeid, tot de vermeerdering er van bijdragen : dit is de reden waarom vrouwen en meisjes in de vlasbereiding werkzaam zijn, en opdat zij daarin geld zouden kunnen verdienen, moeten zij reeds als kinderen in dien arbeid geoefend worden. De vlasboer heeft niet gaarne jonge kinderen in zijn werk, omdat zo heni schade berokkenen, doch laat het toe om de wille hunner ouders. Bij de vlasbereiding zijn geene werkzaamheden, die beter door kinderen of vrouwen kunnen worden verricht. Het is den vlasboer alleen te doen om meer handen, meer werkkrachten te hebben. Vli Omtrent den toestand der werkplaatsen, de zoogenaamde zwingelketen, verwijs ik naar de Nota van dr. Carsten. Ik kan daar nog bijvoegen, dat eene zwingelkeet, ingericht voor 20 werklieden, eene lengte heeft van 16 meter, eene breedte van en eene hoogte van 4'/, meter en circa f400 kost. Behalve in die zwingelketen, zijn er vele gehuwde vrouwen die, zich niet van hare woning kunnende verwijderen, aan huis vlas zwingelen. Dit geschiedt in kleine houten getimmerten, een soort van geitenhok, annex of nabij het huis, eene enge tochtige ruimte. De veiligheid der werklieden in eene zwingelkeet levert geen bezwaar op, omdat het gebouwtje slechts ééne verdieping heeft en de werklieden dus bij fevaar, bijvoorbeeld van brand, dadelijk uiten staan.evaar, bijvoorbeeld van brand, dadelijk uiten staan. Hunne gezondheid wordt door de t slechte inrichting benadeeld en voor : hun welzijn wordt niet gezorgd. r Gevaar voor rampen en ongelukken s bestaat alleen bij do nieuw ingevoerde j braak- en zwingel werktuigen, waardoor bij onoplettendheid verwondingen aan de hand voorkomen. |
Van lucht, licht, verwarming, reiniging en afzonderlijke lokalen voor de beide seksen is in de zwingelketen geen sprake. Glasramen worden in de zwingelketen niet geplaatst, omdat het licht nadeelig werkt op het vlas. De duur van het verblijf, rusttijden enz. is reeds behandeld onder III. De vlasbereiding schijnt niet op groote schaal te kunnen slagen. Groote inrichtingen voor vlasbereiding, die in de laatste jaren in Nederland zijn opgericht door Maatschappijen en particulieren, hebben steeds tot teleurstelling geleid en zijn verdwenen, zelfs in tijden dat do vlasbereiding bloeide. Het is geen sterke plant, en bet is te vreezen dat ingrijpende verbeteringen niet kunnen worden opgelegd, zonder haar, die sterk gebukt gaat onder de concurrentie van katoen en jute, in den laatsten tijd nog verzwaard door de al-gemeene malaise, ter dood te veroor-deelen, wat voor duizenden in den lande een zware slag zou zijn,' en aan den landbouw een nieuwe knak zou geven. Toch zouden wettelijke voorschriften behooren gegeven te worden op de inrichting der werkplaatsen voor vlasbereiding, waar het braken en vooral waar het zwingelen van het vlas plaats heeft. In do laatste jaren zijn hier en daar zulke werkplaatsen opgericht, waar het stof wordt verwijderd, zonder de arbeiders te schaden. Onder anderen had dit plaats door den heer M. Snaauw te Hen-drik-Ido-Ambacht. De voordeden aldaar verkregen zijn: 1°. dat de stofquaestie geheel is opgelost, zonder de werklieden of het fabrikaat te schaden ; 2quot;. de arbeid, die niet zwaar is, geheel wordt verricht door meisjes van 14 tot 18 jaren ; 3quot;. de inrichting onkostbaar is. Toen voor eenige jaren den heer Jenkins, secretaris der Engelsche Maatschappij van Landbouw, met eene opdracht van de Commissie van Landbouw-enquete in Engeland, ons land bezocht, en verscheidene zwingelketen was binnengegaan, waarbij hjj door het stof veel moest hoesten, bracht zijn geleider hem ook bij den heer M. Snaauw, en vroeg daarna: wel mr. Jenkins, wat is uwe opinie over deze fabriek ? en zjjn |
é
|
antwoord was: die hebt gij reeds gehoord, ik hoest hier immers niet, this is perfection. Scheveningen, 27 Januari 1887. Van Aken. 9041. V. Wij bedanken u voor de gedane mededeelingen. Wij vinden daarin alleszins aanleiding om het een en ander nader te bespreken, hetgeen ook voor u aangenaam moet zijn ons nader toe te lichten. Zoo wilde ik u al dadelijk â omdat dit een punt is, waarover de heer Car-sten verklaarbaarderwijze niet gerept heeft â nader hoorén over die verhou ding tusschen den eigenaar van de woning en den huurder. Gij hebt gezegd dat, wanneer met Januari de vlas-arbeider zich wendt tot den eigenaar van eene woning, en men het over de huur eens wordt, het dan beschouwd wordt als eene stilzwjjgende conditie, dat de overeenkomst omvat .de huur van de diensten van den arbeider, en van al de leden van het arbeidersgezin, met een groote ruimte van macht voor den eigenaar van de woning. Heb ik dat goed begrepen'? A. Ja, en zonder reciprociteit 9542. V. Gij hebt gezegd, dat de eigenaar van de woning een onbeperkt recht krijgt van beschikking, zoo ver zijn belang dit medebrengt, over de werkkrachten van man, vrouw en kinderen, maar dat h|j geenerlei verplichting aanvaardt om dat gezin werk, en in dat werk voor het loopende jaar een bestaan te verzekeren 7 A. Juist. 9543. V. Welke gronden van wetenschap hebt gij om die verhouding zóó voor te dragen als gjj deedt? A. üp grond dat ik gedurende de 30 jaren dat ik burgemeester was, die toestanden heb gadegeslagen en mede doorleefd. 9544. V Mijne vraag heeft meer ten doel om te weten of de arbeiders dat zon derlinge contract altijd prompt naleven 7 A. Niet altijd. Somtijds gebeurt het, dat zij, indien ergens anders meer te verdienen is, den boer laten zitten en toch in de woning blijven ; daarop volgt dan vervolging en uitzetting. |
.9545 V. Hebt gij ooit bijgewoond dat zulk eene zaak voor den kantonrechter kwam 7 A. Neen. 9547 V. Hoe kunt gij dan zeggen, dan volgt de uitzetting ? A. Zij worden per week gehuurd 9547. V. Maar wanneer de man zijn huur betaalt, dan krijgt do eigenaar geen recht om hem uit te zetten, dus dat begrijp ik niet. Laat ik het ronduit zeggen, wat ik bedoel, dat maakt het discours gemakkelijker en aangenamer. Hebt gij in die 30 jaar waarin gjj uw ambt hebt uitgeoefend wel eens gemerkt dat dit zonderlinge contract een onderwerp van kennisneming heeft uitgemaakt van eenig rechterlijk college, van den kantonrechter of van de rechtbank ? A. Van den kantonrechter. 9548. V. Te Ridderkerk 7 A. Ja. 9549. V. In welken vorm, op welke manier ? A. Er wordt een contract geteekend. In den regel wordt er slecht betaald, vooral als zij bij een ander gaan werken laten zij de huur oploopen. 9550. V. Wij moeten elkander goed begrijpen. Gij zegt nu, wanneer in Januari de boeren-arbeider bij den eigenaar komt en eenvoudig zegt: ik kom vragen om eene woning te huren, hoeveel is de huur, en men wordt het eens over den prijs, dan wordt er een contractlt;/eiee/cem/, waaruit de zeer zonderlij ke verhoudingen voortvloeien, die gij zoo even geschetst hebt 7 Dat zjjn exeptiön ; ik houd mij bij de hoofdzaak. 9551. V. Dan zal ik beginnen met do exceptiën. Gij zijt 30 jaar burgemeester geweest in Hendrik-Ido-Ambacht; waar ik heel goed weet, dat gjj uitstekende herinneringen hebt achtergelaten. Maar ik hob ook wel eenige ondervinding opgedaan in Uselmonde, en ik heb nooit van die contracten iets gehoord en daarom bevreemdt het mij zoo, en nu wil ik u deze vraag doen : hebt u wol eens ooit zoo'n contract gezien? A. Daar bestaan geen contracten van; maar u bedoelt misschien die exception, die heb ik nooit gezien. 9552. V. Laten wij elkander goed verstaan. U hebt straks gezegd dat met eenvoudig mondeling te huren, zonder |
23
|
verdere woordenwisseling, stilzwijgend eene overeenkomst wettig tot stand komt. Daarop hebt gij gezegd dat er gevallen zijn, dat die contracten geleekend wor den. Nu doe ik u de vraag: hebt gij die ooit gezien ? A. Neen. 9553. V. Hoe weet ge dan dat ze bestaan ? A. Zooals men in de gemeente dat dan hoort, van die praatjes, maar dat men wat op papier heeft gezet, is mij niet voorgekomen. 9554. V. Ik kan dit punt niet loslaten, want het handelt hier nu over eene bewering van nog al zeer ernstige vrijheids-verkorting van de arbeiders van die streek. Daarom kom ik nog eens op de zaak terug. Hebt gij ooit bijgewoond dat bij den kantonrechter te Ridderkerk eene quaestie te beslissen is gekomen over ue geldigheid of niet geldigheid van dergelijke stilzwijgend of niet stilzwijgend aangegane overeenkomsten ? Beantwoordt mij nu kort die vraag-. i A. Neen. 1 9555. V. Dan moet ik u zeggen, dat ik dat vreemd vind. Gij zijt daar 30 jaren geweest en ik ben er ook niet onbekend ; wij kennen dus die luidjes; er zijn beste, brave menschen onder, maar nu te zeggen dat ze zoo ontzaglijk onderworpen van aard zijn, dat zullen wij in het midden laten, maar het moet, dunkt mij, indien namelijk uwe bewering, waar wij nu over spreken, juist is, nog al dikwijls voorgekomen zijn dat dergelijke overeenkomsten aanleiding gaven tot quaestiën in rechten. A. Ik heb nooit iets van dien aard bjjgewoond, want ik was bij die zaken niet betrokken. 9556. V. Gij die daar op dat kleine Hendrik-Ido-Ambacht woondet, met een beperkten kring rond u, gjj een wakkere burgemeester, zoudt toch wel geweten hebben dat Piet of Jan iets aan de hand had met dezen of genen eigenaar of boer. Hebt gij nu ooit beleefd dat er over zulk een overeenkomst een geding in rechten gevoerd is geworden ? A. Bijgewoond niet, maar ik weet wel dat bij. herhaling menschen hun dienst hebben verlaten wegens wanbetaling. |
9557. V. Dat zij uit hunne woning werden gezet als zij de huur niet betaalden, dat begrijp ik volkomen goed. Maar hebt gij nu ooit bijgewoond dat eenige kantonrechter, of de rechtbank te Uordrecht, bevel heeft gegeven om iemand uit zijne woning te zetten omdat hij niet zijne verplichtingen nakwam die gij daar straks beschreven hebt, om namelijk met eigen persoon en met al de zijnen al het werk te doen dat de eigenaar hem oplegt ? Dit is het punt waarop het aankomt ? A. Voor zoover mij bekend is, is die quaestie nooit door een rechtscollege behandeld. De vlasboer kan de man wel altijd uit zijne woning verwijdere n wegens wanbetaling. 9558. V, De zaak is dus, dat do boer wel altijd het een of ander, bjj voorbeeld wanbetaling, weet te vinden, om den arbeider uit zijne woning te verwijderen. Maar gij hebt nooit uitgemaakt gezien dat eene dergelijke slaafsche overeenkomst door de rechtbank geldig werd geacht ? Ik twijfel er aan of alles wel op quot; ^Pt papier komt, wat feitelijk geschiedt. 9559 V. De zaak komt dus hierop neer, dat het wel zoo ongeveer het idee van partijen is â maar zonder dat die overeenkomst echter kracht in rechten heeft â om den man op de wijze, zooals door u geschreven is, in dienst te stellen van den eigenaar der woning ? A. De man moet altijd ten dienste staan van den vlasboer, doch deze behoeft volstrekt niet te zorgen dat hij het geheele jaar door werk voor zijn huurder heeft. 9560. V. Maar, wanneer de huurder zorgt, dat hij prompt op tijd betaalt, dan heeft de eigenaar geen macht om hem te verwijderen ? A. Juist. 9561. V. Zoodat het beweerde slaafsche werkcontract bij slot van rekening blijkt niet heel veel bindende kracht te hebben! En voor hoe lang loopt het huurcontract over de woning? A. Van Mei tot Mei, doch de betaling geschiedt per week. 9562. V. Dus, goed begrepen, heeft do man, wanneer hij eenvoudig prompt per week betaalt, recht om te blijven? A. Zeker 9564. V. En trekken de arbeiders met hunne huisgezinnen, als het in de zaken |
24
|
te pas komt, ook naar andere provinciën ? A. Ja. 9565. V. Kn dan wordt het geheele huishouden opgebroken ? A. Dan worden de zeer kleine kinderen, die nog aan de borst zijn, in de gauwigheid gespeend en bij familie, maar dikwijls ook naderhand naar de begraafplaats gebracht. De andore van 6 tot 8 jaren, die niet mede kunnen, gaan bij familie. 95Ã6. V. Hebben zij dus nog wel eenige frens in het medenemen ? Nemen zjj kineren van 6 tot 8 jaren niet mede?rens in het medenemen ? Nemen zjj kineren van 6 tot 8 jaren niet mede? A. Hoe ver zij gaan, zou ik niet durven zeggen. Zij nemen ze zooveel mogelijk mede. 9567. V. Heeft dat dan geen schadelijken invloed op het schoolbezoek ? A. Ja. 9568. V. Dat zult gjj waarschijnlijk ruimschoots gezien hebben? A. Er zijn alle middelen aangewend om daar verbetering in te brongen. Eerst heeft men de proef genomen om tweemaal 'sjaars aangifte van de kinderen voor de school te laten doen, maar eindelijk heeft men gezegd, dat de kinderen, die met de ouders weg waren gegaan naar Friesland. Groningen of Zeeland, weder terug konden komen. Zoo hebben wij het trachten te verbeteren, maar de menschen konden er niet van tusschen. 9569. V. Zij rekenden zich dus verplicht om met den boer mede te gaan naar eone andere provincie? A. Jquot; 9571. V. Staat tegenover dat gaan naar andere streken ook een behoorlijk loon ? â A. Het plukken wordt per bos betaald en daaraan wordt goed verdiend, maar overigens is het loon niet hoog, niet f 1 per hoofd. Do reis gaat op kosten van den boer, die. wanneer hij eenige personen bijeen heeft, bijv. oen veertigtal, een contract sluit met de spoorwegmaatschappij om ze tegen goedkooperen prijs te vervoeren. Op de plaats van bestemming aangekomen logeeren zij in de schuur, en dit gebeurt weken achtereen. 9572. V. Logeeren zij daar allen dooreen, oud en jong, ouders en kinderen ? A. Ja. 9573. V. Dus daar heerscht een zekere gemeenschap? A. Ja. 9574. V. Is dat niet ondienstig ? |
A. Och, de ouders zijn altijd tegenwoordig; er is onder de jongelieden een zeer vrij verkeer, vandaar vroege huwelijken; maar van echtbreuk wordt nooit gehoord. Van het nemen van alle mogelijke voorzorgen bij engagementen, gelijk in den Haag geschiedt, verneemt men niets. Hoort men in den Haag van niet gelukkige huwelijken, in dorpen is dat eene zeldzantnheid onder die menschen. Vóór het huwelijk communisme, maar niet meer daarna. Wanneer ik hoor vertellen wat zooal in den Haag gebeurt, dan moet ik zeggen dat mijne onbeschaafde luidjes zeer zedelijk ziin. Diefstal komt niet voor; wanneer in de gemeente gestolen wordt, heeft het een schipper van elders gedaan. Op de eenvoudigste vragen aan jongelieden kreeg ik vaak een antwoord, dat een dragonder zou doen blozen. 9575. V. Uw indruk op het punt van zedelijkheid is dus, dat de toestand iets afwijkt van den normalen, maar niet bepaaldelijk ongunstig is? A. Volstrekt niet. Er heerscht ruwheid en al te groote vrijheid van spreken, maar dit heeft geen kwade bedoeling. Men zegt u daar dingen in het gezicht, die, als men ze hier hoorde, iemand woedend zouden doen worden; maar de menschen hebben er de bedoeling niet meè iets onaangenaams te zeggen. 9576. V. Wat nu de verhouding der aankomende jongens en meisjes tot hunne ouders betreft, is het gezag der laatste gering, niet waar? A. Dat gezag bestaat niet. De ouders hebben niets over hen te zeggen. 9577. V. Gij schrijft dit hieraan toe, dat zij reeds vroeg op zich zeiven staan ? A. Ja, er bestaat eene andere verhouding tusschen hen dan elders. Wanneer een jongen als timmermansknecht zal worden opgeleid, dan begint hij met zijn 14de jaar misschien een dubbeltje in de week te verdienen en blijft dus tot zijn 16de en -Wde jaar afhankelijk van zijne ouders. Maar in dit geval is het juist omgekeerd. Zoodra een jongen 14 jaar is verdient hij misschien reeds twee-derde van het loon dat zijn vador en zjjne moeder verdienen. Hij levert dus eene belangrijke bijdrage in de kosten van het huisgezin. Als de kinderen te huis komen zeggen zij: hier hebt gij |
25
|
het geld voor den kost. en het overige behouden zij voor zich zeiven om te verteren. 9578. V. Dus op zijn 14de jaar wordt zulk een kind van zijn kant van zijn ouders als het ware beschouwd als iemand die zich bij hen in den kost heeft ingehuurd ? A. Ja, en de ouders hebben niets te zeggen en geen ontzag over hen. Als burgemeester is het mij dikwijls voorgekomen dat ik trachtte het ouderlijke fezag in te roepen om iets gedaan te rijgen. Ãan werd mij gezegd: doe gij het liever burgemeester, wij hebben niets over hen te zeggen.ezag in te roepen om iets gedaan te rijgen. Ãan werd mij gezegd: doe gij het liever burgemeester, wij hebben niets over hen te zeggen. 9579. V. Dus van dien kant werkt het vroeg in verdiensten komen van dergelijke jonge kinderen al heel ongunstig ? A. Juist; heel ongunstig, om de maatschappelijke verhouding tusschen de ouders en kinderen. 9580. V. Als gjj het voor het zeggen hadt, wat zoudt gij er tegen doen? Zoudt gij het toestaan van die verdiensten durven beletten door wettelijke bepalingen? A. Neen, dat zou ik niet durven. 9581. V. Zoudt gij den moed niet hebben om dat cijfer van 12 jaar oen klein beetje naar bóven te brengen ? A. Althans niet tot het 14do jaar; wel tot het 13de jaar. 9582. V. Ik geloof dat er een misverstand tusschen ons bestaat. Ik bedoelde dit: zoudt gij het, naar uwe ondervinding van dat volkje, van den toestand van hetgeen zij noodig hebben,, enz. enz., foedkeuren als er bepaald werd dal inderen onder de li jaren niet uit werken mochten gaan.oedkeuren als er bepaald werd dal inderen onder de li jaren niet uit werken mochten gaan. A. Ik zou daar een jaar willen afnemen. In die streken althans zou ik slechts tot den 13-jarigen leeftijd willen gaan. 9583. V. En waarom zoudt gij het werken tot het 13de jaar wel, en boven het 13 jaar niet durven verbieden ? A Bij wijze van transactie, omdat de ouders het geld, dat de kinderen verdienen, niet kunnen missen. |
9584. V. Wij zijn nu op een bedenkelijk punt. Gij zegt â bij zeer kalme redeneering â dat het uiterste wat gij zoudt durven doen, zou zijn het uit werken gaan en geld verdienen tot het 13de jaar te verbieden; maar om dit verbod uit te breiden tot boven het 13de jaar, daartoe zoudt gij niet genegen zijn. Gij zoudt dus voor de kinderen boven de 13 jaar, de aanleiding tot dien ongelukki-gen toon, die ongepaste betrekking en houding tegenover hunne ouders niet durven wegnemen? Is er naar uw inzicht geen kruid voor gewassen om daarin verbetering te brengen ? A. Neen, in de tegenwoordige omstandigheden zeker niet Omdat de vlasbereiding eene zwakke plant is, die bij verzwarende conditiën geheel ten gronde moet gaan, en dat zou geen kleinigheid zijn voor den landbouw. 9585. V. Laat ons even bij ons punt blijven. Wilt gij zeggen, dat de verdienste van het hoofd van het gezin te gering is om daarmee alléén te kunnen rondkomen ? A. Ja. Als de wet er tusschen komt, verminderen de werkkrachten, want het zijn allen specialiteiten in hun soort, die niet door andere werklieden vervangen kunnen worden. Het loon zou stijgen, en dat moge noodig zijn voor den arbeider, maar de boer zou ten gronde gaan ; dat staat er naast. 9587. V. Is de slechte verhouding van kinderen van 14 jaar tot de ouders, altijd zoo erg geweest als nu ? A Toen ik burgemeester werd, vond ik don toestand reeds, en die is zoo gebleven. De reden daarvoor was mij altijd een raadsel, ik bleef er blind voor, totdat mijne oogen zijn opengegaan door een artikel van dr. Kuyper in de Standaard, die heeft gezegd : dat is de verhouding die ontstaat wanneer de kinderen loon verdienen. Toen ik dat las, zeide ik: dat is de oorzaak, hoe ben ik vroeger niet op dat denkbeeld gekomen ? De ouders worden afhankelijk van de kinderen, wanneer die loon verdienen. 9588. V. Dus gij schrijft het kwaad toe aan de oorzaak, die gij daar zoo even vermeldt. Ik moet u nu nog eens vragen: is de toestand sedert uw komst vóór 30 jaar beter of slechter geworden ? A. Die is dezelfde gebleven. 9589. V. Waren de loonen bij uwe komst in de gemeente hooger of lager? A. Toen waren zij zoowat even hoog |
26
|
als thans, later is er een bloeitijd gekomen tusschen 1860â1870, toen was het vlas tweemaal zoo hoog als thans. 9590. V Merktet gij dat ook in de loonen ? Welken invloed had dat op de huisgezinnen ? Werd er meer jenever gedronken ? A. Men verteerde wat meer. 9591. V. Merktet gjj daar iets van in uwe betrekking als burgemeester? A Ja als des Maandags de rapporten kwamen merkte ik, dat er in de herbergen meer gevochten werd en dat er nog al gescholden werd; daar zijn zij nog al ver in. 959'2r V. Zeg ons nog eens dit: toen nu de loonen hooger werden, kondet gij niet bemerken, dat de standaard van loven van het volk eon beetje beter werd, dat er een meer fatsoenlijke toon kwam ? A. Neen, daar heb ik niets van gein erkt. 9593. Oat is een droevig antwoord ! Als de loonen laag zijn, moeten de kinderen geëxploiteerd worden om rond te kunnen komen, en als de loonen hoog zijn, wordt meer verteerd, leeft men wat ruwer. Als ik u vraag : gaat het dan wat betèr in de gezinnen ? zegt gij : neen. Daar had toch verandering ten goede in moeten komen. Niet waar? A. Ja, dat had moeten gebeuren, maar het is niet geschied. 9594. V. Maar als men nu eens van den kant van den wetgever de hand had uitgestoken en men had eens bepaald, dat de kinderen beneden de 14 jaar niet uit arbeiden mochten gaan, dan zou het dan toen te doen zijn geweest ? A. Wanneer de zaken bloeien, zooals in 1869 do vlasbereiding, dan kunnen zij wat dragen, omdat er veel geld verdiend wordt. Het natuurlijk gevolg echter van den bloei eener industrie is dat zij zich grootelijks uitbreidt, en dan worden dus meerdere werkkrachten gevraagd. Op hot oogenblik dat deze het zeerste noo-dig zijn, zou men, door het werken beneden de veertien jaar uit te sluiten, een deel van de zoozeer benoodigde werkkrachten daaraan onttrekken. Dat zijn twee dingen die elkander uitsluiten. |
9595 V. Dus, naar u te hooren, zou eigenlijk het geschikte oogenblik om een begin te maken, nooit daar zijn. Gaan de zaken slecht, dan kan men er niet aan raken, want dan zou men de menschen hun brood ontnemen, en als de zaken goed gaan, moet men er ook de hand afhouden, want anders komt men tot dingen waar gij zoo even vati spraakt ? A. Maar die bezwaren zouden b|j mij niet zoo zwaar hebben gewogen, men had er toch toe moeten komen. 9595amp;is. V. Gjj betreurt het dus, dat in de dagen van bloei die er geweest zijn, de hand niet aan het werk is geslagen, en men de zaak niet heeft verbeterd, want toen had bet er door gekund ? A. Ja, ik heb toen ook met mijno zwakke krachten getracht het er door te krijgen, maar thans zou ik er den moed niet toe hebben. 9597. V Gij zeidet daar dat kinderen beneden de 14 jaren niet mede uit vlassen gaan ? A. Ja. Ik heb in de zwingelketen nagegaan of de wet van 1874 nageleefd werd ; maar ik heb weinig kinderen gezien die beneden de 14 jaren aan het werk waren. Een vlasboer wil niet gaarne jongens beneden de 14 jaren aan het werk hebben Maar de jongens moeten het vak toch leeren, en daarvoor komen die kinderen van 13 tot 14 jaren bij hunnen vader in de keet een uurtje per dag werken. Somtijds waren zij bij mijne opneming in de keet aanwezig, en somtijds ook niet. Kinderen van 12 jaren heb ik er nooit aan het werk gezien. 9597. V. Wanneer ik u goed begrijp, dan zou, als zij toch met een enkel uurtje per dag op te leiden zijn. dit toch kunnen samengaan met een overigens geregeld schoolbezoek ? A. Jawel. 9598. V. En gij zegt dat zij vóór hun 14de jaar niet geregeld arbeiden 1 A. Ja, een vlasboer heeft liefst geene arbeiders onder de 14 jaar. 9599. V. Wij zijn het dus eens dat een geregeld arbeiden bij den boer niet onder de 14 jaar plaats heeft? A. Ja. 9600. V. En quot;wij zijn het ook eens dat het vak van dien aard is, dat het aan-leeren op 12, 13-jarigen leeftjjd mot enkele uren per dag best kan geschieden. Maar wat zou dan beletten om bet verbod op kinderarbeid tot op 14 jaar uit te breiden? |
27
|
A. Dan kan het vak niet goed meer geleerd worden, üo jongens moeten het vóór hun i4do jaar leeren om met 14 jaar werkkracht te kunnen zijn. 9601. V. ik geloof, dat ik u aan dat enkel uurtje per dag niet te streng moet houden ! Nu, gij hebt waarschijnlijk bedoeld dat zij op l :2-jarigen leeftijd met een enkel uurtje beginnen om dan gaandeweg verder daarmede op te klimmen. Een verbod tot 13 jaar zou er dus door kunnen, maar verder zou men niet moeten gaan ? Zoo bedoelt gij hot ? A Juist, Mijnheer de Voorzitter. 9602. V. Gij hadt in uwe gemeente feene verordening krachtens artikel 82 er wet op het lager onderwijs?eene verordening krachtens artikel 82 er wet op het lager onderwijs? A. Ik heb het wel geprobeerd en werkelijk etn voorstel daartoe in den raad gebracht. Deze had er geen bezwaar tegen, maar enkel onder voorwaarde, dat de omliggende gemeenten ook zouden meedoen. Want â zoo redeneerde de raad niet ten onrechte â wanneer deze niet hetzelfde doen, dan komen onze vlasboeren in eene slechtere conditie en onze kinderen loopen toch weg naar andere gemeenten. 9603. V. Wij krijgen van u, als oudburgemeester, een staaltje van de moeilijkheden, die de toepassing der verordening, bedoeld bij art. 82 der wet op het lager onderwijs oplevert. De ééne gemeente heeft geen moed of geen lust om daartoe over te gaan. omdat zij bang is dat haar buurvrouw het goede voorbeeld niet volgen zal. A. Nog sterker, ik heb het er niet bij gelaten, maar, zoodra de gemeenteraad in principe een besluit genomen had, mij in aanraking gesteld met de besturen van verschillende omliggende gemeenten. Sommige wilden wel, andere hadden er niet den minsten lust in De laatsten zeiden ; dat is voor u, die midden in den kring zit, heel mooi en wel, maar wij die aan den buitenkant zitten, raken achter bij onze buren, die niet meedoen Ik ben er een maand of drie mede bezig geweest en heb burgemeesters en wethouders gesproken, maar zonder vrucht. 9604. V. Gij kondt zoo de moeilijkheid wel verschuiven, maar niet opheffen ? Een bleef altijd de lijdende partij ? En daarop stuitte alles af? |
A. Ja, wij zaten nog al goed ; ik vond het dus vrij naav, dat i/c moest beginnen, maar het kon niet anders. 960ö. V Zijn er nog meer industrieën waarop gij eene verordening volgens art. 82 in uwe gemeente wenschelijk zoudt gevonden hebben ? A. Wij hadden steenbakkerijen, en daaromtrent heb ik opnemingen laten doen ; doch in de laatste jaren zijn de Usel-steenbakkerijen zoodanig verbeterd, dat daar geen kinderen beneden den wettelijken leeftijd meer werken. 9606. V. üij hebt zeer in het begin van uwe mededeelingen gezegd, dat het werken van kinderen beneden Je 12 jaar niet voorkwam dan bij den veldarbeid. Gebeurt dat veel? A. Veel niet, maar het komt toch voor. 9607. V. Wat is uwe op jnie daarover ? A. Dat de wet ook uitgebreid moest worden tot den veldarbeid. 9608. V. Gij meent dus dat de veldarbeid moest verboden worden tot het 12de jaar, evenals de fabrieksai beid ? A. Ja. 9609. V. Wat hebt gij er van gezien? A. Dat de kinderen door dien arbeid niet tot dien tijd kunnen schoolgaan, ofschoon zij er dezelfde behoefte aan hebben als de fabriekskinderen. Er is geen reden, waarom ilie kinderen vroe- ger van school zouden moeten gaan. let is tegen hun belang En bovendien geloof ik dat men van kinderen beneden 12 jaar niet veel nut kan hebben, althans bij arbeid die met verstand verricht moet worden.er van school zouden moeten gaan. let is tegen hun belang En bovendien geloof ik dat men van kinderen beneden 12 jaar niet veel nut kan hebben, althans bij arbeid die met verstand verricht moet worden. 9610. V. Dus gij ziet in de vrijheid die gelaten is om voor den veldarbeid kinderen beneden de twaalf jaren te gebruiken, niet veel anders dan kwaad? A. Ja, ik zie er geen behoefte in voor do ondernemers, geen nut voor do ouderS; slechts kwaad voor de kinderen. Mij dunkt gelijk recht v)or allen De kinderen van den landbouwer moeten gelijkstaan met de kinderen van den fabriekarbeider. 9611. V. Gaat in de vlasserij het werken van jongens en meisjes gelijk op met de volwassenen ? A. Ja 9612. V. Zij komen in de vroegte. Hoe laat begint men in den wintertijd? A. Omstreeks 5 uren. |
28
|
9613. V. Hebt gij het werken op dat uur wel nagegaan ? A. Ja, maar ik deed het niet dikwijls, omdat voor een bezoek in de zwingel-keet men zich bijzonder moet kleeden. Dat bezoek, wanneer ik het een enkele maal bracht, gold voornamelijk het brandgevaar. Ev was eene bepaling gemaakt omtrent de lantaarns. Slechts éénmaal is er een geval van brand geweest door onvoorzichtigheid, andere gevallen van brand waren eenvoudig aangestoken Maar bjj een bezoek in zulk een keet ziet men bij het eerste binnenkomen niets, slechts een flauw lichtje. Het gansche lokaal is vol stof, zoodat alle gezicht beneveld is En in die loca-liteit werken de menschen. 9614. V. De door u beschreven toestand, waarbij niets te zien was, geldt niet alleen voor den nacht in het duister, maar ook voor den dag ? A. Over dag is het niet zoo erg. 9615. V. Maar in den beginne kondet gij toch de menschen niet zien? A. Men kon de menschen wel onderkennen, maar reeds des morgens was er zeer veel stof; men hoorde slaan, spanen op en neer gaan, alles in schemerlicht. 9616. V. Gij moest eene andere kleeding aantrekken met het oog op uw lakensch goed? A. Anders zou men niet toonbaar zijn; de voorkoopers uit Rotterdam hebben steeds een grijsgeel pak aan. 9617. V. L)e heer Carsten zeide ons dat het goed ware ook iets voor de verwarming te doen; maar zoudt gij te dien aanzien geen brandgevaar vreezen ? A. Zeer zeker, dat ware zeer gevaarlijk. Ik heb het gezien dat een jongen op klaarlichten dag uit aardigheid een lucifer tegen een draad wierp, waardoor een zoo hevige brand ontstond, dat de menschen groote moeite hadden om zich te redden. De brandbaarheid van vlas is zoo ontzaglijk. 9618. V. Dus het zetten van kacheltjes in zwingelketen............ A. Is onmogelijk. 9619. V, Gij verteldet ons van do afgrijselijke atmosfeer. Dat bespeurdet gij zeker ook wel aan het armbestuur? |
A. Zeker. De menschen hielden het er niet lang uit. Een zwingelaar van 60 jaar zonder gebreken is een witte raaf, met wien ik zou kunnen rondreizen om hem te laten kjjken De geboorten daarentegen zijn er ontzettend talrijk, wel een derde meer dan in Noordbrabant. Dientengevolge is de kindersterfte er ook heel groot De menschen die jong sterven laten kinderen na, waarvoor het armbestuur zorgen moet. Daarom waren de armbesturen nog al zeer bezwaard. Ook doen zich vele ziekten voor, en in tijden van epidemieën werden zij er altijd mede bezocht. Toen ik er was, is er geen cholera-epidemie in ons land geweest of er deden zich bij ons gevallen voor. 9620. V. Gij zijt voorzitter van deNeder-landsohe maatschappij voor vlasindustrie? A. Geweest. 9621. V. Waar is die maatschappij gevestigd ? A. In Rotterdam. 9622. V. Wie is nu president? A. De heer van Osenbruggen, lid van de Tweede Kamer. 9623. V. Die maatschappij heeft eenige jaren geleden eene prijsvraag uitgeschreven voor een model zwingelkeet. Wat is het verloop van die zaak geweest? A. Wij hebben oen plan bekroond en in druk uitgegeven, maar niemand heeft het gebouwd. 9624. V. Hoe kwam dat? Waren er te veel kosten aan verbonden? Was het model te grootscheepsch opgezet? A. Neen, de ontwerper had de zaak foed opgezet. Ik weet de reden niet.oed opgezet. Ik weet de reden niet. e Hendrik-Ido Ambacht zijn door den heer Snaauw en anderen fabrieken op gericht, waarbij de stofquaestie geheel is opgelost, maar in andere gemeenten van Zuidholland, bijv. in Oud-Beierland, worden volstrekt geen machines gebruikt. Als eene bijzonderheid deel ik nog mede dat op Oud-Beierland geene vrouwen in de zwingelkeet werken. 9625. V. Gij hebt gezegd dat op de prijsvraag, hoewel door den man die bekroond is, de zaak goed bekeken was, en gij niet hebt kunnen inzien dat met dit plan buitensporige kosten gemoeid waren, niemand van het plan gebruik gemaakt heeft. Niet waar ? A. Ja, maar men is gaandeweg wel meer machinaal gaan zwingelen. 9626. V. Zijn dat Amerikaansche machines ? |
29
|
A. De machines om te zwingelen zijn j meer Belgische. Het braken geschiedt met Amerikaansche en lerscbe machines. Alles wat wij in het buitenland aangaande die zaken gezien en goed bevonden hebben, is door ons getracht hier te lande in te voeren. 9627. V. En gij hebt daarmede nog al succes gehad? A. Ja, vooral met de braakmachines. üe zwingelmachines hadden aanvankelijk ook nog al opgang, maar in den laatsten tijd is daarin weer stilstand gekomen. 9628. V. Waarom? A. Het is een zwakke plant, en die het geprobeerd hebben op groote schaal, hebben echec geleden. Ook heoft men te Heerjansdam eene poging gedaan, maar 't gaat niet. Sommige vlasboeren hebben f 30 000 of f 40 000 in de zaak, maar met f 4000 kan men ook vlasboer zijn. 9629. V. Maar zijn aan de machines, zoo Amerikaansche als Belgische, tot welker invoering uwe maatschappij het initiatief heeft genomen en die wel niet in den laatsten tijd, maar vroeger dan toch door steeds meerderen werden gebruikt, groote kosten verbonden ? A. Dat niet, maar het bezwaar is dat zij in verband moeten staan met eene stoommachine, en dat bezwaar is voor velen niet te overwinnen. De heer Snaauw heeft eene stoommachine die zoo krachtig werkt, dat hij er volkomen stofzuivering door verkrijgt. 9630. V. Maar voor de lui die de middelen niet hebben om de kosten te maken voor eene dergelijke, betrekkelijk dure stoommachine, waarbij toch het een en ander komt kijken, zou daarvoor nu geen eenvoudiger middel zijn voor te schrijven, dat inderdaad verbetering zou aanbrengen ? A. Dat kan ik niet zeggen, daaraan twijfel ik. 9631. V. Wij hebben van den heer Carsten gehoord, dat bij het braken het plaatsen van horizontale platen bovenin al veel goed doet. A. Dan is er ook een stoommachine bij in het spel. 9632. V. Die horizontale platen kunnen toch zeer goed geplaatst worden, zonder dat er een machine aan den gang is? |
A Misschien za! dat wat geven, maar ik denk niet heel veel. 9633. V. Zijn er andere dingen, die wel wat zouden geven ? Bij voorbeeld door den zolder weg te nemen, of de zolders boven de keten te verbieden, dan kan men boter ventileeren? A, Dat zou wel goed zijn. 96336»«. V. Het zou ook goed zijn als er bepalingen werden gemaakt, waarbij verboden werd dat de gebouwen niet beneden den djjk werden opgericht? A. Ja. 9634. V. Komt dit dikwijls voor? A. Ja, men vindt die gebouwen in allerlei hoeken en gaten. 9635. V. Dus zij staan op plaatsen waar geen luchttrek is en dus alles blijft hangen ? A. Ja. 9636. V. Dus als men nu toch maar wilde, zouden er wel eenige bepalingen te maken zijn om den toestand te verbeteren, zonder al te zware eischen te stellen ? A. Ja, wel zeker, stofzuigers op bedekkingen zou men kunnen maken. Er zijn altijd wel verbeteringen aan te brengen, maar geheel voldoende waren zij te maken, wanneer die vlasboeren maar met stoom werkten. 9637. V. Maar hebt gij, terwijl gij in het gemeentebestuur waart, nooit getracht om eenige voorschriften te doen geven omtrent die verbeteringen op kleinere schaal ? Of kondt gij dat er niet doorkrijgen ? A. Neen, want die gemeenten liggen daar zoo tegen en bij elkaar. Ridderkerk lag vlak tegen de gemeente aan, en als men nu hier iets verboden had, dan zouden de menschen allicht daarheen gaan. De maatregel moet dus al-emeen gelden, als een uitvloeisel van e wet, anders gaat het niet. 9638. V. Waren er geen andere bezwaren waarmede gij te doen hadt? A. Welke dan? 9639. V. Ik vraag het u. A. O neen, ik geloof dat hetgeen ik deed opmerken, de hoofdbezwaren zijn. 9640. V. Was de gemeenteraad dan uit zjjn eigen altijd gewillig om dergelijke dingen te doen ? Of hebt gij daar wel eens last meê gehad? A. Neen, als ik kon aantoonen, dat |
30
|
andere gemeenten het eveneeng deden, dau was de raad heel flink. 9641. V. Het was dus alleen de vrees voor den buurman, de aangrenzende gemeente, de vrees voor de concurrentie, maar anders zou men bij u en onder uw leiding wel gewild hebben? A. Ja. 9642. V. Maar dan zou men daaruit afleiden dat als men maar een alge-meenen maatregel nam, waaraan allen moeten gelooven, men niet te kampen zou hebben met groote bezwaren 7 A. Dat geloof ik ook niet. 9643. V. Er is een punt waarop ik nog even wensch terug te komen. U, die het vak zoo goed kent, zou ik willen vragen of dit werk niet evengoed gedaan kan worden door volwassenen als door aankomende meisjes, met andere woorden, dat hot niet een vak is, waarvan men beweren kan dat er een kinderhand voor moet zijn? A. Neen. 9644. V. Zoodat het gebruik van die aankomende jongens en meisjes toe te schrijven is aan.....? A. Gebrek aan werkkrachten. 9645. V. En dan toch ook aan het geldelijk belang van den ondernemer, die zulke jongens en meisjes goedkoo-per kan krijgen dan volwassenen ? A. üoedkooper kan ik niet zeggen, want in de zwingelarij werkt men gemiddeld 3 steen por dag, terwijl een vrouw er slechts '2% kan afleveren. 9646. V. Wordt er dan bij dit vak zulk eene eigenaardige handigheid ver-eischt ? A. Er wordt voor dit vak eene zekere opleiding vereischt, en menschen die ander werk verrichten, zouden moeilijk kunnen vlassen. De eenige tactiek die in de vlasgerij bestaat, is om alles glad te maken en lang te houden. 9647. V. Nu hebt gjj ons nog enkele dingen gezegd die interegsant zijn, bij voorbeeld dat de vrouw niet kan zwingelen als zij het niet van jongs af geleerd heeft. Maar zou de toestand van het gezin als de vrouw niet werkte, wel slechter zijn ? A. Neen.. 9648. V. Maar dan wordt er toch minder verdiend ? |
A. Maar ook beter huisgehouden, het reparatiewerk van den zwingelaar behoeft dan niet buitenshuig te gaan enz. Het huisgezin waar de vrouw thuis blijft, ig financieel beter af dan dat waar de vrouw medewerkt. 9649. V. Hebt gij gelezen wat pastoor Sloots eenlgen' tijd geleden hier voor deze Commissie over dat punt heeft medegedeeld ? A. Dat is mij niet bekend. 9650. V. Deze was ook van uwe meening, dat het werken van de vrouw buitenshuis..... A. Niets aanbrengt. Integendeel het huiggezin wordt er armer door. In het algemeen kan men zeggen dat het gezin waar do vrouw thuig blijft, in beteren, althang in niet minderen, toestand verkeert dan waar dit niet gebeurt. Dat is de ervaring van alle deskundigen, van ieder lid van den raad, van alle armbesturen. 9651. V. Zijn die gezinnen ook in een ander opzicht dan het financieele, in een betere toestand ? A. Bij den gewonen veldarbeider houdt de viouw het huisgezin ordelijk, rein en net. Hier echter gaat de moeder reeds vroeg van huis en laat de kinderen, die nog niet mede uit werken kunnen gaan, onder de hoede van het oudste meisje, dat dan hoogstens 11 jaar ig, dug vrij wel aan eigen zorg overgelaten, achter. Op schafttijd komen zij wel voor een oogenblik tehuis, doch eerst des avonds keeren man en vrouw, jongens en meisjes in de woning terug, van onder tot boven vol met stof. De vrouwen beginnen dan met de rokken uit te slaan, en men wachte zich wel op dat oogenblik in hare nabijheid te komen. Zeer na-tuurljjk ontbreekt dan do lust om huiselijke zaken te verrichten of zich met handwerkjes bezig te houden. Een eerste vereischte zou zijn om zelf toilet te gaan maken, doch zelfs daartoe komt het niet eens Zij blijven bij elkander hurken, totdat het 9 uren wordt en dan gaan zij naar bed. Men kan dan ook met den eersten oogopslag zien o£ in een arbeidersgezin de vrouw al dan niet mede uit werken gaat. Dus financieel en zedelijk en huiselijk gaat alles hand aan hand. 9652. V. Gij hebt en passant aangehaald, wat gij ook straks gezegd hebt, |
31
|
dat door het buitenshuis gaan werken van de vrouwen ook allicht een der andere kinderen zijn schoolgang kwijt raakt, want er moot er een op de kinderen passen. Niet waar ? A. Ja, er moet altijd een oppassertje zijn, hoe klein ook. 9653. V. Wij hebben vele punten met u besproken. Komt nog iets bij u op? Bedenk u eens A. Neen. Ik was er wel wat uit, maar ik was er 30 jaar in geweest. Toen 12 of 14 jaar geleden de heer Carsten in-formatiën nam voor het Staatstoezicht, heb ik die gegeven. Ook met andere heeren heb ik gesproken om op de hoogte te zijn. maar ik kan nu inderdaad niets meer zeggen! 9654 V. Er is dus geen punt meer te bepreken over de vlasserij ? A. Neen. 9652. De heer Beelaerts van Blokland : In den aanvang is door u gezegd dat in die keten geene ramen zijn, omdat het licht nadeelig werkt op het vlas. Maar is die nadeelige werking wel zoo zeker? A. Juist dat punt heb ik besproken met den secretaris der Maatschappij voor Vlasindustrie, den heer Moll, die een groot pakhuis heeft, en deze heeft mij mondeling verzekerd dat er geen licht mocht zijn, en mij gisteren nog in een brief gemeld; Mijne overtuiging staat vast, dat het licht schadelijk is voor het fabrikaat. Hij zeide dat in zijn pakhuis geen licht mocht komen. En dit is overal het geval. 9656. V. Is dit een algemeene regel ? A. Ja, een zwingelkeet met ramen ken ik niet, wel zijn er slagen aan, die alleen worden opengezet van de windzij-de af. 9657. V. Hebt gij wel bemerkt dat het roten een leelijken reuk geeft, die nadeelig kan zijn voor de gezondheid? A. Ik heb altijd gemeend dat die reuk nadeelig is, maar in den laatsten tijd schijnen de geleerden van eene andere meening te zijn. De reuk is erg hinderlijk, nog hinderlijker dan de reuk dien de frachten van Den Haag verspreiden, en at zegt wat. Maar nooit heb ik eenig feit gezien dat het roten bepaald nadeelig is voor de gezondheid. Vroeger hebbenrachten van Den Haag verspreiden, en at zegt wat. Maar nooit heb ik eenig feit gezien dat het roten bepaald nadeelig is voor de gezondheid. Vroeger hebben |
wij dikwijls epidemische ziekten gehad, ook vele gevallen van koortsen, maar dat was van lieden die in Zeeland hadden gewerkt De gezondheidstoestand is echter in den laatsten tijd veel verbeterd. Het is evenwel niet te loochenen dat het rootwater het drinkwater verpest. 9658. V. Wordt het drinkwater vermengd mot rootwater ? A. De dammen in de polders moeten gesloten blijven, dus in den regel komt het polderwater niet vóór October in den boezem. Daar echter dikwijls vóór October de waterstand in de polders hoog is, moeten de molens malen, en dan wordt het water verpest. Ik tele-grapheerde dit dan terstond, volgens afspraak, aan den heer Carsten, die zich op de hoogte van den toestand kwam stellen, en daarna schreef ik mijn rapport. 9659. V. Ontstaan ziekten door dat slechte water? A. Dat kan ik niet zeggen. 9660. V. Is men genoodzaakt boezemwater te drinken ? A. Er is geen ander water, er zijn geen regenbakken. 9661. De heer Van Alplien ; Gij acht â het wenschelijk veldarbeid door kinderen beneden de 12 jaren te verbieden ; meent gij dat die arbeid zelf voor zulke jonge kinderen nadeelig is, of oordeelt gij het beter dat zij ter school gaan ? A. De veldarbeid op zich zolf is niet ongezond, omdat die steeds in de open lucht geschiedt; die lucht is beter dan de schoollucht. 966'2. V. De Voorzitter: Zoudt gij ons ook iets over de steenfabrieken kunnen meedeelen, in verband met deze enquête? A Vroeger heb ik twee steenplaatsen gekend : van Elk en Thooft, waar mijns inziens de werkuren vrij lang waren. Doch in den laatsten tijd heb ik daarvan niets meer gezien. 9663. V. Reden genoeg om u dan daar niet over te vermoeien. Dan bedanken wij u zeer voor uwe mededeelingen, die ons alleszins welkom zijn geweest. Van Aken. |
32
|
Ver hoor van den heer J. Plaisier Azn. 9664. De Voorzitter . Mag ik uw voornaam, naam, beroep en woonplaats weten ? A. Jan Plaisier Arieszoon, 51 jaar, vlasboer te Ridderkerk. 9665. V. Drijft gij uwe zaak geheel op u zeiven ? A. Geheel op mij zeiven. 9666. V. Doet gij dat al lang? A. Reeds 28 jaar. 9667. V. Huurt gij ook land buiten de provincie ? A. Jawel in de Haarlemmermeer. 9668. V. Ook in Friesland of Noordbrabant ? A. In Noordbrabant is het wel eens gebeurd, maar niet in Friesland. 9669. V. In de Haarlemmermeer wel meermalen 7 A. Verscheidene keeren. 9670. V. Hebt gij het nog verleden jaar gedaan ? A. Jawel. 9671. V. Als gij gehuurd hebt, stuurt g|j dan in eens net noodigo volk daarheen 7 A. Ja, om te wieden. 9672. V. En om te zaaien ? A. Neen, dat doen zij daar.. 9673. V. Gaan er man, vrouw en kinderen heen? A. Ja. 9674. V. Dat zijn dus geheele gezinnen, die zich verplaatsen? A. Ja. 9675. V. Hoe oud zijn de kinderen die medegaan ? A. Van 12 jaar af. 9676. V. Vroeger misschien wel jonger 7 A. Dat kan wel eens gebeurd zijn, maar toch zal dat bij uitzondering geweest zijn. 9677. V. Verhuurt gij ook woningen ? A. Jawel. 9678. V. Hoeveel hebt gij er wel? A. Zes. 9679. V. Wonen daar vlasarbeiders in ? A. Ja, zij zijn alle met vlasarbeiders 9680. V. Zijn dat alle jaren dezelfden? A. Dat wisselt wel eens af. Ik heb er die er 10 a 12 jaar en ook wel, die er 4 of 5 jaar in zijn. |
9681. V. Is dat een jaarhuur? A. Ja, die loopt van Mei tot Mei. 9682. V. Als gij eene woning verhuurt aan een arbeider, brengt dat dan mede dat hij voor u moet werken, ja dan neen 7 A. Ja, dat is eene verplichting, die op hem rust. Het gebeurt in den tegen-woordigen tijd wel eens dat de vlasboeren niet veel werk hebben, en hunne woningen vrij verhuren, maar het is eene uitzondering. Ik verhuur geen enkele woning vrij. 9683. V. Maar hoe ver gaat dat dan 1 A. Zij verbinden zich om bij ons, als wij werk hebben, het geheele jaar te werken. Hebben zij bij ons geen werk, dan behelpen zij zich zooveel mogelijk, door bij landbouwers te werken ; 's zomers tegen vast loon ; 's winters is het stukwerk. 9684. V. Zij moeten dus met vrouw en kinderen altijd voor u klaar staan ? A. Ja, dat zijn zij verplicht; dat weten zij. 9685 V. Maar de arbeider is toch niet altijd zeker werk bij u te vinden 7 A. Zeker is hij niet. Tegenwoordig, nu het met de vlasserij wat tegenloopt^ zitten wij er niet zoo dik in als vroeger. 9686. V. Dus, Plaisier, dat contract is voor u nog zoo kwaad niet. Gij hebt de zekerheid volk te kunnen krijgen als gij het noodig hebt, terwijl gij hun niets behoeft te geven als er geen werk is? A. Jawel, maar daarvoor genieten zij ook rechten, en krijgen zij bijv. een huisje voor 11 stuivers huur als het f 1 waard is. Ik heb op het oogenblik zelfs eene weduwe, die maar een dubbeltje huur betaalt in de wintermaanden, en in de zomermaanden een kwartje, ofschoon dat huisje wel wat min is, dat erken ik. 9687. V. Zijn die woningen allemaal gelijk ? A. Dat verschilt niet veel. 9688. V. Gij laat de menschen dus wonen beneden de waarde? A. Ja. 9689. V. Waarom ? A. Omdat zij bij mij in het vlas werken. 9690. V. En heeft die weduwe ook kinderen 7 A. Eene volwassen dochter, die ook medewerkt. |
33
|
9691. V. En heeft die dochter kinderen ? A. Neen, die is ongetrouwd. 9693. V. Gij hebt de woning voor een prikje verhuurd, omdat do weduwe met hare dochter, die reeds eene volwassen jonge vrouw is, verplicht zijn hij u te werken ? A. Ja. 9694. V. Wij hebben de zaken van die andere woningen nu niet na te gaan, daarmede gaat het ongeveer hetzelfde, behalve dat er geen weduwe woont, maar mannen met vrouwen en kinderen 7 A. Ja, geheele huishoudens. 9695. V. üij gevoelt zeer goed, dat er een kwade kant voor den huurder aan is, maar daar staat tegenover, dat hij zooveel minder huur betaalt ? A. Ja, zoo is het. 9696. V. Gij moet mij eens vertellen, hebt gij wel eens capties met uw huurders gehad 1 A. Uat is wel gebeurd. 9697. V. Omdat zij niet wilden werken ? A. Ja, dat zij wegliepen naar een ander. 9698. V. Wat gebeurde er dan? A. Dat zij soms geen huur betaalden. 9699. V. Maar dan kondet gij ze uit de woning zetten? A. Ja, maar in den regel lieten wij ze zitten tot Mei, in de hoop dat zij dan zouden vertrekken, en dan gingen zij ook wel. 9700. V. Wij begrijpen elkander, maar nu moet gij mij eens op deze vraag antwoorden; hebt gij ooit getracht een huurder in rechten te dwingen om voor u te werken, of hebt gij dat nooit durven doen ? Als de menschen niet weg wilden, hebt gij u dan nimmer tot den kantonrechter begeven? A. Neen, dat zou men niet kunnen, geloof ik; ik geloof, dat die menschen in dat opzicht Duiten de wet vallen, daar ia niets aan te doen. 9701. V. Dus zijn zij gebleven? A. Als ik mijn kans schoon zag, liet ik ze vertrekken. 9702. V. Dat wil zeggen: bij de eerste de beste gelegenheid om van hen los te komen, maakt gij u van hen los? A. Ja, met Mei is de huur uit, en vertrekken zij in den regel. III. |
9703. V. En daarmede is het uit ? A Ja. 9704. Do heer Smit: Beschouwt gij het ook niet als een voordeel dat, wanneer do vlasboer werkvolk noodig heeft, hij bij voorkeur hen laat werken, die in zijn huisjes wonen, voordat hij vrije arbeiders neemt? A. Ja, dat is het zeker; zij genieten de voorkeur. 9705. V. Dat is dus een voordeel dat gij niet genoemd hebt? A. Ja, het gebeurt niet zelden in den togenwoordigen tijd, dat zij werk vragen, en dan kunnen die lieden het altijd krijgen. 9706. De Voorzitter : Dus gij begrijpt dat do goede trouw eischt om dan het eerste aan hen te denken ? A. Ja, dat gebeurt ook, dat doet iedereen. 9707. De heer Goeman Borgesius: Indien gij met zulk een arbeider een contract aangaat over de bewoning van een huisje, dan weet hij dus dat hij verplicht is om voor u te werken, maar staat dan ook het loon dat hij krijgt vast of wordt daarover niet gesproken'? A. Neen, daar wordt niet over gesproken ; het zomerloon staat vast. Het winterwerk echter is stukwerk, maar dat is niet gelijk, het eene jaar door het andere; dat hangt af van do omstandigheden en hoe wij zelf opschieten met onze verdiensten. 9708. V. Dus zij verbinden zich, althans zedelijk, om voor u te werken, maar het hangt van uwe goedheid af hoe uvoor hot winterwerk wilt betalen? A. Ja. 9709. V. Komt het dikwijls voor dat zij niet aan hunne verplichtingen voldoen ? A. Dat komt niet dikwijls voor. 9710. V. Schrijft gij dat hieraan toe, dat zij er zelf belang bij hebben om zich aan de overeenkomst te houden, met het oog op de toekomst, of zijn het werkelijk personen van zoo goede trouw, dat zij als zij eens iets op zich genomen hebben daaraan steeds voldoen? A. De meesten zouden het zich tot eene schande rekenen, wanneer zij den baas verlieten; maar er zijn er ook enkelen, die niemendal om den baas geven. |
34
|
9711. V. Zijn er geen bazen â gij zult dat natuurlijk niet doen â die wol eens van de groote macht, die dat contract hun op de werklieden geeft, eenig misbruik maken, wat de uitbetaling van de loonen betreft? Hoort gij daarover wel eens klagen ? A. üo arbeiders willen daarover wel eens klagen, maar om namen te noemen van boeren, die daarvan misbruik maken, dat zou ik niet durven en niet kunnen 971'2. V. Ik moet dus uw antwoord zoo opvatten, dat door de arbeiders wel eens geklaagd wordt, maar dat gij de namen van de bazen, die reden tot klagen geven, niet kunt noemen? A. Juist. 9713. De heer Smit: Is het loon van een arbeider die in een huis van den boer woont hetzelfde als dat van een vrijen arbeider, of is er verschil in, omdat eerstgenoemde verplicht is te werken? A. In het loon is geen verschil. Maar die in een vrij huis wonen, komen wel eens bij ons en zeggen dan, «van zwingelen ben ik wat benauwd, mag ik niet braken?quot; Met dit laatste kunnen zij in den regel wat meer verdienen. Zij hebben dus het voorrecht dat zij het werk kunnen krijgen, wat zij het liefst doen. 9714. De Voorzitter : Zij zeggen dan : van zwingelen ben ik wat benauwd 1 Is daar reden voor? A. Dat zal ik u zeggen. De verdiensten bij het zwingelen loopen zoo uit elkander. De eene arbeider verdient soms vee! meer dan een ander, die toch met dezelfde kracht werkt; daarom wordt er dikwijls verzocht om te braken. Maar een flink zwingelaar kan altijd meer verdienen als een braak. 9715. V. Dus in die spreekwijze van die menschen wil het niet zeggen, dat zij er benauwd van zijn, omdat zjj het zoo gevaarlijk voor de gezondheid achten, maar omdat zij met het zwingelen niet zoo goed voort kunnen ? A. Juist Mijnheer, liet zit hem alleen in de verdiensten. 971G. V. Dit daargelaten, is het toch een kwaad werk dat zwingelen en braken ? A. Ik geloof, dat het op den duur schadelijk voor de gezondheid is. |
9717. V. Gjj zwingelt en braakt zelf niet, maar g|j ziet hot toch dikwerf en moet op uw volk letten; maar hebt gij dan wel eens aan u zelf bespeurd, dat het er niet deugde ? A. Neen, dat heb ik nog niet kunneu ontdekken. Ik heb lang gewerkt in het op maak hok, dat is de plaats waar de laatste hand gelegd wordt, voordat het wordt verkocht. Daar is ook stof, en daar heb ik toch jaren achtereen gestaan. 9718 Dus gij hebt in uw jeugd meegedaan aan het opmaken van den steen, maar dan is het vlas toch reeds van de ergste stof gezuiverd ? A Het ergste stof krijgt men bij het zwingelen en het braken, liij het zwingelen is het echter nog het kwaadst, omdat daar meer vluchtige stof is dan bij het braken. 9719. V. Gij leidt natuurlijk een andere levenswijze en blijft slechts korten tijd in de lokalen. Maar, volgens uw eigen ervaring, worden de menschen, die er van den vroegen morgen tot den donker toe in werken, niet oud? A. Er zijn er weinigen van 80 jaar onder. 9720. V. Dat wil ik nu wel gelooven! A. Ja, maar er is toch eeno oude vrouw van 03 jaren, die zit er toch altijd in te hakken. 97'21. V. Nu komt het al wat dichter bij. A. Ik heb nog een man van GOjaar, en ik heb hem gevraagd: hebt gij last van het stof? maar hij zeide: «neenquot;. 9722. V. Maar dat zijn uitzonderingen, niet waar ? A. Dat zijn het. 9723. V. Wij zijn het er dus over eens, dat zij het beet krijgen op de borst ? A. Ik houd het stof voor nadeelig; maar of de menschen, die eeno goede borst hebben er eene kwade van krijgen, durf ik niet uitmaken. Doch dat dogenen, die op de borst niet zuiver zijn, er last van krijgen, daar twijfel ik niet aan. en men ziet het ook. 9724-. V. Waar hebt gij uwe zwin-gelkeet ? A. Op mijn erf. 9727. V. Is het bij u zoo, dat er boven nog eene bergplaats is, een zolder ? A. Ja, daar maak ik tot Januari gebruik van. 9728. V. Maakt dat niet, dat het stof niet weg kan trekken ? |
35
|
A. Ja, het is nadeelig. 9729. V. Daar hebben de geleerde heeren dus gelijk in ? A. Ja; zij hebben niet altijd gelijk, maar daarin wèl. 9730. V. Doet men daar in uwe gemeente niets aan ? A. Er bestaat geen plaatselijke verordening op. 9732. V. Van het stuiven weten wij nu al vrij wat af. Wat gij zegt, klopt met wat wij gehoord hebben van anderen. Maar leven die rnen«chen nogal ordentelijk, of zijn er vele dronkaards onder? A. Tegenwoordig weinig. Vroeger hadden zij nogal lust in Maandaghouden, cn dan gebeurde het vaak dat, als wjj uit stad terugkwamen, wij het werkvolk dronken vonden liggen. Maar dat is nu eene uitzondering. Ik herinner mij niet dat zij in dezen winter een dag aan don zuip zijn gegaan. 9733. V. Waaraan is dit toe te schrijven? A. Ik denk dat de menschen wijzer zijn geworden. 9734. V. Zou het ook kunnen zijn omdat de verdiensten minder zijn? A. Neen, tien jaren geleden waren de verdiensten beter dan nu, en toen was de toestand ook reeds gunstiger lt;lan twintig jaar vroeger. 9735. V. Dus gij meent waarlijk dat op dit punt verbetering is waar te nemen ? A. Ja. 9736. V. Zijn er in uw dorp misschien lieden die zich daarvoor moeite geven ? A. Neen, maar ik heb altjjd duideljjk doen bemerken dat het mij bitter slecht beviel als zij aan den drank zich te buiten gingen. Ik had misschien verder kunnen gaan, en hun de verkeerdheden van het misbruik kunnen aanwijzen, maar als vader heb ik mij niet over hen gesteld. 9737. V. Maar in het algemeen zijt gij niet ontevreden over den toestand, omdat die beter is dan vroeger. Geldt dit alleen uiv volk? A. Neen. iedere vlasboer van Ridderkerk zal hetzelfde zeggen. 9738. V. Hoe oud zijn de kinderen boven de 12 jaren, die gij in dienst hebt ? |
A. Een van 12, een van 14 jaren, en dan kom ik tot een van 20 jaren. 9739. V. Hoeveel menschen hebt gij in dienst? A. Omtrent 24. 9740. V. Blijven zij lang bij u? A. Sommigen waren 20 jaren bij mjj, anderen korter. 9741. V. Zijn er onder, die reeds als jongens bij u kwamen? A. Neen, ten minste niet onder hen die nu 40, 50, 60 jaren zjjn. 9742. V. Gij zegt, dat gij er een hebt van 12, van 14 en dan van 20 jaren. Komen er nooit geene kleine jongens bij u, om zoo gaandeweg wat te leeren en af te zien ? A. Geen enkel. 9743. V. Begrijp mij wel: ik denk in het geheel niet aan jongens, die gij in dienst zoudt hebben, maar ons is gezegd, dat, om de vlasserjj goed te leeren, men daarmede jong beginnen moet. Doet men dit niet, dan krijgt men het nooit terdege beet. Daarom zou men de kinderen medebrengen van 12 jaren om wat to helpen en zoo langzamerhand er in te komen. A. Dat is ook zoo. omdat de wet het toelaat. Als de ouders komen vragen om hunne kinderen wat te leeren, kan ik het immers niet weigeren. Ik noem het geheele huishouden aan om bij mij te werken. 9744. V. Gij neemt dus eigenlijk de heele familie aan ? A. la. Ik had ze liever niet. 9745. V. Maar het aanleeren kan toch evengoed op het 14de jaar begonnen worden ? A. Zeer gemakkeljjk. 971.6. V. Dus het zijn praatjes als men zegt dat zij op hun 12de jaar er mede zouden moeten beginnen? A. Dat behoeft in het geheel niet; op het tide gaat het net zoo goed als op het 12de jaar. 9747. V. Dus wat uw vak betreft zou het u niets kunnen schelen als de wet bepaalde, dat gij geen kinderen beneden de 14 jaar zoudt mogen in dienst nemen ? A. Neen, in hot geheel niet, ik heb ze liever van 14 dan van 12 jaar. 9748. V. Dit betreft het winterwerk alleen ? A. Ja, want het zomerwerk is gezond. |
30
|
dan zijn zij in de open lucht, en groeien zij harder dan als zij op de school zitten. Maar het is beter dat zjj zoo laat mogelijk met het winterwerk beginnen. 9749. V. Dus is het winterwerk nadee-lig voor hen? A. Niet omdat het kinderen van 12 jaar zijn, maar het winterwerk is na-deelig ; hoe jonger zij daarin komen, hoe minder passelijk. 9750. V. Dus komen wij tot dit goede resultaat dat gij, dio er anders belang hij zoudt hebben om het anders te zeggen, voor uw zaak en bedrijf u er best in zoudt kunnen vinden als gij de kin-deren eerst met het 14do jaar zoudt kunnen nemen, en dat gij, die weet wat het vak vereischt, ook meent dat het winterwerk voor kinderen kwaad is? A. Ja. 9751. V. Is het zomerwerk goed voor de kinderen? A. Ja, dat is niet zwaar. Nu eens zijn zij dan eenige uren in het open veld, en dan weder binnen bezig. Dat werk is bepaald gezond. 9752. V. Ook bij regen en wind? A. Als het regent komen zjj binnen, want dan kunnen zij buiten niets uitvoeren. Alleen als het vlas uit de slootcn moet gehaald worden, moeten zij doorwerken ; dat vlas moet er uit; maar dat duurt niet lang. Voor den wind komen zij niet binnen. 9753. V. Hoe oud zijn de kinderen die daarvoor in het open veld gebruikt worden. A. Ik neem ze, zoover ik weet, nooit onder de 12 jaar. 9754. V. Doen anderen dat wel ? A. Als zij het doen, heel weinig, want zij hebben ze liever niet. 9755. V. Maar zij moeten toch mede ? A. Ja, zij zjjn in de huur begrepen. 9756. V. En wat doet men met de jonge kinderen, die niet mede kunnen? A. Die gaan naar school. 9757. V. Men moet toch beginnen ze uit te besteden? A. 01 gij bedoelt de wieders ? 9758. v. Juist, de wieders, als zij naar de Haarlemmermeer gaan? A. Dan blijven de moeders thuis met de kinderen die niet werken kunnen. 9759. V. Is dat gebruik, dat de moeders thuis blijven ? |
A. Een gebruik is het niet, dat hangt al af van de grootte van een gezin. Zijn er 1 of 2 kinderen, dan worden die wel eens uitbesteed en gaat demoeder mede, maar zoodra er 3 zijn, dan gaat dat niet meer, en denken zij er niet aan, dan gaat alleen de vader met de grootere jongens en meisjes. 9760. V. Dan komt er dus een heel aantal vaders en aankomende meisjes bij elkaar, niet waar ? A. Ja. 9761 V. En dan ? A. Ja, daar zullen we het nu hebben. 9762. V. Nu, en dat is niet goed, niet waar ? A. Nou, goed is 't niet. Maar men moet niet vergeten, dat de hoofden dei-gezinnen er ook bij zijn, en die zijn ook niet gek en geven hun oogen den kost. Zij slapen wol in één vierkant, maar of daar nu onzedelijke dingen gebeuren, daarvoor durf ik niet instaan, doch druk zal 't niet wezen, als het al gebeurt. 9763. V. Daar zullen wij nu maar over zwijgen. Nu moet gij mij dit nog eens zeggen : de kinderen van 12 tot 16 jaar zijn al aan het verdienen? A J A 9764. V. Werkt dat allemaal goed of zit er ook een kwade kant aan ? A. Daar zie ik geen kwaden kant aan, dat jongens en meisjes van 14â16 daar al iets verdienen. 9765. V. Gij hebt niet opgemerkt, dat de goede verhouding van de kinderen tot den vader er niet beter op werd, als de kinderen al hunne eigene verdiensten hadden ? als de vader voor een gedeelte begon te teren op het werk van de kinderen, bleef dan de vader de vader en de kinderen de kinderen ? A. Daar mankeert wel eens wat aan, maar dan zijn zij 20 jaar of ouder; zoodra zij merken, dat zij meer geld waard zijn dan de kost, worden zij wel eens wat lastig. 9766. V. Dus, zoodra zij het besef krijgen, dat de vader wat op hen overhoudt, wordt de verhouding minder ? A. Dat gebeurt wel, ik heb er do ouders wel over hooren klagen. 9767. V. Ziet gij wel, dat er een kwade ' kant aan is ? A. Ja, dan is er een kwade kant aan. |
87
|
maar als zij niet werken, zou de kwade kant nog veel erger zijn. 9768. V. Gij spreekt nu van jongens van 20 jaar, maar ons is door menschen, die er evenals gij te goeder trouw over spraken, gezegd, dat hot ook bij kinderen van 14, 15 jaar al voorkomt; hebt gij daar niets van gemerkt? A. Neen ; dat kan ik niet zeggen. 9769. V. Wat kunt gij nagaan, dat jongens van 14 of quot;15 jaar kunnen verdienen 7 Vertel ons dat eens, dan kunnen wij nagaan of er quaestie van kan zijn? A. Ja, dat is ongelijk, bijv. in het wieden, 10â12 stuivers daags, en bij de bereiding loopt dat van 12â16 stuivers. 9770. V. En bij het zwingelwerk? A. Dat is stukwerk, dat gaat verschillend. 9771. V. Als de jongen handig is? A. Nu, dan verdient hij f3,50 in de week, als hij 16 jaar is, maar jongens van 14 jaar zullen dat niet licht halen ; die schat ik op f2,50 tot f3.00. 9772. V. Dus dien kwaden kant, dat zij een toon gingen aannemen tegenover hun vader, hebt gij niet bij jongens van 14â16 jaar opgemerkt? Wel komt dat, volgens u. voor als zij ouder worden ? A. Juist, als zij 20 jaar zijn of daar boven, dan is het mis. 9773. V. Nu, ja, dan worden het zelfstandige mannen. Hebt gij de centrale vlasscherij wel eens gezien in Friesland ? A. Neen, ik ben nooit in Friesland geweest. 9774. V. De machinale vlasscherij van Snauw, hoe werkt die ? A. Wat de stof aangaat, goed. 9775. V. Is daar de lucht beter? A Daar is het zuiverder. 9776. V. Maar er hangt veel kapitaal aan ? A. Ja, maar daaraan niet alleen. Zij hebben bij de machine een stofzuiger, die goede diensten doet 9777. V. Wordt die met stoom gedreven ? A. Ja. 9778. V. Wat kost zulk een inrichting ongeveer ? A. Ik denk van 3000 tot 5000 gulden. 9779. De heer Smit! Is de qualiteit van machinaal gezwingeld vlas even goed als van het vlas dat met de hand bewerkt wordt? |
A. Vroeger ging het niet zoo goed, maar tegenwoordig hebben zij het op eene goede hoogte gebracht. Zij beweren dat zij oven goed werk leveren als wij met do handen. 9780. De Voorzitter: In den laat-sten tijd zijn er niet van die machinale vlasserijen bijgekomen ? A. Neen, de zaken gaan niet te best en de tijden zijn te ongunstig. 9781. De heer Van Alplieu: Er zijn hooge, luchtige, frische gebouwen met stofzuigers, maar ook lage met zolders er boven, waardoor veel stof blijft hangen. Maken de kooplieden ook onderscheid in den prijs of het vlas uit de eene of uit het andere gebouw komt? A. Neen. 9782. V. Dus de qualiteit van het vlas is dezelfde? A. Jawel. 9783. V. Wij hebben namelijk gehoord dat er kooplieden waren, die geen vlas wilden uit de werkplaatsen waar het licht was, omdat het vlas daardoor zoude lijden. A. Dat weet ik niet; ik kan het ook slecht gelooven. 9784. De heer Smit: Wordt er tegenwoordig nog met de handbraak gewerkt, of gaat alles met de machine ? A. De oude handbraak wordt nog steeds gebezigd. 9785. V. De oude Amerikaansche handbraak ? A. Neen, oorspronkelijk is het de oude Hollandsche handbraak. 9786. V. Ik dacht dat die de wereld was uitgegaan. A. Neen, die is juist de wereld weder ingekomen; de machines zullen misschien nog eerder de wereld uitgaan dan de handbraken. De heer Roos.. dien u wel kent, kan nu niets meer doen met zijn gebouw ; hij heeft slechts een paar maanden gewerkt, en nu heeft hij niets meer te verwerken. 9787. De Voorzitter; Wij danken u vriendelijk voor uwe komst. Uw verhoor is afgeloopen. J. Plaisier Az. |
38
|
Verhoor van den heer Willem Plaisier, te ileerjansdam. 9788. De Voorzitter: Mag ik uw naam, voornaam, beroep ouderdom en woonplaats weten 7 A. Willem Plaisier, oud 43 jaren, vlasboer te Heerjansdam. 9789. V. Zijt gij van kindsbeen af in het vak geweest 1 A. Och, men begint met eerst mee te loopen,- en zoo komt men langzamerhand in het vak, totdat men zijn eigen zaak krijgt, en dan is men er geheel in. 9790. V. Was uw vader ook in het vak ? A. Mijn vader is vroeg gestorven; dien heb ik niet gekend. Wij hebben toen voor onze moeder de zaak gedreven, met behulp van een gewonen onderbaas. 9791. V. üus uw vader had de zaak al. En zit gij nog altijd op dezelfde stee? A. Neen, mijn geboorteplaats is Ridderkerk. Eerst met mijn trouwen ben ik naar Heerjansdam getrokken. 9792. V. Gij werkt voor u zelf? A. Ja. 9793. V. Hoeveel menschen hebt gij in uw dienst? A. 30 of 40. 9794. V. Gezinnen of menschen ? A. Menschen. 9795. V. Houdt gij er ook woningen op na ? A. Zeven. 9796. V. En die verhuurt gij ? A. Ja. 9797. V. Dat brengt mede, niet waar, dat gij dan het gezin tegelijk huurt ? A. Ja. Voor een jaar verbindt dat volk zich aan mij en ik mij aan het volk. 9798. V. Zij verbinden zich, om, als gij hen noodig hebt, bij u te komen werken ? A. Ja. 9799 V. Gij verbindt u, om hen bij voorkeur te nemen ? A Ja 9800. V. Maar gij behoeft toch geen werk voor hen te maken als het er niet is ? A. Neen, maar men tracht toch werk voor hen te hebben. 9801. V. Dat is dus eene zaak van goede trouw? |
A. Ja. 980'2. V. Hebt gij in zulke zaken wel eens capties gehad ? 9803. V. Dat zij niet wilden komen? A. Ja. Misschien een jaar of 1 i geleden, toen er veel concurrentie was, heb ik wel eens volk verloren, tot mijn schade ; en toen de spoorweg gelegd werd door Usselmonde, waarbij veel geld voor hen te verdienen was, heb ik er ook een stuk of vier, vijf ontijdig verloren. Ik had ze gaarne willen houden; maar de grootcre verdiensten verlokten hen. 9804. V. En ge begreept dat ge dat eenvoudig hadt aan te ziun ? A. Ja, er was niets aan te doen. 9805. V. Maar toen Mei gekomen was, hebt ge hen natuurlijk uit de woning gezet ? A. Ja. 9806. V. Die kwamen niet te goeder trouw de zaak na ? A. Neen. 9807. V. Do kinderen moot gij ook gebruiken ? A. Ja; het spreekt vanzelf, dat die er in betrokken zjjn. 9808. V. Pacht gij ook wel buiten af? Bijv. in de Meer? A. In Groningen en Zeeland. 9809. V. Zendt gij er de lieden dan. heen ? A. Ja 9810 V. Gaan dan vrouw en kinderen mee ? A. In den wiedtijd. Mei en Juni. gaat de vrouw niet mee of het moet zijn dat het gezin er vanzelf toe leidt dat zij den man volgt. 9811. V. btuurt gij ze ook weg om. te zaaien? A. Neen, het zaaien gebeurt door een man die er verstand van heeft. Dit is-niet ieders werk. 9812. V. En hoe is het bij het plukken t A. Dan gaan vrijwel allen mee. 9813. V. Gaan vrouw en kinderen dan allen mee of blijven die thuis ? A. Als het gezin gedoogt dat do vrouw meewerkt, dan gaat ze mee. Maar wanneer er jonge kinderen zijn of andere omstandigheden vorderen dat de vrouw thuis blijft, dan gaat ze niet mee. Hetr gebeurt vaak dat de man alleen gaat of vergezeld van aankomende jongen» |
39
|
9814. V. Men heeft ons ook gezegd dat het geheele huishouden wordt opgebroken, dat de kleine kinderen soms ontijdig worden gespeend. Is dat zoo ? A. Dat is misschien wel gebeurd maar ik heb er geen ondervinding van dat het zoo ruw toegaat. 9815 V. Ziet gij het dan tegenwoordig niet meer om u heen ? A Neen. 9816, V. Lijdt het onderwijs der kinderen niet onder dat heengaan 7 A. ik geloof niet dat bij ons nog kinderen beneden de 12 jaar werken. Alleen komt het in den wiedtijd, Mei Juni voor, dat een gezin allo kinderen medebrengt, niet om te werken, maar omdat anders de kinderen niet onder toezicht zijn en dus zouden moeten besteed worden. Hen mede te brengen is voordeeliger. 9817. V. Koopt gij ook vlas dat gij zelf niet hebt doen zaaien en wieden ? A Wij koopen ook vlas te velde. 982!) V. Hebt gij eene drukke zaak ? A. Ik heb des zomers 4U en des winters 30 mensohen ; dat is al een groote besogne, want de meesten zijn kleiner. ]k werk niet met ⢠machines, behalve bij het braken van het vlas. 9821. quot;V. De machines nemen immers niet meer toe ? A. Neen, niet omdat zij niet deugen, maar omdat de zaken slecht gaan. Hoe lager men zich houdt, hoe beter. 9822. V. Dat braken en zwingelen is een erge stuif boel, niet waar? A. Ja, nogal. 9823. V. Is dat kwaad voor de men-schen ? A. Jk geloof het wel, maar toch meen ik niet dat het zooveel ongezonder is dan in vele andere fabrieken. Zoo heb ik dezen zomer en. winter geen enkele zieke gehad, en dat zegt wel iets op een 30- tot 40tal mensohen. maar ik wil er niet mede gezegd hebben dat het een gezond werk is. Het kan toevallig zijn dat het zoo is. 9824. V. Maar over het algemeen is het toch een kwaad werk, niet waar? En de menschen worden er niet oud bij ? A. Ja. 9825. V. Kan er niet het een en ander gedaan worden, om die kooien en keten wat beter te maken voor die lieden ? |
A. Ja, mijn idee is, dat een flinke ruime keet altijd het beste is; een ruime keet geeft lucht en een nauwe keet niet. Het stof, dat bijv. tien man maken in een nauwe opgesloten, is veel bezwa-render dan wanneer zjj in eene ruime zijn, die eens zoo groot is. Dat is mijne overtuiging. 9820 V. Daarvoor zijn die machines, die stofzuigers, zeker goed ? A. Dat is een heel goede zaak. 9827. V, Maar zjj zijn wat duur? A. Ja, maar als men eene machinale zwingelarij heeft, niet, want dan heeft men reeds eene stoommachine. 9828. V. Is het bij u zóó, dat men er van boven nogal wat stof kan kwijt raken, of is er een zolder boven ? A. Neen, geen zolder, maar een open til. Bij de meesten wordt die ruimte ingenomen door een voorraad vlas. Dat het bij mij zoo is, is louter toeval 9829. V. Maar dat is beter ? A. Ja, daardoor heeft men meer in-houdsruimte. 9830. V. De middelen ter verbetering zijn er dns wel, maar men ziet op tegen de kosten ? A. Ja. Over het algemeen worden. geen groote zaken gemaakt. De eene heeft bijv gebrek aan ruimte, maarzit tegen een dorp aan, zoodat hij niet kan uitbreiden ; de andere heeft weer wat anders dat hem in den weg zit. Men kan hier ook niet alles wat men wel zou willen. Nu zal men voor eene bloeiende zaak gaarne geld uitgeven, maar niet voor eene zaak die, zooals deze, lijdende is. 9831. V. Hoeveel jongens hebt gij onder die 30 of 40 menschen, van 12, 14 of 16 jaar ? A. Drie of vier. 9832 V. En hoeveel meisjes van dien leeftijd ? A. Hetzelfde getal. Jonge menschen van 18 tot 21 jaar zijn er veel meer. 9833. V. Bij winterdag werken zij op stuk? A Ja. 9834. V. Wat verdienen-die jongens van 12â14 jaar? A. De helft en ook wel iets minder van hetgeen een volwassen man verdient. Dat gaat al naar zij krachtig zijn. |
40
|
9835. V. Verdienen die jongens wel een stuiver of 10 daags? A. Wel minder ook, als zij er pas bij zijn. 9836. V. Zijn het ook praatjes dat zij er zoo jong bij moeten komen om het vak te kunnen leeren? A. Ja, op hun 14de jaar is dat nog tijdig genoeg 9837. V. Gij zoudt er dua geen bezwaar tegen hebben, dat zij tot dien leeftijd school gingen ? A. Gerust, dat kan.quot; Vroeger heb ik er misschien wel anders over gedacht, maar tegenwoordig zou ik het beter vinden dat de jongens naar school gaan. 9838. V. De meisjes komen niet zoo jong, wèl ? A. Ook al; in den zomer is daar wel lichte arbeid voor te vinden. 9839. V. Bestaat er in uwe gemeente eene verordening op het roten 7 A. Neen. 9840. V. Er is toch wel over gedacht ? A. Vanwege het polderbestuur meent u. Dat heeft echter geen betrekking op de gezondheid, maar op het uithalen van de dammen bij het roten. 9841. De heer Van Al|gt;Iieii: Is het hetzelfde, of het vlas machinaal of uit de hand bewerkt wordt? A. Dat kan er naar zijn, dat hangt van het vlas af. Wanneer men sterk vlas heeft, dan kan men geregeld met het klappen van de machine doorgaan, maar minder sterk vlas, dat wat zachter is, wordt beter met de hand bewerkt 984'2. V. Maakt de koopman geen verschil uit welk gebouw het vlas gepresenteerd wordt, of het uit een hoog luchtig gebouw, dan wel uit een bedompt lokaal komt? A, Dat zijn maar praatjes. 9843. De Voorzitter ; Wij danken u, dat gij gekomen zijt; uw verhoor isaf-geloopen. W. Plmsier. Verhoor van den heer P. Landheer. ( Verkort.) 9844 De Voorzitter: Wilt gij zoo goed zijn uw naam, voornaam, beroep, ouderdom en woonplaats op te geven ? |
A. Pieter Landheer, arbeider, wonende te Oud-Heijerland, oud 54 jaar. 9845. V. Werkt gij in het vlas? 9^46. V. Hebt gij dat altijd gedaan ? A. Ja. 9848. V. Is dat geen kwaad werk, dat gij doet? A. Naar mijn oordeel niet, maar er kunnen zich wel zaken voordoen in het lichaam, dat het een kwaad werk wordt. 9849. V. Gij zoudt dus denken, dat het er meer van afhangt, hoe iemands aanleg is ? A. Ja, zijn lichaamsbouw van binnen. 9850. V. Maar gjj zult wel ondervonden hebben, dat veel van uw tijdge-nooten al dood zijn ? of niet ? A. Ja, dat wel. 9851. V. En gij zijt toch nog zoo oud niet ? A. Neen. 9852. V. Dus gij gelooft niet dat het vak zoo kwaad is ? A. Neen. 9853 V. En dat stof ? A. Ik durf niet zeggen dat dat stof gezondheid geeft. 9854. V. Neeti, want dat zou wel een beetje erg wezen Maar gij ziet in dat stof niet veel kwaad '! A. Neen. 9855. V. Hebt gij het nooit op uwe borst ? A. Neen. 9856. V. En gij werkt altijd in dat stof ? A. Ja, altijd. 9860. V. Hoesten de menschen, die met u werken, niet veel ? A. Ja. Wanneer zij dan een vak kunnen krijgen, dat in de open lucht uitgeoefend wordt, dan verlaten zij de vlasserij. 9861. V. Zij beginnen al jong met het vak, op 12-, 13jarigen leeftijd, niet waar? A. Jawel. 9862. V. Hebt gij niet gezegd dat ge zelf er ook zoo jong bij gekomen zijt? A. Ja, toen ik 12 jaar was. 9863. V. Maar men zou het met 14 jaar toch ook nog best kunnen leeren? A. Ja, dat zal wel waar zijn. 9864. V. Hoe laat komt gij 's morgens op het werk ? A. In mijne joagenjjaren was d aar |
41
|
omtrent goene vaste bepaling. Ik kreeg wel eens verlof om niet te veel van mij te vergen. In de eerste plaats mocht ik 's morgens zoo vroeg niet komen, omdat de baas het niet toeliet, in de tweede plaats omdat ik slechts medewerkte om mij in het vak te bekwamen, ten einde later tot steun van het huisgezin werkzaam te zijn. 9865. V. Dus de baas wilde niet hebben dat ge 's morgens in den donker daar kwaamt, omdat hij misschien bevreesd was voor brand ? A. Dat niet. Maar de zaak zal wel geweest zijn, dat de baas dacht dat jongelieden de werktuigen niet zoo han-teeren konden als de meer bekwamen, en dal hij daardoor wellicht schade zoude ondervinden. Misschien is het ook wel, omdat hij de kinderen langzamerhand zich wilde laten ontwikkelen. Met zekerheid kan ik de oorzaak echter niet opgeven. 9860. V. Dus men heeft in uw jeugd het uiterste niet van u gevergd? A. Neen. 9867. V. Maar dat kan toch wel gebeuren Niet waar? A. Ja, dat kan wel. Maar ik acht, dat zoo iemand geen vaderhart in zich omdraagt. Bovendien moet het dan toch in het geheim geschieden, want, wanneer de baas het bemerkte, zou een dergelijke vader, die te veel van zijn kind eisohte, zeker verhinderd worden â daarmede voort te gaan 9868. V. üaat dikwijls het geheele gezin, man, vrouw en kinderen uit werken ? A. Ja, met den zomerdag, om te wieden en te plukken. 9869. V. Dat gebeurde dus in uwe jonge jaren ook wel ? A. Jawel. 9870. V. Maar, wanneer er kleine kinderen aan huis zijn, gaat dan de moeder ook mee? A. Ja, wanneer er geen oudere kinderen zijn om te huis óp te passen, besteedt de moeder de kleinen uit bij een buurvrouw, of brengt hen bij haar familie, en dan gaan de vrouwen, uit noodzaak, mede om behulpzaam te zijn. 9871. V. Zij gaan dus buiten af medewerken naar de Meer, of Friesland of Groningen? |
A. Neen, die kinderen hebben, blijven altijd in de woonplaats. Zij gaan niet van huis af, en komen 's avonds weder naar hare woning terug. 9872. V. Dus, als er quaestie is van naar de Meer of naar Zeeland te gaan, dan gaat wel de man met de aankomende jongens en meisjes, maar de moeder en de kleine kinderen blijven te huis. Is dit zoo ? A. Ja, altoos in onze plaats, 9873. V. Dan danken wij u voor uwe mededeelingen. P. L.vndiieer. Verhoor van den heer A. Vau 't Zelfde. 9874. De Voorzitter; Wilt gij ons opgeven uw naam, voornaam, beroep, ouderdom en woonplaats 1 A. Adriaan Van 't Zelfde, vlasboeren wethouder te Ridderkerk, oud 57 jaren. 9875. V. Hebt gij veel menschen in uw dienst? A. 25. 9876. V. Werkt gij met een machine ? A. Neen. 9877. V. Gebruikt men die op Ridderkerk in het algemeen niet ? A. Zeer weinig. 9878. V. Gelooft gij dat die machines niet gunstig werken? A Het machinaal zwingelen is gunstig voor den arbeider. Verleden week ben ik, omdat ik hier voor de Commissie was opgeroepen, met onzen architect naar Rijsoord gereden, om daar eene nieuwe kolossale inrichting te zien. Beneden bewerkt men den afval van het vlas en boven bewerkt men het vlas zelf. Ik moet zeggen dat mij dit uitstekend bevallen is. Door de sterke stofzuigers verdwijnt het stof, zoodat niemand daarvan hinder heeft. Bjj de lokken- en werkschudders was weinig stof, en ook daarin zou nog verbetering worden aangebracht, zoo dit van elders mogelijk bleek. Machines verdienen dus zeer zeker do voorkeur. 9879. V. Het is heel vriendelijk van u. dat gij opzettelijk daarheen gegaan zijt, nu kunt gij ons ook eens wat van die machines meêdeelen. Is het daar nogal op grooten voet ingericht ? |
42
|
A. Ja. 9880 Is die machine eene buiten-landache uitvinding? A. Neen, zij werd te Hendrik-ldo-Am-bacht uitgevonden. 9881. V. Werkte de machine te Rijs-ooid op de proef? A. Zij werkte reeds voorgoed. (J88'i. V. Beviel u dat werk ? A. Ja zij veroorzaakte bijna geen stof voor den arbeider. 9883. V. Gelooft gij dat het goed is wat zij maakt? A. Ja. 9834 V. Maar daarbij komt veel geld kijken ? A Ja, veel. 9885. V. Zoodat dit voor velen een beletsel is, het op die wijze te doen ? A. Jn den toestand der vlasboeren is daar geen doen aan ; om de financiën bestaat er geen gezicht meer op. 988(i. V. Dat is ons meer gezegd. Maar te Rijsoord hebben zij toch iets goeds van dien aard opgericht. A. Ja. 9887. V. Dus behalve dat ééno geval neemt het aanschaffen van machines niet toe. A. Neen, omdat de tijden zoo slecht zijn. Een jaar of vier geleden sprak ik met mijnheer J. Smit, die mjj vraagde, of ik niet wat doen wilde om het bezwaar van het stof weg te nemen. Ik ben al eens zoo ver geweest dat ik een bestek heb laten maken voor eene machine, maar op raad van de heeren Moenskamk en Plaisier heb ik er geen genomen, want zij zeiden mij : als gij volk kunt krijgen, laat dan de machine maar schieten. Ik ben van achteren hun zeer dankbaar, want ik had anders alle jaren heel wat geld verloren. 9888. V. Gaat het zoo slecht? A. Ja. ik wil wel weten dat ik niet zoo heel ongelukkig ben, en toch moet ik alle jaren geld bijpassen. En een vlasboer heeft in den regel geen kapitaal. 9889. De heer Smit: Gaan de landpachten ook achteruit? A- Niet zoozeer. Wanneer wij een daalder of 34 stuivers per steen maakten, zouden wij het gestolen moeten hebben om er van te kunnen leven. Vroeger verkocht ik het voor 88 stuivers. |
9890 V. Is die landpacht in dezelfde verhouding gedaald? A. De landpacht is gedaald, maar niet in verhouding van den prijs van het vlas. Jk herinner mij dat in Zeeland die pacht vroeger f 105 was; die is gestegen tot 150. en verleden jaar bedroeg z.ij nog f i'10. 9891 V. is dat per hectare ? A. Neen, f l'-iO per Gemet. 9892. V. Dat is dus ruim f 280 per hectare Die pacht komt mij veel te hoog voor in verhouding van de pachten voor andere gewassen. A. Ja. 9893. V. De Voorzitter: Wat verdienen die aankomende jongens, die bij u werken? A. Als zij pas aankomen, op hun 12de jaar, dan krijgen zij 7 of 8 stuivers; maar zij schieten al spoedig op en verdienen dan 12 of 14 stuivers Die jongens werken niet zwaar; zij kunnen niet veel meer dan één kilo onder den arm dragen. 9894. Neemt gij hen nu en dan op het heele jaar door ? A. Gedurende het heele jaar. 9895. V. Debt gij ook woningen ? A. Ja, 10. 9896. V. Die worden door u aan die lui verhuurd, en gij begrijpt dan dat zij verplicht zijn met vrouw en kinderen bij u te werken, en gij acht u eveneens te goeder trouw gebonden als er werk is het eerst aan hen te denken? A. Ja. 9897. V. En als er geen werk is, moeten zij maar terecht zien te komen? A. Dan gaan zij bij de boeren. Overigens heb ik in den winter volop werk; dezen winter heb ik nog vlas uit de gemeente gevaren. 9899. V. Maar als zij niet willen komen, kunt gij hen dan rechtens dwingen ? A. Volstrekt niet. 9900. V. Dat is dus bloot gebruik. Als de man niet kwam, zoudt gij de huur niet verlengen ; maar contract iamp; het niet? A. Neen. 9901. V. Hebt gij nog iets in verband tot dit onderwerp mede te deelen ? A. Ja, ik wil nog wel iets zeggen over de stof in de keten. Het hindert |
43
|
mij wel dat de menschen daarin moeten verkeeren. Nu is dat zoo erg niet, als het hier in den Haag afgeschilderd wordt, zoodat zij er van dood gaan. Ik heb nog een man in mijn dienst van 06 jaar. die is vlashrakcr, en die heeft mij vóór mijn vertrek nog gezegd, dat ik gerust kan zeggen, dat hij geen last van stof had. Men zou eene verordening kunnen maken, waarin bepaald werd om de keten iets breeder en hooger te maken, zonder zoldering of tilt en dat de zwingelaars een weinig van elkander moesten geplaatst worden, dan zou de stof zeer verminderen. Ik heb maar een slechte keet, maar ik kan hem niet langer of breeder maken. Aan den eenen kant staat de drogerij, en daar mag ik niet te dicht bijkomen, aan den anderen kant is mijn inrij, aan den derden kant is de rijweg. Van de vlasboeren kan niets meer gevergd worden, er zijn er al veel over den kop gegaan; van de week zal er nog eene gtoote verkooping van een vlasboer plaats hebben. Ik zit aan alle kan ten tusschcn de vlasboeren. 9902. V. En hebt gij ons nog iets te zeggen, wat gij begrijpt dat ons van nut zou kunnen zijn bij ons onderzoek? A. Ja, ik heb nog wel eens gedacht over het lot van die kinderen van 1'2 jaren die in de kooi bij mij werken. Ik heb bij mij een, die met zjjn vader meekomt om 5 uur. en tot 's avonds 5 uur met hem meewerkt. Ik heb den vader al dikwijls gezegd: laat dien jongen tot zeven uur liggen, de verdiensten blijveii hetzelfde, en van slaap groeien de jongens evengoed als van eten, maar de vader doet het niet. 9903 V. Waar eet zoo n jongen dan ? A. Bij zijn ouders thuis. 9904 V. liaan zij schaften ? A. Ja, zij beginnen van 5 uur tot 7 uur, dan hebben zij een half uur rust, dan wordt weer gewerkt van 71;^ tot 9 uur, en daarop gaan zij een vol uur eten. 9905. V. In de kooi? A. Neen, zij gaan naar huis. Dan beginnen zij om 10 uur weer tot i'2 uur. Uan «stappenquot; zij een half uur zooals wij dat noemen, dan werken zij weer tot 2 uur, ruston dan weer een vol uur, en dan gaan zij door tot 5 uur' |
9900. V. Zij hebben dus nogal dikwijls ru^t. A. Ja. langer dan twee uur achtereen wordt nooit gewerkt. 9907. V. Kan dat ook zijn omdat zij het niet langer kunnen uithouden ? A. Neen, het is een gewoonte, daar men niet aan kan veranderen, en wij zjjn geen groote bazen, al gaat het nu wat beter, nu mevrouw Smit haar werf wat heeft laten schieten, maar ik voor mij lian geen volk genoeg krijgen om mijn vlas te kunnen bewerken, zooals het behoort 9908. V. Dus de loonen zullen redelijk hoog zijn ? A. Het zomerloon is van allen gelijk; maar het winterloon verschilt veel. want het hangt af van de handigheid. Het bedraagt van f 4 tot f 7,50. 9909. V. Hoe is het in de laatste jaren gesteld met het jeneverdrinken on-de bevolking? A. Daarin is een beterschap waar te nemen van lOO pet. 9910. V. Waaraan schrijft gij dat toe ? A. Dat kan ik niet zeggen. Toen ik een jongen was, een twintig jaar geleden, zag men ze dikwijls bij twintigtallen over den dijk rollen. Maar thans wordt er geen bepaald misbruik van sterken drank meer gemaakt. 9911. V. Maar verdienen zij thans misschien niet genoeg meer om te kunnen drinken? A. De verdiensten zijn ongeveer dezelfde als vroeger. Vroeger hadden wij groote kooien met volk, dan namen wij natuurlijk alle man. Nu zijn er langzamerhand scheepswerven bij ons gekomen, waar de kloeke mannen veelal naar toe gaan. De kooien zijn nu kleiner geworden, en hoe kleiner hoe zede-lijker. 9912. V. Daarin is men dus ten goede vooruitgegaan ? A. De zedeljjkheid is zeer vooruitgegaan, wij hebben nu niets geen last meer bij het werk. 9914. De Voorzitter : VV'ij danken' u voor uwe komst. Uw verhoor is afge-loopen. As. Van 't Zelfde. |
44
|
Verhoor van den heer mr. J, B. Van Osenbruggeu. ( Vei kort.) 9015. De Voorzitter: Mag ik uw naam, voornamen, betrekking en woonplaats weten? A. Mr. Johannes Barendinus Van üsen-bruggen. lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en kantonrechter te Ridderkerk, oud 52 jaren, wonende te Charlois. 9916. V. Wij zijn er u erkentelijk voor, dat gij op ons eenigszins abrupt verzoek tot ons zijt willen komen. Naar ons eerst zoo straks bleek, is niet de heer Van Aken, maar zijt gij president van de Maatschappij voor vlasindustrie. A. Ja, Mijnheer de Voorzitter. 9917. V. Welke is de juiste naam uwer maatschappij ? A. «Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der vlasindustriequot;, gevestigd te Rotterdam. 9918. V. Wie zijn er verder met u in het bestuur? A. Secretaris is do heer C. £. Moll, wonende aan de Nieuwehaven te Rotterdam. 9919. V. Bestaat die Maatschappij reeds lang? A. Verscheidene jaren. Ik zou het jaar van oprichting niet durven noemen, maar het is toch zeker een 20tal jaren. 9920. V. Wat is het doel van die Maatschappij. A. Het hoofddoel is, zooveel mogelijk te zorgen dat de vlasbewerking zoo goed mogelijk geschiedt, en secundair wordt het oog gehouden op het lot van den werkman in het vlas : maar daar dit natuurlijk van vele omstandigheden afhangt, is het dikwijls moeilijk tot groote resultaten te komen of op dat punt iets van belang tot stand te bren- fen. De hoofdzaak is de bewerking van et vlas tot de hoogst mogelijke volkomenheid te brengen. Vandaar dat op -verscheidene tentoonstellingen inzendingen gedaan en eervolle bekroningen verkregen zijnen. De hoofdzaak is de bewerking van et vlas tot de hoogst mogelijke volkomenheid te brengen. Vandaar dat op -verscheidene tentoonstellingen inzendingen gedaan en eervolle bekroningen verkregen zijn 9921. V. Welke middelen wendt de Maatschappij daartoe aan ? |
A. Zij looft prijzen uit, en heeft ingezonden onder andere op de tentoonstelling te Amsterdam, Parijs en Weenen. 9026. V. Afgescheiden van het presidium, dat gij van de maatschappij waarneemt, waardoor gij op de hoogte zijt van den toestand, woont gij gedurende eene reeks van jaren op het eiland, waar deze industrie ia belangrijke mate gedreven wordt, zoodat gij daardoor en ook door uwe rechterlijke betrekking, op de hoogte zijt van de gebruiken en den toestand van dezen tak van industrie. Ik veroorloof mij met het oog daarop u eene vraag te doen. Er is heden beweerd, dat wanneer een vlasboer arbeiderswoningen verhuurt, de huurder daarmede stilzwijgend de verplichting aanvaardt voor zich, zijne vrouw en zijne kinderen, om het gansche jaar, zoo dikwijls de eigenaar dit in zijne zaken noodig heeft, gereed te staan om voor dien eigenaar te werken. Is u iets bekend van dergelijke verbintenis? A. Neen. 9927. V. Ik heb ook gemeend het bestaan van dergelijke verbintenissen te moeten betwisten. Ik heb nooit bemerkt dat öf bij het kantongerecht te Ridderkerk öf bij de rechtbank te Dordrecht geschillen uit dergelijke verbintenissen voortvloeiende â die allicht zouden zijn voorgekomen â zijn berecht. Wordt dit door u bevestigd? A. Mij is bekend, dat wel eens vaste arbeiders op boerenhofsteden vrije woning hebben, wat dan geacht wordt een deel van het loon te zijn; ik kan echter niet met zekerheid zeggen dat er ooit sprake is van overeenkomsten als door u worden bedoeld; regel zijn ze zeker niet. 9928. V. Toch zijt gij reeds vele jaren op het eiland IJsselmonde woonachtig, zoodat gij het bestaan daarvan haat kunnen kennen? A. Ik woon sedert 25 jaren op het eiland, eerst als griffier, later als kantonrechter. 9929. V. Het schijnt dus, dat eene opvatting van goede trouw het besef medebrengt van eene zedelyke verplichting bij den arbeider, om voor den eigenaar te werken, en bij dezen om de huurders in de eerste plaats aan het werk te stellen, als dit er is. Welke is in het algemeen de invloed |
45
|
van het werken in het vlas, in zwingel-keten en braakputten, met het oog op de zedelijkheid en de gezondheid der menschen ? A. Ik heb steeds gehoord dat het werken in vlas, voornamelijk het zwingelen, hoogst nadoelig is voor de gezondheid. Ik kan niet ontkennen dat er ook wel menschen op leeftijd zijn, die voortdurend, hun geheele leven lang, in de vlasserij zijn werkzaam geweest, zoodat ik niet per se zou durven zeggen, dat het werken in het vlas een vroegtjjdigen dood moet ten gevolge hebben. Maar dit is zeker waar, dat ik van de geneeskundigen altijd heb gehoord dat voor hen, die aanleg hebben voor tering, longontsteking en dergelijke ziekten, het zeer pernicieus is om te werken in de zwingelketen, wel te verstaan in de ou-derwetsche zwingelketen, zooals die nog voor verreweg het grootste gedeelte in gebruik zijn. 9930. V. Hebt gij als president van de Maatschappij voor vlasindustrie wel eens kennis gemaakt met de machinale inrichtingen daarvoor ? A. Die heb ik wel gezien. 9931. V. Is het uwe ervaring, dat daarbij in belangrijke mate minder stof ontwikkeld wordt ? A. Onmiskenbaar. Zeer zeker is dat eene zeer groote verbetering, en moet dé machinale bewerking veel minder schadelijk zijn voor de gezondheid. Ik geloof dat dit een feit is. Het is alleen treurig, dat betrekkelijk nog zoo weinig machinaal wordt gearbeid. Maar wellicht is dit hieraan toe te schrijven, dat het zwingelen slechts een zeer klein deel van de bewerking van het vlas is, en misschien ook daaraan, dat het in den laatsten tijd voor de vlasboeren een zeer ongunstige tijd is geweest, terwijl het oprichten van machinerieën geld kost, waarvan men op het oogenblik niet al te ruim voorzien is. 9934. V. Is van gemeenteverordeningen krachtens art. 82 der wet op het lager onderwijs niets tot stand gekomen ? A. Neen. 9936. V. Hebt gij als kantonrechter, als president der vlas maatschappij en als daar ter plaatse verblijf houdend, ons ook het een of ander mede te dee-len omtrent den invloed der wet van â¢1874 op het bedrijf? |
Heeft men zich gemakkelijk kunnen redden, toen de werkkrachten beneden de 12 jaar wegvielen, en zou er geen bezwaar tegen zijn dat die leeftijd nog werd verhoogd ? A. Zooals de toestand nu is, geloof ik dat de kinderen dadelijk na hun twaalfde jaar in het vlas gaan werken, en vóór 1874 zullen zij niet veel jonger geweest zijn, op eene enkele uitzondering na, omdat dit werk eenige kracht vereischt, die men nog niet bij kleine kinderen vindt. Dat het wenschelijk zou zijn dien arbeid te verbieden tot 14jarigen leeftijd, is natuurlijk; vooral indien zij die twee jaren op school kunnen doorbrengen, hoewel het niet wenschelijk schijnt om op veel hooger leeftijd te beginnen; althans men heeft mij wel eens medegedeeld dat, wanneer zij op hun 18de of 20ste jaar bij het vak kwamen, zij de noodige handigheid niet verkregen. 9937. V. Maar tusschen 12 en 18 jaar is nog eene groote marge ? A. ü ja. 9938. V. Het doet mij daarom genoegen, dat ik de cijfers van 18 en 20 jaren heb hooren noemen, omdat andere deskundigen wel eenigermate in denzelfden geest spraken. Zij meenden dat men den leeftijd wel tot 14 jaar kon verhoogen ; dat strijdt niet met uwe me-dedeelingen, want gij spraakt zelfs van veel hooger leeftijd. 9939. L)e heer Van Alphen ; De heer Van üsenbruggen zou misschien nog iets bijzonders kunnen mededeelen ? A. Ik heb gezegd, dat machinale bewerking te verkiezen is, en dat in het algemeen de meeste keten, wel T/a en misschien nog meer, inderdaad lokalen zijn, die over het algemeen zeer ongunstig zijn ingericht. De andere getuigen zullen u dat ook hebben gezegd. 9940. De heer Beelaerts van Blokland : Er is door u medegedeeld, dat de toestand van de vlas-industrie kwijnend was. Dus moet men, als ik het wel begrijp, voorzichtig zijn met het maken van wettelijke bepalingen, die zouden strekken ten gunste van den arbeider, opdat de industrie daardoor niet zou worden geknepen. Maar zijn u ook |
4G
|
â wettelijke bepalingen bekend, die u zoudt meenen dat strekten ten gunste van den werkman, zonder de industrie te benadeelen ? A. Nadeel voor de industrie kan alleen gelegen zijn in de kleine winstderving ; men zal kapitaal moeten opnemen. 1^41. V. En meent u dat er nog af kan ? A. De zaken gaan in de laatste jaren zeer slecht; ik geloof dus wel dat er eenig bezwaar zou zijn. Zeer veel affaires, die vroeger gedreven werden, verdwijnen, en over het algemeen is er veel geld in het vlas verloren. 9942. V. Het zou dus moeilijk zijn om bij de wet voorschriften te geven A. Ik geloof dat het er beter door zou worden, maar de boer zal op groo-tere lasten komen, en ik kan niet ontkennen dat onder de tegenwoordige omstandigheden daaraan nogal bezwaren verbonden zouden zijn. 9943. V. En zoudt u meenen dat een verbod van arbeid beneden de 14 jaar geen bezwaar zou zijn voor de industrie ? A. Naar hetgeen mij er van bekend is, geloof ik dat dit geen bezwaar voor de industrie kan opleveren ; wel zou dit het geval zijn met den leeftijd van bo ven de 18 jaren, waarvan ik zoo straks gesproken heb, doch voor den leertijd tot 14 jaren niet. 9944. De Voorzitter: Wjj danken u voor uwe betoonde welwillendheid en voor de gegeven inlichtingen. J. B. Vax üsenbruggen. Verhoor van den heer H. K. Westra. (Verkort.) 9945. De Voorzitter: Welke zijn uw voornaam, naam, beroep en woonplaats ? A. flarmen Klazos Westra, landbouwer te Kimswerd, gemeente Wonsera-deel. 9946. V. Doet gij in vlas ? A. Neen, ik ben landbouwer en nog meer veehouder. 9947. V. Maar gij werkt toch in het vlas? A. Neen. 9948. V. Er bestaat toch in Kimswerd pene centrale vlasbereidingsinrichting ? |
A. Jawel. 9949. V. Waarbij gij opzichter zijt ? A. Neen, ik ben wel mede-oprichter. 9950. V. Waarom hebt gij dit gedaan, wat was het doel met die oprichting ? Vertel ons daar iets van. A. Het is gedaan, omdat de hokken, waarin gewerkt werd, veel te klein waren. Wij hebben nu een grooter lokaal laten maken op den kouden grond, waar een goede 30 man kunnen werken. 9951. V. Dus is de geheele zaak maar voor 30 werklieden? Meer niet? A. Ja, ruim 30. 9952. V. Er wordt machinaal gearbeid ? A. Neen, met de handen. 9953. V. Is dat eene naamlooze vennootschap? A. Neon, het lokaal is opgericht dooj-kerkvoogden. 9954. V. Gij zijt zelf kerkvoogd ? A. Ja, Mjjnheer de Voorzitter. 9955. V. Was het doel om aan de menschen werk te verschaffen ? A. Neen, om een gezond lokaal te verkrjjgen. 9956. V, Wordt er in uwe streek veel vlas verwerkt ? A. Ja, nogal aardig wat. 9957. V. Maar kerkvoogden oordeelden, dat dit in te slechte lokalen gebeurde ? A. Juist. Kerkvoogden hebben toen een gebouw opgericht, dat aan de eischen van licht en lucht voldoet en waaruit de stof kan opstijgen. 9958. V. Is er eene machine gemaakt tot verwijdering van de stof? A. De stof trekt evenzoo op als de rook uit een schoorsteen. 9959. V. Van zich zelf? A. Ja. 9960. V. Daar is dus geen kunstwerk voor gemaakt ? A. Neen, er is niets kunstmatigs bij. 9961. V. Hebt gij dan van boven eene groote opening ? en hoe werkt dat ? A. Er zijn 8 houten kokers. 9962. V. Staan die er boven op? A. Neen, er zjjn acht verschillende kokers in den naad van het dak. 9963. V. En het lokaal zelf? A. Het lokaal is verdeeld in 8 werkplaatsen, en van boven is één geheel, zonder zolder. |
47
|
9964. V. Komt er lucht onder in het lokaal door openingen aan de kanten? A. Anders niet dan door de binten en door de deur, daardoor kan er lucht inkomen. 9965. V. Kn hoe krijgt men dan den trek ? A. Door den wind die er op slaat. 9966. V. Is dat gebouw gezet door een man, die buitengewoon werk van die zaken had gemaakt, een deskundige, iemand uit Holland of buiten af. A. Neen, naar onze eigene ervaring en goeddunken hebben wij het gebouwd. In het begin ging het met de kokers nog niet goed. 9967. V. Zegt gij dat het eerst niet goed ging met die kokers ? Later dan wel? A. Eerst waren er te weinig. Wij hebben er meer in gemaakt. Nu trekt de stof beter weg en hebben de menschen er geen last van. 9968. V. Wat doet men daar ? Braken of zwingelen ? A. Braken. 9969. V. Waarom heet dat gebouw â¢de centrale werkplaats ? A. Dat weet ik niet. 9970. V. Werken de 30 personen voor rekening van kerkvoogden of voor eigen rekening ? A. Voor eigen rekening. 9971. V. Ieder betaalt dus voor zijne werkplaats ? A. Jft 9972. V. Hoeveel? A. 15 centen per week en dat duurt ongeveer '20 weken. 9974. V. Wat hebben kerkvoogden er aan besteed? A. Ruim f'2000. 9975. V. Het is dus meer eene zaak om oen goed werk te doen? Of is zij mislukt? A. Men had meer het oog op de gezondheid der menschen, die in strooien hutten werkten. 9976. V. Gij maakt dus ongeveer f 4 Vi Q per week, of f lOO per jaar? A. Mot dio administratie ben ik niet bekend. 9977. V. Werken die menschen allen voor zich zei ven ? A. .Ia. 9978. V. Dus eigenljjk huisindustrie ? |
En die onderneming noemt gij de centrale werkinrichting ? A. Bij ons wordt zij het nieuwe, groote braakhok genoemd. 9979. V. Waar wordt er gezwingeld ? A. Dat doen zij bij ons niet. 9980. V. Loopt het met het braken af? A. Ja, en met het schoonmaken, alhoewel ik geen vlaswerker ben. 9981. V. Zijt gij niet bekend met den loop van de behandeling? A. Neen, heel weinig. 9985. V. Werd er vroeger veel geklaagd dat de menschen het spoedig op de borst kregen, voordat die inrichting er was? A. Ja, nogal een heele boel, [met hoesten en zoo wat. 9986. V. Hoelang bestaat die inrichting nu? A. 13 of 14 jaar. 9987. V'. Ik heb u immers goed begrepen, dat die menschen, die daar nu te zamen komen werken, vroeger ieder voor zich in hun eigen huis werkten ? A. Ja 9988. V. Gjj gelooft dus dat in die 14 jaren de toestand wel verbeterd is, dat de menschen het beter kunnen stellen ? A. Ja, zij hoesten niet zoo erg als vroeger; toen konden zij zich soms half dood hoesten. 9989. V. Gij gelooft dus dat men een goed en nuttig ding gedaan heeft, waarover gij tevreden zijt ? A Ja. 9994. De heer Van Alphen: Wordt in dat groote braakhok niets anders gedaan dan gebraakt? A. Neen. 9995. tie heer Borcfesins; Zijn er in dat braakhok ook kinderen werkzaam ? A. Ja. maar niet beneden de 12 jaar. 9996. V. Wel daarboven ? A. Ja van 14 tot 16 jaar. 9997. V. Ook meisjes en vrouwen? A. Neen. lOOul. V. Weet gij ook of er bij u eene verordening bestaat naar aanleiding van art. 82 der schoolwet, waarbjj aan de gemeenteraden de bevoegdheid is gegeven, ook den arbeid van kinderen buiten fabrieken en werkplaatsen te verbieden ? A. Ja zulk eene verordening bestaat er. Volgens deze mogen de kinderen |
ZITTING VAN MAANDAG 31 JANUARI 1887.
Tegenwoordig de heeren:
Verniers van der Loeff, Voorzitter. Heldt.
Goeman Borgesius. Onder-Voorzitter. Smit.
Beelaerts van Blokland. Van Alphen.
Bahlmann. i Van der Slevden,
Rlys van Beerenbroek. J. D. Veegens, Griffier.
|
Verhoor van den heer J. F. Jansen. (Verkort.) 10010. De Voorzitter : Wilt gij uwen naam, voornaam, beroep, ouderdom en woonplaats opgeven ? A. Johannes Frangiscus .lansen, burgemeester van Tilburg, oud 63 jaar en wonende te Tilburg. 10011. V. Gij zijt nu al een kleine twintig jaar burgemeester van Tilburg, niet waar? A. Juist 18 jaar. 10014. V. Er is in Tilburg eene tamelijk uitgebreide en uiteenloopende fabrieksnijverheid, niet waar? A. Ja. lOOlibis. V. Welke voornamelijk? A. De voornaamste fabrieksnijverheid is die der wollen stoffen. Verder zijn er nog eenige fabrieken van werktuigen en is er nog een enkele meelfabriek. 10015. V. Er is ook nog eene steenbakkerij, niet waar? A. Ja, er zijn nog eenige kleine steenbakkerijen. VVel wordt door een inwoner van Tilburg eene groote steenbakkerij gedreven, maar die is gelegen in Gilse-Rijen. 10017. V. In die kleine steenfabrieken werkt geen talrijk personeel? A. Er werken weinig mensohen. 10018. V. Werken daar ook kleine jongens, natuurlijk boven de 12 jaren 1 A. De eenige fabriek, waar wij kinderen beneden de 12 jaren aan het werk gevonden hebben, is juist een dier steenbakkerijen. Eene enkele maal is daar tegen geverbaliseerd. De kinderen werden gebezigd voor het dragen van steenen, en waren onder de 12 jaar. |
10019. V. Schrijft gij dit kwaad aar. de persoonlijkheid van den fabrikant of aan de eisohen van het vak toe ? A. Aan de persoonlijke winzucht var. : den fabrikant, die zijne eigene kinderen zoowel als die der buren bezigt. Zij verdienen een kleinigheid, en de oudere moedigen dit in den regel zeer aan. 10023. V. Is er niet een enkele sigarenfabriek ? A. Er zijn twee sigarenfabrieken ? Op de grootste werken een 50, 60 jongens. Persoonlijk heb ik een onderzoek ingesteld, en er waren bepaald geen kinderen onder de 12 jaar. Dat was de fabriek van Van Roessel. 10024. V. Werken daar 50 of 00 jongens ? A. Werklieden, waaronder ook jongens. 100-25. V. Maar een groot deel immers toch, 30 of 35 ? Of weet gij het niet precies ? A. Het gaf mij don indruk dat er een 50 menschen aan het werk waren. Ik geloof dat zich daaronder hoogstens een 15- of 20tal jongens bevonden. 10026. V. Werkten er ook vrouwen of meisjes? A. Neen. 10030. V. Gij hebt ook nog eene steenhouwerij. Is die van eenige beteekenis ? A. Er zijn twee steenhouwerijen ; die werken met 6, 8 of 10 menschen. 10031. V. En hoe werken die? A. Meestal in de open lucht. 10032. V. Dat is een stoffig, gevaarlijk werk, niet waar ? A. Ge begrijpt dat het afkapsel van den steen, wanneer het met de lucht vermengd is, bij het inademen in de longen dringt, en het daarom een groot |
4
|
voordeel is dat zij in de open lucht werken. 10033. V. Dus zomer en winter in de open lucht? A. Ja; ik heb er een in mijn buurt en zie bijna altijd buiten werkén. 10034. V. Gij zegt «bijna altijdquot;. Dus is er toch gelegenheid om binnen te werken 7 A. Ja. 10035. V. Is dat dan een tamelijk ruim lokaal ? A. Ja, en de deuren staan altjjd open. Ik geloof dat men daar wel op bedacht is om het kwaad zooveel mogelijk te weren. Bij slecht weer werken zij binnen. 1003C. V. Dua de werklieden hebben gelegenheid om bij sneeuw, regen, slecht weer naar binnen te gaan, maar de aard van het werk leidt er toe dat de werklieden zeiven geneigd zijn meer in de open lucht te werken ? A. Ja. 10038. V. Gij weet dat het onderwerp van de enquête allereerst is de werking van de wot op den kinderarbeid. Gij waart reeds geruimen tijd burgemeester van Tilburg vóór de wet werd ingevoerd. Hebt gij iets eigenaardigs opgemerkt omtrent de werking en den invloed van die wet, of was er in Tilburg een dusdanige toestand, dat de wet daar prac-tisch niet veel te beteekenen had ? A. Voor Tilburg had die wet niets te beduiden, want sedert 30 jaren is het een vaste regel, dat kinderen beneden de 12 jaren niet worden opgenomen. De groote menigte van de bevolking is Katholiek, en het is de gewoonte dat de kinderen niet op fabrieken komen, voor zjj hunne eerste communie gedaan hebben, en dit is zoo omstreeks de 12 jaren. Ik heb dus omtrent de werking van dio wet weinig kunnen opmerken, om de eenvoudige reden dat de toestand daar zoo is, dat de wet daar overbodig is. Een enkele maal worden kinderen beneden de 12 jaren opgenomen, maar dat is omdat de fabrikanten misleid zijn, maar dat is dan een quaestie van eenige maanden. 10039. V. Dus de invloed, waarschijnlijk op raad en aandrang ten goede, der geestelijkheid, was reeds te Tilburg vóór 1874, ten aanzien van de kinderen, zoodanig, als de wet van dat jaar algemeen verordende ? |
A. Ja, ook het verlangen der fabrikanten zelf werkte daartoe mede; zij nemen liever geen zoo jonge kinderen aan. Gewoonlijk worden zij aangenomen op aandrang van de ouders en van knechts, die reeds aan de fabriek werken, omdat zij dan f 2 a 3 in de week kunnen verdienen. Kinderen van 14 jaren zijn minder speelziek en oplettender; men hoeft er meer aan. Eigenlijk is het eene gunst van den fabrikant, als hij kinderen van 12 jaren aanneemt. 10040. V. Dus is de aard van den hoofdtak der industrie te Tilburg, de wolweverij, zoodanig dat het eene dwaling zou zijn te meenen, dat het daarbij voor den goeden gang van het werk noodig is, kinderen van 12 a 13 jaren aan te nemen? A. Zeker 10041. V. Dus juist het tegendeel? Zij hebben veel liever kinderen van 14 jaren? A. Ja. 10042. V. Indien de wet veranderd werd in den zin, dat het verboden werd om kinderen beneden de 14 jaren te werk te stellen, dan gelooft u, naar uwe kennis van de fabriekstoestanden van Tilburg, dat het dus geen kwaad zou doen ? A. Daaraan zou het geen kwaad doen. Ik zou vreezen dat kinderen tusschen de 12 en 14 jaren dan gebruikt zouden worden voor allerlei minder goede bezigheden, als in het bosch hout rapen, zoutsmokkelen enz. 10043. V. Dus m. a. w., zonder dat te dien opzichte bepaalde dwang wierd opgelegd, zoudt gij vreezen dat die kinderen tusschen 12, 13 jaren niet trouw de school zouden bezoeken ? A. Zeker. 10044. V. Zoudt gij wanhopen aan het welslagen der pogingen van meer ontwikkelde personen, zooals bijv. geestelijken en anderen, wanneer deze er zich voorspanden om de kinderen nog een jaar op school te houden? A. Dat zou het kwaad wel temperen, maar men zou moeite krijgen met de ouders der kinderen zelve; die zouden het niet in de hand werken. 10045. V. Hebt gij nu niet meer het oog op een niet zeer loffelijken zucht |
5
I
|
Tan de ouders om een beetje geld uit de kinderen te slaan ? A Jfl dat w©l. 10046. V. Die zucht heeft echter niets te maken met den leeftijd van 12 jaar. Indien men die kwalijk gezinde ouders hun gang liet gaan, dan zouden zjj ook kinderen beneden de 12 jaar gaan ex-ploiteeren. Als men te veel rekenschap met die zucht ging houden, zou men in â¢plaats van vooruit, nog meer achteruit moeten gaan. Wat is daarop uw antwoord ? A. ik zou meenen dat men onder den leeftijd van 12 jaar al heel weinig van de kinderen kan verwachten, zoodat het al heel onredelijk zou zjjn indien de ouders wenschten ze dan reeds in fabrieken te plaatsen. Bovendien zijn zij aan den tegenwoordigen toestand gewoon en leggen zich daar gaarne bij neer. 10052. V. Bestaat er op dit gebied ten uwent niet een zeer groote huisindustrie ? A. Ja, het aantal wevers, dat in buis weeft, is zeer groot. 10054. V. Zoudt gij, zonder er u op te willen behalen, er ons niet een beeld van kunnen geven ? Bedraagt het bijv. op eene bevolking van 32,000 zielen, 100, 200 of 400 gezinnen ? A. Zeker minstens 400 gezinnen. 10055. V. En weet gij ook wat daar omgaat met kinderen beneden 12 jaar? A. Daar kan ik dit van zeggen : In vroeger tijden, vóór de fabrieken zoo doelmatig waren ingericht en toen de industrie nog minder geperfectioneerd was, gingen de garens in strengen naaide wevers, en dan moesten die afgehaspeld of gespoeld en op klossen gebracht worden ; maar tegenwoordig, nu de machinale spinnerijen bestaan, krijgen de wevers het garen gespoeld, en dus is daardoor zeker voor 4/5 de arbeid van de kinderen vervallen. Enkele fabrikanten, de zoogenaamde handfabrikanten, laten het nog doen, maar dat getal is zeer gering, de kinderen zijn dus zeer weinig noodig. 10057. V. Dus worden in die honderden gezinnen, naaf u zoudt meenen, bijna geen kinderen gebruikt? |
A. Er worden wel Kinderen gebruikt, maar dat getal is, geloof ik, met 4/5 verminderd. 10058. V. Hoeveel scholen zijn er in Tilburg ? A. Er zijn 5 openbare scholen, en ik geloof 6 of 7 bijzondere scholen. 10059. V. Laat ons eerst die openbare scholen afhandelen. Er zijn 5 openbare scholen, hoeveel zijn er daaronder voor on- en minvermogenden? A. Allen, die gratis onderwijs verlangen ontvangen dat. Ik heb de cijfers in het hoofd. Er zijn 660 op de openbare scholen, daarvan ontvangen 130 gratis onderwijs. Op de bijzondere scholen zijn 5000 kinderen, en daarvan zijn er 3500, die gratis onderwijs ontvangen. 100C0. V. Van wie gaan die bijzondere scholen uit? A. Van de Roomsch-Katholieke parochiën. 10061. V. Uitsluitend? A. Eene bijzondere school is geen Katholieke, die wordt gesubsidieerd dooide gemeente, zij wordt bezocht door een 10- of 12tal kinderen. 10062. V. Is dat eene school voor meer uitgebreid lager onderwijs? A Het is eene school die voldoet aan de eischen der wet, en waar, behalve de verschillende vakken, die voorgeschreven zijn. ook wiskunde wordt onderwezen; langs dien weg wordt zij met f300 gesubsidieerd door de gemeente. De kinderen, die niet op de Roomsche scholen willen gaan, bezoeken deze inrichting. 10063 V. Zijn er in uwe gemeente ook fabrieks- of ambachtsscholen ? A. Ja. Wij hebben eene weefschool. 10064.. V. Maar geene teekenschool ? A. Ja, de burger avondschool. 10066. V. Wordt die trouw en druk bezocht ? A. Ja, door een paar honderd jongens, meest toekomstige ambachtslieden, smeden, timmerlieden en koperslagers. 10067. V. Er bestaat in uwe gemeente geene verordening krachtens art. 82 van do wet op het lager onderwijs? A. Neen. 10068. V. Gij verklaart dat waarschijnlijk hieruit, dat er in uwe gemeente bijna hoegenaamd geen arbeid van kinderen beneden de 12 jaren gevorderd wordt ? |
6
|
A. Wij hebben de behoefte Tan zulk eene verordening niet gevoeld, en eene verordening te maken, die niet noodig g, dat zou te veel ijver zijn. â 10070. V. De Voorzitter; Gij zijt burgemeester, maar niet tevens fabrikant? A. Neen. 10073. V. Het kon intusscben zijn, dat gij uit belangstelling of om eone andere reden bekend waart met de toestanden op fabrieken en werkplaatsen,1 wat betreft â want dit is het eenige punt waarover ik u wenschte te vragen â den aard en duur van het werk en de loonen. Weet gij ons daarover iets mede te deelen? A. De aard van het werk is zoodanig, dat arbeiders en kinderen op de fabriek worden beziggehouden, maar in elk geval zeer lichten arbeid vérrichten, vooral de kinderen, wier werk daarin bestaat, dat zij de gebroken eindjes draad weder aan elkander moeten hechten. Vandaar de naam draadmakers De duur van den arbeid is in den regel, geloof ik, 13 uren; in enkele fabrieken 14 of IS uren, maar dit vindt algemeene afkeuring. Des morgens heeft men een kwartier of een half uur schafttijd, des middags een uur en des namiddags een kwartier of half uur. Herhaalde malen heb ik echter fabrikanten gesproken, die meenden dat het schaftuur 's middags veel te kort was. Ik heb zelf gezien, dat vrouwen hare mannen met het eten te gemoet gingen, dat de man het onderweg moest opeten, omdat hij anders niet op tijd op de fabriek terug kon zijn. Maar ik ben overtuigd dat al de fabrikanten, die ik gesproken heb, het afkeuren, en bereid zouden zijn uit eigen beweging den middagscbafttijd op f'j uur te stellen. Het zou mij zelfs niet verwonderen indien het spoedig geschiedde. Het is ten hoogste af te keuren dat die menschen slechts één uur hebben om te eten en zich bij hunne familie op te houden. 10074. V. Gij vermeldt ééne omstandigheid niet, die juist de verklaring van die zaak geeft en tot de afkeuring van dat ééne uur leidt, namelijk dat Tilburg eene gemeente is, die zoo wijd uiteen ligt, en de fabrieksbevolking er niet op één punt opeengehoopt is. Niet waar? |
A. Ja, en de fabrikanten keuren het daarom af. 10075. V. Dat is zqoeven door u gezegd. Maar ondertusschen houden de fabrikanten zich toch aan dat ééne uur. Gij hebt echter hoop dat het spoedig veranderen zal ? A. Ja, maar het gebeurt dat één fabrikant meer werkt dan de anderen, en door die concurrentie worden de anderen benadeeld en genoodzaakt zich aan dat uur te houden. 10076. V. Als dus de fabrikanten allen helpen wilden, of er wordt eene wettelijke verordening op gemaakt, zoudt gij gelooven dat de fabrikanten zich niet bekneld zouden gevoelen, maar het gaarne zouden doen ? A. Zij zouden het gaarne doen, als het maar algemeen was. 10077. V. Gij hebt met een enkel woord gezegd, dat zij algemeen 12 of 13 uren werkten? A. Ik geloof dat men 13 uren als een minimum kan aannemen. 10078. V. Gij hebt gezegd dat ééne fabriek langer werkte dan do andere, maar dat dit algemeen werd afgekeurd. Maakt gij bezwaar om die fabriek te noemen ? A. Dat is eene fabriek van Mommers. 10080. V. Werkt men daar zooveel langer ? A. üf het op dit oogenblik gebeurt, durf ik niet zeggen, maar in den regel is het zoo. 10081. V. Hoe lang werkt men daar? A. Wel eens 15 uren. 10082. V. Maar dit vindt, zooals gij zegt, geen goedkeuring onder de collega's. Waarom ? A. Omdat zij meenen dat daardoor van de werklieden te veel gevergd wordt, dat deze niet den noodigen rusttijd hebben en daardoor ook niet de noodige attentie aan hun werk kunnen besteden. 10083. V. Dus gij schrijft de af keuring niet toe aan de vrees voor eene lastige concurrentie van dien fabrikant, maar wel aan het besef, dat bij de anderen levendig is, dat men een onredelijken, onverstandigen eisch stelt aan bet werkvolk ? |
|
A. Zoo is het. 10085. V. Hoe is de toestand van de ' fabrieksbevolking in uwe gemeente? Hebt gij er last van ? Hoe is zij gestemd ? Hoe is hare zedelijke ontwikkeling ? Gedragen zij zich goed ? A. De arbeiders zijn in den regel zeer geschikte menschen; in mjjne betrekking had ik er weinig last van. In 8 maanden tijds hebben 3 oploopjes, samenscholingen, plaats gehad. Bij twee daarvan werden liedjes gezongen, wat uit nieuwsgierigheid veel volk bijeenbracht, ook om een grapje te hebben. Er was echter geen boos opzet, en met eene kleine politiemacht heb ik die zaak spoedig kunnen bedwingen. Het laatste oploopje had plaats, doordien een der fabrikanten het loon der werklieden, der wevers, had verminderd; nu vreesden de anderen dat ook hen dat lot zou treffen, wat samenscholing veroorzaakte, üe fabrikant Moramers eindigde, met weder het vroegere loon uit .te betalen. Geen dezer drie oploopjes had een gevaarlijk karakter. 10086. V. Gij zijt dus over het arbeidersvolk zeer tevreden 7 â A. Ja. 10087. V. Was er bij het werkvolk van dienzelfden fabrikant niet nog eene andere reden, waardoor het geirriteerd werd ? A. Dat herinner ik mij niet. 10088. V. Was dat niet ten gevolge van eene loonsverlaging, die toegepast werd op afgedaan werk? A. Daarover is men het niet volkomen eens geweest. Van verschillende zijden heb ik dit wel hooren zeggen. Wel meen ik dat het volgens den commissaris van politie was, omdat men voor de stukken, die zij thuis brachten, minder weefloon wilde betalen dan zij vroeger getrokken hadden. 10089. V. Dus wel iets in dien geest ? A. Ja, maar ik durf het niet positief zeggen, omdat ik het zelf niet geconstateerd hsb. 10090. V. Is er geene eigenaardigheid onder uwe fabriekarbeiders, wat betreft de woonwijze, en gebeurt het niet veelal dat zij een klein stukje tuin hebben? |
A. Een knap werkman, die goed oppast en zuinig is, brengt zijn geld op de spaarbank, en als hij 500 gulden bijeen heeft, koopt hij een stuk grond, neemt geld op en bouwt een huis met twee woningen. Gewoonlijk verhuurt hij de ééne woning en betaalt daarmede de renten van het opgenomen kapitaal; in de andere woont hij zelf, heeft een stuk grond; dan houdt hij klein vee, een varken, een geit, teelt zijn eigen groenten en aardappelen. Dan zijn dat zeer gelukkige menschen in hun stand. 10091. V. Teekent gij daar niet het beeld van een zeldzaam gelukkige? A Niet van een zeldzaam gelukkige; het komt nog al dikwijls voor. Er zijn natuurlijk anderen, die, helaas, veel te veel besteden voor het drinken van jenever, en dat gebeurt meestal des Zondags. Ik heb eene vrouw hooren zeggen: in de week drinkt mijn man niet, maar des Zondags heeft hij wel eens een borrel te veel gehad. Dat is een kanker, die aan den arbeider knaagt, zooals het trouwens in het geheele Rijk het geval is. 10092. V. Komt het Maandaghouden in Tilburg veel voor? A. Bij de fabriekarbeiders volstrekt niet. Indien zij des Maandags niet op de fabriek kwamen, zouden zij des Dinsdags niet behoeven terug te komen. 10093. V. Het gevolg is dus, dat het niet voorkomt ? A. Als men kerels dronken over straat ziet loopen, dan zijn het timmerlieden, metselaars, opperlieden; dat zijn menschen die Maandaghouden, maar geen fabriekarbeiders; zelfs de wevers doen het niet. 10094. V. Dus heeft de politie des Maandags rust? A. Zij heeft het althans tamelijk rustig; het is niet een van de rustigste dagen, want al ziet men des Maandags geen fabriekarbeiders, dan ziet men wel anderen dronken op straat. 10095. V. En de sigarenmakers? A. Ook niet. Ik heb er de vorige week speciaal onderzoek naar gedaan bij Van Roesael. Zij doen het volstrekt niet, alleen werken zij des Maandags wat flauwer, en bezoeken zij op den uitgangsdag hunne familie, maar het eigenlijke Maandaghouden komt bij de sigarenmakers niet voor. 10096. V. Het Maandaghouden zit dus hoofdzakelijk onder het ambachtsvolk ? A. Ja. |
8
|
10097. V. Gij hebt gezegd, sprekende van de fabriekarbeiders, dat de gevallen niet zeldzaam waren dat zij geld naar de spaarbank brengen, en dat zij dan, als zij vier- of vijfhonderd guldon bijeen hebben, daarvoor een eigen huis inrichten. Weet gij dat een fabriekarbeider in Tilburg die som van 400 of 500 gulden bij elkander kan krijgen ? A. Als hij een goed arbeider is, ja, dan kan hij het doen. Het gebeurt bijv. dat de zoon â soms twee zoons â van een fabriekarbeider thuis weeft, en het gezin zoodoende f30 in de week verdient. Dat behoort echter tot de gunstige uitzonderingen. 10098. V. Gij hebt nog een lichtbeeld in Tilburg, in verband mot het punt, waarover wij nu spreken â namelijk dat de getrouwde vrouwen niet op fabrieken werken? A. Ja, na een grondig onderzoek, door mij ingesteld, heb ik slechts ééne getrouwde vrouw ontdekt, die niet eens op de fabriek werkt, maar daar is om boodschappen te doen. 10099. V. Als zij getrouwd zijn, houdt dat dus op en zorgen zij voor het huisgezin ? A. Ja. 10100. V. Het gros van de werklui woont zeker bekrompen en naar? A. Naar niet. zelfs vrij goed. Tilburg is vrij uitgebreid, en de meeste werklui wonen buitenaf in een op zich zelf staand huisje. 10101. V. Is dat algemeen zoo? A. liijna algemeen, behoudens natuurlijk do uitzonderingen, die overal voorkomen. £r is ook een deel in de gemeente, dat meer in elkander gebouwd is, doch daar woont verreweg het kleinste aantal werklui. 10102. V. En wat verwonen diemen-schen nu in zoo'n apart huisje? A. Van f0,75 tot f'1,10 per week, 10103. V. Werken in de fabrieken ook meisjes van 12 tot 16 jaar? A. Van 12 jaar zouden zjj geloof ik niet aangenomen worden, en ik betwijfel zelfs of er van 14 jaar zijn. 10104. V. Een verbod derhalve, dat meisjes beneden 14 jaar in fabrieken mogen werken, zou, zoo verklaart gij met wetenschap, voor de industrie geen slechte gevolgen hebben ? |
A. Volstrekt niet. 10105. V. Hoe is het met de moraliteit; komen er veel onechte geboorten voor in uwe gemeente? A. Toevallig heb ik het nagezien ; sedert lange tijden bepaalt zich dat tot 1 pet. van de geboorten. Verleden jaar hadden wij 1060 geboorten met 10 onechte kinderen. Dat is de regel, het eene jaar is het een beetje meer dan het andere, maar men kan aannemen dat het 1 pet. is. 10106. V. üie kinderen van 14 tot 16 jaar, die op de fabrieken komen werken, hebben die, althans tot hun 12de of 13de jaar, getrouw de school bezocht en dus behoorlijk lezen, schrijven, rekenen en nog wat geleerd ? A. De scholen worden vrjj geregeld bezocht: de kinderen kunnen dus lezen, schrijven en rekenen, de meisjes ontvangen onderwijs in nuttige handwerken. 10107. V. Eén ding moet gij mij nog eens zeggen, wat mij niet duidelijk is. De kinderen gaan voor het grootste gedeelte op do bijzondere Katholieke scholen niet waar ? A Ja. 10108. V. Hoe lang? A. In het algemeen blijven zij tot de communie. 10109. V. De jongens? A. Ja. 10110. V. Blijven de meisjes langer ? A. Ja. 10111. V. Gij zegt, dat de kinderen in den regel pas op hun 14de jaar op de fabriek mogen komen ? A. De meisjes namelijk. 10112. V. Wat doen die meisjes dan tusschen haar 12de en 14de jaar? A. Dan gaan zij naar dé school of moeten huiswerk verrichten. 10113. V. En de jongens? A. Ja, die gaan met hun twaalfde jaar naar de fabriek, en die ouder zijn, zullen wel niet veel gebruik maken van de school. 10114. V. Er kan eene kleine afwijking zjjn, maar ik meen thans van u begrepen te hebben dat het geen regel was om de jongens reeds met hun twaalfde jaar op de fabriek aan te nemen, omdat de fabrikant er niet op gesteld was om ze vóór het 14dejaar te hebben, zoodat, als hij ze vóór dien leeftijd op de fabriek |
9
|
neemt, dit gebeurt op verzoek van een knecht die zijn jongen gaarne bij zich wi! hebben, of op dringend verzoek van den vader, of iets dergelijks. Behalve in die gevallen dus blijven er een paar jaar zoek, als de jongen op zijn twaalfde jaar de school verlaat en eerst op zijn veertiende op de fabriek komt. Hoe moot ik dat verstaan ? Wat doen de jongens in dien tusschentijd ? A. Zij worden gebezigd tot ander werk ; het is eene gunstige uitzondering, als zij zoo lang op de school blijven, maar in den regel is dit niet het geval. Dit acht ik juist nadeelig, omdat de kinderen uitgezonden worden om hout te sprokkelen, spelden te gaan zoeken of op straat te loopen. 40115. V Over den toestand van de fabrieksarbeidersbevolking laat gij u zeer gunstig en tevreden uit Die fabrieksarbeiders hebben in den regel een eigen woning, de rest heeft een geschikt, op zich zelf staand huisje, zij kunnen vooruitkomen en komen ook vooruit; er zit een goede geest in, gij hebt geen last van hen, en de toestand schijnt dus wat dit aangaat, zeer bevredigend te zijn te lilburg. Maar nu eens iets anders. Hebben de menschen ook doorzicht on opgewektheid om onder elkander te zorgen voor den kwaden dag; met andere woorden : hebben zij ziekenbussen, ondersteuningsfondsen en zorgen zij voor hun ouden dag ? Hoe is te dien opzichte de toestand in Tilburg ? A. Men heeft in Tilburg verschillende ondersteuningsfondsen. Vooreerst bestaan er nog een aantal gilden in den vroege-ren geest, waarvan do leden onder elkander gold bijeenbrengen en een fonds opgericht hebben, waarait zij bij ziekte een ondersteuning van ongeveer f 3 per week ontvangen. Dezer dagen heb ik ook nog vernomen, dat de arbeiders zelf onder elkander een fonds gesticht hebben tot uitkeering bij ziekte. Dit fonds telt 350 leden en wordt beheerd dooiden meesterknecht van de Ijzergieterij van Mercx. De leden contribueeren 5 centen per week, en om do 14 dagen heeft er eene vergadering plaats. Wanneer do leden van dat fonds niet in staat zjjn om te werken, dan krijgen zij eone uitkeering van f 3 per week. Verder heeft men nog begrafenisfondsen, waarin de werklieden deelnemen, maar die fondsen werken, helaas, niet zoo gunstig. |
10116. V. Gij hobt daar drie punten besproken, die wij stuk voor stuk zullen behandelen. Gij hebt in de eerste plaats gesproken van gilden; wat bedoelt gij daarmede ? A. Dat schijnen nog overblijfselen te zijn van do vroegere gilden, die zich echter nu hebben opgelost in gezelschappen van 20, 30 tot 50 leden, die dan een naam aannemen, een insigne dragen, een vaandel hebben en van tijd tot tijd vergaderen. Jaarlijks hebben zij een dag waarop zij pot verteren, met trommels en vaandels door de stad trekken en feest vieren. Men heeft het gilde van St. Joris, van St. Ambrosius, van St. Hubertus en meer anderen. En aan die gilden is dan ook verbonden eene soort van ondersteuningsbus. 10117. V. Die gilden zijn dus v£n zeer ouden datum ? A. Ja zeker. 10111. V. En de leden contribueeren daarvoor en helpen elkander onderling? 10119. V. Die gilden zijn vaksgewijze ingedeeld ? A. Neen, niet algemeen, somtijds. De boeren hebben onder anderen een gilde, in het Chrispijngilde worden, geloof ik, niets anders aangenomen dan schoenmakers, zadelmakers en dergelijken. 101'20. V. Dat zijn vereenigingen, die geheel op eigen beenen staan en niet door de gemeente of op andere wijze ondersteund worden ? A. Zij hebben een hoofdman, zijn geheel vrij en houden zich zelf staande. 10-121. V. En weet gij inderdaad dat zij goed werken en elkander ondersteunen als er behoefte is? A. Ja. 10122. V. Gij ziet er dus niets aan dan goede kanten 7 A. Ik weet er niets ten nadeele van; maar hun feest.... 10123. V. 't Is ééns in 't jaar, dat de menschen wel eens genoegen mogen hebben! Werkt de bus, die gij op de machinefabriek van den heer Mercx ontdekt hebt, alleen voor die fabriek? |
10
|
A. Neen, zij neemt ook andere arbeiders aan. Ik geloof dat ieder, die zjjne contributie betaalt, aangenomen wordt. Ce machine-industrie is niet van dien omvang, dat zjj 300 werklieden telt; maar deze staan aan het hoofd. 10124. V. En die keeren ingeval van ziekte f3 in de week uit? â A. Ja. 10127. V. Gij weet niet of de ongelukkige hebbelijkheid bestaat, om die kas aan het einde van het jaar te verdeden 9 A. Neen, die kas wordt in wezen gehouden. Eene dergelijke vereeniging bestaat ook in de werkplaats van de Staatsspoorwegen. Er zijn ook nog verscheidene fabrikanten, die aan het werkvolk voorschrijven dat zij 's weeks 5 of 6 cents, naarmate van het geld dat zij verdienen, in de bus moeten storten, die dan in de fabriek zelve beheerd wordt. 10129. V. Is dit op vele fabrieken het geval ? A. Dit durf ik niet te zeggen, maar ik weet dat ze er zijn. Het is zoo bij F. A. Swagemakers en Zoon. 10131. V. Weet gij ook eenige bijzonderheden omtrent die bussen ? Weet gij ook wat de werklieden contribu-eeren en wat z|j ontvangen ingeval van ziekte ? A. Ik geloof dat ze 5 a 6 centen per week contribueeren en dat zij f 3 in de week ontvangen ingeval van ziekte. In don regel laten de fabrikanten zich ook niet onbetuigd. 10132. V. Gij zegt, dan krijgen zij f 3. Dus die ziekenbussen bemoeien zich niet met hot verstrekken van geneeskundige hulp ? A. Neen, wanneer zij onvermogend zijn, worden zij behandeld door den armen-dokter der gemeente, en in den regel spreken ook de fabrikanten goed voor die mensohen. 10137. V. Thans een woord over de begrafenisfondsen, waaromtrent gij zoo straks een minder aangenaam woord hebt gezegd. |
A. Wanneer begrafenisfondsen goed waren ingericht en goed werden bestuurd, dan zou ik het eene zeer nuttige instelling vinden. Als dan een familielid zich laat inschrijven in een begrafenisfonds, is hij zeker dat bij zijn overlijden 70, 80 gulden beschikbaar zullen zijn om hem fatsoenlijk ter aarde te bestellen. Daar zou ik niets tegen hebben, maar het is een speculatiefonds geworden. Ik heb gezien dat op het hoofd van één persoon zeven verschillende lieden eene inschrijving in begrafenisfondsen genomen was. Wanneer zoo iemand er slecht uitzag of op zijn laatste beencn scheen te loopen, dan dacht men: dien zal ik eens laten inschrijven in een begrafenisfonds. Als hij gauw sterft, heb ik een mooi voordeel. 10138. V. Dat geval waarvan gij spreekt, betrof toch zeker een huisgenoot. dien men had laten inschrijven, of was het een wild vreemde ? A. Dikwijls een wild vreemde. Zoodra men vindt dat bij voorbeeld een buurman er minder welvarend uitziet, laat men hem verzekeren! Ik heb altijd getracht, die slechte handeling zooveel mogelijk in het licht te stellen, maar ongelukkigerwijze gebeurt het nog zeer dikwerf. 10139. V. Gjj hebt zeker het oog op kleine kinderen ? A. De ouders, die in het fonds ingeschreven zijn, krijgen ook eene toelage als de kinderen sterven, zonder dat zij daarvoor behoeven te contribueeren, en dan gebeurt het wel eens dat een zeer onvoldragen vrucht bij den burgerlijken stand als levenloos ter wereld gekomen wordt aangegeven. De werking van die fondsen keur ik ten zeerste af. 10141. V. Nu nog eeno vraag over de gilden. Bemoeien die zich met niets anders dan met twee zaken: elkander te helpen ingeval van nood en Jhet hebben van een vroolijken dag eens in het jaar, of bemoeien zij zich ook met andere zaken ? A. Neen, alleen met twee zaken : het houden van vroolijke bijeenkomsten en het helpen van elkander. 10142. V. Bemoeien zij zich niet met de hooge politiek ? A. Daar houden zij zich geheel buiten ! 10143. V. Houden die gilden zich ook bezig met het bevorderen van het onderwijs en dergelijke zaken? A. Neen, alleen met de twee genoemde zaken. 10144. V. En hoe is het met den ouden dag van den werkman ? |
11
|
A. Wanneer een goed, oppassend werkman oud wordt, dan wordt hij, zooals men 't noemt, gepensionneerd, en kan hij zoolang hij leeft, soms f 3 of f 4 's weeks, soms ook hot loon, dat hij het laatst verdiend heeft, aan de fabriek gaan halen. Zoo ken ik een man van 9U jaar, die zelfs door den zoon van den fabrikant als gepension-neerde is overgenomen ; en iedere week zijn geld gaat halen aan de fabriek. Ook zjjn er vele gevallen, wanneer de oude werklieden aangehouden worden om boodschappen of andere kleine diensten te doen; wanneer de lieden goed oppassen, worden zij niet spoedig weggezonden. 10145. V. Het geval, door u medegedeeld is toch met een op zich zelf staand geval ? A. Volstrekt niet. Het is slechts een sterk sprekend geval. â¢10146. V. Laat ik u de zaak gepreciseerd vragen; als de menschen oud en afgeleefd zijn â ik spreek altijd van degenen, die goed oppassen â worden zij niet door den fabrikant aan hun lot overgelaten ? A. In den regel niet. 10147. V. Ik vraag geen namen, want dan zou de vraag een hatelijk karakter krijgen, maar heeft de eene fabrikant daarvan meer het handje dan de andere, of kunt gij daaromtrent een gunstig getuigenis, tamelijk algemeen, daarvan afleggen ? A. Tamelijk algemeen. 10148. V. Dat moot dus merkbaar zijn bij het armbestuur? A. Zeker; het aantal bedeelden is gering in verhouding tot de bevolking. 10149. V. Het aantal werklieden dat. te oud wordende om langer te kunnen werken, ais zoodanig gedaan krijgt, ontvangt in den regel dus zooveel ondersteuning van de fabrikanten, dat zij niet tot het armbestuur behoeven te gaan ? A. Dat getal is niet groot. 10150. V. En daarin ziet gij derhalve het bewijs, dat de fabrikanten over het algemeen hunne menschen tamelijk wel verzorgen ? A. Ja. 10151. De heer Bahlmauu : Hebt gij, hetzij in vroeger of later tijd, in Tilburg wel eens socialistische woelingen waargenomen ? |
A. Die kennen wij bij ons niet. ik zou niet één persoon kunnen aanwijzen, die socialistische begrippen koestert. 10150. V. Maar heeft de inteRationale nooit pogingen aangewend om ontevredenheid te zaaien. A. Een jaar of 12 geleden is er uit Turnhout iemand in Tilburg gekomen, die trachtte de Internationale, zooals zij in dien tijd heette, ingang te doen vindon bij de werklieden, üm zich te verzekeren van lieden, die hem zouden steunen, liet hij onderzoeken wie de grootste stroopers in Tilburg waren, en trachtte die menschen op zijne zijde te krijgen. Hij belegde eene vergadering en de enkele personen die op de vergadering kwamen, kregen een gulden en een kaart, en waren dan lid van de Internationale. Zij werden uitgonoodigd de vaksvergadering bij te wonen en een makker mede te brengen. De zaak is langzamerhand uitgelekt, de vrouwen werden ongerust, zij begrepen niet wat het was en wat het beteekenen moest, en gingen zich beklagen bij de politie. Toen heeft de politie een onderzoekin-gesteld, en men is van den commissaris van politie van Turnhout te weten gekomen, dat men te doen had met een Hollander van slechte reputatie, die zich te Turnhout gevestigd had. De zaak is zoo zachtjes aan te niet gegaan en heeft geen kwade gevolgen gehad. 10153. V. Gij hebt gesproken van de gilden en hebt ons gezegd, dat het eeni-ge doel van die gilden was om elkander te ondersteunen en om eens per jaar een prettigen dag te hebben. Maar is daar ook nog niet een geestelijk tintje aan, worden er geen missen gelezen bij overlijden en gaan de leden niet achter het lijk? A. Ja dat is de gewoonte; als iemand van het gild sterft, wordt hij door do broeders begraven, er wordt een uitvaart gedaan, en dan betalen zij eenige kosten daarvan. 10154. De heer Heldt: Is het ook aan getuige bekend, of er fabrikanten zijn die hun geheele personeel of een deel daarvan verzekeren voor den ouden dag, en daarvoor in de eene of andere inrichting premiën betalen? |
12
|
A. Neen, die keu ik niet. 10155. De Voorzitter: Wij hebben heel veel goeds van u gehoord, en dat is een verkwikking, maar nu komen wij, geljof ik, aan een ziek punt. Hoe is het met de gebouwen, met het oog op brandgevaar? A. De gebouwen zijn over het algemeen goed, er zijn slechts een stuk of drie oude fabrieken; de nieuwe fabrieken laten ten aanzien van ruimte, licht en warmte, weinig te wenschen over, maar herhaaldelijk hebben wij er reeds over gesproken, dat er wat verbeterd moet worden met het oog op het brandgevaar, er zijn niet voldoende trappen aangebracht om te kunnen ontsnappen, wanneer de fabriek ter hoogte van de trappen in brand raakt, of om, wanneer het eene deel van de fabriek in brand staat, het andere te kunnen bereiken. Voorts is het niet goed, dat de assen en couliesen, waarover de riemen loepen, zoo dicht bij de zolders zijn, omdat, als een werkman bij ongeluk gegrepen wordt door een riem, hij onmid-delijk tegen den zolder vermorzeld wordt. Ik heb dat wel eens bijgewoond. Wanneer de verdiepingen wat hooger waren, dan zouden de ongelukken niet zoo froot zjjn. De gevaren voor ongelukkenroot zjjn. De gevaren voor ongelukken oor de machines en ingeval van brand zijn, naar mjjne meening, de twee punten waarin verbetering moet gebracht worden. 10156. V. Hebt gij in die moeilijkheid , om ingeval van brand uit de fabriek te komen, niet trachten te voorzien door eenigerlei verordening? A. Eerst in het laatst van December 1884 is bij Koninklijk besluit uitgemaakt, dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn voorschriften te geven op grond van de wet op de fabrieken. Nu zijn burgemeester en wethouders in die richting bezig geweest en hebben gewacht op de dingen die komen zouden. 10157. V. Gij hebt toch niet gewacht op den een of anderen grooten brand? A. Neen, wij hebben gewacht op eeni-ge voorschriften. 10158. V. Hebben burgemeester en wethouders dan niet het recht om voorschriften te dien opzichte te maken ? A. Ja. |
10159. V. Waarom hebben zij dit dan nog niet gedaan ? A. Wij zijn ook van plan het te doen. 10160. V. De groote fabrieken in Tilburg, de wollenweverijen, hebben 2 of 3 verdiepingen, niet waar? A. Twee verdiepingen is regel, van drie zijn er geloof ik niet. 10161. V. Maar laten wij elkander goed begrijpen. Hoeveel verdiepingen zijn er boven den beganen grond ? A. Boven den platten grond heeft men twee verdiepingen. De bovenste wordt meestal gebezigd voor drogerij. 10162. V. Er zijn dus drie étages ? A. Ja. 10163. V. Nu schijnt het nog al eens voor te komen, dat in vele fabrieken, en waar de étages zelfs eene groote lengte hebben, slechts één enkele trap is ? A. Dat komt nog al veel voor. 10164. V. En dan is hot nog een houten trap? A. Ja. 10165. V. Wanneer er dus op de eerste of tweede étage een ongeluk gebeurt, dan moot het geheele personeel, op die étages werkzaam, langs dien eenen trap het gebouw verlaten ? A. Ja, of zij moeten uit de ramen springen. Ik heb dit een paar malen gezien, maar het valt niet altijd even gelukkig uit; het blijft een gevaarlijk werk. 10166. V. Het schijnt dus waar te zijn, dat in dit opzicht de toestand niet al te best ia? A. Zeer slecht. 10167. V. Dat is dus eene bekende zaak, die de goede zorgen van uw bestuur nog behoeft. Van de machinerieën hebt gjj ook een en ander medegedeeld. Gij hebt geen bepaalde fabriek op het oog, waar do onbeschermde raderen enz, bijzonder gevaarlijk zijn ? A, Ik heb verscheidene fabrieken gezien ; sommige fabrikanten zijn er op bedacht, maar andere niet. 10168. V. Gij hebt gedoeld op één ongeluk. Komen die dikwijls voor? A. Ik heb gezien hoe het lijk daar lag en daardoor is het mij bijzonder bijgebleven; maar het komt meermalen voor. 10196, V. Wij zullen over dat punt niet met u doorgaan, want gij komt |
13
|
niet 200 dagelijks in de fabrieken. Maar zijn die lokalen niet over het algemeen wat laag ? A. Misschien wel voor de machinerieën, maar voor de menschen die er werken zijn ze hoog genoeg. 10170. Y. Dus is er geen bedompte atmosfeer ? A. Neen. 10171. V. Hoort men dus weinig van borstkwalen en dergelijke ziekten ? A. In het algemeen hoort men er niet van, en de statistiek bewijst het tegendeel. De fabriekarbeiders zien er wel niet zoo volbloedig uit als iemand, dio op het veld werkt, maar zijn in het algemeen vrij gezond, ik heb het nog nagegaan bij de lotelingen, en gezien dat slechts 4 of 5 van de ingeschrevenen beneden de maat waren; dat is de helft minder dan do statistiek voor het geheele Rijk aanwijst. Wegens lichaamsgebreken werden er 20 afgekeurd, hetgeen gelijk staat met het cijfer van het geheele Rijk. Het blijkt dan, dat sommigen lichaamsgebreken hebben, omdat zij met den vinger of hand tusschen de machine geraakt zijn. Telken jare bij de keuring voor de militie en de schutterij blijkt van die gebreken. 10172. V. Raadpleeg uwe memorie eens. In welke fabriek is in de laatste jaren dit voorgekomen? A. Dit kan ik mij niet herinneren, want dergelijke ongelukken gebeuren dikwijls, maar die ongelukken zijn ook toe te schrijven aan onvoorzichtigheid van de werklieden zelve. 10173. V. Maar die ongelukken ontstaan ook, omdat sommige gedeelten van de machines die beschermd konden zijn, niet beschermd zijn ? A. Ja. Maar ik herinner mij ook dat een fabrikant, die, omdat er een gebrek was aan de pomp en men daarom geen water in den stoomketel kon pompen, zijn werkvolk noodzaakte den stoomketel open te steken om door het zoogenaamde mangat water in de machine te brengen. De menschen kregen toen den vollen stoom in het gezicht, waardoor twee erg beschadigd werden en een is gestorven. 10174. V. Maar dat werd misschien gevorderd om grooter rampen te voorkomen? |
A. Het was beter dat men het vuur had laten uitgaan. 10175. Bij wien gebeurde dit ? A. De man is reeds overleden. 10175. V. Is het al lang geleden ? A. Omtrent 10 jaren. 10177. V. Uit een lateren tijd echter liggen u zulke gevallen niet bij ? A. Neen. 10178. De heer Bahluiau: Is het u bekend dat in verschillende fabrieken na den laatsten brand bij Van Rijcke-vorsel, verbeteringen werden aangebracht voor hot naar beneden gaan, zooals trapladders als anderszins'! A. Dat is geschiedt bij Strater, en, naar ik meen, ook bij Ledeboer. 10179. De Voorzitter: Hebt gij ons nog iets mede te deelen in verband met deze enquête? A. Ik zou eene verduidelijking van de wet op den kinderarbeid wenschelijk achten. Zij zegt bijv. dat het verboden is kinderen beneden de 12 jaren in dienst te nemen of te hebben. Nu schijnt die redactie toe te laten, dat zulke kinderen wel mogen arbeiden voor hunne ouders of voogden. Ook behooide het toezicht vergemakkelijkt te worden, zoodat niemand kinderen beneden zekeren leeftijd in dienst mocht nemen dan met overlegging van de geboorteakte, en desnoods met attest van den geneesheer dat het kind tegen den arbeid bestand is. 10180. V. Over die punten zullen wij straks den kantonrechter nog wel hoo-ren. Wij danken u voor uwe komst en uwe mededeelingen die wij met belangstelling hebben aangehoord J F. Jansen. Verhoor van den heer M. W. Van Lierop. ( Verkort.) 10181. V. De Voorzitter: Mogen wij uw voornaam, naam, beroep, ouderdom en woonplaats weten ? A. Martinus Wilhelmus Van Lierop, oud 47 jaar, hoofdagent van politie te 10182. V. Hoeveel agenten hebt gjj onder u ? A. 16. |
14
|
10183. V. Kunt gij daarmede alles ree houden? A. Zeker 10184. V. Hoe is de bevolking? A. Over het algemeen niet lastig. â¢10185. V. En des Maandags? A. In den laatstsn tijd is de Maandag veel minder druk dan vroeger. Er zijn â weinig Maandaghouders op dit oogen-blik. Over het algemeen, zelfs des Zondags, niet meer zoo druk als voor eenige jaren. v 10180. V. Hoelang zijt gij bij de politie te Tilburg? A. IS1/, jaar. 10187. V. Waaraan schrijft gij dat toe, dat het in den laatsten tijd beter is dan vroeger? A. Dat de buitengewone verdiensten er niet meer zijn, zooals vroeger. 10188. V. Uus niet daaraan dat de menschen beter zijn geworden? A. Neen, aan de slechte verdiensten. 1018!). V. Komt gij veel in de fabrieken, of hebt gij er niet bepaald te maken ? A. Ik heb er riet bepaald mede te maken. 10190. V. Gij gaat dus nooit opnemen of er kinderen beneden 12 jaar werken ? A. Speciaal ga ik dat nooit in de fabrieken opnemen, wel op de buitenwerkplaatsen. 10191. V. Wat zijn dat? A. Steenbakkerijen, metselaars enz, daar heb ik zelfs bekeuringen gedaan. 1019-2. V. Hebt gij misschien eene goede reden dat gij begrijpt, dat gij voor die zaak niet op de fabrieken behoeft te gaan ? A. Ja wel, dat is hoofdzakelijk deze, dat in Tilburg de kinderen hun eerste communie op het 12de jaar doen, en geen fabrikant neemt kinderen beneden dien leeftijd, omdat zij op de fabriek niet gemist kunnen worden en zij vóór dien leeftijd steeds weg moeten om naar de leering te gaan. Wij hebben wel toezicht, maar geen speciaal toezicht daarop te houden. 10193 V. Hebt gij wel eens bekeurd op de steenbakkerijen ? A. Jawel. 10194. V. Kwam het nog al eens voor ? |
A. Ik heb eene bekeuring gedaan, een agent heeft eene bekeuring gedaan bij de Staatsspoor, waar een vader zijn zoontje loontrekkend werk liet verrichten, en een maréebaussée heeft procesverbaal opgemaakt, wegens het aan 't werk stellen van een kind beneden de twaalf jaren; het kind hielp een metselaar voegen. 10195. V. Dat zijn echter hooge uitzonderingen. Gij gelooft niet dat in Tilburg kinderarbeid voorkomt; vandaar dat gij er 'in den regel minder naar kijkt ? A. Ja. 10196. V. Hoe oud zijn de jongens in den regel, als zij op de groote fabrieken komen? A. Zij worden met hun 12de jaar toegelaten. 10197. V. Jawel; maar is het regel dat zij zoo jong komen, of neemt de fabrikant hen pas als zij een klein beetje ouder zijn ? A. In den regel komen zij op de fabriek als zij 12 jaar geworden zijn. Zij komen dan met een vader of broeder mede en leeren zoo spelende het vak; in de eerste jaren verdieneii zij weinig of niets. 10205. V. Hebben vele arbeiders een eigen woning? A. Een boel durf ik niet zeggen, want de massa is in Tilburg nog al groot, maar in de buitenwijken zijn er nog al heel wat die een huisje hebben met een stukje grond. 10206. V. En zijn de woningen nog al geschikt ? A. Ja, luchtig en frisch. 10207. V. Dus niet zoo, dat er 5, 6 en meer gezinnen in één pand moeten wonen ? A. Dat vindt men in Tilburg nergens. 10208. V. Zijn die woningen ruim? A. Ja. In den regel hebben zij 2, 3 vertrekken en keuken. 10209. V. Gij beschrijft toch niet de gunstige uitzonderingen ? A. Ik bedoel in het algemeen de woningen van den werkenden stand; er zijn er wel minder, maar veel betere ook. 10210. V. Zijn de menschen ook veel in ziekenfondsen? A. Er bestaan, als ik mij wel herinner, 4 of 5 ziekenbussen op fabneken. |
10
|
wekelijks worden daaraan eenige centen gecontribueerd, waarvoor dan het halve weekloon, f 4 a f 5, bij ziekte wordt betaald. Bovendien zijn er nog eenigo vereenigingen, waarvoor 5 cent per week betaald wordt en f 3 per week bij ziekte uitgekeerd wordt. Er zijn ook nog vereenigingen waar minder gecontribueerd wordt; de werklieden krijgen soms de helft van hun loon van de fabriek en ontvangen dan nog een rijksdaalder uit het fonds. Zoo zijn er van die vereenigingen twee in Tilburg, die een aanmerkelijk getal leden hebben, de eene omstreeks 360 en de andere zoowat 300 Dan heeft men nog kleinere oor-poratiën, maar die zijn niet van belang. 10211. V. Dan zijn de gilden er ook nog? A. Ja. 10212. V. Er zijn ook begrafenisbussen, niet waar? A. Ja, verschillende. 10213. V. Merkt gij daar veel van? A. Er wordt veel voor gewerkt in Tilburg. Van buiten tracht men zich ook in te dringen, dan wordt er een agent benoemd, die bij de menschen rondgaat. Er is bijna geen mensch zoo gering, of hij is in een begrafenisbus. 10214. V. Soms wel in meer dan één ? A. Ja, daar wordt wel op gespeculeerd. 10215. V. Hoe dan? A. Dij voorbeeld door 2, 3,4 menschen te laten inschrijven voor eigen rekening, om daar dan naderhand van te profi-teeren; maar er zjjn maar enkele personen, die daar hun werk van maken. 10216. V. En als het fabrieksvolk oud is geworden en niet meer kan werken, vervalt het dan aan den arme, of kijken de fabrikanten dan nog wel eens naar hen om? A. De verhouding omtrent dit punt is zeer gunstig, hoewel ik niet betwisten zal, dat ook hier wel uitzonderingen op den regel zullen zijn. Nooit worden de menschen wegens ouderdom ontslagen; men laat ze zoo lang werken als ze maar eenigszins naar de fabriek kunnen komen ; daarna worden zij in den regel wel ondersteund door de fabrikanten, die dit als hun plicht beschoa-wen. |
10217. V. Eene bepaalde verplichting of eene verbintenis van de zijde der fabrikanten, om die menschen op hun ouden dag te verzorgen, wanneer zij niet meer werken kunnen, bestaat echter niet ? A N een 10218. V. Maar dat belet niet, dat de fabrikanten uit vrijen wil de menschen, natuurlijk wanneer zij zekeren tijd trouw en goed in hun dienst zijn 'geweest, ondersteunen ? A. Ja, dat geschiedt ook wanneer er een ongeluk gebeurt. Wanneer een werkman bij voorbeeld zijn arm verliest, dan krijgt hjj een ander soort werk: en komt hij te sterven, dan krijgen zijne weduwo en kinderen werk aan huis, zoodat zij hun brood kunnen verdienen en niet ten laste van het armbestuur komen. Dat gebeurt meermalen. 10219. V. Dus de verhouding tusschen fabrikanten en werkvolk vindt gij gunstig? A. Gunstig. Mijnheer de Voorzitter. 10220. V. Maar dat is niet bij alle fabrikanten het geval ? A. Er zijn ook uitzonderingen. 10221. V. En die uitzonderingen hebben wel eens aanleiding gegeven tot kwaad bloed? A. Dat juist niet. 10222. V. Er zijn toch wel eens oploopjes geweest? A. Ja, maar niet ten gevolge daar van ; er hoeft eens, toen de loonen afgeslagen waren, eene kleine demonstratie plaats gehad. Doch uit kwaad bloed jegens de patroons hebben er nooit oploopjes plaats gehad. 10223. V. Wat was dan de aanleiding ? A Er is wel eens een liedje gemaakt op een meisje dat drie vrijers had en dat gaf dan aanleiding tot oploopjes van nieuwsgierigen. 10224. V. Dat had dus geen kwaad karakter, er was geen kwaad bloed tusschen patroon en werklieden? A. Neen, in mijn tijd is dat nooit voorgekomen. 10227. V. Weet gij ook fabrikanten op te noemen die zeiven voor een zie-.kenfonds voor hunne werklieden gezorgd hebben ? A. Ja, Vincent Van Spaendonck: van andere fabrikanten heb ik het echter maar van hooren zeggen. |
16
|
40228. V. Van die bus van den heer Van Spaendonok weet ge dus meer. Wat betaalt zij aan zieken ? A. f 4 in de week. 10229. V. Betaalt zij ook den dokter? A. Neen ; zij geeft niets dan die f 4. 10230. V. Aan den dokter moeten zij dus komen op eene andere wijze? A. Ja. 10231. V. Hoe komen zij er dan aan? A. Het kan komen vanwege de gemeente. 10232. V. De werklieden contribuee-ren aan dat fonds dat f 4 per week uitkeert ; maar de fabrikant ? A. Die houdt er de administratie over. 10233. V. Weet gij of de fabrikant zelf er aan bijdraagt ? A. Ik zeg niet dat het zoo niet is, maar ik weet het niet. 10234. V. De heer Van Alphen: De werklieden krijgen f 4 uit dat fonds, maar dat krijgen zij zeker toch niet groot en klein ? üf zijn het alleen volwassen personen ? A. Het zijn meest volwassen personen die er in zijn. 10235. De heerBahliiiaun: De getuige heeft gezegd dat naar het werken van kinderen beneden de 12 jaren niet werd omgezien. Maar hebben de ambtenaren van de belastingen, die jaarlijks voor den aanslag in de patentbelasting rondgaan, er niet een oog over laten gaan ? A. Dat is wel mogelijk. Maar door ons wordt er niet speciaal op toegezien. 10236. De Voorzitter : Hebt gij nog iets mede te deelen aan de Commissie? A. Neen. 10287. V. Dan is uw verhoor afge-loopen. M. Van â¢Lierop. Verhoor van den heer J. H. A. Diepen. ( Verkort.) 10238. De Voorzitter: Mogen wij uw voornaam, naam, ouderdom, beroep en woonplaats weten? A. Johannes Hendrik Arnold Diepen, oud 71 jaar, voorzitter van de kamer van koophandel en fabrieken te Tilburg. 10239. V. Heeft u overigens geen beroep meer? A. Neen, vroeger wel. |
10240. V. Gij kent het onderwerp dei-enquête. üm de zaak geleideljjk te behandelen en tevens de punten te vermijden, die misachien met u minder ter bespreking in aanmerking komen, zal het goed zijn te beginnen met de werking van de wet op den kinderarbeid van 1874. Heeft deze wet in Tilburg groote omwenteling teweeggebracht of bestond daartoe geene aanleiding ? A. Geene aanleiding. Men heeft daarvan in Tilburg niets opgemerkt, want vóór den leeftijd van 12 jaren worden zij daar niet in het werk gesteld, althans niet in fabrieken of dergelijke inrichtingen. 1C241. V. Gjj bevestigt dus de verklaring die wij ook reeds van andere zijde, met name van mijnheer den burgemeester van Tilburg vernomen hebben, dat dank zij andere invloeden, in Tilburg ook vóór 1874 het werken van kinderen beneden den leeftijd van 12 jaren op fabrieken zoo goed als niet voorkwam ? A. Dat kan ik volkomen bevestigen. 10242. V. Gij kunt misschien over dat feit nog een meer eigenaardig licht laten vallen, want als ik mij niet bedrieg, dan zijt gij in vroegere jaren belast geweest met het schoolopzienerschap; niet waar ? A. Van 1858-1880. Op het platteland zag men toen zeer veel schoolverzuim van kinderen van 10 a 11 jaar, die gebruikt werden voor veldarbeid. Maar in fabrieken in Tilburg heb ik dat nooit kunnen waarnemen ; misschien dat een enkel boerenkind van school afbleef, maar in den regel heeft het schoolverzuim in Tilburg niet bestaan. 10244. V. Is dat niet te danken geweest, met name aan den invloed van de Roomsch-Katholieke geestelijkheid ? A. Ja, grootendeels zou ik durven zeggen ; maar ook aan de fabrikanten, die begrepen dat kinderen van 10 è.11 jaar minder geschikt waren om in fabrieken bezig te zijn door speelzucht en onoplettendheid, waardoor men minder goed werk kon verwachten. De geestelijkheid is daarop echter ook van zeer grooten invloed geweest. 10245. V. En na de wet van 1874 zooals de zaken nu gaan, neemt men dan de kinderen op de fabrieken allen |
17
|
in dienst op hun ^de jaar, of is de fabrikant, om de reden die gij zelf heb aangeraakt, in zijn eigen welbegrepen belang soms huiverig om kinderen beneden de 14 jaar aan te nemen? A. Er is zeer veel voor om de kinderen op hun 12de jaar te nemen of wanneer zij 12'/2 jaar oud zjjn. Het is voor de ouders niet onverschillig op welke fabriek hunne kinderen geplaatst worden. Zij geven natuurlijk de voorkeur aan de patroons, die den besten naam hebben. Eerst dan wanneer daar geen plaats is, wordt plaatsing op eene fabriek gezocht die een minder goeden naam heeft. Den leeftijd van 12 tot 14 jaar vond men zeer goed, omdat dan de kinderen gehoorzaam zjjn. Een jongen van lö jaar, die al lang op straat geloopen of, zooals ten platten lande veelal gebruikelijk is, in bosschen bladeren gezocht of hout geraapt heeft, bezigheden die minder goed zjjn voor jonge menschen, zijn niet zoo onderdanig als voor den werkman, dien zij ter zijde moeten staan, wel dienstig is. Daarom meen ik dat de leeftijd van 12 tot 13 wel de beste is om te beginnen. 10246 V. Al zijt gij geen fabrikant meer, zoo mag ik u toch wel vragen of de aard van het wolweversvak in Tilburg het, naar uw deskundig oordeel, bepaald noodig maakt dat de kinderen zoo vroeg moeten beginnen of kunnen zij het niet evengoed leeren, als zij er wat later bijkomen ? A. Te leeren wel. Het werk van die jongens in de eerste tijden bepaalt zich hiertoe, dat zij de draden die in den spinmolen breken, handig en vlug hechten, vandaar de benaming «draadmakerquot;. Die arbeid is spoedig te leeren. 10247. V. Behalve het draadmaken, heeft men ook nog het kaardenkloppen? A. Kaardenkloppen is een zeer eenvoudig en licht werk. 10250. V. Dat is dus ook het werk van de jongens ? A. Ja. Wat men in de fabriek kaardenkloppen noemt, geschiedt op de volgende wijze ; Wanneer het laken bijna klaar is, wordt het geruwd en dat geschiedt door kaardbollen. die het best geteeld worden in Frankrijk, hoewel men ze hier te lande ook vindt. De kaardbol is een distel, die do wol uit de stof haalt. Die dister geraakt nu vol wol vezels en de kaardonklopper haalt die vezels met een ijzeren machinetje er uit. |
10251. V. Hij maakt dus de kaarden weder schoon en bruikbaar? A. Ja. 10252. V. Ik vraag het daarom, omdat ik wil doen uitkomen, dat hot inderdaad werkzaamheden zijn, waarvan men niet kan beweren, dat, als men ze niet op het veertiende jaar geleerd heeft, men ze het geheele leven lang niet meer leeren kan? A. Dat geloof ik wel, maar op jongeren leeftijd zijn zij meer gedwee. 10953. V. Moeten die jongens, die op 12- 13-, 14-jarigen leeftijd op de fabriek komen, lang werken? Veel uren daags? A. De fabrikant heeft gaarne dat de jongen bij den spinner staat. Als men aan dat kaardenkloppen een uur bezig is geweest, kan men wel eens wat gaan spelen, een luchtje gaan scheppen. Bij de draadmakers gebeurt dat ook, dat de jongens van tijd tot tijd eens naar buiten kunnen gaan. De draadmaker loopt meestal op en neer, van tijd tot tijd staat hij eens stil. Dat werk behoeft de jongens van 12 , 13-, 14-jarigen leeftijd niet zoo te vermoeien. 10254. V. Maar hoe lang duurt het? A. Dat is verschillend ; de eene fabriek werkt langer dan de andere. 10255. V. Nu komt u op het punt. Er zijn fabrieken die lang, er zijn er die korter werken. Misschien dat op het oogenblik de meeste, zoo niet alle fabrieken korter werken dan zij wenschen, maar dit is willen wij hopen, een abnormale toestand. Er is toen, meen ik, een tijd geweest dat het goed ging, toen waren er wel enkele fabrieken â ik zal nu geen namen noemen, want dat zou een weinig indelicaat worden â die wat veel vergden? A. In de vergadering van de kamer van koophandel is die zaak ook besproken geworden en enkele leden waren van oordeel dat sommige fabrikanten in Tilburg wel wat veel van don werkman vorderden. Ik heb toen meer inlichtingen dienaangaande gevraagd, maar men wilde liefst geen namen noemen. 10256. V. Dat is eene discussie dio |
IV.
2
18.
|
een drietal jaar geleden in do kamer van koophandel heeft plaats gehad? A. Pardon, vóórdat wij de vragen hebben beantwoord. 10262. V. De huisindustrie is immers te Tilburg nogal algemeen ? A. Niet zooveel meer als in vroegere jaren. Dat hebben wij ook in de Kamer behandeld, dat, naar gelang er meer machinale weefgetouwen kómen, er minder in de huizen gewerkt wordt. Anders komt de wever ketting halen en maakt daarvan in huis het stuk. Daarbij kunnen wel kinderen gebruikt worden, maar dat gebeurt in hun eigen huis. 10263. V. Dat is juist het punt, waarover ik met u, die den toestand kent, wil spreken. Als ik u goed begrijp is het uwe meening dat ten gevolge van de grootere ontwikkeling, die het machinale' gedeelte van den arbeid verkre- fen heeft, het aan huis weven te Til-en heeft, het aan huis weven te Til- urg belangrijk is verminderd? A. Ja. 10264. V. Maar, het bestaat toch nog altijd ? A. Ja. 10265. V. Heeft men het mis als men meent dat er te Tilburg nog eenige honderden van die huisgezinnen zjjn ? A Misschien 2- è, 300. 10266. V. Dit komt tamelijk overeen met hetgeen wij van anderen gehoord hebben. Zijt gjj zeker dat daar geene kinderen beneden de 12 jaren gebruikt worden ? A. Daarvan bon ik niet zeker. Het werk dat die kinderen doen noemt men spoelen, dat is het brengen van het faren op de klosjes. Met die klosjes,aren op de klosjes. Met die klosjes, ie door de ketting op en neer gaan, wordt het stuk gemaakt. Dat brengen van het garen op de klosjes zouden de kinderen kunnen doen, maar dit geschiedt tegenwoordig ook veel machinaal. Ik weet dit van mjjn zoon, die fabrikant is, terwijl de heer Carsten, daaromtrent deswege door mij vóór een Eaar dagen onderhouden, mij zoide dataar dagen onderhouden, mij zoide dat ij hom die klosjes grootendeels machinaal worden gespoeld. 10267. V. Kunnen de kinderen in andere opzichten medewerken bij dat huis-weven ? A. Dat is van weinig beteekenis; wellicht kunnen zij een en ander aanbrengen, |
10268. V. Meent gij â en als oud-schoolopziener kunt gij deze vraag beter dan anderen beantwoorden'â dat die huisindustrie belangrijk het schoolbezoek der kinderen tegenwerkt, ten einde langs dien weg iets voor het gezin te kunnen verdienen ? A. Uat geloof ik niet; naar mijn oordeel bezochten de kinderen van fabrieksarbeiders ' getrouw de school; vooreerst weet ik dit uit eigen ervaring, en ten andere begrijp ik dat de kinderen veeleer na don schooltijd een kwartier of een half uur aan den huisarbeid een handje helpen. Zijn de kinderen niet te huis, dan verrichten dien arbeid de overige leden van het gezin. Ik geloof niet dat het eeniggn invloed heeft op het schoolverzuim. 10269. V. Gij begint met te zeggen dat uws inziens de kinderen der fabrieksarbeiders trouw de school bezoeken, doch mijne vraag gold meer de thuis werkende arbeiders. A. ik was dan een oogenblik in dwaling. Ik beschouw echter de thuiswerkende ook als fabrieksarbeiders omdat zjj mede het laken fabriceeren. 10270. V. Gij bedoelt dus, dat ook door de kinderen der thuiswevers, naar uw beste weten, de school niet wordt verzuimd ? A. Daarvan durf ik mij overtuigd houden. 10271. V. Gij onderstelt ook dat daaraan de hand wordt gehouden? A. Ja, door den invloed dor geestelijkheid, die wil dat de kinderen lezen, schrijven en rekenen kunnen, voor zij tot do eerste communie worden toegelaten 10272. V. Die invloed is dus krachtig genoog om de ouders terug te houden van de vroegere exploitatie der kinderen ? A. Ja. 10275. V. Zijn er teekonscholen voor den ambachtsstand in Tilburg? A. O ja, de burgeravondschool, maar er is geen stadstookonschool. De burgeravondschool wordt door veel leerlingen bezocht, ver over de honderd, wel bijna tweehonderd. Al die jongens van 14 tot 16 jaar en ouder oefenen meestal een beroep uit, timmerman, steenhouwer, schilder vooral. Die jon- |
â i9
|
gens genieten ook onderwijs in andere vakken, zooals Nederlandsche taal, aardrijkskunde, kennis der natuur, enz. 10276. V. Loopen de uren van de lessen aan die avondschool niet in elkander met uren waarop juist op de fabrieken gewerkt moet worden ? A. Zooals ik zooeven gezegd heb zijn het meestal ambachtslieden die daar komen. 10277. V. Dus niet kinderen van fabrieksarbeiders? A. Minder. 10278. V. Van hoe laat tot hoe laat moeten die kinderen van fabrieksarbeiders, die jongens van 12â16 jaar, op de fabrieken werken? A. Zoo lang â om eene uitdrukking te gebruiken, die in Tilburg algemeen bekend is â als de fabriek draait. y 10279. V. Maar hoe laat draait zij ? A. Dat i» verschillend Tegenwoordig tot 's avonds 8 uur. 10280. V. En hoe laat begint men ? A. Zoodra als men zien kan. Er zijn echter wel fabrieken, die wanneer zij het druk hebben en er spoed-bestellin-gen moeten geëffectueerd worden, wat vroeger met gaslicht beginnen. Zij eindigen gewoonlijk echter 's avonds om 8 uur. 10281. V. Ik zal u op den man af iets vragen, maar ik vraag geene namen ; dat delicate punt raak ik niet aan Zijn er fabrieken, van welke gij gelooft dat het werk voor jongens van 12 tot 16 jaar er wel een beetje lang duurt ? A. Ik ken er geene. Zelfs heb ik in de kamer van koophandel met verwondering gehoord, dat men dit te veel overdreef. Wij hebben later oen brief verzonden, waarin wij die quaestie behandeld hebben, hoofdzakelijk omdat er, wanneer er aan de machinerie een gebrek is, dit 's nachts hersteld wordt. 10282. V. Dat is eene geheel excep-tioneele zaak. In zulke gevallen moeten in iedere huishouding, in iedere particuliere zaak de handen uitgestoken worden op welk uur van den dag of nacht ook. Maar om eens bij dit punt te blijven. Gij hebt toch ook wel eens gehoord dat er in Tilburg fabrieken zijn, waar 16 uren gewerkt werd door volwassenen en jongens ook? |
Ja, maar die het gezegd heeft wilde geen namen noemen. 10283. V. Maar inde kamer van koophandel is de zaak toch een paar jaar geleden besproken geworden? A. Zeker. 10284. V. En er waren toen onder de heeren, die dat wat te bar vonden; niet waar ? A. Ja, maar men weet niet waarom de een dat van den ander zou vertellen, 10285. V. Maar het feit was toch zoo ? A. Degeen, die het gezegd heeft verdient alle geloof. 10286. V. De fabrieksbevolking in Tilburg schijnt zich nogal gunstig te onderscheiden. Do menscnen zijn tevreden over de patroons en de geest schijnt goed te zijn? A. Ja, ik kan bevestigen dat het goed marcheert met den werkman. 10287. V. Hebt gij wel eens slechter tijden, in dit opzicht, gekend? A. Neen. 10288. V. De verhouding is dus altijd goed geweest? A. Ja. Eens hebben de wevers eener fabriek bij eene loonsvermindering die een gevolg was der concurrentie, zich verzet, maar die quaestie is dadelijk hersteld geworden. 10289. V. Het is derhalve een unicum in de geschiedenis der Tilburgsche industrie dat zich die zaak heeft voorgedaan ? A. Ik beschouw het zoo. 10290. V. Het leven van den arbeider, zijne woning, zijn bestaan, is dat alles in Tilburg ook niet tamelijk goed ? A. Ik houd het voor zeer goed, wanneer ik het vergelijk bij hetgeen men in groote steden ziet. De menschen hebben allen eene woning, die zoodra men de voor- of achterdeur open doet, dadelijk toegang geeft lot de open lucht, velen hebben er een tuintje bij, waar zij aardappelen kunnen verbouwen. Ik geloof, dat men op dit gebied zeer tevreden mag zijn. 10291 V. Dat een arbeider een eigen woning heeft is geen zeldzaamheid? A. Er zijn er vorscheidenen, die spaarzaam zijn, die leggen wat over, zooale men dat zegt; een metselaar of aannemer is licht genegen oen woning tc-bouwen, er wordt geld opgenomen, dat |
|
langzamerhand wordt afgelost, en zoo komen die menschen vooruit. Bovendien geeft de spaarbank ook nogal zeer gunstige berichten, waarvan de burgemeester u zeker gesproken zal hebben. 10292. V. Dit punt wensch ik juist met u te behandelen. Is die spaarbank van ouden datum, of bedoelt gij de Rijkspostspaarbank? A. Die spaarbank is niet zoo heel oud. 10293. V. Behoort die spaarbank aan het Nut of aan anderen ? A. Eenige hoeren uit Tilburg maken het bestuur uit, ik geloof, dat de burgemeester aan het hoofd staat. 10294. V. Wanneer is die spaarbank opgericht ? A. Zij zal misschien 20 jaar bestaan. Dan hebben wij spaarbanken in vele fabrieken. Bij voorbeeld, in onze fabriek, die ik met mijn vader gedreven heb betaalden wij, als een werkman bij ons kwam, 99 percent van het loon, dat wil zeggen van iederen gulden hielden wij één cent in. Daarvan werd een fonds gevormd, waaruit de zieken betaald werden als zij er waren, en in den regel was dat zóó voordeelig dat wij met Kerstmis f 1,50 konden uitkeeren aan den volwassen man en f 0,75 aan de jongeren. Dat was dus eene particuliere spaarbank als men wil. Maar ook de gemeente - spaarbank marcheert zeer foed; zij wordt flink bestuurd, en tel-oed; zij wordt flink bestuurd, en tel- ens ziet men in do weekbladen van Tilburg, hoeveel er is ingebracht. De resultaten zijn zeer gunstig. 10295. V. Dus om nu nog even bij dit punt te blijven, de woningen der fabrieksarbeiders zijn goed. Gij spreekt daar van een luchtje voor en een luchtje achter, maar zijn dat nu idealen van eenige uitverkorenen, of is dat tamelijk algemeen 7 A. Neen, dat is de algemeene toestand, behoudens natuurlijk enkele uitzonderingen. 10295bis. En dus ook bij gehuurde weekwoningen van gewone arbeiders, die het nog niet zoo ver hebben gebracht een eigen woninkje te bezitten? A. Ja. Er zijn arbeiderswoningen gebouwd voor meerdere werklieden, maar in den regel wonen zij afzonderlijk. Men heeft bij ons niet die cités ouvrière, waar zij allen als in eene kazerne wonen. |
10296. V. Maar heeft dat uit elkander wonen niet een kleine schaduwzijde met het oog op den schafttijd van één uur 'smiddags? Is dat uit dien hoofde voor velen niet te kort? A. Bij onze fabriek werd de bel om kwart voor twaalf geluid. Wij gaven dus vijf kwartier schafttijd. 10297. V. Maar dit schijnt toch niet algemeen gedaan te worden? A. Ik geloof niet dat het ergens anders geschiedt. 10298. V. In alle andere fabrieken moet men het dus met een uur doen. En is dit om bovengenoemde reden niet wat bezwaarlijk? A. Jawel. 10299. V. De getrouwde vrouwen blijven te huis, niet waar, en zorgen voor de huishouding? A. Dal is regel. 10300. V. Het werken van getrouwde vrouwen op de fabriek komt te Tilburg niet voor ? A. Ik geloof niet, dat men dat vinden zal; misschien is er hier een enkel geval. Vroeger is hot wel eens gebeurd, dat een meisje, hetwelk trouwde, verzocht om nog eenigen tijd werkzaam te mogen zijn, maar ik meen dat dit niet meer bestaat en zjj, zoodra zij gehuwd zijn, weggaan. 10301. V. Wat is uw indruk daarvan, dat getrouwde vrouwen niet in de fabrieken werken, maar voor de huishouding zorgen ? Begrijpt gij dat de verdiensten van de vrouw er bij moesten komen of wel dat het beter is zooals het nu is? A. Ik geloof dat het in meer dan één opzicht, en bepaaldelijk voor de huishouding, beter is dat zij te huis blijven. Als zij groote dochters hadden, konden deze voor de huishouding zorgen, maar die zouden dan zelf wel op de fabriek gaan werken. Dat is echter bij ons niet aangenomen. 10302. V. Ik moet nog op een paar punten, die gjj straks aangeroerd hebt, terugkomen. Gjj hebt gezegd, dat gij op uwe fabriek hun een kwartier extra gaaft en do menschen afbeldet kwartier vóór 12, maar hun toch het volle uur betaaldet. Werkten zij dan niet op stuk ? A. Die moesten het er op toegeven. De wevers worden betaald per stuk, de |
21
|
spinners bij de 100 strengen die zij afleveren. Andere personen, zooals ruwers enz., worden per uur betaald. 10303. V. Ik releveer dit punt alleen om geen onduidelijkheid te doen ontstaan. A. Men kan aannemen dat minstens een vierde van de personen op stuk werken, en die hebben er geen voordeel van. 10304. V. Gij hebt gezegd dat gij uit-botaaldet 99 pot. en dat gij 1 pot. in-hieldt voor het fonds. Welke was de werking van het fonds? Was dit om ingeval van ziekte eene geldelijke uit-keering te geven? A. .la 10305. V. Dus niet om doctor en apotheker te betalen ? A. Neen. Dit fonds werd beheerd door 3 of 4 van do knapste werklieden, die zorgen dat do zieke het geld ontvangt, maar die tevens controleeren dat het geld niet langer uitbetaald wordt dan noodig is. Kn dit werkt goed. 1030f). V. De fabriek, die gij uwe fabriek noemdet. is thans in andere handen? A. Ja. 10307. V. En zijn die tradities bewaard ? A. Ik weet niet of de tegenwoordige fabrikant die handelwijze vervolgt. Bij mijn zoon geschiedt dit niet, omdat het te moeilijk is; van den een moet 9, van den ander 10 cent afgehouden worden. Ten einde dit nu gelijk te maken, laat men de volwassenen 8 en de jongens en meisjes 4 cent per week betalen met hetzelfde doel. De werkman onderwerpt zich gaarne daaraan, en die dit niet verkiest te doen, heeft de vrijheid heen te gaan. 10308 V. Hoe komen de menschen aan geneeskundige hulp in geval van ziekte ? A. De behoeftige fabrieksarbeider wordt dan in liet gasthuis opgenomen, en dat wordt door de gemeente vergoed. Wordt hij niet in het gasthuis verpleegd, dan weet ik niet of de doctoren het wagen voor hunne hulp al dan niet betaling te ontvangen. 10309. V. Ten aanzien van de wijze waarop werkelijk geneeskundige hulp wordt verleend, weet gij dus geen bepaalde verklaring af te leggen? |
A. Neen. 10310. V. En bij het voorkomen van een ongeluk, bestaat dan in het algemeen het besef, dat de fabrikant naar de menschen omziet, of zjjn daarvoor fondsen ? Wat is in één woord daaromtrent de gewoonte ? A. De gewoonte is, dat men medelijden heeft met hen en dat de fabrikant dokter en chirurgijn voor hen betaalt. 10311. V. Zij zijn dus niet eenvoudig overgelaten aan hun lot in Tilburg ? A. Neen. 10312. V. En als zij oud worden en niet meer kunnen ? A. Dat hangt af van den patroon. Men ziet zeer dikwijls dat, daar de ouders zorgen voor de kinderen, brave kinderen, als zij niet met een te groot huisgezin belast zijn, ook wederkeerig zorgen voorde ouders. Andere oude werklieden worden door sommige fabrikanten geholpen of gepensionneerd. Ik zou daarvan verscheidene voorbeelden kunnen aanwijzen. 10313. V. Dat is dus geen zeldzaamheid ? A. Ik geloof het niet; ik weet althans dat het bij mijn zoon bestaat. 10314. V. Zjjn er speciale fondsen voor hen of hangt het af van hetgeen de fabrikanten doen? A. Dat wordt eene goedheid van den . fabrikant en staat in verhouding tot de verdienste van den werkman. Daar zijn er die fl en ook die f3 's weeks ontvangen. 10315. V. Zijn de ongelukkon frequent in Tilburg? A. Ja, het gebeurt nogal eens. 10310. V. Kleinere ongelukken, het verliezen van een halven vinger; enz.? A. Ook de hand wel eens, er gebeuren ook groote ongelukken. 10317. V. Maar de zoogenaamde kleine ongelukken, die toch ernstig genoeg zijn, schijnen nogal dikwijls voor te komen? A. Ja, nogal eens. 10418, V. Is er ook een reden voor te bedenken ? A. Ik zou denken meest onvoorzich-tigbeid. Juist daarom heb ik in den aanvang gezegd dat een kind van 12 jaar gedweeër is dan een jongen van 15. Ik heb gezien dat een jongen van 14 jaar gezegd werd op te passen, maar juist |
22
|
het tegenovergestelde deed. Zij krijgen soms spelende een ongeluk. 10319. V. Dus zou ik daaruit de conclusie moeten trekken, dat die zoogenaamde kleine ongelukken zich bij volwassen werklieden niet voordoen? A. O, ja zeker, daar doen zij zich ook voor. 10320. V. En die hebben toch hun jaren van school gemaakt in dat opzicht; zou het ook aan iets anders kunnen liggen, met andere woorden zijt gij er wel volkomen gerust op dat alles gedaan wordt wat kan om bewegende deelen af te sluiten in de fabrieken ? A. Ja, da s..... 10321. V. Gij zegt dat zoo zuchtend? A. Ja, dat is zoo moeielijk te beantwoorden. Wanneer een fabrikant werkelijk veel over heeft voor zijn werkvolk, zorgt hjj dat overal de noodige ruimte bestaat. 10322. V. Maar dan moet ik toch zeggen dat, na hetgeen door u en dooiden burgemeester van Tilburg is medegedeeld, men een gunstigen indruk krijgt van de toestanden in Tilburg. Daaruit blijkt, dunkt mij, dat de fabrikanten niet onverschillig zijn voor de positie van hun werkvolk. Maar zouden er niet nog enkele voorzorgsmaatregelen te nemen zijn ? Is bijv. voor 't geval van brand niet meer in het belang van het volk te doen? A. Men zou gaarne steeds twee trappen hebben. 10323. V. Is inderdaad de toestand zoo dat er nu voor tamelijk breede of lange lokalen op tweede of derde verdiepingen maar é.éne trap is in de meeste fabrieken ? A. In de meeste groote fabrieken â o. a. waar ik gewerkt heb en in die waar nu mijn zoon is â zijn twee trappen. 10324. V. Te oordeelen naar al hetgeen hierover geschreven en gesproken is, moet het aanwezig zijn van twee trappen toch niet zoo heel algemeen zijn? A. Ik geloof dat do kamer van koophandel er terecht op gewezen heeft dat in de meeste groote fabrieken twee trappen aanwezig zijn. |
Het tegenovergestelde gerucht is waarschijnlijk daaruit ontstaan, dat bij een brand van eenige maanden geleden verscheidene personen uit de vensters hebben moeten springen. Ongelukken zijn er toch niet gebeurd. 10325. Elebt gij, naar aanleiding dezer enquête, nog eenige mededeelingen te doen, die gij meent dat nuttig kunnen zijn? A. Neen Mijnheer de Voorzitter I Gij hebt de zaak zoo a fond behandeld dat ik niets meer weet op te merken. 10326. V. Dan bedanken wij u zeer voor uwe komst, en ook uwe kamer voor haar rapport. J. H. A. Diepen. Verhoor van den heer Mr. A. M. Sassen. ( Verkort.) 10327. De Voorzitter; Mogen wij uw naam, voornamen, ouderdom, betrekking en woonplaats weten ? A. Alphonse Marie Sassen, 42 jaar, schoolopziener in het district Tilburg, wonende te Ooisterwjjk. 10328. V. Gij waart reeds geruimen tijd schoolopziener in het district? A. Ja, van af de invoering der wet op het lager onderwijs, sedert 1880. 10329. V. In uw arrondissement vallen Heusden, Waalwijk, Oirschot, Boxtel, Oisterwijk, enz. ? A. Ja 103296j,s. V. Hebt gij u vóór 1880 al met onderwijs-zaken beziggehouden ? A. Dat heb ik wel, toen was ik woonachtig te Breda en was lid van de plaatselijke schoolcommissie voor lager en middelbaar onderwijs, en als zoodanig heb ik mij met het onderwijs beziggehouden ? 10330. V. Hoe lang hebt gij in Breda gewoond ? A. Van 1870 tot 1877. 10331. V. Gij woondet dus in Breda toen de wet van 1874 werd ingevoerd? A. Ja. 10332. V. Hebt gij in Breda iets gemerkt van de invoering van die wet ? Gaf dat aanleiding tot groote veranderingen, of waren daar geen toestanden, die krachtens die wet behoorden veranderd te worden? A. Jawel, het is na 1874 in Breda aanmerkelijk verbeterd. Daar heeft ech- |
23
|
ter niet alleen de wet van den heer Van Houten op gewerkt. Ook de toestanden van het onderwijs zeifin Breda hebben in den laatsten tijd enorme veranderingen ondergaan. Er ia daar zeer veel gedaan. Er zijn goede gebouwen opgelicht, en door omstandigheden is het onderwijzend personeel kunnen vernieuwd worden. Er is een fonds gekomen van L)r. Van C'ooth, ik meen van f30 000, waarvan de renten jaarlijks worden besteed voor cadeaux aan de kinderen, die trouw de school bezoeken. Uok wordt van verschillende zijden op het schoolgaan gewerkt. In hoeverre de wet-Van Houten daarop van invloed is geweest, zou ik niet kunnen zeggen, maar zeker ia het dat door die wet, bij de induatrieele bevolking van Breda, Tilburg, enz., de overtuiging is gevormd en het eene gewoonte ia geworden dat de kinderen tot hun twaalfde jaar aehool moeten gaan. 10333. V. la het in Breda met zijne talrijke Protestanteche bevolking ook onder de Protestantache en niet uitalui-tend onder de Katholieke ouders gebruikelijk dat kinderen tot het liide jaar schoolgaan ? A. Het is algemeen. 10334. V. Maar, waar het nu op aankomt, werd vóór de wet van 1874 in Breda een sterk gebruik gemaakt van kinderen beneden de 12 jaar in fabrieken en werkplaatsen ? A. Dat durf ik niet bepaald te zeggen. 10335. V. Over de werking van de wet van 1874 in Tilburg behoeven wij niet verder te spreken, want als wij nagaan de verklaringen, door een paar uitstekend betrouwbare getuigen hier heden afgelegd, dan achijnt de toestand in Tilburg reeda vóór 1874 van dien aard te zijn geweest, dat de kinderen tot hun 12de jaar de achool bezochten en niet op fabrieken en werkplaataen werkten. Is dit ook naar uw beate weten inderdaad het geval? A. Het is mij door alle hoofden van scholen bevestigd. â 10330. V. Gij hebt waarschijnlijk ook wel de overtuiging, dat de wet van 1874 feitelijk behoorlijk wordt nageleefd? A. Ja. |
'10337. V. Wij zullen dan overgaan tot een ander punt, waarover wij nog weinig getuigen hebben gehoord, namelijk art. 82 van de wet op het lager onderwijs van 1878. Gedeputeerde Staten van Noordbrabant hebben in 1880 eene circulaire uitgevaardigd aan de gemeentebesturen, waarbij zij aanbevalen het tot stand brengen van plaatselijke verordeningen krachtens art. 82. Zij deden dat nogal met eenigen aandrang en wezen er op dat nog slechts enkele gemeenten in de provincie van de bevoegdheid gebruik hadden gemaakt. Zij voegden er bij: «de vrees, dat hieruit ongelegenheden voor de ingezetenen kunnen ontstaan, is naar onze overtuiging niet gegrondquot;, en zij drongen aan dat die verordeningen zouden gemaakt worden, en wel binnen betrekkelijk korten tijd. Nu heb ik hier in afschrift voor mjj de rapporten, die gjj in de laatste jaren aan Gedeputeerde Staten over de werking van art. 82 uitgebracht hebt. Dat ziet er niet zeer rooskleuring uit. Gjj schrijft : Over 1882. «Algemeene verbodsbepalingen zijn noodig, want de ondervinding in 1882 van de werking der gemeentelijke voorschriften, houdende beperking van kinderarbeid opgedaan, heeft geleerd dat deze over het algemeen weinig nut stichten. De vrees, in het vorig verslag geuit, dat in de bestaande omstandigheden ontduiking hier en niet handhaven der bepalingen daar in deze verlammend zou werken, is gegrond gebleken.quot; Over 1883. »Zooala reeds opgemerkt, wordt zooveel als niets gedaan om het geregeld schoolbezoek te bevorderen. Ueze zorg kan met geen hoop op goed gevolg aan den gemeentelijken wetgever overgelaten blijven.quot; Over 1884. »Ten aanzien van deze gewichtige aangelegenheid (bevordering van het schoolbezoek) bleven bijna alle gemeentebesturen onverschillig.quot; En eindelijk: Over 1885. «Ten aanzien van dit punt valt helaas! slechts te bevestigen hetgeen in vorige jaren is medegedeeld Onverschilligheid van de zijde der gemeentebesturen, zelfa daar waar voor het oog der wereld eene verordening is gemaakt tot verbod van arbeid door kinderen beneden de 12 jaren. Wettelijke regeling is het eenige |
24
|
hulpmiddel vooral tegen het tijdelijk sehoolverzuim.quot; Daar zult gij waarschijnlijk uwe rapporten wel in herkennen. Niet waar? Welnu, doe ons het genoegen en licht dat alles een weinig toe. A. Door Gedeputeerde Staten is eene circulaire uitgevaardigd, en dientengevolge zijn van den kant van het schooltoezicht de gemeentebesturen aangezet om verordeningen in het leven te roepen. Omdat vooral voor plattelandsgemeenten wetgevende arbeid dikwijls niet zeer gemakkelijk is, heb ik bij die aansporing aan de gemeentebesturen er eene concept-verordening bijgevoegd. Dit concept luidt aldus : «Art. 1 Het is verboden gedurende de schooltijden, uitgezonderd die der avondschool, huis-, tuin- of veldarbeid of persoonlijke diensten te laten verrichten door kinderen, die den ouderdom van twaalf jaren niet hebben be reikt.quot; «Onder veldarbeid is ook begrepen het hoeden of drijven van vee.quot; «Art. 2. Strafbaar wegens overtreding van art. i zijn zij, door wie het kind met arbeid of dienstverrichting is belast en zij voor wie het die verricht heeft.quot; «Deze laatsten zijn niet strafbaar, wanneer zjj het bewijs leveren, dat zij van den arbeid of dienstverrichting geen kennis hebben gedragen en dat zij de overtreding onmiddellijk, na daarvan kennis te hebben bekomen, hebben doen ophouden,quot; »Art. 3. Overtreding van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van één tot vijf gulden.quot; Ten gevolge van deze aanschrijving zijn in 15 gemeenten verordeningen tot stand gekomen. In twee gemeenten. Werkendam en Geertruidenberg. waren zij vrij overbodig; terwijl in twee der overige dertien iets is gedaan; te Alm-kerk werden een paar processen-verbaal opgemaakt en to Moor-Gestel bleef het bij eene bedreigiu,;'. De verordeningen bleven dus voor de 15 gemeenten eene mystificatie; ze werden eenvoudig op het papier gebracht om Gedeputeerde Staten en ons te believen; ik geloof niet dat de uitvoering ooit in de bedoeling heeft gelogen. |
10338. V. Waarom niet ? A. Ik meen dat er onverschilligheid heerschte; er zjjn gemeentebesturen, die veel voor de inrichting van het onderwijs over hebben; maar vooral de mindere man doet zijne kinderen veel door schoolverzuim lijden, waarvan wei â nig notitie schijnt genomen te worden. 10339. V. Dan had men toch boter gedaan do verordeningen niet te maken ? A. Dit ware veel eerlijker geweest. Mijnheer de Voorzitter. 10340. V. Zou er geen ander motief in het spel zijn geweest ? A. Ik zou het niet denken, want zoowel op de openbare als bijzondere school wordt even sterk over schoolverzuim geklaagd. Op de zusterscholen, gelijk men die in het district Tilburg bijna uitsluitend heeft, klaagt men evenzeer daarover. Eene enkele uitzondering vindt men op eene bijzondere school, waar het hoofd, eene zuster, haren invloed op den pastoor en deze weder op den burgemeester uitoefende. Doch over het algemeen heerscht er onverschilligheid. 10341. V. Dus kan het schraal rendement van het werk van het kind wel gemist worden ? A. Wel zeker. Het sterkst bewijs is dit. Tilburg is eene kom, waaruit overal als stralen bebouwde wegen uitschieten, zoodat een kind onlangs op schooi Tilburg terecht een groot dorp noemde. Op ilie uithoeken heeft men evenzeer landbouw als industrie. En nu doet zich het opmerkelijk feit voor, dat in Tilburg onder den landbouwstand geen schoolverzuim voorkomt. Wanneer dus de behoefte bestond voor den landbouwer, dan zou men daar natuurlijk hetzelfde verschijnsel als elders op het platteland zien. 10342. V. Zij gaan dus trouw ter school ? A. Ja. fc]r is een uithoek, de zoogenaamde heikant, daar is een heel oud onderwijzer, die het schijnt verwaarloosd te hebben, en daar is veel schoolverzuim. 10343. V. Dat hoeft dus zijn eigenaardige oorzaak? A. Ja. 10344. V. Om even op die buitengemeenten terug te komen, waar die verordeningen gemaakt zijn, hadt gij geen |
25
|
) moeite om de gemeenteraadsleden er toe te brengen ? waren zij gemakkelijk er voor te winnen om die verordeningen te maken, of hadt gij moeite te doen i om ze er toe te kfjjgen ? A. Ik heb mij noj^al moeite gegeven, denkende ; als het eenmaal tot stand gekomen is, dan zal er wel de hand aan gehouden worden, Jk sta op vriendsohap-pelijken voet met de meeste burgemeesters, en van den anderen kant bestond de aandrang van Gedeputeerde Staten. Ik houd het er voor in gemoede, dat men ons een pleizier heeft willen doen. 103i5. V. Op papier 1 A. Ja. 10340. V. Dat is goedkoop. Dus het y hart was er niet bij 7 A. Neen, bepaald niet. 103i7. V. En men hield er de hand niet aan, alleen uit onverschilligheid? A. Ik geloof van ja. â 10348. V. Zouden er geene belangen mede gemoeid zijn? A. Het is eenvoudig gebruikelijk onder den boerenstand om de kinderen van school te houden, en te laten rondscharrelen, vooral in de heis^reken. In de kleistreken is het een ander geval; daar verdienen de kinderen van hun tiende jaar af 's zomers een duitje met te helpen in den stal, op het veld met hot poten van aardappelen, het snijden van graan, enz. Dat neemt echter niet weg, dat in de lange tusschentijden, waarin niets te doen valt, do kinderen toch thuis blijven, Slechts enkele ouders zenden hunne kinderen naar school. In de hei verdienen de kinderen niets; daar helpen zij. ook op het veld en in lt; den stal of sprokkelen hout in de bos- sclien; zij leiden een ellendig vadzig leven. 10349. V. Ik bedoelde iets anders, het eigenbelang van sommige raadsleden, waarom zij de verordening niet t willen maken of niet willen gehand haafd zien, daarin ook geen rol? A. In een gesprek, dat ik met een onderwijzer had, zeide deze ; de raadsleden zelve hebben jongens in hun dienst, die met hunne koeien langs den dijk loopen. 10350. V. Wij hebben dus twee factoren : deels de onverschilligheid der i ouders, deels het eigenbelang van som |
mige potentaten, die zelf de kinderen gebruiken in strijd met de verordening ? A. Ja, 10351. V. Maar lieten de burgemeester en de veldwachter, die geroepen waren voor de naleving der verordening te zorgen, dan maar Gods water over Gods akker loopen ? A. Ja. Dikwijls heb ik aan de burgemeesters gevraagd, waarom zij de verordening niet handhaven, maar dan kreeg ik ten antwoord, och dat wordt moeilijk, als de omringende gemeenten er geen hebben, want de kinderen gaan dan naar eene andere gemeente. Verschillende gemeentebesturen zijn dan ook van meening, dat alleen de wetgever hier voorziening kan brengen. 10352. V. Dat argument van de beduchtheid voor de omliggende gemeenten hebben wij ook bij een ander onderwerp dezer enquête al vernomen, maar toen werd dit aangehaald als grond, waarom men niet wilde overgaan tot het vaststellen eener verordening. Hier echter geldt het de handhaving eener bestaande verordening, en nu begrijp ik niet hoe de burgemeester, die wat ik gaarne aanneem, met u op goeden voet stond, dat tegenover u, die het schooltoezicht vertegenwooi'digdet, zoo licht kon opvatten. Die burgemeesters deden dan doodeenvoudig hunnen plicht niet. Als zij de verordening niet wilden maken, dat stond hun vrij, maar toen de verordening er eenmaal was, moesten zij haar uitvoeren ; hebt gij hen nooit eens doen gevoelen, dat de zaak zoo toch niet ging? A. Zooals ik u reeds zeide, het antwoord was altijd ontwijkend, zij kunnen den veldwachter er wel heen zenden, maar dat gaat moeilijk, zeggen zij. 10353. V. Eene bekeuring laten instellen is toch zoo moeilijk niet? A. Maar de burgemeesters hechten veel aan hunne populariteit. Zij beloven dan wel den veldwachter te zenden, maar voegen er dan dadelijk bij, dan trekken wij op de eerste vergadering de beste de verordening weder in, laat ik den veldwachter liever maar eens laten waarschuwen ! 10354 V. Art. 82 helpt dus niet. Dat is duidelijk uit uwe verklaring. Een ding moet gij echter nog eens |
26
|
wat duidelijker maken: zooals gij zelf gezegd hebt werkt in de stad Tilburg â andere getuigen hebben het ook gezegd â de geestelijkheid met uitstekend goed succes op den minderen man om hem te bewegen, dat de kinderen tot hun ISde jaar naar school gaan, en zij weten de kinderen ook van de fabrieken af te houden; maar waarom kan men door haar hetzelfde niet gedaan krjjgen op het platteland? Of, laat ik mijne vraag anders doen, want u zoudt mij nu kunnen zeggen, dat gij niet geroepen zijt om bij de geestelijkheid te gaan aankloppen, hoe expliceert u het, dat de geestelijkheid wel wist het goede doel te bereiken en het bereikte in Tilburg, en het niet deed op het platteland? A. Een laisser aller, de gewoonte, het is van oudsher zoo geweest, om de kinderen 's zomers in de velden te laten rondloopen. Of het misschien geweest is, dat men er min of meer tegen opzag om de lieden tot hun plicht te brengen, weet ik niet. Elk jaar wordt er tweemaal gepreekt, dat de kinderen trouw de school moeten bezoeken, maar het blijft daarbij, er wordt zooveel gepreekt, dat niet opgevolgd wordt. Zoo gaat het hier ook. 10355. V. U weet dus geen bepaald antwoord op de vraag te geven, waarom het goede effect wel is gebleken bereikbaar te zijn in Tilburg, maar niet op het platteland ? A. Neon, eeno verklaring weet ik cr niet van te geven. 10356. V. Dan zullen wij er verder niet over praten. Wij zullen nu maar alle gemeenten samen nemen, want of er eene verordening is of niet, komt op hetzelfde neer: voor welk werk gebruikt men in do plattelandsgemeenten die kinderen ? A. Wanneer u de vraag hadt omgekeerd, Mijnheer de Voorzitter, en gevraagd hadt: voor welk werk gebruikt men ze niet, zou het antwoord gemakkelijker zijn geweest. â 10357. V. Dus u wilt zeggen, zoowat voor alles ? A. Jft 10358. V. Met name ? |
A. Werken in den stal, rijden met paarden, aardappelen poten en rooien, den graanakker zuiveren, bij den oogst lezen, grassnijden, houtsprokkelen, eikels zoeken en, wat het kwaadste nog is, koehoeden. 10359. Y. En dat alles samen is dan wat men noemt «den veldarbeid!quot; En hoe oud zijn die kinderen ? A. Ik durf wel zeggen dat zij tusschen de 8 en 12 jaar zijn. 10360. V. Waarom zeidet gij daareven dat het koehoeden zoo kwaad was ? A. De jongens gaan dan met de koeien het veld in, gaan in het gras liggen en voeren allerlei kwajongenswerk uit. Alle hoofden van scholen hebben mij dan ook verzekerd, dat wanneer de kinderen in het najaar terugkomen, zij zeer onhebbelijk en verwilderd zijn, on de ergsten in dat opzicht zijn degenen die met de koeien in het veld zijn geweest. 10361. V. WTat zijn nu de goede kanten van die verscheidene soorten van arbeid van kinderen van 8, 'J, 10, of 11 jaar? Of zijn er geen goede kanten aan? A. Er komt een tijd in het najaar, dat het kind werkelijk voor den minderen man van groot nut is. Dan is het een zeer drukke tijd Do vader gaat werken bij vreemden, en het kind gaat met zijne moeder naar de akkers om aardappelen te rooien. Ik zou dus zeggen, dat, als in dit opzicht eenige consideratie kon gebruikt worden, het weu-schelijk zou zijn. Het geldt slechts de maanden September en October. 10362 V. Gij hebt in 18amp;4 een advies uitgebracht aan den Commissaris des Konings in Noord Brabant. Ge zult u nog wel herinneren, dat gij daarin geschreven hebt, dat de beperking van den veldarbeid tot een paar perioden in het jaar teen zegen zou wezen.quot; Verklaart gij dat heden ook nog? A. Ik ben nog altijd van die overtuiging. 10363. V. Hoe zoudt gij dat wen-schen ? A. Ik zou het liefst wenschen leerplicht. 10364. V. Wat zoudt gij willen, wat betreft het verbieden van werk voor kinderen ? A. Om het belang van de ontwikkeling der kinderen met het belang der |
27
|
ouders te vereeoigen, zou ik het werken verbieden tusschen de schooltijden en vrijlaten gedurende de vacanticn. Dan kon de vacantie met het oog daarop geregeld worden. Het is vrij algemeen dat de kinderen op Zaterdag vrij van school zijn; dat is in een jaar reeds 52 dagen. Daarbij zou de vacantie verlengd kunnenjworden en zoo aan alle redelijke bezwaren te gemoet worden gekomen. 10365. V. Dus gij zoudt die vacantie-tijden wenschen te zien vallen in de periode, waarin dit het meest overeenkomt met de eigenaardige cultuur van de streek, en de arbeid van kinderen op het veld het meest noodzakelijk is. Op die wijze acht gij het mogeljjk te combineeren het geregeld schoolbezoek en de behoeften voor den landbouw? A. Ja. In het voorjaar, wanneer gepoot moet worden is er ook nog een korte tijd, maar dit is niet zoo erg. Maar in het najaar zijn de kinderen voor den landbouw zeer noodig. 10366. V. Maar van dit alles verwacht gij geene wezenlijke resultaten, zoolang het wordt overgelaten aan den plaatselijken wetgever? A. Juist. Art. 8'2 brengt ons geen stap verder. 10367. V. Zou het geneesmiddel gezocht moeten worden in eene uitbreiding van de wet van 1874. A. Ja. 10375. De heer Baliluiauu. V. Zijnu ook andere soorten van veldarbeid bekend, waarbij kinderarbeid noodig is ? Ik weet niet of gij in de Betuwe bekend zijt met de kerseboomgaarden. Ook daar moeten in den pluktijd, als er handen te kort schieten, de kinderen medewerken. Trouwens dat is lichte arbeid Maar zijn u geen andere landbouwindustriën bekend, waarin de kinderen een deel van het jaar moeten medewerken ? Ik noem de hop-in-dustrie; of bestaat die niet in uw district ? A. In een klein gedeelte wel. Bruikbaar zijn de kinderen altijd; de vraag is echter, of zij bij den arbeid gemist kunnen worden. Ik noemde het aardappelenrooien: maar in eene andere streek kunnen de kinderen weder op een anderen tijd noodig zijn. Ik zie echter niet in, waarom dat niet gevarieerd kan worden, zoodat men in Gelderland de groote vacantie gaf als de kersen geplukt moeten worden en in de Hooge Meijerij als de aardappelen worden gerooid. |
10376. V. Ik ben het volkomen met u eens. maar veroorloof mij op te merken, dat aan Gedeputeerde Staten of aan den gemeenteraad eene zekere marge gelaten moet worden bij het bepalen van den vacantietjjd ? A. Zeker. 10377. V. Het zou dus eene wet moeten zijn met vele .dispensatiën ? A. Waarbij de bevoegheid gegeven werd gedurende '2 maanden vacantie te geven, te regelen door het gemeentebestuur in verband met het schooltoezicht. 10378. De Voorzitter; Geheel in aansluiting met wat wij zoo even bespraken, wensch ik u te vragen of in de gemeenten, waarmede gij van nabij bekend zijt, een groot aantal kinderen bestaat dat doorloopend veldarbeid doet, ik bedoel kinderen van S tot 12 jaar? A. Ja, en dat begint in do maand Maart reeds en duurt tot in de maand October; dan komen zij wel eens een dag of 8 op school, en dan blijven zij weer een maand weg, komen dan weder een paar dagen en bljjven dan weder weken weg. Zoo is de toestand algemeen; er zjjn uitzonderingen, die vóór het beweren pleiten, dat de kinderen bij den veldarbeid kunnen gemist worden. In het oog houdende dat er geen r^gel is zonder uitzondering, zeg ik: de kinderen beginnen de school te verzuimen in Maart en in April en dat duurt tot het begin van November. 10379. V. Gij hebt den toestand in , het advies, dat wij zoo even bespraken, 1 genoemd een school voor luiheid en landlooperij ; is dat nog uwe opinie ? A. Ja. vooral in de heistreek, waar de kinderen in de bosschen werken, is het eene fataliteit. 10380. V. Waarom? A. Gij begrijpt, dat de kinderen in do bosschen zonder toezicht loopen ; de jongens en de meisjes verwilderen daardoor. 10381. V. Dat zijn dus kinderen van 10 tot 12 jaar? A. Ja 10387. V. Wij kunnen nu nog wel over fabrieken en werkplaatsen spreken, ! maar dit ligt, dunkt mij. minder in den aard uwer betreTcking. Hebt gij wol- |
28
|
licht uit eigun beweging nog eenige mede-deelingen te doen die ons van nut zouden kunnen zijn? A. Ik heb nog eene enkele opmerking te maken. Zoo goed als do toestand in Tilburg is voor kinderen van arbeiders beneden de IS jaar, zoo ongelukkig is hij in mijn oog voor kinderen boven de 12 jaar. U hebt zeker opgemerkt dat de kinderen met het ISde jaar niet alleen de dagaohool verlaten, maar dan ook voor goed van allo ondwwijs afscheid nemen. Dit is zoo sterk, dat do burgeravondschool, bepaald een geluk voor Tilburg, slechts circa 50 leerlingen heeft van l'iâ14 jaar, allen kinderen van meer gegoede ambachtslieden. Maar ik geloof niet, de directeur zou het kunnen zeggen, dat er één kind van een arbeider van dat onderwijs gebruik maakt. Jaarlijks gaan, reken ik, 4Ã0 a 500 kinderen van de school af. en men moe', dus tot de conclusie komen, dat per jaar hoogstens 25 kinderen nog verder onderwijs genieten. Er zijn nog kindoren van den ambachtsman, nog iets meer dan de fabrieksarbeider, zoodat ik kan zeggen dat van 25 kinderen van den arbeidenden stand die de school verlaten, er geen enkel meer is dat onderwijs geniet, ik schrijf dat daaraan toe, dat de kinderen op de fabrieken te laat aan het werk worden gehouden. 10388. V. Gij komt juist op een punt. dat wij straks met een anderen getuige besproken hebben, namelijk dat de arbeidsuren in den avond samenloopen met de uren waarin gelegenheid gegeven is om nog eenig onderwijs te krijgen. A. Ja. 10389. V. Tot hoe laat worden zij dan in den regel op de fabrieken aan den arbeid gehouden? A. Minstens tot 8 uur; ik meen dat dat zoowat het normale uur is om te eindigen. 10390. V. En welke zijn de schooluren van die avondscholen ? A. De herhalingschool bestaat niet meer. De burgeravondschool begint, als ik wel heb, te 8 uren. Maar men begrijpt, dat kinderen die van don morgen tot den avond in do fabriek gewerkt hebben, niet veel lust meer hebben om te 8 uren nog naar school te gaan. |
10391. V. Welk zou dan het geneesmiddel zijn ? A. Beperking van den werktijd. 10392. V. Nu komen wij dus op hot fabrieksterrein. Er wordt beweerd, dat men de aankomende jongens op de fabriek niet vroeger gedaan kan geven, zonder den gang der werkzaamheden op de fabriek op schromelijke wijze te storen Zijt gjj daarvan op de hoogte ? A. Dit wordt gezegd, maar ik kan dit niet beoordeelen. 10394. V. Hebt gij over die qaaestie met goedgezinde fabrikanten gesproken ? A Ja, zij hebben mij verklaard dat het bezwaarlijk zou gaan. 10395 V. Hebt gij hun niet een denkbeeld aan de hand gegeven, dat, zoo ik wel heb, in een stuk van u van vroe-geren datum is voorgesteld, dat er namelijk genoeg aanbod is van aankomende jongens en meisjes om dat personeel eenigermate te kunnen verwisselen? A. De fabrikanten zijn op dit stuk niet zeer consequent; wel hebben zn verklaard liever geen kinderen van 12 a 14 jaar te hebben. 10396. V. Maar als er nu eens een wettelijk verbod was? Zou het thans eigenlijk niet daarop nederkomen dat niemand de eerste wil zijn om de kinderen de fabriek te doen verlaten ? A. Dat zal het wol zijn. 10397. V. Wat heeft uw goedgezinde fabrikant daaromtrent gezegd? A. De goedgezinden zijn gewoonlijk zeer decisief: zij zeggen dat het niet anders kan, dat het altijd aldus geweest is, en dat de ouderen de jongeren niet kunnen missen. 10398. V. Hebt gjj ook met slechtge-zinde fabrikanten gesproken ? A. Neen, alle fabrikanten zijn zeer humaan tegenover hun werkvolk. 10399. V. De slechtgezinden zjjn alzoo in de minderheid ? A. Ik heb hen niet ontmoet. 10400. V. Ik neem dat alles gaarne aan. Wij hebben tot nu toe omtrent Tilburg niets dan goeds gehoord, ook van u, maar juist daarom zeg ik : de menschen zijn goed, hot blijkt uit alle zaken; gij spreekt met hen en krijgt den indruk, dat het wel kan; waarom doen zij het dan niet ? A. Ik geloof uit gewoonte. Hoe wordt |
29
|
niet op vele plaatsen beweerd dat de fehuwde vrouw niet gemist kan wor-en, en te Tilburg is er geene enkele op de fabriek !ehuwde vrouw niet gemist kan wor-en, en te Tilburg is er geene enkele op de fabriek ! 10402. De Voorzitter: Dat is eigenlijk de vraag van den heer Bahlmann niet. Zijne vraag komt hierop neêr: Zouden de fabrikanten zich naar uwe meening niet heel goed kunnen fcbik-ken in een verbod om kinderen beneden de 14 jaar aan te nemen, hen overigens vrij latende om degenen, die ze boven de 14 jaar in dienst hebben, den gewonen tijd te laten werken, zooals dat in den gewonen gang van zaken te pas komt ? A. Dus gij bedoelt cm geheel en al den kinderarbeid tot het Ude jaar te verbieden. Zooals ik gehoord heb zouden de fabrikanten daar niet veel tegen hebben, maar hoofden van scholen, mannen, die toch zeer milde en vooruitstrevende beginselen hebben, hebben mij verklaard, dat het naar hunne ondervinding weflschelijk was dat de jongens niet later met den industrieelen arbeid beginnen, omdat zij in het tegenovergestelde geval minder goede arbeiders worden; daar ook het arbeiden iets is, dat in de jeugd geleerd moet worden. Naar men mij zeide, zou bet aller-wenschelijkst zijn dat de arbeid beperkt werd, zoodat jongens van 12 tot 14 jaar gelegenheid hadden 's avonds nog wat onderricht te krijgen, in wat hunne richting het meest paste; niet alleen herhalingsonderwijs, maar ook meetkunde en teekenen. Daardoor zou dan de mogelijkheid ontstaan, dat zij gelegenheid kregen zich op te werken. â 10406. De heer Goeman Borgedns : Is er in Tilburg altijd gelegenheid om Ojarige kinderen op school te krijgen? A. Ja, op het oogenblik is die gelegenheid voldoende; de scholen zijn zeer toegenomen in den laatsten tijd, vooral de bijzondere. 10406b!s. De Voorzitter; Moet ik daaruit begrijpen, dat, indien op de openbare school geen plaats is, er op de bijzondere school wel plaats is ; ik vraag dat, omdat gij uitdrukkelijk spreekt van oijzondere ⢠school ? |
A. De arbeiderskinderen gaan uitsluitend op de bijzondere school; een enkel meisje in de afdeeling Kervel, dat wat ver van de zusters woont, gaat naar de openbare school? 10407. V. Hebt gij wel nagegaan, of de kinderen, die na afgeloopen schooltijd op de fabriek komen, vrij goed ontwikkeld zijn, zoodat zij goed kunnen lezen en schrijven ? A. Hetgeen ik op de school gezien heb, zou mij doen zeggen, dat zij goed lezen, schrijven en zelfs rekenen kunnen, maar daar zij niets onderhouden, zal het zeer tegenvallen wanneer zij bij de militie onderzocht worden. Dat is een zeer betreurenswaardige toestand. â¢10408 V. Gij vreest, dat, wanneer er geen herhalingsonderwijs gegeven wordt, het geleerde spoedig zal verdwijnen ? A. Ja. 10409. V. Is u dit gebleken bij de militie ? A. Neen, maar het zal wel zoo zijn. 10410. De heer Van Alplien: Gij zgt van gevoelen, dat het wenschelijk zou zijn den arbeid der kinderen te be-peiken tot het 14de jaar, met de gelegenheid om herhalingsonderwijs te kunnen bijwonen ; zoudt u denken dat daar te Tilburg trouw gebruik van zou gemaakt worden? Dat de ouders zoodanig herhalingsonderwijs voor hunne kinderen begeeren ? A. Wanneer het op de bijzondere school gegeven werd, zou geen kind te huis blijven, en de hoofden en onderwijzers der bjjzondere scholen zouden het zeker zeer toejuichen. 10411. V. Ik vraag meer naar de gezindheid van de ouders : daarvan hangt het dan toch af? A. Och, do ouders hebben geen gezindheid; het Noordbrabantsche volk is zeer volgzaam. Wanneer het van geestelijke 7ijde aanbevolen wordt, gebeurt het ook. 10412. V. Nog eene vraag. U zeidet straks, dat van de burgeravondschool te Tilburg zoo weinig gebruik gemaakt wordt, maar zoudt u dit niet ten dcele daaraan toeschrijven, dat hét onderwijs uitsluitend technii-ch is, zoodat het voor de fabriekarbeiders als in Tilburg zjjn, de wolwevers, niet bijzonder aantrekkelijk is? Immers dezen hebben weinig te maken met meet-, schei- of natuurkunde? |
30
|
A. Wij hebben de proef ook op andere scholen genomen, maar er komt niemand bij het herhalingsonderwijs. Wanneer u echter die burgeravondschool zoo exclusief beoordeelt, oordeelt u niet juist. -104-13. V. Het was eene onderstelling mijnerzijds. A. Hoezeer dit onderwijs geapprecieerd wordt, kan uit het volgende feit blijken. Uit Oiaterwijk bijv. gaan eiken dag 12, 13 jongens per spoor naar Tilburg om dit onderwijs te genieten. 10414. De Voorzitter: Uit welken stand ? A. Uit den kleinen ambachtsstand. Ik zal dit duidelijk maken. Dit jaar hebben de kinderen van de administratie van het spoor zoogenaamde arbeidskaarten gekregen. Verleden jaar was dit niet het geval; een retourbiljet kost 35 of 40 cents, dat konden do meesten moeilijk betalen en nu waren er verschillende kinderen, die eiken avond 3 uren te voet aflegden om dat onderwijs te genieten. Nu ben ik het geheel eens, dat het wellicht voor een fabrieksarbeider minder nuttig is, maar ik zie niet in waarom een fabrieksarbeider dit ook altijd moet blijven en niet kan veranderen, waarom hij bij voorbeeld, als hij de capaciteiten daarvoor heeft, geen ambachtsman of zoo iets kan worden. i 0415. V. Wat leert men op die school ? A. De gewone vakken van het lager onderwijs, rechtlijnig en handteekenen, wiskunde en de beginselen van scheikunde. Als ik even mag doorgaan, kan ik nog een voorbeeld aanhalen. Eene weduwe uit den tamelijk goeden stand verloor haar man, en was daardoor verplicht hare kinderen op eene fabriek te doen. Die vrouw tobde en maalde, dat hare kinderen fabriekarbeiders moesten worden, en wist eindelijk te bewerken, dat zij dat onderwijs konden ontvangen. Op dit oogenblik is de een nu verver, en de ander klompenmaker, en de vrouw spreekt nog altijd over het geluk, dat hare kinderen dat onderwijs konden genieten. |
10416. V. Laat er geen de minste onzekerheid blijven bestaan omtrent de vraag, waar het eigenlijk op nederkomt. Gij wilt hebben, dat de kinderen van 12 tot 14 jaar niet verstoken zullen zijn van onderwijs. Dat acht gij noodig. Wanneer u gevraagd wordt: Wilt gij dan hebben dat er een verbod komt, om kinderen beneden 14 jaar op fabrieken te sturen ? dan zegt ge : Neen, want èn uit eigen ervaring èn uit overleg met goedgezinde hoofden van scholen ben ik overtuigd, dat een verbod aan jongens om vóór hun 14de jaar op fabrieken te gaan, leiden zou tot verkeerdheden: zij zijn dan op een leeftijd, dat zij aan arbeid gewend moeten raken en dat zij het werk moeten gaan leeren. Van een verbod van het gaan op fabrieken tot aan hun 14de jaar wilt gij dus niet weten. Gij wilt ze alzoo op de fabrieken hebben na hun 12de jaar Maar nu zegt de fabrikant : Als de jongen op onze fabriek komt tusschen 12 en 14 jaar, moet hij gelijk op en even lang mededoen met al de anderen, anders loopen mjjne werkzaamheden in de war; ik kan er mij niet bij nederleggcn om hem vroeger naar huis te enden. Dat zijn dus twee partijen tegenover elkander. Dat is een moeilijk geval. Gij wilt den jongen op de fabriek hebben om te leeren werken, en de fabrikant zegt: dat is goed, maar als hij komt, moet ik hem geheel hebben. Terwijl gij zoudt willen hebben dat hij op een zeker uur in den vroegen avond gedaan kreeg, wanneer hij intellectueel en physiek nog niet te veel afgewerkt is, om het herhalingsonderwijs met vrucht te kunnen genieten. Zoo is het probleem, niet waar? A. Ja. Ik wensch nu nog eene mededeeling te doen over eene andere industrie, die vrij belangrijk is, de schoenmakerijen. De kinderen worden door dit werk lichamelijk benadeeld. De kinderen komen op hun 12de jaar, men kan niet zeggen op den winkel, want het is in den regel een enkel vertrek. Dit is zoo in do geheele Langstraat. Die kinderen zitten van den vroegen morgen tot des avonds in eene gebogen houding met den schoen tusschen de maagstreek en de knie. Dit is zeer nadeelig voor het gestel. Meermalen heb ik gehoord dat te Oisterwijk bij jonge menschen dikwijls maagkwalen voorkomen, die later overgaan in longongesteldheden. 10417. V. Hoe oud zijn die kinderen? A. Van 12 jaar af. |
31
|
10418 V. Niet jonger? A. ^Ã0©D 10420. V. Wellicht moeten de kinderen zekere kracht voor dien arbeid hebben ? A. Het is een gebruik, dat zjj zoo jong medewerken aan het zoogenaamde draadberciden enz. Die kinderen bezoeken getrouw de school tot na hunne eerste communie, die gewoonlijk op het l'ide jaar wordt gedaan. 1Ã4'21. De heer Vau Alplieu: Moeten die kinderen hot vak leereu, of arbeiden zij om iets te verdienen ? A. Heide. 10422. V. Verdienen zij dan reeds van den aanvang af? A. Zij doen het grovere werk en verdienen daarvoor eene kleinigheid. 10423. De Voorzitter; Wij danken u voor uwe mededeelingen. Uw verhoor is afgeloopen. A. M. Sassen. Verhoor van den heer Verster. 10424. De Voorzitter: Wilt gij uw voornaam, naam, ambt en ouderdom opgeven ? A. mr. Abraham Henricus De Bal-bian Vcrster, kantonrechter te Oister-wijk, 56 jaren oud. 10425. V. Zijt gij geruimen tijd kantonrechter te Oisterwijk ? A. Sedert 1871, en vóór dien tijd kantonrechter te Boxtel. 10426. V. Gij hebt dus te Tilburg in die rechterlijke betrekking de invoering van de wet van 1874 beleefd. Hebt gij bij die gelegenheid eenige verandering in de bestaande toestanden kunnen waarnemen, of waren die van dien aard dat de wet van 1874 daartoe geene aanleiding in Tilburg gegeven heeft ? A. In Tilburg waren de toestanden reeds vroeger zoodanig, dat de kinderen vóór hun twaalfde jaar niet werkten in de fabriek. Het was eene uitzondering als dat gebeurde. In dien tijd heb ik gehad hoogstens tien processen-verbaal van vervolgingen wegens kinderarbeid; dat waren in den regel steenbakkers die misbruik maakten. Maar op de fabrieken heb ik, voor zoover ik het heb kunnen nagaan, nooit een verbaal gehad. |
10427. V. Was dat op de steenbakkerij van Smulders? A. Ja. 10428. V. Hebt gij in latere jaren ook wel eens eene overtreding te diens laste te onderzoeken gehad ? A. Ja in den laatsten tijd ook, maar hij is er nu uitgescheiden. 10429. V. Met het bakken of met het overtreden ? A. Met het bakken. 10430. V. Dus staat de fabriek stil? A. Ja. 10431. V. Hebben zich af en toe in de latere jaren nog wel overtredingen voorgedaan, die te uwer kennis zijn gekomen ? A. Neen. 10432 V. Gij zijt waarschijnlijk wel overtuigd dat dat niet ligt aan gebrek aan ijver van het politietoezicht, maar dat inderdaad de toestand in Tilburg zuiver is? A. Ik geloof inderdaad dat die heel zuiver is. Er wordt te veel toegezien door andere autoriteiten, dat er niet on-, der de 12 jaren gewerkt wordt. 10433. V. Gij bedoelt waarschijnlijk dezelfde autoriteit, die wij heden door andere getuigen meermalen en altijd op zeer loffelijke wijze hebben hooren me-moreeren, namelijk de geesteljjkhoid ? V. Die kan ook ik als zoodanig met lof vermelden. 10434. V. Gij komt als kantonrechter â en daarover bestaat reden om tevreden te zijn â weinig met de wet van 1874 in aanraking, maar de bevolking ziet gij natuurlijk in ruime mate en gij zijt alleszins in de gelegenheid om den meer of minderen -welstand op te merken onder verschillende omstandigheden. Hoe is in het algemeen uw indruk van den toestand van de fabrieksarbeiders in Tilburg? Gij zijt misschien wel in de gelegenheid geweest, om te dien opzichte eenigerlei vergelijking te maken met de toestanden elders. Gelooft gij dat de fabrieksarbeider te Tilburg relatief een tamelijk gelukkig leven leidt, tamelijk tevreden is ? A. In vergelijking met andere plaatsen, geloof ik dat men in Tilburg heel tevreden is, hoewel de toestand eenigs-zins minder is geworden. Ik zelf heb een wever van het ge- |
32
|
touw geroepen en ben daatmede een zaak begonnen. Deze -wever werkte met andere menschen voor mij bij zich aan huis. Ik heb den indruk gekregen, dat zij die thuis werken het beter hadden en ook gelukkiger waren, dan zij die in de fabrieken werkten. Dat thuis werken is echter zeer verminderd sedert de toepassing van de machines cn daarmede de huiselijkheid en de tevredenheid. Toch is de toestand te Tilburg gunstig te noemen in verhouding tot andere plaatsen. 10435. V. Dus nieftegenetaande de vermindering van bet thuiswerken is naar uw oordeel de toestand in Tilburg gunstig ? A. Zeer gunstig. 10'tSG. V, Uit welke uiterlijke kentee-kenen leidt gij dit af? A. Uit het feit ook, dat er weinig misbruik wordt gemaakt van sterken drank. De lui die achteruitgaan, maken zich daaraan meestal schuldig, reeds van .jongs af; maar zulke gevallen zijn in Tilburg uitzondering. De drankwet was voor Tilburg niet bepaald noodzakelijk, al heeft zij ook goed gedaan. 10437. quot;V. Tilburg had dus de wetten op den kinderarbeid en het drankmisbruik beide, wel kunnen missen 7 A. Dat is misschien wel wat sterk uitgedrukt. 10438. V. Welnu, dat dan daargelaten. Ik wensch echter meer bepaald het antwoord op de vraag : uit welke uiterlijke teekenen laat zich de meer welvarende toestand van de fabrieksarbeiders in Tilburg onderkennen ? Is daaromtrent geen mededeeling te doen of zijn er geen observatiën te maken ? Komt het b. v. in Tilburg voor, dat de arbeiders in bedompte, krotterige vertrekken wonen, of is dit anders? A. Over het algemeen is dat goed. De gewoonte is dat de winkeliers bij de week betaald worden, in de volkstaal heet dat een boom, dat is een heele ceel. Die boom wordt meestal betaald. Wanneer er eene schuldvordering i» te innen, komen de menschen nogal eens bij mij, zij gaan liever niet naaiden deurwaarder, want dat kost geld. Velen komen uit Oisterwijk, Haren en verschillende dorpen bij mij, als ik Donderdags en Vrijdags om half 8 des mor- |
fens op het raadhuis zitting houd, maar et is mij zeer weinig voorgekomen, dat er klachten kwamen van winkeliersschulden ; daaruit kan men zien dat het den menschen goedgaat; want anders zouden zij die schulden niet betalen.ens op het raadhuis zitting houd, maar et is mij zeer weinig voorgekomen, dat er klachten kwamen van winkeliersschulden ; daaruit kan men zien dat het den menschen goedgaat; want anders zouden zij die schulden niet betalen. 10439. V. Is u ook bekend, dat het inderdaad geen zeldzaamheid is onder de fabrieksarbeiders dat zij in een eigen woning wonen ? A. Dat zijn meest wevers. quot;10440. V. Thuiswevers ? A. Ja. 10441. V. Er was ons van ochtend â misschien is het feit u niet volkomen bekend, en waarom zou dit niet â van meer dan eene volkomen vertrouwbare zijde medegedeeld, dat het nogal frequent voorkomt dat de fabrieksarbeiders het zoover brengen dat zij in een eigen woning zitten en dat ook de arbeiders die gehuurde woningen hebben, in waarlijk dragelijke omstandigheden verkeeren, zoodat de toestanden vrij wat beter zijn dan in menige andere fabrieksstad? A. Dit laatste is waar, maar van het wonen van fabrieksarbeiders in eigen woningen weet ik niet. 10442. V. Zijn er ook verordeningen krachtens art. 82 der wet op het lager enderwijs in uw kanton ? A. Ja, drie; te Oisterwijk, Berkel en Gilee-Rijen 10443. V. Maar als ik het goed begrijp, worden die eenvoudig als niet geschreven beschouwd ? A. Ja, ik heb er nog nooit eenig effect van gezien. 10444. V. Die verordeningen bestaan dus alleen pro forma? A. Ja. U kent de dorpen niet zooals ik, die er 28 jaren heb gewoond. Er zijn vele waar onder anderen do politie nog veel te wenschen overlaat. De bewoners van vele dorpen regeeren zich gaarne zeiven, en het gaat er niet slechter om. Als ik bij voorbeeld iemand door een arbeider iets laat zeggen, dan helpt dit soms beter dan dat ik een veldwachter zend. 10445. V; Maar welke beweegredenen zijn het dan. dat aan de eenmaal krachtens art. 82 gemaakte verordeningen de hand niet wordt gehouden? |
33
|
A. Dat weet ik niet. 10446. V. Kan het zijn dat dc macht-hebbenden in die plaatsen er zelf niet mede gediend zijn? A. Ik geloof dat dit het geval is, maar ik heb er geen bewijs voor. 10447. V. Gehuwde vrouwen komen op de fabrieken in Tilburg niet'voor? A. Neen. 10448. V. Die houden zich dus bezig met hare huishouding? A. Ja. Het is mogelijk dat zij in huis noppen en pluizen en daar een weinig mede verdienen; maar in hoofdzaak houden zij zich bezig met do huishouding, en dat is oen groot element van geluk voor de arbeiders. 10449. V. Gij hebt dus bij uwe aanrakingen met het volk waarschijnlijk meermalen gelegenheid gehad, den gun-stigen invloed waar te nemen van het zijn der vrouw in do huishouding en het niet gaan werken van de vrouw in de fabrieken. A. Ja. 10450. V. Het schijnt eene lastige vraag te zijn wat voor kinderen van 12 tot 14 jaar het meest wenschelijk en tegelijkertijd bereikbaar zou wezen. Hebt gij wel eens van fabrikanten opgemerkt of zij het werken van kinderen van dien leeftijd onmisbaar achten, of hoe zij er over denken? A. Ik geloof dat zjj hen onmisbaar achten. Ik meen dat bij spinnerijen de arbeid van kinderen moeilijk gemist kan worden. 10451. V. Ja, maar ook die boven 14 jaar zijn nog kinderen. A. Het komt er op aan, hoeveel er betaald wordt. 1045'2. V. Maar het is niet hetzelfde of de handen van kinderen van 1-2 of 13 jaar of van 14 jaar het werk in de spinnergen doen? en zou het, wat het technische betreft, niet even goed zijn als men zich door kinderen van 14 jaar en daarboven liet helpen? A. Neen, dat is niet hetzelfde. Die draden aan elkander te hechten is veel beter werk voor de handen van meisjes van 10 of van 17 jaar dan van jongens van 14. 10453. V. Dus voor de techniek van het vak is het kind van 12 jaren geen noodzakelijk vereischte ? IV. |
A. Neen. 10454. V. Xu eene andere vraag. Zijt gij bekend met de inrichting van het personeel op de fabriek ? Is het waar of is het gezocht en dus niet waar, dat fabrikanten, zonder den gang hunner zaken in eene ondragelijke verwarring te brengen, zich niet kunnen vinden in eene beperking van den arbeidstijd voor het jongere personeel alleen? Zou het mogelijk zijn om jongens van 14 en 15 jaren des avonds om 5 of 6 uren van de fabriek weg to laten gaan ? Hebt gij soms wel eens over den invloed die dergelijke regeling op den gang van het fabriekswerk zou hebben, met fabrikanten gesproken ? A. Fabrikanten waren van oordeel dat de jongens niet gemist kunnen worden. Maar uit hetgeen ik van hen vernam, kreeg ik den indruk dat het meer eene quaestie van geld is dan van onmogelijkheid, want als zjj voor die jonge kinderen volwassen mannen moesten nemen, zouden dezen natuurlijk langer moeten werken. Liet men de kinderen weg, dan zou dit den fabrikant geen nadeel doen. wel het gezin waartoe de kinderen behooren, want dit zou een tantième van de inkomst missen. 10455. V. Gij hebt wellicht mijne vraag niet juist begrepen, en daarom zal ik haar herhalen. Loopt het werk in de fabrieken derwijze, dat de jongens niet een amp; twee uren vroeger kunnen gemist worden, vóór het werk van het volle volk is afgeloopen ? A. Dat geloof ik niet. -10456. V. Do jongen maakt dus naar uwe meening met den volwassen man één geheel uit ? A. Op de spinnerij ja. 10457. V. Wanneer alzoo de jongen naar huis wordt gezonden om wat te te jjaan leeren, is de volwassen man alléén niet meer in staat om het werk behoorlijk gaande te houden? A. Dat geloof ik niet. 10458. De heer Bahlmann : Gij hebt natuurlijk dikwerf omgang met fabrikanten gehad Stel u nu voor dat er eene wet komt waarbij het werken van kinderen beneden de 14 jaren wordt verboden. In dat geval zou men in plaats van jongens meisjes nemen van 16â18 jaren. Gelooft gij dat het in het alge- 3 |
34
|
meen belang der zedelijkheid wensohe-lijk zoude zijn dat dergelijke arbeid voor jongens wierd vervangen door meisjes ? A. Volstrekt niet wenschelijk. Men streeft er juist in Tilburg naar om de meisjes zoo min mogelijk met de mannen saam te doen werken. 1041)6. De Voorzitter : hebt gij nog eene andere bemerking te maken ? A. Nog iets, dat ook in verband met Oisterwijk staat. Juffrouw Jacobs heeft hier gesproken over het lange staan. Ik zou op het omgekeerde willen wijzen, namelijk op het lange zitten. |
In Tilburg zjjn meisjes bij modisten, die leerlingen heeten, maar eigenlijk in dienst zijn. Zij komen 's morgens om 8 uren, gaan van 12 tot half twee uren naar huis, om daarna tot 's avonds 8, 9 en 10 uren onafgebroken in hetzelfde locaal zittende door te werken. üok heeft men in Oisterwijk schoen-makerijen, waar jongens van 13â15 jaren, die een gulden verdienen, uren achter elkander in kleine hokjes zitten. Ik geloof dat dit kwaad is. 104Ã7. V. Dat bezwaar aangaande de schoenmakerijen zal zich ook vooral aan den kant van Waalwijk vertoonen ? A. Ja, vroeger waren in Oisterwijk veel leerlooierijen, die thans nagenoeg opgeruimd zijn. In plaats daarvan zijn de schoenmakerijen gekomen. 10408. V. Wij bedanken u vriendelijk voor uwe komst. Uw verhoor isaf-geloopen. A. H. Verster. |
ZITTING VAN DINSDAG 1 FEBRUARI 1887.
Tegenwoordig de heeren:
Vernlers van der Loeff, Voorzitter. \ Vax Alphen. Goeman Bobgesius, Onder-Voorzitter.
Bahlmann.
Smit.
Van der Si.eyden. J. ü. Veegens, Ggt; if fier.
|
Verhoor van den heer Cr. J. D. Pollet. (Verkort.) 10409. De Voorzitter: Mag ik uw voornamen, naam, beroep, ouderdom en woonplaats weten ? A. Guillaume Joseph Désiré Pollet, lid van de firma Pollet en Zonen, wollen-stoffenfabrikant, oud 45 jaar, wonende te Tilburg. 10470. V. Zijt gij al lang in de zaken ? A. Van 1857 af. 10470 V. Hebt gij een groot getal werklieden in uwe fabriek ? A. 80 volwassen mannen, 10 jongens van 15 tot 18 jaar en 15 ongehuwde vrouwen. 10473. V. Hebt gij in vergelijking met andere fabrieken, in uwe fabriek eene afwijkende verhouding wat betreft het personeel? Ik bedoel daarmede of gij minder jongens en meisjes in uwe fabriek hebt in proportie tot uw volwassen personeel dan in andere fabrieken het geval is? |
A. Ik geloof dat dit ongeveer hetzelfde is in bijna alle fabrieken ; de eene mag er eens wat meer, de andere wat minder hebben, de verhouding zal wel zoo ongeveer dezelfde zijn. 10474. V. Ik doe u de vraag daarom, omdat u, zooals gij zeidet, 80 volwassen mannen en 15 jongens van 12â18jaar hebt; nu leest men echter in het rapport van de kamer van koophandel, dat op de fabrieken werken ongeveer 3/5 volwassen mannen, lli meisjes boven de 15 jaar en V, jongens van 12â18 jaar. Daaruit zou men afleiden dat het getal jongens tot dat der volwassen mannen staat als 1 : 3 en dat is niet zoo bij u; u hebt 15 jongens en 80 volwassen mannen en uwe fabriek marcheert, zooals bekend is, uitnemend. Hoe is dat verschil te verklaren? A. Het is mogelijk dat sommigen meer jongens in het werk hebben om goed-kooper te werken. De kamer van koophandel heeft dat '/s maar globaal nagegaan, statistisch zou men het echter juist kunnen geven. 10475. V. U weet wel dat dit punt |
35
|
niet onbelangrijk is met het oog op deze enquête. Moeten wij soms aannemen, dat de andere verhouding ten opzichte van de werkkrachten in andere fabrieken om de goedkoopte is 7 A. Misschien. 10476 V. Maar u drijft uwe zaken dan toch op een anderen voet, namelijk in zoover dat u niet in dienst hebt. een zoo groot proportioneel cijfer van aankomende jongens. Kan dat niet zitten in eene andere inrichting van uwe fabriek, of is uwe fabriek normaal ingericht ? A. Mijne fabriek is gewoon ingericht. Slaat het rapport van de kamer van koophandel ook op de werkplaatsen ? -104-77. V. Ik geloof het niet. Waart gij nog lid van de kamer van koophandel toen dat rapport werd opgemaakt? A. Ik ben nog lid van de kamer van koophandel en heb indertijd aan hot samenstellen van dat rapport medegewerkt. 1047S. V. De desbetreffende passage uit het rapport luidt: »ln de fabrieken werken ongeveer 3/s volwassen mannelijke arbeiders, '/s meisjes boven de 15 jaren en Vj jongens van 12â18 jaren.quot; £n dan volgt er; «In de ambachten arbeiden alleen mannelijke, ongeveer % volwassen en 2/5 jongens van 12â'18 jaren. Vele meisjes werken te huis of zijn dienstmeid.quot; A. Het verschil kan daarin zitten dat wij hebben eene machinale weverij, waarop alleen volwassenen werken. Maar er zijn fabrieken, die eene spinnerij, eene volderij en eene kaarderij, maar geen weverij hebben, en op die fabrieken werken misschien meer jongens dan op onze fabriek. 10479. V. Om even bij dit punt te blijven, hoe expliceert gij den zoo even door mij voorgelezen zin in het rapport van de kamer van koophandel: een vijfde meisjes boven de 15 jaar, en een vijfde jongens van 12=18 jaar. Worden de meisjes onder de 15 jaar minder of in het geheel niet te werk gesteld ? |
V. Wellicht zijn er enkele meisjes van onder de 15 jaar op de fabrieken, maar meest allen zijn zij boven dien leeftijd. De jongens komen met het l'ide jaar. De meisjes onder de 15 jaar zijn in den regel te klein en te zwak om stukken op de schouders weg te dragen. De jongens hebben meer loopenden arbeid, hoofdzakelijk draadmaken, wat volstrekt niet zwaar is. 10480. V. Dat draadmaken schijnt grootendeels het werk van de jongens te zijn, dat naar het zeggen van u en ook van andere getuigen een zeer lichte arbeid moet zijn. Zijn dan daarvoor de meisjes niet te gebruiken? A. Dit wordt in Tilburg niet gedaan, en ik geloof dat dit ook beter is. De meisjes doen meer zittenden en gemak-kelijken- arbeid ; de jongens zijn vlugger, die moeten van het eene eind der spinnerij naar het andere loopen om de gebroken draden aan te knoopen ; dit gaat trouwens niet zoo goed met de meisjes-kleederen aan. De jongens dragen in den regel niet anders dan een broek en een vest, hetgeen natuurlijk gemakkelijk zit. 10481. V. Maar nu eene andere vraag. Zijn de aankomende jongens, die bij u trouwens al zeer weinig in getal zijn, reeds op een leeftijd van 12 jaren zoo onmisbaar voor het nijverheidsbedrijf ? Zou niet met den 14jarigen leeftijd bij voorbeeld eene proef te nemen zijn? A. Men moet niet uit het oog verliezen. dat in eene huishouding met 6 a 7 kinderen, waar alleen de man werkt, de ouders er reeds te voren op rekenen, dat hun kinderen, zoodra zij 12 jaren oud zijn, op de fabriek kunnen komen. Een bijslag op het wekelijksch inkomen van twee of drie gulden is dan ook eene mooie bijdrage. Bovendien is het de vraag of, wanneer men den leeftijd van 12 tot 14 jaren brengt, er genoeg arbeiders zullen zijn. De jongens kunnen dan maar twee jaren lang draadmaken. want op hun 16de jaar zijn zjj voor dat werk te groot en worden zij voor andere bezigheden gebruikt. 10482. V. Dus als ik u goed begrijp, is de aard van het werk, dat zij leeren moeten, niet zoodanig dat zij dat inderdaad alleen maar zouden kunnen meester worden als zij reeds op hun 12de jaar begonnen. Zij zouden later evengoed geschikte werklieden kunnen worden, als zij begonnen met hun 14de jaar. Maar er zijn twee argumenten, waarom |
36
|
gij het wenschelijk zoudt achten dat zij op hun 12de jaar begonnen, en dat is in de eerste plaats het belang der verdiensten van het huisgezin, en in de tweede plaats uwe behoefte aan werkkrachten. Is dat de zaak niet? A. Dat is de zaak. Als zij maar van hun 14de tot hun 1Cde jaar als draadmakers blijven, zouden zij de helft der verdiensten moeten missen. 10483. V. De jongens, die gij hebt, zijn van 12 tot 16 jaren. Daartusschen ligt een tusschenruimte van 4 jaren. Loopen er nu jongens onder, die inderdaad maar 12 jaren zijn, of geldt ook op uwe fabriek de gewoonte om ze pas met hun 13de jaar te nemen? A. Dat is naar gelang wij jongens noodig hebben. Zoodra zij hunne eerste communie gedaan hebben, zijn zij boven de 12 jaren, en dan worden zij genomen als zij noodig zijn. Zijn zij niet noodig, dan loopen zij een half jaar ledig, want zij gaan niet meer naar school, en dat is geheel verkeerd. Zij gaan dan naar het bosch en leeren er allerlei ondeugendheid. Zij gaan hout en bladeren zoeken om wait te verdienen, maar leeren er allerlei slechtheden. De jongens komen er bijeen en de meisjes ook, en dat is zeer slecht. Als do kinderen niet mochten werken vóór hun 14de jaar, zou ik er voor zijn dat zij naar school moesten gaan, dat zij dus geen straatloopers werden, want dan komt er niets meer van terecht, dan zijn ze geheel bedorven, en zeker uit een zedelijk oogpunt, want in de bosschen wordt hun niet veel goeds geleerd. Daar schuilt allerlei schuim van volk, dat niets te doen heeft, en dit werkt voor die jongens zeer verkeerd. In den regel worden de jongens aangenomen, wanneer er behoefte aan is, op hun'12de jaar of iets er over. 10485. V. Maar nu eene andere zijde van de quaestie. Gij keurt af, en dit laat zich goed verstaan, dat de jongens met hun 12de jaar van de school zouden faan, terwijl zij dan nog geen gelegen-eid zouden hebben om op de fabriek te komen, want daardoor zouden de jongens tot leegloopen worden gedwongen. Zou het echter niet mogelijk zijn, dat de jongens op hun 12de jaar op de fabriek kwamen, maar dat er dan voor hen tijd overschoot om 'g avonds nog wat te leeren ?aan, terwijl zij dan nog geen gelegen-eid zouden hebben om op de fabriek te komen, want daardoor zouden de jongens tot leegloopen worden gedwongen. Zou het echter niet mogelijk zijn, dat de jongens op hun 12de jaar op de fabriek kwamen, maar dat er dan voor hen tijd overschoot om 'g avonds nog wat te leeren ? |
A. De machines moeten blijven werken, en als de jongens een paar uren vroeger weggingen, zouden ze moeten stilstaan, zoodat ook de andere werklieden zouden moeten vertrekken, dat sluit in elkander. 10486. V. Zou daarop niets te vinden zijn? A. Alleen een maximum van arbeid voor alle arbeiders. 10487. V. Dat denkbeeld werd door u ook vóór drie jaren warm verdedigd in de kamer van koophandel; maar zouden de jongens, die gij wat ten goede wilt laten leeren, niet op eenige wijze te vervangen zijn voor die avonduren ? A. Men kan geen arbeiders bekomen voor een paar uren. 10488. V. Zou men dan die jongens niet kunnen omwisselen? A. Dat gaat niet, want die jongens zijn met het werk bekend, anderen niet. De jongens verdienen in den regel 4 cent per uur, en daarvoor komen zij niet voor een paar uren naar de fabriek; wat zouden zij dan het andere gedeelte van den dag moeten doen ? De jongens, daar wat in zit, gaan naar de Zondagsschool, waaromtrent de heer Dijkhoff beter inlichtingen zal kunnen geven. Daar zijn ook jongens, die er niets om geven en er niets geleerd hebben. Maar ik heb meesterknechts op de fabriek, die allen van werklieden afkomstig, langzamerhand opgeklommen zijn, en die goed bij de hand waren, des Zondags naar de school gingen en goed lezen, schrijven en rekenen konden. 10489. V. Maar voor u zou het toch geen overwegend bezwaar zijn, om geene jongens van 12 jaar meer te mogen nemen, wanneer de jongste leeftijd 14 jaren was, omdat gij er zoo weinig hebt ? A. Wij zouden er ons in schikken aU het niet anders kon. In elk geval zou dit beter zijn, dan wanneer de jongens slechts 8 of 9 uren daags mochten werken. 10490. V. Dus gij zoudt, om bij uwe zaak te blijven, er u wel in kunnen schikken, zoo er wettelijk bepaald v erd, dat de jongens eerst op hun dertiende of veertiende jaar op de fabriek mochten komen ? A. Ja, in elk geval liever dan dat zij |
37
|
maar 8 of O uren mochten werken, terwijl de volwassenen 1'2 tot 13 uren moeten werken. Ook liever dan dat men de jongens na hun 14de jaar niet zoo lang zoude mogen laten werken als volwassenen, omdat men anders het ba-zwaar van vervangen krijgt. 10491. V. Indien dergelijke bepaling kwam, zou dat voor u een onoverkomelijk iets zijn ? A Neen, onoverkomelijk zou het niet zjjn, maar men kan dat zoo direct niet zeggen. 1049-2. V. Met een overgangstijdperk zou het toch wel te vinden zjjn ? A. Ja. maar dan zou het voor Tilburg altijd zeer goed zijn, dat de jongens verplicht waren de school te bezoeken tot hun 13de jaar, want als zij tot dien tijd op straat loopen, dan worden zij voor hun geheele leven bedorven, want dan worden zij onwillig. 10493. V. Hoe laat komen de jongens op uwe fabriek, hoelang werken zij, hoelang hebben zij rusttijd, op welk uur vertrekken zij ? Vertel ons dat eens. A. De jongens komen in den winter 's morgens oen 8 uur en werken dan tot 's avonds 9 uur. Om 1-2 uur hebben zij een uur om te gaan eten; dan gaan zij allen naar huis. 0;n 4 uur staat de fabriek een kwartier stil, dan gaan zij bij goed weder op de plaats buiten zitten; bij kwaad weder blijven zij in de fabriek en eten daar hun boterham op met thee of koffie. Des zomers begint het werk om half zes of zes uur, op sommige fabrieken om vijf uur, en dat duurt tot 's avonds 7 a 8 uur, naar gelang van lt;le werkzaamheden, en dan hebben ze 's morgens om 8 uur ook een kwartier rust om hun boterham op te eten. 10494. V. Begrijp ik het goed, dan duurt de werktijd 's zomers 121/,, uur, zij beginnen 's morgens om 6 uur en eindigen 'savonds om 8 uur; dat is 14 uren. Daar gaan af, twee kwartieren en een uur, dus l'/a uur rusttijd; blijft over 121/2 uur werktijd. Gij hebt gezegd dat men 'szomers wel eensomSuur'smor-gens begint te werken, 's Zomers komt er dm wel eens een half uur werktijd bij ? A. Juist, 's Zomers is de maximum effectieve werktijd 12 a 13 uren, en '» winters H a 12 uren. |
10495. V. De tegenwoordige tijd is : voor Tilburg zeker ook niet best ? A. Het gaat redelijk, wij hebben niet te klagen 104913. V. Dat is gelukkig; maar het is toch beter geweest? A. Ja, vroeger was-het drukker ; soms was het zelfs te druk. 10497. V. Wat bedoelt u met »te drukquot;? A Dat de fabrieken het werk niet af konden krijgen, en er de hand mede moesten lichten om gereed te komen. Dat is echter wel 25 jaar geleden; ik herinner er mij weinig van. 10498. V. Maar het is vrij wat korter geleden, dat er fabrikanten waren die 16 uren lieten werken, in plaats van 12 of 13? Ja, er zijn fabrieken waar 10 uur gewerkt wordt. 10499. V. Wat bedoelt gij met werken? A Effectief werken, en dan is 16 uren te veel, dat is niet zooals het behoort. Gelukkig gebeurt het maar bij onkelen. 40500. V. In dat geval hebben de lui tusschen 12 en 1 uur niet vrij ? A. Neen, dan eten zij onder de hand en gaan dadelijk weder aan den slag. 10501. V. Ãn die werktijd loopt dus hoe lang? A. Zooals ik gehoord heb, want gezien heb ik het niet, van O'/a 's morgens tot 's avonds 10 uur. En dan werkt een gedeelte van het volk van 12 tot 1 uur door. Dat is te veel, op die wijze kan iemand niet gezond blijven. In drukke tjjden kan dat misschien bij andere fabrikanten ook voorkomen. 10502. V. Ja, nood breekt wet. A. Ja, als de werklieden om 10 uur naar huis gaan, dan moeten zij nog eten, dus wordt het elf uur vóór dat zij naar bed kunnen gaan; zij staan dan weer om half 6 op. 10503. V. Dan blijft er niet voel tijd tot slapen over ? A. Natuurlijk niet, die menschen werken minder met het hoofd en dan schijnt men minder behoefte aan slaap te hebben. Wanneer die menschen zoo een maand of drie gewerkt hebben, dan zien zij er bleek uit, dat kan ook niet anders, zij komen ook nooit uit. 10504. V. Ik vraag niet naar den naam |
38
|
dier fabriek, dat zou u niet aangenaam zijn, niet waar? A. Neen. 10505. V. Maar één yiaag moet gij mij nog eens beantwoorden: hoe komt het toch, dat deze ééno fabriek het zoo ontzettend druk heeft en dus wel zoo veel van het volk' moet vergen ? A. Dat zal ik u eens duidelijk maken. Wanneer het niet druk is, werkt men maar elf uur, maar wanneer er veel-commiseiën komen, dan willen sommige fabrikanten direct daaraan voldoen. In onze fabriek is eene betere tijds-verdeeling, de bestellers moeten wel wat langer wachten, maar de werklieden hebben daardoor minder te lijden. i 0506. V. Kan er in uw vak op voorraad gewerkt worden'? A. Dat gaat moeilijk, dan zouden wij soms te lang met ons goed blijven zitten. lOSOobis. V. Maar er is toch wel iets eigenaaidigs in, dat dit speciaal in ééne fabriek voorkomt? A. Ja. â¢10507. V. U lacht daarom ? maar er zal wel eene reden voor zijn ? A. Er zijn enkele fabrieken, die si intijds 14 uren werken, wanneer zij geen volders genoeg hebben; om nu het werk bij te houder, werken zij een paar nachten in de week door met de volderij. Ik vind dat zoo'n fabrikant dan maar meer volkommen moest zetten. Het is beter dat de machines stilstaan, dan dat de werklieden te lang werken. ifcOS. V. Het is dus, als ik het wel begrijp, eene quacstie van kapitaal; met wat meer kapitaal vast te leggen, zou men minder van het arbeideispersoneel behoeven te vergen? A. Juist, dat meen ik. 10509. V. U zeidet straks, toen wij over jongens spraken: Ja, zoo'n jongen van 13 a 14 jaar, die moet in de verdiensten komen, want anders is de man de eenige winnende hand. Maar de vrouw dan ? A. Als _de vrouw 5 a 6 kinderen heeft, heeft zij genoeg met het huishonden te doen. De gehuwde vrouw is in Tilburg niet op de fabriek, ik geloof geen enkele. De statistiek zou dit kunnen uitwijzen. |
Zoodra een meisje trouwt blijft zij thuis. Een enkele maal gebeurt het wel dat men zulk een meisje niet kan missen, en dan blijft zij nog ongeveer een maand op de fabriek om andere meisjes te leeren, maar die gevallen zijn zeldzaam. Dat er geen getrouwde vrouwen op de fabrieken werken, Iaat zich misschien hieruit verklaren, dat er op de fabrieken te Tilburg niet veel meisjes werken en men dus altijd genoeg meisjes voor het werk krijgen kan, zoodat er geen incompleet bestaat, dat door getrouwde vrouwen moet aangevuld worden. Dat werken van getrouwde vrouwen op de fabrieken acht ik een groot misbruik. Ik heb bijvoorbeeld op sommige fabrieken te Verviers vrouwen in hoogst zwangeren toestand zien werken in gezelschap van jonge meisjes en jongens. Dat acht ik verkeerd. 'lOólO. Y. Gij bemerkt waarschijnlijk den goeden invloed op het gezin, wanneer de vrouw thuis blijft en niet in do fabriek werkt? A. Zeer zeker. Vooreerst worden de kleine kinderen beter verzorgd, en in de tweede plaats vindt de man. van het werk komende, een goed gekookt maal en eene zindelijke woning, wat niet het geval kan zijn wanneer de vrouw op de fabriek werkt. Wanneer de vrouw thuis blijft, op de kinderen past en het huishouden ordelijk en netjes houdt, dan geloof ik dat de man ook van zelf huif elijk zal worden. Een toestand zooals elders veel voorkomt, bestaat bij ons niet. In Verviers bij voorbeeld, worden kinderen van 6 of 7 weken naar crèches gebracht; do vrouwen gaan naar de fabriek, om ze bij het eindigen van het fabriekswerk weder te halen. Dan moet het eten nog worden gekookt, het huis schoongemaakt, enz. Zulk eene huishouding kan onmogelijk goed zijn. 10511. V. quot;Wat gjj zegt, hebben wij ook van andere getuigen vernomen. De arbeiderswoningen in Tilburg zien er over het algemeen goed en netjes uit; zij zijn luchtig en zindelijk, niet waar? A. In den regel zijn het woningen zonder verdiepingen met een kleinen tuin en twee of drie vertrekken. Dooide voordeur komt men in het groote vertrek en door de achterdeur in het kleine. Die wat buitenaf wonen, houden |
39
|
dan nog gewoonlijk een varken en eene geit. Lucht is er genoeg, zoogenaamde kazernes vindt men in het geheel niet. 10512. V. Dus de algemeene toestand dien gij hier hesehrijft is in Tilburg goed ? A. Juist, Mijnheer de Voorzitter. â¢10513. V. Nog iets. Het is volstrekt geen zeldzaamheid, dat de werklieden eigen woningen hebben ? A. Het gebeurt zeer veel, dat zij, hetgeen van hun weekloon overblijft, naaide spaarbank brengen. Wanneer dit daar dan tot een voldoend bedrag gestegen is, bouwen zij meestal een huis van twee woningen. In het eene trekken zij zelf; het andere wordt door hen verhuurd, bij wijze van geldbelegging. 10514. V. Dus er zijn een aantal werklieden die geld naar de spaarbank kunnen brengen 7 A. Het zijn in den regel menschen, wier kinderen ook reeds geld verdienen. â¢10515. V. Wat verdient gewoonlijk een volslagen werkman ? A. Wanneer hij niets bijzonders is, gemiddeld f7 a f7,50 per week, voor zoover het per uur werken betreft Dan zijn er nog machinale wevers, die per streng betaald worden, en, als zij vlug zijn, f 10 tot fl'2 per week kunnen maken. 10516. V. Wanneer gij bemerkt dat zij vlug zijn, vermindert gij dan niet hot tarief ? A. Dat wordt niet licht gedaan. In jaren is het althans in Tilburg niet gebeurd. 10517. V. Dus de fabrikanten in Tilburg kunnen het aanzien, dat zulk een man door flink en vlug werken wat meer verdient? A. Dat kunnen zij goed aanzien. Misschien wordt er op de handwevers wel eens iets afgedongen, maar dat geschiedt dan door de kleine fabrikanten, niet dooide groote. Dit komt daarvan, dat de kleine moeilijk kunnen concurreeren tegen de groote, die meer kapitaal en bedrevenheid bezitten. Maar zoo gaat het tegenwoordig in alle industrieën. Men moet het ergens op zoeken. Het hangt ook af van de drukte. Als het bijv wat drukker wordt, gaan de wevers direct loopen als zij te weinig verdienen. |
10518. V. Daar wilde ik juist op komen. Gij hebt een 120 huiswevers? A. Wij noemen hen buitenwevei-B, omdat zij buiten de fabriek werken. 10519. V. Hebben die menschen dan eene inrichting van zich zeiven en voor zich zei ven ? A. Die wevers bewonen wat grooter huizen en hebben daarin eene afzonderlijke kamer, waarin 2 getouwen, soms 3 en zelfs wel 4 staan. Daar hebben zij in den regel 3 groote jongens van 20 jaren 10520 V. En werken die op stuk? A. Per streng. 10521. V. Wat verdienen zij in do week ? A. Dit hangt geheel af van de vlugheid van den werkman. Hoe sterker het garen is, hoe vlugger het werk gaat, maar wanneer men neemt garen van dezelfde sterkte, dan ziet men allicht een verschil van 30 a 40 pet. in het resultaat van den eenen werkman tegenover dat van den ander. Een wever maakt een stuk in 8 dagen, anderen doen er 12 a 13 dagen over. Een vlug werkman kan rekenen op eene verdienste' van f lO a f 12 per week, terwijl sukkelaars niet meer verdienen dan f5 a f6. 10522. V. Is het volk over het algemeen geschikt? A. Zeer geschikt en gewillig; tot nu toe heb ik er geene moeite meê gehad. 10523. V. Zijn de werklui van hun kant tevreden ? A. Wanneer zij werk hebben, zijn ze tevreden; hoe meer werk hoe liever. Het is een feit, dat de ouders er te Tilburg niet tegen op zien om de kinderen 14 en 15 uren te laten werken, eenvoudig omdat zij daardoor meer ontvangen. Ik houd het er voor, dat wanneer een maximum werkuren bepaald werd, vooral wanneer dit maximum niet te laag werd gesteld, vele misbruiken zouden worden gekeerd. Bij een maximum zouden misbruiken voor de toekomst worden vermeden, en de Tilburgsche industrie zou daaronder niet lijden, gelijk ook de kamer van koophandel aangeeft in haar verslag. 10524. V. Zoudt gij dan de buiten-landsche concurrentie niet vreezen, bij het stellen van zulke beperkende bepalingen ? |
40
|
A. Deze mogen niet te streng zijn; wanneer bijv. kinderen slechts 8 a dO uren daags inoohten werken, ware de concurrentie niet vol te houden. -10525. V. Alles moet maat houden; maar als werd verboden ii a 16 uren te werken, en daarentegen toegestaan, gelijk bij u, een arbeidsdag van 12 a 13 uren, hoe is het dan met de buiten-landsche concurrentie ? A. Die zou ik volstrekt niet vreezen. i05'2(). V. Welke zijn de kwaadste buitenlandsche concurrenten ? A. De üuitschers in bukskins en wollen stoffen, vooral de Saksers. In Saksen vooral moeten de loonen zeer laag zijn. Men heeft mij wel gezegd, dat een volwassen arbeider daar f 4 's weeks ontvangt. 10527. V. Dat alles belet echter niet dat, als de beperkende bepalingen niet overdreven werden, gij daarin geen kwaad zoudt zien ? A. Geen kwaad. â¢10528, V. Over de positie van den werkman hebben wij gesproken. Die is inderdaad, volgens u en andere getuigen, te Tilburg goed en aangenaam. Hoe is het met de zedelijkheid in Tilburg ? A. Die is vrij goed. Volgens de statistiek van het afgeloopen jaar waren er maar 10 onechte geboorten op eene bevolking van 31000 zielen. Voor eene fabrieksplaats is dit zeer gunstig. Worden meisjes door jongens bedrogen, dan is het in den regel haar vrijer. Maar in den regel, als het dan zoover is, trouwen zij; eerstens werken daar de fabrikanten zooveel mogelijk op, en dan de geestelijkheid, ik vind het niet meer dan billijk, dat als een jongen zijn kost kan verdienen, hij het meisje trouwt dat hij bedrogen heeft. Was het zoo niet, dan kregen wij meiden met kinderen loopen. De regel is, dat de fabrikant vraagt wie de gelukkige is; zegt zulk een jongen van ja, dan moet hjj trouwen of de fabriek verlaten, en dan kan hij in den regel ook geen werk meer vinden bij andere fabrikanten, 10529. V. Dus bestaat er dan bij de fabrikanten de wil om de zaak op den goeden weg te brengen? A. Ik geloof dat dit in het belang der fabrikanten is om goede werklieden te behouden. |
10530. V. Drinken zij ? A. Des Zondags ja, dan wordt wel eens een goede borrel gebruikt. 10531. V. Houden zij Maandag? A. Neen, dat kennen zij niet, wel metselaars, enz. Zoodra er een des Maandags te laat komt, en men bemerkt dat het daaraan ligt, wordt hij voor een dag teruggestuurd. Ook mag op de fabriek volstrekt geen sterke drank medegebracht worden. 10532. V. Het Maandaghouden is dus onbekend? A. Geheel en al. De fabrikanten doen hun best het tegen te houden. Van Maandag komt Dinsdag en zoo blijft men aan den gang; dat is verkeerd. 10533. V. De gebouwen zijn minder goed ingericht tegen brandgevaar, ik zal daarover niet veel vragen, omdat wij daarover reeds het een en ander gehoord hebben. Gij hebt! te dien opzichte, geloof ik, betere maatregelen genomen ? A. Wij hebben aan onze fabriek, die 50 meter lang is, twee trappen : een aan don rechter- en een aan den linker vleugel. Die trappen zijn echter meer aangebracht voor het gemak van de werklieden dan tegen brandgevaar. 10534. V. Dat bestaat toch niet overal ? A. Aan do meeste groote fabrieken zijn twee trappen Dat dit stelsel van twee trappen bij brand goed is, heeft men ondervonden toen er eenigen tijd geleden brand uitbrak in eene fabriek. die ongeveer 45 meter lang is, en waar maar ééne trap was. De menschen, die in den tegenovergestelden vleugel van de trap werkten, moesten, daar de brand in het midden uitbrak, door de vlammen loopen om de trap te bereiken. Zij gaven er dan ook de voorkeur aan om uit de ramen te springen 10536. V. En begin van brand is in Tilburg geene zeldzaamheid uit den aard van het bedrijf? A. Neen, maar het zou voor fabrieken, die eene groote lengte hebben, aanbeveling verdienen om aan de twee uiteinden trappen te hebben. 10537. V. Hebt gij ook uit eigen beweging eenige opmerkingen of mede-deelingen te doen in verband tot deze enquête ? A. Ja, zooals ik reeds zeide, indien |
41
|
er beperkende maatregelen genomen werden ten opzichte van de fabrieken in Tilburg, dan zouden die moeten gelden voor allen gelijkelijk. In Engeland bestaat eene wet voor half-time, maar dat zou bij ons verkeerd werken, omdat de controle dan te groot moet worden. Neemt men bijv. aan, dat jongens en meisjes 10 of 12 uren mogen werken en de volwassenen 14 uren, dan zouden de eersten 2 uren vroeger naar huis moeten, doch wie zou oontroleeren kunnen of dat werkelijk gebeurt? üat is bijna onmogelijk. De inspecteur zou moeten nazien of de jongens er zijn, maar die fraudeeren willen, zorgen dan wel dat zij niet te vinden zijn. Als echter voor alle fabrieken geldt, dat ouden en jongen quot;12 of 13 uur mogen werken, dan kan de inspecteur controleeren wanneer zij beginnen en wanneer zij uitscheiden. Dan geloof ik, dat het goed was, dat er een verplichte rusttijd van minstens een uur werd ingevoerd, tegen 12 uur; dat zou zeer goed werken, denk ik, vooral om het misbruik van het doorwerken te voorkomèn, als het een beetje druk is, want het doorwerken gebeurt soms wel eens op C of 7 fabrieken. 10538. V. Zou één vol uur niet een beetje kort zijn voor Tilburg, omdat de huisjes zoo ver vau elkander liggen ? A. Anderhalf uur zou ik nog beter vinden, maar ik sprak ook van minstens een uur; het zou niet schaden, want die rusttijd zou toch van don effectieven werktijd worden afgetrokken. 10542. V. Thuis-wevers, wevers, buitenwerkers, zooals men ze noemt, hebt gij er een 100, 120 in dienst. Gelooft gij, dat in die huizen of huisjes misschien de kinderen heel jong, ik bedoel beneden de 12 jaar, aan het werk gezet worden? A. üat geloof ik niet, want zij gaan naar school. 10543. Y. Hoe komt het, dat allen naar school gaan? Zit er dat zoo in bij het volk? A. Ja, èn de geestelijkheid èn de fabrikanten, die die familiën kennen, werken er zooveel mogelijk op, dat de kinderen naar school gaan en niet op straat ioopen. Daar de scholen gratis zijn. hebben de menschen er niet tegen, want de fabrikant wil ze niet hebben beneden de 12 jaar. Dat bestaat sedert 1854 of omstreeks dien tijd. |
10544. V. Kunnen de jongens en meisjes van boven de twaalf jaar over het algemeen aardig en goed lezen en schrjj-ven ? hebben zij goed geleerd op school ? A. Ja, vrij goed. Lezen kunnen zij allen heel goed, schrijven, ja ... . zoowat. 10545. Y. Gij hebt straks gezegd, als er zoo erg veel van hen gevergd werd, was hun dat wel aan te zien, maar de menschen, die tegenwoordig op de fabrieken werkzaam zijn en de aankomende jongens en meisjes, is dat op het oog een gezond geslacht? A. Ja, zij zien er tamelijk gezond uit. 10.V4G. V. Dat zal wel in verband staan met de omstandigheid, dat zij ruimere en luchtiger woningen hebben dan op andere fabrieken ? A. liet werk is niet zwaar, en, als de werktijd niet overdreven is, gaan de menschen eens wandelen, 10547. De heer liahlmniin : Behalve het rapport van de kamer van koophandel hebben wij er ook oen ontvangen van het Departement van het Nut van 't Algemeen. Daarin staan verschillende zaken, die mijns inziens geheel onjuist zijn. Er wordt onder anderen gezegd: »De schrobbelaars werken ook gedurende de schafttijden en krijgön dan overgeldquot; Ik geloof wel dat het in enkele fabrieken gebeurt, maar is het regel dat de schrobbelaars altijd in den schafttijd doorwerken ? A. Dit kan alleen plaats hebben in die enkele fabrieken, waar des middags doorgewerkt wordt, maar op andere fabrieken is dat nooit het geval. 10548. V. Gij kent de werkzaamheden, die verricht worden in de droog-kamer of in de zoogenaamde hel. Het is daar zeer warm en het werk allesbehalve pleizierig. Gelooft gij dat het werk in de droogkamer nadeelig is voor vrouwen, en dat het beter is dat werk door mannen te laten verrichten ? A. Bij ons op de fabriek wordt dat werk steeds door mannen verricht. Gewoonlijk wordt de stoom, wanneer men in de droogerij werkt, uit de droogbui-zen gelaten; dan worden de raampjes |
42
|
open gezet en koelt het vertrek af. Natuurlijk is het dan nog eenigszins warm, maar niet in die mate dat het nadeelig werkt- op do gezondheid. Wanneer de menschen in die droogkamer gewerkt hebben, dan gaan zij een half uur uitrusten op een speciaal daarvoor bestemd, niet al te koel vertrek. üp flinke fabrieken wordt zoo gehandeld. 10549. V. Denkt gij dat 13 uren staan of loopen, voor het draadmaken door jongens op 12jarigen leeftijd, de licha-lijke ontwikkeling belemmert? A. Zeker niet, wanneer zij maarniet te lang werken, anders wel. â 10550. V. Op uwe machinale fabriek werken geene vrouwen, slechts volwassen mannen aan de weefgetouwen. Er zijn echter fabrieken, onder anderen die van Ledeboer, waar, zooals ik zelf gezien heb, vrouwen aan de weefgetouwen worden gebezigd. Acht gij het niet beter dat dit werk door mannen geschiedt 7 A. De lichamelijke arbeid is niet zwaar, maar toch zou het uit een zedelijkheidsoogpunt wellicht beter zijn, dat geen mannen en vrouwen dooreen aan de weefgetouwen werkten. In Verviers werkten meestentijds alleen vrouwen aan de machinale getouwen. 10551. V. Vreest gij niet, dat wanneer de wetgever er toe overging om beperkende maatregelen te nemen, hetzij ten opzichte van den arbeidstijd, hetzij ten opzichte van den leeftijd, dat men dan in Tilburg eerder zou overgaan om vrouwen aan de machinale weefgetouwen te zetten, zooals dit te Verviers geschiedt, waar ook werkelijk goedkooper gewerkt wordt? A. Het zou mogelijk kunnen zijn, dat, wanneer de leeftijd voor de jongens van 12 op 14 jaren gebracht werd, wegens het daardoor ontstane tekort aan jongens, meer meisjes hier en daar aan het werk zouden moeten gezet worden. 1055-2. V. En gij zoudt denken, dat dit niet in het belang der zedelijkheid kon zijn ? A. Juist. 10553. V. Dus verhooging van den minimum-leeftijd voor kinderen zou, vol- |
fens u, ten opzichte van de zedelijk-eid nadeelige gevolgen kunnen hebben, omdat men daardoor te Tilburg er licht toe zou overgaan om meer arbeid van vrouwen te eischen ?ens u, ten opzichte van de zedelijk-eid nadeelige gevolgen kunnen hebben, omdat men daardoor te Tilburg er licht toe zou overgaan om meer arbeid van vrouwen te eischen ? A. Misschien wel. 10554. De Voorzitter : Gij bedoelt, dat dit het geval zou zijn, wanneer het mannelijk en vrouwelijk personeel door elkander aan het werk gezet werd ? A. Ja. 10555. De heer Balilmaiiu: Gij hebt gesproken over het half-time-system, volgens hetwelk de kinderen acht uren in de fabrieken werken en dan door eene andere ploeg afgelost worden, maar is het u bekend dat aan die fabrieken ook fabrieksscholen verbonden zijn ? A. Dat is mij onbekend, maar ik heb het aangehaald, omdat ik vind dat het voor een inspecteur onmogelijk is controle te houden, als een gedeelte van het werkvolk slechts sommige uren mag werken, en het andere meer. 10556 V. De burgemeester heeft gisteren gezegd, dat hij het aantal buitenwevers te lilburg globaal schatte op een 400. Ik heb mij terstond verbaasd over dat cijfer. Gij hebt thans medegedeeld, dat er aan uwe fabriek 1quot;20 verbonden zijn; bij Eras 200; bij Strater 80 of 100. Dus zijn wij reeds over de 400. Moet het aantal dus niet grooter zijn? Zou het wel niet 100U bedragen? A. Ik denk wel meer dan 1000; misschien 1500. Er zijn er althans zeer veel, en er zou wel eene statistiek van te maken zijn. 10557. De Voorzitter; Gij geeft een geheel globaal cijfer op. De burgemeester zeide gister uitdrukkeljjk, dat hij het cijfer slechts zeer in het ruwe noemde, zonder er éénigszins op behaald te willen worden. Ik denk dat gij ook uw cjjfer zoo beschouwd wenscht te hebben ? A Ja, want het zou meer en minder kunnen zijn. 10558. De heer Van der Sleydeu: Wij hebben zoo even vernomen, dat jongens van 12 jaar op de fabriek komen en dan verder geen onderwijs meer genieten. Nu wensch ik te vragen of de arbeiders, die daaruit groeien, voldoende ontwikkeld zijn met het oog op hetgeen zij te verrichten hebben, of dat gij het beter zoudt vinden dat die jongens ook op lateren leeftijd onderwijs genoten en |
43
|
daardoor beter geschikt werden voor hun werk ? A. Voor het gewone werk zjjn zij voldoende ontwikkeld. Maar zit er wat in en hebben zij de ambitie om later meesterknecht te worden, dan is het goed dat zij wat meer leeren. Maar zij, die deze begeerte hebben, gaan naar de Zondagsschool, waar sommigen zelfs blijven tot hun SSste en 30ste jnar â 10559. V. Ik had het oog op den gewonen arbeider, die arbeider is en blijft. Is voor dezen het onderwijs, dat het kind tot zijn l'ide jaar heeft ontvangen, voldoende en ontwikkelend? A. Ik geloof dat de gewone werkman dan eene voldoende ontwikkeling heeft ontvangen. Hij kan lezen, schrijven en wat rekenen. Al die groote geleerdheid is voor zijn vak niet noodig. 10560. V. Het komt mjj voor dat er nog geen sprake is van het opdoen van froote geleerdheid, wanneer voor het ind tusschen de 12 en 14 jaren de gelegenheid wordt geopend het vroeger geleerde in schrijven en rekenen te onderhouden, of zijn bevattingsvermogen nop wat te ontwikkelen. Nu ziet men dikwijls de treurige gevolgen, wanneer op l-i jaren alle onderwijs eindigt, want het gebeurt dat de jongens op 20 jaren niets meer weten van wat zij geleerd hebbenroote geleerdheid, wanneer voor het ind tusschen de 12 en 14 jaren de gelegenheid wordt geopend het vroeger geleerde in schrijven en rekenen te onderhouden, of zijn bevattingsvermogen nop wat te ontwikkelen. Nu ziet men dikwijls de treurige gevolgen, wanneer op l-i jaren alle onderwijs eindigt, want het gebeurt dat de jongens op 20 jaren niets meer weten van wat zij geleerd hebben A. Wanneer de fabrieksarbeider later een bepaald ambacht wil leeren. dan ware meer onderwijs nuttig, maar dit acht ik voor den gewonen arbeider on-noodig. 10560 bis. V. Wij hebben gehoord dat de meisjes eerst op haar 15de jaar in de fabriek komen ; ik meen echter dat zij reeds op het 12de jaar de school verlaten; wat doen zij dan tot haar 15de jaar ? A. Zij helpen de moeder in het huishouden, gaan naar de naaischool of worden kindermeisjes. 10561. V. Heeft de overigens loffelijke gewoonte, om aan te dringen op het sluiten van een huwelijk wanneer er omgang tusschen arbeiders en arbeidsters bestaat, niet het gevolg dat vele vroege en ontijdige huwelijken in Tilburg worden aangegaan ? |
A. Ik zeide reeds dat de fabrikant op het sluiten van het huwelijk aandringt, als de jonge man den kost verdient ; is dit laatste niet het geval, dan wordt het huwelijk gemeenlijk ontraden door den fabrikant. Een jongmensch van 20 jaren verdient al een aardig geld. 10562. V. Dus meent gij. omdat men weet waarop het staat, dat men zich eenigszins in acht neemt ? A. Dat is moeilijk te beantwoorden. Als men het vooruit wist, zou men het niet doen. 10563. V. De quaestie is deze : worden vele huwelijken te vroegtijdig aangegaan, ja dan neen ? A. Ik geloof niet te vroeg; als zij op hun 22ste of 238te jaar trouwen, is dit beter dan dat zij blijven loopen. Alleen komen er dan meestal veel kinderen. Voor de ouders is het een harde tijd tot de kinderen grooter worden, vooral wanneer het hnisgezin talrijk is. Maallater als de kinderen grooter worden, beginnen de ouders er bovenop te komen Daarom zou het misschien niet goed zijn, 14 jaren verplichtend testellen, daar de ouders het geld van die kinderen vóór dien leeftijd zouden moeten missen. Voor de toekomst van de jongens zal het niet schaden, want het lezen, schrijven en rekenen zal er dan beter inzitten. 10564. V. Ik meen van u vernomen te hebben, dat gij een werkelijken duur van 12 a 13 uur niet te lang acht. Toch is dat meer dan in andere fabrieksstre-ken gebruikelijk is, ik meen dat elders de werkelijke arbeid niet meer bedraagt dan 10 a 11 uur. Hebt gij wel eene vergelijking gemaakt tusschen de toestanden in Tilburg en elders, en meent gij dat het werk in Tilburg zooveel lichter is dan elders? A. Do arbeid in Verviers is in den regel ook 12 uur en langer. Daar zijn sommige fabrieken, waar's nachts doorgewerkt wordt; daar heeft men twee ploegen, die ieder 12 uur werken.'s Middags gaat daar natuurljjk een uur af. 10565. V. Gij maakt steeds eene vergelijking met Verviers, waai om niet met Nederlandsche toestanden? A. Ik maak eene vergelijking met Verviers, omdat daar ongeveer hetzelfde fabrikaat is als in Tilburg. De Twentsche nijverheid laat de weverijen slechts 10 |
44
|
a 11 uur werken, maar het zijn; naar 1 ik verneem, ook weverijen en geen spinnerijen. De weverij is een arbeid, die nog al oplettendheid vereischt, dus zou 13 uur werken wel wat vermoeiend zijn. 10566. V. Gij zijt dus van meening, dat het werk te Tilburg minder afmattend is en daarom langer kan volgehouden worden ? A. Gedurende 12 of 13 uren kunnen zij het best volhouden. Ik heb eens eene statistiek opgemaakt van eene machinale weverij, waar 14 uren gewerkt werd, loopende over twee maanden. Het volgende jaar werd er 12 uren gewerkt, en maakte ik weer eene statistiek op. Bij vergelijking bleek mij, dat bij den 12urigcn werktijd evenveel werd afgeleverd als vroeger bij den 14urigen. Dat lag daaraan, dat de men-schen, die 12 uren werkten, vol ijver waren, omdat zij per streng betaald werden. Degenen, die 14 uren werkten, werden moe en werkten flauw. 10367. V. Daaruit volgt, dunkt mij, dat, volgens u, 12 uren de maximum-tijd is gedurende welken gewerkt mag worden ? A. Wanneer men een maximum stelt, moet men het niet te laag nemen. Het kan toch gebeuren, dat er langer dan 12 uren moet gewerkt worden, bijv. wanneer eene fabriek extra werk heeft. 10568. V. De heer Goeman Borge-sins: Zijt gij ook bekend met de spinnerijen en weverijen in Twenthe? A. Neen in het geheel niet'. 10569. V. üan vrees ik dat gij de vraag, die ik u wilde doen, niet zult kunnen beantwoorden. Het is mij bekend, dat in Twenthe, althans in Enschedé, de jongens bij groepen van de fabriek uit, enkele uren naar school gaan, en dat terwijl de arbeid op de fabriek doorgaat. Hoe schikt men dat daar ? Gij toch verklaart de jongens zelfs niet voor een paar uren te kunnen missen. In Twenthe schijnt men daar iets op gevonden te hebben, want in Enschedé wordt de fabrieksschool door de jongens van alle of van bijna alle fabrieken bezocht. Hoe kan dat? A, In Twenthe heeft men uitsluitend spinnerijen en weverijen ; die takken van industrie z[jn daar geheel afgescheiden. |
Nu meen ik dat de spinnerijen voor het grootste deel kinderen in het werk hebben. Misschien zijn de zaken daar er op ingericht de machines te kunnen laten stilstaan, zoolang de kinderen naar school zijn. In Tilburg is het work echter zeer verschillend. Weverijen, spinnerijen, alles vindt men daar bij elkander. Wanneer in Tilburg een gedeelte stilstaat, moet alles stilstaan, misschien is dat in Twenthe een geheel ander geval; daar is, naar ik vermeen, eene fabriek uilsluitend spinnerij of wel uitsluitend weverij, maar in Tilburg zou zoo iets niet mogelijk zijn. â¢10574. V. Zijn in Tilburg de fabrieksarbeiders allen in ziekenbussen? Hoe gaat het met de arbeiders zelf en met hunne gezinnen, in tijden, dat de man, ten gevolge van ziekte, niet voor zijn gezin werken kan? A. Er zijn enkele arbeiders in ziekenfondsen, maar niet zeer velen. In de grootste fabrieken krijgen de arbeiders, bij ziekte of ongeluk, in den regel de helft van hun weekgeld uitbetaald. Dit geldt echter niet voor kinderen, want die hebben die behoeften niet. 10575. V. Gij zegt daar: in den regel: bedoelt gij daarmede, dat die uitbetaling bij ziekte in sommige fabrieken wel, en in andere niet plaats heeft ? At Ja 10576 V. Dus er zijn in Tilburg fabrieken, waarvan de eigenaars geen notitie nemen van hunne zieke werklieden ? A. Zeker. 10577. V. Maar wat wordt er van den werkman, wanneer hij eindelijk weg moet omdat hij versleten raakt? A. In de meeste fabrieken worden de arbeiders, als zij 40, 50 jaren daar gewerkt hebben, gepensionneerd; als zij volstrekt niet meer kunnen werken, op 70-, 80 jarigen leeftijd, krijgen zij hun halve weekgeld. Maar dikwijls komt het voor, dat een werkman niet meer geschikt is voor zijn gewone werk; dan geeft de fabrikant hem wat lichter arbeid; hij verdient dan wel wat minder, maar de man is er toch tevreden mede. Dat is ten minste de handelwijze op flinke fabrieken. 10578. V. Wanneer ik het dus goed begrepen heb, is het eene uitzondering, |
|
wanneer oude werklieden ten laste van het armbestuur komen? A. Dat zijn uitzonderingen. 10579. V. Gij apraakt Jaar van werklieden van 70, 80 jaren. Mag ik daaruit opmaken, dat bij dien arbeid die leeftijd dikwerf wordt bereikt ? Door getuigen hebben wij voor andere industrieën hoo-ren verklaren dat een man van 50 jaren eene uitzondering was. In den regel werden zij tusschen 40 en 45 jaren sukkelachtig, en veel verder brachten zij het niet. Geldt dat ook voor Tilburg? A. In den regel niet. Wanneer een werkman niet meer geschikt is voor het zwaarste werk krijgt hij ander. â¢10580. V. Statistieken hebt gij niet? A. Die bestaan niet. Enkel is uit de bevolkingsstatistiek op te maken dat het sterftecijfer in Tilburg zeer laag is. 10581. V. Staat u op het oogenblik een bepaald cjjfer voor den geest ? A. Dat niet, maar zooals ik reeds zeide, door de bevolkingsstatistiek na te gaan is mij gebleken, dat Tilburg tegenover andere plaatsen een betrekkelijk laag sterftecijfer aanwijst. Dezer dagen sprak ik echter dr. Van der Heyden, een zeer knap geneesheer, die, op mijne bemerking omtrent het lage sterftecijfer, er op wees. dat daarentegen het ziektecijfer in Tilburg hoog was. Dit wordt voor een gedeelte toegeschreven aan het slechte drinkwater. '1058quot;2. V. Dan wil ik u eene meer preciese vraag doen, dien ge waarschijnlijk wel zult kunnen beantwoorden. Hoeveel werklieden boven de 50 jaar hebt gij in uwe fabriek ? A. Dit zou ik eens moeten nagaan. Er zijn er nog al veel. 10583. V. Kunt gij het niet ongeveer opgeven ? Het kan natuurlijk een enkel jaar verschillen; maar hebt gij geen gegevens daaromtrent? A. Ik heb er misschien wel 25; maar het kan iets meer of minder zijn. 10584. V. Ik wenschte alleen eeniger-mate de verhouding te kennen tusscnen uw geheele getal werklieden en het getal van hen boven de 50 jaar, want ofschoon men daar natuurlijk geen conclusie uit mag trekken voor de andere fabrieken, geeft het toch eenige aanwij-zing. |
A. Een' fabrieksarbeider begint in den regel op zijn 12de jaar, en is hij tOjaar oud, dan heeft hij reeds bijna 40 jaar gewerkt. Men laat zoo iemand niet gaan, maar houdt hem. Ik geloof, dat in dat opzicht do geest, die tusschen patroons en werklieden heerscht, zeer goed is. 10585. V. Hoe gaat het met de oplegging van boeten ? Is daar bijv. op uwe fabriek een reglement voor, waarbij dat geregeld is ? A. Wanneer de werklieden eene fout in een stuk maken, wordt hun een bagatel afgetrokken, opdat zij het niet meer zouden doen; maar het wordt zeer zelden toegepast. 10586. V. Als dat moet geschieden, doet gij het dan zelf, of laat ge het aan de bazen over ? A. Altijd zelf; het wordt nooit aan de bazen overgelaten. 10587. V. Worden voor het te laat komen geen boeten opgelegd? A. Als het een enkele maal gebeurt dat de werklieden te laat komen, dan ontvangen zij eene waarschuwing. Gebeurt het evenwel meer, dan worden zij eenvoudig een halven dag naar huis gezonden. In den regel zijn het de/.elfde personen waarmede dit gebeurt. IOüSD. De heer Bahluianu: Zijn er op uwe fabriek, evenals bij den heer Eras, ziekenfondsen, waarvoor de werkman 2. 3 of 4 centen van den gulden bijdraagt? Die centen gaan dan in een fonds, waaruit het ziekengeld betaald wordt en waarvoor ook de patroon wat bijdraagt. A. Neen. 10590. V. Dus in geval van ziekte wordt de helft van het loon uit do kas van de fabriek betaald ? A. Ja. 10591. V. Zou het wenschelijk zijn dat daaromtrent eene wettelijke regeling werd gemaakt ? A.Ja. 10592. V. Ik doe de vraag, omdat door industrieelen uit Maastricht en anderen daarop werd aangedrongen. A. Bedoelt gij eene gemeentelijke kas? 10593. V. Ik bedoel eene wet, waarbij fabrikanten en arbeiders werden ver- i plicht tot het instandhouden van ziekenen ondersteuningsfondsen, gelijk in Duitschland eene wet ten aanzien van ongelukken bestaat. |
46
|
A. Zoodanige wet zou goed en niet goed kunnen werken. Stel dat een arbeider 20 jaren aan eene fabriek en aan oen ziekenfonds bijgedragen heeft; hij verlaat die fabriek ; heeft hij nu al dan niet recht op het door hem bijgedragen geld? Zoo ja, dan moet het worden uitgekeerd, en op die wij ze zou het fonds te niet gaan. 10594. V. Gij hebt dus bezwaar tegen de regeling van dergelijke zaak, omdat zij tot groote moeilijkheden zou leiden; niet echter uit beginsel? A. Neen. 10595. Do Voorzitter: Hebt gij ons verder nog iets mede te deelen ? A. Neen, Mijnheer de Voorzitter. 10596. V. Uan danken wij u voor uwe inlichtingen. G. Pollet. Verhoor van den heer C. Eras# 10597. V. Mag ik uw voornaam, naam, ouderdom beroep en woonplaats weten ? A. Cornelis Eras, oud 60 jaar, fabrikant in wollen stoften te Tilburg, onder de firma H. Eras en Zoon. 10598. V. Dagteekent die firma van uwen vader ? A. Neen, mijn vader was kleermaker ; de zaak dagteekent van 40 jaar en ia door mij opgericht. 10599. V. Gij kent dus de zaken in Tilburg door en door. Hebben er in den loop dier jaren groote veranderingen in de fabrieken aldaar plaats gegrepen ? A. Zeker. Toen ik in de fabriek kwam, hadden wij één of twee stoommachines. Doch Tilburg is verder en verder opgeklommen, en wat men vroeger met de' hand werkte, is later alles machinaal gegaan. 10Ã00. V. Hetgeen niet belet dat een groot aantal werklieden buitenwerkers zijn? A. Ja, vooral wevers. Wij hebben bijv. 360 werklieden, en daarvan zijn zeker '200 buitenwevers en 20 vrouwen die thuis werken 10601 V. Das de helft van uw personeel bestaat uit buitenwerkers? A. Ja, sommige fabrieken hebben echter moer binnen- dan buitenwerkers. |
10602. V. Die menschen, die bij zich aan huis werken, gebruiken die de kinderen al op zeer jeugdigen leeftijd voor het werk? A. Op het 12de of 13de jaar. 10603. V. Niet vroeger ? A. Als ze de eerste communie gedaan hebben, op het 11'/«de of 12de jaar, dan gaan de kinderen reeds op den weefstoel zitten ; dat zijn in den regel de besten en zij lijden er niets door. 10604. V. Dat is eene tweede beschouwing. Gaan zij overigens tot de tweede communie trouw school? A. Ja, in den regel wel. 10605. V. Hoeveel werklieden hebt gij aan uwe fabriek ? A. Ik heb 137 werklieden, waarvan 114 mannelijke en 23 vrouwelijke. De mannelijke werklieden bestaan uit 79 mannen, 12 jongens van 10â18 en 23 jongens van 12â16; ongehuwde vrouwen 22 en één meisje onder de 16 jaar. 10607. V. Zijn de jongens, vallende in de door u genoemde rubriek van 12â16, meerendeels beneden de 13 of 14 jaar, of daar boven? A Er zijn jongens bij beneden de 13 jaar. 10608. Vr. Maar het leeren van het vak is niet van dien aard, dat zij het, wanneer zij later begonnen, het niet goed zouden leeren ? A. Dat zou geen hinder doen. 10609. V. Zij kunnen dus het vak wel leeren ook als zij wat later beginnen. En uit het belang van den fabrikant bezien, is het toch ook niet precies noodig dat de jongens 12 jaar zijn als zij beginnen. A. Neen, dat kan evengoed 13 zijn. 10611. V. Hoe laat komt het volk aan de fabriek ? A. In den zomer om 5 uur, en dan werken zij met een tusschenpoozen van S'/j tot 9 uur voor rust en ontbijt, aan een stuk door tot 12 uur. Dan gaan zij schaften. 10612. V. Ja, tot één uur. En om 1 uur komt de rest en dan wordt er gewerkt tot? A. 8 uur, half 9, maar acht uur is de gewone tijd; als het heel. druk is, wordt het wel eens een half uur later. |
47
|
Bovendien is er rust van 4 uur tot half 5. 10613. V. Dus dan blijven er 13 a 14 uren werktijd over ? A. Ja, in den zomer. 10614. V. Laten wij nu den winter eens nagaan. Hoe laat komen de werklieden des winters op ? A. Om 8 uur; ook wordt er wel eens een uur vroeger met licht gewerkt, en dan van 1 tot 9 of half tien. 10615. V. Maar daar gaat in den achtermiddag nog een half uur af A. Ja. 10616 V. Dus dat wordt dan weeleen werktijd van een uur of 13? A. Ja, wij hebben in den zomer van 13â14 uren werktijd en 's winters van 1'2â13. Daar zijn nu kinderen van 12â13 jaar die een uur minder werken, omdat zij hun werk toch af kunnen ; bij de jongens van 10â18 hangt het er van af welk soort van werk zij doen. 10617. V. Wanneer u zegt, dat die jongens een uur minder werken, dan wil dit niet zeggen dat zij vroeger uitscheiden en heengaan ? Zij blijven immers even lang op de fabriek ? A. Neen, zij gaan eerder .weg. 10618. V. Dus u weet dan uwe zaken gaande te houden, terwijl het jeugdige personeel al naar huis is ? A. Ja, de machine loopt onder voor de wolwerkers en boven voor de spinners. Is nu beneden zooveel gedaan dat de spinners boven het werk kunnen bijhouden, dan draaien zij het licht uit en gaan heen, dat is ten voordeele van den fabrikant. De spinners werken per streng en de jongens gaan gelijk met hen op, maar worden betaald per uur dat de fabriek draait. Zij werken dikwijls 2 tot 3 uur minder als er veel wol in bewerking is. 10619. V. Dus als algemeene regel wordt gerekend, voor de jongens, in den winter een werktijd van 11â12 uur en in den zomer van 13â14 uur? A. De doorsnede is, 11â12 en 13â14 uur. Wanneer men bij voorbeeld 40 werklieden heeft, dan gaan er gemiddeld een tiental vroeger heen; dat komt door de kleine jongens die vroeger gedaan hebben. t |
10620. V. Er blijft dus voor die jongens al zeer weinig gelegenheid over om des avonds naar eene school te gaan en iets te leeren, vooreerst omdat zij er geen tijd voor hebben en in de tweede plaats omdat de jongens te veel afgewerkt zijn om op de schoolbanken te gaan zitten ? A. De jongens zijn blijde wanneer zij des avonds thuis zijn. 10621. V. Dus die jongens leeren niets meer dan wat zij tot hun 12de jaar op school geleerd hebben? A. Er zijn nog Zondagsscholen, 10022. V. Maar buiten die Zondagsscholen kunnen zij niets leeren ? A. De jongens waar wat in zit oefenen zich nog wat of nemen les. 10623. V. Wat verdienen die aankomende jongens van 13, 14, 15 jaren bij u in de week ? A. De jongens van 12â16 jaren verdienen van f 2,50 tot f 3, en die van 16â18 jaren van f 3,50 tot f 5,50. 10624. V. Dat is dus het gemiddelde werkloon voor die jongens? A. Ja. 10625. V. En de volwassen man van f 7,50, tot f 10? A. Die verdienen f 7,50, f 8 tot f 10 toe. 10626. V. De buitenwerkers verdienen wellicht wat meer? A. In den regel verdienen zij minder dan de fabrieksarbeiders. Zij hebben niet zoo geregeld eiken dag werk, en al is dit het geval, verdienen zij toch minder, omdat zij niet zoo doorwerken. Wanneer een wever op de fabriek f10 en met thuis weven f 8 kan verdienen, zal hij toch dit laatste verkiezen, omdat hij dan meer vrijheid heeft. Willen zij een dag in hun tuintje werken, dan doen zij het, maar op de fabriek moeten zij op uur en tijd zijn. 10628. V. De arbeiderswoningen in Tilburg zijn over het algemeen nog al netjes niet waar? A. Ã ja, geheel anders dan in andere fabriekssteden. Velen hebben een klein tuintje. 10629. V. En hebben vele arbeiders ook een eigen woninkje? A. Ja, Ik ben nog zeer tegen het doorwerken 's middags, dat in Tilburg veel geschiedt. Wanneer de fabrikant |
48
|
het druk heeft, dan blijft de machine doordraaien tusschen twaalven en éénen, en moet de werkman zijn middagmaal onder het werk door opeten. Dit keur ik ten zeerste af. Bovendien ben ikzelf werkman geweest, en nu heeft mijne ondervinding mij geleerd, dat het voor den fabrikant ten slotte toch niets uithaalt. Hetzelfde geldt voor het nachtwerk. Dat alles kan slechts dienen om het aantal ongelukken te vermeerderen, terwijl do fabrikant slecht werk krijgt. Men moet toch niet vergeten, dat de menschen, die moeten doorwerken, toch reeds den geheelen dag gebonden zijn. Zij v die aan den volmolen staan, moeten zelfs, wanneer zij naar achter moeten, een buurman vragen om op te passen. 10631, V. Hoeveel uren op den dag dus achter elkander? A. Gewoonlijk van 5 uur 's morgens tot 8 of 9 uur 's avonds aan één stuk. Ik weet niet, of zij dan 's morgens een half uur hebben gehad om te schaften. Maar ik keur dat doorwerken af. Sommige fabrikanten zeggen dat dat beter is dan dat die menschen door do zon loopen; maar die menschen willen ook wel eens de open lucht hebben. 10636. V. Getrouwde vrouwen werken niet in de fabrieken ? Dat vindt gij zeker goed ? A Ja, hoe minder vrouwen in de fabrieken hoe beter. 10640. V. Als het volk in uw dienst oud wordt, wat doet gij er dan mede wanneer zij niet meer kunnen werken ? A. Die worden door weldenkende la-brikanten geholpen. Zelfs wanneer een werkman wat minder goed is geweest, helpt de fabrikant toch. Ook krijgen zjj dan wat van de Conferentie van de St, Vincentius-Vereeniging. Wij hebben een fonds waarin de werkman van i tot 6 centen per week kan bijdragen. In geval van ziekte ontvangt hij evenveel gulden per week ondersteuning als hij centen per week heeft gestort. 10641. V. Hoe is dit fonds ingericht ? A. Dit fonds is tien jaren geleden door ons opgericht; wij hebben daarvoor f 300 a f 400 bijgedragen, maar wij verklaarden daarmede vrij te willen zijn. Tot nu toe is dit fonds altijd goed gegaan, want men heeft altijd geliover gehad. |
10642. V. Er schijnt in dat fonds ruimte gelaten te zijn voor de deelneming ? A. De werkman kan er zich inkoopen voor wat meer of wat minder. Van de 20 werklieden treden minstens 19 toe. Wij vragen hen niet of zij dit willen doen, zij moeten het op het kantoor komen vragen. 10643. V. Hun wordt dus in dat opzicht geen dwang aangedaan, maar de menschen zijn met de toetreding gediend ? A. Juist. 10644. V. Hoeveel wordt gewoonlijk ingelegd ? A. Een gehuwd man die f6 a f7 per week verdient komt meestal tot het volle bedrag. Ik geloof niet dat er vier zijn, die niet toetraden. 10645. V. Beheert gij dat of zij ? A. Neen, de man die in de week bij het volk loopt, houdt de centen in en duwt ze in de bus. 10646. V. Maar zoolang het onbeheerd in die bus is, werpt het geene rente af 7 A, Neen, het wordt ook niet op rente fezet. Met kerstmis worden er voor hen rooden gebakken, soms een zeshonderdtal, omdat het fonds te veel geld heeft. Menschen die genoeg verdienen, weigeren dat brood, zoodat het gebeurt dat één man, 6, 7 brooden krijgt. Als men hun geld geeft, neemt dat iedereen Dit is iets wat goed werkt.ezet. Met kerstmis worden er voor hen rooden gebakken, soms een zeshonderdtal, omdat het fonds te veel geld heeft. Menschen die genoeg verdienen, weigeren dat brood, zoodat het gebeurt dat één man, 6, 7 brooden krijgt. Als men hun geld geeft, neemt dat iedereen Dit is iets wat goed werkt. 10647. V. Gebeurt dit op de meeste fabrieken ? A. Daar zijn er meer, doch niet velen. 10649. V. Gebeuren er wel ongelukken in uwe fabriek met de machines ? A. Eenmaal is er een man gevallen en gestorven; tweemaal heeft er iemand eene verwonding gekregen. 10651. V. Bestaat daar ook een of ander fonds voor om daarin te voorzien, of wordt dat aan u overgelaten ? A. Er bestaat geen fonds voor, maaide weldenkende fabrikant zorgt voor de weduwe en kinderen, dat zij hun brood verdienen kunnen. 10652. V. Vervallen die menschen dus niet aan de armen 7 A. Niet licht. 10653. V. Is dat in 't algemeen zoo in Tilburg? A. Ik geloof, dat dit bij de meeste weldenkende fabrikanten zoo is. |
49
|
10654. V. De geest van de fabrikanten tegenover het volk en van het volk tegenover de fabrikanten schijnt in Tilburg nog al goed te zijn ? A. Ik geloof dat die in Tilburg zeer goed is. Maar dat ligt nog al veel aan de patroons zeiven. 10656. V. Wat bedoelt gjj daarmede? A. Als de lieden goed behandeld worden. maken zij het vanzelf goed. Ue werkman moet voor den fabrikant het werk verdienen, zelf kan hij het niet. Als men zelf werkman geweest is dan weet men er alles van. De toestand in Tilburg is goed. 10657. V. Gij zegt het en alle getuigen voor u zeiden het eveneens. Het is inderdaad zeer aangenaam om dat te hooren. Dus gemor, geklaag en verzet bestaat er niet. En de lui zoo maar wegjagen, aan den dijk zetten, gebeurt ook niet? A. Neen, dat wordt niet lichtelijk gedaan. Er ontbreekt niets anders aan, dan dat er meer werk kon zijn. 10C58. V. ik moet toch zeggen dat, te rekenen naar de uren, die de lui met werken mogen doorbrengen, er nog al voorraad van werk schijnt te zijn. Kon er nog wat bij ? A. Tilburg moet het werk te moeilijk zoeken. Alle winkels die in Tilburg opkomen doen in gebreid goed of in kleeren. De gemeente zou eens zoo groot zijn als de vreemden behandeld werden als wij; als wij gelijke rechten hadden. Voor ons land is gemaakt een kanaal van invoer en niet van uitvoer. Als op het goed geen â 15 pet. te heffen is, is het de moeite niet waard er aan te beginnen. Bovendien werken de Duitschers voor minder loon, dan hier te lande uitbetaald wordt. 10659. V. Laat ons niet te ver van huis gaan en bij de eigenlijke zaken blijven. Een kwaad ding schijnt in Tilburg nog te zjjn het gevaar bij brand in de fabrieken ? A. Dat is niet tegen te spreken. De meeste fabrieken hebben slechts één trap. Wij hebben ook al, uit ondervinding geleerd, buiten een houten ladder aangebracht. 10661. V. Dat kwaad is dus een van de weinige verkeerde dingen in Tilburg ? IV. |
A. Ja; de meeste fabrieken hebben maar één uit- en ingang. 10662. V. Maar daarin wordt, omdat men er het verkeerde van inziet gaandeweg verbetering gebracht? A. Natuurlijk, nu de zaak meer en meer besproken wordt is de aandacht meer op dit punt gevestigd en acht men zich verplicht voorzorgen te nemen. Dat was vroeger zoo niet. Men dacht er niet aan, omdat er niet over gesproken werd, nu wordt vanzelf daartoe meer opgewekt. 10664. De heer Balilmauu : Wordt er op uwe fabriek nog gebeden bij het begin van het werk? A. Dat. wordt tweemaal daags gedaan, des morgens en des middags. 10665. V. Weet gij of dit op meelfabrieken in Tilburg gebeurt ? A. Ja, dit geschiedt op verschillende fabrieken. 10666. De Voorzitter: Wij danken u er voor, dat gij gekomen zijt. C. Eras. Verhoor van den heer S. C. M. Soer. ( Verkort.) 10667. De Voorzitter: Mag ik uw voornamen, naam, beroep, ouderdom en woonplaats weten ? A. Sigbert Clemens Maria Soor, arts, doctorandus in de medicijnen, oud 25 jaar, wonende te Tilburg. 10668. V. Gij zijt, zooals uw ouderdom duidelijk maakt, nog niet zeer lang gevestigd te Tilburg ? A. Gedurende twee jaar. 10671. V. Hoe is in het algemeen de sanitaire toestand van de arbeidersbevolking in Tilburg? Nog al gunstig of ongunstig ? A. Men moet de arbeiders te dezen opzichte in twee categorieën verdeelen : de thuis- en de fabrieksarbeiders, de wevers thuis en die op de fabrieken. Van de eersten is de toestand werkelijk vrij gunstig, die van de laatsten laat nu en dan te wenschen over. De thuiswerkers zijn voortdurend in vrij goede positie ; de grond is tamelijk goedkoop en de woningen zijn daardoor ruim gebouwd. Ook zijn zij goed geventileerd en goed verlicht. De fabrieksarbeiders daarentegen wonen dicht bij de 4 |
50
|
fabriek on daardoor wat meer opeengehoopt, dan de thuiswerkers, die meer buitenaf hun huisjes hebben en overal verspreid zjjn. -10675. V. Maar zij hebben dan toch ruimte en lucht en dat schijnt niet alleen het geval te zijn bij de zoogenaamde huiswerkers, maar ook bij de fabriekarbeiders ? A. Maar bjj degenen die thuis werken is de toestand in den regel nosr beter. 10676. V. Bemerkt gij in Tilburg dikwijls en veel van kwetsuren door machines veroorzaakt, dat de menschen vingers verliezen of met handen en armen tusschen de machines geraken ? A. Dat gebeurt nog al dikwijls. 10680. V. Zijn er ook, zooais dit bij sommige fabrieken voorkomt, algemeen verspreide bepaalde ziekten of kwalen van de ademhalingswerktuigen of zoo iets dergelijks? A. Dat komt nog al veel voor. 10681. Zóóveel dat gij het in verband brengt met den aard van het bedrijf? En dat gij daaruit de conclusie durft trekken dat het bedrijf schadelijk is voor de gezondheid, dat de atmosfeer bedorven is of dat de lokalen ongezond zijn? A. Het hangt er van af of de werkman geheel gezond is, of het werk dat hij doet wel geheel gezond is enz. Bij voorbeeld het ruwen werkt zeer ongunstig door de groote ontwikkeling van stof. Wanneer iemand daardoor eene ziekte van de ademhalingswerktuigen krijgt, wordt dit meestal dadelijk beter als hij buiten de fabriek blijft; gaat hij echter opnieuw daarin werken, dan wordt de ziekte dadelijk veel erger en soms doodelijk. 10682. V. Maar geschiedt dit ruwen tegenwoordig niet in afgesloten werktuigen, zoodat het stof onmiddellijk ge-evacueerd wordt? A. Dat weet ik niet. 10684. V. Hebt gij gelegenheid gehad om in Tilburg eenigerlei andere go-breken op te merken, die zich opvallend voordoen ? A. Breuken. Gij hebt mij straks gevraagd of ik mij ook ergens speciaal op .toelegde en dat is juist op breuken. Daar ik iederen dag minstens 15 breuklijders met alcoholinjecties behandel, maakt dit natuurlijk op mij den indruk, dat er ook erg veel breuklijders in Tilburg zijn. |
10685 V. Hebben andoren dien indruk ook? A. Andere medici misschien niet, omdat zich bij dezen minder breuklijders aanmelden. Zij zijn misschien juist van oen tegenovergesteld gevoelen. 10686. V. Maar ieder, die het cijfer hoort, vindt het toch zeker zeer belangrijk? A. Men moet echter in het oog houden dat al die patiënten geen Tilbur-gers zijn; ik kreeg die ook uit andere plaatsen. Het grootste contingent wordt echter door Tilburg geleverd. 10687. V. Is dat veel, juist onder fa-briekarbeiders ? , A. Ja. 10688 V. Waar schrijft gij dat aan toe ? A De geheele theorie van het ontstaan van de breuken, is nog niet opgehelderd, zooals met een aantal medische zaken het geval is. Men denkt in het algemeen dat zij ontstaan door verhoogde drukking in de buikholte bij plotselinge inspanning. 10697. V. Wanneer gij hier nu waart op eec medisch examen, wat gelukkig niet het geval is, en de professor vroeg u aan welke oorzaken zijn die breuken toe te schrijven, wat zoudt gij dan antwoorden ? A. Dat ik het niet weet. 10698. V. En zoudt gij dan niet druipen? A. Dat is wel mogelijk, maar de groote heeren zijn het er niet over eens, dus ik zal mij wel wachten eene uitspraak te doen. 10704. V. Men zou dus tot de conclusie moeten komen dat er geen recht-streeksch verband is tusschen den arbeid in de weverijen en het voorkomen van breuken ? A. Ja. 10705. V. Gij weet waarover de enquête loopt; zijn er ook soms punten waarover gij ons iets zoudt kunnen me-dedeelen? A. In het algemeen heb ik kunnen opmerken, dat het lot van den werkman afhangt van zijne huisvrouw, Is |
51
|
deze inderdaad net en zindelijk, dan is er geen gebrek, krijgt de man behoorlijk eten en gaat hij goed gekleed. De slechtste huisvrouwen zijn die, welke vroeger op de fabriek hebben gewerkt. Zij, die tot haar huwelijk thuis gebleven zjjn, zjjn daarentegen de beste huishoudsters. 10706. V. Nu zijt gij nog in Tilburg, waar de getrouwde vrouw in het geheel niet werkt op de fabriek; hoe zal het zijn daar waar zij als getrouwde vrouw op de fabriek werkt! Naar uwe ondervinding kan men dus zelfs het onder-scheid waarnemen tusschen vrouwen die vóór haar huwelijk wèl of niet op de fabriek zijn geweest? A. Ja. De buitenwevers te Tilburg hebben in den regel een klein stuk land, waar zij hun eigen aardappelen bouwen. Zij mesten een varkentje ieder jaar, zij hebben zoodoende hun eigen vleesch en vet, zij telen hun aardappelen enz. Zij zijn spaarzaam. Wanneer een Hol-landsoh werkman in Tilburg komt, zooals ik heb kunnen waarnemen aan de werkplaats van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, waarbij ik als chirurg verbonden ben, en daar een inkomen heeft eens zoo hoog als een Tilburger, dan gebeurt het dikwijls dat hij met dat hooge inkomen toch nog gebrek lijdt, terwijl de Tilburger er niet alleen meê rond komt, maar na eenige jaren zijn eigen huis heeft en een tamelijk welgesteld man wordt. 10707. V. Waar schrijft gij dat aan toe? A. Aan de vrouwen. 10708. V. Zoodat volgens u de Hol-landsche vrouw niet deugt ? A. Dat niet, maar dat zij zich niet met de Tilburgsche toestanden kunnen vereenigen. Zjj komen uit een stad, kennen geen landbouw, zelfs geen geit voeren, en hebben niet het overleg in het huishouden wat een Tilburgsche heeft om inkoopen te doen; zij leven meer van den eenen dag op den anderen en zijn niet zoo spaarzaam. 10709. V. Zijt gij chirurg aan de werkplaatsen van de Exploitatie-Maatschappij 1 A. Ja, maar een ander is er als medicus. |
10710. V. Vanwege de Maatschappij wordt dus gezorgd voor genees- en heelkundige hulp? A. Het is een fonds van de werklieden, dat door de Maatschappij bestuurd wordt. Er zijn 550 werklieden lid van, die 3 pet. van hun loon er aan bjjdragen. In geval van ziekte melden zij zich bij ons aan, of wij gaan naar hen toe, en geven een bewijs af dat zij ongesteld zijn. Zij krijgen dan van dien dag af de helft van hun loon en gratis geneeskundige hulp en medicamenten. Blijven zij langer dan 6 weken ziek, dan krijgen zij een rijksdaalder per week meer. 10711. V. De heeren medici worden dus vanwege het ziekenfonds gesalarieerd ? A. Ja. 10712. V. Over dit pnnt kunnen wij echter morgen met den heer überstadt, die ook opgeroepen is, nader spreken. Zijn er dergelijke inrichtingen bjj andere fabrieken? A. Zoover ik weet niet. Er is wel een fonds van de werklieden onder elkander, waaruit zij een rijksdaalder of oen daalder uitkeering krijgen. 10713. V. Zij verkrijgen daarvoor echter geene geneeskundige hulp. Hoe ko-' men zij dan daamp;raan ? A Die moeten zij zich zelf verschaffen, of als zij heel hulpbehoevend zijn wenden zij zich tot de St. Vincentius-vereeniging, die verschillende afdeelingen telt (er zijn 5 parochiën) of anders tot het gemeentebestuur. Maar dat doen zij niet licht. Zij leenen liever bij de buren en maken eer schuld dan het te ontvangen van het armbestuur. 10714. V. Er heerscht onder die men-schen dus al een zeer goede geest? A. Ja, vooral hebben z|j een sterken afkeer van het gasthuis. Een Tilburger is, ook in het rooruitzicht van betere verpleging, er niet toe over te halen om de zijnen naar het gasthuis te zenden. Het gaan naar het gasthuis is voor hem synoniem met doodgaan. 10715. V. Nu 'ja, maar dat kan een dwaalbegrip zijn dat ook in groote steden heerscht. Zij zijn dwaaselijk bang voor eene slechte behandeling en hebben de vrees dat zij naar de sectiekamer zullen gebracht worden? A. Noen, dat vreezen zij niet, want zij weten heel goed dat zulks niet gebeurt. |
52
|
10716. V. Dus bij ziekte zorgen de fabriekswerklieden in Tilburg liever voor zich zeiven, dan dat zij om hulp bij de stad aankloppen ? A. Ja. 10717. V. Weet gij ook hoe het met de werklieden gaat als zij te oud worden om te werken ? A. In Tilburg heerscht een goede feest ; de kinderen geven hun loon aan e ouders en wanneer de vader of moeder alleen blijft staan, als al de overige kinderen weg zijn, neemt de overblijvende heel dikwijls de zorg op zich en blijft bij zijn ouders, wanneer zij hem noodig hebben. Voor de werklieden is het gelukkig als zij veel kinderen krijgen, want in den goeden tijd â nu is het wat minder â verdienen de kinderen na hun 12de jaar reeds wat geld, dat zij bij de ouders brengen, die het opsparen als een appeltje voor den dorst.eest ; de kinderen geven hun loon aan e ouders en wanneer de vader of moeder alleen blijft staan, als al de overige kinderen weg zijn, neemt de overblijvende heel dikwijls de zorg op zich en blijft bij zijn ouders, wanneer zij hem noodig hebben. Voor de werklieden is het gelukkig als zij veel kinderen krijgen, want in den goeden tijd â nu is het wat minder â verdienen de kinderen na hun 12de jaar reeds wat geld, dat zij bij de ouders brengen, die het opsparen als een appeltje voor den dorst. 10718. Gij zijt nog niet op het punt, waar ik komen wilde. De verhouding tusschen de kinderen en de ouders is dus goed en aangenaam^ maar weet gij ook of de fabrikanten iets doen voor hunne werklieden, die jarenlang bij hen in dienst zijn geweest ? A. Ik geloof, dat sommige fabrikanten, zooals de heer Pollet, pensioen geven, maar anderen ken ik, die niets doen en bjj ongelukken niet eens naar hunne werklieden omzien. 10719. V. Als gij zegt: er zijner,bedoelt gij dan daarmede niet: er is er een ? A. Neen, er zijn er meer. 10721. V. Die niet aan oude of ongelukkige werklieden doen? A. Ja. 10722. V. Ik kom nog even op de breukengeschiedenis terug. De jongens zijn al vroeg naar de fabriek gegaan, op hun twaalfde jaar. Kan het nu ook wezen, dat zij zoo'n breuk al lang hebben, en dat zij die in hun jonge jaren hebben gekregen ? A. liet kan gebeuren, maar in het algemeen zie ik weinig personen tusschen de 12 en 10 jaren. 10723. V. In de fabrieken? A. Neen, met breuken. 10724. V. Maar mijn vraag is. kunnen zij een breuk tusschen de 12â16 jaar krijgen, terwijl dit pas ontdekt wordt als zij op lateren leeftijd voor uwe oogen komen ? |
A. Dat is mogelijk, ja. 107'26. V. Maar hebt gij eenige reden om aan te nemen dat zij die breuken op jeugdigen leeftijd en bij vroege werken in de fabriek krijgen. A. Neen, dat is louter eene gissing geweest, zonder deugdzamen grond. 10732. De Voorzitter: Wij bedanken u voor uwe inlichtingen; uw verhoor is afgeloopen S. C. M. Soeb, arts. Verhoor van den heer dr. H. P. gt;1. Van der Horn van den Bos. (Verkort) 10733. De Voorzitter: Wilt gij zoo goed zijn uw naam, voornamen, qualiteit, ouderdom en woonplaats op te geven? A. Hendricus Petrus Maria Van der Hom van den Bos, directeur der Rijks hoogere burgerschool en der burgeravondschool, oud 38 jaar, wonende te Tilburg. 10734. V. Zijt gij reeds lang directeur der burgeravondschool ? A. Van September 1880 tot December van dat jaar tijdelijk, cn sinds dat tijdstip definitief. 10735. V. Het schijnt dat de burgeravondschool te Tilburg nog al bloeit. Is dat niet zoo? A. Er profitecren een groot aantal van het onderwijs op die school, voornamelijk van het onderwijs in het teekenen en in de reken- en wiskunde. Het is inzonderheid in de laatste jaren, dat deze laatste vakken meer beoefend worden dan voorheen. 10739. V. Is het ook nieteenfeit.dat uwe avondschool bezocht wordt door jongens van buiten af, voor wie dat schoolbezoek nog al zware eischen stelt 7 A. 10 a 12 komen van Oisterwijk, van elders niet. 10740. V. Zijn het zoons van ambachtslieden, die van Oisterwijk komen. A. Timmerlieden, metselaars en schilders, die voornamelijk het teekenonder-wijs volgen. 10743. V. Hoeveel jongens zijn erop de avondschool te Tilburg? A. Wanneer ik de 10 a 12, die van |
|
Oisterwijk komen, buiten rekening laat. dan bedroeg in de laatste jaren het gemiddelde getal 200 leerlingen nit Tilburg. 10744. V. Komen die trouw op? A. Vrij trouw, maar men moet er do hand aan houden. 10745.V. Met wat inspanning en goede woorden, met wat toewijding uwerzijds en van uw onderwijzend personeel, krijgt fij het gedaan dat do jongens trouw omen ?ij het gedaan dat do jongens trouw omen ? A. Ja. Er komen geregeld eiken avond gemiddeld 150 leerlingen, terwijl 8 a 9 moedwillig verzuimen. Om dit laatste zooveel mogelijk te keeren, wordt door den betrokken leeraar op een gedrukt formulier vermeld dat de leerling afwezig was, met verzoek den directeur omtrent de reden van die afwezigheid in kennis te stellen. Dat formulier moet den volgenden schooltijd gesteld worden in mijne banden of in die van den betrokken leeraar, en uit de invulling van het formulier blijkt dan of er werkelijke redenen voor de afwezigheid waren. Is er willekeur, dan volgt oene vermaning, en bij herhaling wordt gestraft; dan mag het onderwijs een of twee avonden niet worden bijgewoond, maar dit is den leerlingen niet aangenaam, zoodat wij de straf zoo min mogelijk toepassen. 10746 V. Hoe laat begint de avondschool ? A. Er zijn twoo schooltijden: van 0â7 en 7â9 uren. Dit is aldus geregeld omdat onze lokalen voor het teekenonderwijs te klein zijn. Het lokaal voor het hand-, lijn- en machine-teekenen ia te klein. Nu komen de eerstbeginnenden iederen avond, behalve des Zaterdag, van 6â7, en de meergevorderden van 7â9. Des Zaterdags wordt sedert de laatste drie jaren van 7 -9 uren aan hen, die het verlangen, onderwijs gegeven in de gymnastiek. Hiervan maken ongeveer 30 a 40 gebruik. 10749. V. Wat nu het teekenonderwijs aan de avondschool betreft, wordt deze niet bezocht door kinderen, die op fabrieken werken? A. Neen, die heb ik niet. Ik herinner mij eens een jongen ingeschreven te hebben, wiens vader wever was en die ook aan het weefgetouw stond. Maar het zal zich tot één bepalen, het is zeer zeldzaam. Het zijn bijna uitsluitend timmerlieden, schilders, metselaars, koperslagers, ambachtslieden in 't algemeen; anderen heb ik niet. |
10750. V. Hebt gij wel eens onderzocht wat de reden daarvan kan zijn, wat de bezwaren zijn, die beletten dat de jongens van de fabrieken uwe avondschool bezoeken ? A. Vroeger heb ik wel eens met fabrikanten daarover gesproken, in den laatsten tijd minder. Ik geloof dat het bezwaar dit is, dat de fabrieken gewoonlijk op die uren nog werken, wanneer bij mij avondschool is. 10751. V. Daarvoor is zeker het zetten van het onderwijs voor eerstbeginnenden op uwe avondschool op het vroege uur weinig geschikt? Als die eerstbeginnenden 's avonds wat later konden geholpen worden, zou dat het bezoek van de fabriekskinderen wellicht eenigszins in de hand werken ? A. Ik geloof het niet. 10752. V. Gij gelooft zeker, dat het kind, dat een langen dag achter den rug heeft, afgewerkt van de fabriek komt en dankbaar is, dat het kan rasten en naar bed gaan, en ongeschikt is om dan nog onderwijs te genieten ? A. Met diegenen, die om 9 uur eerst van de fabrieken komen, is dat zeker het geval. 10753. V. Dus het gaan op de fabrieken is het beletsel ? A. Ik durf zeggen, dat ik van de fabrieken geen enkelen leerling krijg. 10754 V. Het verschil in stand is, dunkt mjj, zoo groot niet tusschen de kinderen van ambachtslieden, die trouw en met liefhebberjj de school bezoeken, en de kinderen van fabrieksarbeiders ? A. Neen ik doe echter opmerken, dat de kinderen van de werklieden van de centraal werkplaats van de staatsspoor daarop eene uitzondering maken. Van dezen heb ik wel leerlingen. De centraal werkplaats zorgt tegelijk voor teeken-onderwijs en wel voor het machine-teekenen. Vroeger had ik die jongens bijna allen, dat liep tusschen de 40 en 45. Er bestond toon ook een vereonjging aan de werkplaats van fabrieks- en hand-werksnijverheid, die het schoolgeld althans van de ijverigsten bekostigde. Ik legde dan ieder jaar een staat over om- |
54
|
trent vorderingen, vlijt en gedrag gedurende den cursus. Dat is dit jaar opgehouden. Misschien is dit een gevolg van het feit, dat aan die werkplaats zelve een dagcursus wordt gehouden, omdat men terecht heeft begrepen dat de jongens, na den heelen dag gewerkt te hebben, van dat onderwijs van 7 tot 9 uur 's avonds niet veel vrucht trekken. Ik heb met den directeur der werk- Slaats wel eens overleg gepleegd over e vraag, of het niet mogelijk zou zijn onderwijs te geven in machine-teekcnen, zooals op de hoogere burgerschool plaats heeft.laats wel eens overleg gepleegd over e vraag, of het niet mogelijk zou zijn onderwijs te geven in machine-teekcnen, zooals op de hoogere burgerschool plaats heeft. Daartegen gold echter het bezwaar, dat de wet op het middelbaar onderwijs daarin niet voorziet. De zaak had gecombineerd moeten worden met het onderwjjs in het lijnteekenen, zooals dat geschiedt aan de hoogere burgertchool. Op dit bezwaar is dit afgestuit, ik heb daarover gecorrespondeerd met den inspecteur, en toen heeft de centrale werkplaats zelve in dat onderwijs voorzien. Desniettegenstaande heb ik nog altijd leerlingen van de centrale werkplaats, die mijn onderwijs in het rekenen, de wiskunde, het handteekenen en machine-teekenen volgen. 10758. De heer Van Alplien : Is het onderwijs op de burgeravondschool kosteloos ? A. Neen, het kost f 1.50 per winter-cursus. 10762. De Voorzitter: Hebt gij ons nog cenige mededeelingen te doen? A. Neen. 10763. V. Dan danken wij u voor uwe inlichtingen. Van der Horn van den Dos. Verhoor van den heer J. Dijklioff. 10764. De Voorzitter; Wit gij zoo goed zijn uw naam, voornaam, beroep, ouderdom en woonplaats op te geven? A. Jacobus DijkhofF, 49 jaar, hoofdonderwijzer aan eene bijzondere Katholieke school te Tilburg. 10765. V. Bekleedt gij ook eenegees-telijke betrekking ? A. Neen. |
10766. V. Zijt gij altijd bij het onderwijs geweest? A. Van mijne jeugd af en gedurende 35 jaren in Tilburg. 10767. V. Gij kent dus niet alleen het onderwijs, maar Tilburg zelf ook ? A. Wel het onderwijs. Met de toestanden te Tilburg ben ik alleen in zooverre bekend als ik met de ouders der kinderen in aanraking kom. 10768. V. Maar wanneer gij reeds 35 jaren lang een goed deel van het opkomend geslacht der Tilburgers op uw school hebt gehad, moet gij mot de bevolking toch langzamerhand in eene uitgebreide connectie zijn gekomen. Ik zou dus denken, dat gij met de Tilburgers nogal bekend zijt? A. Wel zoowat. 10769. V. Van welken aard is uw school ? A. Het is een school voor lager onderwijs. 10770. V. Van wie gaat zij uit? A. Van de geestelijkheid. Het is een der vijf kostelooze parochie-scholen, die te zamen 30CO kinderen tellen. 10771. V. Laat ons bij uwe school blijven. Hoeveel kinderen zijn daar? A. üp het oogenblik 659. 1077*2. V. Hoeveel onderwijzers hebt gin A. Op het oogenblik 7. 10773. V. Hebt gij jongens en meisjes? A. Alleen jongens? 10774. V. Gij hebt ook bij uwe school eene bewaarschool? A. Ja. 10775. V. Hoe oud komen de kinderen daar? A. Vóór hun 5de jaar. Met hun 6de jaar gaan zij naar de dagschool. 10776. V. Hoelang kunt gij de kinderen op uwe school houden ? A. Tot eiken ouderdom. 10777. V. Ik verbeeld mij toch dat er zekere grens gesteld is? A. Gewoonlijk tot 16 jaar, maar zelden blijven zij zoo lang. 10778. V. Zij zullen dat niet kunnen uithouden? A. Als jongelieden niet terecht kunnen komen en verlangen op de school aangenomen te worden, dan geschiedt dit, zonder op den leeftijd te letten. Wij hebben er een gehad van 25 jaar. |
55
|
Die had een mankement gekregen en kon niets doen. Die is toen op de school geplaatst. Er is dus volstrekt geen beperking van ouderdom, maar in den regel zijn de kinderen van 12, '13 of 14 jaar. De meeste gaan tusschen het â¢12de en 13de jaar van school. 10779. V. Wij zullen u maar niet vragen naar het onderwijs dat aan die volwassenen gegeven wordt, want dat valt buiten ons kader. Maar de kinderen bljjven voor het grootste gedeelte totdat zij hunne communie hebben gedaan ? A. Ja. 10780. V. Is het dan gedaan met het schoolgaan op de lagere school ? A. Ja. 10781. V. Maar zij komen tot hun 12de jaar en daaraan houdt gij trouw de hand? A. Daarop ziet men geen uitzondering, des zomers noch des winters. Slechts in twee tijden van het jaar, bij het aardappelzetten en aardappel-rooien, wordt voor een halven dag verlof gegeven om thuis te blijven. Dit is hoofdzakelijk om op de kinderen te passen, terwijl do ouders op het land werken. Maar dat verlof vermindert van jaar tot jaar. 10782. V. Dus gij hebt een zeer trouw schoolbezoek ? A. Buitengewoon; ik geloof niet dat er in Nederland een tweede voorbeeld gevonden wordt. Dit kan door de schoolopzieners bevestigd worden. Wij kennen geen schoolverzuim in geen enkele onzer scholen, en onze scholen worden bezocht door ruim 3000 jongens en meisjes uit den minderen stand, wier ouders met hard werken den kost moeten verdienen. Het onderwijs is kosteloos. 10783. V. Gelooft gij dat de kinderen van uwe gezindte te Tilburg tusschen 6 en 12 jaren allen de school bezoeken ? A. Ik ken in Tilburg slechts 3 kinderen die niet de school bezoeken. 10784. V. Gij blijkt nu toch Tilburg nog al goed te kennen, als gij zoo op uw vingers weet na te rekenen dat er in heel Tilburg slechts drie kinderen zijn die niet de school bezoeken! In het begin spraakt gij zoo aarzelende over uwe locale kennis? |
A. Bjj het begin van een schooljaar vraag ik in de school wie nog kinderen uit den vreemde kent, die niet schoolgaan. De kinderen in Tilburg worden reeds op hun 4de of 5de jaar aangemeld, maar de vreemde blijven wel eens achter. Hiervan geven wij kennis aan de geestelijkheid, en deze neemt de zorg op zich. Vooral aan de geestelijkheid heeft Tilburg den vooruitgang in het onderwijs te danken. 10785. V. Dus allen die in den leer-leeftijd vallen en zich hebben aangemeld komen trouw op ? A. Ja. 10786. V. Meent gij dat het verlaten van uwe school op 12jarigen ouderdom daaraan te wijten is. dat de kinderen dan aan fabrieken of in werkplaatsen kunnen komen? Met andere woorden gelooft gij, dat, zoo die gelegenheid om iets te verdienen niet bestond, de kinderen wellicht nog een jaar langer van uw onderwijs zouden genieten ? A. De hoofdroden ligt in de behoeften der huisgezinnen, die gewoonlijk te Tilburg zeer talrijk zijn. Door dat buitengewoon aantal kinderen heerscht er groote behoefte, zoodat er wat verdiend moet worden om aan den kost te blijven. Daarom schroomt ook de Tilbur-genaar don arbeid niet. 10787. V. Dat is braaf en goed, maar zoudt gij het niet beter vinden als de kleine Tilburgenaar nog een jaar langer onderwijs genoot en niet op zijn 12de jaar op eene fabriek geplaatst werd ? A. Ik geloof dat de kinderen te Tilburg genoegzaam verstandelijk ontwikkeld zijn, en dat zij, die behoefte gevoelen aan meer uitgebreid lager onderwijs, daartoe gelegenheid in overvloed hebben. De kinderen kunnen goed lezen, schrijven en rekenen en zijn niet onbekend met de overige vakken van lager onderwijs. 10788. V. Maar verloopt het niet, blijft het geleerde er in? A. Daarvoor zijn de Zondagsscholen, met ruim 1300 leerlingen. Konden de herhalingscholen er stand houden, dat zou heel gewenscht zijn. Ik heb er van 12, 13 tot 25 en 30 jaar toe. Het is wel gebeurd dat jongelui van in de 40 zich aangaven als jongelui van 30 om nog lezen te lee-ren. |
56
|
10789. V. Hoeveel Zondagsscholen hebt gij7 A. Drie, en nog twee voor de meisjes. 10790. V. Zijn er op die vijf Zondagsscholen te zamen 1300 leerlingen? A. Ja, ruim 1300. 10791. V. In den regel zijn zij van 13â18 jaar? A. Ja, en ook oudere. 10792. V. Daar krijgen zij eenvoudig herhaald lager onderwijs? A. Hoofdzakelijk, om de kinderen te geven waaraan zij het meest behoefte hebben. 10793. V. Is het kosteloos ? A. Alles kosteloos, de leermiddelen worden ook kosteloos verstrekt. 10794. V. Gelooft gij dat dit juist maakt waarom zij komen ? A. Volstrekt niet, daar zit het niet in, in geenen deele. Wij hebben zelfs bij wijze van proef ingevoerd een schoolgeld van een dubbeltje in de maand te heffen. Wij hebben daardoor geen leerlingen verloren, maar hadden integendeel dat jaar er 50 meer dan het vorige. 10796. V. Komen op die Zondagsscholen ook kinderen van fabriekarbeiders ? A. Meestal zijn het fabriekarbeiders en ook ambachtslieden. Het grootste gedeelte bestaat uit fabriekskinderen. 10797. V. Als gij 30u0 kinderen op de lagere scholen hebt, hoe komt het dan dat gij er maar 1300 op de Zondagsscholen hebt? A. Er zijn er velen die wèl op de dagsschool, maar niet op de Zondagsschool komen. Tot het bezoeken van de Zondagsschool wordt niemand gedwongen. Die de Zondagsschool niet geregeld bezoekt, wordt reeds wanneer hij voor de tweede keer verzuimt, niet meer toegelaten. Op het geregeld komen zijn wij zeer streng. 10798. V. Maar gij wendt uw invloed niet aan om kinderen op de Zondagsschool te krijgen, hetgeen gij wel doet voor de lagere school ? A. Wij doen veel om maar te toonen dat wij alles voor de kinderen over hebben; verder gaan wij niet. 10799. V. Als ik goed verstaan heb, dan hebt gij gezegd: als wij maar her-halingsonderwijs konden geven? Wat bedoelt gij daarmede? |
A. Van herhalingsonderwjjs heb ik niet gesproken. Ik heb gezegd: als wij herhaald onderwijs in den loop van de week konden geven, dan zou dat onderwijs zeer bevorderd worden. 10800. V. Hadt gij daarbij de avondschool of eene bijzondere school op het oog? A. Ik heb zooeven willen zeggen dat wjj in de week niet kunnen geven wat wij Zondags doen. 10801. V. Dus het was niet uwe bedoeling dat gij het wenschelijk acht, maar niet bereikbaar, helaas! dat 's avonds do kinderen van 12 tot 16 jaar herhalingsonderwjjs krijgen 1 A. Als het kon gebeuren. 1080-2. V. Dat had ik uit u begrepen. A. Er is geen mogelijkheid op. 10803. V. Waarom niet ? A. Om gebrek aan personeel. Die overdag bezig is, behoeft inderdaad 's avonds niet afgetobt te worden. Ik heb menigen onderwijzer gesproken van eene herhalingsschool, maar de lust gaat er af, als ook de lust bij de leerlingen ontbreekt. Het is geen kleinigheid een heelen dag voor eene klasse te staan. 10804. V. Neen, dat begrijp ik, en ook dat men met de kinderen zit, als die een heelen dag op de fabriek zijn geweest ? A. Ja, dat is een groot bezwaar. Dat ontneemt bij de onderwijzers den prikkel. Mijnheer de Voorzitter! Ik heb over de punten, die hier in aanmerking bunnen komen, rijpelijk nagedacht en die zelfs grootendeels op schrift gebracht. Mag ik dat kortheidshalve maar voorlezen 1 10805. V. Gaarne, deel ons dat eens mede. A. Omtrent den invloed van de wet van 1874 op do kinderen kan ik niets verder zeggen dan dat daaruit resulteert dat de kinderen tot 13 jaar op school blijven. Er zijn misschien 30 of 35 kinderen, die vóór hun 13de jaar de school verlaten. 10806. V. Vóór hun 13de jaar? A. Ja zeker, tot hun 13de jaar. Punt 1. De gezinnen : Over de gezinnen kan ik niets mededeelen. over de vraag naar andere werkkraeliten |
57
|
evenmin; ik geloof dat dit volstrekt niet 1 bestaat. Punt 2. Plaatselijke verordeningen, krachtens art, 8'2 der wet op het lager onderwijs (van 17 Augustus 1878, Staatsblad nquot;. 127) vastgesteld. Voor zoover mij bekend is, bestaan die in Tilburg niet, jyellicht omdat zij geene reden van bestaan hebben. Aard en duur (in de onderscheiden jaargetijden) van den arbeid van kinderen beneden 12 jaren, builen de fa-bneks- en ambachtsnijverheid, in gemeenten waar zoodanige verordeningen niet beslaan: Alleen in het najaar worden enkele kinderen voor den veldarbeid bij het zetten en in het voorjaar bij het rooien van de aardappelen gebruikt; dit ia meer een indirecte hulp, de kinderen passen dan op de kleintjes. Slechts 2 of 4 halve dagen wordt in deze twee tijden op de bijzondere school verlof gegeven om de school te verzuimen, ovendien zijn op ruim 3000 kinderen van de arbeidersklasse die kosteloos onderwijs ontvangen, op de bijzondere scholen er slechts 3 die zich schuldig maken aan schoolverzuim. Men kan aldus zeggen, dat Tilburg geen schoolverzuim kent, wat vooral te danken is aan den ijver der Roomsch-Katholieke geestelijkheid.egeven om de school te verzuimen, ovendien zijn op ruim 3000 kinderen van de arbeidersklasse die kosteloos onderwijs ontvangen, op de bijzondere scholen er slechts 3 die zich schuldig maken aan schoolverzuim. Men kan aldus zeggen, dat Tilburg geen schoolverzuim kent, wat vooral te danken is aan den ijver der Roomsch-Katholieke geestelijkheid. ^ Punt 3. Zondagsarbeid enz. Zondags- arbeid wordt voor zoover ik weet dooide ondervinding op de Zondagsscholen alleen verricht op de ateliers van den Staatsspoorweg; op de fabrieken gebeurt het alleen bij defect aan de machines. De kinderen op de Zondagsschool krijgen geen verlof om weg te blijven, wanneer zij geen kennis geven van de reden waarom, daardoor weet ik het voorgaande natuurlijk. Punt. 4. De lichamelijke toestand der arbeiders enz. Over den liohamelijken of gezondheidstoestand kan ik slechts i oordeelen naar hot uiterlijk. De jonge lieden in de onderscheiden takken van fabrieks- en ambachtsnijverheid arbeidende, zien er over het algemeen gezond en frisch uit. Tot bewijs van den gunstigen gezondheidstoestand in het algemeen, zou ik hier kunnen bijvoegen, dat te Tilburg reeds jarenlang eene talrijke godsdienstige vereeniging bestaat uit leden boven de 16 jaar, die bijna |
uitsluitend behooren tot de arbeidende klassa, waarvan de afgestorven leden gemiddeld den 52- en 53jarigen leeftijd bereikten. Een paar jaar geleden heb ik dit vernomen. De verstandelijke toestand. De kinderen hebben over het algemeen een gezond verstand en een flink oordeel, prac-tisch, mag ik zeggen, zooals de Tilbur-gers De zedelijke toestand. De zedelijke toestand der jongelieden, in zoover ik dien in 5 Zondagsscholen, met ruim 1300 leerlingen van 12â25 jaar heb kunnen beoordeelen, verdient alle lof. Ook heb ik altijd met lof hooren spreken over den zedelijken toestand van Tilburg als fabrieksstad. Verbetering dier toestanden door beperking of verbod van arbeid. Eene wettelijke beperking omtrent den duur van den arbeid van jongens van 12â18 jaar komt mij niet wenschelijk voor. Werden echter do dagloonen goed geregeld en de jeugdige werklieden in de vrije uren nuttig beziggehouden, dan zou zulk eene wetteljjke beperking nuttig kunnen zijn en dan zou eene wettelijke beperking misschien wenschelijjc wezen. Doch het tegendeel zou te vreezen zijn. Een dikwerf hoog noodig stoffelijk voordeel zouden de huisgezinnen dan moeten missen en een karig voedsel het gevolg zijn, dat niet minder de gezondheid zoude krenken dan een lange arbeidsdag. Daarenboven zou door die vrije of liever gezegd ledige uren feitelijk de moraliteit der jeugd een groot gevaar loo- Sen. Wat toch werkt noodlottiger voor e jeugd dan gebrek aan behoorlijke bezigheden, vooral in groote steden en fabrieksplaatsen? Ik keur ten sterkste af een overdreven langen arbeidsdag, waardoor de gezondheid der jeugdige arbeiders gekrenkt wordt. Gelukkig is echter in Tilburg in den laatsten tijd die lange arbeidsdag zeldzaam geworden, hij is wel lang, maar zeldzaam overdreven lang.en. Wat toch werkt noodlottiger voor e jeugd dan gebrek aan behoorlijke bezigheden, vooral in groote steden en fabrieksplaatsen? Ik keur ten sterkste af een overdreven langen arbeidsdag, waardoor de gezondheid der jeugdige arbeiders gekrenkt wordt. Gelukkig is echter in Tilburg in den laatsten tijd die lange arbeidsdag zeldzaam geworden, hij is wel lang, maar zeldzaam overdreven lang. 10808. V. Maar zij werken toch 13, 14 uren ? A. Op verre na niet allen. 10809., V. Maar vindt gij het voor kinderen van 12 tot 14 jaar niet wat te veel? A. Als do arbeid zwaar was wel. |
58
|
â 10810. V. Dat schijnt echter in Tilburg niet het geval te zijn. Maar als jongens van quot;12 tot 14 jaar, 12, 13 uren in de fabriek moeten werken, dan maakt dit toch â gij hebt het straks gezegd â de jongens ongeschikt om verder iets uit te voeren ? A. Straatloopen kunnen zij toch wel. 40811. V. Natuurlijk, want het zouden geene jongens zijn zoo zij op dien leeftijd den Hemel niet dankten, wanneer zij eens goed op straat konden loopen. Daar zouden gij en ik, zoo oud als we zijn, in lt;iie omstandigheden nog naar verlangen; dat is dus zeer begrijpelijk. Maar dit is zckor, dat hg er na zijn 12do jaar niets meer kan bijleeren; het onderwijs is dan voor den jongen geheel afgeloopen. Ciij zegt; de Zondagsschool. Maar gij zult het mij, hoop ik, niet ten kwade duiden, wanneer ik meen dat de Zondag ook bestemd is voor rustdag, voor dag van ontspanning op fatsoenlijke, betamelijke manier. Gaat men nu dien dag nog bestemmen om de jongens te laten onderwijzen, wat blijft er dan van hun leven over ? A. Mijnheer de Yoorzitter? Die leertijd is niet zoo lang, dat er geen gelegenheid tot ontspanning zou overblijven. 10812. V. Maar wanneer die dan zoo kort is, zal er bg den jongen ook niet veel inkomen c! A. Er is nog een middelweg tusschen kort en lang. Over het algemeen is de leertijd op de Zondagsschool zoo geregeld, dat die 's morgens en 's namiddags een uur a vijf kwartier duurt 10813. V. Het is zeker een loffelijke instelling, en zoo is het ook voor den jongen veel beter dan wanneer hij in het geheel geen onderwijs kreeg. Zoudt gij, die weet wat de kinderen in den regel uit een oogpunt van onderwijs waard zijn, het echter niet beter achten wanneer zij gelegenheid hadden om des avonds in de week nog wat te leeren 7 A. Ik ben 30 jaren aan het onderwijs geweest en ik moet verklaren, dat wij er den moed niet toe hebben. â¢10817. V. Begrijp ik u goed, dan is uw bezwaar tegen deze zaak, dat er in den loop van den dag reeds te veel van de kinderen gevergd zou zjjn en dat uw onderwijzend personeel, hetzij in getal,-hetzij in krachten, te kort zou schieten. Dat zijn uwe twee bezwaren, niet waar ? |
A Jft 10818. V. Wat hebt gij nog verder genoteerd ? A. Het volgende : verlenging van den leertijd der kinderen van de arbeidende klasse acht ik niet noodig en niet wen-schelijlc, vooral in eene stad als Tilburg, waar kinderen van 12 en 13 jaren getrouw de school bezoeken. Die zijn voor hun stand genoeg onderwezen en voor hen die behoefte gevoelen aan voortgezet lager onderwijs bestaat voldoende gelegenheid. De lagere scholen te Tilburg, zoowel openbare als bijzondere, zijn toegankelijk voor kinderen van zes jaren en daarboven. Daar ontvangen ook nog ruim 1300 kinderen boven de 12 jaren onderwijs in vijf Zondags-of herhalingsscholen. 10819. V. Zijn er nog andere punten, in verband met deze enquête, waarover gij wenscht te spreken ? A. Ik heb verder niets meer te zeggen. 10820. V. Dan danken wij u voor uwe mededeelingen. Uw verhoor is geëindigd. J. Dijkhof. Verhoor van den heer J. A. A. Kerstens. 10821. De Voorzitter: Ik verzoeku ons op te geven uw naam, uwe voornamen, uwe woonplaats, uw beroep en uw ouderdom. A. Jacobus Adrianus Anthonius Kerstens, wethouder on ambtenaar van den burgerlijken stand, president van de Vin-centius-vereeniging, fabrikant, wonende te Tilburg, oud 73 jaren. 108-22. v. Uwe betrekking van president der Vincentius-vereeniging brengt u veel in aanraking met personen van minderen stand te Tilburg. Kunt gij ons eenige mededeelingen doen, in verband met het onderwerp dezer enquête^? A. De stoffelijke welstand is te Tilburg niet ongunstig; de levenswijze is er zeer goedkoop. De meeste menschen, met eenige zorg en vlijt, hebben eene geit, mesten een varken en hebben een hoekje grond. Tilburg is zeer ruim uiteen gebouwd, gelijk men weet; de lieden hebben dus lucht en licht in over- |
59
|
vloed in hunne woningen. Door dat varken en die geit kunnen zij een stukje grond bekomen; zij huren dit om het met aardappelen te bepooten, wat bij een weinig zorg zelfs voor talrijke gezinnen zeer goede vruchten geeft. Ik ken zulke gezinnen waar veel welstand is, terwijl andere met groote verdiensten tot armoede vervallen; de vrouw is dan gemeenlijk geene huishoudster en de man maakt misbruik van sterken drank, de hoofdramp van onze Nederlandsche arbeiders. 10824. V. Over het algemeen schijnen de Tilburgsche vrouwen de goede kunst van ordentelijk huis te houden wel te verstaan ? A. Dat gaat redelijk wel, nochtans niet bij allen. Een groot gedeelte dier meisjes werkt in de fabriek, komt om 12 uren thuis en vindt gereed wat moeder gekookt heeft; zoo ook des avonds. Van huishoudelijk werk komt bij die meisjes weinig in. Trouwen die meisjes zeer jong, dan laat dat huishouden veel te wenschen over. 10825. V. Gij komt dus omtrent dit punt tot tweeërlei conclusie : 1°. keurt gij -het in hooge mate af, dat getrouwde vrouwen in fabrieken werken, wat trouwens in Tilburg niet voorkomt; 2°. heeft de ervaring ook u geleerd dat getrouwde vrouwen, die als jong meisje jarenlang op de fabriek hebben doorgebracht, geene bijzonder goede huishoudsters zijn. A. Juist. Dienstmeisjes zijn in den regel betere huishoudsters dan fabrieksmeisjes. 10826. V. Gij meent dat door het lang blijven in die fabrieken, zij gewend zijn om thuis alles kant en klaar te vinden, zoodat die meisjes minder geschikt voor het huishouden zijn 7 A. Juist. 10827. V. Vandaar dat uwe vereeni-gingen er op uit zijn om ze een anderen weg uit te zenden als juist naar de fabrieken ? |
A. Juist, ofchoon het noodzakelijk is voor die gezinnen, dat die meisjes in de fabrieken werken. Het is geen kleinigheid voor een werkman om van een jongen van â¢12 jaren twee of drie en een halven gulden meer of minder voor het huisgezin in de week te ontvangen. Ik zou het betreuren als eene ramp, wanneer er eene wetsbepaling kwam, waarbij bepaald werd, dat kinderen ouder moesten zijn vóórdat zij op eeno fabriek konden toegelaten worden, in de eerste plaats voor het huisgezin, in de tweede plaats voor de jongens zeiven. Wanneer de leertijd bepaald werd tot het lide jaar, zouden de jongens van 11â14 van 9â12 uren en van 2â4 uren naar school gaan, en den overigen tijd rondloopen en eigenlijk worden straatbengels, waaraan in Nederland inderdaad geen gebrek is. 10828. V. Houdt die beschouwing met een klein weinig verband met deze omstandigheid, dat het op de fabrieken, zooals die in Tilburg gedreven worden, inderdaad voor de jongens tamelijk wel is uit te houden ? A. Het is er zeer goed voor hen uit te houden; zij werken spelende en hebben heel licht werk. 10829. V. Dit oefent natuurlijk op uw oordeel een zekeren invloed uit ? A. Ja, zeker. 10830. V. Als gij eens de voorbeelden naast uw deur zaagt, dat kinderen van 12 è 13 jaren op de fabrieken in een ondragelijken toestand verkeerden, zou dan uw oordeel misschien niet anders luiden ? A. Dat weet ik niet, ik weet niet of de toestanden ergens anders zoo ondragelijk zijn. Ik heb in Twenthe wel eenige fabrieken gezien, maar niet genoeg om daarover een juist oordeel te vellen. 10831. V. Maar gesteld dat er fabrieksplaatsen waren, waar het inderdaad slecht voor do kinderen was, zou dan uw oordeel anders luiden ? A. O ja. Ik weusch voor die kinderen het beste, zoowel voor hun stoffelijk als zedelijk welzijn. 10832. V. Om nu meer speciaal aan de zijde van de quaestie te komen, waarover gij in uwe betrekking van den president van de Vereeniging Vincen-tius a Paulo beter dan andere getuigen licht kunt laten opgaan â gij occupeert u met armenzorg? A. Eigenlijk heel weinig. De vereeniging zorgt voor stoffelijke ondersteuning, omdat zij, zonder deze, volstrekt |
CO
|
geen invloed op de menschen zou hebben, maar haar hoofdwerk ia de zedelijkheid te bevorderen. 10833. V. Gij occupeert u dan toch met stoft'olijke ondersteuning van armen? Wat leert uwe ondervinding u? Als de werklieden in Tilburg oud worden en niet meer bruikbaar zijn, komen zij dan ten laste van philantro-pische inrichtingen ? Of zorgen goedgezinde fabrikanten voor hunne werklieden ? A. Ja, wanneer de werklieden onbruikbaar zijn, krijgen zij pensioen uit mijn beurs. Worden zij ziek, dan ontvangen zij ondersteuning mede uit mijn beurs. Dat is bij het grootste gedeelte van de fabrieken het geval. De eene fabrikant zou zich tegenover den anderen schamen dat niet te doen. â 10834. V. De algcmeene geest onder de fabrikanten te Tilburg brengt dus mede, de menschen van 50 of CO jaren niet aan de poort te zetten 7 Dat komt niet voor? A. Neen. Het is eene hooge zeldzaamheid, ja ik durf zeggen dat het nooit gebeurt, dat iemand die te oud is om te werken, aan de deur wordt gezet, wanneer hij lang aan de fabriek gewerkt heeft, in zoo'n geval wordt er voor hem gezorgd. lOSSö. V. Dat zal dan in belangrijke mate de liefdadige instellingen en het stedelijk armbestuur ten goede komen? A. Wel wat; maar het spreekt van zelf dat niet allen zoo oud worden en bovendien zijn er nog armen die niet van fabrikanten komen. 10836. V. Wat gebeurt er in Tilburg als een werkman ziek wordt ? A. Dan krijgt hij, al naar zijn gezin groot is, ondersteuning van den fabrikant. 10837. V. Altijd in geld ? A. Ja; alleen de Vincentius-vereeni-ging ondersteunt hoofdzakelijk in natura, door het geven van bons, voor gort, brood, steenkolen, kleederen, enz op grond der ondervinding dat geld wel eens misbruikt wordt. 10838. V. Hoe verkrijgt men medische hulp? A. Als men die niet zelf betaalt, van stadswege. |
10839. V. Men schijnt er eene eer in te stellen dat zoolang mogelijk zelf te betalen ? Is dat ook uwe ondervinding ? A. Ja dat is zoo, en eveneens stelt men er prijs op om een huwelijk niet pro deo aan te gaan; in het afgeloopen jaar slechts 5. Dat is een soort van eergevoel onder die menschen. Ook brengt hun eergevoel mede om geen feneeskundige hulp van de armen teeneeskundige hulp van de armen te rijgen. Als het zoo ver komt, dat zij er toe overgaan, dan moet de nood al zeer hoog gestegen zijn. 10840. V. Dus uw oordeel is over het algemeen gunstig? A. ik geloof dat Tilburg, voor zoover mij bekend is, eene uitzondering maakt op tal van andere plaatsen. 10841. V. En waaraan schrijft gii dat toe? A. Ons volk is godsdienstig en volbrengt dus zijne plichten nauwkeurig. Ik ben het eens met den heer Har-tog, van de stearine-kaarsenfabriek, die voor deze vergadering verklaarde, dat hij het betreurde, dat de godsdienstzin in ons land afnam Hij vond dit een ramp voor de werklieden. Wat den ze-dclijken toestand betreft, die is allergunstigst. Als ambtenaar van den burgerlijken stand heb ik dit eenigszins kunnen nagaan. Mij is gebleken dat in de laatste jaren op onze bevolking, 32 000 zielen, waarvan een groot deel fabrieksarbeiders zyn, slechts 10 onwettige geboorten hebben plaats gehad. Zoodra een meisje in zekere omstandigheden verkeert, wordt door de geestelijkheid er op aangedrongen om haar getrouwd te krijgen. Maar ook dat komt niet zooveel voor als de publieke opinie wel denkt, want dit zou moeten blijken uit de registers van den burgerlijken stand, welnu, in het afgeloopen jaar zijn slechts 7 gevallen voorgekomen van getrouwde vrouwen die bevallen zijn, voordat zij 9 maanden getrouwd waren. Men zal toestemmen dat dit zeer weinig is op eene bevolking van 32 000 zielen. 10842. De heer Bahlmann: Zoudt gij niet denken dat het aantal onwettige geboorten en geforceerde huwelijken minder zou worden, wanneer de militiewet geen belemmerende bepaling voor het huwen bevatte? A. Ja, dat zou wel kunnen zijn. Er is echter nog eene zaak, waaraan de wet- |
|
lt;»ever misschien iets zou kunnen doen. De â wet heeft verboden om onzedelijke platen en photographieën ten toon te stellen, zou zij nu niet eveneens kunnen verbieden om van die vuile blaadjes voor twee cents aan de menschen in handen te stoppen ? Ook zou ik het wenschelijk vinden dat die Nieuw-Mal-thusiaansche brochures en dergelijke werden verboden. Dit zou de zedelijkheid bevorderen, die een van de grondslagen is van het welzijn der maatschappij. 10843. De Voorzitter : Hebt gij verder geene mededeelingen te doen ? A. Ik zou het ook wenschelijk vinden wanneer er iets meer kon gedaan worden tegen het drankmisbruik. Ik zou wenschen dat de kroegen des morgens niet vóór 8 uren zouden mogen geopend worden en om 8 uren des avonds moesten gesloten zijn. Want do ondervinding leert, dat vooral metselaars, timmerlieden en dergelijken, die vroeg naar hun werk moeten gaan, zich niet daarheen begeven zonder een «spatjequot; genomen te hebben. â¢10844. V. U is wethouder, niet waar ? A. Ja, Mijnheer de Voorzitter! 10845. V. Zoudt gij dan niet meenen, dat eene dergelijke regeling, als gij verlangt, tot de competentie van het plaatselijk gezag behoort? A. Dat weet ik niet. 10847. De heer Bahlmann : Gij hebt esproken over de ondersteuning van e fabrieksarbeiders in geval van ziekte, en, vergis ik mij niet, dan hebt gij op dit punt eenige ondervinding, want gij zelf hebt voor uwe fabriek een ziekenfonds opgericht, waarin door de fabrieksarbeiders gedeeltelijk gecontribueerd werd ? A. Een aantal jaren geleden heb ik een fonds opgericht, waarin ieder ar beider moet contribueeren 5 centen, en ieder meisje of jongen 2,/2 cent per week. Daarbij had ik de vrijheid gegeven om het stoomwater te verkoopen; de opbrengst daarvan kwam in het fonds. Nu had ik bij de oprichting do { bepaling gemaakt dat het opperbestuur, i de willekeurige beschikking over het fonds, aan mij zouden verblijven. De verkoop van het stoomwater begon mij echter al spoedig te vervelen, dat geloop, vooral in den zomer, van half Tilburg om warm water was al te lastig ; dit heb ik dus opgeheven, maar de wekelijksche opbrengst daarvan ben ik toch in het fonds blijven storten. |
Een meesterknecht, die veel invloed had bij het volk en wegging, wenschte toen het fonds op te heffen en to ver-deelen. Het eerste heb ik toegestaan, maar het laatste geweigerd. Jk heb gezegd dat alles op den laatsten cent aan de zieken zou worden uitgekeerd. Eindelijk raakte de kas uitgeput en heb ik uit eigen beurs de zieken ondersteund, tot hetzelfde bedrag dat zij vroeger uit het fonds trokken. 10848. V. Er bestaan bij verschillende fabrieken dergelijke ziekenfondsen. Het is natuurlijk voor groote fabrikanten gemakkelijker dan voor kleine, die slechts 13 of 14 werklieden hebben. Maar zoudt gij het wenschelijk vinden, in navolging van Duitschland, een Ver-sicherungs-zwang in te voeren, zoodat aan de fabrikanten bij wettehjken maatregel de verplichting werd opgelegd om dergelijke zieken-, ondersteunings- en Sensioenfondsen te stichten en te on-erhouden ?ensioenfondsen te stichten en te on-erhouden ? A. Ik zou er volstrekt geen bezwaar in zien, wanneer iedere fabrikant op zich zelf daartoe gedwongen werd. Maar wanneer het eene algemeene zaak wordt, dan krjjgt men een bestuur, eene geheelo administratie, en dan wordt het vanzelf zeer kostbaar. Wanneer iedere fabrikant echter in het bijzonder daarvoor zorg draagt, vloeit alles in de beurs der werklieden. Eene verplichting zou ik echter zeer goed vinden, omdat het niet aan alle fabrikanten convenieert uit hun eigen beurs bij te dragen, wat dan ook dikwijls niet geschiedt. 10849. De quot;Voorzitter: Ik dank u voor uwe inlichtingen; uw verhoor is afgeloopen. J. A. A. Eerstens. |
ZITTING VAN WOENSDAG 2 FEBRUARI 1887.
Tegenwoordig de heeren:
|
Verniers van der Loeff, Voorzitter. Goeman Borgesius, Onder-Voorzitter. Bahlmann. Smit. Verhoor van den heer J. F. Mutsaerts. ( Verkort.) 10850. De Voorzitter : Wilt gij uw naam, voornamen, ouderdom, beroep en woonplaats opgeven ? A. Johannes Franciscus Mutsaerts, oud 53 jaar, fabrikant van wollen manufacturen als associé der heeren L. V. Ledeboer en Zonen, wonende te Tilburg. 10851. V. ,Zijt gij reeds lang in de zaken ? A. Sedert 1849 in de firma L.V. Ledeboer en Zonen, Rotterdammers, zooals u bekend zal zijn. 10852. V. Gjj hebt een tamelijk talrijk personeel, zoo in als buiten de fabriek ? A. Wij hebben buiten de fabriek ongeveer 125 wevers en in de fabriek ruim 100 werkmenschen. Op de fabriek zijn 36 meisjes, waarvan 19 weefsters zjjn. In tegenstelling van al onze concurrenten hebben wij aan onze machinale weefgetouwen weefsters en geen wevers. Zij zijn in een afzonderlijk locaal bjjeen. Een meesterknecht is er bij om het werk na te gaan. Verder 11 jongens van 12 tot 16 jaar, 7 van 16 tot 18 jaar, en boven dien leeftijd 51 personen; te zamen ruim 100. Dat is de werkelijke toestand. 10854. V. Aan uwe fabriek bestaat dus de bijzonderheid, dat gij voor het weven vrouwen gebruikt, terwijl ande-lt;lere weverijen mannelijk personeel in dienst hebben. Welke is de reden daarvan ? A. Wij meenen dat de weefsters minstens evengoed werken als de wevers. Maar de vrouwelijke weefsters kosten ons niet zooveel als de mannelijke. Wij zien dus in het gebruiken van vrouwen |
Van Alphen. Van der Sleyden. J. D. Veegens, Griffier. niet alleen een indirect, maar ook een direct voordeel. Wanneer de weefsters per streng bij voordeeld 4 cent zouden ontvangen, zouden de mannelijk wevers 5 cent per streng moeten hebben ; dus het loon is 25 pet. goedkooper. 10855. V. Dit is zoo duidelijk, dat ik niet begrijp, dat de concurrenten dit ook niet begrijpen? A. Wanneer wij een honderdtal weefgetouwen hadden, zouden wij niet in staat zijn weefsters te bezigen, want honderd weefsters zijn er niet, maar wjj hebben slechts 19 weefgetouwen. Wij hebben altijd vrouwelijke weefsters gehad en ondervinden nooit moeite om open plaatsen door anderen aan te vullen. Die weefsters verdienen ook een vrij goed dagloon, ongeveer f 1 daags. 10856. V. Dus dat de andere fabrikanten geene vrouwen in dienst hebben, is eenvoudig hieraan too te schrijven, dat er te Tilburg niet zooveel vrouwelijk personeel beschikbaar is om alle weefgetouwen door vrouwen te bedienen. Begrijp ik dit goed? A. Gedeeltelijk; er zijn veel meisjes die wel geschikt zouden zijn, maar liever niet aan eene fabriek werken, zij weven dus tehuis. 10857. V. Maar bij u werken zij toch aan de fabriek ? A. Ja, maar als wij er bijv. 80 moesten hebben, zouden wij die niet weten te krijgen. Wanneer echter de meisjes tehuis geen weefwerk hebben wegens slapte, willen zij wel bij ons werken, en dat gebeurt dan ook, maar alleen in geval van nood. De meisjes moeten tehuis het weven aan een handgetouw geleerd hebben. 10858. V. Dat alles begrijp ik, echter vat ik nog niet dat de andere fabrikanten er zich niet op toeleggen die even |
63
|
foede en beterkoope werkkracht te be-omen ; wat is daarvan de reden ?oede en beterkoope werkkracht te be-omen ; wat is daarvan de reden ? A. Ik heb de reis herwaarts gedaan met een concurrent, die mij zeide volstrekt geen meisjes te willen hebben ; 1 hii heeft nooit vrouwen en dat is algemeen te Tilburg het geval. Men vindt er zelden vrouwen aan de machinale getouwen. 20859. V. Gaarne hoorde ik dit nader door u verklaren. Het is mij nog niet duidelijk: de meisjes werken evengoed en goedkooper, hoe komt het dan dat anderen die niet nemen? Gij zegt, dat zij geene meisjes willen hebben. Om welke reden dan ? A. Wij zijn er zeer tevreden over en hebben er plaats voor. Wij kunnen ze ook krijgen. Bij andere fabrikanten is er geen aanbod van meisjes. 10860. V. En bij u wel ? A. Ãmdat wij enkel meisjes hebben. Van den beginne aan hebben wij dat gehad en er ons lokaal naar ingericht. 10861. V. Schrijft gij dat hieraan toe, dat zij bij u een afzonderlijk lokaal hebben? Op andere fabrieken werkt men met jongens en mannen. Waarom nemen uwe concurrenten dan ook afzonderlijk geene meisjes ? A. Dat weet ik niet, want deze weefsters werken evengoed als mannen en wij behoeven niet zoo hoog te betalen. 10862. V. Dan moet ik dit punt verder laten rusten. Hoelang werken die meisjes, hoe laat komen zij ? A. Zij werken door elkander 12 uur daags, zij komen in den winter om half acht en blijven tot 's avonds half negen ; des zomers is de werktijd van 6 a 61/2 tot acht uur 's avonds. 10863. V. En van twaalf tot één gaan zij naar huis, en in den voor- en achtermiddag hebben zij een kwartier pauze, niet waar? A. Ja. 10864. V. Hoe oud neemt gij de meisjes op haar jongst ? A. De jongeren 19 a 20 jaar, daar beneden zijn er weinig of geen; een speelster zal 16 jaar zijn ; trouwens de andere meisjes die wij op de fabriek hebben, zijn allen 18, 20, 21 a 22 jaar. 10865. V. Meisjes van 12 a 14 jaar zijn dus niet op uwe fabriek ? |
A. Neen een enkele om garens te spoelen. 10866. V. Wat de getrouwde vrouwen betreft, is uwe fabriek waarschijnlijk in dezelfde positie als alle andere fabrieken in Tilburg, dat zij er namelijk nooit op komen? A. Wij hebben nooit eene getrouwde vrouw gohad; omdat het in de Schets stond heb ik er nota van genomen, maar ik geloof niet dat er ooit eene getrouwde vrouw in;Tilburg op eene fabriek geweest is ; ik heb er althans nooit van gehoord. 10867. V. Gij bevestigt dus, dat in de Tilburgsche fabrieken de algemeene usance is, dat de getrouwde vrouwen voor haar huishouden zorgen, en niet op de fabrieken gaan werken? A. Ja. 10868. V. En uw indruk omtrent de gevolgen daarvan is waarschijnlijk ten gunste van dien maatregel ? A. Ja. 10869. V. Jongens hebt gij weinig op uwe fabriek t A. Jongens van 12 tot 16 jaar hebben wij er 11. 10870. V. Hoe oud neemt gij de jongens op hun jongst ? A. Liefst op hun 14de, ook op hun 13de en 12de, maar natuurlijk nooit onder hun '12de jaar. 10871. V. Waarom liefst op hun 14de jaar ? A. Omdat de jongens er dan beter uitzien en wat beter onderlegd zijn ; zij hebben dan twee jaren lang de Zondagsschool bezocht. Ik neem ze ook liefst niet ouder dan 14 jaar, omdat ze jong hun vak moeten leeren. Wij hebben ze liever van 13 dan van 12 jaar. 10872. V. Neemt gij ze in den regel eerst op hun 14de jaar? A. Neen al naar het valt; maar wij hebben het liefst jongens van 13 en 14 jaar. 10873. V. Vertel ons nu eens iets buiten uwe fabriek. Het gros van de jongens is natuurlijk Katholiek, en doet communie met het 12de jaar. Het schoolgaan houdt dan op. Wat voeren zij nu uit van hun 12de tot hun 13de of 14de jaar, voordat zij op de fabriek komen ? A. Ik mag quot;niet te veel van andere fabrieken zeggen; maar ik geloof dat zij dan wel op een kleiner soort fabrie- |
64
|
ken gaan, waar iets minder loon â wordt uitbetaald, jiie misschien een cent of een halve cent per uur minder betalen. Als wij geen andere kondon krijgen, zouden wij daartoe ook wel geforceerd worden, doch nu is dat niet het geval. 10874. Moet ik uit uw antwoord begrijpen, dat de jongens, die dan op 13-, Hjarigen leeftijd bij u komen, reeds bij een ander zijn geweest ? A. In den regel is dat zoo; wij nemen geen jongens die niets kennen, maar wij betalen dan ook beter. 10875. V. Daaruit zou ik dan de conclusie trekken, dat die jongens van 12 tot 14 jaar niet ledig loepen? A. Juist, ofschoon ik het toch wen-schelijker zou vinden dat zij wat langer school gingen. 10876. V. Heeft het ook eene kwade zijde als zij het bedrijf wat laat beginnen? A. Dat zal ik nu niet beweren, ofschoon ik het wel goed acht dat zij het vak van draadmaker zoo vroeg mogelijk leeren, want als een jongen reeds 14 jaar is en dat dan nog leeren moet, is hem dat te min, te nietig, hij heeft dan al wat geleerd en dan gaat er dat niet zoo in. 10877. V. Overdrijft gij nu niet? Andere getuigen hebben toch verklaard dat zij dat werk toch op dien leeftijd nog wel kunnen leeren? A. Ja. 19878. V. Nu de volwassen mannen, hoe lang werken die? A. Nu 12 of 13 uur, in den zomer is het wel eens 14 uur geweest. 10879. V. Die werken dus gedurende denzelfden tijd als de jongens? A. Ja, dat gaat tegen elkander op, maar het gebeurt dat boven, waar de selfactings zijn, het werk wat spoediger klaar is; dan kunnen de jongens wat vroeger weggaan. De spinners en de jongens hebben dat gaarne, want zij worden toch betaald en het is een voordeel voor ons, want wij kunnen gas sparen. 10880. V. Worden de jongens per dag of per uur betaald? A. Per uur, maar dat uur, dat zij minder werken dan de schrobbelaars, wordt ook betaald. 10881. V. Over dat uur of dat |
anderhalve uur krijgen zij dus loon ? A. Ja, want wij hebben er voordeel van, als de jongens zonder licht werken. 10882. V. Er zijn ook fabrieken, die met electrisch licht werken, welke zijn dat? A. £r is maar een, die van Swage-makGrs 10883. V. Hebt gij bij uwe fabriek een ziekenfonds. A. Pardon, dat hebben wij niet. Eenige van onze concurrenten hebben het wel, en daarom hebben wij eenige jaren geleden met een paar van onze mensehen er eens over gesproken, maar die waren het niet eens met ons. Hoewel wij het overigens eens wai*en, drukte mijn associé, mijnheer Ledeboer, er op, dat de menschen 1° 0 moesten bijdragen, en dat was, als wij zelf er een zekere som bij gaven, naar zijne meening, nog te weinig. Een paar meesterknechts daarentegen, waarmeê er over gesproken werd, vonden echter dat het genoeg zou zijn Daar is het toen bij gebleven. 10884. V. En hoe gaat het dan, als de menschen ziek worden ? A. Wij betalen de daarvoor benoo-digde gelden zelf. Wij hebben eene inkomst van 80 gl. uit het stoomwater, van den afgevallen stoom, wat verkocht wordt voor een halve cent de emmer. Dan hebben wij de nieuwjaarsrekenin-gen en de verdere rekeningen in het jaar, waarop zoogenaamd l0/0 voor de meid wordt gekort, dat levert ook een kleine 100 gulden op ; dan komt daar nog bij de opbrengst van den verderen afval; die verschillende sommen worden gebruikt, als de menschen ziek worden. Is het eene ziekte van 8, 10, 12 dagen, dan krijgt de zieke half geld; zijn de menschen oud, dan krijgen zij evenzeer half geld; zoo hebben wij er nog een stuk of 3, 4, die 3 gl. per week genieten. Verder ondersteunen wij de menschen. Wij gevoelen dat dit onze plicht is en wij zorgen dat in dit opzicht alles naar behooren loopt. 10885. V. Uit hetgeen gij daar zegt blijkt mij, dat het bij uwe firma bestaande ziekenfonds in een tamelijk primitieven toestand verkeert? A. Dat ben ik geheel met u eens. |
65
|
10886. V. Gij legt op zijde en boekt wat van de door u genoemde toevallige baten ingekomen is en bestemt dat voor het ziekenfonds. Maar is dat bedrag groot genoeg om aan de eisohen van een ziekenfonds te voldoen ? Kunt gij daarmede rondkomen? Met andere woorden : kunt gij, wat ik gaarne op uwe verklaring aanneem dat geschiedt, bij ziekte daaruit aan do werklieden de helft van hun loon uitkeeren 7 Of moet de kas van de firma wel eens bijspringen? A. Het laatste is het geval, doch niet altijd, want wij betalen niet allen het halve weekloon uit. Dat hangt van de omstandigheden af'. Wanneer het een werkman betreft, die jaren lang bij ons gewerkt heeft, aan wien wij gehecht zijn, en hij van ons of van de Vincen-tius a Paulo-vereeniging niets heeft, dan handelen wij naar omstandigheden. 10887. V. Wat noemt gij een man die jaren lang bij u gewerkt heeft? A. Wij hebben '25 werklieden, die al 15 jaren bij ons zijn; zij krijgen dan een zilveren horloge. 10888. V. Ik neem gaarne aan dat do zaak goed loopt, ik ding op de waarde er van niets af, maar het blijft zoo doende toch geheel en al eene zaak van goeden wil en beleid van uwe firma. Eenigerlei zeker vooruitzicht voor den man of zijn gezin op ondersteuning in geval van ziekte, eenig recht daarop bestaat dus niet? A. Dat bestaat niet. 10889. V. Maar menschen, die nu 7, 8, 10, 12 jaren bij u geweest zijn, wat gebeurt daarmede? A. Wij helpen hen altijd. 10890. V. Aan dat ojjfer van 15 jaar, zoo straks door u genoemd, behoeven wij dus niet vast te houden. Het schijnt bij uwe firma regel te zijn, dat de man steeds ondersteund wordt als hij vast bij u werkt, niet maar een blauwen Maandag bij u geweest is? A. Zoo is het. Wij onderzoeken of de werkman tot een conferentie of tot een gilde behoort, en als hij dan bij ons komt en onderstand vraagt, helpen wij naar omstandigheden. Maar wanneer het een goed werkman is. en hij komt een gulden bjjv. te kort, dan krijgt hij dien van ons. |
10891. V. Dus uw steun is suppletoir aan dien van andere philantropische instellingen ? A. .luist, wij zorgen dat hij niet te kort komt. 10892. V. Maar, wanneer de werklieden niet meer geschikt zijn om te werken, wat dan ? Zij kunnen, geloof ik, in uw bedrijf een hoogen leeftijd bei-eiken ? A. Wanneer zij tamelijk gezond en krachtig zijn, worden zij 70 zelfs 72 jaar oud. Maar op een leeftijd van 65 jaren zijn zij gewoonlijk versleten. Zoo zijn er op het oogenblik drie. Wij hebben tegen de menschen gezegd; «gaat stilletjes naar huis met je vrouw levenquot;. Den een hebben wij f 3, aan de anderen f 4 gegeven. Een van hen heeft een wagentje met twee honden gekocht en scharrelt nu, ik weet niet met wat voor negotie. De man is nu van het werken af' en voor zich zelf gelukkig. Hij heeft nu natuurlijk meer dan f3. 10893. V. Maar ook daarvoor bestaat hoegenaamd geen fonds onder de werklieden bij u ? A. Neen. Zij hebben geen recht op iets, maar zij meenen het wel, want wij hebben wel meer menschen gehad die wij 25 jaar lang f3 betaald hebben ; zij denken dat zij dat tot hun dood krijgen zullen, en dat zal ook wel. Maar nu krijgen wij een groot gasthuis voor mannen en vrouwen, op zeer goede en groote schaal ingericht. Dat zal aan mijn associé en mij aanleiding geven om te overwegen, of die menschen daar niet geplaatst zouden kunnen worden, want de uitgaven zijn voor ons nog al aanzienlijk, en morgen komen er misschien weder bij. Wij kunnen dat niet altijd volhouden, maar ik zal thans daaromtrent niets verder zeggen. 10899. V. Ik ben even op dit punt moeten doorgaan. Natuurlijk is de goede naam uwer firma te welbekend, dan dat de door u vooropgestelde feiten op uwe verzekering niet gaarne zouden worden aangenomen. Gij laat uwe werklieden noch bjj ziekte, noch op hun ouden dag aan hun lot over. Fondsen bestaan er echter niet, zoodat z|j geene rechten kunnen doen gelden. Gij vindt intusschen vermoedelijk den bestaanden toestand ook niet goed ? |
IV.
66
|
A. Evenmin voor ons als voor den werkman. 10900. V. Dan iets anders. Ongelukken komen weinig op uwe fabriek voor, zegt gjj ? Zijn er bijzondere voorzieningen, om met bewegende deelen van machines, zonder opzet of verregaande roekeloosheid, niet in aanraking te komen? A. Wij hebben in de laatste 10, 15 jaren weinig ongelukken gehad. Het ergste is geweest een man die zijn arm heeft verloren ; deze werkt nog op onze fabriek en heeft hetzelfde loon behouden. De meusohen gaan te roekeloos met de machines om, en van de aanwezige voorzieningen wordt geen gebruik gemaakt. 10901. V. Zijn in uwe fabriek de bewegende deelen van de machines zooveel als eenigszins mogelijk is afgeschut en afgesloten? A. Ik geloof dat in dit opzicht onze fabriek ten minste evengoed is als andere fabrieken. Het is echter best mogelijk dat er nog verbeteringen zjjn aan te brengen, die voor de veiligheid nog grooter waarborgen zouden opleveren. 1090'2. V. Gelukkig is uwe ondervinding dat er weinig ongelukken voorkomen? A. Ja, heel weinig. 10903 V. Werkt het volk goed, komt het prompt op, houdt het Maandag, is het gewillig ? A. Wij zijn zeer tevreden. Het volk is gewillig en komt prompt op. Onze fabriek laat in dat opzicht niets te wen-schen over, en ik geloof dat bij andere fabrieken in Tilburg hetzelfde het geval is. 10904. V Gij laat u geheel in denzelfden geest uit als alle vorige getuigen uit Tilburg; alles goed en gunstig, hetgeen inderdaad aangenaam is te vernemen. A. Maar daarom is bij ons niet alles zoo rooskleurig, dat het een «Doradoquot; mag genoemd worden. Er zijn vele zaken die ik anders zou wenschen. Zoo is de afstand van de woningen van de arbeiders van de fabrieken te groot, ik heb bepaald medelijden met de raenschen, als zij naar huis gaan en in een uur weer terug moeten zijn |
10905. V. Geeft gij ze geen 1 '/j uur? A. Neen, ik kan geene exceptie maken. 10906. V. Deed de oude heer Diepen dat nooit ? A. Het is mogelijk, maar ik weet het niet. Dit weet ik wel dat, wanneer een 5- of 6-tal fabrikanten het voorbeeld gaven, het algemeen navolging zou vinden. Ik zou er sterk vóór zijn. ik geloof ook wel, dat alle eerste fabrieken van de plaats bereid zouden zijn toe te treden tot dien maatregel. 10907 V. Gij kwaamt daar op een punt, dat zeker van belang is, maar niet slaat op mijne vraag. Mijne vraag was . deze: of het volk goed was, en daarop hebt gij een antwoord gegeven in zeer gunstigen en bevredigenden zin. Om elkander echter goed te verstaan, herhaal ik nog eens de vraag, of naar uwe overtuiging, natuurlijk in het algemeen gesproken, geen kwaad van het Tilburgsche werkvolk is te zeggen? A. Volstrekt niet, integendeel. 10908. V. En hoe is de geest van het volk tegenover de patroons ? A. Heel goed, zelfs zoo, dat als er iets mocht haperen, dit eerder aan de patroons dan aan het volk zou geweten moeten worden. De menschen zijn goed, en wel in elk opzicht; wij hebben dat zelf ondervonden, want wij hebben er een 25, die meer dön 25 jaar bij ons zijn. 10909. V. Hebben die menschen naar hun stand en hunne middelen te Tilburg nog al een tameljjk redelijk leven: wonen zij nog al goed, of bekrompen ? Gij h^bt zeker wel eens gezien hoe het in andere, groote fabriekssteden is; maakt Tilburg daarop eene gunstige uitzondering ? A. Ik heb veel op dat terrein gezien, ook in andere landen, maar wat het punt van woningen betreft, mag ik met vrijmoedigheid verklaren, dat het te Tilburg beter gesteld is dan overal elders. Wanneer ik andere plaatsen met Tilburg vergelijk, bij voorbeeld Helmond, waar mijne vrouw vandaan is, dan is het verschil in de woningen kolossaal. Er is in de laatste jaren eene aanzienlijke verbetering gekomen, doordat de werkman het beter heeft gehad. De werklieden hebben, voor een groot ge- |
G7
|
lt;leelte, een stukje grond kunnen koopen en eene eigen woning kunnen bouwen. Ik ben eens met mijne vrouw in de wijk, zoogenaamd »de Hasseltquot; gaan wandelen ; zij was buiten zich zelve toen zij daar kwam, en zeide: is dat nu de armenwijk van Tilburg ? Zij heeft te Amsterdam aan het hoofd gestaan van eene liefdadige inrichting en honderden en duizenden gezinnen bezocht, maar het verschil tusschen Amsterdam en Tilburg viel haar zeer op. De woningen zijn meestal uitstekend; or zijn misschien een honderd, of nog enkele meer, die veel te wensohen overlaten, maar dat wordt met den dag beter. 10910. V. Gij spraakt daar van toestanden elders en noemdet Helmond, hebt gij daar vroeger gewoond ? A. Mijne vrouw is er vandaan. lO'Jl'l. Hebt gij nog andere fabrieksplaatsen in ons land bezocht buiten Helmond. A. Ik ben wel op andere plaatsen geweest, maar die heb ik niet bezocht met het oog op de industrie, ik ken dus den toestand van de werklieden daar niet. 10912. V. Is er in Tilburg ook een spaarbank voor het volk? A. Ja. 10913. V. Wordt daar veel gebruik van gemaakt? A. O ja, heel veel, buitengewoon veel. 10914. V. Hoe staat het met het misbruik van sterken drank? Komt dat veel of weinig voor? A Ik meen van dr. Van der Heyden gehoord te hebben, dat wij de vierde stad zijn wat betreft het drankmisbruik. 10915. V. Ja, maar ik zou liever uw eigen verklaring hebben. Hebt u last er van, dat uw volk zich te buiten gaat ? A. Neen, een enkele keer raag dat eens zijn, als zij de geboorte van een kind gaan aangeven of zoo iets, maar anders niet. 10916. V. Komt Maandaghouden wel eens voor. A. Neen. 10917. V. Hebt gij uit u zelf .nog eenige mededeelingen te doen ? |
A. Ja, Mijnheer de Voorzitter, naar aanleiding van de Schets die ik het genoegen had van u te ontvangen, zou ik wel eenige verbeteringen willen aan de hand doen. Ik zal u mijne gedachten daarvan eens mededeelen, als het geoorloofd is. Den maximum-werktijd zou ik bepaald willen zien op 13 uur; langer zou niet gewerkt mogen worden. Verder moet naar mijn meening de rusttijd des middags van 1 uur op I'/ï uur gebracht worden, vooral des zomers. Dan zou ik wensohen, dat de fabrikanten genoodzaakt werden om langs de muren van de fabriek ijzeren ladders te hebben of twee stel trappen, ter voorkoming van ongelukken bij brand. I'c moet hierbij doen opmerken dat in Tilburg zeer dikwijls brand is, maar er no» nooit een menschenleven bij een brand is omgekomen. 10918. V. Er is veelal maar ééne trap, en de werklieden moeten ingeval van brand uit de vensters springen, niet waar ? A. Wij hebben op elke verdieping een luik, en daarbij een ladder, waarmede de menschen zich kunnen rodden. Ik herhaal echter; wij hebben nog nooit een menschenleven te betreuren gehad. Dan zou ik, hetzij met medewerking van den Staat, hetzij met die van de gemeente, een ziekenfonds willen opgericht zien. Ik geloof dat de fabrikanten gaarne zelf daartoe 1 pet. zouden bijdragen. Ik heb een klein schetsje gemaakt om mijne denkbeelden hieromtrent te verduidelijken. Mijns bedunkens kan een pensioenfonds voor werklieden alléén door het Rijk worden opgericht, evenals het zich reeds bemoeid heeft met het sparen, door 't instellen van de Rijkspostspaarbank. en wel op zoodanige wijze, dat het zich alleen met de fabrikanten en werkbazen in verbinding stelt, door bjjv. dezen te verplichten, wekelijks iets van het werkloon in te houden, bijv. 1 pet. van 't loon, hetwelk wordt ingeschreven op een pensioenboekje, dat t eigendom en in bewaring van den arbeider blijft, die verplicht is het bij de uitbetaling van zijn werkloon mede te brengen en te laten inschrijven, terwijl de werkgever er een register op nahoudt waarin hjj op den naam van den arbeider het ontvangene bedrag inboekt, en |
C8
|
na daarvan bijv. maandelijks een staat fe hebben opgemaakt, welk totaal bedrag hij tegen quitantie bij den ontvanger van de registratie ol' een ander daartoe aan te wijzen persoon stort. Gaat nu de arbeider naar een anderen patroon, dan wijst zijn boekje aan, dat hij geregeld gestort heeft, en gaat daarmede bij zijn nieuwen patroon voort tot hij bijv. op 65jarigen leeftijd met zijn boekje bij het Rijk aanklopt, om pensioen te erlangen. Wordt hij vóór dien leeftijd invalide, dan woi dt zijn pensioen natuurlijk zooveel kleiner, terwijl als hij sterft vóór hij zijn pensioen verdiend heeft, zijne erven in zijne plaats treden. 10919. V. Met andere woorden: het is u opgevallen dat menschen, die werkzaam zijn op do fabrieken waar goed geregelde ziekenfondsen bestaan, bij net verlaten van zulk eene fabriek hunne gestorte bijdragen geheel en al kwijt zijn, en daarom zoudt gij het beter vinden dat er een algemeen fonds werd opgericht, waardoor aan dat bezwaar zou worden te gemoet gekomen. A. Ja, waardoor zij dus niet meer blootstaan aan de nukken der fabrikanten. '109-29. De heer Van Al plusn ; De getuige heeft straks gezegd eenige verlichting voor de fabriek te gemoet te zien uit dat geprojecteerde gasthuis Dat is dan zeker geen gasthuis in den Hollandschen zin, om zieken op fe nemen, maar een gesticht voor oude mannen en vrouwen ? A. Ja, het is voor oude mannen en vrouwen bestemd. 10930. De heer Bahlmaiin : Gij hebt gezegd, dat gij op uwe fabriek ongeveer 19 weefsters aan de machinale weefgetouwen aan het werk hebt. Gjj hebt gezegd, dat die vrouwen evengoed werken als de mannen. Maar gij weet, dat alle Tilburgsche fabrikanten niet zoo denken. Velen vinden-den arbeid van vrouwen niet zoo goed. Zij praten onder het werk meer dan mannen. Hebt gij in dit opzicht geen treurige ondervinding ? A. Het is een feit, dat alle fabrikanten zeggen: wij willen geene vrouwen hebben; maar wij bevinden er ons goed bij. |
10931. \. Ik heb de weefgetouwen bij u gezien. Maar ik heb niet gezien, dat er veiligheidsmaatregelen zijn genomen voor het uitspringen van de spoel. In de fabriek van Van den Bergh heb ik opgemerkt, dat een draadwerk was aangebracht, dat de spoel wanneer die er uitvloog, opving. Is het bij u nooit gebeurd, dat de spoel uit het weefgetouw vloog en iemand het gezicht beschadigde ? A. Het is meermalen gebeurd dat de spoel er uitvloog, maar ongelukken hebben daardoor nooit plaats gehad. Ik ken evenwel de voorzorgsmaatregelen niet van andere fabrieken, en zal die gaarne onderzoeken. 10932. V. Gij wenscht een normalen arbeidsdag van 13 uren; is daaronder dan de schafttijd begrepen ? A. Neen, dan zou die dag 14 kiix/2 uur moeten zijn. 10933. Do Voorzitter: Wjj danken u voor uwe mededeelingen. J. 1'. Mutsaerts. Verhoor van den heer F. A. L. Van den Bergh. (Verkort.) 10934. De Voorzitter: Mag ik uw naam, voornamen, betrekking en woonplaats weten 1 A. Ferdinand Adolf Leonard Van den Bergh, fabrikant te Tilburg, oud 39 jaren. 10937. V. Gij hebt geen zeer talrijk vrouwelijk personeel aan uwe fabriek? A. 25 a 30 vrouwen. 10938. V. Zijn dat meisjes beneden de 18 jaren? A. Meestal meisjes van 16â22 a 23 jaren, en slechts éóne weduwe van omstreeks 50 jaren. 10939. V. Waarom neemt gij die meisjes niet jonger? A. Er zijn voldoende grootere te krijgen, en dan nemen wij liever geen jongere. 10940. V. Wat doen die meisjes van haar Vide tot haar 16de jaar? A Voor het grootste gedeelte zijn zij werkzaam thuis met het pluizen van stukken, voorzoover dit nog gedaan wordt. Dit is echter in de laatste jaren |
C9
|
door wijziging in het fabrikaat veel verminderd. Velen worden nu gebezigd om hout te sprokkelen in de omstreken van Tilburg of zijn in het huishouden werkzaam. Daar ziet men nog al veel kindei'err sprokkelen in de bos-schen. â¢10941. V. üat is geen zeer ontwikkelende arbeid ? A. Dat ben ik geheel met u eens. Ik heb mij er dikwijls van overtuigd, omdat ik voel buiten kom en ja^er ben, en dus veel in het veld kom. Vele kinderen ziet men in de omstreken van Tilburg door de bosschen gaan. 10942. V. Dan komen wij misschien tot deze niet zeer gunstige conclusie, dat die kinderen tot hun 12de jaar prompt schoolgaan, van het 12de tot het 15de a 16de jaar wat verwilderen in de bosschen en op hun 15de a IGde jaar in de fabrieken komen ? A. Ik geloof dat dit wel w.it sterk is uitgedrukt, dat zij uitsluitend in de bosschen zouden sprokkelen; want voor zoover mogelijk helpen zij in het huisgezin . en pluizen zij wol, snijden gras en dergelijke dingen. 10943. V. Dat is toch minder wen-schelijk ? Ik ben het eens dat dat -niet wen-scheljjk is, maar er is voor hen geen werk te vinden, vooral in de laatste jaren, nu er overvloed van volk is. Anders is het gesteld met de jongens, die worden reeds op hun 12de jaar gebezigd in de fabrieken. 10914. V. Het leeren van die jongens en meisjes eindigt met het l:2de jaar ? A. Ja, in den regel, met de tweede «ommunie meestal, dus ook wel vóór het â 12de jaar 10945. V. Maar dan er tegen aan? A. Ja. 10946. V. Zij gaan allen, totdat zjj hun communie doen, trouw school ? A. Ja, bijna allen. 10947. V. Zou er voor die jongens en meisjes van 12 en 13 jaar, naar uwe kennis van do toestanden, niet op de oen of andero wijze verbetering in te brengen zijn, want de bestaande toestand, zooals gij dien geschetst hebt, is niet goed ? |
A. Ik geloof dat het zeer wensehelijk zou zijn als de kindoren tot hun 14de jaar onderwijs konden genieten, zoowel in het belang van den werkman als van den industrieel. 10918. V. Waarom ? A. Omdat daardoor het gehalte van den werkman zeer zou verbeteren. Wij hebben over het algemeen goede werklieden, wat werkzaamheid, goedheid van karakter betreft, maar het intellect van den werkman, hoewel niet laag in vergelijking mot dat in andere streken, is niet hoog. Wij zijn nu zeer dikwijls verplicht onze meesterknechts uit Verviers en andero vreemde plaatsen te doen komen. Wanneer het onderwijs verbeterd word, geloof ik dat wij goedo directeuren en meesterknechts uit ons eigen land zouden kunnen krijgen. Dat zou ook vanzelf weder gunstig werken op het gehalte der industriee-len zeiven, omdat men te allen tijde gezien heeft dat de industrieelen zich uit den werkenden stand opheffen. Hoe beter dus die stand, hoe meer dat ten goede zal komen aan de industrie en daarop kan het onderwijs een grooten invloed uitoefenen. 10949, V. Maar met het sprokkelen van hout in de bosschen en grassnijden zal toch al bitter weinig verdiend kunnen wordon ? A. Zeer weinig ja, maar het heeft voor den werkman dit voordeel, dat hij daardoor in do gelegenheid gesteld wordt oen varken te mesten en eeno geit te houden. Die er zorg voor hebben, zijn zelfs al heol licht in staat o:n een winterprovisie aardappelen te poten. In dit opzicht zijn de omstandigheden voor den werkman bij ons al zeer gunstig. Wat die kinderen dus doen brengt inderdaad wel voordeel aan het gezin. 10950. V. Dat begrijp ik niet. Als de meisjes anders niet uitvoeren dan zulke nesterijen wat eigenljjk niets meer is dan tijdverbeuzelon, dan kan dat toch geen inbrengst afwerpen van eenige beteekenisquot;? A. Dat hout hetwelk zij sprokkelen komt het huishouden ten goede en het voer dat zij zoeken voor varken en geit heoft voor die menschen nog al betee-kenis. Het ligt trouwens voor de hand dat zij die dingen doen, zoolang zij goon andere bezigheden hobben. 10350bis. V. Ik bedoel dit, en ik ge- |
70
|
loof wel, dat wij elkander begrijpen zullen : gij faebt gezegd, dat, als de kinderen tot hun veertiende jaar op school bleven, dit zeer goed voor hen zou zijn en zeer dienstig voor de industrie â gij hebt dit alles zeer duidelijk uit elkander gezet â maar nu moet gij mij eens antwoorden op deze vraag: acht gij dien luttelen arbeid, die toch geen zeer groote geldelijke voordeden afwerpt, waarlijk zóó noodzakelijk voor het gezin, dat alleen om die reden al bet goede dat gij opgenoemd hebt, op zijde geschoven en de maatregel ontraden zou moeten worden om de kinderen tot hun veertiende jaar van het werk te houden ? A. Ik zou moenen, dat het wensche-lijk zou zijn, dat zij tot hun 14de jaar op school moesten blijven. Ik acht het verlies, dat de huishoudens daardoor zouden lijden niet gering, maar dat zou niet opwegen tegen het groote voordeel, ook voor de industrie, dat het gevolg zou zijn als zij tot het 14de jaar op school bleven. 10951. V. Als ik u dus goed begrijp zijt gij volstrekt niet blind voor het nadeel, dat door het gemis van die kleine inkomsten der kinderen zou geleden worden, maar het groote voordeel, aan den anderen kant, voor de ontwikkeling van het kind en ook voor den gang van de industrie, weegt bij u zóó zwaar, dat gjj, bij hetgeen gij weet van do toestanden in Tilburg, niet terug zoudt deinzen voor een maatregel, die de kinderen tot het 14de jaar uit de fabriek hield, maar dat gij dien zoudt toejuichen ? A. Daarmede ben ik het geheel eens. 10952. V. Gij zeidet straks, een klein beetje buiten de vraag die ik deed, een en ander omtrent den toestand en de festeldheid van den werkman te Tilburg, ie inderdaad in vergelijking althans met die van andere fabrieksplaatsen gunstig schijnen te zijn. Dat werd immers goed verstaan?esteldheid van den werkman te Tilburg, ie inderdaad in vergelijking althans met die van andere fabrieksplaatsen gunstig schijnen te zijn. Dat werd immers goed verstaan? A. Ja, in vergelijking met andere fabrieksplaatsen. zoover ik die hier te lande ken, zijn de toestanden in Tilburg zeer gunstig. 10958. V. Welke toestanden kent u in ons land ? A. Ik ken de katoen-industrie in Twenthe. |
'10953. V. Vertel ons daar een en ander van, in vergelijking met de toestanden te Tilburg. A. De toestanden van de arbeiders in de wol-industrie te Tilburg is in zoover gunstig vergeleken bij de Twentsche toestanden, dat do loonen. zonder hoog te zijn, niet bepaald laag zijn, dat het getal werkuren, zonder kort te zijn, in den regel niet te groot is -â behoudens uitzonderingen natuurlijk, er zijn fabrikanten die langer laten werken dan do regel is â 13, 14 uren is do gewone regel en dat is niet overmatig. Verder zjjn de lokalen over het algemeen goed. De wol-industrie eigent zich daartoe bijzonder, omdat men verplicht is alles ruim te plaatsen en voldoende te verwarmen, en deze industrie niet zooveel stof afwerpt als de katoenbewerking. Van den anderen kant moet ik erkennen dat er gevaren aan onze industrie verbonden zijn met het oog op de gezondheid en het leven van de werklieden doch de omstandigheden zijn ook te dien opzichte gunstiger dan bij de katoen-industrie. De katoen-industrie eigent zich daar niet zoo goed toe In de spinnerij heerscht een warmere temperatuur en vliegen veel meer stofdeeltjes rond dan bij ons het geval is. In de weverij vindt men dit nog in sterkere mate. Door het pappen van de ketting is do lucht geheel en al bezwangerd met stof, en ik meen te weten dat men om de ketting goed te doen weven de lucht in dergelijke-weeflokalen vochtig houdt. Die vochtige en met stofdeeltjes bezwangerde lucht is natuurlijk schadelijk voor de gezondheid, en in dit opzicht verkeert men dan ook te Tilburg in veel gunstiger omstandigheden. Daarbij komt dat voor de katoen-industrie veel meer kinderen en vrouwen gebruikt worden dan voor de wol-industrie. Te Tilburg zijn er weinig vrouwen en kinderen in de fabrieken werkzaam. Ik geloof dan ook dat de wol-industrie beter is dan eenige andere industrie in ons land. 10955. V. In het uiterlijk voorkomen en in de wijze van wonen in Tilburg, ontdekt gij in Tilburg gunstige verschijnselen 1 A. Ja, ik moet er bepaald op wijzen |
71
|
dat de werkmanswoningen in Tilburg over het algemeen zeer goed zijn Voor fl, f 1,25 f1,40 heeft de werkman eene woning met 2 of 3 vertrekken en veelal een tuintje er bij. 10956. V. Aan ziekenfondsen wordt in Tilburg niet veel gedaan, die zijn niet populair ? A. Die komen bijna niet voor. 10957. Wat gebeurt er dan bij ziekte ? A. Ik geloof dat in de meeste gevallen als de patroon hart heeft voor zijn werkman, zijne diensten op prijs stelt, zijn loon in geval van ziekte geheel of gedeeltelijk wordt uitbetaald. Is de ziekte van langen duur, dan krijgen zij soms half geld. Maar anderen zien ook wel eens hun loon geheel ophouden. 10958. V. In het algemeen is het dus overgelaten aan den goeden wil van de patroons en die ontbreekt naar het schijnt in Tilburg volstrekt niet. Maar een reeft* op ondersteuning heeft de werkman niet ? A. Neen. 10959. V. Vindt gij dit goed ? A. Ik zou het in het belang van den werkman en van de industrie in het algemeen wenschelijk vinden, wanneer de werkman gewaarborgd was tegen gebrek in geval van. ziekte. 10960. V. Met Staatsgeld? A. Dat weet ik niet: daarover durf ik geen bepaald oordeel uitspreken. Ik geloof echter niet dat dat doenbaar zoude zjjn. 10961. Dus, gij zoudt begrijpen, dat het moest geschieden door contributie van den werkman en misschien met een bijdrage van den fabrikant. Dan zoudt gij er niet afkeerig van zijn? A. In dat geval zou ik er voor wezen. 10962. V. Komen er in uwe fabriek weinig groote of kleine ongelukken voor ? A. Niet veel, maar enkele gevallen zijn er toch. Verleden jaar hebben nog twee werklieden van tusschen de 30 en 40 jaren een ongeluk aan de hand gehad. 10963. V. Door de stoommachine ? A. Ja. 10964. V. Was het in beide gevallen een gevolg van onvoorzichtigheid, of hadden de ongelukken kunnen voorkomen worden, wanneer de werktuigen bedekt waren geweest? |
A. Louter onvoorzichtigheid. Maar men kan dit den werkman niet zoo erg ten kwade duiden, want het is zeer begrijpelijk, dat hij. iederen dag in zijn omgang met de machines onvoorzichtiger wordt. 10965. V. Zou het ook indiscreet zijn te viagen of gij ook iets voor die men-schen gedaan hebt ? A. Ik heb al dien tijd hunne heelkundige behandeling bekostigd en hun volle loon uitbetaald totdat zij op de fabriek zijn teruggekomen. 10966. V. Dan verheugt het mij, dat ik de vraag gedaan heb. En het is geen op zich zelf staand feit in Tilburg, dat men op die wjjze voor de menschen zorgt ? A. Neen. 10967. V. En wat is daarvan het gevolg ? Dat is zeker goed ? A. Wij hebben over het algemeen een tevreden volk. Het volk is ook niet lastig. 10968. V. Dus de patroons zijn goed voor het volk en het volk is over het algemeen goed voor de patroons? A J 9. 10969. V. Gij hebt de Schets gezien en weet de punten waarover de enquête loopt. Wilt gij uit eigen beweging misschien nog een of ander mededeelen ? A. Ja, ik weet niet of een der andere heeren uit Tilburg er over gesproken heeft, doch er is ééne zaak die ik wenschte aan uwe opmerkzaamheid niet te laten ontgaan. Er bestaat namelijk te Tilburg een tak van industrie, die ik meen dat èn voor den werkman èn voor de algemeene gezondheid zeer na-deelig is. Dat zijn de vcllenblooterijen. In korte woorden zal ik zeggen wat daaronder verstaan wordt. Het zijn de vellen mfet de wol er op, die uit Amerika en andere streken worden aangevoerd; de wol wordt daarvan afgenomen en de vel ⢠len, voor zoover zij geschikt zijn, worden gebruikt voor schoeisel enz. Die vellen worden eenige dagen in koud water ge â weekt en dan in het zoogenaamde smoor-hok gehangen. Na eenige dagen ontstaat er ontbinding, en bij het begin van die ontbinding worden de vellen er uitgenomen en van de wol ontdaan. Dat is op zich zelf reeds een der smerigste baantjes, die er zijn. Waren die vellen nu maar altijd van gezonde schapen, dan zou er misschien nog zooveel ge- |
72
|
vaar niet bij zijn; maar het komt zeer veel voor, dat zij ook zijn van schapen, die aan de eene of andere besmettelijke huidziekte zijn gestorven. Die vellen worden in Amerika verzameld, op de markt te Antwerpen aangevoerd en verkocht. Zij zijn goodkooper dan do gewone velien, vooreerst, omdat ze in de machinale vellenblooterijen moeilijk te gebruiken zijn daar de vellen door de huidziekten te veel verrot zjjn en daarin dus, zoodra de wol er af is, gaten vallen, en ten tweede omdat men niet gemakkelijk een industrieel vindt die ze wil bewerken. Het verwerken van die vellen van aan besmettelijke huidziekten gestorven schapen kan niet anders dan zeer slecht zijn voor het personeel, dat ze bewerken moet. Nadat die vellen van de wol zjjn ontdaan, worden ze gedroogd en gezonden naar de Ijjmkokerijen, die, zoover ik weet, in Tilburg niet bestaan. Ik meen, dat de bewerking van die vellen voor den werkman en voor de bevolking in het algemeen nadeelige gevolgen moet hebben. Ik ben jarenlang in de gelegenheid geweest dit op te merken, omdat naast onze inrichting eene vellenblooterij bestond. In den regel zagen de werklieden er slecht uit en er heerschte voortdurend eene verpestende lucht. 10970. V. Die inrichting kan niet anders opgericht worden dan met speciale vergunning en onder bepaalde voorwaarden ? A Het zou weuschelijk zijn, dat dergelijke inrichting niet in de kom der gemeente mocht bestaan. 10971. V. Dit hangt van uw gemeentebestuur ai'. Een punt, waarvoor gij u als lid van de kamer van koophandel in eene ver- fadering in Januari 1884 vrij warm ebt getoond, betreft den duur van den arbeid: is die duur in sommige opzichten niet bovenmatig lang'?adering in Januari 1884 vrij warm ebt getoond, betreft den duur van den arbeid: is die duur in sommige opzichten niet bovenmatig lang'? A. Ik acht dien in sommige opzichten te lang; regel is 12 a 14 uren, maar bjj uitzondering wordt ook langer gewerkt. Een korten werkdag acht ik in het belang van het gehalte van den werkman en van de industrie. Anderen meenen dat een lange werkdag voor hunne industrie noodig is, maar mijns inziens is de man krachtiger, opgewekter bij een dag, gelijk bij ons, namelijk van 's morgens 6 tot 's avonds 8 ure. |
10972. V. Is dat ook de werktijd van de jongens ? A. Ja, van allen. 10973. V. Neemt gij jongens van 12 jaren aan ? A. Ja, wij hebben er 12 a 14 die 12 14 tot 16 jaren oud zijn. 10974. V. Werken die jongens even als de volwassenen van 'smorgens 0 tot 'savonds 8 uren? A. Ja. 10975. V. Zou er niets te doen zijn, in het belang van do ontwikkeling dier jongens dat, bij wijze van algemeenen maatregel, hun eenige vrije tijd gelaten werd om iets te kunnen leeren ? A. Hoewel ik het wenschelijk zou vinden voor de jongens zelve zou het in onze industrie moeilijk toe te passen zijn. Die jongens bedienen de spinmachines, selfactings en mullejennies, en deze moeten zooveel mogeljjk werk als kaardmachine produceeren. Wanneer die eenigen tijd door de jongens moeten verlaten worden, zouden zij stilstaan en eene geheele stoornis in de fabriek veroorzaken. 10976. V. Zou daarop niets te vinden zijn '? A. Ja, op alles is iets te vinden, en hier zou de fabrikant meer spinmachines moeten aanschaffen en zijne inrichting veranderen. 10977. V. Zou het dus te vinden zijn met een spinmachine meer te nemen ? Leg ons dat eens uit. A. Gesteld eens dat men thans werkt met zes machines, die zooveel garen spinnen als zes assortimenten (hiermede worden bedoeld kaardmachines) leveren. Zou die spinmachine gedurende eenige uren op een dag moeten stilstaan, dan zou men verplicht zijn om meer spinmachines aan te schaffen. 10978. V. En meer jongens te nemen? A. Ja, wanneer het doenbaar was een deel van de jongens naar huis te zenden en anderen te nemen, maar ik geloof niet dat het zou gaan. 10979. V. Maar niet een dubbel personeel ? A. Neen, dat niet. 10980. V. Gij zoudt de oplossing dus |
73
|
zoeken in een grooter getal machines, zoodat elk korter behoefde te werken en vroeger kon stilstaan ? A. Dat is, geloof ik, de eenige oplossing. 10981. V. Zouden daar groote sommen mede gemoeid zijn? A. Somtijds, somtijds niet. Wanneer eene inrichting eenmaal gemaakt is zou het zeer moeilijk kunnen zijn eeno machine bij te plaatsen. Die plaats zal den fabrikant ontbroken ; maar bij een nieuwen aanleg van eene fabriek, zou het zooveel niet scholen. 10982. V. Gij hebt de portee van de vraag wel begrepen, maar ik wil haar toch nog wat meer preciseeren. Het zou wenschelijk zijn dat jongens van 12 tot 14 jaar nog wat leerden, maar het schijnt ook wenschelijk te zijn dat jongens van 12-14 jaar aan den arbeid gezet worden. Het schijnt dat de fabrikanten zeggen ; ik wil wel jongens aannemen van 12 jaar, maar dan neem ik ze geheel en al, en laat ze niet vroeger dan het andere volk los; zij moeten dan den-zelfdon tijd arbeiden als een gewoon werkman. Ik heb u nu duidelijk gezegd voor welke moeilijkheid men staat. Weet gij, behalve de oplossing, die gij hebt aangegeven, geeno andere of wèl 7 A. Ja, deze dat de fabrikant er eerder toe komen zal in tijden wanneer er voldoende werkvolk te vinden is, uitsluitend jongens van 14 jaar aan te nemen. 10982. V. Dan komt men voor de andere moeilijkheid namelijk dat een ander deskundige weer zegt : dan blijven de jongens tot hun 14de jaar geheel uit de fabriek, en leeren zij niet arbeiden ; dat is ook een kwaad ? A. Ik geloof, dat hoe men het opvat, het niet oepaald noodzakelijk is dat de jongens op hun 12de jaar op het werk komen. Op 14jarigen leeftijd is hij nog even geschikt om het vak te leeren an beter nog dan als hij 12 jaar is. |
10984. V. Ik begrijp dat goed. Om de vereisctite handigheid in het vak te krijgen, behoeft men het niet op zijn 13de jaar te beginnen. Maar de deskundigen, tegenover wie ik gaarne uwe verklaringen wil vernemen, zeggen, het speciale vak nu eens daargelaten, dat jongens van 12 jaar aan het werk gezet moeten worden, omdat dat goed voor hen is, en dat bezwaar zou niet opgelost worden als er eene bepaling werd gemaakt dat de jongens niet vóór hun 14de jaar mogen arbeiden. Begrijpt gij de moeilijkheid? A. Ik ben het geheel met u eens, indien dit zoo begrepen moet worden dat de jongens vóór dien leeftijd in het geheel niets zouden mogen doen, geen enkele bezigheid ; maar ik zou denken dat als zij dien tijd onderwijs genoten, het voor de jongens het best zou zijn. 10985. V. En dan niet arbeiden? A. Neen. 10986. V. Gij schjjnt de oplossing van de moeilijkheid om de kinderen tot 14 jaren te laten leeren en toch op 12ja-rigen leeftijd aan hot vak te gaan, niet anders te kunnen oplossen dan door het aanbrengen van meer spinmachines ? A. Ja, of door moer jongens van 14 jaar te nemen. 10987. V. Maar dan lost gij het andere bezwaar niet op. Of begrijpt gij, dat een sterker personeel van jongens zou noodig zijn, omdat de jongens van 12. tot 14 jaar vroeger gedaan zouden krijgen ; bedoelt gij dat ? A. Ik geloof niet, dat de fabrikanten dan jongens van 12â14 jaar zouden nemen. 10988. V. Dus gij zoudt denken, dat de jongens pas op hun 14de jaar zouden worden aangenomen in dat geval ? A. Ik geloof niet dat het te Tilburg gemakkelijk zou te regelen zijn om de jongens van 12â14 jaar gedeeltelijk op de fabriek te laten werken en de overige uren naar school te zenden. 10989. V. Van twee kwaden het minste kiezende, zoudt gij dan in het belang van den werkman en van de industrie verkiezen, dat de jongens tot hun 14de jaar op school bleven? A. Zeker acht ik het een groot bezwaar, dat de inkomsten van de gezinnen gedurende een paar jaar zouden verminderd worden, want de moeilijkste jaren voor den werkman zijn als de kinderen nog klein zijn. Als zij grooter worden en wat verdienen, dan komt er een tijd van welvaart, maar niettegenstaande dit alles, zou ik het wenschelijk |
74
|
vinden, als het regel werd, dat de jongens niet voor hun 14de jaar op de fabriek werden toegelaten. 10990. De heer Biihlinaiiu : Gij hebt gezegd dat ziekenfondsen te Tilburg bijna niet voorkomen, ik zal u er nu eenige opnoemen wier bestaan mij persoonlijk bekend is. Er zijn ziekenfondsen bij : De werkplaatsen van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, H. Eras amp; Zonen, B. J. Strater, F. A. Swagemakers amp; Zn., Swagemakers Caesar, Hoeben, Franken van tirunschot, Vincent van Spaendonck, en bij de Gebr. Diepen. Verder zijn er nog eenige geweest, maar die zijn ontbonden, wegens tegenkanting van de zijde der werklieden. Zoudt u niet meenen, na dit gehoord te hebben, dat avv antwoord straks wat te ver ging? A. Ja, ik wist niet dat er zooveel ziekenfondsen waren, maar het doet mij genoegen te vernemen dat het zoo is. Mijn antwoord van straks moet dus gewijzigd worden. 10991. V. Zooals gij weet, ben ik in uwe fabriek geweest. U was toen naar eene wolveiling te Antwerpen en tot mijn spijt heb ik u toen dus niet gesproken. Met genoegen heb ik uwe fa briek bezichtigd, en gezien dat het een van de best ingerichte van Tilburg is, wat betreft de localiteit. Nu hebt u ook gesproken van ongelukken in de fabrieken en ik meen dat u ook gezegd hebt dat bij u eenige jaren geleden een ongeluk is voorgekomen door het uitschieten van een spoel bij een machinaal weefgetouw, die terecht kwam in het oog van een werkman die er naast aan het werk was Ik meen dien man gezien te hebben en vernam dat hij op uw kosten naar Utrecht is gegaan en behandeld is door dr Snellen en later al dien tijd door de fabriek is onderhouden ? |
A. Inderdaad heeft ongeveer l1/, jaar geleden een van onze wevers een spoel in het oog gekregen. Bij die gelegenheid hebben wij van dr. Snellen in j Utrecht vernomen dat het nog al dik-1 wijls voorkwam dat werklieden in weverijen door de spoel verwond werden. Wij hebben toen terstond maatregelen genomen om dat gevaar te voorkomen en tusschen al de weefstoelen ijzeren draadnetten doen hangen. In Twenthe heb ik slechts in sommige weverijen gezien dat men voorzorgsmaatregelen tegen dit gevaar had genomen, maar het zou wenschelijk zijn. dat dit in alle weverijen plaats had. 10992. De Voorzitter: Dus het gevaar is met een kleinigheid te voorkomen ? A. Ja. 10993. De heer Balilmaiin : Ik ben ook in uwe fabriek op den droogzolder, of de zoogenaamde hel, geweest en heb daar uw personeel bezig gevonden met het vasthaken van de lakens of de flanellen op de ramen. Acht gij die werkzaamheid niet beter geschikt voor mannelijk personeel; gelooft gij niet dat juist de controle over het volle personeel op dien droogzolder, waar ook jongens werken, den fabrikant aanleiding kan geven tot minder aangename ontdekkingen? A. Bij ons zeiven hebben wij daarmede geen moeite, omdat ons vrouwelijk personeel op den droogzolder uitsluitend werkt met twee getrouwde vrouwen op leeftijd. De zedelijkheid zal er dus niet onder lijden. Wat het werk zelve betreft, alles kan natuurlijk door mannen verricht worden, maar uit den aard dei-zaak is dit werk beter aan vrouwen toevertrouwd, ten minste in- ons vak. Diezelfde vrouwen toch moeten het goed verder behandelen, het pluizen en opmaken. Neemt men daar nu mannen voor, dan moet eene geheel andere inrichting worden gemaakt. 10994. V. Gjj weet natuurlijk ook dat de hitte in de droogkamer, wanneer de ramen nog niet opengezet zjjn, verschrikkelijk is. Ik ben zelf in eene fabriek op de hel geweest en kon het er niet uithouden. Os fabrikant zeide mij dan ook: het is een zeer zwaar werk en ik ben altijd de eerste die den droogzolder opgaat, en de ramen openzet. Wanneer dan de stoom vervliegt is het er natuurlijk uit te houden. Zoudt gij het dus niet beter vinden, daar de vrouwen toch altijd een zwak- |
75
|
kei- geslacht zijn, om dat werk geheel aan de mannen over te laten ? Ãok, wanneer de stoom nog niet geheel weg is en de ramen gedeeltelijk openstaan, is het op de droogzolders zeer benauwd. A. Ik geloof dat het voor mannen en vrouwen al even benauwd is, het is altijd een hoogst onaangenaam werk. Bovendien kan men in drukke tijden de warmte niet geheel laten weggaan, dan wordt er wel gewerkt in zeer verhitte gedeelten. Dit moet op den duur wel nadeelig zijn, zoowel voor mannen als voor vrouwen. Nu is het wel mogelijk, dat de vrouw minder goed daartegen bestand is, maar in den regel verrichten de vrouwen dit werk slechts gedurende enkoio jaren, daar zij gewoonlijk in den leeftijd van '23 en 25 jaren huwen, terwijl de mannen het hun geheele leven lang zouden doen. Daarom geloof ik, dat het in vele fevallen schadelijker voor de gezond-eid dor mannen zou zijn.evallen schadelijker voor de gezond-eid dor mannen zou zijn. 10995. V. Wij hebben zooeven gehoord van den heer Mutsaerts dat hij zoowat de eenige was in Tilburg, die vrouwelijk Eersoneol aan den machinalen weefstoel et werken. Gij weet, dat er op de fabriek van Ledeboer en Co. â ik mag er gerust over spreken â een afzonderlijk lokaal voor vrouwen aan het machinale weefgetouw is. Nu zegt de heer Mutsaerts, dat vrouwelijk personeel het evengoed kan doen als mannelijk personeel ? Ge weet, andere fabrikanten denken er anders over.ersoneol aan den machinalen weefstoel et werken. Gij weet, dat er op de fabriek van Ledeboer en Co. â ik mag er gerust over spreken â een afzonderlijk lokaal voor vrouwen aan het machinale weefgetouw is. Nu zegt de heer Mutsaerts, dat vrouwelijk personeel het evengoed kan doen als mannelijk personeel ? Ge weet, andere fabrikanten denken er anders over. A. Ik zelf prefereer mannen, en wij hebben dan ook uitsluitend mannen in de weverij. Ik geloof dat eene handige vrouw het evengoed kan doen, en die zijn er ook. Maar voor mij is een der bezwaren, dat eene vrouw in den regel op 22-, 23- of 24jarigen leeftijd huwt en men dus telkens van personeel moet veranderen, terwijl men een man, die eenmaal gevormd is, behoudt en later minder moeilijkheid heeft. 10996. V. Dat is de technische zijde der quaestie; maar hoe denkt gij over de zedelijkheid? Vrouwenarbeid isgoed-kooper; maar er zijn fabrikanten die geen vrouwen willen hebben, omdat zij meer dan het mannelijk personeel van hare plaats afgaan, praten enz. Kunt gij daar inlichting over geven ? |
A. Ik zou het niet verkiezen, dat mannen en vrouwen met elkander werkten ; ik ben er voor, dat mannen alleen werken. Ik kan mij niet voorstellen, dat de orde gemakkelijk te handhaven zou zijn, als men mannen en vrouwen met elkander liet werken, vooral jeugdige vrouwen, hetgeen ik zeer zou af keuren. 10997. V. Wij hebben gisteren van een dokter gehoord, dat er in Tilburg onder het werkvolk nog al veel gevallen van breuken voorkomen. Kunt gij daarvoor eene reden opgeven ? Ligt in den aard van het fabriekswerk eenige aanleiding dat de mannen gemakkelijk een breuk krijgen ? A Ik geloof wel dat het mogelijk is bij de handweverijen, omdat daar de voeten mede werken, maar anders kan ik mij niet voorstellen dat het werk aanleiding geeft tot het verkrijgen van breuken. 10998. De heer Van der Sleyden : Worden op uwe fabriek boeten toegepast ? A. Ja, wij passen boeten toe voor het te laat komen, namelijk 5 centen voor elke 5 minuten, totdat het een half uur bedraagt. Na een half uur te laat mogen de werklieden niet moer binnen gelaten worden en moeten zij zich om 9 uren aan het kantoor vervoegen, om de reden van het te laat komen te verklaren. In de fabriek worden ook boeten toegepast voor kleine vergrijpen. Die boeten bedragen 5 centen voor elk vergrijp. De grootste straf voor hen is. evenwel dat zjj zelf naar het kantoor moeten gaan om te zeggen dat zij boeten gekregen hebben. Als dit 1 of 2 malen gebeurd is heeft dit zulk een indruk gemaakt, dat het opleggen van boeten verder niet meer noodig is. De pas aankomende jongens vooral moeten langs dien weg aan orde en regel gewend worden ; als zij een paar malen 5 ets. boete hebben moeten betalen en aan het kantoor zijn geweest, zijn zij spoedig genezen. Het een half uur te laat komen komt zeer zelden voor, en zooal, dan worden daarvoor gegronde redenen opgegeven. In de laatste jaren wordt daaromtrent geen boete opgelegd. Wij hebben de boeten zoo laag mogelijk gesteld, omdat met kleine boeten evengoed als met groote het doel wordt bereikt. |
76
|
10999. V. Heeft het bedrag der boeten eene bepaalde bestemming ? A. Neen, het blijft het eigendom der fabriek, maar het is bijna niets. Bij volwassenen slaagt men veelal beter door een gemoedelijk woord, wat bij kinderen doorgaans minder ingang vindt. 11000. V. De Voorzitter: Wij danken u zeer voor uw inlichtingen. F. A. L. Van den üergh. Verhoor van den heer C. Mommers. HOOI. De Voorzitter: Mag ik uw voornaam, naam, ouderdom, beroep en woonplaats weten? A. Christiaan Mommers, oud 50 jaren, stoom-wolfabrikant te Tilburg. 11002. V. Drijft gij de zaken alléén, of met associés ? A. Alleen. 11003. V. Hoelang bestaat uwo fabriek ? A. Mijne stoom-wolfabriek bestaat 14 jaren en mijne handwerkfabriek 25 jaren. 11004. V. Dus zijt gij 25 jaar geleden in het klein begonnen en vooruitgekomen ? A. Ja. Ik heb nu twee grootc fabrieken : ééne in Frankrijk en ééne in Tilburg. Als werkman ben ik begonnen. Ik ben zeven jaar werkman geweest alvorens fabrikant te worden. Getrouwd zijnde had ik van mijne vrouw f 300. Die heb ik besteed om wol te koopen. Ik heb gelegenheid gevonden om een associé te krijgen voor de eerste 10 jaren. Onze producten zijn gezocht geworden in het buitenland, in Duitschland, Zweden en Noorwegen. Wij hebben een jaar of wat met goed resultaat gearbeid. Toen werden wij daarbij geslagen, omdat wij door de hooge rechten Duitschland moesten verlaten. Vandaar zijn wij naar Frankrijk gegaan. Daar heb ik fewerkt tot de rechten gekomen zijn. quot;oen moesten wij kiezen of deelen, wilden wij onze Fransche clandisie aanhouden. Ik had vijf zonen. Mijn oudste zoon was 20 jaar oud en sprak: vader, laten wij onze clandisie niet verliezen, laten wij eene fabriek in Frankrijk trachten te vinden, dan zal ik ze wel drijven. Toen zeide ik: beste zoon, gij zjjt een jongen van 20 jaar, op uwe jaren is het in Frankrijk zeer gevaarlijk ; ik heb alle mogelijke moeite aangewend het tegen te houden. Niettegenstaande dat, ben ik, door den ijver van mijn zoon bezield, er toe overge-gegaan.ewerkt tot de rechten gekomen zijn. quot;oen moesten wij kiezen of deelen, wilden wij onze Fransche clandisie aanhouden. Ik had vijf zonen. Mijn oudste zoon was 20 jaar oud en sprak: vader, laten wij onze clandisie niet verliezen, laten wij eene fabriek in Frankrijk trachten te vinden, dan zal ik ze wel drijven. Toen zeide ik: beste zoon, gij zjjt een jongen van 20 jaar, op uwe jaren is het in Frankrijk zeer gevaarlijk ; ik heb alle mogelijke moeite aangewend het tegen te houden. Niettegenstaande dat, ben ik, door den ijver van mijn zoon bezield, er toe overge-gegaan. |
Die zoon werkt nu reeds sedert vijf jaren in Frankrijk; hij is gevestigd te Disieux in Normandië. Ik moest eene nieuwe clandisie in Holland vestigen. Ik heb tot mijn bedienden en volk gezegd: Mannen! bedenkt u wel, dat gij netjes en goed moet werken, omdat wij ons in Holland moeten indringen en onze clandisie vermeesteren. Wij zijn goed geslaagd. Binnen drie maanden had ik het geluk te kunnen zeggen, dat wij volop werk hadden; en dat hebben wij tot heden behouden. Nu werkt mijn oudste zoon in Frankrijk en ik met mijn twee andere zoons in Holland. 11005. V. Vertel eens wat van Frankrijk. A. Mijn zoon werkt daar met ongeveer 300 arbeiders. De kinderen beneden 15 jaar werken 12 uren. Zij moeten minstens 12 jaar zijn. Die kinderen gaan om 7 uur naar school en blijven daar tot half negen. Ingevolge de wet komt een politie-agont. wanneer een kind de school verzuimd heeft, op de fabriek, met de aanzegging dat die jongen niet mag arbeiden. Gebeurt dat twee of driemaal, dan worden de ouders gestraft. 11007, V. Ga door, gij hebt nog wel meer te vertellen A. Van Frankrijk weet ik niets meer te zeggen. 11008. V. Hoe gaan daar de zaken? A. Uitstekend, bijzonder goed. 11009 V. Gij werkt daar met 300 menschen ? A. Ja, mannen en vrouwen. 11010. V. En wat maakt gij ? A. Bukskins. 11011. V. Zijn daar ter plaatse meer zulke fabrieken? A In dat genre zijn wij de eenigste in Frankrijk; ons artikel is meer bestemd voor het land, terwijl de Fransche fabrieken zich meer bepalen tot het maken van lichtere stoffen. 11012. V. En waar is uw debouché? |
77
|
A. Uitsluitend in Frankrijk zelf. 11013. V. Werkt gij uitsluitend met Franschen ? A. Wij hebben een 30 man medegenomen uit Geldrop en Eindhoven, maar de resultaten lieten te wenschen over. De geest van don Tilburgschen werkman, «netheid, werkzaamheid, geen misbruik maken van drankquot;, zat er niet in. Op een stuk of 6, 7 na hebben wij die menschen franco teruggestuurd. 11014. V. Waarom hebt gij geen Til-burgers medegenomen? A. Die heb ik medegenomen en die zijn er nog. t11015. V. En de andere werklieden ? A. Er is er geen een van Geldrop of Eindhoven gebleven. 11016. V. Zat daar de goede geest niet in? A. Neen, zij dronken, en werkten weinig: dat was het geval niet met de Tilburgers. 11017. V. Dus die fabriek gaat goed ? V. Die gaat uitstekend. 11018. V. En hoe gaat het in Tilburg ? Hoeveel man hebt gij daar aan het werk ? A. Te Tilburg 100 man en 50 mannen en vrouwen, die buiten werken; er is altijd voldoende werk. 11019. V. Daar hebt gij zeker niets anders dan Tilburesche werklieden ? A. Ja 11020. V. En die zijn goed? A. Ja. 11021. V. Zijn de werklieden te Lisieux goed? A. Ja, die zijn uitstekend. 11022. V. Zijn zij evengoed als te Tilburg? A. Wat de zeden betreft zjjn de Tilburgers beter, de toestand te Tilburg is onverbeterlijk, de verhouding tusschen de patroons en de werklieden is zoo goed als zij maar zijn kan 11023. V. En hoe is de toestand in Frankrijk ? A. Daar werkt alles meer onder elkander ; ik kan er zoo geen naam voor vinden. Wij als Hollanders kunnen daar niet best tegen. Getrouwde vrouwen, jonge meisjes en mannen werken bij 11024. V. Gij bedoelt dus, dat de toestand te Tilburg beter is dan die in Frankrijk ? |
A Ja, wat de zeden betreft. 11025. V. Maar zij werken goed ? A. Uitstekend, ja dat wel. 11026. V. Zijn zij handiger? A. Vif, die menschen werken in 12 uur meer af dan de Hollanders in löuur. 11027. V. Worden zij op stuk betaald? A. Ja, maar sommigen hebben vast geld. 11028. V. Maar het gros? A. Dat werkt op het stuk. 11029. V. Hier in Tilburg ook ? A. Ja. 11030. V. Dus hier hebben de werklieden denzelfden prikkel om vif te zijn als uw Fi-anschen te Lisieux ? A. Ja, maar dat zit er hier niet in. 11031. V. Dit neemt echter niet weg dat de Tilburgers beste werklieden zijn, niet waar ? A. Ja. 11032. V. Gij laat lang werken op uw fabriek ? A. Ja, dat is ongelijk, â dat zal ik u eens zeggen. 11033. V. Gij lacht er om, want gij weet dat het heel erg bij u is. A. Veertien uren. 11034. V. Zeg het maar, wel 16! A. Dat is zelden voorgekomen. 11035. V. Maar het is toch voorgekomen ; dat was wat erg. A. De werklieden hebben mij nooit daar aanmerking over gemaakt, integendeel. Het bewijs is dat mijn eerste werkman, van mijn beginnen af, 25 jaar bij mij is geweest, ik heb er die 18, 17, 15 jaar bij mij zijn. En ik hebmeêvan het beste volk van Tilburg; zij hebben mij wel eens gevraagd ; mogen wij niet wat langer werken, want 8 uur is wel wat vroeg voor ons mannen om uit te scheiden. 11036. V. En zij begonnen om4uur? A. Dat is nooit gebeurd. 11037. V. Half vijf dan? A. Ook niet. 11038. V. 5 uur dan ? A. Het vroegste was half zeven. 11039. V. In den zomer? A. Neen, in den winter. 11040. V. En 'szomers dan? A. üm 5 uur. 11041. V. Daar hebben wij het! Wel degelijk dus 5 uren! En dan werken zij tot 's avonds 8 uur ? |
78
|
A. Neen, dat is nooit gebeurd, behalve een jaar ot' 5, 0 geleden. 11042. V. Juiat, dat is het juist, daar spreek ik over, toen werkten de men-schen wel eens tot 9 uur. En zij begonnen ? A. Om 5 uur. 11043. V. Dus gij liet de arbeiders werken van des morgens 5 uur tot des -avonds 9 uur? dat is Iti uren, net zooals ik u straks zeide. A. Ja. 11044. V. En werken de jongens ook zoo lang? A. Mijne jongens doen het ook. 11045. V. Uw eigen zoons? Goed; maar moeten, buiten uw eigen jongens, â¢de jongens die gij huurt, ook zoolang werken ? A. De jongens van 12--13 jaar gaan eerst naar den catechismus en komen in den winter om SVj uur op de fabriek. 11046. V. Maar dan gaat het op uwe fabriek anders dan bij andere fabrikanten ? A. Dat geloof ik niet. 11047. V. üij spraakt daar van do jongens, die pas hunne communie hebben gedaan en des morgens nog een weinig vrijen tijd hebben om naar den catecnismus te kunnen gaan. Maar deedt gij, behalve de kleine jongens, de jongens van 13â14 jaar in den drukken tijd ook werken van dea morgens 5 uur tot dos avonds 9 uur? A. Ja, de jongens die voor de spinnerij werken. Alt het werk afgeloopen is, kunnnen zij echter naar huis gaan. 11048. V. Nu vertelt gij dat het zoo kón, maar de zaak is toch immers, dat het ook werkelijk gebeurde? A. Ja. 11049. V. Dat is vijftien jaar geleden ? A. Ja. 11050. V. Des ochtends schijnt gij het dus voor de jongens te kunnen schikken 1 A. Ja. 11051. V. En des avonds ook? A. Jawel, want de kleine mannekens werken met groote mannen en als het werk afgeloopen is, kunnen zij weg-gaan. |
11052. V. Maar als nu de catechismus in plaats van 's morgens 's avonds werd gehouden, zoudt gij dan daarvoor vrij kunnen geven 7 A. De kleine mannekens werken 12 uren, tegen de groote mannen 14. 11053. V. Ddt is geen antwoord. Gij zoudt het dus kunnen schikken dat den avonds een paar uren vrij vielen voor de kleine mannekens? A. Hot zou wel kunnen. 11054. V. Maar het gebeurt niet? A. Als zij vlug werken zijn zij ook vlug weg. 11055. V. Zou het nu niet te maken zijn, dat de jongens van 13 jaar, als zij des avonds nog wat leeren moeten of willen, daarvoor gelegenheid kregen f A. Dat zou wel kunnen gaan Dit zou hierop gevonden kunnen worden, doordien de kleine mannekens, waarvan er acht of negen werken, wanneer het goed garen is, veel spoediger gereed kunnen komen, daar zij aan de groote machines werken, die de andere overtreffen. De kleine mannekens kunnen dan niets meer doen, dan stilletjes bij de machines staan, daar zij geen werk meer kunnen maken. 11056. V. Getuige, luister nu eens goed naar wat ik u vragen ga: wanneer er eene wet kwam, dat de jongens 's avonds om 6 uur de fabriek moesten verlaten, zoudt gij het dan weten te klaren'/ A. Wanneer de anderen van vijf uur 's morgens tot 8 uur des avonds doorwerken, dan zou dat voor de kleine mannekens best kunnen. 11057. V. ik zal miine vraag nog eenmaal herhalen. Zoudt gij, als er eene wet kwam, dat de «kleine mannekensquot; om 6 uur van de fabriek afmoesten, zoudt gij dan niet in do war zitten? A. Wel, Neen. 11058. Zoudt gij het dan kunnen klarenquot;? A. Ja. 11059. V. Dan zou de boel niet in de war loopen? A. Het werk zou toch doorgaan. 1106U. V. Dus het kan ? A. Ja, het kan. 11061. V. Ik zal mijne vraag nog wat duidelijker maken. Gij zoudt wel kans zien uwe fabriek als een knap fabrikant op gang te houden en toch aan |
'9
|
de kleine mannekens 's avonds gelegenheid te laten nog wat onderwijs te krijgen ? A. Zeker. 11062. V. Waarom doen zij het dan te Tilburg niet ? A. Onderwijs wordt 's avonds niet gegeven. 11063, V. Maar als het gegeven werd, zouden zij er dan niet kunnen komen ? A. Zij gaan nu reeds soms vroeger weg; dat ligt aan het werk. Ik zou er als fabrikant een regel op kunnen maken. 11004. V. Dus als ik het wel begrijp, heeft dat weggaan der jongens nu reeds plaats, vroeger dan de grooten; maar het is nu onregelmatig, en als gij er voor gezet wierdt, zoudt gij er zeer goed een regel op weten te maken en gingen de jongens op een behoorlijk uur weg? A. Ja. 11065 V. Het doet mij genoegen dat gij dat vertelt, en er dus op mijn zoo herhaald vragen zóó stellig bij blijft. Dus nog eens, het kan ? A. Het kan. 11066. V. Gij hebt wel eens nesten met het volk gehad ? A. Met mijn eigen volk nooit. 11067. V. Waren het dan vreemden? A. Ja. 11068. V. Er is toch wel eens wat gebeurd ? A. Ja, maar er zou moer gebeurd zijn als ik mijn werkvolk niet had weten terug te houden. Ik zeide; Mannen, blijft bedaard. 11069. V. Hadt gij niets met uw eigen volk? A. Neen. 11070. V. Waarom kwamen zij dan bij u? A. Dat was de concurrentie. 11071. V. Dus het opstootje ontstond niet door uwe werklieden, maar door anderen ? A. Ja. 11072. V. Was er niets gebeurd met uw eigen volk? A. Niets 11073. V. Hadt gij uwe tarieven niet verlaagd ? |
A, Ja, ik wilde mijne tarieven, die hooger waren, gelijk maken met die van andere fabrikanten. Ik moest naarFrank-rijk en vóór ik vertrok zeide ik tegen mijn bediende : gij zegt tegen de men-schen, dat zij na dezen scheer nog eene scheer krijgen tegen denzelfden prijs. Daardoor wisten zij ongeveer drie weken te voren dat de loonen zouden verminderd worden. Toen ik terugkwam uit Frankrijk en ik langs eene zekere fabriek passeerde met een heer uit de conferentie, riep het werkvolk uit de ramen mij na. 11074. V. Had uw employé het volk soms niet gezegd wat gij hem hadt opgedragen ? 11075. V. Het is dus niet waar dat gij het loon verminderd hebt nadat het werk reeds verricht was, maar gij hebt te voren gewaarschuwd? A. Ja, minstens drie weken vooruit. 11076. V. Hebben zij dat geweten? A. Allen 11077. V. £n werden zij toch boos op u ? A. Neen. andere lieden zijn een paar dagen doorgegaan. 11078.; V. Wat kon hot aan die anderen schelen ? A. Toen ik mijne zaak begon, trachtte ik zooveel mogelijk de concurrentie te trotseeren. Ik deed alle moeite om mijn volk werk te geven, maar verlangde' het niet meer dan anderen te betalen. In de sociëteit werd mij door een fabrikant gevraagd, of ik niet te weinig betaalde ; waarop ik antwoordde f 500 aan den armen van Tilburg te willen geven tegen f25 als zij mij een fabrikant konden aangeven, die zóóveel betaalde als ik. 11079. V. Laat ons nu niet verderop dit punt ingaan ; ik wenschte u alleen in de gelegenheid te stellen hier te zeggen, wat van de zaak is. Gij schrijft dus dat opstootje niet toe aan uw eigen volk? A. Neen. 11080 V. Het beweren dat het zou plaats hebben gehad, omdat gij onaangenaam en hard voor uw volk waart en het op slag hadt gewaarschuwd, is dus onwaar ? A. Juist. 11081. V. Gij zeidet, dat gij rondgingt voor de conferentie met een ander; be-doeldet gij een geestelijke ? A. Neen, een burger. 11082, V. Zit gij in een armbestuur? |
80
|
A. Alleen in de conferentie van Vin-centius en ik kom daardoor bij armen aan huis. H083. V. Zijn er vele armen? A. Niet veel. Tilburg is eene van de gelukkigste plaatsen, omdat er werk is. De menschen zijn er vlijtig, hebben er oen stukje land, hun eigen huis en mesten er een zwijn, zoodat zij in hunne eerste behoeften kunnen voorzien, üe-brek wordt er niet geleden, ook zijn fabrikant en werklieden daar één lichaam. 11084. V. Is de verhouding in Frankrijk ook zoo? A Ja, doch meer op zekeren afstand. In Tilburg spreekt een patroon met zijne menschen. Hü85. V. Dus is de geest in Tilburg goed ? A. Ja zeker. 11087. De heer Baliliiiann : Bij mijn bezoek op uw fabriek heb ik eene bijzondere machine gezien om te drogen. Zijn dergelijke machines ook op andere fabrieken in Tilburg ? A. Bij Eras, Ledeboer en bij mij. In Frankrijk op alle fabrieken. 11087. V. Nu gij de machinale droging hebt, kunt gij nu den gewonen droogzolder of hel geheel en al missen ? A. Ja. 11088. V. Dus hebt gij nu geen personeel dat op droogzolders moet werken ? A Neen. 11089. De Voorzitter: Hebt gij nog iets mede te deelen ? A. Ja, ik wenschte het een en ander te zeggen omlrent de meisjes onder de â 20 jaren. Die meisjes worden later geen geschikte vrouwen. Zjj kennen niets van het huishouden, zij leeren alleen machi-newerk op de fabrieken. Van de tien nette mannen, die met zulk een meisje trouwen zijn negen reddeloos verloren, 'laarom was het beter dat de meisjes onder do 20 jaar eerst naar eene breien naaischool gingen, dat zij dan in dienstbetrekking kwamen om zoo doende later als degelijke huisvrouwen te kunnen optreden. Ik zou wenschen dat de mannen als zij 's middags te huis kwamen, zij het ontbijt opgeruimd vonden, hetgeen nu niet altijd het geval is. De man wordt nu uithuizig. Onder den schijn van eene boodschap te gaan doen, bezoekt hij gelegenheden waar hij voor 5 centen wat te drinken kan krijgen. Dat is een kwaal, waaraan wel wat gedaan mag worden. |
11090. V. Gij zegt al weer hetzelfde #at anderen vóór u gezegd hebben, namelijk dat de getrouwde vrouwen, die in haar jeugd op de fabriek geweest zijn, niet de beste zijn, omdat zij niet hebben leeren huishouden. Hadt gij het voor het zeggen, dan zoudt gij dus ook de jonge meisjes van de fabrieken houden? A. Juist ik heb er maar 5 4 6 op mijne fabriek, maar ik heb ze niet noodig. 11091. V. De industrie in Tilburg heeft ze dus niet noodig; en om do goede redenen, door u aangevoerd, acht gij het voor de toekomstige huisvrouwen noodig, dat zij in hare jeugd op geene fabriek gaan werken ? A. Ja. 11092. V. Dan dank iku. Uw verhoor ia hiermede afgeloopen. Cim. -Mommers. Verhoor van den heer Gr. J. Paré. ( Verkort.) 11093. De Voorzitter: Mogen wij naam, voornamen, beroep, ouderdom en woonplaats weten ? A. Gerardus, Jan Paré, oud 35 jaar, predikant te Tilburg. 11094. V. Zijt gij al lang te Tilburg? A. Een jaar. 11095. V. Waar hebt gij vroeger gestaan ? A. Het eerst te Midwoud, daarop to Uitgeest en later te Haastrecht bij Gouda 11096. V. Hebt gij soms ook kennis gemaakt met de steenbakkerijen aan den I.Iael ? A. Weinig. 11098. V. Met de fabrieken hebt gij zeker op uwe verschillende standplaatsen niet te doen gekregen ? A. Neen, niet anders dan te Uitgeest, waar men eene fabriek van schoppen heeft. 11102. V. Merktet gij op uwe vorige standplaatsen wel eens iets van getrouw of niet getrouw schoolbezoek ? A. Te Haastrecht was het schoolbezoek zeer slecht. 11109. V. Hoordet gij in geen van die |
81
|
standplaatsen van zoogenaamde veldarbeid? Of is dat een onbekende term voor u ? A. In die streken heeft men dat niet.. Het is daar alles weiland, in Haastrecht en Noordholland, en daar gebruikt men de kinderen niet voor dat doel. H110. V. Dus zij blijven eenvoudig thuiszitten en leegloopen ? A. In Haastrecht voor een goed deel, maar in Noordholland wordt do school zeer trouw bezocht. 111-12. V. En nu zijt gij in Tilburg in eene Katholieke omgeving. Gaan de kinderen daar niet uitstekend trouw school ? A. Wat het Protestantsche deel der bevolking betreft, waarover ik kan oor-deelen, ja. 11113. V. Maar uw oogen gaan toch ook wel eens buiten het kleine kuddoke, dat direct aan uwe zorgen is toevertrouwd. Hoeveel zielen is uwe gemeente sterk ? A. 700 zielen. 11114. V. ü hebt zeker wel eens bemerkt, dat algemeen de kinderen uitstekend trouw de school bezoeken ? A. Ja, maar ik weet er te weinig van om er over te kunnen oordeelen. 11115. V. Zijn er onder uwe geloofs-genooten in Tilburg velen uit de arbeidende klasse, of zijn het meer gezeten burgers 7 A. Ik denk dat de grootste helft van mijne gemeente uit arbeiders bestaat. 11116. V Zijn er ook fabrieksarbeiders onder? A. Geen enkele, uitgenomen die van de werkplaatsen van den Staatsspoorweg. 11118. V. Dus gij hebt een 50- a 60-tal gezinnen uit de arbeidende klasse, welke tot uwe gemeente behooren. Hoe is de welvaart in die gezinnen ? A. Over het algemeen gunstig. 11119. V. Wat voor soort van arbeid verrichten die menschen ? A. Zij zijn op de werkplaatsen van de Staatsspoorwegen of mindere beambten aan die Maatschappij. 11121. V. Ge zijt immers ook in het bestuur van de afdeeling van het Nut van 't Algemeen ? A. Jawel. |
11122. V, En als zoodanig hebt gij een stuk ingezonden in antwoord op onze circulaire van October. Hebt gij daaraan nog iets toe te voegen tot na-.dere inlichting? A. Voor zoover ik weet, kan ik er niets aan toevoegen. 11123. V. In dat stuk zegt gij, dat de lichamelijke ontwikkeling door 13 uren staan of loopen in de fabriek reeds op 12jarigen leeftijd wordt belemmerd. Is dat eene opmerking die gij zelf hebt gemaakt, of kunt gij voor de juistheid daarvan uit eigen wetenschap instaan ? A. Wat de opmerkingen in het verslag betreft, daarvoor kan ik niet instaan, want het is gemaakt door eene commissie van deskundigen uit het Departement, omdat het bestuur niet genoegzaam op de hoogte van de zaak was. 11124. V. Zou ik u mogen vragen, wie in die commissie van deskundigen zitting had ? A. De heeren Oberstadt, Roessingh van Iterson, Gallee en Cardinaal; laatstgenoemde is lid van het bestuur. 11126. V. Verder wordt nog in het stuk aangevoerd, dat de jongens op 12-jarigen en de meisjes op 15-a Kijarigen leeftijd aan de fabriek komen, naeenig schoolonderwijs genoten te hebben. Ik meende toch van alle getuigen gehoord te hebben, dat het schoolonderwijs tot het 12de jaar zeer trouw gevolgd werd. Hoe verklaart gij dus dio uitdrukking: eenig onderwijs ? A. Ik zou u daaromtrent geen medo ⢠deelingen kunnen doen. 11127. V. Over den ouderdom dei-kinderen, die op de fabrieken gaan, weet gjj waarschijnlijk niets te zeggen, want zij behooren niet tot uwe gezindheid ? A. Ik weet het wel van fabrikanten, waarmede ik heb omgegaan, en van fabrieken die ik gezien heb. Meestal, wanneer zij boven de 12 jaar zijn, trachten zij op fabrieken en ook op werkplaatsen te komen. 11128. V. Omdat ik geheel instem met hetgeen gij zegt, frappeert het mij dat gij schrijft: »de meisjes komen op 15- a 16jarigen leeftijd op de fabriekenquot;. A. Dit is eene vergissing. Het zjjn de jongens, die op dien leeftijd op de fabrieken komen. |
6
82
|
11129. V. In liet rapport van het Nut staat toch, de jongens komen op lL2ja-rigen en de meisjes op 15- a 16jarigen leeftijd. Maar mondeling zegt ge, dat de meisjes op 1'2jarigen leeftjjd komen. Haarom zou ik gaarne eene verklaring van die uitdrukking hebben. A. Uie uitdrukking is aan een misverstand te wijten. 11130. V. Wat is u bekend van den leeftijd, waarop de jongens te Tilburg in de bouwvakken gaan 7 Dit is nu niet het terrein der fabrieken, waarop het verklaarbaar en begrijpelijk is dat gij meer vreemd zijt. Maar bijv. de metselaars. timmerlieden en dergelijke, wat weet ge daarvan ? A. Feitelijk weet ik er zeer weinig van, omdat al de kinderen der werklieden, die tot mijne gemeente behooren, geplaatst worden op het atelier van de Staatsspoorwegen. 11131. V. Hoe oud zijn de kinderen die op uwe catechisatie komen? A. Van 12 tot 19 a 20 jaren. 11132. V. Hebt gij er velen? A. Ruim 90. 11133. V. Wat doen de kinderen van 12, 13 en 14 jaren die uwe catechisatie bezoeken ? A. Allen zijn geplaatst op de ateliers van de Staatsspoorwegen. 11134. V. Dus van de andere vakken weet gij niets te vertellen ? A. Niets. 11140. V. Hoe is de algemeene geest onder de arbeidersbevolking? Hoewel gij nog niet lang te Tilburg waart, hebt gij daaromtrent wellicht eene vergelijking gemaakt met andere gemeenten; is het volk rustig, woelig, lastig, ordelijk ? Leeft het ordentelijk ? Zijn er teekenen van misbruik van sterken drank ? Hoe is het met de zedelijkheid ? A. In het algemeen acht ik den toestand onder de fabriekarbeiders gunstig. 11141. V. Dus ongeregeldheden, gelijk vaak voorkomen in groote en kleine fabrieksteden, hebt gjj to Tilburg niet waargenomen? â A. Neen. 11142. V. Wellicht zijt gij, ook bij verschil van geloof, in aanraking geweest met fabrikanten: hoe laten deze zich over de bevolking uit ? Of komt gij alleen in aanraking met de Protestantsche fabrikanten ? |
A. Ja, uitsluitend. 11143. V. Laten deze zich in het algemeen gunstig over de bevolking uit ? A. Ja. Er zijn natuurlijk bij uitzondering gezinnen, waar het minder goed gesteld is. 11144 V. Kunt gij ons ook soms iets mededeelen, dat in het belang dezer enquête is? A. Twee zaken. Vooreerst is de bestrating in de arbeiderskwartieren zeer slecht, bijna onbegaanbaar, en ten tweede klaagt men over het slechte drinkwater nabij de arbeiderswoningen. 11145. V. Hebt gij ook hooren klagen over slecht drinkwater in de fabrieken? A. Neon. 11146. Do heer Bahlinauu: In het rapport, door de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen ons toegezonden, 'staan verschillende mede-deelingen, die op mij den indruk maken van bepaald onjuist te zijn. Ik lees daarin bijv. dat er geen ziekenfondsen op de fabrieken bestaan en dat er geen pensioenen verleend worden aan afgewerkte fabriekarbeiders. Nu hebben wij van verschillende getuigen gehoord, dat er wel degeljjk ziekenfondsen bestaan en aan afgewerkte menschen, zelfs van 90 jaar. pensioen wordt uitgekeerd. Ik zou zelfs een 20tal fabrieken kunnen noemen, waar ziekenfondsen bestaan. Dat is dus in strijd met genoemd rapport. Waarop gronden zich die mede-deelingen in dat rapport? A Ik heb dat rapport eenvoudig ge-teekend in mijne qualiteit van secretaris van de afdeeling, gelijk ik alle stukken, die opgezonden worden, teeken. Do samenstelling van het rapport was echter opgedragen aan personen, die beter dan ik en de andere leden van het bestuur op de hoogte van de zaak waren. 11147. V. Maar uit de namen, die gij hebt opgegeven, moet ik opmaken dat er geen enkele wolfabrikant onder is. De heer Cardinaal is leeraar aan de hoogere burgerschool, de heer Oberstadt hoofd van het atelier, de heer van Uer-son is in den algemeenen dienst van de Exploitatie-maatschappij, de heer üallée is mij persoonlijk niet bekend, maar ook, geloof ik. aan een van die inrichtingen verbonden ; het zijn dus eigenlijk geen van allen deskundigen? |
83
|
A. Ik geloof dat zij hunne inlichtingen hebben ingewonnen op de fabrieken zelve en daarop heb ik gebouwd. 11148 De Voorzitter: Ik dank u voor uwe komst. Uw verhoor is afgri-loopen. G. J. Paré Verhoor van den heer A. !gt;⢠Smits. 11149. De Voorzitter: Wilt gij zoo goed zijn uw naam, voornamen, betrekking, ouderdom en woonplaats op te geven ? A. Antoniua Donatus Smits, pastoor te Tilburg, oud 55 jaar. 11150. V. Gij zjjt al geruimen tijd in Tilburg? A. Ruim 11 jaren. 11151. V. Gij zult u wel don noodigen tijd gegeven hebben om bekend t- worden met mensohen en toestanden ? A. Voor een deel ten minste, want, zooals u misschien bekend Is, is Tilburg zeer uitgestrekt, vandaar dat wij niet alle toestanden kunnen kennen: maar uit mijne buurt weet ik er wel het een en ander van. 11152. V. Er zjjn immers vijf paro-chieën in Tilburg? A. ,1a. 11153. V. Maar uwe kennis zal wol wat verder gaan dan uw eigen parochie, niet waar? A. .la, wij zijn heel wel met elkander ; de mjjne grenst aan eene zeer groote parochie, waar de toestanden al ongeveer dezelfde zijn, zoodat ik gerust mag zeggen de toestanden daar wel wat te kennen. 11154 V. In vroegere tijden was monseigneur Swijzen werkzaam in Tilburg ? A. Ja, die was ei1 pastoor. 11156. V. En waarschijnlijk heeft die goedo herinneringen achtergelaten ? A. Goede, op allerlei gebied, op godsdienstig zoowel als op maatschappelijk, mag ik zeggen. 11156. V. Hij heeft veel gedaan voor trouw schoolbezoek ? A. Ja en voor het onderwijs in 't algemeen. 11157. V. En zijn die tradition onder zijn opvolgers bewaard ? |
A, Getrouw, ik durf zeggen, dat wij zoo mogelijk nog meer hebben gedaan dan door hem werd voorgesteld. i 1158 V. Die pogingen van u en uwe ambtgenooten om schoolverzuim togen te gaan soliijnen al heel veel succes in Tilburg gehad te hebben ? A. Ik heb oen school in mijae parochie, met 475 jongens ; al de jongens die in do termen v.aüen om de school te bezoeken, komen er, er is geen een die de school verzuimt. Een jongen blijft wel eens gaarne de school uit, maar zij maken er geen regel van en zoo is het overal elders; daar ben ik zeker van Daar wordt van onzentwe-ge voor gewaakt. Als de kinderen wat grootar worden, dan zorgen de fabrikanten er voor, miar dan geldt dit natuurlijk andere scholen, zooals Zondagsscholen, die zjj later bezoeken. 11159. V. l£n nu de meisjes, gij spraakt tot nu toe alleen van de jongens. A. De meisjes gaan ook trouw ter school, gij zult dezer dagen wel gehoord hebben, dat, .. 11160 V. Doe maar alsof wij nog hoegenaamd niet gehoord hadden. A, Bij ons bestaat de regel dat de kinderen, die bij ons op school komen, daar bl|jven tot hunno aanneming, de H. communie. Die H. communie mogen zij niet doen, of zij moeten op 1 Januari van het jaar, waarin zij die willen afleggen hun elfde jaar hebben gepasseerd, zoodat zij twaalf jaar of bijna twaalf zijn, wanneer zij de H. communie doen. als de kinderen niet geregeld naar school gaan, dan wordt de communie voor een jaar uitgesteld Wjj oefenen eenigen drang op hen, en dat is noodig, vooral in eene zoo uitgestrekte gemeente. Dat gaat zeer goed niet alleen met de jongens, maar ook met de meisjes. 11161. V. üp de meisjes komen wij straks terug, maar in Tilburg hebt gij uitstekend succes op uwe pogingen en wordt de school uitstekend goed bezocht ; maar vertel ons nu eons, wat do andere getuigen ons niet hebben weten op te helderen, waarom h-eft hetzelfde niet plaats in de plattelandsgemeenten ? A, Ook ik moet daarop het antwoord schuldig blijven ; men zal daar op het |
84
|
aannemen niet denzelfden regel hebben ; het gebeurt daar misschien vroeger. 11162. V. Zouden zij daar dan gemakkelijker zijn. A. Neen, maar misschien neemt men ze daar vroeger aan. Wij hebben, zooals ik zeide, daaromtrent eene bepaling. 11163. V. Is dat dan een locaal voorschrift 7 A. Ja, het is een locaal gebruik; er is wel een algemeen voorschrift van den bisschop om do kinderen niet aan te nemen vóórdat het twaalfde jaar is begonnen. Dat is de regel maar op eiken regel heeft men uitzonderingen ; wij maken die niet, maar elders gebeurt dat misschien wel. Vandaar dat er ook eenig verschil kan zijn. 11164. V. U is al 11 jaar in Tilburg; was u vroeger in eene plattelandsgemeente ? A. Neen. 11165. V. Gij hebt dus geen eigen ervaring van plattelands toestanden. Wij hadden daarvan zoo gaarne eene oplossing gehad. De quot;raag is deze; de Katholieke geestelijkheid heeft volkomen succes in Tilburg bij het bevorderen van trouw schoolbezoek; dat kan niet beter, het blijkt duidelijk uit alles. Hoe komt het nu. dat in zekere plattelandsgemeenten, in de buurt van Tilburg, in hetzelfde schooldistrict, de kinderen zoo slecht de school bezoeken? want de invloed van de geestelijkheid â en wij mogen dit te geruster zeggen, omdat wij dien in zoo goeden zin bespreken â zal toch op het platteland waarschijnlijk even groot zijn als in de stad Tilburg. En de goede wil die bij de geestelijkheid te Tilburg bestaat zal ook bij die op het platteland niet ontbreken. Hoe verklaart gij dat verschil op zoo korten afstand? A. Voor een goed deel zal het wel daaraan toe te schrijven zijn, dat wij aan het hoofd van onze scholen fraters en zusters hebben, die het getrouw schoolgaan steeds trachten te bevorderen. Is een kind bij voorbeeld niet op school geweest, dan wordt daarvan aan de ouders kennis gegeven, en wanneer het twee of drie malen voorkomt wordt het van de lijst geschrapt, wat natuurlijk voor de ouders zeer onaangenaam is. |
11160. V. Dus op het platteland, waar geen bijzondere scholen bestaan, zal men wellicht niet zoo scherp op het schoolgaan letten. Dat is in elk geval eene verklarins-, hoe dan ook : tot nog toe hadden wij er geen ontvangen. Over de gesteldheid der localen en fabrieken behoeven wij u geen vragen doen, want ik denk niet dat gij daar veel zult komen ? A. Zeer zelden, zoo prettig is het er niet. Maar toch durf ik wel zeggen, dat uit een oogpunt van gezondheid, tegenwoordig de meeste fabrieken weinig te wenschen overlaten. Vroeger was dit anders. 11167. V. Dat is ook door anderen ge zegd. Maar hoe staat het nu met den lichamelijken en intellectueelen toestand der arbeiders en arbeidsters, volwassenen en jongen die op fabrieken en werkplaatsen zijn? Welken indruk hebt gij daaromtrent ontvangen ? A. De gezondheidstoestand der kinderen, wanneer zij op 12jarigen leeftijd naar de fabriek gaan, komt mij uitmuntend voor; zij zijn zeer gezond. Ook hunne verstandelijke ontwikkeling is over het algemeen wel voldoende, zoodat zjj op 12jarigen leeftijd de kennis hebben opgedaan, die zij in hunne maatschappelijke positie noodig hebben De arbeid die van de kleine mannekens op 12- tot veertienjarigen leef tijd gevorderd wordt, want jonger komen zij, meen ik, niet op de fabriek, i» zoo luttel, dat hij zelfs spelend verricht wordt. Zij worden hoofzakelijk gebruikt voor het draadmaken, dat volstrekt geen inspanning vordert. Wanneer zij, ouder geworden, zwaarderen arbeid te doen hebben, dan is die arbeid toch niet van zoodanigen aard, dat zij daartegen niet bestand zouden zijn. De Tilburgers toch zijn over het algemeen gezond en sterk. Sommigen zien wel wat bleek door het altijd binnenshuis zijn, doch dit wordt gedeeltelijk geredresseerd door den weg dien zij tusschen de fabriek en hun soms nog verder dan een kwartier verwijderde woning hebben af te leggen. Dientengevolge genieten zij nog al van do frissche lucht, willens of niet willens, |
85
|
waardoor natuurlijk de gezondheid moet bevorderd worden. 11168. V. Dat zijn nu de jongens en meisjes in het algemeen waar gij over gesproken hebt. Daarbij hebt ge iets gezegd, dat geheel strook met hetgeen ook anderen gezegd hebben, maar waarover ik van u wel eens iets wil hooren. üij zegt; De meisjes komen zoo jong niet op de fabrieken, maar eerst op haar 14de of 15 jaar. Weet gij nu wat die meisjes doen tussohen haar l'ide en '14de jaar? A. Sommigen die later op eene fabriek zullen gaan, trachten bij deze of gene van hare kennissen of bij hare moeder het een of andere fabriekwerk te leeren, zooals wolpluizen en doppen, van die kleine werkzaamheden die later de hoofdzaak zjjn van hetgeen dooide meisjes op de fabriek verricht wordt. Anderen weder zullen hare ouders in het huisgezin behulpzaam zjjn of gaan naar eene naaischool om zich in handwerken te bekwamen. 11109. V. Dat zijn nu alles goede dingen die gij noemt; maar doen zij niet ook dingen, die ook beter waren dat ze niet deden ? A. Dat kan wel zijn 11170. V. Laat ik preciseoren wat ik bedoel. Worden zij wel niet door de ouders op dien jeugdigen leeftijd gebruikt om in de bosschen hout te gaan sprokkelen, gras te snijden enz., en zijn dit nu bezigheden die wel aanbeveling verdienen ? A Die zijn volstrekt niet recommandabel Het geschiedt wel, maar ik mag er toch gerust bjjvoegen, dat het uitzonderingen zijn. Dat zjjn ouders van het minste allooi, die hunne kinderen aan het verderf overgeven. 11171. V. Gij meent dat ouders, die zoo slecht voor hunne kinderen zorgen door ze in de bosschen te laten loopen â iets wat gij afkeurt â eene exceptie zijn, maar dat het meerendeel der kinderen op betamelijke wijze met breien en naaien wordt beziggehouden, totdat zij den leeftijd hebben bereikt dat zij op de fabriek kunnen komen ? A. Ja. 11172 V. Zijn ernu te Tilburg voor dat onderwijs in naaien, breien en dergelijke handwerken geschikte gelegenheden ? |
A. Vooreerst de zusterscholen en vorder eenige naaischolen, waar 5, 6 a 10 meisjes onder toezicht werkziam zijn. 11173. V. Zijn die zustersciiolen sterk bevolkt door meisjes van dien leeftijd? A Ja, hoeveel durf ik niet zeggen, want die scholen liggon buiten mijne gemeente. 11174. V. Maar gij meent toch dat de zusters er haar werk van maken, om de kinderen van 12, 13 en 14 jaren de nuttige handwerken te leeren ? A. Ja. 11175. V. Gaan de jongens na do eerste communie gemeenlijk terstond naar de fabriek ? A. Ik zeide reeds, dat zij de eerste communie niet altijd op hun 12de jaar doen, sommigen doon die op hun 11 '/j-jarigen leeftijd, en dan blijven eenige tot hun 12de jaar op school; de anderen verlaten de school en bljjven lanterfanten tot zij 12 jaar zijn. 11176 V. Zijn zij met hun 12de jaar niet meer in de school te houden ? A. O neen, men behoeft het zelfs niet te beproeven. 11177. V. De wet van 1874 schijnt u dus in de hand gewerkt te hebben, want thans kunt gij de kinderen tot hun 12de jaar houden? A. In 1886 zjjn ongeveer de helft van hen die nog geen 12 jaren waren gebleven 11178. V. En zonder de wet zoudt gij ook die helft hebben verloren? A. Ja, maar het is slechts een verschil van eenige maanden. 11179. V. Wanneer de wet van 1874 dat cijfer van 12 jaren wat verhoogde en zij u dus te hulp kwam, zoudt gij ze dan nog niet een weinig op school kunnen houden ? A. Ik zou het niet gaarne op mij nemen om daartoe mede te werken, omdat ik zeker zoude zijn van fiasco te maken. 11180. V. Waarom. A. De kinderen zijn op een leeftijd gekomen dat zij kunnen arbeiden; zjj hebben het noodige onderricht ontvangen voor hunne positie en gaan dus eenvoudig niet meer ter school. 11181. V. Schat gij uwen invloed in deze niet wat laag? Als de wet van 1874 in plaats van 12 jaren 13 bepaalde. |
8G
|
zoude men zich daarin niet evenzeer schikken ? A. Ja. Maar het is al mooi wanneer men dien tijd van 12 jaar houden kan. Een enkele achterblijver, wegens ziekte als anderzins, blijft wat langer, maar de overigen verlaten op hun 12de jaar de school. Hl82. V. Laten wij de zaak eens in den grond beschouwen. Zit de groote moeilijkheid, die gij zoudt vreezen, niet hierin, dat de ouders er niet van zouden willen weten, omdat de jongens nu op hun 12de jaar op de fabriek kunnen komen en geld kunnen gaan verdienen ? Als de wet dat nu eens verbood, zou dan die wet er niet evengoed ingaan als de wet van 1874 er ingegaan is? A. Ik durf het niet zeggen. Mij dunkt zij heblen althans de gelegenheid gehad om de noodige kennis op te doen als zij 12 jaar zjjn. 11183. V. Maar men zegt dat het er nog heel dunnetjes opzit? A. Ik weet niet of gij de Tilburgsche jongens van het fabriekvolk kent, maar ik zou zeggen dat zij tegenover die van andere plaatsen nog al goed onderwezen zijn. 11184. V. Ik spreek niet uitsluitend van de Tilburgsche toestanden, maar in 't algemeen, kinderen die tot hun 12dcn verjaardag de lagere school bezocht hebben en verder geen onderwijs ontvangen, daar moet het al zeer spoedig verloopen. Het lezen mag er inblij-ven, het schrijven wordt toch heel min en de rest raakt geheel en al zoek. A. Dat wil zeggen, dat lezen, schrijven en rekenen de drie hoofdzaken iijn waaraan ze in hun later leven het meeste zullen hebben. 11185. V. Maar zou het geen geluk voor de kinderen zijn als zij wat langer konden leeren ? A. Wij kunnen ze niet langer dan tot hun 12de jaar op de school houdt n ; er is geen mogelijkheid toe. Zij kunnen nu eenmaal op dien leeftijd geld gaan verdienen. Wij kunnen niet alles gedaan krijgen. Met onderscheidene omstandigheden moeten wij rekening houden. 11166. V. Dat is nu wat de jongens en meisjes betreft. Hoe is het nu met de volwassen menschen ? |
Gij hebt, meen ik, al gezegd dat de toestand van den gewonen fabriekarbeider in Tilburg, over het algemeen gunstig is; en hetzelfde hebben wij van verschillende getuigen reeds gehoord? A. Juist. De toestand is over het algemeen gunstig. 11187. V. Getrouwde vrouwen komen op de Tilburgsche fabrieken niet voor ? A. Ik ken er ten minste niet eene. 11188. V. Er schjjnt ééne fabriek te zijn, waar men er eene op nahoudt; maar dat is dan ook al. Gij vindt dat natuurlijk een groot geluk ? A Zeer zeker, want is de vrouw op de fabriek, dan kan zij hare huishouding niet waarnemen en loopt thuis alles in do war. 11189. V. Toch brengen de vrouwen, die op de fabrieken werken, wat geld in ? A. Ja, maar die winst gaat aan den anderen kant, door de vcrwaarloozing van het huishouden, verloren. 11190. V. Hebt gij wel opgemerkt dat de goede huisvrouwen te Tilburg âaltijd in dien stand natuurlijk â niet juist gezocht moeten worden onder de vrouwen, die in hare jeugd op de fabrieken werken ? A. Er worden wel goede onder gevonden, maar onder de categorie die niet op de fabrieken hebben gegaan, maar bijv. in goede diensten zijn geweest, is dat aantal grnoter. 11191. V. Gij meent dus ook, dat de meisjes op de fabriek allicht een plooi kiijgen die niet bevorderlijk kan zijn om er later een goede huishoudster van te maken ? A. Althans minder goede. 11192. V. Hoe is het gesteld met de zedelijkheid van de aankomende jongens en meisjes, en ook de zedelijkheid in het algemeen? A. Daar is bij ons geen reden van klagen over. 11194. V. Misbruik van drank komt onder dien stand weinig voor? A. Dat zou ik niet durven toestemmen : dat gebeurt nog al te veel. Nu geloof ik wel dat wevers minder bestand zijn tegen zoo iets dan menschen die in de open lucht leven. Maar men ziet ze nog wel eens, zooals men dat noemt, een klein beetje boven hun theewater; dat is het grootste ongeluk, als men dat zoo noemen mag, voor Tilburg. Het |
87
|
grootste euvel is misbruik van sterken drank. 11195. V. Maar dat misbruik is toch belangrijk minder dan in andere fabrieksplaatsen ? A. Over andere fabriekplaatsen kan ik niet oordeelen ; ik ben vroeger in Nijmegen geweest, en daar waren geen fabrieken, althans niet van beteekenis. 11196. V, Als er onder uwe arme werklieden ziek worden, merkt gij dan wel, of zij ondersteund worden door de fabrikanten ? A. Zeer dikwijls; ik zou denken, dat het regel is. 11197. V. Dus de fabrikanten te Tilburg laten hunne werklieden niet aan hun lot over? A. Zij stellen veel belang in hun werklieden; ik heb menigwerf ondervonden, dat de fabrikanten bij ziekte het ge-heele weekloon uitbetaalden en nog bovendien verschillende versnaperingen en andere zaken aan de zieken zonden. 11198. V. Dus ook in dit opzicht bestaat er eene goede verhouding? A. Ja. 11199. V. Gij zeidet zooeven, dat gij veel met het fabrieksvolk verkeerdet. Merkt gij dan wel eens iets â de een is natuurlijk anders dan de ander â van een geest van wrevel, van ontevredenheid, van beklag over de hardvochtigheid en geest van uitzuiging van de patroons ? A. Neen, daar heb ik nooit iets van gemerkt; in het minst niet. 11200. V. Dus dat bestaat in Tilburg niet ? A. Neen. 11201. V. Het is op andere plaatsen anders. Dus als u te Tilburg met de patroons spreekt, dan beklagen zij zich niet over hun volk, en omgekeerd evenmin ? A. Neen, evenmin. 11202. V. Is er ook het een of ander in de Schets die u is toegezonden, waarover u misschien uit u zelf het een of ander kunt mededeelen, dat in het belang van ons onderzoek zou zijn ? A. Ik geloof het niet. Ik heb die schets eenige nialen nagezien; heel veel tijd heb ik er natuurlijk niet aan kunnen besteden, omdat nóg verschillende bezigheden op mij rusten, maar ik meen het voornaamste wat ik daaromtrent wist, u zoo getrouw mogelijk te hebben gecommuniceerd |
11206. De heer Goeman Borgesius : Hebt gij het werkvolk wel eens hooren klagen over te langdurigen arbeid ? A. Neen; maar wel heb ik ze hooren klagen, dat zij niet lang genoeg mochten werken. Wanneer de zaken minder druk gaan en zij werken een uur of twee uren minder, dan willen zij daarover wel eens klagen 11208. V. Op de meeste fabrieken is de werktijd 13 uren ? â A. Ja. 11209. V. Vindt gij dit voor jongens van 12, 13 jaar niet een zeer langen tijd ? A. Hij zou lang zijn wanneer de arbeid zwaar was, maar die is zoo licht, dat men het bijna geen arbeid kan noemen. Zij behoeven zich volstrekt niet in to spannen. Wanneer dan ook des middags of des avonds de jongens de fabriek verlaten, dan zijn zij zoo levenslustig dat men kan zien dat zij sreen groote vermoeienissen hebben ondergaan. 11210. De heer Bahlmaun : In het bisdom van 's Hertogenbosch bestaat eene aanschrijving van monseigneur den Bisschop, dat de kinderen na de eerste heilige communie nog een jaar lang op de catechisatie moeten komen. Heden morgen hebben wij gehoord dat dit niet alleen des Zondags maar op eiken weekdag moet geschieden. Een fabrikant uit 't üoirke deelde ons mede, dat de kinderen vóórdat zij 's morgens naar de fabriek gaan, eerst de catechisatie bijwonen. Is dit in uwe parochie ook zoo ? A. Ja. 11211. V. Een heel jaar na de eerste communie ? A. Ja. In den winter van December tot Paschen, moeten zij geregeld eiken werkdag van Maandag tot Vrijdag de catechisatie bezoeken. 11214. De Voorzitter; Nog een enkele vraag over een straks reeds besproken onderwerp, met name de Zondagsscholen. Worden die trouw bezocht? A. Ja. Mijnheer de Voorzitter. 11215. V Door jongens en meisjes? A. Door beiden. 11216. V. Gezamenlijk? A. Neen, afzonderlijk. |
88
|
11217. quot;V. Tot op welken leeftijd? A. Zij kunnen er komen zoolang zij het verkiezen, maar in den regel is dit tot het löde of ITde jaar. en dan nog het meest tot het ICde. 11219. V. Komen de fabriekskinderen ook nog al trouw ? A. Zeer veel. Het wordt geheel aan hunne vrije keus gelaten. 11220. V. Wat leeren zij daar? A. Het is een herhalingsschool van lager onderwijs, lezen, schrijven en rekenen, om, wat zij eenmaal geleerd heb-ben, te blijven onderhouden 11221. V. Hebt gjj zelf ons nog iets te zeggen ? A. Neen. 11222. Dan, mijnheer Smits, danken wij u zeer, dat gij gekomen zijt. Uw verhoor is afgeloopen. A. D. Smits. Verhoor van den heer F. Oberstadt. {Verkort.) 11223. üe Voorzitter: Wilt gij zoo foed zijn uw naam, voornaam, ouder-om, betrekking en woonplaats op te geven ?oed zijn uw naam, voornaam, ouder-om, betrekking en woonplaats op te geven ? A. Ferdinand überstadt, oud 51 jaar, ingenieur chef der centrale werkplaats van de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen, te Tilburg. 11224. V Gij hebt daar een zeer talrijk personeel onder u ? A. Wij hebben 600 man ; dat wisselt wel eens af naar mate van de werkzaamheden. maar het getal blijft altijd vrij constant 600 man, omdat ook de werkzaamheden tamelijk constant zijn. Deze werklieden zijn in verschillende groepen verdeeld, smeden, ketelmakers, locomotief-bankwerkers, wagen-bank-werkers, draaiers, kopergieters, koperslagers, schrijnwerkers, wagenmakers, schilders, zadelmakers en eindelijk sjouwers, menschen die geen bepaald vak uitoefenen. Wij doen slechts reparatiën. Dikwijls worden wagens aanbesteed in het binnen- of buitenland, maar het model wordt gewoonlijk door ons gemaakt. Dan wordt ook gezorgd, ten einde regelmatig te kunnen doorwerken, en onze werklieden aan den gang te houden, dat wij, evenals particulieren, bestellingen krijgen voor rijtuigen en goederenwagens. |
Bij bestelling maken wij rijtuigen en wagens, bij déraillement wordt gerepareerd. Het eerste model maken wij som-tjjds, opdat de fabrikant wete waaraan zich te houden. 11227. V. Dat technisch gedeelte uwer werkzaamheden is interessant om aan te hooren. maar het ligt minder op het het gebied van deze enquête. Zijn onder uw personeel van omtrent 600 lieden ook de 80 door u opgegeven jongens begiepen? A. Onder de jongens verstaan wij eigenlijk zoons van bij ons werkende menschen; wij nemen die bij voorkeur van de vaders die bij ons werken en die daarom vragen. De jongste jongen is boven de 13 jaren; sedert verleden jaar hebben wij geen jongens aangenomen. De leertijd duurt tot het 18de jaar. Zij hebben vier jaar noodig om hun vak te leeren. Wij zetten die jongens aan het vak van hun vader, omdat deze zich het meest voor zijn zoon interesseeren zal. Aldus noemen wij die leerlingen van 18 jaar nog «jongensquot;. Maar zoodra zij hun vak kennen, krijgen zij direct het loon van den volwassen werkman. 11228. V. Werkt do jongen, als bij op de fabriek komt per stuk of per uur ? A. Per uur, maar hij verdient nog zeer weinig, omdat hij nog geen diensten doet. Daarvoor leert hij echter zijn vak. Hij krijgt 2, 4, 6 tot 8 cents per uur, en dit klimt totdat op zijn achttiende jaar de werkmeester verklaart dat de jongen het recht heeft evenveel te ontvangen als een volwassen werkman. Dan krijgt hij dus het volle loon, nadat zijn vader hem tot een knap werkman gevormd heeft. Die jongens staan zoo mogelijk onder leiding van hun eigen vader. 11229. V. En bij die methode bevindt gij u goed, gij kweekt daardoor langzamerhand een geschikt personeel op? A. Wij hebben een zeer geschikt personeel, en er heerscht een tevreden toon onder. Ik geloof niet dat in onze werkplaatsen een man zou optreden die te klagen heeft. Gij zoudt kunnen vragen wien gjj wilt. Die menschen zijn zeer tevreden met hun lot. , 11230. V. Zijn het meestendeels Til-burgers ? A. In den beginne hebben wij men- |
89
|
schen moeten nemen uit verschillende steden; die menschen hebben zich in Tilburg gevestigd. Sedert'27 jaar bestaat die werkplaats â waaraan ik 12 jaar verbonden ben, ik ben reeds 20 jaar bij de Maatschappij â en alleen in geval van nood nemen wij menschen uit cene andere plaats; wij hebben om zoo te zeggen een vasten kring. Wij nemen niet gaarne werklieden die uit groote steden komen en dergelijken, omdat die menschen weder geheel andere inzichten hebben als ons werkvolk. Ons werkvolk is veel bescheidener en ook knapper; zij kennen hun vak beter, zij zijn er in opgevoed om zöo te zeggen. quot;11281. V. Met ons werkvolk bedoelt gij met name het Tilburgsche? A. Ja, ik bedoel die werklieden, die van ouders-werklieden afstammen. Er komen er wel van buiten af, maar het gros ia van de plaats zelve. Zij verlaten niet graag de werkplaats, ofschoon het wel voorkomt dat heel knappe werklieden, wanneer zij 18 jaar geworden zijn, aan mij vragen of zij in den vreemde mogen gaan werken om zich verder te bekwamen en daarna weder terug mogen komen. Dat verlof wordt meestal verleend. Ik antwoord dan dat zij terug mogen komen, mits er plaats is. ik zie faarne dat jeugdige werklieden met dat oei naar den vreemde gaan. De Maat schappjj gaat zelfs zoo ver van werklieden in den vreemde te sturen. Loopen aarne dat jeugdige werklieden met dat oei naar den vreemde gaan. De Maat schappjj gaat zelfs zoo ver van werklieden in den vreemde te sturen. Loopen zij echter weg omdat elders de loonen tijdeljjk gestegen zijn, dan mogen zij niet terugkomen. Gaan zij om die reden heen, dan zeg ik hun : pas maar op; het is nu heel druk in de industrie; de markt van de loonen is zeer hoog; maar hier hebt gij geregeld werk. Mocht gij later hier terug willen komen, dan wil ik u niet meer hebben, dan heb ik niets meer met u te maken. Zoo zijner ook, uitzonderingen natuurljjk, die dooide Maatschappij naar het buitenland Ãezonden worden, bij voorbeeld naar ngeland, om de smederij en de ketelmakerij te leeren, met de bedoeling om er plaatsvervangers van te maken als de oude bazen sterven, en waarborgen wij hun werk bjj terugkomst.ezonden worden, bij voorbeeld naar ngeland, om de smederij en de ketelmakerij te leeren, met de bedoeling om er plaatsvervangers van te maken als de oude bazen sterven, en waarborgen wij hun werk bjj terugkomst. 11233. V. Gij komt ook buiten uw eigen personeel zeker wel met veel ander werkvolk in aanraking. Dat is in |
Tilburg een goed slag van menschen, niet waar ? A. Ja, althans men merkt er nooit iets bijzonders op. 11234. V. Do menschen zijn rustig en werkzaam ? A. Ik zou niet anders kunnen zeggen. 11235. V. üok de patroons zijn immers zeer tevreden? A. Ja, In Tilburg heeft het het karakter van een groote familie. De menschen, die bij een patroon zijn, blijven en gaan bij erfenis in dezelfde familie over. De patroons die ik ken, zijn vaders voor hun personeel. 11236. V. En het personeel, is dat van zijn kant tevreden over de patroons ? A. Ja, ik heb altijd gehoord dat die menschen ingenomen zijn met hunne patroons Ik bedoel dan de patroons van de oude fabrieken, die de beate namen hebben. 11237. V. Gij, die als deskundige op de hoogte zijt, erkent dus, dat de ven-houdingen te dezen opzichte in Tilburg goed zijn? A. Ja, volkomen goed, ik kan het niet anders zeggen, ik heb nooit eenigerlei klachten gehoord. 11238. V. De werklieden van de fabrieken in Tilburg genieten dus, in vergelijking met de werklieden in de groote koopsteden, eene zekere aisance. zij hebben eene eigene, tamelijk goede ruime woning en wonen niet met hunne vrouwen en kinderen op ééne bedompte, krotterige kamer? A. Ik moet zeggen, dat men in de werkliedenstand, evenals in alle standen, ook een aristocratie heeft. Daar zijn werklieden, die hetzelfde verdienen als een ander en de een Ijjdt groote armoede, terwijl de ander in een zeer goeden toestand verkeert. Volgens mijn inzicht, ik heb gedurende 30 jaar veel met volk omgegaan, geloof ik dat dit daaraan toe te schrijven is, dat het zeer veel daaraan ligt welke vrouw zij hebben Ik heb een werkman, een smidsbaas, wiens eene zoon officier van de artillerie is, terwijl zijn tweede zoon later waarschijnlijk smidsbaas bij mij zal worden, hij is nu in Engeland op eene smederij |
90
â
|
geweest. En dat gaat alles van het gold van don oude. Ik heb een kopergietersbaas, wiens zoon hoogstens 18 jaar telt en in den vreemde reeds een mooi loon verdient en later zeker zijn vader zal opvolgen. Ik ken werkliodenfamilies, die zeer fatsoenlijk en net leven, de gezinnen van vrouwen die vroeger meid bij ons waren on waar mijn vrouw nu nog dikwijls heengaat als zij bij voorbeeld in de kraam komen, en herhaaldeljjk zegt zij mij : wat leven die menschen toch net. Toch verdienen zij niet meer dan anderen, die voortdurend in de schalden zitten. Dergelijke verschillen schrjjf ik meestal toe aan de vrouw. Hoewel u mij hier niet pertinent naar vraagt, wensch ik toch mijne denkbeelden mede te deelen. Fabrieksmeisjes kunnen nooit behoorlijke huisvrouwen worden, en wanneer de werkman het geluk heeft om een fatsoenlijk meisje te trouwen, dat een jaar of vijf, zes, in een goed huishouden heeft gediend, en dus weet hoo huis te houden, dan is zulk een man zeer gelukkig, terwijl hij, wanneer hij een fabrieksmeid huwt, die niets van het huishouden weet, bij zijn thuiskomst niets in orde vindt, naar de kroeg loopt en zich te gronde richt. De vrouw speelt daarin een heele groote rol, en dit pleit tegen den arbeid van vrouwen op de fabriek, dunkt mij. â 11239. V. Dat pleit zelfs zeer sterk tegen vrouwenarbeid op de fabriek. Want niet alleen is het afkeurenswaardig dat getrouwde vrouwen op de fabriek werken, maar de schadelijkheid van het werken van vrouwen op de fabriek is zelfs merkbaar bij de getrouwde vrouw, die als meisje op de fabriek gewerkt heeft. Zoo is het, niet waar ? A. Juist. 11240. V. Dus a fortiori laat zich daaruit afleiden dat in de huishoudens de toestand nog slechter moet zijn, wanneer de getrouwde vrouw op de fabriek werkt ? A. Zeker, oneindig slechter. 11241. V. Onder het gewone fabrieksvolk te Tilburg â ik spreek nu niet van uw eigen volk, maar in het algemeen â heerscht, natuurlijk met sommige uitzonderingen, een zekere welstand. |
De meesten toch hebben een woning en de gehuurde woningen zijn in elk geval ruimer en beter dan die in andere steden; zij hebben er een klein stukje grond bij met een varken of eene geit. De toestand is dus veel gunstiger dan elders ? A. Dit is wel zoo. Het is natuurlijk veel een gevolg dat wij op het land wonen, waar alles veel goedkooper is dan in groote steden. Daarom is het zoo wen«chelijk om groote fabrieken in kleine plaatsen pp te richten, als dit eenigszins mogelijk is. Maar ik sprak van eene zekere aristocratie onder het werkvolk, omdat een goede bankwerker, kopergieter ' en smid, mijns inziens veel hooger staat dan een gewoon fabrieksarbeider. 11242. V. Ik weet niet of gij in andere fabrieksplaatsen van one land bekend zijt. Is de toestand der fabrieksarbeiders in Tilburg niet gunstiger dan die van hunne gelijken in andere fabrieksplaatsen ? A. Dat geloof ik wel. Eigenlijke ellende heb ik er nooit gezien. 11243. V. Dat is al veel gezegd voor eene fabrieksplaats! A. Er zijn natuurlijk ook vele weldoende menschen. 11244. V. Maken de jongens, die gij op uw fabriek in dienst hebt, van 12-18 jaren, lange dagen ? Hebben zij veel werkuren ? A. Wij werken, in alles bij alles, slechts 10 uren per dag. Wel hebben wij een tijd gehad dat er 12 uren gewerkt werd, maar ik houd het thans streng op 10 uren, omdat ik een langoren arbeid nadeelig voor de Maatschappij acht. Een werkman toch, die 10 uren gewerkt heeft, is uitgeput. 11245. V. Wordt er niet dikwijls geluierd ? A. Dat kunnen de werklieden bij ons niet doen, omdat zij aangenomen werk hebben. Ik geef aan een werkman een bepaalden prijs voor een bepaald werk. Het prijstarief is zoo genomen, dat de werkman 20 a 30 percent daarboven verdienen kan. In dat opzicht zou dus volstrekt geen |
91
|
toezicht noodig zijn : de man doet wat hij kan om meer dan het tarief te verdienen. Verdient hij meer boven de dertig pereent, dan wordt het hem boven dit maximum niet uitbetaald; maar daarentegen wordt hem toch het geheele werkloon uitbetaald, wanneer hij minder dan zijn loon verdient. â¢11Ã4G. V. Dus kunt gij het aan zijn eigen ijver overlaten, omdat hij bij aanneming werkt; maar gij zoudt het wel zeker niet durven doen als zij bij het uur betaald werden ? A. Dan zou er een voortdurend toezicht noodig zijn en zou er wel iemand naast moeten blijven en daardoor de kosten van het toezicht aanzienlijk stijgen. 11247. V. Ik zal over dat punt zwijgen, want wij zouden zoodoende aan den zoogenaamden normalen arbeidsdag en geheel buiten de enquête geraken. De jongens, hebt gij straks gezegd, werken bij het uur. Hoe lang werken zij ? A. 10 uren, en zij hebben alle mogelijke vrijheden. Als zij de burgeravondschool willen bezoeken, kunnen zij naar huis gaan. Wilden zij andere scholen bezoeken â maar die bestaan niet â dan zouden zij ook kunnen gaan Voor onderwijs geven wij aan do jongens alle mogelijke vrijheid. Buitendien hebben wij in de fabriek nog eene tce-kenschool, waar wij aan jongelieden, die zich bijzonder onderscheiden en waar wij zien dat aanleg in zit, vrij teekenonderwijs geven, en gedurende den tijd, dat zij onderwijs ontvangen, worden zij betaald. Wij kunnen daar 17 jongens toelaten en dat onderwijs is voor hen van buitengewoon nut, want zij krijgen er begrip van teekenen. Dit onderwijs wordt 3 malen per week gegeven; do cursus duurt drie jaren. 11248. V Gij zegt: daar worden 17 jongens onderwezen ? A. Er zijn slechts 17 plaatsen; de ruimte is niet grooter. Maar dat perso neel wisselt, omdat de cursus slechts drie jaren duurt. 11249. V. Wordt hun het loon uitbetaald over de lesuren ? A. Ja, bet komt ten laste van de Maatschappij. 11250. V. Hebt gij goede resultaten van dat onderwijs gezien ? |
A. Uitstekend, 11251. V. Deze jongens behooren natuurlijk tot de élite? A. Het zijn de geschiktste jongens, die het meest uitmunten door ijver en goed gedrag ; meestal zijn het zoons van werklieden van de fabriek. -11252 V. Zijn er ook andere onder-wijs-inrichtingen, die door jongens van uwe fabriek des avonds bezocht worden ? A. De burgeravondschool. 11553. V. Hoeveel jongens van uwe fabriek gaan er heen ? A. Twintig ongeveer. 11254. V. Die avondschool wordt in het algemeen druk bezocht? A. Door 200 jongens ongeveer 10255 V. Als ik mij niet bedrieg, begint die school voor de eerstbegin-nenden om 6 en voor de meergevorderden om 7 uur. Hoe schikt zich dit met de werkuren op uwe fabriek ? A. Wij werken slechts tot G uren, en de jongens, die de burgeravondschool bezoeken, kunnen om 51/, uur heengaan. 11250. V. Komt dat half uur van vroeger heengaan ten laste van de jongens ? A. Ja. 11257. V, in elk geval schikt gij het zoo, dat de jongens de avondschool kunnen bezoeken ; zij kunnen te 7 uren daar zijn ? A. Ja. 11258. V. En die 20 bezoeken de school trouw ? A. Ja, daarop wordt gelet en zelfs zekere macht uitgeoefend; wanneer een jongen de avondschool niet heeft gevolgd, heeft hij niet de voorkeur om op de teekenschool te komen. De avondschool wordt dus in zekeren zin door mij gesteund. 11262. V. Komt misbruik van sterken drank bij u voor? A. Er zullen wel lieden onder mijn talrijk werkvolk zijn die van sterken drank- houden, maar er staan zulke strenge straffen op, dat zjj zich daarvoor wel zullen hoeden. Het werkvolk staat in Tilburg in een zeer goeden reuk. Het zou mij zeer verwonderen wanneer uit deze enquête iets anders bleek. 11263. V. Daar behoeft gij niet bang voor te wezen ! |
92
|
A. Wij hebben, zooals ik zeide, strenge politiemaatrsgelen genomen. Bijv. een werkman, die met de politie in aanraking komt en omtrent wien de burgemeester mij zegt, dat de man schuldig is, die wordt onmiddellijk ontslagen en kan nooit meer, waar ook, bij de Maatschappij geplaatst worden. Door dien maatregel hebben wij eene groote macht over het werkvolk. Al die maatregelen, die wij genomen hebben, strekken om het volk werkelijk te beschermen. Wanneer er uitbetaald is, gebeurde het wel dat er den volgenden dag te laat kwamen, omdat zjj in eens eene veel te groote som in handen hadden. Toen heb ik gezegd: wie den volgenden dag te laat komt, wordt dubbel gestraft. Nu hebben wij een toestand van dien aard, dat het veel is als in een geheel jaar twee menschen wegens dronkenschap ontslagen worden. De algemeene geest is goed; bepaalde dronkaards zijn er niet. 11264. V. Gij hebt zooeven gezegd, dat de werklieden bij de uitbetaling in eens eene groote som in handen krijgen. Betaalt gij elke week of om de li dagen'? A. Om de 44 dagen, op den vijfden en twintigsten dor maand. 11205. V. Waarom doet gij dat? A. De administratie is daardoor eenvoudiger. Wij zouden nog liever om de maand betalen; want de administratiekosten moet men hier wel bij in aanmerking nemen. 112(3(3. V. Kan de man in die loopendc 14 dagen toch wat geld toucheeren ? Ueeft gij a comple's? A. De Maatschappij geeft geen d compte, maar er is eene aparte inrichting die daarin voorziet. 11267. V. De werklieden worden dus bij de veertien dagen betaald, maar bij uwe inrichting bestaat nochtans deze faciliteit, dat de man op eene andere wijze eene ó compte verkrijgen kan 7 A. Ja. 11268. V. De werklieden behoeven dus niet gedurende 14 dagen te wachten om geld te kunnen aanraken? A. Ja, onder zekere voorwaarden. Zij kunnen slechts ééne keer in de 9 maanden eene a compte vragen. |
11269. V. Wij zijn bezig elkaar niet te verstaan. Laat mij müne vraag daarom nog eens preciseeren. Er zijn groote fabrieken in het genre van uw werkplaats, waar, evenals b|j u, het loon wordt betaald om de 14 dagen. Bij sommige daarvan heeft men echter uit consideratie met den werkman en om te gemoet te komen aan de bezwaren, die uit een zoo lang wachten op geld verbonden zijn, de gelegenheid geopend om aan het einde dor eerste week ongeveer de helft te ontvangen van wat de verdiensten in 14 dagen vermoedelijk zal bedragen. Is er zulk een a compte bij u? Dat was mijn vraag A. Dat doen wij niet; wij betalen precies om de 14 dagen. 11270. V. Zoodat het loon op don 15den dag reeds kan ontvangen worden ? A. Ja. 11271. V Misschien heeft u mijne vraag bevreemd, en daarom wil ik u tot opheldering er van zeggen, dat er fabrikanten zijn, die ook rekenen per quinzaine, maar die. om hen moveerende redenen, er nog 14 dagen overheen laten gaan eer er wordt uitbetaald. A. Neen, dat geschiedt bjj ons niet.... 112716is. V. Dus, gij vindt u wel genoopt in het belang van de comptabiliteit om de loonen uit te rekenen en te betalen per 14 dagen, maar gij weet het zoo in te richten, dat zij inderdaad op den Inden dag hun geld krijgen ? A. Zij behoeven niet op hunne verdiensten te wachten. 11272. V. Gij hebt nog iets gozegd, waarover ik nog eens wensch door te spreken. Gij zaidet zooevcn, dat gij hadt weten te keeren â en dat was zeker goed van u gezien â dat te strenge straffen werden toegepast. Hebt gij een boetenstelsel ? A. Ja, wanneer ik het als politie-raaat-regel noodig acht boeten te heffen, dan wordt dit door aanplakking aan de deur bekend gemaakt. 11273 V. Dus dan weten de werklieden waar zij aan toe zijn? A. Ja, zij weten welke straffen er op hunne overtredingen staan. 11274. V. Heeft zich langzamerhand een heel Code Pénal ontwikkeld ten gevolge van al die boete-bopalingen, of worden er, wat ik bij u eer verwacht, al zeer weinig boeten geheven? |
93
|
A. Wanneer een werkman een stuk bederft of eene herstelling niet goed uitvoert, dan krijgt hij eene kleine boete. H275. V. Wat noemt gij eene kleine boete? A. Tien cent, maar daar staaó ook premiön tegenover. Bij ons bestaat een zeer uitgebreid premiestelsel voor alle werkzaamheden. Voor een locomotief, die goed gerepareerd wordt, zoodat zij bij het uitgaan uit de werkplaats geen aanmerkingen oplevert, wordt aan den chef-werkman f2.50 uitbetaald. Wanneer een locomotief zoo goed gerepareerd wordt, dat zij een groot aantal K.M. â het juiste cijfer herinner ik mij niet â zonder nieuwe reparatie kan loopen, wordt nog een premie toegekend. Evenzoo gaat het met de wagens en rijtuigen. Daartegenover staan echter de boeten, dat is inhouding van de premiën Doet de locomotief bijv. niet lang genoeg dienst, dan wordt de premie eenvoudig niet gegeven, dat is de boete. 1-1277. Maar de werklieden kunnen dan toch nooit, wanneer zij niet het beste werk geleverd hebben, in de positie komen van iets te moeten bijbetalen A. Neen, nooit. De werkman wordt alleen in staat gesteld om, als hij bijzonder goed werkt, buitengewoon loon te krijgen. H278. V. Bestaan er voor kleine fouten, zooals te laat komen als anderzins, boeten ? A. Ja, kleine boeten van 10 cents. Wanneer bijv. een werkman in de werkplaatsen rookt â wat streng verboden is â dan schrijft de portier hem op, ik kiijg daarvan bericht en dan wordt de man gestraft met 10 cents boete. 11279. V. Dus toen gij daar straks spraakt van streng straffen ... A. Dat sloeg alleen op de dronkenschap. 11280. V. En hebt gij daarmede bedoeld dat tegen dat soort van overtreding streng gewaakt werd, maar dat de boete toch laag was? A. Juist. 11281. V. Wat doet gij met de boeten ? A. Die worden gestort in het ziekenfonds. 11282. V. Verhaal ons eens ieta van dat ziekenfonds. |
A. Sedert 20 jaren hebben wij een ziekenfonds, waaruit de werklieden geneeskundige hulp en geneesmiddelen krijgen. Daarvoor betalen zij ook 2°/,, van hun loon. Dan hebben zij ook het recht om vrouw en kinderen onder de 12 jaar in het fonds te doen opnemen. Daarvoor betalen zij fö per jaar, iets waarover de doctoren zeer klagen, want de vrouwen laten voor elke kleinigheid den dokter halen, zij zijn daarin nog al vrijpostig. W anneer nu een werkman ziek wordt, betalen wij 6 maanden lang het halve daggeld, evenzoo bij verminking. Kan hij, ten gevolge eener verminking, in zeer langen tijd niet werken, dan krijgt hij na die zes maanden, zoolang het ziekenfonds bestaat, een kwart van het daggeld Maar buiten ons fonds bestaan er in Tilburg nog andere inrichtingen door de werklieden onderling tot stand gebracht. Bij voorbeeld: «Vooruitzichtquot;. Daaruit krijgen de werklieden ingeval van ziekte ook geld. Verder het «Algemeen nutquot;. Er is echter eene bepaling dat de werklieden niet gelijk van beide vereenigingen lid kunnen zijn, anders zou het kunnen gebeuren dat een zieke werkman meer verdiende dan een werkende. Verder betalen wij uit ons fonds bij een sterfgeval f 50 en aan de weduwe nog eens f50, wanneer er kinderen zijn. Enfin, dat beslist de commissie. Buitendien hebben do werklieden zich nog verbonden, om, wanneer een hunner sterft, ieder 25 cents te betalen, zoodat de weduwe eenigszins geholpen wordt, hetzij aan een winkeltje of iets dergelijks. Dan bestaat er nog zooveel «esprit-de-corpquot;, dat, wanneer een weduwe mot vele kinderen achterblijft, wij wel een middel weten te vinden om haar vrouwenarbeid te verschaffen. Laatst gebeurde het nog dat een magazjjnknecht stierf, die 20 jaren lang trouw en eerlijk gediend had. Toen hebben wij gezorgd dat zijn weduwe zadel makers werk aan huis kreeg, waaraan zjj een bestaan heeft. 11283. V. Laat ons nog even nagaan, hetgeen gij ons zoo al verteld hebt. Wij zullen even op zijde laten'de particuliere |
94
|
inrichtingen, ter loops door u vermeld, en ons bepalen tot uw eigen inrichting. In de eerste plaats dan het ziekenfonds, waarvan het profijt voor den werkman, behalve in vrije genees- en heelkundige hulp, bestaat in de helft van het weekloon, voor eenigen tijd, en een vierde gedeelte van dat loon, wanneer hét te lang duurt. Is de deelneming in dat fonds vrij of verplicht? A. Verplicht, Mijnheer de Voorzitter. - 11284. Wordt de administratie gevoerd door u of door het volk zelf? A. De werklieden kiezen uit hun boezem 3 bestuursleden ; de boekhouder van de werkplaats wordt aangewezen door de Maatschappij en heeft eene stem, en ik ben do voorzitter Ik en de boekhouder hebben dus i stemmen en de werklieden 3. Wij hebben eene maande-Ijjksche vergadering, waar elk werkman zich kan aanmelden om zich te beklagen, te bedanken, enz 11285 V. En dan stelt het bestuur den dokter en den chirurg aan ? A Wij hebben 2 doctoren, 1 apotheker, en die allen worden door het werkvolk zelf gekozen, niet door het bestuur. 11286. V. Is die keuze blijvend of tijdelijk ? A Zij geldt voor 5 jaren. 11287. V. Dus zijn zij onderworpen nan eene herkiezing? A. ,1a. 11288. V. Om een aan die ziekenbus annex punt te behandelen, â merkt gij er bij het werkvolk wel eens wat van, dat er in Tilburg zoovelen zijn die een breuk hebben ? A. Ja, er komen veel breuken voor. 11289. V. Hoe komt dat? A. Dat weet ik niet 11290. V. Maar gij bevestigt het feit? A. Ik heb dikwijls gehoord dat er vele breuken onder het werkvolk voorkomen, iriaar niet enkel onder de werklieden van mijne fabriek, ook elders. 11291. V. Dat in het voorbjjgaan. Nu verder uw fonds. Hot fonds bestaat 20 jaren. Is het altijd met de 2 pot. toegekomen ? |
A. Ja, nu is er eene bate van f 9000. De Maatschappij past bij ingeval er bij epidemieën te kort komt, maar nu is er eene bate. De. Maatschappij heeft een maximum gesteld, met bepaling dat het excedent onder de werklieden moet verdeeld worden Vroeger was het maximum bepaald op f5000. Toen ik aan de Maatsohappjj kwam, heb ik voorgesteld dit bedrag te verhoogen en dit is gebeurd. 11292. Dit wil zeggen dat de werklieden onder zekere omstandigheden een excedent verdeelen ? A. Ja, maar daardoor verliest het fonds eene groote kracht. Alle boeten gaan in het ziekenfonds. 11293. V. Heeft het volk wel eens gemord dat het te zware percentage moet bijdragen ? A. Nooit. . 11294. V. Zij weten toch dat het fonds zoo sterk is geworden ? A Ja. Wel hebben eens enkelen ge-wenscht dat tot verdeeling wierd overgegaan, doch toen ik de mensohen onder het oog bracht dat ieder slechts zeer weinig zou bekomen, hebben zij daaraan gehoor gegeven. 11295. V. Er zijn fondsen die jaarlijks heelemaal verdeeld worden, en gij begrijpt wat er dan van terecht komt! maar do werking van uw ziekenfonds is dus gunstig ? A. Zeer gunstig. 11300. V. Worden de kosten uit ongelukken voortkomende, uit diezelfde kas bestreden ? A. Ja. 11301. V. Is er een pensioenfonds? A. Neen, maar er bestaat vooruitzicht op Het is echter de vraag, of men daarmede sympathie bij den werkman zal wekken. Voor een pensioenfonds is het kapitaal van 9000 gulden te gering. Doch er zijn zulke uitstekend ingerichtelevens-verzekerings-maatschappijen, dat ieder werkman daarbij evenzeer baat zal vinden als bij ons. Onze maatschappij kan het toch niet goedkooper doen dan die levensverzekerings maatschappijen. De werkman moet het toch zelf betalen, want de Maatschappij kan het niet betalen, en de conditiën die do Maatschappij gesteld heeft op levensverzekering en pensioen voor hare ambtenaren. zijn toch niet veel voordeeliger dan die van de gewone levensverzekering-maatschappijen. Ik zie er dus niets geen heil in om met onze paar duizend opgespaarde guldens een pensioenfonds |
95
|
te maken. Het zou dunkt mij te ver gaan. 11302. V. Hoe gaat het nu als zij zoo oud worden ? A. Och, wij zijn nog al goede men-schen, wjj houden ze zoolang totdat zij sterven. Wij hebben nog nooit iemand wegens ouderdom ontslagen. Mij is nog onlangs door de directie gevraagd wat die oude menschen aan het ziekenfonds gekost hebben, en toen is mij gebleken dat juist die oude lieden het minst aan het ziekenfonds gekost hebben in de laatste vijf jaren. Ik heb een werkman gehad, die om zoo te zeggen aan zijn machine gestorven is. 11303. V. Maar, als de toestand zoo is, welke motieven hebt gij dan om de menschen nu te engageeren om een pensioenfonds op te richten ? Dan hebben zij immers geen pensioen noodig? A. Wij hebben weinig oude menschen, omdat wij geen werklieden aannemen die niet onder de 35 jaar zijn. Wij hebben dus zeer jong werkvolk. Wij nemen ze niet ouder dan 35 jaar aan, opdat zjj niet te spoedig ten laste van het ziekenfonds zullen komen. Nu is onder die 600 man voor het oudere werkvolk wel lichter werk te vinden ; en zoo doende kunnen wij menschen van GO jaar nog gebruiken. 11304. V. De moraal van de zaak is dus, dat bij u de menschen niet aan de armen behoeven te vervallen, als zij oud zijn ? A. Tot nu toe is dat ten minste bij ons nooit voorgekomen. Wanneer een pensioenfonds noodig mocht worden â ik ben er een voorstander van â dan is de quaestie wie het moet oprichten. Het spreekt vanzelf dat wij het niet goedkooper kunnen doen, dan andere maatschappijen. 11306. V. Gjj hebt gezegd, dat bij overlijden het ziekenfonds f50 uitkeerde voor de begrafenis en f50 voor de erven. Zijn zij niet bij u in begrafenisbussen ? A Neen, daarvoor zijn aparte bussen, waaraan geheel vrijwillig wordt bjjge-dragen, door do werklieden onderling. Die gaan mij niet aan. 11307. V. Dus zij krijgen bij sterfgeval van de Maatschappij f50. A. Ja, en onder zekere conditiën krijgen ook de nablijvenden f50. |
11308. V. Maar komt het niet voor dat zij bovendien nog in een begrafenisbus zijn ? A. Jawel, maar dat gaat geheel buiten mij om, daarin zijn zij volkomen vrij. In twee fondsen mogen zij niet te-gelijkertjjd zijn, maar dat regelen die maatschappijen zelve. 11300 V. Komt het niet voor, dat zij bij sterfgeval van kinderen daaruit een voordeeltje halen? A Dat geloof ik niet, wat zij alsdan ontvangen, hebben zij wel noodig. 11310. V. Hebt gij ons straks niet gezegd, dat gij ook hebt een voorschots-instelling? A. Dat is onze hulpkas. 11311. V. Vertel daar dan nu eens wat van. A. Wij hebben altjjd geld disponibel, en wanneer nu een werkman geld noodig heeft, bjj voorbeeld bij gelegenheid van de communie of wanneer hij aardappelen wil koopen, dan kan hij een voorschot krijgen tot f25, en dat moet hij gedurende 9 maanden weer terugbetalen, en dan geeft hij mij een bewijs en dan houd ik f3 per maand van zijn loon af. Vroeger was het voorschot grooter, maar er werd misbruik van gemaakt. Ik heb ondervonden dat, als men te veel voorschot geeft, de hulpkas, in plaats van voordeelig, nadeelig op het moreel werkt. 11312. V. Uwe werkplaatsen zijn zeer groot en uitgebreid niet waar, zij zijn ruim en luchtig ? A. Ja, uitstekend, de heer Bahlmann is met mij rond geweest en die kan het getuigen. 11315. V. Kunt u uit u zelf ons nog een of ander mededeelen ? A. Alleen dit, wat de werkliedenquaes-tie betreft, moet men de arbeiders verdeden in twee deelen : degenen die een vak kennen en degenen die er geen kennen. De eersten, de menschen dus die hun vak verstaan, hebben geen grond tot klagen, en u zult er ook geen vinden die het doet. Wie echter wel klagen, zijn zij die geen vak kennen. Bjj mijne werkmeesters, bij mijne ingenieurs komen dagelijks menschen om werk. Wanneer men die menschen vraagt wat zij kennen, dan zeggen zij : alles. En wanneer iemand zegt, dat hij alles |
90
|
kent, dan zeg ik; hij kent niets! Over 'leze lieden zou, mijns inziens, do enquête moeten loopen ; want de flinke werklieden in ons land klagen niet. â¢11329. De heer Van der Sleyden : Omtrent de uitbetaling van het loon bleef een enkel punt mij onduidelijk : gij hebt gezegd dat het loon wordt uitbetaald om de 14 dagen, naar ik meen verstaan te hebben den öden en den 20sten van elke maand. Wordt nu op den 20sten het loon over de eerste helft der maand uitbetaald en op den 5den der volgende maand de tweede helft? |
A. Dat is zoo, er zijn eenige dagen noodig voor het opmaken der admini stratieve bescheiden. Het is onmogelijk de menschen terstond op den laatsten dag te betalen. De kassier heeft omtrent drie dagen noodig om voor geld, enz. te zorgen. 11330. V. Ik dank u voor uwe nadere verklaring. 11334. De Voorzitter: Indien niemand betreffende het onderwerp der Enquête meer eenige vraag te stellen heeft, sluit ik dit verhoor, na den heer Oberstadt onzen vriendelijken dank voor zijne mededeelingen betuigd te hebben. F. Oberstadt. |
ZITTING VAN DONDERDAG 3 FEBRUARI 1887.
Tegenwoordig de heeren;
Verxikrs van der Loeff, Voorzitter. Helut.
Goeman Borgesius, Onder- Voorzitter. Smit.
Reelaerts van Blokland. ^ Van Alphen.
Bahlmann. i J. D. Veegexs, Griffier.
|
Verhoor van den heer A. Janssens. ( Verkort). 11335. De Voorzitter: Wees zoo goed uw voornaam, naam, beroep, ouderdom en woonplaats op te geven. A. Adrianus Janssens, meesterknecht bij de heeren Pollet en Zoon, fabrikanten te Tilburg, oud 48 jaar. 11336. V. Zijt gij al lang bij de heeren Pollet. A. 32 Jaar. 11340. V. Heel veel jongone zijn er niet op de fabriek van de heeren Pollet? A. Op de fabriek, waar ik werk, zijn 4 jongens van 12 tot 16 jaar. 11341. V. Hoeveel volk is er van boven de 18 jaar ? A Ongeveer 34. 11347. V. Komen de jongens, die even 12 jaar zijn, en pas hunne communie gedaan hebben, niet later ? A. Neen. De jongens komen op naar de werkuren zijn. 11348. V. Moeten zij dan geen catechismus houden ? A. Ja, daarvoor hebben zij 's winters eenige uren vrij; 's zomers wordt er geen catechismus gehouden. 11349. Dus dan komen zij wiet gelijk op? |
A. Dien tijd niet. 11350. V. Dus waar gij zoo even ja zeidet, bedoeldet gij eigenlijk neen! En wanneer wordt de catechismus gehouden ? A. Allo dagen, behalve Zaterdag. 11351. V. En dan loopt het werk toch ? A. Ja, het is wel lastig, maar het wordt er naar geregeld. 1lb5. V. Gaan de jongens gelijk met het volk naar huis ? A. 's Avonds, als de boel stil staat, gaan allen gelijk naar huis. 11353. V. Maar de jongens gaan toch wel eens I'/ï uur vroeger heen? A. Als er geen werk is, maar als er bijwerk is niet altijd. 11356. V. Wat is het werk van de jongens ? A, Draadmaken. 11357. V. Maar als er genoeg draad gemaakt is voor boven, dan kunnen de jongens toch weg, niet waar? A. De draad moet boven gemaakt worden. 11358. V. Dus bij u gaan de jongens niet vroeger weg? A. Bij ons valt het zelden voor. 11359. V. Evenals het thans geschikt wordt voor de kleine jongens, die naar |
97
|
den catechismus gaan. zou het misschien ook geschikt kunnen worden, dat de jongens 's avonds een uurtje vroeger weggingen ? A. Dat zou nadeelig zijn voor de werklieden en voor de fabrikacten, wanneer er 's morgens en 's avonds een uurtje afgenomen werd: dat zou lastig zijn. 11361. V. Zou er niets op te vinden zijn, om al de jongens 's avonds wat minder te laten werken ? A. ik geloof het niet. 11362. V, Als gij eene machine meer hadt, zoodat er meer draad gemaakt werd, zou dat niet helpen 1 A. Bij elke machine dient een jongen te zijn, in sommige fabrieken staan er wel twee aan een molen. 11363. V. Wat verdienen die jongens? A. De jongens van 12 tot 16 jaar van 3 tot 4 centen per uur. 11365. V. En ongetrouwde jonge vrouwen, boven de 18 jaar, die zjjn er wel, niet waar? A. Jawel, 7 ongetrouwde vrouwen. 11366. V. En in de andere fabriek ook 7 of 8 ; er zijn er 15 samen, niet waar? A. Ja. 11367. V. En werken die gelijk met ulieden op ? A. Ja. 11368. V. Hoe lang is de werkdag bij mijnheer Pollet ? A. In den winter beginnen wij om 8 uur, maar bij het lengen der dagen wordt dat vroeger, nu komen wij om half acht. 11369. V. En dan werkt gij tot? A. Tot 8 a 9 uur in den winter. 11370. V. Tot 's avonds 8 uur, bedoelt gjj, en wat zit daar dan voor rusttijd in ? A. Nu hebben wij 's middags een uur en 's achtermiddags een kwartier uur, maar bij zomerdag 's morgens ook een kwartier. 11371. V. Want dan komt gij vroeger ? A. Ja, om half 0 a 6 uur. 11374. V. Komen er dikwijls ongelukken voor op de fabrieken ? Kleinigheden ? A. In de 24 jaren, dat ik meesterknecht ben, is er maar één ongeluk febeurd, namelijk dat twee jaren geleen een werkman een paar vingersebeurd, namelijk dat twee jaren geleen een werkman een paar vingers i heeft verspeeld. IV. |
11378. V. Het werkvolk ia oppassend, niet waar? A. Ja, zeer oppassend. 11379 V. Dat schijnt overal in Tilburg het geval te zijn ? A. Er loopt wel eens een kwade onder de goeden, maar in den regel zijn zij allen oppassend. 11381. V. Gij zijt met uw 16de jaar in het vak eekomen ? A. Ja, 11382. V. Wat hebt gij vóór dien tijd gedaan? A. Bij mijn vader thuis gewerkt. 11383 V. Was uw vader wever en werkte hij thuis? A. Ja. 11384. V. Hebt gij het vak al van jongs af geleerd ? A. Na mijne communie. 11385. V. Dus, hoewel de wet van 1874 toen nog niet bestond, zijt gij toch tot uw 12d« jaar op school gebleven? A. Ik ben niet tot mijn 12 jaar op school gebleven, omdat mijn vader het onderwijs bij den meester'niet kon bekostigen en er nog geen andere scholen bestonden. Maar sedert dien tijd zijn er meer fraterscholen gekomen en gaan zij allen tot hun 12de jaar naar school. 11386. V. Gaan zij trouw naar de school ? A. Ja. 11387. V. Maandaghouden doet het volk in Tilburg niet? A. De fabriekarbeiders niet; onder de ambachtslieden komt het wel voor. 11388. V. Ziekenfondsen en dergelij-ken, zooals die in andere plaatsen voorkomen, schijnen in Tilburg niet in den smaak van het fabrieksvolk te vallen ? A. Bij enkele fabrieken zijn zij wel, bij ons echter niet. 11391. V. Hoe gaat het dan met de mens.chen als zij ziek worden? A. Dan wordt hun gewoonlijk door den fabrikant het halve daggeld uitbetaald. 11392. V. Uit goedheid? A. Ja 11393. V. Is dit tamelijk wel de al-gemeene regel ? A. Jawel. 11394. V. De menschen raken dus niet broodeloos? |
7
98
|
A. Neen, er wordt goed voor hen gezorgd. 11395. V. Zij krijgen dus hun halve daggeld thuis; maar hoe komen zij dan aan den dokter of meester ? A. Den dokter of meester moeten zij zelf betalen, behalve in het geval dat zij op de fabriek een ongeluk krijgen. Dan betaalt de fabrikant het. 14396. V. Weet gij ook, dat het volk zijn uiterste bost doet om zelf den dokter of meester te betalen, en dat zij het zoolang mogeljjk uitstellen om voor niet hulp van de armen te krijgen ? A. Zij blijven van do armen weg, zoolang het maar eenigszins kan. 11397. V. Zij zoeken dus daarvoor hun eigen middeltjes bij elkaar, om niet ten laste van de stad te komen ? A. Dat is zoo ; maar zij worden ook door do heeren fabrikanten ondersteund. De één heeft het trouwens harder van doen dan de ander. 11398 V. Hoelang duurt het uitbetalen van het halve loon. want de man kan wel zoo lang ziek zijn ? A. In den regel ontvangt hij het zoo lang, tot hij weer op de fabriek komt. 11399. V. Dus het geschiedt niet maar voor een korten termijn? A. Dat is bij ons nog niet voorgevallen. 11406. V. Gij zijt reeds vele jaren meesterknecht bij de heeren Pollet. Worden daar boeten geheven? A. Als zij te laat komen, wordt er soms eene kleine boete opgelegd, om hun dat af te wennen, want het zijn doorgaans dezelfden, die dat doen; of zij worden gestraft, doordat men hen een halven dag naar huis zendt. 11408. y. Is het veel, dat als boete wordt opgelegd? A. Neen, 10 of 15 cents. 11410. V. Zijn er nu nog geen andere boeten ? Bedenk u eens. A. Als zij eene fout in het werk maken, worden zij wel eens gestraft met een dag naar huis zenden, of als zij eene fout maken bij de machinale weverij, wordt het afgetrokken, om het hun af te wennen. 11411. V. Maar wie legt die boeten op? A. Voor de weverij doet mijnheer het. |
die de wevers betaalt, en ik voor het andere volk, dat ik betaal. 11412. V. En dat opleggen van de boeten staat aan u? A. Jft 11413. V. En doet gij dit â ik bedoel dit niet in kwaden zin â geheel naar eigen opvatting, of kent gij daarin vooraf den patroon ? A. Als ik zie, dat ze dikwijls te laat komen, straf ik ze. 11416. V. Zjjn dat de twee eenige redenen waarvoor boeten worden opgelegd ; voor het te laat komen en voor het begaan van fouten ? A. Ja. 11417. V. Maar die sommen beloo-pen geen bedragen van eenigerlei belang ? A. Wat gekort wordt, heeft geene beteeken is. 11418. V. Genieten de jongens, die op de fabriek gaan, nog onderwijs ? A. Zij bezoeken de Zondagsschool. 11420. V. Gaan ze er trouw heen? A. Die school wordt druk bezocht. 11421. V. Is dit alles? Wordt aan het teekenen nog iets gedaan? A. Wel door de jongens die op een ambacht zijn. 11422 Zijn er getrouwde vrouwen op de fabrieken in Tilburg? A. Zoover ik weet, neen. 11423. V. Vindt gij dat goed? Meent gij dat het beter is dat de getrouwde vrouw in het huishouden is en niet op de fabriek werkt? A. Ik geloof dat het beter is dat zij in het huishouden blijven 11424. V. Dus vindt gij het goed zooals het is? A Ja, getrouwde vrouwen op de fabriek zijn niet goed voor jonge meisjes. 11425. V. Hoe bedoelt gij dat? A Zij vertellen dingen, die de jonge meisjes niet behoeven te hooren. 11427. V. Heoft het werkvolk te Tilburg aan één uur schafttijd genoeg om naar huis te gaan 'i A. De menscken zorgen dat zij zoo dicht mogelijk bij de fabriek wonen. 11428. De heer Ballluiiinn : Gij zijt 24 jaren meesterknecht bij den heer Pollet, en weet dus den loop der loonen van volwassenen. Welk was hun loon in 1860? |
99
|
A. o'/a a 6 cent in het uur, en dit is van lieverlede verhoogd. 11429. V. In 1873 was het loon het hoogst, bij de hooge wolprijzen, niet waar ? A. Toen was er druk werk. Sedert dien tijd is het 10 cents gebleven ; voor «nkelen lO'/a cent. 11430. V. Heeft in den laatsten tijd geene vermindering van loon plaats gehad voor hen, die per uur werken ? A. Neen. bij ons niet. 11431. V. De wevers buiten de fabriek worden betaald per streng. Is dat loon verminderd ? A. Bij sommige fabrieken is het loon per streng verminderd. 11433. V. Het loon per streng verschilt ook bij dezelfde fabriek ten opzichte van het werk; v,oor baaien wordt immers minder betaald dan voor buckskin ? A. Ja, voor fries wordt van 8 tot 10 cents betaald: voor buckskin van 18 tot 20 cents: ratiné en floconné wordt nog hooger betaald 11434. V. Hoe fijner dus het werk, hoe beter de huiswever betaald wordt ? A. Juist. 11436. V. Gjj hebt gezegd dat gij tot uw 12de jaar geen schoolonderwijs hebt kunnen genieten, omdat uwe ouders het niet konden betalen. Kunt gij lezen en schrijven? A Ja. 11437. V. Hoe hebt gij dat geleerd? A. In den tusschentijd. 11438. V. Op de Zondagsschool? A. Ja. en te huis van mijn broeder, â en bij de heeren op het werk heb ik mij altijd een weinig geoefend. 11439. V. De heer Van Alphcn: Gij hebt gezegd dat de lieden die ziek zijn zich zeiven van dokter en apotheker voorzien, en geen geneeskundige hulp van de gemeente verlangen Waarom is dat, is de bediening van gemeentewege niet best ? A. Jawel, maar zij doen het om eer en fatsoen op te houdem 11440. De Voorzitter: Hebt gij nog iets mede te deelen ? A. Neen. 11441. Dan is uw verhoor afgeloopen. A. Janssens. |
Verhoor van den heer C. Hoscmans» 11442. De Voorzitter : Wilt gij uw naam, voornaam, beroep, ouderdom en woonplaats opgeven ? A. Cornells Hosemans, meesterknecht bij den heer Eras, oud 30 jaar, wonende te Tilburg. 11443 V. De heer Eras heeft maar ééne fabriek? A. Neen, hij heeft meer fabrieken. 11444. V. Wij zullen echter alleen spreken over de fabriek, waar gij zijt. Hoeveel volk hebt gij onder u ? A. Ik ben meesterknecht bjj twee fabrieken, die bij elkander staan. Op die twee fabrieken werken te zamen 137 menschen, die allen onder mijn toezicht staan. 11445. V. Zijn daar veel jongens onder? A. 23 kleine jongens. 11446. V. En hoeveel meisjes? A. Er zijn 22 a 23 meisjes van boven de 16 en één meisje onder do 16 jaren. 11447. V. Zitten er bij u mannen of vrouwen aan de weefstoelen? A. Alleen mannen. 11448. V. Er zijn wel fabrieken waar alleen vrouwen zijn 1 A. Dat geloof ik wel. 11449. V. Waarin zit dat? A. In 't voordeel. Vrouwen zijn goed-kooper te krijgen. 11450. V. En werken zij evengoed? A. Dat kan ik niet zeggen, want bij ons is dat nooit gebeurd. 11451. V. Maar hoe verklaart gij het dan dat er zoo weinig fabrikanten zjjn die vrouwen voor dat werk gebruiken ? In Tilburg is er maar één ? A. Ik geloof niet dat vrouwen zoo goed op haar werk letten als mannen. 11452. V. Niet? A. Neen; mannen staan meer voor hun vak dan vrouwen. 11453. V. Ook voor dat soort van werk ? A. Ja zeker. 11454. V. Gij zijt zeker vroeg bij het vak gekomen ? A. Van mijn 16de jaar af. 11455. V. Wat deedt gij vóór dien tijd? A. Ik ben tot mijn 16de jaar op school geweest. |
100
|
-11456. V. Op welke school waart gij tot uw 16de jaar? A. üp de Fransche school bij Bosten in Tilburg. 11457. V. Was dat eene school van do stad? A. Neen, het was eene particuliere school. 11458. V. En toen zijt gij op uw 16de jaar op het vak gekomen? A. Ik ben een half jaar te huis geweest, en in dien tijd heb ik weven moeten leeren, en daarna ben ik op de fabriek gekomen. 11459. V. Dus zijt gij pas begonnen op uw 16de jaar? A. Ja. 11460. V. En nu zijt gij 30 en zijtal meesterknecht, en hebt dus de kunst toch wel beet kunnen krijgen ? A. Ja. 11461. V. Dus gij levert het bewjjs op, dat de jongens, om het vak te leeren, niet op hun ISde jaar behoeven te beginnen ? A. Ja, maar in veel huishoudens is het noodig voor de inkomsten. 11462 V. Ik bedoel nu meer speciaal het leeren van het vak ? A. Ja, dat kan men wel drie jaar later leeren, als de inkomsten het maar toelieten. 11463. V. Als men maar alleen op de inkomsten let, dan zouden de kinderen wel op hun 10de jaar kunnen beginnen ? A. Tien jaar is wel wat vroeg, dan zijn het nog te veel kinderen ; het is al erg genoeg, dat zij op hun !2do moeten beginnen, maar in huishoudens waar 5 of 6 kinderen zijn en er soms twee zjjn, die boven de 12 jaar zijn en de ouders moeten dan de verdiensten van de kinderen verliezen, dan is het al te erg. 11464. V. Waarom zegt gij: het is al erg genoeg, dat zij op hun 12de jaar beginnen ? A. Omdat ik het in alle opzichten beter voor een kind zou vinden, als het op zijn 14de jaar op de fabriek kwam, maar de oudelui kunnen het niet missen en moeten ze dus wel naar do fabriek zenden. 11465. V. Hebt gij wel bijgewoond, dat het anders gebeurd is? A. Dat'niet, |
114( 6, V. Maar vertel ons eens, waarom die meisjes in den regel later dan de jongens op de fabriek komen ? Het schijnt dat de jongens in die gezinnen, die dan voor hunne kinderen niet zoo goed zorgen als uwe ouders voor u, op hun 13de jaar naar de fabriek worden gezonden, maar het schijnt ook dat men dat met de meisjes niet doet; die beginnen met hun 14de, lode jaar, is dat niet zoo ? A. Ja. 11467. V. Maar waarom? A. Wel dat is natuurlijk, hot werk dat de moisjes en de vrouwen moeten doen in de fabrieken, het knoop plissen of dichten, leeren zij van de moeders, 11468, V, Uus dat leeren zij thuis? A, Ja, van de moeders, omdat deze dat geregeld thuis moeten doen, en als de meisjes 15, 16 jaar oud zijn, en plaats kunnen krijgen op de fabriek, dan gaan zij daarheen, 11469, V. Maar jongens en meisjes beiden gaan tot hunne eerste communie, dus tot hun 12de jaar, prompt naar school in Tilburg .' A, Ja, allemaal. 11470. V, En het werkvolk? Hebtgjj daar wel eens moeite mee of zijn zij geschikt ? A, Neen, heel geschikt; ik heb er nooit moeite mee. Ik sta er van 's morgens tot 's avonds bij, maar ik heb er nooit last van. 11471, V. Zijn zjj tevreden? A. Ja, voor zoover ik kan oordeelen, is de werkman tevreden, maar dat zeggen alle fabrikanten niet. 11472. V. Maar, zoover gij er over kunt oordeelen, zegt gij gerust dat â ja, er zal wel een of andere anders onder zijn â het gros tevreden is ? A. Ja, maar er is verschil. Als de zaak goed floreert, en de patroon goed verdient, kijkt hij er ook niet naar om den werkman goed te betalen, maar floreert de zaak niet, dan is het voor den werkman ook niet beat. üe zaken zijn in de laatste jaren niet beter maar wel slechter geworden, 11473. V. Maar gij hebt tot nog toe geen klagen? A. Neen, bij ons niet, maar dit is eene uitzondering, 11474, V, Maar naar hetgeen andere getuigen uit Tilburg ons medegedeeld |
101
|
hebben, schijnt het volk in Tilburg overal tevreden te zijn 7 A. De toestand wordt toch ieder jaar minder gunstig De loonen worden minder en men kan meer volk dan noodig is krijgen. Een 8- of 9tal jaren geleden zonden wij 800 stukken goed naar Duitsohland en Frankrijk en toen kon men bijna geen volk krijgen. Nu moet dat goed hier verkocht worden en zoeken de groote fabrikanten de klanten te krijgen van do kleinere fabrikanten, die tegen de grooten natuurlijk niet concurreeren kunnen en aie het weder op het loon der werklieden zoeken. 14475. V. Hoe is het met de huiswevers gesteld? A In verhouding hetzelfde als met de fabriokswerklieden. 11476. V. Zijn er vele huisworkers A. Ja. 11477. V. Worden daar veel kleine jongens en meisjes bij het werk gebruikt ? A. Ja. met hun 12de jaar beginnen zij het vak te leeren. 11478. V. Maar ook daar gaan de kinderen tot hun i2de jaar school? A. Ik geloof niet dat tegenwoordig in Tilburg kinderen onder de 12 jaar niet naar school gaan. 11479. V. Maar gaan die kinderen onder de 12 jaar tusschen de schooluren niet zoowat scharrelen aan het weefgetouw ? A. Ja, een half jaar voordat zij van school gaan, komen zij 's avonds om 5, 5'/2 uur uit de school thuis, springen op een stoel om onder toezicht het weven te leeren. 11480. V. Werken de jongens op fabriek even lang als de groote werklieden ? A. Neen, niet even lang: in den regel hebben zij tegenwoordig 's avonds om 5, 6 uur gedaan; zij werken dus twee uren minder dan volwassenen. 11481. V. Hoe laat komen zij 'a morgens? A. Om half acht, zoo gauw als het licht wordt. 11482. V. En om 5, 6 uur hebben zij fedaan ?edaan ? .. Ja. 11483. V. Zouden zij dan's avonds nog niet wat onderwijs kunnen ontvangen ? |
A. 's Avonds, het uur van eindigen, zijn de jongens niet meer te houden ; dadelijk zijn zij op straat. Al gaf men hun een dubbeltje om aan het een of ander te helpen, ik geloof niet dat zij het doen zouden, zoo blij zijn zij uit de fabriek te kunnen gaan. 11484. V. Zondags gaan zij echter naaide school? A. Jawel. 11485. V. Er zijn geen getrouwde vrouwen op de fabriek ? A. Nergens in Tilburg. 11480. V. Maar wat doen zij te huis? A. Vooreerst het huishouden. En dan zijn er ook nog wel, die in huis voor de fabriek werken, zooals pluizen, noppen en haspelen, alles heel licht werk, 11487. V, De arbeiderswoningen te Tilburg zijn over het algemeen goed? A. Ja, uitstekend. 1148?. V. De vrouwen houden er meest een varken of een geit op na? A. Ja, zij boeren er zoo wat bij En dan hebben zij meest een klein stukje tuingrond, waarop zij allerlei groenten poten, 11489. V. Er heerscht dus een zekere welvaart ? A. Dat is zeker, 11490. V. Zij hebben nog al dikwijls een eigen huisje ? A, Jawel, maar dat dateert toch reeds van vroegeren tijd, toen de wevers nog f 12'en f13 verdienden. Nu zij maar f 5 en f 6 verdienen, komt daarvan niet meer in. 11491. V. Wat bedoelt gij met vroegeren tijd ? A. Toen wij nog niet afgesloten waren van Frankrijk en Uuitschland. 11492. V. Dat is dus wel 10 of 12 jaren geleden ? A. Neen, nog pas 6 of 7 jaar, meen ik, wat Duitschland betreft; mot Frankrijk is het nog korter. 6 è. 7 jaar geleden stuurden wij 800 stukken naar Duitschland en hadden daar veel volk voor. Het was het 4de of 5de jaar dat wij de zaak dreven. Als het had voortgeduurd, zou een goed werkman bij ons meer dan '/a meer verdiend hebben dan tegenwoordig; maar nu wordt alles afgesloten. Duitschland en Frankrijk voeren hier aan ; ons kleine landje wordt overstroomd door andere landen. |
102
|
â¢li494. V. Dus hebben dat die ongelukkige inkomende rechten gedaan? A. Ja. 11495. V. Hadt gij toen langere dagen? A. Ja, 13 of 14 uren ; 14 uren is wel het langste. 11496. V. Ziit gij nooit op 16 uren gekomen ? A. Neen, zoolang ik er ben niet; 15 n den zomer hebben wij wel gehad. 11497. V. Wat verdient gij, Hose-mans ? A. f22 per week. 11498. V. Maar het gros van het volk w ordt betaald bij het stuk ? A. Ja, de wevers krijgen bij het stuk betaald. 11499. V. Vertel mij eens waarom bestaat bij het volk te Tilburg geen zin om ziekenfondsen te maken 1 A. Ik geloof dat het volk er wel voor zou zijn, als de patroons er meer werk van maakten. 11500. V. Dat begrijp ik in het geheel niet. Zou het dan aan de patroons liggen ? A. De patroon kan op de fabriek voorstellen een fonds op te richten, in het belang van het volk en ook in het belang van den patroon zelf, want dan behoeft deze de lasten niet alleen te dragen. Hij kan dit dan wel enkele maanden doen maar niet voortdurend; in elk geval geen jaren. Maar als ieder wat betaalt, de grooten 5 cents eh de kleinen 2'4 cent per week, dan kunnen in geval van ziekte de grooten f4 en de kleinen f 2 per week ontvangen. Maar dat is dan niet voor vast; dit is voor hoogstens vier maanden en als die vier maanden om zijn dan trekken ze niet meer Het is slechts eenmaal gebeurd dat een werkman langer dan 4 maanden ziek was, maar toen is hem toch de f 4 per week uitbetaald. 11501. V. Begrijp ik het goed dat op uwe fabriek een fonds is? A. Ja. 11502. V. Gij hebt ons al eeniger-mate medegedeeld hoe dit fonds werkt. In den regel wordt het weekgeld gedurende vier maanden uitbetaald, maar als een enkele keer de ziekte wat langer duurt, ziet men er niet te nauw op. |
A. Wij hebben alle reden om te roemen op onzen patroon. Is een man ziek, dan wordt de dokter gehaald en ontvangt de werkman f 4 uit het fonds, gedurende den tijd van zijne ziekte of de vrouw van den zieken man, maar dat zijn uitzonderingen. 11503. V. Dat uw patroon het uitbetaalt? A. Ja. 11504. V. Maar dan gaat hij toch uit eigen middelen buiten het fonds? A. Ja. 11505. V. Wie beheeit het fonds? A. De kas berust altijd bij de oude moeder Eras ; is er wat veel in bij een gelukkig jaar, dan gaat het naar de spaarkas. 11 £06. V. Gij deelt dus niet aan het einde van het jaar? A. Met Kerstmis krjjgt de man vier broeden (mikken). 11507. V. Blijft het daarbij ? A. Ja. 11508. V. En gaat de rest in de spaarbank ? A. Ja. 11509. V. (Jij hebt dus een aardig fonds ? A. Het is niet rijk, maar wij komen er meê rond 11510. V. Is dat de moeder van uw patroon die het beheer over de kas heeft ? A. Zij bewaart alleen de boekskes van de spaarbank en de kas ook. 11511. V. Bemoeien de menschen zich daarmede niet? A. Neen. 11512. Wordt het nagegaan of de menschen inderdaad ziek zijn, die dit voorgeven te zijn. A. Daarvoor sta ik. 11513. V. Gij controleert dat dus? A. Ja. 11514 V. Gaan de boeten ook in dien pot ? A. Er zijn bij ons geene boeten. 11515. V. Weet gij het volk ree te houden zonder boeten ? â A. Ja. 11516. V. Komen zij op hun tijd ? A. Soms 5 minuten te laat, maar daarop wordt niet gelet. Over het algemeen komen zij op tijd. 11517. V. En als zij wat verknoeid hebben ? A. Ja, als zij den fabrikant schade berokkenen, dan moeten zij het betalen. |
103
|
11518. V. Komt dat wel voor? A. Meel zelden, en dan hebben zij één of' tweo kwartjes te betalen. 11519. V. Dus met rijksdaalders beboet men bij u niet? A. Neen. â 11520. V. Wat gebeurt er met de oude werklieden ? A. Wij hebben nog geen oude mannen, die afgedankt zijn. H 5-21. V. Uwe fabriek bestaat toch al lang ? A. Maar er zjjne geene werklieden bij ons, die er zoo lang gediend hebben, dat zij niet meer werken kunnen. In andere fabrieken zijn die wel. 11522. V. Hoe lang bestaat uw fabriek ? A. Ik geloof 40 amp;, 45 jaar. 11523. V. Het komt dus hierop neder dat. als een werkman oud en minder geschikt wordt, hier of daar in de fabriek wel een werkje wordt gevonden om hem nog een broodje te kunnen verschaffen ? A. Zeker, dan kunnen dergelijke men-schen altijd nog aan minder zwaar werk gezet worden. Zooals ik gehoord heb van andere fabrieken, worden zij door de fabrikanten ook altijd geholpen. 11524. De heer Goeman Borgesius: Hebt gij straks niet gezegd dat de loo-nen in den laatsten tijd zoo gedaald waren dat een goed werkman tegenwoordig maar 5 ;i 6 gulden verdienen kan ? A. Een goed wever, die te huis weeft, heb ik gezegd. 11525. V. Verdient een goed werkman op de fabriek meer? A. Een goed wever op de fabriek verdient meer. 11526. V. Hoeveel kan die wel maken ? A. Bij ons 10 all gulden in de week, ook wel eens 12 gulden. 11527. V. Maar wanneer die te huiswevers geen kinderen hebben, die in de jaren vallen om te kunnen werken, terwijl hunne vrouwen den grootsten tijd noodig hebben voor het huishouden en de kleine kinderen, dan is dat toch een armoedig bestaan en kan men toch niet bij hen van welvaart spreken ? A. Neen, zeker niet. |
11528. V. Straks hebt gij toch gezegd dat in die huisgezinnen nog al welvaart heerseht? A. Ja, als de man goed werkt en een goeden patroon heeft, die hem goed betaalt, en een vrouw en kinderen, dio wat te werken hebben. Maar als dat niet het geval is natuurlijk niet. Het gebeurt nog al veel dat er geen werk genoeg is, zoodat alle vrouwen niet te te werken hebben. 11529. V. I)e meeste thuiswevers zullen dan wel trachten op eene fabriek te komen ? A Neen; de meesten houden er niet van op eene fabriek te gaan werken. Zjj zeggen: vrijheid gaat boven alles en is beter dan opgesloten te zijn in de fabriek, waar men 's morgens om 7 ingaat om or eerst 's avonds uit te komen. Dat schrikt velen van de fabriek af; vandaar dat de menschen in de fabrieken beter betaald moeten worden. 11530. \r. Dat Iaat zich verklaren. Maar een ander deskundige heeft verklaard dat de toestand van de thuiswevers beter was dan van de fabriek-wevers. Gij onderschrijft deze verklaring dus niet ? A Neen. 11531. V. Hebben die thuiswevers in den regel tuintjes of niet? A. Zeker. Zij poten aardappelen of mesten een varken. Dat kunnen do fa-briekwevers niet doen. Zjj zouden hooge daggelden moeten uitkeeren om het werk te laten doen. 11532. V. Ik merk daaruit dat de thuiswevers, die 5 of' 6 gulden verdienen, op de eene of andere wijze in staat zijn die inkomsten te vermeerderen. Is het niet door wevorswerk, dan door een beetje te boeren ? A. De thuiswevers kunnen niet meer verbouwen dan voor eigen gebruik noodig is. Hij heeft geen tijd daarbij tevens voor koopman te spelen. 11533. V. Over het algemeen kunnen zij echter op die wijze van die vijf of zes gulden bestaan ? A. Velen leven er van. Bij den ge-drukten handel wordt de toestand er echter niet beter op. 11534. De heer liahlinanu: Gij vertelt dat gij, na het gewone onderwijs genoten te hebben, geweest zijt op de Fran-sche school bij den heer Borsten. Gij |
104
|
zijt dus niet begonnen als draadmaker, maar als wever? A. Ja, ik had thuis het weven al geleerd. â¢11535. Hoe is de betaling per streng voor de verschillende stoffen, baaien, ratiné, bukskin, fioconné, enz. ? A. Voor het friesch wordt 10 en voor het fijne 8 centen betaald. 11530. V. En voor de bevers? A. Ook zoo in dezelfde verhouding. 11537. V. En voor castors en eskimo's? A. Dat weet ik precies niet, dat wordt op eene andere fabriek gemaakt. 11538. V. Wij kunnen dus aannemen dat het loon per streng nog al uit elkander loopt? A Ja. Van 8 tot 20 centen voor de huiswevers. 11539. V. Is het loon voor de huiswevers verminderd in den laatsten tijd ? A. Zeker. 11540. V. Is het loon per uui aande fabrieken in den laatsten tijd verminderd ? A. Voor de schrobberaars niet, voor andere werkzaamheden wel. De overvloed van volk maakt dat werkzaamheden die vroeger 8 of 10 centen per uur kosten, nu te verkrijgen zijn voor 5 of 6 centen. 3*11541. V. Vertel mij nog eens even, gij woont op het Goirke en gij weet zeker, dat er verleden jaar een standje, een relletje geweest is bij de fabriek van Mommers, weet gij daar de reden ook van? A. Natuurlijk betrof het de betaling. 11542. V. Hoe dat zoo? A. Men zeide dat hij de wevers veel minder betaalde, men sprak van 4 en 5 centen per streng; ik kan hot niet bewijzen, maar het werd gezegd. 11543. V. Het zat dus in de huiswevers en niet in de werklieden op de fabriek ? A. Ja. 11554. De Voorzitter: Hebt gij uit u zelf ons niets mede te deelen ? A. Neen. 11555. V. Niets? A. Ja, toch, een ding; dat zou ik haast vergeten. Het 's middags doorwerken komt in Tilburg meer in gebruik, en dat is slecht. De man, die als hij 's morgens komt geen zon heeft gezien, en 's avonds als hij weggaat evenmin, mag 's middags wel een uurtje hebben om te gaan eten, en moet niet verplicht zjjn om zijn eten op de fabriek te gebruiken. |
11556. V. Maar bij u gebeurt dat toch niet ? A. Neen, maar op verschillende andere plaatsen in Tilburg gebeurt het, en als dat niet tegengegaan wordt, zou het zich uitbreiden. 11557. V. Maar gij zeidet dat er weinig werk was ? A. Weinig werk ? 11558. V. Ja, dat heb ik begrepen uit hetgeen gij hebt gezegd. Gij klaagdet dat gij zoo afgesloten waart? A. Zeker, maar er wordt toch gewerkt. Alle krachten worden ingespannen, en 's middags wordt doorgewerkt om 's avonds het licht uit te sparen. 11561. V. Het verhoor is gesloten; ik dank u voor de gegeven inlichtingen. C. Hosemans. Verhoor van den heer A. Vermeer. 11562. De Voorzitter; Welke zijn uw voornaam, naam, ouderdom, beroep en woonplaats? A. Adriaan Vermeer, 72 jaar oud, vroeger armverzorger, thans arm-regent te Tilburg. 11563. V. Hebt gij geen beroep ? A. Ik ben particulier. 11564. V. Dus gij zijt niet met de fabrieken bekend ? A. Neen. 11565 V. Gij zeidet daar; «vroeger armverzorger, thans arm-regentquot;, Zijt gij dit van de kerk of van de stad ? A. Van de stad. 11566. V. Hoe zit dat in elkander? Behoort het bij burgemeester en wethouders ? A Ja. 11567. V. Is dan de zorg voor het armbestuur aan u overgelaten ? A. Neen. Er is een president, 4 of 5 regenten en 3 armverzorgers. 41568. V. En gij zijt geweest? A. Armverzorger vóór 12 jaren en nu ben ik benoemd tot regent. 11569. V. Worden de armverzorgers gesalarieerd ? |
105
|
A. Alles is gratis, uitgenomen de secretaris, dien wij amanuensis noemen. 11570. V. Alles wordt dus verricht uit goeden wil, uit liefde voor de zaak ? A. Ja. â¢11571. V. De armverzorgers komen zeker in de huishoudens om de gelden te besteden, controle te houden enz. De regenton hebben zeker meer het opperbestuur ? A. Juist. Mijnheer do Voorzitter. 1157-i. V. De armverzorgers zijn dus zooveel als armbezoekers ? A. Ja. 11573. V. Maar de beslissing over het bedrag der bedeeling is aan regenten 11574. V. Dus gij hebt alleszins aanleiding gehad om in den langen tijd, dat gij armverzorger geweest zijt, te zien wat er onder do arme lieden omgaat? A. Dat wil zeggen, mijne ondervinding dateert altijd van 12 jaar geleden. Pas in het vorige jaar ben ik tot regent benoemd 11575. V. Maar gij zijt toch, meen ik, twaalf jaren lang armverzorger geweest ? A. Noen, ik ben 12 jaren geleden, 2 jaren lang armverzorger geweest. Om de twee jaar worden altijd nieuwe personen in de betrekking gekozen. 1157G. V. Zijn er te Tilburg veel armen ? A. Op het oogenblik werden er het geheele jaar door bedeeld 250 gezinnen, en enkel voor de wintermaanden omstreeks 100. 11577. V. Te Tilburg ontvangen dus slechts 250 gezinnen doorlooponde hulp ? A. Juist. 11578. V. Gijlieden krijgt alleen men-schen, die bij de Vincentius-vereeniging of de kerk niet terecht kunnen komen ? A. Ja. Bestond Vincentius niet, dan zou het er heel anders uitzien. Wij moeten nu al heel schraal bedoelen, maar dan was er geen redden aan. 11579. V. Geeft gij ook geneeskundige hulp ? A. Ja. 11583. V. Gij zijt toch wel bekend met het fabrieksvolk. Hoe komen zij aan dokter en meester als zij die noodig hebben ? |
A. Dan komen zij, die het niet uit eigen beurs kunnen betalen, bij den arm-meester en krijgen een briefke voor den dokter, ook als zij niet van het armbestuur trekken. 11584. V. Stollen zij het niet nog al lang uit om dat brielje te vragen ? Betalen zij niet liefst uit eigen beurs, als hot er een beetje door kan ? A. Dat geloof ik niet; misschien worden sommigen door eergevoel gedreven om uit eigen beurs te betalen, maar als de menschen oen briefke vragen dan krijgen zij het ook. 11585. V. Hoeveel kost het armbestuur dat gij beheert. A. Jaarlijks bedeelen wij ongeveer 15 a 16000 gulden; de inkomsten bedragen f 16700. Wij krijgen een subsidie van f 9200. en de rest wordt uit eigen middelen bestreden. 11586. V. En betaalt gij daaruit dokter en meester, zoodat deze moeten gaan waarheen gij hen zendt ? A. Tilburg is verdeeld in een noordelijken en een zuidelijken kant. Ue dokter van de noorderkant heeft f800 traktement, die van den zuiderkant flOOO; de chirurgijn van den noordorkant heeft f 400, die van den zuiderkant f700: de vroedvrouw van den noorderkant heeft f300, die van den zuideikpnt f350.- 11587. V. De bevolking der weverijen te Tilburg is over het algemeen in redelijken doen, niet waar ? Zij wonen nog al redelijk? A. De woningen zijn nog al goed, geloof ik. Groote armoede bestaat in Tilburg zoozeer niet, en de fabrieken gaan tamelijk goed; er wordt nog al wat verdiend. Maar wat de menschen ver-dienon is buiten mij. 11588 V. Waar komen die 250 gezinnen, die gij doorloopend bedeelt, van daan? Bestaan die uit fabrieksarbeiders of meer uit den ambachtstand ? A. Ik geloof dat de meeste uit fabriekarbeiders bestaan, hoewel sinds de invoering van de armenwet in 1870 een massa van de omliggende plaatsen gekomen is Honderden huishoudens zijn van buitenaf gekomen, toen er veel werk aan de fabrieken was, die, toen de zaken minder werden, armlastig geworden zijn. 11589. V. Maar voor het volk, dat lang. trouw en goed gewerkt heeft op de fabriek, zorgt immers de fabrikant, |
106
|
als het te oud is geworden om te werken 1 A. In den regel geeft de fabrikant het halve salaris of de huishuur, en die niet verzorgd worden door den fabrikant, komen ten laste van het oude mannen-en vrouwenhuis. Overigens zijn er velen, die geen ondersteuning noodig hebben. 11590. V. Velen zegt gij? A. Ja zeker, een massa. Die altijd op eene fabriek gewerkt hebben totdat zij oud geworden zijn en daarbij fatsoenlijk en oppassend geweest zijn, hebben geen hulp noodig, noch van het armbestuur noch van den patroon. Het zijn uitzonderingen, die daaraan behoefte hebben. 11591. V. Maar als zij niet kunnen rondkomen, is het toch geen zeldzaamheid, dat de patroons de hand naar hun uitsteekt ? A Dat is geen zeldzaamheid, maar gebeurt heel veel. Er zijn fabrikanten die aan zulke menschen f 3, f 4, f 5 in do week geven. Zoo geeft de heer lioo-gaers aan een man die tusschen de 70 en 80 is, en die hjj niet langer wil laten werken, f5 in de week. 11592. V. En het jenevergebruik ? A. Dat laat wat te wenschen over; ik geloof dat dit bij ons al is als op andere plaatsen. 11595. De heer Van Al pil«n: Gij geeft aan die huisgezinnen tl, 1,50 of minder tot ondersteuning, maar zijn dat dan menschen die buitendien nog wat verdienen ? A. Zeker. 11596. V. Maar zij verdienen dus niet genoeg. Komt dat, omdat zij in slechte bedrijven zijn of omdat het gebrekkige personen zijn ? A. Het zijn èn gebrekkige personen èn menschen die hun vak niet kennen, opperlieden enz. 11597. De heer Goeman Borgesins : Is het getal huisgezinnen, dat bedeeld wordt, in de laatste jaren toegenomen of verminderd ? A. Toegenomen ; en dat komt voornamelijk door do vele buitenlieden die van de omliggende dorpen in Tilburg zijn gekomen. Zoodra er een zomer is met weinig werk, dan staan zij zonder verdiensten. 11598. V. Maar zij, die goed hun vak verstaan verdienen altijd hun brood ? |
A. Zeer zeker; onder die lieden van buiten zijn er wel die hun vak goed kennen, maar meestal is dat niet het geval. 11599. De heer Beelaerts van Blokland : Hebt gij ook weeskinderen te verzorgen? A. Neen, er is een weeshuis, dat, naar ik geloof, van liefdadige giften bestaat, maar daarmede hebben wij niets te maken. 11600. V. Weet gij ook of die weeskinderen in de leer gedaan worden op een ambacht, of dat zij naar de fabriek gezonden worden? A. Ik geloof dat allen een ambacht kunnen leeren, maar zeker weet ik het niet. Er zijn, die op hun 16de of 17de jaar uit eigen wil het huis verlaten en dan een ambacht leeren of doen wat zij willen. 11601 V. Gij spraakt daar straks met een woord over het misbruik van sterken drank ; is dit volgens uwe meening vermeerderd, verminderd, of hetzelfde gebleven? A. Verminderd niet. 11602. V. Eer vermeerderd ? A. Ik meen van ja. 11603. De Voorzitter: Hebt gij soms nog eenige mededeelingen te doen. A. Neen, Mijnheer de Voorzitter. 11604. Dan is uw verhoor afgeloo-pen. Adr. Vermeer. Verhoor van den heer D. F. Bicrens. 11605. De Voorzitter; Welke ziju uw naam, voornamen, beroep, woonplaats en ouderdom ? A. Daniel Erans ijierens, oud 46 jaar, meesterknecht bij de firma de wed. H. M. Roozendaal te Tilburg. 11606. V. Zijt gij al lang meesterknecht bij de firma? A. 8 Jaren, maar ik ben er ongeveer 30 jaren werkzaam. 11607. V. Gij hebt een talrijk personeel ? A. 32 man. 11608. V. Er zijn weinig jongens onder? A. Drie beneden de loting, maar boven de 16 jaar. 11609. V. Waarom hebt gij er geen onder de 16 jaar ? |
107
|
A. Omdat wij die niet gebruiken kunnen voor het dragen van natte stukken, manufacturen en wol. 11610. V. Werken die jongens bij u in de fabriek gelijk op met het volwassen volk? A. Ja. 11611. V. Hoe lang werken zij? A. Des zomers van 's morgens 5 tot 's avonds half 8, en des winters omgekeerd. van 's morgens half 8 tot 's middags 5 11612. V. Dat is dus geen erg lange dag; en gaan zij tusschen in nog schaften 1 A. Ja, van kwart vóór 12 tot 1 uur. 11613. V. Gij geeft hun dus vijf kwartier ? A. Ja. 11614. V. Ligt uwe fabriek misschien wat buitenaf? A. Neen ; wij hebben twee fabrieken, eene aan de rivier en eene in de kom der gemeente. 11615. V. Gij doet niets anders dan verven ? A. Neen. 11616. V. Gij krijgt de wol gewas-schen ? A. Gewasschen, maar enkele stukken droog en andere nat; dat hangt van den fabrikant af. 11617 V. Wat verdienen de jongens in uwe fabriek? A. Als zij beginnen f 4 of 4,50 in de week, en dat klimt wel tot f 6,50 en f 7. 11618. V. Worden zij betaald per week ? A. Ja. 11619. V. Wordt niets gewerkt op stuk ? A. Neen. 11620. V. Kunt gij het met het volk nog al gemakkelijk vinden ? A. Zeer gemakkelijk. 11621. Zijn zij niet lastig? A. Volstrekt niet. 11622. V. Dus ook in uwe fabriek is men tevreden over het werkvolk? A. Best tevreden. 11623. V. Zijn er onder uw werkvolk personen, die gij reeds lang in uw dienst hebt ? A. Er zijn er 6 ü 7 boven de 25 jaren dienst. 11624. V. Zijn dat oude raenschen? A. Er zijn er onder van 70 jaren. |
11625. V. Kunt gij die steeds aan het werk houden ? V. Ja, ze krjjgen gemakkelijker werk, bijv. aan een haspel draaien. 11626. V. Krijgen die ook minder loon ? A. Neen, het gewone loon is fO'/j; er zijn enkelen die f7 ontvangen. 11627. V. Hebt gij een ziekenfonds? A. Neen, als ze ziek worden trekken ze het halve geld, zonder contributie. 11628. V. Dus dit betaalt de firma? A. Jfl 11629. V. Zonder termijn? A. De termijn is drie maanden, maar feitelijk wordt het uitbetaald zoo lang ze ziek zijn, of totdat ze sterven. Er wordt zoo nauw niet op gekeken, wanneer de ziekte wat langer duurt. 11630. V. In uwe fabriek hebben geen ongelukken plaats met machines? A. Neen, want behalve eene stoommachine voor de spoelderij houden wij er geen machines op na, 11631. De heer lialilmanu : De ververij van de firma Roozendaal heb ik niet bezocht, wel die van den heer Francken van Brunschot te Broekhoven. Ook de heer Pollet heeft eene ververij Nu heb ik in de fabriek van den heer Francken Van Brunschot gezien dat het er sterk dampte, waartegen houten kokers zijn aangebracht, die den stoom naar buiten leiden, zoodat de temperatuur in de fabriek aangenamer wordt. Dat is eene geheel nieuwe inrichting; wordt die ook bij u gevonden? A. Wij hebben van boven een dubbele kap; in den winter is het warm, maar in den zomer staat alles open, en dan dampt het volstrekt niet. 11632. V. Werkt gij met verfstoffen die nadeelig voor de gezondheid zijn ? A. Ja, met citropikrine; overigens is het verven niet ongezond, integendeel, ik acht het zeer gezond. 11633. V. De menschen zijn altijd in eene warme atmosfeer? A. Ja. 11634. V. Ondervindt gij nooit dat men ziek wordt door het werken mot vergiftige stoffen ? A. Men wordt daarvoor gewaarschuwd; van alle verfstoffen, die wij verwerken, wordt op de bussen geschreven of zij vergiftig zijn of niet. |
108
|
11635. V. Ik meen dat bij de heeren Hoeben, Francken van Brunachot en Vincent van Spaendonck ziekenfondsen zijn? A. Ik geloof ook dat men daar contributie betaalt. 11630. V. Heeft uw patroon dat nooit begonnen ? A. Neen. 11637. V. Bestaat er in uwe fabriek voldoende gelegenheid om zich te reinigen ? A. Ja, wij wasschen ons bij het verlaten der fabriek. 11638. V. Van enkele verfstoffen kan men echter niet alles wegwaaschen. Worden de nagels er niet donkerblauw van 7 A. Van blauwzwart wel, doch dat kan gemakkelijk afgebeitsd worden. 11639. Ue heer Van Alpheii: Worden de verfstoffen die schadelijk voor de gezondheid worden geacht, in uwe fabriek geatampt en gewreven, of komen zij geheel bereid ? A. Wij krijgen alles kant en klaar. 11640. üe Voorzitter: Hebt gij nog iets mede te deelen ? A. Neen 11641. V. Dan is uw verhoor afge-loopen D. E. Bierens, Verhoor van den heer A. L. A. Diepen. (Verkort.) 11642. De Voorzitter: Wilt gij uw voornamen, naam, betrekking, woon-plaata en ouderdom opgeven ? A. Armand Léon Arnold Diepen, fabrikant van lakens en wollen stoffen te Tilburg, oud 40 jaar. 11643. V. Uwe firma is Gebroeders Diepen ? A. Ja. 11644. V. Hebt gij oen talrijk personeel aan uwe fabriek verbonden? A Ongeveer 150 menschen, waarvan een kleine 70 in de fabriek, de anderen zijn buitenwevers, ook pluisters. 11645. V. Het personeel, dat gij hebt, van jeugdigen leeftijd, is zeer gering, niet waar ? |
A. Het bestaat uit zes jongens tus-schen 12 en 18 jaar, ik heb er twee van 18, de anderen zijn er boven. 11646. V. En hoe staat dat met de meisjes? A. Ik weet niet precies hoe oud de meisjes zijn. Ik weet wel dat allen het voorkomen hebben van to zijn 18 a 19 jaar. 11647. V. En zijn er ook een stuk of vier die ouder zijn? A. Ja. Er is zelfs een ongehuwde vrouw hij van 60 jaar. 11648. V. Gehuwde vrouwen hebt gij op uwe fabriek niet, daar ons reeds gebleken ia dat in geheel Tilburg geen gehuwde vrouw op de fabriek gaat werken ? A. Juist. 11649. V. Hoe zijn de werktijden des zomers en des winters? A. 'a Winters wordt er geregeld gewerkt van 's ochtends 8 tot 's avonds 9 uur, waarvan afgaat ongeveer 1 'j2 uur schafttijd, dat is een werktijd van 111/2 uur. 's Zomers wordt er gewerkt van 'a ochtends 6 tot 's avonds 8 en ook van half zes tot half acht, waarvan ongeveer 2 uren schafttijd afgaan. Die schafttijd duurt een half uur langer omdat 's zomers- 's morgens op de fabriek koffie gedronken wordt, hetgeen 's winters niet gebeurt. 11650. V. Dat is immeis zoo wat de gewone Tilburgsche campagne ? A. Daaraan stoor ik mij niet; het is eene regeling die ik zelf gemaakt heb. 11651 V. Ik vraag alleen of dat niet de gewone werktijd in Tilburg ia? A. Daar kan ik u niet juist op antwoorden. Mijn 'fabriek ataat buiten de kom der gemeente, en daar ik zelf ook niet binnen Tilburg woon, zoo ben ik niet precies op de hoogte van al die toestanden. 11653. V. Uw jongens, zooveel of weinig gij er dan hebt. maken denzelfden dag als het volle volk? A. Ja, daar is geen verschil in. Het zou ook moeilijk anders kunnen. 11654. V. Hebt gij ook jongens die pas hun eerste communie hebben gedaan? 11655. V. Die komen dan toch zeker wat later te werk? A. Neen, gelijk met de anderen, an- |
109
|
ders zou ik ze niet kunnen gebruiken. De jongens helpen de spinners. Wij noemen ze draadmakers. 11656. V. Laten wij daar thans niet over spreken. Ik bedoel de jongens, die de eerste communie gedaan hebben, die moeten immers nog de catechismus bijwonen ? A. Nu u mij die vraag doet, herinner ik mij zeer goed dat mij nu en dan gevraagd wordt dat jongens de fabriek mogen verlaten om naar den catechismus te gaan. Maar ik heb niet altjjd jongens van dien leeftjjd. Ik neem ze wel op hun 12de jaar, maar dan blijven zij tot hun 18de, totdat zij op een ambacht gaan ; het gebeurt dus dikwijls, dat ik niets dan oudere jongens heb, maar als het verlof gevraagd wordt, dan geef ik het. 11657. V. Dus is het te schikken? A. Ja, als nu mijn zes jongens tegelijk moesten gaan, dan zou ik een spinner moeten laten stilstaan. De jongens zijn aan hetzelfde werk bezig, dus kunnen er wel een of twee gemist worden. 11658. V. En scheiden allen des avonds tegelijk uit? A. Ja. 11659. V. Zoodat de gelegenheid voor hen om 's avonds nog bijv. de avondschool te bezoeken moeilijk te vinden is ? A. Ik weet dat er een Fransche avondschool is in mijn wijk, maar of de jongens daarvan gebruik maken, is mij niet bekend. 11660. V. Maar gij zult natuurlijk wel bekend zijn met het bestaan der burgeravondschool ? A. Zeker, maar daar gaan de jongens van mijn fabriek niet heen. Er is echter, zooals ik zeide, in mijn wjjk eene Fransche school, en daar ik om half acht in den zomer en om 9 uur in den winter sluit, is er gelegenheid om haar te bezoeken. 11661. V. Mag ik u opmerken dat de gelegenheid om de burgeravondschool te bezoeken er niet is ? De burgeravondschool, waar de jongens teekenen en dergelijke zaken leeren, begint voor de eerstbeginnenden om 6 uur, voor de meergevorderden om 7 uur. De gelegenheid om die inrichting te bezoeken bestaat dus voor de jongens van uwe fabriek niet? |
A. Ik had meer het oog op de avondschool in mijn wijk. 11662. V. Is dat eene bijzondere school ? A. liet is waarschijnlijk een bijzondere cursus van de openbare lagere school, maar ik heb er geen onderzoek naar gedaan. Wij weten dat die school om 10 uur uitgaat, en daarom zeide ik dat de gelegenheid bestond om dat onderwijs te ontvangen voor die jongens. Maar ik geloof niet dat dit het onderwijs is, waarvan de fabrieksjongens gebruik zullen maken. 11663. V. Voor het Fransch begrijp ik dat, maar ik bedoelde meer teeken-onderwijs en de vakken die op een gewone burgeravondschool geleerd worden. Gjj zeidet zooeven die jongens tot hun 17e a 18de jaar te houden, totdat zij een ander ambacht zoeken. Wat bedoelt gij met.die uitdrukking? A. De jongens trachten op dien leeftijd meer te verdienen dan als draadmaker het geval is. want zoolang zij dat vak uitoefenen veranderen hunne verdiensten niet. Nu spreekt het vanzelf dat de ouders, wanneer de jongens 17 of 18 jaar oud zijn, hun positie trachten te verbeteren. Dit kan op verschillende wijze plaats hebben. In de fabriek vallen wel eens plaatsen als ruwerskneclrt, voldersknecht, scheerdersknecht of dergelijke open, doordat de jongens die daar werken in dienst moeten gaan; anderen daarentegen worden smid of kiezen een ander ambacht. 11664. V. Ik kan mij begrijpen dat indien de toekomst van die jongens, die op jeugdigen leeftijd op uwe fabriek komen, beperkt en besloten is binnen het vooruitkomen op uwe fabriek, altijd toch uit machinaal werk bestaande, zij aan verder onderwijs geene behoefte hebben, hoewel dit altijd te bejammeren valt Maar nu zegt gij zelf, dat bij die jongens en hunne ouders, om niet ver te zoeken redenen, de zucht nog al bestaat om ongeveer.op hun 18de jaar een ambacht te gaan uitoefenen. Zoude het dan ook niet mogelijk zijn dat zij op de burgeravondschool onderwijs kregen, bijvoorbeeld in het teekenen? A. Ik geloof dat zjj die een ambacht willen uitoefenen zeer wjjs zouden doen als zij de burgeravondschool bezochten. |
110
|
Ik ben dit volmaakt met u eens. Maar uit den aard der zaak gaan de meeste jongens naar de fabrieken. 11665. V. Ik ben op de vraag gekomen, omdat gij zelf mededeeldet dat de jongens als kwajongens op de fabriek komen om draad te maken, maar tegen hun 18de jaar een ambacht gaan zoeken 1 A. Dit hangt natuurlijk veel af vau de vraag naar arbeiders op de fabrieken. üit den aard der zaak echter, gaan er onc'ndig veel meer aan het weefgetouw dan op een ambacht. 11666. V. Die jongens schijnen, ten gevolge van den gang der werkzaamheden in uwe fabriek, niet in de gelegenheid te zijn om des avonds teekenen ander onderwijs te genieten, dat op de burgeravondschool juist voor dat doel gegeven wordt? A. Wanneer de vaders het mij vroegen, zou ik het gaarne, toestaan. 11667. V. Uitstekend. Dus de goede wil ontbreekt u niet; wanneer het u maar gevraagd werd, zou het aan u niet liggen. Daaruit volgt dus, dat uw bedrijf niet van dien aard is, dat zij niet zouden kunnen gemist worden ? A. Zoo is het. 11668. V. De wet van 1874 op den kinderarbeid, die u natuurlijk bekend is, heeft voor Tilburg geen groote be-teekenis gehad ? A. Ik geloof dat het, althans wat Tilburg betreft, de bekrachtiging is geweest van goede reeds bestaande toestanden. 11669. V. Van oudsher bestaat in Tilburg de goede traditie, dat de kinderen vóór hun 12de jaar getrouw de school bezoeken en van fabrieken en werkplaatsen verwijderd worden gehouden ? A. Juist, Mijnheer de Voorzitter. 11670. V. Het is ons natuurlijk niet onbekend, dat gij u ook bezighoudt met zaken van publieken aard, en studie maakt ook van hetgeen buiten uwe eigenlijke fabriek ligt Daarom wenschte ik wel van u te vernemen of het, naar uwe meening, in het belang van het opkomend geslacht wensohelijk zou zijn, het verbod van indienstneming van kinderen beneden den leeftijd van twaalf jaren eene kleine verhooging te doen ondergaan ? |
A. Als gij mijne opinie vraagt, zou ik mij beslist verklaren tegen elke uitbreiding van de wet van 1874. Het is waar, wie de verslagen leest, vindt toestanden die medelijden opwekken; dat kan ik niet ontkennen. Ik ben de eerste om medetijden te hebben met den jongen wanneer hij moet werken op eene wijze die men zou zeggen dat boven zijne krachten gaat; maar men mag niet vergeten â ik geloof dat iedere economist het daaromtrent met mij zal eens zijn â dat de menscti op de wereld op de eene of andere wjjze te lijden heeft. Arbeid is een lijden; wil men daaraan ontsnappen, dan vervalt men in een ander lijden, en dat is gebrek. Nu is de vraag of men eene wet zou mogen maken, die aan den werkman de vrije keuze ontnam tussehen het Ijjden dat hij arbeid noemt of het lijden dat gebrek en ellende heet. Ik zou nooit tot zoodanige wet durven medewerken. Bovendien, als ik mij bijna zou laten medeslepen wanneer ik de verslagen lees die over de Amsterdamsche toestanden, onder anderen op de drukkerijen, en ik bedenk dat de menschen in Amsterdam en elders waarschjjnlijk ook zoo denken over mijne fabriek en de jongens die in Tilburg werken, en ik dan weet dat het die jongens zoo goed gaat en zjj opgeruimd zijn en krachtig groeien en er hoegenaamd geen reden bestaat om medelijden met hen te hebben, dan zou het mij niet verwonderen dat in de schildering van de Amsterdamsche toestanden overdrijving heerscht; ook heeft zich reeds op menig punt geduchte tegenspraak doen hooren. Dit weegt bij mij zwaar, dat aan den werkman de vrije keus wordt benomen Deze is de competente rechter omtrent zijn lot. Wil hij zjjne kinderen tot eene hoogere positie opvoeren, wil hij ze meer on-derwjjs doen geven, wil hij gedurende een paar jaren de inkomsten opofferen, die anders de jongens hem zouden bezorgen, dan is dit zijne zaak. Om den werkman te verplichten eene inkomst van een paar honderd gulden te moeten missen, die jongens van 12 jaren hem zouden kunnen bezorgen, ik veroorloof mij dit te noemen een onrechtvaardige 'wet. 11671. V. Zoudt gij soms niet een |
Ill
|
stap verder willen gaan en de wet van 1874 willen intrekken? A. Neen, ik heb gezegd dat de wet van 1874 is eene bekrachtiging van een beataanden, goeden toestand. Ik ben geen rechtsgeleerde, maar ik meen dat eene wet eene goede wet is te noemen wanneer zij bekrachtigt wat uit zichzelf reeds bestaat en goed is. Maar het is mij niet bekend dat door partijen, noch door werklieden noch door patroons, gevraagd wordt de wet van 1874 uit te breiden. Het is mij niet bekend dat klachten van kinderen plaats hebben. Zoodanige wet kan dus niet worden vergeleken met de vorige, die uit zichzelf goede toestanden bekrachtigde. 11672. V. Welke wet? A. Eene eventueole. Verder wensch ik de aandacht te vestigen op eene oeconoinische stelling. Het is eene dwaasheid te meenen dat, wanneer een deel van de lieden minder arbeidt, er meer arbeid voor de andere lieden zal zijn. Deze zelfde dwaling wordt helaas ook verkondigd in de bekende brochure van den Nieuw - Malthusiaanschen Bond, waarin wordt aangeraden de gezinnen te beperken. Tevens wordt daarin gezegd dat, naarmate er minder werklie-lt;3er zullen zijn, de loonen zullen stij- fen. Dit is eene schromelijke, naïeve waling, die van kortzichtigheid getuigt. Men let alleen op de arbeiders als concurrentie aandoende aan andere arbeiders; maar men let niet op het feit dat de arbeider op zijne beurt iemand is die behoeften heeft en voor wien gearbeid moet worden. Voor dezelfde waarde waarvoor iemand arbeidt en daarbij schijnbaar concurrentie aandoet aan zijn mede-arbeider, voor die zelfde waarde moet voor hem gearbeid worden.en. Dit is eene schromelijke, naïeve waling, die van kortzichtigheid getuigt. Men let alleen op de arbeiders als concurrentie aandoende aan andere arbeiders; maar men let niet op het feit dat de arbeider op zijne beurt iemand is die behoeften heeft en voor wien gearbeid moet worden. Voor dezelfde waarde waarvoor iemand arbeidt en daarbij schijnbaar concurrentie aandoet aan zijn mede-arbeider, voor die zelfde waarde moet voor hem gearbeid worden. Wanneer men van de veronderstelling uitgaat, dat als men een jongen uit het werk stoot, er daarom méér werk zal zijn voor andere jongens of lieden, en dat het loon daarom rijzen zal â vergist men zich in hooge mate. Ik spreek niet in mijn eigen belang en geef daarvan mijns inziens het grootste bewijs, want in den toestand waarin ik als patroon verkeer, heb ik liever jongens van 14 dan van 1*2 jaren. Ik noem echter jongens van 12. omdat de ouders mij dat verzoeken. |
11673. V. De beleefdheid legde mij de verplichting op, u niet te storen in hetgeen gij wenschtet in het midden te brengen. Met het oog echter op den beperkten kring, door het mandaat der Kamer voor onze enquête getrokken, moet ik mij bepalen tot de twee vragen van ons onderzoek. Wij mogen onzerzijds daar niet buiten gaan, daargelaten dat wij, als een getuige behoefte gevoelt over het een of ander punt zich uit te spreken, hem de gelegenheid daartoe niet op een mal-eracieuse wijze wenschen af te snijden. Wij moeten ons zoo goed mogelijk bepalen tot de vragen a en b. Dat in het oog houdend, wensch ik u een paar vragen in verband met die onderwerpen te doen. Is de toestand van de lokalen in de fabrieken in Tilburg over het algemeen voldoende. A. Ja. 11074. V. Naar wjj van andere getuigen vernamen is, met uitzondering van eventueel brandgevaar, de gesteldheid van de lokalen, met het oog op de gezondheid van de arbeidende bevolking op de fabrieken, zeer bevredigend in het algemeen. De toestand van den arbeider binnenshuis werkende, is ook bevredigend, niet waar ? A. .la. 11675. V. Bevestigt gij ook dat zij over het algemeen â er zullen natuurlijk wel uitzonderingen zijn â zich mogen verheugen in geschikte en ruime woningen, met een stukje grond er bij, zoodat zij zich in vrij wat gelukkiger toestand bevinden dan de meeste vak-genooten in andere plaatsen ? A. Ja. 11676. V. Draagt gjj soms kennis van den toestand van fabrieken in andere plaatsen ? A. Ja, maar mijne kennis daarvan is natuurlijk oppervlakkig, want ik heb er niet gewoond. Te Verviers heb ik in 14 dagen 30 fabrieken bezocht. Ik heb fabrieken gezien in Leiden, Helmond, Roermond, Aken, Hamburg, Di-son, enz. Ik heb nooit den indruk gehad alsof het de menschen slecht ging. Slechts |
112
|
eene fabriek te Verviers maakte daarop eene uitzondering; daar was de spinnerij op zolder. 11677. V. Lagen alle fabrieken, waar gij op doelt in uw vak? A. t)e meesten, maar niet alle. Te Roermond bezocht ik bijv. de papierfabriek H678. V. Met fabrieken van anderen aard is u minder bekend? A. Ik heb te Hilversum eene fabriek gezien..... â¢I'lü79. V. Ja ; dat is eene tapijtfabriek, dus ook textile A. Ook de groote katoenspinnerij heb ik daar gezien; eene machtig mooie inrichting, waar de menschen het veel beter hebben dan tehuis; ruim, licht, luchtig, warm. Over het algemeen maakt men zich een verkeerd denkbeeld omtrent den toestand der fabriekarbeiders. 11680. V. Permitteer mij de vraag of u misschien niet eenigszins generaliseert, want uwe observatiën, en daar is trouwens stof genoeg voor, bepalen zich toch blijkbaar meer uitsluitend tot het gebied der textiel-industrie ? A. Ook van de jjzer-industrie heb ik een en ander gezien. 11681. V. Daarvan hebt gij tot nog toe niet gesproken. A. Ik heb alleen gewaagd van alge-meene indrukken ; als gij mij bijzonderheden wilt vragen, zal ik daar gaarne op antwoorden. H68-2. V. Welke fabrieken in die lijn hebt gij op het oog? A. De machinefabriek in Tilburg, ook in Verviers. HeSS. V. Maar in ons land? A. Dat herinner ik mij niet ? 11684. V. Ik doe u de vraag, omdat gij zoo in t algemeen van ijzerfabrieken spraakt. Uwe observatie bepaalt zich dus waarschjjnlijk alleen tot de fabriek van den heer Smulders ? A. Ja, en van Mercx. In Verviers zag ik er velen, maar ik heb altijd den indruk gekregen, dat de menschen er zeer goed waren. H685. V. Is er misschien geen eigenaardige omstandigheid, die misschien veel bijbrengt tot den bevredigenden toestand van de arbeidersbevolking, na-melijkde totale absentie van de getrouwde vrouw op de fabriek ? Die komt er to Tilburg niet op voor. |
A. Neen, dat komt niet voor; om de waarheid te zeggen, vat ik niet welk gevaar men zou kunnen toeschrijven aan de presentie der getrouwde vrouwen. -11686. V. Ik ging uit van destelling, dat daarin geen quaestie lag om u naar te vragen, maar ik wil het gaarne doen. De getrouwde vrouw komt op de fabrieken te Tilburg niet voor, niet waar ? A. Wanneer op mijne fabriek een meisje trouwt, dan vraagt zij gewoonlijk nog eenige maanden te blijven en dat wordt toegestaan. -11687. V. En blijft het daarbij ? A. .la. llöSS. V. Op dit oogenblik hebt gij geen gehuwde vrouw in uw dienst ? A Neen. 11689. V. Vertrouwbare getuigen hebben ons medegedeeld, dat algemeen op de fabrieken te Tilburg geen getrouwde vrouwen werken. Nu doe ik u deze vraag: acht gij dat een geluk of een ongeluk ? Vindt gij het goed of verkeerd ? Wat is in dezen uwe opinie, of hebt gij er geen opinie over? A. Ik kan mjj niet voorstellen dat het uit een oogpunt van zedelijkheid slecht zou werken, maar aangezien ik er geen ondervinding van heb..... 11690. V. Ik gaf geen toelichting bij mijn vraag, omdat ik zulks voor u overbodig rekende, maar ik wil gaarne, zoo noodig dan, die toelichting geven. Kan het niet-zijn van de gehuwde vrouw op de fabriek, en bij gevolg dus het verblijf van de vrouw in haar eigen huishouden, anders dan een gunstigen invloed hebben, en kan het anders zijn dan een misstand, indien zjj dagelijks uit haar huishouden moet loopen om naar de fabriek te gaan werken ? A. Op die wijze is de vraag duidelijker. 11691. V. De vraag is zoo natuurlijk duidelijker, en als ik iemand van minder ontwikkeling voor mij gehad had, zou ik haar aanstonds met die grootere duidelijkheid gedaan hebben, maar ik had gedacht dat u ook zonder dat zoudt hebben gevat wat de bedoeling was. Als de getrouwde vrouw den geheelen dag op de fabriek is, hetgeen zooals u weet, evengoed als ik, op sommige plaatsen |
113
|
het geval is, zou dit dan niet steeds een nadeeligen invloed hebben ? Gelooft gij niet dat Tilburg zich gelukkig mag rekenen dat de toestand daar zoo is, dat de gehuwde vrouw niet op de fabriek is? A. Zeker, dat ben ik geheel met u eens. 14(392. V. Dan zijn wij het nu eens. Uwe opinie is dus dat er reden van dankbaarheid is, dat de toestand van Tilburg in dat opzicht zoo is als hij is? A. Ja. 11696. V. Waaraan schrijft gij het trouwe schoolbezoek in Tilburg toe ? A. Zooals ik reeds gezegd heb aan de zorg van de geestelijkheid, in overeenstemming met de patroons Vóór de wet van 1874 bestond die toestand reeds, en zoo is het tot heden gebleven. 11697. V. Is het werk dat die aankomende jongens op uwe fabriek verrichten opwekkend en geschikt voor hunne ontwikkeling, of is het eentonig en geestdoodend ? A. Eentonig is alle werk, geestdoodend is geenerlei werk. Volgens mij zijn de verstandelijke vermogens van de werklieden niet minder dan die van onzen stand, alleen de wetenschap is anders. Zij hebben wetenschap van hun vak, wij vun letterkunde en talen. Wanneer men mij iets van sterrenkunde vraagt, dan zal ik daarop evenmin kunnen antwoorden als een werkman op vragen over letterkunde. Overigens kunt gij u niet voorstellen hoe begaafd die werklieden zijn, en daarvan wordt natuurlijk ook door den fabrikant partij getrokken. Men kan niet zonder verstand werken als scheerder- of voldersbaas. Het wordt wel eens voorgesteld alsof eigenlijk fabrieksarbeiders machines zijn, het zou er aardig uitzien met onze lakens als dit zoo was. 11698. V. Het spreekt vanzelf dat de stelling door u vooropgesteld, dat gééner-lei werk geestdoodend is, een antwoord behelst op mijne vraag. De zeer machinale arbeid, die dan toch wellicht op deze of gene fabriek verricht wordt â en waarvan wel voorbeelden zijn â is dus, naar uw oordeel, niet geestdoodend. Maar om op een ander punt te komen : hebt gij over het gedrag der werklieden reden' van tevredenheid of van IV. |
klagen ? Hoe is daaromtrent uw oordeel? A. Het zijn geen van allen engelen, maar over het algemeen heb ik stof tot tevredenheid. Wat het gedrag aangaat, heb ik hoegenaamd geen reden tot klagen, ook niet over baldadigheid. 11699. V. Gij hebt ook geen last van Maandaghouders ? A. Neen, dronkenschap komt in het geheel niet voor. 11700. V. Het schijnt dat ook dooru bevestigd wordt, wat alle getuigen uit Tilburg omtrent het gedrag der werklieden aldaar verklaard hebben. Het zijn natuurlijk niet allen engelen, maar en gros bestaat er alle reden tot tevredenheid over hun gedrag, dat gunstig afsteekt bij dat van vele vakgenooten van elders. Is dat misschien ook â voor een deelialthans â hieraan te danken, dat de Tilburgsohe patroons van hun kant blijken geven van eene goede gezindheid ten opzichte van hun vólk ? A. Ik geloof, dat het karakter te Tilburg niet anders is dan elders. Er kunnen brutale patroons zijn en goede, en zoo vindt men ze ook in andere plaatsen. Ik ben van meening dat de patroons in den regel een hart hebben voor het werkvolk. Ik ga niet mee met hen die meenen dat de patroon een beul is. Ik zog niet dat er geen uitzonderingen zijn op den regel. Maar de goede verstandhouding, die te Tilburg bestaat, hangt van vele omstandigheden af. De werkman doet het zijne, de patroon doet het zijne en de godsdienst doet het zijne. De menschen zjjn er kalm en tevreden. Dit alles werkt tot den goeden toestand mede. Ik geloof niet dat die betere toestand alleen daaraan is toe te schrijven dat de patroons daar zooveel beter zijn. 11707. V. Maar wij zijn het eens dat de hulpvaardigheid en de wolgezindheid van de patroons in Tilburg voor het werkvolk mode een factor is? A. De verhouding is er inniger. 11708. V. Wat bedoelt gjj daarmede? Inniger dan wat en waar ? A. Vertrouwelijker. 11709. V. Vertrouwelijker, dan wat en waar? A. Dan op sommige plaatsen. 11710. V. Welke plaatsen bedoelt gij ? Ik doe die vraag, omdat ik bespeur dat, al betreurt gij met mij de minder gun- 8 |
114
|
stige verhoudingen, gjj het bestaan daarvan bedoelt, gij er toch ook kennis van draagt. A. Daar waar eene groote industrie bestaat, kan de omgang tusschen patroons en werklieden niet zoo vertrouwelijk zijn als waar slechts eene kleine industrie is, gelijk te Tilburg. 11711. V. Men komt dus tot de conclusie, dat, dank zij de gesteldheid en den omvang der Tilburgsche industrie, de mogelijkheid geschapen is van eene zoo goede gezindheid tusschen patroons en werklieden als te Tilburg word aan-getroflen, waartoe zeer zeker ook de straks genoemde factoren bijdragen ? A. Ja. il7-t2. V. In één opzicht schijnt te Tilburg eeu minder gewenschte toestand te bestaan, naast zooveel goeds daf men slechts roemen kan en dat men met genoegen hoort; het schijnt, dat omtrent de oprichting en het instandhouden van fondsen tot voorziening tegen ziekte, ongeluk en ouderdom, weinig zin bestaat, althans niet onder het werkvolk; ik geloof ook niet dat de arbeiders daarop aandringen. Welke is daaromtrent uwe meening ? A. Ik acht het zeer goed een zieken fonds te hebben; in mjjne fabriek bestaat het. Vooreerst wordt dit gevoed door vaste bijdragen van de werklieden, ten tweede worden de boeten, die gering zijn, daarin gestort, en ten derde stort ik zelf wel eens wat daarin. 11713. V. bestaat dat fonds van de oprichting uwer zaak af? A. Ja 11714. V. Hoe groot is de contributie ? A. Ongeveer één percent. Dat gaat naar een vast cijfer. Een man draagt 's weeks 8 centen, eene vrouw 4 centen bij. Verleden jaar heb ik een reglement daarvoor samengesteld en een bestuur laten kiezen door de werklieden zeiven. Men heeft de uitkeering bepaald op f3 voor een man en f 1,50 voor eene vrouw. Zij beheeren dat fonds onderling; het fonds berust bij een der bestuursleden, waartoe een mijner kantoorbedienden gekozen is. 11715. V. Is dat fonds in stand kunnen blijven, zonder dat gij daartoe al te ruim hebt moeten bijdragen ? |
A. Dat is niet noodig geweest, men komt er zeer goed, niettegenstaande men zelfs verleden jaar eene vrouw heeft gehad die de fnbriek heeft verlaten. Het reglement stelt namelijk vast, dat iemand die de fabriek verlaat wegens ouderdom, nog gedurende een jaar uit dat fonds trekt. 11716. V. In geval van ziekte? A. Hardon, wegens ouderdom ; het is eene vrouw die ik van de fabriek van mijn vader had overgenomen. Zij hebben de bepaling gemaakt dat de men-schen wegens ouderdom ook geholpen zullen worden. 11717. V. Hot komt bij u dus wel eens voor dat arbeiders wegens ouderdom van de fabriek afgaan? A. Ja, hoewel het uitzonderingen zijn. Ik heb 16 jaar geleden mijn eigen zaak opgezet. Destijds was mijn vader nog fabrikant onder de firma J. N. Diepen en C0. Wegens familie-omstandigheden, te lang om te verhalen, had ik een eigen fabriek begonnen. Na het ophouden der firma van mijn vader, heb ik eenige menschen van zijn fabriek bij mij genomen. Vandaar dat ik op het oogen-blik er twee heb die gepensionneerd worden, anders zou ik zulke oude werklieden niet hebben, daar op mijn fabriek, die eerst 16 jaar bestaat, zulke oude niet zouden moeten voorkomen. 11718. V. Dij u worden dus de menschen, die niet meer werken kunnen, niet aan hun lot overgelaten ? A. Neen. 11721. V. Komen er wel ongelukken voor? A. Ik heb in 16 jaren in het geheel 4 ongelukken gehad. Twee zeer onbeduidende : menschen die hunne voeten verbrand hebben; een door eigen onvoorzichtigheid ; iemand die met de hand in de schrobbelmolen gezeten heeft en een stukje van zijn vinger verloren heeft; en een â mede door eigen onvoorzichtigheid â iemand die kunsten maakte aan een drijfriem, en mede naar boven gehaald werd, waardoor zijne twee armen gebroken zijn. 117'22. V. Ik zal niet vragen hoe het verder met die menschen gegaan is, daar ons reeds gebleken is dat het bij u geene gewoonte is de menschen zoo maar aan hun lot over te laten? |
115
|
A. Ja, ofschoon ik er niet toe verplicht ben. want ik heb geen reglement gemaakt, keer ik de helft van het loon uit, ook in geval van ziekte 1-1723 V. Er is ook een ziekenfonds ; komt dan de zieke de facto in het genot van zijn volle loon'/ A. Neen. Hij krijgt slechts 2 of 3 gulden uit het fonds en 3 of 4 gulden â al naardat het loon bedraagt â van mij. Dat duurt echter niet heel lang Is iemand bijv. gedurende 6 weken ziek, tlan krijgt hij mijne bijdrage slechts gedurende de eerste weken. 11724. V. Natuurlijk; maar het is uwe gewoonte niet om er niet naar om te zien, en zoover dat gaat, zorgt gij voor uwe menschen ? A. Ja. 11725. V. Met het heffen van boeten zijt gjj zeker niet streng? A. Dat is onbeduidend, maar er moet in het belang der orde, de hand aan gehouden worden. 11726. V. Zooveel en zoo weinig er van komt, gaat naar de ziekenkas? A. Ja, alleen bij slecht werk, waardoor nadeel berokkend wordt, komt de boete te mpner beschikking. 11727. V. Hebt gij uit eigen beweging nog eenige mededeelingen te doen in verband met het onderwerp der enquête, dan zullen wij die gaarne hooren. A. Aangezien de enquête het heil van den werkman bedoelt, heb ik niets anders mede te deelen, dan dat mijne economische studiën mij geleerd hebben, dat het heil van den werkman het best bevorderd kan worden door hem meer werk te bezorgen. Zooals ik in het werk, dat ik u toegezonden heb, heb nedergelegd, is het gebrek aan werk een gevolg geweest van stoornis sen in het onderlinge railverkeer, het ruilverkeer is verstoord door den vrijhandel Het best zou zijn om van dat stelsel terug te komen en het stelsel van bescherming te adopteeren. Daardoor zonde het werk terugkeeren. Het spreekt vanzelf dat ik dit niet behoef uit te leggen. 11729. V. Die uitlegging zou, voor mij althans, niet zoo geheel en al overbodig zijn. Het boekje, dat gij zoo goed geweest zijt ons aan te bieden, hebben wij met belangstelling gelezen. Op dit oogenblik kunnen wij daarover echter niet spreken |
Zoudt gjj ons nog andere zaken, de enquête rakende, wenschen mede te doelen, wij hebben allen tijd, en willen dan zeer gaarne uwe beschouwingen hooren. A. Neen, Mijnheer de Voorzitter. 11740. De heer Bahlmaim: In de fabriek van Ledeboor in Tilburg zijn omstreeks 19 vrouwen aan de machinale weefgetouwen geplaatst. Gij weet dat dit in Verviers algemeen gebruikelijk is Zoudt gij ook vreezen, wanneer de wetgever eventueel er toe overging om den leeftijd te brengen van 12 op 14 jaar voor den kinderarbeid, dat, omdat vrouwenarbeid goedkooper is, de jongens van 12â14 jaar geremplaceerd zouden worden door vrouwen, om op die wijze meer werkkracht tegen lager prijs te verkrijgen en racer concurrenz-fdhig te blijven? A. Neen. Ik ga uit van het diepere economische beginsel, dat mijns inzien het ware is, dat waar men arbeid opheft zulks geen vermeerdering van arbeid aan anderen bezorgt. Wanneer men aan jongens van 12 tot 14 jaar het werk ontzegt, ontzegt men het tevens aan werklieden in andere vakken, waarin voor die jongens gewerkt werd, dan ontstaat in die vakken disponibele arbeid en die arbeid levert dan wederom aan den fabrikant de noodige arbeidskracht. Verdient bij voorbeeld een jongen f 200, dan koopt het gezin daarvoor voedsel, huisvesting, kleeding, schoenen, verdient hij niets, dan arbeiden bakkers, kleermakers, schoenmakers, enz. zooveel minder, ook daar ontstaat gebrek aan arbeid, daar zijn jongens te veel en die vullen dan bij den fabrikant de ledige plaats aan. In dit begrip ligt voor mij de grief die ik heb tegen de uitbreiding van de wet op den kinderarbeid. Hoe zou hot ook anders mogelijk zijn dat in de wereld, waar dan veel dan weinig menschen sterven, hier veel daar weinig geboren worden, op enkele uitzonderingen na, toch ieder zijn brood heeft ? Ik kom dan ook op tegen den Nieuw-Malthusiaanschen Bond, die de werk- |
116
|
lieden diets maakt dat door inkrimping van hun aantal de loonen zullen stijgen. Dat is niet mogelijk ! 11741. i)e Voorzitter: Ik dank u voor uwe mededeelingen. Uw verhoor is afgeloopen. Armand Diepen. Verhoor van den heer H. It. Swage-makers vau Alpheu. 11742. De Voorzitter; Mag ik uw naam, voornamen, ouderdom, beroep en woonplaats weten ? A. Hubertus Bernardus Swagemakers, oud 51 jaren, fabrikant te Tilburg. 11743. V. Wat fabriceert gij hoofdzakelijk ? A. Dommets en flanellen. 11744. V. Gij werkt met stoom? A. Ja. 11745. V. En hebt gij een talrijk personeel ? A. In de fabriek 110 man; daarbuiten een 40 of 50 man 11746. V. Uw firma luidt? A. F. A. Swagemakers en Zonen. 11747. V. Vrouwen en meisjes hebt gij luttel weinig? A. De verhouding van do mannen tot de meisjes zal zijn V» meisjes en 4/5 mannen. 11748. A. Gij komt hier op den staat voor a!s hebbende 14 meisjes van 16 tot 18 jaar en 8 volwassen vrouwen, dus te zamen 22; komt dat uit ? Meisjes beneden 16 jaar zijn er niet bij u? A. De meisjes beginnen gewoonlijk te werken op haar 15de jaar. 11749. V. Het schijnt regel te zijn, dat de meisjes niet aan het werk gaan vóór haar 15de jaar; welke reden bestaat daarvoor? A. Omdat wij ze voor dien leeftijd niet kunnen gebruiken. 11750. V. Is het dan zwaar werkquot;? A. Neen, het is licht werk, maar zij moeten eene zekere handigheid hebben. De meisjes worden gebruikt voor het ramen van de stukken. Voor die werkzaamheden is het noodig, dat do meisjes eene zekere lengte hebben, zij mogen niet te klein zijn. 11751. V. Wat de jongeni betreft. |
die worden nog al vroeg aangenomen, niet waar ? A. De jongens worden aangenomen zoodra zij de eerste communie gedaan hebben, dus op hun 12de jaar. 11752. V. Voor het vak behoeft dit anders niet, zjj zouden het vak even goed kunnen leeren, al begonnen zij wat later niet waar? A. Dat zou wel kunnen, maar het zou minder wenschelijk zijn. In de eerste plaats naar ik meen voor de arbeiders zelf en in de tweede plaats ook voor de werkzaamheden, 11753. V. Goed, maar om het vak te leeren is het niet noodig, dat zij op hun 12de jaar beginnen ? A. Ik geloof dat zij het vak op hun 14de jaar even goed kunnen leeren als op hun 12de. 11754. V. Maar als u zegt dat het niet goed zou zijn voor de arbeiders zelf, dan bedoelt u dat het de inkomsten van het gezin zou verminderen? A. Juist. 11755. V. En voor de werkzaamheden, daarmede bedoelt u dat het niet in het belang van de ondernemers zou zijn, die heel gaarne die jeugdige krachten aanwenden die nog geen aanspraak op groot salaris maken, en dus minder kostbaar zijn ? A. Juist. 11756. V. U hebt 20 van die jongens van 12â16 jaar op uw fabriek? A. Het juiste getal heb ik niet voor den geest. 11757. V. Gij zijt op den staat, dien den heer Bahlmann zoo vriendelijk is geweest met het behulp van het bestuur van Tilburg op te maken, uitgetrokken voor 20 jongens van 12â16 jaar, 18 jongens van 16â18 jaar en 52 volwassen mannen. Is dit juist? A. Dat zal wel zoo wat uitkomen. Wij hebben 107 arbeiders te zamen, mannen, jongens en meisjes. 11758. V. Ja dat komt uit, do cijfers zijn gelijk. Die jongens die gij in dienst hebt, hoe laat komen die 's winters? A. 's Winters vangt de fabrieksarbeid aan zoo wat om 8 uur, als het licht is. Wij hebben in zeker jaar eens een tijd gehad, dat wij des morgens om 0 uur begonnen te werken en des avonds om 8 uur eindigden. Maar wij hebben |
117
|
er van afgezien en beginnen liever des morgens met daglicht te werken. Al naar gelang van het jaargetijde beginnen wij des morgens om 77«, 7, 6V21 C uur en vroeger. 11759. V. üp wolk uur begint men het vroegst te werken ? A. Om 5 uur. 11760. V. En wanneer gij des morgens om 5 uur begint te werken, werkt gij dan in den zomer door tot 8 uur ? A. Ja, dat hangt ook van de drukte in de fabriek af. 11761. V. Werkt rnen soms nog langer ? A. Nooit. 11762. Dus het maximum is 15uren? A. Neen slechts 13 uren. 11763. V. Gij spreekt van 13 uren, behalve de rusturen ? A. Men werkt van 5â1'2 en van 1â8 met oen kwartier rust des morgens en een kwartier des namiddags, üat zijn de langste dagen, maar in den winter hebben wij gewoonlijk dagen van 12 uren arbeid. 11764. V. Werkt uw personeel per streng of per stuk? A Het werkt op weekgeld, por stuk en per streng, al naar gelang der omstandigheden. 11765 V. Evenals al de getuigen uit '1 ilburg. zijt gij zeker wel tevreden over de arbeidsbevolking in Tilburg? A. Wij hebben in Tilburg een goed volk, over het algemeen is het tevreden ; de toestand is van dien aard dat ik voor mij daarin niet veel verbetering zou weten te brengen. Alleen zou ik wel wenschen, als dit kon gevonden worden, dat de mensohen die om 12 uur 's middags de fabriek verlaten, in plaats van om één uur om half twee konden terugkomen. 11766. V. Er zijn er wel meer die dit willen, maar men schijnt het toch niet te doen? A. Dat ligt aan de fabrikanten. 11767. V. Maar waarom doen zij het dan niet? A. Omdat het geen usance is, wij hebben er vroeger nooit over gedacht. 11768. V. Deed de oude heer Diepen het niet? A. Maar, Mijnheer de Voorzitter, de oude heer Diepen is al jarenlang uit de zaak. |
11769. V. Ik noem dien naam, omdat gij zeidet, dat er nooit aan gedacht was. A. Natuurlijk bedoelde ik, voor zoover mij bekend is. 11770. V. In ieder geval is de alge-meene opinie, dat het eene goede verbetering zoude zijn. Doch dit daargelaten, de inrichting der fabrieken is goed? A. Over het algemeen wel. 11771. V. Klachten over slechte ventilatie of verlichting, of over benauwde inrichting, komen dus, enkele uitzonderingen misschien daargelaten, niet voor? A. Juist, Mjjnheer de Voorzitter. 11772. V. Gij laat ook met kunstlicht werken ? A. Wij hebben verlichting door elec-triciteit en door gas. 11773. V. Gij zijt te Tilburg de eenige fabrikant, die van electrisch licht gebruik maakt ? A. Ja, Mijnheer do Voorzitter. 11774. V. Gebruikt gij gas en elec-triciteit tegelijk? A. Wij hebben hoofdzakelijk electrisch licht in de spinnerij, omdat deze ineen zeer groot lokaal gevestigd is. Wij hebben nog altijd het oude systeem met de lampe-Serrhi, Er zijn tegenwoordig wel betere stelsels, maar men verandert niet zoo heel licht. In het overige gedeelte van de fabriek wordt gas gebrand, omdat het moeielijk met electrisch licht te bewerkstelligen is. 11775. V Hebt gij het electrisch licht reeds lang? A. Zoo wat zeven jaren. 11776. V. Heeft niemand u nog nagevolgd ? A. Nog geen mensch. 11777. V. Gjj bevindt er u toch goed bij? A. Zeer zeker. 11778 V. Het zal zeker voor het volk in de werkplaatsen eene betere temperatuur geven ? A. Ik kan daar geen onderscheid in vinden. Bovendien het lokaal, dat verlicht wordt door electrisch licht, is zoo groot in omvang en zoo luchtig, dat het er niet op aankomt. De heer Bahl-mann heeft het wel eens gezien. 11779, V. Dat is dan voor u de reden niet geweest om het aan te leggen ? A. De reden is in de eerste plaats geweest bezuiniging ; de stoommachine |
118
|
had zooveel kracht, dat zij ook hier-vooi' gebruikt kan worden; en in de tweede plaats de assarantie, want andere fabrieken moeten eene premie van 8 Ãier mille betalen, en wij betalen cene agere premie. Dit is echter niet uitsluitend toe te schrijven aan het elec-trische licht, maar ook aan de omstandigheid dat de fabriek een «Beikhemquot; is. Een Reikhem is een gebouw plat-gronds, zonder verdieping, waarbij het licht van boven komt door verscheidene kleine kappen; dat licht wordt in hot noorden aangebracht. Het zijn doelmatige lokalen, maar zij nemen zeer veel plaats in.ier mille betalen, en wij betalen cene agere premie. Dit is echter niet uitsluitend toe te schrijven aan het elec-trische licht, maar ook aan de omstandigheid dat de fabriek een «Beikhemquot; is. Een Reikhem is een gebouw plat-gronds, zonder verdieping, waarbij het licht van boven komt door verscheidene kleine kappen; dat licht wordt in hot noorden aangebracht. Het zijn doelmatige lokalen, maar zij nemen zeer veel plaats in. 11780. V. En hoe is het volk? Is de geest onder hen goed en tevreden ? A. Goed en tevreden. 11781. V. Zij hebben eene eigen woning niet waar ? A. Ja, met een tuintje dat ze zelf bemesten en bovendien telen zjj zelf hunne aardappelen. Zij houden veelal een varken en een geit. 11782. V. En de getrouwde vrouwen blijven van de fabriek weg? A. Er zijn geene getrouwde vrouwen op de fabriek. 11783. V. Vindt gij dit goed? A. Ja. 11784. V. Kent gij den toestand in andere fabriekplaatsen van ons land ? A. Ik ken eenigszins den toestand in Eindhoven, en voorzoover ik weet werken ook daar geene getrouwde vrouwen op de fabrieken. In andere fabriekplaatsen ben ik niet bekend. 11785. V. Hoe is het met het onderwijs? Is er voor jongens die bij u werken nog gelegenheid wat te leeren? A. üe jongens gaan ter school tot hun 12de jaar. Dan komen zij op de fabriek en bezoeken de Zondagsschool, de jongens tot hun 17de en 18de, de meisjes dikwijls tot hun 20ste jaar. Die Zondagsschool wordt gehouden 's morgens van 9â10 en 's middags van 2â3 uren. Daar wordt niet alleen het geleerde onderhouden, maar wordt ook bijgeleerd. Er zijn te Tilburg meisjes noch jongens in fabrieken, die niet lezen, schrijven en wat rekenen kunnen. 11786. V. Van teeken- of burgeravondscholen komt niets in voor de fabrieks-jongons ? |
A. Dat is onmogeljjk; het werk aan de fabriek eindigt zomer en winter to acht uren; als de jongens dan naar huis gaan, kunnen zjj best de teeken-school laten varen. 11787. V. Heeft het volk bij u een ziekenfonds ? A. Ja, gedurende twee jaren. 11788. V. En hoe ging het voor dien tijd? A. Als de menschen een ongeluk beliepen, werd de geneeskundige hulp door ons betaald en bij ziekte werden zij zooveel mogelijk geholpen. Wegens de oprichting van het fonds hebben zij thans daarop rechtmatige aanspraak. 11789. V. Wat betalen zij daarvoor ? A. Ieder die meer dan 6 ets. per uur verdient, stort per week 6 ets en ontvangt bij ziekte f 0,90 per dag, en ieder die minder dan 6 ets. per uur verdient stort 3 ets. per week en ontvangt bij ziekte f 0,45 per dag. In 1886 hebben wij uitgekeerd aan 8 personen voor 236 dagen, dat maakt f 212,40 ; aan twee personen voor 65 dagen ad 45 cents., dat maakt f 29,25. De ontvangsten bedroegen f 274,83; het batig saldo was f 33,18. 11790. V. Is de deelneming in dit fonds verplichtend voor uwe werklieden 7 A. Ja. 11791. V. Hoe gaat het met uwe oude werklieden die niet meer arbeiden kunnen ? A. Oude lieden hebben wij niet op de fabriek. Worden zij echter zóó oud dat zij niet meer kunnen werken, dan worden zjj door ons gepensionneerd. 11792. V. Dus laat gij hen niet aan hun lot over ? A. Volstrekt niet. Als zij 40 jaar gewerkt hebben, verdienen zij dat men voor hen zorgt. 11793. V. Hebt gij misschien nog het een en ander aan de Commissie mede te deelen in verband met de punten van deze enquête? A. Misschien komt het niet te pas dat ik het aanhaal, maar ik heb vroeger in een verslag gelezen, dat de heer Justus van Maurik mededeelde dat in Tilburg kinderen van 8 tot 10 jaar nog voor het werk gebruikt werden. Ik moet daarop antwoorden dat dit reeds een geruimen tijd geleden is, zeker wel acht |
119
|
a tien jaar, en dat het niet meer voorkomt. Vroeger werd het garen tot strengen gesponnen, en dan moesten die strengen bij de buitenwevers afgespoeld worden tot klosjes om ze in de weef-spoelen te zetten. Maar sedert dien tijd spinnen zij niet meer op strengen en wordt de inslag direot op klosjes gespannen. Die klosjes worden ter hand festeld aan den wever, die ze onmid-ellijk in zijn spoel brengt; zoodoende vervalt de arbeid van het afspoelen van de strengen en zijn die kinderen, die vroeger dit bij do buitenwevers aan huis deden, niet meer noodig. Betrekkelijk den sterken drank heb ik alleen te zeggen dat daarvan op de fabriek geen gebruik gemaakt w;ordt. Betrekkelijk het werken van overuren kan ik zoggen, dat dit zeer zelden voorkomt.esteld aan den wever, die ze onmid-ellijk in zijn spoel brengt; zoodoende vervalt de arbeid van het afspoelen van de strengen en zijn die kinderen, die vroeger dit bij do buitenwevers aan huis deden, niet meer noodig. Betrekkelijk den sterken drank heb ik alleen te zeggen dat daarvan op de fabriek geen gebruik gemaakt w;ordt. Betrekkelijk het werken van overuren kan ik zoggen, dat dit zeer zelden voorkomt. 11794. V. De gewone werkdag in Tilburg is ook al tamelijk lang! Er schiet niet veol tijd voor overuren over! A. Men moet bedenken dat 's winters de werktijd maar 12 uren is, en niet zooals 's zomers 14 uren. Ten opzichte van het werken van jongens van 12 jaar in de fabrieken, moet ik u mededeelen dat dit mijns inziens voor het onderhoud van die men-schen noodig is. Wij hebben een werkman, die een vast weekloon verdient van fll, die heel prompt, braaf en oppassend is, en ook eene heele prompte vrouw heeft, die goed haar huishouden behartigt. Die man heeft tot mij gezegd; meer loon durf ik niet vragen ; dat is al wel. Maar ik heb 8 kinderen en kan het niet meer rukken. Dat is niet vol doende meer. Gij moest zoo goed zijn mij f 2 's weeks te geven op voorschot voor mijn jongen, die over een half jaar op de fabriek zal komen werken; dan is mijn oudste 12 jaar en wordt de zaak mij lichter. 11795. De heer Bahlmann: Gelooft gij ook dat die jongens, die nu op 12-jarigen leeftijd als draadmaker beginnen, wanneer de wet het verbod tot 14 jaren verhoogde, niet verliezen zouden in ge-zeggolijkheid ; met andere woorden, dat het doorbrengen van de 2 jaren in de bosschen, liet veldarbeiden, het zout-smokkelen en dergelijken meer hen minder geschikt zullen maken om latei-onder opzicht te staan ? |
A. Ik ben het volkomen met u eens. Wanneer de jongens tot hun t4de jaar moeten te huis blijven, dan vrees ik, dat zij van hun 12de tot hun 14de jaar niet naar school zullen gaan, want het is niet verplichtend Jk vrees met u, dat het rakkers zullen worden, die in de bosschen hout zullen rapen. Als die rakkers op de fabriek komen, zullen z|j niet zulke goede werklieden worden, als wanneer zij op jeugdiger leeftijd begonnen. De geest van het vrije leven zal er te veel in zitten, ik geloof dus, dat het het best is voor de jongens om maar op 12jarigen leeftijd te beginnen 11796. V. Gij weet, dat ik tweemaal op uw fabriek geweest ben, maar dat ik niet het genoegen gehad heb u of uw broeder te spreken, ik heb tochten slotte maar do vrijheid genomen om uwe fabriek te bezichtigen. Gij hebt gesproken van een «Reik-hemquot;; schrijft gij het aan het bezit van een »Reikhemquot; too, dat gij electrisch licht kunt gebruiken ? Begrijpt gij mijne vraag niet goed? Hoe lang bestaat uw ))Reikhemquot;? A. Ik begrijp u zeer goed, mijn Reikhem bestaat acht jaar. 11797. V. Eerst zijt gij begonnen met gas. niet waar? A. Ja. 11798. V. Later zijt gij overgegaan tot het electrische licht? A. Ja. Electrisch licht kan op andere fabrieken, die niet als »Reikhemquot; zijn ingericht, ook zeer wel worden ingevoerd, maar dan moet men een andere soort licht hebben, de gloeilampjes, en wanneer wij niet togen de kosten opzagen, geloof ik zelfs, dat wij er al dadelijk toe zouden overgaan. â 11799. De Voorzitter; Wij danken u voor de gegeven inlichtingen. H. B. SwAGEMAKERS VAN AlPHEN. |
OPGAVE VAN DE GEHOORDE GETUIGEN van 31 Januari tot en met 3 Februari 1887.
|
Bladz. Jansen, (J. F.) burgemeester van Tilburg.......... 3 Lierop, (M. W. Van) hoofdagent van politie te Tilburg.....13 Diepen, (J. H. A.) voorzitter dei-kamer van koophandel en fabrieken te Tilburg.......16 Sassen, (Mr. A. M.) schoolopziener in het district Tilburg, te Oister- wijk...........22 Verster, (Mr. A. H DeBalbian) kantonrechter te üisterwijk ... 31 Pollet, (G. J. 1).) lid der firma Pollet amp; Zonen, wollenstoftenfabri-kant en lid der kamer van koophandel en fabrieken te Tilburg . 34 Eras, (C.) lid der firma H. Eras amp; Zoon, wollenfabrikant te Tilburg. 46 Soer, (S. C. M.) med. doctorandus en arts, te Tilburg .... 49 Horn van den Bos, (Dr. H. P. M. Van der) directeur van de Hijks hoogere burgerschool en van de burgeravondschool te Tilburg . . 52 Dijkhof, (J.) hoofd eener bijzondere Roomsch-Katholieke school te Tilburg.........54 Kerstens, (J. A. A ) fabrikant, wethouder, ambtenaar van den burgerlijke stand en voorzitter der vereeniging van den tl. Vincentius a Paolo, te Tilburg.....58 Mi tsaerts, (J. F.) lid der firma |
Bladz. L. V. Ledeboer amp; Zonen, wollen-stofFenfabrikant, te Tilburg ... 02 Bergh. (F. A. L. Van den) wol-lenstoffenfabrikant, oud-lid der kamer van koophandel en fabrieken, te Tilburjs'.......68 Mommers, (Chr.) stoomwollenfa-brikant, te 't Goirke bij Tilburg. 76 Paré, (G. J.) predikant, te lil- burg...........80 Smits, (A. D.) Roomsch-Katholiek pastoor te Tilburg......83 Oberstadt, (F.) ingenieur-chef bij de werkplaatsen van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, te Tilburg .... 8-! Janssens, (A.) meesterknecht in de wollenstoffenfabriek van de firma Pollet amp; Zonen, te Tilburg ... 96 Hosemans, (C.) meesterknecht in do wollenstoffenfabriek der firma H. Eras amp; Zonen te Tilburg . . Vermeer, (A.) agent van het armbestuur te Tilburg...... Bierens, (D. F) meesterknecht in de wollenwasscherij, ververij en spoelerij der firma Wed. H. M. Roozendaal, te Tilburg .... Diepen, (A. L. A.) lid der firma Gebroeders Diepen, wollenstoffen- fabrikant, te Tilburg..... swagemakers van alphen,(H. B.) wollenstoffenfabrikant, te Tilburg. 116 |
ALPHABETISCHE LIJST
VAN
DE NAMEN DER GETUIGEN.
(De cijfers wijzen de
der vragen aau,)
|
Aken, (C. Van) 9539â9663. Altmann, (G) 6978â7046. Ansing, (W.) 1326â1502. Arnolds, (A. J.) 6069â6110. Beckers, (W. H.) 7420â7440. Bekaar, (A. A.) 5593â5698. Bergh, (F. A. L. Van den) 10934â11000. Bergholtz, (P. H.) 8018â8092. Berghuys, (Nioolaas) 2747â2791. Bergman Carels (B.) 3591â3675. Bieberstein Rogalla Zawadsky, (mr. F. H J. baron de) 9021â9107. Bierens, (D. F.) 11605â11641. Biesen, (mr. J. J. W. Van den) 1902â 1978. Blankert, (G.) 2978â3145. Blomberg, (F.) 5001â5097. Bovrie, (J.) 8464â8536. Broek, (W. Van den) 1719â1809. Brouwer, (H.) 4111â4218. Brusselaars, (G. T.) 1103â1150. Bungenaar, (H.) 4219â4251. Carsten, (dr. B.) 9392 - 9538. Claessens, (Fr.) 7971â 8017. Courtens, (P. M.) 9108â9145. Crommelin. (H. S. M, Van Wickovoort) 4405 â 4526. Dam, (B. A. Van) 5001â5097. Daman, (J. B ) 203â337. Defèsche, (N.) 8537â8579. Delfgaauw, (H. J.) 6111â6144. Deyl, (C. Van den) 760â792. Diepen, (A. L. A.) 11642-11741. Diepen, (J. H. A.) 10238-10326. Dijkhoff, (J ) 10764â10820 Doorman, (C. M.) huisvrouw van J. C. Kamphuizen, 2540â2746. Dozy, (dr. J. P.) 1â88. Dresen, (L.) 7047â7109. |
Dribbelaar, (L. D) 1151â1190. Egger, (Th.) 8730â8810. Eisenberger, (G.) 4111â4218. Eibers. (H. ,1) 6378-6568. Eras, (G.) 10597-10666. Everaerts, (M.) 6732â6870. Eylders, (J. G. B.) 2937â2977. Fouquet, (dr. F. F.) 5699â5826. Frederix, (Joh.) 8408â8433. Gerhard, (A. H.-» 1597â1637. Godding, (J. H. L.) 7110-7162. Gotze, (E. R.) 3455â3590. Hamers, (B.) 89â160. Hartogh, (L A. H.) 2087-2373. Herder, (J. P. De) 161â202. Heuperman, (J.) 4353â 4404 Heynes, (H. J.) 583â705. Hofman, (J. H.) 7482â7540. Hollands (H. J.) 8434â8463. Holsderver, (B.) 3894â3927. Horn van den Bos, (dr. H. P. M. Van der) 10733â10763. Hosemans, (C.) 11442â11561. Jacobs, (moj. dr. A. H.) 1279â1315. Jacobsen, (E.) 3676â3732. Jansen, (J. F.) 10010â10180. Jaunez, (V.) 7638-7810, 7848â7856. Jelinger, (L E.) 8280â8644. Jeukens, (P.) 9340-939i. Kater, (K.) 467-582 Kerdijk, (mr. A.) 4618 â4743. Kerstens, (J. A. A.) 10821â10849. Kleef, (dr. L. T. Van) 5563â5592. Koch, (B. B.) 3205â3248. Koster, (H. J.) 2792â2036. Kratzenstein, (J. F.) 3146â3204. Lambrix, (J.) 9146â9302. Landheer, (P.) 9844â9873. Lhoest, (L) 8275--8407. |
122
|
Lioher, (H. G.) 3369â3416. Lierop, (M, W. Van) 10181â10237. Loohuys, (G.) 3318â3368. Loopuit, (J.) 1638â1718. Marckx, (F.) 6145-6247. Mathijsen, (J. A. H.) 8730â8810. Maurik (Justus Van) 1979â2085. Meisenhofen (H. A) 6248â6339. Mommers, (C.) 11001 â 11092. Moos, (G.) 2540â2746. Muller, (J.) 7811â7914. Mutsaerts (J. F.) 10850â10933. Nijet, (dr. J. A.) 5827â5893. Nispen tot Sevenaer, (ihr. H. C. J. M. Van) 3829â3893. Obermeijer, (A. P) 706â759. Oberstadt, (F.) 11223â11334. Osonbruggen, (mr. J. B. Van) 9915â 9944. Paré, (G. J.) 11093â11148. Peters, (H. J.) 2540â2746. Philips, (E. G.) 8810â8904. Plaisier Azn., (J.) 9664â9187. Plaisier, (W.) 9788â9843. Pluym, (A. Van der1! 2540â2746. Pollet, (G J. D.) 10469â10596. Post, (A.) 3249-3317. Preijer Jz., (B.) 4527â4617. Put'telaar, (J. Van den) 403â466. Putten, huisvrouw van G. J. Welter, (H. Van de) 4911â5000. Quakx, (W.) 6340â6397. ⢠Regenboog, (H.) 3928â4110. Regout, (K.) 7334-7419. Regout, (J.) 8946â9020. Regout (L H. G.) 6569â6731. Regout, (P. A. H.) 8093â8275. Ris, (K.) 1503-1534. Robeers, (J.) 7441â7481. |
Rommerts, (H.) 793â1070. Rondagh, (F._) 7541â7637. Rosendahl, (A. W.) 4744â4816). Rot, (A.) 1072â1102. Roukens, (J. L) 7163â7251. Ruigrok, (B.) 3417-3454. Rutten, (P. J. F.) 8645â8729 Ruysch, (dr. W. P.) 7252â7333. Sanches, (D.) 2374-2539. Sassen, (mr. A. M.) 10327â10423. Schols (dr. L. H. P.) 5194-5945. Schroder, (P. H. A.) 1535-1595. Selling, (D.) 1226â1278. Siebenlist, ( J. C ) 1226â1278. Sloots, (H. L.) 3733-3827. Smits, (A. D.) 11149â11222. Smits, (P. de) 9108- 9145. Soer. (S. C. M.) 10667-10732. Struve, (H. W. E.) 1810â1901. Suyver, (H. E.) 4817â4917. Swagemakers van Alphen, (H. B.)11742â 11799. Ulrich, (E.) 7915- 7970. Verhoog, (Th.) 8905â8945. Vermeer, (A.) 11562â11604. Verster, (mr. A. H. De Balbian) 10424â 10468. Vreede, (D. J. G ) 338 -402. Vries. (M. De) 1191â1225. Waal. (M. J. Van de) 4252-4352. Waleffe, (E.) 9303 - 9339. Wegorlee, (Joseph) 2747â2791. Westra, (H. K.) 9945â10009. Wintgens, (dr. E ) 5098â5502. Wijnen, (J. H.) 5946â6068. Wijsen, (L. H.) 6171â6977. Zegers, (H. J. J.) 793â1070. Zelfde, (A. Van 't) 9874â9914. |
REGISTER OP DE GETUIGENVERHOOREN.
(De cijfers wijzen de nommers der vragen aan.)
|
Arbeid van kinderen en vrouwen als middel om werk te verkrijgen tegen minder loon, 424, 515,552,629,894â 898.940,358B, 3961â3967,4774â4787, 5757â6026. 7779, 8158. 8308, 9645, 10019, 10474-10475, 10854â10855, 11448â11453, 11740. Arbeidersbevolking (Trek der) naaide groote steden. 5722, 5804. Armenzorg. 5504â5511, 5513, 5515, 5700, 5705, 5707â5708, 5711, 5772, 5898. 5917â5919, 6145â6170,6187â 6190, 6198 - 6199, 6209, 6221 -6223, 6236â6237, 7300â7301, 7355â7357, 7414, 7523-7524. 7633, 7885â7886, 8177â8178, 9278, 9619. 10132,10134, 10136, 10148, 10230â10231, 10308, 10713, 10727-10729, 10832, 11439, 11562â11599 Boeten. 1061, 1402-1466, 2229â2263, 2390, 2425â2432, 2680-2708,2787-2816, 2843-2857, 2951, 3641. 4002â 4004,4319â4327,6445â6462.6561 6566, 0662, 6685, 7224, 7343â7348, 7596-7601, 7747. 7749, 7859, 8004, 8008â8012, 8077â8082, 8198â8202, 8234â8239, 8248, 8349â8350,8531â 8532, 8714â8715, 8805, 1003-9008, 9022,9232â9233,9256â9260,10585-10588, 10998, 11263, 11272â11280, 11406-11417, 11514â11519, 11725â 11726. â---(Beheer en bestemming der), 554â555, 1062, lil'7â1473, 2264â 2266, 2954. 4066â4068. 6457, 6683â 6685, 7344, 7748, 7858, 7863 â7871, 8080, 8234, 8238, 8382, 8425, 8620-8621, 8631-8635, 8714â8715, 9009, 10995, 11281. ' Crèches. Zorg voor jonge kinderen van fabrieksarbeiders, 5319â5321, 5581, 5088â5691, 5730, 5885â5886, 5936, 6014, 6019â6021, 6175, 6693, 7225, 7317â 7323, 7793â7794, 7913, 8229, 8309, 8391-8396, 8462,' 8641â8642, 8897â8898, 9022, 9023. 9075, 9405, 9651, 9756â9759, 9870â9872. |
Enquête-Commissie. Medewerking van patroons en werklieden tot het geven van inlichtingen aan de Commissie; a. door patroons en fabrikanten, 305, 368, 420, 460-461, 626â627, 674-677, 860â866,1080-1082,1238, 1248. 1400â1404, 5249â5253; ti. door werklieden, 304â316, 366â 368, 388â391. 462â463. 019â627, 854-859. 1078â1079, 4183â4186, 5632, 5854â5855, 9023â9024, 9026, 9027â9034.; c. door bijzondere personen, 5894, 5901â5906, 6765â6766, 6835, 8607â 8611, 9087. Fabrieken en werkplaatsen. Toestand en inrichting der lokalen, 952â955, 998â1003, 1083, 1105. 1130â1147, 1231â1237. 1249â1256; 1260-1201, 1334, 1791â1798,1852â 1859. 1873, 2390, 2767, 2931â2934, 3041-3050, 3603. 3629, 8709, 3915â 3919, 4182, 4268â4271, 4420â4426,. 4437â4443, 4469-4526, 4914-4916, 5115â5127, 5157â5158, 5170,5186â 5190, 5205â5210, 5286â5291,5301â 5365, 5373, 5375, 5391â5392, 5398, 5407, 5416â5424, 5459-5463, 5465, 5467â5468, 5478, 5488, 5491, 5546â 5550, 5620, 5635 - 5637. 5641, 5643â 5657, 5662â5686, 5681, 6284â6285, 6365, 6369, 6566öis, 6597-6598, 6680, 6704â6709, 7102-7104, 7280, 7360, 7460, 7557-7560, 7657â7659, 7829â 7832, 8026â8028, 8188â 8191,8213â 8214, 8414â--415, 8033â8634,9121 â 9122, 9158â9160, 9328-9329,9384â 9385, 9396, 9431â9434, 9498, 9540, 9613, 9619, 9655â9656, 9773â9786, 9825-9830, 9950- 9951, 9953â9969, 10035, 10169â10170, 10199-10202, 10925â10928, 11166, 11312â11313, 11381â11333, 11637, 11673, 11676â 11684, 11770-11779, 11796â11798. Beschrijving van den aard der werkzaamheden en haar uitvoering, 5129, |
124
|
5174â5226, 5231â5242, 5258-5274, 5322â5365, 5446â5469, 5831â5852, 5898, 6508â6561, 6779â6781, 6837â 6844, 7117â7126, 7542â7552, 78-24â 7829, 8249â8250, 8312, 8327â8340, 8475â8478, 8663â8665, 8730â8737, 8756-8758, 8760â8761, 8814â8821, 8855-8857, 8916â8920, 8953-8957, 9154â9160, 9304, 9410â9415,9417â Ã446, 9453, 9471-9472, 9474, 9482â 9485, 9540,10073,11087,11224,11616, 11639, 11679â11698. Invloed der bezigheden in fabrieken en werkplaatsen op den gezondstoe-stand, den levensduur en de ontwikkeling, 948â951, 1059, 1288, 1323, 2066, 2390, 2766, 3581â3582, 3587â 3589, 3791â3800, 3856â3872, 3992, 4170â4176, 4204-4207, 4307, 4135-4437, 4456â4461, 4769â4771, 4870, 4876â4885, 4888â4891, 5038-5044, 5057â5088. 5140â5147, 5151â5154, 5158-5168, 5201, 5218-5226,5242â 5243, 5291â5293, 5305â5309,5332â 5357, 5358â5360, 5380 â5381,5395â 5396, 5434, 5440â-5445, 5453â5455, 5469, 5471, 5474, 5474, 5478 -5480, 5489, 5490, 5522â5525, 5544, 5551â 5556, 5563amp;isâ5567, 5579,5591,5621, 5648â5649, 5719-5724, 5760â5766, 5768, 5831â5852, 5898, 5899,5911 â 5916, 5930â5940, 5988, 5998, 6050, 6172, 6366, 6471â6473, 6482â6491, 6547â6555, 6597â6598, 6603-6616, 6628, 6702, 6729, 6730, 6993-6999, 7012â7016, 7050â7081, 7190â7191, 7195, 7269, 7275, 7280, 7286, 7290â 7298, 7303â7314, 7331-7332,7427â 7431, 7445-7447, 7511â7521,7532â 7534, 7557, 7572â7580, 7582-7584, 7656â7661, 7799â7808, 7834-7844, 8029â8031, 8036â8053 , 8166-8169, 8217â8227, 8240, 8315â8317,8616â 8617, 8623â8624, 8666-8671,8673-8676, 8738â8755, 8908â8909, 8969, 9123, 9156â9158, 9254-9256,9324â 9326, 9328, 9334â9336, 9342 - 9343, 9384, 9386 -9391, 9396 - 9398, 9404, 9415, 9452, 9465â9466, 9473â9474, 9499â9507, 9509â9511, 9517â9518, 9528. 9531â9532, 9540, 9657â9660, , 9716â9732, 9749, 9822â9825,9848â 9860, 9901, 9985, 9986, 9988 -9989, 10031â10032, 10171, 10548, 10579-10583, 10671. 10-80â10704, 10722â 10727. 10954, 10969â10971, 10994. |
10997, 11123, 11288-11290. 11314, 11632-11634. Gevaren in fabrieken en werkplaatsen voor ongelukken door: brand, 145â151, 359, 393, 396, 2045â2050, 4069, 4070, 4100â4104, 4471â4478, 5150, 5154, 5607, 5609, 5646, 5662, 6264, 7388â7395, 8341, 9613â9618, 10155â10166, 10178. 10203â10204, 10322-10:524, 10459â 10465, 10533â10536, 10659â10663, 10917 -10918, 11674; machinerieën en inrichting, 98â99, 125â129, 152â157, 199-201, 300-301, 1004â1011, 1018-1030, 1183-1186, 1429, 1431, 1670, 1675, 1824-1845, 1869, 3552-3555, 3577, 3919-3920, 4071â4099, 4424-4431, 4623, 5147â5151, 5154, 5471â5473, 5537, 5548, 5557 â5558, 5597â5603,5609â 5624, 5661, 5665-5607, 5669, 5671 â 5672, 5674â5676, 5679 -5680,5682â 5683. 5769â5771, 5898â5899, 5914. 6278, 6352, 6623â6624, 6627, 7156â 7159, 7192, 7341â7343, 7756-7762, 7888â7891, 8346â8348, 8479-8481, 8491, 8533, 8575â8578, 8698 -8701, 8968, 9317â9318, 10167â10169, 10172â10177, 10315â10322, 10649-10650, 10676â10678, 10900â10902, 10931, 10962â10964, 10991â10992, 11374â11377, 11630, 11721. Middelen om den sohadolijken invloed van sommige werkzaamheden op het werkvolk togen te gaan en ongelukken te voorkomen. Tegenzin bij het werkvolk, 5140â5146,5222â 5223, 5227â5228, 5284 -5285, 5294, 5607â5608, 5762â5765, 5831-5833, 5898, 5900, 6596 -6598, 6610 -6616, 6707â6709, 7194, 7264â7268, 7283, 7526â7351, 7763-7765, 7805â7806, 8218, 8223, 8321â8326, 9329â9330, 9440â9441, 9446â9451, 9428â9431, 9447â9451, 9454â9462, 9518, 11331. Duur van den werktijd, 264, 273â 277, 297, 321, 333, 416, 440 - 442, 527, 563â594, 611â616, 658â660, 876â890, 920, 932â933, 959, 971 â 977, 1084, 1096, 1108â1113, 1202â 1206, 1243, 1263-1265, 1334, 1366â 1368, 1387, 1589â1593, 1659â1661, 1699, 1714, 1756, 1877, 2196, 2213â 2228, 2391â2401, 2627, 2651â2661, 2671â2678, 2751â2705, 2800, 2805, 2821â2842, 29i7, 2967-2971,3004- |
125
|
3007, 3026â3032, 3177-3182,3327â 3359, 3402â3469, 36U3â3607.3688â 3694, 3773â3780, 3801, 3906, 3925, 4155, 4157, 4'159â4164, 4213, 4261 â 4264, 4293-4298, 4360â4361,4444â 4446, 4463â4465, 4528â4556,4681 â 4699, 4757-4771, 4827â4832,4893â 4910, 5022â5037, 5132, 5153, 5298-5299, 5300â5304, 5394, 5430, 5176, 5522, 5736, 5738, 5898, 5977, 6283, 6321â6339, 6600, 6695, 6710â6713, 6796, 7130â7133, 7193. 7432, 7461, 7466â7467, 7507â7508, 7562, 7752â 7753, 77G7- 7768, 7773-7775,7908-7911, 7990, 8097-8132, 8139â8140, 8148, 8145, 8284,8360-8364, 8442, 8447, 8492â8509, 8551, 8569-8570, 8682-8684, 8761-8763 8827â8831, 8860-8861, 8023, 8920. 8929-8931, 8958â8962, 9022, 9064-90C8, 9083-9086, 9144, 9164, 9169â9171. 9173, 9237, 9304, 9i63 -9464, 9493, 9496, 9515, 9540, 9612, 9662, 9864â9866, 9902,9904-9907,10073,10077â10083, 10253â10260, 10278â10285, 10389, 10405, 10493 âi 0494, 10498- 10499, 10501â10508, 10547, 10564â10567, 10570-10573, 10611â10619, 10630-â¢10634, 10731, 10806-10811, 10878â 10879, 10917, 10932, 10954, .0971 â 10974, 11C32â11044, 11207â11213, 11343-11362, 11367-11372, 11483, 11495â11496, 11610â116.1, 11649-11653, 11758â11762, 11794. Werken bij nacht. 269, 278â280, 291, 296,302-303,383-384,978. 986, 1031â1034, 1049â1053, 1268â1271, 1366, 1389, 1885. 2107, 2109. 2114â 2119, 2221, 2346, 2390, 2456, 2461, 2719-2722, 2806â2810, 2839â2842, 2870, 2947, 3470-3479, 3782,3885â 3887, 3907-3991, 4444â4445,4758â 4782, 5025â5028, 5033, 5138â5139, 5315â5316, 5371â5372, 5387, 5431, 5476, 5485, 5522, 55£,9, 5737, 5809â 5810, 5896â5929, 600Ã, 6056, 6182, 6200â6201, 62816 is, 6696-6698,6749, 6796â6797, 7329, 7438. 7462â7465, 7509, 7574â7577, 7584-7588,7635â 7636, 7769â7772, 7912, 7968, 7969, 8097-8111, 8144-8165, 8297, 8442, 8448â8455, 8491, 8605â 8606, 8625, 8685, 8704, 8831, 8927â8928, 9072, 9095, 9098, 9144, 9234â9236. 9240â 9244, 9333, 9379-9380, 9381â9382, 9526â9527, 9540, 10507, 10539â |
10540, 10571. Werken op Zondag, 287â288, 323â 325, 385â386, 528, 550, 561â563, 597â610, 988-996, 1886,1963,2332, 2390, 2464â2469, 2535, 3622 -3628, 3781, 3783, 5031, 5035â5038, 5134, 5140, 5389, 5402-5406, 5476, 5485, 6282, 6698â6701, 7329, 7439, 7468, 7510, 7776â7777, 7912, 7968,8101-8124, 8353â8359, 8495-8509,8514â 8515, 8571, 8686â8688, 8765, 8832, 8932, 9144, 9171, 9540, 10541,10806. Al of niet afzondering van mannen en vrouwen op de werkzalen, en bij het verlaten der fabriek. 329â3306is, 332, 349. 361, 370. 525-526, 5244, 5437, 5466, 6027â6032, 6951-6953, 8351â8352, 8369-8370, 8388â8390, 8661. 9407, 9495, 9572, 9760â9762, 10458, 11023. Bijzonderheden omtrent fabrieken en werkplaatsen te Amsterdam: Azijnmakerij van Hamerling in een gangetje aan do Westerstraat, 235 â 237. Biscuitfabriek in de Boerhavestraat n0. 64, 292-295, 4466-4468. Boekdrukkerij van Alexandre, 3895 â3927. Boekdrukkerij van Ellerman. Harms en C0., 239â244, 914-936, 952â 1016, 1083, 3676â3732, 3852, 3864, 3928â4110 Boekdrukkerij van Heldert en Cquot;., 3455â3590, 3864. Boekdrukkerij van Holst en Middendorp, 1018-1030. Boekdrukkerij van de firma Spin, 1031 â 1035, 4527â4617. Broodfabrieken: Anker, 4429. â Ceres, 4429, 4431, 4438. 4447â4449. - Mercurius, 4429, 4438 - 4445. â de Voorzorg, 4429. â de Leeuw, 4429, 4431â4434. Diamantslijperij van Roos in do Zwanenburgerstraat, 121â122. Glasblazerij van Vos, Hanraedt en Wiegel, 4408â4409, 4453â4467. Koffie-verlezerij n Insulinde,quot; 96 â 98, 145, 227. 230 -232, 301, Koffle-pellerij Jonker en C0., 4420 â 4423. Lettergieterij van Tetterode. 180â 183, 443â444' Likeurstokerij van Wvnand toe-kink, 289-290. |
126
|
Meubelmakerij van Siebenlist, 450â 453. Modelmakerij bij Rinkel, 434â439. Sal-ammoniakfabriek ran Van der Eist en Matthes, 3787â3803. Sigarenfabriek van Van den Berg op het Rapenburg, 36'!â363. Sigarenfabriek van Bergman Carels, 348â354, 598â606, 3591â3075. Fabriek van Kirsten en Bax, Spuistraat nu. 161, 393-394. Sigarenfabriek van Justus van Mau-rik, 135â139, 187, 355-360, 1980â '2084. Sigarenfabriek en tabakskerverij van Handtke en Straube in de Ac-colytenstraat, 363â364 Sigarenfabriek van Gravestein op de Brouwersgracht bij de Palmstraat, 4248. Sigarenfabriek van Lukkart, Bloem-straat bij de Baangracht, 4249. Sigarenfabriek van Cramer, Gerard-Doustraat, 4249. Sigarenfabriek van Raup, Breed-straat, 4249. Sigarenfabriek van Jacobson, Prins-Hendrikkade, 4249 Sigarenfabriek van Kist, Spuistraat, 4249. Sigarenfabriek van Meyer, Boomstraat, 4249. Sigarenfabriek van Alma, Utreoht-sohe dwarsstraat, 4249. Sigarenfabriek van Blanus, Mulder-straat, 4249. Smederij van Kraan in de Jonker-btraat, 212â215, Steenhouwerij van Schols, 409 â426, Koninkljjke fabriek van stoom- en andere werktuigen, 427â433, 4856â 4911, Fabriek de Atlas, 4829, 4911. Fabriek van stoomketels en andere werktuigen van H. £ Suyver, 4817â ^91 j . Suikerfabriek van Spakler en Tetterode, 3776. VVestersuikorraffinaderij, 3776. Hollandsche suikerraffinaderij, 4755 â4787, 5004â5097, Fabriek van vrouwenkleederen van Van der Waal,112â119,4252â4253, 4965â4970. Fabriek van de firma Hirsch en C0., 4983, 4992. |
Fabriek van do firma Sinkel en C®., 4923, 4971â4986, 4994â5000. Waskaarsenfabriek van Uartog, 658 â660,2135-2373,2390 â2513, 2561 â 2742. 2794â2934. Fabriek van wollen dekens van Velman in de Westerstraat, 673â 574 Bijzonderheden omtrent fabrieken te Arnhem: Lettergieterij van Onnes, De Boeien Coers. 4116, Lettergieterij van Van der Wiel en C., 4118. Bijzonderheden omtrent fabrieken en werkplaatsen te Maastricht: Fabriek van aardewerk, glas en diverse van firma P. Regout. 5126, 5171â5373, 5538, 5544, 5563b isâ 5572'ns, 5582, 5583, 5596, 5609,5616, 5617â5639, 5642, 5643, 5651â5657, 5701, 5802, 5834, 5818â5849,5860-5863, 5877, 5885, 5898, 590i, 5911, 5913, 5974-5966 5999, 6007, 6028, 6033, 6034 -6040, 6042, 6162,6190 -6195, 6209, 6232 6290, 6395-6558. 6569â7251, 7264, 7268, 7280â7323 7334-7637, 7645, 7653, 7655, 7673, 7687, 7972, 7977. 8093-8275, 8436â 8444, 8580-8643, .9022, 9024, 9027, 9069, 9075, 9085, 9086, 9100. 9102. 9103, 9149, 9151, 9156, 9161, 9163, 9164; 9177, 9181-9182, 9190 -9195, 9197â9201, 9207, 9216, 9228-9231. 9237â9244, 9246â9250, 9253â9255. 9262, 9278â9302, 9377. Fabriek de Ceramique, 6,5126. 5230, 5372 -5392, 5544, 5596,5602, 5635, 5640-5650, 5874, 5876, 5877, 5897, 5904, 5911, 6028, 6033, 6040, 6661, 6666, 6694, 6845â6850, 6861, 6974â 6975, 7217, 7221, 7324â7326. 7384â 7385, 7638 -8091, 8230,8787,9022. 9024, 9026, 9036â9043,'9048â9060, 9069â9071, 9073-9075, 9085â9086, 9100, 9102, 9103, 9148, 9150, 9156, 9158, 9159, 9161, 9161, 9164â9177. 9179, 9181, 9183â9120, 9196,9203â 9206, 9208 -9215,9222â9228,9232â 9235, 9245, 9251â9252. 9254, 9256, 9266, 9355â9372, 9378. 9392, Toestand van en arbeid aan de ovens in fabrieken te Maastricht, ruimte, temperatuur, enz ,5205â5214, 5258â5276, 5296, 5376 -5379, 5540â 5543, 5576, 5624â5631, 5634, 5639, |
127
|
5667, 5831, 5839 - 5849, 5898, 5899, 59H, 5977â5992, 6050, 6518â6539, 6543, 6557â6559, 6567, 6656â6664, «714 - 67-15, 6766â6778, 6835 6837, 6880â695-1. 6966â6968, 6973â6976, 7017â7022; 7160â7162. 7234â7239, 7278â7279, 7282 -7283, 7361â7387, 7567, 7668 - 7710, 7785â77a6, 7892â 7907, 7927â7968, 8001â8003, 8060, 8184â8187, 8192 - 8193, 9022, 9024, 9025â9026, 9035, 9038, 9043 â9060, 9073â9075, 9086, 9181â9190,9203â 9221, 9245, 9358-9372, 9392â9293. Behangselpapierfabriek van de Gebr. Regout, 5126, 5156â5168, 553b, 5596, 5668. Dekenfabriek van Jules Regout, 5126, 5399 -5412 , 5595, 5670, 5711, 5775, 6637, 7328, 8946â9020,9108â SI 45. Spijkerfabriek van Th. Regout, 5126, 5470â5476, 5596, 5672, 5673, 6278, 6279, 6363. Seddenfabriek van Vermin in de Grootestraat, 6264. Behangselpapierfabriek van J. H. Rutten, 5126,5393â5398, 5596, 5665â 5667, 8645 - 8810. Brouwerij van Aubel, 5596, 5680. Drukkerij in de Brusselsche straat 6. Drukkerij van de St. Paulus-ver-«eniging, 5526, 5676. Drukkerij van Leiter Nypels, 5596, 5676. Geweerfabriek van de Beaumont, 5126, 5128â5135, 5596, 5669, 7328. Ijzergieterij van F. Van Oppen, 5126, 5487, 5596, 5677. Ijzergieterij van Gebr. Hamers en Janssens, 5556, 5677 Papierfabriek van Lhoeste, 6, 13 â 15, 30,5126, 5415â5476, 5596, 5658â 5664, 5835, 5874, 5876, 5969, 5996, â¢6033, 6041, 7327, 8275â8433, 8444â «579, 8914, 9075, 9103. Stoommeelmolen van Dolk, 5126, 5136â5150, 5596. Maasmolen van Franquinet en Le-maire, 5674, 5675, Tabaksfabriek van Philips, 5126, 5477â5486, 5596, 5679, 7328, 8811â 8945 Vermicellifabriek van Bauduin, .5126, 5596, 5678. Vermicellifabriek van Pagnier, 5126, .5151-5152, 5596. |
De zinkwitfabriek. 5126,5596, 5681, 9303-9394 Bijzonderheden omtrent fabrieken en werkplaatsen te Tilburg: Fabriek van Van den Bergh, 10934. Fabriek van Gebr. Diepen, 10990, 11642. Fabriek van Franken Van Brun-schot, 10990, 11631, 11635. Fabriek van Hoebon, 10990, 11635. Fabriek van Kerstens, 10821. Swagemakers Caesar, 10990. Fabriek van Swagemakers en Zoon, 10129, 10882, 10990, 11742 Fabriek van Joh van Rijokevorsel, 10178. Fabriek van Striiter, 10178, 10990, Fabriek van Ledeboer, 10178,10550. 10851, 11087. Fabriek van de firma G. C. Spaen-donck, 10200 Fabriek van Vincent Van Spaen-donck, 10227â10230, 10990, 11635. Fabriek van MommersophetGoirke, 10078, 10225, 11001, 11541â11543. F'abriek van Mercx, 10115, 10123. Fabriek van de firma Wed. Roosendaal, 11605. Sigarenfabriek van Roessel, 10023. Sigarenfabriek van Van Leeuwen, 10028. Steenbakkerij van Smulders,! 0427â 10430 Fabriek van wollen stoffen van H. Eras en Zoon, 10589, 10597â10666, 10990, 11087, 11442 Wollenfabriek van G. J. D. Pollet, 10469â10596, 11335, 11631. Geneesknndig' onderzoek der jongens vóór het aanvaarden van een vak, 42 4, 5585. 5590, 6595, 7280â7282, 7414-7418! 8241, 8722, 8723. Creneeskundig Staatstoezicht. Toezicht van het geneeskundig Staatstoezicht op de fabrieken, 8â20, 49-66, 1430, 2473, 5115â5127,5160, 5170, 5245â5257, 5282â5284, 5292â 5293, 5359, 5372, 5373, 5376â5377, 5396-5397, 5403-5406, 5417â5423, 6625â6627, 7252-7333. Gilden te Tilburg,10115â10122,10141â 10144, 10153, 10890, 11135, 11545. (xlasindnstrie in de provincie Holland. 9517-9522. Hui.siiidnstrie in Tilburg, 10052 â 10056, 10070â10071, 10262â10267, |
128
|
â¢10434-10435, 10517â10521, 10542, 10556â10557, 10600â10602, 11382â 11384, 11466â11468, 11475â11479, 11527â11533. Huisvesting der arbeidende bevolking, 5711, 5795 , 5898, 6152, 0191â6193, 6232-6233, 6315â6321, 6726â6728, 7634, 8090-8091, 8310-8311,8378â 8379, 10089-10091, 10100â10102, 10205-10209, 10290â10291, 10295â 10295i)is, 10438-10441.10511 -10513, 10546, 10628â10629, 10672-10675, 10756â10756â10757, 10760â10761, 10823-10824, 10909â10911, 10955, 11083, 11118, 11167, 11238, 11487, 11490, 11531, 11675, 11781. Kinderarbeid van 1874 (Beschouwingen over de wet op den) hare beginselen invloed, redactie, werking en het toezicht op de uitvoering, 247â250, 374â375. 405, 484â510, 630â634, 764â770, 827, 842, 1152â1155,1334, 1417, 1916-1917, 3231â3232, 3376, 3740, 4625-4743,510'â5114,5492â 5495, 5711, 5713-5724, 5802, 5896, 5958-5964, 59d9-5973, 6079-6080, 6275, 6082, 6245-6246, 6248-6257, 6265âC582, 6586, 6758, 7273â7274, 8263â8267, 8595â8599, 8612 -8615, 8647â8652,9540â9596, 9986,10038â 10041, 10048â10051, 10055â10057, 10179â10180, 10240-10253, 10260â 10261, 10331â10336, 10426-10437, 10940â10944, 11005, 11177â11181, 11385, 11668-11669. Uitbreiding van het verbod en verscherping dier wet, 766â767, 786, 912 - 913,940â946,1057 -1058,1083, 1093â1095, 1118, 1334, 1406â1418, 1578â1579, 1622â1636, 1920â1921, 2051â2052, 2077â2079, 2333,3001â 3002, 3225â3228, 3243â3246, 3379, 3543-3548, 3683, 3755-3761,4011 â 4020, 4009, 4393, 4662â4697, 4701â 4706, 4718â4723, 5496â5497, 5525, 5502â5563, 5584, 5684-5680; 5711, 5725, 5734, 5798, 5856â5857, 5898, 5965â5966, 6005, 6094â6100, 6202, 0587, 6599, 7014â7015, 7780, 8268â 8274, 8306-8307, 8622, 8626, 8653â 8655, 8853â8854,8899â8900,9010â 9013, 9092â9094, 9090â9097,9099â 9107, 9580â9585, 9593-9595, 9597â 9601, 9607â9610, 9661, 9746â9750, 9836â9838, 9861-9863, 9936â9938, 9943, 10041â10047, 10104, 10367, |
10401â10404, 10410â10411, 10415, 10450â20458, 10480-10492,10523-10525, 10527, 10537, 10551â10553, 10555, 10806, 10827â10831, 10873â 10877, 10947â10951, 10982â10889, 11056â11065, 11182-11186, 11458â 11465, 11670-11672, 11734â11739, 11752-11755, 11795. Arbeid van kinderen beneden de 12 jaren in fabrieken en werkplaatsen, 245â247, 376â377, 828â850, 1335â1339, 1573-1577, 1609, 1611, 1614, 1722, 2385-2388, 2390, 3118-3139, 3232, 4625, 5713-5716, 5896, 5922â5929, 5901, 5972, 6078, 6265, 6274, 6348â6352, 6583 - 6584,6750â 6758, 7252,. 7443, 7448, 8204â8211, 9240 - 9242, 10018â10022, 10068, 10070â10071, 10190-10195, 10235, 10266â10267, 10542, 10603, 11793. Werken op het veld van kinderen beneden de 12 jaren. 9606, 9610â 9611, 10356-10362, 10364â10366, 10368â10387, 10806, 11106â11109. Werken van kinderen van 12â16 jaren, 34 â 42, 101, 242, 371â373, 445â447, 575â576, 593â497, 612â 617, 638, 700â701, 724, 876â892, 902â913, 920 -924, 930, 932â930, 1159â1166, 1341 â 1358 1364, 1611, 1613, 1940-1953, 1992, 1997â1999, 2007â2011, 2390, 3058-3063,3480-3505, 3513â3543, 3548, 3586â3589, 3514â3601, 3616â3617, 3694-3732, 3761-3767, 3911â3913,3922,3934â 4004, 4041â4053,4105â4109,4362â 4380, 4386-4392, 4533-4617, 4625, 4682, 4823â4825, 5173, 5199-5200, 5297, 5358-5359, 5382â5384, 5393, 5415, 5432â5434, 5470. 5477, 5517, 5520 - 5536, 5569 5716.' 5807â5808, 5850â5858, 5880, 5896, 5898, 5900, 5922, 6268, 6275, 6281, 6353, 6547â 6556, 6585â6599, 6655, 6785, 6979â 6986, 7290â7298, 7433-7434,7449â 7453, 7491â7494, 7502, 7570 -7581, 7588, 7648â7655, 7778-7781,7812-7816, 7875â7882, 7972, 8061-8062, 8073â8074, 8146â8160, 8215â8216, 8247, 8299â8302, 8305-8300,8436-8444, 8601â8005.8654-8659,8677-8681, 8758â8761, 8850-8854, 8890, 8903, 8956â8957, 9113, 9118,9141â 9142, 9243, 9331, 9334, 9381,9465, 9475-9481, 9485, 9509, 9517â9522, 9525, 9527, 9611, 9643â9646, 9675, |
129
|
9738â9743, 9749, 9864â9867, 9902, 9995- 9996, 9998â1000Ã, 10023-10025, 10113-10114, 10196-10197, 10245-10253, 10278â10285. 10387â 10416, 10466â10467, 10474â10479, 10549, 10602-10603, 10606-10610, 10731, 10869â10872, 11044â11055, 11130â11134, 11167â11177, H227â 11229, 11244â11247, 11340-11364, 11480â11483, 11654, 11730â11739, 11751â11758. Leerplicht. (Invoeren van) 1614, 2514â 2533, 3247, 4662, 4788â4793, 5959, 5966Ms, 10363. Looiien, (Regeling en bedrag der) 894, 901, 924, 983 -985, 1089, 1092, 1123, 1165â1176, 1220â1221, 1334. 1353, 2015â2016, 2179 -2212, 2390, 2563â 2600, 2796â2799, 2814. 3009, 3033â 3037, 3116â3117, 3142, 3282, 3326, 3343, 3461, 3478, 3508 3605â3618, 3645, 3693, 3772. 3887, 3907, 4021, 4157, 4161, 4177â4181, 4235-4250, 4272â4276, 4299â4301, 4358,4756â 4771, 4792-4797, 4838â4839,4893â 4894, 5038, 5052-5056, 5517, 5560, 5805â5806, 5851, 5862â5869. 5896, 5920, 5977, 5993â5995, 6224â6228, 6239â6244. 6401-6444, 6463-6480, 6500â6506^ 6561 Wsâ65(16, 6664â 6681, 6724, 6725, 6779â6783, 6792. 6861â6869, 7030â7037, 7084â7091, 7105â7108, 7133â7147, 7200â7204, 7219â7223bis, 7410â7412, 7457â 7459, 7474-7480, 7484-7490,7503â 7506, 7525â7526, 7553- 7556,7564â 7566, 7589â7595, 7602â7614,7652â 7655, 7696â7697, 7731â7736, 7741â 7746, 7750â7751, 7924-7926,7992-7993, 7996, 7998, 8016, 8054â8059, 8063-8064, 8075, 8112â8113,8137â 8138, 8141â8142, 8178-8184,8194â 8197, 8230â8233, 8291â8296, 8303, 8309â8311, 8371â8375, 8405-8406, 8412â8413, 8419, 8456â8459,8470â 8474, 8552, 8562-8568, 8618â8619, 8G88-8697, 8721, 8725, 8766-8779, 8833â8841, 8844-8850, 8858â8859, 8868-8873, 8934 -8937, 8963-8967, 8997â9002, 9015-9019, 9138â9143, , 9165-9168, 9174-9178. 9197â9201, 9223â9229, 9246â9252, 9284â9291, 9304, 9306 -9315, 9492 - 9494,9540, 9571, 9589 -9593, 9711â9715, 9763â 9764, 9769â9771, 9833â9835, 9893, 9908 , 9970â9983, 10085â10089, IV. |
10302-10303, 10515â10517, 10521, 10623â10627, 10880, 10881, 10954, 11027-11030, 11073â11078, 11228, 11264â11271618, 11310â11311, 11329-11330, 11363, 11428â11435, 11472-11474, 11497â11498, 11524â 11530, 11535â11543, 11617â11619, 11764. Machinerieën. Vermeerdering van het gebruik van jongens in fabrieken door de invoering van machinerieën, 1393, 8995â8996. Nijverheid. Toestand der nijverheid in het algemeen in verband met de tarieven, 3148 -3149,3202,3453,4278â 4290, 4911, 6026, 7360, 7410, 8132, 8134-8136, 8284, 8287â8290, 8380â 8381, 8721, 8726â8727, 9888-9892, 9940â8842, 10598â10599, 11004, 11491-11494, 11727â11726. Ouderwijs. Beschouwingen betreffende de verordeningen krachtens art. 82 der wet op het lager onderwijs, 4735, 5102, 9540 , 9602â9905, 10001â10007 , 10007â10069, 10273-10274, 10337â 10356, 10366, 10442â10446, 10806. 11111. Onderwijs in verband met de behoeften van industrie en huisgezin, 5739-5745, 5747â5750, 6063â6065, 6076â6077, 6081â6089, 6111â6144, 9022, 9467â9468, 9486 -9491,9567, 9606, 9652,9816,10007,10042â10044, 10058-10059, 10106â10112, 10268â 10272, 10368-10373, 10387-10401, 10542-10544, 10568-10570, 10604, 10777â10085, 10944â10946, 10975, 11102â11110, 11112â11114, 11126-11129, 11156â11166, 11172-11175, 11214-11222, 11385â11386, 11478â 11479, 11693â11696, 11785-11786. Gehalte van het onderwijs op openbare en bijzondere scholen, 5746, 5811â5816, 5821â5823, 5967, 6066, 9075, 9077â9079, 9088, 9090. Ambachtsscholen, vak-, teeken- en herhalingsonderwijs , 3264â3265, 4392-4393, 10063, 10275-10277, 10388, 10402. 10412-10415, 10733â 10763, 11247â11258, 11418-11421, 11484, 11666â11667, 11786. Overleggen van een bewijs van genoten lager onderwijs alvorens op eene fabriek geplaatst te worden, of afleggen van een soort examen. 752, 9 |
130
|
8302, 8365â8366, 8367, 87'gt;4) 8901â 8902, 9014, 9075. Verstandelijke ontwikkeling der jongens, behoefte aan betere gelegenheid tot opleiding voor het vak, 1055, lf'98, 1569-1571, 1584â1588, â 1630,-1799-1807, 1921, 2074â2075, 4005â4010, 4122â4154, 4843â4846, 4838, 4863, 5692â5690, 5711, 5745â5755, 5783â 5787, 5795â5800, 5817â5820,5942â 5943, 5952, 5962, 6071â6076, 6081â 6093, 6101â6109, 6112, 6496â6499, 6686â6688, 698-2, 7000, 7182, 7454, 7813, 7881, 8064, 8304, 9079, 9089, 9159, 9743, 10406-10409, 10412, 10620â10622, 10764-10777, 10786â 10804, 10811â10820, 114b6â11438, 11657â11663. Ondersteuning der ouders gedurende den leertijd der kinderen, 1406, 1416, 4394â4395. Resultaten van de school voor ha-velooze kinderen, Bloemstraat hoek Lijnbaangracht te Amsterdam, 3369â 341°. Pauperisme en krankzinnigheid, (Ver-Kanfl hiRsolipn^ 5573â5575. band tusschen) 5573â5575. Pensioenfondsen, zieken- en begrafenisfondsen, 564â574, 581,1064â1069, 1179, 1272â1277, 2262, 2269-2270, 2362â2367, 3073 - 3083, 3091-3100, 3208-3-221, 3268, 3294, 3360-3365, 3574â3576. 3636. 3671-3674, 3804, 4031â4038! 4062â4066, 4213, 5512, 5515, 5516, 5603-5606, 5682, 5702-5709, 5774â5779, 5824â5825, 5898, 5936-5942, 6043, 6050-6055,6061â 6062, 6160â6161. 6190-6169,6206-6208, 6595, 6633â6640, 6959-6961, 6965, 6970â6971, 7037, 7082-7083, 7092â7101, 7148â7153, 7205-7218, 7226, 7228â7231, 7247, 7287, 7299, 7351â7353, 7470, 7622-7630,7711â 77-18, 7724â7730, 7795-7798, 7809, 7845â7857,quot;quot; 8170, 8341, 8376, 8430, 8525-8530, 8572â8574, 8702- 8703, 8790-8805, 8970, 9022, 9124,9261â 9277, 9'294 - 9301, 9518, 9524, 10115, 10123-10139, 10210â10217,10232-â¢10234, 10304â10307, 10574, 10589â 10594, 40640-10648, 10710-10712, -10847â10849, 10883-10891, 10893-10894, 10018-1091;', 10956, 10959-10961, 10990, 11136â11139, 11146-1-1147, 11282â11287, 11291â11301, 11306, 11316, 11388â11390, 11402â |
11405, 11499-11513, 11580â11581, 11593-11594, 11635â11636, 11712â 11720, 11787â11790. Snaren. Zucht tot sparen onder het volk, 536â539. 680â682,700.1179 -1180, 1485â1489. 1959, 4745 -4754, 5516-5518, 5711, 5801, 5898, 5920, 6043-6046, 6049, 6207,6219â6220, 10090, 10097, 10292â10294, 10513â 10514, 10912â10913. Verdeelen van voor fondsen bijeen gebrachte gelden, 1179â1181,3104â 3114, 3277-3280, 3362. 3636, 4225â 4227, 5711. 5712, 6636, 6637, 8804, 8970 -8991; 9124-9137. Sterfte en sterftestaten, bevolkingsregisters op de fabrieken bij Regout, 5277â5281, 5291, 5858, 6581,6632, 7284, 7285, 7315â7318, 7723bis. Stoomketels. Het plaatsen van jongens in den in bewerking zijnde stoomketel tot het tegenhouden van de klinknagels, 1344, 1432â1442,1890-1892, 4381â4385, 4871â4875, 4886â4888. Vercenigingeii en maatschappijen. Schildersvereeniging »Vooruitgang zij ons doel ', 3266â3301. Sigarenmakersbond, 3654â3655. Sigarenmakersvereeniging, 3073, 3084â3094, 3100, 3110â3114. Sigarenmakersvereeniging «Eendrachtquot;, 3089, 3099. St. Joseph-gezellenvereeniging, 1911 â1915, 3829â3851. S. Servatiusvereeniging, 5792. Société des dames de charité, 5962, 6694, 9079. Societeit Momus te Maastricht, 6101. Tabakswerkersvereeniging »Door eendracht saamgebrachtquot;, 4220â4234. Timmergezellen-vereeniging «Concordia inter nosquot;, teekenschool door die vereeniging opgericht, 1725-1747. Typografenbond, 1067â1069, 3575. Vereeniging Dorcas, 5962, 9079. Vereeniging «Handwerkers Vriendenkring', 3206â3221. Vereeniging tot behartiging van de zedelijke en godsdienstige belangen der bewoners van de buitenwijken van Amsterdam, 715. Vereeniging tot bevordering van fabrieks en handwerksnijverheid in Nederland, 4898. Vereeniging tot heil des volks te Amsterdam, 708â174. |
181
|
Voreoniging voor fabriekarbeidsters te Amsterdam. 589â593, 648â659, 664. Vereeniging van St. Vincentius, 1905â1910, 5785, 5801, 5962, 5996, 9079, 10640, 10782, 10821â10832, 10837, 11578. Volksonderwijs, 9079. Wormer Knappsohattsverein 5997, 6050. Aloysius-gesticht te Amsterdam, 3747 â3755. Amsterdamsche Werkmansbond, 4228. Congregatie der Broeders, 6072â 6075. Congregatie van de Heilige familie, 6043, 6219. Gesticht de Nieuwenhof, 5946â 5954. Uzer- en Metaalbewerkers-verecni-ging te Amsterdam, 1497 â 1501. Katholieke Heeren-Vereeniging; 5883, 5996, 6604. Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen, 10706.11116,11119, 11233-11334. Maatschappij tot Nut van het Algemeen, 4618â4619, 5630â5631, 8888â8889, 9021â9026, 9079â9083, 9092â9099,9106â9107,11121â11124, 11146. Maatschappij voor vlasindustrie, 9396, 9443â9446, 9620â9625,9917â 9925. Vereeniging Patrimonium, 475â480. Vereeniging Nederlands Werkman te Amsterdam, 4744â4754. Vlasindnstrie. Verplaatsing van gebeele gezinnen naar andere provinciën bij do vlasindustrie, 9401 â 9406, 9465â9467, 9540, 9564â9573. 9667â9674,9808â 9815, 9868-9872; 9991â9993. Verhouding der kinderen tot de volwassenen bij de vlasindustrie, 9540, 9576â9580, 95^7â9588, 9764â9773. Sterfte onder de werklieden bij de vlasindustrie. 9619, 9901. Gebruik van machines bij de vlas-industrio, 9876â9887, 9930â9931, 9939, 9962. Verhouding tusschen den eigenaar der woning en den huurder bij de vlasbereiding, in verband met de verbintenis tot arbeidspvestatie, 9540â : 9541, 9564, 9677â9712, 9793â9808, 9895-9900, 9926-9929. |
Voedsel. Hulp der patroons door inrichtingen tot het verkrjjgen van warm voedsel, 5859â5861, 5898,6716,6723, 9079â9081. Vrouwen. Werken van gehuwde en ongehuwde vrouwen in fabrieken en werkplaatsen : a. van gehuwde en volwassen vrouwen, 548â549, Cit?rT= 7^ «W, 1956, 2192r 2371, 2540, 2871â2873, 2898â2900, 3064, 3805. 3807â3819, 4707â4715, 4986-4998^ 5152, 5173, 5317, 5385, 5401, 5415, 5438â5440, 5448â5453, 5466, 5477-5478, 5481-5482, 5498, 5500, 5517, 5557-5561, 5650, 5658-5659, 5687, 5727-5733, 5857â5858, 5871â5872, .'898, 5899, 5900, 5937, 5998- 6001. 6005âC015, 6022 - 6025. 6026, 6050, 6085, 6104, 6133â6134, 6177, 6537â6538, 6617-6622, 6690, 66:4, 6852, 7129. 7199, 7248-7249, 7275â7277. 7435, 7495, 7504, 7568-7569, 7667, 7760, 7787-7794, 8161â 8165, 8297, 8308, 8316-8321, 8383-8387, 8418. 8421-8428. 8539, 8637â 8639, 8828, 8943, 8950 - 8952, 8954, 9116, 9332, 9345, 9509, 9624, 9647â 9651, 10026. 10098â10099, 10299â 10301, 10447â10449, 10509â10510, 10550-10551, 10536â10539, 10705â 10708, 10825, 10860-10868, 11187â 11191, 11239â11240, 11304, 11423â 11426, 11085 â11692, 11782â11783. b. van jonge meisjes, 511â526, 1940-1953, 1983-1990, 2194-, 2201, 2318-2319, 2333. 2358â2301, 2390, 2540, 2870, 3068â3072, 3176, 3234â 3237, 3617, 3765-3770, 3806, 4256â 4352, 4465-4469, 4707â4715,4926â 5000, 5152, 5173, 5232-5235. 5385â 5386, 5401, 5415, 5425-5430. 5404, 5470, 5475. 5477, 5484, 5499, 5557, 5638, 5651,' 5727, 5870â5872, 5897, G057â6060, 6183. 6205, 6267. 6389â 6394, 6541-6542, 6601-0609,6623, 6972, 7127â7132, 7190â7198, 7275, 7436â7437, 7664-7666, 7760, 7782â 7784, 7988-7991. 7994-7997, 8000, 8101â8165, 8215-8216, 8284,8227â 8298, 8417, 8540â8560, 8660, 8062, 8822- 8827, 8834â8848, 9112,9114â 9117, 9141, 9332, 9513â9514. 9011, r' 10020, 10103-10104, 10460, 10474â |
132
|
10480,10560!ns.10825â10826,10854â 10865, 10930, 10937, 10995, 11089-11091, 11126-11129, 11168-11171, 11864, 11466-11468, 11485, 11C46, 11747-11749. Werken op fabrieken door zwangere vrouwen kort vóór en na de bevalling. 2309â2317, 2474-2477, 2601â2602, 4989- 4991, 5317â5318. 5858, 6015-6018, 6050, 6184, 6185; 6690 - 6691, 7791â7792, 8228, 8317, 8639â8640, 8893â8896. Werklieden. Zorg voor werklieden in geval van ziekte, 1064, 1753, 2082, 2310-2317, 2479â2487, 2603â2622, 2776â2786, 2861â2866, 2907â2924, 3292, 3872. 4054â4061, 4208â4209, 4317â4319; 6048, 6160â6161, 6492-6496, 7083, 7351, 7522, 7885â7887. 7980â7986. 8431â8432, 8882-8885,' 8942,8991â 8993, 9304, 9317, 9327, 9346-9349, 10128-10131, 10132â10133, 10227, 10574â10576. 1064S, 10710, 10836â 10838, 10847-10849, 10884, 10886â 10891, 10892-10899, 10957-10959, 11196â11198, 11391-11401,11627-11629, 11723â11724. Zorg voor werklieden in geval van kwetsuren en ongelukken door de werklieden beloopen, 550â551,683â 686, 1012â1017, 1446â1452, 1459, 1789, 2287 - 2296, 2488â2491, 2622, 2957â2962, 3081, 3303â3307, 3556â 3569, 4812â4814, 5090â5091, 6050, 9319-9323, 10218, 10227â10228, 10310â10311, 10651-10653, 10706â 10710, 10965â10967, 10991. Zorg voor oude en ongeschikt geworden werklieden, 550â551, 1224, 1453â1458, 1777â1779, 2083â2084, 2297â2305, 2492â2497, 3570â3573, 3637, 3872, 4025â4029, 4794-4795, 5092â5096, 5773, 5873, 6033â6035, 6045, 6050, 6641â6654, 6954â6958, 7037â7044, 7083, 7352â7396, 7472â 7473, 7523, 7615â7622, 7630â7633, 7716-7717, 7872â7874, 7921â7923, 8170â8177, 8341â8345, 8704-8707, 8782- 8789 , 8876â8880, 8901â8913, 9278â9283, 10144â10151 , 10154, 10312â10314, 10577â10578, 10640, 10717â10721, 10833-10835, 10892; 10895â10899, 10929, 11302-11304, 11321-11328, 11520â11523, 11589â 11591, 11623â11626, 11718â11720, |
11791â11793. Zorg voor de gezondheid der werklieden, 145, 236 - 237, 365, 394 -395, 956-958, 1083, 1869, 2390, 2473, 3579, 3603, 3706, 4186â4203, 4306â 4313, 4420-4422, 4447, 4471â4488, 4716â4717, 5129, 5140, 5191â5194, 5282, 5373. 5375, 5416, 5417, 5434, 5446 -5447, 554''., 5620, 7280, 7360, 7397-7406, 7535-7537, 7662â7663, 8672, 9329â9330, 9524, 9529-9530, 9533-9537, 9540, 9623â9642, 9920â 9925, 9932â9935, 9950-9955 9957â 9967, 10920-10924, 11144â11145. Schaft- en rusttijden voor de werk-lieden.918â921,959 - 971.1047â1048, 1084â1087, 1127, 1212â1217,1379â 1383, 1688, 1757â1761, 2216-2219, 2390, 2440â2449, 2659, 2662â2670, 2773, 2829, 2972, 3008, 3464â3469, 3689â3692, 3906 , 3935â3958, 4156, 4264â4267, 4361, 4832-4838, 5153, 5299, 5466, 5977, 7563, 8924â8925, 9304, 9540, 9904 - 9905,10073-10076, 10296- 10298, 10302, 10493â10494, 10500, 10537. 10611-10612, 10614, 10629, 10904-10906, 10917, 11203â 11205, 11319â11320, 11427, 11555-11556, 11612-11614, 11763, 11765â 11770. Zedelijkheid van de werklieden, 326â332, 695, 2307- 2308, 3817â 3821, 3878â3881, 4109, 4302, 5244, 5435, 5436, 5711, 5727, 5790, 5884, 5898, 5961, 5996, 5997, 6173, 6212, 6215, 6216-6219, 6559, 7245-7246, 7276, 9407 - 9410, 9405, 9540, 9574â 9575, 9762, 9911â9912,10105,10528, 10529, 10552â10554, 10561-10563-10806, 10841â10842, 10993, 10996, 11024, 11192. Gebruiken van sterken drank door de arbeiders, 334â336, 379 â 381, 392, 398 - 400, 454â459, 532â535, 556â560, 577â580, 678â679, 692, 693, 700-701, 1042â1046, 1476, 1494â1495, 1520, 1957â1958,1968-1977. 1989, 2069â2073, 2324-2327, 2903- 2906, 3039, 3222â3223,3308â 3309, 3395-3396, 3649, 3771,,4106, 4808â4811, 5573, 5711, 5788-5790, 5887â5892, 5921, 5996, 5997, 6210â 6213, 6228â6231, 6297â6314,6373â 6376, 6540, 6689, 6856â6860, 7240â 7244, 7330, 7343, 7349â7350, 7428, 7598-7599, 7748, 7839, 8006, 8083â |
133
|
8089, 8168â8169, 8251â8256,8627â 8630, 8708â8709, 8881, 9492, 9493, 9590-9591, 9732â9737, 9909â9911, 10091, 10093, 10436â10437, 10530, 10843-10845, 10914â10915, 11016, 11194-11195, 11262â11263, 11592, 11601â11602, 11699. Maandaghouden door werklieden, 998, 1474-1475, 1963, 2001â2005, 3011-3018, 3577, 3605, 3656- 3658, 3666â3670, 4239- 4244, 5132â5133, 5711, 5780â5781, 6238, 6464â6465, 7747, 8007, 8257â8258, 8510â8513, 8710, 8262, 9469- 9470, 9732 - 9735, 10092, 10096, 10185-10188, 10531-10532, 10903, 10916, 11387, 11699. |
Geest onder de werklieden, verhouding tot de patroons, ontslag, 687â 690, 696-699, 2023â2027, 2122-2150, 2260, 2279â2286, 3607â3615, 3626, 3636, 3643, 3053â3655, 3659â 3665, 3821, 3825, 3852â3891, 3888, 3921, 4233â4238, 4453, 4792â4807, 4851â4862, 4864â4869, 5711,5757-5759, 5862â5865,5874-5876,5898â 5906, 6002, 6180, 6286â6287, 6292-6297, 7737â7740, 7766, 8032â8035, 8230â8233, 8242â8246, 8284â8285, 8286, 8309, 8397-8402, 8467â8469, 8635, 8711â8713,8874â8875,8890â 8891, 8905-8907, 8994, 9190â9196, 9222, 9292â9294, 9304, 9305, 9356, 10085â10089, 10151â10152, 10182â 10184, 10219, 10226, 10286-10289, 10522â10523, 10654-10657, 10714, 10839â10841, 10903, 10907â10908, 10967-10968, 11013-11016, 11020â 11022, 11031, 11066-11080, 11083â 11085, 11140â11143, 11186,11198â 11201, 11229-11237, 11241â11243, 11315, 11378-11380, 11470â11474, 11544â11553, 11620-11622, 11698, 11700â11711, 11765, 11780. Ontwikkeling der werklieden (zedelijk en lichamelijk), geschiktheid voor hun vak, 5782, 5791â5794, 5880â 5883, 5898, 8401, 8403â8404, 8863, 9540, 10545, 10588â10560, 10806, 11021â11026, 11167, 11259â11261. |
1