. t[\ nbsp;nbsp;nbsp;-'.v
- A ;
V' nbsp;nbsp;nbsp;quot;- ■»nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'■nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;%■:.
■ ■■ nbsp;nbsp;nbsp;,'t ■■nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;■■
é
■ nbsp;nbsp;nbsp;;*r -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■*
■ ' - 'x ... •. nbsp;nbsp;nbsp;■ r ^ ■;..
■ V , '7 nbsp;nbsp;nbsp;7^ :t^7nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;.-.x ■quot;
' - nbsp;nbsp;nbsp;.-.'V'' i ^ ■ ■ *,lt;;
■' nbsp;nbsp;nbsp;■nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'7:-
^ = -■ nbsp;nbsp;nbsp;*;•■nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^ - / '-7^'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^ ' ^
'^.7^ 'X. nbsp;nbsp;nbsp;. ;t. ^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;X ■nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;:-
\- ’HT'.
/7„ nbsp;nbsp;nbsp;Jx- \
' x* ■'?'lt;^ V f- • •• nbsp;nbsp;nbsp;■“ .-.^r,' i?* -•^7'
' X' x '''-lil nbsp;nbsp;nbsp;'
7:rsr'.--
■ - ^ *quot; *'■ ■'
fvf' ,S:i*fe2W%r.w4- . .. t;i ' nbsp;nbsp;nbsp;; -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-■ T'\nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.. -;7:-:%-
- 7'.#* ^'Si nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. ., 'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'- 7»,^ —,.■ -»‘gt;:'7:
7V-r - nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;‘
ê *gt;
rX
*: nbsp;nbsp;nbsp;W:
. .• nbsp;nbsp;nbsp;-A;' .
-■(* *•'.. '
4
' ' ■^' '•.. x' ’ . 7;i ..
■C.- nbsp;nbsp;nbsp;■ 7^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'..p,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5,77
: =. nbsp;nbsp;nbsp;■*gt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*■nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'-'X'- i .y4. 7 '
7y. ■ 7 ,^V-
-Kk' V*- nbsp;nbsp;nbsp;^ y''‘irv ^
■'.i^ *5 nbsp;nbsp;nbsp;' /-i.:.'^ •nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. i • ■
' ' ,. v:v?.:'7 '
■ 7'' 7
PREMIERE CONTINUATION .
DES
PAR
MARTINUS VAN MARUM,
DOCTEUR EN PHILOSOPHIE ET EN MEDICINE , DIRECTEUR DU CABINET DHISTOIKB NATURELLE DE LA SOCIETE HOLLANDOISE DES SCIENCES , DES CABINETS DEnbsp;PHYSIQUE ET dhISTOIRE NATURELLE ET BIBLIOTHECAIRE DU MUSEUMnbsp;DE TEVLER, CORRESPONDANT DE laCADEMIE ROYALE DES SCIENCESnbsp;DE PARIS, MEMBRE DE LA SOCIETE HOLLANDOISE, DE CELLEnbsp;DE ROTTERDAM, DE FLISSINGUE, ET duTRECUT.
A HARLEM,
1787.
-ocr page 7-E E II S T E V E R V o L G
DER
GEDAAN MET
'r-
DOOR
\\
A. M. PHILOS. ET MED. DOCT., DIRECTEUR VAN HET NATURALtEN - KABINET VAN DE HOLLANDSCHE MAATSCHAPPY DER WEETENSCHAPPEN, VAN DE PHYSl-SCIIE EN NATURALIEN - KABINETTEN EN BIBLIOTHECARIS VAN TEYLERSnbsp;MUSEUM 9 CORRESPONDENT VAN DE KONINGLYKE ACADEMIE DERnbsp;WEETENSCHAPPEN TE PARYS , LID VAN DE HOLLANDSCHE MAAT-SCIIAPPy, VAN HET BATAAFSCHE VAN HET VLISSINGSCHBnbsp;EN VAN HET ÜTRECHTSCHE GENOOTSCHAP,
by JOH. ENSCHEDÉ en zoon en ,
en JAN VAN WALRÉ.
I 7 8 7.
/
-ocr page 8-(IV)
L,
/'Jk gracieufe réception de mes expêriences, faites en 1785 avec la ^mii^^ifS,^^^riqae. de 'Reëler ^ et publiées .dans la méme année, de plusnbsp;les exhortations de la part de quelques Academies, et de plufieurs Sga-vpints, ont achevé b' determiner noire Société, et moi en particulier^, dnbsp;continuer nos récherches commencées. Files eusfent deja vu Ie jour, finbsp;je ne m'étois trouvé obligé de les différer: i) è caufe que les bouteilles,nbsp;que j^avois ordonnées en Bohème dis Ie printems de 17855 nie font par-venues f lard en hiver, qu'il ne ina pas été posfihle' de comnlencer lesnbsp;expêriences, avec la hatterie aggrandie, avant k. 0.1 Fevrier de 1786,nbsp;jf ai prèféré te verre 'de Bohème, pour Paggrandisfèment de la hatterie,nbsp;parceque cette efpéce de verre nfa paru jusquici Ie plus capable de ré-fifter a la force éleamp;rique de notre machine. La publication de ces experiences , que fai achevées dans Ie printems, excepté un petit nombre,nbsp;a été encore rétardée d caufe des planches, que nous avons fait fairenbsp;des desfeins formés par les métaux calcinés par la decharge de la bat-terie-, ayant préférè cPattendre un peu plus long tems, afin de donnet',nbsp;de ces nouveaux phénoménes, des rèprèfentations (*), que nous pouvons
as-
(*') Elks font faites par M. Sepp d Amjlerdam, qiti a fait connoitre, depvis long tems, fon babilité, par fes belles rèprèfentations des Infedes desnbsp;Bals-bas, et de plufieurs autres objets naturels.
-ocr page 9-fiet gnnffig ontfangen der proefneemingen met Teylers Eleflrlzeer-roacliine in t jaar 1785 door my in t werk gefield, welken door ons Genootfchap in het zelve jaar zyn uitgegceven, en de aanmoedigingen'nbsp;van verfcheiden Academiën, Gcnootfchappcn, en Geleerden, hebbennbsp;ons Genootfchap, en byzondcrlyk my aangezet tot het voortzetten vannbsp;dezelven. Hier in ben ik echter veel langer, dan ik my had voorge-fteld, opgehouden: vermits het glas, het geen ik ter vergrooting dernbsp;battery reeds in het voorjaar van 1785 in Bohemen had laaten be-ftellcn, zo laat in den winter is aangekomen, dat Ue proefiiee-mingen met de vergrootte bnttery niet vooi den 22 February hcb kunnen beginnen. Het Bolieemfche glas had ik tot dc vergrooting dernbsp;battery verkoren, tcrwyl dit zoort van glas my dus verre tot het weêr-ftaan der electrifche kracht van ons werktuig het best was vóórgekomen. De uitgaaf deezer proefneemingen, welken ik (zeer weinigennbsp;uitgezonderd) in het voorjaar heb afgedaan, is vervolgens uitgedeldnbsp;wegens het vervaardigen van de afbeeldingen der teekeningen, by denbsp;ontlaadingen der battery door de verkalkingen der metaalen gemaakt,nbsp;terwyl wy het beter geoordeeld Ticbbcn van dceze nieuwe verfchynze-len afbeeldingen (*) te gecven,'van welker juistheid wy kunnen getuigen , dan hierin, door deeze uitgaaf te verhaaflen, te kort te fchieten.
Dee-
C*) Dezelven zyn vervaardigd door den knndigen Hr. C, Sepp ta Atnllerdam, wiens bekwaamheid door zyiie fraaye afbeeldingen van Neder-laiiüiche Infelt;nan ea van veele andere natuurlyke voorwerpen bekend is.
* 3
-ocr page 10-C VI )
/
asfurer être tres fidelles. VoUa les prindpaks raifons, poiirquoi ce volume n'a pas été plutót puhlié.
Les expériences, dont je donne iet la défeription, exigeant Ie plus fouvent. Cl caufe de leur ét en due ¦, P asfifiance dun homme hien expéri~nbsp;menté, je les ai fait es, pour la plus grande partk, avec M. Cuth-bertfon. Mrs. les DireBeurs et les Membres des deux Sociétés de cettenbsp;Pondation niont quelquefois fait Thonneur eTy asfifier; et lorsqu'en fai-fant des expériences il fe préfentoit des phénoménes nouveaux , ou desnbsp;réfultats inattendus, fai invité chaque fois Mrs. les Membres denbsp;notre Société, pour asfifier d la répetition de ces expériences^ afinnbsp;d'en conftater d'autant plus Pautenticitê. (Left pour la même raifon^nbsp;que toutes les fois, que Pun ou Pautre ftavant Eleamp;ricien fe préfentoit , pour vdir Poperation de notre machine, '-j'ai ordinairement répéténbsp;ces expériences, dont les réfultats pourro'fent être révoqués en doute,nbsp;fi on ïPêtoit pas asfurê, quils om été plus dPune fois hien vus, et
hien ohfervés.
Ce volume contient principalement les expériences, que fat faites avec la batterie aggrandie. Qtioiquelle contienne h préfent 225 pieds denbsp;verre garni, jai pourtant vu des preuves convaincantes, qiPune plusnbsp;grande quantlté de verre garni peut être chargée par notre machine,nbsp;yai desfein ePesfayer dans la fuite, jusqLh quel point je pourrai aug-nienter par Ih la force èleclrique.
Ce volume ne contient pas toutes les expériences, que fai faites cette année par Ie moyen de notre machine: paree quon a jugé pour plusnbsp;(l'une raifon, qtfil ne conviendroit pas de rendre ce volume beaucoupnbsp;plus gros, que Ie premier', ce qui en auroit ausfi r ét ar dé plus longnbsp;tems rédition. De la vient, quon -ne trouve pas dans ce volume la.nbsp;défeription de ces expériences, qui me font propofées par plufieurs Elec-
tri-
-ocr page 11-C vn 3
Deeze zyn de voornaame redenen, waarom men dit fluk niet vroeger heeft in t licht gezien.
De proefneemingen, waar van ik thans de b'efchryving geef, wegens haare uitgebi'eidiieid veeityds de hulp van eeneii kundigen vorderende, heb ik dezelven doorgaans met Mr. Cuthbertfon genomen. Denbsp;Heeren Beftuurders en Leden der beide Genootfehappen van deezenbsp;Stichting hebben my hierby meermaalen met hunne tegenwoordigheidnbsp;vereerd; en zo dikwyls my by het in het werk ftellen der proefneemingen vreemde verfchynzels of onverwachte uitkomften voorkwamen,nbsp;heb ik by de herhaaling van zodanige proefneemingen, om aan de-zelvcn des te meer gczach by te zetten, de Heeren Medeleeden vannbsp;ons Genootfehap genodigd. Om dezelfde reden heb ik ook, wanneernbsp;de een of ander Eleélriciteit - kundige de werking deezer machinenbsp;bywoonde, doorgaans die proefneemingen herhaald, welker uitkom-ften, indien men zich niet kon verzekerd honden, dat zy by her-liaaling wel gezien waren, ligtelyk in twyfièl zouden kunnen getrokken worden.
Dit fluk bevat voornamelyk de proefneemingen, welken ik met de vergrootte battery gedaan heb. Schoon dezelve thans 225 voeten bekleed glas houdt, heb ik echter duidelyke bewyzen gezien, dat eenenbsp;noch grootere hoeveelheid bekleed glas door onze machine kan gela-tlen worden. Hoe verre ik door het vergrooteii van dezelve de elec-
trifche kracht zal kunnen brengen, heb ik voorgenomen in t vervolg
\
te beproeven.
De proefneemingen, welken ik dit jaar by onze Eleftrizeer-machi-ne in t werk gefield heb, zyn op verre na niet allen in dit ftuk be-fchreven: terwyl men het om meer dan eene reden niet gevoeglyk oordeelde hetzelve van veel meer inbond te maaken dan het eerfle;nbsp;ook zoude hier door deszelfs uitgaaf noch langer zyn vertraagd geworden. Van daar is het ook, dat men hier in geene befchryving
C VIII )
irktens., pour être falies par Ie moyen de notre machine, ye m'ètois propofé de les décrire dans Ie quatrieme chapitre de la feconde parite:nbsp;mals ayani fini les chapitres précédenis, je me fuis appergu., que cesnbsp;expériences auroïent rendu ce volume trop gros. yai cru de ne dévoirnbsp;pas en faire un choix: parceque cela n'auroii pas manqué de choquernbsp;ceux, qni en lifant les réfuliais des expériences propofées par dPautreSfnbsp;n'y liroient rien des kurs. ye ne pouvois pas ausfi me déierminer do-tneiire une parite de la defcription des expériences, que je public ac~nbsp;tuellement: s') d caufe qu'ayani desfein dhemployer dans la fuite unenbsp;plus grande quantitè de verre garni ^ fat jugé pour cette raifon^ quilnbsp;étoii Ie plus convenable de donner auparavani la defcripiion de toutesnbsp;les expériences.) que f ai falies avec la baiterie aStuelk', parceque lesnbsp;expériences décrites dans les deux premieres chapitres de la feconde par-tie font la continuation des expériences ci-devant puhliéeset qiPellesnbsp;peuvent fervir en partie pour les bien expHquer. Uomisfon du derniernbsp;chapitre y auroit fait gagner trop peu de place, yefpere dutte, qu'onnbsp;ne prendra pas mauvais, que je rPaye pas donné, h. caufe des raifonsnbsp;alléguées, ley defcriptions des expériences, qui me font propofées par plu-fieurs Spavants, ayant réfolu de Ie faire dans un prochain volume, quenbsp;jy ai defliné particulierement. Alors je publier ai ausji les expériences,nbsp;qu'on me propofera, pourvu que ce foil en peu de tems, qu'elles me pa~nbsp;roisfent être de quelque confequence, et que je puisfe pour cela me procurer l'appareil nécesfaire. y'invite done les Phyficiens, qui veuknt menbsp;communiquer leurs vues, et m'aider par la a pousfer encore plus kinnbsp;les connoisfances fur l'éleStricité, a me faire part, Ie plutót posfihle,nbsp;des idéés, qu'ils fe font propofeés de me communiquer, afin que jenbsp;puisfe donner dans Ie volume fuivant Ie réfiultat de chaque-expérience.
-ocr page 13-Cix )
vindt van zodanige, proefneeniingen, welken my door verfcheiden Gö-leerdeii zyii voorgeflaagen, oin ze by orize machine in t werk te (lellen. Deezen had ik my voorgedeld in t vierde hoofdfiiik der tweede afdeeling te geeven: dan, liet voorafgaande aïchreven zynde, zag ik,nbsp;dat deeze proefneemingen dit deel te; ver zouden uitgebreid hebben.nbsp;Hier uit eene keuze te doen vond ik niet raadzaam, terwyl dit waar-fchynlyk den geenen zpude geflooteri hebben .die hunne opgegeevciienbsp;proefneemingen vonden achtergclaaten. Van ,de proefneemingen, waarvan men thans de befchryving ontfangt, een gedeelte wechtelaaten,nbsp;konde ik niet befluitent 'i^ terwyl ik het voorneemen hebbende in hel;nbsp;vervolg eene grootere hoeveelheid bekleed glas te gebruiken, het,ge-voeglykst oordeelde nu vooraf geheel en al te geeven, wat ik met denbsp;tegenwoordige battery verricht heb; 2) terwyl de proefneemingen ianbsp;de twee eerfte hoofdllukken der tweede afdeeling befchreven ten vervolge diéneh der voorheen uitgegeevene. proefneemingen, en gedeelte-lyk tot het recht begrip van dezelven_vereifcht worden; Uet wechiaa-ten van het laatlle hoofdftuk alleen zoude te wcinig pluatS gCWOUncit
hebben. Men zal het my dus hoop ik uiet euvel duiden, dat ik, om de gemelde redenen, de geheele befchryving der proefneemingen, mynbsp;door veele Geleerden voorgefleld, behoude voor het eerilvolgende (luk,nbsp;hetwelk ik nu hier voor byzondeiiyk gefchikt heb. In dit (luk zal iknbsp;teffens geeven zodanige proefneemingen, die men my binnen kort zalnbsp;gelieven voortellellcn, wanneer zymyflegts van eenig belang voorkomen,nbsp;en met verkrygbaaren toeftel kunnen genomen worden. Waarom iknbsp;dan de Natuurkundigen, die genegen zyn my door het meédeelen vannbsp;hunne inzichten ter voortzetting der Eleélriciteit-kunde byteftaan, opnbsp;het vriendelykll verzoek , het geen zy my zullen gelieven voortedel-len, my ten fpoedigfte raeê te deelen, op dat ik den uitflag van elkenbsp;my voorgeftclde proefneeming in het eerilvolgende ftuk zal kunnennbsp;befchryven. Men kan zich verzekerd houden , dat ik een iege-
* * nbsp;nbsp;nbsp;lyk
-ocr page 14-(X);
Aont on in'a fourni i'idie. On peut étre asfuré, que fatiribuerai h chacun^ ce qu'il tnaura propofé ^ et qu en cas que la même expérience menbsp;le foit par plujieurs Phyjlckns ^ je donnertft, ftiivant Pordre du ternsnbsp;ks noms de ceux, qut m'ont fait quelque propofition h Tégard du mê-me fujet. Quiconqae efl verfé dans cette branche de la Phyfique^nbsp;mohligera encore particulierement, ill lui plait de me faire amicale-ment part de fes rémarques^ au cas qu'il juge, que Pune on Pautrenbsp;de mes expériences puhliées ne' foit pas faite ausfi bien qu'elk pourroitnbsp;fêtre, ou que je me fats tronipi\ en tirant de mes expériences Pune onnbsp;Tautre confequence. Comme mon but principal efl de contribuer ennbsp;quelqiie chofe aitx progrhs.de la Phyfique^ ioutes-'reflexions bien fondéèinbsp;me feront toujours agrCables, de quelque cotê quélles me viennent, puis-que je.ne m'interesfe pas moins d découvrir une erreur, qud trouver uné
veriti ihconnue. nbsp;nbsp;nbsp;.........
* Uesquisfe du fyflême de M. Lavoifier, concernant la conihinaifon du principe de Pair pur avec plufteim fubftances, contenant ausfi les raifons, quinbsp;m'ont fait adopter .ce fyflême, efl placée d la fin dq ce volume: parcequ'il nPanbsp;paru, qtf il ne conviendroit pas de dormer cette esquisfe ausfi en racourci, quenbsp;je me Pétois propofé, lorsque fat promis (page lo6}, de la denner dans lanbsp;preface. Comme il m'a femblé, que ce fyflême eft fur tout inconnu è plujieursnbsp;de mes LeSieurs Belgiques, notre Sociétê a cru faire pour le mieux en te don-mant feulement dans notre langue: parcéqu' écrit dans ks deux langues,il auroitnbsp;m'dpé une ti'op grande partie de ce volume,
Ta-
-ocr page 15-C XI )
lyk zal toekennen, het geen hy my heeft voorgeftcld. Wanneer eene zoortgelyke proefneeming my door meer dan eenen Natuurkundigen wordt yporgcflaagen,.zaL ik de. naamep der geepen,^die^my omtrent deékfde zaak eenig quot;foöfftel gédiian' hcbbdn, naar dê orde desnbsp;tyds opgeeven. Elk wie in deezen tak der Natuurkennis bedreven is,nbsp;zal my daarenboven byzonderlyk verplichten, met my zyne aanmerkingen in t vrienddyke.raaè-deelcu ,lwmineer het-hem mocht voor-koometi, dat deeze of geene myner uitgegeevene proefneemingen nietnbsp;op-^e befte ^Wyze 'in t, we^k geft^ld of dat, ik in de èene oT',_an-dere gevolgtrekking .pit, dezelven.h(^bb^¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Dn^r, de bevorde-
ring der Natuurkennis myne voornaame bedoeling is, zo zal ik elke wel gegronde aanmerking, van welken kant zy ook koorae, met danknbsp;erkennen, tcrwyl ik geen^ mihclêr prys ftel op het ontdekken eenernbsp;dwaalmg, als^- op 'liet .vinden eener. onbekende ¦ waarheid. .,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦'
c . nbsp;nbsp;nbsp;; Quid verum.....euro, et rogo, et .ownit in hoe futtK
Haarlem den 30 December 1786.
* De fchets der -leer van M'. Lavoifier, omtrent de vereéniging van het grondbeginzel der zuivere lucht met veelerhande zelfftandigheden, die tefFensnbsp;de redenen bevat, welken my tot deeze leer hebben overgehaald, vindt mennbsp;aan het 'einde van dit ftuk geplaatst: tervvyl het my by nader'inzien nietnbsp;raadzaam fcheen deeze fchets zo kort te maaken, als ik vooriieemensnbsp;was, toen ik op bladz. 107 beloofde dezelve in de voorrede te zullen gee-ven. Daar het echter my is voorgekomen, dat deeze leer voornamelyk aannbsp;veelei! myner Nederduitfche Lezeren zal onbekend zyn, zo heeft ons Ge-nootfehap goedgevonden deeze fchets alleen in het nederduitsch te geeven,nbsp;te meer, terwyl dezelve anders een te groot gedeelte van dit ftuk zoudenbsp;beflaagen hebben.
^ * ü nbsp;nbsp;nbsp;I
-ocr page 16-CXIT)
.......... PJIEMIERE...PARTIE.
PREMIER CHAPITPvE.
Defcription de cette hatterié^ et expériences qui-en demontr'ent la
grande force. nbsp;nbsp;nbsp;, - - . iv ,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^
CHAPITRE SECOND.
Expériences fur la fujion nbsp;nbsp;nbsp;des metaux.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i6
InftruStions pour les conduBeurs de la foudre, déduites des expériences précédentes, nbsp;nbsp;nbsp;30
CHAPITRE TROISIEME.
Obfervations faites en fondant différent fik de metaux.
. I. 'til tly a aucune proportion entre les dijférens diamétres des fils, et les lofigueurs, qui en peuvent être fondues parnbsp;decharges égales.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;:nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;42
II. Quels font les metaux., qui peuvent être fondus en glo-bules ^ et a quelle caiife la forniation des globules doit être attribuée.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;44
UI.
-ocr page 17-EERSTE HOOFDSTUK.
Befchryving van deeze battery, en proefneemingen, welken het
groot vermogen van dezelve aanwyzen. nbsp;nbsp;nbsp;BI. 3
TWEEDE HOOFDSTUK.
Proefneemingen omtrent de fmelting der metaalen. nbsp;nbsp;nbsp;17
Onderrichtingen voor de afleiders, uit de voorgaande proefneemingen getrokken. nbsp;nbsp;nbsp;31
DERDE HOOFDSTUK.
Waarneemingen by de fmeltingen der verfchillende metaal-draaden.
II. Welke metaalen tot bolletjes kunnen gcfmolten worden, en waaraan deeze vorming der bolletjes is toetefchryven. 45
-ocr page 18-C XIV )
III. Le metal fondu par une decharge ékStrlque devient heaucoup plus rouge, que quand il rough par un feunbsp;tres fort.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4S
P)ifperfion tres rémarquahle des glohuJes forinés en fondant le fer I a .quelle caufe elk dolt étre attribuée? 50
F. Qjdefl. ce' quil y a ^ ohfetverquand un fil de fer ne fe fond qiPen par tie?nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5^
FI. Divifon des fils metalUques en piéces, quand ils font un peu trop longs pour être fondus.,.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦ -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5'^
FII. Accourcisfement des fils metalUques, quand ils rougis-fent par des decharges nbsp;nbsp;nbsp;éleSlriques.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5^
Fin. La hatterie ne fe decharge qiCen partie par de longs fils metalUques, qUi font tres minces. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Co
CHAPITRE QUATRIEME.
'Expériences fur la calcination nbsp;nbsp;nbsp;desnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;metaux,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;64
Calcination du plomb. nbsp;nbsp;nbsp;68
--- de nbsp;nbsp;nbsp;létainnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;
--du nbsp;nbsp;nbsp;fer.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;80
--du nbsp;nbsp;nbsp;cuivrenbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rouge.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;84
--- du nbsp;nbsp;nbsp;cuivrenbsp;nbsp;nbsp;nbsp;jaune,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;86
---de Pargent. nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;9°
--de nbsp;nbsp;nbsp;Por.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;9 a
d^un mélange de plomb ^ | dletain.
Explication des expériences précédentes, fuivant le nouveau fyfléme de calcination.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;106
CHA-
-ocr page 19-HI. liet metaal door eleélrifche ontlaading gefmoltcn heeft een veel fterkeren trap van gloeying, dan welken het innbsp;een fterk vuur aanneemt.
IV. Wyde veifpreiding der bolletjes, tot welken het yzer gefmolten wordt;
49
waar aan dezelve is toetefchryven ? nbsp;nbsp;nbsp;53
V. Wat er by eene gedeeltelyke fmelting van yzer-draad is waaiteneemen ?
\I. Verdeeling der metagbdraaden door eene eleftrifcbe ontlaading, wanneer zy wat te lang zyn, om hier door ge-* finolten te worden. nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;''
VIL Verkorting der metaal-draaden, wanneer zy doof elec-trifche ontlaading gloeyend worden.
VIII. Door Jangc diinne dfaad'en wordt de battery flegts gedeeltelyk ontlaaden.
VIERDE HOOFDSTUK.
Proefneemingen omtrent de verkalking, der metaalen.
Verkalking van het lood.
-----tin.
53
59
61
yzer.
roode koper, gcele koper,nbsp;zilver,nbsp;goud.
van een mengzel van | lood en § tin.
69
81
85
87
91
93
97
Verklaaring der voorgaande proefneemingen, volgens de nieuwe leer der verkalking.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;107
VYF-
CHAPITRE CINQUIEME.
Expériences fur Ia calcination des metaux dans diférentes efpéces dlair.
I. nbsp;nbsp;nbsp;Dans la mofette atmojpherigue Qair phlogijli^ué').
II. nbsp;nbsp;nbsp;Dans Vair pur {air dephlogifli^uê^.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;126
III. nbsp;nbsp;nbsp;Dans ?air nitreux.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;130
CHAPITRE SIXÏEME.
Expériences fur la calcination des metaux dans Peau. nbsp;nbsp;nbsp;134
Examen de Pair produit de Peau par la calcination d'un met al. 140
CHAPITRE SEPTIEME.
Expériences concernant les [uites dangereufes, aux quelles les con-duEteurs, qui font trop minces^ OU qui font faits de chai-nespeuvent donner occajion. nbsp;nbsp;nbsp;1^0
InflruBions pour les conduBeurs de la foudre, déduites des expériences précédentes. nbsp;nbsp;nbsp;15S
Expériences qui démontrent, que^ pour un conduBeur, Ie cuivre
rouge eft prèférable au cuivre jaune ou au fer. nbsp;nbsp;nbsp;164.
CHAPITRE HUITIEME.
Expériences., qui font voir, comment les tremblemens de terre, et les agitations de Peau peuvent être quelquefois les effetsnbsp;d'une decharge éleBrique.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;170
SE-
-ocr page 21-Q XVII )'
VYFDE HOOFDSTUK.
Proefneemingen omtrent de verkalking der metaaleii in verfehli-
lende zoorten van luchten. , nbsp;nbsp;nbsp;'
I. nbsp;nbsp;nbsp;In mofet (gephlogilleerde lucht).nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;123
II. nbsp;nbsp;nbsp;In zuivere lucht (gedephlogiheerde lucht).nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;127
III. nbsp;nbsp;nbsp;In falpeter-lucht.' ' quot; D r quot; ^ \ 7 quot;quot; 'inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;131
.1 '¦ ¦: ¦¦¦ - ¦ ¦......... . ,
ZESDE HOOFDSTUK. nbsp;nbsp;nbsp;'
Proefneemingen omtrent de verkalking der metaaleh in water. 135 Onderzoek der lucht, welke door de verkalking van een metaal Uit
lt;¦ f * ¦ ri' ¦'.T quot; ~ r\
het water voörtgebracht wordt. nbsp;nbsp;nbsp;j
nbsp;nbsp;nbsp;REVENDE HOOFDSTUK.,-'
proefneemingen omtrent lt;3e natteeiigc gevolgen ^ tot wclkèn aflei-gt; ders, die te dun zyn, of uit' kettingen beftaan, gekegen-
151
heid kunnen-geeveii;:''
.' . ...
ACHTSTE hoofdstuk.
( X.VIII )
SECONDE PART IE.
;r ¦ ' nbsp;nbsp;nbsp; ,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦
Expériences faites prés des Condu^eurs .de cette
V nbsp;nbsp;nbsp;Machine.
J ? nbsp;nbsp;nbsp;PREMIER CHAPITRE.
Expériences concernant_ ïa^ compojition de^ Pacide^ nitreux par Vuni-on d'air pur et de la mofelte, fuivant la décöuverte de j il/: Cavendisii.'jnj,n g;.lIjquot;iSq
CHAPITRE SECOND.
Continuation des expériences fur les changemens^ que les différen-tes efpêces'd'ldr^fuhisfent^ quand dés rayons'^le£triques les ^ ,parcpurent pendant. quelque tems.^^^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_ _ .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;19Ö
aSir pur .(air JephJogifliqué'). . , n / - nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;198
j II. Mofette atmofpkerique (air phhgifiiqué). nbsp;nbsp;nbsp;. ;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;204
III. ^ir nitreux. nbsp;nbsp;nbsp;ao6
^ nbsp;nbsp;nbsp;' i, ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;J*U - ¦ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦
lt;F. Air inflammable de Pefprit de vin-mêlé avec de Phuile de vitriol.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;212
VI. Air alkalin. nbsp;nbsp;nbsp;214
CHAPITRE TROISIEME.
ai8
Expériences concernanp quelques météores ékBriques.
-ocr page 23-TWEEDE AFDEELINC. Proefneemingen by de Conductors deezer Machine
T
EERSTE hoofdstuk.
Proefneemiligen omtrent de voortbrenging van Hilpetér-zuur, door de vereeniging van zuivere lucht en mofetj volgens denbsp;ontdekking van M. Cavendish.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i8l
TWEEDE HOOFDSTUK.
I. nbsp;nbsp;nbsp;Zuivere lucht (gedephlogilleerdenbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lucht).nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;199
II. nbsp;nbsp;nbsp;Mofet (gephlogilleerde lucht).nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lt;205
III. nbsp;nbsp;nbsp;Salpeter-lucht.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;207
IV. nbsp;nbsp;nbsp;Ontvlambaare lucht, verkregen by de ontbinding van
yzer in verdund vitriool-zuur. nbsp;nbsp;nbsp;210
V. nbsp;nbsp;nbsp;Ontvlambaare lucht uit wyngeest met vitriool-olie
VI. nbsp;nbsp;nbsp;Loog-lucht.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;215
DERDE HOOFDSTUK.
Proefneemingen betreffende zommige eledtrifche lucht-verfchynzels. 219
-ocr page 24-i .lt;v nbsp;nbsp;nbsp;gt;
Avertiifement pour k Relieur,
ent re 74 nbsp;nbsp;nbsp;75
80 84nbsp;86nbsp;90nbsp;¦ 9anbsp;96nbsp;loanbsp;232
II UInbsp;IFnbsp;Vnbsp;VInbsp;VU
vm
IK
X
Planche I dolt être placée vis-U-vis pag. 68
vis-a-v!s
Bericht voor den Binder.
te Hellen
I
II
III
IV
V
VI
VII
VIII
IX
X
Plaat
tegens over bladz.
--tusfchen 74 en
--tegens over
68
75
80
84
86
90
92
96
102
232
Fautes a corriger.
Page 10, ligne derniere, au lieu de 24 nbsp;nbsp;nbsp;lifez p.5
de fer d'f^ pouce de diametre Verbetering.
Bladz. II, reg. 4 Haat 100 lees 160
182,------fii de fer - fil
-ocr page 25- «'rnbsp; nbsp;t ,
iL quot;.;,^ iu'ib \:'A\Vj
MET
¦ - nbsp;nbsp;nbsp;''i ¦ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- 'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;V
:..1 nbsp;nbsp;nbsp;V,- - '.«.i..! ¦'- .
...o-A
IN HET WERK GESTELD.
¦¦ ¦ 'i
-ocr page 26-'«I ¦ nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^
f JL
PREMIER CHAPITRE.
\
quot;X
TTjg hatterie, donf feprowai la force Vannée derme~ re avec la Machine de Teller, et dont fai donné la de~nbsp;fcription et la gravure dans un livre imprimé dans cettenbsp;mênie annèe ainfi q^tlun detail de tnes experiencesnbsp;faites par le moyen de la fusdite machine, etoit compo-fée de neuf caisfes , chacune de 15 bouteilles, qui ay antnbsp;a peu pres un pied quarré de verre garni, formoient,
lors-
(a) Pag. 154158. Planche VI.
-ocr page 27-¦ \
. ¦ ' nbsp;nbsp;nbsp;^ 'hevattendsnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-
EERSTE HOOFDSTUK.
e battery, welke ik in het voorleden jaar door Teylers Eleólrizeer-machine gelaaden heb, en waarnbsp;van men de befchryving en afbeelding vindt bj^ denbsp;proefneemingen met deeze machine in het werk gefield, dewelken ik toen heb in t licht gegeevennbsp;beflond uit negen kaszen, elk 15 fleszen bevattende,nbsp;en waar van elke fles omtrent eenen vierkanten voet
be-
(lt;j) Bladz. 255i5p. Plaat VI.
-ocr page 28-lorsqti elles communiquoïent tout es enfemhle, une batte-rie de ^125 bouteilk's, contenant environ 1^,5 pieds quar-rês de verre garni, yai augmenté cette hatterie en ajoutant Jtx caisfes de fembtables bouteilles au neufynbsp;que favois deja , et ainfi j ai formé par eet asfemhlagenbsp;^ne batterie, qui contient a peu, pres 225 pieds quax.-rês de verre garni. Les 15 caisfes fe joignent de cette maniere, qu elles forment, communiquant toutes en-femble, une batterie quarrée, dont les bouteilles fontnbsp;placées en 15 Ugnes, et chaque ligne contient 15 bouteilles.
Pour ohferver Ie degré de charge de cette batterie^ je me fuis fervi dun eleamp;rometre ^ inventépar Mr. Brook,nbsp;et confiruit a Londres par Mr. Adams. Get eleamp;rome-tre (font on trouve la defeription et la figure dans lesnbsp;Philofophical Transactions, vol. LXXII, pag. 384, etnbsp;dans le livre de G. Adams intituU Esfay on Electricity, London 1784, pag. 304, fig. 96,) fait voir le de-gré de charge de la hatterie, en montrant le degrénbsp;de repulfion entre deux boules de cuivre dun pouce denbsp;diametre, par un cadran divifê en 90 degrés, et garninbsp;dune ^ aiguille , qui par fisn mouvement indique , com-bien une de ces boules s'eloigne de la perpendiculaire parnbsp;leur repulllQf2 mutuelle. ,
y placai d'abord cet eleamp;rometre fur une des lignes exterieures de cette batterie, afin de pouvoir ohferver,
fans
-ocr page 29-bekleed glas had: zo dat deeze negen kaszen, wanneer zy met elkander vereenigd waren , eene battery vannbsp;135 fleszen uitmaakten, dewelke omtrent 135 vierkante voeten bekleed glas bevatte. By deeze negen kas-zen heb ik noch zes kaszen gevoegd, die aan de anderen volkomen gelyk zyn; welke allen met elkandernbsp;op dezelfde wyze vereenigd, als ik voorheen be-fchreven heb, te zaamen eene battery uitmaaken,nbsp;die omtrent 225 vierkante voeten bekleed glas heeft.nbsp;De 15 kaszen zyn in diervoege naast elkander geplaatst, dat zy, met elkander vereenigd zynde, eenenbsp;vierkante battery vormen , waarin 15 reyen elk vannbsp;15 fleszen voor elkander flaan.
Om den graad der laading van deeze battery waar-teneemen , heb ik my bediend van eenen eleélrome-ter, naar de vinding van Mr. Brook door ]vir. ^dams te London gemaakt, dewelke den trap dcr landing van
de battery doet zien, door aantetoonen den graad der afftooting tusfchen twee koperen bollen van éénnbsp;duim middellyn, terwyl de hoek der verheffing, totnbsp;welken één dezer bollen, door derzelver onderlinge afftooting , uit zyneii perpendiculairen ftand wordtnbsp;opgeheven, op eene wyzer-plaac, ten dien einde innbsp;90 graden verdeeld , wordt aangewezen. Men vindtnbsp;de befchryving en afbeelding van eenen eIelt;5lrometernbsp;van dit zamenflel in de Philofophical Transactions, vol,nbsp;LXXII, pag. 384. en by G. Adams Es fay on EkCtricity^nbsp;London 1784, pag. 304, flg. 96.
Deezen eleólrometer plaatste ik eerfl: op eene dér buitenfte rej en fleszen van deeze battery , ten einde
A3 nbsp;nbsp;nbsp;ge-
-ocr page 30-fans me trap approcher, h quel degré repondoii Paiguille. Apant pofé cet injlrument de maniere , que Peloignementnbsp;de ces boules fuivoit la direUion de la fusdite ligne, jenbsp;m'etois imagine , qiPil me feroit facile d^obferver Pindication , fans le faire changer, d la dijiance de trois ounbsp;quatre pieds : puis que ^ cet inflrument ainji placé ^ Peloig-rement de fes boules ne pomoit etre augmenté ni dimi-nué par Pattraction, qui peut avoir lieu entre la houle denbsp;Peleamp;rometre ^ et celui ^ qui sen approche^ vu que les ligrnbsp;nes de direction, dans les quelles une de ces boules ejlnbsp;repousfée par Pautre, et attirée par celui, qui Papproche,nbsp;font un angle droit. Inexperience ma pourtant appris^nbsp;quon ne peut fe fier alors d cette indication , quand onnbsp;nen eft plus eloigné, qud la diftance de 4 pieds , et quenbsp;Peloignement des boules augmentoit chaque fois, que cettenbsp;diftance changeoit; ce quon ne peut guere éviter, quandnbsp;m fait des experiences. Pour obvier d cet inconvenient^nbsp;falpofié PeleCtrometre au centre de la batterie, de fagonnbsp;que les boules, qui fie repousfient, font élevies de quatrenbsp;pieds au desfius des bouteilles. Je me fiuis deter miné dnbsp;cette hauteur , paree que des experiences faites d desfieinnbsp;mont paru prouver , que Peloignement des boulesnbsp;nue, et que Pindication varie d proportion, que cet inflrument eft moins éleyé. Une plus grande hauteur ina fern-hlé fiuperflue.
-ocr page 31-gémakkelyk fe kunnen waarneemen, welken graad hy aanwees, zonder de battery te naby te koomen. Ditnbsp;werktuig zodanig gefield hebbende , dat de afwykingnbsp;der bollen volgens de langte van de gemelde zydenbsp;der battery gefchieden moest, zo meende ik, dat iknbsp;op den affland van drie of vier voeten deszelfs aan-wyzing zoude kunnen waarneemen, zonder dezelvenbsp;teflooren : terwyl, de eledrometer dus geplaatst zyn-de, de verwydering van zyne bollen niet kan vermeerderd of verminderd worden door de aantrekking,nbsp;die er tusfchen den afwykenden bol en den geenen,nbsp;die denzelven nadert, kan plaats hebben, daar denbsp;ftreeklynen, in welken de gezegde bol door den anderen wordt afgeflooten,en door den geenen, die denzelven nadert, wordt aangetrokken, met elkander eennbsp;rechten hoek maaken. De ondervinding heeft my echter geleerd, dat men op de aanwyzing van den eleftro-meter in dit geval geen Haat kan maaken , wanneernbsp;men zich niet meer dan 4 voeten van denzelven ver-wyderd houdt; de verwydering der bollen telkens toe-neemende, wanneer men binnen den gemelden af-ftand komt; hetgeen by het doen van proefneemin-geii moeyelyk te vermyd^n is. Om deeze moeyelyk-heid te voorkoomen heb ik den eleftrometer midden opnbsp;de battery gefield, ter hoogte van 4 voeten boven denbsp;knoppen der fleszen. Ik heb denzelven op die hoogtenbsp;geplaatst, terwyl ik bevond, dat de verwydering dernbsp;bollen, naar raaate hy laager flond, minder, en zynenbsp;aanwyzing dan ook onnaauwkeuriger was. Een hoogernbsp;Hand van dit werktuig is my overtollig vóórgekomen.
De
-ocr page 32-Le premier esfa^, que fai fait de cette' hatterk , n'a eu pour hut que d'eprouver , fi on pourroit parfaitementnbsp;la charger par notre machine, yai fait cette epreuve denbsp;la même maniere, que Vexperience de dannée dernierenbsp;mavoit appris detre la meilleure pour charger , le plusnbsp;promptement posfibk , la hatterk precedente de .135 bou^nbsp;teilles. Je commencai le 22 de Fevrier par expofer ceikei de 225 bout ei lies aux rayons du foleif depuis 9 jusqddnbsp;11 heures avant midi; (le thermometre de Fahrenheitnbsp;etant au 24 degré ce jour ld d ^ heures du matin.j Lanbsp;premiere fois , que je chargeai cette hatterk, elk fe de-chargea fur le bord non armé dune des houteilks Uitnbsp;cent foiXante cinqukme tour des plateaux; la feconde etnbsp;la troifieme fois, après avoir oté d chaque fois le refidunbsp;de la charge, cette batter ie fe dechargea de la même ma-niere au cent foixantieme tour. Or puisque la hatterienbsp;de 135 houteilks après avoir eté expofée aux rayons dunbsp;fokil, sktoit dechargée la premiere et la feconde fois adnbsp;centieme tour des plateaux , et la troifieme fois au qua-tre vingt feizieme (h^ , il paroit done que ces experiences ne prouvent pas feulement, que cette hatterk aggran-die eji parfaitement chargée par notre machine, mais elksnbsp;font ausfi voky que la charge complette de cette hatterknbsp;nexige pas plus de tems, ni un plus grand nombre de
Defcription de la Machine EleÜrique de Teyler, pag. 160.
-ocr page 33-De eerfte proefneeming , welke ik met deeze battery in het werk geiteld heb , diende alleenlyk om te beproeven, of dezelve door ons werktuig volkomen konde gelaaden worden. Deeze beproeving deednbsp;ik op dezelfde wyze , welke ik by de beproeving dernbsp;voorige battery van 135 fleszen in het voorleden jaarnbsp;de beste bevonden had, om dezelve op het fpoedig-fte te laaden. Ten dien einde ftelde ik deeze batterynbsp;van 225 fleszen op den 22 February by vriezend weder, van negen tot elf uur, in eéne heldere zonne-fchyn, en beproefde ze kort daarna. (De thermometer ftond s morgens ten 8 uur op 24 graden vannbsp;Fahrenheits fchaal.) By de eerfte laading ontlaaddenbsp;zich de battery, over den onbekleeden rand van eennbsp;der fleszen, by den honderd-vyf-en-zeftigsten omgangnbsp;der fchyven; by de tweede en derde landing, (nadatnbsp;telkens het overfchoc der voorgaande laading warenbsp;afgenomen) ontlaadde de battery zich telkens by dennbsp;honderd-zestigsten omgang der fchyven. Daar nu denbsp;voorige battery van 135 fleszen zich, na dat dezelvenbsp;in de zonnefchyn geftaan had, tweemaal by den hon-dersten en voor de derdemaal by den zes-en-negen-tigften omgang der fchyven ontlaadde Qh') , zo blyktnbsp;het dei'halven, dat deeze proefneeming niet alleen aan-toont, dat deeze vergroote battery door ons werktuig volkomen gelaaden wordt , maar ook dat dernbsp;zelver volkomene laading geen meer tyd of geen groo-ter getal van omgangen der fchyven yereifcht, dan
welbij} Befchryviug van Tüylers Eleftrizeer-inachiue, bladz. i$i.
B
-ocr page 34-tours de plateaux qiiil nen faut proportionellement h [on aggrandijfement; ce dont on fe convaincra oifement,nbsp;]i on fait attention, qiiitd ti'ld meme.proportion de 135nbsp;è 225, nomhres de bouteilles, que d^ 96 d, 100, dours ne-cesfaires pour la charge dans un terns égakment favorahki.
jdprès nietre asfuré de la charge parfaite ds cette hau terie par notre machine, je ne pouvois douterf -que- la forcenbsp;de fa charge ne fét propertionnée ct fa 'grandeur; ' je crusnbsp;pourtant' devoir ¦examiner lafhofe. four cep effet jflfdj-ai jufqu'd^ quelles longueurs je pourrois, par la dechargenbsp;de cette hatterie, fondre des fils de fer de même diametrenbsp;que ceux, qui mayoient fervi dans Us epeuveS dé lanbsp;hatterie de 135 bouteilles, et je trouvai: \j que la decharge de la hatter ie de 225 bouteilles fondpit '10 policesnbsp;d'un fil de fer de de pouce de diametre , qui fe vendnbsp;ici fous Ienbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i., pendant^ que la, batter ié deA'^ hou-
Uilks ne pQUVOit fondre que 6 polices de cette même forte de fil de fer (c); 2) que le fit de fer, connu fous lenbsp;II, de jIt pouce de diametre, fe fondoit a la longueurnbsp;de 25 pieds par la grande hatterie, pendant que la bat-terie precedente ,n en poiivoit fopdre que 15 pieds; quenbsp;notre hatterie fondoit promptement .qo pieds d'un fil de fer,nbsp;connu fous le no- 16, de afg pouce de diametre, pendantnbsp;que la' hatterie prêcedente nen fondoit que 24 pieds.
Au-
(c) Fag. ips. nbsp;nbsp;nbsp;;
-ocr page 35-welke evenredig is-aan haaré vergrooting ; immers ftaan de getallen der fleszen der voorige en tegens-woordige battery , zynde 135.'en 225, ,tot elkandernbsp;evenredig als 96 en loó, de getallen van de omgangennbsp;der fchyven, wdarin de batteryen in Zöörtgeiyke bin-ftaiidighedén gelaaden worden.
Na dat ik my dus van de volkbmene laading dee* zer battery door bnze machine verzekerd had, hadnbsp;ik^ wbinig twyfel, of derzelver vermogen evenredignbsp;aan haare vergrooting warej echter meende ik dat dit'nbsp;vèfdiende beproefd te worden. Met dit 'oogmerknbsp;onderzocht ik , tot welke langtens ik yzerdraadeilnbsp;van dezelfde middellynen konde fmelten, waar mede ik: de kracht .der, vborige battery beproefd had,nbsp;en bevond: i) dat van het yzerdraad , hetgeennbsp;duim dik. is, (henvelk doorgaans ondcir nfgt;; i verkocht wordt) waarvan dóor de voorige battery vair
135 fleszen niet meer dan 6 duimen konden ge-fmolten worden (c), door de ontlaading deezèr bati-tery van 225. fleszen io duimen gefmoiten wierden; 2) dat van het yzerdraad no. ii, hetgeen duimnbsp;dik is, en waarvan ik door de voorige battery 15nbsp;voeten gefmoiten heb , by deeze battery 25 voeteirnbsp;kunnen gefmoiten worden ;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3) dat van het yzer
draad no- 16,'het geen duim middellyn heeft, en waarvan door de voorige battery 25 voeten kondennbsp;gefmoiten worden, by deeze battery zeer gereedljknbsp;40 voeten gefmoiten wierden.
Bladz. 192.
-ocr page 36-Autant qm fai pu m'en appercevoir par mes experun^ ces précedentes, tl m'a partij que la longueur d'un fil denbsp;fer, qui peut etre fondu par , ïa décharge du'ne batterie,nbsp;ejl d\autant plus grande, que cette decharge eft plus,nbsp;forte. Cependant je ne fuis pas encore convaincu parnbsp;des experiences tout-d-fait déciftves , qiiil y-ait une exacte proportion entre les longueurs des fils fondus, et les-forces des decharges employées h eet effet. Pour'nfdsfiSnbsp;rer done , Jï les experiences précedentes demontroient fn-^nbsp;conteftablement ^ 'que la force de la batterie efl augmentèenbsp;en proportion de fon aggrandisfement, jai fait pas fer denbsp;la maniere decritè cy devant (d), la-decharge de cettenbsp;batterie par Vaxe dun cylindre de 4 pouces de diarrietre^nbsp;fur de pouces de hauteur, ét dont la feamp;ion Ie longnbsp;de fon axe contenoit par confequent 15- pouces quarrés.nbsp;Quand la decharge de la batterie pergoit ce cylindre, ilnbsp;fut fendu en deux morceaux. Or Ie cylindre de buis,nbsp;qui fut fendu par la plus forte decharge de la hatterienbsp;précedente, ayant 3 pouces de diametre, et 3 pouces denbsp;hauteur, et par confequent 9 pouces quarrés dons la fec-tion Ie long de fon axe, on voit done par la, que la force de la batterie eft augmentèe proportionellement d fonnbsp;aggrandisfement : puisque la proportion entre Ie deuxnbsp;batteries eft comme 9: iS*
Aprés
(d) Pa^. 1Ö4.
-ocr page 37-Zo ver ik uit myne voorige proefneemingen heb kunnen nagaan, fchynt er van yzerdraad van dezelfde dikte eenc zo veel grooter langte te kunnen gefmol-len worden, naar maate het vermogen der ontlaadingnbsp;grooter zy. Echter is het my tot nu toe door geenenbsp;volkomen befliszende proefneemingen gebleken , datnbsp;ër tusfchen de langtens der draaden, en de krachtennbsp;der daartoe gebezigde ontlaadingen eéne juiste evenredigheid plaats hebbe. Om dan alle twyfeling wechnbsp;te neemen -, of de voorgaande ondervindingen wel waar-lyk bewyzen, dat het vermogen deezer battery evenredig aan haare vergrooting is toegenomén , zo hebnbsp;ik hetzelve beproefd door de ontlaading deezer battery te doen gaan door den as van een palmhoutennbsp;cylinder, op gelyke wyze als ik voorheen befchrevennbsp;heb (d'). Deeze cylinder had een middellyn van 4nbsp;duimen, en was 3| duimen hoog: dus was de door-fneede van dezen cylinder, die langs deszelfs as ging,nbsp;15 vierkante duimen. Deeze cylinder wierd , wanneer er de ontlaading der battery doorging, in tweenbsp;Hukken gekloofd. Daar nu de palmhouten cylinder,nbsp;tot welks klooving de uiterfle laading der voorige battery vereifcht wierd, flegts 3 duimen middellyn had,nbsp;en 3 duimen hoog was , en dus deszelfs doorfneedenbsp;langs den as flegts 9 vierkanten duimen hield, zo blyktnbsp;het derhalven, dat het vermogen van onze batterynbsp;naar reede van haare vergrooting is toegenomen : immers ftaatde voorige battery tot deeze als 9 tot 15.
Na-
{d) Bladz. 1^5,
-ocr page 38-C 14 )
; Aprh ces experiences fen ai fait me autre qui tna réusfi, [avoir de fendre en deux morceaux un cylindrenbsp;de buis de 4 pouces de diametre^ et de pouces de hauteur , OU, ce qui revient au même, de 16 pouces qüarrèSnbsp;dans la feamp;ion Ie long de [on axe. Si d prefent onnbsp;fait attention h la cohéfion du buis, et que pour fendrenbsp;un pouce quarré de ce bois il faut me force égale- aunbsp;poid de. 615 fë f comme Vexperience me Va apprisnbsp;tn trouvera, que la decharge de cetté hatterie a du eitt-ptoyer pèur fendre k fusdit cylindre de pouces dé dia-metre, ét de'pouces de hauteur, ime force. egale aunbsp;poids de 10,040 gg.
En repetant la fufion de sgcgt; pieds de fil de fer no- 16, f ohfervai, que les globules rougis, dans les queUes ce filnbsp;fondu fe difperfoit, etoient fi petites , que je foupgonnainbsp;que Ie plus haut degré de charge de cette batterie pourroitnbsp;fondre ' un fil plus long de ce diametre. Uexperiencenbsp;a, repondu a mon attente , puisque il if est réusfi a lanbsp;fin de fondre un fil de fer n° 16, ayant la longueur denbsp;50 pieds. '
Jprès cela f ai ésfayé la fufion fun fil de fer de ^ pouce de diametre, dont fai fondu 5 pouces par une decharge egale d celle que fai employée pour l'experiencenbsp;précedente.
Ce) Pag. 164.
C IIA -
-ocr page 39-C 15 )
Naderhand is het my gelukt een palmhouten c\ lin-der te klooven , dewelke 4 duimen hoog was , en even zo veeie duimen, middellyn.had, en welk^ door-fneede langs den as dus 16 vierkante duimen hield.nbsp;Wanneer men volgens myne voorige beproeving vannbsp;den zamenhang van het palmhout, by welke het gebleken is , dar et tot de van een fcheuring vaneennbsp;vierkanten duim palmhout volgens de langte der draadnbsp;615 fg vereifcht. .worden (e) , de kracht berekent bynbsp;deeze ontlaading aangewend, zo blykt*het,dat dé elec-trikfche ftof, by de ontlaading deezer battery door dennbsp;4 duims'palmhouten cylinder geleid, tot het kloovennbsp;van denzelven een kracht heeft moeten befteeden, dienbsp;gelyk ftaat aan 10,040 0^.
De fmelting van 40 voeten yz'erdraad door de ontlaading deezer battery* herhaalende nam tk waar, dat de gloeyende bolletjes, waarin de, draad zich -verdeelde, zeer fyn waren, en hier uit rees by my hetnbsp;vermoeden, dat de hoogde graad van laading der battery eendanger yzérdraad van deeze middellyn zoudènbsp;kunnen fmelten. De uitkomft beandwoorde aan mynenbsp;verwachting, terwyl het my gelukt is het gezegdenbsp;yzérdraad te fmelten ter langte van 50 voeten.
Naderhand heb ik de fmelting beproefd van yzer-draad van ^ duim middellyn, waarvan ik door eene ontlaading der battery, dewelke aan die der voorgaande proefneeming gelyk was , gefmolten heb 5 duimen.
Bladz. 1^5.
TWEE-
-ocr page 40-CHAPITRE SECOND.
ie rapport apparent decouvert en comparant fuperficiel-lement les phenomenes eleamp;riques avec ceux du feu, a fait croire è quelques uns, qu'il j dvoit une grande Analogienbsp;entre Paddon du fluïde eleamp;rique et celle du feu ou denbsp;fluïde igné fur les corps. Une des plus fortes. r ai fans,nbsp;quils en donnent, efi la fupon des metaux par les deuxnbsp;fluïdes. Cependant, quelques recherches quon a fait dnbsp;regard de cette fufion, elks nont jamais eu pour but denbsp;decouvrir, fi cette opinion etoit hien fondée : jamais onnbsp;na examinéfi les metaux, qui exigent Ie plus grandnbsp;degré de chaleur pour etre fondus, font ausfi les plusnbsp;difficiles a fe fondre par Ie fluide eleamp;rique. II falloitnbsp;dlailkurs, pour eet examen, donner d Veledtricité un degré de force heaucoup plus grand, que celui quon a punbsp;lui procurer jusqud prefent. Comme il m'a paru, que
la
-ocr page 41-TWEEDE HOOFDSTUK.
'e fchynbaare overeenkomst, welke er tusfchen zommige eleélrifche verfchynzelen en die van hetnbsp;vuur by eene oppervlakkige befchouwing voorkomt,nbsp;heeft zommigen tot de gedachte gebracht, dat ernbsp;tusfchen de wyzen, op welken de eleéirrirche ftof en
het vuur op de lichaamen werken, eenC gfOOte OVCr-
eenftemming plaats hebbe. Eene der fterkfte bewys-redenen, welken men hier voor heeft aangevoerd, is ontleend van de fmelting der metaalen, welke doornbsp;beiden wordt te weeg gebracht. Men heeft echter denbsp;fmeltingen der metaalen nimmer met oogmerk, omnbsp;er deeze ftelling aan te toetzen, nagefpoord; mennbsp;heeft namelyk nooit onderzocht,of die metaalen, dienbsp;den grootften trap van warmte tot hunne finelting
vereifchen, ook door de eleftrifche ftof het moeije-lykst gefmolten worden. Tot dit onderzoek, zoude het bediszend zyn, wierd ook voorzeker eene fterke-re eleélrifche kracht vereischt, dan men tot nu toenbsp;verkregen had. Het vermogen onzer battery my tot
C nbsp;nbsp;nbsp;dit
-ocr page 42-la grandeur de notre hatterk pouvoit me fournir eet avantage, je me fuis determiné a faire les experiencesnbsp;fuivantes.
yai fait preparer des fils de differens metaux, quefai fait pasfer par la même filiere, afin de iriasfurer de Ve-galité de hars diametres; mais comme parmi ces metauxnbsp;retain eft tres casfant, je nai pu diminuer Ie diametrenbsp;des fils de tous les metaux que jusqud de pouce.
yesfayai done ^ jufqud quelle longueur je pourrois fon-dre un fil de chaque met af quï avoit Ie fusdit diametre, ayant tout Ie foin posfiUe, que la hatterk dechargedt aunbsp;moment, que Velectrometre marquoit Ie même degré denbsp;charge, et f ai trouvé, qu'a decharges egalesnbsp;Ie fil de plomh fut fondu h la longueur de f20 pouces.
d'et ain -----120
--de fer '--=^- nbsp;nbsp;nbsp;5
--d'or -:^--- , 31
1
de cuivre rouge gt; ne fut pas fondu | de pouce. de cuivre jaune j
En esfayant de fondre de plus longs fils de plomb, dftain, et (jor, j'ai fondu en par tie des fils de plomh et d'etaininbsp;qui avoient 156 pouces ou 13 pieds de longueur; ces filsnbsp;fe fondoient en plufieurs endroits, de forte que Ie fil denbsp;plomh fut reduit par Ici d peu prés en trente morceaux,nbsp;et Ie fil dhetain en plus de cent. Un fil dor de 4} pouces
-ocr page 43-dit onderzoek toereikend voorkomende, zo heb ik met dat oogmerk de volgende proeven in het werknbsp;gefteld.
Van alle de metaalen heb ik draaden laaten trekken door een en hetzelfde gat, ten einde verzekerd tenbsp;zyn, dat alle de draaden van gelyke dikte waren. Denbsp;.moeyelykheid om van zuiver tin dunne draaden tenbsp;trekken, terwyl dit metaal hiertoe te bros is, is oorzaak, dat ik tot deeze proeven geene dunnere draadennbsp;van alle de metaalen heb kunnen verkrygen als vannbsp;duim middellyn.
Van elk der metaalen beproefde ik dan, tot welke langte ik zodanig een draad van hetzelve fmelten kon-de, nauwkeurig acht geevende, dat , de battery by elknbsp;dezer beproevingen juifl dan ontlaaden wierd , wanneer de eleiflrometer een gelyken graad van laadingnbsp;aanwees, en bevond, dat
120 duimen. 120nbsp;5
'
van het lood gefmolten wiefden ---- tin------^
yzer ¦ goud
---zilver
--rood koper nbsp;nbsp;nbsp;lnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;geen I duim gefmolten wierd.
----geel koper nbsp;nbsp;nbsp;J
Van het lood , het tin , en het goud heb ikgrootere langtèns draad gedeeltclyk kunnen finelten. Van denbsp;twee eerfte metaalen fmolt ik 156 duimen of 13 voeten draad op veele plaatzen , zo dat het lood-draadnbsp;hierdoor in omtrent dertig, en het tin-draad in meernbsp;dan honderd brokken nederviel. Van het goud draad
Ca nbsp;nbsp;nbsp;wier-
-ocr page 44-ces fut reduit de la même maniere en petits morceaux, dont Ie plus long n'avoit pas | de pouce. Dans cette recherche pQurtant je ferai feulement attention d ces. longueurs des fils de differens metaux, qui font fondus en-tierement par des decharges egales.
On ne peut guere douter, que ces differ ent es longueurs, fondues par des decharges egales, n'indiquent la proportion de fufibilité des metaux par Ie fluide eïèamp;rique,nbsp;puisque les effets font conftamment proportionnels è leursnbsp;caufes; lor eji dom, fuivant ces^ experiences, moins fu-fihle que Ie fer, puisque fa fufihilité efl proportionnelle dansnbsp;ce cas h celle du fer, comme 3| d Or fi on compartnbsp;cette fufibilité des metaux par Ie fluide eleBrique avecnbsp;Uur fuflbilité par Ie feu, felon Ie calcul de Mrs lesnbsp;Academiciens de Dijon (f'j , fuivant Ie quelnbsp;retain eft fondu par une chaleur de 172 degrês
lè plomb dargentnbsp;Vor
Ie cuivre Ie fer
on voit, quil y a pamp;u dé analogie entre la fuflbilité de ces metaux por Ie fluide eleamp;rique, et leur fufibilité par Ienbsp;feu: car quoique Ie plomb et detain, qui font les metaux
les
-ocr page 45-wierden 4I duimen ook op dezelfde wyze tot kleine, brokjes gebracht, waar van de langfte geen | duim was.nbsp;Ik zal echter in dit onderzoek alleen acht geeven opnbsp;zodanige langtens der verfchillende metaal-draaden,nbsp;welken door gelyke laadingen geheel gefmolteri wierden.
Het lydt geen twyfel, of de verfchillende langtens der draaden van verfchillende metaalen, welken doornbsp;gelyke laadingen gefmolten worden, wyzen aan de ree-,nbsp;de, die er plaats hebbe tusfchen hunne verfchillendenbsp;fmeltbaarheid door de eleftrifche ftof: immers zynnbsp;de uitwerkzelen altoos aan hunne oorzaaken evenredig; het goud is dan volgens deeze proefneemingennbsp;minder fmeltbaar dan het yzer, terwyl de langte van hetnbsp;gefmolten yzer-draad tot die van het goud-draad ftaatnbsp;als tot 5. i Wanneer men hier by vergelykt de verfchillende fmeltbaarheid der metaalen Uoor net vuur,nbsp;zo als dezelve door de Academisten Van Dijon gegec-ven is, () volgens welkennbsp;het tin wordt gefmolten door eene hitte van 172 grad.'
' lood . zilver
nbsp;nbsp;nbsp;goud
nbsp;nbsp;nbsp;koper -yzer
zo blykt het, dat er weinig overeenkomst zy tusfcheii de fmeltbaarheid der metaalen door de elet^rifchenbsp;flof, en derzelver fmeltbaarheid door het vuur; wantnbsp;fchoon het lood en het tin, welke de metaalen zyn,,
die-
() Elemens de chyinie theorique et pratique, Dijön 1777, torn. i. p. ajo».
c 3
Us plus fufthles par le feu, faient ausji ceux, dont unt ¦decharge .eleamp;rique fond la plus grande quantitè, on ntnbsp;trouve pas pourtant, fuivant ces experiences, aucune autre analogie entre la fujibilité des metaux par les deuxnbsp;fluides; puisqu'il nquot;^ a aucune difference entre la fufihi-Uté du plomb et de Petam par une decharge ele^rique,nbsp;quoique la fujibiUté de ces metaux par le feu differenbsp;beaucoup. Le fer eft ausft, comme ces experiences le fontnbsp;voir, plus fuftble que Vor par une decharge eleamp;rique;nbsp;mals le feu au contraire fond plus facilement I'or que
-le fer. nbsp;nbsp;nbsp;. _nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- -
La grande difference, que fai trouvé ft cet eg0rd, niamp; porté d continuer mes recherches. ¦¦ Pour cela fai prisnbsp;rargent, le cuivre rouge, et le kuivre jaune, dont, dansnbsp;la derniere experience, je n'ai pu fondre de fils denbsp;pQUce de diametre: je les ai fait pas fer par une filler enbsp;de Ir pouce, et afin de comparer la fufibilité de cesnbsp;metaux avec celle du fer, fai pris ausft de ce dernier-metal un fil de -is pouce de diametre. Alors f ai esfa^é^nbsp;quelles longueurs de ces fils je pourrois faire fondre avecnbsp;decharges egales de not re batterie, et fai trouvé: a} quenbsp;le fil de fer fut fondu a la longueur de i6 pouces, fienbsp;dij'perfant entierement en globulesi mais que i8 poucesnbsp;de ce méme fil rougisfioient, fans fe fondre; b) quun filnbsp;de cuivre jaune de 12 pouces fut fondu en partie, et fe
can-
-ocr page 47-die door' het vuur het ligtst fmeltbaar zyn, door de electrifche ontlaading ook beiden in de grootste hoeveelheid gefmolten yvorden, is er echter voor het overige, volgens deeze proefneemingen, geene overeenkomst tusfchen de fmeltbaarheid der metaalen door denbsp;beiden vloeiftofFen te vinden : immers is er volgensnbsp;dezelveh geen verfchil tusfchert -de fmeltbaarheid vannbsp;het lood en het tin door de eleélrifche ftof, fchoon denbsp;fmeltbaarheid van deeze metaalen door het vuur zeernbsp;yerfchille. Ook zien wy hier uit, dat het yzer ligternbsp;door eene eledlrifche ontlaading te fmelten is dan hetnbsp;goud; daar integendeel het goud door het vuur ge-makkelyker dan het yzer gefmolten wordt.
Het groot verfchil, hetgeen ik hierin aantrof, zet-t'êde my aan dit onderzoek verder voorttezetten. Ten dien einde heb ik dan van zilver, rood koper en geelnbsp;koper, van welke metaalen ik by de voorgaande pi'Oef-neemingen geene draaden van duim middellyn hadnbsp;kunnen fmelten, dunnere draaden laaten trekken vannbsp;yl- duim middellyn; ook liet ik yzer-draad tot dezelfde middellyn brengen, ten einde de fmeltbaarheid dernbsp;genoemde metaalen met die van het yzer-draad te kunnen vergelyken. Met deeze draaden beproefde ik dannbsp;weder, welke de grootste langte ware, die er van elknbsp;yan dezelven door gelyke laadingen der battery kondenbsp;gefmolten worden, en bevond : a) dat van dit yzer-draad konden gefmolten worden i6 duimen, zo datnbsp;deeze geheele langte zich in gloeyende bolletjes ver-fpreidde; i8 duimen van dit yzer-draad wierden flegtsnbsp;gloeyend; b') dat van het geel koper-draad 12 duimen
in
-ocr page 48-C 24 )
convertit dans un grand nomhre de petites par celles, dont quelqms mes portoknt des marques evidentes de fufionfnbsp;pendant que les autres etoient comme coupées h mor-ceaux, dont Ie plus grand navoit pas la longueur de /snbsp;de pouce; c) que Ie fil de cuivre rouge ne fuhit pas denbsp;fufion, quoiquil neut de longueur .que I de pouce; dP) quenbsp;d'un fil d'argent, qui avoit la longueur de 12 pouces,nbsp;8| polices fur ent fondus en partie, et en partie convertisnbsp;en tres petites par celles; ce qui refioit de ce fil etoit divifénbsp;en 4 morceaux.
Quand on compare ld fufibilité des metaux par Ie feu avec les refultats de ces experiences, on voit clairement,nbsp;quelle differe entierement de la fufibilité des metaux par,nbsp;Ie fiuide eleStrique : car quoique Vargent fait fufible parnbsp;me chaleur de 430 degrés dPéchelle de Reaumur {commenbsp;on peut voir par la table des fufions ci divant dohnée')nbsp;et que Ie fer ne foit fufible que par un chaleur de 696nbsp;degrés, Ie fer eft ppurtant beaucoup plus fufible que Vornbsp;par une decharge elebtrique. La fufibilité de cuivre rouge par les deux fluïdes differe encore beaucoup plus; carnbsp;quoique Ie cuivre rouge foit plus facile h etre fondu parnbsp;Ie feu que Ie fer, je dai cependant pu fondre § de pouce du fil de cuivre rouge, quoique faye fondu 16 poucesnbsp;de fil de fer de même diametre.
Apres les experiences précedenles ai cru devoir en faire fuivre une autre fur une compofition metallique
de
-ocr page 49-in zo verre wierden gefmolten, dat het in eene groo-te menigte kleine brokjes verdeeld wierd, waarvan zommigen duidelyke blyken hadden van gefmolten geweest te zyn, terwyl anderen flegts afgebroken ftukjesnbsp;waren, waar van het grootfte geen lyn lang was;nbsp;t) dat van het rood koperdraad geen | duim konde gefmolten worden; dat van 12 duimen zilverdraad 8|nbsp;duimen gedeeltelyk gefmolten, en gedeeltelyk tot zeernbsp;fyne brokjes geflaagen waren , zynde de overige 3^nbsp;duimen flegts in 4 brokken verdeeld.
Vergelykt men de uitkomsten deezer proefneemin-gen weder by de fmeltbaarheid der metaalen door het vuur, zo ziet men wederom, hoe weinig deeze over-eenftemme met derzelver fmeltbaarheid door de elec-trilche ftof: want fchoon het zilver, volgens denbsp;ftraks gegeevene tafel der fmeltingen, door eene hittenbsp;van 430 graden fmeitbaar is, en het yzer tot zynenbsp;fmelting een hitte van 696 graden nodig heeft, isnbsp;echter het yzer, volgens deeze proefneemingen, doornbsp;eene eleótrifche ontlaading veel gemakkelyker te fmel-ten dan het zilver. Noch veel grooter verfchil isnbsp;er in de verfchillende fmeltbaarheid van het kopernbsp;door het vuur en door de eleólrifche ftof: wantnbsp;fchoon het koper door het vuur veel ligter gefmol*nbsp;ten wordt, dan het yzer, heb ik echter van het koperdraad geen | duim kunnen fmelten, daar er vannbsp;yzerdraad van dezelfde dikte 16 duimen gefmoltennbsp;wierden.
Het fcheen my vervolgens de moeite waardig te zjm het ligt fmeltbaare mengzel, uit #0 tin, #5 lood en
D nbsp;nbsp;nbsp;bis-
-ocr page 50-êe |g cTetain -Js de plomh et /g de bifmuth, quon peut fondre par une chaleur de 8o degrés de réchelle de KeaUnbsp;mur, qui eft la chaleur de Veau houillante, Comme cenbsp;metal eft trap casfant pour etre reduit en fil, fen ftsnbsp;former une plaque mince, qui avoit Vipaisfeur de pouce.nbsp;Pour comparer la fuftbilité de ce metal avec celle danbsp;plomb et de detain^ f en fis tirer des plaques dhme épais^nbsp;feur egale, comme ausfi de la foudure, qui eft un mè-lt;nbsp;lange de | plomb avec | detain^ melange qui exigenbsp;moins de chaleur pour etre fondu que chacun des me^nbsp;taux^ dont il eft compofé, De toutes ces plaques d'unenbsp;épaisfeur egale je découpai des bandes de differentesnbsp;grandeurs^ et je les esfajai jusqu'è ce que feusfe trou-yé, quelle etoit la plus grande quantité, qui pouvoit etrenbsp;fondue de chacun d'eux par des decharges egales, Cesnbsp;experiences mont donné les réfultats fuivants:
de la compófttion d'etaln^ de plomb 'et de bismuth fut fondue une bandey longue de i\pouce^ large de \pouce^
de plomb -- i §---ts --
ÏS
detain. -- il--
T5
du melange de | de pl. de | d'et. !§ -----
cette mixtion de plombe detain, et de bismuth eft done plus promptement fufihle par Ie fluide éleamp;rique^ qdau~nbsp;cun des metaux, dont elk eft compofée^ puisqu'ü en eftnbsp;fondu une double masfe^ ce qui faccorde tres bien avecnbsp;la fuftbilité de ce melange par Ie feu: mais Ie plomh^
-ocr page 51-bismuth beflraande, hetgeen door eene hitte van 8o graden van Reaumurs fchaal (zynde de hitte van koekend water) gefmolten wordt, ten deezen opzichte te beproeven. Dit metaal te bros zjmde, om er draadennbsp;van te kunnen verkrygen, zo heb ik hetzelve tot eenenbsp;dunne plaat laaten winden, dewelke duim dik was.nbsp;Om de fmeltbaarheid van dit metaal met die van hetnbsp;lood en het tin te kunnen vergelyken, heb ik van dee-ze metaalen ook plaaten van dezelfde dikte laaten maa-ken, als ook van het gewoone foldeer, zynde eennbsp;mengzel van f lood en | tin, terwyl dit mengzel doornbsp;een minderen trap van hitte gefmolten wordt, dan éénnbsp;der metaalen , waaruit het is zamengefteld. Van allenbsp;deeze plaaten van gelyke dikte fneed ik reepjes vannbsp;verfchillende grootte, en beproefde ze, tot dat ik hetnbsp;uiterfte gevonden had, het geen er van elk hunner doornbsp;gelyke ontlaadingen kon gefmolten WOrdCH. DceZS
proefneemingen gaven de volgende uitkomsten: van het mengzel van lood, tin en bismuth wierdnbsp;gefmolten een reepje lang ilduim, br. | duim.
nbsp;nbsp;nbsp;lood -----^--li-----i_-
lo
~ tin----i|-^5---
nbsp;nbsp;nbsp;I lood en | tin - -----
Het mengzel van lood, tin en bismuth is derhalven ligter fmeltbaar, zo wel door de eleélrifche ftof alsnbsp;door het vuur, dan één der metaalen, waaruit het is za-mengefteld, terwyl er van dit mengzel eene dubbelde'nbsp;hoeveelheid gefmolten wierd; dan het lood , het tin,nbsp;en het foldeer zyn door de eleélrifche ftof genoegzaamnbsp;éven fmeltbaar; hetgeen veel verfchilt van de fmclt-
D 2 nbsp;nbsp;nbsp;baar-
-ocr page 52-Vetain et la foudure font a peu pres egalement fufibles par Ie fluïde éleamp;rique; ce qui différe heaucoup de leurnbsp;fuflbilité par Ie feu, puisque retain n'exige pas tant denbsp;chaleur, que Ie plomb pour etre fondu^ et que la foudurenbsp;en exige ntoins, que chacun des deux en particulier: ennbsp;effet les degrés de chaleur necesfaire pour la fonte dunbsp;plomb, de detain, et de la foudure font entre eux com-me les nomhres gó, 72, 57, dont on trouve Ie calculnbsp;dans les Philofophical Tranfaétions n^- 270.
II paroit done par toutes ces experiences fur les fu-flons par Ie fluide éleamp;rique, que ces fuflons ne fcau-roient prouver, que Ie fluide êleStrique agisfe fur les me-taux de la même maniere que Ie feu: car fl detoit ainfi, on trouveroit entre la fuflbilité des metaux par Ie feu etnbsp;leurs fuflbilité par Ie fluide éleamp;rique une analogie con-
flante, la quelle nos experiences demontrent ne pas exi-fler; elks font done voir, que Ie fluide éleamp;rique et Ie feu fondent les metaux de manières fort differ ent es, etnbsp;que par confequent ces fuflons ne demontrent aucunementnbsp;VAnalogie fuppofée entre les deux fluïdes.
Comme la fuflon des metaux par Ie fluide éleamp;rique efl ft peu analogue a celle, qui fe fait par Ie feu, il menbsp;paroit fort vrai femblahle, que l inflammation des corpsnbsp;par Ie fluide éleamp;rique fe fait ausfi d'une maniere fortnbsp;différente de celle, qui a lieu par Ie feu, et que par confequent les principales raifons, qu'on a alleguées pour
proU'
-ocr page 53-C 29 )
baarheid deezer metaalen door het vuur, daar het foldeer veel minder hitte tot zyne fmelting vereifcht,nbsp;dan één der metaalen , waaruit het is zamengefteld :nbsp;want de verfchillende trappen der hitte, welken totnbsp;de fmelting van lood, tin en foldeer vereifcht worden,nbsp;ftaan tot elkander als de getallen 96, 72, 57, zonbsp;als men vindt opgegeeven in de Philof. Tranfact. n»- 270.
Uit alle deeze proefneemingen omtrent de fmeltingen der verfchillende metaalen door de eleftrifche ftof blyktnbsp;het genoegzaam, dat deeze fmeltingen niet daar aannbsp;kunnen toegefchreven worden, dat de eleélrifche ftofnbsp;op zoortgelyke wyze als het gewoone vuur op denbsp;metaalen werke: want indien dit plaats hadde, dan zonbsp;zoude er eene doorgaande overeenkomst gevondènnbsp;worden tusfchende fmeltbaarheid der metaalen door hetnbsp;vuur, en derzelver fmeltbaarheid door de eieófrifchenbsp;flofj dan myne proefneemingen tOOnen OVetvloedig-
lyk, hoe weinig overeenkomst hierin plaats hebbe, en doen derhalven zien, dat de eleétrifche ftof op eenenbsp;geheel verfchillende wyze de metaalen doet fmelten, ennbsp;dat dus hier uit geene overeenkomst tusfchen derzelver werking en die van het gewoone vuur te bewyzenzy.
Daar dan de fmelting der metaalen door de elertri-fche ftof op eene andere wyze gefchiedt, als derzelver fmelting door het vuur, zo is het, naar myn inzien, zeer waarfchynlyk, dat ook de brandbaare lic-haamen door de electrifche ftof op eene geheel andere wyze dan door het vuur aangeftooken worden, en dat derhalven de voornaamfte redenen , dewel-
ken men voor de overeenkomst der
elecftrifche
ftof
-ocr page 54-(30 )
prouver TAnalogie du fluïde éleamp;rique avec Ie feu, difpa^ roïsfent: puisque Ie feul rapport de la lumière des étin-celles OU f'ayom éleamp;riques ne peut donner aucune proha-hïlité a cette hypothefle.
Les experiences fur la diférente fuféilité des metaux, décrites dans ce chapitre, mus donnent les inflruétionsnbsp;fuivantes pour les conduamp;eurs de la foudre.
I, Quand on veut fle flervir de bandes de plombatta~ chées aux parois d'un édiflce pour Ie préferver de la foudre , on dolt nécesfairement confldérer la plus grande fu-fibilité de ce met af et on efl ohligé par ld d'employernbsp;des handes de plomb plus larges ou plus épaisfes, quonnbsp;auroit hefoin, fl la fuflhiUté du plomb ne différoit pas denbsp;'celle du fer. Dans mon mémoire fur les météores élec-triques, qui fut couronné dqpis l'année 1780 par la So-ciété Batavique de Rotterdam, f ai fait voir par les oh-fervaüons fur les effets de la foudre, qui efl tombée furnbsp;des conduSleurs de différents diametres, que de ces conducteurs, qdon d obfervé d' avoir été frappés par la foudre,nbsp;ceux ld feulenient font reftés endommagés, dont Ie dia-
me-
-ocr page 55-C 31 )
(lof en het vuur heeft bygebracht, vervallen: terwyl de fchynbaare gelykheid alleen van het licht der elec-trifche vonken of ftraalen met dat van het vuur aannbsp;deeze ftelling geene waarfchyniykheid kan geeven.
De proefneemingen omtrent de verfchillende fmelt-baarheid der metaalen, welken ik in dit hoofdftuk heb bygebracht, geeven ons de volgende onderrichtingennbsp;omtrent de afleiders van den blixem.
I. Dat byalf^ien men tot de afleiding van den blixem zich wil bedienen van looden reepen , langs de muu-ren van een gebouw na beneden loopendc, men alsnbsp;dan op de meerdere fmeltbaarheid van dit metaal noodwendig acht te geeven hebbe, en uit dien hoofde hetnbsp;lood veel zwaarder behoore te neemen, dan ander-zints zoude fchynen vereifcht te worden. In mynenbsp;verhandeling over de eleftrifche lucht-verfchynzelen,nbsp;welke in het jaar 1780 door het Bataaffch Genootfchapnbsp;te Rotterdam gekroond is, heb ik uit de waarneemin-gen, welken er van de uitwerkzelen van blixemflraa-len op afleiders van verfchillende dikte gevallen voor-handen zyn, aangetoond, dat van de yzeren afleiders»nbsp;Welken men heeft waargenomen door den blixem getroffen te zyn, alleen de zulken zyn befland gebleven,nbsp;die meer dan een vierden duim of omtrent een halve»
duim
-ocr page 56-metre avoit plus que \ de pouce, ou h peu prh | qmuce. (g) Mais quand on employe des conducteurs de plomb au lieunbsp;de ceux de fer, on ne peut s'^ fier fiulvant ces experiences , quand ne faifiant point attention, qidune plus grande masfie de plomb que de fer eft fondue par des decharges éleCtriques égales, on fie fiert d'une bande de plomb,nbsp;dont la masfie ou, la feSlion eft égale d celle d'une barrenbsp;de fer du fusdit diametre: puisque une telle barre denbsp;plomb pourroit etre fondue par le premier coup de fou-dre, quil conduit; Tédifice ainfi privé de fion conduCteurnbsp;peut done etre endommagé par un coup de foudre fiuivant.nbsp;yai cru, qudl ne fieroit pas inutile d'es/dyer par cettenbsp;hatterie, quelle devoit etre la masfie d'un conduSieur denbsp;plomb, pour netre pas plus fiujet d etre fondu par unnbsp;coup de foudre quune barre de fer de § pouce de diametre.
A cet ejfet fai coupé de la plaque de plomb, que j'avois fmt tirer pour les experiences précédentes, des bandes,nbsp;dont la largeur différoit tres peu; fai pris ces bandesnbsp;avec de petites pincettes, de maniere que la dechargenbsp;devoit pas fer chaque fois par la longueur de i§ pouce.nbsp;Conmengant cet examen avec les handes les plus étroites,nbsp;qui furent fondues en partie, et réduites par Id en plu-fieurs morceaux, je continual, en conduifiant fiuccesfive-ment les decharges par des handes, qui etoient un peu
(g) Verhandilingen van bet Bataafscb Gemotfehap, 6de deel, U, 3337.
-ocr page 57-C 33 )
duim middellyn hadden, (g) Dan wanneer men loodeti in plaats van yzeren afleiders gebruikt, zo kan mennbsp;zich, volgens deeze proefneemingen, niet op dezelvennbsp;vertrouwen, wanneer men , geen acht geevende, datnbsp;van het lood eeriè grOotere hoeveelheid dan van hetnbsp;yzer door gelyke êleftrifche oritlaadingen kan gefmoltennbsp;worden, zodanig eenen looden r^eep 'flegts ^an die dikte en breedte neemt, dat zyne doorlheede aan,die dernbsp;gezegde yzeren ftaayen gelyk ftaat: immers zoude zodanig een looden reep by den eerften feilen blixem-ftraal, die langs denzelven wierd afgeleid , wordennbsp;gefmolten, en dus het gebouw, van zynen afleidernbsp;beroofd zynde, door den volgenden blixem kunnennbsp;befchadigd worden. Ik heb het de moeite waardignbsp;gerekend door deeze battery opzetlyk te beproeven,nbsp;hoe zwaar een looden afleider zyn moet, om evennbsp;weinig gevaar te loopen van door een feilen blixem-
Ten dien einde heb ik'van dezelfde looden plaat, welke ik tot de zo even befchrevene proeven had laa-ten vervaardigen, fmalle reepjes gefneden, wélken zeernbsp;weinig van elkander in: breedte verfchilden. ^ Deezenbsp;reepjes vattede ik in tangetjes op zodanig eene wyze,nbsp;dat de ontlaading telkens door juifl: if duim van hetnbsp;reepje gaan moeft. Beginnende met de fmallere reepjes, welke door de ontlaading gedeeltelyk gefmoltennbsp;wierden, en hier door in brokken nedervielen, ging ik
voort
Verhandelingen van het Bataafsch Genootfchap, 6de deel, p. 3333-
-ocr page 58-flus larges. En ref ét ant plufleurs Ifoh' ces experiences fai trouvé^ que' la hanü'e dü plomh 'de la [usdité épaidnbsp;fetir etoit 'rofnpue'.^ quanÉ' êïlè'^'daVöit pds ia'iar^e'ur^iènbsp;\'f0icel^ et qae céite rupture etptt^caüfée par^la fupdnnbsp;dun OU de plufieurs endroits , .commé on pourrmt f en comnbsp;vainere en confidéxant les marceaux,. 4près,. cel^nbsp;la fupon de différens fils de fer^.dont: les diametres dipnbsp;fdroient tres peu\ faifant pasfer les décharges par desnbsp;fih d 'une longueur fghte de pbucé. ^Eonifneftpant aveenbsp;lés fils t quifiuredt fondus par ld'decharge I [employainbsp;fiuccesfivement des fills, qui avoient un peu plus, de dia-metre, et je trouvai, de cette maniere, \quq le^ fils de fiernbsp;etoknt fondus, pdr. Ut. fiecharge. de. mtre batisrbquandnbsp;ils 4avoient pas Ie diantetré de' ^g-de pduce ; paisquè un fiilnbsp;de jr pouce de diametre etoit reduit en deux moroeaux.nbsp;Quand on calcüte ïa~proportion ^u'il y a entre ïa fèSlionnbsp;dun fil fjond, qut ale'diamétre de.\fide pouce, et celïe
^ nbsp;nbsp;nbsp;^ t .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. li :nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; - . 'j: .. ¦ ¦ ¦ *
de la bande, de. pfimb, qui-a ld lüfgeur de nbsp;nbsp;nbsp;de pouce, et
¦fépaisfeur de }g. de pmee ,'(qn. trouye , qdelle efl environ ¦CBtnme celle -des- -nombres -i, ¦}t^\-dou il-.pavQit,.qite lors-quon- fie'Vtut fiervir iPtine .bandé de plmh, au lieu denbsp;harres dè'fêr, poué prêfiérWb 'un êdifice 'de la foudre, onnbsp;doit 'avoir 'Join, que cette bande dit une felle larg'eur,nbsp;que fa fieétlon furp 'asfie quatre fois la feétkn dune barrenbsp;de^l pouce de diametro, afin qdelle puisfe ausfi bien ré-fijier a la foudre, quune barre de fer du Jus dit diametre.
voort met de oiitlaading telkens door een reepje te laa» ten gaan, hetgeen iets breeder was, en bevond op dee-ze wyze by herhaalde proefneemingen , dat v/anneernbsp;het looden reepje maar iets fmaller dan f duim ware,nbsp;hetzelve dan door de ontlaading der battery verbroken wierd, en dat dceze verbreeking aan de Tmeltingnbsp;van één of meer plaatzeft was toetefchryven , zo alsnbsp;zulks aan de ftukken van het reepje te zien ware. V^er-volgens beproefde ik verfcbilletide, yzet-draaden , welker middellynen zeer weinig van, elkander verfchilden,nbsp;de ontlaading laatende gaan door idraaden van gelykenbsp;langte.van li duim. Beginnende wederom met draa-den, die door de ontlaading gefmolten wierden, namnbsp;ik telkens draaden, die iets diklter waren', en bevondnbsp;op deeze wyze, dat wanneer de draaden iets dunnernbsp;waren dan van- duim middcllyn, zy ais dan doornbsp;de ontlaading ^wierden in ftukken gcflaagen. Wanneernbsp;men nu de inhouden der doorfneeden van een rondenbsp;draad, welke duim middellyn heeft, en die van hetnbsp;looden reepje, het geen | duim breed en^^ duim diknbsp;is, berekent, zo vindt men, dat zy byna tot elkandernbsp;ftaan als de getallen 1,4: waaruit het dan blykt, datnbsp;byaldien men een looden reep in plaats van een yze*nbsp;ren ftaaf tot afleider van den blixem gebruiken wil,nbsp;men als dan zorg te draagen hebbe, dat de inhoud dernbsp;doorfneede van den reep niet minder zy als viermaalnbsp;den inhoud van een ronden yzeren flaaf van ^ duimnbsp;middellyn, op dat hy even min gevaar loope van doornbsp;den blixem gefmolten of verbroken te worden als eennbsp;yzeren afleider, die de gemelde middellyn heeft.
E 2 nbsp;nbsp;nbsp;Op
On' pour Nit remarquer fur ce que f ai avancé, que les 'ban des de plomh ne ré fijt ent peut être pas également (tnbsp;la foudre, quoique leurs masfes foient égales, fi elks ontnbsp;des différents diametres, puisquil nefi pas décidé jus-quid par des experiences faites et desfein, fi la mêmenbsp;quantité de metal, quand elk fait une plaque plus mince, nefi pas fondue plus promptement par une dechargenbsp;ékamp;rique, et que la confequence tirêe de rexperiencenbsp;précedente efl peut être feukment applicable aux bandesnbsp;de plomb, dont dépaisfeur avoit la même proportion avecnbsp;celk d^une barre de fer de f pouce de diametre, que l'ê-paisfeur de la petite hande de plomb emplo^ée dans l'ex~nbsp;perience précedente avec k diametre du fil de fer de lanbsp;même experience. Pour éviter Jonc toute doute fur cenbsp;point, fai fait pas fer une decharge égale de la batter ienbsp;par une bande de plomb également longue, ayant | dé-paisfeur de la bande de F experience précedente, maisnbsp;ayant trois fois plus de largeur, de maniére que la mas-fe de cette hande etoit égale è celle de la bande de Vexperience précedente; ce que fai mefuré tres exaëtementnbsp;par k moyen dime balance. Cette bande plus mince ne futnbsp;pas fondue par la decharge : fou ilparoit, qull efl in différent, quelk foit rêpaisfeur dl une hande de plomb, quonnbsp;employe pour préferver rédifice de la foudre, pour yu quonnbsp;prenne garde, que fa masfe foit quatre fois plus grandenbsp;que celk tf une barre de fer de ~ pouce de diametre.
II,
-ocr page 61-Op het voorafgaande zoude men kunnen aan-merken, dat looden reepen van veiTchillende dikte, fchoon van denzelfden inhoud, ter afleiding van dennbsp;blixem ligtelyk niet even gefchikc zyn, terwyl hetnbsp;noch niet door proefneemingen beflist is, of niet dezelfde hoeveelheid metaal tot een dunner plaat gebracht door eene eleófrilclie ontlaading eerder ge-fmolten wordt, en derhalven de gevolgtrekking uitnbsp;de voorgaande proefneeming ligtelyk alleen gelde tennbsp;opzichte van looden reepen, welker dikte tot dienbsp;van een halven duims yzeren ftaaf evenredig is, alsnbsp;de dikte van het looden reepje in de voorgaande proefneeming gebruikt tot de dikte van het yzer-draadnbsp;van dezelfde proefneeming. Om hier omtrent allenbsp;bedenking wech te neemen, heb ik eene gelyke laa-ding der battery, als welke ik tot de voorgaande beproeving gebruikt had, door een loodcn reepje van
dezelfde langte laaten gaan, het geen omtrent een derde der dikte van het reepje der voorgaande proefneeming had, doch het welk evenredig zo veel breeder was, dat deszelfs inhoud, zo als de balans mynbsp;aanwees, aan die van het reepje der voorgaandenbsp;proefneeming gelyk flond. Dit dunnere reepje, hetnbsp;geen omtrent | duim breed was, wierd door de ontlaading der battery niet gefmolten noch verbroken rnbsp;waar uit het derhalven blykt, dat het onverfchillig is,nbsp;van welke dikte men een looden reep ter afleiding;nbsp;van den blixem neerae, wanneer men flegts zorgnbsp;draage, dat zyne inhoud niet minder zy dan viermaalnbsp;den inhoud eener yzeren ftaaf van i duim middellyn.
11. Les experiences p'écedemss font ausfi voir, que h cuivre rouge riefi pas feulement de tous les metaux hnbsp;motiis fufible: maïs quil dijfére heaiicoup a eet egard desnbsp;au tres metaux, et quil fujft que Ie fil de cuivre rougenbsp;ait d peu pres Ie moitié de diametre de fil de fer, pournbsp;riêtre pas plus fufceptihk d^être fiondu ou rompu par unenbsp;decharge éleamp;rique. Cette découverte auroit trés peu tTu*nbsp;tilité, fi on défiroit feulement de préfierver les édifices denbsp;la foudre, vu qtdon peut donner d un tel conduSkur denbsp;fer OU de plomh un diametre, ou une ét endue, qu^on ju-ge fujfifante, fans qiiil foit incommode d aucun régard.nbsp;Maïs dans les vaisfieaux, qtion dé fire de préferver de ldnbsp;foudre par un conducteur, qui efi attaché aux cordages^nbsp;Ie conducteur Ie plus mince, qui peut conduire la foudrenbsp;fans en être endbmmagé,quot;'efi certainement celui, qui eau-fe Ie moins dfincommodité. Un conduSieur de fil de cui~nbsp;yre rouge efi par confiequent pré fiér able pour les vaisfieaux,nbsp;puisquil ria, befoin qtCd peu prés de la moitié du diametre,nbsp;pour être égakment capable de conduire la foudre, fansnbsp;en être endommagé.
- Muis ce riefi pas ld Ie feul motif pour préférer les conducteurs de cuivre rouge pour les vatsfeaux. Les fitsnbsp;de fer, quöiqriils foient d'un diametre trop grand pournbsp;être fondus, rougisfent pourtant, quand ils conduifentnbsp;'une forte decharge. En dechargcant cette hatterie fainbsp;yu rougir plufieurs fois des fids de fer, qui étoient trop
longs.
-ocr page 63-C 39 )
II. De voorgaande proefneemingen leeren ons, dat het roode koper niet flegts van alle dc metaalen hetnbsp;minst fmeltbaare door de eleólrifche ontlaading zy:nbsp;maar dat het zelve ten deezcn opzichte zeer verrenbsp;van de atidere metaalen verfchille, en dat het genoegzaam zy, wanneer het roode koper-draad flegts denbsp;halve middelLyn van het.yzer-draad hebbe, om evennbsp;weinig als het zelve gevaar te loopen, van door eenenbsp;eleétrifche ontlaading gefmolten of verbroken te worden. Deeze ontdekking zoude van geen belang zyn,nbsp;byaldlen men alleen gebouwen tegens de uitwerkzelen van den blixem te beveiligen had, vermits mennbsp;daar by aan de yzeren of looden afleiders eene ge-noegzaame dikte of uitgebreidheid geeven kan, zonder dat dezelven in eenig opzicht hinderlyk zyn. Dannbsp;aan de fchepen, waar aan men verkiesc den adeidcrnbsp;langs het touwwerk na beneden te doen loopen,
brengt voorzeker de dunfte.afleider, die ter afleiding des blixems toereikend is, de minfte hinderniszeiinbsp;mêe. Een afleider van rood koper fls derhalven ternbsp;beveiliging van de fchepen verkiesbaar, terwyl dezelve flegts' omtrent de halve middellyn van yzêreiinbsp;afleiders, behoeft,j:e. hebben, om tegens den blixemnbsp;gelykelyk beftand te zyn.
Hier by voegt zich noch een ander voordeel, het welk afleiders van rood koper boven dm, van anderenbsp;metaalen verkiesbaar maakt. Yzer-draaden, fchoon tenbsp;dik om gefmolten te worden, worden echter gloei-jend, wanneer er eene fterke eleélrifche ontlaadingnbsp;doorgaat. By verfcheiden ontlaadingen van deeze
bat-
-ocr page 64-longsy pour être fondus a la longueur^ d la quelle je les esfayois. Le cuivre rouge au contraire ne rougit pasnbsp;par une decharge éleamp;rique, comme rexpérience me danbsp;appriSf d moins que le fil ne foit trés mime; ij ai unenbsp;fois réusfi d reduire en globules rougis un fil de pou-ce de diametre. Pour eet ejfiet il nefi pas feulementnbsp;necesfaire de fe fervir dun fil trés mince; on doit ausfinbsp;y employer une force exaamp;ement méfurée: car qmiquenbsp;faye fait beaucoup defforts pour réduire la feconde foisnbsp;le cuivre rouge en globules rougis, je rtai pu portant ynbsp;parvenir, puisque une force, qui etoit un peu plus grande , converiisfoit toujours le metal entiérement en chquXynbsp;et une force un peu moindre le mettoit feulement en pié-ces. Ces effets fi diferens furent caufés par des dechar-ges fi peu différentes, qu^on les pouvoit a peine ohferver
par Véledtrometre. Cette propriété du cuivre rouge detre fi peu fusceptible de rougir, en conduifant une forte decharge éleamp;rique, eft certainement fort ayantageufe, quand onnbsp;f'en fert pour des conduamp;eurs d préferyer les vaisfeauxnbsp;de la foudre: puisqdon ne peut attacher ces condudteursnbsp;fur les vaisfeaux, qdavec des matiéres tres combufttbles.
Les experiences avec cette batterie m'ont fait voir d'ail-leurs, que les conduamp;eurs de cuivre rouge ont un troi-fieme ayantage, qui les rend préférables d ceux, qui font fails de fer, ou de cuivre jaune. Ce que fexpoferai dansnbsp;k chapitre feptieme,
CHA-
-ocr page 65-battery heb ik yzer-draaden zien gloeijen, die veel te dik waren om tot die langte, in welke ik dezelvennbsp;beproefde, gefmolten te worden. Het roode kopernbsp;daarentegen wordt, gelyk de ondervinding my geleerd heeft, door eene eleélrifche ontlaading nietnbsp;gloeijend, ten zy het zeer dun zy; het is my eenmaal gelukt koper-draad, het geen duim middel-lyn had, tot gloeijende bolletjes te fmelten. Dan hiernbsp;toe wordt niet flegts een zeer dunne draad, maar ooknbsp;een zeer bepaalde graad van eleébifche kracht ver-eifcht: want fchoon ik veele poogingen gedaan heb,nbsp;om koper-draad andermaal tot gloeijende bolletjes tenbsp;fmelten, ben ik hierin niet gedaagd, terwyl een kracht,nbsp;die flegts een weinig meerder was, den draad altoosnbsp;geheel verkalkte, en eene, die een weinig mindernbsp;was, denzelven flegts in ftukken brak5 een verfchil vannbsp;laading zo gering, dat het nauwlyks op den eleétro-meter was waarteneemen, bracht deeze zo verfchil-lende uitwerkzelen voort. Van welk aanbelang deezenbsp;eigenfchap van het roode koper (van namelyk zonbsp;weinig onderhevig te zyn van gloeijend te worden,nbsp;wanneer het tot afleider diene) voor de fchepen zy,nbsp;alwaar de afleider niet anders als met brandbaare ftof-fen kan verbonden worden, behoev ik nauwlyks tenbsp;herinneren.
Een derde voordeel, het welk,aan afleiders van rood koper boven dien van yzer of geel koper dennbsp;voorrang geeft, zal ik, zo als het zdve my doornbsp;proefneemingen met deeze battery gebleken is, innbsp;het zevende hoofdfluk verhandelen
F nbsp;nbsp;nbsp;DER-
-ocr page 66-C 42 )
CHAPITRE TROISIEME.
Ohfervations faites en fondant différens fils de metaiix.
_yam fondu des fils de fier de différente êpaisfeur pour les experiences, que fai décrites dans Ie chapitrenbsp;précédent, f ai fait attention, s'il y avoit quelque propor^nbsp;tion entre les diffêrens diametres de ces fils, et les longueurs, qui en peuvent être fondues par des dechargesnbsp;égales: mals en les comparant je nai rien trouvé, quinbsp;m'en asfure: puisquil nexife aucune proportion entre lesnbsp;diametres et les longueurs des fils fondus, comme les experiences fuiyantes Ie demontrent:
du fil 16, de nbsp;nbsp;nbsp;pouce de diam. furent fondus 6oopouces.
II ïfr
I
---300 -
--10--
II ny a pas plus de proportion entre les diametres et les longueurs des diffêrens fils de fer, que j ayois fondu
Van-
-ocr page 67-D ERO Q FJD ST U K.
Wüarneemingen hy de fmeltingen ' der verfchillende metaal-draaden.
de proefneemingen, in het tweede hoofdftuk befchreven , yzer draadcn van verfchillende dikte ge-,nbsp;fmolten hebbende, zo heb ik acbc gegeeven , of ernbsp;eenige evenredigheid ware tusfchen de vèrfchillendenbsp;middellynen der draaden, en de langtens, die er vannbsp;door gelyke ontlaadingen kunnen gefmolten worden:nbsp;dan by vergelyking van dezelven vind ik hier vannbsp;niets bevestigd, terwyl er tusfchen de middellynennbsp;der gefmolten draaden, en derzelver langtens, voorzeker geenerley reede plaats hebbe, gelyk uit de volgende ondervindingen blykt;
van no-16, zynde 4^ d®- midd. wierden gefmolten lt;5oo d«.
II
1
Ijl
I
%%
I
TS
300
10
Even weinig evenredigheid vond ik tusfchen de diktens van verfchillende yzer-draaden, en derzelver
F 2
lang-
( 44 )
Vannêe pasfée pour un autre desfein avec une batterïe de 45 pieds de yerre garni ^ chargé par notre machine.nbsp;Les rèfültats de ces experiences étoient les fuivants:nbsp;du fil no- i6 de ^lo pouce de diam. furent fondus ?gt;t^pouces.
---12 m----48 --
¦---10 rh------24 ---
- 8 T^ö---10 -
6 ^quot;5.----- 5--
En fondant des fils de cuivre de dijférentes épaisfeurs par des decharges égales y on ne trouve pas plus de proportion entre leurs diametres et les longueurs qui en fontnbsp;fondues; ce qui paroit par les réfultats fuivants des experiences, que J ai faites avec une batterie de 90 pieds denbsp;verre garni:
du fil no- 10 de tIö pouce de diam. furent fondus 'jipouces.
---6 ^5 -^- 12--
11 eft connuy que Ie fil de fier, quand il efi fondu par une decharge éleamp;rique, fe difperfe en globules rougis.nbsp;En fondant des fils des autres metaux fai fait attention,nbsp;qui font cetix, qui forment des globules, fobfiervai cenbsp;phénomêne premièrement de Vétain, quand je fis pas fiernbsp;pour un autre desfein la decharge de notre batterie parnbsp;18 pouces de fil détain de ^ pouce de diametre, dontnbsp;fobtins quelques globules. Enfuite je trouyai, que ces
glo-
-ocr page 69-ïangtens, welken ik voorleden jaar tot een ander oogmerk met eene batterj^ van 45 voeten bekleed glas, door deeze machine gelaaden, gefmolten heb. De uit-komften van deze proefneemingen waren de volgende:nbsp;van no- 16, zynde^ö d'^^-midd.wierden gefmolten 84 dn.
po
By de fmeltingen van koper-draaden van verfchil-lende dikte door gelyke laadingen is ook geene evenredigheid waarteneemen tusfchen de middellynen der koper-draaden, en de Ïangtens die er van dezelvennbsp;gefmolten worden; dit blykt uit de volgende uitkom-ften der proefneemingen, welken ik met eene batterynbsp;van 90 voeten bekleed glas in het werk gefield heb:nbsp;van no. 10, zyndCïls d®. midd. wierden gefmolten 72 d»-
12
Het is bekend, dat het yzer-draad, wanneer het door eene eleélrifche ontlaading gefmolten wordt, zich innbsp;gloeijende bolletjes verlpreidt. By de fmelting van andere metaal draaden heb ik acht gegeeven, welke vannbsp;hun tot bolletjes gevormd wierden. Dit heb ik hetnbsp;eerst van het tin waargenomen , toen ik tot een andernbsp;oogmerk de ontlaading dezer battery liet gaan door 18nbsp;duimen tin draad, hetgeen ^ duim dik was; hiervannbsp;verkreeg ik eenige bolletjes. Naderhand heb ik be-
globules rougïs fe for ment plus copieufement ^ quand on fond des moindres longueurs de ce fil d'étain par la decharge de notre halt er ie. La longueur de lo poucesnbsp;ma paru la plus convenable pour ohtenir la plus grandenbsp;quantité de globules par la decharge de cette batterie;nbsp;Us s'élevent alors en par tie a la hauteur de lo ou 12nbsp;pouces. Quelques uns d'eux ont une grandeur remarqua-ble; fen ai VU^ qui avoient- le diametre de de pduce.nbsp;Quand on fond par cette batterie des moindres longueursnbsp;de ce fil d'étain, les globules fe difperfent plus loin, et Usnbsp;s'élevent plus haut, mais Us font plus petits. La formation de ces globules détain exige une tres forte decharge: car fai tdché en vain de les obtenir par la decharge,nbsp;d'une batterie de pieds quarrés de verre garni ^ quoi-
que je 1ai esfayé avec des fils, qui étoient proportionnels h la moindre grandeur de cette batterie.
En ohfervant la difperfion de ces globules d'étain fai vu un phénoméne fort fingufer: les globules rougis étantnbsp;tombés fur le plancher s'élevoient de nouveau, et Us continuo ient a s élever et a ret omber pendant 6 a SS fecon-des. Jo me flatte d'avoir découvert, quelle efi la caufe,nbsp;pourquoi les globules rougis sélevent tant de fois; maisnbsp;comme ce phénoméne dépend dun autre, dont je dots difnbsp;férer le detail jusquau chapitre quatri'eme, fuivant I'or-dre que je me fuis propofé, fattendrai pour en parler,nbsp;jusqua ce que f a^e donné ce détail.
Du
-ocr page 71-vonden, dat men deeze bolletjes in grooter menigte verkrygen kan, wanneer men door mindere langtensnbsp;van dit tin-draad de ontlaading deezer battery laat gaan.nbsp;De langte van lo duimen is my de gefchikfle voorgekomen, om de grootfte hoeveelheid tin-bolletjes doornbsp;de ontlaading van deeze battery te verkrygen; zy verheffen zich dan gedeeltelyk ter hoogte van lo of 12.nbsp;duimen. Zommigen van dezelven zyn aanmerkelyknbsp;groot; ik heb er gezien , die rs duim middellyn hadinbsp;den. Wanneer men mindere langtens van dit tin-draadnbsp;door deeze battery fmelt, zo verlpreiden de bolletjesnbsp;zich wyder, en verheffen zich hooger; doch zy zynnbsp;dan kleinder. Tot de vorming van deeze bolletjesnbsp;wordt eene fterke eleftrifche ontlaading vereifcht: wantnbsp;ik heb vruchteloos getracht dezelven door de ontlaading van 135 voeten bekleed glas te verkrygen, fchoonnbsp;ik dit beproefd heb met draaden, die naar de mindere grootte der battery evenredig korter waren.
By de verfpreiding deezer tin-bolletjes heb ik een zeer vreemd verfchynzel waargenomen : de bolletjesnbsp;heften zich van den grond , waarop zy vielen , veelnbsp;vuldige maaien weder op, en deeze beweging hield aannbsp;geduurende 6 of 8 fecunden. Waarom de gloeijendenbsp;tin-bolletjes zo dikwyls weder opgeheven worden,nbsp;meen ik na veele nafpooringen eindelyk ontdekt tenbsp;hebben : dan daar dit van een ander verfchynzel afhangt, waar van ik het verhaal, volgens de orde welke ik my heb voorgefteld , tot het vierde hoofdftuknbsp;moet uitftellen, zo zal ik hiervan niet fpreeken , totnbsp;dat ik het gezegde verhaal zal gegeeven hebben.
Van
-ocr page 72-Du cuivre rouge fat feulement une fois ohtenu des globules rougis, comme f ai deja annoncé page 40; maisnbsp;je nai jamais pu convertir Ie cuivre jaune ni les autresnbsp;metaux en globules, quoique f ai fait heaucoup d'experiences d ce desfein, étant animé par la pngularité dunbsp;phénoméne, que les globules détain mavoient donnê.^
La formation des globules des fusdits metaux, quand on les fond par une decharge éleStrique, me paroit prou~nbsp;ver, qu'il y a entre les parties de ces metaux la mêmtnbsp;attrablion, quon fuppofe avoir lieu dans les parties denbsp;mercure, et d la quelle on attribue la formation des globules OU la convexité de la furface de ce metal. Au moinsnbsp;je ne puis pas m'imaginer une autre caufe, d la quellenbsp;on peut attribuer cette formation des globules.
III.
Les globules des metaux formés par des decharges êlec-triques femblent devenir plus rouges, que quand les mê-mes metaux rougisfent par Ie feu Ie plus fort, lorsqulls font expofés d Vair. fai ohfervé cette différence princi-palement d 1'égard de létain, dont fai vu plufteurs foisnbsp;en plein jour des globules rougis pendant 8 ou i o fecon-des. Pour comparer ces globules rougis, fai rougi denbsp;Vétain dans la forge d'un orfévre, en donnant d ce metalnbsp;Ie plus haut degré de chaleur, quil peut fouffrir , etnbsp;apres lavoir ainf fondu je V ai fait tomb er fur une plaque
-ocr page 73-C 49 )
, Van het roode kopqr heb ik, zo. ais ik opbIadz. 4l reeds gezegd heb, flegts eenmaal gloeijende bolletjesnbsp;verkregen; doch het geele koper, noch de overigenbsp;metaalen heb ik nimmer tot bolletjes kunnen brengen,nbsp;fchoon ik, door de zonderlinge verfchynzels, welkenbsp;de tin-bolletjes my gaaven aangefpoord, ter verkry-ging van bolletjes van de andere metaalen veelvuldigenbsp;proefheemingen heb int werk gefteld.; inbsp;De vorming jd^r bolletjes van de genoemde metaalen, by derzelver fmelting door eleélrilche ontlaading,nbsp;fchynt my aan te duiden, dat deeze metaalen diezelfdenbsp;onderlinge aantrekking van hunne deelen bezitten, welke men ftelt in het 'quikzilver plaats te hebben , ennbsp;waaraan de vorming der bolletjes of der*bolachtige oppervlakte Van dit metaal wórdt toegefchreven. Naarnbsp;myn inzien althans kan de vorming deezer bolletjesnbsp;niet wel aan eenige andere oorzaak worden toegckend.
De gloeijing der metaal-bolletjes door eleftrifché ontlaading fchynt veel fterker, dan de gloeijing j welke dezelfde metaalen door het vuur kunnen aannee-men, wanneer zy aan de lucht zyn bloot gefteld. Ditnbsp;(chynt inzonderheid by het tin plaats te hebben, waarvan ik de bolletjes verfcheide maaien geduurende 8 ofnbsp;10 fecunden by helder dach-licht gloeijend gezien heb.nbsp;Ter vergelyking van deeze gloeijing heb ik tin in eennbsp;zilver-fmids oven zo fterk gegloeid, als dit metaal ver-draagen kan, en hetzelve vervolgens opeene even fterknbsp;gloeijende yzeren plaat uitgegoten, ten einde de gloei-
G nbsp;nbsp;nbsp;jing
-ocr page 74-qüe de fer êgdement rouge ^ afin ~ de^ pouvoir ohferver, quel point de rougeur avoient les parties en rejailllsfant:nbsp;mals je trouvaiy que ces parties, quoiquelks eusfent plusnbsp;de masfie, que les globules détain for més par les dechar-ges, perdoient cependant leur rougeur dans une ou deuxnbsp;fecondes. Dans ce cas ld retain ne fe formoit pas ennbsp;globules; ce qui dolt être probahlement attribué h ce quenbsp;ïétain ' rougi par Ie feu nacquièrt pas ce degré de rougeur, que lui donne Ie flut de éleStrique: puisquileft aifênbsp;de comprendre, que Vattraction mutuelle des parties de cenbsp;metal, que j'ai alleguée comme la caufe yraifemblable denbsp;la formation des globules , ne peut produire eet effet, quenbsp;lorsque ce metal 'efl rèduit' h un certain degré de fluidité,
IV.
La difperflon des globules , rougis, formês en fondant
Ie fer par la decharge de cette batterk, a étê dons quel-ques cas fort remarquable; f ai vu quelques fois des globules de fer s^élangant è la diflance de plus de 30 pieds.
Cet èlancement des globules rougis doit être certaine^ ment attribué h la force laterale, que Ie fluide éleamp;riquenbsp;exerce dans ce cas. La grandeur de cette force laterale,nbsp;que Ie fluide éleamp;rique peut exercer en dechargeant cettenbsp;batterk, etant connue par Vexperience pi devant rap-portée au flujtt du déchirement d'un cylindre de buis denbsp;4 pouces de diametre, on peut faciktnent comprendre ^
que
-ocr page 75-C 51 )
¦jing der fpatten te kunnen waarneeraen: dan ik bevond, dac dezelven , fchoon van meer inhoud zynde, dan denbsp;tin-bolletjes , die door eleftrifche ontlaading gemaaktnbsp;worden, echter hunne gloeijing binnen één of tweenbsp;fecunden verloren. Deeze fpatten van het tin vormden zich ook niet tot bolletjes; het geen waarichyrirnbsp;lyk daar van afhangt, dat het tin door het^gewoonenbsp;^uur niet dien trap van vloeibaarheid aanneemt , welke de eleétrifche ptitlaading in het zelve doet ontdaan: terwyl het ligtelyk te begrypen is, dat de onderlinge aantrekking der deelen van dit metaal, welkénbsp;ik als de waarfchynelyke oorzaak van de vormingnbsp;der raetaal-bolletjes heb opgegeeven, dit uitwerkzelnbsp;niet' kan te weeg brengen, dan wanneer het metaalnbsp;tot eenen zekeren trap van vloeibaarheid gebracht is.
IV.
De verfpreiding der gloeijende bolletjes is by zom-mige fmeltingen van het yzer door de ontlaading van deeze battery zeer aanmerkelyk geweest; ik héb zom-wylen de yzer-bolletjes zich meer dan 30 voeten vernbsp;zien verfpreiden.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^
Deeze verfpreiding der gloeijende bolletjes is ze-kerlyk toetefchryven aan het zydelings vermogen, het geen de eleftrifche ftof in dit geval oeffent. Hoenbsp;groot dit zydelings vermogen van den ftroom dernbsp;eleélrifche ftof zy, die er by de ontlaading deezernbsp;battery overgaat, kan men bezeffen uit de fplytingnbsp;van den 4 duims palmhouten cylinder, waar van iknbsp;voorheen op bladz- 13 gelproken heb ; het is dus
G 2 nbsp;nbsp;nbsp;ligt
( 52 )
que eet te même force laterale dü fluïde éleamp;riqu'e doit faire éclater Ie metal fondu, par Ie quet il pasfe, et quenbsp;les globules rougis fe dohent difperfer par ld.
fohfervai Ie, plus grand éloignement des globules rougis en fondant des fils de fer du plus grand diametre; la caufe en efl certainement y que les globules rougis for-més de fils dl'un moindre diametre font plus minces, etnbsp;per dent par ld plus promptement, en vainquant la refi-fiance de Vair, la force motrice qui leur efl comnïuniquée.
A
La decharge de cette batterie fond quelques fois feule-fnent une par tie du fil de fer, par Ie quel elle efl conduite; ce qui arrive principalement, quand on conduit la decharge par des fils de fer tres minces y qui font unnbsp;peu tröp long pour être fondu par la decharge qu'on
employe. Les experiences précédentes niont dotmê Pocca-fion de voir plufieurs fois ce phénoméne (fiue je ne doute pas avoir été obfervé en dechargeant des moindres batteries') et de faire les obfervatiuns fuivantes.
r.) Qfiand un fil de fer, tel que nms avons décrit, eft fondu en partie, la partie fondue efl toujours cellc ynbsp;par la quelle Ie fluide éleamp;rique pasfe premièrement;nbsp;la partie qui neft pas fondue étant toujours celky quinbsp;communique avec Ie cóté exterieur du verre de la batterie. Cette obfervation me paroit p'ouver y que la ré-
-ocr page 77-( 53 )
ligt te begrypen, dat dit zelfde vermogen van den eleélrifchen droom de gefmolten deelen der draad,nbsp;door welke hy gaat, moet van een flaan, en dezelvennbsp;w^d en zyd verfpreiden.
De wydde verfpreiding der gloeijende bolletjes ziet men by de fmeltingen van de dikfte draaden; dit hangtnbsp;zekerlyk hier van af, dat de bolletjes van dunnerenbsp;draaden fyner zyn, en hierom fchielyker, door dennbsp;tegenftand der lucht te overwinnen, hunne beweegkracht verliezen.
De ontlaading der battery fmelt zomwylen flegts een gedeelte van het yzer draad, door hét welk zynbsp;geleid wordt; dit gebeurt voornaamelyk, wanneernbsp;men de ontlaading laat gaan door zeer dunne yzer-draaden, die wat te lang zyn om door de ontlaading,nbsp;welke men gebruikt, geheel gefmolten te worden.nbsp;De voorgaande proefneemingen hebben my gelegenheid gegeeven om dit verfchynzel (het geen men lig-telyk ook wel by het gebruik van kleinere batteryennbsp;zal hebben opgemerkt) meermaalen te zien, en hieromtrent het volgende waarteneemen.
i) Als een zodanig yzer-draad gedeeltelyk gefmol-ten wordt, zo wordt er altoos dat gedeelte van gefmolten, hetwelk de eleélrifche ftof het eerst doorloopt, zynde het ongefmolten gedeelte altoos geheel met de buirenzyde van de fleszen der battery veree-nigd. Deeze waarneeming fcbynt my te leeren, datnbsp;de tegemtanU , welke de groote hoeveelheid elelt;51:ri-
G 3 nbsp;nbsp;nbsp;fche
-ocr page 78-fiftance ^ qüe Ie fluïde éleamp;rique dune fl forte flechargt fuhit dans un fil de fer fi mince ^ et qui fe multiplie ennbsp;raifon de la longueur du fil, par Ie quel Ie fluïde pasfe,nbsp;eft la caufe, que Ie fil de fer dans Ie cas fusdit n'efl fon-du quen partie: puisque, cela pofé, il efl tres concevablCfnbsp;pour quoi dun fil de fer fondu en partie on yoit conflam~nbsp;ment cette partie fondue, par la quelle Ie fluïde ékamp;riquenbsp;eft premièrement pasfié.
2.) Un fil de la plus grande longueur, qui peut être fondu par la decharge d'une hatterie, qui eft chargée jus-qud un certain degré, n^eft pas fondu entierement parnbsp;une pareille decharge, quand il efl compofé de deux mor-ceaux noués Vun h Vautre; ce que f ai. remarqué plu-fieurs fois, quand fai youlu fondre du fil de fer m- i6nbsp;de pauce de diametre' d la longueur de 50 pieds,nbsp;pour es fay er par ld la plus grande force de' notre batte-fie, Ce fil na^ant point cette longueur fur les bobines,nbsp;fur les quelles on les vend, je fus ohligé de nouer enfem-Me les fifde^ deux hobines; mais fobferyai chaque fois,nbsp;que Ie fil ne fut fondu que jusqu'au noeud.
Cette obfervation me paroit fournir une raifon de plus, 'qui prouve ce qu'on a deja remarqué, que Ie fluide élec-trique fuhit beaucoup de refiftance, quand il doit pasfernbsp;d'un condubleur dans l'autre, quoique ils fe touchent tresnbsp;.exadtement: car il me fenthle évident, que cette ré ft ft an cenbsp;eft la caufe., que la fufton d'un fil de fer compofé de
deux
-ocr page 79-C 55 )
i^he ftof van eene (lerke ontlaading in eene zo dunne draad ondergaat (welke tegenftand des te grooter is,nbsp;naar iTiaate de draad langer zy^ de oorzaak is, dat hetnbsp;yzer-draad in het bepaalde geval flegts gedeeltelyk ge-fmolten wordt: terwyl, dit geheld zynde, het ligte-lyk te begrypen is, waarom men van eene draad, dienbsp;gedeeltelyk gefmolren wordt, altoos dat gedeelte zietnbsp;Fmelten, waardoor de eleftrifche hof het eerst doorgaat.
2) Een draad , die juist de grootfte langte heeft, welke door de ontlaading eener battery, die tot eennbsp;bepaalden graad gelaaden is, gefmolten kan worden,nbsp;wordt door eene gelyke ontlaading niet gefmolten,nbsp;wanneer zy uit twee aan elkander geknoopte hukkennbsp;behaat; dit heb ik verfcheiden maaien waargenomen,nbsp;wanneer ik het yzer-draad n«gt;- 16 van jig dliim middel-lyn ter langte van 50 voeren wilde Imelren , om hiernbsp;door het uiterfte vermogen van deeze battery te beproeven. Dit yzer-draad doorgaans niet die langte hebbende op de klosjes, op welken het verkocht wordt,nbsp;knoopte ik het aan elkander ; doch telkens nam iknbsp;waar, dat de draad juist tot aan den knoop gefmolten wierd.
Deeze waarneeming bevestigt, dunkt my, weder zeer duidelyk, hetgeen men meermaalen heeft aangemerkt,nbsp;dat de eleétrifche hof een aanmerkelyken tegenhandnbsp;ondergaat, wanneer zy genoodzaakt wordt uit den eenennbsp;geleider in den anderen, hoe naauw zy elkander ooknbsp;raaken, overtegaan; terwyl het uit dezelve blykbaarnbsp;fchynt te volgen, dat het aan deezen tegenhand is toenbsp;te fchryven, dat de fmelcing van de draad, uit twee
aaa
-ocr page 80-deux morceaux, noués Tun d- rautre, s'arrête dans Ie fusdit cas précifement au noeud.
VI.
Lorsque les fils des metaux font trop longs pour être fondus enüerement, ou dans une grande partie de leursnbsp;longueurs , alors ils font reduits fouvent en plufieursnbsp;morceaux. En examinant les bouts des morceaux d'un filnbsp;ainfi réduit en pièces, on y peut apperceyoir des marquesnbsp;évidentes de fufon: tf ou il paroit done, que la fufionnbsp;de dijférens endroits d'un tel fil efi la caufe de la réduc-tion de ce fil en plufieurs morceaux. yai obfervé cettenbsp;fufion I.) en fondant un fil détain de ^5 de pouce de dia-metre, dont 13 pieds furent réduits en plus de cent morceaux , quand la decharge de notre hatterie pas fa par cenbsp;fil. 2.) Un fil de plomb de même diametre, efant long
de 13 pieds ^ fut divifê en environ trente morceaux de dijférentes longueurs^ qui jointes apres cela ne faifoientnbsp;pas tout es enfemble 10 pieds. 3.) En esfayant les plusnbsp;grandes longueurs des fils de fer de dijférens diametres ynbsp;que la décharge de cette batterie peut fondre, il efi arrivé plufieurs fois, que Ie fil rougi fut rompu dans un ounbsp;plufieurs endroitsil arrivoit quelque fois, que la matierenbsp;fondue formoit des globules aux extremités des morceaux.nbsp;4.) d'un fil d'or de js de pouce de diametre 4I pouces furent reduits en pet its morceaux, 5.) Un fil d'argent
de
-ocr page 81-aan een geknoopte ftukken beftaande, in het bepaalde geval zich juist tot aan den knoop bepaalt.
VI.
Wanneer een metaal-draad wat te lang is, om geheel en al of voor een groot gedeelte van haare langte door de ontlaading der battery gefmolten te worden,nbsp;dan wordt zy dikwyls door dezelve in verfcheidennbsp;ftukken verdeeld. Befchouwt men de einden der (lukken van eene dus verbrokene draad, dan ziet men dui-delyke kenmerken van fmelting aan dezelven, en dusnbsp;blykthet, dat de verbreeking van zodanig eene draadnbsp;aan de fmelting van verfcheiden gedeeltens van dezelvenbsp;is toetefchryven. Dit heb ik waargenomen i.) van
tin-draad van duim middellyn, waarvan 13 voeten in meer dan honderd (lukken verdeeld wierden, toennbsp;er de ontlaading deezer battery doorging. 2.) Lood-draad van dezelfde middellyn, hetwelk ook 13 voetennbsp;lang was, wierd door eene gelyke ontlaading tot omtrent dertig (lukken gebracht, die na deeze proefnee-ming zamengevoegd zynde met elkander geen 10 voeten uitmaakten. 3.) Van yzer-draaden van verfchil-lende middellyn en de uiterfte langtens willende beproeven, welken door de ontlaading deezer battery ernbsp;van gefmolten kunnen worden, is het meermaalen gebeurd, dat de gloeijende draad op één of meerplaat-.zen, brak; zomtyds waren de einden der (lukken totnbsp;bolletjes zamengeloopen. 4.) Van goud-draad van ^nbsp;duim middellyn wierden 4^ duimen tot kleine brokjes gebracht. 5) Van 12 duimen zilver-draad van ^
H nbsp;nbsp;nbsp;düini
-ocr page 82-Je ^ depouce de diametre, long dè ï2 polices, fut fondü en partie, de münilre quil en refla' y^ póuces en quutre mor-ceaux. 6.} Un fil de cuivrc iaune de depouce de dia-metre, long de pouces, fut reduit, en trois mor ceaux.
Qiielle eft la caufe, pourquoi les fils des metaux ne font fondus qtden partie, öu quelle eft la. raifoh-, pourquoi Unbsp;ftuide éleamp;rique agit pliis fur un ertdroii fqiie 'furlaU'nbsp;tred quoique rêpdisfamp;ur de cé fit fit 'pdrtoÜf égale, celanbsp;me paroit abfiolument inexplicable. . ^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
.:L 1
Quand la decharge dfune bait er ie pdsfie pür un fil de
fier, qui neft pas fondu par Ih , mals qui deviant fëulement rouge , alors on. peut conftamment .obfierver, .qu'un tel filnbsp;s^accourcit, quand il n eft pas tendu au moment, , qufilnbsp;rougit. ' Mr. Nairne a obfiervé et décrit Ie premier ce
phénoméne. Le plus grand accourcisjement,' qudl ohfierva, fut dans un fil de. fer.de t de pouce de didmefre, dont lanbsp;longueur de lo pouces diminua de de pouce par la de-¦charge. de 26 pieds quarrés de verre garni, (h)^ pfai vunbsp;plufteurs accourcisfiemens, qui fiurpasfient de beaucoup cenbsp;-que Mr. Nairne a obfiervé: entre autres fiat vu, que 18nbsp;pouces d^un fil de fier de ^ de pouce de diametre etoientnbsp;diminués par une fieule decharge de plus de I de pouce.
Cet
(h) Phil. Tranfaü.for the year 1780, vol.LXX, part.I, p, 334,
-ocr page 83-( 59 )
daim ftifddelIyA blevea'4 brokken oyef, die te'za-men 3§ duim lang waren. 6.) Van geel koper-draad van ig- duim middellyn wierden 14 duimen tot drienbsp;ftukken gefmoken. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^
Welke de rede van dèeze gedeeltdyké ftneking'-of verbreeking der metaal-draaden zy, of waarom denbsp;eledtrifche ftof by haaren doorgang door eene metaaldraad, die overal volkomen dezelfde dikte heeft, opnbsp;zommige deelen van dezelve meer vermogen oelfenenbsp;dan op anderen', verklaarik niet te' kurinen'giszen;. l
VII.
Wanneer-de ontlaading eener battery gaat dooreen yzer-draad, het geeii. door dezelve' niet gefmolten,nbsp;maar flegts gloeijerid gemaakt wordt, zo wórdt zodanig een draad, wanneer het by zyne gloeijing niet ge^nbsp;fpannen is, altoos koffer. Mr. Nairne beeft dit ver-lèhynzel het eerst ontdekt, en befchreven. De grootftenbsp;verkorting, welke hy waarnam, was aan 10 duimennbsp;yzerdraad van duim middellyn, welke, wanneernbsp;hy er de ontlaading van 26 voeten bekleed glas door-leldde, telkens duim korter wierd. Qi) By de voorgaande proefneemingen heb ik verfcheiden verkortingen gezien, welken het geen door Mr. Nairne ge-geeven is verre overtreffen; onder anderen heb iknbsp;waargenomen, dat 18 duimen yzer-draad van duimnbsp;middellyn door ééne optlaading meer dan | duim verkort waren.
' nbsp;nbsp;nbsp;.....' nbsp;nbsp;nbsp;Dee*-
QT) Phil. Tranfaa, Fór the year' 1/80, völ. LXX , paft. I, p. 334;
. nbsp;nbsp;nbsp;H 2
-ocr page 84-Qet accourcisfement d*un fil de metal doit certainment être attribué h la force, avec la quelle Ie fluïde éleamp;ri^nbsp;que, quand it pasfe par un tel fil, tdche de s^étendretnbsp;Ie fil étant dilaté par ld a doit être en même temtnbsp;accourcL *
f
Quand on decharge cette Mtterie par des fils de me-taux, qui font les plus minces, et qui ont a peu-prês la plus grande longueur, qu'on en peut fondre, alors il reste-dans la hatterie une partie de fa charge , qui efl tres re-marquable. J'ai obferyê' ce réfldu dè la charge, princi-palement en. es fazant la plus grande longueur du fil dè fèrnbsp;nO i6 de sig de pouce de diametre, qui peut être fonduenbsp;par la decharge dt cette batteries fai examiné plufieursnbsp;fois la- force de- ce réfldu-, peu de tems après que f eus de-
chargé la hatterie par 50 pieds du fil de fer fusdit, et fai trouyé,. que ce fil étant fondu eniièrement ou en partie, la: decharge de ce qui refloit dans la. batterie pouyoitnbsp;fondre deux pieds du mêm.e fill mais quand je faifoknbsp;pas fer ld decharge par un fil, qui etoit trop- long pournbsp;être fondu , alors it refloit moins de cette charge, jjai faitnbsp;pas fer une fois la decharge dè cète hatterie par- un fil dènbsp;fer de depouce de diametre, qui étoit long dè r8opieds,nbsp;et fai trouyé,. que la décharge dè Cè qui refloit après la
pre-.
-ocr page 85-Deeze verkorting van eene metaal-draad is voorze-* ker toe te fchryven aan het vermogenwaar medenbsp;de ftroom der eleélrifche ftof, wanneer zy door dezelve gaat,; zich zydelings tracht uit te zetten ; denbsp;draad hier door ook eenigzints uitgezet wordendenbsp;moet dan noodwendig korter worden..
Wanneer men deeze battery ontlaadt door lange metaal-draaden van de dunfte zoorten, en die tennbsp;naastenby de grootfte langte hebben, welke men hiernbsp;van fmeltén kan, zo blyft er in de battery een zeernbsp;aanmerkelyk gedeelte der laading over. Dit is my in^nbsp;zonderheid gebleken by de beproevingen van de grooc-fte langte van het yzerdraad n^- só van duim mid-dellyn, die door de ontlaading van deeze battery tenbsp;fmelten is. Ik heb verfcheiden maaien het vermogennbsp;van dit overfchot der laading, kort na de ontlaadingnbsp;der battery door 50 voeten van het gezegde yzer-draad te hebben laaten gaan, beproefd, en bevonden,,nbsp;dat byaldien dat yzer-draad geheel, of gedeeltelyk ge-fmolten ware, ik dan met het overfchot der laading,nbsp;twee voeten van het zelfde yzer-draad konde fmelten: doch byaldien ik het yzer-draad zo. lang nam,, datnbsp;het zelve door de ontlaading niet gefmolten wierd,^^nbsp;zo was dat overfchot veel kleinder. Eenmaal heb iknbsp;zelfs de battery door 180 voeten yzer-draad vannbsp;duim middellyn ontlaaden,. en vervolgens her overfchot der laading beproefd, wanneer ik bevond, datnbsp;12. duimen yzer-draad van dezelfde middellyn hier
H 3 nbsp;nbsp;nbsp;door
-ocr page 86-premiere' chêrge ne pouvoit pas fondre 12 pouces même fil de fer. ,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
La raifon, pour quoi il refle urn fi grande partie de Va charge d^une hdtterie, apres quon a fait pas fer fanbsp;decharge par un fil de mfial tres/innce^ doit^certaine-^nbsp;ment être attribuée è la réfiflance, que Ie fiuïde éleStriquenbsp;fubit, quand il doit pas fer' en grande quantité par un filnbsp;de metal tres mince: mats pour quoi la partie de la charge, qui refie dans une hatterie, efl plus grande, quandnbsp;Ie fiuide éleamp;rique pasfe par un fil plus court, fi. ce filnbsp;en ,efi fondu entierement ou.en partie, cela me par oilnbsp;jusqu'a préfent ahfolument inexplicable.
i v iL
CH A-
-ocr page 87-door niet gefinolten, maar flegts blaauw gemaakt wiefden.
De -rede-waarom er- zo veel van de laading eener battery overfchiet, na dat men dezelve door eenenbsp;dunne metaal-draad ontlaaden heeft, behoort voorzeker te worden toegefc lire ven aan den tegenftand, welke eene groore hoeveelheid eleftrifche ftof ondergaat,nbsp;wanneer zy genoodzaakt wordt door dunne draadennbsp;te gaan.; doch waarom dit overfchot veel grooter zy,nbsp;wanneer de ohtlaading door een véél korter draadnbsp;gaat, indien deze hier door geheel of gedeeltelyk ge-fmolten wordt, komt ray tot nu toe geheel onbegry-pelyk voor.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. .
VIER.-
-ocr page 88-EtXpcriences fur la calcinatiQn des
D.
'ans la defcription de mes experiences faites dvec ld machine éleamp;rique de Teller, et publiées fannée pasfée^nbsp;fai inferéy dans la chapitre quatrième de la feamp;ion troi-fième^ quelques ohfervations fur la calcination des fils denbsp;metaux, faite par la decharge dlune batterie, qui avoitnbsp;135 pleds quarrés de verre garni; elks nfont appris,nbsp;que les fils de pïujleurs metaux, quand ils ne font ninbsp;trop longs ni trop larges, étoient disfipés et élevés ennbsp;forme d'une fumée épaisfe, au moment quils conduifoientnbsp;la decharge de la fusdite ban er ie; et que dans eet te fumée fe trouvent en certains cas des flocons, ou des fila-tnens, qui font évidenment c ompof és de la chaux du metal, par Ie quel Ie fluide éleamp;rique ejl pasfé. y ai ju gé,nbsp;que cette calcination des metaux par la decharge éleamp;ri-que, qui eft, autant qu'il mefi connu, un phénoméne
nou-
-ocr page 89-VIERDE HOOFDSTUK.
.tl de befchryving myner eleclrifche proeven met Teylers eleélrizeer-machine in het werk gefteld, welken ik voorleden jaar heb uitgegeeven, heb ik in hetnbsp;vierde hoofdftuk der derde afdeeling verflag gedaannbsp;van myne waarneemingen omtrent de verkalking vannbsp;dunne metaal-draaden, door de ontlaading eener battery van 135 voeten bekleed glas: dat naamentlyk denbsp;meeste metaal-draaden, wanneer zy van eene zekerenbsp;langte en dikte worden genomen, geheel en al of ge-deeltelyk, wanneer er de ontlaading doorgaat, onder,nbsp;de gedaante van een dichten rook worden opgeheven,nbsp;en dat er in zommige gevallen in deeze rook telFensnbsp;zodanige vlakken of vezels opryzen, welke duidelyknbsp;blyken te belfaan uit de kalk van het metaal, waarnbsp;door de ontlaading gegaan is. Ik heb het de moeitenbsp;waardig geoordeeld deeze verkalking der metaalcnnbsp;door de eleclrifche ontlaading, welke , zo ver my
( 66 )
nouveau, merïtoit Men un nouvel examen avec notre bat'' terie aggrandie.
Uexperience m'a^ant appri^, que les phénoménes, qui fe préfentent, quand on calcine des metaux par la decharge êle£trique, different beaucottp felon quon calcinenbsp;des fils de dffêrens diametres ou de dfférentes longueurs ynbsp;OU même quand on employe des decharges de différentenbsp;force pour calciner des fils parfaitement égaux, faical-ciné chaque metal, en y employ ant des fils de diver fe longueur et largeur, et des decharges differ ent es; mais com-me Ie detail de toutes ces experiences feroit trop long, jamp;nbsp;dirai de chaque metal ce que mes experiences miont ap-pris generalement fur fa calcination. La fingularité desnbsp;phénoménes, quon ohferve en calcinant quelques metaux,nbsp;la difficulté de les decrire fans Ie fecours des planches,nbsp;et la beauté des desfetns, qui fe fot-mcrit ^ar les metaux
calcinés fur Ie papier, au desfus du quel cette calcination efl faite, mont engagé è donner la repréfentation dun:nbsp;OU de deux des plus beaux desfeins faits par la calcination de chaque metdl.
A F égard dé ces desfeins, je dols remarquer en general que les fils, qui les ont produits par leur calcination, ont été'nbsp;élevés pour la plus part h peu prés | de pouce au desfusnbsp;du papier: puisquil nia paru, que cette pofition des filsnbsp;ètoit la plus propre pour ohtenir les plus beaux desfeins;nbsp;findiquerai done fieulement les exceptions de cette pofition..
bekend is, een geheel nieuw verfchynzel is, met onze vergrootte battery verder te onderzoeken.
De ondervinding my geleerd hebbende, dat by de verkalking van draaden van verfchillende middelly-nen of verfchillende langtens, gelyk ook by de verkalking van volkomen gelyke metaal-draaden doornbsp;ontlaadingen van verfchillende fterkte, zeer verfchillende verfchynzelen gezien worden, zo heb ik vannbsp;elk metaal de verkalking van verfchillende draadennbsp;met verfchillende ontlaadingen beproefd ; dan daarnbsp;het verhaal van alle deeze proefneemingen te wydloo-pig zoude zyn,. zo zal ik van elk metaal opgeeven,nbsp;wat myne proefneemingen omtrent deszelfs verkalking my in het algemeen geleerd hebben. De vreemde en leerzaame verfchynzelen, die er by zommigenbsp;verkalkingen der metaal-draaden plaats hebben, denbsp;moeijelykheid van dezelven zonder behulp van afbeeldingen te befchryven, en de fchoonheid der tekeningen, die er door de verkalkingen der verfchillende metaalen op het daar onder gelegen papier gemaakt worden, hebben my aangelpoord eene afbeelding van één of twee der fchoonfbe tekeningen, dooide verkalking van elk metaal gemaakt,hierby te voegen.
Omtrent deeze tekeningen moet ik vooraf aanmerken, dat de meeste draaden, door welker verkalking zy gemaakt zyn, | duim boven het papier gelegennbsp;hebben: terwyl ik deeze plaatzing der draaden denbsp;beste bevonden heb, om de fchoonfbe tekeningen tenbsp;verkrygen; ik zal dus in het vervolg alleen de uitzonderingen hier van opgeeven.
I 2 nbsp;nbsp;nbsp;Het
-ocr page 92-I
C68 gt;
Le plomb eft de tons les metaux le plus facile d être calciné par la decharge ékamp;rique; fat converti enti'ere-ment en chaux, dont la couleur éloit noirdtre ou dlunnbsp;gris foncé, un fil de ce metal de de pouce de diametre,nbsp;long de 24 pouces. La plus grande partie de cette chauxnbsp;sélève en forme d^une fumée êpaisfe; une autre partienbsp;sabat, ei forme un desfein d flammes nuancées fur lenbsp;papier placé desfous. Lorsqidon calcine la fusdite longueur du fil de plomh, ce desfein eft presqu entiérementnbsp;noirdtre; mais quand on calcine des fils de plomh 'plusnbsp;courts, alors le desfein a plufieurs couleurs. Laplanche lnbsp;donne la répréfientation ddun desfein fait par la calcination de 8 pouces de fil de plomh. Les dijférentes couleursnbsp;de ce desfein doivent être certainement attrihuées auxnbsp;differens degrês de calcination de ce metal: puisqu'il eftnbsp;connUi que le plomh calciné par te feu acquiert dijférentes couleurs felon les differens degrés de fid calcination.
Je nai jamais pu découvrir dans cette fumée du chaux de plomb des flocons ou filamens, comme j'avois obfiervé ennbsp;calcinant le fer et Vétain, ainfi que je les ai décrits dans lanbsp;partie précédente de mes experiences publiées Vannée pasfée.
II.
Létain, quand il eft calciné, répréfente des phênomê-nes fort extraordinaires; jc les ai ohfieryés en cakinant
de
-ocr page 93- -ocr page 94-l.t plfgt;mb «ê 4h t^'-. ' nbsp;nbsp;nbsp;fcTTue. ¦ ;rf
ca^.rh'ff nbsp;nbsp;nbsp;c ¦ lt;¦¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-V ;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;r';quot;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;f4f ,
tfi rhnux, dont la cnuUur éiuit mirétre o-grh foncè ^ un hl ch fgt;' ' ^'.t' ¦i- \ ds ¦g^.r JU *'j* hng denbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦' , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;---
jfV/M? nbsp;nbsp;nbsp;,gt;5nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fi/mée épnUj-^ uns »?/.'/' ¦
s\Wia^ i( j.rf Jtü un desjdlü s jL-rUhc^ nsdüncèes. J- J
püpifr pldKc' dtst'hui, nbsp;nbsp;nbsp;Cr lt;¦¦ l' -¦...-
.-c des/Hn rj prs^iqurrmin-acnt mirdtre; mals quand ^-n calcine des fits de piamb plus
l'M
*¦ nbsp;nbsp;nbsp;-i#«: ¦ i -i
J' ' nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, JCijt-,:/ J, r pui' la CuicifiCp^
Hm Vlt; j nbsp;nbsp;nbsp;J j' :nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ï
de cc dejUn dnirtut êtrz- nbsp;nbsp;nbsp;^ Jtinluecs aux
, nbsp;nbsp;nbsp;/ .-i^ ii'?T/s ih' caklfiiitimi de cc meihlc puiiüuU eji
Jii' nbsp;nbsp;nbsp;i» Artrirnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
¦/CC C'jUr.u'- r/y-i:: j' nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' V ¦*'- ,¦^ t: ,'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' C
Jc nai jamais pu dCt.ouyf'{r dans celt^ tarpre -c: lt;'®arr des di^con- f...- iiiameps, r- ¦ Tnbsp;caichr-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'.v.'r'.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j. ai arencs dsti lü
parite ptéctüenuée mei experiences puhiiées Pannéc pasfim^
_ ¦ it '
¦ J^iaÊKc^_^qua/m ti r ,¦'*. nbsp;nbsp;nbsp;_, r^*-ute a-'r :.,quot; !,
¦ - ' d- ¦ nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
nr- nbsp;nbsp;nbsp;z .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'' ?nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- . ujinent
¦Od'-
^'t--
-ocr page 95- -ocr page 96-...i' -^ 'â ' ' ' quot; ^ nbsp;nbsp;nbsp;' ,
X-
p'
fü'ij
-
â '«*.
*-⢠.â⢠â
f.
â - nbsp;nbsp;nbsp;' .^lt;Sâ
â â¢- nbsp;nbsp;nbsp;.,. â ' .i»»
-ocr page 97-Het Jood wordt van alle de metaalen het gemakke-lykst door eleótrifche ontlaading verkalkt ; van het zelve heb ik 24 duimen draad, het geen duim mid-dellyn had, 'geheel en al in een zwartachtige of donkergrauwe kalk veranderd. Deeze kalk ryst voor hetnbsp;grootfte gedeelte ah'eerr dichte'rook óp; erflaat ooknbsp;een gedeelte van jieder, en maakt eene vlamswyze tekening op het ondergelegen papier. Wanneer men denbsp;gezegde langte van dit lood-draad verkalkt, is deezenbsp;tekening meestal zwartverwig; doch verkalkt mennbsp;kortere, lood-draaden, zo heeft dezelve verfcheidennbsp;kleuren. Plaat I. geeft de afbeelding eener tekeningnbsp;door de verkalking van 8 duimen tood-draad gemaakt.nbsp;De verfchiilende kleuren deezer tekening ontdaannbsp;zekerlyk door de verfchiilende trappen van verkalking van dit metaal: terwyl het genoegzaam bekend is,nbsp;dat het lood ook by zyne verkalking door het vuurnbsp;verfchiilende kleuren naar de verfchiilende trappennbsp;van verkalking aanneemt.
In de rook by de verkalking van het lood opry-zende heb ik nimmer zodanige vlokken of vezels kunnen ontdekken, als welken ik, zo als ik in betnbsp;voorgaande ftuk myner proefneemingen belchrevennbsp;heb, by de verkalking van het yzer en van het tin hebnbsp;waargenomen.
Het tin geeft by zyne verkalking byzondere ver-fchynzelen; deezen heb ik waargenomen by de ver-
I 3 nbsp;nbsp;nbsp;kal-
-ocr page 98-C 70 )
de ce metal des fils de ^ de pouce de diametro, qui ejl Ie fü Ie plus mincé, que fatje pu me procurer, Cónduifantnbsp;la decharge de notre hatterie par 8 pouces de ce fil, ilnbsp;'en naisfoit une fumie hleudtre fort épaisfe, qui s'éiéyoitnbsp;en forme 'd'un nuage , dans la quelle j'ohfervois heau~.nbsp;coup de lt; filamens'i je.,vojois en.,même. tems une grandenbsp;quantité de globules détain rougis^, qui sélevoient plu^nbsp;fieurs 'fois du papier, fur Ie quel elles étoient tombées^nbsp;'Regardant Ie papier, fdr Ie quel Ie fil étoit pofé, quandnbsp;il fut calcine, je Hè voyois marqué de plujteurs rayeénbsp;if'une couleur 'jdune; quél'qu unes dè 'ces 'r 'ayès êioiéhtfatisnbsp;ducune interruption; d'autres étoient for més par des ta~nbsp;ches feparées. jdu premier infant je mHmaginai, que lesnbsp;globules rougis avoient légérement brulé la furface du pa-pier, et que ces rayes et taches étoient caufèes par ld:nbsp;mais en répétant Vexperience f ohfervai la couleur de cesnbsp;rajes ayec plus déattention; ce qui me porta d foupgon-ner, que ces rayes et taches pourroient prövenir de quel-que matière, que des. globules d'étain rougis exhalent,nbsp;quand ils fe difperfent fur Ie papier. Pour découvrir cenbsp;qui en. étoit, je répétai Vexperience de maniere que lesnbsp;globules rougis fè dement difperfer en partie fur un plateau de verre, en en partie fur une planche, dont la furface étoit garnie détain, et fobfervai, que Ie verre et l'é-tain étoient également que Ie papier marqués des fis dit esnbsp;rayes; ce qui confirmoit enti'erement ma conjecture. ;
La
-ocr page 99-kalking van tin-draad van gV duim midddlyn, zynde de dunfte, draad, welke ik van dit metaal heb kunnennbsp;verknagen. De ontlaading onzer battery door 8 duimen van.deeke draad doende gaan, ontftond hier vannbsp;eene dichte blauwachtige rook-wulk, in welke ik bynbsp;haare opfyzing en verlpreiding zeer veele vezelennbsp;ontdekte; ik zag teM;ns hier by eene groote menigtenbsp;gloeijendè tm-bGllecJès;-, 'welken'zich van het papier,nbsp;waarop z^ nedervielen, telkens weder opheften. Hetnbsp;papier berchouwende^ jWaap bpven het tin-draad, toennbsp;het, verkalkt wierd, gelegen had, zag ik op het zelvenbsp;yeele geele Itreeken, waar vanquot; zommigen onafgebroken voüftgirigeny afndbfen heftenden uit gecle vlakken', dïe^elk üigt; Zich zetvén ftonden. ' In het eerstnbsp;verbeelde ik myV dat de ftèrk gloeijende tin-bolletjes,nbsp;by hunnen loop over het papier,, deszelfs oppervlakte ^ gebrand hadden., en dat hier door die ft reek ennbsp;veroorzaakt waren; dan by berhaaiing deezer proef-neeming de kleur van deeze ^ftreeken wat nader be-fchouwende, begon ik te vermoeden, öf deeze ftree-ken en vlakken niét wel gemaakt wierden door éenigenbsp;ftof, welke de gloeijende tin bolletjes by hunnen loopnbsp;over het papier 'van zich afgeeven. Om te ontdekken wat hier van ware, herhaalde ik de proefneeraingnbsp;in deezer voege, dat de tin-bolletjes gedeeltelyk overnbsp;glas en gedeeltelyk over eene met tin bekleede planknbsp;zich verlpreiden moesten, en bevond, dat en op hetnbsp;glas en op het tin deeze geele ftreeken en vlakken evennbsp;fterk getekend waren als op het papier; waar doornbsp;derhalven myne giszing volkomen bevestigd wierd.
( 7^2 gt;
. La Jtngulariiê de. u^phénoméne m'emouragea h répéter plufieurs fois Vexperienceprenant' chaque fois une autre longueur de ce fil; ce qui me porta d obfer-tier' ün phénod^éne tout d fait nouveau. Quand je fisnbsp;pasfer la decharge de not re hatter ie par 5 pouces de cenbsp;fil d^étain, les globules s'éléverent dans une direamp;ionnbsp;qblique d la hauteur d'environ ^ ppeds. Cette éléyationnbsp;des globules - rougis. me donna occajion dlobferver, quenbsp;chaque globule, pendant'^quil féléve et retomhe, exhalenbsp;une matiere, qui a Vapparence cPune fumée. Cette matter e, que Ie globule rougi laisfe après' foi dans Ie che-min, qu'U qjü'/ïvurt y jubjijte eni\ji f ÜJC pci*nbsp;dans la ligne pqrabolique, que Ie globule a décrit. Les.nbsp;rayes de la fusdite matière, qu.e Les .ghbules^élancentynbsp;ent quelques' fois'^'dans rinfant4edeur-originey ku lar^nbsp;geur de è de pouce et même plus-. «
' Le_ dernier phéhoméne me fit immediatement apfierce-^ voir, IO (laclh eft la caufe, pourquoi les globules rougisnbsp;s'élévent tant de fois de la furface, fur la quelle ils fontnbsp;tombés; et 2.) de quelle maniere ils decrivent les rayes,nbsp;dont mus avons par Ié.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;
^ I. La grande quantité de matiere, que chaque globule laisfe après lui dans Ie chemin, qu'U parcourt avec tantnbsp;de vitesfe, demontre évidenment, que les globules élan-cent cette matiere avec une grande force. Lorsque donenbsp;un globule d'étain, s'approche de la fur face, fur la quel il
torn-
-ocr page 101-De vreemdheid van dit verfchynzel deed my deeze proefneeming yeelmaalen herhaalcn, doch telkens metnbsp;eene verfchillende langte tin draad; dit deed my weder een geheel nieuw verfchynzel voorkomen: toennbsp;ik namelyk door 5 duimen van dit tin-draad de ont-iaading der battery deed gaan, wierden de bolletjesnbsp;tot omtrent 4 voeten hoogte in eene fchuinfche richting opgedreven. Deeze opheffing der bolletjes gafnbsp;my gelegenheid van optemerken, dat elk tin-bolletjenbsp;in deezen zynen loop een (tof van zich afgeeft, dienbsp;als rook voorkomt; welke rook-gclykende hof, doornbsp;het bolletje op dèn wech dien het doorloopt achter-gelaaten, zich dus noch een korten tyd vertoont in.nbsp;de .parahnliffhp ÏVn ^ Vlif»nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;l'i^^^v^'^olietTe^ befchte*
ven i§. Dee^e ffireQkcn;derc.SC'?,CSdC If^fj door do gloeijende bolletjes ffitgegeeveni hebben zomwjlcunbsp;van den eerden aanvang af aan meer dan | duimnbsp;breedte.
Dit laatde vèrfchjmzel bracht ^my dus onmiddelyk onder het oog, waaraan i.) het gedurig opfpringennbsp;der tin-bolletjes van het vlak waarop zy nedervallen,nbsp;en 2.) de ftreeken en vlakken, die door hun op hetnbsp;zelve gemaakt worden, zyn toetefchryven.
1. De groote hoeveelheid damp of rook-gelykendc ftof, die er door elk tin-bolletje in den wech, welkennbsp;het zo fnel doorloopt, wordt achtergelaaten, toontnbsp;immers klaarblyklyk, dat de tin-bolletjcs die ftof metnbsp;eene aanmerkelyke-fnclheid van zich afgeeven. Wanneer derhalven een tin-bolletje naby het vlak gekomen is, v/aarop het,nedervalt, zo ftoot de damp,^die
K nbsp;nbsp;nbsp;¦ 'de
-ocr page 102-tombe, dors cette matiere, qui s'élance de la partie inférieure du globule, frappe contre cette furface: de la yient necesfairement une réaamp;ion de cette matiere, quinbsp;paroit être une yapeur élaftique, contre Ie globule, d'ounbsp;elk est produite; ce qui caufe^ que Ie globule doit dék-ver de la furface, fur la quelle Hl tombe.. Quand on faitnbsp;attention , qu'une fufée ne délêve , que 'parceque fa va-peur élaftirque, étant pousfée perpendïculaïremenp'eH basnbsp;avec 'une grande force, frappé contre fair ,qm nè pduvantnbsp;pas céder qvee la même vitesfe caufe une réaéion de lanbsp;fusdite vapeur contre la fufée, dpnt dk est fiortie :^, quenbsp;pluüeurs autrés macMjus dnwWlpx faux. dartilirerifantnbsp;mis en mouvement- dme -,poreilld ^mankre'dpar ld-- réac-tion'-de la yapéid de la poudré enflammée: 'f- q^ue la caufe du mouvement dé Vceolipile même cónfifle feulementnbsp;dans] une pareilk réaamp;ian de La yapem', élajiique de Veaunbsp;bouillante, qui. en eji. pousfée^.avec une grande yitesfe:nbsp;dors on ne-peut guere. douter -,, que la yapeur, que lesnbsp;globules dé étain élancent avec tant de yitesfe, ne foit biennbsp;capable dklever'les fusclits gl'dhules par une pareilk réaamp;ion.
II. La-même vapeur, que les globules dé'êtain'élancent, fait ausfi ces .ra^es^ et ces tachesJaunes, que ks globulesnbsp;rougis tracent fur k papier en parcourant fa furface,nbsp;m.dU réio,mbant .desfus. Planche II. montre, k millieunbsp;du desfein fait de la fusdite maniere par ks globules déé-tain-rougi; fw-r k papier, dont étoit garnie une planche
po-
-ocr page 103-if
gt;ft;
* . '* V...'-.T'iy*-ii nbsp;nbsp;nbsp;,. .' . - * ¦:r
de onderzyde van het bolletje afgeeft, tegen dat vlak: Deeze damp van eenen veerkrachtigen aart zynde, zonbsp;ontftaat dan hier uit, eene teruchïlooting van denzel-ven tegen het bolletje, waar uit het yoorkomt, waarnbsp;doorbet bolletje van het vlak, waar op het neder-valt, weder opgeheveh ihciet Worden. Wanneer Uiennbsp;ïm in aanmerMng neemt, dat vuürpylen alleen doornbsp;eeuae zoortgelyké teruchftooting van hunnen met fnehnbsp;heid nederwaarts gedreven damp, aanffcootende tegennbsp;de lucht, die zich niet zo fchielyk verplaatzen kan,nbsp;worden opgehev'en: dat veele andere vuurwerkennbsp;op zoortgelyke wyzë door de teruchïlooting van dennbsp;damp Van het ontvlammende buskruid worden in be-*-Weeging gebraoht: (lat de windbal insgelyks opnbsp;dergeh^ke wyze door de terucMtooting- van den fnClnbsp;uitfchieicn-fjeu waterdamp voortgedreven wordt: zonbsp;kan men er dan uwvUqiven niet wel aan twylFelen, ofnbsp;de veerkrachtige Hof, die de tin-bolletjes zonbsp;fnellyk ziet uitgeeven, is zeer wti,in ftaat door denbsp;gezegde teruehftoóting dezëlven eenige duimen hoognbsp;opteheffen.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,5'
IL) Dezelfde ftöf, welke de gloéijende tin-bolletjes van zielgt; algeeven-, geeft Ook voorzeker die geelénbsp;llreeken,en vlakken, welken men de tin-bolletjes zietnbsp;maaken by hunnen loop over het papier, en hun ge-düLirig nedervallen .op het zelve. Plaat ,11. geeft hetnbsp;middengedeelte der teekening op de gèinelde wyzenbsp;door de gloeijende tint-bolletjes op eene vlakke metnbsp;papier bekleede en horizontaal liggende plank gemaakt. Ik heb, om des te grootere gedeeltens der
2 nbsp;nbsp;nbsp;ftraa»
-ocr page 108-lt; ?Ö )
pofée horizontakment. Pour réprêfenter des parties plus grandes des rayes desfmées par les globules fai donm lanbsp;partie du desfein^ comme on ldvoit fur ta 'planché ^ denbsp;maniere^ que eet endroit desjul Ie quel Ie fil ef étain, anbsp;èté pofé dans Ie tems de fa calcination y fe trouve prés denbsp;la ligne exterieure de cette- répréfentation. Cette planchenbsp;fait voir dailleurs, comment la fusdite vapeur fait unnbsp;desfein h flammes mancées et eet endroit, des fus k quelnbsp;Ie fil dditain calciné fe trotmit, resfemhlant en quelquenbsp;manier e aü desfein de plomh calciné ^ rêpréfenté par lanbsp;planche I., mais qui en dijfére pourtant a plu fleur s
La '.rnatierey dans la quelle flétain est com-erti y CP qu on foit en parUe- fous la forme-: de vapeur ou de fuméey est,nbsp;füivant moiy^ une chaux de ce-mïtal fuhtilp^'plt;iut dhifée^nbsp;La calcination tnomentanèe de c' metal fait done y commenbsp;il me paroit y cette f-ffme du desfein., qui est è flamp'iesnbsp;nuancées, a Iendroit des fus ^ te fuel Ie fil fie trouyoit; Ienbsp;Yefie de ce fidy qui dest pas calciné y étant ré elf it en .glo-buks rougis y a tant'de. chaleur y que la' fiurface de cesnbsp;globules fie calcinant fiuccesfmment produit' cette matiercynbsp;qui fait les fiusdites -rapes et les faches fur Ie papier. IInbsp;est fort fingtilicfp que la couleur y que cètte matiere laisfènbsp;fiiir Ie papier, fioit jaune, mais qü'élk fioit du contrairenbsp;grifidtre, quand cette matiere est regue fiur du verre ounbsp;fiur de Vétain.. La caufie de cette dijjerence- me paroitnbsp;être inexplicable. La diférence des couleurs, qui fie trou-
vent
-ocr page 109-ftraalen door de tin-bolletjes gcteelvend in deeze afbeelding te kunnen brengen, dit gedeelte der teeke-ning zodanig genomen, dat hier in de plaats, waar boven het tin-draad gelegen heeft, ter zyde flaat.nbsp;Deeze afbeelding doet wyders zien, hoe de gezegdenbsp;damp van het tin, ter plaatze waar boven het gelegen heeft, eene vlamswyze teekening gemaakt heeft,nbsp;eenigermaate overeenftemmende met de teekening vannbsp;het verkalkte lood, op plaat I. afgebeeld, doch hiernbsp;van echter in veelerlei opzichten verfchillende.
De ftof, waar toe het tin door eene eleélrifche ontlaading gebracht wordt, en welke gedeeltelyk zichnbsp;onder de gedaante van damp of rook vertoont, is,nbsp;naar myn in^ien, zeer waarfchynlyk een zeer fyiinbsp;verdeelde kalk van dit metaal. Uns wordt dan (zonbsp;als het hiy voorkomt) de vlamswyze teekening, ternbsp;plaatze waar bovcu tin-draad ligt, door de ogen-bliklyke verkalking der opp^-rvi^kte van deeze draadnbsp;gemaakt; terwyl het overige tin, waar uit deezenbsp;draad beffcaat, tot gloeijende bolletjes zamenloopi, de-welken noch eenigen tyd zo veel hitte behouden,nbsp;dat zy voortgaan zich aan hunne oppervlakte te verkalken, en hier door die ftof afgeeven, door welkenbsp;zy geele ftreeken en plekken op het papier maaken.nbsp;Zonderling is het ook, dat deeze damp op het papier ontfangen geele kleur maakt, daar zy op glas ofnbsp;tin ontfangen grysachtige ftreeken en vlakken geeft.nbsp;Waaraan dit onderfcheid is toetefchryven, vind iknbsp;onverklaarbaar. Het vt^rfchil der kleuren in deezenbsp;teekening hangt waarfchynelyk ook daar van af, dat
K 3 nbsp;nbsp;nbsp;al-
-ocr page 110-%'cnt dans Ie desfein mêmCy doit êtr'e certainement attrl-huée aux differens degrés de calcination^ que Vétainfuhit.
yai fait ci' devant (i} quelque mention de filamens, quon voit dans ld fumée prodnite par la calcination denbsp;ïétain^ comme. on les voit ausfi en calcinant Ie fer parnbsp;des decharges éleamp;riques; j ai examiné de nouveau la formation de ces filamens avec plus ^attention. On ne peutnbsp;s'en appercevoir dans Ie premier moment de laproduamp;ionnbsp;de la fumèe, quoiquon y apporte la plus grande attention: mais quand on tient la vuë fixe fur cette fumée jnbsp;ülors on voit, qfielle forme des fils ou des filar*'^^^ denbsp;différente épaisfeur; les plus gros nauron^ pourtant pasnbsp;plus dune demi ligne de diametre. Leur longueim estnbsp;fort differente; la plus part font lom' adun pouce jus-qi/a trois; fen ai vunbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, qui avoient plus de dix
pouces de lougiftrcar, Ces .filamens, que je nommerai filmmens de chaux, è caufe quails font fans doute la chaux du metal, dont ils font produits, sélevent lenlement; lanbsp;plupart perpendiculairement, h caufe quils ont Vun oünbsp;l'autre hout plus gros, et fe foutiennent dans Vair pendant quelqtie tems. En calcinant 10 pouces de fil d'étainnbsp;dL pouce de diametre fat vu plufieurs fois de ces filamens s'élever en fi grande quantitè, qiion les voyoit re-pandus en abondance par tout Ie muféum.
On
(^i) Premiere par tie pa^. 198.
-ocr page 111-alle ,de deelen van het tin door eene eleftrifche ont-laading niet juist denzelfden trap van verkalking ondergaan.
Ik heb reeds voorheen (/) eenige melding gemaakt, dat er in den rook by de verkalking van tin ontftaan-de ook zekere vezels, even als by de verkalking vannbsp;yzer-draad, gezien worden; hoe deezen zich vormen,nbsp;heb ik nu nauwkeuriger nagegaan. Wanneer men innbsp;het eerfle ogenblik na de verkalking van het tin dennbsp;rook, die hier by ontftaan is, befchouwt, zo kannbsp;men in denzelven noch geene vezels ontdekken r'dochnbsp;als men op deezen rook blyft acht geeven, zo zietnbsp;men, dar zy zich tot draaden of vezels zet van on-gelyke dikte, de grofften hi er vnn rnllpn nipt meernbsp;dan een halve lyn middellyn hebben. Haare langtenbsp;is zeer onderfcheiden; de ineesten zyn van omtrentnbsp;een halven tot drie duimen; ik heb er echter gezien,nbsp;die wel tien duimen lang waren. Deeze draaden ofnbsp;vezels, die ik, terwyl zy buiten twyffel uit den kalknbsp;van het tin beftaan, kalk vezels noemen zal , ryzennbsp;langzamerhand op; de meesten van hun ftellen zichnbsp;rechtftandig, uit, hoofde dat zy aan het een of hetnbsp;ander eind wat dikker zyn, en blyven dus een ge-ruimen tyd in de lucht zweeven. By de verkalkingnbsp;van lo duimen tin-draad van duim middellyn hebnbsp;ik deeze vezels een en andermaal in zulk eene hoeveelheid zien ontftaan, dat zy door het geheele, mu-feum by menigte gezien wierden.
De
{T) Eerfle fluk bl. ipj?
-ocr page 112-c 8o)
Ofi decouvre dairement, que la formation de ces fila-inens fe fait par 1'approximation et la coherence des par-ties de la fumée, quand on confidere ces ra^es de fumécy que les globules rougis d'étain laisfent dans les clieminsnbsp;quils parcourent ^ comme je Vai décrit page 72.
Pour ohtenir des filamens de chaux d'etain il faut employer line decharge, éleamp;rique hien mefurèey comme je Vai remarqué ci devant a Végard de ceux de fer. Qtiandnbsp;on employe pour la calcination dVun fil determiné une decharge , qiii est un peu plus forte que celle, qui produitnbsp;des filamens^ alors la fumée, qui séleve, ffe conti entnbsp;point de cps filnmcm.^ On en voit la plu^ gratule quan-tité, quand on employe pour la calcination de Vètain danbsp;moindre decharge, qui y est necesfaire.
III.
Le fer est plus difficile è étre calciné par des dechar-ges éleamp;riques, que les metaux, dont fai parlé. Esfayant Ta calcination de 8 pouces de fil de fer dT-g pouce de dia-metre par la decharge, de notre halt er ie entierement char-gée, je lien ai pu calciner qu^une par tie; la plus grandenbsp;partie s'étant difperfée en globules rougis. La chauxnbsp;produite de ce fil faifoit un desfein fiir le papier, quinbsp;étoit desfous, dont on voit une partie réprefentée par lanbsp;planche III. B.
^ nbsp;nbsp;nbsp;¦¦ Les
-ocr page 113- -ocr page 114-g*j ^ItPilqties, qve :cs tnstaux, . ;v - fd caki 'óttkh ds 8 POH'se.\ de ¦ ,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;;
dixpstr l4 deck-' ;'': ¦* nbsp;nbsp;nbsp;inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,^qiCfxo;rp, coê
geCy nbsp;nbsp;nbsp;ai pif cksificr quuxppatitê;
portie détm
; nbsp;nbsp;nbsp;Pxrpe r:s ' .¦
-ocr page 115- -ocr page 116-â ⢠' m.
V^- nbsp;nbsp;nbsp;â nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'^.*.r-
- nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*.âih, r.
ââ ^ â' ^â ' nbsp;nbsp;nbsp;' quot;v;quot;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
* nbsp;nbsp;nbsp;«i'
C 8i )
De befchrevene vorming deezer kalk-vezels, hoe namelyk de rook zich tot zodanige vezels zet of za~nbsp;menloopt, ziet men ook zeer duidlyk in die rook-ftreeken, welken door de gloeijende tin-bolletjes innbsp;hunnen wech worden achtergelaaten, zo als ik opnbsp;bladz. 73 befchreven heb.
Ter verkryging der kalk-vezels van het tin wordt, even als ik zulks voorheen van die van het yzer hebnbsp;aangemerkt, een zeer bepaalde graad van electrifchenbsp;kracht veieiscUt. Gebruikt uicu tut Uc verkalkingnbsp;van tin-draad van zekere langte en dikte eene kracht,nbsp;die flegts een weinig fterker is, dan waar door mennbsp;kalk-vezels van hetzelve verkregen heeft, dan zo zietnbsp;men in den rook, die hier van opryst, in het geheelnbsp;geene vezels. De, meeste vezels ziet men doorgaansnbsp;by de verkalking van het tin, wanneer men de min-fte kracht bezigt, welke tot zyne verkalking ver-eischt wordt.
III.
Het ^zer wordt veel bezwaarlyker door eleólrifche ontlaading verkalkt, dan de v.oorgemelde metaalen.nbsp;Van 6 duimen yzer-draad van i duim middellyn hebnbsp;ik, door de volkomene laading der battery, flegts eennbsp;gedeelte kunnen verkalken, wordende het grootftenbsp;gedeelte hier van in gloeijende bolletjes verfpreid.nbsp;De verkalking van deeze draad maakte op het daarnbsp;onder geleegen papier eene teekening, waar van eennbsp;gedeelte op plaat IIL B. is afgebeeld.
L nbsp;nbsp;nbsp;De
-ocr page 118-Les globules rough produits en même tems, quand un fit Je calcine en partie, comme ausfi ceux^ qui fe formenUnbsp;quand la decharge, qiion employe, n'a pas. asfez de forcenbsp;pour une pareille calcination-, laisfent des taches commenbsp;les globules détain fur Ie papier placé desfous, mais ilsnbsp;font dlune couleur grifdtre foncèe. On voit ausfi quelquesnbsp;fois fur ce papier des rayes, resfemblantes a celles dunnbsp;desfein fait par des globules dlètain. II paroit done parnbsp;ces expériences, que Ie fer, quand une decharge êleSfri-que Va fait rougir jusqua un certain degré, continuenbsp;a fe cülciner a fa fur face, pendant qu'il c onferve ce de-gré de rougeur. La matiere, que les globules rough élan-cent, ne parott pourtant pas- avöif'cette même élajiicité,nbsp;que les globules dlêtain; car Je n^-di jamais obfervé ,quihnbsp;s'élevent comme ces globules'.
Le plus beau de tous les desfeins, faits par la calcination de diférens fis de fer par des decharges dijférentes, est repréfenté par la planche HL A.; il a été produit ennbsp;calcinant, par la decharge de nbtre- batterie entiefcmentnbsp;chargée, 6 pouces de fit de -fer de pouce de diametre.
La calcination dè fer par des decharges éleamp;riques produit toujours une fumée épaisfe,^dans la quelle onnbsp;voit, du premier infant de fa produVtion, des filamensnbsp;de chaux j dont fai parlé dans la partie précédente denbsp;la defcription de mes expériences pag. 200 amp; 202, f lanbsp;decharge, quon employe, nj est pas trop forte, j
fai
-ocr page 119-De gloeijende bolletjes, by cene zodanige gedeelte-lyke verkalking ontftaande, gelyk ook die er gemaakt worden, wanneer de qntlaading hier toe een weinignbsp;te zwak is,, maaken, by hun nedervallen op bet on-dergeleegeil papier, vlakken even als de tin-bolletjes,nbsp;doch welke eene donkere grauwe kleur hebben. Mennbsp;ziet hier by ook zomtyds korte ftreeken, enigzintsnbsp;gelykende aan die van pene teekening door tin-bol-letjes gemaakt. Hier uit blykt derhalven, dat hetnbsp;yzer, door eene eleftrifche ontlaading tot een zekerennbsp;trap van gloeijing gebracht, voortgaat zich aan zynenbsp;oppervlakte te verkalken, zo lang het dien trap vannbsp;gloeijing behoudt. De ftof echter, welke de yzer-bolletjes afgeeven, fchynt niet van dien vecrkrachti-gen aart te zyn, als die van het tin: want ik heb vannbsp;dezelven nimmer die opheffing, als van de tin-bollet-jes, waargenomen.
Van alle de teekeningen, welken ik by de verkalking van verfchillende yzer-draaden door verfchillende ontlaadingeii verkregen heb, is de fraaifte op plaat III.nbsp;A. afgebeeld; dezelve is ontdaan by de verkalkingnbsp;van 6 duimen yzer-draad van Jg duim middellyn doornbsp;de volkomene laading van onze battery.
By de verkalking van het yzer-draad ontftaat ook altoos een dichte rook, in welken, wanneer de verkalking niet door eene te fterke ontlaading gefchiedt,nbsp;de vezels, waar van ik in het voorgaande ftuk dernbsp;befchryving myner proefneemingen bladz. 201 en 203nbsp;gemeld heb, gezien worden van het eerde ogenbliknbsp;af aan.
L 2 nbsp;nbsp;nbsp;De
-ocr page 120-yd excminé. avec ylus dattention les phénoménes des filamens de chaux^ que fai decrit h dendroit fusdit, etnbsp;fai tdché d'en decouvrir les. caufes^ mais comme elksnbsp;ont peu de rapport au fujet prefent, il conviendra mieuxnbsp;dkn pariet' ci après.
IV.
Lc ciilvre rouge ètant. lp. mAtal Ie mnins fujihk par la
decharge ékdtrique, est aüsfi de tons les metaux Ie plus difficile pour être calciné par Véledtricité: fai tdché ennbsp;vain de calciner I pouce de fil de cuivre rouge ddpoucenbsp;de diametre; je n en ai pu même fondre cette longueur.nbsp;Pour calciner du cuivre rouge par les decharges éleétriquesnbsp;je me fuis fervi de fils plus minces. Les plus heaux des-feins ^ que en font réfultés, venoient de fil de cuivre calcine, qui avoit pouce de diametre. La planche IV. B.nbsp;répréfente une par tie du desfein fait en calcinant 12 polices de ce fil par la decharge de notre hatterie entierementnbsp;chargée. Apr es cela fai trouvé, que les desfeins faits parnbsp;la calcination du fil fusdit étoient generalement plus heaux,nbsp;quand j emplopois une hatterie moins grande. La planchenbsp;III. B. répréfente la plus grande partie d'un desfein faitnbsp;en conduifant la decharge de 90 pieds de verre garni parnbsp;12 pouces du même fil de cuivre. La couleur jaune pré-domine dans quelques desfeins dans d autres la couleurnbsp;verte; la plupart font dl une coukur hr une nuancée.
Une
-ocr page 121- -ocr page 122-/ nbsp;nbsp;nbsp;;.v /.. .. '
!
*¦! i -\'-l ,- / '
i'ori/ nbsp;nbsp;nbsp;i/':;-¦ ¦;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;: gt;';i ^vquot;
üt Cl:;'
iéUtif Üi*C: tt)k Êi^ . nbsp;nbsp;nbsp;'?nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦'' '
- a0'iP'^'
ivlnt.:.-
,VJ nbsp;nbsp;nbsp;i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; ¦'
^ nbsp;nbsp;nbsp;f
jM^rèS: titéü. nbsp;nbsp;nbsp;ffiU'ic, ,'lt;..
|
.r r;:.; ; y , ' pPcii ï^uPititCi k fHOth: gfOnf-l . k- , l:; C.C | ||||||||||||
|
.r
¦^'^é. ,y,^.
-ocr page 123- -ocr page 124- -ocr page 125-De verfchynzelen deezer kalkvezels, op de aangehaalde plaats befchreven, heb ik nu ook nauwkeuriger nagegaan, en derzelver oorzaaken nagefpoord; dan daar deezen tot het tegenwoordige onderwerpnbsp;weinig betrekking hebben, zo zal ik dezelven ge-voeglyker in het vervolg kunnen verhandelen.
IV.
Het roode koper dat metaal zynde, het geen het minst fmekbaar door eleélrifche ontlaading is, zonbsp;wordt het ook door dezelve het bezwaarlykst van alle de metaalen tot kalk gebracht: te vergeefsch hebnbsp;ik getracht door de volkomene laading van onze battery i duim rood-koper-draad van duim middellynnbsp;te verkalken. Om dit metaal te verkalken heb ik mynbsp;van dunnere draaden moeten bedienen. De fchoonflenbsp;teekeningen hier van verkregen , zyn van verkalktnbsp;koper-draad, van duim middellyn. Plaat IV. B.nbsp;vertoont een gedeelte der teekening, gemaakt by denbsp;verkalking van 12 duimen van het gemelde draad, toennbsp;er de volkomene laading van onze battery doorging.nbsp;Naderhand bevond ik, dat de teekeningen, door denbsp;verkalking van dit draad gemaakt, doorgaans fchoonernbsp;zyn, wanneer ik hier toe eene kleinere battery gebruikte. Plaat III. B. verbeeldt het grootfte gedeeltenbsp;det teekening, gemaakt door 90 voeten bekleed glasnbsp;door 12 duimen van het zelfde koperdraad te ontlaa-den. In zommigen deezer teekeningen beOaat de geelenbsp;kleur de meeste plaats; in anderen is meer groengt;nbsp;de meesten zyn geheel en al paarschachug bruin.
L 3 nbsp;nbsp;nbsp;Bj
-ocr page 126-i
(
Une fumée épaisfe d'une couleur brune foncêe, et duns la quelle je nai jamais pu decouvrir des filamens de.nbsp;chaux, sélevoit dans toutes ces calcinations.
Dans ces expériences j'obfervai une feule fois ^ que Ie cuivre rouge fut reduit en globules rougis tres petits. Ennbsp;les examinant par Ie moppen (Pun microscope je trouvainbsp;une grande dijférence dans leurs couleurs: quelques unsnbsp;étoient noirdtres; Pautres étoient grifdtres et tesfem^nbsp;hloient beau coup aux globules dquot; argent; ily avoit ausfi desnbsp;globules, qui étoient colorés comme Ie cuivre du japon.
V.
Le cuivre jaune, quoiqdil foit un metal compofé de cuivre rouge et de zinc, meritoit hien, fuivant moi, d'ê-tre examine a 1'égard de fa calcination par la dechargenbsp;ékbtrique, dautant plus, que jkii trouvé une grande dif-férence entre fa fufibilité et celle du cuivre rouge. Ennbsp;commengant eet examen avec un fil de cuivre d 55 poucenbsp;de diametre f ai trouvé, que 8 pouces de ce fil peuvefitnbsp;être calcinés par la decharge de notre batterie entiere-ment chargêe, et que cette calcination produit un desfeinnbsp;comme la planche V. B. le répréfente. En fint e esfayantnbsp;des fis plus minces et des forces moins grandes pour lanbsp;calcination du cuivre jaune, il en est refidté entre autresnbsp;¦le desfein réprefenté par la planche V. A., poroduit par lanbsp;calcination déun fl de cuivre jaune d\\^ pouce de diametre
-ocr page 127- -ocr page 128-Ihi. fumh C iiVc.quot;' ..'';-v'gt;fi quot; trvfie fmcée, (t Mm 'f'ai Jc--;mi /'/ ,.'-/¦ïr/r fi'cmcns ^nbsp;diuux., ^élirmif dans toutis ces calcwaïions.
Dans ces expériefices /oHir'xai une fculc fots y que Ie cuiyt é rouf? fut. rlt;'da:t en ^kbnles reugis trés petils. Dnnbsp;les exa.ninar.t par /gt; moyen dun microscope jc trourainbsp;nm g'.toJe Jiffsremee dans hur^ aukurs: qaeiqt/es u*tsnbsp;éTfhX noirdrros- d'aamp;Tres émsffS griféires/ ct fésfer''nbsp;Uk:::;* hefnconp üftx ghimhs d'arpsftt;- Hy a ; di*gt;nbsp;xlx y. qx! 'J/siem roior/rnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Ie euhre japon.
' ¦ ^ ¦
Le cuivre jaiinc, qnoiqt/U Jbn un ,rrnrpbfè lt;k tuivre rof.gc et de dnc , .'Kifitoit juifünt moiy dë-rre exannné n régesrd de fa calcination par la dechargenbsp;iUSlrlvae y bantam p4m-fnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;um grande dif
*!.'¦ -xsc. 'Vtrr fa nbsp;nbsp;nbsp;et cello du ruivrr r-r/ge. quot;Ên
' nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-7nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;T lt;.. f ¦ .
f'f*. nbsp;nbsp;nbsp;tci d^-.-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'*¦ ¦'*ySnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j-.'V '/v i 'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;n-' t '
-V ju'inisJre f Oi. nbsp;nbsp;nbsp;que B Souces d-. fi ¦
- nbsp;nbsp;nbsp;xhinds por la deckn^e th noire b.uu:-;- c.hlit('i~
P -'jtxim ehargée., et qut ceite calHu-^don produii un desfein f:^ ¦^¦nurtê Ia planche \, !gt;. Ic rép-réfeme. Dnjuitt
uoi. fd plus winces ét des feuxes motm gratifei pour hi iiedcination du cuinx.H.ce est refuHè outre auinsnbsp;Ir- desftin rêprofenté par Ia plantuo V. A pr, dx'i par ianbsp;cakinarrn d^unfid eumc jatux :Vnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;d- diama-
tre
-ocr page 129-:b.
.--K
''fV
r
-:¦'¦'P^-**' *-rt r.i'T*,amp;v» nbsp;nbsp;nbsp;' ^-:¦ -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.'
, . V'-^~, ..^i-.-s».,.
«Üi«'
,'^-
4
i: !
¦
:¥
i
'1
ill
(87)
' By alle deeze verkalkingen rees er eene donker bruine rook-wolk op, in welke ik nimmer eenigenbsp;kalk-vezels heb kunnen ontdekken.
13y deeze proefneemingen wierd het roode koper ook eenmaal tot fyne gloeijende bolletjes gebracht,nbsp;het geen my voorheen ook eenmaal gelukt is. Deezenbsp;bolletjes door een microscoop befchouwende, vondnbsp;ik eene groote verfcheidenheid in hunne kleur: zom-migen w'aven zwartachtig, anderen waren witachtig,nbsp;en fcheenen zilver-bolletjes te zyn; eenigen haddennbsp;volmaakt de kleur van japans koper.
V.
Het geeh koper, fchoon een gemengd metaal zyn-de, uit rood'koper en zinc beltaande, verdiende echter, dacht my, ten opzichte van zyne verkalkingnbsp;beproefd te worden, te meer, daar ik by deszelfsnbsp;fraelting een zeer aanmerkelyk onderfcheid tusfehennbsp;het zelve en het roode koper gevonden had. Deezenbsp;beproeving eerst beginnende met een draad van 55 d.nbsp;middellyn bevond ik, dat door de volkomene laadingnbsp;onzer battery hier van 8 duimen kunnen verkalktnbsp;worden, en dat op het daar onder geleegen papiernbsp;eene zodanige teekening gemaakt wordt, als op plaatnbsp;V. B. is afgebeeld. De ftreek, die in het middennbsp;van een gedeelte deezer teekening gezien wordt, isnbsp;door de nabyheid der verkalkte draad veroorzaakt,nbsp;dewelke daar zeer kort boven het papier was. Vervolgens dunnere draaden en mindere krachten tot denbsp;verkalking van het geele koper beproevende , verkreeg
4^ I 4 il
tre, par la decharge de 90 pieds de verre garni. Un bout de ce fil^ qui a produit la par tie inferieure de ce des-fein, étoit élevè\ de pouce au desfus du papier, pendantnbsp;que rautre hout Ie touchoit: il paroit done, que Ie desfeinnbsp;produit par la calcination (fun fil de mét al dijfére conji-derahlement, d mefure que Ie fil, quon calcine, est éle-vé plus OU moins au desfus Ie papier. La grande dijfé-rence des couleurs des desfeins répréfentés fur les planishes V. A. amp; V. B. est caufée par les differens degrésnbsp;de calcination; la couleur du desfein répréfenté par la,nbsp;planche V. A. est dijferente, parceque Ie fil plus mince,nbsp;dont la -calcinarton a produit ce desfein, est réduit hnbsp;caufe de fa tenuité dans une chaux plus fine: ce qui menbsp;paroit demontré, puisque les couleurs des desfeins, quinbsp;font produits par la calcination des fils de même diame-tre, quand fy employois des decharges d'une moindrenbsp;force, eónviennent parfaitement avec les couleurs du desfein de la planche V. B. Ayant employé des dechargesnbsp;d'une force heaucoup plus grande pour la calcination denbsp;fil de cuivre de même diametre, il en eji refulté des desfeins fiemblabes h ceux produits par Ie cuivre rouge, quonnbsp;voit reprefentés par la planche IV. B., mais qui en different, parcequils ont feulement la couleur pourpre.
La fumée produite par la calcination du cuivre jaune, étoit ordinairement un pcu plus noirdtre, que celle dunbsp;cuivre rouge; je nen ai jamais pu obferver de filamens.
-ocr page 133-Icreeg ik onder anderen de teekening, die op plaat V. A. is afgebeeld, gemaakt by de verkalking vannbsp;geel-koper-draad van xf- duim middellyn door de ont-laading van 90 voeten bekleed glas. Het eene eindnbsp;van deeze draad, waar door het onderfte gedeelte dernbsp;teekening gemaakt is, ftond | duim hoog boven hetnbsp;papier, en het andere eind raakte hetzelve: dus blyktnbsp;het derhalven, hoeveel de teekening, by de verkalking eener metaal-draad gemaakt, verfchille, naar raaa-te de verkalkt wordende draad wat hooger of laagernbsp;boven het papier ftaat. Het groot verfchil der kleuren van de teekeningen op plaat V. A. en V. B. af-gebeeld, hangc af van, de ondeiTcheiden trappen vannbsp;verkalking, hebbende de onderfcheiden kleur der tee-'nbsp;kening van plaat V. A. alleen hier van zynen oor-fprong, dat deeze dunnere draad veel f3mer verkalktnbsp;is: dit is my gebleeken, vermits ik door zwakkerenbsp;laadingen van dezelfde draad teekeningen verkregennbsp;heb, waar van de kleur met die van plaat V. B. volkomen overeenftemt. Veel flerkereontlaadingen doornbsp;koper-draad van dezelfde middellyn geleid hebbennbsp;zoortgelyke wolkachtige teekeningen gemaakt, als vannbsp;het roode koper op plaat IV B. is afgebeeld, dochnbsp;welke hier in van dezelve verfchillen, dat zy alleennbsp;eene purpere kleur hebben.
De rook by de verkalking van het geele koper ont-ftaande was doorgaans wat meer zwartachtig, als by die van het roode koper; nooit heb ik hier in zodanige kalk-vezels kunnen ontdekken, welke er by denbsp;verkalking van lood of tin ontftaan.
C 90 )
quot; Je fiat jamais obfervé de glohuUss dans ces expérien'-ces fur la calcination de cuivre jaune: quand la decharge étoit un peu trop foible pour la calcination du fil, dontnbsp;je faifois l'épreuye^ alors Ie fil tomboit en pieces ^ quinbsp;fembloient être calcinées d leurs fur faces ^ et qui avoientnbsp;une couleur dun verd jaunatre. Je pouvois obferyer dansnbsp;la plupart de ces morceaux, que Ie fil avoit perdu fanbsp;r-ondeur y et qu'il étoit comme tor du.
VI.
Z,argent peut être ausfi converti en chaux par une decharge éleêt*aqijc, muis plus dijjicilement que Je plombnbsp;OU Pétain; ce que jai trouyé en faifant pasfer par Snbsp;pouces de fil d'argent ^ ayant Ie même diametre de ^5nbsp;pouce, une pareillè decharge que pour les calcinationsnbsp;précédentes des fusdits metaux. Deux et demi pouces denbsp;ce fil fur ent feulement convertis en chaux; Ie rejte futnbsp;reduit en pieces, dont les plus petites étoient dé une deminbsp;ligne, et les plus grandes d^une ligne. Une partie de eet-te chaux sêleyoit en forme de fumée; une autre formoitnbsp;fur Ie papier y placé au desfous, un desfein, qui resfem-hloit beau coup d celui, qui est répréfenté par la planchenbsp;VI. A. Esfayant enfuite la calcination des moindresnbsp;longueurs de ce fil dé argent, f ai obtenu entre autres, ennbsp;calcinant quatre pouces de ce fil, Ie desfein, dont on voitnbsp;WW partie répréfentée par la fusdite planche.
^près
-ocr page 135- -ocr page 136- -ocr page 137- -ocr page 138- -ocr page 139-By deeze proefneemingen omtrent de verkalking van het geele koper heb ik nimmer eenige bolletjesnbsp;zien ontftaan; wanneer de ontlaading wat te zwaknbsp;was tot de verkalking der draad, welke ik beproefde,nbsp;zo viel dezelve in brokken neder, die aan hunne oppervlakte feheenen verkalkt te zyn, en eene groenachtig geele kleur hadden. Aan deeze brokken namnbsp;ik waar, dat de draad-haare rondheid verloren had,nbsp;en als het ware gedraaid was.
VI.
Het %tlver wordt ook door eene eleélrifche ontlaading verkalkt, doch echter veel bezwaarlyker dan het yzer of het geele koper; dit heb ik bevonden doornbsp;eene gelyke eleélrifche ontlaading, als welke ik totnbsp;de voorgaande verkalking dier metaalen gebezigd had,nbsp;te laaten gaan door 8 duimen zilver-draad, dezelfdenbsp;middellyn van ^ duim hebbende. Hier van wierdennbsp;flegts omtrent 2| duimen tot kalk gebracht, terwylnbsp;het overige van dit zilver-draad tot kleine brokjesnbsp;wierd geflaagen, waar van de kleinften eene halve, ennbsp;de grootften ééne lyn lang waren. Van deezen kalk reesnbsp;een gedeelte als een grauwachtige rooie op ; een ander gedeelte maakte op het ondergeJeegen papier eenenbsp;teekening, die veel gelykt aan die welke op plaat VI.nbsp;A. is afgebeeld. Vervolgens de verkalking van mindere langtens van dit zilver-draad beproevende, verkreeg ik onder anderen van vier duimen zilver-draadnbsp;de teekening, waar van de gemelde afbeelding eennbsp;godeelte vertoont.
M 2 nbsp;nbsp;nbsp;Na-
-ocr page 140-. nbsp;nbsp;nbsp;( 92 )
Apr es cela 'fai esfayé la calcination d'argent de cor-donnet ordinaire, a^pant dépaisfeuf Aènviron uhe demi ligne, en penant cha-que fóis 6 pouces de longueur; pjnbsp;ai employé des decharges d^une force tres dijférentè. Plan-che VI. B. répréfenfe la moitié d'un desfein fait en cal-cinant dargent du cordomet fusdit^ par la decharge denbsp;mtre hatterie è -moitié chargée. Planche VL !C. donnenbsp;la moitié dun desfein fait de la mêmq^ maniere', en. de-,nbsp;chargeant par Ie car donnet la hatterie entierernent chargée.
Je nai yu aucuns fdamens dans la fumée produit dans tout es ces expériences fur la calcïnlatTÓn de rafgentA'
Les dernieres expériences de la calcination de dargent m'ont appris enfin, que ce metal peut être. ausfi réduitnbsp;en globules par des decharges éleamp;riques; mats comme cela ne nda réus ft qdune feilde fois, il par aft quil y faatnbsp;employer une charge hien determinée.
Vil.
Lor reduit en fil, peut être converti par une forte decharge dans une fuhfiance pourpre, qui merite d'etrenbsp;prife pour une chaiix d'or, comme je tdcherai de Ie fairenbsp;yoir ci-apres. Cette chaux s'éléve en partie en formenbsp;d'une fumée épaisfe , et en partie retronrbe de la manie-re, qu'on Ie volt en calcinant les autres metaux. Lanbsp;planche VIL A. donne la répréfentation exadte du desfein,,nbsp;qui est fait en calcinant 5I pouces de fil d'or d'löpouce
de
-ocr page 141-i : ^4/^
»¦*¦ nbsp;nbsp;nbsp;-*nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;{ H.'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦*.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;..nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;%--¦lt;»^agt;.lt;h00 II .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
^ - ¦ -:=^ ! .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;TT?
S3?- -si-
r^:vE- .,^
V
¦^'fe^v'?quot;.' Tquot; ' nbsp;nbsp;nbsp;,;:i.
quot;W- nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;iis-j
¦¦ ;-:.:V : ¦ Kr*':
-.. nbsp;nbsp;nbsp;w-' V-fe.gt; '*#
__ nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. ._,w-3rnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_-jir*'
35i~,
¦T-'-,
r-T^v.r-.
¦ i'
'¦ A-..-r nbsp;nbsp;nbsp;-''¦,
ït-.
¦ ,. ¦ *- -S¥S?- ''- .-irsES--- -.js-iii, -t
'* nbsp;nbsp;nbsp;ïnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;r.j-quot;
f~r' --'¦'=?*3-'-
xn^i^Sxïr-quot; . * nbsp;nbsp;nbsp;..: -
. nbsp;nbsp;nbsp;gt;gt;' J- ^ ^ ~.:r r^wt^ ^' ¦
. _iAgt;«W «' nbsp;nbsp;nbsp; -¦ mt^«i- *.»' .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
V »
-ocr page 142-( 92 )
Jprl* nbsp;nbsp;nbsp;d?r.
d'x-ini'T nbsp;nbsp;nbsp;F^irfmr ': ^ënv(r0i^efni
ng,i:, cfi prenam ckijue fétk 6 nbsp;nbsp;nbsp;de Imguiur; fv
m empkyé 'des dechargés ifi/hefir(t diféreme. Ptdn-ckt Vi. B_. ripréf'a;tgt; 'l '. r::d:U if uh d^s/ein jhk_ iTt^aiP citk'iDinbsp;nbsp;nbsp;nbsp;du iiO^inet fasdis. par la decmrgs
i?9ir* nbsp;nbsp;nbsp;c.iargée.\. Piamiu' V'i. t. duntfe
u: nbsp;nbsp;nbsp;-f dfskl^ lt;'quot;'?/ «lt;? tanbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en^^d^-r
rhargthifh,pui h nbsp;nbsp;nbsp;¦/ /' haii^tnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;arsmm chargés.
Ple riai ?w aucuns jiiameés 'dans h fumêe praduit dans ¦ shites : c?i rrpértcvcrs fiir la, cakJnatfM de ta^nm.quot; '
. nbsp;nbsp;nbsp;^ -r.^nmmÈê^ sue
c a'ide //* frtirg
l4S d^*-niSrS tspdr:- '^rts ék U vdfcwm^ éc -Targeki pt\m rpwid. énp c* ..metal pita ét re .^lt;r/¦ ruitnbsp;en id'tktks por ¦dtttnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;cammc es-
1st nc ri-' téusfi qutiuc feule fdi-^ tl parüit qu'il y faut ¦.=¦*;? K-d^e itim determmée, ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- v ¦ ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.'-
¦ nbsp;nbsp;nbsp;¦'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'''rnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;:' .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;..
I.VtT rsdtdi m /d\ pcu; étre convertI par c / tiecr.. ¦¦ daas a^.e d^ dattee póntgt;r,t. ^ ptenbsp;prij'c j) Ut' mie - lt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; .- ii.;jtiC.:: j. tSCtt^Cii
yrdé Cf-ui-rp.-MMu rhaux std-v* enpr^nie. m fhrmi düni ft.'née cpatsfCy . ¦ ey^ pantfnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;de lat :ric,.-,rc*
wan k wil er nbsp;nbsp;nbsp;istf^fss tfiecaux. Ta
^ ^ 'ki' 'VIÏ. A. it .:¦ ,i tj:xaepkru-i:'gt;d êXitdl' . i lt;ïV,r/J;:v
nbsp;nbsp;nbsp;% ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦ 7'.';'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦gt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*
tgui f-'- :n cakin'mt 5, pm ^ w- ft efttr ./..-g ptmee
damp;
-ocr page 143- -ocr page 144- -ocr page 145-Naderhand heb ik verfchillende landingen van dee-ze battery laaten gaan door gewoon zilver-koord, het geen omtrent i lyn dik was^ hier van nam ik telkensnbsp;6 duimen. Plaat VI. B. vertoont de helft eener tee-kening gemaakt by de verkalking van dit zilver-koordnbsp;door de halve landing der battery. Plaat VI. C. geeftnbsp;de helft eener teekening op gelyke wyze van dit zilver-koord door de geheele landing der battery verkregen.
By alle deeze proefneemingen gmtrent de verkal; king van het zilver heb ik in den rook, die hier .bynbsp;ontdaan is, nimmer eenige vezels v^aargenomen.
De laatde proefneemingen omtrent de verkalking van zilver-draad hebben my eindelyk geleerd, datnbsp;het zelve bok door- dcftrifche nntlaadingen tot bol--letjes kan gefmolren worden; dan daar zulks my macarnbsp;eenmaal gelukt is, zo blykt het, dat hier toe eeanbsp;zeer bepaalde trap van kracht vereifcht wordt.
VII.
Het goud tot draad getrokken laat zich door eene fterke eledtrifche ontlaading tot eene paarfche ftofnbsp;brengen, dewelke, zo als ik ftraks zal trachten aan-te toonen, voor een goud-kalk verdient gehoudennbsp;te worden. Deeze rysc gedeeltelyk als een dichtenbsp;rook op, en flaxit gedeeltelyk neder op gelyke wyze *nbsp;als zulks by de verkalking der andere metaalen gebeurt. Plaat VII. A. geeft eene jufste afbeelding vannbsp;de teekening, welke door de verkalking van 51 d'uitnnbsp;goud draad van duim middellyn gemaakt is op hetnbsp;papier, waar boven deeze draad gehouden wierd, toen
de dlametre fur Ie papier ^ au desfus du quel ce fil d*or étoit tenu, quand il conduifoit la decharge de notre batte-rie, qui étoit entierement chargée pour cette expérience.nbsp;jiprés cela fai converti, par une decharge égale de lanbsp;batterie, 8 pouces de fil dé or du même diametre dansnbsp;une pareille chaux pourpre, dont la couleur étoit pour-tant un peu plus foncée; elle sélévoit en forme déun nuage.nbsp;La planche VIL B. donne une part ie du desfein for mé
par ld fur Ie papier, qui étoit desfous. Dans les nua-ges, qui sélevoient par cette calcination de Vor, ni dans celles des expériences précédent es je ré ai pu obferver denbsp;filamens, comme f en avois vu auparavant en rnlcinnntnbsp;des fils de fer et d'étain.
Au milieu du desfein réprefenté fur la planche VII. A. on voit quelques taches ohlongues, qui femblent êtrenbsp;caufées par des parties rejaillies du metal fondu.
yai vu enfin dans ces expériences fur la calcination de Vor, que ce metal étoit réduit en partie en globules;nbsp;ce qui arrivoit, quand la decharge étoit un peu trop foible , pour calciner entierement 6 pouces du fusdit fil dé or.nbsp;fe repétai enfuite cette expérience avec une pareille force, mais pour prévenir la disfipation de ces globules jenbsp;plagai lè fil d'or dans un tube de papier, qui étoit largenbsp;de 4 pouces. Ajant ouvert Ie fusdit tube je vis', que lesnbsp;globules üvoient fait des taches fur Ie papier aux endroits,nbsp;oil ils Vavoient touché; ces taches paroisfoient être' formées
par
-ocr page 147-C 95 )
cr de ontlaading onzer battery, die byna tot haare grootfte hoogte gelaaden was, doorging. Naderhandnbsp;heb ik 8 duimen gouddraad van dezelfde niiddellyn;,nbsp;door eene gelyke laading der battery, tot eenen zoort-gelyken paarfchen kalk geflaagen, dewelke echter watnbsp;donkerder van kleur was; deeze rees als eene dichtenbsp;rook-wolk op. Plaat VII. B. geeft een gedeelte dernbsp;teekening, welke hier door op het daar onder gelee-»nbsp;gen papier gemaakt is. In de rook-wolken, die ernbsp;by deeze verkalking van het goud opreezen, nochnbsp;'in die van voorgaande proefneemingen, heb ik geenenbsp;vezels, zo als er by de verkalking van yzer- en tin-draad ontflaan, waargenomen.
In het midden van de teekening, op plaat VIL A. afgebeeld, ziet men eenige ftreeken, die als het warenbsp;door fpatten van het gefmolten metaal fchynen gemaakt te zyn.
By deeze proefneemingen omtrent de verkalking van het goud heb ik ook eindelyk het goud gedeel-telyk tot ronde bolletjes gebracht gezien; dit gebeurde namelyk by eene ontlaading, die: wat te zwak wasnbsp;om 6 duimen van het gezegde gouddraad geheel renbsp;verkalken. Ik herhaalde vervolgens deeze proefnee-ming met eene gelyke kracht, doch befloot het gouddraad in een papieren koker, die 4 duimen wyd was,nbsp;ten einde de verfpreiding der goud-bolletjes te beletten.nbsp;Deezen koker openende zag ik, dat de bolletjes,nbsp;waar zy het papier geraakt hadden, vlakken haddennbsp;gemaakt, die, zo als het bleek, ontdaan waren doornbsp;eene paarfche ftof, welke de bolletjes, wanneer zy
het
-ocr page 148-far une mature fourpre, que les globules avoient élancée de tous cotés, pendant qu'lls anient touché le papier. IInbsp;par oft done, que dor, quand il rougit par une dechargenbsp;éleamp;rique, continue de fe calciner a la furface, pendantnbsp;quil posfede un certain degré de rougeur.
Les globules d'or ne peuvent être produits, comme ceux d'argent, que par une dectiarge éleStrique bien déterminée.
VIII.
globules d^étain:
La grande différence des phénoménes, que fobfenvois en calcinant le plomb et Vétain, niengagéa d esfa:per cenbsp;qui arriveruit cn l ala nun t- un /neian^c ueö deux me-taux. Dans cette vu'é je fis tirer ddun melange de parties égales de plomb et d^étain un fil df^ pouce de dia~nbsp;metre; fen calcinai ^ pouces par la decharge de la hat-terie entierement char gé e, et f obfervai, que ce melangenbsp;de plomb et d^étain produifoit des globules rough, commanbsp;rétain feul, quand on fait pasfer par un tel fil une decharge éleamp;rique dé une force mefurée; que ces globulesnbsp;rougis s'llevoient en grande partie de la furface, fur lanbsp;quelle Us étoknt tombés, de la même manier e, que lesnbsp;globules Uétain, et qulls formoient un desfein, qui res-fernble beaucoup au desfein fait par les globules d'étain.nbsp;La planche VUL répréfente un de ces desfeins; elk faitnbsp;voir, que ce desfein dijfére de celui qui est fait par lesnbsp;i.j parceque les rapes et les taches ne
font
-ocr page 149- -ocr page 150-k-'.'
.11
*ri' / . nbsp;nbsp;nbsp;, pe^Jfrf -;»'-'gt;¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/¦ '' ''
Joni;, öue Var, quanê nbsp;nbsp;nbsp;tsfis
éleciriqury cominm fi cPc'ner'èjnJyrfacc.pc^-^-'gu'il pp'hk mi nbsp;nbsp;nbsp;.
,j. nbsp;nbsp;nbsp;/ 'V : f-piitis y'cv!^' t:;e
X/f .^fdnde dipn u^ dei pMngt;méneh qus fobfcrvois - :,iP^i^.vi k ph^h êt rhmm m'enpggén ènbsp;nbsp;nbsp;nbsp;«
v:^ V fif tP-:^ d:;m mfhtrrrr f-fi ét,elelt; 4c phgt;^'-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lt;¦''
_.gt;/ nbsp;nbsp;nbsp;,',;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-'^¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦ pmcts pO' !t JecJiarfc ik la t-et^ '
flcfatn ^ nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_
nbsp;nbsp;nbsp;.. inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, . - A,ï* .*./r'-- =. vt; te^ amp;«'* jtV-
-^' nbsp;nbsp;nbsp;; 'Pnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i y*.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/ -
--' nbsp;nbsp;nbsp;psifi '¦
w../,,,*, nbsp;nbsp;nbsp;. -r «ï- r'^: '¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot; ''quot;¦
plP (¦.;/«¦«« - -Mfiln fM pr a nbsp;nbsp;nbsp;' ¦
upc-ib^ vin. . ¦ uai^ccf dcsfm^ . :. j:.-:
' nbsp;nbsp;nbsp;rt rp-'b.. 'ifpre ds rv-, gt; cP est fiiu' pgt;.r fes
/ '^'1- i'éiüim: I. .. ¦ rd'ue'k}' rpt^f-ep- m fadi^-^n^
. ¦' nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/ 'ifgt;7
'fes rc'fig.'quot; gt; cipmt
1quot;:; . 1
het papier geraakten, na alle kanten hadden iiitge-¦fchoten. Dus fchynt derhalven het goud, als het door eleélrifche ontlaading gloeijend gemaakt is, voortnbsp;te gaan zich aan zyne oppervlakte te verkalken, zonbsp;lang het een zekeren trap van gloeijing heeft.
De voortbrenging van goud-bolletjes vereifcht, even als die van het zilver, een zeer bepaalden graad vannbsp;eleélrifche kracht.
Het groot verfchil der veiTchynzelen, welken ik by de verkalking van lood en tin waarnam, fpoorde mynbsp;aan om te beproeven, war er by de verkalking vannbsp;een mengzel van deeze beide metaalen zoude gebeuren. Ten dien einde liet ik van een mengzel vannbsp;gelyke deelen lood en tin draad trekken van ~ duimnbsp;middellyn^ hier van beproefde ik de verkalking vannbsp;8 duimen door de volkomene laading der battery, ennbsp;bevond, dat dit gemengd metaal, even als het tin,nbsp;gloeijende bolletjes vormt, wanneer er eene electri-fche ontlaading van een bepaald vermogen doorgaat;nbsp;dat deeze gloeijende bolletjes zich voor een grootnbsp;gedeelte van het vlak, waarop zy vallen, even alsnbsp;de tin-bolletjes, geduurig weder opheffen, en dat zynbsp;op het zelve eene teekening maaken, welke veel overeenkomst heeft met de teekening der tin-bolletjes.nbsp;Op plaat VIII. is eene zodanige teekening afgebeeld;nbsp;men ziet hier uit, dat dezelve van de teekening, dienbsp;door de tin-bolletjes gemaakt wordt, voornaamlyk hiernbsp;in verfchilt: i) dat de ftreekeu en vlakken niet geel,
N nbsp;nbsp;nbsp;' maar
-ocr page 154-font pas jaunes^ rnais noirdtres, grifatres, et dans quel, ques at dr oils hkudtres; 2.) parceque la plupart de cesnbsp;toches font environnées d'une matiere jaune. Vim etnbsp;Vautre, comme ausji la couleur noirdtre, quon volt ennbsp;famines nuancées ci dendroit, ou le fil a été pofé, dohentnbsp;être certainement attrihués au plomb, qui fait une partienbsp;de ce melange; ce qui paroU évidemment, quand on ynbsp;compare les couleurs du desfein, qui efl fait par la calcination du plomb, et qui efl répréfenté fur la plancke I.nbsp;rlu refle on voit, que les globules fe difperfent de la mê-me maniere, et d la mime diflance, que les globules detain pur; flat vu des rayes fades par des globules rijail-lisfants, qui avoient plus de 5 pieds de longueur, et quinbsp;étoient compofèes de plus de 200 taches, diflantes les unsnbsp;des autres df^ jusqua ^ pouoc.
Qiielques uns de ces globules, quoiqtiils ne paroisfent pas itre moins rougis, que les autres, out pourtant unenbsp;vitesfe beau coup moindre; ceux-ci ne déloignent pas beau-coup , ét ant hientot arretis dans kur chemin par les trous,nbsp;qiiils forment en brulant le papier. On voit deux de cesnbsp;globules dans le desfein reprêfenté fur la plancke VIII.nbsp;Ouclques uns font yolr alors un phênoméne, qui est trésnbsp;remarquable: on voit une matiere jaune s'élever de leurnbsp;fur face d la hauteur d'une ligne on deux; elle s'étendnbsp;ausfi d une largeur, qui furpasfe Jouvent | de poucexnbsp;Cette matiere, que le globule rougi élance pendant 4, 5,
Oti
-ocr page 155-C 99 )
maar zwartachtig vaal, en op weinige plaatzen blauwachtig zyn; 2.) dat de meesten van dezelven door eene geele ftof omringd zyn. Het één en ander isnbsp;voorzeker afkomftig van het lood van dit mengzel,nbsp;'gelyk ook de zwartachtige vlammen terplaatze, waarnbsp;de draad geleegen heeft; dit immers blykt duidlyk,nbsp;wanneer men de kleuren der teekening, die door denbsp;verkalking van lood-draad gemaakt, en op plaat I. af-gebeeld is, hier by vergelyke. Voor het overigenbsp;houden de bolletjes van dit gemengd metaal eennbsp;zoortgelyken loop, en verfpreiden zich even ver aisnbsp;de bolletjes van zuiver tin; ik heb ftreeken gezien,nbsp;door telkens nedergevallen bolletjes van dit mengzelnbsp;gemaakt, welke meer dan vyf voeten lang waren, ennbsp;die uit ruim aoo vlakken beftonden, welke van totnbsp;§ dujm afftand van elkander hadden.
Zommigen van deeze bolletjes, fchoon niet minder gloeijend fchynende, loopen echter veel traager dannbsp;anderen; deeze brengen het ook niet verre, terwylnbsp;zy wel haast een gat in het papier brandende hiernbsp;door geheel opgehouden worden. Men ziet tweenbsp;zodanige metaal-bolletjes in de afbeelding der teekening op plaat VIII. gegeeven. Eenigcn van hunnbsp;geeven dan een verfchynzel, het geen zeer merkwaardig is: van hunne oppervlakte ziet men.namelyk eenenbsp;geele ftof opryzen, die zich ter hoogte van één ofnbsp;twee lynen verheft; dezelve zet zich ook in de breedte uit, dikwyls tot | duim en daarenboven. Deezenbsp;ftof, die door het gloeijend metaal-bolletje geduuren-de 4, 5? of 6 fecunden wordt uitgegeeven, vormt dan
N 2 nbsp;nbsp;nbsp;aan
-ocr page 156-mi 6 fecondes, forme h fa fur face com'me un efpece de fleurs, qui ont beaucoup de resfemhlance avec les fleurs denbsp;foufre ^ que Ie Solfaterra produit. La planche fusditenbsp;fait yoir plufmirs de ces fleurs de chaux, telles que lesnbsp;globules rougis les ont produites.. fat obfervé ces fleursnbsp;par Ie moyen d'un microscope; alors on voü qu^elles resrnbsp;femhlent beaucoup h des chouxfleursqui par leur tropnbsp;grande maturité commencent a pousfer. Les globules, quinbsp;ont élancé ces flmirs de chaux, font entierement creux.nbsp;de forte quil n^'en refte qihme croute fort nnnce..
Tons ces phénoménes dèpendent cependant du degré de-decharge électrique, par la quelle on calcine ce metal com-pofé, formant un fil dime longueur et épaisfeur determi-nées: car quand on emploie une force beaucoup plus grande que celhy dont on a hefoin pour la calcination dlun fil d'^une longueur determinée^ alors on yoit; que tout Ie filnbsp;est conyerti en fumée, fans qtdon en appercoive un feulnbsp;globule, et. on volt dans ce cas,.fur Ie papier placé desfbus,.nbsp;un desfein entierement femhlahle è celui, que la calcination de plomb produit, comme on Ie yoit répréflenté parnbsp;la planche L Qpmnd on fle fert dime moindre force,nbsp;mcis qui est pourtant un peu plus grande, que celle, quinbsp;est necesflaire pour ohtenir dlun fd, quon yeut calcinernbsp;un desfein, .tel qu il est réprêfmté par la planche VIII,nbsp;alors ^n ne yoit guere de globules,, et Ie desfein, qui estnbsp;fiut par Ie fd calcine, convient beaucoup avec celui, quon
oh^-
-ocr page 157-atin deszelfs oppervlakte als het ware een zoort van bloemen, welke veel gelykheid fchynen te hebbennbsp;met de zwavcl-.bloemen, die de Solfaurra voorbrengt.nbsp;Men ziet in de afgebeelde teekening veiTchcidcn zodanige kalk-bloemen, zo als, zy'uit gloeijende bolletjes ontflaan zyn. Ik heb deeze kalk-bloemcn doornbsp;het microscoop befchouwd; als dan gelyken zy veelnbsp;aan een bloemkool, waar van de bloem reeds, zonbsp;als men het noemt, begint te fchieten. De bolletjes-,nbsp;welke zodanige kalk-bloemen. hebben uitgegeeven,nbsp;bevindt men Van binnen geheel hol, zo dat er vannbsp;dezelven ffegts eene dünne fchors overblyfr.
Alle deeze veiTchynzels hangen echter af van den trap der eleólrifche ontlaading, door welke men vannbsp;dit mengzel eem draad van de bepaalde langte ennbsp;dikte verkalkt; want wanneer men- eene veel fterkerenbsp;kracht gebruikt, als welke tot de verkalking van eennbsp;draad van zekere langte vereischt wordt, als dmnbsp;wordt de geheele draad tot rook gebracht, zondernbsp;dat er hier van eenig bolletje ontflaat, en op het on*-der gcleegen papier ziet men dan eene teekening, dienbsp;volmaakt overeenfremt met de teekening, die de verkalking van zuiver lood*draad voortbrengt, zo alsnbsp;men plaat 1. vindt afgebeeld.. Gebruikt men eene mindere kracht, doch die echter-wat ft erker isals er-vereischt wordt om van den draad, welken men bezigt,,nbsp;eene teekening :e verkrygen, zo als op plaat VIII. isnbsp;afgebeeld, dan ziet men ook gcene bolletjes, en denbsp;-teekening, die onder den verkalkt wordende draad opnbsp;het papier gemaakt wordt, koomt veel overéén'metnbsp;..nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;die'
-ocr page 158-C 102 )
ohtient par une force heaucoup plus grande. II a pour-tant de chaque cóté un tres grand nomhre de rayes trés fines, qui paroisfient avoir été formées par des parties ré-jaillisfiantes tres fines du metal, qui font difperfées dsnbsp;tous cótés; on voit la répréfentation dun desfein fait denbsp;la fusdite maniere fur la planche IX.
Ces dernier es obfervations me femblent done prouver, que quand ce metal rough par une decharge éledtrique, denbsp;maniere quil foit reduit en globules, il fuffit d'y ajouternbsp;un peu plus de force, pourque Ie metal fondu fe disfipenbsp;en parties trés fines.
Les phénoménes, que f ai obfervé, en calcinant un mélange de parties égales de plomb et détain, mencoura-geoient d'^es/ayer la calcination des autres mélanges de ces deux inetaux: fcavoir n) | d'ètain | de plomb; b) jnbsp;d'étain f de plomb; c) | détain § de plomb; d) \ détainnbsp;I de plomb. En calcinant les deux premiers mélanges jenbsp;nai point obfervé de phénoménes, qui differ a sfent re-marquablement de ceux, que f ai vu aprés la calcinationnbsp;de parties égales détain et de plomb. Les globules rou-gis prodüits du mélange c avoient une yitesfe tout-a faitnbsp;égale a celle des globules détain; ce qui faifoit, quils nenbsp;sarrétoient pas pendant, quils rougisfoient, et quils nenbsp;produifoient pas par confequent des fleurs de chaux; aunbsp;refle Ie desfein, qui en provenoit, convenoit entierementnbsp;avec celui des mélanges précédent es. En calcmant Ie
mé-
-ocr page 159- -ocr page 160-'kt-
I*
|
t | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
|
r-. nbsp;nbsp;nbsp;^GhJif':-ij-*^^; tftf jhni^i-:K^^ ¦irirVhfciH8itf?wti V SUSfiS CS | ||||||||||||||||||||
ft quot; ,/quot;'^
. tnm ?f'fj- v^7 ^ nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;._
¦%'
. L^ phdnmdnei, qm Tg.f-^.ialciam-im^-isHCi ds^iv^mi igms nbsp;nbsp;nbsp;¦'
mkfit: nbsp;nbsp;nbsp;l'f 'Cfi' vsi^'¦# dsc mitmnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^
¦V- nbsp;nbsp;nbsp;- vnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;»' Inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7 Jff phml:nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4
tImL'i i'J I dtfi^snl i
ik ctux'^ qm ,ftU 7U- nbsp;nbsp;nbsp;ia i:tuih:X'fi(m
*. v#-f: -- nbsp;nbsp;nbsp;igt;t de flomK Lss pJePtihci f^^'
'u fftèiffffU'e ^:' -T'GfCftt viteef-* Cfttn- 'x fm quot;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/-.^^ . V \~ulfMk, kn-ii
. y^z.'.7-» lt;'.- ^
.-»* .gt; r ' X ^'- ¦ ¦
r'. - ¦' nbsp;nbsp;nbsp;' quot; ^' ¦'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;* ¦ -Z
-xpdi.--' --'/rr-'v*. nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^ ' ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
égale.
c-'v.SVé^'-*
.inrr* /
vw-'-a
?mss8aïrsx-:r»ï%*.s
C 103 )
die door eene veel fterkere ontlaading verkregen wordt. Zy heeft echter ter wederzyde een zeer groot aantalnbsp;fyne rtreeken, die door zeer fyne ter weèrzyde afge-flaagene metaal-fpatten fchynen gemaakt te zyn; eenenbsp;zodanige teekening ziet men op plaat IX. afgebeeld.
Deeze laatlle waarneemingen fchynen te leeren, dat wanneer dit metaal door eleftrifche ontlaading zonbsp;verre gloeijend is, dat het tot bolletjes gebrachtnbsp;wordt, er als dan maar weinig meerder kracht ver-eischt wordt, om het gefmolten metaal van één te
flaan, en zeer fyn te verdeden.
De verfchynzels, welken de verkalking van een mengzel van gelyke deelen tin en lood gegeevennbsp;heeft, deeden my befluiten ook de verkalking vannbsp;andere inengzels van deeze metaalen te beproeven;nbsp;namelyk van d) | tin } lood; Jd) f tin f lood; c') |nbsp;tin I lood; d') j tin § lood. By de verkalking van
de twee eerfte mengzels a oxih heb ik geene byzon-dere verfchynzels waargenomen , die merkbaar af-weeken van de geenen, welken ik van de verkalking van gelyke deelen tin en lood gezien en befchrevennbsp;heb. By de verkalking van het mengzel c was denbsp;loop der gloeijende bolletjes genoegzaam even vlug,nbsp;als die der zuivere tin-bolletjes; dus bleeven dan ooknbsp;geenen van dczelven liggen, zo lang zy gloeiden, ennbsp;gaven dcrhalven ook geene kalk-bloemen; voor hetnbsp;overige was de teekening, welke zy maakten, geheelnbsp;overeenkomfdg met die der voorige mengzels. By denbsp;verkalking van het mengzel cl verkreeg ik wel bolletjes, doch deeze verlpreidden zich niet zo wyd, als
die
melange d fen ai ohtenu ausfi des globules, mals lis ne s'écartoient pas fi loin,que ceux de melanges précédents;nbsp;tes; je n^en ai pu ohferver de fieurs; au refie lis for-maient un parelt desfein.
yai tdchè enfuite dPsfa^er ld calcination de Vétain melé avec d'autres metaux: mais comme ce metal a lanbsp;proprieté dquot;endurcir tous les autres, excepté Ie plomh, et
de les rendre inaptes Ct être filés ^ je n ai pU foumcttre d
rexpéfiehce jusqiiici d'autres melanges, que celui des parties égales d'étain et de zinc reduit dans un filnbsp;d'j^ pouce de diametre. Conduifant la decharge de no-tre hatterie entierement chargée par 6 pouces, aprèsnbsp;cela par 3 pouces, et enfin par un pouce de ce fil, jenbsp;n'en ai pu ohferver aucune calcination, Ie metal étantnbsp;feulement fondu par lè.
yai commence ausfi la calcination des demi-metaux mais comme la defcriptïon dés phénoménes de ces expé-
riences' exige ausfi des planches, qui auroient trop differé la publication de ce volume, fai jugé quil convenoitnbsp;mieux de la placer dans Ie volume fuivant.
Jusquici f ai raconté les phénoménes, que f ai ohfervé en calcinant les metaux par des decharges éleétriques,nbsp;fans confiderer, comment cette calcination doit être ex-pliquée, ou quelles lumieres la phjfique en peut tirer,nbsp;fexpofierai ci préfient ce que fe penfie ld desfius.
'Si
-ocr page 165-C '°5 )
die der voorige mengzels; ook gaven zy geenc kalk-bloemen; voor t overige maakten zy eene zoortge-lyke teekening.
Ik heb vervolgens noch getracht de verkalking van het tin met andere metaalen vermengd te beproeven:nbsp;dan daar dit metaal de eigenfchap heeft van alle me-taaien, uitgezonderd het lood, hard en dus onbekwaam te maaken om tot draaden getrokken te kunnen worden, zo ben ik tot nu toe niet geflaagd innbsp;hier van eenig ander mengzel te beproeven, dan datnbsp;van tin en zinc tot een draad van ^5: duim middellynnbsp;gebracht. Deezen draad heb ik eerst ter langte vannbsp;zes, naderhand van drie, en eindelyk flegts van éénnbsp;duim trachten te verkalken: dan ik heb hier van,nbsp;fchoon er de volle laading der battery doorging, alleen fmelting kunnen waarneemen.
De verkalking der halve metaalen dOor eleéllifche
ontlaading heb ik begonnen; doch daar de befchry-ving der verfchynzelen, die hier by plaats hebben, ook weder afbeeldingen vordert, dewelken de uitgaafnbsp;van dit ftuk nog lang vertraagd zouden hebben, zonbsp;heb ik het beter geoordeeld dit onderwerp tot eennbsp;volgend ftuk uitteftellen.
Dus verre heb ik de verfchynzels verhaald, welken ik by de verkalking der metaalen door eleftrifchenbsp;ontlaading heb waargenomen, zonder my in te laatennbsp;in overweeging, hoe deeze verkalking der metaalennbsp;te verftaan zy, of welk licht zy in de natuur-kennisnbsp;verfpreiden; hier omtrent zal ik thans myne gedachten nederftellen.
O nbsp;nbsp;nbsp;Wan-
-ocr page 166-Si fêtoïs encore^ comme d-divant, attaché a rhypothêfe de Stahl concernant dexifience du phlogiftique, quon a crunbsp;en generalf excepté depuis peu de terns, être hien fondée,nbsp;alors je raifonnerois de la maniere fuivante: la dechargenbsp;éleamp;rique, quand elk eft conduite par un fil metalliqueynbsp;fait que Ie metal perd fan phlogijlique, et que, fuivantnbsp;cette hypothêfe, Ie metal eft calciné par la. Or on peutnbsp;yoir dans la préface, quelles font les raifons, qui m'ont
conyaincu, que rhjpotkêfe de Stahl fur dexiftence du phlogiftique neft pas hien fondée, et qui niont perfuadénbsp;au contraire, que la calcination des metaux confifte feu-lement dans leur union avec Ie principe d'air pur, nomniê,nbsp;par M. Lavoifier, principe oxygine (k), qu ils attirentnbsp;de Vatmo/phere au moment quils fe calcinent, comme ilnbsp;eft fujftfamment demontré par les expériences de M. La-
VOilier. Cela étant ainfi on doit alors expliq^uer la Cül-
dnation des metaux, qui fe fait par des decharges élec-triques, de cette manier e: Ie metal, quand il rougit par tine decharge éleamp;rique è un certain degré, ahforhe Ienbsp;principe de fair pur de V atmofphere, de la même manier e,nbsp;que lorsquil eft calciné par Ie feu ordinaire. Or comme
^ h
(k) Dans Ta pré fate fat expTiqué, pour quoi ce principe efl nomné par M. Lavoifier principe oxygine : f aitne mieux pourtant Ie nommer ci-aprèsnbsp;principe dair pur, afn que Ia fusdite denomination , Ji on ne ie compreninbsp;^as èien, ne caufe pas ePobfeurid..
-ocr page 167-C lor )
Wanneer ik noch, gelyk voorheen, de tot voor korten tyd algemeen aangenomene Stahliaanfche ver-onderftelling aankleevende, het beftaan van phlogifionnbsp;erkende, dan zoude ik het daar voor houden, datnbsp;de eieélrifche ontlaading, wanneer zy door dunnenbsp;nietaal-draaden geleid wordt, het metaal zyn phlogi-fton doet verliezen, en dat het zelve hier door volgens die veronderftelling verkalkt wordt. Dan in denbsp;voorreden voor dit ftuk geplaatst heb ik de redenennbsp;opgegeeven, dewelken my hebben overgehaald omnbsp;de veronderftelling van Stahl, .omtrent het beftaannbsp;van phiogifton, voor ongegrond te houden, ennbsp;daarentegen te erkennen, dat de verkalking der me-taalen alleen beftaat in hunne vereeniging met hetnbsp;grondbeginzel der zuivere lucht, door M. Lavoifiernbsp;'principe oxygine genaamd Qkquot;), het welk zy, zo alsnbsp;door de proefneemingen van M'. Lavoifier genoegzaam
bewezen is, ten tyde van hunne verkalking uit den dampkring aanneemen. Dit zo zynde, zo heeft mennbsp;de verfchynzels van de verkalking der metaalen doornbsp;eleétrifche ontlaading dus te verftaan; het metaal,nbsp;wanneer het door eléótrifche ontlaading tot eenen zekeren trap van gloeijing gebracht is, neemt dat lucht-beginzel uit den dampkring aan, even als zulks gebeurt, wanneer het metaal door het gewoone vuurnbsp;verkalkt wordt. Daar het nu uit de verkalking van
het
Q') Waarom dit lucht-beginzel, door Lavoifier, principe oxygine genaamd is, heb ik in de voorreden gemeld; ik zal echter vervolgens, op dat deezc be-naaming hier geene duisterheid geeve, het zelve liever gror.d-beginzel dernbsp;zuivere lucht, of llegts lucbt-bcginzel noemen.
O 2
-ocr page 168-la calcination du plomh par Ie feu fait yoir, que ce metal produit des couleurs tres dijférentes, d mefure quil fuhitnbsp;des dijférens degrés de calcination, c. a. d. d mefure'nbsp;quil regoit de Fatmofphere une plus grande ou une moin-dre portion de ce principe, et comme les expériences denbsp;M. Bertholet ont ausfi demontré, que Ie fer acquiert desnbsp;COuleurs fort dijférentes, d mefure quétl gj unit plus OUnbsp;moins de principe d'air pur.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, il efl évident, que la
grande dijférence des couleurs, qui a lieu jcomme on peut Ie voir par les expériences précédentes') dans lanbsp;chaux du même metal faite par des decharges éleamp;riques,nbsp;fer a caufée, parceque les différentes parties du metal Fu-nisfent avec différentes portions du principe d'air pur,nbsp;fa quantité de ce principe, qui sunit avec Ie metal,
qiFon calcine, depend fans doute des différents degrés de
rougeur, que les différentes parties dun metal ac qui er ent par une decharge éleétrique: car Fexpérience fait voir ennbsp;efet, que la decharge éleamp;rique ne fait pas rougir éga-toutes les parties d'un fil metallique, par Ie quelnbsp;elle eji conduite, puisqdune partie dun tel fil efl réduitenbsp;queïques fois en globules rougis, pendant que F autre par-tie refle en entier.
(1) Journat de Phyfique, May 1/85gt; XXPI. pag. 324.
-ocr page 169-het lood door het gewoone vuur bekend is, dat het lood zeer verfchillende kleuren aanneemt, naar maa-te het tot. verfchillende trappen van verkalking gebracht worde, dat is, naar maace het minder ofnbsp;meerder van dat beginzel uit den dampkring aan-neeme; daar wyders de proefneemingen vannbsp;M. Bertholet daadelyk geleerd hebben, dat het yzernbsp;verfchillende kleuren aanneemt, naar maate er zichnbsp;meer of minder van dit lucht-beginzel meê veree-nige (/), zo is het blykbaar, dat de groote ver-fcheicienheid der kleuren, die er plaats heeft (zo alsnbsp;uit de gegeevene afbeeldingen te zien is^ in den kalknbsp;van het zelfde metaal door eleélrifche ontlaadingnbsp;voortgebracht, alleen hier van zal ontftaan, dat denbsp;verfchillende deelen van het verkalkt wordende metaal zich met verfchillende hoeveelheden van het gezegde lucht beginzel vereenigen» Deeze meerderenbsp;of mindere hoeveelheid van dat beginzel, die zichnbsp;met het verkalkende metaal vereenigt, hangt naar allen fchyn af van den meerderen of minderen trap vannbsp;gloeijing, tot Avelken de onderfcheiden deelen van hetnbsp;metaal door eleélrifche ontlaading gebracht worden :nbsp;dat immers de eleélrifche ontlaading alle de deelen vannbsp;eenen metaal-draad, door welken dezelve gaat, nietnbsp;tot denzelfden trap van gloeijing brengt, leert de on-dervinding, vermits een metaal-draad zomtyds flegtsnbsp;gedeeltelyk tot bolletjes gefmolten wordt, terwyl hetnbsp;overige gedeelte geheel blyft.
(O nbsp;nbsp;nbsp;de Phyfique, Mey lyS's, vol. XXVI. pag. 324.
Les desfeins faits par les calcinations des diffêrem metaux, répréfentés par les planches précédentes, fontnbsp;yoir plufieurs couleurs, qidon ne s'eji jamais procuré ennbsp;calcinant ces metaux par Ie feu. Ces couleurs extraor-dinaires des chaux metalliques faites par des dechargesnbsp;éleamp;riqueSi ne pourroient elles pas avoir pour raifon,nbsp;que les metaux regoivent dans ce cas, d caufe de leurnbsp;plus forte rougeur, une plus grande portion du principenbsp;d'air pur, que dans leur calcination par Ie feu 9 car j'ainbsp;demontré ci-devant (ipag, 48) par une expérience fur Pé~nbsp;tain, qite Ie metal peut récevoir par une decharge éledtri-que une plus forte rougeur, quil ne regoit ordinairementnbsp;par Ie feu. Je tdcherai ddesfajer dans la fuite par Ienbsp;mo^en tP-une balance, fi les metaux régoivent en effetnbsp;dans leur calcination par VéleSiricité une plus grandenbsp;portion de ce principe, que dans leur calcination parnbsp;Ie feu, ausfi-tot que faurai trouyé Ie mo^en de confer-
J'avoue, que quand on veut foutenir Phypothêfe du phlogijlique, on peut remarquer fur ce que f ai avancé,nbsp;que les phénoménes des calcinations des metaux font éga-lement expliquaUes fuivant Phypothêfe de Stahl. Quandnbsp;on confdere pourtant la rédublion des chaux metalliques , et reauplication qu'on en doit donner fuivant la fus-dite hypothêfe, alors cette hjpothêfe ne peut être confide-
C I )
In de gegeevene afbeeldingen der teekeningen, door de verkalking van verfchillende metaalen voortge-brachc, ziet men veele kleuren, welken men nimmernbsp;door de verkalking van dezelfde metaalen door hetnbsp;gewoone vuur verkregen heeft. Zouden deeze on-gewoone kleuren der metaal-kalken door eleflrifchenbsp;ontlaading gemaakt niet wel daar van kunnen afhangen, dat de metaalen in dit geval door hunne fterkerenbsp;gloeijing meer van het gezegde lucht-beginzel aannee-men, dan wanneer zy door het vuur verkalkt worden? Dat toch het metaal door eleélrifche ontlaadingnbsp;tot eene fterkere gloeijing gebracht kan worden, dannbsp;zulks by zyne verkalking door het gewoone vuurnbsp;gefchiedt, heb ik voorheen (bladz. 49) omtrent hetnbsp;tin door eene opzettelyke proefneeming bewezen»nbsp;Of de metaalen by deeze verkalking waarlyk meernbsp;van dat beginzel aanneemen, dan by de verkalking,nbsp;door het gewoone vuur, zal ik trachten in het vervolgnbsp;door de balans te beproeven, zo dra ik een middelnbsp;zal gevonden hebben om al het verkalkte metaal tenbsp;behouden, waar in ik tot nu toe niet gedaagd ben.
Ik beken, dat wanneer men de veronderftellingy dat er phlogifton beftaat, wilblyven vasthouden, mennbsp;op het gezegde zal kunnen aanmerken, dat de ver-fchynzels der verkalking der metaalen ook uit denbsp;Stahliaanfche leer te verklaaren zyn. Wanneer mennbsp;echter denbsp;nbsp;nbsp;nbsp;der metaal-kalken door eleélrifche ont
laading, en de verklaaring, welke men volgens deeze ftelling hier van geeven moet, hier by in aanmerkingnbsp;neeme, dan dunkt my kan dezelve, wel ingezien
rée, fdon inoi, comme vraifemhlahle: car fuivant cette hypothêfe la decharge éledtrique feroit que dans un cas Ienbsp;metal per droit fon phlogiflique, pendant que dans un autre cas au contraire, quand la decharge eji conduite parnbsp;la chaux d^un metal au lieu de Vêtre par Ie w.etal même,nbsp;elk rejlitueroit au metal Ie phlogiftique perdu; on fuppofenbsp;done fuivant ce fyjiême, que la même caufe produit dansnbsp;dlférentes circonftances des effets, qui font diamêtrale-ment oppofés, ce qui eft certainement contradiöloire. Aunbsp;contraire rexplication de ces phénoménes fuivant Ie fyftê-me, qui eft fondé fur les expériences de M. Lavoifier, eftnbsp;heaucoup plus fimple, et ne contient pas de propofttions,nbsp;qui fe contredifent. Suivant Ie fyftême de ce dernier Ie metal attire, quand il rougit, Ie principe dl air pur, qui fenbsp;trouve dans Vatmofphere lt;la caufe quil j a une grandenbsp;aftftnité entre ce principe et plufieurs metaux, quand ilsnbsp;rougisfent, comme Vexpérience da apprisf) ainft Ie metal eft calciné par fon union avec ce principe. Ces deux
principes combinés, c. a. d. Ie metal et Ie principe d'air pur, qui compofent la chaux metallique, font feparés hmnbsp;de rautre par une decharge éleamp;rique, et alors Ie metalnbsp;paroit de nouveau fous fa propre forme (m).
Le
(tn) Je prevois id une ohjedion, qui a quelque apparence, tnais qui n'ejt pas pourtant bien fondée. On fait peut-étre fur ce nouveau fyfeme cette re-marque, que fuivant ce fjfleme la cbaleur fait que dans un cas le principenbsp;dair pur iunit avec le metal, et que dans un autre cas au contraire le metal
perd
zynde, niet aanneemlyk voorkoomen: volgens deeze ftelling immers moet dezelfde oorzaak, de eleétrifchenbsp;ontlaading namelyk, in het eene geval, het metaal zyiinbsp;phlogiftoii doen verliezen, en in het andere geval,nbsp;wanneer zy in plaats van door eenen metaal-draad,nbsp;door den kalk van het zelfde metaal gaat, aan hetnbsp;zelve het verloren phlogiflon wedergeeven; dus ftelcnbsp;men dan immers, dat één en dezelfde oorzaak innbsp;gelyke omftandigheden uitwerkzels te weegbrengt,nbsp;die rechtftreeks tegen elkander zyn overgefteld , hetnbsp;geen voorzeker ongerymd is. Daarentegen is de vcr-klaaring deezer verfchynzelen volgens de leer, die opnbsp;Lavoifiers proeven gegrond is, veel eenvoudiger, ennbsp;bevat niets tegenllrydigs. Volgens deeze leer im.mersnbsp;trekt het metaal in zynen ftaat van gloeijing het gezegde lucht-beginzel uit den dampkring aan, (^uitnbsp;hoofde der vermeerderde affiniteit^ die de ondervinding leert tusfchen dat lucht-beginzel en de meestenbsp;metaalen plaats te hebben, wanneer zy gloeijend zyn)nbsp;en het metaal wordt dan door zyne vereeniging metnbsp;dat lucht-beginzel verkalkt. Deeze twee beginzels,nbsp;het metaal en het lucht-beginzel namelyk, welken tenbsp;zamen vereenigd den metaal kalk uitmaaken, wordennbsp;door eene eleétrifche ontlaading weder van elkandernbsp;gefcheiden, en het metaal koomt dus onder zyne eigene gedaante weder te voorfchyn. (/»).
De
(ni) Ik voorzie hier eene tegenwerping, welke wel eenigen fchyn doch echter geenen grond heeft. Men zal namelyk op de nieuwe leer der verkalking ligtelyk aanmerken, dat volgens dezelve de hitte het metaal in hetnbsp;eene geval zich met het lucht-beginzel doet vereenigen, en in het andere
Le fyjiême de calcination, quefai adoptè, cxpUquè misji d'une maniere fort fimple, quelle eft la raifon, pour-qiioi quelques chaux metalliques peuvent être réduites feu-lement par la chaleïir, fans addition des matieres, quonnbsp;fuppofe contenir du phlogiftique, et que dlautres réfufentnbsp;detre réduites fans cette addition. Suivant ce fyftême unnbsp;certain degré de chaleur fufft feul pour feparer le principe (fair pur de ces chaux, qui peuvent être rèduitCS
fans addition. Les expériences de Mf Lavoifiet (n) et celles de M. Bayen (o) ont demontré cette vefité ct Vé-gard du mercure pré dpi té per fc, qdon regarde géncrnbsp;ralement pour une vraie chaux , et il ny a aucune, rqi-fon de fuppofer, que la réduamp;ion de Por et' de dargentnbsp;fie fe fasfe de la même maniere que la réduamp;ion dü mer-
cu-
ferd ce principe, qui s'y étoit uni, et que fuivant ce fyftême on attrUrue por
confequenC a la mêtne caufe des effets, qui font diamêtralement oppofés, de l(t
ttiêtne maniere, que je fai indiqué A Cégard de hypotbêfe de Stahl. Cettte ob-jeQion iévanouit pouriant iout-d-fait, quand on confidere, que quoique la cha~ leur caufe, ces fusdits effets différens fur les metaux, c. a. cl. Cunion et la fepa-.nbsp;ration du principe d'air pur, il y faut pourtant des degrés de chaleur fort dipnbsp;férents, et que par confequent les caufes différent vraiment beaucoup, Le mer~nbsp;cure par exemple iunit dvec le principe fair pur, quand il a acquis ce degrénbsp;de chaleur, qui eft nécesfaire pour le faire houiUif, il efl vrat qiCon en peut
auifi feparer ce principe par la chaleur mah il'faut y eniployer un beaucoup plus grand degré de chaleur, tel qui celui, que ramollit le verre. Ces diffé.nbsp;tens effets de differents degrés de chaleur démontrent done feulement, que Faffi-nlté, qui a lieu ent re le principe fair pur et le mercure éebauffé au degré'denbsp;ebaleur necesfaire pour le faire bouitlir, cesfe, quand ce metal a acquis un plusnbsp;grand degré de chaleur^ ce qui Cdccovde avee plujièurs autres phénoniénes ana*nbsp;logues. li efl done évident, que la fusdite objection fen peut être dednite.
(»} Mem.def Acad.R.dssfc, 1775.igt;.520. (pjjournahkpbyfique i7p\Cs J775*
-ocr page 175-De leer der verkalking, die ik thans heb aangenomen, verklaart ook zeer eenvoudig, waarom de kalken van zommige metaalen alleen doorhitte, zonder by voeging van ftofFen, die men veronderllelt phlogi-fton te bevatten, tot metaalen herbracht {gereduceerd) worden, daar dit van andere metaalen geennbsp;plaats heeft. By die metaal-kalken namelyk, die zonder eenige by voeging gereduceerd worden, is een zeker graad van hitte alleen genoegzaam om het lucht-beginzel van het metaal aftefcheiden. De proefnee-mingen van M. Lavoifier (n) en M. Bayen (o) hebbennbsp;zulks omtrent den mercurius prcecipitatus per fe, dienbsp;algemeen voor een waare quik-kalk gehouden wordt,nbsp;overtuigend geleerd; en er is geene reden om te ftel-len, dat de reduólie der goud- en zilver-kalken zonder
geval daarentegen den metaal-kalk het aangenomen lucht-beginzel doet verliezen , en dat derhalven volgens deeze leer aan één en dezelfde oorzaak tegen-overgeftelde uitwerkzels worden toegefchreven, op gelyke wyze, als ik zulks van de Stabliaanfcbe leer zo even heb aangevoerd. Dan deeze tegenwerpingnbsp;vervalt geheel en al, wanneer men flegts acht geeve, dat tot het vóórtbrengen van de gezegde verfchillende uitwerkzelen op de metaalen (^de vereeni-ging en affcheiding namelyk van het lucht-beginzel) wel is waar in beide gevallen hitte, doch echter zeer verfchillende trappen van hitte, en dus waar-lyk zeer verfchillende oorzaaken vereischt worden. Het quikzilver, by voorbeeld, vereenigt zich met het gezegde lucht-beginzel, wanneer het tot diennbsp;trap van hitte gebracht is, welke tot deszelfs kooking vereischt wordt; ditnbsp;beginzel kan er, het is waar, door hitte weder van afgefcheiden worden,nbsp;dan hier toe wordt een veel grooter trap van hitte vereischt, die niet minder is dan welke bet glas gloeijend maakt. Deeze verfchillende uitwerkzels der verfchillende trappen van hitte leeren dus alleen, dat de affiniteit,nbsp;die er plaats heeft tusfchen kookend heet quikzilver en het gezegde lucht-beginzel, ophoudt, wanneer dit metaal een veel grooter trap van hitte heeftnbsp;aangenomen; eene zaak, welke overeenflemt met veele andere voorbeeldennbsp;van dien aart. Het is derhalven klaarblykelyk, dat de gezegde tegenwerpingnbsp;hier uit geenzints afgeleid kan worden.
(n) Memoires de lAcad. R. des fciences ifjS- P- 5^0 amp;c.
Journal de phyfique des années 1774 amp; i775gt;
cure. Uaddition des matieres., qu'on dit fhlogifiiques-y ejl au contraire necesfaire, fuivant ce fyjiême four lanbsp;réduction des autres chaux metalliques, h caufe que lanbsp;chaleur feule ne fujf t pas pour effèamp;uer, que la chauxnbsp;metallique per de Ie principe dquot; air pur, d moins quil nenbsp;touche line matiere, qui attire et ahforhe ce principe,nbsp;quand Vaffinité, qui a lieu entre ce principe et Ie metal,nbsp;eft diminuée a un certain degrê par Ie grand echaufe-ment de la chaux metallique. Cette explication efl fondéenbsp;fur des expériences, qui demontrent evidenment, quil ynbsp;a une grande affinitê entre Ie principe d'air pur, et Ienbsp;charbon, quon employe pour la réduStion des chaux (p)*nbsp;Ce fyftême un fois adoptê il eft aïors évident, quil nynbsp;a aucune raifon pour regarder les chaux metalliques, quinbsp;peuvent être rêduites par la feule chaleur, comme fi-ellesnbsp;n'étoient pas de vraies chaux. C'efl far ce fondement,nbsp;que fai dit ci-devant (^pag. 92} que la matiere pourpre,nbsp;dans la quelle Por eft réduit par une decharge éleêlrique,nbsp;doit être regardè comme une yraie chaux d'or; qaoiquenbsp;je fuppofe, que cette chaux pourpre pour ra être réduit enbsp;en or par la feule chaleur fans addition, de même manier e , que les chaux pourpres ddor produites par cPautresnbsp;operations, et qui y resfemhknt beaucoup; ce qui empê-chera les feclateurs de Phypothêfe de Stahl de regarder
la
(p) Memoires de CAcad. R. des fdeiices p. 448 amp;c.
-ocr page 177-C 117 )
der by voeging niet op deze}fde,w5'Ze als die van qmkgt; kalk gefchiede. De by voeging van vreemde ftofFennbsp;wordt daarentegen, volgens deeze leer, tot de re-duflie van andere metaal-Icalken vereisclit, om dat denbsp;hitte alleen niet genoegzaam is om'den metaal-kalk h'etnbsp;aangenomen lucht-beginzel te doen verliezen, ten z'ynbsp;dezelve in aanraaking is met eene ftof, die dat begin-zei aantrekt en opneemt, wanneer de affiniteit, dienbsp;er tusfchen het zelve en het metaal plaats heeft,nbsp;door verhitting van den metaal-kalk tot een zekerennbsp;trap verminderd is. Deeze verkaaring rust op zodanige ondervindingen , uit welken het ontegcnzcggelyknbsp;blykt, dat er tusfchen de kool (die men tot denbsp;reduélie der metaalen gebruikt) en het gezegde lucht-beginzel, eene fterke affiniteit plaats heeft (p).
De zaak dus ingezien zynde, dan is het klaarblyke-lyk, dat er geene reden is, om die metaal-kalk en, die alleen door hitte gereduceerd worden, voor geene waa-re kalken aantezien. Het is op deezen grond, dat iknbsp;ftraks (bladz. 93) gezegd heb, dat de paarfche ftof,nbsp;tot welke het goud door eleótrifclie ontlaading gebracht wordt, voor een waare goud-kalk verdientnbsp;gehouden te worden, of fchoon ik veronderftel, datnbsp;die paaiTche kalk, even als de daaraan gelyk fchy-nende goud kalken door andere bewerkingen verkregen , zonder byvoeging van zogenaamde phlogiftifchenbsp;ftoften zal kunnen gereduceerd worden; om welkenbsp;reden dan ook de voorftanders der Stahliaanfche leer
dee-
(/gt;) Memoires de TAcad. R. des Sciences 1781. p. 448. nbsp;nbsp;nbsp;^
P 3 .
-ocr page 178-comm^
la mattere pourpre dor, que mus avons ^ me vraie chaux.
Avant de finïr cé, chapitre. Je remarquerai encore, que ta calcination des metaux par des decharges éleamp;riquesnbsp;fait yoir entre les effets de la foudre et celles /féleamp;rici-té artificielle une analogie, quon n'a pas indiqué jusqul-ici, fcavoir: la calcination du fer fe fait quelquefois par
la foudre, comme elle eft produite par la decharge de no-
r
tre hatterie. Pour en donner un exemple je placerai ici une ohfervation de M. Faujas de St. Fond d Paris, telnbsp;quil me ra communiquée par une lettre en date de iinbsp;Juin 1786.
Le tonnerre tomha Ie 15 Juillet 1779 è Montelimar ,, en Dauphiné fur le dome d'un efcalier de la maifonnbsp;5, M. Monat, Apothicaire, s'introduifant par une desnbsp; croifées placées au haut du döme, dans le tems même,
on le propriétaire de ld maifon montoit F efcalier. II néprouva rien de facheux, fi ce n^eji, que fon vijdge,nbsp;fon linge, et fes habits fur ent couverts d'une pousferenbsp;cFun hrun rougedtre, qui nétoit qfune chaux de fer
d'une ténuité extréme. Je me rendis prés que fur le champ dans cette maifon, et je remarquai cette pous-fiere martiale brune rougedtre abondamment disféminèenbsp;contre les murs de la caze de Fefcalier. Cette pous- fiere étoit peu adhérente. En examinant enfuite avecnbsp;at-
-ocr page 179-C 9 )
deeze ftof voor geen waare goud-kalk zullen'aan. zien.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^
Eer ik dit hoofdftuk eindige, zal ik .noch,aanmer-ken, ,dac de verkalking aer metaalen'^doór eleétrifché óntlaading eerie noch niet aangewezenebvereenkomstnbsp;doet zien tusfchèn de uitwerkzels van den blixemnbsp;en_ die der' door gt; konst ,voortgebrachtë ¦ eleftrifchenbsp;kracht. I).e '.verkalking namelyk van het yzer gefchiedtnbsp;zomwylen door den blfxem op gelyke wyze, als dezelve door de óntlaading onzer battery gebeurt. Totnbsp;een voorbeeld hier van geef ik hier eene waarnee-ming van M. Faujas de St. Fond te Paris, my doornbsp;zyn Ed. in een brief van den ii Juny 1780 dusnbsp;meêgedeeld.
55
De blixem viel den 15 July 1779 te Montelimar in Dauphiné op den koepel van den trap van hetnbsp;huis van den Apothekernbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en floeg in, door
5J
3»
33
één der venfters boven aan den koepel, juist op het ogenblik wanneer de eigenaar van het huis dennbsp;trap opklom. Hy onderging hier van geen andernbsp; kwaad, dan dat zyn aangezicht, zyn linnen, ennbsp; zyne klederen met eene roodachtig bruine ftoffe be-,, dekt wierden, welke niets anders was, dan eennbsp;fyne yzer-kalk. Ik kwam kort daar na aan datnbsp;huis, en merkte op, dat deeze roodachtig bruinenbsp;yzer-ftof zich overal verlpreid had tegens de muu-ren van den trap; zy kleefde er echter weinig aan»nbsp;Vervolgens nafpoorende langs welken wech denbsp;eleftrifche ftof kon gegaan zyn, zag ik veel van
5, dat
-ocr page 180-C 120 )
Jï
»gt;
attention, par oü Ie fluïde éleamp;rique avoit pu séchap, per, je vis heaucoup 'de poudre hrune d templacementnbsp;Sun fll de fer de [onnette. Ce fil de [er, qui avoitnbsp;,, une demi ligne Sépaisfleur, étoit entierement cónvertinbsp; en chaux, et laisfoit fur [on pasfage, et dans les en-.vjrons, de la poudre Sun hrun rougedtre, d Vexcep-,, tion Sun hout de trois pieds et demi de longueur, qui
COmmuniquoit h la terre, et qui fut trouvé futn.
'V-.:
CIIA-
-ocr page 181-C 121 )
»
9»
99
99
99
99
99
99
99
dit bruine poeder ter plaatze, waar langs een yze-ren fcheldraad geloopen had. Dit yzerdraad, het welk eene halve lyn dik was, was geheel en al totnbsp;kalk geflaagen, en liet dus, ter plaatze, waarlangsnbsp;het geloopen had, en in den omtrek, het gezegdenbsp;roodachtig bruine poeder na; uitgezonderd eennbsp;eind van dit yzer-draad, drie en een hal ven voetnbsp;lang, het geen met den grond gemeenfchap had,nbsp;en het welk onbefchadigd bevonden wierd.
V Y F-
,1
. ; nbsp;nbsp;nbsp;^ r: ;io J r' :nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. . ;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' «
CHAPITRE CINQUIEME nbsp;nbsp;nbsp;' 't
jyi n ^ ff
ILxpérience.s fur la calcination d^Sipie-
omme les expériences de M. Lavoifier ont asfez Men demontrê qdun metal^ quand il fe calcine dans Vair denbsp;ratmofphere, en ahforhe Ie principe de l'air pur, qui rendnbsp;eet air iitile pour la rejpiration, il m'a paru, quil vü'
hit hlen la peine d'es fay er ce qui arriveroit, quand une decharge éleBrique^ qui fuffit pour calciner un fil rnetaUnbsp;lique d'une mé fare determinée, feroit conduite par un pa-'nbsp;reil fil placé dans Vair, qui eft entierement depourvu denbsp;cette partie, c. ?. d. dans eet te efpece dair, qtd eft con-nu fous Ie nom dair phlogiftiqué ou de la mofette.
Je me fuis fervi, pour ces expériences, de Fair, dans Ie quel un charbon ardent ayoit été éteint, et qui ayantnbsp;été pofé pendant huif jours fur F eau étoit parlci fujfifam-¦ 'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ment
-ocr page 183-V Y F D E HOOFDSTUK.
Proefneemingm omtrent de %^erkalking der metaalen in de verjclnllende^ zoor-ten van luchten.
1 erwyl het door de proefneemingen van M. La-voifier genoegzaam bevestigd is, dat wanneer een metaal zich verkalkt, het zelve dan uit den dampkring dat lucht-beginzel aanneemt, het welk de dampkringslucht voor de ademhaaling gefchikt maakt, heb iknbsp;het de moeite waard gereekend te beproeven , watnbsp;er gebeurt, wanneer eene eleftrifche ontlaading, fterknbsp;genoeg om eenen zekeren metaal-draad in de dampkringslucht te verkalken , door eenen zodanigennbsp;draad gaat, welke gefield is in lucht, die van het gezegde beginzel geheel beroofd is, in die lucht i^ne-lyk, die men gephlogtfteerde lucht of mofet noemt.
Tot deeze beproeving bezigde ik dan zodanige lucht, waar in een kool vuur was uirgedoofd, na datnbsp;dezelve 8 dagen lang op water geflaan had, en hier
Q 2 nbsp;nbsp;nbsp;door
( 124.)
ment dêpurè de fon air fixe, yen ai rempH un cylin^ dre de verre ^ dont la largeur étoit denviron quatre pou-ces, et la hauteur de fix, couvert en desfus par unenbsp;plaque de cuivre, au millieu de la quelle étoit fufipenditnbsp;Ie fil de metal, par Ie quel je métois propofié de dechar^nbsp;ger la hatterie. Je plagai ce c^Undre fur un plat d'êlt;-tain contenant de Veau, au moyen de la quelle Vair dansnbsp;Ie cylindre n'ayoii aueune communication avec Vair de
Patmofiphere. Jfin que lexpanfion de Vair caufée par la decharge ne rompit Ie cylindre, ou ne Ie renver fat, fi eetnbsp;air s'y trouvoit trop resferré, je plagai Ie cylindre furnbsp;deux piéces de bois de maniere, que fon hord inferieurnbsp;étoit élevê un demi pauce fur Ie fond du plat. Le fil denbsp;metal faifant communiquer le couvercle du cylindre avecnbsp;le plat, qui touchoit Vexterieur de la hatterie, je pouvoisnbsp;done faire pasfer ci Vordinaire la decharge par ce fil.
De cette manier e j'ai esfayé, fi le plomb, Vêtain, et
le fier font calcinables dans Vair phlogifiiqué: mais quoi-que je naye pris pour chaque expèrience que la moitié de la longueur du fil, qui pouvoit être calciné dans Vair denbsp;Vatmofphere par une decharge égale, je n'ai pourtant punbsp;calciner aucun des metaux fusdits dans eet air. Deplomhnbsp;étoit rêduit en poudre fine, que je trouvai au fond dunbsp;plat. Esfayant cette poudre par Verrit de nitre, il nVanbsp;parit, quelle rVétoit que du plomb. IVétain et le fernbsp;iioient réduits en petits globules.
(125)
door van haare vafte lucht genoegzaam gezuiverd was. Hier mede vulde ik eenen glazen cylinder, dienbsp;omtrent 4 duimen wyd en. 6 duimen hoog was, vannbsp;boven met een koperen plaat gefloten , aan welkernbsp;midden de metaal-draad was vaft gemaakt, door welken ik de battery ontlaaden wilde. Deezen cyfind'ernbsp;ftelde ik in eene tinnen fchotel vol water, waar doornbsp;de lucht in denzelven wierd afgefloten. Op dat denbsp;uitzetting der Idcht in den cylinder, by den doorgang der ontlaading, denzelven niet zoude breekennbsp;of omkeeren, ftelde ik den cylinder op twee flukjesnbsp;hout zodanig, dat zyn rand een halven duim bovennbsp;den bodem der fchotel Hond. De metaal-draad vannbsp;de dekplaat tot op de fchotel hangende, welke metnbsp;de buitenzyde der battery gemeenfehap had, zo-wierdnbsp;derhalven de battery door deezen draad ontlaaden-,nbsp;wanneer ik den gewoonen ontlaader de dekplaat deednbsp;raaken, en teffens denzelven naby de binnenzydenbsp;der battery bracht.
Op deeze wyze heb ik beproefd, of het lood, het tin, en het yzer in gephlogifleerde lucht te verkalken zyn: dan fchoon ik by elke beproeving dennbsp;draad flegts half zo lang nam, als ik denzelven in dénbsp;dampkringslucht verkalken kon, heb ik echter geenenbsp;der genoemde metaalen in deeze lucht kunnen verkalken. Het lood vond ik tot een fyn poeder ge-flaagen op de tinnen fchotel liggen, het welk, doornbsp;falpeter-geest onderzocht, bleek geheel en al lood tenbsp;zyn. Het tin en het yzer waren tot fyne bolletjesnbsp;gefmolten.
Ces expêriences dèmontrent done, que les mètaux font ègalement moins calcinaUes par la decharge éleamp;rique quenbsp;par Ie feu, ou par Ie foyer d'un verre ardent, d moinsnbsp;quil ne s'y trouve auprès Ie fusdit principe dair pur ^nbsp;qui peut sunir avec Ie met ah
Puisque Ie principe dair, qui, fuivant les expérieti* ces de M. Lavoifier, shmit avec les metaux, quandnbsp;ils fe cakinent, fait la partie principale de lair pur,nbsp;qukn a appellé lair dëphlogiftiqué, il me paroisfoit vrai~nbsp;femhlaUe, qu^un metal placé dans eet air pourroit êtrenbsp;calciné è un plus haut degré et plus promptemCnt quenbsp;dans fair de fatmofphere. fai fait è ce fujet des expé-riences de la même maniere, que les expêriences précé-dentes fur la calcination dans la mofette ou fair phlogi-fliqué y en employant de Fair pur extrait du précipité
rouge, parceque eet air ejl plus pur que fair produit d'aucune autre maniere, qui me foit connuë. Je calcinainbsp;premierement du plomh dans eet air: feffet de cette ex-périence repondit d mon attente, puisque tout Ie plomhnbsp;fut réduit en chaux jaune, parfaitement femhlahle d cette chaux du plomh, qiion appelle mafticot. Je nai jamais vu cette chaux jaune produite ,dans Vair de Vatmosphere , quoique fape tdché plufieurs fois dVoUenir la plusnbsp;parfaite calcination, en faifant pasfer la decharge par
C 127 )
Deeze proeven leeren derhalven, dat de metaalen even weinig door eleétrifche ontlaading als door hetnbsp;gewoone vuur of den brandfpiegel verkalkt kunnennbsp;worden , ten zy er het meergemelde lucht-beginzelnbsp;voorhanden is, om zich met het gefmoltén metaal tenbsp;kunnen vereenigen.
Terwyl het liichpbeginzel, het geen de metaalen,^ yolgens de proefneemingen van M, Lavoifier,. by hunne verkalking aanneerhen, dat geene is, het welk hetnbsp;voornaame beftand-deel der zumre of zogenaamdenbsp;gedephlogifleerde lucht is, zo kwam het my niet on-waarfchynelyk voor, dat een metaal in deeze luchtnbsp;gefield veel. verder en veel fpoediger verkalkt zoudenbsp;worden dan in de dampkringslucht. Hier omtrentnbsp;heb ik proefneemingen in t werk gefield op dezelfdenbsp;gt;vyze, als de laatst voorgaanden omtrent de verkalkingnbsp;in mofet of zogenaamde gephlogifïeerde lucht, nee-fnende hier toe lucht uit roode precipitaat verkregen, terwyl deeze zuiverder is dan lucht op eenigenbsp;andere my tot nu toe bekende wyze voortgebracht.nbsp;Eerst beproefde ik in deeze, lucht de verkalking vannbsp;het lood: de uitkomst van deeze proefneeming voldeed aan myne verwachting, terwyl al het lood hiernbsp;door tot eenen geelen kalk gebracht wierd, volkomen gelyk aan dien lood-kalk, welken men masticotnbsp;noemt. Dit heb ik in de dampkrings-lucht nimmernbsp;zien gebeuren, of fchoon ik, om de flerkfte verkalking te verkrygen, meermaalen de voikomene laading
door
-ocr page 188-( 128 )
des fils tres courts; la chaux de plomh étant en grande part ie ^ dans tout es ces expériences, dune couleur noird~nbsp;tre, qui indique, comme tl efi connUf un moindre degrénbsp;de calcination.
La calcination plus parfaite du plomh ohtenu par rex périence précédente me faifioit fioupgonner, que des filsnbsp;metalliques un peu trop longs ou trop gros pour être cal-
cinés dans Vair atmojpherique, feroient calcinés par dcS
decharges égales dans Vair pur; ce que fiai jugé digne efêtre examiné. Pour eet ejfiet fesfia^af, quelle longueurnbsp;edun fil de fier pouce de diametre pouvoit être calcinénbsp;dans Fair de Fatmofiphere par un certain degré de de-charge de notre hatterie. dlyant trouvé que la calcination de ce fil avoit lieu, quand fenprenois 1% de pouce,nbsp;mais que 2 pouces de ce même fil étoient fieulement fon-dus, f en plag ai 2 pouces dans Fair pur, en attendantnbsp;une calcination parfaite: mais Vexpérience ny reponditnbsp;pas; ce fil fiut fieulement fiondu, et point du tout calciné,nbsp;Soupgonnant quune partie de la decharge étoit conduitenbsp;par un autre chemin,je répétai F expérience: Ie réfiultatnbsp;fut tout-d-fait Ie même.
ylprès cela f esfiayai dans Fair pur la calcination dé-tain, de fer, de cuivre rouge, dé argent, et d'or, en pre-nant des fils, que je fgavois devoir être calcinés dans Fair de Fatmofiphere jusqud un certain degré: mais jenbsp;nai pu ohtenir d'ancun de ces metaux (excepté du plomhj
une
-ocr page 189-C 129 )
door korte draaden heb doen gaan; hebbende de lood-kalk by alle de beproevingen in de dampkringslucht voor het grootfte gedeelte eene zwartachtigenbsp;kleur verkregen, dewelke, zo als bekend is, eenennbsp;minderen trap van verkalking aanduidt.
Deeze verder gevorderde verkalking van het lood deed my vermoeden, dat er in de zuivere lucht verkalking zoude gebeuren van metaal-draaden, die watnbsp;te lang of te dik waren , om in de dampkrings-luchcnbsp;verkalkt te worden; dit oordeelde ik de moeite waardnbsp;om het te beproeven.. Ten dien einde onderzocht iknbsp;eerst, hoe veel yzerdraad van ^ duim middellynnbsp;door eenen zekeren trap van laadrng der battery innbsp;gewoone lucht verkalkt koude worden. Bevindende,nbsp;dat zulks gelukte, wanneer ik hiervan i| duim nam,nbsp;doch dat twee duimen van het zelfde draad flegts totnbsp;bolletjes gefmolten wierden, ftelde ik twee duimennbsp;hier van in zuivere lucht, hier van nu eene volko-mene verkalking door eene gelyke laading 'der batterynbsp;verwachtende: dan tot fnyne verwondering bevond ik,nbsp;dat deeze draad flegts gefmolten, en in t geheel nietnbsp;verkalkt wierd. Vermoedende, dat een gedeelte dernbsp;ontlaading langs eenen anderen weeh mocht gegaannbsp;zyn, herhaalde ik deeze proefneeming: doch de uit-flag was volkomen dezelfde.
o
Vervolgens beproefde ik in de zuivere lucht de Verkalking van zodanige draaden van tin, yzer, roodkoper, zilver, en goud, welke by gelyke ontlaadin-gen in de dampkrings-lucht tot my bekende trappennbsp;van verkalking gebracht wierden; doch by geenen
nm calcination plus parfaite dans Vair pur que dans Pair de Patmofphere, quoique fa^e répété chaque expé-rience pour en être mieux asfuré.
II paroit done par ces éxpériences ^ que les metaux en general ^excepté Ie plomli), quand ils ont acquis un certain degré de chaleur, ahforbent avec la même faciliténbsp;la quantité du principe d'air pur ^ dont ils ont hefoin pour
leur calcination/hit quils fe trouvent dans Vair de Pat-
mofphere, on dans Pair pur.
Quoique Pair pur naugmentdt pas la calcination dans les expériences précédentes y elks nPont pourtant donnénbsp;Poccajion dobferver, que les globules de fer rougis ac-quierent- dans Pair pur un tres grand degré de chaleur;nbsp;ce qui nPa paru évidenment par Ie réfultat fuivant. Lesnbsp;globules de fer rougis produits par ces expériences tom-hant dans peau, qui fe trouvoit è la hauteur d'environnbsp;un pouce fur Ie fond du plat, confervoient néanmoins
tant de chaleur y que Pétain du plateau en fut fondu, de manierCy que quelques globules percerent entierement Ienbsp;plat y comme il parut y quand on les en rétira. Par cettenbsp;fufion Ie plat d'étain fe trouva foudé une fois d la plaque de plomb, fur la quelle je Pavois placé.
III.
A/ant de Iair nitreux dans Ie tems que je faifois les expériences précédenteSy je congus Pidée d'es fa/er la cal-
C 131 )
van deeze proefneemingen, fchoon ik ze allen zekerheidshalve herhaald heb, heb ik in de zuivere lucht eenen meerderen trap van verkalking van deeze metaa-len (uitgezonderd het lood) kunnen waarneemen.
Uit deeze proefneemingen blykt het, naar myn inzien, dat de metaalen in het algemeen (het lood uitgezonderd) j wanneer zy tot eenen zekeren trap van hitte gebracht zyn , even gemaklyk het lucht-beginzel, hetnbsp;welk zy tot hunne verkalking nodig hebben, uit dennbsp;dampkring aanneemen, als wanneer zy in zuivere luchtnbsp;gefield zyn.
Schoon de zuivere lucht de verkalking van het yzer in de voorgaande proefneemingen niet bevorderd heeft,nbsp;heb ik echter by dezelven waargenomen , dat de gloei-jende yzèr-bolletjes in zuivere lucht eenen zeergroorennbsp;trap van hitte verkrs'gen; dit is my uit de navolgendenbsp;ondervinding gebleken. De gloeyende yzer-bolletjesnbsp;vielen by deeze proefneemingen door het water, hetnbsp;geen omtrent één duim hoog op het bord dond, opnbsp;deszelfs bodem, en behielden desniettegendaande zoonbsp;veel hitte, dat zommigen in het bord gaten fmolten,nbsp;welken wel door de yzer-bolletjes gedoten wierden,nbsp;doch by het uitligten van, dezelven bleeken doorgaandenbsp;gaten te zyn. Door deeze fmelting was zelfs het tinnen bord eenmaal vad gefoldeerd aan een looden plaat,nbsp;waar op ik het gedeld had.
III.
By de voorgaande proefneemingen fafpeter-heht b5r der hand hebbende, viel het my in in deeze lucht de
R 2 nbsp;nbsp;nbsp;ver-
-ocr page 192-C 132 )
clnaüon dun metal dans eet air, foupgonnant, qu'elle 'pourroit dusfi peu réusjir dans eet air, qtie dans la mo~nbsp;fette. Emplojant de Vétain pour eette expérienee, je fusnbsp;fort furpris de voir, que la ealeination de ee metal fe fit
p»
également dans l'air nitreux, eomme dans Vair atmofiphe-rique, on dans Vair pur. Ce phénoméne m'a paru au premier infiant tout-è-fait inexpUquahle; faifiant pourtantnbsp;attention aux phénoménes, qui font voir, que Vair ni-
treux eontient de Vaeid'e nitreux, qui a pris la forme eVair (ff), il m'a paru, qu'on peut en donner Vexplieationnbsp;fuivante. L'aeide - nitreux efi eompofé en partie de principe dquot;air pur, qui fait un des prineipes confiituants denbsp;eet acide, eomme il efi fiujfijdmment démontré par lesnbsp;expériences de M. Lavoifier, Le metal rougi peut donenbsp;ahfiorher dans Vair nitreux ee prineipe d'air pur, qui efinbsp;un des prineipes de Vaeide nitreux, et être ealeiné par
confequent en funïsfant avec lui.
Apres cela fai esjdgjé ausfi la ealeination du plomh et de Vétain dans Vair nitreux, et fai trouvé, que ces deuxnbsp;metaux fe calcinent dans eet air, eomme dans Vair at-imfpherique, ou dans Vair pur.
QS) Foyez Partie 11. Cbap. II.
CIIA-
-ocr page 193-verkalking van eenig metaal te beproeven, vermoedende , dat dezelve hier in even weinig als in de mofet zoude kunnen gefchieden. Hier toe nam ik het tin:nbsp;tot myne verwondering zag ik, dat het zelve hier innbsp;even als in gewoone of in zuivere lucht verkalkt wierd.nbsp;Dit fcheen my eerft geheel onverftaanbaar, tot dat iknbsp;op andere verfchynzels achtgeevende , welken aanduiden , dat falpeter-lucht voor een groot gedeelte uitnbsp;falpeter-zuur beftaat, die de gedaante van lucht heeftnbsp;aangenomen (o), hier in de oorzaak van deeze verkalking vond. Het falpeter-zuur namelyk beftaat, zo alsnbsp;uit de proefneemingen van M. Lavoifiernbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge
bleken is, voor een gedeelte uit het grondbeginzel der zuivere lucht, hetwelk van dit zuur een beftand deelnbsp;uitmaakt. Dus kan derhalven het gloeyend metaal innbsp;falpeter lucht het gezegde beginzel of beftand deel vannbsp;het falpeter-zuur aangrypen , en zich daarmede ver-eenigende verkalkt worden.
Naderhand heb ik ook de verkalkingen van het lood en het yzer in falpeter-lucht beproefd, en bevonden,nbsp;dat deezen ook hier in even gereedelyk als in zuiverenbsp;lucht gefchieden.
(o) Zie Afdeeling II. Hoofdft. II.
R .1 ZES-
-ocr page 194-C 134 gt;
CHAPITRE SIXIEME.
es expêriences rdont paru pouvoïr'fournir de naimU les preuyes concernant Ie nouveau fyflême de calcination,nbsp;comme ausfi d légard_ de la compofition de Veau^ et mé-riter par ces raijons dêtre faites. Je les ai commences avec du fil de fer rp- 11. pouce de diametre,
en prenant la moitié de la langiieur, que je pusfe calci-
'ner dans Tair atmofpherique par tine pareille decharge y et en Ie plagant dans Veau d la profandeur d'environ i \nbsp;pouce: mais j\hferVai que Ie fil fut feulement fondu fansnbsp;calcination, Soupgonnant, que dans cette expérience plusnbsp;de la moitié de la decharge feroit conduite par Peau, etnbsp;que par confeopient la partie de la decharge, qui étoitnbsp;conduite par Ie fil fusdit, a été trop foible pour k calci-ner, je répêtai Pexpérience plufieurs 'fois avec de moin-dres longueurs, jusqud ce que fobfervai enfin une par-
fat-
-ocr page 195-( 135 )
ZESDE HOOFDSTUK.
D.
'eeze proefneemingen, dewelken my fcheenen omtrent de nieuwe leer der verkalking, als mede omtrent de zamenflelling van het water nieuwe bewyzennbsp;te kunnen geeven, en hierom de moeite waardig tenbsp;zyn van in het werk gefteld te worden, begon iknbsp;met yzerdraad no- ii. hebbende duim middellyn.nbsp;Hier van nam ik omtrent de helft der langte, welkenbsp;ik door eene gelyke ontlaading in de dampkringslucht verkalken kon, en ftelde het zelve omtrent i|nbsp;duim onder water: dan hier van zag ik flegts fmeltingnbsp;zonder eenige verkalking. Vermoedende dat dee-ze proefneeming meer dan de helft der ontlaadingnbsp;door het water zoude gegaan zyn, en dat dus hetnbsp;gedeelte der ontlaading door den draad geleid tot des-zelfs verkalking te zwak geweest ware, herhaalde iknbsp;de proefneeming met mindere langtens, tot dat iknbsp;eindelyk van het gezegde yzer-draad een achtlle der
lang-
-ocr page 196-C 136)
faite calcination, a^ant fris du fil fusdit la huitiems fartie de la longueur^ que la decharge de la batterienbsp;feut calciner de ce fil dans fair atmo/fherique; dans eet tenbsp;exférience je vis Ie fier calciné s'élever en forme de nua-ges dans Feau, et s'y fbutenir quelque tems. En réfê-tant Texférience il en réfulta Ie même fhénoméne, einbsp;fohfiervai de flus, que flufieurs huiles d'air sélevoientnbsp;au moment, que Ie fil de fier- étoit calciné par la decharge^
Comme Ie flomb feut être calciné en flus grande quan-filé far la decharge de la batterie, que Ie fer, ainfi que les exfériences frécédentes avoient af fris, je réfétai dsnbsp;la même maniere la calcination de ce metal dans Veau,nbsp;en frenant environ la huitieme fartie de la longueur,nbsp;que je fusfie calciner de ce metal far une fareille decharge dans Vair atmo/fherique. Cette exférience me fitnbsp;voir des fhénomênes fiemblables. yobfiervai beaucouf denbsp;huiles iTair è Ia furface de Veau, Ie moment afrés que.
la decharge fut conduite far Ie fil de flomb, et Ie metal calciné s'élevoit au travers de Veau en forme de nuages..nbsp;La flus grande quantité du metal calciné me donna denbsp;flus Voccafion dobferver ees deux fhénoménes flus di-
Cette calcination des metaux dans F eau ne^ s'accorde nulïement avec Vhjfothêfie de Srahl, qui fuffofie, quenbsp;les metaux fie calcinent far Vémisfio.nde leur fhlogifiiqueinbsp;fuisque Veau, fiuivant cette même hyfothêfie, ne rep.itfas
-ocr page 197-C 3? )
langte neeniende, welke hier. van door de ontlaading der battery verkalkt kan worden, nu eene volledigenbsp;verkalking van het zelve waarnam, en wel in diernbsp;voege, dat het verkalkte yzer zich wolks-wyze in hetnbsp;water verhefte, en hier in eenigen tyd hangen bleef.nbsp;De proefneeming herhaalende zag ik het zelfde ver*nbsp;fchynzel, en nam daarenboven hier by waar, datnbsp;op het ogenblik, wanneer de metaal-draad door denbsp;ontlaading verkalkt wierd, hier van verfcheiden luchtbellen opreezen.
Terwyl er van het lood eene grootere hoeveelheid door de ontlaading der battery verkalkt kan worden,nbsp;dan van het yzer, zo als de voorgaande proefnee-mingen geleerd hadden gt; herhaalde ik op gelyke wyzenbsp;de verkalking van dit metaal onder water, hier vannbsp;ook omtrent een achtfle gedeelte der langte neemen-de, welke ik door eene gelyke ontlaading in dennbsp;dampkring verkalken kon. By deeze proefneemingnbsp;zag ik weder zoortgelyke verfchynzels: eene menigtenbsp;luchtbellen namelyk vertoonde zich aan de oppervlakte van het water, ogenblikkelyk na dat de ontlaading door het lood-draad gegaan v/as, en het verkalkte metaal rees weder in de gedaante van wolken doornbsp;het water op. De meerdere hoeveelheid van betnbsp;verkalkte metaal gaf my daarenboven geleegenheid omnbsp;beide deeze verfchynzels des te duidlyker te zien.
Deeze verkalking der metaalen onder water ftrookt zekerlyk in het geheel niet met de Stahliaanfche ver-onderftelling, volgens welke de metaalen zich verkalken door hun zo genaamd plilogiflon aftegeeven:
S nbsp;nbsp;nbsp;ter-
-ocr page 198-C 138 )
U phlogijlique o tl nhJe peut. recevoir que tres difficiïement^ Suivant Ie nouveau- fyfiême de calcination au contraire onnbsp;péut tres diflinamp;efnent. Cóncevóir ^ . dé quelle, maniere lesnbsp;metauxpeuyent être.calcines, quoiqu'ils foi.ent entierement.nbsp;noijés dans Teau. La calcination des metaux confiftantnbsp;feulement dans. leur union avec Ie principe de Fair pur,nbsp;Us peuvent tres prompt em ent ëtre* calcinês dans F eau;nbsp;puis'qile Ie' principe de' Vair pür,fuivatit les decouvertes
des Jcademiciens. Frangpis, dfint fqi parU. dans la pré face, efi un des deux- principes conflitmmts de Veau', étant combiné avec Ie principe de Fair inf apmahle, qui enfaiinbsp;F autre principe. La calcination dun metal peut done Jenbsp;faire' dans F eau, quand ce'^meVal acquiert une plus grande afjïnité avec Ie principe de Fair pur , que celle qui fenbsp;trouve entre ce principe et celui de Fair inflammable,nbsp;Igrsque combines enfemhle ils conflituent. F-eau. .^Idexpé-
rtencés dC'lsl.'MQVisniQV amp; M. Lav'oirier,'par Ja que-lle-ils ofit cênduH F eau en forme de^ rapéur par 'Un tupau de'fer rougi, ont'fait voir'en ejfet, que Fafflnité entre cenbsp;principe de Fair pur -et Ie metal,, quand, il efl emhrafé-
j nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦ Inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' ' * ^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;
un certain degré, efi vraifficnt plus grande,. quamp; entre ce principe et celui. 'de Fair inflammable;nbsp;quand ils compofent Feati: car h réfultat de cette experience a démontré, que Ie tupaü êtoit calciné en dedansnbsp;jusqtFè un certain degré, et quil sJtoit produii une-
gt; nbsp;nbsp;nbsp;( 139 )
terwyl het water, volgens die zelfde veronderflêlling, het phlogiflon in het geheel- niet of zeer bezwaarlyknbsp;aanneemt. Volgens de nieuwe leer der verkalkingnbsp;daarentegen is het zeer duidlyk te verftaan, op welkenbsp;wyze de metaalen, fchoön van water geheel omgee-ven, verkalkt kunnen worden. De verkalking dernbsp;metaalen namelyk alleen in hunne, vereeniging. metnbsp;het grondbeginzel der, zuivere lucht beftaande, zonbsp;kunnen zy zekerlyk zeer gerpdelyk in water verkalkt worden; terwyl, volgens de ontdekkingen dernbsp;Franfche Acadeniisten, waar van'ik in dé voorrédenbsp;heb gemeld, het zelfde grondbeginzel der zuiverenbsp;lucht één der zamenftellende beginzelen of beftand-deelen 'van het water is; zynde het \,zelve alleen metnbsp;het grondbeginzel der ontvlambaarc; lucht vereenigd,nbsp;het welk deszelfs andere beftanddeel uitmaakt. Dus
wordt er dan immers, volgens deeze ontdekkingen, tot de verktilking'van metaal in water alleen'vetéischtvnbsp;dat bet metaal eene grootere dffimteit met het grondbeginzel der zuivere lucht verkr3 ge, dan die geene is,nbsp;welke er tusfchen het zelve en het grondbeginzelnbsp;der ontvlambaare lucht plaats heeft, wanneer zy tenbsp;zamen vereenigd het water uitmaakcn. Dat nu denbsp;affiniteit tusfchen metaal, wanneer het een zekerennbsp;trap van gloeijing heeft, en het grondbeginzel dernbsp;zuivere lucht inderdaad grooter is, dan de affiniteitnbsp;tusfchen dit beginzel, en dat der ontvlambaare lucht,,nbsp;zo als zy in het water vereenigd zyn, is door denbsp;proefneeming van M. Meusnier en M. Lavoifier gebleken, by welke zy den waterdamp door' eene gloei-
S 2 nbsp;nbsp;nbsp;jen-
-ocr page 200-quantité rêmarquable d'air inflammable; phèmmênes, qui 'ne pouvoiént avoir lieu ni Vun ni fautre ^ d moins quenbsp;Ie metal rougi neut ahflorbé, h caufle de la flus dit e ajfl-nité augmentée, dun des principes confiituants de l'eau,nbsp;c. a. d. Ie principe de Pair pur, et que dautre principe,nbsp;flcayoir celui de dair. inflammable ^ fut devenu lihre par ld.
II reftoit encore d examiner dair, qui efl produit en calcinant dans Veau les metaux de la manier6 décrite,
pour flcayoir, fi eet air_ efl dair inflammable, qui efl devenu libre, quand les principes, qui compoflent deau, c. a. d. Ie principe dair pur et celui d'air inflammable ynbsp;font fleparés par la^ calcination du metal dans deau, Ienbsp;premier de ces principes s^unisflhnt avec Ie metal. Pournbsp;eet examen je tdchai de rèceuillir dair dans un récipientnbsp;de verre, rempli deau, et je plagai Ie bord de ce récipient d environ un pouce desflus Ie fil, qui fle calcinoit:nbsp;mais Ie récipient flut briflé par la decharge. Jquot; employ ainbsp;enfluite pour cette expérience un cylindre de verre de lanbsp;méme eflpéce, dont je nd^étois flervi pour les expériencesnbsp;précédentes, que flai décrites dans ce chapitre: maisnbsp;quoique Ie verre de ce cylindre eüt d-peu-près partout dé~nbsp;paisfleur de | de pouce, il flut pourtant briflé par la,fle-cousfle de deau, cauflée par la decharge. 'Je tdchai alorsnbsp;de prévenir ce briflement, en plagant Ie flil, que je calci-mis, d environ % pouces de difiance au desflous Ie récipient,
dans
-ocr page 201-C 141 )
jende yzeren pyp gedreven hebben: want de uitkomst dier proefneeming was deeze, dat de buis van binnennbsp;tot eenen zekeren trap van verkalking gebracht wierd,nbsp;en dat er tefFens eene zeer aanmerkelyke hoeveelheidnbsp;ontvlambaare lucht te voorfchyn kwam ; verfchyn'nbsp;zeis, waar van noch het een noch het ander zoudenbsp;hebben kunnen gebeuren, indien het gloeijende metaal niet, wegens de gezegde vermeerderde affiniteit,nbsp;het eene beftanddeel van het water, het grondbegin-zel der zuivere lucht namelyk, hadde aangenomen,nbsp;en hier by het andere ware losgeraakt.
£r fchoot nu noch over de lucht te beproeven, dewelke er by de befchrevene verkalking der metaa-len onder water geleegen wordt voortgebracht: ofnbsp;namelyk deeze lucht ontvlambaare lucht is, dewelkenbsp;losraakt, wanneer by de verkalking van metaal innbsp;water de beftanddeelen, waar uit het water bellaat,nbsp;de zuivere lucht en de ontvlambaare lucht namelyk,nbsp;zich van elkander fcheiden, terwyl de eerstgenoemdenbsp;zich met het metaal by zyne verkalking vereenigt.nbsp;Tot dat oogmerk trachte ik deeze lucht optevangennbsp;in eenen gewoonen glazen ontfanger met water gevuld, welks rand ik omtrent één duim boven dennbsp;verkalkt wordende draad ftelde: dan dezelve wierdnbsp;door de ontlaading in ftukken geflaagen. Ik gebruikte vervolgens tot deeze proefneeming een glazen cylinder van dezelfde zoort, als welken ik tot de proef-neemingen in het voorgaande hoofdftuk befchrevennbsp;gebezigd had: dan fchoon het glas van deezen cylinder doorgaans £ duim dik was, wierd dezelve ech-
S 3 nbsp;nbsp;nbsp;ter
-ocr page 202-dans Ie quel je voulois récueillir Is air, qui étolt produit par la. calcination. Pour eet ejfet je me fuis fervi denbsp;l'apparell réprêfenté par la planche X. fig. 1. Les lignesnbsp;A. B. C. répréfentent la coupe perpendiculaire d'une cuvenbsp;large de deux pieds: je plagai dans cette cuve les pils denbsp;laiton D. E. amp; F. G. de manïere, que Ie fil metallique,nbsp;que je tdchois de calciner^ étoit tendu entre les extremitésnbsp;de ces fits E. amp; G. aux quelles il étoit attaché. gt; fis
communiquer enfuite Vextremité du fil de laiton D. avec Ie cóté extérieur de la batterie, et je fis pasfer la de-decharge de la hatterie fur F, pendant que Ie récipientnbsp;FI. rempli d'eau étoit placé d la hauteur de 8 poucesnbsp;desfus Ie fil de metal entre E. amp; G. que je tdchois denbsp;calciner. Esfagqant dans eet appareil la calcination d'unnbsp;fil de plomb, qui avoit la même longueur^ que celui quenbsp;j'avois calcine précédenment, étant dans Veau d la pro~nbsp;fondeur dd\\ pouce, ce fil ne fut pas calciné par cette
expérience; ce que fattribuois ii ce que Ie fluide élec-trique pasfoit dans eet appareil pour la plus grande par-tie du fil de laiton F. G. au travers de Veau dans Ie fil D. E., et qualors Ie fil de plomb entre E. amp; G.nbsp;conduifoit une trop petite partie de la decharge pournbsp;en ét re calciné.
Pour prévenir eet inconvenient je fis revêtir les fils de laiton D. E. amp; F. G. avec de la poix, les plagant pour
eet
-ocr page 203-( 143 )
ter door de fchiidding, waar in het water door de ontlaading van deeze battery gebracht wordt, vergruisd. Dit breeken trachte ik nu te voorkoomen,nbsp;door den draad, welken ik in water verkalkte, omtrent 8 duimen diep onder het glas te plaatzen, waarin ik de lucht, die er by de verkalking voortgebracht wierd, wilde opvangen; hier toe gebruikte iknbsp;den toeftel door plaat X. fig. 1. gefchetst. A. B. C.nbsp;verbeeldt de doorfneede van een kuip , omtrent 2nbsp;voeten wyd; in deeze ftelde ik de koperdraaden D.E.nbsp;en F. G. zodanig, dat de metaal-draad, dien ik verkalken wilde, tusfchen de einden E. en G, aan welken hy was vastgemaakt, gefpannen was. Het eindnbsp;van het koperdraad D. vereenigde ik met de buiten-zyde der battery, en deed de ontlaading der batterynbsp;op F. overgaan, terwyl de glazen klok H. vol waternbsp;op twee klampen ter hoogte van 8 duimen ftond boven den metaal-draad tusfchen E. enG, welken ik verkalken wilde. Met deezen toeftel eerst de verkalkingnbsp;van lood beproevende, wierd een lood-draad van ge-lyke langte, als welken ik te vooren i| duim diepnbsp;onder water liggende verkalkt had, niet verkalkt. Ditnbsp;fchreef ik hier aan toe, dat de eledlrifche ftof bynbsp;deezen toeftel te veel gcleegenheid had om van hetnbsp;koperdraad F. G. door het water tot het koperdraadnbsp;D. E. over te gaan, en dat er dus door het lood-draad tusfchen E. en G. een te gering gedeelte dernbsp;ontlaading ging, om het zelve te verkalken.
Om dit te voorkoomen deed ik de koperdraaden-D. E. en F. G. met pik omkleeden; men ftelde de-
. zet-
-ocr page 204-C 144 )
eet ejfet dans des tuyaux de bois de deux pouces de dia-metre ^ qiPon remplit avec de la poix fondue. De cette maniere je parvins enfin a mon hut: Ie plomb fie calci-mit, et Vair, qui en étoit produit, étoit réceuilli dansnbsp;une jatte de fayance, parceque un recipient de verre nenbsp;pouvoit réfijler d la fecousfie de Veau caufiée par la decharge. Mr. B. Vriends, Membre de notre Société, m'as-fifioit dans cette récherche. Mr. Ie Profesfeur Damen de
Leide y étoit ausfi prefient Dans la premiere expérience mus ohtinmes environ \ ddun pouce cubique d'air. Cettenbsp;quantité nous paroisfoit trop grande pour fiuppofier, qu^ellenbsp;étoit fieulement produite par la disfolution des principesnbsp;de l'eau, dont Ie principe fair pur sétoit combiné avecnbsp;Ie metal calciné. Nous conjecturdmes pour cette raifionynbsp;que Pair réceuilli venoit pour la plus grande partie denbsp;Vair., qui étoit dégagé de Veau par la decharge, puis-quil ejl connu, que Veau contient une quantité confidera-hle fair. Examinant Vair, qui étoit récueilli dans lanbsp;jusdite jatte, nous trouvdmes, qfil nétoit point inflammable. Nous répetdmes cette expérience dans Véfiperance,nbsp;quil fe dégageroit alors de cette eau une moindre quan-tité fair, a caufe quelle avoit perdu une partie de fonnbsp;air par Vexpérience précédente, et qiiainfi Vair, quinbsp;fieroit produit par la décompofition de Veau, ne fieroit pasnbsp;trop mêlé pour découvrir. Vil étoit inflammable. En ver-
fiant
-ocr page 205-zelven ten dien einde in c midden van twee-diiim3 houten gooten, welken men vol gefmolten pik goot.nbsp;Hier mede bereikte ik eindelyk myn oogmerk, wordende nu het lood verkalkt, en de lucht, welke hiernbsp;by wierd voortgebracht, in eene verglaasde ft'eenennbsp;kom opgevangen, terwyl een glazen ontfanger de-botzing van het water, uit de ontlaading oiitftaande,nbsp;niet weerftaan kon. De Heer B. Vriends, Medelid^nbsp;van ons Genootfehap, ftond my in dit onderzoek by.nbsp;De Profesfor Damen van Leiden was ook hier by tegenwoordig. By de eerfte proefneeming verkreegen wynbsp;omtrent \ van een cubick-duim lucht. Deeze hoeveelheid fcheen ons te groot, om te Hellen, dat dezelvenbsp;alleen was voofgekoomen door de ontbinding dernbsp;waterdeelen, waar van het grondbeginsel der zuiverenbsp;lucht zich met het verkalkte metaal vereenigd had.nbsp;Wy gisten om deeze reede, dat dezelve grootdedsnbsp;uit lucht beftond, die zich uit het water door denbsp;ontlaading ontwikkeld had, terwyl het bekend is, datnbsp;er zich in het water eene aanmerkelyke hoeveelheidnbsp;lucht onthoudt. De lucht beproevende, welke zichnbsp;in de kom vergaderd had, bevonden.[wy, dat dezelve niet ontvlambaar was. Wy herhaalden deeze proefneeming, hoopende dat er zich nu minder lucht uitnbsp;het zelfde water ontwikkelen zoude, terwjl het zelve door de voorgaande proefneeming reeds een gedeelte zyner lucht verloren had, en dat dus de lucht,nbsp;die er by de ontbinding van het water mocht voortgebracht worden, nu niet te veel vermengd zoudenbsp;z}!!, om haare ontvlambaarheid te kunnen beproe-
T nbsp;nbsp;nbsp;ven.
-ocr page 206-fant Vair, qui étoit rècueilli dans la jatte, mus trouyd~ mes, que fa quantité étoit heaucoup plus petite; ce quinbsp;nous anima a répéter encore Vexpérience avec Ie fil denbsp;plomh, par la quelle nous obtinmes une quantité encorenbsp;plus petite que la derniere. Enfin nous calcindmes denbsp;la même maniere Vétain; la quantité déair ohtenu étoitnbsp;plus petite que dans aucune des expériences précédentes^
Dans toutes ces expériences nous vimes tres diflinamp;ement
le metal calciné séleyer en forme de nuages au Prayers de V eau.
Le lendemain j'examinai avec M. Vriends, de loi tnaniere connuë, Vinflammahilité de Vair produit parnbsp;cette calcination, en le yerfant dans tm petit tu^au denbsp;yerre, dont le diametre étoit d'\ de pouce. Afin quenbsp;nous pusfians nous mieux fier fur cette expérience, nousnbsp;examindmes auparavant dans le même tu^au V inflammation de Vair inflammable produit de la maniere ordinaire
par la folution de fier, mêlant eet air ayec différent es quantités de Vair commun, et nous trouvdmes, quunnbsp;melange déune partie dé air inflammable et fix partiesnbsp;d'air commun poimit être enflammê dans ce petit tu^paunbsp;mais que cela narrivoit pas, quand Vair inflammablenbsp;étoit mêlé ayec plus d'air commun. Examinant enfuitenbsp;les airs recueilUs en caïcinant du plomh dans Veau, nousnbsp;ne pumes dècouyrir, quaucun déeux fut inflammable;nbsp;mais en examinant enfin la petite quantité dWtr, qui
étoit
-ocr page 207-C '47 )
ven. De lucht in de kom vergaderd in een glas overtappende bevonden wy, dat derzelver hoeveelheid veel minder was; dit moedigde ons aan de proef-neeming noch eens met lood-draad te herhaalen, ennbsp;wy verkreegen weder eene noch mindere hoeveelheidnbsp;lucht, dan by de laatst voorgaande. Ten laatften verkalkten wy op gelyke W3^ze het tin, waar by wynbsp;noch minder lucht, dan by de voorgaande proefnee^nbsp;neemingen, verkreegen. By alle deeze verkalkingetinbsp;zagen wy telkens zeer duidlyk het verkalkte metaalnbsp;zich wolks-wyze door het water opheffen.
Den volgenden dach beproefde ik met den Heere Vriends, op de gewoone wyze, de ontvlambaarheid dernbsp;lucht by deeze verkalking verkregen, door dezelvenbsp;over te tappen in een glazen buisje, het geen ^ duimnbsp;wj^d was. Om op dit onderzoek des te beter te kunnen ftaat maken, beproefden wy vooraf in dit zelfdenbsp;buisje de aanfteeking van ontvlambaare lucht, op denbsp;gewoone wyze by de ontbinding van yzer verkregen,, welke met verfchillende hoeveelheden gewoonenbsp;lucht vermengd was, en bevonden, dat een mengzelnbsp;van een deel ontvlambaare lucht, en zes deelen ge-woone lucht in dit buisje kon aangeftoken worden:nbsp;maar dat zulks niet gebeurde, wanneer de ontvlambaare lucht met meer gewoone lucht vermengd was.nbsp;Vervolgens de luchten, by de verkalking van hetnbsp;lood in water opgevangen, onderzoekende, kondennbsp;wy aan geene van dezelven eenige ontvlambaarheidnbsp;befpeuren; dan ten laatften de weinige lucht, by denbsp;verkalking vaii het tin verkregen, beproevende,
T 2 nbsp;nbsp;nbsp;de-
-ocr page 208-étoit réciimH en calclneint l'étain, et qui remphsfoit un demi pouce de la longueur du fusdh petit tuym, nousnbsp;ohfervdmes tres dijlinHement ^ que eet air étoit enflammê,nbsp;et cette inflammation mus paroisfloit tres femblahle d Vin-flammation dun mélange dé une partie dé air inflammable-et de quatre parties d'air atmoflpherique., autant que^nbsp;nous pouvions en juger par Panalogie apparente des qdié--noménes.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
. ^ nbsp;nbsp;nbsp;'4
La moindre mixtion 'de Té air Inflammable prodmt par la derniere calcination déêtain fera flans doute la raiflonynbsp;pourquoi nous pumes fle-ulement découvrir Pinflammabiliténbsp;de eet air. Pour prévenir cette mixtion cauflée par Vairnbsp;dégagé de Veauyje me fluis propoflé, de répéter dans lanbsp;fluite cette expérience dans PeaUy qui a perdu par éhulli-tion Pair, qui J'e trouve entre fles parties; ce que fainbsp;diffléré jusqiPd une flaiflon plus flavor able y a caufle de lanbsp;dijfliculté de charger la batterie parflaitement dans cette
üiitomnSy dont Pair efi ^généraletnent humide; nay ant point de rtiiflons pour flaire a préflent cette expérience,nbsp;dé une manier e défleplueufle y. d autant moinsy puis que lanbsp;derniere expérience ne nous a pas pant doiiteufle.
Ces expériences flur ld' calcination des metaux dans Peau ne sdccordent done pas fleidement tres bien avec lenbsp;nouveau flyfteme de calcination y mais elks flournisflent denbsp;plus une nouvelle preuvey cqui démantrCy que Peau eflnbsp;compoflée des principes de Pair pur et de Pair inflammables
CHA-
-ocr page 209-C 149 )
welke lucht het befchreven buisje flcgts ter langte van ruim vier en een halven duim konde vullen, namennbsp;\vy zeer duidlyk waar, dat deeze lucht wierd aange-ftoken, en zo ver wy uit de gelykheid der verfchyn-zelen konden oordeelen, fcheen de ontvlamming vannbsp;deeze lucht zeer gelyk te zyn aan die van een meng-zel van één deel ontvlambaare lucht en vier deelennbsp;dampkrings-lucht.
De mindere vermenging der ontvlambaare lucht, by de laatfte verkalking van het tin voorrgebracht, ztrinbsp;waarfchynlyk de reden zyn, dat wy alleen de ontvlambaarheid van deeze lucht hebben kunnen ontdekken.nbsp;Om deeze inmenging der lucht, die zich uit het water ontwikkelt, te voorkomen, zal ik in het vervolgnbsp;deeze proefneemingen herhaalen in water, het geennbsp;door kooking van de lucht, die zich tusfchen des-zelfs deelen ophoudt, gezuiverd is. Dit heb ik wegens de moeijelykheid om by de doorgaande vochtige luchtsgefteldheid van deezen herfst de batterynbsp;volkomen te kunnen laaden, tot een gunftiger jaar-gety uitgefteld, terwyl ik geene reden vond om thansnbsp;deeze proefneeming gebrekkig te herhaalen; te minder, daar de laatfle proefneeming ons géenzints twyf-felachtig is voorgekoomen.
Deeze proefneemingen omtrent de verkalking der metaalen in water ftrooken dan niet alleen byzonder-lyk met de nieuwe leer der verkalking, maar zy gee-ven daarenboven een nieuw bewys, dat het, water uitnbsp;de grondbeginzelen der zuivere lucht en der ontvlambaare lucht is zamengefteld.
T 3 nbsp;nbsp;nbsp;ZE-
-ocr page 210- -ocr page 211-C 151 )
ZEVENDE HOOFDSTUK.
«
Proefneemingen omtrent de nadeelige gevolgen y tot welken af. eiders^ die te dun zyn, ofnbsp;uit kettingen bef aan, geleegenbeidnbsp;kunnen geeven.
erwyl men voor de afleiders ter beveiligiirg van gebouwen of fchepen dikwerf dunne koper- of yzer-draaden, of kettingen genomen heeft, eh terwyl zom-migen noch van gevoelen zyn, dat zodanige dunnenbsp;draaden of kettingen, wanneer zy het w^ater of eenennbsp;wel vochtigen grond bereiken, genoegzaam beveiligen, zo heb ik gemeend, dat het belang der zaakenbsp;van my vorderde by de ontlaading onzer battery tenbsp;beproeven, tot welke nadeelige gevolgen zodanigenbsp;afleiders, die dunne draaden of kettingen zyn, be~nbsp;halven het gevaar dat zy door den blixem kunnennbsp;gefmolten of verbroken worden, geleegenbeid lainneiinbsp;geeven. Tot deeze proefneemingen ben ik des tenbsp;meer overgegaan, 0111 dat deeze battery veel grooternbsp;zynde, dan eenige andere, welke men tot nu gebruikt
dont on s' eji fervï jus quid, me parolsfoit pouvoir fervir pour terminer cette quefiion d'une maniere plus décijive.
L
U expérience apprenant^ que Ie flux du fluide éledfri-que d'une forte decharge rencontre beaucoup de réflflance, quand il efl florcé de pasfer par des conduamp;eurs minces ^nbsp;il ma femblé que, dans^ce cas ld, ilpourra faire un bond
conflderable au travers de 1air, pour faiflr un autre con-duamp;eur, qui nétant pas fl mince peut frater un chemin plus facile d une partie de ce fluide; ce qué fesfayai denbsp;la maniere fuivante.
A.) Jai tendu fur une planche, entre deux pinnules a. b, éloignées dune de dautre de 12 pouces, un fil denbsp;fer d\\ó pouce de diametre, fai attaché et deux autresnbsp;pinnules, c. d. (^pl. X. fig, 2.) un fil de fer dun plusnbsp;grUnd diametre, fcavoir d\\^ pouce, qui avoit 10 pouces
de longueur, et je d ai asfujetti dans la fit nation répré-fentée par les pinnules e. La pinnule b. communi-quoit avec Ie cóté exterieur de la batterie. Faifant pas~ fer Ie fluide éleamp;rique du cóté interieur de la batterienbsp;jiir la pinnule a, par Ie mo^en du tranfporteur ordinaire , je conduifis done la decharge de la batterie par la filnbsp;a. b. Quand je fis cette expérience pour la premierenbsp;fois, la pinnule c. étoit éloignée \ pouce de z, et la pinnule d. i pouce de blamp; fluide éleamp;rique ne pouvoit done
pas-
-ocr page 213-heeft, my fcheen te kunnen dienen om deeze zaak op eene meer befliszende wyze aftedoen.
Daar de ondervinding leert, dat de droom der èleótrifche dof by eene derke ontlaading veel tegen-dand ontmoet, wanneer zy gedwongen wordt doornbsp;zeer dunne geleiders te gaan, zo dacht my, dat zynbsp;ligtelyk in dit geval eenen aanmerkelyken fprongnbsp;door de lucht zoude kunnen maaken, om hier doornbsp;eenen anderen geleider te bereiken, die niet zo dunnbsp;zynde aan een gedeelte der dof geleegenheid zoudenbsp;kunnen geeven van gemaklyker afgeleid te worden;nbsp;dit beproefde ik op de volgende wyze.
A.) Ik fpande op eene plank tusfchen twee pennen a. l':, die 12 duimen van elkander donden , yzer-draad van duim iniddellyn. Aan de pennen r. dnbsp;(pl. X. fig. 2.) maakte ik een dikker yzer-draad vastnbsp;van r§3 duim middellyn, het geen tusfchen dezelvennbsp;20 duimen lang was, en hield dit yzer-draad in eenenbsp;bogt door de pennen e. f. De pen b. had gemeen-fchap met de buitenzyde der battery: dus deed iknbsp;de ontlaading door den draad a. b. gaan, wanneer iknbsp;door middel van den gewoonen ontlaader de eleftri'nbsp;fche ftof uit de binnenzyde der battery op a. deednbsp;overgaan. Dit voor de eerftemaal beproevende, ftondnbsp;de pen c. i duim van a, en de pen d. § duim van b:.nbsp;dus kon er by de ontlaading der battery geene elec-trifche ftof door c. e. f. d. gaan, of zy moest tweemaal eenen fprong door de lucht doen ter langte van 1
V nbsp;nbsp;nbsp;duim;
-ocr page 214-pmfer par c. e. f. d, quand on dechargeon la hatterïe^ qtien faifant un hond dans Vair è la diftance dé pouce;nbsp;néanmoins f ohfervois ^ en dechargeant la hatterie par Ienbsp;fd a. b, que Ie fluïde éleamp;rique étqit conduit en fi grandenbsp;abondance par k fil c. e. f. d, quHl fut fondu tout-a-fait.
yesfayai enfuite, fi Ie même phénoméne auroit lieu en cas, que les houts de fil c. d. fusfient plus éloignés de a. b,nbsp;et f oh fiery ai tnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;te e. f. d. étoit entiercmént fondu y
quoique les diftances entre a. q. amp; h. d. fusfient de | de pouce y et que Ie fluide éleamp;rique dut done faire deux foisnbsp;un hond de | pouce, pour être conduit par c. e. f. d. ^nbsp;B.) flotai enfuite Ie fil mince a. Ie chaj2geant pournbsp;nn fil df^ pouce de diametre, long de lo pouces, et jenbsp;plagai les pinnules c. d, entre les quelles Ie fil de fernbsp;d\\lt;Q pouce de diametre étoit tendu, a la difiance dl lig-ne de a. b. Alors je conduifis la decharge de la hatterie par Ie fil de fer d'-i^ pouce de diametre, dayant
chargêe au point de faire rougir Ie fiusdit fil fans fufion. Le fil de fer en fut fondu en partie, de manier e quilnbsp;nen refioit a-peu-pres que 6 polices.
Au lieu du fil de Texpérience précédent e, qui étoit entre les pinnules a. b, je plagai entre ces pinnules une choine de fer de 40 chainons, fails de fil de fer dli^nbsp;pouce de diametre. jfattachai enfuite aux pinnules c. d^
duim; desniettegenftaande zag ik by de ontlaading der battery door deii draad a.b^ dat er zo veel eleC'nbsp;trifche ftof van a. op. c. affprong, dat hier door denbsp;geheele draad c. e. f. d. zo wel als a. b, gefmolteiinbsp;wierd..
Ik beproefde vervolgens, of dit zelfde gebeurde, wanneer de einden van den draad c. d. van die vannbsp;a. verder verwyderd waren, en bevond by herhaalde proefneemingen, dat de draad c. e. f. d. geheelnbsp;gefmolten wierd, fchoon de afftanden tusfchen a. c.nbsp;en b. d. | duim waren, en dus de eleftrifche ftof,nbsp;om langs c. e. f. d. te gaan, tweemaal een fprong vannbsp;I duim te doen hadde.
B.) Den dunnen draad a. b. wechneemende, ftelde ik in plaats van denzelven een draad 10 duimen lang,nbsp;van duim middellyn, en plaatfte de pennen c. d^nbsp;tusfchen welken yzer-draad van g duim middellynnbsp;gefpannen was, op § lyn afftand van a. b. Toen leidde ik door het yzer-draad van ^ duim middellyn denbsp;ontlaading der battery, dewelke tot die hoogte gelaa-den was , dat dit yzer-draad gloeijend wierd, dochnbsp;niet fmolr. Hier by wierd het yzer-draad tusfchennbsp;c. d. gefpannen gedeeltelyk gefmolten, zo dat er omtrent 6 duimen van overbleeven.
Den draad der voorgaande proefneeming tusfchen de pennen a. b. wechneemende, lag ik in plaats vannbsp;denzelven een yzeren ketting uit 40 fchalmen be-ftaande, gemaakt van draad, het geen duim dik
iin fil de fel' dW^ pouce de diametre, ayant la longueur de 13^ pot!ces, que je tenois dans une pareille pofition,nbsp;que dans la premiere expérience, et je plagai les pinnules c. d. d la difiance d'environ pouce de a. b. Faifantnbsp;pasfer la decharge par la chaine, Ie fil placé ent re lesnbsp;pinnules c. d» fut fondu d-peu-près d la moiti'e.
'Je rêpétai enfiuite cette expérience, avec cette fieult dijférence, que je tendis la chaine entre les pWnttleS 3. b.
Dans ce cas Ie fil de fer c. e. f. d. ne fut pas ajfecié: ainfi Ie fluide éledirique ne paroisfoit pas d'avoir fait unnbsp;lond lateral remarquohle.
IIL
Comme les expériences du Dr. Priestley, fakes avec une hatterie de pieds quarrés de verre garni, avoientnbsp;demontré, que Ie flux du fluide éleamp;rique, quand, eit de~nbsp;ehargeant fa hatterie, il pasfoït par des fils minces ou
par des chaines, exerce une force laterale hien confldera-hle, fai jugé qu'il valoit hien la peine dl es fay er cette force par la decharge de notre hatterie. fy employai.nbsp;premierement une chaine de 32 pouces de longueur, faitnbsp;de fil de laiton ^Vs pouce de diametre, et compofée d'environ 200 chain ons. Je plagai'cette chaine en ligne droi-te flur une planche, et je poflal fur cette chaine plu fleur snbsp;poids de cuivre de differente pefanteur; les plus peflantsnbsp;étolent de 2 onces. Lorsque je faifols pasfer la decharge de
C Ï57 )
was. Ik maakte vervolgens aan de pennen c. d. een yzer-draad van 5|g duim middellyn, en 14 duimennbsp;langte, geevende hier aan door de pennen e. f eenenbsp;bogt, ais in de voorgaande proefneemingen 5 denbsp;pennen c. d. (telde ik omtrent x'g duim van a. b. Denbsp;battery door de ketting a. b. ontlaadende, wierd ernbsp;van het yzer-draad tusfehen de pennen d. geplaatstnbsp;omtrent de helft gefmólten.
Naderhand herhaalde ik deeze proefneeming alleen met dit onderfcheid, dat ik toen de ketting tusfehennbsp;de pennen a. b. fpande. In dit geval bleef het yzer-draad c. f. e. d. geheel onaangedaan: zo dat er nunbsp;geene merkbaare zydelingfche aflpringing der (lofnbsp;fcheen plaats te hebben.
III.
Terwyl de proefneemingen van Dr. Priestley, met cene battery van 32 voeten bekleed glas in het werknbsp;gefield, geleerd hadden, dat, de (Irooin der eledlri-fchè (lof, by de ontlaading zyner battery door dunne draaden óf kettingen gaande, een zeer aamnerke-lyk zydelings vermogen oelFende, zo dacht my, datfnbsp;het de moeite waardig was dit vermogen by de ontlaading onzer battery te beproeven. Hier toe gebruikte fk voor eerst^,eene ketting 32 duimen lang,nbsp;gemaakt van koper-draad van 3^5 duim middellyn, ennbsp;bedaande uit omtrent 200 fchalinen. Deeze ketting^nbsp;lag ik in eene rechte lyn op eene plank, cn plaatdenbsp;op dezelve verfcheiden koperen gewichten van ver-fchillende zwaarte;^ zynde de twee grootden van 2.
la batterie par cette chaine, tons les poids en furent ré' jettés^ les plus pefants mêmes jusqud la difiance de 4nbsp;pouces.
En répétant enfuite cette expérience^ après que 'feus placé, au Ueu de la chaine de 'Vexpérience précédente, unnbsp;fil de. fer de la même longueur, ay ant Ie diametrenbsp;pouce, j'oh fer Vai que tous les poids, qui ne pefoient pasnbsp;plus tdune once, èn furent réjettés, au moment qu ü CQfl'nbsp;duifoit la decharge de la batterie, lt;
1. Puisque l'expérience' A. de 1. fait voir, ' que la fufon des conduSieurs trop minces pour ccnduire la foudre defi ' pas ' ce qui ejl feül a craindre, mqis que cesnbsp;conducteurs, dorsqdil fe troure auprès d^eux quelques au-tres corps cajmble^, de. fervir ausfi^ des condudteurs, fontnbsp;übandonnès dfunepartie du fluïde éleamp;rique, qui pasfantnbsp;par honds dün conducteur a un autre, peut caufler desnbsp;ravages confldcrables: - puisque 1'experience B. de I.nbsp;fait voir de plus, que non feuleinent. ces ravages peuventnbsp;arriver, quand Ie conduCteur efl fl mince, quil peut fcnbsp;fondre par la. foudre, mais qu'ils font ausfl posfthles^
quoi~
-ocr page 219-C 159 )
oneen. De ontlaadlng der battery door deeze ketting gaande, wierden alle de gewichten er afgefmeten; denbsp;zwaarften zelven tot omtrent 4 duimen afftand.
Vervolgens deeze proefneeming heiiiaalende, na dat ijv in plaats van de ketting der voorgaande proefnee--ming een yzer-draad van gelyke langte en van is duimnbsp;middellyn gelegd had, zag ik, dat alle-de gewichten,nbsp;die. niet zwaarder dan één one waren, van dezelvenbsp;wierden afgefmeten,; toen er de ontlaading van denbsp;battery doorging. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, ,
gaande proefneemingen getrokken.
1. Terwyl de proefneeming A, van § I. doet zien, dat wanneer men de afleiders te dun neemt, men alsnbsp;dan niet alleen voor derzelver fmelting, wanneer denbsp;blixem door hun afgeleid wordt, te vreezen hebbe,nbsp;maar dat zy daarenboven geleegenheid kunnen gee-ven, dat byaldien aan het gebouw, waaraan zodanig,nbsp;een te dunne afleider geplaatst is, niet verre vannbsp;denzelven andere leidende lichaamen gevonden worden, door welken de blixem-ftof kan worden afgevoerd, deeze ftof dan van den afleider gedeoltelyknbsp;op dezelven kan affpringen, en by haaren overgangnbsp;van den eenen geleider op den anderen verwoestingen aanrechten: en terwyl de proefneeming B.nbsp;van § I. daarenboven leert, dat men dit niet alleen
te
-ocr page 220-quolque Ie conduamp;eur ait um telle êpaisfeur, que fans être fondu ïl roughfe feulement en conduifant lO' foudre:nbsp;il paroit, que ces expériences four nisfent de nouvelksnbsp;preuveSf quiin édifice ou un vaisfeau, qui est ponr-vii dun condufteur, neft pas fuffifamment garandnbsp;contre les efFets de la foudre, qui frappe ce conducteur, a moins quil nait cette épaisfeur, qui lem-peche detre fondu ou rougi par la foudre.
II. Puisque les expériences du % II. apprennent^- qu^u-ne chaine, quand fes chainons ^ ne fe touclient pas fufjï-famment, peut donner occafion au fluide éleétrique d'une forte decharge de faire un hond later af de la mêrne manier e quon Ie voit ar river ^ quand les fils, qui conduifentnbsp;la decharge, font trop minces; et que ce danger eft ausftnbsp;d craindre, quoique Ie ff dont la chaine eft faite, aitnbsp;une épaisfeur fujftfinte pour conduïre, quand il eft continu, une pareille decharge, U-paroit done,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;cdxfv
ne compofée de plufieurs chainons neft pas dans tous les cas, pour fe garantir contre les effets de lanbsp;foudre, un moyen ausfi fur, quun condufteur continu, OU celui, qui eft de peu de parties bien liéesnbsp;ou foudées. ^inft dans ces cas, ou il convient Ie plusnbsp;de fe fervir d\tne chaine, comme dans quelques vaisfeaux,nbsp;Ie nomhre des chainons ne doit pas être plus grand, qiiilnbsp;eft ahfolument necesfaire, De plus une chaine qui fertnbsp;de conduamp;eur, ne doit pas être attaché d aiicune part,
afin
-ocr page 221-te verwachten hebbe, wanneer de afleider zo dun is, dat hy door den blixem geftnolten wordt, maar datnbsp;dit zelfs gebeuren kan, fchoon de afleider die diktenbsp;heeft, dat hy door den blixem wel gloeijende gemaakt, doch niet gefinolten wordt: zo geeven dannbsp;deeze proefneemingen ons nieuwe bewyzen: dat eennbsp;gebouw of [chip, waar aan een afleider geplaatst is^ nietnbsp;genoegzaam tegen de uitwerkzels van den blixem, die dee--zen afleider treft^ beveiligd is, ten sj dezelve die diktenbsp;heeft, dat hy geer^ gevaar loope van door den blixem ge-fmolten of gloei]end te worden.
II. Terwyl de proefneemingen van § 11. leeren, dat eene ketting, wanneer derzelver fchalmen elkander nietnbsp;genoegzaam raaken, tot zoortgclyke zydelingfche af-fpringing der ftof, gelyk draaden die te dun zyi^, hynbsp;eene ontlaading van zekere fterkte, geleegenheid kunnen geeven, fchoon zy gemaakt is van eenen me-taal-draad, die, wanneer hy onafgebroken is, eene ge-noegzaame dikte heeft om eene gelvke ontlaading veilig te geleiden, zo blykt het derhalven: dat eene ketting.^ die uit veele fchalmen beftaat ^ niet in alle gevallennbsp;een zo volkomen behoed-middel tegen de uitwerkzels vannbsp;den blixem is, dan een onafgebroken geleider, of zulknbsp;een, die uit weinige wel zamengevoegde, of aan elkander nbsp;gezoldeerde flikken is zamengefeld. In zodanige gevallen derhalven, waar in men zich niet wel anders dannbsp;van eene ketting voor eenen afleider kan bedienen, zo 'nbsp;als op zommige fchepen, behoort het getal der fchalmen van den afleider niet grooter te zyn, dan noodwendig vereischc wordt. Daarenboven behoort een
X nbsp;nbsp;nbsp;zo-
-ocr page 222-fffm que fon poids puisfe faire ^ que tons les chainons fe touchent fiijffamment. Qiiand on y fait attention, onnbsp;pourra hien fe fier h un conducteur compofié de longs chai~nbsp;nons, faits de flf qui a iine épaisfieur fiuffifiante; ce quinbsp;eft confirmê par dexpérience^ qui a fait yoir^ que lanbsp;même chaine, qui ayoit donné occafion d un hond lateralnbsp;du fluide êleamp;rique dans la fiusdite éxpérience, conduifioitnbsp;fort hien une pareille decharge^ quand elle étoit tenduë,nbsp;et que les chainons fie touchoient mieux par ld. Afin quenbsp;les chainons d'une chaine, qui pend Ie long dlun cor»^nbsp;dage dlun yaisfeau, pour faire Ie fieryice dun conducteur , fie touchent mieux, il ne fieroit peut être pasnbsp;inutile dlattacher un poids d lextremité ddune telle chai-ne; ce qui ne feroit, d ce quil me fiemhle^ aucun inconvenient.
III. Puisque la decharge éleBrique éxerce, fiuivant Pex-périence de § III, une force laterale hien remarquahle, quand elle pasfe par des fils minces^ ou des chaines^nbsp;quoiqu'au rejle d'une épaisfieur fiuffifianfe pour conduirenbsp;la decharge fans danger de honds lateraux., on apprendnbsp;par ld: quil ne feroit pas für de placer un conducteur dans la muraille ou dans la charpente, puisquenbsp;cela pourroit donner occafion aux gerfures, ou dé-chiremens, en cas que la foudre frappdt un tel con-du6;eur.
Ex-
-ocr page 223-C 163 )
zodnnige afleider, die uit kettingen beflaat, nergens aan verbonden te zyn, maar vryelyk nederwaarts tenbsp;hangen, op dat zyne zwaarte te weeg brenge, dat alle de fchalmen elkander behoorlyk raaken. Wanneernbsp;men dit in acht neemt', zal men zich op eenen afleider uit lange fchalmen beftaande, en van draad gemaakt , welke eene genoegzaarae dikte heeft, welnbsp;kunnen yerlaaten. Dit leert de proefneeming, bynbsp;welke het bleek, dat dezelfde ketting, welke tot eenenbsp;zydelingfche aflpringing der elecflrifche ftöf in de by-gebrachte proefneeming geleegenheid had gegeeven,nbsp;eene gelyke ontlaadlng geheel en al geleidde, toennbsp;zy gefpannen was, en derzelver fchalmen elkandernbsp;hier door beter raakten. Ten einde de fchalmennbsp;eener ketting, die tot eenen afleider langs het touwwerk van een fchip hangt, elkander te beter te doennbsp;raaken, zoude het ligtelyk niet ondienftig zyn aannbsp;het eind der ketting een gewicht te hangen, het geen,nbsp;naar myn inzien, gevoeglyk zoude kunnen gefchieden.
III. Daar de eleétrifche ontlaading, volgens de proefneeming van § III, een aanmerkclyk zydelingsnbsp;vermogen oeffent, wanneer zy door dunne draadennbsp;of kettingen geleid wordt, of fchoon dezelven an-derzints zwaar genoeg zyn om de ele£51:rifche ontlaading zonder gevaar van zydelingfche affpringing tenbsp;geleiden, zo leert men hier uit: dat het niet yéilignbsp;zoude zyn eenen afleider in muur- of hout-werk te plaat-zen, tenvyl dit tot fplyting of verbreking van het zelve,nbsp;wanneer de blixem eenen zodanigen afleider trof, geleegen-heid zoude kunnen geeyen.
. X 2 nbsp;nbsp;nbsp;Proef-
-ocr page 224-C 1^4 )
Les expériences précèdentes nCont engagé a éxaminer, Ie quel des trois metaiix fusdit efl Ie meilleur pour unnbsp;conducteur t en faifam pas fer des dechargcs égales parnbsp;des fik de même diametre et de la même longueur, etnbsp;d'ohferver, du quel de ces fik la plus grande quantité dunbsp;fluïde éleamp;rique s'écartoit. Je fis cette experience premier ement de la même maniere, que je Vai dit en décri-yant Texpêrience A. § I: maïs comme les réfultatsnbsp;de ces experiences differoient beaucoup, quand je les répé-tois, je trouvai que cette manier e dCêxaminer la differente aptitude des metaux, pour conduire Ie fluïde éleStri-
que, nétoit pas éxaCle; ce qui me porta d chercher une autre maniere dlesfayer cette difference. Pour eet effetnbsp;femplopai rappareil répréfenté dans la partie puhliée denbsp;mes expériences, pl. V. fig- 3, et décrit pag.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;f en
6tai les boules a. b, e/ je mis dans leur place des boules ffi \ pouce de diametre. Chacune de ces boules étoit tra-yerfóe par un fil de laiton pofé horizontalement; je pla-qai ces fik paralldlement. Jpr'es que feu s esfayé, quellenbsp;étoit la plus grande longueur, quun certain degré de de-
char-
-ocr page 225-De voorgaande proefneemingen gaven my aanleiding tot het onderzoek, welk der drie genoemde me-taalen de beste leider is, door namelyk gelyke ontlaa-dingen door draaden van gelyke middellynen en langte te laaten gaan, en acht te geeven, van welken deezernbsp;draaden de meeste ftof zydelings afging. Dit beproefde ik eerst op zoortgelyke wj^ze, als ik by proefnee-ming A. van § I. befchreven heb: dan daar de uit-komften deezer proefneemingen by derzelver herhaa-ling aanmerkelyk verfchilden, vond ik deeze wyzenbsp;van het onderfcheiden leidend vermogen der metaa-len te onderzoeken te onnauwkeurig; dit deed mynbsp;cene nauwkeuriger wyze van beproeving zoeken.nbsp;Ten dien einde maakte ik gebruik van den toeftelnbsp;voorheen in het uirgegeeven ftuk myner proefneemingen pl. V, fig. 3. afgebeeld, en befchreven opnbsp;bladz. 149; hier van fchroefde ik de bollen a. h. af,nbsp;en ftelde, in plaats van dezelven, knoppen vannbsp;duim middellyn. Elk van deeze knoppen hield eennbsp;horizontaal koperdraad ter weerzyde buiten den knopnbsp;uicfteekende; deeze koperdraaden ftelde ik evenw}^-dig. Na dat ik nu vooraf beproefd had, welke denbsp;grootfte langte was, die ik door eenen zekeren trapnbsp;van laading der battery kon fmelten van het fmelt-
X 3 nbsp;nbsp;nbsp;baar-
-ocr page 226-charge de la hatterie pouvoit fondre du metal ie plus fu-ftble des metaux fusdits, c. a. d. du fer réduit en fil 'pouce de diametre (j^ui efi Ie diametre de tons lesnbsp;fils metallïques, que fai employés pour eet éxamen')^ etnbsp;que feus trouvé, quil ff en fut pas fondu plus de 13nbsp;polices, féloignai les colonnes a. b. jusqud ce que les filsnbsp;de laiton horizontaux eus/ent la difiance de 14. pouces. Je
fixai alors enire ces fils Ie fil metalUque , dont J6 defirois
(f esfayer daptitude a conduire Ie fluïde éleamp;rique, en Ie plagant immediatement pres des boules. Je tendis de Vautre cóté, et de la même maniere, un fil de fer d\\^ p.nbsp;de diametre. Agqant fait communiquer Vune de ces boulesnbsp;üvec d extérieur de la hatterie, je fis pas fer, chaque foisnbsp;de la même maniere, Ie fluïde éledtrique fur dautre houle,nbsp;en dechargeant la hatterie. Ainfi fesfayai, s'il paröitroitnbsp;par la dijférente divifion du flux du fluïde éleamp;rique, quinbsp;q)asfe par des decharges égales, que ce fluïde trouve plus de
réfiflance dans un metal que dans dautre. Les réfultats fur ent les fuivants. i.) Le fil de fer dfj pouce de dia-metre ét ant placé è cóté du fil de fer plus mince d\\^nbsp;pouce de diametre, le dernier fut fondu è la longueurnbsp;cd environ 6 pouces. 2.) Le fil de cuivre jaune étant placé au lieu du fil de fer, le fil de fer d\\ó pouce de diametre fut fondu a deux endroits, ainfi quil en refia 3nbsp;morceaux, qui faifoient enfemhle la longueur de 11 ponces. 3.) Le fil de cuivre rouge dj-^ pouce de diametre
baarfte der genoemde metaalen, het yzer namelyk, tot draad van yk duim micidellyn getrokken, (zyndenbsp;deeze de dikte van alle de draaden, waar mede iknbsp;dit onderzoek gedaan heb) en bevonden bad, datnbsp;hier van, in dit geval, niet meer dan 13 duimen ge-fmolten wierden, verwyderde^.ik de ftylen a. b. zo vernbsp;van elkander, dat de gezegde evenwydige koper-draaden 14 duimen van elkander ftonden. Tusfchennbsp;deeze koper-draaden maakte ik nu vast den metaaldraad, welks leidend vermogen ik beproeven wilde,nbsp;denzelven plaatzende dicht tegen de eene zyde dernbsp;knoppen. Aan de andere zyde fpande ik op dezelfde wyze een yzer-draad van duim middellyn. Eennbsp;der knoppen met de buitenzyde der battery vereenigdnbsp;zynde, deed ik, de battery ontlaadende, de ftof telkens op gelyke wyze op den anderen knop overgaan.nbsp;Op deeze wyze beproefde ik, of het uit de verfchil-lende verdeeling van den ftroom der eleftrifche ftofnbsp;by gelyke ontlaadingen zoude blyken, dat dezelve innbsp;het eene metaal meer tegenftand dan in het anderennbsp;vindt. De uitkomflen waren deezen. i.) Het yzer-draad van duim middellyn ter zyde van het dunnere yzer-draad van 5I0 duim middellyn gefpannennbsp;zynde, wierd van het laatfle omtrent 6 duimen ge-fmolten. 2.) Het geel-koper-draad van ^ duim middellyn in plaats van het yzer-draad gefteld zynde,nbsp;fmolt het yzer-draad van duim middellyn op tweenbsp;plaatzen, zo dat hier van 3 Hukken, te zamen 12nbsp;duimen uitmaakende,* overbleeven. 3.) Het rood-koper-draad van 5quot;^ duim middellyn in plaats van het
geeb
-ocr page 228-étant placé au lieu du fil de cuivre jaune^ Ie fil de fer d\\ó pouce de diametre refia en entier.
Cette grande dijférence des ejfets des decharges égales fur Ie mince fil de fier ?2e peut être attrihuée ci dautresnbsp;caufies, q^ua celle-ci: pue Ié fiuide éledtrique trouvenbsp;heaucoup moins de réfifilance dans Ie cuivre rouge que dansnbsp;Ie cuivre jaune ou dans Ie fier; d'ou il paroit done évi-demment , que Ie cuivre rouge conduit mieux Ie fiuidenbsp;éleamp;rique, que Ie cuivre jaune ou Ie fer.
Cela étant ainfi on ne peut nier^ que dans les cas, ou Von pré fiére, ou hi en oü Pon eft dans la nécesftté de fienbsp;fiervir de conducteurs, qui ont peu d'épaisfieur, ceux, quinbsp;fibnt fiaits de cuivre rouge, donnent heaucoup moins déoc-cafiion au fiuide électrique de fiaire des honds lateraux,nbsp;que ceux qui fibnt fiaits de cuivre jaune, ou de fier Qp'^.nbsp;Si Pon. conpdere de plus, que Ie cuivre rouge eft heaucoup
moins fujihle par des decharges èleSiriqties, qu'aucun au~
tre metal, comme les expériences, que fi ai dé cr it es dans Ie fiecond chapitre, ont demontré, alors il eft évident,nbsp;que Ie cuivre rouge a une aptitude particuliere pournbsp;conduire la foudre.
(p) LorsqiPon aimera mieux pourtant épargner les plus grands fraïx du cuivre pour un conduCleur de peu cPépaisfetir, on fera mieux de ie faire denbsp;cuivre jaune, que de fer, puisque Ie fluide éleBrique eft plus facikment conduit , fuivant ces expériences, par un fil de cuivre jaune, que par un fil de fernbsp;de même diametre.
eiiA-
-ocr page 229-( IS? )
geel-koperdraad gefield zynde, bleef het yzef-draad van ïlö duim middellyn in zyn geheel.
Dit groot verfchil der uitwerkzelen van gelyke ontlaadingen op het dunne yzer-draad, by deeze proef-neemingen, kan voorzeker aan geene andere oorzaak worden toegefchreven, dan dat de eledtrifchenbsp;Hof in het roode koper veel minder tegenfland dannbsp;in het geele koper of het yzer gevonden hebbe; waarnbsp;uit het derhalven ten duidelykfle blykt, dat het roode koper een veel beter leider der eleftrifehe ftof is,nbsp;dan het geele koper of het yzer.
Dit zo zynde zo is het niet te ontkennen, dat, in gevallen waar in men verkiest of gehouden is zichnbsp;van afleiders van weinig inhoud te bedienen, zodanige afleiders, die van rood-koper zyn, veel mindernbsp;tot zydelingfche afwyking der blixem-flof geleegen-heid geeven, dan afleiders van geel-koper of yzer (q).nbsp;Indien men daarenboven hier by in aanmerking neemt,nbsp;dat het roode koper veel minder fmeltbaar door elec-trifche ontlaading dan eenig ander metaal is, zo alsnbsp;myne proefneemingen in het tweede hoofdfluk be-fchreven hebben aangetoond, dan is het zeer blyk-baar, dat het roode koper tot afleiders van den blixem by~nbsp;zonderlyk gefchikt is.
(tf) Wanneer men echter de meerdere onkosten van liet roode koper hy het ftelien van eenen afleider van weinig inhoud wil fpaaren, zal mennbsp;beter ^ doen denzelven van geel-koper dan van yzer te neeinen, terwyl denbsp;eleUrifche ftof, volgens deeze proefneemingen, geinaklyker wordt afgeleidnbsp;door geel-koper-draad dan door yzer-draad van dezelfde dikte:
Y ACHT'
-ocr page 230-C IIA PIT R E II UI T IE M E.
Expériences^ qui font mir ^ comment les trem-blemens de terre, et ks agitations de feau peuvent être quelquefois les eff'ets dhi-d ne decharge éleamp;rique.
epuïs que Ie Dr. Stukeley et Ie Pere Beccaria ont
COïnmencé ci faire attention aux fhénoménes éleamp;riqUBS y
qui accompagnent quelques tremblemens de terreyCt quits en ont conclu, qu au moins quelques tremhlemens de ter-re font vraifemhlablement les eff'ets dim rétahlisfementnbsp;de Féquilibre éleamp;rique interrompu y foit h la furface de lanbsp;terre, foit dans Tatmofplierey on a cherché a imiter en quel-que maniere les tremhlemens de terre par une decharge êlec-trique artificklle y afn quiï parut mieuxy de quelle ma-fiierc y et dans quelles circonftances un pareil tremblementnbsp;peut être caufé par me decharge élebtrique naturelle.
ACHTSTE HOOFDSTUK.
ren ter aanwyzing, hoe de aard-beeving en zvaterberoering zomwylen door eene ekamp;rifche ontlaading veroorzaaktnbsp;kunnen worden.
a dat Dr. Stukeley en Vader Beccaria hebben begonnen acht te geeven op de eleélrifche verfchynzels, welken zommige aardbeevingeu vergezellen, en hiernbsp;uit hebben aangetoond, dat ten minften zommigenbsp;aardbeevingen, naar alle waaifchynlykheid, de uit-werkzeis zyn der herftelling van het verbroken elec-trisch evenwicht, het zy aan of onder de oppervlakte der aarde, het zy in den dampkring ontftaan, zonbsp;heeft men ook getracht door eene konftige eleótrifchenbsp;ontlaading de aardbeeving eenigermaate natebootzen ,nbsp;ten einde het hier door des te beeter blyke, op watnbsp;wyze of in welke omftandigheden eene nacuurlykenbsp;eleótrifche ontlaading aardbeeving kan veroorzaaken.
Y 2 nbsp;nbsp;nbsp;Het
-ocr page 232-C 172 )
II ejl comm, qiie Ie courant du fluïde éleamp;rtque, quï a lieu dans une forte decharge, éxerce une force lateralenbsp;tres remarquahle, quand il pasfe par un corps, dans Ienbsp;quel il trouve une grande rêflfiance. Or comme on attri-hue quelques tremUemens de terre a une pareille forcenbsp;laterale d^une decharge éleamp;rique naturelle, pasfant parnbsp;un terrein, qui est un mauvais condudteur, on a cher-ché ct faire limitation des fusdits tremblemcnS par ld
force d'une decharge éledtrique artificielle. Le Dr. Priestley a le mieux réusfl, autant qu il nPa paru, dans ces expériences ,par la decharge d'une hatter ie de 32 pieds denbsp;furface armée. Jai cru pouvoir faire cette expériencenbsp;d'une maniereplus confamcante,par la decharge denotrenbsp;hatterie, vu fa grandeur; de plus M. Priestley mfl en-CQurageant je my fuis determinê^
fai done répété premierement Vexpérience fuivant la manier e du Dr. Priestley, en faifant pasfer la decharge
de notre hatterie fur une planche flottant fur leau, fur la quelle planche j'^avois pofé plufleurs colonnes ver tic aks;nbsp;v-iais Veffet déflré ne me réusflt qiiune fois. Cherchantnbsp;une autre manier e de faire cette expérience plus füre-ment, et eonfiderant, que le flux du fluide éleétrique,.nbsp;qui pasfe par une forte decharge, éxerce fa force laterale principalement, lorspdil efl conduit par de mauvais
conducteurs: (Je brifement du cfindre de huis de polices
-ocr page 233-C 1^3 ¦)
Het is bekend, dat de ftroom der ele^lrifche ftof, welke by eene flerk-e ontlaading overgaat, een zeernbsp;aanmerklyk zydelings vermogen oefTent, wanneer hynbsp;gaat door eenen leider» die gebrekkig is. Daar mennbsp;nu aan een zoortgelyk zydelings vermogen eener na-tuurlyke eleétrifche ontlaading, die door eenen flegtnbsp;leidenden grond gaat, de fchudding van den grondnbsp;toefehryft, door of onder welken de ontlaading haa-rcn wech neenit, zo hee-ft- men dan ook. door hetnbsp;zydelings vermogen eener konftige ontlaading de na-bootzing der aardbeevzng gezocht. Dr. Priestley isnbsp;hier in, zo ver het my is voorgekoomen, het bestnbsp;gedaagd, door de ontlaading eener battery van 32nbsp;Voeten bekleed glas. Het fcheen my toe, dat ik metnbsp;de ontlaading dcezer zO' veel grootere battery deezenbsp;proefiieeming op eene noch meer overtuigende wyzenbsp;zoude kunnen in het werk Hellen; Dr. Priestley zelve my hier toe daarenboven aanmoedigende, beflootnbsp;ik tót deeze beproeving.
Ik herhaalde dan eerst de proefneeming in de manier van Dr. Priestley, door de ontlaading der battery te laaten gaan over eene op water dryvendc plank, op welke ik verfeheiden colommen rechtftandig gefield had; dan het gelukte my flegts eenmaal hiernbsp;door het begeerde uitwerkzel te weeg te brengen.nbsp;Eene andere manier zoekende om deeze proefneeming met meer zekerheid in het werk te ftellen, herinnerde ik my, dat de ftroom der eleélrifche flof bynbsp;eene fterke ontlaading inzonderheid dan zyn zydelingsnbsp;vermogen oeffent, wanneer by gaat door gebrekkige
Y s nbsp;nbsp;nbsp;lei-
-ocr page 234-ces de dlametre\ caufé -par la decharge de mtre latterie^ comme je Vai décrit dans Ie prémier chapitrcy en ejlunenbsp;preuve convaincantej; Conjiderant de plus, quen casnbsp;que l'équilihre éleamp;rique interrompu, foit ci la furface damp;nbsp;la terre, foit dans Vatmofphere, fe répare en faifantpas-fer la decharge par la terre, Ie fluïde éleamp;rique dlun telle decharge fera principalement conduit par l'éau, quinbsp;Je trouve dans la terne i et que d'ailleufS cette Cüti
desjous la flurface de la terre, qui peut fervir pour con- duire une telle decharge, fe trouve en quelques endroitsnbsp;principalement dans les interftices des couches pierreufes,nbsp;J'ai cru ne pouvoir pas imiter, plus naturellement Ie trem-hlement de terre, par Ie mo^ en dl une decharge éleamp;riquenbsp;¦artificielle, qiien faifant pasfer Ie fluïde éleamp;rique d'unenbsp;decharge de notre hatter ie entre deux pi er r es placé es Tunenbsp;fur T autre, entre les' quelles fe trouvoit un peu dl eau.
Maïs comme les pierres, que je pouyois employer pOUt
cette expérience, étoient trop fragiles, je me fuis fervi dans leur place de deux planches, puisque Ie bois efl étnbsp;peu prés un s.onduamp;eur ausfl mauyais, que les pierres.nbsp;Ces planches, qui avoient la longueur de lt;2.0 pouces, lanbsp;largeur de 7 pouces, et | de pouce dTépaisfeur, étant biennbsp;rahottées, laisfoient peu d'efpace entr'elles. Je mouillainbsp;Ie millieu des furfaces, qui fe touchoient, de maniere,nbsp;que quand les planches étoient pofées Tune fur Tautrenbsp;horizontalement, il fe trouvoit entrelles une couche dl eau
fort
( 175 )
leiders: (de fplyting van den 4 diiims palmhouten cylinder, die, zo als ik in het eerde hoofdduk be-fchreven heb, door de ontlaading onzer battery-is te weeg gebracht, flrekt onder anderen hier van ten be-wyze 0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;aanmerking neemende, dat het
water, het geen de grond bevat, waarfchynelyk 'de voornaame geleider zal zyn, wanneer het verbrokennbsp;eleótrisch evenwicht, aan de oppervlakte der aardenbsp;of in den dampkring ontflaan, door den grond her-tnbsp;field wordt; en dat wyders het water onder des aardrnbsp;kloots oppervlakte, door het welke eenig verbrokennbsp;eleétrisch evenwicht herfteld kan worden, op zom-mige plaatzen yoornaamlyk in de fleuven tlisfchen denbsp;fteen-laagengeleegen is, zoheb ik gemeend de aardbee-ving niet eigenaartigef döor de herftelling van een kori-ftig verbroken evenwicht te kunnen nabootzen, dannbsp;door de eleürilche ftof by de ontlaading onzer batterynbsp;te geleiden tusfchen twee op elkander liggende fteenen,nbsp;tusfchen welken eenig water was. Dan daar de fteenen,.nbsp;welken ik hier voor verkrygen konde, voor deezenbsp;proefneeming te bros waren, ftelde ik hier voor innbsp;plaats twee planken, terwyl bet hout ten opzichtenbsp;der elecftrifche ftof van dehzelfden aart is, als zyndenbsp;het even weinig gefchikt om de eledtrifche ftof tenbsp;geleiden. Deeze planken, die 20 duimen lang, 7 duimen breed,.en § duim dik waren, aan die zyden, dienbsp;elkander raakten, wel glad gefchaafd zynde, haddennbsp;dus weinig ruimte tusfchen zich. Het midden-gedeel-te van die zyden der planken, welken elkander raakten, bevochtigde ik met water, zo dat er, als de
plair?-
-ocr page 236-fort mince. Je fis pasfer alors par cette couche h fluïde éleamp;rique de la decharge, apr'es que feus placé fur lanbsp;planche fuperieure plufleurs piéces de hois, a^ant les figures de dipférens hatimens; la plupart de ces piéces avoiefitnbsp;des bdfies, dont la largeur étoit de plus de i| pouces, etnbsp;la longueur de plus de 3 pouces. Neanmoins elks furentnbsp;renverfiées toutes enfiemble, quand Ie fluïde éleStrique de la
decharge de notre hutterie vint «è pasjer par desfioUS j Ct
qui fut caufié par Ie tremblement et Vélévation de la plan-che, fur la quelle elks étoient placées.
Le fluide ékamp;rique d'une decharge éleamp;rique naturelle^ quand tl efl conduit par un terrein, qui efl un mauvaisnbsp;conduamp;eur, peut done ékver de la même maniere par lanbsp;force laterale, qudl éxerce dans ce cas, k terrein, quinbsp;fe trouve des flus fion pasfiage, le faire trembler, et réjet^nbsp;ter tout ce qui y efl bdti desfius.
On fent dans la mer fiur les vaisfieaux, dans le moment quil arrive un tremblement de ter re fur une cóte voiflne, un choc tout-h-fait fiemblabk a celui, qu'éprouve-roit un vaisfieau, sil heurtoit fiur une roche. On a re-marqué depuis longtemps avec raifion, que ce choc eflnbsp;inéxplicabk, d moins qukn ne fuppêje, quune dechargenbsp;èkctrique efl conduite a travers Veau, fiur la quelk fienbsp;trouve le vaisfieau, qui fiuhit un tel choc, fai tdché denbsp;faire voir par la decharge de notre batter ie, quun tel
dm
-ocr page 237-planken horizontaal op elkander lagen, tusfchen de-zelven, als het ware, een laag water lag. Hier door leidde ik de ontlaading» na dat ik op de bovenftenbsp;plank veelerley houte lichaamen gefield had, de gedaanten hebbende van verfchillende gebouwen ; denbsp;meesten van deeze lichaamen hadden eene grondvlakte, die ruim i| duim breed en 3 duimen langnbsp;was. Echter wierden zy, wanneer de eleftrifche flofnbsp;by de ontlaading deezer battery onder dezelven doorging , allen omvergeworpen, wordende zulks veroorzaakt door de fchudding en opheffing der plank,nbsp;waarop zy flonden.
Op zoortgelyke W5^ze kan dan ook de flroom der eleólrifche ftof by eene natuurlyke eleftrifche ontlaading, wanneer zy door eenen flegt leidende grondnbsp;gaat, door het zydelings vermogen, het geen zy dannbsp;oeffent, den grond, welke boven haaren wech is, op-ligten, doen fchudden, en het geen er op gebouwdnbsp;is, omverwerpen.
Men gevoelt zomtyds in zee op de fchepen, wanneer er op eene niet ver afgeleegene kust aardbeeving is, ter zelfder tyd eene botzing of floot, even als ofnbsp;het fchip op eene rots of klip floot. Te recht heeftnbsp;men zederd lang aangemerkt, dat deeze botzing nietnbsp;wel te verklaaren is, ten zy men ftelle, dat er eenenbsp;electrifche ontlaading gaat door het water, in hetnbsp;welk zich het fchip bevindt, waar op men zodanignbsp;eene botzing of floot gewaar wordt. Ik heb getrachtnbsp;door de ontlaading van deeze battery te toonen, dat
Z nbsp;nbsp;nbsp;gc-
-ocr page 238-choc peut être caufé par une decharge êleamp;rique naturelle. Pour eet effet fai mis fur Peau dans une cuve, dont pl. X. 3. rêpréfente la coupe une piêce de hols a. b, apantnbsp;è-peuprès la forme du corps ePun vaisfeau. Je fis pas-fer alors la decharge de la batterie par cette eau, d lanbsp;profondeur d'environ deux pouces desfous cette piéce denbsp;lois; pour cela les extremites de deux fils de laiton c. d.nbsp;(£? e. f, fixés un peu au desfius du fond de la CUVe ^ avoiestt
entfelles a la fiusdite profondeur, desfous la piece de hois a. b, la diflance de deux pouces. Je plagai verticalementnbsp;fur cette piéce de hois une colonne de hois g. de | pouce denbsp;diametre, longue de 5 pouces. ye vis alors, que cette colon-ne g. fut êlevée plus haut que 3 pieds., au moment que jenbsp;fis pas fier la decharge par les fils de laiton c. d. e. f.
Cette élévation ejl caufée par Ie choc^ que la decharge éleamp;rique produit dans Peau. Plufieurs experiences Montnbsp;voir, que Ie choc de Peau par la decharge de not re
batterie ejl tres violent; je tdcherai dans la fuite de mê-furer en quelque maniere fa force.
-ocr page 239-C 179 )
«
gemelde botzing door eene electrifche ontlaading veroorzaakt kan worden. Ten dien einde heb ik op het water in eene tobbe, waar van pl. X fig. 3. denbsp;doorfneede verbeeldt, laaten dry ven een ftuk eikenhout a. b, het geen eenigzints de gedaante van dennbsp;romp van een fchip heeft. Ter diepte van omtrentnbsp;2 duimen onder dit ftuk hout liet ik de ontlaadingnbsp;der battery door het water gaan, terwyl daar ter plaat-ze twee koperdraaden c. d. en e. , die ik in dennbsp;wech der ontlaading ftelde, twee duimen afftand vannbsp;elkander hadden. Op het gezegde ftuk hout plaatftenbsp;ik rechtftandig een houten colom g. vyf duimen lang,nbsp;en I duim dik. Wanneer ik dan de ontlaading doornbsp;de koperdraaden c. d. en e. f. leidde, zag ik dat denbsp;colom g. meer dan 3 voeten wierd opgedreven.
Deeze opheffing wordt veroorzaakt door de bot-zing, welke de eleélrifche ontlaading in het water te weeg brengt. Dat de botzing, welke de ontlaadingnbsp;van onze battery aan het water meedeelt, zeer geweldig is , is my by verfcheiden ondervindingen gebleken; derzelver vermogen zal ik trachten in het ver-,nbsp;volg eenigermaate aftemeeten.
TWEE-
-ocr page 240- -ocr page 241-c I80 nbsp;nbsp;nbsp;'
bevattende:
de Proefneemingen by de ConduBors deezer Machine in het werk gefield.
EERSTE HOOFDSTUK.
Proefneemingen omtrent de voortbrenging van Salpeter-zuur, door de vereeniging van zuivere 'lucht en mofet, volgens de ontdekking van Mr, Cavendish. .,
Klt;
.ort na de uitgaaf myner eerde proefneemingera met Teylers eleétrizeer-machine wierden my de proef-neemingen van Mr. Henry Cavendish, den 2^ Junynbsp;1785 voor het Koninglyk Genootfchap te Londeanbsp;voorgeleezen, bekend, waar van Mr. Blagden Secretaris van het zelve Genootfchap my de befchryving
Z 3 nbsp;nbsp;nbsp;deed
parvenir la defcription (a). Suivant ctte defcriptïon M, Cavendish a converti un melange dair pur (^air dephlo-giftiqué) et de mofette (air phlogiftiqué) en acide ni-treux, en faifant pasfer Ie rayon éleamp;rique pendant quel-que tems par Ie melange de eet deux airs. Comme cesnbsp;experiences répandent heaucoup de lumiere fur quelquesnbsp;phéminénes ^ qtie favois 'vus en éprouvant les effets danbsp;rayon éleamp;rique p*r differences efpéces (fairs ^ je VOuluSnbsp;voir par ma propre expérience les réfultats décrits parnbsp;M. OiLvendish i dautant plus^ que je me flattois, que lanbsp;fuperiorité de force de notre machine me donneroit occa-fion de pouvoir obferver, et communiquer, a f egard de cenbsp;fujet, des preuves plus convaincantes. Plufieurs PhyfeienSynbsp;étant dans la même opinion, m'animoient de plus par leursnbsp;lettrespour répéter ces expériences; ellés fur ent ausjlnbsp;ies premieres, que fentrepr'is, en récommengant les expériences avec notre machine éleamp;rique.
Pour ces expériences, que j'ai fait es avec M, Pacts van Troostwyk,. nous fommes fervi, au lieu du fy-phon employé par M. Cavendish, dun appareilplus.fm-ple, fcavoir d'un. tube de verre d^ pouce de diametre,nbsp;dont une extremité étoit fermée. Cette extremité du tubenbsp;étoit pmrviië d'un fil de fer, qui y étoit fixé, de maniere
V
a
(a) Elle a été publiée qitelqiie tem% après dmts k% Philofopliical Tranfac-txóhs for the year 1785, vol. LXXV, part, II. p. 372.
-ocr page 243-C 183 )
deed toekoomen (^a). Volgens deeze proeven heeft Mr. Cayeinlish een mengzel van zuivere lucht, (g^-dephlogifieerde lucht') en mofet (^gephlogifteerde lucht, innbsp;falpeter-zuur doen o vergaan, door er den eleftri-fchen ftraal eenigen tyd door te geleiden. Daar deeze proefneemingen veel licht verfpreiden over ver-fcheiden verfchynzels, welken ik by de beproevingnbsp;van den invloed van den eleftrifchen flraal op denbsp;verfchillende zoorten van luchtén gezien had, ver-gt;nbsp;langde ik den uitdag , door Mr. Cavendish befchre-ven, zelfs te zien, te meer daar ik my vleide, dat denbsp;fterkere kracht van ons werktuig my geleegenheidnbsp;zoude geeven , om des te duidlyker bewyzen vannbsp;deeze zaak 'te kunnen waarneemen , en meedeelen;nbsp;Verfcheiden Natuurkundigen in dit zelfde gevoelennbsp;zynde , moedigden my ook door hunne brieven aannbsp;om deeze proefneemingen in hét werk te ftellen*,nbsp;waarom zy dan ook de eerflen waren, dewelken iknbsp;by het hervatten der proefneemingen met Teylersnbsp;eleófrizeer-machine ondernam. /nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
Tot deeze proefneemingen, dewelken . ik met den Heere Paats van Tmoftwjk verricht heb, bediendennbsp;wy ons, in plaats van den hevel cfoor '^ïvPCdvendishnbsp;gebruikt, van eenen eenvoudiger toeilel, van cene glazen buis namelyk van J duim middellyn, aan het eenenbsp;eind gefloten. By het fluiten van dit eind der buisnbsp;was in het zelve een dun yzerdraad gevat van
duim
Dezelve is zederd uftgegeeven in de Philof(4;t'ical Tranfadiom for ths-year 1735 gt; ee/. LXXU. part. 11, /gt;. 372.
h pourvoir introduire Ie rayon éleamp;rique dans Ie tube. Nous plagames perpendiculairement ce tube rempli denbsp;mercure, et y introduiflmes Ie melange d'airs, dont musnbsp;fouhaitions éprouver Ie changement ^ quand Ie rayon élec-trique Ie parcourt. Idair pur^ qui fervoit pour cette ex-périence, étoit produit du précipité rouge, et étoit biennbsp;dépuré, par Ie moyen des alcalis, de dacide, qu'il au
rolt pu contenir. nbsp;nbsp;nbsp;refle nous fuivimes exaamp;ement
dans cette expérience Ie procédé de M. Cavendish. Nous mêldmes cinq parties d'air pur avec trois partiesnbsp;d'air atmofpherique; de cet air mêlé nous introduifi-mes dans le tube une quantité, qui en occupoit environ 3 pouces. Nous pofdmes fur ce tube une boule denbsp;cuivre, que nous plagames d une telle difiance du conduct eur, quil élangoit fur la boule un rayon a-peu-pres continued, puisque nos expériences précédentes nous
dvoient appris, que o'étoit Id le mojen en' avoir le
plus dejfet. Desfous I'air dans ce tube nous pofdmes^ fur la colonne de mercure, d la hauteur df^ de pouce, lanbsp;même les five, que M. Cavendish a employée. Apres quenbsp;k rayon cut parcouru cet air mêlé, pendant 15 minutes,nbsp;il n'en refia plus que la troifieme partie: ainfi fair, quinbsp;étoit dbforbé par dalcali pendant cette operation, avoitnbsp;occupé dans le tube la longueur de 2 pouces. Lair quinbsp;réfioit, fubisfant alors une moindre diminution d proportion de fa moindre quantité, nous y ajoutdmes (afin de
fa-
-ocr page 245-( 185 )
duim middeilyn, het geen tot geleider diende. DeeZe buis plaatften wy met quik gevuld rechtftandig, ennbsp;hier in lieten wy de gemengde lucht opryzen, welker verandering by den doorgang van den eleélrifchennbsp;ftraal wy beproeven wilden. De zuivere lucht totnbsp;deeze proefneeming hadden wy uit roode precipitaatnbsp;verkregen, en was, door het inplaatzen van loogzouten, van het zuur, het geen dezelve bevatten mocht,nbsp;wel gezuiverd; voor het overige volgden wy in deeze beproeving fliptelyk de opgaaf van Mr. Cavendish^nbsp;Wy vermengden dus 5 deelen zuivere lucht met 3nbsp;deelen dampkrings lucht; van deeze gemengde luchtnbsp;lieten wy zo veel in het gezegde buisje opryzen, datnbsp;zy hier van ruim 3 duimen befloeg. Op het buisjenbsp;plaatften wy een koperen bol, welken wy op diennbsp;affland van den condudor fielden, dat de draal uitnbsp;denzelven op den bol, en van deezen door de luchtnbsp;byna onafgebroken överging, tervvyl voorgaande ondervindingen ons-geleerd hadden, dat eene eledtrifchenbsp;draal in dat geval ter ontbinding van lucht het groot-de vermogen oefFent. Onder de lucht in dit buisjenbsp;delden wy dezelfde loog, die Mr. Cavendish gebruiktnbsp;heeft, ter hoogte van /s duim. Na dat de draal 15nbsp;minuten door deeze gemengde lucht gegaan was,nbsp;was hier van niet meer dan | overig: dus had denbsp;lucht, die door de loog by deeze bewerking was op-geflorpt, de buis ter langte van 2 duimen gevuld.nbsp;De overgeblevene lucht, naar rede van haare minderenbsp;hoeveelheid, eene kleinere vermindering ondergaande,nbsp;voegden wy, om de loog zo veel fpoediger te ver-
A a nbsp;nbsp;nbsp;za-
-ocr page 246-faturer (fautant plus vite Palcali) cette quantitê de rair mêlé, qui faifoit mee Ie refte une colonne de 3 pouces,nbsp;et repetdmes la même operation^ jusqud ce que Palcaünbsp;eut ahforbé 8J pouces daïr. N'oüs examindmes alorsnbsp;jusqu'd quel degré eet alcali étoit imprêgné dacide ni-treux. Nous en moüilldmes -pour eet effet un petit mor*nbsp;qeau de. papiery et. Vciyant feché nous Ie préfèntdmes aunbsp;feu, pour quil s'allumdt fans s^enpammer, Puf ld noUSnbsp;decouwimes 'y fiê Valcali unit ahforbé de Vacide nitreux,nbsp;paree que ce papier bruloit en quelque maniere^ comme dunbsp;papier, qui étoit imprégné ayec trés peu de nitre; maisnbsp;il paroisfoit pourtant, qu'il sen .falloit de heaucoup, quenbsp;la lesfm- ne- fut faturèe. Nous continudmes Texpêriencenbsp;desfus la même l'esfïve, dont il refloit | de pouce,. attendant, quCy fubant Texpêrience décrite par M. Gaven-»
^sh, Tabforbtion de. Tain- par cette- lespve cesferoit enpn,
Mais après que la lespfe eut ahforbé, de nouveau 14 pouces dl air I nous Ine nous êthns pas encore appergu dau-eune diminution de cette ohforbtion de Tair, quoïque la
' nbsp;nbsp;nbsp;¦ r. t ¦» /
les five dans not re expérience eut abforbé une heaucoup plus grande quantitê dl air, que.celle, que M.nbsp;dit avoir été abforbée par la lespve dans fan expérience^nbsp;quand il trouva, que cette abfarbtion cesfa entierement.nbsp;Cette plus grande abforhtion - de Talr par la lesfive dansnbsp;notre expérience paroit ¦) quand on confdere, que 35 me-
fu-
-ocr page 247-C 187 )
zadigen, hier op nieuw zo veel van de gemengde lucht by, dat dezelve met de overgeblevene luchtnbsp;weder de buis ter langte van omtrent 3 duimen vulde , en lieren er de eleftrifche ftraal doorgaan, totnbsp;dat de loog hier van weder omtrent 2 duimen hadnbsp;aangenomen. Dit herhaalden wy, tot dat de loog 8|nbsp;duimen lucht aangenomen had. Nu onderzochtennbsp;wy de loog, in hoe verre dezelve met falpeter-zuurnbsp;bedeeld was. Wy bevochtigden ten dien einde hiernbsp;meede een kleine fnipper papier, en lieten het zelve,nbsp;gedroogd^ zynde, aanvonken. Hier by bemerkten wy^nbsp;dat de loog eenig falpeter-zuur had aangenomen, ter-wyl dit papier eenigermaate op die wyze brandde,nbsp;als papier, het geen van een weinig falpeter doortrokken] was, doch het bleek tefFensi dat de loog ernbsp;noch zeer verre af was van verzadigd te zyn, Wynbsp;vervolgden nu boven dezelfde loog, waar van l duimnbsp;was overgebleven, de ele(5lrifche ftraal door de gemengde lucht op dezelfde wyze te laaten gaan, verwachtende dat, volgens de opgaaf van My. Cavendish^nbsp;de vermindering der lucht boven deeze loog einde-lyk zoude ophouden. Dan na dat zy op nieuw 14nbsp;duimen lucht had aangenomen, hadden wy noch nietnbsp;befpeurd, dat de lucht weiniger vermindering onderging, of fchoon de loog by onze proefneeming reedsnbsp;veel meer lucht had aangenomen, dan Mr. Cavendishnbsp;meldt door zyne loog aangenomen te zyn, toen denbsp;vermindering dier lucht boven dezelve geheel, ophield. Deeze meerdere opflorping der lucht doornbsp;de loog by onze proefneeming blykt, wanneer myn
na-
( 190 )
dents expérience, en allumant un petit morceau de pd^ pier imprégné de cette les five: mais nous ftimes fortnbsp;furpris de voir, que cette les five étoit encore tres éloignêenbsp;d'être faturée dacide nitreux.
Uahforhtion continuelle de Vair par la lesfive dans Vexperience précédente ne s'accordant pas avec Vexpé-rience décrite par M. Cavendish, nous refolumes de ré^
péter cette expérience avec une moindre quantlté de Ics-
Jive, dont nous mimes ^ de pouce fur Ie mercure dans Is même tube. Afin que Vacide nitreux, que mus pour-rions obtenir par cette expérience, ne put étre attribuénbsp;d Vacide nitreux employé pour la préparation du précipi~nbsp;té rouge, du quel mus avions produit Vair pur, dontnbsp;mus nous étions fervi pour Vexpérience précédente, nousnbsp;employdmes pour cette expérience de Vair pur, produit denbsp;minium moüillé avec Vacide yitriolique, et hien depurénbsp;de fon ah' fixe; de eet air nous meldmes 7 parties avec
3 parties de mofette. Labforbtion de eet air mêlé fe fit ausfi promptement, que dans Vexpérience précédente, etnbsp;ne cesfa ou ne diminua point. Après que cette lesfivenbsp;eut abforbé pouces dair, et quainfi cette quantité denbsp;la lesfive pouce') étant prife pour une mefure, cettenbsp;mefure de. la lesfive eut abforbé 178 par ei lies me fur esnbsp;d'air, nous examindmes derechef la lesfive, et mus oh fier-vdmes, que la lesfive étoit impregnée dacide nitreux, quoi-que encore tres éloignée de fa faturation.
-ocr page 249-C 191 )
pier van decze lóóg doortrokken: dan tot onze ver-wondering zagen wy hier door, dat dezelve noch zeer verre af was van mee talpeter-zuur verzadigd tenbsp;zyn.
De aanhoudende ontbinding der lucht by de voorgaande proefneeming niet overeenkomende met de opgaaf van Mr. Cavendish, befloten wy deeze proefneeming te herhaalen met eene mindere hoeveelheidnbsp;loog, waar van wy nu flegts | duim in het zelvenbsp;buisje op het quik-zilver fielden. Op dat het falpe-ter-zuur, het geen wy by deeze proefneeming ver-krygen mochten, niet zoude kunnen worden toege-fchreven aan het falpeter-zuur tot de bereiding vannbsp;het precipitaat gebezigd, waar uit wy de lucht tot denbsp;voorgaande proefneeming gebruikt verkregen hadden, zo namen wy nu tot deeze proefneeming zuivere lucht, voortgebracht uit menie met vitrioolzuur bevochtigd, en van vafte lucht wel gezuiverd;nbsp;hier van vermengden wy, volgens de opgaaf van Mr.nbsp;Cavendish, 7 deelen met 3 deel en mofet. De opflor-ping deezer gemengde lucht gefchiedde even fpoedignbsp;als in de voorgaande proefneeming, en bleef onverminderd aanhouden. Toen er een colom lucht vannbsp;22| duim was opgeflorpt, en dus deeze hoeveelheidnbsp;loog 0 duim) voor eene maat gerekend, deeze maatnbsp;loog 178 gelyke maaten lucht had aangenomen, be-gt;nbsp;proefden wy de loog op gelyke wyze als in de voorgaande proefneeming, en zagen weder, dat de loognbsp;met falpeter-zuur bedeeld, doch echter op, verre nanbsp;niet hier van verzadigd was.
C 192 gt;
répêtai enfuite léxamen du papier imhibé de la les-five, par la quelle eet air étoit abforbé, en préfence de Mesfteurs les Membres de notre Société, qui par ldnbsp;furent convaincus avec moi, que la lesjive étoit hien im-prégnée avec un peu déacide nitreux, mais quelle étoitnbsp;pourtant tres loin dé en être faturée; ce qui mus parutnbsp;en allumant du papier ^ qui avoit été moüillé dans la mê-me lesjive^ faturée par radde nitreux.
Les réfultats de ms expériences s^accordent done dans Ie fond avee eeux de M, Cavendish , puisqu'ils ap-prennenty que Ie rayon élelétrique eaufe une eomhinaifonnbsp;(fair pur et de mofette, et que par cette union il ejinbsp;produit de faeide nitreux: mais ils en différent, en cenbsp;qu'ils font voir, que la faturation de la lesfive, quenbsp;M. Cavendish décrit avoir employé, exige une beau coupnbsp;plus grande quantité d'air abforbé, que fuivant fa dé~nbsp;fcription.
Surpris de cette difference de réfultat fenvoyai une defcT'iption exaamp;e de nos expériences d M. Cavendish, Ienbsp;priant en même tems de minftruire, sHl pourroit trouvernbsp;la eaufe de cette difference; et comme la feule differencenbsp;esfentielle, par la^ quelle notre expérience dijféroit de cellenbsp;de M. Cavendish, conffffoit en ce que nous avons employé de fair pur produit du précipité rouge ou du minium, au lieu de fair pur produit de la poudre noire
for-
-ocr page 251-Ik herhaalde vervolgens de beproeving van papier doortrokken van de loog, door welke de lucht bynbsp;de laatlle proefneeming was opgeflorpt, in het by-zyn der Heeren Leeden van ons Genootfchap, waarnbsp;by Hun Ed. nevens my overtuigd wierden, dat denbsp;loog wel met eenig falpeter-zuur bedeeld, doch echternbsp;zeer verre af was van hier van verzadigd te zyn; ditnbsp;laatfte bleek ons by het branden van papier bevochtigd in loog, die door falpeter-zuur verzadigd was.
Onze proefneemingen ftemmen dan hoofdzakelyk in zo verre met die van Mr. Cavendish overeen, datnbsp;zy namelyk leeren, dat de eleólrifche draal eene ver-eeniging te weeg brengt van de zuivere lucht en denbsp;mofet, en dat er by deeze vereeniging falpeter-zuurnbsp;ontftaat. Zy verfchillen echter hier in van dezclven,nbsp;daar zy doen zien, dat er tot de verzadiging van zodanige loog, als Mr. Cavendish fchryft gebruikt tenbsp;hebben, veel meer lucht door dezelve moet wordennbsp;opgeflorpt, als volgens zyne opgaave.
Verwonderd zynde over deezen verfchillenden uitdag, deelde ik een nauwkeurig bericht onzer proef-neeiningen aan Mr. Cavendish meede, Zyn Ed. verzoekende my te onderrichten, indien hy de oorzaak van deezen verfchillenden uitflag konde vermoeden;nbsp;en terwyl het eenige wezenlyk verfchil, het geen ernbsp;by in het werk ftellen van onze proefneeming fcheennbsp;plaats gehad te hebben, alleen hier in beftond, datnbsp;wy in plaats van de zuivere lucht, verkregen uit hetnbsp;zwarte poeder van quik-zilver met lood gefchud,nbsp;(waar van Mr. Cavendish de wyze van voortbrenging
B b nbsp;nbsp;nbsp;niet
-ocr page 252-( 194 )
formée par Pagitation du mercure avec Ie plomh, dom M. Cavendish ne donne pas la maniere de Ie produire,nbsp;je Ie priai de me communiquer, de quelle maniere il étoitnbsp;venu d eet air ^ parceque je defirois de répéter Pexpé-rience avec ce même air: mais comme il ne m'a fourninbsp;üucune élucidation fur la caufe vraifeniblahle de la diffé-rence du réfultat de nos expériences, et quil ne lui anbsp;pas plu de me communiquer fa maniere de produiré Pair
pur, qtiil avoit employé pQur fes expérknees, mécrivant, ''quil s'étoit propofé dkn parler dans un écrit public, lanbsp;longueur enuyante de ces expériences nous a fait prendrenbsp;la réfolution de dijférer leur continuation, pour ohtenir
tine parfaite faturaüon de la les five, juspiPd ce que M. Cavendish ait public fa maniere de produiré Pair pur,nbsp;dont il skfi fervi, nous contentant pour Ie prefent, ePavoirnbsp;yu, que Vunion du principe dair pur et de la mofettenbsp;produit de Pad de nitreux, fuivant la decouverte de M.
Cavendish.
CH A-
-ocr page 253-C gt;95 )
niet opgeefc), ons van zuivere lucht uit praecipitaat en menie voortgebracht bediend hadden , verzochtnbsp;ik Mr. Cavendish my de wyze van bereiding deezernbsp;lucht op te geeven, terwyl ik verlangde hier medenbsp;de proefneeming te herhaalen. Dan daar Zyn Ed.nbsp;my omtrent de waarfchynelyke oorzaak van het ver-fchil van den uitflag deezer proefneeming geene opheldering heeft gegeeven, en niet heeft goedgevonden my de manier van bereiding der lucht tot zynenbsp;proefneeming gebruikt meede te deelen, my fchry-vende voorgenomen te hebben hier van op eene andere plaats te fpreeken, zo heeft de verveelendenbsp;langwyligheid deezer proefneemingen ons doen be-fluiten de verdere beproeving ter volkomene verzadiging van de loog uit te ftellen, tot dat Mr. Cavendish zal goedgevonden hebben de manier van bereiding der door hem gebezigde lucht meê te deelen,nbsp;ons vergenoegende voor het tegenwoordige geziennbsp;te hebben, dat er, overeenkomftig de ontdekkingnbsp;van Mr. Cavendish, uit de vereeniging van zuiverenbsp;lucht en mofet falpeter-zuur wordt voortgebracht.
Bb 2
T W E F, -
-ocr page 254-C 190 )
CHAPITRE SECOND.
Continuation des expérknees fur les changemens ^ que les différent es efpéces dé air fuhisfent^nbsp;quand des rayons éleamp;riques les par-courent pendant quelque tems.
^ ans les expêrlences fur les différentes efpéces déair^ que f ai fait ci-devant avec M. Pacts van Troostwyk
k moyen de cette machine ^ et que fai décrites dans la partie puhliée de mes expériences, nms mimes fair^ parnbsp;Ie quel nous fimes pasfer les rayons éleamp;riques, dans unnbsp;cylindre de verre, qui avoit lè pouces de largeur. Lesnbsp;expériences décrites dans Ie chapitre précédent nous ayantnbsp;donné Ie moyen dééprouver les effets du rayon éleamp;riquenbsp;fur Fair renfermê dans un tube étroit, nous jugedmes,nbsp;que puisque Ie rayon éleamp;rique opereroit alors fur unenbsp;heaucoup moindre quantité d'air, il pourroit fe faire
pQur
-ocr page 255-TWEEDE HOOFDSTUK.
Vervolg der proefneemingen omtrent de veranderingen ^zvelken-de verfchilknde zoorten van 'luchten ondergaan ^ wanneer \r eleamp;rVnbsp;fche ftraaien eenigen tyd doorgaan.
'y de proefneemingen omtrent de verfchillende zoorten van luchten, met den Heere Paets van Trooft-wyk by dit werktuig voorheen genomen, en in hetnbsp;uitgegeeven ftuk befchreven, plaatflen wy de lucht,nbsp;door welke wy de eleótrifche ftraalen geleidden, innbsp;een cylinder-glaasje, het geen il duim wyd was. Denbsp;proefneemingen in het voorgaande hoofdftuk befchreven ons een middel aan de hand gegeeven hebbende, om de uitwerking van den eleftrifchen ftraalnbsp;op lucht in een nauw buisje befloten te beproeven ,nbsp;kwam het ons voor, dat wy hier door de eleétrifchenbsp;ftraal op eene zo veel mindere hoeveelheid luchtnbsp;kunnende doen werken, langs deezen wech wel ligt
Bb 3 nbsp;nbsp;nbsp;veel
'ii
-ocr page 256-C Ï98 5
pour cette raifon, que U ra^on auroit plus d'effet fur Vune OU V autre efpéce de eet air; ce qui mus a deter mi'nbsp;né Cl répéter les expériences fusdites dans un tube, dontnbsp;Ie diametre ne furpasfoit pas § de pouce.
Cet air, qui depuis huit jours étoit produit de prédpi^
tè rouge, étant placé Si la hauteur de 2| pOUCeS dauS Is
fusdit tube desfüs du mercure, étoit diminué jusqu'h 2 pouces, après que Ie rapon êut pasfé pendant 30 minu*nbsp;tes par c'et' dir, de forte qué~'laquot;diminution de cet airnbsp;étoit ^ de fa quant it é. 'Le tn£r cure; desfus Ie quel Vairnbsp;pur fe trouvoit, étoit fortement calciné è fa fur face,nbsp;après que Ie rayon eut pasfé pendant quelques minutesnbsp;par cet^ air; cette calcination augmentoit en continuantnbsp;cette expérience, et d la fin los pqrois du tube étoientnbsp;fi couverts de chaux de ce metal, quon ne pouvoit\voir
au travers.
Puisque Ie principe d'air pur sunit avec Ie metal dans toute calcination, il efi évident, que Ie mercure s'efi uninbsp;dans cette expérience avec Ie principe dquot;air pur, dans Ienbsp;quel il fe trouvoit; ce qui n'a pu ar river, qu après quenbsp;cet air a été disfolu. La diminution d'air, que nousnbsp;avons obfervé dans cette expérience, fait voir ausft incon-tsfahlement, quime partie de Vair pur efi disfolu. Le
ra-
-ocr page 257-c 199 )
veel mèer uitwerking van denzelven op deeze of geene zoort van lucht zouden kunnen waarneemen;nbsp;waarom wy dan het befliüt namen de gemelde proef-neemingen in een zodanig buisje, het wélk niet wy-der dan 'h duim was, te herhaalen.
Deeze lucht, dewelke een week te vooren uit roo-de praecipitaat vvas voortgebracht, ter hoogte van 2| duim hl het befchreven buisje boven quik-zilver gefield, was, na dat er de Rratil 30 minuten was doorgegaan , verminderd tot 2 duimen, zo dat de vermindering deezer lucht i van haare hoeveelheid bedroeg.nbsp;Het quik-zilver, waar boven deeze lucht ftond, wasnbsp;aan zyne oppervlakte j na, dat de flraal noch maarnbsp;weinige minuteh door deeze lucht gegaan was, zeernbsp;aanmerkelyk verkalkt; dit nam by het aanhouden vannbsp;deeze proefneeming geftadig toe, en tegens het eindnbsp;van dezelve was de buis van binnen zo ver metnbsp;den kalk van dit metaal bezet, dat men er niet kdn-de doorzien.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/
Terwyl by elke verkalking het grondbeginzel der zuivere lucht zich met het metaal vereenigt, zo heeftnbsp;dan ook het quik-zilver by zyne verkalking gedurende deeze proefneeming het, gezegde grondbeginzelnbsp;der zuivere lucht aangenomen, het geen niet dan nanbsp;haare voorafgaande ontbinding heeft kunnen gefchie-den. De hier by waargenomene, vermindering leertnbsp;ook duidlyk, dat een gedeelte der zuivere lucht ontbonden is. De eleólrifche-flraal heeft dan deeze ont-
bia-
-ocr page 258-Tü^on éleamp;rique a done caufé cette disfolution d'une'^par-tie de Pair pur, qu^il traverfoit QS).
Dejirant d'öhferver^ fi Ie ra^on éleSirique augmentoit de quelque maniere la calcination du mercure, en torn-bant fur fa furface, nous avons mis un petit morceau denbsp;fil de fer fur Ie mercurct de maniere quil s'élevoit environ I de pouce desfus fa furface: Ie rayon tomboit alorsnbsp;fur ce fil de fer, fans qu^ii touchdt Ie mercure; fa furface fut pourtant calcinée,pendant que Ie rayon éleamp;riquenbsp;traverfoit fair^ et la diminution de Pair fe fit de lanbsp;même maniere, que dans Pexpérience précédente. La calcination du mercure dans les experiences précédentes doitnbsp;done être feulement 'attrihuée d ce que Ie rayon élepfrique
.. nbsp;nbsp;nbsp;cau-
Qc) Cette calcination de mercure fournit, felon moi, une preuve évidente pour Ie' fyfleme, que la calcination dun tnetal cotififte feulement dans fotlnbsp;union avec la principe dair pur, fans que te metal perde aucun principenbsp;quot;riomm'é plilogiftique par Stahl. Suivant Ie fjflême de Stahl même les metaux nenbsp;fe defaiffisfent pas de ce prétendu phlogifiiqué, d moins qu'ils ne fubisfent unnbsp;certain degré de ihaleur, ou qdtls ne foient'disfolus,pdr l'un ou l'autre acide:nbsp;dans cette expérience pourtant Ie mercure rtacquiert pas tin degré de chaleiirnbsp;remarquable, et il ne fé 'troiivé pas ici un acide, au quel la calcination dunbsp;mercure puisfe être attrihuée, puisque fair pur (fuivant nos expériences, quenbsp;fai décrites page 204) ne contienp pas radde qui en eft feparé et au quel onnbsp;pourroit attribuer la disfolution du metal. Comment la calcination du mer-cttre pourroit elle done avoir lieu, s'il étoit necesfaire pour cela, que Ie metalnbsp;perdit auparavant de Cune ou de Cautre maniere fon prétendu phlogiftique M.nbsp;Pacts van Troostwyk fe tient pourtant ct Chypothêfe du phlogijlique, puisque ilnbsp;n ¦ noiivellement écrit avec M. Deiman Capologie du phlogiftique dans un memoirnbsp;qui a remporté l'année pasfée ie prix de notre Société Hollandoife. Ce memoirenbsp;excellent, dans Ie quel on trouvera ausft, outre Capologie fusdite, pluftcurs ex.nbsp;pér knees nouvelles, eft aCluellement fous la presfe, et feta public en pcii de mois.
-ocr page 259-C 201 )
binding van een gedeelte der zuivere lucht, door welke zy doorging, te weeg gebracht (c).
Om wyders te zien, of de verkalking der oppervlakte van het quik-zilver eeniger inaate veroorzaakt of bevorderd vvierd door het invallen van den elec-trifchen ftraal op hetzelve, zo hebben wy, om dit tenbsp;voorkomen, een ftukje yzer-draad op het quik-zilvernbsp;laaten dry ven, in dier voegen, dat het zich omtrentnbsp;^ duim boven deszelfs oppervlakte verhefte; hier opnbsp;viel dan de ftraal neder, zonder de quik te raaken;nbsp;echter wierd nu, de eleftrifche ftraal door de luchtnbsp;gaande, de quik even fpoedig verkalkt, en de luchtnbsp;op gelyke wyze verminderd, als by de voorgaandenbsp;proefneeming. De verkalking van het quik-zilver bynbsp;de voorgaande proefneemingen is derhalven alleennbsp;toetefchryven aan de ontbinding der zuivere lucht,
door
:(?
Cc
(c) Deeze verkalking van de quik geeft naar myn inzien een blykbaar bewys voor de leer, dat de verkalking van een metaal alleen in,_.detzelfs ver-eeniging met het grondbeginzel der zuivere lucht beflaat,, zpnder dat het metaal vooraf eenig begiiizel, door Stabl phlogifton genaamd, afgeeve. Van ditnbsp;zogenaamde plilogitton immers ontdoen de metaaleu zich niet volgens denbsp;Stahliaaiifche leer zelve, ten zy zy zekeren trap van hitte ondergaan, ofnbsp;door het één of ander zuur ontbonden worden: dan by deeze proefneemingnbsp;neemt het quik-zilver geene merkbaare warmte aan, en er is ook hief geennbsp;zuur voorhanden, waar aan de _ verkalking van de quik kan toegelchrevennbsp;worden, terwyl de zuivere lucht, volgens onze proefneemingen op bladz.nbsp;205 befchreven, geen merkbaar zuur bevat. Hoe zoude het quik-zilvernbsp;zich dan by deeze proefneeming verkalken kunnen, by aldien het hiernbsp;toe zich op eene der gemelde wyze van zyn veronderfteld phlogiflonnbsp;moest ontdoen. De Hr. Paen van Troostwyk befchouwt echter deezenbsp;zaak uit een ander oogpunt, terwyl Zyn Ed. noch onlangs^ met den _ Hr.nbsp;Tteiman de StahliaanTche leer verdedigd''heeft hi eene prys-verhandeling,nbsp;dewelke in t voorleeden jaar door onze Hollandlche Maatfchtyspy gekroond is; welk verdienstlyk ftuk, waar in' men veele eigene proefuec-mingeii vinden zal, thans op de pers is, en binnen weinige maanden ilaatnbsp;uitgegeeveu te worden.
-ocr page 260-( 202 y
caufoit dans'Vair .pur um. disfolutïony,qui 4mmH occa.-i. jion au principe, de camp;t air pur de s'unir ayec Ie metal.
L'eXp'èrience fuivante nous fait voir, 'que Ie rayon èlec-trique dis fout ausf Vair'pur., quoiqü'il nf qit pas de mercure ou 'quelque autre metal., du qüel Ie principe dVairnbsp;pur fe puisfe unir. Nous mimes de Vair pur, produit Ienbsp;jour . auparayant du hprécipité , rouge, fur Veau, d la
I pouce -, apres que Ie- rayon Veut traverfé .15 minutes^, et que dans les 15 minutes fuivan-tes Vair avgit de nouveau perdu \ pouce. Cet air étantnbsp;reslé environ 12 hear es dans-. Ie même tube, nous ohfer-vdmes, qiVil avoit encore perdu I pouce. Ainf la diminution totale de eet air étoit égale, d de fa quantiU^nbsp;Cela difére tres peu de la diminution ou disfolution denbsp;cet air placé des fis du mercure: car nous trouvdmes,nbsp;qu it en étoit ditfolu f- dans ce casi II paroU pourtant
pari., ces. expèrknces, pe la disfolution de Vair wand il ne touche pas Ie mercure, fe fait plus lente-ce' qui peut, dépendre de ce que Ie principe d'airnbsp;pur neft pas dans ce{cas ' f promptement ahforbé.
¦ Examinant les dijférentes portions dl air, qui étoient 'reftées des expériences prêcédentes, avec VEudiometre,nbsp;nous ne pumes ohferver aucune diférence notable entrenbsp;cet air pur éleamp;rifé, et ,une partie de ce même air pur,nbsp;mais'qui E étoit pas éleamp;rifé.¦ ' '
C 203 )
door den èleftrifcheii - ftraal te weeg gebracht, welke ontbinding geleegenheid gaf aan het los gemaaktenbsp;lucht-beginzel van zich met het metaal te vereenigen.
Dat de zuivere luclit door eenen eleftrifchen ftraal ook ontbonden wordt, fchoon het gezegde grondbe-ginzel van dezelve geen quik-zilvér of eenig ander-metaal aantreft, waar mede het zich vereenigen kan,,nbsp;is ons uit de volgende proefneemingen gebleken. Zuivere vlucht, daags te vboren uit roode prsecipitaatnbsp;voortgebracht, fielden wy op water, en namen waar,nbsp;dat van dezelve, na dat er de ftraal 15.minuten wasnbsp;doorgegaan, | duim, en in de volgende 15 .minutennbsp;weder | duim ontbondéhwas. Deeze lucht omtrentnbsp;12 uuren in dit buisje zynde gebleven, zagen wygt; datnbsp;dezelve noch een | duim verminderd was; dus bedroeg de geheele vermindering of ontbinding dcezernbsp;lucht is zyner hoeveelheid. .Dit verfchilC weinig vannbsp;de vermindering of ontbinding deezer lucht bovennbsp;quik gefield: want wy bevonden; dat hier van in ditnbsp;geval ontbonden was. Het blykt echter uit deezenbsp;proefneemingen, dat de ontbinding der zuivere lucht,nbsp;wanneer zy niet boven quik gefield is, traager ge-fchiedt; het geen daar van kan afhangen , dat hetnbsp;losgemaakte grondbeginzel der zuivere lucht dan nietnbsp;zo gereedelyk wordt opgenomen.
De overgeblevene luchten der voorgaande proefneemingen met den Eudiometer onderzoekende, konden wy geen merkelyk verfchil waarneeraen tus-fchen dezelven en ongeëleftrizeerde zuivere lucht, die uit het zelfde glas genomen was.
nbsp;nbsp;nbsp;Cc 2nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Om
( 204 )
Pour découvrïr, fi Pair pur contient un peu de Pact. de, qu'on a employé pour le produire, nous mimes i\ p.nbsp;d'air, produit du précipité rouge, desfus une infufion denbsp;tournefol: mats apres qiie le rayon eut traverfé cet airnbsp;pendant 15 minutes, et quil en fut diminué jus qua 2^nbsp;pouce, nous ne pumes obferver le moindre changementnbsp;dans la couleur de Vinfufion de tournefol. Nous mimesnbsp;enfuite, pour le menie hut, de rair produit du minium
par le moyen d'acide vitriolique, desfus du vinaigre de fat urne mêlé avec beaucoup dP eau, le quel perd fanbsp;limpidité, (comrne on fcaitj quand il s'y mêle la moindre quantité de cet acide: mais ..le rayon ay ant traverfénbsp;I i pouce -de cet air pur pendant 15 minutes, et cet airnbsp;ét ant diminué par la jusqua i| pouces, le vinaigre navoitnbsp;rien perdu de fa Umipiditè.
Mofette atmofpheriqite, Cjiir phlogifliquéj
Nous avions obtenu cet air én plagant un mélange de limaille de fer et de foufre, pendant quelques jours, dansnbsp;Vair atmofpherique, qui en ayoit féparé tout Vair pur,nbsp;comrne il nous paroisfoit en examinant avec 1'Eudiometrenbsp;ce qui reftoit. Cet air étant mis a la hauteur de 3 pou-ces fur du mercure, fit trouvé augments jiisqiid 3J pouce s, après que le rayon eut traverfé cet air pendant y, minutes; dans les \o minutes fuivantes il augmenta a f- p.nbsp;Nous introdiiifimes enfuite dans le tube un peu de la les-
fve
-ocr page 263-C 205 )
Om te beproeven, of de zuivere lucht ook iets van het zuur ophoudt, het welk tot derzelver voortbrenging gebruikt is, fielden wy 2]- duim lucht, uitnbsp;roode prtecipicaat verkregen, boven een weinig aftrek-zel van lakmoes : dan na dat de flraal 15 minuiennbsp;door deeze lucht gegaan was, en dezelve hier doornbsp;tot 2l duim verminderd was , konden wy niet denbsp;minde verandering van kleur aan het aftrekzel dernbsp;lakmoes befpeuren. Wy fielden vervolgens tot hetnbsp;zelfde oogmerk lucht uit menie door vitriool-zuurnbsp;verkregen boven verdunde lood-azyn, dewelke, ge-lyk bekend'is, by de minde inmenging van vitrioolzuur troebel wordt: dan de draal 15 minuten doornbsp;li- duim van deeze zuivere lucht gegaan, en deezenbsp;hier door tot duim verminderd zynde , was denbsp;verdunde lood-azyn niet merkbaar troebel geworden.
van daalvylzel en zwavel eenige daagen in damp-
kringS-Iucht te ftellen, welk mengzel hier uit , zo als ons uit een Eudiometrifch onderzoek bleek, al denbsp;zuivere lucht had aangenomen. Deeze lucht , ternbsp;hoogte van 3 duimen boven quik gedeld, was, nanbsp;dat er de eledtrifche draal 5 minuten was doorgegaan, tot 3j duim, en in de volgende 10 minutennbsp;tot 31: duim vermeerderd. Wy lieten vervolgens eennbsp;weinig van de loog, welke wy tot de proefneemin-gen , in het voorgaande hoofdduk befchreven, gebruikt hadden, in de buis opryzen, om te zien, of
C c 3 nbsp;nbsp;nbsp;hiev
( 20(5 )
jtve, que mus avions eniplo'^ée pour les expériences décri-tes dans Ie chapitre précédent, pour obferver, fi elle ab-forberoit quelque partie de eet air: mats il étoit augmenté au contraire de nouveau d'\ pouce, aprés que Ie rajon.nbsp;eut traverfé eet air pendant 15 minutes. Nous Ms fames eet air éledtrifé jusqu au lendemain dans Ie tube,nbsp;et nous trouvdmes alors, qidil étoit diminué autant quil
avoit été augmenté. Le rayon éleamp;rique pcirott donC étCn-
dre quelquefois dair qu'il traverfe; ce qui [era caufê peut être en partie par ce que Ie rayon éleamp;rique échauffénbsp;Vair en Ie traverfant, et ausfi vraifemblablement en partie par réleamp;ricité, que Vair acquiert dans cette expé-rience^ ou proprement, par la répulfion entre fes partus ^nbsp;qui en eft Vejfet. Nous avons ohfervé plufteurs fois, ennbsp;faifant de femblables expériences fur les autres efpécesnbsp;dl air, une pareille dilatation de Vair éleamp;rifé, qui dimi-nuoit après cela jusqud fon yolume précédent, II nous
a fembléi que la dilatation de Vair fixe, dont faiparlé dans la partie publiée de mes expériences, efi du mêmenbsp;'genre.
Ayant vu ci-devant, que de Vacide nitreux fe fepare de Vair nitreux, quand Ie rayon éleamp;rique pasfe par eetnbsp;air, et que ^ pouces dVair nitreux étoient diminués par-Ut jusqUd i| polices, nous csfaydmes la disfolution de
Vair
-ocr page 265-C 207 )
hier door iets van decze lucht zoude opgeflorpt Avorden; dan zy had daarentegen weder duim aangewonnen, na dat de ftraal v/eder 15 minuten doornbsp;deeze lucht gegaan was. Deeze geëleétrizeerde luchtnbsp;lieten wy ftaan tot den volgenden dagh, en wy bevonden toen, dat zy tot haare voorgaande uitgebreidheid van 3 duimen was ingekrompen. De eleélrifchenbsp;ftraal fchynt dan zomwylen eene uitzetting in denbsp;lucht, door welke- hy gaat, te veroorzaaken, die welnbsp;ligtelyk voor een gedeelte is toetefchryven aan eeni-ge verwarming der lucht, door den doorgang van dennbsp;electrifchen llraal te weeg gebracht. De èlectrifchenbsp;kracht zelve, welke de lucht by zodanig eene beproeving aanneemt, of de hier uit ontftaande afftoo-ting tusfchen derzelver deelen, zal waarfchynlyk eenenbsp;niede oorzaak van deeze uitzetting zyn. Eene zoort-gelyke uitzetting van geëlectrizecrde lucht, welke nanbsp;het eindigen der proefneeming weder tot haare voo-rfge uitgebreidheid wederkeerde, hebben wy ook omtrent andere lucht-zoorten meermaalen waargenomennbsp;de uitbreiding der vatte lucht, waar van ik in het uit-gegeeveii fluk myner proefneemingen (bladz. 120)nbsp;gefproken heb, fcheen ons nu ook van denzelf^nbsp;den aart te zyn.
Voorheen gezien hebbende, dat quot;er van de falpe-ter-lucht, wanneer er de electrifche ftraal doorgaat, l'alpeter-zuur wordt afgefcheiden, en dat hier door 3nbsp;duimen falpeter-lucht tot i| duim verminderd wier-
deii,
-ocr page 266-( 2o8 )
fair nitreux dans un tube pouce de diametre, et nous mimes de la lesfive desfous. Par ce moyen nons avonsnbsp;réduit line quantité d'air nitreux, qui occupoit la longueurnbsp;de 5 pouces dans Ie tube, jusqiid 11 de pouce: il y avoitnbsp;done environ trois quart de eet air nitreux abforbé. Unnbsp;papier imprégné de la lesfive, desfus la quelle eet airnbsp;étoit disfout y faifoit voir en brulant, que eette lesfive
avoit abforbé une quantité remarquahle cVacide nitrCUX. Examinant ce qui refioit de eet air nitreux par Ie moyennbsp;de rEudiometre, nous trouvdmes, que Pair commun mêlénbsp;avec eet air ne fuhisfoit aucune diminution. Les expé-fiences précédentes nous ay ant appris, que Ie réfidu denbsp;Pair nitreux électrifé avoit perdu entierement Vodeur denbsp;eet airy et qidune bougie allumée, mife dans eet airy ennbsp;fut éteinte, il ne ' nous a done pas paru, qu'il y aitnbsp;aucune diférence entre ce réfidu et la mofette atmos-
pherique.
Nous avons mis de ce même air nitreux une quantité, qui occupoit 3 pouces de hauteur dans un verre d'i\pouce de diametre, desfus I pouce de la même lesfive, etnbsp;nous avons obfervé aprês trois femaineSy qfiil en étoitnbsp;abforbé dpeu-près la moitié; examinant Ie réfidu il nenbsp;paroisfoit pas differ er de la mofette atmofpherique. Lenbsp;éleamp;rique caufe done tres promptement la mêmenbsp;féparation de Pacide nitreux de Pair nitreux y qui ne fenbsp;fait que tres lentement par la lesfive feule.
Cel-
-ocr page 267-C 209 )
denbeproefden wy. nu de ontbinding der flilpeter-lucht in een buis van s duim middellyn, en fielden hier onder een weinig loog. Hier door hebben wynbsp;eene hoeveelheid falpeter-lucht, die 5 duimen in denbsp;buis befloeg, in 30 minuten verminderd tot i| duim;nbsp;dus was van deeze falpeter-lucht omtrent | ontbonden. Een papier doortrokken van de loog, waar boven deeze lucht ontbonden was, deed by zyne aan-fteeking zien, dat deeze loog veel falpeter-zuur hadnbsp;aangenomen. Het overfchot van deeze geëlectrizeer-de falpeter-lucht met den Eudiometer beproevende,nbsp;bevonden wy, dat gèwoone lucht hier by gemengdnbsp;geene de minfte vermindering onderging. Daar nunbsp;eene voorgaande beproeving ons geleerd had, dat hetnbsp;overfchot van geëlectrizeerde falpeter-lucht geheelnbsp;den reuk van deeze lucht verloren had, en dat eenenbsp;brandende kaars er in wierd uitgeblufcht, zo hebbennbsp;wy dus in het overfchot van geëlectrizeerde falpeter-lucht geen onderfcheid tusfchen dezelve en damp-krings mofet kunnen ontdekken.
V Wy hebben van dezelfde falpeter-lucht vervolgens de hoogte_ van 3 duimen in een duims glaasje opnbsp;I duim van dezelfde loog gefield, en bevonden, datnbsp;na drie weeken hier van omtrent de helft door denbsp;loog was opgeflorpt; het overfchot beproevendenbsp;fcheen het van dampkrings-mofet niet te verfchillen.nbsp;De eleélrifche flraal brengt derhalven dezelfde af-fcheiding van falpeter-zuur uit falpeter-lucht zeernbsp;fpoedig te weeg, die door de loog alleen zeer langzaam gefchiedt.
Dd nbsp;nbsp;nbsp;Dec-
-ocr page 268-( 2IQ J
Cette cUsfolution de Vair mtreux fait dofte voir, que cét air ne doit pas être regardé, fuivant ^opinion de M. La-voiier, comme s'il étoit tout-dfait un 'principe dacidenbsp;mtreux (d}', mais quHl eft compofé au moins de | d'd-cide mtreux réduit en air, et mêlé avec un air, qui nenbsp;paroU pas différer de Pair atmofpherique. -
Cette expérience fait voir de plus, que Pair peut coum ienir une grande quamité d'acide réduit en' air, lors inê-me, qiion ne petit dêcouvrir eet acide ni par un alcalïnbsp;cauflique, ni par dautres molens: car Vacide nitreux nenbsp;fe manifeftoit dans Pair nitreux, qui Jtoit diminué de lanbsp;moitié par Palkali, ni dans celui qui étoit réduit, par Jenbsp;rayon .éleamp;rique dans ms expériamp;nces précédentes, de 3nbsp;polices jusqu'd i§, quoique Pexpérience, que viéns denbsp;décrirè', fa'sfe'voir,'' que Taïr''nitreux ^ejP 'compofé dans 'cenbsp;cqy-.dpeu-prh pQur la moijjp de f acilpjtltfeux. ^
¦'jLquot; 10 ¦ 'in .!/I j:.quot; v-
/Mr inflammahle , p/oduif. par Ja dJsfolution. Je q , jer dam de facide vitrmlique. -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;- Nous plagdmes' i\. polices de eet air desfus | de poucanbsp;d'infujiódde-tourhefol, ^four esfayer, fi Ie rayon électri-'que en fèparifoit quèl'que acide: mais 'mus ne pumes dé-couvrir Ie moindre changement dans la couleur de cette
in~
(d) Mem. de C/kad. des feknees 1776, p. 67% S 1781, p. 496.
-ocr page 269-C 211 )
Deeze ontbinding der falpeter-lucht leert derhal, ven, dat dezelve niet geheel en al als een beftand-deel van het falpeter-zuur is aaiitemerken, waar voornbsp;deeze lucht door Mr. Lavoijier gehouden wordt (d),nbsp;maar dat zy ten minden voor drie vierde gedeeltenbsp;beftaat uit het falpeter-zuur zelve tot lucht gebracht,nbsp;en vermengd met eene lucht, die Van dampkrings mo-fet niet fchynt te verfehillen.
. Deeze proefneeming leert wyders, hoe lucht zec^ veel zuur, tot den ftaat van lucht gebracht, bevatten kan, zelfs dan, wanneer men zulks door het in-plaatzen van loog-zouten of andere middelen nietnbsp;kan ontdekken. In de falpeter-lucht immers doornbsp;het inplaatzen van loog tot op de helft verminderd,nbsp;gelyk ook in die geene, die by onze voorgaandenbsp;proefneemingen van 3 duimen tot l| duim doornbsp;den eledlrifchen draal gebracht was, was geen zuurnbsp;te ontdekken , fchoon de thans befchrevene proef-r.eeming ons leert, dat zy in dat geval noch omtrentnbsp;voor de helft uit falpeter-zuur bedaat.
Om te beproeven, of er door den eleftrifchen draal eenig zuur van deeze lucht zoude afgefchei-den worden, delden wy dezelve ter hoogte van 2Jnbsp;duim boven | duim aftrekzel van lakmoes: na dat ernbsp;de draal lo minuten was doorgegaan , konden wy
niet
Mem. de IAcad. des fciences 1776, p. 673 amp; 1782, p. 4^5,
Dd 2
-ocr page 270-infufmi^ aprh que k rapn eut traverfé eet air pendant lo minutes. Nous mimes enfuite 2| pouces de la mêmenbsp;'préparation desfus du vinaigre de faturne mêlé avecnbsp;heaucoup (Peau. Aprh que Ie rapn eut traverfé eet airnbsp;pendant 7 minutes., eet air fe trouva augmentê jusqudnbsp;4 pouces, et dans les 5 minutes fuivantes d 5 pouces,nbsp;Le vinaigre de faturne n'avoit rien perdu paf. ld de fanbsp;quot; 'tranfparence ,¦ ce qui demontre, qu'il n avoit p'as Tefu dda-
cide (p). Nous ne pouvons pas determiner, d' quelle cau~ fe la fusdite augmentation de Vair doit être attrihuée.
Cet air étant placé, pour le même hut que le précédent , d la hauteur de lt;i\ pouces far une infuflon de tour-'
nefbl, ètoit augmentê h si pouces, aprês que le rayon
éledrique eut traverfé cet air pendant 4 minutes. Le rapn casfant le tube nous ne pumes pas ohferver, f cetnbsp;air continuoit encore d augment er.- Nous esfaydmes denbsp;répéter cette expérience avec une autre tube, mais il futnbsp;rompu au commencement. Nous mimes enfuite cet air
d la
(e) Le changement de couleur, que nous avons obCervé ci-devant en faifant de parel lies exfériences fur cet air, et dont fat parU dam la par tie ptibliée denbsp;mes expériences, pag. 122, devra done vraifemhlabkment fon origine ê tacidenbsp;'vitriolique, employé po-ur la production de cet air, qui en aura retenu un*nbsp;petite portion.
-ocr page 271-C 213 )
niet befpeuren , dat dit aftrekzel de'minfle kleürs verandering had ondergaan ; ook befloeg de luehcnbsp;evenveel plaats. Wy fielden vervolgens 2} duimnbsp;iucht van dezelfde bereiding boven verdunde lood-özyn. Na dat dé flraal ^ minuten doör deezé lUchtnbsp;gegaan was, was dezelve'^vermeerderd tot 4 duimen,nbsp;en in de volgende 5 minuten . tor..5 duimen.. Denbsp;l^od-azyn was echter hier;gt;y volkomen helder gebleven; een bewys, dat er, uit de ontvlambaareluchtnbsp;geen zuur ontbonden^ was Qe). Waar aan deeze zo'nbsp;aanmerkèlyké töeheeming der lucht by de laatflenbsp;proefneeming is toetefchryven , weeten wy niet tenbsp;befliszen.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;¦
vitriool-olie vermengd.
Deeze lucht, met het zelfde oogmerk als de voorgaande, ter hoogte van 2I diiim, op een aftfekzel van lakmoes gefield, was, na dat er de flraal 4-minutennbsp;was doorgegaan, vermeerderd tot 5J duim. De elec-trifche flraal toen de buis ,breekende, konden wy denbsp;verdere vermeerdering deezer lucht niet beproeven.nbsp;Dit trachtende met eene andere buis te herhaalen,nbsp;brak dezelve weder in den beginne. Wy fielden vervolgens deeze lucht ter hoogte van 3 duimen op
'' één
(i) De kteurs verandering, welke wy voorheen By de beproeving deezer locht hebben waargenomen, en waar van ik in bet eerfte ftak bladz. 123. gemeld heb, zal dus, naar allen Ichyn, veroorzaakt zyn door eenig vitrioolzuur, in deeze lucht opgehouden het geen zyn oorfprong zal gehad hebbeanbsp;Van het yitriool-zuur tot voortbrenging deezer lucht.
Dd 3
-ocr page 272-lt;. 214 )
ii la'haufèur êe 3 pouces desfus un pouce de yinatgre de faW^ne. Apres ' mnutès Üquot; fut accru par Ie rayonnbsp;éleCfnque jusqu'a 6 pouces^ et après que Ie rayon Veut^nbsp;p-avej fé^ pendap^t 15 minutesil occupoit 10 pouces d\nbsp;hauteur dans /f tube. Examinant enfuite eet air, et y intnbsp;troduifant.une.petite bougie aüumée') nous tf'om'dmes-,lt;quiinbsp;avoit perdu entierement fon inflammabilité. Répéiant enfuite cétte êxpérience ayet'' une pareitte quantUe (f air,nbsp;quot;inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'/nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'.( ¦
nóus vimes, quïl s'etoit étendu en minutes ct 91 pouces.. Nous examindmes eet air en y mêlam de dair ni-treux, mais il ne fuhisfoit par ld aucune diminution.
' f Air alkalih.
Cet air produit de Vefprit de fel ammoniac par cha-'leur j étant placé dans un pareil tube d la hauteur de 3 pouces, fut augmenté par Ie rayon éleétrique en 4 minutes jusqud 6 pouces; dans les 10 minutes fuivantes il
ne fut pas plus augmenté. Cela s'accorde tres bien mee ce que fai vu dans la fuite être ohfervé par M. Beriho-let (f). Notre rayon éleamp;rique., quoique il efiplus fort,nbsp;ne.. cqujfe done pas une plus grande augmentation ou dis-foltttion de cet air, qu'une étincelle éleamp;rique ordinaire.nbsp;Vair éleStrifé de cette expérience ne fut pas ahforbé parnbsp;Peau, et étoit en par tie air inflammable.
Nous_
(f) Journal de Phjpquê fept. I?85, p. ip6.
L - ¦
-ocr page 273-C ^*5 )
één duim verdunde iDÓd-azyn.Na 4 minuten was dezelve door den eleflrireh.en ftraal, tot 6 duimen gebracht j, en na dat er de fl;raal, 15 minuten, was doorgegaan., befloeg zy 10 duimen.,, hoogte ..in. de buis.nbsp;Deeze lucht vervolgens door hetquot;mhrengen der vlamnbsp;van een kaarsje beproevende, bevonden wy, dat zynbsp;al ha'aré ontvlambaarheid quot;verloren- had. De proef-fieemingu vervolgens'^eetoe- ^iyke'^ laoev-eelhéidnbsp;Juchtuherh^alendé zag'en: w.y,.dat\\dezdve na; 15. nihnbsp;nuten zich tot, 91 'duim had u uitgezet;', Wy' onderzochten dezelve door het by voegen van falpeter-luclit,quot; dan hier by onderging zy'niet de mihfte vermindering.
t t» -. A '' r* '
'r lucht-..
.....
Deeze lucht, van geest van ammoniac-zout door hitte 'voortgebrapht, ln \ eeilv,ZQortgélyk.' buisje ternbsp;hoogte .van ^3 duimen gefield zynde., wierd door dennbsp;plectrifchen .ftriial in 4-fniputen tot d duimen^^gebracht; ïri de volgende 10 m.muten wferd. zy doornbsp;denzelven nfec 'Vérder üitgébrèid.' ¦ Dié flérrit^zeer na^nbsp;l)y^overeen met hét geen ik naderhand gezien helgt;nbsp;IdO'Or'M. Berthdet bevonden te zyn (/j), De loog-luchcnbsp;wordt dan door onzen fterkeren electrifchen ftraalnbsp;niet verder uitgebreid -pf pntbondendan ,dP.or de ge-woone electrifche vonk^_Devzp,geël^ctrizeerde luchtnbsp;bevonden wy, gelyk voorheen^ door water niet op-geflorpt te worden, en gedeeltelyk ontvlambaar te zyn.
(} Journal de Phyfique fept. 178Ö, p. 176.
-ocr page 274-, Nous finies pasferlle.rayon éleStrique par de Pefprit de fel ammoniac, placé ci la hauteur d'un pouce fur du mer-'care dans un tube pareil h celui', que nous avons employénbsp;pour Vexpérie'nce précédente., Le rayon traverfant eetnbsp;efprit de fel ammoniac en produifit une fi grande quan-t'ité da'ir, que la tube en fut rempli h la hauteur de 8nbsp;pouces dans Vefpace^de 4 minutes. En examinant eet
air tious vimes, qu'il s'enflammoit de la tnêttie manier6,
que Vair alkalin 'éleamp;rifé, et qu'il étoit ausfi peu abforbé. Jl nous femble done, qtion peut conclure de cette expé-rienee, qu'on dolt regarder Vair alkalin comme un alkaUnbsp;volatil réduit en forme d'air, puisque le rayon éleÖtriquenbsp;produit de fun et de f autre un air également inflammable.
Nous avons placé de même Pair fixe, ainji que les au-tres airs acides, dans de pareils tubes, et nous avons
ausfi fait pasfer le rayon éleGfrique Ue la même maniêre
par ces' airs. - Les phénoménes,^ que mpis avons ohfervés en^répétant ces expériences, s'accordent dans le fondnbsp;avec ceux, que nous en avons vu auparavantqudnd nousnbsp;'avons employé un verre dhin plus grand diametre. pournbsp;ces expériences, que f ai dé er hes dans la par tie puhliêenbsp;de mes expériences, pag. 124 128.
HA-
-ocr page 275-Wy hebben vervolgens den eleélrifclien flraal door geelt van ammoniac-zout geleid, gefield ter hoogte vannbsp;één duim op quik, in een zoortgelyk buisje, als wynbsp;tot de voÖtgaande proefneemingen gebruikt hadden.nbsp;De eleélrifche flraal door dit vocht geleid deed hiernbsp;van zo veel lucht ontftaan, dat de buis na 4 minuten ter langte van 8 duimen met lucht gevuld was.nbsp;Deeze lucht beproevende zagen wy, dat zy op ge-l3^ke wyze ontvlamde, als de geëleétrizeerde loog-lucht, en even weinig als deeze wierd opgeflorpt.nbsp;Hier uit fchynt ons te volgen, 'dat men de loog luchtnbsp;llegts als vlugge loog, tot eenen veerkrachtigen Itaacnbsp;gebracht, heeft aantezien, terwyl de eleélrifche llraalnbsp;uit beiden eene gelykaartige ontvlambaare lucht voortbrengt.
De vafte lucht, als meede de overige zuure luchten, hebben wy insgelyks in een zoortgelyk buisje gefteld, en er de eleétrifche ftraal laaten doorgaan.nbsp;De verfchynzels, welken wy hier by hebben waargenomen , koomen hoofdzakelyk overeen met dienbsp;geenen , welken wy voorheen gezien hebben, toennbsp;wy deeze luchten in wydere glazen beproefden, eilnbsp;welken ik in het uitgegeeven fluk myner proefnee-mingen bladz. 125 129 befchreven heb.
Ec DER-
-ocr page 276-C 218 gt;
CÏIAPITRE TROISIEME.
f extraordinaire grandeur de notre machine êleamp;rique ma engagé de faire quelques expériences en préfence denbsp;les Direamp;eurs ei les Membres des Sociétés de Teller ynbsp;pour imiter quelques mètêores plus en grande qiPon n a
pu Ie faire jusqu ici par Ie moy.en d'une- pnachine ordinaire , et pour fournir par ld- des argumens plus frappants, que quelques phénoménes font jufiement attribués aux eau fes éleftriques..
. Defrant de faire deux nuages artificielSy dont ftm ètoit ékbtrifé pofithement, et Vautre négathement, et denbsp;de les laisfer voguer dans la fale fort fpotieufe, dans lanbsp;quelle notre machine eji placée, je me fuis fervi de deuxnbsp;ballons fails de cette pellicule fine, que les vaches réjet-'nbsp;tent, quand elks yêlent. Je remplis ces ballms avec de
C 219 )
DERDE HOOFDSTUK.
Proefneemingen hetrejfende zommige EkC'
H,
.et grooter vermogen van onze electrizeer-ma-chine deed my befluiten eene en andere proefneeming ter aanfchouwing van Heeren Beftuurderen, en Leden der Genootfchappen van Teylers (lichting in hetnbsp;werk te (lellen, om meer in het groot, dan men totnbsp;nu toe met de gewoone werktuigen heeft kunnennbsp;doen, zommige lucht-verfchynzels na te bootzen,nbsp;en hier door des te meer treffende bewyzen te gee-ven, dat zommige lucht-verfchynzels met recht aannbsp;eleélrifche oorzaaken toegefchreven worden.
Verlangende twee konft-wolken, waar van de eene pofitif en de andere negatif geëlectrizeerd was, in denbsp;ruime en hooge zaal te laaten dryven, in welke onsnbsp;eleélrifch werktuig geplaatll is, bediende ik my vannbsp;twee lucht-zakken , gemaakt van het dunne vlies,nbsp;het geen de koeyen voortbrengen, wanneer zy kalven. Deeze zakken, waar van elk den inhoud had
E e 2 nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;van
-ocr page 278-( 220 )
Talr infiammaUe^ dont chacun renfermoit environ deux pieds cuhiques y et je chargeai ces ballons y qiii itoientnbsp;plus legers que Vair atmofpherique, en y attachant quel-ques poids y afin quils devinfient asfiez péfiants pour nenbsp;fie pas élever. Je fis communiquer y par Ie moyen d'unnbsp;fil de fier de la plus mince efipécey dont la longueur étoitnbsp;environ de 25 ou 30 pieds y un de ces ballons avecnbsp;vn condtiamp;eur qgt;iacó ü un coté de la fialey et coiïibinê
avec Ie conducteur pofitifi. üautre ballon avoit de la mê-me maniere communication avec un autre conduCteur y combiné avec Ie conduCtéur négatifiy et placé a Vautre cêténbsp;de la fiale y vis-a-vis et a la dtflance dVenviron 20 piedsnbsp;du premier. Je fis avancer les ballons, les èloignant denbsp;la machine y autant que la longueur des fils te per met-
nbsp;nbsp;nbsp;_ I .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;y , W -
toït; ils y étoient tenus a la hauteur de quelques pieds
desfius Ie plancher, parceque les poids fiusdits, dont ils
étoient chargés y pendoient aux bouts des fils de fioicy qui 'ètdiént longs de 8 ou 10 pieds. Aüsfitét que la machinenbsp;'éteblripue eut commencé d tourner y et que les ballons eu-gent refu 1'electric it é des conduCteurs, aux quels ils étoï-ent attachés, ils s'élévoient en forme de nuages a toutenbsp;la hauteur, que la longueur des fils Ie pouvoit permettre;nbsp;ils s'approcherent enfuite par leur attraction mutuelle, etnbsp;fe combiner ent bientot comme dans un nuage, quonnbsp;yóyoit alors s' ah ais fier lentement.
Vé-
-ocr page 279-Van omtrent 2 cubick voeten , met ontvlambaare lacht gevuld, en dus ligter dan de dampkrings-luchtnbsp;zynde, bezwaarde ik dezelven, doorer eenig gewichtnbsp;aan te l^jangen ,: tot dat zy een weinig te zwaar warennbsp;oin zich te kunnen ophefFeq.. Ee,n van deeze luchc-iakken vereenigde ik, dbör een j^zer-draad van hetnbsp;dunde ^bórc, omtrent 25 öf 30' voeten langte hebbende, niet eenen cönductor^ aan de eene zyde dernbsp;zaal fta-ande, die met 'den pofitiven copductpr ge-meenfchap had., üen anderen lucht-zak vereenigde iknbsp;insgelyks, door een zoortgelyk yzer-draad, met eenennbsp;anderen conductor, aan de andere zyde der zaal regens'ovér en op omtrent 20 voeten afftand van dennbsp;eerdgemelden geplaatil, en welke'van den negativehnbsp;conductor kracht ontdng. De lucht-zakken brachtnbsp;ik vervolgens voorwaards, dezelven zo verre van denbsp;elecirizeer-machine verwyderende, als ^de langte dernbsp;draaden toeliet, alwaar zy, op eenige voeten hoogtenbsp;van-, den. grond quot;^gehouderi wierden : vermits de gemelde gewichten', waar meéde zy bezwaard waren,nbsp;aan de einden van zyden draaden hingen, die 8 of.nbsp;10 voeten lang waren. Zo dra dé eleGtrizeer-machi-ne wierd aan den gang gebracht, en de lucht-zakkennbsp;de electrifche krachten verkreegen der conductors,nbsp;aan welken zy waren . vaft gemaakt, Veezen zy ^alsnbsp;wolken op, zo hoog als de langte der draaden toeliet; zy naderden vervolgens door hunne'onderlingenbsp;aantrekking elkander, en vereenigden zich welhaaftnbsp;als het ware tot eene wolk, dewelke men weder lang-Zaamerhand zag daalen.
Ee 3 nbsp;nbsp;nbsp;De
-ocr page 280-( 222
Üélévatton de ces nuages artificiels dolt être fans dou-te attrihuée h la diminution de leur péfanteur fpécifique, et cette diminution eft certainement caufée par la dilatation de rair, qu'ils contiennent; cette dilatation eft Vef-fet necesfaire de VékSlricité ^ que ces nuages regoivent^nbsp;puisque les particules d'air fe repousfant par ld y doi-vent done necesfairement s'éearter les unes des autres. La
defcente de ces nuages artificiels, quand its fe tOUChcnt y
depend de ce que réleamp;ricité oppofée des nuages y qui fe rencontrent y eft d-peuprès anéanthy quand ils fe touchent,nbsp;et les nuages combinés perdent par confequent Téledtrici-tèy qui les a foutenus.
¦ Cette expérience fournit felon moi les explications fui-vantes concernant les météores ékQriques.
1) nbsp;nbsp;nbsp;Elle nous fait voir, comment un nuage, quand il
regoit de réleamp;ricité, devientplus leger par ld, et fe doit élever par confequent jusqufi une partie moins denfe OU
plus legere de ftatmofphere. Cela explique done la fépa-ration ou l'élevation inftantanèe des nuages y qu'on voit arriver quelques foisy quand on obferye un or age a queUnbsp;que diftance: puisquon peut aifement concevoir, quunnbsp;orage produira qudque fois dans un infant de Véledfrici-té dans Vun ou l'autre nuage.
2) nbsp;nbsp;nbsp;La caufey pourqugi il peut fouvent tres fort dans Ienbsp;tems dun orage y peut être facilement expUquée par ld.nbsp;Les nuages, qui fe font étendus conftdérahlement par leur
élec-
-ocr page 281-De optieffing deèzer konstwolken is buiten twyffel toetefchryven aan de vermindering van haare zoor-telyke zwaarte, ep deeze wederom wordt voorzekernbsp;veroorzaakt d-oór de uitzetting der lueht, welke zynbsp;bevatten; welke uitzetting/noodwendig vobrtvloeytnbsp;uit de electrifche kracht, die aan deeze wolken wordtnbsp;medegedeeld, terwyl de lucht-deel en hier door elfcan-»nbsp;(der afftootcnde, zich by. gevolg, van elkander verwy-deren. , De. daaling|deezex konst-woiken, wanneer.zynbsp;elkander raaken, hangt hier van af, dat de tegen-overgeftelde krachten der beiden zich zamen vereeni-gende wolken, elkander by deeze zamenkorast tennbsp;naaftenby vernietigende, de vereenigde wolken dusnbsp;de kracht verliezen , die hun heeft opgehouden..
Deeze proefneeming geeft, naar myn inzien, de volgende ophelderingen , betreffende de elecftrifchenbsp;lucht- verfchynzels.
1) nbsp;nbsp;nbsp;Zy doet ons zien, hoe eene wolk, wanneer zynbsp;plectrifche kracht ontfkngt, hier door ligter wordt,,nbsp;en zich dus tot een hooger en yler gedeelte van dennbsp;dampkring moet opheffen. Dit verklaart derhalvennbsp;de fpoedige afzondering of opheffing van wolken,,nbsp;welke men zomtyds ziet gebeuren;wanneer men eennbsp;donderbui op eenlgen afftand befchouwt: terwyl heynbsp;te begrypen is, dat by eene donderbui zomtydsnbsp;fpoedig in de eene of andere wolk electrifche krachtnbsp;ontftaan zak
2) nbsp;nbsp;nbsp;De oorzaak van den fterken regen by donder-biiien laat zich hier uit zeer duidlyk verdaan. Denbsp;wolken immers, die door haare electrifche kracht
aaU'»
-ocr page 282-C 224 )
êleBricité^ doivent mcesfairement diminuer de yoïnflie, quand ils per dent leur éleamp;ricité au moment quHls s'u-nisfenty et la caüp de leur expanjion^'cesfepar Ih. Dansnbsp;cette diminution de volume des nuapSy les pcïrticulesnbsp;d^eauy qu ils.fenferment y sapprochent y fe mêlenty ei ac-querant-par Jè trop de péfmteur pour fe Jhutenir^ plusnbsp;longtems dans fair^.elles commencent h defcendre. En
defcendant elles rencontrent dSautres particules d cau y qui
uhisfent y et de' cette mdnieh il fe fait des goutteSy qui font plus ou moins^ gros fes y qudnd elles tomhent fur lanbsp;terrCy a mefure qiielles onD rencontre en defcendant unsnbsp;plus grande quantité de particules d'eau, qui sp font unies.
¦ nbsp;nbsp;nbsp;f) La tiaifpn pour quoi il grêle fouvent dans Ie temsnbsp;d'un or age y peut ausfi étre déduite de ces expériences y denbsp;la maniere fuivante: un nuage déyient plus leger, fuivantnbsp;quot;ces expériences y quand il règoit VéleBricité; il doit par
confequent s'élever alors dans datmofphere. Cela peUt
être la raifony póur quoi quelques nuages s'éleyent fouvent dans Ie tems dun or age ci une hauteur extraordinaire y etnbsp;en même tems d une règion fi froide de-latmofphere y quenbsp;ies particules deau y quand elles sunisfent en gouttes y fontnbsp;gêlées dans linfant y et for ment ainfi la grêle. (g)-
¦ nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Dans
¦' (g) Qtmqii'il y eut une étincelle entre ces muages anificieh éleBrifês,. elk tte produiftt pourtant aucun bruit rémarquable , ce qui y manquoit pour imitcrnbsp;Je tonnerre, L' experience devoit done paroitre défeClueufe a eet égard, dfinnbsp;V »nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. i ^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- que
-ocr page 283-C 225 )
aanmerkelyk zyn uitgezet, moeten noodwendig inkrimpen, wanneer zy, by haare zamenkomft, haare kracht verliezen, en dus de oorzaak van haare uitzetting ophoudt. By deeze inkrimping der wolkennbsp;koomen de water-deelen, welken deeze wolken bevatten, noodwendig nader by elkander, loopen tenbsp;Zaamen, en hier door te veel zwaarte verkrygende,nbsp;om zich langer in de lucht optehouden, beginnennbsp;zy te daalen; by hunne daaling andere water-deelennbsp;ontmoetende, die zich met hun vereenigen, wordennbsp;er regendruppels gebooren, welken, wanneer zy op denbsp;aarde nedervallen, des te grooter zyn, naar maatenbsp;zy in hunne daaling meer water-deelen ontmoet hebben, die zich met hun vereenigden.
3) De reden, waarom het dikwyls by donderbuien hagelt, kan ook hier uit worden afgeleid. Eene wolk immers wordt, volgens deeze proefneeming,nbsp;wanneer zy electrifche kracht verkrygt, ligter, ennbsp;moet derhalven dan hooger in den dampkring opry-zen. Het kan hier van afhangen, dat zommige wolken by eene donderbui zich zomwylen tot eene bui-tengewoone hoogte verheffen, en dan teffens eennbsp;zodanig koud gedeelte van den dampkring bereiken, waarin de water-deelen, wanneer zy tot druppels te zaamen loopen, oogenbliklyk bevriezen, ennbsp;dus hagel vormen (g).
In
Qquot;) Schoon er tuflchen de geëleftrizeerde konst-wolken, wanneer zy tot elkander kwamen, eene vonk ontftond, kon deeze echter geenen merkbaarennbsp;flag geeven, en dus wierd hier by de donder niet nageboost. In dit op
zicht
Ff
-ocr page 284-Dam la pflrtie puhliée de mes expériences fat dit. (^pag. 32), que favois porté les rayons^ qui s'élangolentnbsp;du conduamp;eur, jusqiid la longueur de 6 pieds, en lesnbsp;faifant pasfer Ie long dquot;um planche bronzée; cela manbsp;donné Vidée de faire lexpérience fuivante. Je fis fius-pendre un plan rond de fix pieds de diametre^ couvertnbsp;d'un coté de feuilles détain, proche rextrémité du con-.nbsp;dudfeur ^ et h-peu-pres h la tnême hauteur^ la furfaCS
garnie étant tournèe par Ie has. Je fis xommuniquer Ie conduBeur et ce plan; dont Ie hord avoit répaisflur denbsp;3 pouces, afin que Ie fiuide éleamp;rique nen échappdt pasnbsp;promptement. Desfous ce plan f en plagai un autre pa~nbsp;reil de la même grandeur, environ un pied plus has quenbsp;Ie premier, mats dont Ie hord êtoit feulement.. garni denbsp;feuilles d'étain, et la furface fuperieure étoit hronzée. Jenbsp;fis communication entre Ie fusdit hord garni et la terre.
yifin
que ce qui airive, quand ks nuages artifickh ékUnfés fe rencontrent, 'parüt (ivoir plus cfanalogie avec ce qui arrive, quand ks nuages éleBrifês fe rencm~nbsp;trent dans l'atmofphere, fattachai a la partie^ inferieure dun de ces ballonsnbsp;qui avoit communication avec Ie conduamp;eur nigatif, un autre ballon remplinbsp;dPair inflammable nwlé d'air atnwfpherique; 'dans-eet- air mtlé fe trouvtit'-unenbsp;petite ebaine de laiton, qui étoit interrompuë ci .un endroit, el dont les partiesnbsp;étoient liécs enfemble par un fil de foie, de maniere qti'il y avoit éntt;e dies lanbsp;diflance denviron \ 'de pouce. Au refte farrangeai 1'apparèil, de maniere 'quenbsp;la partie inferieure de ce ballon négatif réccvqit de 1'autre ballong qui avoitnbsp;comnmnicatmi avec Ie conduSeur poptif, un rayon ti 1'endroit, oü la chaine tou-choit Ie cóté inferieur de ce ballon négatif. Le fiuide ékamp;rique de ce rayon étantnbsp;conduit par la chaine fusdite, et donnant ainp une étincelle dans Pair hiftam-inable mélé, a P'endroit oit la chaine étoit interrompuë, Pair inflammable ennbsp;fut allmné; ce qui eau fa un grand bruit dans Pinflant, que ces nuages artifi.nbsp;iicis fe rencontrerent, et ils furent en niême tems rompus par la.
-ocr page 285-In het uitgegeeven ftuk myner proefneemingen heb ik gemeld (bladz. 33} gt; dat ik de electrifchenbsp;ftraalen, uit den conductor van ons werktuig voortkomende, verlangd had tot 6 voeten, door dezel-ven te laaten gaan over eene gebronfte plank; ditnbsp;gaf my aanleiding tot de volgende proefneeming.nbsp;Een vlak rond houten bord van 6 voeten middellyn,nbsp;aan de eene zyde met blad-tin bekleed, hing ik waterpas op, naby het eind van den conductor, ennbsp;omtrent op dezelfde hoogte; de bekleede zyde on-derwaarts ftaande. Dit bord, welks rand drie duimen dik was, op dat er de electrifche ftof niet ge-reedelyk zoude uitflroomen, gaf ik met den conductor gemeenfchap. Onder dit bord Helde ik, omtrent één voet laager, een ander zoortgelyk bordnbsp;van dezelfde grootte, doch waar van de rand alleennbsp;met blad-tin bekleed, en de boven-zyde met bronsnbsp;beflrooid was. Den bekleeden rand van dit bord
zicht kwam dus de proefneeming eenigermaate gebrekkig voor. Oin dan de zamenkomst deezer geëleftrizeerde konst-woiken, en het geen er by dezelve gebeurt, eenen meerderen fchyn van overeenkomst te doen hebben metnbsp;het geen er by de zamenkomst der geëleftrizeerde wolken in den dampkring gebeure, hing ik aan éénen van deeze luchtzakken, die met den negati-ven conduftor gemeenfchap had, eenen tweeden, gevuld met ontvlambaarenbsp;lucht, welke met dampkringslucht vermengd was: in deeze gemengde luchtnbsp;hing eene dunne koperen ketting, die op eene .plaats was afgebroken, ennbsp;waarvan de ftukken met een zyden draad zodanig waren te zamen gebonden,nbsp;dat zy den afftand van omtrent | duim van elkander hadden. Voorts richtenbsp;ik den toellel dus in, dat de ouderzyde van deezeii negatif geëleftrizeerdennbsp;lucht-zak, ter plaatze waarop aan de binnenzyde de ketting rustte, een draalnbsp;ontfing van den anderen lucht-zak, die met den pofitiven conduftor ver-eenigd was. Deeze draal langs de gezegde ketting gaande, en'dus ter plaat-ze, daar dezelve afgebroken was, één vonk geevende in de gemengde ontvlambaare lucht, wierd deeze hier van aangedoken. Dit veroorzaakte bynbsp;de zamenkomst van deeze in de lucht dryvende konst-wolken eenen aau-Hierkelyken flag, waar door dezelven teffeiis verbroken wierden.
Ff 2
-ocr page 286-Afin que Ie plan fiuperkur donndt de fion milUeu des rayons fiur Ie milüeu du plan inferieur, fattachai, parnbsp;Ie mo^en d'un vis, d la fiur face inferieure du plan fupe-rieur, une houle de cuivre de 4 pouces de diametre, etnbsp;au millieu du plan inferieur je mis un hémifphere denbsp;6 pouces de diametre. Lorsqiion tourna la machine,nbsp;on vit, que Ie plan fuperieur élangoit continuellement desnbsp;rayons de fa houle fer Thémifphere flacé ÜU milUeU du
plan inferieur. Ces rayons fortoient de toute la circonference de eet hémifphere, pour gagner Ie bord conduamp;eur de ce plan, et ils faifoient ainfi voir continuellement,nbsp;en par courant la furface hronzée de ce plan, plufieursnbsp;rayons de la foudre artificielle (h).
Ml-
(h) On ne doit point trouver étrange, que je me fois fervi de furfacet hronzées ou de cuir do ré pour iniiter la foudre, a eaufe que les nuages,dansnbsp;les quels la foudre fe fait voir, femblcnt avoir tres peu tPanalogie avec de parentes furfaces. La chofe bien confiderée, ces furfaces ont une grande analogie
avec les nuages, d Cégard de leurs aptitude è conduire les rayons éleCtriques. En efj'et comme les nuages, étant compofés iTeau etd'air,, contiennent deux fubftan-ces, dont Pune, c. a. d. Peau, eft conduCteur, et 1'autre, c. a. d. Pair, nenbsp;Peg pas, de même la furface hronzée eft compofée de porties conductrices et nonnbsp;conductrices: car la fubjlance metallique, qui fert d bronzer, eft un vrat conducteur , mals Ie vernis, qui attache cette fubjlance d la planche, ne Peft pas. Denbsp;plus, comme les partkules dleau , qui font ce qui fert de condiiCteur dans les nuages, ne fe touchent pas, mals font feparées les mies des autres par Vair, quinbsp;ne conduit pas, de même les particulcs metalliques, qui fervent de conduCteur dansnbsp;la fu face hronzée, font feparées les unes des autres par Ie vernis, qui tjejl pasnbsp;conducteur. Les particules metalliques du cuir doré, qui eft un peu ufé, fontnbsp;feparées de la même maniere. On peut dom facilement concevoir, que les ra-yans éleCiriques, quand ils pasfent Ie long des furfaces, qui font aompofées, de lanbsp;nianiere décrite ci desfus , de parties de differente nature, doivent dormer desnbsp;phinoméneS femblabes d ceux, que donnent les rayons éleCiriques, qui pasfentnbsp;far des nuages, puisque ils font compofés de la même maniere.
-ocr page 287-V
gaf ik met den aflejder getiieenfchap, die op den grond van het mufeum ligt. Op dat het boven-bordnbsp;uit zyn midden ftraalen op bet midden van het on-der-bord zoude afgeeven, fchroefde ik aan de onder-zyde van het boven-bord een 4 duims koperen bol,nbsp;en op het midden van het onder^bord lag ik eennbsp;halven bol van 6 duimen middelljn. De machinenbsp;aan den gang gebracht zynde, zag men by aanhouden-heid het boven-bord uit den gezegden bol ftraalennbsp;op den halven bol, die op het onder-bord lag, afgeeven, welke ftraalen uit den gezegden halven boinbsp;na alle kanten affloegen om den wel leidenden randnbsp;van dit bord te bereiken, en dus by hunnen loopnbsp;over de gebronfte oppervlakte van dit bord veelvuldige blixemftraalen vertoonden
(Ji) Men venvondere zich niet, dat ik, om blixemftraalen na te bootzenj^ my van gebronfte oppervlaktens of verguld leder bediend hebbe, daar denbsp;wolken, waar in de blixemftraalen zich vertooiien,, met zodanige oppervlak-tens weinig overeenkomst fchynen te hebben. De zaak wel ingezien zyndenbsp;hebben deeze oppervlaktens, ten opzichte van haare gefchiktheid om elec-trifche ftraalen te geleiden, met de wolken vee) overeenkomst. Immers gelyknbsp;de wolken, uit water en lucht beftaande, twee ftoffen bevatten, waar vannbsp;de eene, het water namelyk, leidende is, en de andere, te weeten de lucht,nbsp;niet leidende is, even zo beftaat ook eene gebronfte oppervlakte uit leidende en niet leidende deelen: want de bron.s eene bereiding van tin zynde,nbsp;is leidend, doch het vernis, t welk de brons aan liet hout hegc, is .nietnbsp;leidend. Ten anderen, gelyk de leidende waterdeelen in de wolken elkandernbsp;niet ranken, maar door de tusfehen geleegene niet leidende lucht van elkander gehouden worden, even zo worden ook de leidende metaal-deelen va»nbsp;de gebronfte oppervlaktens op veele plaatzen door het vernis, het welk niet leidend is, van elkander gefchekienv Op gelyke wyze ftaaa ook de metaal-deelen op het geüeeten vergulde leder van elkander. Het is derhalven lig-telyk te begrypen, dat eieftrifche ftraalen over eene zodanige oppervlakte gaan-den, die uit leidende en niet leidende deelen beftaan, zoorrgelyketi ver-fchyiizels moeten geeven, dan de eleHrifche ftraalen, die door de woJke»nbsp;loopen, terwyl deeze insgelyks uit leidende en niet leidende deelen zyn za^nbsp;jneugeüeld.
C 230
M'imagïnant y qu'il fe troimit trop de hronze fur eet-te fur face y et que Ie fluïde éleamp;rique étoit conduit en grande partie infenflblement par cette fubflance metalli-que^ f en fis enlever une partie^ efperant de perfeamp;ionnernbsp;par ld ce phénoméne. Cela ne répondant pourtant pas dnbsp;mon attente, Qpuisque la beauté du phénoméne^ caufé par ldnbsp;difperfion des rayons éleamp;riques fur des furfaces hronzées,nbsp;depend en grande partie d'ane certaine den fit é de cettenbsp;fubflance metalUque f) je fis garnir un autre plan avec dunbsp;cuir doré, qui avoit été employé comme tapisferie, et dontnbsp;la dor ure étoit unpeu ufée; une expérience précédent e ndOfnbsp;yant appris ^ que les rayons électriques donnent quelque-fois un phénoméne égal, et fouvent plus beau, en fe di-fperfant fur Ie cuir doré, que quand ils fe difperfentnbsp;fur des furfaces hronzées. Je mis done Ie plan garni de
cuir doré d la place de Vautre: il repondit tres bien h
mon attente^ puisque chaque rayon, que Ie plan fuperieur élangoit, fe divifoit en plufieurs rayons, qui, fe difperfant de tous cotés, formoient un phénoméne, qui avoitnbsp;une analogie frappante avec Télancement et la difperfionnbsp;des rayons de la foudre, comme ils fe préfentent, quandnbsp;on voit un fort orage d une certaine didance.
-ocr page 289-C 231 )
My verbeeldende, dat op deeze oppervlakte te veel brons lag, en dat daar door veel ftof onzichtbaar wierd afgeleid, liet ik een gedeelte der bronsnbsp;afwryven, hoopende hier door dit verfchynzel nochnbsp;te zulleri^erfraayen; dan dit niet aan niyne verwachting beandwoordende, terwyl de fraaiheid van hetnbsp;verfchynzel, het geen de verfpreiding der eleftrifchenbsp;ftraalen over gebronfte oppervlaktens veroorzaakt,nbsp;van eene zekere ylheid van het brons fchynt af-tehangen , liet ik een ander bord bekleeden metnbsp;verguld leder, het geen tot een kamer-behangzel gediend had, en waar van het verguldzel een weinignbsp;afgeflecen was : want eene voorgaande proefnee-ming had my geleerd, dat de eleélrifche ftraalen zichnbsp;over zodanig verguld leder op zoortgelyke wyze, ennbsp;zomtyds zelfs fraayer, als over gebronfte oppervlaktens verfpreiden. Dit bekleede bord ftelde ik innbsp;plaats van het gebronfte bord. Hetzelve voldeed zeernbsp;wel aan myne verwachting, terwyl elke ftraal, dienbsp;uit het boven-bord affchoot, zich over dit onder-bord in veelvuldige ftraalen verdeelde, die zich nanbsp;alle kanten verfpreidende een verfchynzel gaven, hetnbsp;geen met de uitfchieting en verfpreiding der blixem-ftraalen, welken men by fterke donderbuien, op eeni-gen afftand befchouwd, ziet plaats hebben, eene tref-fende overeenkomft had.
-ocr page 290-. ' nbsp;nbsp;nbsp;1. .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;:»K J .
¦){: nbsp;nbsp;nbsp;;;Inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;l Li.iv/
r:.v r ¦
7'Li-- nbsp;nbsp;nbsp;ifH L ';^;M c' ¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,';uv
-H nbsp;nbsp;nbsp;3^in ïiL n^L ; :ü,,JÏA-;L'i:-v f:'i[;:j:: oj
; '7 '¦ . nbsp;nbsp;nbsp;'¦nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.. ,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;
..... - - -^ nbsp;nbsp;nbsp;^ w.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;J
I - ¦¦ ¦' - f
4. U gt;« 1 l
srfos rnv
!¦'Ir. tAit;.
in : t r ;.nd'L-'!
iv;- ,¦ -i nbsp;nbsp;nbsp;*aT ;,'¦ ;-,,'T ^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j
gt; r-/' nv'lt; nbsp;nbsp;nbsp;quot;ynbsp;nbsp;nbsp;nbsp;f(;/* T^v.v !.,*
'C-anoa-iq cLt .- rov nbsp;nbsp;nbsp;-j-t;-,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;:,; v.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,
f'iv'jiva '{fa !a i
tir^'ir;La::-y ÜU :;.L . frr-.gt;r/.I vm r-.
r». nbsp;nbsp;nbsp;j'i'. j*;j'T.h'gt;'quot; cnj -i;?!
PL.X.
ftsïè'
,5
C 233 )
D,
'aar ik in dit ftnk eene nieuwe leer heb aangenomen, veel verfdiil-lende van die geene, welke ik voorheen heb voorgedaan, vind ik iny thans verplicht de redenen te geeven, welken my myne voorheen aaU'nbsp;genoinene begrippen hebben doen affiaan, en tot de leer doen overgaan,nbsp;waar van ik nu eene fchets zal geeven. Deeze leer daarenboven by mynenbsp;Landsgenooten noch weinig bekend zynde, terwyl men dezelve tot nunbsp;toe, zo ver my bekend is, nergens in haar verband befchreven vindt,'nbsp;dan alleen in de Hukken der Paryfche Academie, dewelken by ons webnbsp;nig geleczen worden, zo zie ik my ook door deeze reden aangefpoord,nbsp;zal ik niet voor veelen myner Leezeren onverflaanbaar zyn, thans hiernbsp;van een kort verflag te geeven.
De redenen, welken my tot deeze nieuwe leer hebben doen overgaan, zyn de drie volgende: i) dat elke grondftelling van deeze leere doornbsp;befliszende proefneemingen bewezen is, zo als ik in § IXI. aantoon;nbsp;eene Helling alleen uitgezonderd, in § XII. gemeld, die, fchoon op denbsp;ondervinding wel gegrond, echter door geene rechtflrceks bewyzendenbsp;proefneemingen bevestigd is; 2) dat men daarentegen voor de leer-ftelzels, welken hier meede flryden, en wel byzonderlyk voor het be-Haan van het phlogiflon, zo als dit door sta hl geleerd is, nimmernbsp;eene rechtllreeks bewyzende proefneeming heeft bygebracht , maar hetzelve alleen heeft aangenomen, om dat hier uit veele verfchynzels kunnen verklaard worden; 3) dat deeze leer, naar myn inzien, zeernbsp;eenvoudige en duidlyke verklaaringen geeft, (zo als ik i'n § XV XIX.nbsp;heb voorgeHeld) van een groot aantal verfchynzelcn, waar onder veelen, welken uit anderen tot nu toe voorgeftclde leerftelzels of in t geheel niet te verftaan zyn, of waar van andere ftelzels zeer gedwongene,nbsp;en hier door onaanneemlyke, ja zelfs ongerymde verklaaringen geeven.
Men zal vinden , dat ik in de fchets deezer lefre, fchoon ik dezelve alleen ter opheldering geeve van het geen er in dit Huk voorkoomt, echter eenige zaaken gebracht heb, die tot het hier in verhandelde weinignbsp;betrekking hebben. Dit heb ik gemeend niet te kunnen vermyden, tcr-
^ g nbsp;nbsp;nbsp;wvl
-ocr page 294-Wvl het my voorkwam, dat, byaldien ik alleen die grondflellingen deezer. lecre gegeevcn had, die tot het verhandelde in dit fiiik eene onmiddelykenbsp;betrekking hebben, ik myne Leezers nier in ftaat zoude gefield hebbennbsp;de waarde deezer leere eenigermaate in te zien.
By de beoordeeling van de geichetlle leer verzoek ik den Leezer wel acht te gceven, hoe het geen ik als grondllellingen .deezer leere in
I XI. heb bygebracht, op rechtflreeks bewyzende ondervindingen oniniddelyk gegrond is, en dus deeze grondllellingen als wel bewezenenbsp;grondwaarheden mogen worden aangemerkt: doch dat men integendeelnbsp;voor de Stahliaanfche ftelling, welke hier mede ftrydt, geene anderenbsp;bewys-redenen heeft bygebracht, dan dat zy tot de vcrklaaring van veelenbsp;verfchynzelen kan dienen, en dus deeze ftelling niet anders dan als eenenbsp;bloote vcvondcrftelling fhypothcfis) kan aangemerkt worden.
In de voorftelling deezer leere heb ik, oin dit aanhangzel niet te ver uirtebreiden, my zeer moeten bekorten. Men heeft dus, hetgeen iknbsp;van dezelve geev, flegts als eene fchets aantemerken. Wie hier vannbsp;breeder onderricht verlangt, leeze de fchriften, welken ik in deeze fchetsnbsp;heb aangewezen. Terwyl, dezelven inzonderheid in de Memoires denbsp;rAcademie Royale des fciences de Paris geplaatst zyn, zal ik, om denbsp;veelvuldige herliaalingcn van den titel van dit werk te vermyden, hetnbsp;zelve met de letter M. aanhaaien.
De leer, welke ik hier fchetswyze voorftel, is voor het grootfte gC' deelte door m. lavoisie-r het eerst voorgefteld, en op zyne eigenenbsp;ontdekkingen gegrond: zy verdient derhalve de Leer van lavoisiernbsp;genaamd te worden. Zederd is zy door veele andere Franfche Aca~nbsp;demisten aangenomen, met nieuwe ontdekkingen tiitgebreid en beves*-tigd. Hiervan hebben zich inzonderheid bekend gemaakt m.m. mok-
GE, BERÏHOLET, en VAN DER MONDE; M. MEUSNIER CU M. de la place hebben verfebeiden proefneemingen , die deeze leer
bevestigen, gemeenfchaplyk met m. lavoisier in t werk gefield.
De eerlle proefneemingen van bt. lavoisier, welke tot een gedeelte deezer leer hebben aanleiding gegeeven, vindt men in zyne Opuscules Phyfiques Chymiques, Paris 1773. Zyne volgende proefneemingen en ontdekkingen zyn te vinden in de Memoires van 1774nbsp;en volgende jaaren,.
Schels
-ocr page 295-C 235)
Schets der Leere van m. lavoisier, omtrent de zuivere lucht van den dampkring^ en de vereeniging van derzelver grondbeginzel metnbsp;verfchillende zelfjiandigheden.
A. # Ie dampkrtngs-lmht, welke ons omringt^ is een mengzel, waar van het kleinjie gedeelte zodanige lucht is, die op zich zelve ter adem-haaling dienen kan. Deeze lucht., door Df* PRIESTLEY gcdephlogi-fteerde lucht geheeten, is door de Franfche Academijlen leveilS-luchtnbsp;(air vital), door bergman en andere hedendaagfche Natuurkundigennbsp;zuivere lucht (air pur) genaamd. Het overige gedeelte der dampkringslucht is van dien aart, dat het op zich zelve genomen ter ademhaalingnbsp;niet dienen,kan', waarom men dan aan deeze lucht, die door dl PRIESTLEY gephlogillecrde lucht genaamd is, den naam van mofette, ofnbsp;fchadelyke lucht gegeeven heeft.
Dat de dampkrings-lucht een mengzel is van zuivere lucht en mofet, zal blykcn uit de ondervinding, welke ik ten bewyze van § III. zalnbsp;bybrengcn.
Daar ik thans niet meer het beflaan van phlogiflon erken, zo heb ik niet wel langer de benaamingen van gedephlogifleerde en gephlogijleerdenbsp;luchten kunnen behouden. Van daar is het, dat ik thans deeze luchtennbsp;zuivere lucht en mofet noem. Ik heb de benaaming van zuivere luchtnbsp;verkoren, terwyl die van levens-lucht (air vital') my voorkwam in onze taal wat vreemd te luiden.
B. De zuivere lucht bedraagt doorgaans omtrent |, en de mofet | van de dampkrings-lucht, waar in ipy ons bevinden (a').
M. LAVOISIER heeft dit door de vereeniging van dampkrings-lucht met falpeter-lucht bevonden (M. 178a. p. 490); als ook door de branding van pyrophorus, waar van ik in § VIII. zal melden.
§ II.
A. De zuivere lucht heeft de eigenfehap van zich met veelerlei flogen. te kunnen vereenigen, en hier meede zeer verfchillende zelfftandigheden.nbsp;zamenteftcllen.
Dit zal blyken uit de volgende §§ UI, IV, V, VI, VII en XI.
(a) De hoeveelheid der zuivere lucht in de dampkrings-lucht fchyiit echter in verfchillende jaargetyden, en op onderfcheiden plaatzen, een weinig te veiichillen.
B. nbsp;nbsp;nbsp;De eigenfchap van zich met andere floffen te vereenigen heeftnbsp;de zuivere lucht gemeen met alle de overige lucht-zoorten ^ die tot nunbsp;toe zyn bekend geworden. Deeze fchets geeft ook hier van eenige voorbeeldenzie §§ V, X. Men kent echter tot nu toe geene lucht-zoort,nbsp;die zich met zo veelerlei floffen vereenigt.
C. nbsp;nbsp;nbsp;Wanneer de zuivere lucht of eenige andere lucht by ha are veree-niging met andere floffen haare veerkracht verliest., zo verliest zy der-halven dat geen., waar aan zy haare veerkracht verfchuldigd is. Hetnbsp;voornaame befianddeel (bafis) van eene lucht, beroofd van dat beginzel,nbsp;het geen., met het zelve vereenigd, daar meede eene veerkrachtigeyloei-ftof maakt, wordt het grondbeginzel dier lucht genaamd. Dus heetnbsp;dan, hy voorbeeld, de zuivere lucht beroofd van het beginzel, het geennbsp;haar veerkracht geeft, liet groiidlicgiiiscel der zuivere lucht ^ enZ.
Van welken aart dit beginzel is, waar aan de zuivere lucht, even als alle andere liicht-zooiteu , haare veerkracht verfchuldigd is, zal ik iunbsp;§ XII. verhandelen.
§ III-
Het grondbeginzel van de zuivere lucht des dampkrlngs vereenigt zich met metaal, wanneer het metaal eenen zeW^en trap van hitte heeft, ennbsp;hier uit ontflaat eene zelfflandigheid, welke men Metaal-kalk noemt.
Dit is bewezen door de volgende ondervindingen:
3M. LAVOISIER heeft 4 oneen quik-zilver in 50 cubick-duimen damp-krings-lücht gedurende 12 dagen in eene hitte gehouden, die byna ge-lyk was aan die geene, welke vereischt wordt om het zelve te doen kooken; hier door wierd het qnik-zilver aan zyne oppervlakte verkalkt.nbsp;De 50 cubick-duimen lucht, waar in dit metaal verkalkt was, hadden tus-fcheii S en 9 duimen verloren. Het verkalkte quik-zilver bedroeg 45 greinen. Hy reduceerde vervolgens deezen quik-kalk in eenen kleinen kromhals; hier by kwam weder ten naastenby dezelfde hoeveelheid luchttenbsp;voorfchyn,'Welke de lucht, waarin deeze quik-kalk gemaakt was, bynbsp;de verkalking verloren had, en wel zodanige lucht, die (zo als denbsp;pjoefneemingen van pRiesxley, en zyne eigene voorafgaandenbsp;proefneemingen omtrent den aart der lucht, uit deeze zoort van quik-kalk vooitgebracht, reeds genoegzaam geleerd hadden) zeer zuiver, cnnbsp;tot de adembaaling by nitneemendheid gefchikt was; die lucht derhal-ven, die thans zuivere lucht genaamd wordt (M. 1777. p. 186, 187).nbsp;Daar nu de quik-kalk, na dat hy ten naastenby evenveel lucht hadnbsp;iiitgegeeven, als cr by zyne bereiding was verdwenen, _ weder totnbsp;quik gereduceerd was, zo is deeze proefneeming een allerdnidelykst be-vvys, dat bet qnik-zilver de zuivere lucht der dampkrings-lucht, waarnbsp;in het vei^aïkt was, of liever (om nauwkeurig te fpreeken) het grondbeginzel der zuivere lucht had aangenomen; cn hier door tot den quik-kalk» mercurius- prceeipitatus per fe genaamd, veranderd was.
Dat andere metaalen zich, zo wel als de quik, met dit lucht-begin-zel vereenigen, wanneer zy tot eenen zekeren trap van hitte gebracht
zyn 5
-ocr page 297-^yn, en hier door op gelyke wyze verkalkt worden, is gebleken doof-alle zodanige proefneemingen , door veele Natuurkundigen in t werk gcfteld, by welken men gezien heeft, dat de dampkriiigs-lucht, waarnbsp;in nren metaal verkalkt had, in mofet veranderd was, en dus haarenbsp;zuivere lucht verloren had.
Dit lucht-beginzel vereenigt zich met de metaalen, niet flegts wanneer zy cenen zekeren trap van hitte hebben, maar ook, zo als in S XVI. zal blyken, by hunne ontbinding in zuuren, en in meer andere gevallen Q?').
^ De eerstgemelde proefneeming heeft ook volledig bewezen, dat de dampkrings-lucht uit zuivere lucht eil mofet is zaniengcfteld: wantnbsp;toen M. LAVOISIER het overgeblevene der lucht beproefde, waar in
het
/
De zamenUeiniig der ffletaal-kalken nü metaal en lucht is door zo veele proefneemingen zo wel bewezen, dat zelfs de grootUe Scheikundigennbsp;onder de geenen, die de leer van stAhl verdedigd, en zich tegens de leernbsp;van LAVOISIER aangekant hebben, zyn overtuigd geworden, dat het totnbsp;het wezen van eenen metaal kalk behoort, dat dezelve lucht bevat.. Immersnbsp;geeft M. MACQuER in zyne Diüiomiaire de Cb^mknbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ehaux metalliques)
van de metaal-kalken deeze bepaaling: On mmme ehaux metalliques les ter-res de nietaux, depouillées de leur pblogifiique, et cbargées de gas. Op veelvuldige plaatzen van dit werk, het geen men algemeen heeft aangemerkt als by deszeifs uitgaaf in 1778 den ftaat der fcheikunde van dien tyd te bevatten, blykt het, dat de meest verlichte Scheikundigen toen reeds toegeflemdnbsp;hebben, dat by alle zoorten van verkalking de zuivere lucht zich met het metaal vereenigt; of fchoon zy het denkbeeld behielden, dat de metaalen bynbsp;hunne verkalking het veronderdelde phlogifton- uitgeeven. Van den waareiinbsp;quik-kalk fpreekende, in onderfcheiding van hef geen flegts als geprecipiteerdnbsp;quik-zilver verdient aangemerkt te worden (het welk zomwylen, door zynenbsp;vereeniging met het geen tot de precipitatie gebezigd is, een aan quik-kalk zeernbsp;gelyk fchynend poeder wordD zegt hyr Tout concourt a prouver, que dam la.
calcination da mercure..... ce principe (k pblogiftique') eft remplacê por de Tair
piir, comme dans toute autre efpece de calcination, tom. ill. p. 259. De Aca-demisten van Z)jöa, m.m. MORVEAU,, maret, durande, bepaalen de verkalking der metaalen dus: la palcination des metaux leur enleve Ie pblogiftique y et leur apporte pend.ant la. mime operation tin fluide aeriforme. Xjllemens denbsp;Cbjinie tbcoriqiie et pratique, tont. I. p. 207}. Men ziet derhalven hier uit, datnbsp;de grootfle Verdedigers zelven der Stahliaanfche leer toeflemmen., dat mennbsp;geene metaalaehdg'e zelffbandigheid voor metaal-kalk kan houden, dan zodanig eene, die lucht bevat. Te vergeefsch zoude men dan de leer vannbsp;M. LAVOISIER in twyffel traehten te brengen uit eene proefneeming, welkenbsp;men, zo iny bericht is, in Engeland verricht heeft, waar by men namelyknbsp;metaal, door parkers brandglas, tot eene aan kalk gelykende zelfftandigheid,nbsp;heeft gebracht, en hier van bevonden heeft, dat er by reduaie van dezelve-geen. lucht voortkwam. Immers blykt het uit, het voorafgaande genoegzaamnbsp;dat deeze zelfftandigheid geen waare metaal-kalk geweest is, terwy! de groot¦^nbsp;fte fcheikundige Stabliaanm dit eikennep., dat al -ccat metaal-kalk verdientnbsp;tenaamd te isord'cn, lucht bevat,.
het quik-zilver verkalkt was, bevond hy, dat dieren in deeze lucht gefield aanftonds IHerven, en dat wyders dezelve in allen opzichten ge-lyk was aan mofet. Daarenboven heeft hy de zuivere lucht, uit den gezegden quik-kalk by zyne reduélie verkregen, weder gevoegd by denbsp;overgeblevene mofet der danipkrings-lucht, waar in deeze verkalking ge-fchied was, en bevonden, dat deeze gemengde lucht in allen opzichtennbsp;aan damplaings-lucht gelyk was (M. 1777. p. 187).
Het grondbeginzel der zuivere lucht maakt Vitriool-zuur, wanneer hef zich vereenigt met zwavel (c).
Zulks wordt bewezen door de volgende ondervindingen.
M. LAVOISIER heeft zwavel gebrand in dampkrings-lucht, in eenc omgekeerde glazen klok, boven qnik, en bevonden, dat deeze dainp-krings-lucht verloor de zuivere lucht, welke zy bevatte, evenredignbsp;na dat er meer zwavel verbrandde, en dat te gelyker tyd een zeer geconcentreerd vitriool-zuur geboren wierd: dit vitriool-zuur bevond hynbsp;veel zwaarder te weegen, dan de zwavel, welke verbrand was (M.nbsp;1777. p. 69).
M. BERT HO LET heeft doot nauwkeurige proefneemingen onderzocht, hoe veel zwaarder het vitriool-zuur weegt, dan de zwavel, waar van hetzelve gemaakt wierd. Eerst verkreeg hy van 60 gr. zwavel 87 gr. vitriool-zuur; naderhand van 8p gr. zwavel 124 gr. vitrioolzuur (M. 1782. p. 603).
De meerdere zwaarte van het vitrioöl-zuur by de verbranding van zwavel geboren, gevoegd by de vermindering der lucht, waar in denbsp;zwavel brandt, bewyzcn, dunkt my, klaarblyklyk, dat het vitriool-zuurnbsp;ontflaat uit de verceniging van de zwavel met eenig beginzel der lucht,nbsp;waar in zy brandt. Tcrwyl wyders de ondervinding leert, dat damp-krings-lucht, waar in zwavel gebrand heeft, haare zuivere lucht verloren heeft, 20 ziet men klaarblyklyk, dat het t grondbeginzel dernbsp;zuivere lucht is, het geen zich met zwavel vereenigende, hier meedenbsp;het vitriool-zuur zamenllelt.
Men vindt ook in het vitriool-zuur het grondbeginzel der zuivere lucht hy deszelfs ontbinding: wanneer men vitriool-zuur b. v. op quik-zilvcr fielt, en dit zuur warm maakt, zo wordt de quik ontbonden,nbsp;en men verkrygt teffens de zogenaamde vitriool-zuur-lucht, waar in denbsp;zwavel zich door haare reuk zeer duidlyk openbaart. Den quik-kalknbsp;hier by gemaakt vervolgens reduceerende, verkrygt men zuivere lucht.nbsp;u. LAVOISIER belluit uit deeze proefneeming met recht, dat, terwylnbsp;men by de reduélie het quik-zilver weder onveranderd herkrygt, het
dus
(c) Offehoon de zwavel, en het metaal in^de voorgaande § IV, als be-ginzels fchynen aangemerkt te worden, is het er echter verre van daan, dat men deeze (lolFen voor beginzels houdt; men merkt ze flegts aan als lloffpn,nbsp;welker zaraenlleliing tot nu toe onbekend is.
-ocr page 299-dus blykbïiar is, dat de zuivere lucht, welke hier by verkregen wordt, uit het vitriool-zuur voortkomt (M. 1777. P- 324).
¦ Het meest geconcentreerde vitriool-zuur, het geen men verkrygen kan, bevat ook eenig rvater. Wanneer het vitriool-zuur uit brandelidenbsp;zwavel ontflaat, kanquot; dit water zynen oorfprong hebben van het vochtnbsp;der lucht, dewelke zicli met de brandende zwavel vereenigt. Hier uitnbsp;volgt echter niet, dat het water tot de zamenltelling van vitriool-zuurnbsp;Vereischt wordt.
Volgens de proefneemingen van m. bertholet bevat een once vitriool-zuur, welks zoortelyke zwaarte ftaat tot die van het water,nbsp;als 1788: 1000, ten naastenb3' 334 gr. zwavel, 132 gr. lucht-beginzel,nbsp;en 100 gr. water (M. 1782. p. 604).
Het gronribeginz.el der -zuivere lucht maakt Salpeter-ZUUr, Wanneer het zich vereenigt met het grondbeginzel der mofet, en -wanneer deeze grondbe-ginzeh zich lefens met eenig water vereenigen of vermengen kunnen (^d).
Dit is bevvezen door de proefneemingen van Mr- cavendish, welken geleerd hebben, dat wanneer men 7 deden zuivere lucht vermengt met 3 deden mofet, en, door den eleftrifchen ftraal door ditnbsp;mengzd te geleiden, te weeg brengt, dat deeze luchten haare veerkracht verliezende, derzelver grondbeginzds (fhafes') zich met elkandernbsp;vereenigen, en door eenig water, het geen loog-zout bevat, aangenomen worden, er als dan falpeter-zuur geboren wordt. {Philof. tran-faEt. for the yar 1785. vol. Lxxv. part. 2.. p. 377. Journ. de PhyJ.nbsp;1785. torn. XXVII. p. 2tl). Deeze voortbrenging van falpeter-zuur uitnbsp;de gezegde grondbeginzels is my ook by de herhaaling deezer proefneemingen gebleken (bladz. 195).
De volgende proefneeming van m. lavoisier omtrent de ontbinding en zamcnllelling van het falpeter-zuur, fchoon derzelver uitkomst van het bygebrachte fchynt te verlchillen, bewyst echter inderdaad hetzelfde, wanneer men hier by in aanmerking neemt, wat myne proefneemingen omtrent den aart of de zamenllelling van éénnbsp;der luchten, by de ontbinding van metaal door dit zuur voortkomende, nader geleerd hebben. Hy goot 2 oneen falpeter-geest, dienbsp;een weinig rookte, op a oneen i dr. quik-zilver in een glazen kolf,nbsp;en raat nauwkeurig de hoeveelheid der lucht, door pr ie stee y fal-peter-lucht genaamd, die hier by wierd vooitgebracht, tot dat het
quik-
Of de grondbeginzels der zuivere lucht en der mofet waarlyk met eenig water moeten vereenigd zyn, om falpeter-zuur zamentedellen: dan ofnbsp;de grondbeginzels der zuivere lucht en mofet, door hunne vereeniging alleen,nbsp;falpeter-zuur uitmaaken, en zy dus in het gewoone falpeter-zuur met waternbsp;flegts vermengd zyn, is noch niet beflist. Zoude de damp van het falpeter-zuur, welleen men door hitte van het zelve verkrygt, niet wel ligtelyknbsp;het falpeter-zuur, zyn afgefcheideii van het water, waar mede hetgewoonlyknbsp;vermengd is ?
-ocr page 300-C a40 )
lt;IKik'zIlver tot een mercuriaal-zout veranderd was. Vervolgens dit mer* curiaal-zout tot roode prccipitaat gebracht zynde, mat hy weder dcnbsp;zuivere lucht, die er by de reduétie deezer precipitaat te voorichyilnbsp;kwam, en bevond, dat i oneen zodanige falpeter-geest, als hy gebruikt heeft, bevat 226 cubick-duimen falpeter-lucht en 238 duimennbsp;zuivere lucht. Daar nu het gewicht van deeze hoeveelheden luchtnbsp;flegts een gedeelte des gewichts van het falpeter-zuiir was, het geennbsp;hy ontbonden heeft, en hy voor het overige by deeze ontbinding vannbsp;het falpeter-zuur, behalven de gemelde luchten, niets anders dan waternbsp;verkregen heeft, zo befluit hy uit deeze proefneemingen, dat het falpeter-zuur, zodanig als de zogenaamde falpeter-geest is, uit zuiverenbsp;lucht, falpeter-lucht en water is zamengefteld. 7' Deeze zamenftellingnbsp;heeft hy wyders bewezen, door de gemelde beginzels by elkander tcnbsp;voegen, waar by hy weder falpeter-geest heeft verkregen (M. 1776.nbsp;p. 673 676). Door laatere proefneemingen bevond hy, dat de ial-peter-geest, welke Iiy gebruikte, ten naastenby bellond uit i deel zuivere lucht, I deel falpeter-lucht, en 2 deelen water (M. 1782. p. 496).
M. LAVOISIER merkte'de falpeter-lucht aan, als of zy eene eigen-aartigc lucht-zoort ware, waar van de bajis één der zamenllellende^ deelen van het üüpeter-zuur zoude zyn; terwyl de zamenftelling vannbsp;deeze lucht hem niet gebleken ware. Echter hield hy het daar voor,nbsp;dat de balls der falpeter-lucht uit meer dan een beginzel beftond, terwyl hy zelfs zegt: zonder twyfel zal men het eenmaal zo ver bren- gen, dat men de falpeter-lucht ontbinden zal. (M. 1782. pag. 509).nbsp;Myne proefneemingen hebben geleerd, dat dezelve beftaat uit mofet,nbsp;waar in zich eene groote hoeveelheid falpeter-zuur in den ftaat vannbsp;damp ophoudt (bladz. 209). Waar uit het derhalven blykt, datnbsp;deeze proefneemingen overeenkomftig met die Van Mt. cavendishnbsp;leereii, dat het falpeter-zuur beflaat uit de grondbeginzeleii van zuivere
lucht en van mofet met elkander vereenigd, en tellens vereenigd of vermengd met eene aanmerkelyke hoeveelheid water, Wyders blyktnbsp;het nu ook uit deeze proefneemingen, vergeleken met myne proefneemingen, dat de falpeter-lucht is aantemerken als lalpeter-zuur, beroofdnbsp;van een gedeelte van deszelfs écne beftand-deel, dc zuivere lucht namc-lyk, en afgefcheiden van het water, waar mcede deeze beide beftand-declen in het falpetcr-znur vereenigd of vermengd zyn.
Her grondbeginzeï der zuivere lucht maakt Phosphorus-zimr, wanneer het zich vereenigt met Phosphorus van Kunckel
De proefneemingen van m, lavoisier hebben zulks beweezen, terwyl zy getoond hebben, dat wanneer men Phosphorus van Kunckelnbsp;onder eene omgekeerde glazen klok, die in quik geftcld is, doornbsp;middel van bet brandglas aanfteekt, er eene menigte witte bloemen ofnbsp;vlokken ontftaan , gelykende aan fyne fneeuw, welken zich hechtennbsp;aan de binnenzyde der klok, en welken niets anders zyn dan een Phos-pliorus-zuur, De lucht waar in de Phosphorus bi-andt, wordt om-
- treilt
-ocr page 301-C 241 )
trent f verminderd. Wanneer men deeze vlokken weegt, voor dat zy. voclit hebben aangenomen uit de damiikrings-lucht, bevindt meiiynbsp;4at zy 2| maal het gewicht hebben van den phosidiorus, welke totnbsp;derzelver voortbrenging gediend heeft; zo dat elke grein verbrandenbsp;phosphorus 2§ grein phosphorus-zuur heeft voortgebracht (M. 1777.;nbsp;p. 65 amp;c). Hier jneede Hemmen ook overeen de laatere proefneemin-gen door m.m. lavoisier cn la place genomen (M. 1780, p. 398).-Deeze gewichts-vermeerdering, bedragende il grein voor elke greinnbsp;phosphorus, komt zeer wel overeen met de hoeveelheid lucht by denbsp;verbranding van den phosphorus verdwenen: want, deeze was 3 cubick-:nbsp;duimen voor elke grein verbrande phosphorus, welke 3 cubick-diiimennbsp;omtrent i§ grein wcegen. Het is derhalven klaarblykelyk, dat er zichnbsp;met den brandenden phosphorus eenig beginzel uit de dampkringslucht vereenigt. Wyders, tenvyl m. lavoisier bevonden heeft,nbsp;dat de lucht, die er, na de verbranding van den phosphorus, in denbsp;klok overbleef, mofet was (M. 1777. p. 67.)gt; zo is bet even klaarblykelyk , dat bet lucht-beginzel , het geen zich met den brandendennbsp;phosphorus vereenigt, en hiér meede het phosphorus-zuur uitmaakt,nbsp;het grondbeginzel der zuivere lucht is.
§ VIL
uit
fe) Het grondbeginzel der zuivere lucht behoudt by deeze vereeniging eeri gedeelte van dat beginzel, het geen het zelve tot lucht maakt: een gedeelténbsp;van dat beginzel raakt er by deeze vereeniging van zuivere lucht met kool-ftof los; hier van zal ik in het vervolg fpreeken (§ XVIII, B).
(_) De koolftof wordt van kool door m. lavoisier dus onderreheideri: Kool (zegt hy) noem ik, het geen men door deeze benaaming in de za- menleeving verftaat, namelyk houts-kool; een lichaam zamengefteid vartnbsp; kool-ftof, ontvlambaare lucht, een weinig aarde, en een weinig loog zout:nbsp;,, doch kool-flof daarentegen noem ik kool, van zyne ontvlambaare luclit, aar- de, en loogzout oiublootd^ (M. i78[.p.448). Daarliet echter, naar myn inzien, nog niet genoegzaam bewezen is, of de kool wel al zyne ontvlambaarenbsp;lucht (of, om nauwkeuriger te fpreeken, het grondbeginzel deezer lucht) ver-lieze, hoe lang dezelve^ ook gegloeid worde, en daar zulks te meer bedenkelyknbsp;is, terwyl de ondervinding, zo aIsuit§XVl[. zal blyken, genoegzaam leert, datnbsp;het grondbeginzel der ontvlambaare lucht door de groeijende planten in lool-ftof veranderd wordt, en by gevolg de kool-ftof met de ontvlambaare luchtnbsp;eene zekere tot nu toe onbekende overeenkomst fchynt te hebben, zo zalnbsp;ik liever, ten einde alle tegenwerping te ontgaan, koolftof noemen die ftofe,nbsp;'coHke de hoitU-kookn, héhahen aarde en loog-zout, bevatten, na dat zy, doornbsp;gloeijing, van lucht., zo ver doenlyk is-, gezuiverd zy», en welke Hof het voor-haame beftand-depl der kooien uitmaakt, terwyl in dezelven zeer weinig aardenbsp;en loog-zout is. Van deeze ftoffe weet men alleen, dat zy zich met zuiverenbsp;lucht, en met zoramige metaalen vereenigen kan; voor het overige is haarenbsp;aart of zaraenftelling tot nu toe geheel onbekend. Hier uit echter kan hetnbsp;beftaan deezer ftofie niet in twyffel getrokken worden, terwyl het zelve, zonbsp;als uit deeze § VIL blykt, door beOiszende proefneemiugen bewezen is.
uit de zogenaamde Vaste lucht (^) geboren. De flof, welke de zuivere lucht tot vaste lucht verandert, wanneer zy zich met dezelve veree-nigt, wordt door m. lavoisiêr matietc charbonneule, dat is kool-ftof genaamd, om dat zy, zo als uit het volgende blyken zal, het voor-naame befiand-deel van houts-kool uitmaakt.
Decze zamenllelling der vaste lucht blykt uit de proefneetningen vau M. LAVOISIER, welke geleerd hebben, dat, wanneer men houts-,, kool doet branden onder eene glazen klok, gevuld met zuivere luchtnbsp; op quik gefteld, er een gedeelte van deeze zuivere lucht hier doornbsp;5, in vaste lucht veranderd wordt 5 dat wyders , wanneer men door mid-5, del van een loog-zout deeze vaste lucht laat opllorpen, de overige luchtnbsp;,, dan zuivere lucht is, in welke men op nieuw kool kan laaten bran- den, CU hier door weder een gedeelte van dezelve tot vaste lucht doennbsp;,, oveigaan, en dat men, dooi- deeze proefneeming eenige maaien tenbsp; berhaalen, al de zuivere lucht, die in de klok is, in vaste lucht kannbsp;5, veranderen, zonder dat er iets van overblyve (M. 1781. p. 449).
Hy beeft wyders door nauwkeurige proefneemingen bevonden, dat de zuivere lucht, wanneer zy, door er houts-kool in te branden, innbsp;vaste lucht veranderd wordt, hier by telfens zeer naby zo veel innbsp;zwaarte toeneemt, als het gewicht der kool bedraagt, door welkernbsp;verbranding de zuivere lucht in vaste lucht veranderd is (M.
4^0 454). Het zelfde bevond hy ook by de reduélie van den mer-eurius precipitatus per fe: na vooraf beproefd te hebben, dat een once van dcezen quifc-kalkwanneer hy zonder byvoeging van kool gereduceerd wordt, nbsp;nbsp;nbsp;cubick-duimen zuivere lucht geeven, welken
ftof, in vaste lucht veranderd wordt
37 greinen weegen, reduceerde hy weder één once van denzelfden quik-kalk, met byvoeging van 24 greinen kool. By deeze reduélienbsp;verkreeg hy nu 75I cubick-duimen vaste lucht, welke 52I greinennbsp;woogen. üe vaste lucht, by deeze reduélie voortgebracht, woog dusnbsp;ï4t¥5 greiben meer, dan het gewicht (37^ greinen) der zuivere lucht,,nbsp;die uit deezen quik-kalk, voigens de voorgaande proefneeming, zoudenbsp;voortgebracht zyu, indien zy niet door de bygevoegde verbrande koolnbsp;in vaste lucht veranderd ware, en dit gewicht ftemt zeer naby overeen met bet gewicht der kool, welke verbrand is: want van de 24nbsp;greinen bygevoegde kool febooten 9 a 10 over (M, 1781. p. 463, 464).nbsp;Terwyl nu volgens deeze proefneemingen de vaste lucht, in welke denbsp;zuivere lucht, wanneer er kool in brandt, veranderd wordt, zo nabynbsp;dezelfde zwaarte heeft, als de zuivere lucht, waarin de kool gebrandtnbsp;liceft, en de verbrande kool te zamen genomen, zo is het dan immers,nbsp;klaarblykelylt, dat de zuivere lucht, door haare vereeniging met de kool-
Het
(^g) Terwyl bet grondbeginzel der vaste lucht uit de kool voortkomt, en de vaste lucht van eenen zuureu aart is, heeft lavoisier dezelve kooü-Tmif éadde de charbou) genaamd. De vreemdheid deezer benaaming beeftnbsp;lay echter doen beflniten tot au toe die van vaste lucht te behouden.
-ocr page 303-Het blykt w^^ders uit dceze proefnecmingcu, dat de kool gedecltelyk uit ecne zodanige eigenaartige (het zy eenvoudige, het zy zauienge- /nbsp;ftelde) iloffe beilaat, welke zich met de zuivere lucht vereenigt. Datnbsp;dceze ftof het voornaame beftand-deel van de kool is, bcwyzen ooknbsp;dezelfde proefnecmingen van m. lavoisier: want by een van de-zeiven bevond hy onder anderen, dat van i7#g greinen kool, die doornbsp;haare verbranding zuivere lucht tot vaste lucht veranderd had, flegtsnbsp;^ grein asch, de aarde en het loog-zout van d.eeze verbrande koolnbsp;bevattende, overig was (M. 1781 p. 451).
M. LAVOISIER heeft vervolgens door een groot aantal van proef-neemingen bevonden, dat de eVenredigheid, waar in, naar het gewicht gerekend, het gi-ondbeginzel der zuivere lucht en de kddl-ftof in de vaste lucht vermengd zyn, ten naastenby is als 72: 28 (M. 1781.nbsp;p. 467).
S VIII.
De zuivere lucht van den dampkring wordt in vaste lucht veranderd, en derhalven met kool-flof vereenigd^ niet alleen by de verbranding vannbsp;kooien, maar ook hy de verbranding van het dierlyk vet, vette oliën dernbsp;planten, en andere brandbaare dlerlyke of plantaartige zelfflandigheden.
M. LAVOISIER heeft dit door opzetlyke proefneemingen bevonden: i) van lucht, in welke, terwyl zy in eene klok befloten was, een kaars gebrand had (M. 1777. p. 195); 2) van lucht, waar innbsp;pyrophorus gebrand had (M. 1777. p. 363).
Het branden van pyrophorus heeft wyders doen zien, dat, zo als in § I. gezegd is, de dampkrings-lucht ten naastenby voor een vierdenbsp;gedeelte uit zuivere lucht beilaat: want na dat de vaste lucht uit denbsp;dampkrings-lucht, waar in de pyrophorus gebrand had , door water op-gefloipt was, fchoot er omtrent | van dezelve over (M, 1777. p. 367}.
De zuivere lucht van den dampkring wordt ook in vaste lucht veranderd ,~en derhalven met kool-ftof vereentgd, by de ademhaaliiig.
De volgende proefneeming van m. lavoisier bewyst zulks. Hy heeft een musch in 33 cubick-duimen lucht onder eene glazen klok opnbsp;quik geheld, en bevonden, dat deeze lucht, het dier hier in geftorvennbsp;zynde, verminderd was. Van deeze geademde lucht helde hy 12nbsp;cubick-duimen op een vast bytend loogzout: de lucht wierd hier doornbsp;J verminderd, cn het loog-zout verloor zyne caufliclteit. Het zelvenbsp;verkreeg wyders hier door de eigenfehap van met zuuren op te bruis-fchen, 'en cryllallifeerde: eigenfehappen, welken men weet dat het bytend loog-zout alleen aanneemt, wanneer hier meede vaste lucht ver-eenigd wordt. Het bleek dan bier uit, dat omtrent J der lucht, doornbsp;dceze adcmhaahng veranderd, vaste lucht was.
Het overgeblevene van deeze geademde lucht, na dat er de vaste lucht door het bytend loog-zout van opgeflorpt was, bevond hy rnofetnbsp;te zyn; het geen derhalven leert, dat dat gedeelte der dampkringslucht , het welk door adeinhaaling tot vaste lucht veranderd wordt, de
Hh 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zui-
-ocr page 304-siiilvere lucht is ($' T). Daar het nu de kool-ftof is, door welkers verceniging de zuivere lucht tot vaste lucht veranderd vi^ordt (§ Vil),nbsp;zo lydt het geen twyflèl, of de zuivere, lucht der ingeademde damp..-krings-Iucht wordt met kool-ftofvereenigd (M., 1777. P-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;La
voisier en DE LA PLACE hebben naderhand' eene aamccrkciyke hoeveelheid zuivere lucht door veilchillende dieren laatcn ademen, ennbsp;bevonden, dat dezelve hier by geene andere . merkbaare veranderingnbsp;onderging, dan dal zy in vaste lucht veranderd vvierd (M. 17110.nbsp;P- 404) (^)*
Het hlykt uit het voorafgaande (§§ IV VII) , dat het grondbegin-zei der zuivere lucht, met verfchillende fiofen vereenigd , verfchtUende zuuren maakt. m. lavoisier. heeft 'daarenboven bevonden., datnbsp;dit zelfde heginzel zich met rerfcheiden andere flojfen vereenigt, en.nbsp;hier meede verfcheiden zuuren., die van de gémeldeu yerfchiUen, zamen-^nbsp;ftelt (M. 177B. p. 538); waarom hy dan ook aan het zelve den naamnbsp;van zuunnakend beginzel. (principe oxygine of principe aciditiant) ge-geeven heeft-..
Mhanneer het grondheginzel der zuivere lucht zich vereenigt met het grondbeginzel der ontvlamhaare lucht, zo-ft ellen deeze heide beginzelsnbsp;Water te zamen.
Veele proefneemingen hebben-deeze zaak geleerd., namelyk:'
I) Zodanige proefneemingen, door welken men uit de gezegde gi'ond-beginzelen water heeft zamcngelteld; proefneemingen, welken, zo als-uit het volgende blykeii zal.,.door .verfcheiden der.eerfle Natuiironder--zoekers., byua gelyktydig , op vcrfcliillenclo plaalzen, op verlc.billende wyzcn, met zeer veiTcbillcnde inzichten, (zommigen daarenboven innbsp;h byzyn van onwraakbaaiai getuigen) in diefvoege genomen zyn, d,.tnbsp;derzelver ovcreenfteinmcndc iiitkomllen omtrent uecze zaak, geene rcr-deu van twy.tfeien meer overlaaten. Van deeze proefneemingen zal ik,nbsp;om /.deeze zo gewichtige ontdekking in een des te helderder licht tenbsp;{tellen, alle tv'yffeling omtrent de echtheid deezer proefneemingen wechnbsp;te ncemeu, en om niemand der eerlte ontdekkeren van deeze. waarheidnbsp;te kort te doen, tlians een kort hiltorisch verhaal geeven..
(F) Voorheen heeft men de lucht, waar in men een dier liet-ademen, ten einde te beproeven, welke verandering zy, onderging, hoven water geheld,.nbsp;en men bevond toen, dat de geademde lucht, wanneer zy ter adembaalingnbsp;geheel pngefchikt geworden was, byna geheel en al mofet was. f)e redennbsp;van dee'ze verfchillende bevinding is klanrblylüyk deeze; dat de vaste kioht,nbsp;waar in de zuivere lucht des dampkrings door de ademhaaling veranderdnbsp;worth, by, de gemelde proefneemingen door het water is opgeflorpt. Vannbsp;daar is men dan in de dwaaling geraakt, dat de danipkrings-iuciu door adein-haaling iu mofet (gephlogifleerde lucht) veranderd wordt..
-ocr page 305-C 245 )
Bende, dat er by elke verbranding zuur wierd voortgebracht
IV,
A) M. LAVOISIER uit zyne voorige proefneemingen gezien hebgt;
VI, Vdl, Vll{), was door deeze ondemiiding in de meening geraakt, dat er by de verbranding van ontvlambaarc lucht insgelyks eenignbsp;zuur zoude voortgebracht worden. Ter ontdekking van dit zuur eeni-ge proefneemingen, in 1777, 1781 en 1782, in t werk gefteld hebbende, welker uitkomllen hem niet voldceden, befloot hy deeze zaak metnbsp;meer nauvvkcnriglicid en meer in t groot te^ beproeven. Ten diennbsp;einde deed hy met m. de la place op den 24 Juny 1782, in te-genswoordigheid van m. le roi, van m. van der monde, vannbsp;verfcheiden andere Academisten, en van Mr. blagden Secretarisnbsp;van het K. Genootfehap te London, de volgende proefneeming.nbsp;deeden de ontvlambaarc lucht en de zuivere lucht, door twee pypennbsp;en verderen toellel (welks befchryving hier te veel plaats zoude be-flaan), te zamen koomen in eenc glazen klok, die boven quik gefieldnbsp;was, en lieten daar in deeze gemengde lucht gcduurcnde cenigen tydnbsp;branden, terwyl er in de plaats van de lucht, die er by deeze verbranding verdween, gefladig nieuwe lucht door de gemelde, pypen en-toellel v/ierd aangevoerd, vveUte in die cvenrediglieid gemengd was,,nbsp;die zy door voorafgaande beproeving bevonden hadden voor deezenbsp;proefneeming de -iuiste te zyn. Van het cerfte ogenblilc af aan zagennbsp;zy, dat de biuncnzyde der klok met veel vocht bezet wierd, het welknbsp;zich tot druppels vergaarende op de quik nederzakte, en na 15 ofnbsp;20 min. het zelve geheel en al bedekte-.. Het zelve verzameld zyndenbsp;¦woog iets minder als 5 drachmen. Dit water door alle proeven onderzocht, welken merr koude uitdenken, bleek even zuiver te zyn alsnbsp;gediffillecrd water (M. 1781. p. 471 47-3).
B) Mr. blagden by'dceze' proefneemingen tegenwoordig zynde, berichte toen, dat Mr. cavendish te London reeds het branden vannbsp;ontvlnmbaare lucht, die belloten was, beproefd had, en hier van eeuenbsp;a.aninerkelyke hoeveelheid water had verkregen. Van deeze proefnee-.mingen vindt men een verhaal in de Philof tranfact. 1784. vol. lxxiv.nbsp;p. 119, het welk hy, den 15 Jani 1784, voer het K. Genootfehap tenbsp;London beeft voorgelezen. Mr. cavendish verlangende te weeten,nbsp;van welken aart het vocht is, het geen hy nevens andere Natuurkuii-digen by de asinllecking van ontvlambaarc lucht zag te voorlchyn koo-men, deed eerst ontvlambaarc lucht, met cj.maal zo veel dampkringslucht vermengd, branden in eenen daar toe gefchiktentoellel, en bevond,nbsp;dat byna al dc onrvlanibaare'lucht, en omtrent-J: der dniiipkrings-luchtnbsp;wierden veranderd tot 135 greinen water, waarvan hy getuigt, dar hetnbsp;noch reuk noch itaaak had, cn dat er By uitwaaszcming nicts_ van, over-bleef. Naderh.iud heeft liy ,.in cenen glazen bol, door dcelcclrifche vonk.nbsp;aangcfl-oken 19500 maaten zuivere lucht, vcrnieugd metnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;niaateti
ontvlambaare lucht; (dk van deeze maaten kon een grein quik bevatten). Hier van verkreeg hy 30 greinen vocht, het welk eenen zuuren ftnaak had. Dit zuur met een vast loog-zont verzadigd hebbende, ennbsp;het water hebbende, doen uitdarapen, verkreeg hy hiervan 2 greinen
falpeter. Het verkregen vocht was dcrhalven water, het welk flegts de zeer geringe hoeveelheid van een grein lalpeter-ziuir bevatte: want denbsp;fiilpeter beftaat, volgens de proefneeniingen van bergman, Ikgtsnbsp;voor de helft uit falpeter-zuur.
C) In dezelfde maand juny, in welke m. lavoisier en m. de LA PLACE te Farys de verhaalde proefnccining in t werk Helden, deednbsp;M. MONGE, toen te Mezieres woonende, en niets weetende van denbsp;proefneeniingen, welken men te Parys in t werk Helde, noch van dienbsp;van Mr. CAVENDISH, ceiic zoortgelyke proefnceining met alle inoog-lyke nauwkeurigheid, ter ontdekking van den aart van het vocht, hetnbsp;welk er in den Eudiometer van m. volta, na eene aanHeeking vannbsp;een mengzel zuivere en ontvlambaare lucht in denzelven, overblyft.nbsp;Hy bereidde de lachten, die hy tot deeze proefneeniingen gebruikte,nbsp;op de beste wyzen, om dezeiven op het zuiverHe te verkrygen; hy onderzocht zeer nauwkeurig derzelver byzondere zwaartens, hier by opnbsp;de drukking des dampkrings wel acht geevende; hy mat nauwkeurignbsp;de hoeveelheden der luchten, die hy gebruikte. De gemengde luchtennbsp;Hak hy aan in eenen glazen bol, door de eleétrifche vonk, en herhaaldenbsp;dit, tot dat hy 145 pinten ontvlambaare lucht, en 74 pinten zuiverenbsp;lucht verbrand had. Deeze hoeveelheid lucht bevond liy (na de drukking des dampkrings ten tyde der proefneeming in acht genomen tcnbsp;hebben) te weegen 3 oneen, 6 drachmen, 27,56 greinen. Wydersnbsp;bevond hy
het gewicht der lucht hy deeze aanHeeking overgebleven a dr. 27,91 gr. het-gewicht van het vocht in den bolnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3 one. 2 45,1nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;
1,01
het gewicht van vocht en lucht na de aanHeeking 3 het welk afgetrokken van het gewicht der luchten tot deeze proefneeming gebruiktnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3
ZO is dus het verloren gewicht by deeze proefn. flegts i dr. 26,55 gr: welk gering verfebil aan verfcheiden onvermydelyke omHandigheden,nbsp;zo als M. MONGE aantooiit, is toetefebryven.
Het vocht onderzoekende, het geen hy by deeze proefneeming verkregen had, bevond by, dat het water was, het geen eene byna on-merkbaare hoeveelheid zuur bevatte; welk zuur hy toefchreef aan het vitriool-zuur, het geen de ontvlambaare lucht kan hebben opgenomennbsp;van liet vitriool-zuur, het welk tot derzelver voortbrenging gebruikt isnbsp;(M. 1783. p. 78) (/). Vkin deeze proefneeming ontfingen de hranfebenbsp;Academisten bericht, vtminige dagen na dat zy hunne bovengemeldenbsp;proefneeming befchreven hadden (M. 1781. p. 474)*
De
(/) Dat de ontvlambaare lucht zomwylen eenig zuur bevat, is door myne eerde proefneemingen, met Teylers Eledrizect ffiachiiie iu t werk gelleid,nbsp;gebleken; zie bl. 213. noot e.
De laatstgemelde proefneeming neemt geheel en al wech de bedenking van zommigen, dat bet water, by de verbranding der luchten' voortgebracht, zoude kunnen toegelchreven worden aan het water, hetnbsp;geen in deeze luchten ontbonden of opgehouden was geweest. Immersnbsp;toont het gewicht van het voortgebrachte water aan, dat byna al denbsp;verbrande luclit tot water is overgegaan. Daarenboven indien de verbrande luchten niet in water veranderd waren, zo moest hier uit eenenbsp;andere ftof ontdaan zyn, waar van echter by deeze proefneeming nietsnbsp;befpeurd is.
Dus is dan deeze zaak byna gelylttydig, op drie verfchillende plaat-zen, door Natuuronderzoekers van den eerden rang onderzocht, en de uitkomften der verfchillende proefneemingen ten deezen opzichte innbsp;t werk gefteld demmen zodanig overeen, dat hier omtrent, naar mynnbsp;inzien, geene reden van twyffeling meer overblyft. Het zuur immers,nbsp;het geen inzonderheid door Mr. CAVENDISH in dit water gevondennbsp;is, kan niet tot eene tegenwerping dienen: want behalven dat de hoeveelheid zuur, door Mr. cavendish in dit water waargenomen, zeernbsp;gering was, in vergclyking Van het voortgebrachte water, is het daarenboven uit laatere ontdekkingen van Mr. c a v e n d s h gebleken,nbsp;waar aan dit zuur moet toegefchreven worden. De zuivere lucht immers bevat, zo lt;als bekend is, altoos eenige mofet: wanneer zich nunbsp;het grondbeginzcl dier mofet met dat der zuivere lucht, by de aanrtee-king van het mengzel der ontvlambaare en zuivere lucht, vereenigt, zonbsp;moet hier uit, volgens § V, falpeter-zuur ontdaan. De luchten daarenboven, welken door middel van zuuren verkregen worden, kunnennbsp;eenig zuur bevatten van dat geen, het welk tot derzelver voortbrenging gebezigd wordt, niettegenftaande men alle middelen heeft aangewend, om hetzelve daar van te zuiveren. Myne proefneemingen omtrent de falpeter-lucht hebben zelfs geleerd, dat lucht, waar in doornbsp;geen ander middel, dan door onzen eleftrifcheii ftraal, eenig zuur te
ontdekken was, echter noch eene zeer aanmerkelyke hoeveelheid zunr bevatten kan (bl. 211). Dus kunnen dan immers ook de beide luchten, welker mengzel men aanfteekt, ieder eene aanmerkelyke hoeveelheid van het zuur bevatten, het geen tot derzelver voortbrenging gebruikt is, fchoon zelfs dit zuur by alle voorafgaande beproeving dee~nbsp;zer luchten niet gebleken is, en by gevolg kan men dan in het water,nbsp;by de aanfteeking van dit mengzel verkregen, dat zuur ontdekken, hetnbsp;geen tot de voortbrenging der gebezigde lucht gebruikt is.. Schoonnbsp;dan dit zuur in het eene of andere geval, zelfs in eene grootere hoeveelheid dan in cavendishs proefneeming, gevonden worde in het water,nbsp;het geen by de aanflceking van een mengzel zuivere lucht en ontvlambaare lucht wordt verkregen, gelyk door zommigen is waargenomen,,nbsp;kan hier uit echter geene tegenwerping regens deeze voortbrenging van.nbsp;water getrokken worden: terwyl toch het vocht, door de aanfteekingnbsp;deezet luchten vooitgebracht, by alle proefneemingen uit water heeftnbsp;beliaan, het geen flegts met eenig zuur vermengd was; van welk zuutnbsp;nu de oorlprong is aangewezen.
c 248 gt;
D) Laatdelyk zal ik hier noch bybrcngen eene prcefiieeming van Dr. PRIESTLEY, die, fcliooii dczclve op eene geheel veiichillende wy-ze ia t werk gefield is, echter eene uitkomst heeft gehad, welke voornbsp;deeze zaak een zeer fierk bewys geeft.
99
,, Ik trachte (zegt Dr. prikstley) yzer-kalk, in het brandpunt ,, van ecu brandfpiegel gemaakt, te revivifieren, door het zelve ont-,, vlambaare lucht te doen opflorpen. Dit gelukte my: dan by deezenbsp;,, proefueeming nam ik een nieuw en zeer onverwacht verlcltynzelnbsp; waar. Een itukje yzer neemcnde, het welk van zuivere lucht door- trokken was, ficlde ik het in een glas vol ontvlambaare lucht, wel-,, ke op water fiond; ik liet hier op het brandpunt van een brandglasnbsp; vallen, en bemerkte aanftonds, dat de ontvlambaare lucht verdween.nbsp; Het my niet invallende, dat de yzer-kalk iets zoude losgelaateiinbsp; hebben, tenvyl deeze te vooren aan eenen grootcren trap van hittenbsp; was bloot geheld geweest, zo verbeelde ik my tc zullen bevinden,nbsp;,, dat het yzer door deeze lucht in gewicht was aangewonnen. Dannbsp;tot niyne verwondering bevond ik, dat het yzer, by deeze bewerking, 2§ grein verloren had, in plaats van aangewonnen te heb- ben. Deeze proefueeming boven water gedaan hebbende , herhaalde hy dezelve boven quik-zilver,,met oogmerk om te beproeven,nbsp;wat er uit de vereeniging van de ontvlambaare lucht met de zuiverenbsp;lucht, welke de yzer-kalk uitgeeft, voorkoome, hebbende ten dien'nbsp;einde het quik-zilver en het glas wel gedroogd. Zo dra bet yzer heetnbsp; wierd, bemerkte ik (zegt Dr. priestley), dat de lucht vermin-,, derde, en dat de binnenzyde van het glas vochtig wierd. Dk vochtnbsp; zich tot druppels vergaarende daalde neder op de quik, en bleeknbsp; water te zyn. {Philof. tranfaSl. for the year 1785. vol. Lxxv./.I.nbsp;pag. 284 amp;c.)
De evenredigheid, waar in bet grondbeginzel der zuivere lucht, en het grondbeginzel der ontvlambaare Uicht, door m. lavoisier het
ontvlambaare water-heginzel (^principe inflammable aqueux') genaamd, in het water vereenigd zyn, is, volgens de proefneenüngen van m.m.nbsp;LAVOISIER en meusnier, als 869, 131; zo dat i fë water bc-ftaat uit 13 oneen, 7 dr. 13I gr. grondbeginzel der zuivere lucht, eilnbsp;2 oneen, 5J gr. ontvlambaar begiuzel (M. 1781. p. 474, 475).
II) Dat bet water uit de vereenigde groiidbeginzclen der zuiveve luclit en ontvlambaare lucht beftaat, ziet men ook klaarblykelyk uit de proet-neemingen van m.m. meusnier en lavoisier, by welken zynbsp;het water tot deeze beginzcls hebben ontbonden, door het zelve tenbsp;leiden door gloeijende yzeren buizen. By eene deezer proefneemingen,nbsp;waar by 3 oneen en i dr. water ontbonden wierden, bevond men 125nbsp;pinten ontvlambaare lucht voortgebracht; welke hoeveelheid ten naas-tenby in gewicht een zesde bedroeg van het gewicht van het water,nbsp;het geen liier by vcrfpild was, en juist overeenkwam met de hoeveelheid ontvlambaar begiuzel, welke de 3 oneen en i dr. water, tot deezenbsp;proefneeming gebruikt, volgens de voorgaande proefneemingen bevatten.nbsp;De yzeren buis was, by deeze proefueeming, van bmnen tot eenen ze-
ke-
C 249')
¦keren trap van verkalking gebracht, en de dikte van het yzer was hier by tefFeus zeer aanmerklyk toegenomen. De zelfïtandigh'eid, waar innbsp;deeze buis aan de binnenzyde veranderd was, door zuuren onderzoekende, bevonden zy, dat dezelve een waarc yzer-kalk was, niet ver-Ichillende van den geenen, welken men athiops martialis noemt (M.nbsp;1781. p. 277 en 488). Dit yzer heeft derhalven by deeze proefnec-ming het lucht-beginzel , het geen dot deszelfs verkalking vcreischtnbsp;wierd, aangenomen. Na de vooraf gemelde ondervindingen kan mennbsp;er voorzeker niet wel aan twyfFelen, of de § van de -3 oneen en i dr.nbsp;water, by deeze proefneeming ontbonden, zullen zich met het yzer ver-eenigd, hebben, en ^deszelfs, verkalking zal hier door veroorzaakt zyn.
Terwyl m.m. meusnier en lavoisier deeze of zoortgelyke ^iroefneemingen eenige maaien met gelyken uifflag, en in tegenwoordigheid van verfcheide Led^n der Franfche Academie, in t werk gefteldnbsp;hebben, zo kan men, naar myn inzien, redelyker wyze den gemeldennbsp;uitdag niet wel in twyffel trekken, of fchoon anderen in de herhaalingnbsp;deezei proefneeming niet gedaagd zyn (yf).
Het begimei, het geen door zyne vereeniging met het grondbeginzel (diafis) der zuivere lucht, ^ of met het grondbeginzel van eenige anderenbsp;lucht, dezelven tot luchten maakt, h hoogst waarfchynlyk het vuur-be-ginzel of de licht-ftoflè (fluïde ignéj matiere du feu, de la chaleur,nbsp;et de la lumiere) (/).
Deeze ftelling Lan tot nu toe, zo ver het my voorkomt, niet door zodanige reebtdreeks bewyzende ondervindingen, als de voorgaandenbsp;ftellingen, gellaafd worden; zy rust echter op zodanige ondervindingen, die dezelve', naar myn inzien, hoogst waarfchynlyk maaken. ¦
i) Er zyn veele ondervindingen, welke leeren, dat, wanneer eenig vocht zich van de oppervlakte van een lichaam onder de gedaantenbsp;van damp opheft, het zelfde lichaam hier by verkoeling, en derhalven
ee-
Dat deeze ontbinding van het water niet gebeurt, wanneer men voor deeze proefneeming koperen buizen in plaats van yzeren neemt, kannbsp;voorzeker niet tot eene tegenwerping dienen, terwyl men hier uit alleen be-fluiten kan: dat het gloeyende koper niet zo 'veel affiniteit met het grondbeginzel der zuivere lucht heef: , als er nodig is , om hetzelve van hetnbsp;ontvlambaar beginzel aftefcheiden, waar mede het in t water vereenigd is.nbsp; Even weinig kunnen de proefneemingen van m. font an a de ontbinding van het water tegenfpreeken, terwyl hy de buizen, door welken hy hetnbsp;water heeft laaten gaan, niet gloeiend gemaakt heeft, iffourn. de Pbyf. 1/S6nbsp;tome xxvm. awn 315 et juin, 436). Deeze bewyzen immers flegts, dat hetnbsp;yzer geene genoegzaame affiniteit met het grondbeginzel der zuivere luchtnbsp;heeft, om het water te ontbinden, ten zy het yzer gloeyend is.
(J) Het vuur-beginzet en de liebt-ftof worden door m. lavoisier, zo als ook door de meefte hedendaagfehe Natuurkenners, voor het zelfde beginzel gehouden.
li
-ocr page 310-C 250')
tenig verlies van het vuiir-beginzel ondergaat, aan het welk dat lichaam zynen graad van warmte voor de gemelde damp-vorming verfchuldigdnbsp;was CM* '1777* P* 424)* Waar uit het derhalven biykt, dat wanneernbsp;eenige ftof in damp verandert, er zich dan met die Hof meer vuur-be-ginzel vereenigt: immers kan de verkoeling van het lichaam, van welksnbsp;oppervlakte zich de damp opheft, aan geene andere ooreaak toegefchre-ven worden. Damp ontllaat dan, volgens deeze ondervindingen, doornbsp;de vereeniging van het vuur-beginzel met de Hof, die tot damp gevormdnbsp;wordt. Daar nu de lucht met damp zeer veel overeenkomst heeft,nbsp;(zynde zy beiden veerkrachtige vloeiHolFen, die ten opzichte van haa-re veerkracht flegts hier in van elkander fchynen te verfchillen, dat denbsp;veerkracht van de eene niet zo beftendig is dan die van de andere),nbsp;zo mag men dan hier uit met veel waarichynlykheid befluiten, dat denbsp;lucht, van welke zoort zy ooit zy, even als de damp, haare veerkracht verfchuldigd is aan het viiurbegiozel, het geen zich met hetnbsp;grondbeginzel of voornaame beftand-deel (bafis) van elke lucht-zoortnbsp;vereenigt.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
a) De ondervinding leert, dat wanneer lucht haare veerkracht eensklaps verliest, er dan warmte geboren wordt. Het blykbaarfte voorbeeld hier van geeft de aantleeking van een mengzel zuivere 'en ont-vlambaare lucht, waar door deeze lucht ogenbliklyk haare veerkracht verliezende in vocht verandert, en waarby het glas, waar in deezenbsp;aanfteeking gefchiedt,. eenen zqdanigen trap van warmte aanneemt,nbsp;welke aan de vlam der aangeftokene lucht geenzints kan toegefchrevennbsp;worden. De oorzaak bier van fchynt geene andere te zyn, dan datnbsp;deeze gemengde lucht, aangeftoken zynde, haar vuur-beginzel loslaat («).
Ik moet my thans bepaalen by het geen ik dus verre, naar de theorie van M. LAVOISIER,'omtrent den öoïfprong'van de veerkracht der
lucht heb bygebracht, terwyl eene volledigere ontvouwing deezer theorie , zo als er vereischt zoude worden om derzelver waarfcliynlykheid te beoordeelen, hier te veel plaats zoude beflaan. Wie dezelvegeheel wilnbsp;doorzien, behoort de fchriften van m. lavoisier zelven raad te plee-gen; zie voornaamlyk (M. 1777. p. 420. amp;c. en 1783. p. 523 amp;c).nbsp;intusfehen zal deeze Helling, het beginzel, waar aan de luchtnbsp;haare veerkracht verfchuldigd is, het vuur-heginzel is, niet wel andersnbsp;dan voor zeer waarfchynlyk kunnen gehouden worden, wanneer mennbsp;uit het volgende zal verflaan hebben, hoe hier uit een zeer groot aantal verfchynzelen op eene zeer eenvoudige wyze verklaard worde.
$
(jti) By de vermenging van falpeter-lucht met zuivere lucht ontllaat er, het is waar , weinig warmte, fchoon deeze luchten by haare vermengingnbsp;haare veerkracht verliezen, en tot liilpeter-zuur overgaan. Dit echter kannbsp;tot geene tegenwerping verllrekken, terwyl de ondervinding geleerd heeft,nbsp;dat falpeter-zmtr met zeer veel vuur-beginzel vereeiiigd is (M. 1780. p. 3pp),nbsp;en dus het vuurbeginzel, het geen deeze luchten bevatten, voor het groot-fte gedeelte zich in het lalpeter-zuur vereenigen zal, het welk er by de ver-menging deezer luchten outlhat.
-ocr page 311-(251 y § XIII.
Eer ik nu overgaa ter aanwyzing, hèe deeze leer zeer eenvoudige CHi duidlyke verklaaringen geeft van een groot aantal natuurlyke ver-fchynzelen, zal het voor zommigen myner Leezeren wel ligt niet overtollig zyn vooraf aan te merken, dat de volgende verklaaringen ook,nbsp;mede gedeeltelyk gegrond zyn op deeze door de ondervinding welnbsp;bewezene grondftellingen-.
1) nbsp;nbsp;nbsp; Dat de vereenigingen der verfchillende beginzelen, waaruit denbsp; lichaamen beftaan, zyn toetefchryven aan zekere aantrekkingen, wel- ken die beginzels op elkander oeffenen^ welke aantrekkingen, ver-,, mits zy flegts tusfclien eenige beginzels plaats hebben, door de Schei- kundigen, affiniteiten of vemandfchappen genaamd zyn.
2) nbsp;nbsp;nbsp; Dat wanneer een lichaam, uit twee of meer beginzelen zamen-inbsp;,, gefteld, door eene andere bygevoegde ftolFe ontbonden wordt, desnbsp; zelfs ontbinding dan hierdoor veroorzaakt wordt: dat de affiniteit,nbsp;,, die er plaats heeft tusfchen de beginzels van het lichaam, het geennbsp; ontbonden wordt, minder is dan de affiniteit, welke édn dier begin- zelen heeft met de (toffe, waar door het ontbonden wordt, of met
dén der beginzelen, waar uit deeze (lof bedaar.
3) nbsp;nbsp;nbsp;,, Dat de affiniteiten der beginzelen, waar uit de lichaamen zynnbsp; zamengedeld, by verfchillende trappen van warmte der lichaamennbsp; ^-ootlyks verfchillen, en dat het hier van afhangt, dat veelerletnbsp; lichaamen, wanneer zy tot eenen zekeren trap van hitte gebrachtnbsp;,, worden, het een of ander van hunne zaniendellende beginzelen ver- liezen, of dat zy zich met vreemde bégiiizelen vercenigen.
De laatfte grondftelling inzonderheid behoort men by het leezen van het volgende wel in t oog te houden, terwyl ik dezelve niet telkens zoude hebben kunnen aanwyzen, waar zy in de volgende verldaa-ringen, uit de Lavoifieriaanfche leer afgeleid, te pas komt, zonder deeze fchets te ver uittebreiden.
§ XIV.
De voorgedelde leer verfpreidt zeer veel licht omtrent den oorfproti^ en de eigenfehappen der verfchillende zoorten van luchten, dewelkcnnbsp;zederd weinige jaaren, inzonderheid zederd de ontdekkingen van 'nr.nbsp;PRIESTLEY, eenen nieuwen en zeer aanmcrklyken tak der Natuvir-kennis hebben begonnen uittemaaken. Deeze Natuurkennis der luchten wordt, door de voorgedelde leer, tot zodanig eenen trap v^an eenvoudigheid en duidlykheid gebracht, dat zy zich zelve deswegensnbsp;naar myn inzien byzonderlyk aanpryst, al ware zy op geene zodanige rechtdreeks bewyzende ondervindingen gegrond, als ik in §§ 1 XI.nbsp;heb aangetoond. Op dat dit blyken raooge, zal ik kortelyk den oor-fprong en de bekende eigenfehappen van de voornaainfle lucht-zoorten,nbsp;volgens deeze leer, nagaan. Dit echter kan ik hier (legts fchetswj^zenbsp;doen; waar door dcrhalven deeze aanwyzing alleen voor die gcenennbsp;verftaanbaar zal zyn , die in de hedendaagfche ludit-kemiis ceniger-maa-te bedreven zyn.
li a nbsp;nbsp;nbsp;Zul-
-ocr page 312-C 252 gt;
1) Wanneer deeze Incht uit metaal-kalken, die door hitte gemaakt zyir, is voortgebracht, dan is. zy de zuivere lucht van den dampkring,nbsp;welke dóór deè'zt; metaalen hy himne verkalking is aangenomen, vol'-gerts I lil. (f?). '2) Wanneer zy verkregen wordt uit mctaal-Icalken,'nbsp;die door ontbinding der metaalen in lalpeter- of vitriool-zuur gemaaktnbsp;zyn , danlieeft'zy haaien óbrlprong van het eene beftand-deel van hetnbsp;zuur, het grondbcginzel der zuivere lucht namelyk (§ IV, V.), hetwelk zich met de metaalen by hunne ontbinding vereenigd (§ XVI. B).nbsp;^3) Wanneer zy uit falpeter wordt voortgebracht, dan is zy voorzeker, zo als men uit de bekende zamenftelling van het lalpeter-zuur (§V.)-bcfluitèn' iTiag, het eerie beltand-deel van, het falpeter-zuur tot lueht gebracht. - 4) ^Vallneer zy , gelyk de proefneomiiigen viio BI.M. INGÉ N
Housz en sene riek'geleerd hebben, door groejende planten .wordt voortgebracht, dan heeft zy blykbaar haaren oodprong uit het water,,nbsp;het geen door de planten ontbonden wordt (S XVII), terwyl het eene-beftand-deel van het water het grondbcginzel der zuivere lucht is (§ XI)..
Tot een voorbeeld zal ik hier aantoonen, hoe de vereeni'girig vatij het grondbeginzel der zuivere lucht met het verkalkende metaal, en het her-krygen der zuivere lucht by de reduidie van het metaal, volgens § XIL ennbsp;Xrit. te verftaan zyn.
Het qnikzilver, by voorbeeld, vereenigt zich met het gezegde lucht-be-, ginzel, wanneer het dien trap van hitte heeft, welke tot deszelfs kookingnbsp;vereifchc wordt. Volgens de leer der affiniteiten gevoegd by deeze leer-gefchiedt diti om dat dat metaal in dien trap van hitte mi eene grootere-affiniteit met het lucht-beginzel heeft, dan dat zelve lueht-beginzel heeft met.nbsp;het vuur-beginzel, waar mede het lucht-beginzel ill den ftaat van lucht, zyn-de vereenigd is; immers zo dra dit plaats heeft, moet het lucht-degmzernbsp;zich van het vuur-beginzel affeheiden, en zich met het quikzilver vereeni-gen, waardoor dan dit metaal verkalkt wordt. Wanneer men vervolgensnbsp;deezen quik-kalk tot eenen veel hoogeren trap- van likte brengt, tot diennbsp;trap van hitte namelyk, welke in haat is het glas gloeyend te maaken, dannbsp;fcheidt zich het lucht-beginzel van- de quik weder af, waar door. derbalvennbsp;de quik-kalk weder tot quik gereduceerd wordt. Het van den quik-kalk af-gefcheide lucht-beginzel vereenigt zich nu met het vuur-beginzel, het geennbsp;er voorbanden is , en komt hier door weder onder de gedaante van lucht,nbsp;te voorfchyn. Dit alles. laat.zich volgens de leer der affiniteit, gevoegd by de.nbsp;leer van lavoisier, eenvoudiglyk dus verftaan: het quik-zilver namelyk heeftnbsp;by deezen trap. van hitte minder affiniteit met het lucht-beginzel, dan het,nbsp;zelve lucht-beginzel heeft met het vuur-beginzel ; waar van dan het gevolgnbsp;zyn moet, dat het lucht-beginzel Bet quik-züver verlaat , waar mede het innbsp;den quik-kalk verecn'gd was, zich met het vuur-beginzel vereenigt., en hiernbsp;mede (volgens § XIJ.) in den ftaat van lucht herfteld wordt.
Op gelyke wyze is volgens- de leer van lavoisier, gepaard met de leer der affiiiitcitcm, elke voortbrenging van lucht, of de vereeniging van. eenig.'nbsp;iuchc-besiiwel met andere ftoffen, te verftaan.
-ocr page 313-C 253 )
Het is derlmlven niet te ontkennen, dat dee'zc leer eene veel eenvoudigere verklaaring van den oorfprong der zuivere lucht geeft, dan wanneer men, volgens de oude leer, dezelve aan eene vereeniging vanzuur, aarde, en phlogifton toefchryft.
Te^^3d de zuivere lucht flegts ecu vierde gedeelte' der dampkringslucht is, en hier in vermengd is met drie vierde deelen mofet, eene lucht, waar in geen vuur branden kan, en die voor de ademhaalingnbsp;geheel ongelchikt is, zo blykt dan nu van zelve de reden van de voor-naamlte eigenfehappen deezer lucht, welken dezelve van dampkringslucht onderfcheiden, als namelyk: i) waarom het vuur in de zuivere lucht zo veel llerker dan in de dampkrings-lucht brande; 2)nbsp;waarom een dier in eene bepaalde hoeveelheid deezer lucht veel langer leeve, dan in eene gclyke hoeveelheid dampkrings-lucht. Immers isnbsp;het blykbaar, dat het onderfcheid tusfehen de zuivere lucht en de damp-krings-Iuchr hier van afhangt , dat de eerstgemelde in de laatlle metnbsp;zodanige lucht vermengd is, die tcgenovergellelde eigenfehappen heeft-
Mofetf (_gephlogifieerde lucht),
Tertvjl deeze de dampkrings-lucht is, beroofd van de zuivere lucht, welke een vierde gedeelte van dezelve uitmaakt (§1), zo ziet men,,nbsp;waarom men in'alle gevallen, waar in de zuivere lucht uit de dampkrings-lucht, het zy door verkalkende metaalen, het zy door brandende- of rottende ftofen, of op eenige andere vvyzc wordt wechgenomen,nbsp;mofet verkryge. Het is ook hier uit kiaarblykelyk, waarom de mofetnbsp;geene dier eigenfehappen bezitte, welken de dampkrings-lucht aan denbsp;ingemengde zuivere lucht verfchuldigd is.
Men behoeft derhalvcn ter verklaaring van den oorfprong en de eigenfehappen deezer lucht niet aanteneemen, dat het veronderftelde phlogifton zich met de- dampkrings-lucht vereenigt.
Faste lucht.-
Uit dc bekend gewordene zamenftdling deezer lucht, als namdyS: bdlaande uit eene vereeniging van zuivere lucht en eene eigenaartige'nbsp;ftof, door M. LAVOISIER- XooZ-y?;?/genaamd, verftaat mem de reden, waarom zy uit zo veele lichaamen voortkomt, en waaraan derzel-ver eigenfehappen zyn toetefchryven. Immers , terwyl de meeste dierly-ke en plantaartige llolFcn uit deeze kool-flof gcdeeltelyk beftaan (§§XVII,nbsp;XVIII), en terwyl het grondbeginzel der zuivere lucht insgelyks in vee-lerlei lichaamen een zaïnenftellend deel is, zo ziet men nu de reden, waarom er by zo veeleiiei ontbindingen vaste lucht wordt voortgebracht' (oy
De
In- zommige- lichaamen Cals namelyk Xry/', kalkfteen, kalkfpath en? veele anderen} fchynen de gemelde béide grond-beginzels der valle luchcnbsp;reeds met elkander vereenigd te zyn , terwyl men ui: deeze lichaamen alleennbsp;door hitte vafte lucht kan voortbrengen-
^ nbsp;nbsp;nbsp;li
-ocr page 314-C 254 )
De etgenfchappen deezer lucht worden nu hier uit dus verdaan: i) Zy kan niet ter ademhaaling dienen, om dat zy reeds zo veel-kool-ftof bevattende, als haare zameuftelling toelaat, dus geene kool-ftof kan aanneemen, het welk volgens § XVIII tot lucht ter ademhaaling gefchikt vereischt wordt. 2) Zy kan niet dienen tot het brandennbsp;van dieiiyke of groeijende ftolFen, om dat ky geene kool-ftof van dezelvenbsp;kan aanneemen, het geen by het branden dier ftoffen gebeurt (§ Vlil),nbsp;en hier toe fchynt vereischt te worden. 3) Zwavel, of phosphoms,nbsp;welken zich by hunne branding met zuivere lucht vereenigen, kunnen innbsp;deeze lucht even weinig branden, om dat de zuivere lucht in deezenbsp;lucht met kool-ftof vereenigd zynde, hier door verhinderd wordt metnbsp;de gezegde ftoffe eene vereeniging aantegaan. 4) Zy is veel zwaardernbsp;dan de zuivere lucht, uit hoofde van de zwaarte der kool-ftof, welkenbsp;zy bevat. (5) Zy is van eenen zuuren aart: zonder twyffel alleennbsp;uit hoofde van de vereeniging van het grondbeginzei der zuivere luchtnbsp;tnet de kool-ftof, tervvyl dit grondbeginzei, by de meesten van zynenbsp;vereenigingen met andere ftoffen, zuuren maakt. Deeze zuure aartnbsp;geeft aan de vaste lucht wyders alle de eigenlchappen, welken denbsp;zuuren met elkander gemeen hebben. Hier van daan is het dan, datnbsp;zy a) de verrotting tegenftaat; b') zich met loog-zouten vereenigt;.
nbsp;nbsp;nbsp;c) hier mede cryftallifecrende zouten te zamenftelt; d') veifcheidcnnbsp;zelfftandigheden ontbindt, enz. 6) Zy wordt door water gereedlyknbsp;opgeflorpt: dit hangt ook naar allen fchyn af van den zuuren aartnbsp;deezer lucht, uit de gezegde vereeniging voortvloeijende, tervvyl denbsp;zuuren in t algemeen met het water veel affiniteit hebben.
Salpeter-lucbt.
Deeze lucht mofet zynde vereenigd met falpeter-zuur (§ V), zo verftaat men hier uit, waarom deeze lucht in zo verre met mofet
overeenkomt: dat in dezelve geêia vuwr branden kan; ~ nbsp;nbsp;nbsp;dat zy
ter ademliaaling niet dienen kan. Het falpeter-zuur een gedeelte van deeze lucht zynde, zo blykt de reden , 3) waarom een gedeelte deezernbsp;lucht door loog-zouten opgenomen wordt; 4) waarom deeze lucht,nbsp;even gelyk de zuuren, de verrotting tegenftaat. Wyders, daar dc fal-peter, volgens de proefneemingen van m. lavoisier, vergelekennbsp;met myne proefneemingen, is aantemerken als falpeter-zuur, beroofdnbsp;van een gedeelte van dcszelfs eene beftand-deel, de zuivere lucht na-melyk, en afgefcheiden van het water, waar meede deeze beide be-ftand-deelen in het falpetei-zuur vereenigd of vermengd zyn (§ V),nbsp;zo blykt hier uit onmiddelyk de reden, 5) waarom de lalpcter-lucht in'nbsp;zekere evenredigheid met zuivere lucht boven water vermengd wordende , dit mengzel ophoude lucht te zyn, en tot falpeter-zuur verandere;
nbsp;nbsp;nbsp;6) waarom de falpeter-lucht met dampkrings-lucht boven water vermengd wordende, deeze hier by haare zuivere lucht verlicze. 7) Watnbsp;het eudiometrisch onderzoek der dampkrings-lucht, door haare vermenging met lalpeter-lucht, eigentlyk aanvvyze? Immers niets anders, dannbsp;hoe veel zuivere lucht de dampkrings-lucht bevat.
Het
-ocr page 315-C 255 )
Het ontvlambaar bcginzcl, het geen het grondbcginzcl deezer lucht uitmaakt, één der bedand-deelcn van het water zyndc (,§ XI), zo isnbsp;de oorlprong deezer lucht, by de meeste verlchillende wyzen van dezelve voorttebrengen, zeer blykbaar.
i) Wanneer zy by de ontbinding van yzer of zinc in verdund vi-triool-zuur verkregen wordt, dan wordt het water zelfs, waar mede dit zuur verdund is, ontbonden: deszelfs eenebelland-deel, het grond-beginzel der zuivere lucht namelyk, vereenigt zich met het metplnbsp;C§ XVI. B), en deszelfs andere belland-deel, het ontvlambaar beginsel namelyk, hier by los raakende neemt de gedaante van lucht aan.nbsp;Dat immers het metaal, her geen in verdund vitriool-zuur verkalktnbsp;wordt, het tot zyne verkalking vereischte lucht-beginzel niet uit het nbsp;vitriool-zuur, maar uit het water aanneemt, is onbetwistbaar bewezen door de proefneemingen van m. lavoisier, by welken hynbsp;bevonden heelt, dat wanneer yzer in een mcngzelvan één deel vitriool-zuur en vyf deelen water verkalkt is, het vitriool-zuur van eennbsp;zodanig mengzel na deeze verkalking even veel loog-zout tot zyne verzadiging nodig heeft, dan voor de verkalking, en dat dit zuur derhal-ven geene ontbinding ondergaan hebbende, de verkalking van het yzernbsp;dus aanwyst, dat het yzer het eene beftand-deel van het water, hetnbsp;zuivere lucht-beginzel namelyk, heeft aangenomen, waar by dan hetnbsp;ontvlambaare lucht-beginzel is los gera-akt (M. 1782. p. 498). Wydersnbsp;wordt ook de zaak hier door, naar myn inzien, volledig bevestigd,nbsp;terwyl de hoeveelheid ontvlambaare lucht, by zodanige verkalkingnbsp;van metaalen in verdund vitriool-zuur verkregen, zeer naby over-eenllemt met die hoeveelheid, die men, volgens de bekende zamen-Itelling van het water, berekenen kan te moeten los raaken, wanneernbsp;de bekende hoeveelheid van het zuivere, lucht-beginzel, tot de verkalking van eene zekere hoeveelheid yzer nodig, uit het water wordtnbsp;los gemaakt (M. 1782 p. 506).
ü) De oorlprong der ontvlambaare lucht uit veelerlei plantaartige en dierlyke Itoffen, het zy door verbranding, het zy door verrotting verkregen, zal even duidlyk worden, wanneer men uit het volgendenbsp;(§ XVII, XVIII.) zal gezien hebben, dat het ontvlambaar beginzetnbsp;van het water het voornaame voedzel der planten, gelyk ook dat vannbsp;zommige dieren is.
Terwyl de vitriool-zunr-lueht uit het vitriool-zuur worft voortge-braeht, wanneer men aan dit zuur zodanige llolFen blöotllelt, waar meede zich één van zyne beftand-declen, het zuivere lucht-beginzeïnbsp;namelyk, vereenigt, het geen gebeurt by de verkalking van metaalennbsp;in dit zuur, zo is het blykbaar, dat de vitriool-zuur-lucht is vitrioolzuur, het geen van een gedeelte van zyn zuivere lucht-beginzel beroofd , en tot eenen veerkrachtigen Haat gebracht is»
( 25^ )
Hier uit verftaat men^ i) waarom de vitriool-zuur-lucht, wanneet zy met zuivere lucht vennengd wordt, weder in vitriool-zuur verandert; deeze ondervinding bevestigt ook volkomen den gezegden aartnbsp;of oorfprong der vitriool-zuur-luclit; a) waarom zy de dampkringslucht in inofet verandert, wanneer zy met dezelve vermengd wordt:nbsp;de dampkrings-Iiicht immers moet by deeze vermenging haare zuiverenbsp;lucht verliezen, terwyl deeze zich met vitriool-zimr-lucht vereenigen-de, in vitriool-zuur verandert.
§ XV.
De voorgeftelde leer, of liever de ontdekkingen, die deeze leer nitmaaken, wyzen aan, dat de verfchillende zuuren, welken mennbsp;voorheen als verfchilleiide grondbeginzels heeft aangezien, inderdaadnbsp;^amengelteldc ftofFen zyn, en dat hiimicnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;aart toetelchiyven
aan een en het zelfde beginzel, aan dat beginzel nanielyk, het geen ook het grondbeginzel is der zuivere lucht van den dampkring. Dezelfde ontdekkingen hebben ons wyders reeds omtrent verfcheiden zuuren geleerd, welke de grondbeginzels zyn, die zich met het gezegdenbsp;zuurraakend beginzel {principe oxygine') vereenigen, en hier meedenbsp;verfchillende zuuren zamendellen.
S XVI.
De verkalking^ enthinding en reduBie der met aaien ^ waaromtrent men zich voorheen zeer gebrekkige denkbeelden gevormd heeft, wor^nbsp;den uit deeze leer volkomen vcrftaan.
A) Terwyl het grondbeginzel der zuivere lucht des dainpkrings zich met het metaal by zyne verkalking verecnigt, zo verflaat men nu,nbsp;waarom de metaalen, wanneer zy tot kalk gebracht worden, zo aan-merklyk in gewicht toenecmen. Immers is het bekend, dat men vannbsp;loo W lood iio ro rooden lood-Kalk of menie vcrkrygt. Van loo fg yzer
verkrygt men 132 të cethiops, en andere metaalen neemen by hunne verkalking insgelyks eene aanmerkelyke gewichts-vermeerdering aan (M. 1782. p. 524)- Deeze gewichts-vermeerdering der verkalkende mctaa-len, welke zeer weinig ftrookt met de veronderdelling van s t a 11 l :nbsp;dat namclyk de metaalen by hunne verkalking het veronderftelde phlo-gifton (eene ftof, die toch noodwendig haare zwaarte zoude hebben)nbsp;afgeeven zoude : deeze zo aanmerkelyke gewichts-vermeerdering,nbsp;zeg ik, wordt door de voorgcfteldc leer onmiddelyk verklaart. De verkalking van een metaal immers in deszelfs verceniging met het grondbeginzel. der zuivere lucht behaande, zo ziet men gereedlyk in, dat aannbsp;dit zich met het metaal vereenigende lucht-bcginzcl de vermeerderingnbsp;van deszelfs gewicht is toetefchryven. m. lavoisier heeft daarenboven door zeer nauwkeurige proefneemingen, waar by hy tin in be-floren lucht verkalkt heeft, bewezen, dat de gewichts-vermeerdering,nbsp;welke het metaal by zyne verkalking verkrygt, juist zo veel bedraagtnbsp;als het gewicht der lucht, welke door het verkalkende metaal wordtnbsp;opgellorpt (M. 1774. p. 351 amp;c).
-ocr page 317-B) nbsp;nbsp;nbsp;De ontdekkingen van de beftand-deelcn der zuuren, waar in denbsp;metaalen ontbonden worden (§§ IV en V), benevens de ontdekkingnbsp;van de beftand-deelen van het water, hebben geleegcnheid gegceven ternbsp;ontdekking van den aart der zelfltandigheden, waar toe de metaalennbsp;door hunne ontbindingen in zuuren gebracht worden.
Tot nu had men de ontbinding van een metaal in het een of ander zuur aangezien als de vereeniging van het metaal met het zuur, waarnbsp;in het wordt ontbonden; wordende het metaal hier by telFens, naar ditnbsp;gevoelen, van het veronderflelde phlogillon, het zy geheel of gcdeel-telyk beroofd. Uit de proefneemingen van im. l a v o i s i e r , in §§ IVnbsp;amp; V. bygebracht, blykt het, dat by de ontbinding van quik-zllver, innbsp;vitriool- of 1'alpeter-zuur, het zuur ontbonden wordt, en dat het grond-beginzel der zuivere lucht, het geen één van zyne beftand-deelen is,nbsp;zich dan met het quik-zilver vereenigt. Hy heeft wydcrs bevonden,nbsp;dat by de ontbinding van andere metaalen, het zy in vitriool-zuur,nbsp;het zy in falpeter-zuur, dezelfde ontbinding van het zuur, en de ver-eenigiug van het hier uit losgemaakte grond-beginzel der zuivere luchtnbsp;met het metaal plaats hebben. Het metaal wordt derhalven by zyne ontbinding in het eene of andere zuur tot metaal-kalk gebracht,nbsp;door zyne vereeniging met één der beftand-deelen van het zuur, waarnbsp;aan het is bloot gefteld. Zomvvylen echter, wanneer een metaal doornbsp;een zuur, het geen tot een zekeren trap met water verdund is, isnbsp;bloot gefteld, wordt het verkalkt door zyne vereeniging met één dernbsp;beftand-deelen van het water, hetgeen het grondbeginzel der zuiverenbsp;lucht is-
M. LAVOISIER heeft wyders door nauwkeurige proefneemingen onderzocht de hoeveelheid van het lucht-beginzel, het welk by de ontbinding van elk metaal zich met het zelve vereenigt, en bevonden, dat deeze hoeveelheden doorgaans ten naastenby gelyk zyn aan dienbsp;geenen, welken de metaalen by hunne verkalking door hitte uit de
dampkrings-lucht aamieemen C-M- 1782. p. 49a 528).
C) nbsp;nbsp;nbsp;Daar de metaal-kalken, het zy door gloeijing, het zy op anderenbsp;wyzeii verkregen, niets anders zyn dan de metaalen, vcieenigd metnbsp;het grondbeginzel der zuivere lucht (§ III. amp; B. van deeze §), zo isnbsp;het nu klaarblykelyk, dat de reduamp;ie der metaalen alleen hier in ge-leegen is, dat men de metaalen het aangenomen lucht-beginzel doetnbsp;verliezen. In zonnnige metaal-kalken is het lucht-beginzel zo fterk metnbsp;het metaal vereenigd, dat hitte alleen niet genoegzaam is om het zelvenbsp;van het metaal aftefcheiden; waarom het dan tot de redudtie van zodanige metaal-kalken vereischt wordt, dat dezelven in aanraaking zynnbsp;met eene ftoffe, die veel affiniteit met het gezegde lucht-beginzel hebbende , het zelve uit dien hoofde opneemt, wanneer namelyk de affini-,teit, welke er tusfchen dat lucht-beginzel en het metaal plaats heeft,nbsp;door de verhitting van den metaal-kalk zo verre verminderd is, dat zynbsp;daadelyk minder is dan de affiniteit tusfchen dat heginzel en de ftofnbsp;(de kool namelyk), die men tot de reduétie van het metaal gebruikt.
Kk
-ocr page 318-§ XVIL
De voorgeflelde leer geeft veel opheldering omtrent de voeding der planten, of den oor [prong der hrandbaare plantaartsge zelfftandigheden,
A) nbsp;nbsp;nbsp;De planten trekken voornaamlyk hun voedzel uit het water. Denbsp;proefneciningen van van helmont en du hamel keren zelfsnbsp;onbetwistbaar, dat de boomen door de water-deelen zelven gevoednbsp;W'orden: dus wordt dan immers het water door de groeijing tot brand-baare liebaamen veranderd (/gt;). Deeze waarheid, hoe wel beweezennbsp;ook, fcheen byna ongeloof baar, zo lang men het water voor een enkelvoudig beginzel aanzag. Thans echter, nu men weet, dat het water uit twee beginzels is zamengefteld, waar van het eene ontvlambaar is (§ XI), is de oorfprong van het hrandbaare der planten on-middeiyk Verklaard. Het water namelyk wordt, naar allen fchynr. in denbsp;planten ontbonden ^ deszelfs brandUan-r neginzei gaat ovei in de zelfnbsp;handigheid der planten, en het liicht-beginzel, waar mede het zelvenbsp;in de planten vereenigd is, hier by los geraakt zynde, geeft dan ze-kerlyk die zuivere lucht, welke de planten door haare blaaden, volgens de proefneemingen van ingenhousz en senebier, uitgee-ven {q).
B) nbsp;nbsp;nbsp;L)c oorfprong deezer lucht, welke de planten , volgens de gemelde ontdekkingen, in eene zeer groote hoeveelheid uitgeeven, is der-halven door de nu bekend gewordenc zatnenftelling van het water on-middelyk verklaard, zonder dat men hier toe eene ademhaaling de»nbsp;planten behoeve te veronderllellen.
Aan de lucht, die de groeyende planten uitgeeven, is het waar-fchynlyk ook toetefchryven, dat lucht ter ademhaaling ongefchikt, door planten, die in dezelve gefield zyn, zo als Dr. priestley het eerstnbsp;heeft waargenomen, hcrlield wordt. Men zal misfehien hier tegen inbrengen, dat de lucht, die door daar in gefielde planten verbeterdinbsp;wordt, zelden toeneemt, maar integendeel zomtyds iets afneemt. Dan
dit zal waarfchynlyk toetefchryven zyn aan de opllorping der vaste lucht, welke in de lucht geweest zal zyn, die men tot deeze proefneemingen door ademhaaling of verbranding heeft laaten befmetten.
§ XVIII.
Verfcheiden zaaken, de dierlyke huishouding betreffende, worden uit deeze leer volkomen verdaan, als namelyk:
(p) Mem. de FAcad. R. de fc. 1748. p. 272. fiiiv. amp; Hift. 73 ? 74-
(4) Aan het hrandbaare beginzel van het water, waar door de planten gevoed worden, is dus toetefchryven, 1) de oiitvlambaare lucht, die de groeiftoffen, het zy door hitte, het zy door verrotting, in zeer groote hoeveelheid uitgeeven; 2) de kool-ftof, die voornaamlyk de vaste deelennbsp;van de planten nitmaakt, terwyl de hoeveelheid aarde en zout, welke zynbsp;bevatten, zeer gering is (§ VIII). Op wat wyze echter, of door welkenbsp;vereeniging of ontbinding, het ontvlambaare water-beginzel tot kool-ftof over-gaat, is noch geheel onbekend.
-ocr page 319-A) nbsp;nbsp;nbsp;De voornaame oogmerken ^ waar toe de ademhaallng diene.
1) nbsp;nbsp;nbsp;Terwyl door de ondervinding, in § IX. bygebracht, bewezen is,nbsp;dat de ingeademde lucht met kool-llof belaaden wordt, zo blykt het,nbsp;dat eene der nuttigheden, waar toe de ingeademde lucht dient, hiernbsp;in beftaat: dat het dierlyk lichaam zich hier door van een gedeelte zynernbsp;kool-ftoffè, waar van het eenen te grooten overvloed fchynt te hebben,nbsp;ontlatten kan, door dezelve aan de ingeademde lucht overtegecven.nbsp;Terwyl wyders zodanige lucht, die deeze ftof niet aauncemcn kan,nbsp;ook niet ter ademhaaling kan dienen, zo blykt het even duidlyk, datnbsp;eene der voornaamfle nuttigheden der ademhaaling in de overgaaf diernbsp;ftolFe geleegen is.
2) nbsp;nbsp;nbsp;De dierlyke warmte heeft blykbaar haarcn oorlprong van deezenbsp;verandering der zuivere lucht in vaste lucht, die er by de ademhaaling gefchiedt: want de vaste lucht zwaarder zyndc, dan de zuiverenbsp;lucht, is by gevolg dichter: zy bevat derhalveii minder van dat be-ginzel, waar aan de vaste lucht haare veerkracht, die haare dichtheidnbsp;regelt, verfchuldigd is. Dit beginzel nu het vuur-beginzel zynde, zonbsp;is dan de hoeveelheid vuur-beginzel in de vaste lucht minder, dan in denbsp;zuivere lucht. Wanneet* derhalven zuivere lucht in vaste lucht verandert, zo moet er een gedeelte van het vuur-beginzel, het geen metnbsp;de zuivere lucht vereenigd was, los raaken., en dus warmte doen ont-ftaan. Dat zulks waarlyk gebeurt, is uit de procfneemingen van m.m.nbsp;LAVOISIER en LA PLACE gebleken (M. .1780. p. 398). Dat wyders deeze warmte, by de verandering van de ingeademde zuivere luchtnbsp;in vaste lucht ontftaande, de dierlyke warmte onderhoudt, is insge-lyks bevestigd door de procfneemingen van m.m. lavoisier en lanbsp;PLACE, by welken zy gezien hebben, dat een dier, geduurende dennbsp;tyd dat het door zyne ademhaaling eene zekere hoeveelheid zuiverenbsp;lucht in vaste lucht verandert, ten naastcnby zo veel warmte van zichnbsp;geeft, en bygevolg ter onderhouding zyner uatuurlyke warmte, geduurende den zelfden tyd, zo veel warmte yerkrygt, als zy bevonden bynbsp;de verandering van eene gelyke hoeveelheid zuivere lucht in vaste luchtnbsp;te outftaan (M. 1780. p. 404, 405).
De ingeademde lucht dient derhalven tot twee verrichtingen, beiden even noodzaaklyk ter onderhouding van het dierlyk leven: zy neemtnbsp;van het bloed af de kool-ftof, waar van de te groote hoeveelheid fcha-delyk zyn zoude, en het los geraakte vuur-beginzel, of de warmte,nbsp;weike hier by in de longen onthaar, herhek het verlies der warmte,nbsp;welke het dierlyk lichaam gehadig aan den dampkring, en aan denbsp;lichaamen, die het omringt, mededeelt.
B) nbsp;nbsp;nbsp;De oorfprong der brandbaare dierlyke floffen wordt ook nu volkomen verdaan. Daar immers zommige dieren alleen uit de plantennbsp;hun voedzel trekken, en anderen uit de lichaamen van zodanige dieren,nbsp;die door de planten alleen gevoed worden, en het volgens § XVII.nbsp;door de ondervinding genoegzaam bewezen fchynt, dat het ontvlambaarnbsp;beginzel van het water het voornaame voedzel der planten is, zo isnbsp;het dan immers blykbaar, dat de ooifprong der ontvlambaare dierlyke
K k 2 nbsp;nbsp;nbsp;Itüf-
-ocr page 320-( aóo )
ftoffen aan dit zelfde ontvlambaare beginzet van het water moet toe-geichreven worden. Met recht merkt m. lavoisier dus aan: Leau est h grand réfervoir, oh la Nature trouve la masfe de combujlibles,nbsp;qt^elle forme continuellement fous nos yeux, et la vegetation paroit êtrenbsp;Jon grand moyen (M. 1781. p. 491).
§ XIX.
Na dat de zamenllelling van het water is bekend geworden (§ XI), en het uit deeze ontdekking, vergeleken met die van van helmont,nbsp;Bu HAMEL, iNGENHousz en SENEBiER, klaai'blyklyk is, datnbsp;het water door de groeyende planten wordt ontbonden, in diervoege,:nbsp;dat het ontvlambaar beginzcl van het water tot de zelfflandigheid dernbsp;planten overgaat, en dat deszelfs andere beginzel, het grondbeginzelnbsp;der zuivere lucht iiamelyk, hier Ey los mn-Uentio, uis zuivere luchtnbsp;door de planten wordt uitgegeeven, zo ziet men dan nu zeer duidlyknbsp;in, welk het voornaame middel is, het geen de natuur gebruikt, omnbsp;in den dampkring die hoeveelheid zuivere lucht te onderhouden, welke voor de ademhaaling van menfehen en dieren vereischt wordt. Immers, daar de zuivere lucht van den dampkring, of derzelver grond-beginzel, door veelerhande zelfdandigbeden wordt opgeflorpt , of innbsp;vaste lucht veranderd (§§ VII, VIII, IX), ZO ziet men ligtelyk, datnbsp;de dampkring van tyd tot tyd zyne zuivere lucht , althans voor eennbsp;gedeelte, zoude verliezen, byaldien dit verlies niet geftadig vergoednbsp;Wierde. Het is thans genoegzaam blykbaar, dunkt my, dat de planten het voornaame middel uitmaaken, het geen de Schepper hier toenbsp;gefchikt heeft. Terwyl immers één once van het ontvlambaare- liicht-be-ginzel in het water vereenigd is met omtrent 6| once grond-beginzel dernbsp;zuivere lucht, zo gaat derbalven verre het grootfte gedeelte van hetnbsp;Water, het geen in de groeijende planten ontbonden wordt, als zuivere
Ivicbt in den dampkring over , en dus moet: de dagelyklche voeding dcf
planten uit het water geftadig eene zeer aaiimerklyke hoeveelheid zuivere lucht in den dampkring aanbrengen; de winden wyders dienende oainbsp;deeze zuivere lucht door den dampkring eenpaariglyk te verdeden, ennbsp;dus den tot de ademhaaling vereischten Haat des dampkrings te onderhouden op zodanige plaatzen, waar de voeding der planten fti}nbsp;Haat of zeer gering is.
Men vraagt hier ligtelyk: waar blyft de vaste lucht, waar in een gedeelte der zuivere lucht des dampkrings dagelyks veranderd wordt?nbsp;Deeze wordt voorzeker voor een zeer groot gedeelte opgeflorpt door hetnbsp;water, het welk verre het grootfte gedeelte des aardkloots bedekt, ofnbsp;wordt door den vochtigen grond aangenomen. Ook zyn er veele anderenbsp;ftofien, welken dezelve kunnen aanneemen. Hier aan is het toctefchry-ven, dat er doorgaans- maar weinig vaste lucht ia de dampkrings-luchtnbsp;gevonden wordt.
Ik zoude wyders deeze leer op een groot aantal natiuirlyke ver-fchynzclen, welken ik dus verre niet heb aaiigeroerd, kunnen toepaszen,.
-ocr page 321-zen, en hier door doen zien, hoe zeer zy ftrooke met al het geen (MIS tot nu toe is bekend geworden van den aart der dingen, die totnbsp;de onderwerpen, waar over deeze leer gaat, betrekking hebben. Dannbsp;ik bemerk, dat hier door dit aanhangzcl, het geen ik hier voornaam-lyk geef ter opheldering van eenige zaaken, welken in dit ftuk voorkomen, te veel plaats zoude beflaan, waarom ik dan, meenende totnbsp;myn tegenwoordig oogmerk reeds genoeg te hebben bygebracht, eeiienbsp;breedvoerigere ontvouwing van deere leer tot eene andere gelegenheidnbsp;uitftel.
§ XX.
In het voorafgaande meen ik re hebben, aangetoond, dat de voorge-ftelde leer niet alleen op ontwylFelbaare ondervindingen gegrond is, maar dat zy daarenboven van zeer veele natiiurlyke verichynzelen,nbsp;(waar onder de zulken, waar van men zich voorheen nauwlyks eenignbsp;denkbeeld heeft kunnen vormen) ecne ZO duidlyke, voldbende, eenvoudige , en deswegens, aanneemlykc verkiaaring geeft, dat zy zichnbsp;zelve hier door byzonderlyk aanpryst. Deeze zyn dan ook de redenen , welken my 'tot aanneemen van. deeze leer hebben 'overgehaald,nbsp;en teffens een gevoelen hebben doen afllaan, het geen voorheen hetnbsp;algemeen aangenomen gevoelen zynde, waaraan byna niemand twyf-felde, by my dus ook het vooroordeel, van eene wel gevestigde waarheid te zyn, reeds in den eerden tyd myner oeffeiiingen verkregen, ennbsp;tot in het jaar 1785 behouden had. Ik bedoel de veronderflelling vannbsp;STA hl: dat namelyk het vuur-beginzel, het geen men hoofdftoffelyknbsp;vuur genaamd heeft', in zeer veele lichaamen met eene zeer fyne aardachtige (lolFe zoude vereenigd zyn, en hier meede eene eigenaartigenbsp;yiuir-ftoffe, door hem ^hlogifion genaamd, zonde zamenftellen (r), en
¦ nbsp;nbsp;nbsp;'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dat
(r) Dit is het denkbeeld, het geen sta hl zich van het veronderftelde phlogifton vormdenbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en aan het welke zich de beroemfte Scheikundigen,
zederd den tyd van sT.rnt tot voor weinige jaaren, gehouden hebben (^f). Dit zeilde veronderflelde phlogifton is vervolgens door Dr. pries they ennbsp;zeer veelen der Natuurkundigen, die hem gevolgd zyn, in de lucht-kennisnbsp;overgenotnen, ter verkiaaring der verfchynzeten, die door de laatere ontdekkingen zyn bekend geworden. Een zodanig phlogifton is het dan ook, hetnbsp;geen ik in myne voorige fchriftén verondeïft'eld' heb, doch het welk ik: thansnbsp;voor een denkbeeldig wezen houde, voor welks beflaan, zederd de laaterenbsp;ontdekkingen der Franfche Academisteii, alle bewyzen zyn wechgevalléir.
Zommige Natuur- en Scheikundigen gezien hebbende, dat het veronderflelde phlogifton van stahl niet langer konde firooken met het geen laatere ontdekkingen geleerd hadden, en echter aan de veronderllelling van een zodanig beginzel te veel gewend, om dezelve geheel te kunnen veriaaten, hebben het dus daar heenen trachten te brengen, om onder dezelfde henaamingnbsp;van phlogillon eene flof te verflaan,. geheel verfchillende van het geea
STAHL
() G. E. STAHLII Exfer. Obferv. amp; Atiimadv. Cbym. 8 Piyf. § IXV.
Cf) Men vindt dit aangecoond door den kundigen Heere kastei-ein, in zyne b%. fthouwende en werkende Chemie, Ifte deel § J4.3 349,
(aö2 y
dat veelerlei veranderingen der lichaamen aftn de meêdeeling of beroo-ving van dit phlogiflon zouden zyn toetefchryven; eene veronderftel-ling, welke inderdaad van veele verlchynzelen verklaaring geeft, en om deeze reden voorzeker zo algemeen is aangenomen.
De gemelde reden is echter, zo ver ik heb kunnen nagaan, de ce-
ni-
STAHL en zyne navolgers, geduurende meer dan 50 jaaren, onder die benaa-ming begrepen hebben. Zommige verftaan hier door, fchoon rechtflreeks llrydend met de Stahliaanfche leer, het vuur-beginzel zelve. Anderen willennbsp;de ontvlambaare lucht voor het door stahl veronderllelde phlogiflon gehouden hebben, het geen voorzeker niet minder tegen de Stahliaanfche leernbsp;aanloopt. Eindelyk, zederd de ontdekking van m.m. monge, bertho-LET en VAN DER MONDE geleerd hebben, dat hetbeginzel. het geen fver-mits de gebrande kooien hier ttu voor net grootite gedeelte beftaan) doornbsp;M. LAVOISIER kool-fiof genaamd is, zich met yzer vereenigt, hebben hiernbsp;uit bewyzen voor het beflaan van het geliefde phlogiflon trachten afteleiden,nbsp;voorgeevende, dat het geen men thans koolftof noemt, het veronderfleldenbsp;phlogiflon van stahl is, en dat dus het geheele gefchil thans op eennbsp;woorden-flryd uitkomt.
Schoon het oogmerk deezer fchets niet toelaat thans aantewyzen, dat elk verfchillend zoort van phlogiflon, het welk men het een na het ander in danbsp;laatst verlopene jaaren uitgedacht en verdedigd heeft, onbeUaanbaar met denbsp;ondervinding is, zal ik echter omtrent het laatfle kortelyk aantoonen, hoenbsp;onbeflaanbaar het met de Stahliaanfche leer zy, het tot nu toe onbekend be-ginzel, het geen de proefneemingen van m. lavoisier onbetwistbaar bewezen hebben in de gebrande kooien te beflaan, voor het phlogiflon, zonbsp;ais het door stahl is voorgefleld, aantezien. i) Het phlogiflon, door stahlnbsp;vcronderfleld, zoude een zaïnenflellend deel der metaalen zyn, en zy zoudennbsp;het zelve verliezen, wanneer zy verkalkt worden: dan het is er verre vannbsp;daan, dat men deeze kool-ftof by de verkalking of. ontbinding der meestenbsp;fhecaalen heeft zien te voorfcliyn Komen. De proefneemingen van M. LAVOISIER omtrent de reduétie van mercurim precipitatus per fe iiebbën daarentegen geleerd, dat de kool-flof zich niet met quik-zilver vereenigt: wantnbsp;gelyke hoeveelheden van deezen quik-kalk geeven by hunne reduftie volkomen gelyke hoeveelheden quik-zilver, het zy zy met of zonder bygevoegdenbsp;kool gereduceerd zyn fM. 1781. p. 463,464). 2} Het phlogiflon, door stahlnbsp;vcronderfleld, is in de zwavel met vitriool-zuur vereenigd: dus moest dannbsp;de zwavel, wanneer zy door verbranding weder in vitriool-zuur overgaat,nbsp;deeze kool fiof verliezen, en derhalven moest dat vitriool-zuur minder gewicht hebben, dan de zwavel, waar van zy voorkomt. De ondervinding leertnbsp;het tegendeel (§ Vj). 3) De lichaamen zouden, volgens de Stahliaanfche leer,nbsp;by hunne verbranding, hun phlogiflon overgeeven: de lucht derhalven, dienbsp;de kool-flof, indien deeze het veronderflelde phlogiflon van stahl ware,nbsp;aannam, zoude de zogenaamde gephlogifleerde lucht (jnofet) moeten worden. De proefneemingen van m. lavoisier hebben daarentegen geleerd,nbsp;dat de lucht, met welke zich de kool-flof vereenigt, hier door tot vastenbsp;lucht overgaat. Men ziet hier uit derhalven, dat bet beginzel, het geen mennbsp;kool-ftof noemt, geenzinU voor het veronderflelde phlogiflon van stahl kan gehouden worden.
-ocr page 323-nige, welke meh voor deeze veronderftellmg immer heeft bygebracht» terwyl' men het daadlyk beftaaii eener zodanige vimr-fiofFe , als de Stah-liaanfihe leer verondedlelt, nimmer door eene rechtsreeks bevvyzendenbsp;ondervinding heeft aangetoond. Wie dit met my zonder vooroordeelnbsp;kan inzien, ziet ligtelyk, dat- de Stahliaanfche veronderftelling allen ^nbsp;grond verliest, zo dra men heeft aangetoond, dat eene andere veron-dcrSelling eene even voldoende vcrklaaring geeft der veifchynzelen,nbsp;welker vcrklaaring alleen de Stahliaanfche veronderftelling heeft aan-geprezen.
Wanneer men wyders, zonder vooringenomenheid voor het oude gevoelen, hier by in aanmerking neemt: i) dat de thans gefchetSe leernbsp;niet, gelyk die van stahi. , het beftaan van eene ftoffe veronderftelt,nbsp;waar voor men nimmer eene rechtftreeks bewyzende ondervinding heeftnbsp;bygcbracht: terwyl de grondwaarheden van deeze leer integendeel, zonbsp;als ik dezelven in §S I XI. gelhhetst heb, op wel befliszende proefnee-mingen onmiddclyk gegrond zyn; -2) dat deeze leer de verfchynzels,nbsp;door welker vcrklaaring At'Stahliaanfche leer zich alleen heeft aange-prezeii, niet flcgts even duidelyk verklaart, maar zelfs van zommigennbsp;van dezelven eenvoudigere (rj) en meer volledige verklaaringen geeft;
(s) Ter aanwyzing, hoe de leer van lavoisier van zommige verfchyn-aelen eene eenvoudigere, duidelykere en deswegens meer aanneemelyke ver-klaaring geeve, zal ik hier noch een voorbeeld bybrengen.
. Men neeme quik-zilver of eenig ander metaal, en men verkalke dit, zo verre men kan, in damp-krings-lucht in een gefloten glas, na vooraf het metaal, en de lucht in het glas bgfloten, zeer nauwkeurig gewogen te hebben.nbsp;By het openen van het glas bevindt men, dat de lucht in het zelve v'er-minderd is. Beproeft men nu den aart en de hoeveelheid der lucht, die innbsp;het zelve overig is, dan ontdekt men, dat dezelve haare zuivere lucht voor hetnbsp;grootfle gedeelte verloren heeft. Weegt men dan wyders het verkalkte metaal,
ZO bevindt men, dat dit juist zo veel in gewicht bceA aangenomen, als dc lucht verloren heeft. Volgens de leer van eavoisier hebben de beidenbsp;gezegde verfchynzels, de vermindering namelyk der lucht, waarin de verkalking gefchiedt, en de gewichts-vermeerdering van het verkalkte metaal,nbsp;deeze eenvoudige oorzaak: dat het metaal by zyne verkalking het grondbe-ginze! der zuivere lucht aanneemt. De ondervinding, zeggen de Lavoifierunbsp;aanen, toont dit klaarblyklyk, terwyl men niet alleen het gewicht der lucht,nbsp;die er by deeze verkalking van het metaal verdwenen fchynt, in het verkalkte metaal wedervindt, maar zelfs hier uit weder eene gelyke hoeveelheidnbsp;lucht van denzelfden aart, als welke er by de verkalking fchynt verdwenen te zyn, kan doen te voorfchyn komen. Hoe eenvoudig ook deeze ver-klaaving zy, of liever, hoe juist zy op de ondervinding moge gegrondnbsp;zyn, wordt zy echter door de geenen, die zich aan de Stahliaanfche leernbsp;willen houden, tegengefproken. Schoon zy toefleromen, dat bet metaal bynbsp;zyne verkalking eene zeer aanmerkelyke gewichts-vermeerdering verkrygt,nbsp;houden zy er echter zich by, dat het metaal by zyne verkalking een gedeelte zyner zelfftandigheid (het veronderftelde pblogiflon namelyk, eene ftoffe,nbsp;die haare zwaarte heefQ verliest, eu het is dau eerst, zeggen zy, wanneet
het
-ocr page 324- 3) dat daarenboven door deeze leer zodanige veiTichtingen der Natuur verdaan worden, waar ran men zich voor dezelve niniiner eenig denkbeeld heeft kunnen vormen; en eindelyk, 4) dat deeze leer eenenbsp;ftof minder veronderllelt, en dus ook uit dien hoofde des te meernbsp;overeenftemt met die eenvoudigheid of fpaarzaamheid van grondbegin-zelen, waar van men in de Natuur des te meer bcwyzen vindt, naarnbsp;maate men dezelve meer en meer leert kennen (r); wanneer men,nbsp;zeg ik, dit alles, zonder te veel vooringenomenheid voor het oudenbsp;gevoelen wel in aanmerking neemt, dan, dunkt my, zal men zich nietnbsp;'behoeven te verwonderen, dat ik, na dit alles by dikwyls herhaaldenbsp;overweeging en vergelyking te hebben ingezien, eindelyk het oude gevoelen, waar aan ik my tot dus verre gehouden had, heb afgedaan,
en
het metaal zyn phiogifton verloren heeft, dat het de lucht, of derzelver grondbeginzel aanneemt.
Wanneer men de zaak onbevooroordeeld nagaat, ziet men ligtelyk, dat deeze helling eener uitvloeijing van het veronderftelde phlogifton eene tweevoudige veronderftelling is, waar voor de ondervinding geenen den minftennbsp;fchyn van reden geeft, en welke veronderftelling daarenboven, na de laatftenbsp;ontdekkingen, geheel overtollig geworden is, daar de verkalking der metaa-len thans zonder dezelve volledig verftaan wordt.
Wie wyders uit het gegeeven voorbeeld, en uit veele anderen, welken ik in deeze fchets gegeeven heb, de zo zeer verfchillende eenvoudigheid dernbsp;Lavoijieriaanfche leer, in vergelyking der Stabliaanfche, inziet, zal het mynbsp;voorzeker gereedlyk toeftemmen, dat, indien de Lavoijieriaanfche leer voornbsp;de Stabliaanfche ware bekend geworden, het veronderftelde phlogifton nimmer eenigen opgang zoude gemaakt hebben.
Q') Tegens de meerdere eenvoudigheid deezer leere zal men ligtelyk inbrengen, dat dezelve voor het phlogifton, het welk zy verwerpt, weder
een ander beginze-1, de kool-flof namelyU, in lt;le plnats ftelt. Dan, men nee-
me hier by in aanmerking, dat de kool-ftof geen veronderjield beginzel gelyk het phlogifton is, maar een beginzel, welks daadelyk beflaan door denbsp;balans wordt aangewezen. Het grondbeginzel der zuivere lucht, in deezenbsp;leer verhandeld, kan niet wel als een voorheen onbekend beginzel aangemerkt worden, terwyl men hier door niets anders te verftaan hebbe, dan denbsp;zederd lang bekende zuivere lucht van haar veerkrachr-makend beginzel (hetnbsp;vuur-beginzeQ beroofd. Even weinig kan eenig ander grondbeginzel eenernbsp;bekende lucht, het geen in deeze leer voorkome, als een voorheen onbekendnbsp;beginzel worden aaugemerkt. Dan, al ware zulks ook, zo zoude men hiernbsp;omtrent insgelyks in aanmerking behooren te neeraen, dat deeze beginzelsnbsp;geene veronderftelde maar wel bewezene beginzels zyn, en dat derhalven deeze van hun veerkracht beroofde luchten, even gelyk de kool-ftof, door denbsp;voorllanders van het phlogifton geenzints kunnen ontkend worden. Indiennbsp;men nu, behalven die beginzels, welker daadlyk beftaaii de Stabliaanen zeUnbsp;ven moeten toeftemmen, noch daarenboven het veronderftelde phlogifton aan-neenu, zo veronderftelt men immers een beginzel meer, dan de ondervin-ding leert daadlyk te beftaan, en men verwerpt dus de leer, die, zonder eennbsp;veronderfteld beginzel .aaaceueeraen, de eenvoudigfte verklaaring der ver-fcbynzelen geeft.
-ocr page 325-cn deeze zo wel op de ondervinding gevestigde, zo eenvoudige eii zo veel licht verfpreidende leer heb aangenomen (r).
De gegeevene voorftelling deezer leer zal echter, veronderflel ik, veelen myner Natuur- en Scheikundige Leezeren, die tot dus verre denbsp;StahUaanfche leer hebben vastgehoiiden, weinig behaagen: inzonderheid zal dezelve, ftel ik vast, door veele Scheikundigen gereedlyk verworpen worden, terwjd het theoretisch gedeelte hunner wetenichapnbsp;grootdeels op de StahUaanfche veronderllelling gegrond is. Dit echternbsp;heeft my, naar myne denkenswyze, niet kunnen tegenhouden, omnbsp;my ronduit te verklaaren voor het geen, wat, naar myn inzien, voornbsp;wel gegronde waarheid verdient gehouden te worden. Nocli iang, ver-onderftel ik zelf, zullen veele Natuur- en Scheikundigen van my, tennbsp;opzichte van de gegrondheid deezer leer, blyveil verfchillen: terwyl denbsp;ondervinding van alle tyden geleerd heeft, hoe bezwaarlyk geoeffendenbsp;verftanden zelven. zodanige begrippen kunnen laaten vaaren, welkennbsp;zy zederd eenen geruimen tyd voor waarheid hebben aangenomen, ofnbsp;fchoon het ongegronde hunner begrippen duidelyk is aangetoond. Vannbsp;daar is het dan ook voorzeker, dat men thans de eene veronderftel-ling op de andere ftapelt, om de laatere ontdekkingen met de oudenbsp;leer te plooijen. Dezelfde moeyelykheid van een verouderd begripnbsp;afteleggen heeft ook my langen tyd van het aannecmen der voor-geftelde leer te rug gehouden, zo dat zelf de eerde leezing dernbsp;fchriften van m. lavoisier, die in de Memoires van 1774 tot 1780nbsp;geplaatst zyn, my omtrent de StahUaanfche leer niet eens aan t wankelen heeft kunnen brengen. De daar in voorgedelde leer, toen in tnbsp;geheel niet met myne begrepen kunnende ftrooken, kwam my als.nbsp;eene ongerymde nieuwigheid voor, tot dat ik in 1785 te Parys zynde,nbsp;door verfcheidert uitkomden van proefnecniingen, welken zommigen
Academisten my gelicfcten onder het oog te brengen, getroffen, omtrent de oude leer begon in twyffel te geraaken, en hier door vervolgens tot een nauwkeuriger onderzoek der zaake gebracht ivierd.
Dan, fchoon het my thans zeer blykbaar voorkome, dat deeze leer, zo ver zy gaat, op de ondervinding zeer wel gevestigd is, en dat zj
in
(P) Men zal zich ligtelyk verwonderen, wanneer men, na de uitgaaf van-dit lliik, in het achtfle deel det vethandelingen, het welk door het Ba-taafsch Genootfehap te Rotterdam (laat uitgegeeven te worden, eene prys-verhandeling zal zien in t licht komen, welke ik in gemecnfcliap met den Ileere paets VAN troostwyk aan het zelve Genootfehap heb ingeleverd. daar deeze verhandeling geheel en al op de Stabliaanfche Xqcï gegxor\±nbsp;is. Dan men gelieve hier by in aanmerking te neemen, dat deeze verhandeling door ons in February 1783 reeds is afgezonden, en dat dus de fchyn-baare tegenflrydigheid, waar toe de aanflaande uitgaaf deezer verhandeling;nbsp;kan aanleiding geeven, alleen aan de te lange vertraaging van derzelver uit-gaave is loetelchryvea.
in de Natiuir-kennis zeer veel licht veifpreidt, is heter echter verre van daan, dat ik dezelve invallen opzichte voldoende houde. Zy laatnbsp;integendeel, erken ik gaarn, zeer veele zaaken, die tot het onderwerp,nbsp;waar over zy gaat, veel betrekking hebben, gelieel onbekend. Zynbsp;neemt ook zommige llofFcn als beginzels aan, gelyk de zwavel, ennbsp;de kool-(lof, geenzints voorzeker, om dat men deeze doffen voor eenvoudige beginzels houdt, maar om dat derzelver zamendelling tot nunbsp;toe onbekend is. Daar deeze leer de zamendelling van veclerlei doffen aan den dag brengt, die men voorheen voor eenvoudige beginzels fchynt gehouden te hebben, zo laat zy ons des te minder innbsp;den waan van voor eerde beginzels aantezien het geen , waar van onsnbsp;de zamendelling onbekend is. Hoe zeer dan ook deeze leer veel lichtnbsp;verfpreide, doet zy ons echter aan den anderen kant inzien, hoe veelnbsp;er tot verdeve natporing ovcrblyve. xyjt- trooVi is inUerdaad het lotnbsp;van eenen Natuurkundigen, dat elke nieuwlyks ontdekte waarheidnbsp;hem doorgaans andere onbekende zaaken onder t oog brengt, waarnbsp;omtrent hy zyne onkunde voorheen niet bemerkt had.
-ocr page 327-»â :â
â W^.Yt-W
â AV.C â*T- '
1#*' ,
-ocr page 328-in de Natnur-kennis zeer veel licht verfpreidt, is het er echter verre van daan, dat ik dezelve in .allen opzichte voldoende houde. Zy laatnbsp;integendeel, erken ik gaarn, zeer veele zaaken, die tot het onderwerp,nbsp;waar over zy gaat, veel betrekking hebben, geheel onbekend. Zynbsp;neemt ook zominige ItolFcn als bcginzels aan, gelyk de zwavel, ennbsp;de kool-Oof, geenzints voorzeker, om dat men deeze ftolFen voor eenvoudige beginzels houdt, maar om dat derzelver zamenllelling tot nunbsp;toe onbekend is. Daar deeze leer de zamenllelling van veelerlei llof-fen aan den dag brengt, die men voorheen voor eenvoudige beginzels Ichynt gehouden te hebben, zo laat zy ons des te minder innbsp;den waan van voor eerlle beginzels aantezien het geen , waar van onsnbsp;de zamenllelling onbekend is. Hoe zeer dan ook deeze leer veel lichtnbsp;verlpreide, doet zy ons echter aan den anderen kant inzien, boe veelnbsp;er tot verdei-e nalporing' overblyve. IVynbsp;nbsp;nbsp;nbsp;is inderdaad het lot
van eenen Natuurkundigen, dat elke nieiiwlyks ontdekte waarheid hem doorgaans andere onbekende zaaken onder t oog brengt, waarnbsp;omtrent hy zyne onkunde voorheen niet bemerkt had.
-ocr page 329-^ nbsp;nbsp;nbsp;T»quot;**nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
-',1. nbsp;nbsp;nbsp;â'quot;'.iTâV' ââ
..-»gt;â
'f /:
â ^ â '⢠' \
â¢â¢ i *'
; S . nbsp;nbsp;nbsp;4-
'â â¢*â â¢.'â /*â¢
% â nbsp;nbsp;nbsp;t
.â nbsp;nbsp;nbsp;â¢-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;⢠'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;t
TH â nbsp;nbsp;nbsp;â «nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;//nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fl4 .nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.
' â '
!/.4.
\k. * ;â¢'Vi.*l .-iMP
Vâ.*',v' ' nbsp;nbsp;nbsp;^ Knbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*'V
, , nbsp;nbsp;nbsp;â â^' *k ''^*» j4 w â 'gt; é
'gt;â¢'â â¢' nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-.ânü'.SLnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;V énbsp;nbsp;nbsp;nbsp;V
V, nbsp;nbsp;nbsp;^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^'i%4nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'
'/4 nbsp;nbsp;nbsp;^ 4 ' â¢nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;* V.^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^â
/ r â â 'â âV; â «. v â
4 ' nbsp;nbsp;nbsp;â nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;⢠â â nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' V' »-.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;â nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;â
- '.i.. quot; '; !â '' â*4^^ lt; nbsp;nbsp;nbsp;â '^â *' -L.'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. quot;â¢
ï-'Jl-ïv'i»
â ' nbsp;nbsp;nbsp;jv'* ' T jf T %nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;â¢/nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' ^â V,
^'4: . V ' nbsp;nbsp;nbsp;'i
';Vi: nbsp;nbsp;nbsp;.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. f' * â
â %â â nbsp;nbsp;nbsp;..nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-i*-'
-if /4. ;-.
, , gt; â ^ .--W ^:: - ^X' Y 'ff -
â¢Â» nbsp;nbsp;nbsp;, *nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;:-â . %nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;â⢠.quot; --p' *
:x ... yâc-xx^:,.-^n. nbsp;nbsp;nbsp;â
quot; rfi
4i â?' 'â
V . ^
4 r-: r^-i
- nbsp;nbsp;nbsp;â¢nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;âi â '.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' gt;'i' 4'nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;â iâ '1' i'^'.^;-'âlt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;â nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Æquot;â
â gt; nbsp;nbsp;nbsp;V-v.
A . nbsp;nbsp;nbsp;-'.
â¢â¢ nbsp;nbsp;nbsp;4--?^nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*â¢. . ;'
. gt;,lt; nbsp;nbsp;nbsp;::? -nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. V
- T ; â 'â ^ quot;V-quot;'â â â¢
4;. â . ^ %
â nbsp;nbsp;nbsp;It-'J»quot;ânbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-â¢;