ocr page 1
ocr page 2

-

.

ocr page 3

9

.

■

4

ocr page 4

; *ry ^^ 'r •- ^ - - -v-'^v-4*- v quot;v k *■' gt;

t-.r,

t y ' - ••gt; 'r ^ ,■»

N ; - quot; '■ quot;• ' ' ' • ■ • - quot; quot;A «, .gt;■ :

'ï; f V-'vi- - • ,• gt; v '.v. - ^ V •* J*-'-#.*- ^,.r.- •gt; .*r- u' ^ a -v. ■;• ..,

: V'•■•■!. ..ir'-: . ••. ;• - i H ... ... •• -. ' :

•*■- .. v • . gt;• -: ■ gt; ; .A - •' /

RrT:-^' • ■«;' v.-

prquot;quot;li. tjl V ► ■.- ... J- , • • . ■• ' •.:■ ;•• • •• • - • V

? v.. - • • . ■■ • - ■ ■ :• ■ ; ■ . - y - U

'ïr.' *'.• -.v ■■ * ... ••• • - . ■ '•lt; -.gt;• -i. r - rf ■ *

I» ;■ . ^ f

IfVw.W. jf,-

.f '■:£ ■■•■...■ I ■

' if X . ■ , ' - ■, . .• .. , p

I ^L .A- ■* a: r- ^ i • . - ;

•»; ?• € ■ • • . . ■ • ■ • .. quot; ' • u

•' ' ' • . , ? ; • -■ ■ ■ ' w S '

Mf--'■v.'gt; 1 • • * ■•. . t •;■

^ «v 4 ^ l^.,Vt .tj v • ■ ^

-i s •• ■■ : ■ ; ' ■ •- ; -

' *( J7 . (I -• ' -n ,V .. V , - • ' lt;• * ■- r_ - , •;• f, V v .

•- c .

S. quot;r -■ - V . •- ■gt; ; quot;■ - ^ ■

T' • • -/ »gt; ;• • . ' P • • -• - *

jie-i? •*■• * ' - , - gt; ?gt; - -• ■- s ,- • •• ■ . . -

'-.V- '.-V

ékquot;* 'K * 'i ■

■«.;• Ji ■ • • ; ■ •

Si'quot;/-- - ' .v- .u .

% ^ gt;••• -i ■■■ - -• • v; ■■ ,' -'f

i. ■

V' ■

•./ V. ,ƒ ■, •• . v.-.: ■ :-gt;• v ; -•■v- ..

% fV'-h- ■••• quot;•quot;;•••-'•■- 'gt; - ■ V r

§

f -V -• s.- ^ •*. , - ■' •/ : • v

gt; : ■ ■ .gt; '•

.rt-,---- r--'- ; .. .- v ;.'-i ' . ■;• ■ v • ^

-i ^ v-quot;quot;:-'-' ^ x'

:f' lt;4 v ' ' v- f';*--'* '! '.• quot; J v : • • -■ •-.•■■

- • • - ■

m

H ^ -it ^ quot;* f. \ •quot; y -' A 'tv ^ f, -?■.*

■- Vquot;' quot; ■ ' J. -v gt;.'■ • - ••'. .'C-. f ; ' ^ * gt; -

4 * -* •- ■ •. - • •' • ' -• - 'i :•

.f :.v \ gt;;-v. _t v. •' .-f * • .- , ■• / : - 4 7- ■ ■

?!gt; gt;

^ • V •• ; : • ' • ■ ••

o/: •- ■ .....• . - • ■ • ■ - ■ • - ■ ■-

. m? % i: ■$

ocr page 5
ocr page 6
ocr page 7

WK (PcP

HET

SMARTVOLLE LIJDEN

VAN ONZEN HEER

|[

VOLGENS DE BESCHOUWINGEN

VAN

ANNA CATHARINA EMMERICH,

religieuze

UIT DE ORDE VAN DEN H. AUGUSTINUS VAN HET KLOOSTER VAN DEN AGNETENBERG, TE DULMEN,

den 9 Februari 1824 overleden.

VERTAALD DOOR

ee». XEapgle-fc,

overleden in 1863.

lx. -7

____

Nieuwe Druk.

.—__—L-_—L.--

GULPEN.

Katholieke Boekhandel van M. Alberts.

JRji

ocr page 8

Iitiprimatnr.

J. M. SCHOLÏIS, Par.-Dec. ad hoc delegatus.

Galopiae, 18 Jan. 1886.

ocr page 9

Voorrede voor lt;le nieuwe Uitgave.

—40^—

Ons geloof heeft iets bijzonder vertroostendst. 11 cl waarborgt ons niet slechts het behoud van het schip, op het-welk vrij onzen onstuimiyen overtocht afleggen, het verzekert aan eiken reiziger de macht en de mogelijkheid van in de gewenschte haven aan ie landen, hoe geweldig ook de stormen mogen zijn; het doet meer: het vertoont ons het geheele mcnschdom steeds omringd van middelen van zaligheid, grooter dan al de bedenkelijke gevaren van verderf. En hoe geschikt is onze tijd niet om dit geloof en deze hoop ie bevestigen! De verleidingen van allerlei aard, die onze eeuw misschien tot de gevaarlijkste maken, welke tot nu toe geweest is, openbaart zich de bescherming des hemels ook door buitengewonen en geheel bijzonderen bijstand, die sedert eenige jaren, in de beide werelddeelen, zoo mild is verleend.

Het gelukt de goddeloozen niet den naam Gods van de narde te doen verdwijnen, noch den mensch van alle (iodsdienst af te scheiden ; alom wenden de groote en verheven verstanden zich int godsdienstige gevoelens. Worde)} de waarheden aangerand of geloochend, worden verscheidene door deze verwaande eeuw verlaten, ivelk bewonderenswaardig vertoog doet zich tevens op voor onze oogen! De verdediger van alle waarheid herkrijgt eiken dag meer invloed; zijn gezag groeit insgelijks aan, wellicht zal het weldra verder gaan dan voorheen , ten minste ten opzichte der katholieke maatschappij. En wie zal dit wonder uitgewerkt hebben? Ongetwijfeld t in de eerste plaats, de katholieke schrijvers, maar niet minder krachtdadig de vijanden van het Pausdom, sedert lang gevoed door de vooroordeelen tegen, en den afkeer voor de leer en onfeilbaarheid van het pauselijk Opperhoofd. Zij zij)i er de verdedigers van geworden. Het vernuften den nadruk van eenen Gregorius VII en van eenen Innocentius III hebben zj hersteld. In de tweede plaats zijn het de netelige gevaren, waarin de volkeren en de Smartvolle Lijden.

ocr page 10

VOORREDE

koningen , door de ongodsdienstvjheid der 'joddeloozen, zijn gewikkeld geweest.

De icetenschap, door eenigen voortgang opgeblazen, had al hare krachten in gespan) ten , om aan zich zelve genoeg ie zijn, en om zich andere grondslagen te zoeken , dan die der openbaring, en deze zelfs te leur te stellen: maar eindelijk bewijze,i de geleerde ongeloovigen van Frankrijk aan Duitschinncl, en de geteerde onge-loovigen quot;m Duitschland aan Frankrijk, Europa aan Azië, het Oosten aan het Westen, dat de wetenschap niet verder gaat dan de tijd, noch de daadzaken kan trotseeren. noch de leering, door de openbaring daarge-steld, kan. bezwalken noch schenden!

Deze uitkomst is bewonderenswaardig en oefent eenen overgrooten invloed uit. Bovennatuurlijke, onwederlegbare en talloozr daadzaken, treffende getuigenissen van ons Geloof en van de goddelijke bezorgdheid om het te ondersteunen en in stand te houden, hebben krachtdadig 'medegewerkt om ze weder te brengen, en komen nog dagelijks de aandrift vermeerderen. Onder deze daadzaken kunnen wij niet nalaten aan te halen degene , welke men verschuldigd is aan de nieuwe godsvrucht tot de medal je der heilige Moeder Gods, die zelve deze eenvoudige oefening heeft willen aanwijzen, als een onderpand . dat er een vloed van genaden en weldaden uit hare alvermogende handen zou stroomen.

Zie hier nu een hulpmiddel van eenen anderen aard. Ken boek, geschikt om de versteendste harten te vermurwen, komt, even als in het begin des Christendoms, door het berouw bekeeren, en het kruis aan het hart prediken. Sedert jaren brengt het Duitschland in beweging. Geloovigen en ongeloovigen lezen etx herlezen het: het neemt de harten in, treft en doordringt het diepste der zielen. Zij openen zich in groote menigte voor lt;eene vurige godsvrucht en velen keeren tot de waarheid weder. Wij zijn nogtans verre van aan dat boek een gezag te willen toekennen, hetwelk alléén de heilige Bladen verdienen, noch aan hetzelve hoegenaamd, een gezag toe te schrijven. Het is aan de Kerk alléén cm hierover te oordeelen. Het zou dan eene vermetelheid zijn, het ah eene openbaring aan te zien, ofschoon het den Ileere somtijds heeft behaagd zijne grootheden aar. de armen van geest, aan de ootmoedig en des Evangelies te open-

(gt;

ocr page 11

VOOR DE XIEUWI-: UITGAVE.

haren. Maar unj vermennen het te mogen rangschikken onder de andere bijzondere hewij-en van het aandenken van Hem, die ons in zijne 'tanden geschreven heeft, ten einde ons nimmer in onze gevaren te vergeten. Ja, na eenen zoo uitmuntenden luister, zonder dat er eenige kerkelijke afkeuring heeft plaats gehad, na het onderzoek en de lofspraak van zoovele godgeleerden, na het nieuwe onderzoek, waaraan het voor deze tegenwoordige uitgave is onderworpen geworden, mag men geloonen, dat dit verhaal noch het werk der verbeelding, noch de ingeving van satan is. Koesteren wij dan het betrouwen, dat God, in zijne barmhartigheid, er een middel van zaligheid en van vernieuwing voor velen van heeft willen maken.

l-.en dusdanig boek kon niet vreemd blijven aan ons Vaderland, hetwelk een grond is van godsvrucht en vurigheid , maar tevens een grond, waarin het onkruid, de distels en doornen onophoudelijk met volle handen gezaaid worden.

Sedert lang bezit Frankrijk de vertaling van gemeld boek, en plukt heter de overvloedigste vruchten van. Ken J'ranschman, hoogst aanbevele})swaardig door zijne godsvrucht, kunde en wetenschappen, doch wiens naam de zedigheid onn betel ie noeihen , maakte het voornemen, zijnen landgenooten dit nieuwe voedsel van geloof, hoop en liefde mede te denlen. Zijne vertaling is gemakkelijk, van eenen eenvoudigen en sierlijken stijl; zij kondigt eenen verdienstelijken letterkundige aan, die met de hoog-duitsche taal zeer rertrouiv i Is. Wij hebben hem bijna letterlijk gevolgd, met dit merkwaardig onderscheid, dat in onze intgave de menigvuldige achterlatingen bijgevoegd en hersteld zijn, welke men in die van Frankrijk aantreft.

In dit opzicht hebben wij deze uitgave uit een ander oogpunt beschouwd. Wij hebben gemeend het werk in zijn geheel gansch volledig te moeten geven, in hetzelve met nauwgezetheid, voor zoo veel men daar in heelt kunnen gelukken, door al de tinten von een zoo hooi/ godsdienstig belang te behouden. Overigens heeft eene andere beweegreden van christelijke voorzichtigheid, onze aandacht waardig, ons daartoe aangespoord: Hod heeft niet toegelaten, dat al de uitdrukkingen zelve van de zuster Kmmerich ons altoos zouden toekomen-, zij heeft noch geschreven, noch voorzegd. M. Brentano heeft hare

7

ocr page 12

8 VOOUREDE VOOR DE NIEUWE UI TG A \ E,

woorden, zoo veel hel hem mogelijk was,hi houden, maar Inj heelt dikwijls van het Nederdaitsch moeten overbrengen en opstellen. Hoe zeer wij ook overtuigd zijn van de recht zinnigheid, godsvrucht en rechtschapenheid van hel hart dezes vromen mans, hij zou nogtans, zonder er aan te ticij-felen , cenc.n misslag in zijne opstelling he'ihen kunnen begaan, zoo in de daadzaken als in het verhaal der gedachten en uitdrukkingen. Zoo dit hem gebeurd was, zon het mogelijk kunnen zijn, dat eene achterlating juist een deel betrof, waarin hij gemist had. Alsdan zoude)/ de bevoegde rechters hun vonnis niet met eene volmaakte ken.lis run zgt;ken kunnen vellen. Sa is niets aan hun onderzool: onttrokken.

M. Brcntano was een der heste letterkundiqen van Duitschland. Getrouw aan de onderneming, waartoe de eerbied waardigste kerkelijke overheden hem hebben aangespoord. heejt hij zijne letterkundige loopbaan verlaten, waarin 'hij tot eene hooge vermaardheid zou geraken, zoo hij zijne dichtstukken in het licht gaf, en hee t zich van de wereld afgescheiden, om de ooergroole stoffen te rangschikken, welke hij uit den mond der zuster Emmerich verzameld heeft; want zij heelt met dezeljde bijzonderheden de drie jaren der prediking van onzen Heer Jezus Christus en zelfs geheel zijn leven verhaald. En zoo men weet, hoe groot getal boekdeelen men ervan zou kunnen maken, wanneer men zich het gezegde van den Jl. Joannes XXI, '25, herinnert: ».le:us heelt nog «veel meer gedaan, en zoo men dit wijdloopig wilde be-«s hrijven, denk ik, dat de aarde de boeken met zou «kunnen bevatten, welke men zou moeten schrijven , zoo zullen ivj ten minste hopen, dat het helaiifirijkute deel dezer verzameling in hei licht zal worden yryeven.

ocr page 13

INLEIMNGr

KN

BEKXdPTE LEVENSSCHETS

VAN

ret.igieuzp:

BEU ORDK VAX DEN II. AUGUSTIXUS, IX HET KLOOSTER VAX DEN AGXKTEXBERG TE DULMKX, JX WESTFAI.EX.

ocr page 14

Stel mij als een zegel op uw hart, ais een zegel op uwen arm.

(BOEK DER GEZANGEN. V1U. 6.)

■

(!

V€

te:

Jïl

ocr page 15

IIM L E I m IM G.

jfipquot;! isscliieu zullen de volgende overdenkingen eene eervolle phiats onder vele sooj'tgelijke werken, die de vrucht zijn van de bespie-ö gelende lieftle tot .lezus, bekleedeti; maar zij maken hoegenaamd geene aanspraak op een kenmerk van geschiedkundige waarheid, dit willen wij hier plechtig verklaren. Zij kunnen eenvoudig gevoegd worden bij zoo veel tafereelen van het Lijden, door godvruchtige kunstenaars en schrijvers gemaakt: men moet er ten hoogste de overdenkingen van de vasten eener godvreezende religieuze in zien, ongekunsteld verhaal, en met eenvoudigheid, volgens hare verhalen geschreven, aan welke zij overigens zelve nimmer iets meer dan eene menschelijke waarde gehecht heeft, en die zij slechts, na langdurigen wederstand heeft medegedeeld , om aan de herhaalde bevelen der eerbiedwaardige bestuurders van haar geweten te voldoen, die haar onophoudelijk aanwakkerden om, in dit opzicht, voor de ■inwendige aandrift te wijken, welke zij gestadig gevoelde. Het is de graaf van Stollberg, ') die

t) De graaf van Stollberg is eene der roemrijkste •veroveringen, welke de katholieke Kerk op het pro-testantendom gemaakt heelt. Deze groote, deugdzame man is in 1819 gestorven. (Aanmerking van den verluier.)

ocr page 16

INLEIDING.

de kennis dezer religieuze aan den schrijver dezei regelen bezorgd heeft; de landdeken, Bernanlus Overberg, *) haar buitengewone bestuurder, en de Bisschop Michael Sailer, 1) die menigwerf haar raadsman en haar vertrooster geweest was, hebben haar aangespoord, om ons omslachtig te verhalen, al wat haar gebeurde; deze laatste, die haar heeft overleefd, stelde het levendigste belang in de opstelling en bekendmaking der bij haar genomen aanteekeningen. Deze doorluchtige overledenen, zaliger gedachtenis, waren in eene gestadige gemeenschap van gebeden met Anna' Catharina, welke zij, uit hoofde der uitstekende' genaden, die (jod haar bewees, lief hadden en eerbiedigden. De schrijver van dit boek heeft dezelfde aanmoedigingen in zijnen arbeid er. evne niet minder levendige overeenkomst van gevoelen gevonden in den laatsten Bisschop van Regensbnrg, Mgr. Witmann. 2) Deze Herder, door zijne bijzondere navorschingen en door zijne eigene ondervinding op de wegen der genade, betrekkelijk zekere in Jezus Christus verborgene zielen zoo-verlicht, nam liet levendigste deel in al wat

12

1

Siiiler, Bisschop van Regensburg, een der roemrijkste verdedigers van liet geloof in Uuitschland {Idem.)

2

Witmann, waardige opvolger van Sailer, een man van eene uitstekende heiligheid, wiens nagedachtenis in achting is bij al de ware katholieken, van het zuidere van Duitsehland. {Idem,.)

ocr page 17

INLEIDING.

Anna Catharina betrof; later, na onderricht te zijn van de werkzaamheden, welke de schrijver van dit werk ondernomen had, wakkerde hij hem sterk aan, hetzelve in het licht te geven: »Deze dingen zijn u niet vruchteloos medegedeeld, zeide hij liem dikwijls, God heeft hierin zijne inzichten. Doe er iets van kennen, dit zal aan vele zielen voordeelig zijn.quot; Bij deze aanwakkeringen voegde hij het voorbeeld van soortgelijke schriften, waarvan hij, gedurende zijne loopbaan, de nuttigheid voor zich en voor anderen erkend had. Jlij nam er genoegen in die bevoorrechte zielen het merg der heenderen van de Kerk te noemen, volgens de woorden van den H. Chrysostomus, medulla enim hujm mundi sunt homines sancti, en hij moedigde de uitgave hunner levens en schriften, zooveel mogelijk aan.

])e schrijver van dit werk, door eenen wehvil-lenden vriend bij liet sterfbed van dezen heiligen bisschop gebracht, kon niet verwachten door dezen erkend te worden , omdat hij langen tijd te voren slechts eenige oogenblikken met hem gesproken had: de stervende groette hein nog-tans vriendelijk, spoorde hem niet toegenegenheid aan, om zijn werk, ter verheerlijking van God, te voltrekken, en gaf hem zijnen zegen. Door zulke achtenswaardige overheden aangemoedigd , willigen wij het verzoek in van vele godvreezende vrienden, door de volgende overwegingen op het smartvol lijden van Jezus Christus in het licht te-

13

ocr page 18

INLEIDING.

-14

geven, volgens ilie arme religieuze, aan welke üod de genade bewees, nu eens eenvoudig, natuurlijk, onwetend als een kind; dan weder klaarziende, schrander, vol doorzicht en lieldhat'tigen ijver te zijn, maar steeds zich zelve vergetende, sterk in Jezus Christus, gegrondvest in de volmaaktste ootmoedigheid en de volkomenste verloochening van zich zelve. — Onder voorbehoud van later hare uitgebreide levensbeschrijving te geven, voegen wij bij dit werk slechts eene korte schets van hetzelve.

ocr page 19

^TtriT^TiTtTiTlTfTiT#

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

VAN

ANNA CATHAR1NA EMMERiCH.

(êA^ima Catliar-ina Emmeridi, de docliter van lier-nardus lünniericii, en van Anna Hillers, be-hoeftigedocligodvreezende landbouwers,werd geboren den 8 September 1 774, in het gehucht Flamske, op een tialf' uur afstand van Coesfeld, eene stad van liet Bisdom Munster; zij ontving liet IJ. Doopsel in de Kerk van den 11. Jacobus te Coesfeld. Hare kindsheid had veel betrekking oji die van de eerwaardige Anna Ganzias van don 11. Üartholomeus, van Dominica del Paridiso en eonige andere bespiegelende zielen van den boe-renstand, die het medelijden van God jegens het menschdom ondervonden. Gedurende al den tijd, dat zij zich herinneide bestaan te hebben, had zij steeds een geheel bijzonder geleide en bescherming genoten. Haar beschermengel verscheen haar onder de gedaante van een kind: de goede Herder kwam met haar in den tuin en in het veld spelen, en hielp de kleine, behoeftige herderin, aan welke hij zich zeiven als een herdertje vertoonde. De heilige geschiedenis werd haar van hare kindsheid af, gedurende het gansche jaar, in verschijningen van verschillenden aard, geleerd. J)e Moeder Gods, de Koningin des Hemels, kwam tot haar op het veld, als eene vrouw vol schoon-

ocr page 20

BEKOPTE LEVENSSCHETS

lioid, zoetheid en majesteit; zij verzekerde tuuir van hare teederheid en bescherming; zij gaf haar raad en vermaningen , en geleidde het goddelijk kind tot haar , ais om in hare spelen te deeleti. Heiligen handelden op dezelfde wijze, en kwamen niet genegenheid de bloemkransen halen, welke zij voor hunne feestdagen vlocht. liet kind was over dit alles minder verwonderd, dan als eene vorstin met haar hof zich alzoo tot haar zon vernederd hebben. Later verwonderde zij zich daar ook niet over, want de onschuld stelde voor haar veel innigere betrekkingen daar n et Jezus Christus, zijne Moeder en tie Heiligen, dan zij er met de spraakzaamste en minnelijksle onder de personen van de groote wereld kon stellen. De namen van vader, moeder, broeder, bruid, schenen hare wezenlijke betrekkingen tusschen God en den menscli uit te drukken, omdat het eeuwige Woord zich eene Moeder op aarde verkozen had, om onzen broeder te worden , en deze titels waren geene ijdele woorden in hare oogen.

Nog kind zijnde, sprak zij met alle eenvoudigheid over hetgeen zij gezien had , en de goede menschen, die haar omringden, aanhoorden hare verhalen v.m de heilige geschiedenis met verwondering, maar daar zij zich somtijds, dooi' hunne ondervragingen en bemerkingen ontsteld bevond, begon zij stilzwijgend te worden. In hare natuurlijke eenvoudigheid vermeende zij, dat het niet betaamde van zulke dingen te spreken; dat anderen zwegen over hetgeen hun van dien aard overkwam; dat men weinig behoorde te spreken , slechts ja en neen, (jeloojd zij Jezus Christus enz, moest zeggen. Al wat haar getoond werd, was zoo klaar, zoo helder , zoo heilzaam , dat zij geloofde , dat hetzelfde ook aan alle christelijke kinderen te beurt viel; de anderen, die daarvan niet spraken

16

ocr page 21

VAN ANNA CATItARINA EMMERICH.

isclienen haar meel' ljesclici;]en en beter opgevoed, on zij zweeg stil om hun gelijk te zijn.

Van hare teederste jeugd at', had zij gestadig uene bijzondere gaaf, welke men hier en daar ontmoet in de levensbeschrijvingen van de H. Sibillina van Pavië, Ida van Leuven , Ursula van Henincasa en van verscheidene andere godvruchtige zielen, namelijk de gaaf' van te onderscheiden wat goed of kwaad, heilig of niet heilig, gezegend of vervloekt is in de stoffelijke of geestelijke dingen. Nog een kind zijnde, bracht zij van het veld heilzame planten mede , waarvan de kracht haar alleen bekend was, en zij plantte die in de nabijheid barer woning, of van de plaatsen, alwaar zij gewoon was te werken en te bidden ; daarentegen roeide zij, rondom dezelve, alle vergiftige kruiden uit , vooral die , welke gebruikt werden in bijgeloovige oefeningen en tooverij. Als zij op eene plaats kwam, waar vroeger groote zonden bedreven waren, ontwaardde zij zulks, vluchtte, of bad en deed boetvaardigheid; zij erkende op dezelfde wijze de gezegende en geheiligde plaatsen, zij gevoelde zich (laai- gelukkig en dankte God. Wanneer een priester, zelfs op eenen grooten afstand van hare hut of van de plaats, waar zij hare kudde hoedde, voorbijging om de christelijke leer te gaan onderwijzen, of het allerheiligste Sacrament naar een zieke te brengen , gevoelde zij zich naar dien kant getrokken , zij liep derwaarts, knielde op den weg, voor zijne aankomst, neder, vroeg met aandrang zijnen zegen of aanbad het heilig Sacrament des Altaars. Zij onderscheidde de geheiligde en ontheiligde voorwerpen ; zij gevoelde eene soort van ongemak en terugstoo-ting op de plaatsen, waar de grafsteden der Heidenen waren, terwijl zij aangetrokken werd tot de beenderen der Heiligen, gelijk het staal tot den

17

ocr page 22

■1 8 !!F.Kx|ïgt;Tr: IJCYF.NSSCIIETS

zeilsteen. De overblijfselen der Heiligen erkende zii zoo o-oed, dat zij niet slechts onbekende bijzonderheden van hun leven verhaalde, maar zelfs de geschiedenis van de overblijfselen, die naai' werden aangeboden, en de verschillende plaatsen, alwaar zij gerust hadden. Zij had gedurende geheel haar leven de innigste en censtemmigste gemeenschap met de zielen in het vagevuur: al bate werken, al hare gebeden hadden die zielen tot voorwerp : menigmaal gevoeldezij zich ter harer hulp ge

roepen, en zij ontving de hardroerendste ven oani ngen wanneer zij die vergat. Nog een jong meisje zijnde, werd zij dikwijls door eene menigte zielen uit haren slaap opgewekt, en door de guurste winternachten volgde zij barrevoets, met die zielen, den kruisweg, die naar Coesteld geleidt, ter lengte van ten minste twee uren. Van hare teederste jaren af tot aan haren dood toe, hield zij met op 'de zieken te vertroosten, de wonden en zweren te verzorgen en te genezen; en het weinige wat zij bezat, aan de behoeftigen int te deelen. Ai] was bijzonder feeder van geweten : de gei ingstc overtreding bedroefde haar zoo zeer, dal zij ziek werd, de zonde scheen haar te dooden, de ontbinding was voor haar als eene verrijzenis.

\l de gaven, welke zij ontvangen had, beletten haar niet alle bezigheden te verrichten zelfs de moeielijkste eener jonge boerin van haar lautl, zonder dat zij de aandacht barer gezellinnen bijzonder opwekte. Dit was misschien omdat een zekere graad van voorzeggende doordrinqennheui in baar land niet zeldzaam was. Kr zijr op verschillende plaatsen personen, door het volk Gtcker )

-1) Van het Nederduitsch woord Gieken, waarmede het hoogduitsch woord Gucken of Sehen, overeenkomt; in liet Hollandsch; Zien.

ocr page 23

VAN ANNA CATIIARINA EMMERICH.

genaamd, die sterfgevallen, liuwelijken, legertocli-ten vooruitzien, die dikwijls door de gebeurtenissen bewaarheid worden. Van hare eerste kindsheid af, maakte zij van den slaap en het voedsel slechts zoo veel gebruik, ais volstrekt noodzakelijk was. Eiken nacht bracht zij verscheidene uren door in het gebed; in den winter zelfs, ging zij menig-werf, in de opene lucht, op de sneeuw neder-knielen : zij sliep op planken , kruisgewijs op de aarde gelegd, /ij at en dronk hetgeen de anderen niet meer wilden: de beste stukken werden voor de behoeftigen en de zieken bewaard, en wanneer zij niet wist aan wie dezelve te geven , offerde zij die , met oen kinderlijk geloof aan God , hem biddende die mede te deelen aan iemand, die dezelve meer noodig had , dan zij. Wanneer er iets te hooren of te zien was, dat geene betrekking had op God of op den Godsdienst, vermeed zij, onder eenig zedig voorwendsel de plaats, wer-waarts de anderen liepen, of zoo zij zich aldaar bevond, wendde zij de oogen af en stopte zij hare ooren. Zij was gewoon te zeggen dat alle nutteloosheid eene zonde is, en dat, wanneer men iets soortgelijks aan do uitwendige zinnen onttrok, men het honderdvoudige in het inwendige leven wedervond, even als het snoeien de wijngaarden en fruitboomen vruchtbaarder maakt. Hetgeen bijzonder opmerkenswaardig is in de geschiedenis van haar leven, is eene reeks van zinnebeeldige gezichten, die aan elkander gehecht waren, die haar overal, van hare teederste jeugd af vergezelden, en waarin het doelwit van haar leven, de middelen om daartoe te geraken, hare pijnen, hare gevaren, hare aanstaande strijden, haar in gelijkenissen werden vertoond.

In liaar zestiende jaar wekte het gelui der klok van het klooster der Annonciaten te Coesfeld, op

19

ocr page 24

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

20

zekeren dag, dat zij inet hare ouders en zusters op het veld werkte, haar inwendig verlangen van het kloosterleven te omhelzen, zoo hevig op, dat zij in bezwijming viel, en zij , nadat inen haar naar hare woning gedragen had, eene kwijnende ziekte had, die vrij lang duurde. In haar achttiende jaar ging zij naar Coesfeld, om bij eene naaister dit handwerk te leeren, en , na aldaar twee jaren te hebben doorgebracht, keerde zij bij hare ouders terug. Zij wendde veel pogingen .aan, om bij de Augustijneressen van Borken, bij de Trapistinnen van Darteld en bij de Clarissen van Munster aangenomen te worden, maar hare armoede en die dezer kloosters beletten zidllt;s. Nadat zij in den ouderdom van twintig jaren, 20 daalders (75 francs), welke zij met naaien verdiend had, uitgezuinigd had, ging zij met dat geld, — eenen waren schat voor eene arme boerin, — naar Coesfeld bij eenen godvreezenden organist, wiens dochter zij, tijdens haar eerste verblijf in de stad, gekend had. Zij hoopte, dat z.j. door het orgel te leeren spelen, het middel zon vinden om in een klooster opgenomen te worden. .Maar haar onwederstaanbaar verlangen van de armen te dienen, en van al te geven, wat zij bezat, liel haar geenen tijd over om de muziek te leeren, en in een weinig tijds had zij zich zoo van alles beroofd, dat hare moeder, eene vrouw van eene voorbeeldige liefdadigheid . genoodzaakt was van haar brood, eieren en melk te brengen voor haar en voor degenen, met welke zij dit deelde. Alsdan zeide de moeder tot haar: «Gij doet ons, uwen vader en mij. veel droefheid aan, door uwen wil van ons te verlaten, om naar het klooster te gaan , maar gij zijt altoos toch mijn dierbaar kind: wanneer ik te huis de plaats zie, waar gij nederzat, wordt mijn hart verbrijzeld, denkende

ocr page 25

VAN ANNA CATHARIN'A EMMERICH.

isters gij al uwe uitzuinigingen weg gegeven liebt,

1 van I''quot; 11 in llen grootsten nood bevindt: «doch, dat breng u wat, om u gedurende eenigen tijd te

haar voeden. En Anna Catharina antwoordde haar: «Dat ende i^01' ''et 11 wedergeve, mijne dierbare moeder. Het icht- ''s waar, dat ik niets meer heb, omdat het de wil eene jGods was, dat anderen door mij bijgestaan wer-daar dewijl ik liem alles gegeven lieb, is het aan

2 hem van zorg voor mij te dragen, en hij zal ons nquot;en 1 'illen wel weten te helpen.» Zij bleef, gedurende ijfde («enige jaren, te Coesfeld aan den arbeid, de goede

vail werken en het gebed, terwijl zij steeds hetzelfde . (inwendige geleide had. Zij was een buigzaam en Xa- 'stilzwijgend kind in de hand van haren Bescherm-, 20 ''quot;gel.

vei.. ()fschoon wij , in deze hare levensschets , vele djjt (genaden achterlaten, om ons met de belangrijkste, erin meest kenschetsende trekken, bezig te houden, is mist iel' nogtans eene omstandigheid, welke wij niet jf j,, , stilzwijgend mogen voorbijgaan. Omtrent haar vier . |lt,( jen twintigste jaar, ontving zij eene genade, welke i om l1'6 Heer, op deze aarde, aan verscheidene perso-jia.u. nea heeft vergund, die toegewijd waren aan eene , (e | meer bijzondere eeredienst van zijn smartvol Lijden, ljet 'om de lichamelijke en zichtbare pijn der smarten van zijn heilig hoofd in de kroning met doornen jjllpt, te kennen. Wij zullen hier hare eigene woorden eene aanhalen: «Bijna vier jaren voor mijne intrede in van het klooster, dus in 1798, bevond ik mij eens, haar teg011 den middag, in de kerk der Jezuïten van Als- Coesfeld, ik was nedergeknield op de galerij van ons, oi'gel, en bad vurig voor een Ghristus-

iwen beeld; terwijl ik in overdenking verzonken was, .[• t,. gevoelde ik plotseling eene doordringende en aanhaar 1 gename warmte, en ik zag mijnen hemelschen . „jj Hruidegom, onder do gedaante van eenen glans-ende J'Ü'ccn jongeling, van het altaar komen, alwaar het Smartvolle Lijden. 2

21

ocr page 26

BEKXOPTK LEVENSSCHETS

heilig Sacrament in het tabernakel was, en zich o-evoi

voor mij plaatsen; in zijne linkerhand had llij na ei

een bloemenkrans, en in zijne rechter eerie door- de ki

nenkroon : Hij bood mij deze beide ter verkiezing wij i

aan. Ik nam de doornenkroon, llij zette mij die Pasit

op het hoofd, en ik drukte dezelve met beide mijne 1617

handen daarin: alsdan verdween Hij, en ik kwam van

tot niij zelve, terwijl ik eene hevige pijn rondom daan

mijn hoofd gevoelde. Ik moest aanstonds daarna ' omst

de kerk verlaten, welke men ging sluiten. Eene ver

mijner vriendinnen, die naast mij nedergeknield bij

was, moest iets van mijnen staat gezien hebben: voorl

te huis gekomen zijnde, vroeg ik haar of zij geene meri

wond aan mijn voorhoofd zag, en sprak haar, in om i

algemeene bewoordingen, van mijnen droom en te d

van de geweldige pijn, welke ik sedert gevoelde. van

Zij zag toen niets uitwendigs en was ook niet cioe

verwonderd over hetgeen ik haar zeide, omdat II

zij wist, dat ik mij somtijds in zulken staat be- zen,

vond, zonder dat zij er nogtans de inwendige jong

aangelegenheid van besefte. Den volgenden dag jiuli

waren mijn voorhoofd en de slapen van mijn hoofd /jj i

tot do wangen toe zeer gezwollen, en ik leed ver- haai

schrikkelijk. Deze pijn en deze opzwelling kwamen ving

dikwijls terug en duurden somtijds geheele dagen schc

cn nachten. Ik bemerkte geen bloed om mijn heb

hoofd, dan wanneer mijne gezellinnen mij zeiden vooi

van eene andere muts te nemen, omdat de mijne klee

vol roodvervige vlekken was. Ik liet er haar over dag

denken hetgeen zij goed vonden, en schikte mijn nice

kapsel zoodanig, dat ik het bloed, dat uit mijn Voo

hoofd vloeide, gelukkig bedekte; ik deed dit tot liep

in het klooster, alwaar eene religieuze het be- noe

merkte, die getrouw het geheim bewaarde.» wel

Verscheidene andere godvruchtige aanbidders mei

van het smartvol lijden van onzen Heer Jezus mal

Christus, hebben de genade ontvangen van de mei

■22

ocr page 27

VAX ANNA CAT I lAIilN'A EMMERtCll.

gevoelige pijnen der doornen kroon mede te lijden, na een soortgelijk gezicht of verschijning, waarin de keus van twee kronen hun wierd aangeboden: wij zullen slechts de H. Catharina van Senen, en Pasithea van Crogis, Clarisse van dezelfde stad, in Kil 7 gestorven, aanhalen. In al de ondervindingen van dezen aard, bieden zich gestadig dezelfde gedaanten aan, met eenige veranderingen, oji de omstandigheden toepasselijk. Overigens, de schrijver dezer bladzijden heeft verschillende malen, bij dag en van zeer nabij, het bloed op het voorhoofd en aangezicht van Anna Gatharina Emmerich, in genoegzame hoeveelheid zien vloeien, om den doek, waarmede haar bals omwonden was, te doordringen. Hij is er even zoo zeker van, als van het zweet, hetwelk hij menigmaal van zijn eigen gelaat heeft voelen afdruipen.

Haar wensch, om het kloosterleven te omhelzen, werd eindelijk verhoord. De ouders eener jonge dochter, welke de Augustijneressen van Duimen verlangden te hebben, verklaarden, dat zij niet zouden toelaten, dat hunne dochter bij baar kwam, tenzij zij tevens Anna Catharina ontvingen; het arme klooster stemde er in toe, ofschoon moeielijk, uit hoofde van hare volstrekte behoefte. Op den DJ November 1802, acht dagen voor de Presentatie der H. Maagd, ontving zij het kleed der nieuwelingen. De kloosters van onze dagen beproeven den roep der nieuwelingen niet meer met de strengheid der oude regels; maar de Voorzienigheid voorzag hierin voor haar, door zware beproevingen, waarvoor zij zich niet dankbaar genoeg kon toonen. Moeielijkheden en ontberingen, welke men zich zeiven alleen, of in vereeniging met anderen, oplegt, om God te verecren, zijn gemakkelijk om te dragen; maar het kruis, dat het meest gelijk is aan dat van Jozus Christus, is, van

23

ocr page 28

KEKNOI TE LEVENSSCHETS

zonder te morren en met liefde, beschuldigingen, van

beleedigingen en onrechtvaardige bestraffingen aan Waa

te nemen. God liet toe, dat zij, gedurende haar Waa

proefjaar, op deze wijze, zonder dat de wil van nitw

iemand daar eenig deel in had, onderworpen werd opvi

aan al de strengheid, waardoor eene wijze mees- il^zc

teres der nieuwelingen haar, ten tijde van de /aai

grootste strengheid der orde, zon beproefd hebben, toon

Later leerde zij, onder dit opzicht, ook nog veel denl

aan hare medezusters als aan werktuigen van God tors

voor hare zaligheid verschuldigd zijn: maar dewijl iiart

geene school des kruises zoo noodzakelijk was aan droc

hare vurige ziel, dan deze, droeg de irleer zorg late

voor haar, gedurende haar geheel leven, daarin jioq]

te laten, en opdat zij dezelve niet zou verlaten, pen

vestigde hij haar in dezelve, door middel der tee- Uwa

kenen van zijne heilige wonden, en met haar, als nen

om haar boeten op te leggen, van de mogelijk- ,iacl

ht'id te berooven van natuurlijke spijzen te gebrui- ycrl

ken, opdat zij, dooi' een voorwerp van ergernis lt;lat

voor velen te worden, tot aan het graf en mis- zirh

schien tot na den dood beschuldigd, gslasterd en mal

met verachting bespot zou blijven. — God zij over vim

alles en in alles geloofd! \

Hare gesteltenis in het klooster was, onder ver- heil

scheidene betrekkingen, allerpijnlijkst. Geene harer zag

medezusters, geen priester, geen geneesheer kon nak

haren staat begrijpen. Zij had zeer wel geleerd o-ee

de wonderbare gaven te verbergen, welke zij ont- plas

vangen had, tijdens zij onder de landlieden ver- stil;

bleef; maar het kon nu alzoo niet zijn, terwijl zij sch

in gestadigen omgang was met eene menigte re- wei

ligieuzen, die ongetwijfeld braaf en godvruchtig geli

waren, maar wier nieuwsgierigheid steeds aan- op

groeide en die, opzichtens haar, misschien ook met ma;

eene soort van geestelijke afgunst bezield waren. arli

De toenmalige zeer bekrompen geestvermogens iet;

24

ocr page 29

VAN ANNA CATIIARINA EMMERICH.

van dat klooster, en de volkomene onwetemllieifl, waarin men zich bevond, van de verschijnselen, waardoor liet inwendige leven der ziel zich op liet uitwendige kan vertoonen, veroorzaakten haar eene opvolging van kwellingen, des te pijnlijker, omdat deze verscliijnselen zich bij haar onder den zeld-znamsten en ongemeensten vorm overvloedig vertoonden. Zij hoorde al de gesprekken, al de verdenkingen , zelfs aan liet andere einde des kloosters, tegen haar gericht: zij doorgriefden haar hart even als zoo vele scherpe schichten. Zij verdroeg alles met geduld en liefde, zonder iets te laten blijken van al wat zij wist. Meer dan eens noopte de liefde haar. om zich te gaan nederwer-pen aan de voeten van deze of gene zuster, die kwalijk tegen haar gezind was, en om haar wee-nende vergiffenis te vragen. l)ien ten gevolge verdacht men haar, dat zij aan de deuren luisterde: verborgene haat werd menigwerf ontdekt, zonder dat men wist op welke manier, en men gevoelde zich in hare tegenwoordigheid niet op zijn gemak, en van eene onwillekeurige ongerustheid bevangen.

Wanneer de regel der orde, die voor haar eene heilige wet was, in eenig punt verwaarloosd werd, zag zij, in den geest, al deze nietvervullingen en nalatigheden, en somtijds, door den inwendigen geest gedreven, verscheen zij plotselings op de plaats, waar de regel, door liet verbreken der stilzwijgendheid, door ijdele gesprekken, of door schending van de gelofte van armoede, overtreden werd, en zij haalde, zonder do meening daartoe gehad te hebben, de plaatsen dos regels aan, die op de omstandigheden betrekking hadden. Dit maakte haar lastig aan degene, die zich veronachtzaamden , en hare aankomst had voor deze iets van de verschijning van oenen geest. God

25

ocr page 30

ÜKKNÜPTK LEVKXSSCHETS

liail liaar do gaat' ilor tranen in eo.'ien Imogen graad vergund; zij bracht dikwijls geiieele uren in de kerk door, terwijl zij tranen voor God stortte over de zouden en de ondankbaarheid der men-schen, over de verdrukkingen der Kerk, over de onvolmaaktheden der vergadering en over hare eigene gebreken. Maar deze tranen van eene verhevene meêdoogendheid kon niemand 1 eseflen, dan Hij, voor wien zij die stortte; de menschen schreven die toe aan eene grilligheid, aan ontevredenheid en aan andere soortgelijke oorzaken. Haar biechtvader had haar bevolen dikwijler dan de anderen tot het II. Sacrament des Altaars Ie naderen, omdat haar vurig verlangen naar dit geestelijk voedsel haar meer dan eens schier den dood had veroorzaakt. Deze gesteltenis harer ziel wekte de afgunst op, en somtijds hield men haar voor eene schijnheilige.

Men verweet haar ook menigmaal de gunst, welke men haar bewezen had, van haar onwetende en arme boerin, in het klooster aan te nemen. JJe gedachte, dat zij alzoo voor anderen eene gelegenheid van zonde werd, viel haar allersmartelijkst, en zij hield niet op, van God te bidden, dat hij haar zelve de straf' zou doen dragen van dit gebrek aan liefde jegens hem. Kort daarna viel zij in eene zware ziekte, die op Kerstdag van het jaar 1802 met eene lievige pijn, rondom het hart, begon. Deze pijn verliet haai' niet meer, zelfs toen zij hersteld was, en zij verdroeg die in stilte tot in 'ltSl!2, wanneer zij, in opgetogenheid, op de plaats, waar zij dezelve gevoelde, het uitwendige teeken van een kruis ontving, zoo als zulks latei' zal verhaald worden. Hare zwakheid en gebrekkige gezondheid deden haar aanzien als meer ten laste, dan nuttig te zijn aan het klooster, hetwelk niet geschikt was, om de welwillendheid op-

ocr page 31

VAN ANNA CATHARIXA EMMKRICII.

ziclilens liaar te venneerrlnren; allijil arbeidde en diende zij, zonder het moede te worden, zij lieminde al hare zusters, en was nimmer zoo gelukkig als op dit tijdstip van haar leven, hetwelk zij in ontberingen en wederwaardigheden van allen aard doorbracht.

Den 13 November 1803, in haar 28ste jaar, sprak zij hare plechtige geloften uit, en werd zij de Bruid van Jezus Christus, in het klooster van den Agnetenberg, te Duimen. »Toen ik mijne belofte uitgesproken had, zeide zij, toonden mijne ouders zich opnieuw vol goedheid jegens mij. Mijn vader en mijn oudste broeder brachten mij twee stukken lijnwaad. Mijn godvruchtige doch strenge vader , die , benevens geheel mijn familie , met tegenzin mij het kloosterleven had zien omhelzen, had mij op het oogenblik onzer scheiding gezegd, dat hij volgaarne mijne begrafenis zou betalen, maar niets geven zou voor het klooster; hij hield zijn woord: dit lijnwaad was het baarkleed mijner begrafenis in het klooster.quot;

Welke zorg zij ook droeg, om den vloed van genaden, waarmede God haar inwendig overstroomde, te verbergen, gaf de verrukking eener bruid van Jezus Christus, dronken van eene heilige liefde, aan haar geheel wezen echter eene edelheid, welke geene verootmoedigingen haar konden ontrooven. Zij zegt zelve hierover; ik dacht niet aan mij . maar alleen aan Jezus Christus en aan mijne heilige geloften ; mijne medezusters verstonden mij niet , en ik kon haar den staat niet uitleggen, waarin ik mij bevond. Ik gevoelde mij in dien staat verzonken, nogtans heeft God haar vele genaden verborgen, welke Hij mij geschonken heeft, anders zouden zij van mij het verkeerdste denkbeeld hebben gehad. Ondanks al de smarten »!ii pijnen, was ik inwendig nimmer rijker; mijne

'27

ocr page 32

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

28

ziel was overstroomd van geluk. Ik had in mijne-col eenen stoel zonder zit, en eenen anderen zonder leuning, eti nogtans was zij voor mij zoo vol, zoo prachtig, dat ik menigwerf geloofde den gan-schcn hemel daarin te zien. Des nachts, door de liefde en de barmhartigheid van God getrokken, stortte ik mij dikwijls uit in vurige woorden, vol van eene liefdevolle gemeenzaamheid. zoo als ik gewoon was het van mijne kindsheid af te doen; men bespiedde mij en ik werd beschuldigd quot;an onbetamelijkheid en vermetelheid Jegens God. Eens gebeurde het mij van te antwoorden, zonder het te willen, dat het mij nog vermeteler scheen het Lichaam des Heeren te ontvangen, alvorens zich alzoo gemeenzaam met hem onderhouden te hebben, en ik werd streng berispt. Te midden van dit alles leefde ik in vrede met God en ai zijne schepselen. Wanneer ik in den tuin werkte, kwamen de vogelen tot mij , zij zetten zich op mijn hoofd en op mijne schouderen neder, en wij zongen te zamen den lof des Heeren. Ik zag mijnen Beschermengel steeds aan mijne zijde, cn ofschoon de booze geei^t mij zocht aan te vallen , te verschrikken en mij op allerlei wijze te mishandelen,, werd het hem niet toegelaten, mij bijzonder te hinderen. Nooit ontbrak mij bescherming, hulp . noch inwendige raadgeving. .Mijn verlangen naar liet allerheiligste Sacrament was zoo onweder-staanbaar, dat ik mijne cel dikwijls des nachts verliet en mij naar de kerk begaf, zoo dezelve open was , of ik bleef zelfs in den winter, met uitgerekte armen en in verrukking, aan de deur of bij de muren nedergeknield of ter aarde geworpen. De kapelaan des kloosters, die zoo vriendelijk was van vroeger te komen, om mij de heilige Communie uit te reiken, vond mij in dezen staat; maar zoodra hij naderbij kwam en de kerk

ocr page 33

VAN ANNA CATHARINA EMMERICH.

opende, kwam ik tot mij zelve, begaf mij met haast tot de H. Tafel en vond aldaar mijnen Heer en mijnen üod. Toen ik met de bediening van kosteres belast was, gevoelde ik mij dikwijls plotseling als opgetogen, ik zweefde omboog en bleef op verhevene plaatsen in de kerk, op het lijstwerk ea uitstekken van het metselwerk, waarop het onmogelijk scheen menschelijker wijs te geraken.. Alsdan zuiverde en schikte ik alles. Het scheen mij , dat ik altoos weldoende geesten boven mij had, die mij ophieven, ondersteunden en hielpen. J)it ontstelde mij niet, want ik was daaraan van mijne kindsheid af gewoon; nooit was ik langen tijd alleen, en wij deden alles schoon en vriendschappelijk te zamen. Het was slechts onder zekere menschen, dat ik mij alleen bevond, zoo ver, dat ik daarover weende als een kind, dat naar huis wilde keeren.quot; ■— Wij laten vele andere merkwaardige verschijnselen van haar verrukkend en opgetogen leven achter, terwijl wij den lezer slechts aanraden, hetgeen wij zooeven verhaald hebben te vergelijken rnet het leven der H. Magdalena de Pazzi, met wier staat die van Anna Catharina, op dat tijdstip, veel overeenkomst had. Wij gaan nu over tot hare ziekten.

Daar zij van een teeder gestel en zwak van lichaam was, had zij zich van hare kindsheid af aan verstervingen. vasten, waken en nachtgebeden in de opene lucht overgegeven; voeg hierbij den zwaarsten arbeid in het veld , in alle getijden des jaars en de vermoeienissen van den bijzonderen en ongemeenen staat, waarin zij zich schier onophoudelijk bevond, /ij ging voort niet in het klooster, in den tuin en in het huis te werken, terwijl haar geestelijken arbeid en lijden steeds aangroeiden, zoodat het niette verwonderen is, dat zij dikwijls ziek was; maar hare ziekten

29'

ocr page 34

HF.KXOPÏE LEVENSSCIIETS

30

liadden nog ecne andei'e oorzaak. Wij licbbcn door nauwkeurige en dagelijksche opmerkingen , gedurende vier jaren, door onze eigene ondervinding en ook door vreesachtige bekentenissen, welke zij niet kon weigeren te doen , vernomen, dat gedurende geheel haar leven en vooral toen zij in het klooster woonde (werkzaamste tijdsti|gt; van haar geestelijk leven), een groot gedeelte der ziekten welke zij onderstond , voortkwamen doordat zij het lijden van anderen op zich nam. Nu eens vroeg zij de ziekte van iemand, die met geen geduld wist te lijden en verlichtte zij dezen van al zijne kwalen ot' van een gedeelte derzelve, door ilie op zich te nemen; dan, eenige zonden willende boeten, ot' een einde stellen aan eenig lijden, gaf'zij zich aan God over, en de Heer, die haar oll'er aannam , liet haar die boete in vereeniging met de verdiensten van zijn Lijden toe, door eene ziekte, die betrekking had op de zonde, welke zij wilde uitwisschen. Zij had dan ziekten te ondci -gaan , die haar eigen waren , kwalen , welke z;j van anderen overnam , zekere smarten, om de fouten van anderen uit te wisschen, zelfs de kwalen en verzuinienissen van liet eene of andere gedeelte der christelijke gemeenschap, en zeer dikwijls verschillende pijnen van voldoening voor de zielen des vagevuurs. Al dit lijden scheen in haar als eene eigene ziekte, met de meest tegenovergestelde en veranderende voorteekenen, en onder dit opzicht was zij aan den geneesheer overgegeven , die met zijne aardsche wetenschap , de kwalen, die haar leven waren, poogde te genezen. Zij zeide daarom: )gt;De rust in het lijden heeft mij steeds den verkieselijksten staat voorden inensch geschenen. De Engelen zelf zouden ons die'.i benijden, zoo de afgunst geene onvolmaaktheid was. Maar om voordeelig te zijn, moet men het lijden

ocr page 35

I

VAN AXXA CATIIAR1NA EMMERICH. 31

met gcilnlil en erkentenis, ile vertroostingen en liiilpiniddelen , die ten onpas en op onbekwamen

Itijd gegeven worden en alle verder gewicht en tijd gegeven worden en alle verder gewicht en last van het kruis aannemen. Ik Kende zelve mijnen staat en mijne gesteltenissen niet volkomen, noch waarop zij betrekking hadden. Ik aanvaardde mijn ( lijden in den geest, en moest het lichamelijk be-strijden. Ik had mij geheel tot brandoffer aan mijnen hemelschen Jinndegom gegeven; zijn heilige wil werd .......ij volbracht, doch ik 'bevond

mij in deze wereld, alwaar er eene aardsche schikking en wijsheid is, welke ik te jnijnen opzichte ronder morren moest laten handelen. Wanneer ik zelfs mijnen staat geheel gekend en den tijd en het vermogen gehad had, om dien uit te leggen, zou er niemand geweest zijn, die mij zou hebben kunnen begrijpen. Een geneesheer vooral zou mij als geheel zinneloos aanzien en zijne kostbare eii pijnlijke hulpmiddelen verdubbeld'hebben. Ik heb alzoo gedurende mijn geheel leven en voornamelijk in het klooster, door ton onpas toegediende hulpmiddelen, veel geleden. Menigwerf'. wanneer ze mij in mijn uiterste gebracht hadden, had God medelijden met mij en zond Hij mij eenige bovennatuurlijke hulp, die mij genas.quot;

Vier jaren voor de vernietiging van haar klooster ging zij naar Flamske een bezoek van twee dagen bij hare ouders alleggen. Terwijl zij zich aldaar bevond, ging zij eens gedurende verschei-A dene uren voor liet wonderkruis, achter het altaar der kerk van den IJ. Lambertus, te Coesfeld, nederknielen en bidden. Zij vroeg aan God den vrede en de eendracht voor haar klooster, bood Hem, tot dat einde, het smartvol Lijden van Jezus Christus aan, en bad Hem, vol van eene teedere overeenkomst met en genegenheid tot het Lijden ^ des gekruisteu Jezus, van haar een deel van het-

1

ocr page 36

BK KOPTE LEVENSSCHETS

32

zelve te doen ondergaan. Sedert dat gebed waren hare handen en voeten gestadig brandend en vol smarten : zij liad als eene aanhoudende koorts, welke zij do oorzaak gelooide te zijn van al die pijnen ; want zij durfde niet denken, dat haar gebed verhoord was. Somtijds bevond zij zich in de onmogelijkheid van te gaan, en de pijn van hare handen liet haar niet toe zekere werkzaamheden te verrichten, welke zij anders in den tuin deed. Zij zeide: »toen ik, een weinig tijds voor de vernietiging van het klooster. God te midden dier pijnen bad, mij onze fouten te doen kennen en mijne inwendige smarten te verzachten , oiit-ving ik meer dan eens en duidelijk dit antwoord, in de tegenwoordigheid van het heilig Sacrament: Dat mijne genade u genoeg zij! Helaas, hen ik u dan niet genoeg'?quot;

Den 3 December 1811 werd het klooster vernietigd 1) en de kerk gesloten. De religieuzen verspreidden zich toen naar alle oorden. Am a Catharina bleef behoeftig en ziek. Eene mede-doogende dienstmeid van het klooster diende haar uit liefde. Een oud, uitgeweken priester, die in het klooster mis las, bleef ook bij haar. Deze drie personen, de armste der vergadering zijnde, verlieten het kloosterlijk huis eerst in de lente van 1812. Zij was nog zoo ziek, zoodat men haar slechts met moeite kon overbrengen. De priester vond een klein verblijf bij eene arme weduwe der plaats; Anna Catharina had in hetzelfde 'mis een klein, slecht kamertje, gelijkvloers, waa-van ile vensters op de straat uitzagen. Zij leefde daar, altoos arm, tot in den herfst van 1812, innig met God, en onbekend aan de wereld. Hare vervoe-

1

Onder de regeering van Jerome Bonaparte, koning van Westfalen. {Aanmerking van den vertaler.)

ocr page 37

VAX ANNA CATHARINA EMMERICH. 33

ringen in liet gebed, en den geestelijken handel, welken zij met de onzichtbare wereld onderhield, waren nog menigvuldiger geworden. Zij was op het punt tot eenen staat geroepen te worden, welken zij zelve niet wel kende, en voor welken zij niets (leed, dan zich met gelatenheid aan Gods wil over te laten. Het behaagde den Ueere, omtrent dien tijd, haar maagdelijk lichaam te tee-kenen met de teekenen der wonden van zijn kruis en zijne kruisiging, den Joden eene ergernis en ileu Heidenen eene dwaasheid, en liet eene en het andere voor velen die zich Christenen noemen. Zij had den Zaligmaker van hare teederste jeugd af gebeden , zijn heilig kruis diep in haar hart te drukken, opdat zij zijne liefde voor de rnenschen nimmer zoude vergeten; doch nooit had zij aan eenig uitwendig toeken gedacht. In de wereld verstoeten, bad zij deswege vuriger dan ooit. Op den 28 Augustus, feestdag van den II. Augustinus, patroon harer orde, zag zij, terwij! zij in haar bed, waarin de ziekte haar weder-liield, in opgetogenheid vervoerd en met uitgestrekte armen dit gebed stortte, aan de rechter zijde, van boven tot zich komen een schitterenden jongeling, zoo als haar hemelsche Bruidegom haar gewoonlijk verscheen, en deze jongeling maakte met de rechter hand over haar lichaam bet tee-ken van een gewoon kruis. En er bevond zich inderdaad van dien tijd af, een teeken op den opperbuik, gelijk aan een kruis. Dit teeken had de kleur van eene bloem, envie genaamd, en was gevormd van twee strepen, die kruiselings over elkander, omtrent drie duim lang en een halve duim breed waren. Later kwam het vel op die plaats dikwijls op, alsof het gebrand was, liet scheurde open, en er vloeide een vocht uit zonder kleur en in zoo groote hoeveelheid, dat soms ver-

ocr page 38

BEKN'OPTE LEVENSSCHETS

scheidetie lakens doordrong. Langen tijd was zij zonder te ontwaren wat het was, en dacht, dat zij slechts sterk zweette. De hijzonderc beteeke-nis van dit tecken is nooit herkend geweest.

Eenige weken later viel zij. terwijl zij hetzelfde gebed stortte, in eene opgetogenheid en zag dezelfde verschijning tot zich naderen eti haar een klein kruisje, ter hoogte van drie duimen en van gedaante, zooals het latei' in de verhalen van het Lijden omschreven wordt, aanbieden. Mot vurigheid nam zij het aan, drukte het sterk aan haar hart en gaf het daarna weder. Zij zeide, dat dit kruis zacht en wit was als was; maar zij wist vooreerst niet, dat zij er een uitwendig toeken van behouden had. Weinig tijds daarna, toen zij met het jonge dochtertje harer waardin naar den tuin van eene oude kluis, nabij Duimen, was ge-gegaan, werd zij plotseling opgetogen en verloor hare bewustheifl; later bij zich zelve gekomen zijnde, werd zij door eene boerin, naai' hare woning teruggeleid. Daar de stekende pijn, welke zij aan de borst gevoelde, op dat tijdstip vermeerderde, zag zij de verschijning van een kruis, ter lengte van drie duimen, dat op het horstbeen scl leen gehecht te zijn en roodverwig door het vel doorscheen. Deze verschijning had zij aan eene religieuze, aan welke zij verkleefd was, medegedeeld en hierdoor begon men veel van hare wondere gesteltenis te spreken. Op Allerzielendag, ('en 'i November IHDi. ging zij voor de eerste maal uit; zij ging voetje voor voetje en met moeite naar do kerk. Van dat tijdstip af tot het einde des jaars, scheen zij steeds op het punt te zijn van te sterven, en ontving zij de laatste heilige Sacramenten. Op Kerstdag verscheen er boven aan hot kruis, dat op hare borst was, een klein bijvoegsel van dezelfde gedaante, zoodat het nu

ocr page 39

VAN ANNA C ATI FARINA EMMERICH.

een (kibbel gespleten kruis verbeeldde. In het begin vloeide uit dit kruis, door eeue dikke streep van kleine openingen ol'zweetgaten, eiken woensdag, met eenige lichte veranderingen, bloed, zoo dat men op papier het geheele afdruksel daarvan konde nemen.

Later had dit eiken vrijdag plaats. In 1814 werd dit bloedige zweet zeldzamer: het kruis was eiken vrijdag slechts vuurrood. Er vloeide daarna echter nog bloed uit, bijzonder eiken goeden vrijdag, maar men lette hierop niet meer. Op den 30 Maart 1821 zag de schrijver dezer regels dit kruis schitterend rood en op alle punten bloed uitwasemende. In den gewonen staat, was dit kruis zonder kleur en niet zichtbaar dan van nabij, ter breedte van omtrent twee liniën, door kleine openingen of kloven van het vel, zoo als door sterke vorst gewoonlijk veroorzaakt worden. De vloeiing van het bloed was in dit deel der borst voorafgegaan van eene groote warmte; een roode kleur, van ongeveer ecu duim breedte, vertoonde zich onder het vel; zij werd veroorzaakt door het bloed, dat rondom het kruis aandrong, en verdween zoodra het bloed vloeide. Soortgelijke indrukken van het kruis hebben nog andere personen in opgetogenheid ontvangen, onder welke Catharina de liaconis, Marina de Ivscobar, Emilia iiicheri r Juliana Falconieri, enz. enz.

In de laatste dagen van 1812 ontving zij in haar lichaam de teekenen van de wonden des Zaligmakers. (tSliymatisatie.) Op den 29 December omstreeks drie ure des namiddags, bevond zij zich in haar kamert je, zeer ziek en bedlegerig, maar met uitgestrekte armen en in opgetogenheid. Zij overdacht het Lijden onzes Heeren, en, door de diepste deelneming bewogen, smeekte zij Hem om met Hem te mogen lijden. Zij bad vijfmaal het Onze

35

ocr page 40

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

Vader, ter eere van de vijf wonden, zij verdubbelde bare vurigheid en gevoelde zich geheel verlangend jiaar het lijden van Jezus: haar aangezicht was rood en vlammend. Zij zag alsdan een licht, dat tot haar nederdaalde, en onderscheidde in hetzelve de schitterende en als levendige gedaante van den gekruisigden Zaligmaker, wiens wonden even als vijf lichtgevende brandpunten straalden. Haar hart was krachtdadig door droefheid en vreugde bewogen, en, op het zien der heilige wonden , werd haar verlangen, om met den lieer te lijden, zoo uiterst hevig dat het haar scheen, dat hare medegevoeligheid uit hare handen, hare voeten en uit hare rechter zijde tot de wonden van dat verschijnsel opvloog. Alsdan schoten er, eerst uit elke der wonden van de handen, daarna uit die der voeten en eindelijk uit die der rechter zijde drievoudige bloedroode stralen, die pijlsge-wijze uitgingen en hare handen, voeten en rechtcr zijde kwamen treffen. De drie stralen der zijde waren meer uiteen verspreid, en eindigden gelijk het punt eener lans. Zoodra zij dooi' dezelve getroffen was, sprongen er druppelen bloed op de plaatsen der wonden. Nog langen tijd bleef zij bewusteloos, en toen zij tot zich zeiven kwam, wist zij niet wie hare uitgestrekte armen nedergebo-gen had. Met verwondering zag zij het bloed, dat uit den palm harer hand vloeide, en gevoelde hevige pijnen aan de voeten en in de zijde, liet dochtertje harer waardin was in hare kamer gekomen, zij had hare bloedende handen gezien en zulks aan hare moeder verhaald; deze, geheel ongerust, vroeg haar, wat haar overkomen was, en Anna Catharina bad haar, er niet van te spreken. Na het ontvangen der teekenen van de wenden, gevoelde zij, dat eene verandering in haar lichaam had plaats gehad: de loop van liet bloed scheen

ocr page 41

VAN ANNA CATHAR1NA EMMERICH.

•eene andere richting genomen te hebben, en liet vloeide met geweld naar de teeketien der wonden. Zij zelve zeide, dat »dlt onuitdrukkelijk was.quot;

Wij zijn de kennis van de verschillende liier-voren verhaalde omstandigheden, aan een bijzonder toeval verschuldigd. Op den 15 December had zij eene omslachtige verschijning van al hetgene haar tot nu toe over komen was, maar op zulke wijze verbeeld, dat zij meende, dat het eene andere religieuze betrof, die hetzelfde als zij ondervonden had, en welke zij veronderstelde niet ver van daar te wonen. Zij verhaalde al deze omstandigheden met een levendig gevoel van medelijden, terwijl zij zich, zonder dat zij zulks voor zich zelve wist, diep verootmoedigde. Het was hoogst hartroerend, haar te hooren zeggen: sik moet niet meer klagen, ik heb hot lijden van die arme religieuze gezien; haar hart is met eene doornen kroon omgeven; zij verdraagt het met gelatenheid en met een lach op de lippen. Het is eene schande voor mij te klagen, want zij heeft een veel zwaarderen last te dragen dan de mijne is.quot;

Deze verschijningen, welke zij later erkende! hare eigene geschiedenis te zijn, vernieuwden zich herhaaldelijk, en het is door dezelve, dat men de omstandigheden van het ontvangen der teekenen van de wonden kende, welke zij anders nooit zoo omstandig zou verhaald hebben; want zij sprak, uit ootmoedigheid nimmer van dezelve, en wanneer hare geestelijke overheden haar vroegen, ■waarvan die wonden voortkwamen, antwoordde zij ten hoogste: »ik hoop, dat zij van God komenquot;. De beknoptheid, welke wij ons hebben opgelegd, laat ons niet toe , hier over het ontvangen der teekenen van de wonden in het algemeen te spreken. Men kent in de katholieke Kerk een groot aantal godvruchtige personen die, sedert den H.

Smartvolle Lijden. 3

37

ocr page 42

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

Franciscus van Assisië, dezen graad van beschouwende liefde tot Jezus, die de verhevenste uitdrukking is van de vereeniging met en deeling in zijn lijden, en door de godgeleeide Vulnus divi-nnrn , Placja amoris genoemd wordt, bereikt hebben. Ten minste zijner vijftig gekend. Veronica Guiliani, van de orde der Capucijneressen te Citta di Castello, in 1727 overleden, is van dit getal de laatste, die heilig verklaard is, welke heiligverklaring op den 26 Mei 1831 heeft plaats gehad. Hare levensbeschrijving, te Keulen in 1810 in het licht verschenen, geeft eene beschrijving van den staat dergenen, die de teekenen der wonden ontvangen , welke staat in vele opzichten op onze Anna Catharina betrekking heeft. De meest bekenden dezer personen, die in onze dagen geleefd hebben. zijn de Dominicaner-nonnen Colombn Schanolt, in 1787 te Bamberg gestorven, Mag-dalena Lorger, overleden te Hadamar in 1800 en Rosa Sena, die te Ozieri in Sardinië, in 1801 de teekenen der wonden ontving; Josephina Kntnr van AVollrau , van het klooster van Wezen, bij liet meer van Wallenstadt, in Zwitserland, die in 1815 leefde , behoorde ook tot die klas van personen , maar wij herinneren ons niet wel , ot zij de teekenen der wonden ook had.

Toen Anna Catharina niet meer kon gaan no' li bet bed verlaten, kwam het spoedig zoo ver, dat zij geen voedsel meer nam; aldra kon zij i.iet* meer nuttigen dan water met een weinig wijn, en daarna slechts water alleen, somtijds, doch zeer zelden, het sap uit eene kers of eene pruim geperst; alle ander vast voedsel, in hoe geringe hoeveelheid zij het ook nam, braakte zij met geweld wederom uit. Deze onmogelijkheid van voedsel te nemen, of liever deze bekwaamheid van langen tijd te leven, zonder ander voedsel dan

ocr page 43

VAN ANNA CATI1ARIXA EMMERICH. 39

•water, is, volgens het zeggen van kundige genecs-lieeren, niet zonder voorbeeld hij de zieken. De godgeleerden zullen menigwerf, in de levens van de bespiegelende godvruchtigen en vooniamelijk van de opgetogenen en van degenen, die de teekenen der wonden ontvangen hebben, vinden, dut verscheidene van deze, langen tijd bleven zonder ander voedsel dan het hemelsch limod in het allerheiligste Sacrament des Altaars. Wij zullen, onder vele anderen, aanhalen den H. gt;\icolaas van Fine, de II. I.idwina van Schiedam , de H. Ca-tharina van Senen, de IJ. Angela dc Folligni, de li. Louisa van do Hemelvaart, enz. enz.

Al deze wonderbare verschijnselen, die zich bij Anna Catharina openbaarden, bleven verborgen, zelfs voor degenen die het meest nabij haar

t, , waren, tot den 25 Februari 1S13, toen het toeval die aan eene oude gezellin van het klooster i der zieke, bekend maakte; op het einde van Maart

sprak er de gansche stad van. Op den -13® dcr-i zelfde maand onderwierp de geneesheer der plaats

j haar aan een onderzoek; hij werd, tegen zijne

i verwachting, van de waarheid overtuigd, bijstelde

een schriftelijk verslag op van hetgeen hij gezien j had, en werd en bleef tot haren dood toe, haren

geneesheer en vriend. Op den 28° der evenge-

i melde maand zond de geestelijke overheid van t Munster eene Commissie van onderzoek tot haar. k De zieke won, bij die gelegenheid, de welwiilend-

ii beid van hare overheden en de vriendschap van r wijlen den landdeken Overberg, die haar, van dien

tijd af, jaarlijks met een bezoek van verscheidene e dagen vereerde, en de bestuurder van haar ge

weten en haar vertrooster bleef. De geneeskundige raadsheer van Druffel, als geneesheer hij dit ii onderzoek tegenwoordig, hield niet op haar te

u eerbiedigen. Hij deed, in 1814, in h«t genees-

ocr page 44

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

kundig dagblad van Salzburg, een uitgebreid verslag der wonderbare verschijnselen, bij Anna Catbarina opgemerkt. Den 24 April kwam de heer Garnier, algemeen Fransch politiebeambte, van Munster om baar te zien; bij liet zich op/ichtens haar een verslag doen, en na vernomen te hebben, dat zij niets voorspelde, noch over de staatkunde sprak, verklaarde hij, dat de politie zich met haar niet had te bemoeien. In IS-iG sprak hij er met veel eerbied en aandoening te Parijs nog van.

Den '22 .luli 1813 kwam Overberg haar' bezoeken met den graaf van Stoilberg en zijne familie. Gedurende twee dagen bleven zij bij haar. Stoilberg betuigde in eenen brief, sedert verscheidene malen herdrukt, aan de gravin S.... de waarheid der wonderbare verschijnselen, bij Anna Catbarina opgemerkt, en maakte zijnen diepen eerbied voor baar bekend. Zoo lang hij leefde, bleef l ij haar vriend, en zijne familie liet nooit na zich iii hare gebeden aan te bevelen. Den '19 September 181:3 bracht Overberg de dochter van de prinses Galitzin , in 1806 overleden, bij haar; zij bleven twee dagen en zagen met eigene oogen het bloed overvloedig uit de teekenen dor wonden vloeien. Deze vrouw van den hoogsten rang herhaalde haar bezoek , en toen zij prinses van Salm was geworden, bleef zij, benevens hare familie, in gestadige gemeenschap van gebeden met Anna Catharina. Vele andere personen van eiken stand ontvingen op dezelfde wijze vertroosting en werden bij haar smartbed gesticht.

Den 23 October 1813 bracht men haar in eene andere woonplaats over, die uitzicht had op eenen tuin. Men moest, om bij haar te komen, eenen wenteltrap opgaan. De gesteltenis van de arme religieuze werd van dag tot dag pijnlijker. De teekenen der wonden werden voor haar, tot aan

40

ocr page 45

VAN ANNA CAT1IARINA EJrMERICH.

41

haren ilood toe, eene bron van onuitsprekelijke smarten. Zij bepaalde bare gedachten niet bij de genaden, waarvan deze teekenen de ondubbelzin-nigste en onuitwisclibaarste blijken waren , maar deed die ten voordeele van liare ootmoedigheid keeren, door dezelve te aanschouwen als een zwaar kruis, waarmede zij , uithoofde barer zonden, beladen was. Haar zwak, ellendig lichaam moest zelf den gekruisten Jezus verkondigen. Het was zeer moeilijk, voor eenieder een raadsel, een voorwerp van verdanking voor het grootste gedeelte , van eerbied met vrees vermengd , voor velen te zijn, zonder in ongeduldigheid, gramschap of hoogmoed te geraken. Zij zou zicli gaarne voor de wereld verborgen hebben , maar de gehoorzaamheid verplichtte haar weldra zich aan het oordeel en de verschillende gevoelens van eene tallooze menigte nieuwsgierigen te onderwerpen. Alhoewel zij de wreedste smarten leed , had zij echter bovendien den eigendom van zich zelve schier verloren, en was zij geworden als iets, waarop eenieder meende recht te hebben van te zien en te beoordeelen, dikwijls zonder iemands nut, maar tot groot nadeel van hare ziel en lichaam, daar men haar van de rust en de ingetogenheid hc-roofde. De onbescheidene vorderingen, opzichtens haar, gingen zeer ver, en men zag eenen zwaar-lijvigen persoon, wien het zeer moeilijk viel den smallen wenteltrap op te klimmen, zich beklagen, dat deze religieuze , welke men voor het gemak van eenieder, op den grooten weg had behooren te plaatsen, in een vertrek bleef van zoo moeilijken toegang. In andere eeuwen ondergingen de personen, in dezen staat, in de eenzaamheid, het onderzoek der geestelijke overheid , en vervulden hunnen lastigen roep onder de bescherming van heilige kloostermuren ; maar onze arme vriendin

ocr page 46

BEK NOPTE LE VENSSCI IETS

•was uit liet klooster in de wereld gestooten, o|gt;

een tijdstip vol van hoogmoed, dorheid, onwetendheid en ongeloovigheid; met de kcmnorken des Lijdens van .lezus Christus begunstigd . moest zy haar bloedig kleed in het openbaar dragen voor nienschen, die nauwelijks aan de wonden van Jezus Chrisius zeiven geloofden, en veel minder dus aan degenen, die er slechts het afbeeldsel van waren. Alzoo was deze vrouw, die gedurende zoo vele uren van hare jeugd voor de beelden der smartvolle standplaatsen van Christus, of voor de kruisen op de openbare wegen gebeden had, zelve als een kruis op den grooten weg geworden, door den eenen versmaad en beleedigd, door eenen anderen met tranen van leedwezen besproeid, do or eenen derden als een voorwerp van kunde en wetenschap beschouwd, door de schuldelooze handen met bloemen versierd.

In 1817 kwam hare bejaarde moeder van haar dorp, om bij haar te sterven. Anna Catharina betuigde haar hare kinderlijke lietde door hare vertroostingen en gebeden, en met hare, van de teekenen der wonden voorziene handen , sloot zi) op den 13 Maart van hetzelfde jaar die oogen, welke zon trouw over hare kindschbeid gewaakt, en zoo veel moederlijke tranen voor haar gestort hadden. Het rijke erfdeel, hetwelk hare moeder haar naliet, was overvloedig genoeg voor de dochter, die het, op hare beurt, aan hare vrienden, in deszelfs geheelheid achterliet. Deze nalatenschap bestond in drie spreuken te weten: »Heer, dat uw wil, niet de mijne, geschiede. — Heer, verleen mij het geduld, en sla mij alsdan op eene strenge wijze. Zoo dit niet goed is om in den ]ngt;t ti» leggen, is het ten minste te goed om oet ei onder te stellen.quot; — De beteekenis van deze laatste spreuk is: »Zoo dit niet kan dienen voor voedsel,

ocr page 47

VAX ANNA CATIIAUINA EMMERICH.

kan men liet verbranden om de spijzen te doen koken; deze smart voedt mijn hart niet, maar, door dit geduldig te verdragen, kan ik liet vuur der liefde doen aangroeien, waardoor alleen dit leven verdienstig en nuttig wordt.quot; Zij herhaalde deze spreuken dikwijls, en dacht alsdan met erkentenis aan hare moeder. Haar vader was reeds vroeger overleden.

De schrijver dezer regelen kreeg eerst kennis van haren staat door een afschrift van den brief van Stollberg, hier boven aangehaald, en daarna door eenen vriend, die eenige weken bij de zieke had doorgebracht. In September 1818, werd hij door den Bisschop Sailer verzocht van zich naar den graaf van Stollberg, in Westfalen te begeven ; hij ging eerst bij dezen te Sondermülden. die hem aan den landdeken Overberg aanbeval, van wien hij eenen geleidbrief voor den geneesheer van Anna Catharina ontving. Zeer wel werd hij ontvangen ■en gaf haar zijn eerste bezoek, op den 17 September 1818. Zij liet hem toe van dagelijks, tot de aankomst van Sailer, eenige uren bij haar door to brengen, en betoonde hem reeds, van het eerste bezoek af, een zoo ongekunsteld en teeder betrouwen, dat nimmer iemand hem soortgelijk be-wezcn had. Zij erkende, ongetwijfeld, dat zij hem oene zeer kostbare, geestelijke aalmoes deed, met hem, zonder eenige wederhouding, de beproevingen. de ondervindingen, de vreugde, de droefheden en smarten van haar geheel leven te verhalen. Zij voegde er, zonder eenige aarzeling, de edelmoedigste gastvrijheid bij. omdat hij hare ootmoedigheid door geene overtollige bewondering stoorde. Zij opende hem geheel haar hart, met de welwillende barmhartigheid van eenen godvree-benden kluizenaar, die des morgens de vruchten ■en bloemen, welke den nacht, in zijnen tuin, heeft

ocr page 48

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

doen ontluiken, den vermoeiden reiziger aanbiedt, die, na van zijnen weg in de woestijn der wereld afgedwaald te zijn, denzelven bij zijne kluis we-dervindt. Daar zij gunscli aan God was, deed zij dit, als een kind des Heeren, zonder achterdocht, zonder mistrouwen, zonder bijzonder inzicht: God beloone haar daarvoor.

Haar vriend stelde dagelijks in schrift hetgene hij in haar opmerkte, of wat zij hem van haar in- en uitwendig leven verhaalde. Al hare wonderbare mededeelingen lieten, nu door de kinder-lijkste eenvoudigheid en oprechtheid, de zonderlingste diepzinnigheid, het uitgebreide en verhevene geheel voorgevoelen, dat zich later ontsluierde, toen het klaarblijkelijk werd, dat het verledene, het tegenwoordige en het toekomende, de heiliging, de ontheiliging, het gevoelen en het oordeel onophoudelijk voor hear en in haar een geschiedkundig en leenspreukig vertoog daarstelden, waarvan het kerkelijk jaar den grond, de verdeelingen en de vertooningen verschafte; want zoodanig was-de draad, die de gebeden en de smarten veree-nigde, welke zij als een brandoffer voor de strijdende Kerk opdroeg.

Op den 22 October quot;1818, kwam Sailer tot haar,, en toen hij opgemerkt had, dat zij in een achtervertrek eener herberg gehuisvest was en men onder haar venster het kegelspel speelde, zeide hij op die aardige en zinrijke wijze, die hem eigen was: »Zie, zie, dat is wel. dat moet wezen: de zieke religieuze, de bruid des Heeren, is in eene-herberg, boven het kegelspel, gehuisvest, gelijk de ziel van den mensch in zijn lichaam.quot; Zijne bijeenkomst met Anna Catharina was hartroerend: treffend was het, die twee van liefde tot Jezus Christus brandende harten, door de genade langs zoo verschillende wegen geleid, elkander aan den

44

ocr page 49

VAN ANNA CATHAR1NA EMMERICH.

voct van het kruis, waarvan de eene de zichtbare indrukking droeg, te zien ontmoeten. Des vrijdags, 23 October, bleefquot; Sailer bijna den ganschen dag alleen bij haar; hij zag het bloed uit haar hoofd, hare handen en voeten springen, en zij vond bij hem, opzichtens hare inwendige beproevingen, de prootste vertroosting. Door haar ondervraagd beval hij haar dringend aan, van alles, zouder wederhouding, aan den schrijver dezes op te geven, en verstond zich desaangaande met dezen en met den gewonen bestuurder van Anna Catha-rina. Met eene levendige ontroering was hij getuige van hare opgetogenheden, van hare onderwerping aan de geestelijke overheid, en van de wonderbare werking, welke de zegening der geheiligde zaken en reliquiën op haar uitwerkte. Na daartoe, in hoedanigheid van vreemdeling, de toelating van het bisschoppelijk gezag gekregen te hebben, hoorde hij hare biecht, gaf haar, op zaterdag den Si, de heilige Communie, en vervolgde zijne reis naar de verblijfplaats van den graaf van Stollberg. Van daar wedergekeerd, bracht hij, in het begin van November, nog eenen dag bij haar door. Hij was haar vriend tot aan den dood, bad altoos voor haar, en verzocht haar, in moeielijke omstandigheden, hare gebeden. De schrijver dezer regelen bleef tot in Januari; hij keerde in de maand Mei 1819 weder, en ging met zijne opmerkingen, bijna zonder tusschenpoozing,. voort tot den dood van Anna Catharina.

De godvreezende dochter bad God onophoudelijk, dat hij haar de uitwendige teekenen der wonden wilde ontnemen, uit hoofde der ontstoltenis-sen en vermoeienis, die er voor haar uit volgden, en haar gebod werd na zeven jaren verhoord. Op het einde van 1819 vloeide het bloed zeldzamer uit hare wonden, en hield eindelijk geheel op met

ocr page 50

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

vloeien: op den 25 December vielen er roven van de wonden harer handen en voeten, en men zag witte lidteekenen, die op de dagen, op welke het bloed eertijds vloeide, rood werden: de pijnen waren echter dezelfde gebleven. De indrukking van het kruis en de wonde der rechter zijde bleven altoos even als te voren zichtbaar, doch op eene onregelmatige wijze. Zij gevoelde steeds op bepaalde dagen, met mindere of meerdere hevigheid, het verschrikkelijk smartend gevoel eener doornen kroon rondom het hoofd. Zij kon alsdan haar hoofd op niets doen rusten, zelfs kon zij er met de hand niet aanraken, en bleef gedurende vele uren, somtijds geheele nachten, zittende in haar bed, door kussens in hare zitting ondersteund, bleek, zuchtende, gelijk een schrikverwekkend beeld van smarten. Deze staat eindigde altoos met ■eene min of meer overvloedige vloeiing van bloed rondom het hoofd; somtijds was alleen haar kapsel daarvan doortrokken, somtijds vloeide het bloed tot over haar aangezicht en hals. Op Góeden-Vrijdag, den 19 April 1819, openden zich en bloedden al hare wonden op nieuw, en gingen daarna de volgende dagen wederom toe.

Er werd, door geneesheeren en natuurkundigen, een streng onderzoek over haren staat gedaan: men stelde haar, tot dat einde, alleen in een vreemd huis, alwaar zij van den 7 tot den 29 Augustus 1819 verbleef; dit onderzoek, schijnt geen verder gevolg te hebben gehad. Men bracht haar den 29 Augustus naar hare woning terug, en zij werd opnieuw in hare vorige gesteltenis hersteld. Van dezen tijd af liet men haar, tot aan haren dood, met rust, eenige bijzondere verontrustingen en openbare beleedigingen uitgezonderd. Overberg schreef haar deswege de volgende woorden: » Wat is u persoonlijk wedervaren, waarover gij te klagen

4ü

ocr page 51

VAN ANNA CATHARINA EMMERICH.

hebt? Ik iloe deze vraag aan eene ziel, die niets zoo zeer verlangt, dan steeds meer aan haren iie-melschen Bruidegom te gelijken. Heeft men u niet veel zachter behandeld, dan men uwen Bruidegom bejegend heeft? Moet het u niet eene inwendige vreugd volgens den geest veroorzaken. dat men n geholpen heeft om aan hem gelijk-vormiger, en bijgevolg aangenamer te worden? Gij hebt vele smarten met Jezus Christus oudergaan, maar tot nu toe was de beleedigiug, in vergelijking, veel minder uw deel geweest. Bij de doornen kroon was noch de purpere mantel noch het spotkleed gevoegd geweest. Om te meer reden was er het geroep: dat hij sterve, kruisig hem! niet gehoord geworden. Ik twijfel niet, of deze gevoelens zijn ook do uwe. Geloofd zij Jezus Christus!quot;

Op Goeden-Vrijdag, den 30 Maart 1820, vloeide er op de gewone uren bloed uit haar hoofd, hare voeten eu handen. Iemand van die haar omringden, wetende dat men haar groote verlichting bezorgde door reliquiën bij haar te leggen, had aan hare voeten terwijl zij in bezwijming en bewusteloos was, een linnen doek geplaats waarin reliquiën gewonden waren, en liet bloed van hare voeten was tot aan dat lijnwaad doorgedrongen. Des avonds, toen men datzelfde lijnwaad niet de reliquiën op hare borst en op hare schouders legde, waarin zij bijzonder veel pijn leed. riep zij eensklaps in verrukking en in opgetogenheid uit; »Wondere zaak, ik zie daar mijnen hemelschen Bruidegom dood in zijn graf rusten, in hot aardsuhe Jeruzalem; hier zie ik hem levende in het hemel-sche Jeruzalem onder de Heiligen, die hem aanbidden, en in het midden dier Heiligen zie ik iemand die niet heilig is, eene religieuze: het bloed vloeit uit haar hoofd, uil hare zijde, hare

47

ocr page 52

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

handen en voeten, en de Heiligen staan boven hare lidmaten ■waaruit het bloed vloeit.quot;

Op den 9 Februari 1821 viel zij in eene opgetogenheid tijdens de begrafenis van eenen zeer godvreezenden priester: het bloed vloeide uit haar hoofd, alsook uit het kruis van hare borst. Een zekere persoon vond haar in dien staat en vroeg haar, wat haar deerde? Zij antwoordde glimlachende, en alsof zij uit eenen diepen slaap ontwaakte: »Wij bevonden ons bij het lichaam: ik heb de gewoonte niet meer van den kerkzang, en de De 'profundis heeft mij zoo zeer vermoeid.quot; Drie jaren later stierf zij op denzelfden dag. In 1821, eenige weken te voren, verhaalde zij dat haar gedurende haar gebed was gezegd geworden: ))üeef er wel acht op, gij zult op den wezenlijker. dag van het Lijden, en niet op den dag dit jaar in de kerkelijke tijdrekening aangeduid . te lijden hebben.quot; Inderdaad, op vrijdag den .3(1 Maart, viel zij dos voormiddags om tien ure buiten kennis; haar aangezicht en hare borst waren met bloed overgoten, haar lichaam scheen met kneuzingen overdekt, gelijk aan de teekenen van zweepslagen. Des middags was zij geweldig kruisgewijs uitgestrekt en hare bevende armen rekten zich schrikkelijk, tot ontwrichtens toe uit. Eenige minuten na twee uren, sprongen er druppelen bloed uit hare handen en voeten. Op Goeder-Vrijdag, den 20 April, bleef zij slechts in eer.e stille beschouwing: deze treffende uitzondering scheen een uitwerksel der goddelijke bescherming; want op het uur, dat hare wonden gewoonlijk bloedden, kwamen er kwaadwill'ge nieuwsgierigen, die haai' nieuwe verontrustingen en moeielijkheden wilden berokkenen, door in het openbaar te verspreiden hetgene zij gezien hadden, maar die tegen hunne verwachting, tot hare

48

ocr page 53

VAN ANNA CATHARINA EMMERICH.

rust medewerkten, met te zeggen dat zij geen bloed meer stortte.

Op den 19 Februari i, werd zij nog verwittigd, dat zij op den laatsten vrijdag van Maart en niet op Goeden-Vrijdag zou lijden, zoo zij nog in leven was, want zij worstelde al biddende tegen den dood. Dikwijls gevoelde zij eene stekende pijn op do plaatsen der wonden; op de vrijdagen van den 15 en 29 vloeide er bloed uit bet kruis dei-borst en uit de wonden der zijde. Al de teekenen der oude wonden werden zeer rood. Voor den 29 scheen bet baar menigmaal toe, dat een stroom van vuur van haar hart naar hare zijde afvloeide en door de armen en beenen naar de plaatsen der teekenen van de wonden, alwaar zich eene snelle beweging, eene roode kleur, ontsteking en druppelen zweet vertoonden, vergezeld van bet gevoel alsof het bloed er uit vloeide. Op donderdag den 28 des avonds, viel zij in eene diepe beschouwing op het Lijden, en bleef in dezelve tot iles vrijdags avond. Op gelijke uren vloeide ei-bloed uit de borst, het hoofd en de zijde: al de aderen der handen waren opgezwollen, de tee-kenen der wonden waren rood, en in het midden was een pijnlijk en vochtig punt, ofschoon het bloed niet vloeide. Het vloeide niet voor den 3 Mei, feestdag der ü. Kruisvinding, zoo als baai-voorspeld was. Ook had zij op dien dag, terwijl het bloed vloeide, eene verschijning der ontdekking van het ware kruis, door de H. Helena; zij meende in den put naast het kruis te liggen. Zij verloor des morgens veel bloed uit bet hoofd en de zijde, na den middag vloeide er minder uit de handen en voeten; het scheen haar, dat men op haar beproefde, of het kruis waarlijk dat van .lezus Christus was, en dat haar bloed er getuigenis van gaf.

49

ocr page 54

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

Op den 27 on 28 Maart 1823, Witten-Donder-dao- en Góeden-Vrijdag, had zij nog verscliijiiin-gen betrekkeliik liet Lijden, gedurende welke zij door al hare wonden met hevige smarten hloed stortte. Een vriend die bij de verscliyningen tegenwoordig was, drukte zijnen spijt uit, dat zij zich alzoo verlaten bevond. Gedurende die doodelijke smarten niet bij haar verstand zijnde, moest zij spreken en antwoorden op al hetgene haar klein huishouden betrof, even alsof zij vol kracht en gezondheid ware geweest, en ofschoon bijna stervende, deed zij het zonder morren. Dit was de laatste maal, dat haar bloed getuigenis van hare vereeniging met de smarten van Hem gat, die zijn bloed voor ons allen gegeven heeft.

De meeste der gedaanten van het geestelijk, opgetogen leven met betrekking tot het gebed, lt;le geestvermogens, het lijden en de werkingen waarvan gehandeld wordt in de levens en schril-ten van de 1111. Brigitta, üertrudis, Mechtildis. Hildegardis, Catharina van Senen, van Genua, van Boulogne, Colomba De Hieti, Lidwina van Schiedam, Catharina Vanini, Therezia van .lezus, Anna van den II. liartholorneiis, Magdalena de Pazzi, Maria Villani, Maria Buonomi, Marina de Escobar, Crescentia van Kaufbeuern en vele andere bespiegelende religieuzen, verklaren zich ook in de geschiedenis van het inwendige leven van Anna Catharina Emmerich. \^ij willen hierdoor slechts zeggen, dat haar denzelfden weg door God gebaand werd. .Heeft zij, geplaatst zoo als zij was, in moeie-iijke omstandigheden even als die heilige M'ouwen het doelwit bereikt? God alleen weet het: het past ons alleen van te bidden, dat het alzoo zij, en wij mogen het hopen. De lezers, die het opgetogen leven volgens i!e schriften van hen die het beleefd hebben niet kennen, zullen desaangaande

50

ocr page 55

VAN ANNA CATIIARINA EMMERICH.

inlichtingen vinden in de inleiding van Goeros tot de schriften van Henricus Suso, te Regenshufg in 1829 uitgegeven.

Dewijl ijverige Christenen, ton einde hun leven in eene gestadige godsdienstoefening te hervormen, in hunne dagelijksche werkzaamheden eene zinnebeeldige voorstelling zoeken om God te eeren en hem dezelve in vereeniging met de verdiensten van Jezus Christus opdragen, zoo moet het niet vreemd voorkomen, dat diegenen hunner die van hot werkzame tot een leven van lijden en beschouwing overgaan, hnnne geestelijke werken somtijds zien onder de gedaante dei- aardsche bezigheden, die weleer hun dagelijksch werk waren. De uitwendige werken, die hen vroeger bezig hielden en waarmede zij op eene zinnebeeldige wijze hun inwendig gebed deden overeenstemmen, worden van dan af dat gebed zelf. hetwelk zich op zijne beurt, in een uitwendig werk schijnt te veranderen. Eertijds waren hunne werken gebeden, nu zijn hunne gebeden werken; de vorm blijft dezelfde, liet is alzoo, dat Anna Catharina gedurende haar opgetogen leven, de reeks harer gebeden voor de kerk en voor alle soorten van noodwendigheden onder de gedaante van gelijkenissen zag, uit den landbouw, het hovenieren, het hoeden der kudde, het beroep van wever of naaister getrokken. Al deze werken vergaderden zich in scharen, volgens hunne beteekenissen, rondom de verschillende tijdstippen van het gewone of kerkelijke jaar, en werden onder de aanroeping en met ('e hulp der Heiligen van eiken dag vervuld, daarop gestadig de bijzondere genade van de feestdagen der kerk, die er mede overeenkwamen, toepassende. De beteekenis van dezen kring van gelijkenissen had betrekking met den ganschen werkzainen kant van haar inwendig leven.

51

ocr page 56

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

Een voorbeeld zal onze woorden ophelderen. Toen w

Anna Catharina, nog ecne jonge boerin zijnde, eenig „j onkruid uitroeide, bad zij God om het onkruid uit den

ukker der Kerk uit te roeien; wanneer hare han- ,\I

lt;len door netels gestoken werden, wanneer zij het ln

werk der onachtzame arbeiders moest overdoen, VEi

•droeg zij haren last en hare vermoeienissen aan w

■God op, en vroeg in den naam van Jezus, dat de st

Herders der zielen niet moede zouden worden, en l)e

geen hunner zou ophouden moedig te werken. Al- |.e

zoo werd haar handwerk een waar gebed. aa

Het volgende is een overeenstemmend voorbeeld )gt;£

van haar beschouwend en opgetogen leven. Zij zo

•was eens gedurende verscheidene dagen ziek en |,e

in eene bijna onophoudelijke opgetogenheid ge- zij

weest, gedurende welke zij dikwijls braakte, en lm zij maakte met de vingeren de teekenen van

demand, die kruiden uitrukt. Zij klaagde op zekeren |ic

morgen van eene stekende pijn en jeuking in de Soi

handen en armen, en toen men die van nabij zag, Wc

ontwaarde men dezelve geheel overdekt met aa

blaasjes op de opperhuid , gelijk aan die welke tiv

door het steken der brandnetels veroorzaakt wor- o-e

tien. Zij verzocht alsdan verscheidene personen he

barer kennis, hunne gebeden met de hare, tot en

eene zekere meening te vereenigen. Den volgen- de

den dag waren hare vingeren vol pijn en out- wa

stoken, even als na eenen overgrooten arbeid; de- om

■wijl men haar de oorzaak daarvan vroeg, antwoordde we

;zij: »Ach ! ik heb zoo vele netelen uit den wijn- tec

gaard moeten uitrukken: degenen, die cr mede vei

belast waren, trokken slechts den stam rif, en ik we

;moest met groote moeite de wortelen uit eenen wa

:steenachtigen grond rukkenquot;. Toen de onder- rei.'

vrager die onachtzame werklieden laakte, werd zij

hij geheel beschaamd, wanneer hij haar hoorde tee

antwoorden.: aOok gij waart onder het getal: de der,

m

ocr page 57

VAN ANNA CATHAR1NA EMMERICH. 53

werklieden, die slechts den stain der brandnetels uittrekken en de wortelen iaten staan, zijn diegenen, welke hunne gebeden onachtzaam doen!quot; Men wist later, dat zij voor verscheidene bisdommen gebeden had, die luiar, onder de gelijkenis van verwoeste wijngaarden, waarin moest gewerkt worden, aangetoond waren. De wezenlijke ontsteking iiarer handen gaf getuigenis van die zinnebeeldige uitroeiing der brandnetels, en wij hebben redenen om te hopen, dat de kerken, die haar aangeduid waren, eenige uitwerking van haar gebed en haren geestelijken arbeid gevoelden; want zoo hot waar is, dat de deur geopend wordt voor hen, die kloppen, moet liet vooral voor diegenen zijn, welke met zooveel aandrang kloppen, dat hunne vingeren er door gekneusd zijn.

Dusdanige terugwerking van den geest op het lichaam wordt dikwijls in het leven van zulke personen gevonden die aan de opgetogenheid onderworpen zijn, en zijn niet tegenstrijdig noch vreemd aan het geloof, lie H. Paula, zooals de II. lliero-nvmus schrijft, bezocht de heilige plaatsen in den geest, even alsof zij die lichamelijk bezocht had; hetzelfde gebeurde met de H. Colomba de l\ieti. en met de H. Lidwina van Schiedam, wier lichaam de kenteekenen dezer geestelijke reis droeg; het was alsof zij wezenlijk de reis gedaan had. Zij ondervond al de vermoeienissen van een moeilijken weg, zij was gekwetst aan de voeten en had er teekenen aan, die door de steenen of de doornen veroorzaakt schenen , eindelijk uitglijdende . verwekte dit haar eene verstuiking aan den voet , waardoor zij lichamelijk langen tijd leed. Op die reis begeleid door haren Beschermengel, hoorde zij hem zeggen, dat deze lichamelijke wonden een teeken waren, dat zij naar het lichaam en naar den geest was verrukt en opgetogen geweest.

Smartvolle Lijden. 4

ocr page 58

5-i BEKNOPTE LEVENSSCHETS

I

Soortgelijke lichamelijke kwetsuren zag men ook va liij Anna Catliarina, weinige oogenblikken nadat g( zij itie in hare verscliijning ontvangen had. Lidwina tic begon hare opgetogene i'eis onder het volgen van olt; haren lieschermengel naar de kapel dei' heilige- kc .Maagd, nabij Scliiedam. Anna Cathai'ina begon de df hare niet ook haren Engel te volgen, hetzij naar lt;k de naburige bidplaats barer woning, hetzij op dc den kruisberg van Coesfeld, hetzij eindelijk voor va het wonderdoende kruis dier laatstgenoemde plaats. H Zij deed, volgens hare verhalen, hare reizen naar da het heilige Land, door de meest tegenovergestelde nt wegen; somtijds zelfs ging zij rondom het land, wan- Ie: neer hare geestelijke taak znIks vorderde. Bij ai dere m reizen nam zij, om weder te keeren, eenen ge- tr heel tegenovergesteldeu weg dan dien, welken zij gc bij hare komst gevolgd I ad. In den loop barer di reizen van de woning tot de verst afgelegene lij landen, bracht zij hulp toe aan vele lieden, en w oefende jegens hen geestelijke en lichamelijke wei- va ken van barmhartigheid: dit gebeui'de menigmaal vv; in gelijkenissen. Na verloop van een jaar deed zij be denzelfden weg, zag dezelfde personen en verhaalde Jh hunnen geestelijken voortgang of bnnne herval- on ling. Al deze arbeid had steeds betrekking op de to Kerk of op het rijk Ciods hier op aarde. Het doel- zij wit dezer bedevaarten, welke zij dagelijks ii. den ee droom deed. was altoos het beloofde Land, hetwelk zij in al deszelfs bijzonderheden onderzocht, nii en zij nu in zijnen tegenwoordigen staat, dan in zij dien zag, in welken het zich in de verschillende Li tijdstippen van de heilige Geschiedenis bevond ; Ca want hetgeen haar van de andere personen van en dezelfde rangschikking onderscheidde, was de on- en gehoorde genade van de onmiddellijke aanschou- ba wing der geschiedenis van het oude en nieuwe zn Verbond, van de personen der heilige Familie, en ^e

ocr page 59

VAX ANNA CATHARINA £;JIMERICI[.

ik van al de Heiligen, naar welke liet oog van haren

vt geest zich wendde. Zij zag de beteekenis van al

ia de feestdagen van liet kerkelijk jaar, onder het

m oogpunt van den eeredienst en onder dat der ge-

i-e schiedenis. Zij beschouwde en verhaalde, dag voor ie dag, met omstandigheid beschrijvende en noemende ir de plaatsen , de personen , de feesten , de zeden. )p de onderrichtingen en de wonderwerken, de jaren jr van de prediking van Jezus Christus tot aan zijne s. Hemelvaart, ook de geschiedenis der Apostelen, ir daaronder begrepen , verscheidene weken na de ie nederdaling van den heiligen Geest. Deze verha-

ii- len hadden somtijds eene juistheid, boven al wat re men er van kon verwachten. Wij hebben er eenige e- trekken van verzameld en in de aanteekeningen cij gevoegd bij de bladzijden, die zullen volgen. Al er die verschijningen beschouwde zij niet als geeste-)e lijke genoegens barer ziel, maar zag er, eeniger-eu wijze, vruchtbare velden in, vol van de verdiensten r- van Jezus Christus, en die nog niet ontgonnen al waren geworden; dikwijls was zij in den geest zij bezig met de vrucht van deze ot' die smart des de Heeren voor de Iveik te vragen; zij smeekte God il- om de verdiensten des Zaligmakers aan zijne Kerk ile toe te voegen, die zijn erfdeel was, en waarvan jI- zij in zijnen naam, op eeue geheel onncozele en en eenvoudige wijze scheen bezit te nemen.

gt;1- Nimmer bracht zij hare verschijningen in het

it, uitwendige christelijke leven over, en nooit schreef

in zij aan dezelve eene geschiedkundige echtheid toe.

tie Uitwendig kende en geloofde zij niets dan den

d ; Catechismus, de gewone geschiedenis van het oude

an en nieuwe Testament, de Evangeliën van do zon-

m- en feestdagen en den kerkelijken almanak, die in

m- hare oogen, als doorziende, het rijkste en diep-

Ae zinnigste boek scheen; want hel bood haar. in

en eenige bladzijden, den leiddraad aan, waarmede zij

55

I

ocr page 60

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

den tijd doorliep, door van liet eenc geheim der verlossing tot het andere over te gaan, en dezelve met al de Heiligen plechtig te vieren, ten einde, in den tijd, de vruchten der eeuwigheid in te zamelen, die te bewaren en in haar pelgrimschap gedurende het kerkelijk jaar uit te deelen, opdat de wil van God op de aarde gelijk in den Hemel zoude volbracht worden. Zij had noch liet oude, noch het nieuwe Testament ooit gelezen, het is hierom dat zij somtijds, vermoeid zijnde van hare verschijningen te verhalen, zeide: «Leest dat in de H. Schrift.quot; En zij was verwonderd, wanneer zij vernam dat zulks er niet in vermeld was, daarbij voegende dat men in onze dagen altijd hoorde zeggen: dat men slechts de IJ. Schrift behoefde te lezen, dat alles zich daarin bevond, enz.

De ware taak baars levens was het lijden voor de Kerk en voor eenige barer ledematen , wier nood haar in den geest vertoond werd, of die hare gebeden verzochten, zonder te weten dat die arme zieke religieuze iets meer voor hen te doen had dan eenige Onze Vaders te bidden; vooral waren zij onbewust, dat al hunne geestelijke en lichamelijke smarten de hare werden en zij met geduld tegen de verschrikkelijkste pijnen te worstelen had, zonder evenals de beschouwende zielen van vroegeren tijd geholpen te worden door de een-stemmige gebeden eener kloosterlijke gemeenschap, la de eeuw waarin zij leefde, had zij geene andere hulp dan de geneesmiddelen van den geneesheer. Wanneer zij alzoo tegen smarten worstelde, welke zij in de plaats van anderen verduurde, wendde zij even als voorheen, toen zij in het veld werkte, hare blikken tot de daarmede overeenstemmende droefheden en tegenspoed der Kerk en voor eenen zieke lijdende, droeg zij hare smarten nog voor de geheele Kerk op.

56

ocr page 61

VAN ANNA CATIFARINA EMMERICH.

57

Ziehier nog een merkwaardig voorbeeld van dit algemeen medegevoel. Gedurende verscheidene weken zag men in haar al de kenteekens eener longtering in den hoogsten graad, eene verregaande ontsteking der long, zweet, dat geheel haar bed doordrong, scherpe hoest, aanhoudende opgeving van slijmen, aanhoudend lievige koorts; dagelijks verwachtte men haren dood , of veeleer wenschte men dien uithoofde van haar hevig lijden. Men merkte in haar eeneu vreemden strijd op, tegen eene groote gemakkelijkheid of helling tot gramschap. Als zij een oogenblik bezweek, barstte zij uit in tranen, hare smarten verdubbelden en zij kon niet meer leven zonder dat zij door hot Sacrament van boetvaardigheid verzoend was. Altoos moest zij strijden tegen eene afgekeerdheid, welke zij tegen iemand gevoelde, die reeds sedert jaren van haar verwijderd was. Zij was er steeds hopeloos over, dat deze persoon, met welke zij overigens verklaarde niets gemeen te hebben, altoos met allerlei soort van afgekeerdheid voor haar bezield was en zij weende bitter, in eene groote ontroering van haar geweten zeggende, dat zij niet wilde zondigen, dat men hare smart en droefheid op dezen of genen dag behoorde te zien en andere weinig verstaanbare dingen voor hen , die ze hoorden. Hare ziekte nam meer en meer toe, en men meende dat haar einde nabij was. Op dit oogenblik zag een harer vrienden dat zij zich plotseling oprichtte, zeggende: »Lees met mij de gebeden der stervenden.quot; Hij deed wat zij zeide, on zij antwoordde met eene sterke stem op de litanieën. Na een weinig tijds hoorde men het luiden der doodsklok en iemand kwam haar de gebeden vragen voor zijne zuster, die zooeven overleden was. Anna ' atharina vroeg met belangstelling naar de om-

ocr page 62

stiiiuligheden van hare ziekte en haren ilood en haar vriend hoorde de nauwkeurigste beschrijving van die longtering, waaraan Anna Catharina zelve leed. De overledene was eerst zoo lijdend en on-quot;■(Tust quot;-eweest, dat het haar scheen zicli niet tot den dood te kunnen voorbereiden; maar sedert veertien dagen had zij zich beter bevonden. Zij had zich met God verzoend, en wel vooreerst met iemand , tegen wie zij eenigen wrok gevoelde; eindelijk was zij, voorzien van de heilige Sacramenten en dooi' dienzelfden persoon bijgestaan, in vrede gestorven. Anna Catharina gaf eene aalmoes voor de begrafenis en de uitvaart. Haar zweeten, de iioest en koorts hielden op ; zij \yas als iemand die uitgeput is van vermoeienis, dien men verschoont en op een zacht bed nedergelegd heeft. Haar vriend zeide tot haar: »Tocn gij (looide doodelijke ziekte aangevallen werd , heett iae vrouw zich beter bevonden; haar haat tegen dien persoon was de eenige hinderpaal tegen hare verzoening met God. Gij hebt dien haat een oogenblik overgenomen, zij is verzoend gestorven , en thans bevindt jnj u in tamelijk goeden staat. Zijt gij nog geërgerd over die persoon? )gt;God behoede mij daarvoor . antwoordde zij , dit zou mij zeer onredelijk schijnen; maar hoe zou men niet lijden, wanneer slechts een lid van den vinger lijdt? Wij zijn allen één lichaam in Jezus Christus.quot; — Code zij dank, zeide haar vrend, gij hebt nu wederom wat rust gekregen. Zij glimlachte en zeide: »Dit zal niet lang duren, er zijn andere die mij wachten.quot; Alsdan keerde zij zich op hare legerstede om en genoot een weinig rust.

Weinige dagen later voelde zij grievende pijnen in al hare ledematen en al de teekenen van het borstwater openbaarden zich ; wij ontdekten de zieke, voor welke zij leed, en wij zagen het lij-

ocr page 63

VAN ANNA CATHAHINA EMMERICH.

•Jen van ileze plotseling verlicht of aanmerkelijk vei'ineerderd, naarmate dat van Anna Catharina verminderde of toenam. Gemakkelijk is het te begrijpen hoe overvloedig het lijden was in dezen ■staat. Alzoo bewoog de liefde haar om de ziekten en zelfs de bekoringen van anderen op zich te nemen, opdat deze. welke zij op zulke wijze te hulp kwam, zich gerust tot den dood zouden kunnen voorbereiden. Zij moest in stilte lijden om de ellende van haren evenmensch te verbergen, en tevens om niet als eene zinnelooze aangezien te worden; de hulpmiddelen der geneeskunde moest 2ij voor die ontleende ziekte, en de verwijtingen voor de vreemde bekoringen met gedidd aannemen: zij moest zich eindelijk onderwerpen, in de oogen der menschen boos en misdadig te schijnen. opdat diegenen, voor welke zij leed, voor de oogen van God bekeerd zouden zijn.

Op zekeren dag zat een diep bedrukte vriend bij haar; zij was in opgetogenheid en begon eensklaps kiid op te bidden: »Ü mijn goede Jezus! zeide zij, laat mij dien zwaren steen een weinig dragenquot;. Haar vriend verwonderde zich hierover en vroeg haar, wat haar deerde, sik bevind mij, antwoordde zij, op den weg naar Jeruzalem ; er is daar een arme man, die met moeite vooruit kan, omdat hij eenen zwaren steen op zijne borst heeft, die hem schier verplettert.quot; Daarna bad zij opnieuw: »Geef mij dien steen, gij kunt hem niet meer dragen, geef liem mij.quot; Aanstonds viel zij bewusteloos neder, als onder eenen zwaren last gedrukt. Haar vriend had den tijd niet om over deze bezwijking verschrikt te zijn , want hij gevoelde zijne boi'st op hetzelfde oógenblik ontlast van het hartzeer, dat hem drukte, en die door eene buitengewone tevredenheid opgevolgd werd. Maar toen hij haar in zulk eenen droevigen staat

59

ocr page 64

HEKNOPTE LEVENSSCHETS

zag cn liaar vroeg wat liaar fleerde, zag zij lieiu va

glimlachende aan en zeide: ik kan hier niet langer ze

blijven; arme man, gij moet uwen last wederne- za

men.quot; En dadelijk keerde al den druk van dien ec

man in zijn hart weder; wat haar betreft, toen m

zij tot haren vorigen staat was teruggekomen, her- m

nam zij in den geest hare reis naar Jeruzalem. re

quot;Wanneer in hare verschrikkelijke smarten de dc

onwetendheid dergenen die haar omringden, of za

lastige bezoeken haar geduld te zeer beproefden, au

vond zij vertroosting bij eene zachtaardige ge- kc

zellin. van welke wij reeds gesproken hebben. Het lu

was hartroerend om te zien hoe de onschuldige m

vogelen den vrede gevoelden, welken degene to

rondom zich verspreidde, die de kenmerken der m

verlossing op haar lichaam droeg. Wij hebbeit in Ki

hare kamer oenen vogel, welken zij had opge- vr

voed, zien treuren of zingen, volgens de gest el- ee

tenis van geest, in welken zi j hare gebeden stortte. ati

Zoo zij in bezwijming viel, viel de vogel van het ze

houtje; zoo zij tot haar bewustzijn terugkwam r on

hernam hij lladderend zijne vlucht. Men verwij- si:

derde hem van Anna Catharina, om haar te ver- hc

sterven, maar de slag trof' het vogeltje zoodanig, »il

dat het ervan stierf. Een tam gemaakte leeuwerik dc

gaf bewijzen van eene nog innigere genegenheid de

en medegevoel. Zonder de zieke eenigszins te zo

verontrusten , bevond hij zich dikwijls op het aa

hoofdeinde van haar bed, en vandaar groette hij on

gewoonlijk den opkomenden dageraad. l)eze vrees- lt;lt;lt;

achtige en zwakke vogel deed diegenen een soort ro

van oorlog aan, wier bezoeken zijne meesteres vo

lastig vielen; hij liep achter hen, pikte hen in de he

hielen en vloog hen zelfs in het aangezicht. Zoo tu

veel ijver deed hem op zekeren dag den dood in de

den schoorsteen der keuken vinden. ve

Wij zullen hier nog een merkwaardig voorbeeld nii

f)0

É

ocr page 65

VAN ANNA CATHARINA EMMERICH.

61

van liare geestelijke werkzaamheid aanstippen. Op zekeren morgen gaf zij aan eenen vriend een zakje met roggemeel en eieren, en duidde liem een klein huisje aan, waarin eene borstzieke vrouw met haren man en twee kindertjes woonde. Hij moest aan die vrouw zeggen daarvan eene soep te bereiden, die goed zou zijn voor hare borst. Toen deze vriend, de armoedige hut binnentredende, het zakje van onder zijnen mantel te voorschijn haalde, aanzag hem de lijdende moeder, die geheel blakende door eene brandende koorts, tusschen hare halt' naakte kinderen op eenen stroozak nederlag,. met fonkelende oogen, stak hare magere handen tot hem uit en zeide met eene bevende stem: »0 mijnheer! het is God die u zendt of de zuster Kmmei'ich! gij brengt roggemeel en eieren!quot; Deze vrouw, geheel ontroerd, weende, hoestte en deed een teekeu aan haren man, om in hare plaats te antwoorden op de vraag, hoe zij dat wist. Deze zeide, dat Gertrudis de vorige nacht eenen zeer onrustigen slaap had gehad en dikwijls in den slaap gesproken had; dat zij bij haar ontwaken hem haren droom in dezer voege had verhaald r. »ik dacht dat ik mij met u aan de deur bevond: de godvreezende religieuze is uit eene naburige deur gekomen en ik heb tot u gezegd van te zien, zoo gij die arme en goede kloosterzuster wildet aanschouwen. Op datzelfde oogenblik is zij voor ons blijven stilstaan en heeft tol, mij gezegd : Ach ! Gertrudis, gij schijnt zeer ziek to zijn ! Ik zal u roggemeel en eieren laten brengen, dat is goed voor de borst. Alsdan ben ik ontwaakt.quot; Ziedaar het eenvoudige verhaal van dezen man ; zij betuigden hunne innige dankbaarheid, en die hun de aalmoes van Anna Catharina gebracht had, verliet geheel ontroerd het huis. Hij zeide haar niets van dit alles, toen hij haar wederzag, maar

ocr page 66

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

eenige dagen later zond zij hem met eenzelfde geschenk naar gemelde woning, en hij vroeg haar hoe zij deze arme vrouw kende: »Gij weet, antwoordde zij glimlachende, dat ik des avonds voor al diegenen hid, die in lijden zijn, ik zou tot hen willen gaan om hen te helpen, en ik droom gewoonlijk, dat ik van het eene huis van smarten naar het andere ga, en hen, zoo ik best kan, verkwik. Het is alzoo dat ik in den droom, tot die arme vrouw ben gekomen, die met haren man aan hare deur stond, en tot haar gezegd heb: Ach! Gertrudis, gij schijnt zeer ziek te zijn! ik zal u roggemeel en eieren laten brengen, dat is goed voor de borst.quot; Dit heb ik den volgenden dag door u gedaan. Beiden waren te bed gebleven, hadden hetzelfde gedroomd, en de droom werd bewaarheid. De H. Augustinus verhaalt in De stad Gods, 18 Boek, 18 Hoofdstuk, eenen gelijken voorval van twee wijsgeeren, die elkander in den droom een bezoek gaven, en eenige gezegden van Plato uitlegden, beide in hunne huizei; in slaap zijnde.

De smarten en deze soort van werkzaamheid •waren als een zonderlingen straal, welks helderheid geheel haar leven verlichtte. Het getal der geestelijke werken en medegevoelige smarten, die, van de wereld welke haar omringde, in haar hart, geheel van liefde tot den |lijdenden Jezus blakende doordrongen, is ontelbaar. Hierin ook aan Catha-i'ina van Senen en andere opgetogene personen gelijk, gevoelde zij dikwijls met al de levendigheid eener diepe overtuiging, dat de Zaligmaker haar hart uit hare borst nam en bet zijne, voor •eenigei) tijd in deszelfs plaats stelde.

Het volgende verhaal kan een denkbeeld geven, hoe diep zinnebeeldig alles was, volgens welk zij inwendig bestuurd werd. Gedurende een gedeelte

ocr page 67

VAX ANNA CAT11ARIXA EMMERICH.

e des J aars 1820, werkte zij in den geest, voor ver-

r sclieidene parochiën: hare gebeden waren ver

beeld door de zwaarste en pijnlijkste werken van r den wijngaardenier. Het is hierop, dat de hiervoren

n verhaalde geschiedenis der brandnetels betrekking

i- heeft. Op den 0 September zeide haar geestelijke

n bestuurder tot haar: »Gij hebt den wijngaard ge

spit, gewied, gebonden, gesnoeid; gij hebt liet e onkruid in den molen doen verpletten, opdat het

n nimmermeer zoude kunnen groeien, daarna zijt

i: gij vertrokken, geheel blijde van u in goede ge-

k zondheid te zien, en gij hebt uw gebed laten rus-

is ten: bereid u nu om van den feestdag dor üe-

n boorte van Maria tot dien van den H. Michaël wel

te arbeiden: de wijn wordt rijp en er moet up ïi gewaakt worden.quot; Alsdan bracht hij niij op den

in wijnberg van deti H. Liborius, en toonde mij de

wijngaarden aan, waaraan ik gewerkt had. Mijne in moeite was niet vruchteloos geweest, de druiven

mi werden hier en daar kleurig en groot, het roode

in sap droop op verschillende plaatsen op de aarde.

Mijn geleider zeide tot mij: »Wanneer het leven id zich in de godvreezende personen openbaart en

r- ontwikkelt, moeten zij strijden, zij worden vel

er drukt, zij lijden bekoringen en vervolgingen. Er e, moet eene heg geplant worden, opdat de rijpe

't, druiven niet door de dieven en wilde dieren ver

te woest worden, die de bekoringen en de vervol-a- gingen verbeelden.quot; Alsdan toonde hij mij eenen ln muur aan, die met opeengestapelde steenen moest

63

g- opgericht, en hoe alles met eene doornen hegge er moest omringd worden. Daar mijne handen in or dien /.waren arbeid bebloed waren, liet God toe, dat de geest de beteekenis van den wijngaard n, en van verscheidene andere vruchtboomen mij ge-zij toond werden. Ik zag vele dingen, die betrekking Ite hadden op den wijngaard. De ware wijnstok is

m

ocr page 68

6-4 BEKNOPTE LEVENSSCHETS

Jezus Cliristus, ilio in ons moet groeien en groot worden, alle overtollig hout moet uitgesneden worden, om het sap niet te verspreiden, dat de wijn in liet heilige Sacrament het bloed moet worden van Jezus Christus, die ons misdadig bloed vrijgekocht heeft, en steeds haakt om liet van de duisternissen tot het licht te doen opstijgen. Het snoeien van den wijngaard wordt volgens zekere voorschriften gedaan, die mij zijn aangetoond geworden. Dit is, in eenen geestelijken zin, de afsnijding van al liet overtollige, de boetvaardigheid en de versterving, opdat de ware wijngaardrank in ons groeie en vruchten voortbrenge, in pluats van de bedorvene natuur, die slechts hout en bladeren geeft. Men snoeit volgens bestendige voorschriften, want het betreft hier dit overtollige dat in den inensch uitschiet; meer afsnijden, zov, eene plichtige beschadiging zijn. Ue stam zeil moet nooit weggesneden worden, hij is het menschdoni, door tusschenkomst van de allerheiligste Maagd geplant, en blijft daar eeuwig, omdat hij met haar lii den hemel is. De ware wijnstok vereenigd den hemel met de aarde, de Godheid met de mensch-heid: datgene wat menscheiijk is, moet afgesne-den worden, opdat het goddelijke alleen kunne groeien. Ik zag zoo vele andere dingen, betreffende den wijngaard, onder geestelijke en liclui-melijke betrekkingen, dat een boek, zoo groot als de Bijbel, die niet zou kunnen bevatten, want ik zag den stam zelven van den wijngaard. Op zekeren dag, dat ik geweldig aan de borst leed, vroeg ik zuchtende den Heere, van mij geenen last boven mijne krachten op te leggen; alsdan verscheen mij mijn hemelschen Bruidegom, onder de gedaante van een jongeling, schitterende van licht, en zeide tot mij: ))lk heb u op mijn bruiloftsbed, dat een bed van smarten is, nedergelegd.

ocr page 69

VAN ANNA CATHARINA EMMKRICII.

voor sieraad heb ik u de genaden van liet lijden, de schatten der boeting, en de edelgesteenten der uitwerking geschonken; gij moet lijden, ik verlaat ii niet; gij zijt aan den wijnstok gehecht, gij zult niet verloren gaan. Alsdan vertroost, volhardde ik in liet lijden. Mij werd ook uitgelegd waarom ik in de verschijningen, betrekkelijk de feestdagen der H. Familie van Jezus, bij voorbeeld van de iï. Anna, van den H. Joachim, van den H. Jozef, enz. altoos de kerk van het feest zie als de spruit van eenen wijnstok, en waarom hetzelfde plaats heeft op de feestdagen van den H. Franciscus van Assisiën, van de II. Catharina van Senen, en al de Heiligen, die de teekenen der wonden dragen.quot;

De beteekenis mijner smarten in al de lidmaten en den roep van te volharden om te lijden voor anderen, zijn mij in de volgende verschijning verklaard geworden. Ik zag eene verbazend groote menschelijke gedaante, schrikkelijk verminkt eu hemelwaarts opgeheven. De vingeren ontbraken aan de handen, de voeten en de romp waren met ijselijke wonden overdekt: sommige dezer waren nog versch lt;'ii bloedend, de andere waren met dood vleesch of eenen uitwas overdekt. Eene zijde was geheel zwart geworden, verkankerd en als afgeknaagd. Toen ik geheel verbaasd, al deze smarten levendig in mij zelve gevoelde, zeide mijn geleider tot mij: »Dit is het Tichaam der Kerk, het lichaam aller menschen en ook het uwe.quot; Terwijl hij mij daarna elke wond aantoonde, wees hij mij met den vinger een gedeelte der wereld; ik zag elke reis met eenen oogslag tot op den grootsten afstand, eene tallooze menigte menschen en volkeren, elk op zijne manier van de Kerk afgescheiden, en ik gevoelde die afscheiding zoo smartelijk, alsof zij ' van mijn eigen lichaam afgescheurd ware gewor-

65

ocr page 70

(JG BEKNOPTE LEVENSSCHETS

den. Alstoen zeide mijn geleider tot mij: sAer-krijo- do kennis van uw lijden en ofler het met dut van Jezus aan God op, voor degenen, die at-lt;»escliei(len zijn. Moet eet» lidmaat niet naar liet andere verzuchten, en lijden om het te genezen on opnieuw aan het lichaam te hechten, quot;'quot;iquot; neer het de naaste vrienden zijn die zich afscheiden, is liet vleesch dat van de borst rondom het hart afgescheurd wordt.' 11lt; dacht in mijne eenvoudigheid, dat dit broeders en zusters betrof, die niet met ons in gemeenschap zijn; maar mijn „eleider voegde er bij: AVie zijn mijne broeders. Belenen, die de geboden van mijnen quot;Vader onderhouden. Die liet naaste aan het hart liggen, zijn dezulken niet die ons de naasten zijn door het bloed, maar de naasten door het Woed, van Christus, de afgevallen kinderen der Kerk. Hij toonde mij, dat de zwarte en ingekanken.e zijde spoedig zóu genezen: hot rotte vleesch, cat oni de wonden was. verbeeldde de ketters, die zich verdeelen naarmate zij aangroeien; het doode vleesch is liet afbeeldsel van hen, die geestelijk dood zijn en niets meer gevoelen. De gedeelten. die in been veranderd zijn, zijn de hardnekkig versteende ketters. Ik zag en gevoelde alzoo elke wond en derzelver beteekenis. Het lichaam raakte den hemel. Het was het lichaam der Pruid van Jezus Christus. Het was eeu zeer aandoenlijk ver-tooi;-. Ik weende bitter; maar te gelijk verscheurd en quot;versterkt door droefheid en mededoogen, stelde ik mij opnieuw, uit al mijne krachten, aan het werk De wereldsche werklieden vermaken zich, tijdens hunne uitspanningsuren, met vertelseltjes; zij zel\i had, toen zij nog op het veld werkte, haie gezellinnen met verhalen uit lt;le heilige Gesclnedeni verlustigd; het was ook bij wijze van uitspanning dat zij later, wanneer zij met tusschenpoozei

ocr page 71

VAN ANNA CATIIARIXA EMMERICH. 67

■I - van haren geestelijken arbeid in den wijngaard des

iet Heeren uitrustte, door verschijningen van de be-

vt- teekenis van vele vniclilen onderricht werd. Zie-

ict hier eenige verhalen van dien aard, welke zij ons

-.en ter loops medegedeeld heeft.

in- »Ik zag in iiet hemelsche Jeruzalem eenen gees-iei- telijken boom van een gekleurd licht. Hij was-het niet beneden, maar voor den troon van God geen- plaatst en had zijne wortelen in eenen drijvendeu-die berg, of in eene rots van edelgesteenten en dui-ii ijii zend kleurige kristallen. De stam van dezen boom ■i's? was een stroom van een geel licht, de takkenr (in- de stengels en de aderen zelve der bladeren waven, ren lichtstralen, min of meer breed, van verschil-;loor lende gedaanten en kleuren; de bladeren, van een van geel en groen licht, waren gelijkelijk van ver-Hij schillende gedaanten en kleuren. Zijne takken zijde vormden drie kronen, de onderste, de middenste om en de bovenste. Die kronen waren omringd van zich Kngelen, en boven de hoogste was een seraf, ge-oode heel met vleugelen overdekt. Hij wees om zich lelijk met eenen schepter, welken hij in de hand hield. Hen. Het was door hem, dat de bovenste Engelen-■kkig schaar de stralen, het licht en de krachten ont-i elke vingen die uit God vloeiden, zoo als de kracht van aak te den dauw des hemels, van den wasdom lïer plan-van ten, enz. Het koor, dat de middenste kroon om-lt; ver- ringde, en bloemen droeg van al de soorten van henrd vruchten, voerde bij deze het voorzitterschap. Deze stelde twee koren werkten en bestuurden zonder van werk. plaats te veranderen en gaven bevelen aan het ijdens lagere koor, dat do kroon der vruchten van den j zelve l oom omgaf. Dit laatste koor alleen was in be-e ge- weging en bracht de geestelijke vruchten over iedenisl in onmetelijke viuchtentninen, want elke vrucht inning, had haren bijzonderen tuin. De boom met de di'ie poozen kroonen was de algemeene boom van God, en de

L

ocr page 72

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

tuinen bevatten alle soorten van vruchten, welke deze boom voortbracht, en ik zag beneden mij op de aarde, in de afgevallene natuur dezelfde vruchten, maar min of meer bedorven, omdat de zonde dezelve aan den invloed der sterrengeesten onderworpen had. In eiken tuin stond beurtelings ■een boom in het midden, die al de vruchten van zijne soort voortbracht, en die op hare beurt geheel in het rond aan bijzondere takken werden medegedeeld. Rondom die tuinen zag ik in afbeeldingen, de wezenlijkheid van hetgene de planten beteekenden, ik zag den zin en de bcteekenis harer namen in de algemeene taal. Ik zag hoe wonderwerkend de invloed der Heiligen is op de planten; het was alsof eenige onder dezelve bijzondere betrekkingen hadden met dezen of genen Heiligen, door wiens gebed zij de hoedanigheden van heilzame hulpmiddelen zouden kunnen verkrijgen.quot;

Vervolgens in de verschillende tuinen geleid, verhaalde zij wonderbare en bijzondere dingen. Zij zeide, bij voorbeeld, dat in het midden van den tuin der notenboomen zich een boom bevond, die te gelijk al de soorten van noten droeg, en dat ■er rondom dezen van elke dier soorten op eenen bijzonderen boom waren. Zij erkende, dat de noot in de algemeene taal eenige betrekking had met den strijd, en het om deze reden was dat zij dikwijls notenboomen vond in den tuin der strijdende Kerk. Zij voegde er bij dat dit geheim van den strijd, goed in den hemelschen tuin, in de gevallene natuur, door boosaardigen invloed gestoord werd, en alzoo elke soort van hatelijken twist, tot den manslag zelfs omvatte. Naast elke soort van noten, zag zij het zinnebeeld eener bijzondere soort van strijd; alzoo worstelde naast de hazelnoot, een dwerg tegen een reus, en wierp hem

ocr page 73

VAN ANNA CATHAR1NA EMMERICH.

:stot' in de oogen, dat gelieel lachverwekkend was. Zij verstond, waarom de schaduw van den hazel-notenboom nadeelig geacht, en als dusdanig door teedere zintuigen erkend wordt; waarom het binnenste van de groote noot itts heeft van de gedaante der hersenen ; waarom het brood in notenolie gezoden, deze min schadelijk maakt. Zij zag de beteekenis der noot, onder al hare gedaanten ■en in alle soorten van hare uitwerkselen; zonder er zelfs de spreekwoorden van uit te zonderen, waarin de naam dier vrucht voorkomt1, en die, even als de vrucht zelve, op den strijd betrekking hebben, eene reden, waarom men deze vruchten ook inet eenen stok afslaat. Eindelijk zag zij nog veie leenspreukige en zinnebeeldige afbeeldsels betrekkelijk de noten.

Toen zij in den notentuin ziek was geworden, bracht haar leidsman haar onder een paiviljoen, en toonde haar hoe het duistere geheim van vele •aardsche vruchten, tot eene zekere hoogte, kon opgehelderd en een heilzaam geneesmiddel worden , door zekere geestelijke betrekkingen , zegeningen en vermenging met andere voorwerpen.

Hier zag zij eenige betrekkingen, die er beslaan tusschen de noten en den H. Johannes den Dooper, en waarom zij nog niet rijp, een voort re [lelijk maagversterkend middel worden, wanneer zij omtrent den tijd van den feestdag van dien Heilige, op zekere manier bereid worden. 2 Zij zag de be-

1

li. V. Avoir una noic a cror/iter avec queltni tin, beteekent: eenen twist met iemund te vereffenen lieljben.

2

Sommigen zouden hierin een bijgeloof vinden; dan merke men op, dat de kracht van het middel niet toegeschreven wordt, omdat liet op of omtrent den feestdag van dien Heilige bereid is, maar omdat de noten op dien tijd tot dien wasdom gekomen zijn, die er noodig is om tot geneesmiddel te dienen.

Smartvolle Lijden. 5

ocr page 74

liEKNOPTE LEYKNSSC11ETS

teokcnis van al wat die bereiding betreft en deit persoon, die deze het eerste bewerkstelligd lieett. Zij begreep eindelijk het geestelijke grondbeginsel van al wat voor het rnenschelijke verstand onbegrijpelijk is. i •

In andere tuinen had zij de/elfde verschijningen betrekkelijk de appelen, den granaatappel , de perzik, de vijg; zij bemerkte bv. eene betrekking tusschen de'vijg uit Indie en den boom van kennis van bet goed en kwaad en vele dingen nopens den olijf- en laurierboom. Onder anderen zag zij in dezen laatsten eene kracht tegen den bliksem,, hetwelk verklaart waarom Tiberius gedurende het onweder eene kroon van laurierbladeren op zijn hoofd zette, /ij zag ook eene betrekking' tusschen den laurierhoom en de allerheiligste Maagd, enz. enz. In eiken tuin was een paviljoen, (lat zijne bijzondere beteekenis had. Ook zag zij de bijen, in greote eer, zij zag er zeer groote en ook kleinere. Derzelver leden waren als van licht, de pootjes als stralen, de vleugelen als \an zilvei. /ij maakten hare korven in de verschillende tuinen T en alles was doorschijnend, /ij werd onderlicht nopens de bijen en derzelver werken , onder de lichamelijke en geestelijke betrekking.

Zij ontwaarde de geheimen der planten \ooi den val van den mcusch en van de natnui met hem; daarna zag zij hoe deze geheimen verduisterd werden door den invloed der sterrengeesten, aan welke de nalimr evenals den mensch na den val onderworpen werd. Zij zag het misbruik van \ele geheimen , aan dien boosaardigen invloed in het heidendom onderworpen, dat nog bij de ongeloo-vige volkeren bestaat, en hetwelk zelfs te midden «les Christendoms, nog grooten indruk heelt nagelaten in tooverkunstige en bijgelooyige handelwijzen, en die in ziekten toe te passen. Zij zag

70

ocr page 75

VAN ANNA CATIIARINA EMMERICH.

ook hoe de Godmensch aan zijne Kerk ile macht heeft gegeven om dien boozen invloed te vernietigen. Zij ontwaarde namelijk versclieidene [ilan-ten aan den vloek en den invloed des kwaads onttrokken, en om zoo te zeggen gered door de betrekkingen, waarin zij zich met de zegeningen van zekere heiligen bevonden. Het was alsof' zij tot den tuin, tot den kring der werkende kracht en der genade van die Heiligen behoorden, en zij die in vaten hervormd hadden, om daarmede in de schatten der goddelijke harm hartigheid te putten. Als men dezelve als hulpmiddelen toediende, genazen zij. onder (ie aanroeping van die heiligen zekere ziekten die, uit hot verhevene oogpunt beschouwd. waaruit Anna Catharina die zag, zonden waren, die tot een vast lichaam waren overgegaan, gelijk uit hetzelfde oogpunt beschouwd, de zonde eene ziekte der ziel was. De vruchten hadden geheime betrekkingen met deze en met gene, enz. enz.

Zij zeide: »Ik zag den handel van den mensch met de natuur in het heiden- en in het christendom, maar in dit zijn al de handelwijzen aan den invloed van het kwaad onttrokken door de zegeningen van den waren godsdienst; zij zijn iu denzelven geheiligd om als herscheppende middelen te worden. Ik zag wonderen van God . die onuitsprekelijke vreugde veroorzaakten, en begreep die allen klaar en volkomen, voor dat ik in mijne verschijningen ontsteld werd.quot;

Wij hebben hier een uittreksel gegeven van eene barer verschijningen, ten einde het verhevene zinnebeeld gemakkelijker te doen begrijpen, in welks midden alles voor hare geestelijke oogen verdween. Terwijl haar geest met die wonderen bezig was en dezelve doordrong, werd hij door het hartzeer, de verootmoedigingen en ontstelte-

71

ocr page 76

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

nissen van alle soort overvallen. Men zou gezegd Uj

hebben, dat de bekoorder, afgunstig over haren zi

geestelijken voortgang , rondom haar een groot te

aantal beteekenissen van de noot, van haren oor- ie

spronkelijken staat vervallen, verwekte. Dagelijks vi

overweldigden de misverstanden en haarkloverijen ln hare cel door de deur en het venster. Zij lag daar

op het kruis uitgestrekt, weenende, alles verdra- zc

gende en aan üod aanbevelende, üp den 16 Sep- n

tember vond de schrijver dezer regelen haar ge- vs

rust en ernstig, /ij zeide tot hem: »\\ees iJet ri

verschrikt. De heerlijke tuinen, in welke ik u ge- ,1

leid had, zijn verwelkt. Alles is eene woeste en v

sombere heide geworden. Dezen nacht bracht mijn n

geleider mij voor eene glimmende tafel, achter ,1

welke eene kast opgeslagen was, met de heer- a

lijkste bloemen en vruchten gevuld. Üp de talel h

was eene reeks van geldspeciën tentoongesteld, (_

in het midden bevond zich eene ruimte, waar v

geen geld was. Ik stond voor die ledige ruimte. De tl

bloemen, de tafel, de schatten, alsmede de muntspe- v

ciën waren de mijne; maar omdat er juist daaront- u

braken, waar ik mij bevond, kon ik noch mijne h

tafel, noch mijnen schat, noch mijne bloemen ge- 0 naken. Alsdan kwam mijn geleider, een stervenden nachtegaal in zijne hand houdende, tot mij en

zeide: «God geeft op den bepaalden tijd aan de v

Kerk al wat haar nuttig is , volgens hare ver- n

diensten; wat u betreft, gij zult noch die bloemen, n

noch die beelden, noch die schatten meer hebben, };

omdat men u de omzichtige behandelingen niet u

meer voorbehoudt, de rust en de noodige midde- n

len niet meer vergunt om te zeggen , waarom u r,

dit alles is gegeven geworden. Nu, omdat al deze d

dingen u zouden onttrokken worden , geef, uit t

uwen mond, het leven weder aan dezen nachte- l

gaal.quot; Alsdan hield hij het vogeltje aan mijne (

7-2

ocr page 77

VAN ANNA CATHAR1NA EMMERICH.

lippen , en blazende deed ik een weinig adem in zijnen bek overgaan; aanstonds herleefde de nachtegaal en zong verrukkend met vollen gorgel. De geleider ging met hem weg; wat mij betreft, alles verdween voor mijne oogen , alles werd sprakeloos en doodsch, ik zag niets meerquot;.

Die deze regelen schrijft, moest zijnen troost zoeken in de gedachte, dat alles wat aan de goede religieuze verborgen was geworden, in den zang van den nachtegaal was overgegaan, die meerdere rust en vrede en schoonere zoetluidendheid had dan zij en waarvan zij in hare jeugd ongetwijfeld voel geleerd had. — Hoe treffend is het hier den nachtegaal aangetoond te zien als het zinnebeeld der natuur, die zich aan den mensch openbaart als de tolk van die verhevene zangen, waarvan het ontsluierd geheim op de lippen van Anna Catharina rustte , terwijl de nachtegaal, die er van beroofd was, stervende was. Maar Anna Catharina moest die aan den gorgel des vogels wedergeven, alwaar het geheim opnieuw verborgen is door ziekten, die in den mensch eene onbepaalde aandoening en het verlangen verwekken om de oplossing van al de raadsels te bekomen,, enz. enz.

Onder den last des levens en der taak, die haar was opgelegd, bezwijkende, smeekte zij God menigmaal haar te verlossen , en dikwijls zag men haar op hot hoord van het graf. Maar telkens zeide zij: »Heer, niet mijn wil, maar de uwe geschiede; zoo mijne gebeden en mijn lijden nuttig zijn , laat mij dan duizend jaren leven, maar laat mij liever sterven . dan te gedoogen , dat ik u beleedige.quot; Alsdan werd haar opgelegd te blijven leven, zij stond met haar kruis op en be gon het opnieuw pijnlijk. in het gevolg des Heeren, te dragen. Van tijd tot tijd werd haar

73

ocr page 78

liEKXOPTE LEVENSSCHETS

den weg iles levens aangetoond, zich naar het toppunt van eenen lioogen berg richtende, waarop oeno luisterrijke stad, het hemelsche Jeruzalem, praidde. Dikwijls dacht zij ter plaatse der gelukzaligheid gekomen te. zijn, die haar zeer nabij was, en overgroot was dan hare vreugde; maar plotseling zag zij er zich nog door eene vallei van gescheiden; zij moest wederom afklimmen, allei-dende kronkelpaden volgen ; overal viel er te arbeiden, te lijden, liefdewerken te oefenen. Zij jnoest aan afgedwaalden den weg toonen, de vallenden optillen, somtijds lammen dragen en zelfs met geweld personen voortslepen, die wederstand boden. Dit waren zoo vele nieuwe lasten, die aan haar kruis gehecht werden; alsdan trad zij moeilijker voort en bukte, ja bezweek zelfs onder den last ter aarde neder.

In 18-2:! herhaalde zij dikwijler dan naar gewoonte, dat zij in den staat waarin zij zich bevond , hare taak niet kon vervullen, dat hare krachten niet toereikend waren, dat zij een vreedzaam klooster zou moeten gehad hebben, om aldaar te leven en te sterven. Zij voegde er bij, dat tiod haar weldra tot zich zou roepen, dat zij Hem gebeden had haar toe te laten door hare gebeden, in de andere wereld datgene te verwerven. wat hare zwakheid haar belette in de tegenwoordige te vervullen. De H. Catharina van Seuen had weinigen tijd voor haren dood een soortgelijk gebed gestort. Anna Catharina had te voren eene verschijning gehad over hetgeen hare geileden na haren dood vermochten, betrekkelijk dingen, die gedurende haar leven niet bestonden, liet jaar '18k23, hetwelk 't laatste was, dat zij het geheel kerkelijk jaar doorliep, bracht haar eindeloozen arbeid aan. Zij scheen hare taak geheid te willen vervullen en het is daarom dat zij

74

ocr page 79

VAN ANNA CATI1ARINA EMMERICH.

'Jiare vroeger gedane belofte, geheel liet Lijlt;len te verlmlen, volbracht; deze was het onderwerp harer overdenkingen in de groote Vasten van dat jaar, en het zijn deze overdenkingen die de stof van dit boekdeel uitmaken. Zij nam daarom geen minder levendig deel in de grondgeheimen van dezen tijd van boetvaardigheid, noch in de geheimen van eiken feestdag der Kerk, wanneer In ieder geval het woord deelnemen die betrekking genoegzaam nitdrnkt, krachtens welke zij, door eene plotselijke verandering in haai- geestelijk en lichamelijk leven, -eene zichtbare getuigenis gaf aan de geheimen, die op eiken feestdag gevierd worden. Zie overigens ten dezen opzichte het hoofdstuk van dit boek: Onderbrekiwj der tafereelen, can het Lijden.

Al de plechtigheden en feestdagen van de Kerk waren voor haar meer dan de toeheiliging eener gedachtenis. Zij zag den gescliiedkundigen grondslag van elke plechtigheid a!s een werk van God. in den tijd voor de herstelling van het gevallene menschelijk geslacht, uitgewerkt. Ofschoon die goddelijke handelingen haar met het kenmerk der eeuwigheid verschenen, erkende zij echter dat, om den mensch in den bepaalden en nauwen kring des tijds voordeelig te zijn, hij er bezit van moest nemen, volgens eene reeks van opvolgende oogenblikken, en dat zij tot dat einde in de kerk onder den vorm van geheimen , volgens de orde van Jezus Christus en van den H. Geest vastgesteld, moesten herhaald en vernieuwd worden. Al de feestdagen en de plechtigheden waren in hare oogen genaden van de eeuwigheid, die in het kerkelijke jaar op vastgestelde tijdstippen wederkeerden , evenals de vruchten en den oogst der aarde in hunne jaargetijden van het natuurlijk jaar komen. Zij was onvermoeid om die vruchten van genade, met een grooten ijver, reine handen

75

ocr page 80

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

en een dankbaar hart in te zamelen, die te bewaren, steeds in gereedheid te houden en op te otteren voor degenen die veronachtzaamden er eenen schat van te maken. Daar zij haar kruis uit liefde tot Jezus droeg, waren al hare werken smarten en al hare smarten, met de verdiensten van die des Zaligmakers vereenigd, werden eene Gode aangename offerande. Evenals haar medelijden met den gekruisigden Verlosser genade voor God had gevonden, en haar de indrukken der teekenen van de wonden van Jezus lijden, als het zegel der volmaaktste liefde had verdiend, alsook met de doornenkroon gekroond te worden, zoo ook hernieuwde zich al het lijden der Kerk en der bedrukten in de verschillende staten van haar lichaam en van hare ziel. Kn dit alles ging in haar om, terwijl zij als eene naarstige en trouwe-hovenierster, den vruchtbaren tuin van het ker-lielijk jaar verzorgde en bebouwde, zonder dat degenen die haar omringden het wisten, en zonder dat zij zelve daarvan eene andere kennis had dan de honingbij heeft van het werk dat zij verricht. Zij leefde van de vruchten diens tuins en deelde die aan anderen uit; zij verlevendigde hare krachten en die van anderen met de bloemen en kruiden, wt Ike zij plukte, of veeleer zij was zelve in dien tuin een zinkrnid, eene zonnehloem, eene wonderbare plant, waarin zonder de medewerking van haren wil al de jaargetijden, al de uren van den dag, al de veranderingen der luchtgesteltenis zich weder vertoonden.

Op het einde van 't kerkelijk jaar 1823, voor het begin van den advent had zij voor de laatste maal eene verschijning, betrekkelijk het opmaken der rekeningen van dat jaar. Verschillende zinne-heelden schetsten haar de onachtzaamheden van «Ie strijdende Kerk en van hare dienaren, gedn-

76

ocr page 81

VAX ANXA CATHARINA EMMERICH.

77

rende dat jaar; zij zag hoe vele genaden er niet gebouwd of' ingeoogst waren , hoe vele er waren verkwist geworden of jammerlijk verloren gegaan-Er werd haar aangetoond , dat de Verlosser inden tuin der Kerk, voor elk jaar eenen volkomen schat van zijne verdiensten had nedergelegd, toereikend voor al de behoeften en voor al de boetingen; dat de veronachtzaamde en verkwistte genaden (er waren er genoeg om den diepst gevallen mensch op te richten, om de meest verlatene ziel uit het vagevuur te verlossen), met de grootste strengheid moesten wedergegeven worden , en dat de strijdende Kerk voor de on-jichtzaamlieden of ongetrouwheden van hare dienaars gestraft werd door de verdiukking, welke zij van den kant harer vijanden ondergaan moest en door tijdelijke verootmoedigingen. Zulke open-haringen verhieven hare liefde voor de Kerk, liare Moeder, tot den hoogsten graad; zij bracht dageit en nachten door met voor haar te bidden , de verdiensten van Jezus Christus met aanhoudende weeklachten voor haar op te dragen en barmhartigheid af te smeeken. Eindelijk verzamelde zij al haren moed, om de schuldplichtigheid en de straf' op zich te nemen. In deze oogenblikken dat haar hart, van liefde blakende, gelijk een kind dat zich voor den troon des konings zon aanbieden om het vonnis te ondergaan dat tegen zijne moeder geveld is, zich alzoo als een onderpand, als een zoenoffer aanbood, werd haar gezegd: »Zier hoe vol ellenden gij zijt, gij, die voor anderen wilt voldoen;quot; zij zag zich zelve met afgrijzen in eene droevige en vernederende beeltenis, vol ein-delooze onvolmaaktheden. Maar de drift barer liefde vermeerderde nog in deze woorden: »Ja, ik ben vol ellende en zonden, maar ik ben uwe bruid, o mijn Heer en Zaligmaker; mijn geloof

ocr page 82

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

in u en in ilc verlossing, die van n komt, overdekt al mijne zonden met uwen koninklijken mantel, lieer, ik zal u niet gerust laten voordat gij mijn ofl'er aanneemt , want de overvloedige schat uwer verdiensten is voor niemand uwer ge-loovigen gesloten.quot; Op liet einde werd liaar gebed ongemeen nadrukkelijk; liet was voor mensclie-lijke ooren als een woordentwist en eene worsteling , waartoe de stoutmoedige vervoering liarer liefde liaar opwekte. Werd liaar offer aanvaard, dan hield hare werkzaamheid aanstonds voor •eenige oogenblikken op en dan was zij aan den tegenzin van de menschelijke natuur voor het lijden overgeleverd; was deze strijd geëindigd, dan, de oogen gevestigd op den Verlosser in den hof' der Olijven, bevond zij zich in onuitsprekelijke pijnen van allerlei soort, welke zij met een wonderbaar geduld en kalmte onderstond. Wij zagen haar in zulk lijden dikwijls verscheidene dagen bewusteloos blijven, gelijk aan eeti stervend lam; zoo wij haar vroegen hoe het met haar was, opende zij ten halve hare bijna gebrokene oogen, om te glimlachen en zeide; »het zijn zulke heilzame •smarten.quot;

Het was deze laatste maal hetzelfde ; rnaar in liet begin van den Advent werden hare smarten ■een weinig verzacht door aangename verse bij nin-gen nopens de toebereidselen van de heilige Maagd tot de reis naar Hetlehem met Jozef'. Zij vergezelde hen eiken dag, met eene levendige belangstelling in de heibergen, of ging hun vooruit het nachtveiblijf' bereiden. Gedurende dien tijd nam zij oude stukken lijnwaad, en des nachts maakte zij daarvan al slapende luiers, onderkleedjes, mutsen voor de kinderen der arme kraamvrouwen, •wier uur naderde; den volgenden dag zag zij met verwondering dit alles zeer netjes in hare kas gr—

78

ocr page 83

VAN ANNA CATEIARINA EMMERICH.

i'angscliikt. Dit gebeurde haar jaarlijks op hetzelfde tijdstip; maar dit jaar waren er meerdere ■vermoeienissen en minder vertroostingen. Zelfs op het uur van de geboorte des Zaligmakers, dat gewoonlijk voor haar een oogenblik van gulle vreugde was, sleepte zij zich ditmaal pijnlijk naar het kindje Jezus in zijne krib, en met den last van anderen overladen, bracht zij Hem geen ander geschenk dan de mirre, geene andere oflerande dan haar kruis, onder welks gewicht zij als stervende aan zijne voeten nederzonk. Het scheen dat zij hare wereldsche rekening met Goil sloot. Zij offerde yich zelve, voor de laatste maal voor eene menigte menschen op, die geestelijk en lichamelijk gedrukt waren. Het minste gedeelte van verschillende smarten , welke zij van anderen op zich nam, grenst reeds aan het onbegrijpelijke. Zij zeide met reden: het kindje Jezus heeft mij dit jaar niets dan een kruis en werktuigen van marteling aangebracht.quot;

/ij besloot zich dagelijks meer en meer in haar lijden, zij sprak niet meer, eti ofschoon zij de reizen van Jezus gedurende zijne prediking bleef xien . duidde zij echter ten hoogste met eenige woorden de richting van zijnen weg aan. Eens vroeg zij eensklaps met eene nauwelijks verstaanbare stem: »Welken dag zijn wij?quot; Op het antwoord dat het de i l Januari was, voegde zij er bij: .1)Helaas! nog eenige dagen, ik zou hetgansche leven des Zaligmakers verhaald hebben, maar dit is mij niet meer mogelijk.quot; Deze woorden kwamen des te wonderbaarder voor, daar zij nooit .scheen te weten met welk jaar der prediking van Jezus haar geest nu werkelijk bezig was. In 18:20 had zij de geschiedenis des Zaligmakers tot aan de Hemelvaart verhaald, beginnende met den tgt;lt;S Juli van het derde jaar der prediking van Jezus, vervolgens de werken der apostelen, ge-

ocr page 84

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

durende de eerste weken na Pinksteren; waarna zij wedergekeerd was tot het eerste jaar van het leven des Zaligmakers, en was voortgegaan tot den 10 Januari van het derde jaar der prediking. Den 27 April '18'23 was er, uit hoofde van eene reis welke de schrijver deed, eene onderbreking die tot den 21 October voortduurde. Zij hernam alsdan het vervolg daar, waar zij had opgehouden, en ging voort tot de laatste weken van zijn leven. Toen zij sprak van eenige dagen, die ontbraken, wist haar vriend zelf' niet, tot hoe verre het verhaal ging, want hij had den tijd niet gehad, om na te lezen hetgeen hij schreef. Na haren dood werd hij overtuigd dat, zoo zij de laatste veertien dagen van haar leven had kunnen spreken , het verhaal, ondanks de onderbreking van zes maanden. tot op den 28 Juli van het derde jaar der prediking zou gekomen zijn, op welk punt zij hetzelve in 1820 begonnen had.

Haar staat werd van dag tot dag schrikkelijker: zij, die gewoonlijk in stilte leed, liet nu versmoorde zuchten en gejammer hooien, zoo ijselijk waren hare smarten. Op den 15 Januari zeide zij: »Het kindje Jezus heeft mij bij zijne geboorte groote smarten medegebracht; ik heb mij opnieuw bij zijne krib te Betlehem bevonden; het was door de koorts aangetast en toonde mij zijn lijden en dat van zijne Moeder; zij waren zoo arm, dat zij slechts voor alle voedsel een ellendig stukje brood hadden. Het heeft mij nog grootere smarten medegedeeld en gezegd: «Gij zijt aan mij , gij zijt mijne bruid , lijd hetgeen ik geleden heb, en vraag niet waarom, het is in het leven en in den dood. sik weet niet wat het zal wezen, noch of het lang zal duren; il\ geef mij blindelings aan mijne marteling over, hetzij ik moet leven ot' sterven, ik verlang dat do verborgen wil Gods in

80

ocr page 85

VAN ANNA CATIIARINA EMMERICH.

mij volbracht worde. Overigens ben ik kalm. en geniet ik vertroostingen in mijne smarten: nog heden morgen was ik zeer gelukkig. Gezegend zij de naam des Heeren!quot;

Haar lijden vermeerderde nog, zoo het mogelijk is: nederzittende met geslotene oogen, zuchtte zij met eene gebroken stem en viel zij van den eenen kant naar den anderen. Zoo men haar nederlegde, was zij in gevaar van te versmachten ; hare ademhaling was overhaastig, al hare zenuwen en spieren beefden en sprongen op van de pijn: na hevig geweld om over te geven. leed zij verschrikkelijk in de ingewanden. Men vreesde dat er het koude vuur in was. Hare keel was ontstoken en brandend, haar mond opgezwollen en met puistjes overdekt; hare wangen rood van de koorts, hare handen bleek als ivoor; de teekenen der wonden blonken als zilver door het uitgestrekte vel. Haar pols klopte tot 180 maal in de minuut. Ofschoon zij door de overmaat barer smarten niet kon spreken, waren al hare verplichtingen voor haren geest tegenwoordig. Op den *2(5 des avonds, y.eide zij met eene gebroken stem tot haren vriend: «Ziehier den negenden dag, de waskaars en de novene moet aan de kapel van de H. Anna betaald worden.quot; Het betrof eene novene of negen-daagsche oefening, welke zij tot hare meening gevraagd had, zonder dat daarvan aan haren vriend was kennis gegeven, en zij vreesde dat degenen die haar omringden, liet zouden vergeten. Op den ^7, om twee ure des namiddags, ontving zij het 11. Oliesel tot verlichting van haar lichaam en hare ziel. Des avonds lad haar vriend, de voortreffelijke Pastoor van H., bij haar bed: zij was zittende, onophoudelijk wankelende en zuchtende, en genoot eene groote vertroosting. Zij y.eide onder andere tot hem: »Hoe goed en schoon

81

ocr page 86

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

is dit alles!quot; Zij eindigde mot deze woorden; »(ioil zij (iuizendwerf geloofd en gedankt!quot;

quot; De nadering des doods zelve onderbrak de wonderbare vereeniging van baar leven niet dat der Kerk niet geheel. Een vriend gat' liaar eiken avond drie druppelen olie van de II. Walburgis.. Tot in bare uiterste smarten ontving zij dezen geestelijken balsem gretig, waarvan zij reeds in vroegere ziekten gezegd had, dat hij al bare leden als een versterkende damv doordrong. Deze vriend,, baar op den 1 Februari tot hetzelfde einde be-zocbt hebbende, bad zich zonder gezien te zijn achter baar bed geplaatst, en aanhoorde met groot medelijden bare dolle zuchten en onderbroken reutel; op eens boorde bij niets meer en dacht dat zij den geest bad gegeven: op dit oogen-biik deed zich de klok, die de Metten van den feestdag der zuivering van Maria aankondigde, hooren; het was de opening van dit feest, die hare ziel in opgetogenheid verrukt bad. Ofschoon haar staat steeds verschrikkelijk bleef, kwamen eenige teedere gezegden over de heilige Maagd, gedurende den nacht van haren feestdag uit haren mond; tegen den middag zeide zij met eene dooiden dood gebroken stem: sik was sedert lang niet zoo wel geweest. 1 let is reeds wel acht dagen dat ik ziek ben, niet waar? ik weet niets meer van deze duistere wereld. O! welke liefde heeft de Moeder Gods mij betoond! zij heelt mij medegenomen, en ik bad daar wel willen blijven.quot; Hier begaf zij zich' een oogenblik tot stille overdenking, en den vinger op den mond leggende, zeide zij »Maar ik moet voor alles in de wereld, daarvan niet spreken.quot; Van toen af verwittigde zij ons gestadig, op onze hoede te zijn, tegen al wat haar eenige eer kon aandoen, zeggende, dat dit hare smarten verdubbelde.

82

ocr page 87

VAN ANNA CATIIAR1NA EMMERICH.

83

De volgende dagen was zij nog erger. Den 7 des avonds een weinig kalmer zijnde, zeide zij: sAehl Heer Jezus! wee? diiizendrnaai gedankt voor mijnen gansehen levenslooi); lieer, dat uw wil, niet de mijne geschiede.quot; Vervolgens een weinig later ging zij voort, op den onnadnikkelijken toon van een hartroerend gebed: »Ach 1 dat schoone korfje met bloemen! bewaar het, alsook dat jonge laurierboompje. Bewaar ze beide. Ik heb ze langen tijd bewaard, maar ik kan het niet meer.quot; Waarschijnlijk wilde zij spreken van twee personen barer familie, die het gestadig voorwerp van hare geestelijke zorgen waren geweest. Op den 8 Februari des avonds, bad een priester bij haar bed: zij kuste zijne handen met erkentenis, bad hem van haar in haren dood bij te staan en zeide: »Jezus, ik leef voor u, ik sterf voor u: dank zij u, Heer, ik zie niet meer, ik hoor niet meer lquot; Later bad een vriend aan haar bed nedergeknield. Toen hij haar bleek en mismaakt zag als de dood, stelde hij een reliqinekastje in hare hand, hetwelk zij zelve gedurende een groot deel van haar leven gedragen ha.d, en zij hem eenige jaren te voren ten geschenke had gegeven. Hij wilde zien of hare overeenkomstige genegenheid voor die voorwerpen haar nog niet verlaten had. Zij drukte aanstonds de hand toe, met eene zichtbare uitdrukking van dankbaarheid, en opende die kort daarna. De vriend hernam het relirjniekastje en verliet haar. Den volgenden dag, !) Februari, bevond hij het beslag van hetzelve verbrijzeld, en de glazen waarmede het van beide zijden voorzien was, in zijn bed. Deze was den dag van den dood van Anna Catharina. Daar men haar van ligging wilde veranderen, om haar wat te verlichten, zeide zij: »lk lig op het kruis, hot zal spoedig gedaan zijn, Lat mij.quot; Zij had al hare

ocr page 88

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

lieilige Sacramenten ontvangen, maar zij wilde nog eene zeer geringe fout biechten, waarvan zij zich al menigmaal beschuldigd had; deze was vva.ir-•schijnlijk van dezelfde soort als die zonde in hare kindschheid bedreven, waarvan zij zicii dikwijls beschuldigde, en die hierin bestond, dat zij door eene hegge in den tuin was gegaan van een buurman, en met begeerlijkheid afgevallen appelen had bezien; want. God zij gedankt, zeide zij, nimmer heb ik dezelve aangeraakt. Dit scheen haar eene overtreding van het tiende gebod. De priester gaf haar de algemeene absolutie, zij maakte ■eene beweging om zich uit te rekken, en men dacht dat zij stierf. Er kwam iemand bij haalbed , die vermeende haar dikwijls eenige smart te hebben veroorzaakt, en die haar vergiflenis vroeg. Met verwondering zag zij op, on zeide op eenen zeer nadrukkelijken toon van waarheid; »Er is niemand op de wereld, tegen wien ik iets gevoel.quot;

Keeds in de laatste dagen, wanneer men ieder oogenblik verwachtte haar te zien sterven, waren er dikwijls vrienden in liet vertrek, vóór hare kamer; terwijl zij zeer zachtjes, en zoodanig dat het onmogelijk was, dat zij hen kon booren. over hare verduldigheid, haar geloof en andere deugden spraken, hoorde zij hare stervende stem eensklaps op eenen hartroerenden toon zeggen: »Ach, om de liefde Gods, prijst mij niet, dn wt— derhoudt mij bier, dewijl ik alsdan het dubbele moet lijden. U mijn God! beklaagt mij niet. Ziedaar vele nieuwe bloemen, die op mij vallen!'quot; Men merke op, dat zij de bloemen altoos aanzag als een zinnebeeld en eenen voorbode van nieuwe smarten. Zij verwierp alle lofspraak met eene diepe overtuiging, zeggende: süod alleen is goed ; alles moet tot den laatsten penning betaald

ocr page 89

VAN ANNA CATHARINA EMMERICH.

-worden; ik ben arm en vol zonden, ik kan deze lofspraak niet betalen, dan met smarten vereenigd met die van Jezus Cliristus. Prijst mij niet, laat mij met Jezus in schande aan het kruis sterven.quot; Boudon verhaalt in het leven van P. Surin, een soortgelijk voorval van eenen stervende, die niet meer scheen te hooren, en die hevig eene lofspraak verstiet, nabij hem gedaan.

Ook op dezen dag, weinige uren voor haren dood , dat zij den Heer menigmaal aanriep met. deze woorden: «Heer, kom mij te hulp! kom dan, Heer Jezus!quot; scheen eene lofbetuiging haar te wederhoudeii, en zij verklaarde zich nadrukkelijk daartegen, door de volgende oefening van ootmoedigheid : sik kan niet sterven, indien zoo vele brave lieden, door dwaling, goed van mij spreken; zegt dan aan allen, dat ik eene ellendige zondares ben. Achl zoo ik kon roepen, dat ik van alle menschen gehoord werde, en zeggen welke zondares ik ben! Ik ben ver beneden den goeden moordenaar, die naast Jezus aan het kruis hing, want deze en al degenen van dien tijd . hadden niet eene zoo verschrikkelijke rekening te geven als wij, die al de genaden hebben, welke aan de Kerk zijn vergund.quot; Na deze verklaring scheen zij gerust en zeide tot den priester, die haar vertroostte: sik heb nu zoo veel vrede en betrouwen alsof ik nimmer gezondigd had.quot; Hare blikken wendden zich met liefde naar het kruis, dat aan bet voeteinde van haar bed geplaatst was, hare ademhaling ging sneller, zij dronk dikwijls en wanneer een Christusbeeldje haar aangeboden werd, kuste zij uit ootmoedigheid alleen de voeten. Een vriend, die naast haar bed nederknielde en weende, genoot de vertroosting, haar dikwijls water aan te bieden , om daarmede hare lippen te bevochtigen; dewijl zij hare hand op het deksel had

Smartvolle Lijden. g

85

ocr page 90

BEKNOPTE LEVENSSCHETS

nedergelegd, waarop liet wit lidteeken harer wonde schitterde, nam liij die liand die koud was, on daar hij inwendig een toeken van afscheid van haar verlangde, drukte zij zachtjes de zijne. Haar aangezicht was rein, helder en kalm, maar met den indruk van eene verhevene statigheid; het was de uitdrukking van eenen kampvechter die, na ongehoorde pogingen om het doelwit to hereiken, valt en sterft, terwijl hij de kroon aangrijpt. Du priester las hij haar nog de gebeilen der stervenden , en zij gevoelde zich nog gewaarschuwd aan eene jonge en godvreezende vriendin Ie denken, wier feestdag liet was. De klok sloeg acht uur; zij ademde nog gedurende eenige minuten met moeite en riep driemaal, diep zuchtende, uit: »11 eer, help mij! Heer, lieer, kom!quot; De priester luidde het belletje en zeide: zij sterft. Vele nabestaanden en vrienden, die zich in het naastgelegen vertrek bevonden, traden de kamer binnen en knielden neder om te bidden, /ij had in hare hand eene brandende waskaars, welke de priester mede vasthield. Zij deed nog eenige lichte zuchten en hare reine ziel ontvloog hare kuische lippen, in haar hruidgewaad, om vol hoop den henlelschen Bruidegom te gemoet te snellen en zich met het koor der maagden te vereenigen, die het Lam vergezellen, waarheen het gaat. Maar ontzield lichaam zonk , om half negen ure des avonds, den ü Februari 1842 zacht op de oorkussens neder.

Iemand , die gedurende haar leven belang in haar gesteld had, heeft liet volgende geschreven; Na haren dood naderde ik haar bed. Zij lag op oorkussens neder, het lichaam naar de linker zijde overhellende; boven haar hoofd was een kruis, in een hoek, benevens krukken, welke hare vrienden haar vervaardigd hadden bij gelegenheid dat z j,

ocr page 91

■VAX ANNA CATHAR1NA E.M.MKRICU.

87

na een vei'lioord gebed in (l(y maand September, tiare kamer eenige malen had kunnen i-ondgaan. Naast haar hoofd liing een schilderijtje, den dood van de allerheiligste Maagd vooi'stelleiide, hetwelk de prinses van Sahn haar gegeven had. De uitdrukking van haar gelaat was van eene verhevene ernstigheid; het voetspoor van haar leven, gansch van opollering, geduld en overgeving was op hetzelve gebleven; zij scheen voor de liefde van Jezus Christus gestorven te zijn, in de uitoefening van eenig liefdewerk voor anderen. Hare rechterhand rustte op het deksel, die hand, waaraan God de ongehoorde genade gehecht had, door het aanraken te kennen al wat heilig was, al wat de heiliging dooi' de Kerk ontvangen had; genade , die wellicht niemand tot dusverre in zoo verheven graad ontvangen had; onschatbare genade in hare uitwerkselen, zoo men daarvan een goed gebruik maakte , en die zeker aan een onwetend landmeisje niet slechts geschonken was, om haar eenige geestelijke verstrooiing te verschaffen; genade van zoo vele krachtdadigheid, dat men er rekening van zou te geven hebben, zoo zij noch gekend, noch gewaardeerd, noch voordeelig gebruikt was geweest. Ik nam voor de laatste maal die hand, in welke een zoo merk waardig teeken was ingedrukt, dat geestelijk werktuig, hetwelk achter den sluier der natuur elke geheiligde zaak achtervolgde, om die zelfs in een korreltje stof te erkennen en te eeren die weldoende, werkzame hand, die zoo menigmaal de hongerigen gespijsd en de naakten gekleed had; de hand was koud en levenloos. Eene groote genade had de aarde verlaten; God had ons die hand van zijne Uruid ontrukt, die getuigenis gaf van, die bad en leed voor de waarheid. Het scheen niet zonder inzicht te zijn, dat zij die hand , het zinnebeeld eener

ocr page 92

BEKNOPTE LEVENSSCHKTS

bijzonilere kracht, door de goddelijke genade vergund, met onderwerping op het deksel had neder-gelegd. Daar veel noodzakelijke toebereidselen, die met eene onrustige werkzaamheid rondom haar gemaakt weiden, slechts geschikt waren om den plechtigen indruk , welken het aanschouwen van haar aanschijn op mij gemaakt had , te storen, verliet ik , in diepe gedachten verzonken , hare woonplaats. Indien zij , zeide ik tot mij zeiven, even als zoo vele heilige bewoners der wildernis, eenzaam had kunnen sterven, in het graf door handen gegraven, zouden de vogelen, hare vrienden , haar met bloemen en bladeren overdekt hebben. Zoo zij, even als zoo vele andere personen van haren staat en waardigheid, de aan God toegewijde maagden, gestorven was en zij tot aan het graf door hare zorgen en ijverigen eerbied was bijgestaan geweest, zooals b.v. eene H. Co-lomba de Rieti. zou zulks stichtend en voldoende zijn geweest voor het hart; maar ongetwijfeld zouden deze eerbewijzingen niet aangenaam zijn geweest aan hare liefde tot Jezus Christus, aan wien zij, ook in zijnen dood, wenschte meer gelijk te zijn.quot;

Dezelfde vriend schreef later het volgende: «Ongelukkig heeft men zich niet op hooger gezag van den staat van haar lichaam na haren dood verzekerd; men heeft die onderzoeken niet gedaan , voor welke men haar , gedurende haar leven zoo zeer gekweld had. Diegenen zeiven, die haar omringden, hebben verzuimd haar aandachtig te beschouwen, denkelijk uit vrees van eenig treilend wonderverschijnsel te ontwaren, welks ontdekking veel gerucht zou hebben kunnen maken. Op woensdag den 11 Februari bereidde men haar lichaam voor de begrafenis. Eene godvree-zende vrouw , die de zorg, haar dit laatste blijk

88

ocr page 93

VAN ANNA CATHARINA EMMERICH.

van toegenegenheid te bewijzen, aan niemand wilde afstaan, heeft mij in deze woorden den staat beschreven, waarin zij haar bevonden had: «Hare voeten lagen kruisgewijs op elkander, gelijk de voeten van een kruisbeeld. De plaatsen der teekenen van de wonden waren rooder dan naar gewoonte ; toen men haar hoofd oplichtte, vloeide er bloed uit neus en mond; al hare ledematen hieven buigzaam en zonder eenige stijvigheid, zelfs tot in de doodskist.quot; Op Vrijdag 13 Februari werd zij ter aarde besteld, gevolgd door de gansche bevolking der plaats, die haar tot aan hare laatste rustplaats vergezelde. Zij rust op het kerkhof ter linkerzijde van het kruis, aan den kant der hegge. In het graf voor het hare rust een godvreezend landman van Welde ; in het volgende eene godvruchtige boerin van Dernekamp.

Des avonds van den dag harer begrafenis kwarn een rijk man, niet bij Pilatus, maar bij den pastoor der plaats; hij vroeg hem het lichaam dei-overledene. niet om het in een nieuw graf te plaatsen, maar om het voor rekening van een hollandschen geneesheer, voor eene vrij aanzienlijke som golds te koopen. Dit voorstel werd, zooals het behoorde, verworpen, maar het schijnt dat liet gerucht in het stadje verspreid werd , dat men het lichaam had weggenomen, en men zegt, dat het volk zich naar iiet kerkhof begaf om te zien ut' men het graf niet onteerd had.quot;

Wij zullen bij dit uitgebreid verslag hot uittreksel voegen van een brief die in December 1842 in het dagblad van katholieke letterkunde van Kerz gedrukt werd. Dit verhaal komt van iemand die ons onbekend is, maar wel onderricht schijnt te zijn. «Ongeveer zes of zeven weken na den dooil van Anna Catharina Emmerich , toen het géruclit verspreid was, dat haar lichaam was

89

ocr page 94

!)0 LEVENSSCHETS VAN ANNA CATIIARINA EMMERICH.

weggenomen, werden liet graf en ile doodskist in liet geheim , op liooger gezag, in tegenwoordigheid van zeven getuigen geopend. Zij zagen met verwondering en vreugde, dat de bedorvenheid nog niets op het lichaam der godvreezende dochter vermocht. De trekken van haar aangezicht waren lachend gelijk van iemand, die aangenaam droomt; het scheen, dat zij maar even was begraven geworden, en haar lichaam verspreidde hoegenaamd geenen doodsreuk. Het is eenen plicht, lint geheim des konings -te houden, zegt Jezus, Sirach's zoon; maar het is ook eenen plicht, de grootheid der barmhartigheden üods aan de wereld te verkondigen.quot; Men heeft ons verzekerd dat eene zerk op hare grafstede is geplaatst geworden. Wij leggen deze bladen op dezelve, met het gevoel der erkentenis neder; mogen zij bijdragen om de gedachtenis te vereeuwigen van eene persoon, die de geestelijke en lichamelijke pijnen van zoo vele ongelukkigen verzacht heeft, en om de gedachtenis te behouden der plaats, waai' zij de opstanding verwacht.

ocr page 95

II KT

LVATSTE AVOXDMAAL

VAN

ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

ocr page 96
ocr page 97

quot;VOOIRDREinDIB.

TVie de volgende overwegingen en beschouwingen met het beknopt verhaal van het laatste Avondmaal in het Eoaynjelie zal vergelijken , zal wellicht getroffen zijn door eenige lichte verscheidenheid, welke zich daarin bevindt. Het is noodig dienaangaande eene verklaring te geven, ofschoon dit schrilt — men zal het nooit genoog herhalen — zich geenszins wil aanmatigen iets hij de heilige Schrift, zooale die door de Kerk wordt uitgelegd, te voegen.

De zuster Emmerich heeft de bijzonderheden van het laatste Avondmaal in deze volgorde gezien: Het Paas'h-lam wat dt geslacht en in de eetzaal bereid; de Heer doet bij deze gelegenheid eene aanspraak, de medegasten trekken hunne reiskleederen aan; zij eten staande, in haast het lam en de andere geredden, door de wet voorgeschreven; me)i biedt den Ueere tweemaal eenen kelk met wijn aan; hij drinkt er de tweede maal niet vany maar deelt dien rond aan zijne Apostelen, zeggende: »Ik zal voortaan niet meer van deze vrucht van den wijnstok drinken, enz.quot; Zij zetten zich aan tafel; ./ezuamp; spreekt van den verrader; Petrus vreest, dut hij het weze; Judas ontvangt van Jezus het stuk brood dut hem aanduidt; men bereidt zich voor het wasschen der voeten; de Apostelen twistredenen onder elkander over den voorrang; Jezus verwijt hun zulks; het wusschen der voeten ; Petrus wil zijne voeten niet laten wassdu n; de voeten van Judas worden ook gewasschen; instelling van het ullerh. Sacrament des Altaars; Judas communiceert en verlaat de zaal; zegening of heiliging der oliën, en onderrichtingen dienaangaande; wijding van Petrus en de-andere Apostelen tot priesters; laatnte aanspraak des Heeren ; verklaringen van Petrus; einde van het Avondmaal. Deze orde aannemende, schijnt het vooreerst, dat men in tegenspraak is met de woorden van den H. Mattheüs {XXIV, 29) en met den H. Marcus [XIV, 25;,

ocr page 98

voonnKDE.

•94

alwaar deze woorden: Ik zal met u niet meer drinken, enz., zich na de consecratie beuinden , maar hij den H. Lucas bevinden zij zich er voor. Integendeel zijn de woorden, betrekkelijk den verrader Judas, hier, ijelijk hij den H Mattheüs en den 11. Marcus, vóór de consecratie, bij den II. Lucas komen zij slechts daarna. J)e 11 Johannes, die van de instellin(j des allerheiligsten Sacraments niet gewaagt, geeft te kennen , dat Judas uun-sloads de zaal verliet, nadat Jezus hem het brood luid aangeboden; maar het is zeer waarschijnlijk, tolgens de woorden der andere Evangelisten , dat Judas de heilige Communie onder de twee gedaanten ontving, en verscheidene der Vaders, dc tl. Augustinus, de II. Gregorius de Groote. de II. Leo de Groote, alsook de overlevering -iler katholieke Kerk, zeggen het uitdrukkelijk. Overigens zou hel verhaal van den H. Johannes, zoo men de volgorde in welke de gebeurtenissen voorgedragen zijn, naar de letter nam, hem in tegenstrijdigheid stellen. , niet slechts met de HU. Mattheüs en Lucas, maar ouk met zich zeiven; want er volgt uit het 10« vers, II. XIII, dut ook de voeten van Judas gewasschen werden. Nu, hrt wasschen der voeten had volgens hem plaats nadat men het I'aaschlam gegeten had, en hel was noodzakelijk, terwijl men het at, dal Jezus het brood oan den verrader toereikte. Door hetgeen gezegd is, is hrt klaarblijkelijk dat de Evangelisten hier, zooals op andere plaatsen, zich met het wezenlijke bezig houdende, zich niet verbonden hebben de bijzonderheden in eene strenge volgorde te verhalen, hetwelk de schijnbare tegenstrijdigheden die onder hen bestaan, genoegzaam uitlegt. De volgende beschouwingen zullen aan al wie dezelve met u an ducht ■leest, veeleer als eene eenvoudige en natuurlijke overeenstemming voorkomen, dan als een verhaal in ui wat ook wezenlijk is, verschillend van dat der II. Schrilt. Wat den oogslag op Melchisedech betreft, men moet de plaatsen, waar hij als een Engel voorkomt , niet verwarren nut eene oude ketterij, volgens welke hij de Christus zelf of' de heilige Geest is. Óe woorden van den-brief tot de Hebreeuwen schijnen eenen Engel aan te duiden, en zoo de meeste Godgeleerden, van den H. Hieronymus af dezelve in dien zin niet hebben uitgelegd , is zulks alleen om geen voorwendsel, zelfs geen verwijderd, aan deze ketterij te geven.

ocr page 99

Bereiding van de Paschen.

\V ITT EX- DO NU E RD AG.

13 nisün (29 Maart.)

Jezus Christus 33 jaren, 18 weken min een datj oud zijnde. (1)

fet was gisteren avond, dat do laatste groote maaltijd van den Heer en zijne vrienden plaats iquot; l'^t Imis van Simon den nrielaatschen, quot; W welken Hij te Bethaniön, waar -Maria Magda-•t, lena voor de laatste maal reuk werken over Jezus uitstortte, genezen had. Judas was bij deze gelegenheid geërgerd, liep naar Jeruzalem en smeedde nog een boozen aanslag met de opperhoofden dei-priesters, om hun Jezus over te leveren. Na den maaltijd kwam Jezus weder in het huis van Lazarus en een deel der Apostelen ging naar de herberg, voor Betbaniën gelegen. Tijdens den nacht kwam Nicodemus nog naar Lazarus, en was in langdurige onderhandeling met den Heer; hij keerde voor den dageraad naar Jeruzalem weder, en Lazarus vergezelde hem een eind wegs.et was gisteren avond, dat do laatste groote maaltijd van den Heer en zijne vrienden plaats iquot; l'^t Imis van Simon den nrielaatschen, quot; W welken Hij te Bethaniön, waar -Maria Magda-•t, lena voor de laatste maal reuk werken over Jezus uitstortte, genezen had. Judas was bij deze gelegenheid geërgerd, liep naar Jeruzalem en smeedde nog een boozen aanslag met de opperhoofden dei-priesters, om hun Jezus over te leveren. Na den maaltijd kwam Jezus weder in het huis van Lazarus en een deel der Apostelen ging naar de herberg, voor Betbaniën gelegen. Tijdens den nacht kwam Nicodemus nog naar Lazarus, en was in langdurige onderhandeling met den Heer; hij keerde voor den dageraad naar Jeruzalem weder, en Lazarus vergezelde hem een eind wegs.

De leerlingen hadden reeds aan Jezus gevraagd.

(1) Zjj ziet den r/eschiedkundigen dag der geboorte lt; Inzes lieeren op den 25 November.

ocr page 100

«(6 HET SMARTVOLLE LM DEN

waar Hij het Paaschlam wilde nuttigen. Heden deed de Heer Petrus, Johannes en Jacobus voor den dageraad bij zich komen; hij sprak veel met hen over hetgeen zij te Jeruzalem te bereiden en te bevelen hadden en zeide hun, dat zij bij het opklimmen van den berg Sion den man zouden zien met de kruik water. Zij kenden dien man reeds, want op de laatste Paschen te Bethaniën was het degene, die den maaltijd van Jezus bereid had; ziedaar waarom de H. Mattheus zegt: zeker man. Zij moesten hem tot aan zijne woning volgen en hern zeggen: »De meester laat u weten dat zijn tijd nabij is en Hij liet Paaschlam bij u wil eten.quot; Zij moesten zich daarna de reeds bereidde eetzaal' doen toonen en er de noodige schikkingen maken.

Jk zag twee Apostelen naar Jeruzalem gaan. een holien weg volgende, zuidwaarts van den tempel, naar den noorderkant van Sion. Op de zuiderzijde van den berg des tempels waren nog vele rijen huizen; zij gingen, tegenover die huizen opklimmende , langs eene beek die hen daarvan afscheidde. Toen zij de hoogten van Sion bereikt hadden , die hooger dan den berg des tempels waren, namen zij de richting naar het zuiden en ontmoetten aan den voet eener kleine verhevenheid, in de nabijheid van een oud gebouw met verscheidene open plaatsen, den man die hun aangeduid was; zij volgden hem en zeiden hem, bij zijne woning, hetgeen Jezus hun bevolen had. Toen hij hen zag en (leze tijding hoorde, verheugde hij zich en antwoordde hun , dat er bij hem reeds een maaltijd besteld was geworden (vermoedelijk door Nicodemus); dat hij niet wist voor wie, en hij verrukt was te vernemen, dat het voor Jezus was. Deze man was Heli, schoonbroeder van Za-charius van Hebron, in wiens huis Jezus het vorige

ocr page 101

VAN ONZEN' IIEEU JEZUS CHRISTUS.

jaar, na den Sabbatli, den dood van Johannes den Dooper aan de familie aangekondigd had. Hij had slechts een zoon, die leviet en in vriendschapsbetrekkingen was niet Lucas, voor dat deze tot den Heer gekomen was, en behalve dezen had hij nog vijf ongehuwde dochters. Hij ging jaarlijks inet zijne dienaren naar het Paaschfeest, huurde dan eene zaal en bereidde er het Paaschlam voor die personen, die geenen gastheer in de stad hadden. Dit jaar had hij eene eetzaal gehuurd die aan Nicodernus en Jozef van Arimathea toebehoorde. Hij toonde er de ligging en inwendige verdeeling van aan de twee Apostelen.

H.

De Eetzaal.

Op de zuiderzijde van den berg Sion, niet ver van den thans verwoestten burcht van David en van de markt, die naar dien burcht aan de oostzijde leidt, bevindt zich een oud en hecht gebouw tusschen rijen van bladerrijke boomeu, te midden van eene uitgestrekte open plaats, met goede muren omringd. Links en rechts van den ingang ziet men op die plaats andere gebouwen naast den muur, namelijk aan de rechterzijde de woonplaats van den opperhofmeester en kort daarbij die, waar de heilige Maagd en de heilige vrouwen zich na den dood van Jezus ophielden. De eetzaal, weleer veel ruimer, had toen tot woning verstrekt aan de stoutmoedige veldheeren van David , die zich daar in den wapenhandel oefenden. Voor de oprichting des tempels was de ark des verbonds er vrij langen tijd opgesteld geweest, en er zijn nog teekenen van haar verblijf in eene onder-

97

ocr page 102

HKT SMARTVOLLE I.I.IDKX

aardsclte plaats. Ik heb ook op zekeren dag den pr ofeet Malachias onder diezelfde gewelven verborgen gezien : hij scln eef daar zijne voorzeggingen over het allerheiligste Sacrament en de offerande van het nieuwe verbond. Salomon eerde dit huis en verrichtte daar iets zinnebeeldigs en figuurlijks, hetwelk mijn geheugen ontsnapt is. Toen een groot gedeelte van Jeruzalem door de Babyloniërs verwoest werd, spaarde men dit buis; ik heb vele dingen betrekkelijk hetzelve gezien, maar er niets van onthouden dan hetgeen ik daareven gezegd heb.

Dit gebouw was in zeer slechten staat, toen het het eigendom van Nicodemus en van Jozef van Arimathea werd : zij hadden liet voorname gebouw zeer gemakkelijk ingericht, hetwelk zij verhuurden, om aan de vreemdelingen, welke de feesten van Paschen naar Jeruzalem lokten . tot eetzaal te dienen. Hot was alzoo, dat de lieer zich op de voorgaande Paschen er van bediend had. \ er-der diende hun het huis en deszelfs toebehooren gedurende het gansche jaar tot stapelplaats voor grafsteenen en andere, alsook tot werkplaats voor de steenhouwers; want Jozef van Arimathea bezat uitmuntende steengroeven in zijn vaderland, en deed er ongehouwen blokken van komen , waarvan men onder zijn bestuur grafsteden, versierselen voor bouwkunde en kolommen maakte , welke hij daarna verkocht. Nicodemus had een. deel in dien handel , en hij zelf vermaakte zich in zijne ledige oogenblikken met de beeldhouwkunde. Hij werkte dikwijls in de zaal of in eene onderaardsche plaats onder dezelve, uitgenomen op het tijdstip der feesten; deze soort van bezigheid had hem in betrekking gesteld met .lozet van Arimathea; zij waren vrienden geworden, en hadt hen menigmaal in hunne ondernemingen samen verbonden.

ï)8

ocr page 103

VAN ONZEN' IIEKR JEZUS CHRISTUS.

Dezen morgen, terwijl Petrus en Johannes door onzen Heer naar Betlianiën gezonden, zich met den man onderhielden . die de eetzaal voor dit jaar gehuurd had , zag ik Nicodeinus in de ge-honwen, ter linkerzijde van de plaats, waar men Vele steenen gebracht had, welke den toegang tot de eetzaal belemmerden. Acht dagen vroeger Via l ik vele personen bezig gezien met de steenen uit den weg te ruimen, de plaats schoon te maken en de eetzaal tot de viering van het Paasch-f'eest voor te bereiden ; ik meen zelfs, dat eenige leerlingen, wellicht Ararn en Themeni, de neven van Jozef van Arimathea, onder dit getal waren.

De eetzaal, eigenlijk gezegd, ligt bijna in het midden der plaats, het is een langwerpig vierkant, omringd van eene rij minder verheven kolommen zoo men de tusschenzetsels tusschen de kolommen wegneemt, kan deze zijplaats nog met de binnenste groote zaal vereenigd worden, want het gansche gebouw is doorzichtig en rust op kolommen of pilaren. In de gewone tijden alleen zijn ile openingen en doorgangen door tusschenzetsels gesloten. Het licht straalt er in, door openingen aan het bovenste der muren aangebracht. Kr is van voren een portaal of plaats, waarin drie toegangen uitkomen; hierna komt men in de groote binnenzaal, aan welker zoldering verscheidene lampen hangen: de muren zijn voor het feest, ter helft van hunne hoogte, met schoone matten of tapijten versierd, en van boven is eetie ope-uing gemaakt, waarover een doorschijnend blauw gaas gespannen is.

Het achtereinde der zaal is van het overige afgescheiden door eene gordijn van dezelfde stof; en deze verdeeling in drie vertrekken geeft aan de eetzaal eene gelijkenis met den tempel. -Men vindt er ook het voorplein , het Heilige en het

99-

ocr page 104

HET SMARTVOLLE LIJDEN

100

Heilige der Heiligen. In dit laatste gedeelte zijn, ter rechter- en ter linkerzijde de kleederen en andere noodige voorwerpen voor de viering van het feest nedergelegd; in het midden is eene soort van altaar. In den muur is een steenen bank ingewerkt met dx-ie opgaande trappen; zij heet't de gedaante van een rechthoekiger) driehoek; dit moet de bovenkant zijn van den oven, waarin men het Paaschlam doet braden, want heden waren er de trappen rondom geheel warm gedurende den maaltijd. Er is aan dien kant een uitgang, die onder de kolommen geleidt, achter dien uitspringenden steen, Hier is het, dat men naar de plaats gaat waar men het vuur stookt; men komt ook daar langs in andere gewelven en kelders onder de zaal. L)icht bij den steen of' het altaar bevinden zich verschillende kasten en schuit-laden , welke men kan uittrekken; er zijn van boven ook openingen als een ijzeren rooster, eene plaats om het vuur te ontsteken en eene andere om het uit te dooven. ik kan er het geheel niet nauwkeurig meer van beschrijven; het is als een soort haard voor Paaschbrooden of ander bakgoed, misschien ook om reukwerken of overblijfselen van het feest ie verbranden; het is als eene paaschkeuken. Boven dien haard of altaar heeft men een soort houten nis tegen den muur gemaakt , die aan den bovenkant open is. Aldaar bevindt zich een klep, waarschijnlijk om den rook te laten uitgaan. Vóór die nis, of liever van boven voor dezelve, hing de beeltenis van het Paaschlam; er was een mes door deszelfs keel gestoken en het scheen, dat het bloed met druppelen op het altaar nederdroop ; ik herinner mij niet wel hoe dit gemaakt was. In de nis van den muur zijn drie kasten, van verschillende kleuren, welke nien londdraait, gelijk onze tabernakelen, om die

ocr page 105

TAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

openen en te sluiten ; ik zag er allerlei soort vaten voor de Paschen en schelpvormige drinkschaaltjes; later rustte daar het heilig Sacrament.

In de zijzalen van de eetzaal zijn legersteden, schuins met muren omgeven, waar dikke , sa-mengerolde beddekens zich bevinden en men den nacht kan doorbrengen. Onder dit gebouw zijn schoone kelders. De ark des Verbonds werd weleer in het achtereinde geplaatst, onder de plaats zelve, waar men later den haard heeft gemaakt. Onder het huis zijn vijf goten , die de vuiligheid en het water op de helling van den berg brengen, want het huis is op eene verhevene plaats gelegen. Jk heh vroeger Jezus daar genezingen zien doen en onderrichtingen geven; de leerlingen brachten ook menigmaal den nacht in de zijzalen dooi'.

III.

Schikkingen voor den Paaschmaaitijd.

Toen de Apostelen met Heli van Hebron ge-rfproken hadflon, keerden deze over de open plaats weder teriijj in het huis, keerden rechtsom en gingen langs het noorden af naar Sion. Zij trokken over eouc brug en bereikten, door een voetpad inet kreupelhout overdekt, de overzijde der droge stroombedding, die voor den tempel is en de rij huizen, die zich zuidwaarts van dat gebouw bevindt. Daar stond het huis van den ouden Simeon , die na de opdracht van Christus in den tempel gestorven is; zijne zonen, waarvan eenige reeds onder de geheime leerlingen van Jezus waren, bewoonden het toen. De Apostelen spraken tot een lunmer, die eene bediening had in den

Smartvolle Lijden. 7

101

ocr page 106

1IKT SMARTVOLLE LUDEN

tempel; liet was een groot, bruinkleurig man. Zij gingen met hem ten oosten van den tempel, iloor dat gedeelte van Opliel, waardoor Jezus op Palmzondag zijne intrede gedaan had en, ten noorden van den tempel door de stad gaande, kwamen zij op de beestenmarkt. Ik zag in het zuidelijk deel van die markt kleine omheiningen en tuintjes,, waarin schoone lamineren op groene zoden rondsprongen. Tijdens de intrede van Jezus dacht ik, lt;lat dit eene schikking was, welke men ter ge-legenheid der plechtigheid gemaakt had, maar liet waren Paaschlammeren die men aldaar kocht, ik zag den zoon van Simeon in eene van die omheiningen gaan; de lamineren sprongen rondom; hem en stieten hem met hunne hoofden, alsof' zij hem gekend hadden. Hij koos er vier nit , dienaar de eetzaal gedragen werden. Ik zag hem in den namiddag in de eetzaal deelnemen bij de bereiding van het Paaschlarn.

Ik zag Petrus en Johannes nog op verscheiden plaatsen der stad gaan en verschillende voorwerpen bestellen. Ook zag ik hen voor eene deur ten noorden van den Calvarieberg en van de stad, in een huis , waar den meesten tijd de leerlingen van Jezus huisvesting namen; het was eigenlijk lt;le herberg der teerlingen te Jeruzalem. Zij behoort aan Seraphia (deze was de naam van haar.. welke men later Veronica noemde.) Petrus en Johannes zonden van daar eenige leerlingen naaide eetzaal, welke zij met eenige andere boodschappen belastten, die mij ontgaan zijn.

Zij traden ook liet huis van Seraphia binnen,, waar zij verscheidene schikkingen te maken hadden. Haar echtgenoot, een lid van den raad, was meestal voor zaken van huis afwezend , en wanneer hij zelfs te huis was, zag zij hem zeer weinig. Zij is eene vrouw ongeveer van den ouder-

102

ocr page 107

VAN ONZEN HEER .7EZÜS CHRISTUS.

dom der heilige Maagd en sedert langen tijd in betrekking met de heilige Familie. Want toen Jezus, nog kind, na het feest te Jeruzalem bleef, was het door haar dat Hij gevoed werd. De twee Apostelen ontvingen daar allerlei gerief, dat daarna gedeeltelijk door de leerlingen, in overdekte kolven naar de eetzaal gedragen werd. Hieronder was ook de kelk, waarvan de lieer zich bediende voor de instelling van het heilig Sacrament des Altaars.

IV.

Over den kelk van het heilig Avondmaal.

De kelk, welken de Apostelen van Veronica medenamen, is eene wonder- en geheimvolle vaas. Hij bevond zich langen tijd in den tempel onder de voorwerpen, die men als kostbaar en van hooge oudheid aanzag, en wier-gebruik en oorsprong in de vergetelheid gedompeld waren. Iets dergelij'vs heeft in de katholieke Kerk plaats gehad, waarin vele geheiligde kostbaarheden met den tijd in vergetelheid geraakt zijn. Men had dikwijls oude vazen en juweelen, die in den tempel onder liet stof bedolven lagen, ontgraven, verkocht of doen hernieuwen. Het is alzoo, dat door toelating van God deze heilige vaas , welke men nooit had kunnen smelten, wijl hare stof onbekend was, ofschoon men het menigmaal beproefd had, door de nieuwe priesters in den schat des tempels gevonden, aan liefhebbers van oudheden was verkocht geworden. De kelk en al wat er bij behoorde , door Seraphia gekocht, had aan Jezus reeds verscheidene malen voor feesten gediend, en van dezen dag af werd hij gestadig het eigen-

103

ocr page 108

HET SMARTVOLLE LIJDEN

dom van il' heilige christen gemeente. Deze vaas was niet altoos in haren tegen woord igen staat geweest; illt; herinner mij niet meer sedert welk tijdstip, noch ook of het niet door de bevelen des Heeren zeiven is, dat men de verschillende stukken, waarvan zij nu samengesteld is, bij elkander gevoegd heeft. Men had er eene gansche draagbare verzameling van voorwerpen bijgevoegd, dienende tot de bereiding en instelling van het heilig Sacrament. De groote kelk was op eenen schotel geplaatst, waaruit men nog eene soort plaatje kon trekken en rondom dezelven waren zes kleine glazen. Ik herinner mij niet meer of dit plaatje ook nog heilige voorwerpen bevatte. In den grooten kelk bevond zich eene andere kleine vaas, boven dezelve een klein schoteltje en eindelijk een bolrond deksel. In den voet des kelks was een lepel, welken men er gemakkelijk kon uitnemen. Al deze vazen waren met schoon lijnwaad overdekt en in eene doos of lederen omslag gesloten, boven welken een knoop was. Ue groote kelk bestaat uit de kom en het voetstuk , dat er later moet bijgevoegd zijn, want deze twee stukken zijn van verschillende stof. De kom verbeeldt eene bruinachtige gepolijste massa van de gedaante eener peer; zij is met goud versierd, er zijn twee oortjes aan, waarmede men die kan vastnemen, omdat zij nog al vrij zwaar is. De voet is van onbewerkt goud, zeer kunstig bewerkt; vanonder is hij met eene slang en een druiventrosje versierd , en met edelgesteenten verrijkt. Het is i'i den voet, dat zich het lepeltje bevindt.

De groote kelk is bij den H. Jacobus den jongere in de kerk van Jeruzalem gebleven, en ik zie hem nog ergens in eene zeer duistere plaats van die stail bewaard; hij zal nog eens te voorschijn komen, zooals hij daar vroeger is ontdekt geworden.

ocr page 109

van onzen heer jezus christus.

Andere kerken hebben de kleine kelken, die rondom denzelven stonden, onder elkander verdeeld; een derzelve is te Antiochië, een andere te Ephese gekomen, en zoo zijn zij aan de zeven kerken geraakt. Zij behoorden den Patriarchen toe, die er den geheimzinnigen drank uit dronken , wanneer zij de zegening ontvingen en gaven , zoo als ik het menigmaal gezien en verhaald heb.

De groote kelk bestond reeds bij Abraham; Melchisedech bracht hem uit het land van Semi-rainis, waarin hij was verdoold geweest, naar het land van Kanaan, toen hij eenige stichtingen begon op te richten ter plaatse, waar later Jeruzalem stond; hij bediende er zich van hij de oflerande, toen hij , in tegenwoordigheid van Abraham, het brood en den wijn ollerde, en hij gaf hem dezen aartsvader ten geschenke, lie vaas was ook in de ark van Nop geweest, waar zij in het hoogste gedeelte geplaatst was.

»Zie hier menschen, schoone menschen, die uit eene trotsche stad komen ; zij is ouderwets gebouwd; men aanbidt er wat men wil; men aanbidt er zelfs de visschen. De oude Noë houdt zich, niet een paal op den schouder, aan den zijkant van de ark; het timmerhout ligt rondom hem, elk stuk is op zijne plaats gerangschikt. Neen. het zijn geene menschen, het moet iets verheve-ners wezen, zoo schoon en helder zijn zij; zij brengen den kelk naar Noë, die ongetwijfeld ergens is verloren geweest. Ik weet niet, hoe die plaats genoemd wordt. Er ligt in den kelk een soort tarwe , maar grooter dan de onze ; zij is als het zaad eener zonnebloem en er is ook een klein wijnrankje in. Zij zeiden tot Noë dat hij eene groote vermaardheid heeft, dat hierin een geheim ligt en hij dezen kelk met zich moet nemen. Ziet, hij steekt de graankorrels en den wijngaardrank

105

ocr page 110

HET SMARTVOLLE LIJDEN

•106

in een gelen appel, welken hij in den kelk legt. Kr is geen deksel op, want wat hij er in gelegd heeft, moet altoos buiten uitwassen. De kelk is gemaakt naar een model dat, zooals ik geloof, ergens op wonderbare wijze uit de aarde gekomen is. Er is daar een geheim, maar de kelk is naar dat model gemaakt. Het is de kelk, welken ik heb zien afbeelden in de groote parabel ') ter plaatse, waar het brandende braambosch was. De tarwekorrels hebben zich eindelijk ontwikkeld op het tijdstip van Jezus Christus.

De zuster verhaalde al hetgeen van den kelk, daar even gezegd, in een staat van stille beschouwing, al wat zij beschreef voor zich ziende. Somtijds worstelde zij tegen het tegenwoordige en werd op eene hartroerende wijze verschrikt. Tijdens haar verhaal nopens Xoë was zij geheel in hare verschijning verslonden. Op het einde gat zij een gil van schrik, zag rondom zich enzeide: »Ach, ik ben beangst in de ark te moeten gaan; ik zie Xoë en dacht, dat de groote wateren kwamen.quot; Later, na geheel tot haren natuurlijken staat te zijn wedergekeerd, zeide zij: »Zij , die den kelk met de schatten aan Noë gebracht hebben, droegen lange, witte kleederen en geleken de drie mannen, die bij Abraham waren en hem beloofden, dat Sara een zoon zou baren. Het heeft mij toegeschenen, dat zij iets heiligs uit de stad médenamen , dat niet met haar moest verdelgd

1) Dit heeft betrekking op een zinnebeeldige parabel van de herstelling van het menschelijk geslacht, van den beginne, welke zij ongelukkig niet geheel verhaalde en daarna vergat, /ij sprak bij die gelegenheid niet van het brandende braambosch: overigens had het brandende braambosch van Mozes, in andere verschijningen, eene gedaante gelijk die van den kelk.

ocr page 111

VAN OXZEN HEER JEZUS C1IR1STLS.

107

■worden en dat zij hot aan Xoö gaven. De stad zelve, met al wat zij bevatte, verging in den zondvloed. De kelk was te Babyion bij afstammelingen van Noë, die den waren God getrouw waren gebleven; zij werden door Semiramis in slavernij gehouden. Melchisedech geleidde hen in het land van Kanaan en nam den kelk met zich. Ik zag, dat hij eene tent had nabij Babylon en dat hij , alvorens hen met zich te geleiden , het brood zegende en aan hun uitdeelde, zonder hetwelk zij de krachten niet zonden hebben gehad, hem te volgen. Deze lieden droegen eenen naam, bijna gelijk Samaneërs.

Hij bediende zich van hen en van eenige Ka-nanecrs, die de spelonken bewoonden, toen hij op de woeste heuvelen begon te bouwen, tor plaatse •waar later Jeruzalem stond. Hij maakte diepe grondslagen op de plaats, waar later de tempel lt;311 de eetzaal gebouwd werden, en ook nabij den ■Calvarieberg. Uij plantte daar de tarwe en den wijngaardrank. Na de oflerande van Melchisedech bleet' de kelk aan Abraham. Hij ging ook naar Egypte, en Mozes was er de bezitter van. Hij was op eene ongewone wijze gemaakt, hij was zoo dik als eene klok en scheen niet gelijk de andere metalen vervaardigd, maar als een gewas voortgebracht te zijn. ik heb er door heen gezien. ') Jezus alleen wist waarvan hij was gemaakt.

I) liet is onzeker, of zij hierdoor wilde te kennen geven, dat de kelk doorschijnend was of wel, dat zjj ■de stof met de oogeu van haren geest doordrongen liad.

ocr page 112

HET SMARTVOLLE LIJDEN

V.

Jezus gaat naar Jeruzalem.

l)es morgens , terwijl ile twee Apostelen zie It te Jeruzalem met de toebereidselen van het Paasch-f'eest bezighielden, zeide .lezus, die ie Betlianiëu gebleven was , nog een hartroerend vaarwel aan ile heilige vrouwen, aan Lazarus en aan zijne Moeder, en gaf hun nog eenige algemcene onderrichtingen en vermaningen. Ik zag den lieer alleen met zijne Moeder spreken : ik herinner mij nog eenige zijner gezegden; Hij zeide haar o. a. dat Hij Petnis, het geloof, en Johannes, de liefde, naar Jeruzalem gezonden had. om het Paaschf'eest te bereiden. Hij zeide van Magdalena, wier droefheid zoo groot was, dat zij op het punt was van er zinneloos door te worden , dat hare liefde onuitdrukkelijk , edoch nog een weinig volgens het vleesch was en de droefheid haar, om deze reden,, buiten haar zelve bracht. Hij sprak ook van de gesteltenis van den verrader Judas, en de heilige Maagd bad voor hem.

Judas was nog van Bethaniën naar Jeruzalem gegaan, onder voorwendsel van betalingen en verschillende lasten te volbrengen; des morgens vroeg: Jezus nieuws van hem aan de negen leerlingen, ofschoon Hij zeer wel wist wat hij deed. Judas liep den ganschen dag bij de Farizei'rs en overlegde alles niet hen. Men liet hem zelfs de krijgsknechten zien , die belast waren zich van den Zaligmaker meester te maken. Hij overlegde nauwkeurig al zijn heen en wederloopen, zoodanig, dat hij zijne afwezendheid altoos kon versclioonen. Hij kwam slechts een weinig tijds voor liet avondmaal tot den Heer. Ik heb al zijne heimelijke

408

ocr page 113

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

samenspanningen en gedactiten gezien. Toen Jezus met Maria over Judas sprak, zag ik grootendeels-lt;le inborst van Judas. Hij was werkzaam en dienstvaardig, maar vol gierigheid, heerschzucht en afgunst, en wederstond niet aan die hartstochten. Hij heeft zelfs, in de afwezigheid van Jezus, zieken genezen en andere mirakelen gewrocht. Toen Jezus de heilige Maagd aankondigde hetgeen gebeuren ging, bad zij Hem op de hartroerendste-wijze, haar met Hem te laten sterven. Maar Hij beval haar kalmer te zijn in hare smarten dan de andere vrouwen; Hij zeide haar ook, dat Hij zou verrijzen, en duidde haar de plaats aan, waar Hij aan haar zou verschijnen. Van toen af weende zij niet veel meer , maar was diep bedroefd en in eene ingekeerdheid verzonken, die iets verschrik-kends had. De Heer bedankte haar als een teedere zoon voor al de liefde welke zij Hem had toegedragen en drukte haar met zijne rechterhand aan. zijn hart. Hij zeide haar nog, dat zij het avondmaal op eene geestelijke wijze zou houden en duidde haar het uur aan, waarop zij het zou ontvangen. Hij nam nog eeti hartroerend afscheid van allen, en gaf hun onderrichtingen betreil'ende-vele dingen.

Omtrent middag gingen Jezus en de negen Apostelen van Bethaniën naar Jeruzalem; zij werden door zeven leerlingen gevolgd die, XathanaM en Silas uitgezonderd , van Jeruzalem en de omliggende plaatsen waren. Ik herinner mij , dat Johannes, Marcus en de zoon van de arme weduwe,, die op den voorgaanden donderdag haren penning-in den tempel geofferd had . terwijl Jezus aldaar onderwees, zich onder hen bevonden. Jezus had hem sedert weinige dagen met zich genomen. De heilige vrouwen vertrokken later.

Jezus en zijn gevolg gingen heen en weder

10!»

ocr page 114

HET SMARTVOLLE LIJDEN

rondom den berg der Olijven, in liet dal van Josaphat, en zelfs tot aan den Calvarieberg. On-denvege hield bij niet op hen te onderwijzen. Hij zeide onder anderen tot de Apostelen , dat Hij hun tot nu toe zijn brood en zijnen wijn gegeven had , maar hun op dien dag zijn vleesch en bloed zou geven, dat hij hun alles zou laten, wat hij had. L)it zeggende, had de Heer eene zoo hartroerende uitdrukking, dat zijne gansche ziel zich uitwendig scheen uit te storten, en hij van liefde scheen te kwijnen, in afwachting van het oogen-blik , waarop hij zich voor de menschen zou ten •offer geven. Zijne leerlingen begrepen hem niet; zij meenden, dat Hij over het Paaschlam sprak. Het zou onmogelijk uit te drukken zijn , welke liefde en onder werping er in zijne laatste gesprekken uitschenen, die Hij te Bethanli'n en hier voerde. De heilige vrouwen kwamen later in het huis van Maria, moeder van Marcus.

De zeven leerlingen, die Jezus naar Jeruzalem gevolgd waren, vergezelden hem niet op deze omwandelingen ; zij brachten pakken met feestgewaad voor het Paaschfeest naar de eetzaal, zij legden die in het portaal neder, en kwamen weder in het huis van Maria, moeder van Marcus. Toen Petrus en Johannes met den kelk, van de woning van Seraphia in de eetzaal kwamen, bevonden zich al de kleederen voor de plechtigheid reeds in het portaal, waar deze leerlingen en eenige anderen die gebracht hadden. Zij badder de naakte muren der zaal met behangsels bedekt, de openingen van boven vrij gemaakt, en drie ophangende lampen bereid. Petrus en Johannes vertrokken daarna naar het dal van Josaphat, en riepen den Heer, met de negen Apostelen. De leerlingen en vrienden, die het Paaschfeest ook in jie eetzaal moesten vieren, kwamen later.

110

ocr page 115

VAN ON'ZEX HEEK JEZUS CHRISTUS.

VI.

Laatste Paaschmaal.

Jezus en de zijnen , in drie groepen verdeeld, elk van twaalf personen en door een hunner als huisvader voorgezeten, aten liet Paaschlam in de eetzaal, .lezus nam den maaltijd met zijne twaalf Apostelen in de middenzaal; Xathanaël was met twaalf andere leerlingen in eene der zijzalen; twaalf anderen hadden Kliachim, zoon van Cleophas en Maria, dochter van Heli en broeder van Maria, dochter van Cleophas, aan het hoofd: hij was leerling geweest van Johannes den Duoper.

Drie lammeren werden geslacht en voor hen in den tempel besproeid. Maar er was nog een vierde lam, dat in de eetzaal geslacht en besproeid werd, liet was dit, hetwelk Jezus met zijne Apostelen at. Judas wist van deze omstandigheid niets, omdat hij met zijnen boozen aanslag bezig was, en nog niet wedergekeerd, toen het lam geslacht werd: hij kwam weinige oogenblikken na den maaltijd. De slachting van het lam, voor Jezus en de Apostelen bestemd, was ongemeen aandoenlijk. Zij had plaats in het portaal der eetzaal. De zoon van Simeon , die leviet was, hielp er aan. De Apostelen en leerlingen waren er tegenwoordig, zingende den li8quot; Psalm. Jezus sprak daarna van een nieuw tijdvak, dat zijnen aanvang nam; hij zeiiIe, dat de ollerande van Mozes en de afbeelding van het Paaschlam in vervulling gingen; maar dat daarom liet lam moest geslacht worden, zooals weleer in Egypte , toen zij wezenlijk het slavenjuk van dat land gingen afschudden.

De vazen en de noodige werktuigen werden toebereid; men bracht een schoon, jong lammetje.

m

ocr page 116

HET SMARTVOLLE LIJDEN

met eene kroon versierd, die aan de heilige Maagd gezonden werd, op de plaats, waar zij met de heilige vrouwen verbleef, flet lam werd met den rug, om het midden van het lijf, tegen eene plank gebonden, en dit herinnerde mij aan Jezus, aan de kolom gebonden en gegeeseld. De zoon van Simeon hield liet hoofd van het lam vast. Jezus stak het met het punt van een mes in den hals, en gaf het aan Simeon , die het lam verder bereidde. Jezus scheen tegenstrijd te gevoelen in liet te wonden ; hij deed het met grooten spoed, doch met statigheid. Het bloed werd in een bekken opgenou.en, en men bracht een tak hysop, welken Jezus in het bloed doopte. Daarna ging hij aan de deur der zaal, bestreek de twee stijlen en het slot met bloed, en maakte den tak, met het bloed geverfd, aan den bovensten dorpel der deur vast. Vervolgens gaf Hij eene plechtige onderrichting en zei-.le o. a.: »dat de verdervende Engel zon »vooi bijgaan; dat zij in deze plaats, zonder vree* sof onrust moesten aanbidden, wanneer Hij , het »ware Paaschlam, zou geslachtofierd zijn; dat een gt;1 nieuwe tijd en eene nieuwe oll'erande gingen be-»ginnen, die tot het einde der wereld zouden voort-

»duren.quot;

Zij begaven zich daarna naar het einde dei-zaal.quot; bij den haard of het altaar, waar weleer de ark des Verbonds gerust had: er was reeds vuur ontstoken. Jezus sprenkelde bloed op den haard en wijdde hem tot een altaar. Het overige van het bloed en het vet werden in het vuur, onder het altaar gew. rpen. Jezus, door zijne Apostelen gevolgd, ging dan, onder het zingen van Psalmen, de eetzaal rond en wijdde daarin eenen nieuwen tempel. Al de deuren waren gedurende dezen tijd gesloten.

Intusschen had de zoon van Simeon het lam

112

ocr page 117

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

geheel toebereid. Hij had liet aan eer.e spit gestoken ; de voorste beenen lagen op een dwarshout, de achterste waren aan het spit vastgemaakt. Helaas! het geleek aan .lezus op het kruis, en werd in den oven gezet, om er met de drie andere , uit den tempel medegebrachte lammeren gebraden te worden.

Anna Catharina herhaalde: De andere Paasch-lammeren der Joden werden alle in het portaal lt;les tempels geslacht, en wel op drie plaatsen: voor de personen van onderscheid ot' rang, voor het volk en voor de vreemdelingen. 1) Het Paasch-lam van Jezus werd niet in den tempel geslacht; al het overige was stiptelijk overeenkomstig met de wet. Later hield Jezus hieromtrent eene rede-voering ; het lam was alleen een afbeeldsel, Hij zelt moest den volgenden dag het Paaschlam zijn, ik weet niet meer wat Hij daarvan zeide.

113

Toen Jezus zoo ten opzichte van het Paaschlam onderwezen had , en de tijd gekomen , dat Judas wedergekeerd was, bereidde men de tafels. Zij trokken de reiskleederen aan, die zich in het portaal bevonden, zij namen andere schoenen, een wit kleed, een hemd gelijkende, en daarover een mantel, die kort van voren, doch langer van achter was; zij schortten hunne kleederen op tot aan den gordel, en hadden ook breede opgestroopte mouwen. Elke groep ging aan de tafel, die haar bestemd was; de twee groepen leerlingen in de zijzalen, de Heer en de Apostelen in de middenzalen. Zij namen stokken in de hand en begaven zich twee en twee aan tafel, waar zij op hunne plaats bleven rechtop staan, met de stokken tegen

1

Zij legde liier nog de manier uit, op welke de familiën zich vereenigden en in welk getal. Maar dit is den schrijver ontgaan.

ocr page 118

HET SMARTVOLLE LIJDEN

liunne armen steunende en de handen hemelwaarts opgeheven. Maar Jezus, die in het midden der tafel stond , had van den opperhofmeester twee stokjes ontvangen, aan het boveneinde een weinig krom gebogen, gelijk een herderstaf.

Van den eenen kant was aan die stokken een haak, gelijk een afgesneden tak. De Heer stelde die kniiselings voor zijne borst, in den gordel, en leunde, terwijl hij bad, met zijne opgeheven armen op die haken. In deze houding was er iets geheel treffends in zijne bewegingen. Het was alsof het kruis, hetwelk hij weldra op zijne schouders wilde doen drukken , eerst aan dezelve tot steun diende. In die houding zongen zij: «Gezegend zij de Heer, de God van Israël!quot; en sGe-loofd zij de Heer!quot; Nadat zij gebeden hadden, gaf Jezus een der stokken aan Petrus , den anderen aan Johannes; zij legden die weg, ot gaven lt;lie van hand tot hand over aan de andere Apostelen; ik kan mij dit niet juist herinneren.

De tafel was smal en zoo hoog, dat zij een halven voet boven de knieën kwam van een recht-staanden man; zij had de gedaante van een hoefijzer : tegenover Jezus, binnen de halve ronde, was cene ledige plaats. om de gerechten op te dienen. Zoo veel ik mij kan herinneren, zaten aan tie rechterhand van Jezus, Johannes, Jacobus de oudere en Jacobus de jongere; aan het einde der tafel ter rechterzijde . Bartholomeiis, vervolgens langs de binnenzijde, Thomas en Judas do Isca-rioot. Aan de linkerhand van Jezus waren Petrus, Andreas, Thadeüs; aan het einde ter linkerzijde, Simon , en naast dezen , naar de binnenzijde, Mattheüs en Philippus.

Het Paaschlam bevond zich op eenen schotel, in het midden der tafel. Het hoofd rustte op de voorbeenen, die kruiselings over elkander lagen;

114

ocr page 119

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

lt;le achterbeenen waren uitgestrekt, de rand der scliotel was rondom met knoflook hedekt. Daarnaast stond een schotel met het Paaschgebraad, en aan de twee kanten een tafelbord met groen moeskruid, rechtopstaande liet eene tegen het andere, en een tweede, waarop zich kleine bundeltjes bittere kruiden bevonden, aan welriekende kruiden gelijkende; verder stond voor Jezus nog eenen schotel met geelachtig groene kruiden, en een anderen met bruine saus of drank. De tafelborden der gasten waren ronde broodkoeken ; zij bedienden zich van ivoren messen.

Na het gebed plaatste de opperhofmeester voor Jezus het mes om het lam te snijden. Hij stelde een drinkbeker met wijn voor den Heer en vulde zes bekers, waarvan een tusschen twee Apostelen stond. Jezus zegende den wijn en dronk ; de Apostelen dronken met twee uit denzelfden beker. De Heer sneed het lam, en de Apostelen reikten de een na den ander hun broodkoek toe, welke zij met een soort haak vasthielden, en ieder ont-ving zijn deel. Zij aten het zeer haastig, terwijl zij het vleesch met hunne ivoren messen van de beenderen onthechtten. De beenderen werden daarna verbrand. Ook aten zij nog haastig knoflook en groene kruiden, welke zij in de saus doopten. Zij aten het Paaschlam staande, slechts een weinig op den rug van hunne stoelen geleund. Jezus brak ook een der ongedeesemde brooden en overdekte er een gedeelte van, het overige deelde hij rond. /ij aten vervolgens ook de broodkoeken. Men bracht nog een beker wijn, maar Jezus onthield zich en dronk er niet van. Neem dezen irijn, zeide hij, en verdeel hem onder u, want voortaan zal ik geen wijn meer drinken, tot dat het rijk Gods komt. Toen zij twee en twee gedronken luidden, zongen zij; daarna bad of onderwees

115

ocr page 120

HET SMARTVOLLE LMDEN

Jezus en ieder wiesch zijne handen. Dan zetten zij zich op hunne stoeien neder. Al liet^ voor-o-aande was staande en in haast verricht. Slechts op liet einde had men een weinig op de stoelen

geleund. .

De Heer sneed ook een lam in stukken , dat aan de heilige vrouwen, in een der gebouwen van de plaats gedragen werd, waar zij den maaltijd namen. De Apostelen aten nog moeskruiden en latuw, alsook saus. Jezus was ongemeen hartelijk en kalm; ik heb Hem nimmer zoo gezien. Hij zeide tot zijne Apostelen, allen kommer, welken zij zouden kunnen hebben, te vergeten. Ook de allerheiligste Maagd was , aan de tafel der vrouwen, geheel opgeruimd. Toen de andere vrouwen lot haar kwamen en haar bij haren hoofdsluier trokken om haar te spreken, was er eene trei-fende eenvoudigheid in hare bewegingen.

In het begin onderhield zich Jezus met veel toegenegenheid met zijne Apostelen, daarna weid Hij0ernstig en zwaarmoedig. )gt;Een van u , zeide Hij, zal mij verraden, een van u, wiens hand hier met mij aan tafel is.quot; Nu diende Jezus latuw, waarvan slechts éénen schotel op tafel stond, aan degenen voor, die aan zijnen kant zaten, en liij had Judas belast, die bijna tegenover Hem zat, denzelven aan den anderen kant rond te deelen. Toen Jezus van eenen verrader sprak , hetwelk de Apostelen verschrikte, en Hij zeide: slemand wiens hand aan dezelfde tatel ot aan denzelfden schotel is als ik,quot; hetgeen beteekent: «Een dei-twaalf, die met mij eten en drinken^ een dergenen, met welke ik mijn brood deel,quot; duidde Hy Judas niet duidelijk aan de anderen aan, want de hand aan denzelfden schotel hebben, was eene uitdrukking, die in het algemeen de vriendschap-pelijkste en innigste betrekkingen te kenuen gat.

116

ocr page 121

VAN ONZEN' HEER JEZUS CHRISTUS. 117

tlij wilde echter door die woorden ook eene waar-•scluiwing doen aan .Judas, die op dat oogenblik wezenlijk de hand aan denzelfden schotel had, als de Zaligmaker, om de latuw rond te dealen. Jezus zeide nog: »De Zoon des mensclien gaat heen, zooals er van hem geschreven is; maar wee den mensch, door wien de Zoon des mensclien zal overgeleverd worden! het was beter voor hem geweest, niet geboren te zijn.quot;

De Apostelen waren geheel ontsteld en vroegen beurtelings: «Heer, ben ik het?quot; want zij wisten allen wel, dat zij zijne woorden niet geheel begrepen. Petrus boog zich, achter Jezus om naar Johannes, en deed hem een teeken, dat hij -iiiin den Heer zou vragen , wie het was; want daar hij menigmaal verwijtingen van Jezus ontvangen had, sidderde hij, dat hij het kon wezen dien Jezus had willen aanduiden. Johannes bevond zich aan de rechterzijde van Jezus, en dewijl allen, op den linker arm steunende, met de rechterhand aten. lag zijn hoofd op de borst van Jezus. Hij rustte op zijnen boezem en zeide: »Heer wie is het?quot; Nu vernam hij, dat Jezus Judas bedoelde. Ik zag Jezus met de lippen niet zeggen: »lJeze, welken ik het stuk brood, hetwelk ik gedoopt heb, geef;quot; ik weet ook niet of Hij het zachtjes aan Johannes zeide , maar deze droeg er kennis van toen Jezus het brood, met latuw omgeven, doopte en het Judas met veel toegenegenheid aanbood, die op hetzelfde oogenblik ook vroeg: «lieer, ben ik het?quot; Jezus zag hem met veel liefde aan, «n antwoordde hem met algemeene woorden. Hit was bij de Joden een gewoon teeken van vriendschap en vertrouwen. Jezus deed het met eene hartelijke toegenegenheid, om Judas te waarschuwen. zonder hem aan de anderen bekend te «naken. Maar deze was inwendig vol razernij. Ik

Smartvolle Lijden. g

ocr page 122

HET SMARTVOLLE LIJDEN

züg gedurende den g'anschen maaltijd eene at schirwelijke gedaante aan zijne voeten nederzittenr die somtijds tot aan zijn hart opklom. Ik zag Jo-liannes niet aan Petnis wederzeggen hetgeen hij van Jezus vernomen had ; maar hij stelde hen» gerust mot eeneti blik.

VII.

Het wasschen der voeten.

Zij stonden van latei op , en terwijl zij hunne kleedcren schikten, zooals zij gewoon waren your het plechtig gebed te doen, kwam de opptrhof-meester met twee dienaren binnen om de tafel af te nemen, ze tusschen de stoelen weg te trekken en in een hoek te plaatsen. Jezus gelastte hem daarna water in het portaal te brengen, en hij verliet de zaal met de dienaars. Jezus, rechtstaande te midden zijner Apostelen, sprak hun gedurende eenigen tijd met plechtigheid aan. Maar tot nu toe heb ik zooveel gehoord en gezien, dat ik den inhoud van zijne redevoering met geene zekerheid zou kunnen verhalen. Ik herinner mij. dat Hij van zijn rijk . van zijn wederkeeren tot zijnen Vader sprak, terwijl hij daarbij voegde, dat hij hen alvorens zon laten al wat Hij bezat. Hij onderrichtte hen ook aangaande de boetvaardigheid , de kennis en belijdenis der gebreken, liet berouw en de rechtvaardigmaking. Ik gevoelde, dat dit onderricht op hot wasschen der voeten betrekking had, en ik zag ook, dat allen, Judas uitgezonderd , hunne zonden kenden en be-ouw over dezelve hadden. Deze aanspraak was langdurig en plechtig. Toen zij geëindigd was , deed Jezus Johannes en Jacobus den jongere het water

118

ocr page 123

VAN ONZEN MEER JEZUS CHKISTUS. HO

in de voorzaal halen, hetwelk Hij daar had doen brengen, en zeide den Apostelen hunne stoelen in een halfrond te schikken. Daarna ging Hij zelf in de voorzaal, legde zijnen mantel af, omgordde zich en deed een linnen doek rondom zijn lichaam. Middelerwijl twistten de Apostelen eenigerwijze, om te weten wie de eerste onder hen zou wezen; want daar de Heer hun zoo uitdrukkelijk aangekondigd had, dat Hij hen ging verlaten, en zijn rijk nabij was, versterkte zich bij hen de inee-ning, dat hij eene geheime nagedachte had, en van eene aardsche zegepraal sprak , die op het laatste oogenblik zou uitbarsten.

In het portaal beval Jezus aan Johannes een bekken , en aan Jacobus den jongere eene boks-lederen llesch te nemen, welker pijp of buis over zijnen arm hing. Nadat de Heer water uit de llesch in het bekken had gegoten, beval hij zijnen leerlingen hem in de zaal te volgen, waar de opperhofmeester een ander ledig bekken gebracht had, grooter dan het eerste.

Toen Jezus in zoo ootmoedige houding de zaal binnentrad, herispte hij de Apostelen door eenige woorden, over de twistredenen die onder hen ontstaan waren; Hij zeide hun onder andere, dat Hij zelf hun dienaar was, dat zij moesten nederzitten opdat Hij hunne voeten wiesch. Zij plaatsten zich in dezelfde orde, zooals zij zich aan tafel hadden bevonden, op de kussens hunner stoelen, in een halfrond gerangschikt, terwijl zij hunne bloote voeten op een soort zitbankje plaatsten. Jezus ging van den eenen tot den anderen en goot water uit het bekken op hunne voeten, hetwelk Johannes droeg; daarna nam hij het einde van den linnen doek. waarmede hij omgord was, en droogde die af. Elke keer goot Johannes het water, dat gediend had, in het bekken dat zich in het midden

ocr page 124

IIKT SMAUTVOI.I.K l.l.llll-.Nquot;

iler /:ui! l evüml , dan keerde hij tot den Hee' weder. die opnieuw water deed gieten uit de lederen llesch in liet bekken, onder de voeten dei-Apostelen, hetwelk Jacobus vasthield. Ue Heer, die tijdens den ganschen maaltijd ongemeen treffend en toegenegen was geweest, toonde zich ook vol toegenegenheid gedurende deze nederige dienst-lrtiglt;nnlt;*en. Hij kweet zich daarvan niet als van eeiie enkele plechtigheid; het was voor hem het heilige werk eener liefde, die uit den grond des harten kwam, en in zijne geheele houding uit-

SC 1 löd 1 •

Toen Hij aan Petrus kwam , wilde deze hem uit ootmoedigheid wederhouden en zeide: »Wel hoe! Heer, O ij zoudt mijne voeten wasschen. De Heer antwoordde : »Gij weet thans niet wat ik doe, maar zult het later weten.quot; Het scheen niij. dat Hij hem in het bijzonder zeide: »Sinion, quot;ii' hebt verdiend van mijnen Vader te verstaan wié illt; ben , waar vandaan ik kom en waarheen ik ga, gij hebt het bekend en uitdrukkelijk beleden; het is daarom, dat ik op u mijne Kerk zal stichten, en de poorten der hel zullen tegen haar niets vermogen. Mijne kracht moet bij uwe opvolgers blijven tot liet einde der wereld.quot; Jezus toonde hem aan de andere Apostelen en zeide hun dat, wanneer Hij niet meer zou zijn, Petrus zijne plaats bij hen moest bekleeden. Maar Petrus zeide tot hem: »Nimmer zult Gij mijne voeten wasschen.quot; De Heer antwoordde: »Zoo ik uwe voeten niet wasch , zult gij geen deel met mij hebben.quot; Toen zeide Petrus: «Heer, wascb met slechts mijne voeten, maar ook mijne handen en mijn hoofd.quot; En Jezus antwoordde: )gt;Die reeds is ge wasschen, behoeft sleclits zijne voeten rneei^ te wasschen, hij is rein in al het overige. Cxij overigen ook, gij zijt rein, maar niet allen.quot; Door

ocr page 125

VAN ONZKN HEER JEZUS CHRIJSTUS. 121

deze woorden duidde Hij Judas aan. Terwijl Hij onderricht gaf,-liad Hij van de wasscliing «Ier voeten gesproken, als van eene zuivering der dage-lijksclie fouten, omdat de voeten, die gestadig in aanraking zijn met de aarde, onverwijld vuil worden, zoo men niet waakzaam is. Deze wasscliing der voeten was geestelijk en als eene kwijtschelding. In zijnen ijver zag Petrus daarin niets dan eene al te groote vernedering van zijnen Meester; liij wist niet dat .lezus om hem zalig te maken, zich den volgenden dag zou vernederen tot den schandelijken dood des kruises.

Toen Jezus de voeten van Judas wiesch, deed Hij dit op de hartroerendste en toegenegenste wijze. Hij bracht zijn aangezicht tot dicht bij zijne voeten; Hij zeide hem zachtjes tot inkeer te komen; dat hij reeds sedert een jaar verrader en trouweloos was. Judas scheen het niet optemerken en richtte het woord aan Johannes. Petrus werd er door verbitterd en zeide : »Judas , de Meester spreekt tot n!quot; Toen zeide Judas iets algemeens, iets om eene uitvlucht te zoeken, zooals: «Heer, God behoede mij daarvoor!quot; De anderen hadden niet opgemerkt, dat Jezus zich met Judas onderhield, want Hij sprak met zachte stem om van hen niet gehoord te worden; zij waren bovendien bezig met hun schoeisel. Niets in het geheele lijden trof den Zaligmaker zoo diep als het verraad van Judas.

Jezus wiesch de voeten nog van Johannes en Jacobus. Kerst zat Jacobus neder, terwijl Petrus de lederen llesch vasthield; daarna nam Johannes plaats en Jacobus hield het bekken. Vervolgens onderwees Jezus hen over de ootmoedigheid, zeide hun dat degene, die anderen diende, de grootste was van allen, en dat zij voortaan ootmoedig elkanders voeten moesten wasschen; Hij zeide nog

ocr page 126

HET SMARTVOLLE LIJDEN

veel over hunne twistredenen aangaande den voorrang , zooals zulks in liet Evangelie vermeld is. Daarna hernam Hij zijne kleederen. De Apostelen maakten ook hunne kleederen los, welke zij opgeschort hadden om het Paaschlam te eten.

VIII.

Instelling van het allerheiligste Sacrament des Altaars.

Op bevel des Heeren had de opperhofmeester de tafel, welke hij een weinig verheven had, op-nieuw opgericht; hij overdekte die met eene tapijt, waarover hij een rood deksel en boven dit een wit, doorzichtig gebloemd tafelkleed uitspreidde'. Na de tafel vervolgens in het midden der zaal geplaatst te hebben, stelde hij onder dezelve eene kruik vol water en eene andere vol wijn. Petnis en Johannes gingen naar den kant der zaal, alwaar de paaschhaard was, om er den kelk te halen, welken zij van Seraphia medegebracht hadden, en die nog in zijnen omslag was. Zij droegen hem tusschen hen beiden, even alsof zij een tabernakel gedragen hadden, en plaatsten hem, in zijnen omslag voor Jezus op de tafel. Er was daar een langwerpig rond tafelbord met drie witte en dunne ongedeesemde brooden vanboven met regelmatige streepen geteekend. Er waren drie stree-pen in de breedte, en elk brood was tweemaal zoo lang als breed. De brooden waren overdekt, en reeds toen zij het Paaschlatn aten, had de Heer er lichte insnijdingen in gemaakt om die te breken, en er onder dien maaltijd nog een half van het gebroken brood bijgevoegd. Er waren ook eene vaas met water en wijn en drie doozen.

1 'i'i

ocr page 127

VAX ONZEN HEER lEZUS CHRISTUS.

•eene met dikke, He andere met. vloeibare olie, de derde ledig, waarnaast zich een lepel bevond bij ■wij/.e van spatel.

Reeds in de oude tijden was men gewoon het .brood te deelen en het op het einde van denzelfden maaltijd uit denzelfden kelk te drinken; dit was een teeken van broederschap en liefde, in gebruik om welkom te wenschen en afscheid te nemen; ik vermeen dat ook iets daarvan in de H. Schrift moet staan. Jezus verhief dit gebruik heden tot de waardigheid van het heiligste aller Sacramenten, het was tot toen een zinnebeeldig en (igumiijk kerkgebruik geweest. Dit was een der punten van besohuldiging, door het verraad van Judas, voor Caïplms gebracht. Jezus werd beschuldigd iets nieuws bij de plechtigheden van ■den Paschen gevoegd te hebben, maar Nicodemus bewees door de Schriftuur, dat deze wijze van afscheid nemen een oud gebruik was.

Jezus was tusschen Petrus en Johannes gezeten, de deuren waren gesloten, alles geschiedde in het geheim en plechtig. Toen de kelk uit zijnen omslag genomen was, en deze in de van de zaal al-gezon lerde ruimte was wedergebracht, bad en «prak Jezus zeer plechtig. Ik zag dat Hij hun het laatste avondmaal en de gansche plechtigheid uitlegde; het was alsof iemand aan anderen het heilig Misofl'er leerde opdragen.

Hij trok daarna uit het blad. waarop de vazen stonden, een schuifplaatje, nam een witten dook, die den kelk bedekte, en spreidde dien over het blad en het schuifplaatje uit. Daarna zag ik Hem van boven den kelk een rond schoteltje nemen, hetwelk Hij op datzelfde blad nederlegde. Hierna mm Hij de ongedeesemde brooden van onder den doek, waarmede zij overdekt waren en legde dit voor zich op het rond schoteltje of patene. Deze

123

ocr page 128

HET SMARTVOLLE LM DEN

brooden van eene langwerpig vierkante gedaante., lagen van beide zijden over het schoteltje; men kon de brooden van hetzelve slechts in de breedtezien. Vervolgens nam de Heer den kelk , en uit dezelven eene kleinere vaas die zich er in bevond en plaatste de zes kleine glaasjes, die er rondom stonden, ter linker- en rechterzijde. Alsdan zegende Hij het brood, en zooals ik meen, ook de oliën; hief het schoteltje of' patene met de ongedeesemde brooden met beide handen op , sloeg zijne oogen hemelwaarts, bad en oil'erde; Hij plaatste de patene-op de tafel en overdekte dezelve. Daarna nam Hij den kelk, liet er den wijn in schenken doorPetru--en het water, hetwelk Hij eerst zegende, door Johannes, en deed er nog een weinig water bijT door middel van een klein lepelt je ; zegende dan den kelk, hief hem op zijne beurt biddende op, deed er de offerande van en plaatste hem op de-tafel.

Petrus en Johannes goten water over zijnehanden , boven het bord , waarop eerst de ongedeesemde brooden gelegen hadden; met het lepeltje dat uit den voet des kelks genomen was, nam Hij een weinig van het water, dat op zijne banden was gegoten geweest, en sproeide het over de-hunne; daarna werd die vaas rondom de tafel gegeven en allen wieschen er hunne Imnden in. Jk herinner mij niet of deze de juiste volgorde der plechtigheden was; hetgeen ik weet. is, dat alles-mij op eene treffende wijze aan het heilig Misoffer deed gedenken en mij diep bewoog.

intusschen werd Jezus meer en meer innemend en hartelijk; Hij zeide , dat Hij hun ging geven al wat bij bezat, dat is, zich zeiven; bet was alsof Hij zich geheel iti de liefde had uitgestort. Ik zag Hem als doorschijnend worden; Hij geleek aan eene lichtgevende schaduw, in deze uitstorting

424

ocr page 129

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 125'

van liefde brak Hij liet brood in verscheidene-stukken, welke Mij pyramidesgewijze op de patenc op elkander stapelde; met de toppen der vingers nam Hij een weinig van het eerste stuk en liet liet in den kelk vallen. Op het oogenhlik, dat Hij dit deed, scheen het mij, dat ik de heilige Maagd op eene geestelijke wijze zag communiceeren, ofschoon zij niet aanwezig was. 'l) Ik weet nu niet meer hoe dit gesctiiedde, maar ik meende haar te zien binnenkomen, zonder den grond te raken en het heilig Sacrament recht voor den Heer komen ontvangen; daarna zag ik haar niet meer. Jezus had haar des morgens te Bethaniön gezegd, dat Hij de J'aschen met haar zou vieren op eene geestelijke wijze, en hij had het uur aangeduid,, waarop zij zich in gebed moest begeven 0111 dezelve in den geest te nuttigen.

Hij bad en onderwees nog: al zijne woorden kwamen als vuur en licht uit zijnen mond , en gingen in de Apostelen over, uitgenomen in Judas. Daarna nam Hij de patene met de stukken brood (ik weet niet juist of hij die op den kolk had nedergelegd) en zeide: »Neemt en eet, dit is mijn lichaam dat voor n gegeven wordt.quot; Dit zeggende stak Hij de rechterhand uit om te zegenen , on terwijl Hij dit deed, kwam er eene klaarheid uit hem; zijne woorden waren lichtgevend, evenals-het brood dat in den mond der Apostelen ging, gelijk een helder lichaam; het was alsof de Heer zelf in hen gekomen was. ik zag hen allen als-van licht doordrongen. Judas alleen was duister. Jezus bood eerst het brood Petrus aan daarna

li Bij eene andere gelegenheid Zfig Anna Catliarimr de geestelijke tegenwoordigheid der heilige Maagd zoo levendig, dat zij er van sprak als van eene wezenlijke tegenwoordigheid.

ocr page 130

HET SMARTVOLLE LMLiEN

126

Johannes; 1) vervolgens gaf laj een teeken aan Judas om te naderen; deze was de derde, aan wie Hij het Sacrament toediende, maar liet was alsot liet woord des Heeren den mond des verraders ontweek en tot hem wederkeerde. Ik was zoo ontsteld . dat ik de gevoelens niet knn uitdrukken, welke ik ontwaarde. Jezus zeide tot hem: «Doe spoedig hetgeen gij voornemens zijt.quot; Daarna deelde Hij het Sacrament uit aan de overige Apostelen, die twee aan twee naderden, altoos de •eene voor den andere een klein stijf dekseltje vasthoudende, met geborduurd boord versierd, dat ■n-ediend had om den kelk te bedekken.

0 Jezus hief den kelk op met de twee hengsels en sprak de woorden der consecratie uit, teiwijl Hij dit deed, was Hij geheel van gedaante veranderd en als doorschijnend; liet scheen dat Hij o-eheel overging in hetgeen Hij hun wilde geven. ?lij deed Petrus en Johannes drinken uit den kelk, welken Hij in de handen had en stelde hem daarna weder op de tafel. Johannes deed, bij middel van het lepeltje, het goddelijk bloed van den kelk m de kleine vazen, en Petrus bood liet den Apostelen aan, die twee aan twee uit dezelfde vaas dronken. Ik geloof, zonder er nogtans geheel zeker van te wezen, dat Judas ook zijn deel nam van den kelk; hij kwam echter niet op zijne plaats weder, maar verliet aanstonds de zaal; dewijl Jezus hem een teeken gegeven had, dachten de anderen, dat hij met eenige zaak belast was. Hij vertrok zonoei te bidden en zonder dankzegging na het dage-lijksche en eeuwige brood genuttigd te hebben. Gedurende den ganschen maaltijd zag ik aan de

1

Zij was uiet geheel zeker, (lat alles in deze volgorde had plaats gehad; een ander maal had zij Johannes liet laatste het Sacrament zien ontvangen.

ocr page 131

VAX ONZEN' KEER JEZUS CIFRISTUS.

voeten van Judas eene kleine, roode, afschuwelijke gedaante, die somtijds tot aan zijn hart opklom; derzelver voet was als een verdroogd been. Toen liij zicli aan de deur bevond, zag ik drie duivelen rondom liem; de een ging in zijn mond, de tweede stiet hem voort,, de derde liep voor hem. liet was nacht, en men zou gezegd hebben dat zij hem verlichtten; wat Judas betreft, hij liep a'ls een woedende rond.

De Heer goot in de kleine vaas, waarvan ik reeds gesproken heb, datgene van het goddelijk bloed, wat nog in den kelk gebleven was, daarna hield Hij zijne vingeren boven den kelk en deed er door Petrus en Johannes nog water en wijn over gieten. Nadat dit gedaan was, liet Hij hem nog nit den kelk drinken, en het overige, in de andere kelken geschonken, werd aan de andere Apostelen rondgedeeld. Daarna droogde Jezus den kelk uit, zette er de andere vaas in, waarin het overige goddelijk bloed zich bevond, plaatste ei' de patene lt;gt;p met de brokkelingen van het geconsacreerde brood, legde er vervolgens het deksel op, wik-kelde den kelk in den omslag en zette hem in het midden der zes kleine vazen of bekers. Xa de verrijzenis zag ik de Apostelen met het overige des heiligen Sacraments comrnuniceeren.

Ik herinner mij niet gezien ie hebben dat Hij zeil het geconsacreerde brood en den geconsa-ereenlen wijn gegeten en gedronken heeft, tenzij Hij zulks gedaan hebbe , zonder dat ik het heb opgemerkt. Toen Hij het gaf, gaf Hij zich zeiven, zoodat Mij geheel uitgeput scheen en uitgestort in liefde en barmhartigheid. Dit is onuitdrukkelijk. Ik heb ook niet gezien dat, toen Melchisedech het brood en den wijn offerde, hij er zelf'van geproefd heelt. Ik heb ook kennis gekregen, waarom de Priesters er zelf deelachtig aan worden, al-

127

ocr page 132

HET SMARTVOLLE LIJDEN

hoewel Jezus er niet in deelde. lerwyl 'U alzoo sprak , zag zij eensklaps om zich , alsot zy luisterde. Zij ontving eene uitlegging, waarvan zij slechts dit kon mededeelen: »Zoo de Kngelen het uitgedeeld hadden, zouden zij er niet m gedeeld hebben; zoo de priesters er niet iti deelden, zou het Sacrament des Altaars reeds lang zijn verloren gegaan of opgehouden hebben; het is daardoor.

dat het voortduurt.quot; , , • * i

Er was in alles, wat .lezus gedurende de instelling van het heilig Sacrament deed. iets zeer

regelmatigs en plechtigs, zonder nogtans op te houden leerzaam te zijn: ook zag ik de Aposte en daarna iets aanteekenen in de kleine rollen. ^velKe •/ij met zich droegen. Zijne bewegingen links en rechts waren vol majesteit, zooals naar gewoonte, wanneer Hij bad. Alles kondigde den oorsprong van het heilig Misofl'er aan. Tijdens de plechtigheid zag ik de Apostelen zich ook herhaalde malen voor elkander buigen, zooals onze Priesters doen.

IX.

Geheime ieeringen en wijdingen.

.lezus gaf nog eene geheime onderwijzing. Hij zeide hun. hoe zij het heilig Sacrament ter zijner gedachtenis, tot het einde der wereld moesten behouden; Hij leerde hun de noodzakelijke en wezenlijke vormen, opziclitens het gebiuik go ( lt; mededeeling; hoe zij er aan anderen trapsgewijze het geheim van moesten leeren en verkondigen. Hij leerde hun, wanneer zij de overblijfselen dei-geconsacreerde gedaanten moesten nuttigen, ^au

neer zij er lt;le heilige Maagd van moesten mede-

ocr page 133

VAN' ONZEN' HEEK JEZUS CHRISTUS.

12!»

«teelen, en hoe zij zelven moesten consacreeren, wanneer Hij liun den Vei'trooster zon gezontien hebben. Daarna sprak Hij bun van liet priesterschap, van (ie zalving, van de bereiding van het heilige Chrisma en der heilige Oliën. ') Er waren daar drie doozen, waarvan er twee eene verschillende mengeling van olie en balsem inhielden. Er bevond zich ook katoen bij den kelk. Men kon de doozen op elkander plaatsen. Hij leerde hun hieromtrent vele geheimen, boe de mengeling van het heilige Chrisma moest gedaan worden, welke deelen des lichaams er mede moesten gezalfd worden, en bij welke gelegenheden. Ik herinner mij onder anderen dat Hij gewag maakte van een geval, waarin het allerheiligste Sacrament des Altaars niet meer kon toegediend worden; misschien had dit betrekking op het heilig Oliesel; mijne lierirmeringeii zijn dienaangaande niet heel klaar. Hij sprak van verschillende zalvingen , namelijk van die der koningen, en zeide, dat zelfs de goddelooze koningen, die gezalfd waren, hieruit bij voorkeur boven andere koningen, eene in-

!) Hut was niet zonder verwondering, dat de schrijver eenige jaren na deze mededeolinjjen, in den latijn-sclien Catechismus van Rome (Msntz, bij Muller), ter gelegenheid van het Sacrament des Vormsels las, dat, volgens de overlevering van den 11. Paus Fabianus, Jezus Christus de bereiding van het heilige Chrisma aan zijne Apostelen geloeid had, na de instelling van het allerheiligste Sacrament des Altaars. Die Paus zegt nl. iu § 54 van zijnen 2a brief aan de IJisschoppeu van het Westen: «Onze voorgangers hebben van de Apostelen ontvangen en ons geleerd, dat onze Heer Jezus Christus, na het laatste avondmaal met zijne Apostelen genomen en hunne voeten gewasschen te hebben, hun geleerd heeft het heilige Chrisma te bereiden.quot;

ocr page 134

HET SMARTVOLLE LIJDEN

wendige en geheime kracht ontvingen. Hij deed zalf en olie in de ledige doos en mengde dezelve ; ik weet niet stellig meer, of het op dit oogenblik is of tijdens de consecratie des broods, dat hij den olie zegende.

Ik zag Jezns vervolgens Petras en Johannes zalven, op wier handen Hij ook, tijdens de instelling des heiligen Sacraments, het water gegoten had, dat Over de zijne had gevloeid, en aan wie Hij uit den kelk had te drinken gegeven , terwijl Hij hem met eigene handen vasthield. Daarna ging Hij . van het midden der tafel , een weinig vooruit naar den kant, legde zijne handen eerst op hunne schouders en daarna op hun hoofd. Wat hen aangaat, zij vouwden hunne handen te zarnen en legden hunne duimen kruisgewijs o\eï elkander, bogen zich diep voor hem neder , misschien knielden zij; Hij zalfde hunnen duim eti den voorsten vinger van elke hand, en maakte met het Chrisma een kruis op hun hoofd. Ook zeide Hij , dat dit hun tot het einde der wereld zou bijblijven. Jacobus de jongere, Andreas, Jacobus de oudere en Üartholomens ontvingen ook eene wijding. Ik zag ook, dat Hij een soort stool, welken men om den hals droeg, kruisgewijs op de borst van Petrus schikte , terwijl Hij dien bij de anderen om don hals deed, van den rechter schouder naar de linkerzijde nederhangende. Nogtans weet ik niet wel, of dit geschiedde tijdens de ii -stelling des heiligen Sacraments, of wel slechis tijdens de zalving.

Ik zag dat Jezus hun door deze zalving iets hoofdzakelijks en bovennatuurlijks mededeelde, hetwelk ik niet zou kunnen uitdrukken. Hij zeide hun, dat zij eerst, wanneer zij den heiligen Geest zouden ontvangen hebben, de eerste het brood en den wijn zouden consacreeren, en ook de an-

130

ocr page 135

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

ciere Apostelen zouden wijden en zalven. Hier werd mij getoond, dat Petrus en Jolmnnes op Pinksterdag, voor het groote Doopsel, de handen oplegden aan de andere Apostelen en acht dagen later aan verscheidene leerlingen. Ook zag ik dat Johannes na de verrijzenis voor de eerste maal het heilig Sacrament aan de heilige Maagd uitreikte. Deze omstandigheid werd door de Apostelen als een feest gevierd. De Ker k heeft dit feest niet behouden , maar ik zie het in de zegepralende Kerk vieren. De eerste dagen na het Pinksterfeest zag ik insgelijks Petrus en Johannes alleen het heilig Sacrament des Altaars consacreeren ; later consacreerden do anderen ook.

De Heer wijdde ook vuur in eene koperen vaas; dit vuur brandde sedert gestadig, ook na langdurige afwezigheid; het werd bewaard naast de plaats, waar het heilig Sacrament gesteld was in een gedeelte van den ouden Paaschhaard, en men ^ing het daar voor alle geestelijke gebruiken halen. Al wat Jezus tijdens de instelling van het allerheiligste Sacrament des Altaars en van de zalving der Apostelen verrichtte, geschiedde geheel geheim en werd ook slechts in het geheim geleerd. Het hoofdzakelijke ervan is door de Kerk behouden , hetzelve nogtans onder ingeving van den heiligen Geest ontwikkelende om het naar hare behoefte te schikken. Tijdens de bereiding der wijding van het heilige Chrisma , stonden de Apostelen den Zaligmaker bij, en toen deze hen zalfde en hun de handen oplegde, deed Hij het op zeer plechtige wijze.

131

W erden Petius en Johannes beiden tot Bisschop gewijd, of slechts Petrus tot Bisschop en Johannes tot Priester? 1) Hoe verheven waren de vier

1

Na Pinksteren zag zij Johannes ook de handen

ocr page 136

j.j!) het smartvollk lijden

te verhalen. De v den scl„klc, schijnt he-

ÜSSrA» 'i '-**»** quot;Wquot;

.l.i kelk, «a^'U ^ Sacrament wer.l

hevond , oveidekt, het achterste i^er zaal

Srr^rzaal ««.1«.^ .ie afwezigheid der Apostelen. , • e on(ierricliting en

.lezus gff.quot;0S/®quot;Ll m0et vurigheid. Menigwerf bad verscheidene male , , Vader in ge-

«te» ■»»«»■quot;quot; sprek te zijn; Hy u quot;0i vreugde en

liefde. Ook de Apostelen ' vragen , welke ijver, en '^dell ^'^ J^toeMooSs ik meen,

H'y lp8hquot; 1Scli'rïft vermel'lt;I zijn. Ui] ^ei.le aan Petrus in de H. scnu difhtst hü hem waren, vei-

en Johannes, die l«et 'C 1)et[.ekking

sclieidene dingen, - '' .„d o-eworden, aan

..p hetgeen vn^ger^Nvas gezegd ^ ell

de andere Apostelen „even aan de leer-

ileze moesten er kennis. hnnne vat-

Ungen en Ueihge v.ou^e ^ - Hij had eene

baarheid voor soortgelyke kenms,^^ J^ (Vit

bijzondere onderhanddi ^ a.at Hij hem

zeSquot;^ Siquot; quot;ger Z0U ,eVe,1 ^ ,l0 anderen'

waarsctiijnlijkstu.

ocr page 137

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

Hij sprak hem ook van zeven Kerken, van kronen, van Engelen, en deed liem verscheidene afbeeldsels kennen van eene diepzinnige en geheimvolle beteekenis, die, zooals ik meen, zekere tijdstippen aanduiden. De andere Apostelen gevoelden, ter gelegenheid van dit bijzonder vertrouwen , eene lichte beweging van jaloerschheid.

Somtijds sprak Hij ook van den verrader. »Xu doet hij dit of datquot;, zeide Hij, en ik zag inderdaad, dat Judas verrichtte hetgeen Hij zeide. Daar Petrus met veel vurigheid verzekerde, dat hij hem steeds trouw zou blijven, zeide .lezus : «Simon, Simon, satan wacht u, om u als tarwe te ziften, maai' ik heb voor u gebeden , opdat uw geloof niet wankele. Wanneer gij eens geheel zult bekeerd zijn, versterk dan uwe broeders.quot; Toen Hij hun nog zeide, dat zij hem niet konden volgen, waarheen Hij ging, hernam Petrus, dat hij hem zou volgen tot in den dood, en Jezus antwoordde: »lri waarheid, voordat de haan driemaal zal gekraaid hebben, zult gij mij driemaal verloochenen.quot; Daar Hij hun de moeilijke tijden aankondigde, die aanstaande waren, en hun vroeg: «Heeft u ooit iets ontbroken , wanneer ik u zonder zak, zonder beurs , zonder schoenen wegzond ?quot; antwoordden zij «neenquot;. Alsdan hernam Hij: »Dat nu hij, die een zak en eene beurs heeft, dezelve neme, dat hij die niets heeft, zijn kleed verkoope, om zich een zwaard aan te schaffen; want deze voorzegging gaat in vervulling: Hij is onder het getcd der booswichten gesteld. Al wat van mij geschreven is, zal volbracht worden.quot; De Apostelen verstonden dit alles slechts op eene vleeschelijke manier, en Petrus toonde hem twee degens; zij waren kort en breed, zooals breede keukeiimessen. .lezus zeide: »Het is genoeg, vertrekken wij van hier.quot; Alsdan zongen zij het

Smartvolle Lijden. Q

133

ocr page 138

HET SMARTVOLLE LIJDEN

danklied. de tafel werd op zijde gezet, en zij kwamen in het portaal.

Baar ontmoette Jezus zijne Moeder, Maria, de dochter van Cleophas en Magdalena, die hem dringend smeekten niet naar den berg der Olijven te gaan; want het gerucht was verspreid, dat men zich van hem wilde meester maken, .lezus troostte haar met weinige woorden en ging snel voorbij; het kon negen ure zijn. Zij gingen haastig den weg weder af, langs welken Petrus en .lo-hannes des morgens naar de eetzaal gekomen waren, en namen de richting naar den hof der Olijven.

Ik heb altoos den Paschen en de instelling van het allerheiligste Sacrament des Altaars zoo gezien. Mijne ontroering was eertijds zoo groot, dat mijne opvatting niet zeer duidelijk was; nu heb ik het heter gezien. Het is eene vermoeienisen eene moeite, welke men niet kan beschrijven. Men ontwaart het inwendige der harten, men ziet de liefde, de getrouwheid des Zaligmakers, en men weet wat gebeuren gaat. Hoe is het dan mogelijk al wat slechts uiterlijk is, nauwkeurig op te merken; men is vol bewondering, dankbaarheid en liefde ; men kan de verblindheid der menschen niet besefl'en ; men denkt met droefheid aan de ondankbaarheid der gansche wereld en aan zijne eigen zonden. — Het eten van bet Paaschlam door .lezus, was snel en overeenkomstig de voorschriften der wet. De Farizeërs voegden bier en daar eenige beuzelachtige onderhoudingen of gebruiken bij.

134.

ocr page 139

VAN ONZEN HEKH JEZUS CimiSTÜS.

X.

Oogslag op Wlelchisedech.

Toen onze Heer Jezus Christus, tijdens de instelling van liet heilig- Sacrament des Altaars den kelk nam, had ik plotseling eene andere verschijning van het oude Verbond. Ik zag Abraham voor een altaar nedergeknield; in de verte waren krijgslieden met lastdieren en kameelen; een statig man naderde Abraham en plaatste voor hem op het altaar denzelfden kelk, welken Jezus later gebruikte. Ik zag dat deze man vleugelen aan de schouders had, dit was het teeken dat een Engel zich voor mij bevond. Dit is de eerste maal dat ik vleugelen aan een engel gezien heb. l)ozc man was Melchisedech. Achter het, altaar van Abraham stegen rookwolken op, de middenste verhiel zich loodrecht vrij hoog; de andere waren lager.

Ik zag vervolgens twee rijen gedaanten Jezus naderen. David en Salomon bevonden zich onder dezelve. (Waren deze het gevolg der bezitters van den kelk. olleraars of' voorouders van Jezus.' Üe zuster heeft vergeten het te zeggen.) Ik zag namen boven Melchisedech, Abraham en eenige koningen. Daarna kwam ik tot Jezus en den kelk weder.

Op den :i April 18^1 zeide zij in opgetogenheid ; »De offerande van Melchisedech had plaats op eene hoogte in het dal van Josaphat. ') Ik kan

i) Op den 5 Juli 1821 zeide zij: Dit had plaats in eene vallei niet ver van hot Druivendal, dat zich nit-Kti-ekt in de richting van Gava quot; Wat merkwaardig is in deze twee verschillende aanduidingen, is, dat Jia-

135

ocr page 140

HET SMAKÏVOLLK LIJDEN

136

die plaats nu niet vinden. Melchisedech had den kelk reeds. Ik zie zelfs, dat Abraham vooraf wist, dat hij zou komen offeren; want hij maakte een schooner en sterker altaar, dan ik ooit gezien had; boven hetzelve was een paviljoen van loofwerk. Er was ook een soort tabernakel, waarin Melchisedech den kelk plaatste. De vazen, waaruit men dronk, schenen edelgesteenten. Er was eene opening op het altaar, waarschijnlijk voor de offerande. Abraham had ook eene overschoone kudde medegebracht. Toen deze patriarch vroeger het geheim der belofte ontvangen had, was hem. geopenbaard, dat de Priester des Allerhoogsten. vóór hem het eeuwige offer zou opdragen, dat door den Heiland moest ingesteld worden. Toen Melchisedech, door twee loopers, waarvan hij zich dikwijls bediende, zijne komst liet aankondigen, wachtte hem Abraham met eerbiedige vrees, en richtte hij met veel zorg het, altaar en het loover-paviljoen op.

Ik zag dat Abraham eenige beenderen van Adam op het altaar legde, zooals hij dit altoos deed wanneer hij offerde. Noach had die in de

cliiene, Hammelsvefd en andere eene vallei dezer streek aanzien als het dal van Josaphat, omdat de vijanden van Josaphat zich zeiven aldaar door een oordeel Gods verdelgden (2 Paralip. 20) en Josaphat wil zeggen-God zat oordeelen. liet dal waar Josaphat dank zeidu voor zijne overwinning, werd het dal der zegening genoemd. Op zekeren dag dat zij den weg aanduidde door den Heer den 13 October van het derde jaar zijner zending gevolgd, zeide zij: «Hij zal door de piiiats gaan, waar Melchisedech het brood en den wijn offerde; er is nog heden aldaar eene bidplaats van ruwen steen opgericht. Ik vermeen. dat men er somtijds de goddelijke diensten zelfs nog verricht,quot; De weg toen door Jezus gevolgd, was nabij de streek van Gaza.

ocr page 141

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

ark bewaard. Beiden baden God, de belofte welke hij aan deze beenderen gedaan had te vervullen, deze belofte was niets anders dan de Heiland. Abraham wenschte vurig den zegen van Melchi-sedech.

De vlakte was met menschen, lastdieren en goederen overdekt. De koning van Sodoma was met Abraham onder de tent. Alles in het rond was stil en plechtig. Melchisedech kwam van eene plaats die later Jeruzalem werd; daar had hij een bosch afgehouwen en eenige gebouwen begonnen. Een hiervan, van halfronde gedaante, was half voltrokken ; een paleis was aangelegd. Een grijs lastdier, geen kameel noch ezel, met korten en breeden hals en zeer vlug, droeg van den eenen kant een vat wijn en van den anderen eene kist» waarin platte brooden en verschillende vazen waren. De vazen, net als kleine tonnetjes, waren doorschijnend gelijk edelgesteenten. Abraham kwam Melchisedech te gemoet. Ik zag dezen het paviljoen binnentreden achter het altaar, het brood en den wijn opolleren , terwijl hij die tusschen zijne handen ophief; ik zag hem dezelve zegenen en uitdeelen. Deze plechtigheid bezat iets van het H. Misoffer. Abraham kreeg een brood, dat witter was dan de anderen en dronk uit den kelk , die later diende bij het laatste avondmaal van Jezus, en op dat tijdstip nog zonder voet was. De aanzienlijksten der aanwezigen deelden vervolgens kleine glaasjes wijn en stukken brood uit aan het volk, dat hen omringde.

Er had geene consecratie plaats; de Engelen kunnen niet consacreeren. Maar het brood werd gezegend, en ik zag het blinken. Allen die ervan aten, werden versterkt en tot God opgeheven. Abraham werd ook door Melchisedech gezegend; ik zag dat dit een afbeeldsel van de priesterwij-

137

ocr page 142

HET SMAUTVOLLE Ll.lJ)ENr

138

«liiifi' quot;vvas, want Abraham had reeds de belofte ontvangen, dat de Heiland uit zijn vleescli en bloed zou geboren worden. Er werd mij herhaalde malen geleerd, dat Melcliisedech hem deze voorzeggende woorden, betrekkelijk den Heiland eu zijne offerande had doen kennen: »De fleer heett tot mijnen Heer gezegd: Zit neder aan mijne rechterhand, ') totdat ik uwe vijanden tot eene trede voor uwe voeten stelle, üe Heer heeft het gezworen en liet zal Hem niet berouwen. Gij zijt priester in eeuwigheid, volgens de orde van Mel-chisedech.quot; Ik zag ook dat David , toen hij deze woorden schreef, eene verschijning had van de zegening, door Melcliisedech aan Abraham gegeven. Abraham at en sprak van Mozes, van de

1) Ter gelegenheid dezer woorden; «Zit neder aan mijne rechterhand,quot; drukte Hij zich aldus uit: Üe recli-terhand heeft eene groote en geheimnisvolle beteekenis. De eeuwige afkomst des Zoons is mij somtijds getoond in afbeeldsels van de heilige Drievuldigheid, welke met geeno woorden kunnen uitgedrukt worden en alsdan zie ik den Zoon in do rechterzijde des Vaders. Jk zie daarna de gedaante, welke Mozes zag in het brandend braannbosch: zij verschijnt mij in eenen lichtgevenden driehoek, boven welken de heilige Geest zich bevindt. Dit kan op geene juiste wijze uitgedrukt worden, maar in die afbeeldsels, voor een arm schepsel vatbaar gemaakt, is de Zoon steeds aan de rechterzijde. Ik zag, dat Kva uit de rechterzijde van Adam getrokken werd. Het is in de rechterzijde, dat ik de Patriarchen de zegening der belofte zie dragen, en zij plaatsten de kinderen aan de rechterzijde, wanneer zij die zegenden. De rechterzijde van Christus werd door de lans des sol-daats geopend. In de verschijningen ziet men de Kerk uit de wonde komen. Wanneer men in de kerk komt, treedt men binnen door de rechterzijde des Zaligmakers en door Hem en in Hem gaat men tot den Vader.

ocr page 143

VAN ON'ZKN HKEIi JEZUS C1IRISTU.S. d:}!gt;

Li'vieton en van hetgeen Mozes hun gaf, toen liij liet brooil en den wijn ontving.

Ik weet nu niet, of' Abraham deze ofterande ook zelf opdroeg. Daarna zag ik hem de tienden zijner kudde en schatten geven; ik weet niet wat Melchisedech er mede deed, ik geloof dat hij op zijne beurt er van uitdeelde. Melchisedech scheen niet oud te zijn ; hij was lang en schraal, vol zoete majesteit; hij droeg een lang kleed, witter dan ik ooit een kleed gezien heb; het witte kleed van Abraham scheen dof naast hetzelve. Dit kleed scheen te schitteren. Tijdens de olferande omgaf hij zich met eenen gordel, waarop eenige letters geborduurd waren, en een wit hoofdsieraad, zooals de priesters later droegen, /ijn lang haarwas helder blond en schitterend als zijde; hij had een witten baard, kort en puntachtig, zijn aangezicht was glinsterend. Ken ieder bejegende hem met eerbied; zijne tegenwoordigheid verspreidde alom hoogachting en majestueuze kalmte. Er werd mij gezegd, dat hij een priesterlijke Engel en een gezant van God was. Hij was gezonden om verscheidene heilige instellingen in te richten. Hij geleidde de volkeren , verplaatste de geslachten , stichtte steden. Ik heb hem lang voor den tijd van Abraham op verschillende plaatsen gezien. Later heb ik hem niet meer ontmoet.

ocr page 144
ocr page 145

HET

SMARTVOLLE LIJDEN

VAN

ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

ocr page 146

Indien gij u niet tot de beschouwing der liemeisclie zaken kunt verhellen, zoo berust gaarne in het lijden en de iieilige wonden van Christus; want zoo gij met toegenegenheid uwe toevlucht neemt tot die wonden en dierbare lidteekenen van Jezus, zult gij groote vertroostingen in al uwe kwellingen genieten,

(NAVOLGING VAN CHRISTUS. H. II. II. I.)

ocr page 147

VOORREDE.

J)cn avond van den Februari 1823, naderde een

vriend der zieke haar bed, waarop zij scheen te slapen; getroffen door de edele en smartelijke uitdruk-kiny van haar gelaat, gevoelde hij zich, door eene snelle aandrift der ziel, tot God getrokken en verheven, en offerde den hemelschen Vader het lijden des Zaligmakers op, hetzelve vereenigende met de smarten dergenen, die zijn kruis na hem gedragen hadden. Gedurende dat kort gebed, vestigde hij een oogenbitk zijne blikken op de met de teekenen der wonden voorziene handen der zuster. Aanstonds verborg zij die onder het deksel, en sprong op alsof men haar onverwachts geslagen had. Over deze beweging verwonderd, vroeg lij haar, wat haar overkomen was? »Zeer vele dingen,quot; antwoordde de zieke zeer nadrukkelijk. Terwijl hij over den zin van dit antwoord nadacht, scheen zij, gedurende een kwartier uurs, in een diepen slaap gedompeld. Maar zij richtte zich plotseling overeind, met al de levendigheid van iemand, die eene geweldige worsteling ondergaat, zij strekte beide armen uit, de handen gesloten, even alsof zij een vijand terug stiet, die aan de linkerzijde van haar bed stond: zij riep vol gramschap uit: ))wat begeert gij met dit verdrag van Magdalumf' Haar vriend, die niets van deze uitroeping begreep, vroeg haar verwonderd: »Wie toch vordert iets met een verdrag van Magdalum?quot; waarop zij met de hevigheid van iemand antwoordde, ivien men gedurende een twist, zou ondervragen'. »Ja, het is die vervloekte, die logenaar van het begin af, het is satan, die hem het verdrag van

ocr page 148

VOORREDE.

Mandalum en nog andere verwijt, en dat hij dit alles voor zich zei ven besteed heeftquot; Op de vraag, wieermt-yegeven had, en tot wien zij alzoo sprakf antwoordde zij: «tot Jezus, mijnen Bruidegom, op den berg der Olijven.'' Toen wendde zij zirh opnieuw met dreigende gebaren naai* den lilihvi'kiiïit, tot haren tegenst)ever. ,gt;\Vat begeert gij, vader der logentaal, met dit verdrag van Magdalumf' Heeft hij met den prijs der verkoopmg van Magdalum niet zeven en twintig arme gevangenen te Thirza verlost'? Ik heb het gezien, en gij, gij zegt dat hij dit goed verwoest, degenen die het bewoonden verdreven, en den prijs er van verspild heeft. Maar wacht ellendeling, vervloekte, gij zult geketend, geworgd worden, en zijn voet zal uw hoofd verpletteren.

Hier werd zij, door het inkomen van een anderen persoon onderbroken. Men meende dat zij geijld had, en men beklaagde haar, hetwelk zij met dankbaarheid aannam. Ven volgenden dug, 's morgens, bekende zij, dat zij den vorigen dag gemeend had, den Zaligmaker na de instelling van het heilig Sacrament des Altaars, op den berg der Olijven te volgen, dat zij er duidelijker clan oo't zijne doodsangsten yezien had, gedurende de zes eerste 'kwartier uur maar dat zij op dat oogenblik. eene indrakking gevoeld had, alsof iemand de teekenen der wonden van hare handen, met eene soort eerbied hezpg; dit had haar in de tegenwoordigheid des Heerw, zoo afschuwelijk geschenen, dat zij dezelve met een pijnlijk gevoel verborgen had, zeggende dat haar nog veel te veel ontbrak, dan dat het geoorloofd zou zijn , dat men haar zidke hoogachting toedroeg. Zij verhaalde daarna die verschijning van den berg der Olijven, en daar zij de volgende dagen hare verhalen voortzette, konden de volgende tof er celen van het lijden verzameld wordzn. Maar dewijl zij gedurende de vasten, de strijden ran onzen Heer in de icoestij)i tegen satan ook vierde, moest zij van haren kant ook legen smarten en bekoringen worstelen, hetwelk oorzaak was, dat er in het verhaal des lijdens, eenige gapingen waren, die nogtans door gedeeltelijke mededeehngen, op een vroeger tijdstip dag voor dag opgenomen, gemakkelijk hebben kunnen aangevuld worden.

Zij sprak gewoonlijk het nederduitsch. In de opgetogenheden was hare taal dikwijls zuiverder; hare ver-

-144

ocr page 149

VOORREDE.

145

halen waren met eene kinderlijke eenvoudigheid en verhevene ingeving doomxengd. Haar vriend schreef, zoodra hij te huis kwam al datgene op, wat hij haar had hoor en zeggen; want hij kon zelden eenige aanteekeningen in hare tegenwoordigheid maken. Hijy van wien alle goed. komt, heejt hem het geheugen, den ijver en de sterkte geschonken, om vele moeilijkheden te overuinnen, het-welk hem in staat heeft gesteld, dit werk te voleinden. De schrijver heeft de overtuiging, gedaan te hebben het-rjene hem mogelijk was, en hij vraayt den lezer zoo hij voldaan is, de aalmoes zijner gebeden.

ocr page 150
ocr page 151

I.

Jezus op den berg der Olijven.

fTjjrfoen Jezus, na de instelling van het allerhei-ligste Sacrament des Altaars, de eetzaal op den berg Sion met de elf Apostelen verliet, was fiy zijne ziel reeds ontsteld en zijne droefheid '(d groeide steeds aan. Hij geleidde de elf langs een afgelegen voetpad in het dal van Josaphat, en nam de richting naar den berg der Olijven. Toeit zij voor de deur stonden, zag ik de maan, die nog niet geheel vol was, op den berg oprijzen. Terwijl de Heer met hen in de vallei heen en weer ging, zeide Hij hun, dat Hij op deze plaats zou wederkeeren, om de wereld te oordeelen; niet zooals heden, arm en kwijnende, maar dat alsdan anderen zouden sidderen en uitroepen : «Bergen , overdekt ons!quot; Zijne leerlingen verstonden hem niet en meenden dat, hetgeen hun gedurende dien avond herhaalde malen gebeurde, de zwakheid en uitputting hem buiten kennis brachten. Van tijd tot tijd gingen zij voorten bleven daarna wederom stilstaan, terwijl zij met hem spraken. Hij zeide hun ook: »Gij zult dezen nacht allen in mij verergerd worden, want er staat geschreven: Ik zal den Hei-der slaan en de schapen zullen verstrooid worden. Maar wanneer ik van den dood zal verrezen zijn, zal ik u voorafgaan in Galileaquot;.

De Apostelen behielden nog iets van de geest-

ocr page 152

HET SMARTVOLLE LIJDEN

drift en de ingekeerdheid welke zij door het nuttigen des allerheiligsten Sacraments en door de plechtige en liefderijke aanspraak van Jezus ontvangen had. Zij schaarden zich om hem, drukten hem hunne liefde op verschillende wijzen uit, en verklaarden dat zij hem nimmer zouden verlaten. Maar terwijl Jezus voortging in denzelfden zin te spreken, zeide Petrus tot hem: »A1 waren allen in u verergerd, ik zal mij echter nooit verergeren.' Alsdan voorspelde hem de Heer dat hij hem, vóór het kraaien van den haan, driemaal zou verloochenen. Maar Petrus drong aan en zeide: »AI moest ik met u sterven, ik zal u niet verloochenen.quot; De anderen spraken op dezelfde wijze. Zij gingen voort en bleven beurtelings stilstaan en de droefheid van Jezus groeide steeds aan. Wat hen betrof, zij wilden hem op eene geheel menschelijke wijze vertroosten, door hein te verzekeren , dat hetgeen hij voorzag, niet zou gebeuren. Zij vermoeiden zich in die ijdele en halsstarrige poging, begonnen te twijfelen en reeds kwam de bekoring hen overvallen.

Zij trokken over de beek Cedron, niet over de brug, over welke Jezus later als gevangene geleid werd, maar over eene andere, want zij hadden een omweg gemaakt. Gethsemani, nabij den berg der Olijven, waarheen zij gingen, is ongeveer een half uur afstands van de eetzaal; want vavi de eetzaal tot de poort van het dal Josaphat 's «en kwartier uurs, en bijna zooveel van daar tot Gethsemani. Die plaats, waar Jezus in de laatste dagen zijne leerlingen somtijds onderwezen en den nacht met hem doorgebracht had, bestend uit eenige ledige en open herbergen en een grooien tuin, met eene heg omgeven, waarin slechts gewassen tot versiering, en vele vruchtboomen groeiden. De Apostelen en vele andere personen

-148

ocr page 153

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRrSTUS.

hadden eeu sleutel van dezen tuin, die eene plaats van uitspanning en gebed is. Ook gaven personen, die zeiven geen tuin hadden, daarin somtijds feesten en gastmalen. Hier bevonden zich dicht begroeide looverhutjes; in een van deze bleven acht der Apostelen, bij wie andere leerlingen zich later voegden. De tuin der Olijven is door een weg afgescheiden van dien van Getlisemani, en leidt hooger naar den Olijfberg. Hij is open, slechts van een anderen muur omringd, en kleiner dan de tuin van Gethsemani. Men ziet er spelonken, verheven wandelplaatsen en vele olijfboornen ; van lt;len eenen kant is hij meer bebouwd, heeft meerdere zitplaatsen, hooge wandelplaatsen en frissche en aangenaam ingerichte grotten. Eenieder kan er zich, naar welgevallen, eene plaats uitkiezen , geschikt voor het gebed en de beschouwing. Jezus ging in het woestste gedeelte bidden.

Het was ongeveer negen uur, toen Jezus met zijne leerlingen te Gethsemani kwam. Het was nog duister op de aarde, maar de maan verspreidde haar licht reeds aan den sterrenhemel. Jezus was bedrukt en kondigde de nadering van het gevaar aan. De leerlingen waren er door ontsteld, en Ilij zeide tot acht van hen , die hem vergezelden, in den hof van Gethsemani op zekere plaats te blijven , waar zich een loofprieëeltje bevond, terwijl Hij zou gaan bidden. Hij nam Petrus, Jacobus den oudere en Johannes mede en ging hooger op in den hof der Olijven, tot aan den voet van den berg. Hij was onuitsprekelijk bedroefd en gevoelde dat de tijd der angsten en beproevingen naderde. Johannes vroeg hem, hoe Hij, die hen altoos troostte, zoo terneergeslagen kon zijn. «Mijne ziel is bedroefd tot den dood toequot;, antwoordde hij. Hij zag om zich en ontwaarde, dat angst en bekoringen van alle kanten als dikke wolken, vol van

Smartvolle Lijden. -JO

ocr page 154

I1I£T SMARTVOLLE LIJDEN

treurige; beeltenissen, naderden. Toen zeide Hij tot de drie Apostelen: «Blijft daar eil ■waakt met mij ; bidt, opdat gij niet in bekoring valt.quot; Zij bleven op die plaats. Jezus ging nog een weinig verder; maar schrik en ijzing overvielen hem zoodanig, dat Hij in zijne benauwdheden een weinig ter linker/ijde afging en zich onder eene rots verborg, in eene grot van omtrent zes voet diep,, boven welke de Apostelen zich in een soort afhelling ophielden. De grond helde in die grot langzaam af en de planten, die van de rots afhingen, maakten een voorhangsel voor den ingang, zoodat men daarin niet kon gezien worden.

Toen Jezus zich van zijne leerlingen verwijderde, zag ik rondom hem eenen breeden kring van schrikbeelden, die hem meer en meer insloot. Zijne droefheid en zijn doodsangst groeiden aan; Hij begaf zich sidderend in de grot, ten einde aldaar te bidden, gelijk een rnensch, die eene schuilplaats-zoekt tegen een onverwacht onweder; maar de dreigende gezichten vervolgden hem overal , en werden hoe langer hoe duidelijker. Helaas! die nauwe spelonk scheen het schrikkelijk vertoog te bevatten van al de zonden, sedert den eersten val tot het einde der wereld bedreven, te gelijk met dat van derzelver straf; want het was hier op den berg der Olijven dat Adam en Eva, uit het paradijs op de onherbergzame aarde gejaagd , gekomen waren; het was in diezelfde grot, dat zij gezucht en geweend hadden. Jk gevoelde, dat Jezus, i.ich aan de smarten overlatende welke hij ging ondergaan , en zich aan de goddelijke gerechtigheid overgevende , ter voldoening van de zonden dei-wereld, zijne Godheid als het ware in den schoot der Drievuldigheid deed wederkeeren. ten einde aan den aandrang zijner eindelooze liefde te voldoen, zich in zijne reine, minnende, schuldelooze

■150

ocr page 155

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

menschheid iilleen, slechts met de gevoelens van zijn menschelijk hart gewapend, aan de woede van al de angsten en folteringen overgaf. Het was uit liefde tot ons, zondaars, dat Jezus in zijne barmhartigheid, in zijn hart den wortel van'alle boetedoende zuivering, van alle heilzame pijnen opnam en toestemde dat die eindelooze folteringen , die boom van smarten met (luizende en duizendo takken, al de ledematen van zijn heilig lichaam, al de krachten van zijne heilige en vlekkelooze ziel doordrongen , teneinde te voldoen voor den wortel en de ontwikkeling van al de zonden en ongeregelde neigingen. Geheel aan zijne menschheid overgelaten, viel Hij, God aanroepende en in eene onuitsprekelijke droefheid verzonken , op zijn aangezicht neder. Al de zonden der wereld verschenen hem onder eindelooze gedaanten, met al hare inwendige afschuwelijkheid; Hij nam die op zich en offerde zich in zijn gebed aan de gerechtigheid zijns hemelschen Vaders op , om die verschrikkelijke schuld te betalen. Maar Satan, wiens afgrijselijke gedaante zich met een helscben lach te midden van al die afschuwelijkheden heen en weer bewoog, werd meer en meer in helsche woede tegen Jezus ontstoken; en terwijl hij voortdurend afgrijselijker schrikbeelden in zijne ziel deed oprijzen, riep hij herhaalde malen tot de menschheid van Jezus: »VVelhoe I zult gij ook deze op u nemen? zult gij er de straf van dragen? wilt gij voor dit alles voldoen ?quot;

Nogtans rees er van den kant des hemels, \an waar de zon zich tusschen tien en elf uur des morgens aan ons vertoont, een straal op, gelijk aan een lichtgevenden weg; het was eene rij engelen, die tot Jezus nederdaalde, en ik zag dat zij hem opwekten en versterkten. Het overige dei-grot was vervuld met afgrijselijke beelden en ver-

151

ocr page 156

IIKT SMARTVOLLE LUUEN

452

sctiijuingen van onze misdaden, en van de belee-digingen en aanvallen der duivelen. Jezus nam alles op zich, maar zijn hart, liet eenige dat, te midden van den oceaan van afschuwelijkheden, vol was van de volmaaktste liefde tot God en tot de menschen, was vreeselijk benauwd onder het gewicht van zoo vele schrikkelijke zonden. Helaas, ik zag daar zoovele dingen, dat een jaar niet lang genoeg zou zijn om alles te verhalen. Toen die drom van euveldaden op zijne ziel was komen drukken, toen Hij zich ter voldoening had aangeboden en al de pijnen en folteringen op zich genomen had , berokkende satan hem , evenals weleer in de woestijn , tallooze bekoringen: hij durfde zelfs een gevolg van beschuldigingen tegen den Zaligmaker voordragen. »Wel hoe,quot; zeide hij. »gij wilt dit alles op u nemen en zijt zelf niet zuiver! Zie hier, en daar, en daar!quot; en dan ontvouwde hij voor hem met eene helsche schaamteloosheid, eene menigte ingebeelde bezwaren. Hij verweet hem fouten van zijne leerlingen, de ergernissen, welke zij hadden gegeven; de verwarringen, welke Hij in de wereld gebracht had, door van de oude gebruiken af te gaan. Satan werd de behendigste en strengste Farizeër; hij beschuldigde hem , oorzaak te zijn geweest van den moord der schuldelooze kinderen, alsook van de smarten en den druk zijner ouders in Egypte, van Johannes den Dooper niet van den dood gered te hebben, van oneenigheid in de huisgezinnen te weeg gebracht te hebben, van verachtelijke personen beschermd, verscheidene zieken niet genezen te hebben, van de inwoners van Gergesa benadeeld te hebben, aan de bezetenen toelatende hunne kuipen omver te werpen, ^1) en aan de

1

In hare verschijningen over de jaren der zending

ocr page 157

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

453

duivelen om hunne varkens in de zee neder te storten; hij legde liem liet kwaad van Maria Magdalena ten laste, omdat Hij haar niet belet had in de zonde te hervallen; liij beschuldigde hem van zijne familie verlaten , van eens anders goed verkwist te hebben. Jn één woord, satan stelde aan Jezus' ziel voor, ten einde haar te doen wankelen, al wat de bekoorder in het oogen-hlik des doods zou voorgesteld hebben aan een gewooti mensch, die al zijne werken zonder eenige hoogere inzichten en beweegredenen zou verricht hebben; want het was hem verborgen, dat Jezus de Zoon Gods was, en hij hield hem slechts voor den rechtvaardigsten en ondoorgrondelijksten der menschen. Ünze goddelijke Zaligmaker liet zijne heilige menschheid in hem zoodanig de overhand hebben, dat hij zelfs de bekoring wilde ondergaan, waardoor de menschen , die heilig sterven , over de verdiensten hunner goede werken aangevallen worden. Om geheel den kelk van den doodsangst te ledigen, liet Hij toe, dat de booze geest, die onbewust was van zijne Godheid , hem al zijne liefdewerken aantijgde als zoo vele schulden, welke Hij jegens de goddelijke genade gemaakt had; hij verweet hem, dat Hij de schulden van anderen wilde betalen, terwijl Hij zelf van alle verdiensten ontbloot was, en aan God nog eene zoo groote voldoening op te dragen had, voor hetgeen Hij van hem had ontvangen. De Godheid van Jezus gedoogde, dat de duivel zijne menschheid bekoorde,

van ,!ezus, zag zij den M December 1812 den Heer aan de duivelen, die uit de bezetenen gegaan waren, toelaten, om in eene kudde varkens to gaan. Zij zag nok deze bijzondere omstandigheid , dat de bezetenen eerst eene groote kuip, vol van eenen gegisten drank, omver wierpen.

ocr page 158

HET SMARTVOLLE LIJDEN

gelijk hij een rncnsch zon kunnen hekoren , die aan zijne goede werken eenige waarde uit hun zeiven zou willen toeschrijven, hehalve die, welke zij alleen kunnen hebben door hunne vereeniging met de verdiensten des Zaligmakers.

Üp deze wijze verweet hij hem al zijne liefdewerken als verdienstelooze oefeningen, als schulden, jegens God gemaakt, en behandelde hij hem, alsof .lezus er vooraf de waarde van genomen had, op den prijs des lijdens, hetwelk hij nog niet ondergaan had, en waarvan de duivel al de; krachtdadigheid niet kende. De bekoorder maakte opwerpingen tegen elk dezer goede werken, zeggende: «üij hebt u van deze of die schuld nog sniet gekweten.quot; Ten laatste ontrolde hij voor Jezus een verdrag, bewijzende, dat de Heer van Lazarus den prijs der verkooping van een landgoed van Maria Magdilena, te Magdalum gelegen, ontvangen en hij dien verspild had; daarop zeide hij tot hem ; «hoe hebt gij de fortuin van »een ander durven verkwisten, en do belangen »van die familie benadeelen ?quot;

Ik heb al de zonden gezien, voor welker boeting de Heer zich zeiven opoll'erde; ik heb het gewicht der beschuldigingen , waarmede de bekoorder hem overlaadde, mede gevoeld, want, onder de zonden der wereld, waarmede de Zaligmaker zich belaadde, zag ik ook de mijne, wier getal groot is, en uit den drom van bekoringen, die hern omringden, kwam er tot mij een stroom, waarin al mijne fouten mij werden aangetoond. Gedurende al dien tijd, had ik de oogen gestadig op mijnen hemelscben Bruidegom gevestigd, ik zuchtte en bad met Hem , ik wendde mij met Hem tot de vertroostende Engelen. Ach I de Heer wrong zich gelijk een worm, onder het gewicht zijner smarten en angsten.

-154

ocr page 159

VAN ONZEN HEEK JEZUS CHRISTUS. 155

Gedurende de besclmldigitigen van satan tegen Jezus, had ik moeite mijne gramschap te beteugelen , maar toen hij sprak van de verkoo-ping van het goed van Magdalena, was het mij onmogelijk mij te weerhouden , en ik riep uit: »Hoe kunt gij de verkooping van dit goed als »eene zonde aantijgen? heb ik den lieer de som, «door Lazarus gegeven, niet in werken van «barmhar tigheid zien besteden , en te Thirza özeven en twintig arme gevangenen, die voor «schulden in den kerker waren opgesloten, zien «verlossen ') ?quot;

In bet begin was Jezus nedergeknield en bad vrij kalrn; maar later werd zijne ziel verschrikt, op het zien van de ontelbare misdaden der- men-scben en van hunne ondankbaarheid jegens God; hij werd door eene dusdanige droefheid bevangen, dat hij bevende e;i ijzende uitriep: «Mijn Vader, »zoo liet mogelijk is, verwijder dezen kelk!quot; Daarna bedaarde Hij en zeide : «Nogtans «lat uw wil , niet de mijne geschiede.quot; Zijn wil en die van zijnen Vader waren slechts één, maai- door zijne liefde aan de menschelijke zwakheid overgeleverd. sidderde Hij. op het zien van den dood.

Ik zag de spelonk, om Hem, met schrikbeelden vervuld; ik zag al de zonden, al de boosheid, at

i) In luire overwegingen over de drie jaren van het openbare leven van Jezus, in welke zij hein dag voor dag vergezelde, zag zij op den 28 januari 1823, dat de lieer, omtrent den elfden Sabbath van hot tweede dier jaren, te Thirza gevangenen, voor schulden in eene sterkte opgesloten, die van eene Romeinsehe bezetting voorzien was, verloste, liet dagboek harer overwegingen bevat al de omstandigheden dezer daad, waarop de hierboven gezegde woorden ook betrekking hebben.

ocr page 160

HET SMARTVOLLE L1.IDEN

156

lt;ie ondeugden, al de folteringen , al de ondankbaarheden, die hem overstelpten; ik ontwaarde hoe de verschrikkelijkheden van den dood, de nienschelijke vrees voor de grootheid zijner smarten , aan afschuwelijke schimmen gelijk, hem drukten en overrompelden. Hij viel nu en dan in zwijm, wrong de handen te zamen, een kil zweet overdekte Hem, hij beefde en sidderde. Hij richtte zich op: zijne knieën wankelden en konden Hem nauwelijks dragen, hij was geheel misvormd en schier onkenbaar, zijne lippen waren bleek, zijne haren rezen te berge. Het was ongeveer half elf ure toen Hij opstond, waggelende, van tred tot tred nedervallende en met een kil zweet overdekt, sleepte Hij zich voort, tot bij de drie Apostelen. Hij klom, ter linkerzijde van de spelonk,, op een plat dak, waar deze ingesluimerd waren van vermoeienis, de een tegen den anderen leunende, door droefheid en ongerustheid wegens de bekoring overstelpt. Jezus kwam tot hen, gelijk aan eenen mensch in de uiterste angsten, welken de schrik zijne vrienden doet opzoeken , en nog gelijk aan eenen goeden herdei', die zelfs tot in het binnenste geschokt, maar van een naderend gevaar onderricht, zijne kudde komt bezoeken , welke een gevaar dreigt, want het was Hem niet onbekend , dat ook zij zich in angst en bekoring bevonden. De verschrikkelijke verschijningen hielden niet op zelfs gedurenden dezen korten weg. Toen Hij hen slapende vond, vouwde Hij de handen, viel bij hen, vol droefheid en onrust, neder en zeide : sSimon, slaapt gij?quot; Zij ontwaakten, hielpen Hem op, en zeide tot Hem in zijne verlatenheid: sAlzoo kondet gij zelfs niet een uur »met mij waken ?quot; Toen zij Hem alzoo mismaakt, bleek, wankelend, nat van liet zweet, waggelend,, bevend en ijzend zagen, toen zij zijne gebroken

ocr page 161

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 157

en bijna uitgedoofde stem hoorden, wisten zij niet meer wat zij moesten denken , en zoo hij hun niet , van een wel gekend licht omgeven , verschenen was, zouden zij nimmer Jezus in hem weèrerkend hebben. Johannes zeide tot Hem , »Meester, wat deert U? wil ik de andere leerlingen roepen? moeten wij vluchten?quot; Maar Jezus-antwoordde: »zoo ik nog drie en dertig jaren leefde , onderwees en zieken genas , dit zou niet genoeg zijn om te doen hetgeen mij van nu tot morgen nog te vervullen over blijft. Roep de acht niet, ik heb hen daar gelaten, omdat zij mij in deze ellende niet zouden kunnen zien, zonder zich te ergeren : zij zouden in bekoring vallen, veel vergeten en over mij twijfelen. Wat u overigens betreft, die den Zoon des menschel» van gedaante hebt veranderd gezien, gij moogt hem ook zien in duisterheid en volslagen verlatenheid; maar waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring valt, want de geest is gewillig, maar het vleesch is zwak.quot;

Hij zeide dit met betrekking tot hen en tot zich zeiven. Hij wilde hen alzoo tot de volharding aanwakkeren en hun den strijd der natuur tegen den dood en de oorzaak zijner zwakheid aankondigen. Hij sprak hun nog in zijne bovenmatige droeflieid aan en bleef bijna een kwartier nurs bij hen. Zijne angsten steeds aangroeiende,, keerde Hij in de grot weder; wat zijne leerlingen aangaat, zij strekten hunne handen tot hem uit, weenden, omarmden zich en vroegen elkander: «Wat mag het wezen? wat overkomt Hem? Hij is in eene volstrekte verlatenheid !quot; Zij begonnen, met bedekten hoofde te bidden, vol ontsteltenis en droefheid. Al hetgene daar even is gezegd, viel voor omtrent anderhalf uur tijds, sedert dat Jezus in den hof der Olijven gekomen was. Hij zegt, het is

ocr page 162

HET SMARTVOLLE LIJDEN

waar, in de Schriftuur: «Hebt pij niet een uur met mij kunnen waken?quot; Maar dit moet niet naaide letter en volgens onze manier van rekenen genomen worden. De drie Apostelen , die bij Jezus waren, hadden vooreerst gebeden, daarna waren zij in slaap gevallen; want zij waren door gesprekken , waaraan het vertrouwen ontbrak, in bekoring gevallen. De acht anderen, die aan den ingang gebleven waren, sliepen niet; de droefheid die in de laatste woorden van Jezus uitscheen,: had hen zeer ongerust gemaakt, zij dwaalden rond op den berg der Olijven, teneinde bij naderend gevaar eene schuilplaats te zoeken.

Er was dien nacht weinig gerucht in Jeruzalem; de Joden waren in hunne woningen met de toebereidselen van het feest bezig ; de huizen waar de vreemdelingen , die voor het feest gekomen waren, zich ophielden, waren niet in de nabijheid van den berg der Olijven. Terwijl ik alle wegen doorkruiste, zag ik hier en daar vrienden en leerlingen van Jezus, die te zamen gingen en met elkander spraken. De Moeder des Heeren, Mag-dalena , Martha , Maria , dochter van Cleophas, Maria Salome en Salome waren van de eetzaal gegaan naar het huis van Maria, moeder van Marcus. Maria, verschrikt door de geruchten die zich verspreidden, had niet hare vriendinnen naar de stad willen komen, om nieuws omtrent Jezus te vernemen. Lazarus, Nicodemus, Jozef van Ari-mathea en eenige bloedverwanten van Hebron kwamen haar zoeken en poogden haar gerust te stellen; want, door zich zeiven of door de leerlingen kennis gekregen hebbende van de treurige voorspellingen, door Jezus in de eetzaal gedaan, hadden zij bij Farizeërs hunner kennis een onderzoek ingesteld, en niet vernomen dat men weldra «en aanslag tegen den Zaligmaker zou doen; zij

158

ocr page 163

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 159

zeiden dat het gevaar nog niet groot kon zijn, dat men den Heer niet zoo kort bij liet feest zou aanranden; maar zij wisten nog niets van het verraad van Judas. Maria sprak hen van de ontsteltenis van dezen gedurende de laatste dagen, van de wijze, op welke liij de eetzaal verlaten had; zij zeide, dat Judas hem zeker was gaan verraden, dat zij hem menigmaal gewaarschuwd had, dat hij een kind des verderfs was. De heilige vrouwen keerden daarna terug in de woning van Maria, moeder van Marcus.

Toen Jezus in de grot teruggekeerd was, en met hem al zijne droefheden, wierp hij zich met uitgestrekte armen op het aangezicht neder en bad zijnen hemelschen Vader, maar er ontstond eene nieuwe worsteling in zijne ziel, die drie kwartier nnrs duurde. Engelen kwamen hem in eene reeks van verschijningen.al de smarten vertoonen, welke Hij moest verdragen, teneinde voor de zonden te boeten; zij toonden hom de schoonheid des men-schen, het beeld van God, voor den val, en hoe zeer deze val hem mismaakt en veranderd had. y-'j deden hem, in de eerste zonde, den oorsprong-van alle zonden zien, de beteekenis en het wezenlijke der begeerlijkheid, hare verschrikkelijke uitwerkingen op de krachten der menschelijke ziel, alsook de wezenlijkheid en de beteekenis van ai de straffen, met de begeerlijkheid overeenkomende. Zij toonden hem, in de voldoening welke hij aan de goddelijke rechtvaardigheid moest geven , een lijden des lichaams en der ziel aan, bevattende al de straffen, aan de begeerlijkheid van het gansche menschdom verschuldigd; en hoe de schuld van het rnenschelijk geslacht moet betaald worden door de menschelijke natuur alleen, vrij van zonden, de natuur van den Zoon Gods, teneinde door higt;t uitwerksel zijner liefde de zonde on do straf

ocr page 164

HET SMARTVOLLE LIJDEN

van het mensclidom op zich te nemen, moest zegepralen over den menschelijken tegenstrijd van het lijden en den dood. De Engelen vertoonden hem dit alles onder verschillende afbeeldingen, en ik begreep zonder hunne stem te hooren, wat zij zeiden. Geene tong kan uitdrukken, welke angst, welke smart de ziel van Jezus op het gezicht van die verschrikkelijke boeting kwamen overstelpen; de ijselijkheid van deze verschijning was zoodanig, dat een bloedig zweet uit zijn lichaam geperst werd.

Terwijl de menschheid van Christus onder den schrikkelijken drom van smarten verplet werd, ontwaarde ik een gevoel van medelijden bij de Engelen; er was eene kleine tusschenpoozing en het scheen mij , dat zij vurig verlangden hein te vertroosten , en zij tot dat einde voor den troon van God baden. Er was als een oogenblikkelijke strijd tusschen de barmhartigheid en de rechtvaardigheid van God en de liefde, die zich opofferde. Een beeld Gods werd mij getoond , niet gelijk weleer op een troon, maar in eene lichtende gedaante; ik zag de goddelijke natuur van den Zoon in den persoon zijns Vaders, als uit zijnen schoot gaande; de persoon des heiligen Geestes kwam van den Vader en den Zoon voort. Hij was als tusschen hen, en dit alles was nogtans slechts één God, maar deze dingen zijn onuitlegbaar. Ik had eerder een inwendig gevoel dan eene verschijning in menschelijke gedaanten; het scheen mij loe, dat de goddelijke wil van Christus zich «enigerwijze méér in den Vader vertrok, orn oti zijne menschheid al dit lijden te doen drukken, hetwelk de menschelijke wil van Jezus don Vader bad, van hem af te wenden. Ik zag dit in het «ogenblik van medelijden der Engelen, toen zij Jezus wenschten te vertroosten, en Hij ontving

ocr page 165

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

inderdaad eenige verlichting. Daarna verdween killes en de Engelen verlieten den Heer, wiens ziel nieuwe aanvallen moest ondergaan.

Toen de Verlosser zich op den berg der Olijven als mensch aan de bekoring overgaf, en Hij dien geweldigen strijd der menschelijke natuur tegen de pijnen en den dood, die van alle lijden deel maakt, wilde ondergaan en overwinnen, werd het den bekoorder toegelaten aan hem te doen al hetgeen hij aan ieder mensch doet, die zich voor eene heilige zaak wil opolFeren. In den eersten doodsangst toonde satan den Heer de onmatige grootte van de schuld der zonde, welke Hij wilde betalen, en dreef'de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij fouten zocht in de werken van den Verlosser zeiven. In den tweeden doodsangst zag Jezus in al deszelfs grootte en bitterheid het boetend lijden, noodig om aan de goddelijke gerechtigheid te voldoen; dit werd hem door de Engelen vertoond, want het komt satan niet toe te ver-toonen, dat de boeting mogelijk is; de vader der leugentaal en wanhoop toont de werken der goddelijke barmhartigheid niet. Toen Jezus aan al deze strijden roemrijk en zegepralend wederstaan had door zijne volkomene overgeving aan den wil zijns hemelschen Vaders, werd hem een nieuwe kring van verschrikkende verschijningen aangeboden; de twijfeling en ongerustheid, die in den mensch, die zich zelve opoffert, de oll'erande voorafgaan, stonden in de ziel van Jezus op. Hij deed zich deze schrikkelijke vraag: «Welk zal het nut dezer opoffering zijn!quot; en het tafereel van deze ijselijke toekomst overstelpte zijn minnend hart.

Toen God den eersten Adam geschapen had, zond Hij den slaap over hem, opende zijne zijde, nam eene zijner ribben , waarvan Hij Eva, zijne vrouw, maakte, de moeder aller levenden. Alsdan

161

ocr page 166

HET SMARTVOLLE LIJDEN

102

geleidde Hij haar voor Adam endezezeide: »üit is het vleesch van mijn vleescli, het been mijner beenderen; de man zal zijnen vader en zijne moeder verlaten om zijne vrouw aan te kleven, en zij zullen twee in één vleesch zijn.quot; Dit was nu het huwelijk, waarvan geschreven is: »Dit Sacrament is groot, ik zeg in Jezus Christus en in de Kerk.quot; Christus, de nieuwe Adam, wilde ook den slaap over hem doen komen, den slaap des doods aan het kruis, Hij wilde ook zijne zijde laten openen, opdat de nieuwe Eva, zijne maagdelijke bruid, de Kerk, de moeder aller levenden, daaruit zoude voortkomen; hij wilde haar het bloed dei-verlossing, het water der zuivering en zijnen geest geven, de drie, die getuigenis op de aarde geven; Hij wilde haar de heilige Sacramenten geven, opdat zij eene zuivere, heilige en vlekkelooze Bruid zoude wezen; Hij wilde haar hoofd zijn, wij hare leden aan het hoofd onderworpen , het been van hare beenderen , het vleesch van haar vleesch. Door de menschelijke natuur aan te nemen, ten einde den dood voor ons te ondergaan , had Hij ook zijnen Vader en zijne Moeder verlaten, en zich aan zijne Bruid , de Kerk , gehecht ; Hij is één vleesch met haar geworden, door haar te voeden met het allerheiligste Sacrament des Altaars, waarin Hij zich onmiddellijk met ons vereenigt. Hij wilde met de Kerk, zijne Bruid op aarde zijn, totdat wij allen door hem in haar vereenigd waren, en Hij heeft gezegd . dat sde poorten der hel tegen haar niets zullen vermogen.quot; Ten einde die onmetelijke liefde voor de zondaars te kunnen oefenen, was de Heer mensch en broeder geworden van diezelfde zondaars, om de straf op zich te nemen, aan al hunne misdaden verschuldigd. Hij iiad met eene bovenmatige droefheid, de grootheid dier schuld en der smarten, die er de voldoening

ocr page 167

VAN ONZEN HEER .1EZUS CHRISTUS.

van moesten wezen, gezien, en zicli nogtans met vreugde als zoenoiler aan zijnen liemelschen Vader overgegeven ; maar nu zag Hij de smarten, de strijden en de aanstaande wonden van zijne he-melsche Bruid, welke Hij tegen zoo hoogen prijs, ten koste van zijn bloed wilde vrijkoopen; Hij zag de ondankbaarheid der menschen.

Nu verscheen voor de ziel van Jezus al het aanstaande lijden van zijne Apostelen , van zijne leerlingen en van zijne vrienden; Hij zag de eerste Kerk niet talrijk, daarna, naarmate zij aangroeide, de ketterijen en scheuringen in dezelve invallen en den eersten val hernieuwen van den menscli, door de hoovaardij on de ongehoorzaamheid. Hij zag de lauwheid, de bedorvenheid en de snoodheid eener tallooze menigte Christenen, de leugentaal en liet bedrog van al de verwaande leeraars, de heiligschennissen van al de slechte priesters, de noodlottige gevolgen van al deze werken , de afschuwelijkheid van de verwoesting in het rijk Gods, in het heiligdom van dat ondankbare mensch-dom , dat Hij op het punt stond, ten koste van zijn bloed, van onuitsprekelijke smarten vrij te koopen.

Hij zag de ergernissen van alle eeuwen tot onze lijden, en zelfs tot het einde der wereld toe. Het waren beurtelings ai de gedaanten der dwaling, der bedriegerij, der woedende dweepzucht, der halsstarrigheid en dei- boosaardigheid ; al de afvalligen, do aartsketters, de hervormers, onder een heilig voorkomen; de bedervers en de bedorvenen beleedigden en folterden hem, als naar hun inzien niet wel gekruisigd, als niet geleden op de wijze, zooals hun ijdele hoogmoed het had gewild en zich inbeeldden ; en uilen verscheurden , om het meest, het kleed zonder naad van zijne Kerk. Een ieder wilde, dat de Zaligmaker, volgens zijn oor-

403

ocr page 168

HET SMARTVOLLE LIJDEN'

104

•leel, verschillend zou zijn van dengenen, die zich uit liefde tot ons gegeven heeft. Vele mishandel-tien , versmaadden, verloochenden hem, velen trokken de schouders op en schudden het hoofd ■over hem, ontrukten zich uit de armen, welke Hij tot hen uitstrekte , en snelden naar den afgrond, waarin zij gedompeld waren. Hij zag eene oneindige menigte anderen, die hem in het openbaar wel niet durfden verloochenen , maar zich met afkeer van de wonden zijner Kerk verwijderden, evenals de leviet den armen, door de baan-stroopers gewond , verliet. Zij verwijderden zich van zijne gekwetste bruid , gelijk lafhartige kinderen zonder geloof, hunne moeder verlaten op het oogenblik van den nacht, dat dieven en moordenaars aankomen, aan welke hunne onachtzaamheid of snoodheid de deur geopend heeft. Hij zag hen naar den buit loopen, die in de woestijn overgebracht was, naar de gouden vaten en de verbrijzelde halssieraden. Hij zag al deze men-schen nu van den waren wijnstok afgescheiden, onder de wilde druiven liggen, dan als verdwaalde kudden, ten prooi aan de wolven, door huurlingen in slechte weiden geleid, en weigerden weder te keeren in den schaapstal van den goeden Herder, die zijn leven voor zijne schapen geeft. Zij dwaalden , zonder vaderland, rond in de woestijn, te midden van het door den wind opstuivende zand, en wilden zijne stad niet zien, op den berg gelegen, die niet verborgen kan blijven, het huis van zijne bruid, zijne kerk op de steenrots gebouwd, bij welke Hij beloofd had tot de voltrekking der eeuwen te zullen blijven, tegen welke de poorten der hel nooit iets zullen vermogen. Zij weigerden ■door de enge deur te gaan, willenle het hoofd niet buigen. Hij zag hen anderen naloopen, die ■elders dan door de deur ingingen. Zij bouwden

ocr page 169

f

VAN ONZEN HEKR JEZUS CIFRISTUS. 4G5

li hutten op het zand, welke zij onophoudelijk her-I- maakten en slechtten, maar waar noch altaar m noch offerande was; zij hadden windwijzers op quot;(1 hunne huizen, en hunne leering veranderde met ;e den wind: ook waren zij in tegenstrijdigheid met f- elkander. Zij konden met elkander niet overeen-le komen en hadden nooit eene vaste stelling; menig-i- maal verwoestten zij hunne hutten en wierpen ■h de puinen togen den hoeksteen der kerk, die on-[•- wrikbaar bleef. Verscheidene onder hen, ofschoon i- de duisternis in hunne woning heerschte, nader-;|i den niet tot het licht, in het verblijf der bruid , i- op den kandelaar geplaatst, maar dwaalden, met )p geslotene oogen, rondom de tuinen der kerk, en !•- daar zij niet meer leefden van de reukwerken i- die uit dezelve voortkwamen, strekten zij de hanig den uit tot nevelige afgoden en volgden dwaalster-ju ren, die hen in waterlooze putten geleidden; op Ie den boord van den afgrond wilden zij geen ge-n- hoor geven aan de stem der bruid, die hen riep, n, «'ii, door den honger verslonden, lachten zij met ie een verwaand medelijden met de dienaars en mi boden, gezonden om hen ter bruiloft te noodigen. te Zij wilden den tuin niet ingaan , omdat zij de r, doornen der hegge vreesden ; dronken van zich tl- zeiven, hadden zij noch tarwe voor hunnen bonte ger , noch wijn voor hunnen dorst; en door hun jn eigen licht verblind, noemden zij de Kerk van het ie vleesch geworden Woord onzichtbaar. Jezus zag ie hen allen; Hij weende over hen; Hij wilde lijden )ij voor al degenen, die hem niet zien. die hun kruis er niet met hem willen dragen , in zijne stad , 0|gt; en den berg gebouwd, die niet verborgen kan blijven, en iu zijne kerk, op de steenrots gevestigd, aan welke ifd Hij zich in het heilig Sacrament gegeven heeft, lie en tegen welke de poorten der hel niets zullen en vermogen.

Smartvolle Lyden. \\

L

ocr page 170

466 HET SMARTVOLLE LIJDEN

In die tallooze, smartvolle tafereelen, die voor d de ziel des Hoeren zweefden, nu onder veelvou- e dige gedaante, dun zich met eene verschrikkende lt; gelijkenis verniemvende, zag illt; satan rondzwerven,. i die aan Jezus met geweld eene groote menigte ] menschen , door zijn bloed vrijgekocht, ontrukte i en wurgde, /';lf's van diegenen, welke de zalving r van zijn Sacrament ontvangen hadden. J)e Zaligmaker zag met hittere droefheid al tie ondank- £ baarheid , al de bedorvenheid der eerste Christe- l nen, van diegenen die later kwamen, van die van •lt; den toekomenden en tegenwoordigen tijd. Ai die ] verschijningen, gedui'ende welke de bekoorder on- gt; ophoudelijk uitliep: »\Vilt gij dan voor zulke on- t dankbaren lijden?quot; stortten met zooveel geweld ( en woede op Jezus neder, dat een onuitsprekelijke ■/ doodsangst zijne menschheid nederdrukte. Christus,. J de Zoon des menschen , worstelde en wrong de c handen in een, Jlij viel als verpletterd op z;jne ( knieën, en wentelde zich van den eenen naar lt; den anderen kant. Zijn rnenschelijke wil leverde t een zoo hevigen strijd aan den afkeer voor een | zoo ondankbaar geslacht zooveel te lijden, dat het \ zweet en dikke druppelen bloed van zijn lichaam op de aarde droop. In zijne verlatenheid zag Hij y rond als om hulp te zoeken, en scheen den he- ] mei, de aarde en de sterren van het uitspansel | tot getuigen zijner smarten te nemen. Het scheen | mij hem te hooren uitroepen; «HelaasI is het s dan mogelijk, zooveel ondankbaarheid te onunoe- j ten? Weest getuigen van mijne angsten! s Het was toen dat de maan en de sterren tot 1 liem schenen ie naderen. Aanstonds gevoelde ik, 1 dat het helderder was. Ik gaf acht op de maan, t wat ik tot nu niet gedaan had en zag dat zij t verschilde van hare gewone gedaante. Zij was nog s niet geheel vol en nogtans scheen zij mij grooter

.

ocr page 171

VAN ONZEN 1JEEU JEZUS CHRlsTLS. '107

dan bij ons. 1m het midden Ziip- ik eene sombere en ronde vlek en in het middenpunt van die vlek eene opening, waardoor een licht straalde in de richting, waar de maan nog niet geheel vol was. De sombere vlek geleek aan een berg en om de maan zag ik een lichtgevenden kring gelijk een regenboog.

In zijne verlatenheid verhief Jezus zijne stem en liet eenige smartelijke kreten hooren. De drie Apostelen ontwaakten, luisterden, hieven de handen angstig op en wilden zich hij hem voegen, maar Petrus wederhield Jacobus en Johannes en zeide: «Blijft hier, ik ga tot hern.quot; Ik zag hern loopen en de grot binnen treden. «Weester zeide hij, wat deert u?quot; Hij ging niet verder, sidderde bij het zien van Jezus, bloedend en van schrik bevangen. Jezus antwoordde hem niet en scheen geen acht op hern te geven. Petrus keerde tot de twee anderen terug, zeide hun dat de Heer hem niet geantwoord had en niet ophield te zuchten en te kermen. Hunne droefheid vermeerderde, zij bedekten hun hoofd, zetten zich neder en baden weenende.

Ik keerde tot mijnen hemelschen bruidegom in zijne smartvolle doodsangsten weder. De afgrijselijke beeltenissen van de ondankbaarheid der toekomende menschen, wier' schuld jegens de goddelijke rechtvaardigheid Hij op zich nam, kwamen steeds verschrikkelijker en onstuimiger op hem af. Hij worstelde voortdurend tegen den tegenstrijd der rnenschelijke natuur orn te lijden; ik hoorde hern herhaalde malen uitroepen: s.Mijn Vader, is het mogelijk voor al die ondanklaren te lijden? Ü mijn Vader, zoo deze kelk van rnij niet kan verwijderd worden, dat dan uw wil geschiede !quot;

Te midden van al die verschijningen, zag ik

ocr page 172

MET SMARTVOLLE LIJDEN

satan, onder verschillende afschuwelijke gedaanten in beweging, volgens de verschillende soorten van zonden. Nu verscheen hij als een groote zwarte man, dan onder de gedaante van een tijger, nu wederom onder die van een vos, een wolf, een draak of eene slang. Het was nogtans de gedaante zelve van die dieren niet, maar slechts een treilende trek van hunne geaardheid, met andere leelijke gedaanten vermengd. Daar was niets, wat een volkomen schepsel geleek, het waren slechts zinnebeelden van afschuwelijkheid, van tegenstrijdigheid, van zonden; eindelijk gedaanten van den duivel. Deze duivelsche beelden stieten, sleepten weg en verscheurden voor de oogen van Jezus, eene menigte menschen, voor welker verlossing Hij den smartvollen weg des kruises bewandelde. In het begin zag ik de slang zeldzamer, maar later zag ik haar verschijnen, met eene kroon op het hoofd; hare reuzengestalte, hare kracht scheen buitengewoon, zij voerde eene tal-looze menigte legioenen van alle tijden en alle geslachten tot den storm tegen Jezus aan. Met alle slag werktuigen van verwoesting gewapend, streden zij somtijds tegen elkander en kwamen daarna wederom met woede op den Zaligmaker af. Het was een ijselijk schouwspel; want zij overlaadden hem met beleedigingen en verwen-schingen, zij verscheurden, sloegen en doorstaken hem. Hunne wapenen, hunne zwaarden, hunne spiezen gingen en kwamen, zonder tussehenpoozen, als de dorschvlegels der dorschers in eene onmetelijke vlakte, en allen waren woedend tegen het korreltje hemelsche tarwe, ter aarde nederge-vallen, om te sterven, ten einde alle menschen eeuwig met het brood des levens te voeden.

Te midden dier woedende scharen, waarvan velen mij blind schenen, werd Jezus ontroerd en

1(38

ocr page 173

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

geschokt, even alsof' Hij hunne slagen wezenlijk gevoeld had. Ik zag hem van den eenen naar den anderen kant waggelen. Hij stond op en viel weer neer. De slang sloeg onder die menigte, welke zij zonder tusschenpoozen tegen Jezus aanvoerde, horen derwaarts met haren staart en verscheurde of zwelgde al diegenen in, die door haar ter neèr geveld werden.

Mij werd gezegd dat deze vijandige legers, die den Zaligmaker verseheurden, degene waren die .lezus Christus op verschillende wijzen mishandelden, wiens Godheid en menschheid, lichaam en ziel, vleesch en bloed wezenlijk in het heilig Sacrament des Altaars, onder de gedaanten van brood en wijn tegenwoordig zijn. Ik herkende onder hen de verschillende klassen onteerders van dat heilig Sacrament, van dat levendige onderpand zijner onafgebroken persoonlijke tegenwoordigheid in zijne Kerk. Ik zag met afschuw al die versmadingen, de onachtzaamheid. de oneerbiedigheid, de nalatigheid, de verachting, het misbruik en do verschrikkelijkste heiligschennissen, van de afwijkingen tot de afgoden der wereld, de duisternissen en de valsche wetenschap tot de dwaling, de ongeloovigheid, de dweepzucht, den haat en de vervolging. Ik ontwaarde onder die vijanden, menschen van alle standen,- blinde, lamme, doove, stomme en zelfs kinderen. Blinden, die de waarheid niet wilden zien; lammen, die mef haar niet wildon wandelen ; dooven, die weigerden hare vermaningen en bedreigingen te aan-hooren; stommen, die nimmer voor haar met het zwaard der tong wilden sti ijden; kinderen, verdwaald in het gevolg hunner wereldsche en Godvergetende ouders en meesters, met aardsche begeerten gevoed, dronken van ijdele wijsheid en afkeerig van goddelijke zaken, of zonder dezelve kwijnende en

1()9

ocr page 174

HET SMARTVOLLE LMHEN

170

te niet gaande en voor altoos onbekwaam die to smaken. Under deze laatste, welks gezicht mij meer bijzonder bedroefde, omdat Jezus de kinderen beminde, zag ik vele slecht opgevoede, oneerbiedige koorjongens, die den Christus niet eeren in de heilige bedieningen en plechtigheden, waaraan zij deel nemen. Hunne fout kwam gedeeltelijk neder op hunne meesters of op de onachtzame bestuurders der kerken. Met ijzing zag ik, dat vele Priesters, waarvan sommigen zich vol geloof en godsvrucht waanden, Jezus ook in zijn allerheiligste Sacrament mishandelden. Ik wil slechts eene soort aanhalen. Ik zag velen, die de wezenlijke tegenwoordigheid van den levenden God in het allerheiligste Sacrament geloofden, aanbaden en leerden, maar dezelve niet ter harte namen; want zij veronachtzaamden en vergaten het paleis, den troon, het heiligdom, den zetel, de ju-woelen van don Koning van hemel en aarde; namelijk de Kerk, het altaar, het tabernakel, den kelk, do romonstrans, do vaten, de gewaden, do sieraden, in één woord alles wat tot gebruik en sieraad van zijn huis verstrekte. Alles was verlaten, alles ging te niet in het stof en in de vuiligheid en de goddelijke eeredienst werd, zoo niet inwendig ontheiligd, ton minste uitwendig onteerd. l)it alles was het gevolg niet van de wezenlijke armoede, maar van de onverschilligheid, van de luiheid, van de overtollige bezorgdheid voor ij Iele woreldsche verlangens, menigwerf ook van oigon-baat en inwendigen dood, want illt; zag zulke verzuimen in de kerken die gegoed , zoo niet rijk waren. Ik zag vele andore waar woreldsche pracht, zonder smaak en welvoegolijkheid, do heerlijke sieraden vervangen had van een godvruchtigor tijdvak, ten einde do verkwisting, de slordigheid, de onachtzaamheid on de verwoesting met het

ocr page 175

VAN ONZEN HEEK JEZUS CHRISTUS. 171

3)l;iiillt;etsel van deir vulsclien pronk te bedekken. :Het voorbeeld van de Irotsche verwaandheid der rijken werd weldra door de onwetendheid zonder eenvoudigheid der armen nagevolgd. Ik kon niet nalaten mij in dit oogenblik aan de kerk van ons arm klooster te herinneren , waar men het sclioorie, oude altaar, kunstig in steen gewrocht, vermomd had dooi' eene prachtige betimmering van gemarmerd hout, hetgeen mij altoos ten zeerste gespeten had. Ik /ag dio belcedigingen, Christus in zijn allerheiligste Sacrament aangedaan, door eene groote menigte in de kerk aan-gestelden, vermeerderd, die geen verstand genoeg hadden , om hetgeen zij bezaten met tien Zaligmaker, on het altaar tegenwoordig, te deelen met ■hem , die zijn leven voor hen gegeven heeft en zich nog geheel aan hen aanbiedt in het allerheiligste Sacrament des Altaars. De armste menschen waren in hunne schamele stroohutten dikwijls beter omringd dan de lieer van hemel en aarde in zijne kerken. Ach, hoe zeer bedroefde die onherbergzaamheid Je/.us, die zich tot voedsel aan hen gegeven had. Zeker, men behoeft niet rijk te zijn om hem te ontvangen, die honderdvoudig het glas water beloont aan den dorstige gegeven; maar heeft Hij, die zoo dorstig is naar ons, geene reden van klagen , wanneer hot glas zoo onrein en het water bedorven is? Tengevolge van zoodanige onachtzaamheden zag ik de zwakken geërgerd , het Sacrament onteerd, de kerk verlaten , de priesters veracht; de onreinheid en de onacht-zaamheid strekten zich tot de zielen der geloovi-gen uit; zij lieten het heiligdom van hun hart iu de vuiligheid, wanneer Jezusdaar'm moest nederdalen, •evenals zij liet tabernake!, op het altaar, vuil lieten.

Wanneer ik een geheel jaar zou spreken, zou ik al de beleedigingen niet kunnen zeggen, welke

ocr page 176

HET SMARTVOLLE LIJDEN

ik op deze wijze kende, Jezus in zijn allerheiligste too

Sacrament aangedaan. Ik zag de bewerkers daarvan Hel

.Jezus met lioopen aanvallen, en hem, met verschil- Hi

lende wapenen, volgens de verscheidenheid hunner wa

beleedigingen , slagen toebrengen. Ik zag oneer- wt

biedige Christenen, van alle eeuwen, lichtzinnige alt

of heiligschennende priesters, drommen van lauwen sn

en onwaardigen , die communiceerden , tallooze sc

zondaars, voor welke de bron aller zegening, het wi

geheim van den levenden God, een vloek, eene kc

uitdrukking van toorn, een woord van vervloeking lij

was geworden, woedend de heilige vaten onthei- g'

ligen, dienaren des duivels het allerheiligste Sa- lt;'i

crament gebruiken , tot het geheim van eenen t(

verschrikkelijken dienst. Naast die beestachvig- d

heden zag ik loutere goddeloosheden zonder einde n

en getal, maar die even afschuwelijk waren. Ik s1

zag velen die, door slechte voorbeelden en tron- v

welooze leeringen medegesleept, het geloof in de e wezenlijke tegenwoordigheid verloochenden en op-

hielden dit in ootmoedigheid te aanbidden. Ik zag •

in die menigten een groot aantal leeraars, door lt;

472

hunne zonden in de ketterij gevallen , vooreerst I

elkander onderling den oorlog aandoende, daarna Jezus in het heilig Sacrament zijner Kerk aanvallende, en dooiquot; hunne verleidingen eene tallooze menigte menschen uit zijn hart rukkende, voor welke Hij zijn bloed vergoten heeft. Aclil het was een ijselijk vertoog, want ik zag de Kerk als het lichaam van Jezus en al die menigte menschen r die zich van de Kerk afscheidden , verscheurden zijn levendig vleesch en rukten ei' geheele stukken van af. Helaas, Hij wierp zoo hartverscheurende blikken op hen, en jammerde bij het zien dat zij zich in het verderf storten. Hij , die zich tot voedsel aan ons gegeven had in het heilig Sacrament, ten einde al de menschen in het einde-

ocr page 177

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

173

looze verdeeld en van elkander gescheiden, in één lichaam, dat der Kerk, zijne Bruid, te vereenigen. Hij zag zich in dat lichaam zelfs verscheuren: want zijn bijzonderste liefdewerk, de heilige Tafel, waarin al de menschen hunne vereeniging voor altoos hadden moeten voltrekken , was door de snoodheid der valsche leeraars zelfs de paal dei-scheiding geworden. In die plaats zelve, die alleen waardig en heilzaam is eene eenheid uit te maken, door zich nauw te vereenigen; aan die heilige tafel, waar God zelf zich aan ons tot voedsel geeft, moesten zijne kinderen zich van de ketters en ongeloovigen afscheiden, om niet medeplichtig te worden aan de zonden van anderen. Ik zag op deze wijze geheele volkeren uit zijnen schoot gerukt en beroofd van de mededeeling vau deu schat der genaden, aan de Kerk nagelaten. Het was afschuwelijk te zien, hoe in het begin slechts een klein gedeelte zich afscheidde, hoe zij daarna, geheele volkeren geworden, elkander als vijanden bevochten, terwijl zij over de heiligste zaken verdeeld waren, wederom te voorschijn kwamen. Eindelijk zag ik al degenen die zich van de Kerk afgescheurd, in de ongeloovigheid, de bijgeloovig-heid, de ketterij, de verwaandheid en valsche godgeleerdheid gedompeld hadden, woest en woedend in menigte samenspannen en door de slang, die-steeds onder hen in beweging was, aangezet, bres op haar schieten. Helaas! het was alsof Jezus zich zeiven in (luizende en (luizende stukken zag en gevoelde verscheuren. In die angsten omhelsde de Heer met de oogen en het gevoel, geheel den vergiftigen boom der verdeeldheid, met zijne takken en vruchten , die zich weder tot het einde der dagen verdeden en vermenigvuldigen, lot dat tijdstip, waarop de tarwe ingezameld en het onkruid in het vuur zal geworpen worden.

ocr page 178

HET SMARTVOLLE LI.IDEX

Ik was zoodanig van schrik en ijzing bevangen, dat eene verscliijning van mijnen hemelschen finiidegom mij barmhartig tie hand op het hart legde, met deze woorden: »Niemand lieeft dit nog gezien, en uw hart zou van droefheid verscheurd worden, zoo ik het niet ondersteunde.quot;

Ik zag het bloed met dikke druppelen over het hleeke aangezicht des Zaligmakers biggelen; zijne haren waren aan elkander geplakt en rezen te berge, zijn baard was bebloed cn verward , alsof men hem had willen uittrekken. Xa de verschijning. waarvan ik sprak, vluchtte Hij als 't ware, uit de grot en kwam bij zijne leerlingen weder. Maar zijn gang was als van een mensch , met wonden overdekt, en gebukt onder een zwaren Jast, die bij elke trede dreigt te vallen. Toen Hij bij de drie Apostelen kwam, hadden zij zich niet, zooals de eerste maal, nedergelegd om te slapen. Zij hadden het hoofd bedekt en op de knieèu nederhangen, in eene houding, waarin ik het volk van dat land menigmaal zie, wanneer zij in rouw zijn of willen bidden. Zij sluimerden, door droefheid en vermoeienis overwonnen. Jezus naderde hen sidderende en zuchtende, en zij ontwaakten. Maar toen zij hem bij den schijn der maan niet zijn bleek en bebloed aangezicht, met zijn verward haar voor zich zagen, herkenden hunne vermoeide oogen hem vooreerst niet, want Hij was onzeggelijk mismaakt. Toen Hij de handen samenvoegde, richtten zij zich op, namen hem onder de iirmen en ondersteunden hem met liefde. Hij zeide hun met droefheid, dat men hem den volgenden dag zou doen sterven, dat men zich binnen een uur van hem zou meester maken . dat men hem voor eene vierschaar zou geleiden , dat hij mishandeld, beleedigd en eindelijk aan den wreedsten 'lood overgeleverd zou worden. Hij bad hen, zijne

174.

ocr page 179

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 175

;n. Moeder en Magdalena te troosten. Hij sprak aldus

en eenige minuten met hen ; wat hen aangaat, zij

rt antwoordden niet, want zij wisten niet wat te

)g zeggen , zoo zeer hadden zijn uiterlijk en zijne

i'd woorden hen ontsteld; zij meenden zelfs dat Hij

ijlhoofdig was. Maar toen Hij naar de grot wilde it wederkeeren, had Hij de macht niet om te gaan.

ie Ik zag Johannes en Jacobus hem geleiden eu

e wederkeeren, toen Hij de grot was binnengegaan.

)f Het was ongeveer een kwartier na elf.

Gedurende dezen doodsangst van Jezus zag ik ■, de heilige Maagd ook met droefheid en angsten

overladen, in de woning van Maria, moeder van t Marcus. Zij hield zich met Magdalena en Maria

i in den tuin van het huis op; zij zat daar in rouw,

j gehukt oj) een steen en op hare knieën neder-

vallende. Zij geraakte verscheidene malen buiten kennis, want zij zag inwendig vele dingen van den doodsangst van Jezus. Reeds had zij boden gezonden om nieuws van hem te vernemen; maar hunne wederkomst niet kunnende afwachten, begaf zij zich, in de uiterste ongerustheid, met Magdalena en Salome, tot aan het dal van Josaphat. Zij trad vooruit, het hoofd bedekt, en strekte menigmaal de armen naar den berg der Olijven uit, want in den geest zag zij Jezus in zijn bloedig zweet zwemmen en het scheen dat zij met hare uitgestrekte handen het aangezicht van haren Zoon wilde afdroogen. Ik zag die zuchten harer ziel tot Jezus gaan , die aan haar dacht en naar haar zag, als om hulp te vinden. Ik zag die onderlinge mededeeling onder hen, onder de gedaante van stralen, die van den eenen tot den anderen gingen. De Heer dacht ook aan Magdalena, richtte '/ijne blikken tot haar, en was door hare droefheid getroffen; daarom beval Flij ook aan zijne leerlingen haar te vertroosten; want Hij wist.

ocr page 180

HET SMARTVOLLE LIJDEN

lt;lat zij hem, na zijne Moeder, liet meest beminde, en Hij had gezien, dat zij nog veel voor hem zou lijden, en hem nooit meer zou heleedigen.

Omstreeks dat oogenblik, bijna een kwartier na elf, kwamen de acht Apostelen in de looverhnt van Gethsemani terug, zij spraken daar nog met elkander en vielen in slaap. Zij waren ten uiterste ontsteld, geschokt, moedeloos en door de bekoring overvallen. Ieder had eene schuilplaats gezocht, waarin hij zou kunnen schuilen , en zij vroegen elkander met ongerustheid: »Wat zullen wij doen, wanneer zij hem hebben doen sterven? Wij hebben alles verlaten om liem te volgen; wij zijn arm en het uitschot der wereld; wij hebben ons geheel aan hem overgelaten; en zie hem nu daar zoo kwijnend, zoo neêrslachtig, dat men in hem geene vertroosting kan vinden.quot; De andere leerlingen hadden eerst hier, dan daar rondgedwaald ; daarna iets van de schr ikwekkende voorspellingen van Jezus vernomen, hadden zij zich voor het grootste gedeelte naar Betphage begeven.

Ik zag .lezus nog in de grot bidden , woistelende met den tegenstrijd der menschelijke natuur. Hij gevoelde zich zwak en bevende, en zeide: «Mijn V ader, zoo het uw wil is, verschoon mij van dezen kelk te drinken , maar dat uw wil en niet de mijne geschiede 1quot; Toen openden zich voor hem de afgronden, en de eerste trappen va;» het voorgeborgte der hel verschenen hem. Hij zag Adam en Eva , de patriarchen , de profeten , de rechtvaardigen , de ouders zijner Moedei- en Johannes den Dooper, zijne komst in de onderaardsc'm; wereld met een zóó- vurig verlangen afwachten, dat dit gezicht zijn liefdevol hart versterkte en verlevendigde. Zijn dood moest den hemel aan die gevangenen openen, Hij moest hen uit den kerker verlossen , waarin zij in do verbeiding zuchtten.

176

ocr page 181

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

Toen Jezus deze Heiligen der oude wereld met eene diepe aandoening beschouwd had , stelden de Kogelen hem al de scharen en toekomende gelukzaligen voor, die, hunne strijden met de verdiensten van zijn lijden vereenigende , zich door hem, met den henielschon Vader moesten veree-nigen. Het was eene onuitsprekelijk schoone en troostvolle verschijning, allen gingen voorbij hem, volgens hun getal, hunnen staat en hunne waardigheid, met al hun lijden en hunnen arbeid versierd. Hij zag de zaligheid en de heiligmaking, met onuitdroogbare golven voortkomen uit de bron der verlossing, door zijnen dood geopend.

De Apostelen, de leerlingen, de maagden en de vrouwen , al de martelaren, belijders en kluizenaars , Pausen en Bisschoppen, tallooze scharen van kloosterlingen . in één woord , het geheele leger der gelukzaligen vertoonden zich voor zijne oogen. Allen droegen zegekronen op hunne hoof-den, en de bloemen hunner kransen verschilden van soort. kleur , geur en kracht, volgens het verschil des lijdens, der strijden en der overwinningen , die hun de eeuwige kroon verworven hadden. Geheel hun leven en al hunne werken, al hunne verdiensten en sterkte, tevens met ai den roem en de heerlijkheid hunner' overwinning, sproten alleen voort uit hunne vereeniging met de verdiensten van Jezus Christus.

De wederkeerige werkingenden invloed, welke al deze Heiligen op elkander uitoefenden, de wijze, op welke zij aan ééne bron , aan bet heiligste Sacrament en aan het lijden des Heeren putten, boden een ongemeen treilend en wonderbaar vertoog aan. Niets in hen scheen toevallig; hunne werken, hunne marteling, hunne zegepraal, hun voorkomen en hunne kleeding, dit alles, ofschoon .zeer verschillend, smolten in eene eindelooze een-

177

ocr page 182

HET SMARTVOLLE LIJDEN

lieid en eenstemmigheid weg; en die eenheid iis die ■verscheidenheid was voortgebracht door de stralen van eenc eenige zon , van het lijden des Iloeren, van liet vleeschgeworden Woord, in wieu het leven, het licht der rnenschen was, dat schijnt in lt;le duisternissen, cti hetwelk de duisternissen niet hebben begrepen.

Het was de gerneenschai) der aanstaande Heiligen, die de ziel des Heeren voorbijtrok, die geplaatst was tusschen het verlangen der patriarchen en den zegepralenden stoet der toekomende gelukzaligen f deze twee scharen zich vereenigende en eenigenvijze do eene de andere quot;soltalli^ makende, omringden het minnend hart des \eilos-sers, als met eenc dubbele kroon van ovei nn inning-Dit'onbeschrijfelijk treilend gezicht gaf de z.el van Jezus, die al het lijden der menschheul op zich nam, een weinig troost en sterkte. Ach! Hij beminde zijne broeders en schepselen zoo zeer, dat Hij met vreugde al de smarten zou aanvaard hebben, waaraan Hij zich overg'af , al ware het slechts voor de verlossing van ééne ziel geweest. Daar deze verschijningen betrekking hadden op bet toekomende, zweefden zij tot op eene zekeie hoogte.

Maar die vertroostende gezichten verdwenen en de Engelen vertoonden Jezus zijn lijden dicht hij de aarde, omdat het nabij was. Hot getal zijner Engelen was groot. Ik zag al .Ie gebeurtenissen zich zeer duidelijk aan hem vertoonen , van den kus van Judas af tot zijne laatste woorden aan liet kruis; ik zag daar al hetgeen ik zie in mijne overdenkingen en beschouwingen over het jijden. Het verraad van Judas, de vlucht der leeilingen, de versmadingen voor Annas en Caiphas, de vei-loochening van Petrus, tie vierschaar van 1 ilatu*. bet schamper gelach van Herodes , de geeseling

•178

ocr page 183

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

en de kroning met doornen, de veroordeeling ter dood, de kruisdraging , de aankomst der heilige Maagd, zijne bezwijming, de beleedigingen, waarmede de beulen hem overlaadden , de zweetdoek van Veronica, de kruisiging, de versmadingen der Farizeers , de smarten van Maria, Magdalena en Johannes, de steek der lans in de zijde; in één woord, alles werd hem met de geringste omstandigheden voorgesteld. Ik zag en verstond hoe de-Heer al de gebaren, ai de gevoelens, al de woorden der menschen opnam. Hij nam alles vrijwillig aan. Hij onderwierp zich aan alles, uit liefde voor de menschen. Hetgeen hem het smartelijkste drukte, was naakt aan het kruis ten toon gesteld te worden, om de onkuischheid der menschen te boeten; Hij vroeg dringend, ten minste een gordel te mogen ontvangen. Hij smeekte, dat hem deze schande zou gespaard worden. Ik zag dat Hij, niet door zijne beulen, maar door een rnede-doogend man geholpen werd. Hij zag en gevoelde ook de dadelijke droefheid zijner Moeder , welke de innige vereeniging met zijn lijdon bewusteloos in de armen van hare twee vriendinnen had doen nederzijgen.

Op het einde der verschijningen van liet lijden viel Jezus als een stervende op zijn aangezicht ter aarde; de Engelen verdwenen, liet bloedige zweet vloeide overvlnediger, ik zag het zijn kleed doordringen. De diepste duisternis lieerschte in de spelonk. Ik zag dan een Engel tot Jezus nederdalen ; hij was groot, schitterender en meer ge-lijk aan een menscL dan degenen, welke ik vroeger gezien had. Hij was zooals een priester gekleed, met een wijd, vliegend kleed, mot eikels versierd, en dioeg voor zich in zijne handen eene kleine vaas , van de gedaante van den kelk des Avond-maals. liij de opening van dien kelk vertoonde

179'

ocr page 184

IIKÏ SMARTVOLLE LIJDEN

y.icli een klein, langwerpig rond licliaam, ter grootte van eene hoon , hetwelk een roodachtig liclit van zich gaf'. De Engel, zonder de aarde te raken, strekte de rechterhand naar Jezus uit, die zich oprichtte; hij reikte hem dit geheimvol voedsel en liet hem uit den kleinen lichtgevenden kelk drinken; hierna verdween hij.

Toen Jezus nu vrijwillig den kelk zijns lijdei is aangenomen en nieuwe krachten verkregen had, bleef Hij nog eenige minuten in de grot, in eene diepe en stille beschouwing verslonden en stierde dankbetuigingen tot zijnen hemelschen Vader. Hij was nog bedroefd, maar bovennatuurlijk zoo versterkt , dat Hij , zonder te wankelen en zonder onder het gewicht van zijnen druk te bezwijken, tot de leerlingen kon gaan. Hij was nog altocs bleek en mismaakt, maar zijn tred was vast en regelmatig. Hij had zijn aangezicht met een zweetdoek gezuiverd , en zijne haren, die vochtig van het bloed en het zweet op zijne schouders nederhin-gen en te zamen geplakt waren, ontward en geschikt.

Toen Hij uit de spelonk trad, zag ik die buitengewone zwarte vlek nog in de maan, met den kring, die hem omringde; maar het licht der maan en der sterren verschilde van dat hetwelk gedurende de zware angsten van Jezus was ; het was wederom natuurlijk geworden. Toen Jezus bij zijne leerlingen kwam lagen zij , zooals de eerste maal, tegen den muur van de verheven wandelplaats; zij hadden het hoofd overdekt en sliepen. De Heer zeide hun, dat het de tijd niet was om te slapen, dat zij moesten waken en bidden. xHet uur is gekomen, waarop de Zoon des menschen in do handen der zondaars zal overgeleverd worden,quot; zeide I lij, «staat op en gaan wij; ile verrader is nabij : het ware beter voor hem, nimmer geboren te zijn geweest.quot; De

180

ocr page 185

VAN ONZEN IIKER JEZUS CHRISTUS. 181

Apostelen richtten zich, geheel verschrikt op, en zagen met ongerustheid rond. Toen zij een weinig ■waren bedaard, zeide Petrus met geestdrift: »Meester, ik ga de anderen roepen, opdat wij ons verdedigen.quot; Maar Jezus toonde hun, op eeni-gen afstand in de vallei, aan de overzijde van de heek Cedron, eene bende gewapende mannen, die met toortsen naderden, en Hij zeide, dat een hunner hem verraden had. De Apostelen beweerden dat zulks onmogelijk was. Hij sprak hun nog met kalmte toe, beval hen opnieuw zijne Moeder te troosten, en zeide: «Gaan wij hen te gemoet, ik zal mij zonder wederstand in de handen mijner vijanden overleveren.quot; Hij ging toen uit den hof der Olijven, met de drie Apostelen, de gerechtsdienaars te gemoet, en kwam op den weg die tusschen dezen hof' en dien van Gethsemani ligt.

Toen de heilige Maagd , in de vallei van Josa-phat, tusschen de armen van Magdalena en Sa-lome haar bewustzijn herkregen had , kwamen «enige leerlingen , die de krijgsknechten hadden zien naderen, tot haar en geleidden haar terug naar het huis van Maria, moeder van Marcus. De soldaten namen een korteren weg dan dien, welken Jezus van de eetzaal komende, gevolgd had.

De grot, iu welke Jezus heden gebeden had, is dezelfde niét, waarin Hij gewoon was, op den berg der Olijven te bidden. Hij trok zich gewoonlijk in eone meer afgelegen spelonk terug, waar Hij op zekeren dag, na den onvruchtbaren vijgeboom vervloekt te hebben, iu groote droefheid, met uitgestrekte armen en tegen eene rots len-nende, gebeden had.

De merkteekens van zijn lichaam en van zijne handen bleven in den steen gedrukt en werden later geëerd; maar men wist niet meer bij welke gelegenheid dit wonder had plaats gehad. Ik heb

Smartvolle Lijden. 12

ocr page 186

HET SMARTVOLLE LIJDEN

verscheidene malen zoodanige indrukken op den-steen iulitergelaten gezien, hetzij door de Profeten van het oude Testament, iietzij door Jezus,. Maria of eenige der Apostelen; ik het) ook diamp; gezien van het lichaam der heilige Catltarina van Alexandrië, op den berg Sinaï en die van eenige andere Heiliaen. Die indrukken schenen niet diep. maar gelijk aan die. welke men zou achterlaten, door de hand op een harden deeg tamp; drukken.

11.

Judas en zijne bende.

182

Judas verwachtte niet. dat zijn verraad zulk een uitslag zou hebben. Hij wilde de beloofde belooning verdienen en zich bij de Farizeers aangenaam maken, door hun Jezus over te leveren: li ui ar hij dacht niet aan het vonnis, noch aan de kruisiging van Jezus, zijn doorzicht ging zoo ver niet; het geld alleen hield zijnen geest bezig, en hij had zich sedert lang met eenige listige Farizeers en Saduceërs in betrekking gesteld, die hem door vleierij tot het verraad aanspoorden. Hij was liet lastig, dwalend en vervolgde leven, hetwelk de Apostelen leidden, moede. De laatste maanden had hij niet opgehouden de aalmoezen , waarvan liij dequot; bewaarder was, te stelen, en zijne hebzucht, door de mildheid van Magdalena, toen zij leuk-

1) De religieuze beschreef daarna de gedaanten en de kleur van den steen, tegen welken Jezus in de grot geleuiul luul: zij trad in groote bijzonderheden, beschreef de M'lieuven, die er zich in bevonden, en gedeelten, die •aan dorpsteen geleken, enz.

ocr page 187

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 183

werken over Jezus uitstortte , geprikkeld, bracht liem tot tie snoodste der euveldaden. Hij liadvan Jezus steeds een aardsch rijk en iti dat rijk eene luisterrijke en winstgevende bediening verwacht; toen dit niet gebeurde, trachtte hij een fortuin te vergaderen. Hij zag de moeilijkheden en vervolgingen aangroeien, en hij dacht om zich in de gunst van tie machtige vijanden des Zaligmakers, voor de aannadering van het gevaar, in te dringen ; want hij zag, dat Jezus geen koning werd, terwijl hij de waardigheid van den hoogen priester en de aangelegenheid zijner vertrouwelingen een levendigen indruk op hem maakten. Hij naderde ook meer en meer hunne bedienaren, die hem onophoudelijk vleiden en op zekeren toon zeiden, dat men in allen gevalle spoedig met Jezus een einde zou maken, fn deze laatste dagen hadden zij te Bethaniën hunne dringende aanzoeken bij hem vernieuwd. Hij bevestigde zich meer en meer in zijne misdadige gedachten en had in de laatste «lagen zijne bezoeken vermenigvuldigd, om de prinsen der priesters te doen besluiten, te handelen. Deze wilden nog niet beginnen, en behandelden hem met merkbare verachting. Zij zeiden dat er geen tijd genoeg was voor het feest, dat dit, gedurende hetzelve, verwarring en ontroering zou veroorzaken. De Sanhedrin alleen verleende «•enige aandacht aan de voorstellen van Judas. Na de heiligschennende nuttiging van het heilig Sacrament maakte satan zich geheel van hem meester, en hij vertrok om zijne afschuwelijke euveldaad uit te voeren. Hij zocht vooreerst de onderhandelaars op , die hem tot nu toe steeds gevleid hadden , en die hem nog met eene geveinsde vriendschap ontvingen. Er kwamen nog anderen, onder welke Annas en Caïphas. De eerste nam, opzichtens hem, een bitsen en spotachtigen

ocr page 188

1IKT SMARTVOLLE LIJDEN

toon aan. Men had vastgesteld , en men rekende niet op den goeden uitslag, omdat men geen vertrouwen in Judas had.

Ik zag liet helsche rijk verdeeld; satan wilde de misdaad der Joden, hij wenschte den dood van Jezus , den bekeerder , den heiligen leeraar , den rechtvaardigen, welken hij haatte ; maar hij gevoelde ook , ik weet niet welke inwendige vrees voor den dood van dat schuldeloos slachtoiler, dat zich aan zijne vervolgers niet wilde onttrekken. Hij benijdde hetzelve onschuldig te sterven. Ik zag hem van den eeneii kant df'n haat en de woede der vijanden van Jezus ophitsen, en van den ai-deren kant aan sommigen hunner ingeven , dat Judas een schurk, een ellendeling was, dat mui het vonnis niet voor het feest zou kunnen vellen, noch een genoegzaam aantal getuigen tegen Jezus verzamelen.

Allen deden een ander voorstel, en zij vroegen aan Judas: «Zullen wij hem kunnen gevangen nemen? Heeft Hij geene gewapende mannen bij zich?quot; En de afschuwelijke verrader antwoordde; »dat Hij alleen met elf leerlingen was, dat Hij zelf moedeloos was , en de elf anderen vreesachtige mensclien waren.quot; Hij zeide hun ook, dat zij zich nu van Jezus moesten meester maken, ofwel dat zij er voor altoos van moesten afzien, dat hij hem op een anderen tijd niet meer aan hun zou kunnen overleveren, dat hij wellicht niet meer tot hen zou wederkeeren, dat de andere leerlingen en Jezus zelf sedert eenige dagen, zonder twijfel, vermoedens tegen hem hadden opgevat, dat zij zijne voornemens schenen geraden te hebben en zij hem zekerlijk zouden dooden, zoo bij tot hen wederkeerde. Hij zeide hen ook, dat, zoo zij Jezus nu niet gevangen namen , hij zou ont-Viuchten, en met een leger aanhangers zou weder-

184

ocr page 189

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 185

keeren, om zicli tot koning te doen uitroepen. Deze bedreigingen van Judas hadden hunne uitwerking. Men volgde zijne raadgeving orn zicli van Jezus meester te maken, en hij ontving den prijs voor zijn verraad, de dertig zilveren stukken. Deze munt had de gedaante van eene tong, de stukken waren van den ronden kant doorboord, en bij middel van ringen, aan eene soort ketting gesnoerd; op elk stuk was eenige munt afgebeeld.

Judas, getrofl'en door de verachting en het mistrouwen , die in hunne handelingen uitschenen, werd door den hoogmoed gedreven om hun dit geld weder te geven, ten einde het in den tempel te offeren , om in hunne oogen voor eenen rechtvaardigen en onbaatzuchtigen gehouden te worden. Maai' zij weigerden het, omdat het de prijs van het bloed was, die in den tempel niet geofferd kon worden. Judas zag, hoezeer zij hem verachtten en hij gevoelde er eene diepe verbit-tering over. Hij had niet verwacht, de bitterste vruchten van zijn verraad te smaken , zelfs voor dat het voltrokken was; maar hij had zich reeds zoodanig met die menschen ingelaten en verbonden, dat hij tusschen hunne handen was en zich er niet meer aan kon onttrekken. Zij bewaakten hem van nabij en lieten hem niet vertrekken, vóórdat hij de wijze, om zich van Jezus meester te maken, aangewezen had. Drie Farizeërs vergezelden hem, toen hij naar eene zaal ging, waar zich de soldaten des tempels bevonden , die niet uitsluitend Joden, maar menschen van alle landen waren. Toen alles overeengekomen en geschikt was en men het noodige getal krijgslieden verzameld had, liep Judas, van een dienaar der Farizeërs vergezeld, eerst naar de eetzaal, om hun te laten weten of Jezus daar nog was, uithoofde van de groote gemakkelijkheid, welke zij zouden

ocr page 190

HET SMARTVOLLE LIJDEN

geluid hebben, om hem daar gevangen te nemen, door liet bezetten der deuren. Hij moest het door oen bode laten weten.

Eenigen tijd te voren, toen Judas den prijs van ■/ij n verraad ontvangen had , was een Farizeër uitgegaan en had zeven slaven gezonden om hout te halen, om er het kruis van den Christus van te maken , ingeval ilij zou veroordeeld worden, daar men den volgenden dag geen tijd genoeg zou hebben, wegens liet begin van Paschen. Zij namen het hout een kwartier uurs van daar, bij een grooten muur, waar zich veel ander hout bevond voor den dienst des tempels, en sleepten het op eene plaats achter de gerechtszaal van Caïphas, om met het werk te beginnen. Het voornaamste stuk van het kruis was een boom geweest uit het dal van Josaphat, nabij de beek Cedron; latei- omver geworpen, had men er een soort brug van gemaakt. Toen Nehemias het heilige vuur en de heilige vaten in den vijver van Hethesda verborg, had men denzei ven, niet andere stukken hout, over de beek gelegd; later werd i'ii er weder afgenomen en bleef ongebruikt. Het kruis werd op geheel bijzondere wijze vervaardigd, hetzij om lat men met de koninklijke waardigheid van Jezus wilde spotten, hetzij door schijnbaar toeval. Het was de schikking der Voorzienigheid. Het was samengesteld uit vijf stukken hout, behalve het opschrift. Ik heb nog vele andere dingen gezien die het kruis betreden, en de beteekenis geweten van do verschillende omstandigheden, maar ik heb dit alles vergeten.

Judas kwam weder en zeide, dat Jezus niet meer in de eetzaal was, maar dat Hij zich zeker op den berg der Olijven bevond, ter plaatse, waar 'lij gewoon was te bidden. Hij vroeg, dat men slechts eene kleine bende mot hem zonde mede-

186

ocr page 191

VAN ONZEN EIKER JEZUS CHRISTUS. 187

eenden, uit vrees dat de leerlingen, die alles bespieden, iets zouden gewaar worden en eenig oproer zouden verwekken. Bovendien moesten drie honderd mannen de poorten en de straten van Opliel, een gedeelte der stad, zuidwaarts van den tempel gelegen, en de vallei van Millo tot aan het huis van Annas op de hoogten van Sion bezetten, ten einde versterking te zenden, zoo zulks noodig was; want, zeide hij, al het gemeene volk van Óphel hangt Jezus aan. De verrader zeide hun nog, dat zij wel behoorden acht te geven, dat hij hun niet ontsnapte, Hij, die door geheimzinnige middelen zich dikwijls in de bergen verborgen had , en zich eensklaps onzichtbaar had gemaakt voor hen, die hem vergezelden. Hij raadde hen ook aan, hem met eenen ketting vast te maken en eenige toovermiddelen te gebruiken, die hem beletten, dezen te verbrijzelen. De Joden ontvingen al deze raadgevingen met verachting en zeiden hem , »dat hij hun geen zand in de Ktogen zou werpen ot' hen bedriegen, dat, zoo zij hem eens hadden, zij hem niet zouden laten ontsnappen.quot;

Judas nam zijne maatregelen met hen, die hem moesten vergezellen; hij wilde vóór hen in den hof gaan, Jezus omhelzen en groeten , even ulsof hij als vriend van het verrichten zijner zaken tot hem wederkwam. Dan zouden de soldaten komen toeloopen en zich van Jezus meester maken. Hij wilde, dat men gelooven zou, dat zij bij toeval aldaar gekomen waren; zoodra hij hen zag, zou hij evenals de andere leerlingen vluchten en men zou van hem niets meer hebben gehoord. Hij dacht eindelijk ook, dat er een oproer zou plaats hebben, dat de Apostelen zich zouden verdedigen en Jezus zich, zooals Hij zulks meer gedaan had, zou verbergen, wanneer Hij zich, door

ocr page 192

HET SMARTVOLLE LIJDEN

de verachting en liet mistrouwen der vijanden van i

Jezus beleedigd gevoelde; maar hij liad geen be- I

rouw, omdat hij zich geheel aan satan had over- i

gegeven. Hij wilde ook niet, dat degenen die achter i

hem kwamen, boeien en koorden zouden dragen, lt;

Men veinsde hem toe te staan, hetgeen hij wenschte, (

maar men handelde met hem. gelijk men met lt;

eenen verrader handelt, op wien men geen ver- i

trouwen heeft en dien men verstoot zoodra men 1

hem niet meer noodig heeft. De krijgsknechten i

hadden hevel Judas van nabij te bewaken, en (

hem niet te laten vertrekken, voordat men Jezus? «

zou gevangen hebben , want hij had zijne beloo- :

ning reeds ontvangen; men vreesde dat hij zot i vluchten met het geld en men Jezus niet zou

vangen , of een anderen in zijne plaats zou aan- ]

188

randen, hetgeen niets dan ontsteltenis en wanorde (

gedurende de feesten kon veroorzaken. De gekozen bende om Judas te vergezellen, bestond uit twintig soldaten , uit de wacht des tempels en uit hen , die in dienst van Annas en Caïplias waren genomen. Zij waren bijna gekleed zooals de Ro-meinsche soldaten; zij droegen lichte helmen en hadden, evenals zij, riemen langs de dijen hangen, zij waren van deze bijzonder door den baard onderscheiden , want de Romeinen te Jeruzalem droegen dien slechts op de wangen , en hadden kin en lippen geschoren. Zij hadden allen degei.sr sommigen waren bovendien met spiezen gewapend, droegen lantaarnen aan stokken, en toortsen, maar toen zij vertrokken, ontslaken zij er slechts eene. Men wilde eerst aan Judas een talrijker geleide geven, maar hij merkte op, dat men deze te gemakkelijk zou gewaar worden, omdat men van den berg der Olijven het uitzicht had op de vallei. Het grootste gedeelte bleef dan te Ophel, en men yette van alle kanten wachten uit, om allen op-

ocr page 193

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 18!*

roer en iedere poging ten voordeele van Jezus te-beteugelen. Judas vertrok met de twintig soldaten, maar hij werd op eenigen afstand door vier gerechtsdienaars , hapscharen van de laagste kla.sr gevolgd, die koorden en ketenen droegen; eenige stappen achter deze kwamen de zes onderhandelaars, met welke Judas zich sedert eenigen tijd in betrekking had gesteld. Deze waren een priester, vertrouweling van Annas, een vatt Caïphas, twee Farizeesche en twee Saduceesche bedienden, die ook Herodianen waren. Deze mannen waren de vleiers van Annas en Caïphas; zij dienden hun als bespieders, en Jezus had geen verbitterder vijanden.

De krijgsknechten bleven bij Judas tot op de plaats, waar de weg den hot' der Olijven van Gethsemani afscheidt; daar wilden zij niet meer, dat hij alleen vooruitging, sloegen met hem eenen anderen toon aan en behandelden hem zeer hard en onbeschoft.

III.

Jezus wordt gevangen.

Daar Jezus zich met de drie Apostelen op deit weg tusschen Gethsemani en den hof der Olijven bevond, verschenen Judas en zijne bende op twintig stappen afstands van daar, bij het begin van dien weg; er ontstond twist tusschen hen, dewijl Judas zich van hen wilde scheiden en Jezus alleen en als vriend aanspreken; maar deze hielden hem tegen en zeiden: ))Niet alzoo makker, gij zult ons niet ontsnappen voor dat wij den Galileër hebben.'* En daar zij de acht Apostelen zagen, die op het gerucht kwamen toeloopen, riepen zij de vier ge-

ocr page 194

HET SMARTVOLLE LIJDEN

rechtsdienaars, die op eenigen afstand waren, tot zich. Judas wilde volstrekt niet, dat deze met hen zouden gaan, en twistte te dier gelegenheid hevig met hen. Toen Jezus en de drie Apostelen deze bende gewapende mannen, bij het schijnsel dei-toorts herkenden, wilde Petrus hen met geweld terugstooten. «Heerquot; , zeide hij, »de acht van •Gethsemani zijn niet ver van hier, laten wij de gerechtsdienaars aanvallen.quot; Maar Jezus zeide hem gerust te blijven en ging eenige schreden achter-■waarts over den weg, op eene plaats met gras overdekt. Vier leerlingen waren uit den hof van Gethsemani gekomen en vroegen wat er gebeurde. Judas wilde met hen in gesprek treden en hun leugens vertellen, maar de wachten beletten het hem. Deze vier leerlingen waren Jacobus de jongere, Philippus, Thomas en Nathanaël , deze laatste, een zoon van den ouden Simeon en eenige anderen waren bij de acht Apostelen te Gethsemani gekomen, die of door de vrienden van Jezus gezonden waren om nieuws te vernemen, of door nieuwsgierigheid en ongerustheid gedreven waren. Deze vier uitgezonderd, dwaalden de anderen, gereed om te vluchten, hier en daar bespiedende, in de verte rond.

Jezus deed eenige stappen voorwaarts, naderde tot de bende en zeide met eene luide en verstaanbare stem: »Wien zoekt gij ?quot; De oversten der soldaten antwoordden: «Jezus van Nazarethquot;. — »Ik ben hetquot;, hernam Jezus. Nauwelijks had Hij ^leze woorden gesproken , of zij gingen achterwaarts en vielen, als door eene beroerte geslagen, ter aarde. Judas, die nog aan hunne zijde was, werd daardoor nog meer ontroerd in zijne voornemens ■en inzichten, en, daar hij tot Jezus scheen te willen naderen, stak de Heer zijtie hand uit en .zeide: sMijn vriend, waarvoor zijt gij hier gekomen?quot; En Judas stamelde eenige woorden over

190

ocr page 195

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 191

«ene zaak, waarmede hij was belast geweest, ■lezus antwoordde hem met weinige woorden, waarvan de zin was: »Het ware beter voor u , nooit geboren te zijn!quot; Ik herinner mij deze niet duidelijk meer. Gedurende dien tijd waren de soldaten opgestaan, en den Heer meer genaderd, het teeken waaraan zij Jezus moesten herkennen, den kus, welken Judas hem geven moest, van den verrader verwachtende. Petrus en de andere leerlingen omringden Judas en noemden hem dief en verrader; hij trachtte zich van hen door leugens te ontslaan, maar dit gelukte hem niet, omdat de gerechtsdienaars hem poogden tegen de Apostelen te verdedigen, en daardoor zelfs tegen hem getuigden.

Jezus zeide nog eens: »\Vien zoekt gij?quot; en zij antwoordden weder: »Jezus van Nazarethquot;. — sik ben hetquot;, zeide Hij, ik heb het u reeds gezegd; indien gij mij zoekt, zoo laat deze gaan.quot; Bij deze woorden vielen de soldaten voorde tweede maal, met zenuwtrekkingen, gelijk aan die der vallende ziekte, ter aarde, en Judas werd opnieuw omringd dooi' de Apostelen , die tegen hem verbitterd waren. Jezus zeide tot de soldaten: «Staat op!quot; Zij richtten zicli vol schrik op; maar daar de Apostelen Judas zeer in het nauw brachten en hem van nabij omringden, verlosten de soldaten hem uit hunne handen en eischten van hem, met bedreigingen, het overeengekomen teeken te geven, want zij hadden bevel, slechts diengenen gevangen te nemen, welken hij zou omhelzen. Alsdan kwam Judas tot Jezus en gaf hem eenen kus, zeggende: »wees gegroet, meester.quot; Jezus zeide: «Judas, gij verraadt den Zoon des menschen door eenen kus.quot; Nu omringden de soldaten Jezus, en de gerechtsdienaren, die genaderd waren, legden de hand op hem. Judas wilde de vlucht ne-

ocr page 196

HET SMARTVOLLE LIJDEN

men, maar de Apostelen wederhielden liem. Zij wierpen zich op de soldaten, roepende: «Meester, moeten wij met liet zwaard slaan?quot; Petrus, die vuriger was, greep liet zwaard y trof Malchus, de dienaar des hoogen priesters, die de Apostelen wilde terugstooten en wondde hem aan het oor; daardoor viel deze ter aarde neder en de verwarring was algemeen.

Op het oogenblik, dat Petrus met zoo veel vurigheid te werk ging, hadden de gerechtsdienaars Jezus aangegrepen, om hem te binden; de soldaten omringden hem, doch op een afstand, en het was onder hen, dat Petrus Malchus getrolï'en had. Andere soldaten waren bezig met degenen der leerlingen terug te stooten, die naderden, of degenen te vervolgen, die vluchtten. Vier leerlingen dwaalden in de nabijheid rond en vertoonden zich slechts in de verte ; de soldaten waren nog niet hersteld van den schrik , welken de val hun had veroorzaakt , en zij durfden zich bovendien niet afzonderen, om de bende, die Jezus omringde, niet te verzwakken. Judas, die de vlucht genomen had, na den verraderlijken kus gegeven te hebben, werd op eenigen afstand door eenige leerlingen aangehouden, die hem met smaad overlaadden; maar de zes bedienden der Farizeërs, die op dat oogenblik aankwamen, verlosten hem nog, en de vier gerechtsdienaren hielden zich onledig met den Heer, die in hunne handen was.

Dusdanig was de staat van zaken, toen Petrus Malchus te neêr velde , en Jezus hem aanstonds gezegd had: »Petnis, steek uw zwaard in de schede, want die met het zwaard slaat, zal door het zwaard vergaan; of wel: gelooft gij, dat ik mijnen Vader niet kan bidden, mij meer dati twaalf legioenen Engelen te zenden? Moet ik den kelk niet ledigen, welken mijn Vader mij te drin-

192

ocr page 197

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

ken gegeven heeft? Hoe zou de Schriftuur vervuld worden, zoo deze dingen niet gebeurden?quot; Hij zeide nog: »Laat mij dien man genezen.quot; Dan naderde Hij Malchus, raakte zijn oor aan, bad , lt;311 genas hetzelve. De soldaten , de gerechtsdienaars en de zes Farizeërs bevonden zich rondom Jezus, en deze toonden hem, tot de bende, zeggende: «Hij is een aanhanger des duivels; het oor heeft, ten gevolge van zijne tooverij, gewond geschenen, en door diezelfde tooverij is het genezen.quot;

Alsdan zeide Jezus tot hen: »Gij zijt mij komen vangen als een moordenaar, mot spiezen en stokken, Ik onderwees dagelijks in het midden van u in den tempel, en nimmer hebt gij de hand aan mij geslagen: maar uw uur, het imr van de macht der duisternissen, is gekomen.quot; Zij gaven bevel, hem te binden, en hoonden hem, zeggende: «OiJ hebt ons niet omver kunnen werpen met uwe tooverij.quot; De beulen zeiden ook: »Wij zullen uwe tooverkunst wel doen overgaan.quot; Jezus gaf een antwoord, hetwelk ik mij niet meer herinner, en de leerlingen vluchtten naar alle richtingen. Igt;e vier gerechtsdienaars en de zes Farizeërs waren niet ter aarde gevallen , en hadden zich bijgevolg niet opgericht. Dit was, zooals mij geopén-baard werd, orndat zij, evenals Judas, die ook niet viel, ofschoon hij naast de soldaten stond, gansch in de macht van Satan waren. Allen, die ter aarde vielen en zich oprichtten, bekeerden zich later en werden Christenen. Dit was het voorteeken geweest van hunne bekeering. Deze soldaten hadden Jezus slechts omringd, maar hadden de hand niet -aan hem geslagen. Malchus bekeerde zich zoodra hij genezen werd; hij deed geen dienst meer dan de orde handhaven; in het vervolg diende hij dik-w ijls tot bode van Maria en van de andere vrien-

193

ocr page 198

HET SMARTVOLLE LI.IDEN

den des Zaligmakers, om hun te boodschappen hetgeen er omging.

Terwijl de Karizeörs Jezus met allerlei beschimpingen overlaadden, knevelden de gerechtsdienaars hem met beulsche wreedheid en onbeschoftheid. Deze menschen waren heidenen en van het laagste volk. Zij hadden den hals, de armen en de beenen bloot; zij droegen een gordel om de lendenen en wambuizen om de mouwen; zij waren klein, sterk en zeer vlug; hunne kleur was roodachtig brnin, en zij geleken Egyptische slaven.

Zij bonden de handen van Jezus voor de borst met nieuwe , zeer harde koorden en op wreeds wijze; zij knevelden onmededoogend de vuist der rechterhand beneden den elleboog van den linker arm, en de vuist der linkerhand beneden den elleboog van den rechter arm. Zij deden hem om liet lichaam een soort breeden gordel, waarin ijzeren punten waren en bonden er zijne handen aan vast met banden van bindrijs, die aan dien gordel vastgemaakt waren. Om den hals deden zij hem een ijzeren halsband, waaraan nog punten waren, of' andere werktuigen, geschikt om te kwetsen , en van hier kwamen er twee riemer,, die zich over de borst kruisten, gelijk een stool, en sterk aan den gordel vastgemaakt waren. Aan «lezen gordel waren vier lange koorden, met welke zij den Heer hier en daar trokken, volgens hunne onmenschelijke grilligheid. Al deze boeien waren nieuw, en schenen met voorbedacht voor Jezus gemaakt te zijn, sedert men het plan smeedde zich van hein meester te maken.

Na een groot getal toortsen ontstoken te hebben, begaf' men zich op weg. Tien mannen dei-wacht gingen vooraf, daarna kwamen de gerechts-dienaars, dio Jezus met hunne koorden voortsleurden . waarna de Farizeërs volcden, die liem

-194

ocr page 199

VAN ONZEN IlKER JEZUS CHRISTUS. 195'

met smaadwoorden overlaadden; de tien andere soldaten sloten den tocht. De leerlingen waren op eenigeu afstand verspreid, kermende en als buiten zich zelven. Johannes volgde de achterstesoldaten wat te dicht bij en de Farizeërs gaven bevel dezen man aan te houden. Eenigen keerden zich werkelijk om en liepen naar hem toe, maar hij vluchtte, zijnen zweetdoek achterlatende, waarmede zij hem gegrepen hadden. Hij had zijnen mantel afgelegd en droeg slechts een kort onderkleed zonder mouwen, ten einde gemakkelijker te kunnen vluchten. Hij had den langen band van stof, welke de Joden gewoonlijk dragen, om zijn hals, zijn hoofd en zijne armen gewenteld. De gerechtsdienaren trokken en mishandelden Jezus op de wreedste wijze; zij vonden er behagen in, Jezus op duizenderlei manieren te pijnigen en steeds den spot met hem te drijven; zij deden dit vooral om de zes Farizeërs, die vol haat en woede tegen den Zaligmaker waren, op eene lage wijze te vleien. Zij geleidden hem door de ruwste wegen, over steenen, door het slijk en trokken uit al hunne macht aan de koorden , zelven de gemakkelijkste voetpaden zoekende. Dit noodzaakte Jezus zich volgens de willekeur van degenen, die de koorden vasthielden, voort te slepen. Zij hadden nog andere koorden met knoopen, met welke zij hem sloegen , gelijk een slachter de beesten slaat, die hij ter slachtbank geleidt; en zij vergezelden al deze wreedheden met zoo schandelijke beleedigingen, dat de eerbaarheid niet toelaat hunne woorden te herhalen. Jezus was blootsvoets; behalve het gewone kleed, dat zeer nauw om het lichaam was, droeg Hij een linnen rok zonder naad en een overkleed. De leerlingen droegen, zooals de Joden in het algemeen, een schapulier, uit twee stukken stof samengesteld, die den rufr

ocr page 200

HET SMARTVOLLE LIJDEN

en de borst bedekten, met riemen op de schouders samengevoegd, en die aan alle kanten open waren. Het onderlijf was bedekt door den gordel, van welken vier panden van zekere stof afhingen, die om de lendenen gesloten, een soort broek vormden. Ik moet hier nog bijvoegen dat ik, toen men lt;len Zaligmaker gevangen nam, niet zag, dat men iiem eenig bevel, eenig geschrift aanbood; men behandelde hem even alsof hij buiten de wet ware geweest.

De stoet ging spoedig vooruit. Toen de weg, die tusschen den hof der Olijven en dien van Oethsemani ligt, ten einde was, keerde hij ter rechterhand om en kwam weldra aan eene bi quot;üO' over de beek Cedron. Toen Jezus met de Apostelen naar den hof der Olijven ging, was Hij deze brug niet overgegaan; Hij had een omweg gemaakt en was door de vallei van Josaphat gegaan, die hem aan eene andere brug, meer zuidwaarts, had gebracht. Deze, over welke men hem nu voortsleurde, was zeer lang, omdat zij ook voor de rijtuigen diende, en zich verder uitstrekte dan de bedding van Cedron, over eenige onregelmatigheden van den grond. Voor dat zij tot daar kwamen, zag ik •lezus tweemaal, door de geweldige schokken, welke de gerechtsdienaars hem gaven, ter aarde geworpen. Toen zij in het midden der brug gekomen waren, hielden zij niet op met hunne wreedheden. Zij stieten den geboeiden Jezus on-barmhartig en wierpen hem in de beek. hem grovelijk beleedigende, en zeggende, dat Hij zich daar kon laven. Zonder den goddelijken bijstand ware dit genoeg geweest, om hem te vermoorden. Hij viel op zijne knieën, daarna op zijn aangezicht, dat zwaar zou zijn gewond geworden , zoo Hij zich niet zelf met zijne te zamen gehondene handen beschermd had tegen met een weinig

190

ocr page 201

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 197

•s water bedekte rotsen. Zij waren van den gordel

ti. los geraakt, hetzij door de hulp van boven, hetzij

n lt;iat gerechtsdienaren dien hadden losgemaakt,

ie Zijne knieën, voeten, ellebogen en vingers druk-

i- ten zich op eene wonderbare wijze in de rots, in up welke Hij nederviel; deze indrukken waren ■n later het voorwerp van eene bijzondere eerbewij-•n zing. Men schenkt in onze dagen geen geloof meer •e aan zulke uitwerkselen, maar in mijne geschiedkundige verschijningen zijn mij menigmaal zulke

g, indrukken aangetoond, welke de voeten, de knieën

in en de handen der patriarchen en profeten van

jr Jezus, van de heilige Maagd en andere Heiligen

g, in den steen achtergelaten hadden. De rotsen

;ii waren minder hard en gelooviger dan liet hart

ig lt;ier menschen en gaven, in die verschrikkelijke

;n oogenblikken, getuigenis van den indruk, welken

nti de opperste Waarheid op hen maakte,

e- Ik had Jezus zijn brandenden dorst niet zien

e, lesschen die volgde op zijn doodsangst in den hof

;ii der Olijven; toen Hij in de beek Cedron gestooten

ig werd zag ik hem water drinken en ik vernam

m dat dit de vervulling was van eene profetische

ik plaats der Psalmen waar gezegd wordt dat Hij

i, op den weg van het water des strooms zal drinken.

Ie (Ps. 109.) De gerechtsdienaren hielden Jezus steeds

e- aan de lange koorden vast. Zij deden geen moeite

ie hem tot zich te trekken naar de overzijde, want

ii- daar bevond zich een metselwerk ; zij trokken m hem achterwaarts door het water, gingen toen

van de brug af en sleurden hem op den rug tot boven

id aan den kant. Nu stieten die ellendelingen Jezus

n weder vooruit om hem de brug voor de tweede-

e- maal te doen overgaan, overlaadden hem met

uo slagen, verwenschingen en versmadingen. Zijn

ne lang linnen kleed, doortrokken met water, kleefde

ig aan zijne ledematen ; hij kon nauwelijks vooruit

Smartvolle Lijden. 13

ocr page 202

MKT SMARTVOLLE LIJDEN

en aan de andere zijde der brug viel hij opnieuw* ter aarde. Zij rukten hem met geweld op. sloegen Jiem met de koorden en maakten, onder de schandelijkste beledigingen , de boorden van zijn nat kleed aan zijnen gordel vast. Zij zinspeelden, onder andere onbeschofte beschimpingen , op de wijze waarop men liet kleed opschort, wanneer men het Paaschlam slacht. Het was nog niet middernacht toen ik Jezus, aan de overzijde van Cedron. door vier gerechtsdienaars onmenschelijk zag voort-gesleurd op een eng voetpad, over steenen, rotsen,, distels en doornen. Zij stieten hem onder vele slagen en vervloekingen voorwaarts. De zes bocze Farizeërs bleven zoo dicht bij hem als de weg liet toeliet en stieten, staken of sloegen hem met stokken van verschillende gedaanten. Toen zijne bloote en bloedende voeten door steenen en doornen verscheurd waren, beschimpten zij hem met wreede spotternij. »Zijn voorlooper, Johannes de Dooper, zeiden zij, heeft hem hier geen goeden weg bereid;quot; ofwel: De woorden van Malachias: Ik zend mijnen Engel vóór u, om u den weg te bereiden , kunnen hier niet toegepast worden, of: «waarom doet hij Johannes niet verrijzen, om zich hier den weg door hem te doen bereiden?quot; enz. Elke spotternij dezer mannen, met een schaam-teloozen lach vergezeld, was een prikkel vooi de gerechtsdienaars om de slechte behandelingen jegens Jezus te verdubbelen.

Zij bespeurden echter dat verschillende personen zich hier en daar in de verte vertoonden: want, op het gerucht, dat Jezus gevangen was, waren verscheidene leerlingen van Betphage en andere geheime plaatsen bij elkander gekomen om te vernemen wat er met hunnen meester zou geschieden. De vijanden van Jezus, een aanval vreezende, gaven door hun geschreeuw in de

498

ocr page 203

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

richting van Ophel, liet teeken hun de versterking te zenden die zij waren overeengekomen. Zij waren nog eenige niiiuiten verwijden! van eene poort zuidwaarts van den tempel gelegen, die door eene kleine voorstad, Ophel genoemd, op den berg Sion geleidt, waar Caïphas en Annas woonden. Ik zag een troep van vijftig soldaten uit de poort komen. Zij waren in drie benden ver*-deeld, de eerste van tien, de laatste van vijftien mannen; ik heb ze goed geteld; de middelste bende was dus van vijf en twintig soldaten. Zij hadden verscheidene toortsen bij zich; zij waren onbeschaamd, onstuimig en lieten een groot geschreeuw hooren, om hunne nadering aan te kondigen, om de aankomenden met hunne overwinning geluk te wenschen. Toen de eerste bende zich bij het geleide van Jezus gevoegd had, zag ik Malchus en eenige anderen van de wanorde gebruik maken door deze vereeniging veroorzaakt, om de achterhoede te verlaten en de vlucht te nemen naar den berg der Olijven.

Toen deze nieuwe bende uit Ophel ging zag ik de leerlingen zich verspreiden, die zich op eeni-gen afstand vertoond hadden. De heilige Maau'd en negen der heilige Vrouwen waren opnieuw, door hare ongerustheid in het dal van Josaphat gedreven. Het waren Martha, Magdalena, Maria, dochter van Cleophas, Maria-Salome, Maria-Mar-cns, Susanna, Johanna-Chusa, Veronica en Salome. Zij bevonden zich ten zuiden van Getsemani, tegenover dat gedeelte van den berg der Olijven, waar zich de grot bevindt, in welke Jezus weleer gewoon was te gaan bidden. Lazarus, Johannes-Marcus, de zoon van Veronica en die van Simon waren met haar. L)eze laatste was met Natha-nael en de acht Apostelen te Gethsemani geweest en dwars door de soldaten gevlucht. Zij brachten

109

ocr page 204

HET SMARTVOLLE LIJDEN

berichten aan de heilige Vrouwen; op dit oogen-blik hoorde men hel geschreeuw en zag men de toortsen der twee benden, die zich vereenigden. De heilige Maagd zeeg bewusteloos in de armen harer gezellinnen neder, die zich met haar verwijderden, om haar in het huis van Maria, moeder van Marcus te brengen.

De vijftig soldaten waren van eene bende van drie honderd mannen afgezonden, die haastig de straten en de poorten van Ophel bezet hadden; want de verrader Judas had de prinsen der Priesters opmerkzaam gemaakt, dat de bewoners van Ophol, voor het grootste gedeelte arme daglooners, water en houtdragers voor den tempel, de meest onwrikbare aanhangers van Jezus waren, en men kon vreezen, dat zij pogingen zouden aanwenden om hem te verlossen. De verrader wist wel, dat Jezus een groot aantal dier werklieden vertroost, onderwezen, bijgestaan of genezen had. Het was ook te Ophel, dat de Heer, tijdens zijne reis van Bethaniën naar Hebron, na den dood van Johannes den Dooper, wiens vrienden Hij ging troosten, gebleven was en Hij verscheidene metselaars en arme opperlieden, door hel instorten van het groote gebouw van den toren van Siloë gekwetst, genezen had. ï) Het grootste gedeelte dier arme lieden vereenigde zich na Pinksteren met de christen gemeenschap. Toen de Christenen zich van de Joden scheidden en woningen voor de genieenschap maakten, werden tenten en hutten opgericht van hier, door de vallei tot den berg der Olijven. Daar woonde en predikte ook de H. Stephanus.

1) Deze instorting had plaats op den 25quot; der maand Thebet, het derde jaar van het openbaar leven van Jezus Christus, zoo als Anna Catharina zulks in hare beschouwingen zag op Maandag 113 Januari 1823.

200

ocr page 205

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. '201

Ophel overdekt een heuvel en is zuidwaarts van den tempel gelegen. Deze plaats schijnt mij niets kleiner te zijn dan Dulrnen. *)

De goede bewoners van Ophel werden door het geschreeuw der soldaten gewekt. Zij kwamen uit hunne huizen en liepen in de straten en aan de poorten, om te weten wat er gebeurde. Maar de soldaten stieten hen barsch in hunne woningen terug. «Jezus, de kwaaddoener, uw valsche profeet, zeiden sommigen tot hen, wordt gevangen binnen gebracht, de hoogepriester wil hem in het ambacht, hetwelk hij uitoefent, niet meer laten voortgaan; Hij zal gekruisigd worden.quot; Op deze tijding hoorde men niets dan gezucht en gekerm. Die arme lieden, mannen en vrouwen . liepen al weenende rond, of wierpen zich met uitgestrekte armen op de knieën en riepen tot den hemel, de weldaden van Jezus aanhalende. De soldaten stieten en sloegen hen of deden hen met geweld in de woningen teruggaan, terwijl zij Jezus beleedigden, zeggende: «zie hier een duidelijk bewijs dat Hij een opstoker des volks is.quot; Zij konden niet slagen de bewoners der voorstad tot rust te brengen. Zij wilden nogtans geen te groot geweld tegen die van Ophel gebruiken, uit vrees hen tot openbaren wederstand aan te zetten; zij poogden hen slechts van den weg te verwijderen welken Jezus moest volgen.

Intusschen naderde de oumenschelijke bende, die den Zaligmaker geleidde, de poort van Ophel. Jezus was andermaal ter aarde gevallen, en scheen niet verder meer te kunnen gaan. Toen nam een mededoogend soldaat de gelegenheid waar en zeide

1) Dit is de naam der plaats, waar de zuster Emmerich als religieuze geleefd heeft en gestorven is. in het Bisdom Munster.

ocr page 206

HET SMARTVOLLE LIJDEN

tot lt;le anderen: »Gij ziet zeiven dat die onge-lukkige niet meer kan gaan. Indien wij hem le-veml aan de prinsen der priesters moeten overleveren, zoo ontbindt de koorden, die zijne handen knevelen een weinig, opdat Hij daarop kunne steunen wanneer Hij valt.quot; Üe bende stond een oogenblik stil, de gerechtsdienaars maakten zijne banden losser, terwijl een medelijdend soldaat hem water uit eene nabij gelegen fontein bracht, '•j Hij putte dit water in eenen hoorn van waterwilg gevlochten, gelijk de soldaten en reizigers in dat land bij zich dragen, Jezus bedankte hem met eenige woorden en haalde bij deze gelegenheid eene plaats der profeten aan, waar gesproken wordt van bronnen van levend water, welke woorden ik mij niet juist meer herinner en dit berokkende hem vele beleedigingen en spotternijen van den kant der Farizeërs. Zij beschuldigden hem van snoeverij en godslastering, zeggende die ijdele redevoeringen daar te laten, dat, wel verre van de menschen te laven. Hij zelf aan geen dier meer zou te drinken geven. Er werd mij daarna getoond, dat deze twee mannen, degene die de banden van Jezus losser had doen maken en die hem te drinken had gegeven, met eene inwendige verlichting der genade begunstigd werden. Zij bekeerden zich nog voor den dood van Jezus en vereenigden zich later met zijne leerlingen. Ik heb hunne tegenwoordige namen en die, welke zij later als leerlingen droegen, geweten, evenals alles wat er opzichtens beu is voorgevallen, maar het is onmogelijk dit alles te onthouden. Mijn geheugen is hiervoor niet toereikend.

l)o stoet begaf zich weder op weg, te midden

I) Hot was waarschijnlijk de fontein van Siloë of Rogel,

202

ocr page 207

VAN ONZEN HEER JEZUS CllIUSTUS. 203

lt;lt;ler mishandelingen waarmede men Jezus overlaadde en kwam aan de poort van Opliel, waar zij onthaald werden door het treurig geschreeuw der inwoners, welke de erkentenis aan den Heer verknochtte. Dc soldaten hadden groote moeite de mannen en de vrouwen, die van alle kanten opdrongen, tegen te houden. Zij wrongen de handen samen, wierpen zich op de knieën en riepen; »Laat ■ons dezen man vrij, verlost dezen man! Wie zal ons helpen, wie zal ons vertroosten en genezen ? Geef ons dezen man weder!quot; Het was een hartverscheurend schouwspel Jezus bleek, mismaakt, gekneusd te zien, met zijne verwarde haarlokken, zijn nat en besmeurd kleed , niet koorden voort-gesleurd, met stokken geslagen even als een arm dier hetwelk men naar den ofleraar leidt, door verworpen en schaarntelooze gerechtsdienaars getrokken, te midden der bedrukte menigte inwoners van Ophel, die tot hem de handen uitstrek-■ten welke Hij van lamheid genezen had; die, zijne beulen smeekeude, hunne stem lieten hooren, welke Hij hun wedergegeven had en die hem met van tranen overgoten oogen volgden, die hem het licht verschuldigd waren. Reeds in het dal van lt;Jedron hadden vele van de laagste klas des volks, door de soldaten aangespoord en door de bescherming van Caïphas en Annas gedreven, en andere vijanden van Jezus, zich bij het geleide gevoegd, den Heer verwenschende en met versmadingen bejegenende. Zij hielpen nu mede, de goede inwoners van Ophel terug te stooten en te beleedigen. Ophel is op een heuvel gebouwd, oj) het hoogste punt is eene open plaats, waar ik veel timmerhout opeen gestapeld zag. Daarna ging de stoet afdalende voort en trok door eene poort in eenen muur gemaakt. Toen hij door Ophel getrokken was, gelukte het de inwoners dier voor-

ocr page 208

HET SMARTVOLLE LIJDEN

stad terug te stooten. De soldaten namen dan ^le richting een weinig naar de vallei, ter rechterzijde een groot gebouw latende, overblijfsel der werken van Salomon, zoo ik mij niet vergis, en ter linkerzijde den vijver van Bethesda; dan volgden zij nog westwaarts eene opbellende straat, Millo genaamd. Nu keerden zij een weinig naar bet zuiden, groote trappen naar Sion opklimmend en kwamen aan bet huis van Annas. Gedurende al dien tijd hielden zij niet op Jezus te mishandelen ; het gespuis dat van de stad kwam en steeds aangroeide, was voor de beulen eene gelegenheid om hunne beleedigingen te verdubbelen. Van af den berg der Olijven tot aan het huis van Annas viel Jezus zevenmaal ter aarde.

De inwoners van Opbel waren nog vol angst en droefheid toen een nieuw voorval hunne me-«ledoogendlieid kwam opwekken. De Moeder van Jezus werd door de heilige vrouwen van het dal van Cedron, door Ophel naar de woning van Maria, moeder van Marcus geleid, die aan den voet van den berg Sion gelegen was. Zoodra zij baar herkenden, gaven zij nieuwe blijken van droefheid en medelijden en drongen zoodanig om Maria, dat zij schier door de menigte gedragen werd. Maria was sprakeloos van smart. Èij Maria moeder van Marcus gekomen, sprak zij niet voor de aankomst van Johannes. Op de vragen welke zij hem deed, verhaalde Johannes baar al wat hij, sedert het verlaten van de eetzaal, gezien had. Later geleide men de heilige Maagd bij Martha» in het westelijk gedeelte der stad. naast het kasteel van Lazarus. Men maakte met haar verscheiden omwegen, ten einde de plaatsen te vermijden, waar Jezus was gegaan en hare folteringen niet te zeer te verzwaren. Petrus en Joannes, die Jezus van verre gevolgd hadden, liepen, toen Hij

ocr page 209

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

in de stad kwam, bij eenige dienaren van de prinsen der priesters, welke Johannes kende, om in de gerechtszalen, werwaarts hun Meester geleid werd, te kunnen komen. Die menschen van de kennis van Johannes waren een soort kanselarijboden , die nu de gansche stad moesten rondloo-pen, om de ouderlingen van het volk en verscheidene andere personen, tot het vonnis bijeengeroepen , te wekken. Zij wenschten aan de twee Apostelen dienst te bewijzen; maar zij vonden geen ander middel, dan Petrus en Johannes met een mantel te bekleeden, gelijk aan den hunnen, en zich door lien te laten helpen, om bijeenroepingen rond te dragen, opdat zij daarna door hunne kleeding begunstigd, in de vierschaar van Caïphas zouden kunnen binnen gaan, alwaar soldaten en valsche getuigen verzameld waren, en waarvan men alle andere personen uitsloot. Daar Nicodemus, Jozef' van Arimatheën en andere wel-meenende lieden leden van den raad waren, belastten zich de Apostelen hen te verwittigen, en zoo deden zij eenige vrienden van hunnen Meester komen, welke de Farizeërs gaarne zouden verzuimd hebben op te roepen. Gedurende dien tijd, dwaalde Judas als een misdadige zinnelooze, welke de duivel kwelt, aan den voet der steilten, die Jeruzalem ten zuiden omgeven, tusschen de puinen en de vuilheden op die plaats bijeengebracht, rond.

IV.

Maatregelen door de vijanden van Jezus genomen.

Annas en Caïphas waren onmiddellijk van de gevangenneming van Jezus onderricht, en alles

ocr page 210

HET SMARTVOLLE LIJDEN

was, rondom hen in beweging. De zalen waren verlicht, de toegangen bewaakt, de boden liepen lt;le stad af, om de raadsheeren, de schriftgeleerden en anderen, die bij de veroordeeling moesten tegenwoordig zijn, bijeen te roepen. Verscheidene waren sedert het verraad van Judas, gedurig bij Caïphas gebleven, om de uitkomst af te wachten. De ouderlingen van drie klassen der burgerij werden ook vergaderd. Daar tie Farizeërs, dequot; Sa-•duceërs en de Herodianen, uit al de gedeelten des Jands, voor het feest te Jeruzalem waren gekomen, en de onderneming tegen Jezus onder hen en den raad lang overlegd Mas, werden degenen hunner, die den Zaligmaker den meesten haat toedroegen, insgelijks opgeroepen met bevel, bij het vonnis, al wat zij van bewijsstukken en getuigen tegen Jezus konden vinden, te verzamelen. Al die Farizeërs en Saduceërs en een groot aantal booze en hoovaardige menschen van Caphar-naüm, van Thirza, (labara, Jotapata, Siloh en andere plaatsen, aan welke Jezus zoo menigmaal de waarheid gezegd had, hen in de tegenwoordigheid des volks beschamende, waren te Jeruzalem verzameld. Zij waren vol haat en razernij, en ieder hunner zocht onder het volk van zijn land, welke het feest gelokt had, en die in de wijken van de stad verspreid waren, volgens de plaatsen, van welke zij kwamen, eenige schurken, die zicli. voor geld als beschuldigers van Jezus wilden aanbieden. Maar alle, eenige tastbare leugens uitge-.zonderd, bepaalden zich bij het herhalen van herkauwde bezwaren, waarover Jezus hen duizendwerf, in hunne Synagogen, tot stilzwijgen gebracht had.

De gansche drom der vijanden van Jezus begaf zich achtereenvolgens naar de vierschaar van Caïphas, door de trotsche Farizeërs en schriftgeleer-

•206

ocr page 211

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 207

den van Jeruzalem begeleid, waarbij zich de leugenaars voegden, die hun tot stoet dienden, en bovendien nog vele kooiilieden, door den Zalig-inaker uit den tempel gejaagd, vele hoogmoedige leeraars, aan welke hij in bijzijn van het volk den mond gesloten had, en misschien eenigen, die hem niet konden vergeven, dat hij hen van dwaling overtuigd en met schaamte overladen had, toen hij, twaalf jaren oud, zijn eerste onderwijs gaf in den tempel. Onder deze menigte vijanden, bevonden zich nog onboetvaardige zondaars, welke Hij niet had willen genezen; hervallen zondaars, die op nieuw ziek geworden waren; verwaande jongelingen, welke Hij niet onder zijne leerlingen gewild had; nazoekers van erfenissen, woedende omdat Hij goederen aan de armen had doen uit-deelen, waarop zij gerekend hadden, of omdat Hij degenen genezen had, van welke zij meenden te erven; losbandigen, wier makkers Hij bekeerd had; ovérspelers, wier medeplichtigen Hij tot de deugd had wedergebracht; vele vleiers van alle deze; vele anderen, werktuigen van satan, vol inwendige woede tegen alle heiligheid en bijgevolg tegen den Heilige der Heiligen. Dit schuim van een groot gedeelte des Joodschen volks, voor het Paaschfeest vergaderd, had zich, door eenige dei-voornaamste vijanden van Jezus aangespoord, in beweging gesteld, en het stroomde van alle kanten naar het paleis van Caïphas, om het vlek-kelooze Lam, dat de zonden der wereld draagt, valschelijk van alle misdaden te beschuldigen, en het met hunne eigene werken te bezoedelen, welke het inderdaad op zich genomen, gedragen en geboet heeft.

Terwijl deze onzuivere menigte in beweging was, dwaalden vele godvreezende lieden en vrienden van Jezus hier en daar rond, luisterden en

ocr page 212

HET SMARTVOLLE LU DEN

zuchtten, want zij wisten niet, welk geheim ging voltrokken worden. Zoo zij spraken, joeg men hen weg; zoo zij zwegen, bezag men lien met kwatle oogen. Andere welmeenende, maar zwakke en besluitelooze personen waren verergerd, vielen in bekoring, en wankelden in hunne overtuiging. Het getal dergenen die volhardden, was klein. Alsdan gebeurde, hetgeen nog heden gebeurt, dat men wel goed Christen wil zijn, zoo dit niet aan de menschen mishaagt, maar men zicb het kruis schaamt, wanneer de wereld het met geene goede oogen aanziet. Nogtans waren vele hunner, van het begin dezer onrechtvaardige, stuitende en op eene lage wijze misdadige behandeling, door de stilzwijgende lijdzaamheid van den Zaligmaker tot in het diepste van hun hart getroffen, zij gingen moedeloos heen en verwijderden zich zonder te spreken.

V.

Oogslag op Jeruzalem.

De groote en volkrijke stad, en de nabijgelegen tenten der vreemdelingen voor het Paaschfeest gekomen, lagen na vele openbare en afzonderlijke gebeden en plechtigheden, tot voorbereiding voor het feest dienende, in rust en slaap gedompeld, toen de tijding van de gevangenneming van .le;.us al zijne vijanden en vrienden deed ontwaken; en op alle punten der stad zag men personen, door boden van de prinsen der priesters bijeen geroepen, zich in beweging stellen. Zij gingen bij het schemeren der maan, of het licht hunner toortsen langs de op dat uur sombere en verlaten straten, want de meeste huizen hadden de vensters en uit-

'208

ocr page 213

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

209

gangen op binnenplaatsen. Alle klimmen Sion op, het schijnsel der toortsen en het geschreeuw van het gespuis, met de soldaten vereenigd wekt aller aandacht in de verte op. Men hoort hier en daar nog aan de deuren kloppen, om de slapenden te wekken; het gedruis en de beweging hernieuwen zich op verscheidene plaatsen, men opent voor diegenen die kloppen, men ondervraagt hen, men gaat naar de vergadering. Nieuwsgierigen en dienaren gaan zien wat er omgaat, om het te boodschappen aan degenen, die te huis blijven; men hoort verscheidene burgers hunne deuren met grendels sluiten, of met groot gedruis met slagboomen toemaken, daar zij ongerust zijn en een oploop vreezen; op vele plaatsen is men aan de deur, om aan de voorbijgaanden nieuwstijdingen te vragen; somtijds gaan deze binnen bij degenen, die hunne gevoelens deelen. Men hoort dui-zende gesprekken door haat en boosaardige vreugde ingegeven, zoo als nog in onze dagen in soortgelijke omstandigheden gebeurt. De eene zeide; «Lazarus en zijne zuster zullen nu zien, aan wien zij zich hebben overgegeven.quot; Een andere voegde er bij: Johanna, vrouw van Chusa, Susanna en Sa-lome zullen over hunne onvoorzichtigheid een te laat naberouw hebben; Seraphia, de vrouw van Sirach, zal verplicht zijn van zich voor haren man te verootmoedigen, die haar zoo dikwerf hare toegenegenheid voor den Galileër verweten heeft. Al de aanhangers van dien woelgeest, van dien dweep-zuchtigen schenen medelijden te hebben met al diegenen, die anders dachten dan zij, en nu zullen meer dan een niet weten waar zich te verbergen. Er wordt nu niemand meer gevonden om kleedingstukken en palmtakken op den weg te strooien, waarover Hij rijdt. Die schijnheiligen, die altoos beter willen wezen dan de anderen, zullen

ocr page 214

HET SMARTVOLLE LIJDEN

mi hebben hetgeen zij verdienen, want zij zijn allen in de zaken van dien Galileër gewikkeld. Die zaak heelt diepere wortelen geschoten, dan men wel geloofde. Ik zou wel willen weten, hoe Nicodemus en Jozef van Arithmatheën zich daaruit •zullen trekken; reeds lang mistrouwt men hen. Zij zijn het met Lazarus eens: maar zij zijn behendig. Alles gaat zicli nu ophelderen, enz. enz.

Alzoo hoort men vele menschen spreken, die verbitterd zijn tegen eenige familiën, .lezus toegedaan, en vooral tegen de heilige vrouwen, die hem verknocht zijn, en hem tot toen openlijk verdedigd hadden. Op andere plaatsen wordt de tijding betamelijker ontvangen; sommigen zijn verschrikt, anderen zuchten iu het geheim, of zoeken een vriend, wiens gevoelens met de hunne overeenkomen, om zich met hem te bespreken. W ei-nigen zijn er nogtans, die openlijk het belang durven verkondigen, hetwelk zij in Jezus stellen.

Alles is echter in de stad nog niet ontwaakt, maar men is het slechts daar, waar de boden de oproepingen des hoogen-priesters dragen, waar de Farizeërs hunne valsclie getuigen gaan zoeken en waar de straten uitkomen op den weg, die naar Sion geleidt. Het schijnt, dat men op verschillende punten van Jeruzalem, vonken van haat en woede •ziet ontspringen, die, de straten doorloopende. er anderen ontmoeten, waarmede zij zich vereenigen, en die steeds aangroeien en grooter worden, tot Sion opklimmen, en aan de rechtbank van Caïphas uitvloeien, gelijk een sombere stroom van vuur. De romeinsche soldaten nemen geen deel aan al wat er gebeurt. Zij zijn altoos zeer opmerkzaam tijdens de Paaschfeesten, uithoofde van den groo-ten toeloop van vreemdelingen. De Joden, (lie in dit oogenblik te been zijn, vermijden hunne wachthuizen, omdat de Farizeërs een tegenstrijd ge-

210

ocr page 215

VAN ONZEN HEER lEZUS CHRISTUS.

voelen op hun aanroepen te moeten antwoorden. De prinsen der priesters hebben ongetwijfeld niet nagelaten aan Pilatus te laten weten, waarom zij Ophel en een gedeelte van Sion met soldaten bezet hebben. Maar er bestaat tussclien hen een onderling mistrouwen. Pilatus slaapt niet.; hij ontvangt berichten en geeft zijne bevelen. Zijne vrouw is nogtans in rust, zij slaapt een diepen, maar woeligen slaap; zij zucht en weent even alsof zij smartelijke droomen heeft. Zij slaapt, en nogtans verneemt zij vele zaken, veel meer dan haar man.

In geen gedeelte der stad, neemt men een hartelijker aandeel in de rampen van Jezus, dan te Ophel, onder de arme dienaars des tempels, en de daglooners die dezen heuvel bewonen. Zij zijn te midden van een rustigen nacht door een plot-selingen schrik ontwaakt, om, als in een verschrikkelijk nachtverschijnsel hunnen meester, hunnen weldoener, dengenen, die hen genezen en vertroost heeft, met versmadingen en mishandelingen overladen te zien. Daarna hebben zij in het midden van hen de bedrukte Moeder van Jezus zien gaan, en op dit gezicht is hunne smart verdubbeld. Ach! het is een hartverscheurend vertoog-van Maria en hare vriendinnen, vol smart en angsten, van het eene vriendenhuis naar het andere te zien gaan; een van de gebruiken van zulke heilige vrouwen, op zoo ongewoon uur. in de straten te zien ronddwalen. Nu zijn zij verplicht, bij het naderen eener ruwe en schaamtelooze bende zich te verbergen, dan beschimpt men haar als ligte vrouwen; dikwijls hooren zij gesprekken vol van eene wreede blijdschap, die haar het hart verscheuren, zelden een woord van mededoogen met .lezus. Ten laatste aan hare schuilplaats gekomen, vallen zij nedergedrukt, schreiende en de handen te zamen wringende neder, zij ondersteunen en

211

ocr page 216

HET SMARTVOLLE LIJUEN

omhelzen elkander, of vallen, het hoofd met een langen sluier overdekt, op hare knieën neder. Zoo men aan de deur klopt, luisteren zij aandachtig doch met onrust. Men klopt zachtjes en vreesachtig, een vijand klopt zoo niet, zij openen al bevende: het is een vriend of een dienaar van een vriend van haren meester. Zij scharen zich rondom hein, ondervragen hem, en zijne antwoorden zijn nieuwe droefheden. Zij kunnen niet in rust blijven, zij wagen zich op nieuw op de straten , en komen telkens met verdubbelde smart weder.

De meeste der Apostelen en leerlingen dwalen verschrikt in de valleien rond die Jeruzalem orn-ringen, en verbergen zich in de spelonken van den Olijfberg. Zij sidderen wanneer zij elkander ontmoeten , vragen elkander met eene zachte stem nieuws, en het minste gerucht onderbreekt hunne vreesachtige mededeelingen. Zij veranderen telkens van plaats, en trachten tot de stad te naderen. Eenigen sluipen heimelijk in de tenten hunner landgenooten, die voor het feest gekomen zijn, ondervragen hen en zenden van daar bespieders in de stad. Verscheidene klimmen op den berg der Olijven; beschouwen met angst de toortsen die op Sion bewogen worden, luisteren naar het gedruis in de verte, geven zich aan duizende gissingen over, komen daarna wederom af in de vallei, in de hoop van er stellige berichten te vernemen.

Het gedruis vermeerdert meer en meer om de gerechtszaal van Caïphas. Dat gedeelte der stad schittert van het licht der toortsen en stoklantaarns. Rondom Jeruzalem hoort men de dieren, welke zoovele vreemdelingen met zich hebben gebracht, om ze op te offeren. Er is iets ongemeen treffends in het geblaat tier tallooze lammeren,

^212

ocr page 217

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

die den volgenden dag in den tempel moeten ge-slachtofl'erd worden. Eén slechts wordt opgeofferd, omdat het zulks gewild heeft, en het opent den mond niet, gelijk aan het lam, hetwelk men ter slachtbank geleidt, aan het lam, dat zwijgt voor den scheerder: dit lam is het Lam Gods, rein en vlekkeloos; het is Jezus Christus.

Al deze vertoogen zijn met eene versmachtende Jucht overdekt, waarin zich wonderbare teekenen vertoonen; de maan komt dreigend en door vreemde vlekken beneveld, op; men zou zeggen, dat zij veranderd is, en dat zij vreest tot hare volheid te komen, want op dat oogenblik is het, dat Jezus zal sterven. In het zuiden der stad, en in de steile vallei van Hinnom, loopt Judas de Is-carioot rond; door zijn boos geweten gefolterd, zoekt hij onheilvoorspellende en schier ongenaakbare plaatsen, plaatsen, die vervloekt en vol slijk en vuilnis zijn; hij is alleen, hij vlucht voor zijn schaduw, satan wordt verbitterd tegen den verrader. — Duizende duivelen verspreiden zich over de stad, ontstellen de gemoederen en sporen die tot zonde aan. De hel is losgelaten, alom tot de misdaad aandrijvende. De last van het Lam vermeerdert, de steeds aangroeiende woede van satan verdubbeld en wordt ingewikkelder. Het Lam neemt dezen last op zich, maar satan wil de zonde, en zoo het gebeurt, dat deze rechtvaardige niet zondigt, dat al de bekoringen tegen hem mislukken, zoo wil hij ten minste dat zijne vijanden inde zonden vergaan.

Al de Engelen zweven tusschen droefheid eu vreugd: zij zouden voor den troon van God willen bidden, en Jezus bijstand kunnen bieden; maar zij kunnen slechts in hunne verwondering, het mirakel der goddelijke rechtvaardigheid en barmhartigheid, dat van alle eeuwigheid in den hemet

Smartvolle Lijden.

213

ocr page 218

HET SMARTVOLLE LIJDEN

is, en zicli in den tijd begint te vervullen, aanbidden ; want ook de Engelen gelooven in üocl den Vader, almogenden Schepper van hemel en van aarde, en in Jezus Christus, zijnen eetiigen Zoon onzen Heer, die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria, die dezen nacht onder Pontius Pilatus begint te lijden, die morgen zal gekruisigd, sterven en begraven worden; die ter hel zal nederdalen, en den derden dag van den dood zal opstaan, die zal opklimmen ten hemel, waar hij gezeten is aan de rechterhand van God den Vader almachtig, van waar hij zal komen oordeelen de levenden en de-dooden; want zij ook gelooven in den H. Geest, eene heilige katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen, de vergifl'enis der zonden, de verrijzenis des vleesches en het eeuwige leven ! Amen.

Dit alles is slechts een zwak gedeelte van de indrukken, die het hart van den armen zondaar met angst, berouw, vertroosting en medelijden moesten doordringen, die het zoodanig moesten vervullen, dat het verbrijzeld werd, wanneer de geest zich bij oogenblikken van de beschouwing des lijdens van Jezus aftrok, wreed door zijne beulen voortgesleept, om zich boven Jeruzalem te verheffen. Het was middernacht. Dit was het plechtigste oogenblik sedert de schepping, dit was het uur, waarop de gerechtigheid en de barm-hartigheid Gods elkander ontmoetten, elkander doordrongen en in elkander smolten, om het heiligste werk der liefde van den God-MenscK te straffen en te boeten. —

Dusdanig was de staat van zaken, toen de Za-Jigrnaker voor Annas gebracht werd.

214

ocr page 219

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

VI.

Jezus voor Annas.

Omstreeks middernacht werd Jezus in het paleis van Annas gebracht, en men geleide hem over eene verlichte plaats in een voorzaal, die zoo groot was als eene kleine kerk. Tegenover den ingang zat Annas, van acht en twintig raadsheeren omringd, op eene verheven plaats, onder welke een doorgang was. waaronder men door een dei-zijkanten doorging. Een trap waarop van afstand tot afstand zitplaatsen waren, geleidde van voren tot de zitplaats van Annas, die op deze kwam door eene deur, welke gemeenschap had met het inwendige van het gebouw. Jezus nog van een deel der soldaten omringd, die hem gevangen hadden genomen, werd door de gerechtsdienaars op de eerste trappen van de verheven plaats gesleurd. Het overige'der voorzaal was met soldaten, menschen van liet gespuis, met Joden, die Jezus beleedigden, dienaren van Annas, en een deel valsche getuigen, welke Annas opgeraapt had, opgepropt, en die later naar Caïphas gingen. Annas wachtte met ongedul I de aankomst des Zaligmakers. Hij was vol haat en arglistigheid, en eene wreede blijdschap bezielde hem. Hij was aan het hoofd van eene zekere vierschaar, en hield hier zitting met eene vergadering, belast om over de zuiverheid der leer te waken en degenen voor de prinsen der priesters aan te klagen, die dezelve zouden schenden. Jezus stond bleek, mismaakt, stilzwijgend, met nedergebogen hoofd voor Annas. De gerechtsdienaren hielden nog altoos de einden der koorden vast, waarmede Jezus' handen ge-honden waren. Annas, een mager en uitgedroogd

215

ocr page 220

HI£T SMARTVOLLE LIJDEN

grijsaard, met een dunnen baard, vol moedwilligheid en hoogmoed, zette zich met een spotachtigen glimlach neder, veinzende niets te weten, en groo-telijks verwonderd te zijn, dat Jezus de gevangene ■was, welke men hem had aangekondigd. Ziehier wat hij tot Jezus zeide, of ten minste den zin zijner woorden: sWel hoe, Jezus van Nazareth, zijt gij liet? Waar zijn dan uwe leerlingen, waar zijn uwe menigvuldige aanhangers? Waar is uw rijk? Mij dunkt, dat de zaken de wending niet genomen hebben, welke gij verwacht hadt. Uwe afschuwelijkheden hebben een einde genomen. Men heeft u laten begaan, totdat men geoordeeld heeft, dat het genoeg was met de beleedigingen van God en van de priester-s , met de schendingen van den Sabbat! quot;Wie zijn uwe leerlingen? Waar zijn zij? Gij zwijgt! Spreek dan, woelgeest, verleider! Hebt gij het Paaschlam niet op eene ongewone manier gegeten, op een tijd en op eene plaats, dat gij het niet moest doen? Gij wilt eene nieuwe leer invoeren? Wie heeft u het recht gegeven om te onderwijzen? Waar hebt gij gestudeerd ? Spreek, welke is uwe leer, die al het volk oproerig maakt? Spreek! Verklaar, welke is deze leer?quot;

Nu hief Jezus zijn vermoeid hoofd op, zag Annas aan en zeide: »Ik heb in het openbaar, voor de gansche wereld gesproken; ik heb steeds in den tempel en in de synagogen, waar al de Joden vergaderen, onderwezen. Ik heb niets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt gij mij? Vraag aan degenen, die gehoord hebben, hetgeen ik hun gezegd heb. Zie om u! Zij weten wat ik gezegd heb.quot;

Het gelaat van Annas drukte bij deze woorden van Jezus, de wraakzucht en de woede uit. Een eerloos gerechtsdienaar van eene lage gedienstigheid, die dicht bij Jezus stond, bemerkte het, en

210

ocr page 221

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

deze ellendeling sloeg met zijne hand , van een ijzeren handschoen voorzien, op den mond en de wangen van Jezus, zeggende: »Is liet zoo, dat gij den hoogepriester antwoordt?quot; Jezus, door li(gt;t geweld van den slag waggelende , en daarenboven door de gerechtsdienaren gestooten en op onbeschofte wijze geschud, viel ter zijde op de trappen neder, en het bloed vloeide van zijn aangezicht. De zaal weêrgalmde van gemor, gelach en smaadwoorden. Zij richtten Jezus op , hem mishandelende , en de Heer zeide met zachtmoedigheid: «Zoo ik kwalijk gesproken heb, toon mij aan , waarin. Maar zoo ik wel gesproken heb, waarom slaat gij mij dan?quot;

Annas, door de kalmte van Jezus ten uiterste verbitterd, verzocht alsdan al de omstanders voor te dragen, zooals Hij het zelf wenschte, hetgeen zij hem hadden hooi en zeggen. Toen ontstond er eene uitbarsting van verward geroep, onbeschofte ver-wenschingen en vloeken. »Hij heeft gezegd . dat Hij koning was, dat God zijn Vader was, dat de Farizeërs overspelers waren. Hij maakt liet volk oproerig; Hij geneest op den sabbatdag, in den naam des duivels; het volk van Ophel heeft hem als woedenden omringd, zij hebben hem hunnen Zaligmaker en hunnen profeet genoemd. Hij doet zich den Zoon Gods noemen. Hij noemt zich den gezant van God ; Hij roept wee over Jeruzalem ; Hij voorspelt de verwoesting dei' stad; Hij onderhoudt de vasten niet, doorloopt het land met eene bende zwervende lediggangers, eet met de on-j-einen, de Heidenen , de Publicanen en de zondaars. begeeft zich in het gezelschap van slechte vrouwen. Hij heeft nog zoo even voor de poort van Ophel gezegd , tot een mensch die hern te drinken gaf, dat Hij hem het water des eeuwigen levens zou geven , na hetwelk hij nimmer meer

217

ocr page 222

HET SMARTVOLLE LIJDEN

dorst zou hebben. Hij verleidt liet volk door dubbelzinnige woorden; Hij verkwist ïiét góed van anderen, verkoopt allerlei leugens over zijn toekomend rijk, enz. enz.quot;

Al deze verwijten werden hem te gelijk gedaan ; de beschuldigers kwamen hein die in het aangezicht zeggen, daarbij de onbeschaamdste beleedigingen voegende, en de gerechtsdienaars stieten en sloegen hem, zeggende, dat Hij zou antwoorden. Annas en de raadsheeren voegden hunne spotternijen bij die versmadingen en zeiden: »l)it is dan uwe leer! Eene sclioone leer voorwaar! Wat hebt gij te antwoorden? Het land is er vol van. Zijt gij hier sprakeloos? Koning, geef' uwe bevelen; gezant van God, toon uwe zending.quot; Elk dezer toeroepen was vergezeld van slagen en beleedigingen van den kant der beulen en hunne naburen, die allen brandden , het voorbeeld van dengenen na te volgen, die Jezus in het aangezicht sloeg. Jezus viel in zwijm van afmatting. Alsdan zeiile Annas op een stuurschen, onbe-scliaamden toon: AVie zijt gij, wie heeft u gezonden'? Zijt gij de zoon van een genieenen timmerman, of wel zijt gij Elias, die met een vurigen wagen opgenomen is? Men zegt, dat I ij nog leeft, en dat gij u, volgens uw goeddunken, onzichtbaar kunt maken. Het is waar, gij zijt ons menigmaal ontsnapt. Zijt gij niet eerder Malacliias, wiens woorden gij dikwijls ontleent, om die in uw voordeel te gebruiken? Men heeft beweerd, dat deze profeet geen vader had gehad , dat hij een Engel was geweest, dat hij niet gestorven was. Eene schoone gelegenheid voor een bedrieger, om zich voor hem te doen doorgaan. Welke soort koning zijt gij dan? Gij hebt gezegd, dat gij meer waart dan Salomon. Wees gerust, ik zal u den titel van uwe koninklijke waardigheid niet langer ontzeggen.quot;

218

ocr page 223

VAN ONZEN I IK KR JEZUS CHRISTUS. 21}^

Annas liet zich alsdan een papier geven, bijna «ene el lang eti drie vingeren breed ; hij legde liet op een schrijfbord, hetwelk men voor liem hield, en schreef er eene reeks groote letteren op, van welke elke eene aanklacht tegen den Heer aanduidde. Daarna rolde hij liet op en stak het in eene uitgeholde kalebas, welke hij zorgvuldig dicht en aan het einde van een riet vastmaakte. Hij bood dit riet Jezus aan, en zeide hem met kille spotternij: «Ziedaar den schepter van uw rijk; daar zijn uwe titels, uwe waardigheden, uwe rechten inbegrepen. Draag dit naar den hoogepriester, opdat hij uwe zending erkenne en u behandele volgens uwe waardigheid.quot;

Men bond de handen van Jezus, die los gemaakt waren, opnieuw kruiswijze op de borst; men maakte er het afbeeldsel van den schepter aan vast, die de aanklachten van Annas bevatten, en men geleidde Jezus, te midden van het gelach, van de beleedigingen en mishandelingen der menigte, naar Caïphas.

Vil.

Jezus wordt naar Caïphas geleid.

Toen Jezus voor Annas gebracht werd, was men het huis voorbijgegaan waar Caïphas woonde; om hem naar dezen laatsten te geleiden, moest men een hoek omschrijven. Het huis van Caïphas lag slechts drie honderd schreden van daar. De weg, die langs de muren en kleine gebouwen van de rechtbank des hoogenpriesters liep, was verlicht door lantaarns, op stokken geplaatst, en niet schreeuwende en woelende joden opgepropt. De soldaten konden nauwelijks een doortocht door

ocr page 224

HET SMARTVOLLE LIJDEN

het volk maken. Degenen , die Jezus bij Annas beleedigd hadden, herhaalden hunne versmadingen voor liet volk, en de Zaligmaker werd nog langs den geheelen weg gehoond en mishandeld. Ik zag gewapende mannen, in dienst der rechtbank t eenige groepen terugstooten, die met de smarten des Zaligmakers medelijden schenen te hebben; aan degenen die zich door hunne onbeschaamdheid en wreedheid jegens Jezus het meest onderscheidden , geld geven en het gerechtshof van Caïphas binnen doen gaan.

VIII.

Vierschaar van Caïphas.

Om in de vierschaar van Caïphas te komen, gaat men over eene eerste buitenplaats, en van daar in eene andere, welke wij binnenplaats zullen noemen, en die het gansche gebouw omringt. Het huis is tweemaal zoo lang als breed. Van voren ziet men een soort voorzaal, onder den blooten hemel, aan drie kanten met kolommen omgeven , die overdekte gaanderijen vormen. De voorname ingang van deze voorzaal {atrium) is van den langsten kant van het huis. Men komt vooreerst aan eene groef, waarin altoos vuur onderhouden wordt; van daar rechtsom gaande, ziet men den vierden kant der voorzaal. Eenige trappen opklimmende, komt men aan meer verheven kolommen dan de andere, achter welke eene overdekte zaal is, half zoo groot als de voorzaal, waar zich de plaatsen der leden van den raad bevinden , op eene trede bij wijze van een hoefijzer, die verscheidene trappen hoog is. De zetel van den hoogepriester beslaat, in het midden , de verhe-

220

ocr page 225

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

venste plaats. De beschuldigde bevindt zich , van zijne wachten omgeven , in het middenpunt dei-halve rondte. Aan de twee zijden en achter hem is de plaats der getuigen en aanklagers. Achter de zetels der rechters zijn drie deuren, in eene andere ronde zaal uitkomende en met zittingen in de rondte omgeven, waar de geheime beraadslagingen gehouden worden. Wanneer men van de zaal der zittingen in deze ronde zaal komt, vindt men ter rechter- en ter linkerzijde deuren, die op de binnenplaats uitkomen, die evenals het achterste van het gebouw, eene ronde gedaante heeft. Als men de zaal door de deur ter rechterzijde uitgaat, ziet men op de plaats, ter linkerzijde, den ingang van een donkeren, onderaardschen kerker, die onder deze laatste zaal is. Daar zijn verscheidene kotten; Petrus en Johannes bleven een ganschen nacht in een derzelve, toen zij na Pinksteren den kreupele des tempels genezen hadden.

In en rondom het gebouw was alles door toortsen en lampen verlicht; het was zoo klaar als bij dag. Het midden der voorzaal was bovendien verlicht door het vuur, dat in de groef onderhouden werd, waar men de brandstofl'en van boven inwierp. Ik geloof, dat het steenkolen waren ; aan de tweezijden verhellen zich, ter hoogte van een man T geleidbuizen voor den rook. Soldaten, mindere bedienden, getuigen, van lage afkomst, door geld omgekocht, drongen rondom het vuur. Er waren onder hen ook lichte vrouwen; zij schonken aart de soldaten een rooden drank, en bakten hun, voor geld, koeken. Er heerschte eene verwarring, alsof het vastenavond was. Het grootste deel der rechters had reeds zitting genomen om Caïphas* De anderen kwamen achtereenvolgens aan. De aanklagers en valsche getuigen vulden bijna de

221

ocr page 226

HET SMARTVOLLE LIJDEN

voorzaal. Er was eene groote menigte, welke men met geweld moest bedwingen.

Een weinig voor de aankomst van Jezus, kwamen Petrus en Johannes , nog in hunne kleeding van bode, op de buitenplaats. Johannes kon, dooide hulp van een bediende der rechtbank, welken hij kende, zelfs tot in de tweede plaats doordringen, waarvan men nogtans de deur achter hem sloot , uit hoofde van den grooteu toeloop van volk. Petrus, die een weinig was achter gebleven , kwam voor deze gesloten deur, en tie portierster weigerde ze hem te openen. Hij zou ondanks de pogingen, welke Johannes aanwendde, niet verder hebben kunnen geraken, indien Nico-demus en Jozef van Arimathea, die op dat oogen-blik aankwamen, hem niet met zich hadden laten binnengaan. Nadat de twee Apostelen de mantels wedergegeven hadden , welke men hun geleend had, begaven zij zich in het midden der menigte, die de voorzaal vulde, op eene plaats, van waar men de rechters kon zien. Caïphas was reeds aan het hoofdeinde der halfronde trede gezeten. Rondom hem zaten ongeveer zeventig leden van den groo-ten raad. Aan de twee zijden bevonden zich openbare beambten, ouderlingen, schriftgeleerden, en achter hen valsche getuigen. Soldaten waren gerangschikt van den voet der trede tot aan de deur der voorzaal, door welke Jezus moest binnengeleid worden. Het was niet degene, recht tegenover de rechtbank, maar die , aan welke men kwam, wanneer men, uit de gerechtszaal komende, links omging.

Caïphas was een man van statig voorkomen ; zijn gelaat was vurig en dreigend. Hij droeg een donkerrooden mantel, met bloemen en gouden franjes versierd, op de borst en de schoutiers vastgemaakt en van voren met allerlei plaatjes van

ocr page 227

VAN ONZEN' HEER JEZUS CHRISTUS.

glinsterend metaal overdekt. Zijn hoofdsieraad geleek van boven een weinig aan den mijter van een bisschop; aan beide zijden waren openingen, waaruit eenige stukken stof hingen, van den eenen kant waren eikels, op de schouder afhangende. Caïphas was sedert eenigen tijd daar met de medeleden van den hoogen raad, waarvan een groot gedeelte vereenigd was gebleven, sedert Judas met de soldaten en gerechtsdienaars uitgegaan was. Zijn ongeduld en zijne woede waren dusdanig, ilat hij, in zijn plechtgewaad van zijn zetel opstond, in de voorzaal liep en toornig vroeg , of •Tezus niet kwam. Op datzelfde oogenblik naderde de stoet, en Caiphas ging weder naar zijne plaats terug.

IX.

Jezus voor Caïphas.

Jezus, met slijk bedekt, werd in de voorzaal gebracht, te midden van het geroep, de beleedi-gingen en de slagen. Weldra werd het geschreeuw gestaakt, en men hoorde niets meer dan een dof gemompel van verwarde stemmen. Men bracht hem voor de rechters; terwijl Hij Petrus en Johannes voorbijging, aanzag Hij hen, zonder nog-tans het hoofd naar hen om te keeren, om hen niet te verraden. Nauwelijks was Hij voor den raad gekomen of Caïphas riep uit: »Zijt gij daar, vijand van God, godslasteraar, die deze voor ons heilige nacht stoort.quot; De kalebas, waarin de beschuldigingen van Annas waren, werd alsdan van den spotschepter losgemaakt, welken men Jezus in de handen had gesteld. Toen deze aanklachten voorgelezen waren, brak Caïphas in scheldwoorden

223

ocr page 228

HET SMARTVOLLE LIJDEN

tegen den Zaligmaker uit; de soldaten en gerechtsdienaren , die zich bij hem bevonden, sloegen en stieten hem met kleine ijzeren roeden, aan wier uiteinden bollen waren, van punten voorzien, en zeiden: «Antwoord dan! Open den mond ! Kunt gij niet spreken ?quot; Caïphas deed met nog meerderen toorn dan Annas eene menigte vragen aan Jezus, die daar kalm , geduldig en met nedergeslagen oogen stond. De gerechtsdienaren wilden hem tot spreken dwingen ; zij stieten en sloegen hem op den hals en de zijde, gaven hem slagen op de handen en staken hem met scherpe, puntige werktuigen, en een boos kind dru kte hem met geweld den duim op den mond, hem zeggende te bijten.

Al spoedig begon het verhoor der getuigen. Nu liet het opgestookte gespuis een verward geschreeuw hooren, dan hoorde men de verklaringen van de grootste vijanden van Jezus, onder de Farizeërs en Saduceërs, die van alle plaatsen des lands te Jeruzalem bijeen geroepen waren. Men herhaalde al de beschuldigingen, waarop Hij duizend malen had geantwoord: dat Hij de zieken genas, de duivelen door den duivel uitjoeg, dat Hij den sabbatdag ontheiligde, het volk oproerig maakte, de Farizeërs een gebroedsel van adderslangen en overspelers noemde ; dat Hij de verwoesting van Jeruzalem voorzegde, dat Hij met de Publicanen, de zondaars en de slechte vrouwen omging, dat Hij het land doorliep, aan het hoofd eener tallooze menigte, dat Hij zich koning, zoon van God deed noemen , dat Hij steeds van zijn rijk sprak, de echtscheiding verwierp, dat Hij wee over Jeruzalem had uitgeroepen, dat Hij zich het brood des levens noemde, dat Hij ongehoorde dingen leerde , zeggende dat, alwie zijn vleesch niet at en zijn bloed niet dronk, niet zou kunnen zalig worden, enz.quot; Alzoo werden zijne woorden, zijne leeringen, zijne

224

ocr page 229

VAN ONZEN' HEER JEZUS CHRISTUS. 225

gelijkenissen ten kwade veranderd, met beleedi-gingen vermengd en als misdaden voorgedragen. Maar allen spraken zich tegen en verwarden zich in hunne verklaringen. De een zeide: )gt;Hij doet zich voor als koning.quot; »Neen,quot; zeiden de anderen, »Hij laat zich slechts zoo noemen, en toen men hem als dusdanig heeft willen uitroepen, nam Hij de vlucht.quot; Een derde; »Hij zegt, dat Hij de zoon Gods is.quot; Een vierde: »Hij noemt zich den zoon, omdat Hij den wil des Vaders volbrengt.quot; Eeni-gen zeiden, dat Hij hen genezen had, maar dat zij in de ziekte hervallen waren, dat zijne genezingen niets dan tooverij waren. Er waren vele beschuldigingen en getuigenissen over het bezwaar van tooverij. Men bracht allerlei soort leugens en tegenstrijdiglieden in over de genezing van den man, bij den vijver van Bethesda. De Farizeërs van Sephoris, met welke Hij eens over de echtscheiding getwist had, beschuldigden hem van valsche leering, en de jongeling van Nazareth, welken Hij niet onder zijne leerlingen had willen aannemen, had de laagheid, tegen hem te getuigen. Eindelijk beschuldigde men hem, onder vele andere dingen, de overspelige vrouw vrijgesproken en de Farizeërs te dier gelegenheid beschuldigd

111 O O O

te hebben.

Men kon echter niet ééne getuigenis voordragen , die eenigszins gegrond was. De getuigen kwamen eerder op om hem beleedigingen in het aangezicht te zeggen, dan om daadzaken te verhalen. Zij deden niets dan hevig twisten, en gedurende dien tijd hielden Caïplias en eenige leden van den raad niet op, Jezus smadelijke verwijtingen te doen. »Welke koning zijt gij ? Toon uw gezag! Doe de legioenen Engelen komen, waarvan gij, in den hof der Olijven, gesproken hebt! Wat hebt gij gedaan met het geld der weduwen

ocr page 230

HET SMARTVOLLE LIJDEN

en zinneloozen, welke gij verleid hebt? Gij hebt geheele fortuinen verspild, wat is er van geworden.' Antwoord, spreek voor den rechter! Zijt gij sprakeloos? Gij zoudt beter gedaan hebben voor liet volk en de vergaderingen van vrouwen te zwijgen, welke gij onderweest. Daar spraakt gij veel te veel.quot;

Al deze redevoeringen waren met mishandelingen vergezeld van den kant der ondergeschikte bedienden der rechtbank. Het was slechts door een mirakel, dat liij aan dit alles kon wederstaan. Eenige ellendelingen zeiden, dat Hij een onechte was: maar anderen beweerden integendeel, dat dit eene onwaarheid was, dat zijne moeder eene godvreezende Maagd was geweest in den tempel, dat zij haar met een godvreezend man hadden zien in den echt treden. Men verweet Jezus eti zijne leerlingen, geene offeranden te hebben gedaan in den tempel. Ik had inderdaad nooit gezien, dat Jezus of de Apostelen eenig slachtoffer in den tempel brachten, tenzij de Paaschlamme-ren. Jozef en Anna offerden echter gedurende hun leven menigwerf voor Jezus. Deze beschuldiging was nogtans van geene waarde, want de Essenianen droegen geene offeranden op, en zij waren daarvoor niet strafbaar. Men kwam altijd terug op de beschuldiging van tooverij, en Caïphas verzekerde verscheidene malen, dat de verwarring, die in de verklaring der getuigen heerschte, een uitwerksel van zijne betooveringen was.

Eenigen zeiden daarna, dat Hij het Paaschmaal op den dag te voren gegeten had, hetwelk tegenstrijdig was met de wet, en dat Hij het vorig jaar reeds veranderingen in het vieren dezer plechtigheid had ingevoerd. Dit veroorzaakte nieuw getier, nieuwe smaadwoorden. Maar de getuigen hadden elkander zoodanig tegengesproken, dat

226

ocr page 231

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

227

Caïplvas en de zijnen beschaamd en woedend waren, dat zij niets tegen hern konden inbrengen, (iat eenigszins geldig was. Nicodemus en Jozef van Arimathea werden gedaagd te verklaren, waarom Hij den Paschen gegeten had in eene zaal, aan een hunner toebehoorende; en zij bewezen uit oude schriften, dat het den Galilëers van de vroegste tijden af toegelaten en geoorloofd was het Paasei unaal een dag vroeger te eten. Zij voegden er bij, dat overigens het Paaschlam volgens de voorschriften der wet bereid was geweest, dewijl personen uit den tempel er aan geholpen hadden. Dit zette de getuigen geweldig vast, maar Nicodemus vertoornde vooral de vijanden van Jezus. toen hij in de oude titels en staats-schriften het recht der Galileers aantoonde. Dit recht was hun toegestaan, onder andere beweegredenen, omdat er weleer zoodanige toeloop was in den tempel, dat men voor den sabbatdag niet zou hebben kunnen eindigen, zoo men alles op denzelfden dag had moeten verrichten. Ofschoon de Galileërs van dit recht geen bestendig gebruik hadden gemaakt, was het niettemin volmaakt vastgesteld door de bepalingen, welke Nicodemus aanhaalde ; en de woede der Farizeërs tegen dezen groeide nog aan, toen hij bewees, hoe de raad zich moest beleedigd gevoelen, door de stootende tegenstrijdigheden van al de getuigen in eene zaak, die ondernomen was onder den invloed van de halsstarrigste vooringenomenheid en vooroordeel , met zoovele overhaasting, den nacht zelfs voor het plechtigste aller feesten. Zij wierpen woedende blikken op Nicodemus, en deden de verhooring der getuigen met verdubbelde overhaasting en onbeschaamdheid voortgaan. Na een groot aantal eerlooze, slechte, lasterachtige verklaringen , kwamen 'er twee die zeiden : «Jezus

ocr page 232

■228 HET SMARTVOLLE LIJDEN

heeft gezegd: Ik zal den tempel, die door men-schen handen gemaakt is, omver werpen, en ik zal er in drie dagen een nieuwen oprichten, die Tan geen menschenhanden zal gemaakt zijn.quot; Maar ook deze stemden niet overeen. De een zeide, dat Hij een nieuwen tempel wilde oprichten, dat Hij een nieuw Paaschmaal gegeten had in een ander gebouw, omdat Hij den ouden tempel wilde vernietigen. Maar de andere zeide, dat dit gesticht door menschenhanden gebouwd was, dat Hij bijgevolg van dien niet had kunnen nocii willen spreken.

Caïphas was vol woede, want de wreedheden aan Jezus volbracht, de tegenstrijdigheden der getuigen en het onuitsprekelijk geduld des Zaligmakers maakten een levendigen indruk op vele aanwezigen. Somtijds werden de getuigen schier uitgejouwd. De stilzwijgendheid van Jezus verontrustte eenige gewetens, en tien soldaten gevoelden zich zoodanig getroffen dat zij , onder voorwendsel van onpasselijkheid, vertrokken. Terwijl zij voorbij Petrus en Johannes gingen, zeiden zij: »Die stilzwijgendheid van Jezus, den Galileër, verscheurt het hart. Het is alsof de aarde zich onder ons moest openen; maar zegt ons, werwaarts moeten wij gaan?quot; De twee Apostelen, misschien omdat zij hen niet vertrouwden en vreesden , of wel door hen als leerlingen van Jezus aangeklaagd of door een der omstanders als zoodanig erkend te worden, antwoordden slechts met een droefgeestig gelaat en met algemeene uitdrukkingen ; «Zoo de waarheid u roept, laat u door haar geleiden; het overige zal van zelf gaan.quot; Daarop verlieten deze mannen de zaal en gingen buiten de stad. Zij ontmoetten er anderen, die hen aan den overkant van den berg Sion, in de spelonken, ten zuiden van Jeruzalem geleidden; zij vonden er

ocr page 233

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

229

verscheidene Apostelen verborgen, die eerst voor lien bevreesd waren, maar aan welke zij aankondigden hetgeen met Jezus gebeurde, en dat het gevaar ook hen bedreigde. Na dit verhaal verspreidden zij zich naar andere kanten. Toen het geduld van Caïphas, door de tegenstrijdige gezegden der twee laatste getuigen, ten einde was, stond hij geheel woedend van zijne zitplaats op, ging twee trappen af en zeide tot Jezus: «Antwoordt gij niets, op deze getuigenis?quot; Hij was yeer vertoornd, dat Jezus hem niet aanzag. De gerechtsdienaren vatten hem toen met het haar, sloegen hem met de vuist onder de kin en trok-]ien zijn hoofd achterover; maar Hij sloeg zijne «ogen niet op. Caïphas hief zijne handen met lt;Mft op, en zeide met eene grammoedige stem; .»Ik bezweer u bij den levenden God, ons te zeggen,^of gij de Christus, de Heiland, de Zoon Gods zijt?quot; Er heerschte eeue groote stilte, en Jezus, lt;loor zijn hemelschen Vader versterkt, met eene stem vol uitdrukkelijke majesteit, die alle harten ontroerde, met de stem des eeuwigen woords, antwoordde: sik ben het, gij hebt het gezegd! en ik zeg u, dat gij den Zoon des menschen weldra zult zien nederzitten aan de rechterhand der goddelijke majesteit en komende op de wolken des hemels!' Terwijl Jezus deze woorden sprak, zag ik hem geheel schitterend; de hemel was boven hem open. en ik had eene uiterlijke gewaarwording, welke ik niet kan uitdrukken ; ik zag God ■den \ ader almachtig, ook de Engelen en het gebed der rechtvaardigen, dat tot zijnen troon opklom, alsof zij voor Jezus baden. Ik zag alsof de Godheid van Jezus te gelijk in den naam des Vaders en des Zoons sprak en zeide: «Zoo ik aan het lijden kon onderworpen zijn. zou ik lijden, maar daar ik vol barmhartigheid bén,1 heb ik het Smartvolle Lijden. ^5

ocr page 234

HET SMARTVOI.LK LIJDEN

230

menschelijk vleescli in den Zoon aangenomen, op-«lat de Zoon des menschen zon lijden, want ik ben rechtvaardig, en ziet, Hij draagt de zonden vau alle deze, de üonden van de gansclie wereld.quot; Onder Caïphas integendeel zag ik de hel als een bol somber vuur, vol verschrikkelijke gedaanten; hij was daar boven , en scheen er slechts door een dun gaas van gescheiden te zijn. Jk zag, dat al de woede der duivelen in hem gekomen was.. Het gansclie huis scheen mij eene hel, uit den grond komende. Toen de Heer plechtig verklaarde,. lt;lat Hij de Christus, de Zoon Gods was, scheen. «Ie hel voor hem open te gaan en daarna plotseling al bare woede in dit huis uit te braken. Al' •wat ik zie, is mij door vormen en gedaanten aangetoond; deze taal is voor mij nauwkeuriger, korter en treflender dam elk andere, omdat de menschen •ook gedaanten, voor de zintuigen vatbaar, en niet *'nkel woorden en afgezonderde denkbeelden zijn. Ik zag dan de angsten en de woede der hel, onder duizende verschrikkelijke gedaanten zichtbaar worden, die op verschillende plaatsen schenen op te komen. Ik herinner mij onder andere eene menigte kleine zwarte gedaanten gezien te hebben , gelijk honden , die op de achterste pooten liepen en' met lange klauwen gewapend; ik zou niet meer kunnen zeggen , welk kwaad mij vertoond werd onder deze gedaante. Ik wist het toen;, thans herinner ik er mij niets meer van dan den vorm. Ik zag vele afgrijselijke schimmen in de omstanders gaan ; somtijds gingen zij op hunne hoofden of op hunne schouders zitten. De vergadering was er vol van, en de razernij der boozen groeide steeds aan. Ik zag op dat oogenblik ook afschuwelijke gestalten opstaan uit de graven van -de andere zijde van Sion. Ik geloof dat het booze geesten waren. Ik zag vele andere verschijningen

ocr page 235

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

in de nabijheiil des tempels, en onder deze vele gestalten , die evenals gevangenen hunne boeien en ketenen schenen voort te sleuren. Ik weet niet of deze laatste ook duivelen waren, ot' wel zielen, veroordeeld om op de aarde te blijven rondzwerven, en die zich nu misschien naar het voorgebergte der hel begaven, hetwelk de Zaligmaker hun opende door zijne ter dood veroordeeling. Men kan zulke dingen niet juist uitleggen; men zou de onwetenden niet willen ergeren, maar men gevoelt die wanneer men ze ziet, en dan rijzen de haren te berge. Er gebeurde op dat oogenblik iets verschrikkelijks. Ik geloof', dat Johannes iets van deze vertooning zag, want ik hoorde er hem later van spreken. ïen minste gevoelden al degenen, die niet geheel verworpen waren, met afgrijzen al hetgeen er op dit oogenblik ijselijks was , en de boozen gevoelden het door verdubbeling van haat en woede.

Caïphas, door de hel ingegeven, nam den boord van zijn mantel, sneed hem met zijn mes door, scheurde hem met geweld uit elkaar en riep met luider stem: »Hij heeft God gelasterd! Wat hebben wij nog getuigen noodig? Gij hebt de godslastering gehoord, welk is uw oordeel?quot; Toen stonden al de aanwezigen op en riepen met verschrikkelijke stem: ))Hij k den dood schuldig! Hij is den dood schuldig!quot;

Onder dat geroep waren de razernijen der hel in dat huis ten toppunt gestegen. De vijanden vati Jezus waren als door satan dronken gemaakt, on het was juist hetzelfde met hunne vleiers en medewerkers. Het was alsof de duisternissen over het licht gezegevierd hadden. Al de omstanders, in welke nog een weinig goeds was, waren van zoodanig afgrijzen bevangen. dat velen hunne hoofden bedekten en vertrokken. Het grootste ge-

ocr page 236

HET SMAKT VOLLE LIJDEN

deelte der getuigen verliet, met een ontsteld geweten, de gehoorzaal, daar zij niets meer te verrichten hadden. De anderen schikten zich om het vuur in de voorzaal, waar men hun geld gaf, en zij aten en dronken. De hoogepriester zeide tot de gerechtsdienaars: »Ik lever u dien koning over, bewijst aan den godslasteraar de eer, welke men hem verschuldigd is.quot; Daarna verwijderde hij zich met de leden van den raad , in de ronde zaal achter de vierschaar, waar zij van de voorzaal niet konden gezien worden.

Johannes dacht inzijne diepe droefheid aan de arme Moeder van Jezus. Hij vreesde, dat de verschrikkelijke tijding haar op eene nog smartelijker wijze door den mond eens vijands zou aangekondigd worden. Hij aanzag Jezus nogmaals en zeide in zich zeiven: «Meester, gij weet waarom ik mij verwijderquot;, en begaf zich in haast naar de heilige Maagd, even alsof hij door Jezus zeiven tot haar gezonden was. Petrus van droefheid en angst overstelpt, en uithoofde zijner vermoeienis, de doordringende koude van den morgenstond levendiger gevoelende , ontveinsde zijne wanhoop en zette zich vreesachtig bij het vuur neder, waar zich veel gespuis warmde. Hij wist niet wat te doen, maar hij kon zich niet van zijnen meester verwijderen.

X.

Nieuwe versmadingen en beleedigingen bij Caïphas

Toen Caïphas met de leden van den raad de gerechtszaal verliet en Jezus aan de gerechtsdienaars overleverde, wierp eene menigte ellendigen

ocr page 237

VAN ONZEN HEER .lEZUS CHRISTUS.

233

zich als een zwerm getergde wespen op den Heer. Tot nu toe hadden twee gerechtsdienaars hem aan koorden vastgehouden. De twee andere hadden zich vóór het vonnis verwijderd, om door anderen van hunne soort vervangen te worden. Reeds tijdens het verhoor der getuigen hadden de gerechtsdienaars en eenige anderen geheele haarlokken uit zijn hoofd en uit zijtien baard gerukt; sommige weldenkende personen raapten die haarlokken in stilte en onopgemerkt op en vertrokken in liet geheim; maar later hebben zij die niet meer wedergevonden. Al dat gespuis had Jezus ook reeds met speeksel overdekt, met vuisten geslagen, met puntige stokken en naalden gestoken. Nu gaf' het zich zonder terughouding aan zijne dolle razernij over. Zij zetten hem kronen van stroo en boomschors op het hoofd, welke zij daarna onder wreede smaadwoorden weder verwijderden. Zij zeiden: sZiehier den Zoon van David met de kroon des Vaders.quot; — »Ziehier die meer is dan Salomon.quot; — nHet is de koning, die een bruiloftsmaal voor zijn zoon aanricht.quot; Zoo spotten zij met de eeuwige waarheden, door hem zeiven in de parabelen aan de menschen voorgesteld, welke hij kwam verlossen; en hem deze smaadwoorden toevoegende, hielden zij niet op, hem met vuisten en stokken te slaan, hem her- en derwaarts te stooten en in liet aangezicht te spuwen. Eindelijk zetten zij hem opnieuw eene kroon van tarwe-stroo op het hoofd, welke zij over het hoofddeksel deden, eenen mijter gelijkende, na van te voren zijn gebreid kleed te hebben uitgetrokken. Jezus had toen niets meer aan dan zijn gordel en het schapulier, dat hem de borst en schouders bedekte; maar zij rukten hem ook dit schapulier af, hetwelk hem niet meer werd wedergegeven. Dan wierpen zij een ouden, verscheurden mantel

ocr page 238

HET SMAIiTVOLLK LIJDEN

234

orn zijne schouders, waarvan liet voorste gedeelte hem nauwelijks tot aan de knieën kwam. Om zijn hals deden zij een ijzeren ketting, die gelijk eon stool van de schouders over de borst tot aan df knieën afhing. Aan het einde dezer ketting waren twee zware ijzeren ringen met punten, die het bloed uit zijne knieën deden springen, wanneer Hij ging of ter aarde viel. Zij bonden hem opnieuw de handen op de borst, plaatsten er een riet in en bedekten zijn goddelijk aangezicht met speeksel. Zij hadden allerlei soort vuilnis over zijn haar uitgestort, en zijne borst en het bovenste gedeelte van zijnen spotmantel er geheel mede besmeurd. Zij blinddoekten hem met een walgen-den doek en sloegen hern, zeggende: sGroote profeet, zeg ons, wie u heeft geslagen?quot; \\at Jezus aangaat, Uij sprak niet, bad inwendig voor hen en zuchtte. In dien staat sleurden zij hon met de ketting in de zaal, waarheen de raad zich begeven had. »Voorwaarts , stroo-koning, riepen zij uit, terwijl zij hem met de voeten schopten, en met knobbelige stokken sloegen. Hij moet zich aan den raad vertoonen met de teekenen van eerbied, welke Hij van ons ontvangen heeft.quot; Toen zij binnenkwamen, was het eene verdubbeling van smadelijke bespottingen en heiügschen-nende zinspelingen op de heiligste zaken. Toen zij hem zoo bespotten en met slijk wierpen, zeiden zij; «Ziedaar uwe zalving als koning, uwe zalving als profeet, zij lachten ook met de zalving van Maria Magdalena en met het Doopsel. Zij zeiden nog: «Hoe kunt gij u in zulken staat voor den grooten raad vertoonen? Gij wilt altoos de anderen reinigen en gij zijt zelf niet zuiver; maar wij gaan u reinigen.quot; Toen namen zij eene vaas vol vuil en stinkend water, waarin eene leelijke dweil was. Te midden van hun geschreeuw, van hunne slagen

ocr page 239

VAN ONZEN IIKKH JKZL'S CHRISTUS.

-•on beleedigingen. met beschimpende gelukwen-scliingen en kniebuigingen vermengd, terwijl dei eene zijne tong tegen bem uitstak en de andere zich in eene onbetamelijke houding voor hem stelde, wreven zij met dien dweil over zijti aangezicht en schouders, in schijn hem af te vegen, maar inderdaad bevuiligden zij hem schandelijker dan Hij eerst was. Daarna stortten zij de geheele vaas over zijn aangezicht, zeggende: «Ziehier uwe kostelijke zalving, uw narduswater, ter waarde van drie honderd penningen; dit is uw doopsel van den vijver van Bethesda.quot;

Deze laatste beschimping duidde, zonder dat zij die meening hadden, de gelijkenis aan van Jezus met het Paaschlam, want de slachtoffers werden «erst gewasschen in den vijver nabij de lammeren-poort; dan geleidde men ze naar den vijver van Bethesda. nabij het zuiden van den tempel, waar men eene plechtige besproeiing van dezelve deed, voordat zij in den tempel geslachtofferd werden. Wat hen betreft, zij zinspeelden op den acht en dertig-jarigen zieke, dooi' Jezus bij den vijver van Bethesda genezen; want ik zag dien man op die plaats gewasschen of gedoopt worden. Ik zeg gewasschen of gedoopt, omdat deze omstandigheid niet wel in mijn geheugen is. Daarna sleurden zij Jezus, zonder optehouden hem met slagen en beleedigingen te overladen , voor de leden van den raad, die hem van hunnen kant met bittere scherts en versmadingen bejegenden. Ik zag de zaal vol duivelsche beeltenissen, het was eene verschrikkelijke, afschuwelijke verwarring. Maar rondom den Zaligmaker zag ik van tijd tot tijd. een helder schijnsel. Hij straalde van licht, sedert Hij gezegd had, dat Hij de Zoon Gods was. Een groot gedeelte der aanwezenden scheen er inwendig min of meer aan te twijfelen;

2;i5

ocr page 240

HET SMARTVOLLE LIJDEN

-/ij schenen getroffen door de overtuiging, dat al de versmadingen, al de beleedigingen hem zijne onuitsprekelijke waardigheid niet konden doen verliezen. Zijne verblinde vijanden schenen dit niet te ontwaren, dan door de verdubbelde gisting hunner woede. Wat mij aangaat, zijne verheerlijking kwam mij zoo schitterend voor, dat ik mij niet kon wederhouden te denken, dat zij zijn aangezicht slechts bedekten, omdat de hoogepriesters, sedert de woorden des Heeren: »Ik ben hetquot; zijn aanblik niet meer kon verdragen.

XI.

Verloochening van Petrus.

Toen Jezus gezegd had: »Ik ben hetlquot; toen Caïphas zijne kleederen verscheurde, en het geroep: «Hij is den dood schuldigquot; zich te midden der verschrikkelijkste oproering liet liooren; toen de hemel der rechtvaardigen zich boven Jezus geopend , de hel hare razernijen losgelaten, en de graven hunne prooi wedergegeven hadden; toen alles met ijzing en schrik vervuld was, hadden Petrus en Johannes, die wreed geleden hadden door het afgrijselijk schouwspel, hetwelk zij stilzwijgend en werkeloos hadden moeten aanschouwen , zonder zelf een klaagwoord te uiten, de macht niet meer, om daar langer te blijven. Johannes begaf zich naar de Moeder van Jezus, die zich met de heilige vrouwen in de woning van Martha bevond. niet ver van de Hoekpoort te Jeruzalem, waar Lazarus een aanzienlijk gebouw had. Petrus beminde Jezus te zeer om hem te kunnen verlaten. Hij kon zich met moeite tegenhouden, weende bitter en poogde zijne tranen te

236

ocr page 241

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. lÏM

verbergen; hij wilde niet in de gerechtszaal verblijven , waar hij verraden zou zijn geworden. en daar hij zijne schreden niet naar elders kon richten, zonder de aandacht en opmerkzaamheid op te wekken, kwam hij in de voorzaal bij het vuur, waarom soldaten en burgers zich verdrongen, de afgrijselijkste en walgelijkste redevoeringen hielden opzichtens Jezus en de gebeurtenissen verhaalden, waaraan zij zoo even hadden deelgenomen. Petrus bleef stilzwijgend, maar dit stilzwijgen en zijne droefgeestige houding zelve maakten hern verdacht. De portierster naderde het \uur, terwijl eenieder van Jezus en zijne leerlingen sprak, aanzag Petrus met een onbeschaamd gelaat en zeide tot hem: »Gij ook zijt een der leerlingen van den Galileër.quot; Petrus ontroerd, ongerust, vreezende door die plompe lieden mishandeld te worden, antwoordde: »Vrouw, ik ken hem niet, ik weet niet wat gij wilt zeggen.quot; Hij richtte zich op , verliet de voorzaal en trachtte dit gezelschap te ontvluchten; op dit oogenblik. kraaide de haan buiten de stad. Ik herinner mij niet het gehoord te hebben, maar ik had er het gevoel van. Toen hij uitging, zag eene andere dienstmaagd hein aan en zeide tot degenen, die bij haar waren: »]Jeze was ook bij Jezus van Nazarethquot;, en de omstanders zeiden ook: »Waart gij niet een zijner leerlingen?quot; Petrus verschrikte, maakte tegenwerpingen en riep uit: »In dei-waarheid , ik was zijn leerling niet, ik ken dien man niet.quot;

Hij ging over de eerste plaats en kwam op de buitenplaats, over welks muur hij personen zijner kennis zag, welke hij wilde waarschuwen. Hij weende, en zijn angst en zijne droefheid opzicJi-tens Jezus waren zoo groot, dat hij nauwelijks dacht aan hetgeen hij zoo even had gezegd. Kr

ocr page 242

HET SMARTVOLLE LIJDEN

•238

was veel volk op de buitenplaats; men liet nie-mand binnen, maar men vergunde Petrus uit te gaan. Sommigen klommen op de muren, om iets te vernemen; er bevonden zich zelfs vrienden en leerlingen van Jezus, welke de ongerustheid uit ile spelonken van den berg Hinnon gejaagd had. Zij kwamen bij Petrus en ondervroegen hem, maar hij was zoo ontsteld, dat hij hun, in weinige woorden toeriep zich te verwijderen . daar er gevaar voor hen was. Hij verwijderde zich zelfs aanstonds van hen, dwaalde bedroefd naar al Ie kanten rond, en zij verlieten de stad om naar hunne schuilplaatsen weder te keeren. Zij waren ongeveer met zestien personen, onder welke Bar-tholomeüs, Nathanuël, Saturninus, .ludas-Barsabas, Simeon, die Bisschop van Jeruzalem werd, Zacheüs en Manahem, de profetische jongeling, de blindgeborene door Jezus genezen. ^

Petrus kon geen rust vinden en zijne liefde tot Jezus dreef hem opnieuw naar de binnenplaats, die het huis omringde. Men liet hem binnen, omdat Jozef van Arimathea en Nicodernus hem in het begin hadden binnengeleid. Hij kwam echter niet weder in de voorzaal, maar keerde zich rechts om en kwam aan den Ingang der ronde zaal, achter de gerechtszaal, waar het gespuis Jezus onder gejouw rondleidde. Petrus naderde vreesachtig, en ofschoon hij wel bemerkte , dat men hem als een verdacht persoon aanzag, dreef echter zijne ongerustheid hem in het midden der menigte.

1) Anna Catharina zag de genezing van Manahem van wieu hier gesproken wordt, in hare beschouwingen van Vrijdag 11 October 1822, dat is, omtrent den 20ste ■der maand Tirse van het tweede openbaar jaar onzes Heeren, in eene kleine stad, een half uur ten zuidoosten van Siloh gelegen, waar de Heer den sabbatdag vierde.

ocr page 243

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

die naar de deur drong om te zien. Men sleurde Jezus alsdan voort met de kroon van stroo op liet hoofd : Hij wierp een droevigen en bijna strengen blik op Petrus, en Petrus werd van droefheid doordrongen. Maar dewijl hij zijn schrik niet overwonnen had, en eenige der omstanders hoorde zeggen: »Wat is dat voor een man?quot; kwam hij op de plaats weder, en was zoodanig door medelijden en angst gedrukt, dat hij met korte en trage schreden voortging; en dewijl men in de voorzaal nog opmerkzaam op hem was, naderde hij het vuur en bleef daar eenigen tijd zitten. Eenige personen die hem ontsteld hadden gezien, begonnen met hem in honende uitdrukkingen over Jezus te spreken. Een hunner zeide hem: «waarlijk. gij zijt ook van zijne aanhangers; gij zijt Galileer. uwe taal maakt u kenbaar.quot; Daar Petrus zich wilde verwijderen, kwam een broeder van Malchus tot hem en zeide: »Zijt gij het niet dien ik in den hof der Olijven gezien heb, en die mijn broeder aan het oor gewond hebt?quot;

Petrus verloor toen in zijn angst bijna het verstand; hij begon met zijne gewone driftigheid, eeden te doen en te vloeken, dat hij dien man niet kende; daarna liep hij uit de voorzaal op de plaats die iiet huis omringde. Toen kraaide de liaan opnieuw, en Jezus, welken men van de ronde zaal over die plaats naar den kerker geleidde, keerde zich naar Petrus en wierp op hem een blik vol droefheid en medelijden. De woorden van Jezus: »Voor dat de haan tweemaal kraait, zult gij mij driemaal verloochenen,quot; kwamen hem nu met verschrikkelijk geweld iti den geest en in het hart. Hij had de belofte aan zijn Meester gedaan, van liever te sterven dan van hem te verloochenen, en de dreigende waarschuwing, welke die belofte hem berokkend had, vergeten; maar toen

239

ocr page 244

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Jezus hem aanzag, gevoelde hij hoe groot zijne misdaad was, en zijn hart werd er door verbrijzeld. Hij had zijnen Meester verloochend op het oogenblik, dat deze met smaad en beleedigingen overladen, aan zijne goddelooze rechters overgeleverd, te midden der folteringen, geduldig en stilzwijgend was; van berouw doordrongen en buiten zich zeiven. komt hij met overdekten hoofde en bitter weenend, op de buitenplaats. Hij vreesde niet meer, dat men hem ondervroeg: nu zou hij aan eenieder gezegd hebben wie hij was, en hoe plichtig hij zich gemaakt had.

Wie zou durven zeggen, dat hij in het midden van zoovele gevaren, ontroering, verwarring, angsten, aan eene zoo geweldige worsteling tusschen de liefde en de vrees overgeleverd, door ongehoorde vermoeienissen en door eene droefheid overstelpt, in staat om iemand van liet verstand te berooven, met eene zoo levendige en eenvoudige geaardheid als Petrus, sterker zou zijn geweest dan hij? De Heer liet hem aan zijne eigen krachten over, en hij was zwak, gelijk al degenen zijn, die het woord vergeten : »Waakt en bidt. opdat gij niet in bekoring vallet.quot;

XII.

Maria in het huis van Caïphas.

De heilige Maagd was gestadig in eene geestelijke onderhandeling met Jezus; zij wist alles wat hem overkwam en leed met hem. Zij was, even als Hij, in aanhoudend gebed voor zijne beulen. Maar haar moederlijk hart riep ook tot God, dat Hij deze gruweldaad niet zou laten voltrekken, dat Hij deze smarten van haren allerheilig-

240

ocr page 245

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

«ten Zoon wilde afwenden, en zij had een onwe-ilerstaanbaar verlangen Jezus te naderen. Toen Johannes haar, nadat de doodskreet tegen Jezus weêrgalmd had, in het huis van Lazarus nabij lt;le Hoekpoort was komen bezoeken, en haar het verschrikkelijk schouwspel afgeschilderd had, waarvan hij ooggetuige was geweest, en waaraan zijn verbrijzeld hart had deel genomen, vroeg zij, alsook Magdalena en eenige der heilige vrouwen, om ter plaatse geleid te worden waar Jezus leed. Johannes, die zijn Meester slechts verlaten had, om haar te vertroosten, die, na Jezus het naaste aan zijn hart lag, geleidde de heilige vrouwen lt;loor de straten, door de maan verlicht, waar men vele lieden aantrof die naar huis wederkeerden. Maria Magdalena wrong hare handen en kon zich nauwelijks staande houden. Zij gingen voort, met -sluiers bedekt; maar het gejammer dat men hoorde, trok de aandacht van verscheidene benden vijanden van Jezus, en zij moesten vele smaadwoorden tegen den Zaligmaker hooren. De Moeder van Jezus beschouwde inwendig het Lijden van haren Zoon, en bewaarde dit gelijk al het overige, in haar hart; zij leed even als Hij stilzwijgend, en meermalen viel zij bewusteloos neder. Terwijl zij zich in dien staat onder eene der poorten van lt;le binnenstad, in de armen der heilige vrouwen bevond, herkenden haar eenige welmeenende personen, die al jammerende van Caïphas Wederkeerden, en eenige oogenblikken met oprecht medelijden staan bleven, en haar met deze woorden groetten: »0 ongelukkige moeder, o betreurenswaardige moeder, o moedei- van den Heilige van Israël, moeder, rijk in smarten!quot; Maria kwam tot zich zelve, dankte hen hartelijk, en zette daarna haren treurigen weg voort.

Nabij het huis van Caïphas gekomen, gingen

241

ocr page 246

HET SMARTVOLLE LIJDEN

zij aan de tegenovergestelde zijde van den ingang, alwaar het slechts met éénen muur omgeven is, terwijl men aan den kant van den ingang over twee plaatsen moet gaan. Zij ondervonden daar «ene nieuwe smart, want men werkte er onder «ene tent, bij het schijnsel der toortsen, aan het kruis van Christus. De vijanden van Jezus hadden bevolen een kruis voor hem te bereiden, zoodra zij zich van zijnen persoon zonden hebben meester gemaakt, ten einde het vonnis aanstonds uit te voeren, als het door Pilatus zou geveld zijn;, want zij wilden den Zaligmaker zeer vroeg voor dezen brengen, en zij verwachtten niet, dat dit lang zou duren. De Komeinen hadden de kruisea voor de twee moordenaars reeds vervaardigd. Dé. werklieden verwenschten Jezus, voor wien zij des nachts moesten werken, en hunne woorden doorgriefden het hart van zijne moeder, dat reeds van duizend droefheden doorstoken was; zij bad nog-tans voor die verblinden, die met verwenschin-gen het werktuig hunner verlossing en van de doodstraf haars Zoons bereidden.

Na rondom het huis gegaan te zijn, kwam Mai •ia, van de heilige vrouwen en Johannes vergezeld, op de buitenplaats, ging over dezelve en bleef aan den ingang van de volgende plaats staan; zij wenschte vurig dat deze haar geopend werd, want zij gevoelde, dat deze deur alleen haar van haren Zoon afscheidde, die bij het tw eede gekraai van den haan, in het hok onder het huis gebracht was. De deur werd geopend, en aan het hoofd van verscheidene personen, kwam Petrus buiten, de handen vooruit strekkende, met overdekten lioofde en bittere tranen stortende. Hij herkende Johannes en de heilige Maagd, bij het schijnsel der toortsen en der maan: het was alsof' zijn geweten, door den aanblik van den Zoon opgewekt.

lt;242

ocr page 247

VAN ON'ZEX HEER JEZUS CHRISTUS. 243

hem nu opnieuw vervolgde, ;.n den persoon dei-moeder. Maria zeide hem; »wat wordt er van Jezus, mijn Zoon?quot; deze woorden drongen tot in liet diepste zijner ziel. Hij kon haar gelaat niet verdragen, en zijne handen te zamen voegende, wendde hij zijne oogen van haar af; maar Maria ging tot hem en zeide hem met eene diepe droefheid : »Simon, zoon van Johannes, gij antwoordt mij niet?quot; Toen riep Petrus zuchtende uit; »0 Moeder, spreek mij niet: uw Zoon lijdt onzegge-lijk; spreek mij niet, zij hebben hem ter dood veroordeeld, en ik heb hem driemaal schandelijk verloochend.quot; Johannes naderde om hem te spreken,, maar Petrus, buiten zich zeiven, vluchtte van de plaats, en trok zich terug naar de spelonk van den Olijfberg, waar de handen van .lezus, biddende, in den steen gedrukt waren. Ik geloof, dat het in diezelfde spelonk was, waar onze vader Adam kwam weenen, toen hij, met den vloek van God beladen, uit het Paradijs op de aarde gezonden werd.

De heilige Maagd, het hart verscheurd door deze nieuwe droefheid van haren Zoon, verloochend door dien leerling zelfs, die eerst hem voor den Zoon van den levenden God erkend had, zeeg bij de poort op den steen neder, waarop zij stond,, en het merkteeken van haren voet of van hare hand bleef in denzelven gedrukt. Deze steen bestaat nog, maar ik herinner mij niet meer waar. Jk weet wel hem ergens gezien te hebben. De poorten der plaatsen bleven nu geopend, uithoofde lt;ter menigte, die zich verwijderde nadat Jezus in den kerker opgesloten was, en toen de H. Maagd bij zich zelve gekomen was, wenschte zij nader lgt;ij haren teedergeliefden Zoon te komen; Johannes geleidde haar en de heilige vrouwen voor de plaats, waarin de Zaligmaker opgesloten was. Zij

ocr page 248

HET SMARTVOLLE LIJDEN

was in den geest bij Jezus en Jezus was bij haar; maar die teedere Moeder wilde ook met hare zintuigen de zuchten baars Zoons booren: zij hoorde dezelve en tegelijk de beleedigingen van degenen, die hem omringden.- De heilige vrouwen konden daar niet lang blijven, zonder opgemerkt te worden : Magdalena deed eene al te zichtbare en geweldige wanhoop blijken, en ofschoon de heilige Maagd, in het hevigste barer smarten, eene wonderbare waardigheid en betamelijkheid behield, moest zij echter de wreede woorden booren: »ls deze de moeder van den Galileër niet ? haar Zoon zal ongetwijfeld gekruisigd worden, doch niet voor het feest, tenzij Hij de grootste der booswichten zij.quot; Zij verwijderde zich toen, en ging door een inwendig gevoel gedreven, tot aan den haard in de voorzaal, waar zich nog eenigen van het gespuis bevonden. De heilige vrouwen volgden baai-in diep stilzwijgen. Ter plaatse, waar Jezus gezegd had dat Hij de Zoon Gods was, en de kinderen van satan uitgeroepen hadden: «Hij is den dood schuldig,quot; geraakte zij buiten kennis, en Johannes met de heilige vrouwen droegen haar weg, meer eene doode dan eene levende gelijkende. Het gemeene volk zeide niets: het bleef stilzwijgend en in verwondering: het was alsof een reine geest door de hel was gekomen.

Men ging andermaal voorbij de plaats, waar het kruis bereid werd. De werklieden konden het evenmin voltrekken, als de rechters het eens konden worden over het vonnis. Zij moesten onophoudelijk ander hout halen, omdat dit of dat stuk niet paste of scheurde, totdat eindelijk de verschillende .soorten van hout te zamen geschikt werden op de wijze, zooals God zelf het wilde. Ik bad te dien opzichte allerlei verschijningen ; ik zag, dat de Engelen hen dwongen opnieuw te beginnen, tot dat

ocr page 249

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

alles verricht werd, zoo als het bepaald was; maar ik herinner mij deze verschijningen niet meer duidelijk.

XIII.

Jezus in den kerker.

Jezus was onder het huis van Caïphas in eeu klein gewelfd hok opgesloten, waarvan een gedeelte nog bestaat. Slechts twee van de vier gerechtsdienaren bleven bij hem, maar zij werden spoedig door andere vervangen. Men had hem zijne kleederen nog niet wedergegeven: Hij was alleen met den ouden mantel bekleed, welken men hem uit spotternij gegeven had, en met speeksel overdekt; zijne handen waren opnieuw gebonden.

Toen de Zaligmaker in den kerker kwam, bad Hij den hemelschen Vader, van al de slechte behandelingen welke Hij verduurd had en nog moest verduren, als zoenoiVer aan te nemen voor zijne beulen, en voor alle menschen, die aan folteringen van denzelfden aard overgeleverd, zich aan ongeduldigheid en gramschap zouden pliclitig maken. Overigens lieten hem zijne beulen zelfs hier ook geen oogenblik met rust, zij bonden hem in het midden der gevangenis aan een pilaar, en vergunden hem niet ergens op te steunen, zoo dat Hij moeite had om op zijne vermoeide, gekneusde en gezwollen voeten te staan. Zij hielden niet op hem te beleedigen en te kwellen, en wanneer de twee gerechtsdienaars, belast met hem te bewaken vermoeid waren, werden zij door twee andere vervangen, die nieuwe wreedheden verzonnen.

Ik kan alles niet verhalen, wat deze booze menschen den Heilige der Heiligen deden ondergaan;

Smartvolle Lijden. 1(3

245

ocr page 250

HET SMARTVOLLE LIJDEN

ik was te ziek en schier stervende, toen ik dat alles zag. Acli! hoe schandelijk is het voor ons r dat onze weekhartigheid het verhaal van de tal-looze beleedigingen, welke de Verlosser niet geduld voor onze zaligheid geleden heeft, zelf niet zonder walging of tegenstrijd kan doen noch aan-hooren. Wij worden door schrik bevangen, gelijk de moordenaar, die gedwongen wordt de hand te leggen op de wonden van zijn slachtoffer. Jezus^ leed alles zonder den mond te openen: en liet waren de menschen, die hunne woede koelden op hunnen broeder, hunnen Verlosser, hunnen God. Ik ben ook eene arme zondares, en het is ook ter oorzake van mij, dat dit alles geschiedde. In den dag des oordeels, wanneer alles zal geopenbaard worden, zullen wij allen zien, welk deel wij genomen hebben in de folteringen en den dood van den Zoon Gods, door de zonden, welke wij niet ophouden te bedrijven, en die een soort van toestemming en medewerking zijn in de slechte behandelingen, welke deze ellendelingen Jezus deden ondergaan. Ach 1 zoo wij er wel aan dachten, zouden wij zeer ernstig deze woorden herhalen, die in vele gebedenboeken gevonden worden: »Heerr laat mij liever sterven, dan te gedoogen, dat ik ii nog door de zonde beleedige 1quot;

Jezus bad zonder ophouden in de gevangenis voor zijne beulen; en terwijl zij, door vermoeienis afgemat, hern ten laatste een oogenblik rust lieten,, zag ik hem tegen den pilaar steunen, geheel met licht omgeven. De dag, de dag van zijn lijden de dag van onze verlossing begon aan te breken, en een straal kwam sidderende door het luchtgat van het hok, tot op ons gansch gekneusd heilig Paasch-]am, dat al onze zonden op zich genomen heeft. Jezus stak zijne geboeide handen naar het opkomend licht uit, en bad zijnen Vader met luider

246

ocr page 251

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

'247

stem, hem op de hartroerendste wijze bedankende voor de gaaf van dien dag, welken de Patriarchen zoo zeer verlangd hadden, naar welken Hij met zooveel vurigheid verzucht had, sedert zijne komst op de aarde, dat Hij tot zijne leerlingen zeide: sik moet door een ander doopsel gedoopt worden, en ik wensch met ongeduld, dat het vervuld worde.quot; Het is onmogelijk te zeggen, hoe treffend de wijze was, op welke de Zaligmaker voor dezen dag dankte, die de eindpaal moest zijn van zijn sterfelijk leven, onze zaligheid voltrekken, den hemel openen, de hel overwinnen, over het mensch-dom bronnen aller zegeningen doen ontspringen, den wil eindelijk van zijnen hemelschen Vader moest vervullen. Ik heb met hem gebeden, maar ik kan zijn gebed niet herhalen, zoo zeer was ik overstelpt en ziek. Toen Hij voor die verschrikkelijke smart dankte, welke Hij ook voor mij onderstond, kon ik niets dan zonder tusschenpoozen zeggen: szij behooren mij, zij zijn den prijs mijner zonden.quot; Hij groette den dag met eene zoo hartroerende dankzegging, dat ik als van liefde en medelijden vernietigd was, en elk zijner woorden herhaalde gelijk een kind. Het was een hartverscheurend vertoog, hem van licht omgeven, de eerste straal van den grooten dag zijns lijdens te zien begroeten, na al het gewoel en de wreedheden van den nacht. Men zou gezeg.l hebben, dat deze straal op hem kwam, gelijk de rechter tot den veroordeelde komt, om zich met hem voor de terechtstelling te verzoenen. De gerechtsdienaars, die een oogenblik ingesluimerd schenen, ontwaakten en zagen hem met verwondering aan, maar zij stoorden hem niet. Zij schenen geheel verwonderd en verschrikt. Jezus bleef een weinig meer dan een uur in dezen kerker.

ocr page 252

HET SMART\OLLE LIJDEN

XIV.

Judas bij het huis van Caïphas.

Terwijl Jezus in den kerker was, naderde Judas, die door satan gekweld, en in de vallei van Hin-nom, als een wanhopige had rond gezworven, de gerechtszaal van Caïphas. Hij sloop nabij dit gebouw, de dertig zilverlingen nog aan zijnen gordel hebbende, als prijs van zijn verraad. Alles was wederom stil geworden, en zonder zich bekend te maken, vroeg hij aan de bewakers van het huis, wat er van den Galileër zou geworden. «Hij is, zeiden zij, ter dood veroordeeld, en zal gekruisigd worden.quot; Hij hoorde andere personen onder hen, spreken van de wreedheden, welke zij op Jezus gepleegd hadden, van zijn geduld, van het plechtige vonnis, dat bij het krieken van den dag voor den grooten raad moest geveld worden. Terwijl de verrader, die altoos vreesde erkend te worden, deze nieuwstijdingen hier en daar inwon, brak de dag aan, en men begon eenige toebereidselen in den gerechtszaal te maken. Judas verborg zich toen achter het gebouw, ten einde niet gezien te worden; want hij vluchtte gelijk Caïn de men-schen, en de wanhoop overmeesterde meer en meer zijne ziel. Maar welk vertoog bood zich hier zijne oogen aan? — De plaats waar hij de wijk nam, was die, waar men aan het kruis gewerkt had: de verschillende stukken, waarvan het moest samengesteld worden, lagen daar gerangschikt, en de werklieden sliepen er naast. De lucht werd helder boven den Olijfberg; het was alsof zij sidderde het werktuig onzer Verlossing te zien, Judas sprong op en nam de vlucht: hij had het werktuig der straf gezien, aan welke hij den Heer

248

ocr page 253

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

verkocht had. Hij verschuilde zich in de nabijheid de beslissing van den raad des morgens afwachtende.

XV.

Morgen Vonnis.

Bij het aanbreken van den dag, vergaderden Caïphas, Annas, de ouderlingen en schriftgeleerden opnieuw in de groote gerechtszaal, om een regelmatig vonnis te vellen; want het was met de wet niet overeenkomstig, dat men des nachts zou oordeelen, er kon slechts een voorbereidend onderzoek plaats hebben, uithoofde der dringende noodzakelijkheid. De meeste der leden hadden het overige van den nacht in het huis van Caïphas doorgebracht, waar men rustbedden bereid had. Verscheidene, zooals Nicodemus en Jozef van Arimatheën kwamen met het krieken van den dag. De vergadering was talrijk, en er heerschte groote overhaasting in al hare handelwijzen. Dewijl men Jezus ter dood wilde veroordeelen, verzetten zich Jozef van Arimatheën en Nicodemus standvastig en moedig tegen zijne vijanden, en vroegen, dat men het vonnis tot na het feest zou uitstellen, uit vrees, dat er te dier gelegenheid onlusten zouden ontstaan; zij voegden er bij, dat men een vonnis niet kon vellen op de bezwaren der vierschaar voorgedragen, dewijl al de getuigen zich hadden tegengesproken. De prinsen der priesters en hunne aanhangers werden toornig, en deden duidelijk verstaan aan degenen, die hen tegenstreefden, dat zij zelve, verdacht van de leering des Galileërs gunstig te zijn, dit vonnis hun slechts zoo zeer mishaagde, omdat liet hen zeiven ook trof. Zij

249

ocr page 254

HET SMARTVOLLE LIJDEN

gingen zoo ver, dat zij al degenen die Jezus gunstig waren, uit den raad wilden sluiten; deze betuigden van hunnen kant, dat zij geen deel namen a:m al wat er zou kunnen beslist worden; zij verlieten de zaal en begaven zich naar den tempel. Sedert dien tijd kwamen zij nooit meer in den raad. Caïphas beval, Jezus voor zijne rechters te brengen, en dat men zich zou voorbereiden, hem onmiddellijk na het vonnis naar Pilatus te geleiden. De gerechtsdienaars wierpen zich woelig in den kerker, ontbonden de handen van Jezus, overstelpten hem met smaadwoorden, rukten hem den ouden mantel, waarmede zij hem omhangen hadden af, dwongen hern met vuistslagen zijn lang kleed, nog gansch overdekt met de vuiligheden welke zij er op geworpen hadden, wederom aan te trekken, maakten opnieuw koorden aan zijnen hals vast, en sleurden hem alzoo buiten den kerker. Dit alles geschiedde met haast en met eene wreedheid, die deed sidderen. Jezus werd door de reeds voor het huis vergaderde soldaten geleid, en toen Hij voor hen verscheen, gelijk een slacht-oli'er hetwelk men ter slachtbank geleidt, verschrikkelijk door de mishandelingen mismaakt, alleen met zijn gansch besmeurd kleed omhangen, gaf de walging en den afkeer hun nieuwe wreedheden in; want de mededoogendheid was niet in de versteende harten van die Joden.

Caïphas vol woede tegen Jezus, die hem voorgesteld werd, in een zoo jammerlijken staat, zeide tot hem: slndien gij de gezalfde des Heeren, de Messias zijt, zeg het ons.quot; Jezus hief het hoofd op. en zeide met eene heilige verduldigheid en plechtige statigheid: »Zoo ik het u zeg, zult gij mij niet gelooven: en zoo ik u ondervraag, zult gij mij niet antwoorden, nog mij laten heengaan: maar voortaan zal de Zoon des menschen neder-

250

ocr page 255

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

251

un- ; bitten aan de rechterhand van de macht Gods.quot; be- Hierop zagen zij elkander aan en zeiden met veroen smadendeu lach: »Gij zijt de Zoon Gods.quot; En Jezus er- antwoordde met de stem der eeuwige waarheid: Del. »Gij zegt het, ik ben het.quot; Op deze woorden rie-len pen allen uit: »Wat hebben wij bewijzen noodig? te Wij hebben het nu uit zijn eigen mond gehoord em Te gelijker tijd vielen zij met een overvloed van ei- woorden van verachting tegen Jezus uit, tegen in dien landlooper, dien bedelaar, van lage afkomst, ;r- die hun Messias wilde zijn en aan de rechterhand en Gods nederzitten. Zij geboden de gerechtsdienaren d- hem opnieuw te binden, en deden hem een keten ig- om den hals, zooals men aan de ter dood verin oordeelden deed, ten einde hem naar Pilatus te in geleiden. Zij hadden aan dezen reeds een bode in - afgezonden, om hem te verzoeken zich gereed te houden om een misdadige te oordeelen, dewijl zij e zich ter oorzake van het feest moesten haasten, e Zij spraken met spijt onder elkander, omdat zij

zich tot den Romeinschen stedehouder moesten, wenden, ten einde zijne veroordeeling te verzekeren en te bekrachtigen; want zij konden in zaken, die hunne godsdienstige wetten en die des tempels niet betroffen, geen doodvonnis doen uitvoeren zonder zijne medewerking. Om hunne ver-oordeeling een grooteren schijn van gegrondheid bij te zetten, wilden zij hern ook voor een vijand des keizers laten doorgaan, en het is onder dit oogpunt, dat de zaak voornamelijk onder het rechtsgebied van Pilatus behoorde. De krijgsknechten waren reeds voor het huis gerangschikt: daar bevonden zich ook vele vijanden van Jezus en veel gemeen volk. De prinsen der priesters en een gedeelte van den raad gingen vooruit, daar achter kwam de Zaligmaker, door de gerechtsdienaren begeleid en van soldaten omringd; het

Elk

ocr page 256

HET SMARTVOLLE LIJDEN

gespuis sloot den stoet. In deze orde daalden zij Sion af in het lage gedeelte der stad, zich naar liet paleis van Pilatus richtende. Een gedeelte der priesters, die den raad bijgewoond hadden, begaven zicli naar den Tempel waar zij rnet de plechtigheden van den dag moesten onledig zijn.

XVI.

Wanhoop van Judas.

Terwijl men Jezus naar Pilatus leidde, hoerde de verrader Judas, die zich op geringen afstand verwijderd had, hetgene de menigte zeide, en zijn oor werd door woorden getroffen, aan deze gelijk: »Men geleidt hem naar Pilatus, de groote raad heeft den Galileër ter dood veroordeeld, Hij moet gekruisigd worden, men zal hem liet leven niet schenken, men heeft hem reeds verschrikkelijk mishandeld. Hij bezit een geduld, dat iemand angstig zou maken, Hij antwoordt niets. Hij heeft alleen gezegd, dat Hij de Messias is en aan de rechterhand Gods zou nederzitten; het is daarom, dat men hem zal kruisigen: indien Hij dat niet gezegd had, zou men hem niet ter dood hebben kunnen veroordeelen. De schurk, die hem verkocht heeft, was zijn leerling, en had kort te voren het Paasclilam met hem gegeten. Ik zou niet willen deel in die zaak genomen hebben, dat de Galileër zij wie Hij wil, Hij heeft zijnen vriend ten minste niet voor geld aan den dood overgeleverd; waarlijk die ellendige zou de galg ook verdienen!quot; Nu worstelden angst, te laat naberouw en wanhoop in de ziel van Judas. Satan spoorde hem aan om haastig te vluchten. De bundel der dertig zilverlingen, die aan zijn gordel hing, was voor l;em

252

ocr page 257

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

253

als een prikkel der hel: hij nam hem in de hand om te beletten hem in zijn loopen te raken. Hij liep in alle haast, niet naar den stoet, om zich aan de voeten van Jezus te werpen, en van den barmhartigen Verlosser vergiffenis af te smeeken, niet om met hem te sterven, niet om zijne schuld vol berouw voor God te bekennen, maar om zijne misdaad en den prijs van zijn verraad ver van zich te werpen. Hij liep als zinneloos tot in den tempel, werwaarts verscheidene leden van den raad na de veroordeeling van Jezus zich begeven hadden. Zij bezagen elkander met verwondering; daarna wierpen zij, met een verachtelijken glimlach, hunne trotsche blikken op Judas, die, geheel buiten zich zeiven de dertig zilverlingen van zijnen gordel afrukte, en hun dezelve met de rechterhand aanbiedende, in hevige wanhoop uitriep: »Neemt uw geld weder, waardoor gij mij verleid hebt om u den rechtvaardige over te leveren; neemt uw geld weder, verlost Jezus, ik verbreek onze overeenkomst, ik heb zwaar gezondigd; want ik heb schuldeloos bloed overgeleverd.quot; De priesters betuigden hem toen al hunne verachting; zij trokken hunne handen terug van het geld, hetwelk hij hun aanbood, als om zich niet te bezoedelen dooi'het aanraken van de belooning des verraders, en zeiden: »\Vat is er ons aan gelegen of gij gezondigd hebt ? Zoo gij vermeent het onschuldig bloed verkocht te hebben, dit is uwe zaak; wij weten wat wij gekocht hebben, en wij hebben het den dood plichtig bevonden. Gij hebt uw geld: wij willen er niet meer van hooren.quot; Men zeide hem dit alles op een toon, welken men aanneemt, wanneer men zich van iemand die lastig valt, wil ontdoen, en zij verwijderden zich. Bij deze woorden werd Judas door zulke razernij en wanhoop ontstoken, dat hij als buiten zich zeiven was: zijne haren

ocr page 258

HET SMARTVOLLE LIJDEX

rezen te berge; hij verscheurde met beide handen den gordel, aan welke de zilverlingen hingen, wierp die in den tempel en vluchtte buiten de stad.

Ik zag hem wederom als een zinnelooze in de vallei van Hinnon ronddwalen; satan was onder eene afschuwelijke gedaante aan zijne zijde, en blies hem, om hem tot wanhoop te voeren, al de vervloekingen der profeten in het oor over deze vallei, waar de Joden weleer hunne kinderen aan de afgoden hadden opgeofferd. Het scheen dat al deze woorden hem als met den vinger aanwezen, zoo als: gt;Zij zullen uitkomen en zullen den leven-loozen romp zien van hen, die tegen mij gezondigd hebben, welks worm niet zal sterven, welks vuur niet zal uitgedoofd worden.quot; Daarna zeide hij hem in het oor: »Caïn, waar is Abel, uw broeder? Wat hebt gij gedaan? Zijn bloed roept tot mij, nu zult gij rondzwerven en vluchteling zijn op aarde.quot; Toen hij aan de beek Cedron kwam, zag hij den Olijfberg, hij sidderde, wendde de oogen af, en hoorde opnieuw deze woorden: «Mijn vriend, waarvoor zijt gij gekomen? Judas, gij verraadt den Zoon des menschen door een kus'.quot; Hij werd tot in het diepste zijner ziel met afgrijzen doordrongen, zijn verstand begon hem te verlaten, en de vijand blies hem in het oor: «Het is hier, dat David voor Absalon vluchtend, over de beek Cedron trok: Absalon stierf opgehangen aan een boom; David heeft over u gesproken, toen hij zeide: Zij hebben mij kwaad voor goed, haat voor liefde wedergegeven. Dat satan steeds aan zijne rechter-zijde zij; dat hij veroordeeld worde, wanneer gevonnisd zal worden; dat zijne dagen verkort worden en een ander in zijn bisschopsambt worde gesteld. De Heer zal de ongerechtigheden zijner vaderen gedenken, en de zonde zijner moeder zal niet uitgewischt worden, omdat

*254

ocr page 259

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

hij den behoeftigen zonder barmhartigheid vervolgd, en den verdrukte aan den dood overgeleverd heeft. Hij heeft de vervloeking bemind, zij zal over hem komen: hij heeft zicli met de vervloeking, gelijk met een kleed omgeven: zij is, gelijk het water zijne ingewanden doordrongen, gelijk de olie in zijne beenderen; zij omgeeft hem gelijk een kleed, gelijk een gordel, waarmede hij steeds omgord is.quot; Judas aan deze afgrijselijke gedachten overgeleverd, kwam aan den voet van den berg der Ergernissen, zuidwaarts van Jeruzalem, in eene moerassige plaats, vol puin en vuilnis, waar niemand hem kon zien: het gedruis der stad kwam somtijds met meer geweld tot hern, en satan zeide: «Nu geleidt men hem ter dood, gij hebt hem verkocht, weet gij wat er in de wet staat: Degene, die eene ziel onder zijne broeders, de kinderen van Israël, verkocht amp;n er den prijs van ontvangen heeft, moet den dood sterven. Maak er mede gedaan ellendige, maak er mede gedaan!quot; Nu nam Judas wanhopende zijn gordel en hing zich op aan een boom, die daar in eene holte groeide, en met verscheidene stammen uit de aarde opwies: toen hij hing, barstte zijn lichaam open, en zijne ingewanden vielen op den grond.

XVII.

Jezus wordt naar Pilatus geleid.

Men geleidde den Zaligmaker naar Pilatus door het volkrijkste gedeelte der stad, op dat oogen-blik van vreemdelingen opgepropt, die, van alle plaatsen van het land, voor liet Paaschfeest waren aangekomen. De stoet ging den Sionsberg langs

255

ocr page 260

HET SMARTVOLLE LIJDEN

den noordkant af, doorliep, beneden denzelven , eene enge straat, nam daarna de richting dooide wijk van Acra, langs het westelijk deel deamp; tempels, naar het paleis en de vierschaar van Pilatus, die noordwest van den tempel, tegenover de groote markt gelegen was. Caïphas, Annas en vele leden van den hoogen-raad gingen in feestgewaad vooruit; achter hen droeg men beschreven rollen; zij werden gevolgd door een groot aantal Schriftgeleerden en verscheidene andere Joden, onder welke al de valsche getuigen en de boosaardige Farizeërs zich bevonden, die, tijdens de inbeschuldigingstelling van Jezus het grootste leven gemaakt hadden. Op geringen afstand kwam de Zaligmaker, van eene bende soldaten en van de zes gerechtsdienaars omringd, die bij zijne aanhouding waren tegenwoordig geweest en dooi- gerechtsdienaars geleid. Het gespuis kwam van alle kanten toegeloopen en voegde zich met getier en verwenschingen bij den stoet; vele benden drongen op de geheele lengte van den weg aan.

Jezus, slechts met zijn onderkleed bedekt, was geheel met vuiligheden besmeurd ; de lange keten rondom zijnen hals, kneusde ook zijne knieën wanneer Hij ging; zijne handen waren even als gisteren gebonden en de gerechtsdienaren sleurden hem met koorden voort die aan zijnen gordel vastgemaakt waren. Hij ging waggelend voori.it, was door de versmadingen van den nacht mismaakt en bleek, had het aangezicht gezwollen en de baard en haren verward ; de beleedigingen en de mishandelingen duurden zonder ophouden voort. Men had veel gespuis te zamen gebracht om met zijne koninklijke intrede op Palmzondag den spot te drijven. Men gaf hem, uit spotternij, allerlei koningtitels, men wierp steenen, stukken hout en vuile vodden onder zijne voeten; men spotte op

256

ocr page 261

VAN ONZEN HEER JEZUS CIIKISTUS.

duizenderlei wijzen met die zegepralende Intrede. De beulen sleurden hem over al die voorwerpen die den weg versperden, zij stieten hem vooruit en gedurende den geheelen weg leed Jezus niets dan wreede gewelddaden.

Nabij het huis van Caïphas wachtte de heilige moeder van Jezus, in den hoek van een gebouw gedrongen, met Johannes en Magdalena. Hare ziel was steeds met Jezus ; wanneer zij hem echter lichamelijk kon naderen, liet de liefde haar geen rust en drong haar op het voetspoor van haar Zoon. Na haar nachtbezoek in de gerechtszaal van Caïphas, was zij eenigen tijd in de eetzaal verbleven, in sombere droefheid gedompeld; daarna, toen Jezus uit den kerker gehaald werd, om opnieuw voor de rechters gebracht te worden, stond zij op, nam haren sluier en mantel en het eerst uitgaande, zeide zij tot Johannes en Magdalena: «Volgen wij mijnen Zoon naar Pilatus; ik wil hem met mijne oogen zien.quot; Zij begaven zich, langs een omweg, naar eene plaats waar de stoet moest voorbijkomen. De Moeder van Jezus wist wel, wat haar Zoon leed; maar hare inwendige oogen konden hem niet zoo mismaakt, zoo gekneusd zien, ais Hij het door de boosheid der menschen was, omdat zijne smarten haar verschenen, verzacht in een stralenkrans van heiligheid, liefde en verduldigheid. Maar hier biedt zich de wreede, de verschrikkelijke wezenlijkheid hare oogen aan. Het waren vooreerst de trotsche vijanden van Jezus, de priesters van den waren God, met hun feestgewaad bekleed, met hunne ontwerpen van godsmoord en hunne ziel vol boosaardigheid, leugentaal en bedrog. Verschrikkelijk vertoog! De priesters van God waren de priesters van satan geworden. Na hen kwamen de valsche getuigen, de aanklagers zonder geloof en trouw,

257

ocr page 262

HET SMARTVOLLE LIJDEN

het gespuis met zijn getier, eindelijk Jezus, de Zoon Gods, de Zoon des rnenschen, de Zoon van Maria, vreeselijk mismaakt en gekneusd, geboeid, geslagen, gestooten, zich meer voortslepende dan Hij ging, in eene donkere wolk van beleedigingen en verwenschingen als verzonken. Ach! zoo Hij niet de ellendigste, de meest verlatene, de eenige die bad en liefde koesterde was geweest, in dit tijdperk van de losgelatene hel, zou zijne Moeder hem nimmer in dezen staat herkend hebben. Toen Hij naderde riep zij al jammerende uit: gt;)Helaas! is dit mijn Zoon ? Ach! het is mijn Zoon: o Jezus, mijn Jezus!quot; De stoet trok haar voorbij: de Zaligmaker wierp een bijzonder hartverscheurenden blik op haar en zij zeeg bewusteloos neder. Johannes en Magdalena droegen haar weg; maar nauwelijks was zij een weinig bijgekomen, of zij liet zich door Johannes naar het paleis van Pilatus geleiden.

Jezus moest op dezen weg ondervinden, hoe de vrienden ons in het ongeluk verlaten: want tie inwoners van Ophel waren allen op zijn doortocht vergaderd, en toen zij Jezus in zulken staat van vernedering, veracht en door zijne beulen voortgesleurd zagen, wankelden zij in hun geloof, zich den koning, den profeet, den Messias, den Zoon Gods alzoo niet kunnende voorstellen. L)e Farizeërs bespotten hen, uithoofde hunner verknochtheid aan Jezus. «Ziedaar uwen koning, zeiden zij, groet hem! Hebt gij hem niets te zeggen, nu Hij naar zijne kroning gaat, voor dat Hij zijn troon beklimt? Zijne mirakelen hebben opgehouden; de hooge-priester heeft een einde gemaakt aan zijne tooverijenquot;, en meer dusdanige uitdrukkingen. De arme lieden die zooveel genaden en weldaden van Jezus ontvangen hadden, werden verschrikt en het schouwspel hetwelk de meest

258

ocr page 263

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 259

geëerbiedigde personen des lands, de prinsen der priesters en de Sanhedrin (hooge-raad) hun gaven,-deed hen wankelen. De beste gingen twijfelend heen, de slechtste voegden zich, zooveel zij konden, bij den stoet; want op verscheidene plaatsen waren de toegangen door de huurlingen der Farizeërs bezet, om allen oploop te voorkomen.

XVIII.

Het paleis van Pilatus en de omliggende plaatsen.

Aan den voet van den hoek, ten noordwesten van den berg des tempels, r) is het paleis van den Romeinschen stedehouder Pilatus gelegen. Het is vrij verheven, want men beklimt het met verscheidene marmeren trappen, en het beheerscht eene uitgestrekte marktplaats, met gaanderijen omringd, waar de kooplieden zich ophouden; een wachthuis en vier ingangen ten westen, ten noorden , ten oosten en ten zuiden, waar het paleis van Pilatus zich bevindt, onderbreken deze markt,, die het forum genoemd wordt, en die zich naar het oosten nog voorbij den hoek, ten noordwesten van den berg des tempels uitstrekt. Van dit punt van het forum , ziet men den berg Sion. Het is hooger dan de straten die er op uitkomen. Op sommige plaatsen zijn de huizen van de omliggende straten tegen den buitenkant der gaanderijen gebouwd. Het paleis van Pilatus is er niet aan vast, maar wordt er door eene groote plaats van gescheiden. Deze plaats heeft aan de oostzijde

1) Waarschijnlijk bij de vesting Antonia, van welke de zuster verscheidene malen gezegd heeft, dat zij aldaar gelegen was.

ocr page 264

HET SMARTVOLLE LIJDEN

260

een boogsgewijs gewelf van poort, uitkomende in eene straat, die naar de lammerenpoort en naaiden Olijfberg geleidt; aan de westzijde is een ander rond gewelf, langs welk men door de wijk van Acra naar Sion gaat. Van den trap van Pi-latus heeft men , ten noorden, het uitzicht over de plaats , tot op het forum , aan welks ingang zich kolommen en eenige steenen zitten bevinden, naar het paleis gekeerd. De joodsche priesters gingen niet verder dan deze zitten, ten einde zich niet te ontreinigen, in de vierschaar van Pilatus gaande. Eene streep, duidelijk op den grond der plaats getrokken, was hun scheidpaal. Bij de westerpoort der plaats was, in het binnenste der markt, een groot wachthuis gebouwd, dat zich noordwaarts met het forum en zuidwaarts met het gerechtshof van Pilatus vereenigde. Men noemde gerechtshof, het gedeelte van het paleis van Pilatus, waar hij zijne vonnissen velde. Dit wachthuis was met kolommen omringd; in het midden bevond zich eene ruimte, zonder dak, en beneden hetzelve waren gevangenissen, in welke de twee moordenaars opgesloten waren. Er bevonden zich aldaar vele romeinsche soldaten. Niet ver van dit wachthuis, nabij de gaanderijen, die hetzelve omringden. verhief zich op het forum zelf de kolom, aan welke Jezus gegeeseld werd; er bevinden zich verscheidene andere op die markt; de dichtstbijzijnde dienen om lijfstraffen uit te voeren, de verst-afgelegene om de beesten er aan vast te maken, die te koop worden gesteld. Tegenover het wachthuis ziet men, op het forum, eene verheven plaats, op welke steenen banken geplaatst zijn; het is als eene rechtbank. Van deze plaats, Gab-batha genaamd, spreekt Pilatus de plechtige vonnissen uit. De marmeren trap, die tot het paleis geleidt, klimt ook op tot eene verheven plaats,

ocr page 265

VAN OXZEX HEEB JEZUS CHRISTUS.

zonder dak, van welke Pilatus tot de aanklagers spreekt, die aan den ingang van het forum op steenen banken zitten. Zij kunnen zich onderhouden, wanneer zij luid en duidelijk spreken.

Achter het paleis van Pilatus bevinden zich nog andere verhevener plaatsen , met tuinen en. een lusthof. Deze tuinen vereenigen het paleis des stedehouders, met de woning zijner echtgenoote, die Claudia-Procla heet. Achter deze gebouwen is eene gracht, *) die dezelve van den berg des tempels afscheidt. Er zijn in deze richting ook huizen, door dienaars des tempels bewoond. Tegen het oostelijk gedeelte van het paleis van Pilatus, bevindt zich de gerechtszaal van den ouden Herodes, alwaar de heilige, schuldelooze kinderen op eene binnenplaats vermoord werden. Er is eene verandering geschied in de verdeelingen; de ingang is heden naar het oosten geplaatst; er is ook een voor Pilatus, tegen wiens paleis zij gebouwd is. Van dien kant dor stad zijn vier straten, die van het oosten naar het westen loepen ; drie geleiden naar het paleis van Pilatus en het forum, lt;le vierde loopt ten noorden van het forum en komt aan de poort uit, door welke men naar Bethsur gaat. Nabij de poort en in die straat is het schooi ie huis, hetwelk Lazarus te Jeruzalem behoort, en waar Martha ook eene woning voor zich heeft. De dichtst bij den tempel gelegene «lezer vier straten, komt van de lammeren-poort, bij welke zich, ter rechter zijde wanneer men inkomt, de vijver der lammeren bevindt. Deze vijver ligt tegen den muur, zoodat eenige van de boogsgewijze gewelven boven deszelfs wateren komen. Deze loopen van buiten den muur in het dal van

1) Deze was wellicht eene gracht van de vesting Antonia.

Smartvolle Lijden. 17

261

ocr page 266

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Josaphat \veg, hetwelk oorzaak is dat die plaats; buiten de pooi t modderig is. De vijver is ook van eeniue woningen omringd. Het is daar, dat men eerst de lammeren vvascht, voor dat zij naar den tempel geleid worden; zij worden een tweede maal met plechtigheid gewasschen in den vijver van Bethesda, ten zuiden van den tempel. In de tweede straat ligt een huis met opene plaats, dat aan de heilige Anna , moeder van Maria, toebehoord heeft, alwaar hare familie en zij verbleven en hunne slachtollers bereidden , als zij , voor de feesten te Jeruzalem kwamen. Het is ook in dat huis, indien ik niet mij vergis, dat de echtverbintenis van Jozef en Maria gevierd werd.

Het forum is, zooals ik reeds gezegd heb. verhevener dan de nabijgelegen straten , en in deze zijn waterleidingen, die in den vijver der lammeren uitloopen. Er is een gelijk forum op den berg Sion, voor den ouden burcht van David. De eetzaal is in de nabijheid ten zuiden, en ten noorden bevinden zich de gerechtszalen van Annas en Caïphas. De burcht van David is heden eene verlaten vesting, met woeste plaatsen, ledige zalen en stallingen, welke men aan karavanen en vreemdelingen met hunne lastdieren verhuurt, om zich daar te beschutten. Dit gebouw is sedert lang verlaten ; ik zag het reeds in dien staat tijdens de geboorte van Christus. De stoet der drie koningen werd er destijds naar toe geleid , zoodra zij met hunne talrijke lastdieren in de stad kwamen.

Wanneer ik alzoo, in de oude tijden, paleizen en tempels tot de verworpenste doeleinden zie gebruiken, denk ik steeds aan hetgeen ook in oiize dagen gebeurt, waarin zoovele werken des geloofs en der godsvrucht van een vroeger tijdvak , zoovele prachtige kerken en kloostergehou-wen vernietigd en verwoest, of tot wereldsche,1

ocr page 267

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

263

zoo niet misdadige doeleinden gebezigd worden. Be kleine kerk van mijn klooster, die voor rnij de liemei op aarde was en waarin de Koning van hemel en aarde zooveel behagen nam, onder ons arme zondaressen in het allerheiligste Sacrament des Altaars te verblijven , is nu zonder dak en zonder vensters; men heeft al de grafzerken, die er zich in bevonden, weggenomen. Ons arm kloostertje, waar ik met mijn gebroken stoel gelukkiger in mijne cel was dan een vorst op zijn troon; want ik kon het gedeelte der kerk zien, waar het heilig Sacrament bewaard werd. Ons arm kloostertje, waar zal het binnen eenigen tijd zijn.' Later zal men nauwelijks weten, op welke plaats zoo vele God toegewijde zielen, gedurende eene lange reeks van jaren, voor de geheele wereld en voor al de arme, verlatene zielen gebeden hebben. Maar God zal het weten, want bij hem is geene vergetenheid ; het verledene en de toekomst zijn hem tegenwoordig, en als Hij mij nu bij al de oude gebeurtenissen doet aanwezig zijn , dan blijft bij hem bewaard al het goed in vergetene, al het kwaad in bezoedelde en onheilige plaatsen verricht, voor den dag , waarop er zal moeten rekening gegeven, en alles streng en nauwkeurig zal betaald worden. Er is bij God geene uitzondering van plaats of persoon; Hij houdt zelfs rekening met den wijngaard van Naboth. Ik heb menigmaal hooren zeggen, dat ons klooster is gesticht geworden door twee arme religieuzen, met eene kruik olie en een zak boo-nen. Al de interesten van deze hoofdsom , gelijk die van alle wel gewonnen hoofdsommen, zullen in den dag des oordeels gerekend worden. Men zegt dikwijls, dat eene arme ziel in lijden blijft voor twee stukjes geld, onrechtvaardig gewonnen en niet vergoed; dat God de eeuwige rust ver-

ocr page 268

HET SMARTVOLLE LIJDEN

leene aan allen, tiie zich ooit hebben meester gemaakt van het goed der armen en der kerk. 1)

XIX.

Jezus voor Pilatus.

Het was, volgens onze manier van rekenen, bijna zes uur des morgens, toen de bende, die den Heer zoo ijseiijk mishandeld had, voor het paleis van Pilatus aankwam. Annas, Caïphas en de leden van den raad, met hen gekomen, hielden stil bij de zitten, tusschen de markt en den ingang van het gerechtshof geplaatst. Jezus werd door de gerechtsdienaren, die de koorder. vasthielden. eenige schreden meer voorwaarts gesleurd, tot aan den trap van Pilatus. Deze lag op het uitstekend terras, op een soort rustbed; voor zich had hij een tafeltje niet drie pooten, waarop zich eenige eereteekenen en voorwerpen bevonden, die ik mij niet meer herinner. Rondom hem stonden officieren en soldaten: men hield ook de eereteekenen der romeinsche macht, nabij hem, opgeheven. De prinsen der priesters en de Joden bleven van de vierschaar verwijderd, omdat zij, volgens de wet, verontreinigd zouden zijn geweest, indien zij zekere scheidpalen overtreden hadden. Toen Pilatus Jezus te midden van een zoo groot gedrang zag aankomen, stond hij op en sprak op

•1) üe zuster vermengde dikwijls soortgelijke aanmerkingen bij hare mededeeling. Deze zij« zoo natuurlijk met de gedachten van den veriatenen burcht van David verbonden, dat wij dezelve hier als voorbeeld hebben gelaten van de wijze, waarop de dingen haar troffen.

ocr page 269

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 265

zoo verachtenden toon tot de Joden, als liet een hoogmoedig generaal tot de gezanten van een arm, vijandiggezind stadje zou kunnen doen: »Wat komt gij zoo vroeg doen ? Hoe hebt gij dezen mensch in dusdanigen staat gesteld ? Begint gij zoo vroegtijdig uwe slachtoffers te villen en 'te slachten?quot; Wat hen betreft, zij riepen tot de beulen : »Voorwaarts met hem , naar de rechtbank !quot; Daarna antwoordden zij aan Pilatus: «Aanhoor onze bezwaren tegen dezen booswicht. Wij mogen die vierschaar niet binnentreden , om ons niet te verontreinigen.quot; ïoen zij deze woorden met luider stem uitgesproken hadden , riep een man van forsche gestalte en eerbiedwekkend aanzien , van uit het midden des volks, dat achter hen het forum opdrong: «Neen , gij moet die vierschaar niet binnentreden, want zij is door liet schuldeloos bloed geheiligd; Hij alleen mag er binnengaan, Hij alleen onder de Joden is rein, gelijk de schuidelooze wichtjes, die daar zijn vermoord geworden.quot; Na alzoo met nadruk gesproken te hebben, verdween hij onder de menigte. Het was Sadoch, een rijk man, neef van Obed, de echtgenoot van Seraphia, later Veronica genaamd; twee zijner kinderen waren onder het getal der onnoo-zele kinderen, door bevel van Herodes, op de plaats van het gerechtshof vermoord. Van dien tijd af was hij de wereld afgestorven , en zijne vrouw eu hij hadden in de onthouding en zuiverheid geleefd, zooals de Essenianen doen. Hij had Jezus eens bij Lazarus gezien en gehoord. Toen hij hem zoo ellendig aan den voet van den trap van Pilatus gesleurd zag, stond eene levendige herinnering aan zijne vermoorde kinderen in zijn hart op, en hij gaf deze schitterende getuigenis van de onschuld des Zaligmakers. De aanklagers van Jezus hadden te veel met Pilatus te doen ;

ocr page 270

HET SMARTVOLLE LIJDEN

zij waren te zeer gebelgd door zijne manieren jegens hen en over de nederige houding, welke zij voor hem moesten aannemen, om zich met de uitboezeming van Sadoch te kunnen bezighouden.

De gerechtsdienaren deden Jezus de marmeren trappen opklimmen en brachten hem alzoo van achter op het terras, van waar Pilatus tot de priesters der Joden sprak. Hij had veel van Jezus hoo-ren spreken. Toen hij hem zoo ijselijk door de slechte behandelingen mismaakt zag, en hij nog-tans eene onverdelgbare uitdrukking van waardigheid bleef behouden, verdubbelden zijn afkeer en zijne verachting voor de prinsen der priesters, die hem reeds hadden doen verwittigen van de hoofdaanklacht , welke zij tegen Jezus van Nazareth instelden, en hij deed hun gevoelen, dat hij niet genegen was om Jezus zonder bewijzen te ver-oordeelen. Hij zeiile op meesterachtigen toon tot hen: «Waarvan beschuldigt gij dien man?quot; — «Indien Hij geen misdadiger was, antwoordden zij ontstemd, zouden wij hem niet aan u overgeleverd hebben.quot; »Neemt hem, hernam Pilatus, en oordeelt hem volgens uwe wet.quot; — »Gij weet, zeiden de Joden, dat wij het onbepaalde recht niet hebben om iemand ter dood te brengen.quot; De vijanden van Jezus waren vol hevigheid en overhaasting; zij wenschten vurig met Jezus een einde te maken vóór den wettelijken tijd van het feest, om het Paasch-lam te kunnen opofferen. Zij wisten niet, dat diegene het ware Paaschlam was, welken zij voorde vierschaar des afgodischen rechters gebracht hadden , aan den drempel van welke vierschaar zij zich niet wilden bezoedelen, ten einde op dien dag zeiven hunne Paschen te kunnen vieren.

Toen do romeinsche stedehouder hun eindelijk beval hunne bezwaren voor te dragen . haalden zij drie voorname punten van beschuldiging aan,

ocr page 271

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

van welke elk door tien getuigen bewezen werd, en vooral stelden zij alles in het werk om Jezus aan Pilatus voor te stellen, als hebbende ondernemingen tegen de wetten des keizers gedaan, want in zaken, die uitsluitend den godsdienst en den tempel betroflen , waren zij zeiven bevoegd. Zij beschuldigden Jezus vooreerst, dat Hij een verleider des volks was, die den openbaren vrede stoorde, en tot oproer aanhitste; zij brachten dienaangaande eenige getuigenissen bij. Zij zeiden, dat Hij groote verzamelingen van menschen bij elkander riep, dat Hij den sabbatdag ontheiligde, dat Hij op dezen dag genezingen uitwerkte. Hier viel Pilatus hen op een spotachtigen toon in de rede. »Gij zijt waarschijnlijk niet ziek, zeide hij, anders zouden deze genezingen u zoo zeer niet vertoornen.quot; Zij voegden erbij , dat Hij het volk dooi' afschuwelijke leeringen verleidde; dat Hij onderwees, dat men zijn vleesch moest eten en zijn bloed drinken, om het eeuwige leven te bekomen. Pilatus werd grammoedig over den verbaasten toorn, waarmede zij deze heschuldigingen voordroegen, hij zag zijne officieren glimlachend aan en stierde hun bijtende woorden toe, zooals deze: »Men zou bijna gelooven, dat gij zijne leer wilt volgen en het eeuwige leven verwerven; want gij schijnt zijn vleesch te willen eten en zijn bloed te willen drinken.quot;

Hun tweede punt van beschuldiging was, dat Jezus het volk opstookte, de schatting aan den keizer niet te betalen. Hier onderbrak hen Pilatus , geheel toornig, op den toon van iemand, die bijzonder gelast was, op soortgelijke overtredingen te waken. «Dit is, zeide hij , eene grove leugen; ik moet dit beter weten dan gij.quot; De Joden kwamen dan met het derde bezwaar op. »Deze verworpen man, en van lage en twijfel-

267

ocr page 272

HET SMARTVOLLE LIJDEN

achtige afkomst, heeft zich een grooten aanhang gemaakt en wee over Jeruzalem geroepen; Hij verspreidt ook dubbelzinnige gelijkenissen onder het volk, betrekkelijk een koning, die een bruiloftsmaal voor zijn zoon bereidt. Op zekeren dag heeft de menigte, op een berg door hem verzameld, hem koning willen maken; maar Hij heeft geoordeeld , dat dit te veel was en heeft zich verborgen. In de laatste dagen heeft Hij zich meer vertoond ; Hij heeft zicii eene woelige intrede in Jeruzalem bereid , en doen uitroepen : Hosanna aan den Zoon van David! Gezegend zij het rijk van onzen vader David, dat aankomt! Hij heeft zich koninklijke eer doen bewijzen, want Hij heeft gezegd, dat Hij de Christus, de gezalfde des Hee-ren, de Messias, de aan de Joden beloofde koning is, en hij noemt zich alzoo.quot; Deze bezwaren werden nog met tien getuigen bevestigd.

Toen er gezegd werd , dat Jezus zich den Christus, den koning der Joden noemde, scheen Pilatus een weinig nadenkend. Hij ging van het terras in de gerechtszaal, die daar aan gelegen is, wierp in het voorbijgaan een oplettenden blik op Jezus, en beval aan de wachten, hem bij zich in de gerechtszaal te leiden. Pilatus was een bij-geloovig Heiden van wankelbaren geest, die gemakkelijk ontsteld werd ; hij had onbepaald hooren spreken van de kinderen zijner goden, die op de aarde geleefd hadden : hij was zich ook niet onbewust, dat de profeten der Joden hun sedert lang een gezalfde (les Heeren, een Koning, Verlosser en Zaligmaker hadden aangekondigd, en velen hem verbeidden. Hij wist ook, dat de Wijzen uit het Oosten tot den ouden Herodes gekomen waren, om hunne hulde aan een nieuw geboren koning der Joden te bewijzen, en Herodes bij die gelegenheid een groot aantal scliuldelooze

268

ocr page 273

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

■wichtjes had doen vermoorden. Hij had wel hoo-ren spreken van die overleveringen betrekkelijk een Messias en een koning der Joden; maar als Heiden gaf hij er geen geloof aan , en zoo hij zich deswege had willen onderrichten, zou hij zich, evenals de geleerde Joden en Herodianen van dien tijd, een machtigen en zegevierenden koning voorgesteld hebben. Het scheen hem daarom des te belachelijker, dat men dezen man, die in zul-ken staat van vernedering en lijden voor hem verscheen, beschuldigde , zich voor dien Messias en koning uitgegeven te hebben. Maar daar de vijanden van Jezus dit hadden voorgegeven als eene inbreuk op de rechten des keizers, liet hij den Zaligmaker voor zich brengen, om hem te ondervragen.

Pilatus aanschouwde Jezus met verwondering en zeide: »Gij zijt dan de koning der Joden?quot; En Jezus antwoordde; ))Zegt gij dit uit u zeiven,, of hebben anderen het u van mij gezegd?quot; Pilatus vergramd, omdat Jezus hem buitensporig genoeg kon gelooven, om uit zich zeiven eene dusdanige vraag te doen aan een zoo arm en ellendig mensch , zeide hem op een verachtelijken toon : »Ben ik een Jood, om mij met zulke beuzelingen bezig te houden? Uw volk en zijne priesters hebben u , als uit dezen hoofde den dood schuldig, aan mij overgeleverd. Zeg mij , wat gij gedaan hebt.quot; Jezus zeide hem met majesteit: »Mijn rijk is van deze wereld niet. Zoo mijn rijk van deze wereld was, zou ik dienaren hebben, die zouden strijden om te voorkomen , dat ik in de handen der Joden viel; maar mijn rijk is niet van deze wereld.quot; Pilatus werd op deze statige woorden eenigszins ontroerd eu zeide op meer ernstigen toon: sZijt gij dan koning?quot; Jezus antwoordde: »Ge lijk gij het zegt, ik ben koning. Ik ben gebo-

269

ocr page 274

HET SMARTVOLLE LIJDEN

ren en op deze wereld gekomen om getuigenis van de waarheid te geven. Al wie uit de waarheid is , aanhoort mijne stem.quot; Pilatus zag hem aan en zeide, opstaande: »De waarheid, wat is de waarheid?quot; Er werden nog eenige woorden gezegd, welke ik mij niet wel meer herinner.

Pilatus kwam op het terras weder. Hij kon Jezus niet verstaan, maar zag wel, dat Jezus geen koning was, die den keizer eenigszins kon bena-deelen, dewijl hij op geen rijk van deze wereld aanspraak maakte. Nu, de keizer bekommerde zich weinig met de rijken der andere wereld. Hij riep tie prinsen der priesters dan van het terras toe: ïgt;IIlt; vind hoegenaamd geene misdaad in dezen mensch.quot; De vijanden van Jezus werden toornig, en brachten een vloed van beschuldigingen tegen hem in. Maar de Zaligmaker bleef stilzwijgen en bad voor de arme lieden; en toen Pilatus, zich naar hem wendende, zeide: »Hebt gij niets op deze beschuldigingen te antwoorden?quot; sprak Jezus geen woord, zoodat Pilatus, geheel verwonderd, nog zeide: )gt;Ik zie wel, dat zij onwaarheden tegen u opwierpen.quot; (Om het woord onwaarheden te zeggen, bediende hij zich van eene bijzondere uitdrukking, welke ik vergeten heb.) Maar de beschuldigers hielden niet op met woede te spreken, en zeiden: »\Vel hoe! gij vindt geen misdaad in hem? Is het geen misdaad, het volk oproerig te maken, zijne leer door het gansche land, van Galilea tot hier toe, te verspreiden?quot;

Toen Pilatus dit woord Galilea hoorde, bedacht hij zich een oogenblik en zeide: »13 deze man «en Galileër en onderdaan van Herodes?quot; »Ja, antwoordde men; want zijne ouders hebben te Nazareth gewoond, en zijne tegenwoordige verblijfplaats is Capharnaüum.quot; — «Dewijl hij Galileër en onderdaan van Herodes is, hernam Pi-

'270

ocr page 275

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

nis latus, brengt hem voor dezen ; hij is thans hier ar- voor het feest, en kan hem vonnissen.quot; Alsdan em liet hij Jezus uit de gerechtszaal leiden, en zond is een officier naar Herodes, om hem te berichten, len dat men Jezus van Nazareth, zijn onderdaan, voor hem geleidde. Pilatus was zeer verblijd, zich zoo :on aan de verplichting te onttrekken, om Jezus te ■en oordeelen, daar deze zaak hem dubbelzinnig en ia- geheimvol voorkwam. Hij wenschte ook eene be-ald leefdheiil aan Herodes te bewijzen, met wien hij •de in oneenigheid was, en die steeds zeer nieuwslij gierig was om Jezus te zien.

•as De vijanden van Jezus, woedend aldus in tegen-

en woordigheid van al het volk door Pilatus wegge-

ig, zonden te worden, en nu naar Herodes te moeten

en gaan, deden al hunne gramschap op Jezus vallen,

en -Men bond hem opnieuw, en sleurde hem , onder

oh een vloed van beleedigingen en slagen, door de

op menigte, die het forum overdekte, tot aan het

us paleis van Herodes, dat niet ver afgelegen was.

d. Er hadden zich romeinsche soldaten bij den stoet

jn gevoegd.

te Claudia-Procla, de vrouw van Pilatus, had hem,

re onder het laatste gesprek , door een bediende

e- laten zeggen , dat zij vurig verlangde hem te

n, spreken; terwijl men Jezus naar Herodes geleidde,

in hleef zij heimelijk op eene verheven gaanderij en

te zag den stoet met veel ontsteltenis en angst na. m

lit XX.

in

i, Oorsprong van den kruisweg.

te

r- Gedurende dezen geheelen redetwist, waren de

271

i- Moeder van Jezus, Magdalena en Johannes in een

i- hoek van het forum, te midden van het volk ge-

ocr page 276

bleven, met diepe droefheid rondziende en luis- men

terende. Toen Jezus naar Herodes gebracht werd, koo|

leidde Johannes de heilige Maagd en Magdalena Maa

langs den weg, welken Jezus gevolgd had. Zij wijt

kwamen alzoo bij Caïplms, bij Annas, in Opbel, ven

te Gethsemani, in den hof der Olijven weder; zan

op al de plaatsen, waar de Zaligmaker gevallen ken

was of waar hij geleden had, bleven zij stilzwij- ren

gend staan, weenden en leden met hem. De ooit

heilige Maagd wierp zich verscheidene malen ter don

aarde en kuste den grond, waar haar Zoon ge- wei

vallen was. Magdalena wrong de handen, en Jo- de

hannes weende , vertroostte haar, tilde haar op vie

en geleidde haar verder. Dit was het begin van det

den heiligen weg des kruises en van de eer, aan Jez

het lijden van Jezus bewezen, zelfs vóór dat het loo voltrokken was. Het was in de heiligste bloem

van het menschdom , in de maagdelijke Moeder hei

van den Zoon des menschen, dat de Kerk de liel

overdenking der smarten van haren Verlosser be- ziji

gon. Het was toen Hij zich nog te midden van zoi

zijnen weg van smarten bevond, dat de Moeder- scl

maagd, vol van genade , reeds op het voetspoor be

van haren Zoon weende en het eerbiedigde. O gr

welk medelijden! Met welk geweld doorboorde ge

het scherpsnijdend zwaard haar hart niet! Zij, op

wier gelukzalig lichaam hem gedragen had, wier lei

gelukzalige borsten hem gevoed hadden; die ge- of

lukzalige, die het Woord Gods, God zelf van het te

begin wezenlijk en zelfstandig gehoord had; die af

hem ontvangen en gedurende negen maanden pi

onder haar hart, vol van genaden, bewaard had; li»

die hem gedragen had en binnen haar had voe- za

len leven , vóór dat de menschen van hem de zc

zegening, de leering en de zaligheid ontvangen sl

hadden. Zij deelde in al het lijden van Jezus, k

daaronder begrepen zijn vurig verlangen, om d v

L__I

ocr page 277

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 273

luiö- menschen door zijn lijden en zijnen dood vrij te ,'erd, koopen. Het is alzoo, dat de reine en vlekkelooze lena Maagd den weg des kruises voor de Kerk in-Zij wijdde, teneinde op alle plaatsen de onuitputbare )liel, verdiensten van Jezus, als edelgesteenten in te lei'; zamelen, om die als bloemen op den weg te pluk-illen ken en aan zijnen hemelschen Vader op te offe-wij- ren voor degenen die het geloof hebben. Al wat Be ooit geweest is, al wat ooit heiligs in het mensch-ter dom zijn zal, al degenen die de Verlossing ge-ge- wenscht hebben, al degenen, die ooit de liefde en Jo- de smarten des Heeren gevierd hebben of zullen • op vieren, hadden deel in de droefheid, in de gebe-van den en offeranden van het hart der Moeder van aan .lezus, die ook de teedere Moeder van al zijne ge-het loovige broeders in den schoot der Kerk is. )eni Magdalena was als buiten zich zelve van droefder heid. Zij koesterde eene onmetelijke en heilige de liefde voor Jezus; maar wanneer zij hare ziel aan be- zijne voeten, gelijk den nardus-olie over zijn hoofd van zou hebben willen uitstorten, opende zich een ver-er- schrikkelijke afgrond tusschen haar en haren wei-oor beminde. Haar berouw en hare dankbaarheid waren O grenzenloos, en wanneer hare liefde en erkentenis, ede gelijk de geur des wierooks, tot hem wilde doen Zij, opstijgen, zag zij Jezus mishandeld, ter dood ge-ier leid, ter oorzake ook van hare zonden, welke Hij je- op zich genomen had. Dan doordrongen deze fou-let ten haar met afschuw; zij dompelde zich in den die afgrond van berouw, zonder die te kunnen uit-len putten noch dempen; daarna opstaande, door hare id; liefde tot haren Heer en Meester medegesleept, je- zag zij hem opnieuw afgrijselijk mishandeld. Al-de zoo werd hare ziel wreedelijk verscheurd en geen slingerd tusschen de liefde , het berouw, de er-is, kentenis, het zien van de ondankbaarheid van zijn d volk , en al deze gevoelens werden in hare hou-

.

ocr page 278

HET SMARTVOLLE LIJDEN

ding, in hare woorden , in al hare bewegingen uitgedrukt.

Johannes beminde en leed. Hij geleidde, .voor de eerste maal, de Moeder van zijn Meester en God, die ook voor hem leed. op die voetstappen van den weg des kruises, waarin de Kerk haar moest volgen, en de toekomst vertoonde zich aan hem.

XXI.

Pilatus en zijne echtgenoote.

Terwijl men Jezus tot Herodes geleidde, en men hem aldaar hoonde, zag ik Pilatus naar zijne echtgenoote, Claudia-Procla gaan. Zij begaven zich te zamen in een huisje op het terras van den hof', achter het paleis gelegen. Claudia was ontsteld en levendig ontroerd. Zij wa3 eene groote en schoone , maar bleeke vrouw. Zij droeg eeu sluier, die achter haar afhing, nogtans zag men liet haar, waarin zich nog eenig tooisel bevond, op het hoofd te zamen gekapt. Zij droeg oorringen en halssierraad en op de borst een soort haak, die hare lange kleederen vasthield. Zij was langen tijd met Pilatus in gesprek ; zij smeekte hem, door al wat hun heilig was, geen kwaad te doen wedervaren aan Jezus, den profeet, den Heilige der Heiligen , en zij verhaalde hem iets van de wonderbare verschijningen, welke zij, betrekkelijk Jezus, den voorgaanden nacht had gehad.

Terwijl zij sprak , zag ik de meeste dier verschijningen ; maar ik herinner mij niet wel meer, hoe zij elkander volgden. Dit herinner ik mij nogtans , dat zij de voornaamste oogenblikken zag van liet leven van Jezus, de boodschap van Maria,

274

ocr page 279

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

de geboorte, de aanbidding der herders en der koningen, de voorzegging van Simeon en van Anna, de vlucht naar Egypte, den kindermoord, de bekoring in de woestijn, enz.; zij zag algemeene zinnebeelden van zijne heilige en zaligmakende loopbaan; Hij verscheen haar steeds met licht omringd, en zij zag de boosaardigheid en wreedheid zijner vijanden, onder de afschuwelijkste gedaante; zij zag zijn eindeloos lijden, zijne cnuit-putbare verduldigheid en liefde, de heiligheid en de smarten zijner Moeder. Deze tafereelen veroorzaakten haar veel onrust en droefheid , want al deze dingen waren nieuw voor haar; zij was er van ontsteld en doordrongen, en zag verscheidene dezer gebeurtenissen , den kindermoord bij voorbeeld, de voorzegging van Simeon, in de nabijheid van hare woning plaats hebben. Wat mij aangaat, ik weet zeer wel in hoe ver een mede-doogend hart door zulke verschijningen verscheurd kan worden, want men begrijpt zeer wel wat anderen moeten gevoelen, wanneer men het zelf ondervonden heeft.

Zij had den ganschen nacht geleden , en meer of min duidelijk vele wonderbare waarheden ontwaard, toen zij ontwaakte door het gedruis der bende, die Jezus geleidde. Toen zij de oogen naar dien kant richtte, zag zij den Heer, het voorwerp van al deze wonderen, die haar aangetoond waren,, mismaakt, gekneusd, door zijne vijanden mishandeld , en door hen over het forum gesleurd, om hem naar Herodes te geleiden. Haar hart werd op dat vertoog omgekeerd , en zij liet aanstonds Pilatus roepen, aan wien zij nu, in hare ontsteltenis alles verhaalde, wat haar was overkomen. Zij begreep alles niet en kon het vooral niet wel uitdrukken; maar zij bad, smeekte haren man, en wendde bij hom de hartroerendste pogingen aan.

275

ocr page 280

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Pilatus was verwonderd en ontroerd; hij vergeleek datgene, wat zijne vrouw hem zeide, met al wat hij hier en daar over Jezus ingewonnen had; hij bracht zich de woede der Joden, de stilzwijgendheid van Jezus, en zijne wonderbare antwoorden op zijne vragen te binnen. Hij was bewogen en ongerust; hij willigde de bede zijner vrouw in, en zeide tot haar: »Ik heb verklaard, dat ik geen misdaad in dien man vond. Ik zal hem niet ver-oordeelen: ik heb al de boosheid der Joden erkend.quot; Hij sprak ook van hetgene Jezus tot hem gezegd had: hij beloofde aan zijne vrouw Jezus niet te veroordeelen, en gaf haar een onderpand lot waarborg zijner belofte. Ik weet niet of het een juweel, een ring of een zegel was. Alzoo scheidden zij van elkander.

Pilatus was een bedorven mensch, besluiteloos, tevens vol hoogmoed en laagheid; hij deinsde niet terug voor de schandelijkste werken, wanneer hij er voordeel in vond, en ter zelfder tijd gaf hij zich lafhartig aan de belachelijkste bijgeloovig-heden over, wanneer hij zich in eene moeielijke omstandigheid bevond. Dit maal was hij ook in groote verlegenheid, hij was gestadig bij zijne goden, aan welke hij, in eene geheime plaats van zijn paleis, wierook offerde, en teekenen vroeg. Eene zijner bijgeloovige oefeningen was van de kippen te zien eten. Maar al deze dingen kwamen mij zoo verschrikkelijk, zoo duister en helscli voor, dat ik er de oogen met afkeer van afwendde, en die niet juist kan verhalen. Zijne gedachten waren verward, en satan gaf hem nu het eene, dan het andere voornemen in. Hij dacht eerst van Jezus als onschuldig te verlossen, daarna vreesde hij, dat zijne goden zich op hem zouden wreken, zoo hij Jezus redde, die halt god scheen te zijn, en liun nadeel zou kunnen toebrengen. «Misschien,

-276

ocr page 281

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

277

zeide hij tot zich zeiven, is Hij een god der Joden ; er zijn zoovele voorzeggingen van een koning dei-Joden, die alom moet heerschen; het is zulke koning, welken de Wijzen uit het oosten hier zijn komen zoeken. Hij zou zicli misschien boven mijne goden en mijnen keizer kunnen verheffen, en ik zou eene groote verantwoordelijkheid hebben, zoo Hij niet stierf. Misschien zal zijn dood de zegepraal mijner goden zijn.quot; Dan kwamen hem de wonderbare droomen zijner vrouw voor den geest, en deden de weegschaal ten voordeele van de verlossing van Jezus sterk overhellen. Hij nam eindelijk zijn besluit geheel in dezen zin. Hij wilde rechtvaardig zijn, maar hij kon het niet; hij had immers gevraagd: «Wat is de waarheid?quot; en hij had het antwoord: »de waarheid is Jezus van Nazareth, Koning der Joden,quot; niet afgewacht. De grootste verwarring heerschte in zijne denkbeelden, ik verstond ze niet, en hij zelf wist niet, wat hij wilde, anders zou hij zijne kippen niet geraadpleegd hebben.

Het volk verzamelde zich meer en meer op de openbare markt en in de nabijheid der straat, door welke men Jezus naar Herodes geleidde. De benden vormden zich in eene zekere orde, volgens de plaatsen, van waar ieder naar het feest was gekomen, en de meest haatdragende Farizeërs waren bij hunne landgenooten, zij oefenden de besluitelooze lieden en hitsten hen tegen den Zaligmaker op. De romeinsche soldaten bevonden zich in groot aantal, in het wachthuis nabij het paleis van Pilatus: al de voornaamste posten van de stad waren ook door hen bezet.

18

Smartvolle Lijden.

ocr page 282

HET SMARTVOLLE LIJDEN

XXII.

Jezus voor Herodes.

Het paleis van den viervorst Herodes was in de nieuwe stad, zuidwaarts van het forum gelegen: liet was niet ver van dat van Pilatus. Een geleide van romeinsche soldaten, van welke het grootste deel uit de landen tusschen Zwitserland en Italië,, had zich bij den stoet gevoegd; en de vijanden van Jezus, woedend over al het loopen dat men hen deed doen, hielden niet op den Zal gmaker te honen en door de gerechtsdienaars te doen mishandelen. Herodes, door den bode van Pilatus verwittigd, wachtte den stoet af, in eene groote zaal, waar hij op kussens, een soort van troon vormende, nedeigezeten was. Vele hovelingen en krijgslieden bevonden zich om hem. De prinsen der priesters traden door de zuilenrij binnen, en plaatsten zich aan beide zijden: Jezus bleef op den dorpel. Herodes was zeer vereerd, dat Pilatus hem in het bijzijn der joodsche priesters, het recht toekende een Galilerr te vonnissen. Hij nam de houding aan van een man van bezigheden en van groot belang. Hij verheugde zich ook dien Jezus, die zich nimmer gewaardigd had, zich voor hem te vertoonen, in zulken staat van vernedering te zien. Johannes had van Jezus in zoo heerlijke uitdrukkingen gesproken en hij had van de Herodianen en van al de bespieders zoovele berichten opzicli-tens hem ontvangen, dat zijne nieuwsgierigheid levendig geprikkeld was. Hij bereidde zich voor hem, voor zijne hovelingen en de prirsen dei-priesters, een pralend verhoor te doen ondergaan, waarin hij zijne geleerdheid zou kunnen ten toon spreiden. Pilatus had hem ook laten weten, dat

278

ocr page 283

VAN ONZEN HEER JEZUS CITR1STUS.

hij geen misdaad in dien rnensch vond, en de schijnheilige had daarin eene vermaning gezien, de aanklagers met onverschilligheid te behandelen, hetgene de woede van deze verdubbelde. Zij droegen hunne bezwaren, zoodra zij waren binnen gekomen, onstuimig voor; maar Herodes aanzag Jezus met nieuwsgierigheid, toen hij hem zoo mismaakt, zoo gekneusd, met zijn verward haar, zijn bloedend aangezicht, met vuiligheid overdekt, zijne besmeurde kleeding zag, gevoelde deze wulpsche en lalïe vorst een zeker medelijden met walging en afkeer vermengd. Hij sprak den naam van God uit, alsof hij «Jehovaquot; gezegd had, keerde zijn aangezicht met afschuw af, en zeide tot de priesters: sleidt hem weg, reinigt hem; hoe durft gij een man, zoo vuil en zoo gekneusd, in mijne tegenwoordigheid brengen?quot; De gerechtsdienaars geleidden Jezus in het portaal: men bracht water in een bekken, en reinigde hem, zonder op te houden hem te mishandelen, want men vaagde ruw over de wonden van zijn aangezicht.

Herodes verweet den priesters hunne wreedheid; hij scheen de manier van handelen van Pilatus te willen navolgen, want hij zeide ook tot hen: «Men ziet wel, dat Hij in de handen van slachters gevallen is, gij begint uwe slachtingen voor den tijd.quot; De prinsen der priesters stelden hunne klachten en beschuldigingendringend voor. Toen men Jezus tot hem wederbracht, wilde Herodes welwillendheid veinzen en deed hem een glas wijn brengen, om zijne krachten te herstellen, maar Jezus schudde het hoofd en dronk niet. Herodes sprak nadrukkelijk en lang tot hem; hij herhaalde al wat hij van hem wist. In het begin deed hij hem vele vragen, en vroeg hem zelfs een wonder uit te werken; maar Jezus antwoordde geen woord, en bleef voor hem, met nedergesla-

27!)

ocr page 284

HET SMARTVOLLE LUDEN

gen oogen, hetwelk Herodes verbitterde en zijne plannen verijdelde. Hij wilde dit nogtans niet doen blijken en ging met zijne ondervragingen voort. Hij trachte hem eerst te vleien: »Het doet mij leed, zoo zware beschuldigingen op u te zien drukken; ik heb veel van u hoeren spreken: weet gij dat gij mij te Thirza beleedigd hebt, toen gij aldaar zonder mijn verlof' gevangenen hebt verlost, welke ik daar had doen opsluiten? maar gij hebt het misschien met eene goede meening gedaan. Nu de romeinsche stedehouder u tot mij zendt, om u te vonnissen, wat hebt gij op al deze beschuldigingen te antwoorden? — Gij zwijgt stil?

— Men heeft mij veel gesproken van de wijsheid uwer redevoeringen en leering, ik zou u uwe beschuldigers willen hooren antwoorden. —- Wat zegt gij? Is het waar, dat gij de koning der Joden zijt? — Zijt gij de Zoon Gods? — Wie zijt gij?

— Men zegt dat gij groote mirakelen gedaan hebt, werk er eenige uit in mijne tegenwoordigheid. — Het hangt van mij af, u in vrijheid testellen.— Is het waar, dat gij het gezicht hebt wedergegeven aan blind-geborenen. Lazarus van de dooden hebt doen opstaan, duizende menschen met weinige brooden verzadigd hebt? — Waarom antwoordt gij niet? — Geloof mij, werk een uwer wonderen, het zal u nuttig zijn.quot; Daar Jezus voortdurend zweeg, sprak Herodes met nog meer overvloed van woorden: »Wie zijt gij? vroeg hij. Wie heeft u die macht gegeven? Waarom bezit gij die niet meer? Zijt gij dengene, wiens geboorte op eene wonderbare wijze verhaald wordt ? Koningen uit het Oosten zijn tot mijn vader gekomen, om een uieuw-geboren koning der Joden te zien. Is het waar, zooals men zegt. dat gij dat kind waart? Zijt gij den dood ontsnapt, die toen zoovele kinderen getroffen heeft? Hoe is dit geschied? Waarom

280

ocr page 285

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

is het zoo lang geleden, zonder van u te spreken ? of past men deze gebeurtenis slechts op n toe, om ii koning te maken? — Antwoord dan! welke soort van koning zijt gij? In der waarheid, ik zie niets koninklijks in u! Men zegt dat men u, kort geleden, zegepralend tot aan den tempel gebracht heeft, wat beteekent dit? Spreek dan! Antwoord mij ! Hoe komt het, dat uwe zaken heden eene andere wending genomen hebben? -—quot;

Geheel deze stroom van woorden verwierf geen enkel antwoord van den kant van Jezus. Er werd mij heden en ook vroeger uitgelegd, dat Jezus niet tot hem sprak, omdat hij zich in den kerkban bevond, door zijn overspelig huwelijk met Hero-diades en den moord van Johannes den Dooper. Annas en CViphas maakten gebruik van de ontevredenheid , welke de stilzwijgendheid van Jezus hem veroorzaakte, en herbegonnen hunne beschuldigingen. Zij voegden er bij, dat Hij Herodes een vos genoemd had, dat Hij sedert - lang gewerkt had om de macht zijner familie te ondermijnen en te verminderen, dat Hij een nieuwe godsdienst had willen invoeren, en den Paschen daags te voren gegeten had. Herodes, ofschoon tegen Jezus verbitterd, bleef daarom niet minder getrouw aan zijne staatkundige inzichten. Hij wilde Jezus niet veroordeelen, want hij gevoelde in zijne tegenwoordigheid een inwendigen en geheimen schrik, en inenigwerf had hij wroegingen over den moord van Johannes; daarbij verachte hij de prinsen der priesters, die zijn overspel niet hadden willen ver-schoonen, en hem ter oorzake zijner misdaad, buiten de offeranden gesloten hadden.

Vooral wilde hij dengenen niet veroordeelen, wolken Pilatus onschuldig verklaard had, en het kwam met zijne staatkundige inzichten overeen van zich, in de tegenwoordigheid van de prinsen

281

ocr page 286

IIKT SMARTVOLLE LIJDEN

der priesters, zeer loflelijk en gedienstig jegens den stedehouder te toonen. Hij overlaadde Jezus n'jgtans met verachtende woorden, en zeide tot zijiie bedienden en wachten, van welke er wel t»vee honderd in zijn paleis waren: «Neemt dien zRinelooze, en bewijst aan dien belachelijken koning de eer die hem toekomt; ïiij is eerder een zot, dan een misdadige.quot;

Zij geleidden den Zaligmaker toen naar eene groote plaats, waar zij hem met mishandelingen en bespottingen overlaadden. Deze plaats lag tus-schen de vleugels van het paleis, en Herodes aanschouwde alles gedurende eenigen tijd, van eeu plat dak. Annas en Caïphas beproefden nog door alle bedenkelijke middelen, hem aan te sporen om Jezus te veroordeelen; maar Herodes zeide tot ben op eene wijze, dat hij van de Romeinen kon gehoord worden: »Het zou voor mij de grootste misdaad zijn, hem te veroordeelen.quot; Hij wilde ongetwijfeld zeggen: »De grootste misdaad tegen liet oordeel van Pilatus, die de beleefdheid heeft gehad hem voor mij te zenden.quot;

De prinsen dei' priesters en de vijanden van Jezus, ziende dat Herodes niet hunne inzichten wilde deelen, zonden eenige der hunnen, wel van geld voorzien, naar de wijk van Acra, om aan verscheidene Farizeërs, die zich aldaar bevonden te zeggen, zich met hunne aanhangers in de omstreken van het paleis van Pilatus te begeven. Zij deden ook geld onder de menigte uitdeelen, ten einde deze aan te sporen, om den dood van Jezus woelig te vorderen. Anderen werden gelast, het volk met de verbolgenheid des hemels te bedreigen, zoo men den dood van dezen heiligschendenden godslasteraar niet vroeg. Zij moesten er bijvoegen, dat, zoo Jezus niet stierf, Hij zich met de Romeinen zou vereenigen om de Joden te verdelgen,

28'2

ocr page 287

VAN ONZEN HEER JEZUS CHtilSTUS. 283

•en dat dit bet rijk was, waarvan Hij altoos gesproken luid. Elders verspreidden zij het gerucht, dat Herodes hem veroordeeld had, maar zij voeg-•den er bij, dat het volk zijn wil moest uiten; dat men de aanhangers van Jezus vreesde; dat, zoo Hij verlost werd, het feest door hem en de Romeinen, met welke zij eene wreede wraak zouden nemen, zou gestoord worden. Zij brachten ook de tegenstrijdigste geruchten, die meest in staat waren om te verontrusten in omloop, ten einde liet volk te verbitteren en tot oploop aan te zetten: eenige onder hen gaven middelerwijl geld aan de soldaten van Herodes, opdat zij Jezus zoodanig zouden mishandelen, dat Hij stierf, want zij verlangden dat Hij zoude sterven, voor dat Pila-tus hem vrijsprak.

Terwijl de Farizeërs alzoo samenspanden, had onze Heer de wreedheden te onderstaan van een onbeschoft soldatenrot, waaraan Herodes hem ■overgeleverd had. Zij stieten hem op de plaats en feu hunner bracht een grooten witten zak, die zich in de kamer van den portier bevond, en waarin weleer katoen was geweest. Men maakte ■er met den degen een gat in, en wierp hem, onder een schaterend gelach op het hoofd van •lezus. Een ander dier soldaten bracht eene vodde van eene roode stof, welke men hem om den hals deed; de zak hing breed uit tot op zijne voeten, alsdan bogen zij voor hem neder, stieten, belee-digden, bespuwden hem, zij sloegen hem in het aangezicht, omdat Hij hunnen koning niet had willen antwoorden, zij bewezen hem (luizende spotachtige hulden, wierpen slijk op hem, trokken hem, als om hem te doen dansen, hem daarna ter aarde werpende, sleurden zij hem in een riool, dat rondom de plaats liep, zoodat zijn geheiligd hoofd tegen de kolommen en de hoeken der muren sloeg.

ocr page 288

HET SMARTVOLLE LIJDEN

daarna richtten zij hem op en begonnen nieuwe beleedigingen. Er bevonden zicli aldaar ongeveer twee honderd soldaten en dienaars van Herodes, Heden uit alle gewesten, en ieder hunner roemde zich, voor zich zeiven en voor zijne landgenooten, een nieuwen smaad voor Jezus uit te vinden. Dit alles geschiedde te midden van het gewoel en het onbeschaamdste getier. Eenige hunner waren door de vijanden van Jezus omgekocht, om hem stokslagen op zijn geheiligd hoofd toe te brengen.. Jezus aanzag hen met een gevoel van medelijden. De smart ontrukte hem zuchten en gejammer, maar zij vonden daarin gelegenheid hem te bespotten , door zijne stem na te bootsen; bij elke versmading barstten zij in een luid gelach uit, en niemand had medelijden met hem. Zijn hoofdwas geheel bebloed, en ik zag hem driemaal onder hunne stokken nedervallen; maar ik zag ook Engelen, die zich over hem nederbogen en zijn hoofd zalfden, en er werd mij geopenbaard, c'at de slagen welke men hem toebracht, zonder deze hulp van boven, doodelijk zouden zijn geweest. De Philistijnen die Samson, blind zijnde, in de steengroef van Gaza folterden en pijnigden, waren minder woedend en wreed, dan (leze menschen.

De tijd vorderde spoed; de prinsen der priesters moesten zich weldra naar den tempel begeven, en toen zij wisten, dat alles in orde was, zoo als zij het bevolen hadden, drongen zij nogmaals bij Herodes aan, dat hij Jezus zou veroor-deelen. Maar deze, die zijne inzichten nopens Pila-tus had, zond Jezus, met zijn spotkleed overdekt, lot hem weder.

284

ocr page 289

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 285

XXIII.

Jezus van Herodes naar Pilatus teruggebracht.

Het was met verdubbelde woede, dat de vijanden van Jezus hem van Herodes naar Pilatus terugbrachten. Zij waren beschaamd, zonder hem te hebben doen veroordeelen. weder te komen op de plaats, waar Hij reeds onschuldig verklaard was geworden. Ook namen zij een anderen weg. die tweemaal langer was, om hem in zijne vernedering aan een ander gedeelte der stad te ver-toonen, om hem des te langer te mishandelen, en ook om hunne onderhandelaars den tijd te geven om de menigten volgens hunne inzichten voor te bereiden. l)eze weg was ruwer en ongelijker, en zoo lang hij duurde, mishandelden de gerechts-dienaren Jezus. Het lange kleed, hetwelk men hem had aangedaan, belette hem te gaan; Hij viel verscheidene malen in het slijk en werd met schoppen en stokslagen op het hoofd opgebeurd, terwijl men hem met de koorden voortsleurde; Hij had eindelooze versmadingen te verduren, zoowel van den kant dergenen die hem geleidden, als van den kant van het volk, dat op den weg bijeen geloopen was. Wat hem betrof, Hij vroeg aan God van er niet onder te sterven, ten einde zijn lijden en onze verlossing te voltrekken.

Het was omstreeks kwartier na acht ure toen de stoet langs een anderen kant (waarschijnlijk langs de oosterzijde), over het forum gaande, aan het paleis van Pilatus kwam. De menigte was zeer talrijk; allen kwamen te zamen, volgens de gewesten en de steden, vanwaar zij waren; de Farizeërs liepen onder hen rond en hitsten hen

ocr page 290

HET SMARTVOLLE LIJDEN'

op. Pilatus zich herinnerende aan den opstand van de Galileesche ijveraars, op den voorgaanden Paschen, had ongeveer een duizendtal mannen verzameld, die het gerechtshof, het wachthuis, de ingangen van het forum en van zijn paleis he-zetten.

De heilige Maagd, hare oudste zuster Maria, dochter van Heli, Maria, dochter van Cleophas, Magdalena en verscheidene andere heilige vrouwen, 1) ten getalle van twintig, bevonden zich op eene plaats, van waar zij alles konden hooren. Johannes was in het begin ook bij deze.

Jezus, met zijnen spotmantel bekleed, werd door het gespuis geleid, dat hem hoonde, want de Fu-rizeërs hadden overal het uitschot van het ge-meene volk voorop gesteld; deze gingen al tierende en schreeuwende vooruit. Een dienaar van Herodes was reeds aan Pilatus komen zeggen, dat zijn meester hem erkentelijk was voor zijne inschikkelijkheid, maar dat hij, in den beroemden Gali-Jeër niets gezien hebbende dan een dommen zot, hem als zoodanig behandeld had. en denzelven tot hem wederzond. Pilatus was tevreden, dat Herodes even als hij gedaan, en Jezus niet veroordeeld had. Hij deed hem opnieuw zijne plichtplegingen betuigen, en zij werden vrienden, van vijanden die zij geweest waren, sedert dat de waterleiding was ingestort. 2)

4) Zij heeft vergeten te verhalen, hoe die vrouwen verzimield waren, en of Maria, van den Olijfberg aan de lammerenpoort wederkomende, Jezus en zjjn geleide ontmoette. Het is, volgens de vroegere verhalen dei-zuster, waarschijnlijk dat zij, naar het paleis van Herodes gaande, Jezus ontmoette, en hem naar Pilatus volgde.

2) Ziehier bij welke gelegenheid de vijandschap tus-■jschen Pilatus en Herodes, volgens de verschijningen

286

ocr page 291

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

.lezus werd opnieuw voor het huis van Pilatus gebracht. De gerechtsdienaren deden hern, met hunne gewone wreedheid de trappen opklimmen, maar Hij verwarde zicli in zijn lang kleed en viel

der zuster, ontstond. Pilatus had aangenomen eeno-groote waterleiding te bouwen, grenzende de zuid-oostzijde van den berg des tempels, en gaande over den uitgeholden weg, waar de vijver van Bethesda zich ontlast. llerodes had hem, door tusschenkomst van een geslepen Herodiaan, die lid was van den Sanhedrin, de bouwstoffen en achttien bouwmeesters verschaft, die ook Herodianen waren. Zijn voornemen was, de Joden meer en meer tegen den romeinschen stedehouder, door do ongelukken, die uit deze onderneming zouden volgen, op te zetten. De bouwmeesters bouwden met inzicht, om het werk te doen instorten, en toen het vermetele werk op het einde liep. en vele metselaars van Ophel nog bezig waren met de steigeringen weg te nemen, wachtten de achttien bouwmeesters, van de hoogte de» nabij gelegen torens van Siloë, wat er gebeuren zou. De gansche bouw storte in, maar tevens een gedeelte van den toren waar zij zich bevonden, en de bouwmeesters met drie en negentig werklieden verloren het leven. Dit voorval had plaats , eenige dagen voor den 86quot; Januari (20 thebet) van het tweede jaar der prediking van Jezus, op den dag op welken Johannes de Dooper, in de burcht van Macherint onthoofd werd, en het feest voor de verjaring der geboorte van Herodes begon. Niet één romeinsch officier begaf zich naar dit feest, uithoofde van de instorting der waterleiding, ofschoon Pilatus op hetzelve, met eene huichelachtige beleefdheid verzocht was.

De zuster zag de tijding van deze gebeurtenis, door leerlingen te Fimnath Serah, in Samarië, alwaar Jezus onderwees overbrengen, op dienzelfden 8en Januari ('20 thebet.) Toen Jezus zich van daar naar Hebron begaf om de familie van Johannes te troosten, zag zij op den •IS116quot; Januari te Ophel vele door deze instorting gekwetste werklieden genezen. Hier bovea is reeds van

287

ocr page 292

288 HET SMARTVOLLE LIJDEN

op de wit marmeren trappen neder, die met het diens bloed van zijn heilig hoofd bespat werden. De te d vijanden van Jezus, die hunne plaats aan den ingang van het forum hernomen hadden, en liet gespuis lachten met zijnen val, en de gerechts-

de dankbaarheid dier arme werklieden gesproken. De ■vijandschap van Herodes tegen Pilatus groeide nog aan ter gelegenheid van de wraak, welke deze over de aanhangers van Herodes, uit hoofde van deze noodlottige gebeurtenissen nam. Wij zullen opzichtens dit, eenige inlichtingen trekken uit de mededeelingen van de Zuster. Op den 25 Maart (7 Nisan) van het tweede jaar der prediking, verwittigde Lazarus Jezus en de zijnen, in eene plaats nabij Bethulië, dat Judas van (iaulon een opstand tegen Pilatus ging aanstoken. — Op den Ü8en Maart (10 Nisan) kondigt Pilatus te Jeruzalem eene belasting af, op den tempel, gedeeltelijk om de onkosten der ingestorte gebouwen te dekken, en er ontstaat eene muiterij onder de Galileesehe aanhangers van Judas van Gaulon, ijveraar der vrijheid, die met al de zijnen zonder het te weten een werktuig was der llerodianen. De Herodianen waren een genootschap, gelijk aan hetgene in onze dagen de vrijmetselaars zijn. — Op den 30en Maart (IS Nisan), bevindt Jezus zich in den tempel met de Apostelen en dertig leerlingen; Hij onderwijst omstreeks tien ure des morgens, met een bruin Galileesch kleed omgeven. Op dienzelfden dag heeft de opstand plaats v in Judas van Oaulon tegen Pilatus; de muiters verlossen vijftig van hunne aanhangers, den dag te voren in de gevangenis gesteld, en dooden verscheidene Romeinen. Op den 6en April (lit Nisan) doet Pilatus, in den tempel door vermomde Romeinen, een groot aantal Galileërs aanvallen en om hals brengen, op het oogenblik dat zij offeranden opdroegen; Judas van Gaulon wordt gedood. AIzoo nam Pilatus wraak over Herodes in den persoon van zijne onderdanen en van zijne aanhangers. Maar hunne vijandschap nam een einde, toen Pilatus Jezus tot He-rodes zond, om door hem geoordeeld te worden.

ocr page 293

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

dienaren schopten hem met de voeten om hem te doen opstaan. Pilatus leunde op zijne zitting, die een klein rustbed geleek; het tafeltje stond voor hem, en hij was, even als te voren, van officieren en mannen, die dragers waren van geschriften, omringd. Hij kwam naar voren op het terras en zeide tot de beschuldigers van Jezus; »Gij hebt mij dezen man overgeleverd als een «pstoker des volks; ik heb hem in uwe tegenwoordigheid ondervraagd, en niet schuldig bevonden aan hetgene gij hem ten laste legt. Herodes heeft hem ook niet misdadig bevonden; want ik heb u tot hem gezonden, en gij ziet dat hij geen doodvonnis heeft uitgesproken. Ik ga hem dan doen geeselen, en hem wegzenden.quot; Er ontstond een hevig gemor onder de Farizeërs, en de geld-uitdeelingen aan het volk begonnen opnieuw. Pi-Jatus ontving deze betuigingen met verachting, en antwoordde daarop met bijtende woorden, en vroeg of zij niet genoeg hadden met het schuldeloos bloed, hetwelk zij nog heden zouden vergieten, wanneer zij de Paaschlammeren zouden slachten.

Maar het was nu het tijdstip, waarop het volk, voor de viering van het feest tot hem kwam, om hem volgens eene oude gewoonte, de verlossing te vragen van een gevangenen. De Farizeërs hadden te voren hunne medewerkers gezonden, om het volk op te hitsen, niet de verlossing van Jezus, maar zijne doodstraf te vragen. Pilatus hoopte, dat men zou vragen Jezus in vrijheid te stellen, en hij bedacht de keus te geven tusschen hem eu een afschuwelijken boosdoener, Barrabas genaamd, voor wien al het volk een gruwel had, en die reeds ter dood veroordeeld was, zoo dat er voor hun niet te kiezen bleef. Hij had in een opstand een moord begaan, en ik heb hem zich aan vele

289

ocr page 294

het smartvolle lijden

andere misdaden zien plichtig maken. Er ontstond teim eene beweging onder liet volk op het forum; stral eeue bende trad voor met hare redenaars aan het hoofd , die tot Pilatus l iepen: «Doe hetgene gij voor het feest altijd gedaan hebt.quot; Pilatus zeide tot hen: »Het is de gewoonte dat ik u, ter gelegenheid van den Past hen een misdadiger los laat. Wien wilt gij dat ik in vrijheid stelle: Bar-rabas of Jezus, den koning der Joden. Jezus, '■ welken zegt de gezalfde des Heeren te zijn?quot;

Pilatus, altoos besluiteloos, noemde Jezus koning der Joden omdat deze trotsche Romein hun zijne verachting wilde betuigen, hun een zoo armen koning toekennende, die op dit oogenblik met een moordenaar was gelijk gesteld; maar hij gaf hein dezen naam ook door overtuiging, dat .lezus in der daad de mirakuleuze koning, de aan (ie Joden beloofde Heiland kon zijn; daarbij volgde hij het voorgevoel hetwelk hij van de waarhe'd had, omdat hij wel zag dat de prinsen der priesters vol afgunst waren tegen Jezus, welke hij onschuldig geloofde. Op deze vraag van Pilatus aarzelde de menigte eenigszins en slechts eenige stemmen riepen: »Barrabas.quot; Pilatus door een dienaar zijner vrouw geroepen verliet het terras een oogenblik en de dienaar toonde hem het onderpand, hetwelk hij gegeven bad, zeggende: »Claudia-Procla herinnert ii aan uwe belofte van dezen morgen.quot; Middelerwijl waren de Farizeërs en de prinsen der priesters in groote beweging; zij naderden het volk, dreigden en geboden; maar zij hadden weinig te doen om het op te hitsen.

Maria, Magdalena, Johannes en de heilige vrouwen hielden zich bevende en weenende in een hoek van het forum. Ofschoon de Moeder van Jezus wel wist, dat zijn dood het eenige middel was voor de zaligheid der menschen, was zij niet-

290

ocr page 295

I-

IVAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 29i

temin vol angst en verlangen hem aan de dood-

, straf te onttrekken. En even als Jezus, hoe wel

aan Hij uit vrijen wil was rnensch geworden, om den

gene kruisdood te ondergaan, daarom niettemin al de

latus folteringen gevoelde van een ongelukkige, vreese-

, ter lijk mishandeld, van een mensch, onrechtvaardig

' los ter dood veroordeeld, zoo ook geveelde Maria at

Bar- de smarten, welke eene moeder kan gevoelen,,

zus, ' wier heilig kind een dusdanig lot van den kant van het ondankbaarste volk onderging. Zij en

ling degenen, die haar vergezelden sidderden, waren

ijne bedroefd en hoopten ; dikwijls verwijderde Johan-

nen nes zich op kleinen afstand om eene geruststel-

een lende tijding te brengen. Maria bad dat eene zoa

em groote gruweldaad niet zou voltrokken worden,

in Zij zeide, even als Jezus in den hof der Olijven:

len )gt;Zoo het mogelijk is, dat deze kelk zich verwij-

het dere.quot; Zij koesterde nog eene zwakke hoop. omdat

m- het gerucht onder het volk liep, dat Pilatus Jezus

vol wilde verlossen. Niet ver van haar bevonden zich

lig i benden volks van Capharnaüm, welke Jezus on-

de derwezen en genezen had; zij deden alsof zij

en haar niet goed kenden en aanschouwden heimelijk,

er de heilige vrouwen, onder hare sluiers verborgen,

lik Maria dacht en alle dachten gelijk zij, dat deze

Ik ten minste zeker Barrabas zouden verstooten, om

r- hunnen weldoener en Zaligmaker te redden. Het

.quot; was echter niet zoo.

;n Pilatus had zijne vrouw het onderpand terug-

■n gezonden om haar aan te duiden dat hij zijne

n : belofte wilde getrouw blijven. Hij trad opnieuw voor op het terras en zette zich bij het tafeltje

i- neder. De prinsen der priesters hadden hunne

n zitplaatsen ook hernomen, en Pilatus riep nogmaals

ii tot hen: »Wien van beide moet ik u loslaten ?quot;

il Hierop ontstond een algemeen geroep over geheel liet forum: »Wij willen dezen niet, geef ons

_i —

ocr page 296

•!292 HET SMARTVOLLE LIJDEN

Barrabas!quot; Pilatus zeide nog: »Wat moet ik dan met Jezus doen, die de Christus, de koning der Joden genoemd wordt?quot; Alle riepen woelig uit: »Dat Hij gekruisigd worde! dat Hij gekruisigd worde!quot; Pilatus vroeg voor de derde maal: «maar welk kwaad heeft Hij gedaan ? Ik ten minste vind in hem geene misdaad, die den dood verdiend heeft. Ik ga hem doen geeselen en dan laten heengaan.quot; Maar het geroep: «kruisig hem! kruisig hem!quot; barstte van alle kanten, gelijk een lielsch oordeel los. De prinsen der priesters en de Fa-rizeërs werkten zich als razenden af. Toen stelde Pilatus den booswicht Barrabas in vrijheid en /leed Jezus geeselen.

XXIV.

Geeseling van Jezus.

Pilatus, die lage, die besluitelooze rechter had verscheidene malen die booze woorden: »Ik vind geen misdaad in hem, daarom zal ik hem doen geeselen en daarna in vrijheid stellen,quot; uitgesproken. De Joden, van hunnen kant, hielden niet op te roepen: ^Kruisig hem! Kruisig hem!quot; Nog-tans wilde Pilatus nog beproeven zijnen wil door te zetten. Hij beval Jezus op de wijze der Romeinen te geeselen. Alsdan geleidden de gerechtsdienaars, Jezus met hunne stokken slaande en stootende, op het forum door de woelige drommen razend gespuis. Noordwaarts van het paleis van Pilatus, op kleinen afstand van het wachthuis voor een der winkelramen die de markt omringden, stond eene kolom, waaraan men de geese-lingen bond. De beulen kwamen met hunne zweepen, met roeden en koorden, welke zij aaa

ocr page 297

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

ilen voet der kolom nedervvierpen. Het waren zes bruine mannen, kleiner dan Jezus, had'den weinig baard en droegen, als kleeding, een gordel om het lijf, hunne borst was bedekt met een stuk leder, of ik weet niet welke slechte stof; de armen waren bloot. Het waren boosdoeners van de grenzen van Egypte, voor hunne misdaden veroordeeld om aan de openbare grachten en gebouwen te werken, hiervan oefenden de ondeugendsten en eerloosten het ambt van beul uit bij het gerechtshof. Uie wreede menschen hadden reeds arme veroordeelden aan diezelfde kolom gebonden en tot den dood toe gegeeseld. Zij geleken woeste dieren of duivelen en schenen half dronken. Zij sloegen den Zaligmaker met vuisten, ofschoon Hij geen tegenstand bood, sleurden hem met hunne koorden voort en bonden hem wreedelijk aan de kolom. Deze kolom stond geheel alleen en diende dus niet tot steun aan eenig gebouw. Zij was niet zeer hoog, want een lang mensch zou. de armen uitstrekkende, het bovenste ervan hebben kunnen bereiken. Van boven en in hel midden waren ringen of haken. Men kan niet uitdrukken met welke onmenschelijkheid die woedende honden Jezus behandelden toen zij hem derwaarts geleiden; zij rukten hem den spotmantel van Herodes af en wierpen hem bijna ter aarde.

Jezus rilde en sidderde voor de kolom. Hij trok zelf, in alle haast, met zijne bebloede en gezwollen handen zijne kleederen uit. Terwijl zij hem sloegen bad Hij op de hartverscheurendste wijze en keerde zijn hoofd een oogenblik naar zijne Moeder, die, van droefheid verscheurd, in een hoek van eene der winkelramen van de markt stond. Zich naar de kolom keerende om zijne naaktheid te bedekken, (want zij hadden hem tot zijnen gordel toe afgerukt), zeide Hij tot zijne Moeder: »wend uwe Smartvolle Lijden. 19

293

ocr page 298

HET SMARTVOLLE LUDEX

oogen van mij af!quot; — Ik weet niet of Hij deze woorden met den mond uitsprak of die slechts-inwendig zeide, maar ik bemerkte dat Maria dezelve verstond, want op hetzelfde oogenblik zag ik dat zij zich omkeerde en bewusteloos in de armen viel der heilige vrouwen die haar omringden.

Jezus omhelsde de kolom; de gerechtsdienaars bonden zijne handen omhoog aan den ijzeren ring die boven op de kolom was en rekten zijne armen zoodanig tot boven toe uit, dat zijne voeten nauwelijks den grond raakten die aan het onderste der kolom waren vastgemaakt. De Heilige der H Heiligen werd alzoo, in geheel zijne menschelijke de [ naaktheid, met geweld aan de kolom der boos- ren doeners uitgestrekt; twee van die razenden, dor- der stig naar zijn bloed, begonnen zijn heilig lichaam sche van het hoofd tot aan de voeten te geeselen. stilz Hunne eerste zvveepen of roeden schenen van witr een: buigbaar hout te zijn; misschien ook waren het schi ossenpezen of riemen van wit en hard leder. op

Onze Zaligmaker, de Zoon Gods, waarachtig lied God en waarachtig mensch, sidderde, rilde en her wrong zich als een worm onder de slagen van Eei die ellendelingen; zijne zoete en zachte zuchten prii deden zich als een hartelijk gebed liooren, onder de het gerucht der roeden zijner beulen. Van tijd ooi* tot tijd kwam het geschreeuw des volks en der vai Farizeërs, als eene sombere onweerswolk, die smartelijke klaagtoonen, vol van zegeningen, ver-dooven en wegnemen; men schreeuwde; ))Doe hem sterven! kruisig hem!quot; want Pilatus sprak nog met het volk; wanneer hij, te midden van het gewoel der menigte, eenige woorden wilde spreken, blies men de trompet om een oogenblik ka .stilte te hebben. Dan hoorde men opnieuw de zweepslagen, de zuchten van Jezus, de verwen- dc schingen der gerechtsdienaren en het geblaat der do

294

paasc in de wass( tot a nieirv ze ni eene gebn bijzo ilie ; eetii;

vei die lici en op lee

ocr page 299

VAN ONZEN* HEER ,1EZUS CHRISTUS. 295

deze paaschlavnmeren, welke men, niet ver van daar, echts in den vijver der lammeren wieseh. Als zij ge-i de- wasschen waren, bracht men dezelve gemuilband zag ,tot aan den weg des tempels, opdat zij niet op-in de nieuw zouden vuil worden, daarna geleidde men jjden, ;zc naar buiten, aan den westerkant, om ze aan naars jeene wassching te onderwerpen door de heilige ring | gebruiken voorgeschreven. Dit geblaat had iets rmen bijzonder trefl'ends; het waren de eenige stemmen nau- i die zich met het gejammer des Zaligmakers ver-erste ' eenigden.

der Het joodsche volk bleef op eenigen afstand van ilijke de plaats der geeseling. Romeinsche soldaten wa-300S- ren op verschillende plaatsen opgesteld, en bijzon-dor- der van den kant van het wachthuis. Vele nien-laani j schen van het gemeene volk gingen en kwamen elen. stilzwijgend, of met de beleediging op de lippen; wit. ; eenige gevoelden zich nogtans getroffen, en bet het ; scheen alsdan, dat een straal, van Jezus uitgaande, op hen kwam. Ik zag eerlooze, schier naakte jonge •htig ■ lieden , die nabij het wachthuis nieuwe roeden en bereidden; anderen gingen doornen takken balen, van Eenige gerechtsdienaren van de prinsen der liten priesters waren in onderhandeling getreden rnet ider de beulen, en gaven hun geld. Men bracht hun tijd ook eene kruik vol dikken, rooden drank, waarder van zij dronken tot dat zij dronken werden. Na die verloop van een kwartier uurs werden do beulen, ver- die Jezus geeselden, door andere vervangen. Het Doe lichaam des Zaligmaker? was met zwarte, blauwe irak • en roode plekken overdekt, en zijn bloed vloeide van op de aarde. Hij sidderde en sprong op. De be-ilde leedigingen en bespottingen lieten zich van alle blik kanten hooren.

de Het was dezen nacht koud geweest; gedurende en- den morgen en tot dit oogenblik was de luclit der donker, en er viel tot verwondering van het volk

ocr page 300

HET SMARTVOLLE LIJDEX

van tijd tot tijd hagel. Tegen middag werd de lucht helder en de zon drong door.

De twee nieuwe beulen vielen met nieuwe woede op Jezus; zij hadden eene andere soort van roeden, gelijk doornen stokken met knobbels en punten. Hunne slagen verscheurden het gansche lichaam van Jezus; zijn bloed spatte lot op zekeren afstand, en hunne armen waren er mede besproeid. Jezus zuchtte, bad en rilde. Verscheidene vreemdelingen kwamen op karneelen over het forum, en hoorden met smart en afschrik, wanneer het volk hun verhaalde, hetgeen er gebeurde. Het waren reizigers, van welke sommigen het doopsel van Johannes ontvangen, of de preek van Jezus op den berg gehoord hadden. De woeling en het geroep hielden niet op nabij het huis van Piliitus.

Nieuwe beulen sloegen Jezus met zweepen;het waren rieten, aan welker uiteinden zich ijzeren baken bevonden, die bij eiken slag stukken vleesch afrukten. Helaas! wie zou dit schrikkelijk en treurig vertoog kunnen schilderen! Hunne woede was echter nog niet voldaan; zij ontbonden Jezus en maakten hem opnieuw vast. met den rug tegen de kolom. Daar Hij zich niet meer kon ondersteunen , bonden zij koorden over zijne borst, onder de armen en onder de knieën , en maakten ook zijne handen achter de kolom vast. Geheel zijn lichaam trok smartelijk te zamen : het was met wonden en bloed overdekt, zijn afhangend vel en zijne gekruisigde lendenen bedekten zijne naaktheid. Toen vielen zij opnieuw, als razende honden op hem aan: een hunner had in zijne linkerhand eene lijnere roede, waarmede hij bemin het aangezicht sloeg. Het lichaam des Zaligmakers was slechts ééne wond; hij aanzag zijne beulen met de oogen vol bloed en sciieen genade te vragen;

296

ocr page 301

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

maar hunne woede verdubbelde en de zuchten van Jezus werden hoe langer hoe zwakker.

De afgrijselijke geeseling had wel drie kwartier uurs geduurd, toen een vreemdeling van lagere klas, bloedverwant van den blinden Ctesiphon, door Jezus genezen, met een mes in de hand, bij wijze van sikkel, van achter naar de kolom sprong; hij riep met verontwaardiging uit: «Houd op! slaat dien onschuldige niet tot dat Hij sterft!quot; JJe dronken beulen hielden verwonderd op: hij sneed in haast de koorden achter de kolom los, die Jezus vasthielden, nam de vlucht en verdween onder de menigte. Jezus viel bijna bewusteloos aan den voet der kolom ter aarde, dio geheel met zijn bloed overdekt was. De beulen lieten hem liggen . gingen drinken en riepen de beulsknechten, die in het wachthuis bezig waren met de doornen kroon te vlechten.

Terwijl Jezus daar geheel bebloed, stuiptrekkend aan den voet der kolom lag, zag ik eenige lichte en eerlooze meisjes, met onbeschaamd gelaat, tot hem naderen, elkander bij de hand houdende. Zij bleven een oogenblik stilstaan. en beschouwden hem met walging en afkeer. Op dat oogenblik verdubbelde de pijn zijner wonden, en Hij lichtte treurig zijn gekneusd gelaat tot haar op. Zij verwijderden zich en de soldaten en de gerechtsdienaren wisselden eenige onbetamelijke woorden met haar.

Ik zag herhaalde malen , gedurende de geeseling , de Engelen in tranen wegsmelten en Jezus omringen, en ik hoorde zijn gebed voor onze zonden , dat gestadig onder de hagelbui van slagen, die op hem nedervielen, tot zijnen Vader opklom. Terwijl Hij daar aan den voet der kolom in zijn bloed uitgestrekt lag, zag ik een Engel hem iets lichtgevends aanbieden, dat hem zijne krachten

297

ocr page 302

HET SMARTVOLLE LIJDEN

wedergaf. De gerechtsdienaren kwamen weder en stieten hem met Ininne voeten en stokken, zeggende, dat Hij zou opstaan, daar zij met den nieuwen koning nog niet gedaan hadden. Jezus keerde zich om, zooals Hij daar nederlag, om zijn gordel te nemen, die zich naast hem bevond; toen stieten deze eerloozen, onder een schaterend gelach, hem met de voeten terug, zoodat de Zaligmaker , gelijk een worm, welken men onder de voeten verplettert, zich in zijne bloedende naaktheid moest keeren en herkeeren, om zijn gordel te nemen en zijne lendenen te bedekken. Toen zij hem op zijne waggelende beenen gesteld hadden, gaven zij hem den tijd niet om zijn kleed aan te trekken, hetwelk zij alleen om zijne naakte schouders wierpen, en waarmede hij het b'oed afveegde, dat over zijn aangezicht vloeide. Zij geleidden hem langs een omweg naar het wachthuis; zij hadden er gemakkelijker kunnen komen, want de winkelkramen in de nabijheid van dit gebouw waren zóó open, dat men de plaats kon zien, onder welke de twee moordenaars en Barrabas opgesloten waren. Maar zij wilden hem de plaats voorbij geleiden , waar de prinsen der priesters zaten, die uitriepen: »Dat men hem doe sterven! dat men hem doe sterven !quot; En zich met walging omkeerende, brachten zij hem daarna op de binnenplaats van het wachthuis. Toen Jezus al,laar kwam, bevonden er zich geen soldaten, maar slaven, gerechtsdienaars, deugnieten; eindelijk het uitschot van het gespuis.

Daar het volk in groote opschudding was, had Pilatus eene versterking der romeinsche bezetting uit de vesting Antonia laten komen; deze soldaten omringden in goede orde het wachthuis. Zij mochten van Jezus spreken, met hem lachen, hem .bespotten, maar het was hun verboden, hunne

298

ocr page 303

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 299

i'cingen te verlaten. Pilatus wilde hierdoor hot volk beteugelen. Er waren wel duizend manschappen.

XXV.

Maria tijdens de geeseling van Jezus.

Ik zag de heilige Maagd in eene gestadige opgetogenheid tijdens de geeseling van onzen godgelijken Verlosser. Zij zag en leed inwendig, niet •onzeggelijke liefde en droefheid, al wat haar Zoon onderstond. Menigmaal ontsnapten stille zuchten aan hare lippen; hare oogen waren rood van het wee-nen. Zij had een sluier over het hoofd , en was uitgestrekt in de armen van Maria van Heli, hare oudste zuster , 1) die reeds bejaard was en veel geleek op Anna, hunne moeder. Maria van Cleophas, dochter van Maria van Heli bevond zich ook daar en hield zich bijna altoos aan den arm van hare moeder. De heilige vriendinnen van Maria en

1

In dit werk wordt dikwijls melding gemaakt van Maria van Heli. Volgens het gelieel der verschijningen van de zuster over de heilige Familie, was deze dochter van Joachim en Anna, bijna twintig jaren voor de heilige Maagd geboren. Zij was het kind der belofte niet en is van Je andere Maria's onderscheiden door den naam van Maria van Heü, omdat zij de dochter was van Joachim of Heliachim. Haar man was Cleophas genaamd, en hare dochter Maria van Cleophas. Deze, nicht van de heilige Maagd , was nogtans ouder dan zij : haar eerste man werd Alpheus genaamd, de zonen, welke zij van dezen gehad had, waren de Apostelen Simon, Jacobus de mindere en Judas ïhadeüs. Zij had van Sabas, haar tweeden man, Jozef Barsabas, en van een derde huwelijk met zekeren Jonas, Simon, dio Bisschop werd van Jeruzalem.

ocr page 304

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Jezus droegen een sluier over liet hoofd; zij beefden van droefheid en onrust, en slaakten gesmoorde zuchten, alsof zij haar eigen doodvonnis gehoord hadden, drongen zij rondom Maria. Maria droeg een lang, bijna hemelblauw kleed, daarover een langen, witten mantel en een geelachtigen, witten sluier. Magdalena was geheel door de droefheid overstelpt en terneergeslagen, hare haren waren geheel verward onder haren sluier.

Toen Jezus na de geeseling aan den voet der kolom nederviel, zag ik Claudia-Procla, vrouw van Pilatus, groote stukken linnen zenden aan de Moeder Gods. Ik weet niet juist meer of zij geloofde , dat Jezus in vrijheid zou gesteld worden, en dit linnen noodig zou zijn om zijne wonden te verbinden, en of de mededoogende heidin wist,, welk gebruik de heilige Maagd van haar geschenk zou maken. Toen Maria tot zich zelve gekomen was, zag zij haren Zoon, geheel verscheurd, dooide gerechtsdienaren weggeleid worden; Hij droogde zijne met bloed overgoten oogen af. om zijne Moeder te aanschouwen. Zij strekte hare handen tot hem uit, en volgde met de oogen het bloedige spoor zijner voeten. Aldra zag ik Maria en Magdalena, terwijl het volk zich naar een anderen kant begaf, de plaats naderen , waar Jezus ge-geeseld was; door de heilige vrouwen en eenige andere welmeenende personen verborgen, die hen omringden, wierpen zij zich bij de kolom ter aarde en veegden met het linnen, hetwelk Claudia-Procla gezonden had, overal het heilige bloed van Jezus af. Johannes bevond zich op dal oogenblik niet bij de heilige vrouwen, die ongeveer ten getalle van twintig waren. De zoon van Simeon, die van Veronica, die van Obet, Aram en Themini, neven van Jozef van Arirnathea, waren in den tempel bezig, vol droefheid en angst. Het was omtrent

300

ocr page 305

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

negen uur des morgens, toen men met de geese-]ing ophield.

XXVI.

Onderbreking van de tafereelen des Lijdens.

Maart 1823.

De Zondag LiCtare. feesldarj van den II. Jozef.

VOORLOOP1GE AANMERKINGEN.

De zuster Emmerich zag dit gevolg van tafereelen dag voor dag , van den dag voor den 18 Februari tot den 8 Maart, vooravond van den vierden zondag der vasten, en gedurende dien tijd leed zij zelve onuitdrukkelijke smarten in ziel en lichaam. In deze beschouwingen verslonden, ongenaakbaar voor alle uitwendige gewaarwordingen, weende en zuchtte zij even als een klein kind, dat aan de beulen wordt overgeleverd; zij beefde, sprong op en wrong zich op hare legerstede, onder veel gejammer; haar aangezicht was gelijk aan dat van een mensch, in de folteringen stervende , en een bloedig zweet vloeide menigmaal op hare borst en schouders. In het algemeen was haar zweet zoo overvloedig, dat haar bed en alles wat haar raakte, ervan doordrongen waren. Zij leed ook veel dorst, zoodanig dat men zou gezegd hebben, dat zij een dorstig mensch was, die in eene dorre woestijn, zonder water, verdwaald rondloopt. Haar mond was des morgens geheel droog en hare tong achterwaarts getrokken en. ingekrompen, zoodat zij niet dan met een onverstaanbaar geluid en teekenen kon vragen, dat men haar zoude verlichten. Eene aanhoudende koorts

301

ocr page 306

HET SMARTVOLLE LIJDEN

voegde zich bij deze smarten; en daarenboven bleven hare gewone pijnen en die, welke zij ten voordeele van anderen leed, nog zonder tusschen-poozingen voortduren. Het was slechts na met moeite eenige krachten herwonnen te hebben, dat zij de tafereelen van het Lijden verder kon verhalen; noch deed zij zulks niet eiken dag, noch in éénen adem, maar moest verscheidene malen herbeginnen.

Op Zaterdag den 8 Maart 1823 had zij op deze wijze, met oneindig lijden, de geeseling van Jezus verhaald, die het voorwerp der verschijningen van den vorigen nacht was geweest, en die haar nog gedurende een gedeelte van den dag scheen tegenwoordig te zijn ; maar op het einde van den dag had er eene onderbreking plaats in do tot alstoen regelmatige reeks barer verschijningen van het Lijden. W ij maken daarvan hier gewag, om het inwendige leven van eene zeldzame persoon beter te kennen, alsmede om den lezer tot rustpunt te dienen. Want wij hebben zeiven 01-dervonden, dat het beschouwen van het Lijden des Zaligmakers aan de zwakken vermoeienis veroorzaakt, ofschoon het voor hunne zaligheid voltrokken is.

Het geestelijk en lichamelijk leven der zuster was in aanhoudende, innige vereeniging met het dagelijksche leven der Kerk in dien tijd. Het was eene misschien noodzakelijkere betrekking dan degene, die ons leven afhankelijk maakt van de jaargetijden, van de uren van den dag, van de .zon en de maan, van de luchtstreek, de warmte of koude, en waardoor zij eene aanhoudende getuigenis gaf van het bestaan en de beteekenis van al de geheimen en plechtigheden, in der. tijd, door de Kerk gevierd. Zij volgde die zoo getrouw, dat zij bij de Metten van eiken dag in haren in-

ocr page 307

VAN ONZEN HEER JEZUS CEIRISTUS.

«n uitwendigen, geestelijken 211 lichamelijken staat eene verandering onderging. Wanneer de geestelijke zon van een der dagen van de Kerk ondergegaan was, wendde zij zich aanstonds tot die van den volgenden dag, om al hare gebeden, al hare werken, al hare smarten, van de bijzondere genade, aan dien nieuwen dag gehecht, te door-dringen, evenals eene plant zich in den dauw baadt, en in het licht en de warmte van den opkomenden dageraad prijkt.

Er had eene omwenteling plaats in geheel haar wezen, niet juist toen de avondklok liet Awjdus klepte, die te vroeg of' te laat kan gedaan worden , door de onwetendheid of onachtzaamheid dergenen, die er mede belast zijn, maar toen het oogenblik eener nieuwe voortbrenging van de eeuwige orde in den tijd wezenlijk daar was, op een uur, waarvan de andere stervelingen, door hunne zintuigen, geene kennis konden hebben.

Zoo de Kerk een treurig feest vierde, zag men haar kwijnend, onderdrukt en als verwelkt; maar op het oogenblik dat een vreugdefeest begon, verhieven zich terstond haar lichaam en hare ziel, als verlevendigd door den dauw eener nieuwe genade, en zij bleef tot den volgenden avond kalm, ernstig, blijmoedig, alsof' een sluier over hare smarten was geworpen, en alsof zij der eeuwige waarheid van dit feest getuigenis had moeten geven. Nu, dit alles geschiedde in haar, zonder de medewerking van haren wil, ten minste had zij daarin geene meerdere meening, dan de bij, wanneer zij het was en den honing bereidt. Zij had van hare teederste jeugd af het oprechte verlangen gekoesterd, aan Jezus en de Kerk te gehoorzamen, zij had genade gevonden voor God, die niet slechts haar verlangen in daadzaken, maar in eene tweede natuur hervormd had. Zij kon

303

ocr page 308

HET SMARTVOLLE LIJDEN

niets anders meer doen, zij wendde zicli onweder-staanbaar tot de Kerk, gelijk eene plant naar het licht, wanneer men die gansch in het donker plaatst.

Op Zaterdag den 8 Maart 1823, na zonsondergang, toen zij, smartelijk aangedaan, de omstandigheden der geeseling van Jezus verhaald had, zweeg zij eensklaps stil, en de schrijver dezer bladzijden meende, dat hare ziel reeds tot de beschouwing der doornen kroning was overgegaan. Maar na eenige minuten rnst begon haar aangezicht , mismaakt en veranderd, gelijk dat eener zieltogende, door eene zoete en minnelijke kalmte te schitteren, en sprak eenige woorden, met dien hartelijken toon, op welken de onschuld tot kinderen spreekt. »Ach ! het beminnelijke knaapje ! zeide zij. Wie is het dan? Wacht, ik ga het hem vragen. — Hij is kleine Jozef genaamd. — O! hoe aardig is hij! Hij komt door de menigte naar mij toegeloopen. —• Het arme kindje— Het is zoo minnelijk, het lacht mij toe; het weet niets van al wat er gebeurt. — Ik heb er medelijden mede, het is schier naakt; ik vrees dat het koud zal hebben. — De lucht is dezen morgen zoo koel. — Wacht, ik ga u een weinig dekken.quot; Na deze woorden met zoo veel waarheid uitgesproken, dat men om zich heen zou gezien hebben of het kind er niet was, nam zij lijnwaad, dat nabij haar lag. en maakte al de bewegingen van iemand, die een geliefkoosd kind voor de koude wil behoeden. Haar vriend sloeg haar aandachtig gade, en veronderstelde , dat deze bewegingen een inwendig gebed uitdrukten, zooals hij daarvan reeds getuige was geweest. Hij kon echter de uit'eg-ging niet erlangen , welke de beweegreden was geweest van deze woorden ; want er had eene plotselinge verandering plaats in haren staat. Eene

304

ocr page 309

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

persoon, die haar verzorgde, liet liet woord gehoorzaamheid hooren; dit woord was de naam van eene der beloften, waardoor zij zich aan den Heer had toegewijd, en aanstonds verzamelde zij al hare geestkrachten gelijk een gehoorzaam kind, hetwelk zijne moeder tot haar roept, na het uit een diepen slaap opgewekt te hebben. Zij nam driftig haar rozenhoedje en het Christusbeeldje, hetwelk zij gestadig bij zich had, schikte hare kleederen, wreef hare oogen en zette zich overeind, daarna droeg men haar van het bed op een stoel, omdat zij niet in staat was om te staan of te gaan; het was de tijd, waarop men haar bed opmaakte. Haar vriend verliet haar, om hetgeen hij dien dag gehoord had, in schrift te brengen.

Zondag den 9 Maart 1823. Dezen morgen vroeg de schrijver dezer regelen aan degene , die haar oppaste , «wat de zieke den vorigen avond wilde zeggen, toen zij sprak van een kindje. Jozef genaamd.quot; En zij antwoordde : ))Zij is nog lang met den kleinen Jozef bezig geweest. Het is liet zoontje van eene mijner nichten, hetwelk zij zeer bemint. Ik ben bevreesd, dat dit soms eene ziekte aan dat kind voorspelt; want zij heeft verscheidene malen gezegd, dat hij schier naakt was, dat zij vreesde . dat hij koud zou hebben. Haar vriend herinnerde zich alsdan inderdaad , dien kleinen Jozef verscheidene malen op het bed der zieke te hebben zien spelen, en hij geloofde, dat zij den vorigen dag slechts van dat kind gedroomd had. Toen hij haar later bezocht, om zich door haar het vervolg der gebeurtenissen van het Lijden te doen verhalen , vond hij haar, tegen zijne verwachting. kalmer en in beteren staat dan de vorige dagen. Zij zeide , dat zij na de geeseling niets meer gezien had; en toen hij haar aangaande dien kleinen Jozef ondervroeg, van welken zij den dag

305

ocr page 310

HET SMARTVOLLE LIJDEN

300

te voren gesproken had, herinnerde zij zich niet meer aan dat kind gedacht te hebben. Hij vroeg haar, hoe het kwam, dat zij lieden zoo kalm, zoo opgeruimd en welvarend was, en zij zeide dat dit met half-vasten altoos zoo was; dat de Kerk met Isaïas aan den Introïtus van het heilig Misoffer •zong: «Verheug u, Jeruzalem! Vergadert u allen, die haar bemint; verheugt u, gij , die droevig waart; zijt in blijdschap , en verzadigt u aan de borsten uwer vertroosting.quot; Dat het dan een vreugdedag was; dat overigens in het Evangelie van den dag, de Heer vijf duizend menschen, met vijf brooden en twee vischjes, gespijzigd had, waarvan er nog twaalf korven waren overgebleven; dat men zich dan behoorde te verheugen. Zij voegde er bij, dat Hij haar dien morgen ook met de heilige Communie gevoed had, en zij zich op dien dag van de vasten altoos bijzonder, lichamelijk en geestelijk versterkt had gevoeld. Haar vriend wierp een oogslag op den almanak van Munster, en zag er in, dat men dien dag nog, behalve den Zondag La'tare, in hot Bisdom den feestdag vierde van den H. Jozef, voedstervader van onzen Heer Jezus, hetwelk hij niet wist, vermits men dien feestdag elders op den 19 Maart vierde. Hij deed het haar opmerken, en vroeg, of het dit niet was, dat haar van Jozef had doen spreken, en zij zeide hem, dat zij wel wist, dat het de feestdag was van den voedstervader van Jezus, maar dat zij niet aan het kind gedacht had , dat zijn naam draagt, en somtijds in hare kamer kwam. Te midden van dit gesprek , viel haar plotseling te binnen, wat het voorwerp was geweest van de verschijning van den vorigen dag. Het was inderdaad eene vroolijke beeltenis van den H. Jozef, nog kind zijnde, die zich ter gelegenheid van dat feest en van don Zondag Lcetare

ocr page 311

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

eensklaps en bij wijze van een tooneelspel te midden der verschijningen van het Lijden , vertoond had.

Nu, wij hebben menigmaal ondervonden dat degene , die tot haar sprak. haar dikwijls boden zond, order de gedaante van een kind, en zulkst gebeurde altoos iu de gevallen, dat de rnensclie-lijke kunde zich ook van de gedaante van een kind zou hebben kunnen bedienen, om hare gedachten uit te drukken. Indien bijvoorbeeld eene liarer verschijningen van de heilige Geschiedenis, haar eene vervulde voorzegging voorstelde, zag zij de gebeurtenissen, welke zij onder de oogen had, een kind vergezellen, dat in zijn loopen, in zijne houding, in zijne kleeding, in de wijze, op welke het zijn voorspellend schrift in de hand droeg, of aan het einde van eenen stok in de lucht deed zweven, de kenschetsende trekken van dezen of dien Profeet afmaalde. Had zij zware smarten te verduren, zoo kwam er tot haar een zoetaardig en stilzwijgend kindje, in het groen gekleed; het zette zich met een gelaten voorkomen en in eene zeer moeilijke houding op de smalle sponde van haar bed neder, het liet zich, zonder eenig klaagwoord te uiten, van den eenen arm op den anderen nemen , of zonder iets te zeggen op den grond nederleggen. Het aanzag haar zonder ophouden met liefelijke blikken en vertroostte haar; dit was het geduld. Als zij, in een oogenblik van vermoeienis of buitengewoon lijden, tot verlichting van een ander te ondergaan, in betrekking kwam met een Heilige, hetzij uithoofde van de viering van het feest, of door tus-schenkomst, of bij gelegenheid eener reliquie r vertoonden zich voor haren geest gebeurtenissen van de kindsche jaren van dien Heilige , terwijl zij , in andere gevallen, zijne marteling met de

307

ocr page 312

HET SMARTVOLLE LIJDEN

verschrikkelijkste bijzonderheden zag. In hare grootste smarten, wanneer zij gansch uitgeput was, kwam haar de vertroosting, dikwijls zelfs de onderrichtingen, de waarschuwingen, door beeltenissen van kinderen. Het gebeurde ook menig-werf, dat zij, in zekere pijnen en angsten, aan welke zij niet kon wederstaan, in slaap viel, en zich tot eenig gevaar zag wedergebracht, waaraan zij in hare kindsheid was blootgesteld geweest. Zij meende, zoo als hare woorden en gebaren gedurende den slaap het aantoonden, dat zij wederom eene arme, kleine boerin was geworden van vijf jaren, die door eeue heg willende gaan, tusschen de doornen verward bleef en weende. Het waren altoos wezenlijke gebeurtenissen van hare kindsheid, die zich alsdan opnieuw vertoonden, en wanneer het dan het zedelijke van die parabel betrof, sprak zij dikwijls woorden, zooals deze; «Waarom roept gij? ik zal u niet uit de heg trekken, zoo lang gij mij met liefde biddende, mijne hulp niet geduldig zult afwachten.quot; Zij had, nog kind zijnde, toen zij in de heg verward was, aan dit bevel gehoorzaamd, en zij volgde het , in gevorderden ouderdom, in de verschrikkelijkste beproevingen; daarna sprak zij bij haar ontwaken al lachende van de heg, waarin zij als gevangen was geweest, van dit middel van geduldigheid en van het gebed, dat haar was aangewezen, als een sleutel om los te geraken. Zij had dien raad in hare kindsheid ontvangen en menigmaal verzuimd, maar van dat oogenblik af liet zij nimmer na, hare toevlucht gestadig tot denzelven te nemen. Deze zinnebeeldige betrekking van zekere omstandigheden harer kindsheid met de gebeurtenissen van haar volgend leven deed zien , dat er in het leven van een bijzonderen, even als in dat der menschheid, voorspellende zinnebeelden kunnen zijn. Maar aait

ocr page 313

VAN OXZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

eiken bijzonderen, gelijk aan geheel het raensche-lijk geslacht, is een goddelijk zinnebeeld gegeven in den persoon des Verlossers, opdat allen , zijn voetspoor volgende, en door zijne hulp buiten de palen der natuur gaande, tot de volle vrijheid van geest, tot den ouderdom der volheid van Jezus Christus komen, ten einde de wil Gods geschiede op de aarde gelijk in den Hemel, en zijn rijk toekome! —

Zij verhaalde de volgende stukken der verschijningen die den dag te voren de tal'ereelen des Lijdens, met het begin der Metten van den feestdag van den H. Jozef, onderbroken hadden.

XXVII.

De H. Jozef, een kind zijnde, onderbreekt de verschijning van het lijden.

Te midden van die verschrikkelijke gebeurtenissen bevond ik mij te Jeruzalem, nu op de eene, dan op de andere plaats. Ik was gebukt onder het gewicht der smarten en van een lijden, even bitter als de dood. Terwijl zij mijnen aanbidde-lijken Bruidegom geeselden, zat ik daar zeer nabij, op eene plaats, welke geen Jood durfde naderen, uit vrees van onrein te worden. Wat mij betreft, ik vreesde dit niet, ik verlangde integendeel, dat een enkele druppel van zijn bloed op mij zou vallen, om mij te reinigen. Mijn hart was zoo verscheurd, dat het mij toescheen dat ik ging sterven , want ik kon Jezus niet te hulp snellen; ik was verplicht de zaken te laten zoo als zij waren; ik stierf schier van medelijden. Ik zuchtte en jammerde bij eiken slag, welken men hem toebracht, en was hoogst verwonderd, dat men mij Smartvolle Lijden. 20

309

ocr page 314

HET SMARTVOLLE LIJDEN

niet wegjoeg. Helaas! welk hartverscheurend ver- I

toog, mijn welbeminden Bruidegom daar op den me

grond, aan den voet der kolom, in zijn bloed te «lel

zien liggen, gansch verscheurd en gekneusd! in lan

welk afgrijselijk treurtooneel waren die afschu- tus

welijke vrouwen , die met hem spotten, en haar pet

aangezicht met walging van hem afkeerende, mn

haren weg vervolgden! Moe hartroerend was de am

blik van Jezus, die haar scheen te zeggen : sGij dai

zelve zijt het, die mij zoo verscheurd hebt, en lyl'

nog spot gij met mij 1quot; — Met welke wreedheid goi

schopten de beulen hem, om hem te doer, opstaan! Ui1

Met wonden en bloed overdekt, sleepte Hij zich he

voort om zijne kleederen te nemen, en rauwelijks go

bad Hij die genomen met zijne handen, die rilden bo

van stuiptrekkende smarten, of zij stieten hem ko

voorwaarts, om hem nieuwe folteringen te doen de

ondergaan, en zij sleepten hem ten toon, voorbij si1

zijne arme Moeder! Helaas! zij wrong de handen all

te zamen, met de oogen zijne bloedige voetstap- w'

pen volgende; en ik hoorde op hetzelfde oogen- vii

blik in liet wachthuis, dat van den kant der markt wi

open was, de spotternijen der beulsknechten, die da de doornen kroon vlochten en op hunne handen,

van handschoenen voorzien, de punten der door- n'

nen beproefde. Ik rilde in al mijne ledematen, ik tr

zou hebben willen loopen, om hem in zijne nieuwe 01

smarten te aanschouwen. Het was toen , dat de si

Moeder van Jezus, van de heilige vrouwen om- in

ringd , heimelijk het bloed van haren Zoon van u

den voet der kolom afveegde. Het volk en de U;

vijanden van Jezus lieten een woelig geschreeuw V'

hooren, terwijl men hem wegleidde. Ik was zoo vv

verbrijzeld van droefheid en angst, dat ik niet n

meer kon weenen, noch mij ondersteunen, en ik d

wilde mij nogtans voortslepen tot aan de plaats '1

waar men Jezus met doornen ging kronen. e

310

ocr page 315

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 311

Eensklaps zag ik een wonder kindje aankomen met blonde haren, en slechts bedekt met een gordel om de lenden. Het sloop te midden van de lange sluiers der heilige vrouwen door, ging snel tusschen de beenen der mannen en kwam al loo-pende tot mij. Het was geheel vroolijk, geheel minnelijk, nam rnij bij het hoofd om het naar een anderen kant te keeren , sloot mij nu de oogen, dan de ooren, en poogde mij door zijne kinderlijke liefkozingen te beletten, de treurige vertoo-gen te aanschouwen, die voor mijne oogen waren. Dit kind zeide mij ook: »Kent gij mij niet ? Ik heet Jozef en ben van Bethlehem.quot; Daarna begon het mij te spreken van de krib, van de geboorte van Christus, van de herders, van de drie koningen, en het verhaalde, hoe schoon en wonderbaar dit alles was geweest. Terwijl het aldus sprak, huppelde en schertste het vroolijk. Ik vreesde altoos, dat liet koud zo-u hebben, dewijl het zoo weinig gekleed was, en er een weinig hagel viel; maar het raakte met zijne handjes mijne wangen aan en zeide: »Yoel, hoe warm ik heb; daar, waar ik ben, gevoelt men geene koude.quot; ?vog weende ik altoos , ter oorzake van de doornenkroon, welke ik zag vlechten; maar het vertroostte mij en zeide mij eene schoone gelijkenis, om mij uit te leggen, hoe de vreugde uit al deze smarten zou oprijzen. Terzelfder tijd klapte het in zijne handjes. £r waren in die gelijkenis vele uitleggingen van den geheimzinnigen zin van het lijden des Zaligmakers. Het toonde mij ook het veld aan, waar de doornen gegroeid waren, van welke men de kroon van Jezus vlocht;- het leerde mij wat deze doornen beteekenden, zeide mij hoe die velden met een heerlijken oogst zouden overdekt worden, en hoe de doornen rondom dezelve eene beschermende heg zouden vormen , ganscl;

ocr page 316

HET SMARTVOLLE LfJDEN

312

met sclioone rozen versierd. 1) Het wist alles op zoo liartelijke en lachende wijze uit te leggen, dat doornen rozen schenen te worden, met welke wij begonnen te spelen. Alles, wat het zeide, was zeer belangrijk, maar ik heb ongelukkig het grootste deel ervan vergeten. Er was een lang en treffend tafereel van de opkomst en ontwikkeling der Kerk, met aangename kinderachtige gelijkenissen. Het minnelijk kind liet mij het lijden van Jezus niet meer beschouwen eu sleepte mij mede in andere kinderlijke tafereelen. Ik was zelve een kind, ik verwonderde mij daarover niet, en liep met Jozef naar Bethlehem. Hij toonde mij de plaatsen aan, waar hij zijne kindsheid had doorgebracht; wij baden te zamen op de plaats, waar later de krib stond, en naar welke hij zich in zijne kindsheid begaf, wanneer zijne broeders hem plaagden, uit hoofde van zijue vroegtijdige godsvrucht. Het scheen mij , dat ik zijne familie nog zag iu het oude huis , dat weleer door den vader David bewoond werd, en dat tijdens de gebooite van Jezus Christus reeds in vreemde handen was: want er waren in dien tijd romeinsche beambten, aan

■1) Zij heeft hier waarschijnlijk veel vergeten betvek-kelijk den zondag Lcitare, die ook den zondag dei-rozen genoemd wordt, omdat de Paus, teneinde de vreugde van dien dag te verbeelden, die, gelijk eene roos, schittert te midden der doornen van de vasten, alsdan eene gouden roos zegent en die in de straten van Koine processies-gewijs ronddraagt. Hetgeen van de rozen gezegd wordt, kan hierop betrekking iiebbeu. evenals hetgeen van den oogst gezegd wordt, op den naam van zonda'j van den maaltijd en van zondag dry brooden, uit hoofde van het Evangelie van den dag, over de vermenigvuldiging der vijf brooden. Deze dag wordt hierom ook Dominica rosata, de panibus, vefec-lionis genoemd.

ocr page 317

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

welke Jozef belasting moest betalen. Wij waren vroolijk als kinderen . en het was alsof Jezus en zijne Moeder nog niet geboren waren. Op deze wijze ging ik op den vooravond van den H. Jozef van de treurige tafereelen des Lijdens tot eene aangename en vertroostende verschijning over.

(Op den feestdag van den H. Jozef zag zij niets van de tafereelen des lijdens, maar zij zeide slechts het volgende opzichtens de houding van Maria en Magdalena.)

XXVIII.

Houding van de H. Maagd en van Maria Magdalena.

De wangen der heilige Maagd zijn altoos bleek en getrokken; hare oogen rood van het weenen. Zij heeft een langen en fijnen neus. Ik zou niet kunnen uitdrukken, hoe vol eenvoudigheid, rechtschapenheid en waardigheid zij mij voorkwam. Sedert gisteren heeft zij niet opgehouden, in het dal van Josaphat en de straten van Jeruzalem rond te zwerven , en nogtans is er geene verwarring noch wanorde in hare kleeding, er is geen plooitje van haar kleed , dat de heiligheid niet ademt; alles in haar is eenvoudig en waardig, vol statigheid, zuiverheid en onschuld. Zij ziet statig om zich, en wanneer zij het hoofd een weinig omkeert, zijn zelfs de plooien van haren sluier vol van eene verheven deftigheid en eenvoudigheid. Hare bewegingen zijn geene gemaaktheid, en te midden der grievendste droefheid, is hare geheele houding eenvoudig en kalm. Haar kleed is vochtig van den nachtdauw en van de overvloedige tranen, welke zij gestort heeft; maar

313

ocr page 318

314 HET SMARTVOLLE LIJDEN

alles, in hare kleeding, blijft netjes en wel geschikt. Zij is van eene onuitdrukkelijke schoonheid en geheel bovennatuurlijk; want deze schoonheid is niets dan onuitsprekelijke reinheid, waarheid, eenvoudigheid, majesteit en heiligheid.

Magdalena integendeel, heett een geheel ander voorkomen. Zij is grooter en sterker; er is meer uitdrukkelijks in hare persoon en in hare bewegingen. Maar de hartstochten, het berouw en hare droefheid hebben al hare schoonheid doen verwelken; zij is zelfs bijna verschrikkend om te zien, zoo zeer is zij door de grenzenlooze hevigheid barer droefheid mismaakt; hare kleeding is in stukken en bevuild, zij zwiert geheel verward om haar; hare lange haarlokken hangen los en verward onder haren hoofdsluier, die vochtig'en schier verscheurd is. Zij is gansch ter neder gedrukt , zij denkt aan niets dan aan hare droefheid, en is schier eene zinnelooze gelijk. Er bevinden zich daar vele menschen van Magdalum en omliggende plaatsen, die haar weleer een zoo prachtig en daarna ergerend leven hebben zien leiden. Daar zij zoo langen tijd verborgen heeft geleefd, wijzen zij haar met den vinger na en vervolgen haar met beleedigingen ; zelfs werpen personen van het gespuis van Magdalum haar met slijk. Maar zij ontwaart niets, zoozeer is zij in droefheid verslonden.

XXIX.

De doornen kroning.

Toen de zuster wederom tot hare verschijningen van het lijden overging, gevoelde zij eene hevige koorts en een zoo brandenden dorst, dat

ocr page 319

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

liiire tong stuiptrekkend ingekrompen eu als verdroogd was. Zij was zoo uitgeput en lijdend op den maandag na den zondag Lcetare, dat zij de volgende verhalen slechts met moeite en zonder veel orde kon doen. Zij voegde er bij , dat het haar, in den staat, waarin zij zich bevond, onmogelijk zou zijn al de mishandelingen te verhalen, waarmede men Jezus tijdens de kroning overlaadde, omdat dit haar al die verschrikkelijke bijzonderheden opnieuw voor oogen zou stellen.

Gedurende de geeseling had Pilatus verscheidene malen tot het volk gesproken, dat eenmaal zoo ver ging, dat het uitriep: »Hij moetsterven, til zouden wij allen ook moeten sterven!quot; Toen Hij naar do kroning geleid werd, riepen zij nog: »L)at men hem afmake! dat men hem doe sterven!quot; Want er kwamen steeds nieuwe benden Joden aan, welke de afgezanten van de prinsen der priesters tot dat einde opgeruid hadden. Daarna was er een oogenblik stilte. Pilatus gaf bevelen aan zijne soldaten. en de prinsen der priesters en de Sanhedrin, op verheven banken aan de beide zijden der straat, voor het terras van Pilatus, onder boomen en paviljoenen nedergezeten, deden zich door hunne dienaren spijs en drank aanbrengen. Pilatus, wiens geest onophoudelijk door zijne bijgeloovigheden ontsteld was, verwijderde zich nog gedurende eenige oogenblikken, om zijne goden te raadplegen en hun wierook op te offeren.

Ik zag de heilige Maagd en hare vriendinnen zich na de geeseling, en nadat zij het bloed van Jezus aan de kolom vergaderd hadden, van het forum verwijderen. Ik zag haar met haar bebloed lijnwaad een huisje binnengaan, dat niet ver van -daar, tegen eenen muur steunende, gelegen was. Ik weet niet meer aan wie het toebehoorde. Ik

315

ocr page 320

316 HET SMARTVOLLE LIJDEN

herinner mij niet den H. Johannes hij de geese- w

ling tegenwoordig te hebben gezien. en

De doornen kroning had plaats op de binnen- zo

plaats van het wachthuis, op het forum , boven va

de gevangenissen gelegen. Het was met kolommen kt

omringd en de deuren ervan waren open. Er be- dc

vonden zich aldaar ongeveer vijftig ellendelingen, aa

knechten van cipiers, slaven en andere lieden van al

dezelfde soort, die onder elkander de folteringen pi

verdeelden, welke zij Jezus gingen aandoen. Het '/i

volk drong eerst rondom het gebouw; maar het vs

-werd weldra door een duizendtal romeinsche sol- n

daten omringd en in goede orde gerangschikt, d)

welker gelach en boerterijen den ijdelen roem en lt;1'

de vurigheid der beulen prikkelden en opwekten, h

gelijk de toejuichingen dei- aanschouwers de too- .1

neelspelers aanmoedigen. d

In het midden der plaats stond een voetstuk s

eener kolom, waarin een gat was, dat weleer kon li

gediend hebben, om de kolom daarop te bevestigen. r

Óp dit gat plaatsten zij eene zeer lage voetbank, g

van achter van een ooi- voorzien, en overdekten J

die, enkel uit boosaardigheid, met scherpe steenen v

en potscherven. Zij rukten de kleederen van Jezus' s

met wonden overdekt lichaam af, en hingen hem r

een ouden, verscheurden, rooden soldatenmantel I

om, die hem nog niet tot aan de knieën reikte. 1

Hier en daar waren er stukken van gele eikels a op. Deze mantel bevond zich in een hoek van de

strafzaal, en men was gewoon dien de gegeeselde gt;

misdadigers om te hangen , hetzij om het bloed s

te stelpen, hetzij om met hen den spot te drijven. lt;

Zij sleurden hem alsdan naar den zetel, welken I zij hem bereid hadden. Toen zetten zij hem de doornen kroon op. Zij had de hoogte van twee handen breed, en was dicht en zorgvuldig gevlochten , zoodat de bovenste kant uitspringend

-

ocr page 321

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 317

;e- was. Zij zetten hem die ronilom het voorhoofd, en bonden ze van achter sterk vast. Zij had al-

ii- zoo de gedaante van een tulband. Zij was gemaakt

en van drie doornen takken van een vinger dikte,

en kunstig door elkander gevlochten, en de meeste

e- doornen waren opzettelijk langs den binnenkant

ii, aangebracht. Het waren drie soorten doornen, zoo-

in als wij den kruisdoorn, den doorn van den wilden

3n pruimenboom en den witten hagedoorn hebben,

et Zij hadden er van boven een boord aan gemaakt

et van doornen, gelijk aan onze braamdoornen, en

)1- met dezen boord namen zij de kroon vast, en

;tT drukten die met geweld op Jezus' hoofd. Ik heb

m de plaats gezien , waar de jongens die doornen

n, hadden geplukt. Toen zij die op het hoofd van

gt; Jezus hadden vastgemaakt, gaven zij hem een dik riet in de hand. Zij deden dit alles met eene

ik spotachtige statigheid, even alsof zij hem wezen-

in lijk koning gekroond hadden. Zij namen hem het

i. riet dan wederom uit de hand, en sloegen zoo

ir geweldig op de doornen kroon, dat de oogen van

n Jezus met bloed overgoten waren. Zij knielden

n voor hem neder, maakten grijnzingen voor hem,

s' spuwden en sloegen hem in het aangezicht, en

ii riepen uit: ))Wees gegroet, koning der Joden!quot;

;l Daarna stieten zij hem onder een schaterend ge-

!. lach met zijn zetel omver, en zetten hem dan

s wederom met geweld daarop.

e Ik zou de versmadingen niet kunnen herhalen,

e welke deze wreedaards verzonnen. Jezus leed ver-

I schrikkelijk van den dorst; want de wonden van de onmenschelijke geeseling hadden eene hevige

i koorts veroorzaakt; Hij sidderde en rilde; zijn

i vleesch was , in de zijden, tot op de beenderen

; verscheurd , zijne tong was ingetrokken , en het bloed, dat van zijn heilig hoofd vloeide, ver-

I frischte alleen zijnen brandenden en half geopenden.

.

ocr page 322

HET SMARTVOLLE LIJDEN

mond; 1j maar deze afschuwelijke wanschepsels begonnen hein te bespuwen. Jezus werd alzoo omtrent een half uur mishandeld, ter bespotting en onder de vreugdekreten van het soldatenrot, dat rondom hem geschaard was.

XXX.

Ecce Homo. Aanziet den mensch.

318

.Iczii3 met den rooden mantel bekleed, met de doornen kroon op liet hoofd, den rieten scepter in zijne geknevelde handen , werd in het paleis van Pilatus teruggeleid, ilij was onkenbaar uit hoofde van het bloed, waarmede zijne oogen, zijn mond en baard overgoten waren. Zijn lichaam was slechts ééne wond; Hij geleek een laken dat in bloed gedoopt is. Hij ging nedergebukt en wankelend voort. De mantel was zoo kort, dat Hij genoodzaakt was zich voorover te bukken , om zijne naaktheid te bedekken, want bij de kroning

1

Dit gezicht verwekte bij de zuster dezen nacht een zoodanig medelijden, dat zij den dorst des Zaligmakers vvenschte te beproeven. Zij leed ook een hevi-gen aanval van de koorts, en haar dorst was zoo geweldig , dat zij des morgens niet meer kon spreken, zoodanig was hare tong ingetrokken en hare lippen droog en gesloten. Haar vriend vond haar in dien staat van bezwijming; zij was bleek en bewusteloos en scheen den dood nabij te zijn. Men goot haat met veel moeite een weinig water in den mond. maar zij kon hare verhalen niet hernemen, dan na eene langdurige rust. De persoon, die bij haar gewaakt had, verklaarde, dat zij zich gedurende den nacht dikwijls, al zuchtende, op hare slaapstede van den eenen naar den anderen hoek •.gesleept had.

ocr page 323

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

hadden zij hem opnieuw al zijne kleederen afgerukt. Toen Hij beneden aan den trap voor Pilatus kwam, kon deze wreede mensch zich niet weder-houden te ijzen van walging en medelijden. Hij leunde op een zijner officieren, en terwijl het volk en de priesters in beleedigingen uitbarstten, riep hij uit: slndien de duivel der Joden ook zoo wreed is. is liet niet goed bij hem in de hel te zijn.quot; — Toen Jezus door smarten afgemat, boven op den trap was gesleurd, en Hij zich van achter hield, kwam Pilatus voor op het terras, men blies de trompet om aan te kondigen dat de stedehouder wilde spreken; hij wendde zich tot de prinsen der priesters en tot al de omstanders en zeide: »Ik doe hem nogmaals voor u brengen opdat gij zoudt weten dat ik liem aan geene misdaad plichtig ken.quot;

Jezus werd toen dooi' de gerechtsdienaren nabij Pilatus geleid, zoodat al liet volk dat op het forum vergaderd was hem kon zien. Het was een ijse-lijk en hartverscheurend tooneel, dat eerst door het stilzwijgen van het afgrijzen aangenomen werd, de verschijning te zien van den Zoon Gods, geheel bloedend onder zijne doornenkroon, zijne door het bloed overgoten en uitgedoofde oogen op het volk slaande, terwijl Pilatus met den vinger op hem wees en uitriep: «Aanziet den mensch!quot;

Terwijl Jezus voor het paleis van Pilatus gelijk een bloedige schim werd ten toon gesteld, bedekt met den rooden mantel welken men hem uit spotternij had omgehangen, het gansche lichaam verscheurd, het hoofd, van doornen doorstoken, nederhangende, den rieten schepter in zijne geknevelde handen, zich nederbukkende om zijne naaktheid te bedekken, in eindelooze droefheid en smarten gedompeld, en nogtans van eene grenzelooze zoetaardigheid en liefde doordrongen,

319

ocr page 324

HET SMARTVOLLE LIJDEN

blootgesteld aan liet razend geschreeuw der priesters en het volk, gingen geheele benden mannen en vrouwen met opgeschorte kleederen over liet forum en namen de richting naar den vijver dei-lammeren. om aldaar tegenwoordig te zijn bij de ■wassching en besproeing der lammeren die moesten opgeoflerd worden. Die arme schuldelooze dieren blaatten op hartroerende wijze. terwijl hunne stemmen zich met de doodskreten des volks vermengden, alsof zij getuigenis van de waarheid hadden willen geven. Maar het ware Lam Gods, de veropenbaarde en echter ongekende geheimen van dien heiligen dag, vervulde de voorzeggingen en leverde stilzwijgend zijn gebukt hoofd aan de slachtbank over.

De prinsen der priesters en hunne aanhangers werden woedend op het zien van Jezus en riepen uit; «Dat men hem doe sterven, dat men hem kruisige!quot; — »Is bet nu niet genoeg, zeide Pi-latus, men beeft hem op zoodanige wijze mishandeld, dat Hij geen lust meer heeft om koning te zijn.quot; Maar die razenden schreeuwden altoos luider en het volk deed deze verschrikkelijke woorden booren: »Dat men hem doe sterven, dat men hem kruisige!quot; »Pilatus deed de trompet nog steken en zeide: «Neemt hem dan en kruisigt hem; want ik vind hem aan geen misdaad plichtig.quot; Hier riepen eenige der priesters uit; »Wij hebben eene wet volgens welke Hij moet sterven; want Hij heeft gezegd, dat Hij de Zoon Gods is!quot; Waarop Pilatus antwoordde: »Zoo gij wetten hebt, die dezen veroordeelen, wil ik van de uwen niet zijn.quot; Dit woord, »11 ij heef.': gezeijd dat Hij de Zoon Gods is,quot; wekte de bijgeloovige vrees van Pilatus opnieuw op; hij deed Jezus elders geleiden, ging tot hem en vroeg bem van waar Hij was. Maar Jezus antwoordde niet en

320

ocr page 325

VAN ON'ZES' HEER JEZUS CHRISTUS.

Pilatus zeicle tot hem: »Gij antwoordt mij niet? Weet gij niet dat ik de macht heb u te doen kruisigen ot' in vrijheid te stellen?quot; En Jezus antwoordde: »Gij zoudt geene macht over mij liebben, zoo zij u niet van boven gegeven was; liet is daarom dat degene, die mij aan u overgeleverd, eene grootere zonde bedreven heeft.quot;

Claudia-Procla, door de aarzeling van haren man zeer ongerust, zond hem nogmaals het onderpand om hem aan zijne belofte te doen gedenken; Pilatus echter gaf haar een onbeduidend en bijgeloovig antwoord, waarvan de zin was, dat hij het aan zijne goden overliet. De vijanden van Jezus vernamen de pogingen van Claudia ten zijnen voordeele. en deden onder het volk verspreiden, dat de aanhangers van Jezus de vrouw van Pilatus omgekocht hadden, dat, zoo hij hem in vrijheid stelde, Hij zich met de Romeinen zou vereenigen en de Joden uitgeroeid worden.quot;

Pilatus. in zijne besluiteloosheid, was als een dronken rnensch, hij wist niet meer waaraan zich te houden. Hij zeide nog eens tot de vijanden van Jezus, dat hij niets plichtigs in hem vond; daar deze echter zijn dood met meer geweld dan ooit vroegen, wilde Pilatus, ontsteld, onzeker, zoo uithoofde zijner eigen weifeling, als door het uitwerksel welk de droomen zijner echtgenoote en de statige gezegden van Jezus op hem gemaakt hadden, van den Zaligmaker een antwoord hebben, dat hem uit dien hachelijken toestand redde; hij keerde tot hem in het gerechtshof weder en bleef alleen met hem. »Zon dit dan een God zijn?quot; zeide hij tot zich zeiven, Jezus gansch bebloed on mismaakt aanziende; daarna bezwoer hij hem eensklaps te zeggen of Hij God was, of Hij den aan de Joden beloofden koning was, tot hoe ver zijn rijk zich uitstrekte, van welke orde zijne

321

ocr page 326

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Godheid was en zeide, dat, zoo Hij hem dit wilde zeggen hij liem in vrijheid zou stellen.quot; Ik kan .slechts den zin herhalen van het antwoord van Jezus. De Zaligmaker sprak tot hem met groote statigheid en gestrengheid; Hij zeide hem, waarin zijne koninklijke waardigheid en zijn rijk bestonden; Hij toonde hem ook goed de waarheid aan j want Hij zeide hem die in haar geheel; daarna ontsluierde Hij hem al de misdaden, welke hij, Pilatus, bedreven had, voorspelde hem het ellendig lot dat hem wachtte, de ballingschap en een afschuwelijk einde en kondigde hem aan, dat de Zoon des menschen eens over hem een rechtvaardig vonnis zou komen vellen.

Pilatus half verschrikt en half verbitterd door de woorden van Jezus, kwam op het terras weder en zeide nog, dat hij Jezus wilde verlossen: dan riep men hem toe: »Indien gij hem loslaat, zijt gij den vriend van Cesar niet; want hij, d,e zich koning wil maken, is de vijand van Cesar.' Anderen zeiden, dat zij hem bij den keizer zouden aanklagen, van linn feest gestoord te hebben, dat men er een einde mede behoorde te maken, dewijl zij zich om tien ure in den tempel moesten bevinden. Het geroep: »dat Hij gekruisigd worde!quot; deed zich van alle kanten hooren, het weèrgalnifle tot op de platdaken van het forum, waarop vele menschen geklommen waren. Pilatus zag dat zijne pogingen bij die woedenden vruchteloos waren. JJe woeling en het geschreeuw hadden iets ver-schrikkendst, en de gansche drom volk was. in eene zoodanige opschudding, dat er een opstand te vreezen was. Pilatus liet zich water brengen; een zijner dienaren goot het over zijne handen, in tegenwoordigheid van het volk, en hij riep van boven van het terras: «Ik ben niet plichtig aan het bloed van dezen rechtvaardige; gij zult er

322

ocr page 327

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

voor moeten verantwoorden.quot; Alsdan ontstond er een verschrikkelijk eenstemmig geroep van al het volk, waaronder zich lieden van alle plaatsen van Palestina bevonden: sZijn bloed kome over ons en over onze kinderen!quot;

XXXI.

Bemerkingen op deze verschijningen.

Zoo dikwijls als ik, het smartvol lijden van onzen Heer Jezus overweeg, en dit vervaarlijk gei'oep tier Joden: »Zijn bloed korne over ons en over onze kinderen!quot; hoor, wordt mij het uitwerksel van deze plechtige vervloeking door wonderbare en ijselijke beeltenissen aangetoond en tastbaar gemaakt. Het schijnt mij, dat ik boven het roepende volk, eer. somberen hemel zie, met bloedige wolken overtrokken, waaruit roeden en zwaarden van vuur nederschieten. Het is alsof die vervloeking tot het merg hunner beenderen doordrong en tot zelfs de kinderen in den schoot hunner moeders trof. Het gansche volk schijnt mij in duisternissen gewikkeld: hun geroep kom-t als de schicht van een somher vuur uit hunnen mond, en keert naar hen weder, dringt in sommigen diep door, en zweeft slechts rondom eenige anderen.

Deze laatste zijn degenen, die zich na den dood van Jezus bekeerden; hun getal was vrij aanmerkelijk; want gedurende al die verschrikkelijke folteringen, hielden Jezus en Maria niet op voor de zaligheid der beulen te bidden. Al deze ongehoorde pijnigingen ontstaken bij hen geen oogenblik verbittering. Te midden der wreedste pijnigingen, van de hoogmoedigste beleedigingen, van de woede

323

ocr page 328

HET SMARTVOLLE LIJDEN*

324

en van den dorst naar het bloed zijner vijanden, en van hunne knechten, te midden van de ondankbaarheid en van liet verraad van verscheidene zijner leerlingen, zie ik Jezus deze overmaat van alle smarten der ziel en des lichaams verdragen, aanhoudend bidden, zijne vijanden gestadig beminnen en zonder ophouden hunne bekeering van zijn hemelschen Vader vragen; maar ik zie ook dat al dit geduld, al deze liefde niets doen, dan de woede van diezelfde vijanden meer ontsteken; zij zijn razend, dat al hunne pijnigingen aan zijnen mond, die geen enkel klaagwoord laat hooren, geen woord kunnen ontrukken, geschikt om hunne wreedheden te billijken en te rechtvaardigen. Op dienzelfden dag dooden zij het paaschlam en kennen het ware Lam niet, hetwelk zij gaan slachten. Wanneer ik gedurende soortgelijke verschijningen, mijne gedachten stier tot de zielen van de vijanden van Jezus, tot die van den Zaligmaker en van zijne heilige Moeder, wordt alles wat er gebeurt, mij onder verschillende gedaanten aangetoond, welke de Joden toen niet zagen, maar waarvan zij al de uitwerkselen gevoelden. Ik zie eene tal-looze schaar duivelen onder de menigte in beweging, ik zie hen de Joden aandrijven, stooten, in het oor spreken, in hunnen mond gaan, hen tegen Jezus ophitsen, en nogtans sidderen op het zien van zijne liefde en onwrikbaar geduld. Maar in al wat zij doen, is iets wanhopigs, onregelmatigs en verwards; iets dat zich zelf vernietigt; het is eene dwaze onzekerheid, heen en weèrslingering in alle richtingen. Rondom Jezus, Maria en het kleine getal Heiligen, die zich aldaar bevinden, zijn vele Engelen verzameld, hunne gedaante en kleeding verschillen volgens hunne bedieningen; hunne werkingen verbeelden de vertroosting, liet gebed, de zalving, of eenige der werken van barmhartigheid.

ocr page 329

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

Ik zie ook vertroostende of dreigende stemmen komen uit den mond dier verschijningen, even als stralen van verschillende kleuren en licht. Zoo liet boodschappen zijn, zie ik die bij wijze van een schrijfbord in hunne hand. Ik zie ook dikwijls wanneer het alzoo moet zijn, de bewegingen dei-ziel, het inwendig lijden, in één woord, al de gevoelens zich door de borst en geheel het lichaam onder (luizende lichtgevende of sombere gedaanten vertoonen, die zich nu snel, dan traag, in alle richtingen bewegen. Ik begrijp alsdan alles, maar het is onmogelijk hetzelve uit te leggen, want er zijn te veel dingen, en ik ben overigens zoo ziek en zoo overstelpt van droefheid en angsten, welke mijne zonden en die van alle menschen mij berokkenen, ik ben zoo verpletterd door de smarten Onzes Heeren, dat ik niet weet hoe ik eenige orde kan stellen in al wat ik verhaal. Vele dingen, bijzonder de verschijningen van Engelen en duivels, door andere personen, die verschijningen betrekkelijk het Lijden van Jezus Christus gehad hebben, zijn stukkeu van inwendige en zinnebeeldige aanschouwingen, van hetgene er onzichtbaar omgaat; stukken, nu op de eene dan op de andore wijze onthouden en verhaald, volgens de gesteltenis der ziel van degenen, die deze verschijningen hadden. Van daar die menigvuldige tegenstrijdigheden , omdat zij, terwijl zij aanteekening houden van zekere daadzaken, er andere vergeten of achterlaten. Dewijl alles, wat onder het kwaad wordt gerangschikt, heeft medegewerkt in het Lijden van Jezus Christus, daar gelijkerwijs alles, wat op de liefde betrekking heeft, met hein heeft geleden, daar eindelijk Hij, het Lam Gods, de zonden der wereld op zich genomen heeft, waarom dan niet, in het eindelooze, verschrikkelijke, heilige dingen onthouden en verhalen.' — Wanneer

Smartvolle Lijden. 21

325

ocr page 330

HET SMARTVOLLE LIJDEN

dan de verschijningen en beschouwingen van vele godvreezende personen niet gansch overeenstemmend zijn, is zulks, omdat dezelfde genade lieit niet verlichte, en hun begrip en hunne verhalen niet bestuurde.

De zieke gaf dikwijls zulke uitleggingen over den vorm harer verschijningen, niet siechts gedurende deze overdenkingen en beschouwingen, maar ook in vroegere gelegenheden. Zij verklaarde tevens, dat zij van de meeste voorwerpen van dezen aard niet sprak, om geene verwarring in hare tafereelen te veroorzaken. Men ziet hoe rnoeielijk het haar moest vallen, te midden van al deze verschijningen, den draad van haar verhaal in het geheugen te behouden. Wie zou dan niet volgaarne aan de zieke, die zoo hevig aangedaan was door de gebeurtenissen, welke zij verhaalde, eenige geringe gapingen of ligte verwarringen vergeven, die soms in hare rnededee-lingen gevonden worden.

XXXII.

Jezus tot den kruisdood veroordeeld.

Pilatus, die de waarheid niet zocht, maar dezelve wilde ontwijken, was onzekerder dan ooit; zijn geweten zeide: Jezus is onschuldig; zijne echt-genoote herhaalde: Jezus is heilig; zijne hijgeloo-vigheid gaf hem in: Hij is de vijand uwer goden; zijne lafhartigheid zeide: Hij is een God, Hijzelf zal wraak nemen. Hij stelde op ongerusten en tevens plechtigen toon, nieuwe vragen aan Jezus; deze beantwoordde dezelve met hem zijne geheimste misdaden, zijn ellendig lot voor oogen te stellen, en dat dengene, welken hij ondervroegr

326

ocr page 331

VAN ONZEN HEER JEZL'S CHRISTUS. .3-27

op den laatsten dag des oordeels zou komen, op de wolken des hein els nederzittende, om over hem het vonnis uit te spreken, hetwelk hij zou verdienen. Dit antwoord legde in de valsche weegschaal van Pilatus een nieuw gewicht ten voor-deele van de invrijheidstelling van Jezus, Hij werd toornig zich in al de naaktheid zijner schande voor het aanschijn van Jezus te bevinden, welken hij niet kon doorgronden; hij was er over gebelgd, dat dengene, welken hij had laten geeselen en kon doen kruisigen, hem een ellendig einde durfde voorspellen; dat die mond, die nimmer van leugentaal was beschuldigd geweest, die zich niet ge-waardigd had een enkel woord te spreken, om zich te rechtvaardigen, hem in dat uiterste voor zijne onomkoopbare vierschaar daagde, in deti laatsten dag des oordeels; dit alles verbitterde zijnen hoogmoed. Geen gevoel had nogtans bepaald de overhand in dezen ellendige; door de laatste woorden van Jezus verschrikt, wendde hij eene laatste poging aan, hem te redden; maar de Joden, door hem te bedreigen hem bij den keizer aan te klagen, joegen hem nieuwen schrik aan. De vrees voor den keizer behaalde bij hem de overhand boven den Koning, wiens rijk niet van deze wereld was. De lafhartige booswicht zeide tot zich zeiven : ))Zoo Hij het leven verliest, sterft met hein al hetgene Hij van mij weet, en mij voorspeld heeft.quot; Deze bedreiging van hem bij den keizer aan te klagen, deed hem dan gelijkvormig aan hunnen wil, tegenstrijdig aan de rechtvaardigheid, aajn zijne eigene overtuiging en aan het woord, hetwelk hij aan zijne echtgenoote gegeven had, besluiten. Hij gaf den Joden het bloed van Jezus, en hij had, om zijn geweten te wasschen, niets meer dan het water, hetwelk hij over zijne handen deed uitgieten, zeggende: sik ben onschuldig

ocr page 332

HET SMARTVOLLE LIJDEN

aan liet bloed van dezen rechtvaardige, het is aan ii er voor te verantwoorden.quot; «Neen, Pilatuslgij ook zult er voor verantwoorden, gij noemt hem rechtvaardig, en gij vergiet zijn bloed, en gij zijt een onrechtvaardige, gewetenlooze rechter: datzelfde bloed, hetwelk Pilatus zich niet wilde aantrekken en waarvan hij, door zijne handen te ■wasscjaen, zijne ziel niet kon zuiveren, riepen de bloeddorstige Joden, al vloekende, over zich en over hunne kinderen. Dat bloed van Jezus, dat om bannhartigheid roept voor ons, daagden zij uit, wraak over zich te roepen. «Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!quot;

Te midden van die ijselijke kreten, deed Pilatus alles bereiden om zijn vonnis uit te spreken. Hij deed zicli een ander plechtgewaad brengen, zette zich eene soort kroon op, in welke een edelgesteente schitterde, en nam een anderen mantel : men droeg ook een stok vóór hem. Hij was van soldaten omringd, van officieren tier rechtbank voorafgegaan, en door schrijvers met rollen papier en schrijftafeltjes gevolgd. Die voorafging, blies de trompet. Alzoo ging hij van zijn paleis op het forum, alwaar tegenover de kolom der geeseling eene verheven zitplaats was gemaakt voor tie uitspraak der vonnissen. De veroordeelingen waren slechts geldig, wanneer zij van dezen zetel waren uitgesproken. Deze vierschaar werd Gabbatha genoemd; het was een rond terras, waarop men aan verscheidene kanten, met trappen opklom; op het bovenste bevond zich een zetel voor Pilatus, en achter dezen eene bank voor de mindere beambten; een groot getal soldaten om-ringiie dit terras, en verscheidene bevonden zich op de trappen. Vele Farizeërs hadden zich reeds naar den tempel begeven. Slechts Annas, Caïphas en acht en twintig anderen naderden de vier-

ocr page 333

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

sdhaar, toen Pilatus zijn plechtgewaad aantrok. De twee moordenaars waren reeds voor dezelve geleid, toen Jezus aan het volk vertoond werd. Men overdekte den zetel van Pilatus met een rood laken, waarop men een blauw kussen nederlegde, met gele banden geborduurd.

De Zaligmaker, nog altoos met zijnen rooden mantel bekleed, en met zijne doornen kroon op het hoofd, werd door gerechtsdienaars, te midden door het volk dat hem hoonde, voor de vierschaar gebracht en tusschen de twee moordenaars geplaatst. Toen Pilatus zich op zijn rechterstoel nederzette, zeide hij nog tot de vijanden van Jezus: »Zietdaar uwen koning!quot; — Kruisig hem!quot; schreeuwden zij allen. — »Moet ik uwen koning kruisigen?quot; hernam Pilatus nog. Do prinsen dei-priesters liepen : » Wij hebben geen anderen koning dan Cesar.quot; Pilatus zeide niets meer en begon het vonnis uit te spreken. De twee moordenaars waren reeds vroeger tot den kruisdood veroordeeld geworden, maar de prinsen der priesters hadden gevraagd van de terechtstelling op te schorten, omdat zij Jezus een des te grooteren smaad wilden aandoen, door hem in zijne straf, booswichten van de laagste klas tot gezellen te geven. De kruisen van de twee moordenaars bevonden zich reeds bij hen: dat van den Zaligmaker was er nog niet, omdat het doodvonnis nog niet uitgesproken was.

De heilige Maagd, die zich na de geeseling verwijderd had, wierp zich, van verscheidene vrouwen omringd, opnieuw onder de menigte, om het doodvonnis van haren Zoon en haren God te hooren. Jezus stond recht in het midden van de gerechtsdienaars en van zijne vijanden, die hem vol woede aanzagen, en hem beneden de trappen der vierschaar door hun beschimpend gelach hoonden. De

329

ocr page 334

HET SMARTVOLLE LIJDEN

330

trompet deed zich hooren om stilte te gebieden, en Pilatus sprak liet vonnis over den Zaligmaker, met (Ie woede van eenen lafhartigen uit. Ik gevoelde mij door zijne laagheid en dubbelhartigheid verplet. Het zien van dien hoogmoedigen schurk, (le zegepraal en de bloeddorst van de prinsen der priesters eindelijk voldaan, na zich in misdadige pogingen te hebben uitgeput, de ellende en diepe smart des Zaligmakers, de onuitdrukkelijke angsten zijner Moeder en der heilige vrouwen, de gruwelijke gretigheid, met welke de Joden hunne prooi beloerden, de onmeêdoogend trotsche houding der soldaten, die dit treurspel omringden, eindelijk mijne tegenwoordigheid en het zien van al die verschrikkelijke duivelen, onder de menigte van het volk vermengd, dit alles had mij gansch ter neer geslagen en vernietigd. Helaas! ik gevoelde, dat ik zelve in de plaats van Jezus, van mijn Bruidegom, had behooren te zijn, en dat alsdan het vonnis rechtvaardig zou zijn geweest; maar ik leed zoodanig, ik was zoo verpletterd, dat ik mij niet juist herinner, hoe alles zich toedroeg. Ik zal hieromtrent verhalen, hetgeen ik mij nog herinner. Pilatus deed eerst eene voorafspraak, waarin de hoogdravendste namen aan den keizer Tiberius werden toegevoegd; daarna stelde hij de aanklacht tegen Jezus voor, welken de prinsen der priesters ter dood hadden veroordeeld, om de openbare rust gestoord en hunne wet geschonden te hebben, terwijl Hij zich den Zoon Gods en den koning der Joden deed noemen, en wiens kruisdood het volk met eenparige stemmen gevraagd had. Toen de ellendeling er bijvoegde, dat hij dit vonnis billijk en overeenkomstig met de rechtvaardigheid gevonden had, hij die menigmaal de onschuld van Jezus had uitgeroepen, verloor ik schier de bewustheid: daarna

ocr page 335

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

sn, zeide hij. eindigende: »Ik veroordeel vervolgens

er, Jezus vun Nazareth, koning der Joden, om ge-

je- kruisigd te worden,quot; en hij beval aan de gerechts-

ig- dienaren het kruis te brengen. Ik vermeen mij

;en nog te herinneren, dat hij een langen, bijna hollen

in- stok verbrijzelde, eti de stukken er van aan de

iis- voeten van Jezus nederwierp.

ide De Moeder van Jezus zeeg bij deze woorden

ie- bewusteloos neder, alsof' zij zelve had willen ster-

ui- ven: nu was geen twijfel meer, de dood van haren

de welbeminden Zoon, de wreedste, de schandelijkste

nd dood was zeker. Johannes en de heilige vrouwen

Jel droegen haar weg, opdat de verblinde menschen

en die haar omringden, hunne zonden niet den hoog-

ler sten graad zouden doen stijgen, door hare smarten

ad te beschimpen; maar zij was niet zoodra tot kennis

e- gekomen, of men moest haar van plaats tot plaats

an geleiden, op den weg des Lijdens van Jezus, want

jn, de ijver van eene geheimvolle en medegevoelige

jn eerdienst zette haar aan om de offerande van

r- hare tranen op te dragen, op al de plaatsen, waar

es de Zaligmaker haar Zoon, voor de zonden der

it- menschen, zijne broeders, geleden had. Op deze

ne wijze nam de Moeder des Heeren, ten voordeele

3n van den toekomenden eerbied van onze algemeene

ia moeder, de Kerk, reeds te voren bezit van die

Jn geheiligde plaatsen, door die met hare tranen te

r- heiligen, even als Jacob den steen, bij welken de

ie beloften van hier boven hem gedaan waren, tot

;n «ene gedenkzuil oprichtte en heiligde,

n, Pilatus schreef het vonnis op zijne vierschaar,

i- en die achter hem stonden, schreven het tot drie-

j- maal na. Men zond ook boden weg want sommige

'i- afgezonderde stukken moesten door andere per-

lij sonen geteekend worden: ik weet niet of deze

s- stukken deel uitmaakten van het vonnis, dan of het

ui andere bevelen waren. Sommige nogtans werden

331

ocr page 336

HET SMARTVOLLE LIJDEN

332

zeer ver verzonden. Pilatus schreef' onder anderen een vonnis tegen Jezus, dat al zijne dubbelhartigheid wel deed zien, want het was geheel verschillend van hetgene hij mondeling uitgesproken had. Ik zag dat hij met ontstelden geest schreef, men zou gezegd hebben, dat een engel van gramschap zijne pen bestuurde. De zin, welken ik mij niet omstandig kan te binnen brengen, was bijna deze: »Door de prinsen der priesters, de Sanhedrin en het volk, op het punt van oproerig te worden, den dood vroeg van Jezus van Nazareth, als plichtig aan het storen van den openbaren vrede, aan godslastering en overtreding hunner wet gedwongen, heb ik hem aan hen overgeleverd om gekruisigd te worden, ofschoon hunne beschuldigingen mij niet duidelijk voorkwamen, ten einde bij den keizer niet beschuldigd te worden van den opstand begunstigd, en de Joden door eene weigering van recht misnoegd te hebben, en heb ik hem, met twee andere ter dood veroordeelde misdadigers, welks terechtstelling hunne heimelijke listen hadden doen uitstellen, omdat zij wilden dat Jezus met hen te gelijk zou gerecht worden, overgeleverd.quot; Hier schreef de ellendeling nog gansch iets anders. Hij schreef daarna ook liet opschrift van het kruis, in drie regels op een schrijfbord, van eene donkere kleur. Het vonnis, dat Pilatus moest verontschuldigen, werd verscheidene malen nageschreven en naar verschillende plaatsen verzonden. Maar de prinsen der priesters i'edetwistten nog met hem nabij de vierschaar. Zij waren over dit vonnis niet tevreden: zij beklaagden zich vooral, dat hij geschreven had, dat zij de uitstelling van de terechtstelling der moordenaars gevraagd hadden, om Jezus niet hen te rechten. Zij verzetten zich ook tegen het opschrift, en vroegen lt;lat men niet schrijven zou: «koning der Joden,quot;

ocr page 337

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

maar sdie zegde koning der Joden te zijn.quot; Pila-tus werd ongeduldig, spotte met hen en zeide met gramschap: »Hetgene ik geschreven heb, is geschreven.quot; Zij wilden ook, dat het kruis van Christus niet verder boven het hoofd zou uitsteken, dan dat der twee moordenaars, men moest liet nogtans hooger maken, dewijl er, door de schuld der werklieden, wezenlijk te weinig plaats-was, om er liet opschrift van Pilatus op te plaatsen ; zij trachtten van deze omstandigheid gebruik te maken, om het opschrift te doen weglaten, dat beleedigend voor hen scheen. Maar Pilatus wilde er niet in toestemmen, en men was genoodzaakt het kruis te verlengen, door er een nieuw stuk hout aan te voegen. Deze verschillende omstandigheden liepen te zamen om aan het kruis die beteekenisvolle gedaante te geven, welke ik menigmaal gezien heb. Ik wil zeggen, dat zijne twee armen zich altoos verhieven, gelijk de takken van eenen boom, die zich van den stam afscheiden r en het geleek aan eene Y, waarvan de onderste trek tusschen de twee andere, tot gelijke hoogte zou opgaan. De armen waren dunner, dan het middenstuk, en elke was er afzonderlijk aan gevoegd, en deze aanpassing was van eiken kant versterkt geworden, door er van onder een hoek te laten inschieten. Daar het middenstuk nu niet genoeg boven het hoofd uitkwam, om het opschrift van Pilatus goed leesbaar te maken, was het noodig er nog een stuk hout aan te voegen. men had op de plaats der voeten een blokje vastgehecht, om ze te ondersteunen.

Terwijl Pilatus zijn onrechtvaardig vonnis uitsprak, zag ik dat Claudia-Procla, zijne echtge-noote, hem het onderpand terug zond en van hem afzag; dat zij den avond van dien dag het paleis heimelijk zou verlaten, om hare toevlucht tot de-

333

ocr page 338

HET SMARTVOLLE LIJDEN

vrienden van Jezus te nemen, en men haar in eene onderaardsche plaats onder liet huis van Lazarus, te Jeruzalem verborgen zou houden. Ik zag op denzelfden dag, of eenigen tijd later, een vriend des Zaligmakers, in een groenen steen achter het terras van Gabbatha, twee regels insnijden, waarop de woorden stonden Judex injustus, en den naam van Claudia-Procla. Ik herinner mij, dat eene groote verzameling menschen, die te zarnen spraken, zich op dat oogenblik op dat deel van het forum bevond. Zij verborgen den vriend des Zaligmakers, zoo dat hij niet kon gezien worden, terwijl hij deze regels insneed; eindelijk zag ik, dat deze steen zich in de grondslagen van een huis of eene kerk te Jeruzalem bevindt, ter p.'aatse waar toen Gabbatha was. Claudia-Procla werd Christin, volgde den H. Paulus en werd zijne bijzondere vriendin.

Toen het vonnis uitgesproken was, en PiJatus begon te schrijven en met de priesters te redetwisten, werd Jezus ten prooi aan de gerechtsdienaars overgegeven; vóór dat oogenblik hadden die afschuwelijke menschen die hem omringden, nog eenige vrees voor de overheid, nu was Jezus volstrekt aan hunne willekeur overgelaten. Men bracht hem zijne kleederen, welke men hem bij ■Caïphas had uitgetrokken; men had die bewaard, en ik denk dat mededoogende lieden die gewas-.schen hadden, want zij waren zuiver. Het was ook, geloof ik, de gewoonte bij de Romeinen, van de veroordeelden alzoo naar de gerechtsplaats te geleiden. De booze menschen, die Jezus omringden, maakten hem opnieuw gansch naakt, en entbonden zijne handen, ten einde hem te kunnen klee-den. Zij rukten den rooden spotmantel welken zij hem hadden omgehangen, van zijn met wonden overdekt lichaam, en scheurden daardoor vele

334

ocr page 339

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 335

zijner wonden open; Hij trok zelf, al bevende zijn onderkleed aan, en zij wierpen hem den schapulier op de schouders. Daar de doornen kroon te hreod was en belette hem het bruine kleed zonder naad, hetwelk zijne Moeder hem gemaakt had, aan te trekken, rukte men hem die van het hoofd, en al de wonden bloedden opnieuw, met onzeg-gelijke smarten. Daarna deden zij hem nog zijn wit wollen kleed, zijnen breeden gordel en eindelijk zijnen mantel aan; vervolgens maakten zij den band met ijzeren punten, aan welken koorden vast waren, waarmede zij hem voortsleurden, om het midden van het lijf vast; dit alles geschiedde met hunne gewone onbeschoftheid en wreedheid.

De twee moordenaars stonden ter linker- en ter rechterzijde van Jezus; hunne handen waren gebonden, en zij hadden evenals Jezus, voor de vierschaar eene ketting om den hals. Zij hadden voor alle kleeding, niets dan een windsel om het onderlijf. en een schapulier van eene slechte stof, aan de kanten open en zonder mouwen. Hun hoofd was bedekt met eene muts van stroo gevlochten met een valhoed, bijna gelijk aan die, welke men de kinderen opzet. Zij waren morsig, van eene bruinachtige kleur en met loodblauwe kneuzingen overdekt, die van hunne geeseling van den dag te voren voortkwamen. Degene, die zich later bekeerde, was van toen af kalm en nadenkend; de andere was ruw onbeschaamd; hij voegde zich met de gerechtsdienaren om Jezus, die zijne twee medegezellen met liefde aanzag, en al zijn lijden voor hunne zaligheid opofferde, te verwenschen en te beleedigen. De gerechtsdienaren verzamelden al de werktuigen voor de strafoefening, en bereidden alles voor dien verschrikkelijken en smartvollen tocht, in welken de Zaligmaker, vol

ocr page 340

HET SMARTVOLLE LIJDEN

336

liefde en smarten, het gewicht droeg van al onze zonden, ten einde dezelve door zijn bloed, dat uit zijn gekneusd en door de laagste dei' menschen doorstoken lichaam, evenals uit eenen kelk vloeide,, uit te wisschen en te boeten. Annas en Caïphas hadden hunne gesprekken met Pilatus eindelijk gestaakt; zij hielden twee stukken perkament met afschriften, en spoedden zich naar den tempel, vreezende daar te laat te komen. Het is hier, dat de prinsen der priesters zich van het Avare Paasch-lam afscheidden ; zij begaven zich naar den stee-nen tempel, om het zinnebeeld te ofl'eren en te eten, en lieten eerlooze beulen het Lam Gods naar het altaar des kruises geleiden. Het is hier, dat de twee wegen van elkander scheidden, waarvan de eene naar het afbeeldsel en zinnebeeld der offerande, de andere naar het volmaakte offer geleidde. Zij gaven aan onreine en wi eede beulen liet reine Paaschlam, den verzoener, het Lam (iods over, hetwelk zij uitwendig met al de afschuwelijke bezoedelingen hunner gruweldaden bedekt hadden, en liepen naar den steenen tempel de gezuiverde, gewasschen, geheiligde lammeren op-ofleren. Zij hadden wel gezorgd van geene uitwendige onreinheid op zich te trekken, terwijl hunne ziel door de gramschap, den haat en de afgunst gansch bezoedeld was. Zij hadden gezegd : »Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen !quot; en door deze woorden hadden zij de plechtigheid voltrokken, de hand van den offeraar op het hoofd des slachtoffers gelegd. Hier scheidden de twee wegen, die naar het'altaar der Wet en naar dat der Genade geleidden; Pilatus, de hoogmoedige en besluitelooze Heiden, de slaaf der wereld, bevende en sidderende voor God, en de afgoden aanbiddende, keerde naar zijn paleis weder, van zijne dienaren vergezeld en door zijne wachten omringd.

ocr page 341

VAN ONZEN' HEEB JEZUS CHRISTUS.

Hij was door den trompetblazer voorafgegaan. Het goddelooze vonnis werd omstreeks tien ure des morgens, volgens onze manier van rekenen, geveld.

XXXJII.

Jezus draagt zijn kruis naar Golgotha.

Toen Pllatus de vierschaar verlaten had, volgde hem een gedeelte der soldaten en rangschikte zich voor het paleis om het geleide te vormen; eene kleine afdeeling bleef nog bij de veroordeelden. Acht en twintig gewapende Farizeërs, waaronder de zes gezworen vijanden van Jezus, die in zijne gevangenneming op den berg der Olijven hadden deel genomen, kwamen te paard op het forum, om hem naar de gerechtsplaats te vergezellen. De gerechtsdienaren brachten den Zaligmaker in het midden der markt, verscheiden slaven kwamen door de westerpoort: zij droegen het kruis en wierpen het met veel gedruis aan zijne voeten neder. De twee armen waren bij voorraad met koorden aan het middenstuk vast gemaakt. De hoeken, het blokje en het stuk hout. dat er moest aangeveegd worden om het opschrift op te plaatsen, alsook verscheidene gereedschappen, werden door eenige beulsknechten gedragen.

Toen het kruis op den grond lag, knielde Jezus bij hetzelve neder, omarmde het en kuste het driemaal, terwijl Hij met stille stem, eene hartroerende dankzegging tot zijnen Vader stierde, voor de verlossing van liet menschelijk geslacht, die nu'een aanvang nam. Gelijk de priesters bij de Heidenen, een nieuw altaar omhelsden, zoo omhelsde Jezus zijn kruis, dat eeuwig altaar des

337

ocr page 342

HET SMARTVOLLE LIJDEN

bloedigen zoenoffeis. De gerechtsdienaren deden Jezus van zijne knieën opstaan, en Hij moest met groote moeite, den zwaren Jast op zijn rechterschouder nemen. Ik zag ontelbare Engelen hem helpen, zonder welke Hij het zelfs niet zou hebben kunnen oplieflen. Hij lag nog altoos op zijne knieën, blikkende onder den zwaren last. Terwijl Jezus bad. deden scherprechters de twee moordenaars de dwarsstukken hunner kruisen opnemen, zij legden die op hunnen hals, en bonden er hunne handen aan vast; de grcote stukken werden met het gereedschap door de slaven gedragen. Deze dwai'sstukken waren een weinig gebogen. Bij de kruisiging hechtte men deze aan het bovenste einde van de opgaande of' voorname stukken. De trompet der ruiterij van Pilatus liet zich hooren, en een der Farizeërs te paard, naderde Jezus die nog onder zijnen last nederknielde. en zeide tot hem: »Hct is gedaan met de schoone redevoeringen, omdoet ons van hem, voorwaarts, voorwaarts 1quot; — Men rukte hem met geweld op, cn Hij gevoelde al het gewicht op zijne schouders drukken, hetwelk wij, volgens zijne heilige en eeuwige woorden van waarheid, na hem moeten dragen. Alsdan begon den zegepralenden tocht van lt;len Koning der koningen, zoo smaadvol op de wereld, zoo roemrijk en heerlijk in den hemel.

Men had twee koorden aan het einde van den boom des kruises vastgemaakt, en de gerechtsdienaren lichtten het met deze koorden op en hielden het alzoo van den grond verheven, opdat het niet zou slepen. Vier andere hielden koorden vast, die aan den gordel van Jezus gebonden waren. Zijn opgeschorte mantel was rondom zijne borst vastgemaakt. De Zaligmaker, onder den last van die te zamen gebonden stukken hout, herinnerde mij veel aan Isaac, die het hout voor de offerande

338

ocr page 343

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

van zich zeiven, op den berg droeg. De trompet-Llazer van Pilatus blies den optoclit, omdat Pilatus zelf' zich aan het hoofd eener afdeeling wilde stellen, om allen oploop in de stad te voorkomen en te beletten. Hij was van zijn wapentuig voorzien en te paard, van zijne officieren en eene bende soldaten omringd. Daarna kwam eene afdeeling van ongeveer drie honderd soldaten te voet, die van de grenzen van Italië en Zwitserland waren.

Voor den stoet ging een trompetblazer, die op al de hoeken der straten de trompet blies, en het vonnis afkondigde. Eenige schreden achter dezen kwam een hoop menschen en kinderen, die drank,, koorden, spijkers en korven droegen, waarin zich verschillende voorwerpen bevonden; andere, die sterker waren , droegen sperren, ladders, en de voornaamste stukken van de kruisen der twee moordenaars. De ladders waren gemaakt van eene enkele sper, van afstand tot afstand met dwars-spillen doorstoken. Daarna volgden eenige Fari-zeërs te paard, en een jonge, die het opschrift op zijne borst droeg, hetwelk Pilatus voor het kruis gemaakt had; hij droeg ook op een stok, de doornen kroon van Jezus, welke men beter geoordeeld had niet op het hoofd te laten, terwijl Hij het kruis droeg; deze jongeling was niet zeer ondeugend. Eindelijk trad de Zaligmaker voort, met bloote en gansch bebloede voeten; Hij ging gebukt onder den zwaren last des kruises, wankelende, verscheurd en gekneusd, Hij had noch gegeten noch gedronken, noch geslapen sedert het avondmaal van den vorigen dag; gestadig mishandeld, door het verlies van zijn bloed uitgeput, door de koorts, den dorst, de eindelooze, inwendige smarten verslonden; met de rechter hand hield Hij het kruis op den rechter schouder; zijne vermoeide linkerhand deed dikwijls eene poging

ocr page 344

HET SMARTVOLLE LIJDEN

340

om zijn lang kleed, waarin zijne voeten zicii verwarden, op te lichten; vier gerechtsdienaren hielden, op grooten afstand de einden der koorden vast, die aan zijn gordel gebonden waren. De twee voorste gerechtsdienaars trokken hem met schokken voorwaarts, de twee die volgden, stieten hem voort. Op deze wijze was Hij niet zeker van één zijner voetstappen, en de koorden beletten hein steeds zijn kleed op te lichten. Zijne handen waren gewond en opgezwollen door de koorden waarmede zij waren gekneld geweest. Zijn aangezicht was bebloed en gezwollen, zijn haar en zijn baard verward en vol bloed; zijn last en zijne ketenen drukten zijn wollen kleed op zijn lichaam, dat in zijne wonden plakte, en die opnieuw openscheurden ; rondom hem was er niets dan bespotting en wreedheid. Hij was onzeggelijk ongelukkig; maar zijn mond bad, en zijne schier uitgedoofde oogen schonken vergiffenis en onderwierpen zich. De twee achterste gerechtsdienaren, die bij raiddel van koorden het einde van het kruis ondersteunden, vermeerderden do pijnen van Jezus, door het gewicht onophoudelijk te verplaatsen, hetwelk zij naar goeddunken oplichtten ot' deden neder-zakken. Langs de geheele lengte van den stoet waren soldaten, met lansen gewapend; achter Jezus kwamen de twee moordenaars, ieder ook afzonderlijk met koorder., door twee beulen geleid. Zij droegen de dwarshouten hunner kruisen op den nek, die van het voornaamste stuk afgescheiden waren, en hunne uitgestrekte armen waren aan de twee uiteinden vastgebonden. Zij hadden enkel voorschoten aan, het bovenste deel van hun lichaam was met eene soort van schapulier overdekt; zonder mouwen en aan de beide kanten open, zij droegen eene muts van stroo op het hoofd. Zij waren half dronken van drank.

ocr page 345

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

welken men hun toen gegeven had. De goede moordenaar nogtans was zeer stii, terwijl de andere onbeschaamd, ■woedend, verwenschingen uitbraakte. De gerechtsdienaren waren lieden van het gespuis, klein, gezet, bruinkleurig, met kort zwart, ineengekrompen en hard haar, met dunnen en ongelijken baard. Hunne gelaatstrekken hadden niets van het kenmerk der Joden. Het waren kanaalwerkers eener stam egyptische slaven. Het waren volkomen redelooze menschen. De helft van de Farizeërs te paard sloot den stoet; eenige dezer ruiters reden heen en weder, om de orde te handhaven; ouder het gespuis, dat voorafging en gereedschap droeg, bevonden zich eenige ondeugende joodsche straatjongens, die er zich uit ■eigen beweging bijgevoegd hadden. De stoet van Pilatus was op vrij grooten afstand; de romeinsche stedehouder was in oorlogsgewaad, in het midden zijner officieren, door een escadron ruiterij voorafgegaan en van drie honderd soldaten voetvolk gevolgd; hij trok over het forum, sloeg daarna eene vrij breede straat in en doorliep de stad, teneinde alle volksbeweging te voorkomen.

Jezus werd door eene zeer nauwe straat geleid, door het achterste der huizen gemaakt, om alzoo plaats te laten aan het volk, dat zich naar den tempel begaf, en ook om Pilatus en zijne bende niet te hinderen. Het grootste gedeelte des volks had zich aanstonds na de veroordeeling in beweging gesteld. De meeste Joden begaven zich naar hunne woningen of naar den tempel, ten einde de voorbereidingen voor de slachting van het Paaschlam te voltrekken; nogtans was de menigte, bestaande uit eene verzameling van vreemdelingen, slaven, werklieden, straatjongens, vrouwen, en het gespuis nog groot, en men liep vooruit om den treurigen stoet op meer dan eene plaats

Smartvolle Lijden. 22

341

ocr page 346

HET SMARTVOLLE LIJDEX

te zien voorbijgaan; het geleide der romeinsche-soldaten belette, dat men zich daarbij voegde, en de nieuwsgierigen waren steeds genoodzaakt, andere omwegen en straten in te slaan en vooruit te loopen; de meesten gingen tot op den Calvarieberg. iJe straat, door welke Jezus ging, was nauwelijks twee passen breed. Zij loopt langs gebouwen, waar zich veel vuilnis bevindt. Hij had daar veel te lijden; de gereclitsdienaren waren zeer dicht bij hem; het gespuis hoonde hem van uit de vensters en de openingen der muren: slaven, die aldaar werkten, wierpen slijk en vuilnis op hem; gruwelijke lieden goten een vuil en walgend water over hem uit, kinderen zelfs raapten steentjes in limine kleedertjes op, wierpen die naar hem toe , of strooiden ze , dwars door den stoet loopende, onder zijne voeten, beleedig-den en hoonden dengenen, die de kinderen bemind, gezegend en hen gelukzalig genoemd had.

XXXIV.

Eerste val van Jezus onder het kruis.

De straat loopt een weinig, voor het einder links, wordt breeder en klimt een weinig op; er loopt eene waterleiding onder door, die van den berg Sion komt, ik geloof dat deze langs het forum loopt. waar ook waterbuizen onder den grond zijn , die naar den vijver der lammeren, nabij de lammerenpoort leiden. Ik heb het geruis van liet water in die buizen gehoord. Men ontmoet voor de opklimming eene diepte, waar dikwijls water en slijk in is als het geregend heeft, en waar men een grooten steen heeft gelegd om het doorgaan te vergemakkelijken , zoo-

342

ocr page 347

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

:lie als dit in de straten van Jeruzalem , die op veren scheidene plaatsen zeer ongelijk zijn, menigmaal an- gedaan wordt. Toen Jezus aldaar aankwam, had •uit Hij de macht niet meer om te gaan ; daar de 'al- gerechtsdienaars hem onbarmhartig trokken en vas stieten, viel Hij plat, in zijne voile lengte, tegen igs dien steen ,en het krui viel naast hem. De beulen lad hielden stil, overlaadden hem met verwenschingen, ren sloegen en schopten hem; de stoet wachtte oen an oogenblik in wanorde; vruchteloos stak Jezus de mi j hand uit, opdat men hem zoude helpen. Helaas! ül- »weldra zal alles gedaan zijn,quot; zeide Hij . en Hij en bad voor zijne beulen; maar de Farizeërs riepen: ip- »Richt hem op, anders zal Hij in onze handen )en sterven.quot; Aan beide kanten van den weg zag jor men hier en daar vrouwen, die weenden, en kiu-ig- deren die verschrikt waren. Door bovennatuur-je- lijken bijstand ondersteund, lichtte Jezus zijn ad. hoofd op, en deze afschuwelijke menschen , in plaats van zijn staat te verzachten , zetten hem hier de doornen kroon op. Toen zij Jezus mishandelend opgericht hadden, plaatsten zij het kruis op zijnen schouder, en Hij moest, met ongehoorde smarten, zijn van doornen verscheurd hoofd naar eene zijde houden, om op zijnen schouder plaats ier te maken voor den last. waarmede Hij beladen er was. Het is alzoo, dat Hij, van nieuwe smarten len overstelpt, zich voortsleepte, om de straat op te

iet klimmen, die hier breeder werd.

len en,

Seen iar nd

?e-)0—

343

ocr page 348

HET SMARTVOLLE LI II)EX

XXXV.

Jezus, zijn kruis dragende, ontmoet zijne Moeder.

Tweede val van Jezus onder het kruis.

Door droeflieid verscheurd, had de Moeder van Jezus, van Johannes en eenige vrouwen vergezeld, liet forum verlaten, omtrent een uur, nadat het onrechtvaardig vonnis tegen haar Zoon geveld was. Zij had vele plaatsen, door zijn lijden- geheiligd, bezocht; maar toen het geschal der trompetten , de aandrang van het volk en de stoet van Pilatus den aftocht naar den Calvarieberg aankondigden, kon Maria aan het verlangen niet wederstaan, haren goddeüjken Zoon nog te zien, en zrj bad Johannes, haar op eene j.laats te geleiden, waar Jezus moest voorbijgaan. Zij waren van de hoogte van Sion gekomen , gingen over eeiion hoek der plaats, welke Jezus verlaten had, en daarna door poorten en gangen , die gewoonlijk gesloten worden, maar welke men heden geopend had, uit hoofde der drommen volks-, die in ulle richtingen rondzwierven; zij gingen vervolgens door het westelijk gedeelte van een paleis, waarvan de poort in de straat uitkwam, welke de stoet, na den eersten val van Jezus , insloeg. Ik herinner mij niet juist meer, of het een vleugel der gebouwen was, door Pilatus bewoond, met welke dat paleis door binnenplaatsen en gangen gemeenschap scheen te hebben, of wel, zooals mij nu invalt, de woning was van den hoogen-priester Caïphas, want zijne gerechtszaal alleen was 0(1 Sion. Johannes verkreeg van een mede-doogenden knecht of portier verlof om met Maria

ocr page 349

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

345

en degenen, die haar vergezelden, naar gemelde poort te gaan. Een der neven van Jozef' van Arimathea was met hen, en Susanna, Johanna Chusa en Salome van Jeruzalem volgden de heilige Maagd. De Moeder Gods was bleek, hare oogen waren rood geweend , zij was geheel in een mantel gewikkeld van blauwachtig grijze kleur. Toen ik haar met de andere vrouwen door dat huis zag gaan, werd ik door eene smartelijke rilling bevangen. Men hoorde reeds het gerucht van den naderenden stoet, het geschal der trompet en de stem van den wapendrager, het vonnis aan de .hoeken der straten uitroepende. Ue poort werd door den knecht geopend; het gerucht werd duidelijker en schrikkelijke)'. Maria bad en zeide tot Johannes: »Moet ik dat schouwspel zien, moet ik vluchten? Hoe zal ik het kunnen verdragen?quot; — »Zoo gij niet bleeft, zeide Johannes, zoudt gij het u zelve later altoos verwijten.quot; Zij gingen dan door de poort; zij bleef stil en zag ter rechterzijde. De weg voorbij Maria klom een weinig op; nabij haar werd hij gelijk. Helaas, hoe moest het geschal der trompet haar hart doen scheuren! De stoet was nog tachtig stappen van daar; er was geen volk vooruit, maar aan de beide kanten en van achter waren eenige groepen. Vele lieden van het gemeene volk, die het laatst het forum verlaten hadden, liepen door dwarsstraten vooruit, om andere straten te vinden , van waar zij den stoet zouden kunnen zien. Toen de lieden, die de werktuigen der straf droegen , met een onbeschaamd en zegevierend gelaat naderden , begon de Moeder van Jezus te beven en te zuchten; zij voegde hare handen samen. Een dezer wanschepsels vroeg: »Wie is deze vrouw, die zoo jammert ?quot; En een ander antwoordde: »het is de moeder van den Galileër.quot;

ocr page 350

IIET SMARTVOLLE LIJDEN

340

Toen de ellendelingen deze woorden hoorden, overlaadden zij die Moeder van smarten met hunne bespottingen, toonden haar met den vinger aan, en een hunner nam de nagelen in de handen, die Jezus aan het kruis moesten hechten, en hood die op spotachtigen toon de heilige Maagd aan. Zij aanzag Jezus, en door droefheid vernietigd , steunde zij, bleek als een levenloos lichaam met blauwe lippen, tegen de poort, om niet te vallen. De Farizeërs op hunne paarden reden voorbij , daarna het kind met het opschrift, en eindelijk kwam haar allerheiligste Zoon Jezus, wankelende, onder zijn zwaren last gebukt, met smart zijn met doornen gekroond hoofd van het zware kruis afwendende, dat op zijnen schouder drukte. De gerechtsdienaren sleurden hem met hunne koorden voort. Zijn aangezicht was bleek, bebloed en gekneusd, zijn baard vol bloed. Zijne ingevallen oogen, met bloed overgoten, wierpen van onder de smartelijke doornen kroon, een blik vol medelijden op zijne Moeder, en struikelende viel Hij , voor de tweede maal, op zijne knieën en handen. Maria, in de hevigheid barer smart, zag noch soldaten, noch beulen meer, zij zag niets dan haren welbeminden, haren zoo verschrikkelijk mismaakten Zoon. En de handen te zamen wringende , wierp zij zich van de poort van het huis in het midden der gerechtsdienaars, die Jezus sloegen, viel bij hem op hare knieën en drukte hem in hare armen. Ik hoorde de woorden: »Mijn Zoon! —■ Mijne Moeder!quot; maar ik weet niet of zij wezenlijk of in den geest uitgesproken werden. Er ontstond eene groote verwarring; Johannes en de heilige vrouwen wilden Maria optillen. De gerechtsdienaren hoonden haar; een hunner zeide: »Vrouw, wat komt gij hier doen? Zoo gij hem beter opgevoed had,

ocr page 351

VAX ONZEN llEKR JEZUS CHRISTUS.

347

zou Hij niet in onze handen zijn.quot; Verscheiden soldaten waren bewogen en ontroerd. Nogtans stieten zij de heilige Maagd achterwaarts, maar geen der gerechtsdienaren raakte haar aan. Johannes en de vrouwen omringden haar, en zij viel als levenloos op hare knieën tegen den hoeksteen van de poort. Zij keerde den rug naar den stoet, en hare handen raakten het bovenste van den steen, die schuins geplaatst was. Het was een steen met groene aderen. De knieën van Maria lieten er diepe indrukken in achter, die der handen waren minder diep , gelijk aan die , welke een slag met de hand op eenen deeg zou achterlaten. Deze steen, die zeer hard was, werd in de eerste katholieke kerk, nabij den vijver van Bethesda overgebracht, onderden Bisschop Jacobus den mindere. Ik heb reeds gezegd, en herhaal hier nog, dat ik menigmaal het voetspoor van groote gebeurtenissen ;n den steen ingedrukt heb gezien, door de aanraking van heilige personen. Dit is zoo waar als dit woord: «De steenen zouden er door moeten bewogen wordenquot;, of dit andere: »Dat maakt indrukquot;1 De eeuwige wijsheid heet't in hare barmhartigheid de boekdrukkunst niet noodig gehad, om de kennis der heilige zaken aan het nakomelingsschap over te zetten. De twee leerlingen die bij de moeder van Jezus waren, brachten haar in het huis, waarvan de poort gesloten werd. Middelerwijl hadden de gerechtsdienaren Jezus opgericht en hem het kruis op eene andere wijze op de schouders gelegd. De armen van het kruis waren losgeraakt, en een derzelve was verschoven en in het touwwerk ver-ward. Het was deze, welke Jezus op zoodanige wijze vastnam, dat geheel het gewicht van het voorname stuk meer op den grond rustte. Ik zag hier en daar onder het gespuis, dat den stoet 7

ocr page 352

348 HET SMARTVOLLE LIJDEN

onder het uitbraken van verwenschingen en smaadwoorden volgde, eenige vrouwen-gedaanten met hoofdsluiers, al weenende rondzwerven.

XXXVI.

Simon van Cyrene.

Berde val van Jezus.

De stoet kwam aan de poort van een ouden binnenmuur der stad. Voor deze poort is eene openbare plaats, waarop drie straten uitloopen. Aldaar moest Jezus nog over een grooten steen gaan; Hij struikelde en viel; het kruis viel bij hem op den grond, terwijl Hij zelf, trachtende op den steen te steunen, ellendig op de aarde nederviel en niet meer kon opstaan. Welgekleede lieden, die zich naar den tempel begaven, gingen daar voorbij en riepen medelijdend uit: «Helaas! de arme man sterft!quot; Er ontstond eenige woeling; men kon Jezus niet meer te been helpen, en de Farizeërs, die met den stoet belast waren, zeiden tot de soldaten: »Wij znllen hem niet levend ter plaats kunnen geleiden, zoo gij niemand vindt om zijn kruis te dragen.quot; Zij zagen op korten afstand door de middenste straat een Heiden aankomen, Simon van Cyrene genaamd, van drie kinderen vergezeld , en onder zijn arm een bundel dunne takjes dragende, want hij was een tuinman, en had zoo even in de tuinen gearbeid, dicht bij de oosterpoort der stad gelegen. Hij kwam jaarlijks omtrent den tijd van het feest, met zijne vrouw en kinderen naar Jeruzalem om de heggen te snoeien, zooals vele andere menschen van zijnen staat deden. Hij bevond zich in het midden der

ocr page 353

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

lil- menigte, waaruit hij zich niet meer kon terug

iet trekken, en toen de soldaten aan zijne kleeding

herkenden, dat hij een heiden en een werkman van de lagere klas was, maakten zij zich van hem meester, en zeiden hem den Galileér zijn kruis te helpen dragen. Hij verzette zich eerst daartegen en toonde een grooten afkeer, maar hij moest voor het geweld wijken. Zijne kinderen schreeuwden en weenden, en eenige vrouwen, die hem kenden, namen dezelve mede. Simon gevoelde veel afkeer en tegenstrijd uithoofde van den droe-

■II vigen staat . waarin Jezus zich bevond , en over

ie die zijner kleederen, die geheel met slijk be-

n. smeurd waren ; maar Jezus weende en aanzag

ii hem op de hartroerendste wijze. Simon moest hem

ij helpen om zich op te richten, en dadelijk trokken

e de gerechtsdienaren een der armen van het kruis-

e achterwaarts en legden hem op zijnen schouder,

e Simon volgde onmiddellijk op Jezus, wiens last

:i alzoo verlicht was. Zij plaatsten de doornen kroon

! ook anders. Op deze wijze zette de stoet zijnen

; weg voort. Simon was een sterk man , omtrent

ï veertig jaren oud. Hij was bloothoofds, droeg een

i kort vest en had eenige stukken laken rondom de lenden. Zijne zolen, met riemen aan de voeten

i vastgemaakt, waren van voren puntig. Zijne zonen

droegen gesprikkelde kleederen. Twee waren reeds groot; zij heetten Rufus en Alexander, en ver-eenigden zich later met de leerlingen. De derde was jonger, ik heb hem, nog kindj bij den H. Stephanus gezien. Simon droeg het kruis niet lang achter Jezus, zonder zich diep bewogen te gevoelen.

ocr page 354

HET SMARTVOLLE LIJDEN

XXXVII.

Veronica en de zweetdoek.

De stoet kwam in eene lange straat, die een -weinig links liep, en waarin verscheidene dwarsstraten uitkwamen. Vele welgekleede lieden begaven zich naar den tempel en wendden de oogen van Jezus af, uit eene t'arizeesche vrees van zicli te verontreinigen, terwijl andere eenig medelijden betoonden. Men was omtrent twee honderd passen gegaan, sedert dat Simon het kruis met Jezus was komen dragen, toen eene vrouw van groote gestalte, niet een ontzagwekkend gelaat, een jong dochtertje aan de hand houdende, uit een schoon huis ter linker zijde kwam, in welks voorzaal, met een breeden muur en een schoon traliewerk omringd, men over een terras met eenen trap binnen trad. Zij liep den stoet te gemoet. Het was Se-raphia, die Veronica genaamd werd, van vera icon (ware beeltenis) ter oorzake van hetgene zij dezen dag verrichtte.

Seraphia had te huis een kostelijken wijn bereid, met welriekende kruiden vermengd, in het godvruchtig verlangen van dezen aan den Zaligmaker, op zijn weg van smarten, te doen drinken. In hare pijnlijke verwachting, was zij den stoet reeds eens te gemoet geloopen: ik zag haar, met een sluier over het hoofd, een jong dochtertje hetwelk zij als haar kind aangenomen had aan de hand houdende, naast de menigte loopen, toen Jezus de heilige Maagd ontmoette. Maar te midden van de woeling had zij geen middel gevonden om tot den Heer te naderen. Zij trad met den sluier over het hoofd, in de straat voort, lijnwaad hing •op hare schouders, het jonge dochtertje, bijna

350

ocr page 355

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

negen jaren oud, bleef aan hare zijde, en verborg bij het naderen van den stoet de vaas vol wijn, onder een doek. Degenen die voorafgingen, poogden vruchteloos haar terug te stooten; zij was diep bewogen van liefde en medelijden. Door het kind vergezeld, hetwelk haar met het kleed vasthield, baande zij zich een doortocht dwars door het volk. de soldaten eu de gerechtsdienaars, kwam bij Jezus, viel op hare knieën en bood hem het lijnwaad aan, hetwelk zij voor hem ontvouwde, zeggende: «Vergun mij, dat het mij geoorloofd zij, het aangezicht van mijnen Heer af te droogen.quot; Jezus nam het lijnwaad met de linker hand, legde het op het platte der hand eu drukte het tegen zijn bebloed aangezicht, daarna de linker- bij de rechterhand die het kruis vasthield brengende, drukte Hij het lijnwaad tusschen zijne beide handen, eu gaf het met dankzegging weder. Seraphia stak het, na het gekust te hebben, onder haren mantel, drukte het aan haar hart en stond op. Het jonge dochtertje lichtte vreesachtig de vaas wijn naar Jezus op, maar de soldaten en de gerechtsdienaars gedoogden niet. dat Hij er van dronk. De stoutmoedigheid en de snelheid van deze daad had eene beweging onder het volk veroorzaakt, hetwelk den stoet gedurende ongeveer twee minuten stil gehouden en aan Veronica toegelaten had van den zweetdoek aan te bieden. De Fari-zeërs en de gerechtsdienaars, door' deze vertraging en vooral door deze openbare hulde aan den Zaligmaker bewezen, verbitterd, begonnen Jezus te slaan en te mishandelen, terwijl Veronica met haar dochtertje haastig naar haar huis wederkeerde.

Nauwelijks was zij in hare kamer getreden, of zij spreidde den zweetdoek op de tafel, die voor haar stond open, en zeeg bewusteloos neder: het

351

ocr page 356

HET SMARTVOLLE LIJDEN

dochtertje knielde al jammerende bij haai' neder. Een vriend die haar kwam bezoeken, vond haar in dien staat bij het ontvouwde lijnwaad, waarop het bebloede aangezicht van Jezus op eene wonderbare , maar verschrikkende manier afgedrukt was. Hij was door dit vertoog zeer getroffen, deed haar tot zich zelve komen, en toonde haar den zweetdoek, voor welken zij al weenende op hare knieën viel en uitliep: »Nn wil ik alles verlaten, want de Heer heeft mij eene gedachtenis gegeven.quot; Deze zweetdoek was van zeer fijne wol, driemaal langer dan breed : men droeg hem gewoonlijk om den hals: somtijds had men een tweeden, die op den schouder hing. Het was gebruik met zulken zweetdoek de bedrukte, vermoeide of zieke personen te gemoet te gaan, en hun het aangezicht er mede af te droogen, als blijk van rouw en medelijden. In warme landen, gaf men denzelven ook ten geschenke. Veronica bewaarde den zweetdoek altoos aan het hoofdeinde \an haar bed hangende. Na haren dood kwam I ij door de heilige vrouwen aan de heilige Maagd, en later door de Apostelen aan de Kerk.

Seraphia was de nicht van Johannes den Dooper, want haar vader en Zacharias waren zonen van de twee broeders. Zij was te Jeruzalem geboren. Toen Maria, vier jaren oud, naar Jeruzalem geleid wierd, om deel uit te maken van de maagden des tempels, zag ik Joachim en Anna, benevens andere personen, met hen in het vaderlijk huis van Zacharias gaan, dat niet ver van de vischmarkt gelegen was. Er bevond zich aldaar een oude bloedverwant van dezen, die, geloof ik zijn oom, de grootvader van Seraphia was. Zij was ten minste vijf jaren ouder dan Maria, toen zij bij het huwelijk van dezen met Jozef tegenwoordig was. Zij was ook bloedverwante van den ouden

352

ocr page 357

VAN ONZEN HEER'JEZUS CHRISTUS.

Simeon, die profetizeerde tijdens de opdraging van Jezus in den tempel, en was van liare jeugd af met zijne zonen in vriendschappelijke betrekkingen. Deze hadden van hunnen vader een vurig verlangen naar de komst van den Messias geërfd, welk verlangen Seraphia ook koesterde. Dit verlangen naar den Zaligmaker vervulde alstoen, gelijk een geheime hartstocht, het hart van vele deugdzame lieden, de anderen dachten er niet eens aan. Toen Jezus, twaalf jaren oud, te Jeruzalem bleef en in den tempel leerde, zond Seraphia die nog niet gehuwd was, hem zijn voedsel in eene kleine herberg, een kwartier unrs van Jeruzalem, in de richting van Bethlehem, waar Hij verbleef wanneer Hij niet in den tempel was. Deze was dezelfde herberg, in welke Maria kort na de geboorte van Bethlehem komende, om Jezus in den tempel op te offeren, zich een dag en twee nachten, bij twee oude mannen opgehouden had. Het waren Essenianen, die de heilige Familie kenden. De vrouw was bloedverwante van Johanna Chusa. Deze herberg was eene stichting voor be-hoeftigen: Jezus en de leerlingen kwamen er dikwijls huisvesten, en in de laatste tijden, terwijl Hij in den tempel onderwees, zag ik menigmaal, dat Seraphia vleesch derwaarts zond. Maar op dat tijdstip was zij niet door dezelfde meesters bewoond.

Seraphia trad laat in den echt; haar man Si-rach, afstammeling van de kuische Susanna, was lid van den raad des tempels. Daar hij in het begin zeer tegenstrijdig was aan Jezus, had zijne vrouw veel van hem te lijden, uithoofde van hare verknochtheid aan den Zaligmaker en de heilige vrouwen. Somtijds sloot hij haar zelfs, gedurende een geruimen tijd in een kot op. Jozef van Ari-mathea en Nicodemus brachten hem tot betere

353

ocr page 358

HET SMARTVOLLE LIJDEN

354

gevoelens, en hij liet aan Seraphia toe Jezus te volgen. Tijdens liet vonnis bij Caïphas, den verleden nacht en dezen morgen, verklaarde hij zich met Jozef en Nicodemus voor Jezus, en scheidde zich evenals zij van den Sanhedrin af. Seraphia is nog eene groote en schoone vrouw, maar zij moet nogtans meer dan vijftig jaren oud zijn. Toen Jezus zijne zegepralende intrede in Jeruzalem deed, welke wij op Palmzondag vieren, zag ik haar met een kind op den arm, haren hoofdsluier losmaken, en hem op den weg openspreiden, waarover de Zaligmaker ging. Het was diezelfde hoofdsluier, welken zij gedurende dezen treurigen maar tevens ook meer zegepralenden tocht, aan .ïezus bracht om de teekenen van zijn lijden af te vegen, diezelfde sluier, die aan degene die hem bezat den roemrijken naam van Veronica gaf, en die heden in liet openbaar door de Kerk vereerd wordt. ')

i) Wij voegen hier nog eenige bijzonderheden bij , door de zuster Emmerich aangaande de H. Veronica medegedeeld, op zekeren dag, (het was den 2 Augustus 18-2i,) dat men haar de overblijfselen dier Heilige deed aanraken. »lk had eene verschijning, welke ik mjj niet herinner ooit te voren gehad te hebben. In het derde jaar dat de Hemelvaart van Christus volgde, zag ik den romeinschen keizer iemand naar Jeruzalem ai-zenden, om al de gezegden betrekkelijk den dood en de opstanding van Jezus, in te zamelen. Deze man '.eidde Nicodemus, Seraphia en den leerling Epaphras, bloedverwant van Johanna Chusa, met zich naar Rome. Deze was een dienaar der leerlingen, die bijzonder esnvou-dig van harte was. Hij was aan don dienst des tempees verbonden geweest, had Jezus bij de Apostelen in de eetzaal, en elders reeds van den eersten dag' na de opstanding gezien. Ik zag Veronica bij den keizer; hij was ziek, zijn bed was op tweo trapjes verheven, eene groote gordijn hing tot op den vloer. De kamer was

ocr page 359

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 355

XXXVIII.

Vierde en vijfde val van Jezus. — De dochters van Jeruzalem.

Ue stoet was nog op eenigen afstand van tie poort die in de richting van liet zuidwesten ligt. De weg is daar een weinig heliend. De poort is

vierkant, niet zeer groot: er waren geene vensters,, maar het licht kwam van boven, en er hingen koorden van boven, waarmede men de luiken kon openen en sluiten. De keizer bevond zich alleen, zijn volk was in de voorzaal, ik zag dat Veronica, behalve den zweetdoek . een der doodslakens van Jezus bij zich had, en zij ontvouwde den zweetdoek voor den keizer, die gansch alleen was. liet was een lang, niet breed stuk stof, hetwelk zij vroeger bij wijze van don sluier rondom den hals en het hoofd gedragen had. De afdrukking van het aangezicht van Jezus was aan een der twee einden en toen zij hem den keizer voorstelde, nam zij den zweetdoek aan den anderen kant vast, die op den grond hing. Het gelaat van Jezus was er eigenlijk niet op als een portret, maar met bloed daarin gedrukt; deze indrukking was ook grooter dan een portret, omdat de dook rondom liet aangezicht was gebracht. Op het andere laken was het afdruksel van het gegeeselde lichaam van Jezus. Ik geloof dat het een der lakens was, waarop Hij was nedergelegd geworden. om hem te wasschen, vooï dat men hem in het graf legde. Ik zag den keizer deze stukken niet aanraken, maar hij werd door het zien derzelve genezen. Hij wilde Veronica te Rome houden en haar ter belooning een huis, eigendommen en slaven geven, maar zij vroeg verlof om naar Jeruzalem weder te keeren, om te sterven ter plaatse, waar Jezus gestorven was. Ik zag ook dat zij werkelijk met hare gezellinnen derwaarts wederkeerde, en tijdens de vervolging tegen de Christenen, die Lazarus en zijne zusters in de ellende dompelde en in ballingschap zond.

ocr page 360

HET SMARTVOLLE LIJDEN

lang en versterkt. Men gaat eerst onder een rond gewelf door, dan over eene brug en daarna nog onder een ander gewelf.

Links van de poort gaan de muren eenigen tijd naar het zuiden, daarna naar het westen en dan wederom naar liet zuiden om den berg Sion te omringen. Rechts van de poort loopt de muur noordwaarts tot aan de hoekpoort, dan langs den noorderkant van de stad keert zij naar het oosten. Toen de stoet de poort naderde stieten de gerechtsdienaren Jezus met meer geweld vooruit. Onmiddellijk voor de poort was, te midden van •de oneffenheden van den weg een groote modderpoel. De wreede beulen stieten Jezus voorwaarts, lt;le menigte drong op, Simon wilde van bezijden gaan, waardoor hij het kruis uit de richting trok

nam zij met oenige andere vrouwen de ■vlucht. Maar zij werd gevangen genomen en in een kerker opgesloten, waarin zij voor den naam van Jezus van honger stierf, voor dien Jezus, aan wien zij zoo menigwerf het tijdelijke voedsel verschaft had, en die haar op zijne beurt, met zijn lichaam en bloed voor het eemvige leven gevoed had. Ik herinner mij, doch verward, van in eene andere gelegenheid gezien te hebben, hoe de zweetdoek na den dood van Veronica, aan de heilige vrouwen kwam, hoe de leerling Thaddeüs hem medenam naar Kdessen, en hij er zich aldaar en elders van bediende, om vele mirakelen uit te werken; ik zag hem eindelijk te Constantinopel, en door de Apostelen het eigendom der Kerk worden. Eens geloofde ik dat hij te Turin was, waar het laken des Zaligmakers zich bevindt, maar ik heb ter zelfder gelegenheid, de geschiedenis gezien van al de heilige overblijfselen van dien aard, en ik heb die in mijne herinneringen verward. Heden zelfs heb ik nog vele dingen van Seraphia of Veronica gezien, maar ik zal die niet verhalen, omdat ik mij die niet duidelijk meer voor den geest kan brengen.quot;

356

ocr page 361

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

en Jezus voor de vierde maal in het slijk viel , zoo dat Simon moeite had het kruis vast te houden: hij zeide met eene holle doch duidelijke met snikken onderbroken stem: »Helaas! helaas! Jeruzalem, hoezeer heb ik u bemind! ik lieb uwe kinderen willen vergaderen, gelijk eene hen hare kuikens onder hare vleugelen vergadert en gij jaagt mij zoo wreed buiten uwe poorten!quot; l)e Heer was bovenmate ongelukkig en bedroefd, maar de Farizeërs. deze woorden hoorende, be-leedigden hem opnieuw en zeiden: »Üe rustverstoorder heeft nog niet genoeg. Hij houdt nog oproerige gesprekken.quot; Daarna sloegen zij hem en sleurden hem door den modderpoel. Simon van Cyrenen was toen zoo verontwaardigd over de wreedheden welke men tegen Jezus beging, dat hij uitriep: «Zoo gij uwe eerloosheden niet staakt, werp ik het kruis neder, al wildot gij mij ook dooden.quot;

Bij het uitgaan der poort ziet men een smallen en rotsachtigen weg, die. eenige minuten ver de richting noordwaarts neemt en naar den Calvarieberg geleidt. De groote weg waarvan deze weg afloopt, verdeelt zich op eenigen afstand in drie takken; de eene gaat links om en geleidt tusschen het oosten en het zuiden door de vallei van üi-hon naar Bethlehem, de andere neemt de richting westwaarts naar Emaüs en Joppe, de derde draait, tusschen liet westen en het noorden, om ■den Calvarieberg en komt aan de hoekpoort die naar Bethsur geleidt. Van deze poort, door welke Jezus ging, kan men, in de richting links, tusschen het zuiden en het westen , de poort van Bethlehem zien. Van al de poorten van Jeruzalem zijn deze twee het naast bij elkander. Te mi Iden van den weg voor de poort, op de plaats waar de weg van den Calvarieberg begint, had men

Smartvolle Lijden. 23

357

ocr page 362

HET SMARTVOLLE LIJDEX

een opschrift aan een paal gehangen, hetwelk de-ter dood veroordeeling van Jezus en der twee-moordenaars aankondigde. De letters waren wit en vooruitstekend alsof men die daarop geplakt had. Niet ver van daar, aan den hoek van den weg, stond eene groep vrouwen die jammerden,, weenden en zuchtten. Het waren gedeeltelijk maagden en arme vrouwen van Jeruzalem met hare kinderen, die den stoet waren voorafgegaan, andere, die zich bij deze gevoegd hadden, waren voor het paaschfeest van Bethlehem, van Hebron en de omliggende plaatsen gekomen.

Jezus viel bijna in zwijm. Hij raakte echter niet geheel aan den grond, omdat Simon het kruis op den grond nederzette, hem naderde en ondersteunde. i)e Heer leunde tegen Simon. Deze was de vijfde val onder het kruis. Op het zien van zijn zoo mismaakt en gekneusd aangezicht, lieten de vrouwen, volgens de gewoonte der Joden, kreten van droefheid hooren en boden Jezus doeken aan, om zijn aangezicht af te droogen. De Heer keerde zich tot haar en zeide: »Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij maar over u zelve en over uwe kinderen, want weldra zal een tijd komen dat men zal zeggen: Gelukkig zijn de onvruchtharen en de ingewanden die niet gehaard hebben en de borsten die niet gezogen hebben! Alsdan zal men tot de bergen beginnen te zeggen: Valt op ons! en tot tie heuvelen: Overdekt ons! want als men zoo met het groene hout handelt, wat zal er met het dorre geschieden?quot; Hij voegde er nog andere woorden bij, welke ik vergeten heb; onder andere zeide Hij, dat zij voor hare tranen beloond zouden worden, dat zij voortaan andere wegen zouden bewandelen, enz. Op deze plaats hield men een weinig stil, de personen die de strafwerktuigen droegen, he-

358

ocr page 363

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

gaven zich naar den Calvarieberg, door honderd romeinsche soldaten van liet geleide van Pilatus gevolgd, die den stoet tot hier van verre volgde; aan de poort gekomen, keerde hij langs denzelfden weg naar de binnenstad terug.

XXXIX.

Jezus op den berg Golgotha.

Zesde en zevende val en opsluiting van Jezus.

Men zette den tocht voort. Jezus, onder den last en de slagen der beulen gebukt, klom het ruwe pad met moeite op dat ten noorden tusschen de stadsmuren en den Calvarieberg loopt. Aan de plaats waar het kronkelende pad draait en naar het zuiden opklimt, viel Jezus de zesde maal en deze val was zeer pijnlijk. Men stiet en sloeg hem onbeschofter dan ooit en Hij kwam aan de rots van den Calvarieberg, waar Hij de zevende maal onder het kruis nederviel. Simon van Cyrenen zelf, mishandeld en vermoeid, was vol verontwaardiging en medelijden, hij wilde Jezus nog helpen maar de gerechtsdienaren joegen hem weg, terwijl zij hem beleedigden. Hij vereenigde zich kort daarna met de leerlingen. Men zotid ook al het gespuis weg dat hier naar toe gekomen was zonder er iets te verrichten. De Farizeërs te paard waren er op gemakkelijke wegen gekomen, die aan den westerkant van den Calvarieberg liepen. Men kon van daar over de stadsmuren zien. De bovenste bergvlakte, de strafplaats, is van ronden vorm en van eene uitgestrektheid welke rnen met ons kerkhof, voor de hoofdkerk, zou kunnen vergelijken. Zij heeft bijna de gedaante van eene

359

ocr page 364

HET SMARTVOLLE LIJDEN

300

rijsclio jl of' manége van middelmatige grootte ; rondom is een verheven aardwerk, door vijf wegen doorsneden. Zulke vijf wegen vindt men op verscheiden plaatsen in dit land, als ook op plaatsen waar men baadt, waar men doopt, aan den vijver van Bethesda; meerdere steden hebben ook vijf poorten. Men ontmoet ook dezelfde vijf wegen in vele gestichten van den ouden tijd. alsook in eenige hedendaagsche, die met goede meeningen opgericht zijn. Er is daar, zooals overal in het heilig Land, eene diepe voorspellende beteekenis, die heden vervuld is, door de opening der vijf wegen van zaligheid in de heilige vijf wonden des Zaligmakers. — De Farizeërs te paard hielden voor de bergvlakte aan den westerkant stil, waar de helling van den berg zeer zacht is. De kant langs welken men de veroordeelden brengt is woest en steil. Een vijftigtal romeinsche soldaten, van de grenzen van Zwitserland, waren hier en daar geplaatst. Eenige bevonden zich bij de twee moordenaars, welke men niet tot boven gebracht had om de plaats vrijer te laten maar een weinig lager dan de bergvlakte, waar de weg naar het zuiden leidt, de handen aan de dwarshouten der kruisen gebonden, die men op den rug gelegd had. Vele lieden, de meeste van de laagste klas, vreemdelingen, slaven, heidenen, vele vrouwen, alle personen die niet behoefden te vreezen zich te verontreinigen, bevonden zich rondom de bergvlakte of op de omliggende hoogten. Hun getal groeide telkens aan door degenen die kwamen om zich naar Jeruzalem te begeven. Naar het westen, aan den voet des bergs van Gihon, was eene legerplaats van vreemdelingen, die voor het feest gekomen waren. Vele van dezen zagen van verre en volgden elkander om den Calvarieberg te naderen.

ocr page 365

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

361

Het was bijna kwart voor twaalf uren toen dc laatste val van Jezus geschiedde en Simon weggezonden werd. De gerechtsdienaars trokken aan Jezus om hem te doen opstaan, maakten de stukken van het kruis los en legden die, zonder orde, op den grond. Helaas! hoe bedroefd, bloedend, bleek, gekneusd, verschrikkelijk om te zien was de Zaligmaker, die daar, op deze strafplaats, recht stond! Op dit oogenblik wierpen zij hem, terwijl zij hem beleedigden, op den grond. sKo-ning der Joden, zeiden zij tot hem, wij gaan uwen troon bereiden.quot; Maar Hij legde zich zeiven, uit eigen beweging, op het kruis en zoo zijne smarten hem toegelaten hadden het spoediger te doen, zouden zij hem niet op den grond hebben behoeven te werpen. Zij strekten hem op het kruis uit, om de maat zijner ledematen te nemtn, de Farizeërs, die zich daar bevonden spotten met hem. Na de maat te hebben genomen , richtten ile gerechtsdienaars hem op en geleidden hem zeventig passen noordwaarts naar een put in de rots gegraven, die veel op een kelder geleek ; zij lichtten de deur er van op en stieten hem daar zoo onbeschoft in, dat Hij zijne knieen tegen den steen zou verbrijzeld hebben, zoo de Engelen hem niet waren te hulp gekomen. Ik hoorde hem zuchten. Zij sloten er den ingang van en lieten er wachten bij. Ik heb deze zeventig passen met hem gemaakt; ik geloof ook in eene andere verschijning gezien te hebben, dat de Engelen hem te hulp kwamen, opdat Hij zijne knieën niet zou verbrijzelen; maar Hij zuchtte en jammerde op hartverscheurende wijze. De steen, op welken Hij gevallen is, heeft de indrukking zijner knieën behouden. Toen begonnen de gerechtsdienaars alles in gereedheid te biengen. Te midden der rond-achtige bergvlakte, bevond zich, als het verhe-

ocr page 366

HET SMARTVOLLE LIJDEN

302

venste punt van de rots van Calvarië, een ronde heuvel, ongeveer twee voeten lioog, tot welken men met eenige trappen opklom. Daar dolven zij de gaten waarin de drie kruisen moesten geplant worden, nadat zij alvorens de maat beneden aan eik kruis genomen hadden en richtten de kruisen der moordenaars ter linker- en rechterzijde op; deze waren langer dan dat van Jezus en men had ze van boven schuin afgezaagd. De dwars-stukken, waaraan hunne handen nog altijd gekneveld waren, werden er later aangehecht, onmiddellijk onder het topeinde van het opgaande stuk. Zij plaatsten liet kruis van Christus ter plaatse waar zij hem aan hetzelve moesten nagelen, zoo dat zij het gemakkelijk konden oplichten en in het gat doen nederzakken wat er voor bestemd was. Zij maakten er de twee armen aan vast, nagelden het blokje hout, waar de voeten op rusten op, boorden gaten voor de nagelen en voor het opschrift van Pilatus, hechtten hoeken onder eiken arm, maakten hier en daar eenige insnijdingen en uithollingen, hetzij voor de doornen kroon, hetzij voor de dijen des Zaligmakers, opdat het lichaam ondersteund zou zijn en niet hangen, waardoor Hij meer smarten zou lijden en al het gewicht niet aan de handen zou hangen, die zouden hebben kunnen scheuren. Zij plaatsten palen in den grond, achter den heuvel en maakten er een balk aan vast, die tot steun moest dienen aan de koorden, niet welke zij het kruis zouden oprichten; eindelijk maakten zij verscheidene andere soortgelijke voorbereidingen.

ocr page 367

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

XL.

Maria en hare vriendinnen gaan naar den Calvarieberg.

Toen de heilige Maagd, na liai'e smartelijke ontmoeting met Jezus, zijn kruis dragende, bewusteloos door hare vriendinnen was weggebracht en de poort van het paleis tusschen haar en haren Zoon gesloten was, gaven de liefde, het brandend verlangen bij haren Zoon te zijn, alles met hem te lijden en hem niet te verlaten, haar weldra eene bovennatuurlijke kracht weder. Zij begaf .zich met hare gezellinnen, het hoofd omsluierd, in het huis van Lazarus, dicht bij de hoekpoort, •waar de andere heilige vrouwen zich bij Magda-lena en Martha bevonden. Alle zuchtten en stortten overvloedige tranen. Er waren ook eenige kinderen bij haar en zij vertrokken van daar, ten gelalle van zeventien, om den weg des lijdens te volgen. Ik zag haar, met sluiers overdekt, ernstig, onwrikbaar, zonder zich aan het beleedigend ge-.schreeuw van het gespuis te storen, maar, door haren rouw, den eerbied gebiedende, naar het forum gaan, de aarde kussen, waar Jezus zich met zijn kruis beladen had, daarna den weg volgen, welken hij doorloopen had. Maria en degene, die inniger aan Jezus verknocht waren, zochten 2ijne voetstappen op; inwendig verlicht, gevoelde en zag zij in den geest, al wat gebeurd was, zij wederhield en geleidde hare gezellinnen ; al deze plaatsen prentten zich diep in haar hart, zij telde zelfs de voetstappen van Jezus en duidde hare gezellinnen de plaatsen aan, die door eenige smartelijke omstandigheden geheiligd waren. Op deze

363

ocr page 368

HET SMARTVOLLE LIJDEX

364

wijze werd de hartroerendste aller godvruchtigheden der eerste Kerk in het liefdevol hart van Maria geschreven, door dat zwaard, hetwelk de oude Simeon haar voorzegd had; zij ging van uit haren heiligen mond aan hare gezèllinnen en van deze aan de volgende Christenen over. Deze is de heilige overlevering, welke God aan het hart dei-Moeder van den Christus toevertrouwde en welke deze in het hart harer kinderen deed overgaan j het is alzoo dat de overlevering der Kerk blijft voortduren. Wanneer men dit zoo duidelijk ziet als ik, vertoont zich eene dusdanige overlevering veel levendiger en heiliger dan elke andere. Nur ten 'allen tijde zijn de plaatsen waar heilige ge-beurtenissen en oefeningen van liefde hebben plaats gehad door de Joden vereerd geworden ^ zij vergeten er geene, zij richten gedenkzuilen op, doen bedevaarten derwaarts en bidden er. Op deze wijze nam de H. Kruisweg zijn oorsprong, niet met voorbedenking maar door het uitwerksel der natuur zelve van den mensch, en gelijkvormig met de schikkingen van God over zijn volk: hij nam dan zijn oorsprong door de hartelijkste ouderliefde en om zoo te spreken, onder de voeten van Jezus zeiven, die hem het eerst gegaan had. Deze heilige groep naderde het huis van Veronica en trad hetzelve binnen omdat Pilatus met zijne ruiterij door die straat kwam. De heilige vrouwen aanschouwden weenende het aangezicht van Jezus, op den zweetdoek afgedrukt en bewonderden de genade , welke JJij aan zijne vriendin bewezen had. Zij namen de vaas met wijn uit welke men aan Veronica niet toegelaten had Jezus te 'aten drinken en gingen, allen te zamen, de richting naar Golgotha. Haar gezelschap was door verscheidene welrneenende lieden aangegroeid, onder welke een zeker getal van het mannelijk geslacht.

ocr page 369

VAX ONZEN' HEER JEZUS CHRISTUS.

305

Ik kan u niet uitdrukken hoe treffend liet was hen, in goede orde. door de straten te zien gaan. Zij waren bijna talrijker dan degenen, die den regelmatiger! stoet van Jezus hadden uitgemaakt. Men zou het lijden, de grievende droefheden van Maria, toen zij de strafplaats zag, toen Hij den berg opklom, niet kunnen uitspreken; het was tevens het lijden van Jezus zeiven en het pijnlijk gevoel achter hem te moeten blijven. Wat Maria Magdalena betreft, zij was als dronken van droefheid, zij wankelde, van de eene tot de andere foltering overgaande, van de stilzwijgendheid tot de jammerklachten, van de verslagenheid tot de wanhoop, van de klachten tot de bedreigingen; die haar omringden moesten haar telkens ondersteunen, beschermen, aanmoedigen, wederhouden. Zij beklommen den Calvarieberg van den westkant, waar de helling minder groot is en hielden zich, in drie groepen verdeeld, op ongelijke afstanden van de rondvormige bergvlakte. De Moe-dei' van Jezus, hare nicht Maria, dochter van Cleophas, Salome en Johannes, naderden de bergvlakte: Martha, Maria Heli, Veronica, Johanna Chuza, Susanna en Maria, moeder van MarcusT bleven op eenigen afstand rondom Magdalena, die als buiten zich zelve was. Verder bevonden zich zeven andere der hunne en eenige mededoogende personen, die eene gemeenschap van de eene groep met de andere daarstelden. De Farizeërs te paard hielden zich hier en daar rondom de bergvlakte op en aan de vijf ingangen waren romeinsche soldaten geplaatst. Welk schouwspel was deze gerechtsplaats, dit vervaarlijk kruis, die hamers, die koorden, die nagelen, die afschuwelijke, halfnaakte en schier dronken beiden voor Maria, terwijl zij hunne schrikwekkende toebereidselen vloekende maakten!

ocr page 370

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Van des morgens tot 10 ure, toen liet vonnis uitgesproken werd, viel bij tusschenpoozen hagel; ■daarna, gedurende de uitvoering, werd de lucht helder, maar tegen den middag overdekte een .roodachtige nevel de zon.

XLI.

Jezus wordt van zijne kleederen beroofd; men biedt hem gal en azijn aan.

Vier gerechtsdienaren gingen naar de plaats -waar men Jezus had opgesloten en trokken hem daaruit. De Heer had zijn hemelschen Vader gevraagd hem sterkte te verleenen en had zich opnieuw voor de zonden zijner vijanden opgeofferd. Gedurende de laatste stappen welke Hij *iog doen moest, overlaadden zij hern nog met slagen en versmadingen; het volk zag dit alles en stierde hem smaadwoorden toe; de soldaten namen eene onverschillige, trotsche houding aan en onderhielden de goede orde; de beulen wierpen zich als razenden op hem en sleurden hem op de bergvlakte. Toen de heilige vrouwen hem zagen, gaven zij geld aan een man om de gerechtsdienaren verlof te vragen, Jezus den wijn met welriekende kruiden van Veronica te laten drinken. Maar die ellendelingen gaven hem dien niet, en dronken hem zeiven uit. Zij hadden twee bruine vazen bij zich waarvan de eene gal en azijn, de andere een drank, die wijn scheen te zijn, met rnyrre en alsem vermengd, inhield. Zij boden den Zaligmaker in een bruinen beker, van dezen laatsten drank aan; Jezus, na zijne lippen er aan gebracht te hebben, dronk er niet van.

Er bevonden zicii achttien gerechtsdienaren op

366

ocr page 371

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

lt;le vlakte: de zes die Jezus gegeeseld hadden, de vier die hem geleid, twee die de koorden, welke aan het kruis gebonden waren, vastgehouden hadden en zes die hem moesten kruisigen. Zij waren bezig óf bij den Zaligmaker, óf bij de moordenaars en werkten en dronken beurtelings; het waren kleine en gezette mannen met vreemde aangezichten ea rechtstaand haar, aan woeste dieren gelijkende; zij dienden de Romeinen en de Joden voor geld.

Het gezicht van dit alles was voor mij des te schrikwekkender, dewijl ik ook het kwaad zag, dat aan anderen onzichtbaar was. Ik zag afschuwelijke gedaanten van duivelen, die deze wreede menschen schenen te helpen en eene tallooze menigte afgrijselijke verschijningen, onder de gedaante van padden, slangen, draken, giftige dieren van alle soort, die de lucht verduisterden. Zij kropen in den mond en het hart der omstanders en plaatsten zich op hunne schouders; dit gebeurde bij deze menschen, wier ziel vervuld was van afschuwelijke gedachten, of die gruwelijke lasteringen en verwenschingen uitbraakten. Ik zag menigmaal boven den Zaligmaker groote gedaanten van weenende Engelen en van gloriën, waarin ik slechts kleine hoofden ontwaarde. Ik zag ook van die vertroostende en mededoogende Engelen boven de heilige Maagd en al de vrienden van Jezus.

De gerechtsdienaren rukten Jezus zijn mantel lt;lie het bovendeel van zijn lichaam overdekte, den gordel, met welken zij hem voortgesleept hadden en zijn eigen gordel af. Daarna trokken zij hem zijn wit wollen bovenkleed uit, vervolgens ontrukten zij hem het lange en smalle stuk stof, waarmede zijne schouders omwonden waren en daar zij het kleed zonder naad, hetwelk zijne

367

ocr page 372

HET SMARTVOLLE LI.IDEX

Moeder hem gemaakt liad, niet konden uittrekken, uithoofde der doornen kroon, rukten zij deze met geweld van zijn hoofd, waardoor al zijne wonden opnieuw openscheurden, daarna hieven zij het kleed op en trokken het onder vloeken en ver-wenschingen over zijn hoofd uit. De Zoon des menschen stond daar bevende, overdekt met bloed, kneuzingen, opgedroogde of nog bloedende wonden en plekken. Ilij had niels meer dan zijn korten wollen schapulier en een lijnwaad om de lendenen. De wol van den schapulier was in de wonden geplakt en vooral diep ingedrukt in degene, welke liet gewicht des kruises op den schouder gemaakt had en die hem onzeggelijke pijnen veroorzaakte. Zij rukten den schapulier, zonder eenig mede-doogen af en de Heer stond daar verschrikkelijk mismaakt, zijne schouders en zijn rug waren tot op de beenderen verscheurd en op sommige plaatsen bleef de witte wol van den schapulier aan het vleesch plakken. Eindelijk rukten zij hem zijnen laatsten gordel af; Hij was geheel naakt en bukte en keerde zich af, beschaamd over zijne naaktheid; Hij was op het punt te vallen, toen de gerechtsdienaars hem op een steen deden neder-zitten, de doornen kroon op zijn hoofd herstelden en hem de andere vaas vol gal en azijn aanboden, waarvan hij stilzwijgend het hoofd afkeerde.

Maar op het oogenblik, dat de gerechtsdienaars zijne armen vastnaaien, waarmede Hij zijne naaktheid trachtte te bedekken en hem wederom recht zetten om hem op het kruis te werpen, barsten de verontwaardiging, de klachten en het gemor bij al zijne vrienden uit, omdat zij hem zoo onbeschaamd ontbloot hadden. Zijne Moeder, hevig ontsteld, stond op liet punt haren hoofdsluier af te nemen, door hen te dringen en hem dien te geven, om zich er mede te dekken; maar Gort

368

ocr page 373

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

verhoorde haar, want op hetzelfde oogenblik baande een man zich te midden van het volk een doortocht over den weg en kwam buiten adem in het midden der gerechtsdienaren, hij bood Jezus een laken aan, die het met dankbaarheid ontving en zich er het midden van het lichaam mede omwond, zoo dat een der einden tusschen de beenen doorgaande, van achter werd vastgemaakt.

Deze weldoener, welken God, op de bede der heilige Maagd zond, had in zijne onstuimigheid iets ontzagwekkends. Hij bedreigde de gerechtsdienaars met de vuist en zeide hun slechts deze woorden: »Wacht u wel dezen armen man te beletten zich te dekkenquot; Hij zeide niets anders aan wien ook en vertrok even spoedig als hij gekomen was. Het was Jonadab , neef van den H. Jozef, uit de omstreken van Bethlehem, zoon van dien broeder, aan wien de H. Jozef, na de geboorte van Christus, den ezel verpand had welken hij te veel had. Hij was niet bepaald de vriend van Jezus, ook had hij zich den ganschen dag verwijderd gehouden en de gebeurtenissen hier en daar bespied.

Reeds toen hij vernam, hoe Jezus voor de gee-seling, van zijne kleederen was ontbloot geworden, werd hij toornig; toen eindelijk het oogenblik der kruisiging naderde, beving hem een uiterste angst in den tempel, waar hij zich bevond. Terwijl de Moeder van Jezus, op den Calvarieberg-tot Uod riep, werd Jonadab door eone onweder-staanbare kracht aangerand, die hem buiten den tempel naar Golgotha dreef, om de naaktheid des Heeren te bedekken. Inwendig gevoelde hij met verontwaardiging de schande van Cham, die met de naaktheid spotte van zijnen door den wijn bedwelmden vader Noilch; als een nieuwe Sein moest hij zich haasten, om de naaktheid te bedekken

3G9

ocr page 374

HET SMARTVOLLE LIJDEN

van hem, die alleen de pers trad. Die Jezus kruisigden waren afstammelingen van Cham, en Jezus bereidde den nieuwen wijn, den verlossenden wijn, toen Jonadab hem te hulp kwam. Deze daad was dan de vervulling eener gelijkenis van het oude Testament, en werd, zooals ik het later gezien heb en verhalen zal, mild beloond.

XL1I.

Jezus wordt aan het kruis gehecht.

Jezus, het beeld der smarten, werd door de gerechtsdienaren op het kruis uitgestrekt. Hij zette zich zelf' daarop neder, zij wierpen hem op den rug, en zijn rechter arm op den rechter arm van het kruis getrokken, bonden zij dien sterk vast; daarna stelde een hunner de knie op de heilige borst van Jezus, een ander deed hem de hand open. een derde plaatste een langen dikken nagel, met een punt van onder, op het vleesch, en sloeg hem met een ijzeren hamer in. Een zachte en duidelijke zucht ontglipte, met eene gebroken stern, aan de lippen des Zaligmakers: zijn bloed sprong op de armen der gerechtsdienaren. Ik heb de hamerslagen geteld, maar heb die vergeten. De heilige Maagd zuchtte in liet geheim en scheen het bewustzijn te verliezen; Mag-dalena was buiten zich zelve. De booren waren stukken ijzer van de gedaante eener T; er was geen hout aan. De groote hamers waren met hunne handvatten ook gansch van ijzer, en omtrent de gedaante der groote houten hamers, waarmede onze timmerlieden op hunne beitels slaan. De nagelen, op het zien van welke Jezus zoo gesidderd had, waren van zulke lengte, dat

370

ocr page 375

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

■wanneer men die in de vuist zou houden, zij aan eiken kant eenen duim zouden uitsteken, zij luidden een platten kop, ter breedte van eene kroon.. Zij hadden drie scherpe kanten en aan het boveneinde, de dikte van den duim; lager hadden zij slechts de dikte van den kleinen vinger, de punt was gevijld, zij kwam van achter een weinig door het kruis. Toen de beulen de rechter hand des Zaligmakers vastgenageld hadden, ontwaarden zij, dat de linker hand niet aan het gat kwam. Jezus deed een hartverscheurend gejammer hooren. Zij ontwrichtten zijne armen geheel; zijne schouders waren gespannen en hol, men zag de voegen der beenderen aan de twee ellebogen. Zijne borst zette zich uit en zijne knieeti trokken zich naar het lichaam op. Zij gingen opnieuw met de knieën op zijne armen en borst zitten, knevelden zijne armen en sloegen den tweeden nagel wreed door de linker hand des Heeren, waar het bloed uitsprong, en wiens zachte doch duidelijke zuchten, boven het gerucht der hamerslagen gehoord werden. De armen van Jezus waren nu in eene rechte lijn gespannen, zoodat zij de armen van het kruis niet meer bedekten, die in eene schuinsche lijn opgingen; ei1 was eene soort van opening tusschen deze en de oksels. De heilige Maagd gevoelde al de smarten van Jezus; zij was bleek gelijk als een doode, en onderbroken snikken ontsnapten haren mond. De Farizeërs stierden beleedigingen en bespottingen naar den kant waar zij zich bevond, en men geleidde haar op kleinen afstand van de andere heilige vrouwen. Magdalena was als zinneloos, zij verscheurde zich het aangezicht: hare oogen en hare wangen waren met bloed overgoten.

Men had omtrent op het derde der hoogte van het kruis een blokje bevestigd, bestemd om de

37«

ocr page 376

HET SMARTVOLLE LIJDEN

voeten van Jezus te ondersteunen, opdat het gan-.sche gewicht des lichaams niet aan de handen :zou hangen, die daardoor zouden gescheurd hebben; en ook opdat de beenderen der voeten, door deze te nagelen niet zouden breken. In dit blokje had men, te voren een gat geboord voor den nagel, die door de voeten moest gejaagd worden. Men had er ook eene holte in gemaakt voor de hielen, en in liet algemeen waren er holten op verschillende plaatsen van het kruis, opdat de gekruisigde langer aan het kruis zou blijven hangen, en zijn lichaam door het gewicht medegesleept, zich niet zou onthechten.

Geheel het lichaam des Zaligmakers was, dooide uiterste rekking der armen, naar het bovenste deel van het kruis opgetrokken, en de knieën waren opgekrompen. Nu wierpen de beulen zich op deze laatste en bonden die met de koorden tegen het voorname of opgaande stuk; maar toen men die uitrekte en vastknevelde, bevond men dat de voeten niet tot aan het blokje kwamen. Toen werden de gerechtsdienaren woedend; sommige hunner wilden, dat men andere gaten zou boren voor de nagels, die de handen vasthechtten, want het was moeielijk het blokje hooger te plaatsen; andere braakten verwenschingen uit tegen Jezus: «Hij wil zich niet uitstrekken, zeiden zij, maar wij zullen hem helpen.quot; Alsdan bonden zij koorden aan het rechter been en rekten dat met geweld uit, tot de voet aan het blokje kwam. Het was eene zoo verschrikkelijke ontwrichting, dat men de borst van Jezus hoorde kraken en Hij met luider stem uitriep: »Ü mijn God! o mijn Godlquot; Zij hadden ook de borst en tie armen aan het kruis vastgebonden, om de handen niet van de nagelen af te scheuren. Het onderdeel van liet lichaam was gansch buiten zijne plaats, het

372

ocr page 377

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

■was alsof al de ribben hem uitgerukt waren. Het was een gruwelijk lijden. Zij bonden alsdan den linkervoet met geweld op den rechter, en doorboorden hem eerst met eene soort zwikboor, omdat hij niet wel geplaatst was, om die aanstonds op elkander te kunnen nagelen. Dit gedaan, namen zij een langeren nagel, den schrikkelijk-sten van allen, welke zij hadden, er. joegen hem door de beide voeten in den blok en tot in den boom des kruises. Van bezijden staande, heb ik dien nagel de twee voeten zien doorboren. Deze behandeling was smartelijker dan al het overige, uithoofde der uitrekking van het lichaam. Ik telde tot zes en dertig hamerslagen, onder welke de Heer met eene zoete, doch heldere stem zuchtte; de stemmen, rondom hem die hem beleedigden, schenen mij dof en somber. — De heilige Maagd •was wederom dicht bij de strafplaats gekomen. Toen zij dit gekraak en die zuchten hoorde, zeeg zij opnieuw, door lievige smarten overstelpt, in de armen barer gezellinnen neder, en er ontstond eenige verwarring. De Farizeërs kwamen alsdan te paard tot haar, bejegenden haar met verwijtingen, en de vrienden der heilige Maagd verwijderden haar andermaal. Nogtans, terwijl men Jezus aan het kruis nagelde, en hetzelve oprichtte, lieten de vrouwen in verschillende richtingen kreten van medelijden hooren. «Helaas! riepen zij uit, waarom zwelgt de aarde deze eerlooze beulen niet in? Waarom verslindt het vuur des hemels hen niet /quot; Op deze liefdeverzuchtingen antwoordden de beulen met beleedigingen en spotternij.

Het gekerm, hetwelk de smart Jezus ontrukte, vermengde zich met een aanhoudend gebed, vol spreuken uit de psalmen en de profeten, wier voorzeggingen hij vervulde; Hij hield ook niet op tot op den weg des kruises te bidden en Hij.

Smartvolle Lijden. 04

373

ocr page 378

HET SMARTVOLLE LIJDEN

bleef daarin tot den dood volharden. Ik heb aiquot; die spreuken gehoord en met hem herhaald, ik herinner ze mij nog somtijds wanneer ik de psalmen zeide, rnaar ik ben thans zoo terneèrge-drukt door de smarten, dat ik die niet kan bij elkander brengen. Terwijl de Zaligmaker deae folteringen doorstond, zag ik weenende Engelen boven hem verschijnen.

De bevelhebber der romeinsche legerbenden had het opschrift van Pilatus reeds boven het kruis doen plaatsen. Daar de Romeinen met den-titel «Koning der Jodenquot; lachten, keerden eenige Farizeërs naar de stad terug om aan Pilatus een-ander opschrift te vragen, waarvan zij vooraf de maat namen.

Terwijl men Jezus aan het kruis nagelde, dolf' men ook het gat waarin het moest geplaatst worden, want hetgene men gemaakt had was te-klein en de rots zeer hard. Eenigen der gerechtsdienaren , die den wijn met welriekende kruiden uitgedronken hadden, welken de heilige vrouwen hun voor Jezus gegeven hadden, waren geheel dronken, zij gevoelden in hunne ingewanden een brand en trekkingen die hen razend maakten. Zij beschuldigden Jezus van tooverij ; door zijn geduld werden zij woedend en liepen verscheidene malen den Calvarieberg af om ezellinnen melk te drinken, want in de nabijheid waren vrouwen die met de vreemdelingen naar het feest gekomen waren en ezellinnen mede gebracht hadden en de melk er van verkochten. Het was ongeveer kwart na tw-aalf uren, toen Jezus gekruisigd werd; op liet oogenblik dat men het kruis ophief weergalmde de tempel van het geschal der bazuinen dat de opoffering van het Paaschlam aankondigde^

374.

ocr page 379

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

XLIII.

Verheffing van het kruis.

Toen de beulen onzen Heer gekruisigd hadden bonden zij koorden aan het boveneinde van liet kruis; deze koorden liepen over een dwarsbalk aan den overkant geplaatst, zij gebruikten die om het kruis op te richten. Eenigen hunner ondersteunden het kruis terwijl anderen het in den put stieten . welken men daarvoor had gedolven en waarin het, een geweldigen schok gevende, met al zijn gewicht nederzakte. Jezus gaf een gil van smarten; het geheele gewicht drukte loodrecht naar beneden, zijne wonden werden vergroot, zijn bloed stroomde overvloedig en zijne ontwrichte beenderen stieten tegen elkander. De gerechtsdienaren, ten einde het kruis te bevestigen, schudden het nog meer en sloegen vijf palen rondom hetzelve, een aan den rechter-, een aan den linker kant en de andere achter den stam, die, van dien kant, een weinig rond was.

Niets was verschrikkelijker en tevens hartver-scheurender dan te midden van het smaadvcl en beleedigend geroep der gerechtsdienaren, der Fa-rizeërs en van het gespuis, dat van verre stond te zien, het kruis een oogenblik op zijn grondslag-te zien wankelen en schuddend in de aarde te zien nederzakken; tevens verhieven zich tot hetzelve godvreezende en verzuchtende stemmen. De heiligste der stemmen, die van Maria, die van Johannes, die van de heilige vrouwen en van al degenen die een rein hart in hun binnenste bezaten, groetten met eene smartelijke ontboezeming het vleeschgeworden Woord, aan het kruis ver-

375

ocr page 380

HET SMARTVOLLE LIJDEN

lieven; hunne bevende handen werden opgeheven als om hem te helpen, toen de Heilige der Heiligen, de bruidegom der zielen, aan het kruis genageld, zich wankelend verhief in het midden dei-zondaars , in woede en razernij ontstoken. Toen het kruis met gedruis in de holte der rots neder-zakte, heerschte een oogenblik eene plechtige stilte; eenieder scheen door een geheel nieuw gevoel aangedaan, dat hij tot toen nog niet bespeurd had. De hel zelve gevoelde met schrik den schok van het kruis dat nederzakte en verdubbelde de woede harer werktuigen tegen hetzelve. De zielen in het voorgeborchte der hel weder-houden, hoorden liet met blijdschap en vol hoop, het was voor hen het gerucht van den overwinnaar die de poorten der verlossing naderde. Het heilig Kruis was voor de eerste maal in het midden der aarde opgericht, gelijk een andere boom des levens in het Paradijs ; uit de breede wonden van Jezus stroomden als vier heilige rivieren op de aarde, om haar vruchtbaar te maken, om de vervloeking uit te wisschen die op haar drukte en er het paradijs van den nieuwen Adam van te maken.

Toen de Zaligmaker opgeheven was en het getier der beulen een oogenblik door de stilte der verwondering onderbroken werd, hoorde men van den kant des tempels het geluid van vele trompetten en trommels, die de slachtoflering aankondigden van het Paaschlam, van het afbeeldsel van dit ware Lam Gods, rondom hetwelk de be-leedigingen en het gejammer op geheimvolle en plechtige manier onderbroken werden. Meer dan een versteend hart werd geschokt en herinnerde zich de woorden van Johannes den Doopei : »Zie-hier het Lam Gods, dat de zonden der wereld op zicli genomen heeft!quot;

37()

ocr page 381

VAN ONZEN lIKI.Ii JEZUS CliniSTUS.

De plaats waar het kruis opgericht werd lag een weinig meer dan twee voeten boven den orn-liggenden grond. Toen de voet van het kruis dicht bij den put was, bevonden de voeten zich ter hoogte van een man van de aarde; toen het kruis was nedergezakt bevonden zij zich laag genoeg om dooi' zijne vrienden te kunnen worden gekust. Men klom schuins tegen dien heuvel op. Het aangezicht des Heeren was naar het noordwesten gekeerd.

XLIV.

Kruisiging der moordenaars.

Terwijl men Jezus kruisigde waren de twee moordenaars nog altoos met de handen aan de dwarsstukken hunner kruisen, die hen op den nek drukten, vastgebonden; zij lagen op den rug, op de oostelijke helling van den Calvarieberg, dicht den weg en werden door de wachten bewaakt. Zij waren beschuldigd eene joodsche vrouw en hare kinderen, die van Jeruzalem naar Joppe gingen, vermoord te hebben; men had hen aangehouden in een kasteel, hetwelk Pilatus somtijds bewoonde wanneer hij zijne soldaten in de krijgskunst oefende en waar zij zich voor rijke kooplieden hadden uitgegeven. Zij hadden lang in de gevangenis gezeten voor zij veroordeeld werden. Ik heb de bijzonderheden vergeten. Hij, die zich aan den linker kant bevond was de oudste; het was een grooten booswicht, de meester en de verleider van den anderen. Zij worden gewoonlijk Dismas en Gesmas genaamd; hunne ware namen heb ik vergeten; ik zal dan den goeden Dismas en den kwaden Gesmas noemen. Zij behoorden

377

ocr page 382

HET SMARTVOLLE LIJDEN

378

tot die bende baanstroopers welke zich aan de grenzen van Egypte ophield en de gastvrijheid voor eenen nacht aan de heilige Familie verleend hadden toen deze, met het kindje Jezus, naar Egypte vluchtte. Dismas was het met melaatsch-heid geslagen kind, hetwelk zijne moeder op aanraden van Maria in het water wiesch waarin liet kindje Jezus zich gebaden had en op hetzelfde oogenblik genezen was. De zorgen en de bescherming zijner moeder jegens de heilige Familie werden door deze zuivering beloond, die het zinnebeeld was van die, welke het bloed des Zaligmakers voor hem aan het kruis ging uitwerken. Dismas was in zijn verderf geloopen; hij kende Jezus niet. maar dewijl zijn hart niet boosaardig was, had zooveel geduld hem getroffen. Ter aarde liggende, sprak hij tot Gesraas over .lezuf en zeide; «Zij mishandelen dien Galileër verschrikkelijk ; zijne nieuwe wet moet zeker eene grootere misdaad zijn dan de onze , maar Hij heeft veel geduld en grooten invloed op de menschen.quot; —-Gesmas antwoordde: «Welken invloed heeft Hij dan? Zoo Hij de macht had die men hem toeschrijft, zou Hij ons alle drie kunnen verlossen.quot; — Zoo spraken zij onder elkander. Toen het kruis des Zaligmakers opgericht was, kwamen de ge-reclitsdienaars hun zeggen dat het hunne beurt was, zij maakten hen haastig van de dwars-stukken los, want de zon verduisterde eti de natuur scheen een naderend onweder aan te kondigen. De gerechtsdienaars stelden vervolgens ladders tegen de twee kruisen, die reeds geplant waren en voegden er de twee dwarsstukken aan. Na hun azijn met myrre vermengd te hebben laten drinken en de vesten te hebben uitgetrokken welke zij droegen, bond men hen koorden onder de armen en hijschte hen omhoog, gehol-

ocr page 383

VAN ONZEN HEER JEZUS CflRISTUS.

lt;peii door sporten die in de palen geslagen waren •en waarop zij hunne voeten plaatsten. Men bond limine armen met koorden van boomschors aan de armen van het kruis, eveneens bond men hunne vuisten, ellebogen, knieën en voeten en men trok de koorden zoo vast aan, dat hunne gewrichten kraakten en het bloed er uit sprong. Zij huilden afgrijselijk en de goede moordenaar zeide, terwijl men hem omhoog trok: «Zoo gij ons behandeld hadt gelijk den armen Galileër, zoudt gij de moeite niet hebben ons alzoo in de lucht op te hijschen.quot;

XLV.

Men werpt het lot over de kleederen van Jezus.

In dien tusschentijd hadden de beulen, ter plaatse, waai- de moordenaars gelegen hadden, verscheidene loten gemaakt van de kleederen van Jezus, ten einde die onder elkander te verdeelen. De mantel was ruimer van onder dan van boven, en had verscheidene plooien. Voor op de borst •was hij dubbel , en als van zakken voorzien. Zij -verscheurden hem, alsook zijn lang, wit kleed, iu verscheidene stukken. Het kleed was op de borst open, en werd met banden toegemaakt. Zij deelden ook het stuk stof, hetwelk Hij om zijnen hals •droeg, zijnen gordel en zijn schapulier. Al deze kleedingsstukken waren van het bloed van Jezus doortrokken. Daar zij het niet eens konden worden, wie het kleed zonder naad zou hebben, waarvan de stukken tot niets dienstig zouden kunnen zijn , namen zij eene tafel, waarop getallen geschreven waren , en daarop dobbelsteenen werpende , bij wijze van boonen, verlootten zij hetzelve. Maar een bode van Nicodemus en Jozef

379

ocr page 384

HET SMARTVOLLE LIJDEN

van Arimathea kwam hun zegden, dat zij beneden den berg koopers zouden vinden voor de kleederen van Jezus; dan legden zij die alle tezamen en verkochten ze ineens, hetwelk den christenen dezen kostbaren schat behield.

XL VI.

De gekruisigde Jezus en de twee moordenaars-

De schrikkelijke schok van het kruis, toen het in den put nederzakte, had het met doornen gekroonde hoofd van Jezus geweldig doen waggelen, en deed overvloedig bloed uit hetzelve , als ook uit zijne \oeten en handen stroornen. De gerechts-dienaars stelden hunne ladders tegen het kruis en ontbonden de koorden, waarmede zij het lichaam des Zaligmakers vastgehecht hadden, opdat de schok hem niet zou doen afvallen. Het bloed,, waarvan de omloop, door de platte ligging en de koorden , was gestremd geweest, hernam eene snelle beweging en vloeide met geweld naar de-wonden, Al zijne smarten vernieuwden zich , en drukten hem zoodanig neer, dat Hij zijn hoofd op zijne borst liet nedérJiangen , en , gedurende omtrent zeven minuten, als dood bleef. Alsdan was er eene korte tusschenpoozing van een oogen-blik; de beulen waren bezig met de klederen van Jezus onder elkander te verdeden , het geschal der bazuinen van den tempel verloor zich in de lucht, en alle omstanders waren van razernij of van droefheid uitgeput. Vol medelijden en afgrijzen aanschouwde ik Jezus, mijn heil, de zaligheid der wereld; ik zag hem zonder beweging schier zonder leven , en het scheen mij , dat ik zelve ging sterven. Mijn hart was vol bitterheid ?

380

ocr page 385

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

381'

liefde en smart; mijn hoofd was als verloren, als met scherpstekende doornen bezaaid, mijne handen en voeten waren als brandend, mijne aderen,, mijne zenuwen als door duizende onuitsprekelijke smarten geteisterd, die elkander, in al mijne ledematen , in al mijne zinnen, een wreeden strijd schenen te leveren, en alzoo de bronnen werden' van nieuwe smarten. En nogtans was al wat ik leed, niets dan liefde, en ondanks den brand die mij verslond , bevond ik mij in diepen nacht,, waarin ik niets zag dan mijnen bruidegom aan het kruis gehecht. Zijn aangezicht met de ijse-lijke kroon en het bloed , waarmede zijne oogen overgoten waren, waarvan zijn half geopende-mond, zijne haren en zijn baard vol waren, was op zijne borst nedergezakt. Later kon hij het ook niet dan met moeite opheffen, uithoofde der zwaarte van de kroon. Zijn boezem was gansch verscheurd en geweldig opengereten, zijne schouders, zijne ellebogen, zijne handen tot ontwrichtens toe uitgerekt, uit de breede wonden zijner handen stroomde het bloed over zijne armen. Zijne-borst was opgekomen en vormde van onder eene-diepe holte. De buik was hol, ingetrokken en bijna geheel verdwenen. Zijne dijen en zijne bee-nen waren , evenals zijne armen , op eene verschrikkelijke wijze ontwricht. Zijne ledematen, de-spieren , zijn verscheurd vel waren met zoo veel geweid uitgerekt, dat men al zijne beenderen kou-tellen ; het bloed sprong uit, rondom den ver-schrikkelijken nagel, die zijne heilige voeten doorboord had; zijn geheel lichaam was met wonden,, met kneuzingen, zwarte, blauwe en gele plekken overdekt; de geweldige spanning der spieren verscheurde het vlies der wonden: het bloed vloeide op verscheidene plaatsen uit dezelve. Later werd' het bloed bleek en waterachtig en zijn heilig

ocr page 386

HET SMARTVOLLE LIJDEN-

Jichaatn steeds witter; de korsten der eerste wonden onthechtten zich, en liet geheele lichaam geleek aan trillend vleesch. Nogtans behield dit lichaam, ofschoon zoo afgrijselijk mismaakt, iets, ik weet niet wat, edels en treffends. De Zoon ■Gods, de eeuwige liefde, die zich voor ons slachtofferde, behield zelfs in dat verbrijzeld lichaam, rnet de zonden aller menschen beladen, eene bekoorlijkheid van schoonheid, van zuiverheid en heiligheid.

De gelaatskleur van de heilige Maagd en van Jezus was uit de natuur van teeder en glimmend .geel, met doorschijnend rood vermengd. De ver-.rnoeienissen en de reizen der laatste jaren hadden hem onder de oogen en om den neus eene tint gegeven van koperachtig bruin. Zijne borst was iioog en breed; zij was niet harig, zoo als die van den H. Johannes den Dooper, die gansch met roodachtig haar begroeid was. Zijne schouderen waren breed , zijne armen sterk, zijne dijen gespierd, zijne knieën sterk en hard geworden, als van iemand die veel gereisd en nedergeknield had om te bidden; zijne beenen waren lang en het achterste gespierd, ten gevolge zijner reizen en verblijf in de bergen; zijne voeten waren van .schoonen vorm, sterk, en met eelt er onder, uithoofde der menigvuldige reizen, welke de Heer blootsvoets op hobbelige wegen gedaan had. Zijne handen waren schoon, met lange en tengere vin gers , zonder geheel teeder te zijn . geleken zij nogtans niet aan diegene van iemand, die dezelve tot zwaren arbeid bezigt. Zijn hals was niet kort, maar sterk en gespierd, zijn hoofd van eene schoone evenredigheid en middelmatige grootte; zijn voorhoofd lang en breed; zijn aangezicht maakte een zuiver langwerpig rond; zijne haren, lt;van een koperachtig bruin, waren niet zeer dik

382

ocr page 387

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRrSTUS.

en ongekunsteld op het midden van liet hoofd gescheiden, en hingen op zijne schouders neder. Zijn baard was niet lang, maar puntachtig en onder de kin verdeeld. Nu was zijn haar gedeeltelijk uitgerukt en met bloed besmeurd; zijn lichaam was slechts ééne wond ; al zijne ledematen waren als verbrijzeld. De geweldige uitrekking had zijn lichaam zoo dun gemaakt, dat het den boom des kruises niet geheel bedekte. Deze boom was van achter een weinig rond gemaakt, van voren plat, en was, zooals ik reeds gezegd heb, op sommige plaatsen uitgehold. Hij was even dik ais breed. De stukken, waaruit het geheele kruis was samengesteld , waren verschillend van kleur, het «ene bruin, het andere geelachtig, het voornaamste stuk was donkerder, even alsof' het gedurende langen tijd in het water had gelegen.

De kruisen der twee moordenaars, minder bewerkt dan dat van Jezus, bevonden zich ter linker- en rechter zijde; zij waren zoo ver van elkander, dat een man te paard tusschen beide kon doorlijden; zij waren in het gezicht van elkander en een weinig lager geplaatst. De moordenaars, biddende ot' honende, hieven het hoofd naar Jezus op. die, om tot Dismas te spreken, zijn hoofd moest nederbuigen. Zij boden, aan de kruisen hangende, een afgrijselijk schouwspel aan ; bijzonder had degene, die aan de linker zijde hing, dronken en woedend, gestadig verwenschingen op de lippen. Hunne aangezichten waren bruin en blauw; de lippen somber zwartachtig rood, door den drank en het bloed, dat naar haar hoofd steeg; hunne oogen gezwollen en als uit het hoofd puilende. Toen men de koorden aanhaalde, jammerden zij op verschrikkelijke wijze. Gesmas vloekte en lasterde. De nagelen, met welke men de dwars-houten vastgehecht had, noodzaakten hen hunne

383

ocr page 388

HET SMARTVOLLE LIJDEN

hoofden gebogen te houden; de smarten deden hun stuiptrekkende bewegingen maken, en ofschoon hunne beenen sterk gekneveld waren, gelukte het den eenen zijnen voet half los te trekken, waardoor de knie vooruitsprong.

XLVII.

Eerste woord van Jezus aan het kruis.

Toen de gerechtsdienaren de moordenaars aatt het kruis gehecht en de kleederen van Jezus onder elkander verdeeld hadden, braakten zij nog-eenige beleedigingen tegen Jezus uit en verwijderden zich. Ook de Farizeërs reden te paard voorbij Jezus, stierden hem nog eenige horende woorden toe en vertrokken. De honderd romeir sche soldaten werden op hunne standplaats door eene nieuwe bende van vijftig man vervangen. Deze waren onder bevel van Abenadar, een Arabier van geboorte, gedoopt onder den naam van Ctesiphon; de tweede bevelhebber was Cassius genaamd, en ontving later den naam van Longinus; hij droeg dikwijls de boodschappen van Pilatus over. Er kwamen nog twaalf Farizeërs, twaalf Saducceërs, twaalf Schriftgeleerden en eenige ouderlingen, onder welke degene zich bevonden, die vruchteloos aan Pilatus gevraagd hadden om het opschrift te veranderen. Hij had hen zelfs niet willen zien, en zijne weigering had hunne woede verdubbeld. Zij reden te paard rondom de bergvlakte, en joegen de heilige Maagd weg, haar eene lichte vrouw noemende. Zij werd door Johannes tot de heilige vrouwen wedergeleid. Martha en Magdalena hielden haar tusschen de armen. Toen zij voorbij Jezus kwamen, schudden zij verachte-

384

ocr page 389

VAN ONZEN' HEER JEZUS CHRISTUS.

lijk het hoofd, zeggende: «Foei dan, bedrieger, wel hoe! gij werpt den tempel omver en herbouwt hem in drie dagen!quot; «Hij heeft de anderen gered en zich zeiven kan Hij niet redden !quot; — »Zoo gij de Zoon Gods zijt, kom van het kruis af!quot; — »Indien Hij de koning van Israël is, dat Hij van het kruis afkome , en wij zullen in hem gelooven!quot; —- «Hij heeft op God betrouwd, wel nu! dat God hem te hulp kome!quot; Ook de soldaten spotten met hem en zeiden ; »Zuo gij de koning der Joden zijt, red u nu!quot;

Toen Jezus in bezwijming geraakte, zeideGesmas, de moordenaar, die aan de linker zijde hing: Zijn duivel heeft hem verlaten. Alsdan nam een soldaat eene spons met azijn, stal; die op het einde van een stok en bracht die aan de lippen van Jezus, die er van scheen te proeven. Men ging voort met hem te honen. »Zoo gij de koning dei-Joden zijt, zeide de soldaat, red u zeiven.quot; Dit alles had plaats, terwijl de eerste bende door die van Abenadar vervangen werd. Maar Jezus lichtte het hoofd een weinig op en zeide: »Mijn vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.quot; Daarna bleef Hij in stilte bidden. Alsdan riep Gesmas tot hem: »Zoo gij de Christus zijt, red u en red ons!quot; De beleedigingen bleven voortduren. Maar Dismas, de moordenaar die aan de rechter zijde van den Zaligmaker hing, werd diep getrolfen door dat Jezus voor zijne vijanden bad. Toen Maria de stern baars Zoons hoorde, kon niets haar wederbouden; zij ijlde naar het kruis, door Johannes, Salome en Maria van Cleo-phas gevolgd. De hoofdman stiet hen niet terug. Dismas, de goede moordenaar, verwierf door het gebed van Jezus, eene inwenige verlichting, op het oogenblik dat de heilige Maagd naderde; bij erkende dat Jezus en zijne Moeder hem in zijne

385

ocr page 390

HET SMARTVOLLE LIJDEN

386

kindslieid genezen hadden , en zeide met eene stei'ke en duidelijke stem : «Hoe kunt gij liem beleedigen, teiwijl Hij voor u bidt? Hij lieeft gezwegen, Hij heeft al uwe versmadingen met geduld verdragen , en Hij bidt voor u , Hij is een profeet, Hij is onze koning, Hij is de Zoon Godsquot;. Op dit onverwacht verwijt, uit den mond vat» een ellendigen moordenaar, hangende aan het galgenhout, ontstond eene groote woeling onder de omstanders. Zij raapten steenen op en wilden hem aan het kruis steenigen; maar de hoofdman Abenadar duldde het niet. Hij deed hen uiteengaan en herstelde de orde. Middelerwijl gevoelde de H. Maagd zich gansch versterkt door het gebed van Jezus, en Dismas zeide tot zijn metgezel, die hem noonde: «Vreest gij God dan niet, gij, die tot dezelfde straf veroordeeld zijt? Wat ons aangaat, het is rechtvaardig; wij ontvangen de straf, welke onze gruweldaden verdiend hebben, maar deze heeft geen kwaad gedaan; denk aan uw jongste uur en bekeer u!quot; Hij was verlicht en getroffen; hij beleed zijne fouten aan Jezus, zeggende: »Heer, zoo gij mij veroordeelt, za! het met rechtvaardigheid wezen , maar ontferm u mijner!quot; Jezus zeide tot hern : ))Gij zult mijne barmhartigheid ondervinden.quot; Dismas ontving gedurende een kwartier uurs, de genade van een diep berouw. Al het daar even verhaalde gebeurde spoedig tusschen twaalf uur en half een , eenige minuten na de opheffing des kruises; maar er hadden weldra groote veranderingen plaats in de zielen der omstanders, ter oorzake dergene, die in de natuur ontstond, terwijl de goede moordenaar sprak, en die hen allen met schrik en angst vervulde.

ocr page 391

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

XLVIII.

Verduistering der zon. — Tweede en derde woord van Jezus aan het kruis.

Omtrent tien uur, toen liet vonnis van Pilatus-uitgesproken werd. viel van tijd tot tijd een weinig hagel; daarna werd de lueJit helder tot middag, toen een dikke, roodachtige nevel voor de zon kwam. Omtrent zes uur, volgens de wijze van. rekenen der Joden, hetwelk omtrent overeenkomt met half een uur, had er eene mirakuleuze verduistering plaats. Ik zag hoe dit geschiedde, maar heb liet ongelukkig niet wel onthouden , en ik vind geene woorden om het uit te drukken. Ik werd eerst als van de aarde weggevoerd; ik zag de verdeelingeu van den hemel , den loop dei-sterren, die op eene wonderbare wijze door elkander liepen. Ik zag de maan aan eenen kant van de aarde; zij liep snel voort, eenen bol vuur gelijk. Daarna bevond ik mij weder te Jeruzalem, en zag de maan opnieuw vol en bleek op deu berg der Olijven verfchijnen. Zij plaatste zich van het oosten voor de zon, die reeds door den dikken nevel bedekt was. Ik zag aan den westerkant dei-zon een donker lichaam, dat hetzelfde uitwerksel bad als een berg , en haar weldra geheel overdekte. Dit lichaam was van eene donkergele kleur, een kring, gelijkende aan een in het vuur gloeiend gemaakt ijzer, omringde hetzelve. De lucht werd donker, en de sterren werden zichtbaar, een bloe-digen schijn van zich gevende. Een algemeene schrik beving de menschen en de dieren; het vee in de velden brulde en vluchtte weg, de vogelen zochten eene schuilplaats , en vielen in menigte op de heuvelen rondom den Calvarieberg neder;

387

ocr page 392

IIKT SMARTVOLLE LIJDEN

men zou die met de hand hebben kunnen vatten. Degenen, die Jezus hoonden, verzachtten den toon. De Farizeërs beproefden nog om alles volgens de orde der natuur uit te leggen, maar zij gelukten er niet in. Ook zij begonnen niet angst bevangen te worden. Al de omstanders wendden de oogen hemelwaarts. Verscheidene personen sloegen op hunne borst en wrongen hunne handen te zamen, uitroepende: »Dat zijn bloed op zijne moordenaars nederkome.quot; Velen, van nabij en van verre, wierpen zich op de knieën, om vergiflenis smeekende, en Jezus sloeg in zijne smarten de oogen op hen. Terwijl de duisternissen aangroeiden en het kruis ■van allen , uitgezonderd van Maria en de dierbaarste vrienden des Zaligmakers, verlaten was, hief Dismas, die in een diep berouw was gedompeld geworden, het hoofd met eene ootmoedige hoop tot Jezus op en zeide; »Heer, wees mijner gedachtig, wanneer gij in uw rijk zult wezen!quot; Jezus antwoordde: »ln der waarheid, ik zeg het u, lieden zult gij met mij zijn in het Paradijs.quot;

De Moeder van Jezus , Magdalena, Maria van ■Cleophas en Johannes bevonden zich tusschen het kruis des Zaligmakers en die der moordenaars, en aanschouwden Jezus. De heilige Maagd bad in hare moederliefde, opdat Jezus haar met zich zou laten sterven. Alsdan aanzag de Zaligmaker haar met onuitdrukkelijke teederheid, wendde daarna de oogen op Johannes en zeide tot Maria: «Vrouw, ziedaar uwen zoon; Hij zal nog meer uw zoon zijn, dan als gij hem ter wereld zoudt gebracht hebben.quot; — De Heer maakte nog de lofspraak van Johannes, zeggende; »Hij heeft bestendig een eenvoudig geloot vol betrouwen gehad, en is nooit gram geworden, dan op den dag dat zijne moeder hem boven de anderen wilde verhellen.quot; — A er-volgens zeide Hij tot Johannes: «Ziedaar uwe

.388

ocr page 393

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

Moeder.quot; Johannes omhelsde eerbiedig, onder het kruis des Verlossers, de Moeder van Jezus, die nu ■ook de zijne was geworden. De tieilige Maagd was bij deze laatste plechtige beschikkingen van haren Zoon zoodanig van smarten overstelpt, dat zij bewusteloos in de armen der heilige vrouwen nederzonk, die haar op eenigen afstand wegdroegen , haar een oogenblik op den kant van een heuveltje nederzetten, en daarna tot hare vriendinnen wedergeleidden.

Ik weet niet of Jezus al deze woorden uitdrukkelijk uitsprak; maar ik gevoelde inwendig, dat Hij Maria voor Moeder aan Johannes, en Johannes voor Zoon aan Maria gaf. In soortgelijke verschijningen treft men vele dingen aan , die niet geschreven zijn, en er zijn weinige, welke men duidelijk met de menschelijke taal kan uitspreken, ofschoon die, wanneer men ze ziet, van zelfs moeten verstaan worden. Alzoo verwondert men zich niet dat Jezus, het woord tot de heilige Maagd slierende, haar niet «mijne Moederquot;, maar »vrouwquot; noemt; want zij komt voor als de vrouw bij uitstekendheid, die het hoofd der slang moet verpletteren. bijzonder in dit oogenblik, waarop deze belofte door den dood van haren Zoon volbracht wordt. Men is ook niet verwonderd, dat Hij Johannes voor Zoon gaf aan haar, welke de Engel grootte met de woorden : »Ik groet u, vol van genadenquot;, omdat men ziet. dat de naam van Johannes een naam van genade is, want aldaar zijn allen datgene, wat hunnen naam aanduidt, en Johannes was kind Gods geworden, en Jezus Christus leefde in hem. Men gevoelt ook dat Jezus, door haar tot Moeder aan Johannes te geven, haar voor Moeder geeft aan al degenen, die in zijnen naam gelooven , die kinderen Gods worden , die jiiet uit het vleesch en bloed, noch uit den wil Smartvolle Lijden. 25

389

ocr page 394

IIKT SMAimOLLE LIJDEN

390

des menschen, maar uit God geboren zijn. Meit gevoelt nog, dat de zuiverste, de ootmoedigste,, de gehoorzaamste der vrouwen , die na tot den-Engel gezegd te hebben; sZie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woordquot;. -Moeder werd van het vieesch geworden Woord, heden van haar stervenden Zoon vernemende; dat zij de geestelijke Moeder van een anderen zoon moet worden , te midden harer grievende smart. diezelfde woorden met eene ootmoedige gehoorzaamheid in haar hart heeft herhaald, en al de kinderen Gods, al de broeders van Jezus Clnistusf voor hare kinderen heeft aangenomen. Dit alles komt daar zoo eenvoudig, zoo noodzakelijk voor, en is hier zoo ingewikkeld en duister, dat liet gemakkelijker is door de genade Gods te gevoelen, dan floor woorden uit te drukken en ik denk dan aan hetgeen mijn hemelsche Bruidegom mij eens zeide : «Alles is geschreven in de kinderen der Kerk die gelooven, die hopen, die beminnen. ')

-1) Dit heeft betrekking op eene verschijning, welke de zuster had op den 3n November van het derde jaar der prediking onzes Heeren, acht en twintig dagen na de verrijzenis van Lazarus en vijf maanden voor den. dood van Jezus. Zij zag hem aan de uiterste oostelijke grenzen van het beloofde land, nadat Hij het land van üibad doorloopen had, in een stadje noordwaarts eener grootere plaats, welke zij Cedar noemde; Hij onderwees daar gedurende verscheidene dagen, bij gelegenheid eener bruiloft. betreffende de aangelegenheid en heiligheid des huwelijks. »Iu deze verschijning, zegt de zuster, was ik als eene der aanwezigen , en ik ging, gelijk zjj, hier en daar. De redevoeringen des Heeren schenen mij zoo schoon, zoo belangrijk en op ons ellendig tijdvak zoo toepasselijk , dat ik in mijn hart uitriep: «Ach, waarom is dit niet geschreven, ■waarom is hier geen leerling, die het aanteekent, op-

ocr page 395

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

XLIX.

Staat van de stad en van den tempel.

Het was omstreeks half twee, ik werd in ile stad verplaatst, om te zien lietgeen aldaar omging. Ik vond dezelve vol verwarring en ontsteltenis; de straten waren in een dikken nevel gehuld, die den dag in nacht veranderde, de menschen dwaalden hier en daar al tastende in het blinde rond; verscheidene bleven op den grond liggen, het hoofd overdekt en op hunne borst slaande, andere klommen op de daken hunner huizen, aanschouwden den hemel en lieten jammerklachten hooren. Dieren brulden en verborgen zich, de vogelen vlogen zeer laag en vielen neder. Ik zag dat Pilatus naar Herodes gegaan was, dat zij beiden zeer ontsteld waren en den hemel aanschouwden, van boven op het terras zelf, van hetwelk Heredes dezen morgen Jezus aan de versmadingen van het volk had overgeleverd gezien. Ȇit is niet natuurlijk, zeiden zij: zij zijn zeker te ver gegaan tegen Jezus.quot; Ik zag hen zich daarna naar het paleis begeven, gaande over de openbare markt: beiden waren in grooten angst, gingen zeer snel

dat liet heelal het wete ?quot; Alsdan keerde mijn liemel-schen Bruidegom zich eensklaps naar nijjenzeide: dk stort mijne liefde uit en bebouw den wijngaard daar, waar hij vruchten voortbrengt. Zoo dit geschreven was, zou het vernietigd, veronachtzaamd of kwalijk uitgelegd worden zoo als een groot deel der geschreven dingen. Deze onderwijzing en eene tallooze menigte andere die niet geschreven zijn, hebben meerdere vruchten gedragen , dan hetgene geschreven is. De geschreven wet wordt daarom niet gevolgd. Alles is geschreven in de kinderen der Kerk, die gelooven, hopen en beniinnen.

391

ocr page 396

HET SMARTVOLLE LIJDEN

en waren van wachten omringd. Pilatus wendde de oogen niet naar Gabbatha, van waar hij Jezus veroordeeld had. De markt was ledig: eenige personen gingen met haast in hunne Luizen, andere liepen al snikkende rond. Men zag ook hier en daar groepen zich op de openbare plaatsen vormen. Pilatus deed de oudste der Joden in zijn paleis ontbieden, en vroeg hun, wat deze duisternissen beteekenden; hij zeide hu i dat hij dezelve als een dreigend teeken aanzag, dat het hem toescheen, dat God tegen hen vertoornd was, omdat zij den dood des Galileërs gevorderd hadden, die zekerlijk hun profeet en koning was; dat hij wat hem betrof, zich de handen gewasschen had, dat hij aan dezen moord niet plichtig was, enz. enz.; maar zij gingen voort in hunne versteendheid, schreven al wat er gebeurde aan oorzaken toe, die niets bovennatuurlijks hadden, en bekeerden zich niet. Intusschen bekeerden zich vele men-schen. en al de soldaten die gisteren tijdens de aanhouding van Jezus op den berg der Olijven waren omvergeworpen en opgestaan.

Deze menigte verzamelde zich voor de woning van Pilatus, eu daar waar zij des morgens geroepen hadden: «Doe hem sterven! kruisig hem!quot; riepen zij nu: »Weg met den onrechtvaardigen rechter! dat zijn bloed op zijne moordenaars kome!quot; Pilatus was genoodzaakt zich door soldaten te doen bewaken, en dezelfde Sadoch, die des morgens toen Jezus de vierschaar binnen trad, zijne onschuld luidop verkondigd had, maakte zoo groot gerucht voor het paleis, dat Pilatus op liet punt stond hem in hechtenis te doen nemen. Deze ziel-looze ellendeling wierp alles op de Joden. Hij was nergens aan schuldig zeide hij, zij waren het die zijnen dood gewild hadden.quot; De schrik en de angst waren ten toppunt in den tempel: men was bezig

392

ocr page 397

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 393

met de slachting van het Paaschlam, toen de nacht hen eensklaps overviel; overal ontstond verwarring, de schrik openbaarde zich hier en daar door een smartelijk geroep. De prinsen der priesters poogden de orde en stilte te handhaven, ofschoon men, als in het midden van den nacht, al de lampen ontstak; maar de verwarring groeide meer en meer aan. Ik zag Annas door angst overvallen ; hij liep van den eenen hoek naar den anderen, om zich te verbergen. Toen ik zachtjes voorttrad om de stad te verlaten, dreunde het traliewerk der vensters, er was nogtans geen on-weder. De duisternissen groeiden altoos aan; ik zag ook. dat aan het uiteinde der stad, aan de noordwester-zijde bij den muur, waar zich vele grafsteden bevinden, eenigen instortten, alsof er eene aardbeving ware geweest.

L.

Verlatenheid van Jezus. — Zijn vierde woord aan het kruis.

Op Golgotha maakten de duisternissen een ver-schrikkelijken en overgrooten indruk. In het begin hadden het geschreeuw, de verwenschingen, het werken der menschen die bezig waren met de kruisen op te lichten, het gejammer der twee moordenaren, toen men hen vasthechtte, de be-leedigingen der Farizeërs te paard, liet heen en weer gaan der soldaten, het woelig aftrekken dei-dronken beulen, het uitwerksel er van verzwakt, daarop volgden de verwijtingen van den goeden moordenaar tegen de Farizeërs en hunne woede tegen hem. Maar naarmate de duisternissen aangroeiden, werden de omstanders meer nadenkend

ocr page 398

HET SMARTVOLLE LIJDEN'

en verwijderden zich van liet kruis. Het was toen dat Jezus zijne Moeder aan Johannes aanbeval, en Maria bewusteloos op eenigen afstand weggedragen werd. Er heerschte een oogenblik plecli-ti.e stilte, de meesten aanschouwden den hemel; het geweten werd bij verschillenden opgewekt , die vol berouw de oogen op het kruis sloegen en op hunne borst klopten; degenen die deze gevoelens koesterden, kwamen achtereenvolgens in groepen bij elkander; de Farizeërs, door een geheimen angst bevangen, trachtten alles nog door natuurlijke redenen uit te leggen; maar zij veranderden meer en meer van toon. en eindigden bijna met te zwijgen; van tijd tot tijd waagden zij nog eenige verwensching, maar zij moesten zich zeiven hiervoor geweld aandoen. De platronde der zon was van eene sombere gele kleur, zoo als de bergen in den maneschijn: een roodachtige kring omgaf haar, de sterren waren zichtbaar en gaven een bloedigen schijn; de vogelen vielen op den Calvarieberg en in de nabij zijnde wijngaarden neder; men kon ze met de hand vatten; de dieren brulden en sidderden; de paarden en muilezels der Farizeërs drongen tegen elkander, en staken de koppen tusschen de beentn. I)e nevel omgaf alles.

De kalmte heerschte rondom het kruis, waarvan een ieder zich verwijderd had. De Zaligmaker was in het gevoel zijner diepe verlatenheid verslonden, terwijl Hij zich tot zijn hemelschen Vader wendde, bad Hij met liefde voor zijne vijanden. Hij bad, zoo als Hij gedurende zijn geheel lijden gedaan had, onder het herhalen van spreuken uit de psalmen, die nu in hem hunne vervulling ontvingen. Ik zag Engelen rondom hem. .Maar toen de duisternis aangroeide, en de ongerustheid al de gewetens ontstellende, eene sombere stilzwijgendheid over het volk verspreidde, zag ik Jezus

ocr page 399

VAN' ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

395

alleen en zonder trooster. Hij leed al wat een be-lt;lrukt menscli vol angsten, van allen goddelijken en menschelijken ti'oost verlaten, lijdt, wanneer liet geloof, de hoop en de liefde alleen, van alle Jicht en gevoelige hulp beroofd, ijdel en ontbloot ,in de woestijn der bekoring verblijven, en te midden van een eindeloos lijden van zich zeiven leven. De smart is onuitsprekelijk. Het was toen, dat Jezus ons de sterkte verwier f om aan de uiterste ijselijkheden der verlatenheid te vvederstaan, wanneer al de banden, die ons aan het wezen en het leven van hier beneden, aan deze wereld en aan de natuur hechten, zich verbrijzelen, wanneer bijgevolg ook het vooruitzicht verdwijnt, hetwelk dit leven ons in het toekomende opent; wij kunnen niet zegepralend uit deze beproeving komen, dan door onze verlatenheid met de verdiensten der zijne aan het kruis te vereenigen. Hij won voor ons de verdiensten der standvastigheid, te midden der verschrikkelijkste worsteling van de volkomenste verlatenheid; Hij olïerde voor ons zijne ellende, zijne armoede, zijn lijden en zijne verlatenheid op: zoo dat de menscli met Jezus in den schoot der Kerk vereenigd, nimmer in het jongste uur moest wanhopen, wanneer alles verduistert, alle licht en vertroosting verdwijnen. Wij moeten niet meer alleen en zonder bescherming in die woestijn van den inwendigen nacht afdalen. Jezus heeft, in dien afgrond van verlatenheid, zijne eigene in-en uitwendige verlatenheid aan het kruis geworpen en alzoo heeft Hij de Christenen niet alleen gelaten in de verlatenlieid des doods, in de verduistering van alle vertroosting. Er is voor de Christenen geene wildernis meer, geene eenzaamheid , geene verlatenheid noch wanhoop bij de nadering van den dood; want Jezus, die het licht, de weg en de waarheid is, is dezen somberen

ocr page 400

HET SMARTVOLLE LIJDEN

weg afgegaan, zijne zegeningen op denzelven verspreidende, Hij heeft er zijn kruis geplant, om de schrikkelijkheden er van te overwinnen.

.Tezus verlaten, geheel arm en naakt offerde zich zeiven op gelijk de liefde doet; Hij maakte een rijken schat van zijne verlatenheid zelve; want Hij offerde zich en zijn leven, zijnen arbeid, zijne liefde, zijne smarten en liet pijnlijk gevoel onzer ondankbaarheid op. Hij maakte voor God zijn testament en gaf al zijne verdiensten aan de Kerk en aan de zondaars. Hij vergat niemand; Hij was in zijne verlatenheid met allen; Hij bad ook voor die ketters die beweren dat Hij, God zijnde, de smarten van zijn lijden niet gevoeld heeft en dat Hij niet geleden heefc hetgene een mensch, in dezelfde gesteltenis, zou geleden hebben. Deel nemende in zijn gebed en in zijne smarten, vermeende ik hem te hooren zeggen, dat het vooral noodzakelijk is aan te dringen op deze leering , dat deze smarten der verlatenheid voor hem bitterder waren dan zij het voor een mensch zouden hebben kunnen zijn, omdat Hij, met de Godheid vereenigd, tegelijk God en mensch zijnder het juist het gevoel was van de menschheid, van lt;le Godheid verlaten, dat hem, God-Mensch, de folteringen der verlatenheid in de volkomenste uitgestrektheid deed gevoelen! En het was alzoo, dat Hij in zijne smart zijne verlatenheid door eene uitroeping betuigde, en aan alle bedrukten, die God voor hunnen vader erkennen, eene betrouwende en kinderlijke klacht toeliet. Omtrent drie «ren, riep Hij met luider stem: ygt;Eli Eli. lamma sabachtani!quot; hetwelk wil zeggen: «Mijn God! Mijn God! waarom hebt gij mij verlaten.'quot;

_ Toen dit geroep Onzes Heeren de sombere stiltedie rondom het kruis heerschte onderbrak, keerden de Farizeërs zich opnieuw naar hem, en een

396

ocr page 401

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

397.'

hunner zeide: »Hij roept Elias.quot; Een andere: «laten wij zien of' Elias hem zal komen bijstaan.quot; Maar toen Maria de stem van haren Zoon hoorde, kon niets haar meer wederhouden: zij kwam aan den voet van het kruis weder, gevolgd door Johannes,. Maria, dochter van Cleophas, Magdalena en Sa-lome. Terwijl het volk beefde en zuchtte, was-eene groep van omtrent dertig der voornaamste personen van Judiia en de omstreken van Joppe, aldaar te paard voorbij getrokken, zich naar het feest begevende, en toen zij Jezus aan het kruis zoo schrikkelijk mishandeld, en de dreigende teekenen in de natuur zagen, drukten zij hunnen gruwel levendig uit en riepen: Wee aan die stad !.' zoo de tempel Gods zich in dezelve niet bevond, moest men ze in asch leggen, daar zij zulke boosheid op zich genomen heeft.quot; De gesprekken dezer lieden waren als een steunpunt voor het volk; men hoorde eene uitbarsting van gemor en zuchten, en degenen die door dezelfde gevoelens aangedaan waren, kwamen te zamen. Al de omstanders verdeelden zich in twee partijen: de eeneweenden en morden, de anderen lieten beleedi-gingen en verwenschingen hooren: nogtans werden de Earizeërs min trotsch, en daar zij een opstand van het volk vreesden, en de verbijstering te Jeruzalem uiterst was, spraken zij met den hoofdman Abenadar; bevelen werden naar de meest nabijgelegen poort der stad gezonden, opdat men door dezelve te sluiten, alle gemeenschap zou afbreken. Te gelijker tijd werd eene boodschap aan Pilatus en Herodes gezonden, om aan dezen 5U0 manschappen en aan genen zijne lijfwachten te vragen, ten einde een oploop te voorkomen. Voor het oogenblik handhaafde Abenadar de orde en belette de beleedigingen tegen Jezus, ten einde-het volk niet te verbitteren.

ocr page 402

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Na drie uren kwam het licht een weinig op, de maan begon zich van de zon in eene tegenovergestelde richting te verwijderen. De zon scheen van hare stralen ontbloot en van roodachtige dampen omringd. De maan daalde snel neder, even alsof' zij viel. De zon begon langzamerhand hare stralen wederom te schieten, en men zag de sterren niet meer; nogtans bleef de lucht nog somber. De vijanden van Jezus hernamen hunne trotschheid, naarmate het licht wederkwam: het is toen dat zij zeiden: »Hy roept Elias.quot; maar Abenadar beval hen stil en in vrede te blijven.

LI.

Vijfde, zesde en zevende woord aan het kruis. -- Dood van Jezus.

Toen het helder licht wederkwam, zag men het lichaam van Jezus doodverwig, uitgeput en witter dan te voren, uithoofde van al het bloed, hetwelk Hij verloren had. Hij zeide nog (ik weet niet of het inwendig was, da'i wel of zijn mond die woorden uitsprak): »Ik ben geperst gelijk de druif, die hier voor de eerste maal is geperst geworden: ik moet al mijn bloed geven, tot dat het water komt en de schil wit wordt, maar men zal op deze plaats geen wijn meer maken.quot; Later had ik eene verschijning betrekkelijk deze woorden, waarin ik zag hoe Japhet op deze plaats wijn maakte. Ik zal die later verhalen.

Jezus was in bezwijming, zijne tong was verdroogd en zeide: sik heb dorst,quot; Daar zijne vrienden hem treurig aanzagen, zeide Hij: »kondetgij -mij niet eene druppel water geven?quot; hierdoor te •verstaan gevende dat men hun dit gedurende de

.398

ocr page 403

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 399

iluisternissen niet zou belel liebben. Johannes, ge-lieel ontsteld, antwoordde hem: »0 Heer! wij hebben het vergeten.quot; Jezus zeide nog eenige woorden waarvan de zin was: »Ook mijne nabestaanden moesten mij vergeten en mij niet te drinken geven, opdat vervuld zou worden hetgene geschreven is.quot; Deze vergetelheid had hem smartelijk aangedaan. Zijne vrienden boden den soldaten geld aan om Jezus een weinig water te geven, hetgeen zij weigerden; een hunner doopte eene spons van peervormige gedaante in azijn, die zich daar in eene houten vaas bevond en goot er nog gal over. De hoofdman Abenadar, wiens hart reeds geraakt was, wrong de spons uit en goot er zuiveren azijn op. Hij bevestigde aan het einde der spons een hol takje van hysop, dat kon dienen om den azijn uit te zuigen, plaatste het op zijne lans en bracht het aan den mond van Jezus, zoo dat deze het buisje raakte. Ik herinner mij eenige woorden niet meer welke ik lt;len Heer nog hoorde uitspreken om tot waarschuwing aan het volk te dienen. Alleen herinner ik iiiij. dat Hij zeide: «quot;Wanneer mijne stem zich niet meer zal doen hooren, zal de mond der dooden spreken.quot; Waarop eenigen uitriepen: »Hij lastert nog.quot; Abenadar gebood hun stil te zijn.

Toen nu het uur des Heeren gekomen was, worstelde Hij met den dood, een kil zweet vloeide uit zijne ledematen. Johannes hield zich aan den voet van het kruis en droogde de voeten van Jezus met zijn zweetdoek af. Maria, van droefheid verscheurd, steunde achter het kruis. De heilige Maagd stond tusschen het kruis van Jezus en den goeden moordenaar; zij werd door Salome en Maria van Cleophas ondersteund; zij zag haren Zoon sterven. Toen zeide Jezus: «Alles is volbracht!quot; «Daarna richtte Hij het hoofd op

ocr page 404

HET SMARTVOLLE LIJDEN

en liep met luider stem: »Mijn Vader, in Uwe tiamlen beveel ik mijnen geest.quot; Het was een zoete en luide kreet, die hemel en aarde doordrong; vervolgens boog Hij zijn hoofd en gaf den geest. Ik zag zijne ziel, onder eene lichtgevende gedaante, aan den voet van het kruis in de aarde gaan, om in het voorgeborgte der hel neder te dalen. Johannes en de heilige vrouwen vielen met hunne aangezichten in het stof neder.

De hoofdman Abenadar, een Arabier van geboorte, later onder den naam van Ctesiphon gedoopt , bleef, sedert dat hij den azijn aan onzen Heer had aangeboden, bij den heuvel van het kruis, zoodat de voorpooten van zijn paard op het heuveltje geplaatst waren. In zijne diepe ontroering aanschouwde hij langen tijd het met doornen gekroonde aangezicht des Zaligmakers. Het paard keerde vreesachtig den kop om; Abenadar, die zijn hoogmoed overwonnen gevoelde, hield de teugels niet meer vast. Het was toen dat de Heer met sterke en nadrukkelijke stem zijne laatste woorden uitsprak en zijn geest gaf met den kreet die hemel, aarde en hel doordrong. De aarde beefde, de rots scheurde tusschen het kruis van Christus en dat van den kwaden moordenaar. De getuigenis van God vervulde de in rouw gedompelde natuur met schrik en deed haar sidderen tot in hare afgronden.

Alles was volbracht. — De Geest van Onzen Heer Jezus verliet zijn lichaam; de laatste kreet van Jezus deed al degenen, die hem hoorden en de aarde beven, die al sidderende haren Zaligmaker erkende. Nogtans werd het hart van degenen, die hem beminden van droefheid als van een zwaard doorgriefd. Nu werd de genade aan Abenadar geschonken. Zijn trotsch en versteend hart werd verbrijzeld gelijk de rots van Calvarië.

400

ocr page 405

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 40i

Hij wierp zijne lans van zich, sloeg geweldig op zijne borst, en riep op den toon van een nieuwen menscli: «Gezegend zij de almogende God, de God van Abraham, van Izaiik en van Jacob; deze was een rechtvaardige; Hij is waarlijk de Zoon Gods.quot; Verscheidene soldaten volgden hem na, door de woorden van hun opperhoofd getrofl'en.

Intusschen wilde Abenadar, die een nieuw mensch was geworden en aan den Zoon Gods hulde bewezen had, niet meer in den dienst zijner vijanden blijven. Hij gaf zijn paard en zijne lans aan ■Cassius, zijn onderhoorigen officier, later Longinus genaamd, die het bevel overnam, daarna sprak hij •eenige woorden tot de soldaten en verliet den Calvarieberg. Hij verwijderde zich door de vallei van Gihon naar die van Hlnnon, alwaar de leerlingen verborgen waren. Hij kondigde hun de dood •des Zaligmakers aan en ging in de stad, naar Pilatus. Een groote angst had al de omstanders bevangen, toen Jezus zijne laatste woorden deed hooren, de aarde beefde en de rots van Calvarië .scheurde. Deze schrik had zich over de gansche natuur verspreid, want ook op dat oogenblik scheurde het voorhangsel des tempels, stonden ■vele dooden uit hunne graven op, en stortten de muren des tempels, bergen en gebouwen, op vele plaatsen der aarde in. Toen Abenadar getuigenis gaf van de Godheid van Jezus, getuigden vele soldaten hetzelfde met hem; een zeker getal der aanwezenden, en zelfs eenige Farizeërs, bekeerden .zich. Vele menschen sloegen op hunne borst, weenden en keerden door de vallei naar huis; andere scheurden hunne kleederen en bestrooiden hun hoofd met aarde. Alles was met schrik en angst •vervuld.

Johannes richtte zich op; eenige der heilige ■•vrouwen die tot nu toe op een afstand waren ge-

ocr page 406

HET SMARTVOLLE LIJDEN

bleven, kwamen de heilige Maagd halen, en ver- haa

wijdei den haai' van liet kruis, orn haar eenige ver- har

lichting te veischafl'en. quot; dm

Toen de Zaligmaker, de Meester des levens voor voo

de zondaars den tol aan den dood betaalde en Hij vat

zijne menschelijke ziel aan zijnen God en Vader nal

aanle\al, en zijn lichaam aan den dooil ovTei'g'at', wa

sprong dat heilig lichaam op, werd daarna doods- de;

bleek, en zijne wonden, naai' welke het bloed over- he

vloedig gedreven was, toonden zich duidelijker als do

donkere vlekken aan; zijn aangezicht werd inge- ge

trokken, zijne wangen vielen in, zijn neus werd al!

lang en spits, zijne gesloten en met bloed over- w

goten oogen gingen een weinig, half gebroken lie

open; Hij ligtte zijn met doornen gekroond hoofd dt

nog een oogenblik op, en liet dit onder het ge- di

wicht der smarten wederom nederzakken; zijne ni lood ver wige en gespannen lippen openden zich en

lieten zijne met bloed overgoten tong zier.; zijne sl

handen eerst rondom de nagels gesloten, rekten g

zich uit even als zijne armen, zijn rug werd stijf si

tegen het kruis, en het geheele gewicht des li- 1

chaams steunde op zijne voeten, zijne knieën vie- n

len in en bogen zich naar denzelfden kant, en f-

zijne voeten draaiden een weinig rondom den na- ^ gel, die dezelve doorboorde.

Alsdan versteven de handen van Maria; hare •!

oogen werden verduisterd, doodsbleekte overdekte '■

haai', hare ooren hoorden niet meer, hare voeten 1

wankelden, zij zeeg ter aarde neder. Ook Mag-dalena, Johannes en de andere vielen neder, omsluierden hunne aangezichten en gaven zich geheel aan de droefheid over.

En toen de minnendste, de bedrukste der Moeders, door hare vriendinnen opgetild, de oogen opsloeg, zag zij het lichaam van haren Zoon, van den heiligen Geest ontvangen, het vleesch van

402

ocr page 407

VAN ONZEN IIEEU JEZUS CHRISTUS.

er- haar vleesch, het gebeente van haar gebeente, bet

er- liart van baar bai t, dat lieiiig vat onder de scba-duw des Allerboügsten, in haren schoot gevormd,

)or voortaan van alle .schoonheid, van alle gedaante,

iij van zijne heilige ziel beroofd, aan de wetten der

er natuur overgegeven, welke Hij geschapen had, en

i', waarvan de mensch misbruik had gemaakt, met

s- dezelve door de zonde te mismaken; zij zag

r- hem mishandeld, gekneusd, verbrijzeld, gedood

is door de handen dergenen, voor welke Hij vleesch

;- geworden was. Helaas! bet vat aller schoonheid,

'd aller waarheid, aller liefde, was daar ijdel, verworpen, veracht, gehoond, het was daar gelijk het

ii lichaam van een rnelaatsche tusschen twee moor-

d denaars, aan het kruis hangende! Wie zou de droefheid van de Moeder van Jezus, van de Ko-

2 ningin aller martelaren, kunnen beseflen! —

i liet licht der zon was nog onklaar en als over-

} sluierd; de lucht was drukkend en versmachtend,,

i gedurende de aardbeving; maar zij verfrischte

aanmerkelijk. — Het doode lichaam van onzen Heer was allerstichtends en treffend om te zien. De moordenaars integendeel, waren verschrikkelijk, gelijk dronken menschen verwrikt, op bet einde zwegen zij beiden; Dismas bad.

Het was een weinig meer dan drie ure, toen Jezus den gee.-t gaf. Toen de schrik van den eersten schok der aardbeving voorbij was, hernamen de Farizeërs hunne vermetelheid, zij naderden de barst van de rots van Calvarië, wierpen er steenen in en trachtten de diepte derzelve te peilen, door zich met koorden in dezelve te laten afdalen. Daar zij er den grond niet van konden vinden, maakte dit hen nadenkend, zij merkten de zuchten des volks met eenige ongerustheid op en verlieten der. Calvarieberg. Vele lieden gevoelden zich inwendig veranderd; de meesten der om-

403

ocr page 408

HET SMARTVOLLE LIJDEN

standers keerden weldra door schrik bevangen naar Jeruzalem weder. Vele hunner hadden zich bekeerd. Romeinsche soldaten kwamen de poort bewaken, tot dat de 50Ü welke men gevraagd had, ■aangekomen waren en bezetten eenige standplaatsen, om alle oproerige beweging te voorkomen. Cassius en een vijftigtal soldaten bleven op den •Calvarieberg. De nabestaanden van Jezus omringden het kruis, zetten zich tegen over hetzelve neder en weenden. Verscheidene der heilige vrouwen waren in de stad wedergekeerd. De stilte en de rouw heerschten meer en meer rondom het lichaam van Jezus. Men zag van verre in de vallei en op de tegenovergestelde hoogten, zich hier en daar eenige leerlingen vertoonen, die met eene ongeruste nieuwsgierigheid naar den kant van het kruis zagen en verdwenen wanneer zij iemand zagen komen.

LIL

Aardbeving. — Verschijning der dooden te Jeruzalem.

Toen Jezus zijn geest in de handen van zijn hemelschen Vader gaf, zag ik zijne ziel, eene lichtgevende gedaante gelijk, aan den voet van het kruis in de aarde gaan, en met haar eene schitterende menigte van Engelen, onder welke ook Gabriel was. Ik zag die Engelen eene menigte booze geesten van de aarde in den afgrond jagen. Jezus zond verscheidene zielen uit het voorgebergte der hel in hare lichamen, ten einde de on-boetvaardigen te verschrikken en te waarschuwen en getuigenis van hem te geven.

De aardbeving die de rots van Calvarië deed

'404

ocr page 409

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 405

ren scheuren, veroorzaakte vele instortingen, vooral te

ich Jeruzalem en in Palestina. Nauwelijks had men bij

ort het wederkeeren van het licht in de stad en den

at] tempel den moed herwonnen, of de schuddingen

at- die de aarde bewogen, en het gekraak der in-

ïn. stortende gebouwen, verspreidden nog een groo-

en teren schrik. Deze verslagenheid steeg ten toppunt

g. toen de lieden die al weenende vluchtten, op hun-

ve tien weg verrezene dooden ontmoetten, die hen

a- met eene doodsche stem vermaanden en be-

3ti dreigden.

et De prinsen der priesters hadden de offerande

ei in den tempel hernomen, die door den schrik,

■n welken de duisternissen verspreid hadden, voor

ie een oogenblik was onderbroken geweest, en zij

3t zegepraalden over de wederkeering van het licht,

(l toen eensklaps de aarde beefde, en het gekraak

der instortende muren, vergezeld van het sissend scheuren van het voorhangsel des tempels. eene sprakelooze verslagenheid in de menigte verwekte, op welke hier en daar een akelig jammergeschrei volgde. Maar er was overal zoo vele orde, de tempel was zoo vol, het heen en wedergaan dergenen die offerden, zoo wel geregeld; de werkzaamheid van de slachting der lammeren, van het laten uit-loopen des bloeds, van er het altaar mede te besproeien, door lange rijen van priesters, te midden der lofzangen en van het bazuingeschal, waren zoo wel overlegd en werden met zulke aanhoudendheid voortgezet, dat de schrik niet aanstonds eene algemeene verwarring en scheiding veroorzaakte. Op deze wijze gingen de offeranden in sommige plaatsen nog gerust voort, terwijl de verslagenheid ei' andere vervulde, en zij elders nog door de pogingen der priesters gestild werd. Maar-bij de verschijning der dooden die in den tempel kwamen, verspreidde zich alles en de offerande

Smartvolle Lijden. 20 1_

ocr page 410

HET SMARTVOLLE LIJDEN

standers keerden weldra door schrik bevangen naar Jeruzalem weder. Vele hunner hadden zich bekeerd. Romeinsche soldaten kwamen de poort bewaken, tot dat de 500 welke men gevraagd had, aangekomen waren en bezetten eenige standplaatsen, om alle oproerige beweging te voorkomen. Cassius en een vijftigtal soldaten bleven op den •Calvarieberg, üe nabestaanden van Jezus omringden het kruis, zetten zich tegen over hetzelve neder en weenden. Verscheidene der heilige vrouwen waren in de stad wedergekeerd. De stilte en «Ie rouw heerschten meer en meer rondom het lichaam van Jezus. Men zag van verre in de vallei en op de tegenovergestelde hoogten, zich hier en daar eenige leerlingen vertoonen, die met eene ongeruste nieuwsgierigheid naar den kant van het kruis zagen en verdwenen wanneer zij iemand zagen komen.

Lil.

Aardbeving. — Verschijning der dooden te Jeruzalem.

Toen Jezus zijn geest in de handen van zijn hemelschen Vader gaf, zag ik zijne ziel, eene lichtgevende gedaante gelijk, aan den voet van het kruis in de aarde gaan, en met haar eene schitterende menigte van Engelen, onder welke ook Gabriel was. Ik zag die Engelen eene menigte booze geesten van de aarde in tien afgrond jagen. Jezus zond verscheidene zielen uit het voorge-borgte lier hel in hare lichamen, ten einde de on-boetvaardigen te verschrikken en te waarschuwen eti getuigenis van hem te geven.

De aardbeving die de rots van Calvarië deed

'404

ocr page 411

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

en scheuren, veroorzaakte vele instortingen, vooral te

cli Jeruzalem en in Palestina. Nauwelijks had men bij

)rt het wederkeeren van het licht in de stad en den

id, tempel den moed herwonnen, of de schuddingen

Lt- die de aarde bewogen, en het gekraak der in-

n. stortende gebouwen, verspreidden nog een groo-

jii teren schrik. Deze verslagenheid steeg ten toppunt

r. toen de lieden die al weenende vluchtten, op hun-

ze nen weg verrezene dooden ontmoetten, die hen

i- met eene doodsche stem vermaanden en be-

n dreigden.

;t De prinsen der priesters hadden de offerande

gt;i in den tempel hernomen, die door den schrik,

ii welken de duisternissen verspreid hadden, voor

e een oogenblik was onderbroken geweest, en zij

t zegepraalden over de wederkeering van het licht,

( toen eensklaps de aarde beefde, en het gekraak

der instortende muren, vergezeld van het sissend scheuren van het voorhangsel des tempels, eene sprakelooze verslagenheid in de menigte verwekte, op welke hier en daar een akelig jammergeschrei volgde. Maar er was overal zoo vele orde, de tempel was zoo vol, het heen en wedergaan dergenen die offerden, zoo wel geregeld; de werkzaamheid van de slachting der lammeren, van het laten uit-loopen des bloeds, van er het altaar mede te besproeien, door lange rijen van priesters, te midden der lofzangen en van het bazuingeschal, waren zoo wel overlegd eu werden met zulke aanhoudendheid voortgezet, dat de schrik niet aanstonds eene algemeene verwarring en scheiding veroorzaakte. Op deze wijze gingen de offeranden in sommige plaatsen nog gerust voort, terwijl de verslagenheid er andere vervulde, en zij elders nog door de pogingen der priesters gestild werd. Maaibij de verschijning der dooden die in den tempel kwamen, verspreidde zich alles en de offerande

Smartvolle Lijden. 0(3

405

ocr page 412

HET SMARTVOLLE LIJDEN

werd achtergelaten, even alsof de tempel bezoedeld ware geweest. Dit alles nogtans geschiedde slechts achtereenvolgens, niet eensklaps; en terwijl een gedeelte der aanwezenden de trappen destempels snel afging, werden anderen dooi' de priesters wederhouden, of waren nog niet door den al-gemeenen schrik bevangen. Üeze angst, zich overal in verschillende graden verspreidende, zoude in zijn geheel niet kunnen beschreven worden. Men kan zich een denkbeeld vormen van hetgene er omging, wanneer men zich een mierennest voorstelt, waarop men een steen geworpen en welken men met een stok omgeroerd heeft. Terwijl de verwarring op het eene punt heerscht, gaan de werkzaamheden op een ander voort, en zelfs daarr waar de verwarring het eerst ontstaan is, wordt alles wederom spoedig in orde hersteld.

De hooge-priester Caïphas en de zijnen behouden in hunne hoopelooze vermetelheid, de vegen-woordigheid van geest. Gelijk aan den voorzich-tigen bevelhebber eener oproerige stad, wenden zij het gevaar af door bedreigingen, door de partijen te verdeelen, door vermaningen, door de menigte in dwaling te brengen en te misleiden. Zij beletten, dank aan hunne duivelsche versteendheid en aan de schijnbare gerustheid welke zij behielden, dat er eene algemeene verwarring ontstond,, en maakten dat het volk deze verschrikkelijke vermaningen niet aanzag als eene getuigenis aan de onschuld van Jezus gegeven. De romeinscne bezetting van het fort Antonia wendde ook groote pogingen aan, om de orde te handhaven, zoodat de verwarring en de verslagenheid, inderdaad groot waren, en het feest onderbroken werd, maar zonder dat er een oproer van het volk ontstond; alles bepaalde zich bij de onsteltenis en ongerustheid, welke een ieder met zich naar huis

406

ocr page 413

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 407

nam, en de behendigheid der Farizeërs bij de meeste beteugelde.

Deze was de algemeene toestand der stad. Zie hier eenige bijzonderheden, welke ik mij herinner. De twee groote kolommen, staande aan den ingang van het heiligdom des tempels, en tusschen welke een prachtig voorhangsel hing, weken van elkander af, degene die ter linker zijde was, naar het zuiden, die zich ter rechterzijde bevond, naar het noorden; de bovendrempel welken zij ondersteunden, zakte in, het voorhangsel scheurde met een sissend gekraak over zijne geheele lengte, en het heiligdom werd aan aller blikken geopend. Dit voorhangsel was rood. blauw, wit en geel. Er ■waren vele hemelkringen, alsook afbeeldingen, zoo als van de koperen slang, op afgebeeld. Dij de cel, alwaar Simeon zijn gebed stortte, naast het heiligdom in de muren van het noorden, stortte een groote steen in, en de cel viel in. In sommige gewelven zakte de grond in, do drempels en kolommen werden verplaatst. Men zag den hoogenpriester, tusschen den tempel en het altaar vermoord in het heiligdom verschijnen: hij deed dreigende woorden hooren en sprak van den dood van Zacharias ^), van dien van Johannes, en in het

1) In 18-21 had de zuster verschijningen, betrekkelijk het eerste jaar der prediking van Jezus. Zjj zag hem zich onderhouden niet een ouden Esseniaan, Eliud genaamd, neef van Zacharias, vader van Johannes den Dooper. lljj woonde voor Nazareth, alwaar Jezus zich eenige dagen voor zijn Doopsel ophield. Zij vernam dooide gezegden van Eliud verscheidene daadzaken betrekkelijk de heilige Familie. Zij zeide op den 18den September, tien dagen voor het doopsel van Jezus: »lk heb lieden onder andere dingen gehoord, dat in het zesde jaar der prediking van Johannes, zijne moeder Elisabeth hem in de woestijn ging zoeken. Zij kon niet meer

ocr page 414

HET SMARTVOLLE LIJDEN

algemeen van het vermoorden der profeten. Hij x\

kwam uit de opening, diclit bij de cel van Simeon, vs

door liet vallen van den steen veroorzaakt en o]

wendde zich tot de priesters die in het heiligdom vi

waren. Twee zonen van den godvreezenden hooge- d

priester, Simeon-den-rechtvaardigen, grootvader amp;

van Simeon, die tijdens de opofl'ering van Jezus a

in den tempel profetizeerde, vertoonden zich dicht 7,

bij den kansel. Zij waren jong gestorven, heden v

waren zij grooter van gestalte. Zij spraken ook v

van den dood der profeten en van de offerande k die een einde ging nemen; zij vermaanden hen

de leering van den gekruisden Jezus te omhelzen. (

Jeremias verscheen bij het altaar en verkondigde t,

met dreigende stem het einde van het oude en ,

het begin van het nieuwe offer. Daar deze ver- ^

schijningen gebeurd waren in plaatsen waar de 1

408

priesters alleen kennis van hadden, werden zij ( geloochend of verborgen gehouden en werd op strenge straf verboden er van te spreken. Een groot gedruis deed zich hooren: de deuren des heiligsdoms sprongen open en eene stem riep uit: «Vertrekken wij van hier.quot; Ik zag dan engelen

in liaav huis blijven, uithoofde der droefheid die haar overstelpte, want Herodes had haren man Zacharias, terwijl hij van Hebron naar Jeruzalem ging om in den tempel te dienen, doen gevangen nemen en hem eindelijk doen sterven, na hem aan wreede folteringen te hebben overgeleverd, omdat hij de verblijfplaats van zijn zoon niet had willen verraden. Later begroeven zijne vrienden hem dicht bij den tempel. Deze is die Zacharias niet, fusschen den tempel en het altaar gedood, welken ik bij den dood van Jezus zag verschijnen. Hij kwam uit den muur des tempels, dicht bij de bidcel van den ouden Simeon , zijn graf stortte in. Verscheidene andere geheime graven in den tempel stortten bij deze gelegenheid in.

ocr page 415

VAN ONZEN' HEER JKZUS CHRISTUS.

zich verwijderen. Het altaar beefde, een wierookvat viel om, de kast, waarin de heilige Schrift opgesloten was, werd omver geworpen, de rollen vielen her- en derwaarts, de verwarring vermeerderde, men wist niet meer waar men was. Ni-codemus , Jozef van Arimathea en verscheidene anderen verlieten den tempel. In sommige plaatsen zag men doode lichamen. Dooden, die verrezen waren, vertoonden zich nog in denzelven of zwierven rond onder het volk. Op de stem der engelen keerden zij in hunne graven terug. Intusschen waren verscheidene der twee en dertig Farizëers, die de laatsten op den Calvarieberg aangekomen waren, in den tempel wedergekeerd. Reeds aan den voet van l et kruis bekeerd, werden zij des te meer door al deze teekenen geschokt, zij deden lievige verwijten aan Annas en Caïphas en vertrokken uit den tempel.

Annas in zijn binnenste de meest verbitterde vijand van Jezus, die reeds sedert langen tijd al de geheime listen en kuiperijen tegen hem en zijne leerlingen bestuurde, hij, die ook zijne aanklagers opgestookt en ingegeven had, was schier zinneloos van schrik; hij vluchtte van den eenen naar den anderen hoek, in de geheimste kamers des tempels. Ik zag hem zich stuiptrekkend wringen, schreeuwen en zuchten, daarna door velen zijner aanhangers, die hem omringden, in een afgezonderd vertrek brengen. Caïphas poogde zijnen moed op te beuren door hem te omarmen, maar kon hierin niet slagen; de verschijning der dooden had hem in verwarring gebracht. Caïphas, door angst bevangen, was echter zoodanig door den duivel van hoovaardij en hardnekkigheid bezeten, dat hij niets deed blijken van hetgene hij gevoelde en een metalen hoofd tegen de dreigende teekenen der goddelijke verbolgenheid stelde. Daar

409

ocr page 416

HET SMARTVOLLE LIJDEN

liij de pleclitigiieden van het feest, ondanks zijne pogingen, niet kon doen doorgaan, beval liij al de wonderen en verschijningen, van welke de me-nip:te geen kennis had gehad, zorgvuldig te verzwijgen, Hij zelf zeide en deed liet door andere priesters zeggen, dat die teekenen van de gramschap des hemels door de aanhangers van den Galileër berokkend waren, die bezoedeld in den tempel waren gekomen; dat de vijanden alleen der heilige wet, welke Jezus had willen omver werpen, dezen schrik veroorzaakt hadden, dat er ook vele dingen waren, uit de betooverir.gen van dezen mensch voortkomende, die, in zijnen dood, even als in zijn leven, de rust des tempels verstoord had. Zoo gelukte het hem dezen gerust te stellen en genen door bedreigingen schrik aan te jagen; nogtans waren er velen diep ontroerd en verborgen hunne ware gevoelens.

Het graf van Zacharias, onder den muur des tempels, was ingestort en vele steenen van den muur waren de instorting gevolgd. Zacharias daalde in hetzelve niet meer neder. Ik weet niet, waar hij zijn stoffelijk omhulsel voor de tweede maal heeft nedergelegd. De twee zonen van Simon-den-rechtvaardigen legden Ijiiij lichaam op nieuw af, in het graf aan den voet van den berg des tempels, toen men de voorbereidselen voor de begrafenis van Jezus maakte.

Terwijl dit alles in den tempel voorviel, heerschte dezelfde verslagenheid in verscheidene plaatsen van Jeruzalem. Een weinig na drie ure stortten vele graven in, vooral in de tuinen ten noordwesten gelegen. Ik zag daarin de dooden die er begraven waren; in sommige bevonden zich slechts stof en beenderen, andere nog wasemden een on-dragelijken stank uit. De trappen der vierschaar van Caïphas, waar Jezus was beleedigd geworden,

410

ocr page 417

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 441

ine stortten in, eveneens een gedeelte van den haard, de waar Petrus zijn Meester verloochend had. De ie- verwoesting was zoodanig, dat men genoodzaakt 3r- was langs eeu anderen kant binnen te gaan. Het re was hier dat men den hoogepriester Simon, groot-n- vader van Simeon, die tijdens de opoffering van en Jezus in den tempel geprofetizeerd had, zag verin schijnen. Hij deed dreigende woorden hooren over ;ii liet onrechtvaardig vonnis dat aldaar uitgesproken er was. Verscheidene leden van den Sanhedrin waren gt;r daar bij elkander gekomen. De personen, die den in dag te voren Petrus en Johannes hadden laten I, binnen komen, bekeerden zich en namen de vlucht naar de leerlingen. Naast het paleis van Pilatus ;t scheurde de steen en zakte de aarde in op de n plaats waar men Jezus aan het volk had ver-d toond; het gansche gebouw werd geschokt en de plaats van hot nabij gelegen gerechtshof, waar s de schuldelooze kinderen door Herodes werden i gedood en begraven, stortte in. In vele andere

plaatsen der stad scheurden of vielen de muren omver; nogtans werd geen enkel gebouw geheel verwoest. De bijgeloovige Pilatus was door schrik bevangen en buiten staat om eenige bevelen te geven. Zijn paleis waggelde, de aarde rondom hem beefde en hij vluchtte van de eene kamer in de andere. De dooden vertoonden zich op de binnenplaats en verweten hem zijn onrechtvaardig vonnis. Hij geloofde dat het de goden van den profeet Jezus waren en verschool zich in de afgezonderste plaats zijner woning waar hij offeranden en wierook opdroeg en aan zijne afgoden beloften deed, opdat zij hem hulp zouden verlee-nen tegen de goden van den Galileër. Herodes was in zijn paleis geheel bevend en buiten zich zeiven en deed er alles sluiten.

Er waren wel een honderdtal dooden uit alle

ocr page 418

HET SMARTVOLLE LIJDEN

412

tijden, die te Jeruzalem en in de omstreken met hunne lichamen verschenen. Zij begaven zich, meestendeels twee en twee in deze of die plaats der stad, vertoonden zich aan het volk dat in alle richtingen vluchtte en gaven getuigenis van Jezus. Het grootste getal der grafsteden was in de valleien, rondom de stad; er waren er echter ook veel in de nieuwe wijken der stad, vooral in de wijk der tuinen, aan den noord-westen kant, tusschen de hoekpoort en die der kruisiging; eindelijk waren er vele die vergeten en verborgen waren rondom en onder den tempel. Al de doode lichamen, die zich vertoonden toen de graven ziclt openden, verrezen niet; want vele werden slechts zichtbaar, omdat hunne graven met andere, die opstonden, gemeen waren. Degenen wier zielen door Jezus in liet voorgeborchte der hei gezonden werden, stonden op, ontdekten hunne aangezichten en dwaalden in de straten rond, even alsof zij den grond niet raakten. Zij gingen de woningen hunner afstammelingen binnen en gaven, met stienge woorden, getuigenis voor Jezus, tegen degenen, die aan den moord des Zaligmakers hadden deel genomen. Ik zag ze dooi' de^traten gaan, meestal twee en twee als oxule vrienden j ik zag de beweging hunner voeten niet, het scheen dat zij over den grond zweefden. Hunne handen waren gedeeltelijk met breede banden lijnwaad omwonden, gedeeltelijk door de mouwen bedekt, die zeer los om de armen zwierden en ver over dezelve hingen. De lakens die hunne aangezichten overdekten waren over het hoofd opgeslagen; zij waren bleek, geel, mager en uitgedroogd' en hadden lange baarden; hunne stem gaf een vreemd en buitengewoon geluid. Het was bij dit geluid en de snelheid met welke zij van de' eene plaats tot de andere gingen, zonder zich te laten we-

ocr page 419

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 413

net derhouden, noch te bekommeren met lietgene cli, rondom hen plaats had, dat hunne getuigenissen ats zich bepaalden; men zou kunnen zeggen dat liet in slechts stemmen schenen te zijn. Zij waren be-'an graven op de wijze, tijdens hunnen dood in gein bruik en hunne kleeding verschilde eenigszins ;er volgens hunnen staat en ouderdom. Op de plaatsen ■al waar het doodvonnis van Jezus werd afgekondigd, it, toen men zich naar den Calvarieberg begaf, hielden n- zij een oogenblik stil en riepen uit: «Glorie zij 'ti aan Jezus en wee aan zijne moordenaars?quot; Het ie volk bleef op grooten afstand, luisterde, sidderde ;Ji en vluchtte wanneer zij op hen aankwamen. Op ts het forum voor het paleis van Pilatus, hoorde ik e hen deze dreigende woorden uitspreken, welke ik n mij nog herinner: «Bloeddorstige rechter!quot; — n Eenieder verborg zich in de donkerste schuilhoeken zijner woning; eene groote verslagenheid f heerschte in de stad; de dooden keerden omstreeks vier uren in hunne graven terug; maar na de t opstanding van Christus, hadden er nog vele ver-i schijningen plaats, op verscheidene plaatsen. De

offerande werd onderbroken, verwarring heerschte alom en weinig personen aten des avonds het Paaschlam.

Ik zag ook, op hetzelfde uur, in andere deelen van het heilige land en in afgelegen streken, verschillende schuddingen, ontsteltenis en wonderbare teekenen. Ik zal die later verhalen.

LUI.

Jozef van Arimathea vraagt het lichaam vatt Jezus aan Pilatus.

Nauwelijks was de rust te Jeruzalem, na deze verschrikkelijke gebeurtenissen, een weinig her-

ocr page 420

HET SMARTVOLLE LIJDEN

steld, of Pilatus werd van alle kanten aangaande het gebeurde door berichten overvallen, en de hooge raad der Joden, overeenkomstig met het besluit, des morgens genomen , zond tot hem, om te vragen, dat hij de beenderen der gekruisigden zou laten breken, ten einde hen te dooden en daarna van het kruis af te nemen, opdat zij er gedurende den Sabbatdag niet zouden aan blijven. Pilatus zond tot dat einde gerechtsdienaren naar de strafplaats.

Aanstonds daarna zag ik Jozef van Arimathea naar Pilatus gaan. Hij had den dood van Jezus vernomen en met Nicodemus lint ontwerp o-e-vormd hem in een nieuw graf te begraven, hetwelk hij in zijnen tuin, niet ver van den Calvarieberg, bereid had. Het dunkt mij, dat ik hem ook buiten de stadspoort gezien heb , waar hij alles bespiedde; ten minste waren er van zijn volk in zijnen graftuin, die verscheidene dingen in het grat zuiverden en schikten. Nicodemus ging, van zijnen kant, reeds lakens en kruiden koopen voor de begrafenis. Hij wachtte de komst van Jozef. Deze vond Pilatus zeer ongerust en ontsteld; hij verzocht hem zonder aarzelen , hem het lichaam van Jezus , den Koning der Joden toe te staan, •om het te begraven. Pilatus werd nog meer quot;e-trolleii, een zoo voortreflelijk man met zoo wel aandrang te zien verlof vragen om de laatste eer aan dengenen te bewijzen, welken hij zoo schandelijk had doen kruisigen. De onschuld van Jezus sprak nu des te sterker tot zijn ongerusten geest, maar hij veinsde en zeide: »Is hij dan reeds dood?quot;' want het was slechts eenige minuten geleden, dat hij de gerechtsdienaren gezonden had, om de gekruisigden af te maken, door hunne beenderen te breken. Hij deed dan den hoofdman Abenadar roepen, die wedergekeerd was, na met de leer-

414

ocr page 421

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

hn gen gesproken te hebben, welke zich in de spelonken verborgen hadden , en vroeg hem , of de koning der Joden reeds dood was. Abenadar verhaalde hem den dood des Zaligmakers, zijne laatste woorden en zijnen laatsten kreet, de aardbeving en de schudding, die de rots had doen scheuren. Pilatus scheen uitwendig slechts verwonderd te zijn, dat Jezus zoo spoedig gestorven was, omdat de gekruisigden gewoonlijk langer leefden; maar inwendig was hij vol angst en schrik, ter oorzake, dat deze teekenen zoo toevallig, op hetzelfde oogenblik van den dood van Jezus, hadden plaats gehad. Hij wilde zijne wreedheid misschien door eenige inschikkelijkheid doen verontschuldigen, met aanstonds aan Jozef van Arimatheii bevel te laten geworden, hem het lichaam des Zaligmakers over te geven. Hij was ook zeer blijde, alzoo eenen trek te spelen aan de prinsen der priesters, die met genoegen zouden hebben gezien, dat Jezus zonder eer met de twee moordenaars was begraven geworden. Hij zond ook iemand naar den Calvarieberg, om zijne bevelen te doen uitvoeren. Ik meen, dat het Abenadar zelf was, want ik zag hem bij de afdoening van het kruis tegenwoordig zijn.

Jozef' van Arimatheii verliet hierop Pilatus en ging naar Nicodemus, die hem bij eene welmee-nende vrouw wachtte, wier huis gelegen was in eene breede straat, nabij het straatje, waar de Zaligmaker, in het begin van den kruisweg zoo schrikkelijk was mishandeld geworden. Deze vrouw verkocht welriekende kruiden, en Nicodemus had zich die gedeeltelijk bij haar aangeschaft, zij had tevens voor hem bij anderen gekocht al wat verder voor de begrafenis en het balsemen van het lichaam van Jezus noodig was. Zij maakte er een pak van, opdat zij het gemakkelijker konden

415

ocr page 422

HET SMARTVOLLE LIJDEN

dragen. Jozef ging een schoon doodskleed van fijn katoen koopen, zes ellen lang en verscheiden ellen breed, hunne bedienden namen in eene loods, bij de woning van Nicodemus ladders, hamers, bouten, lederen zakken vol water, vazen, sponsen en in algemeen al wat zij konden noodig hebben en plaatsten de kleinste dier voorwerpen op eene draagbaar, gelijk aan die, -waarop de leerlingen van Johannes den dooper zijn lichaam legden, toen zij het uit de vesting Macherimt weghaalden. 1)

LIV.

Opening der zijde van Jezus. — Dood der moordenaars.

41G

Gedurende dezen tijd heerschte stilzwijgen en rouw op Golgotha. Het volk, door schrik bevangen, had zich verspreid. Maria, Johannes, Magda-lena, Maria, dochter van Cleophas en Salome stonden of zaten met bedekte hoofden tegenover het kruis en weenden. Eenige soldaten Teunden op den aarden muur die de bergvlakte omringde;

1

De religieuze omschreef de draagbaar, van welke luer gesproken wordt als een lang, lederen koffer ■waarvan men eene soort gesloten doodkist maakte, met er drie stokken, ter breedte van eene hand, door te steken. Dezen koffer werd dan bij middel van diezelfde stokken, die aan eiken kant uitstaken op de schouders gedragen. Zij verhaalde de wegneming van he: lichaam van den H. Johannes den Dooper, als hebbende plaats gehad in den nacht tusschen dinsdag en woensdag* 4n en 5quot; van de maand Sebat (21-22 Januari) van'het tweede openbare jaar Onzes Heeren, omtrent veertien dagen na de onthoofding van den H. Johannes den

ocr page 423

VAN ONZEN KEER JEZUS ClimSTUS. 417

Cassius reed te paard heen eti weder. De soldaten hadden hunne lansen in den grond geplant en spraken van de hoogte waar zij zich bevonden met andere soldaten, die op eenigen afstand stonden. De hemel was somber en de natuur scheen in rouw gedompeld. Nu kwamen zes gerechtsdienaren met ladders, spaden, koorden en zware ijzeren staven, om de beenderen der gekruisigden te verbrijzelen. Toen zij het kruis naderden, verwijderden de vrienden van Jezus zich een weinig van hetzelve en de heilige Maagd gevoelde nieuwe pijnigende angsten, door de vrees, dat de beulen het lichaam van haren Zoon nog zouden beleedigen. Zij zetten ladders tegen het kruis, bewerende dat hij slechts veinsde dood te zijn. Maar toen zij hem geheel koud en stijf bevonden en Johannes zich, op het verzoek van Maria, tot de soldaten gewend had, lieten de gerechtsdienaren het lichaam van Jezus voor het oogenblik gerust, ofschoon zij nog altoos aan zijnen dood twijfelden. Zij klommen daarna op de kruisen der moordenaars. Twee gerechtsdienaren verbrijzelden hun de armen boven en beneden de ellebogen, met zware knodsen en een derde deed hetzelfde aan de dijen en beenen. Gesmas huilde ijselijk, zij gaven hem nog drie

Dooper. Onder degenen , die daaraan hielpen, noemt zij de drie leerlingen van Joliannea. Jacobus, Eliachim en Zadooh, zonen van Cleoplias en van Maria Heli en broeders van Maria, dochter van Cleoplias; vervolgens Saturninus, Judas, liarrabas, Arera en Themini, neven van Jozef van Arimathea, eindelijk een zoon van Johanna Chusa, een van Veronica , een van Simeon en een neef van Johannes van Hebron. Het lichaam van den H. Johannes den Dooper werd naar Juba, in den grafkelder zijner familie overgebracht; het was slechts later dat men zich het hoofd kon verschaffen.

ocr page 424

HET SMARTVOLLE LIJDEX

slagen op de borst, om hem af te maken. Dismas zuchtte en stierf in deze folteringen. Hij was de eerste onder de dooden die zijnen Verlosser wederzag. Men ontbond alsdan de koorden, liet de twee lichamen op de aarde nedervallen en sleurde ze daarna in de diepte, die zich tusschen den Calvarieberg en de muren der stad bevond, waar men dezelve begroef.

De gerechtsdienaren schenen nog aan den dood van Jezus te twijfelen en de gruwelijke wijze, op welke men de ledematen der moordenaars verbrijzeld had, deed de heilige vrouwen nog meer sidderen voor het lichaam des Zaligmakers. Maar Cassius, later Longinus genaamd, een man van vijf en twintig jaren, zeer werkzaam en driftig, wiens zwak gezicht en schele oogen de spotternij zijner makkers opwekten als hij zich als een belangrijk man vol bezigheden uitgaf, ontving eene plotselijke ingeving. De schandelijke wreedheid der gerechtsdienaren, de angst der heilige vouwen, de onverwachte vurigheid, welke de goddelijke genade in hem ontstak, deden hem eene voorzegging vervullen. Hij nam zijne lans en richtte zijn paard driftig naar het heuveltje waarop het kruis stond. De plaats liet aan het paard nauwelijks toe zich om te keeren en ik zag dat Cassius het aan de scheur der rots tegenhield. Hij stond stil tusschen het kruis van den goeden moordenaar en dat van Jezus, ter rechter zijde van liet lichaam Onzes Heeren en zijne lans met beide handen vastnemende, stak hij die met zooveel geweld in de rechter zijde des Zaligmakers, dooide ingewanden en het hart, dat de punt onder de linker borst een weinig doorkwam. Toen hij die met geweld terug trok vloeide uit de wond van de rechter zijde eene groote hoeveelheid bloed en water, dat zijn aangezicht als een stroom van

418

ocr page 425

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

zaligheid en genade besproeide. Hij sprong van zijn paard, viel op zijne knieën, sloeg op zijne borst en beleed Jezus luid op in tegenwoordigheid van al de omstanders.

De heilige Maagd en hare vriendinnen, wier' blikken steeds op Jezus gevestigd waren, zagen de onverwachte daad van dezen man met onge-rustheid en snelden, onder het geven van een luiden gil, naar het kruis. Maria zeeg tusschen de armen der heilige vrouwen neder, alsof de lans haar eigen hart doorboord had, terwijl Cassius,, nedergeknield, God loofde; want hij geloofde en was inwendig verlicht; ook zijne lichamelijke oogen, gelijk die zijner ziel, waren genezen en voor het licht geopend. Allen waren diep getroffen op het zien van het bloed des Zaligmakers, dat,, met water vermengd in eene holte der rots, aan den voet van het kruis, gevloeid was. Cassius, Maria, de heilige vrouwen en Johannes vergaderden bet bloed en het water in lïesschen en droogden de plaats met lijnwaad af. 1)

419'

Cassius, die het gezicht volkomen wedergekre-gen had, was als herschapen, diep getroffen en in eene ootmoedige beschouwing gedompeld. De soldaten , geraakt door liet mirakel dat in hem

•1) Zij zeide nog: «Cassius, onder den naam van Longinus gedoopt, verkondigde liet geloof, in hoedanigheid van Diaken en droeg altijd dat bloed van Jezus bij zich. liet was verdroogd en men vond er in zijn graf in Italië, in eene stad niet ver van de plaats waar de H. Clara geleefd heeft. Er is een groen meer met een eilandje dicht bij die stad. liet lichaam van Longinus moet derwaarts gevoerd zijn. »De zuster schijnt Mantua door deze woorden te bedoelen. Er bestaat daar eene soortgeljjke overlevering. Ik weet niet welke 11. Clara in de nabijheid geleefd heeft.

ocr page 426

HET SMARTVOLLE LIJDEN

uitgewerkt was, wierpen zich op de knieën, klopten op hunne borst en beleden Jezus. Het water en bloed vloeide overvloedig uit de zijde des Zaligmakers en viel neder in de holte der rots. Zij vergaderden het met onuitsprekelijke ontroering, met de tranen van Maria Magdalena vermengd. De gerechtsdienaren, die middelerwijl bevelen van Pilatus ontvangen hadden het lichaam van Jezus niet aan te raken, kwamen niet meer terug.

De lans van Cassius was samengesteld uit verschillende stukken, welke men aan elkander voegde; wanneer zij alzoo niet was, scheen zij slechts een stok van middelbare lengte. Het ijzer dat het hart van Jezus doorboorde, was plat en had de gedaante eener peer; wanneer men zich van de lans wilde bedienen, bevestigde men den punt aan het einde van dit ijzer en deed er van den tegenovergestelden kant twee scherpe haken uit komen. Dit alles had, een weinig na vier uren, bij het kruis plaats, terwijl Jozef van Arimathea en Nicodemus bezig waren liet noodige voor de begrafenis van Christus aan te schaffen. Toen de bedienden van Jozef gekomen waren om het graf te reinigen, kondigden zij den vrienden van Jezus aan, dat hun meester, daartoe verlof van Pilatus verkregen hebbende, het lichaam van Jezus ging wegnemen en in zijn nieuw graf leggen Toen keerde Johannes met de heilige vrouwen naar de stad, op den berg Sion terug, opdat Maria hare krachten een weinig zou kunnen herstellen en tevens om nog eenige voorwerpen mede te nemen voor de begrafenis. De heilige Maagd had een klein vertrek in de gebouwen van de eetzaal. Zij gingen niet in de stad door de poort het dichtst bij den Calvarieberg gelegen, omdat deze gesloten en van binnen door de soldaten bezet was, welke

420

ocr page 427

VAX ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 421

de Farizeërs er hadden geplaatst, maar door de meest zuidelijke poort, die naar Bethlehem geleidt.

LV.

Eenige plaatselijke liggingen van het oude Jeruzalem.

Wanneer de zuster Emmerich eenige plaatselijke liggingen en richtingen aanwees, trad zij in zoo groote bijzonderheden, dat het schier onmogelijk was die wel te vatten,; want terwijl zij, ziek te bed liggende, zich naar alle kanten wendde om de voorwerpen te beschouwen, welke zij in den geest z.ag, was degene, die haar aanhoorde, zeer blootgesteld de richtingen te verwarren, welke zij nu links, dan rechts, met de hand aanwees. Wij plaatsen hier eenige omschrijvingen van dien aard, welke wij gerangschikt hebben volgens de omstandigheden dooi' de zuster Emmerich herhaalde malen en met onbeduidende veranderingen, opgegeven. Wij doen deze volgen door de omschrijving van het graf en van den tuin van Jozef van Arimathea, ten einde het verhaal van de nederlegging Onzes Heeren in het graf niet te veel te onderbreken.

De eerste poort oostwaarts van Jeruzalem gelegen, ten zuiden van den hoek, zuid-oost van den tempel, is degene die naar de wijk der stad, Ophel genaamd, geleidt. De poort, die ten noorden het dichtst bij den hoek noord-oost des tempels is , wordt de lammeren-poort genoemd. Tusschen deze twee poorten nogtans is sedert lang eene andere gemaakt, die ingang geeft aan eenige straten, ten oosten van den tempel, die, voor het grootste gedeelte door steenhouwers en andere Smartvolle Lijden. 27

ocr page 428

HET SMARTVOLLE LIJDEN

werklieden bewoond zijn. De huizen waarvan zij samengesteld zyn, steunen tegen de grondinureigt; des tempels en behooren bijna allen aan Nicode-mus, die zo heeft laten bouwen. De werklieden, die dezelve bewonen, betalen hem huur, of kwijten' zich daaivan door voor hem te werken, terwijl zij in aanhoudende betrekking zijn met hom en zijn vriend Jozef van Arimathea. Deze laatste bezit in zijn geboorteland. vele steengroeven en drijft handel in steenen. Nicodemus heeft onlangs eene schoone poort laten bouwen die naar deze straten, geleidt en welke men thans de poort van Moriah noemt. Zij was juist gereed, toen Jezus op Palmzondag het eerst door dezelve in de stad kwam. Alzoo deed Hij zijne intrede door de nieuwe poort van Nicodemus, door welke nog niemand gegaan was en werd in het nieuwe graf van Jozef van Arimathea begraven, waarin nog niemand had gerust. De poort werd later toegemetseld. er bestond eene overlevering, dat de Christenen een ander maal door die pooit in de stad moesten komen. Heden bestaat daar nog eene toegernetselde poort, welke de Turken de Ciulde-poort noemen.

De i echte ^eg, die, wanneer men de lammeren-poort uitgaat, naar het westen loopt, gaat, zoo men in rechte lijn door al de muivn heen kon, omtrent tusschen den noord-westen kant van den berg Sion en den Calvarieberg. Van die poort naai Golgotha is, in rechte lijn, omtrent drie kwartier uurs afstand; van het paleis van Pilatus tot Golgotha. in rechte lijn , ongeveer een goed halt uur. De vesting Antonia ligt aan den noordwesten hoek van den berg des tempels, op eene uitstekende rots. Wanneer men, uit het paleis van Pilatus komende, naar het westen, door de gewelfde opening, links gaat, heeft men die vesting ter linker zijde; er is op eene derzelver

422

ocr page 429

VAN ONZEN HE'-ri JEZUS CHRISTUS.

muren een plat dak, (]'! ^et forum beheerscht Het is van daar dat f''atus afkondigingen doet aan l.et volk wanneer hij nieuwe wetten uitvaardigt. Op den weg des kru.ses, m het inwendige der stad, had Jezus d?quot; Calvarieberg dikwijls aan de rechter hand. Die ^eg. die bijgevolg gedeeltelijk in de richting van het zuid-westen moest zijn, geleidde naar eenP poort, die m eenen mum van het inwendige def ^ad doorgeslagen was en naar Sion, een zeer h?og gedeelte der stad, liep. Buiten dien muur bevindt zich ten westen eene wijk der stad waar nieer tuinen zijn dan huizen; omtrent den buitenm.™' der stad bevinden zich ook schoone grafstede'» met ingangen, kunstig m arduinsteen gemetseld- Boven die grafsteden zijn dikwijls schoone tuiiif'11- ^iln dien kant jevindt zich een huis aan' L^arus toebehooreiide , met fraaie tuinen, dicht 1,«J de hoekpoort, ter plaatse waar de buiten- en westelijke muur van Jeruzalem naar het zuiden keert Ik geloof dat naast

de groote stadspoort een klein bijzonder poortje

in de stadsmuur .looi'geslagen naar die tinnen geleidt, waardoor Jezus en de zijnen, met toelating van Lazarus, dikwijl.-1 S^gen. De poort aan den noord-westen hoek dquot;' stad gelegen, geleidt naar Bethsur, dat meer noordwaarts dan Emans en Joppe ligt, Ten noon'en van dien buitenmuur dei-stad bevinden zich verscheidene graven der koningen. Dat westelijK gedeelte van Jeruzalem is het minst bebouwd en het minst verheven ; het daalt af naar den bi^enmuur en gaat wederom op voor het tot daa/',,'«quot;nt; op die helling zijn schoone tuinen en wijngaarden, achter welke een breede, van den binnenkant bemuurden weg loopt, op sommige plaatseil berijdbaar voor wagens, \an welken verscheiden voetpaden uitgaan om op de muren en de toren» te klimmen; deze laatste

423

ocr page 430

HET SMARTVOLLE LIJDEN

4U

hebben geene opgangen van binnen, gelijk de onze. Van rten anderen kant, buiten de stad, is de grond at hellend naar de vallei, zoo dat de muren, die dat lagere gedeelte der stad omringen, op eene hoogte schijnen gebouwd te zijn. Op de buitenste helling vindt men nog tuinen en wijngaarden. De weg, welken Jezus, zijn kruis dragende, volgde, liep niet door de wijk der tuinen. Toen Hij zich aan het einde van dien weg bevond, had Hij die wijk aan zijne rechter hand, liet was van daar dat Simon van Cyrene kwam. De poort, door welke Jezus ging, is niet geheel naar het westen gekeerd, maai' hare richting is naar de plaats waar de zon zich om vier uren namiddags bevindt. De muur der stad, als men uit de poort gaat, links, loopt een weinig zuidwaarts, komt door een sterken draai weder naar het westen en richt zich dan opnieuw om den berg Sion, naar het zuiden. Van dien kant, inde richting van Sion, wanneer men uitgaat, links, bevindt zich een dikken toren, eene vesting gelijkende. De poort door welke Jezus ging, is dicht bij eene andere, die meer zuidwaarts ligt. Van al de poorten der stad, zijn deze twee, zoo ik vermeen, het dichtst bij elkander. (De afstand is niet grooter dan hier in onze stad Duimen, dan van de poort van het kasteel tot aan de poort van Lmliiighaiis.) Die andere poort geleidt naar het zuiden in de vallei, waar een weg begint die daarna linksom loopt, in de richting van Bethlehem. hen weinig achter de poort, waarop de weg des kruises uitkomt, loopt de weg rechts ten noorden naar den Calvarieberg, die ten oosten, van den kant der stad naar het westen, zeer steil is en eene zachte helling heeft. Van dezen kant, waar men den weg van Eraaüs ziet, bevindt zich eene weide, dicht bij den weg, in welke ik Lucus

ocr page 431

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

verscheidene planten zag plukken toen Cleophas en hij, na de opstanding, naar Emaüs gingen en Jezus op hun weg ontmoetten. Het aangezicht onzes Heeren, hangende aan liet kruis, was westnoord gekeerd. Als Jezus het hoofd rechtsom keerde kon Hij de vesting Antonia zien. Dicht bij de muren, ten oosten en noorden van den Calvarieberg, waren ook tuinen, grafsteden en wijnbergen. Het kruis werd ten noord-oosten aan den voet van den Calvarieberg in de aarde gelegd. Van den anderen kant der plaats waar het kruis wedergevonden werd, bevinden zich ook nog schoone wijngaarden op hoogten. Wanneer men van de plaats waar het kruis opgericht weid zuidwaarts ziet, ontwaart men het huis van Caïphas beneden den burcht van David.

LVI.

Tuin en graf van Jozef van Arimathea.

De tuin van Jozef van Arimathea !) ligt bij de poort van Bethlehem, ten minste op zeven minu-

1) Wij moeten hier zeggen dat de zuster ETiimerich gedurende de vier jaren dat zij deze verschijningen had, verhaalde wat er van vele heilige plaatsen gewerd van de eerste tijden tot in onze dagen. Zij zag die nu verwoest en ontheiligd, maar steeds het voorwerp van eene openbare of geheime eeredienst. Zij zelve eerbiedigde die in hare beschouwingen. Zij zag ook vele steenen en stukken van rotsen, die getuigen van het lijden en van de opstanding onzes Heeren geweest zjjn, door de H. Helena in de kerk van het heilig graf, vergaderd tijdens de oprichting van dat gebouw. Wanneer zij zich in den geest derwaarts begaf, vereerde zij aldaar de plaats van het kruis, en verscheidene deelen

425

ocr page 432

HET SMARTVOLLE LIJDEN

ten afstands van den Calvarieberg; liet is een sclioonen tuin met groote hoornen, banken en sterk metselwerk, dat schaduw geeft: hij gaat opklimmende tot aan de stadsmuren. Wanneer men in de vallei van den noorderkant komt, en men in den tuin gaat, klimt de grond links op naar den muur. Ter rechterzijde, op het einde va-n den tuin, is eene afgezonderde rots waarin zich het graf bevindt. Van den weg, langs welken men binnenkomt, keert men links om, om in de grot te gaan, die hare opening aan den oosterkant heeft op den tuin die naar den stadsmuur opklimt. Ten zuid- eu ten noordwesten van dezelfde rots zijn nog twee grafsteden die kleiner maar ook nieuw zijn, met luge ingangen. Ten westen van deze rots is een voetpad, dat rondom dezelve loopt. De grond is voor den ingang verhevener, dan de ingang zelf, de rots bevindt zich in eene soort van diepte, er zijn trappen om tot de deur van de grot af te gaan, er zijn er ook om in eene kleine gracht ten oosten van de rots af te dalen. De grafkelder is zoo ruim, dat vier menschen zich links en vier rechts tegen de scheidsmuren kunnen plaatsen, zonder de bewegingen dergenen te hinderen, die het lichaam nederleggen. Tegenover den ingang naar het westen, vormt de scheidsmuur eene breede doch niet hooge nis, want de rots wordt aldaar lager, hij wijze van een gewelf, boven eene hoogte van omtrent twee voeten, bestemd om het lichaam te ontvangen. De noodige ruimte voor het lichaam is in die hoogte uitge-

van liet graf onzes Heeren, boven 'welke men bidplaatsen opgericht heeft. Xogtans scheen zjj somtijds een weinig moer afstand te zien tusschen de wezenlijke plaats van dat graf, en die, waar het kruis was geplant geweest, dan er tusschen de bidplaatsen is, die dezelve in de kerk van Jeruzalem aanduiden.

-42G

ocr page 433

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRrSTUS. 427

graven. Zij is slechts van eonen kant vast aan de rots, gelijk een altaar: twee personen kunnen aan het hoofil en aan de voeten staan, en er is nog plaats voor een persoon van voren, wanneer zelfs de deur der nis waarin het graf is, zou gesloten zijn. Deze deur is van metaal, misschien van koper. .Zij bestaat uit twee vleugels, die aan de beide zijden tegen den scheidsmuur komen. Zij hangt niet loodlijnig. maar is een weinig hellend voor de nis, en komt laag genoeg aan den grond, om dezelve, door een steen er voor te plaatsen, het opengaan te beletten. De hiertoe bestemde steen bevindt zich nog voor den ingang van den grafkelder. Zoodra het lichaam des Zaligmakers daar nedergelegd was, plaatste men denzelven voorde fleur. Deze steen is zeer groot, en een weinig rond van den kant der deur, omdat de scheidsmuren van beide kanten der deur, met deze gee-nen rechten hoek uitmaken. Om de beide vleugels te openen, is het niet noodig van den steen weg te rollen, hetwelk zeer moeielijk zou zijn, uithoofde der weinige plaats, welke men zou hebben om zich om te keeren ; maar eene ketting die van het gewelf afdaalt, is vastgemaakt aan eenige ringen, die in den steen zijn vastgehecht; door dit middel Jicht men hem op, ofschoon altoos met groot geweld van verscheidene mannen, men verwijdert hem van de deur en plaatst hem naast den ingang der grot. Tegenover den ingang van den grafkelder is eene steenen bank; men kan van daar op de rots klimmen, die met gras overdekt is, en van waar men over de muren der stad, de verheven-ste punten van Sion en eenige torens ziet. Men ziet van daar ook de poort van Bethlehem, eene waterleiding en de bron van Gihon. De rots is van binnen wit, met roode en blauwe aderen. Zij is met veel zorg bewerkt.

ocr page 434

HET SMARTVOLLE LIJDEN'

LVII.

Afdoening van het kruis.

Terwijl het kruis verlaten en slechts van eeinge wachten omringd was, zag ik vijf personen, door de vallei, van Bethaniën gekomen, tot den Calvarieberg naderen, hunne oogen op het kruis slaan en zich zachtjes verwijderen; ik vermeen dat het leerlingen waren. Ik ontmoette driemaal in de omstreken twee personen, Jozef van Arimathea en JNicodemus, die bezig waren met te onderzoe-ken en te beraadslagen. Eens was het in de na-bijheul en tijdens de kruisiging (misschien toen zij tie kleederen van Jezus van de soldaten kochten): een ander maal was het om te zien of het volk zich verwijderde, zij begaven zich daarna naar liet graf, om iets te bereiden; van het graf kwamen zij wederom naar het kruis, naar alle kanten rondziende, alsof zij eene gunstige gelegenheid wachtten. Zij overlegden alsdan hoe zij het lichaami des Zaligmakers van het kruis zouden afnemen en keerden naar de stad weder.

Zij hielden zich daar onledig met de noodio-e voorwerpen om het lichaam te balsemen, te doen overdragen; hunne knechten namen eemVe quot;e-reedschappen mede orn het lichaam van hel kruis los te maken, en boyendien twee ladders, welke zij m eene schuur bij de woning van Nicodemus vonden. Elke dezer ladders bestond slechts uit eene spar, van afstand tot afstand met stukken hout doorstoken, die voor sporten dienden. Er waren n aan, welke men hooger en lager kon hangen, en die dienden om de ladders vast te zetten en misschien ook om er datgene aan te handen' 1 men gedurende het werk kon noodig hebben.'

428

ocr page 435

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

423

De goede vrouw bij welke zij de kruiden gekocht hadden, had alles netjes bijeen gepakt. Ni-codemus had honderd ponden welriekende kruiden gekocht, hetwelk omtrent zeven en dertig ponden van ons gewicht uitmaakt, zoo als mij zulks verscheidene malen duidelijk is uitgelegd geworden; zij droegen deze kruiden grootendeels in tonnetje» van boomschors, die aan den hals hingen en op de borst nederkwamen. In een dezer tonnetjes was een zeker poeder. Zij hadden eenige pakken met kruiden in parkementen of lederen zakken. Jozef droeg ook eene doos met zalf, ik weet niet welke; zij was rood, met een blauwen kring omgeven; eindelijk moesten de knechten op eene draagbaar de vazen, lederen flesschen, sponsen en gereedschap overbrengen. Zij namen vuur mede in een gesloten lantaarn. De bedienden gingen voor hunne meesters, en door eene andere poort, misschien die van Bethaniën, uit de stad: daarna namen zij de richting naar den Calvarieberg. Dooide stad gaande, kwamen zij voorbij het huis waaide heilige Maagd, Johannes en de heilige vrouwen waren wedergekeerd, om daar verschillende voorwerpen te halen om het lichaam van Jezus te balsemen; Johannes en de heilige vrouwen volgden de bedienden op korten afstand. Er bevonden zich omtrent vijf vrouwen , van welke sommige groote pakken lijnwaad onder hare mantels droegen. Het was de gewoonte onder de vrouwen T wanneer zij des avonds uitgingen, of om in het geheim eenige godvruchtige plichten te vervullen, zich zorgvuldig in een lang laken te wikkelen van een goede el breed. Zij begonnen met eenen arm en omwonden zich het lichaam zoo nauw, dat zij slechts met moeite konden vooruitgaan. Ik heb haar alzoo ingewikkeld gezien; dit laken was haar genoeg om van den eenen arm tot den anderen

ocr page 436

HET SMARTVOLLE LIJDEN

te gei aken, en bovendien omsluierde het nog liet 1'oofd, heden had het voor mij iets treffends; het was een rouwgewaad. Jozef en Nicodemus droegen ook rouwkleederen, zwarte mouwen en een breeden gordel. Hunne mantels. welke zij over het hoofd hadden getrokken, waren breed, limoen van eene gemeene grijze kleur: zij dienden hun om alles te verbergen, wat zij met zich droegen. Zy namen alzoo de richting der poort, die naar den Calvarieberg geleidt.

De straten waren verlaten en stil: de alge-meene schrik hield eenieder binnen zijn huis; het grootste deel begon berouw te hebben; slechts een klein getal onderhielden het feest. Toen Jozef ■en Nicodemus aan de poort kwamen, vonden zij die gesloten en de wegen en straten rondom met soldaten bezet. Met waren dezelfde, welke de Fa-nzeërs omstreeks twee ure gevraagd hadden, toen zij een oplooop van het volk vreesden; zij hadden die op hunne standplaatsen en onder de wapenen gehouden.

Jozef vertoonde een bevel van Pilatus hem vrij te Ja ten doorgaan ; de soldaten vroegen niet beter 5 maar zeiden hem, dat zij reeds beproefd hadden de poort te openen, zonder dat zij er in hadden kunnen slagen, dat de poort waarschijnlijk tijdens de aardbeving een schok ondergaan had, en hier of daar gebroken was, en dat de gerechtsdienaren, belast met het verbrijzelen der beenderen van de geki uisigden, om deze reden door eene andere poort hadden moeten binnenkomen. Maar toen Jozef en Nicodemus den grendel aanvatten, opende de poort .zich als van zelve, tot groote verwondering van allen, die daar aanwezig waren.

Het weder was nog somberen nevelachtig, toen zij aan den Calvarieberg kwamen; zij vonden er de bedienden welke zij vooruit gezonden hadden,

430

ocr page 437

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

''et en de heilige vrouwen, die tegenover liet kruis

liet zaten en weenden. Cassius en verscheidene sol-

'oe- daten die zich bekeerd hadden, bevonden zich

sen vreesachtig en eerbiedig op korten afstand. Jozet

vel' en Nicodemus verhaalden aan de heilige Maagd

mg gu Johannes al wat zij gedaan hadden, om Jezus

uii aan een schandelijken dood te onttrekken; en zij

-ti. vernamen van hen, hoe het hun niet dan niet

ar groote moeite gelukt was, te beletten, dat zijne beenderen niet gebroken werden, en hoe alzoo de

e- voorzegging vervuld was. Zij spraken ook veel van

et de lans van Cassius. Zoodra de hoofdman Abena-

ts dar gekomen was, begonnen zij in droefheid en

?f' in diepe ingetogenheid, het godsdienstige werk

ij van de afdoening van het kruis en de balseming

't van het lichaam des Zaligmakers.

De heilige Maagd en Magdalena waren aan den

■i voet van het kruis, ter rechterzijde tusschen het

1 kruis van Dismas en dat van Jezus nedergezeten ;

1 de andere vrouwen waren bezig het lijnwaad, de

kruiden, het water, de sponsen en de vazen te bereiden. Cassius naderde ook en verhaalde aan Abenadar het mirakel van de genezing zijner oogen. Allen waren bewogen, vol droefheid en liefde, maar tevens stilzwijgend eu van eene plechtige statigheid. Men hoorde slechts, zoo veel de haast en iie oplettendheid welke deze godvruchtige zorgen vorderden, het konden toelaten, hier en daar versmoorde klaagtoonen en doffe zuchten. Vooral liet Magdalena zich geheel aan hare droefheid over, en niets, noch de tegenwoordigheid der omstanders, noch eenige andere beweegreden kon haar daarvan verstrooien.

Nicodemus en Jozef stelden van achter ladders tesen het kruis, en klommen dezelve op met een groot laken, waaraan drie breede riemen waren vastgemaakt. Zij bonden het lichaam van Jezus

431

ocr page 438

HET SMARTVOLLE LIJDEN

onder de armen en de knieën aan den boom des Kruises, en maakten zijne armen met doeken be-neden de handen , aan de armen van liet kruis vast. Vervolgens maakten zij de nagelen los, die met ijzeren stiften , welke zij van achter op de punten plaatsten, terugslaande. De handen werden dooiquot; de schokken niet sterk bewogen, en de nagelen vielen gemakkelijk uit de wonden , want deze waren door het gewicht van het lichaam vergroot, en daar het lichaam nu met de lakens vasthmg, drukte het niet meer op de nagels. Het onderdeel des lichaams, dat bij den dood' des Zaligmakers op de knieën nedergezakt was. rustte alsdan in zijne natuurlijke gesteltenis, ondersteund door een laken, dat van boven aan de armen van het kruis was vastgemaakt. Terwijl Jozef den Imker arm en den linker nagel nog met den doek gebonden uittrok, en zachtjes op het lichaam liet ne-derzakken, bond Nicodemus den rechter arm aan den arm van het kruis, alsook zijn met doornen quot;-e-kroond hoofd, dat op den rechter schouder neder-mng; dan trok hij den rechter nagel uit, en na den arm met zijnen band omwonden te hebben, het hij hem zachtjes op het lichaam nedervallen; te gelijker tijd maakte de hoofdman Abenadar met geweld den grooten nagel los , die door de voeten was. Cassius nam de nagels eerbiedig op en Jegde die aan de voeten van de heilige Maa^d neder. c 0

Toen plaatsten Jozef en Nicodemus de ladders, bijna recht en zeer nabij het lichaam, van voren tegen het kruis, zij maakten den riem van boven os en hingen hem aan een der haken die aan de ladders waren; zij deden hetzelfde met de twee andere riemen, en die van haak tot haak afgaan, lieten zij het heilig lichaam zachtjes nederzakken tot tegenover den hoofdman, die op eene voet-

432

ocr page 439

VAN ONZEN HEEK JEZUS CHRISTUS.

(les bank staande, hetzelve onder de knieën in zijne be- armen ontving en er mede van de voetbank af-uis stapte, terwijl Jozef en Nicodemus, het bovenste iie van het lichaam ondersteunende, zachtjes de ladderde afkwamen, op elke sport stilhoudende en alle om-;c- . zichtigheid gebruikende , gelijk men het lichaam rle draagt van een zwaargewonden, dierbaren vriend, nt Zoo kwam het gekneusde lichaam des Zaligma-m kers beneden.

is Het was een bijzonder hartroerend schouwspel: zij

;t gebruikten dezelfde voorzorgen, dezelfde voorzich-tigheid, alsof zij gevreesd hadden, Jezus pijn te

e doen. Al de liefde, al den eerbied, welke zij den

1 Heilige der Heiligen gedurende zijn leven toege-

i dragen hadden, bewezen zij nu dit lichaam. Al de

433

i omstanders hadden de oogen op het lichaam des

Heeren gevestigd, en volgden er al de bewegingen van; ieder oogenblik hieven zij de handen hemelwaarts, stortten tranen, en gaven blijken van diepe droefheid en angst. Allen bleven echter in de grootste kalmte, en degenen, die werkzaam waren, door onwillekeurigen eerbied bevangen, verbraken het stilzwijgen niet dan zelden en met zachte stem, om elkander onderling te waarschuwen eu te helpen. Terwijl de hamerslagen zich deilen hooren, was het hart van .Maria, van Magdalena, en van allen, die bij de kruisiging waren tegenwoordig geweest, verbrijzeld. Het hooren dezer slagen herinnerde hen aan de smarten van Jezus: zij sidderden den grievenden kreet zijner pijnen nog te hooren, en tevens bedroefden zij zich over het stilzwijgen van zijnen goddelijken mond, al te zeker bewijs van zijnen dood. Toen het lichaam afgenomen was, omwond men het van de knieën tot aan de heupen , en legde het in de armen zijner Moeder neder, die ze met smart eu liefde tot hetzelve uitstak.

ocr page 440

HET SM.ARTVOLLE LIJDEN'

LVIII.

Het lichaam van Jezus wordt gebalsemd.

De lieilige Maagd zat op een tapijt, hetwelk op den grond was uitgespreid ; haar rechter knie was een weinig verheven . en steunde , even als haar rug. tegen mantels, die op elkander gerold waren. Men had alles geschikt om aan die van droefheid uitgeputte Moeder, de smartelijke plichten, welke zij aan het lie imam van haren Zoon ging bewijzen , gemakkelijker te maken. Het heilige hoofd van Jezus lag op de knie van Maria; zijn lichaam was op een laken uitgestrekt. De heilige Mailed was gelijktijdig van smart en liefde doordrongen; zij had voor de laatste maal het lichaam van dien welbeminden Zoon in hare armen, aan welke zij, gedurende zijne langdurige marteling, geen ciikg! liefdeblijk had kunnen geven 5 zij Zcii»* de verschrikkelijke kneuzingen van dat heilig lichaam, zij beschouwde zijne wonden, kuste rnenigwerf zijne bebloede wangen, terwijl Magdalena haar aangezicht op zijne voeten liet' rusten. . ^'(' mannen begaven zich in eene kleine diepte, in het zuidwesten van den Calvarieberg gelegen, om er de noodige voorwerpen voor de balseming te bereiden. Cassius hield zich , met eenige soldaten, die zich tot den Heer bekeerd had fen, op een eerbiedigen afstand. Al de kwalijk gezinden waren naar de stad wedergekeerd, en de nog aan-wezende soldaten maakten slechts eene veiligheidswacht uit, om te beletten, dat mende laatste eer, aan Jezus bewezen, kwam storen. Eenigen zelfs, ootmoedig en diep getroflen, verleenden liunne hulp, wanneer men zulks vroeg'. Ee heilige quot;vrouwen gaven de vazen, de sponsen, liet lijn-

434

ocr page 441

VAN ONZEN ÜEER JEZUS CHRISTUS.

435

waad, de zalven en de kruiden aan, wanneer liet noodig was, en bleven het overige van den tijd oplettend, op eenigen afstand. Onder deze hevon-den zich Maria, dochter van Cleophas, Salome en Veronica, Magdalena was gestadig bij het lichaam van Jezus bezig. AVat Maria Heli betreft, de oudste zuster van de heilige Maagd, reeds eene bejaarde vrouw, deze zat, als enkele aanschouwster, op eenigen afstand, op de hoogte van de bergvlakte. Johannes hielp steeds de heilige Maagd; hij diende voor bode tusscheu de mannen en vrouwen, en hielp de eene en de andere. Men had in alles voorzien. De vrouwen hadden lederen fles-schen bij zich en eene vaas vol water op een koolvuur geplaatst. Zij boden aan Maria en Magdalena, volgens dat deze het noodig hadden, vazen vol zuiver water en sponsen aan. welke zij daarna in lederen bakken uitpersten. Ik vermeen ten minste, dat het sponsen waren, welke zij alzoo uitpersten.

Do heilige Maagd behield, in hare onuitsprekelijke droefheid en smarten, een wonderbaren moed. !) Zij kon het lichaam van haren Zoon niet

1) Op goeden Vrijdag, 30 Maart !8'29, terwijl de zuster de afneming van het kruis beschouwde, viel zij eensklaps in bezwijming, in tegenwoordigheid van den schrijver dezer regelen , en wel zoodanig dat zij dood scheen. Tot zich zeiven gekomen . drukte zij zich in dezer voege uit. ofschoon hare smarten niet opgehouden hadden: «Terwjjl ik het lichaam van Jezus, op de knie van de heilige Maagd uitgestrekt beschouwde, zeide ik in mij zelve : »Zie, hoe sterk zij is , zij valt niet eens in bezwijminglquot; Mijn geleider heeft mij die gedachte verweten , waarin meer verwondering dan medelijden was, en zpide; »Lijd dan hetgene zij geleden heeften op hetzelfde oogenblik heeft mij eene grievende pijnr als een zwaard doorstoken, zoodanig, dat ik gedacht

ocr page 442

HET SMARTVOLLE LIJDEX

in den afgrijselijken staat laten, waarin zijne folteringen het gebracht hadden, daarom begon zij hetzelve met een onvermoeibaren ijver te was-schen, en het voetspoor van al wat Hij geleden had, uit le wisschen. Zij nam de doornen kroon met de grootste voorzorgen af, zij maakte die van achter los en open, en sneed de doornon, die in het hoofd van Jezus doorgedrongen waren, de eene na de andere af, ten einde de wonden door de beweging niet te vergrooten. Men plaatste de kroon bij de nagelen; alsdan trok Maria de doornen, die in de wonden waren gebleven, met eene ronde, gele en veerkrachtige trektang uit, ^ en toonde die met droefheid aan hare vriendinnen. Men legde die doornen bij de kroon neder; het is nogtans mogelijk, dat eenige afzonderlijk bewaard zijn geworden.

Men kon het aangezicht van Jezus nauwelijks meer herkennen, zoodanig was het door de won-

heb er van te sterven , en er nog gansch van doordrongen ben. Zij behield die pijn langen tijd en er sproot eene ziekte uit voort, die haar schier in doodstrijd bracht,

1) De zuster Emmerich zeide. dat deze trektang haar door de gedaante herinnerde aan de schaar, met welke men het haar van Samson afgesneden had. Zij had die schaar te voren omschreven, zoo als volgt: «'Jalila had eene ongewone schaar in de hand, zij was rond, ging van zelve open en geleek eene trektang van een breed, dun en in tweeën geplooid metaal , waarvan de twee scherpe einden op elkander drukten, en zich van elkander scheidden, zoodra men ophield die te drukken quot; In hare verschijningen van het derde jaar der prediking van Jezus ^zaterdag den 21 Sivan 7 Juni , had zjj den Zaligmaker den Sabbat zien vieren te Misaël, stad der Levieten, in het geslacht van Aser: en daar men inde Synagoog een gedeelte van het boek der koningen las, -zag de zuster te dier gelegenheid het leven van Samson.

436

ocr page 443

'

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 437

fol- lt;len en het bloed, waarmede liet overdekt was,

zij mismaakt. De baard en de haren waren, door het

;as- bloed, te zamen geplakt. Maria wiesch het hoofd

rlen en het aangezicht, en bevochtigde met natte spon-

oon sen het haar, om het verdroogde bloed weg te

ran nemen. Naarmate zij wiesch, vertoonden zich dui-

in delijker de gruwelijke mishandelingen, welke men

3ne op Jezus gepleegd had, en er ontstond daaruit een

de mededoogen en eene teederheid, die van de eene

de wond tot de andere aangroeide. Zij wiesch de

or- wonden van het hoofd , het bloed, waarmede de

■ne oogen overgoten waren, de neusgaten en de

en ooren met eene spons en een stukje lijnwaad op

;n. de vingers der rechterhand uitgestrekt; zij rei-

is nigde op dezelfde wijze den half geopenden mond,

rd zijne tong, zijne tanden en lippen. Zij verdeelde lietgene van het hoofdhaar des Zaligmakers nog

ks overbleef, in drie deelen '), een deel op elke slaap,

n- --

1) Do volgende aanmerking behoort hier te volgen,

ir- Wanneer de zuster Emmerich van eenige belangrijke

er geschiedkundige personen sprak, was zij gewoon aan

d- te duiden, in hoe vele deelen hun hoofdhaar gescheiden ■was , en zij scheen daar eenig belang aan te hechten,

ir »Eva, zeido zij, scheidde haar hoofdhaar in twee dee-

:e len , Maria deelde het in drie.quot; De gelegenheid bood

ie zich niet aan , om desaangaande eenige uitlegging te

d geven, die waarschijnlijk eenig licht zou verspreid hebben

g op de rol, welke het hoofdhaar in de offeranden, do

i. beloften , de uitvaarten, do toewijdingen enz. speelde,

e Zij zeide eens van Samson: «Zijn blond, lang en dik

i- haar, was rondom zjjn hoofd in zeven vlechten omhoog

n geheven, gelijk een helm; hot uiterste dier vlechten

j was in eene soort van beurzon , op zijn voorhoofd en

i • zijne slapen van het hoofd vereenigd. Zijne haren wa-

r ren uit zich zeiven de oorsprong niet van zij no krach-

j ten; zij waren het slechts als de getuigen van de be-

, lofte , welke hij gedaan had van zo ter eere Gods to laten groeien. De krachten , die op do zeven vlechten

Smartvolle Lijden. 28

ocr page 444

HET SMARTVOLLE LIJDEN

438

en het andere van achter op het hoofd; en toen zij het haar van voren ontward had, en aan hetzelve zijnen glans had wedergegeven, streek zij die achter de ooren. Nadat iiet hoofd gereinigd was, omsluierde de H. Maagd hetzelve, na de wangen van haren Zoon gekust te hebben. Zij begon alsdan aan den hals, de schouders, de borst, den rug, de armen en de bebloede en verscheurde handen. Het was slechts dan, dat de gruwelijke pijnigingen zich geheel vertoonden. Al d'e beenderen van de borst, al de gewrichten der ledematen waren ontlid en konden zich niet meer plooien. De schouder, op welken het gewicht des kruises gedrukt had, was door eene ijselijke wond opengesneden; geheel het bovenste gedeelte des li-chaams was met kneuzingen overdekt en door de zweepslagen opengereten. Nabij den linker boezem was eene kleine wond, waardoor de punt der lans van Cassius was uitgekomen, en in de linker zijde gaapte de groote wond, dooi' die lans gemaakt, die het hart door en door doorstoken had. Maria wiesch en zuiverde al die wonden, en Magdalena, op hare knieën zittende, hielp haar van tijd tot tijd, maar zonder de voeten van Jezus te verlaten, welke zij, voor He laatste maal, met overvloedige tranen besproeide en met hare haren afdroogde.

steunden, waren de zeven gaven van den heiligen Geest. Hij moest zijne beloften al merkelijk verbroken, en vele genaden verloren hebben, toen hij dit blijk zjjner hoedanigheid van Nazareër liet afsnijden. Ik zag echter üalila al zijn haar niet afsnijden, ik geloof dat hem een bos op het voorhoofd overbleef. Ook bleef hem de genade der boetvaardigheid en van liet berouw over, waarvan hij met ijver gebruik maakte en waardoor hij de macht wederkreeg om zijne vijanden te verdelgen. Het leven van Samson is een zinnebeeldig en voorspellend leven. '

ocr page 445

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 439

Het hoofd, de borst en de voeten des Zaligmakers waren gewasschen; het heilig lichaam, van eene blauwachtig witte kleur, even als vleesch, waar geen bloed meer in is, met bruine en roode vlekken doorzaaid, op de plaatsen, waar het vel afgescheurd was, rustte op de knieën van Maria, die de gewasschen deelen met een sluier overdekte , en zich bezig hield met al de wonden te balsemen, opnieuw met het hoofd beginnende. De heilige vrouwen, tegenover haar nedergeknield, boden haar beurtelings eene doos aan, waaruit zij met den voorsten vinger en den duirn der rechterhand eenige kostelijke zalf nam, waarmede zij de wouden opvulde en dezelve bestreek. Zij zalfde ook zijn hoofdhaar: zij nam de handen van Jezus in hare linker hand . kuste die met eerbied en vulde daarna de breede wonden, welke de nagels gemaakt hadden, met die zalf of met die kruiden. Magdalena droogde en balsemde de voeten des Heeren, besproeide die daarna opnieuw met hare tranen, en drukte haar aangezicht menigmaal op dezelve.

Men wierp het water, waarvan men zich bediend had, niet weg, maar men goot het in de lederen ilesschen, waarin men de sponsen uitperste. Ik zag Cassins of andere soldaten menigmaal water gaan putten aan de bron Gihon, die zoo nabij gelegen was, orn van den tuin, waarin het graf zich bevond, gezien te kunnen worden. Toen de heilige Maagd al de wonden met zalf bestreken had, wikkelde zij het hoofd in linnen doeken, maar zij bedekte het aangezicht nog niet. Zij sloot de half openstaande oogen van Jezus, en liet hare hand eenigen tijd daarop rusten. Ook sloot zij den mond , omhelsde daarna het heilige lichaam van haren Zoon, en liet haar aangezicht op dat van Jezus nederzinken. De eerbied belette Mag-

ocr page 446

HET SMARTVOLLE LIJDEN

440

dalena, met haar aangezicht dat des Zaligmakers aan te raken; zij hield zich tevreden met liet op zijne voeten te laten rusten. Jozef en Nicodernus wachtten reeds eenigen tijd, toen Johannes tot de heilige Maagd naderde, en haar bad zich van het lichaam van haren Zoon te scheiden, opdat men een einde kon maken met het te balsemen, dewijl de Sabbat nabij was. Maria omhelsde het lichaam nogmaals, en zeide het in de hartroerendste uitdrukkingen vaarwel. Alsdan namen mannen het van den schoot zijner moeder weg, op het laken, waarop het rustte, en droegen het op eenigen afstand. Maria, opnieuw aan hare droefheid overgelaten , welke hare godvruchtige zorgen een oogenblik verlicht hadden, viel, met bedekten hoofde , in de armen der heilige vrouwen. Mag-dalena trad eenige stappen voorwaarts, met uitgerekte armen, even alsof men haar haren welbeminden had willen ontnemen, en kwam daarna tot de heilige Maagd weder.

Men bracht het lichaam op eene plaats, iets beneden de hoogste plaats van Golgotha, waar het platte gedeelte eener rots eene gemakkelijke plaats aanbood, welke men bereid had, om het lichaam te balsemen. Ik zag vooreerst een lijnwaad met mazen of schakel, aan onze kanten gelijkende, en dat mij de groote geborduurde gordijn te binnen bracht, welke men gedurende de groote vasten tusschen het koor en het voorste of den beuk der kerk ophangt.1) Toen ik nog een kind

1

Dit lieeft betrekking op een gebruik van het bisdom Munster. Men Imngt in de kerken, tusschen het voorste en het koor, of voor liet hooge altaar, in de vasten eene gordijn, met doorschijnend borduursel bewerkt, verbeeldende do vijf' wonden, de werktuigen des lijdens, enz. enz. Dit voorhangsel maakt op de gevoelige

ocr page 447

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 441

was, en deze gordijn zag, dacht ik altoos, dat dit liet laken was, hetwelk ik, bij de nederlegging onzes Heeren in het graf, gezien had. Het was waarschijnlijk alzoo met mazen gewerkt, om het water te doen afloopen. Ik zag nog een ander groot, opengespreid laken. Men legde het lichaam van Jezus op het laken met mazen neder, en eenige hielden het andere boven hem uitgespreid. Jozef en Nicodemus zaten op hunne knieën , en , onder dat deksel, namen zij den doek weg, waarmede zij de lendenen des Zaligmakers, bij de afdoening van het kruis , omwonden hadden. Zij deden den gordel ook af, welke .Tonadab, neef van Jozef, den voedstervader van Jezus, hem voor de kruisiging gebracht had. Zij namen vervolgens sponsen en wieschen het onderdeel des lichaams, waarna zij hem, met behulp der doeken, die onder zijne lendenen en knieën geplaatst waren, optilden en van achter zuiverden, zonder hem om te keeren, hem altoos met hetzelfde laken overdekt latende. Zij wieschen zoo lang, tot de spon sen, uitgeperst, niets meer dan helder water van zich afgaven. Alsdan goten zij nog mirrewater over het lichaam, en hetzelve behandelende, strekten zij het in zijne lengte uit; want het was in de houding gebleven, in welke Hij aan het kruis gestorven was, de dijen en knieën krom gebogen. Zij plaatsten vervolgens een laken van eene el breedte en drie ellen lengte onder zijne heupen, vulden zijn schoot met pakken kruiden, zooals ik er menigmaal op de hemelsche tafels, op gouden schoteltjes met blauwe boorden zie , en zij

zielen een plechtigen indruk , (He hen tot do onthouding, tot de gelatenheid, de versterving, de matigheid en de beschouwing opwekt.

■1) Wanneer de auster Emmerich eenige inwendige

ocr page 448

HET SMARTVOLLE LIJDEN

442

strooiden over liet geheel nog een poeder, hetwelk Nicodemus medegebracht had. Daarna omwonden zij liet onderdeel des lichaams, en maakten er het laken sterk om vast, hetwelk zij er onder gelegd hadden. Na deze verrichting zalfden zij de wonden der dijen, overdekten die met kruiden, plaatsten pakken met geurige kruiden tusschen de beenen, over de gansche lengte, en wikkelden die van onder tot boven in dezelve.

Nu bracht Johannes de heilige Maagd en de andere heilige vrouwen weder bij het lichaam. Maria knielde bij hot hoofd van Jezus neder, en

vertroostingen ontving, die haar door zinnebeelden toekwamen, gevoelde zij zich dikwijls tot hemelsche gastmalen opgetogen, van welke zij de wonderbare so:iikking met eene kinderlijke bljjdschap beschreef. Zij beschreef ook nauwkeurig de gedaante en soort der gewassen, die opgediend weiden. Zij sprak van gouden borden met blauwen boord, waarop men haar kruiden aanbood, die aan eene kers en mirre gelijk waren, alsook vruchten van verscheiden soorten, die haar in de groote smarten van de ziel of van het lichaam versterkten. In die zinnebeeldige vertooningen werden haar de overwinningen op zich zelve, de oefeningen van verloochening en boetvaardigheid van haar tijdelijk leven, als belooning en verkwikking gegeven, onder de gedaante van kruiden of vruchten, waarvan de gedaante of zelfstandigheid die verstervingen verbeelden. De vorrr,, de stof en de kleur der vazen, alles had zijne zinnebeeldige beteekenis. »Men eet, zeide zij, die gerechten niet, zooals op de aarde, en nogtans gevoelt men zich op wonderbare wjjze. meer gevoed en verzadigd; men is vervuld met de sterkte en de genade van God, waarvan de vrucht . welke men aanbiedt, de volmaakte uitdrukking is. Het zien der geurige kruiden, welke men bezigde om bet lichaam van Jezus te balsemen, herinnerde haar aan die hemelsche gewassen.

ocr page 449

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

legde een zeer fijnen doek, welken zij van de vrouw van Pilatus gekregen had, en onder haren mantel, rondom den hals droeg, onder hetzelve ; dan legde zij, door de heilige vrouwen geholpen, pakken inet kruiden, reukwerken en geurige poeders van de schouders tot de wangen, waarna zij dien doek sterk rondom het hoofd en de schouders wond. Magdalena stortte nog eene flesch balsem uit in de wonde der zijde, en de heilige vrouwen legden nog kruiden in die der handen en rondom de voeten. Daarna vulden andere personen de oksels en de holte der maag nog met kruiden en omringden daarmede het gansche lichaam, kruisten zijne verstijfde armen op zijne borst, en wonden het groot wit laken om het lichaam, tot aan de borst, even als men een kind bakert. Na het einde van een breeden windel onder den oksel vastgemaakt te hebben, wonden zij dien , het lichaam op hunne handen oplichtende, rondom het hoofd en het gansche lichaam, dat alzoo de gedaante had van eene gebakerde pop. Eindelijk legden zij den Zaligmaker op het groot laken van zes ellen , hetwelk Jozef van Arimathea gekocht had, en wentelden hem in hetzelve. Hij lag dwars in het laken; een hoek was opgeslagen van de voeten tot op de borst, de andere kwam over het hoofd en de schouders, en de twee overige waren rondom het lichaam geplooid.

Terwijl allen het lichaam van Jezus omringden, en rondom hetzelve nederknielden , om het een laatst vaarwel te zeggen, geschiedde er voor hunne oogen een treilend mirakel. Het heilig lichaam van Jezus verscheen in eene kleur tus-schen het roode en het bruine, met al zijne wonden afgebeeld, op de oppervlakte van het laken, dat hem overdekte, alsof Hij hunne liefde en zorgen had willen beloonen, en hun zijn afbeeldsel

443

ocr page 450

het smartvolle lijden

te laten , dwars dooi' de sluiers, die hem om- vai

hulden. Zij omhelsden weenende en zuchtende het de

lichaam en kusten met eerbied zijn wonderbaar de

afbeeldsel. Hunne verwondering was zoo groot, ve

dat zij het laken opnieuw openden, en hunne ver- E(

baasdheid groeide aan, toen zij , het laken op- ee

lichtende, al de windels even als te voren wit Cl

zagen, en dat het bovenste laken alleen het won- v(

derbaar afbeeldsel ontvangen had. De kant van d(

het laken , op welken het lichaam des Heeren h

nederlag, had de indrukking ontvangen van den e

geheelen rug, de kant die het overdekte, die van 1

444

het voorste zijns lichaams; maar om dit laatste is

in zijn geheel te zien , moest men verscheidene stukken te zamen voegen, omdat vele stukken van het laken zich van boven gekruist hadden, liet was het indruksel niet van bloedende wonden, dewijl het gansche lichaam in geurige Kruiden gewikkeld en daarmede bedekt was; het was een bovennatuurlijk afbeeldsel, eene getuigenis van de scheppende Godheid , die steeds in het. lichaam \an Jezus verbleef. Ik heb vele dingen gezien betrekkelijk de latere geschiedenis van dit lijnwaad, maar ik zou die niet meer kunnen rangschikken. Na de verrijzenis bleef het, met de andere lakens in het bezit der vrienden van Jezus; eens zag ik dat men het aan iemand ontrukte, die hetzelve onder den arm droeg; het viel tweemaal in de handen der Joden. Ik zag ook, dat het langen tijd daarna op verschillende plaatsen geëerd werd; toen het op zekeren tijd het voorwerp van een geschil was geworden, wierp men het, om dit te eindigen, in het vuur; maar het verhief zich op eene mirakuleuze wijze boven de vlammen , en kwam weder in de handen der Christenen. Door de hulp der gebeden van eenige heilige mannen Jieeft men drie afdruksels van den rug, alsook

ocr page 451

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 445

van het voorste gedeelte genomen, door er andere lakens op te leggen. Deze afdruksels, dooide plechtige meening der Kerk geheiligd, hebben verscheidene malen groote mirakelen uitgewerkt. Eens heb ik het oorspronkelijke beschadigd en op eenige plaatsen verscheurd gezien bij onkatholieke Christenen in Azië. Ik heb den naam der stad vergeten; zij is gelegen in een land nabij dat der drie koningen. In diezelfde verschijningen heb ik ook iets gezien van Turijn, van Frankrijk en van den Paus Clemens I, alsook van keizer Tiberius, die vijfjaren na onzen Heer gestorven is; maar ik heb alles vergeten.

LIX.

De nederlegging in het graf.

De mannen plaatsten het lichaam op de lederen draagbaar welke zij met een bruin dekkleed overdekten en waaraan zij twee lange stokken vastmaakten. Dit bracht mij de ark des verbonds levendig te binnen. Nicodemus en Jozef droegen de voorste einden der houten op hunne schouders; Abenadar en Johannes de achterste. Daarna volgden de heilige Maagd, Maria van Heli, hare oudste zuster, Magdalena en Maria van Cleophas, vervolgens de overige vrouwen, die op eenigen afstand nedergezeten waren gebleven, Veronica, Johanna Chusa, Maria, Moeder van Marcus, Sa-lome, vrouw van Zebedeüs, Maria Salome, Salome van Jeruzalem, Susanna en Anna, nicht van den H. Jozef, die te Jeruzalem opgevoed werd; Cassius en de soldaten sloten den stoet. De andere vrouwen, zoo als Moroni van Naïm, Dina de Samaritaansche

ocr page 452

HET SMARTVOLLE LIJDEN

en Maria de Suphanitische waren te Bethanien bij Lazarus en Martha. Twee soldaten gingen met toortsen vooruit, opdat er eenig licht zou zijn in de grot van het graf; zij traden alzoo, gedurende ze\en minuten voort door de vallei naar den tuin van Jozef van Arimathea, terwijl zij op zachten en treurigen toon Psalmen zongen. Ik zag op eene hoogte aan den anderen kant der vallei Ja-cobus-den-oudere, broeder van Johannes, die hen zag voorbijgaan en die naar de spelonken wederkeerde om de andere leerlingen aan te kondigen hetgeen hij gezien had.

De tuin, aan welks uiteinde de rots met het graf, met gras overdekt, gelegen is, is van on-regelmatigen vorm en met eene heg omringd, aan welker binnenzijde men nog eene omheining van latten ziet aan den kant des inganga, die, lt;loor middel van ijzeren haken, waterpas aan palen vastgemaakt zijn. Voor den ingang van den tuin en van de rots, die in den hoek der rechter zijde staat, bevinden zich eenige palmboomen. Het grootste gedeelte der andere planten van den tuin bestaat in kreupelbosch, bloemen en geurige boomgewassen. De stoet hield stil aan den ingang van den tuin; men opende denzelven door het quot;wegnemen van eenige palen, die later als hefboomen dienden om den steen, bestemd om het graf te .sluiten, in den grafkelder te rollen. Toen men voor de i-ots gekomen was, opende men de draagbaar en nam men het heilig lichaam daarvan af en legde het op eene plank met een laken overdekt. Nicodemus en Jozef droegen de einden der plank, de twee andere de einden van het laken, dat dezelve overdekte. De nieuw gegraven grot was door de bedienden van Nicodemus eerst ge-zuiverd en daarna met welriekende kruiden berookt; het binnenste was net en sierlijk en men

446

ocr page 453

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 447

lien had boven de scheidsmuren lijsten uitgehouwen, net De plaats, bestemd om het lichaam te ontvangen, in was een weinig breeder aan het hoofdeinde dan ide aan de voeten; men had er den omtrek van een lin lichaam, in doeken gehuld, in uitgehouwen en en aan bet hoofd en de voeten eene kleine hoogte op gelaten. De heilige vrouwen zetten zich op eene a- bank neder tegenover den ingang van den graf-ïn kelder. De vier mannen droegen er het lichaam r- des Heeren in, legden het neder, vulden een gein deelte der ligplaats nog met reukwerken, spreidden daarna een laken uit, waarop zy het lichaam it legden. Dit laken kwam aan beide kanten over de ligplaats heen. Zij betuigden door hunne tranen , en omhelzingen hunne liefde nog aan bet heilig ? lichaam en verlieten den grafkelder. Nu trad de , heilige Maagd in denzelven, zette zich aan het i hoofdeinde neder en boog zich weenende overliet

lichaam van haren Zoon. Toen zij de grot verliet, wierp Magdalena zich in dezelve, zij had in den tuin bloemen en takken geplukt, welke zij op Jezus nederlegde ; zij voegde hare handen te zamcn eu omhelsde al snikkende de voeten van Jezus; nadat de mannen haar verwittigd hadden dat zij het graf wilden sluiten, kwam zij tot de andere vrouwen weder. Men hief do boorden van het laken op, waarop het lichaam rustte, legde alles op het bruine dekkleed en sloot de vleugels der deur, die van een bruinachtig metaal, koper of brons was; er waren twee stokken voor, de eene dwars en de andere rechtlijnig, hetwelk een kruis verbeeldde. 1)

'1) De zuster zeide niet, of deze stokken losse stukken waren, welke men voor de deur plaatste, dan wel, of het stukken waren, die vast op de deur waren, en en er deel van maakten.

ocr page 454

HET SMARTVOLLE LIJDEN

De proote steen, bestemd om liet graf te sluiten, die zicli nog voor den ingang van den grafkelder bevond, had bijna de gedaante van een kofler *) of van een grafzerk, hij was zoo groot, dat een mensch zich op denzelven in zijne geheele lengte kon uitstrekken. Hij was zeer zwaar, en het was slechts met de hefboomen, welke men aan den ingang van den tuin uitgenomen had, dat men denzelven tot aan de deur van het graf kon voortrollen. De eerste ingang van den grafkelder was gesloten met eene deur van in elkander gevlochten takken gemaakt. Al wat van binnen in den grafkelder verricht werd, moest bij den schijn dei-toortsen gedaan worden, omdat het daglicht in denzelven niet doordrong. Terwijl dit a.'les geschiedde, heb ik verscheidene menschen ir. de nabijheid van den tuin en den Calvarieberg, hier en daar vreesachtig en zwaarmoedig zien rondzwerven. Ik geloot, dat het leerlingen waren, die op het verhaal van Abenadar door de vallei uit de spelonken gekomen waren, en daarna naar dezelve wederkeerden.

LX.

De terugkomst van het graf. — De Sabbat.

De Sabbat ging beginnen; Nicodemus en Jozef keerden naar Jeruzalem weder, door een poortje

1) De zuster Emmerich wilde waarschijnlijk van die oude kofiers spreken, waarin de lieden vanquot; haar land de kleederen opsloten; de bodera ei van is niet zoo breed dan het deksel, hetwelk aan dezelve eenige gelijkenis geeft met eene grafstede. Zij had een dier kisten bij zich, welke zjj haar koffer noemde, liet is met deze woorden, dat zij den bedoelden steen menigmaal cm-schreven heeft, ofschoon de gedaante niet zeer duidelijk opgegeven wordt.

448

ocr page 455

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 449

bij den tuin, dat, zoo ik vermeen, in den stadsmuur, door eene bijzondere gunst aan Jozef verleend, doorgeslagen was. Zij zeiden tot de heilige Maagd, tot Magdalena, Johannes en tot eenige dei-vrouwen, die naar den Calvarieberg wederkeerden om er te bidden, dat deze poort, alsook die van de eetzaal, voor hen zou geopend worden, wanneer zij er aan klopten. De oudste zuster van do heilige Maagd, Maria, dochter van Heli, keerde naar de stad weder, door Maria, moeder van Marcus eu eenige andere vrouwen begeleid. De bedienden van Nicodemus en Jozef begaven zich naaiden Calvarieberg, om de daargelaten voorwerpen te halen.

De soldaten voegden zich bij degenen, die de poort der stad nabij Calvarië bewaakten, en Cas-sius ging met de lans naar Pilutus; hij verhaalde hem al wat hij gezien had, en beloofde hem een nauwkeurig bericht van al wat er verder zou voorvallen, zoo men hem de wacht wilde toevertrouwen, welke de Joden, volgens hetgene hij reeds vernomen had, niet zouden nalaten voor het graf te vragen. Pilalus hoorde zijne woorden met hei-melijken schrik, alhoewel hij deze als overdreven beschouwde, en beval hem, zoo zeer uit afkeer als uit bijgeloovigheid, de lans, welke hij in de kamer had nedergezet, voor de deur te plaatsen.

Toen de heilige Maagd en degenen die haar vergezelden van Calvarië terug kwamen, waar zij nog gebeden en geweend hadden, zagen zij eene bende soldaten met eene toorts hen te gemoet komen, zij verwijderden zich van den weg, tot dat die soldaten voorbij waren. Deze laatste gingen naar den Calvarieberg, waarschijnlijk om de kruisen vóór den Sabbat weg te ruimen en in den grond te delven. Zoodra zij voorbij waren, vervolgden de heilige vrouwen haren weg naar het

ocr page 456

HET SMARTVOLLE LIJDEN

450

poortje van den tuin. Jozef en Nicodemus ontmoetten in de stad Petrus, Jacobus den oudere en Jacobus den mindere; allen weenden, Petrus was vooral ten prooi aan de levendigste droefheid; hij omhelsde hen, beschuldigde zich bij den dood van Jezus niet tegenwoordig te zijn geweest, en bedankte hen de begrafenis bezorgd te hebben. Zij kwamen overeen dat men hun de deur der eetzaal zou openen, wanneer zij zouden kloppen, en gingen andere leerlingen opzoeken, die in verschillende plaatsen verspreid waren. Ik zag later de heilige Maagd en hare gezellinnen aan de eetzaal kloppen en dezelve binnen gaan; Abenadar werd er ook binnen geleid, en langzamerhand vereenigde er zich het grootste deel der Apostelen en leerlingen. De heilige vrouwen begaven zich van haren kant in het gedeelte, hetwelk de heilige Maagd bewoonde. Men nam eenig voedsel en bracht eenige minuten door met weenen en aan elkander te verhalen hetgene men gezien had. üe mannen trokken andere kleederen aan, en ik zag hen onder eene lamp staan en den Sabbat vieren. Zij aten daarna nog lammeren in de eetzaal, maar zonder eenige plechtigheid bij hunnen maaltijd te voegen; want zij hadden het Paaschlam den dag te voren gegeten; allen waren vol ontsteltenis en droefheid; de heilige vrouwen baden ook met Maria, onder cene lamp. Later, toen het geheel donker was, kwamen Lazarus, Martha, de weduwe van Naïm, Dina de Samaritaansche en Maria de Suphaniti-schn !) van Bethaniën; men verhaalde opnieuw hetgene er geschied was, en men weende nog.

_ Volgens de verschijningen van de zuster Emmerich, woonden de drie hier genoemde vrouwen, sedert eenigen tijd te Bethaniën, in eene soort van gemeente door Martha opgericht, ten einde in do noodwendighe-

ocr page 457

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

LXI.

Jozef van Arimathea in de gevangenis gezet.

Jozef van Arimathea keerde laat met eenige leerlingen en eenige vrouwen van de eetzaal huiswaarts; zij volgden treurig de straten van Sion,

den der leerlingen tijdens do reizen des Heeren, en in de uitdeeling der aalmoezen te voorzien. De weduwe van Nairn, wier zoon Martialis volgens de zuster op maandag den '28sten marcheswan (18 november) door Jezus vim den dood verwekt werd, in liet tweede jaar der prediking van Onzen lieer, was Maroni genaamd. De zuster verhaalde verscheidene malen, dat deze weduwe eene dochter was van een vaderlijken oom van Petrus. Haar eerste man was zoon van Rhodes, zuster van Elizabeth. die zelve dochter was van eene zuster van do moeder der II. Anna. Deze eerste man van Maroni, zonder kinderen gestorven, was met Eliud gehuwd. bloedverwant van de H. Anna, en had Cassaiuth nabij den berg Thabor verlaten, alwaar de familie van Rhodes woonde, om Eliud naar Naïm te volgen, dat dicht daarbij gelegen was, en alwaar zij al spoedig haren tweeden man verloor.

Dina de Samaritaansche, is volgens de verschijningen der zuster degene, die zich op woensdag den quot;den der maand Ab (81 juli) van het tweede openbare jaar van Jezus, nabij den put van Jacob met Jezus onder-liield. Zij was hij Damas geboren. van ouders die half Joodsch, half Heidensch waren. Deze vroegtijdig verloren hebbende, had zij bij eene zedelooze voedster, de kiem der misdadigste hartstochten ingezogen. Zij had verscheidene mannen, die elkander achtereenvolgens den voet gelicht hadden; de laatste bloedverwant der vorigen woonde te Sichar, alwaar zij hem gevolgd was cn den naam van Dina in dien van Salome had veranderd. Zij had van hare vroegere verbintenissen drie

451

ocr page 458

HET SMARTVOLLE LIJDEN

toen eensklaps eene bende gewapende mannen, die omtrent het rechterhuis van Caïphas verborgen lagen, op hen aanviel en zich van Jozef meester maakte, terwijl zijne medegezellen schreeuwende de vlucht namen. Ik zag, dat zij den goeden Jozef opsloten in een toren bij den muur van de stad en niet ver van de vierschaar. Caïphas had heidensche soldaten met deze uitvoering belast, lt;lie geen sabbatdag behoefden te onderhouden; men was zoo ik geloof, voornemens hem van hon-

groote dochters en twee zonen , die zich later bij de leerlingen voegden. Deze kinderen woonder, niet bij haar te bichar, maar bij nabestaanden hunner vaders te Damas. Do zuster Emmerich zeide, dat het ,'even der Samaritaansche vrouw een profetisch leven was, dat Jezus bij den put van Jacob, in haren persoon tot de gansche gezindheid der Samaritanen gesproken had, en zij aan de dwaling met zoo veel banden verbonden was, als zjj overspelen bedreven had.

Mara of Maria de Suphanitische, was eene Moabiti-sche van de omstreken van Suphan: zij stamde af van Ürpha, weduwe van Chelion, den zoon van Xoëmi, want Orpha was in Moab hertrouwd. Mara had door Orpha, schoonzuster van Ruth een verwantschap met David, voorvader van Jezus. De zuster Emmerich zag Jezus, Mara te Ainon van vier duivels verlossen, en hare zonden vergeven op den ■|7Jca Elul lU september) van het tweede jaar zijner prediking. Door haren man, een rijke Jood, weggejaagd, en de kinderen welke hij bij haar verwekt luid bij zich gehouden, leefde zij te Ainon. Zij had drie andere kinderen bij zich, die de vruchten waren van het overspel. «Ik zag, zeide de zuster, hoe de verdwaalde tak van den stam van David zich in haar, door do genade van Jezus zuiverde, en in den schoot der Kerk kwam. Ik zou niet kunnen uitdrukken, koe veel ik van die wortels en van die draadjes zich bij millioenen heb zien verderven en daarna tot hot licht wederkeeren.

452

ocr page 459

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

453

ger te laten sterven en niets van zijne verdwijning te zeggen.

Hier houden de verhalen van den dag van liet lijden des Zaligmakers op: wij zullen eenige bijvoegsels laten volgen en daarna de verschijningen, betrekkelijk den zaterdag der goede week, de nederdaling ter hel, de Verrijzenis en eenige verschijningen des Zaligmakers.

2:J

Smartvolle Lijden.

ocr page 460

BIJVOEGSELS

TOT DE VERHALEN VAX DEX DAG DES L1JDEXS VAN ONZEN ZALIGMAKER.

LXI1.

Belooning van Jonadab.

(Zie bier voren b'ladz. 369.)

Jonadab, door grooten angst uit den tempel gedreven, om zijn zweetdoek aan Jezus te gaan aanbieden, die er op het oogenblik dat men hem aan het kruis ging hechten zijne naaktheid mede bedekte, was de zoon van een broeder van den-heiligen Jozef, voedstervader van Jezus, en -woonde-in de omstreken van Üethlehem. J-li| haastte zich van den Calvarieberg tot den tempel weder te-keeien, doch daar de olleranden, ter oorzake der duisternissen, der aardbevingen en der verschijning der dooden onderbroken waren, keerde hij spoedig weder in zijn land, want zijne moeder en zijne huisvrouw waren ziek en zijne kinderen nog zeer jong. Ik zag hem inwendig geheel veranderd ten zijnen huize loopen, want voor dien tijd had hij niet de minste belangstelling getoond in de leeringen en de werken van onzen lieer, daar zijn vader, schoonbroeder (zoo ik geloof) van den

ocr page 461

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

heiligen Jozef, ook geene groote genegenheid voor Jezus getoond liad. Zijn vader was diezelfde broeder, aan wien Jozef, toen de anderen hem eenigen tijd daarna te Bethlehem in de grot, waar zich de krib bevond, kwamen bezoeken, den ezel, welken hij te veel had, voor eene zekere som verpandde, die bestemd werd om het noodige te koopen om de drie koningen te kunnen ontvangen, wier komst de heilige Muagd voorzegd had.

Ik zag, dat, tot groote verbazing van Jonadab, zijne moeder en zijne huisvrouw met de kinderen hem allen, in eene volkomen gezondheid, tot de helft van den weg te gemoet kwamen. Hij geloofde zijne eigen oogen niet, want bij zijn vertrek waren zij ziek. Ik zag dat zij hem omhelsden en hunne op eene wonderbare wijze overkomen genezing verhaalden. Zij zeiden hem, dat een weinig na den middag, eene statige vrouw hunne bedstede was genaderd, met deze woorden: jiStaat op en gaat Jonadab te gemoet, hij heeft een naakten rnenseh gedekt.quot; Op deze woorden doordrong een gevoelen van welvaart hun geheel lichaam, zij stonden op, om deze zoo wonderbare vrouw te danken en te vereeren. Maar als zij haar spijs en drank aanboden, verdween zij, een aangenarnen geur achterlatende, die liet geheele huis vervulde en hen allen verzaadde. Dadelijk daarna begaven zij zich op weg, om Jonadab te gemoet te gaan.

Na dit verhaal smeekte de moeder en de huisvrouw van Jonadab hem, op zijne beurt te zeggen, wie die rnenseh was, wiens naaktheid hij gedekt had.

Jonadab verhaalde hun weenende en zuchtende de kruisiging van Jezus, en dat diezelfde Jezus, de zoon van Jozef en van Maria, de Profeet, de Christus en de Heilige van Israël was. Alsdan

455

ocr page 462

HET SMARTVOLLE LIJDEN

barstten zij allen uit in jammerklacliten, verscheurden hunne kleederen en stortten overvloedige tranen, Goil nogtans lovende, dat Hij een zoo gering liefdewerk door eene zoo schitterende weldaad vergolden had. Zij spraken ook van de verschrikkelijke teekenen, die zich op dien dag aan den hemel hadden vertoond en keerden diep bewogen huiswaarts.

Terwijl de huisvrouw van Jonadab hem verhaalde wat er gebeurd was, zag ik zelt' als in eene verbeelding, die verschijning in zijn huis. Jk kan niet meer met zekerheid zeggen wat het was; ik geloof dat ik mij slechts onbepaald herinner, dat het eene verschijning was van de heilige Maagd. Ik zag ook dat Jonadab later, na orde in al zijne zaken gesteld te hebben, in de gemeente der Christenen trad.

Wanneer de heilige Maagd, in hare beangstheden, üod bad Jezus de schande te sparen van naakt aan het kruis ten toon gesteld te worden, zag ik, dat haar gebed werd verhoord, want mijn gezicht werd van haar tot haren neef Jonadab gekeerd, en ik zag dezen met dezelfde angsten bevangen, uit den tempel komen en door de stad naar Golgotha loopen, om Jezus te helpen. Wanneer de heilige Maagd, geheel doordrongen van dankbaarheid over die daad van Jonadab, daarna de zegeningen des hemels over hem en z jn huisgezin afsmeekte, werd mij nog de wijze getoond, op welke God hare bede verhoorde, want ik zag Jonadab verlicht door het geloof in Jezus Christus, en zijne zieke huisgenooten op eene wonderbare wijze genezen door de verschijning, waarvan ik zoo even gesproken heb.

Wij zeiven zijn menigmaal het voorwerp van die genaden, aan ons gebed of aan dat van anderen vergund, maar dewijl wij met eigen oogen

456

ocr page 463

VAN ONZEN' HEER JEZUS CHRISTUS.

niet zien wat er gebeurt, slaan wij er geen aim-dacht op, of ten minste vinden wij er niets bovennatuurlijks in. Dikwerf ziet men hoe de Engelen die genaden, uitwerksels van het gebed, verwezenlijken en ziedaar waarom beschouwende personen, die het leven van Jezus en Maria overwegen, somtijds zeggen: »De heilige Maagd had zulk getal Engelen om haar te dienen, te beschermen; zij zond Engelen in deze of die richting , om deze of' die taak te verrichten , enz.quot; Dusdanige uitdrukkingen verwonderen slechts degenen, die zulk bespiegelend leven niet leiden; wat hen betreft, die deze verschijningen hebben, zij vinden het even natuurlijk de Koningin des Hemels door de Engelen gediend, als de grooten der aarde van dienaren en wachten omringd te zien. Wanneer men. als een goed kind, God voor zijnen Vader beschouwt, verwondert men zich niet de dienaren van dien hemelschen Vader ie zien, en men bezit ook moed en betrouwen genoeg, om hen met boodschappen ter eere van den Heer, te belasten. Het gebeurt mij zeer dikwijls wanneer ik voor andere personen bid. dat ik van mijnen Beschermengel dringend smeek, om de liefde van Jezus Christus, tot den Engel van eenen anderen persoon te gaan en van aan dezen dit of dat te zeggen. Wat mij aangaat, het is volstrekt alsot ik een vertrouwden vriend of een bediende, in eene belangrijke zaak, zou zenden en ik zie hem ook heengaan en zich van zijnen last kwijten. In mijne jeugd heb ik gemeend, dat alle Christenen alzoo deden; toen ik later verstond, dat de meesten hunner al deze dingen niet zien, geloofde ik daarom niet, dat dit een voorrecht was, hetwelk God mij boven hen vergund had , want ik wist zeer wel dat: gelukzalig zijn degenen, die gelooven en niet zien.

ocr page 464

HET SMARTVOLLE LIJDEN

458

Volgens de geheime schikkingen van God en den staat van genade van den mensch, treilen en bewegen de gebeden degenen op verschillende manieren, tot welke zij gestierd worden. Het was een groote angst, en een mededoogen, dat plotseling opgewekt werd, die Jonadab naar den Calvarieberg dreven. Andere personen, door de genade Gods geraakt, zien zich door dezen of dien Engel lot deze of die daad aangewakkerd ; en , zoo God gewild had, dat de staat van Jonadab alzoo ware geweest, zon hij de heilige Maagd ontwaard hebben, hem verschijnende en tot hem roepende: «Haast u de naaktheid van mijnen Zoon te gaan bedekken!quot; even als zij aan de familie van Jonadab verscheen, toen God het gebed verhoorde , hetwelk zij hem tot dankzegging toe-stierde. Op dezelfde wijze heb ik de heilige Maagd, staande op eene kolom, aan Jacobus-den-oudere zien verschijnen, op zekeren dag dat hij haar, in een dringend gevaar, vóór Saragossa, aanriep,1) en O]) denzelfden stond, zag ik haar te Ephesen, iti eene kamer opgesloten, voor Jacobus biddende en hem, in den geest, te hulp snellende. Deze verschijning op eene kolom, kwam hieruit voort, dat hij haar aanriep als eenen steun, eene kolom dei-Kerk op de aarde, en hij haar met de oogen van zijnen geest, als zoodanige zag, want een steun verschijnt ook onder de gedaante eener kolom, enz. enz.

1

Met is duidelijk dat dit betrekkinq; heeft op den oorsprong van het beroemde mirakuleus beeld Madona del Plu ar te Saragossa.

ocr page 465

VAN ONZEN HEER JSZUS CHRISTUS.

LXIII.

Over den naam van Calvarië.

Toen ik den naam van Golgotha, Calvarië, plaats des hoofdschndels, welken de rots, waarop Jezus is gekruisigd geworden, overwoog, viel ik in eene diepe beschouwing, het gevolg der tijden van Adam tot aan Christus omvattende en waarin de oorsprong van dien naam mij opengelegd werd. quot;Wat ik er mij nog van herinner is het volgende.

Ik zag Adam in de grot weenen, na zijne verjaging uit het Paradijs, in welke Jezus water en bloed zweette, op den Olijfberg. Illt; zag hoe Seth aan Eva, in de grot van de krib te Betlehem beloofd werd; ik zag Eva ook in de spelonken wonen, waar later het Esseniaansche klooster stond van Maspha, nabij Hebron.

Daarna verscheen mij de omstreek van Jeruzalem na den zondvloed, gansch omvergeworpen, zwart, steenachtig, zeer verschillend van hetgeen zij te voren was. In eene groote diepte beneden lt;le rots, die den Calvarieberg uitmaakt, (die daar ■door de waters is neêrgerold), ontwaarde ik de grafsteden van Adam en Eva. Het hoofd en eene rib ontbrak aan een der geraamten ; het hoofd, lt;lat aanwezig was, was in dat geraamte geplaatst, aan welk het niet toebehoorde. Ik heb menigwerf gezien, dat de beenderen van Adam en Eva niet alle in dat graf verbleven waren ; Noach had er verscheidene van in de ark, en ook Abraham, wanneer hij de offerande opdroeg, legde altoos eenige beenderen van Adam op het altaar, om God zijne beloften te doen gedenken. Toen Jacob liet gespikkeld kleed aan Jozef gaf, zag ik, dat hij hem ook eenige beenderen van Adam overhandigde, om hem voor reliquiën te dienen. Jozef

459

ocr page 466

HET SMARTVOLLE LIJDEN

droeg die altoos op zijne borst, en zij werden met zijne eigen beenderen in de eerste reliquiekast gelegd, welke de kinderen van Israël uit Egypte medenamen. Ik heb vele van die dingen gezien, maar ik heb de eene vergeten, en den tijd niet om de andere te verhalen.

Wat den oorsprong van den naam Calvarië betreft, zie hier, wat er mij van getoond werd. De berg, die dezen naam draagt, is mij verschenen in den tijd van den profeet Elizeüs. Hij was toen niet gelijk ten tijde van Jezus ; het was een heuvel met vele muren en spelonken, aan graven gelijk. Ik zag Elizeüs in die spelonken afdalen (ik zou niet kunnen zeggen of hij het werkelijk deed ot wel slechts in eene verschijning.) Ik zag hem een hoofdschedel uit een steenen graf nemen, waarin beenderen rustten. Iemand , die bij hem was, ik geloof een Engel, zeide: Deze is de hoofdschedel van Adam. De profeet wilde denzelven met zich nemen, maar die bij hem was, gedoogde liet niet. Ik zag op dien schedel eenig blond, doch dun haar.

Ik vernam ook dat, nadat deze profeet verhaald had wat er gebeurd was , deze plaats den naam van Calvarië ontving. Eindelijk zag ik, dat het kruis van Jezus loodrecht boven den hoofdschedel van Adam geplant was, en ik werd onderricht, dat deze plaats juist het middenpunt der aarde was; tevens werd mij het getal, de groette, den afstand van al de landen gezegd; maar ik heb die vergeten, zoowel van elk in het bijzonder als van alle in het algemeen. Ik heb dat middenpunt van boven gezien, en als in vogelvlucht. Van daar ziet men, veel beter dan op eene landkaart, de bergen, de woestijnen, de zeeën en rivieren, de steden en zelfs de kleinste vlekken , zoowel die ver afgelegen als die zeer nabij zijn, enz. enz.

460

ocr page 467

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

LXIV.

Het kruis en de wijnpers. ^

Terwijl ik dacht aan het woord of' het gepeins van Jezus, aan liet kruis: »Ik word gedrukt als de druif, die voor de eerste maal onder de pers gelegd wordt, ik moet al mijn bloed geven, totdat het water komt en de schil wit wordt: maar voortaan zal hier geen wijn meer geperst wordenquot;, werd mij dit door eene andere verschijning , he-trekkelijk den Calvarieberg uitgelegd.

Ik zag op een tijdstip, later dan de zondvloed, deze steenachtige streek minder woest en onvruchtbaar, dan zij het later was; er waren wijnbergen en weilanden. Ik zag hier en naar het westen den aartsvader Japhet, een grooten bruinkleurigen grijsaard, van overgroots kudden en talrijk nakomelingschap omringd; zijne kinderen en hij hadden woningen in de aarde gegraven en met daken van zode overdekt, op welke gras en bloemen groeiden. Rondom waren wijnbergen, en men beproefde in de tegenwoordigheid van Japhet eene nieuwe manier om wijn te maken.

461

Ik zag hem ook op de oude manier bereiden, en in het algemeen vele dingen, die daarop betrekking hadden, en herinner mij slechts het volgende: In vroegere tijden at men de druiven; daarna

1) Een der oude glazen van de kerk van den II. Stephanas van den Berg, te Parijs, verbeeldt Jezus Christus uitgestrekt op eene pers, en omringd van al wat noodig is om wijn te maken. Zijn bloed vloeit uit de vijf wonden in kuipen en lederen flesschen. Rondom bevinden zich bissclioppen, priesters en geloovigen, die ijverig bezig zijn het in te zamelen.

ocr page 468

HET SMARTVOLLE LIJDEN

462

perstte men die in uitgeholde steenen met een stamper en later in groote houten goten. Ditmaal had men eene nieuwe pers uitgevonden, die aan het heilig kruis geleek. Het was een uitgeholde, rechtstaande of hangende boomstam; een zak vol druiven werd in denzelven gehangen en vastgenageld; op dezen zak drukte een stamper, boven welken een gewicht was, en aan de beide kanten van den stam waren armen, die aan den zak uitkwamen door openingen tot dat einde gemaakt, en die de druiven verpletterden, wanneer men tie uiteinden naar beneden drukte. Alsdan liep het sap uit den stam door vijf openingen en vloeide in eene steenen kuip; vandaar ging het door een geleidbuis van boomschors met hars bestreken , naar die soort van waterput, in de rots, in welken Jezus werd opgesloten, voor dat Hij gekruisigd werd. Het was op dat tijdstip een zeer zuivere put. Ik zag de geleidbuis gansch met zode en steenen overdekt, om ze beter voor schade te behoeden. Aan den quot;voet der pers, in de steenen kuip, was een soort van zift om het dikke tegen te houden , hetwelk men op zijde wierp. Toen zij de pers in orde gebracht hadden, vulden zij den zak met druiven en nagelden hem boven aan den boomstam, legden er den stamper op en drukten met de armen, die aan beide kanten waren, naar beneden, om er den wijn te doen uitloopen. Boven op den stamper zag ik ook iemand, die drukte, opdat de druiven niet van boven zouden uitkomen. Dit alles bracht mij de kruisiging levendig te binnen, uithoofde lt;ler gelijkvormigheid dier pers met het kruis. Zij hadden een lang riet, aan welks einde zich punten bevonden, en zij deden dit door de geleidbuis gaan en dooi' den boomstam , wanneer iets verstopt was. Dit herinnerde mij aan de lans en de spons, Er bevonden zich bakken en vazen van

ocr page 469

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

boomschors, met hars bestreken. Ik zag verscheidene jonge lieden, die slechts een linnen doek om de lendenen hadden, aan die pers werken. Japhet was zeer oud; hij had een langen baard en droeg kleederen van beestenvellen; hij aanschouwde de nieuwe pers met blijdschap. Het was een feest,en men ofTerde op een steenen altaar dieren, die in den wijngaard liepen, jonge ezeltjes, geiten en lammeren. Het was op deze plaats niet, dat Abraham Izaiik kwam slachtofferen; zij kwamen van het westen, het was misschien de berg Moriah. Ik heb vele onderrichtingen betrekkelijk den wijn, den azijn en andere , en nopens de uitdeelingen links en rechts vergeten; het spijt mij, want de minste zaken in deze stof hebben eene diepe zinnebeeldige beteekenis. Indien God wil, dat ik die kenbaar make, zal Hij mij dezelve wel opnieuw aantoonen.

LXV.

Uittreksel uit eene vroegere verschijning.

In eene verschijning van de laatste maand des levens van Jezus, zag de zuster Emmerich, den 3n Maart, drie Chaldeërs, van eene plaats, waarvan de naam aan Sickdor geleek, waar de heidenen eene school van priesters hadden, den Heer te Bethaniën bij Lazarus bezoeken, en hem onderrichtingen vragen, lieods bij eene andere gelegenheid had zij, op den '17n December, het volgende van hunnen tempel verhaald. Op weinig afstand van den tempel bevond zich op eene hoogte, eene pyramide met eene gaanderij, waar zij gestadig de sterren waarnamen. Zij voorspelden de toekomst volgens het loopen der dieren , en legden

463

ocr page 470

HET SMARTVOLLE LIJDEN

464

de droomen uit. Zij offerden dieren, maar hadden een gruwel van liet bloed, hetwelk zij altoos in de aarde lieten loopen. Zij hadden een geheiligd vuur en geheiligd water; zij bewaarden het sap der planten als heilig, en kleine broodjes, volgens de gebruiken van hunne eeredienst geheiligd. Hun tempel was van langwerpig ronde gedaante en vol kunstig gewrochte metalen beelden. Zij hadden een groot voorgevoel van eene moeder Gods. Het voornaamste voorwerp van hunnen tempel was eene driehoekige pronknaald. Op een der kanten was een beeld met vele voeten van dieren en met armen. Het hield een bal, een reep, een klein pakje kruiden, een grooten hoekigen appel, aan den steel vast, en nog andere voorwerpen in de handen. Het aangezicht was als eene zon met stralen; het had verscheidene borsten, en betee-kende de voortbrenging en de behouding der natuur; zijn naam was Miter of Mitras. Op den anderen kant stond een dier met éénen hoorn; liet was een eenhoorn , en was Aspas of Aspax genaamd. liij vocht met zijnen hoorn tegen een ander woest dier, dat op den derden kant stond. Dit had het hoofd van een uil, met krommen bek, vier pooten met klauwen voorzien, twee vleugelen en een staart, die eindigde zooals die van een schorpioen. Ik heb zijn naam vergeten, overigens onthoud ik die vreemde namen niet gemakkelijk, ik verwar den eenen met den anderen en kan slechts ten naaste bij aanduiden, waaraan zij gelijken. Aan den hoek der naald, boven de twee beesten, die tegen elkander streden, bevond zich een beeld, dat de moeder aller goden moest verbeelden. De naam was als Aloa, of Aloas. Men noemde het ook een schuur vol graan, en uit het lichaam kwam eene schoof korenaren. Het hoofd was tusschen do schouders gedrukt en hinlt;'' voor-

ocr page 471

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

over, want liet droeg eene vaas op den nek, waarin wijn was, of waarin wijn moest komen. Zij hadden een leerling die zeide: «Het koren moet brood, de druif wijn worden, om alle dingen te voeden.quot; Boven dat beeld was eene soort van kroon , en op de kolom waren twee letters, die mij als eene O en eene W voorkwamen (wellicht Alpha en Omega.)

Maar hetgeen mij het meest in den tempel verwonderde, was een koperen altaar met kleinen ronden tuin, met gouden traliewerk overdekt, en boven hetwelk men het beeld eener maagd zag. In het midden stond eene bron, uit verscheidene verzegelde bekkens samengesteld , het eene op het andere, en voor deze bevond zich een wijngaardrank, met schoone roode druiven, die in eene pers ging van donkere kleur, waarvan de gedaante mij die van het heilig kruis levendig voor oogen stelde. Maar het was eene pers. Aan het bovenste van een boomstam was een breede trechter vastgemaakt, waarvan het engste einde aan een zak met druiven uitkwam; tegen dien zak drukten twee beweegbare armen als hefboomen, die aan de twee kanten in den boom waren en de druiven verpletterden, waarvan het sap door openingen uitliep. Ue kleine ronde tuin was vijf ot zes voeten diameter groot; hij was vol bloemen, boompjes en vruchten , alle zeer kunstig en natuurlijk uitgewerkt, en alle hadden eene geheime beteekenis.

465

Deze profetische vertooning van de toekomende zaligheid, was reeds verscheidene eeuwen vroeger door de priesters van dat volk gemaakt, volgens dat de waarneming der sterren hun geleerd had. Zij hadden dit beeld , zooals ik mij dit herinner, ook op de ladders van Jacob gezien. !) Zij hadden

-1) Deze twee afbeeldingen zjjn klaarblijkelijk de be-

ocr page 472

HET SMARTVOLLE LIJDEN

nog andere gevoelens en profetische schildeiijen van de Moeder Gods, maar met andere overleveringen vermengd, en slecht verstaan. Een weinig tijds te voren waren zij eerst onderricht gewor-den van de beteekenis des gesloten tuins en van de verzegelde bron; er was hun geopenbaard, dat Jezus de wijnstok was, wiens bloed de wereld moest herscheppen, het graantje koren, dat in de aarde geworpen, moest verrijzen. Zij hadden vernomen,, dat zij verscheidene zinnebeelden en vele aankondigingen der waarheid hadden, maar met duivelsche verbeeldingen en uitvindingen vermengd. Zij waren tot de drie Koningen gezonden om nadere inlich-

slotene tuin en de gezegelde fontein van het gezan»-der gezangen. (Gez. IV, 1')), afbeeldsels, welke de Kerk altoos beschouwd heeft als de heilige Maagd aanduidende. De zuster zegt, dat zij die tafereelen op de ladder van Jacob gezien had , omdat zij zelve op die ladder, langs welke do Engelen op- en neerdaalden, en op het bovenste, waar de lieer rustte en aan Jacob beloofde , dat de zaligheid der wereld uit hem zou ge-noren worden, eene profetische afbeelding zag van de Menschwording, op welker trappen in verscheidene zinnebeelden de toekomst en do omstandigheden van die genado afgebeeld waren. Zjj had ook gezien, dat andere volkeren dan het uitverkorene volk, in zekere graden, openbaringen van dien aard gehad hadden, zooals het voorbeeld van Balaam, en dat der drie Koningen bewijst, die de geboorte van Christus, door het waarnemen der sterren, gekend hadden. Zjj zag nu. dat deze Chaldeërs eene profetische verschijning gehad hadden, aan de ladder van Jacob gelijk, en waarin zij den gesloten tuin hadden gezien. Maar tusschen hen en Gods volk bestond het onderscheid, door den Zaligmaker uitgedrukt. (Marc. IV, I I en 1*2.) «Het is u ge-geven de geheimenis van het rijk Gods te kennen, alles is in geljikenissen aangetoond aan die buiten zijn, opdat zij ziende niet zien, en lioorende niet verstaan '.

466

ocr page 473

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

tingen, (He, na Imnne wederkomst van Bet1eliemr met hunne Chakleers nader bij het heilig Land woonden, dan weleer, dat is te zeggen, in het gelukkig Arabic, twee dagen reizens van deze volkeren.

Jezus sprak slechts met weinige woorden en in het voorbijgaan, tot deze Chaldeërs. Hij zond hen naar Capharnaüm, tot den hoofdman Zora-babel . wiens dienaar hij genezen had, die hen verder moest onderrichten. Ik zag hen ook zich naar dezen begeven. Het waren mannen van groote gestalte, jong, schoon en vlug: Zij waren anders dan de Joden: hunne handen en voeten waren veel kleiner.

Hierop kan nog toegepast worden hetgeen de zuster een ander maal zeide: «Wanneer ik gelijkenissen , betrekkelijk den wijngaard zie, of' wanneer ik voor parochiën of voor bisdommen bid, die mij. onder de gedaante van wijngaarden aangetoond worden, waarin het mij dunkt, dat ik pijnlijken arbeid moet doen, zie ik daar altoos de pers, die aan liet kruis gelijkt, te midden van eene kuip of diepe gracht opgericht. De beweegbare armen van die pers kunnen met de voeten in beweging gebracht worden.quot;

LX VI.

Bijvoegsel bij de verschijningen tijdens den dood van Jezus.1)

467

Onder het groote getal dooden, die verrezen waren, waarvan men er wel een honderdtal te

11 Daar het verhaal van het lijden al te lang onderbroken zou zijn geweest, door dat der verschijningen.

ocr page 474

HET SMARTVOLLE LIJDEN

468

Jeruzalem zag, bevonden zich geene nabestaanden van Jezus. De graven in het noord-westelijk gedeelte der stad , waren weleer buiten den omtrek ; door de vergrooting der stad zijn zij er binnen gekomen. Ik heb in andere plaatsen van het heilig Land, andere dooden aan hunne nabestaanden en vrienden zien verschijnen en getuigenis van de zending van Jezus geven. Alzoo zag ik Sadocb , een zeer godvreezend man, die al zijne goederen aan den armen en den tempel gegeven, en eene gemeenschap van Essenianen gesticht had, zich in de omstreken van Hebron, aan vele personen vertoonen. Deze Sadoch had eene eeuw vóór Jezus geleefd , hij was een der laatste profeten geweest, hul de komst van den Heiland, met wiens voorouders hij in betrekking was, vurig verlangd. en dienaangaande verscheidene openbaringen gehad. Eens scheen het mij, dat zijne ziel eene der eerste was die zich met hunne lichamen vereenigden, en die na dezelve opnieuw afgelegd te hebben, bij Jezus waren. Ik zag andere dooden aan de verborgen leerlingen des Heeren verschijnen en hun vermaningen geven.

De sclirik en de verslagenheid verspreidden zich in de afgelegenste deelen van Palestina, en het was niet te Jeruzalem alleen, dat eene zonsverduistering en schrikverwekkende wonderen plaats hadden. Te Thirza stortten de torens, waarin de gevangenen, welke Jezus verlost had, opgesloten waren geweest, en nog andere gebouwen in. In het land van Chabul zag ik vele gebouwen be-

bij den dood van Jezus, geven wij er hier eenige stukkon van, in afgezonderde deelen, zoodanig als de religieuze , door de ziekte en haar medelijden met de smarten des Heeren overstelpt, ons die medegedeeld heeft.

ocr page 475

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 469

schadigd. In Galilea, waar Jezus zoo veel gereisd had, stortten vele gebouwen in, vooral de huizen der Farizeërs, die den Zaligmaker liet geweldigste vervolgd hadden, en die toen naar het feest waren. Deze huizen vielen in op hunne vrouwen en kinderen. De oevers van het meer van Gene-zareth werden met vele rampen getroflen. Verscheidene huizen vielen te Capharnaüm in. De woningen der slaven, tusschen Tiberias en de tuinen van Zorobabel, den overste van Capharnaüm , werden schier geheel verwoest. De rotsmuur, die voor dien schoonen tuin, nabij Capharnaüm was, scheurde. Het meer overstroomde de vallei en kwam tot Capharnaüm, dat op een half uur afstands van daar gelegen was. Het huis van Petrus en de woning van de heilige Maagd werden gespaard en bleven rechtstaan. Het meer was zeer onstuimig : zijne oevers stortten op verschillende plaatsen in; zijn omtrek en zijne gedaanten veranderden merkelijk, en kwam meer nabij die, welke het thans heeft. Er hadden vooral groote veranderingen plaats aan den zuidoostelijken oever, nabij Taricheën , omdat zich aldaar een lange steenweg bevond, tusschen het meer en een soort moeras gemaakt en die een bestendigen loop gaf aan den Jordaan, wanneer hij uit het meer vloeit. Deze geheele steenweg-zakte in en werd door de aardbeving vernietigd.

Er hadden ook vele rampen plaats ten oosten van het meer op de plaats, waar de varkens van de inwoners van Gergesa zich in hetzelve geworpen hadden, alsook te Gergesa, Gerasa en in de gansche streek van Chorazin. De berg, waar de tweede vermenigvuldiging van het brood had plaats gehad, werd ook geschokt, en de steen, waarop het mirakel geschied was, scheurde in twee stukken. In Decapolis stortten geheele stedeq

Smartvolle Lijden. 30

ocr page 476

HET SMARTVOLLE LIJDEN

in; in Azië leden vele plaatsen aanmerkelijk; vooral ten oosten en noord-oosten van Paneas. In opper-Galilea vonden vele Farizeërs bij hunne wederkomst van liet feest hunne huizen in puin. Verscheidene hunner ontvingen er reeds het bericht van te Jeruzalem: het is daarom, dat de vijanden van Jezus met het Pinksterfeest zoo •weinig ondernemend waren tegen de Christengemeenschap.

Een gedeelte des tempels van Garizin stortte in. Ei' bevond zich daar een afgodenbeeld boven eene fontein, in een kleinen tempel, waarvan het dak met het beeld in de fontein viel. De helft van de Synagoge van Nazareth, waaruit men Jezus gejaagd had, stortte in, alsook het gedeelte van deii berg, van welken men hem had willen afstorten. Vele bergen, valeien en steden werden verwoest. Er ontstonden, ten gevolge van die schuddingen, ook verscheidene veranderingen in de bedding des Jordaans , en zijn loop nam op vele plaatsen eene andere richting. ïe Macherus en in de andere steden van Herodes , bleef alles stil: dit land was buiten den kring der boetvaardigheid en der bedreiging, gelijk aan die mannen, die, in den hof der Olijven, niet ter aarde vielen, en die vervolgens ook niet opstonden, noch zich bekeerden.

Op vele andere plaatsen, waar zich booze geesten ophielden , zag ik deze, in groote menigte, verdwijnen, te midden der gebouwen en bergen, die instortten. De schuddingen der aarde herinnerden mij de stuiptrekkingen der bezetenen, wanneer (ie vijand gevoelt, dat hij hen moet verlaten, Tc Geresa rolde een gedeelte van den berg, van welken de duivelen zich met de varkens in een' moeraspoel nedergestort hadden, in dezen poel; en ik zag alsdan eene menigte booze

470

ocr page 477

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 471

jk ; geesten , eene donkere wolk gelijk, zich in den

as. afgrond nederstorten.

ine Het is te Niceën , zoo ik mij niet vergis, dat luu ik eene buitengewone gebeurtenis zag, welke ik be- mij nogtans slechts onvolmaakt herinner. Er was de daar eene haven met vele schepen, en, nabij die 500 haven, een huis met hoogen toren , waarop ik 3n- een Heiden zag, belast met de schepen te bewaken. Hij moest dikwijls op den toren klimmen tte en zien wat er in zee omging. Daar hij een groot en geraas boven de schepen der haven gehoord had, iet klom hij haastig op den toren om te zien wat :an er omging; hij geloofde dat een vijand naderde, dis maar hij zag vele sombere gestalten boven de an haven zweven, die hem met eene klagende stem af- toeriepen : »Zoo gij de schepen wilt behouden , len doet ze hier uit gaan, want wij moeten in den lie afgrond wederkeeren; de groote Pan is dood.quot; in Ziedaar van al de woorden dezer verschijning op degene, welke ik mij het duidelijkst herinner, ■us Zij zeide hem echter nog verscheidene dingen, les zij bevalen hem alles, wat zij hem zeiden, te doen vr- kennen, ter gelegenheid eener zeereis, welke hij ?n, binnen kort moest ondernemen , en de ver-;n, kondigers wel te onthalen , die de leering van ch dengenen, die thans gestorven was, zouden komen verkondigen. De booze geesten waren door de 3s- macht Gods gedwongen dezen braven man te te, waarschuwen en hem te belasten hunne eigene ;n, nederlaag te verkondigen. Hij deed de schepen in- in veiligheid brengen , want een verschrikkelijk n, onweder brak los; de duivelen wierpen zich huiiet lende in de zee , en de helft der stad stortte in. en Kort daarna ondernam hij eene groote reis, en ir- verkondigde den dood van den grooten Pan, zoo in dit de naam is, welken men aan den Zaligmaker ize gegeven had. Hij kwam later te Rome, waar men

ocr page 478

HET SMARTVOLLE LIJDEN

zeer verwonderd was over hetgeen hij verhaalde. imc'

Ik heb nog vele dingen aangaande dien man ge- (]cr

zien, maar heb die vergeten; ik zag bij voorbeeld kgl' dat de geschiedenis van eene zijner reizen ver- ]

mengd is geworden met overleveringen . betref- ()e

fende deze verschijning, en ver is verspreid ge- bot

worden; maar ik heb er het gevolg en den liet

samenhang van vergeten. Zijn naam was als Thamus ^te

of Tramus. hel

dei

Men stelt wachten aan het graf van Jezus. nj(

va

In den nacht van vrijdag op zaterdag zag ik gr

Caïphas en de voornaamsten onder de Joden be- rl|

raadslagen over hetgeen zij te doen hadden met de betrekking tot de wonderen die hadden plaats ge-

had en de gesteltenis van het volk. Ten gevolge |ic

dezer beraadslagingen begaven zij zich des nachts ^ij

naar Pilatus en zeiden hem, dat, daar die verlei- Ik

der verzekerd had, den derden dag te zullen ver- gf

rijzen, het noodig was, zijn graf gedurende drie jij

dagen te doen bewaken; dat anders de leerlingen van ]j( Jezus liet lichaam zouden kunnen wegnemen en het gerucht zijner verrijzenis verspreiden, waaruit een nieuw bedrog, erger dan liet eerste , zou voortspruiten. Pilatus wilde zich met die zaak niet inlaten , en zeide hun: »Gij hebt eene wacht; doe het graf bewaken zooals gij wilt.quot; Hij gaf hun nogtans Cassius, die alles moest gadeslaan en hem

een nauwkeurig verslag doen van hetgeen hij zou p

zien. Ik zag hen, ten getalle van twaalf, voor het g

opgaan der zon, uit de stad gaan ; de soldaten a

die ben vergezelden, waren niet romeinsch ge- '/

kleed; het waren soldaten van den tempel. Zij \

472

ocr page 479

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

hadden lantaarns op stokken, om alles , ondanks den nacht, te zien, en hen in den duisteren grafkelder te verlichten, waarin het graf' was.

Bij hunne aankomst verzekerden zij zich van de tegenwoordigheid van Jezus' lichaam, daarna bonden zij eene koord dwars over de deur van het graf. deden er eene tweede over den grooten steen, die er voor geplaatst was, en verzegelden het geheel met een halfrond zegel. Daarna keerden zij naar de stad weder, en de wachten namen hunne standplaats recht tegenover de buitendeur. Er waren vijf of zes manschappen, die beurtelings afgelost werden. Cassius verliet zijne standplaats niet; hij stond of zat gewoonlijk voor den ingang van den grafkelder, zoodat hij den kant van het graf kon zien , waar de voeten des Zaligmakers rustten. Hij had groote inwendige genaden , en de kennis van vele geheimen ontvangen. Niet gewoon van zich in dien staat van geestelijke verlichting te bevinden, bleef hij schier den geheelen tijd in een soort bedwelming , zonder kennis te hebben van alle uitwendige dingen. Hij werd gansch hervormd en een nieuw mensch, terwijl hij hier bleef, bracht hij den ganschen dag in boetvaardigheid, dankzegging en aanbidding door.

LXVIII.

Jezus' vrienden op den dag voor Paschen.

Ik zag gisteren avond, dat er ongeveer twintig personen in de eetzaal vergaderd waren; zij droegen lange, witte kleederen met gordels en, zooals ik reeds gezegd heb, vierden zij den Sabbat. Zij scheidden om zich ter rust te begeven , en verscheidene keerden naar hunne gewone huizen

•473

ocr page 480

HET SMARTVOLLE LIJDEN

weder. Ook heden zag ik hen in de eetzaal vergaderd, in het algemeen stilzwijgend, beurtelings biddende en lezende; van tijd tot tijd werden er nieuw aangekomenen binnengeleid.

In liet gedeelte van het gebouw, waar de heilige Maagd verbleef, was eene groote zaal, waar men, door middel van tapijten en schermen, eenige afgezonderde cellen gemaakt had voor degenen, die er den nacht wilden doorbrengen. Toen de heilige vrouwen van het graf wedergekeerd waren en alle gereedschappen op hunne plaats lagen, ontstak eene van haar eene lamp, die in het midden dier zaal hing en onder welke zij zich rondom de heilige Maagd kwamen plaatsen; zij baden afwisselend en beurtelings met overgroote droefheid en ingetogenheid. Daarna namen zij eenige ververschingen. Weldra kwamen Martha, Maroni, Dina en Mara binnen, welke met Lazarus, na den Sabbat, van Bethaniën gekomen waren; Lazarus was naar de leerlingen in de eetzaal gegaan. Men verhaalde hun, onder het storten van tranen, den dood en de begrafenis des Zaligmakers ; daarna kwamen eenige der mannen, onder welke Jozef van Arimathea, dewijl het laat geworden was, degene der heilige vrouwen halen, die naar hare woningen in de stad wilden weder-keeren. Terwijl zij te zamen gingen, werd Jozef, zooals ik reeds gezegd had, nabij de vierschaar van Caïphas, opgelicht en in een toren gesloten.

De vrouwen die bij de H. Maagd gebleven waren, begaven zich in de cellen, die rondom de zaal geschikt waren, overdekten hare hoofden met breede lakens en bleven eenigen tijd stilzwijgend en droevig terwijl zij tegen de opgerolde slaapsteden steunden; daarna stonden zij op, ontvouwden de dekens, deden haar schoeisel, hare gordels en een gedeelte harer kleederen uit.

474

ocr page 481

VAN ONZEN HEER JiïZUS CHRISTUS.

er- omsluierden zich van liet hoofd tot de voeten ,

ngs zoo als zij gewoon zijn te slapen en legden zich

er op hare bedsteden neder, om een weinig rust te nemen. Zij stonden te middernacht wederom op,

iei- rolden hare bedsteden op en kwamen opnieuw

iar rondom de heilige Maagd bij een, ten einde nog

ige te bidden.

Toen de Moeder van Jezus en hare gezellinnen,

de zelfs na zoo groote smarten, aan dezen plicht van

•eu het nachtgebed voldaan hadden, welken plicht ik

;n in het vervolg der tijden vervuld zie door de

iet trouwe kinderen Gods en de heilige zielen, welke

:ch eene bijzondere genade daartoe aanspoort, of die

zij zich van dezelve kwijten, om aan de wetten van

)te Ooil en der kerk te voldoen, kwam Johannes met

zij eenige leerlingen aan de deur barer zaal kloppen

ia, en aanstonds omhulden zij zich alle met hare

js, mantels , om hem , met de heilige Maagd, naar

n; den tempel te volgen.

•e- Omstreeks drie ure des morgens, op hetzelfde

an oogenblik dat het graf verzegeld werd, zag ik de

a- heilige Maagd zich naar den tempel begeven, ver-

er gezeld van de andere heilige vrouwen, van Jo-

e- hannes en verscheidene andere leerlingen. Vele

n. Joden hadden de gewoonte zich daags na dat zij

r- het Paaschlam gegeten hadden voor den dageraad

ïf, naar den tempel te begeven, ook was de tempel

ar op dien dag, van des rniddernachts open, omdat

n. de offeranden zeer vroeg begonnen. Maar daar

;n het feest gestoord was geweest en de tempel

ie door de wonderen van den vorigen dag veront-

gt;1! reinigd, had hem alles verlaten en het scheen mij

I- dat de heilige Maagd slechts afscheid kwam nemen van den tempel, in welken zij, in de aanbidding

;ij van het heiligdom was opgevoed geweest, tot dat

|'. zij zelve den Heilige der Heiligen in haren schoot

t, droeg, die, het ware paaschlam, gisteren zoo wreed

475

ocr page 482

het smartvolle lijden

was geslachtofferd geworden. Hij was, volgens liet gebruik van dien dag, open ; de lampen waren ontstoken en het voorplein der priesters was voor het volk geopend, zoo als zulks ditmaal moest plaats hebben; maar de tempel was, eenige bewaarders en dienaars uitgezonderd, schier ledig, alles was nog verward en in wanorde, ten gevolge van de schrikkelijke onderbrekingen van den vo-rigen dag; de tempel was ontheiligd geworden door de verschijningen der dooden en ik vroeg mij zelve steeds: »Hoe zal men hem op nieuw kunnen reinigen?quot;

De zonen van Simeon en de neven van Jozef van Arimathea, welke de tijding van de gevangenneming van hunnen oom zeer bedroefd had, ontmoetten de heilige Maagd en hare gezellinnen en geleidden haar op alle plaatsen, want zij waren opzichters in den tempel; zij beschouwden geheel deze verwoesting met stilzwijgenden afschrik en aanbaden het voetspoor van God. Alleen verhaalden degenen, die de heilige Maagd geleidden, van tijd tot tijd, in weinige woorden , de gebeurtenissen van den vorigen dag. Men had bijna nog geene der schaden hersteld, welke de aardbeving veroorzaakt had. Op de plaats waar het voorplein en het heiligdom zich vereenigen, was de muur van beide zijden zoodanig geweken, dat men door de opening kon gaan en het geheel dreigde in te storten. De bovendrempel boven het voorhangsel •was ingezakt, de kolommen, die hem ondersteunden waren boven uit elkander geweken en het voorhangsel, in twee gescheurd, hing aan beide kanten. De groote steen, die van den noordelijken muur, nabij de bidcel van Simeon was los gegaan, had ter plaatse, waar Zacharias verschenen was, eene zoodanige bres in den muur van het voorplein geopend, dat de heilige vrouwen er zonder hinder

476

ocr page 483

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

konden doorgaan en zij, bij den grooten leerstoel staande, van welken Jezus, nog kind zijnde, leerder door het voorhangsel in het heiligdom konden zien, hetwelk haar , in andere omstandigheden r niet geoorloofd zou zijn geweest. Het waren overal geborsten muren, ingevallen drempels, geschokte en overhellende kolommen. De heilige Maagd begaf zich op alle plaatsen, die haar door Jezus heilig waren, zij wierp zich ter aarde om die te kussen en drukte hare gevoelens uit, door hare tranen en eenige hartroerende woorden, hare gezellinnen volgden haar voorbeeld na.

De Joden hebben een grooten eerbied voor al de plaatsen, die door eenigen blijk van de goddelijke macht zijn geheiligd; zij raken die aan, kussen die en werpen zich op dezelve met het aangezicht ter aarde neder. ]k zou mij daarover niet kunnen verwonderen, want wetende en ge-loovende, dat de God van Abraham , van Isaak en van Jacob een levende God is, dat Hij onder zijn volk , in den tempel woont, zou men zich eerder moeten verwonderen, indien zij alzoo niet handelden. Die in een levenden God, Vader, Zaligmaker en Heiligmaker der menschen, zijne kinderen , gelooft , verwondert zicli 7iiet, dat de levende God onder de levenden verblijft en dat deze aan hem eti aan al wat met hem in betrekking is, of betrekking op hem heeft, meerdere liefde, eer en aanbidding bewijzen, dan aan hunne aardsche ouders, aan hunne vrienden, meesters, overheden of vorsten. De tempel en de geheiligde plaatsen waren voor de Joden hetgene het allerheiligste Sacrament voor de Christenen is. Maar onder de Joden waren, even als onder ons, verblinde menschen en gewaande verlichten, die den levenden en tegenwoordigen God niet aanbidden, maar welke eene bijgeloovige afgoderij aan de

477

ocr page 484

HET SMARTVOLLE LIJDEN

■478

valsche goden dezer wereld onderwerpt. Zij gedenken de woorden van Jezus niet: «Degenen, die mij voor de menschen verloochent, zal ik ook verloochenen voor mijnen hemelschen Vader.quot; Zulke menschen, door hunne gedachten, woorden ■en werken, de dienaren zijnde van den geest en van de valschheid der wereld en die alle uitwendige eeredienst verwerpen, zeggen somtijds, wanneer zij nog zoo ver niet zijn gekomen, dat zij God zeiven, als al te uitwendig, verwerpen: «Wij aanbidden God in geest en waarheid,quot; maar zij weten niet, dat dit wil zeggen: wij aanbidden hem in den heiligen Geest en in den Zoon, die liet vleesch heeft aangenomen in de heilige Maagd Maria en getuigenis gegeven heeft aan de waarheid, die onder ons geleefd heeft, voor ons op de aarde gestorven is en die, in het allerheiligste Sacrament des Altaars, tot het einde der eeuwen, met zijne Kerk wil verblijven. De heilige Maagd, van dezen eerbied doordrongen, ging rnet hare gezellinnen op verscheidene plaatsen in den tempel; .zij toonde haar de plaats harer aanbieding, toen zij nog kind was, plaatsen, waar zij was opgevoed, waar zij met den H. Jozef in den echt was getreden, waar zij Jezus aangeboden had, waar Simeon en Anna vroeger voorzegd hadden; zij •weende bitter bij deze herinnering, want de voorzegging was vervuld, het zwaard had hare ziel ■doorboord; zij hield nog stil op de plaats, waar zij het kindje Jezus, in den tempel loerende, gevonden had en kuste den leerstoel eerbiedig. Zl] begaven zich ook naar de plaatsen waar de weduwe haren penning offerde en waar Jezus aan de overspelige vrouw vergiffenis geschonken had. Wanneer zij alzoo door hare herinneringen, tranen, en gebeden, al de plaatsen, door Jezus geheiligd, quot;vereerd hadden, keerden zij terug naar Sion.

ocr page 485

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 479

De heilige Maagd scheidde zich van den tempel, in liet geheim vele tranen stortende, en in plechtige ingetogenheid verzonken ; de verwoesting en de eenzaamheid, die er op een zoo heiligen dag heerschten, gaven getuigenis van de misdaden van zijti volk. Zij herinnerde zich. dat Jezus over den tempel geweend en gezegd had: «Werpt dezen tempel omver, en ik zal hem in drie dagen weder opbouwen.quot; Zij dacht dat de vijanden van Jezus den tempel van zijn lichaam verdelgd hadden, en wenschte vurig den derden dag te zien aanbreken, ■waarop het woord der eeuwige waarheid moest vervuld worden.

Maria en hare gezellinnen, met het krieken van den dag, op Sion nabij de eetzaal wedergekeerd, begaven zich in hot gedeelte der gebouwen, ter rechterhand gelegen; Johannes en de leerlingen gingen weder in de eetzaal, waar de mannen, ten getalle van twintig vergaderd, beurtelings onder de lamp baden. Van tijd tot tijd kwamen nieuwe vreesachtig binnen, en men trad weenend in gesprek ; allen koesterden een diepen eerbied, met een weinig schaamte vergezeld, voor Johannes, die bij den dood des Heeren was tegenwoordig gebleven. Maar Johannes was welwillend en toegenegen, en hij bezat in zijne betrekkingen met hen de eenvoudigheid van een kind. Ik zag hen eenmaal eten; overigens heerschte de grootste kalmte in het huis, en de deuren waren gesloten. Men kon hen bovendien hier niet verontrusten, want het huis behoorde Nicodemus, en zij hadden het voor den Paaschmaaltijd gehuurd.

Ik zag opnieuw de heilige vrouwen tot des avonds in de duistere zaal vergaderd, slechts door het schijnsel eener lamp verlicht, want de deuren waren gesloten en de vensters overdekt. Nu baden zij, rondom de heilige Maagd, onder de lamp.

ocr page 486

480 HET SMARTVOLLE LIJDEN

dan gingen zij ieder afzonderlijk, overdekten hare ge\

hoofden met rouwsluiers, en zetten zich op asch kn

neder, tot teeken van droefheid, of baden, met dei

het aangezicht naar den muur gekeerd; telkens (jo

als zij zich vereenigden om onder de lamp te als

bidden, legden zij haar rouwgewaad af; ik zag ka

ook dat de zwakste onder haar een weinig voed- de

sel namen, de andere vastten. dr

Mijne blikken vestigden zich menigmaal op haar, ik

en ik zag ze altoos bidden, of hare droefheid te re

kennen geven op de wijze, zooals ik die beschre- va

ven heb. Wanneer mijne gedachte zich met die ui der heilige Maagd vereenigde, welke steeds met

haren Zoon bezig was, zag ik in liet heilige graf en d(

zes of zeven wachten aan den ingang nederge- h

zeten. Cassius hield zich, in beschouwing verzon- v

ken, tegen de deur van den grafkelder. De deuren b

van het graf waren gesloten en de steen lag er v

voor. Ik zag echter dwars door de deuren, het v

lichaam nog van Jezus, zooals men her, er had !•

ingelegd, met glans en licht omgeven , en twee d

Engelen in aanbidding. Maar mijne beschouwing ii

zich naar de heilige ziel des Verlossers gewend t

hebbende, zag ik een zoo uitgebreid en ingewik- 1

keld tafereel van de nederdaling ter hel, dat ik 1

er slechts een klein gedeelte van heb onthouden. lt;

Ik zal het, zoo goed ik vermag, verhalen. 1

LXIX.

Over de nederdaling ter hel. ^

Toen Jezus, met luider stem roepende, zijnen geest gaf, zag ik zijne heilige ziel, aan eene licht-

1) De lezer bemerke, dat Anna Catharina Emmerich

ocr page 487

VAN ONZEN HEER JEZUS CHKISTUS.

lare gevende gedaante gelijk , aan den voet van het sch kruis in de aarde gaan; verscheidene Engelen, onnet der welke Gabriel, vergezelden haar. Ik zag zijne ens Godheid vereenigd blijven, zoowel met zijne ziel te als met zijn lichaam, aan het kruis hangende; ik '.ng kan niet uitleggen hoe dit geschiedde. Ik zag ook 3d- de plaats , waarheen de ziel van Jezus ging, in

drie deelen verdeeld; liet waren als drie werelden ; ar, ik gevoelde, dat zij van eene ronde gedaante wa-

te ren, en dat elk hunner, door eene tusschenruimte

'e- van elkander gescheiden, een kring op zich zelve

üe uitmaakte.

et Voor het voorgeborgte der hel was eene hel-

3ri dere plaats, en om zoo te zeggen, groen en klaar;

e- liet is daarheen, dat ik altoos de uit het vagevuur

n- verloste zielen zie gaan , vóórdat zij den hemel

'u binnengeleid worden. Het voorgeborgte der hel,

ir waar degenen zich bevonden, die verlossing ver

st wachtten, was van een grijzen en neyelachtigen

d kring omgeven, en in verscheidene kringen ver-

e deeld. De Zaligmaker, glinsterende van licht, en

g in zegepraal door de Engelen begeleid, ging door

1 twee dezer kringen, waarvan degene die zich te»*

linker zijde bevond, de patriarchen vóór Abraham c bevatte, die ter rechterzijde, de zielen dergenen,

481

die van Abraham tot aan den H. Johannes den Dooper geleefd hadden. Toen Jezus alzoo doorging, herkenden zij hem nog niet, maar alles werd met vreugde en verlangen vervuld, en er heerschte eene opgeruimdheid in die nauwe plaatsen, waar de angst der verwachting op hen drukte. Jezus

in dit hoofdstuk de zaken niet wil beschrijven , zooals die werkelijk bestaan , maar alleen zooals haar die in de verbeelding in een figuurlijken zin voorkwamen, dewijl vele waarheden haar door figuren tastbaar gemaakt werden. (Nota van den vertaler.)

ocr page 488

HET SMARTVOLLE LIJDEN

ging als de lucht, als het licht, als de dauw dei-verlossing tusschen hen door, maar met de snelheid van een onstuimigen wind. Hij drong tusschen die twee kringen door tot op eene plaats, in dikke nevels gehuld, waar Adam en Eva zich bevonden; Hij sprak hen aan en zij aanbaden hem met eene onuitsprekelijke verrukking. De stoet des Heeren, bij welken het eerste menschenpaar zich gevoegd had, ging links in den kring der patriarchen, vóór Abraham. liet was een soort vagevuur, want onder hen bevonden zich hier en daar booze geesten, die de zielen van sommigen op verschillende wijzen folterden en ontrustten. De Engelen klopten en gaven bevel te openen, want daar was een ingang, eene soort van deur, die gesloten was; mij lunkte dat de Engelen zeiden: «Opent de deuren!quot; en Jezus trad zegepralend binnen. De booze geesten verwijderden zich, en schreeuwden: ))Wat is er tusschen u en ons, wat wilt gij hier doen , wilt gij ons ook kruisigen?quot; De Engelen wierpen hen in boeien en joegen ze voor hen weg. De zielen, die zich aldaar bevonden, hadden slechts een zwak voorgevoel en eene duistere kennis van Jezus; Hij kondigde zich aan dezelve aan, en zij zongen zijnen lof. De ziel des Heeren wendde zich alsdan links, naar het eigenlijk gezegd voorgebergte der hel; Hij ontmoette daar de ziel van den goeden moordenaar, door de Engelen in den schoot van Abraham geleid, en die van den kwaden moordenaar, welke de duivelen in de hel sleepten. De ziel van Jezus stierde hun het woord toe, daarna van de Engelen , van de verloste zielen en van de booze geesten vergezeld , die geboeid waren, ging zij in den schoot van Abraham.

Deze plaats scheen mij een weinig verhevener; het is alsof men van de onderaardsche kerk naar de bovenkerk opklimt, De geketende duivelen ver-

482

ocr page 489

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

der zetten zich tegen de Engelen, en wilden daar niet :nel- binnengaan, maar de Engelen dwongen ze daar-Iien toe. Aldaar bevonden zich al de heilige Israëliten,, kke ter linker zijde de Patriarchen, Mozes, de rech-len; ters en de koningen; ter rechter zijde de profeten,, ene de voorouders van Christus en zijne bloedverwanten, ten, tot Joachim. Anna, Jozef, Zacharias, Elisabeth sgcl en Johannes. Er bevonden zich in die plaats geene óór booze geesten ; de eenige smart, welke men er :int leed, was het brandend verlangen naar de ver-oze vulling der belofte, die nu vervuld was. Een on-iil- uitsprekelijk geluk en vreugde kwamen in al die len zielen , die den Verlosser groetten en aanbaden, i'as Wat (Ie booze, in boeien geknelde geesten betreft,, is; zij waren genoodzaakt hunne schande voor al die de uitverkoren zielen te belijden. Verscheidene ver-De loste zielen werden op de aarde nedergezonden,. n: om hunne lichamen voor een oogenblik weder aan er te nemen en van den Zaligmaker getuigenis te en geven. Het was op dit oogenblik, dat zoo vele g. dooden te Jeruzalem uit hunne graven opstonden, ts Zij verschenen mij als dwalende lijken, en legden m hunne lichamen weder in de aarde af, evenals :ij een gerechtsbode zijn ambtgewaad aflegt, wanneer ;h hij de bevelen zijner overheden volbracht heeft. 2- Ik zag Jezus alzoo, als overwinnaar en verlosser, ,n vele plaatsen spoedig doortrekken, waarin zielen n opgesloten waren , en tallooze zaken vervullen; n maar mijn droevige staat laat mij niet toe alles i. te verhalen.

Ik zag hem eindelijk, in statige houding, het

n middenpunt van den afgrond naderen. De hel ver-

i scheen mij onder den vorm van een overgroot, afgrijselijk, duister gebouw, schitterend door me-

; taaiglans, aan welks ingang verschrikkelijk groote,

r zwarte poorten waren, met sloten en grendels, die deden sidderen. Een akelig gehuil liet zich

483

ocr page 490

HET SMARTVOLLE LIJDEN

hooren, de poorten werden ingeslagen, en eene afschuwelijke wereld van duisternissen kwam te voorscliijn.

Even als het hemelsche Jeruzalem mij gewoonlijk als eene stad toeschijnt, waar het verblijf der gelukzaligen, onder de gedaante van paleizen en tuinen, vol bloemen en wonderbare vruchten , zich vertoont volgens hunne standen van gelukzaligheid ; evenzoo geloofde ik hier eene gansche wereld te zien, in den vorm van menigvuldige gebouwen, ruimten en velden. Doch alles was hielde uitslag van het tegenstrijdige der gelukzaligheid; alles had zijne bron in de wederwaardigheden en kwellingen. Even als in het verblijf der gelukzaligen alles volgens de betrekkingen van den oneindigen vrede, van de eeuwige harmonie gevormd is; even als alles de gelukzaligheid tot oorsprong en grondslag heeft, zoo ook bevindt alles zich in de hel onder betrekking van eeuwige gramschap, twist en wanhoop. In den hemel treft men gebouwen van vreugde en aanbidding aan; tuinen vol wonderbare vruchten , die het leven mededeelen; in de hel vindt men duistere kerkers en spelonken, woestijnen en moerassen, gevuld met alles, wat afschuw en walging kan opwekken. Ik zag tempels, altaren, burgten, tronen, lusthoven , meren en stroomen aan de vervloeking, den haat, den afschrik, de wanhoop, de beschaming, de straffen en folteringen toegewyd, zooals ik er in den hemel heb gezien, die aan de zegening, de liefde, de overeenstemming, de vreugde en de gelukzaligheid waren gewijd.

In de hel was het de verschrikkelijke tweedracht der verdoemden , in den hemel de zalige eendracht der Heiligen. Al de wortelen der bedorvenheid en der dwaling brengen in eerstge-melde plaats de smart en straf voort in een tal-

484

ocr page 491

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

loos getal openbaringen en werkingen; ieder verdoemde heeft altijd deze gedachte voor den geest, dat de folteringen, waaraan hij is overgeleverd , de natuurlijke en noodzakelijke vrucht zijner misdaad is ; want al het schrikbare , dat men in deze plaats beproeft en ziet, is slechts het wezen en de innerlijke gedaante der ontmaskerde zonde, van die slang, welke dezulken verslindt, die haar in hunnen boezem gevoed hebben. Ik zag daar een verschrikkelijken zuilenbouw, met verhoudingen, even zoo tot schrik en angst ingericht, als in het rijk Gods tot vrede en rust, enz. enz.

Dit alles wordt begrijpelijk, wanneer men het ziet, maar het is door woorden bijna onuitlegbaar.

Toen de poorten door de Engelen verbrijzeld waren, was het even als eene verwarring van vloeken, beleedigingen, gehuil en klachten. Ik zag dat Jezus het woord aan de ziel van Judas stierde. Eenige Engelen joegen legers duivelen geheel voor zich heen. Allen moesten Jezus erkennen en aanbidden , en dit was voor hen de vreeselijkste kwelling. Eene groote menigte werd in een kring rondom andere gekluisterd, welke daardoor ook gebonden werden. Te midden der hel bevond zich een kolk van dikke duisternissen; Lucifer werd er gekluisterd ingeworpen, en een zwarte damp steeg als ziedend rondom hem op. Dit alles geschiedde volgens bestemde goddelijke bevelen. Ik vernam dat Lucifer, zoo ik mij niet vergis, voor een tijd, 50 of 60 jaren voor het jaar twee duizend na Christus, moet ontketend worden. Vele andere getallen werden aangewezen, welke ik mij niet meer herinner. Eenige duivelen moeten eerder losgelaten worden, om de wereld te straffen en te bekoren. Sommige zijn, volgens ik geloof, in onze tijden ontketend geworden; andere zullen er weldra op volgen. Het is mij onmoge-Smartvolle Lijden. 31

485

ocr page 492

HET SMARTVOLLE LIJDEN

486

lijk, alles te zeggen, wat mij getoond werd; liet is te veel om dit alles in orde en op zijne plaats te brengen ; overigens ben ik zeer krank, en wanneer ik van al die voorwerpen spreek , komt mij alles weder voor de oogen, en men zou bij des-zelfs aanzien kunnen sterven.

Ik zag hoe tallooze scharen verloste zielen uit het vagevuur en uit het voorgebergte der hel de ziel van Jezus begeleidden tot aan een wellustig oord, onder liet hemelsch Jeruzalem; het is daar,, dat ik ook voor eenigen tijd een overleden vriend van mij gezien heb. Hier kwam de ziel van den goeden moordenaar en zag den Heer, volgens zijne belofte, in het Paradijs weder. Ik zag, dat hier voor de zielen vreugde en verkwikking aan zulke hemelsche tafels bereid was, gelijk mij die dikwijls in de verschijningen van geluk voorkomen. 1) Ik kan van dit alles geen tijd noch duur bestemmen; ook kan ik niet alles verhalen, wat ik gezien en gehoord heb, wijl er vele dingen zijn, die ik zelve niet meer versta, en dewijl andere zijn, welke verkeerd zouden kunnen verstaan worden , als ik die verhaalde. Ik heb den Heer op verschillende plaatsen, zelfs op zee, gezien ; het scheen alsof hij ieder schepsel heiligde en verloste; overal vluchtten voor hem de booze geesten en dompelden zich in den afgrond. Ik zag ook de ziel des Heeren in vele oorden op de aarde; ik zag dezelve binnen het graf van Adam , onder Golgotha verschijnen; de zielen van Adam en Eva kwamen zich daar bij hem voegen, en Hij sprak met hen. Ik zag hem met dezelve onder de aarde de graven van vele profeten bezoeken, wier zielen zich bij hunne gebeenten bij hem voegden eu aan welke Hij velerlei zaken uitlegde. Vervolgens

1

Zie de aanteekening hiervoren bl. 441.

ocr page 493

VAN ONZEX HEER JEZUS CHRISTUS. 487

zag ik liem met die uitverkoren schaar, waarvan David deel maakte, in verscheidene oorden, door eenige omstandigheid van zijn leven en lijden gekenmerkt, verschijnen; ook legde hij hun uitliet afbeeldende , dat hun op diezelfde plaatsen was overkomen, en eigende hun de verdiensten toe der vervulling van die afbeeldingen, dat zijn werk was. Het is aldus, dat ik hem onder andere aan deze zielen zag uitleggen al hetgeen er, in afbeeldingen, onder de oude wet bij zijne doopplaats was voorgevallen, en ik beschouwde met diepe aandoening de oneindige barmhartigheid van Jezus , die hen aan de genade van zijnen heiligen doop deelachtig maakte. Ongemeen was ik getroffen door de ziel des Zaligmakers, van de gelukzalige zielen vergezeld, even als een lichtstraal door de aarde, de rotsen, het water, de lucht, of zachtjes over de aarde te zien heenzweven.

Ziedaar het weinige, dat ik mij kan herinneren van de nederdaling Onzes lleeren ter helle, en vfai de verlossing der rechtvaardige zielen der oudvaders. Maar behalve deze destijds volbrachte gebeurtenis, zag ik een eeuwig beeld zijner barmhartigheid. die Hij op dezen dag jegens de arme zielen uitoefent. Ik zag hoe Hij, bij de jaarlijksche viering van dezen dag, door tusschenkomst der Kerk een verlossenden blik op het vagevuur werpt; heden zelfs, op het oogenblik dat ik deze verschijning had, heeft hij uit de plaats der zuivering, de zielen van eenige personen verlost, die bij zijne kruisiging gezondigd hadden. Heden heb ik de verlossing van vele mij bekende en onbekende zielen gezien, doch ik noem dezelve niet.

In haren staat van opgetogenheid zeide de zuster heden nagenoeg het volgende :

De eerste nederdaling van Jezus in 't voorgebergte der helle, is de vervulling van vroegere afbeel-

ocr page 494

HET SMARTVOLLE LIJDEN

488

dingen en zelve weder eene afbeelding, op hare beurt, waarvan de tegenwoordige verlossing de vervulling is. De nederdaling ter helle, welke ik heb gezien, is een afbeeldsel van den vervlogen tijd; maar de tegenwoordige verlossing is eene bestendige waarheid; want de nederdaling van Jezus ter helle is het planten van een genaden-boom zijner verdiensten voor de lijdende zielen, en de tegenwoordige en voortdurende verlossing dezer zielen is de vrucht, die deze boom in den geestelijken tuin der Kerk draagt. Maar de strijdende Kerk moet den boom verzorgen en de vruchten inzamelen, ten einde dezelve aan de lijdende Kerk mede te deelen, die niets uit haar zelve vermag. Even zoo is het gelegen met al de verdiensten van Jezus Christus; wij moeten mede werken, om aan dezelve deelachtig te worden. Wij moeten ons brood in het zweet onzes aan-schijns eten. Al hetgene de Zaligmaker voor ons inden tijd heeft gedaan, draagt eeuwige vruchten; maar moeten dezelve in den tijd verzorgen en in-oogsten, anders zouden wij die in de eeuwigheid niet kunnen genieten. De Kerk is een volkomen huisvader; haar jaar is de volkomenste tuin aller eeuwige vruchten in den tijd. Er is in een jaar genoeg van alles voor allen. Wee alle luie en trouwelooze tuiniers, zoo zij ergens eene genade laten verloren gaan, die een zieke had kunnen genezen, een zwakke versterken, een hongerige verzadigen; op den jongsten dag zuilen zij aan den Huisvader ook van het kleinste grasspiertje rekenschap moeten geven.

ocr page 495

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 489

LXX.

De vooravond der Verrijzenis.

Toen fle Sabbat geëindigd was, ging Johannes de heilige vrouwen bezoeken; hij weende met haar en poogde haar te troosten. Hij verliet ze na eenigen tijd; toen kwamen Petrus en Jacobus de-oudere, met hetzelfde oogmerk, maar bleven ook niet lang bij haar. De heilige vrouwen lieten nog eenigen tijd hare droefheid blijken, door zich in hare mantels te wikkelen en op de asch neder te zitten.

Terwijl de heilige Maagd inwendig bad, vol vurig verlangen Jezus weder te zien, kwam een Engel tot haar en zeide: van zich naar het poortje van Nicodemus te begeven, want dat de Heer nabij was. Het hart van Maria werd aanstonds met vreugde overladen; zij wikkelde zich in haren mantel en verliet de heilige vrouwen, zonder aan iemand te zeggen, waarheen zij ging. Ik zag haar alleen, in alle haast, naar het poortje gaan, dat in den stadsmuur was doorgeslagen, en door hetwelk zij en hare gezellinnen, van het graf komende, waren wedergekeerd.

Het kon negen uur des avonds zijn; de heilige Maagd naderde dat poortje met overhaaste schreden , toen ik haar eensklaps op eene eenzame plaats zag stilstaan. Zij zag met verrukking naar het bovenste van den stadsmuur; en ik zag de ziel des Zaligmakers geheel glansrijk en zonder eenig teeken van wonden, tot Maria afdalen, vergezeld van eene groote menigte zielen der patriarchen. Jezus zich tot hen wendende, en hun de heilige Maagd aantoonende , zeide deze woor-

ocr page 496

HET SMARTVOLLE LIJDEN

den: ■) Maria, mijne Moederquot;. Het scheen, dat Hij haar omhelsde, daarna verdween Hij. De heilige Maagd viel op liare knieën en kuste de aarde, op de plaats, waar Hij verschenen was. Hare voeten en knieën bleven in den steen geprent, en zij kwam, vol van onuitsprekelijke vertroosting , bij de heilige vrouwen weder, welke zij bij eene tafel bezig vond met geurige kruiden en zalven te bereiden. /ij zeide haar niet, wat zij gezien had, maar hare krachten waren vernieuwd; zij vertroostte al de andere en versterkte hen in het geloof.

Toen Maria wederkwam, zag ik de heilige vrouwen aan eene lange tafel, waarvan het kleed tot op den grond nederhing. Er bevonden zich verscheidene pakken met kruiden op , welke zij bereidden en onder elkander vermengden; zij hadden ook lïesschen met zalf en narduswater, en versche bloemen, onder welke ik geloof dat zich eene lisbloem of eene lelie bevond. Zij wikkelden alles in lakens. Gedurende de afwezigheid van Maria waren Magdalena, Maria, dochter van Cleophas, Salome , Johanna en Maria Salome dit alles in de stad gaan koopen. Zij wilden er den volgenden dag het begraven lichaam des Zaligmakers mede bestrooien. Ik zag, dat de leerlingen ook een gedeelte bij de winkeliers kochten, en zij, hetgeen zij gekocht hadden, aan de deur van het huis, waar de heilige vrouwen zich bevonden, afgaven, zonder zelve daarbinnen te gaan.

490

ocr page 497

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

LXX1.

Jozef van Arimathea wordt in vrijheid gesteld.

Weinig tijds nadat de heilige Maagd de ziel des Heeren gezien had en bij de heilige vrouwen •was wedergekeerd, zag ik .lozef van Arimathea in zijne gevangenis bidden. Plotseling werd de kerkei met licht vervuld en ik hoorde eene stem, die hem bij zijn naam noemde. Het dak werd opgelicht, zoodat er eene opening bleef, en ik zag eene lichtgevende gedaante hem een laken toereiken, hetwelk mij aan het doodslaken deed denken, waarin hij Jezus had gewonden, en hem bevelen, zich daarvan te bedienen om op te klimmen. Ik ontwaarde, dat Jozef het met twee handen vast-natn en zijne voeten steunde op uitstekende stee-nen van den muur, ter hoogte van twee mans-lenquot;ten. en door de opening klom, die achter hem gesloten werd. Toen hij zich boven op den toren bevond, verdween de verschijning. Ik weet niet of het de Zaligmaker zelf was, of een Engel die

hem verloste.

Hij volgde eenigen tijd den stadsmuur zonder o-ezien te^vorden. tot iu de nabijheid van de eetzaal , die bij den zuidermuur van Sion gelegen was. Alsdan ging hij daarvan af en klopte aan de deur der eetzaal. De vergaderde leerlingen hadden de deuren gesloten ; zij waren zeer bedroefd geweest over de verdwijning van Jozef, en geloofden, dat men hem in eene riool gewor-pen^had, omdat het gerucht daarvan zich verspreid had. Toen men hem opende en hij binnentrad , was hunne blijdschap overgroot , gelijk zij het was, toen later Petrus uit den kerker verlost werd. Hij verhaalde hetgeen hem overkomen was;

494

ocr page 498

HET SMARTVOLLE LIJDEN

zij waren er door verheugd en getroost, gaven Hij

hem spijs en dankten God. Wat hem betreft, hij scb

verliet des nachts Jeruzalem en vluchtte naar ara

Arimathea, zijn vaderland; nogtans keerde hij rub

weder, toen hij wist, dat er geen gevaar meer ik

voor hem was. me

Ik zag ook, tegen het einde van den Sabbat, me

dat Caïphas en andere priesters met Nicodemus, len

in zijn huis, in gesprek waren. Zij deden hem, dit met eene geveinsde welwillendheid, vele vragen.

Ik weet niet meer, welke het waren. Maar hij wa

bleef standvastig in zijn geloof, verdedigde gesta- erf dig de onschuld van Jezus, en zij vertrokken.

als de

LXXII. he

he

De nacht voor de Verrijzenis. he

nc

Kort daarna beschouwde ik liet graf des Hee- de

ren ; alles was rondom hetzelve kalm en rustig; er in

bevonden zich zes of zeven wachten tegenover en zi

rondom den heuvel, waarvan er eenige zaten en bi

de andere stonden. Cassius had zijne plaats, in di

de gracht, voor den ingang der grot, gedurende v(

den ganscben dag slechts eenige oogenblikken si

verlaten. Op dit oogenblik bevond hij er zich d

nog, in beschouwing en verwachting verzonken, quot; want er waren hem groote genaden geschonken.

Hij was inwendig verlicht en had verschijningen il

en bewegingen van groote vurigheid. Het was 1

nacht. De lantaarns voor de grot gaven een glans- lt;3

rijk licht. Ik naderde toen in den geest tot het t

heilig lichaam dat, in zijn doodslaken gehuld en i

van licht omgeven, tusschen twee Engelen rustte, J

welke ik voortdurend aan het hoofd en de voeten lt;

des Zaligmakers in aanbidding had gezien, sedert 1

492

ocr page 499

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 493

ven Hij in het graf was nedergelegd. Die Engelen hij schenen priesters te zijn; hunne houding en hunne aar armen, op de borst gekruist, deden mij de Che-hij rubijnen van de ark des Verbonds gedenken, maar eer ik zag niet, dat zij vleugelen hadden. In 't algemeen herinnerde het gansche heilige graf mij at, menigmaal aan de ark des Verbonds, in verschil-js, lende tijdvakken harer geschiedenis. Misschien was m, dit licht en de Engelen zichtbaar voor Cassius, ;n. dewijl hij aan de deur des grafs in beschouwing hij was, even als iemand, die het allerheiligste Sa-a- crament aanbidt.

Terwijl ik het heilig lichaam aanbad , zag ik alsof de ziel des Heeren , door de verloste zielen der Patriarchen gevolgd , door de rots heen, in het graf kwam en hun al de wonden van het heilig lichaam aantoonde. Op dit oogenblik scheen het mij toe , alsof de sluiers en doeken weggenomen werden; het lichaam verscheen met won-den overdekt; het was alsof de Godheid , die er !r in woonde, op eene geheimzinnige wijze aan de

n zielen geheel de uitgestrektheid zijner marteling

n had doen zien. Het lichaam scheen mij geheel

n doorschijnend en ontsluierd. Men kon tot in de

3 verborgenste deelen de kneuzingen , wonden en

i smarten erkennen. De zielen waren van onuit-

i drukkelijken eerbied doordrongen , rnet ijzing en

, innig mededoogen vermengd.

Ik had toen eene geheimvolle verschijning, die i ik niet goed kan uitleggen , noch duidelijk ver

halen. Het scheen mij, dat de ziel van Jezus, zonder het leven nog aan haar lichaam wedergegeven te hebben, echter door eene volkomene vereeniging met dit heilig lichaam, in en met hetzelve uit het graf ging; het scheen mij, dat de twee Engelen, die aan de twee einden van het graf baden , dit heilig lichaam naakt, gekneusd, met wonden over-

ocr page 500

HET SMARTVOLLE LIJDEN

dekt wegnamen, en al zoo daarmede door de haa •dreunende rotsen ten hemel opklommen; Jezus dat scheen zijn gemarteld lichaam voor den troon mei van zijn hemelschen Vader, te midden van tal- hei looze ter aarde neergeknielde engelenscharen, aan Zoc te bieden. Het was misschien op deze wijze, dat zeii de zielen van verscheidene profeten hunne lichamen vre voor een oogenblik, na den dood van Jezus weder zoi aannamen en die naar den tempel voerden, zonder nogtans tot het wezenlijke leven weder te he keeren; want zij scheidden er zich opnieuw van ba at', zonder eenige moeite. In deze verschijning zag wt ik de zielen der patriarchen het lichaam des Hee- gr ren niet vergezellen. Ik herinner mij nu ook niet, m waar zij zich bevonden, tot het oogenblik, dat ik hc ze opnieuw bij de ziel des Heeren vereenigd zag. zo Ik had gedurende deze verschijning, eene schud- w ■ding in de rots opgemerkt; vier der wachten di waren naar de stad iets gaan halen, de drie an- e( dere vielen bijna zonder kennis neder. Zij schre- d ven het aan eene aardbeving toe , en ontdekten d niets van de ware oorzaak. Maar Cassius was diep v bewogen ; want hij zag iets van hetgeen er ge- h beurde, ofschoon dit niet zeer duidelijk voor hem li was. Doch hij bleef op zijn plaats, terwijl hij met z veel godsvrucht afwachtte, hetgeen er zou ge- lt; beuren. Intusschen kwamen de afwezende soldaten 1 weder. ( Ik vestigde mijne aandacht opnieuw op do hei- i li gé vrouwen; ik zag dat zij gedaan hadden met ■ het bereiden en inpakken harer geurige kruiden,

en nog naar hare cellen waren wedergekeerd. Zij hadden zich echter niet om te slapen neder-gelegd; maar leunden slechts tegen de opgerolde deksels. Zij wilden zich, voor den dageraad, naar liet graf begeven en verscheidene malen betuigden zij hare ongerustheid over de manier van

494

ocr page 501

TAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 495

haar voornemen uit te voeren, want zij vreesden dat de vijanden van Jezus zicli van haar zouden meester maken, wanneer zij uitgingen. Maar de heilige Maagd, vol nieuwen moed , sedert haar Zoon haar verschenen was, stelde haar gerust en zeide, dat zij wat rust konden nemen en zonder vrees naar liet graf gaan , dat haar geen leed zou overkomen. Alsdan rustten zij een weinig.

Het was omtrent elf uur des nachts , toen de heilige Maagd, door de liefde en het onweerstaanbaar verlangen gedreven , zich niet langer kon wederhouden. Zij stond op, wikkelde zich in een grijzen mantel en verliet alleen het huis. Ik vroeg mij zelve met ongerustheid af, hoe men deze heilige Moeder, zoo uitgeput, zoo bedrukt, zich zoo alleen , te midden van zoo vele gevaren , liet •wagen. Zij ging treurig naar het huis van Caïphas, dan naar dat van Pilatus, hetgeen haar verplichtte, een groot deel der stad te doorkruisen , en zij doorliep alzoo den geheelen weg des kruises, door de verlaten straten, en stond stil op de plaatsen, waar Jezus eenige smarten, beleedigingen ot mishandelingen ondergaan had. Zij scheen een verloren voorwerp te zoeken; menigmaal wierp zij zich ter aarde, raakte de steenen met de hand of kuste die even alsof er iets heiligs, iets van het heilig bloed van Onzen Heer gelegen had, en zij het vereerd had , met hare lippen daarop te drukken. Zij was in een staat van verhevene, opgetogene liefde; al de heilige plaatsen schenen haar lichtrijk te zijn. zij was als in liefde en aanbidding verzonken. Ik vergezelde haar geheel den weg en gevoelde en deed volgens de zwakke maat mijner krachten, al wat zij zelve gevoelde en deed.

Zij ging alzoo tot op den Calvarieberg, en toen zij dezelve naderde, bleef zij eensklaps staan. Ik

ocr page 502

496 HET SMARTVOLLE LIJDEN

zag Jezus met zijn lichaam voor de heilige Maagd schi verschijnen, van een Engel voorafgegaan ; aan wor zijne zijde had Hij de twee Engelen van het graf, dat en werd gevolgd door eene tailooze menigte ver- mal loste zielen. Het lichaam van Jezus maakte geene ben beweging, het was gelijk aan een dood lichaam, dat dat, van licht omgeven, zweefde, maar er kwam eene stem uit, die aan zijne Moeder aankondigde, der wat Hij in het voorgeborgte der hel gedaan had, phi en haar zeide, dat Hij ging verrijzen en tot haar gel komen, met zijn van gedaante veranderd lichaam, pal dat zij hem moest wachten bij den steen . waar lai Hij op den Calvarieberg gevallen was. De ver- de schijning scheen de richting naar de stad te ne- he men , en de heilige Maagd ging op de plaats uil biddende nederknielen, die haar aangewezen was. vo Het kon wel over middernacht zijn , want Maria ac was vrij lang op den kruisweg gebleven. Ik zag m toen den stoet des Zaligmakers dienzeifden weg volgen; geheel het lijden werd met zijne geringste omstandigheden aan de zielen getoond; de Engelen vergaderden, op geheimzinnige wijze al de deeltjes, die van zijn heilig lichaam waren afgerukt geworden. Ik zag dat de kruisiging, de verheffing van het kruis, de steek der lans , de afdoening van het kruis en de balseming hun insgelijks getoond werden. De heilige Maagd beschouwde, beminde en aanbad dit alles, van haren kant in den geest.

Daarna scheen het mij , dat het lichaam des Heeren opnieuw in het graf rustte, en de Engelen er alles op geheimvolle wijze bijvoegden, wat de beulen en hunne strafwerktuigen afgerukt hadden.

Ik zag het opnieuw glansrijk in zijn doodslaken ,

met de twee Engelen in aanbidding aan het hoofd :

en aan de voeten. Ik kan niet uitdrukken hoe ik :

dit alles zag. Er zijn zoo vele dingen, zoo ver-

ocr page 503

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

schillende, onuitdrukkelijke dingen, dat onze gewone rede er niets van beseft. Op het oogenblik dat ik die zie, begrijp ik dezelve duidelijk en gemakkelijk, maar wanneer ik tot mij zelve gekomen ben, wordt alles verward en duister, zoodanig, dat ik het met geen woorden kan uitdrukken.

Toen de hemel in het oosten begon wit te worden, zag ik Magdalena, Maria, dochter van Cleo-phas, Johanna Chusa en Salome, in hare mantels gehuld, de eetzaal verlaten. Zij droegen de ingepakte kruiden, en eene harer had een brandende lantaarn onder hare kleederen verborgen. De kruiden bestonden in verschillende bloemen , die op het lichaam moesten gestrooid worden; in sappen, uit verschillende planten geperst; in geestrijk vocht en welriekende oliën. Ik zag haar vreesachtig de richting naar het poortje van Nicode-mus nemen.

LXXIII.

Verrijzenis des Heeren.

Ik zag de ziel van Jezus, als eene glansrijke glorie, tusschen twee Engelen in krijgsgewaad (de twee Engelen, welke ik vroeger gezien had, waren in priester-kleederen): van vele lichtgevende gedaanten omringd, kwam zij op haar allerheiligste lichaam rusten, en het was alsof zij er over hing en met hetzelve ineen smolt. Ik zag de ledematen zich alsdan in hunne windels bewegen, en het glansrijk lichaam des Heeren, levendig met zijne ziel en zijne Godheid vereenigd, zich van zijn doodslaken , langs den kant, ontdoen , alsot het uit de wond van het hart kwam. Dit gezicht

497

ocr page 504

HET SMARTVOLLE LIJDEN

herinnerde mij aan Eva, komende uit de zijde van Adam. Alles was vol licht en glans.

Het scheen mij, dat op hetzelfde oogenblik eene monsterachtige gedaante uit de aarde, onder het graf, opkwam. Zij had den staart van eene slangen den kop van een draak, welke zij tegen Jezus opstak; zij had bovendien, zoo ver ik mij herinner, een menschenlioofd. Maar ik zag in de hand des Zaligmakers een schoonen witten stok , aan welks boveneinde een standaard wapperde : hij trad op den kop van den draak en sloeg driemaal met den stok op zijnen staart; bij eiken slag zag ik het wangedrocht meer in zich zelf inkrimpen en eindelijk verdwijnen. De kop van den draak was geheel onder de aarde, het menschenlioofd alleen richtte zich nog op, waarna liet wangedrocht verdween. Ik heb deze verschijning menigmaal tijdens de verrijzenis gehad, en ik heb eene dergelijke slang gezien, die tijdens de ontvangenis van Christus in hinderlaag lag. Zij deed mij steeds aan die van liet Paradijs denken; alleen was zij nog afschuwelijker. Ik denk, dat dit betrekking heeft op de voorzegging; «Het zaad der vrouw zal den kop der slang verpletteren.quot; üit alles scheen slechts voor mij een zinnebeeld te zijn van de overwinning over den dood behaald; want toen ik den Zaligmaker den kop van den draak zag verpletten, zag ik geen graf meer.

Ik zag zich Jezus weldra, door de :-ots heen, glansrijk verheffen. De aarde beefde: een Engel, een krijgsheld gelijk, stortte zich als een bliksemstraal van den hemel in het graf neder, legde den steen ter regter-zijde en zette zich op denzei ven neder. De schok was zoodanig, datdelan-taarnen heen en weer zwaaiden en de vlammen zich verspreidden. Op dit gezicht waren de wachten

498

ocr page 505

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 499

nedergevallen, als door den bliksem geraakt, zij lagen op den grond, mismaakt en zonder het minste teeken van leven. Cassius zag liet licht in het graf schitteren , en aanstonds zijne krachten verzamelende, naderde hij hetzelve, en na de deuren een weinig geopend te hebben, voelde hij de ledige doeken, en verwijderde zich met de meening aan Pilatus het gebeurde te gaan aankondigen. Hij wachtte echter nog een weinig, want hij had slechts de aardbeving gevoeld, hij had gezien, dat de Engel den steen wegwentelde, er op nederzat, en het graf ledig was, maar hij had Jezus niet gezien. Het was gedeeltelijk Cassius, en gedeeltelijk de soldaten, die deze eerste gebeurtenissen aan de leerlingen verhaalden.

Op het oogenblik, dat de Engel in het graf kwam en de aarde beefde , verscheen de Zaligmaker aan zijne Moeder op den Calvarieberg. Hij was buitengewoon schoon en glansrijk. Zijne kleeding, een mantel gelijk, wapperde achter hem, en scheen van een blauwachtig wit, zoo als de rook in zonneschijn. Zijne wonden waren wit en schitterend; men kon den vinger door die der handen steken. De randen der wonden vormden lijnen in een driehoek, met gelijke kanten. Stralen gingen van het midden der handen naar de toppen der vingeren. De zielen der Patriarchen bogen zich voor de Moeder van Jezus neder, tot welke de Zaligmaker, met eenige woorden, welke ik vergeten heb , zeifle, dat zij hem zou wederzien. Hij toonde haar zijne wonden, en daar zij zich op de aarde nederwierp om zijne voeten te omhelzen , nam hij haar bij de hand, tilde haar op en verdween. De lantaarnen schitterden bij het graf, in de verte, en de gezichteinder werd ■wit in het oosten, boven Jeruzalem.

ocr page 506

HET SMARTVOLLE LIJDEN

LXXIV.

Oe heilige vrouwen aan het graf. — Verschijningen van Jezus-

De heilige vrouwen waren nabij het poortje van Nicodemus, toen Jezus verrees; maar zij zagen niets van de wonderen, die aan het graf plaats hadden. Zij wisten ook niet, dat men er wachten aan gesteld had, wijl zij er daags te voren niet waren naar toegegaan, uithoofde van den Sabbat. Zij zeiden met ongerustheid onder elkander: «Wie zal voor ons den steen van de deur wegnemen?quot; want in haar ongeduld het lichaam des Heeren te vereeren, hadden zij aan dien steen niet gedacht. Haar voornemen was narduswater en geurige olie over het lichaam van Jezus uit; te storten , en er welriekende kruiden en bloemen op te strooien; zij hadden niet mede bijgedragen in de kosten der balseming van den vorigen dag, welke Nicodemus alleen op zich genomen had, en zij wilden nu den Heere datgene opofferen, wat zij het kostbaarste hadden kunnen vinden. Degene, die het meeste gebracht had, was Salome. Zij was de Moeder van Johannes niet, maar eene rijke vrouw van Jeruzalem, en bloedverwante van den H. Jozef. Zij besloten de kruiden neder te leggen, op den steen, die het graf slcot, en te wachten, tot dat de een of andere leerling haaiden ingang kwam openen.

De wachten lagen op den grond, omver geworpen en als door den bliksem geraakt; de steen was naar den rechter-kant gewenteld, zoo dat men de deur zonder moeite kon openen. Ik zag dooide deur de linnen doeken, waarin het lichaam van Jezus, oj) het graf was gewikkeld geweest. Het

500

ocr page 507

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

groote doodlaken, waarin het lichaam was gehuld geweest, lag op zijne plaats, maar ineengevallen, het bevatte niets meer dan de welriekende kruiden ; de windels . die rondom waren gewonden, bevonden zich nog in denzelfden staat en ala een omslag rondom de vroegere boorden van het graf geschikt. Wat den doek betreft, in welken Maria het hoofd van haren Zoon gewonden en bedekt had , deze lag alleen op de plaats zelve, waar het heilige hoofd gerust had. juist zoo als hij het hoofd omgeven had, alleen was het gedeelte, dat het aangezicht had overdekt, opgeslagen.

Ik zag de heilige vrouwen den tuin naderen ; toen zij de lantaarnen der wachten, en de soldaten om het graf ter aarde zagen liggen, waren zij bevreesd en gingen een weinig naar den kant van Golgotha. Maar Magdalena, zonder aan het gevaar te denken , trad haastig in den tuin , en Salome volgde haar op eenigen afstand. Deze twee hadden bijzonder zorg gedragen voor de zalven. De twee andere vrouwen waren minder stoutmoedig en bleven aan den ingang van den tuin staan. Ik zag Magdalena, toen zij nabij de wachten kwam, een weinig verschrikt tot Salome wederkeeren; dan traden beiden te zamen midden door de soldaten , die op den grond lagen, en gingen zachtjens de grot van het graf binnen. Zij zagen dat de steen afgewenteld was, maar de deuren waren opnieuw , waarschijnlijk door Cassius, gesloten. Magdalena opende dezelve vol ontroering, sloeg hare oogeu op de grafplaats en zag de doeken ledig, waarin de Heer was gewonden geweest, opgevouwen en aan eenen kant gelegd. Het graf was schitterend, en een Engel zat aan den rechterkant op den steen neder. Magdalena was geheel ontsteld; ik weet niet of zij de woorden van den Engel hoorde, maar ik zag haar

Smartvolle Lijden. 32

501

ocr page 508

HET SMARTVOLLE LIJDEN

502

haastig den tuin verlaten en naar de stad tot de vergaderde Apostelen loopen. Ik weet ook niet, of' de Engel lot Maria Salome sprak, die aan den ingang van het graf was gebleven; ik zag haar verschrikt haastig, onmiddellijk na Magdalena T den tuin verlaten, de andere vrouwen zoeken die achter gebleven waren en haar het gebeurde aankondigen. Dit alles geschiedde met grooten haast en zekeren angst, als in de tegenwoordigheid van eene verschijning. Op het verhaal van Maria Salomo werden de andere vrouwen, op hare beurt verschrikt en tevens verheugd, en aarzelden eenigen tijd in den tuin te gaan. Cassius, die een tijd lang gewacht en in de omstreken gezocht had, hopende misschien Jezus te zien, begaf zich op dit oogenblik naar Pilatus, om hem verslag te doen. Hij zeide in het voorbijgaan, in weinige woorden aan de heilige vrouwen hetgeen hij gezien had, en ried haar aan, zich rnet eigen oogen te gaan overtuigen. Zij schepten alsdan moed en traden in den tuin; toen zij aan den ingang van het graf waren , zagen zij de twee Engelen bij het graf,, in priesterlijk gewaad, van schitterende witheid. De vrouwen werden door schrik bevangen, drongen tegen elkander, en de handen voor de oogen houdende, bogen zij zich tot aan den grond neder. Maa.i een der Engelen zeide haar, niet te vreezen, dat zij den gekruisigden daar niet meer moesten zoeken, dat Hij verrezen en levend was. Hij toonde haar de ledige plaats en beval haar den leerlingen te zeggen, hetgeen zij gehoord en gezien hadden. Zij voegden er bij, dat Jezus hen naar Galilea zou voorafgaan, en dat zij moesten gedenken, hetgeen Hij hun gezegd had: »De Zoon des menschen moet in de handen der zondaars overgeleverd worden; zij zullen hem kruisigen en hij zal den derden dag verrijzenquot;. Alsdan ver-

ocr page 509

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 503

dwcneu de Engelen. De lieilige vrouwen, sidderend , maar vol vreugde , aanzagen weenend liet graf en de doeken, en keerden naar de stad weder. Zij waren nog gansch ontroerd; zij haastten zich niet en bleven van tijd tot tijd stilstaan , om te zien of' zij den Heer niet zouden ontwaren, en of Magdalena niet wederkwam.

In dien tusschentijd zag ik Magdalena aan de eetzaal komen ; zij was buiten zich zelve en klopte hevig aan de deur. Verscheidene leerlingen lagen nog langs den muur en sliepen; sommigen waren opgestaan en spraken met elkander. Petrus en Johannes deden haar open. Magdalena zeide hun, terwijl zij nog buiten stond alleen : ))Zij hebben den Heer uit het graf weggenomen . wij weten niet waar zij hem gelegd hebbenquot;. Na dezo woorden keerden zij ijlings naar den tuin terug. Petrus on Johannes gingen wederom in huis en zeiden eenige woorden tot de andere leerlingen; daarna volgden zij haar al loopende. Johannes liep echter sneller dan Petrus. Ik zag Magdalena den tuin wederom ingaan en zich naar bet graf begeven, gansch ontsteld door loepen en droefheid. Zij was doornat van den dauw; de mantel was haai- van 't hoofd op de schouders nedei'gezakt; hare haren waren losgegaan en vliegend. Daar zij alleen was, durfde zij vooreerst niet in de grot gaan , maar bleef een oogenblik aan den ingang; zij knielde neder, om door de deuren tot in bet graf te zien, en terwijl zij hare lange haren , die over baar aangezicht hingen, naar achter wierp, zag zij twee Engelen, in wit, priesterlijk gewaad, aan de twee einden van liet graf nederzitten , en hoorde de stem van een hunner, die haar zeide: »Vrouw, waarom weent gij?quot; Zij riep in hare droefheid uit (want zij had slechts ééne zaak , had slechts ééne gedachte, te weten, dat het lichaam van

ocr page 510

HET SMARTVOLLE LIJDEN

Jezus daar niet meer was): »Zij hebben mijnen ])e(l

Heer weggenomen, en ik weet niet waar zij liem a]sf

gelegd hebben.quot; Deze woorden sprekende en niets ze|(

ziende dan het ledige doodlaken , verliet zij het S^0I

graf en begon hier en daar te zoeken. Het scheen ver

dat zij Jezus ging zoeken; zij had een verward ais

voorgevoel, dat Hij nabij haar was, en de ver- vie

schijning der Engelen zelve kon haar niet ver- voe Strooien ; het scheen , dat zij niet opmerkte , dat

het Engelen waren , zij kon aan niets dan aan nje

Jezus denken. »Jezus is daar niet meer! Waar is 0p, Jezus?quot; Ik zag haar hier en daar ronddwalen

even als iemand , die zijn weg verloren heeft. rnji

Haar hoofdhaar viel links en rechts over haar (|w

aangezicht. Eenmaal nam zij hetzelve met de ] twee handen, daarna verdeelde zij het in twee

en wierp het naar achter. Het was toen, dat zij, (|u

om zich ziende, op tien schreden afstands van (]u

het graf, naar het oosten, ter plaatse waar de (]ic

tuin naar de stad opklimt, bij de schemering van jj;

den dag, tusschen de boompjes, achter een palm- va'

boom eene groote, witte gestalte zag, en terwijl „e

zij naar dien kant liep , hoorde zij opnieuw deze Jj,. woorden: »Vrouw, waarom weent gij? wien zoekt gt; rn(

gij?quot; Zij meende, dat het de tuinman was; en ^

hij die tot haar sprak, had inderdaad eene spade (i0

in de hand en een breeden hoed, die van boom- gj,

schors scheen te zijn, op het hoofd. Ik had onder wj

die gedaante den tuinman gezien van de gelijke- aa

nis, welke Jezus de heilige vrouwen te Bethaniën }le

kort voor zijn dood verhaald had. Hij was niet z\j schitterend van licht, maar gelijk een mensch, in

het wit gekleed, welken men bij de schemering aj,

van den dag zou ontwaren. Op de woorden: »wien o-i

zoekt gij?quot; antwoordde zij aanstonds: »Zoo gij n{ het zijt, die hem hebt weggenomen, zeg mij dan

waar hij is, en ik zal hern gaan halen.quot; En zij Vr

504

ocr page 511

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

begon opnieuw om zich heen te zien. Het was alsdan, dat Jezus haar met zijne gewone stem zeide: »Maria!quot; Zij herkende zijne stem, en aanstonds de kruisiging, den dood en de begrafenis vergetende, keerde zij zich snel om en zeide zooals voorhoen tot hem : »Rabbom (Meester)!quot; Zij viel op de knieën en strekte hare armen naar de voeten van Jezus uit. Maar de Zaligmaker weder-liield haar met een teeken, en zeide : »Raak mij niet aan! want ik ben nog niet tot mijn Vader opgeklommen, maar ga tot mijne broeders en zeg hun , dat ik tot mijnen en hunnen Vader, tot mijnen en hunnen God opvaar.quot; Alsdan verdween Hij.

Er werd mij uitgelegd, waarom Jezus zeide : ))Raak mij niet aan!quot; maar ik heb daarvan geen duidelijke voorstelling meer. Ik meen dat Hij aldus sprak, uithoofde van de drift van Magdalena, die te zeer verslonden was in het gevoelen, dat Hij nog leefde als voorheen. Wat de woorden van Jezus: »Ik ben nog niet tot mijnen Vader opgeklommenquot; betreft, werd mij uitgelegd, dat Hij zich, na zijne verrijzenis, nog niet aan zijnen he-melschen Vader aangeboden had, en Hij hem nog niet had bedankt voor zijne zegepraal over den dood, noch voor het voltrokken werk der verlossing; want zij had zijne voeten, zooals weleer, willen omhelzen; zij had aan niets gedacht dan aan haren geliefden Meester, en had, in de hevigheid harer liefde, het mirakel vergeten, hetwelk zij onder de oogen had. Ik zag Magdalena, na de verdwijning des Heeren, spoedig opstaan, en even alsof zij een droom had gehad, opnieuw naar het graf loopen. Aldaar zag zij de twee Engelen nederzitten; zij zeiden haar hetgeen zij aan de twee andere vrouwen , aangaande de verrijzenis van Jezus, gezegd hadden. Alsdan zeker zijnde

505

ocr page 512

-

506 HET SMARTVOLLE LIJDEN

van het mirakel en van hetgeen zij gezien had , ging zij in aller ijl hare gezellinnen opzoeken, die zij op den weg vond, die naar Golgotha geleidt; zij dwaalden (laar van den eenen kant naar den anderen geheel vreesachtig rond, de wederkomst van Magdalena afwachtende, en eenige verwarde hoop koesterende, den Heer ergens te zien.

Dit gansche vertoog duurde meer dan twee minuten; het kon halt' vier uur des morgens zijn, toen Jezus haar verscheen; zij was nauwelijks uit den tuin gegaan of Johannes kwam er in. Petrus een oogenblik na hem. Johannes bleef aan den ingang van den grafkelder staan ; zich voorover buigende, zag hij door de half geoper.de deur van het graf, en ontwaarde de ledige doeken en windels. Nu kwam Petrus, die in de grot ging, waar hij de doeken opgevouwen en opgerold vond, zooals reeds gezegd is. De geurige kruiden bevonden er zich ook, en alles was opgerold, zooals de vrouwen gewoon zijn te doen, wanneer zij zulke lakens wegleggen om die te bewaren. Wat het lijnwaad betreft, waarmede het aangezicht overdekt was geweest, dit was aan den rechter kant tegen den zijmuur geschikt. Johannes volgde alsdan Petrus, zag al deze omstandigheden en geloofde aan de verrijzenis. Hetgeen Jezus hun gezegd had en hetgeen in de heilige Schrift stond, werd nu duidelijk voor hen , en zij hadden het toen niet begrepen. Petrus nam de linnen doeken onder zijnen mantel en ijlde terug door het poortje van Nicodemus. Johannes liep Petrus weder vooruit.

Ik heb het graf met hen en met Magdalena gezien, en telkens heb ik de twee Engelen aan liet hoofd en aan de voeten zien nederzitten, alsook gedurende al den tijd , dat het lichaam van Jezus in het graf lag. Mij dunkt, dat Petrus dezelve niet zag. Ik hoorde Johannes later tot de

ocr page 513

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS. 507

leerlingen van Emaüs zeggen, dat hij van boven van den heuvel, aan den ingang van liet graf, een Engel ontwaard had. De schrik, welken hem lt;lit aanjoeg, was misschien oorzaak, dat hij zich door Petrus deed voorafgaan , misschien spreekt l'Ü er in zijn Evangelie, uit ootmoedigheid niet van, om niet te zeggen dat hij meer gezien had ■dan Petrus.

Slechts op dit oogenblik. zag ik de op den grond uitgestrekte wachten opstaan en hunne spiesen en lantaarnen opnemen. Deze laatste aan den ingang van het graf op stokken gestoken of' aan dezelve hangende, hadden daarin eenig licht gegeven. De wachten, door schrik getroffen, verlieten in aller ijl den tuin, en bereikten de poort der stad. Ondertusschen had Magdalena zich bij de andere vrouwen gevoegd en haar verhaald, dat zij den Heer in den tuin, en daarna de Engelen gezien had. Hare gezellinnen antwoordden , dat zij lt;l.e Engelen ook gezien hadden. Nu liep Magdalena naar Jeruzalem, en de vrouwen keerden naaiden tuin weder, waar zij de twee Apostelen misschien meenden te vinden. Ik zag de wachten haar voorbij gaan, en haar eenige woorden toespreken. Toen zij naderbij kwamen, verscheen haar Jezus, met een lang wit kleed omgeven, dat zelfs zijne handen overdekte, en zeide haar: «wees gegroet!» Zij beefden en wierpen zich aan zijne voeten neder, alsof zij die hadden willen omhelzen. Ik herinner mij nogtans niet het duidelijk gezien te hebben, maar ik zag, dat de Heer haar eenige woorden toestierde , dat hij iets met de hand scheen aan te wijzen en verdween. Alsdan liepen zij haastig naar de eetzaal om den leerlingen te melden , dat zij den Heer gezien hadden en hetgene hij haar gezegd had. Deze wilden eerst noch haar, noch Magdalena geloo-

ocr page 514

HET SMARTVOLLE LIJDEX

ven , en hielden alles wat zij zeiden , tot de wederkomst van Petrus en Johannes, voor vrouweninbeelding.

Terwijl Johannes en Petrus wederkwamen, ontmoette zij Jacobns-den-jongere en Thadeüs, die hen naar het graf hadden willen volgen, en ook zeer ontroerd waren, want de Heer was hun bij de eetzaal verschenen. Ik had Jezus ook voorbij Petrus en Johannes zien gaan, en het sclieen mij toe, dat Peti'us hem opgemerkt had , want hij scheen door een plotselijken schrik bevangen. Ik weet niet of Johannes hem erkende.

In deze verschijningen zie ik den Heer nu te Jeruzalem herhaalde malen zeer duidelijk , in tegenwoordigheid van andere personen; maar ik merk niet op, dat deze hem ook zien. Somtijds zie ik den eenen of den anderen persoon plotse-lijk verschrikt en verwonderd, terwijl degenen, die zich met hen bevinden , onverschillig blijven. Mij dunkt, dat ik telkens den Heer zie; maar ik bemerk te gelijk, dat de menschen hem alsdan slechts van tijd tot tijd zien.

Terwijl het lichaam van Jezus in het graf rustte, zag ik de twee Engelen in priester-gewaad; ik hel) ook opgemerkt, dat de heilige vrouwen dezelve nu niet, dan er slechts éénen , en ze een ander maal beiden zagen. De Engelen, die tot de vrouwen spraken, waren degenen van het graf, in priester-kleederen. Slechts een hunner sprak, en wanneer de deur niet geheel open was , zag men er maar eenen. De Engel, die, een bliksemstraal gelijk , van den hemel afdaalde , wentelde den steen van het graf en zette zich op denzel-ven neder. In het begin zagen Cassius en de wachten hem op dezelven zitten. De Engelen, die daarna spraken, waren de twee of een der twee Engelen van het graf. Ik herinner mij niet meer,

508

ocr page 515

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

waarom dit alles zoo geschiedde. Toen ik liet zag? verwonderde ik mij daarover niet; in zulke verschijningen is alles natuurlijk, zoo als men het ziet, niets is wonder noch buitengewoon.

LXXV.

Verslag der wachten van het Graf.

Cassius was omtrent een uur na de verrijzenis bij Pilatus gekomen. De romeinsche bevelhebber lag nog op zijne legerstede, en men deed Cassius bij hem komen. Hij verhaalde hem met groote gemoedsbeweging alles, wat hij gezien had, hij sprak hem van de opengescheurde rots, van den door den Engel afgewentelden steen , en hoe de doeken er in ledig waren blijven liggen : hij voegde er bij , dat Jezus ontwijfelbaar de Messias, de Zoon Gods, en waarlijk verrezen was. Daarenboven sprak hij van verscheidene andere dingen, welke hij gezien had. Pilatus aanhoorde dit verhaal met verborgen vrees, maar liet er niets van blijken, en zeide tot Cassius: «Gij zijt een bijge-loovige, gij hebt als een dwaas gehandeld met u bij het graf van den Galileër te stellen; zijne goden hebben u overwonnen en u al die ijdele verschijningen doen zien; ik raad u aan dit alles aan de prinsen der priesters niet te verhalen, want gij zoudt u eene slechte zaak op den hals halen.» Hij geloofde ook, dat het lichaam van Jezus , door zijne leerlingen, was weggenomen, en dat de wachten de zaak anders verhaalden, hetzij om hen te verschoonen en hunne onachtzaamheid te bedekken, hetzij omdat zij door betoovering waren bedrogen. Na eenigen tijd op dezen toon te hebben gesproken, verliet Cassius hem, en Pilatus ging aan zijne goden offeren.

509

ocr page 516

HET SMARTVOLLE LIJDEN'

Weldra kwamen vier soldaten hetzelfde verhaal bij Pilatus doen; maar gaf hun geenszins zijne meening te kennen, en zond hen naar Caïphas. Ik zag een deel der wacht in eene groote opene plaats, bij den tempel gelegen, waar vele ouderlingen der Joden vergaderd waren. Na eenige beraadslaging, nam men de soldaten een voor een ter zijde, en bij middel van geld en bedreigingen noodzaakte men hen te zeggen , dat de leerlingen het lichaam van Jezus, terwijl zij sliepen, hadden weggenomen. De wachten wierpen eerst op, dat hunne medegezellen, die naar Pilatus gegaan waren, hen zouden tegenspreken, en de Farizeörs beloofden hun de zaak met len bevelhebber te vereflenen. Ondertusschen kwamen de vier wachten, en deze wilden niets anders zeggen lt;lan hetgene zij bij Pilatus verhaald hadden. Het gerucht had zich al verspreid dat Jozef van Ari-mathea op wonderbare wijze zijne gevangenis verlaten had; en daar de Farizeërs te kennen gaven , dat deze soldaten omgekocht waren om liet lichaam van Jezus te laten wegnemen, en zij hen bedreigden, zoo zij het niet wederbracliten, antwoordden deze, dat zij zoo min dat lichaam konden toonen, als de wachten van de gevangenis ■dit van Jozef van Arimathea. Zij volhardden in hun gezegde, en spraken zoo vrij van het onrechtvaardig vonnis van den voorgaanden avond, en van de wijze, op welke het Paaschfeest was onderbroken geweest, dat men hen aanhield en in de gevangenis wierp. De andere strooiden uit, dat Jezus door zijne leerlingen was weggenomen, -en die leugen werd door de Farizeërs, Saduceërs en de Herodianen verspreid; zij heerschte in al de Synagogen, waar men haar met scheldwoorden tegen Jezus vergezelde.

Evenwel gelukte dat bedrog niet algemeen,

510

ocr page 517

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

want na de verrijzenis van Jezus verschenen er nog vele rechtvaardigen van de oude wet aan hunne nakomelingen, die nog in staat waren om de genade te ontvangen, en spoorden hen aan zich tot Jezus te bekeeren. Verscheidene leerlingen, die zich door het land hadden verspreid en neêrslachtig geworden waren, zagen ook dergelijke verschijningen, die hen vertroostten en in liet geloof versterkten.

De verschijning der dooden, die na den dood van Jezus uit hunne graven opstonden, had geene vergelijking met de verrijzenis des Heeren. Jezus verrees met zijn vernieuwd en verheerlijkt lichaam, dat nu niet meer aati den dood onderworpen was en waarmede Hij, in het gezicht zijner vrienden, ten hemel klom. Maar de uit die graven opgestane lichamen waren slechts beweginglooze rompen, voor eenige oogenblikken tot kleedsel gegeven aan de zielen , die hen luidden bewoond , en die hen weder in den schoot der aarde bestelden, waaruit zij, evenals wij , nimmer zullen verrijzen dan op den dag van het laatste oordeel. Zij waren niet verrezen zooals Lazarus, die werkelijk leefde en een tweede maal moest sterven.

LXXYI.

Einde dier beschouwingen voor de vasten.

511

Den volgenden Zondag 1), indien ik mij niet vergis, zag ik de Joden den tempel wasschen en

1

Zij verhaalde dit een weinig later, en het is moeilijk te onderscheiden, of zij van den dag zeiven der verrijzenis of van den eersten zondag na Paschen wil spreken.

ocr page 518

HET SMARTVOLLE LIJDEN

reinigen. Zij wierpen kruiden en asch van doodsbeenderen , droegen zoenofferanden op , ruimden het gras weg, bedekten met planken en tapijten de sporen der aardbeving, en hernamen hierop de plechtigheden van liet Puaschfeest, die op den-zelfden dag niet hadden kunnen voltrokken worden.

Zij schreven de wanorde en de beschadiging van een gedeelte des tempels toe aan de aardbeving en aan de omstandigheid , dat het feest was gestoord geweest door de tegenwoordigheid der on-reinen bij de offerande, en pasten, ik weet niet wel hoe, aan hetgeen er gebeurd was, eene verschijning van Ezechiël, aangaande de verrijzenis der dooden, toe. Het gelukte hen ook het gerucht en gemor van het volk te stillen. Voor het overige bedreigden zij degenen , die daarvan nog zouden spreken of morren , met zware straffen, zij bedaarden evenwel slechts het onbeschaafdste en minder zedelijkste deel des volks; de besten bekeerden zich eerst in stilte, openlijker na het Pinksterfeest, en daarna, toen zij in hun land waren, door de prediking der Apostelen. De opperpriesters verloren meer en meer hunne stoutmoedigheid op het zien van den snellen vooruitgang der leering van Jezus. Ten tijde van den diaken Stephanus kon geheel Ophel en het oostelijk deel van Sion al de gemeenten der Christenen niet meer bevatten, van welke een deel onder hutten en tenten , de tusschenruimten van de stad tot aan Bethaniën, door de vallei van Cedron, moest beslaan.

Ik zag op dien dag Annas als van den duivel bezeten, men sloot hem op en hij verscheen niet meer. Caïphas was als een uitzinnige : zoo hevig was de inwendige woede, die hem bezielde.

Donderdags na Paschen zeide zij: »Ik heb heden gezien, dat Pilatus vruchteloos zijne vrouw deed

512

ocr page 519

van onzen heer jezus christus. 513

zoeken. Vervolgens zag ik, dat zij verborgen was in het huis van Lazarus, te Jeruzalem. Men kan hierop geen vermoeden krijgen , want er waren aldaar geene vrouwen gehuisvest; Stephanus, nog weinig als leerling bekend, was de eenige, die soms bij haar ging, om haar voedsel te dragen, nieuwstijdingen van buiten aan te brengen en haar tot de kennis van het Evangelie voor te bereiden. Stephanus was bloedverwant van Paulus; zij waren zonen van twee broeders. Na den Sabbat kwam Simon van Cyrenen bij de Apostelen en vroeg om gedoopt en in de gemeenschap der Christenen aangenomen te worden.

Hier eindigt het verhaal van deze verschijningen, dat van den 18n Februari tot den On April, 1823, de week na Paschen, geduurd had.

BIJVOEGSEL

van eenige afgezonderde stukken, om tot opheldering te dienen aan de overwegingen op liet Lijden.

I.

Over Jozef van Arimathea.

Opgewekt door het aanraken eener reliquie, verhaalde de zuster Emmerich op den '17n Maart 1821 de volgende afgezonderde stukken van eene verschijning, welke zij den voorgaanden nacht had gehad.

Ik zag Jozef van Arimathea, die geboortig was

ocr page 520

HET SMARTVOLLE LIJDEN

uit eene plaats 6 romeinsche mijlen (twee uren) van Jeruzalem , en aan het westen van den weg van Nazareth gelegen. Er was aldaar, zoo ik vermeen , een soort put of de bedding eener rivier, die dikwijls gebrek aan water had. Er waren ook steile bergen, waar men steenen brak. De steengroeven behoorden aan Jozef toe. Hij had zijne zaken van die zijner twee broeders, die daar nog woonden, gescheiden, en was bij het begin der prediking Onzes Heeren te Jeruzalem komen wonen. Hij was een zachtzinnig en voorzichtig mensch, maar nogtans eenvoudig en oprecht, die gerust en zonder snoeverij al zijne zaken verrichtte. Hij was ongehuwd en woonde in een huisje niet ver van Johannes Marcus. In de buurt waren er magazijnen en tusschenruimten, omringd van een muur, waar een groot getal witte steenen lagen, die uit deze groeven kwamen. Hij dreef er koophandel in, en bewerkte ze soms zelf, of deed ze door steenkappers bewerken , om er waterbakken, vazen, bij wijze van zeeschelpen of bootjes en groote vloersteenen van te maken, in welks midden men de gedaante van een liggenden mensch kapte. Ik veronderstel dat het was om voor grafsteden te dienen.

Jozef was door innige vriendschap met Nico-demus verbonden , die ook somtijds het eene of andere in beeld op steen bewerkte. Zij hadden allerlei ondernemingen te zamen. Onlangs, toen er van de leerlingen Nicodemus kwamen bezoeken, zag ik eens hen beiden in een hol, bij het lamplicht een steen bewerken; zij graveerden in dien steen de gedaante van een ingewikkeld kind, rond van aangezicht. gelijk men de zon afschildert. quot;Waarschijnlijk was het voor de begrafenis van een kind. Ik heb hen ook beide aan den grafsteen zien werken, op welken later het lichaam van

514

ocr page 521

van onzen heer jezus christus. 515

Jezus gelegd ■werd. Nicodemus was weduwenaar en had twee kinderen. Jozef had geen huishoudenr hij at bij zijne vrienden, liet meest bij Nicodemus, dikwijls ook bij den man van Veronica.

Ziedaar al wat ik onthouden heb van hetgeen ik den voorgaanden nacht aangaande Jozef van Arimathea gezien heb. Ik geloof, dat hij , in de eerste vervolging na den dood van Jezus, met Lazarus en zijn huisgezin uit het heilige land gebannen , en er niet meer wedergekeerd is. Zij waren ten getalle van zeven, twee keerden er slechts van weder, maar ik weet hunne namen niet meer.

II.

Over Longinus.

Den 15n Maart 1821 deelde ons de zuster Emmerich het volgende mede van eene verschijning, welke zij des nachts had gehad over Longinus, wiens feestdag juist op dienzelfden dag viel, hetwelk de zuster niet wist.

»Ik heb dezen nacht vele dingen over Longinus gezien. Ik weet nogtans niet of dat zijn ware naam is. Ik kan er niets van verhalen dan het weinige, dat mij bijgebleven is. Longinus had een half burgerlijke, half militaire bediening bij Pilatus, die hem gelastte te waken over hetgeen er gebeurde en hem hiervan verslag te doen. Hij was werkzaam; bijna gelijk N. van B., maar een weinig grooter. Toen deze laatst bij mij was, maakte hij dadelijk denzelfden indruk op mij. Longinus was ook goedaardig en gedienstig, maar voor zijne bekeering ontbrak hem standvastigheid en sterkte van karakter. Hij verrichtte alles met drift, en gaf zicli gaarne voor een man van aanzien uit:

ocr page 522

HET SMARTVOLLE LIJDEN

daar hij niet wel zag, was hij dikwijls blootgesteld e aan de bespotting zijner metgezellen. Ik heb hem t] dezen nacht dikwijls, en ter zijner gelegenheid ^ ook het geheele lijden gezien; ik wist dezen mor- ^ gen niet, hoe ik daar gekomen was, totdat ik mij ^ herinnerde, dat hij er aanleiding toe gegeven had. In hoedanigheid van krijgsman was Longinus een ^ onderhoorig officier en gaf rekening aan Pilatus e van hetgeen hij hier en daar opmerkte en hoorde. n Ik zag dat hij, in den nacht toen Jezus naar de (j vierschaar van Caïphas werd geleid, onder de an- f] dere soldaten in de voorplaats was, en onophoude r lijk her- en derwaarts ging. Hij was nu aan dezen (j dan aan genen kant. Eenmaal zag ik hem bij n onzen Heer op de trappen voor de vierschaar, en v ik bemerkte dat het aanzien van Jezus hem trof. u Hij kwam vervolgens af en doorliep de voorplaats. r( Toen Petrus bij het vuur op de woorden der ^ dienstmaagd verschrikt werd, was hij het, die v eenmaal zeide: »Gij zijt ook een van zijn aan- 1 j hangers.quot; Toen men Jezus naar den Calvarieberg | e geleidde, hield hij zich, op bevel van Pilatus, bij j den stoet, en de Zaligmaker wierp op hem een (| blik, die hem bewoog. Vervolgens zag ik hom met (] de soldaten op Golgotha. Hij was te paard en had j. eene lans. Ik zag hem , na den dood van Jezus. hij Pilatus; hij zeide met eene bewegelijke stem dat men de beenderen van Jezus niet moest ver- n brijzelen. ') Dadelijk ging hij naar den Calvarieberg (j terug. Zijne lans bestond uit verscheidene in Y( --Ij

l) Het schijnt liier dat Cassius (Longinus^ zioli , na

den dood van Jezus, eens van den berg verwijderde, P

om zich naar Pilatus te begeven. De zuster Emmerich rt

heeft in hare verhalen van het Lijden deze omstandig- vi

heid vergeten; wellicht heeft zij ze door de woorden: y(

«Cassius ging her- en derwaartsquot; willen te kennen geven. 7i

516

ocr page 523

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

elkander schuivende stukken: met ze uit een te trekken, kon men haar driemaal lanfrer maken. Dit deed hij op het oogenblik, dat hij schielijk liet besluit nam de zijde des Zaligmakers te doorboren. Ik zag hem ook tegenwoordig als Jezus in het graf gelegd werd. Van alles wilde hij ooggetuige zijn. Hij bekeerde zich op den Calvarieberg, en gaf' later aan Pilatus zijne overtuiging te kennen, dat Jezus de Zoon Gods was. Pilatus behandelde hem als een droomer, en gebood hem, hetzij door afkeer of bijgeloovigheid, de lans, welke Cassius in de kamer geplaatst had, buiten de deur te zetten. Deze laatste sprak spoedig daarna met Nicodemus, die van Pilatus gemelde lans verkreeg. Ik zag Nicodemus de verschillende deelen uit elkander doen. om ze des te beter te bewaren. In het eerst bewaarde hij die in eene lederen scheede, daarna in een steenen bak. Illt; heb vele dingen aangaande deze lans gezien. Toen Longinus bekeerd was, verliet hij den krijgsdienst «n voegde zich bij de leerlingen. Hij zag ook den Heer na zijne verrijzenis. Hij bleef volstandig met de leerlingen. Hij was, alsook twee andere soldaten , die zich onder den voet des kruises bekeerd hadden, een van de eerste, die na Pinksteren het doopsel ontvingen.

Ik heb daarna Longinus en deze twee mannen, met lange witte kleederen omgeven, in hun vaderland zien wederkeeren. Zij woonden op het veld in eene onvruchtbare en moerassige streek, bij eene kleine stad. Het is in die plaats, dat de veertig martelaren stierven. Longinus was geen priester, maar diaken, in die hoedanigheid doorreisde hij het land, predikte den Christus, en verhaalde, als ooggetuige, zijn lijden en zijne verrijzenis. Hij bekeerde vele rnenschen en genas zieken met hun een stuk der lans, dat hij met

Smartvolle Lijden. 33

517

ocr page 524

HET SMARTVOLLE LIJDEN

zicli liad genomen, te doen aanraken. Hij had t

ook van liet bloed bij zich, dat aan den voet des o

kruises was verzameld. Ik zag, dat de Joden te- -v

gen hem en zijne twee gezellen zeer verbolgen v

■waren, omdat zij overal de waarheid deden ken- r

nen van de verrijzenis des Zaligmakers, en hunne \

wreedheden en hun bedrog aan den dag br achten. \

Op hunne aanhitsing zond men romeinsche

soldaten naar liet vaderland van Longinus, om. r

hem aan te houden en te veroordeelen als iemand, e

die zonder verlof den krijgsdienst had verlaten I

en de algemeene rust verstoorde. Hij was bezig \

zijnen akker te bebouwen toen de soldaten voorbij 1

trokken; hij geleidde hen in zijn huis, waar hij I hen herbergde. Zij kenden hem niet, en toen zij

hem de oorzaak van hunne reis hadden verklaard, (

deed hij zijne twee gezellen roepen, die niet ver c

van daar in eene soort kluis woonden, en zeide 1

tot de krijgslieden, dat zij diegenen waren, welke \

zij zochten. Hetzelfde gebeurde aan den heiligen i

tuinman Phocas. De soldaten waren zeer bedroefd, ; want hij had hunne genegenheid gewonnen. Ik zag hem met zijne twee gezellen naar een naburig stadje geleid worden, waar zij ondervraagd

518

werden. Men zette hen niet in de gevangenis; (

•zij mochten, gedurende eenige dagen, gaan en komen als gevangenen op het woord, maar zij hadden een bijzonder teeken op den schouder. Men onthoofde hen daarna alle drie op eenen heuvel, tus-schen de kleine stad en de woning van Longinus gelegen; op diezelfde plaats werden zij begraven. Ik geloof mij te herinneren, dat die heuvel hen toebehoorde, en dat hij gevraagd had om er gerecht en begraven te worden. De soldaten staken liet hoofd van Longinus op het punt eener spies, en droegen liet naar Jeruzalem als bewijs, dat zij hunne zending hadden volbracht. Ik geloof mij

ocr page 525

van onzen heer jezus christus.

ad te herinneren dat fiit weinige jaren na den dood les onzes Heeren gebeurde. Vervolgens had ik eene te- verschijning van een later tijdstip. Eene blinde en vrouw, van het land van Longinus, ging met ha-■n- ren zoon ter bedevaart naar Jeruzalem, in de hoop ne van hare genezing te vinden in de heilige stad, 211. waar de oogen van Longinus waren genezen ge-he worden. Zij deed zich door haren zoon geleiden, )na maar hij stierf, en nu was zij gansch verlaten id, en ontroostbaar. Alsdan verscheen haar de heilige en Longinus en zegde haar, dat zij het gezicht zou fig wederkrijgen, indien zij zijn hoofd uit een riool bij haalden, waar de Joden het hadden in geworpen, hij Het was een met metselwerk omgeven put, wer-zij waarts verscheidene goten de vuiligheden geleid-i'd, den. Ik zag verscheidene personen die arme vrouw 'er derwaarts geleiden; zij ging tot aan den hals in de het riool en trok er het heilige hoofd uit. Zij werd ke weder ziende en keerde naar haar vaderland teen rug; hare geleiders bewaarden het hoofd. Ziedaar fd, alles, wat ik mij herinner.

Ik

,aquot; III.

gd

is; Over dex hoofdman Abenadar, over Ctesipiiox,

■o- Hisius, Cecilius, enz.

en

't- Op den eersten April i ^23 , zeide de zuster

is- Emmerich, door het aanraken eener reliquie op-

ius gewekt, dat het dien dag de feestdag was van

ïn- den heiligen Ctesiphon , den hoofdman , die de

en kruisiging had bijgewoond, en dat zij, gedurende

;'e- den nacht, verscheidene bijzonderheden van zijn

en leven had gezien. Maar de smarten en tie uitwen-

es, dige verstrooidheden hadden er haar het grootste

lat gedeelte van doen vergeten. Slechts het volgende

nij verhaalde zij :

519

33*

ocr page 526

IIET SMARTVOLLE LIJDEN

520

«Abenadar, die daarna Ctesiplion genoemd werd, is uit een land, gelegen tusschen Babyion en Egypte, in het gelukkig Arabic, ter rechter-zijde van de laatste woonplaats van Job. Daar bevindt zicli op een kleinen berg oene verzameling van vierkante huizen met platte daken, waarop de inwoners rondwandelen. Er zijn ook vele boompjes; men verzamelt or wierook en balsem. Het weder was nevelachtig toen ik mij daar bevond. Ik ben in het Imis van Abenadar geweest, het is een wonderbaar gebouw, dat aan ecne verzameling van vierkante vertrekken gelijkt, die met elkander gemeenschap hebben. Dit hiais is groot en ruim, even als dat van een rijk man; doch zij zijn zeer laag. Al de huizen zijn op deze wijze gebouwd, wellicht ter oorzake van den wind, omdat die streek hoog ligt. Abenadar had zich als vrijwilliger in de bezetting van den burcht Antonia te .leruzalem begeven. Hij had dienst genomen bij de Romeinen, om zich des te beter in de vrije kunsten te oefenen; want hij was geleerd. Hij was een zeer onversaagd man, zijne kleur was bruin, zijne gestalte gezet').

De eerste onderwijzingen van Jezus en een mirakel, waarvan hij getuige was geweest, hadden hem overtuigd, dut de zaligheid bij de Joden was, en hij had de wet van Mozes aangenomen; hij was nog geen leerling des Zaligmakers, nochtans had hij geene kwade inzichten ten zijnen aanzien, en gevoelde een verborgen mededoogen en eerbied voor hem. Hij was een deftig man; wanneer hij op Golgotha de wacht kwam aflossen, die zich aldaar bevond, onderhield hij overal

1) Hier vergeleek de zuster Ctesiphon met een ko-jierslager van hare kennis.

ocr page 527

VAN ONZEN IIEF.R JEZUS CHRISTUS.

de orde en de zedigheid tot op liet oogenblik , dat de waarheid over hem zegepraalde, en hij voor al het volk der Godheid van Jezus hulde deed. Daar hij rijk en vrijwilliger was, kon hij gemakkelijk zijne bediening neerleggen. Hij hielp aan de afdoening des kruises en aan de begrafenis onzes Heeren, hetgene hem in innige betrekking met de vrienden van Jezus bracht, na Pinksteren ontving hij een van de eersten het doopsel in den vijver van Bethsaïda, en nam den naam aan van Ctesiphon. Hij had een broeder in Arabië; dezen gaf hij kennis van de mirakelen, welke iiij had gezien, en riep hem tot den weg der zaligheid. Aanstonds kwam deze naar Jeruzalem , werd gedoopt onder den naam van Ceci-lius, en, even als Ctesiphon, gelast om, in de nieuwe gemeente der Christenen, de diakens te helpen.

Een der wachten van het graf van Christus, die zich niet had willen laten omkoopen door de Joden, was zijn landgenoot en vriend. Zijn naam geleek aan Sulei of Suleii. Na eenigen tijd in de gevangenis doorgebracht te hebben, verborg hij zich in eene spelonk van den berg Sinaï, alwaar hij zeven jaren leefde en waar hem de vrienden van Ctesiphon gedurig ondersteunden. Die mensch ontving groote genaden en schreef zeer diepzinnige boeken zooals die van Dionysius den Areo-pagita. Een ander schrijver heeft iets uit zijne werken overgenomen, en alzoo is er iets van tot ons gekomen. Ik heb zelf op zekeren dag iets gelezen in het klooster, en nu erken ik, dat dit oorspronkelijk van hem komt. Ik heb dit alles zeer wel geweten en ook den naam van het boek, maar de smarten en het gebrek aan rust hebben het mij doen vergeten. De landgenoot van Ctesiphon volgde hem later in Spanje. Onder de ge-

521

ocr page 528

HET SMARTVOLLE LIJDEN

zeilen van Ctesiphon in dat land, was zijn broeder Cecilius; andere werden Intalecius, Hesicius en Eplirasius genaamd. Een ander Arabier, met name Sulima, bekeerde zich in de eerste tijden, ik weet er de bijzonderheden niet meer van; later, ten tijde der diakens, bekeerde zich eveneens een landgenoot van Ctesiphon, Sulensis geheeten ').

I) In den zomer van quot;1831, negen jaren na deze inededeeling en acht jaren na den dood van de zuster Emmerich, heeft de schrijver van dit boek in hot derde deel van de Via?je 1'Uterario a les Iglrsias de Espayna de D. J. L. Villanueva, 10 lomos, Madrid 1803—23, de volgende hier in 't kort verhaalde bijzonderheden gelezen.

In 1595 vond men, te Grenada, in do aarde reliqnien, handschriften en looden tafels, waarop de namen stonden van Ctesiphon en Hiscius, leerlingen van Jacobus den oudere. Verscheidene personen, en onder anderen .1. P. Perez, bisschop van Segoviën , zagen daar een bedrog in, dat voor oogmerk had aan de stad Grenada de bezitting der graven van deze twee Heiligen bij dat van Cecilius toe te wijzen. Perez zegt, dat de uitvinder van dit bedrog er het denkbeeld van heeft opgevat in de kroniek , aan Dexter toegeschreven en voor valsch erkend, die Ctesiphon, Hiscius en Cecilius als leerlingen van den heiligen Jacobus noemt. Hij voegt erbjj , dat, volgens een oud gotisch handschrift, de hierna volgende personen te Cadix ontscheepten, om het christengeloof te prediken: Torquatus bleef te Acci (Cadixquot;); Hesichius (Hiscius) ging naar Carcessa (Garzorla); Indalesius naar Ursi (Almeria of wel Orce bjj Galera) ; Secundus naar Abula (Avila); Cecilius naar Eliberri (Sierra Elvira bij Grenada^; Euphrasius naar lliturgi (Andujar); Ctesiphon naar Berge, welke sommigen Verja en Aragon noemen, anderen Verga, in het rijk van Grenada, nog anderen Vera, aan den oever der zee, tusschen Carthagena en Capo di Gata. Dat die leerlingen op verscheidene plaatsen onderwezen en aldaar stierven, en dat hunne overblijfsels er geëerbiedigd werden; dat zij door de Apostelen

522

ocr page 529

VAN ONZEN HEER JEZUS CHRISTUS.

uit Rome gezonden waren; dat slechts één schreef over

LUS de vervoering van het lichaam van den heiligen Jacobus

let den oudere naar Spanje. Dit schrift, toegeëigend aan

■ n Paus Calixtus 11, maar voor onecht erkend, noemt hen

la- leerlingen van dezen apostel; dat zijne leerlingen, vol-

ins gens de geschiedenis van Spanje, door Pelagius, bisschop

'|\ van Oviedo, Caloserus , Basilius, Chrysogonus , Theo-

'' dorus, Archanasius en Maximus waren.

Het grootste bedrog is , volgens den bisschop Perez,

■ze dat de looden tafels aangeven, dat Clesiphon voor zijne

ter bekeering Ahenadar genaamd werd. Nu dan, daar de

de anderen grieksche en latijnsche namen hebben, hoe

na zou zich dan een Arabier onder hen kunnen bevinden T

!3, Nooit is op dit tjjdstip een Arabier in Spanje gekomen;

en waarom zou hij zijnen arabischen naam veranderd hebben? enz, enz. Dezelfde gedenkstukken duiden aan dat

n, Ctesiphon een boek geschreven had in de arabische

n- taal met de letteren van Salomon. Hierop vraagt de

us bisschop Perez , wat dit beduidt, dewijl er toen nog

?n geene Arabieren in Spanje waren, en hij spot met de

;n letteren van Salomon om in het arabisch te schrijven,

la In Mei 1833, terwijl dit blad ter perae gebracht werd,

at hebben wij in Mariana, de rebus Hispanicis, gevonden,

Jr dat de overlevering bij de aangehaalde leerlingen een

in Athanasius en een Theodorus voegt, welke men zeide

h beiden van de wachten van het graf van Christus geweest

n zijn. Des anderendaags hebben wij in de suncfoj-!*»»

t, lom. III. 1 Februari, eene verhandeling gevonden over

e den heiligen Cecilius en zijne medegezellen, waarin vele

gt;f bijzonderheden over die te Grenada gevonden schriften

is te vinden zijn, de verklaring van Urbanus VIII tegen

r die valsche oorkonden , eene aantooning van hetgeen

r zij behelsden volgens den Apparatus sacer van Possevin,

ij en eene andere weinig verschillende , volgens de ver-

ii klaring van Bivar over de aan Dexter toegeschreven

, kroniek. Men vindt er onder andere dingen de vol-

i gende opschriften in: Van het helsche rijk, van de

i Opperste Voorzienigheid, van de Barmhartigheid, van dc Rechtvaardigheid , van al wat de God en Schepper gedaan heeft, van de schepping der Engelen , van dc

gt; verheerlijking en de wondenverken van Jezus Christus

52.quot;?

ocr page 530

het smartvolle lijden

en zijne Moeder, van tie Menschxvording af des Woords lot aan de Hemelvaart, enz. enz. Die opschriften herinneren hetgeen de zuster Emmerich zegt van de schriften op de wijze van Dionysius den Areopagita, samengesteld door Sulei, vriend van Ctesiphon, eveneens als do bijzonderheden dezer aanteekening zeer wel gelijken aan degene. welke de zuster heeft gegeven, waarover de lezer ongetwijfeld zal verwonderd zijn, even als wij het ook zijn geweest.

Hebben de schriften van die arabische leerlingen bestaan, en zijn zij vervalscht geweest door de geheimschrijvers, gelijk de geschiedenis der Apostelen van Abdias en de werken van Dionysius den Areopagita? Do zuster Emmerich heeft verscheidene malen herhaald, dat de schriften dezer laatsten zijn vervalscht geweest, en zij heeft hetzelfde gezegd van die van Ctesiphon. Er zijn ongelukkig zoo vele uitlatingen in alles wat zij opzichtens dit punt verhaald heeft, dat men genoopt is zijne toevlucht tot gissingen te nemen.

524

ocr page 531

INHOUD.

BLADZ.

Voorrede voor de nieuwe uitgave ... 5 Inleiding . . . . . . i 1

Beknopte levensschets van Anna Catharina Era-

merich . . . . . . . .15 Het laatste avondmaal van Onzen Heer J.-Chr. . 91 Voorrede........93

1. Bereiding van de Paselien .... 93

2. De eetzaal ....... 97

ü. Schikkingen voor den Paaschmaaltijd . . lOl

4. Over den kelk van het heilige Avondmaal . 103

5. Jezus gaat naar Jeruzalem .... 108

0. Laatste Paaschmaal . . . . Ill

7. Het wasschen der voeten .... 118

8. Instelling van liet allerheiligste Sacrament des

Altaars . . . . . .122

9. Geheime leeringen en wijdingen . . . 128 10, Oogslag op Melchisedech . . . .135 Het smartvolle lijden van Onzen lieer Jezus-Christus 141 Voorrede . . . . . . . .143

1. Jezus op den berg der Olijven . .147

2. Judas en zijne bende . . . . .182

3. Jezus wordt gevangen . . . . .189

4. Maatregelen door de vijanden van Jezus ge

nomen ....... 205

5. Oogslag op Jeruzalem ..... 208 lt;gt;. Jezus voor Annas . . . . . .215

7. Jezus wordt naar Caïphas geleid . . . 219

8. Vierschaar van Caïphas .... 220

9. Jezus voor Caïphas ..... 223

10. Nieuwe versmadinsen en heleedigingen bij

Caïphas ....... 232

11. Verloochening van Petrus .... 236

ocr page 532

526

INHOUD.

DLADZ.

12. Maria in het huis van Caïphas

240

4

•13. Jezus in den kerker .....

245

4

14. Judas bij het huis van Caïphas

248

15. Morgen-vonnis ......

249

4

•16. Wanhoop van Judas .....

252

4

17. Jezus wordt naar Pilatus geleid

255

4

•18. Het paleis van Pilatus en de omliggende

plaatsen ........

259

4

19. Jezus voor Pilatus ......

264

i

20. Oorsprong van den Kruisweg

271

21. Pilatus en zijne echtgenoote

274

F

22, Jezus voor Herodes .....

278

23. Jezus van Herodes naar Pilatus teruggebracht

285

r

24. Geeseling van Jezus .....

292

25. Maria tijdens de geeseling van Jezus

299

p

26. Onderbreking van de tafereelen des lijdens .

801

27. De H. Jozef, een kind zijnde onderbreekt de

P

verschijning van het lijden ....

309

28. Houding van de H. Maagd en van Maria

c

Magdalena .......

313

29. De doornen kroning .....

314

r

30. Ecce homo. Aanziet den mensch .

318

c

31. Bemerkingen op deze verschijningen

323

p

32. Jezus tot den kruisdood veroordeeld

326

33. Jezus draagt zijn kruis naar Golgotha .

337

34. Eerste val van Jezus onder het kruis .

342

(

35. Jezus, zijn kruis dragende, ontmoet zijne Moe

]

der. — Tweede val van Jezus onder het kruis

344

36. Simon van Cyrenen. Derde val van Jezus

348

i

37. Veronica en de Zweetdoek ....

35»

C

38. Vierde en vijfde val van Jezus. — De doch

(

ters van Jeruzalem .....

355

f

39. Jezus op den berg Golgotha. Zesde en zevende

(

val, en opsluiting van Jezus

359

40. Maria en hare vriendinnen gaan naar den

Calvarieberg ......

363

(

41. Jezus wordt van zijne kleederen beroofd; men

biedt hem gal en azijn aan ....

366

42. Jezus wordt aan het kruis gehecht

370

43. Verheffing van het kruis ....

375

ocr page 533

IN HOUD.

BLAD7,.

0 44. Kruisiging der moordenaars .... 377 5 45. Men werpt het lot over de kleederen van

8 Jezus ........ 379

9 46. De gekruisigde Jezus en de 2 moordenaars . 380 2 47. Eerste woord van Jezus aan het kruis . . 384 5 48. Verduistering der zon. Tweede en derde woord

van Jezus aan het kruis .... 387

9 49. Staat van de stad en van den Tempel . 391

k 50. Verlatenheid van Jezus. — Zijn vierde woord

1 aan het kruis ...... 393^

4 öl. Vijfde, zesde en zevende woord aan het kruis.

8 — Dood van Jezus ..... 398

5 52. Aardbeving. — Verschijning der dooden te

2 Jeruzalem ....... 404

'9' 53. Jozef van Arimathea vraagt het lichaam van

1 Jezus aan Pilatus ...... 413

54. Opening der zijde van Jezus. — Dood der

'9 moordenaars 416

55. Eenige plaatselijke ligging van het oude

3 Jeruzalem ....... 421

^ 56. Tuin en graf van Jozef van Arimathea . 425

^ 57. Afdoening van het kruis .... 428

'3 58. Het lichaam van Jezus wordt gebalsemd . 434

■''gt; 59. De nederlegging in het graf .... 445

'7 60. De terugkomst van het graf. — De sabbat . 448

'2 61. Jozef van Arimathea in de gevangenis gezet 451

Bijvoegsels tot de verhalen van den dag des lij-

dens van onzen Zaligmaker .... 454

^8 62. Belooning van Jonadab . . . . ib.

^ 63. Over den naam van Calvarië . . , 459

64. Het kruis en de wijnpers .... 461

65. Uittreksel uit eene vroegere verschijning . 463

66. Bijvoegsel bij de verschijningen tijdens den dood van Jezus ...... 467

67. Men stelt wachten aan het graf van Jezus . 472 j3 68. Jezus vrienden op den dag voor Paschen . 473

69. Over de nederdaling ter hel . . . 480

70. De vooravond der Verrijzenis . . . 489

71. Jozef van Arimathea wordt in vrijheid gesteld 491 ^ 72. De nacht voor de Verrijzenis . . . 49i

527

ocr page 534

INHOUD.

BLADZ.

73. Verrijzenis des Heeren.....407

74. De heilige vrouwen aan het graf. — Verschijningen van Jezus ...... 500

75. Verslag der wachten van het graf . . 509

76. Einde van die beschouwingen voor de vasten 511 .Bijvoegsel van eenige afgezonderde stukken om

tot opheldering te dienen aan de overweging op het lijden . . . . .513

1. Over Jozef van Arimathea . . . . ib

2. Over Longinus . . . . . .515

528

3. Over den hoofdman Abenadar, over Ctesiphon, Hiscius, Cecilius enz . . . . .519

EINDE.

ocr page 535

. .. i

•' ï .. w ci. ■ , c®..'gt;ai!.-t^!

' ?v 'Hs gt; ■■•^w-*»'; A '•gt; ^• ^•.•^quot;'^-4r'

^ ,, •: V. V - V^:.rï'!. *:*■'%'■:■' T,

■A- v - :, s r :■:•'••. - .' ■■ ■;. » S%

. -ï'-quot; - ' •* .'■■lt;■ '' ';■•■ lt; /, ri ., ,:.•.

H %iy»pw

••v ■ '- '

• V

■.l.'

Tquot;

' •' '

gt;■?amp; ?v'.

iV-, f-.^Vr-- '.•«, ■

/ Ü S'trï

quot; A

•• r^-.-:

iquot;V i*.' %.'«-■. % -':*• '• ér ï'. (-*■ e«.,..y-quot;X^ -X'.-gt;'-^'

«s-'-ii.'is;, i «. 1« tv-a .. gt; .li ' ■'■■ ''•■ ^

. ; r.-f ;•,■ . :.. gt; ^ «-■ •?. - * .' - -X'fe

-VAid i ■.*?'• vS s-..: gt;• . ■gt;: lt;? '. • ■;gt;*. igt;'-v

- 4. ij- , . v • Hf'H ' - . Vquot; , r; -' * ■•• «i v»quot; «-quot;v-W -*• quot;'quot;. .-■ -quot;•-»••gt;,' lt;•»■ ' ■' gt;•

-■i it ^: ^ ■■■■•■' *■ ■ ■amp;''£*

-•v - n •- .' v.'-'r;., / '7---« -• ; •- -•- ■• gt;•■' ■:' • ' '•- ■•, '' ■quot;■• -• ':' ■tquot; ■*■

V ^ gt;--V-,: •-.- lt; gt;•-■'■■, w.-.Vf '••••.?. *• •'■amp;s -- ■quot;

... • ;:/. ite-X* ■■ .-■ ■■ ■:. » «j* gt; -V v V -; ,j' v. r ^ ^ ^ -S ^

^ia gt;• ,., c, -.. ,:; ;■ „■ »- .- ■ ... ., -; gt;• quot; •-• quot;• quot;- '-' ■••••^' •- A #

. .• v., ;,■amp; gt; ;.•• .r f i-t ••'quot; '*. *■ *'-y' i- 'lt;*

,h Y. / ■ '. **quot;• ■ :, - - •. - k .• lt; ■ - - . ■■••■ ' ■•'•

i -Ir-'- gt;.?- fi.' :-.v % r- K' : - ' quot;■ v;. v ' '' '''^ K'

ijfr gt;' ^ -?quot;■•'■ -*K a :jvr»-.:*.1 :; '*•' quot;• ?quot; x- iTT^.f'

■ gt;Vt;Xquot;V Vf«■•■-»- f/.tr *'■■*■*'$ t'. y

■ U'. 'y' fj. JT v gt;

ï- .*quot;!» i! 4

i *•gt; V \

t

i*

ï.':

^4-'

quot;' ■' '-'

ïfe

'•i

iquot;

«■■.■•■ gt;:•

1 i; •

'H:

r. '-»- 'U ' iv

^V^-

gt;» y.

n'

F.^. fc.'J ^gt;.

-V-

%

.■*■-.

i^'-■''^'l4f:

■-«f* -.IL

k5lt;''JU';

r'

jf-..

-Jfiw

-....t ■ % . . i

•^#1^

' t?- quot;èquot;

.4?'!

.ilv

■ ■■ ■1

... ^

Ms

'^V

7%

-^v

r,- ■.' •

,4 ■

f

Vv*

■ ft-®»

•gt;. .■gt;' *•

.SJs

i;'

*«•• «gt;•

■f

V*

v- : ƒ.

yj •lï-

's ■

. ■amp;%£amp;*

5-Ê^id

H».

'Ji

4 .gt;i

V*.

■ifT'U' '■**-

-«• V:

iV;

■quot;jR

vamp;r.

.•V-#

*■: V.v .■: -- ■- ; .? si :• -. '• - '•: •», ■•

■'-.f ■ ... - -•■ -quot;• ;■• r

.-. n .'.■ t. •'•-■- ,•/ -- .^ quot;•'■ *

.- • i -Hv x ■!• . r -v,, -_■-, ♦.- v' v ..^

.,quot; Vs -.- -'••i- v. -quot;i-quot; '• - s '» / . ,-

Cs; .7/ V' •■-V -f, gt;quot; ■*' S»; ■■f - ^ ^ ■$- -V

•gt;, -;^: s- sSeai -;' ■■ : ■ if

■ „■, ■■. •. . :■ 5-;

quot;

' 'f ■ • ;

■«-'-!•■. .* ,-- ■ ■%.'

'

/ • • - vs'r. ■•»-

Vv. „

C3r'^

' ' ■ - ' •: quot;'■■ l:l '' *''•

.-. .-gt;. -; -■ » pi.v . ï. -

v i 'v • .•■ • ■ • - f *-..

■■fo';quot;-;s,. s • -

,;, ..- w;.. - 5-V

*■: f Wr'X gt;'.-•' -'A-ff ■

S - 'iS*

., ■' ■ ■; • V S ■» %!.

. ■' .gt;, f gt; :.

ocr page 536

(.

ocr page 537

*r'y- *;gt;■■■amp;'$, »; *. *■• *■.,r -i-.n-'v -r ft a ■ • ■ - ■■•; -' • ' quot; 'l •• •-♦ ■- amp;*:'■}* •■•

.4' quot;!lt;.gt;amp;- 5». .»* •• ^ * ■*quot; iv -•••

%■'* -v/v

.^•»4- » ■ •' - x: i-gt;v .. . .. . ' . .' . • _■•- •. -Squot; -

•.■•,- •' •'-•■ ■ • gt;• r$ r- • »v quot; . f «■.• gt;';,

, •■■'-:,- ;.• v ■ •• ••. t , „■... ï,

•lt;.,gt;■■ * ■ T ■■■■ /j-v-v. ■! •; quot;■ •'■- '» ■■ *

ramp;r-tii- A ■ •.■' ■• . J ... -' j'i/A'ti quot;

fn^y. , . j n

■lii 'lt;■ * ■ -v- ■■ ^'-«r iff W - v.' .lt;■! jr :?• .v

! ■•!,/

'lt;V .^S

rV. -gt;^.r «•- -,' V' »' •-•«»quot;-V gt;.

V • ' - ƒ•

1 * U' Vquot;.

^ gt; '\C' - -•'.«ivrt*'

• 'é ït' gt; ••

quot;i

• ' . -V

. •; ,i»? *•' V a.-t Uv-^

jty ;

•„v

■lt;•

i « .;gt; r.

*

Â¥

/C.

''^V

rV,

**. ■lt;

A . è'quot; •gt;quot;

%• V

-i;1.

.ife

#. Vquot;' 1

55-.

.=r

'T

■•?

A

v--4.^

'J-

v.;

*é'.

*.

■» '...

^r

-f-

*

quot;f'

-Vi. ■lt;gt;•■' w4

0. j'

quot;ir

quot;«■?

quot;gt;• ; -. ' ?...--^:

lt;*■

;:f

.«f- 'fc

**

\gt;

■gt;i

■'^ '^-.4.

V

j-

%

»s-

-■ ,| ,-■•

quot;quot;V .v

•%■ 'y'

•

y.

X' ^r.

i--.

v'^-;

v-'

quot;5^.

V. ■ :gt;

• |-

■ifc

^f:y.

-yjl'

•/ ' • -r

i-

-- .•■.'•

X-

£

:»'• ,lt;fc'

i».'

-*A

8 •'■

Mft' gt;

V v rX *

ifquot;

4'w

' 'S'-ï

;•••'. f---quot;'

it

■ ■ -i# t '-

.?

'ƒ • A

-L*;,

quot;4

.\;;-ï

■a ■ 'feij

quot;4 •gt;

str'quot; -i'

vt-gt;

■i-'

gt;5

■^lt;

■fr.

V'

i.'

•r-

#

i--

A gt;

■

' v'

K-f^' ^ ^

A

4'

?» #

**gt;^1

'^. » s ■

4quot; '•••

X

-r

icvJvSi

*; ■*

-t s

jt-

Si''/'i '® ' , !*

%V

■• *

-•,5v

. ■.- gt;■

•f-

c'

jr

lt; f-.'

yi»

•v ■■.

amp; * '££•

'ï?.

? ^yJ

•gt; gt;.gt;r ■ *■

*% ■ •' 0 ,5w*

*

$ * 4 -'

y .

*t.y

'Ie

rf

j -, V*-

$g.

'lt; t' •gt;%

4quot;

'•f

■v.

X(jf

•■ ' «.?r

i»L

•'gt; • - 4

¥'■

'i

■quot;

•?,

vi'

V.

-

amp;.' ■ équot;v*r'»-

f' ■«quot;

Tv'quot;^'-iSfv'^'-'v.-r^1'

•*

'S;

.amp;

■»

••

*

'''a?', tii

'JSi. »f

-a' -i --v- tt.

•y-

♦

ji

afvr- 'l .if

gt;quot;

-v-

Ja'

■Or

-•o

•

A'

'.'A •jïN

jr-

y : C' ..4-, gt;•■ f'

■vquot;

*

ii

«r.

LX *

H£.

^■|fc ^rquot;«?^f-''j|s

^ '?

%

■-'•Hr

SS'

,*t

-•*quot;

v -J ••■ i ■■■

JT

i? , yfN

:*r

$ i' ■ ■■'

■»

•?y.

3*^

'iP. ^ ■»4_^r •*.■■

•k;

e_

-y

amp;'■*}amp;* f-:

jy

#r,'-v

r*'

*

t '4 -f«. ,-^r-

%

amp; *

vlf

4-A

'A

f

■4 ' -6 -if

HB

if -lt;

• fi. .•!#

•-• v quot; '• ' ■

'ïi

/•'

4'

^.dt

*

■ gt;_ ö ^

t

-«gt;.*' ïfequot;

-•igt;

*r-

•V

;

^r.'-ÖK. if

-.•i

•b

A

'«

'•.'%■ 4.

*lt;*

«L

t

Ir'-'S. V ;». ./ *f:~ y

^;

lt;?

gt;

■y' f

gt;

•

^'•TNr-^

V»

'*r' y-

#-

; ■» ^ ^ -

quot;•lt;

$•

'• -

jj

i?

Jqr

- •• . •• -- : -

amp;'

p.

-.'i?

r-*'

Je?

V-.-

*,.•.»' -i»

p.

lt;

■ Jv

-.4

** .■*.■* ■ •; lt;-

~-h'

■t?

ijï