É
ér
VAN
TREURSPEL;
D o o B.
FREDRIK DUIM.
Gedrukt voor den Autbeur.
TE AMSTERDAM, By ISAAC DUYM, Boekverkoopcr»nbsp;bezuydea het Stadhuyj, 1744,
-ocr page 4- -ocr page 5-AAN DEN
IN ons Vaderlantzynzeer gewichtige Lot-gevalleii, en Scaats-verwiffelingc , aan eenige, die het roernbsp;der Regeringe in handen hadden, te beurt gevallen ,nbsp;van ons waardig gekeurt om in de geheugenifle dernbsp;nakomelingen vereeuwigt te worden , ten Spiegel vannbsp;hen die Regeren, en geregeert worden; om, ter ee-nerzyde, in hunne Regeringe, zich wel te wachten,nbsp;door hun gedrag, geen kwaat vermoeden in de gemeente te brengen; want, fchoonzy hoog zitten, oinnbsp;alles te overzien, ook, uit de laagte, word op allenbsp;hunne doeningen acht gegeven, ter anderezyde, ziet-meden verfoeyelykfte moedwil (der Gemeente, ontziende Recht, noch Overheit; niet luifterende, alsnbsp;een dol en hollent Paart doet, naar toom, noch teugel; door zulk eene dolle drift, begaan zy Rukken,nbsp;die niet gedult kunnen worden in eene welgefteldenbsp;Republicq, maar ten hoogden ftrafbaar zyn.
fem-
Nademaal wy dan zulke gevallen in ons Vaderlant hebben, behoeft men uit de Oudheic, geen vermoi-
-ocr page 6-femde Mumien op te delven, die er, alsze int licht komen, zo miiïelykuitzien, dat men twyftelt, ofernbsp;weleene fchaduwe, van t geene zy eertyds waren,nbsp;in gevonden word, dan alleen den Naam, doch, dee-ze Liefhebbers, geven aan deToneel-Poëzy, eenruimnbsp;dekkleed, met te zeggen, is bet dus niet ^ejcbiet^nbsp;is genoeg, als'bet zo heeft kunnen gejcbieden. k Stemnbsp;het ten vollen toe, indien het eenen Roman is, maar,nbsp;eene Hiftorye is aan haare eigc Regelen gebonden.
Echter ftaat het een toneelfpel Dichter vry, eeni-ge byvoegfelen te maken, tot voltoyinge der enkele Daat, behoudens dat de waarheit der Hiftorye nietnbsp;verminkt worde. Dus doe ik de Gebroeders tzamennbsp;fpreeken, hunne Vrouwen, zo by hen, als by dennbsp;Friiis, haare belangen zeggen, Anna voor den Raadtnbsp;verfchynen, om het geeoe zy, (volgens de geruchten) gezegt hadde, gellantte doen. dit is alles moge-lyk en Waarfchyneiyk, en overeenkomftig met denbsp;Gefchiedenifle, doch eeiiiglyk uitgedacht om de Enkele Daat te volmaken.
Dus wille ik thans ten Toneele voeren de Broeder-moort van Kornelis en Joan de Wit, dootgefchoten en verlcheurt, dennbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Auguftus 1Ó72. Ik hebbe de
eerfte, en onpartydigfte Gedenkfchriften gevolge, en lievensdien , veele aantekeningen van gevallen, woorden, en werken, my, van oog en oorgetuigen, innbsp;mynejeucht meedegedeelt, waar van eenige noch kunnen in wezen zyn, en geheugen hebben, van de gevallen, hier gemelt, dewyle ik een jaar , na t ver-moorden van de Witten, ter waerelt ben gekomen,nbsp;en, in myne opvoedinge, alle monden vol waren vannbsp;de troebelen, voorgevallen in dien tydt, en wel by-zonder van dit noodtlottig geval der Witten, waatquot;nbsp;omme ik mynen Lezer, van des zelfs echtheit zoudenbsp;durven verzekeren, zonder eenige zydigheit, voordenbsp;cesie, of de andere party te kiezen, ik geeve na rvaar-
beit,
-ocr page 7-heit, de Deugden en gebreken van beide de partyen op, en laate het oordeel vry van mynen Lezer.
Echter voorzie ik wel, dat ik een ydergeen genoegen zal geven, voornameutlyk zulke menfehen, die alles tnec af keer befchou wen, wat ten voordelen, (fchoonnbsp;naar waarheit gezegt,) van de Prinfe van Oranje ge-melt word. dien ingevvortclden haat duurt noch. eual-les is aangenaam, (Ichoon zulks, naar zynenopgevat-ten waan, glimpig is verdrait,) wat met de Loeve-fteinfehe Fatlie overeenftemt, diemen althanstrachetenbsp;begunftigen; doch ik kreune iny zulks aiet, maarnbsp;wenfehe den Lezer wel te varen.
i'.
Korn ELIS DE Wit, Ruwaart van Putten, Oud Burgcrmeefter van Dordrecht, Gecommitteerden Raadt in t Colkgicnbsp;der Groot Mogende Heereu Staateanbsp;van Hollant en Weftfrieflant,
Maria van Berkel, Gemalianevan Kornelis de Wit.
Joan de Wit, Raadt Penfionaris van Hollant en Weftfrieflant, thans Raadt en Lidnbsp;van het Hof der Juftitie.
We ndelaBikkers, Gemalinne vanjoan deWit.
Tichelaar, HeelmceRer,befchuldigervanKor-nclis de Wit,
A N ^ A, Gewezene Dienftmaagt van Kornelis de Wit.
Willem den Derde, Prins van Oranje.
Fiscaal, van t Hof der Juftitie.
2lt;Gedeputeerden s,Uit denRaadt vanHollant
Kolonel, der Haagfche Burgeryc. Geweldiger, van t Hof van Hollant.
Stommen.
Ecnige Helbaardiers»
D E
-ocr page 9-D E
VAN
EERSTE BEDRYF. EERSTE TONEEL.nbsp;Kornelis,Geweldiger,Helbaardiers.
G EWELDIGER.
T^ynHeer, d its de plaats, gefchikttotuwrerblyf; ^*Zoek,inuweeenzaarnheit, HeerRuwaarttydtver-Of liever overdenk, en zie in uw gewifTe, dryf,nbsp;Wat gy 'Defloteii hebt; ot uw geheimenifle,nbsp;Eens'mogtezyn ontdekt: terwyl zal ik vaa c Hof,nbsp;Myn order halea. k ga, myn Heer, mee uw verlof,nbsp;Ko RNELIS.
Gaatheene, envolguwlaft. maar, watgdieimcnifle, Zy u bekent P gy fteltme in dikke duilterniffe ?
Geef iny wat opning, wat ik overdenken moet;
k Weet niets, wat neeme ik voor, t welk my dushand-Geweldiger. nbsp;nbsp;nbsp;lendoet?
MynHecre,ik volg mynlafl:,khebniersaanu te zeggen; t Zal tnooglyk valfchzyn, tgeen zy u ten lafte leggen,nbsp;Ik hoop, t is (baat gerucht, geftroituytloutrenhaat.nbsp;Daar is uwBroeder, fpreek met hem van uwen ftaat.
tweede toneel.
Kornelis, Joan,
Joan.
ó ITetnelltisdanwaarl altgeene ik heb vernomen!
Zy omhelzen elkander. Anbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Myn
-ocr page 10-2 DE BROEDER-MOORDT VAN MynBroeder! hoe! watsdit! hoezytge hiergekomen ?nbsp;Watdoetgcopdeezeplaats? gameede iiaarinya huis»nbsp;KO RN ELI s,
My is belaft, omftil, eii zondertminft gedruis Temaken, nader laft rant Hof, hier af te wachten;nbsp;Menhcb my niet gehaalt van Dort, na myn gedachten,nbsp;Om, zonder order, weêr van hier te gaan, menietnbsp;Reeds op myn doen; dees plaatze is wel met wacht bezet.nbsp;Om, wen ik wilde, my den uitgang te beletten.
Joan.
k Zal zien wie tegens my zal durven zich verzetten. Kor nelis.
Waag niet uwe Achtbaarheit aan c tomeloze grauw. Joan.
U, tegensmynenwil, tegrypenmetzynklauw! Enheeftmeumetgewelt, uit Dordrecht willen voeren?nbsp;Of zyt ge ontboden ?
Kornelis.
IcDenk, men lag op my te loeren, Want nauwIy ks kwam ik, van hec Raadhuis, op de ftraar,nbsp;Of zag de Helbaardiers gereed. cn wel in ftaat,nbsp;Ommy, met forsgewelt, byweigringe,op telichten,nbsp;Des toonde ik my bereid,om voor t gewek te zwichten,nbsp;Mits den Geweldigermy op kwam, onverhoeds,
En zette my terfton t, in een beÜoie koets,
En rende Ipoor (laags uit de Stad, en hielt niet ftille, Dan, dater Paarden, (^d te gereed, naar zynen wille.nbsp;Al ftonden,)t volk ter vlugtinfpanden, voor de geen,nbsp;Dieadcmloos, doordrift, reeds waren afgereen,nbsp;Metdeezevoerme, metdePont, de Maasftroomover,nbsp;En kwaamen in den Haag. ik hebbe gras, noch lover,nbsp;Aanfehouwtop a! den weg, ja, nauwlykseenig licht,nbsp;De wyl de koetfe was gefloten rontomdicht;
Men gunde my gcentydt myn Gemalin te fpreken. Joan.
Jkftaveïbaaft! hierftaatwacandcrsuictebreeken; ,
Is
-ocr page 11-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 3 Is dit ontbieden ! neen, tisvnngenmetgewelt.
Men wil ons dwingen, datme naar hun zyde helt,
(^i) Om t eeuwig Staats lidiö, eenpariglyk bezworen. Thans, int vergetelnatte domplcu, ehtefmooren ,nbsp;Want, dit zal zyn dengront, waaropge zytontboón.nbsp;Men overlegge, hoe men beft ontga dien hoon ;nbsp;Watraad, omhunnedrift, dus tomeloos, te ftuiten ;nbsp;Indien wy, nevens hen, gewillig niet befluiten,
Dan zienwe te gemoet ons wiffen ondergang; Wymoetenftemmen.door hunne overmagt, end wang,nbsp;Of worden weg gefchopt, zo t niet wil erger lopen.nbsp;Wat dunkt u, ist wel waart, dus dier onze Eer te kopen?nbsp;Oranje haat ons, en hy dingt reeds naaronshoofc.
Men vierebot, eer ons deknop word afgeklooft ?
Kor nelts
6! Neen, k wacht alles af, wat rny mag overkomen, k Hcbbe eenmaalmyn befluit, in vollen raadt,genomen,nbsp;Van alle toegeftemt, om Willem nimmermeer,
t Stadhouderlykgezach te dragen op. gecnHeer, Noch Kaptein Generaal te maken, van's Lands troepen.nbsp;Vergeefs koom t wroefte grauw hier tegens buldrentnbsp;roepen;
Vergeefs druilt dit gefpuis, verwoed er tegens aan; Vergeefs ist dreigen, om de hand aan ons te flaan;
Ik wacht grootmoedig af al wat zy ondernemen;
k Zal nimmer van iny n Led en plicht, hoe t gaat, ver-vreemen;
'k Hcbbe ondertekent httEdi6i, twelk eeuwig moet Beftendig blyven, dit fluit uit Oranjes bloet,
t Zal nimmermeer in tampt, van zync Vaders treden,' Men hcbbe lang genoeg hun dwinglandy geleden;
De Zuil van Holland floeg men af, den gry zen kop;
. , nbsp;nbsp;nbsp;Men
(. I ) t Eeuwig Edift, was bezworen in t fluiten van den Vrede, met Kromwel, in denjaare ï66t , inhouden-ue, dat de Prins van Oranje , toen noch eenfoBgeiing zyn*nbsp;«e, buiten alle Staats-Ampten , zoude uitgefloten blyven.
A a
-ocr page 12-4 DE BROEDER-MOORDT VAN Men gaf getrouwe Raan , verachtelyk den fchcp,nbsp;Vcrbandenze uit het Landt, om hunne ziel te prangen;nbsp;EnandVen hielden zy, hun leven lang, gevangen.nbsp;Naar doorlog jeukten t hart; dan was men t belle innbsp;De Staten van ons Land te dwingen,en de Raadt. Raat,nbsp;Wylhy, doortkrygs volk, had demagtallecnin handen.nbsp;Om de öorlogs kollen goet te maken, hy de landennbsp;Bezwaarddeii, de onderdaan, doorfchattinge uitgeput,nbsp;Verfmolt, alkwynende, inÓranjeskrygsÉefchut.
En om zy n Eerzucht, en krygs glory op te hopen, Moefl t Hofde Burgery, byna het vel afllropen.nbsp;Ophem,die zulks weerfprak.wierthy verwoet.engram,nbsp;Getuigezyhiervan, hetmagtig(2)Amlterdam,
Daar hy, met Staatenvolk, de Poort zocht in te dringen. En Stads Regeerders, nazyu w'illecn haat tedwingen.nbsp;En noch wilc wufte Grauw,'als dEzel, tlalligpak,nbsp;Weêrladenopdenrug, metpynlykongemak,
Nuhy, doort hoog bellier, is van dien laftontflageu. Maar,k zal niet dulden, dat een Kint word opgedragen,nbsp;SchooiuhnrseenJongeling, t Stadhouderlyk gezach.nbsp;üpdezeu gront, is valt gcHoten het Verdrag, ten,nbsp;Met Kromwel, dat men hem, uitallhoogwigtige Amp-Zal fluiten, wy 1 hy licht, voor Karei wel eens kampten ,nbsp;Om Englands kroon, den'zoon zyn s Grootvaars, (dienbsp;den flrot
Doorkorven wierde,doorde By Ie, op t wreek fchavot, Op dat Brittanjebleeveeen Viyc Repziblyke0nbsp;Opc hooft te zetten, t is wel waar, hy heerlt in t Ry ke,nbsp;Door wifpeiturigheitvandAdel, en het Grauw.
En brengt thans Nederlanr, door Vrankryk,in het nauw, Geftyft vaiiMuulter, omons Vaderlanttcdclen.
t Is
C®) Prins Willem de tweede van dien naam, kwam, om eenen vermeinden hoon, met eenige Staatfche troepen , naar AmUerdaraihieltflal aan den Overtoom, daar,nbsp;door Afgezondenen, de Prins zich met Amirerdam verzoende,' mits dat de Gebroeders, de Bikkers, voor eenennbsp;tydt, buiten de Regeringe bleven.
-ocr page 13-KORNELIS EN JOAN DE WIT. y
't Is een geveinfde Rol, die Karei thans w il ('peelcn,
Als waar t om zyiien Neef cc tkllen in den ftaac,
Van zyne Vadren, en te dwingen dus den Raadt VaiiHollandc, metdekrygons opdenhaistefchenncn.nbsp;Ditst dekkleed, cis een mom. hy wil zich niet doeanbsp;kennen,
Als een ondankbre, .die, (3)voor alt genootegoed, Onsnu, dusfchandelyk, denoorelogaandoec,
Waar neen,hem fteekc in toog der Staieu vryen wandel, luc Uoüe ent Welde,en zoekt te Itremuiea huuiieu handel.
Met dus te ontzenuwen ons Latit, door de oorlogs pefl:, Enshaudels voordeel weg te liepen in zyn nclt, der;nbsp;Maar nimmer word den Staat eenHaaf van dlingelan-'k Zag liever opgerecht in Holant, VraiikryksRander,nbsp;Dan dulden, dat OraDjeinlLinden kreegtgezach,nbsp;VansLandsStadhouderlehap. k vrees nieiijanc, ydernbsp;mag,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Aen,
Van Ruwaart denken, wat hy wil,niets doet rny zwich-kZalWillem, ofhymy, uitHollantszadellichten. Joan.
tisthans telaat; hy is reeds opper Generaal,, (4)
Men heb den teugel ons ontrukt, in Hol'anrszaal,
En t opperfte bevel, aan Willem opgedragen.
Totdus verreistEdifï verbroken, wy oiuflagcn Van onzen Eedt. en wie kan Ruiten, mecgewelt,
Den algemenen loop vant water, wen bei zwelt.
Om, watbemtegeuRaar, verwoedlyk in ter-welgen, En te overRroomen, te verw'oeRen, en verdelgen?nbsp;Hoe is het moogiyk, om tezeilen opdieallroom ?
Ge-
(3) nbsp;nbsp;nbsp;Na het onthalzen van Karei den eerde, vlugte Karei dén tweede, in Hollant, en de Stnen namen beminnbsp;hunne befchermingc, tot hy geroepen wierde in Enge*nbsp;lant, om gekroont te worden.
(4) nbsp;nbsp;nbsp;Prins Willem den derde, van dien naam, wierdnbsp;Kapitein Generaal in den jaare 1672.
A 3
-ocr page 14-6 DE RROEDER-MOORDT VAN Gclyk een hollentpaart, dat luiRertna geen toom,nbsp;Krielt thans het woelle Grauw, als do'; en uitgelaten,nbsp;En zwiert ouRuimig, langs de NederlandCcheitratcn;nbsp;Het troept te zaïncn, en men hitfl elkander op;
Met lader taaie, om ons te grypen by den kop, ¦Wiezalzetegendaan? temeer, wylzclfsdeGrooten,nbsp;Hen flyven in hun woên ? zy hebben tzaam befloten.nbsp;Iets tot onsondergang, tenzymenwyslyk viert,
En reeft.en t flingrcnt Schip, naar de andrezydefticrt, Want. houd men onzen llreek, wy fmooren in de baren.nbsp;En zullen nimmer een gcwenfchte reê bevaren.
MenfpiegIeaanaudrcn zich, die. al tedyfvaiihcoft, En ontoegevende, der kop wierde afgeklooft.nbsp;Jkzwyg, hoeveelezyn, vant Grauw veifcheurt gCnbsp;¦worden,
Dooronhefuirdedrift, dietvolk tot moorden porden, k Heb ties hefloten, om van t Ampt, als Advokaat,nbsp;En Hollaiits voorfpraak,my teontnaan,in vol'en Raadt.nbsp;Aienhebbe toege opmy, k hoormomplen, my betichten,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dichten,
Ofik, in Willems Naam, ( y' dord brieven fchelms ver-En ondertekiien met zyn hand, enzynen Naam. Doch, totdit fchelmftuk is myniiibordonbekwaam,nbsp;En echter, t isgefchiet, door wie, kah ik nier. ra.ade.nbsp;k Wil hierom afdant doen, eer t voor my is te fpaade.nbsp;Engy, mynBroeder, zie wel voor u, watgedoet,
M en dingteoknaar uwhals, ten kode van uw bloct. KoilNEI. IS.
Het moeter Over; Deur;
of Onder; kljeb geworpen Den
die 1 de min-
(s) Men hadde Brieven gezonden aan de kommande-rcndeOlïficis, leggende in de boDtierdeden, ondertekent nut des PtinTcn naame, om, naar eenen anderen Poli tenbsp;trekken, waarop de Franfchen, zonderIlag of liootnbsp;Steden m namen, waar vsu dcpilns voorgaf, geen denbsp;fte kenmlTe tc hebben.
-ocr page 15-DenteerJing in het bort; wil 't Grauw myn bloet in florpen;
t Moet zyu gewaagt, ikhebveel yrieudenaanmynzy, Oranje, eneengeu inden Kaadc, zyn flegtsparty;
Des zal ik Willemdwars den voet, waart zyn kan,zet-Of Willem zal mynkop vermorzJen en verpletten, ren. Maar,denkt gy,in dees Rant, uw Ampt te leggen neer ?nbsp;Dit Hemt niet overeen met uwen moed, wel eer, gen,nbsp;Toen n, van Hollauts Raadt, dit Ampt wierde opgedra-Sprak gy Heer jakob Rats, om aan hem raadt te vragen.nbsp;Dien Heer zei,neem het aan, wen gy,oin t Lant verachtnbsp;Uw Leven; vreeHgeer voor, naar t Ampt dan nimmernbsp;tracht.
Wat wasuwantwoort ? (6J Datze nemen my het leven , Vermorz'ien en vertreên, door dolle drift gedreven;
Indien ik t F'aderlant kan dknjl doen in ay/z noot,
quot;k Vrees dan voor 't leven niet, maar troojie my den doot. Dit helden opzet raad u, in uw Ampt te bly ven ,
Niet wanklca, maar vee eer te laten u ontlyven. Joan.
My is zulks wel bewuft, k ben noch alt hans bereid, Tcdiencn, wastmetwilderSouverciniceit.
Maar, kmerkeaan alt gedrag der Sou vereiueStsatcn, Datikgenoodtzaaktword, te moetenc ampt verlaten,nbsp;En aarzel ik, en leg t gewillig niet ter néér,
Zal r voli my dwingen c af te Haan, en dus myne Eer, En o.Telyken naam brantmerken, als Verradernbsp;Van t Vadcrlant, gelykme Barnevelt, s Lants Vader,nbsp;Brantmcrkttc, en met dit merk, verliezen deed zyu kop.
Ook
(6) Na dat Jakob Kats zyn Ampt, als RaadPciHio-naris hadde nedergele.qt, en joan de Wit, dit Ampt 'Vierde opgedragen, vroeg hy Xats. om raadt, die hemnbsp;zeide, indien gy niet beducht zyt voor uw Leven, dannbsp;neem het aan. waar op Joan antwoorde, datze my in tnbsp;Leven benemen, t is my genoeg, indien ik het Vadur-lant kan dienH doen.
A 4
-ocr page 16-8 DE BROEDER-MOORDT VAN Ook dreigt oilscwocRe Grauw alom met galgenRrcp.nbsp;Zeg, wie begeeft zich iii een drom verwoede beeden,nbsp;Geltuuwc, eij aaugehitft van fiioodeoproergegeetfen?nbsp;Denkjwatuzelfwi êr voer(7) teüordrecht,onverhoeds,nbsp;Daargy, metVViilem, dóórkwam ryden ineen koets,nbsp;Uwe eigen Burgery, beftond u aan te randen,nbsp;ja, dreigde hunnen Heer, te nemen oper tanden.
Ten waar gy zwoer, de Prins,tStatihouderlyk gezach. Ook op tedragen ^ en fchoon Willem hun gedragnbsp;Elisprees, enzeide, houdiiJlil,ikbe?itevreei'e,
Isu vergeten, hoe^gjteEnkhuizcnalom vlogen Ue 0:anjc W'iinpels, van fcheepsmaflc, torens hoog?nbsp;iVieu floot de Poorten, en in Schravenhagc vloognbsp;L'emaare, datzywildeOranje, totStadhouwcr,nbsp;Verkoren hebben , oni tczyu eenklaar bclchouwer,nbsp;Van 't geen verhandelt wierdein t flemnien van dennbsp;Eu, hcezyBredero bejegende met fmaat, Raadt.
( Aa u hel) gezonden oin de oprocrigen te Rillen.)
Om t uit te voeren was dien dollen hoop al rcê,
En hadden, van den dyk, de koetze in Zee gedrongen, Ten waar'hun woeftheit, door beleeftheit was betlwon-Ei), mei beloften, dat men doenzoud' hunnen wil. gen,
Hier
(quot;7 jKornelis de Wit, wielt te Dordrecht, zittende, met de Prins in een koets, van de burgers aangerant, willende,nbsp;dat hy zyne flem zoude geven , om de Prins Stadhoudernbsp;te maken, en, fchoon de Prins hen zocht teflillen, metnbsp;tezepgt'n, dat hy vergenoegt tvas, antwoorden zy, zytnbsp;gy vergenoegt, wy niet, dit zai hy doen, of, nien zalnbsp;¦cr hem toe dwingen.
(8., Ditgcfchiede in den vccrigen Oorlcg 1C65, tn iCd6-
-ocr page 17-KORNELIS EN JOAN DE WIT. $
Hier door bejaarden tvolk, en hield zich eindIyk ftil. Dit twiftvuur vloog al voort doort Latit, eu in de lieden;nbsp;Menfchimpteenfmaaldeopons, en Patriotfche leden,nbsp;Als waarme de oorzaak van het oor'logs ongeval.
Het ging er anders, riep men hier, en overal,
Toen 't opperkrygs gezacb de Prins badde in zyn banden, MenJloeg de Vyani, en zyn Vloten zag men branden,nbsp;Thans most mm worjt'len met de doof. Op balkfkans,nbsp;Vliegt me in de Sabels ; en, dus fnemlen onze Mans,
f Gejchiit der Sebspenkan den Fyant nau-w'lyks boren, Wen s vyants kogels reeds in onzejebepen boren,
En, opgepropt vanvolk, vaJlenPrenfcbipopfcbip,
Men fieept'ze weg, of 't jebip moet jiranden op die klip. Waarom geen magt gebruikt, daar magtis} Voor de gatennbsp;Vertoont den Vyantzieb', waarom bem daar gelaten.
En niet gefiagen vm de Havetis ? meetit men 't wel.
t Scbyntofdev.oor'log, hyde Statenisjlegtsfpel, Terw'jldevyunt koomt de keel van't Lant toe worgen.nbsp;Jndient btn errenjl was, men zou voor't Lant dan zorgen.nbsp;IVie weet bot, t harte thans geftelt is van den (laat ?
En die 'i wel niecnen, doen ze zwygen in den Raadt,
Of worden overjiemt. Waarom tiiet aan Oranje,
Het Amptgegeven van zyn Vaders, (p) wyl Brittanje, Hierom den oor'log voert ? of, hebb by 't niet verdient ?nbsp;ója, f Nujf'iuwfcbe Hun , was ons den beften vrient;nbsp;Dat Huis hebbe ons gered uit allerley gevaren;
D it liuis bood ons de band, toen wy verlaten waren,
Van alle vrienden; op dat Huis, 't Oranje hloet,
Ist Lant gsgrontvefi, in degrootfte tegenfpoed.
Dit legt heiturven in den mond vantGrauw. zyfmalen Op ons; de naame Oranje, in vollen top, zy halen,nbsp;tiswaar, wy zitten hoog, om alles te o verzien,nbsp;hv'iaar, van de laagte zy, ook onsgedrag, befpien.
Des
( 9) Karei den tweede, gafvoor, hierom te oorelogen, om datme de Prins, zynen Neeve, buiten alle Staais-Ampten floot,'
A 5
-ocr page 18-lo DE BROEDER-MOORDT VAN Des bly ve ik byt bed uit, myn Ainpt ter iieêr te leggen.nbsp;K ORNELIS.
Om t Ezels balken ? die niet weten wat ze zeggen ? Verhaalt u niet, maar, noch een wyl dit opzer fchort,nbsp;Gy zult verandring licht ontdekken, in het kort.
Al wat gy hebt verhaalt, is heden al vergeten,
En, metdevoorge V'rcê, t wantrouwen weg gefme-] o A N. nbsp;nbsp;nbsp;ten.
Neen, Broeder, t volk allom oproeriger zich toont, Men hoont nietonsallecn, deStaten zelf men hoont,nbsp;Wanneer den (lo) Tamboer wierf het volk,in naam dernbsp;Staaten ,
Entwoort Oranje was, indomroep, uitgelaten, Tcenwierd de tromme ontrukt den Tamboer, Itukge-fneên,
Vermorzelt, envergruilt, enmetdevoetgetrcên,
De Omroepers weggejaagt, gcfcholdc, fcJgellagen. Ditmoeltmeopkroppen, engeduldiglyk verdragen;nbsp;DeSouvereine magt wderde openbaar gefcheiit;
Om zulks teteuglcn, is gcenyver aangewent,
Ja, zclfsnieteensgcpoogtdeoprocrigenteitraffen.
Korne lts.
Hun monden zyn gefnoert; zy zullen niet meêr blaffen; Het Grauw is thansgepait; nu Willem deoppermagt,
V aiEc heir iu handen heeft, maar, t is dus verr gebragt, Dat hy zai over onsdeu Meelter niet meêr fpelcn;
Hy s Generaal in Naam, maar,t zal hem haalt vervelen I ,óuicsheb reedszyn voet in t hart van Nederlaut;
Ily keerhem, heeft hy hart, en biedhem tegenltant. Joan.
Wathooreik! hoe! isliyonmagtighemteltuicen.
En hebtgy kennilfe van Vrankrykskrygs bcfluiten f k Bid, doe my opening van t geen gy hebt gezegt.
(10 ) Dit is voorgevallen in verfcheidc Steeden van Hol' lant.
-ocr page 19-KORNELIS EN JOAN DE WIT, n Ko RNELl S.
tWordt u, ten 7.ynen ty dt 'vel klaarder uitgclegt,
t Is noch te vroeg, gy zuithetopzyntydtwelhoren.
DERDE toneel.
Maria, Kornelis, Wendela, Joan,
Marta.
Myn Ruwaart! leeft gy noch ? c hart fchynr in ray te finoorcn!
Ik kan geenademtocht meêr fcheppen ! kvoel, de Itrot Is my als toegeworgt ! word de Achtbaarheit befpot,nbsp;luu, mynvraarde Heer ? wat heef. uien voorgenomen?nbsp;Waarom gedwongen, om in Schra/cnhaagte komen?nbsp;Euvinde ik u in t Hof? Ach Izegme, myu Gemaal,nbsp;Waarom gy heden zytgebragt in deezezaal;
En niet uw intrek hebt genomen by uw Broeder ?
K o 11 N E L I s.
Mevrouw, ftel u geruft. fteun op den Albehoeder;
1 k beu, en regens w üle, in deeze plaats gebragt;
Men hebbe iets met my voor, dits zeker ,en ik wacht De Hceren, om aan my dc reedc te openbaren,nbsp;Waarommeik ben gehaalt. wil ymant my bezwaren,nbsp;Door ongegronde waan, k wacht zulks grootmoedig af,nbsp;\V yi een geruft gemoet zich nimmermeer toont laf;nbsp;letufl'chen hebbe ik mynHeer Broeder, hier ontboden,nbsp;Ofik zyn hulpe en raad, en byftant had van noden;
Eu of hem was bewuft het oogwit van den Raadt.
Ook overwogen de belaugeuvan den Staat. nbsp;nbsp;nbsp;gen?
Maar, wat beweegt Mevrouw, my, in den Haag te vol-Maria.
Ach! vraagt gy zulks; gy weet hoe bitter en verbolgen, Alle uwe Burgers zyn; men zoekt uw ondergang;
Gy vott, dus roept het volk 5 een dodelykeflang,
VVicrs flits, het Vaderlant zyn hartaare af zal fteeken. Elk is begerig aaudc Witten zich te wreken.
Alsofgydc oorzaak waart vauconheil,t welk onslant.
rz DE BROEDER-MOORDT VAN Thans OTcikomt; dit roept het Graan w, met onverRant,nbsp;Desduchteik, of z,ulks ook de mening was der Staaten.nbsp;Zulks zynde, kuutge u op geen Ridderfchap verlaten.nbsp;Ik vreesde, dat men u gevangen bad , myn Heer,nbsp;ï.n wasgebrantmerktin uwgoede naam , en Eer.
Die vreeze dreef my, om, naar Schravenbaag, te trekken, Entgroot gevaar, wen ik noch vryu vond, teonrdek-Waar in gy zy tjdoor t woeüe en ongeRuimig v olk, keu,nbsp;Wiens tomeloze drift licht eenvervloekte dolk,
Wil Roten in uw borR, want .gyzyt thans in t midden. Van wreedebeeRen ik, en Vader, hierom bidden,nbsp;Indiciigy vlugten kunt, tgevaarintydsontvlugt,
Waar in gyzyt; wyzyu, metreên, voor u beducht, c Is moogely K noch tyd t om hun gevvclt te ontwyken.
K Q u E L ] s.
Ik vlugten Ineen,!lt; zal noic in tegenfpoed bezwyken, Offchoon men op my fpouwt, en uitbraakt bittre gal,nbsp;k Sta, voor het Vaderiaat,gelykeen zeerots, {)al.
Daar is er, die de knie op Hollants Maagt wil zetten, Eiaar,kzal t beletten,of,hyzalmyukopverpletten,nbsp;En zoude ik vlugten voor het tomelozegrauw,nbsp;ó Neen! noit toonde zich, het hart van Ruwaart, flauw.nbsp;Vee! Patriotten, in myn opzet, my noch Ryven,
Ook geeft men acht op my en alle mynbedry ven , Derhalven ist te laat, te zoeken vryer lucht.
En my te redden, door een hachelyke vlugt.
Joan. nbsp;nbsp;nbsp;men,
Mevrouw, hiers geen gevaar, wy hebben nietstefchro-En als t op t aller k waatRe al was met ons gekomen, tlsaüesatgedaan, wanueermenopden trap,
Oranje klimmen doet, tots Lants Stadhouderfchap. Wensei.a.
I'Ioe! isergeengevaar 1 verzoen u met Oranje 5 Geef dit genoegen aan den Koning van Brittanje;
( II ) Gedenk watu, noch kerts geleden, overkwam,
Wan-
! ( 11) Joan de Wit. komende s' nachts ten 11 uuren vnn
't II01
-ocr page 21-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 13 Wannceme ukwctflc in tlyf, en bynat leven nam.nbsp;Door vier gewapendcn, die uby nacht befprongen,
En, met hun moortgcweer, ver woet op u indrongen gt; En by aldien gy niet recht cydig waart oncxet,
Gy haddc op heden niet uw voet in t Hof gezet.
Ik beef, wanneer ik u zie uit den huize treden, Danvliegteen Gddringc,en oiuroeringdoormyn leden,nbsp;Uit vreeze, dat quot;er weêreendroevigongeval,
Door woede van het volk, op Graat u treffen zal,
Het vliegt by troepen, langs de Schrnvcnhaagfche Era-Enfcheit, en vloektop u, als dol en uitgelaten, ten, Ook fchryft myn Vader, hoe verwoed men te Amfter-dam,
Ditbuldren hoort, t welk in den Haagzyn oorfpronk C12) Oranje boven, en de Witten 7noeten fonder, natn.nbsp;IFiet andersmeenen, fla teple'teren dendonder.nbsp;Wieeifcht, en fiddcrtniet, diezulke gallmenhoort.?nbsp;Ikvreezeelkogenbük, zykomen uaanboort, ken,nbsp;Ontwykhux! woede. offcheur 't EdiSt eL3.ndmzcntü.uk-Eerzy, met fors gcwelt, het uit uw handen rukken.nbsp;Ai! zwichtvoor de overraagt! ikbidde, laat uraan jnbsp;Gy hebt u wplicht betracht, althans uw belt gedaan,nbsp;De Souvereiniteit te velten in de Staaten;
t Word anders thans verEaan, uwyver kan niet baren. Druis tegen hetgewelt, niet al te opzcttlyk aan,nbsp;Gedraag u na den tydt, wil c volk niet wederflaan,nbsp;Vooral wil uit het Hof, eer davoudt valt, vertrekken.nbsp;Joan.
StelugeruE, ik zal den tydt niet langer rekken.
Dan tot den avon t, en voor duiEer by u zyn.
Ga,
t Hof, 1672. deneojuny, wiert, by ae gevangepoort, van vier perfonen befprongen, die hem verfcheide wonden toebragten, onder de befpringers was Jakob de Graaf,nbsp;die hierom onthalO; wierde.
(12) Men hep des Avontste AmEerdam met troepen, die luitkeels riepen op de ftracen. Oranjehoven , Wittennbsp;onder, wie c anders meent verplet den donder.
-ocr page 22-ï4 DE BROEDER-MOORDT VAN Ga, ga, myn komftzal u verlichten van uw pyn.nbsp;K0R.MELIS
lkzal,niynwaarde,met myn Broeder, by u komen, Wen ik de mening van deHeeren heb vernomen,
k Verwachtze elk ogenblik, begeef u thans op weg, U byzyn voegt niet, wcnme iets neemtin overleg ,
Van Staatsbelangen, en iethciralyksis te zeggen;
k Zal u, indien t my raakt, de zaak te voren leggen, Nu,ga, JVlevrouwe, en rteluw hart, kantzyii,geruft,nbsp;Maria.
Wy gaan,maar,mocg'Iy k word gy t left van my, gekuft.
Zy nmheljt bem:
VIERDE TONEEL. Korneus, Joan.
Kounelis.
't Tsvreemt; waar omzemy dus lange laten wachten ?
^Ik denk niet datze my hier willen doen vernachten; k Beken,k worde ongcruft, omt wyle van den tydt.
1 o AN.
Waar vreeftge voor, dewylge in a lies zuiver zyt. Onszal, iktwyftclniet, ftrakswordenvoorgeftagen,
t Stadhouderlyk gezach, aan Willciu op te dragen,
Eu, wylzezynoucens, verwylenzeinden Raadt, Maar wenr geklonken is, zalmeons ontbiên. watftaatnbsp;Ons dan te doen ? men moetvoor af dit overwegen,
Of, methenftemmen, of, tezcctenonsertegen; Maar wat zal t baten,wylze intftemmen,mcefterzyn?nbsp;Men voeg zich naar den tydt, en trekkemcê die lyn,nbsp;Dewy l thans groot en klein zich toont op ons verbolgen.
VIERDE TONEEL. Kornelis, Joan, Geweldiger,
Heleaardïers,
Geweldig er.
Gy moet, Heer Ruwaarc, my, als myn gevangen, volgen.
Kor-
-ocr page 23-KORNÏILIS EN JOAN DE WIT. 15 Korn elis.
Watzegtgc!
Joan.
Hoe! hy uw gevangen! door wiens lafl, Word hy intvrye Hof dus fchandlyk aangetaft ?nbsp;Geweld iGjtR.
Het Hof van Hollant heeftme deeze lafl gegee ven, Kornelis.
Welaan , volvocruwlafl:, kwil u niet tegenftreven, Geleyme waar t u lult; kga welgemoedigtvoort.nbsp;Geweldiger,
Uw plaats is rcedsbereid in ftads gevange Poort. Kornelis.
Vaarwel, mynBroeder, zeg, wat my is wedervaren, Jo AN.
kKan, van ontftelteniffe, onmoogelyk bedaren,
TWEEDE BEDRYF.
EERSTE TONEEL.
Joan, Fiscaal, Procureur, Generaal.
J o A N,
Om welk een misdryfis mynBroeder thans gcvaan ?
V\at legt gy hem ten laft ? waar in heeft hy misdaan ? Hoe! word hy aangezien voor eenen Lant verrader ?
Waar meê beticht men hem ?
Fiscaal.
Hiermeede, ennochictskwader.
Joan.
Met Lant verraad! ennochictskwader! kbid, fpreek Fiscaal.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;voort.
Hy word befchuldigt, Heer, roetlantverraat, en moortj Voor t minfl, zyn toeleg was eea fnoode moort te ple-Joan.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gen,-
Ln word ditgruwelftuk.ist waar,voor my verzwegen ? My, die s lands roorfpraak bca,bf, ben ik ook verdacht ?
Fis-
-ocr page 24-lö DE BROEDER-MOORDT' VAN
, . nbsp;nbsp;nbsp;Fi-scaal,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;acht,
Voor tfflinf!:,mynHeer, men neemt op uw belhieringc Het Hof vond goed , om dit geval voor u re zwygen,nbsp;Opdat uwBroeder zou, door ugeen kennisfkrygen,nbsp;Van tgeene eenparig was befloten in den Raadt,
Wylt Hofbev7uftis',datge uopeikaarverlaat, Entzaam den wervel drait vant Lant, naar uw voor-JoAN.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;oordeel.
Wy hebben niets betracht dan tVaderlantzyn voordeel. Het is ons ongeluk, dat gy't ten kwaatlle duid.
Fiscaal. nbsp;nbsp;nbsp;Buit,
Men maakt wel, door de waan vervoert, een valfch be-Om,c korte ook wat het wil, ruimlchoots zyuzin te vieren,
Al zou ment Schip van Staat tot in den afgront rtieren. Veel eer, dan toertaan, de oudecns lauts regeriiigs form.nbsp;Dus nodig in dees tydt; wy leenverwoede rtorm,nbsp;Enoorlogs onweér, drygt ons alle te vernielen, len,nbsp;Ten zy Wc ootmoedig, voor der Fraafchehoogheit knie-En rtellen, bevende de fleurels haar ter hant,
Van ftadt op rtadt, ja van het gaofche Vaderlant,
Veel hebbent reeds gedaan (43)111 dc O very Bel rteden, t Utrecht, en Gelderlant, drie oude en trouwe leden,
Van t eeoig Lichaam, door onze Unie vaft verknocht Aan één, en had (14) de Groot geen tvdtvcriet gezocht,nbsp;En ook gevonden, in het leger van de Franfcn,
Het
(13) Drie Provintien, Gelderlant. Overyffel, en U-trecht, waren reeds van de Franfchen ine,enomen, of, ge-lylc men toen fpnk, voor hen ingeruimt.
( 14) Pieter de Groot, zoon van Huig de Groot, Pen-fionaris van Amfierdam, wiert afgezonden van de Amfler-damfehe Magiftraat, aan de Koning van Vraakryk, in zyn Leger, by Utrecht, in fchyn, om tot een vergelyk te komen, met dien Koning, waar meede de Groot, de Koning,
zo lange ophield, in zynen voortgang, rfat de Amfterdara-
mers t^t hadden, ora zich te ftellen in rtaat van tegenweer.
-ocr page 25-KORNELIS EN JOAN DE WIT* 17 Hctmagug Atnrterdam had mooglyk moeten danfen,nbsp;Al mcede naar de fiiaare, ent fpecltuig van Louies,nbsp;Doch, door die lift, den moed een weinigje weêrwies,nbsp;VVant,wy 1 de Groot hier door, den vyaut deed verletten,nbsp;Kreeg Amftcrdam den tydt, zich, regens hem, te zetten.nbsp;Wats hier de rcede van, myn Hecre ? is t achclooshciE,nbsp;En hebme, tegens het gevaar, zich niet bercit ?
Gy hebt allang voorheen de buyen op zien komen.
Die thans, gelyk een vloed, gaufeh Ncêrlant övef-ftroomen,
Ik wil nier fpreeken van verraad , hoewel, mcnacht, Dat eenige onder ons, mét reede ziyn Verdacht,
Verftant te houden met een vyant, om de Landen,
Op de eene, of de andre wys, te levren in zyn handen, kBeken, diemeningcook wel valfchcftrikkenbreid,nbsp;Desdenkeikliefft, het Ijpruituironzeoneenigheit;
Istdan nietnodig, omdeoneenigheit te weren.
Dat wy ons fchikken naars lands wyzc van regeren ? En.doort Stadhouderfchap,tefluiren dEendragtsbant,nbsp;Ten befte van c verzwakte en lieve Vaderlant?
En , nu dcmeefteSteênal t'zamenoverhellen.
Om thans Oranje in t Ampt, der Vaderen te ftellen,
Wil één, ó gruwel! dooreen fchrikkelykemoort.
Dit werk verydlen, en zyn Hoogheit helpen voort, Joan.
Hoe!zoumynBroeder,Heere,Oranje ftaan naart leven! Ditsvalfchclyk verdicht. Word zulks hem nagegeven ?nbsp;Hy hierom vaft gezet ? t is loutre lafter taal,
Alleen verzonnen uit een bittren haat.
Fiscaal.
De fchaal,
Van Vrouw Gerechtighelt, eerlangtzal openbaren. Wanneerzy de onfchult, ende fchult zal evenaren.nbsp;Doormy, als haarFifcaal, dietampt is opgeleit,nbsp;Tezorge voor 'tgezach van Vrouw Gerechtigheit.nbsp;Voormy, ikwenfch, dat hyt gemoet heb vry en ledignbsp;Van alle boosheit, en in t recht zich wel verdedig,
B nbsp;nbsp;nbsp;Het
-ocr page 26-{\
i8 DE BROEDER-MOORDT VAN Het was my aangenaam, datikinhemnietszag C^agjnbsp;Danvroomheit; de onfcliult kwam dan helder aan dennbsp;Maar ducht het tegendeel;k vrees hy zal moete buigen.nbsp;Joan.
Wiezyn de monfters die zulks durven valfeh getuigen ? En wat is t fchelmlluk, t welk men hem ten lalte legt ?nbsp;Fiscaal,
Daar is zyn Hoogheit, t worde u zelf door hem gezegt-
TWEEDE TONEEL.
Procureur GenepvAal , Oranje, Joan, Fiscaal, Hele a ardiers.
O RAN JE.
Heer Advocaat, gyweet, uwBroeder is get^angen, Ten deele om my, maar t meefteom s Vaderlandsnbsp;belangen,
Wyl hy befchuldigt word met Ontrouw; Lantverraad 5 Enmy, door anderen, naar Ly feu Leven üaat. 'nbsp;Joan.
Uit boosheit valfeh verdicht, om hem gehaat te maken. Oranje.
Ik wenfche, dat hy kan recht vaardgen zy ne zaken,
Op dat de aanklagers, cnbefchuldigers, doortRecht, Hun ftraf ontfangen, wen het valfeh is tgeen men zegt;nbsp;Hicrommezyn zy meede in hechtenisfgenomen,
Om, doordevlugt, istvalfch, deftraffenietteontko-JoAN. nbsp;nbsp;nbsp;men.
En bragt men u, myn Heer, dit valfchelyk bericht ?
t Is logen, laftertaal, waarmeê men hem beticht.
Wie zynze, die dusftout myn Broeder durven laltren ? Hy zal van Hollantstrouw, dus goddloos, noit ver-Oranje.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(baltren.
t Is Tichlaar, en Anna, zyn Vrouws geweezne Meidt, Zy heeft aan eenigen int Hof, t verraad verbreit.
Joan.
-ocr page 27-KORNELIS EN JOAN DE Wit. 19 Joan.
Dit is de fnaar van t Grauw, t wil op die toonen danfen ; Menbraakeopcvuilftdituit. De Vaderen vancLanc,nbsp;De troawftcPatriot, aanwryftme zulk eenfchand.
En zalme flaan geloof aan vallche en fnoó berichten ? Dus kaame daller vrooinft, met lantveraadt, betichten.nbsp;Procureur.
Het zeggen geit niet, wen t gezegde is ongegront , Ei aar c word gelooft, wyl t zelf koomt uit *s verradersnbsp;mond,
Te meer,wanneer men hebbe opimant kwaat vermoede. Oranje,
Dat hier verraderye al lange lag te broede,
Is onweerfpreeklyk, en aan yder openbaar,
Maar, om te ontdekken den Verrader, valtwatzwaar, Dochj t kw'aat vermoeden groeit,want, die cotfchellpm-ftukken
Zich overgeeft; is niet tegoet om verr te rukken, De Zuilen van den Staat; ent waarde Vaderlantnbsp;Te leveren , uit haat, voor Gout, in s vyants hant,nbsp;Die d urven zeggen, en, voor t kwaat gevolg niet vrezen,nbsp;Veel liever{\^)Frans gezint,danPrins gezintyie wezen,nbsp;En my, waar datme kan, de voeten zetten dwars,nbsp;Betonen datze zyn, voor lange. Oranje wars.
Gy weet wel wieze zyn, die my ftaag tegenftreven; Dees zyn ook niet te goet te dingen naar myn leven.nbsp;Te meer, wyl t Hof my wil verhogen op den trapnbsp;Vanmyne Vaderen, totsLantsStadhouderfchap, (ven,nbsp;Om zulks te weren, doelt men fchandlyk op myn fter-Op dat de Oranje ftam t Stadhouderfchap zou derven,nbsp;t Is waar, ik ben verhoogt tot Kaptein Generaal,nbsp;Doch,zondermagt,wyl mentgezachaltecngbepaar,nbsp;En diceris, omsLandsgrensftedcn te bezetten.nbsp;Word opgelicht, (om niet den vyant tc verletten,'
Van,
. (^s) Dit zoude de Witten, tegens hunne vertrouwelingen, gezegt hebben,
B 2
-ocr page 28-»o DE BROEDER-MOORDT VAN Van, zonderflagofftoot, tedringeninonslandt,)nbsp;Doorfchriften, vaUchelykgctekeutmetmyn haiit,nbsp;Alsofikdeordregafoin elders heen te trekken.nbsp;Dusblykt het fchellemfluk. kuntgytverraadontdek-HcerAdTOCaat;l'preekop;ikinoetcciiTchcileinz,ynjkeu Jnbsp;Of het zyn fchelmen, waart te ücrven iii clepyn.nbsp;Die durven mync hant uabootzen , onder fchryven.nbsp;Op wien vermoed gy Heer, dielchellemfchebedry ven?nbsp;De Witten zyn verdacht; voor al uw Broeder, dienbsp;Gezocht hebbe op myn nek te zetten zyne knie,
Zyn t anderen, waarop gy hebt een kwaat vermoede ? kBid,mcldzc;opdat wy ons,voor hunne boosheit,hoede.nbsp;Of, ben ik zelf verdacht; geefreede, metwacfchynnbsp;Van waarheit, zonde Oranje eenlantverrader zyn?nbsp;Wylt welzynvauhetlant, istwelzyn van myzelve;nbsp;Verraadeikt V'aderlant, ik myin dafgront delve.nbsp;Derhalve heeft op my t vermoede genen gront,nbsp;Maar,wcl op zulken, die,met Penne, en Hant,en Mond,nbsp;Gedurig bezig zyn myn ondergang te werken,nbsp;Watzegtgeer van,mYnHeer? hebgy niet kunnen mer-Wie hier aan fchuldig zyn ?nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ken,
JOAN,
iV.
Ik merk wel wie gy meent. Het zyn de Witten, beide in eenen zin vereent,
Om t opperfte gezach te vetten in de Staaten,
Ik loochent niet .k zal noit slants rechten varen laten, Zolange, als Advocaat, ik zals lands Voorfpraak zyn.nbsp;Is dit verraadt, doe my dan fterven in de pyn.
Wie overtuigt my, dat ik hebbe t lant verraden;
Uw fchriften riagebootft; getracht u oic te ichaden? k Weetwel, de Wit word thans vant domme grauwnbsp;gehaat;
t Tsblint,het weet geen reên.waarom.men ons verfmaat. Het oordeelt blindelings naar de uitkomtte a der zaken ;
Ens Lands regerings form, het durft doldriftig wraken ,
En die Regeert, wordfehots behandelt, met veel fpo/s
tls,
-ocr page 29-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 21 t Is al, hier fchuilt verraad; men vangtze ftout en trots.nbsp;De I icii.el weet wie in uw Naarae heb gefchreven;nbsp;]k weet het niet wie zulk een fdielniüuk heb bedreven.nbsp;En op myn Broeder vale in t minfte geen veriiioên,nbsp;Dat hy, dien Patriot; zou zulke gruwlen doen,
c Is uiers dan laltcrtaa! al wargc aan ons doet horen. Fiscaal.
Het zal haalt blyken, als men t fluk hem legt te voren. Joan.
Op welk een wyze hebbe u Tichelaar ontdekt,
Dat Broeders meuinge , tot uw bederve Itrekc ?
Oranje. nbsp;nbsp;nbsp;tanden,
k Zat ondert fcheermes, toen hy, bevende opzyn -Al flaamlent zeide, ü hebbe uw leven in myn banden,
k Oaifteldc, en trad te rugge, en riep mynKamerling, Die, met myn huisvolk, hem befloten in eenkring.
Ik ' Toegaan Tichlaar naar de meningvan zyn zeggen Hykwaïn, opzyneknie, voor my ter nederleggen ,nbsp;En deed belcidenisf, hoe hy was omgekochtnbsp;Van Ru waan,die, door hem,my dus te moorden tocht,nbsp;Met, ondert fcheren, my de ftrotaare af te fteeken.
Hy nam het aan, wyl hy niet durfdhem tegenfpreken. Maar veinsde,om aan my zelf te ontdekken t booze feit.
Joan. nbsp;nbsp;nbsp;tigheit.
Dit s valfch verzonnen ; t fpruit uit smans wraakzuch-Wyl, om zyn misdaat, hy geweelt is een gevangen Van myuenBroeder;en zoektduszyn wraak teerlangcn.nbsp;Oranje.
Het zy zo; doe uw beft; vervoeg u in t gerecht? Verdedig hem van t feit, t welk tot zyn lalte legt,
derde toneel.
Joan, Fiscaal, Procureur Generaal. Joan.
T^'Jswümeonnozelheitvcrmoorden , enverftrikken, ¦^De keel toe worgen, haar doen in benauwtheitftik-ken,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;B 3nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Door
-ocr page 30-22 DE BROEDER-MOÜRDT VAN Door valfch te tuigen, vant geen nimmer zy gedacht.nbsp;F ISCAAL.
k Denk, dat gyt heilig Recht wat hoger houd in acht; NoitzalmetegeustRecht, terftrafte, een vonnisIpre-ken,
Maar, ook niet aanzieiidenPcrzoon, wenisgcbleken Zyn misdaat, maar....
Joan, Fiscaal, Kolonel, Procureur Generaal.
K o L o N F. L.'
n naam der ganfche Burgcry, Verzoeke ik thans gehoor, (terwyle uw Broeder zynbsp;Gevangen, enu niet afwenden kan van zaken.
U onderdanig, om te nemen een bcfluit,
't
in t lang begeerde werk, éénmaal te voeren uit;
U is bewult,mynHeer, hoe zeer uw Burgers haken, Te zien, dat mende Prins Stadhouder koom temaken,nbsp;En wyl hen is bewull, hoe gy de meinig (trerac,nbsp;DerHeerenStaaten jfmeekt u c volk, datgy ook Remt,nbsp;Opdat dit heilzaam werk, waaropzy hoope bouwen.nbsp;Tot heil vantVadcrlanc, niet Repent wordgehouwcu.nbsp;]oan.
Wathoorc ik! is het volk van zvn verRant berooft? Begeert het weder een onfachlyk Opperhooft?
Waar van wy, doortbellierdes Hemels, zynontflagen : Wilc, alsdenEzel, w'eêrzyulaRge pakken dragen?nbsp;Dit piompgebeeutend beeft, gewent om onderc paknbsp;Te zwoegen , vind vermaak in pynlyk ongemak,
t Haakt naar verandering; t kieltt flegtlte voorliet befte,
En zal niet ruften voor het !egt vertrapt, ten lelie. En word gerauilbant, tot de fiaverny van t Hof,
t WdUviitmvertrappen, eii verbryz/Ien zal tot
-ocr page 31-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 23 Hyhebbe, als Generaal, onze oorlogsmagt in handen,nbsp;En kan, indient hemluft, beknellen ons in banden ;nbsp;tVolkvliegtopzynetiwenk, hyhcbbethoogligebicd.nbsp;En zyn betaalsheers, s Lants Souvxeins, hy niet ontziet.nbsp;Dus hoogeis, d oortgcwelt, Oranje thans geklommen,nbsp;Dcmagtis in zyu hant ran alle de oorlogs drommen,nbsp;En zou dien krygsvoogc ookc Stadhouderlyk gezach,nbsp;In handen hebben , en zynt opperhooft; dan magnbsp;Men Willem ook met één de Graaf'lykheit opdragen.
Kolonel.
k Weet niet, dat HoIIanthaddeoit reden om te klagen, Wanneer in zynen tuin, ftont dOude Oranje boomnbsp;Tebloeyen. Spanjekwamons breidden met zyn,tooi-n,nbsp;De Staaten van ons lant, toen vonden geen befcherming.nbsp;By andre Mogenheên, maar Willem hadde erberming,nbsp;Met onze elende, t Huis van Naffaufprong ons by.nbsp;Omc Vaderlantfche fchip te helpen uitdely, Spanje;nbsp;Hy haalde op zynen hals, omons, den vloek van löjnbsp;t Verklaarde vogelvry Prins Willem van Oranje;nbsp;Philips zette opzyn hooft een fommegelrs, die hem,
t Zy levendig ot doot, kon brengen in de klem,
In tegendeel, iudien hy uüde tl^andt verlaten. Kreeg hy beloften van veel heerelyker ftaaten,
Maar, hy bezweek niet in getrouwheit, tot ouslant. Door dreigen, noch gevley, maar bood ons trouwdcnbsp;hant,
En worfteldeophalfkans, ftaagmetdedootvooroogen, Eu,toen de penningen s Lands fchackift waar ontvloden.
Ver-
(i(5) Philippus den tweede, Koning van Spanje, noemde Willem den eerde , eenRebel, verklaarde hem vogel. Try, zette geit opzyn hooft, wie hem levendig, of doquot;ot,nbsp;konde in handen leveren, daar na, zocht hy hem, doornbsp;groote beloften, van HoIIant af te trekken, doch te vergeefs, xvylhyde belangen van Nederlant, onaffcheidelyk:nbsp;behartigde, ja, verkocht zyne eigene kleinodiën, om denbsp;Soldaten te betalen.
B 4
-ocr page 32-Verkocht dcn vromen helt het dicrbaarftt wel k hy had» Betaalde t oorlogs volk met zynen eigen fchatnbsp;tWas alles vruchteloos, men gaf den moed verloren,nbsp;Wanhopende uit dien ramp het hooft eensdoor te boren ;nbsp;De Raadt was radeloos; de (17 } Sonvereinitcit,
Sloeg men Brittanje voor, doch wierde ons afgezeit. Toen zocht men de overdragt te doen aan Vrank ryksnbsp;(18) Koning,
Van Ncderlant, mits, zyn befcherming, ter beloning, IDoch Henrik wees ons meede , onwaardig van de hant,nbsp;(19) Wat fioeg den Raaet toen voor ? ikfchrikke! omnbsp;'t Vaderlant,
Door eenen zeevloed, in zyn baren te onderdomplen, ( Wyltoch'den vyantzou ganfchNeêrlantoverrorapler,)nbsp;En al de Dammen en Zeedyken, in dien noodt,
Fluks door te lleeken, t volk te bergen op sLauts vloot. En zoeken ander lant, om veilig in te wonen;
Hoe naar zag t hier toen uit ? Oranje alleen wou tonen, Te zyn eenVader vant verdrukte lant en volk,nbsp;ilyndorzichtkundezagdoordcezeduiftrewolk, deel,nbsp;( 20 ) HygafdeStaaten moet, door fchranderheiten oor*nbsp;Verzuimde niets, al wat ons Lant kon geven voordeel,
V/
(17) Aan Elifabeth, Koninginne van Engelant, die ze weigerde aan te nemen.
( iS) Henrik den vierde, die zulks meede van de hant wees.
09) De Staten waren in dien uicerfien nood gebragt dat zy voorfleiden, de Zeedyken door te ileeken, tlant,nbsp;door de Zee, te laten ovetftroomen Menfchen engoede-ren op Sehepen te bergen, en, opGodsgenade, een ander lant te zoeken, om, zonder Confdentie dwang, tenbsp;mogen leven.
f 20 j Prins Willem deneerfle, vvederfprak dit; Gaf de Staaten Moed; Matte den vyant, zonder flag te leveren.nbsp;door partyen af: kreeg, door Treslong , den Brielein,nbsp;lloeg, door de Zeeuwen, des vyants ylooten, waar dootnbsp;Hollant ruimte kreeg, en weder adem begon te fchep-
-ocr page 33-KORNELIS EN JOAN DE WIT. sy Hy matte, meteen hant vol volks, den vyantaf,
En fncê hem af den pas der doortogt, nimmer gaf Hy rufte aan hem, waar door men ruimte kreeg, zyanbsp;Zeeuwen,
Verdoegen s vyants vloot ,en vochten alle als leeuwen, Dus heeft hyt Vaderlant uit zynen nood gered plet.nbsp;Tot dezen Helt, ó ramp! wiert door (21 ) een Loot ver-En vette ons Nederlaut, onwrikbaar op zyn fterven.nbsp;tlsbillyk, dat zyn zoonss Mans waardigheên, beër-JoAN.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ven,
k Beken , t is waarheit, al het geen gy hebt gezegt, Maar, gy hebt de oorzaak, en de réén niet uitgclegt,nbsp;Die Willem dwongen, in dien noodt, ons by tefpringen;nbsp;Hy was verdacht, om Flips de Graaflykheitte outwrin-Des wierthy voor kcbel verklaart, diemuitery gen.nbsp;Te (token zochte, om t lant te trekken op zyn zy,nbsp;Toen moeit hy vlugten als cenballiug, uit den lande;nbsp;Dit was de re'êu , dat hy zyn kott'lykheên verpande,nbsp;Om eenc fchuilplaacshier te vinden in ons lant;
Zyn zelfs belang o wong hem te biêa ons onderttant; Waarkondhy blyven, had mentVaderlant verloren?nbsp;In Duitslant zondhem Flips wel weten op tefporen;nbsp;Des, meconsdientttedocu, inonzenjougftennoodt,nbsp;Deed hy zich zelve eendientt; zynramp was ruim zonbsp;groot,
Dandonzen, enwaardocidhy op, met ons te helpen? Dan, orat Oranje Huis met Tyclenteovcrttelpeu,nbsp;En eindelyk, gehuk te zyn tot Hollants Graaf.nbsp;Kolonel.
Maakt zich Joan de Wit, van zynedrift, eenflaaf? Isditeentaal, mynHeer, vansLantsgetrouwe Vaders?nbsp;Die I aal patt beter in den mond van s Lants verraders.
k VVeerleggcuw rednen niet, wyl ik beu overtuigt, Hoe, tegens uw gemoed, gy, uit zyn deugden, zuigt
Een
(21) Prins Willem den eerde, wiert te Delft, door Balthazar Gerards, doorfchoten.
B 5
-ocr page 34-26-
DE BROSDER-MOORDT VANT
Eendooddyk vergif, om aiidren te vergiften.
Zie voorn, Advocaat, men zal uw woorden ziften, t Ruikt naar de (22) Fadie v.au \ verdachte Loeveitein.nbsp;Joan.
Indien die Faöie doelde op t Recht, dan iszc rein En zuiver, en zal t hooft eerlange weer oplleeken;
aar (23 ) Maurits wilde t Recht van dceze FaCf ie bre-IMet Baruevelt den kopte leggen voor den voet, (ken, Procureur.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(bloet.
Ja, wyl door (24) eSpaanfene Goud vergiftigt waszyn En JMauriLs tegenllrecfde uit haat en nyut, tegader,nbsp;Wierd hy gevonnilt, als een fuoodc Lant verrader.
Kolonel.
Gy, die zy n plaats bekleed,myn Heer,zy t wel bedacht, En fpiegel u aan hem, die is ter doot gebragt.nbsp;j o AN,
Jndien ik fchuldig ben aan Lantverraderye,
Men Rraf my door t gerecht, ik zal t gewillig lye, Men handel my, als t Hof met hem gehaiidclt heeft,nbsp;Ik ben dedootgetrooft, maar weet, zolange er zweeft,nbsp;Nochgeeften leven in myn lichaam, zal ik ftremmennbsp;Het woelen, omt Edid, laf hartig af te Hemmen,nbsp;k Deede eens een Eedt, dien zal ik houden, of het Ampt,
Als
(22) Zedert dat men Huig deGroot, Hogerbeets, en vceleRemonftrantfchePredikanten, op Loevefteinhaddenbsp;gevangen gezet, noemde men de tegentireevers van dennbsp;Prinfe, te zyn van de Loevefteinfche Faftie.
( 23 ) Prins Maurits wiert van de Barnevelts gezinden , befchuldigt, Barnevelt onthalil te hebben, om dat hynbsp;s Lants wetten en Privilegiën verdedigde en hielt llaan-de.
(24) Van de Prins gezinden, wiert hy befchuldigt, Spaans Goudt genoten te hebben, om het 12 jarige Be*nbsp;Hant te bevorderen, (waar door Spanje weer ademtochtnbsp;tn krachten kreeg, om op Nederlant weder aan te vallen,)nbsp;regens den wil, en krachtige tegenredenen, van Prinsnbsp;Êfaurits.
-ocr page 35-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 27 Als Advocaat vant Landt,neêrléggen. k zie,men kampt,nbsp;Om thans Oranje, tot Sradhouder te verhefFeii,nbsp;Iv!aar,t onheil nadert al,c welkHollant haalt zal treffen,nbsp;Wanneer.....
Kolonel.
Houd op, mynHeer,t islanggenoeggefmaalt. Dit onheil is al reedeop Nedcr'aut gedaalt,
Ent ziet geen uitkomffe in onze algemeeneelende, Tenzymen troer van Staat naarde andrezyde wende,nbsp;En zuiks kan niet gefchiên , ten zymeeenpaiigkieflnbsp;EenStedehouder, wachtm hier meê , men t al verliclt,nbsp;Hy zal de handt des Staats, Eendragtigt'zamen binden;nbsp;t Geen niemant durf beftaan, zal hy zich onderwinden;nbsp;Dry Pylenzyner reeds den moedgen Leeuw ontrukt;nbsp;Onze Unie isgefcheurt; den Lantzaat word verdrukt,nbsp;Oranje zal op t fpoor van zyndoorluchtc Vadren,nbsp;Den vy ant bieden t hoofr,wen hy ons Lant durft nadrennbsp;En ftuiten zyue vaart, en dryveu hem te rugg,
En maken zynen voet, om weg te vlugten, vlug, Hy zal het onheil, t welk ons drukt, van Éollaiit weren.nbsp;En dwingen Lodewy k, naar Vrankry k weêr tq keren.nbsp;Wat aangaat het Edidt, waar op gy u beroept,
Dit s reeds verbroken ; en het volk te zamen troept. Om met, oftegenswil, u, totdiekeus, tedwingen.nbsp;Zie toe, uw Burgers zelfs, die willen u befpringen;nbsp;De meefte Steden zyn int ftemmen, tzameu eens.nbsp;Joan.
k Hebmetmyneedigcn, en weiPlaars niets gemeens, cishen vergeren, hoe de Prins wou overromplen,nbsp;HetmagtigAmfferdam, en zyn Regeerders domplen ,nbsp;Int uiterffe verderf, d? befte, in wiens befchut,
Oic Holanc was, die heeft s Lants fchatkiff uirgeput, DatsFredrik Henrik, doorzynoorlogszucht gedreven;nbsp;MenmoeftsLantsinkomft, voorden kryg, ten beftenbsp;geven,
Fis^
-ocr page 36-25 DE BROEDER-MOORDT VAN
Fiscaal,
Heer Adrocaat, t is veel, dat ik myn drift bedwing, Dewyl gy openbaart Naffaufche huis durft laRren ;nbsp;t Schynt, otge van uw deugt, wiltfchandelyk verbal!-ren,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;richt?
Wat heeft dien (2;) edlen He!t, voor t Lant niet al ver-Verovcrt Stad op Stad , Filips in t eind verplicht, t Erkennen Nederlant voor vry gevochte Landen ;nbsp;De Vreê te aanbieden, tot zyn eeuwgen hoon en fchan-En heeft het geit gekoll:, wie oorloogt zonder gek ? den,nbsp;t Gek is de zenuw; t Geit het volk te vreden kelt,nbsp;Went Geit ontbreekt, kantLantópt volk zich nietnbsp;verlaten;
Waar geen bezoldinge is, daar zyn ook geen Soldaten ^ En fchooneeu jeuchd'ge drift (aó) denzoone heb vervoert.
Tot iets t welk niet betaamt, hy heb zyn drift gefnoert, Zodra hem cenigzins voldoening was gegeven.
Wie vak en kruikek niet wel eensin al zyn leven? Men wecte ook,onbedagteen woort gefprooken, baartnbsp;Groot ongenoegen in een Vork, van zy nen aart, gen;nbsp;Wiensjeuchdgc drift niet wil vanymant zyn gedwon-Veel mintehoren, van tezyn (27} een' Knikker jongen,nbsp;Die t KootJ'pel heter pafte als ''tband'kn van'tgeweer,
Een
(55) Prins Fredrik Henrik, heeft Spanje dus intnauw gebragt, dat zyn Koning. de Vreede ons aanbood, metnbsp;te erkennen deeze Landen te zyn, Vry gevochte Landen , waarop hy, als ge weezene Graaf van Hollant, niets tenbsp;zeggen hadde.
(26 ) Men zie van dit geval op No. fa).
(27) Men wil, dat zulks, door eenige Heeren, van Willem denderde, zoude gezegt zyn , waar van dit kreupel Vaarsje, in veeler monden heiturven was.
Wat dunkt u Frans gebroed, van Willems Knikker fpel,
JPy Knikkert, en wint Bon, is dat niet wonder wel ?
Heeft Willem deeze Stadt met Knikkeren gewotmen ,
Wat hadd by welgedaan, was 't met de Keet begonnen?
-ocr page 37-KORNELIS EN JOAN DE WIT. tg Een minder zou, danhy, wel wreeken willen de eer.nbsp;Welaan,t is lang genoeg,c word tydt,k wil t ovrig fpa-Vcrvoegu in den Raadt, hy zal tcrltont vergaren, (ren,nbsp;Joan.
Ik zal er komen.
K o L o N E L. _
Zeg, wat s uw belluit, myn Heer?
J o A N.
Myn Eedt geftant te doen; te Remmen nimmermeer, Dat hem t Scadhouderfebap zal worden opgedragen.nbsp;Kolonel.
Vrees dan, wyl dit berecht de Burgers zal mishagen; Ik waarfchouw u voor t left, vaar wel Joan de Wit,
VYFDE TONEEL.
Joan.
en voorgevoel van ramp my in den boezem zit; pen,) ^Zou wel inynBroeder(k weetdc vyantisdoorfle-Zich hebben aan Oranje, altonbedacht, vergrepen?nbsp;kHerdenkzyn woorden! 'k zal in 't kort verandringnbsp;zien!
tScheen of hy kennisf had waarom ons volk moeft vliên, Voorsvyantstroepen, en Oranje was onmagtig,nbsp;Louies te jtuitenin zyn loop. kbeken, tbaart krachtignbsp;Vermoeden, dat hem is een groot geheim bewuft,nbsp;Doch, 'tzyzotwil, k ben op zyn moedigheit geruft.
EERSTE TONEEL.
Oranje, de Gedeputeerdens, Joan, Fiscaal, Procureur Generaal,nbsp;Secretaris.
Oranje. nbsp;nbsp;nbsp;ncn;
Gy weet,waaromme thans deesRechtbank isgefpan-Het is om te oefnen recht, des moet dea Rechter bannen,
De
-ocr page 38-^0 DE BROEDER-MOORDT VAN
DeHaat, en Liefde uit zyn gemoed ; en den Perzoon, Om eeuigc Achtbaarheic, niet aan zien, enoffchoon,nbsp;Hen hoo n was aangedaan, niet trachten zich te wreeken,nbsp;IMaar, blindlings recht doen, naar de wetten zullen fpre-. ken.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(kant,
Schuif geen verfchoning, noch verdedging, aan een Maar bied, behoudens t Recht, zo verrgy kunt, dehantnbsp;Van den Bcfchuldigden, ja, toon zelfs mcdelyden,
Wen gy hem, naar de Wet, in Rechten moet beftryden. Gy weetopwien ikdoel ;t is Ruwaart, Pleer de VVit;nbsp;Gecommitteerden Raad jhieromrceuwmeedeLit. digt,nbsp;Ook weet gytfeit, waar meê den Ruwaart word befchul-t Is Moort 1 en Lantverraat, het lelt vermenigvuldigt,nbsp;(Dus wilt gerucht,) door hem, reeds al te lang gepleeg t;nbsp;t Eerfl: voorgenomen, en, hier toe optiert, beweegtnbsp;Den Meefter Tichelaar , om op bekwaame tyden,nbsp;Doort fcherpe fcheerraes, ftrot en aders af te fnyden.nbsp;Indien zyn misdaatmy alleen betrof, ik gaf,
(Mits tonende berouw,)hem myn Gena, voorftraf, Maar,Lantverradery raakt, wel voort meeft,de Staaten;nbsp;*s Lands Sou vereinen; k wil dit ftuk hen overlaten,nbsp;Zyvonniffen, wat naars Lands Wetten, zuIkeenMannbsp;Isfchuldig, die verkoopt het Vaderlant. Jk kan.nbsp;Noch mag my niet voor hem, hier in, Barmhartig tonen ;nbsp;Wreed isme aan fchapen,wenme wolven wil verfchonen.nbsp;Ook raakt my dit niet meêr dan eenig ander Lidnbsp;Der Staaten,k laat dant recht begaan, met Heer de Wit.nbsp;Ik wenfche, dat herat Recht kon vroom en zuiver fchou-wen,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(wen,
Endatmemoogeophem, als voormaals, zich vertrou-Enzynbefchuldigcrs,alsvalfch,doenfchaamroot rtaan, Deftraf, voor hem beraamt, hen ftreng wierde aange-En om hier niet te zyn Party, en teffens Rechter, daan,nbsp;Endustefchynen, ommynzaak, des Wits bevechter,nbsp;Ga ik, myn Heeren, en beveele u t heilig Recht,nbsp;Op dat de waarheit des te beter word gezecht,
-ocr page 39-KORNELTS EN JOAN DE WIT.
Die anders, naogelyk, men fchromen zoude te uiten» lu tegeuwoordigheit van my,
De Heer en buigen zich.
TWEEDE TONEEL.
Joan, de Gedeputeerdens, Fiscaal. Procureur Gener AAL, Secretaris,
Fiscaal.
Mlt;
_ _;,en moet befluiten} Zal den Refchuldigden gebragc zyn hier alleen ?
Of, met den Ruwaart, zyn Befchuldgersbinnen treên ? Ü1 zaline, uit hunnen mond t betichte feit eerft horen.nbsp;J OAN.
Men leenc eerft naar het feit, t is beft, onze aller ooren.
Fiscaal.
Gy ftemt dit Heeren?
de Gedeputeerdens,
De Fifcaal klinkt met de tafel febeï.
DERDE TONEEL.
Joan,Fiscaal,DE Gedeputeerdens,Ge* WELDiGER,Procureur Generaal,nbsp;Secretaris.
Fiscaal;
_?reng Tichlaar, cnAnna,
Voor onze Rechtbank, en terftont.
Geweldiger.
xien halen, zy ftaanreeds gereed.
DE BROEDER-MOORDT VAN
VIERDE TONEEL.
Pr o cuREüR Gener A AL, Joan, FisCaa t. DE Gedeputeerdens, Geweldiger,nbsp;Tichelaar, Anna, Secretaris.
De Heeren gaan aan den tafel zitten.
Fiscaal.
Cjy zyt ontboden Voor onze Rechtbank, daar wyt recht, alsaardfchenbsp;Goden,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;richt
Verplichtzynteoefnen; denk, gy Raat als voort gc-Des Hemels, hierom kenne een yder zynen plicht, En fpreek de waarheit,dan behoeft gy niet tefchromen;nbsp;MaaLwenge on waarheit fprcekt,ist met u omgekomen,nbsp;De wreedfte pynen zult gy ondergaan, naar t Recht,nbsp;Des zyt wel op uw hoede , en weet wél watgy zegt.nbsp;Gy hebt den Heer de Wit, met gruwIykeeuveldaden,nbsp;Befchuldigt; Moort beraamt; en t Vaderlant verraden.nbsp;Blyftgy beftendig in het geen gy hebt gezegt?
t 2yD gruwelftukken die gy hem ten lalle legt. Tichelaar en Anna.
Ja, Heer.
, nbsp;nbsp;nbsp;Fiscaal.
Wil andermaal aan ons dan openbaren i De otnftandighcit der zaak, die u is wedervaren,
Eertkwam opt gruuwlykfeit, van Lantverraat, en Duszalmen horen, ofbeltendigzy uw woort, moort.nbsp;Tichelaar.
'k Weet wel in wat gevaar ik hebbe my begeven;
Ook weete ik dat ik waag rayn Eere, en ook my n leven; k Weet wel wie Ruwaart is,door my t hansaatigeklaagC,nbsp;Van een beraamden Moort; een Man, dien t noch be-haagt,
Den wervel van ons Lant, naar zynen zintedrayen. Met zynHeer Broeder, .en in t Hof wil boven krayen,
KORNELIS EN Om t eeuwig Staats Edict,
33
ten ondergang vant Lant, Het koftc ook wat het kolt, tc houden in zyn ftant.nbsp;Twee mannen, wiensgewelt eenyder heb te vrezen,nbsp;t Weet ook, wat gunfte my den R uwaart heeft bewezen;nbsp;Dochgunlt, noch oppermagt, my wauklendoet. Mynnbsp;plicht
Zal ik betrachten , in een zaak van zulk gewicht.
Ik weet ook waarik fta, tisvoordes Hemelsoogen , Die 't hart doorzien kan, en de waarheit fchift van logen.nbsp;Met die bewultheit, en een Patriots gemoed,nbsp;Ontdekke ik u de Slang die in zyn boezem wroet.nbsp;Weet dan myn Heer,k ben één van zynegunftgenoten ,nbsp;Al jarec lang geweell:, hy heeft zyn hare ontfloten,nbsp;Meermalen tegensmy, (cfproot uitgemeeuzaamheit,nbsp;Van daaglyklchommegang,) waar doorhy is verleid.nbsp;Hyfprakbedektlykteerll, optlellvryopenhartig;nbsp;k Sprak t zom wy 1 tegen, doch, ik veinsde althans, hoenbsp;fmartig
Zyn reden aan my was; vooral, wanneer hy boog Naar Vrankryk over, en Louies verheften hoog,nbsp;Hoe dier het Vaderlant was aan die kroon verbonden,nbsp;Om voorge welda^u, toen t van Spanje wiert gefchon-den,
En hoe ondankbaar t Lant zich hadde althans betoont, En Vrankryks gunfte, met ondankbaarheit beloont.nbsp;Voorts, hoe nadelig t was eenopperhooft te kiezen,nbsp;Dewyl de Staaceiizoudhunne Achtbaarheit verliezen ,nbsp;En hoe men helde, om thans het eeuwig Staats Edidtnbsp;Te fcheuren, voor het minft, het waggelde en wiertnbsp;verwrikt.
En wen Oranje bleef noch cengen tydt in t leven,
t Edia was krachteloos, wyl hy zou boven ftreven; Geholpen door hetGrauw,tots Lants Stadhouderfchap,nbsp;Doch, was hyDoot.t Lant was gered door dezen ftap.nbsp;Dan vroeg hy eens, of, als vertrouwlinge, ik verkeerdenbsp;Met Willem, en de Prins in Eenzaamheit iïa/wde.nbsp;Dan, of hy althans was met eeuigc verzelt.
54 de BROEDER-MOORDT VAN Myn antwoort was, de Prins is op geen wacht gellclt,nbsp;Hy acht zich veilig; is geruft op myne trouwe.
Ten lefte, borfthy uit, hoor Tichelaar, kbefchouwe Inu eeninanvolmoets, ik neeme eenaanflagvoor,nbsp;Gy zultze uitvoeren, leentge my uw hant en oor.nbsp;Maar,zweer iny heden, eer gy gaat van hier vertrekken,nbsp;Al wat ik uontdekke, aannieinanc Boitte ontdekken,nbsp;k Verzeker u, gy worder door eenman van Raat ^nbsp;Gy weet wat ik vermag, des voeg u naar myn raad.
kOntzette, en beefde, enkongeenantWoortaanhem geven;
Zweer Tichlaar, riephy, zo ge zucht hebt voor uw le-ven,
Het is gedaan met u, indien gy langer toeft;
Verkies de Doot, ofStaat. Myn harr,alstoegefchroeff. Zwoer, tgeenhy zeggen wilde, aan niemant noic tenbsp;melden.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_
HieropdenRuwaart,eerfl:ontftelt, zich weer herftel-Enfprak, t is thans gedaan met Willem, of de Wit, Sny hemden ftrotaf, wen hy onder t fcheerraes zit,nbsp;Gy kunt gemakkelyk uit zyn vertrek geraken,
(Wyl niemant u verdenkt,) eer men u kan genaken , EnvluchtdnntLantuit, bydesFranfehen Lelyvorft,nbsp;Dienaar tOranjebloet, zowel als Ruwaart dorfl;.
Ik deifd, hy gaf my moet, met if outly k te onderwinden, En deed beloften van zyn hulp, en vaazyn vrinden.nbsp;En vroeg, w'at s uw bc fluit ? geperfl in zulk een noodt,nbsp;Nam ik t ftoutmoedig aan, en zwoer Oranjes doot.nbsp;Wanneer ik veilig was, en voor my zag een open ,nbsp;Ommyngewiffedoot, door myne vlugt, te ontlopen.nbsp;Doch, wylmyisbcwull:, dat eengedwongen Eed,
Zy kracht-en ftrafFcloos, en is den zweerder leed,
Ja, wyl men in de Biecht, daarmealles durf vertrouwen, Geen Lantverradery verborregen mag houwen.
Had ik geen zwarigheit, te maken openbaar ,
Aan zyne Hoogheit, van zyn nakent Lyfsgevaar. Daar hebt gy Heeren, al het gceue ik weet te zeggen.
J o A
-ocr page 43-Joan.
Gy hebt dit moogIyk, by u zelf g^an overleggen, Om Ichyn te geven aan uw opgeticht verraad,
Door zelf belang, of wel uit iiigckropten haar. Tichelaar.
Heer Advocaat, zit gy hier alsparty, of Rechter?
O m welke réén, Rel t gy u aan als myn bevechter ? Fiscaal.
Gy Anna , meld ons, wat gy immer hebt gehoort, Tüt nadeel van den Heer de VVbt, maak, datuwwoortnbsp;Zy zuivre waarheit, en geen los en ydel blaffen,
Of zullen u, naark Recht, als een valfchaardgcftraffen. Anna.
k Had noit gedachten, te befchaldigen myn Heer;
k Heb in me eenvouwigheit,aan deeze.en ge ju,wel eer, tGeval verhaalt, datmyis, tegenswil, weêrvaren,nbsp;V'anmynenHeer; ik dacht, men zalt niet openbaren,nbsp;Aan t Hof, veel min dat ik zou worden opgelicht,nbsp;Envaftgezet, alshadde, ietfchandlyks, ikverricht.nbsp;Want, k hebbe niets gezegr, ¦ of t is de zuiv re waarheit,nbsp;Dochnoicgedacht, mynHeer te brengenindees naar-heit,
k Bekenii , het is my leet, hadde ik dit wel voorzien, Ik had myn loffe tong bedwongen.
Fiscaal.
Udan bewuRis, dat gy waarheên hebtgefproken, Melt ons dan alles, -wanthetftuk, reeds uitgebroken,nbsp;Is te over ons bekent,
Anna,
Weet dan, k was in t vertrek Wan mynen Heer, enhad, vantLedekant, hetdek,nbsp;En t bedde goet gelegt op nevens (taande (toelen,nbsp;Wanneer mynHeer kwam inde zaal, k hield op metnbsp;woelen,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;roert;
Vermits ik merkte, dat myn Heer fcheen ganfeh ont-Hyjmet zyn'Moed (er Jieer,en fprakf door drift vervoert, C znbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(28)'(lgt;a¥
-ocr page 44-gö DE BROEDER-MOORDT VAN (iS) 't Lant is verkocht,maar, boe zal bet gelevert worden}nbsp;Deczonverwachte galm my beven dcede, en porden.nbsp;Om achter t Ledekant te fluipen, en zo voortnbsp;De zaal uit, zonder dat mynHeer myhadgehoort,nbsp;Dewyl hyfcheenvcrrukttczyn,door veel gedachten.nbsp;Dit s my alleen ontmoed,niets hebt gy meer te wachten.nbsp;Fiscaal,
Het is genoeg? begeef u beide aan geenezy,
Tot gy ontboden word by uwe weerparty.
Tegens den Geweldigerr
En gy, breng Ruwaart hier.
Geweldig er
k VolbrengeuwiaR,
VYFDE TONEEL.
Joan, Fiscaal, de Gedeputerdens, Procureur Generaal, Secretaris,
Procureur.
^,yn zinnen
Zyn vol gedachten, enmy koomt noch veel te binnen , De omftandighedeo, ftraks van Tichelaar gemclt,
My maken méér en meêr bekommert, en outilelt. En het getuigenifvan Anna, doet my vreezen,
Dat hy aan Landverraad,opt hoogftzal fchuldig wezen Joan.
Slaatgydusligt geIoof,wanneerme iets fchelms verzint, Uit haat,en vyantfchap?k acht zulks niet meer dan wint,nbsp;k Vertrouwjhet tegendeel,zal,tot hun fchande,bly keu,nbsp;De Eenvouwge waarheic zal voor logens noit bezwy-ken;
Jk weet, myn Broeder zal wel haalt in hellen dagh, De Waarheit zetten, en vermorzlen, met éénflag,
IDe
(28) Dit geruchte, wegens t geval van de Meid, wü verfpreid door t ganfche Lant,
-ocr page 45-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 57 De valfche Logcns, die, godJooslyk zy verdichten,nbsp;Daar is hy,k ziecgedrocht voor zyne fierheitzwichcea.
ZESDE TONEEL.
Joan, Fiscaal, d e Gedepüteerdfns, Eornelis,Geweldi ger, Procureurnbsp;Generaal, Secretaris.
Fiscaal.
HeerRuwaart, wyluisbewuft waar na gy tracht. Denkt gy zeer licht, waarom men u heelt hier ge-bragc,
Doch, of c u door den tydt, ten deélc was vergeten, Zultgy uwmisdryf, uit mynmonde, bondig weten.nbsp;Gy word befchuldigt,Heer,met Lantverraad en Moord;nbsp;Tweegruwelfl:ukken;noitint Vaderlantgehoorc, dennbsp;Gy heb:het Lant verkocht,en tracht,kont zyn t in han-Tc Icvren van Louies. Geen wonder, dat de banden,nbsp;Voormuuren van ons Lant, alreeds verbroken zyn;nbsp;Geen wonder, dat ment volk gelicht heeft, (metdieonbsp;fchyn,
Alsofzyn Hoogheitt volk dacht elders te gebruiken,_) Uit fterke Veilingen, in ftaat, de magt te fnuikennbsp;Des vyants, op dathy er, zonder flag of floot,
Kon in geraken , met dien fchyn, als of t gebood Zy nHoogheit,cn wiens hant,t is moogly k,gy nabootfle.nbsp;t Is uit met veinzen, weet, men kenne dallerfnootfte,nbsp;Diedeeze gruweldaat, godiooslyk heeft verricht.
Gy Ruwaart zyt verdacht; gy wordermeê beticht. En om de voortgang, van de Franfchcn niet te fluiten ,nbsp;Dorftgy, ógruwellluk! toteenen moort befluiten,nbsp;Dewyl gy voorzag, wen zyu Hoogheit opden trapnbsp;Verheven wierde, tot des Lants Stadhouderfchap,
Gy dan het Lant zo licht en veilig, aandeFranfchcn NietLcvren konde, desge op fnode toon wouddaiifennbsp;Wyl gy wanhoopte, en wel vóórzag, dataTtgewoel,nbsp;C 3nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Zoa
-ocr page 46-38 DE BROEDER-MOORDT VAN Zou vrüchtloos zyn, en gy dan nou zond treffen t doel,nbsp;OmzyneHoogheit, door uw liften te onderdrukken,nbsp;En hierom naamt gy voor, hem, uit onze arm te rukken,nbsp;DooreeiiTervloekteMoort. maar, dank zy de Opper-magt,
Die dien beraamden inoort heeft aan den dagh gebragt. Wat zegtge Ruwaart ? gy verbleekt; ik zie ubeven.nbsp;K ORNE LI s
k Verbleekeenbeeveja, door woede en toorn gedreven, Geenzins uit vreeze voor uw opgeticht verraat,
Ik hebbe een blank gemoed; kzoektwelzyu van den Staat.
En durft gy, Heer Fifcaal, my zulks te voren leggen; Uw Rechtbank is ontwaart, ter onfchult iets te zeggen ;nbsp;ïlebt gy ons hier gebragt, als hadde ik iets misdaan,nbsp;Om, als befchuldigde, voor uw gericht te ftaan? ter,nbsp;k Erkenne uw Rechtbank niet, noch u voor my ncn Rich-3k daage u zelve voor s Lands Edle, als myn betichtcr,nbsp;tis voordeRidderfchap; daar moet ik ftaan te lecht,nbsp;Daar dage ik u, om reen, van i geene gy hier zegt.nbsp;Te geveü, deeze bank is my geen antwoort waardig.
Fiscaal, nbsp;nbsp;nbsp;vaardig,
Spreek ftout, myn Heer de Wit; gy hebt uw' fcliuiihoek Waar ingcu wilt. kon tzyn, verbergen voor ons recht.nbsp;Zoek andre uitvlugten,want. deeze uitvlugt iste licchr,nbsp;Gy hebt te veel verftant, myn Heer , om niet te weten,nbsp;Die zich heeft Perfoneel, re goddeloos vergeten,nbsp;Dusverre, om Lantverraad te plegen, cneenMoort,nbsp;Niet aan de Ridderfchap, maar t Hof vari Hollant hoort,nbsp;Het feit is hier beraamt; hier front gy tuit te voeren.nbsp;Kornel I s.
Wat feit; wil uwe tong van t lafteren befnoeren, Nly is geen feit bewuft, ikhebeeen blank gemoed,
k VVeetvan Verradery,noch Moort, k heb trouw myn VoortVaderlantgewaagt, in veellerlygevaren, bloed,nbsp;En zoude ik met verraat, myn vroom gemoed bezwaren!nbsp;Ik fchroom geenamweore ü te geven, op uw vraag,
-ocr page 47-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 3^ BehoudenstRechc, alsLit derRiddei'fchap, vertraagnbsp;Dan niet, ik ben berei: gecuigenisf te geven,
De waarheit, deezczal doen fiddercn en beven.
Al myn Befchuldigers. wiez,ynze? brengtzc voort.
Fiscaal. Tegens deGevaeldignr^ Haal de Befchuldigers.
Geweldiger.
t Gefchicde nauw woort.
ZEVENDE TONEEL.
JoAN, Fiscaal, de GedepuTeerdens, Kornelis, Secretaris, Procureurnbsp;Generaal.
Fiscaal. nbsp;nbsp;nbsp;blyken,
Ik wenfchHeerRuwaart, dat uwe onfchult klaar mag £n,optbcfchuldgen,uwgemoed niet zalbezwyken.nbsp;Maar, ze overtuigen van hun valsheit, en dus klaar.nbsp;Waar door uwe onfchult blykc aan ydcr openbaar,nbsp;Maar vrees, gy zult te licht int wegen zyn bevonden,nbsp;Met uw verdeediging, wen gy, uit hunne monden.nbsp;Zult horen....
Kornelis.
Hemel! zie ik TichIaar, en Anna!
Joan, Fiscaal, de G e dep uteerdens, KoRNELis, Tichelaar, Anna, Geweldiger, Secretaris, Procureur Generaal.
Fiscaal. ützet u hun gezicht'. Heer Ruwaart?nbsp;Kornelis,
ik fta
Verwondert! hoe! zyn zyt die durven my betichten?
40 DE BROEDER-MOORDT VAN Mctgruwlykceuveldaaa? durftgy liênzulksvcrdich-ten?
Ontrouwen fchelm. en gy, wat hebbe ik u gedaan , Om naar mynondergang, valfchaardiglyk te Itaan?
Anna. nbsp;nbsp;nbsp;Zy fcbrtid.
kHcbninmierraeergedacht,mynHecr,om u tefchaden, Veel minder toegelegt u valfchlyk te verraden ,
Door onbedachtheit hebbe ik flegts een woort gezcit, Kn hierom ben ik int gevangenhuis geleid,
En moefl: toen melden wat ik u had hooren zeggen. Kornelis.
Hoe! wilde ik immermeer u iets te voren leggen?
Ik, met u fpreeken van s Lants zaken I nimmermeer. Anna.
t Is zelfs uonbewuft, dat ik zulks hoorde, Heer, Ooktegensmynen wil, deshaddeikmy verfteken.nbsp;Om niet te horen watgy verder wildefpreken,
Tot ik kwam ongezien, fluipswys de flaapzaaleuit. Kor NELis.
En wat hebt gy gehoort, waar uitme iets kwaats befluit? Anna.
Gy fmcet uw Hoed ter ncêr,fprak driftig,zonder orden, Het Lar.t is reeds verkocht, boezal'tgekvert veurden.
Kornelis, nbsp;nbsp;nbsp;Denkende.
Ja, t isme ontvallen, maar, is dit nu Lantverraat?
] k heb t gezegt uit zucht voor t Vaderlant en Staat;
c C.emoet was vol van al die droevige geruchten;
t Veroveren der Steên; hetjammerlyke vluchten.
Vandarmen Huisman, en deonéénheitindeuRaadt; Ditbragt vermoede in my vaneen verraad , die daadnbsp;My dus vervoetde, datik uitriep, buiten orden,
^t Lant is verkocht, maarnoitzal bet gelevert worden.
Fiscaal. nbsp;nbsp;nbsp;Maar nnit
Houd op, Heer Ruwaart, dit s een dray; t fcheelt veel, 7.al't Lam gelevert zyn, uw woort was, boe zalt cisnbsp;Qehvert worden? desverdrairgt uwe woorden,
Heel andersalsze Anna, uit uwen monde hoorden,
Hier
-ocr page 49-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 41 Hier fchynt gy als begaan; daar toont ge u ongeruft ;nbsp;Voor t minftjvan koopinanfehap moet iets u zy n bc wuft,nbsp;Op wien vermoed gy, datze met den vyant handlen,nbsp;Zyn tmeede Leden, diebedrieglykmctous wandien?
kBefchuldigniemant,doch,men hebbe kwaad vermoên, Op zulke, die hunn Et d nu geen geftant meêr doen ,nbsp;De Souvereiniteit, beruftende in de Staaten,nbsp;Opdragen één Perfoon.
Wil claftren varen laten,
t Zyn logens, uitgeftroit uit nydt en bittren haat,
De Souvereiniteit blyft beftendig in den Staat, OffchoontStadhouderfchapdePrinsword opgedragen.nbsp;Dit ftuk is afgepleit; tis Hollants welbehagen,
Dat zyne Hoogheit thans zal treden op den trap.
Van zync Vadren, tot des Lants Stadhouderfchap, En, nademaal gy weet, geen Lantverraar te noemen,nbsp;Moetik u, volgenstrecht, alsLantverraderdoemen,nbsp;Uweigenmond, mynHeer, heefttegensugetuigt;nbsp;Het is belachelyk, dat gy uwe uitfpraak buigt.
En geeft eenandrenzin,door drayiuge,aan uw woorden. Mek ons, wie, nevens u, het Franfche Gout bekoorden,nbsp;Uwmeedeplichtigen; want, dit sgeen werk voor één,nbsp;Wie fpannen met u aan, om op den nek te treên,
De Maagt van Hollant, en gantfeh Nederlant? te zamen, Door de Unie, vaft veréént.
Moet gy u thans niet fchamen. Om zulk een vraag ? wie zal ik melden ? niets is rnynbsp;Bewuft van Lantverraat; veelmin, datymantzynbsp;Meêpiichtig.
Wel, blyf hart, maar denk men kan u dwingen, Daar zal wat anders u, voor uwe fchectienfpringen ,nbsp;Spreek Tichlaar, waar toe gy, van hem zy t omgekocht.
Tichelaar.
t Is, dat ge door my u bant, de Prins te moorden zocht, k Wift welgt;dat elk t verraad bemint,maar den verrader,nbsp;Ten allen tyden haar; des c bloet my in myne ader,nbsp;Doorfchriicen vrees bevroos.kbekennCjik heb den Eednbsp;Aanugedaan, veracht, doch, t is my geenzins leet,nbsp;Wyl ik mynedig ben ter liefde van den Lande ,
En de Edle Oranjespruit, diegy, ógrootefchandc, Door myne handen dacht te moorden, k heb t belooft,nbsp;Maartwas door dwan^, dcwyle ik vreesde voormynnbsp;Kornelis,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hooft
Watzegt gy ! Tichelaar! heb ik u iets geboden ,
Ja, zelfs doen zwei en, dat gy zoud zyn Hoogheit doden? Waarmecdehebbeik, ichelm, ditftukaanuverdient?nbsp;Durft gy, dus valslyk my betichten! fnoden vrient,
Is dit myndank, van u te hebben weer ontflagen, Toen, voor inynRcchtbank,menbeüoutuaan teklagcn,nbsp;Enwreektgeopdeeze wys, u, dieikhebvcrfchoont ?nbsp;Tichelaar.
Neen Heer, k beken , gy hebt my gunfie toen betoont, En dagt licht,door die gunfl;,my aan u te verpligten, tennbsp;Of ook,t was mooglyk, myn getrou wheit zoude zwich-Voortminll:, ge ontdekte aan my, vantydttottydt,nbsp;uw hart,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zwart
t Welk was van Haat en Nydt, enMoorrt, cnboosheit Doch t fnoodfte was, door my, zyn Hoogheit te vermoorden. Kornelis.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;woorden;
Jkmerk, men hoort met luft, naar dezen fchelm zyn Is t om myn hooft te doen, men fla den kop my af.
Veel liever lydeik zulks, dan eereloos en laf,
U fchult bekennen, wyl geenmisdaatis bedreven j Ik wil voor t vaderlant opofferen myn leven ,
Ja, voor zyn Hoogheit zelfs, uitfforten al myn bloet, Gewillig, onbevreefl:, met een geruft gemoed.
Fiscaal. nbsp;nbsp;nbsp;Wetten,
Men dingt niet naar uw hooft, dan voliegens s Lants 'Die Wetten zullen u, wyl gy hebt fchult, verpletten,
Ten
-ocr page 51-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 45
Ten zyge uw fchult bekent, en om genade fmeekt Zyn Hoogheit, dieopt ftrengO: zich noit aan ymantnbsp;Korgt;ielisnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;wreekc.
Ik fchult bekennen! hoe! zoude ik myn ziel verraden, En dus, door logenen, de vloekwetopmy laden?nbsp;Neen, Heer Fiscaal, te vroom is Ruwaart opgcbragt;nbsp;gt;kZal noit een fchantvlek zyn van inyu beroemt gedacht.nbsp;F t SCAAL.
Gy blyft hartnekkig, en hoortzelve watzyzeggcn,
En onparcydig u, uw fchult te voren leggen.
K o R N E L I s.
Wat zy ook zeggen , t eeneis enkel misverllant, Verkeert vei Haan. En wat u melt dien fuoden kwant,nbsp;IsLogen, Ladertaale, enfchelmsvanhcinverzonnen;nbsp;Een fchelm is geen Pcrfoon; hy is door t Rechtge-fchonncn,
Enkan, noch mag hier niet voor uwe Rechtbank Haan ; Wy 1 hy verdacht is,neemthct Recht zyn woord niet aan,nbsp;Hy hebbe geen geloof. Des ben ik zeer verwondert,nbsp;Wylzulk eenboos wicht word gehoort,niet afgezondertnbsp;Van uwe Rechtbank, tisgeenkunftjeenfchyn-berichtnbsp;Tc geven, wen door haat, men ymant valfch beticht,nbsp;Waar zyn getuigen? heeft hy fchrifcen ? blyk vanwaar-heit ?
Geen Rechter geef geloof, of hebbe licht en klaarheit; Dus kan men dageiyks elk flepen voor t gerecht.nbsp;Wanneer men geeic geloof aan tgeeneeenTchellem zegt,nbsp;Fiscaal.
Ons is zeer wel bekent, Heer Ruwaart, wie mag komen Voor onze Rechtbank, ook is wel door ons vernomennbsp;WicTichlaaris, en dus bevonden, dat hy magnbsp;Getuignisgeven, vandewaarheit. Uw gedrag.nbsp;Bekent aantganfche Hof, beveiligt deeze waarheit,nbsp;En het getuigenis van haar, geeft zy veel klaarheit,
In alle omltandigheên, omu, met fors gewelt,
Te dwingen, totge uw fchult, cn meede plichtersmelt. Meli zal de waarhcic u, door pya, ter keelc uit wringen v
En door de folrcrkoort tot fchult bekentnis dwingen, Hierom bedenk u wel 5 beken vry willig, en,
Hoop op genade, wcnge oprecht uw fchult bekenn.
k Benin de magt van wreê geweldenaars, myn leven Hebtge in uw hant,inaar,noitzal my den moed begevennbsp;En fchoon ik toe Item , door de py n, die t hart beknelt,nbsp;Watgybegeert, tisvalfch, enflcgtsdoorpyngemclt.
Joan. nbsp;nbsp;nbsp;gen.
Hier s geen bewys, myn Heer, om hem ter Ply te bren-k Zaloptgciuigenisvan hen , zulks noic gehengen; Zie voor u wat gy doet, bely denk door pyn,
De flrot omwrongen , moet verdacht den Rechter zyn, Myn Broeders IN een, heb zo veel kracht, dantja, vannbsp;Fiscaal,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dezen.
Myn Heer de Wit, beginrgc ook voor u zelf te vrezen, Of, in het melden der meêplichtigen, ookgynbsp;Uw deel zult hebben? Wie hartnekkig is, de Plynbsp;Gedwee moet maken.
Joan.
Hoel durft gy ons ook verdenken, ills of ik mynen Eedt bezoedlen zoude , en krenken ?
t Vermoede mag niet zyn van Hollants Advocaat,
t Is tyd t, k leg neder t Ampt vry willig, voor den Raadt, k Verlaat uw Rechtbank, k wil niet zyn een ooggetuigen,
Van uwe eenzydigheit, diet rechte krom wil buigen, Daar legt mynLaltbricf, en t groot Zegel van het Lant.nbsp;Ik ga.
Fiscaal.
Neen blyf,mynHeer,t Recht moet gy biên dchant. Gy doet zeer wel, uw Araptte leggen neêr, op heden,nbsp;Wantjdie verdacht is, kan noch mag,dit Ampt bekleden,nbsp;Maar, gy word thans gekent van onsalsmeedeLid,nbsp;Van het JuUicie Hof. k heb lalt myn Heer de Wit.
Om in der Staaten naam, dit duidlyk u te zeggen, Wanncerge,als Advocaat,uw Ampt woud neder leggen,
Gy
-ocr page 53-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 45 Gy moetthans, nevensons, aanhoren wat men zegt,nbsp;Wanneer uwBroeder, op dePynbankword gclegt,nbsp;Op dat geen vaifche maar men koome te verdichten,
Of we onrechtvaardig hem, uit nydigheit betichten, Joan.
Hoe! pleegt gy geen gewelt ? te py nigen een Man, kan? Die ouweerfprèeklyk zich voor c Recht verdedgeanbsp;Noit zal ik ftemmen tot vervloekte afgryslykheden;nbsp;Opt los befchuldigen, te martlcn'smenfchen leden.nbsp;Ft SC A AL.
Wanneer de zaake blykt aan elk , intopenbaar,
Dan is de ontkenning flegtshartnekkigheit. k Zie klaar, Gy vreeft, uw Broeder zal aan ons te veel ontdekken.nbsp;Joan.
Ja, logens vreeze ik, zult gy uit zyn halze trekken Door eene onlybre pyn.
FiSC AA L.
Houd op, het is genoeg. Heer Ruwaart,k bidde u, dat ge u naar bekentnis voeg,nbsp;k V erzeker u, wanneer gy wilt uw fchult bekennen,nbsp;Vrywillig, zonder dwang, en nedrigu gewennen,nbsp;Te doen eenvoetval voor zyn Hoogheit, noch genanbsp;Voor u zal open liaan; maar, beef als t is te fpa ,nbsp;Want, voor Barmhartigheitzaltoogezyn gefloten,nbsp;Men zal u, als verraar, ten fpiegel voor dcGrooten ,nbsp;üe Doot doen lydcn, door de Itraf die op u paft,
c Is geen bedryging. Heer, ik weet, en volg myn lalt, Bedrieg u niet, als ofmen fleges had voorgenooraen,
U ftreng te drygen, neen, t zal tot de py nbank komen. Wat tegtgy, blyftge noch hartnekkig?
KoaNELis,
Ja, ikkaa
Niets anders zeggen dan tbetaamt ecneerlyk Man, Die fpreekt de waarheit.
F ISCA AL.
Wel, GyHeereu, ftemtgyoieede. Om hem tcPyngen?
Bs
-ocr page 54-DE GeDEPUTEERDENS. ja.
Joan. ,
t Strydt tegens recht en reedc. Fiscaal,
Wel aan, Geweldiger breng hem in t pyn vertrek.
K o R N Ë L ) s,
(2^')'kBelacbt: Uiic Pyr,igen, betfulteren verv^ekk'
Méér kracht in inyigemoed, om deonfcbultteverdedgejiy Dan zy, die valjchelyk dit durven uier beëdigen,
EERSTE TONEEL. inbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Oranje, Kolonel.
Oranje.
Joan heeft néér gelegt zyu Ampt, als Advocaat VanHollant; is thans Lidtvans Hofsjuftiticraadt!
t Groot Zegel is hy kwyt, t is reeds gebragt in handen Van haar Hoogmogende,
Kolonel.
Waar hy die dierbre panden Wat vroeger kwyt geweeft, herwaarde Vaderlatit,
Zou thans niet zyn in zulk cenjammerly ken Rant,
Nu legt hy t neder, wylde vreezhem heeft grdrongcn; Infchyn vrywillig, om te worden niet gedwongen.nbsp;Tot affiant, maar te laat, wyl alles is verwart.
Oranje. nbsp;nbsp;nbsp;hart.
Houd moed, mynHeer, voor my, ik heb noch moed en Indiener Eendragc is int midden van deStaaten,nbsp;Enalsmc op onderflant zich zeker kan verlaten,nbsp;tElendig Vaderlantte redden uit zyn noodt, doot?nbsp;Maar, tharteismybeklemt, kvrees Ruwaartgaat ter
Hy
(28) Dit wilme, dat Kornelis zoude gezegt hebben, najt Fynigea.
-ocr page 55-KORNËLIS EN JOAN DE WIT. 47 Hy wordgepynigt, wyl hyallesdurft ontkennen,nbsp;Kolonel.
TotfchandIyke euveldaan dorfthyzichlanggewehnen Hecishaitnekkigheit, uit Haat, en bitfche Nydt nbsp;Gefproten, om te doenzyn Hoogheicbittrefpyt,
Uit vreeze of zyne hant den teugel mogte ontglippen, Wengy hem ratte, al zou vermorzIen, op de klippennbsp;Dcsvyants, tVaderlant;- hy blyftlaatdunkentflaan,nbsp;Op zyn belluit, om u te nemen nimmer aannbsp;Tots Lants Stadhouder,fchoon de Staaten zulks begeren,nbsp;Endeingezetnen, alsStadhouder, u reeds eeren,nbsp;Ikzwygvandien beraamde en goddelozen moort.
Oranje. nbsp;nbsp;nbsp;hoort,
Men heeft noch uit zynmond het fchelmflukniet ge-k Hoop op zynontfchult,en,ten befte,t uit moog vallen. Wat zegt de Burgery? wat mompelen zy allen ?nbsp;Kolonel.
Zy zyn verbittert, en al t grauw toont zich verwoed, Op beide Witten, k vrees, zy dorften naar hun bloet,nbsp;De naam van Lantverraars is in hunmond befturven.
Oranje. nbsp;nbsp;nbsp;ren,
tZyhoehetuityaltmetde Wit, tGrauw zalnietdur-letstegcns u beftaan, tot nadeel van de Wit, Wanneer de Burgery gcfchaart ftaat in t gelid;
Wil met tweeReyen, van het Hof, deftraat bezetten, Tot aan t gevangen huis en poort, en dus beletten.nbsp;Wen hy word weg gebragt, dat hem geen leet gefchiet.nbsp;Hun Vrouwen uadren. Ga.
Kolonel.
k Zal doen wat gy gebied.
tweede TONEEL. Oranje, Maria, Wendela, Maria doeinbsp;een voetaal voor Oranje,
OranJ e.
at s dit Mevrouw, reis, wilt gy dat ik my ne ooren
Zal
-ocr page 56-48
Zal lenen naar uw klagt, en uwe rednen horen.
Hy redt baar op.
Mar ia.
Wat hoore ik, groote V orft, wat hoore ik, is herwaar gt; Wordinynen Ruwaart thans gepynigt ? in gevaarnbsp;Gebragt. om doordepyn, te moeten ieis verklaren,nbsp;Ganfchftrydig met zyn harte? ent vroom gemoed bezwaren,
Met valfche logenen, van t geen' hy nimmer dacht ? Slaat gy geloofaan t geen men hcbbe u aangebragt ?nbsp;Heeft eenen valfchen Ichelm geloof by u gevonden.nbsp;Die reedszyngoede naame, en eereheeft gefchondcnnbsp;Die, door de wraak vervoert, dit fchelmftuk dorlt bc-ft aan ?
En neemt gyt los verhaal van eene Dienftineid aan, Voorzuivre waarheit? die den zin nietis gehleken,nbsp;En avrechts heeft verftaan al t geen zy hoorde fprcken ?nbsp;6 Neen, doorluchte Vorft, uw wysheitistegroot,
En Doorzichtkunde,omniettemerrekkcn, hoefnood, En valfchclyk men trachtmynRuwaartteverftrikken.nbsp;Hy r, Vaderlant vcrraên! een Zuil,niet om verwrikken,nbsp;Die Lyf en Leven heeft geftelt voor t Vaderlant!
En, in zyn grootfte noot, heldadig bood de hant! Getuigen zyn hier van(^29)de groene Lauwerbladen,nbsp;Om t hooft gevlochten, voor zyn wyd beroemde daden.nbsp;En zulks getuigt (30) den Kop, te Dordrecht hem ver-EncTafereel, daar hydenvyant in braveert, eerd.nbsp;Dit heeft hy tot eenloon, voor zynen dienfl:, ontfangen;nbsp;tis, teronfterflykheit; int Raadhuis opgehangen. ^nbsp;Wie heeft den (31) Biffehop inzyn fnellen loop gefluit.
Aan
( 29 J) Zyn Perzoon, en Oorelogs bedryven, zyn te Dordrecht gefchildert, ent fchildcry, tzynereere, int Raadhuis opgehangen.
(30) nbsp;nbsp;nbsp;De Heeren van Dordrecht, vereerden hem, voornbsp;zyne Helden daden, eenGoudeKop , waarop zyne Dadennbsp;gegraveert Honden.
(31) nbsp;nbsp;nbsp;Hy heeft zyn yver getoont tegens den BilTehop,
aas
-ocr page 57-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 49 AandYffcl? wie, dan hy, opChattam gevrybuit?nbsp;Wie in Chymes de vloot des vyants Hout befprongen,nbsp;Verovert CU verbrandt^ wie hem tot Vreê gedwongen?nbsp;Wast Ruwaart niet? gefchikt van t Lantop Hollantsnbsp;Vloot,
Metlaft, te doen al t geen ten oorbaar hy befloot. Wie opende, dan hy, de keel van Hollants Havens ? vens,nbsp;Wiejoegcen fchrikoptlyfdenBrit, doortalomdra-DerSraatfeheRuiteryeOpChattam? twierde ontrulT:,nbsp;Wyl Englant, tSraaten volk zag op zyne cigc kuft.nbsp;Wie floot voor dEngeisinan deZee, en hielthaaropennbsp;Voor Hoüant ? wie wrong toe den hals der Theems^doornbsp;t flopen
Vant Engels vaartuig? toenganfehLondenwasontftelt, En ademloos, ja, fchier ter neder laggevelt.
Intkort, tis Ruwaart die dit alles dorlt verrichten. En wilinc zulk een Helt met gruwelen betichten.nbsp;Van Lantverraad, enMoort? hetfchreeuwt omhoogenbsp;om wraak.
Wat overeenkomfl: heb zyn dain, met zulk een zaak ? Hy heb de Vreede, dpor zyn daden t meeft bevoordeelt;nbsp;Hys noch in Raat om zulks te doen, wierdhygeoor-deelt
Slegts waart te zyn, omeensmet Vraukryk in gefprek Te treden, ktwy fel niet. Mars ftont op zyn vertrek.nbsp;Waar op de Vreede eer!ang,nien zoude kunnen trefFen.;nbsp;OranJe.
Mevrouw, Rel u gcruR, men kan dit wel befeffen;
k Weet wat denRuw'aart heeft,voortVaderlant gedaan; .k Meen ook te w'etcn wat hem hier toe porden aan;
k Geloof, wclmecncndc is geweeR toen zynen handel, k Geloof, s Lams welzyn was den Regel van zynwandel.
Maar,
ain de YfTel, de Engelfche Oorelogfchepen , inChattam en Chyrneffe, verhrant, en verovert, Engelant ontruft,nbsp;en dus de Vreede bevordert, in den Taaie I6ó6.
D
-ocr page 58-JO DE BROEDER-MOORDT VAN Maar, waar toe word den Menfeh niet al door Nyt vervoert?nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;roert.
Verwaande Hoogmoed wel het woelend harte ont-tWelklicht dan overflaat om t kwaadfteteverkiezen , Uit vreeze of hyeens mogt zyne Achtbaarheit verlie-Dnskan eeuecrlyk man,de trouwde van den Staat, zen.nbsp;Eeiifchellem worden, zich begeven tot verraadt.
En om verraderye, en onbefchroorat, te plegen, Zich zelf tot moorden j en bloetbadeu toont genegen,nbsp;Om dat men al zyn doen naiiwkeuriglyk verfpiet.
Dit is niet nieuws. Mevrouw, hetiswelmeêrgefchiet, ZelfsinonsVaderlant, doch, k wil het befte hopen.nbsp;Van uwen Man, en dat hy zich niet heeft verloopen,nbsp;In zulke gruweldadn. hy heeft noch niets gemelt.nbsp;En, naar t beleiden, eer ft den Rechter vonnis velt.nbsp;Wat my aangaat, ist waar , ik wil het hem vergeven ,nbsp;Mits, dat hyfchult bekenne, en ongeveinft wil leven,nbsp;In alle oprechtheit, en ten dienft van t Vaderlanc:nbsp;Wat aangaat t ftaats belang, k bcloove u by myn hant.nbsp;Ik zal de zachtfte weg cu middelen gebruiken,
Diet Recht ons toelaat, om het forsgewelt te fnuiken , t Welk op zynondergang en doot zal blyven ftaan.nbsp;Wendela.
EnwatheeftmynGemaal, sLands Advocaat gedaan, Waarom verdenktmen hem , alszyndeeeiiLantverra-Van wie koomt dit gerucht ? of is hy ook den dader, der?nbsp;Van een beraamde moort ? zeg, wie befchuldigt hemnbsp;MetLantverraad? gaf hy er ook toe zyne ftem?nbsp;Zyn t giflingca ? t is valfch , dus kan me eik een betichten ,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ten,
En in hun tooraIoos brein een fchelmfchedaat verdich-'t Isde eigenfehap vant grauw,het duid ofgoet,ofkwaat, Nadat,inOorlogs tydt ,c Schip zeilt van onzen Staat,nbsp;Indient gaat voor de wint, men zal de Scierluy loven,nbsp;Maar, raakt het in gevaar, men wil hun hoofden kloven,nbsp;Dits noch te dulden van het oubezonue grauw.
Maar
-ocr page 59-KORNELIS EN JOAN DE WIT, ft Maar zullen Raden zelfden Stierman brengint nauw,nbsp;Dics onverdragely k,en fchreeuwcom wraak,ten Hemel.nbsp;Thans moet hy zuchten, om het onbefuift gewemelnbsp;Van t Grauw, Hy hebbe uit noot, zyn ampt, (32J hemnbsp;opgeleid,
Verlaten, en zyodienfl:, als Advocaat ,ontzcit, ver, t Ondankbaar Vaderlant. tGedeukt niet meêr aan dy-Bctoond in zynen dicnfl:-,hy (33J was den fterkfte dry ver,nbsp;Ter bouwinge van eenc ontzachelyke V'loot,
Als t middel zyndc om t Lant te redden uit zy n noodt ? Hy zorgde, en onvermocit, om alle krygtuigs huizen.nbsp;Zelfs ckibbel, te voorzien van ScheepsMetalebuizen !gt;nbsp;Toen hadme een Vloot in Zee,een Vloot lag aan den wal,.nbsp;Om, by verlies, cverliesweêr, met een dubbel tal,nbsp;Te boeten, totoutzach, en fchrik van dEngclander.nbsp;Was de eerde vloot verminkt, men zag terftont een an-Ook hadd hy wapenen in t tuighuis, valt geftelt, der.nbsp;Te houdin voorraad, voor twee Legensin het velt,
In cydt van Vreede,om nkt,als cnypt,teftaan verlegen. Maar te allen tydt te zyn in ftaat, om s vyants degennbsp;Te kunnen wederftaan; dus kleefde dezen lad.
Van t Vaderlant, alleen op zyne fchouders vad.
En, t iseen wonderwerk; noch wid hy af te leggen s Lantsfchuldenjtmiddel wees hy,zorider regen zeggennbsp;DcSraateaaan,twaardoor zulks althansdoenlyk waar.nbsp;Zelfs, zonder t Vaderlant te dellen in gevaar,
(32) nbsp;nbsp;nbsp;Joan, wiert LoontrekkentRaadsheer op zyn azftenbsp;jaar, Raad Perfionaris op zyn apfte jaar, heeft 18 jareanbsp;gedient, is geboren 24 September 1625., omt leven gc-bragt 20 Auguftus 1672. Kornelis is geboren 19 juny 1623.,nbsp;en vermoort, ten zelven tyde met zynen Broeder,
(33) nbsp;nbsp;nbsp;Joan, heeft zynen yver getoont in t bouwen vannbsp;Schepen , Voorraat te hebben van Oorelogs Ammonitie,nbsp;in de Magazynen, en in het afleggen van s Lants lallen,nbsp;t weik ter verwonderinge ftrekke,heeft hy de In-en Opgezetenen, van Schattingen, en Impollen, merkelykverlicht»
P 2
-ocr page 60-Hy werkte daghen nacht voor zyne Burgerye,
Om hen van Scbattiijgc, zo veei hy kon, ce vryc. liy hccfc ookdlinpoltdaen verraiudren, ineentydt,nbsp;W'anueermeuSchatdugeiimocftvord'ren totden ftrydc.nbsp;Die hcci'i Joan gedaan; wie kan hem evenaren?
En zulk een Man durfc Grauw met Lantverraadt bezwaren !
Eenquot; Man die wouderenvoor fToIIanthceft verricht. Wie wast, toeiiHollauis Vloot voor England was gezwicht,
Enins Lauts Havenen, rontomme was befloten, DoordEngelander, die er voorlag met'zyn Vloten,
En voerde Bezemen, en Schrobbers in het Want, Als hadmeoüs uit de Zee ger aagt, ten hoon van c Lant,nbsp;Toenme alle Bakens hadde in Texel opgenomen.
Dit vrees dat dEngclsman zou in de Harens komen; Wie (34) t oottteBollauts Vloot by nacht, toen t zee-gat uit?
DanmynGemaal, diedoordreef zynberaamtbefluit, Zelfs regens t oordeel van veel Lootfcn.en zyn vrinden;nbsp;,MetzeRigLootsbootsdorfthy c werrek onderwinden,nbsp;Elk met eenFakkel, diezynlichtgafvanden Boeg;
£n
('34) lil den jaare 1666, lag de Engelfche Vloot voor de llollaiidlche Havenen, met Schrobbers en Bezemen innbsp;¦c Want, ais hadden zydelïolianders uit der Zeegefchroptnbsp;en gereegt, alle de Bakens waren , uitvrecze, dat de Engelfche elders wilden landen, opgenoinen, Tromp hengelde in de Noórtzee, wachtende de hulpfcheepen uit dcnbsp;Havens, wyl hy onmagtig'was, om, zonder hulp, denbsp;Engelfche van de Zeegaten te liaan , men zag geen kansnbsp;Om de Vloot uit te boegfeeren . uit vreeze van vaft te raken ,nbsp;k gevaar was groot, dc noodt eifte eenen Man, otn tnbsp;werk uit te voeren, Joan de Wit, begeeft zich, met60nbsp;Loofsboten, in den nacht, vooruit, yder boot voerdenbsp;brandende-fakkels, om te lichten, en dus bragt hy denbsp;Vloot, zonder fchaade, in Zee,
-ocr page 61-KORNFXIS EN JOAN DE WIT. 53 En voerden lofFl\ k uit; wyl 's morrcgeiis, al vroeg,nbsp;De VJoocin volleZeegtbragt was, waai op wachtennbsp;Den wakkrea Harpertsz Tromp, die, met vereendenbsp;krachten,
Des vyants Vloten dreef in Zee, van Hollands kuft. Ditheeft Joan gedaan , wiens ziel men nuontrult.
Ach! kbidzynHoogheit, wilditryplykoverdenken Of zulk eenMan zynEed en Eer zou kuiincn krenken.nbsp;Herltel hem, Jonge Vorft, in zyne waardigheit!nbsp;llerEcl iicm, in het Ampt, door dwang ter neêrgeleid.nbsp;Oranje.
Mevrouw, gy eifcht veel meer dan is in myn vermogen; Het zyn s LandsStaaten die hem kunnen weêr verhogen;
Wy weten welk eendienfthy heeft gedaan aancLant; Wy roemen zyne Daan, en eerc zyn Verflant;
Zyn grooten Yver is, ten allen tydt, gebleken;
Van zyn Zorgvuldigheituoch vecle monden Ipreeken, En zyne Waakzaamheit is te o^ er ons bekent.
Ach! haddhy van dien wegzichzelfnietafgewcut! : Ten minlte niet aan t Hof gegeven zulk vermoeden;nbsp;Waar door de Burgcry geraakt is aan het woeden.
En c onbezuisde grauw dien grootc Man veracht,
Hy ware ni mmermeer in dezen flaat gebragt. ,
Ik bid den Hemel, dai zyne onfchult klaar mag blyken, c Vermoeden vallch is, hy, met de eer zich moog verry-ken,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;trouwt.
Als Voorfpraak van onsLant, dient Zegel word ver-Watmy aangaat, k ben geen party, indien geen fout, InzynbewintjZalzynvoorc Vaderlanc, bevonden.nbsp;Noch is er iets, Mevrouw, twelk ik u moet verkouden,nbsp;Gy weet waar roeden Staat my thans verheffen wil, ffi|^
't Is s Lants Stadhouderfchap, k bid, dat hy zich houwd Ennictertegensdruift, wyltwoclen niet kan baten,
t Is valt beflotcn by de Souvereine Staaten.
k Bid u, noch eens, Mevrouw, beweegcr toe uw Man, Hy geevemeê zyn Item, wyl hyt niet weren kan,
D 3 nbsp;nbsp;nbsp;Dit
-ocr page 62-54 DE BROEDER-MOORDT VAN Dit zal zyn luifter weêr in top van Eer doen reizen,nbsp;Maar, blyft hy hoofdig, t Hof zal hem den uitgangnbsp;weizeii,
Indien t geen Reekeninge afeifcht van z.yo bewint.
Ik raadeuzulks, Mevrouwe, als eengetrouwe vrint. W E N D E L A.
Ik zal, zotinooglykis, hem trachten te overreden.
Maar....
Oranje.
Zwyg,Mevïouwe,ik zie deHeeren tot ons treden. Ik bidde u, ga van hier, eer gy den uitflag hoort,
t Zy hy bekent heeft, of ontkent dieu gruwel moort. Maria.
k Beeve in de onzekerheit, hoe duitflag mooge wezen. MynRuwaart! Hemel! Ach! ontlafl: myn hart vantnbsp;vrezen.
O RAN JE.
Ga, ga, Alevrouwcn, ga, waarom vertraagt gy nu ? Maria
'kBeveele, óEdlePrins. myn Man alleen aan u. DERDE TONEEL.
OranjEjJoan,FiscAAL,DE Gedepüteer-DENs, Procureur GeneraaL,Secretaris.
W nbsp;nbsp;nbsp;Oranje.
at brengt gy ons ? heeft hy aan u het feit beleden ? Joan.
6Neen, hyhebbet feit ontkent, met krachtge reden, EnTichlaar, als eenvalfch getuigen, uitgedaagt.
Des moet hy ondergaan, die Hem heeft aangeklaagt, De zelve ftralFe, alsmynHeerBroederftonttelyden;nbsp;Niets hem vcrfcbonen, noch van ftraffchult kan bevry-F IS CA AL. _nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;den.
Mits t waar zy, dat hy valfch getuigeniffe geeft,
En den betichten niet voor t doodiyk vonnis beeft,
Eu
-ocr page 63-KORNELIS EN JOAN DE WIT. , nbsp;nbsp;nbsp;5^
En daarom cgruwel Ituk, hartnckkig blyftontkennen» En duszynziel vermoort,om clichaamniettefchenaea»nbsp;Maar, wen hy andermaal gevoelen zal de pyn.
Dan zal het blykea, of hy zal beftèiidig zyu.
J o AN. nbsp;nbsp;nbsp;den?
Watneemtge rmor?wiItge opdepynbank hem vermoor-Istomzyn hooft te doen? onnodig dan de koorden. Om zyuc leên van één te rekken, tegens t Recht;nbsp;Sla hem de kop af, want, als die ter neder legt,
Dan isuw moedgekoelt; gy dingt naar Ruwaartsleveu, Fiscaal.
MynHeerde Wit, gy wordtedriftigvoorcgedreven, Denk op u zelve, Heer, ofteens wierd uwe benrt.nbsp;]0 AN.
Istuom my te doen? welaanBloctdorftge, fcheurt Aan flarden, t lichaam, kgeeft voort Vadcrlanttennbsp;Indien ik heb misdaan jofhanghet aan ftads veile, befte,nbsp;Ten fpiegel voor elk één die plegen durf verraadt.nbsp;Maar, eer gy Heer Fifcaal, uw handen aan my Haat,nbsp;Eifche ik bewys van u; gy moctme eerft overtuigennbsp;Vanmisdaat; andersfpatte uw dreigement aan duigen.nbsp;Oranje.
Houd op, mynHeereu, kbid, vermy verbittering, En maaR een einde van t verdrietig Rechtsgeding,nbsp;tRegcis voIdaaDjdewylhetRuwaarc vindt onfchuldig,nbsp;Door zyneontkenninge van Moort ,Laat ons geduldig,nbsp;Den tydt afwachten tot hy ons meêr opning'geeft,nbsp;Van Annas reden, dat den Ruwaarc dus lang leeft,nbsp;Achte ik is oorbaar; wil dit ftuk niet langer rekken}nbsp;Bedenk een midden weg, t zy datg hem doet vertrek-Uic Hollans palen, of, hem in bewaringhouwt. ken,nbsp;Maak hier op uw befluit, t werk worden toevertrouwt.nbsp;Enzyn bcfchuldigers hebt gy niet meêr van noden,nbsp;Des^zoude ik hen ontflaan, na gy ze hebt ontboden,nbsp;Ditsmyn gedachte, voorts beveele ik u de zaak.
VIER-
-ocr page 64-OAN, Fiscaal, de Gedeputeerdens, Procureur. Generaal, Secretaris.
Fiscaal. nbsp;nbsp;nbsp;fmaak,
Vindge in den voorftel van zyn Hooghei: eenge My nHcer deWit?en gyjinynHecrenjlaat ons horennbsp;Uw mening, zalmen hemopfluiten, als te voren,nbsp;Of, word'het Vadcrlant, voor eeuwig hem ontzegt,nbsp;j o AN.
Noch t één,noch t andetjWy lt is ftrydig tcgeust Recht, Of. hymoetfchuldig5 of, onfcbuldigzynbevonden,nbsp;Indien hyfchuldig is, dan volgt de Itraf de zonden,nbsp;Jshyonfchuldig, twelk thans duidlykhiykt en klaar,nbsp;Is onrechtvaardig zulk een vonnis, al te'zwaar,nbsp;Opwelkecügront, myn Hecr, kanc Recht dit vonnisnbsp;vellen?nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Jen,
Men moet hem,na hetRecht, weêrinzynecerhcrflel-Vry uit doen gaan,alïzyndc oafchuldig, wyl menvaifch, Hem heeftgedongen, om eeiifchcliem, naar den hals;nbsp;En Vonniltge anders, dan ^st Vonnis onrechtvaardig.nbsp;Fiscaal.
MynHeer , gy fchikt de zaak net op,en overaardig, Zyn onfchult blykt by ons zo klaar niet, dan gy zegt,nbsp;Men word lichtdoordentydt wel klaarder onderrecht,nbsp;Want, Rel, tislogcn, en van Tichelaar verzonnen,nbsp;Hy is van Lantveriaadt genoegzaam overwonnen,nbsp;Wyl zelf hy toeUemt, tgeene Annaheeftaangehoort,nbsp;Uitzynen mond, doch, metverdrayingevanc woort,nbsp;Wiedusonnozel, die nietduidlyk zulks kan merken ?nbsp;Det is myn oordeel, eer hy voortgaar in zyn werken,nbsp;Hem op te fluiten, opdat hy geen kwaat onsbrout.
Eerste Gedeputeerden,
Hy kan onmoogelyk, al was hy noch zo flout,
Wen hy gebannen is, het Vadcrlant meer hindren, Ook zal zyne Achting, by den vyaiit zeer vermindrcn,
Wvl
-ocr page 65-KORNELTS en JOAN DE WIT. 57 Wyl e'ikc verraad bemint, maar,den Verrader haat,nbsp;Des achte ik t veiligR, hem te bannen uit den Staat.
Tweede Gedeputeerden.
kStemt raccde,wyl dePrins rot zagiheit fcheen genegen. Derde Gedeputeerden.
Hv kies dan Vrankry k voor de Vadcrlantlche wegen. Joan.
Dcwyl gy t ailc Remt, geeve ikumcê myn Rem.
P' I S C A A La
Gy Remt dan alle, om dus den Ruwaart uit den Idem
Tegens de Secretaris..
Te redden? nu wel aan, wil duszyn Vonnis fchryven. Waar zalmc met Anna. en Tichelaar nu bly ven ?
Eerste Gedeputeerden. Onbiedze, en laatze gaan, waar heenthen beide luR.
Tweede Gedeputeerden: ó Ja! dus krygt men eens van al dit woelen ruR.
Derde Gedeputeerden.
Zyu Hoogheit hadde mcê die zclleve gedachten,
Joan. nbsp;nbsp;nbsp;trachten.
WTl aan, t gefchiede, k wil nietRreng naarwraake
VYFDE TONEEL.
Joan, Fiscaal, de Gedepüteerdens, Secretaris, Geweldiger, Procu-reurGeneraal. De Heer en gaan zitten.
Fiscaal. Klinkt met de tafclfcbeU
Haai Tichlaar, en Anna, brengtze voorc gerecht.
Geweldiger buigt zieb. Door wie, mynHeeren, word den Ruwaart aangezegcnbsp;Zy a Vonnis, en den tydt wanneer hy moet vertrekken ?nbsp;Hy mag niet langer, dan dees dagh den uitRel rekken,nbsp;Indien hy niet begeert te worden uitgeleidenbsp;Joan.
Dien la R iieeme ik op roy, t word hem terRoiU gezeit.
JoANj Fiscaal, de Gedepüteerdens, Secretaris, Procureur Generaal,nbsp;Geweldiger, Tichelaar, Anna.
Joan. Tegens Tichelaar.
Ontmenfchte Booswicht,ithansontdcktme uw Godloosheden,
Hoevalfch, boosaardig gygezworen hebtuweEeden, In het befchuldgen vanmynBroeder meteenMoort,
Gy fchellem hebt verdient, door eene folter koort,
De valfchheit van t gezegde op heden te belyden; MynBroeder moeftc om u met dezeRechtbank ftryden,nbsp;Doch, door des Hemels hulp, fchoon gy zyne Achtingnbsp;fclient,
Heeft hy t Befchuldigde verfoeit, volftrekt ontkent, Des zyt gy waardig, zelf de ftraf te uioeteii lyden,nbsp;Die hy moeite ondergaan, nac Recht, ten allen ty den.
tegens Anna.
En gy, leer beter, en befnoer uw loden mond,
Zyt w'at voorzichtiger, fpreekop geen loden gront. Van uw gehoor,dewyle,a]st blykt,t gehoor kan dwalen,nbsp;Of uw lichtvaardigheit zult gy wel dier betalen.nbsp;Tichelaar.
Dan mag, noch kanme, na gy zegt, geen Lantverraadt, Oit brengen aan den dagh, wanneer een onverlaat,
V erhart in boosheit,tFeir,hartnekkig durve ontkennen. Ik geef my over; wil van lit tot lit my fchennen,
Wen ik onwaarheit fpreck. Maar, ftel, kblyfbyinyn woort,
Enftaonwrikbaaruit, met hem, deFolter koort, ken? Na wien van beide zal zicht Recht dan kunnen fchik-t Moet dan,door ons gedrag, ontknopen deeze ftrikken;nbsp;Men geef dan op Annas, en myn gedrag wel acht,nbsp;EaopdesRuwaarts. by, die large, al was verdacht,
Waar
-ocr page 67-KORNELIS en JOAN DE WIT. 59
Waar word den meefte fchyo van waarheit in gevonden?
Ik blyf beftendig, in al t geeue ik durf verkonden. En zal c geftant doen, zelfs al bragtge my ten doot,nbsp;Anna,nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gebood
k Heb niets gezegt, myn Heer, dan t geen my c Recht Te zeggen; doch, ik meent gezegde wel te weten,
En vantgehoorde hebbe ik geenen flip vergeten , Doch, door een Ioffe tonge ist van myuirgebragt.nbsp;Fiscaal.
Gy hebt gedaan, draag zorg dat gy uwplicht betracht, En althans vaardig zy t wanneerge word ontboden,nbsp;tKon zyndatme int vervolg u weder had van noden,
tekens den Geweldigere
Ontfluit de dcure, en laatze in vryheit henen gaan.
Procureur Generaal. MynHeerde Wit, ik bidden, wil u w^el beraan,nbsp;Omniet het Vonnisaanuvv'Broederzelftebrengen.nbsp;Joan.
* k Getrooll; my alles wat den Hemel wil gehengen.
EERSTE TONEEL.
Oran]E3Fiscaal,ProcureurGenbra AL.; DE Gedeputeerdens.
Oranje.
Hoe raakt den Ruwaart uit zyn banden; eenmaal vry ¦gt; k Vrees voor t onftuimig Grauw, en t woên dernbsp;Burgery;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;treden,
k Vrees zy den Ruwaart, wenhy van de Poort koomt Mishandlen zullen, en verfcheuren zyne Leden.
Joan is, met zyn Koets gebragt tot voor de Poort Van het gevangenhuis, en voert noch thoogftc woort.
(35)
-ocr page 68-6o DE BROEDER-MOORDT VAN (35) kZal zzVwjZegthy, wie zicb zat durrevenverzetten^nbsp;En i uitgeleide, van 7nyn' Broeder, nry beletten.
Dus is hy onverzaagt, de trappen opgegaan,
Tot by zy n Broeder, fchoon hem zulks vquot;- ierde afgeraaii. Wat raadt; t is niet dan Moorten üoudflaan watzynbsp;momplen;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;leu;
k Vrees datme tracht de deur der poort te overromp-Des achte ik t befte, dat den Ruw aart blyf deesnacht, NüchopdePoortc, ofCTolkin Rilte wierdgebragt;nbsp;In tuffchcn kan Joan, wen hyt begeert, vertrekken;nbsp;En laatdeBurgers, toteen'Lyfwacht hem verltrekken ,nbsp;En dus bcrryen voor het tomelooze Grauw.nbsp;Fiscaal,
Hy brengt zich zelve, doorzynforshiet, inhetnauw, Bchaagthetu, men zal uw meninge aan hem brengen.nbsp;Oranje.
Ja, laathyzynentydc, tot in den nacht, verlengen.
Procureur
Or ANJ E.
Daar zyn hun Vrouwen,' ga, TWEEDE TONEEL.
Oranje, Maria, Wende la, de Gede-püteerdens, Fiscaal.
W ENDE LA.
¦JLToc! is ook mynGemaal geraakt in ongcna,
Vantonbczuisde Grauw, eiiHaagfcheBurgerye? Moethy hunbittren haat, enhoon,enfmaatheii lyc?nbsp;Menfebreeuvot niet anaers, zjw verraders van het lant;nbsp;J'Feg met deJcbellemen, zy moeten voort van kant.
Is
t.
(35) wiert van zyne vrienden geraden, nietopde Gevange Poort, by zynen Broeder te gaan , waarop hy zoude gezcgt hebben. kzalzki), wie my beletten zal, myocnnbsp;Broeder af tc halen.
-ocr page 69-KORNELIS EN JOAN DE WIT. 6i Is dit te duldcü Tan u Edle Mogenheden ?
Zal dus uwe Achtbaarheit, met voeten zynTertreden Vant tomeloze Grauw? dat alles vaifch verdicht.
En wederhorig is, in t oefFuen van zya plich-,
Zyn tioogheic neeme toch inynWIaninzynbefcher-ming; nbsp;nbsp;nbsp;(fflbig.
Behoed hem voor het Grauw; Ach! heb met my erber-Laatonbelchadigt, hy weêr keren in zyn huis.
ÖRANjF.
Mevrouw, hy hceftte vee! ge waagt, zich in t gedruis, Der tomeloze fchaar, dus roekeloos te geven,
En, tegens vrienden raadt, te fpelenmet zyn leven, k Heb lall: gegeven, wen hy van de poort wil gaan.nbsp;Men hem geleide, opdat zy hem niet randen aan,
De Burgery, zal hem verzeilen, cGrauw at'wercn, Hy Kan, waaneerthem lult, naar zyncu huize keren.nbsp;Maria.
En moet dan myn Gemaal noch langer op de Poort Gevangen blyven ? dit is immers ongehoort,
Hy s valfcheiy k beticht; en heeft de pyn verdragen; Hier pgebannen j zeg, waarom hem niet oncllagen ?nbsp;Den fchelmfchem Tichlaar blaart het moort-vuur aan;nbsp;hieft op
Het volk, om Ru waart te vermorzelen den kop; Jadurft,Groot Moogendc,u welfchandclyk verdenken.nbsp;Als of u Edelen het Recht had durven krenken,,
Hemnietgevonuirtuazyn misdaan, maar, telaf Gehandelt, wegenst Feit, in opzicht van zyn rtraf.
Zy zyn veel overtuigt, zegt hy, dat ik de waarbeit Gofproken beb; voie eifebt een duidelyker klaarbeit ?
T)an in myn vrybeit l ^k ben 'er weder in berjlelt:, Indien ik fchuldig waar, de onwaarbeit bad gemelt,
'k Moejle ondergaan de nbsp;nbsp;nbsp;by,nat Recbtpnoet lyden.
Maar, neen, me ontjlaaimy, envoorlajlerzynievrydent Alen zegt, by beef.t de finer t der Pynbankdoorgeftaan,
Mi bly ft Ontkennen', maar, hoe't pyn'gen is gegaan, ¦ Stel ik aan 't oordeel van de geen die 't fyn'gen weten ,
Hoe
-ocr page 70-lt;52 KORNELIS EN ]OAN DE WIT.
Hot laffelyk men zich hebbe in zyiiquot; plicht gekweten.
Hy word gebannen, en is fchuldig om de doot Te lyden, wegens Moort, dien by in 't hart bejloot,
'k Z'wyg van verradery met Hrankryk, ten verderve Van t Vaderlant, hieromme is ï billyk dat by flerve.nbsp;Dit zegt dien booswicht, en verbittert dus het hartnbsp;Van onze Burgery, die hy tot wraake fart.
S taat u tedulden, datme uw rechtbank dus befchuJd :g, Van onrecht, en beroerte in t volk vermenigvuldig?nbsp;Enbreiigeintuitcrftegevaar, deganfche Stadt?nbsp;Waarom word dezen fchelm, om oprocr, niet gevat ?nbsp;Hy sniet bedekt, hy durft zich openbaar vertonen;nbsp;Of, hebbhy vryhcit om u Eedelen te honen ?
Te brengen mynen Man in t uiterfte gevaar ?
Ik bidde uw Hoogheit,dac gy hem voortGrauw bewaar! En hem door magt van volk, voor t woeden wilt be-fcherrnen,
Opdat ik hem noch eens itiagh drukken in myne armen , Oftwasdeleftemaal, eerhy hetLant verlaat. ^
Oranje, tegens de eerfie Gedeputeerden. Breng al deBurgcryein wapnea; fteltzcin Baat,
Om , van alle overlaft, de Witten te bevryden, Ontbied dry Efquadrons der Ruitery ; zy lïryden ,nbsp;Indienme pleegt gewelt, voor de Eere van het Recht;nbsp;Laat aan de Burgery, rontborftig zyn gezegt,
Dating de Witten zal in haar bewaring laten,
Tot dat hun onfchult zy gebleken aan deSraten,
En zyn zy fchuldig, t Hof zal vordren hun ter Ilraf.
Gedeputeerden. nbsp;nbsp;nbsp;af.
k Hoop, door my n rednen, hen van t woen te brengen Oranje.
k Zieden Geweldiger zeer driftig tot onsnadren, Vlieg; wildeBurgeryc, opcfpoedigfteyergadrenjnbsp;Ga meter Kapiteins naar boven, by de Wit,nbsp;Gedeputeerden.
Myn Heer ,kvolbrengeuwlaft.
. nbsp;nbsp;nbsp;DER,
-ocr page 71-KORNELIS en JOAN DE WIT. D ERDE TONEEL.
Oranje, Maria, Wend el a, de G e deputeerden s, Fiscaal, Geweldiger,
Oranj e.
[oezytge dus verhit, Ea zo verbaad; wat ist; wie jaagt u herwaarts heene?nbsp;Geweldiger.
Ootftelteniffeen fchrik; geen Burger, ja, geen ééne, Is onder al den hoop,offchreeuwt van wraake enMoort.nbsp;1^7 hebbenze in den kuip; de fcbelmen moeten voort;nbsp;Die Lantverraaders moetme aan duizentfiukkenfcbeuren;nbsp;Geen Lantverkoper zalzyn hooft weer opwaarts beuren;nbsp;Dien Prinfen Moordenaar vsrmoort men, en Jlaa dootnbsp;De fcbelmen, dus tnen t Lant zal redden uit zyn nootnbsp;Is t Recht thans krachteloos, om Moordenaars te firaffeuynbsp;En Lantverraders} tisdantydt, dat wy verfcbaffennbsp;Menloon, voort gruwlykfeit, dusfchreeuwtmenou-befuift,
Wyl een ver woede drom, door de andre henen druid, Endondertopde Deur metfcherpgelaan Musketten;nbsp;Enhaglendeenen, omonsalleteverpletten,
Terwyl weer aaderende Daken klautren op,
Der naade huizen, om, van hunnen hoogden top,
Wel acht re Haan,dat,door de vlugt,zy t niet ontkomen, Met uit te breken, ofte klimmen in de bomen,
En neêrgeiaten, zich verfchuilen in een huis.
Dus blixemtyder één het vuur, met groot gedruis. Ten monde en oogen uit. wat raadt om hen teteugIen gt;nbsp;DeRazerny vliegt voort,zy fchynt te hebben vleugien;nbsp;Ik houw de grendelen en deur wel vad in t dot,
Maar vreeze dat de doot zal zyn des Witten lot.
Wat raadt, myn Heer, k weet niet wat of ik zal beginnen,
J. otuuitingvan tgewelt, kunt gy ookiets verzinnen}
Oran'
-ocr page 72-64 de BROEDER-MOORDT VAN Oranje.
Myn Heer Fiscaal, t voegt u te ftülen 't volk,door rcêu; Ga, met myii Hcibaardiers, deoproérgea tegen treên,nbsp;En wil de deur der poort rontomme wel bezetten.nbsp;Fiscaal.
Ik zal, zo t mooglyk is, hun fors gewit beletten.
VIERDE TONEEL. Oranje,Maria,Wende LA, de Gedefu-T EERDENS, GEWELDIGER.
Oranje.
Hoe kooint gy hier, indien het volk wil, met gcwelt De Deure oprammen ?
Geweldiger: .
k Hcbmc in lyfsgevaar geflel C, Omzvne Hoogheit, en deStaaten te verwittgen,
Hoet thansgefchapen ftonr met ons, en om hun hittgen, Gemoederen te ontgaan, begafikmy naart dak,nbsp;Enklomhet veinfteruit, toen kon ik met gemak,
My, door het naafte huis, totu, int Hof begeven.
Maria. Hier inord gefchoten, en gerucht gemaakt. Watvreezelyk gerucht! men neemt de Wittent Leven !nbsp;k Hoor fchieten! en voortHof een fchrikkelyk gedruis!nbsp;KoomZuIier; vliegen wy: men morzel onstotgruis;nbsp;W'en ik flegtst leven van mynRuwaart kan befcher men;nbsp;Zy zullen, hoe verwoed, om Vrouwen zich erbermen jnbsp;Koom, vliegen wy door t fpits van hun vervloekt geweer;
Iküerve, wenhyfterf, ik wilze gaan ten keer,
En zal my voor de Deur der Poorte moedig zetten. Koom, volgrae, k zal aan t Grauw den ingang welnbsp;beletten;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lyf,
Enwietdurveonderftaan, moeteerfl:, door dit myii Een doorgang banen, en vermorzelen dit wyf.nbsp;Wendela.
Welaan, k heb tnoet en kracht, ik zal u onderfleuncn,
Y nbsp;nbsp;nbsp;OranJB-
-ocr page 73-KORNELIS en JOAN DE WIT. cy
O R AN JE.
Mevrouweblyf, wilopgceuzwakkerietftafleunen, Her grauw word meêr tot wraak, door tegenEant, gefart
VYFDE toneel'
Oranje, Mari a, Wendela, Gedepu-TEERDENs, Geweldiger.
Eerste Gedeputeerden.
Dat Hemel', A arde en Zee, zich onder één verwart; Aide Elementen, tot hun cerflenBajert keren.
O RAN ie. nbsp;nbsp;nbsp;weren,
Wat iser gaans, myn Heer! hoe, kan ment grauw niet Nu reeds, door myne wacht, bezet is deure en Poort ?
Eerste Gedeputeerden. Vervloekte! Afgryfelyke! en noit gehoorde Moort!
Ó Wreethcit zonder ga! waar van de nagebuuren, Gewagen zullen, c ftuk verfoeyen te aller uuren.nbsp;d Gruwel! noit gehoort in dit ons V^aderlant.nbsp;Oranje.
Waar zyn de Witten ?
Eerste Gedeputeerden.
Ach! de Witten zyn van kant. Wendela.
Ai my!
Maria.
6 Hemel! wil my fterken.
Oranje.
Wil ons melden,
Wie of de Broederen , moortdadig neder velden, Opdat,naar eifch vantRecht,die boosheit word geftraft;
Eerste Gedeputeerden.
Datme al de Burgery dan Loon na Y werk verfchaft; Roey uit, met eenen flag het graaflyk Schravenhagc,nbsp;Hetbrandeals Troye aan zyn vier hoeken, lichter lage, .nbsp;Wylze alle fchuldigzyn aandien vervloekte Moort.
E nbsp;nbsp;nbsp;Oranje.
-ocr page 74-Melt ons de omftandigheên, myn Heer.
Eerste Gedeputeerden.
k Was op de Poort,
Met cenigc Amtenaars, en Burgers, neêr gezeten, Wanneer Joan zei. wel te willen van ben weten ^
Wat hun begeerte zy: indien men was beducht,
Dat zy bun banden wilde ontkomen, door de vliigt. Of, tegens bunnen wil, te trekken uit dees Landen,nbsp;Gaf by zyn woort, dus lang te blyven in bun banden.nbsp;Tot dat bun onfcbult, of bun fcbult zou blyken klaar.nbsp;eik hadde tzelfde aanhenbeneêngezegt.) ciswaar,nbsp;Wel ecnge namen, in dien voorifel, goed genoegen ,nbsp;Maar andre gingen, by de oproerigen zich voegen,nbsp;EnfchreeuwdennietdanMoorc, twas ,JlaadeJcbelmennbsp;In die onzekerheit, en allergrootften noodt, doot.nbsp;Sloot men de Deur der Poortvaft toemetfterke krara-EndikkeGrendelen,voortfchielykopenramtnen,men,nbsp;Mep üneet de kamerdeur der Broeders, meede in t flor,nbsp;Wy hoorden opde Deur Raagfchieten. t woedent rot,nbsp;Wierp op de Poortdeur ook een menigte van Reenen,nbsp;De Broeders zuchten, en den Ruwaartzagme wesen,nbsp;(Hy lag op t ledikant in zyn japonfehen Rok.
In die benauwtheit kwam, en vroeghem zynen Kok, Of hy begeerde, wyl c wierd laat, te middagmalen.nbsp;De Broeders wilden ons,zo c fcheen, voor k leRe onthalen,
Menbragt defpyze op, en wy hieldent middagmaal. Doch, uauwlyks hadden wy genoten dit onthaal,
Of hoorden cp de deur verwoed en vreefchlyk kloppen , Metzwaare Mokers; t was vergeefs de breuk teRop-pen.
Met kiRen, wyl tgewelt zulks Rcidenganfchteleur, Men vloog de trappen op, tot voor de kamerdeurnbsp;Der twee Gebroeders, enzy riepen Doet ons open.
Of zullen met gewelt de Deur ter neder lopen;
Be-
-ocr page 75-KORNELIS en JOAN DE WIT. 67 Bcüont de boosheit, fluks te fpanneii Snaphaans haan»nbsp;En fchoten op, en door de Deur, na kort beramen,nbsp;Wierc zy geopenc, en de oproergen binnen kwamen*nbsp;Joan vroeg onverfaagt, 'wat bebtge met ons ®oor?nbsp;Koomaf, wascantwoort, engyziclt betzien^. hier doornbsp;Bemerkte ik wel hoe veeg wasc Leven van de Broeders,nbsp;Die zeftien iarcn c Lant verflrekteh tot behoeders.
k Zocht hen te ftillen; neêr te zetten door de reên. Maar c was vergeefs, uien hielp den Ruwaart haaftignbsp;kleên;
Hy hadde één bovenkous pas aan zyn Been getrokken, Ofwierdalvoortgeftuuwt, gefleurt by hunne rokken,nbsp;Joan kreeg op den trap, in t afgaan, cene wond
Aan zyneh hals. hy koomt beneên, daar alles llont, In wapenen: en word gevat, ter neêr geflagen, ^nbsp;En vvredelyk vermoort. dus eindigde zyn dagen,
W ENDELA. nbsp;nbsp;nbsp;wraak.
6Gruwel! Hemel!wraak! kroepwraake 1 óHemel! Maria.
Vervloekte Burgeryc, ik hoop noch met vermaak, wen. Dw dodelyke thaf, voortfchellemftuk, teaanfchou-ÓHolkiit! k vrees,deesmoortzal uecrlangberouwen.
Oranje, Maria, Wendela, Gedepu-teerdens, Fiscaal, Geweldiger,
O RA NJ E.
Zyn bei de Witten dan vermoort en omgebragt? Heeft myne voorzorg, toterhulp, niets uit ge*nbsp;wracht?
Fiscaal. nbsp;nbsp;nbsp;ten,
kKwam,metdeHeIbaardiers,de Deur der Poort bezet-Om t breiudoos gcwelt der Burgers te beletten ,
Men vroeg, wat.ioovitgydoen, ist omdeJchelPmenaf Te balen v^n de Poort, tot bun verdiende Jlraf?
Indien zy J'cbuldig zyn, fprak ik, men zalze ftrafen, ^laar jpUegtocb geen gevoelt. MenzaPerlootiverfcbaffen.
68 de BROEDER-MOORDT VAN Wastantwoort. gavanbier, njoy zullen hen doen Recht,nbsp;Wanneer bet vuur der voraak wat nader voord gelegt,nbsp;Jlan hunnefcheenen. k zeide, Ach! mannenIvaüt hedaren^nbsp;Pleeg geen voeêrfpannigheit; weer d'QjPoer van defchar en;nbsp;Wees toch gehoorzaam aan uvo voetuge Overbeit,
A Is quot;t Burr egers betaamt. Men riep, Alsme onsmisleit; Werraders vryfpreekt; cn, omonstebiindende oogeti.nbsp;Het Lant ontzeilt; infcbyn, men bad dan geen vermogen,nbsp;Om t Wader lant tefchcUhi, is 't billyk, dat men achtnbsp;Op uwen handel Jlaat; en zelv' louw goede,wacht.nbsp;Hierom, myn' Heer Fifcaal, kuntgy van hier vertrekken,nbsp;Of oog getuigen, van der Witten ftref, verfirekken;nbsp;Pleeg op ons geen gevoelt, of t zal u Jlegt vergaan.
In tuflehen flootmeeen kring, waarin wy moerten (taan, Zo dat geen één van ons de Deurc konde nadreii.
Ik zag c verwoed gefpuis tot eenen hoop vergaadrcn. En naar een kort beraad, kwam t volk, met groot getier,nbsp;Door de onzen dringen, men ontfach geen Helbaardier,nbsp;Maar bonsden op de deur; en wiüenze teflopen?nbsp;Toen , inec een dolle drift de trappen op gelopen.
En dwongen, met gewelt, de Broeders af te gaan. Dit moeüine, zonder weêr te durven bien, zien aan.nbsp;Joan was de eerfte die beneên kwam,zocht te ontflippeunbsp;De hant derBurgery, met achter om te ontglippen,nbsp;ï\1aar één der Burgers greep onheus zyn oppcrkleedt,nbsp;En ruktt hem iu den rey, een ander Rondt gereedt.nbsp;Om, met eenSnaphaans kolf, zyn harzenpan te kloven,nbsp;Sloegtoe; troftfchouderblad;Hy valt;(lontop; bedovennbsp;nbsp;nbsp;nbsp;woort,
Inzwymeldampen ;roept; Mannen., [[Pannen; t Door eenen tweeden flag,wierde in zynmcnd gelmoort,nbsp;Decs had den Snaphaan op hem aangelegt, doch milte,nbsp;CW'yl t Roer niet afgingjora t'etreffeti, ckruitflegtsnbsp;fide
De Panne af, fluks fiaatdeezhem met de kolf ter neêr, !n tvailen floegdeWitzyniMantcl eenen keer,grootcu,nbsp;Om £hooft;de voetzecmeopzyuNekj duswierddien
KORNELTS EN JOAN DE WIT. 71 En wyd befaamden Man, verwoed door t hooftgefcho.nbsp;ten.
Meteen Piftool. toen riep den Moorderluitkeelsnit,
Wat dieper in den Rey,wierdRuwaard aan gegrepen, Inzynen Rok, waar ineê zy, in tgedrang, hem liepen,nbsp;Toen valienzeophemaan, en rukken hem ter neer,nbsp;Doorfchoten t Lichaam met hun vieren, keer op keer,nbsp;En hunne kogels zyn in c ingewant gevlogen.
k Bekenne, ik zag het aan met ceder mededogen, Doch, kou geen hulpebién, of waren alle door,nbsp;Wyl ons de Burgerye in eene kring belloot, wen.nbsp;Destrokikaf, vermoeit vantgruwelftuk te^anlchou-Maria.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;wen
MynRuwaartdusvermoort! wat oog kan zich oiithon-Vantranen! Ruwaart!,.Ach!. .ólieiHoosmoorcgefpaa! Vervloekte Burgery! vermoortge dus myn Man!
Ach! myn Staads Martelaar,kzou my te vreden (lellen, Indien de feis des doots u had ter néér doen vellen ,nbsp;Natuurlyk op uw bed. Maar, dus te zyn vermoordnbsp;Als waartge ecnfchellem! is een gruwel, noit gehoort.nbsp;W endel A,
MynZufter, t is vergeefs te Horten bittre klagtea. Prins, Iaat de Ly ken op de ftraten niet vernachten,
Zyn Hooghele geef verlof, en zend er zyne wacht, Opdaeze worden in hun eigen haisgebragt.
OranJe.
Ik-Ra t u toe, Mevrouwe, en zalu halp bezorgen,
ZEVENDE TONEEL. Oranje, Maria, Wendela, he Gedepu-teerde NS, Fiscaal, Procureurnbsp;Generaal, Geweldiger.
Procureur Genep.aal. gen, t Vertoef, Mevrouwen,llel, voortininlt,dit uit to'tmor-' De Razeniveuzyn noch woedende op dc been.
70 DE BROEDER-MOORDT VAN Mishand'len, vao uw Mans, ouraenfchelyk deLeén;
Wen DELA.
Is noch de Tyranny niet ademloos gelopen?
Heeft zy, tot walgens toe, geen bloets genoeg gezopen? Of reft er, dat zy t vlcefch vertecrc in haarcn balg ?
Procüreup^ Generaal.
De Lyken hangen naait elkander aan de Galg. Oranje.
Wat zegtgy!
Procureur Generaal.
Ja, my n Heer, t gaat fchier t geloof te boven, De verre Na-Neefzal t nauw durreven geloven , kentnbsp;Veel min int Oolteen c Welt,daart Hollants bloet be-Zy, voorzachczinnii]!, niet wreedaardig, afgewentnbsp;Van Tyrannye en Moort, ten allen tydt gebleken,nbsp;Ivüet driftig om zich zelf van t ongelyk te wreken.nbsp;Ten zy men al te langhem trappen durve opchart.nbsp;En dus, door terrgen, tot de wraake word gefart.nbsp;A'laar, zulk een gru weldaat wy noit i n Hollaut hoorden.nbsp;Dus is het toegegaan. Toen t volk hielt op, van moorden.nbsp;Trok al de Burgery, van haare poften af;
De doode Lichaaros men aan t Grauw ten befte gaf, t Sprong op de Lyken, en het traptenze met voeten;nbsp;Scheurde af dekledren, om hunlult met hen te boeten;nbsp;Het bondt hun benen valt met Lonten aan elkaar,
En flceptcnze verwoed, met dollemans gebaar,
De ftraten open neêr, dus lang, tot datze kwamen Op t galgen velt, en t Grauw de Lichaams aauftonts namen ,
En hingcnzeaan de Wip, de Hoofden nederwaars, Aan hunne voeten , gaiilch affchuuwelyk ; barbaars;
Dewyl al hun gewaat was, van het lyf gereten,
Dus uaakt, heeft twoedent Grauw, aisdol, in t vleefch gebeten;
Ja , boorden Heer Joan zyne oogcn uit het hooft;
En fneed zyne ooren af; de vingrcu, afgeklooft.
Ver-
-ocr page 79-KORNELIS en JOAN DE WIT. 71
Verkochtme, enzyiie tong wierde uit den hals gewrongen;
Zelfs t manuelyke Lid, tot fchand voor ouden jongen, Wierd van hun Lichaams afgerukt; men fneed de Borrt,nbsp;En Buik toen op, en c hart, waar na de wreetheit dorlt,nbsp;Wierd lillende uitgerukt, metaUhunne ingewanden .nbsp;Die t Grauw rerfcheurden met zyn handen, en zyn tan-Ja, beten in het Hart en Long van Jan de Wit. den,nbsp;{ Die niet en had, kocht van een ander eenig Lid._)nbsp;Dushangenzeaan de Wip, als opgefparde zwynen,nbsp;Joanwachoger, dan zynBroeder, omtefchynen,nbsp;Alsofhy,(voorfpraakzyndeinHollantsbredenRaadt,)nbsp;DoorLantverradery, gepleegt had grooter kwaat,nbsp;Dan zynen Broeder, die, in t flepen, t hooft noch lichte.nbsp;Zo veel hy kon, van de aard. affchuwlyk wast gezichte.nbsp;Dus droevig is het eind der Broederen geweelt.nbsp;Maria.
Ten zy de Hemel niet in tydts die wond geneed,
En myne ziel verkwikt met zyn genade draaien,
Zal ik, met mynGemaal, int kort tengvaavedalen. Wendela.
Ach! tisonmoogIykdatzulksflytedoorden''ydt;
k Begeergeen Leven , wylik ben myn t£ga kwyt. Maar, zal men ftraffeloos, zulk eeue boosheit plegen?nbsp;F I SC AA c.
Menzal, met rypberaad, hetfchelm(tukoverwegen, Maar, vat men eenige der Burgers by den kop,
E)e ganfche Burgery zal, tegens ons, flaan op,
En dwingen, om aan hen de fchuldgen weêr te geven. Ook zyn, met hunne draf, uw Mannen niet int leven ,nbsp;Des dunkt myt bed te zyn, datdeezen gruwel moort.nbsp;Men laat bederven, en in dike word gefmoort.nbsp;Oranje.
Maar, Heer Fifcaal, ik heb de ruitery gezonden,
I othun befcherming, zeg, waaromme wederdonden, ^y niet de Burgery , cu redd hen uit haar hant.?
Fiscaal,
-ocr page 80-72
Men had twee derde van den hoopgeftuurt van kant; Men ftroide een valfch gerucht, de Boeren wildeanbsp;plondren
Ganfch Schravenhage, en datze al kwamen op ons dondren,
Des wierd twee delen van de Ruitcry geftelt,
Dicht by de brugge van het Scheveninger velt,
Om daar, dus gaf men voor, de Boeren te beletten , Dat zy in Schravenhaag geen voeten zoude zetten.nbsp;Entovrig derde deel kon t woede niet weêrRaan.nbsp;Maria.
Hoekrygtmeop tveiliglfe, de Lyken daar vandaan? Oranje.
Menwacht tot in den nacht, omveiligzeaf tehalen. Wanneer het vollek van de ftraten is, om t fmalennbsp;Niet aan te horen, van het onbezonnen Grauw;
t Zou licht verhindrent werk, om, doorzynwreede klauw,
Al t oviige overfchot der Witten te vernielen. Indien de rompen wéér in zyne handen vielen.nbsp;Menzalze brengen,enoptfpoedigfte(36^inuw huis.nbsp;Wend EL A.
Rampzalig lotgeval! ó al te deerlyk kruis!
Fl SCAAL.
Zyfpieglen zich, dietRoervan HollantsStaatsfchip Itieren,
Aan tLot der Witten, om te Reven, cute Vieren.
(36)s Nachts, ten 2 uuren, wierden de Lyken afge-nomen van de Wip, in ftilte begraven, en hunne Wapens, die in deNieuvve Kerk waren opgehangen, vanhetGrauwnbsp;algeuikt, aan ftukken geflagen, en ganfch vcrbryzelt.