-ocr page 1-

5“ 40'


AMELAND

y 45'


5° 50'


5’55'


SLUIZEN.


Wijdte in den dag


Hoogte slagdrempel in m. t. o. v.

N.A.P.


53°


53°

;35’


VERKLARING DER TEEKENS


In den waterkeerenden dijk.


A, B, C en D. Uitwateringssluizen van het waterschap De Grieën ; elke sluis één opening ; elke opening,..........1,50 binnenzijde één schuif,......

onder den dijk één wachtdeur. . .

Sluis A doet practisch geen dienst.


0,25

0,25


E en F. Uitwateringssluizen van het waterschap Nes-Buren ; één opening, . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,50

binnenzijde één schuif,...... buitenzijde één klep........


0,16

0,16


Kleur van de rechtstreeks op zee afwaterende polders en hooge gronden.


TOELICHTING.

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten.

De polders wateren op zee af en hebben, in verschillende tinten, de geelgroene kleur, die deze wordt verondersteld te hebben.

Hooge gronden zijn met een geelgroene bies omgeven.

In deze gebieden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de geelgroene tint van den polder, waarop zij afwateren.

De namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens omtrent eilanden, reglementen, waterkeeringen, waterschappen en waterstanden, het eerlang te verschijnen boekje „Beschrijving van de provincie Friesland, behoorende bij de water-staatskaart”.


)( nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

M nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

jgt;^0.3-f0.6 Polderpeil i

gt; in meters t. o. v. N.A.P.

Hoogtecijfer )

Verharde wegen.

Waterkeerende dijk.

Waterkeerende dijk met talud verdediging.

I i I Dijkverdediging en hoofden.

IffZ^ ha Grootte van polders volgens meting op de kaart met don planimeter.

Administratieve grenzen van waterschappen.

Deze zijn in het algemeen slechts aangegeven, waar zij afwijken van de waterstaatsgrenzen.

Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.

. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Laag waterlijn.

Lijn van 25 dm. onder L.W.


De waterstaatskaarten zijn, à f 1,75 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.


53“ 30'


53“

30'



-ocr page 2-

TERSCHELLING


SLUIZEN

Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogte

in den dag slagdrempel in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;beneden

N.A.P. in m

A. Uitwateringssluis van den polder Het Groene

Strand, bestaande wit eivormige betonbuizen 50/75, met aan de buitenzijde een klep...........


B. Uitwateringssluis van het waterschap Terschellingerpolder ; één opening........

buitenzijde een klep ;

binnenzijde een schuif.


0,80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,30


C. Uitwateringssluis van het waterschap

Terschellingerpolder; één opening........2,10

binnenzijde een schuif ;

onder de kruin van den dijk een schuif en een klep.


1,00


D. Uitwateringssluis van den polder

Het Nieuwland of Zeerijperpolder ; één opening . . nbsp;nbsp;0,50

buitenzijde een klep ; binnenzijde een schuif.


E. Uitwateringssluis van het Terschellingerpolder ; één opening.

buitenzijde een klep ;

binnenzijde een schuif.

De sluis doet geen dienst meer.


waterschap ........0,90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,30


F. Uitwateringssluis van het waterschap Terschellingerpolder ; hvee openingen, elke opening . nbsp;nbsp;1,50

buitenzijde een klep ;

onder de kruin van den dijk een schuif;

binnenzijde een schuif.


0,80


G. Uitwateringssluis van het ivaterschap

Terschellingerpolder ; één opening......

buitenzijde een klep;

binnenzijde een schuif.


1,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,60


Rechtstreeks op zee afwaterende polders.



TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten.

De polders wateren op zee af en hebben in verschillende tinten een geelgroene kleur.

Hooge gronden zijn niet gekleurd. Een geelgroene bies geeft, zoo noodig, de grens aan van de hooge gronden, die op den polder afwateren.

De namen van het waterschap, de beide polders en van de zeedijken zijn in bruin op de kaart aangegeven.

De administratieve grens van het waterschap Terschellingerpolder is alleen aangegeven waar zij afwijkt van den waterstaat.

Zie voor gegevens omtrent bedijkingen, overstroomingen, reglementen, waterkeeringen, waterschappen, en waterstanden het eerlang to verschijnen boekje ,,Beschrijving van de provincie Friesland, behoorende bij de waterstaatskaart”.


VERKLARING DER TEEKENS


X Uitwateringssluis.

■O---Verkenmerk van het N.A.P.

TXD--- Peilschaal.

■'=quot;o----Registreerendo peilschaal.

p.-0.2 Polderpeil )

gt; in m t.o.v. N.A.P.

“•* Hoogtecijfer )

Verharde weg.

2220 Aa. Grootte van polders volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25000, met den poolplanimeter.

-----Administratieve grens van het waterschap.

.^wwv»w»i Waterkeerende dijk zonder verdediging.

S5?SÏTOS Waterkeerende dijk met verdediging.

---lL Kapglooiing met hoofden.

----------Hoogwaterlijn.

Laagwaterlijn.

Bij gemiddeld laagwatcr droogvallend gedeelte.

Lijn van 25 dm onder L.W.

------Lijn van 50 dm onder L.W.

---------Lijn van 80 dm onder L.W.


De watorstaatskaarten zijn, à f 5,00 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


Universiteitsbibliotheek Utrecht




Cé-03


Scha,»! t : 50000.



-ocr page 3-

SCHIERMONNIKOOG (WEST)

SLUIZEN.

Wüilfp nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogte

-^-dag SÂÎTÎ ’”• nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;N.A.P.

In den waterkeerenden dijk aan de zuidzijde van Ameland.

In den Nieuwe zeedijk.

In de bekading van het poldertje (a), groot 28 ha.

In de bekading van het poldertje (b), groot ij ha.

BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem af voert, is groot 6585 ha en bestaat uit polder- en boezemland. De boezem loost op de Lauwerszee door een sluis te Ezumazijl en kan tevens worden bemalen door een electrisch gemaal ten zuiden van deze sluis. Het boezempeil bedraagt 1,29 m —■ N.A.P.

Zie voor nadere bijzonderheden de bladen Schiermonnikoog-Oost, Leeuwarden-Oost en West en de beschrijving in het boekje.

Het gebied, dat zijn polder op dezen boezem afvoert, is groot 5610 ha en bestaat uit polder- en boezemland. De boezem loost door middel van een Stoneyschuif op den boezem van Oostdongeradeel.

Er kan naar behoefte water worden ingelaten vanuit Frieslands-boezem. Het boezempeil bedraagt 0,54 m —■ N.A.P.

De boezem ontvangt tevens het water van het waterschap Oosterpolderzeedijken.

Zie voor nadere bijzonderheden het blad Leeuwarden-West en de beschrijving in het boekje.

VERKLARING DER TEEKENS.

^^ Uitwateringssluis.

” Stuw.

■*^ Verkenmerk van het N.A.P.

/gt;jO.3-w..ui Polderpeil j

' in meters t. o. v. N.A.P.

Verharde wegen.

********* Waterkeerende dijk.

Waterkeerende dijk met klinkerbekleeding.

...............Dijkverdediging en hoofden.

DHIO ha Grootte van polders volgens meting op de kaart met den planimeter.

------Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn, in het algemeen, slechts aangegeven, waar zij afwijken van den waterstaat.

-------Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.

Laagwaterlijn.

------Lijn van 25 dm onder L.W.

be waterslaatskaarten zijn, à f 1,75 per stuk, verkrijgbaar bij de Bijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.

NADRUK VERBODEN,

-ocr page 4-

SLllZEN


waate in de dag in ni


A. Uitwateringssluis van de Banckspolder;

één opening............ . .

buitenzijde een klep ; binnenzijde een schuif.


0,90


Hoogte siag-drempel t.o.v.

N.A.P. in ra


1,00


één opening...............

buitenzijde een klep ;

binnenzijde een schuif.

De Anjumer- en Lioessenserpolder; één opening............... buitenzijde een klep ;

binnenzijde een schuif.


0,60


1,50


0,56


—0,7^


D. Uitwateringssluis van de Jsdianaimlder;

één opening................

buitenzijde een klep ;

in het buitenbeloop een schuif.

De sluis doet geen dienst meer.


1,00


—0,46*


* tevens vloerhoogte.


BOEZEMS


I. Boezem van Westdongeradeel.

Het voornaamste boezemwater, dat gedeeltelijk op het blad voor komt, is de Paesens.

Het boezemgebied bestaat uit jjolder- en boezemland. De grootte bedraagt, met mbegrip van de boezem, 5860 ha.

Het boezempeil bedraagt 0.54 m ■—N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie het blad Leeuwarden West en de beschrijving in het boekje.


II. Boezem van Oostdongeradeel.

Het boezemgebied bestaat uit jiolder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 6640 ha.

Er kun naar behoefte water ivorden ingelaten van uit de boezem van Westdongeradeel.

Het boezempeil bedraagt 1,29 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Leeuwarden Oost en -West en de beschrijving in het boekje.


III. Boezem van het waterschap Electra.

Het voornaamste boezemwater, dot gedeeltelijk op het blad voor koml, is dc ,Julianatocht.

Het boezemgebied bestaal uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het is onderverdeeld in verschillende gebieden, wadrvan het waterschap Hunsingo gedeeltelijk op het blad voor komt.

Het boezempeil bedraagt 0,93 m —N.A.P.

Voor mtdere bijzonderheden zie het blad Leeuwarden Oost.


IV. Rechtslreeks op zee afwalcrendr gebieden.


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS


De volgende polders komen op het blad voor;

Banckspolder; polder De Band; polder De Oeren, groot 10 ha; Paesenser-polder; polder Westerstek, groot 18 ha.


TOELICHTING


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en waterleidingen zijn afgescheiden van do omringende wateren; dus een .gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders wateren op zee af en hebben, in verschillende tinten, een geelgroene kleur. De voornaamste waterleidingen zijn in grijs aangegeven.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland is niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem waartoe zij behoren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert.

Bij belangrijke boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst; bij zeedijken in bruin.

De namen van waterschappen en ongereglementeerde polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Waar in het bijschrift is verwezen naar „het boekje”, wordt bedoeld het eerlang te verschijnen werkje „Beschrijving van de provincie Friesland, behorende bij de waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent: bedijkingen, boezems, kanalen, overstromingen, reglementen, veenpolders, verveningen en droogmakerijen, waterkeringen, waterschappen en waterstanden.

De kaart is gedrukt op een vereenvóudigde onderdruk.



Lapdaexp wip pn2^amp; -,


Bntld


^.-0^0


9,.


vap


as 1,


^e A^jorn«'’- “P

S7o 1)lt;» ts


wef’lce


erpol C9|oolal 8g^ ^gt;«i«



Beriten Qebdif?'


Grootte van polders, hoger deel of boezemgebied in ha volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25000, met de poolplanimeter. Voor zoves de grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.



-ocr page 5-

SLUIZEN


Wijdte in de dag in m


A. Noordpolderzijl, uitwateringssluis van fwt waterschap Noordpolder; één opening.......... één paar storm-, één paar vloed- en één paar ebdeuren.


3,50


Hoogt« slagdrempel beneden

N.A.P. in m


1,12


B. Uitwaterings- tevens inlaatsluis van het waterschap De Lauwerpolder; één opening buitenzijde een klep, waarin een schuif; binTienzijde twee schuiven.


1,10


0,46*


C. Schutsluis in het Noord polder kanaal; twee paar puntdeuren, schutkolklengte tussen de hoofden 24,50 m bovenhoofd................... benedenhoofd..................

* tevens vloerhoogte.


4,12


1,49

2,49


BOEZEMS


I. Boezem van het waterschap Electra.

De voornaamste boiezemioaterén, welke geheel of gedeeltelijk op het blad voor komen, zijn: BroeksterTnaar, Pieterbuurstermaar, Westernielandstermaar, Warffumermaar, Usquerdermaar, Oude-of Helwerdermaar en Boterdiep.

Het boezemgebied bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het is onderverdeeld in verschillende gebieden, waarvan het waterschap Hunsingo gedeeltelijk op het blad voor komt.

Het boezempeil bedraagt 0,93 m —N.A.P.

Voor Tiadere bijzonderheden zie het blad Leeuwarden Oost.


II. Rechtstreeks op zee afwaterende gebieden.


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS


De volgende polders komen gedeeltelijk op het blad voor:

polder Boelens, groot 24 ha; polder Ceres, groot 18 ha; Koningin Emma-polder, groot 835 ha.


TOELICHTING


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten, waterleidingen en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem of het stromende water waarop zij afwateren. De voornaamste waterleidingen zijn in grijs aangegeven.

Polders, die hun water eerst op een andere'polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland is niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem waartoe zij behoren.

Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en ongereglementeerde polders zÿn zo veel mogelijk in bruin op de kaart aangegeven. Indien de duidelijkheid dit niet toeliet, zijn zij in grijs op de rand geplaatst.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

De kaart is gedrukt op een vereenvoudigde onderdruk.



ft O t' TC- y A fi /*/. .1.4 r


LapclciaT^


420 br


•.^cl^qp Het ^oordeQ



w.p -0,2^


Zl


'p. 0.213 ■ p * o. oy


34 0 5 ]y


'^OcX^


Grootte van polders in ha volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25000, met de poolplanimeter. Voor zover de grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.


Universiteitsbibliotheek Utrecht


-ocr page 6-

SLUIZEN


Wijdte in dc dag in m.

Hoogte slagdrempel beneden N.A.P. in m.

1,00

0,90

0,53

2,53

4,50

0,87*

2,00

0,68*

Door deze sluis watert ook het waterschap De Eemspolder af.

Door deze sluis ivatert ook het waterschap De Uithuizerpolder af.

* tevens vloerhoogte.

BOEZEMS

De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voor komen, zijn : Boterdiep, Meedstermaar, Eppen-huistermaar, Steenklipstocht en Startenhuistermaar.

Het boezemgebied bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Het is onderverdeeld in verschillende gebieden, waarvan het waterschap Hunsingo gedeeltelijk 02} het blad voor komt. Het boezempeil bedraagt 0,93 m —■ N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie het blad Leeuwarden Oost.

De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voor komen, zijn : MaarvUet, Zijldijkstermaar en Spijkstermaar.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland.

Het boezempeil bedraagt 0,93 m — N.A.P., termjl van 1 Hei

— l October de afstroming tot 0,75 m — N.A.P. kan worden beperkt.

Voor nadere bijzonderheden zie het blad Groningen Oost.

ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

De Koningin Emmapolder komt gedeeltelijk op het blad voor.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en waterleidingen zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders wateren op zee af en hebben, in verschillende tinten, een geelgroene kleur.

De voornaamste w'ater leidingen zijn in grijs aangegeven.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland is niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in kleur van de boezem waartoe zij behoren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem af watert.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is do naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en ongereglementeerde polders zijn in bruin op de kaart aangegoven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van de w'aterstaatsgrenzen.

VERKLARING DER TEKENS

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis

Tzœ,— nbsp;nbsp;Peilschaal

p. 0.32 nbsp;nbsp;nbsp;Polderpeil

z.p.-0.04 Zomorpeil in meters ten opzichte van N.A.P.

Verharde weg

== Spoorweg

835 ha Grootte van polders in ha volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25000, met de poolplanimeter.

Waterkerende dijk zonder verdediging

.jl.jji-.jijJjjij Waterkerende dijk met verdediging en hoofden

-------Hoog waterlijn

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte

Laag waterlijn

------Lijn van 20 dm onder L.W.

Lijn van 50 dm onder L.W.

Lijn van 80 dm onder L.W.

--------Administratieve grens van een waterschap

De volledige gegevens van de bemalingsinstallaties liggen ter inzage bij de directie Algemene Dienst, Van Hogenhoucklaan 60 te Den Haag.

De waterstaatskaarten zijn, a f 5,00 per stuk, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN

Universiteitsbibliotheek Utrecht

UITHUIZEN (OOST)


Schaal 1:50000


-ocr page 7-

VLIELAND


Diameter Hoogte in de dag slag-

SWIZEN nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'quot; “

N^A.P. in m k. Uitwateringssluis van de. Kroons- of Eerste

Polder, bestaande uit betonbuizen; één opening..................(^gt;^0 nbsp;nbsp;nbsp;-f-0,20

buitenzijde een klep ;

binnenzijde een schuif.

De uitwateringssluisjes van de Tweede-, Derde- en Vierde Polder verkeren in vervallen toestand; de polders zijn niet in cultuur gebracht.

De Uitwateringssluisjes ten zuiden van het dorp Oost-Vlieland dienen voor de afvoer van de riolering van dit dorp. Aan de buitenzijde van elke sluis bevindt zich een klep;


Rechtstreeks op zee aïwaterende polders.


GEREGLEMENTEERDE EN ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS, WELKE GEHEEL OF GEDEELTELIJK OP HET BLAD VOOR KOMEN

Derde Polder; polder Eijerland, gereglementeerd; Kroons- of Eerste Polder; Tweede Polder; Vierde Polder.


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en waterleidingen zijn afgescheiden van de omringende wateren ; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omstoten.

De polders wateren op zee af en hebben, in verschillende tinten, een geelgroene kleur. De voornaamste waterleidingen zijn in grijs aangegeven.

Hoge gronden zijn niet gekleurd. Een geelgroene bies geeft, zo nodig, de grens aan van de hoge gronden, die op een polder afwateren.

De namen der polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

De administratieve grens van de polder Eijerland is alleen in tekening gebracht, waar deze afwijkt van de waterstaat.

De beide afsluitbare duikers in polder Eijerland, zonder bijschrift, dienen om te voorkomen, dat in de zomer het zoute water uit het oosten van de polder zich naar het overige gedeelte verspreidt. Tevens kan in deze tijd het zoete water uit de duinen er door worden opgekeerd.

De kaart is gedrukt op een vereenvoudigde onderdruk.



VERKLARING DER TEKENS


X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

■o— nbsp;nbsp;Verkenmerk van het N.A.P.

■niu^ nbsp;nbsp;nbsp;Registrerende peilschaal.

^.^oso Polderpeil \

z.a.-oGo Zomerpeil f

? in m t.o.v. N.A.P.

WJ3.-O7O Winterpeil 1

o.amp; Hoogtecijfer /

Verharde weg.

3^/ia Grootte van polders volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 :25000, met de poolplanimeter.

-------Administratieve grens van de polder Eijerland.

Waterkerende dijk zonder verdediging.

Waterkerende dijk met verdediging en hoofden.

-------Hoogwaterlijn.

Laagwaterlijn.

Bij gemiddeld laag water droogvallend gedeelte.

-----Lijn van 20 dm onder L.W.

» nbsp;nbsp;nbsp;,* nbsp;bO nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;»' nbsp;fiO nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

De waterstaatskaarten zijn, à f 5,00 per stuk, verkrijgbaar bij de Kijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOEDEN.




Universiteitsbibliotheek Utrecht



ARCHlcr


ae

7?e^r^oc/tjc^ze /'irmt^ P, ^. Afc/Zc/er^ en Zoon , Z^efc^en,


Schcia] 1 ° 5o ooo


'eggerkaart

waterstaatskartog r a fi e


-ocr page 8-

HAR LING EN-SN EEK


SLUIZEN nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. Wijdte Hoogte

m den dag slagdrempel m t.o.v. N.A.P, m

In den Vijfdeelendijk,

In de zeewering te Harlingen.

In de gemeente Harlingen.

vloeddeuren...............— 2,63

ebdeuren.................— 2,69

vloeddeuren...............—1,86

ebdeuren.................—1,94


kleine opening..............0 0,30 nbsp;nbsp;—1,20


G. Uitmonding der rioleering van Harlingen ; één


In de zeewering te Harlingen.

H. Keersluis voor hooge vloeden, genaamd Noorder-sassluis ; één paar vloed- en één paar ebdeuren ; de slagdrempels zijn even hoog..........9,37 nbsp;nbsp;—3,73

I. Keersluis voor hooge vloeden, genaamd Zuider-sassluis ; één paar vloed- en één paar ebdeuren ; de slagdrempels zijn even hoog..........9,98 nbsp;nbsp;— 3,62

In de IJsselmeerwaterkeering.

J. Schutsluis, in enkele gevallen ook uitwateringssluis voor Frieslandsboezem, genaamd Hakkumerzijl ; twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, kolklengte tusschen de deuren 27,44 m...........7,75

binnenslagdrempel............— 2,34

buitenslagdrempel.............— 2,43

In den Afsluitdijk.

K. Uitwateringssluizen voor het I.lsselmeer te

Kornwerderzand ; twee sluizen, ieder met vijf openingen. nbsp;12,—

Elke opening is voorzien van ;

buitenschuif...............— 4,50

binnenschuif...............— 4,40

puntdeuren...............— 4,4H

L. Groote schutsluis te Kormverderzand ; twee pa^tr vloed-, twee paar eb- en één paar stormdeuren; schutkolklengte 122,80 m

De slagdrempels zijn even hoog

M. Kleine schutsluis te Komwerderzand ; twee paar vloed-, twee paar eb- en één paar stormdeuren ; schutkolklengte 56,10 m

De slagdrempels zijn even hoog........— 4,40


Onder schutkolklengte wordt verstaan : de lengte gemeten tusschen de sluishoofden.

GEREGLEMENTEERDE EN ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

De volgende polders komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor :

Begraafplaats te Harlingen (a), polder Bosma, polder Brandsma, polder Bruindeer, polder De Eendracht (gereglementeerd), Eksmorrazijl-polder, polder Ettema, Gooiumer- en Zuricherpolder (gereglementeerd), polder Groot Thijm, polder Katstra (c), groot 4 ha, Schraarderpolder, polder Van der Weg, Zuricheroordpolder (b), orulerdeel van het waterschap Der Vijfdeelen Zeedijken Buitendijks.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooton zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van den boezem, waarop zij af wateren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben do tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Van polders, die afwateren op meer dan één anderen polder, is do kleur gestreept overeenkomstig do tinten van die polders; zij zijn tevens omgeven door een donkere bies.

Boezemland is niet gekleurd.

Bij belangrijke vaar- en boezemwateren is de benaming in rood geplaatst.

De namen van waterschappen, gereglementeerde en ongereglemen-teorde polders, voor zoover deze laatste zijn vermeld in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van den waterstaat.



FRIESLANDSBOEZEM


De boezem loost op de Lauwerszee, door de Friesche sluis bij Zoutkam.p en de Dokkumernicuwezijlen ie Engwierum ; op de Waddenzee, door de Roptazijl en de sluizen te Harlingen.

In de maanden November tot en met April wordt, bij hooge boezemstanden, tevens op het LJsselmeer gespuid met de sluizen te Makkum, Workum, Hindeloopen, Molkwerum, Staveren, Tacozijl en de uitwateringssluis te Lemmer.

Bemaling van den boezem kan geschieden door het op 7 October 1920 in gebruik genomen Provinciaalstoomgemaal ten westen van Lemmer.

Het zomerpeil (Z.P.) van den boezem is 0,66 m — N.A.P. (Friesch Zomerpeil).

In de maanden Augustus en September wordt gestreefd naar een waterstand van 0,20 m -(- Z.P. en in het overige deel van het jaar naar een stand van 0,25 m -)- Z.P.

De afstrooming en bemaling is geregeld bij ,,Verordening tot regeling van de afstrooming en bemaling van Frieslandsboezem”, vastgesteld 15 Maart 1927, Provinciaal blad n°. 219. In deze verordening, die op 1 .lanuari 1929 in werking is getreden, is o.a. bepaald ;


Periode

Sluizen worden geopend bij :

Gemaal wordt in werking gesteld bij :

1 April—1 Augustus

0,25 m -|- Z.P.

0,30 m Z.P.

1 Augustus—1 October

0,20 m Z.P.

0,25 m -|- Z.P.

1 October—1 April

0,25 m Z.P.

0,25 m -( Z.P.


Inlaten van water kan geschieden uit het IJsselmeer door de, op 26 Augustus 1938 gereed gekomen, inlaatsluis ten oosten van het boezemgemaal bij Lemmer.

Voor nadere bijzonderheden zie het eerlang te verschijnen boekje „Beschrijving van de provincie Friesland, behoorende bij de waterstaatskaari ' ’.


VERKLARING DER TEEKENS


\ met opgave van den aard van het bemalings-■ '^o-. Electrisch gemaal I werktuig (s = schroefpomp, v = vijzel en

S' c = centrifugaalpomp) en het aantal m^ water verzot per minuut bij do in m aan-gogoven opvoerhoogto.

1 Windmotor met raddiameter in m.

X '^ Windmolen met vlucht in m.

x Kleine windmolen.

« Schutsluis.

0-0 Grondduikor onder een waterleiding.

t^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;met afsluiting.

•-lt; Stuw.

1=1— Peilschaal.

i.-ijf Polderpeil van polders

z.ji.-ast Zomerpeil „ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

? in met('rs t. o. v. N.A.P

w.p.-i.mi Wmterpeil „ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

lts Hoogtecijfor

A^erharde weg.

---Weg in aanleg.

=== Spoorweg.

_ — _ Kanaal in aanleg.

zss ha Grootte van polders in ha volgens meting op do kaart met den planimeter.

^^^^^ Waterkeerende dijk met verdediging on hoofden.

Bij gemiddeld laagwatcr droogvallend gedeelte.

--------Laagwaterlijn.

Lijn van 20 dm onder L.W.


______Administratieve grens van waterschappen.

Zz/Z/^y^K Gedeeltelijke administratieve grens van het waterschap Kom werd.


De waterstaatskaarten zijn, à f 1,75 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.


Schaal I : .'gt;0000.





-ocr page 9-

SLUIZEN

In den Slachtedijk.


Wijdte in den dag m


Hoogte slagdrempel t.o.v. N.A.P.

m


A. Keersluis (naaldstuw)mhet Van Harinxma-kanaal, ten zuiden van Kiesterzijl ; twee openingen, elke opening................14,— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,16—


B. Keersluis, genaamd Getawerderzijl, in de Sexbierumervaart ; drie openingen, elke opening één paar vloeddeuren.


7niddelste opening...........

zijopeningen, elk...........


6.— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,41—

4,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,41—


In den Oude Zeedijk of Hornestreek.

C. Keersluis in de Oosterbierumervisschers-vaart ; één opening, afsluitbaar met schotbalken .

3,47

1,96—

D. Keersluis in de Tzummarumervisschers-vaart ; één opening, afsluitbaar met schotbalken .

4,70

2,16—


In den Oude Bildtdijk.

E. Keersluis in de Kadijkstervaart ; één opening met één paar puntdeuren.......5.—


2,36—


In den Nieuwe Bildtdijk.

F. Keersluis in de uitwatering van de be-malingsinstallatie van het ivaterschap De Bildt-pollen ; één opening met aan beide einden een wachtdeur.................1,15


0.91—


De bovengenoemde sluizen worden alleen gesloten bij doorbraak van den zeedijk.


BOEZEMS

I Kleur van de rechtstreeks op zee uitwaterende polders.

II Frieslandsboezem.

De boezem loost op de Lauwerszee, door de Friesche sluis bij Zoutkamp en de Dokkumernieuwezijlen te Engwierum ; op de Waddenzee, door de lioptazijl en de sluizen te Harlingen.

In de maanden November tot en met April wordt, bij hooge boezemstanden, tevens op het IJsselmeer gespuid met de sluizen te Makkum, Workum, Hindeloopen, Molkwerum, Stavoren, Tacozijl en de uitwateringssluis te Lemmer.

Bemaling van den boezem kan geschieden door het op 7 October 1920 in gebruik genomen Provinciaalstoomgemaal ten westen van Lemmer.

Het zomerpeil (Z.P.) van den boezem is 0,66 'm — N.A.P. (Friesch Zomerpeil}.

In de maanden Augustus en September wordt gestreefd 'naar een 'waterstand van 0,20 m Z.P. en in het overige deel van het jaar ■naar een stand van 0,25 m Z.P.

De afstrooming en bemaling is geregeld bij „Verordening tot regeling van de afstrooming en bemaling van Frieslandsboezem”, vastgesteld 15 Alaart 1927, Prov. blad n°. 219. In deze verordening, die op 1 Januari 1929 in werki'ng is getreden, is o.a. bepaald ;


Periode

Sluizen worden geope^nd bij :

Gemaal wordt in werking gesteld bij :

1 April—1 Augustus. . .

1 Augustus—1 October . .

1 October—1 April . . .

0.25 m Z.P.

0,20 m -b Z.P.

0,25 tn ■ ■ Z.P.

0,30 m 4- Z.P.

0,25 m 4- Z.P.

0,25 m 4- Z.P.


Inlate^i van water geschiedt van uit het IJsselmeer, door de, op 26 Augustus 1938 gereed gekomen, inlaatslui.s ten oosten van het boezemge^naal bij Lernmer.

Voor 'nadere bijzonderheden zie het eerlang te verschijnen boekje ,,Beschrijvi'ng van de provincie Friesland, behoorende bij de waterstaatskaartquot;.

GEREGLEMENTEERDE EN ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS.

De volgende polders komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor : Polder Andringa, polder Atlesweg, Balke-ndslerpolder, Baaijumer'polder, polder Van der Berg, polder Bierma, polder Bokkepollen en de Keegen, ■polder Bouma, Britsumernieuwlarui,polder, ■polder De Bruin, poldertje ten westen van Deinum, Dronrijperzuider'polder, polder Van Duinen, ■polder Dijkstra, ■polder Dijkstra, polder Van Eegen, Eerste polder op de Zuider-7nieden, polder Faber, polder Fopma, polder ten oosten van Franeker, polder Gockinga, Groote Oudlandsche Polder, polder Heida, polder Hiemstra, polder Hoogland, polder Hoogsteens, polder Huins c.a., lestpolder, polder De Jong, ■polder Jorna, polder Klaasse^ns, ■polder Kooislra, ■polder Kronenburg, ■polder Kuiken, polder Kundersma, ■polder Van der Uleer (18 ha), polder Van der Meer (65 ha), ■polder Miedema (c), polder Nieuw-AlonnikenbUt, polder Noordenbos, polder Noordenbos (a), polder Noordenbos (b), polder Noorderleegsbuitenveld, Noordwesterpolder (gereglementeerd), polder Oorbijt, ■polder Oosterbaan, Oosterpolder, polder Piersma, ■polder Postma, Rienk’s polder, polder Bienks, /{itsumazijlpolder, polder Van Sandick, ■polder Schat, polder Siderius (d), polder Sikma, ■polder onder Sint-An^na- en Vroitwen^parochie (gereglementeerd), polder S'ijtzema, polder Talsma, polder Terpstra, ■polder Tiemersma, polder ten westen van polder Tiemersma, Tzummarumerpolder, polder Veldzorg, poldertje ten noorde^i van Vrouwenparochie, ■polder Van der Weg, polder Het Wegje, Wels-rijperpolder, polder Zondervan.




TOELICHTING.

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Van polders, die afwateren op meer dan één polder, is de kleur gestreept overeenkomstig de tinten van die polders; zij zijn tevens omgeven door een donkere bies.

Boezemland is niet gekleurd.

Bij belangrijke vaar- en boezemwateren is de benaming in rood geplaatst.

De namen van waterschappen, gereglementeerde en ongereglementeerde polders, voor zoover deze laatste vermeld zijn in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen, zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van den waterstaat.


VERKLARING DER TEEKENS.


- v.,„ Electrisch gemaal [ 1 mahngswerktuig (s = schroetpomp, v = * »’» Oliegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j vijzel en c = centrifugaalpomp) en het

^, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i aantal m’ waterverzet per minuut bij de

à c'J” Stoomgemaal j^^ ^^^ aangegeven opvoer hoogte.

®---Windmotor met raddiameter in m.

^18 Windmolen met vlucht in m.

x Kleine windmolen.

gt;lt; Uitwateringssluis.

lt; Keersluis.

gt;lt; /j,.^„7 Hulpsluis.

gt;lt; /M Inlaatsluis.

0-0 Grondduiker onder een waterleiding.

« Stuw.

1-1 me/ .r Stuw met schuif.

®----Hoofdmerk van het N.A.P.

43____Verkenmerk van het N.A.P.

xiiT— Peilschaal.

-cmn— Peilschaal, geregeld waargenomen.

nrui Polderpeil van polders j

Zomerpeil „ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ I , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;a

!in meters t.o.v. K.A.P.

Verharde wegen.

- Spoorwegen.

1940 ha Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.

Waterkeerende dijk met verdediging en hoofden. ----Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laag water droogvallend gedeelte.

Laag waterlijn.

-------Lijn van 20 dm onder L.W.

_____Administratieve grenzen van waterschappen.

Gedeeltelijke administratieve grens van: het waterschap De Oosterbierumerpolder ;

iy-/^zlt;%^ÿ het waterschap De Tzummarumer Miedpolder en waterschap De Drie Dorpen;

de waterschappen De Groote Noorderpoldër en De Noorderpolder ;

UJÜlllllillllllI de waterschappen De Minnertsga’ster Zuidermiedpolder en De Berlikumerpolder ;

MtfiltW het waterschap De Hoeksterpolder.

s^^^= Gedeeltelijke administratieve: oostgrens van het waterschap De Slagdijksterpolder en westgrens van het waterschap De Marssumerpolder.


De Waterstaatskaarten zijn, à f 1,75 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.


NADRUK VERBODEN



rHÄRUNGEN 1SNEEK 5


LEEUW. 6 1

1 EN 3 (W) (



-ocr page 10-

In waterschap De Polder van Oost~ en West-


doneeradeel


van Westdongeradeel,


stel puntdeuren, in het benedenhoofd twee stel puntdeuren, schut


één stel puntdeuren, in het benedenhoofd twee stel puntdeuren,


Schutsluis in de Bijperkerkervaart ; in het bovenhoofd


Schutsluis m de Bergumerveenstervaart ; twee stel punt-


Schutsluis zn de Tietierkstervaart ; twee stel puntdeuren,


schutkolklenqte 20,00 m


Schutsluis tn de Garijpervaart ; twee stel puntdeuren,


schutkolklengte 25,00 m


Dokkumer grootdiep, Dokkumer Ee, Woudvaart of Geestmervaart, Wijde


Murk, Murk, Ouddeel, Langdeel, Petsloot, Nieuwe Vaart, Kuikhorner-


vaart, Stoppelzool, Bergumermeer, Lite, Leijen, Kolonelsdiep, Groninger-


vaart, Kromme Ee, Wijde Ee, Wijde Hop, Schalke diep. Lange Meer,


Van Harinxmakanaal, Nieuwe Kanaal en Meersloot.


Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit polderland,


Het zomerpeil (Z.P.) van den boezem is 0,66 m — N.A.P. (criesch Zomerpeil). In de maanden Augustus en September wordt gestreefd naar


De afstrooming en bemaling is geregeld bii „Verordening tot regeling


van de afstrooming en bemaling van Frieslands boezem , vastgesteld


15 Maart 1927, provinciaal blad nr 219 en in werking getreden op 1 Januari


Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Leeuwarden Oost, Harlingen—


Sneek, Sneek—Staveren en Staveren Oost, benevens de beschrijving in het


boekie.


De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad


voor komen, zijn : Zuider Ee en Jaarlasloot.


Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt.


met inbegrip van den boezem-, 6640 ha.


Bovendien ontvangt de boezem, door middel van uitwateringssluis A,


het overtollige water van gronden, die afwateren op den boezem van West


dongeradeel, zie 111.


schrijving m het boekie.


De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk


voor komen,


zijn .■


Aalsumervaart,


Paesens,


Wlerumervaart,


J ernaardervaart en Foudgumervaart.


De grootte bedraagt, met inbegrip van den boezem, 5860 ha.


Er kan naar behoefte water worden ingelaten van uit den Frieschen


De boezem loost door middel van uitwateringssluis A op den boezem


De voornaamste boezemwateren, welke in dit gebied voor komen, zijn ;


y alomstervaart, Houtwielen, Schiersloot, Veenwoudstervaart, Veenwoudster-


walvaart, Walstermuizerijd, De Meer, Korte fSuaweg, Bouwepet en Muizen-


Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt


met inbegrip van den boezem, 4145 ha.


Er kan naar behoefte water worden ingemalen en ingelaten van uit


De voornaamste boezemwateren, welke in dit gebied voor komen, ziin ;


Kleine Wielen, Bergumerveenstervaart, Tietierkstervaart en Haringsloot.


Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt.


met inbegrip van den boezem, 1105 ha. Bovendien ontvangt de boezem een


Er kan naar behoefte water worden ingelafen van uit den Frieschen


De boezem loost door middel van het electrisch gemaal ten noorden van


de Kleine Wielen op den Frieschen boezem.


Het boezempeil bedraagt ongeveer 1,00 m — N.A.P., het maalpeil


9,95 m — N.A.P.


De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad


voor komen, zijn: Bingvaart, Garijpervaart en 7 astonevaart.


Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt,


inet inbegrip van den boezem, 3560 ha.


Er kan naar behoefte water worden ingelaten van uit den Frieschen


Het zomerpeil van den boezem bedraagt 0,76 m — N.A.P., het wmterpeil


Voor nadere bijzonderheden zie het blad Heerenveen West en de be


waterstaatskartocraf ie, i

imUEKEULEWENTEEKUET POLDERS---*lt;^’


Polder Aalst, onderdeel van het waterschap Oostermeer, groot 6 ha ; polder Algra


(al), groot 8 ha, met inbegrip van twee hoogere deden; polder Algra en De Jong


(a 2); polder Allema, onderdeel van waterschap Het Suawoudsterveld ; Altenburger-


polder, groot 43 ha, met inbegrip van een gedeelte zomerbemaling van 5 ha : polder


Annema (a 3), onderdeel van leaterschap De 'Ijeerd loekeslaan, groot 5 ha: polder


Annema ; polder Antonides (a 4), onderdeel van waterschap Oostermeer; polder


Polder Van Balen ; polder Bearda ; polder Beiker (b 1), onderdeel van waterschap


Eestrum, groot 2 ha ; polder Bethlehem ; polder Bierma ; polder Blense ; polder Bloems-


ma ; Blijaerpolder ; polder Boelstra ; polder De Boer, gedeeltelijk gelegen m water


schap Binnemzede en 11 eeshuispolder, groot 24 ha, met inbegrip van een hooger deel


en een gebied met zomerbemaling van 2 ha; polder Boersma (b2), onderdeel van


Jislumerpolder, groot 3 ha ; polder Boersma ; Bomfaciuspolder ; polder Boonstra


(b3) ; polder Boonstra, onderdeel van waterschap Het Suawoudsterveld ; Boonstra s


polder ; polder Bosgra (b 4), onderdeel van waterschap Eestrum, groot 3 ha ; polder


Bosgra (b 5) ; polder Bouma (b6), onderdeel van Sfeenhuisterpolder, groot 1 ha;


polder Bouwes, onderdeel van waterschap Oostermeer ; Bntsumermeuwlandpolder ;


polder Brumsma ; polder Buitenwiel ; Bullepolder, groot 324 ha, met inbegrip van


twee hoogere deelen en twee gebieden met zomerbemaling ; polder Van der Burg ; polder


FtflkiLin^r


^9sl by va


ÖLJJAERPOLUI H


■ Iltsi.aii

^ U7aéa77'aa


Folder Van Dam; polder Dantuma ; polder Deelstra (dl), onderdeel van Gene-


zarethkloosterpolder, groot 4 ha ; polder Deelstra ; polder Doornmek ; polder Dreier


(d2), onderdeel van waterschap Holwerder- en Blijaer Folder, groot 3 ha; polder


Van Dijk; polder Dijkstra, gedeeltelijk in walerschap Het Suawoudsterveld, groot


Folder Eendekooi (el), onderdeel van waterschap De Tjeerd Foekeslaan, groot


4 ha ; Eerste Folder op de Zuidermieden ; polder Eewal ; polder Elgersma, groot


b ha; polder Ewoudsveen (e2), onderdeel van waterschap Zwagermieden en de


I riemen ; polder Van Eijsinga.


Folder leikema; Ferwerder- en Blijaer Kleilandspolder ; I erwerderklooster-


polder ; Einkumerpolder ; polder r tapper (f), groot 1 ha.


Folder Geldehenne ; polder Geldersche Hoek, groot 33 ha, met inbegrip van een


hooger deel ; polder Gemeente Leeuwarden, ten 0. van de Tijnie ; polder Gemeente


Leeuwarden, ten W. van de lijnie; polder Gemeentelijk Boschbedrijf (gl) groot


10 ha, met inbegrip van een hooger deel ; Genezarethkloosterpolder ; polder Gerkema ;


polder Gorter (g2), gedeeltelijk gelegen in waterschap De Broeklaan, groot 4 ha,


polder Greate Folie (g 3) ; polder Greate Tzugen (g 4), onderdeel van waterschap


De Futten ; polder Greidanus (go), groot 1 ha; Groote Oudlandsche Folder.


y tf zoo na


145 ha


ROODI


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende


slooton en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus eon gebied


met een eigen waterstand. Polders zijn m den regel door waterkeermgen omsloten.


De polders hebben, m verschillende tinten, de kleur van den boezem of hot


stroomende water waarop zij atwateren.


van polders, die afwateron oij meer dan oen boezem, is de tint gestreept over


eenkomstig de kleuren van die boezems.


Polders, die hun water eerst op eon anderen polder loozen, hebben do tmt


van dien polder, omgoven door oen donkere bioa van dezelfde kleur,


Van iioldergedeolten, die uitsluitend in den zomer worden bemalen, is


gronzing, voor zoover tlo duideli kheid dit voreischt, door een blauwe ot


arceering aangegovon.


Boezemland en hooge gronden zijn met gekleurd. De voornaamste


leidingen zi n aangegeven m do kleur van den boezem waartoe zii behooren. Ken


bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op dien boezem


Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam 111 rood


geplaatst; bi zeedijken m bruin.


Do namen van waterschniipen, gereglementeerde- en ongeregloinontoerdc


polders zijn zoo veel mogelijk m bruin op de kaart aangegeven. Indien do duidelijk


heid dit met toehet, verwijst eon letter m dozelfdo kleur naar den naam 111 het


bijschrift.


Administratieve gronzon van waterschappen zijn alleen aangegovon, wanneer


afwijken van den waterstaat.


Afsluitbare duikers en stuwen, waarbij de begrenzing van het gebied, dat via


deze kunstwerken loost, mot is aangegeven en die op de kaart geen nadere ver


klaring hebben, dienen of om overstrooming van eon bi zonder laag gelogen gebied


Waar in het bijschrift is verwezen naar „het boekje wordt bedoeld het eerlang


te verschijnen Tvorkje ,.Beschrijving van do provincie friesland, behoorende bij


de waterstaatskaart . Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent: bedijkingen,


boezems, kanalen, overstroomingen, reglementen, veenpolders, vorvemngen en


droogmakerijen, waterkeermgen, waterschappen en waterstanden.


Do kaart is gedrukt op eon vereenvoudigden onderdruk.


voor de beschrijving van de juiste plaats dor verkenmerken van hot Normaal


Amsterdamsch Feil, zie deel 11, register 11 Iriesland.


/ met opgave van den aard van hot beinaluigs-1 werktuig (c — centrifugaalpomp, 5 — schroef-pomp, t = trochtorpomp, v = vijzel) en het

/ aantal

aangegeven opvoerhoogto.


m® waterverzet per minuut bij de m m


ANO.


5^ I’M* '


'Xhulpsl. Rulpsluis; doet dienst bij veel waterbezwaar of tijdens detect aan


bemalingswerktuig.


).-alt;S5


/.pr/Jü


''‘h^ih.aa.k^P


Kanaal m aanleg.


Grootte van polder, hooger lt;leol, gebied met zomerbemaling of boezem-


gebied m ha volgons meting 01) de topographische kaart, schaal


: 25000, met den poolplanimeter. Voor zoover de grootte, m verband


met de duidelijkheid, met op de kaart kon worden aangegeven, la


Do volledige gegevens van de bemalingsinstallaties liggen ter inzage bij de


directie Algemeene Dienst, Van Hogenhoucklaan 1)0 te Den Haag.


Do waterstaatskaarten zijn, à f 5,00 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgevenj


Öen/er'h/o^ .■Al^emefizne O/eost ff^kskvniterst^at

Peproduct/e . /V.V 1/thodraf/é ^h 5. LanAhoat. equot; Co


-ocr page 11-

Polder Haitsma Mulier, yrool 31 ha, met inbegrip van 3 ha zomerbemaUng ; polder Halbersma, groot 36 ha, 7net inbegrip van tivee hoogere deelen en 9 ha zomer-bemaling; polder Hania ; polder Haringspoel (hl), groot 7 ha; polder Hasenberg (h2), 07iderdeel van waterschap Oostermeer ; polder U Heechterp (h3), groot 5 ha; polder HeUinga, groot 21 ha, met inbegrip van twee hoogere deelen ; polder Van der Hern ; Hemrikspoldei' ; polder Hiemstra, onderdeel van waterschap Ooster7nee7', polder Hiemstra ; polder Hiemstra (hl), groot 3 ha; polder Hoedemaker ; polder Hoekstra (h 3) ; polder Hoekstra, opmaUng ; polder Hoekstra; polder Hogebein-tu/nerterp (hO), ortderdeel van Blijaerpolder, groot 8 ha, met inbegrip van een hooger deel ; polder Hokwerda ; polder De Honderd ; polder De Hoop.

Polder' lebelsldn (i), groot 8 ha; polder lephof ; lestpolder.

Polder' Janumerterp (j 1), onderdeel van polder Tamsma, groot 3 ha; polder Jaskerlln (j 2), polder JeUema (j 3), onderdeel van waterschap Binnemiede en IVeeshuispolder, groot 7 ha; polder Jipperda ; Jislumerpolder ; polder De Jong, ten N. van Birdaard ; polder De Jong, ten N.O. van Leeuwarden.

Polder Kalma ; polder Kalma (k l), groot 1 ha; polder Kalkvaart (k2), groot 6 ha ; polder Kalsbeek ; polder Keizersdijk ; polder Kingma, ten Z. van Huizurn ; polder Kingma, ten Z.O. van Teems ; polder Klaarkampen (k 3), groot 13 ha, met inbegrip van een hooger deel ; polder Kleine Bilgaard (k 1) ; Kleine Miedumerpolder ; De Kleine Oudlandspolder, gereglementeerd; polder Kleinsma (k3), groot 2 ha; polder Kleiweg de Zwaan ; polder De Klinze ; polder Van der Kloet ; polder Klooster-terp (kb), onderdeel van Perwerderkloosterpolder, groot 4 ha; Koemeerpolder ; polder Kooifenne (k7); Kooipolder ; polder Kooistra, onderdeel van waterschap De Borken; polder N.V. Koopmans Meeljabrieken, gedeeltelijk in waterschap De Hardegarijpster Warren; polder Kramer (k 8), groot 4 ha; polder Kramer; polder Krol, groot 6 ha ; polder De Kr y te, gedeeltelijk in waterschap Tusschen Lanen en in waterschap De Pennen en de Hoog/enne.

Polder Lege Achte (11), onderdeel van waterschap De I^idijk, groot 4 ha ; polder Lege Terp (12); Lichtaarderpolder, gereglementeerd; polder De Liespolle (1*3), groot 7 ha, met inbegrip vari 3 ha zomerbemaUng ; Louwsmeerpolder, 39 ha, 7net inbegrip van 1 ha zomerbemaUng ; polder De Luts ; polder Lyise Tzugen (14), onderdeel van waterschap De Putten; Lytse Wijnzer Polder.

}^older De Magere Weide, groot 31 ha, met inbegrip van 1 ha zomerbemaUng; Mar polder ; Marrnspolder ; polder Marstik (m 1), groot 4 ha ; polder Meenschar ; polder Meerkryte (m2); Meest Oostelijke Poldér op de Noordermieden ; polder Meier, onderdeel van waterschap Giekerker-Oenkerker Polder; polder Van der Meule^i (m 3) ; Polder Van der Mey, onderdeel van Perwerderkloosterpolder ; polder Midstzugen (ml); polder Miedema (7n 3), groot 6 ha; Miedumerhoeksterpolder, groot 21 ha, 7net inbegrip van 1 ha zomerbe^naUng ; polder Mounlestik (m6), groot 3 ha; polder It Mountsje Ldn, groot 8 ha, 7net inbegrip van een hooger deel; polder Mulder ; polder De Murk.

Polder N.H. Kerk Britsum (71 1), groot 6 ha, met inbegrip van een hooger deel; polder N.H. Kerk Hardegarijp (n 2), groot 3 ha ; polder Noorderbegraajplaats (n 3), groot 4 ha; Noordermiedpolder.

l^older 0/fringa ; polder Old Bereau (o 1), onderdeel van waterschap De Putten; polder Old Peitsma ; polder Oosterbeintumerterp (o 2), onderdeel van Blijaerpolder, groot 3 ha ; polder Ottema (o 3) groot 3 ha ; polder Ottema, onderdeel va7i waterschap De Hardegarijpster Warren; polder Otterna (o 4), groot 2 ha ; polder Otterna (o 3), onderdeel van waterschap Het Suawoudsterveld, groot 4 ha ; polder Oude Krite, onderdeel van waterschap De Joussenpolder ; Oudkerkerpolder, groot 162 ha, met inbegrip va7i 2 ha zo7nerbemalingf gereglementeerd.

Polder PaUna (pi), groot 4 ha ; polder Peenstra (p 2), gedeeltelijk in waterschap De Wijnzer Polder; polder Piekstra (p 3), groot 3 ha; polder Poelhuizen (p 4), onderdeel van polder TjaUema, groot 1 ha ; polder Prins.

Polde7' Paarderterp (r 1), groot 1 ha ; polder Pauwerda, gedeeltelijk i7i waterschap De Poodker kerpolder en de Honderdsreed ; polder Peitsma; polder Peitsma (r 2) ; polder Pienks ; Pitszimazijlpolder ; polder Pizens (r 3), groot 42 ha, met inbegrip van vier hoogere deelen; polder P.K. Begraafplaats (r 4), groot 2 ha; Pijdpoldez' (t' d), groot 4 ha ; Pijperkerkerpolder, gedeeltelijk in waterschap Het Buitenveld.

Polder Schilkampen ; polder Schulte-Strom (ff 1 ) ; polder Schulte-Strom ; polder Siebenga ; polder Siets7na (s2), groot 3 ha; Sionspolder ; polder Smits, gedeeltelijk in waterschap De Hardegarijpster Warren ; Soestpolder ; Sprienserpolder (s 3) ; polder Stania, gedeeltelijk in waterschap Giekerker-Oenkerker Polder ; polder St. Azithony Stichting, bij Ouddeel, groot 78 ha, met inbegrip van 28 ha zomerbe7naling ; polder St. Anthony Stichting, ten Z.W. van Kleinegeest, groot 204 ha, 7net inbegrip van drie hoogere deelen en 84 ha zO7nerbemaling ; Steenhuisterpolder ; polder Stichting Toutenburg ; groot 171 ha, znet inbegrip vazi 26 ha zomerbemaUng ; polder Stichting Tozitenburg (s4), 07iderdeel van polde7' Stichting Toutenburg, groot 1 ha; polder Stienstra (s 3), groot 2 ha ; De Stinspolder ; polder Straatsma.

Polder Tamszna ; Teernserpolder ; polder De Terp ; polder Terpstra (tl), onderdeel van Noordermiedpolder, groot 1 ha; polder Terpstra (t2), groot j ha; polder Tiemersma (t 3) ; polder Tinga (t 4), groot 2 ha ; polder Tfallema ; polder Tolweg (t3), onderdeel van waterschap De Tfeerd Foekeslaan, groot 3 ha; polder Tijnje-burg ; polder Tzugezi (t 6), groot 1 ha.

Polder Vazi der Veen, ten ^Jr. van Pinsuznageest ; polder Van der Veen, gedeeltelijk in waterschap De Boodkerkerpolder en de Honderdsreed ; polder Van der Veen, ten Z. W., van Hardegarijp, groot 20 ha, met inbegrip van 2 ha zomerbemaUng; polder Veenstra (v 1), groot 4 ha; polder VelUnga, ten W. van Bethlehe7n ; poldez' VelUnga, ten Z.O. van Gouium ; Verbeteringspolder ; polder Ver-konteren ; polder Het Vierhuis; polder Vlasfabriek Noordbergu7n (v2), groot 3 ha; polder De Vries, onderdeel van waterschap Holwerder- en Blijaer Polder, groot 8 ha ; polder De Vries ; polder De Vries (v 3), onderdeel van waterschap Eestrum, groot 3 ha; polde7' De Vries (v 4) ; polder Vriezema (v 5), groot 4 ha.

Poldez' Vazi Wageningen (wl), onderdeel vazi waterschap De Joussenpolder, groot 6 ha; Wanswerderpolder ; Weeshuispolder ; polder Van der Wer ff (w2), groot 4 ha; polder Va77 der Werff ; polde7’ Westra, onderdeel van waterschap Tusschen Lanen; polder Westra, onderdeel van waterschap De Hardegarijpster Warren; polder Van dez' Wey (w3), onderdeel van waterschap Holwerder- en Blijaer Polder, groot 3 ha; polde7' Wierdstna; polder Wiersma; polder Winterswijk (w 4) ; polder Wrans, onderdeel van waterschap De Olifant; polder Wijbenga (w 5), onderdeel van waterschap Zwagermieden en de Triemeiz, groot 2 ha ; polder Wijde Meer, gedeeltelijk i7i waterschap De Poelensterpolder ; polder Van Wijngaarden ;

l^older IJsbaan Dokkzizn (ij 1), groot 2 ha ; polder ijsbaan Goutum (ij 2), groot 1 ha; poldez' Ijsbaan Huiztim (ij 3), groot 2 ha; polder IJsbaan Mur/nerwoude (ij 4), onderdeel van waterschap De Broekpolder, groot 1 ha; polder IJsbaan Buawoude (ij 5), groot 2 ha.

Polder Zuidermeer (z 1) ; polder Zwart; polder Zwarte Kooi; polder Zijlstra (z 2), onderdeel van waterschap De Hardegarijpster Warren, groot 4 ha.

Polder Hania; polder Hiemstra ; polder De Keegen.

Polder AntO7iides (a 1), groot 8 ha; polder Antonides (a 2), groot 2 ha; polder Antonides (a 3), groot 4 ha ; polder Va77 Balen ; polder Bomrieden ; polder Bothenius Lohman; polder Broersma (b 1) ; polder BrunsUng (b2), onderdeel van Hardega-rijperpolder, groot 3 ha; polder De Da/nmelaan ; polder Dijkstra (d), groot 4 ha, polder Goddeloos TolhiUs (g), groot 11 ha; Halligerpolder ; Hardegarijperpolder ; groot 287 ha, met inbegrip van 7 ha zomerbe7naUng ; polder Hekstra (h), groot 2 ha ; polder Houtwiel ; Klei7ie Broekpolder, gereglemoiteerd ; polder Lange Suaweg ; polder Lautenbach, groot 24 ha, met inbegrip van een hooger deel ; Leyen of S/nits-polder (l) ; polder Leyenspet, onderdeel van polder Ottema; polder Liezinga ; polder Van der Meer; polder Meerstra (/n), groot 4 ha; polder Middenrijd ; polder Het Noord ; polder Van Noord (n) ; polder Oostenbrug (0 1), groot 6 ha ; polder Ottema, aan de Bouwepet ; polder Ottema, ten noorden van den Korte Suaweg ; polder Oud Vee/i (o 2), groot 4 ha; Pastoriepolder ; poldei' Van der Ploeg; Pijdpolder ; polder Stichting Toutenburg (s) ; polder Tijstna, groot 9 ha, met inbegrip van een hooger deel; polder Van der Veen; polde7' Voor/nalig N.V. Gebied; polder Vries; polder Westerhof, groot 8 ha; polder Wetterka/np (w), groot 1 ha; polder Zwarte Broek, groot 9 ha.

D» op den boezem van waterschap Tie tjerk

Polder Fokma (f), groot 1 ha; polder Gorter (g 1), groot 2 ha; polder Groote Wielen (g 2) ; polder Hafonides va7i der Meuten (h 1) ; polder Hoekstra; polder Hooge Brug (h 2) ; polder Kleinegeestmervaart (k 1) ; polder Krom7ne Aal (k 2) ; polder Merriedobben (/n) ; polder N.H. Kerk Tietferk ; polder St. Anthonij Stichting (sl); polder Sf. Anthony Stichting (s 2) ; polder Stichting Toutenburg (s3); polder Stichting Toutenburg ; polder Tamsma ; polder Ve/iema ; polder Zomerweg, groot 17 ha, met inbegrip van een hooger deel.

E» op den boezem van waterschap Eernewoude c.a,

Poldez' Krol (k), polder Het Scha7' ; polder Veenhuizen ; polder Weg Sigerswoude ; polder IJsbaan Garijp (ij), groot 1 ha.

Polder De Beaufort ; polder Bokkepolle/i 671 de Keegen ; Buitenpolder ; polder Do77ieinen (d), groot 3 ha ; Ferwerderadeelsbuite7idijkspolder ; polder Ferwerderadeels-zeedijken ; polder Van Harinxma thoe Slooten ; polder Heeringa ; polder Hijenga-stichting (h) ; polder Noorderleegsbuitenveld.

-ocr page 12-

. De Ml


0.1


;/.9 OUtau


Sttie


»Jt/fi


BOEZEMS


f/fvf htf r/odrAmHlt


o.


tdruinfif optnart


ü^naJi^tf-


Rechtstreeks op zee afwaterende polders

'. Boezem van Oostdongeradeel

De belangrijkste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn : de Zuider Ee ; de Dorpsvaart naar Metslawier ; de Dorps-vaart naar Morra, in de bovenloop Dijkstervaart genoemd ; de Anjumer-schipvaart met de zijtak Moer sloot ; de Nieuwe Vaart en de Eesteropvaart.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 6640 ha.

De boezem loost door de uitwaterings- tevens schutsluis [sluis A) te Ezumazijl op de Lauwerszee en kan tevens daarop worden afgemalen door middel van een electrisch gemaal, gelegen ten zuidwesten van de genoemde sluis.

Het peil van de boezem bedraagt 1,29 m — N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.


III. Frieslands boezem


SLUIZEN


Wijdte in de dag m


Hoogte in m t.o.v. N.A.P.


6.'gt; A^


53

20


'^t^4


/loJde


ffa/ersa/i^F lA^


Oi/df


nml^tyiflfr-^

2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;110 in

luan/i/hik'iyaliier


.70.5 hu

ZmidJ/Astvr ar o a.7


l'i/en/Ms.


/SS’ 20'


raider

prO6A . 75 Au ■ ,.

71^^

Ban-


IhTÏalpmA-79 Au A PMer sa ^gt;^55 ha


Ituterscha/i Hc Aa/en j^^^jj^H


n-rO.GG


5 -iï^H


fluiltUftoidw


/Mff4/lM//ftIf/lfti/Mlt;lt;iffIfV‘^t^i


DoomPtJé ha


S.I


çjhuiluuAifh o.z


. De luileë * 1.10 ha. ^.1 nbsp;nbsp;r-102

WateiTte/iap 2.0


tJiep-tpA/^er


^'05 A»

Iffi pJdehoofgf


De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn : het Hoendiep en Kolonels of Casper Roblesdiep ; de Oude Vaart, Lauwers en Munnekezijlsterriet ; de Dokkumertrekvaart ; de Nieuwe Zwemmer ; het Dokkumergrootdiep en Oud Dokkumerdiep.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoerl, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Bovendien ontvangt de boezem het overtollige water van gronden, die af wateren op :

a. Kollumerland—Oostdeel [zie IV), groot 2555 ha ;

b. Surhuisterveen [zie VII), groot 125 ha ;

De boezem loost o.a. op de Lauwerszee, door middel van de Dokkumer-nieuwezijlen [sluis C) te Engwierum en de Friese sluis [sluis E) bij Zoutkamp.

Het zomerpeil [Z.P.) van de boezem is 0,66 m — N.A.P. [Pries Zomer-peU). In de maanden Augustus en September wordt gestreefd nemr een waterstand van 0,20 m F Z.P. en in het overige deel van het jaar naar een stand van 0,25 m -j- Z.P.

De afstroming en bemaling is geregeld bij „Verordening tot regeling van de afstrooming en bemaling van Frieslands boezem”, vastgesteld 15 Maart 1927, provinciaal blad n°. 219 en in werking getreden op 1 Januari 1929.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Harlingen—Sneek, Sneek— Staveren en Staveren Oost benevens de beschrijving in het boekfe.


prOM


tta/ersca.'ifi ”

Be Zireainier


Po/f/pF lYicuw Aitl/sJun,/ prO.GG

GfiO ha


Oude ibi^XiuttkletpaJder prOh-ff nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'4 '


11.1 hu


ha


1.10 Am


53

15


pet ■^'^'


iM.ii


2JÛ hn


Tfaiersdu^


Zie


met i/iheynp z.t H^tnnidutfi


piO.fiff , JA ha


flAf. fi^V^r /iiIaK'


Uaardsh*!'“ /gt;rO.O2


fiatPiAe/ta/i

2'^.5 ha


ftrifAFSf'/hip


paMe


1.0


o.


IV. Boezem van het waterschap Kollumerland-Oostdeel

De belangrijkste boezemwateren zijn :

de Dwarsriet, Mageresloot en Keegensterrijd ; de Gruits ; de Pompster-rijd ; de Torpsterrijd ; de Beirijd en de Oude-Beirijd.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. Het is onderverdeeld in twee delen, waarvan de gezamenlijke grootte, met inbegrip van de boezem, 2555 ha bedraagt.

Bovendien ontvangt de boezem een gedeelte van het overtollige water van een gebied, groot 660 ha.

Overtollig water kan worden afgevoerd op Frieslands boezem, door middel van een uitwateringssluis [sluis S) en een groot aantal stuwen en duikers met klep.

Het zomerpeil van de boezem bedraagt 0,86 m — N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.


Itudhoude-prO.26


ftiO.So ftiib*mh.w

fi s '92 6. quot;nbsp;/i/untap/t


prO.8/ 0.1 riu-hncsJsjid

2.7.5 hu


tuU-ticAt


rrie/nen


eli/t


eAatorveh op


EcsIPuk»^

* VreAtPum


5' p.-o.so^^


.S 4


O.A


“ Hatemtrhi^


Hestergeest t^o


Î^tfitafin if35 ha


nuïersenn/i


ftaterschap


*7


frabrsehap


'ƒ5'


f^iuitttna y re ha


O.f


\Kikir


Zwa/Mfi


tro^Ü-


scAtip


( Oosfe/i/i Deel /


/gt;-0.ßß


^•y/idhJooi


prÜ.R6 180 ha


nofhiiDerht/kl-


£àrBnAuùtcT-^•5 *« 6?i


ff Am ' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;43

^ f/oay yai^igt;it


Pf .yooif/efjuiMer f^ 53 b» f9 Aa


praß 6*


pOgt;ilt;


Op/.


ffiufeupo.st (Ooi/emdc/ 34.- /,a a


U7iIerxeAap prG,96' .‘i ~ü /la


'0.4


na/er


hohe/ h-


.9.1 hs. ‘

lutfennude


nahtrsehap


O..i 0.2


66 iu


^t^/IrO.9G f/iO ha

Ifibitithtüx-


10 he


0.


o.r^


helleers-50 ha

0.2


hesh^rhai


u'pplAI


1/1/O^ l/p/i^/lVl »


V* lt;


4efriJ4


Pr

p.-/./(!


'ZA'


V. Boezem van het waterschap Electra

De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn :

het Hoendiep en Van Starkenborghkanaal ; het Niezijlsterdiep, Kommer-zijlsterdiep en de Kommerzijlsterrijte ; het Reitdiep ten oosten van de dam in dit diep te Lammerburen en het Hunsingokanaal.

Het boezemgebied bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. De volgende delen komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor.


12.90 ha 1


7.1


Hutersehun


A.prf.Jff


Aî-î hu


tt’a


0.4


Iiu4rr


JUIU9^»»--a..i


Iht /wnJdiPn- ' nbsp;»* “^ IJ

I polder


v^Mtgt;r


pö/i/t'-ni


Gebied af waterende op of behorende tot:


Va. het waterschap Hunsingo.

Van dit gebied, komt slecMs een Kttitn gedeelte in de noordoostelijke hoek van het blad voor......


Vb. het Reitdiep ............

Vc. de Kommerzijlsterrijte........

Vd. het Kommerzijlsterdiept Niezijtsterdiept Hoendiep en Van Starkenborghkanaal c.a. . . .


H'e.sferhwnrr- ^ydimpotder


Fe. de waterleidingen, gelegen aan de noordwest-zijde van het eerste pand van het Leeksterhoofddiep, zie blad Groningen West, die hun water afvoeren op dat diep


■ firOOS fHilorsebap 49 hs


Ilf p.-toil ‘^■é


i/xemaeden


/fo/dtV“


M..h 4


ttite/'se 90 hos *-


x.n’0.6G

iv./irO.8Gf


polder


d.oo ha •«•*


120 hs ___y

niev I'lviiiiriëri


p Offf 40 Alt

h.2p X


lflt;


JA“ IMI-tf.p-ÜS3

V 0.1


pMff


molet^alder


^4


naterschaii s.p.-I.Of

, , , a.firIJRI Mal.


0.3


jf{,/»^.Ali


Itäfersr/mp


/).lt;4.i -1.0


De onder Vd en e bedoelde gebieden maken deel uit van het waterschap Wester kwartier.


■ ^ ia.gt; ha p.-HSI j Ua/orse/iap


Achap

155 hu


Aligns


in 4rw^u tyt/en


.schap



prO.Se


tit-.r


90 ha


nideesehap


I»,.hi6w in ihni^e f^i/sn


H'l/p{ 0.-


.liehap


■IZIUI



ßttuihav


0..


lt; De


».


/nLi/.

‘ o.r

1.5 iia^/'sefys7p


prO

■. e.» 2.'gt;0


Oppervlakte in ha met inbegrip van de boezem on de stromende wateren


zie blad Groningen - West


628


zie blad

Groningen-West


zie blad Heerenveen-Oost


In de bedijking langs de Lauwerszee

A. Ezumazijl, uitwaterinigs- tevens schutsluis van het waterschap De Polder van Oost- en Westdongeradeel ; één paar binnenebdeuren, één paar binnenvloeddeuren en één paar buitenvloeddeiiren {storf7ideuren)t schutkolklengte ^) 31i50 m................. binnenhoofd............... buitenhoofd................


Noordelijke opening, twee paar eb-, tivee paar vloeden één paar stormdeuren, schutlengte bij eb 22,47 m; bij vloed 31,00 m..................

Middelste opening, twee paar eb-, twee paar vloed- en één paar stormdeuren, schutlengte bij eb 31,50 m ; bij vloed 42,50 m.....................

Zuidelijke opening, één paar eb-, twee paar vloed- en één paar stormdeuren...............

De middelste opening wordt gewoonlijk enkel voor de scheepvaart gebruikt, terwijl de noordelijke en de zuidelijke koker tezamen met de middelste opening de afvoer van overtollig water verzorgen.

Ten behoeve van de uitwatering bevinden zich aan beide zijden van de schutsluis twee openingen, elk één paar eben twee paar vloeddeuren, elke opening........ de slagdrempels zijn even hoog.......

De sluis is in gebruik bij het waterschap De Lauwer-zeemolenpolder.


In de slaperdijk achter de Kerkvoogdijpolder

J. Uitwateringssluis van de Kerkvoogdijpolder ; één opening met twee schuiven..............

Deze sluis wordt alleen gesloten bij doorbraak van de zeedijk.


In de dam in het Feit diep te Lammerburen


De sluis wordt alleen gesloten bij hoge waterstanden, als het electrisch gemaal van het vorengenoemde ivaterschap in werking is.


6,00


0,80


4,75


8,29


4,77


0,69


6,00


9,00

8,20


5,00


8,19


0,80


1,10


0,50


9,00


6,50


slag-drempel


2,99^-

3,29 —


2,75 —


2,75 —


2,81^


2,76 —


5,01 —


5,01 —


3,59 —


4,17-

3,93 —


4,65 —


bovenkant vloer


0,45


0,42 —


0,32 —


1,00 —


1,21 —


^) Onder schutkolklengte wordt verstaan, de lengte getneten tussen de sluishoofden.


(Zk* voor vervolg achterzijde)


VERKLARING DER TEKENS


30 IJ


Electrisch gemaal



IVaters oh np 11c /gt;r/.0.1

.700 hu


0.3

55 ha

-0.3


O.£


6*06


Het inlaten van water geschiedt uit de Friese boezem, door middel van de Nieuwe schutsluis te Gaarkeuken [sluis Ff.

De boezem loost op de Lauwerszee door de Hunsingosluis [sluis G) te Zoutkamp en op de vóór-, berg- of spuiboezem [zie VI} door middel van de uitwateringssluis [sluis L) te Lammerburen.

De boezem kan tevens op de vóór-, berg- of spuiboezem worden afgemalen door middel van een electrisch gemaal, dat één kunstwerk vormt met sluis L te Lammerburen.

Het boezempeil bedraagt 0,93 m — N.A.P.


Oliegemaal

Stoomgemaal


met opgave van de aard van het bemalingswerktuig (e = centrifugaalpomp; s = schroefpomp; sr = scheprad on v = vijzel) en het aantal m’ water-verzet per minuut bij de in m aangegeven opvoer-hoogte.


Windmotor met raddiameter in m.


‘■^n^/fm Windmotor, raddiameter in m, met electromotor als hulpkracht.


.iüO hu


10


Windmolen met vlucht in m.


Windmolen, vlucht in m, met


Droolf \ s-ast prO.GG


UaftiFscAftp


3.4


0.


â,9,5 ha


yolinfayiel -prlJ3 flo4i/pr


^ /“Ütf: ifsopfui


'■ ^ tnrAl Blöi^f



Universiteitsbibliotheek Utrecht


Z/oó/i ha


40,1 hti •

PB rpn,7ipfi/j//(/-


A»-’’


rui-


lAü hu


0.


h ntAe -


DoJiier 14(1 ha


^I 10'



FA Vóór-, berg- of spuiboezem van het waterschap Electra

Deze boezem wordt gevormd door het benedengedeelte van het Reitdiep ten westen van de dam in dit diep te Lammerburen.

De oppervlakte van de boezem bedraagt 113 à 138 ha.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit polder- en boezemland en heeft een grootte van -325 ha.

De boezem loost op de Lauwerszee door middel van de Provinciale zeesluis [sluis F) te Zoutkamp.

De hoogste boezemstand bedraagt 0,82 m N.A.P.


VII. Boezem van het waterschap Surhuisterveen

De boezem wordt gevormd door de waterleiding langs de oostzijde van de weg Surhuisterveen—-Roodeschuur.

Het gebied, dat zijn water op deze waterleiding afvoert, heeft een grootte van 125 ha en bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Overtollig water kan worden afgevoerd op Frieslands boezem door middel van een duiker met schuif.


VIII. Bovenpand van de Nieuwe- of Compagnonsvaart

Met dit pand liggen o.a. gemeen de Baukewijk, het Eisingarak en he Dwarsdiep.

Het boezemgebied komt gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van het blad voor en bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. De totale oppervlakte van de boezem en het gebied bedraagt 1055 ha.

In droge tijden moet het waterverlies van het bovenpand van de Nieuwe-of Compagnonsvaart, door schutten, kwel, verdampen, enz., door oppompen worden aangevuld.

Deze aanvulling geschiedt met water uit het benedenpand. Hiertoe is aan de westzijde van de schutsluis te Roodeschuur [sluis R) een oliegemaal gebouwd.

Het kanaalpeil van het bovenpand bedraagt 0,29 m 4- N.A.P.


IX. Boezem van de Compagnie der vaarten, enz. te Rottevalle

De Lange Wijk maakt deel uit van deze boezem en komt gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van het blad voor.

Het boezemgebied komt voor een zeer klein gedeelte op het blad voor.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenveen Oost en de beschrijving in het boekje.


X. Derde of bovenste pand van het Leeksterhoofddiep


Het Tolbertkanaal, dat met dit pand gemeen ligt, komt gedeeltelijk in de zuidoostelijke hoek van het blad voor.

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 3,02 m -f- N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Assen West en Heerenveen



hulpkracht.


mft hu^rn.

electromotor als

X''

Kleine windmolen in m.

«

Schutsluis.

X

Uitwateringssluis.

lt;

Keersluis.

met vlucht

y ^ thi^/ .lt;/. Hulpsluis (doet


Spoorweg.

Grootte van polder, hoger deel, gebied met zomerbemaling of boezemgebied volgens meting op de topografische kaart, schaal 1:25 000, met de pool-planimeter. Voor zover de grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.


dienst


bij veel waterbezwaar).

^M..i/. Inlaatsluis.


Grondduiker.


(»4P


Hv-


pr/.Ol


xp-070


w.prl.O.y


0.6


ÄoiCui^iLtr


Waterkerende dijk met verdediging en hoofden.

Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.


Laagwaterlijn.

Lijn van 25 dm onder L.W.


Grondduiker mot afsluiting.

Stuw.


Stuw met schuif.


Stuw met klep.

Hoofdmerk van het N.A.P.


Verkenmerk van het N.A.P.


Peilschaal.

Registrerende peilschaal.

Peilschaal geregeld opgenomen, g^j^j^^^^


Zomerbemaling. Polder die uitsluitend in de zomer wordt bemalen.


Polderpeil


Zomerpeil I in m


Winterpeil 1 N.A.P.


Hoogtecijfer


Verharde weg.

Weg in aanleg.

Ontworpen Rijksweg.


50


Administratieve grens van een waterschap.


Provinciale grens. Deze is, in het algemeen, slechts aan-gegeven, voor zover zij niet samenvalt met een administratieve waterschapsgrens.


Gedeeltelijke administratieve:


noord oostgrens van het waterschap Buitenpost (Oost-einde);


rniiimifiiiimiiffli


noordoostgrens van het waterschap Surhuisterveen;


noordoost en oostgrens van de waterschappen Oostermeer en Strooboa;

noordgrens van het waterschap Het Witveen en oostgrens van het waterschap Zwaag-westeinde c.a.;

oostgrens van het waterschap De Oude Vaart.


De waterstaatskaarten zijn, à f 5,00 per stuk, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


EEUWARDEN (OOST)






'“' Rijkswatfer^tadt bïrectio AtóreïR



-ocr page 13-

SLUIZEN (vervolg)

Tussen het Kommerzijlsterdiep en de Kommerzijlsterrijte


Hoogte in m Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v. N-A.P.

in de nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;bovendag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;slag- kant

m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;drempel vloer


M. Kommerzijl, keersluis van het waterschap Westerkwartier ; twee openingen, elk met één paar punt-deuren, elke opening................6,30

De sluis ivordt alleen gesloten bij doorbraak van de zeedijk.


2,76 —


In de Lauwers


Deze sluis wordt alleen gesloten bij doorbraak van de zee/Iijk.

Deze sluis wordt alleen gesloten bij doorbraak van de zeedijk.


In het Hoendiep


P. Nieuwe schutsluis met tussenhoofd, tussen de boezem van het waterschap Electra en de Friese boezem ; drie roldeuren, benedenschutkolklengte ^) 85,00 m, lengte van de bovenschutkolk 99,30 m, totale schutkolklengte 190,00 m.

benedenhoofd............... tussenhoofd................ bovenhoofd................

De sluis doet tevens dienst als inlaatsluis tussen Frieslands boezem en de boezem van het waterschap Electra.


10,00

12,00

10,00


3,93 —

3,93 —

3,93 —


In de Grootegasterhoofdvaart

In de Nieuwe- of Compagnonsvaart


In het waterschap Kollumerland-Oostdeel


S. Uitwateringssluis tussen de boezem van het waterschap KoUumerland—Oostdeel en Frieslands boezem ; één opening met twee paar puntdeuren.........4,50 de slagdrempels zijn even hoog.......2,26 — In elk der binnendeuren een schuif.


1) Onder schutkolklengte wordt verstaan, de lengte gemeten tussen de sluishoofden


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem of het stromende water waarop zij afwateren.

Van polders, die afwateren op meer dan één boezem, is de tint gestreept overeenkomstig de kleuren van die boezems.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Van poldergedeelten, die uitsluitend in de zomer worden bemalen, i.s de begrenzing aangegeven door een blauwe haroering.

Boezemland en lioge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegoven in de kleur van de boezem waartoe zij behoren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan. De bies voor de begrenzing van het gebied, dat op Frieslands boezem loost is daar onderbroken, waar zij zou moeten samenvallen met de bies van een gebied, dat indirect op de Friese boezem afwatert. De laatstbedoelde bie.s vormt een deel van de begrenzing van het totale gebied, dat direct en indirect op Frieslands boezem loost.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en ongereglementeerde polders, voor zover deze laatste vermeld zijn in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Waar in het bijschrift is verwezen naar „het boekje” wordt bedoeld het eerlang te verschijnen boekje ,,Beschrijving van de provincie Friesland, behorende bij do waterstaatskaart’ ’.

In dit boekje zijn gegevens opgenomen omtrent: bedijkingen, boezems, kanalen, overstromingen, reglementen, veenpolders, verveningen en droogmakerijen, waterkeringen, waterschappen en waterstanden.


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

De volgende polders komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor :

Beintemapolder, polder Beintema, polder Benedictus, polder Bijma (p) groot 2 ha ; polder Het Bilt (r), De Bindervoetpolder, polder Bosma, Gatspolder, polder Dantuma, groot 8 ha ; polder Dijkstra, polder van de Doopsgezinde gemeente c.a. (v), groot 9 ha ; Doornbospolder, Eskespolder, Ezingepolder, polder Finnema, Ganzenpolder onderdeel van het waterschap De Contributie Zeedijken Oostdongeradeel, polder Gebr. deBoer (a^), polder Gevers (e), groot 3 ha; polder Ojaltema (s), groot 4 ha; polder Grijdanus, polder Haan (c), Hanckemapolder, polder Hiemstra (o), groot 4 lm ; polder Hiemstra, gelegen in het waterschap Oostermeer ; polder Van der Hoek (j), groot 2 ha; polder Hulshof (n), groot 0,5 ha; polder Idsingh (t), groot 3 ha; Ikema-heertpolder, De Kerkvoogdijpolder onderdeel van het waterschap Hunsingo, polder Kette-lingwier, polder Kloppenburg, polder Koning (b), polder Kroeze (f), groot 3 ha ; polder Land (ij), groot 5 ha met inbegrip van een hoger deel, groot 3 ha en een hoger deel groot 1 ha ; polder Lap (l), groot 3 ha ; Leienspolder, polder Linker (h), polder Loonstra(d), groot 4 ha ; polder Meemerda, polder Mokkenburg (g), polder Muller (a), polder Nationale Levensverzekering maatschappij (q), polder Ned. Herv. kerk teSurhuizum (i), Nieuwe Buitenpolder, Nieuwe Huigezandsterpolder, polder Nieuw Kruisland, polder Nieuw-Veen (w), De Noorderpolder, De Noorder lieitdiepspolder, Noordoosterpolder, Noordpolder, polder Obbema State, polder De Oude Kooi (b), groot 2 ha; polder De Platte Negens (c), polder Pool, polder Poortinga (u), polder Poppinga, polder Postmus, liaskespolder onderdeel van het waterschap De Contributie Zeedijken Oostdongeradeel, polder Iloorda, polder Bozema (z), groot 6 ha; polder Scheerhoorn (k), groot 4 ha; Sikkemapolder, polder Tabak (m), groot 2,5 ha; polder Tolberterpetten, Van der Veenpolder ; polder Fam. Veeland (x), groot 14 ha met inbegrip van 7 ha zomer-bemaling, polder Veldzicht, Verdeniuspolder, De VUedorpster- en Zuurdijksterpolder, polder Wartnawiel onderdeel van het waterschap De Contributie Zeedijken Oostdongeradeel, polder Weerdeburen, polder Wieringa, polder Wiersma, polder Wijbinga, Zevenhuisterpolder, De Zuider Reitdiepspolder, Zuidwesterpolder, polder Van der Zwaag.


-ocr page 14-

SLUIZEN.


A. Schouw’erzijl, slapersluis van het Waterschap Hunzingo in den rechter Reitdiepsdijk, één opening met één paar puntdeuren.......


B. gelegen :


Winsumer* en Scliaphalsterzijlen, begfaande uit de naast elkaar


a.


b.


C.


Schaphalsterzijl, keersluis van het Waterschap Hunzingo in den rechter ReiUliepsdijk, één opening met één paar puntdeuren . . . Nieuwe Sluis, keersluis van het Waterschap Hunzingo in den rechter Reitdiepsdijk, één opening met twee paar puntdeuren, naar weerszijden keerende

Winsumerzijl, keersluis van het Waterschap Hunzingo in den rechter Reitdiepsdijk, eén opening met één paar puntdeuren . . .


C.

in den


Oude Aduarderzijl, keersluis van het Waterschap Westerkwartier linker Reitdiepsdijk, één opening met één paar puntdeuren . . . .


D. Nieuwe Aduarderzijl, keersluis van het Waterschap Westerkwartier in den linker Reitdiepsdijk, twee openingen, elke opening met één paar puntdeuren............................


E. Noorderpomp, keersluis van het Waterschap Hunzingo in den rechter Reitdiepsdijk, éé/i opening, geslote/i door een klep........


F. Wetsingerzijl, schutsluis van het Waterschap Hunzingo tusschen het Wetsinger/naar e7i het Reitdiep, vier paar pu7itdcuren, naar weerszijden keere/ide, schutlengte 20 m; de slagdre/npels zijn even hoog.......


De


sluis staat altijd open.


G.


Keersluis in het Deitdiep te Wetsinge, schotbalksluis . .


H.


Sluis te Dokwerd, schitisluis tusschen het eerste en het tweede


pa7id van het Reitdiep, twee roldeureri, schutlengte 70 m........

bovenhoofd......................... benedenhoofd........................

Naast de sluis bevindt zich een gemaal 7net een capaciteit van 200 m per minuut bij 1.60 m opvoerhoogte.


I. Westerhavcnsluis, schutsluis het Zuidelijk Verbindingskanaal en de schutlcngte 35 m.......... bovenhoofd......... - benedenhoofd........


in het Verbindingskanaal tusschen Westerhaven, twee paar puntdeuren,


K. Oosterhavensluis, schutsluis


in het Verbindingskanaal tusschen


Da/nsterdiep en Eemskanaal, twee paar pu/ddeuren, schutle/igte 50 m . .

bovenhoofd......................... benedenhoofd........................


L.


Keersluis in het Doterdiep te Noorderhoogebruff, schotbalksluis . .


M. tusschen


Oostersluis, schutsluis in het Kanaal Koordhomerga—Eemskanaal den boezem vafi Electra en den boezem van het Eemskanaalt drie


roldeuren; de middelste deur verdeelt de schutkolk in twee deden, schutkolk-lengten resp. 115 m en 67.3 m; de slagdrempels zijn even hoog


N. Driewcgsluis, schutsluis tusschen het Damsterdiep, het Noordhornerga—Eemskanaal en het Eemskanaal, drie roldeuren, schutlengte 34 m; de slagdrempels zijn even hoog .....................


0. Tezingerverlaat, schutsluis aan de Rollen tusschen het Damsterdiep en het Tezinger/naar, twee paar puntdeuren, schutlengte 20 m...... bov€7ihoofd......................... benedenhoofd........................


P. Slochtersluis, schutsluis tusschen het Ee/nskanaal en het Slochterdiep, twee paar puntdeure/i, schutlengte 27 m................ bovenhoofd......................... benedenhoofd........................


Q. Schutsluis tusschen de Borgsloot en het Waterschap de Wester-broekster Engelbertermolenpolder, twee paar puntdeuren, schutlcngte 20 m; de slagdrempels zijn even hoog....................


R. Schutsluis tusschen het Winschoterdiep en Oosterpolder, vier paar puntdeuren naar weerszijden 23 m; de slagdrempels zijn even hoog .......



Umverstteits-bibllotheek Utrecht


20


.7/0 k.


■•tW;


Winschoterdiep. Het kanaal loopt van de Oosferhaven te Groningen naar de Pekel A bij het Renselverlaat. Van Winschoten tot de Pekel A heet het de Rensel.

De lengte bedraagt 37.6 km; de breedte op K.P. wisselt van 12 m—25 m; de bodembreedte van 6 m—12 m; de diepte in de kimmen is tusschen Groningen en het Martenshoeksterverlaat 2.30 m; verder 2 m. Het kanaalpeil is voor het geheele kanaal Winschoterpeil (W.P. = 0.62 m N.A.P.).

Het kanaal is tot km 28.8 (d.i. 100 m ten zuuloosten van de los- en laadplaats te Scheemda) in beheer en onderhoud bij de gemeefite Groningen; van daar tot het Renselverlaat bij de provincie Groningen. Het gedeelte van Groningen tot Waterhuizen werd waarschijnlijk reeds in de 13de eeuw gegraven. Van hieruit begon men in 1618 in oostelijke richting het kanaal te verlengen. Nog in hetzelfde jaar werd het groote Sappemeer of Duivelsmeer bereikt en afgetapt. In 1628 werd het voltooid tot Zuidbroek. In de faren 1632—1635 is het oostwaarts doorgetrokken tot in de Pekel A.

In de zommerzitting van 1930 van de Provinciale Staten van Groningen is besloten om den vaarweg van Groningen over Winschoten naar de Nieuwe Statenzijlen opnieuw te verbeteren.


Zie v'erder de beschrijving van deft

Winsumerdiep. Het diep loopt

Schaphalsterzijl. De lengte bedraagt 9 bodem 6 m—21 m; de diepte onder


kanaalpeil is gelijk aan Electrapeil (0.93 m — N.A.P.).

Het is in beheer en onderhoud bij het Waterschap Hunzingo.


boezem vatt het Eemskanaal.

van het Boterdiep te Onderdendam naar het Reitdiep bij km; de breedte op kanaalpeil van 15 m—30 m, in den K.P. tot km 5 1.90 tn; verder op minstens 2 7n. Het


STROOMENDE WATEREN.

Peizerdiep. Dit ontstaat bove/i Lieveren uit de samenvloeiing l'an de A of het Groote Diep met het Kleine- of Oostervoortsche diep. De A, bovenwaarts Slokkert ge/ui/u/ul, wonU gevormd door verschilleïïde waterloopen, die te/i noorde/i van de Kolonievaart e/i i/t het Ankehaarveld o/itspringen.

Het Oostervoortsche diep o/itstaat wit waterloopen in het Zeijer- en het Peesterveld, die zieh eve/i bove/i de brug i/i den straatweg Norg—Donderen vereenigen.

Na de samenvloeiing boven Lieveren heet de stroom eerst Lieverderdiep, later Peizerdiep. Het neemt bij Rode/i nog op een waterlossing uit hei Steenbergerveen e/i het Rootulerveld, de Loop genaamd, en vereenigt zich bij de grens tussche/i de provindë/i Groningen en Drenthe met hel Eelderdiep. Na deze vereeniging wordt het Koni/igsdiep genoenul. Dit brengt zij/i water bij Vierverlaten op het Hoendiep.


Eelderdiep. DU diep wordt gevonnd door de samenvloeiing van de Maisloot, meer benedenwaarts Winderloop geheeten, het Eelderloopje, de Runsloot, later Westerloop genaamd, en de Veenloop, komende uU het Bunnerveen. Het stroomde vroeger op ongeveer 300 m zuidwestelijk van den Eelderwolder Hooiweg in noordwestelijke richting tot de grens tusschen de provinciën Groningen


en Drenthe, doch is, voor zoover dit gedeelte betreft^s in verband Waterschap de Peizer- en Keldermaden, omgelegd langs genoemden provinciale grens tot het punt van sainenkomst met het Peizerdiep.


Hume; Oostermoersche Vaart of Drentsche Diep. Dit


met de inrichting van het Uooiweg, volgt daarna de


diep ontstaat bij Gasselter-


nijeveen door de samenvloeiing van het Voorste Diep met het Achterste of Groote Diep. De Hunze stroomt langs den rand van den Hondsrug naar het Zuidlaarder meer. Beneden Zuidlaren stroomt de Hunze noord- en noordwestwaarts en wordt bij het gehucht Waterhuizen opgenomen door het Winschoterdiep.

Van Spijkerboor af is de stroom bevaarlntar.

Beneden het Zuidlaardermeer splitste de Hunze zich vroeger in twee takken. De rechter tak stroomde door het Foksholstermeer en heette verder Eivel. Deze is reeds sedert eeuwen geen stroom meer. De linker tak stroomde langs de noordoostzijde van de stad Groningen en kreeg in den benedenloop den naam Reitdiep. In 1259 werd deze tak door de stad Groningen geleid.


het Waterschap de keerenden schutlengte


ktif/nuti


quot;quot;A' Ato/Anp0l,L


p^dder • 0.3


1.7fiO h.i


S. Schutsluis tusschen het Drentsche diep en Onnerpolder, twee paar pu/ddeuren, schutlengte 27 /n . bovenhoofd................ benedenhoofd...............


het Waterschap de


0.:


BOEZEMS.

L Boezem van Electra.

Tot den boeze/n van Electra behooren het Reitdiep beneden de Dorkwerdersluis, het Hoeridiep tot de sluis te Gaarkeuken, het nieuwe kanaal van Noordkor/ierga naar het Eemska/iaal en alle boezernivaieren van de Waterschappe/i Hunzingo, Westerkwartier en Reitdiep. De belangrijkste hierva/i zijn: het Boterdiep, het Winsu/nerdiep, het Kardingermaar, het Stedu/nermaar, het Westerwijtwerder77iaar, het Warffumermaar, het Mensinge weer ster Loopdiep, het Hulpkanaal over Hoorn, het Aduarderdiep, het Kom/nerzijlsterdiep, het Lettelberterdiep, het Oldehoofsche kanaal, hd~Koning8diep, de Munnikesloot, benevens de Rodervaart /net het Leekstermeer en de benedenloope/i van het Peizerdiep en van het Eelderdiep.

De boezem loost door de Hunzingosluis en de Provi/ieiale schut- en uitwateringssluis te Zoutka/np op de Lauwerszee. Bij Lammerburen is het Reitdiep afgedamd. Op die afdamming is een gemaal gesticht met vier schroefpompen, elk opbrengende per /ninuut bij een opvoerhoogte van 0.8 à 1.3 /n ongeveer 1000 m*. Het tusschen Lammerbure/i e7i Zoutkamp gelegen deel van het Reitdiep doet dienst als vóór-, berg- of spuiboezem, waari/i tijdens vloed het opge/nalen water lijdelijk wordt geborgen. Tevens zijn bij La/nmerbure/i gebou/vd een schutsluis en vijf kokers voor vrije loozing.

Tot het gebied van den boezem behooren:

het Waterschap Hunzingo: 25.345 ha boeze/nland e/i 10.700 ha polderland;

het Waterschap Westerkwartier: 13.450 ha boeze/nland en 14.750 ha polderland;

het Waterschap Reitdiep: 1.350 ha boezemla/id en 1.650 ha polderla/id;

be/ievens de niet i/i het waterschap Electra opge/iomen, in Drenthe gelegen gronde/i : 24.650 ha hooge gronden en 2.350 ha pol/ierland of samen 94.245 ha, waarvan 24.650 ha hooge gronden, 40.145 ha boezemland en 29.450 ha polderla/id.

Het peil van den boezem bedraagt 0.93 m —N.A.P. De totale oppervlakte va/i den


T. Schutsluis tusschen het Oude Hoomsche diep en het Waterschap de Eelderwolderpolder, twe paar puntdeuren, schutlengte 17 m...... bove/ihoofd......................... benedenhoofd........................


U. Schutsluis I tusschen het eerste en tu'eede pand van hel Leekster Hoofddiep, twee paar puntdeuren, schutlcngte 27 m........... bovenhoofd......................... benedenhoofd........................

Naast de sluis bevirult zich een gemaal met een capaciteit van 36 w* per minuut bij 1.80 m opvoerhoogte.


REITDIEPSDIJKEN.

Tot de slaperdijken in de provincie Groningen, waarop de Verordening, regele/ide op dijken (zie Reglementen) va/i toepassing is, behoore/i de volgeïide Reit/Uepsdijken :


1°. de keering, gevormd door den ouden Reitdiepsdijk van Zoutkamp tot den Vliedorpster-polder, den dijk zuidelijk langs dezen polder en den Nieuwen Zuurdijksterpolder tot den dwarsdijk van Electra, deze divarsdijk tot den Ruigezandsterpolder, de dijk noordelijk langs dezen polder en


den Waardsterpolder en het aansluitend gedeelte oude linker 2^. de oude linker Reitdiepsdijk van de keersluis te vervolgens de aansluitende dijk oostelijk langs deze/i polder de samenkomst met de keering onder 1° vermeld; de oude


te Wetsinge tot den Ouden Zuurdijksterpolder en vervolgens de aansluitende dijk zuidelijk langs


dezen en den Nieuwen Zuurdijksterpolder tot de 8a7nenkomst met de keering onder 3°. de oude rechter- en linker Reitdiepsdijken bovenwaarts van de keersluis


KANALEN.

Aduarderdiep. Dit diep loopt van het Hoendiep bij Vierverlaten naar het


Aduarderzijl. De lengte bedraagt 13.1 km; de breedte op K.P. 7ninstens 23 m, in den bodem 18 7n ; de diepte 07uter K.P. van Vierverlaten tot Niettwe brug 1.80 rn, i'an Nieuwe brug tot Nieuwklap 2 m e7i van Nieuwklap tot het Reitdiep toene7nende van 2 rn—2.20 m.

Het is in beheer en O7ïderhoud bij het Waterschap Westerkwartier. Het is groote7ideels ontstaan door vergraving vati een (ruden tak van de Hunze.

Het ka7iaalpeil is gelijk aan Electrapeil (0.93 m — N.A.P.).

Boterdiep. Het loopt van het Noordelijk Verbiridingskanaal te Groriingen langs 0nderdenda77i naar Uithuizen. Benoordoi Onderdendarn wordt het kanaal ook Uithuizerdiep genoemd. De lengte bedraagt 26.5 km; de breedte op K.P. 9 m—20 m; in den bodem 5.60 m—13 m; de diepte onder K.P. 1.50 m—2 m.

Het is in beheer en onderhoud bij het Waterschap Hunzingo ; door de provincie Gro7iingen wordt echter ee/i vergoeding aan het Waterschap betaabl volt;7r het onderhoud.

Het Boterdiep werd va/i Onderdendam langs Beduin e/i Zuidwolde gegraven in 1625. Het werd in 1653 doorgetrokke7i tot i/i de stad Groningen.


^lt; ^^ .fuutckf-mn p\


/l.l-O


'OJ


j.yo h.i


-o.


js.e ÄS


IIP


-O.S


67/0 Dn


H V-^/fto/de/'


74(7 h., 4ï


nD hn


rrenftr^tchj^^


itttn


l.'un


4.7.7 fia


W (M (los/e/t'/lte^


/iiu/nu/gy/nt/f/io


It .p -z.d


.770 h»


X.^l^


fi.V


(Dgt;sfpoDJor


boezem is


' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7:35.iÀ/iquot;\' [gii np h/,.t./b


117' 4 '


kfriits ~


M7'


ruim 1.380 haj van den voorboezem 113 tot 130 ha.


Z^W Jtri


h/f/ttfh‘/‘


. in/den/9^


h.r


I4^’dv


IL


m.


IV.

Het


Boezem van Fivelin^^o. Zie blad Groningen-Oost.


Boezem van Duurswold. Zie blad Groningen-Oogi.


Eemskanaal.

belangrijkste boezemkanaal is het Eemskanaal. Tevetis behoore7i tot den boezem


z.s.-tZ^ Sfuurur/Jtior -


/ra dm


Btnm~


ptdder


fj,gt;


/tA


x.v.~zn


AJt fHilrMr


IC


n/^tw-pcddui'


f.'IO f,^


hot/stri


Ûot/ou'ài


/ mfdejt ptJiiv/' '’


. Z47t 7i/i

N.«.iltllt; Vllh (AUlttA!


Ekfit/brlTo^' rv.K^If:' f»AfprdtM



Het kanaalpeil

Damsterdiep. haven van Delfzijl, bedraagt 10 m—40


is gelijk aan Electrapeil (0.93 m — N.A.P.).

Dit verbindt het kanaal Noordhornerga—Eemskanaal bij Groningen 7net de Het heeft eeti lengte van ongeveer 29 km ; de breedte op K.P. ( EivelingopeU) m; de bodembreedte van het beginpunt tot Appingedam 10 m; verder tot


-a*

-A


np


de A'nlt;rd»f“/det


het eerste pand van het Winschoterdiep, het vijfde pand van het Noord-Willemskanaal met het Iloornsche Diep tot de Punterbrug in den weg Vries—de Punt, het bocenpand van hei Reitdiep, het Zuidlaardermeer en de Hunze tot de brug bij Spijkerboor in den weg Vries— Zuidlaren.

De boezem loost door een schut- en uitwateringssluis te Delfzijl op de Eons.

Het peil is Winschoterpeil (0.62 m N.A.P.)

In den regel staan het Martenshoeksterverlaat, het Zuidbroeksterverlaat en het Renselverlaat open, zoodot het geheele Winschoterdiep en het benedenpand van de Pekel A in open gemeenschap met den boezem van hei Eemskanaal liggen. Het Martenshoeksterverlaat mag gesloten worden, als het water in het tweede pand van het Winschoterdiep lager dan W.P. zou afloopen. Dit geldt meer in het bijzonder voor droge tijden. In het regenseizoen zal veelal om te allen tijde voldoende gelegenheid tot waterafvoer te verzekeren, de sluis geopend moeten blijven, niettegenstaande in dien tijd op hei Zuidlaardermeer een statui van 0.20 tn —‘ W.P. wordt nagestreefd. Het Zuidbroeksterverlaat wordt gesloten om hooge standen van het tweede pand te keeren of te laag afloopen van dit pand op het derde te beletten. Hei Renselverlaat wordt alleen gesloten als de Pekel A 0.40 m boven peil stijgt (1.02 m N.A.P.)

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 1000 ha.

Kir wateren ongeveer 7.700 ha polderlatul en 51.300 ha hooge gronden op den boezem af. Hiervan behooren tot het gebied van :


de Drentsche A en het Noord-Willemskanaal . . . de Hunze en het P Pand van het Winschoterdiep


hooge gronden ha

29.900

21.400


polderland ha

1.200

6.500


51.300

Voorts ontvangt de boezem al het water, dat door het 2° Pa?id va/i het Wi/ischoterdiep wordt aangevoerd, omvatie/ule totaal.......15.000


7.700


7.650


66.300 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;15.350


Bij de sluis te Dorkwerd is een gemaal gebouwd met een capaciteit van 200 m^ per minuut bij 1.60 m opvoerhoogte, tot terugpomping van het door schutten aldaar verloren water.


V, Tweede pand van het Leekster Hoofddiep.

Het pand loopt van sluis I (sluis U) te de Leek tot sluis II te Diepwal. Het ontvangt het overtollige water van het derde pand. Bij de sluis is een ge/naal /net ee/i capaciteit ran 36 m* per zninuut bij ee/i opvoerhoogte van 1.8'0 771 gebouu'd te7i einde het pand op peil te kunnen houden. Er U'ateren gee/i gronde/i op het pand af.


Delfzijl 20 m. De diepte is 2 m onder EivelingopeU (E.P. = 0.93 rn — N.A.P.).

Het is in beheer eri orulerhoud hij het Waterschap Eivelingo. Het gedeelte va/i Groninge/i naar Tenpost werd gegraven in 1424.

Eemskanaal. Dit kanaal verbindt de Oosterhaven te Groni/igen /net de Buitenhaven van Delfzijl. De lengte bedraagt 26.5 km ; de breedte op kanaalpeil is van 32 rn—40 /n ; de diepte 4.50 m in het midden; 4 jn in de ki/nmen. Het kanaalpeil is Winschoterpeil (W.J*. = 0.62 m -J- N.A.P.). (Zie verder onder „Boezems*’.)

Het is in beheer en onderhoud bij de provincie Groningen. Het werd gegraven in de jaren 1866—1876.

Hoendiep. Dit diep vormt de verbinding tusschen het Zuidelijk Verbirulingska/ïaal en de Westcrhave/i te Groningen met het Kolonelsdiep bij Gerben Allesverlaat. Het deel van Noordhornerga tot Gaarkeuken is een onderdeel va/i den vaarweg ran Groninge7i naar het IJsselmeer. De breedte va/i dit gedeelte bedraagt 4 2 771 op K.P. en 2 0 771 in den b/nlem. De diepte is 3 m onder K.P. Voor het andere gedeelte is de breedte 13 771—26 m op K.P., in den bodem 9m—18 m; de diepte 2.20 m onder K.P.

Het is verdeeld in twee panden door de schutsluize/i te Gaarkeuken. Op dit blad komt voor het pa/id, gemeen liggende met de/i boeze/n van het Waterschap Electra (0.93 m — N.A.P.) ; het a77dere pand tigt gemee/i /net Erieslandsboezem (0.66 m — N.A.P.).

Hei Hoendiep is gegraven in de jaren 1597—1654.

Het kanaal is in beheer e7i onderhoud bij de provincie Gro/iingen.

Kanaal Noordhornerga-Eemskanaal. De beslaande vaarweg van Groninge/i 7iaar het Weste/i bleek reeds in het midden der vorige eeuw nog slechts te voldoen aan zeer bescheiden eischen. Daarom werd in de tweede helft van de vorige eeuw het Hoe/idiep aanmerkelijk verbeterd. De toename der scheepvaart op dit kanaal was echter van dien aard, dat de behoefte aa/i nieuwe verr/ii/ning zich deed voelen. Er volgde overleg tusschen de provinciën Groningen e7i Friesland, de gemeente Groningen e/i het Rijk met het resultaat, dat de Staten van Groningen bij besluit van 15 Juli 1919, w®. 20, beslote/i tot het bouwe/i van een nieuwe schutsluis te Gaarkeuken, welke sluis werd gebouu'd i/i de jare/i 1922—1924; bij besluit va/i 15 Juni 1928, n°. 5, en 19 Februari 1929, n*^. 5, tot het aanleggen van een nieuw kanaal va/i het Eemskanaal ten oosten van Groningen tot het Hoendiep bij Noordhornerga. Deze werken werden uitgevoerd in de jare/t 1931—1936.

Het nieuwe kanaal heeft ee/i lengte van 16 km e/i loopt van het Ee/nskanaal, waarvan het door ee/i schutsluis is gescheiden, naar het Iloendiep bij Noordhornerga. Het gedeelte Ee/tiskanaal— Boterdiep heeft een brealte op K.P. (peil van Electra of 0.93 m — N.A.P.) va7i 56 m, in den bod€77i van 36 771; het gedeelte Boterdiep—Spoorlijn Sauwerd—Groningen heeft een breedte op K.P. van 50 m, in den bodem van 28 m; overigens een bree/lte op K.P. va/i 42 m, in den bodem van 20 m; het geheele ka/iaal heeft een diepte van 3 m — K.P.

Het kanaal is in beheer en o/ulerhou/l bij de provincie Groningen, behalve een klei/i gedeelte aa/i de oostgre/is der gemeente Groningen, dat onder beheer van die gemeente is.

Leekster Hoofddiep. Het diep vormt met de Gave, de Munnikesloot en het Leekstermeer de verbinding tussche/i het Hoendiep bij de Poffert en de Jonkersvaart bij Zevenhuizen. Het kanaal is door twee schtdsluizen i/i drie panden verdeeld; het benedenpand ligt ge/nee/i met den boezem van Electra; het tweede pand, zich uitstrekkende va/i sluis I (sluis U) te de Leek tot sluis II bij Diepswal, heeft ee/i peil va/i 0.72 771 -4- N.A.P.

De lengte van het kanaal is 8.4 km; de breedte wisselt af van 10.80 m—18.60 m; in den bodem van 5 m—15 77i; de diepte tot sluis 1 is 1.50 m; van deze sluis af 1.90 m i/t het midden en 1.70 771 aan de ki/ntnen.

De waterstand wordt in droge tijden door gemalen bij de sluizen op peil gehouden of zooveel lager als Electra beneden peil is.

Het kanaal is in beheer en onderhoud bij de ge/neente Leek.

Noord-Willemskanaal. Voor den aanleg van het kanaal werd concessie verleeTul bij Koninklijk besluit va7i 10 Juni 1858, n^. 43; het is tot stand gebracht door de Noord-Willemska/iaal-Maatschappij in de jaren 1858—1861 en voor de scheepvaart opengesteld in 1861.

Het kanaal verbiTidt het bovenpand van de Drentsche Hoofdvaart te Assen met het Zuidelijk Verbindingska/iaal te Groningen en heeft een lengte van 27.9 km. Het wordt door vier schutsluizen in vijf panden verdeeld. Een deel van het vijfde pand ko/nt op dit blad voor. Het wordt grootendeels gevormd door het geka/iaUseerde deel van het Iloornsche diep en heeft ee7i peil van 0.62 m N.A.P. (Winschoterpeil).

De bree/lte bedraagt 14 771, in den bodem 8 m—10 m; de diepte is 2.30 m — peil.

Het kanaal met de ku7istwerke7i is eigendom van- e7i in beheer en onderhoud bij de Noord-Wille/nskanaal-Maafschappij.

Reitdiep. Het diep loopt va/i de Noorderhave/i te Groningen tot de Lauwerszee te Zoutkamp. Het heeft een lengte van 31 km; de breedte op kanaalpeil wisselt af va/i 20 m—40 m en meer; bij Zoutkamp 300 771; in den bo/lem is de breedte 77/in8te7is 10 m. De diepte bedraagt 2.50 m — K.P.

Het is verdeel/l in drie panden. Het eerste pand loopt mn de Noorderhaven te Groningen tot de sluis te Dorkwerd en heeft een peil van 0.62 m N.A.P. (Winschoterpeil) ; het tweede pand strekt zich uit tot de sluis te Lam77ierburen mei een peil van 0.93 /n — N.A.P. (Peil van Electra) ; het derde pand w'ordt gevor/n/l door het gedeelte van het diep tussche/i de sluis te Lammerburen en de sluis te Zoutkamp, het peil bedraagt in 7ïor7nale omstandigheden eveneens 0.93 m — N.A.P. Didien het gemaal te La7n77ïerburen in werking is, komen op dit pand eelder waterstanden voor tot 1.75 m -f- K.P.


Het Reitdiep is eigenlijk de benedenloop van de oude Hunze.

In 1674 werden in het Reitdiep in de stad Groningen de Grode en de Kleine gelegd respectievelijk in de momien van de Hunze en de Drentsche A. Tot 1875 werd dat te Groningen satnenstroomde, afgevoerd door het Reitdiep. Door den aanleg van kanaal is de afwatering verlegd naar den mond van dit kanaal. De Spilsluizen werden Het Reitdiep werd aan den mond afgesloten door een dijk van Zoutkamp naar


(1875—1877). In dezcïi dam werd in de geul van het Reitdiep ee)i schut- en uitwateringssluis gebouwd. Tevens werd het Reitdiep afgeslote/t door ee/i dai7i 7net schiitsluis te Wetsi7ige. In de jaren 1918—1920 werd voor de be7naling van het Waterschap Electra een dam gelegd, waarop het boezemgemaal is gebouwd. ()7uler dit gemaal zij7i 5 kokers voor vrije loozing. Tevens ligt in dezen dam een schutsluis. Di verband met den aanleg va/i het nieuwe kanaal van Noordhornerga naar het Eemskanaal is bij Dorkwerd in het Reiltliep een schutsluis gebtmwd (sluis H), terwijl de schutsluis bij Wetsinge is vervallen. Een van de hoofden van deze sluis is ingericht als keersluis (sluis G).

Het Reitdiep is iti. beheer en oTulerhoud bij de provincie Groningen; het gedeelte in de ge7neente Groningen tot het Blauwe Borgje bij die gemeente.


/•^•^ /lA


^lfP Zi/fdLftntfii»\ Z7//dt 'f rttihlf gt;r


,■ /anrl'f/ohff^


II

pofdAg


ZunitojMddfir -A A


d'r’ifi


\\\ 11-


ha


irp


AVli(ïf*v*'r(ïdeU


Jiruafri^aT.


Drit^hond


711 gt;nbsp;fiP F/'f^e/e^tTAM


SOO /in


-a


■0.quot;

-Al


00 hfl 0 0 -,;^


N/ofw fhnf- i itfdth’nMthht' A


7220 hu


/i.’'4..ï


luhfzj,


0.6 I


0!4.7 ha


ic


S!..t.-U


Itl* Lfu/f/^^ouoMo


f. Samp;xflÀ4fVïltd^


2.70 P..


117' A 7nm‘


/ht/kstiH/ef'


Md/hv


I/t7tkkefy-^ f


l./i


t^. ^^ de Fei'/ieferia^


1.700 /m


x.srffj AUtoigüum'


ruivltratifie..


/gt;.-/..'gt;


It7gt; ,f^


Tf


11 t‘s/tgt;r//rgM‘kx/i‘i


-».z


iV X.S-O.7


'‘tirait


p/dj


ni^


/.9(/(/ ha


nr f/e


i’vixer


O..'i


£1/2 Fe/derm.if/e//


l'Z'O ha


p.-/J


x.p.’O.a u-.p.-ad


^V 4M IW.sMr


plaider

JJO ha


W^ t/e Oanerpoh/pp


^iF zh' /uffh'rfn,,f/.


/«**/ frthe^jf''/* 1^1* hot-^' gpvfillirf


WATERSCHAPPEN OF POLDERS, DIE GEHEEL OF GEDEELTELIJK IN HET GEBIED, WAAROVER DE KAART ZICH UITSTREKT, VOORKOMEN.


ADMINISTRATIEVE INDEELING.


A. Waterschappen, belast met boezembeheer.


Waterschap Duurswold. Zie blail Groningen-Oost.


Waterschap Electra.

Het waterschap omvat het gebied, behoorende tot de drie kwartier en Reitdiep.

Het bestuur van het waterschap bestaat uit vijf leden.

Het waterschap heeft tot taak de verbetering der afstrooming

Ten laste van het waterschap komen aanleg, onderhoud en gemaal en bijbehoorende werken te Lammerburen.


tvaterschappen Hunzingo, Wester-


van het boezemwater.

bediening van een electrisch water-


Het is opgericht i7i 1913; het reglement van het u'aterschap is opgeno77ien i/i de Provinciale bladen van Groninge/i 1913, n'^. 66 e/i 1915, nquot;^. 25; de ivijziginge/i i/^ dat regle/nent i7i de Provi/iciale blade/i 1921, nos. 83 e7i 97.


Waterschap Fivelinso. Zie blad Groningen-Oost.


Waterschap Hunzingo.

Het waterschap omvat de groTzden, welke vroeger behoordoi tot het t'oormalige Wetsï7iger Zijlvest, het Winsumer- en Sckaphalsterzijlvest, het Schouwer- e7i Houwer Zijlvest, benevens alle dijkrechten va7i het Westerstadshar/irik langs het Reitdiep tot den dijk vari den Noordpolder. Het is opgericht in 1854 en verdeeld in elf orulerdeelen, dié elk eeJi afzonderlijk bestuur hebben. De voorzitters van deze besturen zijn leden va7i het hoofdbestuur van het u'oterschap.

Op ko8te7i van het u'oterschap worden onderhouden de zeedijk van Hunzingo, aanvangende op 18.50 m ten zuiden der Hunzingosluis tot het begin van den Ranserpolderdijk, ter lengte van 518 m met de daarin gelegen Hunzingosluis te Zoutkamp; de zeedijk tusschen den Panserpolder en den Westpolder ter lengte van 470 7n ; de Schouwerzijl, de Winsumer- e7i Schaphalsterzijlen, de Wetsingerzijl, de schutsluis aan de Rolle7i (Tezingerverlaat), het Oosterdijkshornerverlaat, de Noorderpomp, woningen, loodsen, bruggen, duikers, kanalen e/i maren. Voorts betaalt het een jaarlijksehe bijdrage aa7i het waterschap Electra ter bestrijding der kogte7i va7i dat U'aterschap.

Het reglement va7i het waterschap is opgenomen fa het Provinciaal blad raw Groningen 1894, w®. 59; de wijzigingen i7i dat reglement in de Provinciale bladen 1899, n®. 26; 190 7, n®. 13; 1919, w®. 2 7; 1923, w®. 46; 1929, n^. 31.

(Vervolg Waterschappen zie achterzijde.)


TOELICHTING.

Op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven.

Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een polder, door waterkeeringen omsloten, waarvan alle waterloopen in open gemeenschap staan. De waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem, waarop zij afwateren. Polders, die liiiii water* eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dezen polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. Hierin zijn de belangrijkste waterleidingen aangegeven met de kleur van den boezem, waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied der gronden, die er op afwateren. Bij belangrijke boezemwateren is do benaming in rood geplaatst.


VERKLARING DER TEEKENS.


Stoomgemaal


Motorgeniaal


Electrisch gemaal


met opgave van den aard van liet bcmalingswcrktuig (c = centrifugaalpomp; v = vijzel; « = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven-opvoerhoogte.


Vuzehvatermolen met vlucht in m. pr/fl Polderpeil


Windnjotor met raddiameter in m. jÿioZny^i^Zomer- of winterpeil van pol-ders


Kleine watermolen.


Schutsluis.


Keersluis.


Uitwateringssluis.


K /fd gv/ Inlaatsluis.


Grondduiker onder een waterleiding.


oHo Idem met afsluiting.


---B- Hoofdmerk van het N.A.P.


Verkenmerk van het N.A.P.


Peilschaal.


Peilschaal, geregeld waargenomen.


i4tfl/w«eót?Gcwen8chte zomer- of winter-stand in een polder


au Hoogtecijfer


Verharde wiegen.


—= Spoorwegen.

1 1 * . . 1 Tramwegen.

Z^Ü Z/r^-Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.


------Provinciale grens.

---Administratieve grenzen van w’ater-schappen.


stuw.


NADRUK VERBODEN.


-ocr page 15-

(Vervolg Waterschappen.)

Waterschap Reitdiep.

Het waterschap wordt begrensd ten noorden en oosten door den buitenteen ran den ouden provincialen Reitdiepsdijk va?i den Provincialen zeedijk te Zoutkamp tot de voormalige schutsluis in het Reitdiep te. Wetsinge, ten zuidem en westen door de lijn getrokken ran het bovenhoofd van genoemde voormalige schutsluis langs den oever ran het Reitdiep tot de snijding met den linker Reitdiepsdijk door den buitenteen van den ouden provincialen Reitdiepsdijk over de Aduarder- en Kommerzijlen tot de Slapersluis ran 1882 te Munnikezijl in den oostelijken boord ran de Lauwers en van de Munnekezijlsterrijte tot den provincialen zeedijk te Zoutkamp en door dezen zeedijk tot de voormalige batterij te Zoutkamp.

Het bestuur ran het waterschap bestaat uit drie leden.

Op algemeene kosten wordt gedragen het ten laste van het waterschap komende aandeel in de kosten van het waterschap Plleetra.

Het is opgericht in 1913 ; het regleme^it van het waterschap is opgenomen in het Provinciaal blad van Groningen 1913, n°. 65, en 1915, n°. 20; de wijzigingen daarin in het Provinciaal blad 1929, n^ 33.


Waterschap Hondsrug (1912, n®. 28).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Haren en heeft een oppervlakte van ongeveer 95 ha. Het heeft ten doel het verbeteren en onderhouden van de Schoefsloot met een tweetal dwarswateringen.


Waterschap de Hoornsche Dijk (1930, n°. 25).

Het waterschap is gelegen in de gemeenten Haren en Groningen en heeft een oppervlakte van ongeveer 281 ha. Het heeft ten doel het voor zooveel noodig verbreeden en verhoogen van de kruin van een deel van den Ouden Hoornschen- of Neerwoldschen dijk en het daarop aanleggen en onderhouden van een verharden weg met een zijtak naar den kunstweg Groningen—Eehle.


Waterschap Medenerlaan (1925, n°. 33).

Het waterschap is gelegen i7i de gemeente Winsum en heeft een oppervlakte van ongeveer 82 ha. Het heeft ten doel het onderhoud van de zgn. Medenerlaan.


Waterschap Westerkwartier.

Het waterschap omvat de gronden, die uroeger behoorden tot het Aduarder Zijlvest, het Saaksumer Zijlvest en het Kommer Zijlvest, voor zoover de daartoe behoorende gronden in de provincie Groningen waren gelegen. Het is opgericht in 1861 en verdeeld in acht onderdeelen, die elk een afzonderlijk bestuur hebben. He voorzitters van deze besturen zijn leden van het hoofdbestuur van het waterschap.

Op algemeene kosten worden gedragen het onderhoud van de Kommerzijl en de Aduarderzijlen, van den linker Reitdiepsdijk, met uitzomlering van twee dijkspanden, die in onderhoud zijn bij de provincie en één bij Honghorn, vroeger bij de provincie, thans bij een particulier in onderhoud, van de Hoornsche-, Neerwoldsche- en Paterwoldsche dijken, van de belangrijkste boezemkanalen met bruggen, duikers en andere werken; verder een jaarlijksche bijdrage, groot f 471.50, aan de provincie voor aa?igelegde werken in het Westerkwartier als Zijlschot van de Saaksumerlanden en een jaarlijksche bijdrage aan het waterschap Klectra ter bestrijding der kosten van dit waterschap.

Het reglement van het waterschap is opgenomen in het Provinciaal blad van Groningen 1918, n°. 14; de wijzigingen in dat reglement in de Provinciale bladen 1919, n°. 26, en 1933, n'^. 19.


Waterschap Munsterweg en Netlaan (1925, n^. 11; 1931, n°. 59).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Winsum en heeft een oppervlakte van ongeveer 167 ha.

Het heeft ten doel het onderhoud van den zgn. Munsterweg en van de zgn. Netlaan.


Waterschap de Paddepoel (1929, n°. 27).

Het waterschap is gelegen in de gemeenten Adorp, Noorddijk en Groningen en heeft een oppendakte van ongeveer 543 ha. Het heeft ten doel het onderhoud van den zgn. Pa/ldepoelsterweg, loopende van den weg van Groningen naar Adorp in de gemeente Groningen tot de Wierumersehouw over het Reitdiep in de gemeente Adorp.


Waterschap de Roode Weg en langs de Oude A (1929, nquot;^. 28; 1930, n°. 28; 1931, 60).

Het waterschap is gelegen in de gemeenten Bedum en Winsum en heeft een oppervlakte van ongeveer 171 ha. Het heeft ten doel het zooveel noodig verbeteren en onderhouden van den zgn. Boschweg mei zijweg en van den weg langs de westzijde van de Oude A.


B. Waterschappen, hoofdzakelijk belast met de belangen voor de ontwatering.


De waterschappen, welke zijn gelegen binnen het gebied van een waterschap, dat belast is met het boezemheheer, zijn geheel zelfstamlig met een eigen bestuur, dat niet onder toezicht staat van het hoofdbestuur van het boezemwaterschap of van de besturen der onderdeelen daarvan.

Achter de namen der waterschappen zijn opgenomen jaartal en nummer der Provinciale bladen, waarin zijn opgenomen de reglementen en de wijzigingen daarin.


Waterschap Schilligehamsterweg (1929, n°. 29).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Winsum en heeft een oppervlakte van ongeveer 266 ha. Het heeft ten doel het onderhoud van het onder het waterschap gelegen gedeelte van den Schilligehamsterweg met zijtak.


GRONINCIEN.


a. Duurswold.


Waterschap de Top til (1932, n*^. 55).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Middelstum en heeft een oppervlakte van ongeveer 98 ha. Het heeft ten doel hei onderhouden van de vaste brug, genaamd ToptU, over het Boterdiep, het onderhouden en verharden van twee wegen cn het onderhouden van twee hoofdwatergangen met een duiker.


Wp. de Bakkerspolder; opncli-

tingsbeshiit.......1900, n®.

„ nbsp;de Driebond ......1915, n’,

1918, n®. 18.

1926, n°. 16.

1934, n°. 48.

„ nbsp;Envelgunne.......1854, n®.

„ nbsp;Groote Harkstederpolder . . nbsp;1915, n°.


b, Eemskanaal.

Wp. Drie Eigenaren ; (a) oprichtingsbesluit .......1877, n®.

„ nbsp;de Esserpohler.....1912, n®.

„ nbsp;Glimmen........1895, n®.

Het waterschap is voor een klein 1900, n®. 54. gedeelte in Drenthe gelegen 1903, n®. 52. 1911, n®. 54.

Provinciale bladen van Drenthe 1895, n®. 3. 1900, n®. 30. 1903, n®. 29. 1911, n®. 44.

Wp. Helpman........1918, n®. 57.


Wp. de Heidenschapperpolder nbsp;. nbsp;1933, n®.

„ nbsp;nbsp;Kleine Harkstederpolder. . nbsp;1905, n®.

„ nbsp;de Ontginning......1929, n®.

„ de Westerbroekster-Engel-bertermolenpolder......1903, n®.

1904, n®. 41.

1906, n®. 03.

1910, n®. 36.

Wp. de Kooipolder......1912, n®.

„ nbsp;de Oeverpolder .....1891, n®.

„ nbsp;de Onnerpolder.....1930, n®.

1931, n®. 66.

„ nbsp;de Oosterpolder.....1927, n®. 112.

1930, n®. 80.

„ de Westerbroekstermade-polder ..........1914, n®. 20.

Wp. de Westerpolder.....1927, n®. 113.

1930, n®. 70.

De Groene Polder (z.s. 0.15 m 4- X.A.P.), de polder Groenestein en de polder Westerstadshamrik . zijn ongereglementeerd.



. '^ap de Vennen Grintweg (1923, n°. 41).

Het wm^ p is gelegen in de goneente Baflo en heeft een oppervlakte van ongeveer 259 Het heeft ten doet het onderhouden van den zgn. Vennenweg met een tweetal zijwegen.


ha.


Waterschap Verharde wegen Eenrutn—Lutke, Saaksutn—Saaksumhuizen (1926, n°. 51; 1932, n^. 9).

De gronden van het waterschap, gelegen in de gemeenten Baflo, Eenrum en Winsum, hebben een oppervlakte van ongeveer 356 ha. Het heeft ten doel het verbreeden, ophoogen en verharden van den weg van Lutke Saaksum naar Saaksumhuizen en het gedeeltelijk aanleggen, verharden, ophoogen en verbreeden van den zgn. Handerweg, alsmede het onderhouden van deze wegen, totdat het onderhoud door de gemeenten Baflo en Eenrum is overgenomen.


Waterschap Verharde wegen van Oostelijk Haren (1915, n°. 12; 1915, n°. 14).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Haren en heeft een oppervlakte van ongeveer 860 ha. Het heeft ten doel het verharden van den weg van Waterhuizen tot den weg Haren—Onnen en van den Esserweg van het dorp Essen naar den Rijksstraatweg Groningen—Assen, benevens van een drietal kleinere weggedeelten.


Waterschap Voslaan (1921, n®. 28).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Winsum en heeft een oppervlakte van ongeveer 84 ha. Het heeft ten doel het onderhouden van de Voslaan, een zijtak van den Winsumerweg.


c. Fivelingo.

Wp. de Boltjerpolder.....

. 1903,

1906,

n®. 50.

n®. 12.

„ Borgslooterpolder . . . .

. 1871,

n®. 57.

„ de Eledderbosscherpolder .

, 1932,

n®. 8.

„ de Garmerwolderpolder . .

. 1881,

1892,

n®. 3.

n®. 23.

Wp. de Grondzijlsterpolder . . 1911, n . 71.

„ Swieringapolder ; oprichtingsbesluit ........1802, 11®. 66.

De Bruininga*s Molenpolder en de polder Rottegat zijn ongereglementeerd.

d.


Waterschap Zuidermade (1924, n°. 21).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Hoogezand, en heeft een oppervlakte van 162 ha. Het heeft ten doel aanleg, onderhoud en verbetering van een draaibrug, de Boerenklap, over het Winschoterdiep met de bij die brug behoorende brugwachterswoning.


Waterschap de Zwarte Weg (1931, n°. 63).

Het waterschap is gelegen in de gemeenten Baflo en Warffum en heeft een oppervlakte van ongeveer 176 ha. Het heeft ten doel het onderhouden en voor zooveel noodig verharden van den weg, genaamd de Zwarte Weg, van de aansluiting daarvan bij den provincialen kunstweg Onderdendam— Warffum.



Wp. Alma..........1933, n®. 59.



de Ba..:^'''-de Breeken



1908, n®. 57.

1809, n®. 99.

1898, n®. 59.

1904, n®. 47.


Bijlven; oprichtingsbesluit 1872, n®. 58.


„ Eendracht ; oprichtingsbesluit ...........1871, n®. 102.

1894, ii®. 03.


Wp. Engeweer ........1924, n .

„ Geweide-Klunder.....1929, n®.

„ Heidemapolder ; oprichtingsbesluit ........1884, n®.

Wp. de Kievitspolder.....1913, n®.

„ Kleine Krimpolder, (b) ; oprichtingsbesluit nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1877, n®.

Wp. Kloostermolenpolder . . . nbsp;1870, n®.

„ de Koningslaagte . ... . nbsp;1878, n®.

1892, n®. 78.

„ Kooi .... 1877, 11®. 33; 1878, n®. 5.

„ Krangeweersterpolder ; oprichtingsbesluit .......1867, 11®. 5.

Wp. de Langelandstermolen-polder ..........1881, n®. 62.

1893, n®. 49.

ngt;. de Liehfenvoortsterpolder . 1913, n®. 59.

„ Menkeweer.......1877, iios. 17

en 73, 1891, n®. 88.


Wp. het Noorden ......1918, n®. 59.

1919, n®. 80.

„ de Noorderpolder.....1865, n®. 47.

1874, n®. 71. 1892, n®. 04.

„ Onderwierum.......1919, n®. 21.

„ de Oostelijke Bedumerpolder 1929, n®. 78.

„ nbsp;Oostpolder........1917, n®.

1917, n®. 63.

„ nbsp;de Oudezljlstermolenpolder nbsp;nbsp;nbsp;1878, n®.

„ nbsp;de Palen........1876, n®.

1878, n®. 64.

„ nbsp;de Pijpstermolenpolder . . nbsp;1869, n®.

„ nbsp;de Stitswerdcrwoldpolder. . nbsp;1912, n®.

„ nbsp;de Tezingerpolder .... nbsp;1894, n®.

„ nbsp;de Vereeniging......192(?, n®.

„ nbsp;de Westerdijkshornerpolder nbsp;1865, n®.

„ nbsp;Westpolder.......1919, n®,

1923, n®. 45.

„ de Winsumer’ en BeUinge-weerstermeden ....... 1869, n®. 59. 1877, n®. 21. 1889, n®. 45.

Wp. het Witte Lam.....1919, n®. 75.

1919, 11®. 75a.


REGLEMENTEN.

Met opgave van de Rrovindale bladen, waarin het reglement en de wijzigingen daarin zijn opgenomen.

Groningen,

Algemeen Reglement voor de waterschappen 1933, n°. 75.

Kiesreglement voor de waterscliappen 1906, n°. 51.

Reglement op het toezicht der wegen 1928, n°. 68.

Reglement, regelende het toezicht op kanalen, watergangen cn waterstaatswerken 1924, n°. 19.

Politiereglement op de rivieren, kanalen, havens en daarbij behoorende werken 1927, n°. 129.

Reglement op de verveningen en ontgrondingen 1925, n^. 27.

Verordening, houdende regeling van het toezicht op dijken 1929, n°. 75.

Verordening tot regeling van den waterafvoer 1910, nquot;^. 86; 1922, n°. 55.

Drenthe.

Algemeen Reglement voor de waterschappen 1927, nos. 9 en 90; 1928, n°. 53; 1931, n°. 15.

Reglement op de wegen en voetpaden 1926, n^^. 56; 1930, n°. 66.

Reglement op de waterleidingen 1926, 7i°. 17 ; 1930, n®. 67.

Reglement op het verkenen van subsidiën uit de provinciale fondsen ter bevordering van den aanleg van kunstwegen 1913, n°. 34; 1914, n°. 41.

Drentsch tram- en spoorwegreglement 1904. 1904, n°. 16.


„ Moeshorner en Uilennester-polder ..........1922, n®. 19.

1931, n®. 25.


De Aldertspolder (12 lia, c), de Bovenrijgster-polder, de Deellanden (82 ha), de Dokterspolder, de Hondegaispolder, de Lagepolder, de Lageweg-sterpolder, de Lutgenhorgspolder (7 lia, d), de Gaster Krangeweerste.rpalder, de Pompsterpolder, de Stuurwolderpolder, de Wester Krangeweersterpolder en de Zuüierpolder zijn ongereglementecrd, evenals het poldertjc gemerkt c.


Buitenwaterstanden in m ten opzichte


van N.A.P.


e. Waterschap Reitdiep.

Wp. de Oldehoofsterpolder . . 1860, n®. 15. 1879, 11®. 50. 1880, n®. 0. 1886, n®. 03.

„ de Oude Zuurdijkster-Uiter-dijkspolder ........1911, n®. 22.


TFp. de Saaksumerpolder . . . 1864, n®. 49.

1885, n®. 79. De twee kleine poldertjes, gemerkt f en g, langs het Reitdiep gelegen, zijn ongeregleinen-teerd.


f. Waterschap Westerkwartier.


Tienjarig overzicht 1921—1930.

Plaats van waarneming.

Gemiddeld hoogwater.

Gemiddeld laagwater.

Hoogste stand.

Laagste stand.

1 Mei-31 Oct. M. V.

1 Nov.-su Apr.

1 Mei-31 Oct. M. E.

1 Nov.-30 Apr.

Zoutka7np

1.08

0.90

— 1.41

— 1.22

3.62, 10 Oct. 1926

— 2.67, 21 Nov. 1927

en 3 April 1930

Delfzijl

1.24

1.07

— 1.56

— 1.61

3.68, 12 Dec. 1929

— 3.08, 21 Nov. 1927


Wp. Allersma........1909, n .

„ Bomvcrderpolder.....1891, n®.

„ de Drie Polders en Kazemier-polder...........1917, n®.

1917, n®. 48.

JFp. Eelderwolderpolder . . . . 1917, n®. 60. Het waterschap is gedeeltelijk 1918, n®. 63. in Drenthe gelegen. De Drent- 1920, n®. 65. schc gronden betalen dezelfde 1927, n®. 120. lasten als de Groningsche. 1929, n®. 35.

Provinciale bladen van Drenthe 1917, n®. 47.

1918, n®. 38. 1920, n®. 67. 1927, 11®. 95.

1929, n®. 24.

Wp. de Eendracht......191.3, n®.

„ nbsp;de Eanerpolder.....1922, n®.

„ nbsp;Fransumerpolder.....1935, n®.

„ nbsp;de Groenepolder.....1870, n®.

1902, n®. 7.

„ nbsp;de Hoop en Verwachting . nbsp;1919, n®.

1922, n®. 56.

„ nbsp;Joeswerd........1917, n®.

„ nbsp;de Jonge Held1869, n®.

1930, n®. 65.

„ nbsp;de Kleine Eendracht . . . nbsp;1864, n®.

„ nbsp;Korhorn........1878, n®.

1880, n®. 63.

„ nbsp;de Kriegsman......1903, n®.

„ nbsp;de Lagemeden......1903, n®.

„ nbsp;Medenertilsterpolder nbsp;. . nbsp;. nbsp;1917, n®.

„ nbsp;Nijlandsterpoïder.....1935, n®.

„ nbsp;Ons Behoud.......1869, n®.

1870, n®. 93.

1872, n®. 54.

1894, n®. 52.

Wp. het Oosterland......1913, n®. 56.

Het waterschap is gedeeltelijk 1917, n®. 29. in Drenthe gelegen. De Drent- 1929, n®. 34. sche gronden betalen dezelfde

lasten als de Groningsche.

Provinciale bladen van Drenthe 1913, n®. 42.

1917, n®. 15.

1929, n®. 23.


Wp. de Oude Held......1907, n®. 45.

1908, n®. 50.

„ nbsp;Tienboerenpolder.....1917, n®.

„ nbsp;de Verbetering......1928, n®.

„ nbsp;Vredewold........1886, n®.

1900, n®. 40.

1909, n®. 3. 1911, n®. 02.

„ Zuidhorner Zuiderpolder . 1935, n®. 40.

„ nbsp;de Zuidwending.....1910, n®. 51.


De Alherdapolder, de Bansemapolder, de polder van Gebr. Bos, het poldertje bij Englum, (h; Hanckemapolder, de Hooitespolder, de Hoolsemapolder, de Kleine Oostwolderpolder, de Leuringpolder {h.), de Mesdagpolder, de polder Mokkenburg, de Triplumof Vierverlaten-polder, de polder Wasehhuizen, de Wierumer-polder cn de Zuiderkampolder zijn ongereglementeerd.


DRENTHE.

Wp. Lappenvoort.......1906, n®. 25.

1909, n®. 1.

„ Leutingewolde......1904, n®. 33.

1917, n®. 35. 1919, n®. 31.

1920, n®. 55. 1925, n®. 45.

1927, n®. 80. 1932, n®. 74.

IFp. Matsloot-Roderwolde . . . 1933, n®. 53. Een klein deel van het water- 1935, n®. 18. schap is in de provincie Groningen gelegen.......

Provinciale bladen van Groningen ..........1933, n®. 73.

1935, n®, 19.

Wp. de Peizer- en Eeldermaden . 1928, n®. 59. Een klein deel van het water- 1932, n®. 76. schap is in de provincie Gro- 1935, n®. 19. niiigen gelegen.

Provinciale bladen van Groningen ..........1928, n®. 59.

1929, n®. 14.1932, nos. 23 en 72. 1935, n®. 20.

Wp. de Zuidermaden.....1914, n®. 37.

1916, n®. 24. 1920, n®. 12.


C. Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen.

Achter de namen der waterschappen zijn opgenomen jaartal en nummer der Provinciale bladen van Groningen, waarin zijn opgenomen hun reglementen en wijzigingen daarin.

Waterschap Albertsweg (1934, n°. 49).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Bedum en heeft een oppervlakte van 156 ha. Het heeft ten doel het onderhouden en voor zooveel noodig verharden van den zgn. Albertsweg met zijtak.

Waterschap de Derde Bellingeweersterweg (1930, n°. 69).

Het waterschap is gelegen in de gemeenten Winsum, Adorp en Bedum en heeft een oppervlakte van ongeveer 147 ha. Het heeft ten doel het onderhoud en voor zooveel noodig Itet verharden van den zgn. Derde Bellingeweersterweg.

Waterschap Ellerhuizerwegen (1922, n°. 58).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Bedum en heeft een oppervlakte van ongeveer 582 ha. Het heeft ten doel het onderhoud van den Reidlandsterweg, van den Ellerhuizerkleiweg en van het Ellerh u izervoetpad.

Waterschap Hekkumerweg (1933, n°. 61).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Adorp en heeft een oppervlakte van ongeveer 201 ha. Het heeft ten doel het onderhouden van den zgn. Hekkumerweg.


Binnenwaterstanden in m ten


opzichte van N.A.P.


Tijdvak 1929—1933.

Plaats van waarneming.

Gemiddelde stand.

Hoogste stand.

Laagste stand.

Duurswold ’).

Groevesluis Z.Z........

— 1.03

—-0.81, Febr. cn Mrt.

1933

— 1.19, Dec. 1933

Eemskanaal cn 1® Pand Win-schoterdiep.

Oosterhavensluis.......

0.46

0.86, 24 Nov. 1930

— 0.08, 13 Jan. 1930

Martenshoeksterverlaat . . . .

-F 0.52

I- 1.19, 7 Jan. 1932

-b 0.12, 18119 Sept.1929

Electra.

Brug bij de Roodchaan . . .

— 0.84

— 0.16, 7 Jan. 1932

— 1.13, 2 Oct. 1930

6 Maart 1931

2S Febr. 1932

Reitdiep.

Zoutkamp (Hunzingoshiis) . .

— 0.76

— 0.09, Jan. 1932

— 0,98, Oct. 1930

Groningen.

Boterdiep..........

Onderdendam.

— 0.79

0.00, nbsp;nbsp;nbsp;„ 1932

— 0.97, Sept. 1929

Dec. 1933

Winsumerdiep........

Uithuizen. 2)

— 0.79

— 0.03, nbsp;nbsp;„ 1932

— 0.99, Sept. 1929

Febr. 1932

Boterdiep.

Fivelingo.

— 0.76

b 0.08, nbsp;nbsp;„ 1932

— 0.93, Febr. 1932

Nov. eti Dec. 1933

Groevesluis N.Z.......

— 0.78

-!- 0.03, 7 Jan. 1932

— 1.29, 12 Maart 1929

werden slechts de waterstanden over 1933


^) In verband met de inwerkingstelling van het gemaal gebruikt.

2) Waarnemingen gedurende de jaren 1932 en 1933.


VERWIJZING.


Beekman, Dr. A. A. Nederland als polderland. Derde druk. 1932.

Bijdrage tot de kennis van den tegenwoordigen staat der provincie Groningen. 1860—1874.

Blaupot ten Gate en Maschhaupt. Bijdragen tot de kennis van de provincie Groningen en omgelegen streken. 1923. 2 deekn.

Geertsema, Mr. C. C. De zeeweringen, waterschappen en polders in de provincie Groningen. 1910.

Oomkens Regccringsalmanak van en voor de provincie Groningen.

Register I. Groningen. Uitgave 1925. Hoogte van verkenmerken volgens N.A.P., gevonden bij de nauwkeurigheidswaterpassingen, de waterpassingen van den Algemeenen Dienst van den Rijkswaterstaat en waterpassingen van andere organisaties, alsmede verdere wijzigingen en aanvullingen. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.

W^egwijzer voor de Binnenscheepvaart. Deel T. Noordoostelijk Nederland met 7 overzichtskaarten en 24 platte gronden. Tweede druk 1930; met.aanvullingsblad n®. 1, tot 1 .Januari 1935. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.


De Waterstaatskaarten zijn n f 1.75 ]ier stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alk postkantonui.


-ocr page 16-

Dorpsterzijl, uitwateringssluis van het Waterschap Fivehngo, één

Het groote afwateringskanaal van den boezem is het Termunterzuldiep, dat het water te Termunterzijl op de Berns loost door twee sluizen. Tevens kan de boezem aldaar worden

van 1000 m’ per minuut bij 1.60 m opvoerhoogte. Tot den boezem behooren verder de Medemerafwatering, het Imeuwe Kanaal, het Buiten Ivieuwediep, het rapen- en Alensediep, de Ringsloot, het Lutje Maar, het Hondshalster maar, het Koediep en verschillende kleine Untergängen.

het Afwateringskanaal van Duurswold, twee paar puntdeuren, schutlengte 27 m,

Er unteren ongeveer 16 200 ha polderland en 2400 ha boezemland op af. De oppervlakte. van den boezem bedraagt op peil ongeveer 210 ha. Het boezemgebied woi'dt doorsneden door

□osterdiikshomerverlaat, schutsluis tusschen den boezem van B ive-

De belangrijkste boezemwateren van Duurswold zijn het Afwateringskanaal van Duurswold, het Eloch(erdiep met de Woltersumer Be, het Bieuwe Rijpkanaal, de Beharmer Be, de Slachter Be, de Ruiten Be, het Schildmeer en de Groeve tusschen het Schildmeer en het

drempels zun even hooa

De boezem loost door de Uitwateringssluis aan het einde van het Afwateringskanaal

Deze sluis dient tot keering van hooge waterstanden op het Schildmeer en

— N.A.P. worden beperkt. De oppervlakte van den boezem op peil is ongeveer 380 ha. Er wateren ongeveer 19 700 ha polderland en 2600 ha boezemland oji den boezem af. Hieronder is begrepen het gebied van den boezem van het waterschap Noordzijde van de

^Mnni»W(ArfKH

pand van het Tl inschoterdiep, twee paar puntdeuren, schutlengte 51.50 m

‘*^fc‘*»r»«,hfer4ü

het II inkelhoeksterdiep, twee paar puntdeuren, schutlengte 30.— m

la/f-fy

bovenhoofd

De vaart loopt van het Echildmeer, waarvan zu gescheiden is door sluis K m znidooste-lijke richting tot het dorp Helium en staat m open gemeenschap met het Veenkanaal, het Verlengde Dwarskanaal en het 11 esteliik Dwarskanaal. Het peil van de vaart is vastgesteld op Duurswoldpeil (1.28 m — N.A.2'.). Overtollig water kan door een sluisje m den linker-dijk van de vaart worden afgelaten op het noordelijk deel van het waterschap de Schildjer-

De boezem strekt zich uit van het Zuidbroeksterverlaat (sluis 0) tot het Itenselverlaat.

Het peil bedraagt 0.62 m N.A.P.

compagnie westkant, twee paar puntdeuren, schutlengte 18.50 m

r,//O 71 a

rfit4 lah^/ny/1/ k/eün* i/idtA’i'

eerste pand van het Kielsterdiep, het Kalkwijksterdiep, het eerste pand van het Borger-

Het peil van den boezem bedraagt evenals dat van het eerste pand van het Tl inschoter

De dijk heeft een totale lengte van 10 500 m en is in onderhoud bij de provincie Groningen ;

Dorpsterzijl (slius A). Deze waterkeering 18 lang 795 m; het onderhoud berust bij het liijk.

genoemd peil. (Zie verder Boezem Bemskanaal). De boezem ontvangt het water van ongeveer 3700 ha polderland en 1150 ha boezemland. alsmede al het water van de Groningsche T eenkoloniën tot het gebied van het Pekeler Hoofddiep en van de Veenkoloniën m noordoostelijk Drenthe ten noorden van de Tweede Eksloermond

de doorgang voor spoorwegverkeer, imid 5 m, en die voor gewoon verkeer, wijd 4 m, beide voorzien

De Kleine Waterpoort, met één paar puntdeuren en één schotbalkkeering, wijd 4.50 m, de hoogte

berust bu de provincie Groningen (overeenkomst tusschen Rijk en J'rovinciej.

Het belangrijkste boezemkanaal is het Eemskanaal. i'evens behooren tot den boezem het eerste pand van het ii inschoterdiep, het vijfde pand van het Hoord-M lUemskanaal mei het Hoornsche Diep tot de Punterbrug m den weg V ries—de Punt, het bovenpand van het Heitdiep, het Zuidlaardermeer en de Hunze tot de brug bij Spijkerboor m den weg

De boezem loost door een schut- en uitwateringssluis te Delfzijl (sluis O op de Berns.

rermunterzijl. De dijk heeft een totale lengte van 8500 m. Op

verlaat open, zoadat het geheele H mschoterdiep en het benedenpand van de Joekel Aopen gemeenschap met den boezem van het Lemskanaal liggen. Het Martenshoeksterverlaat

afstand van deze de harnisumer bitivateringssluis (sluis D) van het H aterschap Duurswold. De zeedijk-

houd bij de provincie Groningen: de Earmsumer Uitwateringssluis en het gedeelte van den zeedijk

II .P. zou aftoopen. Dit geldt meer in het bijzonder voor droge tiiden. In het regenseizoen zal veelal om te allen tijde voldoende gelegenheid tot waterafvoer te verzekeren, de sluis geopend moeten blijven, niettegenstaande in dien tijd op het Zuidlaardermeer een stand van

waarop het gemaal van het U aterschap Duurswold staat bij dit waterschap. Dit deel van den dijk heeft

een lengte van ongeveer 75 m en strekt zich uit van 40 m ten noorden van het gemaal tot 20 m ten zuiden

ir.p.-’'2.7

van het tweede pand te keeren of te laag afloopen van dit pand op het derde te beletten. Het lienselverlaat wordt alleen gesloten als de Pekel A 0.40 m boven peil stijgt (1.02 m B.A.P.).

De vorming van de Dollard wordt wel gesteld in de 2de helft van de 13de eeuw, doch heeft volgens

niet langzamerhand door achtereenvolgende doorbraken zijn geschied, maar ineens door een zeer kata

strophalen vloed. Het orerstroomingsu^ter drong diep landwaarts binnen. Inhammen hebben zelfs gereikt

tot Veendam en tot II edde m ii esterwolde. In 1454 heeft men aan de westzijde de overstrooming trachten

ook moeten prijsgeven.

’gt; 7' Df K/tHtslvr^Mdflvp

buren en Zuidbroek en de Noorder-, 11 ester- en Oosterlanden onder Meden

Bij de sluis te Dorkwerd is een gemaal met een capaciteit van 200 m^ per minuut hii

10 m—40 m: de bodembreedte van het beginpunt tot Appingedam 10 m; verder tot Delfzijl 20 m. De

diepte 18 2 m onder hvelingoped (B.i'.

vfrm» mdoef-.

Het 18 m beheer en onderhoud bu het II aterschap B ivelingo. Het gedeelte van Groningen naar Tenposl

Het belangrijkste boezemkanaal van Eivelingo is het Damsterdiep. Voorts behooren tot den boezem het Lustige Maar, de Tenposter Ee, de Oude 11 ijmers, de Groeve ten noorden van het Eaemskanaal, het Ir esteremder maar en de Rijmers, het Garsthuizer maar, hei Bnumer maar, het Zandeter maar, het Leermenster maar, het Losdorpster maar, het God-linzer maar, het Oosterwijtiverder maar, het Uitwierder maar, de Kleine Heeckt, de Groote Heeckt met het Bierumer maar en het Krewerder maar.

4 mm de kimmen. Het kanaalpeil is yVinschoterpeü (n.P. = 0.62 m B.A.P.). (Zie verder onder

De boezem loost bij Delfzijl op de Berns door twee sluizen, de Dorpsterzijl (sluis A^ en de Slochterzijl (sluis B) aan den mond van ket Damsterdiep. Inlating van ivater op

de jaren 2866—1876.

Het peil bedraagt 0.93 m — N.A.P. De afstrooming kan door het hoofdbestuur van het waterschap Bivelingo van 1 Mei tot 1 October tot 0.75 m — B.A.P. worden beperkt. De oppervlakte van den boezem op peil bedraagt 130 ha. }

u inschoterpeil (ii.P. = o.b

m dne panden verdeeld worden door het Martenshoeksterverlaat bu Hoogezand en het Zuidbroeksterverlaat

^ H 7' .S7tM)7.s//ttm

HeM/iv'/utH'iJis^ . ^ ^^^ ..

Het waterschap omvat de gronden, welke vroeger behoorden tot het Oostwolder-, het Wold- en het I'ar-sumer Zijlvest en een gedeelte van ket voormalig Zijlvest der Drie Delfzijlen. Het is opgericht in 1869 en

up algemeene kosten worden gedragen het onderhoud van de Barmsumerzijl (sluis D) ; van al de in het waterschap gelegen Bemsdijken, voor zoover dit niet komt ten laste van de provincie ; van de water-keerende kaden of dijken, met uitzondering van den zuidelijken dijk van het Bemskanaal ; van boezem-kanalen, maren, bruggen, duikers en dammen en van ket boezemgemaal : de uitgaven voor de bemalimj

Boezemland is niet gekleurd. Hierin zijn de belangrijkste waterleidingen aangegeven met de

gebied der gronden, die er op afwateren. Bij belangrijke boezemwateren is de benaming in rood

Het reglement van het I) atersekaj) is opgenomen in het Provinciaal blad van Groningen 1899, n . 41 :

van den aard van het bemaiingswerktuig (c

centniugaal;

3 = schroefpomp: v « vijzel) en het aantal m

Het waterschap omvat de gronden, welke vroeger bekoorden tot ket dijkreckt van Oosterwijtiverd en Uitwierde en de dijksekepperij van Holwierde en Marsum en een gedeelte van het voormalig Zijlvest der Drie Delfzijlen. Het is opgericht in 1869 en verdeeld in 5 ouderdeelen, die elk een afzonderlijk bestuur hebben. De Voorzitters van deze besturen zijn leden van het hoofdbestuur van het waterschap.

Op algemeene kosten worden gedragen ket onderhoud van het gedeelte Bemsdijk te Delfzijl tusschen de beide zeesluizen en van die sluizen (sluizen A en B) : van woningen, bruggen, beschoeiingen, kanalen, maren en pompen en de aan de provincie verschuldigde contributie wegens ket onderhoud der zeewaterkeerende dijken, welke is bepaald op een vast bedrag van f 779,55 per jaar.

Het reglement van het waterschap is opgenomen in het Provinciaal blad van Groningen 1894, n“^. 60 : de wijzigingen in dat reglement in de Provinciale bladen 1899, n°.

HT (jn'TUaff'i

WW’-Ml

^UuTTS4‘P,’iPfHgt;/i K7lt;*/i

« /7 7/u 7M//

Het waterschap omvat de gronden, welke vroeger behoorden tot het Termunter Zijlvest met een deel van ket voormalige Oterdumer Zijlvest. Het is opgericht in 1863 en verdeeld in 10 onderdeelen, die elk een afzonderlijk bestuur hebben. De Voorzitters van deze besturen zijn leden van het hoofdbestuur van het waterschap.

geregeld waargenomen

iigfvn/e u^^/iani

meting op de kaart met den plani

üp algemeene kosten worden gedragen het onderhoud van de beide sluizen te Termunterzijl .met de daarbij bekoorende dijken en de buitengeul, alsmede de spuiboezem en de haven aldaar ; de dokken te. Bieuwolda, Midwolda en Termunten: ket verlaat te Sekejimda (sluis R) met de daaraan verbonden werken; de kadijken, kanalen en maren, bruggen, gebouwen, pompen en duikers; het boezemgemaal; de uitgaven voor de bemaling en de. aan de provincie verschuldigde contributie wegens het onderhoud

der zeewaterkeerende dijken, welke is bepaald op een vast bedrag van f 448.10 per jaar.

Het onderhoud van het Muntendammerdiep met den westelijken wal met de waterkeering van ket IVinschoterdiep tot de Muntendammerdraaibrug is eveneens ten laste van het waterschap. Het diep behoort echter niet tot de boezemkamilen.

Het reglement van het waterschap is opgenomen in het Provinciaal blad van Groningen 1900, n^. de wijzigingen in dat reglement in de Provinciale bladen 1900, nos. 31 en 48 ; 1910, n°. 17 ;

1914, n°. 51; 1915, n^. 44; 1919, n°.

15 ; 1920, n . lo.

-ocr page 17-

(Vervolg Waterscliappeu.)


B. Waterschappen, hoofdzakelijk belast met de belangen voor de ontwatering.

De waterschappen, welke gelegen zijn binnen het gebied van een waterschap, dat belast is met het boezembeheer, zijn geheel zelfstandig met een eigen bestuur, dat niet onder toezicht staat van het hoofdbestuur van het boezemwaterschap of van de besturen der onderdeele.71 daarvan.

Achter de namen der waterschappen zijn opgenomen jaartal en iiummer der provinciale bladen va^i Groningen, waarin zijn opgenomen de reglementen en de wijzigingen daarin.


a. Waterschap Duurswold.

Wp. de Amsweersterpolder . .

1933, n“. 15.

„ de Blokumerpolder . . .

1933, n®. 63.

„ Borchshof (5 ha, gemerkt a) Oprichtingsbesluit ....

1894, n®. 16.

z.p. 2.9—N.A.p.

Wp. Geefsweerstertnolenpolder .

1926, 11®. 47.

„ Gommelburg......

1917, 11°. 61.

„ Groote-Harkstederpolder

1915, n®. 1.

„ de Oroote-Oostwolderpolder

1931, n®. 70.

„ de Groote polder 1917, n®. 17

, 1927, n®. 118.

„ de Heeringapolder (13 ha gemerkt b) Oprichtingsbesluit

1896, n®. 65.

Wp. de Heidenschapperpolder .

1933, n®. 64.

„ Hof- en Wegsloot (zie onder groep C van dit hoofdstuk). Wp. de Hooilandspolder . . .

1920, n®. 54.

„ de Kleine Oosterpolder

1910, 11®. 29.

„ de Kleine Oostwolderpolder

1885, n®. 1.

„ de Kloosterpolder . . . .

1926, n®. 48.

„ de Kolhamster westerpolder

1905, n®. 14;

„ de Kooipolder 1903, n®. 33;

1917, n®. 25.

1904, n®. 51.

„ Koveltemp.......

1926, n”. 47.

„ Lage land.......

1933, n®. 62.

„ de Luddeweersterpolder

1900, 11®. 16;

„ Meedhuizerpolder ....

1922, n®. 42.

1901, n®. 47.

„ Meenteschaar .....

1906, n®. 56.

„ Nieuw-Oosterbroek. Oprichtingsbesluit .......

1876, n®. 70.


In 1876 ontstaan door droogmaking van het Meedhuizer-meer. Door het graven van liet Afwateringskanaal is de polder in twee deden verdeeld. De zuidelijke polder heet Grashuispolder (3) en is ongeregleinenteerd.


Wp. Nijverheidspolder .... 1917, n”. 62;

1920, n’. 56.


Wp. de Noordelijke Siddebuur-sterpolder ........1880, n®. 16.

IFp. de Noordelijke Vennen (24

ha, gemerkt c)......1909, n®. 60.

ngt;. de Noorderpolder in de

Oosterweeren .......1931, 11®. 72.

ngt;. Noordzijde van de gemeen

ten Sappemeer, Hoogezand en verdere onderhoorigheden (zie onder groep C van dit hoofdstuk).

„ de Osseweidermolenpoïder . 1931, n®. 19; 1932, n®. 5.

„ nbsp;Oversckild-Tetjehorn . . nbsp;nbsp;1915, n®.

„ nbsp;Rozenburgerpolder .... nbsp;1916, n®.

1927, n®.100.

„ nbsp;Ruigsterpolder.....1878, n®.

„ nbsp;de Ruiten . 1887, n®. 12; 1904, n®.

„ nbsp;Scharmer . 1930, n®. 23; 1933, n®.

„ Scharmerlaagveenontgin-

ning. Oprichtingsbesluit . . nbsp;nbsp;1904, n®. 39.

Wp. Scharmer oostpolder nbsp;nbsp;nbsp;. . nbsp;nbsp;1906, n®. 60;

1909, n®. 4; 1932, n®. 60.

„ nbsp;de SchUdjerpolder nbsp;nbsp;nbsp;. . . nbsp;nbsp;1900, n®.

1903, n®. 48; 1912, n®.

„ nbsp;Steendammerpolder nbsp;. . . nbsp;nbsp;1931, n®.

1932, n®. 5.

Wp. de Tilburgpolder nbsp;. . . . nbsp;nbsp;1901, n®.

„ de Üildrikspolder (8 ha, gemerkt d) Oprichtingsbesluit 1903, n®. 58.

Wp. de Uiterbuurstermolenpolder nbsp;1909, n®.

„ nbsp;nbsp;Veentjerpolder.....1923, n®.

„ nbsp;Wagenborgen nbsp;nbsp;nbsp;.....1913, n®.

„ nbsp;nbsp;ireiwerrö . nbsp;1926, n®. 46; 1931, n®.

„ de Westerbroekster-Engel-

bertermolenpolder 1903, n®. 55; 1904,n®. 41;

1906, n®. 63; 1910, n®.

Ifp. de Zandjerpolder . . . . nbsp;nbsp;1917, n®.

„ nbsp;Zandwerf .......1923, n®.

„ nbsp;Zuider-Olingerpolder . . . nbsp;nbsp;1903, n®.


De Noorderduikerpolder (e, 12 ha), de Zuiderduikerpolder (f, 10 ha); de polder gemerkt g, 10 ha; de polder Kodand (h, 10 ha) en de Groote Oosterpolder (met een hooger en een lager deel


zijn ongereglementeerd. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,

Eveneens zijn ongereglementeerd de polder de Winkdhoeken, en het poldertje gemerkt v (8 ha) liggende binnen het waterschap Noordzijde van de gemeenten Sappemeer, Hoogezand en verdere onderhoorigheden.


b. Waterschap Fivelingo.


Wp. het Anker.......1921, n®. 31.

„ Arwerd (16 ha) Oprichtingsbesluit .........1889, n®. 51.

Wp. RoUjerpolder 1903, n®. 56; 1906, n®. 12.


„ Dethmerspolder (k, 7 ha).

Oprichtingsbesluit.....

Wp. Dijkema’spolder (1, 5 ha).

Oprichtingsbesluit ....

Wp. Dijkhuizen (20 ha). Oprichtingsbesluit

1907, n®. 44;


1887, n®. 16.

1903, n®. 59.

1877, n®. 2;

1922, n®. 16.


Z.s. 1.2—N.A.P.


Wp. Fivelzwht (23 ha). Oprichtingsbesluit nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1865, n®. 29.

Z.s. 1.5—N.A.P.

Wp. Fledderbossckerpolder . . nbsp;nbsp;1932, n®. 8.

„ de Flikkerznjlsterpolder . nbsp;nbsp;1909, n®. 64;

1911, n®. 68; 1912, n®. 38.


„ de Garrelsweersterklooster-molenpold^r .......1930, n®. 72.


Wp. Garreweerster-Wirdumer-polder..........1922, n®, 59.

Wp. Huisbuursterpolder nbsp;nbsp;. . . nbsp;nbsp;1879, n®.

„ de Kromme Tocht nbsp;nbsp;. . . nbsp;nbsp;1929, n®.

„ de Leegwaierpolder nbsp;nbsp;. . . nbsp;nbsp;1909, n®.

„ Noordelijke Dijkema’spolder

(m, 7 ha). Oprichtingsbesluit 1905, n®. 12.

Wp. de Noorderhoeksmeerster-polder..........1922, n®. 17.

Wp. de Noorder Olingerpolder . nbsp;nbsp;1906, n®. 59.

„ Oldenije (n, 18 ha). Oprichtingsbesluit ......1879, n®. 5.

Wp. Ons Belang ......1916, n®. 22.

„ Reddingiuspolder (o, 27 ha). Oprichtingsbesluit . . nbsp;nbsp;1867, n®. 10.

Wp. Swieringapolder. Oprichtingsbesluit nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1862, n®. 66.

Wp. Tenboersterpolder . . . nbsp;nbsp;1922, n®. 15.

„ Zuidwenning......1928, n®. 50.


De polder Rottegat, de Kaakheemsterpolder, het poldertje bij Oosterwijtwerd (p, 5 ha) ; het poldertje (g) ten noordwesten van het Wp. Fivelzicht, het poldertje (r, 20 ha) ten oosten van het Wp Fivelzicht de polder Hofman zijn ongereglementeerd.


c. Waterschap Hunzingo.

Wp. de Barnheemsterpolder . . nbsp;nbsp;1869, n®. 99.

„ de Bult........1904, n®. 47.

„ Bouwlust nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1907, n®. 46.


De Ooster Krangeweersterpolder (40 ha), (15 ha, gemerkt s) gelegen ten noordwesten van

d. Waterschap Oldambt,


Wp. Kloostermolenpolder . . . nbsp;nbsp;1870, n®. 89.

„ de Swieringa’s polder . . nbsp;nbsp;1910, n®. 83.

en de TicheUandsterpolder


de Dokterspolder (29 ha),


Tenpost zijn ongereglementeerd.


Wp. de Bolderg nbsp;nbsp;......1863, n®.

„ nbsp;Concordia.......1923, n®.

„ nbsp;tZe Dellen nbsp;....... nbsp;1883, n®.

„ nbsp;de Beker nbsp;nbsp;. 1887, n®. 52; 1911, n®.

„ nbsp;de Beksterbouwten nbsp;nbsp;. . . nbsp;nbsp;1929, n®.

„ nbsp;nbsp;Eindelijk nbsp;nbsp;.......1921, n®.

„ nbsp;nbsp;Eureka . . 1918, n®. 58; 1920, n®.

„ nbsp;de Bvenreitstermolenkolonie nbsp;1907, n®.

1913, n®. 58.

„ nbsp;nbsp;Excelsior . nbsp;1900, 11®. 45; 1902, n®.

„ nbsp;de Geereweg nbsp;nbsp;1919, n®. 19; 1924, n®.

„ nbsp;de Herleving nbsp;1900, n®. 49; 1909, n®.

„ nbsp;de Hoogte . nbsp;1919, n®. 17; 1922, n®.

„ nbsp;de Kampen nbsp;......1883, n®.

„ nbsp;Korengarst nbsp;nbsp;......1935, n®.

„ nbsp;de Munte . nbsp;1922, n®. 20; 1930, n®.


Wp. Nonnegaatsterpolder . . . nbsp;nbsp;1922, n®. 22.

„ de Noordermolenkolonie . nbsp;nbsp;1870, n®. 68;

1880, n®. 10; 1890, n®. 44; 1900, n®. 28.

„ de RoodetiïstermolenpolderlS8Q, nos. 9 en 86; 1914, n®. 21.

„ nbsp;Scheemderzwaag . . . . nbsp;nbsp;1878, n®.

„ nbsp;Stootshorn-Veenhuizen nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;nbsp;1917, n®.

„ nbsp;de TonnistU......1931, n®.

„ nbsp;Uiterburen (boezemland) nbsp;nbsp;nbsp;1932, n®.

„ nbsp;de Vennen ......1908, n®.

„ nbsp;nbsp;Weerdijk . 1931, n®. 69; 1933, 11®.

„ nbsp;de Westerleesche Bagemeden nbsp;1908, n®.

„ nbsp;de Westersche Molenpolder nbsp;nbsp;1863, n®.

1879, n®. 49; 1885, n®.

188 7, n®. 53; 1921, n®.

„ nbsp;Zomerdijkstermolenpolder . nbsp;nbsp;1932, n®.

„ nbsp;Zuidbultsterpolder . . . nbsp;nbsp;1915, n®.

1931, n®. 71.


Waterschap de Eekwerderdraaibrug (1912, n®. 25).

Het waterschap is gelege7i in de gemeenten Lopper8U7n, Appingedam en Slochteren en heeft ee7i oppervlakte van omstreeks 168 ha.

Op algemeene kosten wordt gedragen het onderhoud vaii de Eekwerderdraaibrug, liggende over het Damsterdiep, verbindende den weg 7iaar Bnum met de Bekwerdennedelaan met de daarbij behoore7ide brugwachterswoning en de Bekwerdermedelaan.

Waterschap Garreweersterweg (1926, n®. 50).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Appingedam en omvat gronden gelege?i ter weerszijden va7i het Bemskanaal bij Garreweer ter oppervlakte van omstreeks 253 ha.

Op alge7neene kosten wordt gedragen het onderhoud van den deels verharde7i en deels onverhardoi zoogenaamden Garretceersteriveg, loopende van den weg Groningen—Appi7igedam (stadsweg ten zuidoi van het Damsterdiep) tot den 7ioordelijken Bemskanaaldijk bij britg n°. 10 en van den zuidelijke7i Berns-kanaaldijk bij die brug tot de boerderij gelegen ongeveer 750 m ten. zuide/i van het Bemskanaal.

Waterschap Hof- en Wegsloot (1921, n®. 30).

Het waterschap omvat gronde77 gelegen in de gemeenten Hoogezand en Slochtere7i ter oppervlakte van ongeveer 348 ha.

Op algemeene kosten icordt gedragen het onderhouden van een waterkeering, terwijl ten laste van de gronden, liggende ten noorden van de7i kunstweg Bekarmer—(Slochteren en van de perceelen aan de zuidzijde van dien weg, die daaraan grenze/i of hiermede door recht van weg in verbindi7ig staan, bwetidien kotne7i : het grav€7i der Hofsloot van den, weg (Schar/ner—Blochtereri af, in 7toordelijke richting tot de (Slockter Be, benevens ee7i wisselplaats, eeri los- en laadplaats e7i eoi zwaaiplaats.

Waterschap de Kalkwijk (1883, n®. 15; 1913, n®. 17).

Het waterschap moordt begrensd door het WBischoterdiep, den Kielsfer Zwarteiceg, de Woort77ianslaan en den Borgercompagniester Zwarteweg.

Op algemeene kosten worde7i gedragen het verbeteren en O7ïderhouden van het Kalkwijksterdiep en het onderhoud van de Kalkwijkster hoofddraai en een zevental loopdraaibruggen.

Waterschap Kolham-Achterdiep (1920, n®. 50; 1924, 11°. 45).

Het waterschap wordt begrensd door de zuidzijde van den Kolha/nsterweg tot den weg van Slochteren naar Sappemeer, dien weg tot de Langewijk, de westzijde van die wijk tot het Achterdiep, de noordzijde van het Achterdiep, eenige perceelen der gemeente Sappemeer en de oostzijde vati de Hooiteswijk tot het einde dier wijk en het verlengde dier wijk tot den Kolhamsterweg.

Voorts behoort nog tot het waterschap de watergang van den duiker in den Kolhamsterweg tot de Rui-te7i Be.

Op algemeene kosten ivordt gedragen het aanleggen, hergraven en onderhouden va7i een vijftal watergangen en de daarin Uggeiide duikers.

Waterschap Noordzijde van de gemeenten Sappemeer, Hoogezand en verdere onderhoorigheden (1924, n®. 13; 1930, 11°. 71).

Het waterschap wordt begrensd door het Abramsdiepje, de grens tusschen de gemeenten Hoogezand en Sappemeer eenerzijds en Slochteren en Noordbroek anderzijds tot den kunstweg langs het Noordbroek-sterdiep, door dien weg tot het Winschoterdiep, verder door het Winschoterdiep tot de K7iijpslaan en door die laan tot het Abramsdiepje.

Op algemeene kosten worden onderhouden het Winkelhoeksterdiep met het daarin gelegen Winkel-hoeksterverlaat, het Abramsdiepje, de Klievewijk met overlaat en uitwateringssluis en het Achterdiep.

Waterschap Siepkanaal (1931, n®. 64).

Het waterschap is gelegen i7i de gemeenten Slochteren en Noordbroek en heeft eene oppervlakte van ongeveer 357 ha.

Op algemeene kosten wordt gedragen het onderhoud en zooveel noodig graven van het tot kanaal ingerichte gedeelte van de Siepsloot met vier wisselplaatsen kaden en drie draaibruggen.

Waterschap de Tenposterdraaibrug (1910, n®. 97),

Het waterschap is gelegen in de gemeente Ten Boer en omvat gronden gelegen onder Tenpost, Wi7ine-weer en Wittewierum ter oppervlakte van omstreeks 1237 ha.

Op algemeene kosten wordt gedragen het onderhoud van de te Tenpost over het Damsterdiep liggende draaibrug.

Waterschap het Veenkanaal (1925, 11°. 13).

Het waterschap omvat een aantal perceelen der kadastrale gemeenten Slochtereti eri Siddeburcn met een gezamenlijke oppervlakte va/i ongeveer 595 ha.

Op algemeene kosten worden gedragoi het onderhoud van het Veenkanaal 7net de verlengde de Haans-vaart, beschoeiing en dijken; het onderhoud van de vaste brug in den Provincialen kunstweg te HeUwn, alsmede van een 24-tal draaibruggen, 7 zwaaiplaatsem 01 4 opslagplaatsen ; het onderhoud van 5 grand-duikers ten behoeve vaji de waterschappen : de Kloosterpolder, de Zandjerpolder, de BchUdjerpolder en Veentjerpolder.

Waterschap het Verlengde Dwarskanaal (1908, n®. 56).

Het waterschap omvat een aantal perceelen der kadastrale gemee7ite Siddebureri ter oppervlakte va7i ongeveer Iliy2 ha.

Op algemeene kosten worde7t gedragen het graven en onderhouden van het Verlengde Dwarskanaal met twee wisselplaatsen ; het leggen en onderhouden van twee grondduikers ten behoeve van het waterschap Zandwerf en het leggen en O7iderhouden van een vijftal draaibruggen.

Waterschap Wallen Hoogezand (1924, n®. 11).

Tot dit ivaterschap behooren eenige perceelen der gemeente Hoogezand ter oppervlakte van ongeveer 5 V2 ha.

Op algemeene kosten wordt gedragen het O7iderhoud va/i een boordvoorziening 7net alle bijbehoore7ide werken langs de zuidzijde va7i het Wi7ischoterdiep en het stellen en onderhouden van meerpalen of -ringen naar behoefte.

Waterschap Wallen Hoogezand—Martenshoek Zuidzijde (1928, n®. 15).

Tot dit waterschap behooren eeiiige perceelen der gemeente Hoogezand, grenzende aan het Winschoterdiep, ter geza7nenlijke oppervlakte van ongeveer 9 ha.

Óp algemeene kosten wordt gedragen het onderhoud van een boordvoorziening met alle bijbehoorende werken langs de zuidzijde van het Wi7ischoterdiep e7i het stellen en onderhouden van meerpalen of -ringe7i naar behoefte.

Waterschap Wallen Winschoterdiep Zuidzijde (1922, n®. 12; 1925, n®. 17).

Tot dit waterschap behooren eenige perceelen der gemeente Sappemeer ter oppervlakte van ongeveer 17 ha.

Op algemee7ie kosten wordt gedragen het onderhotid van een boordvoorziening met alle bijbehoorende werken langs de zuidzijde van het Winschoterdiep en het stellen en onderhouden van 7neerpaïen of -ringeti naar behoefte.

Waterschap Westelijk Dwarskanaal (1910, n®. 30).

Tot het waterschap behooren ee7i aantal perceelen der kadastrale gemeente7i Siddeburen en Slochteren, ter gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 144 ha.

Op algemeene kosten worden gedragen het graven en onderhouden van een ka7iaal voor de scheepvaart bestemd, aanvangetzde bij de de Haansvaart en eindigende op ongeveer 20 m afstand va7i de Schilwolder-7nolenwijk; het leggen en onderhouden van negen draaibruggen en een grondduiker onder het kanaal ten behoeve van het waterschap de SchUdjerpolder.

Waterschap de Wirdumerdraaibrug (1912, n®. 24).

Het waterschap is gelegen in de gemeenten Boppersum en Slochteren en omvat gronden gelegen onder Hoeksmeer en Overschild ter oppervlakte van omstreeks 309 ha.

Op algemeene kosten wordt gedragen het onderhoud van de Wirdumerdraaibrug, liggende over het Damsterdiep in den grintweg, loopende van Wirdum naar Overschild met de daarbij behoorende brugwachterswoning.

Waterschap Zuidermade (1924, n®. 21).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Hoogezand en heeft een oppervlakte vam 162 ha.

Op algemeene kosten wordt gedragen de aanleg, het onderhoud en de verbetering van een draaibrug, de Boerenklap, over het Winschoterdiep inet de bij die brug behoorende brugwachterswoning.

REGLEMENTEN.

Met opgave van de Provinciale bladen van Groningen, waarin het reglement en de wijziginge7i daarin, zijn opgenomen.

Algemeen Reglement voor de waterschappen 1933, n°. 75.

Kiesreglement voor de waterschappen 1906, n°. 51.

Reglement op het toezicht der wegen 1928, n°. 68.

Reglement, regelende het toezicht op kanalen, watergangen en waterstaatswerken 1924, n°. 19.

Politiereglement op de rivieren, kanalen, havens en daarbij behoorende werken 1927, n°. 129.

Reglement op de verveningen en ontgrondingen 1925, n°. 27.

Verordening, houdende regeling van het toezicht op dijken 1929, n°. 75.

Verordening tot regeling van den 'waterafvoer 1910, 71°. 86; 1922, 71°. 55.


Buiten-waterstanden in m ten opzichte van N.A.P.

Tienjarig tijdvak 1921—1930.


Plaats van waarneming.

Gemiddeld hoogwater.

Gemiddeld laagwater.

Hoogste stand.

Laagste stand.

1 Mei-

31 Oct.

M.V.

1 Nov.-30 Apr.

1 Mei-

31 Oct.

M.B.

1 Nov.-30 Apr.

Zoutkamp . . . .

1.08

0.90

— 1.41

— 1.22

3.62, 10 Oct. 1926

— 2.67, 21Nov.l927 e7i 3 April 1930

Delfzijl

1.24

1.07

— 1.56

— 1.61

3.68, 12 Dec. 1929

— 3.08, 21 Nov. 1927

Nieuw Statenzijl .

1.39

1.24

4.42, 12 Dec. 1929

Daar de laagwaterstanden te Nieuwe Statenzijl niet betrouwbaar zijn, zijn deze standen niet opgenomen.


Binnenwaterstanden in m ten opzichte van N.A.P.

Tijdvak, 1929—1933.


De polder (t, 45 ha) bij Nieuw Scheemda, het poldertje Nieuwolda zijn ongereglementeerd.


(u) bij het Waar en het poldertje (v) bij


e. Eerste pand van het Winschoterdiep.


Wp. de Foksholsterpolder (w, 11 ha), afwaterende op het Wp. de Kropswolderbuiten-polder..........1898, n®. 58.

Wp. Kropswolde 1905, n®. 60; 1910, n®. 38.

„ de Kropswolderbuitenpolder 1927, n®. 115.

f. Tweede pand van het Winschoterdiep,

Wp. Borgercompagnie-Oostkant nbsp;nbsp;1921, n®. 35.

„ Jagersivijk, Spitsbergen en Kostverloren .......1913, n®. 61.

Met dit waterschap ligt gemeen de Noordbroekstervaart.

Wp. de Nijverheid .....1906, n®. 62.

„ Overwater.......1913, n®. 32.

De bemaling geschiedt door de aardappelmeelfabriek de Motké te Zuidbroek en de cartonfabriek te Sappemeer.


Wp. de Oeverpolder.....1891, n®. 70.

„ de Onnerpolder1930, n®. 79;

1931, n®. 66,


„ de Westerbroekstermadepol-der ...........1914, n®. 20.


Wp. Rotteveen. Oprichtingsbesluit nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1882, n®. 51.

TF/ï. Rustplaats.......1930, n®. 26.

„ de Vereenigde Waterschappen Kleinemeer eii Borgercompagnie Westkant . . . . nbsp;nbsp;1923, n®. 44


De polder het Poeltje is ongereglementeerd.


g. Overige Waterschappen, Waterschap Oterdum ...........................


1920, n®. 51.


C. Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen.

Achter de namen der waterschappen zijn opgegeven jaartal en nummer der provinciale bladen van Groningen, waarin zijn opgenomen hun reglementen e7i de wijzigingen daarin.

Waterschap Boerenklap (1935, n®. 49).

Het waterschap is gelegen in de gemeente Zuidbroek en heeft een oppervlakte van ongeveer 189 ha.

Op algemee7ie kosten worden gedragen een uitkeering aan de gemeente Zuidbroek voor het verharden en onderhouden van den weg langs de westzijde van het Muntendammer diep van de daarover gelegen Boerenklap af tot de grens der geTneente Muntendam, een uitkeering aan de gemeente Zuidbroek voor het onderhouden en bedienen van de Boerenklap en de ten tijde van de overdracht aan de gemeente Zuidbroek mogelijk nog wegeiis het beheer van die brug bestaande schulden.

Waterschap Borger- en Trips compagnie (1930, 11°. 77).

Het waterschap strekt, zich uit over deelen van de gemeenten Sappemeer, Zuidbroek, Muntendam, Veendam en Wildervank en heeft een oppervlakte va7i 07igeveer 2535 ha.

Op algemeene kosten worden gedragen het onderhoud van het Borgerconipaguicsterdiep e7i van het Tripscoinpagniesterdiep, van het Borgercompagtiiesterverlaat en van het bijbehoorende verlaatshuis, alsmede de kosten van bediening van het verlaat; het O7iderhoud van zeven loopdraaibruggen over het Borgercompagniesterdiep en van zes Ioopdraaibrugge7i en een vaste voetbrug (hooghout) over het Trips-compagniesterdiep.


Plaats van waarneming.

Gemiddelde stand.

Hoogste stand.

Laagste stand.

Duurswold 1).

Groevesluis Z.Z. . . .

— 1.03

— 0.81, Febr. en Mrt. 1933

— 1.19, December 1933

Bemskanaal en le Pand Winschoterdiep.

Farmsum......

4- 0.51

4- 0.98, 13 December 1929

— 0.09, 22 December 1929

Oosterhavensluis . . .

4- 0.46

4- 0,86, 24 November 1930

— 0.08, 13 Ja7iuari 1930

Martenshoeksterverlaat

4- 0.52

4- 1.19, 7 Januari 1932

0.12, 13119 Sept. 1929

Bivelingo.

Groevesluis N.Z. . .

— 0.78

4- 0.03, 7 Januari 1932

— 1.29, 12 Maart 1929

Oldambt 2).

Termunterzijl . . . .

— 1.24

— 0.64, 4 Januari 1932

— 1.75, 30 Mei 1932

Winschoterdiep, 2e Pand. Martenhoeksterverlaat

4- 0.58

4- 1.19, 7 Januari 1932

4- 0.12, 18119 Sept. 1929

Zuidbroeksterverlaat . .

4- 0.63

1.38, 23 October 1932

4- 0.16, 14119 Sept. 1929

Winschoterdiep, 3e Pand Zuidbroeksterverlaat . .

4- 0.60

4- 0.95, 13 December 1929

4- 0.16, 17 September 1929

Renselverlaat ....

4- 0.60

4- 1.02, 8 Januari 1932

0.13, 17 September 1929

1) In verband met de inwerkingstelling van het gemaal in 1933 werden slechts de waterstandoi over 1933 gebruikt.

2) In verband met de inwerkingstelling van het gemaal in 1931, is gebruik geinaakt van de 7vater-sta77den over 1932 tfm 1934.


VERWIJZING.

Beekman, Dr. A. A. Nederland als polderland. Derde druk 1932.

Bijdragen tot de kennis van den tegenwoordigen staat der provincie Groningen. 1860—1874.

Blaupot ten Cate en Maschhaupt. Bijdragen tot de kennis van dc provincie Groningen en omgelegen streken. 1923. 2 deelen.

Geertsema, Mr. C. C. De zeeweringen, waterschappen en polders in de provincie Groningen. 1910.

Oomkens. Regceringsalmanak van en voor de provincie Groningen.

Register I Groningen. Uitgave 1925. Hoogte van vt^rkenmerken volgens N.A.P., gevonden bij de nauwkcurighlt;‘idswaterpassingen, de waterpassingen van den Algeineeium Dienst van dmi Rijkswaterstaat en waterpassingen van andere organisaties, alsnn'de verdere wijzigingen en aanvullingen. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.

Veen, Ir. Joh. van. De Pivel en haar verzanding. Met kaart. 1930.

Wegwijzer voor de Binnenscheepvaart. Deel 1. Noord-oostelijk N(‘derland met 7 overzichtskaarten en 24 platte gronden. Tweede druk 1930, met aanvullingsblad n®. 1, tot Januari 1935. Bewerkt bij den Algemeenen Dienst van den Rijkswaterstaat. Uitgegeven door het Ministt'rie van Waterstaat.

De Waterstaatskaarten zijn à f 1.75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.


-ocr page 18-

SLUIZEN,


in


A. Oude Termunterzijl, uitwateringssluis van het Waterschap Oldambt, één opening, één paar vloed-, één paar eb- en één paar stormdeuren . . . .


Wijdte den dag m


5,SÔ


Slagdrempel-diepte m — N.A.P.


2,88


UnIversiteits bibliotheek Utrecht


cumen talie


B. Nieuwe Termunterzijl, uitwateringssluis van het Waterschap Oldambt, één paar vloed- en één paar ebdeuren.

Deze sluis vormt met de er achter gelegen keersluis een schutsluis, lang 50 m. De keersluis heeft twee stel deuren naar weerszijden keerende . . .


7.80


3.28


C. Uitwateringssluis van het Waterschap Vereeniging te Fiemel, één opening, één paar vloed-, één paar eb- en één paar stormdeuren.....


S.—


2.21


D. Uitwateringssluis van het waterschap Reiderland, één paar vloed-, één paar eb- en één paar stormdeuren . . '..............


8.25


2.50


E.


a.


b.


Nieuwe Statenzijlen bestaande uit:

Nieuioe Statenschutsluis, tevens uitwateringssluis van de Westerwoldsche A, twee paar vloed-, twee paar eb- en één paar stormdeuren, schutkolklengte 40 m; de slagdrempels zijn even hoog.....

Uitwateringssluis van de Westerwoldsche A, één paar vloed-, één paar eb- en één paar stormdeuren ................


8.50


3.09


F.


Oude Statenzijl, keersluis in de Westerwoldsche A, twee paar deuren,


naar weerszijden keerende


G. Bultsterverlaat, schutsluis tusschen de Pekel A en de Westerwoldsche A, vier paar piintdeuren, twee paar naar het Westen en twee paar naar het Oosten keerende, schutkolklengte 40 m ................

bovenhoofd .......................

benedenhoofd .......................


H. Renselverlaat, schutsluis tusschen de Pekel A en het Winschoterdiep, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 35 m; de slagdrempels zijn even hoog


I. Schutsluis tusschen het Nieuwe Kanaal en deHoofdwijk van Etinema-borgh, tivee paar puntdeuren, schutlengte 21.50 m........... bovenhoofd ........................ benedenhoofd ......................

Meestal staat de sluis open ; zij wordt gesloten om hooge standen op het Nieuwe Kanaal te keeren.


K. Uitwateringssluis van het Waterschap Reiderwolderpolder, gelegen in den Dallingeweersterdijk, één schuif ...............


L. Kleine Slapersluis in den Reiderwolderpolderdijk, duikersluis tusschen den Carel Coenraadpolder en den Reiderwolderpolder, één schuif .


M. Groote Slapersluis in den Reidenoolderpolderdijk, Beerstersluis, twee paar deuren naar weerszijden keerende................


N. Duikersluis in den opdijk van 1862 tusschen den Reidenvolderpolder, 2e afdeeling en den Reiderwolderpolder, le afdeeling, één schuif . ... .


O. Stadspolderzijl, molensluis van het gemaal van het waterschap de Stadspolder, één schuif ......................


ZEEWERING.


8.50


8.50


8.—


6.^


4.—


2.—


8.25


1.20


2.40


2.55


2.65


1.58

2.98


1.58


2.54

2.64


1.94


2.^


2.50


1.70


1.40


2°.


3\


i°.


6°.


5®.


Op dit blad komen voor:

een gedeelte van den zeedijk van de Slochterzijl te Delfzijl tot de aansluiting aan den vleugeldijk van de Oude Termunterzijl (sluis A). De lengte van dezen dijk bedraagt ongeveer 8425 m ; het onderhoud berust bij de prmnneie Groningen. Deze ontvangt voor dit onderhoud een jaarlijksche bijdrage van het Waterschap Oldambt, vastgesteld in het reglement voor dat Waterschap en van het Rijk, volgens overeenkomst tusschen het Rijk en de Provincie van 16 Juli 1879. Het onderhoud vati de steenen vleugels en basaltinuren langs de uitmonding van de voormalige sluis van het Waterschap Oterdum komt ten laste van dit Waterschap.

de zeewering en havenwerken te Termunterzijl. Deze werken bestaan uit twee sluizen, waartusschen gelegen het gemaal van het Waterschap Oldambt, met de haven- en vleugeldijken en de strekdammen ivederzijds de buitengeulen. Een en ander is in otiderhoud bij het Waterschap Oldambt. De dijken hebben een gezamenlijke lengte van 250 m.

de zeedijk van Termunterzijl tot den Rijksdijk bij Fiemel. De dijk begint bij de aansheiting aan den vleugeldijk van de Nieuwe Termunterzijl (sluizen R) en heeft een lengte van ongeveer 2300 m; het onderhoud berust bij de Provincie Groningen.

de Dallingeweerster- of DoUarddijk. Deze dijk loopt van den provincialen zeedijk bewesten de uitwateringssluis te Fiemel tot den dijk van den Johannes Kerkhovenpolder. De dijk is lang 1372 m. In den dijk is gelegen de uitwateringssluis van het waterschap Vereeniging (sluis C). Ten laste van dit Waterschap is het onderhoud van die sluis, alsmede van 120 m dijk wederzijds de sluis. De dijk zelf is in onderhoud bij het Rijk.

de zeedijk van den Johannes Kerkhovenpolder, loopende van de aansluiting met den Dallingeweersterdijk tot den dijk van den Carel Coenraadpolder. De dijk heeft een lengte van ongeveer 3150 m en is in onderhoud bij het Waterschap de Johannes Kerkhovenpolder.

de zeedijk van den Carel Coenraadpolder, beginnende bij de aansluiting aan den dijk van den Johannes Kerkhovenpolder tot de aansluiting aan den Reiderwolderpolderdijk beoosten sluis D. De dijk is behalve een gedeelte ter lengte van 50 m, waarin de sluis D is gelegen, in onderhoud bij het Waterschap Carel Coenraadpolder. Het gedeelte dijk, waarin sluis D is gelegen, is met deze sluis in onderhoud bij het Waterschap Reiderland. De dijk heeft een totale lengte van 8000 m.

de zeedijk van den Reiderwolderpolder van de aansluiting aan den dijk van den Carel Coenraadpolder tot de Nieuwe Statenschutsluis (sluis E) ; de lengte bedraagt 2250 m, het onderhoud berust bij het Waterschap Reidenvolderpolder.

de Rijksdijk bij Nieuwe Statenzijl. Deze dijk heeft een lengte van 540 m en is met de erin gelegen sluizen E in onderhoud bij het Rijk.

Als tweede waterkeering worden nog onderhouden :

de inlaagdijken van den Grooten Polder tusschen Oterdum en Termunterzijl en van den spuiboezem van Oldambt (Kleine Polder) ten oosten van Termunterzijl;

de doorloopende dijken binnenlangs den Johannes Kerkhovenpolder, den Carel Coenraadpolder en de twe^e afdeeling van den Reiderwolderpolder ; de opdijk tusschen deti Johannes Kerkhovenpolder en den Carel Coenraadpolder en de opdijk tusschen de beide afdeelingen van den Reiderwolderpolder ; de noordelijke en oostelijke dijk van den Stadspolder en de afsluitdijk door de A-landen over de Oude Statenzijl naar de Rijksgrens, alsmede de opdijk tusschen de tweede afdeeling van den Reiderwolderpolder en de A-landen.


BEDIJKINGEN.


De vorming van den Dollard wordt wel gesteld in de 2e helft van de 13e eeuw, doch heeft volgens Ramaer zeer waarschijnlijk plaats gehad in 1413. Het ontstaan in zijn grootste uitgebreidheid zou dan niet langzamerhand door achtereenvolgende doorbraketi zijn geschied, maar ineens door een zeer katastrophalen vloed. Het overstroomingswater drong diep landwaarts binnen. Inham^nen hebben zelfs gereikt tot Veendam en tot Wedde in Westerwolde. In 1454 heeft men aan de westzijde de overstrooming trachten te beperken door het aanleggen van een dijk van den Eemsdijk bij het thans verdwenen Wester-Reide, oostelijk van Termunten naar de hoogere zandgronden bij Finsterwolde. In 1507 heeft men deze echter moeten prijsgeven.

Langzamerhatid heeft zich in het overstroomde gebied vruchtbare klei neergezet en de zoo gevormde kwelders zijn achtereenvolgens bedijkt.

De eerste bedijkingen, zoougt;el in de oostelijke als in de westelijke inham, dateeren uit de eerste helft van de 16e eeuw. De Dallingeweersterdijk ten zuidoosten van Woldendorp en de Hamdijk ten zuidwesten van Nieuwe Schans zijn hiervan loaarschijnlijk overblijfselen.


De latere bedijkingen, welke op dit blad voorkomen zijn :


het Oudland onder Scheemda ...... bedijking door den Schanskerdijk ten weten het Oud Nieuwland onder Midwolda . .

de Lintelopolder............

de Kroonpolder............

het Nieuwland onder Midwolda . . . .


van Nieuwe Schans


in


de de de de de


Stadspolder ............

Oostwolderpolder..........

Finsterwolderpolder le afdeeling van den Reiderwolderpolder

2e afdeeling van den Reiderwolderpolder


de Johannes Kerkhovenpolder de Corel Coenraadpolder . .


KANALEN EN STROOMENDE WATEREN.


Winschoterdiep. Het kanaal loopt van de Oosterhaven te Groningen naar de Pekel het Renselverlaat. Van Winschoten tot de Pekel A heet het de Rensel.


1626 ;

1657;

1665 ;

1682 ;

1696 ;

1701;

1740;

1769;

1819;

1862;

1874;

1878;

1923.


A bij


De lengte bedraagt 37.6 km; de breedte op kanaalpeil ivisselt van 12 tot 25 m; de bodembreedtevan 6 tot 12 m; de diepte in de kimmen is tiisschen Groningen en het Martenshoeksterverlaat 2.30 m, verder 2 m. Het kanaalpeil is voor het geheele kanaal Winschoterpeil (W.P. = 0.62 m N.A.P.).

In den regel vormt het Winschoterdiep één pand tot het Renselverlaat (sluis H) aan de Pekel A, maar het kan in drie panden verdeeld worden door het Martenshoeksterverlaat bij Hoogezand en het Zuidbroekstervcrlaat bij Zuidbroek. Het Martenshoeksterverlaat mag gesloten worden als het water in het tweede pand tusschen dé beide genoemde verlaten lager dan W.P. zou afloopen. Dit geldt meer in het bijzonder voor droge tijden. In het regenseizoen zal veelal, om te allen tijde voldoende gelegenheid tot ufoter-afvoer te verzekeren, do sluis geopend moeten blijven, niettegenstaande in dien tijd op het Zuidlaardermeer een stand van 0.20 m — W.P. wordt nagestreefd. Het Zuidbroeksterverlaat wordt gesloten om hooge standen van het tiveede pand te keeren of te laag afloopen van dit pand op het derde pand te beletten. Het Renselverlaat wordt alleen gesloten als de Pekel A 0.40 m boven peil stijgt (1.02 m N.A.P.).

Het kanaal is tot km 28.8 (d.i. 100 m ten zuidoosten van de los- en laadplaats te Scheemda) in beheer en onderhoud bij de gemeente Groningen, vandaar tot het Renselverlaat bij de provincie Groningen. Het gedeelte van Groningen tot Waterhuizen werd waarschijnlijk reeds in de 13e eeuw gegraven. Van hieruit begon men in 1618 in oostelijke richting het kanaal te verlengen. Nog in het zelfde jaar werd het groote Sappemeer of Duivelsmeer bereikt en afgetapt. In 1628 werd het voltooid tot Zuidbroek. In de jaren 1632—1635 is het oostwaarts doorgetrokken tot in de Pekel A.

In de zomerzitting van 1930 van de Provinciale Staten van Groningen is besloten om den vaarweg van Groningen over Winschoten naar de Nieuwe Statenzijlen opnieuw te verbeteren.


Pekel A of Pekeler Hoofddiep. Dit verbindt de Westerwoldsche A bij de Ruit met het Stadskanaal.

De lengte bedraagt ongeveer 22,5 km; de breedte op kanaalpeil 10 tot 24 m; de bodembreedte 4 tot 9 ?» ; de diepte is tot Stroobos 2 m ; van Stroobos tot de Rensel 1.50 tot 1.80 m en van de Rensel tot de Ruit 2 tot 2.20 m.

Het kanaal is door 4 schidsluizen in 5 panden verdeeld. Het is van het Rulisterverlaat tot Stroobos in beheer en onderhoud bij het Waterschap Pekel A en verder tot het Stadskanaal bij de gemeente Gronings.

Met fwt vergraven van de Pekel A werd in 1599 begonnen. Na 1635 werd als verlenging hiervan het Pekeler Hoofddiep gegraven. Tot 1877 was het Pekeler Hoofddiep van het Stadskanaal gescheiden door een dam.


Westerwoldsche A. Deze ontstaat bezuiden Wedde uit de samenvloeiing van de Mussel A en de Ruiten A. Zij ontvangt bij het Bultsterverlaat het water van de Pekel A en is bij Tutjeshut in open gemeenschap 7net het benedenpand van het Vereenigd kanaal, loopt langs Nieuwe Schans en loost door de Nieiave Statenzijlen (sluizen E) op den Dollard.

Het peil van het benedengedeelte van de Westerwoldsche A ligt op 0.25 m 1- N.A.P. De bodemdiepte bedraagt voor het gedeelte van de Wedderbrug bij Wedde tot de samenkomst met de Pekel A 1.50 m onder


peil ; de bodembreedte 7 tot 10 m. Deneden den mond van de Pekel A nemen bodemdiepte en -breedte tot deze bij de Nieuwe Statenzijlen respectievelijk 3.95 m onder peil en 17.60 m bedragen.


toe


De Westerwoldsche A is in beheer en onderhoud bij het Waterschap Nieuwe Statenzijlen bij het Rijk.


Westerwolde, de Oude-


en


Pereenigd Kanaal van Westerwolde of D.L. Tijdenskanaal.

van de Westerwoldsche A bij Tutjeshut tot de splitsing in Ruiten A- en


Dit kanaal sterkt zich


uit


Mussel A-kanaal (zie blad Rourtange). Het kanaal is door de Vriescheloostersluis in tu:ee panden verdeeld.


De lengte bedraagt 15,6 km ; de breedte van 20 tot 27 m, in den bodem 12,50 m; de diepte is 2 min het bovenpand en 2.40 tot 2,90 m in het benedenpand.

Het benedenpand ligt gemeen met de Westerwoldsche A en heeft een peil van 0.25 m 4- N.A.P.; het peil van het bovenpand bedraagt 1.37 m N.A.P.

Het kanaal is in beheer en onderhoud bij het ivaterschap Westerivolde. Het werd gegraven in de jaren 1909—1913.


GRENSTRACTATEN.


Tractaat van Hannover, gesloten op 2 Juli 1824; zie K.R. 29 Sept. 1846 (Stbld. 54).

Hierin werd o.a. bepaald, dat het Wijmeersterdiep bij de grachten van Nieuwe Schans zou ivorden afgedamd, terwijl een nieuw afwateringskanaal geheel op Hannoversch gebied zou worden gegraven.

Het Nederlandsch gebied, dat door den aanleg van de Hannoversche werken in zijn afwatering werd bemoeilijkt, is geholpen door het bouwen van een watermolen in 1828 (de z.g. Rijkswatermolen).

Overeenkomst met Pruissen, gesloten op 2j September 1874 tot regeling der indijking van den Dollard; zie K.R. 17 Maart 1875 (Stbld. 29).

Hierin werd o.a. bepaald, dat met uitzondering van de Moersloot, waarover een latere regeling iverd voorbehouden, de afwatering der Nederlandsche en die der Pruissische landen geheel gescheiden zouden worden. Groningen werd voor de afwatering uitsluitend op de A aangewezen. Oost-Friesland zoii uitsluitend naar de Eems afivateren.

Als gevolg van deze overeenkomst werden in 1875—1878 op Rijkskosten de Nieuwe Statenzijlen gebouivd, terunjl van Pruissische zijde de afwatering van het Wijmeersterdiep verlegd werd naar de Eems bij Pogum, door het graven van een kanaal langs den binnenberm van den nieuwen DoUarddijk.



( tllhl y/l/ S/Mz/tA 'f


ft////Lm ff


/V, / Dh/i


iargt;'Jquot;quot;, *V


I^* wwpen


XI Hajj^M-M •


BOEZEMS


■ fijtfer.se/hyi


Diik^twliust'ii


H(j^rduu


Oiu/e


WP


-«A 1


ijii/nmrt^Uiiruii/i' f’

• 4di»iV«Mvi


^v2O p.-2.2


W.'tMrfn7iüfgt;


Ihife/'se/iAp


JlfMnil/|M»Mie»


DilWiin'lh'ir!


R i mdrfrh fw» i n iT’H ' h


itü/e/yeli.y/ .


Ik* (h/dv


(dgt;l//


U '/t/vfst‘6rfp D(‘ /i/'/Tie//-


i^rHe/’st'hüp


Couctufl/ü


-^i


Hf » //( ^ifni/’n o/fu */ ynt/ffi *1quot;


( rf/s/uo/fjt^/YMf/fMr


y Chn^iUi-


Hen/fnnzA/tgt;r-^^


ff.'tlef^ift.’tp


Wp D,gt; •7 ha


ft/»kVfn7Mp iff.y 0,7


/ff/fY-eASt^ak^n


zlt;p.2j


Iirfwolda


fif'rMnv*


W;i/)‘/fi^i;i/)


W/t/^z-se/iüp


uKt- fvuenell'


i~0.S


ffrrfhiinestquot;- .Ïift^z^fnJ


/Zof(/f*/7^j(/


Oe


T/mniiif


Hz


\»lt;'IIU


VOI


~ fitry^nztHAatt


/:zo D/t Wii/orfi^fMp


ir»y


f1f*ff/lt;*/7O/H/


rgt;.-/.4


Het groote afwateringskanaal van den boezem is het Tcrmunterzijldiep, dat het water te Termunterzijl op de Eems loost door twee sluizen (sluizen A en R). Tevens kan de boezem aldaar worden afgemalen door het in October 1931 in iverking gestelde Dieselgemaal, met een capaciteit van 1000 m^ per minuut bij 1.60 m opvoerhoogte.

Tot den boezetn behooren verder : de Medemerafwatering, het Nieuive Kanaal, het Ruiten Nieuwedisp, het Papen- en Mensediep, de Ringsloot, het Lutje Maar, het Honds-halster maar, hel Koediep en verschillende kleine watergangen.

De boezem heeft te Scheemda verbinding met het Winschoterdiep door een schutsluis.

Het peil bedraagt 1.28 m—N.A.P.; het maalpeU is 0.69 m hooger.

Er wateren ongeveer 16.200 ha polderland en 2400 ha boezemland op af. De oppervlakte van den boezem bedraagt op peil ongeveer 210 ha. Het boezemgebied wordt doorsneden door het Winschoterdiep. De landen ten zuiden van dat diep brengen hun icater door grondduikers onder het diep door naar het Termunter Zijldiep en het Nieuwe Kanaal.

De boezem bestaat uit het Uitwateringskanaal van de binnenbermsloot van den Finsterwolderpolder tot sluis C, de genoemde binnenbermsloot, het gedeelte van de Oude Geut, gelegen in den Finsterwolderpolder, benevens de overige ivatergangen in den Finsterwolderpolder.

De boezem loost door de sluis C op de Eems. Als peil wordt in den regel aangenomen 1.08 m — N.A.P. De polders mogen geen water meer op den boezem brengen zoodra de waterstand in de binnenbermsloot van den Finsterwolderpolder bij de brug in den Lipskerweg een hoogte van 0.30 m — N.A.P. heeft bereikt. Meestal wordt echter zoo laag mogelijk afgestroomd.

In het Uitwateringskanaal bevindt zich een schut. Het kanaalgedeelte tusschen de uitwateringssluis en het schut wordt gebruikt als spuikom. Hierdoor kan het slik, dat zich voor de sluis ophoopt, worden verwijderd.

Er Weiteren ongeveer 3490 ha polderland en 1250 ha boezemland op den boezem af. De oppervlakte van den boezem op peil bedraagt ongeveer 10 ha.


IV. Boezem van het Waterschap Reiderland.

Tot den boezem behooren het Reersterdiep, het Ruiskooldiep en de Ruiten Tjamme. Hij loost door sluis D op de Eems.

De oppervlakte van den boezem is 21 ha. Het peil bedraagt 0.68 m — N.A.P.; het maalpeU 0.62 m N.A.P.

Het gebied dat op den boezem afwatert is groot 12.775 ha en bestaat geheel uit bemalen polders.


V. Westerwoldsche A.

De koofdwatering is de Westerwoldsche A, welke ten zuiden van Wedde wordt gevormd uit de Mussel A en de Ruiten A. Te Tutjeshid hij Nieuwe Schans staat de Westerivoldsche A in open gemeenschap met het benedenpand van het Vereenigd Kanaal. De uitwatering geschiedt door de Nieuwe Statenzijlen (sluizen E). Het peil is 0.25 m -i- N.A.P. Er ^cateren 2950 ha polderland en 6225 ha hooge gronden, voornamelijk voorkomende op de bladen Rourtange 1 en 2, op de Westerwoldsche A af. Voorts ontvangt de Westerwoldsche A het water van de Ruiteti A boven het schut te Ellersinghuizen, van het Vereenigd Kanaal boven de Vriescheloostersluis en van de Pekel A ; tezamen brengen deze het water van een gebied groot ongeveer 50.000 ha op de Westerwoldsche A.


VI. Eerste pand van de Pekel A.

De lengte van het pand is 13 450 m. Het peil bedraagt 0.62 m -I- N.A.P.

Er wateren 2980 ha boezemland en 1100 ha polderland op af. Rovendien krijgt dit pand het water van het tweede, derde en vierde pand van de Pekel A. Hierop wateren in totaal af 2530 ha boezemland en 175 ha polderland.


VII. Derde pand van het Winschoterdiep.

De boezem strekt zich uit van het Zuidbroeksterverlaat tot het Renselverlaat (sluis H) en heet van Winschoten af de Rensel. Het peil is 0.62 m N.A.P. Er wateren slechts 30 ha boezemland op af. Zie ook de beschrijving van het Winschoterdiep.


VIII. Wymeersterdiep.

Het diep is geheel op Duitsch gebied gelegen (zie onder Tractaten).


WATERSCHAPPEN OF POLDERS, DIE GEHEEL OF GEDEELTELIJK IN HET GEBIED, WAAROVER DE KAART ZICH UITSTREKT, VOORKOMEN.


ADMINISTRATIEVE INDEELING.

A. Waterschappen, belast met boezembeheer.

Waterschap Oldambt.

Het waterschap oinvat de gronden, welke vroeger behoorden tot het Termunter Zijlvest met een deel van het voormalige Oterdumer Zijlvest. Het is opgericM w 1863 en verdeeld in 10 onderdeelen, die elk een afzonderlijk bestuur hebben. De Voorzitters van deze besturen zijn leden van het hoofdbestuur van het waterschap.

Op algemeene kosten worden gedragen het onderhotid van de beide sluizen te Termunterzijl met de daarbij behoorende dijken en de buitengeul alsmede de spuiboezem en de haven aldaar, de dokken te Nieu-wolda, Midwolda, en Termunten, het verlaat te Scheemda met de daaraan verbonden werken, de ka-dijken, kanalen en maren, bruggen, gebouwen, pompen en duikers, het boezemgemaal ; de uitgaven voor de bemaling en de aan de provincie verschiildigde contributie u^egens het onderhoud der zeewaterkeerende dijken, welke is bepaald op een vast bedrag van f 448,10 per jaar.

Het onderhoud van het Muntendaminerdiep met den westelijken wal met de waterkeering van het Winschoterdiep tot de Muntendammerdraaibrug is eveneens ten laste van het waterschap. Het diep behoort echter niet tot de boezemkanalen.

Het reglement van het waterschap is opgenomen in het provinciaal blad van Groningen 1900 n“^. 12, de wijzigingen in dat reglement in de provinciale bladen 1900 nos. 31 en 48 ; 1910 n°. 17 ; 1911 n®, 61 ; 1914 n^. 51; 1915 n°. 44; 1919 n°. 15; 1920 n°. 15.


Waterschap Pekel A.

Voor een beschrijving van dit waterschap zie blad Boiirtange.


Waterschap Reiderland.

Het waterschap omvat de gronden, welke vroeger behoordeti tot het Oude Vierkarspelen Zijlvest en het BelUngwolder Zijlvest met nog een gedeelte van de Lete. Het is opgericht in 1864 en verdeeld in 7 onderdeden, die elk een afzonderlijk bestuur hebben. Het hoofdbestuur van het waterschap bestaat uit zeven leden, uit ieder onderdeel één.

Op algemeens kosten ivorden onderhouden de buiten zeesluis (sluis D) met aansluitende dijkvakken, ter gezamenlijke lengte van 50 m, de Groote Slapersluis (sluis M) in den Reidenvolderpolderdijk met aanhoorige werken, de Egypterdijk, het Reersterdiep, het Ruiskooldiep, de Ruiten Tjamine, het uit-ivateringskanaal Jiaar de sluis 1) en de buitengeul tot in de Ruiten A.

Het reglement van het waterschap is opgenomen in het provinciale blad van Groningen 1899 n®. 40 ; de wijzigingen in dat reglement in de provinciale bladen 1900 n®. 32; 1903 nquot;^. 49 ; 1907 n®. 11 ; 1908 nos. 4 en 53; 1918 n^. 20; 1919 n°. 14; 1932 nos. 61, 65 en 82 oi 1933, n®. 4.


Waterschap Vereeniging.

Het gebied van het ivaterschap omvat de vier waterschappen Oostwolderpolder, Finsterwolderpolder, Reiderwolderpolder en Carel Coenraadpolder, alsmede het buiteti die waterschappen gelegen Uitwate-ringskanaal van de doorgraving in den Dallingeiveersterdijk tot de zeesluis te Fiemel, den kadijk langs de westzijde van genoemd kanaal, de tusschen het kanaal en den binnenteen van deti Dallingeweersterdijk gelegen gronden, de evengenoemde zeesluis met de wederzijdsche vleugeldijken en de buitengeul van deze sluis door het wad tot in de stroomdiepte van de Eems. Het waterschap is opgericht in 1862.

Het bestuur van het ivaterschap bestaat uit vier leden, n.l. één lid uit het bestuur van elk der samenstellende waterschappen.

Op algemeene kosten worden gedragen het onderhoud en de bediening van de uitwateringssluis te Fiemel (sluis C) met aanhoorige werken, benevens van den toren met seininrichting op den Füisterwolder-polderdijk ; het onderhouden van de sluismeesterswoning te Fiemel en de overige aan het waterschap be-hoorende gebouwen, van het Uitwateringskanaal, de buitengeul, de ivederzijdsche panden zeedijk van de zeesluis en vati een kadijk langs de westzijde van het Uitwateringskanaal met een bermsloot latigs den binnenkant van dien kadijk. Voorts wordt door het waterschap onderhouden een baksteemvalbeschoeiing langs den oosteUjken boord van het Uitwateringskanaal van de zeesluis, ter lengte van 44 ‘^ m, een schotdam in genoemd kanaal, liggende ongeveer 1100 m van de zeesluis, benevens tivee vaste bruggen en twee voetbruggen over het kanaal en een aantal houten pompen.

Het reglement van het ivaterschap is opgenomen in het provinciaal blad van Groningen 1923 71°. 65, de wijzigingen in dat reglement in de provinciale bladen 1926 nos. 1 en 2 ; 1929 n^. 96 ; 1930 n°. 32 en 1934 n^. 11.


Waterschap Westerwolde.

Tot het gebied van het waterschap behooren de op dit blad voorkomende Nederlandsche helft van de Moersloot, voor zoover die langs de Rijksgrens loopt, het Vereenigd Kanaal met zijn wederzijdsche dijken, de Westerwoldsche A tot de buitenvlosddeuren der Nieuwe Statenzijl met de ter weerszijden onbedijkte gronden, de voormalige vestinggronden te Nieuwe Schans, voor zoover die door den Rijkswatermolen worden bemalen en de Lintelopolder. De Oude en Nieuwe Statenzijlen zijn echter in onderhoud bij het Rijk.

Het reglement van het waterschap is opgenomen in het provinciaal blad van Groningen 1924 n®. 15 ; de wijzigingen in dat reglement in de provinciale bladen 1932 n“^. 62 en 1934 n®. 50.

Zie voor een verdere beschrijving het blad Bourtange.


B. Waterschappen, hoofdzakelijk belast met de belangen voor de ontwatering.

De waterschappen, welke gelegen zijn binnen het gebied van een waterschap, dat belast is met het boezembeheer, zijn geheel zelfstandig met een eigen bestuur, dat niet onder toezicht staat van het hoofdbestuur of van de besturen van de onderdeelen daarvan.

Achter de namen der waterschappen zijti opgenomen jaartal en nummer der provinciale bladen


van Groningen, waarin zijn opgenomen


de reglementen en de wijzigingen daarin


a. Waterschap Oldambt.

Rorgsweer .......


Concordia . . . . de Eeksterbouivten Ensemble . . .

Eiireka . . . .


de Geereteeg


1887, 1906,

1923.

1929,

1931,

1918,

1920,

1919,

1924,


n®. 3. n®. 10.

n®. 43.

n®. 76.

n®. 67.


n‘


n'


58.

24.

19.

17.


Wp. de Hoogte


„ Huitiinga Meerland . . .

„ de Kerkenlaanstermolenpob der............ Wp. het Koediep (polder e)

„ Nonnegaatsferpolder . . .


1919,

1922,

1921,


n®. 17.

n’. 21.


n®.


6.


„ de Groeve- en Rinnenlanden, bestaande uit een waterstaatkundigen polder, die gevormd wordt door twee deelcn, gelegen ten westen en ten noorden van het Wp. Huininga Meerland ...........


Groots Polder . .


1911,

1918,

1896,

1911,


n’. 23.

n’. 13.

n”. 19.

n®. 59.


de de


de


Oostersche Roerenpolder Oude A


Oude Geut


1921,

1884,

1922,

1930,


n®. 32.

n®. 44.

n®. 22.

n®. 33.


dl 100; 1934,


1929, nos. 79


1919,


n’. 47.

n®. 16.


„ Scheemdermeer (20 ha boe-zcmland)


Wp.


de Westerleesche Lagemeden

Woldendorp ......

de Zomerdijkstermolenpolder


1916,

1908,

1922,

1932,


n®. 55.

n®. 68.

n®. 23.

n®. 10.


polders, gemerkt a, met een kleine onderbemaling, b, c en Dnnemaborgh, bestaande uit twee


waterstaatkundige polders (waarvan één met een deel, dat tevens op de Kerkenurijk kan worden afgemalen) en boezemland, gelegen ten noorden van de Hoofdwjk, zijn niet gereglementeerd.

(Vervolg Waterschappen zie achterzijde.)


VERKLARING DER TEEKENS


Stoomgemaal


Motorgcmaal


Elcctrisch gemaal /

Vyzelwatermolen met opgave van de vlucht in m.


Windmotor.


Kleine watermolen.


Schutsluis.


Uitwateringssluis.


Keersluis.


met opgave van den aard van het bcmalingswerktuig (c = centrifugaalpomp; v = vijzel; s = schroef pomp) en het aantal m* w’aterverzet per minuut by de in m aangegeven opvoerhoogte.


p.-2.:/


Polderpeil.


»JUjfwr.t.-2^


0.6'


Grondduiker onder een waterleiding.


Idem met afsluiting.


Stuw.


Hoofdmerk van het N.A.P.


Verkenmerk van het N.A.P.


Regiatreerende peilschaal.


Peilschaal (geregeld waargenomen).


Peilschaal.


Rijksgrens.


Waterschapsgrens.


Zomer- of winterpeil van polders.

Gew’cnschte zomer- of winter-stand in een polder.


Hoogtecijfers.


Verharde wegen. Spoorwegen.


Tramwegen.


Waterkeerende dijk.


lt; 3

§ S-«S gt;■0 . N


g-


Dijkverdediging, dammen en stroom-geïeidingswcrken.


Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laag water droogvallend gedeelte.


lijn


Lijn


Lijn


Lijn


van


van


van


van


gemiddeld laag water.


25 dm


50 dm


80 dm


onder


gem. L.W.


L.W.


L.W.


NADRUK


VERBODEN


-ocr page 19-

h. Waterschap Reiderland.

Wp. Booneschans, bestaande uit een waterstaatkundigen polder, die zijn water af maalt op het 4e onderdeel van Keiderland . . 1914, n®. 61.


Wp. Nieuwe Spitlanden. De in het waterschap liggende voormalige Kroonpolder kan in bijzondere gevallen afzonderlijk worden bemalen .... 1906, n®. 58.

Wp. Stadskiel, af malende op het

Wp. Nieuwe Spitlanden . . 1868, n®. 108.

Wp. de Tjamme.......1919, n®. 82,

1922, n®. 35; 1926, n®. 18; 1931, n®. 20; 1932, n®. 63, 1933, n®. 4.

Wp. de kledder.......1910, n®. 32.


IFp. de Bovenlanden . 1908, nos. 4 en 53. „ de Buitenlanden . . . . 1899, n®. 43. „ Binsterwolderhamnk . . . 1926, n®. 15, 1934, n®. 46.

TFp. de Herstelling......1870, n®. 86,

1881, n®. 55, 1899, n®. 44, 1930 n®. 48.


c. Waterschap Vereeniging,

Wp. Carel Coenraadpolder, be* staande uit een waterstaatkundigen polder, die zijn water loost c^ het Wp. de Heider-wolderpolder en buitendijks gelegen gronden......1923, n®. 64.

1924, n®. 1.


Wp. Finsterwolderpolder, bestaande uit boezemland van den boezem van het Wp. Ver-


eeniging..........1918, n®. 16.

Wp. Oostwolderpolder.....1919, n®. 13;

1932, n®. 64; 1933, n®. 4.

IFp. de Beiderwolderpolder . . 1907, n®. 51;

1908, n®. 63; 1931, n®. 23.


De Lintelopolder bij Nieuwe Schans is ongereglementeerd en vormt een hooger deel van den polder, die door den Bijkswatermolen op de Westerwoldsche A wordt afgemalen.

Wp. de Johannes Kerkhovenpolder....................1905, n’^.

„ nbsp;Oterdum.............................1920, n°.

„ nbsp;de Stadspolder ..........................1914, n^.

TOELICHTING.

Op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven. De waterstaatkundige polders, waaronder verstaan worden polders door waterkeeringen omsloten, waarbinnen al het water in open gemeenschap is, hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem, waarop zij afwateren. Polders, die hun water niet rechtstreeks op den boezem, maar eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dezen polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hooge gronden en boezemlanden zijn niet gekleurd. De belangrijke waterleidingen zijn aangegeven met den kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij af wateren; een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Bij belangrijke boezemwateren is de benaming in rood geplaatst.

REGLEMENTEN.

Met opgave van de Provinciale bladen van Groningen, waarin het reglement en de unjzigingen daarin zijn opgenomen.

Algemeen Reglement voor de Waterschappen 1933 n'^. 75.

Kiesreglement voor de Waterschappen 1906 n°. 51.

Reglement op het toezicht der wegen 1928 n°. 68.

Reglement, regelende het toezicht op kanalen, watergangen en waterstaatswerken 1924 nquot;^. 19.

Politiereglemcnt op de rivieren, kanalen, havens en daarbij behoorende werken 1927 n®. 129.

Reglement op de verveningen en ontgrondingen 1925 n°. 27.

Verordening, houdende regeling van het toezicht op dijken 1929 n°. 75.

Verordening tot regeling van den waterafvoer 1910 n°. 86; 1922 n°. 55.

Buitenwaterstanden in m ten opzichte van N.A.P.

Tienjarig tijdvak 1921—1930.

Plaats van waarneming.

Gemiddeld hoogwater.

Gemiddeld laagwater.

Hoogste stand.

Traagste stand.

1 Mei-31 Oct.

M.V.

1 Nov.-30 Apr.

1 Mei-31 Oct. M.B.

1 Nov.-30 Apr.

Belfzijl.....

1.24

1.07

— 1,56

— 1.61

3.68, 12 Bec. 1929

— 3.08, 21 Nov. 1927

Nieuw-Statenzijl

1.39

1.24

4.42, 12 Bec. 1929

Binnenwaterstanden in m ten opzichte van N.A.P.

Tijdvak 1929 t/ra 1933.

Plaats van waarneming.

Gemiddelde stand.

Hoogste stand.

Laagste stand.

Oldambt 1).

Termunterzijl . . .

— 1.24

—■ 0.64, 4 Januari 1932

— 1.75, 30 Mei 1932

Pekel A.

Benedenste Pekeler-

verlaat......

0.58

1.12, 8 nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;1932

0.12, 20 September 1929

Henselverlaat . . .

0.60

1.13, 7 nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;1932

0.13, 17 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1929

Westerwoldsche A.

Wedderbrug . . .

0.23

1.26, 8 nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;1932

— 0.28, 5 Becember 1930

Winschoterdiep.

Henselverlaat . . .

0.60

4- 1.02, 8 nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;1932

0.13, 17 September 1929

1) In verband met inwerkingstelling van het gemaal in 1931, is gebruik gemaakt van de waterstanden over 1932 t/m 1934.

VERWIJZING.

Beekman, Br. A. A. Nederland als polderland. Derde druk 1932.

Bijdragen tot do kennis van den tegenwoordigen staat der provincie Groningen. 1860—1874.

Blaupot ten Cate en Maschhaupt. Bijdragen tot de kennis van de provincie Groningen en omgelegen streken 1923. 2 deelen.

Geertsema, Mr. C. C. Bg zeeweringen, waterschappen en polders in de provincie Groningen. 1910.

Oomkens. Regeeringsalmanak van en voor de provincie Groningen.

Begister I Groningen. Uitgave 1925. Hoogte van verkenmerken volgens N.A.P., gevonden bij de nauwkeurigheids waterpassingen, de waterpassingen van den Algemeenen Dienst van den Rijkswaterstaat en waterpassingen van andere organisaties, alsmede verdere wijzigingen en aanvullingen. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.

Sgpkens, J. Bijdrage tot de geschiedenis van de waterstaatswerken voor Westerwolde. 1924.

Wegwijzer voor de Binnenscheepvaart. Deel I. Noord-oostelijk Nederland met 7 overzichtskaarten en 24 platte gronden. Tweede druk 1930 met aanvullingen tot 1 Januari 1935. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.

De Waterstaatskaarten zijn à f 1.75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van allo postkantoren.

-ocr page 20-

SLUIZEN.


In den zeedijk van het eiland Texel»


Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;Slag-

in den dag drempel m. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;diepte

m—N.A.P.


A. Roggershns, mtwntenngsfilms van den polder Ezerland, één opening met één vloeddeur en één schui/........2.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,IJ

B. Uitwateringssluis van den polder de Eendracht, één opening met één vloeddeur en tivee schuiven........0,90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,64


iedere opening..................2,80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;J,43

De noordelijke en middelste openingen dienen voor afwatering van den bergboezem van den polder het Noorden, de zuidelijke opening dient voor afwatering van het uitwateringskanaal van den polder Waal en Burg e.a.


en tîvee schuiven....................2,70

F. Groote Waaldersluis, uitwateringssluis van het noordoostelijk gedeelte van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders, één opening met twee schuiven..........3,00

G. Schanssluis, uitwateriiigssluis voor het gemaal van het zuidwestelijk gedeelte van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders, één opening met twee schuiven.....2,00


H. Uitwateringssluis van den Prins Hendrikpolder en van de voorboezems van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders en de polders het Hoorner Nieuwland e. a., drie openingen:

noordelijke opening, voor afwatering van den voorboezem van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders.


afsluitbaar met twee schuiven en eén paar vloeddeuren. . . . nbsp;nbsp;2,50

middelste opening, voor afwatering van den Prins Hendrik-

polder, afsluitbaar met twee schuiven en één vloeddeur. . . . nbsp;nbsp;nbsp;1,70

zuidelijke opening, voor afwatering van den voorboezem van den polder het Hoorner Nieuwland e. a., afsluitbaar met twee schuiven en één vloeddeur................1,70


In den zeedijk van het vasteland van NoordhoUand»


I. Marinezeeiloksluis, keersluis tusschen het Marinedok en het Nieuwediep, één opening met één paar vloed- en één paar ebdeuren.....................20,—

K. Marineschutsluis tusschen de Maritieme binnenhaven en het Nieuwediep, ^net twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 20 m .................. nbsp;9,45

Deze sluis wordt tevens gebruikt voor de uitwatering van Bchermerboezem.

L, Koopvaardorsschutsluis tusschen de Koopvaarders-binnenhaven en het Nieuwediep, 'met twee paar vloed- en twee twee paar ebdeuren, schutkolklengte-43 m.........16,90

M. Sluis in het Nieuwe Werk, schutsluis tusschen het Noordhollandsch kanaal en het Nieuwediep, met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 18,25 m . . . . nbsp;nbsp;nbsp;6,53

Deze sluis wordt tevens gebruikt voor de uitwatering van Schermerboezem.


OVERIGE SLUIZEN.


N. Keersluis in het Dokkanaal tusschen het Marinedok en de Maritieme binnenhaven, één opening met één paar vloed- en één paar ebdeuren...............19,—

0. Keersluis in do Buitonliniegracht bij den Middenweg, één opening met één deu?' ................ nbsp;4,70

P. Keersluis aan het westelijk einde van het Spuikanaal, twee openingen, elk afsluitbaar met één deur, iedere opening..................2,90


ZEEWERINGEN.

Eiland Texel.

De zeowaterkeering van het eiland Texel bestaat uit duinen en dijken.

De duinen strekken zich uit langs de noord-, west- en zuidzijde van het eiland. Deze duinen zijn in beheer en onderhoud hij het Bijk, met uitzondering van een gedeelte aan de Noordpunt van het eiland, dat particulier bezit is.

In 1850 zijn langs de kust van het eiland Texel strandpalen geplaatst, ten opzichte waarvan jaarlijks de duinvoet en de lijnen van hoog- en laagwater worden opgenomen. De uitkomsten van die strandmetingen worden in daartoe bestemde registers opgeteekend.

De dijken, welke het eiland beschermen, bestaan uit : den zeedijk van den polder Eierland, den zeedijk van den polder de Eendracht, den zeedijk van he* waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders op Texel, den zeedijk van den Prins Hendrik-'polder, den zeedijk van den polder het Horntje en den zeedijk van den polder het Hoorner Nieuwland, genaamd het Molwerk. De baai de Mok wordt aan de zuidzijde beschermd door den Stuif dijk op de Hors.

Het onderhoud van bovengenoemde dijken berzist bij de betreffende polders en het betreffende waterschap, met uitzondering van het gedeelte van de zeewering van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders, gelegen voor de bebouwde kom van Oude Schild, met den daaraansluitenden havendijk, den zeedijk van den polder het Horntfe, den zeedijk het Molwerk van den polder het Hoorrier Nieuwland en den Stuif dijk, die in onderhoud zijn bij het Bijk.

Vasteland van Noordholland.

De zeewaterkeering, die op dit blad voorkomt, bestaat uit een gedeelte van het duinvak, gelegen tusschen de Pettemerzeewering en den Helderschen zeedijk, den aan dit duinvak aansluitenden Helflerschen zeedijk, den Havendijk te Nieuwediep en een gedeelte van den Koegraszeedijk.

Het duinvak tusschen de Pettemerzeewering en den Helderschen zeedijk wordt over een breedte van 70 m aan de zeezijde met helmbeplanting, stroobepoting en rietschermen door het Bijk onderhouden. Dit onderhoud strekt zich ook uit over een gedeelte van de binnenwaarts gelegen duinen ondei' de gemeente Den Helder. Het overige binnenwaarts gelegen duingebied wordt onderhouden door de eigenaren en beheerders, overeenkomstig de verordening op het in stand houden der duinen en duingronden in de provincie Noordholland.

De Heldersche zeedijk, de Havendijk te Nieuwediep en een gedeelte van den Koegraszeedijk zijn alle in onderhoud bij het Bijk.

WATERSCHAPPEN.

Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier.

Het reglement van het hoogheemraadschap is vaslgestcld bij besluit der Provinciale Staten van Noordholland van 21 Mei 1919 en is opgenomen in het provinciale blad n°. 6 van 1920. Het is later meermalen gewijzigd en met alle wijzigingen opgenomen in het provinciale blad n°. 58 van 1939.

Het gebied van het hoogheemraadschap omvat, met uitzo^idering van de duinen, nagenoeg het heele vasteland van Noordholland, voor zoover gelegen ten noorden van den Noorder IJdijk en den St. Aagtendijk. De totale oppervlakte is ongeveer 142 000 ha.

Het hoogheemraadschap is belast met de verdediging van zijn gebied tegen de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer, voor zoover die verdediging niet aan anderen is opgedragen. Het is belast met de zorg voor het onderhoud van de zeewering en van eenige binnenwaterkeeringen en is bevoegd bepaalde gedeelten daarvan met de daarin gelegen kunstwerken, na goedkeuring van Gedeputeerde Staten, aan andere instellingen over te dragen. Op deze gedeelteyi heeft het hoogheemraadschap het toezicht op het onderhoud. Het is verder belast met den aanleg en de instandhouding van waterkeeringen en daarmede verband houdende werken, die voor een behoorlijke vervulling der aan het hoogheemraadschap opgedragai taak noodzakelijk blijken te zijn.

Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.

Het reglement van het hoogheemraadschap is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Noordholland van 7 November 1905 en is opgenomen in het provinciale blad «°. 20 van 1906. Het is later meermalen gewijzigd en met alle wijzigingen opgenomen in het provinciale blad n°. 67 van 1941.

Het gebied van het hoogheemraadschap strekt zich uit over alle tot Schermerboezem behoorende wateren bezuiden de Zijperschfitsluis. (hierachter vermeld onder boezems) en over die behoorende tot den Ver. Baaksmaats- en Niedorperkoggeboezem.

De belastbare oppervlakte is 71 533 ha.

Het hoogheemraadschap beheert en onderhoudt de uitwaterings- en verbindings-sluizen, zorgt voor het schoon- en diephouden van alle boezemwateren, voor zoover die verplichting daartoe niet op anderen rust. Het zorgt voor de ontlasting van den boezem en houdt toezicht op de wijze van gebruik van de betnaUngswerktuigen, die hei water op den boezem brengen.


DEN HELDER


Universiteitsbibliotheek Utrecht



BOEZEMS.


I. Kleur van de rechtstreeks op zee uitwaterende gebieden.


II. Boezem van den polder Waal en Burg, e. a.


De oppervlakte van den boezem bedraagt ongeveer 5,5 ha, die van de op den boezem loozende polders 1990 ha.

De boezem loost door de zuidelijke opening van de uitwateringsshiis C op de Waddenzee.


III. Boezem van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders, Het Hoorner Nieuwland, e. a.

Deze boezem bestaat uit twee deelen.

Het noordelijk deel, groot ongeveer 5 ha, ontvangt het water van het zuidwestelijk gedeelte van het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders. Dit gedeelte van den boezem ontlast zich door de noordelijke opening van sluis H op de Waddenzee.

Het zuidelijk deel, groot ongeveer 3 ha, ontvangt het ïvater van de polders Het Hoorner Nieuwland, de Kuil, het Horntje, het waterschap de Dertig gemeenschappelijke polders (gedeeltelijk) en van het ten zuiden van den boezem gelegen deel van den Prins Hendrikpolder. Dit gedeelte van deh boezem ontlast zich door de zuidelijke opening va7i sluis H op de Waddenzee.


IV. Schermerboezem.

De voornaamste boezemwateren zijli : het 2e pand van het Noordhollandsch kanaal en het daarmede gewoonlijk in open gemeetischap staande 3e pand van het kanaal, het noordelijk deel van de Wijde Wormerri^igvaart, de Purmer- en Beemsterringvaart, de Naiiernasche Vaart, de Markervaart, het Alkmaardermeer, de Zaa^z, de KnoUendammervaart, de Schermer-ringvaart, het kanaal Stolpen—Schagen—Kolhorzi en het zuidelijk en westelijk gedeelte van den voormaligen Baaksmaatsboezem, nl. de vaarten Zes Wielen—Huigendijk—Rustenburg en Huigendijk—Ozid-Karspel.

De oppervlakte van den boezem is ozigeveer 2260 ha. De oppervlakte van het gebied van de op den boezon loozende polders bedraagt ongeveer 72 000 ha.

Het zomerpeil van den boezem is 0,58 m — N.A.P. In verband met maatregelen tot ontzilting van het boezemwatet' kotnen in de laatste jaren, izi de zomermaanden, gewoonlijk hoogere standen voor. Het maalpeil is N.A.P. De hoofdsemgever te Spijkerboor geeft het seizi, dat het maalpeil is bereikt. Dit sein wordt van Spijkerboor uit door de seinoverbrengers en noodseingevers overgenomen ezi doorgegeven izi volgorde als door dijkgraaf en hoogheemraden is vastgesteld.

In de keur voor de peilmaUng op Schermerboezem van 16 Mei 1934 zijn eenige bepalingen- over het peilmalen opge^iomen.

De boezemkadeti zijn in den regel hoog van 0,10 tot 0,50 m N.A.P.

De waterloozing vitidt plaats langs natuurlijken weg op het Noordzee-kanaal, het IJsselmeer en de Waddenzee.

Op hot Noordzeokanaal: door de Nauernasche schutsluis, de duikersluis te Nauerna, de Oudesluis en de Groote- of Wilhehnwasluis, beide teZaandam.

Op het IJsselmeer: door de Grafelijkheidsluis en de Spuisluis, beide te Monnikendam, de schutsluis te Edarn, de Zuidersluis en de Noordersluis, beide te Scharda^n e}i de Hornsluis te Lutjeschardam.

Op de Waddenzee: door de op dit blad voorkomende Marineschutsluis (sluis K) en de sluis in het Nieuive W^erk (sluis M), beide te Nieuwediep.

Verder kan eenige loozing plaats hebben door de Oude sluis, gelege^i tusschen de Groote Sloot en den Boezetn van de Zijpe. Laatstgenoemde shiis brengt het water van Schermerboezem via. den Boezem van de Zijpe e?i de van Ewijeksvaart naar de van Ewijcksluis, waar het Li het Amstelmeer uitstroomt.

Schermerboezetn is in beheer bij het hoogheemraadschap va^i de Uitwateretide Sluizen in Keyinemerland en Westfriesland.


TOELICHTING.

Onder polder wordt verstaan oen complex landen, waarvan de hierin liggende slooten on vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus oen gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomendo water, waarop zij afwateron.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgevon door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Bij belangrijke waterleidingen is de benaming in rood geplaatst.

Do namen van gereglementeerde waterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie Noordholland omtrent kanalen, vaarten stroomendo wateren, reglementen, hoogheemraadschappen, waterschappen, bannen of polders, die geheel of gedeeltelijk in hot gebied, waarover de kaart zich uitstrekt^ voorkomen, waterkeeringen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen, waterstanden en verwijzing, de eerlang verschijnende beschrijving van de provincie Noordholland, behoorende bij do Waterstaatskaart.


VERKLARING DER TEEKENS.


met opgave van den aard van het bemalings-Oliegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I werktuig (c = centrifugaalpomp; s — schroefpomp;

gt; V — vijzel) en het aantal m® waterverzet por minuut Electrisch gemaal ' bij do in m aangegeven opvoerhoogto.


Schaal l: 50 000.



Schroefpompwatermolon met vlucht in m.

Windmotor mot raddiameter in m.

Klein gemaaitjo.

Schutsluis.

Keersluis.

Stuw.

Uitwateringssluis.


gt;lt; IMM Inlaatsluis.

gt;lt; I/Mpsf. Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbozwaar)

Grondduiker onder oen waterleiding.

gj- Hoofdmerk van het N.A.P.

Verkenmerk nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„


■ i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal, geregeld waarge-

/{,.,/. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nomen (reg. = registreerond).


Peilschaal.


x./t.-0.B Zomerpeil van polders

1 in m w n-0 ^Winterpen „ nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;/t. o. v.

N.A.P.

x.; Hoogtecijfers

Verharde wegen.

-----Spoorwegen.

1(10 h/t Grootte van polders in ha volgens meting op do kaart met den planimeter.

Tri^iSnrTWaterkeerende dijk.

___Lil- Dijkverdediging, strekdammen, kribben.

-------Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.

I^aagwaterlijn.

Lijn van 25 dm onder L.W.

_______„ nbsp;nbsp;nbsp;„ 50 „

„ nbsp;nbsp;nbsp;„ 80 „


-.Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven, waar ze afwijken van den waterstaat.


De waterstaatskaarten zijn, à f 1,75 por stuk verkrijgbaar bij do Rijksuitgoverij te 's-Gravenhage en door bemiddeling van allo postkantoren.


NADRUK VERBODEN.

bggerkaart

watersiaatf karto^rafœ


-ocr page 21-

Bewerking: Alg. Dienst Bijkswaterstaat.

Beproductie: Topografische Dienst.


Schaal 1:50000




folder


rein.at ra


112 ka.


''^ater gt;A5


ff^ a t e r ^ ^^^.2

101 ha



31 »p''®**/ Iv ^'allingnbunrster-f-O-oklkU^^fba 21 ka .^^-ï en Alt;tlt.jfmeerpr»^^ J.^^^/quot;^! ^fAXJ-in^UiSr'- -^p


155 ha Eolkert»ma


.p.-I.IO Polder If p -1.2n Ik ha i;^ Dykaira


ÏÏ iskepolder


Grote ff'iske-


lts ha


36 ha Gelder-


P-IIO


polder


z.p.-0.79\\ 79 ha tr.p.-lJ)4\t„}.i^



Inl.tl. ^ha'l^r^n.T 14 ha


, Ï5«\ '•Lat' k^

Schaap] 51. hoge | ronden i


136 /mil


SLUIZEN

Wijdte Hoogte r 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;• nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in de dag slagdrempel

in de IJsselmeerwaterkering. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;m t o.v. n.a.f.

in het buitenhoofd één stel-, in het binnenhoofd twee stel puntdeuren

schutlengte 36,10 m

buitenslagdrempel

binnenslagdrempel

in het buitenhoofd één stel-, in het binnenhoofd twee stel puntdeuren

schutkolklengte ^) 17,70 m4,74 de slagdrempels zijn even hoog.........-1,73

in het huitenhoofd één stel-, in het binnenhoofd twee stel puntdeuren

de slagdrempels zijn even hoog.........5,3-5 nbsp;nbsp;nbsp;-1,49

in het buitem- en in het binnenhoofd elk twee stel puntdeuren

schutkolklengte ^) 32,50 m

de slagdrempels zijn even hoog

In de Koudumerdijk E. Keersluis, genaamd Noorder keersluis, in de

Oostervaart, één opening met één stel puntdeuren . . . nbsp;nbsp;5,35

F. Keersluis, genaamd Koudumerzijl, in de Kou-

dumervaart, één opening met één stel 'puntdeuren . . nbsp;nbsp;7,11

De sluizen F en F worden alleen gesloten bij doorbraak van de IJsselmeerwaterkering. Zij staan altijd open.

Sedert de afsluiting van de Zuiderzee kunnen zij als noodkering vervallen.


*) Onder schutkolklengte wordt verstaan : de lengte gemeten tussen de sluishoofden.


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem, waarop zij afwateron. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van do boezem. Bij belangrijke vaar- en boezemwateren is do naam in rood geplaatst; bij waterkerende dijken in bruin.

De namen van waterschappen, gereglementeerde en ongereglementoerde polders zijn zo veel mogelijk in bruin op de kaart aangogeven. Indien de duidelijkheid dit niet toeliet, verwijst oen letter in dezelfde kleur naar de naam van de polder in het bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen aangogeven, wanneer zij afwijken van do waterstaatsgrenzen. Waar in het bijschrift is verwezen naar ,,het boekje”, wordt bedoeld de ,,Beschrijving van do provincie Friesland, behorende bij de waterstaatskaart”.

Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent; bedijkingen, boezems, kanalen, overstromingen, reglementen, veenpolders, verveningen en droogmakerijen, waterkeringen, waterschappen on waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der verkenmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie deel II, register II Friesland.


VERKLARING DER TEKENS


i met opgave van do aard van het water-j opvoorwerktuig (c = centrifugaalpomp;

■ '3 60 Klectrisch gemaal ’ s = schroefpomp, v = vijzel) en het *Ti4 Oliegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;) aantal m® waterverzet; bij pompen is in | m de bijbehorende opvoerhoogte aangegeven.

O®'^ Windmotor met raddiameter in m.

®-l^ , Windmotor met raddiameter in m on oliemotor als hulp-met huipm.

drijfwerk.

.^23 Windmolen met vlucht in m.

« Schutsluis.

lt; Keersluis.

gt;lt; Uitwateringssluis.

'gt;lt;,Huip,i. Hulpsluis; doet dienst bij veel waterbezwaar of tijdens defect aan beinalingsinstallatie.

gt;^ Inl.tl. nbsp;Inlaatsluis.

0—0 nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker.

o-(gt; nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker met afsluiting.

„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw met schuif.

-□--Verkenmerk van het N.A.P.

........Peilschaal.

i — . Peilschaal geregeld opgenomen.

,.h. Zomerbemaling. Polder, die uitsluitend in de zomer wordt bemalen.

p.-i.io Polderpeil \

t.p.-o.j9 Zomerpeil f

in m t.o.v. N.A.P.

W.p.-1.04 Wiiitcrpeil 1

3.9 Hoogtecijfer 1

Verharde weg.

= Spoorweg.

35 ha Grootte van polder, hoger deel, lager deel of gebied met zonier-bemaling in ha volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25000, met de poolplanimeter. \'oor zover de grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.

Waterkerende dijk met verdediging en hoofden.

i.m.iili..u Waterkerende dijk zonder verdelt;liging.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.

Laagwaterlijn.

Lijn van 25 dm onder

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3) nbsp;nbsp;nbsp;*^C nbsp;nbsp;nbsp;33 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;33

33 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;33 nbsp;nbsp;so

Administratieve grens van een waterschap.

De volledige gegevens van de bemalingsinstallaties liggen ter inzage bij de directie Algemene Dienst, A’an Hogenhouck-laan (50, te ’s-Gravenhage.


BOEZEMS

De voornaamste boezemwateren, ivelke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn :

Van Panhuijskanaal, Kleine Vaart, IJskeboerenvaart, Diepe Dolte, Horsa, Dijkvaart, Oostervaart, Nieuwe Vaart, Indijk, Houkesloot, Koudumervaart, Gronzen, Var, Warnservaart, Geeuw, Morra.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat siit polderland, boezemland en hoge gronden.

Sedert de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 hebben de sluizen ten zuiden van de Afshiitdijk hun betekenis als uitwateringssluizen van de boezem goeddeels verloren. Ze spuien hoogst zelden en dan nog gedurende slechts enkele uren. Dit komt voor in de ^naanden November tot en met April bij hoge boezemstanden.

Het zomerpeil {Z.P.) van de boezem is 0,66 m —N.A.P.

{Fries Zomerpeil). In de maanden Augustus en September wordt gestreefd naar een waterstand van 0,20 m Z.P. en in het overige deel van het jaar naar een stand van 0,25 m Z.P.

De afstroming en bemaling is geregeld bij ,,Verordening tot regeling van de afstroming en bemaling van Friesla-nds boezem'', vastgesteld 15 Maart 1927, Provinciaal blad nr. 219 en in werking getreden 1 Jamiari 1929.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Leeuwarden Oost, Harlingen—Sneek en Staveren Oost, benevens de beschrijving in het boekje.

In de zomer {April tot en met September) wordt voor het IJsselmeer gestreefd naar z.p. 0,20 m —N.A.P. en in de winter {October tot en met Maart) naar w.p. 0,40 m —N.A.P.

Door op- en afwaaiing kunnen de tvaterstanden aan de oever van het IJsselmeer belangrijk hoger of lager zijn.

GEREGLEMENTEERDE EN ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS, WELKE GEHEEL OF GEDEELTELIJK OP HET BLAD VOOR KOMEN

Polders afwaterende:

Polder De Boer, ten noorden van de Haanmeerpolder ;

polder De Boer {h), ten zuiden van de Warnservaart, groot 4 ha ; le Polder Bokma ; 2e Polder Bokma ; polder Bruindeer.

Damsterpolder ; polder Draaijer ; — Diekstra ; — Van Dijk; — Dijkstra, ten oosten van pohler Folkertsina ; poirier Dijkstra, ten zuiden van polder De Oosterling.

Polder Feenstra ; Fentkepolder ; pobler Folkertsma ; — Folkertsma ten westen van de Grote Wiskepolder.

Polder Van der Gaast {m), onderdeel van het waterschap Gaast-Ferwoude, groot 3 ha; polder Van der Gaast {j), onder Warns, groot 4 ha ; polder Gaastra ; Geeuivpolder ; Gelderhuisterpolder ; Groepolder, onderdeel van het waterschap De Kei ; poirier De Griek {b), onderdeel van het waterschap Het Workumer Nieuwland ; Grote Wiskepolder.

Haanmeerpolder; polder Hagtema {e), groot 4 ha; polder Het Hoge Land ; Homme Eelkespolder ; Homolenpolder.

Polder De Jong ; — De Jong {f), ten zuiden van de Koudumervaart, groot 6 ha ; polder De Jong {k), onderdeel van het waterschap De Kei, groot 4 ha.

Kampenspolrier ; De Kleine polder; Kleine Wiskepolder ; polder Ten Klooster {l), onderdeel van het waterschap De Kei, groot 4 ha; polder Kooi; — Kramer; — Kuperus {c), onderdeel van de Grote Wiskepolder, groot 2 ha.

LangakkerpoUier.

Polder Nauta ; Noordermeerpolder.

Polder De Oosterling.

Polder Priesterland {d), groot 2 ha.

Polder De Samenvoeging; — Schaap {g), aan de Morra, groot 3 ha ; polder Schaap, ten zuiden van de Morra ; Schuilenburgerpolder ; Steke-polder.

Polder Terpstra {n), onderdeel van de Kleine Wiskepolder, groot 3 ha ; polder Tomas Hof.

Ürsulapolder.

Polder Visser ; — De Vooruitgang.

Polder Westerend, Wielpolder, onderdeel van het waterschap De Kei ; polder Stadspark Workurn {a), groot 3 ha.

Polder I.Ibema.

Zoolpolder ; Zuidermeerpolder ; pobler Van der Zijpe {i).

Polder Gele Strand; — Schuilenburg (p) ; — Westergo’s IJsselmeer-dijken {o) ; —• De Zeven Grietenijen en stad Sloten {q).


Zool


Inut^p. f^^Jnl.tl.d/r-O.SO 4^ 33 ha Stekepolder

2^ka nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vn-

-O.st^tlw gró^od.

p-l 70^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;p.-ll.92

O'.7^^Iiinnenhlt;i

Hoog g^'l^g^^ JF at er s c^i


Inl.sl,


schap'A^Zdra


^^»e4)pmaling


(i i n s e r iv a f* . 149 ha


p.-i.hs


X Inf.»lgt;


120 ha


De gt;nbsp;,19 ha


-0.K


f)nml9Tta'f*‘Ut*lpt1.' y ” nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;259^ha


-0.5


^htkl.


46 ha ff.-1.1(1


23 ha




Universiteitsbibliotheek Utrecht


De waterstaatskaarten zijn, à f 5,00 per stuk, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, Den Haag. De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden bestek! en betaald.

AUTEURSRECHTEN VOOR BEH0 UDEN.


Herzien in 1948.


SNEEK-STAVEREN



-ocr page 22-

SLUIZEN

Wijdte Hoogte in de slagdrempel dag t.o.v. N.A.P.

m m

In de Slagtedijk

Aj. Keersluis, genaamd Abe Henngazijl, in de Achlumer-vaart, een opening, afsluitbaar met schotbalken......3,90 nbsp;■— 2,00

A.2. Keersluis, genaamd PayeziJl, in de Ammervaarl, één opening, afsluitbaar met schotbalken...........4,90 nbsp;— 2,12

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamd Tolsumerzijl, in de Tzummer-vaart, één opening afsluitbaar met schotbalken.......4,50 nbsp;— 2,06

  • C. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamtl Krommezijl, in de Bolswarder-trekvaart, tón opening afsluitbaar met schotbalken.....5,55 nbsp;— 2,21

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamd Hidaarderzijl, in de Hidaarder-vaart, één opening met één paar puntdeuren.......4,00 nbsp;— 1,96

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamd Sanleansterzijl, in de Franeker-vaart, drie openingen afsluitbaar met schotbalken één opening.................6,03 nbsp;— 2,46 twee openingen, elk..............3,00 nbsp;— 2,46

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamd Bozumerzijl, in de Bozumer-vaart, één opening afshiitbaar met schotbalken.......3,65 nbsp;— 1,99

  • G. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamd De Dille, in de Zwettevaart, één opening afsluitbaar tuet schotbalken...........5,90 nbsp;— 2,50

In waterschap De Sneeker Oudvaart

  • H. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis in de Oudevaart ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 28,00 m *) de slagdrempels zijn even hoog.........4,50 nbsp;— 2,36

  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis, genaamd Offingamersterzijl ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 17,00 m de slagdrempels zijn even hoog.........3,50 nbsp;— 1,86

  • J. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis, genaamd Oauwsterzijl ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 17,00 m de slagdrempels zijn even hoog.........3,50 nbsp;— 1,86

  • K. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis in de Zijltjesloot ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 28,00 tn de slagdrempels zijn even hoog.........4,50 nbsp;— 2,36

  • L. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis, genaamd Sybrandabuursterzijl, in de Sybrandabuurstervaart ; één paar puntdeuren.............3,75 nbsp;— 2,06

De sluizen A t/m G wordeyi alleen gesloten bij doorbrank van de Waddenzeedijk of de IJsselnteerwalerkering.

*) Onder schutkolklengte wordt verstaan, de lengte gemeten tussen de sluishoofden.

BOEZEMS


  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Frieslands boezem

De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn ; Harlingervaart, Bolswardertrekvaart, van Panhuijskanaal, Wijmerts, Oude Kloostervaart, Franekervaart, Zwettevaart, Oeeuw, Houke-sloot, Woudvaart, Wijde Wijmerts, Nieuwe Weg, Langweerdervaart, Jelte-sloot, Welle, Oudegaasterbrekken, Oroote Oodistmeer, Heegermeer, Fluessen, Koevordermeer, Langweerderwielen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Bovendien ontvangt de boezem het overtollige water van gronden, die afuxiteren op de boezem van het waterschap De Sneeker Ouilmart, zie II.

Het zomerpeil (Z.P.) van de boezem is 9,66 m — N.A.P. { Fries Zomer-peU).

In de maanden Augustus en September wordt gestreefd naar een waterstand van 0,20 m Z.P. en in het overige deel van het faar naar een stand van 0,25 m Z.P.

De afstroming en bemaling is geregeld bij „ Verordening tot regeling van de afstroming en bemaling van Frieslaruls boezem”, vastgesteld 15 Maart 1927, provinciaal blad nr. 219 en in werking getreden op 1 Januari 1929.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Leeuwarden Oost, Harlingen— Sneek, Sneek—Staveren en Staveren Oost, benevens het boekje „Beschrijving van de provincie Friesland, behorende bij de Waterstaatskaart”.

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;Boezem van waterschap De Sneeker Oudvaart

De voornaamste boezemwateren, u’clke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn : Otulevaart, liollumervaart, Sybrandabuurstervaart, Bangavaart.

Het boezemgebied bestaat uit polder en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem en 80 ha zomerbemaUng, 1042 ha. Er kan tmar behoefte water worden ingelaten van de Friese boezem uit.

De boezem loost door middel van het electrisch gemaal bij de Oauwsterzijl. Zonodig kan het gemaal bij De Domp ten oosten van Sneek assisteren.

Het peil van de boezem bedraagt 0,68 m — N.A.P. Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenveen West en het boekje „Beschrijving van de provincie Friesland, behorerule bij de Waterstaatskaart”.

GEREGLEMENTEERDE- EN ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS, WELKE GEHEEL OF GEDEELTELIJK OP HET BLAD VOORKOMEN.

Polders afwaterende:

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;op Frieslands boezem

Polder Abma, onderdeel van 'waterschap Hieslum c.a., ■— Abbema ; — Agrigola ; — AldHus ; — Allenga (a^), onderdeel van waterschap De Arumermiedpolder, groot 2 ha ; — Altenburg (02), onderdeel van waterschap Nijland c.a., groot 1 ha ; — Aukema, groot 23 ha.

Polder Bakker, ten noorden van waterscltap Waaxen,s c.a. ; — Bakker, ten noorden van waterschap De Wammerterpolder ; Ballingabuursterpolder ; polder Bargepels ; — Barkwerd ; Barrumerpolder ; Baijumerpolder ; polder Ned. Herv. Kerk Beers ; —• Bloemhof ; — De Boer, ten westen van de Spannumeropvaart ; — De Boer (b,), ten noorden van waterschap Nijland c.a., groot 3 ha ; — De Boer, onderdeel van waterschap Nijland c.a. ; — De Boer, ten oosten van polder Gaastra ; — De Boer, ten noorden van waterschap De Sneeker Oudvaart ; ■—■ Boersttta ; — Begraafplaats Bolsward (b2) ; — Bonkwerd ; — Bonsma ; — Boomsma (b^), onderdeel van Barrumerpolder, groot 3 ha ; — Bootsma (bt), groot 2ha; — Bootgum;—Bos (b^), onderdeel van polder lioohel, groot l ha ; — Bosma ; — Botervat ; — Bouwhuis ; — IJsbaan Bozurn (b^), onderdeel van waterschap De Oosterwierumer Oudvaart, groot 1 ha ; — Brandsma, ten zuiden van waterschap De Sens- en Atzebuurstermeerpolders ; — Brandsma, ten noorden van de Oudegaasterbrekken ; — Brouwer (b^) ; — Het Brouwer.s Krytje, onderdeel van waterschap Homsnerts—Sneek ; ■— Van der Brug (bg), groot 5 lm ; —• Bruindeer ; — Bruinsma (bÿ), ten westen van waterschap De Wammerterpolder, groot 3 ha ; — Bruinsma ; — Bruinsma [b,,,), onderdeel van waterschap De Arumerpolder, groot 3 ha ; — Burggraaf ; — Burmania ; — Bijlsma.

Polder Cnossen, ten noorden van polder Tritzurn ; — Onos/ien, ten oosten van het Koevordenneer ; — Gruycebroedershof.

Polder Dekema (d^), onderdeel van waterschap De Oosterwierumer Oudvaart, groot 3 ha ; — Donia ; — Donia ; — Dooper ; — Dumterp ; — Duivenhok ; — Duij-vis ; —- Dijkstra, ten zuiden van waterschap Waaxens c.a. ; — Dijkstra, ten westen van het Bietmeer ; —■ Dijkstra, ten zuiden van Ursulapolder.

Polder Engahuis ; — Engelsma (ei), groot 5 ha ; — Eysinga (e.2), groot 7 ha; Exmorrazijlpolder.

Polder Faber; — Faber (f), onderdeel van Grote Polder Langweer, Dijken en Boornzwaag, groot 7 ha ; — Fatum ; — Flapper ; — Folkertsma.

Polder Van der Gaast ; — Gaastra; — Galama; — Gerritsen; — Gratema (gx), onderdeel van polder Huins, groot 2 ha ; ■—- Great Hokwerd ; Qronserpolder ; polder de Groot (g^), groot 13 lui ; — Groot Aeqimrd ; — Groot Battens (g3), onderdeel van waterschap De Ig/onserpolder, groot 3 ha ; — Groot Cnossen ; — Groot Meilahuis, Grote Polder Langweer, Dijken en Boornzwaag ; — Grote Stulp ; — Grijilanus (gi), onderdeel van waterschap De Zuiderpolder bij Francker, groot 5 ha.

Polder Halbertsma, onderdeel van waterschap Nijland c.a. ; — Hannema ; — Van Harinxma Thoe Slooten ; — Heeg ; — Heeringa (hf), groot 5 ha ; — Hege Wier (h^), onderdeel van waterschap De Oosterwierumer Otulvaart, groot 1 lm ; Heideitschapster-polder ; polder Heitema (h^), orulerdeel van polder Hoitinga, groot 1 Ita ; — HelUnga ; Helpolder ; Hemerterpolder ; Hennaarderpolder ; polder Hesens (h^), groot 2 ha; — Hettinga, ten noorden van waterschap Eemswoude ; — Hettinga, ten zuiden van waterschap De Woudfennen ; — Heutema ; Hidaarderpolder ; polder Hiemstra (h^), onderdeel van polder JeUema, groot 2 Ita ; — Hiemstra ; — Van der Hoek (h^), onderdeel van Grote Polder Langweer, Dijken en Boornzwaag, groot 9 ha ; Hoeksterpolder ; polder Hoekstra; — Hoitinga; Homme Eelkespolder ; polder Hooghiemstra (h-j) ; ■— Hoogland (h^), groot 1 ha; Houtpolder (hg), groot 1 lm; polder Huins c.a.; — IJsbaan Huins (h^o), groot 1 ha; — Huitema (hii), onderdeel van watersclmp De Oosterwierumer Oudvaart, groot 2 ha ; polder Hylkeina (hi^f, onderdeel van waterschap Heeg, groot 7 Ita.

Polder De Jager (ji), onderdeel van waterschap Hommerls—Sneek, groot 5 lui; — Jansen, onderdeel van watersclmp Hommerts—Sn.eek ; — Jellema ; —• IJsbaan Jellum—Beers (j^), groot 3 ha; —■ De Jong ; —■ De Jong (j,), onderdeel van waterschap Scharnegoutum c.a., groot 4 ha ; —• De Jong, ten westen van waterschap De Gouden Bodem ; — Jongema ; — J or na.


SNEEK


10


Schaal 1 : 50000


LEMMER


Polder Kampenlille ; — Kamstra ; — Van Keimpema (kj ; — Kerkvoogdij Baijum (k^) ; — Kerkvoogdij Gorredijk ; — Ketelaar ; — De Kievit ; — Kingma ; — Kleiland (k^), groot 2 ha; Kleine Lyonserpolder ; polder Klein Felsum ; — Klein Tolsum, onderdeel van waterschap Ruigelollum ; — Knol ; Koevorderpolder ; polder Kooifenne ; Kooipolder ; polder Kooistra (kj, onderdeel van Oosthemmerpolder, groot 4 ha ; — Koopmans (k^), onderdeel van waterschap Hommerts—Sneek, groot 4 lm ; — Koopmans (k^), onderdeel van waterschap Hommerts—Sneek, groot 3 ha; — Van der Kooy ; — Kramer (k,), onderdeel van waterschap Hommerts-—Sneek, groot 9 ha; — Kramer ; — Kromwal ; — Het Krytje (k^), onderdeel van waterschap Hommerts—■ Sneek; — Ned. Herv. Kerk Kubaard (k,), groot 1 ha ; —■ Kuins ; — Kuiper (kya), onderdeel van polder Jellema, groot 5 ha ; — Kuiper, ten zuiden van de Intiemasloot ; — Kuipers ; — Kundersma.

Polder Landman; — Landman (li), onderdeel van waterschap De Sens- en Atzebuurstermeerpolders ; — Lange Meren ; — Lange Warren, orulerdeel van waterschap Hommerts—Sneek; — Langhuis ; — Ijsbaan Langweer (13), groot 3 ha; — Langwerd; — Leenstra; — Lettinga ; Lonjesterpolder ; polder Loyenga (l^), onderdeel van waterschap De Oosterwierumer Oiulvaart, groot 2 ha ; — Lutkewierum ; — Lycklama ; — Lyts Hokwerd (1^), groot 5 ha.

Maemerterpolder ; polder IJsbaan Mantgum (m), onderdeel van waterschap De Oosterwierumer Oudvaart, groot 1 ha ; Marnepolder ; polder Van der Meer ; — Mids-huw ; — Miedema ; — Monnikehuis ; — Mulsma ; — Munneke Baayum ; — Mun-nikehuis.

Polder Nauta ; — Nevenhof; ■—• Noordenbos (n), onderdeel van Heidenschap-sterpolder, groot 3 ha ; — Noordnums.

le Polder 0kma ; 2e polder Okma ; polder De Ooievaar ; — Ooms ; — De Oosterling ; Oosthemmerpolder; Oosthoekpolder ; polder Oostra {03), onderdeel van polder It Swealtsje, groot 3 ha ; — IJsbaan Oppenhuizen (03), onderdeel van waterschap Oppenhuizen c.a., groot 1 ha ; —- Oud Slot (o^) ; Oude Bijdpolder.

Polder Pelsum ; — Peetistra ; Pieter Oerritspolder (p^) ; polder Platte Achte (p^), onderdeel van waterscJui,p De Oosterwierumer Oudvaart, groot 2 lm; — Postma (Ps), groot l ha ; — Postuimis.

Polder Beenstra ; — Beuzenberg ; — Biegstra ; — Biemstra (ri), onderileel van waterschap Nijland c.a. ; — Bispens ; — Bondhuis ; — Boodhuis ; — Boohel ; — Buurda ; — Bijpkema, gedeeltelijk gelegen in waterschap Nijland c.a. ; — Bijp-kema (r2), ten westen van de Langweerderwielen.

Sdnleansterpolder (Sy) ; polder Santema (S2), groot 1 ha ; — Sassinga ; — Sclutap, otiderdeel van waterschap Nijland c.a. ; ■—- De Schotten ; Schraarderpolder ; polder Schrins ; — Siderius (s,), groot 3 ha ; —- Siderius, ten westen van Baijumerpolder, groot 3 ha ; — Siebeda ; — Sieperda ; — Sinketna ; — Sippens ; — Sjaarda ; — S jaarda ; — Gemeente Sneek (s^) groot 6 lm ; — Soieveld (sg), onderdeel van waterschap Nijland c.a., groot .3 ha ; Stadspolder ; polder Stapert ; — Sleenstrm (s,) ; — Stegenga, groot 18 lm; — Stilma (sg), onderdeel van waterschap De Sneeker Oiulvaart ; —-Stoffelsma ; — It Swealtsje ; — Sijdswerd.

Polder Tacoma (ti), orulerdeel van waterscimp Hommerts—Sneek, groot 2 ha; Teroelsterpolder ; polder De Terp (12), groot 2 lm ; — Terpen ; —• Tiemersma ; Tjaard van Aylvapolder ; polder Tjalma ; — Tjilbert ; — Tritzurn, gedeeltelijk gelegen in waterschap BuigeloUum ; ■—• Tromp ; — Twerda.

Polder Uco Klooster ; — Unga ; Urselapolder.

Polder Valpart (v^), groot 3 ha, ■—■ Van der Veer (03), onderdeel van polder Jellema, groot 2 ha; — Van der Velde (V3), groot 1 lm; — De Vooruitgang ; — De Vries (Vi), onderdeel van polder Ooms, groot 2 lm ; — De Vries (v^), onderdeel van Wibratulapolder, groot 3 lm.

Polder Waeken ,■ — Warntille; Weeshuispolder, ten westen van Bolsward; Weeshuispolder, ten oosten van Bolsward; polder Weidumerleech (wi), onderdeel van waterschap De Oostenvierumer Oudvaart, groot 2 ha ; —■ IFestendorp ; Wibranda-polder ; — Wiersma ; — Wiersitm, ten ruiorden van de Oiule Kloostervaart ; — Wiersma ; ten zuiden van Tjaard van Aylvapolder; — Wieuwens; —- Ijsbaan Winsum (W3), onderdeel van polder Van der Meer, groot 1 ha ; — De With (w^), onderdeel van polder Boohel, groot 1 lm ; — Wittenums ; —• Van der Womte ; — Wybraiuly (103), onderdeel van polder De Ooievlt;uir, groot 6 lui ; — Wijnia.

Polder IJsbaan IJlst (iji), orulerdeel van waterscimp Hommerts—Sneek, groot l ha ; — Ned. Herv. Kerk IJlst (^3), onderdeel van waterscimp Hommerts—Sneek, groot 3 lm.

Polder Het Zand ; — Zarulgaast ; ■—- Van Zet ; Zuidhoeksterpolder ; pottier Zijlstra ; — Zijns (z), groot 3 ha.

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Op de boezem van het waterschap De Sneeker Oudvaart

Polder Douma (d3), groot 1 lm; — Sclrnaj) (S3).

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan oen complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van do omringende wateren; dus een gebied mot oen eigen waterstand. Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten.

Polders hebben, in verschillende tinton, de kleur van de boezem, waarop zij afwateren.

Poldors, die hun water eerst op een andere polder lozen, bobben do tint van die polder, omgoven door oen donkere bies van dezelfde kleur.

Van poldorgodeelton, die uitsluitend in de zomer worden bemalen, is do begrenzing, voor zover de duidelijkheid dit veroist, door een blauwe arcering aangogevon. Boezemland on hoge gronden zijn niet gekleurd. Do voornaamste waterleidingen zijn aangegoven in de kleur van de boezem, waartoe zij behoren. Een bios van dezelfde kleur geeft do grens aan van hot gobied, dat op die boezem afwatert.

Bij belangrijke vaar- en boozomwatoron ia de nasun in rood geplaatst.

De namen van waterschappen, geroglomenteordo en ongereglementeordo polders zijn zoveel mogelijk in bruin op de kaart aangogevon. ludion do duidelijkheid dit niet toeliet, verwijst oen letter in dezelfde kleur naar do naam van do polder in het bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen ajingegeven, wanneer zij afwijken van de waterstaat.

De begrenzing van gebieden, die via afsluitbare duikers of stuwen lozen, is aangegeven, voor zover de duidelijkheid dit toeliet.

Gegevens omtrent bedijkingen, boezems, kanalen, overstromingen, reglementen, veonpoldors, verveningen en droogmakerijen, waterkeringen, waterschappen en waterstanden, zijn opgonoinen in het boekje ,,Beschrijving van de provincie Friesland, behorende bij de waterstaatskaart”, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- on Uitgeverijbedrijf en door bemiddeling van allo postkantoren.

Voor de beschrijving van do juiste plaats dor vorkenmerken van hot Normaal Amstordam.s Poil, zio dool II, register H Friesland.

VERKLARING DER TEKENS


■ ’q nbsp;Electrisch gemaal

■ let nbsp;Oliogomaal 225

® 1.3.5 Stoomgemaal

met opgave van de aard van het beraalings-werktuig (c = centrifugaalpomp; s = schroef-pomp; v = vijzel) en hot aantal m® water-verzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte.

Windmotor met raddiameter in m.

(D ^î - Windmotor, raddiamoter inm, met electro- of oliemotor als hulpdrijfwerk. met hulpm.

^12.5 Windmolon met vlucht in m.

X Kleine windmolen.

  • lt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

gt; lt;nbsp;Uitwateringssluis.

  • lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

X iluirU. Hulpsluis, doet dienst bij veel water bezwaar

  • gt;lt; ini. si. Inlaatsluis.

o----o nbsp;Grondduiker. c^----o nbsp;Grondduiker met afsluiting.

  • I—1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;stuw.

M s nbsp;nbsp;nbsp;Schotbalkstuw.

H s stuw met schuif.


  • -□----Vorkenraerk van het N.A.P.

i i i i— Peilschaal.

, M— Peilschaal, geregeld opgonomen.

3,1,, Zomerbemaling Polder of gedeelte hiervan, dat uitsluitenb in de zomer wordt bemalen.

p.-O.Sl nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Polderpeil

z.p.-n.9l nbsp;nbsp;Zomerpeil

1 in ra ten opzichte van N.-V.P.

w.p.-1.21 nbsp;nbsp;Winterpeil

0 8 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfer

Verharde weg.

■ nbsp;Spoorweg.

355 ha Grootto van polder, hoger deel, gobied raot zomerbemaling of boezem gobied in ha volgons meting op ilo topografische kaart, schaal 1 : 2.5 000. mot de poolplanimeter. Voor zover de grootte, in verband mot da duidelijkheid, niet op de kaart kon worden aangegoven, is zij vormold in het bijschrift.

_____Administratieve grens van een waterschap.

_____Gedeelte van do administratieve omtrek van een waterschap waarover deze binnen oen aangrenzend waterschap ligt.

Riolering.

De volledige gegevens van do bomalingsinstaUatie liggen ter inzage bij de directie Algemene Dienst, van Hogonhouoklaan 60, te ’s-Gravenhage.

Do waterstaatskaarten zijn à f 5,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


-ocr page 23-

Hptverking ; ^^g- Dienst Kijkswriterstont, Reproductie: Topografische Dienst.


Universiteits bibliotheek Utrecht


BOEZEMS


Frieslands boezem

De voornaamste boezetmoatereti, welke geheel of geriefelijk op dit blad voorkomen, zijn : Wargaastervaart, Egutnerdtep, Nauwe Galle, Wijde Galle, Wartenaasterwijd, Meer-sloot. Graft, Pikmeer, Rechte Grouw, Kromme Growv, Nieuwe Wetering, Sneekerme^^r, Lange Sloot, Fokkesloot, Hooidamsloot, Folkertssloot, Leien, Gpeindervaart, Nieuwe Kanaal, Smalle Eesterzanding, Nieuwe Monnikegreppel, Monnikenee, Wijde Ee, Kromme Ee, Sitebuurster Ee, Peenster Ee, BoUneer, Birstumerrak, Boome, Nieurve Diep, Buiten Ringvaart, Meinesloot, Henshuisterdeel, Deel, Heerensloot, Veenscheiding, Engelenvaart, Terkaplesterpoelen, Zoute poel, Goingarijpsterpoelen, eerste pand Schoterlamlsche Cotn-pagnonsvaart, Zijlroede en Scharster of Nieuwe RIjn.

Het gebied, dat zijn water op deze boezan af voert, bestaat uit poklerland, boezemland en hoge gronden. Met een afzomlerlijke bies is aangegeven het gebied, dat afwatert op: 2. het^Koninasdïep ( ^'® nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;’’^^ Heerenveen Oost.


Bovendien ontvangt de boezem het overtollige water van gronden, die afwateren op :

de boezem van waterschap Eernewoude c.a., zie II ;

het eerste pand van de Drachtstervaart, zie IV;

de boezem van waterschap De Sneeker Godvaart, zie V ;

de boezem voor de boven- of onverveende gronden in de Gro(de Veenpolder in Opsterland en SmaUingerlaml, zie VI;

de boezem voor de ondergronden in de Groote Veenpohler in Opsterland en SmaUinger-land, zie VII;

de boezem van waterschap De Leppedijk, zie VIII;

de boezem voor de ondergronden in de Polder van het 6e en 7e VeeruUstrict, zie IX ;

de boezem met het hoogste peil in de Vemipolder De Deden, zie XI ;

de boezem met het langste peil in de Veenpohler De Deden, zie XI1I ;

de boezem van de Polder van het 4e en 5e Veoidistrict, zie XIV;

de boezem van de Haskerveenpolder, zie XV ;

het tweede pand van de Schoterlatidsche Compagnotisvaart, zie XVI;

de boezem van de Groote Sint Johannesgaster Veenpohler, zie XVII ;

de boezem van waterschap Nijehorne, zie XVIII.


Het zomerpeil (Z.J\) van de boezem is 0,66 m — N.A.P. (Fries Zomerpeil). In de maanden Augustus en September wordt gestreefd naar een rvaterstarul van 0,20 m Z.l*. en in het overige deel van het jaar naar een stand van 0,25 m Z.P.

De afstroming en bemaling is geregebl bij „Verordening tot regeling van de afstrooming en bemaling van Frieslands boezem”, vastgesteld 15 Maart 1927, provinciaal blad nr 219 en in werking getreden op 1 Januari 1929.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Leeuwarden Oost, flarlbigen—Sneek, Sneek —Staveren en Staveren Oost, benevens de beschrijving in het hoekje.


Boezem van waterschap Eernewoude c.a.

De voornaamste boezerntvaieren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voor komen


zijn: Ringvaart, Ebesloot, Wietske- of Bartevaart, Nieuwe Veertigmadsloot, Scharvaart, Zustervaart, Eemsloot, Kerkwegvaart, Van Panhugsvaart, Eernewoudsterwijd, Kooisloot en Reidsloot.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 3560 ha.

Er kan naar behoefte water worden ingelaten van de Friese boezem uit.

De boezem loost door mid^lel van een electrisch gemaal te Eernewoude op de Friese boezem.

Het zomerpeil van de boezem bedraagt 0,76 m — N.A.P., het winterpeil 0,81 m — N.A .P. Voor nadere bijzonderheden zie het blad Leeuwarden West en de beschrijving in het boekje.

Het gebied, dat op deze vaarten loost, bestaat uit boezeynland en hoge gromlen. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 52 ha.

Er kan naar behoefte water worden ingeloten van de Friese boezem uit.

De boezem verliest water door kwel naar het poldergebied van het waterschap De IVieren.

Het peil van de boezem is 0,86 m —N.A.P.

Het boezemgebied, dat gedeeltelijk aan de oostrand van het blad voor komt, beslaat uit polderland-.

Het peil van de boezem bedraagt 0,42 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenveen Gost en de beschrijving in het hoekje.

De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voor komen zijn : Flansumervaart, Moezel, landsloot, Zoute Gracht, Terzoolslerzijlroede en DIjksgracht.

Het gebied, dat zijn water op de boezem afvoert, bestaat uit polder- en boezemlaml. De grootte bedraagt met inbegrip van 80 ha. zomerbcmaling 1042 ha.

Naar behoefte kan water worden ingeloten van de Friese boezem uit.

Het peil van de betezem bedraagt 0,68 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheelen zie blad Sneek Gost en de beschrijving in het boekje.

De belangrijkste boezemwateren zijn: Polderhoofdkanaal of Nieuw-Beetstervaart. Binnenringvaart, Veenkoopstervaart, westelijk gamp;ieelte van het Konings- of Guddiep en Boombergumerraart.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 1408 ha. Er kan naar behoefte water worden ingelaten van de Friese boezem uit.

De boezem wordt afgemalen op Frieslands boezem door middel van een electrische bemalingsinstaUatie in het Xuidergemaal nabij PUesprong.

Het peil van de boezem is 0,81 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.

De boezem kan door middel van een hulpsluis in de weg Gldeboom—Beetsterzwaag en gelegen in de Kerkhofswijk in twee delen worden gescheiden :

a. het noordelijke gedeelte, gelegen ten noordoosten van het Poblerhoofdkanaal of Nieuw Beetstervaart, en ten noorden van de weg Nieuw- Beets-Beetsterzwaag.

De belangrijkste boezemwateren zijn :

Krommegat en Moordsloot.

Het boezemgebied bestaat uit pokier- en boezemland. De grootte is, met inbegrip van de boezem, 911 ha.

Er kan naar behoefte water worden ingelafen vanuit de boezem beschreven onder VI.

De boezem loost door middel van een oliegonaal, het z.g. Noord er gemaal, op Frieslands boezem.

het zuidelijke gedeelte, gelegen ten zuidwesten en zuiden van de onder a genoemde scheiding.

De belangrijkste boezemwateren zijn:

Zilverkanaal, oostelijk gedeelte van het Konings- of Guddiep en Kerkhofswijk.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 1814 ka.

Naar behoefte kan water worden ingelaten vanuit de boezem beschreven omler VI.

De boeze7n loost door middel van een electrische bemalingsbistallatie in het Euider-getnaal op Frieslands boezetn.

Het peil van de gehele boezetn voor de otulergrotiden bedraagt 2,01 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.

VIII Boezem van waterschap De Leppedijk

Het gebied, dat zijn water op de boezem afvoert, bestaat uit pokler- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezetn, 1255 ha.

Er kan naar behoefte water worden ingelaten van Frieslands boezem uit.

De boezetn loost door middel van twee electrische gemalen op de Friese boezem.

Het peil van de boezem is 1,26 m —N.A.P.

IX Boezem voor de ondergronden in de Polder van het 6e en 7e Veendistrict

De belangrijkste boezemwateren zijn:

Stroomkanaal, Oudewegsterraart en Nokvaart.

Het gebied, dat zijn water op de boezem af voert, bestaat uit pokler- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 3338 ha.

De boezem loost door middel van een electrisch gemaal aan de Buiten Ringvaart op de Friese boezem.


ster


Het peil van de boezem bedraagt 2,11 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.

Vaart, genaamd Lange Rak, Schietersrak, Tijnjerak, WÏspel en Klidze-recht of Klidzerak

Er wateren geen gronden op de boezem af.

Naar behoefte wordt water ingelaten uit de Friese boezem.

Het peil van de boezem is 1,01 m —N.A.P.

Voor nmlere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.

Boezem met het hoogste peil in de Veenpolder De Deelen

De belangrijkste boezemwateren zijn : Boezemkanaal, Scharsloot, Oude of Tjalleherd-Deel, Boksloot, Oude Wetering, Nieuwe Wetering, Nieuw- of Oldeboomstcr Deel en


Griste Poets.

Het gebied bestaat uit boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 1175 ha.

Er kan naar behoefte water worden ingelaten van de Friese boezem uit.

De boezem loost door middel van afsluitbare duikers op de onder NIH beschreven boezem en door middel van een electrisch gemaal te Haskerdijken op Frieslands boezem.


Het peil van de boezem is 0,76 m —N.A.P. Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving

XII. Kerksloot

Er wateren geen gromlen op de boezem af. Naar behoefte kan tvater worden ingeloten van

Het boezempeil bedraagt 0,91 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving


in


de


in


het boekje.


Friese boezem nit.


het boekje.


De belangrijkste boezemwateren zijn Binnenkanaal en De Tocht.

Het gebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 1550 ha.

Er kan naar behoefte water ivorden ingelaten van de Friese boezem uit en de boezems beschreven onder XI en XII.

De boezem loost door middel van een electrisch gemaal te Haskerdijken op Frieslands boezem.

Het boezempeil bedraagt 1,06 m — N.A.P.

Voor nadere bijzomlerheden zie de beschrijving in het boekje.

De belangrijkste boezemwateren zijn: Nieuwe Vaart, Westersche Sçharsloot, Gostersche Scharsloot, Vierelswijk, Nokvaart, Midden Hoofdvaart, Binnerulijksche Hoofdvaart en Mjukshennewijk.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip ran de boezem, 3802 ha.

Zo nodig kan water worden ingelaten van de Friese boezem uit, ten behoeve van het polderland, dat op natuurlijke tvijze op de boezem loost.

De boezem loost door middel van een stoomgemaal aan de Buiten Ringvaart op Fries-lamls boezem.

Het boezempeil is 2,16 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het boekje.

De belangrijkste boezemu'ateren zijn : Grevensvaart, Haskersloot, Nieuwe Dwars-kanaal, Polderboschvaart, Omle Schipsloot, Nieuwe Schipsloot, Doltensloot, Schipsloot, Gverspitting, Ringvaart en Haskervaart.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en hoezemlatul. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 2630 ha.

In droge tijden wordt water ingelaten van Frieslamls boezem uit.

De boezem loost door middel van een bemalingsinstaUatie in het stoomgemaal te Stobbega op Frieslands boezem.

Het boezempeil is 0,71 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de beschrijving in het hoekje.

Het gebied, dat zijn water op dit pand af voert bestaat uit boezemland en hoge gronden.

De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 965 ha.

Er kan naar behoefte water worden opgepompt uit de Friese boezem (eerste pand van de Schoterlandsche Compagnonsvaart) door middel van een electrisch gemaal nabij sluis Q^ te Bontebok.

Het kanaalpeil is 0,80 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenreen Oost.

De belangrijkste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen zijn: Veenscheiding, Hasker- of Sint Johannesgastervaart en Hasker- en Nannewijd.

Het boezemgebied bestaat uit polder- en boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 3310 ka.

In droge tijden wordt water ingelaten ran Frieslands boezem uit.

Het boezempeil is 0,84 m —N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Steenwijk West en de beschrijving in het boekje

Een gedeelte van de boezem n.l. de tochtsloot ten zuidwesten van het gemaal komt op het blad voor.

De boezem ontvangt het water van polderland en hoge gronden. De gezamenlijke grootte hiervan bedraagt 515 ha.

Er kan naar behoefte water worden ingelaten van de Friese boezem uit.

Het boezempeil voor de zuidu'esteUjke tochtsloot is 0,54 m b N.A.P. In de hoge gronden is het peil van de toateren, die zo nodig overtollig water kunnen lozen op de polder, 0,24 m


Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Ueerenveen Oost en Steenwijk Oost benerens



SLUIZEN


In waterschap Eernewoude c.a.

A. Schutsluis in het Eernewoudsterwijd ; twee paar puntdeuren . .


In waterschap De Wildlanden

B. Schutsluis in de Doekesloot; twee paar puntdeuren bovenhoofd ................... benamp;lenhoofd...................


Hoogte

Schut

Wijdte

Slag

kolk-

in

drempel

lengte^

de dag

beneden

in m

in m

N.A.P.

in m

25,00

5,00

2,36

24,23

4,25

2,14 2,00^


In de Drachtstervaart

C. Buitenste Verlaat no. 1. Schutsluis tussen de Nieuwe Drait en het


eerste parui van de Drachtstervaart ; twee paar puntdeuren . . benedenhoojd.................... bovenhoofd....................


In de Groote Veenpolder in Opsterland en Stnallingerland


D. twee

E. tivee


F.


Noordersluis. Schutsluis in het Pohlerhoofdkanaal ; paar puntdeuren....................

Scluitsluis ten zuiden van de Binnenringvaart ; paar puntdeuren ...................

bovenhoofd ......................

benedenhoofd .....................

Schutsluis ten westen van het Polderhoofdkanaal te Nieuw-Beets


. 29,00


5,50


2,.38 1,04


twee paar punBleuren.....................

bovenhoofd ........................

* henedenhoofd .......................

twee paar putitdeuren ....................

bovenhoofd.......................

bettedenhoofd ......................

twee paar puntdeuren .................... bovenhoofd ....................... henedenhoofd......................

tivc^. paar puntdeuren.................... bo7)enhoofd....................... henedenhoofd......................

twee paar puntdeuren....................


In de Polder van het 6e en 7e Veendistrict

Boee paar puntdeuren ..................... bovenhoofd ........................ henedenhoofd .......................

M. Kleine zeesluis. Schutsluis tussen ket Lange Rak en de polder Kleine Zee;

twee paar piintdeuren ..................... bovenhoofd ........................ henedenhoofd .......................

N. Schutsluis tussen de poklers Lange Rijpen en Mwrdiep ; twee paar puntdeuren.....................

Itenedenhoofd.......................

bovenhoofd ........................


0.

twee


P.


Schutsluis in de Nokvaart; palt;ir pufddeuren.....................

bovenhoofd ........................ henedenhoofd .......................

Steenen Sluis. Schutsluis tussen de Wispd en polder Moerdiep;


twee paar punkleuren ..................... bovenhoofd........................ henedenhoofd .......................

twee paar puntdeuren ..................... henedenhoofd ....................... bovenhoofd ........................

twee paar puntdeuren.....................

bovenhoofd ........................ henedenhoofd .......................

twee paar puntdeuren ..................... bovenhoofd........................ henedenhoofd .......................

twee paar puntdeuren ..................... bovenhoofd........................ henedenhoofd .......................


In de Veenpolder De Deelen


U. twee

W. twee

X.


Schutsluis in het Nieuw- of Oldeboomster Deel bij Uihsprono ;


paar puntdeuren Schutsluis in de paar puntdeuren Schutsluis tussen


Kerksloot ;


sluis te Haskerdijken) ;

twee paar puntileuren

Y. Schutsluis tussen sluis te Haskerdijken) ;

hvee paar puntdeuren bovenhoofd . . . henedenhoofd . .


de Buiten Binovaart en het Boezemkanaal (grote


het Boezemkanaal en het Binnenkanaal (kleine


In


In


en


waterschap De Sneeker Oudvaart

Z. Terzoolsterzijl. Schutsluis in de Terzoolslerzijlroede ; twee paar puntdeuren ................


de Nieuwe Slachtedijk

Ah Terhornstersluls. Dubbele schutsluis tussen het Terhomstermeer hed Sneekenneer ;

elke opening twee paar puntdeuren................


Ten zuidwesten van deze sluis is de nieuwe schutsluis gelegen :

Dubbele schutsluis met twee doorvaartopeningen en met één schutkolk ; twee sluishoofden, elk sluishoofd bevat twee door één paar puntdeuren afgesloten doorvaartopeningen ........................


Bh een C'. een D».


Keersluis in de Jongebuurstersloot ; paar puntdeuren ................

Keersluis, genaamd Goingarijpsterzijl, in de Lijkvaart ; paar puntdeuren ................

Jourslersluis. Schutsluis in de Zijlroede;


twee paar puntdeuren


In waterschap De Oude Geeuw

Eh Schutsluis ten noordoosten van de Wijde Geeuw; twee paar puntdeuren..............


In de Haskerveenpolder


Fh twe^

Gh twee


H'. twee


twee

J*. tuve


Schutsluis in de Haskersloot te Stobbega ; paar punbleuren...............

Schutsluis ten noorden van de Hingvaart; paar puntdeuren...............

bovenhoofd..................

henedenhoofd .................

Schutsluis in de Overspitting te Joure; paar puntdeuren...............

Schutsluis in de Haskervaart te Terbandsterschans ; paar punbleuren ............... Schutsluis tussen het Uitschotkanaal en Kavel I ;

paar puntdeuren ............... bovenhoofd .................. henedenhoofd .................


VERKLARING DER TEKENS


mr25


35,00

5,50

2,56

17,00

4,10

2,26

3,46

17,00

4,00

2,31

3,56

15,50

4,00

2,16

3,31

18,70

4,00

2,16

3,41

17,50

4,00

2,31

3,51

35,00

5,50

2,56

30,00

5,85

2,36

2,86

14,00

4,00

2,36

2,91

15,00

4,00

2,46

3,11

14,00

4,00

3,06

2,81

14,00

3,95

2,16

2,91

28,00

3,95

1,71

2,56

12,00

3,45

2,81

2,36

14,00

3,98

1,61

2,26

14,00

3,98

1,61

1,91

24,00

4,85

1,86

2,71

30,00

4,50

2,16

30,00

4,50

1,86

40,00

5,50

2,66

30,00

4,50

2,46

3,91

28,00

4,50

2,39

49,00

7,00

2,86

253,10

16,02

4,66

3,50

1,86

. 4,00

2,06

35,00

7,00

2,46

23,00

3,75

2,11

58,00

5,30

2,46

17,00

4,00

1,91

3,21

27,00

4,90

2,16

27,00

4,50

2,16

16,00

4,00


1,91

3,31

(voor vervolg zie achterzijde)


Electrisch gemaal j ^j-^^^ opgave van de aard van het bemalingswerktuig (c Oliegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;‘ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_

^2*®1 50 S^K)mgcmaal quot;nbsp;Windmotor met


trifugaalpoinp; s = schroefponii/; v


= cen-


vijzel) en het aantal m’


waterverzet per minuut bij do in m aangegeven opvoorhoogte. raddiameter in m.


12


Windmotor, raddiameter in m met electro- of ollemotor als hulpdrijfwcrk.

Windmolen met vlucht in m.

Kleine windmolen.

Schutsluis.

IJitwateringsaluis, Keersluis.


X Hulpsl. HulpsluU, (loet dienst bij veel waterbezwaar.


gt;lt; Inl. tl.


Inlaatsluis.

Grondduikcr.

Gronddnikcr met afsluiting.

Stuw.

Stuw met schuif.

Hoofdmerk van het N.A.P.

Verkenmerk van het N.A.P.

Peilschaal.

Peilschaal, geregeld opgenomen.

Zomerbcmaling in gebied, dat uitsluitend in de zomer wordt bemalen.


p. -0.66

z.p. -0.58


Polderpeil.

Zomerpeil. /


w.p. -0.66 Winterpeil.

Hoogtecijfer.


305 ha


in m ten opzichte van N.A.l’.


Verharde weg.

Weg in aanleg.

Spoorweg.

Grootte van polder, hoger deel, gebied met zomerbcmaling of boezemgebied in ha volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25 000, met de poolplanimeter. Voor zover de grootte, in verband met de duidelijkheid, idet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.


-----Administratieve grens van een waterschap.

-----.Gedeelte van de administratieve omtrek van een waterschap, waarover deze binnen een aangrenzend waterschap ligt.

.....Riolering.

De volledige gegevens van de bcmalingsinstallatles liggen ter inzage bij de directie Algemeiuï Dienst, Van Hogenhoucklaan 60 te Den Haag.

J)e waterstaatskaarten zijn, à f 5,— per stuk, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverij-



-ocr page 24-

SLUIZEN (vervolg)

In de Polder van het 4e en Sß Veendistrict


K^. Schutsluis in de Nieuwe Vaart nabij Nieuwebrug ; twee paar puntdeuren nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;52^00

bovenhoofd ........................

benedenhoofd

P. Schutsluis (nieuwe^ of ondergrondeluie) in de Nieuwe Vaart; twee paar puntdeuren.....................36,00 nbsp;nbsp;nbsp;4,50 bovenhoofd ........................ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,96 benedenhoofd ....................... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3 46


M^ Veensluis. Schutsluis tussen de Schoterlandsche Compagnonsvaart en de boezem van de boven- of onverveende gronden ;


twee paar puntdeuren.....................33,00

bovenhoofd ........................

benedenhoofd .......................


N‘. Schutsluis tussen de Schoterlandsche Compagnotisvaart en de boezem van de boven- of onverveende gronden te Benedenknijpe ;

twee paar puntdeuren.....................39,00 nbsp;nbsp;nbsp;4,20

bovenhoofd........................ benedenhoofd


1,40

1,59


In waterschap De Zwettepoel

0\ Schutsluis ten westen van de Scheensloot of Noordbroekster vaart; twee paar puntdeuren.....................23,00 nbsp;nbsp;nbsp;3,75 nbsp;nbsp;nbsp;2,11


In waterschap De Bloksloot

P\ Schutsluis ten westen van de Oude Weg; twee paar puntdeuren nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;23,00 nbsp;nbsp;nbsp;4,00 nbsp;nbsp;nbsp;2,11

In de Schoterlandsche Compagnonsvaart


Q^. Schutsluis te Bontebok, tussen het eerste en het tweede pand ;

twee paar puntdeuren.....................30,00

bovenhoofd

benedenhoofd . . .


In de Groote Sint Johannesgaster Veenpolder


R^. Schutsluis in de Veenscheiding te Nijehaske-,


twee paar puntdeuren.....................29,50

bovenhoofd

benedenhoofd .......................


In waterschap De Woudfennen

S^. Schutsluis ten noordoosten van de Scharster of Nieuwe Uijn; in elk sluishoofd twee paar puntdeuren..............

In waterschap De Trijegasterpolder

T^ Schutsluis ten oosten van de Scharster of Nieuwe Rijn; twee paar puntdeuren nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,


35,00 nbsp;nbsp;nbsp;4,00 nbsp;nbsp;nbsp;1,36


23,80 nbsp;nbsp;nbsp;4,00 nbsp;nbsp;nbsp;1,86


*) Onder schutkolklengte wordt verstaan, de lengte gemeten tussen de sluishoofden.


GEREGLEMENTEERDE- EN ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS WELKE GEHEEL OF GEDEELTELIJK OP HET BLAD VOORKOMEN

Polders af waterende op:

Polder Adamse, -Agrigola, -Akkerman, gelegen ten zuiden van Terhorne; -Akkerman, -Algera en Jacobi, groot 35 ha; -Algra Gal), groot 3 ha; Auke Hinnesmeerpoider;

Polder Bakker, gelegen ten noorden van Wirdum; --Bakker, gelegen aan de Graft; -Bakker, gelegen ten oosten van Terkaple; -Bakker, groot 17 ha; -Van Balen, Ballingabuursterpolder, polder Benedictus (bl), -Van Beyma, -De Binnen Leien, groot 50 ha; -Bleeker, onderdeel van waterschap De Zuidbroekster polder; -De Blocq van Scheltinga, Blokslootpolder (b2), onderdeel van waterschap De Akniarijpsterpolder; polder De Boer (b3), gelegen ten noorden van Midsburen; -De Boer, gelegen ten oosten van Wirdum; -De Boer, groot 2 ha, onderdeel van waterschap De Koordapolder; -De Boer, groot 17 ha met inbegrip van 7 ha zomerbemaUng en gelegen aan de Graft; -De Boer (bl), groot 8 ha, gelegen ten zuidwesten van Roordahuizum; -De Boer, gelegen ten zuiden van de Wijde Ee; -De Boer, groot 6 ha, onderdeel van waterschap De Duif; -De Boer (b5), groot 6 ha; -Boonstra (bß), groot 6 ha, onderdeel van waterschap De Gealanden; -Bouma (b7), groot 17 ha met inbegrip van 1 ha zomerbemaling, gelegen ten noorden van de Wijde Ee; -Bouma, Bouwespolder, polder Breefenne (bö), groot 6 ha; Broeksterpolder, polder Brouwer, -Brulnsma, -Van Brummen, onderdeel van waterschap De Akniarijpsterpolder; -Buisman, groot 85 ha met inbegrip van 10 ha zomerbemaling; -Van der Burg (b9), -Bijlsma;

Polder Castelein;

Polder Doopgezinde Kerk Terhorne, -Douma (dl), groot 5 ha, onderdeel van waterschap De Gealanden; -De Driehoek, groot 48 ha; -Dijkstra (lt;12), gelegen aan een zijtak van de Folkertssloot; -Dijkstra;

Polder Egbert (el), groot 2 ha, onderdeel van waterschap De Duif; -Den Engelse (e2), groot 6 ha; -Eysinga;

Polder Feikema, groot 49 ha met inbegrip van 18 ha zomerbemaling;

Polder Gallelanden (gl), poldcrpeil 1,21 m —N.A.P.; -Gemeente Heerenveen (g2), -Gerkema, groot 72 ha met inbiigrip van 28 ha zomerbemaling; -Gerritsma (g4), gelegen ten oosten van Heerenveen; -Gerritsma (g3), gelegen ten zuiden van Meer; -Gongarijp, -Goudjepoel (g5), onderdeel van waterschap De Nijegasterfennen; -Groen, onderdeel van watorscliai) Kijpwegsend; -Grondsma, groot 14 ha;

Polder De Haan, onderdeel van waterschap De Nijegasterfennen; -De Haan, -Haitsma Muller, groot 31 ha met inbegrip van 5 ha zomerbemaling; -Halbersma, groot 36 ha met inbegrip van 2 hogere delen en 9 ha zomerbemaling; -Harinxma (lil), groot 8 ha, gelegen ten noorden van Imsum; -Harinxma, -Harkema (112), onderdeel van waterschap De Akniarijpsterpolder; -Heerenzijl; -Heida (113), groot 4 ha, onderdeel van waterschap De Zuidbroekster polder; -Heida, gelegen ten zuidoosten van Heerenveen; -Heida, groot 16 ha; -Hemminga (114), groot 12 ha; -Hepkenia, -Hercules, -Het-tinga, -Hielkema, groot 34 ha met inbegrip van 1 ha zomerbemaling, gelegen aan het Nauwe Bird; -flielkema, groot 20 ha; -Hiclstra, omierdecl van waterschap De Wieren; -Hoekema (ha), groot 1 ha; -Hoekstra, -Hof (116), -De Mornen, onderdeel van w’aterschap De Nijegasterfennen; -Huisma, onderdeel van waterschap It Aid Skroet;

Polder lentema.

Polder Jaarsma (jl), groot 6 ha, gelegen aan de Lange Sloot; -Jaarsma, groot 22 ha met inbegrip van 5 ha zomerbemaling; -De Jong, -De Jong, gelegen ten oosten van Wijtgaard; -De Jong, groot 18 ha met inbegrip van 1 ha zomerbemaling, gelegen ten noorden van de Wijde Ee; -De Jong (j2), groot 8 ha; -Jongeburen, -Jonkman, Jomahuistermeerpoldcr, onderdeel van waterschap Het Lang Deel;

Pohler Kastelein (kl), groot 8 ha; -Keimjiomastichting (k2), Kleefstra’s polder, groot 34 ha met inbegrip van 1 ha zomerbemaling, onderdeel van waterschap Henshuizen; polder Klein Friesma, groot 50 ha met inbegrip van 3 ha zomerbemaling; -Köning, -Kooistra, gelegen ten zuiden van Aegum; -Kooistra (k3), groot 5 ha; -Koopmans (k4), gelegen ten oosten van Heerenveen; -Koopmans (k5), -Krieke, -Kuindersma (k6), -Kuins, -Kussendrager (k7);

Polder Van der Laan (1-1), groot 4 ha, gelegen ten oosten van Heerenveen;-Van der Laan, groot 13 ha; -Lâbanskryte, groot 19 ha met inbegrip van 13 ha zomerbemaling; -De Lange (1-2), -Lange Dam, -Leistra, -Legendaal (1-3), Legauksterpoelpolder (1-4), groot 16 ha, polder Van der Ley, groot 17 ha met inbegrip van 2 ha zomerbemaling; -Lucht en Veld, onderdeel van waterschap De Snik-zwaagsterpolder;

Polder Maatschappelijk Hulpbetoon (ml), onderdeel van waterschap De Snikzwaagsterpolder; -De Magere Wtude, groot 31 ha met inbegrip van 6 ha zomerbemaling; -Marwerd, -Van der Meer (m2), gelegen ten zuiden van Wirdum; -Van der Meer, gelegen aan de Groote Bol; -Van der Meer (m3), gelegen ten zuiden van Terhorne; -Van der Meer (nU), -Van der Meulen (m6), groot 4 ha; -Van der Meulen (m7), -Minne Fenue (m5), -Van der Molen (m8), groot 6 ha, onderdeel van waterschap Henshuizen; -Het Mosseldal, onderdeel van waterschap De Nijegasterfennen; -It Mountsje Lân, groot 8 ha;

Polder Nederlands Hervormde Kerk Wartena (nl), groot 4 ha; -Nederlands Hervormde Gemeente Wirdum, Noordbroeksterpolder;

Polder Oenema (ol), groot 2 ha; -De Oostelijke Binnen Leien, onderdeel van waterschap Het Zwartveen;

Polder Pekema (pi), Poelpolder, onderdeel van waterschap De Trijegasterpolder; polder Postma (p2);

Polder Readpanhuyskryte (rl), -Reindersma, gelegen aan de Kletservaart; -Reindersma, -Reitsma, gelegen ten oosten van Zwichum; -Reitsma, -Riedstra, -Rinsema, -Romkeraa (r2), -Roorda (r3), groot 6 ha, onderdeel van w’aterschap de Hooge Warren; -Rijpkema, groot 23 ha, gelegen te Goingarijp;-Rijpkema;

Polder Santema, -Schaap, Schansterpolder, polder Schotanus, -Schulte-Strom, -Schuurman (sl), groot 6 ha; -Siebenga, gelegen ten noorden van de Ee, polderpeil 0,76 m — N.A.P.; -Siebenga, -Siebenga c.a.; -Siebern Geljies Draverij (s2), -Sipkema (s3), groot 6 ha, onderdeel van w’aterschap Henshuizen; polder Sitemaburen (s4), groot 20 ha met inbegrip van 4 ha zomerbemaling; -Slotje, -Van der Sluis, gelegen te Aegum; -Van der Sluis, groot 3 ha;

l’older Tilma, Tjaardcrpoldcr, polder Tjalhem, -Turkstra (tl), groot 1 ha, onderdeel van waterschap De Jokse; De Tweede Polder, polder Twixel en Wilaard;

Polder Van der Velde (vl), gelegen ten noorden van Zwichum; -Veldman (v2), groot 3 ha; -Veldstra, -Visser, gelegen ten zuiden van Wijtgaard; -Visser, -Van der Vlugt, -De Vries, gelegen nabij Buiteustverlaat; -De Vries, gelegen ten oosten van het Pikmeer; -De Vries, gelegen ten zuiden van Terhorne; -De Vries (v3), groot 16 ha met inbegrip van 4 ha zomerbemaling, onderdeel van waterschap De Akniarijpsterpolder; -De Vries;

Polder Van der Wal (wl), gelegen aan de Graft; -Van der Wal, groot 28 ha, met inbegrip van 2 ha zomerbemaling; -Wallinga (w2), onderdeel van waterschap De Zwettepoel; -Wartena, -Van der Werff (w'3), De Westerjiolders, polder Wiensma (w4), -Wiersma, Wiskepolder, polder Wijnstra (w5), groot 8 ha; -Het Wijtgaardster Nieuwland, -Wijtsma (w6);

Polder Ijsbaan Boornbergum (yl), -ijsbaan Gorredijk (y2), -IJsbaan Langezwaag (y3), groot 2 ha onderdeel van polder De Driehoek;

Polder Zwaagstra (zl), onderdeel van w’aterschap De Vlierbosch; -Zwart (z2), Zwartcpolder, groot 51 ha, met inbegrip van :1 ha zomerbemaling; polder Zwembad Gorredijk (z3), -Zwijnstra, -Van dor Zijp, -De Zijpen, onderdeel van waterschap De Zuidbroekster polder.

Polder Andringa (al), -Van Bakkuni (bl), groot 7 ha; -Van der Bey (b2), groot 3 ha; -De Boer, -De Bolderen, -Bruning (b3), -Van Dijk, groot 11 ha; Fennenpolder, polder De Haan (hl), groot 5 ha; -Hasterwegvaart, -Hemrica (h2), -Herder (113), groot 5 ha; -Hoekstra (h4), Hooiwegpolder (115), Jan Dirkspolder, polder Jellema (jl), groot 8 ha; -De Jong (j2), groot 7 ha, gelegen aan de Kerkwegvaart; -De Jong (j3), -Keimpemastiehting (kl), -Kielstra (k2), -Kleine Meer (k5), -Kloosterman (k3), gelegen ten noordwesten van de Kerkwegvaart, -Kloosterman, -Kobus (k4), groot 8 ha; -Limburg (1-1), -Van der Meer, groot 18 ha; -Van der Meulen, -Mulder, -Opperburen, onttrekt water aan de boezem van waterschap Eernewoude c.a.; -Van Panhuys I, -Van Panhuys II (pl), -Prakken (p2), groot 4 ha; -Het Schar, -Sibelius (sl), -Smit (s2), groot 7 ha; -Sytema, -Toering (tl), groot 2 ha; -Het Uiteinde, -Veenhuizen, -Venema, groot 10 ha; -De Vries, gelegen ten noordwesten van Sigersw’oude; -K. de Vries, -P. de Vries (vl), -Westerzanding, -Weg Sigerswoude;

Polder Dijkstra, -De Jong, groot 5 ha; -Kleefstra, -Van der Zee;

Polder Nederlandsche Heidemaatschappij, -Oud Bects;

Polder Kliensma (k);

Polder Broers (bl), groot 1 ha; -Byliam (b2), -Van Dam, -Van der Duyn (dl), -Jelsma (jl), -De Vries (vl);

Polder Broersma (bl), -Gemeente Heerenveen (hl), -Hospes (h2), -Wieringa (wl), groot 1 ha;

Polder Bakker (bl), groot 4 ha; -Boonstra, -Bosman (b2), -Van Hes (hl), groot 2 ha; -Hofstra (h2), -De Jong, -Kcimpema, -Vegelin, Zuidwestpolder, polder Zuivelfabriek Haskerhorne (zl);

Polder Van Beijema (bl), -Grevelin (gl), -Hattema, -De Jager (jl), -Schukking (sl), -Visser (vl), -Van der Vlies (v2), -De Vries (v3), groot 3 ha; -Wegeman (wl), Znidpolder.

TOELICHTING

Onder polder w’ordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

Polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Van polders, die naar tw'ee richtingen af wateren, is de kleur gestreept.

Van poldergedeelten, dic uitsluitend in de zomer worden bemalen, is de begrenzing, voor zover de duidelijkheid dit vereist, door een blauw e of groene arcering aangegeven.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem waartoe zij behoren. Een bics van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen, gereglementeerde- en ongereglementeerdc polders zijn zoveel niogelijk in bruin op de kaart aaiigegeven. Indien de duidelijkheid dit niet toeliet, verwijst een letter in rlezelfde kleur naar de naam van de polder in het bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van de waterstaat.

Waar in het bijschrift is verwezen naar „het boekje” wordt bedoeld het eerlang verschijnende werkje „Beschrijving van de provincie Friesland, behorende bij de waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent: bedijkingen, boezems, kanalen, overstromingen, reglementen, veenpolders, verveningen en droogmakerijen, waterkeringen, waterschappen en waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der verkenmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie deel II, register 11 Friesland.


-ocr page 25-

Het


o.r quot;^fL'it^een


Lan


75 ha


BOEZEMS.


I*. Frieslands boezem.


XVIII*. Zevende pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart.


Opm^n^A


n'uitw, »L


fPaterschap



V 1080 ha


huüen


IX


615 ha


77 2225


r Polder 165 ha p,-0.78

Outl


Leit 80 pal ha ^ der


XX 3.8 965 ha


Bewerking: Alg. Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie; Topografische Dienst.


Schaal 1 : 50 000


»enap


^n^-



2e



Universiteitsbibliotheek Utrecht


IT aterschap


LEEUWAR-


MEERCnYÉ


A3SEN12


WUK 1«


ha


Vin


XVII


Herzien in 1947 / 48.


De voornaamste boezemwateren, welke (feheel of ffedeeUelijk op dit blad voorkomen, zijn :

Lite, Oude Drait, Koningsdiep, eerste pand van de Opsferlandsche Compagnonsvaarf, eerste pand ran het Tjongerkanaal.

Het gebied, dat zijn U'ater afvoert op deze boezem, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. .Met een afzonderlijke bies is aangegeven het gebied, dat afwatert op :



zie tevens blad Heerenveen West.


3. eerste pand van het Tjongerkanaal ; zie tevens de bladen Steenwijk Oost en IVest. Bovendien ontvangt de boezem het overtollige icater van gronden, die afwateren op :


0. het Tjongerkanaal, zie XXI Va tot en met XXVg;


Het zomerpeil (Z.P.) van de boezem is 0,56 m — N.A.P. (Fries Zomerpeil). Het gehele jaar wordt gestreefd naar een peil van 0,15 m tot 0,20 tn Z.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Leeuwarden Oost, Harlingen—Sneek, Bneek— Staveren en Staveren Oost.


H*, Boezem van de Compagnie der vaarten, enz. te Rottevalle.

De belangrijkste boezemwateren zijn :

Het boezemgebied, dat, met inbegrip van de boezem, een grootte heeft van 840 ha, bestaat uit hoge gronden en komt voor hef grootste gedeelte aan de noordkant van hef blad voor. Het is onderverdeeld in twee delen, Ila en Ilb, gescheiden door een in de Verlaatswijk aangebrachte dam met hooggelegen open duiker.

In droge tijden wordt het gedeelte van de boezem beneden de hiervoor genoemde dam (Ub) kunstmatig gevoed vanuit Frieslands boezem met behulp van een electrisch gemaal aan de Langewijk te Bottevalle.

De boezem kan overtollig water lozen op Frieslands boezem door middel van de sluis te Bottevalle en enige duikers onder de weg van Drachten naar Opeinde te Folgeren.

Het peil van de boezem wordt geregeld naar behoefte en bedraagt ongeveer :

voor Ua 0,70 m N.A.P. ;

voor Ilb 1,50 m N.A.V.

HL Bovenpand van de Nieuwe- of Compagnonsvaart.

Met dit pand ligt o.a. gemeen het Dwarsdiep.

Het boezemgebied komt gedeeltelijk aan de noordrand van het blad voor.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Leeuwarden Oost.

Van het boezemgebied, dat bestaat uit polderland, boezemland en hoge grondeti, komen de volgende delen gedeeltelijk aan de noord- en oostrand van het blad voor :


Gebied afwaterende op of behorende tot:


IVa. Kommerzijlsterdiep, Niezijlsterdiep, Hoendiep en van Sfarkenborghkatïaal c.a................


IVb, de uiaterleidingen gelegen aan de noordwestzijde van het eerste pand van kef Leeksterhoofddiep (zie blad Groningen West), die hun water af voeren op dat diep.........


Oppervlakte in ha met inbegrip van de boezem en stromende wateren


zie blad Groningen West


555 zie tevens blad Lecuuiarden Oost


Beide gebieden maken deel uit van het waterschap Westerkwartier.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Leeuwarden Oost.


V, Derde- of Bovenste pand van het Leeksterhoofddiep genaamd Jonkersvaart.


Met dit pand liggen o.a. gemeen: Kokswijk, Haspelwijk, Zandwijk, Gravelandsche wijk, Veldstreeksteru.'ijk en Jonkersvaart.

Het gebied, dat zijn unUer afvoerf op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het ligt gedeeltelijk aan de noordoostkant van het blad en heeft een grootte van 2 445 ha.

Het in droge tijden ontstane watertekort wordt aangcvald door opmaUng met behulp van een electrisch gemaal bij de schutsluis te Diepswal vanuit het tweede pand. Zie blad Assen West.

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 3,02 m -}• N.A.P.


VI*. Eerste pand van de Drachtstervaart en de Drachtster Compagnonsvaart, genaamd Drachtstervaart.


Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, wordt gevormd door het polderland in het waterschap De Noorderfennen, groot 85 ha en komt nagenoeg geheel aan de westrand van het blad voor.

Het gemaal van het waterschap kan tevens dienst doen om het peil van dit eerste pand fe verhogen door opmaUng vanuit Frieslands boezem. Toestroming naar het gemaal geschiedt door hef openen van een schuif in de stuw, gelegen op de grens van het waterschap ten noorden van het gemaal.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 0,42 m 4- N.A.P.


VII*. Tweede pand van de Drachtstervaart en de Drachtster Compagnonsvaart, genaamd Ureterpstervaart.


Met dit pand liggen gemeen : Noorderdwarsvaart met een uifgestrekt wijkennet waaronder de Meerwijk;

Zuiderdwarsvaart eveneens met vele wijken.

Het gebied, dat zijn ivater af roert op dit pand, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het is onderverdeeld in twee delen, Vlla, groot 990 ha en VIIb, groot 600 ha gescheiden door een in de Meerwijk aangebrachte dam met afsluitbare duiker. ' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 1,32 m -1- H.A.P.


VHI*. Derde pand van de Drachtstervaart en de Drachtster Compagnonsvaart, genaamd Ureterpstervaart.


Met dit pand liggen vele unjken gemeen, o.a. de Heerswijk.

Het gebied, dat zijn water afvoert op dif pand, bestaat uit polderland boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 1 835 ha.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 2,32 m 4- N.A.P.

IX*. Vierde pand van de Drachtstervaart en de Drachtster Compagnonsvaart, genaamd Frieschepalenvaart en Bakkeveensche Vaart.


Met dit pand liggen o.a. gemeen: Wilpsterhoofdvaart, Voorwerkerswijk en Meeuw-meerswijk.

Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit polderland, boezemland en hoge grondeti. Het heeft een grootte van 1 720 ha.

Watertekort kan van de Jonkersvaarf uit worden aangevuld door middel van een elec-frisch gemaal bij sluis F.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 3,94 m 4- H.A.P.


Vijfde pand van de Drachtstervaart en de Drachtster Compaenonsvaart, genaamd Bahheveensche vaart, Mandewijk, en Haulerwijkstervaart.


Met dit pand ligt een uitgestrekt wijkennet gemeen, o.a. Disschopswijk en Oudemik Het gebied, dat zijn water alvœrt op dit pand, bestaat uit polderland boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 2 228 ha. Het komt gedeeltelijk aan 'de oostrand van het blad voor.

Bovendien ontvangt de boezem in bepaalde gevallen het overtollige water van een gebied groot 1 457 ha; zie blad Assen West.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 5,82 m 4- H.A.P.


. Boezem van de boven- of onverveende gronden in de Groote Veenpolder in Opsterland en Smallingerland.


Van deze boezem komt slechts een klein gedeelte aan de westelijke rand van het blad voor Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenveen West.


*. Boezem van de ondergronden in de Groote Veenpolder in Opsterland en Smallingerland.


Van deze boezem komt een klein gedeeUe aan de uxstelijke rand van het blad voor Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenveen West.


XIII*. Tweede pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart.


Met dit pand liggen vele wijken gemeen, o.a. Dwarsvaarf, benedenpand van het Ver-bindingskanaal en Diepewijk.

mt gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden Het heeft een grootte van 971 ha.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 0,66 m 4- X.A.P.


XIV*. Derde pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart.


Met dit pand liggen vele wijken gemeen.

M*^ wuler afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 420 ha.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 1,94 m 4- N.A.P.


XV*. Vierde pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart.


Met dit pand liggen aan de zuidzijde vele wijken gemeen

„ , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;water afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden,

liet heeft een grootte van 475 ha.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 2,77 m 4- N.A.F.


XVI*. Vijfde pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^


Met dit pand liggen slechts enkele wijken gemeen.

Het gebied, dab zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit hoge gronden. Het is verdeeld in drie afzonderlijke delen met van 987 ha, 175 ha en 78 ha.


net kanaalpeil van dit pand bedraagt 3,92m 4- N.A.P,


polderland, boezemland en een respectievelijke grootte


U*. Zesde pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^


Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 765 ha en komt gedeeltelijk aan de oostraml van het blad voor Zie tevens blad Assen West.


Hei kanaalpeil van dit pand bedraagt 5,48 m 4- N.A.P.


Het gebied, dat zijn ivater afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Hef heeft een grootte van 360 ha en komt gedeeltelijk aan de oostrand- van het blad voor. Zie tevens blad Assen West.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 6,88 m 4- N.A.P.

XIX*. Achtste pand van de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart,

Het kanaalpeil van dif. pand bedraagt 8,89 m 4- N.A.P. Zie tevens blad Assen West.

XX*. Tweede pand van de Schoterlandsche Compagnonsvaart.

Het gebied, dat zijn uvifer afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge, gronden. Het heeft een grootte van 965 ha en komt gedeeltelijk aan de westrand ran het blad voor.

Het pand kan kunstmatig van wat-er worden voorzien vanuit Frieslands boezem door middel van een electrisch gemaal te Bonfebok, zie blad Heerenveen West.

Hef kanaalpeil van dit pand bedraagt 0,80 m 4- N.A.P.

Zie- tevens blad Heerenveen West.


XXI*. Derde pand van de Schoterlandsche Compagnonsvaart.

Met dit pand liggen vele wijken gemeen, o.a. het bovenpand van het Verbindingskanaal. Het gebied, dat zijn u^ater afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge, gronden. Het heeft een grootte ran 917 ha.

Dit pand profiteert van de kunstmatige voeding van het vierde pand, zie. XXII.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 1,53 m N.A.P.

XXII*. Vierde pand van de Schoterlandsche Compagnonsvaart.

Met dit pand ligt een uitgestrekt wijkennet gemeen, o.a. de Tiende Wijk.

Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 1 067 ka.

Dit pand wordt kunstmatig gevoed vanuit ket derde, pand van ket Tjongerkanaal met behulp van een electrisch gemaal aan het einde van de Tiende Wijk.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 2,73 m 4- N.A.P.

XXIII*. Boezem van hef waterschap Nijehorne.

Het gebied, dat zijn wafer afvoert op deze, boezem, kan in 2 delen gesplitst worden :

De totale, grootte van ket uit polderland en koge gronden bestaande gebied bedraagt 550 ha.

Het overtollige icater van het polderland, groot 245 ha, dat door het gemaal op de boezem wordt uitgeslagen, wordt gewoonlijk gebruikt om het hoge gebied, ten zuidoosten van de weg Mildam—Oudekome, van water te, voorzien.

In droge tijden kan men naar behoefte, via een inlaatsluis en een tevens voor opmaling dienende tochtsloot, water inlaten vanuit Frieslands boezem.

Overtollig water van de boezem kan worden afgevoerd door een betonduiker met schuif op het eerste pand van het Tjongerkanaal.

Het peil ran de boezem bedraagt :

In de hoge gronden bedraagt het peil van de wateren, die zo nodig overtollig ivairr kunnen lozen op de polder, 0,24 m 4- N.A.P.

Zie tevens de bladen Heerenveen West, Steenwijk 1 en 2.

XXIF*. Tweede pand van het Tjongerkanaal.

Met dit pand ligt gem.een, aan de zuidoostzijde, de, Prinsenwijk.

Het gebied, dat afuutert op dif. pand, bestaat uit hoge gronden en is verdeeld in tiree afzonderlijke delen :

XXiVa, groot 640 ha, afwaterend op de noordioestelijke bermsloot van het Tjongerkanaal ;

XXIVb, groot 1 390 ka, afwaterend op de zuidoostelijke bermsloot ran ket Tjongerkanaal.

Beide bermsloten voeren hun overtollig water af op dit tweede pand door middel van afsluitbare duikers.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 0,38 m 4 N.A.P.

XXV*. Derde pand van het Tjongerkanaal.

Met dit pand liggen gemeen :

Het gebied, dut zijn water afvoert op dit derde pand, bestaat uit polderland en hoge gronden. Het is onderi^erdeeld in zeven afzonderlijke delen :

XXVa, groot 1 633 ha, afuuterend op de noordelijke bermsloot van het Tjongerkanaal. Deze bermsloot voert overtollig water af op dit kanaal door middel van diverse afsluitbare duikers ;

XXVb, groot 615 ha, afwaterend op de, Tjabbekampsferwaterlossing door middel van een afsluifbare grondduiker onder de Opsferlandsche Compagnons- of A ppelsgaastervaart. Deze waterlossing voert zijn overtollig wafer af op het Tjongerkanaal door middel van een afsluitbare grondduiker onder de noordelijke bermsloot van dit derde pand;

AWI’e. groot 3 070 ha, afwaterend op de Boven Tjonger, die zijn overtollig water afroert op het derde pand van het Tjongerkanaal door middel van fwee uitwateringssluisjesin de, noordelijke dijk van ket Tjongerkanaal.

Verder kan. overtollig u'ater geloosd worden op de Opsferlandsche Compagnons- of Appelsgaasfervaart door middel van een afsluitbare duiker aan de noordoostzijde van deze vaart.

Bovendien ontvangt de Boven Tjonger nog het m'ertolUge water van het gebied XXVd, groot 2 325 ha, aftcaterend op het Groofdiep ;

XXVe, groot 2 860 ha, afwaterend op hef Kleindiep, dat overtollig water op het derde pand van het Tjongerkanaal afvoert door middel van een afsluitbare duiker;

XXVf, groot 275 ka, afwaterend op de Hanswetering, die overtollig water op ket derde pand van ket Tjongerkanaal afroert door middel van een afsluitbare grondduiker onder de zuidelijke bermsloot van dit pand ;

XXVg. groot 863 ha, afwaterend op de zuidelijke bermsloot van het Tjongerkanaal. Deze bermsloot voert overtollig u'ater af op dit kanaal door middel van diverse afsluitbare duikers.

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 2,14 m 4 N.A.P.

XXVI*. Bovenpand van de Linde.

Van dit gebied komt een klein gedeelte aan de zuidelijke rand van het blad voor, Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Steenwijk 1 en 2.

XXVII. Steenwijker Aa.

Een deel van het gebied komt voor in de znidoostelijke hoek van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Assen West, Steenwijk 2 en Beilen West.


*) Voor nadere bijzonderheden u'ordt veru'czen naar het boekje: „Beschrijving van de provincie


Friesland, behorende bij de Waterstaafskaarf*.


VERKLARING DER TEKENS.


■e c® Electrisch gemaal met opgave van de aard van het bcmalingswerktuig (c — centrifugaal pomp, s = schroofpomp, v = vijzel) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte.

0 nbsp;nbsp;nbsp;■ Windmotor met raddiameter in m

gt;tlt; 3 Windmolen met vlucht in m.

« Schutsluis.

X Uitwateringssluis.

gt;lt; Inl.»l. Inlaatsluis.

0—0 Grondduiker.

0—43 Grondduiker met afsluiting.

M Stuw.

t-4 • Stuw met schuif.

“Q nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Verkenmerk van het N.A.P.

^ i 1 J— Peilschaal.

^ Zomerbemaling. Polder, die uitsluitend in de zomer wordt bemalen.

p.-0.56 Polderpeil )

J in m t.o.v. N.A.P.

7 8 lloogtecijfer )

Verharde weg. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

165 ha Grootte van polder, hoger deel, gebied met zomerbemaling of boezemgebied volgens meting op do topografische kaart, schaal 1 : 25 000, met de poolplanimctcr. Voor zover do grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kan worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.

------Administratieve grens van een waterschap.

-------Provinciale grens. Deze is, in het algemeen, slechts aangegeven, voor zover zij niet samenvalt met cen administratieve grens van een waterschap.


--------Riolering nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;)

; in de kleur van de boezem waartoe hij behoort.

:cxgt;«^gt;gt;cgt; Riolering met verbindingsbuis 1


TOELICHTING.

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben in verschillende tinten, de kleur van de boezem of het stromende water waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem, waartoe zij behoren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert; een smalle bles geeft de onderverdeling van dit gebied aan. De bies voor de begrenzing van het gebied, dat op Frieslands boezem loost, is daar onderbroken, waar zij zou moeten samenvallen met de bies van een gebied, dat indirect op Frieslands boezem afwatert. De laatstbedoelde bies vormt cen deel van de begrenzing van het totale gebied, dat direct en indirect op Frieslands boezem loost.

Bÿ belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en ongercglementeerde polders, voor zover deze laatste vermeld zijn in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

De waterstaatskaarten zijn à f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf tc ‘s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


HEERENVEEN OOST


-ocr page 26-

SLUIZEN.


Hoogte van de slagdrempel t.o.v.

Wijdte N.A.P. in m in m beneden- bovenhoofd hoofd


In de boezem van de Compagnie der vaarten, enz. te Rottevalle.


A. Sluis in de Lits; een stel puntdeuren, lengte tussen de sluishoofden 23,30 m, de sluis wordt voor scheepvaart met meer gebriiikt.......4,13 nbsp;— 1,9P —0,74


In de Drachtstervaart en de Drachtster Compagnonsvaart.


B. Drachtster- of Buurtsterverleat. Schutsluis tussen Tlrachtstervaart en Ureterpstervaart of Langewijl: (sluis n°. 11)', twee paar puntdeuren, schuh kolklengte 27,00 m.........................5,00 — 1.30 — 0.43


C. Dreterperverlaat. Schutsluis in de Ureterpstervaart (sluis n°. III) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,00 m.............4,05


— 0,37 ^-0,57


palenvaart (sluis n’^. IV); twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,00 m 5,00 4- 0,57 nbsp;nbsp;|- 2,10

Vaart (sluis n°. V) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,00 m .... 5,00 } 2,20 v 4.14 Inmiddels vervangen door stmv met duiker.


In een zijtak van de Drachtster Compagnonsvaart.


F. .Tonkersverlaat. Schutsluis tussen Wilpsferkoofdvaart en Jonkers-vaart; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,00 m..........5,00


-f 0,93 4- 1,92


In de Opsterlandsche Compagnons- of Appelsgaastervaart.


G. Schutsluis te Gorredijk (sluis n°. I) ; ticee paar puntdeuren, schut-kolklengfe 55,00 m.........................5,43


— 2 52 — 1,50


H. Schutsluis te Lippenhuizen (sluis n°. II) ; hvee paar puntdeuren, schutkolklengte 40,00 m.......................5,50 nbsp;— 1,30 — 0,16

I. Schutsluiste Hemrik (sluis n°. III); twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40,00 m.......................5,50 —0,10 0,73

J. Schutsluis te Wijnjeterp (sluis n°. IV); twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40,06 m.......................5,50 nbsp;4- 0,76 4- 1,90

K. Nanninga verlaat. Schutsluis te Oosterwolde (sluis n°. V); twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,00 m...............5,50 nbsp;4- 1,8 7 4- 3,5 0

L. Fochteloverlaat. Schutsluis te Fochteloo (sluis n°. VI) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,00 m...............5,46 nbsp;4- 3,54 4- 4,89

M. Stokers verlaat. Schutsluis (shds n°. VII ) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,00 m . . nbsp;nbsp;nbsp;....................5,44 4- 4,87 4 6,88


In de Schoterlandsche Compagnonsvaart.


N. Schutsluis bij Oudehome; twee paar puntdeuren, schutkolklengte

36,00 m............................... 4,49 — 1,05 — 0,22

0. Schutsluis ten noorden van .Tuhhega—Schurega; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 36,00 m..................4,40 nbsp;—0,41 —0,31

Inmiddels vervangen door stuw met duiker.


In het Verbindingskanaal.


P. Tjoelc BartJe. Schutsluis; schutkolklengte 29,90m.......5,05 nbsp;— 1.36 — 0 37


In het Tjongerkanaal.


Q. ^cA\\\l?gt;\m3 i\°.'\', twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,00 m . . 5,48 — 2,55 — 1,45

Ten zuidoosten van deze sluis bevindt zich een stroomkanaal met een stroomduiker. De. duiker heeft twee openingen elk afsluitbaar met een schuif, eerste opening...........................2,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—1,17

tweede opening...........................2,28


R. Schutsluis n®. ?; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,00 m 5,49 — 1,44 0,26 Ten zuidoosten van deze sluis bevindt zich een stroomkanaal met ontlast-

sluis, afsluitbaar met een Stoneyschuif...............3,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1- 0,28


S. Schutsluis 11°. 3: tussen het derde pand van het Tjongerkanaal en de Opsterlandsche Compagnons- of Appelsgaastervaart; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,00 m.......................5,50 nbsp;4- 0,29 4- 1,98


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS.

Polder Algemeene Friesche Levensverzekering Mij., Polder Algra, groot 16 ha; Polder Arendz.

Polder Beflehem (bl), groot 10 ha; Polder liet Bilt, onderdeel van het waterschap Het Witveen; Polder De Binnen Leien, Polder De Boer (b2), groot 5 ha ; Polder Boonstra (b3), groot 2 ha; Bouwes-polder.

Polder CorneUastichting (cl).

Polder Van Dalen, Polder van de Diaconie c.a. (dl), onderdeel van het waterschap Het Witveen, groot 7 ha; Polder Diepegat (d2), groot 4 ha; Polder van de Doopsgezinde-gemeente c.a., onderdeel van het waterschap Het Witveen, groot 9 ha.

Polder Fbbega, Polder Flsinga (el), Polder Flsinga (e2), groot 9 ha.

Polder Ganzemeer (gl), groot 6 ha; Polder Geerligs.

Polders Harinxma Thoe Slooten (hl), groot 8 ha en (h2), groot 5 ha; Polder Hartman (h3), Polder Haulerpoel, onderdeel van het waterschap Boven Tjonger-Grootdiep ; Polder Helema, Polder Hof, Polder Ten Hoor (h4), onderdeel van het waterschap Boven Tjonger—Grootdiep, groot 6 ha.

Polder Idsing, onderdeel van het waterschap Westerkwartier.

Polder Jongsma (jl), groot 3 ha : Polder Jongstra (j2), gedeeltelijk gelegen in het waterschap Wester-wartier, groot 8 ha.

Polder Kussendrager, onderdeel van het waterschap De Trimbeetster waterlossingen ; Polder KiJlstra (kl), groot 9 ha.

Polder Landzicht, onderdeel van waterschap Westerkivartier ; Legauksterpoelpolder (U).

Polder Mulder (ml), Polder Mulder, Polder Mulder (m2), onderdeel van het waterschap Westerkwartier, groot 10 ha.

Polder De Oostelijke Binnen Leien, onderdeel van het waterschap Het Zwartveen ; Polder Oud Beefs.

Polder Palsma, groot 9,5 ha; Polder Poppinga (pl), groot 2 ha; Polder Postma, groot 12 ha; Polder Postma (p2), groot 6 ha.

Polder Beinders (rl), onderdeel van het waterschap Boven Tjonger-Grootdiep, groot 3 ha; Polder B, ,ndersma, Polder Boorda (r2), groot 2,5 ha.

Polder Schotanus, groot 13 ha; Polder Sietsma, groot 14 ha; Polder Sietsma (sI), groot 9 ha; Polder Van der Sluis, Polder Sparjebird, Polder Sijtsema, groot 7,5 ha.

Polder Van Valen, Polder Veenboer (vl), groot 10 ha; Polder Veenstra, Polder Venema (v2), onderdeel van het waterschap Boven Tjonger—(Irootdiep.

Polder Van der Wal (wl), groot 6 ka; Polder Van der Wal (w2), groot 3 ka; Polder Van Weperen (ic3), onderdeel van ket watersekap Boven Tjonger-Grootdiep, Polder Wiering (w4) groot 4 ka; Polder Van Wijk (w5), onderdeel van het waterschap Boven Tjonger-Grootdiep, groot 4 ha; Polder Wijnstra (w6), groot 8 ha.

Polder IJsbaan Dracktstercompagnie (ijl), groot 0,6 ka; Polder IJsbaan Hornsferzwaag (ij2), groot 2 ha ; I^older IJsbaan Jubbega (ijS), groot 1 ha ; Polder IJsbaan Lippenhuizen (ijl), groot 1 ka ; Polder IJsbaan Makkinga (ij5), groot 3 ka ; Polder IJsbaan Hijehorne (ij6), groot 2 ka ; Polder IJsbaan Oosterwolde (ij7), groot 3 ka; Polder IJsbaan Oudehome (ij8), groot 1 ha; Polder IJsbaan Botfevalle (ij9), groot 1 ha ; Polder IJsbaan Ureterp (ijlO), groot 0,6 ha; Polder IJsbaan Wijnjeterp (ijll), groot 2 ha.

Polder Zwanenburg (zl), Polder Het Zwartveen (z2), onderdeel van waterschap Het Zwartveen, groot 28 ka.


-ocr page 27-

BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN


ƒ. Tweede pand van het Leeksterhoofddiep,

Op dit pand wateren efeen gronden af, In droge tijden moet het water-verges, ontstaan door schutten, kwel, verdampen, enz., door oppompen worden aangevuld. Deze aanvulling geschiedt met water uit het eerste pand, zie blad Groningen-West.

Het kanaalpeil van het tweede pand bedraagt 0,72 m N.A.P,

11, Derde-- of bovenste pand van het Leeksterhoofddiep.

Met dit pand, waarvan een gedeelte Zevenhuizerhoofddiep wordt genoemd, liggen o.a. gemeen : het Tolbertkanaal, de Oostindische Wijk, de Drostinde-wijk, de Jonkersvaart en de Kokswijk.

Het gebied, dat zijn water op deze wateren afvoert, komt gedeeltelijk aan den westelijken rand van het blad voor. In droge tijden moet het waterverUes van het derde pand, ontstaan door schutten, kwel, verdampen, enz., door oppompen worden aangevuld. Deze aanvulling geschiedt met water uit het tweede pand (zie I). Hiertoe is aan de zuid-oostzijde van schutsluis no. II te Diepswal (sluis A ) een electrisch gemaal gebouwd.

Overtollig water kan worden afgevoerd, door middel van een stroom-duiker, gelegen aan de zuid-oostzijde van de vorengenoemde schutsluis, naar het tweede pand van het kanaal.

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 3,02 m 4- N.A.P.

IJL Boezem van het waterschap Electra.

De belangrijkste boezemwateren, ivelke op dit blad voor komen, zijn : de waterleidingen, welke gemeen liggen met het eerste paiid van het Leekster-hooofddiep ; de Rodenervaart, hei Peizerdiep en het Eelderdiep.

Van het boezemgebied, dat bestaat uit polderland, boezemland en hooge gronden, komen de volgende deelen geheel of gedeeltelijk op het blad voor :


Gebied afwaterende op of behoorende tot:


(Oppervlakte in ha met inbegrip van den boezem en/of de stroomendo wateren


ASSEN (WEST)


Illa. de waterleidingen, gelegen aan de noord-westzijde van het eerste pand van het Leeksterhoofddiep, zie blad Groningen-West, die hun water afvoeren op dat diep ...................

Illb. de waterleidingen, gelegen aan de zuid-oostzijde van het diep genoemd onder IlIa, die hun water af voeren op dat diep...........

IIIc. de Rodenervaart...........

Illd. het Peizerdiep, in den bovenloop Lieverder-diep, A of Groote Diep en Slokkert genaamd . . .

Ille. het Eelderdiep ...........

Ulf. de waterschappen Eelderwolderpolder en het Oosterland. Het laatstgenoemde waterschap en een hooger deel van het waterschap Eelderwolderpolder komen gedeeltelijk aan den noordelijken rand van het blad voor. De waterschappen vormen een deel van het gebied, dat afwatert op het Hoendiep.......


zie blad Leeziwarden-Oost


1305

110

14512

6455


zie blad

Groningen- West


Bovendien ontvangen de waterleidingen :

1°. het overtollige water van een gebied, groot 1457 ha, dat afwatert op de Waterlossing door het Kolonieveld (zie X) ;

2°. het overtollige water van de Derde, Vierde en Vijfde Wijk in de Kolonie Veenhuizen (zie XII1).

Het peil van den boezem van het waterschap Electra bedraagt 0,93 7n — N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Leeuwarden-Oost en de beschrijving in de boekjes.


IV. Vijfde pand van het Noordwillemskanaal en Hoorn-sehe Diep.


Het Hoornsche Diep, iti den bovenloop Punterdiep of Drentsche A, Westerdiep, Schipborgsche Diep, Taarloosche Diep, Loo^ierdiep, Deurzer-diep en A^nerdiep genoemd, ontvangt o.a. op den linkeroever het water van het Zeegserloopje en op den rechteroever dat van het Gastersche Diep.

Vorengenoemde waterleidingen liggen gemeen met het Ee^nskanaal, zie blad Groningen-Oost.

Het gebied, dat afwatert op het Eemskanaal, bestaat uit polderland, boezemland en hooge gronden. De volgende deele^i komen gedeeltelijk op het blad voor :


Gebied af waterende op of behoorende tot:


Oppervlakte in ha met inbegrip van den boezem en/of de stroomende wateren


IVa. het vijfde pand van het Noordwillemskanaal en het Hoornsche Diep, Punterdiep of Drentsche A, Westerdiep en Echipborgsche Diep

IVb. het waterschap De Onnerpolder. Dit waterschap, dat gedeeltelijk in den iioord-oosthoek van het blad voor komt, maakt deel iiit van het gebied groot dat zijn water direct afvoert op het Drentsche Diep, zie blad Groningen-W'est ;

IVc. het waterschap De Oostpolder teNoordlaren. Dit waterschap, dat voor eeti kleitz deel aan den ooste-lijken rand van het blad voor komt, 7naakt deel uit va7i een gebied groot................ dat zijn wafer direct afvoert op het Zuidlaarder-meer, zie blad Assen-Oost ;

IVd. het Taarloosche Diep, Loonerdiep, Deur-zer diep en Amer diep..............

IVe. het Gastersche Diep..........


* Exclusief de oppervlakte van het Drentsche Diep c.a.

** Exclusief de oppervlakte van het Zuidlaarder-meer c.a.


8230

2020*

1230**

12110

8020


Het peil van het vijfde pand van hef Noordwillemskanaal is Winschoter-peil, 0,62 7n N.A.P.

Voor nadere bijzonderhedeti zie blad Groningen-Oost en de beschrijving in de boekjes.


V. Vierde pand van het Noordwillemskanaal.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaal uit hooge gronden en heeft een grootte van 50 ha.

De boezem kan overtollig water loozen door een stroomduiker, gelegen aan de oostzijde van schutsluis no. IV (sluis B), naar het vijfde pand van het kanaal.

Het kanaalpeil van het vierde pand bedraagt 3,62 m N.A.P.


VI. Derde pand van het Noordwillemskanaal.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit drie afzotiderlijke deelen met een totale grootte van 1904 ha. Het bestaat uit twee polders en hooge gronde^i.

Overtollig water kan worden afgevoerd, door middel van een stroomduiker, gelegen aan de westzijde van schutsluis no. III (sluis C), naar het vierde pand van het kanaal.

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 6,62 in 4- N.A.P.


VII. Tweede pand van het Noordwillemskanaal.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, heeft een grootte van 210 ha en bestaat uif hooge gronden.

Het kanaalpeil van het tweede pand bedraagt 9,12 m 4- N.A.P.


VIII. Boven Tjonger en Groot diep.

Hei gebied, dat zijn water op deze waterleidingen afvoert, komt gedeeltelijk aaji den westelijken ra^id van het blad voor.

Zie voorts blad Heerenveen-Oost.


IX, Haulerwijkstervaart, Kromme Elleboogsvaart en vijfde pand van het Veenhuizerkanaal.


Met deze vaarten liggen verschiUe^ide wijken gemeen, o.a. de Vossewijk.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit drie afzonderlijke deelen welke aan den westelijken rand van het blad voorkomen. Twee dezer deelen, afwaterende op het vijfde pand van het Veenhuizerkanaal en een zijtak van de Vossewijk, hebben een grootte van respectievelijk 90 en 140 ha.

Bovendien ontvangt de boezem, in bepaalde gevallen, het overtollige water van een gebied groot 1457 ha (zie XIV).

Het kanaalpeil bedraagt 5,82 m 4- N.A.P.


X. Vierde pand van het Veenhuizerkanaal.

Met dit pand ligt gemeen de Zesde Wijk met zijwijken in de Kolonie Veenhuizen. Op dit pand wateren geen gronden af.

De boezem ontva^igt het overtollige water van een gebied, groot 1457 ha, dat afwatert op de Waterlossi^ig door het Kolonieveld (zie XIV).

Overtollig water stroomt over een vaste stuw (P), aan het einde van d^ Zesde Wijk, naar den boezem van het waterschap Electra (zie III).

Het kanaalpeil van het vierde pand bedraagt 6,78 m 4- N.A.P.




hef'


IX


DOiryi


7/Ot/if7'/


hetvefhn^f.-ifs'. Z/re/hst Zf//ksi*uter.siâaf.

Zhy/fo/Zt/f'/if* : 7lt;igt;//o^‘aZ/.seZie Zl/fu/sZ.



iD


.•».o


31'0 fi.i


Oe IS,9O


hf/..tf IHt/er-


Sclianl I : 50000.


f50


4.14


m/4 inNy/ÿ/ no ^t^h-^dle ^/f'^cn ff'/t



ZZt^rx/en in ZZZ4HZ.



2 EN 4(0111 EN 3 IW) 12 EN 410)


Z Unïversiteits- \ ( bibliotheek t

Utrecht J

XI. Derde pan^''vaii^Jte£^VQje»/Zuizerkanaal.

De belangrvfkste wateren, welke 7/iet dit pand ge/neen liggen, zijn : de Eerste en Tweede Wijk in de Kolonie Veenhuizen, de waterleiding ten noorden van de Kolonievaart en de waterleidingen gelege/i in het waterschap De Zeve/r Blokken. Tot laatstgenoande waterleidingen behoort o.a. de waterleiding door het Kolonieveld. In den bovenloop van deze leiding, bij de noord-westgrens van het waterschap, bevindt zich een afsluitbare duiker. Deze duiker staat practisch altijd open.

De totale oppervlakte van den boezem en het gebied, daf zij7i watei' op dezeti boezem, loost, bedraagt 2227 ha en bestaat ziit drie afzonderlijke deelen, te weten :

De boezem loost overtollig water, door middel van schutsluis 770. 2 (sluis J ) op het vierde pand. va7i het Veenhuizerkanaal, terwijl bij veel ivaterbezwaar tevens wordt geloosd door ee7i schutsluis (sluis G), op de Vijfde Wijk in de Kolonie Veenln/izen (zie XIII).

Doo7' een inlaatsluis (sk/is 0), gelegen in den zitid-westelijken dijk van het derde pand van het Vee77huizerkanaal, kan ivater worde7i afgelaten naar de Waterlossing door het Kolonieveld. Dit geschiedt echter uitsluitend ten behoeve van de watervoorziening ingeval va7i brand.

Het ka/iaalpeil van het derde pand bedraagt 8,83 m 4- N.A.P.


XII. Tweede pand van het Veenhuizerkanaal.

Met dit pand liggen o.a. gemeen de Veenwijk en de Veertigroewijk.

Het gebied, dat zij/i water op dezen boezem afvoert, bestaat iiit hooge gronde7ï en heeft ee/i grootte van 33 ha.

Het peil van het tweede pand bedraagt 10,77 m 4- N.A.P:


XIII. Derde, Vierde en Vijfde Wijk in de Kolonie Veenhuizen.


Op deze wijke7i wateren geen gro/iden af.

De Vijfde Wijk ontvangt, bij veel waterbezwaar op het derde pand vrm het Veenhuizerkanaal, een gedeelte van het overtollige water va7i eem gebied, groot 2227 ha, dat op dit kanaalpand afwafert (zie XI).

Door een ontlastsluis (sluis H), aan het einde van de Vierde Wijk, kan overtollig wafer worden geloosd op de/i boezem van het waterschap Electra (zie III).

Het peil va7i de wijken bedraagt 8,23 m 4- N.A.P.


Het gebied, dat zij/i water op deze waterlossi/ig afvoert, bestaat iiit ee7i poldertje en hooge gro/iden. De gezame/dijke grootte, 7net i/ibegrip va7i de 7vaterleidingen, bedraagt 1457 ha.

Doo7' een inlaatsbiis (sluis 0), gelegen in den zuid-westelijken kanaaldijk van het derde pand va7i het Veenhuizerkanaal, kan water 7àt dit kanaalpand 7iaar de Waterlossi/ig worden afgelaten. Dit geschiedt echter 'uitsluitend fe/i behoeve va7i de watervoorzie/iing i/igeval van brand.

De boezetn loost overtollig water, door 7niddel va7i eem tiitwaferingssluis (sluis N), op het vierde pand van het Veenhuizerkanaal (zie X).

In den be/iedenloop va/i de waterlossing, in den weg Vee7ihuizen— Oosterwolde, bevindt zich ee/i afsluitbare duiker. Deze duike/' is practisch altijd, geslote/i. Hij wordt geopend, wanneer :

P. bij lage ivaterstanden op het vijfde pand 7'an het Veenhuizerkanaal O7^ertollig water van de 7vaterlossing, eveneens door zniddel va/i een iiit-wateringssh/is (sluis M), wordt geloosd op dit kanaalpa/id (zie IX). Dit komt echter zelden voor ;

2°. het gedeelte van de waterlossi7ig, gelcge/i ten noord-weste/i va/i den vorengenoemden weg, 7noef. ivorden schoo/i gesp/zid.

Met deze watere7i ligt ee77 uitgesirekt w'ijken/iet en ee/i drietal a/idere kanaalpandeti gemeen.

De bela/igrijkste wijke7i, welke op dit blad voorkomen, zijn : de Asserwijk, de Veenstrawijk, het eerste pand van de Molenwijk e77. de Witte Wijk.

Het gebied, dat zijn water op deze/i boezem afvoert, bestaat uit verschil-Ie7ide afzonderlijke deelen. Vijf dezer deelen zij77 geheel en éé7i is gedeeltelijk op het blad gelege/i. De totale grootte van deze zes deele/i, bestaande uit polderla/id, boeze/nland en hooge gronden, bedraagt, /net inbegrip van de/z ■boeze/n, 3698 ha.

De natuurlijke voeding van de kanaalpanden is in droge tijde/i niet voldoende. In verband hier/nede wordt het bove/ipand van de Drentsche Hoofdvaart kimsi/natig gevoed door oppoïnpe7i va/i water uit het voorgaa/ide pand va/i deze vaart.

Het kanaalpeil van het bove/ipand bedraagt 11,60 m 4- N.A.P.

Voor nadere bijzonderhede/i zie blad BeUen-West e/i de. beschrijving in het eerlang te verschijnen boekje ,,Beschrijvi77g van de provi/icie Dre/ithe, behoore/ide bij de waterstaatskaart.'’'

Het gebied, dat zij/i water op dit pand afvaart, komt gedeeltelijk aa/i den westelijken rand van het blad voor.

Het kanaalpeil van het zesde pand bedraagt 5,54 m N.A.P.

Voor 7iadere bijzo/iderheden zie blad Heerenveen-Oost.

Aa7i den westelijken rand zm/i het blad komt ee7i gedeelte van hef gebied voor, dat zijn zvater op dit pa/id. afvoert.

Het ka/iaalpeil van het zevende pand bedraagt 6,89 771 4- N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Heere/ween-Oost.

Met dit pand, dat gedeeltelijk aan den 7ve8telijke7i rand van het blad voor komt, liggen o.a. gemeen : de Eerste Wijk, de Nieuwevaart en de Eerste Kr/iiswijk.

Hel gebied, dat zijn /flater op deze wateren afvoert, bestaat uit boezei/ila/id. De grootte bedraagt, /net inbegrip va7i den boeze/n, 1590 ha.

Het kanaalpeil van het achtste pa/zd bedraagt 8,89 771 4- N.A.P.

Met dit pand liggen o.a. gemee/i : de Bruggewijk en de Elfde Wijk.

Het gebied, dat zij/i water op dezen boezem afvoert, bestaat ziit vier afzonderlijke deelen boezemland. en hooge gronden. De totale grootte, /net inbegrip va/i den boezem, bedraagt 455 ha.

Het kanaalpeil van het nege/ide pand bedraagt 10,15 771 4' N.A.l^.

Met dit pa/id liggen o.a. gemee/i de volgende wijken : de Duikersloots-wijk, de Eekhoutsivijk, de Sueri/iondtswijk en de Kgïn/nelswijk.

Het gebied, dat zij/i wate/' op deze wijken afvoert, bestaat uit eenig polderland, boeze/nla/id en hooge gronde/i. De totale grootte, /net inbegrip va/i de/i boeze/n, bedraagt 1331 ha.

Bove/idien kan het pand worde/i gevoed /net water uit Jut tweede pa//d van het Oranieka/iaal, zie blad BeUen-West. Hiertoe is een waterleiding gegraven tusschen de Euerz/iondlswijk en het Ora/ifekanaal. Deze waterleiding ligt gemee/i met de genoemde wijk e/i f/eeft, door middel va/i een i/ilaatsluis, verbinding //iet het Oranjeka/iaal.

Het kanaalpeil va/i het tweede pand bedraagt 13,03 m 4quot; N.A.P.

Het stroomgebied van. dit riviertje komt voor een zeer klei/i gedeelte i/i den zuid-westelijken hoek van Jiet blad. voor.


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder Bodewes, polder Braam (d), polder Brouwer, polder Ca/nphuis, polder Darwinkel (m), polder Douwes (a), polder Erije/i, polder Grit, polder Havcr/na/i (j)gt; groot 6 ha ;■ Hesselingspolder, polder Hof/na/i (b), polder Jansen (i), polder De Jong (n), groot 7 ha; polder KU/n-p (c), polder Klok, polder Klokker (1), polde/' Korteweg, polder Nijenhuis, polde/' Pol, polder Echreuder (k), polder Snoeken (e), polder Stunt, polder Thie, polder Tonkens, polder Tni/ibeek, polder Ubbink (f), polder Vee/idijk (h), groot 4 ha; polder Vos, polder Waterbolk (g), groot 3 ha ; polder Wie/nan en polder Woord/nan.

VERKLARING DER TEEKENS


«s^* Electrisch gemaal] mot opgave van den aard van hot bomalings-( werktuig (c = eentrifugaalpomp, s = schroefpoinp, 22.5 Oliogemaal 1 v — vijzel) en hot aantal m® waterverzot per minuut 1 bij do in m aangegoven opvoorhoogte.


~— nbsp;Windmotor met raddiameter “m=r-

p.-/J Windmotor, raddiamoter in m, ^^ ^ met oliemotor als hulpkracht.


Windmolen, vlucht in m, met oliemotor als hulpkracht..


Peilschaal.

Polderpoii ) j^ meters Hoogteeijfer t.o.v. N.A.l .

Verharde weg.


Spoorweg.



X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

gt;lt; /gt;dti. nbsp;Inlaatsluis.

0-0 nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker.

0W0 nbsp;nbsp;Grondduiker met afsluiting,

n nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.


7133 hn Groette van polders, boezemen stroomgebieden in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.

_______Provinciale grens. Deze is, in het algemeen, slechts aangegeven, voor zoover zij niet samenvalt met een administratieve waterschapsgrens.


ks nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw met schuif.


Hoofdmerk ^ van hot Vorkenmerk ( N.A.P.


_____Administratieve grens van een waterschap.

.............Rioleoring.


Voor gegevens sluizen en de toelichting, zie do achterzijde van het blad.


ARCHIEF


-ocr page 28-

SLUIZEN

Hoogte in m t.o.v. N.A.P.


Wijdte in den dag m


slag-drempel


bovenkant vloer


In het Leeksterhoofddiep.


benedenhoofd ............... bovenhoofd................ aan de zziid-oostzijde van de schutsluis bevindt zich een sfroomduiker ; één opening met één schuif

1,58 —

0,72

L37

Jn het Noordwillemskanaal.

bovenhoofd................0,47

benedenhoofd...............1,33 aan de oostzijde van de schutsluis bevindt zich een stroom-duiker ; ééti opening tnet één schuif.........1,10 nbsp;nbsp;2,17 j-

bovenhoofd................3,47

benedenhoofd aan de westzijde van de schutsluis bevindt zich eoi siroom-duiker ; één opening met één schuif.........1,10 nbsp;5,17

D, Schutsluis tusschen het tweede en hef derde pand van het Noordwillemskanaal (sluis no. II) ; twee paar puntdeuren, grootste schutlengte 27 m

bovenhoofd................6,47

benedenhoofd...............4,72

E. Schutsluis tusschen het eerste en het tweede pand van het Noordwille?nskanaal (sluis no. I) ; twee paar puntdeuren, grootste schutlengte 27 m........6,00 bovenhoofd................8,97 4-

benedenhoofd...............7,22 4-

In het Veenhuiserkanaal, boven de Kolonie-sluis (sluis L) ook Norgervaart en beneden deze sluis Kolonievaart en Verbindingskanaal genaamd, c.a.

F. Vaste stuw tusschen hef einde van de Zesde Wijk en den boezem va7i het waterschap Nlectra ; lengte van de stuwkruin 10 m hoogte van de stuwkruin 6,78 7n 4“ N.A.P.

G* Schutsluis tusschen de Vijfde Wijk en het derde pand van het Veenhuizerkanaal ; twee paar puntdeuren, schntkolklengte 22,10 m..............6,00

benedeiihoofd ............... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,23 A-

bovenhoofd................6,83

H. Ontlastsluis aan het einde vaii de Vierde Wijk naar den boezem van het waterschap Electra ; twee ope-ningen, elk met één schuif, elke opening......0,80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,84 4-

I. Schutsluis tusschen het vierde en het vijfde pand vaii het Veenhuizerkanaal (sluis no. 3) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 25,40 7n..........6,00 bovenhoofd................4,78 4-benedenhoofd...............3,62 4-

J. Schutsluis tusschen het derde en, het vierde pand va7i het Vee77,huizerkanaal (sluis no. 2) ; fivee paar pimt-deuren, schutkolklengte 25,40 7n bove7ihoofd.............. . benedenhoofd...............4,78

K, Schutsluis tusschen het tweede en het derde pand van het Veenhuizerkanaal (sluis no. 1) ; twee paar punt-deure7i, schutkolklengte 24 7n bovenhoofd ................ benedenhoofd...... 6,83

L. Koloniesluis. Schutsluis t7isschen het eerste en het tweede pand van het Veenhuizerka7iaal ; t^vee paar punt-deure7i, schutkolklenafe 22 m de slagdrempels zijn eve7b hoog.......8,77

M. Uitwateringssluis van de Waterlossing door het Kolonieveld 7iaar het vijfde pand van hetVeenhuizerka7iaal, beneden schutsluis 710. 3 (sluis I) ; één opening met één schuif ...................... nbsp;1,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,36 4-

In de Molenwijk,

P. Molenwij ksluis. Schutsluis tusschen het eerste en het tweede pand van de Mole7iwijk ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 25,50 7n

benedenhoofd...............9,60

bovenhoofd................11,03

In de Appelschaaster- of Opsierlandsche Compagnonsvaart,

Q. Bovenste verlaat. Schutsluis tusschen hef achtste en het negende pand va7i de Appelschaaster- of Opster-landsche Compag7ionsvaart (sluis no. VIII) ; tivee paar puntdei^ren, schutkolklengte 29 771

be7iedenhoofd...............6,88

bovenhoofd................8,14

R, Damsluis. Schutsluis tusschen het negende pand van de Appelschaaster- of Opsterlandsche Compagnons-vaart en de Witte Wijk (sluis no. IX) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29 in

benedenhoofd

bovenhoofd................9,07

Onder schutkolklengte wordt 7'erstaan, de lengte ge-7neten tussche7i de sluishoofden.

TOELICHTING.

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten zijn afgescheiden van do omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in den regel tloor waterkeeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinton, de kleur van den boezem of het stroomende water, waai op zij af wateren. Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven met do kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Van hooge gronden, die afwateren naar twee richtingen, is de bies in twee kleuren geblokt.

Bij belangrijke waterleidingen is de benaming in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en van ongereglemonteerdo polders, waarvan de laatste in het bijschrift zijn vermeid, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aan-gegeven, wanneer zij afwijken van den waterstaat.

Waar in het bijschrift is verwezen naar de boekjes worden bedoeld de eerlang te verschijnen beschrijvingen van de provincies Groningen en Drenthe, behoorende bij de waterstaatskaart.

In do bovengenoemde boekjes zijn gegevens opgenomen omtrent: bedijkingen, boezems, grenstractaten, kanalen, overstroomingen, reglementen, stroomende wateren, verveningen, waterkeeringen, waterschappen en waterstanden.

De waterstaatskaarten zijn, à f 1,75 por stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN

-ocr page 29-



BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN

I. Drentsche Diep, Zuidlaardermeer en Hunze of Ooster-moersche Vaart.

De Hunze of Oostermoersche Vaart ontstaat uit de samenvloeiing van het Groote Diep en het Voorste Diep. Het Groote Diep begint bij de samenkomst van het Achterste Diep en het Oude Diep of Wisch. De Hunze of Oostermoersche Vaart ontvangt o.a. op den linkeroever het water van het Havenkanaal en op den rechteroever dat van het Oasselterboerveensche Diep, de Beek en de Kniphorstwijk.

Het Schipborgsche Diep wordt in den benedetiloop Westerdiep, Drentsche A of Punterdiep en Hoornsche Diep genoemd, zie blad Assen West.

Het liolderdiep, in den benedenloop Oastcrsche Diep genoemd, is een rechter zijtak van het Schipborgsche Diep.

Vorengenoemde waterleidingen liggen gemeen met het Eentskanaal, zie blad Groningen Oost.

Het gebied bestaat uit polderland, boezemland en hooge gronden.

De volgende deelen komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor :


Gebied afwateronde op of behooronde tot;


Oppervlakte in ha met inbegrip van den boezem enfoi de stroomende wateren


Ia. de waterschappen De Onncrpolder en Krops-wolderbuitenpolder.

Deze waterschappen, die gedeeltelijk in den tioord-westhoek van het blad voor komen, maken deel uit van het gebied groot.................

dat zijn water direct afvoert op het Drentsche Diep ;

Ib. de waterschappen De Oostpolder te Noord-laren, Wolfsbarge en Nieuwe Compagnie, enz. groot .

die hun water direct afvoeren op het Zuidlaardermeer. De grootte van dit meer bedraagt 580 ha.

Ic. De Hunze of Oostermoersche Vaart c.a. beneden de grondduikers onder het Zuiderhoofddiep . .

Id. het Achterste Diep en Oude Diep of Wisch boven de grondduikers onder he.t Zuiderhoofddiep. .

Ie. het Schipborgsclte Diep c.a........

If. het Andersche Diep en liolderdiep . . . .

Ig. hel Amerdiep, zie blad Assen West . . .


2020*


1230**


12989

Zie blad Beilen Oost.

8230 8020 12110


* Exclusief de oppervlakte van het Drentsche Diep c.a.

** Exclusief de oppervlakte van het Zuidlaardermeer c.a.

Bovendien ontvaitgen de waterleidingen het overtollige water van een gebied, groot 1947 ha, dat af watert op het derde pand van het Zuiderhoofddiep en het eerste pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord (zie XXVI11).

Voor nadere bijzonderheden zie blad Groningen Oost en de beschrijving in de boekjes.

Deze wateren liggen gemeen met Jtet tweede pand van het Winschoterdiep zie blad Groningen Oost. De grootte van den boezem op peil bedraagt ongeveer 79 ha.

Het boezemgebied bestaat uit polderland en boezemland. Het heeft een oppervlakte van 5305 ha. Zie voorts de beschrijving van den boezem onder VI.

Het peil van den boezem bedraagt 0,62 m N.A.B,

Met deze vaart liggen verschillende wijken gemeen. De oppervlakte van den boezem op peil bedraagt ongeveer 8 lut.

Dc grootte van het gebied, dat zijn tvater op dezen boezem afvoert, is 50 ha.

Bij veel waterbezwaar kan worden geloosd, door tniddel van een duiker met schuif, gelegeti aan de zuidzijde van één der vhjken, op den boezem van het waterschap Kropswolde.

Het boezemgebied komt voor een zeer klein gedeelte aan den noordelijken rand van het blad voor.

Voor nadere bijzonderlteden zie blad NieuweSchans.

Op den boezem wateren geen gronden af.

Met deze kanalen liggen gemeen het Nieuwecompagniesterdiep Zuid-einde, de Molenwijk, het Kanaal Annerveenschemond en voorts een uitgestrekt wijkennet.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert,- wordt gevormd door polderland en boezemland. Het bestaat uit twee afzonderlijke deelen, waarvan de totale grootte, met inbegrip van den boezem, 1657 ha bedraagt. Bovendien ontvangt de boezem een gedeelte van het water van een gebied, groot 115 ha. Overtollig water kan worden afgevoerd, door middel van een ontlastsluis (sluis D), naar het eerste pand van het Kielsterdiep (zie II).

Het kanaalpeil bedraagt 1,41 m -t- N.A.P.

Met dit pand liggen vele wijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, wordt gevormd door een polder en boezemland. Het bestaat uit drie afzonderlijke deelen. De gezamenlijke grootte dezer deelen, met inbegrip van den boezem, bedraagt 590 ha. Twee gebieden, groot respectievelijk 115 en 985 ha loozen een gedeelte van hun overtollig water op den boezem.

Het kanaalpeil van het tweede pand bedraagt 0,9ÿ m N.A.1‘.


Met deze vaarten liggen o.a. gemeen de Molenwijk, het Beneden- en Boven Dwarsdiep te Veendam en het Zuidwendingerhoofddiep.

Het boezemgebied, groot 2770 ha, bestaat uit polderland en boezemland Bovendien ontvangt de boezem een gedeelte van het icater van een gebied groot 615 ha.

Zie ook de boezembeschrijving onder XIII.

Het kanaalpeil bedraagt 0,82 m N.A.P.

Op den boezem wateren geen gronden af.

Hiermede liggen gemeen het Westerdiep te Wildervank en een uitgebreid wijkennet.

De grootte van het boezemland, dat op den boezem afwatert, bedraagt 670 ha, inclusief de boezem. Bovendien ontvangt de boezem een gedeelte van het water van vier gebieden, waarvan de gezamenlijke grootte 1776 ha bedraagt.

Het peil van het tweede pand bedraagt 1,72 m N.A.P.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert komt gedeeltelijk aan den ooslelijken rand van het blad voor.

Zie voorts blad Boertange.

Met dit pand liggen verschillende wijken gemeen, o.a. de Poortmanswijk. Op den boezem, die gedeeltelijk aan den oostelijken rand van het blad voor komt, wateren geen gronden af.

Het kanaalpeil van het tweede pand bedraagt 1,73 m -f- N.A.P.; gedurende den winter is het peil echter 1,62 m -f- N.A.P.

Met dezen boezem ligt een uitgestrekt wijkennet gemeen, o.a. Wijk Num-meréén en Wijk Nummerdertien.

Het gebied, dat zijn water op den boezem afvoert, bestaat uit polder- en boezemland.

De totale grootte met inbegrip van den boezem, bedraagt 1455 ha. Bovendien ontvangt de boezem ten deele het water van een gebied groot 170 ha.

Zonder vergunning of bevel van of vanwege Gedeputeerde Staten van Groningen mag met het Ommelanderwijksterverlaat (sluis M) niet worden geloosd naar het eerste pand van de Ommelanderwijk (zie VIII).

Het kanaalpeil bedraagt 2,2-3 m N.A.P., des winters 2,02 m N.A.P.

Met dit pand liggen vele wijken gemeen.

Het boezemgebied bestaat uit drie polders en boezemland. De totale grootte, met inbegrip van den boezem, bedraagt 1163 ha. Bovendien ontvangt de boezem ten deele het water van een gebied groot 9 ha. Zie ook de beschrijving van boezem XVII.

Het kanaalpeil van het vierde pand bedraagt 2,62 m N.A.P., des winters 2,52 m -)- N.A.P.

Een aantal wijken ligt gemeen met dit kanaalgedeelte. Op den boezem wateren geen gronden af.

Het kanaalpeil bedraagt 1,06 m N.A.P.



pru.2 .393 Aa aa-J tahagf-jp dec haga gryanden


Oo.»Ipn/dcr Ic os ...y/oord/arcu


Zuidlaar.


Wate^Kchap


orscha/i/jca pfOJ

hJdmuncer ca


Malcjnch.w

MitZ/s/tiuvi* ca prou ”


330 ha


».



r r s f h a p 19.3 ha

-ra-J atl-^p.p thr


M'fw/h.'uil


0.6

/torarereompayo/f*-p^Ü.5


^â/t^rseôap 7yr/i/ff'iun/f^yn/f* -(AiaÜouil



.Vutl/o 0./


13.3


ha


Z.0 Oostt


/S.3


Zu/f/hu^vn mpf tah^^ry ti^r hty


J/ct OiclAf-i’c/d


XXVIIf


\ % ' Mcslcr/ccschc-, 330 ha os haircmccf/cfi


pt^o.e


IhikTschap

(V-3n. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;11

,geaJoJen 330

pfo.r

aJigd geopend'

ha rrut mla^ptp tlar-hege groadra

'f W^’‘S'ferf^Jp/f


bf/n


f/o


»1’


00


ha


lüh-prd3 hol-

13.3 ha


nra.r 440 h.-t


pta2


hl.ft


Met deze kanalen liggen gemeen : het Nieuwe Diep, de Tjassensurijk, het bovengedeelte van het Dalkanaal en vele wijken.

Het gebied, dat op den boezem afwatert, bestaat uit polder- en boezemland. De totale grootte bedraagt, met inbegrip van den boezem, 1560 ha. Zie ook de boezembeschrijving onder XX.

Het kanaalpeil is 2,83 m N.A.P.

Met deze kanaalpanden liggen o.a. gemeen : het bovengedeelte van den Bonnermond, het bovengedeelte van den Gasselterboerveensche Mond, het bovenpand van lut Alteveerkanaal, het benedengedeelte van de Krommewijk en voorts een iiitgestrekt wijkennet.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, wordt gevormd door boezemland en bestaat uit twee afzonderlijke deelen. Een dezer deelen, afwaterende op het tweede pand van het Stadskanaal en het eerste pand van het Boerendiep c.a., lueft een grootte van 925 ha, inclusief de boezem. Bovendien ontvangt de boezem ten deele het water van een gebied groot 9 ha. Zie voorts de boezembeschrijving onder XXIII.

Zonder vergunning of bevel van of vanwege de Gedeputeerde Staten van Groningen mag met het 4e verlaat in het Pekelerhoofddiep (sluis P) niet worden geloosd naar lut vierde pand van dat diep (zie XIV).

Het peil van het tweede pand van het Stadskanaal bedraagt 3,53 m -|-N.A.P. Zie voorts blad Boertange.

De belangrijkste wateren welke met deze vaarten gemeen liggen zijn : het bovengedeelte van, de Krommewijk, de Gasselternijveensche Mond, de Drouwenermond of Zuiderdiep en vele wijken.

Het gebied, dat zijn water op den boezem afvoert, wordt gevormd door polderland, boezemland en hooge gronden. Het bestaat uit twee deelen, waarvan de totale grootte met inbegrip van den boezem 2804 ha bedraagt. Zie ook de beschrijving van den boezem onder XXVI.

Het kanaalpeil is 4,57 m N.A.P.


XIX. Vierde pand van het Stadskanaal.

De belangrijkste wateren, welke met dit pand gemeen liggen zijn .• de Buinermond, het Dwarsdiep, het Noorderhoofddiep en het eerste pand van het Zuiderhoofddiep.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, komt gedeeltelijk aan den oostelijken rand van het blad voor. Zie voorts blad Boertange.

Het kanaalpeil van het vierde pand bedraagt 5,85 m N.A.P.


XX. Benedengedeelte van den Oasselterboerveensche Mond.

Met lut benedengedeelte van deze vaart liggen gemeen het Dwarsdiep en vele wijken.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit polderen boezemland. De totale grootte, met inbegrip van den boezem, bedraagt 462 ha.

Overtollig water kan worden geloosd, door middel van een duiker met schuif, op de wijken in het waterschap Bonnerveen (zie XVI).


Hiermede liggen gemeen vier wijken in het waterschap Oasselternijeveen. Op den boezem wateren geen gronden af.

Hiermede liggen gemeen drie wijken in het waterschap Oasselternijeveen Op den boezem wateren 14 ha boezemland af.


Met het benedengedeelte van dit diep liggen een aantal wijken van het waterschap Nieuw-Drouwen gemeen.

Het gebied, dat zijn water op den boezem afvoert, wordt gevormd door boezemland en bestaat uit twee afzonderlijke deelen. De gezamenlijke grootte, met inbegrip van den boezem, bedraagt 109 ha. Overtollig water kan worden geloosd, door middel van een duiker met schuiven, op den boezem van het tweede pand van het Stadskanaal (zie XVII).

Het boezemgebied komt gedeeltelijk aan den oostelijken rand van het blad voor.

Zie voorts blad Boertange.


Met dit gedeelte van het Boerendiep ligt gemeen het ivijkennet van lut waterschap Stadskanaal Oost. De boezem komt gedeeltelijk aan den oostelijken rand van het blad voor.

Gedurende negen maanden van het jaar wordt gestreefd naar een peil van 5,15 m -)- N.A.P.

Zie voorts blad Boertange.

Met het benedengedeelte van deze wijk liggen twee wijken gemeen. Er watert 1 ha boezemland op den boezem af.

Overtollig water kan worden afgevoerd, door middel van een duiker met schuif aan de noordoostzijde van de Kerkhofswijk, op den boezem van het derde pand van het Stadskanaal (zie XVIII).

Gedurende negen maanden van het jaar wordt gestreefd naar een peil van 4,75 m N.A.P.


VERKLARING DER TEEKENS


Electrisoh gemaal


Stoomgemaal

Oliegemaal


Z.O.Z.


met opgave van den aard van het bemalings-werktuig (c = centrifugaalpomp; s = schroef-pomp; t = trechterpomp; v = vijzel) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangogeven opvoerhoogte.


Windmotor met raddiameter in m.

Windmotor, raddiametor in m, met oliemotor als hulpdrijfwerk.


Windmolen met vlucht in m.


Kleine windmolen.


Schutsluis.


Uitwateringss! uis.


Keersluis.


Hulpsluis, doet dienst bij veel waterbezwaar.


Inlaatsluis.


Grondduiker.


Grondduiker met afsluiting.


Stuw.


Damwand; wordt tijdens de aardappelcampagne getrokken.

Damwand waarin schuif.

Hoofdmerk ^ van het

„ , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, i N.A.P.

Verkenmerk )


Peilschaal.


Polderpeil

Zomerpeil

Gowenscht peil


Hoogtecijfer


Verharde weg.

Weg in aanleg.


in meters t.o.v. N.A.P.



Universiteits bibliotheek Utrecht


Spoorweg.

Grootte van polders, boezem- en stroomgebieden in ha, volgens meting op de kaart met den planimeter.

Provinciale grens. Deze is in het algemeen slechts aangegeven, voor zoover zij niet samenvalt met een administratieve watersohapsgrens.

Administratieve grens van een waterschap.

Noordoostelijke administratieve grens van het waterschap De Tweede

Pomppolder.

Rioleering.


De Waterstaatskaarten zijn, à f 6,00 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTE


lt;b.


ICHTEN VOORBEHOUDEN


lt;Sgt;


docui


-ocr page 30-

BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN (Vervolg)


lt;^-r 'i Ÿ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;XXl^H. Tweede pand van het Zuiderhoofddiep.

’^ ' nbsp;nbsp;• nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Met dit pand liyt een aantal wijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit polderen boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van den boezem, 542 Ita.

Het kanaalpeil van het tweede pand is 6,45 m N.A.P.

XXVIII. Derde pand van het Zuiderhoofddiep en het eerste pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord.

Met deze kanaalpanden liggen gemeen de haven te Buinen en een uitgestrekt wijkennet.

Het gebied, dat zijn water op den boezem afvoert, bestaat uit drie afzonderlijke deelen boezemland en hooge gronden. De totale grootte met inbegrip van den boezem bedraagt 1947 ha.

Overtollig .water kan worden geloosd, door middel van een ontlastsluis (sluis Ei) gelegen in den noordwestelijken dijk van het eerste pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord, naar het Voorste Diep (zie Ic).

Het kanaalpeil bedraagt 6,90 m N.A.P.


In het Annerveensch- en Eexterveensch Kanaal.

Q. Eexterveenschverlaat. Schutsluis tusschen het eerste en het tweede pand van het Annerveensch- en Eexterveensch Kanaal ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27 m......................


benedenhoofd bovenhoofd .


Wijdte in den dag


5,98

6,01


Hoogte in m t.o.v.

N.A.P.


Slagdrempel


— 0,64

0,693


Bovenkant vloer


In R.


het Dalkanaal.

Keersluis, één paar puntdeuren. De sluis wordt


gesloten van 1 December tot 1 April


In het Stadskanaal.

S. le Verlaat. Schutsluis tusschen Itet eerste en het tweede pand van het Stadskanaal ; twee paar pimtdeuren, schutkolklengte 36,15 m.............. benedenhoofd............... bovenhoofd................


5,47


6,00


— 0,71


0,704

1,372


XXIX. Tweede pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord,

Op dit pand wateren geen gronden af. De boezem kan overtollig water loozen door twee stroomduikers, gelegen aan beide zijden van schutsluis N°. 1 (sluis P^f, naar het eerste pand van het kanaal.

Het kanaalpeil van het tweede pand bedraagt 8,76 m N.A.P.


XXX, Derde pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord,

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, komt voor op Itet blad Beilen Oost.

De boezem kan overtollig water loozen, door middel van twee stroomduikers, gelegen aan beide zijden van schutsluis N°. 2 (sluis Oi).

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 10,76 m N.A.P.


XXXI, Vierde pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit hooge gronden en is onderverdeeld in drie deelen. Twee dezer deelen, waarvan het kleinste een oppervlakte heeft van 355 ha, komen gedeeltelijk aan den zuidelijken rand van het blad voor. Het kanaalpeil van het vierde pand bedraagt 12,76 m N.A.P.

Zie voorts blad Beilen Oost.


Deze vaart ligt gemeen met het vijfde pand van Itet Stadskanaal. Het gebied, dat op dezen boezem afwatert, komt gedeeltelijk in den zuidoostelijken hoek van itet blad voor. Het kanaalpeil van het vijfde pand van het Stadskanaal bedraagt 7,33 m N.A.P.

Zie voorts blad Boertange.

Eenige wijken, die met dit pand gemeen liggen, komen in den zuidoostelijken hoek van het blad voor.

Zie de bladen Beilen Oost, Boertange en Roswinkel,


SLUIZEN Wijdte in Hoogte in m t.o.v. den dag N.A.P.


In het Nieuwecompagmesterdtep, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;drempel vloer

In het Borgercompagniesterdiep,

het eerste en het tweede pand van itet Borgereompagniester-

diep ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 25,10 m. . .

benedenhoofd

bovenhoofd

In drie wijken van het waterschap Jeannette,

Noordelijke................5,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 0,68

Middelste............ 5,02 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 0,68

Zuidelijke.................5,02 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■—0,66

In het Kielsterdiep,

van het tweede pand van het Kielsterdiep naar het eerste pand van dit diep ,■ drie openingen, elk met een schuif, elke

opening.....................1,00* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 0,106


E. Kielsterverlaat. Schutsluis tusschen het eerste en het tweede pand van het Kielsterdiep ; twee paar pzintdeu-


ren, schutkolklengte 26,70 m.............6,00

benedenhoofd...............—1,58

bovenhoofd................— 0,81


In het Westerdiep,

In de wijk aan de zuidgrens van het waterschap De Vereenigde Polders.


In twee wijken van het waterschap Het Westerdiep.

H. Keersluizen -j- (naaldstuwen)........

Noordelijke................

4,80

— 1,38

Zuidelijke.................

4,80

— 1,28

In de wijk tusschen de waterschappen Verbetering en Midden-Ooster.

I. Keersluis -)- (naaldstuw)..........

4,93

— 0,38

In de wijken, ten noorden van het Zuidwendingerhoofddiep.

J. Keersluizen -f- (naaldstuwen)

van west naar oost............

5,03

— 0,62

4,95

— 0,57

4,90

— 0,88

4,83

— 0,62

4,76

— 0,57

4,77

— 0,60

4,88

— 0,83

4,88

— 0,61

4,95

— 0,58

4,60

— 0,68

4,82

— 0,64

5,07

— 0,60

In het Oosterdiep. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

K. Beneden Wildervankster- of Participanten Ver-

laat. Schutsluis tussch.en Itet eerste en liet tweede pand van het Oosterdiep ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 45,05 m....................

6,90

benedenhoofd...............

— 1,46

bovenhoofd................

— 0,34

L. Boven Wildervankster- of Batjeverlaat. Schutsluis tusschen het tweede en het derde pand van het Oosterdiep ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 35,70 m. .

6,00

benedenhoofd...............

— 0,28

bovenhoofd................

-I- 0,476


In de Otnmelanderwijk.

In het Pekelerhoofddiep.


T. 2e Verlaat. Schutsluis tusschen het tweede en liet derde pand van het Stadskanaal ; twee paar putitdeuren, schutkolklengte 27,05 m..............

benedenhoofd...............

bovenlioofd................


U. 3e Verlaat of Buinerverlaat. Schutsluis tussclten het derde en het vierde pand van Itet Stadskanaal.

Nieuwe sluis (oostelijk) ; twee paar puntdeuren, sehut-kolklengte 35,93 m................ benedenhoofd............... bovenhoofd................

Oude sluis (westelijk) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 24,12 m................ benedenhoofd ............... bovenhoofd ................


In V.


In


6,00


6,00


5,10


1,343

2,243


2,457

3,295


2,25

3,33


den Gasselterboerveensche Mond.

Keersluis -j- (naaldstuw)


het Boerendiep.


W. Schutsluis tusschen het eerste en het tweede pand van het Boerendiep ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 26,10 m................... benedenhoofd ............... bovenhoofd ................


6,00


1.39

2,614


In X.


In IJ.


In Z.


In


de Krommewijk.

Keersluis (schotbalksluis)


het le Dwarsdiep.

Keersluis -)- (naaldstuw)


het ze Dwarsdiep.

Keersluis 1- (naaldstuw)


het Noorderdiep.


Aj. Keersluis (naaldstuw)


In de wijk ten zuidoosten van de Kerkhofswijk.

Bj. Keersluis -h (naaldstuw)..........


In het Zuiderhoofddiep.

Ci. le Verlaat. Schutsluis tusschen het eerste en Itet tweede pand van het Zuiderhoofddiep ; tivee paar puntdeuren, schutkolklengte 29,05 'm

benedenhoofd ...............

bovenhoofd................


Dx. 2e Verlaat. Schutsluis tusschen Itet tweede en het derde pand van het Zuiderhoofildiep ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 22,70 m............ benedenhoofd ............... bovenhoofd................


In het Kanaal Buinen-Schoonoord.

Ej. Ontlastsluis in den noordwestelijken dijk van het eerste pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord naar het Voorste Diep ; twee openingen, elk met een schuif, elke opening ....................


Fj. Schutsluis N°. 1. Schutsluis tusscheti het eerste en het tweede pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 29 m........ benedenhoofd............... bovenlioofd................

Aan beide zijden van de schutsluis bevindt zich een stroomduiker, elke stroomduiker één opening, met een schuif......................


Gi. Schutsluis N“. 2. Schutsluis tusschen het tweede en het derde pand van het Kanaal Buinen-Schoonoord ; twee paar puntdeure7i, schutkolklengte 29 m...... benedenhoofd ............... bovenhoofd ................

Aan beide zijden van de schutsluis bevindt zich een slrootnduiker, elke stroomduiker één opening, met een schuif......................


6,00


5,70


5,50


5,90


5,00


6,26

6,19


5,96


1,50


6,00


0,90*


6,00


0,90*


2,57


2,75


3,43


3,34

3,93


4,60

4,70


5,55


5,45


4,36

6,36


6,36

8,36


7,06


9,06


* = diameter.

-f- = de sluis wordt tijdens de aardappelcampagne geopend.

Onder schutkolklengte wordt verstaan, de lengte gemeten tusschen de sluishoofden

STUWEN


Naam waterleiding waarin stuwen geplaatst zijn

Stuwen

Kruin

breedte m

hoogte in meters t.o.v.

N.A.P.

Oostermoersche Vaart . . .

Hi

vaste sttiw

5

2,68

Voorste Diep.......

A

vaste stuw

5

5,51


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder Annerveenschekanaal, polder Baas, polder Bakker, polder Bazuin, polder Bekker, polder Boerema, polder Boontfes, polder Bos(g), polder Bosker, polder Brouwer, polder Dallinga, polder Germs, polder Oroenewold, polder Hamminga (c) groot 2 ha; polder Hazelliof, polder Heres, polder Hilbrand Brants (e), polder Hogen-esch, polder Kanninga, polder Kamps, polder Kanon (d) groot 2 ha; polder Ten Kate, polder Karsten, polder Kroeze (b) groot 1 ha; polder Koning, polder Luining (a), polder Marring, polder Meyer, polder Meursing, polder Mulder, polder Nieboer, polder Nienhuis, polder Nieuwgraven, polder Het Poeltfe, polder Schreuder, polder Schuiling, polder Schuringa, polder Smeenk, polder Smit gelegen ten westen van het Kalkwijksterdiep; polder Smit, polder Strookartonfabriek De Kroon, De Swart-polder, polder Topper, polder Uitvlugt, polder Volders, polder De Vries gelegen ten zuidwesten van het Zuidlaardermeer ; polder De Vries, polder Wichering, polder Zondag, polder Zondag (f).


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met oen eigen waterstand. Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Polders die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Van polders, die naar twee richtingen afwateren, is de tint gestreept overeenkomstig de kleuren van die boezems.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Van boezemland, dat naar twee richtingen afwatert, is de bies in twee kleuren geblokt.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en van ongereglementeerde polders, waarvan de laatste in het bijschrift zijn vermeld, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen slechts aangegeven, wanneer zij afwijken van die van den waterstaat.

Waar in het bijschrift is verwezen naar de boekjes, worden bedoeld de eerlang te verschijnen boekjes, beschrijvingen van de provinciën Groningen en Drenthe, beboerende bij de waterstaatskaart.

In de bovengenoemde boekjes zijn gegevens opgenomen omtrent; bedijkingen, boezems, grenstractaten, kanalen, overstroomingen, reglementen, stroomende wateren, verveningen, waterkeeringen, waterschappen en waterstanden.


-ocr page 31-

Hoogte slag-

Schut- Wijdte drempel kolk- nbsp;nbsp;in do nbsp;nbsp;nbsp;iii m

lengte nbsp;nbsp;dag nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v.

in m nbsp;in m nbsp;N.A.K

SLUIZEN

Hoogto slag-

Schut- Wijdte dremjicl kolk- in de in m lengte nbsp;nbsp;dag nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v.

in m nbsp;nbsp;nbsp;in in nbsp;N.A.P.

In het waterschap Reiderland

A. Hensel verlaat, schutsluis tussen de Pekel A en het

Winschoterdiep (de Pensel); twee stel puntdeuren, slagdrempels even hoog. De sluis wordt alleen gesloten bij een stand van 0,92 m N.A.P.............35,—■ nbsp;6,— nbsp;—* D38


B. Keersluis onder de brug over de Zuiderveeiisterwijk ; één stel puntdeuren. De sluis wordt (dlcen gesloten, bij hoge standen van de Pekel A........*


6,27 nbsp;— 0,86


Ïn de Scholtenswijk

C. Keersluis (schotbalksluis). Deze sluis wordt gesloten van 1 November tot l Mei...........


4^— nbsp;— 0,58


In het Pekelerhoofddiep

D. Benedenst© Pekolorverlaat o/ ie Verlaat, schutsluis tussen het eerste en tweede pand van het Pekelerhoo/d-


diep ; twee stel puntdeuren.............26,60 nbsp;nbsp;6,—

benedenhoofd................■— 1^39

bovenhoofd.................—-0,17


E. Middelste Pekolorverlaat of 2o Verlaat, schutsluis tussen het tweede en derde pand van het Pekelerhoofddiep ; twee stel puntdeuren................26,— benedenhoofd................ bovenhoofd .................


6,-~

— 0,27

1- 0,10


In het Ruiten A kanaal

X. Veelerveenstersluis, schutsluis tussen het eerste en tweede pand van het Ruiten A kanaal........27,— nbsp;nbsp;6,— benedenhoofd, één stel puntdeuren.......— 0,83 bovenhoofd, één deur............■]- 0,18

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......3,25 nbsp;nbsp;4~ 9,38

IJ. Vlagtweddersluis, schutsluis tussen het tweede en derde pand van het Ruiten A kanaal........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......'}-

bovenhoofd, één deur............4*

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......2,59 nbsp;nbsp;4quot; It39

Z. Boertangorsluis, schutsluis tussen het derde en vierde pand van het Ruiten A kanaal........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......4*

bovenhoofd, één deur............4*

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......2,59 nbsp;nbsp;-h 2,49

Ai. Bakovenpomp, stenen duikersluis met schuif. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;9,99 nbsp;nbsp;nbsp;p 3,66

Hierdoor kan het vierde pand van het Ruiten A kanaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer

overtollig water afvoeren op de Rille, welke in open verbinding staat 7net de Eerns.

Rijkspand van 199 m boven tot 195 m beneden de Bakovenpomp,


In de Poortmanswijk

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Koppelsluis tussen de Poortmanswijk en het tweede

pand van het Alteveerkanaal ; drie stel puntdeuren, elke kolk 2J,—■ benedenhoofil................■—■ 0,28

middenhoofd.................h bovenhoofd ................. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i-

In het Alteveerkanaal

  • G. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen liet eerste en tweede pand van het

Alteveerkanaal; twee stel puntdeuren.........26,— benedenhoofd.................■— 0,07 bovenhoofd.................\- 1,53

In de KrommewiJk

  • H. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis*) (schotbalksluis).........6,— nbsp;nbsp;-[■ 2,84

In het B,L. Tijdens- of Vereenigd kanaal

  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Vriescbeloostersluis, schutsluis tussen het eerste en

tweede pand van het B.L. Tijdens- of Ï^ereenigd kanaal 27,—■

benedenhoofd, één stel ptmtdeuren.......—

bovenhoofd, één deur............—

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskana(d met stroomsluis ; één opening inet schuif.......J—

In het Mussel A kanaal

J. Veelersluis, schutsluis tussen het eerste en tweede

pand van het Mussel A kanaal...........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......—

bovenhoofd, één deur............-j-

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening 7net schuif.......2,— nbsp;nbsp;nbsp;1- 0,39

benedenhoofd, één stel puntdeuren

bovenhoofd, één deur............-p

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingska naal met slrootnsluis, één opening met schuif.......1^7,^ nbsp;nbsp;nbsp;] 1,41

  • L. nbsp;nbsp;nbsp;Harpolsluis, schutsluis tussen het derde en vierde pand van het Mussel A kamtal...........27,— nbsp;6,—

  • benedenhoofd, één stel puntdeuren.......|- 1,21

  • bovenhoofd, één deur............J- 2,24

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif ....... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1^5/) nbsp;nbsp;-[ 2,44

  • M. nbsp;nbsp;nbsp;Mussel- of Kopstukkonsluîs, schutsluis tussen het

vierde en vijfde pand van het Mussel A kamml . . . . 27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......4-

bovenhoofd, één deur

Zuidelijk van deze sluis bevindt zich een omleidiiigskanaal met stroomsluis, één opening met schiiif.......j 50 -J 3,46

  • N. nbsp;nbsp;nbsp;Zandtangesluis, schutsluis tussen het vijfde 01 zesde pand van het Mussel A kanaal........27,— nbsp;nbsp;6,—

  • benedenhoofd, één stel puntdeuren.......3,26

  • bovenhoofd, één deur............j- 4,28

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskauaal met stroomsluis, één opening met schuif.......j^25 nbsp;nbsp;nbsp;H Igt;‘^8

  • 0. nbsp;nbsp;nbsp;Braambergcrsluis, schutsluis lassen het zesde en zevende pand van het Mussel A kanaal.......27,—■ nbsp;nbsp;6,—

  • benedenhoofd, één stel puntdeuren.......4- 4,28 bovenhoofd, één deur ............ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;|- 5,39

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......J^25 nbsp;nbsp;nbsp;1* 3,59

  • P. nbsp;nbsp;nbsp;Jipsingboormusselsluis, schutsluis tussen het ze

vende en achtste pand van het Mussel A kanaal . . . 27,—•

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......-p

bovenhoofd, één deur............4-

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif ....... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j g,^ nbsp;nbsp;4- 6,52

B^. Wollinghuizersluis, schutsluis tussen het vierde en vijfde pand van het Ruiten A kanaal........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......-p 2,29

bovenhoofd, één deur............4 3,21

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening niet schuif.......2,25 nbsp;nbsp;4* 3,41

Ci. Jipsinghuizorsluis, schutsluis tussen het vijfde en zesde pand van het Ruiten A kanaal........27,— nbsp;nbsp;6,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......4' 3,21

bovenhoofd, één deur............-p 4,22

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......1,89 nbsp;nbsp;-] 4,42

Dj. Schotbalksluis tussen het zesde pand van het Ruilen A kanaal en de hoofdwijk in de BeUingervenen, oostwaarts lopende; één opening...........6,— nbsp;nbsp;4- ‘It37

aan de westzijde in elk landhoofd twee schotbalkspon- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer

ningen op een onderlinge afstand van A: 9,70 m; bovenkant schotbalken in gesloten stand 6,92 m -j- N.A.P.

De sluis wordt gesloten wanneer Gedeputeerde Blaten van Groningen dit nodig oordelen in het belang van de scheepvaart op het Ruiten A kanaal.

E^. Sollingersluis, schutsluis tussen het zesde en zevende pand van het Ruiten A kanaal...........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......4' bovenhoofd, één deur............4' Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......1,89 nbsp;nbsp;nbsp;| 5,43

Fj. Zuidvoldsluis, schutsluis tussen het zevende en achtste pand van het Ruiten A kanaal........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......p

bovenhoofd, één deur............-p 6,24

Zuidoostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidings-kamnd met stroomsluis, één opening met schuif . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,81/ nbsp;nbsp;4' 6,44

ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder DalUnga, polder Dijks, polder' Dun, polder Germs, polder Goeds en Btikker, De Mallemolenpolder, polder Meijer, polder Meursing, polder Nieboer, polder Bmeenk, polder Bmil, polder Btaatsdomeinen, polder Bleenfabriek Oostelijk Groningen N. V. (S^i^), polder Btrookartonfabriek de Kroon (B), polder Topper, polder Toxopeus, groot 15 ha ; polder Toxopeus (t), groot 9 ha, ; polder Uitvlucht, bassin aardappelmeelfabriek, polder De Vries, polder Wage.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan do hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met oen eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloton.

De polders hebben, in verschillende tinten, do kleur van de boezem waarop zij afwateren. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben do tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem, waartoe zij behoren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van hot gebied, dat op die boezem afwatert.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en ongercglemonteerde polders, voor zover deze laatste vermeld zijn in het bijschrift, zijn in bruin op do kaart aangogeven. Indien de duidelijkheid dit niet toeliot, verwijst een letter in dezelfde kleur naar de naam van de polder in het bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Voor nadere bijzonderheden zij verwezen naar het eerlang verschijnende werkje ,,Beschrijving van de provincie Groningen, behorende bij do Waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgonomon omtrent waterkeringen, bedijkingen, kanalen, stromende wateren, boezems, overstromingen, verveningen on droogmakerijen, gronstractaten, reglementen, waterschappen en waterstanden.

Voor de beschrijving van do juiste plaats dor poilmerkon van het Normaal Amsterdams Peil zio deel TT, register T Groningen en deel TT, register ITT Drenthe.


Jn het Stadskanaal

Q. 5o Verlaat of 2o Mussolverlaat, schutsluis tussen het vijfde en zesde pand van het Btadskanaal.

Nieuwe sluis (westelijk)............. benedenhoofd, één roldeur.......... bovenhoofd, één stel puntdeuren........

Oude sluis (oostelijk), twee stel puntdeuren . . . . benedenhoofd................ bovenhoofd .................

Deze sluizen worden, uitsluitend in droye tijden, gebruikt voor de voeding van de liiger gelegen panden van het Sfiids-kannal.

3S,~

27,-,t)

5,95

5,59

,5,23

-I- 6,07

-|- 5,63

I 5,87

R. 4o Verlaat of lo Mussolverlaat, schutshris tussen het vierde en vijfde pand van het Btadskanaal.

Nieuwe sluis (westelijk), twee stel puntdeuren . . . benedenhoofd................ bovenhoofd .................

Glide sluis (oostelijk), twee stel puntdeuren . . . . benedenhoofd................ bovenhoofd .................

38,80

23,80

6,—

.5,00

3,77 t- 1,7'3

-1- 4,20

-I 4,38

S. «3o Verlaat of Buinervorlaat, schutsluis tussen het derde en vierde pand van het Btadskanaal.

Nieuwe sluis (oostelijk), twee stel puntdeuren . . . benedenhoofd................ bovenhoofd .................

Oude sluis (westelijk), twee stel puntdeuren . . . . benedenhoofd ................ bovenhoofd .................

30,03

21,07

b,—

,5,10

-I- 2,48

-I- 3,30

2,23

p 3,33

In de wijk ten zuidoosten van de Kerkhofswijk

T. Keersluis*) (verticale balken)........

5.—■

1 3,4,3

In het Zuiderhoofddiep

U. lo Verlaat, schutsluis tussen het eerste en tweede pand va7i het Zuiderhoofddiep; Iwee stel puntdeuren . .

be^iedenhoofd ................ bovenhoofd.................

20,0,';

0,20

G, 10

■(- 3,34

I- 3,03

In het Noorder- of Boerendiep

V. Keersluis*) (verticale balkeit).........

0,05

3,43

In de tweede Onstwedderwijk

W. Keersluis*) (verticale balken)........

4,35

J- 5,2 i

*) De sluis wordt tijdens de aardappelcampagne geo]gt;end.




-ocr page 32-


W'aterschai^'-^ 655 ha

Concordia p.-l,58^^lt;-^


ff'atetschap ,■


fPaterschap p_.j 63 Buitenlanden


BOEZEMS



Boezem van het waterschap Oldambt

Het boezemgebied komt voor een klein gedeelte aan de noordelijke, rand van het blad voor.

Het boezempeil bedraagt 1,28 m — N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Nieuwe Schans.



XX. Tweede pand van het B. L. Tijdenskanaal; eerste pand van het Mussel A kanaal en eerste pand van het Buiten A kanaal

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit boezemland.


Het Het


heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 608 ha. kanaalpeil bedraagt 1,37 m 4 N.A.P.


690 hu \ fTeslerleeschp \ p.-l,68

Lagemeeden


p.-1.30 Heiligerlee


1-6— 0.6



Onderdeel


2220 ha


111


tr-p

IV


Jratersennp 1125 ha Zuider


p.S.SH E Hl er nd


Ir a ters


z.n, 0»25


p.-1.48


Reiderland


Onderdeel


ßru^m


0.7


25


fVaterschap

250 ha


Het Rf*llinfçwQlflpj-. [ ’‘■P 0.25 nbsp;nbsp;1

Veen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*


275


1.9


11» Boezem van het waterschap Reiderland


Het boezemgebied bestaat uit polderland en loost door de Reidcrlandersluis op de Dollard.

Het 4e, 3e en 6e onderdeel van hel waterschap komen grotendeels op het blad voor.

Het boezempeil bedraagt 0,68 m — N.A.P., hel maalpeil 0,62 m -|- N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Nieuive Schans.


III. Eerste pand van het Kielsterdiep, Kalkwijksterdiep; eerste pand van het Borgercompagniesterdiep, Tripscompag-niesterdiep, enz.


Het gebied, dal zijn water op deze boezem afvoert, komt voor een zeer klein gedeelte aan de westelijke rand van het blad voor.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Assen Oost en Groningen Oost.


IV, Tweede pand van het Westerdiep; eerste pand van het Oosterdiep en het eerste pand van de Ommelanderwijk

Het gebied, dat zijn wlt;tter op deze boezem afvoerl, komt voor een klein gedeelte aan de westelijke rand van het blad voor.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Assen Oost.


Pekel A en het eerste pand van het Pekelerhoof ddiep


Met dit pand liggen vele wijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit polderen boezemland. De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 4773 ha.

Het kanaalpeil van dit pand bedraagt 0,62 m -|- N.A.P. (Winsehoterpeil).


VI. Tweede pand Pekelerhoofddiep


Met dit pand liggen vele wijken gemeen, o.a. de Poortmemswijk.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem af voert, bestaat uil boezemland en heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 42 ha.

Het kanaalpeil van dit paml bedraagt 4,73 m 4- N.A.P. ; ge,lt;lurende de winter is het peil echter 1,62 m 4- N.A.P.


Hel


Tweede pand van het Mussel A kanaal en het Zijkanaal gebied, dat zijn water op dit pand afvoerl, bestaat uit boezemland


en hoge grotulen.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte imn 32J0 ha.

Een deel van de Mu88el A en het Pagediep staan in open verbinding met het Zijkanaal.

Pij veel waterbezwaar kan dit pand water afvoeren over een stuw onder de brug in de noordivcstelijke dijk van het Zijkanaal.


Het


hananlpeil hedrafigt 2,39 nir 4- N.A.Ï*.


Waterschap


hn


Zii-Wm- f..olt;'ld






Hel Het


Derde pand van het Mussel A kanaal

gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland. heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 353 ha.


Een deel van de Mussel A staat ermede in open verbinding. Het kanaalpeil bedraagt 3,11 m N..4,P.


Het gebied, dal zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 1236 ha.

Een deel van de Mussel A staat ermede in open verbinding.


Het


Het


kfinaalpeil bedraagt 4,44 m f- N.Ä.P.


Vijfde pand van het Mussel A kanaal


gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat nit boezeodand


en hoge gronden.


Het Het


Hel


heeft, met inbegrip van, de boezem, een grootte van 310 ha. kanaalpeil beilraagt ;gt;,46 m N.A.P.


Zesde pand van het Mussel A kanaal


gebial, diil zijn water op dit pand afvoert, bestaal nil hoezemland


en hoge gronden.


Het Het


heeft, met ittbegrip van de boezem, een grootte van S3ö ha. kanaalpeil bedraagt 6,48 m N.A.V.


VII. Derde pand van het Pekelerhoofddiep en het tweede pand van de Ommelanderwijk


Met deze boezem liggen vele ivijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaal uit polder- en boezemland.

De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 1443 ha.

Bovendien ontvangt de boezem ten dele het water van een gebied, groot 170 ha.

Het peil van deze tnet elkaar gemeen liggende kanaalpanden. bedraagt

2,2.3 m 4“ N.A.P.; gedurende de winter 2,02 m 4 N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Assen Oost.


VIII. Vierde pand van het Pekelerhoofddiep


Met dit pand liggen vele wijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uil polderen boezemland.

De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 1168 ha.

Bovendien ontvangt de boezem ten dele het water van een gebied, groot 9 ha. Het kanaalpeil bedraagt 2,62 m 4’ N.A.P, ; geflurende de winter 2,32 m 4- N.A.P,

Voor nadere bijzonderheden zie blad Assen Oost.


IX. Vijfde pand van het Pekelerhoofddiep; tweede pand van het Stadskanaal; eerste pand van het Boerendiep en tweede pand van het Alteveerkanaal

Met deze boezem ligt een uitgestrekl wijkennct gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit vier afzonderlijk liggende delen boezemland. Drie van deze delen, afwatereml via het tweede pand van het Alteveerkanaal op het eerste pand van het Boerendiep, hebben, met inbegrip van de boezem, gezamenlijk een grootte van 37,3 ha. Bovendien ontvangt de boezem ten dele hel water van een gebied, groot 'J ha.

Het peil van deze met elkaar gemeen liggende kanaalpanden bedraagt 3.40 m 4- N.A.P.

Zie voorts blad Assen Oost.


Eerste pand van het Alteveerkanaal

Met dit pand liggen enige ivijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaal uit boezemland en hoge grotulen. Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 160 ha.

Overtollig water kan geloosd worden naar het eerste pand van het Pekelerhoofddiep over een stuiv, waarvan de bovenkant ligt op 1,0,3 m 4-N.A.P.


XI, Derde pand van het Stadskanaal en het tweede pand van het Boerendiep

Met deze boezem ligt een uitgestrekl wijkennel gemeen.

Het gebied, dal zijn ivater op deze boezem afvoert, bestaal nit polderland, boezemland en hoge gronden.

Zie voor nadere bijzonderheden blad Assen Oost.


XII. Boerendiep boven de dam ter hoogte van het je Verlaat (Sluis B) in het Stadskanaal

Met dit gedeelte van het Boerendiep ligt een wijkennel gemeen.

Op dit pand wateren geen gronden af.

Overtollig water kan worden afgevoerd door middel van een duiker met schuif in de dam ter hoogte van het 3e Verlaat in het Stadskanaal.

Gedurende negen maanden van hel jaar wordt gestreefd naar een peil van ,3,1,3 m N.A.I’.










Met


Zevende pand van het Mussel A kanaal


dit pand ligt het Zijkanaal naar de SelUngervenen gemeen.


Er wateren geen gronden op af.

Het kanaalpeil bedraagt 7,30 m -|- N.A .P.


Met dit pand ligt een wijkennel gemeen, terwijl het levens het water ontvangt van de Huilen .4.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 7003 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 2,38 m 4- N.A.P.

Zie voorts blad Boswinkel.


Het gebieil, dat zijn water op dit pand a/voert, bestaal uit boezemland.


Het Het


Met


heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 330 ha. kanaalpeil beilraagt 3,30 m |- N.A.P.


Vierde pand van het Buiten A kanaal

dit pand liggen gemeen het Zijkanaal, het Stobbenkanaal en hel


Moddermansdiep.

Overtollig water kan worden afgevoerd door middel van de Bakovenpomp (sluis Ai) op de Bille.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.


Het Het


Hel


heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 1410 ha. kanaalpeil bedraagt 4,40 m k N.A.P.


Vijfde pand van het Buiten A kanaal

gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaal uit boezemland


en hoge gronden.


Het Het


Hel


heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 380 ha. kanaalpeil bedraagt 3,41 m |- N.A.P.


Zesde pand van het Binten A kanaal

gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaal uit boezemland


ca hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van ile boezem, een grootte van 67,3 ha.

Bovendien ontvangt de boezem ten dele het water van een gebied,, groot 4!) ha.

Het kanaalpeil bedraagt 6,42 m |- N.A.P.

Zie voorts blad Boswinkel.


XXXII. Zevende pand van het Buiten A kanaal

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoerl, komt voor een zeer klein gedeelte aan de zuülelijkc rand van het blad voor.

Hel kanaalpeil bedraagt 7,43 m 4- N.A.P.

Voor bijzonderheden zie blad Boswinkel.


XXXIII. Achtste pand van het Buiten A kanaal

Dit pand komt voor een klein gedeelte aan de. zuidelijke rand van het blad voor.

Het kanaalpeil bedraagt 8,71 m 4 N.A.P.

Voor bijzonderheden zie. blad Boswinkel.


K^àf^^r^uftif^


heide


s b U idi luni


moor



XIII, Vierde pand van het Stadskanaal

Met dit pand ligt een uitgestrekl wijkennel gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoerl, bestaat uit één polder en hoezemland. Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 116,3 ha.

Hel kanaalpeil bedraagt 3,70 m 4- N.A.P.

l'oor nadere bijzonderheden zie blad Assen Oost.


XIV. Benedengedeelte van de Kerkhofswijk

Met het benedengedeelte van deze wijk liggen twee wijken gemeen.

Er watert 1 ha hoezemland op af.

Overtollig water kan worden afgevoerd op de boezem van het derde pand van het Stadskanaal, door middel van een duiker met schuif aan de noordoostzijde van de Kerkhofswijk (zie Xl).

Gedurende negen maanden van het jaar wordt gestreefd naar een peil van 4,73 m 4- N.A.P.


XV. Tweede pand van het Zuiderhoofddiep

Met dit pand ligt een aantal wijken gemeen.

Het gebietl, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit polderen boezemland. Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 317 ha.


Het Zie


XVI.

Het


kanaalpeil bedraagt 6,46 m N.A.P. voorts blad Assen Oost.


Vijfde pand van het Stadskanaal

gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, komt gedeeltelijk in de


znidwestelijke hoek van het blad voor.


Het Zie


XVII.


kanaalpeil bedraagt 7,20 m X.A.P.

voorts de bladen Assen Oost, Peilen Oost en Hoswinkel.


Tweede Onstwedderwijk


Met deze wijk liggen enige andere wijken gemeen. Er wateren geen gronden op af.


XVIII. Zesde pand van het Stadskanaal en achtste pand van het Mussel A kanaal

Enige wijken, die met dit pand gemeen liggen, komen, aan de zuidelijke rand van het blad voor.

Zie voorts de bladen Beilen Oost en Boswinkel.


XIX. Westerwoldsche A

Deze boezem wordt gevormd door de beneilendelen van de Buiten A en de Mussel A, de Westerwoldsche A, het benedenpand van het B.L. Tijdens-kanaal en het Veendiep.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, beslaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.


Het Het Zie


heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 10 123 ha.


boezempeil bedraagt 0,23 m 4- X..l.P. (.4 voorts blad Nieuwe Schans.


Universiteitsbibliotheek Utrecht




Het in


Stroomgebied van de Eems

Nederland gelegen deel heeft een grootte van 21,3 ha.


VERKLARING DER TEKENS


quot;1.62


Electriseh


Stoomgemaal


gemaal i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■

I met opgave van de aard van hot bemahngaworktuig ' (c = oentrifugaalpomp; .s = schroofpomp; v = vijzel)


. en hot aantal m’ watorverzet per minuut bij tie in m I aangegeven opvoerhoogto.


Oliogemaal

4.2

1.6

Windmotor* met raddiameter » — »— in m.

Windmotor, raddiameter in m, p.^.5S mot oliemotor als hnlpdrijf-

_

ntvl hiilpm.

gt;iC 20.3

work. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;z.it. ii.24

Windmolen met vlucht in m. , j

X «

X

lt;

Kleine windmolen.

Schutsluis.

Uitwateringssluis.

Keersluis.

1.30 ba drondduiker.

Grondduikor met afsluiting.

Stuw.

Damwand; wordt tijdens lt;lo aardappelcampagne getrokken.

Damwand met schuif.

?

Peilmerk van het N.A.P. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-------

Pohlerpeil

Hoogtecijfer j

Vorhardo weg.

Wog in aanleg.

Spooi'wog.

Provinciale grens.

Grootte van polders, boezemen stroomgebieden volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 2,5 000, mot de pooi planimeter.

Administratieve grens van het waterschap Alteveor.

Administratieve grens van oen waterschap.

Peilschaal; geregeld waargenomen.

Zomerpen ; .


Rijksgrens.


Do volledige gegevens van do bemalingsinstallatios liggen ter inzage bij de directie Algemene Dienst, Van Hogenhoucklaan GO te Den Haag.

De Waterstnatskaarten zijn, à f 5,— por stuk, verkrijgbaar I)ij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf on door bemiddeling van allo postkantoren.


.AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


BOERTANGE


-ocr page 33-

SLUIZEN


Schut-kolk-leiigto in in


Wijdte in do dag in m


Hoogte slagdrempel in m t.O.V. N.A.P.


In het waterschap Reiderland


A. Rensolvorlaat, schutsluis tussen de Pekel A en het Winschoterdiep (de Pensel); tivee stel puntdeuren, slrio-drempels even hoog. Ue sluis wordt alleen gesloten bij een stand van 0,02 m N.A.P.............


35,—


8,—


— },.5S


B. Keersluis onder de brug over de Zuiderveenstenvijk ; één stel puntdeuren. De sluis wordt alleen gesloten bij hoge standen van de Pekel A..............


Hoogte slag-Schut- Wijdte drempel kolk- in de in m lengte nbsp;nbsp;dag nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v.

in m nbsp;nbsp;in m nbsp;N.A.P.

In het Ruiten A kanaal

X. Veolerveonstersluis, schutsluis tussen het eerste en

tweede pand van het Puiten A kanaal........27,— nbsp;nbsp;5,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......— 0,83

bovenhoofd, één deur............-\ 0,18

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaid met stroomsluis, één opening met schuif.......3,2.5 nbsp;nbsp;nbsp;1- 0,38


5,27 — 0,85


In de Scholtenswijk

C. Keersluis (schotbalksluis). Deze sluis ivordt gesloten van 1 November lot / Mei..........


In het Pekelerhoofddiep

D. Bonodensto Pokolorverlaat o/ lo Verlaat, schut


sluis tussen het eerste en tiveetle pand, van het l^ekeler/ioo/d-diep ; twee stel puntdeuren.............20,50

benedenhoofd................—

Itovenhoofd.................—


E. Middelste l’okolervorlnat of 2e Verlaat, schutsluis tussen het tweede en derde pand, van hef Pekelerhoofddiep ; twee stel puntdeuren................25,— beneilenhoofd................ bovenhoofd,.................


5,—

— 0,27

j- 0,10


IJ. Vlagtweddersluis, schutsluis tussen het tweede en derde pand van het Puiten A kanaal........27,—

benedenhoofd,, één stel puntdeuren

bovenhoofd, één deur

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleid,ingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......2,50 nbsp;nbsp;nbsp;I- 1,30

Z. Boertangersluis, schutsluis tussen het derde en vierde pand van het Puiten A kani-tid........27,—

benedenhoofd, één stel punhleurcn.......J-

bovenhoofd, één deur............|.

Oostclijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......2,50 nbsp;nbsp;-)- 2,10

Aj. Bakovenjiomp, stenen duikersluis met schuif. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,00 nbsp;nbsp;nbsp;h 3,55

Hierdoor kan het vierde pand van het Puiten A kanaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer

overtollig water afvoeren op de Pille, welke in open ver-

biniUng staat met de Eems.

Pijkspand van 100 m boven tol 105 m beneden de

Hakovenpomp.


In de Poortmanswijk

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Koppolsluis tussen de Poortmanswijk en het tweede

pand van het Alteveerkanaal ; drie stel puntdeuren, elke kolk 21,—

benedenhoofd................—

middenhoofd................1-

bovenhoofd.................H

In het Alteveerkanaal

benedenhoofd ................

bovenltoofd.................

5,10

— 0,07

In de Krommewijk

H, Keersluis*) (schotbalksluis).........5,—■ nbsp;nbsp;nbsp;1- 2,Ä/

In het B.L. Tijdens- of Vereenigd kanaal

I. Vriesclieloostershiis, schutsluis tussen het eerste en

tweede pand van het 13.L. Tijdens- of Vereenigd kanaal

27,—

6,—

benedenhoofd, één f^lel puntdeuren.......

— 1,9,5

bovenhoofd, één deur............

— 0,83

Oostelijk von deze sluis bevindt zich- een onileiditu/skunind met stroomsluis ; één opening met schuif.......

Ö,—

— 0,5.3

In het Mussel A kanaal

J. Veolersluis, schutsluis tussen het eerste en tweede

patiil van het Mussel A kanaal...........

27,—

6.—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

— 0,8.3

bovenhoofd, één deur............

I 0,19

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidincfskunaal met stroomsluis, één opening met schuif.......

0 __

| 0,39

K. Onstweddersluis, schutsluis tussen het tiveedc ob flerdc pand van het Mussel A. kanaal........

27,—

5,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

I' 0,19

bovenhoofd, één deur............

1,21

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......

1,7.5

I- 1,11

L. Harpelsluis, schutsluis tussen het derde en vierde pand, van het Mussel A kanaal...........

27,—

5,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

-I- 1,21

bovenhoofd, één detir............

-i- 2,21

Oostclijk van deze slu-is bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......

1,55

I 2,41

M. Mussel- of Kopstukkonsluis, schutsluis tussen het vierde en vijfde pand van het Mussel A karuud . . . .

27,—

5,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

-P 2,21

bovenhoofd, één deur............

3,25

Zuidelijk va n deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......

1,50

4 3,16

N. Zandtangeshüs, schutsluis tu,s.sen het vijfde en zesde pand van het Mussel A kanaal........

27,—

5,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

4- 3,26

bovenhoofd, één deur............

4- 1,28

Oostclijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......

1,25

4- 4,4.3

O. Braamborgersluis, schutsluis tussen Itet zesde en zevende pttnd van het Mussel A kanard.......

27,—

5,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

4- 4,28

bovenhoofd, één deur............

5,31)

Oo.ilclijk van deze .sluis bevindt zich een omleidingskanaal met sfrooinsluis, één opening met schuif.......

1,2.5

4- 5,.50

P. .Tipsingboennusselsluis, schutsluis tussen het zevende en achtste pand van het Mussel A kanaal . . .

27.—

6,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......

5,30

bovenhoofd, één deur............

4- 6,.32

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......

1,2.5

4- 5,.52

In het Stadskanaal

Bi. Wollinghuizorsluis, schutsluis tussen het vierde en vijfde pand van het Puiten A kanaal........27,—-

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......-p

bovenhoofd,»één deur............-p

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......2,25 nbsp;nbsp;4- 3,41

Ci. Jipsinghuizersluis, schutslui,s tussen het vijfde en zesde pand van het Ruiten A kanaal........27,—

benedenhoofd, één stel puntdeuren.......4- 3,21

bovenhoofd, één deur............-| 4,22

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met stroomsluis, één opening met schuif.......1,80 nbsp;nbsp;-p 1,42

Dj. Schotbalksluis tussen het zesde pand van het Puiten A kanaal en de hoofdwijk in de SelUngervenen, oostwaarts lopende ; één opening...........6,— nbsp;nbsp;-p 4,37

aan de westzijde in elk landhoofd twee schoUntlkspon- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer ningen op een onderlinge afstand van 4^ 0,70 m ; bovenkant schotbalken in gesloten stand 5,92 m p N.A.P.

De sluis wordt gesloten wanneer Qeileputeerde Staten van Groningen dit nodig oordelen in het belang van de scheepvaart op het Puiten A kanaal.

Ej. Sollingersluis, schutsluis tussen het zesde en zevende pand van het Puiten A kanaal...........27,— nbsp;5,—

benedenhoofd, één stel puntileuren.......4. 4,22

bovenhoofd, één deur............-p 5,23 Ooslelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaid, met stroomsluis, één opening met schuif.......1,80 nbsp;nbsp;4 5,13

  • F, . Zuidvoldsluis, schutsluis lassen het zevende en achtste pand van het Puiten A kanaal........27,— nbsp;nbsp;5,— benedenhoofd, één stel puntdeuren.......-p 5,2,3 bovenhoofd, één deur............-p 5,21

Zuidoostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingskanaal met slroomslais, één opening met schuif . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,80 -p 5,11

ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Pohler Dallinga, polder Dijks, polder Dun, polder Germs, polder Goeds en Stikker. De Mallemolenpolder, pohier Meijer, polder Meursing, polder Nieboer, polder Smeenk, polder Smit, polder Staatsdomeinen, polder Steenfabriek Oostelijk Groningen N.V. (Si), polder Strookartonfabriek de Kroon (S), polder Topper, pohier Toxopeus, groot 15 ha ; polder Toxopeus (t), groot 9 ha ; polder Uitvlucht, bassin aardappelmeelfabriek, polder De Vries, polder Wage.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een coniplo.'c landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden \'an do omringende wateren; dus een gebied met een eigeTi waterstand. Polders zijn in lt;le regel door* waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinton, do kleur van do boezem waaroji zij afwateren. Polders, ilio hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgoven door een donkere bies van dezelflt;le kleur.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in do kleur van de boezem, waartoe zij behoren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

Do namen van waterschappen on ongereglomentoorde polders, voor zover deze laatste vermeld zijn in het bijschrift, zijn in bruin O|) de kaart aangegoven. ludion de duidelijkheid dit niet toeliot, verwijst oen lettor in dezelfde kleur naar do naam van do polder in het bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in hot algomoen alleen aan-gogeven, wanneer zij afwijken van dio van do waterstaat.

Voor nadere bijzonderheden zij verwezen naai' het eerlang verschijnende werkje ,,Beschrijving van de provincie Groningen, behorende bij do Waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent waterkeringen, bedijkingen, kanalen, stromende wateren, boezems, overstromingen, verveningen on droogmakerijen, gronstractaten, roglomenten, watorschapj)on on waterstanden.

Voor de beschrijving van do juiste plaats dor poilmorken van hot Normaal Amsterdams Peil zio deel 41, register I Groningen en deel If, register III Drenthe.


Nieuwe sluis (westelijk).............35,

benedenhoofd, één rohleur..........

bovenhoofd, één stel puntdeuren.........-(-

Oude sluis (oostelijk), twee stel puntdeuren, . . . . nbsp;nbsp;27,50

benedenhoofd................

bovenhoofd.................1'

Deze, sluizen worden, uitsluitend in droge tijden, gebruikt voor de voeding van de lager gelegen panden van het iStads-kunaal.

Nieuwe sluis- (westelijk), twee stel puntdeuren . . . 38,80

benedenhoofd

bovenhoofd.................

Oude sluis (oostelijk), twee stel puntdeuren . . . . nbsp;nbsp;23,80

benedenhoofd................

bovenhoofd.................

Nieuwe sluis (ooslelijk), twee stel puntdeuren, . . . 35,0.3

benedenhoofd................

bovenhoofd.................

Oude sluis (westelijk), twee stel puntdeuren . . . . 21,07

benedenhoofd,................

bovenhoofd.................

In de wijk ten zuidoosten van de KerkhofswiJk

5,— nbsp;nbsp; 3,1.3

T. Keersluis*) (vertictde balken) . . ......

In het Zuiderhoofddiep

U. lo Verlaat, schutsluis lassen het eerste en tweede,

pand van het Zuiderhoofd,tliep ; twee stel puntdeuren . . nbsp;nbsp;20,0.5

benedenhoofd................5,26 nbsp;nbsp; 3,31

bovenhoofd.................5,10 nbsp;nbsp; 3,03

In het Noorder- of Boerendiep

V. Keersluis*) (verticale bedken).........

6,05 nbsp;nbsp;nbsp;-1- 3,43

1,35 nbsp;nbsp; 5,27

In de tweede Onstwedderwijk

W. Keersluis*) (verticale brdken)........

*) De sluis wordt tijdens de aardapprlcainpagne, geopend.

-ocr page 34-

SLUIZEN ♦)


Wijdte in de dag m


Slag-d rempel-diepte in m

—N.A.P.


De sluis wordt alleen gesloten bij zeer hoge of zeer lage standen van het NoordhoUandsch Kanaal.

Bchutkolklengle tussen de vloeddeuren 78,81 7n.

Bchutkolklengfe tussen de ebdeuren 74,96 m.....

De slagdrempels zijn even hoog............

Schutkolklengte tussen de 7iaar de kanarilzijde kerende deuren 29,97 70.

Schutkolklengte tussen de naar de polderzijde kerende deuren 30,97 m........................

De slagdrempels zijn even hoog............

De sluis wordt alleen gesloten bij zeer hoge of zeer lage standen van het NoordhoUandsch Kanaal.

De slagdrempels zijn even hoog............

De sluis wordt alleen bij doorbraak gesloten.

Schutkolklengte tussen de naar de Van Ewijeksvaart kerende puntdeuren 18,56 m.

Schutkolklengte tussen de naar de polder kerende pnnfdeuren 20,56 m........................ puntdeuren................... roldeur.....................

H. Oudo Sluis, schut- en uitwateringssluis tussen de Boezem van de Zijpe of Oude Veer en de Groote Sloot te Oudesluis, met tiree paar vloeddeuren, schutkolklengte 30,60 m....... bovenslagdrempel................. benedenalagdrempel................

De sluis staat meestal open.

I. Keersluis met bascnlebrug in het kanaal Stolpen-Schagen, één opening, afsluitbaar 7net een naaldkering, kerende tot 2,25 w H N.A.P................... .

K. Schutsluis tussen de Vereenigde Kaaksmaats- en Nio dorperkoggeboezem en de polder Valkkoog met twee paar punf-dcuren, schutkolklengte 11,30 m............. bovenslagdrempel................. henedenslagdrempel................

De sluis komt te vervallen.

L. Schutsluis tussen de Kingpolder en de polder Valkkoog met vier paar puntdeuren om naar weerskanten te kunnen keren, schutkolklengte 9,75 m..................

De slagdrempels zijn even hoog............

De sluis komt te vervallen.

M, Gekoppelde schutsluis tussen de Vereenigde Kaaksmaats-en Niedorperkoggeboezem en de polder Schagen met drie paar puntdeuren.

Schutkolklengte van de buitenste kolk 13,50 m.

Schutkolklengte van de binnenste kolk 7,80 rn.....


4,00


0,10


0,00


6,00


3,00


15,43


3,06


6,00


11,50


2,70


2,57


N.


bovenslagdrempel.................

beneden- en middenslagdrempel..........

Schutsluis tussen de Vereenigde Baaksmaats- en Nie-


3,13


2,00


4,80


3,80


2,70


2,00


0,40


2,49

2,30


2,70

3,05


vloer 3,80


1,77

1,04


2,20


2,10

2,12


BOEZEMS (Vervolg)

afgemalen en van de Vereenigde liaaksmaalo- en Niedorperkoggeboezem, dat door de gemalen te Aard-awoud en Lutjewmkel op de boezem wordt gebracht.

Het zomerpeil van de boezem is 0,50 m — N.A.P.

De waterlozing geschiedt uitsluitend langs natuurlijke weg door de uitwateringssluis te Oostoever, aan het noordelijk uiteinde van het Bahj-zandkanaal, op de Waddenzee.

De boezem van het Amstelmeer is in beheer en onderhoud bij het heem, raadschap „de Wieringermeerquot;, met uitzondering van het Balgzandkanaal /net de schutsluis bij de Koog (sluis G) en de uitwateringssluis te Oostoever (sluis Bj, die in beheer en onderhoud zijn bij het Rijk, en met uitzondering van het Kolhornerdiep en het gedeelte van het kanaal Omvol—Kolhorn, benoorden de Braaksluis, die in beheer en onderhoud zijn bij de Provincie en van het Boerensluiskanaal en het uitieateringskanaal van de polder de Wieringenoaard, die in beheer en onderhoud zijn resp. bij de Waard- en OroetpoUler en de Anna Paulownapotder.

De beheersing van het peil van de A mstehneerboezein berust bij hel Rijk.


in, Schagerkoggeboezern,

Deze boezem strekt zich uit van het electrische gemaal van de Kaaij oostwaarts naar het boezemgemaal te Kolhorn en vandaar in zuidwestelijke richting naar Barsingerhom. Beoosten deze plaats splitst de boezem zich in twee delen. De ene tak loopt onder de tiaam van Hoogsloot in zuidwestelijke richtimj naar het gemaal van de Slikvenpolder, de andere loopt onder de naam van Vaart, later Westergraft genaamd, in westelijke richting langs het dorp Barsifigerhorn naar het gemaal van de polder Schagen. De Wester-graft heeft nog een zijtak, Lansloot genaamd, die zich in noordelijke richting uitsfrekt tot nabij het kanaal Schagen—Kolhorn.

De oppervlakte van de boezem, bij een zomerpeil van 0,85 m — N.A.B., is ongeveer 16 ha.

De oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders is 3260 ha.

Het zomerpeil van de boezem is 0,85 7n — N.A.B., het maalpeil is 0,45 m — N.A.P.

In droge tijden wordt water op de boezem ingelaten uit de Vereeniijde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem door de schutsluis in de Kromme Gouw nabij Kolhorn.

De boezem wordt bemalen door het electrische gemaal bewesten Kolhorn op het Kolhornerdiep (Boezem van het Amstelmeer).

De boezem en het boezemgemaal zijn in beheer en onderhoud bij het algemeen bestuur van het heemra/idschap der Strijkmolens van de Schagerkogge.


IV. Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem.

Deze boezem bestaat uil het noordelijke en het oostelijke deel van de vroegere Raaksmaatsboezem, alsmede uit de gehele vroegere Niedorperkoggeboezem.

De oppervlakte van de boezem is hij een boezemsland van 0,80 m—-N.A.P. 179 ha, bij een stand van 0,28 m — N.A.P. 205 ha.

Het zomerpeil van de boezem is 0,80 m — N.A.P., hel maalpeil is 0,28 m — N.A.P.

De totale oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende jgt;olders is ongeveer 0500 ha.

Bovendien heeft, in tijden van veel waterbezwaar en onvoldoende spui-gelegenheid, enige lozing op de boezem pituite van het water van Schenner-boezem, dat door de schutsluis te NoordScharwoude en de duikersluis te Rustenburg op de boezem wordt afgelaten, mits de waterstand op de Vereenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem lager is dfin 0,40 m — N.A.P.

De waterontlasting van de boezem geschiedt zowel kunstmatig als natuurlijk op de boezem van het Amstelmeer.


De


De P. 2°.


kunstnuitige lozing heeft plaats :

te Lutjewinkel, door een vijzelatoomgemaal en een dieselgemaal ; te Aardswoud, door een schepradstoomgemaal.


natuurlijke lozing geschiedt :

door de spuisluis bij het stoomgemaal te Aardswoiid ;

door de Braaksluis, tussen het tweede en derde pand van het kanaal


o inval—Huigendijk—Oudkarspel—Kolhorn.

De l^ereenigde liaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem is in beheer bij het hoogheeinraailschap van de Hitwaterende Sluizen in Kennemer-latul en Westfrieslaml.


dorperkoggeboezem cn de Smuigelpolder met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 9,57 m..................

bovenslagdrempel.................

benedenslagdreinpel................

0. Schutsluis tussen de Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem en de Nieuwe polder tnef twee paar puntdeuren, schutkolklengte 9,95 m..................

bovenslagdremjwl.................

benedenslagdreinpel................

S. Keersluis in de Hondsbossche Vaart, bij de doorsnijdi7i(j van de Dromerdijk, éé7i openi-ug afsluitbaar tuet twee rijen schotbalken.......................

♦) Do schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de


2,-50


2,73


3,00


3,95


6,10


8,10 deuren.


1,82

1,88


1,83

1,70


2,86

3,07


2,20


2,60


2,60


WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN


Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier;

Hoogheemraadschap van de Uitwaterendo Sluizen in Kennemerland en Wcst-friesland;

Heemraadschap der Strijkmolen.s van de Schagerkogge en van de binnonpoldors in die kogge.

Zio voor bijzonderheden dozo waterschappen betreffende, de beschrijving van de provincie NoordhoUand, behorende bij do Waterstaatskaart.


BOEZEMS


VERKLARING DER TEKENS


Schermerboezem.


De opperi’lakte van de boezem is owjeveer 2000 ha.

De totale oppervlakte van de op de boezem lozende polders, tnet inbeyrip van het boezemland en het duingebied, bedraagt 81 190 ha. In deze oppervlakte i.s eveneens begrepen de polder Westzaan, groot 2320 ha, die tevens afwatert op de boezem van het Noordzeekanaal. Het zomerpeil van de boezem was oorspronkelijk 0,58 m — N.A.P. In verband met maatregelen tot. ontzilting van het boezemwater wordt Schermerboezem thans in de zomcrmmnden opgezet tot 0,45 m — N.A.P. Het maalpeil is N.A.P.


De J)e


Werk, 2\


boezemkaden zijn in de regel koog van 9,10 tot 9,59 m N.A.P. waterlozing heeft plaats lang.s imtuurlijke weg op .•

de Wadtlenzee : door de Marineschutsluis en de sluis in het Niemve beide te Den Helder ;

het I.Isselmeer : door de Hornsluis te Lutfeschardam, de Noorder-


sluis en de Zuidersluis, beide te Schardam, de schutsluis te Kdam spuisluis en de Grafelijkheidssluis, beide te Monnikendam ;

3°. hel Noordzeekanaal : door de Groote- of Wilhelminasluis Kleine of Oude Sluis, beide te Zaandam, de duikersluis te Nauerna Nauernase Schidsluis.


en


en en


de


de de


Schermerboezem is van de boezem van het Amstelmeer gescheiden door de Van Eivijcksluis, een schut- en uitwateringssluis tussen de Van Bwijeks-vaart en het Amstelmeer. Aangezien deze sluis bijna altijd open staat, ^iotl^ii' beide wateren doorgaans gemeen, zodat Schermerboezem nagenoeg steeds in open verbinding staat met de boezem van het Amstelmeer. Bij hoge Amstelmeerstanden en in tijden dat de gemalen van de Vereenigde Jiaaks-7naats- en Niedorperkoggeboezem te Lutjewinkel en Aardswoud in bedrijf Ajn, ivordt de scheiding tussen Schermerboezem en de boezem van het Amstelmeer verlegd naar de Oude Sluis, een schutsluis tussen de Groote Sloot en de boezem van de Zijpe. De vloeddeuren van deze sluis worden dan gesloten.

Schermerboezem is in beheer bij het hoogheemraadschap van de Uit-waterende Sluizen in Kennemerland en West friesland.


H. Boezem van het Amstelmeer.


De oppervlakte van de boezem is ongeveer 900 lui.

De oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders bedraagt 5648 ha.

Bovendien ontvangt de boezem van het Amstelmeer het water van de Bchagerkogijeboezem, dat door het gemaal te Kolhorn op de boezem wordt





45 ’0.3

11.45


gt;(lt;■23.5 X23.1

gt;f^ 22.0 mi’( hulpm.


e-


4.5


Smet opgave van de aard van hot bomalingsworktuig (c = centrifugaalpomp; s = schroefpomp; sch = schep-Electrisch gemaal K*gt;'d; ^ = vijzel) en het aantal m’ watervorzet per I minuut bij de in m aangegeven opvoorhoogto.

Vijzel watermolen met vlucht in m.

Schepradwatermolen met vlucht in m.

Vijzelwatermolen met vlucht in m, met olie- of electromotor als hulpkracht.

Windmotor met nwldiameter in m.


Klein gemaal I Kleine windmolen \ Schutsluis. Keersluis.


(dienen in hoofdzaak voor inmalen).


H nbsp;nbsp;nbsp;Stuw of stenen dam.

1-1 ’ nbsp;nbsp;stuw met schuif.

X nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

X Inl. ii. Inlaatsluis.

X Huipil. Hulpsluis (doet dienst bij voel waterbozwaar).


. P'.s


».p. ■1.65

w.p. •1.75


45 ha


Grondduiker onder Grondduiker onder Poilmork

van het N.A.P. Peilschaal.

Peilschaal geregeld


oon waterleiding.

een waterleiding mot afsluiting.


waargenomen.


Strand- of kilometerpaal.

Zomerjjeil van polders

Winterpeil van polders in m t. o. v. N..\.P.

Ifoogtecijfers

Verharde wog.

Spoorweg.

Stoomtramweg.

Grootte van polders in ha volgens meting op do kaart mot de planimeter.

Waterkerende dijk.

Dijksverdediging, strekdammen, strandhoofden.

Hoogwatorlijn.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.


Laagwatorlijn.

Lijn van 25 dm

Lijn van 50 dm

Lijn van 80 dm


onder onder onder


L.W.

L.W.

L.W.


Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegoven, waar zij afwijken van do waterstaat.


TOELICHTING


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten on vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten. Do polders hebbon in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateron.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben do tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hogo gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Bij belangrijke waterleidingen i.s do naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op do kaart aangegeven.

Zio voor gegevens van de provincie NoordhoUand omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen on waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijving van do provincie NoordhoUand, behorende bij de AVaterstaatskaart.


Do watorstaatskaarten zijn à f 5,— jier stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf te ’s-Gravenhago en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSKECHTEN VOORBEHOUDEN.



22.0*


2-t.fi


2.0 17,7


ili.o

20.0


r' «

t.i I$.O


I3o6fgt;


0.6


0.3


70 ha


85 ha


45 ha


36 ha


i5o ha


peil


20 ha


30 ha


65 ha


70 ha


0.3


K

75 ha


^9.3


5(f ha


45 ha


0.5


'’'quot;•'lts Dient voor ih- en uitat.

P o hl e r


36 ha

v.p. -0.05


Du nt votre in- ga uüm.' *5 ha


'h ^3 ha 6. 540 ha mei Inbxffgtp ran hoft^rg tn

21 ha ‘uf'',-'‘A,„ uj nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;33 ha

's.p. -(1.30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;*


Ooft tt tl , ^ 25 ha


13 ha


Ilitafihfar^difh


1111^4-40 ha Ixtldvr


10 e/. V


0.2


100 hu


75 ha ,jn


23.5


/ »7 fI6.l


26 ha


K.p..0.20


29 ha


22 ha


*.p.’lgt;.2O


Af


39


33 ha


110 ha


itUmau n




Bmvprkirif': Alg. Difiimt BijkswutiT.staat.

Beftroductie : Topogmfi.wliv Dienst.


h8.0

16.2


36,3


^62 ha

Huipil..i-

z.p.‘0.4S

Pnhlvr


doaipr N ^PKI ha


110 ha

Pul,hr


6.1 ha


•.p..l.8O


1.6 185 ha Polder 1' z.p.-1.65 gt;'•gt;■ ’'


19.5


50 ha

3820 ha

mH inbgffrip^an hogpre en lagers delen


85 ha


60 ha


0.1 70 hn


z.p. -0.,10 4- nbsp;nbsp;50 ha


ha fie haumhiif^


38 ha 50 hn

e S G^f «


570 ha


30


0.2 nbsp;nbsp;\

25 ha gt;-


20 ha


0.2

22 ha


17 ha


46 ha


55 ha


50 ha


60 ha


55 ha


IUI


65 ha


43 ha


tt d


.0.3


1-1.80


^ P- -0.05


^^ Polder


hu

76 ha . ,, h„


255 ha


27 ha


18


0.1


180 ha Polder B z.p. -0.57


e -6250 ha

lottilf opp.


Dient vaar in« g en uit^ malen ZV


120 ha


a.p..0.3(1


van ba


..p..l.7O


12.1 ha


31 ha ».p^-Q.lt


■ 6.2

110 ha


x.p. -0.45


20.3/.'


Politer 100 ha

-■p. -0.40

gn


2

Z.p, *0.35 ^ Polder


411 ha z.p. -11.66


4.0 1^1 kuipte.


65 ha



223 ha


PoltDr P P z.p, AlAS n


20.


0.8


t^P-


• 0.1


4.3 ha


z.p.-(f.8O


165 1

2,5 ! Dipin‘11 vmgt;i H5 1 tofit' bfitfiUug

2.5 )


*‘P‘ koik-3.6


}2Igt; ha

Polder P 0.0


0)1 ba Ooltiar


z.p. ■(gt;


14ha


.0.3

1.25


11 'e9tfrig»che


82.) ha





j^/J ='gt;-l-58 , /^ Pohler .4

)( 15 ha


40hii

0.9 '%*


Inl. »1 quot;



h mrr ■ Inl. t


26.5 ha

Z.p..0.90

f*m\. -0.3


Z.p. -1.40





4641 ha

f^’n a rl tt ii tl .a -


Universiteits bibliotheek Utrecht


Schaal 1 ; .5(1000




ÏLIK 14 0


SMEEK smesit ENKHUIZEN




I ^K^ARjä J5tN20W


-ocr page 35-

SLUIZEN.


Wijdte Slagdrempel-In den afsluitdijk van het Ijsselmeer. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in den dag diepte

m m — N.A.P.

A. Uitwateringssluiz(ïn te Don Oever. Bestaan uit drie groepen, ieder van vijf sluizen. Iedere- sluis beslaat uit een doorstroomingskoker, afsluitbaar met twee achter elkander gelegen schuiven en met één paar puntdeuren, iedere sluis........................12,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,50

B. Schutslui.? te Den Oever, met drie paar vloed- en drie paar ebderiren, schutlengte 142 m

De shiis kan in twee deden worden verdeeld, met schutlengten van -50 m (noordelijk deel) en 78 m (zuüldijk deel).

De slagdrempels zijn even hoog .................

In de dijken van het voormalige eiland Wieringen.

Marskedijk, één opening met één schuif en één klep..........0,60

H. Inlaatsluis van den Ifypolitushoeverpolder in den Ilypolitushoever- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;onderkant

dijk, bestaande uit een betanbuis afsluitbaar met één schuif.......0,20

I. Uitwateringssluis van den voorboezem van den polder iVaard—

Nieuwland, één opening met twee schuiven..............1,00

K. Inlaatsluis van den Stroeër- en Oosterlamlerpolder in den Stonteldijk, één opening met één schuif.....................0,26

In den boezem van het Amstelmeer.

L. Stontelerkecrsluis, in het oostelijk einde van het Amstelmeerkanaal, bestaande uit vier doorstroomingskokers, iedere koker..........2,50

De kokers zijn twee aan twee afsluitbaar door twee achter elkander staande schuiven.

M. Jloukeskeersluis, in het westelijk emde ran het Amstelmeerkanaal, bestaande uit vier doorstroomingskokers, iedere koker..........2,50

De kokers zgt;jn twee aan twee- afsluitbaar door één schuif.

N. ülkesluis, keersluis in het noordelijk einde van het Waardkanaal met één schee'pvaartojwning en twee aan weerszijden daarvan gelegen doorstroomingskokers, scheepvaartopening ..................... nbsp;10,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,20

iedere stroomkoker ..................... nbsp;nbsp;6,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,20

De scheepvaartopening en de beide stroomkokers zijn ieder afsluitbaar met twee paar naar het Amstelmeer keerende puntdeuren.

Toegangssluizen naar den Wieringermeerpolder.

0. Stontelcrsluis, schutsluis bewesten het gemaal „Leemans”, nabij den Oever, met twee paar puntdeuren en één paar, tot een hoogte van 3,25 m N. A.r., naar de zijde van het IJsselmeer keeremle stormdeuren, schutlengte 31,20 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5,56

buitendeuren C7i stormdeuren ................. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,80

binnendeuren.......................7,70

P. Iloukes-sluis, schutsluis tusscheti de Slootvaart en het Amstelmeer met twee paar puntdeuren en één paar tot een hoogte van 3,50 m N.A.P., naar de zijde van het Ainstebneer keerende stornuleuren, schutlengte 40,18 m 7,15 buitendeuren en stonndeuren................ . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,10

binnendeureti

Q. Westfriesche sluis, schutsluis tusschen de Westfriesche Vaart en het (Iroetkanaal, met twee paar puntdeuren, schutlengte 40,18 tn

buitejuleuren

bitinetideuren

R. Overlckersluis, schutsluis in den Ouden Westfrieschen Zeedijk te Medemblik, 7net twee paar pufddeuren en één paar, tot een hoogte van 3,50 m -1- N.A.P., naar de zijde van de Wieringermeer keerende nooddeuren, schutlengte 39,78 m......................... nbsp;nbsp;7,00

buitauleuren

nooddeuren en binne^uleuren .................

S. Westerluncnsluis, schutsluis in de Westerhaven te Medetnblik met twee paar puntdeuren, schutlengte 43,98 m ..............

buitendeuren

binnendeuren .......................

Poldersluizen in den Wieringermeerpolder.

T. Medeniblikkersluis, schutsluis tusschen de Medeinblikkervaart en de Westfriesche Vaart met twee paar puntdeure^i, schutlengte 33,16 m . .

buitendeuren........................

binnendeuren .......................

U. llnekvaartsluis, schutsluis tusschen de Hoekvaart en de Robbevaart met twee paar puntdeuren, schutlengte 33,16 m

buitendeuren

binnendetiren .......................

De Iloekvaartsluis staat thans open.

V. Slootsluis, schutsluis tusschen de Slootvaart en de Nieuwesluizervaart met twee paar puntdeuren, schutle^igte 33,16 tn

buitendeuren........................

binnendeuren .......................

Overige sluizen.

W. Van Ewijcksluis, schutsluis bisschen de van Dwijeksvaart en het Amstelmeer met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutlengte 33,90 m 7,30

De- slagdrempels zijn eren hoog .................

X. Keersluis in den Oostdijk ran den Anna Pauloumapolder tusschen den voormaUgen voorboezem van den polder Vieringerwaard en het iVaard-kanaal, één opetiing met één paar puntdeuren.............5,95

IJ. Schutsluis beleesten Kolhorn, tusschen het kanaal Stolpen—Schagen—

Kolhorn m het Kolhornerdiep, met twee roldeuren, schutlengte 44 tn . . .

De sbigdrempels zijn even hoog

Z. Keersluis tusschen het Kolhornerdiep en het Groeikanaal beoosten

Kolhorn, één opening afsluitbaar met sckotbalken...........10,00

De slagdrempels zijn even hoog.................2,33

De slagdrempels liggen even hoog

Ci. Boerensluis, keersluis in den Westfrieschen Zeedijk, ten noordoosten van Lutjewinkel, met twee paar puntdeuren............ . nbsp;nbsp;nbsp;3,20

Dj. Schutsluis tusschen den Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem en den Oosterpolder, met tivee paar puntdeuren, schutlengte 12,00 m 3,10

De slagdrempels zijn even hoog . . . . .............

ieder met twee paar vloed- en één paar ebdeuren en één schuif, elke opening 4,30

Gi. Uitwateringssluis in den Westfriescheri Binnendijk beooste7i sluis Fi, voor de7i Vereenigde Kaaks/naats- en Niedorperkoggeboezem, twee openi7ige7i, ieder tnet twee paar puntdeuren, elke opening.............4,30


WATERSCHAPPEN.

Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier.

Het reglement van het hoogheemraadschap is i'astgesteld bij besluit der Provinciale Staten van NoordhoUand van 21 Mei 1919 en is opgeno7nen i7i het provinciale blad n'^. 6 va7i 1920. Het is later meermalen gewijzigd en 7iiet alle tvijzigi7igen opgeno7tien i7i het provinciale blad n'^. 58 van 1939. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale- bladen 7)0. 61a van 1941 e7i no. 4 van 1943.

Het gebied va7i het hoogheonraadschap o/nvat, met uitzo7ideri7ig va7i de duinen, het voorTnalige eiland Wieri7ige7i eri de Wieri/igermcer, nagenoeg het geheele vasteland va7i Noordholla7id, voor zoover gelegen toi 7ioorden vari de7i Noorder IJdijk ot den St. Aagte7idljk. De totale oppervlakte is ongeveer 142 000 ha.

Het hoogheemraadschap is belast 7net de verdediging rail zijn gebied tegen de Noordzee en het IJssebneer, voor zoover die verdediging niet aa7i anderen is opgedragen.

Het is belast rnct :

Het hoogheemraadschap is verder belast met de zorg voor het omlerhoud en de instarudhouding van de op vorenbedoelde zeewering, Jdsselmeerdijken oi bitine7iwaterkeeringen gelegen wegen en van verschillende 7vege7i waar)'an, ter concentratie van het wegenbeheer, het onderhoud overeenkornstig artikel 19 der Wegenwet ten laste 7'a7i het hoogheeturaadschap is gebracht of waarvan het OTiderhoud krachtens overeenkomst ingevolge artikel 18a der Wegenwet va7i de vroegere onderhoudsplichtige-n is overgenomen.

Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.

Het regleinent van het hoogheemraadschap is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Noordhollaiid van 7 Nove7nber 1905 e7i is opgenomot in het proviticiale blad n°. 20 van 1906. Het is later meermale7i gewijzigd e7i met alle wijziginge7i opgeno/nen in het provi/tdale blad n®. 67 van 1941.

Het gebied van het hoogheeonraadschap strekt zich uit over alle tot ScherrTierboezem behoore7ide wateren bezuidoi de Zijperschutsluis oi over die, bckooroule tot de/i Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboeze77), hierachter verrneld onder ,,Boezems”.

De belastbare opperi lakte is 70 679 ha.

Het hooghee77tralt;ulschap beheert e7i onderhoudt de uibvaterings- en verbi/idingssluizen en de beide boezemge)7)ale7i va7i de/i Vereenigde Kaaksruaats- e7i Niedorperkoggeboezem, zorgt voor het schoon- e7i diephouden van alle, boezemwateren, voor zoo)'er die verplichting daartoe niet op amleren rust. Het zorgt voor de 07itlasting, de ontzilting en het verhinderen van verontrei7iigi7ig va/i den boezem en houdt toezicht op de wijze van gebruik van de bemalingswerktuigen, die het water op den boezem brengen.

Heemraadschap der Strijkmolens van de Schagerkogge en van de binnenpolders in die kogge.

Het regle7ne/)t van het heonraadschap is vastgesteld bij besluit der Provi7iciale Staten van Noord-hoUa/id van 15 Nove77iber 1904, n-quot;. NNla. Het is later meermalett gewijzigd en met alle wijzigingen opgenomen i/i het provinciale blad 7^an NoordhoUand n°. 233 van 1933.

Het gebiamp;l vati het heemraadschap omvat de/i geheelen Schagerkoggeboezem, benotens de bi/inen-polders : de Schrinkkaag, de Kaag, den Hooglaridspolder, den Slikvenpolder, de/i polder Schagen en ae/i polder Burghorn.

De belastbare oppervlakte is ongeveer 3200 ha.

Het heemramlschap beheert en o7iderhoudt het electrisch ge77iaal te Kolhor7i en draagt zorg voor het beheerschen va/i den boezemwaterstand. Het is voorts belast met het schoonhouden van de boezemwateren en met het op diepte houden va7i deze wateren, voor zooveel het belang van den boezem dit medebrengt.

De Wieringermeer.

De plannen tot afsluititig e7i gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee werden vastgelegd bij de wet van 14 Juni 1918 (Staatsblad 7i°. 354). Hei geheele project 077i.vatte, naast het leggen van den afsluitdijk van de NoordhoUandsche kust via het eiland Wieringen naar de Friesche kust, de droogmaking binnen het afgeslote7i gebied va/i een viertal polders, same/i ter grootte van ± 220 000 ha.

De Wieringermeer, de kleinste der polders, reeds eenigszins bescker7nd door het voormalige eiland Wieri7ige7i en de7i inmiddels tot starid gekomen afsluitdijk door het A/nsteldiep (Amsteldiepdijk), kwam het eerst aa7i de beurt.


14


MEDEMBLIK (OOST)



en myt- I^v/bdu^


IV


DO 2.0


-14,'^


/ßO ka g.gr2/


/.o

r no


Polder


l-ziM-hf-etk


broe/

Gemaal »dlkiaMfpe ' 2


hl-/.


1/6(1 fi/i



ß^W'/dÜ^n^zAfy-. //lensi./It/kswig/erstAal.

/leproilueüet: Top. Déonst.


'ZJ0


dyiMfkVGPN


ZOO ka


iAPsefnp


■bn'“


II


-:-.ü


IH-BJ/RLiKSUHP



na/tDgnÓcffgr 1


ytwtr aki. / .»« thtfd .wvr. '■' toor .ti'/ IU-fl


.9.950 hn


quot;W in/m/ry- mm A— Am^fr Jee7


PP ftlPP/NGPPA/PPP


200 /ui


0.4


Ly/i-o7/7' ):ijz y^.s’mi/KSLtw^


Ai -0.11


-0.


0.5


-o..‘


■9.5


0,2


-0.i


Mdor


Rolder de


hu^z fdgr-k\ //ud/tr van HtpIC.


Ma Jmidgt;'l..igy,-.

♦•» mor n/U. // 2*400 nudi/.eii nolt;tn/

4 - •‘^r. trmr de a/^ef/hn’


fiM«r dg Puétee

HUgkkgr


fO fin


olcrlr.


gt; e _„ •■


ß ha


en mptfem


33 r ka rjh Pblthr


HO ka


/z/o.) ba


ny^er


t/ttd //tltfzt^ffA f^/r/ k/Htye/'ie ^n h^r^ ditederi


6500ha K.fK-2.4



JiAftL-5rtEÊi?


SME


K 10


15 STAV t en 3


EN KM 20


2EM4 (O)


HerMen j/i /ad2.

(H*ff.bfj^^'prkt lift H/4(i.


In 1927 werd tnet de indijking een aanvatig gemaakt; dit werk ktvarn 29 Juli 1929 gereed. Hiertta kon 7net hef droog/tialen vati den polder U'orden begonnen. De gemaleti Delg eti Leemans, die hiertoe 10 Februari 1930 vti bedrijf gesteld werdet), waren gedurende ruim zes maatideii onafgebroketi in werking.

Het waterverzet in deze periode bedroeg tneer dati 600 000 000 tn^. Op 21 Augustus 1930 ivas iti de hoogst gelegen polderafdeeling hei peil van 4,60 tn — N.A.P. bereikt, in de overige gede-elten vati den polder eeti peil van 5 m •—• N.A.P., zoodat de nieuwe polder toen geacht kon worden „droog” te zijn.

In 1931, kort tia het droogvallen van den voormaUgen zeebodem, werd tnet den aanleg van het wegetinet aatigevangt^t ; het kwam in koofdzaak in 1934 gereed, zij het dan ook in een voorloopige uitvoering. Het definitieve wegennet binnen de Wieringermeer heeft eeti omvang van omstreeks 250 km, waarbij de dorpsstraten iti Slootdorp, Muldenmeer en Wieringerwerf niet zijn medegerekend.

Kinnen de Wieringermeer is eeti tiet van vaarten en tochten aangeiegd, waarvan de gezametilijke lengte omstreeks 240 km bedraagt. Deze watenvegen dienen in het algemeen zoowel votr de ontwatering van deti polder (toestrooming naar de gemalen) als voor de scheepvaart. Zij zijn vóór en tijdens het droogmaleii gebaggerd.

Op dit blad komt de Wieringermeerpolder in zijti geheel voor en bestaat, wat den waterstaat betreft, thatis tiit drie polderafdeelingen. Afdeeling I en II vormeti ieder ééti polder, terwijl de afdeeUngen III en IV samen deti derden polder vormen. Door een drietal inlaatwerken kati in Afdeelbig I water uit den Amstelmeerboezem wordeti ingelaten om door middel van infiltratie enkele hooggeleget). zanderige polder-gedeelten in den zomer voor uitdrogitig te behoeden. Daar de- gronden in Afdeeling I, ivaatvoor infiltratie wordt toegepast, jaarlijks van grootte en vorm veranderen, zijti deze met op de kaart aangegeren.

Het beheer van de waterstaatswerken in deti Wieringermeerpolder, alsmede de zorg voor de bemalitig berustte-voorheen bij het Kijk. Het grootste gedeelte van deze taak is tuet ingang van 21 Februari 1944 overgedragen aan het met ingang van 1 Jatiuari 1942 ingcstelde keetnraadschap „de Wieringermeer”, waarvan hef reglement is opgenomen in het pro)nnciaal blad van NoordhoUand, ti^. 87 van 1941.

Behalve den eigenlijken Wieritigermcerpolder omvat het heemraadschap ,,de Wieringermeer” ook het grootste gedeelte- van deti Amstelmeerhoezem.

(Tijdens de Duitsche bezetting u'erd de Wieritigermcerpolder den 17 April 1945 geïnundeerd. De waterstaat van den polder, die op de kaart is aangegeven, geeft den toestand weer van vóór deze inundatie.)

BOEZEMS.

I. Kleur van de rechtstreeks op de Waddenzee en het IJsselmeer uit~ waterende gebieden.

lJ^ .'-\ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;kL Boezem van het Amstelmeer.

De boezemwateren zijn : het Amstelmeer, het A insteltneerkanaal, hef Balgzandkanaal, het Waardkanaal, het uitwateringskatiaal van den polder de Wieringerwaard, het Groefkanaal, het Kolhornerdiep, het Boerensluiskanaal en het gedeelte van het kanaal Omval—Kolhorn ten noorden van de Braaksluis (schutsluis 1D 7iaar het Kolhornerdiep.

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 900 ha.

De oppervlakte van het gebied ran de op den boezon loozende polders is ongeveer 5300 ha.

Bovendien oiitvangt de boezem van het Amstelmeer het icatcr rail den Schagerkoggeboezem, dat door het gemaal te Kolhorn op den boezem wordt afgemalen en van de Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem, dat door de gemale7i fe Aarfswoud en Lutjewinkel op deti boezem wordt gebracht.

De Amstelmeerboezem staat in verhi/uling /net Schermerboezem door de schutsluizen te Eunjcksluis en bewesten Kolhorn (sluize/i W en IJ) en door de op het blad Medemblik 1 roorkome/ide schutsluis bij de Kooi, aan het einde van het Balgza/idka/iaal ; met hef IJsselmeer door de Stontelerkecrsluis aa/i het oostelijk einde van het A/nste-lmeerka/iaal (sluis L) e/i 77iet den Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem door de sch/dsluis 771 het kanaal Onwal—Kolhorn, bezuiden Kolhorn (sluis BD en door de /utwateringssluis in den Westfrieschen Binnendijk tiaast het geitiaal te Aartswoud (sluis G^j.

Het zo/nerpeil van den boezem is 0,50 m — N.A.P.

De waterloozing geschiedt langs natuurlijketi weg door de uitwateringssluis te Oostoever, aa/i het noordelijk tiitei/ule ran het Balgzandkatiaal, op de Waddenzee.

De- boezem van het Amstelmeer is in beheer en o/iderhoud bij het hee/iiraadschap „de Wieringermeer”, /net uitzondering van het Balgza/idkanaal /))et de schutsluis de Kooi en de u/'twateringssluis te Oostoever (voorkomerule op blad Medez/iblik 1) die i/i beheer e/i onderhoud zlj/i bij het Kijk en met uitzondering va/i het Kolhor/ierdiep en het gedeelte ra/i het kanaal Oz/ival—Kolhorn, benoorde/i schutsluis IG, die in beheer c/i onderhoud zij/i bij de provi/icie en va/i het Koere/isluiskanaal en het uitwateringskanaal van dc/i polder de. Wieringerwaard, die i/i beheer en onderhoud zij/i resp. bij den Waard- en Groetpolder en den Anna Paulownapolder.

De beheerschi7)g van het peil vat) den A instelmeerboeze/n berust bij het Kijk.

De voornaamste- boezemwateren zijn: het 2e pa/id ra/i het NoordhoUandsch kanaal en het daarmede gewoonlijk i/i ope/i gemeenschap staa/ide 3e pand van het kanaal, het noordelijk deel va/i de iVijde WormerriT/gvaurt, de Pur/ner- e/t Keemsterringvaart, de Nauemasche Vaart, de .Harkervaa/t, het Alkmaardermeer, tie Zaan, de KnoUenda/nmervaart, de Schermerringvaa/t, het Kanaal Stolpe/i—Schagen—Kolhorn e/i het zuùlelijk e/i westelijk gedeelte van den voormaUgen Kaaksmaatsboezem, nl. de vaarten. Zes Wiele/i—H/iigetidijk— Kuste/iburg e/i Huige/ulijk—O/td-Karspel.

De oppervlakte va/i den boeze77i is ongeveer 2200 ha.

De totale oppervlakte van het gebied va/i de op den boeze//i looze/ide polders en boeze/nland bedraagt ongeveer 79 000 ha. Va/i het polderland k/i/i/ic/i 2400 ha (Pr. Westzaan) tevens afwatere/i op de/i boeze/n va/i het Noordzeekanaal. Het zomerpeil van de/i boeze/zt, is 0,58 m —■ N.A.P. De boeze/n wordt in de zo/nermaanden doorgaa/is opgezet tot 0,45 /n — N.A.P., i/i verba/id /net /naatregelen tot ontzilting va/i het boezemwater. Het /naalpeU is N.A.P. De Hoofdsebigever te Spijkerboor geeft het sein, dat het /naalpeil is bereikt. Dit sein wordt va/i Spijkerboor uit door de seinoverbrengers en 7ioo(lse)Hge)'er8 overgeno/nen e/) doorgegeven in volgorde als door dijkgraaf e/i hoof/heemrade/i is vastgesteld.

In het reglement voor de peilmaUng op de/i Schermerboezem en den vereenigden Kaaks/naats- en Niedorperkoggeboezem va/i 26 Mei 1943 zlj/i eenige bepalingen oVe/ het. peilniale/i opgenomen.

De boezemkaden zijn i/i de/i regel hoog van 0,10 tot 0,50 //i b N.A.P.

De waterloozing vindt plaats langs /latuurlijke/i weg op het Noordzeekanaal, hef IJssebneer e7i de Waddenzee.

Op het Noordzeekanaal: door de Nauernasche schutsluis, de- duikersluis te Na/ierna, de. Oude sluis en de Groote- of Wilkelminasluis, heide te Zaanda/n.

Op het IJsselmeer: door de GrafelijkheidshUs en de Spuisluis, beide te Monnikendam, de sehutsluis te Eda/n, de Zuidersluis en de Noordersluis, beide- te Scharda/n, e/i de Homsluis te- Lutjeschardam.

Op de Waddenzee: door de Marineschutsluis en de sluis i/i het Nieuwe Werk, beide te Nieuwediep.

Verder heeft eenige loozbig plaats door de Otide sluis, gelegen tussche/i de Groote Sloot en de/t Boeze//i va/i de Zijpe. Laatstge/ioe/nde sluis bretigt het //'ater ra/i Scher/nerboeztnt ma de/i boeze/n va/i de Zijpe e/i de va/i Ewijeksvaart /taar de van Eudjcksluis, unar het in het Amstelmeer uitstroo/nt.

De Owle sluis e/i de ra/i Ewijcksluis staan altijd open. Slechts i/i enkele gecalle/t hij hooge sta/uie/i va/i het Amstel/ncer wordt de va/i ETvijcksluis of de O/ide sluis geslote/i zoodat Scher/nerhoezem doorgaans in ope/i 7'erbi/7di/ig staat /nei het Amstelmeer.

ƒ» tijden van veel waterbezwaar e/i onvobloende spuigelegenheid heeft bocendie/i eenige. loozing pla/Us op de/t Vereenigde Kaaks/naats- en Niedorperkoggeboeze/n door de schutsluis te. Noord-Scharwoude e/i de duikersluis te. Rustenburg, mits de stand ca/i laatstgenoemden boeze/zi lager is dan 0,40 m — N.A.P.

Sch7’r/nerhoez€7n is bi beheer hij het hoogheonraadschap va/i de Uitu'aterende Sluizf/i in Kennemerland en West friesland.

Deze boeze/n strekt zich uit van het electrisch gemaal va/i doi Kaagpolder oostwaarts naar het boeze/nge/naal te Kolhor// e/i )^a/idaar bi zuid westelijke rlchtbig naar Karsbigerhorn. Keooste/i deze jdaats splitst de boezem zich bi twee deden. De eene tak loopt onder de/t /laa/zi va/i de Hoogsloot in zuidwestelijke richtbig naar het ge/naal ra/i de/i Slikvenpolder, de andere loopt o/uler de/t tiaa/n ra/t Westgraftvaart i/i westelijke richting langs het dorp Karsingerhor/i ziaar het ge/naal va/i de/i polder Schagen. De Westgraftvaart heeft ziog ee/i zijtak, liansloot genaamd, die zich i/i /loorddijke- richting uitstrekt tot ziabij het ka/iaal Scha ge/i —K olh or/i.

De oppervlakte va/i de/i boezem, hij ee/i zoz/ierpeU va/i 0,85 /n — N.A.P. is ongeveer 16 ha. De oppendakte va/i het gebied va/i de op den boezem loozemle polders is 3260 ha.

Het zo/nerpeil van den boeze/n is 0,85 /n — N.A.P., het maalpeil is 0,45 /n — N.A.P. In tijde/i van watergebrek kan water op de/i boeze/zi worde/i itigelate/i uit den Veree/iigde.

Raaks/naats- e/i Niedorperkoggeboezem door de schutsluis in de. Krom/ne gouw (Sluis A^).

De boeze//i wordt bemale/i door het electrisch ge/naal beweste/i Kolhorn op het Kolhomer-diep (Boezem van het Amstelmeer).

De boeze//i en het boeze/nge/naal worde/i beheerd e/i o/iderhoude/i door het heemraadschap der Strijk/nolens va/i de Schagerkogge.

Deze boeze/n bestaat uit het noordelijk egt;i het oostelijk deel va/i den vroegeren Baaksmaats-hoeze/n, als/nede uit de/i geheele/i vroegeren Niedorperkoggeboeze/n.

De oppervlakte va/i de/i boezem is, bij ee/i boeze/nstand va/i 9,60 m — N.A.P., 179 ha, bij een stand va/i 0,28 m — N.A.P. 205 ha.

Het zo/nerpeil va/i den boezem is 0,60 m — N.A.P., het maalpeil is 0,28 m — N.A.P.

De totale oppervlakte )'an het gebied van de op de/t boeze/7) looze/ule polders is ongover 9500 ha.

Kovendie/i heeft, i/i tijde/i va/i veel tvaterbezwaar en onvoldoende spuigelegenheid, ee/iige loozing op de/i boezem plaats van het water va/i Seker/nerboeze/n, dat door de schutsluis te Noord-Scharwoude en de. dtiikersluis te Rustenburg op de/i hoeze//i tvordt afgelaten, mits de watersta/id op den Vereenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem lager is da/i 0,40 n) — N.A.P.

De watero/itlastbig van den boezez/i geschiedt voorna/nelijk kunst/natig. De boezem kan op twee plaatsen worde/i afgemale/i op den boezez/i. van het A/zistel/neer :

1°. te Lutjewinkel, door een vijzelstoomgemaal e/i ee/i Dieselmotorge/naal ;

2°. te Aart8)voud, door ee/i schepradstoo/ngemanl.

De natuurlijke loozing op de/i Ainsiel/neerboezem door de sluizen te Aartswoud en Kolhor/i (Sluize/i Gy e/i JG) geschiedt alleen in zeldza/ne gevalle/i bij lage/i boezemstand )'an het Amstel/neer, terwijl in gevalle/i dat het boezempeil tot bove/i dat va/i Schermerboezem is gestegen, het overtollige water op Scher/nerhoezem wordt afgelate/i door de bovengenoe/nde verbituUngssluizen te Noord-Scharwoude em Rustenburg.

De Vereenigde Kaaksmaats- e/i Niedorperkoggeboezem is i/i beheer e/i onderhoud bij het hooghee/nraadschap va/i de Fitwaterende sluize/i in Kennemerland en Westfriesland.


TOELICHTING.


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten en vaarten zijn afgescheiden van de omringimde wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zj afwati'ren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelf(ie kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreeld.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Bij belangrijke watlt;‘rleldingen is de benaming in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie NoordhoUand omtrent kanalen, vaarten, stroomende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedcUtelijk in het gebied, waarover de kaan zich uitstrekt, voorkomen, waterkoelingen, verve:iingcn tm droogmakerijim, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor verwijzing, de eerlang verschijnende bescldijving van de provincie Noord-lioHand, behoorende bij de Waterstaatskaart.


VERKLARING DER TEEKENS.


ch 600

300 L2


dl Z(ii^g*a3 ^


3amp;


Stoomgemaal


Oliegomaal


Zuiggasgeinaal


Electrisch gemaal


I met opgave van den aard van het bemalingswerktuig (c = v ccutrifugaalpomp; s schroefpomp: sch = scheprad; v = vijzel) [ en het aantal m* waterverzet per minuut bij de in m aangeg(‘ven | opvoerhoogte.


Vijzel watermolen met vlucht in m.


Ä.OWindmotor met raddiameter in m.


« Schutsluis.


Verharde wogen.


---------Spoorwegen.


moo /i.i^• rootte van iiolder.s in ha volgens meting op de kaart met den plain-


,_, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

i-t met... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;» nbsp;nbsp;nbsp;’“*‘I schuif.

X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

gt;lt; IM nbsp;nbsp;Inlaatsluis

gt;lt; fktk/H nbsp;HulpsluD (doet dienst bij veel water-

^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;bezwaar).

□_o (irondduiker onder een waterleiding.


W»WMWVWV Waterkeerende dijk.

1 ( ƒ*. nijkvonlpilijnna strekdammen, kribben.


Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.


Laagwaterlijn.


0^—40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

met afsluiting.


Verkenmerk van het X.A.P.


Peilschaal, geregeld waargenomen (reg. - registrecrend).


Ailministratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven, waar ze afwijken van den waterstaat.


Peilschaal.


Zomerpeil van polders


Winterpeil


(lewensehte zomerstand in een polder



Hoogtecijfers



Universiteitsbibliotheek Utrecht


Do waterstaatskaarten zijn à f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Bijksuitgeverij te’s-Oravenhage en door bemiddeling van alle postkantonm.

AUTEUKSHECHTEN VOORBEHOUDEN.



-ocr page 36-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

I, Gebied, rechtstreeks afwaterend op het IJsselmeer

In de zomer (april tot en met september) wordt i'oor het IJsselmeer f/estreetd naar een Z.P. van 0,20 m — N.A.P, en in de winter (oktober tot en 7nct maart) naar een IV.P. van 0,40 m — N.A.P.

Door op- en afwaaiing kunnen de waterstanden aan de oever van het IJsscD meer belangrijk hoger of lager zijn.

II, Frieslands boezem

De voornaamste boezemwateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad roor-koinen, zijn: Pluessen, Luts, Slotermeer, Slotergaf, Ne, U'oudsloot, Brandeineer, Kromme Ee, liijnsloot, Lange Sloot, Stroomkanaal, Oroote Brekken, EoUegasloot, Tjeukemeer, Lemster Rijn en Zijlroede.

liet gebied, dat zijn water op deze boezein afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Overtollig water wordt geloosd op het IJssehneer door middel van het Provin. dale Stoomgemaal ten westen van Lemimcr, terwijl riatuurlijke afstroming kan geschieden op de Lauwerszee, door de Eriesche Sluis bij Zoutkamp en de Dokku mernieuwezijlen te Engwierum, en op de Waddenzee, door de Roptazijl en de sluizen te Harlingen.

Sedert de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 hebben de sluizen ten zuiden van de Afsluitdijk hun betekenis als uitwateringssluizen van de boezem goeddeels verloren. Ze spuien hoogst zelden en dan nog gedurende slechts enkele uren. Dit komt voor in de maanden november tot en mei april bij hoge boezemstanden.

In droge perioden wordt water ingelaten vanuit het IJsselmeer door middel van inlaatsluizen, respectievelijk te Tacozijl, aan de Teroelstcr kolk ten westen van Lemmer en aan de haven te Lemmer.

Het zomerpeil (Z.P.) van de boezem is 0,66 m — N.A.P. (Pries Zomerpeil) Het gehele jaar wordt gestreefd naar een stand van 0,15 m 4- tot 0,20 m 4- P.Z.P.

De afstroming en bemaling is geregeld bij ,, Verordening tot regeling van de afstroming en bemaling van Prieslands boezem”, vastgesfcld 15 maart 1927, l*rovinciaal blad no. 219, en in werking getreden 1 januari 1929.

Voor nadere bijzonderheden raadplege men de bladen Leeuwarden-Oost, Ilarlingen-Sneek en Sneck-Staveren, benev€7i8 de beschrijving iti het boekje.

III, Boezem van de Noordoostpolder

De belangrijkste boczemivateren, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn: Lemster vaart, Ruttense vaart, Creilcr vaart en Espeler imart.

liet gebied, dat zijn water op deze boezem afvoerf, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het is verdeeld in twee bemalingsafdelingen.

De op dit blad voorkomende tweede afdeling heeft een totale grootte van 34 800 ha en loost overtollig water op het IJsselmeer door middel van het elektrische gemaal ,,Buma” te Lemmer en het dieselgemaal ,,Vissering” te Urk (zie blad Urk). De schutsluis te Marknesse (zie blad ZwoUe-lVest) maafd het mogelijk, dat ook de eerste afdeling, totaal groot 12 700 ha, door deze installaties wordt bemalen.

De intensieve cultivering maakte een goed functionerende watervoorziening noodzakelijk. Inlaatsluizen bevinden zich te Le7nmer (twee stuks), Kuinre, Blokzijl, Urk, Vollcnhove en Ramspol (zie tevens de bladen Sieenwijk-West, Urk en Zwolle-West). Deze sluizen laten water in vanuit het IJsselmeer, 7net uitzondering van die te Kuinre, waar instroming geschiedt vanuit Prieslands boezem.

Zij voorzien een uitgebreid net van toevoerleidingen, aangegeven met een groene streeplijn, van water, echter in die inate, dat slechts zo veel water ivordt toegevoerd, als noodzakelijk is voor een goede verzorging van de gewassen. Langs de lage randen van de infiltratiegebieden mag geen water, of althans zo weinig als 7nogelijk is, tot directe afstro7ning ko7nen. Bovengrondse lozing van toegevoegd infiltratiewater heeft dus zo goed als 7iiet plaats. Dit verklaart teveiis, dat i7b de infiltratiegebieden geen afvoerlcidingen voorkomen. Af voer vi7idt hier plaats door wegzakken tot op grotere diepte en het water ko7nt slechts gedeeltelijk ten laste van de diepe kanalen i7i de boezem.

liet voorlopig peil van de tweede afdeling is vastgcsteld op 5,70 7n — N.A.P., terwijl gerekend is op een toekomstige verlaging tot 6,50 7n — N.A.P.

Voor verdere bijzonderheden zie voorts de bladen Bteemvijk-West, Urk en Zwolle-West.




Polder De \' 4 Oosterling




'^ '510 ha ^'‘* p. — l.U


SLUIZEN EN STUWEN


Wijdte in de dag in m


Hoogte van do slag-of stuwdrcinpel t.o.v.

N.A.P. in m Beneden- nbsp;nbsp;Bovenhoofd nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoofd


Dykstra 30 ha poljer y\^ Folkerts-

204 fc'amp;\~ ^tmecdh 20 ha* De Samen, l/uur i/rmcIrD“


, p, - 0.90


polder

p. 0.80 Inl.sl.


Cha ^i


^2


Diek


k ’•

-0.



Inl.il.


t. p.



Z59 ha


polder



1ÔS ha


polder


poldè^\l Zomer- 39 polder n 60 ha i.^, p. 1.00


Nijehuurslrr-

325 ha i \ p. (1.90


645 ha


0,90


1.75


polder


58 ha


Bewerking : Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn, N.V.^ Leiden.


140


2?’



SlotfriiiPi'r


Waterschap



5 lniütgt;


gt; ƒ25


ha


1.06


J'lt;?


Wolle


290 ha


/('(«•»js oprnaifis .t^gt;r hn^er deel


Woudsend c.a.



''iieuireiee^^'

235 ha

gt;. p. — I.OS polder


70ha-r


Polder ' ''Dl


‘1^0 ha


f^malfniK


uooper


P-Ô2 ha


nieuwe Grasfennen


90 ha


z. p, — 0.66


’X^x


f^iulpshtis


igt;i.si. 115 ha


.5'


^(««is lt;gt;Po^gt; ^•'Mtr hosv 12 - inl.w


Pïiuit'hl. iï/«..'.f;


ipp.


Z. b. Pr De Rlviae 2 f ^^ Brekken 30 ha , A^V' ^ «0




'-^^ W aterscha

330 (ha


huiten-polder SS ha


aqut^uct


^^uaduct


WJ


Warmt al


1 ht filtrat teirebie^d


p./van


'f.lift'


Schaal 1


50000


I’.dder 260 ha J


r 7' »«*■.


/ot-lt;‘'S.00 V


lei!


IV, Groote Turfvaart en Woudvaart in het waterschap De Groote Noordwolderpolder


Er wateren geen gronden af op deze vaarten. Ze zijn door cen schutsluis afgesloten van Prieslands boezem en dienen alleen voor de toevoer van water. Het peil in de vaarten bedraagt 0,65 m — N.A.P.


V. Boezem van de bovengronden in de Veenpolder van Echten

Een klein gedeelte van deze boezem ko7nt voor aau de oosirand van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Btce7iwijk-irest, benevens de beschrijving in het boekje.


In Frieslands boezem

A. Rijkskeersluis te Galamadammen; 3 openingen, elk één stel puntdeuren ...............

Deze sluis doet alleen dienst bij doorbraak

B. Schutsluis in de Turfvaart; twee paar puntdeuren. schutkolklengte 31,80 m ...............

C. Inlaatsluis voor Prieslands boezem te Tacozijl; twee openingen, elk afgesloten 7net een schuif, elke opening

D. Schutsluis tussen Prieslands boezein en polder Over De Brekken; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m

E. Prinses Margrietsluis. Schutsluis met tusse7ihoofd tussen Prieslands boeze7n en het IJssebneer; drie paar puntdeuren, noordelijke schutkolklengte 132,10 m zuidelijke schutkolklengte 88,10 7n......... totale kolklengte tussen binnen- en buite7ihoofd 240,20 tn Met behulp van een grendel aaii elk deurstcl kan 7nen de sluis ook binnenwaterkerend snaken,

F. Inlaatsluis voor Prieslands boezem ten westen van Le7nmer; twee stroomkokers, elk afgesloten met een schuif, elke opening....................

G. Schutsluis te Lemmer, bajonetsluis; twee paar vloed-, twee paar eb- en één paar stormdeuren, schutkolklengte 50,00 m kolkbreedte 13,00 m..........

H, Uitwateringssluis voor Prieslands boeze7n. te Lemmer; zes openingen, elk afgesloten met een schuif, elke Opening.....................

L Uitwatcrings- tevens inlaatsluis voor de binnen-boezem van de polder Lemsterhop; één opening, afgesloten met twee schuiven.................

J. Keersluis tevens inlaatsluis voor de polder Lemsterhop: één paar puntdeuren.............

In de Noordoostpolder

K. Inlaatsluis voor de Noordoostpolder; één ope7ii7ig, afgesloten met een schuif...............

L. Stuw-, Cipolettimectschot; lengte ovcrlaat . . .

M, Stuw-, stalen damwand met schotbalkcn;

lengte overlaat ................. hoogste sbiwpeil.................

N. Schutsluis tussen de Noordoostpolder en het IJsselmeer: bvee paar puntdeuren, schutkolklengte 49,20 m . . .

0. Inlaatsluis voor de Noordoostpolder; één koker, aan binnen- en buitenzijde afgesloten door een schuif . ... .

P. stuw-, ijzeren damwa7id met schoibalken; lengte overlaat .....................

hoogste stuwpeil.................

Q. Stuw-, ijzeren da7nwand met schoibalken; lengte overlaat .....................

hoogste stuivpeil.................

R. Stuw-, beton met schoibalken;

lengte overlaat ................. hoogste shnvpeil................. S. Grondduiker met overstort aan de noordzijde overstort, één opening mei houten schuif..........

T. Stuw-, beton mei schoibalken;

lengte overlaat ................. hoogste stuwpeil.................

U. Stuw-, metaalwerk mei schoibalken;

lengte overlaat ................. hoogste siuivpeil.................

V. Duiker 7net mogelijkheid tot stuwen met schot-bulken;

lengte overlaat ................. hoogste stuwpeil ................

W. Duiker met stortgoot, waarin bodemval en 7noge-lijkheid tot stuwen met schoibalken aan beide zijden;

lengte overlaat ................. hoogste stuwpeil.................

diepte bode7nval 0,55 m

X. Vcrdeelwerk ten behoeve van de ivatervoorziening in de Noordoostpolder, beton; storbvand mei twee paar stortopeningen en twee afsluiters, storiopeningen afsluitbaar met plaatijzeren rolschuiven, lengte elke siortopening . . .

maxi7nale storthoogte westelijke opening 2,60 m maximale storthoogte oostelijke opening 3,50 m schiiifafsluiters, elk...............


22 ■ 0.80


Noordoostpolder


O fd. II 34800 ha


Sneek Staveren


Sneek °°‘' 10


15


Steenwijk


Herzien in 1952


a. 7,12

b. 8,00

c. 6,00


—2,25

—2,55

—2,55


5,50


4,35


—2,56


—2,50


—1,96


16,20 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—4,50


— 4,50


—2,72


—2,69


—2,69


1,02


1,50


5,00


1,00 X 1,00 1,85

1,00

7,04

1,75 X2,OO

2 X 2,30

2 X 2,30

1,90

1,00 X 1,00

0 0,40

2 X 3,00

2,60

2,30

2,00


—2,66


—2,25

—1,65


— 1,25

—0,60

—1,41

—0,90

—9,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—3,10

—2,10

—3,95

—2,87

—4,10

—3,00

—4,20

—3,12

—5,50

—5,10

—4,50

—5,47

— 4,56


—3,75

—2,85


—4,65

—3,75


2X3,85 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—0,90


0 0,15


—1,67^


VERKLARING DER TEKENS


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Rechtstreeks afwaterend op het IJsselmeer

Polder De Buitenwallen;

Iluitcbuursterbuitenpolder, onderdeel van waterschap Do Luts;

Polder Lemsterhop ;

Polder Spitsberg {Si);

Uitheiingpoldcr.

In Frieslands boezem

Polder Altenburg, groot 9 ha.

Polder Bakker; — Barakkenkamp Gaasterland (bj), onderdeel van waterschap De Luts; - De Boer; - Bos (bg); - Bosma, groot 10 ha; Bouwhuispoider; polder Buiten Ec on Schudding.

Cochoornspoldcr, onderdeel van waterschap Do Luts.

Damsterpolder; polder Diekstra; Doniagaasterpoldcr; polder Dooper, onderdeel van waterschap Do Luts; - Dijkstra.

Polder Flapper, onderdeel van waterschap De Luts; — Folkertsina; Follegaasterpoldcr.

l*older Gietema, onderdeel van waterschap Do Lcmsterpolders, groot 6 ha; Graverijpolder, onderdeel van waterschap De Luts; Groepolder.

Polder Van Ilaersaltc (h^), onderdeel van do Follegaasterpolder, groot 3 ha; - Hartstra, onderdeel van waterschap De Lange Sloot; — Haven; Hoekstra (hg), groot 3 ha; Ilolkcn-polder; Huitebuursterpoldcr, onderdeel van waterschap De Luts.

Polder De Kleine Brekken, onderdeel van waterschap De Lcmsterpolders.

1‘older Landlust, onderdeel van waterschap De Luts; - Leenstra; - Leenstra (Îi); - Gemeente Lemmer I (Ig), gedeeltelijk onderdeel van waterschap Do Lcmsterpolders; - Gemeente Lemmer II (I3).

Polder Mulder (mj), onderdeel van waterschap De Luts, groot 6 ha.

Polder Nagelhout, groot 16 ha; - Nieuwe Grasfennen, onderdeel van waterschap De Luts; Nieuwe Sondelerpolder, onderdeel van waterschap Do Luts; Nieuw Veuonpolder, onderdeel van de waterschappen De Luts en Woudsend c.a. ; Nieuwewegspoldcr, onderdeel van waterschap Do Luts; Nijcbuur.stcrpolder, onderdeel van waterschap De Luts.

Polder De Oosterling; Oude Sondelerpolder, onderdeel van waterschap De Luts; Polder Over De Brekken.

Polder Palsma (Pi); - Postma.

Beintjcgrachtpolder, onderdeel van waterschap De Luts; polder Biotpocl, onderdeel van waterschap Do Luts; - Ringers, onderdeel van waterschap De Luts; - Rijkema, gedeeltelijk onderdeel van de waterschappen De Groote Noordwolderpolder en De Luts; Rijlsterpolder; Rijsterpolder, onderdeel van waterschai) De Luts.

Polder De Samenvoeging; - Schaap; Scharleijonpolder; polder De Schotten; - Schipper (Sg), onderdeel van polder Over Do Brekken; - Scmplonius; - Siebesma; Slotcrkooipolder (83), gedeeltelijk onderdeel van waterschap De Grens; Slotmolenpoldcr; Star Numanpolder (.^4), onderdeel van waterschap Do Luts, groot 13 ha; polder Sijbesma (Sg), onderdeel van waterschap De Lcmsterpolders, groot 4 ha.

Polder Tjalma.

Polder De Vooruitgang.

Polder Van der Wal, onderdeel van waterschap De Luts; - Werselius; Wcstcrenderpolder, onderdeel van de waterschappen Do Luts en Woudsend c.a.; polder Wierda, onderdeel van waterschap De Luts, groot 9 ha; - Wierda (w^), onderdeel van de waterschappen De Luts en Woudsend c.a. ; Wijkelcrpolder, onderdeel van waterschap De Luts ; polder Wittemans.

Polder Ijsbaan Balk (üi), onderdeel van waterschap De Luts, groot 3 ha; - Ijsbaan Sloten (ijg), onderdeel van waterschap Wollegaast, groot 2 ha; - IJsbaan St. Nicolaasga (ijg), onderdeel van Scharleijonpolder, groot 3 ha.

Zomerpolder, onderdeel van de waterschappen Do Luts en Woudsend c.a.; Zuiderfonnons-poldcr, onderdeel van waterschap De Luts.



lt;

X HuJpsl

^^ inl.sJ.


z. b.


p. — 0.95 z. p. -— 0.90

4.6

/Ü4 ha



,,, ^ . , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;\ met opgave van do aard van het bemaUngsworktuig

Klcctrisch gemaal ƒ

f (c — ccntrifugaalpomp ; s = schroefpomp; v = vijzel) Olicgeinaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;? nbsp;nbsp;nbsp;, .

k en het aantal nr waterverzet per minuut bij do in m Stoomgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;) aangegeven opvoerhoogto

Windmotor met raddiameter in m

Windmotor, raddiameter in in met electro- of oliemotor als hulpdrUfwerk

Windmolen met vlucht in m

Kleine windmolen

Schutsluis

Uitwateringssluis

Keersluis

Hulpsluis, doet dienst bij veel waterbezwaar

Inlaatsluis

Grondduiker

Grondduiker met afsluiting

Grondduiker met stuwvermogen

Duiker met stuwvermogen

Duiker

Stuw

Stuw met schuif

Stuw met schotbalkcn

Verkenmerk van het N.A.l*.

Peilschaal

Peilschaal, geregeld waargenomen

ZomerbomaUng in gebied, dat uitsluitend in do zomer wordt bemalen

Grens tussen polder en de daarop lozende zomcrbcmaling in de kleur van do polder

Poldcrpeil

Zomerpeil ? in m t.o.v. N.A.P.

Hoogtecüfer •'

Verharde weg

Grootte van polder, hoger deel, gebied met zomcrbcmaling of boezemgebied volgens meting op de topografische kaärt, schaal 1 : 25 000, met de pool-planimeter. Voor zover de grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift

Waterkcrende dijk met oeververdediging en hoofden

Waterkeronde dijk

Hoge oeverrand

Oeververdediging

Administratieve grens van cen waterschap

Administratieve grens van het waterschap De Luts

Toevoerleidingen in de Noordoostpolder


Universiteitsbibliotheek Utrecht


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan cen complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten, met een eigen beheerste waterstand, zijn afgesloten van do omringende wateren. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem, Avaarop zij afwatcren.

Polders, die hun water eerst op cen andere polder lozen, hebben do tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van do boezem, waartoe zij behoren. Een bredo bics van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is do naam in rood geplaatst.

Do namen van waterschappen en ongereglcmentoerdo polders zijn in bruin op de kaart aangegeven. Namen van onderdelen van waterschappen, voor zover zij niet in het bijschrift zijn vermeld, zijn aangegeven in onderdruk.

Administratieve grenzen van w’aterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Do volledige gegevens van do bemalingsinstallaties, alsmede meer gedetailleerde overzichten van de waterstaatkundige toestand liggen ter inzage bij de directie Algemene Dienst, Konings-kade 25, ’s-Gravenhage.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverij bedrijf te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSKBCIITEN VOORBEHOUDEN


LEMMER



-ocr page 37-

Afwateringseenheden

Het gebied, dat bestaat uit hoge gronden, boezem- en polderland, is onderverdeeld in: a. gebied, dat direct loost op de Friese boesem;

Tot deze laatste behoren de gebieden, die afwateren op kanalen en vaarten, waarvan het eerste kunstwerk vanaf de boezem gerekend de scheiding vormt met de boezem.

Overtollig water wordt geloosd op het IJsselmeer door middel van het ,,lr.Wouda”-gemaal te Lemmer; natuurlijke lozing kan bij eb geschieden door de Friese sluis bij Zoutkamp en Dokkumernieuwezijlen te Engwierum op de Lauwerszee, alsmede door de sluizen te Harlingen en het Roptazijl op de Waddenzee, in droge tijden kan water worden ingelaten vanuit het IJsselmeer bij Tacozijl en Lemmer. Het zomerpeil bedraagt 0,66 m — N.A.P, = Fries Zomerpeil of F.Z.P. Gestreefd wordt naar een stand van 0,15 m tot 0,20 m F.Z.P.

De totale grootte van het gebied, afwaterend op Frieslands boezem, bedraagt ca 319 900 ha, inclusief de boezem: hiervan is ca 190 500 ha polderland. Degroottevan het boezemwater bedraagt ca 14 000 ha. Van het gebied ligt ca 305 400 ha 'n Friesland, ca 9400 ha in Groningen, ca 3230 ha in Drenthe en ca 1870 ha in Overijssel.

Op dit blad komen de volgende onderdelen voor:

|A. gebied, afwaterend op het midden- en bovenpand van de Linde.

I. Gebied, direct lozend op de Friese boezem

Van het gebied, dat bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden en de z.g. onder- en bovengronden van de Veenpolders en Veendistricten, zijn de voornaamste wateren, die geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen en tezamen een deel van de boezem vormen: Tjeukemeer, Pier Christiaansloot, Jonkers- of Helomavaart, Engelenvaart, Schipsloot, Scharsterrien, Tjonger of Kuinder, Tjongerkanaal, Bijlindeen Nieuwe Kanaal.

|A, Midden- en Bovenpand van de Linde

Van het gebied, dat bestaat uit hoge gronden en polderland, zijn de voornaamste wateren, die geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen; het middenpand van de Linde, het Wijde en Mallegat. De totale grootte bedraagt 17 452 ha, waarvan 2800 ha polderland. Van het gebied ligt 14 455 ha in Friesland, 1100 ha in Overijssel en 1870 ha in Drenthe. Overtollig water wordt door sluis G geloosd op de Friese boezem.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Lemmer, Steenwijk-Oost, Herenveen-West en -Oost, Sneek-Oost, Sneek-Stavoren, Harlingen-Sneek, Harlingen, Leeuwarden-Oost en -West en Assen-West.

Van het gebied, dat bestaat uit polderland, komt een klein deel voor aan de westrand van dit blad. Het watert rechtstreeks af op het Ijsselmeer nabij Lemmer en heeft een grootte van 320 ha. Voor nadere bijzonderheden zie blad Lemmer.

Het gebied bestaat uit polderland met enige onderbemalingen en heeft een totale grootte van 34 675 ha. De lozing geschiedt door de gemalen „Buma” bij Lemmeten ,,Vissering” bij Urk op het Ijsselmeer. Water kan o.m. worden ingelaten vanuit de Friese boezem door een inlaatwerk nabij Kuinre. In bijzondere gevallen is het mogelijk, door middel van de schutsluis te Marknesse het water van Afdeling I af te voeren naar bovengenoemde gemalen, zodat deze dan ook Afdeling i kunnen bemalen.

Het gebied bestaat uit polderland en heeft een grootte van 12 575 ha. De lozing geschiedt door het gemaal ,,Smeenge” bij de Voorst op het Vollenhoverkanaal, dat meestal in open verbinding staat met het Ijsselmeer. Water kan worden ingelaten door inlaat-werken vanuit het Vollenhoverkanaal nabij Blokzijl en tegenover Vollenhove en vanuit het Zwarte Meer door een inlaatwerk bij Ramspol. Zie voor bijzondere gevallen onder lil. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Lemmer, Urk en Zwolle-West.

Van het gebied, dat bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden, zijn de voornaamste boezemwateren, die geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen ; Giethoornse Meer, Duiningermeer, Beulakerwijde, Steenwijkerdiep, Tijssengracht, Kanaal Steenwijk-Ossenzijl, Ossenzijlersloot en het benedenpand van de Linde. De totale grootte van het gebied bedraagt ca 46 800 ha, waarvan 8718 ha polderland. De boezem heefteen grootte van ca 5000 ha. Van het gebied ligt ca 28 810 ha in Overijssel, ca 1985 ha in Friesland en ca 16 005 ha in Drenthe. Bovendien ontvangt de boezem het overtollige water van het Meppelerdiep door de Beukerschut (zie blad Zwolle-Oost), indien het peil ter plaatse ’s winters stijgt boven 0,65 m N.A.P. en 's zomers boven 0,10 — N.A.P. De lozing geschiedt door het gemaal „A. F. Stroink” bij de Ettenlandse kolk op het Vollenhoverkanaal, dat meestal in open verbinding staat met het Ijsselmeer. Zie blad Zwolle-West. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Zwolle-West en -Oost, Steenwijk-Oost, Assen-West en Herenveen-Oost.

Van het gebied, dat bestaat uit polderland, komt een klein deel aan de zuidrand van dit blad voor. Het watert rechtstreeks af op het Vollenhoverkanaal en heeft een grootte van 120 ha. Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle-West.

mmilllll Afwateringseenheid Middelste Uiterdijken

Van het gebied, dat bestaat uit polderland met een hoger deel, komt een klein deel aan de zuidrand van dit blad voor. Het heeft een totale grootte van 90 ha. Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle-West. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'


Ongereglementeerde polders

In Frieslands boezem:

33. polder Buitendijksveld.


Verklaring der tekens


o 50 30 ^_ 2.40


h - gt;nbsp;-2


2 X 35 «2.25


S “ u - 2.45


gt;d


z.b.


Z.S.-I.10


p.-0.90


z.p.-2.50


u'.p.-2.65


.0.8


elektrisch gemaal (voor uitmaling)


elektrisch gemaal (hulpgemaal) (voor uitmaling)


elektrisch gemaal (voor opmaling)


elektrisch gemaal (voor uit- en opmaling)


rioolgemaal (opjager)


windmolen of windmotor (voor uitmaling)


windmolen of windmotor (voor opmaling)


windmolen of windmotor (voor uit- en opmaling)


kleine windmolen (voor uitmaling)


kleine windmolen

(voor opmaling)

kleine windmolen

(voor uit- en opmaling)


schutsluis


keersluis


De op dit blad voorkomende hoofdwaterkering is in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties.




met opgave van de aard van het bemalingswerktuig (C = centrifu-gaalpomp ; V = vijzel ; S = schroef-pomp) en het aantal m’ water-


verzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte


met opgave van de aard van het op-voerwerktuig en de vlucht of rad-diameter in m


vlucht of raddiameter minder dan

5 m


keersluis, welke bij doorbraak gesloten wordt


afsluitbare duiker of uitwateringssluis


afsluitbare duiker of uitwateringssluis, bedoeld als hulpsluis


inlaatwerk


grondduiker


grondduiker met afsluiting


regelbare stuw


stuw


stuw, doet dienst als inlaatwerk


peilmerk van het N.A.P.


peilschaal


peilschaal, geregeld waargenomen zomerbemaiing


zomerstand


polderpeil


zomerpeil in m t.o,v. N.A.P.


winterpeil


hoogtecijfer


grens ruilverkavelingsblok (daar aangegeven, waar de duidelijkheid dit vereist)


verharde wegen


grootte van polder of gebied volgens meting met de planimeter op de


kaart 1 : 25 000


-------------riolering in de kleur van het gebied, waartoe zij behoort

;;;;!j;ii:.'i;!i!quot;“ hoogwaterkering

i!,•„',•,!,'.;.•,•..quot;‘.‘f.quot;,quot;,quot; nbsp;nbsp;nbsp;officiële hoofdwaterkering

nin'inslaperdijk

---------administratieve grens van een waterschap (alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

-----------provinciale grens (gaat vóór de administratieve grenzen)

--------------waterleidingen, alleen dienende voor waterinlaat

'i; » ' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;infiltratiegebied in de Noordoostpolder


Toelichting

Iedere afwateringseenheid is aangegeven met een eigen kleur en wordt begrensd door een brede bies. Een smalle bies in dezelfde of andere kleur geeft de begrenzing aan van onderdelen binnen die afwateringseenheid. Een volgekleurd gebied geeft een onderdeel aan van een afwateringseenheid, dat een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezit; meerdere onderdelen, naast elkaar gelegen, worden voor de duidelijkheid in tinten van dezelfde kleur als de afwateringseenheid aangegeven. Een smalle bies in een volgekleurd gebied geeft de begrenzing aan van een hoger of lager deel in dat gebied. Waar de smalle bies samenvalt met de begrenzing van de afwateringseenheid, wordt zij vervangen door de brede bies in de kleur van die afwateringseenheid. Een gebroken bies geeft de scheiding aan tussen de hoge gronden en het polderland, waarop zij afwateren. De belangrijkste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van het gebied waartoe zij behoren, in grijs de waterlopen in volgekleurde gebieden; de namen zijn in rood bijgeplaatst. Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok. De begrenzing van het ruilverkavelingsblok is in rood aangegeven. De namen van de waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven. De namen van overkoepelende waterschappen worden buiten het kaartbeeld aangegeven in grijs. Alhoewel geen overkoepelend waterschap zijnde, is de naam van het waterschap Nyehorne wegens plaatsgebrek op dezelfde wijze aangegeven.

Voor administratieve gegevens en gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op het kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar de ,,Beschrijving van de Provincie Friesland behorende bij de Waterstaatskaart” en „Beschrijving van de Provincie Overijssel behorende bij de VVaterstaatskaart”. De volledige gegevens der bemalingsinrichtingen, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Kotiingskade 25, te 's-Gravenhage, tel. K 070-183280. De waterstaatskaarten zijn à fS.— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, te 's-Gravenhage.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


Sneek-Oost

10

Heerenveen-West

11

Heerenveen-Oost

11

Lemmer

15

SteenwiJk-West

16

Steenwijk-Oost

Urk

20

Zwolle-West

21

Zwolle-Oost

-21



STEENWIJK-WEST



-ocr page 38-

Sluizen

Wijdte in Slag-

de dag nbsp;nbsp;nbsp;drempel-

in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogte in

m — N.A.P.

In de Veenpolder van Echten

vaart; twee paar puntdeuren

bovenhoofd

benedenhoofd

In de Grote Veenpolder in Weststellingwerf

bovenhoofd

benedenhoofd

bovenhoofd

benedenhoofd

In de Tjonger

De sluis staat meestal open.

In de Linde

in de Helomavaart twee stel puntdeuren........6,50 in het benedenpand van de Linde twee stel puntdeuren nbsp;nbsp;nbsp;6,50 in het middenpand van de Linde één stel puntdeuren. . nbsp;nbsp;nbsp;6,50

Hier kan worden geschut van:

1e. beneden- naar middenpand van de Linde;

2e. benedenpand van de Linde naar de Helomavaart;

3e. middenpand van de Linde naar de Helomavaart.

In de Helomavaart

In de Linde

In Waterschap Vollenhove

In de Noordoostpolder

K. Inlaatsluis bij Kuinre; één opening 1,00 x 1,25 m, met houten schuif . ’

L. Inlaatsluis bij Blokzijl; één opening 0,60 x 0,60 m, met houten schuif

M. Inlaatsluis in de haven van Blokzijl; twee openingen, elk 0,95 m X 1,50 m, met houten schuiven

In waterschap de Blokzijler Uiterdijken

N. Betonnen uitlaat-, tevens inlaatsluis van het waterschap: diam. = 1m

-ocr page 39-

SLUIZEN


Wijdte in de dag in m


Hoogte van de slagdrempel t.o.v.

N.A.P. in m


In de Linde

A. Schutsluis tiissen het derde en vierde pand, twee


Be-neden-hoofd


Bovenhoofd



paar puntdeuren, schutkolklengte 25 m.......4,96

Ten noorden van de sluis bevindt zich een uitwateringssluis, drie openingen, elk met één schuif, elke opening . . nbsp;nbsp;nbsp;1,50


In de Noordwoldervaart

B. IJkenverlaat. Schutsluis tussen het eerste en tweede pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 25 m Naast de sluis bevindt zich een stroomduiker, één opening met één schuif..................


In de KaUenkoterwetering

C. Schutsluis tussen de Steenwijker Aa en de Kallen-koterwetering, twee hef deuren, schutkolklengte 10,45 m . . Het sluisje wordt voor scheepvaart niet meer gebruikt.


D. Keersluis tussen de Steemvijker Aa en de Kallen-koterwetering, één hefdeur.............


In de Drentsche Hoofdvaart

E. Paradijssluis. Schutsluis tussen het eerste en tweede pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m..................... Ten westen van de sluis bevinden zich twee stroomduikers, elk met één schuif, elke opening..........


F, Haveltersluis. Schutsluis tussen het tweede en derde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m Ten oosten van de sluis bevinden zich twee strootnduikers, elk met één schuif, elke opening..........


G. Uffeltersluis. Schutsluis tussen het derde en vierde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m . . Ten oosten van de sluis bevinden zich twee stroomduikers, elk met één schuif, elke opening..........


H. Dieversluis. Schutsluis tussen het vierde en vijfde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m . . Ten oosten van de sluis bevindt zich een stroomduiker, één opening met één schuif..............


Bij elk van deze vier sluizen bevinden zich twee opmalings-installaties.


In het Van Holthesvaartje

I. Keersluis tussen het vierde pand van de Drentsche

Hoofdvaart en de Oude Vaart, één hefdeur.....


— 1,70 —1,15


— 0,95


4,96 —1,70 — 0,25


1,00 nbsp;nbsp;nbsp;—


2,40 —1,04 — 0,56


2,40 — 0,54 nbsp;nbsp;—


6,00 — 2,93 — 0,18


1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 0,39


6,00 — 0,23 — 0,22

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 1,41


6,00 nbsp; 1,68 -}- 1,59

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-1- 3,59


5,90 nbsp;nbsp;-h 3,74 - - 5,80

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 5,62


4,00 5,03


Hoogte t.o.v. N.A.P. in m

Wijdte

Maxi-

of

Stuw-drempel

Boven-

mum

STUWEN

kruin.

kant

stuw-

breedte

schot-

kruin

in m

balken

of atuw-peil

In de Linde

J. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,00

-0,10

1,20

K. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,00

0,54

1,85

In de SpUttinge

L. Betonstuw met schuiven, twee openin-

gen, iedere opening............

1,00

1,57

2,55

In de Steggerdavaart

M. Betonstuw met schuiven, twee openin-

gen, iedere opening............

0,80

— 0,90

0,30

In de Steenwijker Aa

N. Houten stuw met schuif, één opening .

3,92

— 0,35

0,20

In de Oude Vaart

0. Havelterschut. Stalen stuw met schui-

ven, vijf openingen, middelste opening . . . . aan weerszijden hiervan twee openingen, elke

3,00

— 0,52*}

0,95

opening.................

1,50

P. Vaste houten stuw........

9,00

1,60

Q. Vaste houten stuw........

10,75

1,89

R. Vaste houten stuw........

S. Uffelterschut. Houten stuw met schuif.

10,35

2,66

één opening...............

In de schuif bevinden zich twee openingen, afsluitbaar met schuiven, breed 0,90 en 0,80 m. Dit schut doet ’5 zomers dienst als keersluis.

5,00

2,25

T. Vaste houten stuw........

9,65

3,51

U. Vaste houten stuw........

11,10

4,15

V. Vaste houten stuw........

W. Koningsschut. Betonstuw met schui-

11,85

4,85

ven, twee openingen, elke opening.....

4,00

4,70

6,00

X. Vaste houten stuw........

11,00

6,12

In de Leisloot

IJ. Vaste houten stuw........

4,85

2,21

In waterschap Havelte Z. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,02

0,04

0,18

Ai. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,90

0,13

0,38

Bi. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,90

0,47

0,67

Cj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,02

0,18

0,61

Dj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,85

— 0,30

-h 0,56

Ej. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,04

0,18

0,86

Fj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,90

0,96

1,23

Gj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,59

1,49

1,66

Hi. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,58

1,58

1,85


In waterschap De Wold Aa

Bij de windmotor van het v.m. waterschap Kuinerwold.

I^. Betonstuw met schuiven, drie openingen, elke opening...............

1,15

— 0,44

In de Wold Aa

Jj. Stalen stuw met schuif, één opening .

8,60

-1,10

0,70

Ki. Stalen stuw met schuif, één opening .

7,60

— 0,15

1,40

Lj. Stalen stuw met schuif, één opening .

7,60

0,50

2,10

In de Ruiner Aa

Mj. Stalen stuw met schuif, één opening

7,85

3,25

3,90

In de Koekanger Aa

N^. Stalen stuw met houten schuif, één

opening.................

3,80

0,30

1,40

In de Riete

01. Schotbalkstuw, één opening ....

3,00

2,08

2,58

Pj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,00

3,13

-I- 3,53

In de overige leidingen

Qi. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,00

2,96

-h 3,26

Rj. Schotbalkstuw, één opening

1,70

3,47

3,77

Si. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,76

3,98

1,28

Tl. Vaste keienstuw.........

1,60

4,50

Uj. Vaste keienstuw.........

1,70

4,70

Vj. Vaste keienstuw.........

1,80

4,97

Wj. Vaste houten stuw........

5,02

2,67

Xi. Vaste betonstuw.........

1,20

2,43

IJj. Vaste betonstuw.........

1,20

2,41

Zj. Vaste keienstuw.........

5,80

3,17

A2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,30

2,32

2,72

Bj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,50

3,39

3,59

In waterschap Nijeveen—Kolderveen

Cj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

4,00

-0,34

D2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,50

-0,34

E2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,80

— 0,21

F2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,20

-0,33

Gj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,20

— 0,38

vloer.


Universiteitsbibliotheek Utrecht



-ocr page 40-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

FRIESLANDS BOEZEM


I1. Gronden, rechtstreeks afwaterend op de boezem

Het voornaamste boezemwater, voorkomende op dit blad, is een gedeelte van het eerste pand van het Tjongerkanaal.

Hetzotnerpeil (Z.P.) vandeboezemis 0,66m—N.A.P. (Frieszomerpeil). Het gehele jaar wordt gestreefd naar een peil van 0,15 m tot 0,20 m Z.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Heerenveen-West en -Oost en Steenwijk- West.

H1. Boezem van het waterschap Nijehorne

Een gedeelte van de boezem komt voor in de noordwesthoek van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Heerenveen-West en -Oost en Steenwijk- West.

HI1. Derde pand van de Linde, eerste pand van de Noord-woldervaart

Met dit pand ligt o.a. gemeen de Steggerdavaart. Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Er zijn twee afzonderlijke delen :

IIIA. Het gebied, dat rechtstreeks afwatert op de Linde. Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 0;15 m — N.A.P.

IIIB. Het gebied, dat afwatert via een stuw (stuw MJ op de Steggerdavaart, groot 1461 ha, inclusief het poldertfe (ij). Het stuwpeil aan de stuw bedraagt 0,30 m N.A.P. Voor nadere bijzonderheden zie blad Steenioijk-West.

IV1. Bovenpand van de Linde

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland, hoge gronden en een poldertfe.

De totale grootte, met inbegrip van het poldertfe, bedraagt 5007 ha.

Overtollig water wordt afgevoerd naar het derde pand door een ontlast-sluis.

Het kanaalpeil bedraagt 0,55 m N.A.P.

Zie tevens blad Heerenveen-Oost.

V1. Tweede pand van de Noordwoldervaart

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Er zijn twee afzonderlijke delen :

VA. Het gebied, dat rechtstreeks afwatert op het tweede pand, totaal groot 1445 ha. Het kanaalpeil van het tweede pand bedraagt 1,45 m N.A.P. ;

VB. Het gebied, dat afwatert via een stuw (stuw L) in de Splittinge op het tweede pand, groot 2570 ha. Het stuwpeil aan de stuw bedraagt 2,55 m N.A.P.

VI1. Derde pand van het Tjongerkanaal

Een zeer klein gedeelte van het gebied, dat op deze boezem afwatert, komt voor aan de noordzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Heerenveen-Oost.

BOEZEM VAN HET WATERSCHAP VOLLENHOVE


VIIA. Kallenkoterwetering, stadsgrachten van Steenwijk. Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. De grootte bedraagt, met inbegrip van de polders, 1598 ha. Het water van de Kallenkoterwetering dient om de stadsgrachten van Steemvijk te verversen. In droge tijden wordt water ingelaten uit de Steenwijker Aa, waartoe sluis D wordt geopend.

Bij veel waterbezwaar kan de wetering zijn overtollig water afvoeren naar de Steenwijker Aa via een sluisfe (sluis C). Het peil van de stadsgrachten kan, bij voldoende aanvoer, tot N.A.P. worden opgevoerd.

VIIB. Het gebied, dat rechtstreeks afwatert op de boezem. De voornaamste boezemwateren, voorkomende op dit blad, zijn : Steenwijkerdiep, kanaal Steenwijk—Ossenzijl, kanaal Beulakerunjde—Steemvijk, Bovenwijde en de vaarten in waterschap Nijeveen-Kolderveen. Het gebied bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het zomerpeil bedraagt 0,70 m — N.A.P., het winterpeil 0,80 m — N.A.P. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Steenwijk-West, Zwolle-West en -Oost.

VIII. Steenwijker Aa

Devoornaamste waterlopen, welke hun water aanvoeren naar dit stroompfe, zijn : Tilgrup, Vledder Aa en Wapserveense Aa.

In de benedenloop van het riviertfe bevindt zich een houten stuw met schuif (stuw N), welke 's zomers gesloten is (zie VIIA). Het stuwpeil aan de stuw bedraagt 0,20 m N.A.P.

De grootte van het stroomgebied, met inbegrip van de twee polders, bedraagt 14 120 ha.

Zie tevens de bladen Heerenveen-Oost, Assen-West en Beilen-West.

BOEZEM VAN HET MEPPELERDIEP

IX2. Gronden, rechtstreeks afwaterend op de boezem

De volgende delen komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor :

IXA. Meppelerdiep en benedenpand van de Drentsche Hoofdvaart, groot......................562 ha

IXB. Waterschap Havelte. De gronden, gelegen in en gedeeltelijk gelegen buiten dit waterschap, kunnen hun overtollig water bij lage kanaalstanden rechtstreeks afvoeren naar het benedenpand van de Drentsche Hoofdvaart via een klepduiker naast het gemaal. Het polderpeil van de laagst gelegen gronden bedraagt 0,20 m

— N.A.P. De grootte van het gebied, inclusief de hoge gronden, bedraagt........................1 055 ha

IXC. Waterschap De Veendijk. Het waterschap bestaat uit twee afzonderlijke delen :

1e. het gebied, dat rechtstreeks afwatert op het benedenpand van de Drentsche Hoofdvaart, groot .............720 ha

2e. het bemalen gebied. Deze gronden kunnen bij lage kanaalstanden rechtstreeks afwateren op het benedenpand van de Drentsche Hoofdvaart door het openen van een schuif in het gemaal. De grootte bedraagt, met inbegrip van de hoge gronden 460 ha

IXD. Wold Aa

Het stroomgebied bestaat uit polderland en hoge gronden. De totale grootte, met inbegrip van de polders, berlraagt......15 075 ha

IXEi. Oufle Vaart beneden het Koningsschut (stuw W). De grootte bedraagt, met inbegrip van een poldertfe.......5 820 ha

IXE2. Oude Vaart vanaf het Koningsschut (stuw W), tot het Beilerschut (zie Beilen-West.) Dit gebied voorziet in droge tijden het vierde pand van de Drentsche Hoofdvaart van water. Het stuwpeil aan de Koningsstuw bedraagt 6 m N.A.P. De grootte bedraagt .........................8 896 ha

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen ZwoUe-Oost, Goevorden-West en Beilen-West.

  • X. nbsp;nbsp;nbsp;Tweede pand van de Drentsche Hoofdvaart

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 1055 ha. Het kanaalpeil bedraagt 1,82 m N.A.P.

  • XI. nbsp;nbsp;nbsp;Derde pand van de Drentsche Hoofdvaart

Op dit pand wateren geen gronden af. Het kanaalpeil bedraagt 3,68 m N.A.P.

XH. Vierde pand van de Drentsche Hoofdvaart

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden en heeft een grootte van 685 ha. Het kanaalpeil bedraagt 5,74 m N.A.P. Zie tevens blad Beilen-West.



STEENWIJK


OOS7


Schaal 1 : 50000


BCILEN 17


ZWOLLE 21 0


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS, WELKE GEHEEL OF GEDEELTELIJK

OP HET BLAD VOORKOMEN

Polders, afwaterende op:

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Frieslands boezem:

Polder van der Meer (ml), groot 6 ha; — van der Meij (m2), groot 3 ha; Nijenhuis (n), groot 4 ha.

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Derde pand van de Linde:

Polder Bakker (bl), groot 3 ha ; — Brouwer (b2) ; — Gebr. van Dijk (d) ; Hof (h), groot 2 ha; — Kamp (k) ; — Lolkema (l), groot 4 ha ;— van der Meer (m), groot 4 ha ; — Iloorda (r) ; — Scheer (si), groot 1 ha; — van der Schoot (s2 de Vries (v), groot 5 ha; — Ijsbaan Steggerda (ij), groot 1 ha.

  • C. nbsp;nbsp;nbsp;Vierde pand van de Linde:

Polder Siegersma (s), groot 2 ha.

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Steenwijker Aa:

Polder Schurer (s) ; — Ten Kate, beide onderdeel van waterschap h- kledderen Wapserveense Aa.

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Boezem van het Meppelerdiep:

Polder Schiphorst (s), onderdeel van waterschap De Wold Aa.

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Boezem van waterschap Vollenhove:

Polder Akse (a), groot 5 ha.

Polder Bakker I (bl), groot 3 ha ; — Bakker II (b2), groot 4 ha ; —■ Boer I ; — Boer II (b3), groot 3 ha ; Boer III (b4), groot 6 ha ; — de Boer (b5), groot 3 ha ; — Bos I (b6), groot 2 ha; — Bos II (b 7), groot 4 ha ; — Buitenhuis (b 8), groot 4ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen.

Polder Dam (dl), groot 2 ha ; — Dekker (d2), groot 6 ha ; — Derden (d 3), groot 4 ha; — Gebr. Derden (d4), groot 6 ha; — Diphoorn (d5) ;—Doopsgez. gem. Giethoorn (d6), groot 3 ha ; — Doosfes (d7), groot 2 ha ; — Doze I (d 8) ; — Doze II (d 9), groot 2 ha; — Doze III (d 10), groot 2 ha ; — Drost (d 11), groot 3 ha ; — van Dijk (d 12), groot 5 ha ; — Gebr. van Dijk (d 13), groot 3 ha.

Polder van 't Ende (e), groot 11 ha, onderdeel van waterschap Nyeveen—Kolderveen.

Polder Oelderingen ; — Giethoorn ; — Groen (g), groot 2 ha ; — Oroenestee.

Polder Hoekman (hl), groot 8 ha ; — Hofman (h 2) ; — Huisman (h 3), groot 13 ha; — Hylkema (h4), groot 4 ha.

Polder Jager I (f 1), groot 4 ha;—Jager II (f 2), groot 7 ha.

Polder Karsten (k 1 ), onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen ; — Kleene I (k 2), groot 6 ha ; — KleenelI (k 3), groot 2 ha ; — Kleene III (k4) groot 3 ha ; — Kleene IV (k 5), groot 2 ha ; — Kooiker I (k 6) ; Kooiker II (k 7), groot 9 ha, beide onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen ; — Kroes I (k 8), groot 3 ha ; — Kroes II (k9), groot 9 ha ; — Kroes III (klO).

Polder van der Linde (11), groot 8 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen ;— van Lubek (12), groot 6 ha; — Luchies (13), groot 6 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen.

Polder Maat I (m 1), groot 7 ha; — Maat II (m2), groot 3 ha ; — Maat III (m3), groot 4 ha; — Maat IV (m4), groot 4 ha; — Maat V (m5), groot 3ha; — Manden (m 6), groot 3 ha ; — Mans (m 7), groot 4 ha; — Martens I (m8) ; — Martens II (m9), groot 6 ha ; — Meijer I (m 10) ; — Meijer II, groot 2 ha, beide onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen ; — Mol I (m 12), groot 2 ha ; — Mol II (m 13), groot 5 ha; — Mol III (ml4), groot 2 ha.

Polder Nijenhuis (nl), groot 5 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen ;—Nijk (n2), groot 6 ha.

Polder Oost- en Woldmeente ; — Oosterhuis (ol), groot 13 ha;—Otten (o2), groot 12 ha.

Polder Pastoor (p).

Polder van Rossum (r 1), groot 6 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen ; — van Rossum (r 2), groot 5 lm ; — Rump (r 3), onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen.

Polder Scholing (s 1), groot 7 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen; — Schollen (s 2), groot 3 ha ; — Schra (s 3), groot 5 ha ; — Schreur (s 4), groot 4 ha;—Smit I (s 5), groot 8 ha ; Smit 11 (s6), groot 6 ha;—SmitllI (s7),groot 4 ha; — Smit IV (s8), groot 2 ha; — Smit V (s9), groot 6 ha;—-Stevens (s 10), groot 2 ha.

Polder Veen (vl), groot 6 ha;—Veurman (v2); — Vos I (v3);—Vos II (v 4), groot 14 ha;—• Vos III (v5), groot 1 ha; — Vos (v6), groot 7 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen.

Polder Warners I (w I), groot 3 ha ; — Wamers II (w 2), groot 5 ha ; — Warries (w3), groot 5 ha, onderdeel van waterschap Nijeveen—Kolderveen; — Westenbrink (w4), groot 9 ha; — Westerbeek (w5), groot 3 ha; — Wildeboer (w6), groot 2 ha; — Wink (w7), groot 3 ha;—Woutsma (w8), groot 5 ha.

Polder ijsbaan Steenwijk (ij), groot 5 ha.

Polder Zwolle I (z 1), groot 7 ha ; — Zwolle II (z 2), groot 5 ha.

VERKLARING DER TEKENS


  • ■ “1% Electrisch gemaal / Mot opgave van de aard van het bemalingswerk-) tuig (o = centrifugaalpomp, s = schroefpomp, v = i1 c 2® Oliegomaal 1 vijzel) en hot aantal m’ waterverzet per minuut bij ' de in m aangegeven opvoerhoogte

    (D

    Windmotor met raddiametor in m

    Windmolen mot vlucht in m

    X

    Kleine windmolen

    «

    Schutsluis

    lt;

    Keersluis

    X

    Uitwateringssluis

    y ^Inl.tl.

    Inlaatsluis

    0—0

    Grondduiker

    ogt;-lt;o

    Grondduiker mot afsluiting

    M

    Stuw

    Stuw met schuif

    ■o-----

    Peilmerk van het N.A.P.

    Peilschaal

    4 111

    Reg.

    Peilschaal, geregeld waargenomen

    !.■ J

    p^0.40

    Polderpeil .

    Zomerpeil J in m t.o.v. N.A.P.

    w.p.-l.OO

    Winterpeil '

    2.3

    Hoogtecijfer

    -

    Verharde weg

    5lt;WVWM6f

    Spoorweg

    Moerasgronden


385 ha Grootte van polder, boezem of stroomgebied, volgons meting op do topografische kaart, sclnuil 1 : 2,5 000, met de poolplanimeter. Voor zover de grootte, in verband met do duidelijkheid, niet op de kaart kan worden aangegevon, is zij vermeld in het bijschrift.

Administratieve grens van een waterschap

Gedeelte van een administratieve grens van een waterschap, voor zover gelegen binnen een aangrenzend waterschap.

Provinciale grens. Deze is in hot algemeen slechts aangegoven voor zover zij niet samenvalt met oen administratieve grens van een waterschap.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan oen complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van do omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten.

Polders hebben in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwatoron. Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem, waartoe zij behoren. Een brode bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert, oen smalle bles geeft de onderverdeling van dit gebied aan. Bij belangrijke vaar- en boozomwatoren on waterleidingen is de naam in rood geplaatst. De namon van waterschappen en ongerogleraenteerde polders zijn zoveel mogelijk in bruin op de kaart aangegeven. Indien de duidelijkheid dit niet toelaat, verwijst een letter in dezelfde kleur naar de naam van de polder in hot bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Voor de juiste plaats van de peilmerkon van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies zie do desbetreffende N.A.P.-registers.

De volledige gegevens van de bemalingsinstaUaties liggen ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Van Hogenhoucklaan 60, te ’s-Gravenhage.

De waterstaatskaarton zijn a f ,5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf to ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


1

Voor nadere bijzonderheden wordt verwezen naar het boekfe : Beschrijving van de provincie Friesland, behorende bij de Waterstaatskaart.

2

Voor nadere bijzonderheden wordt verwezen naar het boekfe : Beschrijving van de provincie Overijssel, behorende bij de Waterstaatskaart.

-ocr page 41-

SLUIZEN

In de Linde


Wijdte in do dag in m


Hoogte van de slagdrempel t.o.v.

N.A.P. in m


Be-neden-hoofd


Bovenhoofd


A. Schutsluis tussen het derde en vierde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 25 m....... Ten noorden van de sluis bevindt zich een uitwateringssluis, drie openingen, elk met één schuif, elke opening . .


4,96 —1,70 —1,15


1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 0,95


In de Noordwoldervaart

B. IJkenverlaat. Schutsluis tussen het eerste en tweede pand, twee paar puntileuren, schutkolklengte 25 m Naast de sluis bevindt zich een stroomduiker, één opening met één schuif..................


4,96 — 1,70 — 0,25

1,00 nbsp;nbsp;— nbsp;nbsp;nbsp;—


In de Kallenkoterwetering

C. Schutsluis tussen de Steenwijker Aa en de Kallen-koterwetering, twee hefdeuren, schutkolklengte 10,45 m . . Het sluisje wordt voor scheepvaart niet meer gebruikt.


2,40


— 1,04


— 0,56


D. Keersluis tussen de Steenwijker Aa en de Kallen-koterwetering, één hefdeur.............


2,40 — 0,54 nbsp;nbsp;—


In de Drentsche Hoofdvaart

E. Paradijssluis. Schutsluis tussen het eerste en tweede pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m..................... Ten westen van de sluis bevinden zich twee stroomduikers, elk met één schuif, elke opening..........


6,00 — 2,93 — 0,18


1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 0,39


F. Haveltersluis. Schutsluis tussen het tweede en derde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m Ten oosten van de sluis bevinden zich twee stroomduikers, elk met één schuif, elke opening..........


6,00 — 0,23 — 0,22

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 1,41


G. Uffoltersluis. Schutsluis tussen het derde en vierde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m . . Ten oosten van de sluis bevinden zich twee stroomduikers, elk met één schuif, elke opening..........


6,00 nbsp; 1,68 1,59

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 3,59


H. Dieversluis. Schutsluis tussen het vierde en vijfde pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,50 m . . Ten oosten van de sluis bevindt zich een stroomduiker, één opening met één schuif..............


5,90 nbsp; 3,74 5,80

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 5,62


Bij elk van deze vier sluizen bevinden zich twee opmalings-installaties.


In het Van Holthesvaartje

I. Keersluis tussen het vierde pand van de Drentsche Hoofdvaart en de Oude Vaart, één hefdeur.....


4,00 5,03 nbsp;nbsp;—


Hoogte t.o.v. N.A.P. in m

Wijdte

Maxi-

of

Boven-

mum

STUWEN

kruin-

ötUW-

kant

stuw-

breedte

drempel

schot-

kruin

in m

balken

of stuw-

peil

In de Linde

J. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,90

— 0,10

1,20

K. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,00

0,54

1,85

In de Splittinge

L. Betonstuw met schuiven, twee openin-

gen, iedere opening............

1,90

1,57

“h 2,55

In de Steggerdavaart

M. Betonstuw met schuiven, twee openin-

gen, iedere opening............

0,89

— 0,00

0,30

In de Steenwijker Aa

N. Houten stuw met schuif, één opening .

3,92

— 0,35

0,20

In de Oude Vaart

0. Havelterschut. Stalen stuw met schui-

ven, vijf openingen, middelste opening . . . .

3,90

— 0,52*)

-t- 0,95

(tan weerszijden hiervan twee openingen, elke

opening.................

1,50

P. Vaste houten stuw........

9,00

1,60

Q. Vaste houten stuw........

10,75

1,89

R. Vaste houten stuw........

10,35

2,66

S. Uffelterschut. Houten stuw met schuif.

één opening...............

5,00

2,25

Jn de schuif bevinden zich twee openingen, af-

sluitbaar met schuiven, breed 0,90 en 0,80 m.

Dit schut doet 's zomers dienst als keersluis.

T. Vaste houten stuw........

9,65

3,51

U. Vaste houten stuw........

11,10

4,15

V. Vaste houten stuw........

11,85

1,85

W. Koningsschut. Betonstuw met schui-

ven, twee openingen, elke opening.....

4,09

4,70

6,00

X. Vaste houten stuw........

11,00

6,12

In de Leisloot

IJ. Vaste houten stuw........

4,85

2,21

In waterschap Havelte

Z. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,02

0,04

0,18

Aj. Sdiotbalkstuw, één opening . . . .

0,90

0,13

0,38

Bi. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,90

0,47

0,67

Ci. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,02

0,18

0,61

Di. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,85

— 0,30

0,56

Ej, Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,04

0,18

0,86

Fj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,90

0,96

1,23

Gj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

0,59

1,40

1,66

Hi. Schotbalkstuw, één opening . . . .

9,58

1,58

1,85

In waterschap De Wold Aa

Bij de windmotor van het v.m. waterschap

Ruinerwold.

11. Betonstuw met schuiven, drie openingen.

elke opening...............

1,15

— 0,44

In de Wold Aa

Jj. Stalen stuw met schuif, één opening .

8,60

— 1,19

0,70

Kj. Stalen stuw met schuif, één opening .

7,60

— 0,15

1,10

Li. Stalen stuw met schuif, één opening

7,60

■P 9,50

2,10

In de Ruiner Aa

Mj. Stalen stuw met schuif, één opening .

7,85

3,25

3,90

In de Koekanger Aa

Nj. Stalen stuw met houten schuif, één

opening .................

3,80

0,30

1,10

In de Riete

0j. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,00

2,08

-h 2,58

Pj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,00

3,13

3,53

In de overige leidingen

Qj. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,90

2,96

3,26

Ri. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,70

3,47

3,77

Si. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,76

3,98

1,28

Ti. Vaste keienstuw.........

1,60

4,50

Ui. Vaste keienstuw.........

1,70

4,70

Vj. Vaste keienstuw.........

1,80

1,97

Wj. Vaste houten stuw........

5,02

2,67

Xi. Vaste betonstuw.........

1,20

2,43

Ui. Vaste betonstuw.........

1,20

2,41

Zj. Vaste keienstuw.........

5,80

3,17

A2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

1,30

2,32

2,72

Bg. Schotbalkstuw, één opening , . . .

1,50

3,39

3,59

In waterschap Nijeveen—Kolderveen

C2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

4,00

-0,34

Dg. Schotbalkstuw, één opening . . . .

3,50

-0,34

E2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,80

-0,21

Fg. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,20

-0,33

G2. Schotbalkstuw, één opening . . . .

2,20

— 0,38

*) vloer.


-ocr page 42-


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


VIH


Boezemgebied van het waterschap Vollenhove

L SteenwiJker Aa

Van dit stroomgebied komt een klein gedeelte voor indenoordu'estelijkehock van het blad. Voor nadere bijzonderheden zie blad Steenwijk-Oost.


SLUIZEN


'FSterscha


52

55


gt;a pse^v


^^ptnau^


Zx


Zi^itteir


Afi


i^iggeh


55'


52

^50'


55 hit



Wat er SC


.^n/fii4.i


lO^


X’


XnHÿJI


^ieu^


52

45'


Dl-


S^’-i^St


MiOigÿp.


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.



Oude


52 45'


XII


Verlenf/iie


No'lfrdu est


Heerenveen

Assen

Asten

00« nbsp;11

west 12

oost 12

Steenwijk

Beilen

Beilen

oo«! 16

west 17

oost 17

Zwolle

Coevorden

Coevorden

00« nbsp;21

west 22

oost 22




Boezemgebied van het Meppelerdiep

II, Oude Vaart-Wold Aa

Van het stroomgebied, dat bestaat uit boezemland en hoge gronden, komen de volgende delen gedeeltelijk op dit blad voor:


Gebied, afwaterende op of behorende tot:


Oppervlakte in ha met inbegrip van de stromende wateren


a 1.


a 2.


b.


Oude Vaart vanaf het Beilerschut {H) tot aan het Koningaschut (zie blad Steenwijk-Oost), Brunstinger-leek, Hijkerleek, Baarselsleek, Noordlake en Rustlake Oude Vaart beneden het Koningsschut (zie blad Steenwijk-Oost)

SVold Aa en Ruiner Aa (zie blad Bteenunjk-Oost) . .


8896


6805

16075


a 1 en a 2 maken deel uit van het gebied van het waterschap De Oude Vaart, b vormt het gebied van hel waterschap De Wold Aa. De totale grootte van dit stroomgebied bedraagt ca 29 776 ha. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Steenwijk-Oost en Coevorden-West.

HL Vierde pand van de Drentsche Hoofdvaart

Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 685 ha en komt gedeeltelijk aan de westrand van het blad voor. Zie tevens blad Steenwijk-Oost. Het kanaalpeil bedraagt 6,74 in


IV. Vijfde pand van de Drentsche Hoofdvaart

Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit boezemland en hoge gronden en heeft een grootte van 880 ha. Zie tevens blad Steenwijk-Oost. Het kanaalpeil bedraagt 7,80 m N.A.P.

V. Zesde pand van de Drentsche Hoofdvaart

Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit hoge gronden en boezemland. Het heeft een grootte van 300 ha. Het kanaalpeil bedraagt 9,86 m


VL Zevende pand van de Drentsche Hoofdvaart

Alet dit pand liggen gemeen: eerste pand van de Alolenwfjk, eerste pand van het Oranjekanaal, Beilervaart en bovenpand van het Linthorst-IIomankanaal; het ontvangt tevens het overtollige water van het tweede, derde en vierde pand van het Oranjekanaal.

Van het gebied, dat bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden, komen de volgende delen geheel of gedeeltelijk op het blad voor:


Gebied, afwat erendo op :


Oppervlakte in ha mot inbegrip van do boezem on de stromende wateren


VI a. Zevende pand Drentsche Iloofdvaart, eerste pand Molenwijk, eerste pand Oranjekanaal en Beilcrvaart Bovenpand Linthorst-IIomankanaal......

VI b. De BeUerstroom bovenstrooms van het Beilerschut (II), IVesterborkerstroom en Eiirsingerstroom . . .


4074

1535


6186


10794


Gebied Vl b voert zijn water voor het overgrote deel van het faar af door sluis G op de Beilcrvaart. Bij veel waterbezwaar wordt het Beilerschut (II) geopend en sluis G gesloten en heeft de afvoer plaats door de Oude Vaart naar het Aleppelcr-diep. liet kanaalpeil van het zevende pand bedraagt 11,60 m N.A.P. Zie tevens de bladen Assen^H'est en Beilen-Oost.


VII, Tweede pand van de Molenwijk

Een gedeelte van het gebied, dat zijn water afvoerl op dit pand, komt voor aan de noordrand van het blad. Het bestaat uit enig polderland, boezemland en hoge gronden met een totale grootte van 1326 ha. Het kanaalpeil bedraagt 13,03 m N.A.P. Voor nadere bijzonderheden zie blad Assen-West.


VIII. Tweede pand van het Oranjekanaal

Het gebied, dat zijn ivater afvoert op dit pand, bestaat uit twee afzonderlijke delen met hoge gronden. Het heeft een totale grootte van 1560 ha. Overtollig water kan worden gespuid door ontlastsluis D op de Oude Vaart via Hijkerleek en Brunstingerleek. Het kanaalpeil bedraagt 13,27 m N.A.P.


IX, Derde pand van het Oranjekanaal

Het gebied, dal zijn water afvoert op dit pand, ligt voor een klein deel aan de ooslrand van het blad. Overtollig water kan worden gespuid door ontlastsluis E op de BeUerstroom via de Altingerleek. Voor verdere bijzonderheden zie blad BeUen-Oost. Hel kanaalpeil bedraagt 14,95 m 4- N.A.I*.

X. Benedenpand van de Middenraai

Met dit pand liggen verschillende wijken gemeen. Het gebied, dat zijn reater op dit pand afvoert, bestaat uil hoge gronden met een grootte van 1655 ha. Hel kanaalpeil bedraagt 13,95 m N.A.P.


XL Bovenpand van de Middenraai

Het gebied, dal zijn water af roert op dit pand, bestaat uil hoge gronden. Een gedeelte hiervan koml voor aan de ooslrand i'an het blad. Het heeft een grootte van 2855 ha. Het kanaalpeil bedraagt 14,05 m N.A.I*. Zie voorts blad Beilen-Oosf.


XIL Oude Diep of Echtener Stroom

Het stroomgebied van deze vaart komt voor aan de zuidrand van het blad. Het bestaat uit hoge (planden met een totale grootte van 4370 ha. Overtollig water wordt afgevoerd naar het derde pand van de Hoogeveensche Vaart over een schotbalkstuw. Zie blad Coevorden-West.


XIII, Derde pand van de Hoogeveensche Vaart

Aan de zuidrand van het blad komt een klein deel van dit gebied voor. Voor nadere bijzonderheden zie blad Coevorden-West.

XIV. Vierde pand van de Hoogeveensche Vaart

Het gebied, dat zijn water afroert op dit pand, komt voor aan de zuidrand van het blad. Het bestaat uit hoge gronden met een grootte van 145 ha. Overtollig water kan worden afgevoerd door twee stroomduikers in de Echtenersluis (blad Coevorden-U'est). Het kanaalpeil bedraagt 6,99 in 4- N.A.P.

XV, Vijfde pand van de Hoogeveensche Vaart

Het gebied, dat zijn reater afroert op dit pand, komt voor aan de zuidrand van het blad. Het bestaat uit hoge, gronden met een grootte van 136 ha. Overtollig water kan worden afgevoerd door twee stroomduikers in sluis J. Het kanaalpeil bedraagt 9,17 m 4 N.A.P.

XVL Zesde pand van de Hoogeveensche Vaart

Met dit pand liggen vele wijken gemeen in het Hollandsche Veld. Het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, bestaat uit polderland en hoge gronden, de grootte bedraagt 5108 ha. Overtollig water kan worden afgeroerd door twee stroomduikers in sluis K. Het kanaalpeil bedraagt 11,32 m 4- N.A.P. Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Coevorden-lVest, BeUen-Oost en Coevorden-Oost.

XVIL Zevende pand van de Hoogeveensche Vaart (Verlengde Hoogeveensche Vaart)

Met dit pand liggen gemeen: benedenpand van hei Linthorst-IIomankanaal, Zwindersche Wijk en vele andere wijken, het ontvangt tevens het overtollige water van het boven- en benedenpand van de Middenraai. Van het gebied, dat uit hoge gronden en boezemland bestaat, komen de volgende delen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor:


Gebied, afwaterendo op:


Oppervlakte in ha met inbegrip van do boezem en do stromende wateren


XVII n.


Het benedenpand van het Linthorst-Homan-kanaal ................. Zwindersche Wijk, derde pand kanaal Coevor-den-Zwinderen, Alarsstroom, Geeserstroom, H'esterstroom. (Zie blad BeUen-Oost) . . . .


4580


8020


13500


Ve totale grootte van dit stroomgebied bedraagt ca 25120 ha. Overtollig water kan worden afgevoerd door twee stroomduikers in sluis L. Het kanaalpeU bedraagt ± 12,80 m N.A.P. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Beilen-Oost, Coevor-denAVest en Coevorden-Oost.


Boezemgebied van het Eemskanaal

XVIIL Vijfde pand van het Noord-Willemskanaal, het Ameren Deuzerdiep

Het gebied ligt voor een klein deel in de noordoostelijke hoek van het blad. Het bestaat uit boezemland en hoge gronden en maakt deel uit van de gronden, die hun water afvoeren op het Eemskanaal. Zie voorts de bladen Asscn-IVcst en -Oost, BeUen-Oost en Groningen-West en -Oost.


Boezemgebied van de Vecht

XIX, Eerste pand van het kanaal Coevorden-Zwinderen

Met dit pand liggen gemeen: Loodiep, eerste pand Stieltjeskanaal, Drostendiep. (Zie de bladen BeUen-Oost en Coevorden-Oost.)

Een klein deel van het gebied, dat zijn water afvoert op dit pand, ligt aan de ooslrand van het blad. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen BeUen-Oost en Coevorden-Oost.


In de Drentsche Hoofdvaart

A. Ilaarsluis. Schutsluis, twee paar puntdeuren, aan weerszijden een stroomduiker, schutkolklengte 27,50 m . .

B. Veenesluis. Schutsluis, twee paar puntdeuren, aan weerszijden een stroomduiker, schutkolklengte 26,75 m . .

In het Oranjekanaal


C.

lengte

D.

E.


ïejiffte 25 m


F.


Schutsluis no. 1, twee paar puntdeuren, schutkolk-26 m

Ontlastsluis, twee openingen, ieder met een klep . .

Schutsluis iio. 2, twee paar puntdeuren, schutkolk-


Ontlastsluis, twee openingen, ieder met een klep. .


In de BeUerstroom

G. Inlaatsluis tussen de BeUerstroom en de BeUerraarf, één opening met een schuif..............

H. Beilerschut. Keersluis, één opening met Stoney-schuif.......................

In het Linthorst-Homankanaal

I. Schutsluis, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 34 m.......................

In de Hoogeveensche Vaart

J, Nieuwebrugsluis. Schutsluis, tweepaar puntdeuren, aan weerszijden een stroomduiker, schutkolklengte 40 m . .

K. Veencsluis. Schutsluis, twee paar puntdeuren, aan weerszijden een stroomduiker, schutkolklengte 40 in . . . .

L. Noordscho schut. Schutsluis, twee paar puntdeuren, aan weerszijden een stroomduiker, schutkolklengte 40 m . .

In de Middenraai

M. Schutsluis, twee paar puntdeuren, schutkolklengte

26 m .......................

N. Schutsluis, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 25 m .......................


Wijdte in do dag in m

Hoogte slagdrumpel t.o.v. N.A.P. in m

Beneden-hoofd

Bovenhoofd

6,00

5,80

7,86

5,96

7,86

8,10

6,00

1,50

9,60

12,85

11,27

6,00

1,50

11,32

14,50

12,90

2,00

10,76

4,50

10,53

6,25

9,00

10,65

6,00

1,68

6,69

6,00

6,86

8,63

6,00

8,83

10,46

5,50

10,45

11,45

5,00

11,95

11,95


STUWEN

Kruin-

Iloogto

Stuwpoll

breodto

vaste

in m 4-

Volguo. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Soort der stuwen

in in

drompel

N.A.P.

in m 4-N.A.P.

In het waterschap De Wold Aa

A 1

Betonstuw' met schotbalken.............

3,00

4,07

4,37

B 1

Idem......................

2 2'^

4,87

5,17

C 1

Idem......................

2,22

5,79

6,09

D 1

Stuw met beweegbare stalen klep...........

7,75

4,25

4,90

E 1

Stuw met beweegbare stalen kleppen ..........

7,75

8,25

5,90

F 1

Vasto keienstuw..................

1,00

6,28

3,28

G 1

Keienstuw met schotbalken..............

1,50

6,40

6,60

H 1

Vaste betonstuw..................

1,20

7,29

7,29

I 1

Betonstuw met schotbalken.............

3,00

6,21

6,61

J 1

Keienstuw met schotbalken..............

1,25

7,06

7,26

K 1

Vaste bodemkribben van veldkeien .........

1-1,40

7,34

7,34

L 1

Idem......................

0,90-1,35

7,74

7,74

M 1

Idem......................

1-1,50

8,08

8,08

N 1

Stuw met dubbele houten schiiif............

3,06

6,44

7,25

0 1

Betonstuw met schotbalken.............

3,00

8,27

8,67

P 1

Idem......................

2,50

9,54

9,89

Ql

Stuw met dubbele houten schuif............

1,75

9,65

10,41

R 1

Keienstuw met schotbalken..............

1,77

10,92

11,27

S 1

Idem......................

1,05

11,03

11,33

T 1

Stuw met beweegbare .stalen klej)...........

6,72

6,10

6,60

U 1

Keienstuw met schotbalken..............

1,50

6,71

6,86

V 1

Idem......................

1,50

7,15

7,35

W 1

Vasto betonstuw..................

1,20

7 22

7,22

X 1

Stuw met beweegbare stalen klep...........

5,69

7,00

7,60 ■

Y 1

Keienstuw met schotbalken..............

2,50

7,69

7,99

Z 1

Idem......................

1,75

10,06

10,36

A 2

Keienstuw met schotbalken..............

1,50

10,50

10,70

B 2

Idem......................

1,00

8,2 7

8,42

C2

Vaste betonstuw..................

1,25

8,06

8,06

D 2

Idem......................

1,70

8,33

8,33

E 2

Stuw met berveegbare stalen klep...........

5,69

8,30

8,90

F2

Stuw met dubbele houten schuif............

4,00

8,55

9,35

G 2

Betonstuw inct schotbalken.............

1,75

10,54

10,84

H 2

Idem......................

3,00

10,05

10,20

I 2

Idem......................

3,00

10,84

11,24

J 2

Keienstuw met schotbalken..............

1.50

12,06

12,26

K 2

Betonstuw met schotbalken..............

2,50

11,71

12,06

L 2

Keienstuw met schotbalken..............

1,50

12,21

12,41

M 2

Idem......................

1,50

13,56

13,76

N 2

Betonstuw met schotbalken..............

1,77

9,85

10,15

0 2

Idem......................

1,75

10,88

11,18

P 2

Keienstuw met schotbalken..............

1,50

11.82

12,02

Q2

Idem......................

1,50

11,85

12,05

R 2

Idem......................

1,50

11,17

11,57

In het waterschap De Oude Vaart

S 2

Vasto houten stuw.................

11,50

6,48

6,48

T 2

Idem......................

8,50

6,68

6,68

U 2

Idem......................

7,80

8,01

8,01

V 2

Idem......................

7,50

8,67

8,67

W 2

Idem......................

7,00

9,31

9,31

X2

Idem......................

4,80

9,79

9,79

Y 2

Idem......................

4,00

10,51

10,51

Z 2

Idem......................

3,50

11,40

11,40

A 3

Vaste geinetseldo stuw...............

4,00

6,94

6,94

B 3

Vasto houten stuw.................

4,30

7,92

7,92

C 3

Idem......................

4,00

8,49

8,49

D 3

Idem......................

3,50

9,06

9,06

E 3

Idem......................

2,50

9,97

9,97

F3

Idem......................

4,50

12,61

12,61

G 3

Idem......................

5,00

13,35

13,35

H 3

Idem......................

3,00

14,28

14,28


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

I’oldcr J. Daling; pohler Wed. M. Daling; polder Diependal; polder Koops; polder Teugen (t), groot 6 ha; vlocivelden aardappelmeelfabriek „Oranje”; polder Vos.

VERKLARING DER TEKENS


Willem


1.50


gt; lt;nbsp;fn/.sf.

^^ Hulpsl.


17.1


8890 ha


B^Ieetrisch geniaal *


niet opgave van do aard (c = ccntrifugaalpomp; s waterv'erzot per minuut voerhoogte


Kleine windmolen

Schutsluis

Uitwateringssluis

Inlaatsluis

Hulpsluis, doet dienst bij veel waterbezwaar

Grondduikcr


van het bemaUngswerktuig

« schroefpomp) en het aantal m’ bij do in nieters aangegeven op-


Stuw

Stuw met schuif

Stuw met klep

Verkenmerk van het N.A.P.

Peilschaal

Peilschaal, geregeld waargcnoiuen

Iloogtccijfcr in m t.o.v. N.A.P.

Riolering in do kleur van het stroomgebied, waartoe zij behoort

Verharde weg

Spoorweg

Grootte van polder, boezem of stroomgebied, volgens meting op do topografische kaart, schaal 1 : 25000, met do poolplanimeter. Voor zover do grootte in verband met de duidelijkheid niet op de kaart kon worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.

Administratiovo grens van een waterschap

Administratieve grens van het waterschap Nieuwe wijkje—Loodegracht.


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten zijn afgescheiden van do omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten.

Do polders hebben in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij af wateren.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van do boezem of het stromende water, waartoe zij behoren. Een bredo bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert; een smalle bics geeft de onderverdeling van het betrokken gebied aan.

Bij belangrijko waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

Do namen van waterschappen en ongcreglemcnteerdo polders, voor zover zij niet zijn aange-geven in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van uitwateringswaterschappen zijn slechts dan aangegeven, wanneer zij afwijken van dio van de waterstaat.

Do waterstaatskaarten zijn verkrijgbaar h f 5 per stuk bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, to *s-Gravenhogc, en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN



ft


Universiteits bibliotheek Utrecht


-ocr page 43-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN Boezemgebied van het Eemskanaal


Boezemgebied van de Vecht


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal 1 : 50000


Assen west 12

Assen oost ^2

Boertange

13

Beilen west -j 7

Beilen oost 17

Roswinkel 18

Coevorden '*®*^ 22

Coevorden oost 22

Nieuw-Schoonebeek 23


Herzien in 1953



L Hunze of Oostermoersche Vaart; Drentsche A; Zuidlaardermeer

Van het strooingebied, dat bestaat uit polderland, boezemland en hoge (fronden, komen de volgende delen gedeeltelijk aa7i de nuordra^id van dit blad voor:

Oppervlakte in

1 nbsp;nbsp;1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;o 1 v nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;inbegrip

Gebied, afwaterende op of behorende tot: van de stromende wateren

Zuiderhoofddiep (zie blad Assen-Oost).......3

23 330


XX, Eerste pand van het Coevorden-Vecht-kanaal

Van het gebied, dat zijn ivater op dit pand afvoert en bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden, komen de volgende delen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor:


Gebied, afwaterende op of behorende tot:


Oppervlakte in ha met inbegrip van de stromende wateren


a. Eerste pand van het kanaal Coevorden-Zwi7ideren . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;480

b. Loodiep, Ruimsloot..... nbsp;3 180

c. Drostendiep, Laak, Hoolslootsdiep, Sleenerstroo7n, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;11 676


15 336


De totale grootte van dit gebied bedraagt ca. 28 241 ha. Het kanaalpeil bedraagt

9,10 771 4- N.A.R. Zie voorts de bladen Coevorden-Oost cu Nieuw-Schoonebeek.


De totale grootte van dit stroomgebied bedraagt ca. 17 825 ha. Zie voor nadere bijzonderheden de bladen Reilen-lVesf, Assen-lVesf, Assen-Oost en Groningen-Oost.

H, Eerste pand van het Kanaal Buinen - Schoonoord; derde pand van het Zuiderhoofddiep

Het gebied, dat zijn u-ater op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden en komt voor een deel voor aan de noordrand ran dit blad. Het heeft een grootte van 1690 ha. Het kanaalpeil bedraagt 6,90 m -t N.A.P. Zie i'oorts blad Assen-Oost.

Hei gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 1305 ha. Het kanaalpeil bedraagt 10,76 m 4-N.A.D. Zie voorts blad Asseji-Oost.

' Het gebied, dat zijn water op dit pand af voert, komt voor een groot deel voor aan de noordrand van dit blad en bestaat uit boezemland en hoge gronden. De grootte bedraagt 3270 ha. Overtollig ivatcr kan worden afgevoerd door 2 stroom-duikers in sluis F. Het kanaalpeil bedraagt 12,76 in N.A.F. Zie voorts blad Assen-Oost.

Het gebied, dat zijti water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft eeti grootte van 955 ha. Overtollig water kan door stroomduikers in sluis F worden afgevoerd. Het kanaalpeil bedraagt 14,76 m N.A.P.

Met dit pand ligt een wijkennet gemeen. Het gebied, dat zijn water op dit pemd afvoert, komt voor een klein deel in de noordoosthoek van dit blad voor. Het heeft een grootte van 2290 ha. Het kanaalpeil bedraagt 7,20 m -j- N.A.P. Zie voorts de bladen Assen-Oost, Doeria7ige en Roswinkel.

Met dit pand ligt een ivijkenriet gemeen. Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, komt gedeeltelijk aan de oostrand van dit blad voor en bestaat uit polderen boezemla7id. Het heeft een grootte iwi 4771 ha. Het kanaalpeil bedraagt 8,30 in N.A.P. Zie voorts de bladen Roertange C7i Roswinkel.

Met dit pand ligt ee7i wijkennet ge^neen. Het gebied, dat zijn umter op dit pand afvoert, komt vooi' een deel aaii de oostrand van dit blad i'oor en bestaat uit polderland, boczernland e/i hoge gro7idcn. Het heeft een grootte van 2339 ha. Het kanaalpeil bedraagt 9,12 m N.A.P. Zie voorts blad Roswi77kel.

Boezemgebied van de Westerwoldsche A

Met dit pand ligt een wij kennet gemeen. Het gebied, dat zijii water op dit pand afvoert, komt voor ec7i deel aaii de oostrand van dit blad voor en bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft ee7i grootte van 2145 ha. Het kanaalpeil bedraagt 10,60 7n 4- N.A.P. Zie voorts blad Rosuinkd.

Het gebied, dat zijn water 027 dit pand afvoert, komt voor een klei7i deel aan de oostrand vaii dit blad voor. Het heeft een grootte van 3592 ha. Zie voorts blad Roswitikel.

Boezemgebied van het Meppelerdiep

Het gebied, dat zijn water op dit paiid afvoeri, koint voor een groot deel aagt de 7Vestrand va7i dit blad voor 01 bestaat iiit boezemland C7i hoge gronden. Het heeft cem grootte vari 2890 ha. Ovenollig water ka/i ivordeii afgevoerd door eem ontlast-sluis (zie blad ReUen-lVcst). Het kanaalpeil bedraagt 14,95 771 4- N.A.1\ Zie ook blad Reilcn-iVest.

Met dit pand ligt een ivijkennet gemeen. Het gebied, dat zijn water 02) dit pand afvoert, bestaat uit twee afzonderlijke delen, boezc7nland met inbegrip van twee polders en hoge groiiden. Het heeft een grootte van 5999 ha. Overtollig water kan worden afgevoerd door ontlastsluis R. Het kanaalpeil bedraagt 16,76 m N.A.R.

2'ijdens de aarda-pp€lca77ip(tgne O7iiv(tngt de boezem bovendien het water va7f, een gebied, groot 265 ha, zuidelijk van de keersluis in de 'Fweede Roerwijk.

Zie voorts blad Rosivinkcl.


XXI, Tweede pand van het Stieltjeskanaal

Met dit pa7id ligt een wijkennet gemeen. Het gebied, dat zijn rvater op dit pand afvoert, bestaat uit polderland, boezemland eii hoge gronden en komt voor een klein deel aan de zuidrand van dit blad voor. Voor nadere bijzonderheden zie blad (^oevorde7b-Oost.



XXII, Tweede pand van de Lutterhoofdwijk

Van het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, ko7nt een klein gedeelte voor aan de zriidwestrand va7i dit blad. Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Coevorden-lVest en -Oost.


SLUIZEN

In het Oranjekanaal

A. Sluis III, schutsluis tussen het derde en vierde pand, twee stel puntdcuren, schutkolklengte 25 m........

B. Ontlastsluis, twee openingen, ieder met een klep . .

C. Bargersluis, schutsluis tusseii het vierde en vijfde, pand, twee stel 27untdeuren, schidkolklengte 34 771.....

In het boi'cnhoofd bevindt zich een losse drempel, hoogte 15,10 nt N.A.R.

Wijdte in de dag in m

6,00

1,50

6,00

Hoogte slagdrempel t.o.v. N.A.P. in m

Beneden- nbsp;nbsp;Bovenhoofd nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoofd

12,97 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;14,49

14,10 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;14,10

(vloer) nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(vloer)

In het kanaal Buinen-Schoonoord

D. Sluis V, schutsluis tussen het vijfde en zesde pand, twee stel piintdeuren, schutkolklengte 28 m.......

E. Sluis IV, schutsluis tussen het vierde en vijfde pand, twee stel puntdeuren, schutkolklengte 28 m; aan beide zijden bevindt zich een stroo7nduiker, waarvaii één buiten gebruik .

F. Sluis III, schutsluis tussen het derde en vierde 27and, twee stel puntdeuren, schutkolklengte 28 7n; aan beide zijden bevindt zich een stroomduiker.............

6,00

6,00

6,00

12,36

10,36

8,36

14,36

12,36

10,36

In het Kanaal Coevorden-Zwinderen

G. Sluis II, schutsluis tussen het derde en tweede 27'ifid, twee stel puntdeuren, schiitkolklengte 34 m; aan beide zijden bevi77dt zich een stroomdiiikei'.............

6,25

8,92

10,55

In de Verlengde Hoogeveensche Vaart

H. Ericasluis, schutsluis tussen het zevende en achtste pand, twee stel puntdeuren, schiitkolklengte 37 771; aa7i beide zijden bevindt zich een strooinduiker ..........

In het bovenhoofd bevindt zich ec7i losse dreitipel, hoogte 13 m N.A.P.

6,00

10,20 (vloer)

10,20 (vloer)

In de Molenwijk

I. Veldhuizerwijksluis, schutsluis tussen het eerste e/i tweede pand, twee stel puntdeuren, schutkolklengte 22,70 771

In het bovenhoofd bevindt zich een losse drempel, hoogte 12,35 m 4* K.A.l*.

5,25

11,05 (vloer)

11,05 (vloer)


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Vierde pand van het Oranjekanaal

Polder Wansing (mg)

Drostendiep

Polder Berends (b); polder Gebr. Hadders (h).

Zevende pand van de Hoogeveensche Vaart

l’older Mnnuike (mi); polder Vos (v^); polder Herman Winkelman (Wg); polder Jan Winkelman (wp; polder Terborg (t).


Met dit pand ligt een wijkennet ge7neen. Het gebied, dat zijn umter 01} dit 2)and afvoert, komt voor ec7i deel aaii de zuidoostra7id van het blad rooi' en bestaat uit boezemland en hoge gronden. De grootte bedraagt 3210 ha. Het kariaalpcil bedraagt 17,70 m 4- N.A.D. Zie voor nadere bijzonderheden blad Roswinkel.

Het gebied, dat zijn water 02) dit pand afvoert, bestaat uit boezernland en hoge gronden en ko7nt voor aan de ivcstrand van dit blad. Voor nadere bijzondcrhedc7i zie blad ReUem-irest.

Het gebied, dat zijn wafer 027 dit pand afvoert, komt rooi' een deel aan de westrand van het blad voor en bestaat uit boezemhtnd en hoge gronden. Voor nadere bijzonderheden zie blad Reilen-U'cst.

Het gebied, dat zijn wlt;/ter 02) dit pand afvoert, ko7nt 7'oor een klein deel voor in de zuidwesthoek van het blad C7i bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het kanaalpeil bedraagt 11,32 in 4 N.A.1*. Zie voorts de bladen ReUen-irest, Coevorden-Oost en -West.

Van het stroomgebied, dat bestaat uit polderland, boezeiidand en hoge gronden, kotnen de volgende delen geheel of gedeeltelijk 02) dit blad voor:

Oppervlakte in

, . , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, , , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;niet inbegrip

Gebied, afwaterende op of behorende tot: nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,

van stromende wateren

lt;f. Marsstroom, Geeserstroom, Wcsierstrooin, derde p^f^d


ran het kanaal Coevorden-Zwinderen.......8 920

b. Rechtstreeks afwaterend.............50


c. Marchienewijk, Dikkewijk, eerste 27lt;ffid Molenwijk,

Dommerskanaal, Zijtak, le Zuiderraai, 2e Zuiderraai, Waterschap de Xoordersloot en een hoger deel, Oud-

Schoonebekerveen (zie blad Nieuw-Uchooncbeek) . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2 781

Ji 751

De totale grootte van dit gebied bedraagt ca. 25 120 ha. Het kanaalpeil bedraagt 12,95 ub -4 N.A.R., toekomstig peil 12,80 m 4- N.A.R. Zie voorts de bladen Rcilen-JVest, Coevorden-V’est en -Oost, Rosrvinkcl en NieuwSchoonebeck.

Met dit pand ligt een ivijkennet gemeen. Het gebied, dat zijn water op dit 27and afvoert, bestaat iiit boezemland en hoge gronde7i. Het heeft een grootte van 310 ha. Het kanaal2)eil bedraagt 14,15 ub 4- N.A.1*.

Met dit pand ligt een u-ijkennet gemeen. Het gebied, dat zijn umter op dit pand afvoert, bestaat uit twee afzonderlijke delen: het ene deel boezcmla7id, het andere 7net een hoger deel, bestaat uit polderland, bocze7nland en hoge gro7iden. Het ko7nt voor een deel in de zuidoosthoek van dit blad voor. De totale grootte bedraagt 3930 ha.

Fen gedeelte van het gebied, groot 265 ha, voert tijdens de aardappelca7npagne zijn u'ater af naar het Vierde 2gt;fin.d van het Oranjekanaal door het openetb van de Keersluis in de tweede Roerwijk. Overtollig water ka7i ivorden afgevoerd door twee stroo7nduikers in sluis H.

Het kanaalpeil bedraagt 15,80 771 N.A.P. Zie voorts de bladen Roswinkel, Coevorden-Oost en Niemv-Schoonebeek.


VERKLARING DER TEKENS

2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;( met opgave van de aard van het bemalingswcrktuig lt;■^0.50 Kloetrisch gemaal lt;nbsp;(c centrifugaalpomp) en het aantal 111“ waterverzet ( per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte

^Q nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;( met opgave van de aard van het bemalingswcrktuig

’•'^0.7 Wotorgemaal ? (r = vijzel) en het aantal 111“ waterverzet per minuut bij ( de in m aangegeven opvoerhoogte

^5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Windmotor met raddiameter in m

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis

^^ Int st nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluis

Ontlastsluis; afsluitbare duiker

Keersluis

Grondduiker

Stuw

Damwand, tijdens aardappelcampagne getrokken

—Verkenmerk van het N.A.P.

Peilschaal!

igf nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfer in m t.o.v. N.A.P.

..............lliolering in de kleur van het stroomgebied, waartoe zij behoort

ƒ-'■ quot;nbsp;'- ■. quot;nbsp;' I Spoorweg

Verharde weg

4565ha Grootte van polder, boezem of stroomgebied volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25000, met de poolplanimeter. Voor zover de grootte in verband met de duidelijkheid niet op de kaart kan worden aangegeven, is zij vermeld in het bijschrift.

___Administratieve grens van een waterschap

Administratieve grens van het waterschap Barger-Westerveen

De volledige gegevens van de bcinalingsinstallatics liggen ter inzage bij de Directie Algemene Dienst, te ’s-Grdvenhage.


TOELICHTING

Ouder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan do hierin liggende sloten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omslotcn.

De polders hebben in verschillende linten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waartoe zij behoren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert; een smalle bies geeft do onderverdeling van het betrokken gebied aan.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en ongcreglementecrde polders, voor zover zi.i niet zijn aangegeven in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts dan aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

De waterstaatskaarten zijn verkrijgbaar 5 ƒ 5 por stuk bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage, en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEUBSHECHTEN VOORBEHOUDEN



-ocr page 44-

Schut- Wijdte in Hoogte kolk- nbsp;nbsp;nbsp;de dag slag-

lengte nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in m nbsp;nbsp;drempel

m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;mm

t.O.V.

N.A.P.

In het Weerdingerkanaal

J. Keeraluis', één opening met verticale balken .... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,5,24 830 De sluis wordt gesloten van 1 December tot 1 September.

In het Eerste Kruisdiep

K. Schutsluis; twee stel puntdeuren........33,50

benedenhoofd

bovenhoofd................. 9

In het Compascuumkanaal

Compascuumkanaal ; twee stel puntdeuren.......24,10

benedenhoofd................ 10,31

bovenhoofd................. 11,16

In het Scholtenskanaal

In het Oranjekanaal

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een opmalingsinstal-latie.

ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder Buls, polder Dijks, Emmer-Compascuum (rioolbemaling), polder Groen-wold, polder Huizing, polder Tholen, polder Tonkons, polder Veldhuis, polder v. d, Venno en Wolderig.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem waarop zij afwateren.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem waartoe zij behoren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert.

Van een gebied, dat naar twee richtingen afwatert, is de bies in twee kleuren geblokt.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood geplaatst. De namen van waterschappen en ongereglementeerde polders, voor zover deze laatste vermeld zijn in hot bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Voor nadere bijzonderheden zij verwezen naar het eerlang verschijnende werkje ,,Beschrijving van de provincie Groningen, behorende bij de Waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent waterkeringen, bedijkingen, kanalen, stromende wateren, boezems, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, grenstractaten, reglementen, waterschappen en waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie deel II, register I Groningen en deel II, register III Drenthe.



-ocr page 45-

835


t . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- 7^ 5 »,

Iftcalcrend »P het vierde p»nd lt;nbsp;an i \^hel Muaaet A kana^ '

ha


52 gt;nbsp;55'


52 50'


22\


I oof nét

1 .3


Einintirsciiali


'21.2

ap


ha


Waterschap


ton led


it^rscl cp


^2 15


^‘ Vijfde pand van het Stadskanaal

Met dit pand ligt een wijkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, komt gedeeltelijk in de noordwestelijke hoek van het blad voor.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 2080 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 7,20 m N.A.P.

Zie voorts de bladen Assen Oost, Boertange en Beilen Oost.


II. Zesde pand van het Stadskanaal en achtste pand van het Mussel A kanaal

Met deze boezem ligt een uitgestrekt kanalen- en unjkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

De grootte bedraagt, met inbegrip van de boezem, 4821 ha ; bovendien ontvangt de boezem ten dele het water van een gebietl groot 310 ha..

Overtollig water wordt afgevoerd naar het Mussel A kanaal.

Het kanaalpeil bedraagt 8,30 m -}- N.A.P.

Zie voorts de bladen Boertange en Beilen Oost.


III, Zevende pand van het Stadskanaal en negende pand van het Ruiten A kanaal

Met deze boezem liggen verschillende kanalen en wijken gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit polderland, vijf delen boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 2361 ha ; bovendien ontoangt de boezem ten dele het water van een gebied groot 48 ha.

Drie delen boezemland, groot resp. 21, 160 en 65 ha, behoren, tijdens de aardappelcampagne, van 1 Sept, tot 1 Dec., tot het boezemgebied van het tweede pand van het Weerdingerkanaal, door het openen van sluis J (zie XIII),

Via de Zuidelijke Hoofdvaart kan water worden ingemalen, afkomstig van het tweede pand van het Zuiderhoofddiep, ten behoeve van een aardappelmeelfabriek die haar water ontvangt uit het zevende pand van bet Stadskanaal.

Overtollig water wordt afgevoerd naar het Ruiten A kanaal.

Het kanaalpeil bedraagt 9,80 m 1- N.A.P.






XVW

825 Tin


men


1020


18.6


Albertxvaart


■ha


xvm


ia!2


2£.4


—firrrn^ aordappfirn


Opmaliitg

TUU M /.s


XXH


18:


(pc si eri ^quot;^


26 ha 6aaain ^rdapp^si ha


V/ederJaii treu



faißraiand^ tficatcTi’n up ' arkliff pa tuf 1(0 Huittii .4 kanaal


' quot;'SO'


'y


XIX. Vijfde pand van het Oranjekanaal of Bladderswijk

Met dit pand ligt een wijkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, komt voor een gedeelte 07) de westelijke rand van het blad voor en bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 2740 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 17,70 m N.A.P.

Zie voorts blad Beilen Oost.


XXI, Achtste pand van de Hoogeveensche Vaart, zesde pand van het Oranjekanaal, vierde pand van het Scholtenskanaal en vierde pand van het Compascuumkanaal

Met deze boezem ligt een uitgestrekt wijkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit boezemland, hoge gronden en een poldertje.

Het bestaat uit twee afzonderlijke delen en heeft, met inbegrip van de boezem, een totale grootte van 3955 ha.

Een gedeelte, groot 265 ha, voert tijdens de aardappelcampagne water af naar het vierde pand van het Oranjekanaal doorbet openen van een keersluis in de Tweexle Boerwijk.

Overtollig water wordt afgevoerd naar het Compascuumkanaal.

Het kanaalpeil bedraagt 16,00 m N.A.P.

Zie voorts de bladen Beilen Oost, Coevorden Oost en Nieuw-Schoonebeek.


IV, Achtste pand van het Stadskanaal en bovenste pand van het Kanaal Rütenbrock—Haren

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit boezemland. Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 700 ha.

De Oude Runde staat in open gemeenschap met het achtste pand van het Stadskanaal, de Plaatsensloot met het bovenste pand van het Kanaal Rütenbrock—Haren.

Het kanaalpeil bedraagt 11,21 m N.A.P.


V. Negende pand van het Stadskanaal, Stadscompascuum-kanaal, eerste pand van het Compascuumkanaal, het kanaal De Runde en eerste pand van het Scholtenskanaal

Met deze boezem ligt een uitgestrekt kanalen- en wijkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit twee polders, boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 3592 ha.

Overtollig water wordt afgevoerd door het 8e verlaat (sluis D ) van het Stadskanaal.

Het kanaalpeil bedraagt 12,31 m -}- N.A.P.

Zie voorts blad Beilen Oost.


VI. Zesde pand van het Mussel A kanaal

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, komt gedeeltelijk aan de noordelijke rand van het blad voor.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 835 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 6,48 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Boertange.


VII, Tweede pand van het Ruiten A kanaal

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, komt gedeeltelijk aan de noordelijke rand van het blad voor.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 8010 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 2,38 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Boertange.


VIII, Zesde pand van het Ruiten A kanaal

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit twee afzonderlijke delen.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 675 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 6,42 m -f- N.A.P.

Foor nadere bijzonderheden zie blad Boertange.


IX, Zevende pand van het Ruiten A kanaal

Het gebied, dat zijn water op dit pand af voert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 445 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 7,43 m N.A.P.

Zie voorts blad Boertange.


XI. Paralleldiep

Met deze vaart ligt een aantal ivijken gemeen.

Br wateren geen gronden op af.

Tijdens de aardappelcampagne staat het in open gemeenschap met het zevende pand van het Stadskanaal.


XII, Tweede pand van het Zuiderhoofddiep en Noorderhoofd-diep boven de dam

Met deze boezem ligt een uitgestrekt unjkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, komt gedeeltelijk aan de westelijke rand van het blad voor en bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem-, een grootte van 2165 ha ; bovendien ontvangt de boezem ten dele het water van een gebied groot 310 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 9,12 m N.A.P.

Zie voorts blad Beilen Oost.


XIII, Tweede pand van het Weer diriger kanaal

Met dit pand ligt een uitgestrekt kanalen- en wijkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem af voert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 2180 ha ; bovendien ontvangt de boezem ten dele het water van een gebied groot 48 ha.

Tijdens de aardappelcampagne, van 1 Sept, tot 1 Dec., ontvangt de boezem het water van drie delen boezemland, resp. groot 21, 142 en 65 ha, door het openen van sluis J, en het water van een polder groot 18 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 10,60 m -1- N.A.P.

Zie voorts blad Beilen Oost.


XIV, Oostelijk Kanaal, Westelijk Kanaal, Oude Schuttingkanaal beneden de dam en Nieuwe Schuttingkanaal beneden de dam

Met deze boezem ligt een wijkennet gemeen.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestalt;it uit boezemland en hoge gronden.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 695 ha.

Water kan worden ingelaten door een afsluitbare duiker in de dam van het Oude Schuttingkanaal.

Het kanaalpeil bedraagt 11,45 m N.A.P.


XVI. Derde pand van het Compascuumkanaal

Iet dit pand liggen vele wijken gemeen.

Hel gebied, dat zijn water op deze boezem af voert, beslaat uit boezemland.


Het heeft, met znbegrip van de boezem, een grootte van 999 ha.


Met dît pand ligt een zmjkennet gemeen.


Het gebied, dat zijn water op deze boezem af voert, bestaat uit boezemland en


hoge gronden.


Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 825 ha.


Het kanaalpeil bedraagt 13,60 m N.A.P.


Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, bestaat uit boezemland- en


Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 1200 ha.


XXII. Gebied van enige wijken in het waterschap Barger Oosterveen

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, komt voor een klein gedeelte aan de zuidelijke rand van het blad voor.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 889 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Nieuw-Schoonebeek.


In het Stadskanaal

B. 6o Verlaat of Ter-Apelverlaat, schutsluis, bajonet-sluis tussen het zesde en zevende pand van het Stadskanaal ; twee roldeuren................... benedenhoofd ................ bovenhoofd.................

Deze sluis wordt, uitsluitend in droge tijden, gebruikt voor de voeding van de lager gelegen panden van het Stadskanaal.

C. la Verlaat, schutsluis tussen het zevende en achtste pand van het Stadskanaal ; twee stel puntdeuren..... benedenhoofd................ bovenhoofd.................

D. 8e Verlaat, schutsluis tussen het achtste en negende pand van het Stadskanaal ; twee stel puntdeuren..... benedenhoofd................ bovenhoofd.................


In het kanaal Rütenbrock—Haren

De slagdrempels zijn even hoog.........

Deze sluis staat gewoonlijk open.

De slagdrempels zijn even hoog.........


In het Ruiten A kanaal

G. Ter-Apelersluis, schutsluis tussen het achtste en negende pand van het Ruiten A kanaal........... benedenhoofd, één stel puntdeuren........ bovenhoofd, één deur.............

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een omleidingska-naal, waarin een stroomduiker met Stoneyschuif.....


In oostelijke zijtak van het achtste pand van het Ruiten A kanaal

H. Keersluis (schotbalken), een opening......

Twee schotbalkkeringen op een onderlinge afstand van 0,50 m.

Bovenkant schotbalken in gesloten stand 8,71 m -T N.A.P.

De sluis wordt gesloten wanneer de Oedeputeerde Staten van Groningen dit nodicj oordelen in het belang van de scheepvaart op het Ruiten A kanaal.


175 ha


Grootte van polder, boezem- en stroomgebied volgens meting op de topografische kaart, schaal I ; 25 000, met de poolplanimeter


De volledige gegevens van de bemalingsinstallaties liggen ter inzage bij de directie


Algemene Dienst, Van Hogenhoucklaan 60 te Den Haag.


De Watorstaatskaarten zijn à f 5,- per stuk verkrijgbaar bij hot Staatsdrukkerij -on Uitgeverijbedrijf en door bemiddeling van allo postkantoren.


A UTE URSRECHTEN VOORB EHOU DEN


f^OSWI N ^I^GGERKAART


VERKENNING II


Lade-ser®^



-ocr page 46-

Schut- nbsp;Wijdte in nbsp;Hoogte kolk- nbsp;nbsp;nbsp;de dag nbsp;nbsp;nbsp;slag-

1 engte nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;inin nbsp;nbsp;nbsp;drempel

in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;inm

t.O.V.

N.A.P.

In het Weerdingerkanaal

Indien het nodig is, wordt door deze sluis gestroomd. In het Tweede Kruisdiep

In het Eerste Kruisdiep

In het Compascuumkanaal

In het Scholtenskanaal

In het Oranjekanaal

Oostelijk van deze sluis bevindt zich een opmalingsinstal-Uitie.

ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder Buis, polder Dijks, Einmer-Compascuum (rioolbemaling), polder Groen-wold, polder Huizing, polder Tholen, polder Tonkens, polder Veldhuis, polder v. d. Venue en Wolderig.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan do hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem waarop zij afwateren.

Boozomland en hoge gronden zijn niet gekleurd. De voornaamste waterleidingen zijn aangegevon in de kleur van de boezern waartoe zij behoren. Een bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van het gebied, dat op die boezem afwatert.

Van een gebied, dat naar twee richtingen afwatert, is de bies in twee kleuren geblokt.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren en waterleidingen is de naam in rood ge-plaatst. De namen van waterschappen on ongoreglemcnbeerrle polders, voor zover deze laatste vermehl zijn in het bijschrift, zijn in bruin op de kaart aangogoven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in hot algemeen alleen aange-geven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Voor nadere bijzonderheden zij verwezen naar het eerlang verschijnende werkje ,,Beschrijving van de provincie Groningen, behorende bij do Waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent waterkeringen, bedijkingen, kanalen, stromende wateren, boezems, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, grenstractaton, reglementen, waterschappen en waterstanclen.

Voor do beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie dotd II, register I Groningen en deel II, register III Drenthe.

-ocr page 47-

SLUIZEN *


BOEZEMS


Slag-Wijdte drempel* in de dag diepte in m m — N.A.P.

A. Gekoppelde schutsluis tussen het NoordhoUandsch kanaal en de polder Geestmerambacht in de Westfriesche binnendijk te Schoorldam, bestaande uit drie achter elkaar gelegen schutkolken met vier paar puntdeuren . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4^01

schutkolklengte van de buitenste kolk 8,57 m schutkolklengte van de middelste kolk 7,10 m schutkolklengte van de binnenste kolk 7,00 m

De slagdrempels zijn even hoog

schutkolklengte 61,60 m .....................

De slagdrempels zijn even hoog .................

schutkolklengte van de buitenste kolk 16,50 m

schutkolklengte van de binnenste kolk 11,85 m

bovenslagdrempel ........................

benedenslagdrempels

te Noord-Scharu'oude met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 14,75 m . .

bovenslagdrempel ........................

benedenslagdrempel

Diepsmeerpolder met drie paar puntdeuren

schutkolklengte van de buitenste kolk 7,07 m schutkolklengte van de binnenste kolk 7,95 m

De slagdrempels zijn even hoog .................

De slagdrempels zijn even hoog .................

te St. Paneras met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 12,00 m

De slagdrempels zijn even hoog .................

H. Schutsluis tussen de polder Westbererkoog en het lagere deel van die polder te St. Paneras met twee paar puntdeuren, schntkolklengte 8,62 m 2,25 bm'enslagdrempel

benedenslagdrempel

J. Schutsluis tussen de polder Geestmerambacht en de polder Westbever-koog te St. Paneras met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 9,80 m . .

De slagdrempels zijn even hoog .................

K. Gckoppchlc schutsluis tussen Schermerboezem en de polder Geestmer-ambacht te Droek op Langedijk met drie roldeuren

schutkolklengte van de buitenste kolk 30,85 m schiitkolklengte van de binnenste kolk 29,30 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempels

L, M, N, 0, P, Q. Schutsluizen tussen hogere delen van de polder Heer-hugowaard, ieder afsluitbaar met ttcee paar p^lntdeuren. De boven- en benedenslagdrempels van deze sluizen liggen even hoog.


/• Schermerboezem

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 2000 ha.

De totale oppervlakte van de op de boezem lozende polders, met inbegrip van het boezem-land en het duingebied, bedraagt 81190 ha. In deze opperrdakte is eveneens begrepen de polder Westzaan, groot 2320 ha, die tevens afioatert op de boezem van het Noordzeekanaal.

Het zomerpeil van de boezem was oorspronkelijk 0,58 m — N.A.P. In verband met maatregelen tot ontziUing van het boezemioater, wordt Schermerboezem thans in de zomermaanden opgezet tot 0,45 m — N.A.P. Het maalpeil is N.A.P.

De boezemkaden zijn in de regel hoog van 0,10 tot 0,50 m -1- N.A.P.

De ivaterlozing heeft plaats langs natuurlijke weg op :

le. de Waddenzee : door de Marineschutsluis en de sluis in het Nieutoe Werk, beide te Den Helder;

2e. het IJsselmeer: door de Homsluis te Lutje Schardam, de Noordersluis en de Zuidersluis beide te Schardam, de schutsluis te Edarn en de spuisluis en de Grafelijkheids-sluis, beide te Monnikendam;

3e. het Noordzeekanaal : door de Groote of Wilhelminasluis en de Kleine of Ondes luis, beide te Zaandam, de duikersluis te Nauema en de Nauemasche schutsluis.

Schermerboezem is van de boezem van het Amstelmeer gescheiden door de van Etvijek-sluis, een schut- en uitwateringssluis tussen de van Ewijeksvaart en het Amstelmeer. Aangezien deze sluis bijna altijd open staat, liggen beide wateren doorgaans gemeen, zodat Schermerboezem nagenoeg steeds in open verbinding staat met de boezem van het Amstelmeer. Bij hoge Amstelmeerstanden en in tijden, dat de gemalen van de Ver. Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem te Lutjewinkel en Aartswoud in bedrijf zijn, wordt de scheiding tussen Schermerboezem en de boezem van het Amstelmeer verlegd -naar de Oude Sluis, een schidsluis tiissen de Groote Sloot en de boezem van de Zijpe. De vloeddeuren van deze sluis worden dan gesloten.

Schermerboezem is in beheer bij het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.


L. Schutsluis ten noordwesten van Ileerhugou'aard schutkolklengte 10,05 m.................2,50

M. Schutsluis te Heerhugotvaard, schutkolklengte 10,05 m nbsp;. . . nbsp;nbsp;nbsp;2,50

N. nbsp;Schutsluis te Droekhorn, schntkolklengte 9,95 m......2,27

0. nbsp;Schutsluis te Broekhorn, schutkolklengte 9,90 m......2,31

P. nbsp;Schutsluis te Heerhugouaard, schutkolklengte 10,40 m nbsp;. . . nbsp;nbsp;nbsp;2,53

Q. Schutsluis Zen zuiden van Jleerhugowaard, schutkolklengte 10,00 m 2,55

R. Keersluis met vaste brug in het kanaal Huigendijk—Alkmaar bij de doorsnijding van de Westfriesche binnendijk aan de Zeswielen met een naald-kering..............................7,00

S. Keersluis met basculebrug in het kanaal Omvol—Jiuigendijk bij de oorsnijding van de Westfriesche binnendijk aan de Omval met twee rijen schotbalken ............................ nbsp;9,50

T. Keersluis tussen het NoordhoUandsch kanaal en de voorboezem van de molen van de Groot-Limmerpolder te Boekel, één opening met é^n paar puntdeuren ............................ nbsp;3,55

U. Schutsluis bissen de Beemsterringi'oart en de Eilandspolder te De Bijp met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 18,70 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel .......................

bovenslagdrempel . .^ ......................

benedenslagdrempel .......................

W. Schutsluis tussen de Markervaart en de Westwouderpolder met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 10,60 m

bovenslagdrcmpel

benedenslagdrempel

Akersloot met ttcee paar puntdeuren, schutkolklengte 12,35 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

IJ. Schutsluis tussen het Alkmaardermeer en polder de Uitgeester- en neemskerkerbroek te Uitgeest met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 19,00 m 3,47

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;

Z. Boerensluis, schutsluis tussen de Markervaart en de Krommeniefr-

Woudpolder tegenover Marken-binnen, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 12,42 m

De slagdrempels zijn even hoog .................

Af Schutsluis tussen de Markervaart en de Markerpolder te Marken-binnen, met twee paar •puntdeuren, schutkolklengte 14,15 m

bovenslagdrempel........................

benedenslagdrempel

Bp Schutsluis tussen de Nauernasche vaart en de Krommenieër-Woud-polder, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 11,30 m

De slagdrempels zijn even hoog

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

De slagdrempels zijn even hoog

De slagdrempels zijn even hoog .................

Wormer, Jisp en Nek met drie paar puntdeuren

schutkolklengte van de buitenste kolk 14,80 m schutkolklengte van de binnenste kolk 7,00 m

De slagdrempels zijn even hoog

Westzaan met boes paar puntdeuren, schutkolklengte 15,46 m ......

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

schutkolklengte van de binnenste kolk 10,50 m

bovenslagdrempel

middenslagdrempel .......................

benedenslagdrempel

J,. Bartclsluis, schutsluis tussen de Zaan en het heemraadschap Wormer, Jisp en Nek met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 18,25 m ... .

bovenslagdrcmpel........................

benedenslagdrempel .......................


Il, Vereenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem

Deze boezem bestaat uit het noordelijke en het oostelijke deel van de vroegere Raaks-maatsboezem, alsmede uit de gehele vroegere Niedorperkoggeboezem.

De oppervlakte van de boezem is bij een boezemstand van 0,60 m — N.A.P., 179 ha, hij een stand van 0,28 m — N.A.P., 205 ha.

Het zomerpeil van de boezem is 0,60 m — N.A.P., het maalpeil is 0,28 m — N.A.P, De totale oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders is ongeveer 9500 ka.

Bovendien heeft, in tijden van veel waterbezwaar en onvoldoende spuigelegenheid, enige lozing op de boezem plaats van het water van Schermerboezem, dat door de schutsluis te Noord-Scharwoude en de duikersluis te Rustenburg op de boezem wordt afgelaten, mits de waterstatid op de Vereenigde Raaksmaais- en Niedorperkoggeboezem lager is dan 0,40 m — N.A.P.

De waterontlasting van de boezem geschiedt zowel kunstmatig als natuurlijk op de boezem van het Amstelmeer.

De kunstmatige lozing heeft plaats :

le. te Lutjewinkel, door een vijzelstoomgemaal en een dieselgemaal ;

2e. te Aartswoud, door een schepradstoomgemaal.

De natuurlijke lozing geschiedt:

le. door de spuisluis bij het stoomgemaal te Aartswoud;

2e. door de Braaksluis, tussen het tweede en derde pand van het kanaal Omval— Huigendijk—Oudkarspel—Kolhorn.

De Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem is in beheer bij het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.

Ill, Boezem van het Noordzeekanaal

De oppervlakte van de boezem, waarin begrepen is een gedeelte van het Stadswater van Amsterdam, bedraagt ongeveer 1600 ha. De oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders, boezemland en hoge gronden is ongeveer 24 200 fta. In deze oppervlakte zijn begrepen de polder Westzaan, die tevens op Schermerboezem en de polder Waterland, die tevens op het IJsselmeer wordt af gemalen. Bovendien wordt te Amsterdam geregeld elke nacht een hoeveelheid van ongeveer 600 000 m* water op de boezem afgestroomd, die uit het IJsselmeer wordt ingeloten ten behoeve van de ivoierverversing van Amsterdam. Deze inlaat heeft echter als regel niet plaats zolang de waterstand bij het Stadswaterkantoor hoger is dan 0,30 m — N.A.P.

De waterstand op het kanaal wordt zoveel mogelijk op 0,50 m — N.A.P. gehouden door bij eb te IJmuiden op de Noordzee af te stromen door de daarvoor bestemde uitwateringssluizen en zo nodig door de kleine Oude schutsluis. Bovendien wordt in geringe mate, bij lage IJsselmeerstand, geloosd do(tr de uitwateringssluis bij de Oranjesluizen te ScheUingwoude.

Het Noordzeekanaal vormt gewoonlijk met het Stadswater van Amsterdam en de boezem van Amstelland één boezem. De sluizen tussen de boezems onderling staan dan open. Zodra de waterstand van de gemeenUggende boezems stijgt tot boven het peil van 0,25 m — N.A.P. wordt het gemaal te Zeeburg in bedrijf gesteld en de boezem afgemalen op het IJsselmeer. Stijgt de unterstand van de Stadsgrachten van Amsterdam tot 0,15 m — N.A.P., dan worden de sluizen tussen de boezems onderling gesloten.

Als de waterstand op het Noordzeekanaal, ten gevolge van gestremde lozing, stijgt hoven het peil van 0,10 m — N.A.P., dan wordt het kanaal afgemalen, door het schepradstoomgemaal bij de Oranjesluizen te ScheUingwoude, op het IJsselmeer.

Het Noordzeekanaal met zijkanalen is in beheer en onderhoud bij het Rijk met uit-zo'ndering van de zijkanalen I en K, die bij de gemeente Amsterdam in beheer en onderhoud zijn.

IV, Waterwinplaats van het Provinciaal waterleidingbedrijf van de Provincie Noordholland,


VERKLARING DER TEKENS


5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, .. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/ met opgave van de aard van het bemalingswerktuig (c = centri-* ®2.1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Ollegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fugaalpomp; s = schroefpomp; sch — scheprad; v =» vijzel) 8 ’quot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Electrisch gemaal i ®^^ *æ^ aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven ■•1.2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;[ opvoerhoogte.

gt;ilt; 21.0 Vijzelwatermolen met vlucht in m

)^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schepradwatermolen met vlucht in m.

21.«

5ylt; meihuipm. Vijzel Watermolen met vlucht in m, met olie- of electrische motor als hulpkracht.

X mèi'hutprn. Schepradwatermolen met vlucht in m, met olie- of electrische motor als hulpkracht. (1) ^-* • Windmotor met raddiameter In m.

^mvi^hJfpm. Windmotor, raddiameter in m, met olle- of electrische motor als hulpkracht.

4. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Klein gemaal.

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

M nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw of stenen dam.

Hl •’ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw met schuif.

X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

gt;lt; ini.tt. nbsp;nbsp;nbsp;Tnlaatsluis.

gt;lt; huipil. nbsp;nbsp;Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).

0—o nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker onder een waterleiding.

cgt;—(O nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker onder een waterleiding met afsluiting.

-ffl--Hoofdmerk van het N.A.P.


□----Verkenmerk van het N.A.P.

-r-r-i— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal.

aü— nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal geregeld waargenomen.

. I’i 40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Strand- of kilometerpaal.

s.p.-3.70 nbsp;nbsp;nbsp;Zomerpeil van polders \

tc.p.-4.23 Winterpeil van polders J In m t.o.v. N.A.P.

..?.? nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfers nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/


Verharde weg.

Spoorweg.

Stoomtramweg.

145 ha Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met de planimeter.

__L I Dijksverdediging, strekdammen, strandhoofden.

---------Hoogwaterlijn.

Bij gemiddeld laag water droogvallend gedeelte.

Laagwaterlijn.

---Lijn van 25 dm onder L.W.

----Lijn van 50 dm onder L.W.

Lijn van 80 dm onder L.W.

-----Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven waar zij afwijken van de waterstaat.

Toe- en afvoerleidlng rioolgemaal.


* De schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren.


WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN

Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkivartier ;

Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland ;

Zie voor bijzonderheden deze waterschappen betreff r^de de beschrijving van de provincie Noord-


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie Noordholland omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijving van de provincie Noordholland, behorende bij de Waterstaatskaart.


De waterstaatskaarten zijn à f 5,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverij' bedrijf te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.



van


Provinciaal


Hoogt* grondton



AÜTEUR8KBCHTEN VOORBEHOUDEN.

ALKMAAR WEST


Bewerking: alg. Dienst Hijk.twater.staat.

Reprothirtie: Topografi-wfie Dienst.



ic


340 ha


1811 ha'




tjren.s v.d. I er. van polder.s en oninge-poblerde landen onder Hergen


n i litre po ld erde ; Jif-


tiji de R ijkt^rvaart

725 ha


295 ha z.p.-0.77


6600 ha

inbegrip van hogere lagere delen


Z.p,-0.79 polder


.6


.0.9 120 ha


1425 ha


z,p,-0,97


.0.2

210 ha



Oosterzÿ-


730 ha


z.p.-1.30

-O.B


d. gern. Heiloo .0.7


I9t) ha


z.p.-l.OO .9.6


polder


■e.r,


.0.9


.0.8


Inl.d.'*


-0.8


34 ha t.p.. 1.1)3


KM ha


polder


-p.-l.16


-0.4


.0.7


lnl.d.


-0.3

hd.d.'


gt;3.11


t.lifl

' 1.1 IJ



de 65 ha ».p..l.68 Uroone


Alkmaar \

9 36«


Polder het 180 ha

z.p.’1.27


(4 u d o


45 ha


Polder


■ I.S


335 ha


8 O e k e l e Z.p.-2.30


elJi dijkt- X


polder Ha


t4 ha

Rinnen


2.1 -

Roe tlha


.8


390 ha


z.p.-4.25 .B


3.30 ha


z.p.-i.O5


160 ha


z.p.-4.30

Jnl. al.


K ID


gt;2.2

N


615 ha



180 ha


z.n.-4.34


^z.p.-.3..35


325 ha


65 ha


z.p.‘4.20


325 ha


z.p.-4.42 e r


'inlaat meettal open


■.1.9 In^.,l.


s.p.-3.32



-3.6

c h a p


z.p.-^t.36

-3.6 ringvaart^


150 ha




fP.6 geef. v 17


polder


0.9


7Slnl..d. 65 ha


11 e m p O I d e r quot;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;a.p..1.14

.0.8


155 ha


26 ha


z.n..l.2lt;i


Uitgeester-


Heemskerkerbroek

•0.5



750 ha


lkmaardssp-~


220 ha


z.'p.t.l4


p f*


850 ha


z.p.-1.15


fgoudpold


z,p,-1.60


z.p.-i.O7


60 ha


x.p.-l.SO


‘0.9


B’T


27.0


..p.-2.3^

3 1 polder


.0.8 Polder z.p.'1.50




Noordein der z.p.-4,40


cent raadschap


510 ha



de Eilands -


1790 ha


2.4


-1.8


144) ha o l d


•L9 Polder


z.p.-2.10 w.p.-2.17


160 ha


Z.p.-3.85


polder


,^i2 ha'.


^tarnme er e z.p.-t.36


Kamerhop


z.p.-1.05 tv.p.-4.15 de Be em


quot;65 hu


O.8z.p‘Eio -■a.p..3.79 tot


v 8«^ Kamentelka-polder z.p. -1.13


Polder

I/III

2320 ha


z.p.-0.95


I6.S ha ,.p..3.73 de Engewormer



-ocr page 48-

SLUIZEN


in


In den IJsselmeerdiJk.

Na de afsluiting van de Zuiderzee staat de sluis meestal open.

F, Uitwateringssluis voor het gemaal van den polder de Westerkogge, één opening met één schziif en één paar puntdeuren.....................

G. llornsluis, uitwateringssluis (tevens iniztatsluis) van Schermerboezem te Lutje Schardam, één opening met één paar vloezldeuren, twee schuiven en é^ paar eb-deuren vloed- en ebdeuren.............. iedere schuif.................

De slagdrempels zijn even hoog...........

H. Noordersluis, uitwateringssluis van Schermerboezem te Schardam, één opening met twee paar vloed- en één paar Ibdeuren. De slagdrempels zijn even hoog........

I. Zuidorsluis, uitwateringssluis van Schermerboezon te Schardam, één opening met twee paar vloed- en één paar ebdeuren ...................... buitenvloezldeuren............... binnenvloedzleuren............... ebdeuren ...................

K. Schutsluis in de haven van Bdam tusschen Schermerboezem en het IJsselmeer met twee paar vloed-, twee paar eben één paar stormdeuren

schuttengte bij schutting met de ebdeuren 25,60 m schutlengte bij schutting met de vloeddeuren 35,00 m De slagdrempels zijn even hoog........... Deze sluis wordt tevens gebruikt voor de uitwatering van Schermerboezem.

L. Uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Katwoiide—Hoogendijk te Katham, één opening tnet één paar vloezldeuren en één schuif............


Wijdte den dag m


0,30


0,30


1,56


2,03


8,20


2,35


7,50

3.27


6,30


6,30


9,10


2,45


Slagdrempel-diepte m — N.A.P.

bodom buitenkant 0,50

bodem buitenkant 0,58 vloer 1,48 schuif 1,40


3,10


schuif

1,67


2,52


2,41


2,48

2,33

2.18


3,80


1,63


Overige sluizen.

M. Dienaarssluis, schutsluis tusschen Schermerboezem en den Zuidpotder te Ëdam met twee paar puntdeuren, schutlengte 10,30 7n................... buitendeuren................. binnendeureti.................

N. Pompsluis, schutsluis tusschen Schermerboezem en den polder de Zeevang te Edarn, bestzuinde uit twee achter eekaar gelegen schutkolken met drie paar puntdeuren . . .

schutlengte van de buitenste kolk 12,07 m schutlengte van de binnenste kolk 12,14 m

De slagdrempels zijn even hoog...........

0. Schutsluizen te Punnerend tusschen het eerste en het tweede pand van het NoordhoUandsch kanaal, naast elkander gelegen.

Groote schutshzis mei twee paar puntdeuren, schutlengte 62,25 m......................

De slagdrempels zijn even hoog..........

Kleine schutsluis met twee paar puntdeuren, schutlengte 21,35 m......................

De slagdrempels zijti even hoog..........

P. Schutsluis tusschen Schermerboezem (de Beemster-ringvaart) eti den polder de Zeevang te Oosthuizen, bestaande uit twee achter elkander gelegen schutkolken met drie paar puntdeuren..................... schutlengte van de buitenste kolk 8,66 m schutlengte van de binnenste kolk 14,07 m buitendeuren................. middendeuretz................ binnendeuren.................

Q. Schutsluis tusschen den polder Urson en den polder


2,63


1,68

1,66


4,16


2,43


15,65


5,58


4,38


6,83


3,65


2,5.3

2,55

2,56


de Westerkogge, met tivee schuiven, schutlengte R.S.T. sluizen te Kustenburg.

R. Schutsluis tusschen Schertnerboezem en eenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem paar puntdeuren, schutlengte 27,00 m . . . .


39,00 tn


den Verniet twee


S.


bovenslagdrempel...............

benedenslagdrempel..............

Inlaatsluis tusschen Schermerboezem en den Ver-


eenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem, twee openin-gen ieder afsluitbaar met één sclmif en vier rijen schotbalken, iedere opening...................

T. Keersluis met basculebrug tusschen het zuidelijk deel van zie rmgsloot van den polder Heerhugozvaarzl en de Schermerringvaart, beide deel uitmakende van Schermerboezem, afsluitbaar met twee rijen schotbalken......

U. Schutsluis tusschen den polder Obdam en den polder Hensbroek met vier paar puntdeuren om nziar weerskanten te kunnen keeren, schutlengte 10,70 tn.........

V. Inlaatsluis in de Wijzend bij Opmeer tusschen den Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem en de Vier Noorderkoggen, één opening met één schuif . . . .

W. Binnen- of kleine sluis te Hoorn, keersluis tusschen de stazisgrachten genaamd de Karperkuil en de Vollerswaal met twee paar vloedzleuren..............

De sluis staat meestal open.


2,70


4,16


5,82


2,40


9,50


3,45


0,59


6,70


WATERSCHAPPEN Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier, Het reglement van het hoogheemraadschap is vastgestold bij


2,85

2,70


1,86


3,60


3,42


1,75


2,70


besluit


Provinciale Staten van Noordholland van 21 Mei 1919 en is opgonomen in provinciale blad no. 6 van 1920. Hot is lator meermalen gewijzigd en met


der hot alle


wijzigingen opgenomen in hot provinciale blad no. 58 van 1939. Voor lator jwin-gebrachto wijzigingen zie do provinciale bladen no. 61a van 1941 en no. 4 van 1943.

Hot gebied van het hoogheemraadschap omvat, met uitzondering van de duinen, het voormalige eiland Wieringon en do Wieringermeor, nagenoeg hot gehoelo vasteland van Noordholland, voor zoover gelegen ton noorden van don Noorder IJdijk on don St. Aagtondijk. Do totale opperx’lakto is ongeveer 142 000 ha.

Hot hoogheemraadschap is belast mot do verdediging van zijn gebied tegen do Noordzee en het IJsselmeer, voor zoover die verdediging niet aan anderen is opgedragen.

Het is belast met:

o. de zorg voor het onderhoud en do instandhouding van de Hondsbossche Zeewering, de IJsselmeerdijken tusschen den afsluitdijk to Schellingv'oude en den dijk van do Wieringermeor bij Medemblik, oen aantal binnenwaterkeeringen on enkele in deze binnenwaterkeeringen gelegen kunstwerken;

Het hoogheemraadschap is verder belast met do zorg voor hot onderhoud on do instandhouding van de op vorenbedoelde zeewering, IJsselmeerdijken on binnenwatorkooring(‘n gelegen wegen on van verschillende wegen waarvan, ter concentratie van hot wogonboheer, hot onderhoud overeenkomstig artikel 19 der Wegonwet ton laste van het hoogheemraadschap is gebracht of waarvan het onderhoud, krachtens overeenkomst ingevolge artikel 18a der Wegenwet, van de vroegere onderhoudsplichtigen is overgenomen.


Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.

Het roglomont van het hoogheemraadschap is vastgosteld bij besluit dor Provinciale Staten van Noordholland van 7 November 1905 en is opgenomen in hot provinciale blad no. 20 van 1906. Het is later meermalen gewijzigd en mot allo wijzigingen opgenomen in het provinciale blad no. 67 van 1941.

Het gebied van het hoogheemraadschap strekt zich uit over alle tot Schormer-boezem bohoorende wateren bezuiden de Zijporschutsluis en over die, behoorendo tot den Vereenigde Kaaksmaats- on Niodorpcrkoggoboozom, hierachter vermeld onder „Boezems”.

Ho belastbare oppervlakte is 70 679 ha.

Het hoogheemraadschap behoort on onderhoudt do uitwatorings- en verbind ingssluizon en de beide boezomgomalon van den Vereenigde Raaksmaats-en Niedoiporkoggoboezem, zorgt voor hot schoon- en diephouden van alle boezemwateren, voor zoover die verplichting daartoe niet op anderen rust. Het zorgt voor do ontlasting, de ontzilting en hot verhinderen van verontreiniging van den boezem eh houdt toezicht op do wijze van gebruik van de bemalingswerktuigen, die hot water op den boezem brengen.



9 2e.c


/i9 ha


i 0.1


-o.t


rn


^f^'tiAi/tzz^ti


te 1x14.

340 bu


^ 2«.O


2^0 h^


•*■ n,xzx-o.'


lifjsmn


:sLi.\7)


r2ü ha


tntai.


I'i, .3,),.4


fi ;z n tl r


r

/u/xtquot;

/.9eO ha


a.B, ftiMan


”0 ha


2400 ha


K.P.-22


fomi'i' t/f


SA 00 hfi


-I.»


»■.p.-2


me, mAe^'r mm /mo^


7710 ha


en


/z^zquot;^ f/''zz/z'fl


Munt


/huanam uttOf ùl/na/on


wmATA/i M \ mal .»4^


g p-l.S


Piz^ voor i/tmahin


AJUiAr/rr


jvMxi


130 bA


xp^ta


ZOO ba


t BX


320 hu


3.50 hu x.p.-l.X


Pzin/iz' oTthAIur /ß5 hu


// e Z' ti/ f.z ji z/s z /i zz p ff//


(170 h»


tv. p.-4.2


ZrtZ.,/^



flOA


Inlxl.,^


f A zi


^40 Aa met mAe^r^ ram Iz^przz deete


-Z.i


z‘ /• // z‘ z‘ t .t À zgt; z) tr


(gt;2.‘} Azt z/t.-f.K


Kurs


'u lt;• /


27ß.'t hzz


a,p.-4.4 it.p.-4..)


flO DA


-t.i


tp'Jh


^erfi/tequot;



af^


ff f


50 U R


SzAzgifilhout 30 bu

x.p.-1.2



-x.o

it^a f urseh a p


IS.tO ha xp-4.S


IV

//oOtr/HH'ftl-


^^^.-4^1.


{7.55 Az, Z!./z.--i.4


Zgt;.9


/hAftAn IMMir ttM/PTt/ArTI^ arhói^ ^ ^^ Tcom o. f7. Oam .





Universiteitsbibliotheek Utrecht


BOEZEMS

De voornaamste boezemwateren zijn : het 2é pand van het Noord-hollanzlsch kanzMl en het daarmede gewoonlijk in open getneetischap staande 3e pand van het kanaal, het noorzlelijk deel van de Wijde Wormerrizigvaart, de Purmer- en de Beemsterringvaart, de Nazzemzische Vzaart, de Marker-vaart, het Alkmaardermeer, de Zaan, de Knollendammervaart, de Scheriner-ringvaart, het Kanzial Stolpen—Schagen—Kolhorn en het zuizlelijk en westelijk gedeelte van den voormaUgen Kziaksmaatsboezem, n.l. de vaartezi Zes Wielen—Huigendijk—Kustenburg en Huigendijk—Oudkarspel.

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 2200 ha.

De totale oppervlakte van het gebied van zie op desi boezem loozenzle polzlers en boezemland bedrziagt ongeveer 79 000 ha. Van het polderland kunnen 2400 ha (Pr. Westzaan) tevens afwateren op den boezem van het Noordzeekanaal. Het zomerpeil van den boezem is 0,58 tn — N.A.P. De boezem wordt in de zomermaanden zloorgaans opgezet tot 0,45 tn — N.A.P., in verband tnet maatregelen tot ontzilting van het boezemwater. Het maalpeil is N.A.P. De hoofdseingever te Spijkerboor geeft het sein, dat hel maalpeil is bereikt. Dit sein wordt van Spijkerboor uit door de seinoverbrengers en nooziseingevers overgenomen en zioorgegeven in volgorde als door dijkgraaf en hoogheemrazlen is vastgesteld.

In het regleznent voor de peilmaling op den Schermerboezem en den Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezegt;n van 26 Mei 1943 zijn eenige bepalingen over het peilmalen opgenomen.

De boezemkazlen zijn in den regel hoog van 0,10 tot 0,50 m -b N.A.P.

De waterloozing heeft plaats lazigs natuurlijken weg op het Noordzeekanaal, bet IJsselmeer en de Wziddenzee.

Op het Noordzeekanaal : door de Nauernzische schutsluis, de duikersluis te Nauema, de Oude sluis en de Groote- of Wilhelminasluis, beide te Zaandatn.

Op het Ijsselmeer : zloor zie Grafelijkheids!uis en zie Spuisluis, beide te Monnikenzlam, zie schutsluis te Edarn, de Zuizlersluis en de Noordersluis, beide te Scharzlam, en de Hornsluis te Lutje Schardam.

Op de Waddenzee : zloor de Marineschutsluis en de sluis in het Nieuwe Werk, beide te Nieuwediep.

Verder heeft eenige loozing plaats door de Oude sluis, gelegen tusschen zie Groote Sloot en den Boezem van de Zijpe. Lziatstgenoemde sluis brengt het water van Schermerboezem via den boezetn van zie Zijpe en zie Van Ewijeksvaart naar de Van Etvijcksluis, wziar het in het Atnstelmeer uitstroomt.

De Oude sluis en zie Van Ewijcksluis staan altijd open. Slechts in enkele gevallen bij hooge stanzlen van het Amstelmeer wordt de Van Ewijcksluis of de Oude sluis gesloten, zoodat Schermerboezem doorgaans in open verbinding staat met het Attistelmeer.

In tijden van veel waterbezwaar en onvoldoende spuigelegenheid heeft bovendien eenige loozing plaats op den Vereenigde Kaaksmaats- en Niezlorperkoggeboezem door de schutsluis te Noord-Scharwouzle en zie duikersluis te Kustenburg, tnits de stand van laatstgenoemden boezem Iziger is dan 0,40 m — N.A.P.

Schermerboezem is in beheer bij het hoogheemrzizidschap van de Uit-waterenzle Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.



III. Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem.

Deze boezem bestaat uit het noordelijk en oostelijk deel van den vroegeren Kziaksmaatsboezem, alsmede uit den geheelen vroegeren Niedorperkoggeboezem.

De oppervlakte van den boezem is, bij een boezemstand van 0,60 m — N.A.P. 179 ha en bij een stand van 0,28 m — N.A.P. 205 ha.

Het zomerpeil van den boezem is 0,60 m —■ N.A.P., het maalpeil is 0,28 m —• N.A.P. De hoofdseingever te Nieuwe Niedorp geeft het sein, dat het maalpeil is bereikt. Dit sein wordt van Nieuwe Niedorp uit door de seinoverbrengers en noodseingevers overgenomen en doorgegeven in volgorde als door dijkgraaf en hoogheemraden ü vastgesteld.

In het reglement voor de peilmaling op den Schermerboezem en den


Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem van zijn eenige bepalingen over het peilmalen opgenomen.

De totale oppervlakte van het gebied van de op den polders is ongeveer 9500 ha.

Bovendien heeft, in tijden van veel waterbezwaar


26 Mei 1943


boezetn loozenzle


en onvoOloende


spuigelegenheid eenige loozing op den boezem plaats van het water van Schermerboezem, dat door zie schutsluis te NoordScharwoude en de duikersluis te Kustenburg op den boezem wordt afgelaten, mits de waterstand op den Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem lager is dan 0,40 m — N.A.P.


De het r. 2°.


De waterontlastimj van den boezem geschiedt voornamelijk kunstmatig, boezem kan op twee plaatsen worden afgemalen op den boezem van Amstelmeer .■

te Lutjewinkel, door een vijzelstoomgemaal en een Dieselmotorgemaal ; te Aartswoud, door een schepradstoomgemaal.

De natuurlijke loozing op den Atnstelmeerboezem door de op het blad


Medemblik Oost voorkomende sluizen te Aartswoud en Kolhorn geschiedt alleen in zeldzame gevallen bij lagen boezemstand van het Amstelmeer, terwijl in gevallen zlat het boezempeil tot boven dat van Schermerboezem is gestegen, het overtollige water op Schermerboezem wordt afgelaten door de bovengenoemde verbindingssluizen te NoordScharwoude en Duslenburg.

De Vereenigde Kaaksmaats- en Niedorperkoggeboezem is in beheer en onderhoud bij het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.


IV. Eerste panzl van het NoordhoUandsch kanaal.

Dit pand strekt zich uit van de Willemsluizen tegenover Amsterdam tot aan de schutsluizen (Sluizen 0) te Purmerend. Het is lang 15 710 m, het kanaalpeil bedraagt 1,35 m — N.A.P. De diepte is 5,50 m onder kanaalpeil (maximum toegelaten diepte der schepen 4,80 m), de bodem-breedte 10,00 m en meer, de breedte op k.p. minstens 37,00 m.

Op het kanaalpand loost de rioleering van de Gemeente Purmerend, terwijl het polderwater van de voormalige bannen Purmerland en Buiksloot (zie blad Amsterdam 2) op het pand wordt afgemalen.

Het kanaalpand is feitelijk geen boezemwater, doch ligt gemeen met den boezem van den op blad Aznsterdam 2 voorkomenden polder Waterland. Duidelijkheidshalve is het echter met een afzonderlijke kleur (bruin) op de kaart aangegeven.

Het kanaal met de kunstwerken is in beheer en onderhoud bij het Kijk.


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan oen complex lauden, waarvan do hierin liggende sloten en vaarten zijn afgoschoidon van do omringende wateren, dus oen gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in den regel door watorkoeringen omsloten. Ho polders hobbon in verschillende tinten de klour van den boezem of het stroomende water, waarop zij af wateren.

Polders, die hun water eerst op oen anderen polder loozen, hobbon do tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dozelfile klour.

Boezemland is niet gekleurd.

Bij belangrijke waterleidingen is de benaming in rood geplaatst.

De namen van goreglomontoordo waterschappen zijn in bruin op do kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van do provincie Noordholland omtrent kanalen, vaarten, stroomende wateren, reglementen, watorschappon, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrokt, voorkomen, watorkoeringen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde litteratuur, do eerlang verschijnende beschrijving van do provincie Noord-hoUand, beboerende bij de Waterstaatskaart.


ZMi


IM


VERKLARING DER TEEKENS

Stoomgemaal ) ^^^ opgave van don aard van het bemalings-Zuisj» oiiegemaal [ '™’’ktuig (c = centrifugaalpomp; s = schroefpomp; gt;nbsp;sch = scheprad; v = vijzol) en het aantal m’ water-Zuiggasgemaal l pgp minuut bij de in m aangogeven opvoer-Eleotrisch gemaal 1 hoogto.


35 1« (2

pc 22.0 Vijzel watermolen met vlucht ’em

Peilschaal.

Zomerpeil van polders 1

m m.

x.p.-l.2

2.5 Windmotor met raddiameter in m.

H'.p.-4.J

Winterpoil van pol- I . ders nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;! '“^ ™

-^ nbsp;nbsp;nbsp;Klein gemaal.

g nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

H nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

max Stuw met schuif. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,

X.S.-7.6 -4.9

t.O.V.

Gewenschte zomer-, ]^_A.P stand in oon polder 1

Hoogtocijfers.

Verharde weg.

; Spoorweg.

.Electrische tramweg.

gt;lt; Uitwateringssluis.

165 ba

Grootte van polders in ha

Inlaatsluis.

volgens meting op do kaart met den planimeter.


^^ /niai.


^^ Ka^xt. Hulpsluis (doet dienst bij veol waterbezwaar).

0-0 Grondduikor onder oen waterleiding.

j) ^o Grondduiker onder oon waterleiding met afsluiting.

.g__Hoofdmerk van het N.A.P.

j-j___Verkenmerk van hot N.A.P.


Vtttt^t^ Waterkeerendo dijk.

I i I I Dijkverdodiging, strekdammen, kribbon.

____Administratieve gronzon van waterschappen. Deze zijn doorgaans alleen aangegoven, waar ze afwijken van den waterstaat.


He waterstaatskaarton zijn à f 5,— per strik verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN,


-ocr page 49-

ENKHUIZEN

SLUIZEN

Wijdte in nbsp;nbsp;Slagdrcmpel-

den dag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;diepte

ra nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ra—N.A.P.

A. Uitwateringssluis van den Koopmanspolder, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;onderkant

bestaande uit een betonbuis afsluitbaar met één schuif 0,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,15

B. Uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Het Grootslag te Andijk, twee openingen, iedere opening : buitenzijde één schuif, onder den dijk één wachtdeur..............1,86

2,00

C. Uitwateringssluis van den Immerhornpolder, bestaande uit een eivormigen betonnen duiker, aan de buitenzijde afsluitbaar met één schuif......0,25x0,35

Ambacht van Westfriesland, genaamd Drechterland.

Het reglement van het ambacht is vastgestcld bij besluit der Provinciale Staten van NoordhoUand van 21 September 1904 en is opgenomen in het provinciale blad n°. 128 van 1904. Het is later meermalen gewijzigd en met alle wijzigingen opgenomen in het provinciale blad n°. 263 van 1933. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen nos. 58 en 65 van 1941 en n°. 15 van 1942.

Het ambacht is voornamelijk belast met het beheer en onderhoud van wegen in zijn gebied. Het is onderverdeeld in 23 bannen, waarvan de grenzen ongeveer overeenkomen met die der burgerlijke gemeenten van dien ncuim. Aangezien er planrien bestaan om deze bannen op te heffen, zijn de administratieve grenzen hiervan niet op de kaart aangegeven.

D. Schutsluis te Enkhuizen, tusschen de binnen-en buitenhaven, met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, lengte tusschen de punten der deuren 32,65 m

De sluis staat altijd open.

9,50

3,95

E. Inlaatsluis te Enkhuizen voor het Snouck van Loosenpark, één opening met één schuif......

0,35

0,96

F. Keersluis tusschen de binnen- en buitenhaven te Broekerhaven, één opening met één paar punt-deuren en drie rijen scholbalken........

6,00

2,65

De sluis staat altijd open.

G. Inlaatsluis voor den polder Het Grootslag te Broekerhaven, één opening afsluitbaar met één schuif

0,90

1,15

H. Uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Het Grootslag te Bovenkarspel, één opening, buitenzijde twee naast elkander gelegen schuiven, midden oraler den dijk één paar deuren iedere schuif.................

1,65

1,26

I. Inlaatsluis voor den voormaligen Houterpolder, bewesten Broekerhaven, beslaande uit een ijzeren buis, afsluitbaar met één schuif en één afsluiter . .

0,50

K. Uitwateringssluis voor hel gemaal van het waterschap de Drieban, één opening, buitenzijde twee naast elkander gelegen schuiven, iedere schuif

1,60

1,83

L. Inlaatsluis voor het waterschap de Drieban

vloer buitenkant

benoorden Oosterleek, één opening met twee schuiven

0,75

0,75

M. Inlaatsluis voor het waterschap de Drieban,

bodem

bij de haven van Wijdenes, bestaand,e uit een beton-

buitenkant

buis, afsluitbaar met twee schuiven.......

0,40

0,78

N. 0. P. Q. Schutsluizen tusschen den polder Het Grootslag en den voormaligen Houterpolder, ieder met twee paar puntdeuren

N. schutkolklengte 12,15 m..........

2,63

3,35

0. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;11,27 m..........

2,89

3,30

P. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;11,27 m..........

2,89

3,20

Q. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;12,29 m..........

3,00

3,35

BOEZEMS

I. Kleur van de rechtstreeks op het Ijsselmeer uitwaterende gebieden.

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroo-mende water, waarop zij af wateren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie NoordhoUand, omtrent kanalen, vaarten, stroomende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover do kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeeringen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen on waterstanden, alsmede voor verwijzing, de eerlang verschijnende beschrijving van de provincie NoordhoUand, behoorende bij de Waterstaatskaart.

WATERSCHAPPEN

Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier,

Het reglement van het hoogheemraadschap is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van NoordhoUand van 21 Mei 1919 en is opgenomen in het provinciale blad n°. 6 van 1920. Het is later meermalen geivijzigd en met alle mjzigingen opgenomen in het provinciale blad n°. 58 van 1939. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen n°. 61a van 1941 en n°. 4 van 1943.

Het gebied van het hoogheemraadschap omvat, met uitzondering van de duinen, het voormalige eiland Wieringen en de Wieringermeer, nagenoeg het geheele vasteland van NoordhoUand, voor zoover gelegen ten noorden van den Noorder IJdijk en den 8t. Aagterulijk. De totale oppervlakte is ongeveer 142 000 ha.

Het hoogheemraadschap is belast met de verdediging van zijn gebied tegen de Noordzee en het IJsselmeer, voor zoover die verdediging niet aan anderen is opgedragen.

Het is belast met :

Het hoogheemraadschap is verder belast met de zorg voor het onderhoud en de instarulhouding van de op vorenbedoelde zeewering, IJsselmeerdijken en binnenwaterkeeringen gelegen wegen en van verschillende wegen waarvan, ter concentratie van het wegenbeheer, het onderhoud overeenkomstig artikel 19 der Wegenwet ten laste van het hoogheemraadschap is gebracht of waarvan het onderhoud, krachtens overeenkomst ingevolge artikel 18a der Wegenwet, van de vroegere onderhoudsplichtigen is overgenomen.

VERKLARING DER TEEKENS

(met opgave van den aard van het be-malingswerktuig (c = centrifugaalpomp) 1 en het aantal m’ waterverzot per minuut \ bij de in m aangegeven opvoerhoogte.

^.3,5 nbsp;nbsp;nbsp;Windmotor met raddiameter in m.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

H s nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw met schuif.

Grondduikor onder een waterleiding.

S— nbsp;Hoofdmerk van het N.A.P.

O— nbsp;Verkenraerk van het N.A.P.

^ Peilschaal, geregeld waargenomen (reg = registreerend).

1X0— nbsp;nbsp;Peilschaal.

ürt.-Jl Zomerpeil van polders } in m t.o.v. N.A.P.

6, Hoogtecijfers nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

Verharde weg.

== Spoorweg.

11,90 h;t Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.

“.‘“.“.‘.‘!‘.‘!‘.‘.‘!‘.‘i Waterkeerende dijk.

I lt;nbsp;/■ Dijkverdediging, strekdammen, kribben.

De waterstaatskaarten zijn à f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijks-uitgeverij te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN





gt;()()()()

-ocr page 50-

BOEZEMS


I. Boezem van de Noordoostpolder

De belangrijkste boezemwateren, welke op dit blad voorkomen, zijn: Urkervaart, Zuidervaart, Nagelervaart en Zuider Meertocht.

liet gebied, dat zijn water op deze boezem a/voert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

De op dit blad gedeeltelijk voorkomende tweede afdeling van de Noordoostpolder wordt o.a. bemalen door het dieselgemaal „Vissering'' te Urk. Zie voorts de bladen Lemmer, Steenwijk-West en Zwolle-West.

Ten behoeve van het infiltratiegebied ten noordoosten van Urk laat men water instromen vanuit het IJsselmeer door middel van een ijzeren hevel B ten noorden van de schutsluis A.

Zuidoostelijk van Urk wordt water opgemalen uit de Zuider Meertocht met behulp van een electrisch gedreven schroefpomp. Dit geschiedt in hoofdzaak voor een goede drinkwatervoorziening van de daar aanwezige veeteeltbedrijven.

Het voorlopige boezempeil van de tweede afdeling is vastgesteld op 5,70 m —N.A.P., terwijl gerekend is op een toekomstige verlaging tot 6,50 m —N.A.P. Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Lemmer,


Steenwijk-West


en Zwolle-West.


VERKLARING DER TEKENS


AC 3.580

5.50


a i 4.5



Schaal 1 : 50000


20


Dieselgemaal Electrisch gemaal


Schutsluis

Inlaatsluis


met opgave van de aard van het bemalingswerktuig (c = centrifugaalpomp ; s = schroefpomp) en het aan tal m^ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte


Duiker met stuwvermogen


*lt; Duiker


““ Peilschaal, geregeld waargenomen

Zelfregistrerende peilschaal

v.b.p.-5.70 Voorlopig boezempeil \

gt;in m t.o.v, N.A.P.

-co Hoogtecijfer nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gt;

34800ha Grootte van de tweede afdeling van de Noordoostpolder met inbegrip van de kanalen, tochten, sloten en de gemeente Urk volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25.000, mot de poolplanimeter

Waterkerende dijk met oeververdediging en hoofden

Verharde wegen

- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- Kanalen, vaarten, tochten

-----Toevoerleidingen


SLUIZEN


Wijdte in de dag in m


Hoogte van de slagdrempel t.o.v. N.A.P. in m


beneden-hoofd


bovenhoofd


polder en hel IJsselmeer', twee paar punl-

deuren, sehulkolklengle 49,20 m . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7,04 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—9,00

het IJsselmeer; ijzeren buis met vacuutn-

pomp. Bode/n van de buis op hel hoogste

punt 1,60 m —N.A.P.........0 0,90


TOELICHTING


—3,10


Op deze kaart is de waterstaatkundige toestand weergegeven.

Een brede bies geeft de grens van het gebied aan, dat zijn water op de boezem afvoert.

De voornaamste kanalen, vaarten en tochten zijn aangegeven in dezelfde kleur Hierbij is de naam in rood geplaatst.


De waterstaatskaarten zijn à fCi,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij en Uitgeverijbedrijf te ’s Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN




Universiteitsbibliotheek Utrecht



URK


-ocr page 51-

'2


SLUIZEN,


In Voorst

A.


de bedijking langs het IJsselmeer ten noorden van de tot het Zwarte Water,

Ettenlandschc-sluis. Uitwateringssluis voor het stoomgemaal


Wijdte in den dag ni


Slagdrempel-diepte t.o.v.

N.A.P. m


van het waterschap VoUenhoi^e ; drie openingen elk met één paar puntdeuren, elke opening ..........................


3.50


1.90


0.70


2.50


1.50 —


0.55 —


0.40 —


1.37 —


In de bedijking langs den Rechteroever van het Zwarte Water,

E. Arembergersluis. Schutsluis van het waterschap VoUenhove, twee paar puntdeuren, schuÜengte 28 in, de slagdrempels zijn evenhoog .


4.60


2.45 —


In de bedijking langs den Linkeroever van het Zwarte Water.


7.25


4.20


2.62 —


1.26 —


In de bedijking langs de Ueneriete en de Goot.

H. Groote Mastenbroekersluis. Keersluis voor het stoomgemaal van het waterschap Mastenbroek ; drie openingen elk met één paar puntdeuren, elke opening ..........................


6.00


4.00


2.20


1.53 —


3.05 —


1.40 —


In de bedijking langs den Rechteroever van den IJssel.

K. Kampersluis. Schut- en inlaatsluis van het waterschap Mastenbroek; twee paar puntdeuren, schidlengte 19.40 m, de slagdronpels zijn evenhoog ............................

L. Groote schutsluis te Katerveer in de Willemsvaart ; twee paar puntdeuren, schutlengte 94.— m, de slagdrempels zijn evenhoog . . . .

M. Kleine schutsluis te Katerveer in de Willemsvaart ; twee paar puntdeuren, schutlengte 91.— m, de slagdronpels zijn evenhoog . . . .


3.90


12.00


5.90


1.20 —


3.18 —


2.38 —


In de bedijking langs den Linkeroever van den IJssel.


N.

0.


Inlaatsluis van de Greente bij Kampen ; één opening met één klep Uitwateringssluis van de stadsgracht aan de Nieuwe haven te


0.70


1.00 —


Kampen ; één opening, buitenzijde één paar puntdeuren, binnenzijde één roldeur ............................

P. Uagenpoortsluis. Keersluis aan de benedenzijde van de Burgel te Kampen; twee paar puntdeuren ................

Q. Oortgatshus. Keersluis aan de bovenzijde van de Burgel te Kajnpen; één paar puntdeuren .................


6.00


5.28


4.22


2.00 —


1.20 —


1.00 —


R.


Inlaatsluis van het watersehap de Onderdijksche Polder; één


opening met één deur


1.15


0.20 —


S.


Vaartsluis. Inlaatsluis van het waterschap Kamperveen; één


opening met één paar puntdeuren ................

T. Kolksluis. Uitwateringssluis van het waterschap Laag Zalk;


3.00


1.05 —


één opening met één deur U. Geldersche sluis.

éé)i opening met één deur V. Kleine Zalksche

Zalk; één opening met één


Uitwateringssluis van het polderdistrict Ilattem ;


sluis. Uitwateringssluis van het waterschap deur


In de bedijking langs het IJsselmeer ten Zuiden van het Keteldiep.

W. Zuiderwaardsluis. Uitwateringssluis van den Zuiderwaard ; één opening met één paar puntdeuren ................

X. Kardoezensiuis. Inlaatsluis voor het Haatland ende Kardoezen ; één opetiing met één paar puntdeuren...............

IJ. Uitwateringssluis voor het electrisch-gemaal van de waterschappen Broeken en Maten, Dronten, de Onderdijksche Polder en de gemeente Kampen één opening met één paar puntdeuren ...............

Z. Nieuwe Revesluis. Inlaatsluis van het waterschap Dronten; één Opening met één paar puntdeuren ...............

AA. Doornsche sluis. Uitwateringssluis van het waterschap Katnper-veen; één opening inet één paar puntdeuren ............

BB. Nieuwe Drontsche sluis. Uitwateringssluis van de Geldersche gracht; drie openingen elk met één paar puntdeuren, elke opening . .

CC. Noordermerksluis. Uitwateringssluis van het waterschap Oosterwolde; één opening met één deur .................

DD. Bolsmerksluis. Uitwateringssluis van het waterschap Oosterwolde; één opening met één paar puntdeuren............


Binnenwateren,

EE. Broekersluis. Keersluis in de Geldersche gracht ; één paar punt-deuren


FF. Noodwendigesluis. Uitwateringssluis van het waterschap Kamperveen; twee openingen, elk met één schuif, elke opening ......

GG, Uitwateringssluis van. het waterschap Kamperveen aan de Buiten-Beve bij de Boskam : twee openingen elk m^ één deur, elke opening . .

HH. Uitwateringssluis van het waterschap De Onderdijksche Polder op de Midden wetering van het waterschap Broeken en Maten; één opening met twee schuiven .......................


2.25


2.10


1.10


2.00


3.00


3.00


2.50


4.00


6.00


2.30


2.40


2.70


2.50


2.10


1.20


RIVIER- EN IJSSELMEERWATERKEERINGEN.


0.25 —


0.81 —


0.45 —


1.20 —


1.20 —


1.20 —


0.83 —


1.60 —


1.88 —


0.80 —


0.30 —


1.00 —


De waterkeering langs den linkeroever van den IJssel wordt gevormd door:

den Gelderschen bandijk tot aan de grens tussclkenrde provinciën Overijssel en Gelderland, welke in beheer en onderhoud is bij het polderdistrict Ilattem;

den Usseldijk tot even beneden de Vaartsluis (sluis S), welke vanaf de provinciale grens tot 20 m beneden de Kolksluis (sluis T) in beheer en onderhoud is bij het waterschap Zalk en verder bij het waterschap Kamperveen;

de Geldersche sluis (sluis U), wordt door het polderdistrict Ilattem beheerd en onderhouden, de Kolksluis (sluis T) door het waterschap Laag Zalk;

den dijk van even beneden sluis 8 tot even beneden de inlaatsluis van het waterschap de Onderdijksche l'older (sluis K), welke in beheer en onderhoud is bij dit waterschap;

den Usseldijk van even beneden sluis li tot de Veenepoort te Kampen, welke in beheer en onderhoud is bij de gemeente Kampen ;

de hooge gronden van die stad tot buiten de voormalige Ilagenpoort en

den Usseldijk van de voormalige Ilagenpoort te Kampen tot het Keteldiep, welke in beheer en onderhoud is bij de gemeente Kampen onder toezicht van het college voor het beheer der bedijking langs Dronten.

De waterkeering langs den rechteroever van den IJssel wordt gevormd door:

den Sallandschen dijk tot aan den Veerdam, welke in beheer en omlerhoud is bij het waterschap Salland, uitgezonderd de schutsluizen (sluizen L en M) in de Willemsvaart te Katerveer, die doorbet Itijk worden beheerd en onderhouden ;

den Usseldijk tot aan het separatiepunt tegenover Kampen, welke in beheer en onderhoud is bij het waterschap Mastenbroek.

Vanaf het separatiepiint tegenover Kampen tot en met den linkeroever van het Zwarte Water wordt als hoofdwaterkeering onderhouden de dijk van het waterschap Mastenbroek. Deze dijk is in beheer en onderhoud bij dit waterschap.

De hoofdwaterkeering langs den rechteroever van het Zwarte Water en langs het IJsselmeer wordt gevormd door :

den Barsbeker-, Wendeler- en Bentdijk ;

de hooge gronden van de Voorst;

de kade en hooge gronden ten noorden van de stad VoUenhove en den Blokzijlerdijk.

De dijken en de Kttenlatulsehe sluis (sluis A) zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap VoUenhove.

Het beheer en onderhoud van de overige sluizen geschiedt onder toezicht van het bestuur van het waterschap als volgt : de Arembergersluis (sluis K) door de provincie Overijssel, de Barsbekerzijl (sluis D) door het waterschap de Barsbeker Binnenpolder, de Wendelerzijl (sluis C) en Bentsluis (sluis B) door het gemeentebestuur van Ambt VoUenhove.

De waterkeering langs het IJssebneer ten Zuiden van het Keteldiep bestaat uit een bedijking van het Keteldiep tot aan de Noordermerksluis (sluis CC) bij Kampemieuwstad, waarvan het beheer en onderhoud is opgedragen aan het waterschap de Bedijking langs Dronten en uit

den Zomerdijk, welke in beheer en onderhoiid is bij het waterschap Oosterwolde.


KANALEN EN STROOMENDE WATEREN


Arembergergracht. De Arembergergracht maakt deel uit van den vaarweg van het Zwarte Water naar Friesland en behoort tot den boezem van het waterschap VoUenhove. De lengte van de Arembergergracht van de Belter Wijde tot de Arembergersluis bedraagt ongeveer 4,5 km, de bodembreedte is 12.— m, de bodemdiepte 1.80 m beneden het boezempeil van het waterschap VoUenhove.

De gracht heeft gemeenschap met het Zwarte Water door een schutsluis (sluis F) en is in beheer en onderhoud bij de provincie Overijssel.

Willemsvaart. DU kanaal vormt de verbinding tusschen de Stadsgracht te Zwolle (verbinding noordwaarts door deze gracht met het Zwarte Water) en den Ussel te Katerveer.

De lengte van het kanaal bedraagt 2.3 km. Het staat gewoonlijk in open verbinding met de Stadsgracht van Zwolle en met het Zwarte Water, doch kan, door een keersluis te Zwolle, hiervan worden gescheiden. De sluis wordt gesloten bij een waterstand te Zwolle van 1.12 m N.A.P., welke sta7id na de afsluiting der Zuiderzee zeer zelden meer voorkomt. De afsluiting van den Ussel wordt gevormd door twee schutsluizen, sluizen L en M. Het kanaal is opengesteld in het jaar 1820. De minimum bodembreedte bedraagt 12 m, de bodenuliepte 3.30 m — N.A.P., de breedte varieert van 20 tot 50 m op K.P.

Het kanaal, waarvati slechts een zeer klein gedeelte op dit blad voorkont, is in beheer en onderhoud bij het Itijk.

Zwarte Water, Deze rivier ontstaat uit de SaUandsche Weteringen waarvan de voornaamste zijn : de Zandwetering, de Soestwetering, de Oude Wetering en de Nieuwe Wetering, voorkomende op de bladen Zwolle-Cost en Hattetn-Oost. Deze weteringen vereenigen zich ten Zuidoosten van Zwolle, stroomen door de grachten van de stad en verlaten deze onder den naam van Zwarte Water. Bij Genne wordt de Vecht in de rivier opgenomen. Het Zwarte Water mondt tusschen leidammen ondpr den naam van Zwolsehe Diep in het IJssehneer uit. De lengte met inbegrip van het Zwolsehe Diep bedraagt 26.2 km, de breedte 45 tot 265 m, de minimum bodemdiepte 2.30 tot 2.50 jtt — N.A.P. De Noorderleidam van hetZwolsehe Diep lang 5.68 km, ligt met de kruin ongeveer = N.A.P. en wordt niet onderhouden ; deZuiderleidam lang 5.95 km is hoog 0.90 m N.A.P. Aan het einde is de vluchthaven van Kraggetiburg gelegen. De afstand der dammen is aan het landeiiule 250 m, vermindert over 900 m tot 200 m en verder regelmatig tot 110 m. De dammen zijn aangelegd in de jaren 1845 tot 1847 door de Maatschappij ter verbetering van den handelsweg over het Zwolsehe Diep, mede ten dienste van de landaanwinning. DeZuiderleidam is in de jaren 1875—1877 door het Bijk weder hersteld. Het Zwarte Water en Zwolsehe Diep zijn in beheer en onderhoud bij het Bijk, van het eerst genoemde komt slechts een gedeelte op het blad voor.

IJssel. De Ussel is een Bijntak, stroomende van het separatiepunt aan den Neder-Bijn (Ussel-kop) tegenover Huissen tot aan den mond van het Keteldiep in het IJsselmeer.

De rivier heeft tegetiwoordig slechts ééti hoofdmonding n.l. het Keteldiep, stroonende tusschen twee ongeveer 4.1 kin lange leidammen tot in het diepere deel (3.30 m— N.A.P.) van het Usseltneer.

Bij het separatiepunt tegenover Kampeti gaat naar rechts het Ganzendiep, waarvan de bovenmond is beteugeld. Het Ganzendiep heeft een tak naar rechts, de Goot.

Dicht bij het Keteldiep gaat nog een korte tak naar rechts, het Bechterdiep. Ook deze is aan den bovenmond beteugeld, terwijl het Noorderdiep, dat vroeger een tak vormde, geheel van den Ussel is afgesloten.

De lengte van den Ussel met inbegrip van het Keteldiep is 127 km. Bij M.B. is een doorgaande vaardiepte van 2.75 m aanwezig.

Het beheer en onderhoud wordt uitgeoefend door het Bijk. Van de rivier komt slechts een gedeelte


op het blad


voor.


VERKLARING DER TEEKENS,


079


stoomgemaal


18

2


fmet opgave van den aard van het bemalingswerktuig (c =« ccntrifugaalpomp, s = schroefpomp, s.r. = scheprad) cn het aantal m® waterverzet per minuut bij de in m aangegeven op-voerhoogte.


Ac 2^72 03


Olie-gemaal


Klein gcmaaltjc.


Kleine windmolen.


p.prO.ß z.prO.3 w.prO.h p. -hS


Polderpeil van

Zomerpeil „

Winterpeil „


polders.


Windmotor.


Peil van een hooger deel. Hoogtecijfer.


Schutsluis.


Uitwatcrings- of inlaatsluisje.


95 6,7


Stuw.


Hoofdmerk van het N. A. P.


Verkcninerk van het N. A. P.


Peilschaal.


Peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registreerend).


Verharde wegen.

Spoorwegen.

Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.

Rivier- en IJssclmcerdijk.

Kribben.

Strekdammen.


Provinciale grens.

Administratieve grenzen van waterschappen, polderdistricten en polders.



TOELICHTING.


Universitfeos- \ bibliotheek

Utrecht


Vooc.it. \


^^


H^Mfi^rAf}^/^)


5x810* HîïZâr.çamp;fi^^


Hft LAftmltn’ viJil

* /O-fO ft./rr-,lt;


t/ir/v t/frfi


Hzz/fV-V^ü^y^


,gt;60 /if7


.■.2 40


op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven. Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een polder door waterkeeringen omsloten, waarvan alle waterloopen in open verbinding staan. De waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder om-geven door een donkere bics van dezelfde kleur.

Van polders, die afwateren op meer dan één boezem, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In hooge gronden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwatcren; een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Bij belangrijke boezems en stroomende wateren is de benaming in rood geplaatst.


BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN.


I. Kleur van de rechtstreeks op het Ijsselmeer, het Zwarte Water en den IJssel afwaterende polders en hooge gronden.

Het IJsselmeer, ontstaan na de afsluiting van de Zuiderzee op 28 Mei 1932, heeft een peil van 0.13 m — N.A.P., aan de peilschaal te Urk. Overwogen wordt, dit peil te verlageti tot 0.40 m— N.A.P. en dit peil in de zomertnaanden op te zetten tot 0.20 m — N.A.P. Door op- en afwaaiing kunnen de waterstanden aan den oever van het IJsselmeer belangrijk hooger of lager zijn.


II. Boezem van het waterschap VoUenhove.

De boezem wordt afgemalen op het IJssehneer door het stoomgemaal aan de Eden-landsche Kolk. Het gemaal heeft drie horizontale schroefpompen met een gezamenlijk vermögen van 2430 m^fmin. De boezem ontvangt het water van ongeveer 46.000 ha polderland, boezemland en hooge gronden. Hiervan behooren ongeveer 28 600 ha tot het gebied van het waterschap VoUenhove, terwijl van 17.600 ha Drentsch gebied het veldwater door de Ees-veensche Wetering, Steenwijker Aa en Kallenkoter Wetering wordt afgevoerd op den boezem.

Het beneden gedeelte van de Linde van de Helomasluis tot Kuinre, staat in opeti verbinding met den boezem.

Bovendien ontvangt de boezem, bij een waterstand te Meppel van 0.65 m 4- N.A.P. (winterpeil), een gedeelte van het overtollige water van het Meppelerdiep. Bij maxitnalen afvoer kan deze hoeveelheid op 48 tn^fsec. worde7i gesteld. Dit water wordt ingelaten door het tot stroomsluis ingerichte oude Beukersschut, terwijl i7i geval van iiood ook kan worden ingelaten door de nieuwe Beukersschulsluis (zie blad Zwolle Oost).

In den wilder 1929/1930 had voor het eerst gedeeltelijke afstrooming van water uit het Meppelerdiep op den boezem plaats. De boezembcrgi7ig is na de in uitvoeriiig genomen partieele inpoldering te stellen op rond 5000 ha. Het boezempeil = 0.70 m — N.A.P. I7i ee7i drogen zomer kan dit boezempeil dalen tot 0.80 à 0.90 m — N.A.P.


III. Boezemgebied van de Wendeligerweiden,


De boezem loost door de WeTidelerzijl, (sluis C) op het IJssehneer en ontvangt het water van drie waterstaatkuTidige polders eii van hooge gronden. Het gebied is groot 400 ha. In den zomer wordt soms water ingelaten.



Gern Kamiueri SrHOAU.Ml


krt*«y’*nhoi


yVat^rAeJinp


H/trs/tfkt*/


tr./gt;rO,6


/.iiHB Jf NiMirgt;h

p./t.-7).7


nt/ltMC



p./,.-a4


/iny^fcti iH/À


H7*


p.p.“ fU


570 ha


HP


^Ulfk^/'zet^ -


p^Jder '(7/7) Aa


Ay nbsp;nbsp;( H w/ntr/Jen

iX'' i7fL'f/j/7i'{i


IE MW’


M'fUKr.'ieA/t//


p/f.’ü ‘ WP •v.y


fin.-arj


240 V,a


1 kt Kb


y.7J^ f'^^^K'


-teA


IIP

AtnJitt'K


04.10 h.-i


til


8rgt;i'Pgt;,k\


,eS0 ha


Àr/4t/gt;^‘UifA'


'ft.4


/~40 ha


p.prO.ZI


7/0 An \^


pohkT


p.p.^0.6



f/U Aa


6,1,1 An 0.1


p.p. UZ'


CJe/UMH'tk'/t


li/lk‘/iisr;i/i/gt;/


Jo,/ An f éét/AeZ


J67(7 ha


p.p.~(/.6


Po/r/i^rf/is Ir/A /


IV. Uitwatering van het electrisch gemaal van de waterschappen Broeken en Maten, Dronten, Onderdijksche polder en de gemeente Kampen.

De boezem loost door een sluis in de bedijking langs Dronten (sluis IJ) op het IJssehneer en ontvangt het water ran 2445 ha polderlaTul, waarvan 450 ha, n.l. de gronden van de Greente, Mehn, Vossenwaard en Zuiderwaard, na verlaging van het peil op het IJsselmeer tot 0.40 m — N.A.l^. gedeeltelijk zullen afwateren door de Zuiderwaardsluis (sluis W) op het IJsselmeer.

Voor de gronden behoorende tot dezen boezem kan eventueel ivater worden ingelate7i als volgt:

voor de Greente, Mehn, Vosse7iu'aard en Zuiderwaard door sluis N in den linkeroever van den Ussel bij Kampen;

voor het Haatland c.a. en het waterschap Dronten respectievelijk door de Kardoezensiuis (sluis X) en de Nieuwe Bevesluis (sluis Z) aan het IJssehneer;

voor de waterschappen Broeken en Maten e7i De Onderdijksche Polder door de sluizen 0 en B in den linkeroever van den IJssel en sluis HH in den Slaperdijk tusschen deze waterschappen.

Het electrisch gemaal wordt beheerd door ee7i commissie, waarvan de leden wordoi benoe7nd door de belanghebbende waterschappen en de gemeente Kampen.


V. Buiten Reve.

Deze boezem loost door de Doornsche sluis (sluis AA) ophel IJssehneer,ligt gewoonlijk hiermede gemeen en ontvangt het water van 2020 ha polderland. Hiervan worden 1910 ha bemalen door het waterschap Kamperveen, terwijl de administratief tot het gebied va7i dit waterschap behooreTide gronden het water loozen door de Noodwendige sluis (sluis FF) en sluis GG.

Voor deze gronden kan water icorde7i ingelaten door de Vaartsluis (sluis S) in den linkeroever van den Ussel.


VI. Geldersche Gracht en het Nieuwe Kanaal.

De boezem loost door de Nieuwe Drontsche sluis (sluis BB) op het IJsselmeer, kan hierop worden afgemalen door een 7notorge7naal en ontvangt het water van ongeveer 1050 ha polderland, 65 ha boezemland en 4500 ha hooge gronden.

De keersluis (sluis EE) in den boezem gelegen, doet na de afsluiting vaii de Zuiderzee nagenoeg geen dienst meer. Het motorgemaal is in beheer oi onderhoud bij het waterschap Oldebroek.


VII. Willemsvaart.

Deze ligt gewoonlijk gemeen met het Zwarte Water. Er wateren ongeveer 125 ha polderland geheel of gedeeltelijk op af (zie blad Zwolle Oost).

Voor verdere bijzonderheden zie onder: „Kanalen en stroomende wateren”.


WATERSCHAPPEN EN POLDERS, DIE GEHEEL OF GEDEELTELIJK OP DE KAART VOORKOMEN.


Achter de namen zijn opgegeven jaartal cn opgenomen de reglementen en de wijzigingen in


nummer van de Provinciale bladen, waarin zijn die reglementen.


Overijssel.

Waterschap Het Leeuwterveld, 1929, n°. 10.

Waterschap de Blokzijler Uiterdijken, 1SS6, n°. 67 ; 1905, n°. 23 en 1919, nquot;^. 19.

Waterschap VoUenhove, 1889, n°. 32; 1891, nos. 1 en 60; 1898, n“^. 85; 1900, n°. 11; 1905, n\ 4 ; 1910, n\ 68 ; 1914,7ws. 65 en 66 ; 1915, n°. 46 ; 1916, n\ 4 ; 1922, n\ 12 ; 1928, n°. 42 ; 1929, n°. 73; 1932, nos. 103 en 117.

De gronden, tot dit waterschap behoorende, zijn gelegen i7i de gemeenfe/i Kuinre, Blankenham, Ambt VoUenhove, Blokzijl, Stad VoUenhove, Zwartsluis, Wanneperveen, Steemvijkerwold, Oldemarkt en Blankenhain en hebben een oppervlakte van ongeveer 29.900 ha.

Het gebied van het waterschap, komt behalve op dit blad ook voor op de bladen Steenwijk West en Oost en Zwolle Oost.

Voor zoover dit blad betreft, wordt het begrensd door: den rechter bandijk van het Zwarte Water, den Barsbeker-, Wendeler- e7i Bentdijk, de hooge gronden van de Voorst, de kade en hooge gronden ten noorden van de stad Vollenhove en den Blokzijlerdijk. De waterschappen het Leeuwterveld, de Bentpolder, Wendeligerweiden en Barsbeker Binnenpolder zij7i gelegen i7i het gebied van het waterschap VoUenhove.

Sedert 1924 zijn in het waterschap belangrijke werken in verbami met afwatering, scheepvaart en partieele bemaling uitgevoerd, o.a. :

De werken, verba7ul houdende met de bemaling van het Meppelerdieji ; de verbeteringswerken voor de Beneden-Linde ; kanalen Steenwijk-Ossenzijl en Steenwijk-Giethoorn-Beulakerwijde, waarvan het laatste voor de afwatering van zeer groot belang is, eii een gedeelte van het inpolderingsplan met partieele bemaling n.l. de polderafdeelingen IV en II.

Plannen bestaan, en zijn getleeltelijk in uitvoering, tot volledige ontwatering van het gebied boven Steenwijk. Zij bevatten kanaUseering van de gedeeltelijk 0771 te leggen Steenwijker AaopOverijsselsche7i Drentsch gebied en vormi7ig van een waterschap in Drenthe, 0)nvattende hei geheele stroomgebied van de Steenwijker Aa met zijstroomen. Tevens bestaan plannen tot voortzetting van de inpoldering.

Het waterschap beheert en onderhoudt de waterkeeringen binnen het waterschapsgebied gelegen, het stoo7ngemaal aan de Ettenlandsche Kolk en draagt zorg voor de bemaling. Het bedient en oefent toezicht uit op de navolgende provinciale eigendommen te Kui7ire:

bediening van de schutsluis en van de havenlichteii ;

toezicht op die schutsluis, de haven en de havendammen.

Slechts enkele der in de dijken gelegen sluizen zijn i7i onderhoud bij het waterschap, op de overige oefent het toezicht uit.

Het wordt bestuurd door een dijkgraaf, vier heemraden en acht hoofdingelanden, die het vereenigd college vormen, dat wordt bijgestaan door eeii secretaris en een ontvanger.

Dijkgraaf en heemradem vormen het dagelijksch bestuur van het waterschap.

Waterschap de Bentpolder, 1890, n^. 3; 1905, n°. 19; 1912, n®. 14; 1915, n'’. 21 en 1919, nquot;. 18.

Waterschap de Wendeligerweiden, 1901, nos. 80 en 81 ; 1903, n°. 82 ; 1905, 71®. 44 en 1919, n^ .20.

Waterschap de Barsbeker Binnenpolder, 1885, n®. 67; 1896, n’^. 82; 1905, n®. 15 071 1916, nquot;*. 2.

Waterschap de Barsbeker Uiterdijken, 1927, n°, 104.

Waterschap de Noorde, 1927, n'^. 16.

Waterschap de Zuiderzeepolder bij Genemuiden, 1906, n°. 89 en 1912, n^. 77.

Waterschap De Pieper, 1930, n°. 87.

Waterschap Mastenbroek, 1881, n\ 72; 1888, n°. 48; 1891, n°. 42; 1905, n°. 7; 1917, n'^. 43; 1924, n^. 51 en 1925, n°. 50.

Waterschap de Koekoek, het Zwijnsleger en de Hagens, 1913, 7i°. 63.

Het waterschap ligt in het gebied van het waterschap Mastenbroek.

Waterschap Benoorden de Willemsvaart, 1885, n®. 3 ; 1886, n“^. 81 ; 1891, nos. 44 en 45 ; 1905, n°. 31; 1927, n°. 15 en 1928, n^. 38.

Waterschap Broeken en Maten, 1888, n‘^. 49 en 1905, n^. 16.

Waterschap Dronten, 1889, n^quot;. 54; 1905, n°. 22 en 1931, n°. 18.

Waterschap De Onderdijksche Polder, 1884, «®. 90; 1889, n^. 50; 1905, n°. 20; 1919, n®. 79 en 1933, n°. 74.

Waterschap Kamperveen, 1883, n°. 17; 1888, n°. 48; 1905, n°. 12 en 1910, n°. 67.

Waterschap Zalk, 1918, n°. 57; en 1928, n°. 41.

Het waterschap is gelegen i7i de gemeenten Zalk en Kamperveen en heeft een oppervlakte van ongeveer 1130 ha. Het heeft ten doel alle bi7i7ien het waterschap gelegen gronden door waterkeerende werken tegen overlast van het Ussehvater te beveiligen; de in het deel van het waterschap benoorden den Uitvliet gelegen gronden tegen overlast van Geldersch water te beschermen e7i den geregeùle7i afvoer va7i het binnenwater i7i dit gebied te bevorderen.

Waterschap Laag Zalk, 1918, nquot;^. 58.

Het waterschap ligt in het gebied van het waterschap Zalk.

De overige op het blad voorko7ne7ide polders, waarva7i de voornaamste zijn: De Kockspolder, het Buitenland en De Mandjes waard ; het Ka7npereiland ; Vossenwaard, De Mehn, de Greente, Zuiderwaard, Kardoezen en Haatland, behooreTuie aa7i de gemeente Kaïnpen, zijii ongeregle77ienteerd.


Gelderland.


Waterschap Oosterwolde, 1889, n®. 110; 1909, n°. 98 en 1920, n°. 109.

Het waterschap bestaat uit 8 afdeeUngen, icaanwi de beschrijving regl€7nent.


Polderdistrict Hattem. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;afd OOSt

Het reglemc/it op het beheer der rivierpolders in de provincie Gelderland is van toepassing.


Gelderland en Overijssel.


Lade no, 64


Waterschap de Bedijking langs Dronten. Provinciale bladen van Overijssel 1834, n'gt;. 13; laos, n“. 130 en 1934, n“. 63.


NADRUK VERBODEN.


-ocr page 52-

REGLEMENTEN.

Met opgave van de Staatsbladen of Provinciale bladen, waarin het reglement en de wijzigingen daarin zijn opgenomen.

Algemeen reglement van politie voor rivieren en Kijkskanalen, K.B. van 24 November 1919, Stbl. n°. 765 met de wijzigingen van 22 December 1925, Stbl. n°. 480 ; 6 Juni 1929, Stbl. n°. 382 ; 18 Juli 1930, Stbl. n°. 287 en van 8 Augustus 1931, Stbl. nquot;^. 366.

Overijssel.

Grondreglement voor de waterschappen (1904, n°. 9 ; 1921, n°. 87 ; 1922, n°. 13 ; 1926, nos. 28 en 49; 1928, n°. 39 en 1929, n'^. 75).

Reglement op de wegen en voetpaden (1928, nos. 44 en 45 en 1029, n°. 50).

Reglement op het bouwen op of in dijken, het graven daarin en het daarop aanïeggen van wegen (1881, n°. 85; 1883, n^. 16; 1904, n°. 61 en 1934, n^. 13).

Reglement op de waterleidingen (1921, n°. 88; 1923, nos. 52 en 80 en 1926, n^. 51).

Reglement op eenige wateren in de provincie Overijssel en daarmede in verhand staande werken (1896, n‘^. 9; 1899, n°. 62; 1904, n‘^. 60 en 1935, n°. 18).

Reglement op de verveningen (1897, nos. 17 en 58 ; 1899, n°. 12 ; 1919, n'^. 21 en 1934, n°. 14).

' Reglement op het branden van venen om te boekweiten (1834, n°. 93).

Reglement op het beheer en onderhoud van den IJsseldijk van de grens tusschen de gemeenten Kamperveen en Kampen tot de Veenepoort te Kampen (1930, n°. 89),

Verordening op de bevloeiingen (1917, n°. 60).

Gelderland,

Reglement op het beheer der rivierpolders (1934, n°. 52).

Reglement op de wegen, voetpaden en tramwegen (1889, n°. 59 ; 1896, n°. 138; 1905, nos. 115 en 116; 1907, n°. 30; 1912, n^, 127 en 1925, n°. 85).

EILANDEN.

Schokland. Dit eiland, dat zich over een lengte van ruim 4 7cm van het noorden naar het zuiden uitstrekt, heeft een breedte van hoogstens 0.5 km,. Het eiland was vroeger met een dijk omringd, die langs de westzijde nog grootendeels over is. Het wordt verder beveiligd door steenen dammen of aarieengesloten padlrijen.

Dij de Wet van 16 December 1858 werden maatregelen vastgesteld tot ontruiming van het eiland door zijn bewoners. Deze ontruiming had plaats zn 1860. Het eiland wordt thans nog bewoond door een Kanto'nnier-havenmeester, een 2e havenmeester en een kantonnier bij de zeewerken met hun gezinnen.

Aan het noordeinde van het eiland bevindt zich de haven van Émmeloord. Deze dient vooral als vluchthaven in het bijzonder voor visschersvaartuigen.

Het eiland is in bekeer en eigendom bij het Dijk.

Waterstanden op het Zwarte Water, den IJssel en het IJsselmeer, gedurende de jaren 1933 en 1934.

Gem. standen in t. o. v. N. A. P

m

Waterstanden in

m t. o. v. N. A. P.

Plaats van waarneming.

Zomerstand 1 Mei— 31 October.

Winterstand 1 Nov.—

30 April.

Hoogste.

Laagste.

1933.

1934.

1933.

1934.

1933.

1934.

1933.

1934.

IS

Zwolle . . Genemuiden

0.09—

0.07—

0.08—

0.04—

0.10—

0.10—

0.06—

0.05—

0.55, 1 Aug.

0.34, 20 Maart

0.41, 23 Sept.

0.52, 23 Sept.

0.47—, 27 Febr.

0.77 —,

3 Dec.

0.52 —, 24 Juni

0.44

1 Febr.

Katerveer .

Kampen

0.30

0.00

0.08

0.04—

0.18

0.07—

0.14

0.03—

1.23,

1 Juli 0.40,

28 Juni

0.65, 23, 24 Jan.

0.37, 23 Sept.

0.35 —, 4 Dec.

0.49 —, 3 Dec.

0.27—, 24 Juni

0.32 —, 4 Nov.

5?

Schokland .

0.10—

0.07—

0.12—

0.08—

0.13, 18 Maart

0.21, 14 Mei 23 Sept.

0.52 —, 3 Dec.

0.46—, 1 Febr.

VERWIJZING.

Deking Dura, A. Een cn ander over de afwatering in Overijssel. Eerste gedeelte, 1919.

Giebing, H. J., commies ter Provinciale Griffie. Jaarboekje voor de Provincie Gelderland ten dienste der Gemeente-, Dijk-, Waterschaps- en andere besturen.

Hoenders, J. M., Adjunct-commies le klasse ter Provinciale Griffie. Jaarboekje voor de Provincie Overijssel.

Linden van den Heuvell, Ir. A. van. De ontwateringswerken in Overijssel. Overdruk uit het tijdschrift der Nederlandsche Heidemaatschappij, November 1933.

Degister IV Overijssel, vijfde uitgave 1925. Hoogte van verkenmerken volgens N. A. P., gevonden bij de nauwkeurigheids-waterpassingen, de waterpassingen van den Algemeenen Dienst van den Rijkswaterstaat en waterpassingen van andere organisaties, alsmede verdere wijzigingen en aanvullingen tot 1934. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.

Staring, Willem en T. J. Stielties. De Overijsselsche Wateren, 1848.

Wegwijzer voor de Binnen-scheepvaart, deel I Noord-oostclijk Nederland met 7 overzichtskaarten en 24 plattegronden.

Tweede druk 1930 met aanvullingsblad n®. 1, tot Januari 1935.

Bewerkt bij den Algemeenen Dienst van den Rijkswaterstaat.

Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat.

Do Waterstaatskaarten zijn a f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij cn door bemiddeling van alle postkantoren.

-ocr page 53-

BOEZEMS EN STROOMENDE WATER

SLUIZEN.

Wijdte

In den Zomerdijk ten noord-westen van het Meppeler^ “^j/’^*^ diep en ten westen van de Drentsche Hoofdvaart. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;**‘?®

A. Oude Beukerssekut. Stroomsluis voor het aflaten van water ’^^^‘‘^^ van het Afeppelerdiep naar het waterschap Vollenhove; één opening 4,70 bovenhoofd één paar punbleuren, in elke deur twee schuiven benedenhoofd één paar reserve puntdeuren, in één van deze deuren één schuif...................

In de bermsloot ten noord-westen van den weg Meppel— Huinerwold.

In de Hoogeveensche Vaart.

bovenhoofd...................... benetlenhoofd.....................

Aan beide zijden van de schutsluis bevindt zieh een stroomduiker, elke stroomduiker één opening met één schuif...........

Ten noorden van deze sluis bevindt zich een ontlastsluis, één opening met één schuif....................4,50 bovenkant schuif in gesloten stand 2,70 m 4- N.A.P.

II. Boezem van het waterschap Vollenhove.

Hct gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, heeft een grootte, van ongeveer 39 550 ha en bestaat uit polderland, boezemland en hooge gronden. Hovendien ontvangt de boezem bij een waterstand op het Meppelerdiep van 0,65 m 4- H.A.P. (winterpeil), een gedeelte van het overtollige water van dit diep (zie 111). Hij ma.rimalen afvoer kan deze hoeveelheid op 48 nPIseconde worden gesteld.

De. boezem wordt afgemalen op het Llsselmeer door het stoomgemaal aan de Kttenlandsche Kolk en kan tevens daarop af wateren door een uitwateringssluis te Hlokzijl.

Het boezempeil bedraagt 0,70 m — H.A.P. Jn een drogen zomer kan dit boezempeil dalen tot 0,80 à 0,90 m — H.A.P.

Voor nadere bijzonderheden, zie de beschrijving in het boekje.

III. Meppelerdiep, Beest, Wold A, Drentsche Hoofdvaart, enz.

Oude Vaart, benedenpand van de

Het gebied, dat zijn water op deze waterleidingen afvoert, bestaat uit polderland, boezemland e.n hooge gronden.

Het is onderverdceld in verschillende deden, waarvan de gezamenlijke, grootte ongeveer 81 330 ha bedraagt.

De volgende deelen komen geheel of gedeeltelijk op het blad voor:

Oppervlakte in ha

Gebied af waterende op of behoorende tot :

H. Ossesluis. Schutsluis tusschen het tweede en het derde pand van de Hoogeveensche Vaart ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40 m 6,00 henedenhoofd ..................... bovenhoofd ......................

I. Ontlastsluis in den zuid-oostelijken kanaaldijk van het derde paml van de Hoogeveensche Vaart naar de Lage Veningerwijk ; één opening met één schuif....................4,50 bovenkant schuif in gesloten stand 4,79 m N.A.P.

In de Staphorster Stouwe ten zuid-oosten van het Mep-pelerdiep.

J. Schutsluis tusschen het waterschap Hasselt en Zwartsluis en het Meppelerdiep ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 30 m . . nbsp;nbsp;5,00 henedenhoofd ..................... bovenhoofd......................

Deze sluis doet tevens dienst als stroomsluis voor het aflaten van water van het Meppderdiep naar het waterschap Hasselt en Zwartsluis. (Zie de beschrijving van hel Meppelerdiep in het boekje.)

In de Dedemsvaart.

K. Uitwateringssluis van de Dedemsvaart naar het Zicarte SVater ;

tu'ee openingen, elke opening .................. binnenzijde één Stoneyschuif buitenzijde één paar puntdeuren de slagdrempels zijn even hoog.............

L. Schutsluis tusschen het eerste pand van de Dedemsvaart en het Zwarte Water (sluis nquot;^. 1); schutkolklengte 45,45 m . . . binnenhoofd ^n eb- en één vloeddeur.......... buitenhoofd één ebdeur en één paar vloeddeuren......

M. Hcvcloverlaat in den zuidelijken kanaaldijk van het eerste pand van de Dedemsvaart naar het bemalen gebied van het waterschap de Hoorder Vechtdijken; twee openingen, elke opening ......

buitenzijde...................... binnenzijde...................... keelhoogte.............0,55 m N.A.P. doorstroomingshoogte van de keel........0,60 m N. Schutsluis tusschen het eerste en het tweede pand van de Dedemsvaart (sluis no. 2) ; schutkolklengte 38,— m ....... nbsp;nbsp;6,00 henedenhoofd één paar puntdeuren........... bovenhoofd één deur ................. Ten noorden van deze sluis bevindt zich een stroomduiker, één opening met één schuif ................... nbsp;1,50 0. Schutsluis tusschen het tweede en het derde pand van de Dedemsvaart (sluis no. 3) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 38 m 6,00 henedenhoofd ..................... bovenhoofd ...................... Ten zuid-oosten van deze sluis hevuult zich een strootnduiker, één opening met één schuif .................. nbsp;1,50 P. Schutsluis tusschen het derde en het vierde pand van de Dedemsvaart (sluis n’*. 4) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40 m 6,25 henedenhoofd ..................... bovenhoofd ......................

lila. Meppelerdiep en benedenpand van de Drentsche Hoofdvaart . .

Illb. Waterschap liuinerwold, e.rclusief de. hooge. gronden......

JIlc. Wold A.........................

11 ld. Heest ..........................

life. Meppelerdiep en de Heest.................

1 482

495

9 800

13 280

66

Horemiien ontvangen de waterleidingen een gedeelte van het water van een gebied, groot 37 375 ha.

Overtollig water kan worden afgevoerd als volgt:

1°. door twee sluizen te Zwartsluis, nl. de Uitwateringssluis (sluis U) en de Kleine of Staphorster schutsluis, die tevens als uitwateringssluis is ingericht (sluis V). Lager dan tot 0,37 m — H.A.P. te Zwartsluis wordt het water niet afgelaten;

2quot;^. naar het waterschap Vollenhove door het tot stroomsluis ingerichte Oude Heukersschut, (sluis A) zie H ;

3°. naar het waterschap Hasselt en Zwartsluis door de tot stroomsluis ingerichte schutsluis in de Staphorster Stouwe (sluis J).

Voor nadere bijzonderheden, betreffende het aflaten van water door de sluizen genoemd onder 2° en 3°, zie de beschrijving in het boekje.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem af voert, heeft een totale grootte van 498 ha.

De boezem kan overtollig water loozen door twee stroomduikers, gelegen aan beide zijden van de Meppelersluis (sluis K).

Het kanaalpeil van het eerste pand bedraagt 0,68 m 4- H.A.P.

Het gebied, dat zijn water op deze waterleidingen afvoert, bestaat uit drie afzonderlijke deelen, met een totale grootte van 741 ha.

Kén dezer deelen, groot 150 ha, komt voor op het blad Coevorden HVsL

Verder ontvangen de waterleidingen het overtollige water van het gebied, dat afwatert langs de Veningsche Wijk (zie VIl).

Overtollig water kan worden afgevoerd door een ontlastsluis, gelegen ten noorden van de Hogotsluis (sluis G), naar het eerste pand van het kanaal.

Het kanaalpeil van hct tweede pand bedraagt 2,70 m 4- H.A.P.

Het gebial, dat zijn water op dezen boezem af voert, komt voor op de bladen Beilen West en Coevorden West.

De boezem kan overtollig water loozen door de ontlastsluis (sluis I) in den zuid-oostelijken kanaaldijk van de Vaart, naar de Lage. Veningerwijk.

Het kanaalpeil van het derde- pand bedraagt 4,79 m 4- H.A.J*.

Het gebied, dat zijn wafer op dezen boezem afvoert, komt voor op het blad Coevorden West.

Overtollig water kan worden geloosd over stuw V, (tijdelijke stuw) en verder door een afsluitbaren duiker, naar de Lage Veningerwijk (zie V).

Het peil van de wijk bedraagt ± 3,43 m 4- H.A.P.

In de bedijking langs den linkeroever van het Zwarte Water.

Q. Kadcmakcrszijl. Schut- en inlaatsluis tusschen het waterschap

Mastenbroek en het Zwarte Water; twee paar puntdeuren, schutlengte 19,40 m ........................ de slagdrempels zijn even hoog .............

R. Frankhuizcrzijl. Uitwateringssluis van het waterschap Jte-noorden de Willemsvaart ; één opening hùinenzijde één schuif ................. buitenzijde één paar puntdeuren............

S. Uitwateringssluis van den polder Katwolde ; één ojiening met één schuif ........................

VIII. Eerste pand van de Dedemsvaart, Lichtmiskanaal, waterleidingen in het onbemalen gebied van het waterschap de Noorder Vechtdijken, enz.

In de bedijking langs den rechteroever van het Zwarte [Water.

T. Groote schutsluis. Schutsluis tusschen het Meppelerdiep en het Zwarte Water; twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 54,75 m ........................ de slagdrempels zijn even hoog .............

U. Uitwateringssluis van het Meppelerdiep naar het Zwarte Water; één opening ...................... binnenzijde één Stoneyschuif.............. buitenzijde één paar puntdeuren............

V. Kleine of Staphorster schutsluis. Schut- en uitwateringssluis tusschen het Meppelerdiep en het Zwarte Water; twee paar vloed- en twee, paar ebdeuren, schutkolklengte 22,70 m ........... binnenhoofd ..................... buitenhoofd......................

W. Kostvcrlorenzijl. Uitwaterings- en inlaatsluis van het waterschap Hasselt en Zwartsluis ; twee openingen, elke opening één paar punbleuren zuid-oostelijke opening ................. 3,00 noord-westelijke opening ................ 2,20 deze opening wordt uitsluitend gebruikt voor het inlaten van water. X. Kloosterzijl, Uitwateringssluis van het waterschap Hasselt en Zwartsluis ; één opening met één paar puntdeuren

Het gebied, dat zijn water op deze waterleidingen afvoert, bestaat uit twee afzonderlijke deelen, met een totale grootte van 7225 ha.

Verder ontvangen de waterleidingen een gedeelte van het overtollige water van een gebied, groot 990 ha.

Overtollig water kan worden afgevoerd als volgt:

1°. door de uitwateringssluis te Hasselt (sluis K) ;

2quot;^. door den zelfwerkenden hereloverlaat (M) in den zuidelijken kanaaldijk van de Dedemsvaart naar het bemalen gebied van het waterschap de Hoorder Vechtdijken. Dit geschiedt echter alléén, wanneer het kanaalpeil op het eerste pand stijgt boven een peil van 0,60 m 4- H.A.P.

Het kanaalpeil van het eerste paml van de Dedemsvaart is gemiddebl gelijk H.A.P.

Voor nadere bijzonderheden, zie de beschrijving in het boekje.

IX. Tweede pand van de Dedemsvaart.

Het gebied, dat zijn water oj) dezen boezem afvoert, bestaat uit twee afzonderlijke deelen, met een totale grootte van 2187 ha.

Overtollig water kan worden afgevoerd door den stroomduiker, gelegen ten noorden van schutsluis n°. 2 (sluis H), naar het eerste paml van het kanaal.

Het kanaalpeil van het tweede pand bamp;lraagt 1,41 m 4- H.A.P.

X. Derde pand van de Dedemsvaart.

Het gebied, dat zijn water op dezen boezem afvoert, bestaat uit twee afzonderlijke deelen, met een totale grootte van 1355 ha.

Overtollig water kan worden af gevoerd door den stroomduiker, gelegen ten zuid-oosten van schutsluis n°. 3 (sluis 0), naar het tweede pand van het kanaal.

Het kanaalpeil van het derde pand bedraagt 2,89 m 4- H.A.1\

IJ. Streukelcrzijl. Uitwateringssluis van het waterschap de Hoorder Vechtdijken ; één opening met één paar puntdeuren . . . . Z. Uitwateringssluis vóór het gemaal van het waterschap de Hoorder Vechtdijken ; één opening met één schuif......... A,. Gcnnersluis. Uitwaterings- en inlaatsluis van het waterschap de Hoorder Vechtdijken; één opening met één paar puntdeuren . . B,. Westerveldschezijl. Uitwateringssluis van het waterschap Dieze ; één opening met één paar puntdeuren Haast het electrisch gemaal, ± 70 m ten zuid-oosten van sluis Hf, bevindt zich een inlaatsluis; één opening met één paar puntdeuren 2,57

In de Vecht en in de bedijking langs den linkeroever van deze rivier.

C,. Schutsluis in de Vecht te Vechterweerd; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 36 m .................. de slagdrempels zijn even hoog............. Ten noord-westen van de schutsluis bevindt zich een doorlaatbrug, ten dienste van de winterbeiioeiing; twee openingen, afsluitbaar met schotbalken, elke opening.................... Ten zuid-westen van sluis Ci bevindt zich een beweegbare stuw, afsluitbaar met ijzeren schotten; vier openingen, elke opening . . . hoogte stuuxlrempel 1,50 m — H.A.P. D,. Schutsluis in de Vecht te Vilsteren; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 36 m de slagdrempels zijn eren hoog............. Ten noorden van de schutsluis bevindt zich een beweegbare stuw, afsluitbaar met ijzeren schotten ; mer openingen, elke opening . . . hoogte stuwdrempel 0,15 m 4- H.A.D. Ten zuid-oosten van sluis D^ bevindt zich een doorlaatbrug, ten dienste van de winterbevloeiing ; vier openingen, afsluitbaar met schotbalken, elke opening.................... Ej. Nieuwe Verlaat. Schutsluis tusschen de Hieuwe Vecht en de Vecht; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 32 m de slagdrempels zijn even hoog .............

In de Willemsvaart.

Fp Keersluis tusschen de Stadsgracht van Zwolle en de Willemsvaart : één opening met één paar puntdeuren (Zie de beschrijving van de Willemsvaart in het boekje.)

In het Overijsselsch kanaal, hoofdkanaal Zwolle—Almelo. G,. Weezensluis. Keersluis tusschen het gekanaliseerde benedengedeelte van de Hieuwe Wetering (eerste pand van het Overijsselsch kanaal) en de Hieuwe Vecht; één opening met één paar puntdeuren 8,00 (Zie de beschrijving van de Hieuwe of Jfinnen Vecht in het boekje.) H,. Mars- of Gecrtjeszijl. Uitwateringssluis van het waterschap de Vijf Marken; één opening met één wachtdeur .........

1,. Zalncschcsluis. Uitwateringssluis van het waterschap Herfte; één opening met één wachtdeur ................. Ten zuiden van deze sluis, vóór het gemaal van het waterschap Herfte, bevindt zich een uitwateringssluis ; één opening met één wachtdeur 2,25 J,. LenterzIjl. Uitwateringssluis van het waterschap Herfte; één opening met één wachtdeur............... . .

In de bedijking langs den rechteroever van de Soest Wetering.

K,. Miinnikenzul. Uitwaterings- en inlaatsluis van het waterschap

Sekdoorn ; één opening ................. . . . binnenzijde één schuif buitenzijde één wachtdeur ...............

IToogte in nieters t. o. v. N.A.P.

Slag- Bovenkant drempel vloer

1,7 D —

1,83 —

3,20 —

2,60 —

1,62 —

2,55 —

1,70 ~

1,63 — 0,24 4-

0,95 4-

0,39’^ 4-

2,37 4-

3,04

2,40 —

1,95 —

1,83 —

2,43 —

2,63 —

J van 1,25 —

Itot 0,95 —

1,90 —

2,20 —

0,59 —

0,50 —

0,41 — 0,89 4-

1,39

0,81 4-

2,24 4-

1,40 —

0,62 —

0,62 —

0,30 —

2,62 —

1,98 —

1,89 —

2,12 —

2,05 —

Het gebied, dat zijn wafer op dezen boezem afvoert, komt voor op het blad Coevorden BW.

Overtollig water kan worden geloosd door de tolklepjjen in de puntdeuren van schutsluis n°. 4 (sluis P), naar het derde paml van het kanaal.

Het kanaalpeil van het vierde pand bedraagt 4,33 m 4- H.A.P.

Voor nadere bijzonderheden, zie de beschrijving in het boekje.

Deze ligt gewoonlijk gemeen met het gekanaliseerde benedengedeelte van de Hieuwe Wetering (eerste, pand van het Overijsselsch kanaal, hoofdkanaal Zwolle—Almelo), dfwh kan, door een keersluis (sluis Gi), hieri'an worden gescheiden. De sluis wordt gesloten bij een waterstand hooger dan 0,75 m 4- H.A.I*. op de Hieuwe Wetering.

De waterschappen Dieze en Herfte kunnen, resp. door één en twee hulpsluizen gelegen in de zuülelijke kade, overtollig wafer afvoeren naar de Hieuwe Vecht, terwijl een gedeelte van de stad Zwolle, eveneens afwatert op het kanaal (zie de beschrijving in hef boekje).

Het stroomgebied is groot 1115 ha. Het normale stuwpeil aan de stuw te Vechterweerd bedraagt 0,70 m tot 1,10 m 4- H.A.P.; het winterbevloeiingspeU 2,50 m 4- H.A.P.

Het stroomgebied komt voor een zeer klein gedeelte aan den oostelijken rand van het blad voor.

Het normale stuwpeil aan de stuw te Vilsteren bedraagt 2,20 m tot 2,60 m 4- H.A.P. ; hct winierbevloe.iingspeil 4,50 m 4- H.A.P.

XV. Willemsvaart.

Deze, ligt gewoonlijk gemeen met de Stadsgracht te Zwolle en met het Zwarte Water, doch kan, door een keersluis (sluis I\), hiervan worden gescheiden. De. sluis wordt gesloten bij een waterstand te Zwolle van 1,12 m 4- H.A.P.

Het gebied, dat zijn water op de Willemsvaart afvoert, heeft een grootte van ongeveer 25 ha.

Voor kanaalpeil kan worden aangenomen 0,05 m 4- H.A.P. (zie de beschrijving in het boekje).

XVI. Marswetering.

Het stroomgebied, groot 2200 ha, komt gedeeltelijk aan den zuidelijken rand van het blad voor.

Voor nadere, bijzonderheden, zie, blad Hattem Oost en dc beschrijving van de Sallandsche Weteringen in het boekje.

XVII. Dalmsholter waterleiding, bermsloot langs den noordelijken dijk van het Overijsselsch kanaal, hoofdkanaal Zwolle—Almelo, ens.

Het gebied, dat zijn wate.r op deze waterleidingen afvoert, komt gedeeltelijk in den zuid-oostelijken hoek van het blad voor. Het bestaat uit acht waterstaatkundige polders en hooge gronden, met een totale grootte ran 3870 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Hattem Oost en Almelo West.

1,50 —

1,40 4-

0,05 -f-

3,50

2,20 —

3,18 —

2,50 —

0,38 —

0,56 —

0,22 —

2,41 —

STUWEN.

0,47 —

VERKLARING DER TEEKENS.

• MM Elprtriqpb nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 quot;'*’* opgave van den aard van het bcmnlingswerktnig (e = 085 07 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;• - K r centrifugaalpomp, s = schroefponip, sr = scheprad, v = vijzel) 300 niinnnTnr.nl nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i ^11 hct aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven ,, onegemaal ) opvoerhoogte. ---------Verharde wegen. Kleine windmolen. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. 0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Wegen m aanleg. Windmotor met raddiameter in m.-----__ die verhard worden.

Kruinbreedte in meters

Schotbalkstuw nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3.55

M,. Vaste stuw nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, quot;«roudief /,.g

N,.....(lijilflijlemtiw) Mnhoofile ± 3,4.3 m N.A.r.\ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.^^gg

Voor de stuwen in de Vecht, zie C^ en Di onder het hoofd „Sluizen”.

« nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

gt;lt; Uitwateringssluis.

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

y^J/u^sl Hulpsluis (doet dienst bij veel water-bezwaar).

gt;lt; Jnlsf- Inlaatsluis.

---------Spoonvegen.

2200ha Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgens meting op de kaart met den idanimeter.

ttquot;/iV.‘^'lt;^ Rivierdijk.

111 1 t i 1 1 Kribben.

0—0 Grondduiker onder een waterleiding.

cHo Tdein met afsluiting.

Stuw.

~® nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoofdmerk van het N.A.P.

“O nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Verkenmerk van het N.A.P.

i i i 1— Peilschaal.

TW i— Peilschaal, geregeld waargenomen. p-ae Polderpeil van polders \

Zf,-0.3 Zomcrpcil „ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;( in m t. o.

ii^p--0.2 Winterpeil „ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;1 N.A.P.

2.S Iloogtccijfcr nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1

—i Strekdammen.

—-----— Provlnclalegrens.

— — — — Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn, in het algemeen, slechts aangeglt;‘ven, voor zoover zij niet samenvallen met waterleidingen en bandijken.

Administratieve zuid-oostgrens wp. Vollenhove.

âSâââBS$SSââamp; Administratieve noord- en noord-westgrens wp. Hasselt en Zwartsluis.

TOELICHTING.

op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven.

Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een gebied, door waterkeeringen omsloten, w’aarvan alle waterloopen onderling in open verbinding staan. De waterstaatkundige polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun W’ater eerst op een anderen polder loozen, hebben dc tint van dien polder omgeven door een donkere bics van dezelfde kleur.

Van polders, die afwatcren op meer dan één boezem of stroomend water, is dc kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste W’atcrleidingen aangegeven met de kleur van den boezem of het stroonumde water, waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft dc grens aan van hct gebied van die waterhudingen.

Bij belangrijke waterleidingen is dc benaming in rood geplaatst.

De namen van waterschappen en van de ongereglementeerde polders, voor zoover vermeld in h(ït bijschrift, zijn in bruin op dc kaart aangegeven.

Waar in het bijschrift is verwezen naar „het boekje”, wordt bedoeld het boekje „Beschrijving van dc provincie Overijssel, behoorende bij de w’aterstaatskaart.”

In hct bovengenoemde boekje zijn gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, gnuistractaten, kanalen, overstroomingen, reglementen, stroomende wateren, w’aterkeeringen, waterschappen en waterstaBden.

ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS.

Gedeelte administratieve noordgrens wp. De Zuider Vechtdijken.

iUJUUlilJlUjAdministratievc zuidgrens wp. De Zwartewaters en Vechtdijken.

De polder Katwolde: polder „a”, aan den rechteroever van de Vecht ten oosten van Langenholte ; polder PeUeboer, polder Knnik en de polder der gemeente Wanneperveen (b), zijn ongereglementeerd.

Dfc waterstaatskaarten zijn, à f 1,75 per stuk, verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.

NADRUK VERBODEN

',0000

Hep/'ffdi/el/e! Tb/f. Dje/i.s(.

-ocr page 54-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


I. * Peest, Wold Aa

Het stroomgebied van elk der bovengenoemde waterlopen is afzonderlijk op dit blad aangegeven.

1 A. Wold Aa ; een klein gedeelte van het stroomgebied komt voor in de noordwestelijke hoek van het blad.

1 B. Beest ; de grootte van het stroomgebied bedraagt 12870 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Zwolle Oost en Beilen West.


H. Tweede pand van de Hoogeveensche Vaart

Met dit pand ligt o.a. gemeen de Lage Veningerwijk.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Ben van de delen, groot 885 ha, komt gedeeltelijk aan de westrand van het blad voor.

Verder ontvangt dit pand nog het overtollig water van het gebied, dat af-watert op de Veningsche Wijk (zie IX).

Het kanaalpeil bedraagt 2,70 m H.A.P,

Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle Oost.


52

40


6 25


6 30




III. Derde pand van de Hoogeveensche Vaart

Met dit pand liggen o.a. gemeen Jan Derkswijk en Zuidwolder waterlossing.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland, hoge gronden en een poldertfe ; de grootte bedraagt, met inbegrip van het poldertfe, 3411 ha.

Bovendien ontvangt het pand nog het overtollig water van het gebied, dat af-watert op de Eehtenerstroom (zie VIII).

Het kanaalpeil bedraagt 4,79 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Zwolle Oost en Beilen West.


IV. Vierde pand van de Hoogeveensche Vaart

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, konit voor op het blad Beilen West.

Overtollig water kan worden afgevoerd door middel van livee stroomduikers aan weerszijden van de Echtenersluis (sluis A ) gelegen.

Het kanaalpeil bedraagt 6,99 m N.A.P.


V. Vijfde pand van de Hoogeveensche Vaart

Een gedeelte van een wijk, welke met dit pand gemeen ligt, komt voor aan de noordzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Beilen West.


VI. Zesde pand van de Hoogeveensche Vaart

Met dit pand ligt een uitgeslrekt wijkennet gemeen, waaronder Zuidwol-dersloot, Zuideropgaande en Oostopgaande.

Het gebied, dat zijn water op deze vaarten afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Het omvat zeven afzonderlijke delen ; de totale grootte, met inbegrip van de boezem en de polders, bedraagt 5108 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 11,32 m N.A.P.

Voor notiere bijzonderheilen zie de bladen Beilen West en Oost en Coevor-den Oost.


VH. Zevende pand van de Hoogeveensche Vaart

Een klein gedeelte van liet gebied, dal op dit pand afivatert, komt voor aan de noordzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Beilen West en Oost.


VIH. Eehtenerstroom of Oude Diep

Een klein geileelte van het stroomgebied komt voor aan de noordzijde van het blad.

Het stroompje voert zijn water over een schotbalkstuw (stuw J) af naar het derde pand van de Hoogeveensche Vaart (zie III).

Voor nadere bijzonderheden zie blad Beilen West.


IX. Veningsche Wijk

Het gebied, dat zijn water op deze wijk af voert, bestaat uit hoge gronden en een poldertfe, met een totale grootte van 809 ha.

Overtollig water kan worden af gevoerd over stuw S ( lijdelijke stuw ) en verder door een afsluitbare duiker naar de Lage Veningermjk (zie II).

Het peil van de wijk bedraagt ± 3,43 m N.A.P.


X. * Eerste pand van de Dedemsvaart

Een klein gedeelte van het gebied komt voor aan de westzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle Oost.


XI. * Derde pand van de Dedemsvaart

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoerl, bestaat uit twee afzonderlijke delen, met een totale grootte van 1975 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 2,89 m -|- N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle Oost.


XH. * Vierde pand van de Dedemsvaart

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte van 440 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 4,33 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle Oost.


XHI. *


Vijfde pand van de Dedemsvaart, Ommerkanaal, Lange Wijk, enz.


Met dit pand ligt een uitgestrekt wijkennet gemeen, o.a. Van Boyenswijk, Saamswijk, Schutswijk en Lange Jacht.

Het gebied, dat zijn water op deze vaarten afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden.

Het omvat vijf afzonderlijke delen ; de totale grootte, met inbegrip van de boezem en de polders, bedraagt 2573 ha.

Overtollig water kan worden afgevoerd langs het Ommerkanaal iloor middel van een uitwateringssluis (sluis H) op de Vecht (zie XVIIII.

Het kanaalpeil bedraagt 6,13 m t- N.A.P.


XIV. * Zesde pand van de Dedemsvaart

Met dit pand liggen vele wijken gemeen, o.a. de Ongelukswijk.

Het gebied, dat zijn water op deze vaarten af voert, bestaat uit boezemland, hoge gronden en twee polders. Het omvat vier afzonderlijke delen ; de totale grootte, met inbegrip van de boezem en de polders, bedraagt 2735 ha.

Bovendien ontvangt het panel nog gedeeltelijk het overtollig water van een gebied, groot 455 ha. Overtollig water kan worden afgevoerd op het vijfde pand lt;loor middel van een ontlastsluis (sluis D).

Het kanaalpeil bedraagt 6,92 m N.A.P.


XV. * Zevende pand van de Dedemsvaart, eerste pand van de Lutter hoofdwijk


Het gebied, dat zijn water op deze kanaalpamlen af voert, bestaat uit boezemland, hoge gronden en een poldertfe.

Het omvat vier afzonderlijke delen ; de totale grootte, met inbegrip van de boezem en het poldertfe, bedraagt 1405 ha.

Bovendien ontvangt de boezem nog gedeeltelijk het overtollig water :

Het kanaalpeil bedraagt 7,80 m N.A.P.

Zie tevens blad Goevorden Oost.


XVI.* Tweede pand van de Lutterhoofdwijk

Met dit pand liggen vele wijken gemeen, o.a. de Schuine Sloot en het wijkennet in het veenschap De Goevorder- en Dalervenen.

Het gebied, dat zijn water op deze vaarten af voert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het omvat twee afzonderlijke delen ; de totale grootte, met inbegrip van de boezem en de polders, bedraagt 3310 ha.

Het kanaalpeil bedraagt 9,10 m -p N.A.P.

Voor nadere bijzonderlieden zie blad Goevorden Oost.

XVH. * Vecht tussen de stuw te Vilsteren en die te Vechterweerd

Twee kleine gedeelten van dit stroomgebietl komen voor aan de ivestzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Zwolle Oost.


XVIII.* Vecht tussen de stuw tejunne en die te Vilsteren

Hel stroomgebied bestaat uit twee afzonderlijke delen :

XVIII A rechtstreeks afwaterend op de Vecht, totaal groot 10120 ha ;

XVIII B Beneden Begge, groot 7845 Jut.

Bovendien ontvangt dit Vechtgelt;leelte nog het overtollig water van het vijfde pand van de Dedemsvaart (zie XIII).

Het zomerstuwpeil aan de stuw te Vilsteren bedraagt 2,20 m -p N.A.P., het winterstuwpeil 2,60 m -p N.A.P. Zie tevens de bladen Zwolle Oost en Almelo West.


XIX.* Vecht tussen de stuw te Mariënberg en die tejunne

Met dit riviergedeelte ligt gemeen het Mariënberg—Vechtkanaal.

De totale grootte van het stroomgebied, snet inbegrip van de poldertfes, bedraagt 5407 ha. Verder ontvangt dit stuk van de Vecht gedeeltelijk het overtollig water van het zesde pand van het Overijsselsch kanaal (zie XX V).

Het zomerstuwpeil aan de stuw te Jutine bedraagt 4,40 m -p N.A.P., itt droge zomers opgevoerd tot 4,75 7n à 4,80 m -j- N.A.P., het winterstuwpeil be-



draagt 4,00 m Oost.


ie tevens de bladen Almelo West en Goevorden


Het stroomgebied bestaat uit twee afzonderlijke delen :

XX A waterschap De Molengoot.

Het overtollig water van de gronden, gelegen in dit waterschap, wordt het grootste deel van het faar rechtstreeks af gevoerd naar de Vecht door middel van een schotbalkstuw (stuw Q) onder het gemaal, dat in werking treedt, wanneer door hoge Vechtstanden vrije lozing niet mogelijk is.

De grootte van het stroomgebied bedraagt 2705 ha.

XX B rechtstreeks afwaterend op de Vecht.

Het stroomgebied bestaat uit twee afzonderlijke delen.

De totale grootte, met inbegrip van de poldertfes, bedraagt 4627 ha, waar-van 51.5 ha Duits gebied.

Helzomerstuwpeil aan de sluw te Mariënberg bedraagt 5,60 m N.A.P., hel winterstuwpeil 5,40 m N.A.P. Zie tevens blad Goevorden Oost.

Het stroomgebied bestaat uit verschillende delen, waarvari op dit blad voorkomen :

XXI A rechtstreeks afwaterend op de Vecht.

Het stroomgebied bestaat uit twee afzonderlijke delen, met een totale grootte van 410 ha ;

XXI B Badewijkerbeek.

De grootte van het stroomgebied bedraagt 8365 ha, waarvan 6425 ha Duits gebied.

Het zomerpeil aan de stuw te Hardenberg bedraagt 7,10 4- N.A.P., het winterstuwpeil 6,90 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Goevorden Oost.

Een klein stukje van dit riviergedeelte komt voor aan de oostzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Goevorden Oost.

XXHI. Gronden, rechtstreeks afwaterend op IJssel en Zwarte Water

Een gedeelte van het stroomgebied van de Marswetering komt voor op dit blad.

______Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Zwolle Oost en Haltern Oost.

Een gedeelte van het boezemgebied komt voor op dit blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Zwolle Oost, Hattem Oost en Almelo West.

Met deze kanalen liggen verschillende wijken gemeen.

Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het heeft een grootte vati 3270 ha, waarvan 1300 ha Duits gebied.

Overtollig water wordt gedeeltelijk afgevoerd door een ontlastsluis (shiisl ) naarde Vecht (zie XIX).

Het kanaalpeil bedraagt 9,10 m N.A.P.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Goevorden Oost, Almelo West en Oost.

Een klein gedeelte van dit gebied komt voor in de zuidoostelijke hoek van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Goevorden Oost, Almelo West en Oost.


* Voor nadere bijzonderheden wordt verwezen naar het boekje: „Beschrijving van de provincie Overijssel”, behorende bij de Water-staatskaart.


VERKLARING DER TEKENS


„, . . , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Met opgave van de aard van het bomahngaworktuig

aavi3 Eleotrisch gemaal I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;x x v

° nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 (c = centrifugaalpomp, s = schroefpomp, t = trech-

, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 terpoinp, v = vijzel) en het aantal m’ waterverzet

c Ohogomaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■ x i

“ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 per minuut bij de m in aangegeven opvoerhoogte.

®-5--Windmotor met raddiameter in m.

X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen,

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis,

gt;lt; Hulpsl Hulpsluis, doet dienst bij veel waterbezwaar,

^^ Inl. sl. nbsp;Inlaatsluis,

o—o nbsp;nbsp;Grondduiker,


Grondduikor met afsluiting.


Stuw,


Damwand, wordt tijdens de aardappolcampagno getrokken.


-Q---Peilmerk van het N,A,P,

T^m— nbsp;Peilschaal,

i — r— nbsp;nbsp;Peilschaal, geregeld opgonomen,

p.-l-lu.3S Poldorpoil )

I in m t,o,v, N.A,P, 7.1 Hoogtocijfer )

Verharde wog,

nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Spoorweg,

its/mssMif Moerasgronden,



3270 ha Grootte van polder, boezem of stroomgebied, volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25 000, met do poolplanimeter. Voor zover de grootte, in verband met de duidelijkheid, niet op de kaart kan worden aan-gogovon, is zij vormeld in hot bijschrift.


Administratieve grens van oen waterschap,

nmiTiniHinH Godeolto administratieve grens van het waterschap Het Arriërveld,

_ Gedeelte van de administratieve grens van een waterschap, waarover deze binnen een aangrenzend waterschap ligt,

_____Provinciale grens. Deze is, in het algemeen, slechts aangegeven, voor zover zij niet samenvalt met een administratieve grens van een waterschap.


TOELICHTING


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgoscheidon van de omringende wateren, dus een gebied met oen eigon waterstand. Polders zijn in de regel door waterkringon omsloten.

Polders hebben in verschillende tinten, do kleur van do boezem of hot stromende water, waarop zij afwateren.

Boezemland en hoge gronden zijn niet gekleurd.

De voornaamste waterleidingen zijn aangogevon in do kleur van de boezem, waartoe zij behoren.

Een brode bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied, dat o]) die boezem afwatort; oen smalle bies geeft do onderverdeling van dit gebied aan.

Van gebieden, welke afwateron op moer dan één boezem of stromend water, is do bios dienovereenkomstig geblokt.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren on waterleidingen is do naam in rood geplaatst.

De namen van waterschappen on ongoreglemonteordo polders zijn zoveel mogolijk in bruin op do kaart aangegeven. Indien de duidelijkheid dit niet toelaat, verwijst eon letter in dezelfde kleur naar de naam van do polder in hot bijschrift.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van de waterstaat.

Voor de juiste plaats van de peilmorken van het Normaal Amsterdams Peil in do verschillende provincies zie de desbetreffende N.A.P. registers.

De volledige gegevens van de bemalingsinstaUaties liggen ter inzage bij do directie Algoïnone Dienst, Van Hogenboucklaan 60 te Don Haag.


Do watorstaatskaarton zijn à f 5,— por stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf to ’s-Gravenhago on door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHTKN VOORBEHOUDEN.



GOEVORDEN WEST lt;^x^, lC22-^)


-ocr page 55-

SLUIZEN

Wijdte in Hoogte van de de dag slagdrempel in m t.o.v. N.A.P. in ni

In de Hoogeveensche Vaart

A, Echtenersluis. Schutaluis tussen het derde en vierde pand ; twee paar puntdeuren ; schutkolklengte 39,80 m . .

Aan beide zijden van d-e sluis bevindt zich een stroom-duiker, elk één opening met één scbuif.........


Beneden- Bovenhoofd hoofd


0,10 ^-2,38 ^1.47

1,50 -i-2,18 nbsp; 4,27


In de Dedemsvaart


B. Veenschut. Schutsluis tussen het vierde en vijfde pand (sluis nr 3) ; twee paar puntdeureit, schutkolklengte 40m...,...................


0,25 2,04 4,03



0,00 nbsp;nbsp;[-4,33 4,92

3,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 0,10


E. Schutsluis tussen het zesde en zevende pand (sluis nr 7) : twee paar puntdeuren, schutkolklengte 38,20 m. . .

Ten zuiden van de sluis bevindt zich een stroomkanaal met stroomduiker, één opening met één schuif......


0,00 nbsp;nbsp;]-5,12 5,80

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 6,36


In de Lutterhoofdwijk

Ten noorden van de sluis bevindt zich een stroomkanattl met stroomduiker, één openlig met één schuif.....1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7,66

In de Vecht


In het Ommerkanaal


H. Uitwateringssluis van het vijfde pand van de Dedemsvaart ; één opening met een stoneyschuif ......6,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 4,87


In het Marienberg-Veehtkanaal


I. Uitwateringssluis in de noordwesfelijke dijk van het Overijsselsch kanaal, zijkanaal Vroomshoop—De Haan-drik ; drie openingen, elk met een schuif, elke opening. . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; 7,90


STUWEN

In de Echtenerstroom of Oude Diep

J. Schotbalkstuw, één opening.....


Wijdte- of Hoogte t.o.v. N.A.B. In m kruins-

breedte Stuw- bovenkant max. in m drempel vloer stuwkruin


5,95 4,63 4,58 5,48*


In de Vecht


K. Beweegbare stuw bij Ane, afsluitbaar met


-igzeren schotten ; twee openingen, elke opening. . . 10,50 de stuwdrempels zijn even hoog...... 6,08


de stuwdrempels zijn even hoog ..... 3,49

Ten zuiden van deze stuw bevindt zich een door-laatbrug ; drie openingen, afsluitbaar met schotbal-ken, elke opening

noordelijke opening

middelste opening

zuidelijke opening


N. Beweegbare stuw bij Junne, afsluitbaar met


ijzeren schotten ; drie openingen, elke opening


9,00


de stuwdrempels zijn even hoog..... 2,20


In waterschap Het Ontmerveld

O. Schotbalkstuw; één opening......

4,00

2,36

3,14*

In het Mariënberg-Vechtkanaal

P. Schotbalkstuw; twee openingen, elke opening

2,75

5,41

In waterschap De Molengoot

Q. Schotbalkstuw; één opening......

1,75

4,00

6,47

In de Radewijkerbeek

R. Schotbalkstuw: twee openingen, iedere opening ...............

3,OS

6,35

8,05

In de Veningsche Wijk

S. Vaste stuw (tijdelijke houten stuw) . . .

S,2S

3,43

In waterschap De Hegge

T. Vaste stuw in de Hammerwetering . . . .

3,30

3,77


• Bovenkant schotbalken.


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder Bakker, onderdeel van waterschap De Schuine Sloot ; — Berkenbos (b^) ; — Boertie (62), gedeeltelijk gelegen in veenschap Oostopgaande, groot 11 ha ; — Bruininga (^3}» groot 7 ha ; — Bruins (b^), groot 8 ha.

Polder Colenbrander (c), groot 9 ha.

Polder van Dijk (d), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 8 ha ; — Dijke-ma, gedeeltelijk gelegen in veenschap Oostopgaande, groot 26 ha.

Polder Ferris (f), groot 6 ha.

Polder Herberts (hi), onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — Hospers 1, groot 24 ha ; — Hospers 2, onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 15 ha ; Hospers 3 (h2), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 11 ha, ; — Hoving.

Polder Koekoek (ki), onderdeel van waterschap Alteveer, groot 1 ha ; — Kortman (k2), onderdeel van waterschap A nerveen, groot 3 ha ; — Kassen (K^).

Polder Meyerink (m), gedeeltelijk gelegen in veenschap Oostopgaande, groot 10 ha.

Polder Oostinga (o), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 8 ha.

Polder Ports, otiderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — Post, onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 13 ha.

Polder Schotkamp (s^J, groot 6 ha ; — Schuilen (S2), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 7 ha ; — Smeenk ; — Smeenk (s^), onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — Smit (s^) ; — Strijker (s^), onderdeel van waterschap Alteveer, groot 1 ha.

Polder van der Vecht 1 (v^,) groot 7 ha ; — van der Vecht 2 (V2), groot 5 ha ; — Veening ; —Veneman (v^), onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ,• — deVries (v^), groot 9 ha.

Polder [Veidelust ; — Westerdijk, onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — Wieken (w).


-ocr page 56-

SLUIZEN


Wijdte in Hoogte van de de dag slagdrempel in ra t.o.v. N.A.P. in ra


Jn de Hoogeveensche Vaart

A. Echtenersluis. Schutsluis tussen het derde en vierde pand ; twee paar puntdeuren ; schiitkolklengte 39^80 m . .

-Aan beide zijden van de sluis bevindt zich een stroom-duiker, elk één opening met één schuif.........


Beneden- Bovenhoofd hoofd


6,10 nbsp;^2,38 -{-4,47

1,60 -12,18 -^4,27


In de Dedemsvaart


B. Veenschut. Schutsluis tussen het vierde en vijfde pand (sluis nr 6} ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40 m...............


6,25 nbsp;nbsp;\2,04 -^4,03


C. Schutsluis tussen het vijfde en zesde pand (sluis nr 6) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 38,20 m . . .


6,00 -1-4,33 -{-4,92


D. Ontlastsluis van het zesde pand, ten zuidooste}! van sluis G ; één opening met één schuif..........3,00


8-6,10


E. Schutsluis tussen het zesde en zevende pand (sluis nr 7) ; twee paar puntdeuren, schutkolklengte 38,20 m . .

Ten zuiden van de sluis bevindt zich een stroomkanaal met stroomduiker, één opening met één schuif......


6,00 ^5,12 -{-5,80

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;8-6,36


In de Lutterhoofdwijk

F. Schutsluis tusseii het eerste en tweede pand ; één paar puntdeuren in het benedenhoofd en één deur in het bovenhoofd, schutkolklengte 38,15 m..........

Ten noorden van de sluis bevindt zich een stroomkanaal met stroomduiker, één opening met één schuif.....


6,00 -{6,00 8-7,10

1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7,66


In de Vecht


G. Schutsluis bij Ane ; twee paar puntdeuren, schut


6,00 5gt;10 -8-6,00


In het Ommerkanaal


H. Uitwateringssluis vait het vijfde pand van de De-demsraart ; één opening met een stoneyschuif......6,00


±4,87


In het Mariënberg~Vechtkanaal

I. Uitwateringssluis in de noordwestelijke dijk van het Overijsselsch kanaal, zijkanaal Vroomshoop—De Haan-drik ; drie openingen, elk tnet een schuif, elke opening. . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-{7,90


STUWEN

In de Echtenerstroom of Oude Diep

J. Schotbalkstuw, één opening.....


Wijdte- of Hoogte t.o.v. N.A.P. in ra kruins-

breedte Stuw- bovenkant max. in m drempel vloer stuwkruin


5,-95 ±4,63 8 4,58 ±5,48*


In de Vecht

K. Beweegbare stuw bij Ane, afsluitbaar met ijzeren schotten ; twee openingen, elke opening. . .

10,00

de stuwdrempels zijn even hoog......

6,08

L. Beweegbare stuw bij Hardenberg, afsluit-

baar met ijzeren schotten ; drie openingen, elke ope

ning ...................

0,00

de stuwdrempels zijn even hoog.....

j-4,91

M. Beweegbare stuw bij Marienberg, afsluitbaar met ijzeren schotten ; drie openingen, elke opening ...................

0,00

de stuwdrempels zijn even hoog .....

Ten zuiden van deze stuw bevindt zich een door-

-1 3,49

laatbrug ; drie openingen, afsluitbaar met schotbal-ken, elke opening..............

3.40

noordelijke openhig..........

1,83

middelste opening...........

4,71

zuidelijke opening...........

4,85

N. Beweegbare stuw bij Junne, afsluitbaar met ijzeren schotten ; drie openingen, elke opening . .

9.00

de stuwdre7npel8 zijn even hoog.....

2,20

In waterschap Het Ommerveld

O. Schotbalkstuw; één opening......

4.00

2,36

3,14*

In hel Mariënberg-Vechtkanaal

P. Schotbalkstuw; twee openingen, elke opening

2,75

5,41

In waterschap De Molengoot

Q. Schotbalkstuw; één opening......

In de Radewijkerbeek

R. Schotbalkstuw: twee openingen, iedere

1,70

4,00

6,47

opening...............

3,05

6,35

8,05

In de Veningsche Wijk

S. Vaste stuw (tijdelijke houten stuw) . . .

5,23

3,43

In waterschap De Hegge

T. Vaste stuw in de Hammerwetering . . . .

3,50

3,77

♦ Bovenkant öchotbalken.


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Polder Bakker, onderdeel van waterschap De Schuine Sloot ; — Berkenbos (bj) ; — Boertie (b.2), gedeeltelijk gelegen in veenschap Oostopgaande, groot 11 ha ; — Bruininga (63}, groot 7 ha ; — Bruins (b^), groot 8 ha.

Polder Golenbrander (c), groot 9 ha.

Polder van Dijk (d), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 8 ha ; — Dijke-ma, gedeeltelijk gelegen in veenschap Oostopgaande, groot 26 ha.

Polder Perris (f), groot 6 ha.

Polder Herberts (hl), onderdeel van waterseftap Het Beerzerveld ; — Hospers 1, groot 24 ha ; ~ Hospers 2, onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 15 ha ; Hospers 3 (h^), onderdeel van veensckap Oostopgaande, groot 11 ha ; — Hoving.

Polder Koekoek (ki), onderdeel van waterschap Alteveer, groot 1 ha ; — Kortman (k2), onderdeel van waterschap Anerveen, groot 3 ha ; — Kossen (K^).

Polder Meyerink (m), gedeeltelijk gelegen in veenschap Oostopgaande, groot 10 ha.

Polder Oostinga (o), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 8 ha.

Polder Ports, onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — Post, onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 13 ha.

Polder Schotkamp (Sy), groot 6 ha ; — Schuilen (s^), onderdeel van veenschap Oostopgaande, groot 7 ha ; —Smeenk ; — Smeenk (S3), onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — Smit (s^) ; — Strijker (s^), onderdeel van waterschap Alteveer, groot 1 ha.

Poldervan der Vecht 1 (Vi,) groot 7 ha ; — van der Vecht 2 (V2), groot 5 ha; — Veening ; —Veneman (v^), onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; — deVries (v^), groot 9 ha.

Polder Weideliist ; — Westerdijk, onderdeel van waterschap Het Beerzerveld ; —■ Wieken (w).



Universiteitsbibliotheek Utrecht




-ocr page 57-

Afwateringseenheden


Het gebied, dat tot deze eenheid behoort, ligt deels in Duitsland en deels in Nederland.

Waiersch^

11380Jia

Het Nederlandse gebied ligt in Overijssel en Drenthe.

De totale grootte bedraagt ca. 367 420 ha, waarvan 1482 ha polderland. Van het Nederlandse gebied, groot 182 434 ha, ligt 28 398 ha in Drenthe en 154 036 ha in Overijssel.

Ingedeeld als volgt, zijn de gebieden, afwaterend op de Vecht:

Tussen de oorsprong en de stuw te De Haandrik: groot 10 6005 ha, waarvan 60 ha In

Nederland is gelegen.


Vossebe t


Waterschap


Tussen de stuw te Ane en die te Hardenberg: groot ± 62 275 ha, waarvan 32 475 ha

in Nederland is gelegen.


^'^omeer


Steenwijksmoer


Drosiendiep


to.3 Schone-

Tussen de stuw te Hardenberg en die te Marienberg: groot ± 7855 ha, waarvan 7370 ha in Nederland is gelegen.

Tussen de stuw te Mariënberg en die te junne: groot ± 20 310 ha, waarvan 13 460 ha

m Nederland is gelegen.


Tussen de stuw te junne en die te Vilsteren: groot ± 104 659 ha, geheel m Neder

land gelegen.

Emlichheii^

1078(ÿh

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en ligt voor het overgrote deel in Duitsland. Bij veel waterbezwaar op de Vecht wordt 4 deel omgeleid door de Umflut-Mulde. De grootte bedraagt 106 005 ha, waarvan 60 ha in Nederland. Overtollig water van de Duitse kanalen wordt op de Vecht afgevoerd door middel van de ontlastsluizen te Frenswegen en bij Emhchheim.

W'aiefscha

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en komt voor een deel aan de zuidoostzijde van dit blad voor. De grootte bedraagt 2510 ha. Het ligt geheel in Duitsland. Het totale gebied van de Dinkel vanaf de monding tot de oorsprong bedraagt ± 65 200 ha, waarvan 41 905 ha in Duitsland en 23 295 ha in Nederland is

Hiermede liggen gemeen: eerste pand van het Kanaal Coevorden—Zwinderen; eerste pand van het Stieltjeskanaal; eerste pand van het Kanaal Coevorden—Alte Picardie; bovenpand van het Afwateringskanaal van Coevorden naar de Vecht en het Coevorden— Vechtkanaal. De sluizen A, j en L staan meestal open. De gebieden, welke hierop afwateren, bestaan uit polderland, boezemland en hoge gronden en hebben een totale grootte van 2831 ha, waarvan 575 ha polderland; 2115 ha

ligt geheel m Drenthe.


Overtollig water kan worden afgevoerd als volgt: 1e. Door de keersluis K tussen het boven- en benedenpand van het Afwateringskanaal van Coevorden naar de Vecht, naar het zevende pand van de Vecht. 2e. Door een ontlastsluis I in de westelijke dijk van het bovenpand van het Coevorden— Vechtkanaal naar het benedenpand van het Afwateringskanaal (zie ook iJ). Bij veel waterbezwaar op het zevende en achtste pand van de Verlengde Hogeveense Vaart wordt het overtollige water voor 4 deel door de grachten van Coevorden naar de Vecht afgevoerd en voor 4 deel naar de lager gelegen panden van de Hogeveense Vaart. De grootte van het gebied, dat op deze panden afwatert, bedraagt 30 995 ha,

Van het gebied, dat hierop afwatert, komt een klein deel voor in de noordwesthoek

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en komt slechts gedeeltelijk aan de noordzijde van dit blad voor. Het Lodiep watert af op de grachten van Coevorden en staat hiermede in open verbinding. Het gebied ligt geheel in Drenthe en heeft een

grootte van 3175 ha.


Van het gebied, dat hierop afwatert, komt slechts een deel aan de noordzijde van dit blad voor. Het Drostendiep en de Oshaarse Ruimsloot staan in open verbinding met het eerste pand van het Stieltjeskanaal. Het gebied bestaat uit polderland en hoge gronden en ligt geheel in Drenthe; de totale grootte bedraagt 11 470 ha.

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden en ligt geheel in Drenthe. De totale grootte bedraagt 2175 ha.

Van het gebied, dat hierop afwatert en uit hoge gronden bestaat, komt een deel aan de westzijde van dit blad voor. Het Schonebekerdiep staat in open verbinding met het eerste pand van het Kanaal Coevorden—Alte Picardie. De grootte van het gebied bedraagt 10 780 ha, waarvan 2995 ha Nederlands gebied, dat geheel in Drenthe ligt.

5005 ha

Het gebied, dat zijn water hierop afvoert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden en is onderverdeeld in vijf onderdelen, waarvan het meest oostelijke gedeeltelijk in Duitsland ligt. De twee meest westelijk gelegen onderdelen, met een gezamenlijke grootte van 1820 ha, hebben doorgaans een vrije lozing. Bij waterstanden van 7,30 m -{- N.A.P. en hoger op dit pand, treden de gemalen in werking. De Laarwolderwetering wordt in normale gevallen door een grondduiker onder het bovenpand van het Coevorden—Vechtkanaal afgevoerd naar dit pand. Bij veel water-bezwaar op de Laarwolderwetering kan het overtollige water worden afgevoerd door een ontlastsluis (H) in de oostelijke dijk en verder door de tegenover deze gelegen ontlastsluis (I) in de westelijke dijk van het bovenpand van het Coevorden—Vechtkanaal naar het benedenpand van het Afwateringskanaal van Coevorden naar de Vecht. De totale grootte bedraagt 5271 ha. Van het totale Nederlandse gebied, groot 3791 ha, ligt 2041 ha in Overijssel en 1750 ha in Drenthe.

De gebieden, die hierop afwateren, bestaan uit hoge gronden. De totale grootte bedraagt 13 265 ha, waarvan 3990 ha in Nederland.

Van het gebied, dat hierop afwatert, komen op dit blad twee delen voor: 1e. Een gebied, groot 2835 ha, dat doorgaans een vrije lozing heeft, maar bij hoge waterstanden op dit pand bemalen kan worden. Ze. Een gebied, groot 5019 ha met inbegrip van een polder, bestaande uit hoge gronden en polderland, waarin de belangrijkste stroom de Bruchterbeek is; hiervan is 4534 ha

Nederlands gebied.

De totale grootte van beide delen bedraagt 7854 ha, waarvan 7369 ha in Nederland.

1^. Zijkanaal Vroomshoop—De Haandrik van de Overijsselse Kanalen;

Nieuwe Stroomkanaal; zesde pand van

boezemland en hoge gronden. Boven

2720 ha

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit genoemde kanalen liggen gewoonlijk gemeen Haandrik (M), doch kunnen door de De Haandriksluis (L) hiervan worden gescheiden. De sluis wordt gesloten, zodra de waterstand op de Vecht hoger of lager dreigt te worden dan het kanaalpeil van 9,10 m -J- N.A.P. De grootte van het gebied bedraagt 2720 ha, waarvan 1495 ha in Nederland.

Van het gebied, dat hierop afwatert, komt slechts een klein deel in de zuidwesthoek van dit blad voor; de grootte bedraagt 5407 ha met inbegrip van het polderland.

Het gebied, dat hierop afwatert, komt voor een klein deel op de zuidzijde van dit blad voor. De grootte bedraagt 2710 ha, waarvan 2630 ha in Nederland.

16

engberts-Dijksvaner

Het gebied, dat hierop afwatert, komt gedeeltelijk aan de zuidzijde van dit blad voor. Het bestaat uit hoge gronden met een grootte van 9285 ha, waarvan 3740 ha in Nederland. Andere belangrijke stromen in dit gebied zijn de Broekbeek en de Piasbeek, Het grootste deel van het water van dit gebied wordt door het verdeelwerk in het Geesterse Stroomkanaal afgevoerd op dit kanaal en de rest via het nieuwe Verbindings-kanaal en de Veneleiding op de Beneden-Regge.

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden en komt slechts voor een deel aan de westzijde van dit blad voor. Dit pand ligt doorgaans gemeen met de grachten van Coevorden, doordat sluis A meestal open staat, Overtollig water wordt afgevoerd naar het eerste pand. Het gebied ligt in Overijssel

bijzonderheden zie de bladen Beilen-Oost en -West; Coevorden-West ; en -West; Denekamp en Nieuw-Schonebeek.

II. Meppelerdiep


Van het gebied, dat tot deze afwateringseenheid behoort, komt slechts een klein deel in de noordoosthoek van dit blad voor. Deze eenheid ligt voor het overgrote deel in Drenthe en voor een kleiner deel in Overijssel. De totale grootte hiervan bedraagt ca. 115 550 ha, waarvan 5570 ha polderland. Van deze eenheid ligt 109 620 ha in Drenthe en 5930 ha in Overijssel.

I|A. Kanaal A; derde pand van het Stieltjeskanaal; benedenpand van het Dommerskanaal; zevende pand van de Verlengde Hogeveense Vaart

Het deze panden liggen verschillende wijken gemeen. Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. De totale grootte bedraagt 22 694 ha, waarvan 584 ha polderland. In de noordwesthoek van dit blad komen nog wijken voor, die gemeen liggen met het zevende pand van de Verlengde Hogeveense Vaart.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Coevorden-West; Beilen-West en -Oost,

Van het gebied, dat hierop afwatert, komt slechts een klein deel aan de oostzijde van dit blad voor. De gronden die op dit pand afwateren hebben een oppervlakte van

van het gebied, dat hierop afwatert. komt slechts een klein deel in de noordoosthoek van dit blad voor. De gronden die op dit

pand afwateren hebben een gezamefiike

verklaring


Het opgave van de aard van het bema-lingswerktuig (C = centrifugaalpomp, 5 = schroefpomp) en het aantal m^ gt;nbsp;waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte. De gemalen met een capaciteit, kleiner dan 5 m-^

UniversiteitS'


grootte van polder of afwateringseenheid in ha volgens meting met de administratieve grens van het Waterschap Barger—Westerveen, voor zover deze samenvalt met die van het Waterschap Het Amsterdamse

Toelichting


Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid is echter langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet. De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven^ door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn In rood gesteld. De polderwaterleidingen in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven, Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavellngsblok. voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar de eerlang te verschijnen boekjes: Beschrijving van de provincie Overijssel, behorende bij de Vvaterstaatskaart, en Beschrijving van de provincie Drenthe, behorende bij de vvaterstaatskaart. De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 183280.

De waterstaatskaarten zijn a f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uit

geverijbedrijf, te S-Gravenhage, evenals de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij

Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst


Coevorden-Oost



-ocr page 58-

In de Lutterhoofdwijk


Sluizen en stuwen


Wijdte Hoogte in m in de N.A.P.

dag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Slag-

in m drempel Stuwpeil


A. Coevordense of Trageldijksluis, schutsluis tussen het tweede pand van de Lutterhoofdwijk en de grachten van Coevorden; twee paar puntdeuren; de slagdrempels zijn even hoog......................7,00

De sluis staat meestal open; zij wordt gesloten wanneer het water in de grachten van Coevorden stijgt boven het vastgestelde peil van 9,10 m -)-N.A.P. De afwatering van het Afwateringskanaal van Coevorden naar de Vecht wordt echter zo lang mogelijk in stand gehouden.


7,00


In het Kanaal Coevorden—Zwinderen


B. Sluis nr. I, schutsluis tussen het eerste en het tweede pand ; twee paar puntdeuren

benedenhoofd

bovenhoofd

Aan beide zijden van de schutsluis bevindt zich een stroom-duiker, elke duiker één opening met één schuif

bovenkant vloer


In het Stieltjeskanaal

C. Sluis nr. I, schutsluis tussen het eerste en het tweede pand; twee paar puntdeuren .............6,05 benedenhoofd....................7,09 bovenhoofd.....................8,67 D. Ontlastsluis in de zuidelijke dijk van het tweede pand

naar het eerste pand ± 80 m boven sluis nr. I; twee ope-ningen, elk met één schuif, elke opening........1,29 nbsp;nbsp;nbsp;9,52


In het Dommerskanaal


G, Schutsluis tussen het beneden- en bovenpand; twee paar puntdeuren...................6,00 benedenhoofd.................... bovenhoofd.....................

Ten oosten van de schutsluis in de noordoostelijke kanaaldijk van het boven pand bevindt zich een vaste stuw, waarover het water bij veel waterbezwaar op het bovenpahd naar het benedenpand wordt afgevoerd. Ten noorden van de stuw bevindt zich een opmalingsinstallatie om het bovenpand in droge tijden op peil te houden.


10,65

12,13


14,05


In het Coevorden—Vechtkanaal


H. Ontlastsluis in de oostelijke dijk van het bovenpand; één opening met vijf kleppen.............6,10 I. Ontlastsluis in de westelijke dijk van het bovenpand naar het benedenpand van het Afwateringskanaal van Coevorden naar de Vecht; twee openingen, elk met één stoneyschuif;

elke opening.....................6,00

Momenteel is deze sluis afgedamd en zal in de naaste toekomst worden vernieuwd.


7,40


7,40


J. Keer- en schutsluis tussen beneden- en bovenpand; buitenhoofd, twee paar deuren, naar weerszijden kerend . nbsp;6,75

binnenhoofd, één paar deuren, kerend naar de Vechtzijde en één deur, kerend naar de kanaalzijde........6,75

Het benedenpand ligt gewoonlijk gemeen met het bovenpand. De keer- of schutsluis wordt gesloten, wanneer het peil op het benedenpand of op de Vecht hoger of lager komt dan 9,10 m N.A.P. De deuren aan de Vechtzijde keren tot 11,00 m 4- N.A.P.


6.90

6,80


In het Afwateringskanaal van Coevorden naar de Vecht


K. Keersluis tussen beneden- en bovenpand; twee openingen, elk met één stoneyschuif, elke opening.....6,00


6,31


9,10


In het Zijkanaal Vroomshoop—De Haandrik

L. De Haandriksluis; schutsluis tussen het Zijkanaal Vroomshoop—De Haandrik en de Vecht;

buitenhoofd, twee paar deuren, naar weerszijden kerend . 6,00 binnenhoofd, ,, nbsp;nbsp;nbsp;,, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. 6,00

Gewoonlijk staat de De Haandriksluis open; de sluis wordt gesloten, indien de waterstand op de Vecht boven of be

neden het peil van 9,10 m -|- N.A.P.komt. De deuren aan de Vechtzijde keren tot 10,80 m -|- N.A.P.


7,10

7,10


In de Vecht


M. Schutsluis te De Haandrik; twee paar puntdeuren . . 6,00 benedenhoofd.................... bovenhoofd.....................

Ten zuidoosten van de schutsluis bevindt zich een beweegbare Stuw, afsluitbaar met ijzeren schotten; twee openingen, elke opening.....................10,50

de stuwdrempels zijn even hoog............


6,10

6,80


9,10

6,67


N. Schutsluis te Ane; twee paar puntdeuren......6,00

benedenhoofd.................... bovenhoofd.....................

Ten zuidoosten van de schutsluis bevindt zich een beweegbare stuw, afsluitbaar met ijzeren schotten; twee openingen, elke opening.....................10,50

de stuwdrempels zijn even hoog............


5,10

6,00


7,80

6,03


-ocr page 59-

y 62000


500


7e «


15 ha h 32 Blok


18 ha


IF


Afwateringseenheden


Toelichting


Baoberoosierve^

820 ha T


Barger-,


hei


ProY


oosierveen


Amsterdamse


Veld


3160 ha


In


yervening


Mo


‘ muilen


Klein


Moor


Het gebied, dat tot deze eenheid behoort, ligt deels in Duitsland en deels in Nederland, Het Nederlandse gebied ligt in Overijssel en Drenthe,

De totale grootte bedraagt ca, 367 420 ha, waarvan 1482 ha polderland. Van het Nederlandse gebied, groot 182 434 ha, ligt 28 398 ha in Drenthe en 154 036 ha in Overijssel,

De onderverdeling is als volgt:

gebied |E,


22.1


leindse ff^ Landen


Dordse Dijk/.


Waterschap

^ 2485 l(a


Oosieindse


osieindsn


21.4


Veen


14.3

Boeen


Buiten


Scho


1690 ha Nieuv/schoner


hei


veld


Oosieindse


5140 ha


19.6


Ruhlerfeld


Moor


17J


1.0


1*. Vecht vanaf de oorsprong tot de stuw te De Haandrik

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en komt voor een deel op dit blad voor. De grootte bedraagt 106 005 ha, waarvan 60 ha op Nederlands gebied. De belangrijkste zijstroom is de Lee Bach.


|B, Dinkel vanaf de monding tot de stuwen te Neuenhaus

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en komt voor een deel aan de zuidwestzijde van dit blad voor. De grootte bedraagt 2510 ha. Het gebied ligt geheel in Duitsland.


|C. Dinkel tussen de stuwen te Neuenhaus en te Lage

Hierop mondt de Lager-Omvloed uit.

Van het gebied, dat hierop afwatert, komt een klein deel voor aan de zuidzijde van dit blad.


Schonebekerdiep ^ Landen ^Nieuw-Schonebeek 18.7


Groszringer wósle ''161


16.8


17.4


163


19


21.1


18.1


• 15.8


Middendorp


17.6 Keuringen


10780 ha


waarvan 2995 ha Nederlands gebied


Grasdort


17.6


Landen

18.0:


dem, \0uli

\18.2


V Twist


waarvan 60 ha Nederlands gebied


Bimot ten


y ^ 37000


Rühlertwist


Wieimarscher


17 £


Roekersdiek


Giflernkolk

2Z3


Meeknik


Moor


95 ha


Klein


Moor

V

20.4


lm klein Heseper Land^


Emsgebiei


Kk Goeii^oor


Heseper


Schwarten


pohl


Hohe


Venn


Moor


Gr., Gdesimoor


Dalpmer


Birken


19.8


Dalumer'


7^ietmars


—--------PlBcken G,ak„ Placken-Haar


Hollëndergraben


Lohner


bruch


„lt;'07’’H^e pe


18.3


17.7


[yefurnerrull


18.9


Groszes

i

24.9


Feld

'23.2


• 23.0


26.2


Daiumér Bfartde-


25.7


24.7


sand


|Q. Schonebekerdiep

Van het gebied, dat hierop afwatert en uit hoge gronden bestaat, komt slechts een deel op dit blad voor.

De grootte van het gebied bedraagt 10 780 ha, waarvan 2995 ha in Nederland is gelegen.


|E, Duitse kanalen (Süd-Nord Kanal, Coevorden—Alte-Picardië Kanal)

Het gebied, dat zijn water hierop afvoert, bestaat uit hoge gronden en ligt geheel in Duitsland. De totale grootte bedraagt 10 545 ha.

Bij veel waterbezwaar wordt een deel van het water van deze kanalen afgevoerd op de Vecht door:


|P. Tweede pand van het Stieltjeskanaal

Van het gebied, dat hierop afwatert, komen twee kleine delen voor aan de westzijde van dit blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Coevorden-Oost, Almelo-Oost en Denekamp.


Van het gebied, dat tot deze afwateringseenheid behoort, komt slechts een klein deel in de noordwesthoek van dit blad voor. Deze eenheid ligt voor het overgrote deel in Drenthe en voor een kleiner deel in Overijssel.

De totale grootte bedraagt ca. 115 550 ha, waarvan 5570 ha polderland. Van deze eenheid ligt 109 620 ha in Drenthe en 5930 ha in Overijssel,

De onderverdeling is als volgt:

gebied IP,


I|A. Kanaal A; derde pand van het Stieltjeskanaal; benedenpand van het Dommerskanaal; zevende pand van de Verlengde Hogeveense Vaart

Met deze panden liggen verschillende wijken gemeen. Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden en komt slechts gedeeltelijk aan de westzijde van dit blad voor.

De totale grootte bedraagt 21 005 ha, waarvan 584 ha polderland.


I|B. Kamerlingswijk; achtste pand van de Verlengde Hogeveense Vaart

Met dit pand liggen verschillende wijken gemeen. Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden en komt slechts gedeeltelijk op twee plaatsen aan de noordzijde van dit blad voor.

De totale grootte bedraagt 4271 ha. waarvan 111 ha polderland en 560 ha vervening, welke kan worden bemalen.


I|C, Hoofdwijk F

Het gebied, dat zijn water op deze wijk afvoert en een onderverdeling is van het achtste pand van de Verlengde Hogeveense Vaart, bestaat uit boezemland en hoge gronden. Voor een deel komt het aan de noordzijde van dit blad voor. De grootte bedraagt 820 ha. Bovengenoemde wijk wordt door opmalingsinstallatie A op een peil van 17,50 m N.A.P. gehouden.


I|D. Bovenpand van het Dommerskanaal

Met dit pand liggen verschillende wijken gemeen. Het gebied, dat zijn water hierop afvoert en een onderverdeling is van het zevende pand van de Verlengde Hogeveense Vaart, bestaat uit boezemland en hoge gronden.

De grootte bedraagt 1690 ha. Het komt voor het grootste deel op dit blad voor. Het peil van bovengenoemd pand wordt door een opmalingsinstallatie gehandhaafd op 14,05 4- N.A.P.


Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Coevorden-Oost, Beilen-Oost en Roswinkel.


Sluizen en stuwen


Slag-Wijdtein drempel- Stuwpeil


de dag in m


Bewerking en reproduktie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst

Druk: Topografische Dienst

Auteursrechten voorbehouden


Schaal 1:50000


Beilen-Oost

Coevorden-Oost nbsp;nbsp;22

Almelo-

Oost nbsp;nbsp;28


Roswinkel


18


Nieuw-Schonebeek 23

Denekamp 29


Herzien in 1 951)

Uitgave 196Q


A. Schutsluis tussen Hoofdwijk F en Hoofdwijk G (in het waterschap Barger-Oosterveen); twee paar puntdeuren benedenhoofd................... bovenhoofd....................

Ten zuidwesten van de schutsluis bevindt zich een opmalingsinstallatie.


In de Dinkel

B. Beweegbare stuw, afsluitbaar met schuiven; vijf ope-ningen, als volgt verdeeld: twee openingen.................. één opening................... twee openingen..................


C. Beweegbare stuw, afsluitbaar met schuiven; twee openingen, elke opening..............

*) twee openingen inclusief pilaster


6,00


2.35*)

3,65

2,35*)


5,35


Verklaring der tekens


hoogte in m -I-N.A.P.


in m -i-N.A.P.


13,11

14,61


15,73

15,73

15,73


14,49


16,38


oliegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;\ met opgave van de aard van het bemalings-

j werktuig (C = centrifugaalpomp, S = elektrisch gemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;schroefpomp) en het aantal m3 waterverzet

. , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. z , i . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;per minuut bij de in m aangegeven opvoer-

hulpgemaal (elektrisch) , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^^^ capaciteit,

oliegemaal (opmalen) 1 kleiner dan 5 m3/min. worden niet op-/ gegeven


molen, door water gedreven

kleine windmolen (raddiameter minder dan 5 m) schutsluis


grondduiker


vaste stuw


regelbare stuw peilmerk van het N,A.P, peilschaal


kanaalpeil / hoogtecijfers


in m t.o.v. N.A.P.


verharde weg

grootte van polder of afwateringseenheid in ha volgens meting met de planimeter, op de kaart 1 : 25 000

administratieve grens van een waterschap

rijksgrens


Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid is echter langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het eerlang te verschijnen boekje: „Beschrijving van de provincie Drenthe, behorende bij de waterstaatskaartquot;. De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 18 32 80. De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf te ’s-Gravenhage, evenals de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij de waterstaatskaart.


Universiteits-bibiiotheek Utrecht



Nieuw-Schonebeek


-ocr page 60-

HILLEGOM




HOOGHEEMRAADSCHAP RIJNLAND.

Het gebied van dit hoogheemraadschap, dat gelegen is in de provincies NoordhoUand en Zuidholland, komt, behalve op dit blad, voor op de bladen der waterstaatskaart Amsterdam l en 3 (West), ’s-Gravenhage (Oost en West), Utrecht-West en Oorinchem-West.

Het reglement is vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 6 Juli 1857 (Staatsblad n°. 90). Voor later aangebrachte wijzigingen zie de Staatsbladen 1859, n°. 20; 1863, n°. 208; 1875, n°. 144; 1891, n°. 146 en de buitengewone provinciale bladen van Zuidholland nos. 657, 794, 836, 888, 919, 972, 1049, 1066, 1067 en 1096, onder volgnummers 1397, 1534, 1586, 1638, 1669, 1722, 1799, 1816, 1817 en 1846.

Het hoogheemraadschap wordt begrensd ;

aan de noordzijde door de polders, die op den boezem van het Noordzee-kanaal loozen ; aan de oostzijde door het hoogheemraadschap Amslelland en het grootwaterschap Woerden, aan de zuidzijde door den Hollandsche IJssel, het hoogheemraadschap Schieland en het hoogheemraadschap Delfland en aan de westzijde door de Noordzee. De totale oppervlakte is 105 390 ha.

De voornaamste werken, met de zorg waarvoor het hoogheemraadschap is belast, zijn : de rechter IJsseldijk, de onvrije duinen, de gemalen van den boezem en de sluizen, die tot uitwatering van den boezem dienen (met uitzonderirig van de Woerdersluis te Spaarndam, die in onderhoud is bij het grootwalerschap Woerden) en alle boezemwateren, waarvan de verplichting tot onderhoud niet op anderen rust. Bovendien bekostigt Rijnland te zamen met Delfland en Schieland het onderhoud van den Wieriker-of Prinsendijk.

Het hoogheemraadschap oefent toezicht uit op de huishoudelijke belangen van de binnen zijn gebied gelegen polders.

Het hoogheemraadschap is vermoedelijk reeds omstreeks 1220 door Graaf Willem I ingesteld. Eerst in 1324 komt het evenwel onder den naam Rijnland voor.

De eerste polders in Rijnland zijn vermoedelijk in de 15de eeuw ontstaan.


BOEZEMS.

I. Rijnlandsboezem.

Rijnlandsboezem wordt gevormd door een samenstel van kanalen, vaarten, meren en waleren, die alle in het hoogheemraadschap Rijnland zijn gelegen, met uitzondering van het nieuwe verbindingskanaal tusschen den Hollandsche IJssel en de Gouwe, dat in het hoogheemraadschap Schieland gelegen is.

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 3900 ha. De totale oppervlakte van het gebied, dat op den boezem loost, bedraagt ongeveer 92 500 ha, waarvan 15 500 ha boezemland, 3 000 ha duinen en 74 000 ha polderland. In deze oppervlakte zijn begrepen de Oostpolder in Schieland, de Buiten Westerpolder en de Buiten-dijksche Buitenveldersche polder in Amstelland, die op Rijnlandsboezem loozen. Van het polderland kunnen 1580 ha tevens afwateren op het stadswater van Amsterdam. Bovendien watert op Rijrdandsboezem af, door de sluis te Bodegraven, het gebied van den boezem van Woerden, groot ruim 17 000 ha.

Het peil van den boezem wordt door loozing of inlating zooveel mogelijk op 0,60 m — N.A.P. gehouden. Te Oiide Wetering, ongeveer in het centrum van Rijnland aan de Ringvaart van den Haarlemmermeerpolder, is seder 1900 de hoogste stand 0,34 m — N.A.P., de laagste 0,74 m — N.A.P. geweest. Bij harden zuidwesterstorm kunnen echter door op- en afwaaiing aan de randen van Rijnland groote verschillen voorkomen. Zoo was lijv. op 28 en 29 December 1914 de stand te Leidschendam 1,10 m — N.A.P. en de gelijktijdige stand te Amsterdam (Overtoom) 0,25 m — N.A.P.

Het gedeelte van Rijnlandsboezem ten noorden van den Oude Rijn is „vrij”, d. w. z. de polders mogen te allen tijde hun water uitslaan.

Het gedeelte ten zuiden van den Oude Rijn daarentegen bestaat uit een aantal „besloten” boezems. Dit gedeelte, ongeveer % van het geheel, kan bij hooge boezemstanden worden afgescheiden door 49 keersluizen in den zuidelijken, zoogenaamden Hooge-Rijndijk. Een en ander geschiedt vaksgewijze bij het bereiken van de maal-peilen, die van 0,35 m — tot 0,40 m — N.A.P. wisselen. Er kunnen op die wijze vier omierboezems worden gevormd, c^chter-eenvolgens van West naar Oost, de Wassenaarsche boezem, de Vlietboezem, de Hazerswoudsche boezem en de Gouweboezem.

Doordat men tegenwoordig het peil van Rijnlandsboezem goed kan beheerschen, komt sluiting van de sluizen, ter afscheiding van het deel van den boezem bezuiden den Oude Rijn, zelden meer voor.

Seinpalen of seinmolens geven aan de gemalen of de watermolens, welke op deze onderboezems uitslaan, het sein, dat het maalpeil bereikt is. In de Algemeens keur van het hoogheemraadschap van Rijnland, 1930, zijn onder hoofdstuk III uitvoerige bepalingen over het peilmalen opgenomen.

De waterloozing van Rijnlandsboezem geschiedt natuurlijk of kunstmatig.

De natuurlijke loozing kan plaats vinden : door de zeesluis te Katwijk op de Noordzee, door vier sluizen te Spaarndam en drie te Halfweg op het Noordzeekanaal en door drie sluizen te Gouda op den Hollandsche IJssel.

Bij onvoldoende natuurlijke loozing kan de boezem op vier plaatsen worden afgemalen, t. w. :

op de Noordzee:

door het stoomgemaal te Katwijk. Dit gemaal bestaat uit twee stoommachines, elk van 300 pk, die ieder drie schepraderen kunnen drijven. Het gezamenlijk waterverzet bedraagt 1435 mJ per minuut bij een opvoerhoogte van 2 m ;

op het Noordzeekanaal:

op den Hollandsche IJssel:

door het Dieselgemaal te Gouda. Dit gemaal is uitgerust met 3 motoren, ieder van 460 pk en met 3 centrifugaalpompen. Het waterverzet van iedere pomp bedraagt 600 mJ per minuut bij een opvoerhoogte van 2,15 m.

Het gemaal te Katunjk werd gebouwd in 1880, dat te Spaarndam in de faren 1843—1844, gemoderniseerd in 1936, dat te Halfweg in 1851—1853, het nieuwe gemaal te Gouda in 1935—1936.

Inlaten van water in droge tijden, tot het op peil houden en ter verversching van den boezem, heeft plaats door de sluizen te Gouda. Bovendien wordt door de Enkele Wierike uit den IJssel op den Rijn (Woerdensboezem) water ingelaten. Een gedeelte hiervan wordt door de sluis te Bodegraven op Rijnlandsboezem gebracht.

Rijnland’s boezem wordt beheerd en onderhouden door het hoogheemraadschap Rijnland, met uitzondering van een aantal boezemwateren, waarvan het onderhoud bij anderen berust.



BOEZEMS (vervolg).


II. WATERWINPL A ATSEN van de Amsterdam-sche- en Haarlemsche duinwaterleidingen.


Amsterdamsche duinwaterleiding :

In 1852 werd met het graven van de afleidingskanalen voor de prise d’eau van de Amsterdamsche duinwaterleiding begonnen. De gezamenlijke lengte van deze kanalen bedraagt thans 34,3 km'

Eenige gemalen voeren het water op en brengen het in de afvoerkanalen, waardoor het naar de verzamelkom. Oranjekom genaamd, stroomt. Het water wordt van hieruit door een electrisch gemaal opgepompt en via transportbuizen naar de reinigings-inrichting te Leiduin gevoerd.

De grootte van het gebied, waaraan thans dagelijks bijna 100 000 m^ water kan worden onttrokken, is ongeveer 3800 ha.


Haarlemsche duinwaterleiding :

Het gebied van de waterwinplaats van de Haarlemsche duinwaterleiding komt slechts voor een klein deel aan den oostelijken rand van het blad voor.

De oppervlakte van het gebied is Az 700 ha.


TOELICHTING.

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten. De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij af wateren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgevoii door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Bij belangrijke waterleidingen is de benaming in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincies Zuidholland en NoordhoUand, omtrent rivieren, kanalen en stroomende wateren, reglementen, hoogheemraadschappen, waterschappen of polders, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, rivierwater keeringen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden alsmede voor verwijzing, de beschrijving van de provincie Zuidholland en de eerlang verschijnende beschrijving van de provincie NoordhoUand, behoorende bij de Waterstaatskaart.


VERKLARING DER TEEKENS.




Is-GRAVENHAGE3O UTRECHT 31 } (W ENO) W 12 EN4(0)


Oliegemaal.

Electrisch gemaal.

Schepradwatermolen met vlucht in m.


met opgave van den aard van het be-malingswerktuig (s = schroefpomp; sch = scheprad; v = vijzel) en het aantal m® waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte.


Windmotor met raddiameter in m.


Kleine windmolen.


►-• Stuw of steenen dam.

1-1 /,«-/.V Stuw met schuif.


gt;lt; Uitwateringssluis.

gt;lt; /«/.v/ Inlaatsluis.


x //ii/f.^r. Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).


Grondduiker onder oen waterleiding.


lt;»-to Grondduiker onder een waterleiding met afsluiting.


Verkenmerk van het N.A.P.


Tzru— Peilschaal.


x./gt;.-/.J Zomerpeil van polders.

, Gewenschte zomerstand in een polder, f I 111 m. t. o. v. , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;N.A.P.

»:p.~6.J Winterpeil van polders.

g,2 nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfers.

Verharde wegen.

. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Spoorwegen.

......Tramwegen.

6,5 het Grootte van polders en boezemgebieden in ha volgens meting

op de kaart met den planimeter.


Hoogwaterlijn.

Laagwaterlijn.

Lijn van 25 dm onder L.W.


80


Bij gemiddeld laagwater droogvallend gedeelte.


Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn in het algemeen alleen aangegeven, waar ze afwijken van den waterstaat.


Provinciale grens.


De waterstaatskaarten zijn à f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.


NADRUK VERBODEN


-ocr page 61-



ITaterwinplaat»


VII


d/id«.'


Diënt voor ., inmaten^


rennipper-85ha


Hofie firoittiM afwaterendo op de fr^kervaart


Oen IV. ran het


f^nheekaddal


z.p.-3.0Q


9.p.-1.65 tot-2.00


1500 ha

Z.p. 1.50


750 ha Zfph'i*^


z.p.-1.70


^l^^lTe^ i» uitvoering


JZ'Ml


2320 ha

met inbegrip van lagere dele

z.p.-0.95‘


A s s ended ft


.0.8


25


L69 '^


120 ha


- 40 ha


U.S


70 ha


z.p.-3.60 ^


III


z.p.-4.20 tot-4.40


Spierineb om erbinnenpolder


orper bingenpold


iPp. De Kngewormer ' 165 ha

z.p,-3.73


.9

Halerbroek-165 ha z.p.ddO


Kalverpotder


brtH‘lier pr.

^«Äa’l’^X ''■^..s.p.-l.lS

OaPeind.'r '


'-'■•'• 90 ha 10 9.p.‘2.S7 polder


18100 ha

met inbegrip van hogere en lagere delen


z.p.-5.70 w.p.-6.20

h



■3.8 JF


555 ha


liewerkinff: .4lg. Dienkt Rijkuuaterstant.

Keprodui lie: Topografische Dienst.


i.p.^5.00 w.p‘'^*^0


[ nbsp;trat er schap

“ nbsp;nbsp;nbsp;1650 ha

rt inbegripean hogere delen

, - z.p.-4.50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,


2650 ha

met inbegrip van lagere delen

Z.p.-1.25


Sloterbinnenr


Gecombineerde Polders


Schinkeipold


335 ha z.p.-4.70


SLUIZEND


Schut- en spuisluizen te JJmuiden.


Oo st zaan


z.p.-5.40 tot .5.50


®5.25

520 ha


w.p.-5.60


go ha


Buitendijksehe.

Buitenveklerarh polder 209 ha ë.p..J .60


Legm^er pol


z.p..5.80


Wijdte In Slagdrempel-de dag diepte in m m — N.A.P.


BOEZEMS


A. Nieuwe spuisluis, tussen het Binnen- en het Buitenspuikanaal, met zeven openingen, iedere opening afsluitbaar met twee schuiven . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5,90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;9,25


B. NoordersluiR, schutsluis met drie roldeuren, schutkolklengte 400 m 47,20 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;15,00

(tussen de drijfgor-dingen)


C. Middcnsluis, schutsluis met drie paar vloed- en drie paar ebdeuren, schutkolklengte 235,46 m ...................... nbsp;25,00 nbsp;nbsp;nbsp;10 15


D. Slukencomplex bezuiden de Middensluis gelegen, achtereenvolgens bestaande uit :


Spuisluia, tu'ee paar vloed- en één paar ebdeuren en één rolschuif 10,00

Zuidersluis, schutsluis met drie paar vloed- en twee paar ebdeuren,

schutkolklengte 119 m...................18,00

Kleine sluis, schutsluis met drie paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 69,35 m ............... nbsp;nbsp;12,00


Sluizen tussen twee boezems.


E. Schutsluis te Nauerna tussen de Nauemasche vaart (Schermcr-boezem) en zijkanaal D van het Noordzeekanaal, met twee paar puntdeuren kerende naar zijkanaal B en één paar puntdeuren kerende naar de Nauernasche vaart, schutkolklengte 30,40 m....................5,70 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,02


F. Uitwateringssluis van Schermerboezem te Nauerna, met twee paar puntdeuren en één schuif......................4,37

puntdeuren2,69 schuif..........................2 84


G. Schutsluizen te Zaandam, tussen de Zaan en zijkanaal G van het Noordzeekanaal

Groote schutsluis of Wilhelminasluis (oostelijke sluis), met twee

paar puntdeuren kerende naar de Zaan en twee paar puntdeuren kerende naar zijkanaal 0, schutkolklengte 134 m........12,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,70

Oude sluis (westelijke sluis), met twee paar puntdeuren kerende naar zijkanaal G en één paar puntdeuren kerende naar de Zaan schutkolklengte 28,30 m...................5,15 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2 64


185 ha / z.p.-3.^

’’25} ReinaaU tü


dijksche Buiten- i^ veldersrhe

585 ha

z.p.-2.00

polder


nart eemearTnet


.p.-5.2Ö '.p.-5.30


1345 ha z.p.-5.45 U!.p.-5.5O


190 ha z.p.-221


Herzien in 1948.

Ged. bijgeu erkt tot 1950.


H. Sluizen te Spaamdam, tussen Rijnlandsboezem en de boezem van het Noordzeekanaal, achtereenvolgens van Oost naar West :

Groote sluis, schutsluis met drie paar puntdeuren, schutkolk

lengte 103,15 m ...................... nbsp;12,00

Woerdersluis, uitivateringssluis met twee paar puntdeuren . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,28

Kolkslnis, schutsluis met drie paar puntdeuren, schutkolk

lengte 101,80 m......................6,20

(Be kolksluis wordt niet meer gebruikt om te schulten). Keersluis voor het boezemgemaal van Rijnland met twee

openingen, ieder met één paar puntdeuren, iedere opening . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7,00


J. Uitwateringssluizen te Halfweg tussen Rijnlandsboezem en de boezem van het Noordzeekanaal :


Oostsluia met twee paar puntdeuren.............5,65

Middelsluls met twee paar puntdeuren............6,28

Wcstsluis met twee paar puntdeuren.............5,70

Keersluis naast het stoomgemaal, met één paar deuren.....7,50

K. Schutsluis aan de Wester Gasfabriek tussen het Stadswater van

Amsterdam en Rijnlandsboezem, met ttvee paar puntdeuren kerende naar het Stadswater en één paar puntdeuren kerende naar Rijnlandsboezem, schutkolklengte 36,70 m.......................6,15


L. Stadionschutsluis tussen het Zuider Amstelkanaal, (Amstellands-boezem) en het Stadswater van Amsterdam, met twee roldeuren, schutkolklengte 54,23 m...........................12,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,00


M. Nieuwe Meer Schutsluis tussen het Stadswater van Amsterdam en

Rijnlandsboezem, met twee roldeuren, schutkolklengte 122,80 m ...... nbsp;nbsp;12,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,00


Poldersluizen benoorden het Noordzeekanaal,


N. Schutsluis in de polder Assendelft tussen de Noorder- en de Zuider-polder, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte Sm ......... nbsp;nbsp;nbsp;2,96 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,56


O. Schutsluis te NTOuwciwcrdriGt, tussen depolder Aesendelft (Zuide.r-polder) en de Nauernasche vaart, met drie paar puntdeuren, schutkolklengte 21,50 m..............................4,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,80


P. Westzanersluis, schutsluis tussen de polder Westzaan en de Nauernasche vaart, met drie paar puntdeuren, schutkolklengte 19,40 m.....4,30

Q. Sluis aan de Westzaansche Overtoom, schutsluis tussen de polder

Westzaan en Zijkanaal E, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 21,40 m 4,30

R. Gerrit Hareinakcrsluis, gekoppelde schutsluis tusseti de polder Westzaan en de Nieuwe Haven, met drie roldeuren, grote kolk, schutkolklengte 40 m...............14,00

kleine kolk, schutkolklengte 20 m...............7,00

S. T. U. V. Schutsluizen tussen de polder Westzaan en de Zaan.

S, nbsp;Papepadsluis, met drie paar puntdeuren. schutkolklengte 28 m . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,57 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,35 T. nbsp;MaUegatsluis, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 22,15 m nbsp;nbsp;nbsp;5,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,52 U. nbsp;Koogersluis, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,30 m . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,58 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,39 V. nbsp;Zaandijkersluis, met drie paar puntdeuren, schutkolklengte 20,95 m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,41

W, Schutsluis tussen de Halerbroek- of Kalverpolder en Schermerboezem, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 10,90 m

bovendeuren

benedendeuren

X. Noordersluis, schutsluis tussen de polder Oostzaan en de Zaan, met

drie paar puntdeuren, schutkolklengte 28,35 m.............4,56

Y. Hanepadsluis, schutsluis tussen de polder Oostzaan en zijkanaal G, 'iTiet twee paar puntdeuren, schutkolklengte 24 m............4,57

Z. Keersluis in de Oostzanerzeedijk voor het gemaal van de polder

Oostzaan met twee paar puntdeuren.................2,40


Poldersluizen bezuiden het Noordzeekanaal.


Aj. Schutsluis tussen de Osdorperbinnenpolder en de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 28,20 m nbsp;nbsp;nbsp;5,—


bovendeuren ........................ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,70


benedendeuren ....................... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,—


Bi. Koenesluia, schutsluis tussen de Buiiendijksche Buitenveldersche polder en het Nieuwe Meer, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 22 m 4,60 buitendeuren........................2,50

binnendeuren...............*.......3,18


Cf Schinkelsluis, schutsluis tussen de Buiiendijksche Buitenveldersche polder en Rijnlandsboezem, ten zuidzoesten van Amstelveen, met tivee paar puntdeuren, schutkolklengte 11,60 m ................. nbsp;nbsp;3,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,50


D,. Twee achter elkander gelegen schutsluizen tussen de Haarlemmermeerpolder en de Ringvaart van deze polder, iedere schutsluis met twee paar puntdeuren en een schutkolklengte van 19 m


bovenste sluis ....................... nbsp;nbsp;4,30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,45


benedenste sluis .... ».................4,30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,70


Overige sluizen.


Ef Schutsluis tussen Rijnlandsboezem en het landgoed Elswoud ten westen van Haarlem, schutkolklengte 15,90 m ............. nbsp;nbsp;nbsp;2,85 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,35


Fx. Bosbaanschutsluis, tussen het Nieuwe Meer en de Bosbaan, twee


paar puntdeuren, schutkolklengte 40,20 m ...............

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel


0 Be schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren.


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten. Do polders hebben in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Polders die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bics van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Bij belangrijke waterleidingen is do naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie Noordholland omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijving van de provincie Noordholland behorende bij do waterstaatskaart.


I. Kleur van de met de Noordzee in open gemeenschap staande havens te JJmuiden.

H. Schermerboezem.

Be oppervlakte van de boezem is ongeveer 2000 ha.

Be totale oppervlakte van de op de boezem lozende polders, met inbegrip van het boezemland en het duingebied, bedraagt 81190 ha. In deze oppervlakte is eveneens begrepen de polder Westzaan, groot 2320 ha, die tevens afivatert op de boezem van het Noordzeekanaal. Het zomerpeil van de boezem was oorspronkelijk 0,58 m —N.A.P. In verband met maatregelen tot onlzilting van het boezemwater, wordt Scltermerboezem thans in de zomermaanden opgezet tot 0,45 m — N.A.R. Het nranlpeil is N.A.P.

Be boezemkaden zijn in de regel hoog van 0,10 tot 0,50 m N.A.P.

Be ïvaterlozing heeft plaats langs natuurlijke weg op :

Schermerboezem is van de boezem van het Amsfelmeer gescheiden door de Van Etvijek-sluis, een schut- en uitwateringssluis tussen de Van Ewijeksvaart en het Amstelmeer. Aangezien deze sluis bijna altijd open staat liggen beide wateren doorgaans gemeen, zodat Schermerboezem nagenoeg steeds in open verbinding staat met de boezem van het Amstelmeer. Bij hoge Amstelmeerstanden en in tijden, dat de gemalen van de Ver. Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem te Lutjewinkel en Aartswoud in bedrijf zijn, zeordt de scheiding tussen Schermerboezem en de boezem van het Amstelmeer verlegd naar de Oude Sluis, een schutsluis tussen de Groote Sloot en de boezem van de Zijpe. Be vloeddeuren van deze sluis worden dan gesloten.

Schermerboezem is in beheer bij hef hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.

Be oppervlakte van de boezem, waarin begrepen is een gedeelte van het Stadswater van Amsterdam, bedraagt ongeveer 1 600 ha. Be oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders, boezemland en hoge gronden is ongeveer 24 200 ha. In deze oppervlakte zijn begrepen de polder Westzaan, die tevens op Schermerboezem en de polder Waterland, die tevens op het IJsselmeer ivordt afgemalen. Bovendien wordt te Amsterdam geregeld elke nacht een hoeveelheid van ongeveer 600 000 m^ ivater op de boezem afgestroomd, die uit het IJsselmeer wordt ingelaten ten behoeve van de waterverversing van Amsterdam. Beze inlaaf heeft echter als regel niet plaats zolang de waterstand bij het. Stadswalerkantoor hoger is dan 0,30 m — N.A.P.

Be waterstand op het kanaal wordt zoveel mogelijk op 0,50 m — N.A.P. gehouden door bij eb te IJmuiden op de Noordzee af te stromen door de daarvoor bestemde uitwateringssluizen en zo nodig ook door de kleine oude schutsluis. Bovendien wordt in geringe mate, bij lage IJsselmeerstand, geloosd door de uitwateringssluis bij de Oranjesluizen te Schelling-woitde.

Het Noordzeekanaal vormt gewoonlijk met het Stadswater van Amsterdam en de boezein van Amsteltand één boezem. Be sluizen tussen de boezems onderling staan dan open. Zodra de waterstand van de gemeenliggende boezems stijgt tot boven het peil van 0,25 m — N.A.P. wordt het gemaal te Zeebitrg in bedrijf gesteld en de boezem afgetnalen op het IJsselmeer. Stijgt de waterstand van de Stadsgrachten van Amsterdam tot 0,15 m — N.A.P., dan worden de sluizen tussen de boezems onderling gesloten (zie boezembeschrijving IV, Stads-water van Amsterdam).

Als de waterstand op het Noordzeekanaal, ten gevolge van gestremde lozing, stijgt boven het peil van 0,10 m — N.A.P., dan wordt het kanaal afgemalen, door het sekeprad-sfoomgemaal bij de Oranjesluizen te ScheUingwoude, op het IJsselmeer.

Hel Noordzeekanaal met zijkanalen is in beheer en onderhoud bij het Rijk, met uitzondering van de zijkanalen I en K die bij de gemeente Amsterdam in beheer en onderhoud zijn.

Het Stadswater van Amsterdam vormt geivoonlijk zowel met AmsteUand als het Noordzeekanaal één boezem. Be sluizen tussen het Stadswater en Amstellandsboezem enerzijds en de boezem van het Noordzeekanaal anderzijds staan dan open. Zodra de ivaterstand van de, gemeenliggende boezem stijgt tot boven het peil van 0,26 m — N.A.P. wordt het gemaal te Zeeburg in bedrijf gesteld en de boezem afgemalen op het IJsselmeer. Stijgt de waterstand van de stadsgrachten van Amsterdam tot 0,15 m — N.A.P. dan worden de bovengenoemde sluizen, tussen de boezems onderling, gesloten met uitzondering van de schutsluis te Zeeburg fassen hel Amsterdam—Rijnkanaal en het Noordzeekanaal, die steeds geopend blijft. Wel heeft AmsteUand dan de bevoegdheid om het gedeelte van zijn gebied dat ten U'esten van het Amsterdam—Rijnkanaal ligt daarvan af fe scheiden door sluiting van de in de we^stdijke kanaaldijk g'^legen keersluizen, terunjl Amsterdam verftlichf is om, ter ontlasting van dit afgesloten deel van Amstellandsboezem, een hoeveelheid uuter van 800 m* per minuut op de stadsboezem in te laten door de foldeuren van de Amstelsluizen.

Baalt na hef afsluiten van de Stadsboezem de u'aterstand in de stadsgrachten tot 0.20 m — N.A.P., dan wordt door de ge.meenle bot^endien uit het Noordzeekanaal water op de Stadsboezem ingelaten en teel tot zt/danige hoeveelheid, dat de waterstand van de stadsgrachten niet beneden het peil van 0,20 m — N.A.P. daalt. Zodra de waterstand op de Amstel en het Noordzeekanaal weder is gedaald tot 0,20 m — N.A.P. tvordt de afsluiting van de Stadsboezem opgeheven.

Afshating van de Sladsboezem heeft ook geregeld ’s nachts plaats met het oog op de waterverversing. Beze verversing heeft jdaafs, door het inlaten van IJsselmeencaler door de grondduiker onder het Merwedekanaal bij Zeeburg en zo nodig met behulp van bovengenoemd gemaal. Be dagelijkse uuterinlaat, als gemiddelde over drie etmalen, met inbegrip van de vrije ivaterinlaat, bedraagt 600 000 m*. Beze inlaat heeft echter als regel niet plaats zolang de waterstand bij het Stadswaterkanfoor hoger is dan 0,30 m — N.A.P. Tijdens de toafer-verversing blijft de Westerkanaalsehulsluis steeds geopend, de Eenhoomschufsluis en de O.Z. Kolkschutsluis blijven om beurten (om de andere nacht) voor de scheepvaart en de afstroming op het IJ geopend (zie blad Amsterdam Oost).

Be gemiddelde waterstand van het Stadsicater is 0,45 m — N.A.P,

V, Amstellandsboezem.

Be boezem van AmsteUand wordt gevormd door een samenstel van kanalen, vaarten, meren en wateren, die grotendeels in het hoogheemraadschap AmsteUand zijn gelegen.

Be oppervlakte van de boezem, met inbegrip van het Amsterdam—Rijnkanaal tussen Amsterdam en Wijk bij Buurstede, met de zijtak naar Vreeswijk, is ongeveer 1 050 ha. Be totale oppervlakte ran het gebied van de op de boezem lozende polders bedraagt ongeveer 43 800 ha, waarvan 11 750 ha, die voor de verruiming van het Amsterdam—Rijnkanaal op de Vecht loosden, thans op dit kanaal afu^ateren.

Be gemiddelde u^aterstand van de boezem is 0,45 m — N.A.P.

Be boezem ontlast zich op het Noordzeekanaal door de schutsluis te Zeeburg, door vier sluizen, op het Sfadsu'atcr van Amsterdam en door de Ipensloter- en Biemendammersluis op het IJsselmeer.

Be schutsluis te Zeeburg, tussen het Noordzeekanaal en het Merwedekanaal blijft steeds geopend. Be sluizen tussen het Stadsivater van Amsterdam en AmsteUand staan gewoonlijk open, zodat het Stadswater van Amsterdam, zoivel als hel Noordzeekanaal met AmsteUand doorgaans één boezem vormen. Zodra de waterstand van de gemeenliggende boezem stijgt tot boven het peil van 0,25 m — N.A.P. wordt het gemaal te Zeeburg in bedrijf gesteld en de boezem afgemalen op het IJsselmeer (zie boezembeschrijving IV, Stadsivater van Amsterdam).

Amstellandsboezem wordt beheerd en ojiderhouden door het hoogheemraadschap Amstelland, met uitzondering van een aantal boezemwateren, waarvan het onderhoud bij anderen berust. Het Amsterdam—Rijnkanaal zal mogelijk administratief onafhankelijk van Amstelland worden gemaakt. In verband hiermede wordt een wijziging van het reglement voor AmsteUand overwogen,

Be oppervlakte van de boezem is 3 927 ha. Be totale oppervlakte van het boezemgebied bedraagt 91 687 ha, waarvan 15 337 ha boezemland, 2 985 ha duinen en 73 365 ha polderland. In deze oppervlakte zijn begrepen de Oostpolder in Schieland, de Biiiten Wester-polder en de Buitendijksche Buitenveldersche polder in AmsteUand, die op Rijnlandsboezem lozen. Bovendien watert op Rijntandsboezem af, door de sluis te Bodegraven, het gebied van de boezem vam Woerden, groot 17 000 ha.

Het peil van de boezem wordt door lozing of inlating zoveel mogelijk in de zomermaanden op 0,67 m — N.A.P. gehouden en in de wintermaanden op 0,63 m — N.A.P.

Be waterlozing van Rijnlandsboezem geschiedt natuurlijk of kunstmatig.

Be natuurlijke lozing kan plaats vinden : door de zeesluis te Katwijk op de Noordzee en door drie sluizen te Gouda op de HoUandsche IJssel. In zeldzame gevallen heeft ook enige lozing plaats op de boezem van het Noordzeekanaal door de sluizen te Spaamdam en Halfweg.

Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de boezem op 4 plaatsen afgemalen.

Op de Noordzee: door het stoomgemaal te Katwijk. Op het Noordzeekanaal : door het Bieselgemaal te Spaamdam en het stoomgemaal te Halftveg, die beide op dit blad voorkomen. Op de HoUandsche IJssel : door het Bieselgemaal te Gouda.

Rijnlandsboezem wordt beheerd en onderhouden door het Hoogheemraadschap van Rijnland, met uitzondering van een aantal boezemwateren, waarvan het onderhoud bij anderen berust.


VERKLARING DER TEKENS


* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'. met opgave van de aard van het bemalingswerktuig (c — centri-

Aar 1440 Stoomgemaal nbsp;nbsp;nbsp;j

1 fugaalpomp ; s — schroefpomp; sr = scheprad; v — vijzel) en Oliegeraaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gt;

1 het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven a v 75 Electrisch gemaal I

1 opvoerhoogtc.

gt;=1*^26.o Vijzelwatennolen met vlucht in m.


— Windmotor met raddiameter in m.


• - nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Klein gemaal.

X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

H nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

S nbsp;nbsp;nbsp;Stuw met schuif.

gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

gt;lt; ïni.ai. nbsp;nbsp;Inlaatsluis.

jlt;.Huip»i. Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).

Q_o Grondduiker onder een waterleiding.

C^-43 Grondduiker onder een waterleiding met afsluiting.

-{•}— Hoofdmerk van het N.A.P.

-Q---Verkenmerk van het N.A.P.

-c^D—’ Peilschaal geregeld waargenomen (rcg. = registrerend). R^f(‘

, , T-i— nbsp;Peilschaal.

».p.-i.8O nbsp;Zomerpeil van polders 1

w.p.~1.04 nbsp;Winterpen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gt;nbsp;inm t.o.v. N.A.P.

.0.9 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfers nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;}


Verharde weg.



Universiteits bibliotheek Utrecht


Spoor^veg.

Electrische tramweg.

25 ha Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met de planimeter.


_____Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn doorgaans alleen aangegeven, waar ze afwijken van de waterstaat.


........... Provinciale grens.


De waterstaatskaarten zijn à f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- cn Uitgeverijbedrijf te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUIEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;AMSTERDAM WEST




-ocr page 62-

BOEZEMS

I. Kleur van de rechtstreeks op het IJsselmeer uitwaterende gebieden.

II, Schermerboezem.

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 2200 ha.

De totale oppervlakte van de op de boezem lozewle polders tnef inbegrip l'an het boezemlatid en het duingebied, bedraagt 81190 ha. In deze oppervlakte is evenems begrepen de polder iVestzaan, groot 2320 ha, die tevens aficafert op de boezem van het Noordzee-kanaal. Het zomerpeil ran de boezem was oorspronkelijk 0,58 m —• N.A.P. In rerlfOtul met maatregelen tlt;d onizilting van hed boezemioater wordt Schermerboezem thans in de zomermaanden opgezet tot 0,45 m — N.A.P. Hei maalpeil is N.A.P.

De boezemkaden zijn in de regel hoog van 0,10 tot 0,50 m f- N.A.P.

De waterlozing heeft plaats langs ^latuurUjke weg op :

  • 1°. de Waddenzee: door de Marineschutsluis en de sluis in het Nieuwe Werk, beide te Den Helder;

  • 2°. het IJsselmeer: door de Hornsluis te Jnitje Schardam, de Noordersluis en de Zuidersluis beide te Schardam, de schutsluis te Ddani en de spuisliiis en de GrafeUjkheids-sluis, beide te Monnikendam ;

  • 3°. het Noordzeekanaal : door de Oroote- of Wilhelminasluis en de Kleine of Oude sluis, beide te Zaandam, de duikersluis te Nauema en de Nauemasche schutsluis.

Schermerboezem is van de boezem vati het Amstelmeer gescheiden door de Van Ewijek-sluis, een schilt- en uitwateringssluis tussen de Van Ewijeksvaart en het Amstelmeer. Aangezien deze sluis bijna altijd open staat, liggen beide wateren doorgaans gemeen, zodat Schermerboezem nagenoeg steeds in open verbinding staat met de boezem mn het Amstelmeer. Bij hoge Amstebneerslanilen en in tijden dat de gemalen van de Ver. Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem te Lutjewinkel en Aartsioou/l in bamp;lrijf zijn loordl de scheiding tussen Schermerboezem en de boezem van het Amstelmeer verlegd naar de Oude Sluis, een schutsluis tussen de Oroote Sloot en de boezem van de Zijpe. De rloeddeuren van deze sluis worden dan geskden.

Schermerboezem is in beheer bij het hoogheemraadschap van de Uitwalerende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland.

  • III. nbsp;nbsp;nbsp;Eerste pand van het NoordhoUandsch kanaal.

Dit pand strekt zich uit van de Willemsfuizen tegenover A msterdam (sluizen R en S) tot aan de schutsluizen te Purmerend. Het is lang 15 710 m, het kanaalpeil bedraagt 1,35 m — N.A.P. De diepte is 5,60 m onder kanaalpeil, terwijl verondiepingen voorkomen van 3,80 m tot 4,00 m — N.A.P. ; de bodembreedte is 10,00 m en meer, de breedte oj) k.p. minstens 37,00 m.

Op het kanaalpand loost de riolering van de Gemeente Purmerend (zie blad Alkmaar Oost), terwijl het polderivater van de voormalige bannen Partnerland en Buiksloot op het pand wordt afgemalen.

Het kanaalpand is feitelijk geen boezemwater, doch ligt gemeen met de boezem van het op dit blad voorkomende hoogheemraadschap Waterland. Duidelijkheidshalve is het echter met een afzonderlijke kleur (bruin) op de kaart aangegeven.

Het kanaal met de kunstiverken is in Iwheer en onderhoud bij het Rijk.

  • IV. nbsp;nbsp;nbsp;Boezem van het Noordzeekanaal,

De oppervlakte van de boezem, waarin begrepen is een gedeelte van het Stadswater van Amsterdam, bedraagt ongeveer 1600 ha. De oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders, boezemland en hoge gronden is ongeveer 24,200 ha.

In deze oppervlakte zijn begrepen de polder Westzaan, die tevens op Schermerboezem en de polder Waterland die tevens op het IJsselmeer tvordt afgemalen. Bovendien wordt te Amsterdam geregeld elke nacht een hoeveelheid van ongeveer 600,000 m^ water op de boezem afgesfroomd, die uit het IJsselmeer wordt ingeloten ten behoeve van de toaterverversing van Amsterdam. Deze inlaut heeft eefder als regel niet plaats zolang de waterstand bij het Stads-u^aterkantoor hoger is dan 0,30 m — N.A.P.

De tvaterstand op het kanaal wordt zoveel mogelijk op 0,50 m — N.A.1\ gehouden door bij eb te IJmuiden op de Noordzee af te stromen door de daarvoor bestemde uitwateringssluizen en zo nodig ook door de kleine oude schutsluis. Bovendien wordt in geringe mate, bij lage IJssebneerstand, geloosd door de uitwateringssluis bij de Oranjesluizen te Schelling-woude.

Het Noordzeekanaal vormt gewoonlijk met het Stadswater van Amsterdam en de boezem van Amstelland één boezem. De sluizen tussen de boezems onderling staan dan open. Lotira de waterstand van de gemeenUggende boezems stijgt tot boven het peil van 0,25 m — N.A .11. wordt het gemaal te Zeeburg in bedrijf gesteld en de boezem afgemalen op het IJsselmeer. Stijgt de waterstand van de Stadsgrachten van Amsterdam tot 0,15 m — N.A.P., dan worden de sluizen tussen de boezems onderling gesloten (zie boezembeschrijving V, Stadswater van Amsterdam).

Als de waterstand op het Noordzeekanaal, ten gevolge van gestrenuie lozing, stijgt boven hel peil van 0,10 m — N.A.P., dan wordt het kanaal afgemalen door het schepradgcmaal bij de Oranjesluizen te ScheUingworfde, op het IJsselmeer.

Het Noordzeekanaal met zijkanalen is in beheer en onderhoud bij het Rijk, met uitzondering van de zijkanalen I en K die bij de Gemeente Amsterdam in beheer en otulerhoud zijn.

K Stadswater van Amsterdam,

Het Stadswater van Amsterdam vormt gewoonlljk zon'd met AmsfeUand als het Noord-zeeka7iaal één boezem. De sluizen ttissen fiel Sfadsuviter en AmsteUandsboezem enerzijds en d^ boezein van het Noordzeekanaal anderzijds slaaji (ktn open. Zodra de waterstand van de gemeenUggende boezem stijgt tot boven het peil van 0,25 m — N.A.P. wordt het gemaal te Zeeburg in bedrijf gesteld en de boezem afgemalen op het IJsselmeer. Stijgt de waterstand vati de stadsgrachten van A^nsterdam tot 0,15 m — N.A.P. dan worden de bovengenoemde sluizen, tusseti de boezems onderling, gesloten, met uitzondering van de schutsluis te Zeeburg tussen het Amsterdam—Rijjikanaal en het Noordzeekanaal die steeds geopend blijft. Wel heeft AmsteUand dan de bevoegdheid oin het gedeelte van zijn gebied, dat ten westen van het Amsterdam—Rijnkanaal ligt daarvan af te scheideJi door sluiting van de in de westelijke katiaaldijk gelegen keersbiizen, terwijl Amsterdam verplicht is om, ter ontlasting van dit afgesloten deel van AmsteUamlsboezem c^n hoeveelheid ivater van 800 m' per minuut op de Stmlsboezem in te laten door de toldeuren mn de Amstelsluizen. Daalt na het afsluiten van de Sfodsboezetn de uxiterstand in de stadsgrachten tot 0,20 m — N.A.P., dan wordt door de gemeente bovendien uit het Noordzeekanaal water op de Stadsboezem ingeloten en wel tot zodanige hoeveelheid dat de waterstand van de stadsgrachten niet beneden het peil van 0,20 m — N.A.P. daalt. Zodra de loaterstand op de Amstel en het Noordzeekanaal weder is gedaald tot 0,20 m — N.A.P. ivordt de afsluiting van de Stadsboezem opgeheven.

Afsluiting van de Stadsboezem heeft ook geregeld 1s nachts plaats met het oog op de waterverversing. Deze verversing heeft plaats, door het inlaten van IJsselmeerwater door de grondduiker onder het Menvedekanaal bij Zeeburg en zo nodig met behulp van bovengenoemd gemaal. De dagelijkse waferinlaat, als gemiddeld over 3 etmalen, met inbegrip van de vrije waterinlaat, Itedraagt 600 000 m^. Deze inlaat heeft echter als regel niet plaats zolang de unterstand bij het stadsivaterkanfoor hoger is dati 0,30 m — N.A.P. Tijflens de loaterver-versing blijft de Westerkanaalschutsluis (sluis Ei) steeds geopend, de Eenhoornschutsluis (sluis Fi) en de O.Z. Kolkschtdsluis (sluis IJ) blijven om beurten (otn de andere nacht) voor de scheepvaart en de afstroming op het IJ geopend.

De gemiddelde waterstand van het stadswater is 0,4.5 m — N.A.P.

VI, AmsteUandsboezem,

De boezem van AmsteUand wordt gevormd door een satnenstel van kanalen, vaarten, meren en wateren, die grotendeels in het hoogheemraadschap AmsteUand zijn gelegen.

De oppervlakte van de boezem, met inbegrip van het Amsterdam—Rijnkanaal tussen Amsterdam en Wijk-bij-Dmirstede, 7net de zijtak naar Vreeswijk, is ongeveer 1050 ha. De totale oppervlakte van het gebied va7i de op de boezem lozende polders bedraagt ongeveer 43 800 ha, waarvan 11 750 ha, die voor de venuinmig van het Amsterdam—Rijnkaiutal op de Vecht loosden, thans op dit kanaal aRvateren.

De gemiddelde waterstand va7i de boezem is 0,45 m — N.A.P.

De boezem 07itla8t zich op het Noordzeekanaal door de schutsluis te Zeeburg (sluis Q^) op het stadswater van Amsterdam door de sluizen Li, 1^1 uNi en Di em op het IJsselmeer door de sluizen E en F.

De schutsluis te Zeeburg, tussen het Noordzeekanaal en het Merwedekanaal blijft steeds geopetui. De sluizen tus8e7i het stadswater van Amsterdam e/i .1 mstelland staan gewoonlijk open, zodat het stadswater van Amsterdam, zoivel als het Noordzeekanaal met AmsteUand doorgaans één boezem vormen. Zodra de wlt;iter8tand van de gemeenUggende boezem stijgt tot boveii het peil va7i 0,25 m — N.A.P. wonU het getnaal te Zeeburg in bedrijf gesteld €7i de hoezetfi afgemalen op het IJsselmeer (zie boezembeschrijving V, stadswater van A7nsterda)n).

AmsteUandsboezem wordt beheerd em onderhouden door het hoogheemraadschap Amstelland, met uitzondering van ee7i aantal boezemwateroi waarvan het onderhoud bij a)ideren berust. Het A7n8terda7n—Rijnkanaal zal 7nogelijk administratief onafhankelijk van A7nstel-land tvordeti gemaakt. In verband hiermede wordt een wijzigitig va/i het reglonent voor A7nstella)id overwogen.

VII, Vechtboesem,

De oppervlakte van de boezem bedraagt 07igeveer 240 ha. De oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders, boezemluTid en hoge gronde7i is ongeveer 29 400 ha met inbegrip van de boezemgebiede7i van de 1s-0ravela7id8che Vaart, hei bovenpa7id van hel Tien-ho7)en8che Kanaal, de Kerkeindsche Vaart en het Zwarte Water.

Bovendien ontvangt de Vecht door de Weerdsluis te Utrecht het water van een gebied groot ongeveer 25 900 ha, ten oosten en zuiden van Utrecht gelegen.

De gemiddelde waterstand van de boezem is 0,30 m — N.A.P.

De boezem ontlast zich door de Grote Muiderzeesluis (sluis G) op het IJsselmeer.

De Vecht is in beheer bij het Rijk.


AMSTERDAM OOST


Herzien in 1947.

Ged. bijgewerkt tot 1950.


Schaal 1 : 50000


UTRECHT 31 ^ nbsp;!2EN4lt;Ogt;


AMERSFOORT 32

1 EW 3(W?; 2 ENA(O)


VIII. Boezem van de ’s-Gravelandsche Vaart.

De voor7iaam8te hoezc7nwafercn zij7i : de Naarder trekvaart, de Bussummervaart, de Karrwmelksloot, de 's-Gravelandsche Vaart, het Luge Gat, de Gooische Vaart (Hilversutnsche Vaart) de Ankeveeiische Vaart, de Ku'akel e7i de vestinggrachten van Muidoi eii Naarden. Met de boezem ligt goneen het buiten de zeedijk gelegen gebied nl. :

F. de zogenaa77ide Zoute Gracht, dat is het 7ioordelijk de-el va7i de vestinggracht te Naarden, die aan beide einden door stenen bere7i van het zuidelijk deel is gescheiden en daanttee door de schotbalksluis K. is verbonden;

2^^. de gruchfe7i va7i het Ronduit en

3'^. de sloten vari de Naarder Meent.

De oppervlakte va7i de boezem, met inbegrip van het buitendijks gelegen gebied is ongeveer 142 ha. De totale opperrlakte van de op de boezem lozende polders, boezemland e7i hoge gronderi bedraagt ongeveer 8540 ha. Het zomerpeil va/i de boezem is 0,20 tot 0,30 tn — N.A.P.

De waterlozing heeft plaats langs natuurlijke weg op de Vecht door de schutsluis te Uiter7neer en de Keetpoorfsluis te Minden (sluizen Ui en Vi) en op de Buitenvecht door de Oostsluis em door de kokers iit de, stencil beer te Muiden (sluizen 11 en I).

De boezernivateren uaaruit de boezem van de ’s-Grai'elandsche Vaart bestaat zijn bij verschillende instanties in beheer en onderhoud.

SLUIZEN 1)

Vi ijilte Slagdrein pd-

in de dag diepte in

m in — N.A.P.

Sluizen in de IJsselmeerdijk.

Deze sluis wordt tevens gebruikt voor de nitiratering van Schermerboezem.

Uituuteringssluis, onmiddellijk bezuiden de schutsluizen gelegen, 7net één paar vloed-, één paar ebdeuren en één hefdeur............10,00

H. Oostsluis te Muiden, uituuteringssluis van de boezem van de ’s-Gravelandsche Vaart, één opening, afsluitbaar met één paar vloeddeuren en één schuif .............................. nbsp;nbsp;3,80

I. Stenen beer te Muiden, u'aarin drie kokers, die7iend€ als uitwateringssluis van de. boezeiii van de 's-Gravelandsche Vaart, iedere koker afsluitbaar 7net één paar vloeddeuren en één schuif..................1,80

K. De Zeebrug, schotbalksluis te. Naarden, bovenkant schotbalkoi

4,55 7n 1 N.A.P.........................4,45

VERKLARING DER TEKENS



Provinciale grens.



1

De selintkidklengto van de sluizen i.s gemeten tussen de deuren.

Voor vervolg zie achterzijde

TOELICHTING

Onder polder wordt verstivan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten. De polders hebben, in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwatcren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bics van dezelfde kleur. Van ix»iders, die afwateren op twee boezems, is de klmir dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

Dij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde watcrslt;diappcn zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie Noordholland omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, rcglcmcnt(*n, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zieli uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, overstnuningiu», verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijving van d(* provincie Noonlhollaml, behorende bij do Waterstaatskaart.

j ^ret opgave van de aard van het bemalingswerktuig (c = eentrifu-*’34 Oliegemaal f gaalpomp; ä = schroefpomp; sr = scheprad; v = vijzel) en het 1 aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoer-'' 20 Eleetrlsch gemaal 1 hoogte.

V.25.5

Scheprad watermolen met vlucht in m.

Vijzel watermolen met vlucht in m.

X Kleine windmolen.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

H nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

H * nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,, met schuif.

^lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

ylt;,IM. tl. nbsp;nbsp;nbsp;Tnlaatsluls.

ylt;^Hnlpgt;l. Kulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).

0—0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker onder een waterleiding. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

O-lt;^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker onder een waterleiding met afsluiting.

“®---Hoofdmerk van het N.A.P.

“O---Verkenmerk van het N.A.P.

ttUlIUtm Waterkerende dijk.

I 1 I ' ■ DijkverdedigIng, strekdammen, kribben.

'I’oe- en afvocrlelding rioolgemalen.

Administratieve grenzen van waterschappen.

Deze zijn doorgtums alleen aangegeven, waar zo afwijken van do waterstaat.

De waterstaatskaarten zijn à f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf te 's-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.

-ocr page 63-

Wijdte Slagdrempel-in de dag diepte in

in ni - - N.A.P.

Sluizen benoorden het Noordzeekanaal en het Afgesloten IJ.

L. Twiskersiuis (ook Suzannasluisie genaamd), schutsluis tussen de voormalige banne Purmerland (hoogheemraadschap Waterland) en de polder Oosfzaan met twee paar puntdeuren, schntkolklengte 15,00 m ...... nbsp;nbsp;nbsp;3,02 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,27

M. Schutsluis tussen Schermerboezem en het hoogheemraadschap Water

land te Monnikendam met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 43,75 m

buitenslagdrempel

binnenslagdrempel .....................

N. Schutsluis tzissen het hoogheemraadschap Waterland e?i de Veenderij Zunderdorp met twee paar puntdeuren, schutkolkleyigte 33,00 m.....5.50

0. Schutsluis tussen het hoogheemraadschap Waterland en de polder

Oosfzaan in de Puyendijk ten westen van Landsmeer, met vier paar puntdeuren om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 17,50 m . ... . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,05

P. Schutsluis tussen de polder Oostzaan en Zijkanaal I van het Noordzeekanaal, met twee paar puntdeuren, schiifkolklengte 17,75 m......4,—

Q. Uitwateringssluis voor het gemaal van het hoogheemraadschap Wafer-land te Nadoelen, één opening met twee paar puntdeuren........2,50

R. Sluis Willem I, schutsluis tussen het Afgesloten IJ en hel Noord-hoUandsch kanaal met twee openingen.

Grote opening, met twee paar naar hef, Afgesloten IJ kerende puntdeuren, schutkolklengte 65,08 m ......................14,75

Kleine opening, met twee paar naar het Afgesloten IJ kerende puntdeuren, schutkolklengte 50,25 m ......................5,37

S. Sluis Willem III, schutsluis tussen het Afgesloten IJ en het Noord-hollandsch kanaal met twee paar naar het Afgesloten IJ kerende puntdeuren, schutkolklengte 109,20 m ...................... nbsp;18,20

Voor sluis Willem III is in het kanaal een aarden dam aangebracht waardoor de sluis buiten gebruik is gesteld.

T. Schutsluis tussen het hoogheemraadschap Waferland en zijkanaal K van het Noordzeekanaal fe Niemcendam met twee paar puntdeuren, sehutkolk-lengte 16,50 7n........................... nbsp;nbsp;4,30

Sluizen in de hoofdwaterkering van Amsterdam, die bijna steeds Open staan en alleen bij zeer hoge standen op het Noordzeekanaal gesloten worden.

Ü. Keersluis in de mond van het Wesferkanaal aan de Houfhaven, één opening met één paar vloeddeuren .................. nbsp;nbsp;9,93

  • V. Westerdoksluis, bestaande uit twee naast elkander gelegen schutkolken, waarvan de noordelijke sehutkolk door een dam is afgesloten.

Zuidelijke sehutkolk met twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 44,20 m 13,80

W. Nieuwe llaarlemmerschutslnis in de Singel bij de Niemvendijk, met drie, paar vloed- en één paar ebdeuren, schutkolklengte 39,14 m.....6,80

IJ. Oudezijdskolkschutsluis met twee paar vloed- en één paar ebdeuren, schutkolklengte 26,50 m ...................... nbsp;nbsp;4,79

Z. Duikcrsluis onder de Nieuunnarkt met één paar vloeddeuren . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,95

Ai. Sint-Anthonieschutsluis met twee paar vloed- en twee 7)aar ebdeuren, schutkolklengte 48,55 m ......................3,32

B,. Bapcnburgcrschutsluls met drie paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 51,00 m......................8,76

Cj. Oude Entrepótdükschutsluis met twee paar vloed- en één paar ebdeuren, schutkolklengte 65,00 m .................. nbsp;nbsp;13,65

iniddelste opening.....................9,35

Sluizen ter afscheiding van het Stadswater van het water van het Noordzeekanaal waartoe ook behoren de sluizen W,IJ, Z, Ai en B, bovengenoemd. (Deze sluizen liggen alle in de zogenaamde dagelijkse waterkering.)

van het Noordzeekanaal kerende, puntdeuren............3,86

De deureti kunnen worden opgeboeid tot 1 m ■[- N.A.I*.

  • H, . Keersluis in de Wittenburgervaart met één paar vloed- en één paar

ebdeuren ............................. nbsp;nbsp;5,00

De deuren kunnen worden opgeboeid tot l m t- N.A.P.

K,. Zceburgerschntshiis met twee paar vloed- en twee paar ebfleuren,

schutkolklengte 56,80 m ...................... nbsp;nbsp;12,00

Sluizen ter afscheiding van het Stadswater van Amsterdam van

Amstellandsboezem, waartoe ook behoort sluis Di, bovengenoemd.

L,. Amstclschutsluis met zes openingen, van Oost naar West gerekend :

le en 2e opening, ieder met één toldeur en één paar vloeddeuren, iedere

opening ............................. nbsp;nbsp;6,45

3e opening, met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte

52,25 m ............................. nbsp;nbsp;8,34

4e en 5e opening, ieder met twee jiaar vloed- en één paar ebdeuren, die

tezamen één sehutkolk vormen, schutkolklengte 52,25 m, iedere opening . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,83

In deze kolk kan niet meer geschut worden, daar de deuren niet voorzicJi

zijn van rinketten.

6e opening, met twee paar vloed- en tu^ee paar ebdeuren, schutkolklengte

52,25 m ............................. nbsp;nbsp;8,22

Mp Weteringschutsluis met twee paar vloed- en één paar ebdeuren, schutkolklengte 31,10 m ...................... nbsp;nbsp;5,70

Np Keersluis in de Singelgracht onder de brug voor het Leidse plein, twee openingen, ieder met één toldeur, iedere, opening............4,75

Sluizen dienende voor de waterverversing der grachten.

Wijdte Slagdrempel-in de dag diepte in

m ni—N.A.P.

Op Grondduiker onder het Merwedekanaal beoosten het gemaal te Zeeburg bestaande uit drie vloeistalen kokers, iedere koker is aan beide zijden afsluitbaar door middel van een elcctrisch bewogen schuif iedere koker........................4,0 x. 3,20

onderkant

4,20

P,. Spuisluis naast het gemaal te Zeeburg, fassen het Lozlngskanaal en de voorboezem, afsluitbaar met één roldeur ................ nbsp;nbsp;16,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,40

Overtge sluizen tussen twee boezems.

Qp Schutsluis tussen het Merwedekanaal cn de boezem van het Noordzeekanaal, twee doorvaartopeningen, ieder met drie paar vloed- en twee paar ebdeuren, schufkolklengte van beide openingen 141,75 m.........14,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,70

De sluis dient tevefis als uitwateringssluis.

Rp Weesperpoortschutsliiis te Muiden, tussen de Muidertrekvaart eti de

Vecht met twee paar, het Vechtwater kerende puntdeuren, schufkolklengte

28,40 m ............................. nbsp;nbsp;4,50

Sp Gekoppelde schutsluis te Weesp tussen het Smalweesp en de Vecht tnef Dvee achter elkander gelegen schutkolken, afsluUbcfar met drie paar naar de Vecht kerende puntdeuren.

Grote kolk, schutkolklengte 53,90 m................8,10

Kleine kolk, schutkolklengte 32,50 m............ . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;8,10

Tp Schutsluizen te Nigteveckt tussen het Merwedekanaal en de Vecht. Oostelijke, Grote schutsluis, met twee paar het Vechtwater kerende puntdeuren, schutkolklengte 131,50 m..................12,00

Westelijke, Kleine schutsluis, met twee paar het Vechtwater kerende puntdeuren, schufkolklengte 61,50 m........... nbsp;6,00

Up Schutsluis bij Uitermeer tussen de Vecht en de boezetn van de *s-Gra-vclandsche Vaart, met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 28,90 m ................. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,95

Vp Kectpoortschutshiis tussen de Vecht en de boezem van de quot;s-Grave-landsche Vaart met vier jutar puntdeuren, om naar weerszijden te kmmen keren, schutkolklengte 28,30 m ...................... nbsp;nbsp;5,00

Sluizen dienende ter afscheiding van het Merwedekanaal van het overige deel van Amstellandshoezem» (Deze sluizen staan in de, regel open.)

Wp Keersluis tussen het westelijk deel van het Nieuwe Diep en het Merwedekanaal, twee openingen, ieder afsluitbaar met één ijzeren schuif, iedere opening ...........................

8,80

2,60

Xp Keersluis tussen het westelijk deel van de Diemen en het Mertoede-kanaal, trvee openingen, ieder afsluitbaar m^t één ijzeren schuif, iedere opening

8,80

2,60

IJp Keersluis tussen het westelijk deel 0071 de Muider trekvaart en het

Merwedekanaal, één opeming, afsluitbaar met één houten deur.....

Dit gedeelte van de trekvaart is voor een groot deel gedempt.

5,10

2.40

Zp lioQT^hnsinhetoosfelijk deel van de Muider trekvaart, één opening afsluitbaar met Dvee rijen schotbalken ................

5,10

2,40

Aa. Schutsluis tussen de Gaasp en het Mcrwedekanaal met tivee paar puntdeuren, kerende naar het Merwedekanaal, schufkolklengte 60,60 m . .

9.00

3,15

B2. Schutsluis tussen het S7nal7veesp en het Merwedeka7iaal met twee paar puntdeurcïi kerende tuwr het hlerwedekanaal, schutkolklengte 64,00 m . .

9,00

3,10

Overige sluizen ten zuiden en zuidoosten van Amsterdam.

C2. Schutsluis tussen de Dinnendijksche Duitaiveldersche polder en de

Amsfel met tw-ee paar puntdeuren, schuikolklengfe 20,85 m

slagdrettipd polderzijde ...................

slagdrempel A^nstelzijde ...................

Do. Schutsluis tussen de Noorde,r- of Hietpolder en de Muider trekvaart met twee 7gt;aar puntdeuren, schufkolklengte 23,35 m..........4,93

E2. Schutsluis ƒ««««« de Vecht en de uitwaleringsvaart van het Naarder-meer, met twee jtaar puntdeuren, schiitkolklengte 21,54 m.......4,00

F2. Schutsluis tussen de Ifollandsch-Ankeveensche polder en de 's-Gra-

relandsche Vaart met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,20 m . . . bovenslagdrem7)el ......................

benedenslagdrempel .....................

Ga. Schutsluis tussen de Spiegelpolder en de Vecht, met twee paar punt

deuren, schutkolklengte 100,00 m .................. nbsp;nbsp;8,15

Ha. Damsluis tu de Angstei bij hd Abcoudenneer, één opening, afsluitbaar met ijzerett schotbalken ....................... nbsp;nbsp;5,00

L. Damsluis in de Waver, ten westen van Abcoude, één opening, afsluitbaar inet ijzeren schotbalken.....................5,00

Sluizen op het eiland Marken.

Kj. Uitwateringssluis (tevens inlaafsluis) bij de haven, één opening met

ééji paar puntdeu.en ....................... nbsp;nbsp;1,80

Lj. Meuninger sluisje, uitwateringssluis voor het geinaal van Wp. Marken, één opening met één paar puntdeuren..............1,80

Mj. Nieuwe sluis, uitwateringssluis bij de vuurtoren, één opening, afsluitbaar met ééit paar puntdeuren en één schuif ............. nbsp;nbsp;nbsp;2,26

De sluis verkeert in vervallen staaf.


-ocr page 64-

SLUIZEN


A. Uitwateringssluis van de Gooyergracht in het Vetdijkje, één opening, afsluitbaar met één deur . .

B en C. Uitwateringssluisjes in de Wakkere dijk voor de Noordpolder te Veen, ieder sluisje afsluitbaar inet één schuif.


B. vierkante betonnen koker


C. ronde betonnen buis


D. Uitwateringssluis in de Veen- en Veldendijk van een buitendijks gelegen poldertje ten oosten van de


PJem, één opening, afsluitbaar De sluis is buiten gebruik.


inet schotbalken . .


BOEZEMS


in


Wijdte


de dag


0,80


0,50


0,30




Kleur van de


Bewerking: Alg. Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: Topografische Dienst.


Schaal 1 : 50000


ALKMAAR 19 W nbsp;nbsp;; O

ZWOLLJE 21 W nbsp;nbsp;nbsp;t O

AMSTE RJDAM 25 w 1 o

HATTUM nbsp;nbsp;27

W nbsp;nbsp;nbsp;! O

UTRECHT 31 w ! o

AMERSFOORT 32 W T O

2UTPHEN 33 W nbsp;nbsp;nbsp;! O



Slagdrempel-diepte in lïi — N.A.P.


rechtstreeks op het Ijsselmeer


a waterende polders en hoge gronden


Van deze hoge gronden is afzonderlijk aangegeven het


TOELICHTING


0,0


bodem 1,03


bode»t 0,85


1,20


of de Eem


gebied van de


(roogergmckl, dat gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van dit blad voorkomt.


I A. Gooyergracht


Deze boezem, die het water afvoert van een gebied hoge gronden onder Blaricum en Laren, toost door een uitwateringssluis op het IJsselmeer. De oppervlakte van het boezemgebied is ongeveer 1585 ha.

De keersluis A in het Vetdijkfe staat nagenoeg altijd opai, daar sedert de afsluiting van de Ztiiderzee hoge waterstanden zelden meer voorko7ne7i.

Het onderhoud tgt;an de Googergracht berust bij het wp Demnes e7i de gemeenten Blaricums en Laren.


Boezem van de ’s Gravelandsche Vaart


De oppervlakte van de boeze/n, ?ne^ itibegrip van het buitendijks gelegen gebied, is ongeveer 142 ha. De totale oppervlakte van de op de boezem lozende polders, boezernland en hoge gronden bedraagt ongeveer 8540 ha. Het zoiner-peil van de boezem is 0,20 tot 0,30 m —N.A.P.

De waterlozing heeft plaats langs natuurlijke weg op de Vecht door de schutsluis te Uitermeer en de Keetpoortsluis te Mitiden en op de Buitenvecht door de Oostsluis en door de kokers in de stellen bee7' te Muiden (zie blad Amsterda7n Oost).

De boezemwateren, waaruit de boezem van de 's Gravelandsche Vaart bestaat, zijn bij verschillende instanties in beheer en onderhoud.




Onder polder wordt verstaan, een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinton de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hoge gronden en boezomland zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateron. Een brede bies van dezelfde kleur geeft do grens van het boezemgebied aan; een smalle bies de onderverdeling.

.Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde waterschappen on polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie Noordholiand omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de „Beschrijving van de provincie Noordholiand, behorende bij de waterstaatskaart”.


VERKLARING DER TEKENS


6.5


z.p.-0.35


Windmotor met raddiametor in m.


Ui twatoringssluis.


Inlaat sluis.


Stuw.


Peilmerk van hot N.A.P.


Zomorpeil van polders


ui.p.-O.OO Winterpeil van polders


Hoogtecijfers


Verharde weg.


680 ha


Tramweg.

Grootte van polders in ha volgons meting op de kaart met do planimeter »


Waterkorendo dijk.

Dijk verdediging, strekdammen, kribben.

Administratieve grenzen van waterschappen. Dezo zijn doorgaans alleen aangegeven waar zo afwijken van de waterstaat.


Provinciale grens.


Afvoorleiding riolering.


De waterstaatskaarton zijn à 15,00 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf te ’s Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


Universiteitsbibliotheek Utrecht





HARDERWIJK WEST



1 - dec ’quot;^9 ^


-ocr page 65-

SLUIZEN.


Wijdte Slagdrempel-


in den dag m


diepte t.o.v. N.A.P. m









TOELICHTING.


A. Putter Zeesluis. Uitwateringssluis voor het stoomgemaal van den polder Arkemheen ; één opening, buitenzijde één paar puntdeuren, binnenzijde één schuif

B. Uitwateringssluis voor de stadsgracht van Harderwijk ; één opening, binnenzijde één schuif .


3,85


1,15


1,00 —


STUWEN.


C. nbsp;nbsp;Wiste stuw' in de Hierdensche beek . nbsp;.

D. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ „ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;.

E. nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;met schotbalksponning nbsp;in

Hierdensche beek...............


Overstortbreedte m 6,30 3,00


F.

G. H. K. L.

M.

N.

0.


Vaste


stuw met schotbalksponning.....

„ in de Hierdensche beek . . . .

„ met schuif in de Hierdensche beek

„ in zijtak van de Hierdensche beek „ in de Volenbeek.......


Schotbalkstuw in de Kronkel Wiste stuw met schuif ...


2,45

1,15

2,35

1,25

0,30

0,67

0,55

2,00

1,00


BOEZEM EN STROOMENDE WATEREN.


I. Kleur van de rechtstreeks op het Ijsselmeer afwaterende polder en hooge gronden.

De polder Arkemheen komt voor een zéér klein gedeelte in den zuidwestelijken hoek van dit blad voor. Zie voorts de bladen Amersfoort West en Oost.

II. Hierdensche beek.

Tot het stroorngebied van deze beek behooren de volgende drie deelen, waarvan de gezamenlijke grootte 15 345 ha bedraagt :

Ila. Hierdensche beek tusschen de stuw D ten zuiden van het kasteel Essenburg en de stuw E aan den Bovenweg. Het stroomgebied, dat gedeeltelijk aan den oostelijken rand van dit blad voorkomt, is groot 1670 ha.

11b. Hierdensche beek tusschen de stuw E aan den Bovenweg en de stuw H ten westen vaii het kasteel te Staverden (ook genaamd Leuvenumsche beek tusschen stuw E en stuw G en Staverdensche beek boven stuw G).

Het stroomgebied, dat gedeeltelijk aan den oostelijken en zuidelijken rand van dit blad voorkomt, is groot 8280 ha.

IIc. Hierdensche beek boven de stuw H ten westen van het kasteel te Staverden. Het stroomgebied, dat voor een klein gedeelte in den zuidoostelijkcn hoek van dit blad voorkomt, is groot 5395 ha.


Het stroomgebied, dat gedeeltelijk aan den zuidelijken rand van dit blad voorkomt, is groot 1235 ha.

IV. De Sijpel.

Deze beek staat in open verbinding met de stadsgracht van Harderwijk. De gracht loost door den afsluitbaren duiker B in de haven van Harderwijk en daardoor op het IJsselmeer. Bovendien kan rechtstreeks op het IJsselmeer worden geloosd aan het noordwesteUjk einde van de gracht door een afsluitbaren duiker en door een klep in den grachibodem, met afvoerleiding. Door deze laatste leiding kan de gracht geheel worden drooggezet.

Het stroomgebied, dat geheel op dit blad voorkomt, is groot 120 ha.




rfeite/’i/H^'s A/u\ /^/f^itsf rh/ksifuff^r'samp;i/i/.

/iepnif/urfie: Jop. Drenst


Schaal 1 : 50000.


ALKlMlAAR 19

IEH3(W)i2En4(0) AMSTERDAM 25 2 EM3(W)i2EMi(O)

ÜTDECHt 31


HARDEF ' l.w)


i^^i


21


ffni'xieji ïn Jamp;42.


MT 31 AMERSROORT32 ;2En4(O) 1F.M3(W);2EN4(O) j


HATTiEM 27 W nbsp;; nbsp;O

quot;ZUTPHEM 33 w nbsp;; nbsp;nbsp;0



Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende slooten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in den regel door waterkeeringen omsloten. De op dit blad voorkomende polder heeft de kleur van den boezem, waarop hij af watert.

Hooge gronden zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij af water en.

Een breede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen; een smalle bies geeft de onderverdeeling van bovengenoemde gebieden aan.

Bij belangrijke waterleidingen is de benaming in rood geplaatst-De namen van polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Gegevens omtrent bedijkingen, grenstractaten, kanalen, overstroo-mingen, polders, polderdistricten, reglementen, stroomende wateren, waterkeeringen, waterschappen en waterstanden zullen worden opgenomen in het eerlang verschijnende boekje ,,Beschrijving van de provincie Gelderland, behoorende bij de waterstaatskaart”.


VERKLARING DER TEEKENS.


gt;lt; MM


X ó'M.


lllllUlllIll


D.O


120 ha.


Electrisch gemaal


Stoomgemaal


Uitwateringssluis.


Inlaatshiis.


Stuwsluis.


met opgave van den aard van het be-mahngswerktuig (c = centrifugaalpomp, sr = scheprad) en het aantal m^ water-verzet per minuut.


Groiidduiker onder een waterleiding.


Stuw.


Stuw met schuif.


Overlaat.


Hoofdmerk van het N.A.P.


\'erkenmerk van het N.A.P.


Zomerpeil van den polder in m t. o. v. N.A.P.


Hoogtecijfer in m boven N.A.P.


Verharde wegen.


Spoorwegen.


Grootte van stroomgebieden volgons meting op de kaart met den planimeter.


Waterkeerende dijk gedeeltelijk met dijkverdediging.


Administratieve grenzen van polders. Deze zijn in het algemeen slechts aangegeven, waar zij afwijken van de waterstaatkundige grenzen.




Universiteitsbibliotheek Utrecht






De waterstaatskaarten zijn à f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij en door bemiddeling van alle postkantoren.

NADRUK VERBODEN.


-ocr page 66-

Oosielijk


' Nunspeet


riesleinde


5iakenberg


Heide




Elspeier


Provinciabos


Heide


30.8


21.5


28.8


z.p. - 0.20


w.p. — 0.10


Heide


32.7


Doornspijkse


Heide


21.5


Handrik


Mouwen


26.3


Tampalbarg 40.4



Vierhouten


15


32.1


veld


Duwalsboi


’ 35.^

Noorderheide


tispeeise


48.5


57.4


4S.S


60.7


Elspeier-


43.2

12935 ha


Bos


gt;.5


siruiken


63.2


67


Vraabos


Haagse Veld


57


59


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden



Schaal 1 ; 50 000



Molecaten

5.9


'Veldbuurt-Wezep


9.1


Wezepse 1310 ha


VI 240 ha


28.6


Zwolse


Kamparklippan 12.7

16.1



‘45 ha


3.F^


Heerde


1270 ha


4

3.6'


erwolde


Afwateri ngseen heden


Afdeling I van Oostelijk Flevoland


VH. Grift van de stuw ten zuidwesten van Wenum tot de stuw te Vaassen (G) De grootte van dit gebied is 2890 ha, waarvan 45 ha polderland. Bij zeer veel waterbezwaar kan de Grift een deel van het overtollige water via de overlaat H lozen op het vierde pand van het Apeldoorns Kanaal. Dit komt echter weinig voor. Zie verder het blad Zutphen-West.


Enkhuizen* Oost

20

Zwolle-West

21

Zwolle-Oost

21

Harderwijk-Oost

26

Hattem-West

27

Hattem-Oost

27

Amersioort Oost

32

Zutphen-West

33

Zutphen-Oost

33


Deze afwateringseenheid, welke geheel uit polderland bestaat, heeft een oppervlakte van ca. 19 000 ha en kan door de gemalen Colijn en Lovink op respectievelijk het Ketelmeer (Ijsselmeer) en het Veluwemeer (afwateringseenheid II) worden bemalen. Zie de bladen Zwolle-West en Harderwijk-Oost.

Onder normale omstandigheden wordt het polderpeil gehandhaafd middels één van de drie pompen van het gemaal Colijn te Ketelhaven. Bij veel waterbezwaar kan tevens een deel van het overtollige water via de ten zuiden van deze plaats gelegen polder-sluis (schutsluis) worden geloosd naar de afwateringseenheid Afdeling II van Oostelijk Flevoland. Zie hiervoor het blad Harderwijk-Oost.

Om het zoutgehalte van het Veluwemeer zo laag mogelijk te houden, wordt het zouthoudende kwelwater uit dit meer uitsluitend via het gemaal Colijn en de eerder genoemde poldersluis geloosd en treedt het gemaal Lovink alleen in werking bij zeer veel neerslag. Zie voor dit gemaal ook onder I|A.


VL Grift beneden de stuw te Vaassen (G). De oppervlakte van dit gebied is 5695 ha, waarvan 55 ha polderland.


VI. Stadsgracht van Hattem c.a. Deze afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 250 ha. Hiervan is 240 ha hoge grond en 10 ha gerioleerd gebied (oude stadsgedeelte van Hattem). Het gehele gebied loost via de Stadsgracht en een uitwateringssluis op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal, dat in open verbinding staat met de IJssel.

Bij langdurige hoge IJsselstanden kan het gebied worden bemalen. Zie ook het blad Hattem-Oost.


VII. Nieuwe Wetering beneden het Verbindingskanaal


II. Veluwemeer


Het Veluwemeer, waarnaar deze afwateringseenheid is genoemd, loost via de Harder-sluis en de Roggebotsluis op het IJsselmeer. Zie de bladen Harderwijk-Oost en Zwolle-West. De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 45 700 ha. Hiervan is 4110 ha boezemwater (Veluwemeer), 2795 ha boezemland, 7430 ha polderland, 475 ha gerioleerd gebied en 30 890 ha hoge grond.

Van de op dit blad voorkomende waterlopen zijn de Puttenerbeek en de Gelderse Gracht de voornaamste.

De afwateringseenheid bestaat uit de hieronder afzonderlijk vermelde delen I|A t/m HL


IIA . Veluwemeer met het rechtstreeks daarop lozende gebied

Dit deel van de afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 18 350 ha, waarvan 4110 ha boezemwater (Veluwemeer), 2795 ha boezemland en 11 445 ha hoge gronden. In de zomer variëren de waterstanden op het Veluwemeer van NAP — 0.20 m tot NAP 0,30 m. In de winter tracht men een peil van NAP — 0,40 m te handhaven (streefpeil). Bij zeer veel neerslag kan het meer ook een deel van het overtollige water ontvangen van de hierboven beschreven afwateringseenheid I, waarbij dan het gemaal Lovink in werking treedt. Met dit gemaal kan in het voorjaar het Veluwemeer worden opgezet met IJsselmeerwater, dat te Ketelhaven wordt ingelaten en via de Hoofdvaart van afwateringseenheid I naar het gemaal Lovink wordt gevoerd.


IIB. Waterlandspolder van Doornspijk, groot 120 ha


I|C. Het Goor, groot 240 ha, waarvan 25 ha hoge grond


I|D. Puttenerbeek. Deze beek voert het water af van een gebied, groot 4665 ha. Hiervan is 745 ha polderland en 3920 ha hoge grond. De Puttenerbeek staat in open verbinding met de vestinggracht van EIburg, welke door sluis C naar het Veluwemeer loost.


I|B. Gerioleerd gebied van de gemeente EIburg, groot 40 ha. In de toekomst zal dit gebied via de in uitvoering zijnde rioolwaterzuiveringsinstallatie lozen.


I|B . Polder Oosterwolde, zuidelijk deel, groot 900 ha. Hiervan bestaat 200 ha uit hoge grond.


IIG. Polder Oosterwolde, noordelijk deel, heeft een totale oppervlakte van 1790 ha en kan door een dieselgemaal op het Veluwemeer worden bemalen (zie het blad Zwolle-West). Van het uit drie delen bestaande gebied komen er twee gedeeltelijk op dit blad voor.


II H. Nieuwe Kanaal en Gelderse Gracht. Het Nieuwe Kanaal vormt met de Gelderse Gracht de hoofdafvoerleiding van een gebied, groot 4195 ha. Hiervan is 1830 ha polderland en 2365 ha hoge grond. Het Nieuwe Kanaal kan vrij lozen op het Veluwemeer en bij veel waterbezwaar daarop worden bemalen. Zie het blad Zwolle-West.


IIL Kamperveen, groot 1925 ha, kan op de Buitenreve worden bemalen. Zie het blad Zwolle-West. De Buitenreve kan van het Veluwemeer worden afgesloten door een keersluis, welke echter gewoonlijk open staat.


IIJ. Hierdense Beek boven de stuw ten zuidoosten van Hierden. Dit gebied bestaat geheel uit hoge gronden en heeft een oppervlakte van 12 935 ha. Zie verder de bladen Harderwijk-Oost, Zutphen-West en Amersfoort-Oost.


III. Laag-ZaIk


Deze afwateringseenheid, bestaande uit 630 ha polderland, loost door middel van een gemaal op de IJssel. Bij lage IJsselstanden geschiedt de lozing op natuurlijke wijze via een sluis naast het gemaal. Zie het blad Zwolle-West.


IV. Polderdistrict Hattem


De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is 2875 ha. Hiervan is 1565 ha polderland en 1310 ha hoge grond. Het gebied kan op de IJssel worden bemalen. Bij lage waterstanden op deze rivier is ook vrije lozing mogelijk. Zie hiervoor het blad Zwolle-West en verder ook de bladen Zwolle-Oost en Hattem-Oost.


V. Apeldoorns Kanaal


Het kanaal, waarnaar deze afwateringseenheid is genoemd, loopt van de IJssel bij Dieren langs Apeldoorn naar de IJssel bij Hattem. Het is 54,6 km lang en wordt door zes schutsluizen verdeeld in zes panden, waarvan het derde en vierde pand gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

Het kanaal wordt gevoed met water uit de IJssel door een gemaal bij Dieren en verder door verschillende aan de westzijde gelegen beken en sprengen. Hiervan is de met een afwijkende kleur aangegeven Grift de voornaamste.

Het kanaal is in beheer en onderhoud bij het rijk. De totale grootte van het erop afwaterende gebied is 30 515 ha. De oppervlakte van de kanaal boezem is ongeveer 111 ha. Zie verder ook de bladen Zutphen-West en -Oost en Hattem-Oost. Van de afwateringseenheid komen de volgende delen, VAt/m Vi , geheel of gedeeltelijk op dit blad voor.


VA. Derde pand. Dit pand loopt van de Koudhoornse Sluis (zie het blad Zutphen-West) tot de Vaassense Sluis (I). Het is 6,3 km lang en heeft een peil van NAP -|- 8,27 m. Het boezemoppervlak is ± 14 ha. Het overtollige water kan via de overlaat I en een omloopleiding afvloeien naar het vierde pand. De grootte van de op het derde pand afwaterende gebieden bedraagt, met inbegrip van de boezem, 2110 ha. Tot deze gebieden behoren de volgende onderdelen: VB en VC .


VB, Wenumse Beek. Dit gebied, groot 450 ha, komt gedeeltelijk aan de zuidrand van dit blad voor. Zie verder het blad Zutphen-West.


VC. Egelbeek. Het via deze beek afwaterende gebied is 1280 ha groot. De beek wordt middels een aquaduct over de Grift geleid en loost vrij op het derde pand.


VD. Vierde pand. Dit pand loopt van de Vaassense Sluis (I) tot de Bonenbergersluis (zie het blad Hattem-Oost) en is 10,2 km lang. De boezem is ± 22 ha groot en heeft een peil van NAP -|- 5,55 m. De oppervlakte van de erop afwaterende gebieden bedraagt, met inbegrip van de boezem, 4345 ha. Tot deze gebieden behoren de volgende onderdelen; V^ en Vf. Zie verder ook onder VU .


VB . Smallertse Beek. De beek, welke door een grondduiker onder de Grift wordt door geleid, voert het water af van een gebied, dat geheel uit hoge gronden bestaat en een oppervlakte heeft van 2300 ha.


Vf . Verloren Beek. Het gebied, dat via deze beek naar het vierde pand loost, heeft een grootte van 2025 ha en bestaat geheel uit hoge gronden. De Verloren Beek wordt door middel van een aquaduct over de Grift geleid. Naast dit aquaduct bevindt zich een sluis, waardoor de beek bij veel waterbezwaar op de Grift kan lozen. Andere belangrijke waterlopen in dit gebied zijn: de Viesbeek, de Paalbeek, de Tongerense Beek en de Klaarbeek,


VG t/m VL Vijfde pand. Dit pand, dat geheel op het blad Hattem-Oost voorkomt, loopt van de Bonenbergersluis tot de Hezenbergersluis. Het heeft een peil van NAP -b 4,00 m en een oppervlakte van ± 20 ha.

Ongeveer 400 m ten zuiden van de Hezenbergersluis bevindt zich in de westelijke kanaaloever een ontlastsluis, waardoor het vijfde pand normaal zijn overtollige water loost op de Oude Grift, welke als omloopleiding dienst doet en via een schotbalkstuw op het zesde pand loost. Tevens is lozing mogelijk door middel van de schuiven in de deuren van de Hezenbergersluis. Zie het blad Hattem-Oost.

De totale oppervlakte van het gebied, dat op het vijfde pand afwatert, is 19 935 ha. Tot dit gebied behoren de geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomende onderdelen VG t/m V1 .


VC . Gebied van hoge gronden, rechtstreeks afwaterend op het vijfde pand De oppervlakte van dit gebied is 4075 ha.


VH en VL Grift. De Grift ontstaat uit de samenvloeiing van de Uchelerbeek met verschillende sprengen ten zuidwesten van Apeldoorn, loopt langs Epe en Heerde en mondt vrij uit in het vijfde pand van het Apeldoorns Kanaal. Zie ook de bladen Zutphen-West en Hattem-Oost. De beek voert het overtollige water af van een aahtal, voornamelijk uit hoge gronden bestaande gebieden, welke een gezamenlijke oppervlakte hebben van 15 860 ha. Slechts 100 ha is polderland. De gemeenten Apeldoorn, Epe en Heerde hebben elk hun deel van de beek in beheer en onderhoud.



Dit gebied, groot 1890 ha, loost via de Evergeunse Sluis, de Evergeune en de Veluwse Wetering op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal, dat in open verbinding staat met de IJssel. Bij veel waterbezwaar en bij buitenwaterstanden van NAP 1,80 à 2,00 m kan de Nieuwe Wetering via een verbindingskanaaltje met hulpsluis lozen naar de Grote Wetering, welke te Wapenveld door een elektrisch gemaal op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal kan worden bemalen. Zie hiervoor het blad Hattem-Oost en verder het blad Zutphen-West.


VlU. Grote Wetering


De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 18 745 ha. De belangrijkste op dit blad voorkomende waterleidingen zijn: de Grote Wetering, de Kleine Wetering, de Apeldoornse Halve Wetering en de Kromme Beek.

Onder normale omstandigheden kan het gehele gebied vrij lozen via de sluizen bij het gemaal te Wapenveld; bij gering waterbezwaar kan het door dit gemaal worden bemalen op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal (IJssel).

Bij veel waterbezwaar wordt de afwateringseenheid verdeeld in twee delen. Het noordelijke deel, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt en een grootte heeft van 8090 ha, loost via de benedenloop van de Grote Wetering en het gemaal te Wapenveld; het zuidelijk deel watert via het toevoerkanaal en het nieuwe gemaal te Terwolde af naar de IJssel. Zie ook de bladen Zutphen-Oost en -West en Hattem-Oost.


Verklaring der tekens


,2 1.5

7.5 0.7


V8


dieselgemaal

elektrisch gemaal

elektrisch gemaal, dient voor inmalen


rioolwaterzuiveringsinstallatie


rioolgemaal klein gemaal


Met opgave van de aard van het bemalingswerktuig (C = cen-


trifugaalpomp; V


vijzel;


S = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoer-hoogte


capaciteit minder dan 5 m’/min


molen, door water gedreven

kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt

uitwateringssluis

uitwaterings-, tevens inlaatsluis

inlaatsluis


hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar) schutsluis


aquaduct

grondduiker

grondduiker, aan één zijde afsluitbaar


vaste stuw


regelbare stuw

bodemval


peilmerk van het NAP

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)


p.-tio

polderpeil

Z.S. 0.10

zomerwaterstand

z.p.^0.20

zomerpeil

w.p. - 0.10

winterpeil

K.p.-0.30

kanaal peil

in een polder

18.0


in m t.o.v. NAP


180 ha


hoogtecijfer nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ƒ

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000 waterleiding, hoofdzakelijk dienende voor waterinlaat

tweede waterkering

provinciale grens

administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar, waar zij afwijkt van de waterstaat).


Toelichting


Ten aanzien


van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in af-


wateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Gerioleerde gebieden, gelegen in een afwateringseenheid, zijn ongekleurd en zonodig omgeven door een smalle bies.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven.

De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren. De namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men de betreffende peilinerkkaarten van het NAP met de bijbehorende staten. Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Christoffel Plantijnstraat 1, ’s-Gravenhage.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Boorlaan 2, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 182610.


Hattem-West






Lniversitelts« bibliotheek Utrecht


-ocr page 67-

Sluizen en stuwen

Langs het Veluwemeer

Wijdte in de dag in m

Slagdrempel-hoogte in m t.o.v. NAP

A. Lummermerksluis, inlaatsluis; één opening met aan de binnenzijde één schuif.............

2,00

— 0,72

B. Eektermerksluis, uitwaterings- tevens inlaatsluis; één opening met aan de buitenzijde één deur ....

1,38

— 0,63

C. Uitwateringssluis voor de Puttenerbeek en de vestinggracht van EIburg; één opening met twee paar punt-deuren.....................

2,00

— 0,80

D. Goorsluis, uitwaterings- tevens inlaatsluis, voor de Goorbeek; één opening met aan de buitenzijde één deur......................

1,40

— 0,60

E. Uitwateringssluis voor de Waterlandspolder van Doornspijk; één opening met aan de binnenzijde één schuif en aan de buitenzijde één deur........

0,90

— 0,23

In de Gelderse Gracht

F. Zuidersluis, uitwateringssluis voor het op de Gelderse Gracht lozende gebied; één opening met één schuif......................

3,00

— 0,70

In de Grift

G. Stuw ten noordoosten van Vaassen ; één opening, afsluitbaar met schotbalken............

3,00

5,97

Tussen de Grift en het Apeldoorns Kanaal

H. Overlaat; vier openingen, afgesloten met schotbalken, elke opening...............

Maximum-hoogte van de overlaat is NAP -|- 6,87 m.

3,00

-1- 5,97

In het Apeldoorns Kanaal

I. Vaassense Sluis, schutsluis tussen het derde en

vierde pand; twee paar puntdeuren Benedenhoofd..................

6,00

-1- 3,45

Bovenhoofd...................

6,00

6,17

In de westelijke oever van het Apeldoorns Kanaal, ten zuiden van sluis I

J. Overlaat; één opening, afgesloten met schotbalken Maximum-hoogte van de overlaat is NAP -|- 8,48 m.

3,00

7,64

K. Vaste stuw in de omloopleiding van het derde naar het vierde pand van het Apeldoorns Kanaal.....

2,25

De kruinhoogte bedraagt NAP 5,94 m

-ocr page 68-

AFWATERINGSEENHEDEN


I. Afwateringseenheden, lozende op de IJssel, builen de hoofde waterkering gelegen


De gezamenlijke grootte van de gebieden, die op dit blad voorkomen bedraagt 1425 ha., waarvan 460 ha afwatert op het zesde pand van hel Apeldoorns Kanaal.

Zie voorts de bladen IlatieniAi'est, Zutphen-Oosl, Zwolle-West en -Oost.


II. Afwateringseenheid Polderdistrict Hattem

Een klein gedeelte van dit gebied komt voor m de noordwesthoek van het blad.

Poor nadere bijzonderheden zie de bladen Zwolle-West en Hattem-West.


III. Afwateringseenheid van de Grote Wetering

De voornaamste waterleidingen, welke met de Grote Wetering in verbinding staan, zijn ; de Terwoldse Wetering, de Stroombreed en het Verbindingskanaal.

Ilij weinig ivateraanvoer en lage IJsselstanden kan de Grote Wetering vrij afwatcren op het benedenpand van het Apeldoorns Kanaal door een uitwateringssluis (E) in de Veluwse llandijk.

Hij veel wateraanvoer en hoge IJsselstanden wordt de afivaterings-eenheid bemalen-, men kan dun twee bemaUngskringen onderscheiden : III A l.m. III II gebieden, welke bemalen ivordcn door het gemaal te Wapenvelde, groot SISO ha ; in bijzondere gevallen wordt een gebied, groot 2015 ha, eveneens bemalen (zie IV).

Naast het gemaal bevindt zich een uitwateringssluis met een schuif, waarmede de volgende peilen worden gehandhaafd :

zomcrpcil ± 1,35 m N.A.P.;

winterpeil 1,20 m N.A.P.

IIII het gebied, dat bemalen wordt door het gemaal te Tenvolde, groot 10 S40 ha. Bij lage IJsselstanden kan vrij worden afgestroomd door twee afsluitbare duikers naast het gemaal.

IIcl peil bij het gemaal bedraagt 3,10 m N.A.P.; in droge tijden wordt dit peil, door inmaling gehandhaafd.

Zie tevens de bladen Ilattem-West en Zutphen-West en -Oost.


IV. Afwateringseenheid van de Nieuwe Wetering

liet stroomgebied, dat bestaat uit twee afzonderlijke delen, heeft een totale grootte van 2015 ha.

De Wetering loost via een uitwateringssluis (D) op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal.

Bij grote watertoevoer kan ze via een hulpsluis worden bemalen door het gemaal te Wapcnvclde.

liet zomcrpcil aan de sluis bedraagt ± 1,60 m )- N.A.P.

Zie tevens de bladen Ilattem-West en Zutphen-West.


V. Afwateringseenheid van het Apeldoorns Kanaal

Hel gebied, dal op het vijfde pand afwatert, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 3850 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Ilattem-West en Zutphen-West en -Oost.


VI. Afwateringseenheid van het benedenpand van het Overijssels Kanaal, hoofdkanaal Zwolle-Almelo (Nieuwe Wetering)


Dit pand stacd in open verbinding met de stadsgrachten van Zwolle. Van het gebied 7net een totale grootte van 49 245 ha is de onderverdeling als volgt :

VM. Het gebied, rechtstreeks lozend op de Nicuzee Wetering. Het bestaat uit polderland en hoge gronden en heeft een grootte van 42 095 ha.

VIB. stroomgebied van de Marszuetcring, groot 2185 ha.

Vic. Gebied, lozende via het gemaal vaiz waterschap Dulmsholte op het Izoeede pand van hel Overijssels Kanaal, groot 3965 ha.

VID. Gebied, direct lozend op het izceede pand van hel Overijssels Kanaal, groot 1000 ha.

VIB. Derde pand van het Overijssels Kanaal ; hierop zvateren geen gronden af.

Zie tevens blad Almelo-West.


VIL Afwateringseenheid van de Vecht

Boezem van het vierde pand van het Overijssels Kanaal, hoofdkanaal Zzvolle-Almelo en het Zijkanaal Lemelerveld-Deventer. Dit gebied maakt deel uit van de Midden-Regge (Zie Almclo-lVest}. Dc totale grootte van het gebied, dat afzeatert op het Zijkanaal Lcmeler-veld-Devcnter bedraagt 4930 ha. (VIIA en VII B) Dc Sennipman-sluis (L) zvordt gesloten, als het K.P. van het vierde pand stijgt boven 5,70 m N.A.P.

Zie levens blad Almelo-West.


VIII. Afwateringseenheid van de Schipbeek

Een klein gedeelte van het stroomgebied komt voor in de zuidoosthoek van het blad.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Almelo-West en Groenlo-West en -Oost.


IX. Afwateringseenheid van de Dortherbeek

Een klein gedeelte van het stroomgebied komt voor aan de zuidzijde van het blad.

Voor nadere bijzonderhedezz zie de bladen Zutphen-Oost ezi Groenlo-West.


X. Afwateringseenheid van de Hezenbergerslnis.

Dit gebied, dat af watert op het zesde pand van het Apeldoorns kanaal heeft een grootte van 790 ha, zvaan^an 80 ha polderland.

Zie ook blad Ilattem-West.


XI. Afwateringseenheid Riolering Deventer.

Van dit gebied komt een klein deel voor aan dc zuidrand vazz dit blad.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Zutphen-Oost.


SLUIZEN


■wijdte in nbsp;nbsp;slagdrem-

de dag in nbsp;nbsp;pelhoogte

m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v.

N.A.P. in m In het Apeldoorns Kanaal

pand ; twee paar pzmtdeziren, sehzitkolklengte 32 m......6,00

Bovenhoofd....................3,63

Benedenhoofd...................2,08

pand; twee paar punideziren, sehzitkolklengte 32 zn . . . . nbsp;nbsp;6,00

Bovenhoofd....................2.00 -{-

Benedenhoofd...................1,78 —■

C. Ontlastsluis vazi het vijfde pand ; drie openenizzgen, elk

nzet één schzzif, elke opening..............1,26 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,11

In de Veluwse Bandijk

Wetering, twee openingen, elk met één deur, elke openizzg . . . nbsp;nbsp;3.50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,87

E. Grote sluis, uitwaleringsslzzis van de Grote Wetering;

één opening met één paar puntdeuren..........5,67 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,35

Leigraaf ; één opening met één paar pzzntdeuren.......3,63 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,96 -V

De sluis doel zeeinig dienst meer.

In de Marswetering

1,80

In het Overijssels Kanaal, hoofdkanaal Zwolle-Almelo

sluis no. 1} ; tzvee paar pzznldeuren, schutkolklengte 40,00 m 6,00 Bovenhoofd....................0,55 —

Benedenhoofd....................2,10 —

I. Ontlastsluis vazz het tzveede pand; drie openingezi met

schotbalken, elke openizzg...............2,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,35

(vloer)

J. Schutsluis tussen het tzveede en derde pand (schzdsluis

no. 11}; tweepaarpzzntdezzren, schzztkolklengtc 40,00 zn . . . nbsp;nbsp;6,00

Bovenhoofd....................1,90

Benedenhoofd...................0,25

K. Schutsluis tussen het derde en vierde pands (schutsluis

zio. III}; tzvee paar pzzntdeuren, schzztkotklengte 40,00 m 6,00 Bovenhoofd....................3,85

Benedenhoofd...................2,25

In het zijkanaal Lemelerveld-Deventer

L. Sennipmansluis, schutsluis tzzssezi het eerste en tweede patzd; tzvee paar puntdeuren schzztkolklengte 40,00 m . . 6,00 Dc slagdrempels zijn even hoog............3,90


VERKLARING


DER TEKENS


300


Elektrisch gemaal, dienende voor uitmalen

EIektris(th gemaal, dienende voor in- en uitmalen


Klein geniaal, capaciteit minder dan 5 m’/min

Kleine windmolen, raddiameter Rioolgemaal (met opgave van


p. — 0.10

ip. 0.28 w.p. 0.40 Kp. 2.05


5065 ha


Schaal 1 : 50000


Zwolle West

21

Zwolle Oost

21

Coevorden West

22

Hactem West

27

Hactem Oost

27

Almelo West

28

Zuephen West

33

Zuephen Oost

33

GroenIo West

34

Herzien in 1954-55





/ met opgave van de aard van het bemalingswcrktuig (c =

1 centrifugaalpomp, s = schroef i pomp) en het aantal m’ watcr-f verzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte)


minder dan 5 m

het aantal m’ waterverzet per


minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte)

Schutsluis

Uitwateringssluis

Inlaatsluis

Uitwaterings-, tevens inlaatsluis

Hulpsluis

Grondduikcr

Afsluitbare grondduiker

Regelbare stuw

Vaste stuw

l’eilschaal

Peilmerk van het X.A.P.

Poldcrpeil

Zomcrpcil

Winterpeil

Kanaalpcil

Hoogtecijfer

Verharde weg

Riolering in de kleur van dc afwateringseenheid, waartoe zij behoort

Grootte van de afwateringseenheid of onderdelen in ha volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25 000, met de poolplanimetcr

Provinciale grens

Administratieve grens van een waterschap

I loofdwatcrkering


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

Pohler De Hoenwaard (1}; — N.V. Overijsselse Slecnfabriekezi 1 (2}; N.V. Overijsselse Steenfabrieken II (3}; — Het Veen (4}.


TOELICHTING


Iedere afwateringseenheid is aangeduid met een eigen kleur en wordt begrensd door een brede bies. Een smalle bies in dezelfde kleur geeft de begrenzing aan van de onderdelen der afwateringseenheden. Een smalle bies van een andere kleur binnen die afwateringseenheid geeft de begrenzing aan van een belangrijk onderdeel daarvan, dat voor dc duidelijkheid door een andere kleur is aangegeven. Waar deze smalle bies echter samenvalt met de begrenzing van de afwateringseenheid wordt zij vervangen door de brede bies in de kleur van die afwateringseenheid. Een volgckleurd gebied geeft een onderdeel aan van een afwateringseenheid, dat een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezit. Afwateringseenheden buiten de hoofdwaterkering gelegen zijn aangeduid in de geelgroene kleur.

De grens tussen hoge gronden en het polderland, waarop zij afwatcren, is aangegeven door een geblokte bies.

Dc belangrijkste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van het gebied, waartoe zij behoren; namen zijn in rood bijgeplaatst.

De namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Voor administratieve gegevens en gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, w'ordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Overijssel, behorende bij de Water-staatskaart.

Dc volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst en AVaterhuishouding van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25 te ’s-Gravenhage, telefoon 0 1700-183280.

De waterstaatskaarten zijn af 5.— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage, en door bemiddeling van alle postkantoren.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN







1 - dec 1960


-ocr page 69-

6*155'


52 i25'


V JTatërschap-


. ■, il^drii-i ^t^o^^'^ttlvi

L. Betonstuw, zeven openingen, hiervan drie openingen met dubbele

schuiven, elke opening.......

Twee openingen met schotbalken, elke opening.............

Idem, elke opening.......

2,30

5,50

5,59

5,22

6,47

6,47

6,17

In de Boven-Regge

M. Schotbalkstuw, vier openingen, tivee openingen, elk......

Tivee openingen, elk......

2,40

3,00

6,50

6,50

^’^^ tot 7,80

N. Schotbalkstuw, drie openingen, elke opening........

Twee buitenste stuwdrempels . . .

Middelste stuwdrempel.....

2,06

7,12

6,94

8,10

O. Schotbalkstuw, twee openin-gen, elke opening.........

2,10

7,41

8,55

P. Schotbalkstuw, drie openingen, elke opening.........

1,80

8,20

9,15


Q. Grondduiker onder het Over-

ijssels Kanaal, afsluitbaar met schui-

tot

ven, twee openingen, elke opening . .

2,30

7,05

7,40

R. Schotbalkstuw, vijf openingen.

middelste opening met schuif . . . .

2,50

6,20

Overige openingen met schotbalken .

2,00

6,20

8,15

S. Schotbalkstuw, vier openingen.

elke opening..........

2,05

7,05

8,25


ï:£io


52 20’


52 ise h

20

Zwolle oost 21

Coevorden west 22

Coevorden oost 22

Hatte m oost 27

Almelo west 28

Almelo oost 28

Zutphen oost 33

Groenio west 34

Groenio oost 34

Herzien m 1954^ 55


I®. Tweede pand van het Overijssels Kanaal, benmlen gronden van waterschap Dalmsholte, groot 3965 ha.

De totale grootte van het stroomgebied bedraagt 49 245 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie blad Hattem-Oost.

Van het gebied met een totale grootte van circa 375 000 ha, waarvan 186 000 ha Nederlands gebied, is de onderverdeling als volgt:

Vecht


IIB. Zesde pand van het Overijssels Kanaal, hoofdkanaal

Zwolle—Almelo, zijkanaal Vroomshoop—De Haandrlk en eerste pand van het Vriezenveense Veenkanaal

Dit gebied maakt deel uit van de Vecht tussen de stuwen te Junne en die te Mariënberg.

Een van de delen, groot 190 ha, hetwelk op deze boezem afwatert, komt op dit blad voor.

Iic. Bovenpand van het Vriezenveense Veenkanaal

Het gebied, dat zijn water hierop afvoert, komt voor een klein gedeelte aan de oostrand van het blad voor en heeft een grootte van 12 000 ha.

Overtollig water kan via een ontlastsluis (sluis F) en een stroom-duiker worden af gevoerd naar hctzijkanaal Vroomshoop—De Haandrik.

De Beneden-Regge maakt deel uit van de Vecht tussen de stuwen te Vilstcrcn en die ie Junne. De totale grootte van het stroomgebied bedraagt 22 015 ha.

De Midden-Regge staat met een aftakking in open verbinding met het vierde pand van het Overijssels Kanaal. Het aangevoerde water wordt door een grondduiker en via een stuw (stuw H) af gevoerd naar de Beneden-Regge. Het stuwpeil aan de stuw bedraagt 5,60 m -I- N.A.P.

De totale grootte van het gebied, dat op de Midden-Regge afwatert en dat ondcrverdeeld is in drie onderdelen, waarvan er één op dit blad voorkomt, bedraagt 59 870 ha.

De totale grootte van het gebied, dat op de Boven-Regge afwatert en onderverdeeld is in zeven onderdelen, waarvan er één geheel en twee gedeeltelijk op dit blad voorkomen, bedraagt 7680 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Almelo-Oost en Groenlo-West en -Oost.

HL Afwateringseenheid van de Twentekanalen

Op dit blad komt een gedeelte voor van het zijkanaal naar Almelo, onderdeel van het tweede pand van het kanaal Zutphen—Enschede van de Twentekanalen.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Almelo-Oost, Groenlo-West en -Oost en Zutphen-Oost.

IV®. Het gebied, dat afwatert op de Schipbeek tussen de Sandermansstuw en de Banninkstuw, groot 3325 ha.

Genoemde kunstwerken komen voor op blad Groenlo-West.

De totale grootte van het stroomgebied bedraagt 28 630 ha, waarvan

15 700 ha Duits gebied.

Zie tevens blad Grocnlo-Oost.

Universiteits-

bibiiothôek

Utrecht

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen het vierde en het vijfde pand (sluis no. 4), twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40 m.....

Bovenhoofd....................

Benedenhoofd...................

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen het vijfde en het zesde pand (sluis no. 5), twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40 m......

Bovenhoofd....................

Benedenhoofd...................

  • C. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen het zesde en het zevende pand, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 40 m..........

Bovenhoofd....................

Benedenhoofd...................

De drempel van het bovenhoofd kan zo nodig verlaagd worden tot 6,80 m 4- N.A.P.

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen het benedenpand en het bovenpand, twee paar pmitdeuren, schutkolklengte 40 m........

De slagdrempels zijn even hoog............

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis tussen de Kalkwijk en het Nieuwe Stroomkanaal, één opening met één paar puntdeuren........

De sluis is alleen tijdens de aardappelcampagne geopend.

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Ontlastsluis van het bovenpand van het Vriezenveense Veenkanaal naar het Nieuwe Stroomkanaal, drie openingen, elk met één schuif, elke opening.............

    Hoogte -{- N.A.P.

    wijdte of

    stuw- bovenkant

    stuwpeil

    STUWEN

    kruin-

    drem- vloer

    breedte

    pel

    in ni

    In de Beneden-Regge G. Schotbalkstuw, zeven openin-

    gen, elke openmg ........

    4,00

    Eén opening met schriif......

    2,42

    Tioee openingen met schotbalken .

    2,42

    Vier openingen met schotbalken . .

    H. Beweegbare stuw, drie ope-

    3,68

    4,35

    ningen, afsluitbaar met stoneyschuiven, elke opening..........

    3,90

    2,60

    5,60

    In de Linderbeek

    I. Schotbalkstuw, drie openingen, elke opening.........

    4,00

    2,81

    4,76

    J. Schotbalkstuw, zelfde constructie ...............

    4,00

    3,40

    5,55

    K. Schotbalkstuw, zelfde constructie ...............

    4,00

    4,37

    6,87


    Klein gemaal ; capaciteit minder dan 5 m’/min

    Kleine windmolen ; vlucht of raddiameter minder dan 5 m

    Schutsluis

    Uitwateringssluis

    Grondduiker

    Afsluitbare grondduiker

    Vaste stuw

    Regelbare stuw

    Peilschaal

    Peilmerk van het N.A.P.

    Kanaalpeil in m t.o.v. N.A.P.

    Hoogtecijfer t.o.v. N.A.P.

    Verharde weg

    Riolering in de kleur van het stroomgebied, waartoe zij behoort Grootte van boezem of stroomgebied volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25 ÓOO, met de poolplanimeter Administratieve grens van een waterschap


    Iedere afwateringseenheid is aangeduid met een eigen kleur en wordt begrensd door een brede bies.

    Een smalle bies in dezelfde kleur geeft de begrenzing aan van de onderdelen der afwateringseenheden.

    Een smalle bies van een andere kleur binnen die afwateringseenheid geeft de begrenzing aan van een belangrijk onderdeel daarvan, dat voor de duidelijkheid door een andere kleur is aangegeven.

    Waar deze smalle bies echter samenvalt met de begrenzing van de afwateringseenheid, wordt zij vervangen door de brede bies in de kleur van die afwateringseenheid.

    Een volgekleurd gebied geeft een onderverdeling aan van een afwateringseenheid, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezit.

    De belangrijkste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van het gebied, waartoe zij behoren; namen zijn in rood bijgeplaatst.

    De namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

    Voor administratieve gegevens en gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Overijssel, behorende bij de Water-staatskaart.

    De volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst en Waterhuishouding van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon K 1700-183280.

    De waterstaatskaarten zijn à ƒ 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage, en door bemiddeling van alle postkantoren.



-ocr page 70-

S/2^''àcrts ^


^i^3


i.5


22.0


pop


7/oide


20.0


Ruilverkaveling in uitvoering


2((.2


^6.3


[gew


■r t^’ÂïZrô«^

^OOff ha waarvan 6445 ha Ned. gebied


andvanSquot;^.


29.51^^,


so^


50.3


86.0


89.2


151.9


t68.6


18.9 l^e.9t JuvAtr


17.0


18.3^^


b ó ^2.6 y


AFWATERINGSEENHEDEN


SLUIZEN EN STUWEN


Kanaal Almelo—Nordhorn


Slagdrempel-Wijdte hoogte in m t.o.v.


in de dag in m


N.A.P.


Beneden-hoofd


Bovenhoofd


46.0

42470 ha waarvan 50 ha Ned. fébied


I. Afwateringseenheid van de Vecht


Van het gebied, met een totale grootte van circa 375 000 ha, waarvan 186 000 ha Nederlands gebied, is de onderverdeling als volgt .•

■Hl gebied, afwaterend op de Vecht (IA, IB, IC, ID, IE)

gebied, afwaterend op de Hegge (IF, 10, IH, II, IJ, IK)


52 20':


bthln^


1 eA/

17.1


'gifteer


36.8


3510 ha

23.0


6 45


28.3


38.0

Waterschap


de


i8.2


5855 ha

39.6


31.8


26.4


23.0


Benedendinkel

21.2


20.8


-52 hü


Vecht

IA. Vecht tussen de stuwen te Junne en Marienberg

In de noordwesthoek van dit blad komt een klein deel van dit gebied voor, de grootte bedraagt 5407 ha.

IB. Geestersch Stroomkanaal, bovenpand van het Vriezenveensche Veenkanaal

Het gebied, dat zijn water hierop afvoert, komt gedeeltelijk op dit blad voor en heeft een grootte van 12 000 ha, waarvan 6445 ha Nederlands gebied.

IC. Vecht tussen de stuwen te Nordhorn en de stuw te De Haandrik

Een deel van het gebied, dat via de Dinkel beneden de stuwen te Neuenhaus hierop afwatert, komt in de noordoosthoek van dit blad voor en heeft een grootte van 42 470 ha, waarvan 50 ha Nederlands gebied.

ID. Dinkel, Lager Omvloed en het Dinkelkanaal

Het gebied, dat hierop afwatert, heeft een grootte van 2570 ha, waarvan 1150 ha Nederlands gebied.


IE. Hollandsche Graven boven de stuw in de mond

Het gebied, dat hierop afwatert, heeft een grootte van 5855 ha.

Kegge

IF. Eerste Wetering, Derde Wetering, Oudewegsbeek (Beneden-Regge)

Het gebied, dat hierop afwatert, heeft een grootte van 5645 ha.

IG. Markgraven, Hollandergraven, Vriezenveensche A (Beneden-Regge)

Het gebied, dat hierop afwaterl, heeft een grootte van 6765 ha.

IH. Midden-Regge tussen de grondduiker te Hankate en stuw M bij de mond van de Exosche A (zie blad Almelo- West)

Het gebied, dat hierop afwatert en waarin de voornaamste stromen zijn : Weezebeek, Loolee, Oammelker beek e.a., heeft een grootte van 51 990 ha.

Hel gebied, dat hierop afwatert en waarin de voornaamste stroom is de Oelerbeek, heeft een grootte van 320 ha. Bovendien ontvangt dit gebied het water, dat afwatert op het gebied van de Twekkeler beek, Boekeler beek en Hegebeek, groot 7580 ha, waarvan 6690 ha Nederlands gebied.

Aan de linkeroever van de Oelerbeek, ten noorden van de weg Bome— Belden, bevindt zich een overlaat (H), waardoor bij veel waterbezwaar het water van een gebied met een grootte van 7880 ha, waarvan 7010 ha Nederlands gebied, kan worden afgevoerd naar de Twikkelsche Vaart.

Het gebied, dat voor een klein deel in de zuidoosthoek van dit blad voorkomt, heeft een grootte van 3735 ha.

Het gebied, dat hierop afwatert en waarin de voornaamste stroom is de Twikkelsche Vaart, heeft een grootte van 3510 ha.

Het gebied, dat afwatert op de Dinkel tussen de stuw te Lage en de stuwen te Neuenhaus, is onderverdeeld in drie onderdelen, waarvan twee gedeeltelijk op dit blad voorkomen (ID, IE).

De gezamenlijke grootte van dat gebied bedraagt 19 005 ha.

Het gebied, behorende tot het stroomgebied van de Beneden-Regge beneden de grondduiker onder het Overijsselsch Kanaal, Hoofdkanaal Zwolle— Almelo te Hankate, maakt deel uit van het gebied, behorende bij de Vecht tussen de stuwen te Vilsteren en Junne en is onderverdeeld in drie onderdelen, waarvan twee geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen (IF, 10). De totale grootte van dit gebied bedraagt 22 015 ha.

Het gebied, behorende tot het stroomgebied van de Midden- en Boven-Regge boven de grondduiker onder het Overijsselsch Kanaal, Hoofdkanaal Zwolle—Almelo te Hankate, maakt eveneens deel uit van het gebied, behorende bij de Vecht tussen de stuwen te Vilsteren en Junne en staat in open verbinding met het vierde pand van het Overijsselsch Kanaal.

De gezamenlijke grootte van het gebied, dat op de Midden-Regge afwatert en onderverdeeld is in drie onderdelen, waarvan twee gedeeltelijk op dit blad voorkomen (IH, II), bedraagt 59 870 ha, waarvan 59 000 ha Nederlands gebied.

De gezamenlijke grootte van het gebied, dat op de Boven-Regge afwatert en onderverdeeld is in zeven onderdelen, waarvan twee gedeeltelijk op dit blad voorkomen (IJ, IK), bedraagt 7680 ha.

Voor nadere bijzonderheden zie de bladen Goevorden-Oost en -West, Groenlo-Oost en -West, Denekamp en Almelo-West.


H. Afwateringseenheid van de Twentekanalen

Het gebied, dat op de Twentekanalen afwatert, heeft een gezatnenlijke grootte van ca. 68100 ha, waarvan ca. 36 700 ha Nederlands gebied, en bestaat uit veertien onderdelen, waarvan zes geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

IIa. Tweede pand van het kanaal Zutphen—Enschede en Zijkanaal naar Almelo van de Twentekanalen

Met dit pand ligt gemeen het zevemle pand van het Overijsselsch Kanaal, Hoofdkanaal Zwolle—Almelo, het eerste pantl van het kanaal Abnelo— Nordhorn.

Het gebied, dat hierop afwatert, heeft een gezamenlijke grootte van 23 900 ha en is onderverdeeld in vijf onderdelen, waarvan één voorkomt aan de zuidrand van dit blad ; de grootte bedraagt 15 085 ha.

Ilb. Tweede pand van het Kanaal Almelo—Nordhorn

Het gebied, dat hierop afwatert, ligt aan de noordzijde van het kanaal en heeft een grootte van 115 ha.

Het peil bedraagt 10,60 m -P N.A.F. (gewenst peil 10,80 m -p N.A.P.).

IIc. Derde pand van het Kanaal Almelo—Nordhorn

Hierop wateren geen gronden af.


Ild. Vierde pand van het Kanaal Almelo—Nordhorn

Het gebied, dat hierop afwatert, ligt aan de zuidzijde van het kanaal en heeft een grootte van 20 ha.

Het peil bedraagt 14,40 m -P N.A.P.

IIe. Vijfde pand van het Kanaal Almelo—Nordhorn

Het gebied, dat hierop afwatert, ligt aan weerszijden van het kanaal ett heeft een grootte van 110 ha.

Het peil bedraagt 16,60 m N.A.P.

Hf. Zesde pand van het Kanaal Almelo—Nordhorn

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit vijf afzonderlijke delen, waarvan één op dit blad voorkomt met een grootte van 500 ha.

De gezamenlijke grootte bedraagt 41 679 ha, waarvan 11 354 ha Nederlands gebied.

Overtollig water wordt via de Dinkel afgevoerd naar de Vecht door een ontlastsluis in de noordelijke kanaaldijk (zie blad Denekamp).

Het peil bedraagt 21,35 m -p N.A.P.

Hg. Derde pand van het Kanaal Zutphen—Enschede van de Twentekanalen

Een klein deel komt aan de zuidrand van dit blad voor en heeft een grootte van 20 ha.

Voor nadere bijzonfierheden zie de bladen Denekamp, Oroenlo-Oost en -West, Zutphen-Oost en Almelo-West.



6,00

7,35

8,15

6,00

8,15

10,55

6,00

10,55

12,5-5

6,00

12,55

14,75

6,00

14,75

16,95

19,15


OveriJsselsch Kanaal, Hoofdkanaal Zwolle-Almelo


F. Grondduiker in de Hollandergraven ; twee openingen met elke opening 2,30 X 1,60 m, bodemhoogte 7,05 m -)- N.A.P., stuwhoogte 8,80 m-(-N.Ä.P.


Azelerbeek


stalen


schuiven, 8,60 m tot


G. Beweegbare houten stuw; zeven openingen, elke opening 0,87 m breed, slag-drempelhoogte 13,85 m -p N.A.P.


H. Overlaat; met betonnen schotbalken-, slagdrempelhoogte 13,60 m -|- N.A.P. stuwhoogte 14,11 m -p N.A.P,


VERKLARING DER TEKENS


I'io


Rioolgemaal (met opgave van het aantal m® waterverzet per minuut bij de in ra aangogoven opvoerhoogte)


Rioolzuiveringsinstallatio


;^ Schutsluis


»gt; Gekoppelde sluis


gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluis

X nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis

Xu Uitwaterings-, tevens inlaatsluis

o—o nbsp;nbsp;Grondduiker

Afsluitbare grondduiker

1_i Stuw

|Jt; Regelbare stuw


Bodemval


.111---Peilschaal


, „■,---Peilschaal, geregeld waargenoraen


Verkenraerk t.o.v. N.A.P.


HHliiil Overlaat

Verharde weg

Grootte van de afwateringseenheid of onderdelen in ha volgens meting op 20 ha de topografische kaart, schaal 1 : 25 000, met de poolplanimeter

------Administratieve grens van een waterschap

^-_ -^— Rijksgrens


TOELICHTING


Iedere afwateringseenheid is aangeduid met een eigen kleur en wordt begrensd door een brede bies. Een smalle bies in dezelfde kleur geeft de begrenzing aan van de onderdelen der afwateringsoenhedon. Een smalle bies van oen andere kleur binnen die afwateringseenheid geeft de begrenzing aan van oen belangrijk onderdeel daarvan, dat voor de duidelijkheid door een andere kleur is aangegeven.

Waar deze smalle bies echter samenvalt met de begrenzing van de afwateringseenheid, wordt zij vervangen door de brede bies in de kleur van die afwateringseenheid.

De belangrijkste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van het gebied, waartoe zij behoren; namen zijn in roolt;l bijgeplaatst.

De namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegevon.

Voor administratieve gegevens en gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgonomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van do provincie Overijssel, behorende bij de Water-staatskaart. Do volledige gegevens der bemalingsinstallatios, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in do waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst en Waterhuishouding van de Rijkswaterstaat, Konings-kade 25, te ’s-Gravonhago, telefoon K 1700-183280.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage, en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN



Universiteitsbibliotheek Utrecht


28 ARCHtET ALMELO OOSf



-ocr page 71-

SLUIZEN EN STUWEN

Wijdte Drempel-

Stuw-hoogte in m t.O.V.

N.A.P.

VERKLARING DER TEKENS

in do dag in m

hoogte in m t.O.V.

N.A.P.

*

«

Molen, door water gedreven

Schutsluis

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Houten stuw van de watermolen te Lage in de Dinkel ; zes openingen, ieder met een houten schuif.

De vier eerste openingen dienen voor afwatering, de twee laatste voor de molen.

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Betonnen stuw in de Lager Omvloed ; drie openhl-

0,95

1,00

1,40

1,30

0,95

0,9,3

17,02

17,02

1- 17,02

1- 17,02

17,02

1- 17,02

18,29

X -□----

Ontlastsluis of afsluitbare duiker

Grondduiker

Stuw

Peilmerk van het N.A.P.

gen, ieder met een houten schuif ; elke opening.....

  • C. nbsp;nbsp;nbsp;Betonnen stuw in de Hollandsche Graven ; twee openinge7i ; elke opening ..............

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Vaste houten stuw hi de Qele Beek ; een opening

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Ontlastsluis in de noordelijke dijk van het Kanaal Almelo—Nordhor^i ; ze^s openingen, elk met een houten schuif ; iedere opening...............

Deze sluis wordt alleen gebruikt bij zeer grote waterafvoer van de Dinkel.

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Gemetselde stuw in de grondduiker onder hel Kanaal Almelo—Nordhorn ; twee openingen, elk met een

4,50

2,00

6,70

1,90

16,36

16,69

19.40

18,31

-t- 18,19

I- lfi,14

-h 21,60

IIIIIIIIIIHIIIIIIII

3S.4

110 ha

Peilschaal, g(n'lt;^geld waargenomen

Peilschaal, zelfrogistrerend

Overlaat

Hoogteeijfer in m boven N.A.P.

Verharde weg

Spoorweg

Grootte van een stroomgebied volgens meting oj) de topografische kaart 1 : 25 000 mtd- de poolplanimeter

stoneyschuif ; elke opening.............

4,80

■h 20,00

21,60

Grens van een waterschap


G. Houten stuw van de uxitermolen van Singraven in de Dinkel ; aeht openingen, elk fnet een houten schuif.

De derde, zevende en achtste opening dienen voor de. molen, de overige voor de aftentering.


H. Houten stuw ten westen van ile watermolen van Singraven in de. Bijdinkel ; aeht openingen, elk met een houten schuif.


BOEZEM- EN STROOMGEBIEDEN


l. Vecht,


liewerking: Alg. Dienst Kijkswaterstnat.

Keprodnelie : lopografische Dienst.


Schaal 1: 50000





29


0,9-5 0,90 0,81

0,81

0,80

0,83

0,96

0,99


0,99

0,93

0,97

0,87

0,86

0,97

0,93

0,9-5


vanaf de oorsprong tot aan de stuw


22,67

-I- 22,67

I- 22,27

22,27

22,27

22,57

22,24

22,24


24.02


24,02


te De Haandrik


Het gebied, dat hierop afwatert, heeft, met inbegrip van de boezem, een. totale grootte van 109 250 hu, waarvan 109 190 ha Duits gebie^l.

Het bestaat uit twee delen :


I A. Vecht, tussen de stuwen te Nordhorn en de stuw te De Haandrik, Dinkel beneden de stuwen te Neuenhaus

Het gebied, dat. hierop af watert, bestaat uit boezemland. en hoge, gronden. Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 42 470 ha, waarvan 42 410 ha Duit,s gebied, en komt gedeeltelijk op dit blad voor.

Zie tevens de bladen Nieuw-Schoonebeek en Coevorden-Oost.

I B. Vecht, vanaf de oorsprong tot de stuwen te Nordhorn

Het gebied, ilat hierop afwatert, bestaat uit boezemland en hoge, gronden. Het heeft, met. inbegrip van de boezem, een grootte van 66 780 ha. is geheel in Duitsland gelegen en komt gedeeltelijk op dit blad voor.


II. Dinkel, tussen de stuwen te Neuenhaus en de stuw te Lage

De voornaamste wateren in dit gebied zijn Lager Dmvlned, Dinkelkanaal, Hollandsche Draven, Qele Beek en Rammelbeek.

Het gebied, dat hierop afwatert, heeft, met inbegrip van de. boezem, een totale grootte van 19 005 ha, waarvan 8250 ha Duits gebied.

Het bestaat uit drie delen :


II A. Het gebied, afwaterend op de Dinkel, Lager Omvloed en het Dinkelkanaal.

Het bestaat uit twee afzonderlijke delen, gescheiden door de Dinkel, en heeft met inbegrip van de boezem, een totale, grootte van 2570 ha, waarvan 1420 ha Duits gebied.

Het stuwpeil te Neuenhaus bedraagt 16,-50 m -|- N..i.P.

Het gehiejl komt gedeeltelijk op dit blad voor ; zie tevens blad Almelo-Oost.

II B. Het gebied, afwaterend boven de stuw in de Hollandsche Graven

De voornaamste wateren zijn Hollandsche Graven, Tilligterbeek, Volther-be-ek en RoeUnksbeek. Het bestaat uit boezemland en hoge gronden en heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte- van 5855 ha.

fn de weg van Denekamp naar Ootmarsum bevindt zich een overlaat met een kruinhoogte van 20,20 m. -h N.A.P., welke alleen werkt bij overstromingen, veroorzaakt door de Dinkel.

Het stuwpeil bedraagt 18,19 m N.A.P.

Het gebied komt gedeeltelijk op dit blad voor ; zie tevens blad Almelo-Oost

II C. Het gebied, afwaterend boven de stuw in de Gele Beek

De voornaamste wateren zijn Qele Beek, ReimtneUieek en Puntbeek.

Het bestaat uit boezemland en hoge gronden en heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 10 580 ha, waarvan 6830 ha Duits gebied.

Het stmvpeil bedraagt 18,14 m -|- N.A.P.


Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit drie afzonderlijke delen en heeft, met inbegrip van de boezem, een totale grootte van 1043 ha, waarvan 88 ha Duits gebied.

Het stwivpeil bedraagt 18,29 m -1- N.A.P.

'Pot deze boezem behoort tevens het stroomgebied van de. Dinkel tussen stuw F en de stuwen van Singraven.

Het gebied bestaat uit drie afzonderlijke delen en heeft, met inbegrip van de boezem, een totale grootte van 664 ha ; een deel, groot 500 ha, komt voor op het blad Almelo-Oost.

Het kanaalpeil bedraagt 21,3-5 m N.A.P.

Overtollig water wordt afgevoerd over stuw F door de grondduiker onder het kanaal.

In de noordelijke, kanaalilijk bevindt zich ren ontlastsluis, welke altern gebruikt wordt bij zeer grote waterafvoer van de. Dinkel.

Zie tevens blad Almelo-Oost.


V. Dinkel, van de stuwen van Singraven tot de oorsprong

Het gebied, d(d. hierop afivatert, heeft, met inbegrip van de boezem, ren tobde grootte van 41 035 ha, waarvan 30 32-5 ha Duits gebied.

Het bestaat uit twee delen :


V A. Het gebied, afwaterend op de Dinkel tussen de stuwen van Singraven en de watermolen te Epe (Duitsland)

De voornaamste wateren zijn : Bloemenbeek, Snoeijinksbeek, Bethlehem-sche Beek, Ruenbergerbeek, Fisbeek en Olanerbeek.

Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden en heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte, van 25 485 ha, waarvan 14 775 ha Duits gebied.

Het stuwpeil bedraagt 24,02 m -|- N.A.P.

V B. Het gebied, afwaterend op de Dinkel, van de watermolen te Epe (Duitsland) tot de oorsprong

Hel bestiait uit boezendand en hoge gronden en komt voor een klein gedeelte op dit blad voor.

Het heeft, met inbegrip van de boezem, ern grootte van 1,5 -550 ha en is geheel in Duitsland gelegen.


-(- — H--Kijksgrens


TOELICHTING

Er komen uitsluitond hogo gronden op dit blad voor.

Du voornaainsto waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van de boezem of het stroomgebied, waartoe zij behoren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het stroomgebied of het gobied, dat op die boezem afwatert, een smalle bies geeft do onderverdeling van dit gebied aan.

Bij belangrijke vaar-, boezemwateren, stromen en beken is do naam in rood geplaatst. De namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangogeven.

Administratiovo grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van dio van de Waterstaat,

Voor nadere bijzonderheden zij verwezen naar het boekje „Beschrijving van de [)rovinoio Overijssel, behorende bij de Waterstaatskaart”.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie de desbetreffende N.A.P.-registers.

De watorstaatskaarhm zijn a f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij-en Uitgeverijbedrijf en door bemiddeling van allo postkantoren.


AUTEURSKEPHTEN VOORBEHOUDEN.



universiteitsbibliotheek Utrecht



DENEKAMP


-ocr page 72-

°4 0

475

52°

15’


4° 5'


y 12000


4’10’


4° 15'


00


475


52quot; 15'


Afwateringseenheden

II^»^ I. Delfland

Deze afwateringseenheid is 30 505 ha. De voornaamste wateren in dit gebied vormen de Schieboezem, welke een peil heeft van 0,402 m —N.A.P. Het maalpeil bedraagt 0,25 m — N.A.P. In de zomer wordt de boezemstand zoveel mogelijk op 0,30 m — N.A.P. gehouden, in de winter varieert de stand van 0,50 m — tot 0,25 m — N.A.P. Het gemaal van de Eskamppolder, dat binnen het gerioleerd gebied van de gemeente 's-Gravenhage staat, bemaalt het polderland buiten dit gebied, alsmede het Zuiderpark en enkele polderleidingen, binnen dit gebied gelegen, op de Schieboezem. Ter wille van de duidelijkheid is de omsluitingsbies van Delfland om de boezemwateren, gelegen binnen het gerioleerd gebied, weggelaten. De waterlozing geschiedt deels natuurlijk, deels kunstmatig op de Nieuwe Maas, het Scheur en de Noordzee. De natuurlijke lozing kan door de navolgende negen sluizen geschieden:

Nieuwe Maas: spuisluis ten westen van de Parksluizen te Rotterdam, de Beurs- of Binnensluis te Schiedam, de Vijfsluizen tussen Schiedam en Vlaardingen en door de Vlaardingersluis te Vlaardingen.

Scheur: Bonersluis, Monsterse Sluis en Wateringse Sluis te Maassluis en de Oranje-buitensluis.

Noordzee: door de op dit blad voorkomende sluis A aan de monding van het Ververs! ngskanaal (Afvoerkanaal).

Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de boezem afgemalen: op de Nieuwe Maas door het dieselgemaal bij de Vijfsluizen tussen Schiedam en Vlaardingen; op het Scheur door het dieselgemaal bij de Bonersluis te Maassluis en op de Noordzee door het elektrisch gemaal van de gemeente ’s-Gravenhage aan de Houtrustweg bij sluis C. Inlaten van water op de boezem geschiedt door de spuisluis bewesten de Parksluizen te Rotterdam en aan de Vijfsluizen tussen Schiedam en Vlaardingen. Gedurende de perioden, waarin wegens te hoog zoutgehalte van het rivierwater geen gelegenheid tot het inlaten van zoet rivierwater bestaat, wordt het elektrisch gemaal ,,Mr. Dr. Th. F. J. A. Dolk” te Leidsendam ingeschakeld om water uit Rijnland in te malen. Voor verdere bijzonderheden zie blad Rotterdam-West.

' II. Gerióleerd gebied van de gemeente ’s-Gravenhage

Tot dit gebied, groot 4940 ha, behoren ook de rioleringen van de gemeenten Voorburg, Rijswijk, Delft en Wassenaar. De lozing heeft plaats op de Noordzee via het rioolgemaal „Morsestraat” en het zeefgebouw te Scheveningen. Bij zware regenval kan de riolering zich via een groot aantal overstorten ontlasten op de Schieboezem (afwateringseenheid Delfland). Het in werking treden van genoemde overstorten is echter zelden voorgekomen.

III. Gerioleerd gebied van Scheveningen en Loosduinen

De totale oppervlakte van het gebied is 450 ha. Beide rioleringen komen nabij het zeefgebouw in een stamriool samen. Het stamriool staat via het zeefgebouw met de rioolmond in zee (persbuis van de riolering van de gemeente ’s-Gravenhage) in verbinding.

De hoofd waterkering wordt gevormd door de duinstrook, welke in beheer en onderhoud is bij het Hoogheemraadschap van Delfland.

Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen

Hoogheemraadschap van Delfland. Het reglement van het hoogheemraadschap is opgenomen in Provinciaal blad no. 752 onder volgnummer 1492, het is meermalen gewijzigd. Het hoogheemraadschap is o.a. belast met de zorg voor de Schieboezem, de duinen, de zeeweringen, de dijken en de strandhoofden binnen zijn gebied. Zie verder de beschrijving van de provincie Zuid-Holland, behorende bij de Water-staatskaart.


Sluizen


A. Uitwateringssluis voor het Verversingskanaal; twee openingen, ieder met één waaierdeur en één schuif iedere opening....................... Bovenkant sluis 5,85 m -|- N.A.P.


B. Schutsluis tussen de Tweede Vissershaven en het Verversingskanaal; twee paar vloed-, twee paar eb- en één paar stormvloeddeuren, bovenkant stormvloeddeuren 5,85 m -)-N.A.P........................ drempel havenzijde.................. drempel kanaalzijde.................


C. Schut- en uitwateringssluis tussen Schielands boezem en het Verversingskanaal; twee paar vloeddeuren, bovenkant deuren 3,80 m -j- N.A.P..............


Verklaring der tekens


52°

10’


52°

10’


o o lo


o o o m


Wijdte in de dag in m


4,00


10,00


10,00


Slagdrempel-hoogte in m

— N.A.P.


2,65


3,40

3,15


3,20


52quot; 5 ’


Bewerking en reproduktie: Rijkswaterstaat, Directie Algemene Dienst


Auteursrechten voorbehouden




4* 5'


13000



Schaal 1:50 000


Hillegom 24

's-Gravenhage -

West 30

's-Gravenhage -

Oost 30

Goecierede

36

Rotterdam -West 37

Rotterdam -Oost 37


Herzien in 1959

Uitgave 1960


195 ha


dieselgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j nbsp;„iet opgave van de aard van het bemalings-

elektrisch gemaal nbsp;nbsp;nbsp;f nbsp;werktuig (C = centrifugaalpomp: V = vijzel;

elektrisch gemaal nbsp;nbsp;nbsp;? nbsp;S = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet

(voor inmalen) nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;l nbsp;nbsp;per minuut bij de in m aangegeven opvoer-

rioolgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 nbsp;hoogte

klein gemaal (capaciteit minder dan 5 m^/min)

kleine windmolen (waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt)

schutsluis

uitwateringssluis

inlaatsluis

keersluis

grondduiker

grondduiker, aan één zijde afsluitbaar

grondduiker (voor inlaat)

regelbare stuw

regelbare stuw (voor inlaat)

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)

peilmerk van het N.A.P.

strand- of kilometerpaal

polderpeil

zomerpeil

y in m t.o.v. N.A.P.

winterpeil

hoogtecijfer

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

grootte van polders in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000


---------waterleiding, alleen dienende voor waterinlaat

bij gemiddeld iaagwater droogvallend gebied

-----hoogwater! ijn

;;.‘.tji!!;.‘;!;j!f.‘ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tweede waterkering

J—_L nbsp;nbsp;dijkverdediging en strandhoofden

______administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozings-middelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren, behorende tot volgekleurde gebieden, zijn in grijs aangegeven. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk ,,Beschrijving van de provincie Zuid-Holland, behorende bij de Waterstaats kaart”.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 183280.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij de Waterstaatskaart, zijn daar verkrijgbaar.



30


's-Gravenhage - West



-ocr page 73-

Duinwaterleiding


Llt;^ri


Pompstatien

's~Gr'^yenhage


Huit Ur


27.3


1000 ba


. /155 h^


/22.7


Vlakt« van 15.8


Rijnland


18100 ha


475


Sluizen

(Hiervan zijn de voornaamste vermeld)


Polder 25.5 j 0.9


165 ha het


R-Slichtinfl Vinkevefd^.


165 ha


145 ha


z.p. -2.07


145,'ha


.p. -5.45

Beni

Polder


p. -5.59


lizer-


inbegrip van e en lagere delen

z.p.-5.70


Akkersloot

Oud-Ade’


HerlogS' en


.93 05


p. -2.00


Groenendijk


Vaart garneert mei Ambachispolder


Polder


1500 ha


z.p. -5.59

w.p. -5.69


52° 5'


540 ha


. Z.p. —5.28


320 P.-S.33


polder


-3.9


245 ha


's-lt;

0.9


460 ha z.p.-4.62 w p. -4.77


300 ha


Droogmaking


Dro


450 o

00


gt; Polder y --13000


in de Oude


Polder van PimaAe


1 polder 450


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden



Schaal 1:50000


Hillegom

24

Amsterdam-

West nbsp;nbsp;nbsp;25

's-Gravenhage-

West nbsp;nbsp;nbsp;30

's-Gravenhage-Oost

30

Utrecht-West nbsp;nbsp;nbsp;31

Rotterdam-West 37

Rotterdam-Oost

37

Gorinchem-

West nbsp;nbsp;nbsp;38


Herzien in 1959

Uitgave 1960


Deze afwateringseenheid heeft met inbegrip van de wateren (Rijnlandsboezem en de boezem van Woerden), boezemland, polders en duinrand een oppervlakte van 111 492 ha.

Bemaling vindt plaats door de gemalen: te Katwijk op de Noordzee, te Spaarndam en te Halfweg op het Noordzeekanaal en te Gouda op de open Hollandse Ijssel. Natuurlijke lozing kan plaats vinden door de sluizen bij de gemalen te Katwijk en Gouda en zo nodig door enkele andere sluizen te Gouda.

De watervoorziening heeft plaats uit de Hollandse Ijssel door de sluizen onder het gemaal en andere sluizen te Gouda en uit de Gekanaliseerde Hollandse Ijssel via een sluis op de Enkele Wiericke.

Inmalen van water vindt plaats door de inmaalinstallatie bij het bovengenoemde gemaal te Gouda.

De natuurlijke en kunstmatige watervoorziening dient tevens voor de verversing en het op peil houden van Delflandsboezem.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:


De oppervlakte van deze boezem is ongeveer 3894 ha en van het gebied, dat daar rechtstreeks op loost, 86 791 ha.

Het peil van de boezem wordt in de zomermaanden zoveel mogelijk gehouden tussen 0,55 m — en 0,60 m — N.A.P., in de wintermaanden tussen 0,60 m — en 0,65 m — N.A.P. Het gedeelte van de boezem, gelegen ten zuiden van de Hoge Rijndijk, heeft een maalpeil van 0,35 m — N.A.P,, het gebied ten noorden daarvan heeft geen maalpeil. Beiden delen zijn door keersluizen in de Hoge Rijndijk van elkaar te scheiden-.


Deze afwateringseenheid is 30 505 ha. De voornaamste wateren in dit gebied vormen de Schieboezem, die een peil heeft van 0,402 m — N.A.P. Het maalpeil bedraagt 0,25 m — N.A.P. In de zomer wordt de boezemstand zoveel mogelijk op 0,30 m — N.A.P. gehouden, in de winter varieert de stand van 0,50 m — tot 0,25 m — N.A.P.

De waterlozing geschiedt deels natuurlijk, deels kunstmatig op de Nieuwe Maas, het Scheur en de Noordzee.

De natuurlijke lozing kan door de navolgende negen sluizen geschieden:

Op de Nieuwe Maas: spuisluis ten westen van de Parksluizen te Rotterdam, de Beursof Binnensluis te Schiedam, Vijfsluizen tussen Schiedam en Vlaardingen en door de Vlaardingersluis te Vlaardingen.

Op het Scheur: Bonersluis, Monsterse Sluis en Wateringse Sluis te Maassluis en de Oranjebuitensluis.

Op de Noordzee: sluis aan de mond -van het Verversingskanaal te Scheveningen (Afvoerkanaal).

Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de boezem afgemalen: op de Nieuwe Maas door het dieselgemaal bij Vijfsluizen tussen Schiedam en Vlaardingen ; op het Scheur door het dieselgemaal bij de Bonersluis te Maassluis en op de Noordzee door het elektrisch gemaal van de gemeente ’s-Gravenhage aan de Houtrustweg.

Inlaten van water op de boezem geschiedt door de spuisluis bewesten de Parksluizen te Rotterdam en aan Vijfsluizen tussen Schiedam en Vlaardingen.

Gedurende de perioden, waarin wegens te hoog zoutgehalte van het rivierwater geen gelegenheid tot het inlaten van zoet rivierwater bestaat, wordt het elektrisch gemaal ,,Mr. Dr. Th. F. j. A. Dolk” te Leidsendam ingeschakeld om water uit Rijnland in te malen.

Op dit blad komen de navolgende onderverdelingen voor:


De boezem is ± 1,5 km lang en wordt op de Pijnackerse Vaart afgemalen door een elektrisch gemaal.

De oppervlakte van het gebied, dat er op loost, is 630 ha.


Het gebied, dat loost op de binnenboezem van Berkel, die een peil heeft van 2,48 m — N.A.P., is 2105 ha groot.

De boezem wordt op de Berkelse Zwet afgemalen door een stoom- en een dieselgemaal.


De tot deze afwateringseenheid behorende boezem wordt in hoofdzaak gevormd door de Rotte, die zich van Moerkapelle zuidwaarts uitstrekt tot aan de Leuvehaven te Rotterdam en een lengte heeft van ± 18 km. Hij wordt op de Nieuwe Maas afgemalen door een dieselgemaal, staande aan de Admiraliteitskade te Rotterdam. De uitwateringssluis bewesten dit gemaal is sedert de stormramp in februari 1953 met schotbalken afgesloten en doet geen dienst meer. De oppervlakte van de boezem is ongeveer 170 ha.

De oppervlakte van het gebied, dat daarop loost, is 7480 ha.

Het officiële peil van de boezem is 0,65 m — N.A.P. (Rottepeil); het wordt echter zoveel mogelijk gehouden in de zomer op 0,85 m — en in de winter op 1,05 m — N.A.P. De watervoorziening van de boezem heeft plaats uit de Nieuwe Maas door de Leuve-sluis en uit de Hennipsloot door het gemaal en de Eendragtsmolen bewesten Zevenhuizen.


De voornaamste waterleiding is de ringvaart, die een lengte heeft van ongeveer 23 km. De oppervlakte daarvan is ongeveer 75 ha, waarvan 30 ha boezemland.

De oppervlakte van het gebied, dat op de ringvaart loost, is 4463 ha.

Het ringvaartpeil is 2,00 m — N.A.P. Met de ringvaart ligt gemeen de Hennipsloot, die door een schutsluis, het Zevenhuizense of Nieuwe Verlaat, met de Rotte in verbinding staat.

De boezem wordt op de Hollandse IJssel afgemalen door een diesel- en een elektrisch gemaal te Nieuwerkerk aan de Ijssel.

Waterinlaat op de ringvaart en ten behoeve van de Rotteboezem heeft plaats uit de Hollandse Ijssel door de Snellesluis.

De bij het Zevenhuizense of Nieuwe Verlaat staande schepradmoien en het diesel-gemaal dienen er voor het water uit de Hennipsloot op de Rotteboezem te malen.


Tot dit gebied, groot 4940 ha, behoren ook de rioleringen van de gemeenten Voorburg, Rijswijk, Delft en Wassenaar. De lozing heeft plaats op de Noordzee via het rioolgemaal ,,Morsestraat'' en het zeefgebouw te Scheveningen (zie verder blad ’s-Graven-hage-West).


Hoogheemraadschap van Rijnland

Het omslagplichtig gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland is gelegen in de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland. De taak van het hoogheemraadschap, omschreven in het buitengewoon provinciaal blad van Zuid-Holland no. 1293, volgnummer 2043, en van Noord-Holland no. 78 van 1950, omvat o.a. de zorg voor de instandhouding in voortdurend waterkerende toestand van zijn dijk langs de open en afgesloten Ijssel met inbegrip van de in die dijk gelegen sluizen en de instandhouding van Rijnlandsboezem.


Hoogheemraadschap van Delfland

Het reglement van het hoogheemraadschap is opgenomen in provinciaal blad no. 752, onder volgnummer 1492; het is meermalen gewijzigd. Het hoogheemraadschap is o.a belast met de zorg voor de Schieboezem, de duinen, de zeeweringen, de dijken en strandhoofden binnen zijn gebied.

Zie verder de beschrijving van de provincie Zuid-Holland, behorende bij de Water-staatskaart.


Hoogheemraadschap van Schieland

De taak van het hoogheemraadschap, omschreven in het buitengewoon provinciaal blad no. 1523. volgnummer 2273, omvat o.a. het beheer en het onderhoud van de rivierdijken en de ter beveiliging van deze aangelegde Maas- en IJsselhoofden, de boezem de Rotte en de bemalingsinstallatie van deze boezem. Bovendien bekostigt Schiedam tezamen met Delfland en Rijnland het onderhoud van de Wiericker- of Prinsendijk.

Waterschap van de Omringdijk van de Drooggemaakte Noordplas

De roeping van het waterschap, omschreven in het provinciaal blad no. 827, volgnummer 1567, omvat de zorg voor de omringdijk van de Hazerswoudse Droogmakerij, de Benthuizerpolder en het deel Achterof van de polders Achterof en De Putte.

Waterschap van de Elleboogse en Stompwijkse verlaten

De roeping van het waterschap, omschreven in het provinciaal blad no, 1279, volgnummer 2029, is de zorg voor beide verlaten, de instandhouding van en de peil-beheersing op de met elkaar in open verbinding staande wateren achter beide verlaten.


Rijkswaterstaat

30 Direktie Alge Bo ^an 2

en Haag





ne Dienst



A. Buitensluis te Katwijk, uitwateringssluis van Rijnlandsboezem : vijf openingen, ieder met één schuif, iedere opening

B. Schutsluis in de Trekvliet te Leidsendam, tussen Rijnlands- en Schieboezem, met vijf paar deuren.......


Schotbalkkeringen

Deze worden in bijzondere omstandigheden gesloten.


In C.


D.


E.


F.


In G.


Wijdte in de dag in m


Slagdrempel-hoogte in m — N.A.P.


3.77


2.17


7,00


2,89


Rijnlandsboezem

Te Leiden in de spoorbrug over de Leidse Vaart , .

Te Leiderdorp in de brug over de Oude Rijn . . .

In de Mallesloot nabij Leiden...........

Te Leidsendam in de brug over de Starrevaart . ,


de Schieboezem

Te ’s-Gravenhage in de brug over de Lange Laak . .


240

5.5

70

4.B

30

1.6


J 13.5


^ 27.0 T Sr m. hulpm.


pi. 98


p.-1.66


z.p, -2.07


z.s. -0.6


415 ha


14.00


22,00


3,10


5,30


4,12


3,00


4,00


2,60


2,10


2,30


Verklaring der tekens


dieselgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

elektrisch gemaal 1

elektrisch gemaal 1 Met opgave van de aard van het bemalingswerk-(voor inmalen) f tuig (C = centrifugaalpomp: V = vijzel; S = ƒ schroefpomp; Sr = Scheprad) en het aantal m’ windmolen metvlucht 1 vvaterverzet per minuut bij de in m aangegeven of raddiameter in m l opvoerhoogte

windmolen metvlucht j

of raddiameter in m )

en met hulpmotor

hulpgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;\


klein gemaal


klein gemaal (voor inmalen)

rioolgemaal


capaciteit minder dan 5 m^/min


kleine windmolen (waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt)


riooizuiveringsinstaUatie schutsluis


uitwateringssluis


uitwateringssluis (tevens inlaatsluis) inlaatsluis


hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar) keersluis


grondduiker


grondduiker (voor inlaat)


grondduiker, aan


grondduiker, aan grondduiker, aan


vaste stuw


één zijde afsluitbaar

beide zijden afsluitbaar

één zijde afsluitbaar (voor inlaat)


regelbare stuw

regelbare stuw (voor inlaat)

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend) peilmerk van het N.A.P.

strand- of kilometerpaal

polderpeil

zomerpeil ƒ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I


winterpeil


zomerstand


in m t.o.v. N.A.P.


W '5 lt;0 i— o


hoogtecijfer

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)


verharde weg

Verharde weg in uitvoering

grootte van polders in ha volgens meting met de planimeter op de kaart

1 : 25 000


waterleiding, alleen dienende voor inlaat bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied

hoogwater! ijn


strandhoofden


administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)


- provinciale grens

— grens van het hoogheemraadschap van Rijnland (alleen daar aangegeven, waar ze afwijkt van de grens van de afwateringseenheid Rijnland en de provinciale grens)


Toelichting


Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozings-middelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats van de peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies zie men de betreffende N.A.P.-registers. Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar: Beschrijving van de Provincie Zuid-Holland en die van Noord-Holland, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18. te 's-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn. De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon 070-183280.



s-Gravenhag® -Oost



-ocr page 74-

meerppider


Afwateringseenheden


Wijdte in Hoogte in m — N.A.P.


de dag in m


polder


Veender-^n Li jRijpweterijncx


275 h


2 315 ha


mermee


z.p. - 5.70


w.p.V- 6.20


z.p. -W.70 w.p. -M.90 fgerpolder


Uikerpofder


550 ha


Pi inbegrip va


met inbegrip hógere en lager


w.p. -1.82


7 2645 ha


150 ha h „ -4.78 27.0


nbegnp van lager en hoger deel


Nieuwkoop


Lagenwaardse 250 ha


\ Nieuwkoopse


Polder


Polder

220 ha

4 P. -2.00

Gnephoek


-Onephoek


-a«


0.0


162 -172


-0.3*-


TZ^ha^lspoldpr


Bolarpoldt


1500 ha z.p^^-5.59 wp. —5.69


4.5


Z.p. -1.96


w.p. -2.W


.P.-2.05 .-1'5


.p. -a.ts


Polder

-1.5


1.5


Amb


105 ha


Hazerswaudse


Drojog


lil Polder de llJ- 650 ha : -W-O z.p.-5.66 ‘ '^ w.p. —5.81


Noorden


52° 15'


ÛÛ0 mei inbegrip tn hogere en legere ^efen


560 ha


Wilnis-Veldrijde 5 2


-0.7

-.Wilnis'Vinkevee'n


52° 10'


dense \7erlaat Waterschap \ 1040 ha


AchHiMhoVjer*


p. -1.73 Kamerik


Polder 660 ha z.p. .^1.95


2.iS


wa


85

1.2


Sieeki


Polder


Weiiland


-1.5


Binnenpolder



Polder


465 ha


650 ha


Polder Weijland


345 ha p.-2.00


Rijneveld


p.-2.04


C^^ 1.5


1.5 Polder de Bree


„ , . 270 ha Polder p,-rgo


Riei eld 55 ha


'200 ha p.-1.55

's-Graveslooi


Polder


5.1


80 ha


80 ha


48


Groeneweg


Sr letiïrijk


Rietveld


Achierof

230 ha


235 ha

1.9 nbsp;nbsp;p.-2.21

Laag- Boskoop


995 ha


'Polder


Oud- , Bodegravend


p. -2.03


Dr^ 'iUua. '


aari.de oostzijde


Polder


Pol


/^122

jmei inbi


p.-5


en


Ooiipoldar .n Sch land


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_ - -

Auteursrechten voorbehouden nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- “ .v^za. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ç '


j^jndenburg


Middel-


v—

1.5


'UWI


Gouwe


Reeuwijk


101-1.79 Polder


hei


Reeuwijk

-1.9


en 30


Polder


245 ha p. -2.09

en Negen Vledel \j


Schaal 1:50000


Waarder 615 ha -1.9^ p. -2.06 !uige-Wj^ide

Wesieinde y


Driebruggen


zpA-1.85


rhroek / I Noord-


w.p.


Di


's-Gravenhage-Oost nbsp;nbsp;nbsp;3Q

Rotterdam-

Oost nbsp;nbsp;nbsp;37


Utrecht-West nbsp;nbsp;nbsp;31

Gorinchem-West nbsp;nbsp;nbsp;38


Utrecht-Oost 31

Gorinchem-Oost 38


Rijnland

Deze afwateringseenheid heeft met inbegrip van de wateren (Rijnlandsboezem en de boezem van Woerden), boezemland, polders en duinrand een oppervlakte van 111 492 ha. Hl ^02

Bemaling vindt plaats door de gemalen: te Katwijk op de Noordzee, te Spaarndam en te Halfweg op het Noordzeekanaal en te Gouda op de open Hollandse IJssel.

Natuurlijke lozing kan plaats vinden door de sluizen bij de gemalen te Katwijk en Gouda en zo nodig door enkele andere sluizen te Gouda.

De watervoorziening heeft plaats uit de Hollandse IJssel door de sluizen onder het gemaal en andere sluizen te Gouda en uit de Gekanaliseerde Hollandse IJssel via een sluis op de Enkele Wiericke.

Inmalen van water vindt plaats door de inmaalinstallatie bij het bovengenoemde gemaal te Gouda.

De natuurlijke en kunstmatige watervoorziening dient tevens voor de verversing en het op peil houden van Delflands boezem.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:

|A. Rijnlandsboezem

De oppervlakte van deze boezem is ongeveer 3894 ha en van het gebied, dat daar rechtstreeks op loost, 86 791 ha.

Het peil van de boezem wordt in de zomermaanden zoveel mogelijk gehouden tussen 0,55 m — en 0,60 m — N.A.P., in de wintermaanden tussen 0,60 m — en 0,65 m — N.A.P. Het gedeelte van de boezem, gelegen ten zuiden van de Hoge Rijndijk heeft een maal-peil van 0,35 m — N.A.P., het gebied ten noorden daarvan heeft geen maalpeil. Beide delen zijn door keersluizen in de Hoge Rijndijk van elkaar te scheiden.

|B. Boezem van Woerden

Deze boezem bestaat uit het tweede pand van de Rijn, waarvan het gedeelte in Utrecht Leidse Rijn en het deel in Zuid-Holland Oude Rijn wordt genoemd, de Lange kinschoten met de Krom wijkerwetering en de Jaap Bijzerwetering, de Montfoortse Vaart, de Enkele en Dubbele Wiericke en de Grecht.

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 170 ha, de gezamenlijke oppervlakte van het gebied, dat daarop loost, is 17 608 ha. In deze oppervlakte is begrepen de tot het hoogheemraadschap van Rijnland behorende Zuidzijderpolder en polder Oukoop en Negen Viertel. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;l'/GiO

Het zomerpeil van de boezem is 0,47 m — N.A.P., het maalpeil is 0,17 m — N.A.P., behalve in de Enkele en Dubbele Wiericke, waar dit resp. 0,29 m — en 0,24 m — N.A.P.


loost via de sluis te Bodegraven op Rijnlandsboezem.

|C. Drooggemaakte polder aan de westzijde te Aarlanderveen hiervan is ± 1,8 km lang en wordt door een schepradmolen op de Oude


Rijn afgemalen.

De oppervlakte van het gebied, dat op deze boezem loost, is 485 ha. p

|D. Hazerswoudse Droogmakerij

De boezem is ± 2,2 km lang en wordt op de Oostvaart afgemalen door een elektrisch gemaal.

De oppervlakte van het gebied, dat op deze boezem loost, is 2019 ha.


|E. Polder Middelburg

De boezem hiervan is ± 1,3 km lang en wordt op de Gouwe afgemalen door een elektrisch gemaal.

De oppervlakte van het gebied, dat op deze boezem loost, is 525 ha.

Zie voorts de bladen Hillegom, Amsterdam-West, 's-Gravenhage-Oost en -West en Utrecht-Oost.


Amstelland

De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 45 480 ha, waarvan 1050 ha boezemwater.

Amstelland vormt als regel met het stadswater van Amsterdam en het Noordzeekanaal één boezemgebied. De sluizen, die genoemde boezems van elkaar scheiden, staan n.l. meestal open en worden slechts gesloten wanneer het peil van het Noordzeekanaal of het stadswater van Amsterdam tot 0,15 m — N.A.P. is gestegen.

De gemiddelde waterstand van Amstellandsboezem is 0,40 m — N.A.P.

De waterlozing geschiedt langs natuurlijke weg op het Noordzeekanaal te Zeeburg, op het stadswater te Amsterdam en op het Ijsselmeer door de Ipenslotersluis en de Diemerdammersluis. Bij een boezemstand van 0,25 m — N.A.P. wordt de boezem bemalen door het elektrisch gemaal te Zeeburg.

Zie voorts de bladen Utrecht-Oost, Amsterdam-Oost en -West, Amersfoort-West, Gorinchem-Oost en Rhenen-West.


j___J III. Schieland

De voornaamste wateren in deze afwateringseenheid vormen samen de Rotteboezem,


die een oppervlakte heeft van 170 ha.

eenheid bedraagt 7650 ha.

Het peil van de boezem is 0,65 m — Zie verder de bladen Rotterdam-Oost


De totale oppervlakte van deze afwaterings-


N.A.P.

en 's-Gravenhage-Oost.


IV. Zuidplaspolder

Met inbegrip van de ringvaart, die als boezem dient, is het gebied totaal 4538 ha. De polder wordt op de ringvaart afgemalen, de ringvaart zelf op de Hollandse IJssel. Zie verder de bladen 's-Gravenhage-Oost, Rotterdam-Oost en Gorinchem-West.


Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen


Hoogheemraadschap van Rijnland

Het omslagplichtig gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland is gelegen in de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland. De taak van het hoogheemraadschap, omschreven in het buitengewoon provinciaal blad van Zuid-Holland no. 1293, volgnummer 2043, en van Noord-Holland no. 78 van 1950 omvat o.a. de zorg voor de instandhouding in voortdurend waterkerende toestand van zijn dijk langs de open en afgesloten IJssel met inbegrip van de in die dijk gelegen sluizen en de instandhouding van Rijnlandsboezem.


Grootwaterschap van Woerden

Het omslagplichtig gebied van het waterschap is gelegen in de provincies Zuid-Holland en Utrecht.

Het reglement is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Zuid-Holland en Utrecht respectievelijk van 9 en 24 juli 1857, opgenomen in het provinciaal blad van Zuid-Holland no. 85 van 1857, later meermalen gewijzigd. De in het reglement omschreven taak van het waterschap omvat o.a. de zorg voor de voornaamste boezemwateren en waterkeringen in zijn gebied. Zie ook blad Utrecht-Oost.


Waterschap van de Omringdijk van de Drooggemaakte Noordplas

De taak van het waterschap, omschreven in het provinciaal blad no. 827, volgnummer 1567, omvat de zorg voor de omringdijk van de Hazerswoudse Droogmakerij, de Benthuizerpolder en het deel Achterof van de polders Achterof en de Putte.


Grootwaterschap De Ring der Ronde Venen

De taak van het grootwaterschap, omschreven in het provinciaal blad no. 38 van 1924, omvat de zorg voor de ringkaden van het grootwaterschap. De ringkaden geven bescherming aan de waterschappen Groot-Mijdrecht, Eerste en Tweede bedijking der Mijdrechtse droogmakerij, Groot-Wilnis-Vinkeveen, de Derde bedijking. Botshol en Nellestein.


Hoogheemraadschap van Schieland

De taak van het hoogheemraadschap, omschreven in het buitengewoon provinciaal blad no. 1523, volgnummer 2273, omvat o.a. het beheer en het onderhoud van de rivierdijken en de ter beveiliging van deze aangelegde Maas- en IJsselhoofden, de boezem de Rotte en de bemalingsinstallatie van deze boezem. Bovendien bekostigt


Schieland tezamen met Delfland en ‘Rijnland het onderhoud Prinsendijk.


Sluizen

(Hiervan zijn de voornaamste vermeld)

Wijdte in de dag in m


A. Keersluis in de Gouwe; één opening met één paar puntdeuren ................


B. Schut-, tevens uitwateringssluis te Bodegraven tussen Rijnlandsboezem en de boezem van Woerden. Bovenhoofd: één opening met één paar puntdeuren In de beide landhoofden omloopriolen, afsluitbaar met schuiven................. Benedenhoofd : twee openingen, de zuidelijke opening met één paar puntdeuren is bestemd voor de scheepvaart.................. de noordelijke opening met één deur...... Het niet voor de scheepvaart bestemde deel van de sluis dient voor lozing van het overtollige water van de boezem van Woerden.


C. Keersluis tot afsluiting van de Enkele Wiericke; één opening met één paar puntdeuren......




25,00


5,65


1.70


5,65

3,40


5.00


4,05


van de Wiericker- of


Hoogte in m — N.A.P.

Slag- Bovenkant drempel vloer

4,00


2,65


2,67

2,67


2,60


1.75


E. Keersluis tot afsluiting van de Dubbele Wiericke; één opening met één paar puntdeuren......


F. Keersluis in de Grecht: één opening met één paar puntdeuren . nbsp;nbsp;..............


G. Woerdense Verlaat, schutsluis tussen Amstellandsboezem en de boezem van Woerden, met vier paar deuren ..................


H. Nieuwe Amstel- of Tolhuissluis, schutsluis tussen Amstellands- en Rijnlandsboezem, met twee schutkolken, iedere schutkolk met vier paar deuren oostelijke kolk................. aan zijde van Rijnlandsboezem.......... aan zijde van Amstellandsboezem........ westelijke kolk................. aan zijde van Rijnlandsboezem.......... aan zijde van Amstellandsboezem........


Schotbalkkeringen

Deze worden in bijzondere gevallen gesloten.


In Rijnlandsboezem

I. Te Rijpwetering onder het viaduct van rijksweg 4A....................


K. Te Gnephoek in de brug over de Lagewaardse watering nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;................


Te Leimuiden in de brug over de Dijksloot . .


M. Te Rijnsaterwoude in de brug over de Dijksloot


6,00


5,15


5,30


4,00


8,15


11,00


3,20


3,20


3,40


Slagdrempel


Bovenkant vloer


2,60


2.25


2,47


2,49

2.43


3,05

2,95


2,40


1.70


1,90


1,90






In Amstellandsboezem

—In-het Amstel—Drechtkanaal nabij-Uithoorn.;-twee- openingeny-elk-..............-1


O. In de Kromme Mijdrecht nabij Uithoorn . .


P. In de Heinoomsvaart in de brug nabij de Kromme

Mijdrecht...................


120

1.5

2*80


V 30


ï T ïT

m. hulpm.


reg.


p.-1.20

z.p.~1.98


-2.05


-2.4


355 ha


6,90


7,20


3,40


2,40


Verklaring der tekens


stoomgemaal dieselgemaal elektrisch gemaal hulpgemaal (doet dienst bij veel waterbezwaar)


Met opgave van de aard van het bemalingswerk-tuig (C = centrifugaalpomp; V = vijzel; S = schroefpomp: Sr = scheprad) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij in m aangegeven opvoerhoogte


windmolen met vlucht of raddiameter in m

windmolen met vlucht of raddiameter in m en met hulpmotor

kleine windmolen (waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt)


klein gemaal klein gemaal (voor inmalen) rioolgemaal


, capaciteit minder dan 5 m’/min


rioolzuiveringsinstallatie

schutsluis

uitwateringssluis

uitwateringssluis, bij doorbraak gesloten

uitwateringssluis (tevens inlaatsluis)

inlaatsluis

hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)

keersluis

keersluis (voor inlaat)

grondduiker

grondduiker, aan één zijde afsluitbaar

vaste Stuw

regelbare stuw

peilmerk van het N.A.P,

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)


polderpeil zomerpeil winterpeil zomerstand

hoogtecijfer


in m t.o.v. N.A.P.


riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

verharde weg in uitvoering

grootte van polders in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000

waterleiding, alleen dienende voor inlaat

administratieve grens van een waterschap of polder (doorgaans alleen daar aangegeven, waar deze afwijkt van de waterstaat)

provinciale grens

grens van het Hoogheemraadschap van Rijnland (alleen daar aangegeven, waar deze afwijkt van de grens van de afwateringseenheid Rijnland en de provinciale grens)


Toelichting


Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd^ Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezejfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Ter wille van de duidelijkheid -zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

De ruilverkaveling van Zegveld in uitvoering is, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats van de peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies .zie men de betreffende N.A.P.-registers.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast. ' Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar de Beschrijving van de Provincie Zuid-Holland en die van Noord-Holland, behorende bij de Waterstaats-kaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn. De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27, te ’s-Gravenhage, telefoon 070-183280.


Utrecht-West


Universiteits-| u bibliotheek . 'H. Utrecht



-ocr page 75-

z.p. -2.30 -2.1 1010 ha i/p_ .2.40


Water schf/p


310 ha z.p. -2.45


s.p.\2.3() Kinkel



52' 11’


120 et

6.S


het '‘AIoog-270 ha z.p. -2.05

Groenland


en


•0.1


^^^^ termeer


Waterschap


de Eeratt 77.5 ha

Redijlfinff der Z.p. -5.40

Mifilre^htpch^ W.p. -5.50 Droogmakerti .20


-6.50


Mijdrecht


fraterschap


560 ha

z.p. -5.85



Veldzijde

Groot ^'Unis

■IS 1


3815 tui z.p. -1.85 w.p. -1.90


Waterschap de


■ l.S


Pinkeveensche en



•l.S


-1.2


• f.6


ijer polders


Waterschap


• 1.6


Wp ^Groot

-I.S


quot;'quot;2x145 « 2.0


^'P 136 ha


z.p. -1.95

w.p. -2.05


«P


10


135 ha z.p. -1.96

w.p. -2.0


quot;t Waterschip


54.rha

z.p. -1.80


Oukoop


^.8


E. 155 ha

I z.lgt;. -1.70


110 n d


Watersch


47.7 lm z.p.-l.2O


IV

6390 ha


52

10



800 ho z.p. ‘LTO


Trylinuent


R uh'erhor 170 ha z.p.l.a

f'loost


72 ha /


NfH»-d-

4U1 ha

Linschote^, z.p. -1.52


^20 ha ^ P- -3.40


Pohlpr


Polder


1410 hu .p. -1.20


landsche \



polder


^2' 1l5


BOEZEMS

I. Amstellandsboezem

De boezem van AmsteUand wordt gevormd door een samenstel van kanalen, vaarten, meren en wateren, die grotendeels in het hoogheemraadschap AmsteUand zijn gelegen.

De oppervlakte van de boezem, met inbegrip van het Amsterdam— Rijnkanaal tussen Amsterdam en Wijk bij Duurstede, met de zijtak naar Vreeswijk, is ongeveer 1050 ha. De totale oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders en boezemland bedraagt ongeveer 43 800 ha.

In deze oppervlakte zijn begrepen de volgende op het Amsterdam— Rijnkanaal lozende boezemgebieden en waterschappen :

1. de bewesten dit kanaal gelegen boezemgebieden van de Heycop of Lange


2.

3.


Vliet, de Haarrijn en de Vleutensche Wetering, re.spectievelijk groot 2410 ha, 1295 ha en 1150 ha;

het waterschap de Lage Weide, groot 515 ha ;

de waterschappen het Nedereind en Oudenrijn en Usselveld, deel uitmakende van het grootwaterschap Heycop, genaamd de Lange Vliet, gezamenlijk groot 2860 ha ; '

een gebied boezemland, hoge gronden en polders, die op het Amsterdam— Bijnkanaal tussen Utrecht en Wijk bij J)uurstede lozen, gezamenlijk


groot 2500 ha.

De Heycop of Lange Vliet, het tweede pand van de Leidsche Rijn en het ten westen van het Amsterdam—Rijnkanaal gelegen gedeelte van de Haarrijn hebben thans hetzelfde peil (ds Amstelland. De Vleutensche Wetering wordt op een hoger peil gehouden (zie boezembeschrijving no U),

De normale waterstand van de boezem is 0,40 m — N.A.P.

De boezem ontlast zich op het Noordzeekanaal, het Stadswater van Amsterdam en het IJsselmeer (zie blad Amsterdam Oost).

Amstellandsboezem wordt beheerd en onderhouden door het hoogheemraadschap AmsteUand, met uitzondering van een aantal boezemwateren, waarvan het onderhoud bij anderen berust. Het Amsterdam—Rijnkanaal zal mogelijk administratief onafhankelijk van AmsteUand worden gemaakt. In verband hiermede wordt een wijziging van het reglement van A msteUand overwogen.

IL De Vleutensche Wetering

Deze boezem bestaat uit de Vleutensche-, de Alendorper- en de Proost-wetering en loost door een uitwateringssluis in de westelijke dijk van het Amsterdam—Rijnkanaal op dit kanaal. De Vleutensche Wetering staat in verbinding met de Heycop (boezem van AmsteUand) door een schutsluis bewesten Vleuten.

Het peil van de boezem wisselt van 0,05 m h tot 0,15 m 4- K.A.P.

Voor het op peil houden van de boezem en ten behoeve van de watervoorziening van de op de boezem lozende polders wordt, zo nodig, water ingemalen uit het Amsterdam—Rijnkanaal door het gemaal naast de schutsluis beoosten Vleuten.

De oppervlakte van de polders, het boezemland en de hoge gronden, die op de Vleutensche Wetering afwateren, bedraagt ongeveer 1150 ha.

De boezem is in beheer en onderhoud bij het waterschap Vleuten.

IIL Vechtboezem

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 240 ha. De oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders, boezemland en hoge groaden


is


1.

2.

3.

4.


ongeveer 29 400 ha.

Jn deze oppervhikte zijn begrepen de boezemgebieden van :

de ^s-Oravelandsche Vaart, groot 8540 ha ;

het bovenpand van het Tienhovensch Kanaal, groot 430 ha ;

de Kerkeindsche Vaart, groot 840 ha en

het Zwarte Water, groot 2570 ha.

Bovendien ontvangt de Vecht door de Weerdsluis te Utrecht het water van


WATERSCHAPPEN IN DE PROVINCIE UTRECHT DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN



Klein


.1.5


335 ha




z.p.-l.7O w.p. -I.80


nuip'h^Wat er schap



760 ha z.p. -1.75


Oud-


ainnpniHHder vun


Z.p. ^0.18


»250 haf


Waterschap


'330 lu z.p. -1.75


z.p. -1.60


Koekenden


If ' a t e r s c h a p


Hulp.d.


Hreu


z.p. -0.40


w.p. -0.52


Water schap


.. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1685 ha

Bij lev eld en Re z.p. -l.Rl w.p. -1.45


., , 195 ha twy k en


Inl. )I.C

wouter schap

32.5 hu


tv.p. -1.25


Int. sf.'*


Mam^ssèveo


z.p. -O.lt;


z.p. -O.Afi


w.p. -0.48


z.p. -0.2,5


tv.p. -0.3.1


Hulpsloo^gemaal


j420 ha z.i). -0.7.5


340 hn


Igt;. -0.90


510 ha


z.{). -0.35 tot -0.75


IV er scha


L Ijsselvekt


370 hn



f i n d


245 ha z.8.-]iO.5.'i


Vechter- en '

tiN iiiiuuiien


een gebied groot ongeveer 25 9(fO ha ten oosten en zuiden van Utrecht gelegen.

De gemiddelde waterstand van de boezem is 0,30 m — N.A .P.

De boezem ontlast zich door de Groote Zeesluis te Muiden op het IJ.^.^elmeer.

De Vecht is in beheer en onderhoud bij het Rijk.

IV, Boezem van de *s~Gravelandsche Vaart

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 142 ha. De totale oppervlakte van de op de boezem lozende polders, boezemland en hoge gronden bedraagt ongeveer 8540 ha. Het zomerpeil van de boezem is 0,20 tot 0,30 m — N.Ä.P.

De waterlozing heeft plaats langs natuurlijke weg op de Vecht door de schutsluis te Uitermeer en de Keetpoortsluis te Muiden en op de Buitenvecht door de Oostsluis en door de kokers in de stenen beer te Muiden (zie blad Am-sterdam Oost).

De boezemwateren, waaruit de boezem van de ^s-Gravelandsche Vaart bestaat, zijn bij verschillende instanties in beheer en onderhoud.

V, Bovenpand van het Tienhovensch Kanaal

De oppervlakte van het op de boezem afwaterende gebied, bestaande uit boezemland en hoge gronden, bedraagt 430 ha.

De boezem loost door de schutsluis (^^ op het benedenpand, dal gemeen ligt met de Loosdrechtsche Plassen en de polder Breukeleveen en Tienhoven en dat^door de schutsluis M^ verbinding heeft met de Vecht.

Het bovenpand, van het Tienhovensch Kanaal is in beheer en onderhoud bij het Rijk.

- VI. Kerkeindsche Vaart

De boezem bestaat iiit de Kerkeindsche Vaart, beneden het fort de Gagel Klopvaart genaamd, en uit de Achttienhovensche Vaart.

Op de boezem loost het waterschap Achttienhoven, bestaande uit drie polders ter gezamenlijke grootte van 780 ha en 30 ha boezemland.

Het boezempeU bedraagt ongergt;eer 0,40 m — N.A.P.

De boezem staat door de schttlsluis U^ met de Vecht in verbinding en kan door een electrisch gemaal op deze rivier worden afgemalen.

De Kerkeindsche Vaart is in onderhoud bij het waterschap Westbroek, de Klopvaart gedeeltelijk bij het waterschap Achttienhoven en gedeeltelijk bij het Ministerie van Oorlog ; de Achttienhovensche Vaart is in onderhoud bij het waterschap Achttienhoven.


De boezem bestaat uit het Zwarte Water en de Maartensdijksche Vaart.

De gezamenlijke oppervlakte van het gebied van het op de boezem lozende polderland, boezemland en hoge gronden bedraagt 2570 ha.

De, boezem loost door de schutsluis IT, op de Vecht. De gemiddeltle zomerstand bedraagt ongeveer 0,50 m N.A.P.

Door de schutsluis Zi kan water uit het Zwarte Water worden ingelaten in de tot het waterschap Maartensdijk behorende poiriers genaamd de Zes- en Twaalfhoevensche polder en de Ruige-nhoeksche polder.

Het Zwarte Water en de Maartensdijksche, Vaart zijn in onderhourl bij het waterschap Maartensdijk, met uitzondering van het gedeelte van het Zwrtrte Water dat in de gemeente Utrecht ligt en dat hij deze gemeente, in onderhoud is.


vin. Stadswater van Utrecht

Deze boezem bestaat uit de Stadsgrachten van Utrecht, de Vaartsche Rijn, een deel van het Alerwedekanaal, het benedenpand van de Kromme Rijn, het benedenpand van de Biltsche Grift en het ten oosten van het Amsterdam—Rijnkanaal gelegen deel van het le pand van de Leidsche Rijn.

De boezem ontlast zich via de Weerdsluis (sluis Ui) op de Vecht. In bijzondere gevallen o.m. voor doorspoeling van de riolering in het noordwestelijk deel van Utrecht, heeft ook enige lozing plaats door het ten westen van de Weerdsluis gelegen spuiriool en door de ten oosten van deze sluis gelegen waterloop de Oosterstroom.

Ten behoeve van de verversing van het Stadswater wordt water ingelaten uit de Lek door de gemeentesluis te Vreeswijk, die tegenwoordig als schutsluis weinig gebruikt wordt. Bovendien wordt bij lage Lekstanden, zo nodig, water ingelaten door de Koninginnesluis te Vreeswijk.

De gemiddelde waterstand van het Stadswater is 0,45 m -R N.A.2^.

De totale oppervlakte van het gebied, dat op het Stadswater afwatert, bestaande uit boezemland, polders en hoge gronden, bedraagt ongeveer 26 000 ha.


IX. Boezem van Woerden

Deze boezem bestaat uit het vierde pand van de Leidsche Rijn, de Lange-Linschoten met de Kromwijkerwetering en de Jaap-Bijzeinvetering, de Montfoortsche Vaart, de Enkele en Dubbele Wiericke en de Grecht.

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 170 ha. De gezamenlijke oppervlakte van de polders, die op de boezem lozen, is 17 400 ha.

Het zomerpeil van de boezem is 0,47 m — N.A.P. ; het maalpeil is 0,17 m — N.A.P., behalve in de Enkele en Dubbele Wiericke, waar dit respectievelijk 0,29 m en 0,24 m — N.A.P. bedraagt. Bij laatstgenoemde standen worden de Enkele en de Dubbele Wiericke van de boezem afgeAiloten.

De waterlozing geschiedt uitsluitend langs natuurlijke weg door afstroming op de boezem van Rijnland door de sluis te Bodegraven.

Inlaten van water op de boezem geschiedt uit de HoUandsche IJssel door de duikersluis aan het zuidelijk uiteinde van de Enkele of Kleine. Wiericke en door de schutsluizen te Oudewater en Goejanverwelle.

De boezem van Woerden staat in gemeenschap met Amstellandsboezem door de Haamvijkerschutsluis te Ilarmelen (sluis P) en door het Woerden-sche Verlaat.

De boezem van Woerden is in beheer en onderhoud bij het grootwatersclatp van Woerden, met uitzondering van een aantal boezemwateren, waarvan het onderhoud bij anderen berust.

X. Gekanaliseerde HoUandsche IJssel

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 80 ha. Hierin is begrepen de oppervlakte van de Lopikervaari en de hiermede in open verbinding staande stadsgrachten van Schoonhoven, groot ongeveer 15 ha, die doorgaans met de boezem gemeen liggen. (Zie de bladen Gorinchem West en Oost.)

De oppervlakte van het gebied, dat op de boezem loost, is groot i ^^ 000 ha. In deze oppervlakte is begrepen het gebied van de Vlistboezem.

Het peil van de boezem is ongeveer 0,37 m 4- N.A .P., ’5 winters 0,10 m hoger.

De boezem ontlast zich door de sluizen in de afsluitdam beoosten Gouda op de HoUandsche IJssel en bij zeer hoge waterstanden door de sluis aan de Doorslag op de Vaartsche Rijn (Merwedekanaal). Inlaten van water op de boezem, in droge tijden, geschiedt uit de HoUandsche IJssel door de sluizen in de afsluitdam beoosten Gouda en uit de Vaartsche Rijn door de sluis aan de Doorslag.

De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel is in beheer en onderhoudbij het Rijk,



Hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams

Het reglomont is vastgesteld bij besluit dor- Provinciale Staten van Utrecht van 14 Juli 190.5 en is opgenomon in hot provinciaal blad no 156 van 1905. Voor Inter aangobrachto wijzigingen zie do provinciale bladen no 174 van 1906, no 92 van 1919, no 28 van 1920, no 22 van 1923, no 20 van 1933 en no 14 van 1938.

Tot hot gobiod van het hoogheemraadschap behoren de geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomende waterschappen: Spengon, Kockengen, Portengen (ged.), Haarrijn, Maarssonbrook, Nijenrodo (ged.), Breukeleveen en Tienhoven (god.), Maarssevoon (ged.). Buitenweg, Roosendaal, do Lago Weide, Vleuten, Harmelor-waard, grootwp. Hoycop, genaamd do Lange Vliet, Welgelegen, Rijnhuizen, Liesbos, Vechter- on Oudwulvorbrock, Rijn en Dijk, Zeist, de Biltsche en Zeistor Grift (ged.) on Maartensdijk (god.).

Het hooghoomraadschap is belast met hot beheer on onderhoud van de Noorder-dijk van Neder-Rijn on Lek, van Amerongen tot hot Klaphek. Het voort uitsluitend hot beheer over do dijk on hoeft goen bemoeienis mot het bestuur der waterschappen, die tot het gebied van hot hooghoomraadschap behoren.

Do bolastbaro oppervlakte is ± 30 984 ha.

Hoogheemraadschap van den Lekdijk Benedendams en van den IJsseldam

Het reglomont ia vustgesteld bij bosluit der Provinciale Staten van Utrecht van 14 Juli 1905 on ia opgenomen in hot provinciaal blad no 157 van 1905. Voor lator aangobrachto wijzigingen zie do provinciale bladen nos 12 en 91 van 1919, no 13 van 1921, no 21 van 1923, no 7 van 1924, no 20 van 1931, no 12 van 1932, no 19 van 1933, no 46 van 1935, no 13 van 1938 en no 35 van 1950.

Tot hot gobiod van het hoogheemraadschap bohoron do gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van dit blad voorkomende waterschappen: Willeskop, Kort Heeswij k en Blokland, Heeswijk en een deel van de Drie Waterschappen.

Het hoogheemraadschap is belast met het behoor en onderhoud van de IJsseldam on van do Noordor Lekdijk van het Klaphek af tot de grensscheiding tussen do provincies ZuidhoUand en Utrecht. Het hoeft evenals het hoogheemraadschap van don l..ekdijk Bovendams geen bemoeionis met het bestuur der waterschappen, dio tot het gebied van hot hoogheemraadschap behoren.

Do belastbare oppervlakte is ± 11 560 ha.

Grootwaterschap Bijleveld en de Meerndijk

Het reglement is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrocht van 11 Juli 1911 en is opgenomen in het provinciaal blad no 117 van 1911. Voor lator aangobrachto wijzigingen zie do provinciale bladen no 95 van 1921, no 24 van 1922, no 19 van 1923, no 22 van 1933, no 9 van 1938 en no 30 van 1951.

Hot grootwaterschap, dat geheel op dit blad voorkomt, omvat de waterschappen ; Harmelerwaard, Bijloveld en Reijerscop, Mastwijk en Achthoven en eon klein doel van wp. Vleuten.

Het is o.m. belast met de zorg voor het onderhoud vnn de Meerndijk, het voeren van schouw en mot het beheer en onderhoud van hot gemaal en de sluis.

De bolastbaro oppervlakte is 4- 2100 hn.

Grootwaterschap Heycop, genaamd de Lange Vliet

Het reglement i.s vastgesteld bij besluit dor Provinciale Staten van Utrecht van 19 November 1867. Het is later moermalon gewijzigd en met de wijzigingen opgenomon in hot provinciaal blad no 24 van 1908. Voor latere aanvullingen on wijzigingen zie de provinciale bladen no 52 van 1910, no 2.3 van 1914, no 101 van 1918, no 9.5 van 1919, no 120 van 1921, no 55 van 1923, no 23 van 1933, no 12 van 1938, no 47 van 1946, no 17 van 1949 en no 50 van 1950.

Voorzover dit blad betreft, behoren tot het gobiod van hot grootwaterschap do waterschappen: Oudenrijn, het Nedereind en een deel van wp. Usselveld (één van de onder één gemeenschappelijk bestuur gebrachte Drie Waterschappen gelogen onder de gem. IJsselstein).

Het grootwaterschap is belast mot hot beheer dor gemalen en der overige tot waterkering of wnterlossing dienendo werken, in eigendom behorende aan het grootwaterschap en mot het toezicht op allo watorkorendo of waterafleidende werken, behorende tot of in verband staande mot de algemene waterstaat van hot grootwaterschap, onverschillig door wie de werken onderhouden worden.

Do belastbare oppervlakte is it 3300 ha.

Grootwaterschap Beoosten de Vecht

Het reglement i.s vastgesteld bij besluit dor Provinciale Staten van Utrecht V’au 10 Juli 1912 en is opgenomon in het provinciaal blad no 64 van 1912. Voor later aangobrachto wijzigingen zie do provinciale bladen no 81 van 1913, no 27 van 1914, no 105 van 1919, no 29 van 1920, no 12 van 1921, no 17 van 1923, no 13 van 1932, no 19 van 1937, no 31 van 1942 en no 27 van 1950.

In 1930 is tussen het grootwaterschap Beoosten do Vocht, de waterschappen Bethune, Breukeleveen en Tienhoven en Loenderveen on do gemeente Loosdrocht enerzijds en do gemeente Amsterdam anderzijds oen overeenkomst gesloten betreffende het ten behoeve van de Amsterdamse drinkwaterleiding onttrekken van water aan de Bethune, do Broukeleveenscho Plassen, do Loosdrechtsche Plassen, ilo Vuntos on do Loenderveensche Plas. (Zio onder waterwinplaats van de Amstor-damse drinkwaterleiding). Gedurende het tijdvak, waarin deze overeenkomst van kracht zal zijn, goldt tijdelijk het reglement opgenomon in het hierboven go-noomde provinciaal blad no 19 van 1937. Hot reglomont opgenomen in provinciaal blad no 64 van 1912 met de daarin tot 1937 aangobrachto wijzigingen is tijdelijk buiten werking gesteld.

Het grootwaterschap, dat geheel op dit blad voorkomt, omvat de waterschappen; Loenderveen, Mijnden, Breukelen Proostdij, Breukeleveen on Tienhoven, Bethune, Maarsseveen on Westbrook, benevens een —niet onder waterschapsverband gelegen — deel van do gemeente Loosdrocht.

Het heeft ten doel in het algemeen de bevordering van een gunstige waterstand binnen zijn grenzen. Het is verplicht de nodige maatregelen te nemen ter voorkoming van een hogere waterstand in hot wp. Bethune dan 3,6.5 m — N.A.P.

Do belastbare oppervlakte is 4z 6985 ha.


TOELICHTING


(Vervolg Z.O.Z.)


Onder ]')older wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloton. Do polders hebben in verschillende tinten do kleur van de boezem of hot stromende water, waarop zij af wateren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Bij belangrijke waterleidingen is do naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde waterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van do provincies ZuidhoUand on NoordhoUand omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrokt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen, verveningen on droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijvingen van de provincies ZuidhoUand en NoordhoUand, behorende bij do waterstaatskoart.


VERKLARING DER TEKENS


80

1.5

50

1.0

' 17


24.0


X Inl. sl.

gt; lt;nbsp;Hulpsl.


z.p. -1.20

w.p. -1.40


z.:. -I.W


■I.O


14.3 ha


Stoomgemaal 1 Met opgave van do aard van hot bemalingswerktuig , .. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' (c = contrifugaalpomp; s = schroefpomp; sr =

legcmau nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;scheprad; v = vijzel) en het aantal m’ waterverzet

Eleotrisoh gemaal ' por minuut bij do in m aangogeven opvoerhoogte.


Sehepradwatennolen met vlucht in m.

Vijzolwatermolon met vlucht in m. Windmotor met raddiameter in m, Kleine windmolen.

Schutsluis.

Keersluis.

Stuw,


Universiteits ‘ih bibliotheek


Stuw mot schuif.

Uitwateringssluis.

Inlaatsluis.

Hulpsluis (doet dienst bij voel waterbezwaar).

Grondduiker onder een waterleiding.

Grondduiker onder een waterleiding met afsluiting.


Peilmork van het N.A.P.

Peilschaal geregeld waargenomen.

Peilschaal.

Zoinerpeil van polders

Winterpeil van polders

Gewonsto zomerstand in een polder

Hoogtecijfers

Verharde weg.

Spoorweg.


utrecht


'/ in in t.o.v. N.A.P.


Grootto van polders in ha volgens meting op de kaart met de planimeter.

Administratieve grenzen van waterschappen. Doze zijn doorgaans alleen aangegeven, waar zo afwijken van do waterstaat.

Provinciale grens.


Do waterstaatskaarten zijn à f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij bet Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf te ’a-Oravenhage on door bemiddeling van allo postkantoren.



AUTEURSR ECHT EN VOORRE HOUpEN.


itÜUwnszo


No 1340

0e Hocldingenie va?, dp S



fafei staat mfc


tic Algemene Diens*


Rafi'pnsKaöc 4 s üiaven^'ij®


-ocr page 76-

Waterschap Houten

Het reglement is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrecht van 24 Juli 1863 en Ls opgonomen in het provinciaal blad no 109 van 1863. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 117 van 1881 en no 26 van 1921.

Het waterschap, dat gedeeltelijk aan de zuidoostelijke lioek van het blad voorkomt, is hoofdzakelijk belast mot het onderhoud der wegen in de gemeente Houten. Verder heeft het waterschap het toezicht en b(*h(^er over enkele waterleidingen, dammen, kaden en kunstwerken.

Do belastbare oppervlakte is i 3280 ha.

Zie voor gegevens over do waterschappen die in do provincies ZuidhoUand of Noordholla^id gelegen zijn do provinciale beschrijvingen behorende bij de water-staatskaart.

Waterwinplaats van de Amsterdamse drinkwaterleiding

Krachtens overeenkomst gesloten tussen:

A. Grootwatorschap Beoosten de Vecht, wp. Broukelovoen en Tienhoven, gemeente Loosdrecht, wp. Loendervoen en wp. de Bethune enerzijds en B. do go-meente Amsterdam anderzijds, gedagtekend respectievelijk 25 Juni en 28 Juli 1930, heeft do gemeente Amsterdam het recht om onder bepaalde voorwaarden water to onttrekken aan genoemde waterscha))pen ten behoevo van de Amsterdamse drinkwaterleiding.

Daarvoor is Amsterdam, ingevolge Art. 2, gehouden do waterstandon in dozo waterschappen binnen voorgeschreven grenzen to handhaven.

Het water wordt onmiddellijk onttrokken aan de Loendorveensche Plas (wj). Loonderveen) door een electrisch pompstation. Do windwatermolen van het waterschap, die do polder op do Vecht kan afmalen, doet alleen dienst in tijden van veel watorbezwaar, wat zelden voorkomt.

Het water uit do Loosdrechtscho on Broukeloveenscho Plassen wordt naar Loendervoen gevoerd door een afsluitbare dubbele duiker in de Voendijk. Daar het watergevend vermögen van hot plassengebied to gering is, moet aanvulling ])laats hebben met het uitslagwater van het wp. Bethune. Indien dit niet noodzakelijk is, wat vooral ’s winters het geval is, wordt het wp. Bethune op de Vecht afgemalon.

Het te Loonderveen onttrokken water wordt door een transportleiding, via het pompstation en do reinigingsinstallatio te Weesperkarspel, naar Amsterdam gevoerd.

Na de totstandkoming van bovengenoemde overeenkomst zijn o.m. bij de go-Tneento Amsterdam in eigendom en volledig beheer en onderhoud overgegaan het eloctrischo gemaal van hot wp. Bethune, do windwatermolen van het wp. Loender-veen on alle kunstwerken als sluizen, duikers e.d. die voor de handhaving van de peilen van belang zijn.

In hot jaar 1953 zal de gemeente Amsterdam vermoedolijk een aanvang maken mot de uitvoering van werken tot verbetering van haar plassonwaterleiding. Door hot aanloggen van een dijk zal een deel van do Loondorveonscho Plas van het water-H(;hap worden afgescheiden. Dit deel zal worden gevoed door water uitgoslagen door hot gemaal van het waterschap Bethune, rechtstreeks daarheen gevoerd door oen waterloop ontworpen langs do oostzijde van do waterschappen Breukelen Proostdij en Mijnden met kruisingen van Tienhovensch Kanaal, Weersloot en Drocht. Het ligt in hot voornemen om deze waterloop, die van het overige deel van do ])lass(in zal worden gescheiden, in do toekomst tevens aan te sluiten op hot Amsterdam—Rijnkanaal, om, zo nodig, daaruit eveneens water to kunnen aanvoeren.

De Loosdrechtscho en Breukeleveensche Plassen zullen in do toekomst geen onderdeel moer vormen van do waterwinning van Amsterdam. Do waterstanden op deze j)lassen zullen dan worden onderhouden door middel van een bij d(^ Mijndenscho sluis te stichten bemalingsinrichting mot afvoer naar de Vecht.

Wijdte

SLUIZEN 1) nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in de dag

m

Ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal

  • A, B en C. Damsluizen ieder met één opening en iiffiluitJiiinr met seiiotbalken.

  • A. In de Oude Waver ten ooftten van de Hoofdweg ..................0,00

  • B. In de A ngetel ten noorden van liaambrugije nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,00

  • C, nbsp;In de Ang.stel ten zuiden van Loenemlool nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,^0

D en E. Schutsluizen tussen AmsteUandsboezem en waterschap de Vinkeveensche en Proostdijerpolders der met twee paar punideuren, sehutkolklengte van sluis 22,00 m.

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Proostdijerscliutsliiis ........I,-1''gt; bovenslagdrempel........... benedenslagdrempcl.........

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Dommerikscho schutsluis......-i,Igt;0 Onmiddellijk benoorden deze sluis is een lijdelijke schutsluis gebouwd ten behoeve van alt;invoer van baggermaterieel voor wegenaanleg. De sluis i.s afsluitbaar met twee enkele draaideuren, schutkolklengtc 00,00 m......7,70 bovenslagdrempel........... benedenslagtlrempel.........

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Schotbalksluis in de westelijke kanaaldijk van het Amsterdam —liijnkaivnd tussen de Nieuwe Wetering en dit kanaal.................i),2.'l

  • G. nbsp;nbsp;nbsp;Oudhuizer schutsluis tussen Amstellandsboe-zem en waterschap Groot Wilnis Vinkeveen met twee paar puntdeuren, schutkolklengtc 21,80 m.....1,10

  • H. nbsp;nbsp;nbsp;.Toostendainmersohulsluis ten noorden van Kockengen tussen de Bijleveld en de Groote HeycojJ met twee paar puntdeuren, schulkolklengle 10,20 m . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,06

De sluis staat doorgaans open.

  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen het Amsterd.am—Kijnkannal en de Groote Ilegcop, met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, scJmtkolklengle 2O,.5O m ,‘1,00 bovenslagdrempel............. benedenslagdrempcl........... De sluis staat doorgaans open.

  • K. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Proostwelering op het .Amsterdam—Hijnkanaal, één opening afsluitbaar met eelt schuif...................

Ten oosten van de uitwateringssluis een lozingswerk in de Voorwetering van waterschap de Lage Weide, één opening afsluitbaar met twee kleppen...... klep buitenzijde............. ,, binnenzijde.............

  • L. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen de Vletitensche Wetering en het Amsterdam—Hijnkanaal met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte

  • 21,7.5 m ...................

  • M. nbsp;nbsp;nbsp;Hamsluis, schutsluis tussen de Ileycop en de Vleutensche Wetering, met twee paar puntileuren, schut-kolklengte 16,10 m...............

  • N. nbsp;nbsp;nbsp;Kameriksehesluis, schutsluis tussen de boezem van Woerden en waterschap Kamerik-Teylingens, met twee paar puntdeuren, schulkolklengle 17,50 m . . .

  • bovenslagdrempel.............

  • benedenslagdrempel...........

  • 0. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen de boezem van Woerden en uviterschap Oudeland en Indijk met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 17,10 m.........

  • P. nbsp;nbsp;nbsp;Haanwijkorsluis, schutsluis tussen Amstel-landsboezem en de boezem van Woerden, met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 17,60 m.............

bovenslagdrempel.............

benedenslagdrempel...........

  • Q. nbsp;nbsp;nbsp;Sluis aan do Heldam, schutsluis tussen de boezem van de Ileycop en AmsteUandsboezem, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,80 m..... bovenslagdrempel............. benedenslagdrempel........... De sluis staat doorgaans open.

  • R. nbsp;nbsp;nbsp;Sluis aan de Stadsdam, schutsluis tussen het westelijk gedeelte van het eerste pand van de Leidsche Ilijn (Stadswater van Utrecht) en het tweede pand van de Leidsche liijn (boezem van de Ileycop), met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m..... bovenslagdrempel............. benedenslagdrempel...........

De sluis is in 1951 opgeruimd.

  • S. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen het westelijk gedeelte van het eerste pand van de Leidsche liijn en het Amsterdam— Hijnkanaal met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 30,60 m . .

    Slagdremjwl-diepto in m

    •N.A.P,

    1,00

    2,18

    2,00

    3,10

    3,23

    3,,17

    2,21

    2,10

    3,07

    2,02

    I,.1.1

    1,80

    2,30

    1,10

    1,00

    — 0,05

    3,00

    1,65

    1,0.5

    3,1.5

    3,20

    2,75

    3,00

    2,0.5

    1,7.5

    3,20

    1,8.3

    1,86

    1,77

    2,02

    3,15

    1,65

    7,02

    3,10

*) De schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren.

Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;Slagdrempel-

in de dag nbsp;nbsp;diepte in m

m — N.A.P.

  • T. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen de Voorvliet van waterschap Oudenrijn e.a. (behorende tot het grootwaterschap Hey-cop, genaamd de Lange Vliet) en het Amsterdam— Hijnkanaal met twee enkele deuren, schutkolklengte 18,55 m ...................2,07 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer 1,80

Aan de polderzijde ligt vóór de sluis een keerdorpel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;bovenkant 1,00

Aan de kanaalzijde een schotbalkkering bestaande uit twee rijen schotbalken............6,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,80

Bezuiden de schutsluis een lozingswerk, bestaande uit een heveloverlaat, doorstroomwijdte 3,50 m . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogte overinat

1- 0,1.3

U. Schutsluis tussen waterschap Oudenrijn e.a. (grootwaterschap Heycop, genaamd de Lange Vliet) en de Voorvliet van deze waterschappen met twee paar punideuren, schutkolklengte 15,80 m.......2,80 bovenslagdrempel.............0,80

benedenslagdrempel...........1,00

  • V. nbsp;nbsp;nbsp;Zuidersluis, schutsluis met tussenhoofd ten zuiden van Utrecht tussen het zuidelijk gedeelte van de Vaartsche Hijn (Merwedekanaal) en het Amsterdam— Hijnkanaal, met twee paar naar het Amsterdam—Hijnkanaal en drie paar naar de Vaartsche Hijn kerende puntdeuren..................12,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer 3,73 schutkolklengte noordelijke schutkolk 67,11 m schutkolklengte zuidelijke schutkolk 59,12 m

  • ■ • totale schutkolklengte 126,90 m jokdorpel Vaartsche Hijnzijde.......2,8.5

W. Schutsluis tussen het derde pand van de Leidsche Hijn (AmsteUandsboezem) en waterschap Bijleveld en Heijerscop e.a. met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 18,40 m.............3,00

bovenslagdrempel.............1,12

benedenslagdrempel...........1,72

X, Schutsluis ie Montfoort tussen de boezem van de Gekanaliseerde HoUandsche I.Issel en de boezem van Woerden met twee paar punideuren, schutkolklengte 23,30 m ...................1,55 bovenslagdrempel.............1,60 benedenslagdrempel...........1,00

Ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal

IJ. Schutsluis tussen het Hilversumsch Kanaid (polder Kortenhoef) en de Vechtboezem, met twee roldeuren, schutkolklengte 60,40 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Z. Zuidersluis, schutsluis tussen de boezem van de ’s-Gravelandsche Vaart en hel Hilversumsch Kanaal (polder Kortenhoef ), met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,75 m...............1,32

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Aj. Schutsluis tussen het Hilversumsch Kanaal (polder Kortenhoef) en de Loosdrechtsche Plassen met Iwee roldeuren, schutkolklengte 20,00 m......1,00

Bj. Loenderveonscho schutsluis tussen de Vechtboezem en waterschap Loenderveen met twee enkele draaideuren, schutkolklengte 22,20 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Cj. Mijndensche schutsluis tussen de Vechtboezem en de Loosdrechtsche Plassen, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 30,20 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

D 1 tamsluls in de Vecht, ilrie openingen afslnit-

.•t schotbalken jopeningen ieder . nbsp;..........3,50

ii.iddelste opening............9,00

Schutsluis tussen de Nieuwe Wetering (Amstel-landsboezem) en de Vechtboezem te Nieuwerslai.s met twee paar puntileuren, schutkolklengte 31,00 m . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,56

Fj. Uitwateringssluis van het beoosten het Amsterdam—Hijnkanaal gelegen gedeelte van de Stadswelering op de Vechtboezem, één opening afsluitbaar met één paar puntdeuren..................2,90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,70

G|. Weorsluia, schutsluis tussen de Vechtboezem en het waterschap Breukeleveen en Tienhoven, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 19,00 m.....3,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,90

De sluis is defect.

H^. Keersluis tussen de Kleine Heycop en de Vechtboezem, één openineg afsluitbaar met één paar puntdeuren 3,3.5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,15

Ij. Schut- en uitwateringssluis tussen het beoosten het Amsterdam—Hijnkanaal gelegen gedeelte van de Kerkvaart (voormalige boezem van de Heycop) en de Vechtboezem met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 19,7.5 m...................3,90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,48

Kj. Schutsluis tussen het Amsterdam—Hijnkanaal en het beoosten dit kanaal gelegen deel van de Kerkvaart (voormalige boezem van de Heycop), met vier paar puntdeuren om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 29,50 m.............3,90

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Lj. Uitwateringssluis tussen het beoosten het Am-slerdam—Hijnkanaal gelegen deel van de Haarrijn en de Vechtboezem, één opening afsluitbaar met één klep 1,38

Mi. SchutsluLS aan het Kraaiennest, tussen het benedenpand van het Tienhovensch Kanaal (waterschap Breukeleveen en Tienhoven) ende Vechtboezem, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 34,88 m.....3,59 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,80

Ni. Schotbalksluis in het benedenpand van het Tienhovensch Kanaal..............3,60

Pj. Schutsluis tussen de Oostelijke Binnenpohler van Tienhoven en waterschap Breukeleveen en Tienhoven met twee schutten, schutkolklengte 27,70 m . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,2.5

Qi. Schutsluis aan het Hoodpannenhuis, tussen het bovenpand en het benedenpand van het Tienhovensch Kanaal, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 19,75 m ...................3,03 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,57

De sluis is buiten gebruik.

Ri. Schutsluis tussen de Vechtboezem en waterschap Maarsseveen, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte

50,2.5 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Si. Vechtsluis, schutsluis tussen het Amsterdam— Hijnkanaal en de Vecht, met vier paar puntdeuren om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 36,88 m ...................6,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,93

Ti. Schutsluis tussen de Vechtboezem en de Neder-eindsche Vaart (waterschap Westbroek) met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 32,87 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Onmiddellijk ten oosten van deze sluis ligt een schutsluis tussen de Vecht en waterschap Buitenweg met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,10 m

bovenslagdrempel

benedenslagdrempel

Ui. Schutsluis tussen de Vechtboezem en de Klop-vaart (boezem van de Kerkeindsche Vaart) met twee paar puntileuren, schutkolklengte 26,30 m.......3,40

Wi. Schutsluis tussen de boezem van het Zwarte Water en de Vechtboezem, met twee schutten, schutkolklengte 97,50 m bovenschut ............... nbsp;nbsp;nbsp;2,60

benedenschut..............2,30

Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;Slagdrempel-

in de dag nbsp;nbsp;diepte in m

m — N.A.P.

Xi. Keerschut tussen het Stadswater van Utrecht en het Zwarte Water................2,90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,70 Dient voor inlaten.

Ui. Weerdsluis, schut- en uitwateringssluis tussen het Stadswater van Utrecht en de Vecht, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 100,00 m bovenslagdrempel benedenslagdrempel

Onmiddellijk beoosten de schutsluis een uitwateringssluis

bovensluishoofd één waaierdeur beneilensluishoofd één paar puntdeuren . , .

Zi. Schutsluis tussen het Zwarte Water en het water-scluip Maartensdijk, met twee schulten, schutkolklengte 100,00 m..................' . bovenschut benedenschut

Aj. Keerschut tussen het Stadswater van Utrecht en het Zwarte Water..............3,00

B2. Schutsluizen tussen het Merwedekanaal (Stadswater van Utrecht) en het Amsterdam—Hijnkanaal.

Nieuwe, noordoostelijke schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 138,00 m bovenslagdrempel benedenslagdrempel

Ouile, zuidwestelijke schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 128,00 m bovenslagdrempel benedenslagdrempel

Cj. Schutsluis tussen het Stadswater van Utrecht en het ten oosten van het Amsterdam—Rijnkanaal gelegen gedeelte van de Vleutensche Wetering, met twee paar punideuren, schutkolklengte 19,80 m.....2,75 bovenslagdrempel.............0,83

benedenslagdrempel...........1,18

Dj. Schutsluis bij Oog in Al, tussen het Merwedekanaal (Stadswater van Utrecht) en het eerste pand van de Leidsche Hijn met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 32,00 m.................6,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,83

De sluis staat meestal open.

Ten westen van deze sluis ligt een schotbalksluis 3,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,23

Ej. Schutsluis tussen het oostelijk gedeelte van het eerste pand van de Leidsche Hijn en het Amsterdam— Hijnkanaal met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 30,80 m . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7,02 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,10

Vóór het oostelijk sluishoofd ligt een keerdorpel . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;bovenkant 1,80

F2. Damsluis tussen de Havensche Wetering en de.

Vaartsche Hijn, afsluitbaar met schotbalken . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,15

G2. Noordersluizen, bezuiden Utrecht tussen hel noordelijk deel van de Vaartsche Hijn (Merwedekanaal) en het Amsterdam—Rijnkanaal.

Groote schutsluis, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 126,92 m..............12,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer 3,73

Vóór het noordelijk sluishoofd ligt een jokdorpel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,85

Kleine schutsluis, met vier paar puntdeuren, om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 59,00 m ...................7,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer 3,10


-ocr page 77-

680 ha


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


p-o-r. i ■ 0.80


.o\-


. 12ap -o.:- I


bentnnlf


52;’ 15 .


430 ha


eo ba


233 ha


II


1585 ha


0.2


6390 ha


JTaterscha


Kiool ^rem.


ï.t


300 ha


10.3.


865 ha


2x110 : ,0.5


U^ a t er sell


1120 ha en

- 0.40 tot ^ 0.50


1 Oudwulverbroek


en


J1200 ha Z.p.rO.15 u.p.-0.80


15^0 ha


hn a p Zifi.


152 115'


.0


i.p.-0.i8


i !.v.~0.65


.0.3/


-0.3


■0:50


455 ha


z.p.’0.4(f


Drie


W^p de

75 ha


rakenburh j


Pijnenliurg^^


Drie


.3


lt; r'


/iinkenh^i


.0.3


■9.2


Gerwleerd geleed


350 ha


S.t


‘0.


gen


\kk*'


1110 ha


z.p.-O.lO


Bet) osten


1015 ha


46


0.1


0.2


85 ha


frater schap


Middelwijk


(I e


Polder


2575 ha


met inbegrip van hgge A'^ontlim.

z.p.-0.3Q


ir ï


45 ha

sO.8


\:

H.4


^* UiMtmlin ''

^E e m


’t Hogelwd

410 hay '


620 ha


152“ io’


Till «^

^/i. .1 . rbrgt;.


e

«.6‘


33.0 Ik‘.y


AMSTE.A;OAM 25 w 1 nbsp;nbsp;0

HARDERfWUK 2« W nbsp;nbsp;nbsp;1 O

MATTUM 27 W nbsp;nbsp;nbsp;* nbsp;nbsp;0

UTRCÖHT 31 W ; nbsp;nbsp;0

ZUTPHKN 33 W nbsp;nbsp;nbsp;1 nbsp;nbsp;0

OORINCMEM 36 w nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0

RHtNRN 39 w : o

ARNHEM 40 W nbsp;nbsp;nbsp;i O

Herzien in 1952.

^red. bijgeiverkt tot 1953.


1^0 ha

2.7


wthui-p


52 ^S Ö


' ƒ. Kleur van de rechtstreeks op het Ijsselmeer of de Eem afwaterende polders en hoge gronden

Van deze hoge gronden zijn afzonderlijk aangegeven de stroomgebieden van:

I A. de Gooyergracht ; I B. de Drakenburgergracht ; I C., I D. en I B. respectievelijk het eerste^ het tweede en het derde pand van de Pijnenburger-grift ; I F. de waterleidingen in het waterschap 't Hogeland en T G. de Lattk.

I A. Gooyergracht

Deze boezem^ die het water afvoert van een gebied hoge gronden oiuler Blaricum en Laren, loost door een uitwateringssluis op het IJsselmeer. De oppervlakte van het boezemgebied is ongeveer 1585 ha.

De keersluis in het Vetdijkje (zie blad Harderwijk West) staat nagenoeg altijd open, daar sedert de afsluiting van de Zuiderzee hoge waterstanden zeklen meer voorkomen.

Het onderhoud van de Gooyergracht berust bij het wp Bemnes en fie gemeenten Blaricum en Laren.

I B. Drakenburgergracht

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, heeft een grootte van 985 ha en bestaat uit hoge gronden en boezemland.

De wetering loost door een uitwateringssluis)e op de Bem (sluis AI). Dit sluisje staat doorgaans open.

De Drakenburgergracht is in beheer en onderhoud bij het waterschap Drakenburg.

IC., I D. en IE. Pijnenburgergrift of Praamgracht (eerste, tweede en derde pand)

Dit kanaal loopt van de Bem ten zuidoosten van Baarn, langs de grens tussen de gemeenten Baarn en Soest tot het landgoed Pijnenburg. Het is ongeveer 6,7 km lang en 6 m breed. Het kanaal, dat uit drie panden bestaat, is in beheer en onderhoud bij het waterschap De Pijnenburgergrift.

I C. Eerste pand van de Pijnenburgergrift, boven de stuw O. De lengte is 3,2 km. Het stmvpeil bedraagt ongeveer 1,70 m N.A.P. Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, heeft een grootte van 2810 ha en bestaat uit hoge gronden en boezemland.

I D. Tweede pand van de Pijnenburgergrift, tzissen de stuwen 0 en N. De lengte is 2,0 km . Het stuwpeil vóór de stuw N bedraagt ongeveer 1,— m N.A.P. Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, heeft een grootte van 280 ha en bestaat uit hoge gronden en boezemland.

I E. Derde pand van de Pijnenburgergrift, beneden de stuw N. Dit pand, dat in open verbinding staat met de Bem, is lang 1,5 km. Br wateren 130 ha hoge gronden op af.

I F. Waterleidingen in het waterschap ’t Hogeland

De voornaamste waterleidingen zijn :

a. de Alalewetering, b. een kleine watergang in het voormalige waterschap Coelhorst, c. de grotendeels vergraven Oude Bem. Door drie sluisjes (L^, M^, en N^) kunnen deze waterlopen van de Bem worden afgesloten. De sluisjes staan nagenoeg altijd open en worden alleen gesloten bij hoge Bern-Ständen, die zelden meer voorkomen. De gebieden, die hun water op de boezems a,bene afvoeren, zijn respectievelijk groot 1210 ha, 85 ha en 410 ha. Ben vierde gebied, groot 360 ha, loost door een sluisje (0^) op het Valleikanaal.

I G. de Laak

Dit kanaal, dat alleen voor afwatering dient, voert het water af van een deel van de hoge gronden gelegen in de polder Arkemheen en in het wp U Hogeland. De grootte van het boezemgebied bedraagt 1130 ha.

De boezem loost door de Laakse duiker (sluis H^) op het IJsselmeer, Dit sluisje staat doorgaans open.

De Laak is in beheer en onderhoud bij de polder Arkemheen.


Het achtste pand van het Valleikanaal dat met de Bem in open verbinding staat, loopt tot de schotbalksluis F ten westen van de weg Amersfoort—Spakenburg {damsluis no 9). Op dit pand, dat een lengte heeft van 0.2 km, watert 45 ha. polderland af.


II. Boezem van de ^s Gravelandsche Vaart

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 142 ha. De totale oppervllt;tkte van de op de boezem lozende polders, boezemland en hoge gronden bedraagt ongeveer 8540 ha. Het zomerpeil van de boezem is 0,20 tot 0,30 m — N.A.P.

De waterlozing heeft plaats langs natuurlijke weg op de Vecht door de schutsluis te Uitermeer en de Kcetpoortsluis te Muiden en op de Buitenvecht door de Oostsluis en door de kokers in de stenen beer te Aluülen (zie blad Amsterdam Oost).


■ III. Bovenpand van het Tienhovensch Kanaal

■ De oppervlakte van het op de boezem af waterende gebied, bestaande uit boezemland en hoge gronden, bedraagt 430 ha.

De boezem loost door een schutsluis op het benedenpand, dat gemeen ligt met de Loosdrechtsche Plassen en de polder Breukeleoeen en Tienhoven (zie blad Utrecht Oost).

H IV. Vechtboezem

quot; Een klein deel van de Persijnpolder, die tot het wp Alaartensdijk behoort, komt aan de westelijke rand van dit blad voor (zie verder blad Utrecht Oost).

■ V. Zwarte Water

■ De boezem bestaat uit het Zwarte Water en de Alaartensdijksche Vaart.

De gezamenlijke oppervlakte van het gebied van het op de boezem lozende polderland, boezemland en hoge gronden bedraagt 2570 ha.

De boezem loost door een schutsluis te Utrecht op de Vecht (zie blad Utrecht Oost).

B VI. Derde of benedenpand van de Kromme Rijn en van de H Biltsche en Zeistergrift

De boezem ligt gemeen met het Stadswater van Utrecht, de Vaartsche Rijn, een deel van het Merwedekanaal en het ten oosten van het Amsterdam— Rijnkanaal gelegen deel van het eerste pand van de Leidsche Rijn.

De boezem ontlast zich via de Weerdsluis te Utrecht op de Vecht (zie blad Utrecht Oost).

De gemiddelde waterstand van het Stadswater is 0,45 m -}- N.A.P.

De toUde oppervlakte van het gebied, dat op de boezem afwatert, bestaande uit boezemland, polders en hoge gronden, bedraagt o^igeveer 26 000 ha.

Van dit gebied komen op dit blad voor de delen : VI A. vaart naar het buitengoed Houdringen ; VI B. tweede pand van de Biltsche en Zeistergrift ; VI C. eerste pand van de Biltsche en Zeistergrift en VI D. Rhijnwijksche Wetering.

VI A. Vaart naar het buitengoed Houdringen

De boezem, die het water ontvangt van 440 ha hoge gronden, loost door sluis Q op het tweede pand van de Biltsche en Zeistergrift.

Het peil bedraagt ongeveer 1,60 m N.A.P.

VI B. Tweede pand van de Biltsche en Zeistergrift

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, .heeft een grootte van 1050 ha en bestaat uit hoge gronden en boezemland. Bovendien loost op dit pand het gerioleerde en grotendeels bebouwde gebied van de gem. Zeist, dat uit drie delen bestaat, respectievelijk groot 400 ha, 20 ha en 70 ha. De boezem loost door de schutsluis P op het derde of benedenpand.

Het peil van het tweede pand bedraagt 1,50 m N.A.P.

VI C. Eerste pand van de Biltsche en Zeistergrift

De totale oppervlakte van de op dit pand lozende hoge gronden en boezem-land bedraagt 565 ha. Het gebied bestaat uit twee delen, respectievelijk groot 470 ha en 95 ha. De boezem loost door sluis R op het tweede pand.

Het peil van het eerste pand is 1,75 7n N.A.P.

VI D. Rhijnwijksche Wetering

Het gebied, dat zijn water 021 deze boezem afvoert, heeft een grootte van 405 lia en bestaat uit hoge gronden. De boezem loost door de schutsluis S op de Kromme Rijn.

III VII, Heiligenbergerbeek

B De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden, bedraagt ongeveer 11 690 lui. Hiervan ligt 10 785 ha in het waterschap Heiligenbergerbeek. Het water van dit gebied wordt afgevoerd via de Wouden-bergsche Grift en de Heiligenbergerbeek e.a. op de stadsgrachten van Amersfoort en vervolgens door de schutsluis G, de schotbalksluis H en de stuw I op de Eem.

De Woudenbergsche Grift wordt door de stuwen T, U en V opgestuwd ; de Heiligenbergerbeek door de stuw W. De zomerstuwpeilen vóór deze vier stuwen bedragen respectievelijk 3,90 m, 2,80 m, 1,80 m en 1,— m N.A.P.

Ten behoeve van de waterverversing van de stadsgrachten wordt water ingelaten uit de Barneveldsche Beek door e^n afsluitbare grondduiker onder het Valleikanaal beoosten Amersfoort.

VIII, Valleikanaal

Dit kanaal, dat uitsluitend als afwateringskanaal dienst doet, loopt van de Nederrijn bij de Grebbe tot de Bem bij Amersfoort. Het is ongeveer 37,4 km lang en is door zeven sluizen in acht panden verdeeld. Br zijn negen sluizen, doch de sluizen nos 7 en 8 doen geen dienst als stuw. De bodembreedte wisselt van 5,50 m tot 15,— m. De lt;liepte bij de aangenomen hoogwaterafvoer bedraagt 1,70 m tot 2,57 m. De totale oppervlakte van het gebied, dat 02) het Valleikanaal afwatert, bedraagt 64 590 ha.

Het kanaal met de kunstwerken zijn in beheer en onderhoud bij de provincie Utrecht.

De volgende panden komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor.

VIII A. Vierde pand, van damsluis no 3 in de spoorweg Utrecht -Ede tot de schotbalksluis A bezuiden de Potbrug in de weg Woudenberg--Renswoude (damsluis no 4)

De lengte bedraagt 4,3 km. Het stuwpeil is 3,27 m N.A.P.

Een klein deel van het stroomgebied, waarvan de totale oppervlakte 7640 ha bedraagt, komt aan de oostelijke rand van dit blad voor. (Zie voorts blad Amersfoort Oost.)


VIII B. Vijfde pand, van de schotbalksluis A bezuiden de Potbrug ih de weg Woudenberg- Renswoude (damsluis no 4) tot de schotbalksluis B in de Roffelaarskade beoosten Woudenberg (damsluis no 5)

De lengte bedraagt 1,2 km. Het stuwpeil is 2,87 m N.A.P.

Ben klein deel van het stroomgebied, waarvan de totale oppervlakte 316 ha bedraagt, komt aan de oostelijke rand van dit blad voor. (Zie voorts blad Amersfoort Oost.)

VIII G. Zesde pand, van de schotbalksluis B in de Roffelaarskade beoosten Woudenberg (damsluis no 5) tot de schotbalksluis C in de As-schatterkade (damsluis no 6)

De lengte bedraagt 5,8 km. Het stuwpeil is 1,60 m N.A.P.

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden gelegen in de waterschappen van de Bameveldse beek en Lunterse beek, bedraagt 3142 ha. Het bestaat uit zes delen, respectievelijk groot 190 ha, 1665 ha, 22 ha, 250 ha, 1000 ha en 15 ha. (Zie voorts blad Amersfoort Oost.)

VIII D. Zevende pand, van de schotbalksluis G in de Asschatterkade (damsluis no 6) tot de schotbalksluis F ten westen van de weg Amersfoort — Spakenburg (damsluis no 9)

De lengte bedraagt 6,9 km. Het stuwpeil is 0,70 m -f- N.A.P. De in dit pand gelegen schotbalkstuwen D en E {damsluizen nos 7 en 8) doen geen dienst als stuw.

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden, bedraagt 41 112 ha. Het bestaat uit zes delen, waarvan vijf delen respectievelijk groot 360 ha, 17 340 ha, 210 ha, 1620 ha en 12 ha geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen. Eerstgenoemd deel ligt in het wp ^t Hogeland, de overige vier liggen in het wp van de Bameveldse beek. Het zesde deel, groot 21 570 ha — de Barneveldsche Beek boven de stuw bij de voormedige korenmolen ten zuidwesten van Barneveld — komt voor op de bladen Amersfoort Oost en Zutphen West.

Achtste pand, van de schotbalksluis F ten westen van de weg Amersfoort—Spakenburg (damsluis no 9) tot de Eem

Dit pand staat met de Bem in open verbinding {zie onder I).

OPRICHTING EN OPHEFFING VAN WATERSCHAPPEN IN DE EEMVALLEI

De aanleg van het Valleikanaal en de daarmede verband houdende reorganisatie van de waterschappen in de Geldersche Vallei heeft ook in de EeinvaUei enige wijzigingen ten gevolge gehad. Aangezien do grens van het waterschap De Drie Sluizen moest gewijzigd worden, hebben de Staten deze gelegenheid aangegrepen om de waterschappen Coelhorst, De Drie Sluizen en De Malesluis tot één waterschap te verenigen onder de naam ’t Hogeland.

In het gelijkluidend besluit van de Staten van Gelderland en Utrecht van respectievelijk 28 Mei en 1 Juni 1948, waarin de gehele reorganisatie van de waterschappen in de Geldersche Vallei is geregeld, is ook tot opheffing van de drie voornoemde waterschappen in de Eemvallei besloten, alsmede tot oprichting en reglementering van het waterschap ’t Hogeland. Dit besluit, dat o[) l Januari 1949 in werking is getreden, is afgekondigd in het provinciaal blad van Utrecht 110 49 van 1948.

OPRICHTING EN OPHEFFING VAN WATERSCHAPPEN

IN DE GELDERSCHE VALLEI

In 1934 besloten de Staten van Utrecht en Gelderland tot do aanleg van het Valleikanaal; het Kijk verleende daarin een subsidie ten bedrage van 45%. Door do aanleg van dit kanaal werd de mogelijkheid verkregen do verbetering van do afwatering in de verschillende stroomgebieden onafhankelijk van elkander ter hand te nomen. Daartoe werden de in hot gebied bestaande zeven waterschappen oj)-gohoven en vijf nieuwe opgoricht, welke elk een geheel stroomgebied omvatten. Voorts werd opgericht het dijkschap Grebbedijk.

Deze reorganisatie is tot stand gekomen bij gelijkluidend besluit van de Provinciale Staten van Gelderland on Utrecht van resp. 28 Mei en l Juni 1948, koninklijk goedgekeurd op 23 November 1948 en opgenomen in hot provinciaal blad van Gelderland 110 64 van 1948 en in dat van Utrecht no 49 van dat janr. Het besluit is in werking getreden op 1 Januari 1949.

Bij dit besluit werden opgericht en gereglemenUHU'd:

Van deze waterschappen komen gedeeltelijk op dit blad voor het waterschap van de Bameveldse boek en de waterschappen Heiligenbergerbeek en Lunterse boek. Zie verder de bladen Amersfoort Oost, Zutphen West, Rhenen West en Oost en Arnhem West.

De waterschappen Grebbe on Heiligenbergerbeek liggen in do provincie Utrecht; tlo overige in de provincies Gelderland en Utrecht. Het omslagplichtig gebied van het dijkschap Grebbedijk ligt in do waterschappen Grebbe on Wageningen en Edo.

De bij gelijkluidend besluit van de Staten van Gelderland on Utrecht van 28 Moi/1 Juni 1948 opgeheven waterschappen zijn de volgende:

f V^ervolg Z.O.Z.)


TOELIGHTING

Onder polder wordt verstaan oen complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus eeii gebied met een eigen waterstand.

Polders zijn in de regel dooi’ waterkeringen omsloten.

Do polders hebben in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn de voor-naamste waterleidingen aangegeven met de kleur van tle boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens van het boezemgebied aan; een smalle bies do onderverdeling.

Daar, waar een waterloop de grens van een stroomgebied vormt, is de bies onderbroken.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

Do namen van gereglementeerde waterschappen on polders zijn in bruin op de kaart aangogevon.

VERKLARING DER TEKENS

j Met opgave van do aard van het bemalingswerktuig — • 0^ LIectrisch gemaal f ^^ _ schroef pomp; c = contrifugaalpomp; u = stoomgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;quot;nbsp;= scheprad) en het aantal nP waterverzet

bij de m m aangegeven opvoerhoogte.

Klein gemaal.

Windmotor met raddiamoter in m.

Uitwateringssluis.

^»^Huipai. Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).

ogt;—^0 Grondduiker onder een waterleiding met afsluiting.

_____- Peilmerk van hot N.A.P.

-!=n=3=3— Peilschaal.

z.p.-0.25 Zomerpeil van polders

w.p.-0.80 Winterpeil van polders'in m t.o.v. N.A.P.

2.3 Hoogtecijfers

Verharde weg.

=== Spoorweg.

160 ha Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgens meting op de kaart met de planimeter.

j^^rWt-v-VA Waterkerende dijk.

-i f I 1 Dijkvordediging, strekdammen.

_____Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn doorgaans alleen aangegeven waar ze afwijken van de w’aterstaat.

^'^X^ Administratieve grens van waterschap De Lee - en Rietsloot.

-----Provinciale grens.

Do waterstaatskaarton zijn à f 5,-— per stuk verkrijgbaar bij hot Staatsdrukkerij-on Uitgeverijbedrijf to ’s Gravonhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


AMERSFOORT WESI


Universiteits-ij bibliotheek

Utrecht


-ocr page 78-

WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN

Hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams

Het reglement is opnieuw vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrecht van 14 Juli 1905 en is opgenomen in het provinciaal blad no 156 van dat jaar. Voor later aangobrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 174 van 1906, no 92 van 1919, no 28 van 1920, no 22 van 1923, no 20 van 1933 en no 14 van 1938.

Tot het gebied van het hoogheemraadschap behoren de gedeeltelijk, op dit blad voorkomende waterschappen De Biltsche en Zeister Grift (gedeeltelijk), Zeist, Rijn en Dijk, Vechter- on Oudwulverbrook, Houten, De Lee- en Rietsloot en Driebergen .

Het hoogheemraadschap is belast met het beheer en onderhoud van de Noorder-dijk van Nederrijn en Lek, van Amerongen tot het Klaphek. Het voert uitsluitend het beheer over de dijk en heeft geen bemoeienis met het bestuur der waterschappen, die tot het gebied van het hoogheemraadschap behoren.

De belastbare oppervlakte is ± 30 984 ha.

Waterschap Houten

Het bijzonder reglement is vastgesteld bij besluit dor Provinciale Staten van Utrecht van 24 Juli 1863 en is opgenomen in het provinciaal blad no 109 van dat jaar. Voor later aangebracdite wijzigingen zie de provinciale bladen no 117 van 1881 en no 26 van 1921.

Het waterschap De Hoon ligt geheel in het waterschap Houten, terwijl de waterschappen Vechter- en Oudwulverbroek, Liesbos, Vuylcop en De Lee- en Rietsloot slechts gedeeltelijk tot het gebied van het waterschap Houten behoren. Evenals laatstgenoemd waterschap komen ook de waterschappen Vechter- en Oudwulverbroek en De Lee- en Rietsloot slechts gedeeltelijk op dit blad voor. (Zie verder de bladen Utrecht Oost, Gorinchem Oost en Rhenen West.)

Het waterschap is hoofdzakelijk belast met het onderhoud van wegen in do gemeente Houten. Verder heeft het waterschap het toezicht en beheer over enkele waterleidingen, dammen, kaden en kunstwerken.

De belastbare oppervlakte is ± 3289 ha.

Waterschap Bijn en Dijk

Het bijzonder reglement is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrecht van 24 Juli 1863 en is opgenomen in het provinciaal, blad no 108 van dat jaar. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 187 van 1899, no 120 van 1911, no 70 van 1913, no 109 van 1920 en no 134 van 1921.

Tot het gebied van dit waterschap behoren gedeeltelijk de waterschappen Vechter- en Oudwulverbroek en De Lee- en Rietsloot. Evenals het waterschap Rijn en Dijk komen ook beide voornoemde waterschappen slechts gedeeltelijk op dit blad voor. (Zie verder de bladen Utrecht Oost, Gorinchem Oost en Rhenen West.)

Het waterschap is hoofdzakelijk belast met het onderhoud van wegen in do gemeenten Bunnik, Odijk en Werkhoven. Verder is het waterschap belast met het beheer en onderhoud van enkele waterleidingen en kunstwerken.

De belastbare oppervlakte is ± 3411 ha.


SLUIZEN ’)


Wijdte Slagdrempel-in de dag diepte in m m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— N.A.P.


In het Valleikanaal


A. Damsluis no 4 bezuiden de Potbrug in de weg Woudeizberg—Penswoude, twee openingen elk met twee schotbalksponningen, in elke benedenschotbalksponning een driedelige schuif

iedere opening..............5,00


gewelfde vloer

-b p43 tot

2,18


B. Damsluis no 5 beoosten Woudenberg in de Poffeloarskade, twee openingen elk met twee schotbalk-sponninge7i, in elke benedenschotbalksponni7ig een driedelige schuif

iedere opening..............3,00


gewelfde vloer b 1,33 tot

4- 2,10


C. Damsluis no 6 in de Asschatterkade, twee

openingen elk 7net twee schotbalksponnüigen, in elke

benedenschotbalksponning een driedelige schuif iedere opening..............4,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,73


D. Damsluis


no 7 in de Hoge Weg beoosten


Amersfoort, drie openingen elk met twee schotbalksponningen


middelste


en oostelijke opening


westelijke opening......

(De sluis doet geen dienst als stuw.)


3,00

3,00


gewelfde vloer 0,06 tot 0,21 vloer 1,36


E. Damsluis no 8 in de spoorwegbrug te Amersfoort, twee openingen elk met twee schotbalksponningen iedere opening..............

(De sluis doet geen dienst als stuw.)


8,00


1,60


F. Damsluis no 9 nabij de uitmonding van het Valleikanaal in de Ee/n te A^nersfoort, twee openinge^i elk met drie schotbalkspomiingen, in elke benedenschot-balksponnuig een vierdelige schuif

iedere opening..............


8,00


2,00


Sluizen te Amersfoort

G. Schutsluis tussen de Stadsgrachten e7i de Eem, afsluitbaar met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 26,70 m ................... nbsp;nbsp;4,60


H. De Kleine Koppel of Gelderse Balken, schot-balksluis tussen de westelijke Singelgracht en de Eem, één opening, afsluitbaar 7net één rij schotbalken . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,93


L De Grote Koppel, stuw tussen de oostelijke Singelgracht en de Eem, twee openingen, ieder afsluit-b(far met één Stoneyschuif en één rij schotbalken iedere opening..............3,37


1,22

1,02

1,02


Wijdte in de dag m

Slagdrempel-diepte in m — N.A.P.

Beoosten de Eem en het Valleikanaal

X, IJ en Z. In de Slaagseho Dijk (wp Beoosten de Eem).

X. Kleine Slaagse sluis, uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met één schuif. . .

0,77

0,85

IJ. Inlaatsluis bij hel gemaal Zelderl, één opening, aan de binnenzijde afsluitbaar met één schuif, aan de buitenzijde met één deur . .

1,68

1,81

Z. Uitwateringssluis van het buitendijks gelegen poldertje, bestaande uit een betonnen buis, afsluitbaar met één schuif........

0 0,30

bodem 1,08

Ai en Bj. In de Eemlandsche Dijk (wp Beoosten de Eem).

Aj. Inlaatsluis bij het gemaal De Haar, één opening, afsluitbaar met één paar deuren en één schuif ...............

1,60

1,45

Bj. Uitwateringssluis van het buitendijks gelegen poldertfe, bestaande uit een betonnen buis, afsluitbaar met éé^i, schuif........

0 0,30

bodem 1,15

Ci, Dj, Ei, Fi en Gi. In de Veen- en Veldendijk (wp Beoosten de Eem).

Cj. Uitwateringssluis van het buitendijks gelegen poldertfe, bestaande uit een betonnen buis, afsluitbaar met één schuif........

0 0,30

bodem 1,22

Di. Inlaatsluis bij het gemaal Eemdijk, één opening, afsluitbaar met één schuif . . . .

2,50

2,35

E^. Noordersluis, uitwateringssluis van de buitendijks gelegen Maatpolder, één opening, afsluitbaar met één schuif........

0,70

1,07

Fj. Inlaatsluis voor de waterverversing van de kom van Bunschoten en die van Spakenburg, één opening, afsluitbaar met één schuif. . .

0,80

1,30

Gi. Uitwateringssluis van het buitendijks gelegen poldertfe, bestaande uit een betonnen buis, afsluitbaar met één schuif........

0 0,50

0,70

Hj, 11 en Kj. In de buitendijk van polder Arkemheen.

Hi. Laakso duiker, uitwateringssluis van de Laak, één opening, afsluitbaar met één paar puntdeuren en één schuif........

2,00

0,80

11. Rassenboeksluis, uitwateringssluis van polder Arkemheen, één opening, afsluitbaar met één deur en één schuif........

1,58

1,45

Ki. Wielse sluis, in- en uitwateringssluis voor het gemaal van polder Arkemheen, één opening, afsluitbaar met één paar puntdeuren en één schuif .................

3,53

1,00

Li, Mi, Ni en Oi. Uitwateringssluizen voor lozing van het waterschap ’t Hogeland op do Eem en het Valleikanaal.

Li. Eén opening, afsluitbaar met één paar deuren.................

2,75

0,81

Mi. Eén opening, afsluitbaar 7yiet één deur .

0,62

0,72

Nj. Eén opening, afsluitbaar met één paar puntdeuren ...............

1,45

0,92

01. Betonnen buis, afsluitbaar met één schuif

0 0,90

bodem 0,20

Pj en Qi. Stuwen in de Barneveldsche Beek. Pi. Barneveldse sluis nabij het Valleikanaal, twee openingen, ieder afsluitbaar met een driedelige schuif

iedere opening............

4,00

1,25

Qi. Ten noordwesten van de weg Hoevelaken— Musschendorp, twee openingen, afsluitbaar met schotbalken

iedere opening............

3,00

0,61

Rj. Stuw in de Modderbeek, één opening, afsluitbaar ynet één Stoneyschuif............

5,00

0,80

Si. Keersluis in de Lapeersche Beek, bestaande uit één betonnen koker, afsluitbaar met één schuif . . . .

0,80

vloer 4- 0,40

De sluis staat doorgaans open.

Tj. Keersluis üi de Moorsterbeek, bestaande uit twee betonnen kokers, ieder afsluitbaar met één schuif iedere koker..............

1,20

vloer 0,84

Ui. Keersluis in de Nattegatsloot, bestaande uit één betonnen koker, afsluitbaar met één rij schotbalken. .

2,50

1,64

Vi. Keersluis in de leiding ten noorden van Scherpenzeel, bestaande uit één betonnen koker, aan de binnenzijde afsluitbaar met twee rijen schotbalken, aan de buitenzijde met één rij schotbalken........

1,00

1.90

De sluis staat altijd open.


Bewesten de Eem en het Valleikanaal


bodem 0,86


1,95

1,11


N en 0. Schotbalkstuwen in de Pijnenburger-grift.

N. Beoosten de weg Baarn—A^nersfoort, één opening ................

0. Te Soestdijk, één opening

P. Schutsluis tussen het tweede en derde pand van de Biltsche en Zeistergrift te De Bilt, afsluitbaar met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 24,30 m . . .

bovenslagdrempel............. benedenslagdrempel ...........


0,25

0,50


bove^islagdrempel............. benedenslagdrempel ...........

T, U, V en W. Schotbalkstuwen in de Wouden-borgscho Grift en de Heiligenbergerbeek (wp Heili-genbergerboek).

T. Beoosten Maarsbergen, bestaande uit drie hetonbuizen met stuw aan de zuidzijde iedere buis.............?,75

noordzijde.............

U. Ten zuiden van Woudenberg, twee openingen, afsluitbaar met schotbalken


-I- 0,45


0,65

0,35


0,50

0,30


noordzijde.............1,40

zuidzijde..............1,28

V. Ten noordwesten van Woudenberg, één opening, afsluitbaar met schotbalken . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5,45 W. Bij de brug in de Oasthuislaan te Amersfoort, twee openingen, afsluitbaar met schotbalken

iedere opening............3,90


bodem 2,42

-I- 2,02


1) De schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren.


-ocr page 79-

2.575 ha

met inbegrip der hoge gronden z.p.-0.30


190 ha


».■»^7.5


z.p,-0.30


^-untne^he


Betverking: Alg. Dienst Rijkswaterstaat Reproductie : Topografische Dienst.


a.7


IV»


1620


5.«


^DVeuene


7500


-~13.6


17340


ha


II


1235 ha


17.3


31


40.9


IIP

31.5


'152' 15'


SLUIZEN *)


A on B. Uitwateringssluizen in de IJsselmcerdijk A. Uitwateringssluis van het bewesten de Nij-kerkervaart gelegen deel van de polder Arkemhcen, één opening afsluitbaar met één paar puntdeuren en één schuif...............


IS.4 \


13.1


21570


539.5 ha


52

10


6.

1665 ha


IV'


IVquot;


KHX) ha


Wijdte in do lt;lag m


2,86


Hoogte in m N.A.P.


Slag-1 rem pel


— 1,00


Boven-]ïant vloer



IV*’

3450 ha


Schaal 1 : 50000


AMSTERJDAM 25 W nbsp;nbsp;1 nbsp;nbsp;o

HABDEPIwUJ 26

MATTUKl 27 W nbsp;nbsp;nbsp;lt;nbsp;O

UTRECHT 31 W nbsp;nbsp;nbsp;' O

ZUTPHEN 33 w ! o

GORINCMEM 36 w ! o

BHEN!JN Ö»

W . -g-----I

ARNHEM 40 W nbsp;nbsp;nbsp;J 0


B. Uitwateringssluis van het beoosten de Nijkerkervaart gelegen deel van de polder Arkemheen, één opening afsluitbaar met één deur en één schuif

Nijkorkerschutsluis aan de mond van de Nij-


kerkervaart met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren ; schutkolklengte tussen de vloeddeuren 35,90 m, tussen de ebdeuren 32 m ..................

D, E, F, G en H. Vaste stuwen in do Schuitenbook, beoosten Nijkerk


D. E. F. G. H.

I en K. I.


Stuwhoogte Stuwhoogte Stuwhoogte Stuwhoogte Stuwhoogte

3,61

m

-F N.A.P.

3,74

m

-I- N.A.P.

4,74

m

-1- N.A.P.

5,89

m

N.A.P.

6,56

m

N.A.P.


Schotbalkstuwen in do Barneveldscho Boek Ten westen van de weg Ter schuur—Achter-


veld, met twee openingen, ieder afsluitbaar met één rij schotbalken

iedere opening.............

K. Bij de voormalige korenmolen ten zuidwesten van Bameveld, in de weg Barneveld—Bens-woude, met twee openingen, ieder afsluitbaar met één rij schotbalken iedere opening.............

L, M en N. Schotbalkstuwen in de Moorsterbeek L. Ten westen van de Moorsterweg, één opening afsluitbaar met één rij schotbalken......

M. Bij de Moorsterweg, één opening afsluitbaar met één rij schotbalken...........

N. Ten oosten van de Moorsterweg, één opening afsluitbaar met één rij schotbalken......

0, P en Q. Schotbalkstuwen in de Luntersche Boek 0. Nabij de uitmonding in het Valleikanaal, met twee openingen, ieder afsluitbaar met twee rijen schotbalken


iedere opening.............

In de Oroeperkade, één opening afsluitbaar twee rijen schotbalken.........

In de slaperdijk aan de Daatselaar, één


opening afsluitbaar 7net twee rijen schotb(dkcn .

R, S en T. Schotbalksluizen in de slaperdijk ten oosten van Ronswoude, ieder met één opening, aan beide zijden afsluitbaar mot één rij schotbalken


R. S. T.

van

U en V.

U.


De Napporheul............

Do Munnikeheul...........

Betonnen duiker ongeveer 15 tn ten zuiden de Munnikeheul............

Damsluizen in het Valleikanaal

Damsluis no 2 in de slaperdijk aan de Hoode


Haan, twee openingen, elk met drie schotbalk-sponningen, in elke middenschotb(dksponning een driedelige schuif

iedere opening.............

V. Damsluis no 3 in de spoorweg Utrecht—Ede, twee openingen, elk met twee schotb(dksponningen, in elke bovenschotbalksponning een tweedelige schuif

iedere opening.............

W. Schotbalkstuw in de Zijdewetering, in de slaperdijk ten noorden van Damsluis no 2 (U), twee openingen, ieder afsluitbaar met twee rijen schotbalken

iedere opening...............


1,60


7,00


2,15

1,50

1,50

1,50

1,50


2,00


3,00


3,00


3,00


3,00


2,00


0,00


4,00


1,00

1,00


0.00


0,00


0,00


J/iO


— 1,00


— 2,80


1,70


7,10


2,43


2,80


3,30


2,82


3,00


0.02


6,40

6,39


0,40


3,00


2,00


3,49


OPRICHTING EN OPHEFFING VAN WATERSCHAPPEN IN DE GELDERSCHE VALLEI

In 1934 besloten do Staten van Utrecht on Gelderland tot do aanlog


van hot


Valleikanaal; het Rijk verleende daarin oen subsidie ten bodrago van 4.5%, Dooi' de aanlog van dit kanaal werd de mogelijkheid verkregen do verbetering van de afwatering in de verschillende stroomgebioden onafhankelijk van elkander ter hand te nemen. Daartoe werden de in hot gebied bestaande zeven waterschappen op-gehoven on vijf nieuwe opgericht, welke elk oen geheel stroomgebied omvatten. Voorts werd opgericht het dijkschap Grebbedijk,

Dozo reorganisatie is tot stand gekomen bij gelijkluidend besluit van de Provinciale Staton van Gelderland en Utrecht van rosp. 28 Mei en 1 Juni 1948, koninklijk goedgekeurd op 23 November 1948 en opgenomen in hot j)rovincinal blad van Gelderland no 64 van 1948 en in dat van Utrecht no 49 van dat jaar. Het besluit is in working getreden op 1 Januari 1949,


Bij 1.

2.

3. 4. Ö.

6.


dit het het het het het het


besluit werden opijericht on gereglementeerd:

waterschajï van do Barnovoidse boek;

waterschap Grebbe;

waterschap Hoiligenborgerbeek;

waterschap Lunterse beek;

waterschap Wageningen en Ede;

dijkschap Grebbedijk.


Do ondor 2 en 3 genoemde waterschappen liggen in de provincie Utrecht; do overige in do provincies Gelderland en Utrecht, Het omslagplichtig gebied van het dijkschap Grebbedijk ligt in de waterschappen Grebbe on Wagoningon on Ede.

Do bij gelijkluidend besluit van de Staten van Gelderland en Utrecht van 28 Mei/1 Juni 1948 opgeheven waterschappen zijn de volgondo:


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

Kleur van de rechtstreeks op het IJsselmeer afwaterende polders en hoge gronden

Van deze hoge gronden zijn afzonderlijk aangegeven de stroomgebieden van : I A de Laak, I B de Nijkerkervaart en I O de Schuitenbeek.

I A. Laak

Dit afwateringskanaal voert het water af van een deel van de hoge gronden gelegen in de polder Arkonheen en in het wp ’t Hogeland.

De grootte van het boezemgebied bedraagt 1136 ha.

De boezem loost door een uitwateringssluis, de Lankse duiker, op het IJssehneer. (Zie blad Amersfoort West.)

De Laak is in beheer en onderhoud bij de polder Arkemheen.


IB. Nijkerkervaart

De boezem ontvangt door de Breede Beek en de Strijlandsche Beek het water van een gebied hoge gronden groot 700 ha.

Het peil van de Nijkerkervaart bedraagt ongeveer 0,30 tn N.A .P.

De boezern loost door een schutsluis (sluis G} op het Ijsselmeer en wordt, zo nodig, op peil gehouden door hei electrische gemard bij de schutsluis, dat voor imnalen dient.

De Nijkerkervaart is in beheer en onderhoud bij de gemeente Nijkerk.


IC. Schuitenbeek

Deze beek ontvangt door de Veldbeek en andere zijtakketi het water van een gebied hoge gronde7i groot 7500 ha,

De boezem wordt op vijf plaatsen door de stuwe7i D, D, F, G en 11 opgestuwd eti mondt vrij in het IJsselmeer uil (zie blad Harderwijk Oost), De Schuitenbeek 7net zijtakkert zijn (die in beheer en onderhoud hij de gemeente Putten.



II. Volenbeek

Het stroomgebied, dat gedeeltelijk aan de noordelijke rand van dit blad voorkomt, is groot 1235 ha. (Zie verder blad Harderwijk Oost.)


Het stroomgebied van deze beek bestaat uit drie delen, waarvan de gezamenlijke grootte 15 345 ha bedraagt. Van het strootngebied komen de volgende twee delen gedeeltelijk aan de noordelijke en oostelijke rand van dit blad voor.

III A. Hierdensche Beek tussen de stuw aan de Bovenweg ten zuidoosten van Hierden en de stuw ten westen van het kasteel te Staverden

Het stroomgebied heeft een grootte vast 8280 ha. (Zie verder de binden Harderwijk Oost en Hattem West.)


) De schutkolklengfe van de sluizen is gemeten bissen de deuren.



III B. Hierdensche Beek boven de stuw ten westen van het kasteel te Staverden

Dit gedeelte van de beek wordt ook wel Btaverdensche Beek genoemd.

Het stroomgebied is groot 3395 ha. (Zie verder de bladen Harderwijk Oostf Hattem West en Zutphen West.)

IV, Valleikanaal

Dit kanaal, dat uitsluitend als afwateringskanaal dienst doet, loopt van de Nederrijn bij de Grebbe tot de Hem bij Amersfoort. Het is ongeveer 37,4 km lang en is door zeven sluizen in acht panden verdeeld. Br zijn negen sluizen, doch de sluizen nos 7 en 8 doen geen dienst als stuw. De bodem-breedte wisselt van 5,50 m tot 15,00 m; de diepte bij de aangenomen hoog-waterafvoer bedraagt 1,70 m tot 2,57 m. De totale oppervlakte van het gebied, dat op het Valleikanaal afwatert, bedraagt 64 590 ha. Op de kaart is het op ieder pand afwaterende gebied afzonderlijk aangegeven.

Het kanaal met de kunstwerken zijn in beheer en onderhoud, bij de provincie Utrecht.

De volgende panden komen gedeeltelijk op dit blad voor.

IV A. Tweede pand, van de Grebbesluis (damsluis no 1) tot de schotbalk-sluis U in de slaperdijk aan de Roode Haan (damsluis no 2)

De lengte bedraagt 13,9 km. Het stuwpeil wisselt van 4,60 m 4' llt;^^ 4,89 m |- N.A.P.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, heeft een grootte van 9259 ha en bestaat uit hoge gronden. Hiervan liggen 3459 ha ten westen en 5800 ha ten oosten van het Valleikanaal. Het stroomgebied komt voor een klein deel aan de zuidelijke rand van dit blad voor. (Zie verder blad Bhenen Oost.)

IV B. Derde pand, van de schotbalksluis U in de slaperdijk aan de Roode Haan (damsluis no 2) tot de schotbalksluis V in de spoorweg Utrecht Ede (damsluis no 3)

De lengte bedraagt 3,6 km. Het stuwpeil wisselt van 3,90 m -1- tot 4,30 m R N.A.P.

Het gebied, dat zijn water op dit pand afvoert, heeft een grootte van 3989 ha en bestaat uit twee delen, respectievelijk groot 240 ha en 2840 ha. Het gebied van 249 ha bestaat uit hoge gronden gelegen in het waterschap Lunterse beek. Dit gebied loost door enkele kleine waterleidingen vrij op dit pand. Het gebied van 2840 ha bestaat uit hoge gronden grotendeels gelegen in het waterschap Wageningen en Ede. Het water van dit gebied wordt afgevoerd door de Zijdewetering, die nabij haar uitmonding in het Valleikanaal door de schotbalksluis W in de slaperdijk aan de Boode Haan wordt opgestuwd. Deze wetering wordt bovendien bezwaard met afvalwater van fabrieken te Ede en Veenendaal, alsmede met rioolwater van een gedeelte van deze gemeenten.

Het stroomgebied komt gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van dit blad voor. (Zie verder blad Bhenen Oost.)

IV C. Vierde pand, van de schotbalksluis V in de spoorweg Utrecht Ede (damsluis no 3) tot damsluis no 4 bezuiden de Potbrug in de weg Woudenberg—Renswoude

De lengte bedraagt 4,3 km. Het stuwpeil is 3,27 m 4- N.A.P.

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden grotendeels gelegen in het waterschap Lunterse beek, bedraagt 7640 ha. Het bestaat uit twee delen, respectievelijk groot 375 ha en 7265 ha. Het gebied van 375 ha loost door de Groepersloot, de Luntersche Beek beneden stuw 0 en enkele kleine waterleidingen vrij op het vierde pand. Het water van liet gebied, groot 7265 ha, wordt af gevoerd door de Luntersche Beek met zijtakken. De Luntersche Beek, die bij Lunteren ontspringt, kan op drie plaatsen door de stuwen 0, P en Q worden opgestuwd. Van de zijtakken kunnen worden opgestuwd de Fliertsche Beek en de Munnikebeek, respectievelijk door de stuwen B, S en T. Een klein deel van het stroomgebied komt voor op blad Afnersfoort West.

IV D. Vijfde pand, van damsluis no 4 bezuiden de Potbrug in de weg Woudenberg— Renswoude tot damsluis no 5 in de Roffelaarskade beoosten Woudenberg

De lengte bedraagt 1,2 km. Het stuwpeil is 2,87 m 4- N.A.P.

De totale oppervlakte van het stroomgebied, dat uit hoge gronden bestaat, gelegen in het waterschap Lunterse beek, bedraagt 316 ha. Het bestaat uit twee delen, respectievelijk groot 31 ha en 285 ha. Het gebied van 31 ha loost door een kleine waterleiding vrij op het pand. Het gebied van 285 ha voert zijn water af via de Vlastuinersloot, die door een afsluitbare duiker, nabij de uitmonding in het Valleikanaal, kan worden opgestuwd. (Zie blad Amersfoort West.)

IV E. Zesde pand, van damsluis no 5 in de Roffelaarskade beoosten Woudenberg tot damsluis no 6 in de Asschatterkade

De lengte bedraagt 5,8 km. Het stuwpeil is 1,69 m 4- N.A.P,

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden gelegen in de waterschappen van de Barneveldse beek en Lunterse beek, bedraagt 3142 ha. Het bestaat uit zes delen, waarvan vier delen, respectievelijk groot 190 ha, 1665 ha, 1000 ha en 250 luj, gedeeltelijk aan de westelijke rand van dit blad voorkomen. Het water van de eerste drie gebieden wordt afgevoerd respectievelijk door deLapeersche Beek, de Moorsterbeek en deNattegaf-sloot, die alle door een afsluitbare duiker nabij het Valleikanaal kunnen


worden opgestuwd. (Zie blad Amersfoort West.) sterheek tgt;og worden opgestuwd door de stuweti van het vierde gebied loost vrij op dit pand.

IV F. Zevende pand, van damsluis no 6 in de


Bovendien kan de Moor-L, M en N. fiel wafer


Asschatterkade tot dam-


sluis no 9 ten westen van de weg Amersfoort—Spakenburg

De lengte bedraagt 6,0 km. Het stuwpeil is 6,70 m N.A.P.

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden grotendeels gelegen in het waterschap vit'n de Barneveldse beek, bedraagt 41 112 ha. Het bestaat uit zes delen, waarvan drie delen, respectievelijk groot 1820 ha, 17 340 ha en 21 570 ha, gedeeltelijk op dit blad voorkomen. Het water van deze drie gebieden wordt afgevoerd respectievelijk door de Modderbeek, de Barneveldsche Beek met zijtakken betreden de stuw bij de voormalige korenmolen ten zuidtvesten van Barneveld (stuw K) en de Barneveldsche Beek met zijtakken boven deze stuw.

De Modderbeek en de Barneveldsche Beek worden beide door een stuw, nabij de uitmonding van deze beken in het Valleikanaal, opgestuwd. De Modderbeek wordt bovendien nog opgestuwd ten zuidwesten van Achterveld ; de Barneveldsche Beek ten noordwesten van de weg Hoevelaken—Musschen-dorp, door stuw I en bij de voornudige pelmolen ten westen van stuw K. (Zie voorts de bladen Amersfoort West en Zuiplten West.)

V. Heiligenbergerbeek

Het stroomgebied, dat gedeeltelijk in de zuidwestelijke hoek van dit blad voorkomt, is groot 11 690 ha. (Zie verder de bladen Amersfoort West, Bhenen West en Oost.)

VI. Kleur van de rechtstreeks op de Nederrijn afwaterende hoge gronden

Dit gebied loost door de Kortenburgsche Beek en de Molenbeek op deze rivier. (Zie blad Bhenen Oost.) De oppervlakte van het stroomgebied, dat gedeeltelijk in de zuidoostelijke hoek van dit blad voorkomt, is groot 6766 ha.

TOELICHTING

Ondor polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van do omringende wateren; dus eou gebied met oen eigon waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

Do op dit blad voorkomende polder Arkomhoen hooft do kleur van do boezem (vorondorstoldo kleur van het IJsselmeer) waarop hij afwatert.

Hoge gronden en boezemlaml zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn do voornaamste waterleidingen aan gegeven met do kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Een bredo bies van dezelfde kleur geeft de grens van het boozemgobied aan; een smalle bios de onderverdeling.

Daar, waar oen waterloop do grens van een stroomgebied vormt, ia de bies onderbroken. Bij belangrijke waterleidingen is do naam in rood geplaatst. Do namon van goroglomentoordo polders on waterschappen zijn in bruin op do kaart aangogoveu.




25 “ ®0.7

Kleetriseh gemaal

X quot;rTS

Stoomgemaal

«

Schutsluis.

1—1

Stuw.

X

Uitwateri ngsslu i.s.

^^ Inl..l.

Tnlaatsluis.

Grondduikor onder


VERKLARING DER TEKENS

Met opgave van do aard van hot bomalingswerktuig (c = centrifugaalpomp; sr = scheprad) en het aantal m’ watervorzot per minuut bij do in m aangegevon opvoorhoogto.


eou wnterloiding met afsluiting.


Rfgt;ft-


l’oilmork van hot N.A.P.

Peilschaal geregeld waargenomen (reg. = registrerend). Peilschaal,


a.p.-0.30


17.6


Zomerpeil van |iolders f

Hoogtecijfors nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1


in 111 t.o.v. N.A.P.



240 ha


Verharde weg.

Spoorweg,

Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgens meting op de kaart mot de planimeter.

Waterkerondo dijk.

Dijkverdodiging, strekdammen en kribben.

Administratieve grenzen van waterschappon. Deze zijn doorgaans alleen aangegevon, waar zij afwijken van ilo waterstaat.

Provinciale grens.


Do watorataatskaarten zijn à f 5,— por stuk verkrijgbaar bij hot Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf to ’s Gravenhage en door bemiddeling van allo postkantoren. AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


AMERSFOORT OOSf




-ocr page 80-

Afwateringseenheden


I. Apeldoorns Kanaal

Dit kanaal loopt van de Ijssel bij Dieren langs Apeldoorn naar de Ijssel bij Hattem. Het is 54,6 km lang en wordt door 6 schutsluizen in 6 panden verdeeld. Het gedeelte benoorden Apeldoorn werd in 1829 in gebruik gesteld, het andere deel in 1869. Het eerste en derde pand komen gedeeltelijk, het tweede pand geheel op dit blad voor. Het kanaal wordt gevoed door verschillende, aan de westzijde gelegen beken en sprengen en door water uit de Ijssel op het eerste pand te pompen.

Het kanaal is in beheer en onderhoud bij het rijk. Zie ook de bladen Zutphen-Oost, Hattem-West en -Oost.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:

|A. Eerste pand

Het eerste pand loopt van de schutsluis te Dieren (zie blad Zutphen-Oost) tot de Apeldoornse Sluis (D). Het is 22,8 km lang, heeft een peil van 13,21 m 4- N.A.P. en een boezemgrootte van ± 50 ha. De grootte van de er op afwaterende gebieden bedraagt 4155 ha. Hiertoe behoren o.a. de gebieden |B, |C en ID.

|B. Oude Beek

Het gebied komt gedeeltelijk aan de oostrand van het kaartbeeld voor en is 350 ha groot.

|C. Veldhuizer- en Oosterhuizerspreng

In de Veldhuizerspreng, in de bovenloop Vrijenbergerspreng genaamd, bevinden zich vijf schotbalkstuwen, die gewoonlijk open staan, doch kunnen worden gesloten om voedingswater te reserveren voor het eerste kanaalpand. In de Oosterhuizerspreng bevindt zich een schotbalkstuw, die dezelfde functie vervult als de vorenbedoelde stuwen. Het gehele gebied is 2860 ha groot.

1°. Zwanenspreng en Kayersbeek

Dit gebied is 920 ha groot. De Kayersbeek wordt bij de voormalige Kayersmolen opgestuwd om het grondwater op een hoger peil te houden. De Zwanenspreng wordt opgestuwd t.b.v. de daaraan gelegen viskwekerij.

|B. Tweede pand

Het tweede pand loopt van de Apeldoornse Sluis (D) tot de Koudhoornse Sluis (C) en is 2,5 km lang. De boezem is ± 5,5 ha groot en heeft een peil van 10,80 m N.A.P. Er wateren geen gronden op af.

|F. Derde pand

Het derde pand loopt van de Koudhoornse Sluis (G) tot de Vaassense Sluis (zie blad Hattem-West) en is 6,3 km lang. De boezem is ±14 ha groot en heeft een peil van 8,27 m ± N.A.P. De grootte van de er op afwaterende gebieden bedraagt 2095 ha; hiertoe behoren de gebieden IG, |H en P. Tevens kan het derde pand voedingswater uit de Grift ontvangen door sluis B.

|G. Papegaaibeek

Deze beek, welke met een aquaduct over de Grift geleid wordt, voert het water af van een gebied van hoge gronden ten zuiden van Wenum, groot 365 ha.

|H, Wenumse Beek

Deze beek wordt met een aquaduct over de Grift geleid en loost via een schotbalkstuw, die dienst kan doen als keersluis, op het derde kanaalpand, In het aquaduct bevindt zich een zijdelingse opening met schuif, waardoor de beek zo nodig kan lozen op de Grift. Het gebied is 450 ha groot.

P. Egelbeek

Ook deze beek wordt met een aquaduct over de Grift geleid en loost vrij op het derde j/ypand (zie blad Hattem-West). Het gebied is groot 1280 ha en komt ten dele aan de noordrand van dit blad voor.


vu. Heelsumse Beek

Dit gebied, groot 9035 ha, watert af op de Neder-Rijn. Zie voorts de bladen Arnhem-West en Rhenen-Oost.


VIII. Renkumse of Molenbeek

Dit gebied, groot 6875 ha, watert af op de Neder-Rijn. Zie voorts de bladen Amersfoort-Oost, Arnhem-West en Rhenen-Oost.


Tot deze afwaterlngseenheid, groot 92 015 ha, behoort o.a. het gebied van het Vallei-kanaal. Zie ook de bladen Harderwijk-West, Amersfoort-West en -Oost, Rhenen-West en -Oost.

Valleikanaal

Dit kanaal is door zeven sluizen verdeeld in 8 panden. De totale oppervlakte van dit gebied bedraagt 63 890 ha. De op dit blad voorkomende gebieden IXA en IXB behoren tot het gebied van het zevende pand van het Valleikanaal, waarvan de oppervlakte 40 462 ha bedraagt.


IXA. Barneveldse Beek boven de stuw ten zuidwesten van Barneveld, groot 21 570 ha.


IXB. Barneveldse Beek beneden de stuw ten zuidwesten van Barneveld, groot 16 690 ha.


■li X. Veluwemeer

Dit gebied, dat uit boezemland, polderland en hoge gronden bestaat, heeft een totale grootte van ± 45 500 ha. Zie ook de bladen Zwolle-West, Hattem-West, Amersfoort-Oost en Harderwijk-Oost. Op dit blad komt het gebied van de Hierdense Beek, groot 14 150 ha, als onderverdeling gedeeltelijk voor.

XA. Hierdense Beek boven de stuw ten oosten van Hierden (zie blad Harderwijk-Oost). Het gebied is groot 14 150 ha.


Sluizen en stuwen


A. Schotbalksrnw-m^de Grift


-ft


et -Apal


doorns—Kanaal—met—Griftwater;—één opening met één

.sahttW-........................


/\je2i Koudhoornse Äluis, schutsluis tussen het tweede en derde pand van het Apeldoorns Kanaal, schutlengte 30 m. bovenhoofd..................... benedenhoofd...................


Grift


De Grift ontstaat uit de samenvloeiing van de Ugchelerbeek met verschillende sprengen ten zuidwesten van Apeldoorn. De Grift loopt langs Epe en Heerde en mondt vrij uit in het vijfde pand van het Apeldoorns Kanaal. Het gebied is 15 980 ha groot. Hiertoe behoren o.a. de op dit blad voorkomende gebieden I K en |L.

|K. Grift boven stuw A ten zuidoosten van Wenum

Dit gebied is 7275 ha groot,

1*-. Grift tussen stuw A en de stuw ten noordoosten van Vaassen (zie blad Hattem-West)

Dit gebied is 2890 ha groot en komt ten dele aan de noordrand van dit blad voor.


De totale oppervlakte van deze afwaterlngseenheid bedraagt 19 185 ha. De belangrijkste op dit blad voorkomende waterleidingen zijn: de Grote Wetering, de bovenloop van de Kleine Wetering, het Verbindingskanaal en het Toevoerkanaal naar Terwolde. De hulpsluizen in de Nieuwe en Grote Wetering aan de noordzijde van het Verbindings-en het Toevoerkanaal zijn praktisch altijd gesloten. Het gebied wordt door het Ver-bindings- en het Toevoerkanaal in twee delen verdeeld. Zie ook de bladen Zutphen-Oost, Hattem-Oost en -West.

IIA. Het zuidelijk deel,

groot 10 840 ha, watert af naar het Verbindings- en het Toevoerkanaal, dat via de benedenloop van de Terwoldse Wetering op het noordelijk deel (II B) loost. Bij veel waterbezwaar kan het Toevoerkanaal het overtollige water direct op de IJssel brengen. Bij lage IJsselstanden heeft deze afwatering plaats via de sluizen van het oude gemaal Véc '’ij Terwolde; bij gestremde natuurlijke lozing of een kanaalstand van 3,10 m t- N.A.P.

heeft afmaling plaats door het elektrisch gemaal bij Terwolde.

IIB. Het noordelijk deel,

groot 8345 ha, loost via de benedenloop van de Grote Wetering en de sluizen bij het gemaal te Wapenveld op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal, dat in open verbinding staat met de Ijssel te Hattem. Het vrij op de Grote Wetering afwaterend gebied, groot 5065 ha, komt gedeeltelijk aan de noordrand van dit blad voor. Bij veel waterbezwaar en onvoldoende natuurlijke lozing heeft afmaling plaats door het elektrisch gemaal te Wapenveld. Het gemaal treedt in werking, wanneer bij het gemaal een stand van 1,20 m -H N.A.P. is bereikt.

Er bestaan plannen om door verbetering van de Grote Wetering en andere watergangen, waarbij beweegbare stuwen zullen worden gebouwd, afwatering en water-inlaat in dit gebied te verbeteren. De hulpsluis bij het Toevoerkanaal zal dan ’s zomers geopend zijn.

Tot het bemalingsgebied van Wapenveld behoort onder bepaalde omstandigheden ook het hieronder vermelde gebied 111.


||||||||||||||||||||| III. Nieuwe Wetering beneden het Verbindingskanaal

Dit gebied, groot 2015 ha, loost via de Evergeunse Sluis, de Evergeune en Veluwse Wetering op het zesde pand van het Apeldoorns Kanaal, dat in open verbinding staat met de Ijssel. Ten zuiden van Wapenveld bevindt zich een verbindingskanaaltje met hulpsluis tussen de Grote en Nieuwe Wetering. Hierdoor kan bij veel waterbezwaar ook de Nieuwe Wetering door het gemaal bij Wapenveld worden bemalen. Dit gebeurt meestal, wanneer buiten de hoofdwaterkering een peil van ± 1,80 m à 2,00 m -|-N.A.P. is bereikt.


Deze beek ontspringt als Loenense Beek bij Loenen en mondt als Voorsterbeek uit in de Ijssel (zie blad Zutphen-Oost).

♦8'5*^®’' 3®^'®'^gt; stoot 5600 ha, is als volgt onderverdeeld:

IVA. Rechtstreeks op de Voorsterbeek afwaterend gebied,

groot 3965 ha;

IVB. Klarenbeek

Deze beek, waarvan de middenloop Beekbergse Beek wordt genoemd, ontspringt ten westen van Beekbergen als Oude Beek en mondt als Klarenbeek uit in de Voorsterbeek. De grootte van het gebied bedraagt 1635 ha.


Deze beek^ordt boven de voormalige watermolen De Haar (zie blad Zutphen-Oost) EerbeekseBeek genoemd en stroomt rechtstreeks naar de Ijssel. Het gebied is groot 3890 ha.


en Leuvenheimse Beek


Dit gebied, groot 2690 ha, watert af op de IJssel (zie blad Zutphen-Oost).



Bewerking: Rijkswaterstaat, Directie Algemene Dienst

Reproduktie : J, J. Groen en Zn. N, K, Leiden


Schaal 1: 50000


Harderwijk oost nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;26

Amersfoort oost nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;32


Hattern west


27



Rhenen oost


39


40


Hattem oost Zutphen oost Arnhem oost


27


33


40


Herzien m 1959



Wijdte in de dag in m


Siag-drem-pel-


Boven-kant schuif


hoogte in m in m -(- N.A.P. N.A.P.


6.00

6.00^'


8,80


^. Apeldoornse ftiuis, schutsluis tussen het eerste en tweede pand van het Apeldoorns Kanaal, schutlengte 30 m. bovenhoofd..................... benedenhoofd....................


«E. Stuw-tn—de-Nieuwe-Wet-ering even-ten zuiden van-hec Veebtndmgskanaal—;—^—:—:——:—:—;—:—:—^—:—:—;—,—,—,—r-


6,00

6,00


11,30

8,88 ./


-2705---;:^


F. Stuw met dubbele schuif in het Verbindingskanaal-bij het Toevoerkanaal............\ . . 3,00

onderschuif............,_/.......

bovenschuif..................


G. Stuw met dybbeïe schuif in de Grote Wetering even ten zuideri-van net Toevoerkanaal...........6,00

onlt;l»rScfiuif.....................

13ovenschuif .—:—:—:—,—.—.—r—,—:—:—:—:—:—:—:—:—:—:—:—;------


25

1.0


K.p. 8.83


94.4


210 ha


2,50—•


2,95

3,40


2,05-


-3,10 -

-4,10-


Verklaring der tekens

kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt

rioolgemaal, met opgave van het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte

rioolzuiveringsinstallatie

molen, door water gedreven

hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)

schutsluis


keersluis


grondduiker regelbare stuw vaste stuw


bodemval


peilschaal, geregeld waargenomen

peilmerk van het N.A.P.

kanaal peil 1

1 in m t.o.v. N.A.P.

hoogtecijfer j

.- riolering, aangegeven in de kleur van het betreffende gebied

- verharde weg

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000

- administratieve grens van een waterschap


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwaterlngseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwaterlngseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven, De brede hoofdbies van een afwaterlngseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwaterlngseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon 070-183280. De waterstaatskaarten zijn à fS per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij-en Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage, Ook de Provinciale Beschrijvingen behorende bij de waterstaatskaart zijn daar verkrijgbaar.


AUTEURSRECHTEN


VOORBEHOUDEN




Universiteits ;| bibliotheek Utrecht



ZUTPHEN - WEST


^ocidfnt


en-


-ocr page 81-

= 12000


Waierschap


Salland


5065 ha


6” 5'


y sluwe


XX^ 35491 ha


waterleidinQ


52“

15'


52°

15'


30


22


lil. 940


Bokken


Schuilenb


pk 936


7.5


Zuidloo


Dorih


115 ha • pl. 939,


orssel


’^ Gebied zonder zichibare afwatering


■^■^^23


11.3


405 ha


9.3


^ pi 933


55 ha C


fik 931


52

’10


52°

10'


7^^ '10


^S^


80 ha


2kS


10


to


pl.93i ’/‘ . 230\h^

5.8



25 ha


XXX^


690 ha


01


12.3


lein Dochter 11.2

XXX®

1235 ha


XXXII


52°’

5't


Dam mansberg


XXXVI


345


^ M40^

3.8tot 10.4


4 3/


. 914,


pl.^7iyr2o


XXXIV^ 955 ha


Lamitraai


K/eÜ3e


Toldijk



1,


Schaal 1 : 50000


XXX^ -,^9 y^arkenschc 380 ha


52°

5 '


Afwateringseenheden

Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden


L Grote Wetering

De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 19 020 ha. De belangrijkste waterleidingen zijn: de Grote Wetering, de Terwoldse Wetering en het Toevoerkanaal naar Terwolde (zie ook het blad Hattem-Oost).

Het gebied wordt door het Toevoerkanaal verdeeld in twee delen:

|A . Het zuidelijk deel, groot 10 840 ha, watert af naar het Toevoerkanaal, dat via'de benedenloop van de Terwoldse Wetering op het noordelijke deel (1®) loost. Het Toevoerkanaal kan ook het overtollige water direct op de IJssel brengen. Bij lage standen heeft deze afwatering plaats via de sluizen van het oude gemaal bij Terwolde; bij gestremde natuurlijke lozing of een kanaalstand van 3,10 m 4- N.A.P. heeft afmaling plaats door het elektrisch gemaal te Terwolde.

|B. Het noordelijke deel, groot 8180 ha, loost via de benedenloop van de Grote Wetering en de sluizen bij het gemaal te Wapenvelde op het 6de pand van het Apeldoorns Kanaal, dat in open verbinding staat met de Ijssel te Hattem. Bij veel water-bezwaar en onvoldoende natuurlijke lozing heeft afmaling plaats door genoemd elektrisch gemaal te Wapenvelde.

Het vrij op de Grote Wetering afwaterende gebied, groot 5065 ha, komt gedeeltelijk aan de noordrand van dit blad voor.

H. Stadsland en Stenenkamer, groot 155 ha

III. Gerioleerd gebied van de Hoven, groot 30 ha

Bij hoge Ijsselstanden wordt de riolering bemalen.

IHIHl IV. Oude Ijssel

Deze afwateringseenheid, groot 910 ha, omvat het gebied van de polder de Nijenbeker en Wilpse Klei.

IIIIIIIIIIIIII V. Voorsterbeek

Deze beek ontspringt als Loenense Beek bij Loenen, neemt bij de spoorlijn Apeldoorn— Zutphen de Klarenbeek op en loost ten noordoosten van Voorst als Voorsterbeek op de Ijssel (zie ook het blad Zutphen-West). De afwateringseenheid is totaal 5600 ha groot en wordt als volgt in twee gebieden verdeeld.

VA. Rechtstreeks op de Voorsterbeek afwaterend gebied. Dit gebied is groot 3965 ha.

Vß. Klarenbeek

Deze beek, waarvan de middenloop Beekbergse Beek wordt genoemd, ontspringt ten westen.van Beekbergen als Oude Beek en mondt als Klarenbeek uit in de Voorsterbeek (zie ook het blad Zutphen-West). De grootte van het gebied bedraagt 1635 ha.


VI. Voorsterklei

Deze afwateringseenheid loost door een viertal sluisjes op de Ijssel en is totaal 665 ha groot.


HH^H VII. Hoendernesterbeek

De hoofdwatergang van deze afwateringseenheid wordt gevormd door de parallelleiding van de Voorsttondense Beek, de vroegere benedenloop van deze beek, de Oude Ijssel en de Hoendernesterbeek, welke laatste via een schotbalksluis, de Hoendernestersluis, in de Ijssel uitmondt. Het zomerpeil boven genoemde sluis bedraagt ten minste 4,40 m -b N.A.P. Van november tot maart is de sluis als regel open. De totale grootte van de afwateringseenheid bedraagt 1945 ha.


HIHHB VIII. Oekense Beek

Deze afwateringseenheid is groot 970 ha en loost via de uiterwaardenpolder no. 9 op de Ijssel.


IX. Rhienderense Beek

Deze afwateringseenheid is groot 1200 ha en loost via de uiterwaardenpolder no. 9 op de Ijssel.

Als proefbemaling is door de Provinciale Waterstaat bij kunstwerk J een gemaaltje geplaatst om bij veel waterbezwaar de gebieden VIII, IX en X gemeenschappelijk te bemalen.


HBHH X. Papenbeek

Deze afwateringseenheid is groot 225 ha en loost via de uiterwaardenpolder no. 9 op de Ijssel.


HHHB XI. Gerioleerd gebied van de gemeente Brummen

Dit gebied is groot 85 ha en loost via een rioolzuivering op de Ijssel. Bij hoge Ijsselstanden moet de riolering worden bemalen.


BHHII XII. Soerense en Leuvenheimse Beek

Deze afwateringseenheid is groot 2690 ha en loost door de Soerense en Leuvenheimse Beek naar de Ijssel.


XIII. Gebied ten zuidwesten van Leuvenheim, groot 45 ha


XIV.^ Voorsttondense Beek

Deze afwateringseenheid is groot 3890 ha.

Boven de voormalige watermolen ,,De Haar” draagt de beek de naam Eerbeekse Beek. Vanaf de spoorlijn Zutphen—Arnhem stroomt de Voorsttondense Beek door een riool rechtstreeks naar de Ijssel. Ongeveer ter plaatse van de bandijk bevindt zich in het riool een schuif, die bij zeer hoge Ijsselstanden wordt gesloten. Een hulpsluis aan het begin van het riool vormt de verbinding met de voormalige benedenloop. Door deze hulpsluis te openen, wordt het water door de genoemde benedenloop afgevoerd naar de Oude Ijssel en de Hoendernesterbeek.


XV. Apeldoorns Kanaal

Dit kanaal loopt vanaf de Ijssel bij Dieren (schutsluis Q) langs Apeldoorn naar de Ijssel bij Hattem. Het is 54,6 km lang en wordt door 6 schutsluizen in 6 panden verdeeld. Zie voorts de bladen Zutphen-West en Hattem-West.

XVA. Eerste pand, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt, loopt van de Dierense Sluis tot de Apeldoornse Sluis. Het is 22,8 km lang en heeft een peil van 13,21 m 4- N.A.P. Het wordt kunstmatig gevoed met IJsselwater door het gemaal te Dieren en op natuurlijke wijze door verschillende beken en sprengen. De grootte van de boezem bedraagt ± 50 ha: de grootte van de er op afwaterende gebieden bedraagt 4155 ha. Hiertoe behoort o.a. het gebied XV B, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt. XVB. Oude Beek

Het op deze beek afwaterend gebied is groot 350 ha.

i^äi XVI. Gerioleerd gebied van de gemeente Deventer, groot 490 ha

Bij Ijsselstanden boven 5,60 m N.A.P. kan de riolering worden bemalen: 1e. door een gemaal ten noorden van Deventer: 2e. via de grondduiker onder de Genormaliseerde Schipbeek door het gemaal van Bergweide ten zuiden van Deventer. Zie voorts het blad Hattem-Oost.

XVII. Bergweide en Douwelerwetering, groot 580 ha

Het gebied loost vrij op de Koerhuisbeek, bij zeer hoge Ijsselstanden echter is bemaling mogelijk door een gemaal, dat tevens de riolering van Deventer kan bemalen.

HIBHI XVIII. Gerioleerd gebied ten zuiden van de nieuwe haven van Deventer, groot 25 ha

liHli nbsp;nbsp;XIX. Petra (ongereglementeerd), groot 20 ha

De ongereglementeerde polder no. 20 kan in de zomer mede bemalen worden.

HIIHI nbsp;nbsp;XX. Nieuwe Wetering

Het gebied is groot 55 388 ha.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:

XXF^. Het gebied, rechtstreeks lozend op de Nieuwe Wetering. Een gebied van hoge gronden, groot 35 491 ha. komt gedeeltelijk aan de noordrand van dit blad voor. De totale grootte van het rechtstreeks afwaterende gebied bedraagt 42 208 ha.

XXB. Zijkanaal Lemelerveld—Deventer

Het op dit zijkanaal afwaterende gebied bedraagt 4930 ha: op dit blad wateren er geen gronden op af. Zie voorts de bladen Hattem-Oost en Almelo-West.

Het gebied loost via een buiten de hoofdwaterkering gelegen deel, groot 40 ha. en een grondduiker onder de Schipbeek op de Koerhuisbeek.

De beek ontspringt ten zuiden van Ahaus in Duitsland, stroomt noordwaarts onder de naam A langs Ahaus en Alstätte en komt bij de Haarmolenbrug in Nederland. Boven de Stuw ..Nieuwe sluis” wordt zij ook wel Boven-Schipbeek genoemd.

De totale oppervlakte van het stroomgebied van de Schipbeek is groot 27 730 ha, waarvan 12 960 ha gelegen in Nederland.

De Schipbeek loost over het ,,Verlaat” (V) op de Koerhuisbeek, die in open verbinding staat met de Ijssel.

Op dit blad komt de volgende onderverdeling voor:

XXII*. Schipbeek tussen de Sandermansstuw (Groenlo-West) en het ,,Verlaat” (V). De voornaamste waterleidingen zijn de Schipbeek en de Oude Schipbeek. Dit gebied is groot 3360 ha. Zie ook de bladen Aalten-West en -Oost, Groenlo-West en -Oost en Arnhem-Oost.


XXIII. Dortherbeek

De voornaamste waterleidingen zijn: de Dortherbeek, de Zaalbeek, de Haarbeek en de Spildijks waterleiding.

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is 6580 ha. Zie voorts de bladen Hattem-Oost en Groenlo-West. Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor: XXIII*. Spildijks waterleiding, groot 685 ha

Deze zijbeek van de Dortherbeek wordt met een grondduiker onder de Schipbeek doorgevoerd.

In de zomermaanden wordt de beek boven de grondduiker zoveel mogelijk gehouden op 5,16 m -(- N.A.P.

XXII|B. Het vrij op de Dortherbeek afwaterende gebied, groot 5895 ha


Hattem West

27

Hattem Oost

27

Almelo West

28

Zutphen West 33

Zutphen Oost 33

GroenIo West

34

Arnhem West 40

Arnhem Oost 40

Aalten West _______________41



Lografie


De voornaamste waterlopen, welke op dit blad voorkomen, zijn de Harfsense Beek en de Molenbeek.

De beek loost door sluis Z op het IJsselpand van het Twentekanaal.

Op het gedeelte van het kanaal, voorkomende op dit blad, wateren geen gronden af. Zie verder de bladen Groenlo-West en -Oost, Almelo-West en -Oost en Zutphen-Oost. BHH XXIX, Polbeek

Het gebied, dat door een elektrisch gemaal op het IJsselpand van het Twentekanaal kan worden afgemalen, is groot 455 ha. Waterinlaat is mogelijk uit het afleidingskanaal van de Berkel.

De rivier ontspringt bij Coesfeld in Duitsland, komt bij Oldenkotte op Nederlands gebied en mondt nabij Zutphen in de Ijssel uit. De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is ongeveer 77 420 ha, waarvan 34 025 ha in Nederland is gelegen. De waterafvoer heeft als volgt plaats:

1e. Via de Bolksbeek (zie Groenlo-West) op het 2e pand van het Twentekanaal, max. 48 m-'/sec. De afvoer van de Berkel beneden het afiaatwerk naar de Bolksbeek blijft echter ten minste 22 m-'/sec.

2e. Via de uitwateringssluis F 1 ten zuiden van Zutphen.

3e. Via de stadsgrachten van Zutphen en de stuwen Q1 en E1 rechtstreeks op de Ijssel. Deze afvoer dient in hoofdzaak voor doorspoeling van de stadsgrachten.

4e. Bij veel waterbezwaar via het afleidingskanaal op het IJsselpand van het Twentekanaal (bij een IJsselstand van 2,00 m -|- N.A.P. en hoger en een Berkelpeil te Warken van 8,00 m -F N.A.P. gedeeltelijk, bij Ijsselstanden boven 5,50 m -F N.A.P. geheel). De Berkel beneden het afleidingskanaal wordt bij genoemde stand zo nodig door het gemaal ,,Helbergen” bemalen, daar de stuw in de Berkel (T1) beneden het afleidingskanaal dan gesloten is.

Van het gebied van de Berkel komen op dit blad de volgende onderverdelingen voor: XXXA. Berkel tussen de stuw Hoge Weide (Groenlo-West) en de Velhorsten stuw (V1), groot 270 ha

XXXB. Berkel tussen de Velhorsten stuw en de Besselinkstuw (U1), gnoot 1235 ha

XXXC. Benkel tussen de Besselinkstuw en de stuw te Wanken (T1), en het Afleidingskanaal, dit gebied is 690 ha gnoot.

XXXD. Bnummelen Laak, gnoot 380 ha.

XXXE. Benkel tussen de stuw te Wanken (T1) en stuw S1, gnoot 160 ha.

XXXF. Benkel tussen stuw S1 en de uitwateningssluis voon het spuikanaal (F1) gnoot 115 ha.

Bill XXXI. Gerioleerd gebied en een stadsgracht van de gemeente Zutphen, groot 95 ha

XXXII. Onderlaatse en Vierakkerse Laak

De voornaamste op dit blad voorkomende waterlopen zijn: de Onderlaatse Laak, de Veldwijkse Laak, de Vierakkerse Laak en de Leestense Laak. De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is 4815 ha. Bij hoge rivierstanden (5,50 m -F N.A.P.) wordt het gebied bemalen door het gemaal ,,Helbergenquot;, dat dan tevens de benedenloop van de Berkel kan bemalen.


XXXIII. Baakse Beek


De Baakse Beek ontspringt bij Lichtenvoorde en mondt ongeveer 5 km ten zuiden van Zutphen in de Ijssel uit. De totale oppervlakte van het stroomgebied is ± 26 860 ha. De vrije lozing heeft bij lage Ijsselstanden plaats door de uitwateringskokers onder het gemaal bij de monding van de beek. Bemaling heeft plaats bij een IJsselstand van 5,80 m -F N.A.P. door bovengenoemd gemaal. De bemaling strekt zich echter niet uit tot de gehele beek, doch tot het gebied, genoemd onder XXXIII B. Bij genoemde IJsselstand van 5,80 m -F N.A.P. wordt n.l. de ontlastsluis (IJ1) naar het stroomkanaal van Hackfort geopend en gelijktijdig het deel voor de afvoer naar de benedenloop van de Baakse Beek gesloten. Hierdoor kan de bovenloop van de beek vrij op de Ijssel blijven afstromen.

De bemaling komt slechts ± 50 dagen per jaar voor.

Het op dit blad voorkomende deel van het gebied is als volgt onderverdeeld:

XXXII|A. Baakse Beek tussen de stuw bij De Wierse en de kunstwerken X1 en IJ1 nabij Hackfort, groot 9100 ha.

XXXII|B. Baakse Beek beneden het kunstwerk X1 te Hackfort.

Dit deel, groot 9335 ha, wordt bij hoge Ijsselstanden bemalen. Zie boven.

XXXIIIC. Bakerwaardse Waard

Dit deel wordt als regel bemalen en is met inbegrip van het hoge deel totaal 1055 ha groot.

Zie voorts de bladen'Groenlo-West, Aalten-West en -Oost en Arnhem-Oost.


XXXIV. Grote Beek

Deze afwateringseenheid, totaal groot 9770 ha, loost via een uitwateringssluis bij het gemaal vrij op de Ijssel. Bij gestremde lozing en veel waterbezwaar is bemaling mogelijk. Het gebied is als volgt onderverdeeld:


XXXIVA. XXXIVB. XXXIVC XXXIVD.


Grote Beek, Luurse Laak e.a., groot 8415 ha.

Kleine Beek, groot 955 ha.

Heeckerense Laak, groot 255 ha.

Binnenpolder van Spaanswaard, groot 145 ha.


XXXV. Afwateringseenheid ten westen van Olburgen, groot

45 ha


XXXVI. Rioleringsgebied van Dieren, groot 345 ha


Verklaring der tekens


* 5 ^^ao’^ oliegemaal

i nbsp;Met opgave van de aard van het bemalings-

■ nbsp;nbsp;nbsp;V7 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;elektrisch gemaal f nbsp;werktuig (C = centrifugaalpomp; S = schroef-

® nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rioolgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i nbsp;nbsp;pomp) en het aantal m^ waterverzet per minuut

_ C“^o'^ nbsp;nbsp;inmaalgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' nbsp;bij de in m aangegeven opvoerhoogte

▲ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rioolzuiveringsinstallatie

$___kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt

molen, door water gedreven

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis

gt;lt;^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)

gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;inlaatsluis

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;schutsluis


lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;keersluis



pl. 910

p. 5.30

z.p. 5.00

k.s. 5.00

K^i. 5.00

12.1


grondduiker

grondduiker, aan één zijde afsluitbaar

vaste stuw

regelbare stuw

bodemval

coupure

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen peilmerk van het N.A.P.

kilometerpaal


polderpeil

zomerpeil

zomerwaterstand in een polder in m t.o.v. N.A.P.

kanaalpeil

hoogtecijfer

riolering in de kleur van het betreffende gebied


4135 ha


Universiteitsbibliotheek

* Utrecht


verharde weg

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000 waterleiding, alleen dienende voor waterinlaat (in zwart) hoofdwaterkering

hoogwater kering

tweede waterkering

strekdammen en kribben


_______provinciale grens

_____administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar, waar zij afwijkt van de waterstaat)

____grens overstromingsgebied 22 januari 1955


-ocr page 82-

Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden

Deze gebieden zijn, voor zover ongereglementeerd, voorzien van een arabisch cijfer. 1. Polder Ossenwaard ; 2. polder ten zuiden van de Deventer verkeersbrug; 3. polgt; der ten oosten van de Nijenbeker en Wilpse Klei; 4. polder ten oosten van het Slijkhuis; 5. polder ten zuiden van het Slot Nijenbeek; 6. polder ten oosten van het slot Nijenbeek: 7. polder Rammelwaard; 8. polder de Gemeente landerijen van Zutphen. De polder kan bij gestremde natuurlijke lozing worden bemalen; 9. polder ten noorden van het Oekense Veld. Deze polder kan ook bij gestremde lozing d.m.v. een hulpsluis lozen op polder no. 8; 10. polder ten oosten van Cortenoever; 11. polder Heijendal; 12. polder Hoog-Kraainest; 13. polder ten zuidwesten van Leuven-heim; 14. polder de Spankerense Weiden ; 15. Westelijke polder bij Hof te Dieren ; 16. Oostelijke polder bij Hof te Dieren ; 17. polder ten westen van de Dierense Hank ; 18. polder Fraterwaard; 19. polder ten westen van de Petra; 20. polder ten zuiden van de Petra; 21. polder Epsewaarden; 22. polder Ravenswaarden; 23. polder Middelwaard: 24. polder Rijsselswaard; 25. polder ten westen van de Polbeek; 2^. polders ten noorden van de verkeersbrug te Zutphen; 27. polder Stokebrand;

28. polder ten westen van Olburgen; 29. polder ten oosten van het Dierense pontveer.

Sluizen en stuwen


In de linkerhoofdwaterkering van de IJssel

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Voorster Beek; twee openingen, elk met een schuif, iedere opening............

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Buitenpolder de Voorsterklei met een houten klep

  • C. Uitwateringssluis van de Buitenpolder de Voorsterklei met een houten wachtdeur..............

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Buitenpolder de Voorsterklei met een houten schuif

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Buitenpolder de Voorsterklei met een houten schuif

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Keer- en uitwateringssluis van de Hoendernesterbeek met één paar punt-deuren ...............

  • Aan de binnenzijde van de sluis een schot-balkstuw..........

  • G. nbsp;nbsp;nbsp;Uitmonding van de riolering van de Hoven (gemeente Zutphen) met een schuif

  • H. Uitwateringssluis van de gerioleerde Voorsttondense Beek met een schuif en een wachtdeur............

  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Oekense Beek met stalen schuif........

  • J. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Rhienderense Beek met houten wachtdeur......

  • K. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Papenbeek met een stalen schuif.........

  • L. nbsp;nbsp;nbsp;Uitmonding van de riolering van Brummen met een klep en een schuif . .

  • M. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Leuven-heimse Beek in de nieuwe dijk met een houten deur .............

  • N. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis met twee kleppen en een schuif b.o.b. 7,00 m -(- N.A.P. .

  • O. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de Soerense Beek met een houten deur......

  • P. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis met een houten klep................

  • Q. nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis tussen de IJssel en het eerste pand van het Apeldoorns Kanaal met drie paar deuren.

De lengte tussen de binnen- en buitendeuren is 80,95 m.

De lengte tussen de binnen- en middendeuren is 45,95 m.

De lengte tussen de midden- en buitendeuren is 34,20 m.

binnenhoofd . . . . j........

middenhoofd.............

buitenhoofd.............

In de hoogwaterkering

  • R. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis van de polder Nijenbeker en Wilpse Klei met één paar puntdeuren ............

In de rechterhoofdwaterkering van de IJssel

  • S. nbsp;nbsp;nbsp;Prins Bernhardsluis, schutsluis tussen de IJssel en het eerste pand van het kanaal Lemelerveld—Deventer; drie paar naar de IJssel en drie paar naar het kanaal kerende deuren. Grootste lengte tussen de naar het kanaal kerende deuren

  • 112,50 m

  • benedenhoofd............

  • bovenhoofd.............

  • middenhoofd ............

  • T. nbsp;nbsp;nbsp;Persbuis van het gemaal van de Petra; één opening.............

  • U. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis voor de Bergweide, met een schuif........ Naast de uitwateringssluis de persbuizen voor het gemaal één opening.............

  • twee openingen...........

  • V. nbsp;nbsp;nbsp;Het ,,Verlaat”, aflaatwerk van de Schipbeek; drie openingen, de beide buitenste met vaste stuw gezamenlijk . de middelste met een schuif..... Alleen bij zéér hoge standen op de Schipbeek wordt de schuif geopend.

  • W. nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis voor de waterleiding van Colmschate, met aan weerszijden een schuif................

  • X. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis voor de Dommer-beek met één paar puntdeuren ....

IJ. Uitwateringssluis voor de Vlierder-beek, met één deur..........

Z. Uitwateringssluis voor de Eefse Beek; twee openingen, elk met een klep . . .

A1. Uitwateringssluis voor de noordelijke afvoersloot van het Twentekanaal; één klep ..............

Bi. Schutsluis met voorsluis tussen het eerste of IJsselpand en het tweede pand van het Twentekanaal, lengte tussen de deuren 140 m bovenhoofd.............

benedenhoofd............

De voorsluis met één paar puntdeuren .

d. Uitwateringssluis voor de Polbeek; één klep ..............

Ten oosten van de uitwateringssluis de persbuis voor het gemaal; één opening

D1. Aflaatwerk voor de Berkel op het IJsselpand van het Twentekanaal; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif

El. Kattenhavenstuw, uitwateringssluis voor de Berkel met een schuif.....

F1. Uitwateringssluis voor het spui-kanaal van de Berkel ; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif en een deur, elke opening ............ De deuren worden gesloten bij een IJssel-stand van 5,50 m -f- N.A.P.

G1. Uitwateringskokers voor het gemaal (Helbergen) en vrije lozing voor de Vierakkerse Laak; twee openingen, elk afsluitbaar met een klep en een schuif, elke opening.............

Wijdte in de dag in m

Hoogte in m t.o.v. N.A.P.

slagdrempel

bovenkant Stuw

stuw-peil

2,00

4,91

0,35

4,41

1,70

3,63

0,90

3,65

1,30

3,30

3,80

3,50

3,80

3,50

4,40

0,40

± 5,30

0,80

5,00

1,00

5,40

1,40

5,45

1,45

5,10

0,85

6,25

2,20

6,00

0 1,00

1,60

7,85

0,50

8,00

7,50

10,00

7,50

1,00

7,50

1,00

3,80

2,61

12,00

— 1,60

12,00

— 1,60

12,00

— 1,60

0,40

1,00

2,60

0,60

0,36

45,00

5,44

5,00

4,20

5,49

0,50

5,02

3,50

5,20

0,80

5,20

1,35

3,65

1,00

6,00

12,00

— 3,50

12,00

N.A.P.

24,00

— 1,30

1,35

4,00

1,00

6,80

5,50

8,00

4,07

5,15

6,60

6,50

3,00

2,45

2,40

3,65

6,00

6,50

9,60

H1. Uitwateringssluis voor het stroomkanaal van Hackfort; twee openingen, elk afsluitbaar met aan de buitenzijde een paar puntdeuren en aan de binnenzijde een schuif, elke opening.........

Wijdte

Hoogte

in m t.o.v.

N.A.P.

in de dag

slag-

bovenkant

stuw-

in m

drempel

stuw

peil

|1. Perskokers van het gemaal voor de Beek; twee openingen, welke tevens dienst kunnen doen voor vrije lozing, elke opening met een klep en een schuif . .

2,00

3,75

J1. Uitwateringskokers voor het gemaal en vrije lozing voor de Grote Beek; twee openingen, elk met een klep en een schuif, elke opening ............

2,00

3,50

Ki. Uitwateringssluis (hulpsluis) voor de Grote Beek met een schuif ....

0,90

6,01

L1, Uitwateringssluis voor afwateringseenheid Olburgen met een schuif . . .

0,50

7,63

In de Genormaliseerde Schipbeek

M1. Grondduiker voor de Douweler-

wetering en een gedeelte van de riolering van Deventer; één opening met een schuif voor de riolering...........

0,65

2,75

In de Schipbeek

Nt. Banninkstuw..........

18,00

7,10

één opening met schuif........

6,00

5,15

7,35

7,10

O1. Bathmense Stuw........

18,00

7,90

één opening met schuif........

Het voorste gedeelte van de stuw kan met een schotbalk worden opgehoogd.

6,00

5,60

7,90

In de Eefse Beek

P1. Regelbare stuw; één opening met schotbaiken.............

5,45

5,50

In de Berkel

Qt. Nieuwstadstuw te Zutphen, drie openingen. ieder met een schuif, elke opening...............

1,39

4,85

6,90

Rl. Houtwalstuw in het spuikanaal van de Berkel; één opening met een schuif .

3,45

5,15

6,70

6,50

Si. Stuw met drie openingen, waarvan twee met een schuif, elke opening. . .

4,00

5,38

7,50

één opening met schotbaiken.....

2,00

5,38

7,50

T1. Stuw bij Warken; twee openingen, elk met een beneden- en bovenschuif . . elke opening ............

6,00

5,80

8,60

U1. Besselinkstuw; drie openingen, waarvan twee met een schuif, elke opening

4,00

6,19

8,60

één opening met schotbaiken.....

2,00

6,19

8,60

Vl» Velhorsterstuw; vijf openingen met schotbaiken, tezamen.........

18,80

8,08

9,70

in de Baakse Beek

W1. Sluis voor de Hackfortse water-

molen; vijf openingen, ieder met een schuif; één opening voor de molen . . .

0,80

8,33

één opening.............

1,10

8,33

één opening.............

1,08

8,33

één opening.............

0,91

8,33

één opening.............

1,09

8,33

X1. Stuw met twee openingen, elk afsluitbaar met een tweedelige schuif, elke

opening...............

In het stroomkanaal van Hackfort

4,00

6,45

9,75

IJ1. Ontlastsluis voor de Baakse Beek; twee openingen, elk afsluitbaar met een tweedelige schuif, elke opening ....

6,00

6,82

9,79

In de Heeckerense Laak

Zl. Eurnersluis, uitwateringssluis; één opening met een deur........

0,72

5,39

In de Kleine Beek

Al. Stuw, met schotbaiken, één opening

1,50

5,41

6,41


De op dit blad voorkomende waterkering is in beheer bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties.


  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;waterschap Salland; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5. het Rijk;

  • 2. nbsp;nbsp;nbsp;gemeente Deventer; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6. polderdistrict Brummen-Voorst;

  • 3. nbsp;nbsp;nbsp;gemeente Gorssel; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7. waterschap van de Berkel;

  • 4. nbsp;nbsp;nbsp;polderdistrict Veluwe; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;8. polderdistrict IJsselland.

Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Gebieden, buiten de hoogwaterkering gelegen, zijn meestal aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid; hun naam is in het randschrift vermeld.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit 5lad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon 070-183280. De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, te 's-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij de Waterstaatskaart, zijn daar verkrijgbaar.

Behoort bij het in 1959 verkende blad Zutphen-Oost van de Waterstaatskaart.


-ocr page 83-

Hoogte in m boven

SLUIZEN EN STUWEN

  • S. nbsp;nbsp;nbsp;Sluis van de Diepenheimse watermolen, vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif;

opening voor de molen.............

drie openingen voor de afwatering, tezamen.....

  • T. nbsp;nbsp;nbsp;Stuw nabij het buiten „Nijenhuis”, twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif;

één opening..................

één opening..................

  • U. nbsp;nbsp;nbsp;Schotbalkstuw, één opening........

Zie ook kunstwerk D.

Jn de Schipbeek

  • V. nbsp;nbsp;nbsp;Vaste stuw................

W. Idem..................

X. Markveldse stuw, vaste stuw met een schotbalk, twee openingen;

opening rechteroever..............

opening linkeroever

IJ. Vaste stuw................

Z. Stuw Nieuwe Sluis, twee zijopeningen, vaste stuwen, elke opening...............

Dagwijdte in m

0,84 2,60

2,75 2,85

3,60

11,20

11,20

5,85

6,35

12,00

5,00

N.A.P.

Slagdrempel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;‘)

of dorpel

12,54

12,54

b.v. 11,63 b.v. 11,63 10,49

S.k. 16,54

s.k. 16,02

s.k. 15,41 b.s. 15,61

s.k. 15,41 b.s. 15,61

s.k. 14,53

s.k. 14,70

één middenopening met Stoneyschuif.......

Al. Vaste stuw, dient als zandvang.......

Zie ook kunstwerk E.

Bi. Sandermansstuw, twee zijopeningen, vaste stuwen, elke opening.................

6,00

17,00

5,00

13,00

b.s. 14,70

S.k. 13,32

s.k. 9,98

één middenopening met Stoneyschuif.......

Cl. Wippertstuw, twee zijopeningen, vaste stuwen, elke opening ...................

6,00

5,00

8,03

b.s. 10,23

s.k. 9,40

één middenopening met Stoneyschuif.......

Di. Temminkstuw, twee zijopeningen, vaste stuwen, elke opening...................

6,00

5,00

7,45

b.s. 9,65

s.k, 8,76

één middenopening met Stoneyschuif.......

In de Bolksbeek

6,00

6,81

b.s. 9,01

Ei. Aflaatwerk ten behoeve van de Berkel, één opening.

afsluitbaar met een tweedelige schuif........ twee heveloverlaten, elk.............

keelhoogte 17,54 m N.A.P., doorstromingshoogte van de keel 0,90 m.

Bij een Berkelstand van 17,00 m N.A.P. stroomt er water van de Berkel over de anderste schuif naar de Bolksbeek. Bij een hoge Berkelstand van ± 17,80 m N.A.P. gaan ook de beide hevels werken.

Zie ook kunstwerk H.

In de Berke

Fi. Stuw Nieuwe Molen, vier openingen, elk afsluitbaar met schuif;

7,00

3,00

15,34

b.s. 17,53

twee noordelijke openingen, elke opening.....

6,00

18,50

s.p. 18,75

twee zuidelijke openingen, elke opening.....

Ten noorden van de stuw een schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m........

Bovendeuren.................

Benedendeuren ................

Gi. Sluis van de molen te Borculo, zeven openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif; van N.W. naar Z.O.is de dagwijdte respectievelijk: 0,72 m, 0,86 m (opening voor een molenrad), 0,80 m, 0,80 m, 0,80 m, 0,80 m en 1,28 m (opening voor een molenrad).....

Ten noorden van de molen een schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m......

Bovendeuren .................

Benedendeuren ................

Ten noorden van de schutsluis een stuw, één opening,

7,90

3,75

3,75

18,10

18,10

16,45

14,63

14,65

13,00

S.p. 18,75

afsluitbaar met een Stoneyschuif..........

Hl. Stuw Beekvliet, twee openingen, elk afsluitbaar

2,47

14,33

S.p. 15,80

met een schuif, elke opening ............

11. Stuw Lochern, één opening, afsluitbaar met

4,00

11,08

s.p. 13,30

schuif......................

Ten zuiden van de stuw bevinden zich:

le. Een schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m................

Bovendeuren.................

Benedendeuren ................

2e. Ontlastsluis, twee openingen, gezamenlijk af-

6,00

3,80

9,48

10,50

9,51

s.p. 11,80

sluitbaar met één schuif, elke opening........

3e. Inlaatsluis voor een fabriek, één opening, afsluitbaar met een schuif................

4e. Inlaatsluis voor de stadsgracht van Lochern, twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elk opening

Ji. Stuw Hoge Weide, drie openingen, waarvan

0

0

1,00

0,60

0,90

9,69

9,69

twee openingen elk afsluitbaar met een schuif, elke opening

4,00

8,06

s.p. 10,00

één Opening, afsluitbaar met schotbalken.....

In de Nieuwe Beek

Ki. Stuw, drie openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif;

de beide buitenste openingen elk.........

de middenopening...............

In de Leerinkbeek

Li. Schotbalkstuw, één opening........

2,00

0,80

0,85

1,40

8,06

13,62

S.p. 10,00

b.v. 10,56 b.v. 10,01

In de Lebbinkbeek

Mi. Schotbalkstuw, twee openingen, elke opening .

Ni. Schotbalkstuw, twee openingen, elke opening .

In de Heksenlaak

4,00

2,05

13,78

12,06

s.p. 14,32

01. Uitwateringssluis, drie openingen, elk afsluit-

baar met een klep, elke opening..........

In de Baaksche Beek

Pi. Stuw bij de splitsing van de oude Baaksche Beek en de omgelegde Baaksche Beek, zes openingen, elk afsluitbaar met een schuif;

vier openingen, elke opening..........

twee openingen, elke opening..........

Elke schuif bestaat uit twee delen.

Qi. Stuw bij Huize Ruurlo, vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening........

Ri. Sluis bij Huize de Wiersse, vijf openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening......

Elke schuif bestaat uit twee delen.

0

1,00

1,10 1,00

1,25

1,22

14,52

14,52

14,44

12,48

b.v. 10,66

In de Oude Schipbeek

Si. Rinkelaarsstuw, schotbalkstuw, één opening . .

3,00

8,00

b.s. 9,20

‘) În deze kolom is

b.s, — bovenkant schotbalken b.v. = bovenkant vloer

s.k. = stuwkruin

s,p. = stuwpeil

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN

BEHOORT BIJ HET BLAD GROENLO WEST VAN DE WATERSTAATSKAART VERKEND IN 1952—’53.


Universiteits-i „ bibliotheek

Utrecht




-ocr page 84-


52

5'


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


TOELICHTING


j?i


“111

3325ha


vai


385


I, Het stroomgebied van de Hegge

De Rcooe loost beneden Ommen op de Vecht {blad Coevorden-West). Op dit blad bestaat het gebied uit hoge gronden. De volgende gebieden komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor.'

I A. De Dovenregge van het Twentekanaal tot de stuw in de Dovenregge 3 600 m ten zuiden van de iveg Rijssen—Dome. De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Dovenregge, de Doltdijksbeek, de Dolscherbeek, de Dentelerbeek en de Zeldammerbeek. Het gebied is groot 3735 ha.

I B. De Hegge tussen de stuw in de Dovenregge, ±. 60 m ten noorden van de Twikkelsche Vaart en de grondduiker onder het Overijsselsch kanaal bij Ilan-kate. Zie voorts de bladen Groenlo-Oost, Almelo-West en -Oost en Coevorden-West.

H, Tweede pand van het Twentekanaal met de zijtak naar Almelo en het aansluitende deel van het Overijsselsch Kanaal

De grootte van deze boezem bedraagt ongeveer 210 ha, het kanaalpeil bedraagt 10,00 m N.A.P. Dit pand, ook wel lange pand genoemd, strekt zich uit van. de schutsluis te Eefde tot de schutsluis ten westen van Delden. De hoge gronden en de polder, welke op dit blad op het tweede pand van het Twentekanaal afwateren, worden verdeeld in de volgende gebieden, welke geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

II A. Het gebied, groot 065 ha, dat door de Vlierbeek op het Twentekanaal afwatert.

II B. Het gebied ten oosten van de Schipbeek, dat op het Twentekanaal af-watert. De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: het bovengedeelte van de Dovenregge, de Leidebeek, de Diepenheimsche Molenbeek, de Poelsbeek, de Dolscherbeek en de Dentelerbeek. Het gebied is groot 15 085 ha.

11 C. Het gebied hissen de Schipbeek en de Bolksbeek, dat op het Twentekanaal afwatert. De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: hei Zuidelijk Afwateringskanaal, de Davenhorsterwaterleiding, de Slinge, het Noorddijker-kanaal, de Elsmansgoot, de MaUemsche en Ruskemorsgoot en de Koningsbeek. Het gebied is groot 4470 ha.

II D. Het gebied tussen de Bolksbeek en de Berkel, dat op het Twentekanaal afwatert. De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Nettelhorsterlaak, de Kleine Beek en de Horstgoot. Het gebied is groot 2175 ha met inbegrip van de polder.

II E. Het gebied, dat door de Aalsvoort en de Tenkhorsterbeek op het Twentekanaal afwatert. Dit gebied is groot 1205 ha.

II F. De Bolksbeek van het aflaatwerk E 1 bij de Berkel tot aan het aflaat-werk H bij het Trventekanaal. De Bolksbeek, welke geheel tussen kaden ligt, dient voor het afvoeren van het Berkelwater bij standen, hoger dan 17,00 m N.A.P. Bij deze stand stroomt het water over de onderste schuif van het aflaatwerk E 1 {de bovenste schuif is altijd opgehaald). Bereikt het Berkelwater een stand van ongeveer 17,80 m N.A.P., dan gaan ook de beide hevels van het kunstwerk E 1 werken. Bij een stand van 18,00 m K.A.P. wordt soms de onderste schuif van E 1 iets gelicht. De Bolksbeek is zodanig verruimd, dat hierlangs 48 m^/sec kan worden afgevoerd. De totale grootte van het gebied, afwaterend op het hveede pand van het Twentekanaal, isjz23 900 ha. Zie voorts debladen Groenlo-Oost, Almelo-Oost en -West en Zutphen-Oost.

HI, Het stroomgebied van de Schipbeek

De Schipbeek ontspringt ten zuiden van Ahaus in Duitsland, stroomt noordwaarts onder de naam A langs Ahaus en Alstätte en komt bij de Haarmolenbriig {zie blad Groenlo-Oost) in Nederland. Boven de stuw „Nieuwe Sluis^' {Z) wordt zij ook wel Bovenschipbeek of Buurserbeek genoemd. Ten zuiden van Deventer loost de Schipbeek over de stuw in de Koerhuisbeek {het z.g. Verlaat), stuwkruin 5,44 m N.A.P., en deze beek op de IJssel. Op dit blad bestaat het gebied uit hoge gronden en wordt onderverdeeld in:

111 A. De Schipbeek tussen de Oostendorpse watermolen {Groenlo-Oost) en de grondduiker onder het Twentekanaal {E). Het gebied is groot 2490 ha.

III B. De Schipbeek tussen de gronddiiiker onder Jiet Twentekanaal en de Sandermansstuw {B 1). De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Schipbeek, het Zuidelijk Afwateringskanaal, het Noordelijk Afwateringskanaal, de Beusbergerwalerleiding of Potbeek, de waterleiding van de Rondaalte, de Slinge, de Stoevelaarswaterlossing en de Lindemansbeek. Het gebied is groot 4090 ha.

III C. De Schipbeek tussen de Sandermansstuw en de Banninkstuw {Zutphen-Oost). De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Schipbeek, de Oude Schipbeek en de Aalpolswaterleiding. Hef gebied is groot 3325 ha. Zie voorts de bladen Groenlo-Oost, Almelo-West, Hattem-Oost en Zutphen-Oost.

JV. Het stroomgebied van de Berkel

Deze rivier ontspringt bij Coesfeld in Duitsland en komt bij Oldenkotte, gemeente Eibergen, op Nederlands gebied. Het gebied, dat op de Berkel afreatert, is groot ongeveer 76 080 ha, waarvan 32 690 ha op Nederlands gebied. Bij standen van de Berkel, hoger dan 17,00 m N.A.P. aan het kunstwerk E 1, kan een gedeelte van het gebied boven het punt, waar de Bolksbeek aftakt, groot 43 875 ha, waarvan 4240 ha op Nederlands gebied, via de Bolksbeek op het Twentekanaal afwatcren. De Berkel mondt te Zutphen door een sluis in de Ussel uit. Op dit blad bestaat het gebied uit hoge gronden en een polder en wordt onderverdeeld in de volgende gebieden:

IV A. De Derkel tussen de MaUemse watermolen {Groenlo-Oost) en de stuw Nieuwe Molen {E 1). Het gebied is groot 3855 ha, waarvan 2320 ha op Neder-lands gebied. Dij standen van de Derkel, hoger dan 17,00 m N.A.P. aan het kunstwerk E 1, kaïi een gedeelte van dit gebied via de Dolksbeek op het Twentekanaal afwateren.

IV B. De Derkel tussen de stuw Nieuwe Molen en de watermolen te Borculo {G 1). Het gebied is groot 85 ha. Bij standen van de Derkel, hoger dan 17,00 m N.A.P. aan het kunstwerk E 1, kan een gedeelte van dit gebied via de Dolksbeek op het Twentekanaal afwateren.

IV C, De Derkel tussen de watermolen te Borculo en de stuw Beekvliet {H 1). De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Derkel, de Leerinkbeek, de Hieminkbeek, de Oude Leerinkbeek, de 0it.de Beek, de Veenslatsgoot en het Haar-losche Kanaal. Het gebied is groot 5265 ha met inbegrip van het afzonderlijk aangegeven gebied IV D.

IV D. Het stroomgebied van de Leerinkbeek, groot 5090 ha.

IV E. De Derkel tussen de stuw Beekvliet en de stuw te Lochern {Ï 1). De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Berkel, de Kattebeek, de Groen-losche Slinge, in de benedenloop Lebbinkbeek genaamd, de Meibeek, de Heksen-laak, de Visscherij en deOude Beek. Het gebied is groot 21 950 ha, waarvan 18 195 ha op Nederlands gebied, met inbegrip van de afzonderlijk aangegeven gebieden JV F, 2V G en van de polder.

IV F. De Groenlosche Slinge, in de benedenloop Lebbinkbeek genaamd, groot 17 870 ha, waarvan 14 115 ha op Nederlands gebied.

IV G. Het stroomgebied van de Heksenlaak, groot 2510 ha. De Heksenlaak kan op de Berkel worden bemalen.

IV H. De Berkel tussen de stuw te Lochern en de stuw Hoge Weide {J 1). De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Derkel, de Barcheinsche Veengoot, de Wildenborgsche Veengoot en de Nieuwe Beek. Het gebied is groot 2350 ha.

IV I. De Berkel tussen de stuw Hoge Weide en de Velhorsterstuw {Zutphen-Oost). De voornaamste ivaterloop in dit gebied is de Velhorsterlaak. Het gebied is groot 270 ha.

IV J De Berkel tussen de Velhorsterstuw en de stuw Desselink {Zutphen-Oost).

Zie voorts de bladen Groenlo-Oost, Aaltcn-Oost, Aalten-West en Zutphen-Oost.

V, Het stroomgebied van de Baaksche Beek

De Baaksche Beek ontstaat bij Lichtenvoorde {Aalten-West), mondt bij de Groene Jager, ongeveer 5 km boven Zutphen, in de IJssel uit en kan op deze rivier worden bemalen. Op dit blad bestaat het gebied uit hoge gronden en een polder en wordt onderverdeeld in:

VA. De Baaksche Beek boven de stuwen B 1 en Q 1 nabij huize Ruurlo. Het gebied is groot 6125 ha.

VB. De Baaksche Beek tussen de stuwen nabij huize Ruurlo en de stuw R 1 bij huize De Wiersse. Het gebied is groot 1245 ha.

VC. De Baaksche Beek tussen de stuw bij huize De Wiersse en de watermolen te Hackfort {Zutphen-Oost). De voornaamste waterlopen zijn: de Baaksche Beek en de Veengoot. Het gebied is groot 8960 ha, met inbegrip van de polder.

V D. De Baaksche Beek beneden de watermolen te Hackfort. De voornaamste ivaterloop is de Lindensche Laak.

Zie voorts de bladen Aalten-West en -Oost, Zutphen-Oost en Arnhem-Oost.

VI, Het stroomgebied van de Onderlaatsche- en Vierakkersche Laak

Het gebied komt voor een klein gedeelte aan de westkant van het blad voor. Zie voorts het blad Zutphen-Oost.

VIL Het stroomgebied van de Eefsche Beek

De voornaamste waterlopen, welke op dit blad voorkomen, zijn: de Molenbeek en de Heumerbeek. De Eefsche Beek loost op het IJsselpand van het Twente kanaal. Zie voorts het blad Zutphen-Oost.

VIIL Het stroomgebied van de Dortherbeek

De Dortherbeek begint als Voorste Beek in het Amsensche Broek en loost bij Deventer op de Koerhuisbeek. Zie voorts het blad Zutphen-Oost.


Ouder con polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de er in liggende waterlopen zijn afgescheiden van do omringende wateren, dus con gebied met een eigen waterstand. Do polders hebben, in vcrschillondo tinton, do kleur van het stromende water, waarop zij afwatcren. Do voornaamste waterlopen hierin zijn in grijs aangegevon.

Hoge gronden on boczomland zijn niet gekleurd. In dezo gebieden zijn de voornaamste waterlopen aangegeven in de kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij af wateren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van het gebied van deze waterlopen; con smallo bics geeft de onderverdeling van hot gebied aan. Daar, waar een waterloop do grens vormt van twee gebieden, wordt do bics van het gebied, waartoe dio waterloop behoort, slechts aangegeven als dit voor do duidelijkheid noodzakclijk is. Bij belangrijke waterlopen is do naam in rood geplaatst.

Do namen van do waterschappen zijn in bruin op do kaart aangegevon.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegevon waar zij afwijken van dio van do waterstaat. Waar de administratieve grens van oen waterschap samenvalt met do provinciale grens, wordt de administratieve grens van het waterschap aangegeveu. Voor nadere gegevens over de provincie Overijssel wordt verwezen naar do ,,Beschrijving van do Provincie Overijssel, behorende bij do watorstaatskaart”. In dit boekje zijn gegevens opgono-men omtrent bedijkingen, grenstractaten, kanalen, overstromingen, reglementen, stromende wateren, waterkeringen, waterschappen on waterstanden.

Voor de beschrijving van do juiste plaats der peilmerken zie men dool II van register V (Gelderland) en doel II van register IV (Overijssel) der N.A.P.-registers.

Do waterstaatskaarten zijn, ovenals het boekje: ,,Beschrijving van do Provincie Over-bssol, behorende bij de watcrstaatskaart”, ù. f 5 por stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij - en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage.

De kaarten on het boekje kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


VERKLARING DER TEKENS


Smet opgave van do aard van hot bemalingswerktuig {c = centrifugaalpomp, s = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzot per minuut bij de in m opgegoven opvoer-hoogte

* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Molen, door water gedreven

* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis

gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis of afsluitbare duiker

InJ. sL inlaatsluis

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis

Grondduiker


Grondduiker met afsluiting


Stuw


Poilmork van het N.A.P.


Peilschaal


-gaar- Reg. Peilschaal, geregeld waargenomen (Peg. = registrerend)

^^-^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Iloogtocijfer in m N.A.P.

Verharde weg

■ ------Spoorweg

- • - ■ ......Riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

2510 ha Grootte van polders en stroomgebiedon in ha volgens meting op do topogra

fische kaart 1 : 25 000 met do poolplanlmotcr

---------Administratieve grenzen van waterschappen


--------Provinciale grens, voor zover niet samenvallend mot de grens van een waterschap


SLUIZEN EN STUWEN


Hoogte in m boven

Dag- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;N.Ä.P.

wijdte Slag-in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;drempel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;‘)

of dorpel


In de kanaalkade ten zuiden van het Twentekanaal

A. Schotbalkstuw in de Bentelerbcek, één opening 1,50

B. Schotbalkstuw in de Dolscherbeek, één opening 2,00

C. Schotbalkstuw in de Poelsbeek, één opening 2,00


D. Schotbalkstuw in de Diepenheimsche Molenbeek,


één openinff


2,30


E. Grondduiker van de Schipbeek. Horizontaal gemeten lang 114,97 m; bodem bij het begin van de vloer bovenstrooms 10,91 m N.A.P.; bij het begin van de helling 10,61 m N.A.P.; diepste punt van de vloer-bodem 0,80 m N.A.P.; bij het einde van de helling 10,58 m N.A.P.; bij het einde van de vloer (benedenstrooms) 10,88 m -b N.A.P.; drie openingen, hoog 3,00 m, afsluitbaar met schotbalken, elke opening....... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,50

Doven de grondduiker bevindt zich een zandvang.


F. Schotbalkstuw in het Zuidelijk Afwaterings


kanaal, één opening................


G. Schotbalkstuw üi de Slinge, één opening . . . .

H. Aflaatwerk van de Bolksbeek op het Twentekanaal .....................

Hoogte overstort 12,70 m N.A.P.; in de overstort-wand bevinden zich 6, met houten schotten afshiitbare openingen, hoog 0,60 m, breed 2,35 m, hoogte onderkant der openingen 11,30 m N.A.P. voor de zomerafvoer.

In het midden een opening, 1,20 m hoog en breed, afsluitbaar met schotbalken voor het droogzetten van de zandvang.


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal 1: 50000


Almelo west 26

GroenIo west 34

Aalten west 41


Almelo oost 26

GroenIo oost 34

Aalten oost 41


Verkend in 1952-’53


34


b.v. 9,90 b.s. 12,50

s.k. 10,75

b.v. 9,70 b.s. 12,50

s.k. 10,75



b.v.

10,00

2,50

b.s.

13,00

s.k.

11,20

b.v.

10,40

1,00

b.s.

13,00

s.k.

11,20


45,00


I. Schotbalkstuw in de Nettelhorsterlaak, twee

openingen, elke opening..............

In de kanaalkade ten noorden van het Twentekanaal

2,00

b.v. 10,20

b.s. 11,50

J. Schotbalkstuw in de Vlierbeek, één opening

K. Schotbalkstuw in de Tenkhorsterbeek, één

1,10

b.v. 9.70 b.s. 13,00

s.k. 10,20

opening .....................

Dij de kunstwerken A, B, C, D, F, G en J ligt de vaste dorpel enkele meters stroomopwaarts van de schotbalk-kering.

1,00

b.v. 10,20

b.s. 11,35

In de Bolscherbeek

L. Vaste stuw................

Zie ook kunstwerk B.

4,00

s.k. 11,13

In de Poelsbeek

M. Vasto stuw................

3,00

S.k. 14,42

N. Idem..................

3,00

S.k. 13,10

0. Idem..................

3,iO

S.k. 11,94

P. Idem..................

3,iS

s.k. 11,34

Q. Schotbalkstuw, den opening........

Zie ook kunstwerk C.

In de Diepenheimsche Molenbeek

R, Inlaatsluis, één opening, afsluitbaar met een

3,20

9,97

schuif......................

1,50

b.v. 13,90



-ocr page 85-

Hoogte in m boven

SLUIZEN EN STUWEN

Dagwijdte in m

N..

Slagdrempel of dorpel

l.P.

*)

S. Sluis lum de J)iepenhei7nse waterriolen, vier

openingen, elk afsluitbaar met een schuif;

openinif voor de molen.............

0,84

12,54

drie openingen voor de afwatering, tezamen.....

T. Stuw nabij het buiten ,,Nijenhuis”, twee openin-

2,60

12,54

gen, elk afsluitbaar met een schuif;

één opening..................

2,75

b.v. 11,63

één opening..................

2,85

b.v. 11,63

U. Schotbalkstuw, één opening........

Zie ook kunstwerk D,

3,60

10,49

In de Schipbeek

V. Vaste stuw................

11,20

s.k. 16,54

W. Idem..................

X. Markveldse stuw, vaste stuiv inet een schotbalk,

11,20

s.k. 16,02

twee openingen;

opening rechteroever ..............

5,85

s.k. 15,41

b.s. 15,61

opening linkeroever..............

6,35

s.k. 15,41

b.s. 15,61

IJ. Vaste stuw................

Z. Stuw Nieuwe Sluis, twee zijopeningen, vaste

12,00

s.k. 14,53

stuwen, elke opening...............

5,00

s.k. 14,70

één middenopening met Stonegschuif.......

6,00

13,00

b.s. 14,70

Ai. Vaste stuw, dient als zandvang.......

Zie ook kunstwerk E.

17,00

s.k. 13,32

Bi. Sandermansstuw, twee zijopeningen, vaste stu'

wen, elke opening.................

5,00

S.k. 9,98

één middenopening met Stoneyschuif.......

Cl. Wippertstuw, twee zijopeningen, vaste stuwen,

6,00

8,03

b.s. 10,23

elke opening . ..................

5,00

s.k. 9,40

één middenopening met Stoneyschuif.......

Di. Tenuninkstuw, twee zijopeningen, vaste stuwen,

6,00

7,45

b.s. 9,65

elke opening....................

5,00

s.k. 8,76

één middenopening rnet Stoneyschuif.......

6,00

6,81

b.s. 9,01

In de Bolksbeek

El. Aflaatwerk ten behoeve van de Berkel, één opening,

afsluitbaar met een tweedelige schuif........

7,00

15,34

b.s. 17,53

twee heveloverlaten, elk.............

keelhoogte 17,54 m N.Ä.P., doorstromingshoogte

3,00

van de keel 0,90 m.

Bij een Berkelstand van 17,00 m N.A.P. stroomt

er water van de Berkel over de onderste schuif naar de Bolksbeek. Bij een hoge Berkelstand van ± 17,80 m N.A.P. gaan ook de beide hevels werken.

Zie ook kunstwerk H.

In de Berkel

Fi. Stuw Nieuwe Molen, vier openingen, elk af-

sluitbaar met schuif;

twee noordelijke openingen, elke opening.....

6,00

18,50

s.p. 18,75

twee zuidelijke openingen, elke opening.....

Ten noorden van de stuw een schutsluis met twee paar

7,90

18,10

s.p. 18,75

puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m........

3,75

Bovendeuren.................

18,10

Benedendeuren................

16.45

Gi. Sluis van de molen te Borculo, zeven openingen,

elke opening afsluitbaar met een schuif; van N.W. naar Z.O. is de dagwijdte respectievelijk: 0,72 m, 0,86 m (opening voor een molenrad), 0,80 m, 0,80 m, 0,80 m, 0,80 m en 1,28 m (opening voor een molenrad).....

14,63

Ten noorden van de molen een schutsluis met twee

paar puntdeuren, schutkolklengte 20,00 m......

3,75

Bovendeuren.................

14,65

Benedendeuren................

Ten 7ioorden van de schutsluis een stuw, één opening,

13,00

afsluitbaar met een Stoneyschuif..........

2,47

14,33

s.p. 15,80

Hi. Stuw Beekvliet, twee openingen, elk afsluitbaar

7net een schuif, elke opening............

4,00

11,08

s.p. 13,30

11. Stuw Lochern, één opening, afsluitbaar tnet

schuif......................

6,00

9,48

s.p. 11,80

Ten zuiden van de stuw bevinden zich: le. Een schutsluis met twee paar puntdeuren, schut-

kolklengte 20,00 m................

3,80

Bovendeuren.................

10,50

Benedendeuren ................

2c. Ontlastsluis, twee openingen, gezaïnenlijk af-

9,51

shiitbaar met één schuif, elke opening........

O 1,00

9,69

3e. Inlaatshiis voor een fabriek, éé7i opening, afsluit-

baar met een schuif................

0 0,60

4e. Inlaatsluis voor de stadsgracht van Lochern, twee

openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elk opening

0,90

9,69

Ji. stuw Hoge Weide, drie openingen, ivaarvan

twee opetiingem elk afsluitbaar met eert schuif, elke opening

4,00

8,06

s.p. 10,00

éé7i op€ni7ig, afsluitbaar 7net schotbalken.....

2,00

8,06

S.p. 10,00

In de Nieuwe Beek

Ki. stuw, drie openingen, elke opening afsluitbaar

7net een sclmif;

de beide buitenste openingen elk.........

0,80

b.v. 10,56

de 7niddenopening...............

0,85

b.v. 10,01

In de Leerinkbeek

Li. Schotbalkstuw, éé/t opening........

1,40

13,62

In de Lebbinkbeek

Mi. Schotbalkstuw, twee openingen, elke opening .

4,00

13,78

s.p. 14,32

Ni. Schotbalkstuw, twee ope7iingcn, elke opening .

2,05

12,06

In de Heksenlaak

01. Uitwateringssluis, drie openingen, elk afsluitbaar met een klep, elke ope7ii7ig..........

0 1,00

b.v. 10,66

In de Baaksche Beek

P,. Stuw bij de splitsing vati de 07ide Baaksche Beek

en de 07ngelegde Baaksche Jieek, zes opc7ii7igen, elk afsluitbaar 7nct een schuif;

vier openi7ige7i, elke opening ..........

1,10

14,52

twee opovingen, elke openi7bg..........

Elke schuif bestaat uit twee delen.

Qi. Stuw bij Huize Huurlo, vier openingen, elk

1,00

14,52

afsluitbaar 7net een schuif, elke opc7iing........

1,25

14,44

Ri. Sluis bij Utiize de fViersse, vijf openirigen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening......

1,22

12,48

Elke schuif bestaat uit twee delen.

In de Oude Schipbeek

Si. RinkeJaarsstuw, schotbalkstuw, één ope7ii7i,g . .

3,00

8,00

b.s. 9,20

In deze kolom is b.s. = boverikant schotbalkcri

b.v. = bovenkant vloer

s.k. = stuwkruin

s.p. = stuwpeil

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN

-ocr page 86-

Wijdte Hoogte in m

SLUIZEN EN STUWEN nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in de dag N.A.P.

in m Drempel Stuwpeil

Kanaal Zuiphen-Enschede van de Twente-

kanalen

A. Schutsluis tussen hei tweede en derde pand (te Delden) ; twee hefdeuren, schutkolklengte 140 m . . .

12,00

benedenhoofd...............

6,55

bovenhoofd................

12,25

Zuidelijk van deze sluis bevindt zich een hulpkeersluis ; één opening, afsluitbaar met naalden........

8,50

13,25

Bij deze sluis staat een opmaUngsinstattatie.

B. Schutsluis tussen het derde en vierde patid (te

Hengelo) ; schutkolklengte 140 m..........

12,00

benedenhoofd twee roldeuren.........

12,20

bovenhoofd één hefdeur...........

21,25

Zuidelijk van deze sluis bevindt zich een hulpkeersluis ; één opening, afsluitbaar met naalden........

5,00

23,00

Bij deze sluis staat een opmalingsinstallatie.

Boekelerbeek

C. Verdeelwerk, bestaande uit een duiker, 0 0,80 m,

tussen de Boekelerbeek en de Oelerbeek en een grondduiker, de verbinding vormende tussen de Twekkelerbeek en de Oelerbeek, liggende onder de aansluiting Boekelerbeek-Zandboersleiding ; de bovenkant van de grondduiker is als stuw afgewerkt en doet als zodanig dienst bij standen van de Boekelerbeek boven 10,20 m N.A.P. ; één opening .

6,00

19,20

19,20

Hagmolenbeek, Kutbeek

D. Verdeelwerk, bestaande uit :

vaste stuw in de Butbeek ; één opening. . . .

1,50

27,89

27,89

vaste stuw in de Hagmolenbeek ; één opening .

3,50

28,03

28,03

Buurserbeek

E. Houten stuw van de Haaksbergsche of Ooslen-dorpsche watermolen ; acht openingen, elk met een houten schuif.....................

0,63

23,14

25,37

0,82

23,14

1,—

23,14

0,94

23,14

0,98

23,14

1,05

23,14

1,02

23,14

1,03

23,14

Zuidelijk van deze stuw ligt een stuwduiker; twee openingen, ieder met een ijzeren schuif, elke opening . .

2,40

23,51

Bovenkant schuiven 23,71 m N.A.P.

Berkel

F. Stuw Eibergen; twee openingen, ieder met een schuif, elke opening...............

4,00

18,17

20,00

G. Stuw Mallem, houten stuw van de MaUemse watermolen ; vier openingen, elk met een houten schuif . . .

3,13

20,46

22,40

3,88

20,46

1,04

20,46

1,07

20,46

Zuidelijk van deze stuw bevindt zich een schutsluis met twee stel puntdeuren ; schutkolklengte 18,80 m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.

3,75

benedenhoofd...............

17,17

bovenhoofd................

21,07

H. Stuw Knollenbroek; twee openingen, elk met een liouten schuif met windwerk, elke opening......

4,00

21,60

23,30

I. Stuw Rekken; drie openingen, elk met houten

sehotbalken...................

2,88

23,50

24,50

3,69

23,50

2,86

23,50

'^ Universiteits-j bibliotheek lt;nbsp;Utrecht

-ocr page 87-

51990gt;

3735 ha

3i.s

52 o

BOEZEM- EN STROOMGEBIEDEN

Stroomgebied van de Vecht

  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Boven- en Midden-Regge

Het gebied, dat hierop afivntert, bestaat uit verschillende delen ; zie hiervoor ook de blfiden Coevorden-West en -Oost, Tlatfem-Oost, Almelo-\Ve.sf en -Oost, Denekamp en Groenlo-West.

Zeven dezer delen, welke gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn :

Boven-Regge

Ia, Hagmolenbeek, Potlee, enz.

Het gebied, dat hierop a/watert, gelegen oostelijk van de Boven-Regge tussen stuw 0 (blad Almelo-West) en stuw J (blad Groenlo-West), komt voor een gedeelte in de noordwestelijke hoek van dit blad voor ; het bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 3730 ha.

Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Almelo-West en -Oost en Groenlo- West.

Ib. Twikkelsche Vaart

Het gebied, dat hierop afwatert, gelegen oostelijk van de Boven-Regge tussen de stuwen N en 0 (blad Almelo- West), komt voor een gedeelte aan de noordelijke rand van dit blad voor.

Het bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 3-)J0 ha.

Het kan tevens het water ontvangen van de gebieden, afwaterend op de Oelerbeek, Twekkelerbeek, Boekelerbeek en Hegebeek met een totale grootte van 7880 ha, wftarvan 8 70 ha J)uils gebied.

Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Ahnelo-West en -Oost.

Midden-Regge

Ic. Midden-Regge, tussen de grondduiker te Hankate en de stuw boven de uitmonding van de Exosche A (blad Almelo-West)

Het gebied, dat hierop af watert, komt voor een gedeelte aan de noordelijke rand van dit blad voor. Het bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 51 090 ha.

Bovendien ontvangt dit gebied het water van een gebied (ld, Ie, If en Tg) niet een grootte van 7880 ha, waarvan 870 ha Duits gebied.

Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Almelo-West en -Oost en Denekamp.

Id. Oelerbeek, tussen stuw G (blad Almeio-Oost) en verdeelwerk C

Het gebied, dat hierop afwatert, komt voor een gedeelte aan de noordelijke rand van dit blad i'oor. Het bestaat uit boezemlavd en hoge gronden en heeft een grootte van 320 ha.

Bovendien ontvangt de Oelerbeek boven het verdeelwerk 0 het water van een gebied ( Te, Tf en Ig), met een grootte van 7560 ha, waarvan 8 70 ha Duits gebieR.

Het water van dit gebied kan worden afgevoerd naar de Twikkelsche Vaart, zie hiervoor blad Almeio-Oost.

Ie. Twekkelerbeek en Houwbeek

Het gebied, dat hierop afwatert, komt voor op het noordoostelijke gedeelte van het blad. Het bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 3305 ha. Overtollig water wordt geloosd door een grondduiker in verdeelwerk C op de Oelerbeek.

Zie voorts bhid Denekamp.

If. Boekelerbeek, Rutbeek, enz.

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 2655 ha, waarvan 255 ha Duits gebied. Het loost zijn water door een duiker in het verdeelwerk C op de Oelerbeek.

Het ontvangt over een stuiv in verdeelwerk D in de Rutbeek tevens het water van een gebied (Ig) met een grootte van 1600 ha, waarvan 615 ha Duits gebied.

Bij veel waterbezwaar wordt over een stuw in verdeelwerk C overtollig water afgevoerd door de Zandboersleiding op het derde pand van het Kanaal Zutphen—Enschede van de Twentekanalen (gebied IV).

Zie ook blad Denekamp.

Ig. Hegebeek

Het gebied, dat hierop afwalert, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 1600 ha, waarvan 615 ha Duits gebied.

Het loost zijn water over de noordelijke stuw van verdeelwerk D op de Rutbeek.

Bij veel wfiterbezwaar wordt overtollig water afgevoerd, over de westelijke stuw van bovengenoemd verdeelwerk door de Hagmolenbeek op het tweede pand van het Kanaal Zutphen—Enschede van de I'wentekanalen (gebied III).

Zie ook blad Denekamp.

Stroomgebied van de Dinkel

15700^’ha i^t» gebied

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;Dinkel, van de stuwen van Singraven tot de watermolen te

  • Epe (Duitsland)

Het gebied, dat hierop afwatert, komt voor een klein gedeelte aan de oostclijke rand van dit blad voor. Het bestaat uit hoge gronden en maakt deel uit van een gebied ter grootte van 41 935 ha, ivaarvan 39 325 ha Duits gebied. Het wafer van dit gebied dient in hoofdzaak voor de voeding van het kanaal Almelo-Nordhorn.

Zie ook blad Denekamp.

33.2

^oh^rs

VII

^33.8

29

VII

VII

  • III. nbsp;nbsp;nbsp;Tweede pand van het Kanaal Zutphen-Enschede met het

  • Zijkanaal naar Almelo van de Twentekanalen en het zevende pand van het OveriJsselsch Kanaal

Het gebied, dat hierop afwaterf, bestaande uit vijf delen, heeft een gezamenlijke grootte van 23 999 ha, exclusief de boezem.

Het kanaalpeil bedraagt 19 m -|- N.A.R.

Bij veel waterbezwaar ontvangt dit pand via de Bolsbeek en via het derde pand overtollig water van gebieden met een totale grootte van 48 139 lut, waarvan 19 594 ha Duits gebied.

Bovendien wordt de boezem belast met het water van de gebieden, afwafe-rend op de hoger gelegen panden en op het Kanaal Almelo—Nordhorn met een totale grootte van 43 929 ha, waarvan 39 325 ha Duits gebied.

Voor bijzonderheden zie de bladen Almelo-West en -Oost, Denekamp, Zutphen-Oost en Groenlo-West.

Twee delen, welke gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn :

IlIa. Het gebied ten oosten van de Schipbeek

De voornaamste wateren in dit gebied, zijn : Bolscherbeek, Bentelerbeek, Hagmolenbeek, Buitenbeek, Drekkersstrang, Waterleiding langs de School-katerdijk, Leiding van den Voorst en Wissinkbrink, Nieuwlandsbeek en Wolskaterbeek.

Het gebied bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 15 985 ha.

Bij veel waterbezwaar wordt door de Hagmolenbeek het overtollige water afgevoerd van een gebied (Ig) met een grootte van 1699 ha, waarvan 615 ha Duits gebied, over een stuw in verdeelwerk D.

lllb. Het gebied tussen de Schipbeek en de Bolksbeek

Dit gebied, dat voor een klein gedeelte aan de westelijke rand van dit blad voorkomt, bestaat uit hoge gronden. Het heeft een grootte van 4479 ha. Voor verdere bijzonderheden zie blad Groenlo-West.

1^.0



3855 ha


waarvan


Duits gebied

1535 ha

De voornaamste wateren zijn : Zandboersleiding, Elsbeek en Schoolheek.

Het gebied bestaat uit hoge gronden en heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 1075 ha. Het kanaalpeil bedraagt 16 m N.A.B.

Bij veel waterbezwaar ontvangt de boezem gedeeltelijk het overtollige water van een gebied (If en Ig) met een grootte van 4255 ha, waarvan 879 ha Duits gebied, over de stuw van verdeelwerk C door de Zandboersleiding.

Overtollig water wordt afgevoerd op het tweede pand van dit kanaal.

V.

Vierde pand van het Kanaal Zutphen-Enschede van de Twentekanalen

el 1^0.«

Het gebied, voornamelijk het havengebied van Enschede, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden. Het heeft, met inbegrip van de boezem, een grootte van 165 ha. Het kanaalpeil bedraagt 25 m -H N.A.B.

Bij veel waterbezwaar ontvangt dit pand overtollig rioolwater, meest hemelwater, van de gemeente Enschede.

Overtollig water wordt afgevoerd op het derde pand van het kanaal.

‘■5'

  • VI. nbsp;nbsp;nbsp;Schipbesk (Buurserbeek) van de grondduiker onder het Kanaal Zutphen-Enschede van de Twentekanalen

Het gebied, dat hierop afwatert, heeft, met inbegrip van de stroom, een grootte van 21 215 ha, waarvan 15 700 ha Duits gebied.

De twee delen, die gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn :

Vla. Tussen de grondduiker onder het Kanaal Zutphen Enschede van de Twentekanalen (Groenlo-West) tot de Haaksbergsche of Oosten-dorpsche watermolen

De voornaamste wateren zijn : Bornegoorsgoot, Nieuwe MaUemsche Veengoot en Rietmolensche Waterlossing.

Het gebied, dat hierop afwaterf, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 2190 ha.

Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Zutphen-Oost en Groenlo- West.

VIb. Tussen de Haaksbergsche of Oostendorpsche watermolen en de oorsprong (Duitsland)

De voornaamste zijtak is de Zoddebeek.

Het gebied, dat hierop afwatert, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 18 725 ha, ivaarvan 15 700 ha Duits gebied.

  • VII, nbsp;nbsp;nbsp;Stroomgebied van de Berkel

Deze rivier ontspringt bij Coesfeld in Duitsland en komt bij Oldenkotte, gemeente Eibergen, op Nederlands gebied.

Het gebied, dat op de Berkel afwatert, heeft een grootte van ongeveer 76 080 ha, waarvan 13 390 ha Duits gebied.

Bij veel waterbezwaar kan een gedeelte van het gebied, boven het punt, waar de Bolksbeek aftakt, met een grootte van 13 8 75 ha, waarvan 39 635 ha Duits gebied, via stuw E^ (Groenlo-West) lt;loor de Bolksbeek afwateren op het tweede pand van het Kanaal Zutphen - Enschede van de Twentekanalen.

Voor bijzonderheden zie de bladen Hattem-Oost, Almelo-West, Zutphen-Oost en Groenlo-West.

De delen, die op dit blad voorkomen, zijn :

Vila. Leerinkbeek

Het gebied, dat hierop afwatert, komt voor een gedeelte aan de westelijke rand van dit blad voor.

De voornaamste wateren zijn : Veenslatsgoot en Huppelsche beek.

Het gebied bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 5990 lut.

Zie voorts blad Groenlo-West.

Vllb. Berkel, tussen de MaUemsche watermolen (G) en de stuw Nieuwe Molen (Fi Groenlo-West)

De voornaamste leiding is de Ramsbeek.

Het gebied bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 3855 ha, waarvan 1535 ha Duits gebietl.

Zie ook blad Groenlo-West.

VIIc. Berkel, tussen Stuw Rekken (I) en de MaUemsche watermolen (G)

De voornaamste wateren, die hierop afwateren, zijn : Koffijgoot en 1\I iddelhuisgoot.

Het gebied bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 1275 ha, waarvan 29 ha Duits gebied.

Vlld. Berkel, van de oorsprong tot Stuw Rekken (I)

Het gebied, dat voor het grootste gedeelte in Duitsland ligt, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 38 669 ha, waan^an 38 979 ha Duits gebied.

Vlle. Groenlosche Slinge

Het gebied, dat voor een gedeelte in de zuidwestelijke hoek van dit blad voorkomt, bestaat uit hoge gronden en heeft een grootte van 17 879 ha, waarvan 3755 ha Duits gebied.

Voor bijzonderheden zie de bladen Groenlo-West, Afdten-West en -Oost.

VERKLARING DER TEKENS


  • ■ ® 9.00 Eiectrisch gemaal ( mot opgavo van de aard van het bemalingswerktuig

  • lt; (c = centrifugaalpomp) on het aantal m’ waterverzet A Uieselgemaal ( per minuut bij do in m aangegeven hoogte

Molen, door water gedreven

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis

X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwat-eringssluis of afsluitbare duiker

  • gt;lt; Inl.sl. nbsp;nbsp;Inlaatsluis

  • gt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis

o—o nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker

o—(o nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker mot afsluiting

1—1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw

•Q — Peilmork van het X.A.P.

1 1-1 -1----Peilschaal

---Peilschaal, geregeld waargenomen

  • 35.4 Hoogtecijfer in m -}- N.A.l*.

Verharde weg

  • - Spoorweg

Riolering (in de kleur van het betreffondo gebied)

Grootte van boezem en stroomgebieden in ha volgons meting op de 615 ha topografische kaart, schaal 1 : 25 000, lïiet do poolplanimoter

_______Administratievo grenzen van waterschappen

Rijksgrens

Provinciale grens

Universiteits-(•j bibliotheek

Utrecht.

Er komen uitsluitend hoge gronden op dit blad voor.

De voornaamste waterleidingen zijn aangegeven in de kleur van do boezem of het stroomgebied, waartoe zij behoren.

Een brede bios van dezelfde kleur geeft do grens aan van het stroomgebied of het gebied, dat op dio boezem afwatert; een smalle bies geeft do onderverdeling van dit gebied aan.

Bij belangrijke vaar-, boezem wateren, stromen en beken is ds naam in rood geplaatst. De namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn in het algemeen alleen aangegeven, wanneer zij afwijken van die van do waterstaat.

Voor nadere bijzonderheden betreffende de provincie Overijssel wordt verwezen naar het boekje ,,Beschrijving van de provincie Overijssel, behorende bij de Waterstaatskaart”. Hierin zijn gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, grens-traktaten, kanalen, overstromingen, reglementen, stromende wateren, waterkeringen, waterschappen en waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken zie do betreffende N. A.P.-registers.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij hot Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage, en door bemiddeling van allo j)ostkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.

Z,0.Z.


GROENLO OOST




-ocr page 88-

Wijdte Hoogte in ni

SLUIZEN EN STUWEN nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in do dag N.A.P.

m ni Drempel Stuwpeil

Kanaal Zutphen~Enschede van de Twente^ kanalen

Zuidelijk van deze sluis bevindt zich een hulpkeersluis ; één opening, afsluitbaar met naaldoi........8,50 nbsp;nbsp;nbsp;13,2 ) Bij deze sluis staat een opmalingsinstaUatie.

Bij deze sluis staat een opmalingsinstaUafie.

Boekelerbeek

C. Verdeelwerk, bestaande uit een duiker, 0 0,80 m,

tussen de Boekelerbeek en de Oelerbeek en een grondduiker, de verbinding vormende tussen de Twekkelerbeek en de Oelerbeek, liggende onder de aansluiting Boekelerbeek-Zandboersleiding ; de bovenkant van de grondduiker is als stuw afgewerkt etb doet als zodanig dienst bij standen van de Boekelerbeek boven 10,20 m N.A.P. ; één opening .

6,00

10,20

10,20

Hagmolenheek, Butbeek

D. Verdeelwerk, bestaande uit :

vaste stuw in de Butbeek ; één opening. . . .

1,00

27,80

27,80

vaste stuw in de Hagmolenbeek ; één opening .

3,00

28,03

28,03

Buurserbeek

E. Houten stuw van de Haaksbergsche of Oosten-dorpsche ivatermolen ; acht openingen, elk met een houten schuif .....................

0,03

23,14

25,37

0,82

23,14

J,—

23,14

0,04

23,14

0,08

23,14

1,00

23,14

1,02

23,14

1,03

23,14

Zuidelijk van deze stuw ligt een stuwduiker; twee openingen, ieder met een ijzeren schuif, elke opening . .

2,40

23,31

Bovenkant schuiven 25,71 m N.A.P.

Berkel

F. Stuw Eibergen; twee openingen, ieder met een schuif, elke opening...............

4,00

18,17

20,00

G. Stuw Mallem, houten stuw van de MaUemse watermolen ; vier openingen, elk met een houten schuif . . .

3,13

20,46

22,40

3,88

20,46

1,04

20,46

1,07

20,46

Zuidelijk van deze stuw bevindt zich een schutsluis met twee stel puntdeuren ; schutkolklengte 18,80 m . . . .

3,70

benedenhoofd...............

17,17

bovenhoofd ................

21,07

H. Stuw Knollenbroek; twee openingen, elk met een houten schuif met windwerk, elke opening......

4,00

21,00

23,30

I. Stuw Rekken; drie openingen, elk met houten

schotbalken ...................

2,88

23 30

21.30

3.00

23Ai/

2.83

23.5./

-ocr page 89-

3° 55'



450


52°


Afwateringseen heden

Sluizen

52°

  • I- nbsp;nbsp;nbsp;West-Nieuwland

Tot deze afwateringseenheid behoren een drietal hogere delen, nl. de Springertpolder (zie het blad Zierikzee-Oost) en twee delen van de polder Het Oude Nieuwland, groot respectievelijk 105 en 30 ha.

De afwateringseenheid, die bij veel waterbezwaar ook water kan ontvangen van het oostelijk deel van de polder Het Oude Nieuwland, is 545 ha groot en kan op het Springersdiep worden bemalen. Zie hiervoor het blad Zierikzee-Oost.

Wijdte Slag-in de drempel dag hoogte in m in m —

N.A.P.

A. Uitwateringssluis van de afgedamde haven van Goederede; één opening met één paar puntdeuren en twee schuiven .... 3.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.70 waarvan één (stuwschuif) dienst doet voor het op peil houden van

de haven.


Dit gebied is groot 685 ha en kan vrij lozen op de haven van Ouddorp, die in open verbinding staat met het Springersdiep. Zomer- en winterpeil zijn vastgesteld op respectievelijk N.A.P. — 0,60 m en — 1,13 m en gelden ter plaatse van de peilschaal bij de uitwateringssluis.

Verklaring der tekens

Solle n


51°

55'


51°

55'


De voornaamste waterleiding in dit gebied is de afgedamde haven van Goederede met de Spuikom. Beide zijn van elkaar gescheiden door een spuisluis. welke echter als regel openstaat. Het peil tracht men te handhaven op N.A.P. — 0.20 m ; het maalpeil is voorlopig vastgesteld op N.A.P. -t- 1.20 m.

De afwateringseenheid is groot 1225 ha en wordt gevormd door:


È ''^’ ®*'’*'’*'* Dijkagie

Deze afwateringseenheid. waarvan twee onderverdelingen gedeeltelijk op dit blad voorkomen, is 1333 ha groot en loost op de haven van Stellendam, die in open verbinding staat met het Zuiderdiep (Haringvliet).,


V. Waterwinplaats van de Stichting „De Drinkwaterleiding Goeree en Overflakkee”

Dit gebied is groot 615 ha en als volgt onderverdeeld :

VA. Oost-en Middelduinen

Dit duingebied is groot 260 ha en de eigenlijke waterwinplaats voor de drinkwatervoorziening van het eiland Goeree en Overflakkee. De in deze duinen aanwezige watervoorraad kan worden aangevuld uit het gebied VB.

VB. Nieuwlandse Wetering

Dit gebied van 355 ha omvat het oostelijke deel van de polder Het Oude Nieuwland. Het bestaat uit het rechtstreeks op de Nieuwlandse Wetering afwaterende gebied, groot 135 ha, en twee hogere delen, respectievelijk 195 en 25 ha, De Nieuwlandse Wetering kan op het onder VA genoemde duingebied worden bemalen ter aanvulling van de aldaar aanwezige voorraad duinwater. Bij veel waterbezwaar kan de Nieuwlandse Wetering ook via twee stuwen lozen naar het westelijke deel van de polder Het Oude Nieuwland. dat afwatert naar het Springersdiep. Zie hiervoor ook onder 1.


Het buiten de hoofdwaterkering gelegen ongereglementeerde poldertje van Goekoop is 14 ha groot en loost door een sluis op de buitenhaven van Goederede.


70


pl. 91


p. - 1.60


Z.p. -2.05


w.p. -2.25


.- 0.6


455 ba


( met opgave van de aard van het bemalingswerktuig elektrisch gemaal lt;nbsp;(S = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet ( per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte


klein gemaal


riool gemaal j rioolwaterzuiveringsinstallatie uitwateringssluis

grondduiker


capaciteit minder dan 5 m’/min


vaste stuw


regelbare stuw


peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen peilmerk van het N.A.P.

strand- of kilometerpaal polderpeil

zomerpeil

winterpeil


in m t.o.v. N.A.P.


zomérwaterstand in een polder 1 hoogtecijfer nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;;

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000

bij laagwater droogvallend gebied

hoogwaterlijn

hoofd waterkering

tweede waterkering

strekdammen, kribben en strandhoofden


________administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven. waar zij afwijkt van de waterstaat)

________grens ruilverkaveling


Hoofd water keringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000. aangegeven instanties:



pJ- 6


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwate-ringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, zijn meestal aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozings-middelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven. Ongereglementeerde polders zijn — waar nodig — in het randschrift vermeld.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zuid-Holland, behorende bij de Waterstaatskaart.

Gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat. Koningskade 27. te 's-Gravenhage. telefoon (070) 18 3 2 80.

De VVaterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf te ’s-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij de Waterstaatskaart. zijn op deze wijze verkrijgbaar.


51'

50'


pl^ 9 pl. 8'


KwjJt


pi'


425


3° 45'


Ste''®


VAo®''


3° 50'






y. 38000


. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;older

r^^Poldêf


105 ha (



Hei °^I

Westni


lJ3}?V^i^nd 350 ha 0 7/1

Z.S.-0.70




„De Drinkw^erleidinQ


Oude Nieuwlanê 23^..


685 ha

2.« z.p.~0.60 w.p.-1.13

Polder Hei Oude Land


3° 55'


^Ö5 h.


2(osidih

111/i


51' 50' I 11 S?



Universiteitsbibliotheek Utrecht


265 hâ


z.p.-1.00


, Tolden^ 205 ha ti



'425




Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst

Auteursrechten voorbehouden • •• ■. ..


Schaal 1 : 50.000


's-Gravenhage-

Wesl 3Q

Goederede

36

Rotterdam-

West 27

Zierikzee*

West 42

Zierikzee-Oost 42

Wiilemstad-^®5^ nbsp;nbsp;43


Herzien 1 960

Uitgave 1 962


36


Goederede


-ocr page 90-

y--13000



œ 450 W


4° 20'

0,9'


^chaapwcipoló


Haanti

■0.7-1^


110


Ho :gt;rd


.4.5


155 ha p.-6.30


\230ha .r p -4 20 4 40-1.6


Polder


ha


p..S.lt;iO


.6.12

■632


Oostméêrpolder / J


Æ Berkel

■2.0 Z


Hodenpij

i!^245 ha


z.p.-2.70


btswoud


770 ha'


Afwateringseen heden


De op dit blad voorkomende afwateringseenheden zijn als volgt ingedeeld:


A. Vasteland van Zuid-Holland

B. Krimpenerwaard en Stormpolder

C. IJsselmonde

D. Voorne en Putten

E. Hoekse Waard en Berenplaat


It/m XXXV

1 t/m lil

1 t/m XXXIV

1 t/m VI

It/m IX


A. Vasteland van Zuid-Holland


I. Delfland


Deze afwateringseenheid is ± 29 035 ha groot. De voornaamste erin gelegen wateren vormen samen de Schieboezem, welke een peil heeft van NAP-0,402 m. Het maalpeil bedraagt NAP-0,25 m. In de zomer wordt de boezemstand zoveel mogelijk gehouden op NAP-0,30 m ; in de winter varieert de stand van NAP-0,50 m tot NAP-0,2S m.

De waterlozing heeft deels op natuurlijke, deels op kunstmatige wijze plaats. De natuurlijke lozing kan als volgt geschieden :

Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de boezem afgemalen op de Nieuwe Maas door het dieseigemaal bij de Vijfsluizen (B'). op het Scheur door het dieseigemaal te Maassluis en op de Noordzee door het elektrische gemaal aan.het Verversingskanaal; zie het blad ’s-Gravenhage-West.

De watervoorziening heeft voornamelijk plaats vanuit Rijnlands Boezem, door middel van het gemaal Mr. Dr. Th. F. J. A. Dolk te Leidsendam. Het inlaten van rivierwater bij de Parksluizen (K') is nagenoeg te verwaarlozen, omdat het chloridegehalte doorgaans te hoog is.


A.


Schieboezem


Deze boezem vormt met de direct erop lozende gronden een gebied van 25 675 ha, waarvan ± 400 ha boezem en ± 4475 ha boezemland. De gezamenlijke oppervlakte van de direct op de boezem bemalen gebieden is 20 800 ha. Zie verder de bladen Rotterdam-West, ’s-Gravenhage-West en -Oost.


B.

1 Nieuwe of Drooggemaakte Polder


De oppervlakte van dit deel is 643 ha. Hiervan is 3 ha boezem, 15 ha boezemland en 625 ha polderland. De boezem (binnenboezem) heeft een peil van NAP-3,00 m en wordt op de Pijnackerse Vaart (Schieboezem) afgemalen.


1 Berkel


Dit deel, groot 2145 ha, bestaat uit ± 40 ha boezem en boezemland, 2075 ha polderland en 30 ha gerioleerd gebied van Berkel. De boezem, de Binnenboezem van Berkel genaamd, heeft een peil van NAP-2,57 m en wordt op de Berkelse Zwet (Schieboezem) afgemalen.


V. Develboezem


Deze afwateringseenheid is 1065 ha groot. Hiervan is 15 na boezemland. De voornaamste watergang is de Devel. die met de ermee gemeen liggende wateren de boezem vormt, waarnaar de afwateringseenheid is genoemd. De oppervlakte van de boezem is 20 ha. Het peil is NAP-3.00 m. De bemaling heeft plaats te Kleine Lindt op de Oude Maas. Van de op de boezem afwaterende gebieden wordt 55 ha bemalen en kan 975 ha vrij lozen. Zie ook het blad Gorinchem-West.


VI t/m XXXIV. Overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

VI t/m VIII. Gerioleerde gebieden van Hoogvliet: VI. totaal 120 ha; VII. 150 ha en VIII. 55 ha. De gebieden VII en VIII hebben een gemeenschappelijke persleiding naar de Oude Maas.

IX. Gerioleerd gebied van Pernis totaal 90 ha; X. Oud-Pernisse totaal 95 ha; XI. Land van Poortugaal totaal 695 ha: XII. Zuidpolder of Het Grijpland en Polder de Kijvelanden. totaal 190 ha; XIII. Zalmplaat 70 ha; wordt bemalen door een elektrisch gemaal, waaraan een inlaathevel is gekoppeld (C’): XIV. Tuin van het Deltaziekenhuis (voormalige Jenever- en Kooipolder) 8 ha; XV. Gerioleerd gebied van Poortugaal 30 ha: wordt bemalen op de gemeenschappelijke persleiding van de gebieden VII en VIII; XVI. Gerioleerd gebied van het Deltaziekenhuis 30 ha; XVII. Gebied ten oosten van het Deltaziekenhuis 12 ha; XVIII. AI-brandswaard 190 ha; XIX. Noordoostelijk deel van de Johannapolder 2 ha; XX. Gebied ten zuiden van Rhoon 2 ha; XXI. Gerioleerd gebied van Rhoon 45 ha; XXII. Zegen-, Molen- en Portlandpolders 450 ha.

XXIII t/m XXVIII. Gerioleerde gebieden van de gemeente Rotterdam: XXIII. 160 ha: XXIV. totaal 480 ha; XXV. 255 ha: XXVI. 65 ha; XXVII. totaal 490 ha en XXVIII. totaal 300 ha. De gebieden XXIV, XXVl en XXV1II lozen via een gemeenschappelijke persleiding op de Nieuwe Maas, waarop ook de andere drie gebieden lozen.

XXIX. Buitenland 385 ha; XXX. Zuidpolder totaal 510 ha; de bemaling van de afwateringseenheden XXIX en XXX geschiedt door het elektrische gemaal van het waterschap De Oude Maas. XXXI. Gerioleerd gebied van Barendrecht 55 ha; XXXII. Gerioleerd gebied van Heerjansdam 19 ha; XXXIII. Gerioleerd gebied ten westen van IJsselmonde 2 ha en XXXIV. Gerioleerd gebied van IJsselmonde 24 ha.


“ 475 ha

2.p\240


lt;0


Q 0 a 0 0


polder


51° 55'.


51° 50'


t.p.-3.02


.P.-3.22


160 ha


390 ha


0.6 2x40

■^6S ioj;^


0.

1 Schieveen


Dit deel heeft een oppervlakte van 570 ha. Hiervan is 10 ha boezem, 75 ha boezemland en 485 ha polderland De boezem (binnenboezem) heeft een zomer- en winterpeil van respectievelijk NAP-2,75 m en NAP -2,90 m en wordt op de Delftse Schie (Schieboezem) afgemalen.


II. Gerioleerd gebied van *«-Gravenhage c.a.


Tot dit gebied, totale oppervlakte 5355 ha, behoren ook de rioleringen van Voorburg, Rijswijk, Delft, Wassenaar, Delfgauw (gemeente Pijnacker.) en Den Hoorn (gemeente Schipluiden). De lozing heeft plaats op de Noordzee via het rioolgemaal Morsestraat en het zeefgebouw te Scheveningen. Zie ook de bladen 's-Gravenhage-West en -Oost.


III. Schieland


Deze afwateringseenheid is groot 7740 ha. De boezem, genaamd de Rotteboezem, heeft een oppervlakte van ± 170 ha en wordt gevormd door de Rotte en daarmee in open verbinding staande wateren. Het officiële boezempeil (Rottepeil) is NAP-0.65 m en vormt tevens het maatpeil, tn de zomer wordt de boezemwater-stand echter zoveel mogelijk gehouden op NAP-0,85 m en in de winter op NAP-1,05 m. De boezem loost via het Toevoerkanaal, dat door het dieseigemaal aan de Admiraliteitskade te Rotterdam wordt afgemalen, op het Boerengat. dat gewoonlijk in open verbinding staat met de Nieuwe Maas. De ten westen van genoemd gemaal gelegen uitwateringssluis (S*) is buiten gebruik.

De watervoorziening heeft plaats te Rotterdam vanuit de Nieuwe Maas via de Leuvesluis (O') en bij het Zvven-huizense of Nieuwe Verlaat (U) vanuit de Hennipsloot. Zie ook onder IV.


III Rotteboezem


Deze boezem vormt met de direct erop lozende gronden een gebied van 6910 ha. Hiervan is ^ 170 ha boezem en 50 ha boezemland. De gezamenlijke oppervlakte van de op de boezem bemalen polders is 6690 ha, inclusief het gerioleerde gebied van Zoetermeer, groot 55 ha; zie hiervoor het blad 's-Gravenhage-Oost.

De binnenboezem van Bleiswijk, groot 35 ha, doet dienst als inlaatboezem voor de Polder Bleiswijk c.a. De boezem heeft een peil van NAP-2.02 m. De bemaling geschiedt door een installatie, ondergebracht in het gebouw van het poldergemaal ten zuidwesten van Oud-Verlaat. Vanuit de Rotte kan water worden ingelaten via het Boterdorpse Verlaat.


B.

III Bergse Plassen


Aalkeeb B'


polder


XIX\gt;


Buiten


410 ha

i.p.-2.68 w.o.-2.73


en -1.8


425f'


RDINGEN

2x7

8.0


pl. ion


SCktilEÜAM-'^

pl. 1009


^pi. 1005


Voetveren


Nieuyye


Maastunnel


).Q 23J)


f fM Jsse mond


Ni


^ROTT^ItDAM

Voetveer nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Rijnhavan jt, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;\\


111 997


^140 pl 994

Voetveer __


pl. 993


alaktr .100


pl. 1012


Pontveran


^*^r,jrA


in aanboimr


\Dl. 1002


Pl


1003


‘P--


Schenkeldijk


V/aalhaven


3.9


445 liK.


Braband,


Hekeli'amp;en \polder , Qprne-\ Y’ Potten '^'^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;’ Hek^ngen

Vriesland


Polder 175 ha t.a..2.oo '


•0.5


Oude {


2 Polder NieuwSchuddebeurs


4° 20


93


Carnisse


'hjcc*. Zegen-,Molen-


Joh7^poid6 ^~^r9^r'-


gt;Kï


p/ 996


XXI


Middeldijk


XXX


PortlahdoQ


IpTc,


Usselmonde


Polder


■1.0

Hieuw- Rei^rwaard


len

.■0.5

940 ha


yf.p.-2.50


W4versho^’ ~


uiienland

1 Ziedewijdijk'


polder


j Polder

' III ^æ*^**


Nieuwe


l'ai


Hekelingen


■0.1 ‘0.3 iBeiiGrIand, en Nieuw-


1570 ha

p.-1.40 02 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;;

Piershil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j

Nieuw-Beijerland 1


pl. 995


4.5

• pl. 992


pl. 991


;i Koed

t


pl. 990


t Nieuwe Veer (voetveer)


0.2


0.8


2.2 r


De 0.


pl. 989


pl. 988


Buiten


pl. 987


(Blanket)


Agatha.polder 30 ha


Waterschap


De


Dijkring


4° 25


pl. 986


^^■6 Westmaas


y ^-38000


^olderf^H


lieuwlam

2.1


Hoekse


t.p.-220 w.p.-240


Waard


Dit deel van de afwateringseenheid is 830 ha groot. De boezem, welke voornamelijk wordt gevormd door de Bergse Plassen, heeft een peil van NAP-2,71 m. De bemaling geschiedt door een elektrisch gemaal (hoofdbemaling) en een molen (hulpbemaling) op de Rotte. De molen is vrijwel buiten gebruik. De gezamenlijke oppervlakte van boezem en boezemland is 175 ha; die van de op de boezem bemalen gebieden is 655 ha. inclusief 240 ha gerioleerd gebied van Schiebroek.


IV. Zuidplaspolder


Deze afwateringseenheid is 4565 ha groot. Hiervan is 30 ha boezemland. De boezem wordt voornamelijk gevormd door de ringvaart en heeft een oppervlakte van 45 ha. De totale oppervlakte van het gebied, dat op de boezem wordt bemalen is 4490 ha. waarvan 60 ha gerioleerd gebied van Nieuwerkerk aan de IJssel. De boezem, die een peil heeft van NAP-2.00 m. wordt op de open Hollandse IJssel afgemalen door het bovengemaal Van Gennep te Nieuwerkerk aan de IJssel; zie het blad Gorinchem-West.

Waterinlaat op de ringvaart heef*: plaats vanuit de open Hollandse IJssel via de Snellesluis. Vanuit de met de ringvaart gemeen liggende Hennipsloot kan de Rotteboezem van water worden voorzien door middel van een dieseigemaal en een schepradmo en (Eendragtsmolen) bij het Zevenhuizense of Nieuwe Verlaat (U).


V. Prins Alexanderpolder


Deze afwateringseenheid is groot 2505 ha. De voornaamste waterleiding is de ringvaart, die een oppervlakte heeft van ± 10 ha en een peil van NAP-1,92 m. De totale oppervlakte van de erop bemalen gebieden is 2495 ha. waarvan 19 ha gerioleerd gebied van Schenkel. De ringvaart wordt door het elektrische gemaal aan het Kralingse Veer op de Nieuwe Maas afgemalen. De watervoorziening heeft plaats vanuit de Rotte en de ringvaart van de Zuidplaspolder.


VI t/m XXXV. Overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

VI. Broekpolder 390 ha. De polder wordt opgespoten. Het overtollige water wordt door een elektrisch gemaal via een persleiding afgevoerd naar het Scheur.

VII t/m IX. Gerioleerde gebieden van Vlaardingen: VII. totaal 515 ha; VIII. totaal 75 ha en IX. totaal 180 ha.

X t/m XIV. Gerioleerde gebieden van Schiedam: X. 30 ha; XI. 2 ha; XII. totaal 135 ha; Xllt. 205 ha en XIV. totaal 165 ha. De gebieden X t/m XIII lozen via een gemeenschappelijke persleiding (geelgroen) naar de Nieuwe Maas.

XV. Havengebied van Schiedam 50 ha.

XVI t/m XXVIII. Gerioleerde gebieden van de gemeente Rotterdam: XVI. 135 ha; XVII. totaal 160 ha; XVIII. totaal 215 ha; XIX. totaal 305 ha; XX. 150 ha; XXI. 105 ha; XXII. totaal 280 ha; XXIII. totaal 310 ha; XXIV. totaal 170 ha; XXV. totaal 750 ha; XXVI. 40 ha; XXVIl. 145 ha en XXVIII. 18 ha. De gebieden XVIfl t/m XX lozen via een gemeenschappelijke persleiding (geelgroen), evenals de gebieden XXtll en XXIV.

XXIX. Noordelijk deel van de polder Krälingen, totaal 410 ha. De bemaling geschiedt door het rioolgemaal van gebied XXVI; een deel van de polder, groot 160 ha, wordt opgespoten. XXX. Bassins van de drinkwaterleiding van Rotterdam 4 ha; XXXI. Tijdelijk bassin van de drinkwaterleiding van Rotterdam 25 ha; XXXII. Zuidwestelijk deel van de polder Krälingen 7 ha; XXXIII. Zuidoostelijk deel van de polder Kralingen 6 ha; XXXIV. Gecombineerde Polders in Capelle aan de IJssel, totaal 665 ha,waarvan14 ha gerioleerd gebied van Capelle-West: XXXV. Gerioleerd gebied van Capelle aan de IJssel 90 ha; het gebied loost via een zuiveringsinstallatie op de open Hollandse IJssel.


B. Krimpenerwaard en Stormpolder


I. Gerioleerd gebied van Krimpen aan de IJssel


Deze afwateringseenheid. groot 225 ha. loost via een rioolgemaal op de Nieuwe Maas.


II. Langeland en Kortland


De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 330 ha. Zie verder het blad Gorinchem-West.


III. Stormpolder


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst

Druk: Topografische Dienst

Auteursrechten voorbehouden



Schaal 1: 50 000


's-Gravenhage-West 30

's-Gravenhage-Oost 30

Utrecht-West 31

Rotterdam-West nbsp;nbsp;27

Rotterdam-Oost nbsp;nbsp;nbsp;27

Gorinchem-

W«» nbsp;nbsp;38

Willemstad-West 43

Willemstad-Oost 43

Geertruidenberg-

West nbsp;nbsp;nbsp;44


: Streveishoek

1 Polder ^^_^^trevelshoek ^BnRijsoord


Herzien in 1 964

Uitgave 1 966


C. IJsselmonde


1. Kreekse Boezem


Deze afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 455 ha, waarvan 5 ha uit boezem en boezemland bestaat. De boezem heeft een peil van NAP-0,89 m. De bemaling geschiedt door het gemaal Vrijland op de Kreekse Haven (Nieuwe Maas). De oppervlakte van de op de boezem bemalen gebieden is 450 ha. Hiertoe behoren twee gerioleerde gebieden van onderscheidenlijk 25 ha en 265 ha, die elk via een zuiveringsinstallatie lozen. Het gemaal Vrijlandt is in beheer en onderhoud bij de gemeente Rotterdam.


II. Oud-en Nieuw-Reijerwaard

Deze afwateringseenheid is totaal 1625 ha groot en loost via het nieuwe elektrische gemaal te Bolnes op de Nieuwe Maas. Het gebied kan uit de Noord van water worden voorzien. Zie verder het blad Gorinchem-West.


III. Oude-Koedoodboezem


Deze afwateringseenheid is 2035 ha groot. Hiervan is 35 ha boezemland. De boezem, welke wordt gevormd door de Oude Koedood en de daarmee in open verbinding staande wateren, heeft een oppervlakte van 10 ha. Het zomerpeil is NAP-2,00 m, het winterpeil NAP-2,20 m. De bemaling vindt plaats via het gemaal van het waterschap De Koedood op de Oude Maas. De totale oppervlakte van de op de boezem lozende gebieden is 1990 ha.


IV. Waalboezem


Deze afwateringseenheid is 1635 ha groot. Hiervan is 135 ha boezemland. De voornaamste watergang is de Waal, die met de ermee gemeen liggende wateren de boezem vormt, waarnaar de afwateringseenheid is genoemd. De oppervlakte van de boezem is 80 ha. Het zomerpeil is NAP-0,95 m, het winterpeil NAP -1,05 m. De bemaling heeft plaats te Heerjansdam op de Oude Maas. De totale oppervlakte van de op de boezem bemalen gebieden bedraagt 1420 ha. De watervoorziening heeft plaats vanuit de Noord. Zie ook het blad Gorinchem-West.


37


D. Voorne en Putten

Brielse-Maasboezem

Deze afwateringseenheid is 14 660 ha groot. Hiervan is 1640 ha boezemland. De voornaamste watergang is de afgedamde Brielse Maas, die met de ermee gemeen liggende wateren de boezem vormt, waarnaar de afwateringseenheid is genoemd. De oppervlakte van de boezem is 800 ha. Het zomerpeil is NAP; het winterpeil wisselt van NAP-0.30 m tot NAP-0,40 m.

Het overtollige water wordt geloosd op de Brielse-Maasvlakte (Noordzee) door middel van de sluis in de afsluitdam en het aldaar gelegen tijdelijke hulpgemaal. Voorts wordt water afgevoerd naar het Haringvliet via het Kanaal door Voorne. Dit geschiedt voornamelijk om het te Hellevoetsluis binnengedrongen schut-water uit het kanaal te verwijderen.

De afwateringseenheid kan door middel van sluis IJ’ en een inlaatgemaal uit de Oude Maas van water worden voorzien. Zie verder het blad Rotterdam-West.

Vierambachtenboezem

Deze afwateringseenheid is 2255 ha groot. Hiervan is 25 ha boezemland. De voornaamste watergang is de Vierambachtenboezem, waarnaar de afwateringseenheid is genoemd. De oppervlakte van de boezem is 10 ha. Het peil is NAP-2,25 m.

De bemaling heeft plaats door het elektrische gemaal van het waterschap De Vierambachtenboezem op de haven van Spijkenisse, die gewoonlijk in open verbinding staat met de Oude Maas.

Van de op de boezem afwaterende gebieden kan 2085 ha vrij lozen en is 135 ha gerioleerd gebied, dat via een zuiveringsinstallatie loost. Zie verder het blad Rotterdam-West.

lil- Oude en Nieuwe Uitslag van Putten

Deze afwateringseenheid, groot 575 ha, omvat behalve de gelijknamige polder tevens de polder Oud- en Njeuw-Hongerland. De bemaling heeft plaats op de Oude Maas door het elektrische gemaal van het waterschap De Oosthoek van Putten. Het gemaal kan tevens dienst doen als hevel.


IV t/m Vl. Overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

IV. Braband, Hekelingen en Vriesland totaal 660 ha; V. Gerioleerd gebied van Hekelingen 10 ha; VI. Ouden Nieuw-Schuddebeurs totaal 375 ha.


E. Hoekse Waard en Berenplaat


I. Oud-Beijerland c.a.


Deze afwateringseenheid is 1830 ha groot. Hiervan is 6 ha boezemland. De voorboezem heeft een oppervlakte van 4 ha en kan vrij lozen op de haven van Oud-Beijerland, die gewoonlijk in open verbinding staat met het Spui. De totale oppervlakte van de op de voorboezem te bemalen gebieden is 1820 ha. Zie verder het blad Willemstad-Oost.


IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII Binnenbedijkte Maas

Deze afwateringseenheid is 2190 ha. Hiervan is 190 ha boezemland. De boezem, welke wordt gevormd door de Binnenbedijkte Maas en de ermee gemeen liggende wateren, heeft een oppervlakte van ± 110 ha. Het peil is NAP-0.87 m. De lozing heeft plaats te Puttershoek en kan zowel op natuurlijke als op kunstmatige wijze geschieden, respectievelijk via een schutsluis en door het elektrische gemaal van het waterschap Het Gemeenschappelijk Stoomgemaal te Puttershoek. Zie verder het blad Willemstad-Oost.

Hl t/m IX. Overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

III. Afgedamde Haven van Piershil totaal 615 ha; IV. Gerioleerd gebied van Nieuw-Beijerland 16ha: V. Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil 1570 ha: VI. Westmaas-Nieuwland totaal 1635 ha; VII. Oud-Heinenoord totaal 350 ha; VIII. Oost- en West-Zomerlanden totaal 755 ha; IX. Berenplaat, waterwingebied van Rotterdam, totaal 185 ha, waarvan 145 ha spaarbekken. De waterstanden wisselen van NAP-l-4.00 m tot NAP-2.00 m.

Buiten de hoofd- en hoogwaterkering gelegen afwateringseenheden

Deze zijn, voor zover het ongereglementeerde polders betreft, met een Arabisch cijfer aangegeven.

Langs de Nieuwe Maas:

1. Zuidelijk deel van Het Park 10 ha; 2. Noordelijk deel van Het Park totaal 21 ha.

Langs de Oude Maas:

1. poldertje ten noorden van Visserijplaat 1 ha; 2. Visserijplaat 9 ha; 3. Nieuwe Polder 45 ha; Carnisse 4 ha; het deel Jan Gerritsepolder van de afwateringseenheid Zuidpolder 65 ha; Vredepolder 25 ha; 4. poldertje ten oosten van de Vredepolder 3 ha; Spuiveld 8 ha; 5. Het Kleine Veld 11 ha; 6. Slobberoord 6 ha; 7, 8, 9 en 10. poldertjes ten noorden van Puttershoek, respectievelijk 2 ha, 3 ha, 2 ha en 8 ha; polder De Buitenzomerlanden : het oostelijke deel 6 ha, het deel Spuivelden 55 ha. het deel Kooimansland 35 ha en het deel ten noorden van Kooimansland 10 ha; Geertruida Agathapolder 30 ha; 11. Hooi- of Weiplaat 13 ha.

Langs het Spui:

1 en 2. poldertjes ten zuiden van polder Oud-Schuddebeurs, respectievelijk 4 ha en 9 ha; 3, 4 en 5. poldertjes ten zuiden van polder De Oude en Nieuwe Uitslag van Putten, respectievelijk 6 ha, 1 ha en 3 ha ;

6. Buitenlanden vóór de Bossen 20 ha; 7, 8 en 9. poldertjes ten noorden van de Oosterse Gorzen, respectievelijk 5 ha, 2 ha en 2 ha; 10 t/m 18. poldertjes ten noorden van polder Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil, respectievelijk 2 ha, 6 ha, 4 ha, 8 ha, 3 ha, 9 ha, 3 ha, 1 ha en 8 ha; 19 t/m 23. poldertjes ten noorden van Nieuw-Beijerland, respectievelijk 1 ha, 2 ha. 1 ha (spuikom), 4 ha en 3 ha.


Verklaring der tekens


dieseigemaal


elektrisch gemaal (h = hulpbemaling)


dieseigemaal, dient voor inmalen


elektrisch gemaal, dient voor inmalen


rioolgemaal


met opgave van het aantal m’ waterverzet

per minuut bij de in meters aangegeven opvoerhoogte


met opgave van de aard van het opvoerwerktuig :


C V S Sr


windmolen metvluchtofraddiameter in m


windmolen met vlucht of raddiameter in m, dient voor inmalen


■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein gemaal

quot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein gemaal, dient voor inmalen

1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein rioolgemaal



hevel, dient voor waterinlaat

hevel, dient voor waterinlaat en -lozing

kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan

5 m bedraagt

rioolwaterzuiveringsinstallatie

schutsluis

uitwateringssluis

uitwaterings- tevens inlaatsluis

inlaatsluis

hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)

open duiker (hooggelegen)

keersluis

grondduiker

grondduiker, aan één zijde afsluit

baar

grondduiker, aan beide zijden afsluitbaar

grondduiker in leiding dienende voor waterinlaat

aquaduct of overleider, met schuif

vaste stuw

regelbare stuw

regelbare stuw, doet dienst bij waterinlaat

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen

(reg. = registrerend)


— centrifugaalpomp:

= vijzel;

= schroefpomp:

= scheprad


capaciteit kleiner dan 5 m’/min.


peilmerk van het NAP


305 ha


kilometerpaal

polderpeil x

zomerpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;|

in m t.o.v. NAP

winterpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I

hoogtecijfer '^

riolering, in de kleur van het betreffende gebied

gemeenschappelijke persleiding van gerioleerde gebieden naar buitenwater

verharde weg

verharde weg in uitvoering

grootte in ha volgens meting met

de planimeter op de kaart 1:25 000

waterleiding, hoofdzakelijk dienende voor waterinlaat

hoofd waterkering

hoogwaterkering (voorliggende dijk, welke gelijk aan of hoger is dan de

aansluitende hoofdwaterkering)

tweede waterkering

strekdammen en kribben


administratieve grens van een

_______waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

grens van het Hoogheemraadschap ___________van Delfland en Schieland (alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)



-ocr page 91-

Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen

Hoogheemraadschap van Delfland

De taak van het hoogheemraadschap is omschreven in artikel 1 van het herziene reglement en omvat onder meer de zorg voor;

Voorts is het hoogheemraadschap belast met het toezicht op de in Delfland gelegen waterschappen (polders). Het herziene reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 752 onder volgnr. 1492 en is meerdere malen gewijzigd.

Hoogheemraadschap van Schieland

De taak van het hoogheemraadschap is omschreven in artikel 1 van het herziene reglement en omvat onder meer de zorg voor de instandhouding van:

Het hoogheemraadschap is tevens belast met de zorg voor de waterverversing van de bebouwde kom van Zevenhuizen gedurende de zomermaanden en de bemaling van de met de ringvaart van de Zuidplaspoider gemeen liggende wateren ten zuiden van de Tweemanspolder. Bovendien houdt het hoogheemraadschap toezicht op de in Schieland gelegen waterschappen (polders).

Het herziene reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1523 onder volgnr. 2273 en is meerdere malen gewijzigd.

Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard

De taak van het hoogheemraadschap is omschreven in artikel 1 van het herziene reglement en omvat onder meer de zorg voor:

Voorts is het hoogheemraadschap belast met het toezicht op de geheel binnen de dijken en de provinciale grens gelegen waterschappen (polders). Het herziene reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 617 onder volgnr. 1357 en is meerdere malen gewijzigd.

De Koedood

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 t/m 4 van het herziene reglement en omvat onder meer;

Het herziene reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1845 onder volgnr. 2595.

Waterschap van de gemeenschappelijke uitwatering met bemaling van de polders Het Land van Poortugaal en de polder De Polders Pernis c.a.

De taak komt reeds tot uitdrukking in de naam van het waterschap waarvoor het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 578 onder volgnr. 1318. Deze taak is later beperkt, zoals is omschreven in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1975 onder volgnr. 2725.

De Oude Maas

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het reglement en omvat onder meer de instandhouding van;

Het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1860 onder volgnr. 2610.

De Dijkring IJsselmonde

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het reglement en omvat onder meer:

Het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1520 onder volgnr. 2270 en is meerdere malen gewijzigd.

De Brielse Dijkring

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het herziene reglement en omvat onder meer:

Het herziene reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1724 onder volgnr. 2474 en is meerdere malen gewijzigd.

De Vierambachtenboezem

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het reglement en omvat het beheer, het onderhoud en de exploitatie van de Vierambachtenboezem, daaronder begrepen diens lozingsmiddelen en alle tot de boezem behorende waterstaatkundige werken.

Het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1452 onder volgnr. 2202 en is meerdere malen gewijzigd.

De gewijzigde tekst van het reglement is in zijn geheel afgekondigd in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1916 onder volgnr. 2666.

De Oosthoek van Putten

De roeping van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het reglement en omvat de zorg voor de bemaling van de polders De Oude en Nieuwe Uitslag van Putten en Oud- en Nieuw-Hongerland. In overeenstemming hiermee is het waterschap belast met het beheer, het onderhoud en de exploitatie van het gemaal c.a. Voorts heeft het waterschap toezicht op alle in beide polders gelegen wateren en sloten.

Het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 650 onder volgnr. 1390 en is nadien eenmaal gewijzigd.

De Dijkring Hoekse Waard

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het herziene reglement en omvat onder meer:

Het herziene reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1489 onder volgnr. 2239.

Het Waterschap van Mijnshereniand van Moerkerken

De taak van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het reglement en omvat onder meer de zorg voor:

Het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 648 onder volgnr. 1388 sub D en gt;s meerdere malen gewijzigd.

Het Waterschap van het Gemeenschappelijk Stoomgemaal te Puttershoek

De roeping van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het reglement en omvat de zorg voor de gemeenschappelijke uitwatering door mechanische bemaling van de boezem van het Waterschap van Mijnshereniand van Moerkerken en van de polders Nieuw-Bonaventura, de Mijlpolder en het Nieuweland van Puttershoek.

Het reglement is opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 648 onder volgnr. 1388 sub E.

Hoofd- en hoogwaterkeringen

De op dit blad voorkomende hoofd- en hoogwaterkeringen zijn in beheer en/of onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, vermelde instanties.

Als regel berusten beheer en onderhoud bij dezelfde instantie (bijv. 1 ); zo niet, dan is het onderhoud afzonderlijk vermeld (bijv. 1a).

Voor het onderhoud van de in bedoelde waterkeringen gelegen kunstwerken wordt verwezen naar de sluizenstaat.


Sluizen


Wijdte in nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Slagdrempel-

de dat nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;°'

in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in m ‘•‘’’•


Wijdte in de dag in m


Slagdrempel-of vloerhoogte in m t.o.v, NAP


Toelichting



1. Hoogheemraadschap van Delfland: la. provincie: 1b. gemeente Vlaardingen; 1c. gemeente Schiedam; 2. Hoogheemraadschap van Schieland; 2a. gemeente Schiedam: 2b. gemeente Rotterdam: 3. gemeente Rotterdam : 4. Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard ; 5. Rijkswaterstaat; 6. Storm polder ; 7. waterschap De Dijkring IJsselmonde: 7a. gemeente Rotterdam (tijdelijk): 7b. gemeente Rotterdam: 7c. Nederlandse Spoorwegen; 8. particulier: 9. waterschap De Brielse Dijkring: 9a. Rijkswaterstaat; 10. waterschap De Dijkring Hoekse Waard.


V\ Inlaatsluis ten behoeve van de watervoorziening van het noordelijke deel van Polder Kralingen (XXIX); een koker met een afsluiter . . . Onderhoud: gemeente Rotterdam.

0,20

± - 2,60

Wijdte in

Slagdrempel-

de dag

of vloerhoogte in m t.o.v. NAP

W. Vier buizen van de hevelinstallatie voor de drinkwaterleiding van de gemeente Rotterdam; twee aanvoerbuizen...........

0 1,00

1.55

in m

twee afvoerbuizen.......................

Elke buis is voorzien van een schuif.

0 0,80

1,75

In deze staat zijn tevens opgenomen de door de hoofdwaterkeringen lopende persleidingen en -buizen van riool- en poldergemalen.

X\ Buis van de hevelinstallatie voor het tijdelijke waterbassin ten be-

4- 4.16

Binnen de hoofdwaterkering gelegen sluizen en schotbalkkerin-

hoeve van de drinkwaterleiding van de gemeente Rotterdam. . . .

0 0,20

gen benoorden de Nieuwe Maas

De buis is voorzien van een afsluiter.

A. Keersluis in de Kerstanjewetering; een opening met een stalen

9.00

-2.00

IJ\ Persbuis van het tijdehjke gemaal van de gemeente Rotterdam ten

schuif..............................

behoeve van het zuidwestelijke deel van Polder Kralingen (XXXII) . .

0 0,20

Onderhoud: Hoogheemraadschap van Delfland.

De buis is voorzien van een afsluiter en een klep.

B. Schutsluis tussen de Schieboezem en de Binnenboezem van Noot-

3,00

-3.20

Z'. Persbuis van het tijdelijke gemaal van de gemeente Rotterdam ten

dorp met twee paar puntdeuren.................

behoeve van het zuidoostelijke deel van Polder Kralingen (XXXIII) . .

0 0,40

Onderhoud: Hoogheemraadschap van Delfland.

De buis is voorzien van een afsluiter en een klep.

C. Schutsluis tussen de Schieboezem en de Oude Polder van Pijnacker

2,50

-3.52

A’. Uitwateringssluis van het bovengemaal van de Polder Prins Alexan-

-2.00

met twee paar puntdeuren ...................

der; twee openingen, elk met een schuif en een klep.......

2.20

De sluis is afgedamd. Onderhoud ; Hoogheemraadschap van Delfland.

Onderhoud: Polder Prins Alexander.

D. Schotbalkkering in de Buitenwatersloot te Delft........

Onderhoud: Hoogheemraadschap van Delfland.

0,50

-1.90

-2.00

B’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde gebied XXVIII..........................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 0,30

E. Schotbalkkering in het Look bij de Gaag...........

6,00

Onderhoud; Hoogheemraadschap van Delfland.

-1.60

C’. Uitwateringssluis van het elektrische gemaal van de Gecombineerde Polders in Capelte aan de IJssel; een opening, afsluitbaar met een

F. Schotbalkkering in de Harnaswecering bij de Gaag.......

5.25

wachtdeur.....................

1.70

-1.89

Onderhoud: Hoogheemraadschap van Delfland.

Onderhoud; Gecombineerde Polders in Capelle aan de IJssel.

G. Schotbalkkering in de Zijde; twee openingen: zuidelijke opening.......................

6,00

-2.00

noordelijke opening.......................

4,00

- 2.00

In de hoogwaterkeringen langs de rechteroever van de Nieuwe

Onderhoud; Hoogheemraadschap van Delfland.

Maas

H. Berkelse Verlaat, schutsluis tussen de Schieboezem en de Binner-

-3.68

D’ en E’. Oude en nieuwe keersluis tussen de Buitenhaven en de Oude

boezem van Berkel met twee paar puntdeuren..........

3.10

Haven van Vlaardingen; elk een paar puntdeuren.

Onderhoud: Polder Berkel.

Oude keersluis.............

15 00

-3.40

-2.30

Nieuwe keersluis..........

15,00

-3,25

J. Keersluis in de Berkelse Zwet met een paar puntdeuren.....

5.00

Waterkerende hoogte van de sluizen: NAP 4.00 m.

Onderhoud: Polder Berkel.

De sluizen worden gesloten bij rivierstanden van respectievelijk NAP4-1.17 m en NAP4-1,65 m.

K. Keersluis in de Poldervaart ten noordwesten van Overschie; drie openingen, waarvan

de middelste opening met een paar puntdeuren..........

-2.90

Onderhoud: gemeente Vlaardingen.

6.00

F’. Ruigeplaatsiuis, schut- tevens keersluis met twee paar vloed- en een

en een schuif .........................

- 3.07

paar ebdeuren...................

5.15

-4,85

de oostelijke en de westelijke opening elk met een deur......

3.00

- 2.40

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-3,60 m.

Onderhoud; Hoogheemraadschap van Delfland.

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

De sluis zal in 1966 worden gesloopt.

L. Schotbalkkering in de zijtak van de Poldervaart, ten westen van

Overschie...........................

3.70

-1.70

G’. Nieuwe Leuvesluis. schut- tevens keersluis tussen de Leuvehaven

Onderhoud; Hoogheemraadschap van Delfland.

en de Nieuwe Maas met twee paar puntdeuren..........

Waterkerende hoogte van de sluis; NAP4-4,95 m.

20,00

-4,00

M. Duiker in de Vellevest te Schiedam voor doorspoeling van de bin-

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

nenhavens; een koker met een schuif...............

Onderhoud: gemeente Schiedam.

0,80

Zie verder onder J’.

H’. Boerengatsluis, schut- tevens keersluis tussen het Boerengat en de

N. Keersluis tussen de Nieuwe en de Korte Haven te Schiedam; een

-2.90

Nieuwe Maas met twee paar puntdeuren.......

15,00

-4,00

opening met een schuif.....................

4.00

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-4.95 m.

Beheer en onderhoud: gemeente Schiedam.

Onderhoud: gemeente Rotterdam. Zie verder onder J’.

O. Varkenssluis, keersluis tussen de Nieuwe Haven en de Buitenhaven; een opening met een paar vloeddeuren..............

9.40

-2.60

J’. Buizengatsluis. inlaatsluis voor doorspoeling van het Buizengat en

De sluis staat gewoonlijk open. Beheer en onderhoud : gemeente Schie-

het Boerengat; een opening, afsluitbaar met twee kleppen....

7.50

-4,00

dam.

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

P. Beurs- of Binnensluis, schut- tevens uitwateringssluis voor de Schieboezem; een opening met drie paar vloed- en twee paar ebdeuren . . . Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-2,00 m.

Onderhoud; gemeente Schiedam.

6.80

-2.75

De sluizen G’. H’ en J’ worden gesloten bij een rivierstand van NAP-I-1,85 m. indien men waterstanden verwacht hoger dan NAP4-2,00 m.

Q. Bergsluis, schutsluis tussen de Schieboezem en de Rotteboezem met

-2.75

In de open Hollandse IJssel

twee paar puntdeuren......................

Onderhoud; gemeente Rotterdam.

6,00

K’. Stormvloedkering; een opening, afsluitbaar met een schuif . . Waterkerende hoogte van de schuif: NAP4-5,00 m.

80.00

-6.50

R. Kralingse Verlaat, schutsluis tussen de Rotte en de Kralingse Plas

-3.80

De schuif wordt gesloten, indien men verhogingen in de waterstand ver-

met twee paar puntdeuren ...................

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

4.10

wacht van ± 1 m.

Ten westen van de kering bevindt zich een schutsluis met een paar stormvloed-, twee paar vloed- en twee paar ebdeuren.......

24.00

-5.20

S. Berg en Broekse Verlaat, schutsluis tussen de Rotte en de Berg en

-3.65

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-5,00 m.

Broekse Plas met twee paar puntdeuren..............

3.00

Beheer en onderhoud van de stormvloedkering en de schutsluis; Rijks-

Onderhoud; gemeente Rotterdam.

waterstaat.

T. Boterdorpse Verlaat, schutsluis tussen de Rotte en de Binnenboezem van Bleiswijk met twee paar puntdeuren...........

3.10

-3.15

In de hoofdwaterkering van de Krimpenerwaard en de Stormpol-

Onderhoud: Polder Bleiswijk c.a. De sluis doet geen dienst meer.

der

U. Zevenhuizense of Nieuwe Verlaat, schutsluis tussen de Rotte en de

4.40

-3.80

L’. Persbuis van het gemaal van de Polder Langeland en Kortland met

Hennipsloot met twee paar puntdeuren..............

een schuif en een klep.............

0 1.15

Onderhoud; Eendrachtspolder.

Binnenonderkant monding buis..................

-1.95

V. Bleiswijkse Verlaat, schutsluis tussen de Rotte en de Binnenboezem van Bleiswijk met twee paar puntdeuren.............

3.00

-2.74

M’. Persbuis van het gemaal van de Stormpolder met een klep . .

0 0,60

Onderhoud : Polder Bleiswijk c.a. De sluis is buiten gebruik.

In de hoofdwaterkering van IJsselmonde

In de rechcerhoofdwaterkering van de Nieuwe Maas en de Hollandse IJssel

N’. Twee persbuizen van het gemaal van de Polder Oud- en Nieuw-Reijerwaard. elk met een klep.................

0 1,10

W. Persleiding van het gemaal van de gemeente Vlaardingen ten behoeve van de Broekpolder....................

Gemaal en persleiding zijn tijdelijk.

0 1.00

Binnenonderkant monding buizen...............

O’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde gebied van IJsselmonde (XXXIV).................

-2.35

0 0.40

X. Persleiding van de gemeente Vlaardingen voor het gerioleerde gebied Vll...........................

0 0.58

De leiding is voorzien van een afsluiter.

P*. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

De leiding heeft een afstuiter in de dijk en een bij het gemaal.

Binnenonderkant buis bij de afsluiter in de dijk...........

-1,90

0 0.10

bied van IJsselmonde (XXXIII)..................

De leiding is voorzien van een afsluiter.

IJ. Persleiding van de gemeente Vlaardingen voor het gerioleerde gebied Vll............................

0 0.96

Q*. Persbuis van het gemaal van de gemeente Rotterdam voor berna-

De leiding heeft een afstuiter in de dijk en een bij het gemaal.

-1,90

ling van de Kreekse Boezem..................

0 1.00

Binnenonderkant buis bij de afsluiter in de dijk...........

De buis is voorzien van een afsluiter en een klep.

Binnenonderkant monding buis.................

-2,40

Z. Driesluizen, schut- tevens uitwateringssluis voor de Schieboezem te

Vlaardingen; een opening met twee schuiven...........

4,80

-2.10

R’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

Waterkerende hoogte van desluis; NAP4-4,20 m.

bied XXVIl ........................

0 0.80

Onderhoud; Hoogheemraadschap van Delfland.

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

A’. Persleiding van de gemeente Vlaardingen voor het gerioleerde ge-

S’. Inlaatsluis voor de doorstroming van de open wateren in de gerio-

bied IX.........................

0 0,40

leerde gebieden XXVI en XXVIl; een buis met een afsluiter

0 0.80

De leiding heeft een afsluiter in de dijk en een bij het gemaal.

-0.50

Binnenonderkant monding buis................

± NAP

Binnenonderkant buis bij de afsluiter in de dijk...........

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

B'. Vijfsluizen, uitwateringssluis voor de Schieboezem; een opening

-3,00

T’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ee-

met een paar stormvloed-, een paar vloed- en een paar ebdeuren....

De sluis is afgedamd en zal worden gesloopt.

Onderhoud; Hoogheemraadschap van Delfland.

7.48

bied XXIK.........................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

U’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor de gerioleerde ge-

0 0.80

C\ Persbuizen van het dieselgemaal bij de Vijfsluizen; twee kokers, elk

-1.30

bieden XXIV. XXVI en XXVIII................

0 0.75

met twee schuiven en een klep.................

2.50

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

Onder het gemaal bevindt zich een koker, afsluitbaar met twee schuiven Onderhoud: Hoogheemraadschap van Delfland.

1.50

-1.30

V*. Inlaatsluis voor de vijvers in het Zuiderpark: een buis met een af-sluiter............................

0 0.45

D\ Persleiding van de gemeente Schiedam voor het gerioleerde gebied XIV...................... De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 0.70

Binnenonderkant monding buis.................

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

W’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

± -2,50

E'. Inlaatsluis voor de Westerhaven te Schiedam ; drie kokers, elk met

-1,10

bied XXV..........................

0 0.85

twee schuiven.........................

Onderhoud: gemeente Schiedam.

1.80

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

X’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

F'. Buitensluis, schutsluis met twee paar vloeddeuren.......

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-4,00 m. Onderhoud: gemeente Schiedam.

9.30

-3.15

bied van Pernis (IX)......................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

IJ’. Persleiding van het gemaal van de gemeente Rotterdam ten behoe-

0 0,40

G'. Persleiding van de gemeente Schiedam voor de gerioleerde gebieden

ve van de Oud-Pernissepolder (X)................

0 0.50

X, XI, XII en XIII.......................

De leiding is voorzien van een afsluiter.

0 1.00

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

Z’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

H'. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

bied van Hoogvliet (VI)....................

0 0.45

bied XVII nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;........................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 0.95

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

A’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor de gerioleerde ge-

I’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ee-

bieden van Hoogvliet (Vll, V|I| en XV).............

0 0.45

bied XVI ...........................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 1.00

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

B’. Vijf buizen van de hevelinstallatie van de gemeente Rotterdam voor

J\ Aalbrechtssluis, afgedamde schutsluis. Via het intact zijnde omloop-riool.wordt het overtollige schutwater uit de Nieuwe Maas op de Voorhaven naar de Schieboezem afgevoerd. Het riool is afsluitbaar met twee

-2,91

de waterlozing van de polder Het Land van Poortugaal (XI) Elke buis is afsluitbaar met een klep.

C*. Persbuis van het gemaal van de gemeente Rotterdam voor de wa-

0 0.65

schuiven

0 0.40

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

tervoorziening en -lozing van de Polder Meeuw en Elft en Zalmplaat .

0 0.30

K'. Parksluizen. schutsluizen tussen de Coolhaven (Schieboezem) en de

D’. Buis van de hevelinstallatie van de Dijkring IJsselmonde voor de

Parkhaven (Nieuwe Maas)

-4.65

boezem van de Zuidpolder of Het Grijpland en polder De Kijvelanden

Grote sluis; een paar roldeuren...............

14.00

(XII)..............................

0 0.87

Kleine sluis: een paar segmentdeuren............

6 00

- 3,65

E’. Uitwateringssluis van de tuin van het Deltaziekenhuis; een buis

Uitwaterings- en inlaatsluis voor de Schieboezem met twee schuiven Waterkerende hoogte van de schutsluizen: NAP-H4,00 m.

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

2^50

- 2,95

0 0.38

*

met een afsluiter en een klep..................

Binnenonderkant monding buis................

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

L'. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor de gerioleerde gebieden XVIII, XIX en XX

0 1,60

F’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge.

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

bied van het Deltaziekenhuis (XVI) met een afsluiter en een klep. .

0 0.60

M'. Hulpsluis voor Het Park; een koker met een afsluiter ..... Onderhoud; gemeente Rotterdam.

0.40

± -2.80

G’. Uitwateringssluis voor de vijvers van het Deltaziekenhuis; een buis met een afsluiter en een klep...............

0 0.40

Binnenonderkant monding buis.............

«

N’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ze-

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

bied XXII..........................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 1.00

H’. Persbuis van het gemaal van de polder Albrandswaard .... De buis is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 0.60

O'. Leuvesluis. schutsluis tussen de Rotteboezem en de Leuvehaven

-3.65

Binnenonderkant monding buis.................

-1.70

met twee roldeuren......................

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP-1-3,85 m.

Onderhoud: gemeente Rotterdam.

6.00

Naast het gemaal een inlaatsluis met een afsluiter en een klep .... Onderhoud: polder Albrandswaard.

J’. Afgedamde keersluis in de haven van Rhoon........

0 0,35

8 00

-1.70

P’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor de gerioleerde gebie

In de dam bevindt zich een buis met een afsluiter........

0 0^58

den XXIll en XXIV...............

0 1.30

Binnenonderkant monding buis................

-0.60

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

Onderhoud: gemeente Rhoon.

Q’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ee-

K’. Persleiding voor het gerioleerde gebied van de gemeente Rhoon

0 0.25

bied XXV.......................*

0 1.33

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

-2.46

L’. Persbuis van het gemaal van de Zegen-, Molen-en Portlandpolders

0 0,70

R’. Aanvoerkoker naar het gemaal voor de Rotteboezem Onderhoud: Hoogheemraadschap van Schieland.

5.76

De buis is voorzien van een afsluiter en een klep.

Binnenonderkant monding buis.................

± -1.00

-2.57

Ten behoeve van de watervoorziening heeft de persbuis een aftakking

S’. Uitwateringssluis voor de Rotteboezem met twee paar vloeddeuren Onderhoud: Hoogheemraadschap van Schieland.

5.70

met een afsluiter.......................

M’. Persbuis van het gemaal van het waterschap De Koedood

0 0.50

De sluis is buiten gebruik.

0 1.20

De buis i$ voorzien van een afsluiter en een klep.

T'. Inlaatsluis voor de vijver aan de Gerderiaweg: een koker met een af-

± - 2.60

Binnenonderkant monding buis................

-2.10

sluiter............................

Onderhoud; gemeente Rotterdam.

0.20

N’. Uitwateringssluis voor de Jan Gerritsepolder; een buis meteen afsluiter ............................

0 0.40

U’. Persleiding van de gemeente Rotterdam voor het gerioleerde ge-

Binnenonderkant monding buis................

-1.64

bied XXVI en het noordelijke deel van Polder Krälingen (XXIX) . .’ De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.

0 0.50

Onderhoud; De Zuidpolder.


O’. Uitwateringssluis voor het gemaal van het waterschap De Oude Maas (XXIX); een opening, afsluitbaar met een deur en een schuif.............................

2.30

-1,53

De sluis is aan de buitenkant dichtgemetseld.

Door de sluis loopt de persbuis van het gemaal met een afsluiter en een klep.............................. Onderhoud; waterschap De Oude Maas.

0

1,00

P’. Persleiding voor het gerioleerde gebied van de gemeente Barendrecht (XXXI).........................

De leiding is voorzien van een afsluiter.

0

0.50

Q’. Uitwateringssluis van de Waalpolder met een paar vloeddeuren . De sluis is aan de buitenzijde dichtgemetseld.

Door de sluis loopt de persleiding van het gemaal, afsluitbaar met een klep.

Onderhoud: de Waalpolder.

4.75

-1.35

R\ Persleiding voor het gerioleerde gebied van de gemeente Heer-jansdam (XXXll)....................... De leiding is voorzien van een afsluiter.

0

0.20

S’. Uitwateringssluis voor de polder Buitenland ; twee buizen, elk met een afsluiter.........................

Onderhoud: particulier.

0

0.30

*

T’. Develsluis, voormalige uitwateringssluis van de Develpolder; twee openingen, elk met twee paar vloeddeuren............

3.15

-2.05

Tegen de binnenzijde van de sluis is een muur gemetseld, waarin een opening met schuif ten behoeve van de watervoorziening. Er wordt echter geen water meer ingelaten.

«

«

Door de muur en de sluis loopt de persbuis van het poldergemaal . .

0

1.00

U’. Uitwaterings- tevens inlaatsluis voor de Hoge Nespolder op de Develpolder; een buis met een schuif en een afsluiter........ Onderhoud; particulier.

0

0.50

-0.90


In de hoogwaterkeringen van IJiselmonde


V^. Inlaatsluis voor de polder Buitenland ; een koker met een schuif. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,20

Onderhoud; particulier.


W’. Inlaatsluis voor de Hoge Nespolder; een buis met een schuif ... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0 0,40

Binnenonderkant monding buis..................- 0,90

Onderhoud: particulier.


In de hoofdwaterkering van Voorne-Putten


X’. Schutsluis tussen het Hartelkanaal en de Oude Maas; een paar Stormvloed-, twee paar vloed- en twee paar ebdeuren ......

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-5.00 m.

Onderhoud: Rijkswaterstaat.


IJ’. Inlaatsluis voor de Brielse-Maasboezem; vijf openingen. elk met twee schuiven.........................

Onderhoud: Rijkswaterstaat.


Oude keersluis in de haven van Spijkenisse met een paar puntdeu-


Waterkerende hoogte van de sluis; NAP-1-3.90 m.

De sluis wordt gesloten bij een buitenwaterstand van NAP-1-1.20 m. Onderhoud: De Brielse Dijkring.


A^. Persleiding van de in aanbouw zijnde zuiveringsinstallatie voor het gerioleerde gebied van Spijkenisse................

De leiding is voorzien van een afsluiter en een klep.


B*. Uitwateringssluis voor de polderOud-en Nieuw-Hongerland ; een buis met twee schuiven..................... Onderhoud: waterschap De Oosthoek van Putten.


Persbuis van het gemaal van het waterschap De Oosthoek van Put-


De buis is voorzien van een afsluiter.


D*. Leiding van de hevelinstallatie voor de watervoorziening van de

Wolvenpolder.........................

De leiding is voorzien van drie schuiven.


E*. Leiding van de hevelinstallatie voor de watervoorziening van de polder De Nieuwe Uitslag van Putten...............

De leiding is voorzien van drie afsluiters.


F*. Leiding van de hevelinstallatie voor de watervoorziening van de polder De Oude Uitslag van Putten................

De leiding is voorzien van drie afsluiters.


G*. Persleiding van het gerioleerde gebied van de gemeente Hekelingen (V)...........................

De leiding is voorzien van een afsluiter.


H*. Uitwateringssluis voor het gemaal van de polder Braband. Hekelingen en Vriesland: een koker met een schuif...........

Onderhoud; polder Braband, Hekelingen en Vriesland.


J*. Leiding van de hevelinstallatie voor de watervoorziening van de polder Oud-Schuddebeurs.................... De leiding is voorzien van drie afsluiters.


K*. Persbuis van het gemaal van de polder Oud-Schuddebeurs . .

De buis is voorzien van een klep en een schuif.

Binnenonderkant monding buis.................


In de hoogwaterkering van Voorne-Putten


12.00


-4,10


4.00


8,05


0.70


0.70


0.65


0.20


0.15


0.15


0.20


1.98


0.10


0.60


L*. Nieuwe keersluis in de haven van Spijkenisse met een paar punt-deuren............................8.50

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-5.00 m.

De sluis wordt gesloten bij gevaarlijk hoge buitenwaterstanden.

Onderhoud: De Brielse Dijkring.


In de hoofdwaterkering van de Hoekse Waard


-1.75


-2.03


-2.28


-1.72


-2.02


-2.70


M*. Voormalige uitwateringssluis met een paar puntdeuren en een schuif.............................1.90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-1.53

De sluis is voorzien van een inlaatriool met een schuif........0.70 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;~ 0.99

Het riool heeft een zijtak met een schuif voor wacerinlaac ten behoeve


van Nieuw-Beijerland......................0 0.40


N*. Persleiding van het gerioleerde gebied van Nieuw-Beijerland. . . De leiding is voorzien van een klep en een afsluiter.

O^. Uitwateringssluis voor het gemaal van de polder Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil; een opening, afsluitbaar met een wachtdeur en een schuif............................. De sluis is voorzien van een inlaatriool met een schuif........ Onderhoud: polder Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil.

P'. Leiding van de hevelinstallatie voor doorspoeling van een deel der riolering van Oud-Beijerland................... De leiding is voorzien van een afsluiter.

Q*. Inlaatsluis voor doorspoeling van de Vliet; een buis met twee afsluiters ............................ Binnenonderkant monding buis..................

Onderhoud; polder Oud-Beijerland c.a.

R^. Leiding van de hevelinstallatie voor doorspoeling van een deel der riolering van Oud-Beijerland................... De leiding is voorzien van een afsluiter.

S*. Nieuwe Sluis, uitwateringssluis van de polder Oud-Beijerland c.a.; een opening met een paar vloeddeuren en een schuif........ Onderhoud: polder Oud-Beijerland c.a.

T*. inlaatsluis van polder De Bossen ; een buis met een schuif en een afsluiter .............................

U*. Uitwateringssluis, tevens keersluis, voor de polder Westmaas-Nieuwland; een opening met een paar puntdeuren en een schuif . . . De sluis is voorzien van een inlaatriool met een schuif........ Onderhoud: De Dijkring Hoekse Waard.

V*. Uitwateringssluis, tevens keersluis, voor de polder Oud-Heinen-oord ; een opening met een wachtdeur en een schuif........ De sluis is voorzien van een inlaatriool met schuif......... Onderhoud: De Dijkring Hoekse Waard.

W*. Uitwateringssluis voor het gemaal van de polder De Oost- en West-Zomerlanden; een opening met drie schuiven: binnenste schuif........................ buitenste schuiven....................... Onderhoud: polder De Oost- en West-Zomerlanden.


In de hoogwaterkering van de Hoekse Waard


0 1.75


0

1.75

0.50

-1.63

-1.63

0

0.17

0

0.80

-1.54

0

0.20

2.65

-1,40

0

0.20

-0.36

0

2.00

0.50

-1.20

1.50

0.50

-1.20

-1.20

1.36

1.00

-2.08

-1.90


X*. Keersluis in de haven van Oud-Beijerland; een opening met twee paar puntdeuren........................8,00

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-5,00 m. De sluis wordt gesloten bij een buitenwaterstand van NAP 4-2,50 m.

Onderhoud: De Dijkring Hoekse Waard.


-2,00


In de hoofdwaterkering van Berenplaat

IJ*. Inlaackoker van het waterleidingbedrijf van de gemeente Rotterdam ..............................

De koker is voorzien van twee schuiven. Binnenonderkant monding koker ............................. Onderhoud; gemeente Rotterdam.

4.00

-3.00


Z‘. Schut- tevens spuisluis tussen het Spui en het Spaarbekken van het waterleidingbedrijf van de gemeente Rotterdam; een opening met twee hefdeuren...........................5,20 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-1,50

Waterkerende hoogte van de sluis: NAP4-5,00 m.

Onderhoud: gemeente Rotterdam.


* Niet bekend.


Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden.

Mee een afwateringseenheid wordt bedoeld een gebied, dat bestaat uit een samenstei van wateren met de daarop lozende gronden. Het loost rechtstreeks op het buitenwater (de zee, het Ijsselmeer en de grote rivieren). Voor de Maaspanden is echter een uitzondering gemaakt. Elk Maaspand vormt de hoofdafvoerleiding voor een zelfstandige afwateringseenheid.

Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur; haar grens is door een brede bies in deze kleur aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, hebben meestal een geelgroene tint.

Delen van een afwateringseenheid, die dus indirect op het buitenwater lozen, zijn in het algemeen begrensd door smalle biezen. Bezitten deze delen echter een eigen waterstand, dan zijn zij volgekleurd. Door tint-verschillen zijn zij van elkaar te onderscheiden. De erin gelegen onderdelen zijn tevensomgeven door een smalle bies.

Gerioleerde gebieden in een afwateringseenheid zijn ongekleurd en zo nodig omgeven door een smalle bies.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke delen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofd bies van de afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De grens tussen gebieden met een eigen waterstand (polderland) en de op die gebieden lozende hoge gronden, is aangegeven door een geblokte bies.

Het Romeinse cijfer in een gebied verwijst naar de betreffende beschrijving in het randschrift.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren ; de namen van deze wateren zijn in rood gedrukt. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De wacerinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders staan in bruin op de kaart.

Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een Arabisch cijfer op de kaart aangeduid ; hun namen zijn in het randschrift vermeld.

Polder-, zomer- en winterpeilen zijn op de kaart vermeld, indien zij in een keur of peilbesluit zijn vastgelegd. Is dit niet het geval, dan zijn de voor een bepaald gebied geldende peilen als standen aangegeven. Zie hiervoor ook onder ..Verklaring der tekens”

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie de betreffende peilmerkkaarten van het NAP met de bijbehorende staten.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar de Beschrijving van de provincie Zuid-Holland, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij-en Uitgeverijbedrijf, Christoffel Plantijnstraat 1, 's-Gravenhage, waar ook de bladen van de Waterstaatskaart à f5.— per stuk verkrijgbaar zijn.

Uitgebreide gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevensover wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Boorlaan 2 te 's-Gravenhage telefoon (070) 18 26 10.


-ocr page 92-

SLUIZEN


In den rechter bandijk van den HoUandsche IJssel.

A. Keersluis voor het bovengemaal van den Zuidplaspolder, beoosten Nieuwerkerk-aan-den-IJssel, twee openingen, ieder met één klep, iedere openi/ig

B. Snellesluis, schutsluis tusschen den HoUandsche IJssel en het verbindingsvaartje naar de ringvaart van den Zuidplaspolder, met twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 24,30 m ................. bovenslagdrempel...................... benedenslagdrempel.....................

Benoorde/i deze sluis ligt een tweede schutsluis tusschen het verbindings-raartje en de ringvaart van den Zuidplaspolder met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 34 m........................

C. Julianaslula, schutsluis tusschen den HoUandsche IJssel en het Nieuw-Scheepvaartkanaal, bewesten Gouda, met twee schuifdeuren, schutkolklengte 110 m .........................

On/ler het boezemgemaal van Rijnland be^'indt zich een inlaatsluis, bestaande uit drie kokers, ieder afsluitbaar met één schuif; iedere, opening


in


Wijdte den dag m


1,70


aji)


3,10


12,00


7,30


3,00


F. Gouda,

G.


hefdeuren.........................

stormdeuren.......................

Inlaatsluis voor de waterverversching in het westelijk deel ran één ojitmiuff met één schuif .................

Ilavensluis, keersluis aan den mond van de haven van Gouda, één


7,00


0,30


paar vloeddeuren- ..........................

Achter de Ilavensluis liggen in de haven nog twee sluizen, nl. de Donkere-of Binnensluis en de keersluis aan het Amsterdamsche Ueer. Deze drie sluizen vormen te zanten een gekoppelde schutsluis.

Donkere- of Binnensluis, twee paar vloed- en één paar ebdeuren, schutkolklengte tusschen Ilavensluis en Donkere sluis 402 m.......

Keersluis aan het Amsterdamsche Veer, één paar rloeddeuren, schutk/dk-lengte tusschen Donkere sluis en keersluis 332 m...........

H. Inlaatsluis voor de waterverversching in het Oostelijk deel van Gouda, één opening met één schuif ..................

I. Inlaatsluis voor den boezem van Rijnland te Goiula, één opening met één schuif ...........................

Benoorden sluis I bevindt zich een sch/dbalkkeering. bestaande uit de drie westelijke schepradopeningen van het voormalige stoz/ngemaal van Rijnland, iedere opening ........................

In den afsluitdam van den HoUandsche IJssel.

K. Waaiersluis, schut- en uitwateringssluis tusschen den gekanaliseerden en den open HoUandsche IJssel, met twee paar vloed-, twee paar eb- e/i één paar waaierdeuren, schutkolklengte 27 m.............

Uitwateringssluis, naast de schutsluis gelegen, twee openingen, ieder met twee paar vloeddeuren, één paar ebdeuren en één valschut, iedere opening huitenvloeddeur en valschut ................. binnenvloeddeur en ebdeur .................

In den bandijk van de Krimpenerwaard.

L. Schutsluis tusschen den HoUandsche IJssel en het waterschap Stolwijk c. a. te Stolwijkershiis, metdrie paar vloeddeuren, schutkolklengte 13,40 m buitendeuren ....................... middendeuren....................... binnendeuren.......................

M. Middelbloksche sluis, uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Middelblok, bestaande uit een betonkoker met één klep en één schuif

N. uitwateringssluis voor het gemaal van het waterschap Stolwijk c.a., éen opening met één paar puntdeuren ................


4,72


3,30


0,33


3,20


6,00


3,on


0,40


0,00


4,23


0. Nessesluis. uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Nesse, bestaande uit een ijzeren buis met één schuif.............


1,20


P.


licrkenwondsche sluis, uitwat/rinffsslui^ voor hel yeotaal van dm


polder Ilerkenwoude, één opening met één deur en één schuif


Q.


Kromme Duiker, inlaatsluis voor den polder Kromme, Geer en


Zijde, één opening met twee schuiven.................

R. Geersebe- of Ouderkerksche sluis, uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Kromme, Geer en Zijde, bestaande uit een betonkoker


0,30


met


ran één


één klep............................

S. Westersidic Lekkerkerksebe sluis, uitwateringssluis voor het gemaal den polder Hoek en Schuwacht, bestaande uit een gemetseld riool met klep


2,00


2,00


T. ÏAiigelandsche sluis, inlaatsluis voor den polder Langeland en Kortland, één opening aan de buitenzijde afgesloten door een keermuur, waarin een inlaatopening met één schuif...............

U. Noodsluis van de Krimpenerwaard, ten westen van Krimpen-aan-de-Lek, drie openingen, te zamen...................

Elke opening is voorzien van een paar vloe-ddeuren en voorts, zoowel


0,40


22,93


aan de buiten- als aan de binnenzijde, van sponningen.

V. Vrouwensluis, uitwateringssluis voor Krimpen-aan-de-Lek, bestaande uit een ijzeren


een stel dubbele schotbalk-


het gemaal van den polder buis met één klep . . . .


1,30


W. Hoeksebe sluis, uitwateringssluis voor het gemaal van den polder

Bergambacht, één opening met één klep en één schuif.........


,30


X. met één


Bergzijl, inlaatsluis voor den polder Bergambacht, één opening schuif,

binnenzijde


0,46


IJ.


buitenzijde

Havenshus. keersluis in de haven van Schoonhoven, twee paar


rloeddeuren............................

Benoorden de haven ligt een schutsluis, toegang gevende, via de Oude haven en Stadsgracht, tot de Lopikervaart, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 113 m ...........................

In den bandijk van de Alblasserwaard.

Z. Inlaatsluis voor de haven van Nieuwpoort en den polder Langerak, één opening met twee schuiven ....................

A,. Uitwateringssluis van den hoogen boezem van den polder Streefkerk met Kortenlrroek, één opening met twee paar vloeddeuren........ buitendeuren....................... binnendeuren nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;...................

B,. Uitwateringssluis van den hoogen boezem van den polder Nieuw-Lekkerkerk, é.én opening met tivee deuren...............


3,20


3,30


4,30


2,27


Cf met twee

Dj. met twee


E,.


Oostclijke hooge boezemsluis van de Overwaard, één opening paar vloeddeuren......................

Westelijke hooge boezemsluis van de Overwaard, één opening paar vloeddeuren...................... buitendeuren binnendeuren

Oostelijke lage boezemsluis van de Overwaard, twee openingen.


4,30


3,30


ieder met twee pour rloeddeuren


buitendeuren.......................

binnetuleuren .......................

Westelijke lage boezemsluis van de Overtvaard, twee openingen,


,5,7.5


ieder z/fet twee paar rloeddeuren, iedere opening


4,37


6,.


Uitwateringssluis ran den hoogen boezem van de Nederwaard,


twee openingen, ieder met twee paar vloeddeuren, westelijke opening..................... oostelijke opening.....................

H,. Schut- en ultw'ateringssluis te Alblasserdam, tusschen de Noord en de Alblas (Boezem van de Nederwaard), met twee paar rltufddeuren, schutkolklengte 17,50 m .......................

I,. uitwateringssluis voor het gemaal van den polder Papendrecht, één opening met één schuif.....................

K,. Schutsluis tusschen de Merwede en den nieuwen Giessenmond ten zuidwesten van Giessendam, met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte tusschen de punten der deuren 33 m..........

Voor doorstrooming en ivaterloozing bevinden zich in het benedtnsluishoofd twee stroomduikers, ieder afsluitbaar met één schuif..........

L,. Ten noordoosten van sckr/tsluis K, bevindt zich m de Giessen te Giessendam een tweede schutsluis met twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 15,75 m

M,. Sluizen te Steenenhoek (in 1940 aanbeste-ed) Schutsluis, tevens spuisluis, tusschen het Kanaal van Steenenhoek en de Beneden Merwede. met twee paar vloed-, één paar ebdeuren en één rolschuif, schutkolklengte 23 m Spuisluis, onder het Dieselgemaal, naast de schutsluis, drie openingen, iedere opening afsluitbaar met één rolschuif, één noodschitif en één klep, iedere opening.......................


3,39


5,25


1,30


0,40


0,00


5.00


6,00


In den Ni. deur en 0,.


Trapeziumvormige doorsnede

linkerbandijk van de Noord.

Inlaatsluis voor den polder Oud-Reierwaard, één opening met één drie schuiven........................

Schutsluis te Oostendam, tusschen den boezem de Waal en de


Noord, met twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 16,10 m bovenslagdrempel............... benedenslagdrempel..............

In den bandijk van het eiland van Dordrecht.


Pf met twee

Qf met twee .Sluizen

Rf


Noordersluis, keersluis voor de spuihaven te Dordrecht, één opening paar vloeddeuren......................

Zuidersluis, keersluis vm/r de spuihaven te Dordrecht, één opening paar vloeddeuren......................

in binnenwateren gelegen.

Schutsluis tusschen den Oostpolder en het Nieuw Scheepvaartkanaal


ten westen van Gouda met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 30 m . . bovenslagdrempel...................... benedenslagdrempel.....................

S,. Inlaatsluis voor de Enkele Wierike (boezem van Woerden) te Goejanverwelle, twee openingen, ieder met één schuif, iedere opening . . .

T,. Schutsluis tevens inlaatsluis te Goejanverwelle, tusschen den gekanaliseerden HoUandsche IJssel en de dubbele Wierike (boezem van Woerden), drie paar naar den IJssel keerende puntdeuren, schutkolklengte 34,90 m bovenslagdrempel...................... benedenslagdrempel.....................

U,. Keersluis tusschen den gekanaliseerden HoUandsche IJssel en de haven van Oudewater, één opening met één paar puntdeuren......


Vi. (boezem


Schutsluis fusschen de haven van Oudewater en de Linschoten van M'oerden), twee paar puntdeuren, schutkolklengte 23,60 m . .

bovenslagdrempel

benedenslagdrempe!


Op


TOELICHTING,

de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven.





Unlversltefts bibliotheek Utrecht


Slagdrempel-diepte m


2,20


éit'/Mlrot'lth pdds'/’


XIII


^lt;MHit lt;H‘ni


EIcHcJhul



BOEZEMS.


Zi/in ’mi'iiiZ.i.'iZ

//3ó Zia, /


’^iitlcooti t^fj


fiof/f-r


lOotn- Hvólf


4/0 /ifi


flttHi/ /hJio/t/o/'p


f^o/fh'/'


f ti/f/t*/.


Poft/er U///t‘r)/i


MaA


tM^rZ.


1/0 /ill x./gt;.-/./t


ii/a/.t/.

7


’t^


.3.9./ ha


MÜ h/f


^ t/lktH \t,l/'r/vi/n


'‘ Koje/u/d/tzd


O.J


//i‘/ ßfi/Prsf/ie


■loat/'i,


.,, (I.Ï.'t^?Ult;M

17 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1


I^/hlc»/' B/'U/u/t'/z /6uM//'tU'/l/


g;,;'z:ï VWOQ


hM/H'


/*ffMt*r


U/sf





Kleur van de rechtstreeks op de groote rivieren aftuaterende po


II. Boezem gevormd door de ringvaart van den Zuidplaspolder.

De totale lengte van de ringvaart is 23 km.

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 45 ha, die van den op den boezem loozei.de-^ polder 4355 ha. Het ringvaartpeU is 1,85 m — N.A.l*. Gewoonlijk is de waterstand echter 0,20 m lager (2,05 m — N.A.P.). Met den boezem ligt gemeen de Hennipsloor, die door een schutsluis, het Zevenhuizensche of Nieuwe Verlaat, met de Rotte in verbinding staat. (Zie blad Rotterdam Oost.)

De boezem wordt op den IJssel afgemaien door het gemaal te Nieuwerkerk-aan-den IJssel. Bovendien is voor bemaling van de Hennipsloot en de vaarten bij Zevenhuizen een schepradwatermolen aanwezig, uit/nalende op de Rotte.


III. R ijnlandsboezem.

Zie blad Utrecht West en de beschrijving van de provincie Zuidholland, behoorende bij de waterstaatskaart.


IP. Boezem van Woerden.

Zie blad Utrecht UW en de beschrijving ran de provincie Zuidholland, behoorende bij de waterstaatskaart.


61'0 ha


Jfs/h-fs^


'^aho/tp iZ/fd ea Zgt;f7A-yvZd


Uiift'i'Xf/i.y)


fo/^6ffH*h


2,55 onderkant aan deuitmonding

3,10

sluisvioer

1,20

onderkant

1,90


Id^MtAX.^


de


2,00 2,05


3,20-400*)


3,15


4,33


9,20


7,90


4,00


0,93


4,40


3,30


Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een jMtlder. door waterkeeringen


w’aarvan alle waterloopen onderling in open gemeenschap staan. De waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Bij belangrijke waterleidingen is (ie benaming in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincie Zuidholland omtrent rivieren, kanalen en stroomende wateren, reglementen, hoogheemraadscbaiipen, waterschappen of polders, die geheel of gedeeltelijk In het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, rivierwaterkeeringen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen, waterstanden en verwijzing de beschrijving van de provincie Zuidholland, behoorende bij (le waterstaatskaart.


- “O * -.5


2.):/.)


x,//rélJi Z^o/Jer


/^is. i/ex.uii/i' ffu/psl


Z.ult;jrtf}«H


/nhrIL


f^h/rr


6.90 ha


r 0 ha


(é/y-om br/tee/'di •


/fff/Jt‘t'/9 6/ C/t/nJ/e AJ I/sM


HM» 140


éé^m *a/^ oan Pr. Doelt M sSc/unfotdU


fXf/dc-r


/sM/^d/uid o/i Ko/'d/md


/*ohh*r


ha


Xaf/rhié


Kr/f/t/te// a/m Je hJ'


330 /).)


X./fr/.J


/'ohhgt;r


i/00 ha


-i/*i!^' P**quot;k('C!/hKgt;/ z'/i liiwde


hdsd/^


IS/sa.i


bemitfxquot;


9.


hst


S/i/idi dfu wt '//.//f/h./t dit


6t6J- • /Met'


/feer Oudo/s'tmls .-


zuf/hztehf


‘2.0


/JriHz/e o/f h7s’»ngt;


,MMtfgt;yf


Po///()/‘ //of‘A’ (y/ S/d/t/urud/t


/\fhh‘P


ZZf 'ud/dA’^Zd/t-j i/nhz// d/f


2230 Aa.


n'p.-l.S


P-IS


/7wh»r .\agt;uti hJherht////


e2o /lil


/iif.4 DU ks


3/0 /u


/\dfh*r Oud. 1/h/as


•tt.x


0.2 2«Ü,


»J


't./f


.0


/^/t/H^adnydtf


Z/da hst


/Sf^fj^Z.


r/d/h*/'


.11»......

^h/imV/f/Av/ Ut/ft P^' Hy'/^/,uiA’» vernaai van /^S/i«dr».^l^, ,


Hiu


s^^f ba

OsjilmirierJe 0.4 ^


Pol/À'/' SOf/Hÿ/i


/hMer /!('/ ‘S/u/iOrte///


-' f^O 4.7


VfO


^.ft.




f^d'-/.


f oMer Of*/h*nes


h/JO


Ib» sb^* /•enoi/iwnsdi’nA it/H»sVf tfs»4' zi^'b/.s/nisd^.i


J.3a ha


400 /m


I‘' II!,


IX


6t/..v/.


J^Mer . ir/zz/iers


/Mf/er SOi'i'/ki'//- y^^,/


Aor/i'/thnx'l:


/-U)^/)f,u^i


Jf^f^h


Uh \sA’f*us trnt/tf


430 /m


gt;t./gt;.-2.V


HoM/'f j/^lz/f/jp/ui/dt'/t ■^•


fJZH) /,U ZMiAv Si/i^/ft'cA/


x,p.-1.3


A/-«/4.v/*»ïü;


600 hst


Po/Jr,


hf^t/tt/nyk,


é^t*n'//hfti'e/t tv/


•/.ü.trO


ha


gt;'./gt;.-/.a

P(i/ek*r f)/)'fu'hA/t/


^fJ /Voord^ffde


/ftdirt*^*/i


t\gt;ldr/-


ZoidA/fdf


l/ft/i.itr.'o 0/1


Iti/zh/fquot;'^


y ZO h.i


p* 1«:


1.90 h/i


0/7/.'i/htj///,Ae///e/'/,/nd

e// /iu/An/k


340 /lil


Z^/M/.f


(é/f/d/z/td


P/td^/zu/d


UO hst


fHm^nkt.fk


^ é)i///i'Afgt;n(y/(.//if./.i'


41/ ha


x.p^Z.^


P* 10«


.\r


2tiO h»


//lt;‘l■z,^,‘tt i'll /!/,/ä.

Gei/.bi/gwerit totJ941.


V, Gekanaliseerde HoUandsche IJssel.

Deze boezem bestaat uit het gekanaliseerde gedeelte van den IJssel tusschen den afsluitdam boven Gou/la en de zuidelijke uitmonding van den Doorslag onder Jutphaas, het 2,2 km lange kanaal. Doorslag genaamd, tusschen den IJssel en den Vaarls'*he-Rijn, den Kromme IJssel tusschen de uitmonding van den Doorslag en den IJsseldam aan de Lek onder IJsselstein, den Engen IJssel tusschen den Kromme IJssel en het Lopiker-rerlaat tusschen Lopikerkapel en Lopik, de stadsgrachten van IJsselstein en een gedeelte van de stadsgrachten van Oudewater. Doorgaans ligt met den boezem gemeen de Lopikervaart en het hiermede in open verbimUng staande Stadswater van Schoonhoven. Slechts bij hoogen waterstand op deti Gekanaliseerde Hollands''he IJssel wordt de Lopikervaart van den boezem gescheiden door de schutsluis, het Lopikerverlaat bij Lopikerkapel.

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 80 ha. Hierin is begrepen de oppervlakte van de Lopikervaart en van de Stadsgrachten van Schoonhoven, groot ongeveer 15 ha. De oppervlakte van het gebied, dat op den boezem loost, is groot ± 14 000 hu. Ir/ deze oppervlakte is begrepen het gebied van den Vlistboezem.

Het peil van den boezem is ongeveer 0,33 m 4- N.A.P., 's winters 0,10 m hooger, dus 0,43 m 4“ N.A.P. Pc laagste stand is ongeveer 0,20 m — N.A.P., de hoogste stand ongeveer 1,15 m 4- N.A.P.

De boezem ontlast zieh door de sluizen in den afsluitdam beoosten Gouda (sluizen K) op den HoUandsche IJssel en bij zeer hooge waterstanden door de sluis aan den Doonlag op den Vaartsche-Rijn, terwijl door de inlaatshiw in de Enkele Wierike (sluis S,j ook water van den boezem in den boezem van Woerden gebracht kan worden.

Inlaten mn water op den boezem, in droge tijden, geschiedt uit den HoUandsche IJssel door de sluizen in den afsluitdam beoosten Gouda, uit den Vaartsche-Rijn door de sluis aan den Doorslag en uit de Lek door de duikersluis in den IJsseldam.

De Gekanaliseerde HoUandsche IJssel met den Doorslag zijn in beheer en onderhoud bij het Rijk ; de Kromme IJssel en de Enge IJssel zijn in beheer bij het ivaterschap de Enge IJssel; de Lopikervaart bij de aanliggende Utrechtsche waterschappen; de stadsgrachten van IJsselstein, Oudewater en Schoonhoven zijn in beheer bij de betrokken getneenten.


VI. Vlistboezem.

Deze boezem bestaat uit het voormalige riviertje de Vlist, het toeleidingskanaal naar het stoomgemaal, den Groote Kerkvliet en de Botersloot.

De oppervlakte van den boezem is ongeveer 22 ha. De totale oppervlakte van het gebied van de op den boezem loozende polders is ongeveer 4370 ha. Hierin is begrepen de grootte van het gebied van den voormaUgen hoogen boezem van de Vlist, ten zuidoosten van Haastrecht, ter oppervlakte van origeveer 45 ha.

Het maalpeil van den Vlistboezem is 0,50 m — N.A.P.

Seinmolens geren aan de op den Vlistboezem uitslaande molens en gemalen het sein, dat het maalpeil bereikt is. In de keur op den Vlistboezem zijn eenige bepalingen over het peil en het peilmalen opgenomen.

De waterontlasting van den Vlistboezetn geschiedt alleen kunstmatig. De boezem wordt afgemalen op den Gekanaliseerde IJssel door het stoomgemaal, staande aan den IJsseldijk beoosten het dorp Haastrecht.

Inlaten van water op den boezem geschiedt door de Ilavensluis aan het noordelijk uiteinde van de haven te Haastrecht.

De Vlistboezem is in beheer en oziderhoud bij het waterschap de Hooge boezem achter Haastrecht, itiet uitzondering van kleine gedeelten van den boezem, waarvan het onderhoud bij a/uleren berust.


VII. Boezem de Waal.

De oppervlakte van den boezem bedraagt ongeveer 80 ha, die van de op den boezem loozemle polders is 1330 ha. Het boezempeil bedraagt. 0,85 m — N.A.P. De. boezem wordt door een motorgemaal te Heerfansdam op de Oude Maas afgemalen. (Zie blad Rotterdam Oost.)


VIII. Boezem de Devel.

De oppervlakte van den boezem bedraagt ongeveer 20 ha, die van de op den boezem


loozende polders is door een electrisch Rotterdam Oost.)


IX. Boezem


1220 ha. Het boezempeil bedraagt 3 m — N.A.P. De boezem wordt gemaal te Kleine Lind op de Oude Maas afgemalen. (Zie blad


van de Overwaard.


Deze bestaat uit een lagen en een hoogen boezem.

De lage boezem wordt gevormd door: het Groote of Achtenvaterschap, den Ammersche boezem, de Dwarsgang, den Ottolandsche Vliet, den Kromme Elleboog, den Peursumsche Vliet, den Smoutjesvliet, de Noordeloos, de Giessen en den Schelluinsche riiei.

De oppervlakte ran den lagen boezem is ongeveer 320 ha, waarvan ongeveer 190 ha boezem en ongeveer 130 ha boezemland.

De oppervlakte van de polders, die hun water op dezen boezem loozen, is ± 14 000 ha Tn deze oppervlakte is begrepen de polder Streefkerk met Kortenbroek, die tevens op de Lek en de polder Hardinxveld, die gedeeltelijk op het Kanaal van Steenenhoek kan worden afgemalen.

De normale waterstand in den lagen boezem is 0,53 m — N.A.P. ; het maalpeil is het O.P. (Overwaardspeil), 0,19 m — N.A.P. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn en het voorgemaal in werking is, is het dagelijkseh bestuur bevoegd den boezem te laten opmalen bij den peilmolen te Groot-Ammers tot 0,10 en bij de peilmolens te Neder-Hardinxveld en van het Land’ der Zes Molens tot 0,16 m 4- O.P., respectievelijk 0,09 en 0,03 m — N.A.P.

De boezemkaden moeten worden onderhouden tot op een hoogte van 0,11 m 4- N.A.P.

Seinmolens geven aan de gemalen of de watermolens het sein, dat het maalpeil bereikt is. In de keur- of politieverordening betreffende de waterontlastende en waterkeerende werken, benevens het peilmalen in den hoogen en lagen boezem van het ivaterschap


„de Overwaard”, zijn eeni^e bepalingen over het peilmalen De waterontlasting van den lagen boezem heeft plaats twee lage boezemsluizen in den Lekdijk aan den Elshout opmaling in den hoogen boezem.

De bemaling van den lagen op den hoogen boezem gemaal en door acht windschepradmolens.


opgenomen.

langs natuurlijken weg door

(sluizen Ei en I\) of door


geschiedt door een electrisch


Het electrisch gemaal is in 1924 gesticht ter vervanging van het oude stoomscheprad-gemaal.

De hooge boezem, die een oppervlakte heeft van ongeveer 88 ha, loost door twee sluizen op de Lek (sluizen Ci en Di). Het maal peil in dezen boezem bedraagt 1,10 m 4- O.P. = 0,91 m 4- N.A.I*. voor de windmolens en 1,20 m 4- O.P. = 1,01 m 4- K.A.P. voor het electrisch gemaal.

Inlaten van water op den boezem van de Overwaard heeft zoo noodig plaats door de schutsluis te Hardinxveld-Giessendam of door één der lage of hooge boezemsluizen aan den Elshout.

De boezems met de wederzijdsche kaden zijn in beheer bij het waterschap de Overwaard.


X. Boezem van de Nederwaard.

Deze bestaat uit een lagen en een hoogen boezem.

De lage boezem wordt gevortnd door het Nieuwe waterschap en denAlblas- of Graafstroom.

De oppervlakte van den lagen boezem is ongeveer 140 ha, waarvan ongeveer 78 ha boezem en ongeveer 62 ha boezemland.

De oppervlakte van de polders, die hun water op dezen boezem loozen, is 8770 ha.

Het zomerpeil is 0,76 m — N.A.P., het maalpeil is 0,36 m — N.A.V. Het waterschapsbestuur is bevoegd om zoo noodig het malen nog tot 0,10 m boven het maalpeil, dus tot 0.26 m — N.A.P. toe te staan.

Seinmolens geven aan de gemalen of de watermolens het sein, dat het maalpeil bereikt is. In de keur of politieverordening op den lagen boezem en de waterkeerende dijken en kaden in het waterschap de Nederwaard zijn eenige bepalinge/i over het peil-malen opgenomen.

De waterontlasting van den lagen boezem heeft plaats öf langs natuurlijken weg op de Noord door de. schutsluis te Alblasserdam, öf door opmaling in den hoogen boezem.

De bemaling van den lagen op den hoogen boezem geschiedt door een Dieselgemaal en door acht windschepradmolens, welke laatste uitsluitend als reserve dienst doen. Het Dieselgemaal is in 1927 gesticht, ter vervanging van het in 1868 gebouwde stoomscheprad-gemaal.

De hooge boezem, die een oppervlakte, heeft van ongeveer 73 ha, loost door een sluis (sluis 61) op de Lek. Het hoogste peil in den boezem, waarop gemalen mag worden, is 0,82 m 4- N.A.P.

Inlaten van water op den lagen boezem geschiedt bij standen lager dan 0,78 m — N.A.P. aan de schutsluis te Alblasserdam.

De boezems van de Nederwaard met hun waterkeeringen zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap van dien naam.


XI. Kanaal van Steenenhoek (De Linge).

Het Kanaal van Steenenhoek dient voor afvoer van het water van de Linge. Het peil van dit kanaal is vastgelegd in de conventie van 21 Maart 1819. Ingevolge, deze conventie, aangegaan tusschen de Commissie van aanleg van het Kanaal van Steenenhoek en dijkgraaf en hoogheemraden van de Alblasserwaard en watergraaf en heemraden van het waterschap van de Overwaard, wordt de Steenenhoeksche kanaalslvis te Gorinchem gesloten, imlien aldaar een stand is bereikt van 2,44 m 4- N.A.P. Er mag dan slechts zooveel water van de Linge op het kanaal l'an Steenenhoek worden gelaten als te Steenenhoek kan worden geloosd.

Bij onvoldoende natuurlijke loozing kan het kanaal van Steenenhoek worden bemalen door het in 1941 in aanbouw zijnde Ilieselgemaal te Steenenhoek.

Het kanaal van Steenenhoek is in beheer en onderhoud bij het waterschap de Linge-uitwatering. Een heiziening van het reglement van het waterschap is in bewerking.

Zie voor verdere bijzon/lerheden betreflendp, de Linge de beschrijving van de provincie Zuidholla/ul, behoorende bij de waterstaatskaart.


XII. Stadsrioleering van Dordrecht.

(Zie blad Geertruidenberg West.)


XIII. Boezem gevormd door de ringvaart van den Prins Alexanderpolder. (Zie blad Rotterdam Oost.)


VERKLARING DER


TEEKENS.


Stoomgemaal


Oliegcmaal


Zuiggasgemaal


ïllectrisch gemaal


ƒ met opgave van den \ ccntrifugaalpomp; s =


en het aantal m’ k opvoerhoogte.


Schepradw’atermolcn met vlucht in m.


Vijzelwatermolen


Windmotor met raddlametcr


Klein geiuaaltje.


Schutsluis.


Keersluis.


Stuw.


Uitwateringssluis.


Inlaatsluis.


t Hulpsluis (doet dienst bij veel water-bezwaar).


Grondduiker onder een waterleiding.


met afsluiting.


aard van het bemalingswerktuig (c = schroefpomp; sch = scheprad; v = vijzel)


waterverzet per minuut bij de iu m aangegeven


ffc*r/.


x.prl.d


Peilschaal geregeld waargenomen (reg. = registreerend).


Peilschaal


Zomerpeil van polders ƒ


Hoogtecijfera


in m t.o.v. N.A.P.


Verharde wegen.


Spoorwegen.


Stoomtramwegen.


300 /m Grootte van polders in


ha volgens


meting op de kaart met den planimeter.


Waterkeerende dijk.


Dijkverdediging, strekdanimen, kribben.


— — Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven, waar ze afwijken van de waterstaatkundige grenzen.


—. Provinciale grens.


De waterstaatskaarten zijn à f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.


NADRUK VERBODEN


-ocr page 93-


XL De Schaayksche Wetering

Op de boezem lozen de polders Hoogeind, Oud Schaayk, Nieuw Schaayk, Korfgerecht en de Kruithof, die tezamen de pokier Hoogeind en Schaayk


BOEZEMS



L i n s c h o 1 e 11, 5 e h u ge n e n

II z.p.-1.62 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;


Xfoliand^^^

■ ' nbsp;nbsp;nbsp;4.9


gt;^ k o p.

265 ha


z.p.-0.93

Biezen en .^ede



.1.0 980 ha z.p.-1.50

Blokland


III '





510 ha’

;.p.-0..‘iä tot

-0.75


^ hldf^l, ^ mol.1011 25pk


cuit gar



z.p.-0,30

loon




pf®*‘

f 'Cabauw


Sl'^w 2.5.0 90


51'

30


z-p.-l.38 ^■p.-1.48


,^,P'^r ’(^ 1*19.51,


\klder


160 ha


P^9.S3


z.p.-1.31 w.p.-1.4l


Lopikerkapel

IV



Bolder


P* 959


IrPCOmh.

P ' 958 ^'^


mnardai

115 ha Jaaraveld P^9S7


onder


22 ha ' ^,8 \


z.p. 0.2l


I 240 ha Paldé.hÿ


Polders

395 ha

Z.P. O.99


P*95b


\(e.A

W'Uiige-Lange rak\


1080 ha z.p.-1.22


P*^68 6.6


20 ha


Achthoven


pf967


S.


■0.6


•0.8


Polder


•0.8


■ 0.9


•0.8


Middedhtoek

,‘0’8 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-0.3'


■ 0.9


. 9.2


•0.9


z.p.-0.20


0.2


fnl. tl. 0.2


0.2


.ym .

9? nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/

Polder /


0.2


0.1


1648 -, ha

■ 1.0 nbsp;nbsp;nbsp;•


Ameide en

.0.14


Tienhoven •O.\


•0


Polder

1.2


•róO


1.5

.gt;10


■.0^.2


0.2


:t.4

Polder.s Oud-


z.p.-1.51

■1.0

Ottoland

0.4 quot;•‘''’^■


Polder 125 ha


2.^0 ha


z.p.-L56


P’959


60 ha Dordlxehe ç 0.32 ‘tingen


265 ha

z.p.-1.26 -^TT ƒ• w.p.-I.Só Ä.11'' oi


z.p.^158


Inl. ld.


■0.7


Polder

210 ha z.p.-1.53


.0.3


Inl. „I


0.7


0.2

tCp,


lintpmloot


w-p.~i-63


'^‘^•gt;ofaeh,


• 1.2


Polder •

-0*8;


350 ha


Blommendaal


Z.T^-1.18 -0.5


Hul pal.^


Pohler


0.8 2.


. 90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4

■ ®I..5^

t 26*2iÄquot; ^ ptheték

n.Tt^lnL alp


920'ha


S.p.eO.38 w.ii,.0.43


Laketveld


po.s


0.7


.0.1


p’95¥ 3.2 , InVtl. ' ♦

, ' 310 lui


^\95k'- nbsp;nbsp;.^quot;


1.8


o * 7 z.p.-0.25 lt;nbsp;Lexmond


■ 0.2


Gecombineerde


1895 ha


6.9


i^^

Ï“'


Z.3. 0.96


(Ifl^


1.6


3.1


•• ' 0.9 'y^fHulp^.


rolder


Neder-lioeuop


Middelkoop


*^loog- Leerbroek •\'-quot;


\ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2.3

tv.p.^0.84


onder


3.6


J 3.5 nl.sl^lt;


5.0


^ ’ 565 ha z.p. 0.33


gPitein w.j\^0.28


“ VIII


72.‘gt;,ji,


0.4


z.p.-0.22


Uulpal^'^ 70 ha


480 ha Antena % z.p. O.Ol


Holger ijen


Polders


' z.p.-0.32


Over-lleicop 320 ha


z.p.-0.33


0.8


0.2


0.5


0.2


0.7 ït


1.0.


en


z.p.-0.l4 0.3

Over-lioeuop


,»l.O Polders


350 ha onder


z.p. eO.15

0.'


A Ererdinge/1 ^ nbsp;nbsp;nbsp;100 ha


0.5


280 ha

0.1


z.p.^0.12


Polder


6.


x z,pk 0.28


IX

Buitennr^


z.p.^Uo27 .lt;


7n1.kl.


z.p.-1.57 w.p.-1.75 Grooteivaard


P 0 l d eT


M 0 Le n


)^ rhemsche


540 ha


-Acquoij


lof Kleiti-0o.K-J


•O


der

•0.7


u}.p.-1.45


z.p.1.34


polders


/ Beemd / nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-0.9


2.


Inl. »L^ . 5.5 en I hl Bemaalt


35

2.0


Polder 0.1


0.1

Spijk


0.8


■0.2


; Dorp.spolder ; 0.0!


il.I 10.1


0.1


.0.1


Oosterwijk


450 ha


z.p.-0.4l quot;^


.65

360 ha

■0.2


z.p.-0,65


IX 0.0 O.T


0.2


8.0


2.1


0.8


■ 0.1


2.1


0.2


•0.1


e^2d


0..3


0.1


940


ha


z.p..0.44 Henkeln rn


w,p.-0.54


0.5

Dorpspolder


445 ha


Ki


06


0.6


1.7


1300 ha z.p.}0.04


0.6

Asperen


0.8

Inl. al.


1190 ha 21^ ^1.5

, „ z.p.\^0.65

GeUicuin ?•»


Dorpspolder quot;■* 1130 ha


0.8


320 ha z.p..0.55 oh ?


Dalem


1.2


0.2


■. ri:^.

25 ha


3.3 ha

2.2


. , ^.6 P' 949


1 94«


r^^^d


P**JllZ


ha


Schaal J : ,50000


11' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.4

5 z.p. 0.37

■iv.p.0.27


.2


1.8



770 ha

z.]). .0.50 ^y

* nbsp;nbsp;nbsp;^ 'óO'



I. Kleur van de rechtstreeks op de grote rivieren afwaterende polders

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 170 ha. De gezamenlijke oppervlakte van de polders, die op de boezem lozen, is 17 100 ha. De waterlozing geschiedt uitsluitend langs natuurlijke weg door afstroming op de-boezem van Hijnland door de sluis te Bodegraven. Hel zomerpeil van de boezem is 0,47 7n — N.A.P.

De boezem van Woerden is in beheer en onderhoud, bij het groofdvaterschap van Woerden, met uitzondering van een. aantal boezemwtiferen, ipaarvan hel omlerhoUd bij anderen berust.

De oppervlakte van de boezem is ongeveer SO ha. Hierin is begrepen de oppervlakte van de Lopikervaart en het hiermede in open verbinding staande Stadswater van Schoonhoven. Slechts bij hoge waterstand op de (fekanaU-seerde Hollandsche IJssel wordt de Lopikervaart van de boezem gescheiden door de schutsluis, het Lopikerverlafit (sluis l\) bij Lopikerkapel.

De oppervlakte van het gebied, dat op de boezem loost, is groot ongeveer J4 000 ha. In deze oppervlakte is begrepen het gebied van. de Vli.sfboezem.

Het peil van de boezem is ongeveer 0,37 m 1 N,A.B.; 's winters 0,10 m hoger.

De boezem ontlast zich door de sluizen in de af.^luitdam beoosten (fonda op de Hollandsche. IJssel en bij zeer hoge waterstanden door de sluis aan. de Doorslag oji het Merwedekanaal.

Inlaten van water op de boezem, in droge tijden, geschiedt uit de HoUand-sche IJssel door de sluizen in de afsluitdam beoosten (fonda en nil het Merwedekanaal door de sluis aan de Doorslag.

De Gekanaliseerde Holhmdsehe IJssel met de Doorslftg zijn in. beheer en onderhoud bij het Hijk ; de Kromme IJssel en, de Bnge IJs-stI zijn in, beheer en onderhoud bij het water.schap de hJnge IJssel ; de Lopikervaart is in beheer bij de aanliggende Ufrechtse. waterschappen ; de. stadsgrachten van Usselstein, Oudewater en. Schoonhoven zijn in beheer bij de betrokken ge^neenten.

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 22 ha. De totale oppervlakte vati het gebied van de op de boezem lozende polders is ongeveer 4.370 ha.

Het maalpeil van de VlisU/oezem is 0,50 m — N.A.B.

De waterontlasting vari de CUstboezem geschiedt alleen kunstmatig. De boezem wordt afgemalen op de (fekanaUseerde Hollandsehe IJssel door het gemaal aan de IJsseldiJk, beoosten, het dorp Haastrecht.

De. Vlistboezem is in beheer en onderhoud bij hel waterschap de. Hooge Boezem achter Haastrecht, met uitzondering van kleine gedeelten van de boezem, waarvan het onderhoud, bif and.eren berwst.

V, AmsteUandsboezem

De oppervlakte van de boezem, met inbegrip van. het Amsterdam— Rijnkanaal tussen Amsterdam en IVi/fk bij Duurstede, met de zijtak naar VreesuiiJk, is ongeveer 4050 ha. De totale oppervlakte van hef. gebied van de op de boezem lozende polders bed.raagt ongeveer 43 SOfl ha, waarvan ongeveer II 000 ha, die vóór de verruiming van het A nnsferdam - Rijnkanaal op de Vecht loosden, thans op dit kanaal afwateren.

De gemiddelde waterstand van de boezem is 0,15 m — N.A.P.

De boezem ontlast zich op het Noordzeekanaal, hef. Sfadswater van Amsterdam en het IJsselmeer (zie blad Amsterdam Oost).

AmsteUandsboezem wordt beheerd en onderhouiien. door hel hoogheemraadschap AmsteUand, met uitzondering van een aantal boezemwateren waarvan het onderhoud bij anderen berust. Het Amsterdam—Rijnkanaal zal mogelijk administratief onafhankelijk vim AmsteUand. worden gemaakt. In verband hiermede wordt een wijziging van het reglement, voor AmsteUand overwogen.

VL Stadswater van Utrecht

Deze boezem be.staat uit de stadsgrachten van Utrecht, de Vaarfsehe Rijn, een deel van het Merwedekanaid, het benedenpand van de Kromme Rijn, het benedenpand van de Biltsche Vaart en het ten oosten van het Amsterdam—Rijnkanaal gelegen deel van hef. Ie pand van de Leidsche Rijn.

De boezem ontlaat zich door de. Weerdsluis te Utrecht op de Vecht. (Zie blad Utrecht Oost.)

De gemiddelde, waterstand van het Stadswater is 0,45 m 1 N.A.P.

De totale oppervlakte van het gebied, dat op het Stadswater afwatert, bestaande uit boezemUmd, polders en hoge, gronden bedraagt, ongeveer 25 900 ha.

Deze bestaat uit een lage en een hoge boezem.

De oppervlakte van de lage boezem is ongeveer 320 ha, waarvan ongeveer 190 ha boezem en 130 ha. boezemland.

De oppervlakte van de polders, die hun water op deze boezem lozen, is ongeveer 14 100 ha.

De normide waterstand in de lage boezem is 0,65 m — N.A.P. ; het maalpeil is het O.P. (Overwaardspeil), 0,25 m — N.A.P.

De waterontlasting van de lage boezem heeft plaats langs natuurlijke weg door twee lage boezemsluizen in de Lekdijk aan de Klshouf of door opmaUng in de hoge, boezem.

De hoge boezem, die een oppervlakte heeft van ongeveer 83 ha, loost door twee sluizen op de. Lek. (Zie blad, (forinehem West.)

De boezems met de. wederzijdse, kaden zijn in beheer bij het. wafersehap de Overwaard,

Deze boezem wordt gevormd door :

Lekdijk bij Ameide loopt.

Door de schutsluis aan de Arkelsche Dam bestaat scheepvaarfverbinding met de Litige.

De totale oppervlakte van het boezemgebied is ongeveer 7037 ha met inbegrip van het boezemgebied van de Huibert, groot 770 ha en van de Zederikvelden groot 100 ha.

De gemiddelde waterstand van de boezem bedraagt ongeveer 0,80 m H K.A.P. ; het tnaalpeil ia 1,26 m -j- N.A.P.

De boezem loost op het Kanaal van Steenenhoek door de schutsluia bij de Algemene Begraafplaats te Oorinchem (sluis T^j. Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de boezem, via het Kanaal van Steenenhoek, op de. Merwede af gemalen door het dieselgemaal te Steenenhoek. (Zie boezem-beschrijving IX de Linge.)

De stoomgemalen te Arkelsche Dam en Ameids, die bij waterbezwaar de boezem voorheen afmaaklen respectievelijk op de Linge en de Lek zijn, 7ia ingebruikstelling op 31 October 1945 van het nieuwe dieselgemaal te. Steenenhoek, buiten dienst gesteld.

De Oude Zederik is in beheer en onderhoud bij het hoogheemraadschap van de Vijf heerenlanden ; het Merwedekanaal en de zijtak naar de Arkelsche Dam zijn in beheer bij het Rijk.

IX. De Linge (Kanaal van Steenenhoek)

Het op de Linge afwaterende gebied omvat alle landen, welke ten noorden begrensd worden door de bandijken van Neder-Rijn en Lek, ten westen door de Bazel- en Zouwedijk langs de Oude Zederik en door de Arkelsche dijk langs de Linge tot Gorinchem, ten zuiden door de bandijken van Merwede en Waal 674 ten oosten door de bandijken van Paimerdensch Kanaal en Neder-Rijn met uitzonderimj van de dorpapolder De Marsch, Lede en Oudewaard die direct op de Neder-Rijn en van de dorpapolder Herwijnen die dircL^t op de Waal looat.

De totale oppervlakte van het atroomgebied ia ongeveer 71 000 ha. Hierin is niet begrepen het ruim 2000 ha grote winterbed van de Linge.

De Linge begint bij Doornenburg in het bovengedeelte van de Over-Betuwe en loost door de Steenenhoekacke kanaalaluia ie Gorinchem op het Kanaal van Steenenhoek. Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de Litige, via dit kanaal, te Steenenhoek op de Merwede afgemalen door het op 31 October 1945 in bedrijf gestelde dieselgemaal „Mr Dr 0. Kolff \ Dit gemaal vervangt het in 1865166 gestichte schepradstoomgemaal.

De waterstand op het Kanaal van Steenenhoek en op de Linge van Oorinchem tot Buren wordt zoveel mogelijk gehouden op 0,80 tn 4“ N.A.P.

Volgens overeenkomst tussen het wp. van de Beneden-Linge en hef hoogheemraadschap van de Vijf heerenlanden reap, van 4 en 21 Maart 1947 wordt de lozing van de Linge door de Steenenhoekacke kanaalsluia te Oorinchem beperkt, indien aldaar een aland ia bereikt van ongeveer 1,26 m ] N.A.P. De lozing van de Zederikboezem op het Kanaal va74 Steenenhoek door de schutsluia bij de begraafplaats te Oorinchem mag echter onbeperkt doorgang vinden.

Ter verbetering van de afvoer en ter gedeeltelijke otitlasting van het op de Beneden-Linge door de Hoven-Linge aangevoerde water, zomede voor de watervoorziening in droge t^den, zijn verschillende verbeteringawerketi in uitvoering (zie de bladen Rhenen West en Oost en Arnhem West).

De Linge — vati het Amsterdam—Rijnkanaal af tot Arkelsche Dam — en het Katiaal van Steenenhoek zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap van de Beneden-Linge ; benedeti Arkelsche Dam is de Linge bij het Rijk in onderhoud.


vormen.

De oppervlakte van de polders, die op de boezem lozen, ia 1340 ha. Het zomerpeil va7i de wetering is 0,12 m — N.A.P., overeenkomende met het peil van de polder Kortgereckt.

De boezem wordt op de Linge af gemalen door een stoomgemaal te Leerdam.

De boezem loost door twee sluizen respectievelijk op de Bakkerskil eti de Bleeke Kil.

De Werkensche polder, die gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van dit blad voorkomt, watert op de boezem af.

Zie verder blad Geertruidenberg Oost.

De boezem loost door de Zevenbansche sluis op de Bleeke Kil.

De polders SleeuwiJk, Nieuwe Ban en Oude Ban, die gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van dit blad voorkomen, lozen op deze boezem.

Zie verder blad Geertruidenberg Oost.


WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN

ITTRECIIT

Hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams

Het regloinent is vastgesteld bij besluit dor Provinciale Staten van Utrecht van 14 Juli 19(15 en is opgenomon in het provinciaal blad no 156 van 1905. Voor later aangebiachte wijzigingen zie do provinciale bladen no 174 van 1906, no 92 van 1919, no 28 van 1920. no 22 van 1923, no 20 van 1933 en no 14 van 1938.

Hot gebied van het hooghoonnaadsiJiap omvat, voorzover dit blad betreft, alle gronden gelegen ten noorden van het zomerbed van de Lek en ten oosten van de IJsseldijk, de Handdijk on de Geindijk.

Het hoogheemraadschap is belast met het behoor en onderhoud van do Noorder-dijk van N(‘der-Rijn en Lek, van Amerongen tot het Klaphek. Het voert uitsluitend het beheer over de dijk en heeft goen bemoeienis met het bestuur der waterschappen, die tot het gebied van het hooghocanraadscha]) ixdioren.

Do belastbare op,)ervlakto is 4: «10 984 ba.

Hoogheemraadschap van den Lekdijk lienedendamsenvan den IJsseldatii

Het reglement i.s vastgestold bij besluit der Provinciale Staten van Utrecht van 14 Juli 1905 on is opgenomen in het provinciaal blad no 157 van 1995. Voor later aangebrachte wijzigingen zie do provimnale bladen nos 12 en 91 van 1919, no 13 van 1921, no 21 van 1923, no 7 van 1924, no 20 van 1931, no 12 van 1932, no 19 van 1933, no 46 van 1935, no 13 van 1938 en no 35 van 1950.

Hot gebied van het hoogheemraadschap omvat, voorzover dit blad betreft, alle gronden gelegen tuisen de Lok en de Zuider IJsseldiJk.

Het hoogheemraadschap is belast met het beheer en onderhoud van do IJssel* dam en van do Noorder Lekdijk van het Klaphek af tot de grensscheiding tussen de provincies ZuidhoUand en Utrecht. Het hoeft evenals hot hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams geen bemoeienis met het bostuur der waterschappen, die tot hot gebied van het hoogheemraadschap behoren.

De belastbare) oppervlakte is J 11 *^69 ha.

Grootwaterschap Ileycop, genaamd de Lange Vliet

Het reglement i.s vastgosteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrocht van 19 November 1867. Het is later meermalen gewijzigd on met de wijzigingen opgenomen in het provinciaal blad no 24 van 1998. Voor latere aanvullingen en wijzigingen zie de provinciale bladen no 52 van 1919, no 2,3 van 1914, no 191 van 1918, no 95 van 1919, no 129 van 1921, no 55 van 1923, no 23 van 1933, no 12 van 1938, no 47 van 1946, no 17 van 1949 on no 59 van 1959.

Tot dit waterschap behoren do gedeeltelijk op dit blad voorkomende waterschappen: a. het Nedereind; b. IJssolveld (gedeeltelijk), één van de onder één gemeenschappelijk bestuur gebrachte Drie Waterschappen gelegen onder de gem. IJ.sselstein en c. de gronden in do Rijpikerwaard.

Het grootwaterschap is belast met het behoor der gemalen en dor overige tot waterkering of waterlossing dienende werken, in eigendom behorende aan het grootwaterschap en met het toezicht op alle waterkerende of waterafleidende werken, behorende tot of in verband staande met de algemene waterstaat van het grootwaterschap, onverschillig door wie de werken onderhoudim worden.

De belastbare oppervlakte is f 3399 ha.

(reri'olq Z.O.Z.)

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus een gebied met oen eigen waterstand.

Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinten de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op oen andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Bij belangrijke waterleidingen is do naam in rood geplaatst.

Do namen van gereglementeerde watoiwdiappen en polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens van de provincies ZuidhoUand on Noordbrabant omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover do kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijvingen van de provincies ZuidhoUand en Noordbrabant, behorende bij de waterstaatskaart.


VERKLARING DER TEKENS


120


A v 40

* 0.5


lt;lt;


gt;lt;/»I. tl.


Xßett.,1.


XHulpa.


•P* 964


z.p.-1.5S

w.p.'O.ll


p.-0.70


z.8.A’0.12


-1.6


250 ha


Illtlllilliillllllll


Stoomgemaal


Oliegemaal


Zuiggasgemaal


Rlectrisch gemaal /

Schepradwatermolen met vlucht in m.


Met opgave van de aard van het bomalingswerktuig (c = contrifugaalpomp; 5 = sebroefpomj); sr = scheprad; v = vijzel) en hot aantal m® watervorzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte.


Windmotor met raddiameter in m.


Klein gemaal.


Schutsluis.


Keersluis.


Stuw.


Stuw met schuif.


Ui twateri ngssl u i s.


Tnlaatsluis.


Bovloeiingssluis.

Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).

Grondduiker onder een waterleiding.


X. De Huibert

Deze boezem dient voor afwatering van vier polders, gezamenlijk groot 770 ha. Het peil van de Huibert is 0,15 m -j- N.A.P.

De boezem wordt afgemalen op de Zederikboezem door een scheprad-stoomgemaal ten zuidwesten van Hei- en Boeicop. De Huibert is in beheer en onderhoud bij het waterschap van die naam.





Universiteits-bibliotheek Utrecht


Grondduiker onder oen waterleiding met afsluiting.


Peilmerk van het N.A.P.


Peilschaal geregeld waargenomen [reg. = registrerend).


Peilschaal.


Kilometerpaal.


Zomerpeil van polders


Winterpoil van polders


Polderpeil


in m t.o.v. N.A.P.


Gewenste zomerstand in een polder


Hoogtecijfers

Verharde weg.


Spoorweg.

Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met de jdanimeter.


Waterkerende dijk.


Overlaat.


Dijkverdediging, strekdammen, kribben.


Administratieve grenzen van wateraeliappen. Deze zijn doorgaans alleen aangegeven, waar ze afwijken van ito walorataat.


Provinciale grens.


Do wntorataatskaarten zijn à f 5,00 por stuk vorkrijgl)aar ))ij hot Staatsdrukkorij-on Uitgeverijbedrijf te ’s Gravoidiage en door iHuniddeling van alle poatkantoron.


GORINCHEM


OOST







-ocr page 94-

Waterschap de Enge JJssel

Het reglement is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrecht van 20 Juli 1926 en is opgenomen in het provinciaal blad no 25 van 1927. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 56 van 1928, no 16 van 1929, no 79 van 1933, no 45 van 1934, no 19 van 1938, no 48 van 1939, no 23 van 1947 en no 34 van 1950.

Tot het waterschap behoren: wp. Batuwe, wp. Graaf, wp. Lopik, Lopikerkapel en Zevenhoven, de onder één gemeenschappelijk bestuur gebrachte ,,ï)rie waterschappen gelegen onder de gem. Usselstein” (wp. Broek en Lage Biezen en Neder-Oudland, wp. Hooge Biezen en Over-Oudland en wp. LTsselveld) en het Geinwaterschap.

Het waterschap is belast met het beheer en het onderhoud van de Enge IJsscl en de Kromme IJssel, van de schutsluis aan het Lopiksche verlaat tot de Gekanaliseerde Hollandsche Ussel bij de Geinbrug.

GELDEKLAND

De polders in Gelderland hebbtni in het algemeen geen bijzondere reglementen, doch worden beheerst door het Reglement ojj liet Beheer der Bivierpolders (prov. blad no 52 van 1934). Voor later aangebracebte wijzigingen zie de provinciale bladen no 82 van 1936, no 10 van 1937, no 31 en no hl van 1942, no 43 van 1948 en no. 74 van 1951. Onder dit reglement vallen de polderdistricten, de dorpspolders en de buitenpolders. De dorpspolders staan onder toezicht van de polderdistric.-ten; de polderdistricten on de buitenpolders staan onder rechtstreeks toezi(4it van Gedeputeerde Staten.

Er zijn ook polderdistricten zonder dorpspolders. De buitenpolders zijn do polders, die buiten de polderdistricten zijn gelegen. Alle polderdistricten en dorpspolders zijn vermeld in een bij genoemd reglement gevoegde staat A en de buitenpolders in een bij het reglement gevoegde staat B.

GELDERLAND EN ZUID HOLLAND

Waterschap van de Beneden-Linge

Het reglement voor het waterschap do Linge-uitwatering werd vastgesteld bij Koninklijk besluit van 23 October 1880 no 15 (StaatMud no 183). Het word later meermalen gewijzigd.

Bij besluit der Provinciale Staten van ZuidhoUand en Gelderland respectievelijk van 17 Dectember 1940 en 8 Januari 1941 werd het reglement voor het waterschap opnieuw herzien en o.m. de naam veranderd in ,,Waterschap van de Beneden-Linge”. Het reglement met alle wijzigingen werd ojïgenomen in het buitengewoon provinciaal blad van ZuidhoUand no 1136, onder volgnummer 1886 en in het provinciaal blad van Gelderland no 32 van 1941. Het tijdstip van in werking treden van het gemeenschappelijk besluit der Staten werd bepaald op 1 Augustus 1941. (Provinciaal blad van ZuidhoUand no 1137, onder volgnummer 1887).

Het omslagplichtig gebied van het waterschap is groot 48 233 ha. Het omvat: 1. de polderdistricten Culenborg, Buren en Tielerwaard — met uitzondering van de dorpspolder Herwijnen —, het hoogheemraadschap van de Vijfheerenlanden en de polders Asperen, Heukelum, Spijk, Beesd, Mariënwaard, Acquoij, Bbenoij en de Geeren; TL de dorpspolders Maurik, Ravenswaaij, Rijswijk, Avezaath, Zoelen, Eek en Wiel, Ingen en Lienden en de dorpspolder Zandwijk voor zover gelegen ten westen van het Amsterdam—Rijnkanaal; ITL alle land en water gelegen in het winterbed van de boezem.

De taak van het watersc^hap is de zorg voor do Lingeboezem in liet belang van afwatering, waterinlating en scheepvaart en in het belang van de hoedanigheid van het water.

De voornaamsUï werken bij het waterschap in beheer en onderhoud zijn: de Linge van het Amsterdam—Rijnkanaal af tot Arkelsche Dam, de Korne met inbegrip van de stadsgracht van Buren, het Kanaal van Steenenhoek, de dijken langs dit kanaal voor zover niet in onderhoud bij anderen, het gemaal en sluizen te Steenenhoek, de Steenenhoeksche kanaalsluis met de daarover gelegen brug b^ Gorinchem, benevens de bruggen, duikers en andere waterstaatswerken waarvan het onderhoud van oudsTier ten laste kwam van het waterschap van de Linge-uitwatering.

Zie voor gegevens over de waterschappen die in de provincies ZuidhoUand of Noordbrabant gelegen zijn, de provinciale beschrijvingen behorende bij de waterstaatskaar t.


Wijdte in de dag m

buitenzijde

binnenzijde

Door een, riool naast de sluis besta/d gelegenheid, tof het inlaten, van water.


In de Zuider Lingedijk

U. Inlaatsluis voor de polders GeUicum en Rumpt, één Opening, afsluitbaar met één schuif

V. Laresluis, inlaatsluis voor de polders Hellouw en llaaften, één opening, afshtitlnarr met één paai' puntdeuren

W. Uitwateringssluis voor het electrische gemaal van de polders Hellouw en Haaften, één opening, afsluitbaar met één deur

(Het genuud, loost door een persleiding afsluitbaar met één klep in de, sluis.)

X. Inlaatsluis voor de polder Asperen, bestaande uit een betonbuis, aan de Lingezijde, (tfsluitbalt;(r met één schuif .................... O 0,50

IJ. Inlaatsluis voor de polder Heukelum, bestaande

uit een betonbuis, afsluitbaar met één hoiden, schuif . O 0,30

Z. Leuvensche sluis, uitwateringssluis voor het gemaal van, de polder Heukelum, één opening, afsluitbaar met twee paar puntdeuren om naar weerszijden te kunnen keren.................. nbsp;nbsp;3,05

Ap Uitwateringssluis voor het gemaal van polder Spijk, twee openingen, iedere opening afsluitbitar met één wachtdeur en.............. .

aan polderzijde één schuif

aan Lingezijde één schuif

Bj. Uitwateringssluis voor het eleclrische gemaal van de polders Dalem en Vuren,, één opening, afsluitbaar met één deur

en. één schuif

Cp Inlaatsluis voor de waterverversing van de Oostelijke Vestinggracht van, Gorinchem, bestaande uit een betonbuis, afsluitbaar met twee, schuiven.....O


In de Afsluitdijk door de Linge hoven Asperen


Dp Noordelijke of Nieuwe IJngesluis, schut- en keersluis, met één paar punt- en, één paar waaierdeuren, schutkolklengte 7,40 m..........7,15


SLUIZEN gt;)


Wijdte in de dag m


Slagdrempel-diepte in m — N.A.P.


E1. Zuidelijke of Oude IJngesluis, schut- en keersluis, met één paar punt- en, één paar ivaaierdeuren, schutkolklengte 19,47 m.............6,04


Slagdrempel-diepte in m — N.A.P.


0,22

0,22


0,06


0,19


0,42


0,29


0,44


bodem 0,40


0,0.5


0,55


0,75

0,93

0,70


0,65

0,44


N.A.P.


1,33


In de hoorder Lekdijk

B. Koninginnesluis, gekoppelde schutsluis met vier paar puntdeuren, waarvan één paar' stormdeuren, schutkolklengte van iedere sehutkolk 130,— m........... storm- oi buitendeuren...... midden- en binnendeuren


In de Nieuwe Zuider Lingedijk


1,37


E.


( De sluis doet alleen dienst voor het inlaten van water.)

De sluis is in 1952 afgedamd. De omloop-riolen blijven intact voor' het inlaten van water.

Beati'ixsluizen, dubbele schutsluis beoosten


V7-eeswijlc frissen de Lek en het Amsterdam - Rijnkanaal, bestaande uit twee naast elkaiidet' gelegen schutkolken, iedet' met twee hefdeuren, schutkolklengte van iedere sehutkolk 217,— m...............


/n de Zuider Lekdijk

De midden- en buitendeuren zijn in 1951 van een grendeUnrichting voarzieri om bij lage Lekstanden de Zederikboezem op peil te houden.


12,00


2,25

2,84


8,00


4,76


18,00


11,97


0,48


In de Noorder Lingedtjk

K. Uitwateringssluis voor het gemaal van de Gecombineerde polders Nieuwland en Leerboek, één opening, afsluitbaar met één deur

en twee schuiven, iedere schuif ......

L. Inlaatsluis voor de polder Rietveld, één opening, afsluitbaar met één deur

en één schuif

M. Uitwateringssluis voor het gemaal van de Ver-eenigde polders Kedichem en Dosterwijk, één opening, afsluitbaar met één deur

en twee schuiven, iedere schuif

en één schuif

en één schuif

P. Schut- tevens uitwateringssluis tussen de Linge en de polder Culenborg, met twee paar punt- e7i één paai' waaierdeuren, schutkolklengte 78,— m buitendeur............... waaierdeur ............... nbsp;nbsp;nbsp;3,87

binnendeur...............4,00


Q. Acquoij sche hulpsluis met één opening, aan de polderzijde afsluitbaar met één paar punt- en één paar waaierdeuren, aan de Lingezijde met één paar puntdeuren.....................7,70


^) De schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren.


-h


1,17

1,90


0,46

1,24


4,60


2,20

2,84


0,13


2,49


2,00


0,62

0,80


0,50

0,10


1,33

1,28


0,82

0,58


1.17

0,97


0,82

0,82

1,45


f- 0,20


Fp Ktïei'sluis, één openitig, it/nlaitlina,r met één tlenr 1,20

en éét. schuif..............I,2S


Gp Keersluis, één opening, afsluithaar met één ileur 1,80

en één settuif..............2,06


H,. Keersluis, één opemng, (i.lsl.mtbn(ir met één deur I,J8 en één .schuif..............1,27


!,. Keersluis, één opening, afsluitbaar met één deur 1,90

en één schuif.......... 2,05


In de Rechterhandifk van de Merwede en de Waal


K,. MerwedesliUH, schutslms tussen de Merwede en het Merwedekanaal, met één paar storm-, twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 145,— m 12,00

Lj. Inlaatsluis voor de waterverversing in het westelijk deel van Oorinchem bij de Waterpoort, één opening, afsluitbaar met twee schuiven..........0,90

M,, Oude Merwedestuis, schutsluis aan de uitmonding der droote Haven te dorinchem, niet twee paar vloed-, twee paar eb- en één 'paar stormdeuren, schutkolklengte 64,— m................10,00

buitendeuren.............. 'middendeuren.............. binnendeuren..............

Nj. Uitwateringssluis voor de riolering in het oostelijk deel van dorinchem bij de Ttalempoort, één opening, afsluitbaar met één deur en twee schuiven.....0,60

01. Uitwateringssluis (hulpsluis) te Dalem met drie openingen, iedere opening afsluitbaar 'met twee paar vloeddeuren, één paar ebdeuren en twee rijen schothalken buiten vloeddeuren............5,70

binnen vloeddeuren............5,70

ebdeuren................5,70


P,. Inlaatsluis voor de polder Vuren, één opening, afsluitbaar 'met één schuif............0,40


In de Linker bandijk van de Merwede

Qi. Schutsluis te Werkendam, tussen de Nieuwe

Merwede en het Steurgat, met één paar eb- en hvee paar vloeddeuren, schutkolklengte ,39,60 m.....6,45

De sluis is in 1952 afgedamd.


Overtge sluizen

R|. Inlaatsluis voor doorspuiing van de riolen in het oostelijk deel van Gorinchem, één opening, afsluitbaar met twee schuiven...............0,52

S,. Korenbrugsluis, keersluis aan het noordelijk einde der Groote Haven te Gorinchem, één opening, afsluitbaar met één paar waaierdeuren.......9,72

T,. Schutsluis bij de Algemene Begraafplaats te Gorinchem, tussen het Kanaal van Steenenhoek en het Merwedekanaal, met vier paar puntdeuren om naar weerszijden te kunnen keren, schutkolklengte 145,— m 12,00 bovenslagdrempel............. benedenslagdrempel...........

Uj. Schutsluis te Meerkerk tussen het Merwedekanaal en de Oude Zederik, inet twee paar puntdeuren, schutkolklengte 24,60 m

Vi. Lopikerverlaut, schut- tevens uitwateringssluis tussen de Enge Ussel en de Lopikervaart, met twee, paar puntdeuren, schutkolklengte 23,80 m

Wi. Benschopperschutsluis tussen de stadsgrachten van Usselstein en de Benschopperwetering, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 14,— m

Xj. Schutsluis tussen de Doorslag en het Merwedekanaal, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 49,— m

bovenslagdrempel............. benedenslagdrempel...........

Ui. Schutsluis tussen het Merwedekanaal en de Nedereindsche Wetering, met twee paar puntdeureti, schutkolklengte 17,65 m

De sluis doet alleen dienst als inlaatsluis.

Zj. Schutsluis benoorden. Vreeswijk, tussen de iSchalkwijksche Wetering en het Amsterdam—Bijn-kanaal, met twee enkele deuren, schutkolklengte 21,75 m 4,00


0,80 0,8.5

0,43

0,40

0,80 0,84

0,90

1,10


3,34


0,81


2,70

2,54

2,60


0,25


0,77

0,53

0,67


0,20


1,00


0,41


2,44


2,81

3,31


1,15


1,06


2,24


1,34

1,63


0,80


1,90


-ocr page 95-

2.0


26 ha



65 ha


230 ha

3.p..fl. Ho


i(^290 ha t.p. •O..3f)


1315 ha


35 ha


/» 35

*0.-5


en el au


Huipil, v Of


51'

55


amp;1'i 50


Wp 370 ha Blakhoven 0.7


277) ha z.p. -0.60


l.S


1220 ha

z.p. -0.50


70 ha


100 ha


aO hu


40 en JO Dient tnteift ^ioor inmole»

1.8


B.p. 1.06


160 ha


■0.77


inl. sl.


181 ht


140 ha


230 ha

Dn t Ienpaldlt; r


z.p. ~0.90


1.9


1.6


210 ha z.p. -^0.70


120 ha


225 ha


z.p. 0.80


hulp rtr. mttlor lan 40 p,k.


130 hu 2, z.p. • 1.36


340 ha


iii


ïr


265 ha


200 ha


z.p. -i-1.70


hn


75 ha

4.3


Z.p. 2.40

‘■p.4 2.g)


tn nullen 2x30

^gt; 0^


P* 922’4


f^Ini. st.


UOha


f^a den^^f^n


.6


iy


10 ha


^•® P' 914 nt v. inm.


320 ha


270 ha


100 ha


2.9

Mftfri f 240 ha


120 ha


110 ha


40 ha


9.3 ha


14.3 hu


^iel,ej^i^ittrd


40.7


Pl 91«


3.9


Do


11 O r p 8 p t »


735 ha


z.p.i 2.50 _ *?


110 hu


295 ha


90 ha


W hn • 92*-^


K-


- l^‘er-

-/ ^L ^1 cl SC he j^


.tfaanlp quot;polder



rpspolder


1340 ha



ren mel


' v «

34i ha z.p. 0.73


3.3 ha


HU ha


.W hn p O^f1 ^ r


ft 1.1/




BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

I. Kleur van de rechtstreeks op de grote rivieren afwaterende polders en hoge gronden

H. Eerste en derde of benedenpand van de gekanaliseerde Kromme Rijn

Het eerste pand strekt zich uit van sluis E te Wijk bij Duurstede tot de schutsluis E^ te Cothen. Dit pand staat via de Cothergrift en de Langbroeker-wetering in verbinding met het derde pand. Het zomerpeil van het eerste pand voor de schutsluis te Cothen bedraagt ongeveer 2,50 m N.A.P. De afvoer van het water naar het derde pand wordt zodanig geregeld, dat de waterstand op de Cothergrift beneden de keersluis Hy zoveel mogelijk op 2,30 m N.A.P. wordt gehouden.

Het derde pand begint bij de schutsluis D^ te Werkhoven. Dit pand ligt gemeen met het Stadswater van Utrecht (zie de bladen Oorinchem Oost, Utrecht Oost en Amersfoort West). Het zomerpeil van dit pand beneden de sluis te Werkhoven wordt zoveel mogelijk op 1,30 m N.A.P. gehouden; de gemiddeltle waterstand van het Stadswater bedraagt 0,45 m N.A.P.

Ten behoeve van de voeding van de Kromme Rijn wordt regelmatig water ingelaten uit de Lek door de inlaatsluis E te Wijk bij Duurstede of, zo nodig, ingemalen door het electrisclie hulpgemaal bij deze sluis,

Dc totale oppervlakte van het gebied, dat op de boezem afwatert, bestaande uit boezemland, polders en hoge gronden, bedraagt ongeveer 20 000 hn.

Van dit gebied komen op dit blad voor de delen : II A tweede pand van de Kromme Rijn ; II B Stadsgrachten van Wijk bij Duurstede en II C Amerongerwetering.

IIA. Tweede pand van de Kromme Rijn

Dit pand strekt zich uit tussen de schutsluizen E, en Di. Het zomerpeil bedraagt 2,10 m N.A.P.

De totale oppervlakte van het op de boezem lozende gebied bedraagt 1315 ha.

IIB. Stadsgrachten van Wijk bij Duurstede

De boezem loost door de uitwateringssluis F^ op het eerste pand van de Kromme Rijn. Het gewenste peil van de Stadsgrachten bedraagt ongeveer 3,10 m N.A.P.

Op de boezem loost een klein gebied groot 75 ha, benevens de stads-riolering.

Voor verversing van de Stadsgrachten kan water worden ingeloten uit de Lek door de inlaatsluis D of water worden ingemalen door een bij de sluis geplaatst hulpgemaaltje.

IIC. Amerongerwetering

De boezem staat door de schutsluis Oi in verbinding met het eerste pand van de Kromme Rijn. De sluis, die in bouwvallige staat verkeert, dient voor het op peil houden van de wetering. Als schutsluis doet deze sluis geen dienst meer.

De oppervlakte van het stroomgebied bedraagt 1000 ha.

HL Amstellandsboezem

De oppervlakte van de boezem, met inbegrip van het Amsterdam—Rijnkanaal tussen Amsterdam en Wijk bij Duurstede met de zijtak naar Vreeswijk, is ongeveer 1050 ha. De totale oppervlakte van het gebied van de op de boezem lozende polders bedraagt ongeveer 43 800 ha, waarvan ongeveer 11 000 ha, die vóór de verruiming van het Merwedekanaal (Amsterdam— Rijnkanaal) op de Vecht loosden, thans op dit kanaal afwateren.

De gemiddelde waterstand van de boezem is 0,4.3 m — N.A.P.

De boezem ontlast zich op het Noordzeekanaal, het Stadswater van Amsterdam en het IJsselmeer (zie blad Amsterdam Oost).

Amstellandsboezem wordt beheerd en onderhouden, door het hoogheemraadschap Amstelland, met uitzondering van een aantal boezemwateren waarvan het onderhoud bij anderen berust. Het Amsterdam—Rijnkanaal zal mogelijk administratief onafhankelijk van Amstelland worden gemaakt. In verband hiermede wordt een unjziging van het reglement voor AmsteUand overwogen,

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge gronden, bedraagt ongeveer 11 690 ha. Hiervan ligt 10 7S5 ha in het waterschap Heiligenbergerbeek. Het water van dit gebied wordt afgevoerd via de Wouden-bergsche Orift en de Heiligenbergerbeek e.a. op de Stadsgrachten van Amersfoort en vervolgens door twee sluizen en een stuw op de Eem. Zie verder blad Amersfoort West.

Het op de Linge afwaterende gebied omvat alle landen, welke ten noorden begrensd worden door de bandijken van Nederrijn en Lek, ten westen door de Bazel- en Zouwedijk langs de Oude Zederik en door de Arkelsche Dijk langs de Linge tot Oorinchem, ten zuiden door de bandijken van Merwede en Waal en ten oosten door de bandijken van Pannerdensch Kanaal en Nederrijn met uitzondering van de voormalige dorpspolder De Marsch, Lede en Oudewaard die op de Nederrijn en van de voormalige dorpspolder Her-wijnen, die op de Waal loost.

De totale oppervlakte van het stroomgebied is ongeveer 71 000 ha. Hierin is niet begrepen het ruim 2000 ha grote winterbed van de Linge.

De Linge begint bij Doornenburg in het bovengedeelte van de Overbetuwe, kruist ten oosten van Zoelen het Amsterdam—Rijnkanaal en loost door de Steenenhoekse kanaalsluis te Oorinchem op het Kanaal van Steenenhoek. Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de Linge, via dit kanaal, te Steenen-hoek op de Merwede afgemalen door het op 31 October 1945 in bedrijf gestelde dieselgemaal „Mr Dr 0. Kolffquot;. Dit gemaal vervangt het in 1865166 gestichte schepradstoomgemaal.

Ter verbetering van de waterafvoer en ter gedeeltelijke ontlasting van het op de BenedenUnge door de Bovenlinge aangevoerde water, zomede voor de watervoorziening in droge tijden, zijn de volgende verbeteringswerken in de jaren 1950—1954 uitgevoerd :

Waterinlating ten behoeve van de watervoorziening van het Lingegebied in droge tijden heeft plaats uit het Pannerdensch Kanaal door de inlaatsluis onder Doornenburg, uit de Waal via het inundatiekanaal ten zuiden van Tiel, en door inmaling uit de Nederrijn en het Amsterdam—Rijnkanaal (Betuwepand) door de hierboven onder a en b genoemde gemalen.

De waterstand op de Linge van Buren tot Oorinchem em op het Kanaal van Steenenhoek wordt zoveel mogelijk gehouden op 0,80 m N.A.P. De gewenste stuwpeilen vóór de op dit blad voorkomende stuwen Ki, Li en AI^ bedragen in de zomer respectievelijk 1,60 m, 2,20 m en 3,15 m N.A.P. ; het stuwpeil vóór de Lingesyphon bedraagt 4,10 m N.A.P,

De Linge van de inlaatsluis te Doornenburg tot de Arkelsche Dam, de Korne met inbegrip van de Stadsgracht van Buren, hel Kanaal van Steenenhoek en het toevoerkanaal naar het gemaal bij Het Pannenhuis onder Lakemond zijn in beheer en onderhoud big het waterschap van de Linge ; beneden Arkelsche Dam zijn de Linge en de kruising van het Alerwedekanaal met het Kanaal van Steenenhoek bij het Rijk in onderhoud.

Deze boezem, waarvan het gedeelte van Culemborg tot de Nieuwe brug De Meer wordt genoemd, loost door sluis AI aan de Nust op de Linge en kan aldaar door een electrisch schepradgemaal op de rivier worden afgemalen. Het gemaal treedt in werking bij een waterstand van 1,93 m N.A.P. big de Aleersluis te Culemborg.

De oppervlakte van het op de boezem af waterende gebied, bestaande uit polders en boezemland, bedraagt 1640 ha.

De boezem loost via de Boutensteinsche Wetering door de uitwateringssluis 0 op de Linge.

Op de boezem lozen enkele polders en enig boezemland, behorende tot het polderdistrict Tielerwaard. Verder wordt de boezem bezwaard met het kwelwater, dat zich langs de bandijk van de Waal onder Tuil, Waardenburg, Neerijnen, Opijnen en Heesselt verzamelt en zich via enkele zijtakken op deze boezem ontlast.

De totale oppervlakte van het boezemgebied bedraagt 2700 ha.

Dit kanaal loopt van de Waal bij Tiel (sluis Z), dwars door de Betuwe naar de Lek bij Ravenswaay (sluis O). Het kanaal, dat op 21 Alei 1052 voor de scheepvaart is opengesteld, bestaat uit één pand en heeft een lengte van 11,8 km, tussen de sluizen 8,6 km. De diepte bedraagt 4,— m, de bodem-breedte 40 m.

In normale omstandigheden staat de sluis te Ravenswaay open en heeft het kanaal een peil gelijk aan dat van de Lek nabij Wijk big Duurstede. Big Lekstanden boven 5,55 m N.A.P., welke slechts gedurende 10 à 20 dagen per jaar zullen voorkomen, wordt de sluis gesloten. Door het gemaal big de schutsluizen te Ravenswaay zal het kanaal gedurende die tijd op een peil van 5,00 m N.A.P. worden gehouden.

De Linge, die ten oosten van Zoelen het kanaal kruist, kan bij veel water-bezwaar op het kanaal worden afgemalen door het in 1953 in bedrijf gestelde electrische gemaal op de syphon (zie onder V De Linge).

Het Betuwepand en de schutsluizen zijn in beheer en onderhoud big het Rijk.


Een klein deel van de tot het boezemgebied behorende pohlers onder Everdingen komt aan de westelijke rand van het blad voor (zie verder blad Oorinchem Oost).

Een klein deel van de tot het boezemgebied behorende voormalige dorpspolder Zaltbommel komt aan de zuidelijke rand van het blad voor (zie verder blad ’s Hertogenbosch West).

Een klein deel van de tot het boezemgebied behorende voormalige dorpspolder Hurwenen komt aan de zuidelijke rand van het blad voor (zie verder blad ’s Hertogenbosch West).

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 433 ha. Het peil van de boezem, waarnaar wordt gestreefd, beilraagt 4,50 m N.A.P. De gemiddelde zomerstand is 4,61 m N.A.P. ; de gemiddelde winterstand 4,80 m N.A.P.

Het gebied bestaat uit polder- en boezemland, waarvan slechts een klein deel op de zuidelijke rand van het blad voorkomt (zie voorts de bladen ’s Hertogenbosch West en Oost en Rhenen Oost).

Tot deze weteringen behoren : de Leeuwensche Wetering door een in 1953 gegraven hoofdwetering verbonden met het gemaal ten westen van Alphen, de Oude Wetering, de Rijksche Wetering, de Blauwe Wetering en de ParaUelwetering.

Het peil van de hoofdwetering bij het gemaal bedraagt ongeveer 2,60 m N.A.P.

Een klein deel van de tot het boezemgebied behorende dorpspolders Warnet, Dreumel en Alphen komt aan de oostelijke rand van het blad voor (zie verder blad Rhenen Oost).


WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN

Utrecht

Hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams

Het reglement is opnieuw vastgosteld bij besluit dor Provinciale Staten van Utrecht van 14 Juli 1905 en is opgonomon in hot provinciaal blad no 156 van dat jaar. Voor later nangebrachte wijzigingen zie do provinciale bladen no 174 van 1906, no 92 van 1919, no 28 van 1920, no 22 van 1923, no 20 van 1933 on no 14 van 1938.

Het gebied van het hoogheemraadschap omvat, voorzover dit blad betreft, allo gronden gelegen ten noorden van het zomerbed van do Lok on Nederrijn en ten zuiden van de Rijksweg Amerongon—Doorn—Zeist.

Het hoogheemraadschap is belast met hot behoor on onderhoud van de Noorder-dijk van Nederrijn on Lok, van Amerongon tot het Klaphek. Het voort uitsluitend hot beheer over do dijk en hooft goen bemoeienis met het bestuur der waterschappen, tlio tot het gebied van hot hoogheemraadschap behoren,

De belastbare oppervlakte is ± 30 984 ha.

Waterschap Houten

Hot bijzonder reglement is vastgesteld bij besluit dor Provinciale Staten van Utrecht van 24 Juli 1863 en is opgenomen in het provinciaal blad no 109 van dat jaar. Voor later aangobrachte wijzigingen zie do provinciale bladen no 117 van 1881 en no 26 van 1921,

Hot waterschap Do Hoon ligt geheel in het waterschap Houten, terwijl de waterschappen Vechter- en Oudwulverbroek, Liesbos, Vuylcop en De Lee- on Rietsloot slechts gedeeltelijk tot het gebied van hot waterschap Houten behoren- Evenals laatstgenoemd waterschap komen ook do waterschappen Vechter- en Oudwulverbroek, Do Lee- on Rietsloot, Do Hoon en Vuylcop slechts gedeeltelijk op dit blad voor, (Zie verder do bladen Gorinchem Oost, Utrecht Oost en Amersfoort West,)

Het waterschap is hoofdzakolijk belast met het onderhoud van de wegen in de gemeente Houten, Verder heeft het waterschap het toezicht on beheer over enkele waterleidingen, dammen, kaden en kunstwerken.

Do belastbare oppervlakte is ± 3280 ha,

(Vervolg Z.O.Z.)


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex lauden, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van do omringende wateren; dus een gebied mot oen eigen waterstand.

Polders zijn in do regel door waterkeringen omsloten.

Do polders hebben in verschillende tinton de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwatoron. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgovon door een donkere bios van dezelfde kleur. Van polders, die afwatoron op twoo boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd, In hoge gronden zijn do voornaamste waterleidingen aangogevon met do kleur van de boezem of hot stromende water, waarop zij afwatoron- Een brode bies van dezelfde kleur geeft de grens van hot boezemgebied aan; oen smalle bies de ondorvordoling-

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst-

Do namen van gereglementeerde waterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangegeven-

Zie voor gegevens van de provincie Noordbrabant omtront kanalen, vaarten, stromende wateren, reglomenton, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in hot gebied, waarover do kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen, verveningen en droogmakerijen, bedijkingen on waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur, de beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart-


VERKLARING DER TEKENS


Oliegemaal

Zuiggasgcmaal

Electrisch gemaal


V 27-1» •* met hulpm.


Hpitt-rliiiig; Alg. Difitst I{ijh.aiatprstaat.

Keprothulip : TopograJiiuhp Hipii.a.


Schaal 1 : 50000


UTRe^HT 3? W . O


AMERSFÖORT 32 w ; o »HJKEN 39


^ORINCHEM 30

0EERTRUKOENB. M ’SHERTOSENB. 95

W O w 0 -


ZUTPHÈN33 W J o ARNHEM 40 1EN3 : 2EN4

VIERUNGSBEEK 46


Herzien in 1953.

Ged. hijgewerkt tot 1954.



met opgave van de aard van hot bemalingsworktuig (c = eentrifugaalpomp; s = schroefpomp; sr = scheprad; v = vijzel) on het aantal m’ watervorzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogto-


Schepradwatermolen met vlucht in m.


Schepradwatermoleii mot vlucht in m en mot olio- of oloctromotor als hulpkracht.


^7 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Windmotor met raddiamotor m m.


'^ Schutsluis.

Keersluis.

Stuw of stenen dam-

* Stuw mot schuif.

Uitwateringssluis.

gt;lt; Hulpul. jiuipsiuig ((loot dienst bij veel waterbezwaar).


gt;lt; Inl.d. iniaatsluis-


Grondduikor onder oen watorloiding-



°^~® Grondduikor onder oen waterleiding mot afsluiting-


Peilmork van het N-A-P


Peilschaal-


UniversIteits bibliotheek Utrecht


■™° Peilschaal geregeld waargenomen-

z.p. I.7.3 Zomerpeil van polders )

in m t-o-v- N-A-P, ^■^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfors nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1

1'1931 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kilomoterpaal,

Verharde weg,

— Spoorweg,

Uil ha Grootto van polders in ha volgens meting op do kaart met de planimeter.

Waterkorendo dijk.

inmmimiliu Ovorlaat.

1 I ^- Dijkvordediging, strekdammen, kribben.

Administratieve grens van waterschap Da Lee- on Rietsloot.

____Administratieve grenzen van watorsehappon. Deze zijn doorgaans alleen aangegovon waar zij afwijken van do waterstaat.

______Provinciale grens.

----------Toe- en afvoerleiding’'rioolgemaal.


Do waterstaatskaarten zijn à f 5,— por stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf te ’s Gravenhago on door bemiddeling van alle postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


RHENEN WEST


-ocr page 96-

Waterschap Rijn en Dijk

Het bijzonder reglement is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Utrecht van 24 Juli 1863 on is opgenomen in het provinciaal blad no 108 van dat jaar. Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 187 van 1899, no 120 van 1911, no 70 van 1913, no 109 van 1920 en no 134 van 1921.

Tot het gebied van dit waterschap behoren gedeeltelijk de waterschappen Vechter-on Oudwulverbroek en Do Leo- en Rietsloot. Evenals hot waterschap Rijn on Dijk komen ook beide voornoemdo waterschappen slechts gedeeltelijk op dit blad voor. (Zio vorder de bladen Utrecht Oost, Gorinchem Oost en Amersfoort West.)

Het waterschap is hoofdzakelijk belast met het onderhoud van wegen in do gemeenten Bunnik, Odijk en Werkhoven. Verder is hot waterschap belast met het beheer en onderhoud van enkele waterleidingen en kunstwerken.

Do belastbare oppervlakte is 3411 ha.

Gelderland

De polders in Gelderland hebben in het algemeen geen bijzondere reglementen, doch worden beheerst door het Roglomont op het Boheor der Riviorpolders (prov. blad no .52 van 1934). Voor later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 82 van 1936, no 10 van 1937, no 31 en no 67 van 1942, no 43 van 1948 en no 74 van 1951. Onder dit reglement vallen de polderdistricten, de dorpspolders en de buitenpolders. Do dorpspolders staan onder toezicht van de polderdistricten; de polderdistricten on do buitenpolders staan onder rechtstreeks toezicht van Gedeputeerde Staten.

Er zijn ook polderdistricten zonder dorpspolders. Do buitenpolders zijn de polders, die buiten de polderdistricten zijn gelegen. Alle polderdistricten en dorps-|)olders zijn vermeld in een bij genoemd reglement gevoegde staat A en de buitenpolders in een bij het reglement gevoegde staat B.

Oxi dit blad komen geheel of gedeeltelijk de navolgende polderdistricten en dorpspolders voor; Lek en Linge (het polderdistrict is opgericht bij besluit der Prov. Staten van Gelderland van 23 April 1954, prov. bl. no 120 van 1954; bij hetzelfde besluit is opgericht het Wegschap Mariënwaard en zijn opgeheven het poldenlistrict Buren met do tot dit district behorende dorpspolders Achter den Haag, Asch, Beusiohem en Zoelmond, Buurmalsen en Tricht, alsmede het polderdistrict Culenborg en de buitenpolders Acquoij, Beesd, de Geeren, Mariënwaard on Rhenoy); Noderbetuwe (do dorpspolders van dit polderdistrict zijn bij besluit der Prov. Staten van Gelderland van 16 December 1952, no F 2, prov. bl. no 153 van 1953, opgohoven); Tielerwaard (de dorpspolders van dit polderdistrict zijn bij besluit der Prov. Staten van Gelderland van 23 April 1964, prov. bl. no 119 van 1954, opgeheven); Bommelerwaard boven de Meidijk (do dorpspolders van dit polderdistrict zijn bij besluit der Prov. Staten van Gelderland van 23 April 1964, prov. bl. no 118 van 1954, opgeheven; bij hetzelfde besluit is ingetrokken het Reglement op het beheer der stoomgemalen en van de waterwerken, daarmede in verband staande, in het polderdistrict van do Bommelerwaard boven do Meidijk, vastgesteld bij hun besluit van 16 Juli 1864, no 6, goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 4 Juli 1866, no 49 (Provinciaal blad no 129 van 1866); Rijk van Nijmegen on Maas en Waal mot de dorpspolders Wamel, Droumel en Alphen.

Gelderland en Zuidholland

Waterschap van de Linge

Het reglement voor het waterschap de Lingo-uitwatoring werd vastgosteld bij Koninklijk besluit van 23 October 1880, no 15 {Staatsblad no 183). Het werd later meermalen gewijzigd.

Bij besluit der Provinciale Staten van Zuidholland en Gelderland respectievelijk van 17 December 1940 en 8 Januari 1941 werd het reglement voor het waterschap opnieuw herzien en o.m. de naam veranderd in ,,Waterschaj) van do Beneden-Linge”. Het reglement mot alle wijzigingen werd opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad van Zuidholland no 1136, onder volgnummer 1886 en in het provinciaal blad van Gelderland no 32 van 1941.

Het reglement voor de Boven-Linge werd vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van Gelderland van 16 Juli 1941 no 259, Prov. blad no 33 van 1941, krachtens wolk roglomont het beheer en onderhoud van de Bovenlinge berust bij de polderdistricten Overbotuwe on Nederbetuwe.

Bij besluit der Provinciale Staten van Zuidholland en Gelderland respectievelijk i’an 17 December 1952, no VI on 16 December 1952 no F-IA werd hot waterschap van do Benoden-Linge opgohoven on het waterschap van de Lingo opgorieht. Het reglement werd opgenomon in het buitengewoon provinciaal blad van Zuidholland no 1431, onder volgnummer 2181 on in het provinciaal blad van Gelderland no 11.3 van 1953. Hot tijdstip van inwerkingtreding van het gemeenschappelijk besluit der Staten werd bepaald op 1 Juli 1953 (Provinciaal blad van Zuidholland no 1432, onder volgnummer 2182),

Bij besluit dor Provinciale Staten van Gelderland van 16 December 1952 no F-LB, prov. blad no 114 van 1953 werd het reglement voor de Boven-Linge ingetrokken.

Het bij de Lingeboozem belanghebbende gebied wordt begrensd door de bandijken van hot Pannerdonsch Kanaal, de Nederrijn en de Lek, de Waal en de Merwedo tot do grens tussen het hoogheemraadschap van de Alblasserwaard met Arkel beneden de Zouwe en dat van de Vijfheerenlanden, met buitensluiting van de voormalige dorpspolder De Marsch, Lede en Oudewaard en van de dorpspolder Her-wijnen.

Het omslagplichtige gebied van het waterschap is groot 69 433 ha.

De taak van het waterschap is het beheer van de Lingeboezem ten behoeve van de afwatering, de watervoorziening en de scheepvaart, benevens de bescherming van de hoedanigheid van het water.

De voornaamste werken bij het waterschap in beheer en onderhoud zijn: do Linge van de inlaatsluis to Doornonburg tot de Arkelsche Dam, de Korne met inbegrip van de Stadsgracht van Buren, van do stuw aan het boveneinde der stadsgracht af, het Kanaal van Stoenenhoek, de dijkon langs dit kanaal voorzover niet in onderhoud bij anderen, het toevoerkanaal van het gemaal bij Het Pannenhuis onder Lakemond, de inlaatduiker met toevoerkanaal te Doornenburg, do stuwen in do boezem; de gemalen bij Het Pannenhuis, op de grondduiker onder het Kanaal van Amsterdam naar de Bovenrijn en te Steenenhoek; de Steenenhookso kanaalsluis met de daarover gelegen brug te Gorinchem, do spuisluizen, de schutsluis en do brug in do Morwededijk te Steenenhoek.


Wijdte in do dag m


In de Noorderlingedijk

De sluis wordt niet meer gebruikt.


In de Zuiderlingedijk


Deil, één opening, afsluitbaar met één paar puntdeuren.

Ü. Uitwateringssluis van de voormalige dorpspolder Zennetvijnen en een deel van de voormalige dorpspolder Drumpt, één opening, afsluitbaar met één schuif . . . .

iedere opening...............5,00

IJ. Tedingwaardse sluis, uitwateringssluis van het noordelijk deel van de voortnalige dorpspolder Drumpt, één opening, afsluitbaar met één schuif.........0,50


In de Rechterbandijk van de Waal

Z. Prins Bernhardsluis, gekoppelde schutsluis tussen het Amsterdam—Rijnkanaal (Betuwepand) en de Waal te Tiel met drie achter elkander gelegen schutkolken, afsluitbaar met een hefdeur, drie paar puntdeuren en twee naaldkeringen, schutkolklengte van de zuidelijke kolk 97,33 m, van de middelste 163,70 m en van de noordelijke 98,75 m, de totale schutkolklengte bedraagt 362,38 m . . nbsp;nbsp;nbsp;18,00

Aan de rivierzijde ligt een fokdorpel.......

Langs de sluis zijn aan weerszijden inlaatriolen aangebracht .....................3,20

bodem buitenltoofd............. bodem binnenhoofd.............


Aj. Inlaatsluis voor de Stadsgrachten van Tiel, één opening, afsluitbaar met twee schuiven.......1,00

B^. Inlaatsluis voor de Linge (via het kanaal ten zuiden van Tiel), twee openingen, ieder afsluitbaar met twee rijen schotbalken ; de noordelijke opening is tevens voorzien van tolkleppen

iedere opening...............5,00


In de Rechterbandijk van de Maas

Cj. Uitwateringssluis voor het gemaal van het polderdistrict Rijk van Nijmegen en Maas en Waal, bestaande uit drie kokers, ieder afsluitbaar met één schuif, één rij schotbalken en één klep


tedere koker................2,50

Aan weerszijden van het getnaal één koker, dienende voor vrije lozing, ieder afsluitbaar met één schuif en één klep iedere koker................2,50


Overige sluizen


SLUIZEN 1)


Wijdte Slagdrcmpel-in do dag diepte in m m — N.A.P.


In de Rechterbandijk van Nederrijn en Lek


Aan de rivierzijde van de sluis ligt een fokdorpel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,70


Di. Schutsluis te Werkhoven tussen het 2e en 3e pand van de Kromme Rijn, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,90 m

Beoosten de schutsluis bevindt zich een stroomsluis, afgesloten door schotbalken

Ej. Schutsluis te Cothen tussen het le en 2e pand van de Kromme Rijn, met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 27,90 m

bovenslagdrempel.............. benedenslagdrempel.............

Beoosten de schutsluis bevindt zich een stroomsluis, afgesloten door schotbalken

Fj. Uitwateringssluis van de Stadsgrachten van Wijk bij Duurstede op het le pand van de Kromme Rijn, bestaande uit een betonnen koker, afsluitbaar met één schuif 1,05

Gi. Schutsluis ten noorden van Wijk bij Duurstede, in het benedengedeelte van de Amerongerwetering, bestaande uit twee houten schutten, schutkolklengte 25,— m

De sluis wordt niet meer gebruikt.


Hj. Keersluis m de Cothergrift ten zuidwesten van Nederlangbroek, één opening, afsluitbaar met twee rijen schotbalken

Ij. Betonnen stuw in de Korne beoosten Buren, één opening, afsluitbaar met één tweedelige schuif

Kj. Betonnen stuw in de Linge beoosten Buurmalsen, twee openingen, ieder afsluitbaar met één tweedelige schuif iedere opening

Li. Betonnen stuw in de Linge bewesten Wadenoijen, twee openingen, ieder afsluitbaar met één tweedelige schuif, iedere opening

Mi. Betonnen stuw in de Linge te Kapel-Avezaath, twee openingen, ieder afsluitbaar met één tweedelige schuif iedere evening


In de Linkerbandijk van Nederrijn en Lek


Slagdrempel-diepte in m — N.A.P.

0,15

0,40

-F 0,90

N.A.P.

0,30

0,12

-F 0,50

1,83

1,55

2,30

2,20

1,22

2,40

3,13

2,35 1.61

0,73 2,95

4,30

1,58

-F 0,50

-F 0,50

0,05

0,10

-F 0,30

0,15

-F 0,05

bodem

2,63

1,85

vloer

0,76

0,60

0,65

N.A.P.

-L 0.80


G. Prinses Marijkesluis, twee naast elkaar gelegen schutsluizen te Ravenswaay tussen het Amsterdam Rijnkanaal (Betuwepand) en de Lek, iedere schutsluis met twee paar puntdeuren en twee naaldkeringen, schutkolk-lengte 275,— ..........._....... •

De noordoostelijke sluis doet dienst als keersluis. Aan de rivierzijde ligt een fokdorpel. .....

Betonnen koker — doet dienst bij bemaling — langs de noordoostzijde van de sluizen, met aan de kanaal-zijde twee openingen

iedere opening...............


Oulemborg, één opening, afsluitbaar met twee schuiven iedere schuif...............0,70 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-F 1,90

K. Uitwateringssluis te Everdingen, bestaande uit

drie kokers, ieder afsluitbaar met één schuif iedere koker...............l’^H nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;


1) De schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren.


-ocr page 97-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

Kleur van de rechtstreeks op de grote rivieren afwaterende polders en hoge gronden

Van de hoge gronden die op de Nederrijn afwateren zijn de gedeeltelijk aan de oostelijke rand van dit blad voorkomende gebieden van de Korten-burgsche Beek en de Molenbeek, gezamenlijk groot 6700 ha en van de Heel-sumsche Beek groot 8600 ha, met afzonderlijke biezen aangegeven.

Het eerste pand van het Valleikanaal dat met de Nederrijn in open verbinding staat, loopt tot de Grebbesluis (damsluis no 1). Op dit pand dat een lengte heeft van 1,5 km loost de buitendijks gelegen polder genaamd- ,,de Blauwkamersche Buitenwaarde^^ groot 05 ha.

Dit kanaal, dat uitsluitend als afwateringskanaal dienst doet, loopt van de Nederrijn bij de Grebbe tot de Eem bij Amersfoort. Het is ongeveer 37,4 km lang en is door zeven sluizen in acht panden verdeeld. Er zijn negen sluizen, doch de sluizen nos 7 en 8 doen geen dienst als stuw. De bodembreedte wisselt van 5,50 m tot 15,00 m ; de diepte bij de aangenomen hoogwaterafvoer bedraagt 1,70 m tot 2,57 m. De totale oppervlakte van het gebied, dat op het Valleikanaal afwatert, bedraagt 64 590 ha.

Het kanaal met de kunstwerken zijn in beheer en onderhoud bij de provincie Utrecht.

De volgende panden komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor.

Eerste pand van de Nederrijn tot, do Grebbesluis (damsluis no 1) (zie onder I).

II A. Tweede pand, van de Grebbesluis (damsluis no 1) tot de schot-balksluis in de slaperdijk aan de Roode Haan (damsluis no 2)

De lengte bedraagt 13,9 km. Het stuwpeil wisselt va7i 4,60 m tot 4,80 m 4- N.A.P.

De totale oppervlakte van het stroomgebied, bestaande uit hoge grondeti grotendeels gelegen in de waterschappen Grebbe en Wageningen en Ede, bedraagt 9 250 ha. Het bestaat uit twee delen, respectievelijk groot 3 450 ha en 5800 ha. Het gebied van 3 450 ha ligt ten westen van het VaUeikatiaal eti loost dooi' verschillende kleine watergangen gedeeltelijk rechtstreeks en gedeeltelijk via een evenwijdig met het kanaal lopende bermsloot op dit kanaal.

Het gebied groot 5 800 ha ligt ten oosten van het Valleikanaal en loost door verschillende waterga7igen rechtstreeks op dit kanaal.

Door stuwen en afsluitbare duikers worden verschillende watergangen in beide delen van het gebied, ten behoeve van de watervoorziening van de aanliggende gronden op een hoger peil gehouden.

II B. Derde pand, van de schotbalksluis in de slaperdijk aan de Roode Haan (damsluis no 2) tot de schotbalksluis in de spoorbaan Utrecht- Ede (damsluis no 3)

De lengte bedraagt 3,6 km. Het stuwpeil wisselt van 3,90 7n 4’ lo^ 4,30 m 4- N.A.P.

Het gebied, dat zij7i water op dit pand afwerf, heeft een grootte van 3080 ha en bestaat uit twee delen, respectievelijk groot 240 ha en 2 840 ha. Het gebied van 2 840 ha komt gedeeltelijk aan de 7ioordelijke ra7id van dit blad voor. (Zie verder blad Amersfoort Oost).

De totale oppervlakte van het stroo^ngebied, bestaande uit hoge gronden bedraagt ongeveer 11 690 ha. Hiervan ligt 10 785 ha in het waterschap Heiligenbergerbeek. Het water van dit gebied wordt afgevoerd via de Wouden-bergsche Grift, de Heiligenbergerbeek e.a. op de stadsgrachten van Adners-foort en vervolgens door een tweetal sluizen en een stuw op de Eetn. (Zie blad A 7nersfoort West ).

De oppervlakte van het stroomgebied dat voor een klein deel aan de ivestelijke rand van het blad voorkoj7it, bedraagt 1000 ha (Zie verder blad Rhenen West).

V, De Linge (Kanaal van Steenenhoek)

Het op de Linge afwaterende gebied omvat alle landen, welke teti noorden begrensd wordeti door de bandijken van Nederrijn en Lek, te^i westen door de Bazel- en Zouwedijk langs de Oude Zederik en door de Arkelsche dijk langs de Linge tot Gorinchem, ten zuiden door de bandijken van Merwede en Waal en ten oosten door de bandijken van Pannerdensch Kanaal en Nederrijn met uitzondering van de voormalige dorpspolder De Marsch, Lede en Oude-waard die op de Nederrijn en van de dorpspolder Herwijnen die op de Waal loost.

De totale oppervlakte van het stroomgebied is ongeveer 71 000 ha. Hierin is niet begrepen het ruim 2 000 ha grote winterbed van de Linge.

De Linge begint bij Doornenburg in het bovengedeelte van de Overbetuive kruist ten oosten van Zoelen het A^nsterdam—Rijnkanaal en loost door de Steenenhoekse kanaalsluis te Gorinchetn op het Kanaal van Btee^ienhoek. Bij onvoldoende natuurlijke lozing wordt de Linge, via dit kanaal, te Steenenhoek op de Merwede afgemalen door het op 31 October 1945 in bedrijf gestelde dieselgemaal „Mr Dr G. Kolff\ Dit gemaal vervangt het in 1865/66 gestichte schepradstoomgemaal.

Ter verbetering van de waterafvoer en ter gedeeltelijke ontlasting van het op de Benedenlinge door de Bovenlinge aangevoerde water, zomede voor de watervoorziening in droge tijden, zijn de volgende verbeteringswerken in de faren 1950—1954 uitgevoerd :

een aftakking van de Bovenlinge ten westen van Hemmen naar Het Pannenhuis aan de Rijndijk, met ter plaatse een dieselge^naal voor bemaling van de Bovenlinge op de Nederrijn ;

een electr. gemaal op de syphon, waarmede de Bovenlinge onder het Amsterdam—Rijnkanaal wordt doorgevoerd, voor bemaling van de Bovenlinge op dit kanaal, met tegelijkertijd versterking van het Rijks-gemaal te Rijswijk (zie blad Rhenen West) ;

een inlaatsluis in de linkerbandijk van het Pannerdensch Kanaal (zie blad Arnhem West) ;

een aantal stuwen in de Linge.

Waterinlating ten behoeve van de watervoorziening van het Lingegebied in droge tijden heeft plaats uit het Pannerdensch Kanaal door de inlaatsluis onder Doornenburg, uit de Waal via het inundatiekana(d ten zuiden van Tiel, en door inmaHing uit de Nederrijn en het Amsterdam—Rijnkanaal (Betuwepand) door de hierboven onder a en b genoemde gemalen.

De waterstand op de Linge van Buren tot Gorinchem en op het Kanaal van Steenenhoek wordt zoveel mogelijk gehouden op 0,80 m 4- N.A.P.De gewenste stuwpeilen vóór de op dit blad voorkomende stuwen L, M en N bedragen in de zomer respectievelijk 6,40 m, 5,80 m en 4,80 m 4- N.A.P.

De Linge van de inlaatsluis te Doornenhurg tot de Arkelsche Dam, de Korne met inbegrip van ée^HteFdsgracht van Buren, het Kanaal van Steenenhoek en het toevoerkanaal naar het gemaal bij Het Pannenhuis onder Lakemond zijn in beheer en ündei'Tiöud bij het Waterschap van de Linge ; beneden Arkelse Dam zijn de Linge en de kruising van het Menvedekanaal met het Kanaal vOWlSrëënenhoek bij het Rijk in onderhoud.

De Leeuwensche Wetering, de Rijksche Wetering en de Blauwe Wetering vormden vóór 1953 drie afzonderlijke boezems, die door drie uitwateringssluizen, de Leeuwense sluis, de Rijkse sluis en de Blauwe sluis op de Maas boven de stuw te Lith konden afwateren. Bij gestremde natuurlijke lozing werden de weteringen op de rivier afgemalen door drie bij deze sluizen gebouwde stoomgemalen. De Leeuwensche Wetering kon bovendien door middel van een hulpsluis via de polder Alphen, op de Maas beneden de stuw te Lith lozen.

De bovengenoemde drie gemalen doen thans geen dienst meer. De Leeuwense sluis is vervallen, de beide overige sluizen {G e?i I) doen nog dienst voor het inlaten van water.

De weteringen zijn in 1953 met elkander in open verbinding gebracht en vormen thans met één in genoemd jaar gegraven hoofdwetering naar de uitwateringssluis ten westen van Alphen (zie blad Rhenen West) één boezem. Door deze sluis loost de boezem thans op de Maas beneden Lith. Door één in 1952 gebouwd gemaal bij de uitwateringssluis kan de boezem, bij onvoldoende natuurlijke lozing, op de Maas worden afgemalen.

Het boezempeil bij het gemaal bedraagt ongeveer 2,60 m 4quot; N.A.P.

Door verschillende stuwen en keersluizen wordt de wetering plaatselijk opgestuwd ten behoeve van de aangrenzende polders. De gewenste zomer-stuwpeilen bedragen, boven het Horssense schutlaken (Q) 5,80m 4- N.A.P., boven de stuw bij de Lage Zijvond (P) 4,50 tot 5,00 m N.A.P. en boven de stuw bij de Langhartige steeg (0) 4,10 m 4- N.A.P.

De oppervlakte van het op de boezem afwaterend gebied, bestaafide uit polders en boezemland bedraagt 11 245 ha. In deze oppervlakte is niet begrepen 230 ha polderland en hoge gronden die via de Broeksche Leigraaf tevens op de Nieuwe Wetering kunneti afwateren.

De boezem met gemaal en de kunstwerken zijn in beheer en onderhoud bij het polderdistrict Rijk van Nijmegen en Maas en Waal,

Deze wetering begint bij de Teerse sluis voorkomende op blad Arnhem West en loost bij Appeltern door de Appelternse sluis (sluis K) op de Maas. Bij hoge buitenwaterstanden wordt de wetering op de rivier afgemalen door het stoomge7naal bij de Appelternse sluis.

Het zo^nerpeil bij het gemaal bedraagt ongeveer 5,50 m 4- N.A.P., het winterpeil 4,80 m 4- N.A.P. Het stuwpeil boven de stuw te Bergharen bedraagt in de zomer ongeveer 5,90 m 4“ N.A.P., in de winter ongeveer 5,30 m 4~ N.A.P.

De oppervlakte van de op de boezem lozende polders, boezemlatid en de beoosten het Maas Waalkanaal gelegen hoge gronden bedraagt 13 370 ha. Hierin is niet begrepen 230 ha poklerkmd en hoge gronden, die via de Broeksche Leigraaf tevens op de Leeuwensche Weterwg e.a. (gebied VI) lozen.


watelstaatskartografie

Te7i behoeve van de V)atervoo7^iemngin“o[rogeT7gSen7ïeefT‘VlSTS’f^TftllTl!Tl(^^ plaats door een tweetal inlaatsLiizen (zie blad Arnhem West) uit het Maas IKaalkanaal.

De wetering, gemaal en overige kunstwerken zijn in beheer en onderhoud bij het polderdistrict Rijk va7i Nijfnegen en Maas en Waal.


VIII, Maas beneden de stuw te Grave

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 433 ha. Het peil waarnaar ivordt gestreefd, bedraagt 4,50 m N.A.P. De gemiddelde zomerstand is 4,61 m N.A.P., de gemiddelde winterstand 4,80 m 4- H.A.P.

Het gebied bestaat uit polder- en boezetnland, waarvan slechts een klein deel aan de zuidelijke rand van het blad voorkomt (zie voorts de bladen ^s-Hertogenbosch West en Oost en Rhenen West).

IX, Hertogswetering

Een klein deel van de tot het boezemgebied behorende waterschappen, De Polders van Ravenstein, ^s Lands van Alegen en Het Hoog Hemaal, komen aan de zuidelijke rand van het blad voor (zie verder blad ^s-Hertogen-

West).


bosch Oost en


OPRICHTING

In 1934 besloten de

EN OPHEFFING VAN WATERSCHAPPEN IN

DE GELDERSCHE VALLEI

Staten van Utrecht en Gelderland tot de aanleg van het Valleikanaal; het Kijk verleende daarin een subsidie ten bedrage van 45 %.Door de aanleg van dit kanaal werd do mogelijkheid verkregen de verbetering van de afwatering in de verschillende stroomgebieden onafhankelijk van elkander ter hand te nemen. Daartoe werden do in het gebied bestaande zeven waterschappen opgehoven en vijf nieuwe opgericht, welke elk een geheel stroomgebied omvatten. Voorts werd opgericht het dijkschap Grebbedijk.

Deze reorganisatie is tot stand gekomen bij gelijkluidend besluit van de Provinciale Staten van Gelderland on Utreclit van rosp. 28 Mei on 1 Juni 1948, koninklijk goedgekeurd op 23 November 1948 on opgenomen in het provinciaal blad van Gelderland no 64 van 1948 en in dat van Utrecht no 49 van dat Jaar. Het besluit is in werking getreden op 1 Januari 1949.

dit het het hot het het het

Bij 1.

3,

4,

6.

De

besluit werden opgericht en gereglementeerd: waterschap van do Barnoveldse Beek; waterschap Grebbe;

waterschap Hoiligonbergorbeek;

waterschap Lunterso Boek;

waterschap Wageningon en Ede;

dijkschap Grebbedijk.

onder 2 en 3 genoemde waterschappen liggen in do provincie Utrecht; do overige in do provincies Gelderland en Utrecht. Het omslagplichtig gebied van het dijkschap Grebbedijk ligt in do waterschappen Grebbe en Wageningen en Ede.

3.

4.

De bij gelijkluidend besluit van de Staten van Gelderland en Utrecht van 28 Mei/1 Juni 1948 opgeheven waterschappen zijn de volgende: hoemraadschap do Kivior de Eom, boken en aankleve van dien; Collégien der Exonoroerondo Landen; waterschap, genaamd Het Veenraadschap der Gelderscho en Stichtsche Veenon;

buitenpolder Maanen on Veldhuizen; waterschap Do Khenonscho Nude en Achtorborgsche Hooilanden;

College ter Directie van den Slaperdijk;

7. polderdistrict Wageningon en Bennekom.

WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN BEHARTIGEN

Gelderland

Do polders in Gelderland bobben in hot algomoen geen bijzondere reglomonton, doch worden beheerst door hot Reglement op hot Behoor der Riviorpolders (prov. blad no 52 van 1934). Voor later aangebrachto wijzigingen zio de provinciale bladen no 82 van 1936, no 10 van 1937, no 31 en no 57 van 1942, no 43 van 1948 en no 74 van 1951. Ondor dit reglement vallen de polderdistricten, de dorpspolders on de buitenpolders. De dorspoidors staan ondor toezicht van de polderdistricten; de polderdistricten on de buitenpolders staan onder rechtstreeks toezicht van Gedeputeerde Staten.

Er zijn ook polderdistricten zonder dorpspolders. Do buitenpolders zijn de jjolders, die buiten do polderdistricten zijn gelogen. Alle polderdistricten on dorpspolders zijn vermeld in oen bij genoemd reglement gevoegde staat A on do buiton-polders in een bij het reglement gevoegde staat B.

Op dit blad komen geheel of gedeeltelijk de navolgende polderdistricten voor: Noderbetuwe; Overbetuwe (van beide voornoemde polderdistricten zijn de dorpspolders bij besluit der Provinciale Staten van Gelderland van 16 December 1952 no F 2, prov. bl. no 153 van 1953, opgehevon); Rijk van Nijmegen en Maas on Waal mot de dorpspolders Dreumel, Alphen, Wamel, Leeuwen, Maasbommel, Altforst, Appeltern, Horssen, Puiflijk, Druton, Afferdon, Doest, Bergharen, Batenburg, Leur, Hemen, Wijehon, Winssen, Ewijk on Beuningon.

Gelderland en Zuidholland

Waterschap van de Linge

Het reglement voor het waterschap do Linge-uitwatering werd vastgesteld bij Koninklijk besluit van 23 October 1880, no 15 {Staatsblad no 183). Het word later meermalen gewijzigd.

(Vervolg Z.O.Z.)


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren; dus oen gebied met oen eigen waterstand.

Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten. De polders hebben in verschillende tinten de kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden on boezemland zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn de voornaamste 'waterleidingen aangegeven met de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Een brede bios van dezelfde kleur geeft de grens vati hot boezemgebied aan; oen smalle bies do ondervortleling.

Daar, waar een waterloop do grens van oen stroomgobied vormt, is de bies onderbroken.

Bij belangrijke waterleidingen is de benaming in rood geplaatst.

Do namen van gereglemontoorde waterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zio voor gegevens van de provincie Noordbrabant omtrent kanalen, vaarten, stromende wateren, reglementen, waterschappen, die geheel of gedeeltelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrokt, voorkomen, waterkeringen, overstromingen verveningen on droogmakerijen, bedijkingen en waterstanden, alsmodo voor geraadpleegde literatuur, de beschrijving van de provincie Noordbrabant behorende bij do Watorstaatskaart.

^quot;'^ïT

X r 2x.375 . 4.0

.30

3.5

M8.0

VERKLARING DER TEKENS

Stoomgemaal nbsp;nbsp;nbsp;\ Met opgave van de aard van het bemalingswerktuig p,, i- ‘ ,r nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;A (c = centrifugaalpemp; s = Schroefpomp; sr ~

” nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i scheprad; v = vijzel) on hot aantal in'* waterverzot Oliegemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/ per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogto.

Schepradwatermolen met vlucht in m.

Klein gemaaltjo.

Keersluis.

Stuw of stenen dam.

Stuw mot schuif of schotbalken.

Uitwateringssluis.

gt; lt;nbsp;Inl. xL

Inlaatsluis.

Universiteitsbibliotheek 1^ Utrecht

X Hutp.^luis Hulpsluis (doet dienst bij veel watorbezwaar).

Grondduiker onder een waterleiding.

Grondduiker onder oen waterleiding met afsluiting.

Poilmerk van hot N.A.P.


Peilschaal.


S.S. 5.48

6.7

195 ha

Peilschaal geregeld’ waargenomen.

Gewenste zomerstand in een polder. 1

[ in m t.o.v. N.A.P.

Hoogtecijfers. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j

P* 909


Kilometerpaal.


Verharde weg.

Spoorweg.

Grootte van polders in ha volgens meting op de kaart met do planimeter.

Waterkerondo d ij k.

Dijkverdodiging, strekdammen, kribben.

Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn doorgaans alleen aangegeven waai’ zij afwijken van de waterstaat.

Provinciale grens.

Toe- en afvoerleiding rioolgemaal.

Do watorstaatskaarten zijn à f 5,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverij bedrijf te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van allo postkantoren.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN

RHENEN OOST




-ocr page 98-

Bij besluit der Provinciale Staten van Zuidliolland en Gelderland respectievelijk van 17 December 1940 en 8 Januari 1941 werd het reglement voor het waterschap opnieuw herzien on o.m. do naam veranderd in ,»Waterschap van de Beneden-Linge”. Het reglement met alie wijzigingen werd opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad van ZuidhoUand no 1136, onder volgnummer 1886 en in hot provinciaal blad van Gelderland no 32 van 1941.

Het reglement voor de Boven-Linge werd vastgestold bij besluit der Provinciale Staten van Gelderland van 16 Juli 1941 no 259, prov. blad no 33 van 1941, krachtens wolk reglement het beheer en onderhoud van do Bovenlingo berust bij do polderdistricten Overbetuwe en Nederbetuwe.

Bij besluit der Provinciale Staten van ZuidhoUand en Gelderland respectievelijk van 17 December 1952, no VI en 16 December 1952 no F-1A werd het waterschap van de Beneden-Linge o})geheven en het waterschap van de Linge opgericht. Het reglement werd opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad van ZuidhoUand no 1431, onder volgnummer 2181 en in het provinciaal blad van Gelderland no 113 van 1953. Het tijdstip van in werkingtreden van het gemeenschappelijk besluit der Staten werd bepaald op 1 Juli 1953 (Provinciaal blad van ZuidhoUand no 1432, onder volgnummer 2182).

Bij besluit der Provinciale Staten van Gelderland van 16December 1952 noF-lB, juov. blad no 114 van 1953 werd het reglement voor de Boven-Linge ingetrokken.

Het bij de Lingeboezem belanghebbende gebied wordt begrensd door do bandijken van het Pannerdensch kanaal, de Nederrijn, en de Lek, de Waal en do Merwede tot de grens tussen het hoogheemraadschap van do Alblasserwaard met Arkel beneden (le Zouwe en dat van do Vijfhoerenlanden, met buitensluiting van de voormalige dorpspolder De Marsch, Ledo en Oudewaard en van de dorps-polder Herwijnen.

Het omslagplichtig gebied van het waterschap is groot 69 433 ha.

Do taak van het waterschap is het beheer van do Lingeboezem ten behoeve van do afwatering, de watervoorziening en de scheepvaart, benevens de bescherming van de hoedanigheid van het water.

Do voornaamste werken bij het waterschap in beheer en onderhoud zijn: de Lingo van do iniaatsluis te Doornenburg tot do Arkelscho Dam, de Korne met inbegrip van de Stadsgracht van Buren, van de stuw aan het boveneinde der stadsgracht af, het Kanaal van Steenenhoek, de dijken langs dit kanaal voorzover niet in onderhoud bij anderen, het toevocrkanaal van het gemaal bij Het Pannenhuis onder Lakemond, de inlaatduiker met toovoerkanaal to Doornenburg, do stuwen in de boezem; de gemalen bij Het Pannenhuis, op de grondduiker onder hot Kanaal van Amsterdam naar do Bovenrijn en te Steenenhoek; de Steonenhoekse kanaal-sluis met do daarover gelogen brug te Gorinchem, do spuisluizen, de schutsluis en de brug in de Merwededijk to Steenenhoek.

Noordbrabant

Zie voor gegevens over do waterschaj)pen die in do provincie Noordbrabant gelegen zijn, de provinciale beschrijving behorende bij do waterstaatskaart.


SLUIZEN

In de Rechterbandijk van de Nederrijn


Wijdte Slagdrompel-in do dag diepte in m m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-p N.A.P.


Oosteiijko opening, buitenzijde twee rijen schotbalken en één paar puntdeuren, binnenzijde één paar puntdeuren en één rij schotbalken. Deze opening kan dienst doen als schutsluis, de schutkolklengte — gemeten tussen de deuren — bedraagt 13,35 m........5,00

Door deze sluis heeft tevens, bij lage rivierstanden, de vrije lozing van het rioolwater plaats en bij hoge riviersta^iden de toevoer ervan naar het gemaal.


3,44

3,44

6,10


In de Linkerbandijk van de Nederrijn



In de Rechterbandijk van de Waal

F. Uitwateringssluis (hulpsluis) van de buitenpolder ,,WillemspoldeP', één opening afsluitbaar met één schuif...................0,75


3,00


In de Rechterbandijk van de Maas

G. Rijkse sluis, voormalige uitwateringssluis — thans iniaatsluis —■ voor de Rijksche Wetering, één opening, aan de buitenzijde afsluitbaar met twee 'naftst elkander gelegen schuiven iedere schuif.............. aan de binnenzijde twee rijen schotbalken en één paar puntdeuren...........

H. Maasbommelso sluis, voormalige uitwateringssluis voor de dorpspolder Maasboinmel, één opening, aan de buitenzijde afsluitbaar met twee naast elkander gelegen schuiven

iedere schuif..............

aan de binnenzijde één deur....... De sluis wordt niet meer gebruikt.

L Blauwe sluis, voormalige uitwateringssluis — thans iniaatsluis — voor de Blauwe Wetering, één opening aan de buitenzijde afsluitbaar met twee naast elkander gelegen schuiven iedere schuif.............. aan de binnenzijde één paar deuren . . . .

K. Appeltornse sluis, uitwateringssluis voor de Nieuwe Wetering, één opening, aan de buitenzijde af-sbiitbaar met twee naast elkander gelegen schuiven iedere schuif.............. aan de binnenzijde één paar deuren . . . .

STUWEN

L. Betonnen stuw in de Linge bewesten de af-takking naar het gemaal aan Het Pannenhuis, één opening afsluitbaar met één tweedelige schuif . . . .

M. Betonnen stuw in de Linge bewesten de spoorbrug in de spoorbaan Nijmegen-Tiel, één opening afsluitbaar met één tweedelige schuif.......

N. Betonnen stuw in de Linge bij de Pottemse brug, één opening afsluitbaar met één tweedelige schuif

R. Betonnen stuw in de Nieuwe Wetering te Bergharen, één opening afsluitbaar met schotbalken .


1,85

3,65


3,65


3,26


1,15

1,84


3,28

3,33


1,75

3,10

1,80

2,95

6,00

6,00

6,00

4,30

3,55

2,30

3,50


3,20

3,40

3,97

4,17

4,20

3,52

2,41

1,51

1,82

3,46

4,40


-ocr page 99-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


I. Vrij op de grote rivieren afwaterende gronden

Het gebied bestaat uit hoge gronden, polderland en boezemïand. De hoge gronden, welke op de Neder-Bijn en op de IJssel afwateren en gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn onderverdeeld in:


IA. Het gebied, afwaterend door de Benkumsche Beken, groot 6700 ha.

IB. Het gebied, afwaterend door de Heelsumsche Beek, groot 8600 ha.

IC. Het direct op de Nederrijn en IJssel afwaterend gebied.

ID. Het gebied, afwaterend op de Oude Bijn, groot 9640 ha, met inbegrip van de polders, waarvan 6990 ha op Nederlands gebied.

Zie voorts de bladen Bhenen-Oost, Zutphen-West, Zutphen-Oost en Arnhem-Oost.


II. De Eerbeeksche Beek boven de watermolen te „De Haar”

Dit gebied komt voor een klein gedeelte aan de noordoostelijke rand van het blad voor en bestaat uit hoge gronden.

Zie voorts de bladen Zutphen-West en -Oost.


III. Gebied, afwaterend door de uitwateringssluis van het polderdistrict Lijmers te Giesbeek

Het gebied bestaat uit polderland en hoge gronden en is groot 5860 ha. Zie voorts het blad Arnhem-Oost.


IV. Wijlermeer

De voornaamste waterlopen, welke op dit blad voorkomen, zijn: Het Meer, de Otterlei, de Smalle Wielsche Wetering, de Zeelandsche Wetering en de Bosse Wässerung.

Het gebied bestaat uit polderland en hoge gronden en is groot 16 915 ha met inbegrip van de polders, waarvan 6775 ha op Nederlands gebied is gelegen. De boezem loost door de Meersluis (E) op de Waal en kan hierop worden bemalen door het dieselgemaal van het waterschap Nijmegen-Duitsche grens.

De vier polders, groot respectievelijk 100 ha, 160 ha, 280 ha en 395 ha, kunnen ’s zomers in bijzondere gevallen door sluis F op de Waal lozen.

Zie voorts de bladen Vierlingsbeek en Arnhem-Oost.


V. Nieuwe Wetering

De voornaamste waterlopen, welke op dit blad voorkomen, zijn: de Nieuwe Wetering, de Schaapswetering, de Keutergraaf, de Oude Wetering, de Ooigraaf, de Steenwijksgraaf en de Steeggraaf. Het gebied bestaat uit hoge gronden en polderland en is onderverdeeld in:

VA. Het gebied boven de Teersche Sluis, groot 6075 ha.

VB. Het gebied beneden de Teersche Sluis, groot 7295 ha.

Ten behoeve van de watervoorziening in droge tijden kan door twee inlaat-sluizen water worden ingelaten uit het Maas — Waalkanaal.

De Nieuwe Wetering loost bij Appeltern op de Maas en kan hierop worden bemalen.

Bij het samenstellen van de kaart is rekening gehouden met de plannen tot verbinding van het bovendeel van de Oude Wetering met de Nieuwe Wetering.

Zie voorts de bladen Bhenen-Oost, ’s-Hertogenbosch-Oost en Vierlingsbeek.


VI, Maas—Waalkanaal

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 70 ha; er wateren geen gronden op af. Het kanaalpeil bedraagt 7,50 m N.A.P., overeenkomende met het stuwpeil van de gekanaliseerde Maas te Orave.

Zie voorts het blad Vierlingsbeek.


VII. Linge

De voornaamste waterlopen zijn op de kaart aangegeven. Het gebied bestaat uit hoge gronden en polderland en wordt op dit blad onderverdeeld in:

VTIA. Het gebied, groot 5915 ha, ten oosten van de Bijksweg Arnhem-Nijmegen.

VUB. Het gebied ten westen van de Bijksweg Arnhem—Nijmegen, groot ± 65 085 ha.

De Linge loost via het Kanaal van Steenenhoek op de Merwede en kan door het dieselgemaal „Mr. Dr. 0. Kolff” op deze rivier worden bemalen. Voorts zal bij de grondduiker, welke de Linge onder het Amsterdam—Bijn-kanaal doorvoert, een gemaal worden gebouwd om overtollig Lingewater op dit kanaal te kunnen brengen, terwijl bij Pannenhuis aan de Bijnbandijk een gemaal zal worden gesticht om de Bovenlinge op de Bijn te kunnen bemalen.

De totale oppervlakte van het stroomgebied van de Linge is ongeveer 71 000 ha; hierin is niet begrepen het ongeveer 2000 ha beslaande winterbed.

Ten einde in droge tijden het gebied van de Boven-Linge van water uit het Pannerdensch Kanaal te kunnen voorzien, is bij Doornenburg een in-laatsluis gebouu'd en wordt de Boven-Linge door het verruimen van het profiel en het bomven van stuwen geschikt gemaakt als aanvoerleiding voor deze watervoorziening.

Zie voorts de bladen Bhenen-Oost en - West en Gorinchem-Oost en - West.


VERKLARING DER TEKENS

40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;f met opgave van de aard van liet bemalingswerktuig ■ 30 Elektrisch gemaal \ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i r

,3.7 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;“ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 (c = centrilugaalpomp, s = schroetpomp, « ; - vij-• nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Oliegemaal \ ^^jj ^^ j^^^ aantal m® waterverzet per minuut bij de nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Klein gemaaltje ( jn opgegeven opvoerhoogte

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine watermolen

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis of afsluitbare duiker

x ini.si. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluis

-o— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilmerk van het N.A.P.

-nor- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal

-aEr^“*' Peilschaal, geregeld waargenomen (Reg = registrerend)

p. 9.90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Polderpeil in m N.A.P.

‘i.‘ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfer in m N.A.P.

” quot;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Verharde weg

== nbsp;Spoorweg

----------Jlt;ilt;,lering (in de kleur van het betreffende gebied)

745 ha Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgens meting op de topografische kaart 1 ; 25 000 met de poolplanimeter

Waterkerende dijk

-----Ontworpen dijk

' 111 r nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Strekdammen, kribben

-------Administratieve grenzen van het waterschap, de polderdistricten, do dorpspolders en de buitenpolders

- _4._4._ nbsp;nbsp;nbsp;Rijksgrens


SLUIZEN EN STUWEN


In de bandijken gelegen sluizen


Hoogte in m l- N.A.P.


Wijdte nbsp;Slag- nbsp;Boven- Stuwpeil

in de drempel nbsp;kant

dag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;of nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vloer

in m nbsp;dorpel


één opening, afsluitbaar met een deur.......2,00 nbsp;nbsp;nbsp;7,00

Achter de sluis bevindt zich een elektrisch gemaal, hetwelk dient voor de bemaling van de polder Malburgen en voor de bemaling der riolering van Arnhem-Zuid.

Het water kan door een persleiding naar de Neder-

Bijn worden gevoerd..............01,00

schuif ..................0,58

wachtdeur.................0,58

3,75 m, aan de binnen- en aan de buitenzijde afsluitbaar met een stalen schuif

Waal; schutlengte 260 m, 3 roldeuren, de slagdrempels zijn even hoog.................16,00

K. Meersluis, uitwateringssluis van de boezem

Het Meer; twee openingen, ieder met één paar punt-deuren, elke opening..............3,77

Achter de Meersluis staat een motorgemaal met aan

de noordzijde een opening voor vrije lozing

(doet alleen ’s zomers in bijzondere gevallen dienst)

polder Erlecom; één opening met één schuif

Erlecom


I. Uitwaterings- en inlaatsluis van de Honds-broeksche Pley; één opening met twee schuiven

de schuif aan de buitenzijde..........1,22

de schuif aan de binnenzijde

J. Uitwateringssluis van het polderdistrict

Velpse broek; twee openingen, elk met één schuif, elke opening....................1,10

Achter de sluis bevindt zich het gemaal van het polderdistrict Velpse broek

Bij een rivierstand van 9,80 m N.A.P. wordt

ook de riolering van Velp bemalen door het gemaal van het polderdistrict Velpse broek.


K. Uitwateringssluis voor de kom van Velp (gemeente Bheden); twee openingen, elk met één schuif, elke schuif...............1,30


7,00


6,00


6,95

8,04

8,25

8,40


8,00


Stuwen en ntet tn de bandijken gelegen sluizen

opening met een wachtdeur...........1,15

M. nbsp;Schotbalkstuw ............1,65

N. nbsp;Schotbalkstuw.............2,05

0. nbsp;Schotbalkstuw.............4,00

P. nbsp;Schotbalkstuw.............3,00

Q. Schotbalkstuw.............1,35

van de Ooy; één opening, afsluitbaar met één schuif . nbsp;nbsp;2,00


Als de vrije lozing door sluis F gestremd is, kan het gebied door het dieselgemaal van het waterschap Nijme-gen-Duitsche grens achter de Meersluis E bemalen worden.


S. Teersche Sluis, uitwateringssluis van het gebied van de Nieuwe Wetering boven de Teersche Sluis; één opening met één schuif ...........2,70

T. Schotbalkstuw in de Schaapswetering . . . nbsp;nbsp;2,90

U. Uitwateringssluis van de buitenpolder de Bemmelsche Oentsche en Ooyrijksche polder; één opening met één schuif ..............2,00

In de Linge


V.

Stuwbrug, afsluitbaar met tweedelige schuif .

6,00

7,00

9,50

W.

Stuwbrug, afsluitbaar met tweedelige schuif .

6,00

6,87

8,70 à 9,10

X.

Stuwbrug, afsluitbaar met tweedelige schuif .

6,00

6,64

’s zomers 8,75 ’s winters

8,00

IJ.

Stuwbrug, afsluitbaar met tweedelige schuif .

6,00

5,67

±7,87

Z.

Stuwbrug, afsluitbaar met tweedelige schuif .

6,00

4,97

7,20

Ten noorden van de stuw een aquaduct waarmede water uit de Linge over de Eldensche Zeeg in de Driel-sche Zeeg ingelaten kan worden.


TOELICHTING

Onder een polder wordt verstaan een complex landen, waarvan do er in liggende waterlopen zijn afgescheiden van do omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

De voornaamste waterlopen hierin zijn in grijs aangegeven. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hoge gronden en boezemïand zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterlopen aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van deze waterlopen; een smalle bies geeft de onderverdeling van het gebied aan. Daar, waar een waterloop de grens van twee gebieden vormt, vervalt de bies van het gebied, waartoe die waterloop behoort. Bij belangrijke waterlopen is de naam in rood geplaatst.

De namen van het waterschap, de polderdistricten, de dorpspolders en de buitenpolders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van het waterschap, de polderdistricten, de dorpspolders en de buitonpolders zijn slechts aangegeven waar zij afwijken van die van de waterstaat of van de rijksgrens.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men deel II van register V (Gelderland) der N.A.P.-registers.

De waterstaatskaarten zijn à / 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage.

De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie; J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal 1:50000


Verkend in 1951


40



Universiteitsbibliotheek Utrecht


RpTlÉF.ARNHEM WEST



-ocr page 100-

Haq Jijt c ha


Ifcpk


105 ha


MfW-2S0


100

2


10.9


9.0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;it

Polderdistrict


i5 ha

12.8


18 ha


iVe


9.6


295 ha


56 ha


Ky’' 13.8

Kendenpael-^chr


Polderdi.strict


’ nbsp;735 ha


Herwen,


Aerdt


20 ka 8J


Angerloache


60 ha


85 ha


Polderdistrict


495 ha


Hoorbroeksche dÿk


'30.»

Zomerdijken


Baampoidor 200 ha '.-(.mipouoord


225 ha


165 ha


inbegrip van


300 ha


•iól»’®quot;quot;


205 ha


13.6


23 ha ^


,^^996011(1

^ot.inbegrip van de polder


130


land


/ 52'


rscliap


Ussel


4 ^tg^a ltó Verfe^ M^^ ^phf.d



Schaal 1 : 50000


VIERUN08-'

BEEK 40


2730 h^

met inbegrip van de h


lAALTEN^I


Hoogtlt;

3 in m

Wijdte

boven N.A.P.

in de

Slag-

dag in

drempt

51 Stuw-

SLUIZEN EN STUWEN

m

of dorpel peil

In de bandijken

A. Uitwateringssluis van het poblerdistrict Lijmers,

zes openingen, elk afsluitbaar met een deur, iedere opening

2,20

6,58

Achter het gemaal een sehotbalkstuw, drie openingen.

ieder ......................

6,50

6,17

7,80

B. Bronkhorstersluis, uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een deur.............

1,65

7,60

C. Bingerdense sluis, uitzvateringssluis, één opening, afsluitbaar met een paar puntdeuren........

■5,06

7,10

D, Koppelse sluis, uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een paar puntdeuren........

4,05

7,70

E. Sehotbalkstuw bij Bevermeer, één opening . .

F. Uitwateringssluis van de vestinggrachten te Does-

5,42

7,33

burg, één opening, afsluitbaar met een houten schuif .

0,76

7,38

G. Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een schuif en een klep..............0

0,50

8,15

H. Idem..................0

0,50

7,8,5

L Idem..................0

0,80

6,00

J. Idem..................0

K. Pannerdense sluis, uitwateringssluis van het

0,80

6,50

polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden, één opening, afsluitbaar met een paar puntdeuren........

2,55

0,65

Direct ten westen van de Pannerdense sluis bevindt

zich een nieuwe uitwateringssluis, welke tevens als inlftat-sluis dienst kan doen, twee openingen, elk afsluitbaar met een deur en een schuif, iedere opening.......

1,7--)

0,18

In de Groote Beek {Stroomopwaarts Hummelosche Beek, Wittenbrinksche Beek en Zelhemsche Beek genaamd.)

L. Sehotbalkstuw in de Tolbrug .......

6,2-5

6,30

7,40

M. Sehotbalkstuw in de Muizengatbrug.....

6,00

6,82

7,87

N. Sehotbalkstuw in de Velstvijkerbrug.....

4,00

8,07

0,27

0. Sehotbalkstuw in de Wittenbrinkse brug . . .

4,00

0,31

10,11

P. Sehotbalkstuw ten zuiden van brug Zelhrmmerend

3,-3-5

10,-31

10,01

In de Oude IJssel

Q. Stuw te Doesburg, vijf openingen, elk afsluitbaar

met een boven- en onderschuif, iedere opening . . . .

4,80

5,00

10,00

JKrect ten zuiden van de stuw bevindt zich een schut-

sluis met twee paar puntdeuren, kolklengte 55 m . . .

8,00

liovenhoofd................

5,50

Benedenhoofd, afneembare slagdrempel . . . .

2,50

Benedenhoofd, vaste slagdrempel.......

1,50

R. Stuw en schutsluis de Pol.

De schutsluis heeft een kolklengte van 55 m en tzvee

paar puntdeuren.................

7,00

Bovenhoofd................

8,00

Benedenhoofd ...............

7,00

Aan weerszijden van de schutsluis een stziw, ieder met twee openingen, elk afsluitbaar met een boven- en onderschuif, iedere opening...............

4,80

8,0-5

12,20

In de Bielheimerbeek

S. Stuw, één opening, afsluitbaar met een jidoezie-

schuif .....................

7,00

10,40

11,40

In de Benedenslinge

T. Uitwateringssluis te Doetinchem, één opening.

afsluitbaar met een schuif.............

1,30

0.51

In het Waalsche Water (Sfrooniopioiiorls Vethui-zensche Weteritig en Reefsche Wetering genarimd.)

U. Sehotbalkstuw..............

3,60

10,20

V. Sehotbalkstuw..............

3,20

11,30

W. Sehotbalkstuw..............

2,00

12,30

X. Sehotbalkstuw..............

2,30

12,60

In de stadsgrachten te Doesburg

Y. Inlaatsluis, één opening, afshiitbaar met een

houten schuif ..................

1,10

7,55

Z. Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een houten schuif aan de binnenzijde, bij de uitmonding in de Geldersche IJssel met een houten klep......

0,70

6,36

In het Broekhuizerwater

A,. Stuw in de brug te Doesburg, vier openingen.

waarvan de twee middelste met schotbalken en de twee buitenste met vaste kruin.

Openingen met schotbalken, ieder........

Openingen met vaste kruin, ieder lang 6,20 m, kruin-

6,20

5,60

hoogte 7,50 m 4- N.A.J^..............

7,50

In de Smalle Wetering

Bj. Sehotbalkstuw in de Oortslogse brug.....

Ci. Sehotbalkstuw ten noorden van de Helstmotse

4,10

8,-32

brug......................

2,17

8,-54

In de Didamsche Weteringen

Di. Sehotbalkstuw in de Angerlosche Wetering . .

Ej. Sehotbalkstuw in de Didamsche Wetering ann de

6,68

7,8,5

± 8,2,5

Didamse brug, twee openingen, ieder........

3,10

7,82

Fi. Sehotbalkstuw in de Didamsche Wetering . .

Gi. Sehotbalkstuw in de Lange Wetering bij de Tol

4,8-5

8,24

± 8,00

aan de weg Zevenaar—Didam...........

1,00

8,87

± 0,40

Hp Sehotbalkstuw ten zuiden van de spoorlijn

Arnhem—Winterswijk ..............

2,08

0,32

± 0,00

lp Sehotbalkstuw in de Leigraaf ten zuiden van de spoorlijn Arnhem—Winterswijk...........

3,11

0,,52

± 10,15

Jj. Sehotbalkstuw in de brug van de weg Zevenaar— Didam op de grens van beide gemeenten, twee openingen, ieder......................

2,57

8,28

In het Grenskanaal

Kj. Keersluis bij Netterden, één opening, afsluitbaar

met een schitif..................

2,20

11,00


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


L Vrij op de grote rivieren afwaterende gronden

Het gebied bestaat uit hoge gronden, polderland en boezemland. ])e hoge gronden, welke op de Nederrijn en de IJssel af wateren en geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen, zijn onderverdeeld in :

IA. Het gebied, afwaterend door de Oldenhaafsehe Wetering, groot 930 ha. Wordt de afwatering door hoge Usselstanden gestremd, dan kan het gebied afwateren via een hulpsluis tiaar de Luursche Laak, welke uitmondt in de Groote Beek. Zie voorts het blad Zutphen-Oost.

IB. fiet gebied, afwaterend door de Dremptsche Wetering, groot 355 ha.

IC. Het direct op de Nederrijn en JJssel afwaterende gebied. Zie ook de bladen Arnhem-West en Zutphen-Oost.

ID. Het gebied, af waterende op de Oude Rijn, groot 0640 ha met inbegrip van de polders, waarvan 6000 ha op Nederhtnds gebied. In de rechter-Rijndijk bij Tolkamer bevindt zich een overlaat, welke begint te werken bij een stand van 14,08 m -J- N.A.P. aan de peilschaal aldaar. Het over-stromingswater volgt dan de Oude Rijn en komt bij Kandia op de Nederrijn. Het terrein tussen de bedijkingen van de Oude Rijn wordt geïnundeerd met uitzondering van de Ossenwaard, en de Pannerdensche Waard. Bij langdurige werking overstromen ook deze polders en een deel van het overstromingswater stroomt dan via het riviertfe De Wildt en het Grenskanaal in oostelijke richting, inundeert een groot gebied ten oosten van ^s-Heerenberg enZeddam en komt dan via het Waalsche Water op de Oude IJssel. Zie voorts het blad Arnhem-West.

IE. Het gebied, afwaterende op het Orenskanaal boven de keersluis te Net-terden. Hiervan liggen 505 ha op Nederlands gebied. Bij een la ngdurige werking van de overlaat bij Tolkamer wordt de keersluis te Netterden gesloten. De afwatering geschiedt dan via een overlaat in de kade tussen het Grenskanaal en de Landwehr op het laatstgenoemde riviertje. Zie verder het blad Aalten-West

II A. De Baaksche Beek beneden de watermolen te Hackfort. De voornaamste waterlopen, voorkomende op dit blad, zijn de Hengelosche Beek en de Laak. Zie ook de bladen Zutphen-Oost, Groenlo-West en Aalten-West.

III A. De Groote Beek, stroomopwaarts Hummelosche Beek, Witten-brinksche Beek en Zelhemsche Beek geheten. Deze beek mondt uit in de JJssel even ten zuiden van Bronkhorst {Zutphen-Oost) en kan aldaar op deze rivier worden bemalen. De voornaamste zijbeken, voorkomende op dit blad, zijn de Heidenbroeksche Vloed, de Rozengaardsche Beek, de Leigraaf en de Kleine Beek. Zie ook de bladen Zutphen-Oost en Aalten-West.

IIIB. De Kleine Beek. Deze beek mondt uit in de Groote Beek ± ^ ^^ ten zuiden van het gemaal. Zie voorts het blad Zutphen-Oost.



Op deze afgesneden rivierarm wordt een peil onderhouden van 8,10 m ■|- N.A.P. Hij loost op de IJssel door middel van een afsluitbare duiker, gelegd in de voormalige schutsluis van de Oude IJssel te Doesburg. Het gebied is ondei'verdeeld in :

IV A. De Langeraksche Tochtsloot. Deze waterloop wordt op twee plaatsen opgestuwd, het peil tussen de beide stuwen bedraagt 8,50 m — N.A.P., het peil boven de tweede stuw 8,00 m H- N.A.P. Het gebied is groot 800 ha, waarbij inbegrepen het deel, ingesloten door de ozuie en nieuwe loop van de Oude IJssel. Wanneer de keersluizen bij Laag-Keppel gesloten worden {zie stroomgebied VA), ontvangt dit gebied tevens het water van de gronden, omsloten door de oude en nieuwe loop van de Oude IJssel bij voomoemde plaats. De Langeraksche Tochtsloot staat door een hulpsluis ten zuidoosten van Laag-Keppel in verbinding met de Oude IJssel. J^eze hulpsluis kan dienst doen, als de lozing van de Langeraksche Tochtsloot door hoge Usselstanden gestremd is.

IV B. De vestinggrachten ten oosten van Doesburg. Het gebied is groot 90 ha.

De Oude IJssel ontstaat bij het dorp Raesfeld in Duitsland, stroomt langs Werth, Isselburg en Anholt en komt bij Gendringen op Nederlands gebied, stroomt verder langs Ulft, Terborg, Doetinchem en Laag-Keppel en mondt ten slotte bij Doesburg in de IJssel uit. Ten behoeve van de scheepvaart wordt er gestuwd te Ulft, bij de Pol {ten zuidoosten van Doetinchem) en te Doesburg. Bij de stuw de Pol en de stuw te Doesburg zijn schutsluizen gebouwd. Het stroomgebied is onderverdeeld in :

V A. J^e Oude I Jssel tussen de stuw te Doesburg en de stuw bij de Pol. Het peil van dit pand is 10,00 m N.A.P., de grootte van de boezem is ± 70 ha. Het gebied is groot 7100 ha. De voornaamste waterlopen op dit blad aan de linkeroever zijn de Wijnbergsche Loopgraaf, het Waalsche Water, in de bovenloop Vethuizensche Wetering en Reefsche Wetering genaamd, de Groote Wetering, de Kleine Wetering, de Roode Wetering en de Warmsche Waterleiding en aan de rechteroei^er de Harreveldsche Tochtsloot en de Zompesloot. Van Doesburg tot voorbij Laag-Keppel ligt de Oude IJssel tussen kaden met een kruinhoogte van 11,40 m 4’ N.A.P. Op ongeveer 1300 en 6000 m ten zuidoosten van de stuw te Doesburg bevinden zich in de linkerkade overlaten, resp. lang 1000 m en 250 m, met overlaathoogten van 10,25 m en 10,40 m 4- N.A.P. Deze overlaten hebben ten doel het overstromingswater, dat bij langdurige werking van de overlaat bij Tolkamer via het Waalsche Water op de Oude IJssel komt, te brengen op het Broek-huizerwater {stroomgebied no. VI). In de oude rivierloop bij Laag-Keppel bevinden zich twee keersluizen, welke worden gesloten als het peil van het eerste pand 10,20 m 4- N.A.P.overschrijdt. Deafwateringvanhetgebied,groot20ha, omsloten door de oude en nieuwe rivierloop, geschiedt dan via de Langeraksche Tochtsloot {zie stroomgebied no. IV A). Zie voorts het blad Aalten-West.

V B. De Oude IJssel tussen de stuw bij de Pol en de stuw te Ulft. Het peil van dit pandis 12,20 m 4- N.A.P., de grootte van de boezem bedraagt 4z 20 ha. Het gebied komt voor een klein deel aan de oostelijke rand van dit blad voor en i.s groot 3710 ha. Zie ook het blad Aalten-West.

V C. De Bielheimerbeek tussen de stuw aan de mond en de Lieftinkstuw. Het gebied komt voor een klein deel aan de oostelijke rand van het blad voor en is groot 4350 ha. Zie ook het blad Aalten-West.

V D. De Benedenslinge. Het gebied komt gedeeltelijk aan de oostelijke rand van dit blad i’oor en is groot 1660 ha. De beek wordt op vier plaatsen opgestuwd om bij weinig watertoevoer in de zomer het water op hoger peil te kunnen houden. Zie voorts het blad Aalten-West.

Het gebied' is groot 1520 ha met inbegrip van de polders.

Het Broekhuizerwater wordt op drie plaatsen opgestuwd, het stuwpeil boven de stuw aan de mond, bedraagt 7,50 m 4- N.A.P., boven de tweede stuw 8,40 m 4- N.A.P., boven de derde stuw 0,00 m 4- N.A.P. Wanneer de overlaten in de linkerkade van de Oude IJssel beginnen te werken, worden de laagliggende gronden in dit gebied geïnundeerd {zie stroomgebied VA).

VH, Het stroomgebied van de Didamsche en Wehlsche Weteringen

Het gebied is groot 9060 ha met inbegrip van de polder. De voornaamste waterlopen zijn de Didamsche Wetering, de Didamsche Leigraaf, de Lange Wetering, de Leigraaf en de Wehlsche Beek. Het gebied watert af via de stuw bij Bez^ermeer op het Broekhuizer Water {stroomgebied no. VI).

VHI, Gebied, afwaterend door de uitwateringssluis van het polderdistrict Lijmers te Giesbeek

Het peil, dat bij het gemaal te Giesbeek wordt gehandhaafd, bedraagt 7,80 m 4' N.A.P. Het gebied bestaat uit polderland en hoge gronden en is groot 5860 ha. Zie voorts het blad Arnhem-West.

Het gebied is geheel in Duitsland gelegen en is met inbegrip van de hoge gronden 2730 ha groot. De boezem loost op de Rijn en kan daarop door een electrisch gemaal ten oosten van Emmerich worden bemalen. Wanneer de sluis te Netterden gesloten wordt, ontvangt de boezem ook het water van het gebied I E via een overlaat in de kade tussen het Grenskanaal en de Ltind-zvehr. Zie ook het blad Aalten-West.

Het gebied bestaat uit polderland en hoge gronden en is groot 16 915 ha, waarvan 6775 ha op Nederlands gebied. De boezem loost door de Meersluis op de Waal {Arnhem-West) en kan op deze rivier worden bemalen door het Dieselgemaal van het ivaterschap Nijmegen—Duitsche grens. Jle voornaamste zvaterlopen, voorkomende op dit blad, zijn de Hegsche Wässerung, de Kleine Bosse, de Mehrtsche Wässerung, de Rinderensche Wässerung, de Keekener Wässerung en de Frister Wässerung. Zie voorts het blad Arnhem-West.

Het stroomgebied is geheel in Duitsland gelegen. De boezem loost door een uitwateringssluis tegenover Schenkenschanz op de Alter Rhein en kan daarop bij hoge rivierstanden worden bemalen door een electrisch gemaal.

XH, Kanaal van Wardhausen naar Kleef

Het gebied is geheel in Duitsland gelegen. De boezem loost door een schutsluis, tevens uitwateringssluis, bij Wardhausen op de Alter Rhein en zvordt bij hoge rivierstanden bemalen door een electrisch gemaal.


TOELICHTING

Ouder een polder wordt verstaan oeu complex lauden, waarvan de er in liggende waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Do jioldors hebben, in verschillende tinten, de kleur van de boezem of hot stromende water, waarop zij afwateren. Do voornaamste waterlopen hierin zijn in grijs aangegoven. Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterlopen aangegoven in de kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Ken brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van deze waterlopen; oen smalle bios geeft de onderverdeling van het gebied aan. Daar, waai* een waterloop de grens van twee gebieden vormt, wordt de bies v’-an hot gebied, waartoe die waterloop behoort, slechts aangegoven als dit voor de duidelijkheid noodzakelijk is. Bij belangrijke waterlopen is de naam in rood geplaatst.

Do namen van de watorschappen, polderdistricten en buitenpolders zijn iii bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van do waterschappen, polderdistricten on buiten-polders zijn slechts aangegoven waar zij afwijken van die van de waterstaat of van de Rijksgrens.

Voor do beschrijving van de juiste plaats dor poilmorken van het Normaal Amsterdams Peil zie men dool tl van register V (Gelderland) dor N.A.P.-registers.

De waterstaatskaarton zijn amp;nbsp;f 5 por stuk verkrijgbaar bij hot Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage. De kaarten kunnen mede door bemiddeling van do postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


VERKLARING DER TEKENS


Electrisch gemaal


2x63 «2.25


rei


19.7


Oliegemaal


ƒ met opgave van de aard van het bemalingswerktuig 1 (c = centrifugaalpomp, v = vijzel) en het aantal m’ ' waterv'orzet per minuut bij de in m opgogeven op-j voerhoogte. Bij Giesbeek zijn het electrisch en het f Dieselgemaal in één gebouw geplaatst.


Klein gemaaltjo.

Schutsluis.

Keersluis.

Uitwateringssluis of afsluitbare duiker.

Stuw.

Peilmerk van het N.A.P.

Peilschaal.

Peilschaal, geregeld waargenomen (Rog.

Hoogtecijfer in m [ N.A.P.

Verharde weg.


Spoorweg.



Universiteits bibliotheek Utrecht


-------Kiolering (in do kleur van het betreffende gebied).

2935 ha Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgens meting op do topografische kaart 1 : 25 000 met de poolplanimeter.

Waterkerende dijk.

^INMHMMl^ Overlaat met overlaathoogte.

O.IS.QO

ilïn Strekdammen, kribben.


----Administratieve grenzen van de waterschappen, polderdistricten en


buitenpolders.

Rijksgrens.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, ARNHEM OOST



-ocr page 101-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

IA. Het gebied, afwaterende op het Orenskamal boven de keersluis te Netterden. Hiervan ligt 505 ha op Nederlands gebied. Zie verder het blad Arnhem-Oost.

IB. Het gebied, afwaterende op de Oude Rijn. Dit gebied, waarvan een klein deel aan de westelijke rand van dit blad voorkomt, is groot 9640 ha, waarvan 6990 ha op Nederlands gebied. Zie voorts het blad Arnhem-Oost.

IIA. De Oroenlosche Slinge, in de benedenloop Lebbinkbeek genaamd. Het gebied is groot 17 870 ha, waarvan 14115 ha op Nederlands gebied. Zie voorts de bladen Groenlo-West en Aalten-Oost.

De Baaksche Beek ontstaat bij Lichtenvoorde, mondt uit in de IJssel bij de Groene Jager, ongeveer 5 km boven Zulphen, en kan op deze rivier ivorden bemalen.

Op dit blad bestaat het gebied uit hoge gronden en is het onderverdeeld in:

IHA. De Baaksche Beek boven de stuwen nabij huize Ruurlo. Het gebied is groot 6125 ha. De voornaamste waterlopen op dit blad zijn de Vragen-derbeek, de Weienborgsbeek en de Nieuwe Beek. Zie voorts de bladen Aalten-Oost en Groenlo- West.

IIIIC. De Baaksche Beek tussen de stuwen nabij huize Ruurlo en de stuw bij huize „de Wiersse”. Het gebied is groot 1245 ha. Zie ook het blad Groenlo-West.

me. De Baaksche Beek tussen de stuw bij huize „de Wiersse” en de watermolen te Hackfort (Zutphen-Oost). Het gebied is groot 8960 ha. De voornaamste u:aterlopen op dit blad zijn de Veengoot, de Zilverbeek en de Heerenvloed. Zie ook het blad Groenlo-West.

111D. De Baaksche Beek beneden de watermolen te Hackfort.

De voornaamste waterloop op dit blad is de Oosterwijksche Vloed. Zie verder de bladen Groenlo-West, Zutphen-Oost en Arnhem-Oost.

IVA. De Groote Beek, stroomopwaarts Hummelosche Beek, Witten-brinksche Beek en Zelhemsche Beek geheten. Deze beek mondt uit in de IJssel even ten zuiden van Bronkhorst (Zutphen-Oost) en kan aldaar op deze rivier worden bemalen. De voornaamste uaterlopen op dit blad zijn de Vloedbeek en de Halsche Vloed. Zie ook de bladen Arnhem-Oost en Zutphen-Oost.

De Oude IJssel ontstaat bij het dorp Raesfeld in Duitsland, stroomt langs Werth, Isselbtirg en Anholt en komt bij Gendringen op Nederlands gebied, stroomt verder langs Ulft, Terborg, Doetinchem en Laag-Keppel en mondt ten slotte bij Doesburg in de IJssel uit.

Ten behoeve van de scheepvaart wordt er gestuwd te Ulft, bij de Pol (ten zuidoosten van Doetinchem) en ie Doesburg. Bij de stuw de Pol en de stuw te Doesburg zijn schutsluizen gebouivd.

Het gebied is onderverdeeld in:

VA. De Oude IJssel tussen de stuw te Doesburg en de slmv bij de Pol. Het gebied is groot 7100 ha. De voornaamste waterlopen op dit blad zijn de Roode Wetering en de Engelaaksche Graaf. Zie voorts het blad Arnhem-Oost.

VB. De Oude IJssel tussen de stuw bij de Pol en de stuw te Ulft. Het peil van dit pand is 12,20 m N.A.P., de grootte van de boezem bedraagt ongeveer 20 ha. Het gebied is groot 3710 ha. De voornaamste waterlopen zijn aan de linkeroever de Riezegrave, aan de rechteroever de Bergerslagsbeek en de Stoerstrank. Zie verder hei blad Arnhem-Oost.

VC. De Oude IJssel boven de stuw te Ulft en de Aastrang beneden de stuw bij Voorst. Het gebied is groot 37 335 ha, waarvan 885 ha op Nederlands gebied. De voornaamste waterlopen zijn de Kleefsche Graaf, de Bielehorster Landwehr, de Anholtsche Issel, de Wolfstrang, de Clevesche Landwehr, de Neben Issel, de Mühlen Bach en de Regnieter Bach.

VI). De Aastrang boven de stuw bij Voorst, in de bovenloop Priesterbeek en Bocholter Aa genaamd. Het gebied is bijna geheel in Duitsland gelegen, de grootte bedraagt 42 975 ha, waarvan 75 ha op Nederlands gebied. De voornaamste waterlopen, die op dit blad voorkomen, zijn de Holtwicker Bach en de Wil Bach. Zie verder het blad Aalten-Oost.

VB. De Zwarte Beek. Het gebied is groot 4510 ha, uxiarvan 3510 ha op Nederlands gebied is gelegen. De voornaamste waterlopen zijn de Konings-beek en de Reijerdinks Bach. Zie voorts het blad Aalten-Oost.

VF. De Keizersbeek, in de bovenloop Stuwbeek genaamd. Het gebied is groot 6155 ha, waarvan 5675 ha in Nederland is gelegen. De Keizersbeek ontvangt tevens het water van de rioleringen van Aalten en Bredevoort. De voornaamste zijbeek is de Ziegenbeek. Zie voorts het blad Aalten-Oost.

VU. De Benedenslinge. Het gebied is groot 1060 ha. De beek mondt te Doetinchem in de Oude IJssel uit en wordt op vier plaatsen opgestuwd om bij weinig uxitertoevoer in de zomer het water op hoger peil ie kunnen houden. Zie verder het blad Arnhem-Oost.

V1I. De Bielheimerbeek tussen de stuw aan de mond en de Lieftinkstuw. Het gebied is groot 4350 ha. De beek mondt ten zuidoosten van Doetinchem direct beneden de stuw en schutsluis de Pol in de Oude IJssel uit. De voor-rwiamste waterlopen zijn de Akkermansbeek, de Lovinksche Beek, de Steengroevenbeek en de Zeesinkbeek. Zie verder het blad Arnhem-Oost.

VK. De Bovenslinge tussen de stuw te Bredevoort en de Nieuwe Molen. Het gebied komt voor een klein deel aan de oostelijke rand van dit blad voor en is groot 1010 ha. Zie verder het blad Aalten-Oost.

Het gebied, groot 2730 ha, is geheel in Duitsland gelegen. De boezem kan door een elektrisch gemaal ten oosten van Emmerich op de Rijn worden bemalen. Zie verder het blad Arnhem-Oost.


SLUIZEN EN STUWEN


Hoogte in lu N.A.P.


Wijdte Slagdrem- Stuwpeil in de dag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;pel of

in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dorpel


In de Bovenslinge (in de benedenloop Bielheimerbeek genaamd)

I). Drie stuwen, deze vormen met de PaUandstuw

Westelijke stuw, één opening, afsluitbaar met houten schotbalken................6,80

Middelste stuw, één opening, afsluitbaar met houten schotbalken...................6,50

Oostelijke stuw, één opening, afsluitbaar met een stalen schuif..................7,00

B. PaUandstuw; één opening, afsluitbaar met een stalen schuif..................9,80

II. Stuw aan de Pol bij Aalten; één opening, afsluitbaar met een stalen schuif..........4,80

I. stuw te Bredevoort ; drie openingen.

Westelijke opening, vaste kruinlengte 2,05 m, hoogte

25,55 m -VN.A.P.

Middelste opening, afsluitbaar met een stalen schuif ....................4,10

Oostelijke opening, afsluitbaar met houten schotbalken.....................2,05


In de Schaarsbeek

.1. Keersluis, afsluitbaar met één stalen deur . . . nbsp;nbsp;nbsp;2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;24,12


In de Oude IJssel

K. Stuw te Ulft; vijf openingen. Middelste opening, afsluitbaar met één paar puntdeuren . . . . nbsp;nbsp;nbsp;7,00

(Op de slagdrempel is een afneembare slagdrempel, hoog 0,60 m, aangebracht.)

Overige vier openingen, ieder afsluitbaar met een jaloezieschuif, elk................3,60

(Bij deze vier openingen is op de vaste dorpel een afneembare dorpel, hoog 0,90 m, aangebracht.)


10,90

10,60


In de Aastrang

L. Stuw bij Voorst; één opening, afsluitbaar met een stalen jaloezieschuif.............6,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;13,29


In de Keizersbeek

13,77

max.

14,26

M. Stuw; één opening, afsluitbaar met houten

3,50

schotbalken...................

N. Stuw; één opening, afsluitbaar met houten schotbalken...................

5,00

13,75

max.

14,60

0. Stuw; één opening, afsluitbaar met houten schotbalken...................

5,00

13,59

max.

14,00

l'. Stuw; één opening, afsluitbaar met een stalen

schuif ....................

3,40

10,30

20,35

Q. Stuw; één opening, afsluitbaar met een stalen

schuif ....................

3,40

20,18

21,21

It. Stuw bij het Geurke ; één opening, afsluitbaar

met een stalen schuif ..............

3,48

23,16

24,21

In de Zwarte Beek

S. Stuw; één opening, afsluitbaar met houten schotbalken...................

5,65

13,45

max.

14,39

T. Stuw; één opening, afsluitbaar met houten schotbalken...................

5,65

14,02

max.

14,85


VERKLARING DER TEKENS


X Ini. sl.


4645 ha


Molen, door water gedreven

Klein gemaal

Uitwateringssluis of afsluitbare duiker

Inlaatsluis

Keersluis

Grondduiker

Stuw

Peilmerk van het N.A.P.

Peilschaal

Peilschaal, geregeld waargenomen

Hoogtecijfer in m N.A.P.

Verharde weg

Spoorweg

Riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgons meting op do topografische kaart 1 : 25 000 met de poolplanimeter

Administratieve grenzen van waterschappen

Rijksgrens


TOELICHTING

Onder oen polder wordt verstaan oen complex landen, waarvan de er in liggende waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. De polders hebben, in verschillende tinten, de kleur van het stromende water waarop zij afwateren. Do voornaamste waterlopen zijn in grijs aangegeven.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterlopen aangegeven in de kleur van het stromende water, waarop zij afwateren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van deze waterlopen; een smalle bies geeft de onderverdeling van het gebied aan. Daar, waar een waterloop de grens vormt van twee gebieden, wordt de bies van het gebied, waartoe die waterloop behoort, slechts aangegeven als dit voor de duidelijkheid noodzakelijk is.

Bij belangrijke waterlopen is de naam in rood geplaatst.

De namen van de waterschappen, het polderdistrict en de buitenpolder zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegeven waar zij afwijken van die van de waterstaat en de Rijksgrens.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken zie men deel 11 van register V (Gelderland) der N.A.P.-registers.

Do waterstaatskaarten zijn k f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage.

De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN



Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal l : 50000


Zutphen

Groenlo

Groenlo

oost 33

west 34

oost 34

Arnhem

Aalten

Aalten

oost 4Q

west 4)

oost 41


41


AALTEN WEST



-ocr page 102-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

SLUIZEN EN STUWEN

Het stroomgebied van de Berkel

Wijdte in de dag in m

hoogte in i dorpel

n -4-N.A.P.

stuwpeil

Deze rivier ontspringt bij Coesfeld in Duitsland en komt bij Oldenkotte, gemeente

Eibergen, op Nederlands gebied. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;In de Sltnge

De Berkel mondt te Zutphen door een sluis in de IJssel uit. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^ Nieuwe molen

0o dit blad bestaat het aebied uit hoge gronden en uxirdt het onderverdeeld in de vol-

‘ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;o nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ß openingen, van Noord naar Zuia

gende gebieden: nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^^j.^ opening voor de afwatering

ff nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fi nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ff nbsp;nbsp;nbsp;ff nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ff

IA De Berkel boven de stuw te Rekken. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gt;gt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.. nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;»

Dit gebied, groot 38660 ha, waarvan 500 ha op Nederlands gebied zijn gelegen, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;” nbsp;nbsp;nbsp;” nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;” nbsp;” nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;”

komt gedeeltelijk op dit blad voor. Zie voorts het blad Oroenlo Oost. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;” nbsp;nbsp;nbsp;” nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;” nbsp;” afwatering

IB De Oroenlosche Slinge, in de benedenloop Lebbinkbeek genaamd, boven de nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;B Olie- of Oude molen

stuw nabij de uitmonding in de Berkel. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Q openingen

Dit gebied komt voor een gedeelte op dit kaartblad voor. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2 openingen, ieder

De voornaamste zijbeken zijn: de Ratumsche Beek, de Beurserbeek, de Wissink- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^ nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;, „

beek en de Leurdijksbeek. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.

' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0 Stemerdmkstuw

Het gebied is groot 17870 ha, waarvan 14115 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

Zie voorts de bladen Aalten West, Oroenlo Oost en Oroenlo West. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^ ^ vormig)

D Hesaelinkstuw

IC De Wehmerbeek.

De voornaamste ivaterlopen zijn; de Wehmerbeek en de Vossenveldsbeek. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;l't ^^ Groenlosche Slinge

Dit gebied is groot 1130 ha. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;E Duiker met schotbalkkering

0.65

0.98

0.98

1.14

1.02

0.80

0.90

1.10

8.00

8.10

0 1.65

30.86

11

11

11

11

32.92

11

35.06

36.14

28.58

33.18 '1

11

11

11

11

35.65

II. Het stroomgebied van de Baaksche Beek


IIA De Baaksche Beek boven de stuwen nabij Huize Ruurlo.

Dit gebied, groot 6125 ha, komt voor een klein gedeelte aan de westelijke rand van dit kaartblad voor.

Zie voorts de bladen Groenlo West en Aalten West.

HI Het stroomgebied van de Oude Ussel

De Oude Ussel ontstaat bij het dorp Raesfeld in Duitsland, stroomt langs Werth, Isselburg en Anholt en komt bij Oendringen op Nederlands gebied, stroomt verder langs Ulft, Terborg, Doetinchem en Laag Keppel en mondt tenslotte bij Doesburg in de IJssel uit. Ten behoeve van de scheepvaart wordt er gestuivd te Ulft, bij de Pol {ten zuid-oosten van Doetinchem) en te Doesburg. Bij de stuw de Pol en de stuw te Doesburg zijn schutsluizen gebouwd.

III A Bovenslinge tussen de stuw bij de Pol te Aalten en de stuw te Bredevoort.

Dit gebied is groot 3155 ha, met inbegrip van een bemalen gebiedje van 15 ha.

Zie voorts het blad Aalten West.

III B Bovenslinge tussen de stuw te Bredevoort en de Nieuwe Molen.

Dit gebied komt grotendeels op dit kaartblad voor.

Het is groot 1010 ha.

Zie voorts het blad Aalten West.

III C Bovenslinge tussen de Nieuwe Molen en de Oude- of Oliemolen.

Dit gebied komt geheel op dit kaartblad voor en is 440 ha groot.

III D Bovenslinge tussen de Ozide- of Oliemolen en de Stemerdink stuw.

Dit gebied kemt geheel op dit kaartblad voor.

Er wordt water aan dit beekvak onttrokken ten behoeve van een zwembad en door een gemaal van de Nederlandse Spoorwegen.

Het gebied is groot 330 ha.

III E Bovenslinge boven de Stemerdink stuw.

Dit gebied komt voor een groot gedeelte op dit kaartblad voor.

Het gebied is groot 6885 ha, waarvan 1175 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

III F Keizersbeek {in de bovenloop Stuwbeek geheten).

Dit gebied komt voor een gedeelte op dit kaartblad voor.

De Keizersbeek loost beneden de stuw te Voorst op de Aastrang.

Het gebied is groot 6155 ha, ivaarvan 5675 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

Zie voorts het blad Aalten West.

III G De Aastrang boven de stuw bij Voorst, in de bovenloop Priesterbeek en Bocholter A genaamd.

Een deel van dit gebied komt langs de Zuidelijke rand van dit kaartblad voor.

Het is groot 42975 ha, ivaarvan 75 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

Zie voorts het blad Aalten West.

TOELICHTING

Onder een polder wordt verstaan een complex landen, waarin de sloten en waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Een polder heeft, in lichtere tint, de kleur van de waterloop, waarop hij afwatert. Hoge gronden zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterlopen en vennen aangegeven in de kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van het gebied van die waterlopen; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan.

Daar, waar een waterloop de grens vormt van twee gebieden, vervalt do bies van het gebied, waartoe die waterloop behoort. Bij belangrijke waterlopen is de naam in rood geplaatst. Do namen van waterschappen zijn in bruin aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegeven, waar zij afwijken van die van de waterstaat.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie men deel 11 van register V (Gelderland) dor N.A.P. registers.

De waterstaatskaarten zijn à / 5.— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij-en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, ’-Gravenhage.

De kaarten kunnen, mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse, worden besteld en betaald.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


HI H De Zwarte Beek. Het gebied is groot 4510 ha, waarvan 3510 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

Zie voorts het blad Aalten West.

VERKLARING DER TEKENS

_ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Electrisoh gemaal.

}^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Molen door water gedreven.

^^ini.ii. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluis.

»-i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;stuw.

«3.S nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfer in m -(- N.A.P.

__Verharde weg.

'iSSSha Grootte van stroomgebieden in ha volgens meting op de topografische kaart 1 : 25000 met de poolplanimeter.

-------Administratieve grens van een waterschap.

_ — — nbsp;nbsp;Rij ksgrens.

Unlversltelts-1 bibliotheek

Utrecht

Bewerking; Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal 1: 50000


Groenlo West

Groenlo Oost

Aalten West

Aalten Ooit


Verkend in 1952


41


AALTEN OOST


AR



-ocr page 103-

3° 30'


y-38000


3° 35'


3° 40'


425


O ^425


Afwateringseen heden


SKe*


I. Westeren Ban van Schouwen

Dit gebied, groot 390 ha, kan door een windmolentje op het duingebied worden bemalen (zie het blad Zierikzee-Oost). Oorspronkelijk geschiedde de bemaling op de polder Schouwen door middel van een dieselgemaal met vijzel, doch door de huidige lage grondwaterstand heeft het gemaal de laatste jaren geen dienst gedaan (hulp-gemaai). Het windmolentje bemaalt in feite slechts zijn naaste omgeving.


II. Schouwen

Deze afwateringseenheid is 10 330 ha groot en kan door de gemalen Den Osse en Prommelsluis op respectievelijk de Grevelingen en de Oosterschelde worden bemalen. Zie verder het blad Zierikzee-Oost.


lll. Walcheren-Centraal

Deze afwateringseenheid. groot 9 891 ha, wordt door een elektrisch gemaal op het Kanaal door Walcheren afgemalen (zie verder het blad Middelburg-West).


51°

45'


51°

45'


51°

40'


Kueerens of Domburger


Rassen


51°

35'


400


Bollen


van hei



pIJS^,

/


.pt^7


26.2


3° 30


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;_

Auteursrechten voorbehouden nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' V -''•.;


pl. 2t


19.0


pl. 17.


pl. 13


16.6


Zeehondenplaai


\ ^17.0

\

pl. 9^


22.2

Wesleren



390 ha


van


354


Schouwen -


17.0



51

40


IV. Veerse Meer

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 18 058 ha en bestaat uit 3530 ha boezem en boezemland en 14 528 ha daarop lozende gronden. Hiervan wordt 13 594 ha bemalen en 934 ha kan vrij op de boezem afwateren. Zomer- en winterpeil van de boezem zijn voorlopig vastgesteld op N.A.P. en N.A.P. — 0,70 m. Van het op Noord-Beveland gelegen deel van de afwateringseenheid kan 60S ha, bestaande uit de Jacobapolder en het lagere deel, de Onrustpolder, vrij op de boezem lozen en kan 4625 ha daarop worden afgemalen. De gedeeltelijk op dit blad voorkomende onderdelen, groot 455 ha en 2010 ha, lozen via gemalen, welke respectievelijk gelegen zijn in de Jacobapolder en de Willempolder; zie hiervoor de bladen Middelburg-West en -Oost. Het gebied van 15 ha. gelegen in de Anna Frisopolder. heeft geen zichtbare afwatering; het peil is afhankelijk van de buitenwaterstanden (kwel). Zie verder de bladen Middelburg-West en -Oost en Zierikzee-Oost.


Hoofdwaterkeringen


De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000. aangegeven instanties:



1. Rijkswaterstaat; 2. Waterschap Schouwen-Duiveland ; 3. Polder Walcheren; 4. Waterschap Noord-Beveland.


Hoewel de calamiteuze polders (buitenbeheren) op Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland ondergebracht zijn bij respectievelijk de vvaterschappen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland. zijn de reglementen van deze calamiteuze polders nog niet ingetrokken. Reglementair berust dus de onderhoudsplicht van hun waterkering bij deze polders, doch wordt uitgevoerd door genoemde waterschapsbesturen. Wanneer de wet van 19 juli 1870. Staatsblad nr. 119. komt te vervallen, zullen ook de reglementen van genoemde polders worden ingetrokken.



Verklaring der tekens

^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rioolwaterzuiveringsinstallatie

’-''■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;regelbare stuw

»'9 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;strand paal

p. 0.25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;polderpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5

a.p.-0.60 nbsp;nbsp;nbsp;zomerpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I

w.p.-0.90 nbsp;nbsp;nbsp;winterpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;) in m t.o.v. N.A.P.

z.s - 1.10 nbsp;nbsp;nbsp;zomerwaterstand in een polder

33 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogtecijfer

verharde weg

190 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 • 25 000 bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied

------hoogwaterlijn

^S;fSmf4mmm; hoofd waterkeri ng

tweede waterkering

“'A quot;nbsp;Z dijkverdedigingen, strekdammen, strandhoofden

------grens herverkaveling


w.p. r 0.60


.4

Polder


155 ha p.-0.05


120/hl


rX



180 ha


23 ha‘,\ r.p.N.A.P^\


•^^quot;^I^dord - Bev^a n d

\ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- 400



Schaal 1 : 50 000


Goederede -,

Zierikzee-West 42

Zierikzee-Oost 42

Cadzand 47

Middelburg-West 48

Middelburg-Oost 48


Herzien in 1 959

Uitgave 1 962


42


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwate-ringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen .worden deze delen onderscheiden van de naastliggende. tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Gerioleerde gebieden, gelegen in een afwateringseenheid. zijn ongekleurd en omgeven door een smalle bies.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid; hun naam is in het randschrift vermeld.

Herverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het herverkavelingsblok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats van de peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men de betreffende N.A.P.-registers.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudige spelling toegepast.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zeeland, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, ’s-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27,te ’s-Gravenhage, telefoon(070)-183280



-ocr page 104-

Afwateringseen heden


A. Goeree-Overflakkee


I. West-Nieuwland


Deze afwateringseenheid is, met inbegrip van de hogere delen, 545 ha groot en kan op het Springersdiep worden bemalen. Zie ook het blad Goederede.


II. Westelijk deel van de polder Het Oudeland


Dit gebied is 685 ha groot en kan vrij lozen op de haven van Ouddorp, die in open verbinding staat met het Springersdiep. Het op de kaart aangegeven zomer- en winterpeil gelden ter plaatse van de peilschaal bij de uitwateringssluis.

III. Afgedamde haven van Goederede

Deze afwateringseenheid is 1225 ha groot en loost door een uitwateringssluis naar het Zuiderdiep (Haringvliet). Zie ook het blad Goederede.


IV. Generale Dijkagie


Deze afwateringseenheid is 1333 ha groot en loost op de haven van Stellendam (Haring


vliet). Zie verder de bladen Willemstad-West, Goederede en Rotterdam-West.


V. Zuidoostelijk deel van de polder Preekhil, groot 5 ha.


B. Schouwen-Duiveland


I. Westeren Ban van Schouwen

Dit gebied van 390 ha kan door een windmolentje op het duingebied worden bemalen. Oorspronkelijk geschiedde de bemaling op de polder Schouwen door middel van een dieselgemaal met vijzel, doch door de huidige lage grondwaterstand heeft het gemaal de laatste jaren niet gewerkt (hulpgemaal).

Schouwen

Deze afwateringseenheid, die een grootte heeft van 10 330 ha, kan door de gemalen Den Osse en Prommelsluis op respectievelijk de Grevelingen en de Oosterschelde worden bemalen. Bij dijkdoorbraak is het mogelijk het gebied door de beperkings-waterkering in twee onafhankelijke bemalingsgebieden te verdelen, waardoor wordt voorkomen, dat het gehele gebied onderloopt. Het noordelijke gebied is dan 6240 ha en het zuidelijke 4090 ha groot


III. Zuidhoek


Deze afwateringseenheid is 390 ha groot en kan op het havenkanaal worden bemalen.


IV. Westelijk deel van de Groot-Sint-Jacobspolder, groot 4 ha.



V. Gouwe


Deze afwateringseenheid is 2305 ha groot en kan worden bemalen op de haven van Zierikzee, die gewoonlijk in open verbinding staat met de Oosterschelde. Vrije lozing is mogelijk door een uitwateringssluis naast het gemaal.


VI. Dreischor


De grootte van deze afwateringseenheid is 1880 ha. Het gebied kan op de Grevelingen worden bemalen.


VII. Duiveland-West


Deze afwateringseenheid is 2335 ha groot en kan op de Keten worden bemalen. De bemalingsinstallatie bevindt zich met die van de afwateringseenheid Duiveland-Oost in één gebouw.


VIII. Duiveland-Oost


Deze afwateringseenheid is 3025 ha groot en kan op de Keten worden bemalen door een installatie, die in hetzelfde gebouw staat opgesteld als die van de afwateringseenheid Duiveland-West.


C. Noord-Beveland


I. Veerse Meer

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is, met inbegrip van de boezem, 18 058 ha. Van het op Noord-Beveland gelegen deel, totaal 5230 ha, kan 605 ha vrij op de boezem afwateren en 4625 ha daarop worden afgemalen. De gedeeltelijk op dit blad voorkomende delen, groot 2010 ha en 1175 ha, worden bemalen door de elektrische gemalen, gelegen in respectievelijk de Willempolder en de Adriaanspolder (zie het blad Middelburg-Oost).

De twee langs de noordzijde van het eiland gelegen gebieden, groot 10 ha en 15 ha, respectievelijk behorende tot de Thoornpolder en de Vlietepolder, hebben geen zichtbare afwatering; hun peilen zijn afhankelijk van de buitenwaterstanden (kwel).

imim II. Noord-Bevelandpolder

Deze afwateringseenheid is 2275 ha groot en loost bij Colijnsplaat door een uitwateringssluis op de Oosterschelde.


D. Tholen


I. Tholen-Noordwest

Deze afwateringseenheid is 3145 ha groot en kan op de Oosterschelde worden bemalen.

Zie verder het blad Willemstad-West.


II. Gerioleerd gebied van Stavenisse, groot 12 ha.


Hoofdwaterkeringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties.



1. Rijk; 2. Springertpolder; 3. Polder West-Nieuwland ; 4. Goereese Polder; 5. Generale Dijkagie; 6. Waterschap Schouwen-Duiveland; 7. Gemeenten Duivendijke, Ellemeet en Elkerzee (alleen onderhoud); 8. Gemeente Brouwershaven (alleen onderhoud);

9. Gemeente Zierikzee (alleen onderhoud); 10. Waterschap Noord-Beveland ; 11. Waterschap Tholen; 12. Provincie Zeeland (alleen onderhoud).

Hoewel de calamiteuze polders (buitenbeheren) op Schouwen-Duiveland, Noord-Beveland en Tholen ondergebracht zijn bij respectievelijk de waterschappen Schouwen-Duiveland, Noord-Beveland en Tholen, zijn de reglementen van deze calamiteuze polders nog niet ingetrokken. Reglementair berust dus de onderhoudsplicht van hun waterkering bij deze polders, doch wordt uitgevoerd door de waterschapsbesturen. Wanneer de wet van 19 juli 1870, Staatsblad nr. 119, komt te vervallen, zullen ook de reglementen van bedoelde polders worden ingetrokken.


Sluizen


In de hoofdwaterkering van Goeree-Overflakkee


Wijdte in Slagdrempel-de dag hoogte in m in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—N.A.P.


A. Uitwateringssluis voor het zuidoostelijke deel van polder Preekhil; één opening met één klep.......0,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,06

B. Uitwateringssluis voor polder Het Oudeland; één opening met twee deuren en één schuif.........1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,15


In de hoofdwaterkering van Schouwen-Duiveland

C. Uitwateringssluis ten noorden van het gemaal Den Osse

De sluis is in 1879 gedicht en zal worden verwijderd.

D. Keersluis in de havenmond van Brouwershaven met twee paar puntdeuren.................8,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,50

Hoogte bovenkant van de deuren is N.A.P.-|- 5,50 m. De deuren worden gesloten, wanneer een buitenwaterstand van N.A.P. 1,80 m is bereikt.

E. Uitwateringssluis van het voormalige waterschap Ooster-en Sirjansland; twee openingen, elk met twee vloeddeuren


en één schuif, elke opening..............2,15 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,81

De sluis doet geen dienst meer en zal worden verwijderd. F. Keersluis in het havenkanaal van Zierikzee; één paar puntdeuren en één paar sectordeuren.........12,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,20


Hoogte bovenkant van de deuren is N.A.P.-(- 5,00 m. De sectordeuren worden gesloten bij een buiten waterstand van N.A.P. -|- 2,00 m, Is een buitenwaterstand van N.A.P.-|- 2,75 m bereikt, dan worden de puntdeuren gesloten.

G. en H. Uitwateringssluizen, die geen dienst meer doen en zullen worden verwijderd.


G. Jongesluis; één opening met twee paar vloeddeuren . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,06

H. Weversluis; twee openingen, ieder afsluitbaar met één vloeddeur en één schuif, elke opening..........2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,25


In de hoofdwaterkering van Noord-Beveland


J. Uitwateringssluis van het voormalige waterschap De Noord-Bevelandpolder; één opening met twee paar vloeddeuren en één schuif.................2,40


1,88


In de hoofdwaterkering van Tholen

K. Uitwateringssluis van het voormalige waterschap De Stavenissepolder; twee kokers ieder afsluitbaar met twee vloeddeuren en één schuif, elke koker.........1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,85

Na de afsluiting van de haven van Stavenisse komt de sluis te vervallen


Verklaring der tekens


aard van het (C = centrifu-- 2 60 onegemaa, mei meeruere pompen , g,,|pomp: V = vijzel ; S = schroef-1.90 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;. . . L i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I pomp) en het aantal m’ waterverzet

c 3„ elektrisch gemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^^^ ^'^^^^ ^^ ^^ ^^ ^ aangegeven

ƒ opvoerhoogte ■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rioolgemaal nbsp;nbsp;nbsp;)

V capaciteit kleiner dan 5 m’/min

■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein gemaal nbsp;nbsp;)


2x2.50


met opgave van de bemalingswerktuig


kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt


* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rioolwaterzuiveringsinstallatie

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis

x^* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis, alleen bij doorbraak gesloten

x^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis, doet dienst bij veel waterbezwaar

gt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;keersluis


w nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vaste stuw

ul' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;regelbare stuw

K nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;coupure

■=- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal

^'^0.3— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)

o— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilmerk N.A.P.

. pi. 30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;strand- of kilometerpaal

p.p.-0.60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zomerpeil

w.p.-1.13 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;winterpeil

) in m t.o.v. N.A.P.

X.X.-0.80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zomerwaterstand in een polder 1

s-3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogtecijfer

verharde weg

500 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000 bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied

----hoogwaterlijn

55S;5;sï;*s;^^ hoofdwaterkering

'.:;:',’.'■'.',',',■;;!:::.• nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tweede waterkering

.1— 4 / strekdammen, kribben en strandhoofden

...................riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

---------provinciale grens

---------administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aan gegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

-----grens herverkaveling


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in af-wateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarof. zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Herverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het herverkavelingsblok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats van de peilmerken van het Normaal Amster-aams Peil in de verschillende provincies zie men de betreffende N.A.P.-registers.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zeeland (c.q. Zuid-Holland), behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, 's-Gravenhage, waar ook de VVaterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade27, te ’s-Gravenhage, telefoon (070)-183280.



Schaal 1 : ^0 000


Goederede 36

Rotterdam-*«‘ nbsp;37

Zierikzee-

West nbsp;nbsp;42

Zierikzee-Oost 42

Willemstad-

West nbsp;nbsp;42

Middelburg-

West nbsp;nbsp;48

Middelburg-

Olt;«* 48

Bergen op Zoom-West 49


Zierikzee-Oost



-ocr page 105-

Afwateringseen heden


De op dit blad voorkomende afwateringseenheden zijn als volgt genummerd:


Voorne-Putten

1 t/m III;

Hoekse Waard

I t/m III ;

Tiengemeten

1 en II;

Goeree-Overriakkee

1 t/m XVII:

Schouwen-Duiveland

1 t/m III;

Sint-Philipsland

1 t/m IV:

Tholen

1 t/m IV;

Noord-Brabant nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 t/m IV.


De op de kaart vermelde peilen gelden in het algemeen slechts voor de naaste omgeving van de lozingspunten der afwateringseenheden of onderdelen.

Voorne-Putten

I. Oudenhoorn

Deze afwateringseenheia, waarvan een klein deel aan de noordzijde van dit blad voorkomt, is 855 ha en kan op het Haringvliet worden bemalen. Zie verder het blad Rotterdam-West.


II. Drenkwaard


De grootte van deze afwateringseenheid, die gedeeltelijk aan de noordzijde van dit blad voorkomt, is 1550 ha. Zie ook het blad Rotterdam-West.


III. Oud- en Nieuw-Schuddebeurs


De afwateringseenheid is 375 ha en kan op het Spui worden bemalen. Zie ook de bladen Rotterdam-West en -Oost en Willemstad-Oost.


Hoekse Waard



I. Afgedamde haven van Piershil


Deze afwateringseenheid is 615 ha. De gedeeltelijk op dit blad voorkomende Noord-polder van Goudswaard kan worden bemalen op de afgedamde haven van Piershil, die door middel van een uitwateringssluis vrij kan lozen op het Spui. Zie verder het blad Willemstad-Oost.


De grootte van de afwateringseenheid is 885 ha. Zie ook het blad Willemstad-Oost.

Deze afwateringseenheid kan op het Vuile Gat worden bemalen en is 2840 ha. Zie ook het blad Willemstad-Oost.


Tiengemeten

Deze afwateringseenheid, groot 260 ha, loost door een uitwateringssluis op het Vuile Gat. Het gebied is ongereglementeerd.

Deze afwateringseenheid van 390 ha loost door een uitwateringssluis op het Vuile Gat. Zie ook het blad Willemstad-Oost. Het gebied is ongereglementeerd.

Goeree-Overflakkee

Deze afwateringseenheid, die het grootste deel van de gereglementeerde polder van die naam omvat, is 1333 ha. Het gebied kan worden bemalen op de haven van Stellendam, die in open verbinding staat met het Zuiderdiep (Haringvliet). Zie ook de bladen Rotterdam-West, Goederede en Zierikzee-Oost.

Dit gebied van 35 ha loost via een gemaal en een persleiding op het Zuiderdiep (Haringvliet).

Deze afwateringseenheid is 80 ha en kan vrij lozen op de haven van Stellendam, die in open verbinding staat met het Zuiderdiep (Haringvliet). Het gebied vormt administratief een deel van de gereglementeerde polder Generale Dijkagie.

De haven van Dirksland bestaat uit een binnen- en een buitenhaven. De binnenhaven vormt de boezem van het waterschap De Gemene Uitwatering van Dirksland en is — met inbegrip van het boezemland — ongeveer 50 ha groot ; het peil wordt gehouden op N.A.P. -|- 0.45 m; de totale oppervlakte van de hierop afwaterende polders, met inbegrip van het gerioleerde gebied van Dirksland, is 3348 ha. De binnenhaven loost via de schut- en uitwateringssluis Sas van Dirksland (F) en de buitenhaven naar het Aardappelengat (Haringvliet).

De totale afwateringseenheid is ongeveer 3052 ha. De binnenhavens vormen met het havenkanaal één boezem van ongeveer 10 ha en hebben een peil van N.A.P. -j- 0,70 m. De totale oppervlakte van de hierop afwaterende polders en gerioleerde gebieden van Middelharnis en Sommelsdijk bedraagt 3042 ha. De lozing geschiedt op de buitenhaven (Haringvliet) via de schut-, tevens uitwateringssluis het Middelharnisse Sas. Van de tot de afwateringseenheid behorende polders zijn die van de Eerste en Tweede Be-kading ongereglementeerd. Beide polders vormen samen één waterstaatkundige polder van 135 ha.

jobopp

Deze afwateringseenheid is 930 ha en kan op de haven van Stad aan 't Haringvliet worden bemalen. De afsluitbare duikers tussen de Brienenspolder, de johannespolder en polder De Oude Stad staan gewoonlijk open. De afwateringseenheid vormt hierdoor één waterstaatkundige polder, waarin de zuidoostelijke helft van de Martina Cornelia-polder een hoger deel is.

Dit gebied is 14 ha en wordt door een rioolgemaal — geplaatst in het gebouw van het gemaal van het waterschap Jobopp — via een persleiding op de haven bemalen.

VIII t/m XVII. Overige, in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

VIII. Nieuwe Stad en Lievevrouwenpolder, 280 ha; IX. Bommelse Polders, 1370 ha; X. Gerioleerd gebied van den Bommel, 14 ha; XI. Het Oudeland, 770 ha; XII. Galathee-en Mariapolder, 1310 ha; XIII. Krammerse Polders, 1455 ha; XIV. Aymon Louisepolder, 75 ha; XV. Oudeland van Oude Tonge, 1860 ha; XVI. De Oude Polders, lozende op de haven van Klinkerland, 935 ha, met inbegrip van het gerioleerd gebied van Nieuwe Tonge; XVII. Oud-Herkingen, 640 ha.

Er bestaan plannen om de afwateringseenheden nummers XI en XII gecombineerd te bemalen. Zie hiervoor het blad Willemstad-Oost.

Schouwen-Duiveland

Deze afwateringseenheid is 1880 ha en kan op de Grevelingen worden bemalen. Zie ook het blad Zierikzee-Oost.

De afwateringseenheid is 3025 ha en kan op de Keten worden bemalen. De bemalings-installatie bevindt zich met die van de afwateringseenheid Duiveland-West in één gebouw. Beide afwateringseenheden kunnen ter plaatse van het gemaal door middel van een hulpsluis met elkaar in verbinding worden gebracht. Ziehet blad Zierikzee-Oost.

Dé afwateringseenheid is 2335 ha en kan op de Keten worden bemalen. Zie verder onder II.

Sint-Philipsland

| I. Anna-Jacobapolder

De afwateringseenheid is 975 ha en kan vrij op het Zijpe lozen.


II. Oude Polder


De afwateringseenheid is 655 ha en kan vrij lozen op de Krabbenkreek.


Deze afwateringseenheid van 340 ha kan vrij op de Krammer lozen.


IV. Gerioleerd gebied van Sint-Philipsland, groot 20 ha.


Tholen


I- Tholen-Noordwest

Deze afwateringseenheid is 3145 ha en kan op de Oosterschelde worden bemalen. De bemalingsinstallatie bevindt zich met die van de afwateringseenheid Tholen-Zuidwest in één gebouw.


II. Tholen-Zuidwest


Deze afwateringseenheid van 1550 ha is vrijwel geheel op het blad Bergen op Zoom-West gelegen. Het gebied kan op de Oosterschelde worden bemalen. Zie ook onder I.


III. Hollarepolder

Deze afwateringseenheid van 395 ha kan zowel natuurlijk lozen op de Eendracht als hierop worden bemalen.


IV. Tholen-Oost


De afwateringseenheid — met inbegrip van de onderbemaling van 1820 ha — is 4970 ha en kan op de Eendracht worden bemalen.


Noord-Brabant


I. Drievriendenpolder


Deze afwateringseenheid—van 240 ha kan vrij lozen op het Volkerak, Zie het blad Willemstad-Oost.


II. Kooi- en Karolinapolder


Deze afwateringseenheid is 410 ha en kan vrij lozen op het Volkerak. Zie het blad Willemstad-Oost.


III. Rosendaalse en Steenbergse Vliet


De voornaamste watergang in deze afwateringseenheid is de Rosendaalse en Steenbergse Vliet, die in België ontstaat als Kleine A en daar verder achtereenvolgens Wildertse Beek en A-beek wordt genoemd. In Nederland draagt zij achtereenvolgens de namen Molenbeek en Nieuwe Rosendaalse Vliet om ten slotte als Rosendaalse en Steenbergse Vliet op het Volkerak te lozen.

De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 32 610 ha, waarvan 17 950 ha op het bovenpand en 14 660 ha op het benedenpand afwatert. Van het bovenpand is 9950 ha in Nederland gelegen. De lozing op het Volkerak geschiedt via een schutsluis en een uitwateringssluis met zes kokers. Het gewenste peil voor het benedenpand is ± N.A.P. — 1,30 m, doch meestal is de waterstand hoger. Zie verder ook de bladen Willemstad-Oost, Bergen op Zoom-West en -Oost.


IV. Polders van Nieuw-Vosmeer

De afwateringseenheid is 1570 ha en kan vrij lozen op de Eendracht. Zie het blad Bergen op Zoom-West.


Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden

Voorne-Putten

Gereglementeerd: polder Zuidoord, 65 ha.

Ongereglementeerd; polder Beningerwaard, 50 ha;

Buitengorzen voor polder Velgersdijk, 25 ha;

Buitengorzen voor polder Nieuw-Velgersdijk, 13 ha;

Gorzen voor polder Nieuw-Schuddebeurs, 25 ha.

Hoekse Waard

Gereglementeerd; Leenherenpolder, 120 ha.

Ongereglementeerd: Leenherengorzenpolder, 20 ha; ’s Lands bekade Gorzen, totaal 115 ha;

Tiendgorzen, 35 ha.

Goeree-Overflakkee

Gereglementeerd: Kroningspolder, 75 ha.

Ongereglementeerd: Nieuwe Kroningspolder, 75 ha; Bospolder, 85 ha.

Het oostelijke deel van de Bospolder is 40 ha en kan vrij lozen op het Aardappelengat (Haringvliet). De Nieuwe Kroningspolder vormt met de Kroningspolder en het daarmede gemeen liggende westelijke deel van de Bospolder één afwateringseenheid van 195 ha. Andere ongereglementeerde polders zijn: bezomerkade en onbekade gorzen van de Westplaatbuitengronden, 110 ha; polder van Struyk, 40 ha; Stellegors, 8 ha: Halsgors, 11 ha.


Verklaring der tekens


25

20

oliegemaal elektrisch gemaal

met opgave van de aard van het bemalings-werktuig (C = centrifugaalpomp; V = vijzel; S = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aan

■‘^ 2.0

rioolgemaal

gegeven opvoerhoogte


■s ^°j''’^° gemaal met meerdere pompen

■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein gemaal ^ capaciteit kleiner dan

* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;rioolgemaal ) 5 m’/min

* nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m

bedraagt

^ rioolwaterzuiveringsinstallatie

uitwateringssluis

d

** uitwateringssluis, alleen bij doorbraak gesloten

gt;lt;^ hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)


inlaatsluis schutsluis keersluis


’^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vaste stuw

•^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;regelbare stuw

quot; nbsp;nbsp;nbsp;coupure

■““ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal

'’■“^ peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend) ^^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilmerk van het N.A.P.

P.-166 nbsp;nbsp;nbsp;polderpeil

i.p.-2.07 nbsp;nbsp;zomerpeil

w.p.-2.12 nbsp;nbsp;winterpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;) in m t.o.v. N.A.P.

zs.-0.6 nbsp;nbsp;nbsp;zomerwaterstand in een polder \

^® nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogtecijfer


-------------riolering (in de kleur van het betreffende gebied)


verharde weg

verharde weg in aanleg

480 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000

----------waterleiding, alleen dienende voor waterinlaat

bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied


------hoogwaterlijn


Vi‘,“,‘.%‘.‘y41/yjT hoofdwaterkering

;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;', tweede waterkering

— nbsp;nbsp;nbsp;strekdammen, dijkverdediging

-------------proyip^jglg grens

---------administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

-------grens her- of ruilverkaveling of ontwateringsplan



Schaal 1:50000


Goedereede 36

Rotterdam -

West 37

Rotterdam -Oost ßy

Zierikzee •

Oost 42

Willemstad -

*quot;» nbsp;43

Willemstad -

O“’* 43

Middelburg -Oost 48

Bergen op Zoom -West 49

Bergen op Zoom -Oost 49



Willemstad-West


Universiteits bibliotheek Utrecht


-ocr page 106-

Sluizen


Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen


Wijdte in de dag in m

Slagdrempel-hoogte in m t.o.v. N.A.P,

-(- 0,09

— 1,26

— 0,90

in de hoofdwaterkering van Voorne-Putten

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluis voor de polder Velgersdijk met één schuif

In de hoofdwaterkering van de Hoekse Waard

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis voor het gemaal van de polder Oude Korendijk c.a. ; één vloeddeur en één schuif . . . Naast de vloeddeur een opening voor waterinlaat met één schuif.....................

0 0,10

1,30

0,52

In de hoofdwaterkering van Tiengemeten

C. Uitwateringssluis van de polder Brienenswaard ; één vloeddeur en één schuif............

1,50

— 1,10

In de hoofd waterkering van Goeree-Overflakkee

D. Uitwateringssluis voor het gemaal en voor vrije lozing van een deel van de polder Generale Dijkagie: één vloeddeur en één schuif............

1,25

— 1,34

E. Uitwateringssluis voor het deel Scharrezee- en Wees-

(vloer)

huispolder van de polder Generale Dijkagie; één schuif en één vloeddeur..............

0,95

— 1,08

F. Sas van Dirksland, schut- tevens uitwateringssluis van de boezem (binnenhaven) van Dirksland; twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, waarvan de binnenste tevens dienst kunnen doen als roldeuren.......

6,75

— 3,04

Hoogte bovenkant van de vloeddeuren is N.A.P. -|-4,62 m.

G. Middelharnisse Sas, schut- tevens uitwateringssluis van de boezem de havens van Middelharnis en Sommels-dijk; twee paar eb-, twee paar vloed- en één paar stormvloeddeuren ...................

7,00

buitenhoofd....................

— 3,00

binnenhoofd...................

— 2,65

Hoogte bovenkant van de stormvloeddeuren is N.A.P.

-p 5,00 m.

H. Keersluis voor de haven van Stad aan 't Haringvliet; twee paar puntdeuren................

8,50

— 2,60

Hoogte bovenkant van de deuren is N.A.P. -|- 5,00 m. De sluis wordt gesloten bij een buitenwaterstand van N.A.P. 1,50 m.

I. Uitwateringskoker voor het gemaal van de Bommelse Polders; twee schuiven...............

1,70

— 1,70

In de koker een aansluiting met schuif voor de uitwatering van het voormalige Spui.

J.. Keersluis voor de haven van OudeTonge; één paar vloed- en één paar stormvloeddeuren........

9,00

— 2,20

Hoogte bovenkant van de stormvloeddeuren is N.A.P. -P 6,40 m.

De sluis wordt gesloten bij een buitenwaterstand van N.A.P. -P 1,50 m.

K. Uitwateringssluis voor het gemaal van De Oude Polders, lozende op de haven van Klinkerland; één paar vloeddeuren en twee schuiven...........

1,82

— 1,20

De sluis is verlengd met een betonnen koker, lang ± 55 m.....................

2,00

-1,23

L. Uitwateringssluis voor de polder Oud-Herkingen c.a.; één schuif en één klep.............

1,39

— 0,90


Brielse Dijkring

De taak van het waterschap, omschreven in artikel 1 van het reglement, omvat onder meer de instandhouding van de Brielse-Maasboezem en de boezem van de Bernisse. Het reglement is opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad nummer 1724, onder volgnummer 2474, en is later meermalen gewijzigd.

Gemene Uitwatering van Dirksland

De roeping van het waterschap, omschreven in artikel I van het reglement, is de zorg voor de uitwatering door de haven van Dirksland van de naar die haven lozende polders. Tot de voornaamste werken, die bij het waterschap in beheer en onderhoud zijn, behoren de binnenhaven, de sassing met brug en de buitenhaven met leidammen en havenhoofden. Het reglement is opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad nummer 723, onder volgnummer 1463, en is enkele malen gewijzigd.

Jobopp

De taak van het waterschap, omschreven in artikel 1 van het reglement, omvat de gemeenschappelijke ontwatering van de polders, gelegen in de afwateringseenheid Jobopp (VI), echter met uitzondering van een klein deel van de polder Oostplaat Flakkee, genaamd de Spuipolder. Het waterschap beheert en onderhoudt onder meer het elektrisch gemaal, de uitwateringssluis van de polder Oude Stad, de hoofdwatergangen en de daarin gelegen kunstwerken tot regeling van de waterstand en de afwatering. Het reglement is opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad nummer 1638, onder volgnummer 2388.

Spui

Het beheer en onderhoud van de Spui berust bij de polders, lozende door het Oudeland van Oude Tonge. Zie verder het reglement, opgenomen in het buitengewoon provinciaal blad nummer 181, onder volgnummer 917.

Heemraadschap van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet

Het doel van het waterschap is onder meer het behartigen van de belangen, die betrekking hebben op de afsluiting van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet, de afwatering van de gronden, die via de Vliet naar het Volkerak lozen, en de scheepvaart op de Vliet. Het bovenstaande is nader vastgelegd in het provinciaal blad nummer 53 van 1919. Tot het heemraadschap behoren — geheel of gedeeltelijk — de volgende op dit blad voorkomende waterschappen: Westland, de Graaf Hendrikpolder, de Volkerakpolders en de Heense Polder.


Hoofd water keringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en/of onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, vermelde instanties.


In de hoofd waterkering van Schouwen-Duiveland

M. Uitwateringssluis van het voormalige waterschap Bruinisse; één opening met twee paar vloeddeuren en één schuif....................2,02 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—1,46 De sluis is dichtgemetseld.


In de hoofdwaterkering van Sint-Philipsland


2,00


1,50


1,00


— 1,45


— 1,60


— 1,15


In de hoofdwaterkering van Tholen

Q. Uitwateringssluis van de Johanna Mariapolder c.a.; één opening met twee vloeddeuren......... De sluis is gedicht.


0,60


— 0,43



één


één


0,60


1,10


— 0,66


— 1,68


In de hoofdwaterkering van Noord-Brabant

T. Beneden- of Steenbergse Sas, schut- tevens


uit-


wateringssluis voor de Rosendaalse en Steenbergse Vliet; één paar stormvloed-, één paar vloed-, twee paar eb- en één paar waaierdeuren buitenhoofd.................... binnenhoofd...................

Hoogte bovenkant van de stormvloeddeuren is N.A.P. -I- 5,24 m.

Iedere opening..................

De sluis is in aanbouw.


8,00

8,25


2,50


16,00


— 3,10

— 3,50


— 3,03


— 5,50



Hoewel de calamiteuze polders (buitenbeheren) op Schouwen-Duiveland en Tholen ondergebracht zijn bij respectievelijk de waterschappen Schouwen-Duiveland en Tholen, zijn de reglementen van deze calamiteuze polders nog niet ingetrokken. Reglementair berust dus de onderhoudsplicht van hun waterkering bij deze polders, doch wordt uitgevoerd door de genoemde waterschapsbesturen. Wanneer de wet van 19 juli 1870, staatsblad 119, komt te vervallen, zullen ook de reglementen van genoemde polders worden ingetrokken.


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, zijn meestal aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Gerioleerde gebieden zijn ongekleurd gelaten, doch omgeven door een enkele smalle bies.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ongereglementeerde polders zijn — waar nodig — in het randschrift vermeld.

Ruilverkavelingen, herverkavelingen en plannen tot verbetering waterlopen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelings(herverkavelings)blok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies zie men de betreffende N.A.P.-registers. Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zuid-Holland (c.q. Zeeland. Noord-Brabant), behorende bij de Waterstaatskaart. verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf. Fluwelen Burgwal 18. ’s-Gravenhage. waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27, te 's-Gravenhage, telefoon (070) 18 32 80.


-ocr page 107-

Afwateringseen heden


Zuid-Holland


A. Voorne-Putten


I. Oud- en Nieuw-Schuddebeurs

Deze afwateringseenheid is 375 ha en kan op het Spui worden bemalen. Ziedebladen Rotterdam-Oost, Rotterdam-West en Willemstad-West.

B. Hoekse Waard


  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Afgedamde Haven van Piershil

Deze afwateringseenheid loost door een uitwateringssluis op het Spui. De voormalige haven heeft geen vast peil. De erop afwaterende polders hebben een gezamenlijke oppervlakte van 615 ha.


II. Oud-Beijerland


De totale grootte van de tot deze afwateringseenheid behorende polders is 1780 ha, waarvan 70 ha gerioleerd gebied.

III. Binnenbedijkte Maas


De Binnenbedijkte Maas kan vrij lozen op de Oude Maas door een uitwaterings-, tevens schutsluis te Puttershoek en kan aldaar ook door een elektrisch gemaal worden afgemalen. Het peil bedraagt N.A.P. — 0,87 m; de oppervlakte met die van het rechtstreeks erop afwaterende land is ongeveer 300 ha en die van de erop lozende polders 1890 ha.

IV. Strijense Haven


Deze afwateringseenheid loost door de uitwaterings-, tevens schutsluis te Strijensas op het Hollands Diep en kan aldaar ook door een dieselgemaal worden afgemalen. Van de uit drie delen bestaande boezem heeft: a. de Strijense Haven met de Nieuwe Haven normaal een peil,van N.A.P. — 0,80 m tot — 0,70 m, doch mag ten behoeve van de scheepvaart worden opgezet tot N.A.P. — 0,50 m ; b. de Oude Haven een maximumpeil van N.A.P. — 0,60 m ; c. de Keen een maalpeil van N.A.P. — 0,60 m.

De oppervlakte van de boezem is ongeveer 22 ha en die van de erop lozende polders 2640 ha.

V. De Gorzen


De lozing heeft plaats door een uitwateringssluis op het Hollands Diep. De totale oppervlakte van de verschillende polderdelen bedraagt 250 ha.

VI. Schuringse Haven


De als boezem dienstdoende haven met inbegrip van het rechtstreeks erop afwaterende land heeft een grootte van ongeveer 8 ha en loost door de S.churingse buitensluit op het Hollands Diep. Het op de boezem bemalen gebied, bestaande uit het oostelijk deel van polder Cromstrijen, is 1280 ha.

VII t/m XIX. Overige, in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

VII. Noordpolder van Piershil, groot 50 ha; VIII. Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil, groot 1595 ha. waarvan 25 ha gerioleerd gebied; IX. Westmaas-Nieuwland met twee hogere delen op het blad Rotterdam-Oost. groot 1635 ha; X. Oost- en West-Zomerlanden. groot 755 ha; XI. Oude Korendijk, groot 885 ha; XII. Den Hitsert. groot 2840 ha; XIII. Westelijk deel van polder Cromstrijen. groot 2115 ha; XIV. Westelijk deel van de Westerse Polder, groot 255 ha; XV. Oostelijk deel van de Westerse Polder, groot 100 ha; XVI. Torensteepolder, groot 310 ha; XVII. Hogezandse Polder, groot 700 ha; XVIII. Strijense polder e.a.. groot 910 ha; XIX. Polders Nieuw-Bonaventura. Het Nieuweland en De Mijl, groot 2375 ha.

C. Tiengemeten

Brienenswaard

Deze afwateringseenheid. groot 260 ha. loost door een uitwateringssluis op het Vuile Gat. Zie het blad Willemstad-West.

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;Gecombineerde Middenpoider

De afwateringseenheid. groot 390 ha. loost door een uitwateringssluis op het Vuile Gat.

Polder

De afwateringseenheid. groot 50 ha. loost door een uitwateringssluis op het Vuile Gat.

D. Goeree-Overflakkee

  • I. nbsp;nbsp;nbsp;Galathee- en Mariapolder

Deze afwateringseenheid van 1310 ha kan dqor een dieselgemaal worden afgemalen op de Galatheese of Sluise Haven, die in open verbinding staat met het Volkerak. Naast het gemaal is een uitwateringssluis voor vrije lozing. Bij wijze van proef staat momenteel de hulpsluis tussen afwateringseenheid I en II open. Bij gunstig resultaat zal de sluis blijvend geopend zijn en zullen beide gebieden één afwateringseenheid vormen.

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;Het Oudeland

De grootte van deze afwateringseenheid is 770 ha. Het gebied kan worden bemalen op de haven van OoItgensplaat door middel van een elektrisch gemaal. De nog aanwezige uitwateringssluis is buiten gebruik. De hulpsluis tussen de afwateringseenheden I en II staat momenteel bij wijze van proef open; zie onder I.

Bommelse Polders

Deze afwateringseenheid. met inbegrip van een hoger deel (zie het blad Willemstad-West). is 1370 ha en kan op de haven van Den Bommel worden bemalen.

imillllllim IV. Gerioleerd gebied van de gemeente OoItgensplaat

Het gebied, groot 24 ha. loost door middel van een rioolgemaal op de Spuikom, die door een spuisluis van de haven is gescheiden.

Noord-Brabant


mimi

De voornaamste wateren in deze afwateringseenheid zijn: de Boven-Mark. de A of Weerijs, de Singels van Breda, de Mark van de Singels tot de Kenehaven en de Dintel. De gemiddelde waterstand op de Mark beneden Breda is N.A.P. Vrije lozing op het Volkerak heeft plaats door de schut- en uitwateringssluis (D) en kan ook plaatsvinden door de uitwateringssluis (E). Bij veel waterbezwaar kan bovendien water worden afgevoerd :

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;via het Markkanaal op het Wilhelminakanaal (zie het blad Geertruidenberg-West);

  • 2. nbsp;nbsp;nbsp;door de schutsluis (M) tussen de Mark en de haven van Zevenbergen of Rode Vaart, welke mogelijkheid hoofdzakelijk voor doorspuien wordt gebruikt.

De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 106 940 ha, waarvan het in Nederland gelegen deel, totaal groot 69 830 ha, bestaat uit 1030 ha boezemland, 18 605 ha polderland en 50 195 ha hoge grond, De Mark is vanaf de Belgische grens tot de noorde-lijké grens van het waterschap de Boven-Mark in beheer en onderhoud bij dit waterschap; de A of Weerijs is in onderhoud bij het waterschap van die naam; de Singels bij de gemeente Breda; het deel van de Mark, vanaf 680 m ten noorden van de spoorbrug te Breda, en de Dintel tot de uitmonding zijn in beheer en onderhoud bij het heemraadschap Mark en Dintel. Zie voorts de bladen Geertruidenberg-West, Breda-West en -Oost en Bergen op Zoom-Oost.

/ II. Haven van Zevenbergen of Rode Vaart

De oppervlakte van de boezem is 14 ha, die van de erop afwaterende gronden 3617 ha, waarvan 30 ha boezemland. Het boezempeil is N.A.P. 4- 0,40 m. Tijdens de bietencampagne wordt het peil soms verhoogd tot N.A.P. -h 0,70 m.

De waterlozing geschiedt uitsluitend langs natuurlijke weg door een schut- en uitwateringssluis op het Hollands Diep (zie het blad Geertruidenberg-West). In droge tijden kan bij hoge buitenwaterstanden door dezelfde sluis water worden ingelaten. Het op dit blad voorkomende deel van het gebied, groot 580 ha, behoort tot het waterschap De Striene, de beide delen, groot respectievelijk 700 en 18 ha, tot het waterschap Het Oudland van Zevenbergen. De boezem zelf is in beheer en onderhoud bij het heemraadschap van de Mark en Dintel.

  • III. nbsp;nbsp;nbsp;Noordschans

De totale oppervlakte van de afwateringseenheid bedraagt 1460 ha. Door twee gemalen te Noordschans wordt het overtollige water afgemalen op een kleine voorboezem, die door een uitwateringssluis (K) van de haven van Klundert is gescheiden.

Het peil van de voorboezem bedraagt N.A.P. — 1,10 m. Vanuit de Rode Vaart kan via de Kenehaven op de Aalskreek water worden ingelaten, bovendien door de inlaat-duiker (L) in de hoofdwaterkering van de polder Kwistgelden. Verder kan de Aalskreek met het er rechtstreeks op lozende gebied, groot 55 ha, door het dieselgemaal afzonderlijk op genoemde haven worden bemalen (zie ook Geertruidenberg-West).

  • IV. nbsp;nbsp;nbsp;Rosendaalse en Steenbergse Vliet

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid bedraagt 32 610 ha, waarvan 17 950 ha op het bovenpand en 14 660 ha op het benedenpand loost. Door een uitwateringssluis met 6 kokers en een schutsluis, die eveneens voor uitwatering wordt gebruikt, loost de boezem op het Volkerak (zie het blad Willemstad-West),

Het gewenste peil van het benedenpand is ongeveer N.A,P. —1,30 m en dat van het daarvan door de kunstwerken O en P gescheiden bovenpand ongeveer N.A.P. -|-0,20 m. Van de rijksbrug te Rosendaal tot haar monding is de rivier in onderhoud bij het heemraadschap van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet. Zie ook de bladen Willemstad-West en Bergen op Zoom-Oost.

IVA. Bovenpand van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet

Het bovenpand ontvangt het water van een gebied, groot 17 950 ha. waarvan 9950 ha in Nederland voorkomt. Het in Nederland gelegen gebied bestaat uit 9910 ha hoge grond en 40 ha polderland. Het bovenpand kan door een opmaalinstallatie vanuit het benedenpand op peil worden gehouden. Zie ook het blad Bergen op Zoom-Oost.

■HMHI IVB, Benedenpand van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet

Het benedenpand wordt gevoed door een gebied groot 14 660 ha. waarvan 645 ha boezem en boezemland.

V t/m XIII. Overige, in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

V. Ruigenhilse polder, groot 1505 ha; VI. Oude Heiningen, groot 805 ha; VII. Nieuwen-Dijk. Het gebied, groot 771 ha, wordt door een elektrisch gemaal op het Hollands Diep afgemalen. Zie het blad Geertruidenberg-West. Waterinlaat heeft plaats uit de haven van Zevenbergen of Rode Vaart door een sluis bij het gemaal; VIII. Kleine Karolina- en Dintelpolder, groot 230 ha; IX. Kooi- en Karolinapolder, groot 410 ha; X. Drievriendenpolder, groot 240 ha; XI. Gerioleerd gebied van de gemeente Klundert, groot 55 ha; XII. Gerioleerd gebied van de gemeente Dinteloord, groot 8 ha; XIII. Grachten van Willemstad, groot 40 ha.

Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden

Zuid-Holland

Gereglementeerd : Langs de Oude Maas het Nieuwe Poldertje, 35 ha. Langs de rechteroever van het Hollands Diep de Buttervlietpolder, 25 ha, en de Oosterse Bekade Gorzen, 45 ha. Langs de rechteroever van het Haringvliet de Westerse Bekade Gorzen 16 ha.

Ongereglementeerd; Langs de Oude Maas: 1. een op de rechteroever gelegen polder, 14 ha. Langs de rechteroever van het Hollands Diep: 2. de Pieterspolder, 35 ha; 3. de Albertpolder, 40 ha; 4. het Grote Gors, 11 ha. Langs de rechteroever van het Haringvliet: 5. de Oosterse Laagjes, 30 ha; 6. de Griendweipolder, 18 ha. Langs de rechteroever van het Vuile Gat: 7. de Westerse Laagjes, waarvan het westelijk deel 55 ha en het oostelijk deel 7 ha is; 8. de Tiendgorzen, 35 ha. Langs de linkeroever van het Vuile Gat: 9. de Schutskooipolder, 6 ha.

Noord-Brabant

De Volgende tot het waterschap De Striene behorende onderdelen; Langs het Volkerak: Sint-Antoniegorzen, 80 ha; twee poldertjes ten oosten hiervan, samen 30 ha; een polder ten westen hiervan, 17 ha; een polder ten zuiden hiervan, 16 ha; Rietgorzen (zuidelijk deel), 45 ha; polder ten westen hiervan, 7 ha; twee poldertjes, de Aanwassen, ten noordoosten van de vluchthaven van Dintelsas, samen 46 ha. Langs het Hollands Diep: buitenpoldertje ten noorden van de Ruigenhilse polder, 50 ha; Willemspolder, 24 ha; Buitengorzen, 45 ha; polder De Grote Hil, 7 ha; buitenpoldertje ten noorden van de polder Nieuwendijk, 55 ha.

Verklaring der tekens


C 10 1.20

S55 2.6

elektrisch gemaal

elektrisch gemaal, dient voor inmalen

dieselgemaal

^2.5

ï 1?

rioolgemaal

met opgave van de aard van het be-malingswerktuig (C = centrifu-gaalpomp;V = vijzel; S = schroef-pomp) en het aantal m’ waterver-zet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte windmolen met vlucht in m

klein gemaal )

. capaciteit kleiner dan 5 m’/min rioolgemaal 1 kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bedraagt

rioolwaterzuiveringsinstallatie

» schutsluis


gt;lt; uitwateringssluis


gt;lt; inlaatsluis


gt;lt; inlaatsluis, dient tevens voor uitwatering

gt;lt;^ hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar) x“^ uitwateringssluis (alleen bij doorbraak gesloten)

gt; keersluis


lt;« grondduiker


♦-* grondduiker, aan beide zijden afsluitbaar

vaste Stuw


regelbare stuw, dient bij het inlaten van water

regelbare stuw

stuw, bestaande uit damwand, in de wintermaanden tijdelijk getrokken coupure

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)

r3— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilmerk van het N.A.P.

.pz 96 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;strand- of kilometerpaal

Universiteits-bibfiotheek

Utrecht

p.-r30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;polderpeil i-p.-tas nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zomerpeil w.p.-2.to nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;winterpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;) in m t.o.v. N.A.P, Z.S.-0.15 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zomerstand -4» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogtecijfer ________________riolering in de kleur van het betreffende gebied verharde weg

verharde weg in uitvoering

180 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000 waterleiding, alleen dienende voor waterinlaat

______hoogwater! ij n

bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied

pVpquot;’tV{quot;.‘t^ hoofdwaterkering

i,'llii;.'.'i;,'l.'l.';;: tweede waterkering

___strekdammen, kribben en strandhoofden

________administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, zijn meestal aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Gerioleerde gebieden zijn ongekleurd gelaten, doch omgeven door een enkele smalle bies.

In twee kleuren gearceerde gebieden lozei m nagenoeg gelijke mate op twee verschillende afwateringseenheden.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren. De namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven. Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid, hun naam is in het randschrift vermeld.

Plannen tot verbetering van waterlopen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het bedoelde blok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies zie men de betreffende N.A.P.-registers.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zuid-Holland en dat van de provincie Noord-Brabant, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, ’s-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27 te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 183280.

Rotterdam-

West 37

Rotterdam-Oost 37

Gorinchem-

West nbsp;nbsp;38

Willemstad-West 43

Willemstad-Oost 43

Geertruidenberg-

West 44

Bergen op Zoom-West 49

Bergen op Zoom-Oost 49

Breda-West 50


Schaal 1 : 50 000



Willemstad-Oost



-ocr page 108-

Sluizen

1,72 0,40

3,14 1,00

3,15 0,50

8,00

3,00

2,58

2,39

1,65

1,00

8,00

1,00

0,45

1,90

1,12

2,09

1,39

.2,50

1,25

1,91

2,46

1,65

0,65

2,20

2,87 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,25

Wijdte in Slagdrempel-de dag nbsp;nbsp;nbsp;hoogte in m in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— N.A.P.

Wijdte in de dag in m

Slagdrempel-hoogte in m — N.A.P.

P. Grote schutsluis of Rosendaalse Sas, schutsluis tussen het boven- en benedenpand van de Vliet (Nieuw-Bovensas). Twee paar puntdeuren......... bovenhoofd................... benedenhoofd..................

8,10

2.00

3.40

In de haven van Steenbergen

Q. Uitwateringssluis bijde Bunsingval;drieopeningen, waarvan twee met een kistdam afgesloten, de derde

2,00

1,20

opening met schuif is de verbinding tussen de stadsvest

0,50

1,20

en de haven van Steenbergen...........

1,60

3.10

R. Uitwateringssluis met twee openingen voor het waterschap De Wouwse Gronden (Zie B.op Z.-Oost)

7,84

2,62

vormt de verbinding tussen de Boomvaart en de haven van Steenbergen.

een deur en twee schuiven............ slagdrempel westzijde..............

1.75

1.60

slagdrempel oostzijde...............

1.70

2,20

1,62

S. Uitwateringssluis van het waterschap Westland: instroomopening.................

5.00

twee uitstroomopeningen, elk...........

Aan de instroomopening afsluitbaar met schotbalken.

2.50

3.00

2,20

1,56

aan de uitstroomopening met twee paar puntdeuren. T. BeatrixsIuis, schutsluis van het waterschap De Ge-

0,29

0,65

wijzigde Cruyslandspolders met twee paar puntdeuren bovenhoofd...................

7.00

3.40

benedenhoofd..................

3.40

6.21 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,04


Zuid-Holland

In de hoofd waterkering van de Hoekse Waard. De sluizen woorden gesloten bij een buitenwaterstand van N.A.P. 2,50 m

De sluis is voorzien van een inlaatriool met één schuif B. Schutsluis, tevens uitwateringssluis van de afwateringseenheid De Binnenbedijkte Maas, met twee paar vloed- en één paar ebdeuren............

Hoogte bovenkant van de buitenste vloeddeuren is N.A.P. 4,04 m.

Hoogte bovenkant stormdeuren is N.A.P. -|- 4,34 m.

De sluis is voorzien van een inlaatriool met één schuif H. Hogezandse Sluis, uitwateringssluis voor vrije lozing van de afwateringseenheid De Hogezandse Polder; één opening met één paar stormdeuren, één paar vlopddeuren, één schuif en één paar ebdeuren De sluis is voorzien van één inlaatriool met één schuif De persbuis van het gemaal mondt uit tussen de vloeddeuren en de schuif en heeft één afsluiter en één terugslagklep.

Kan bij veel waterbezwaar dienst doen als uitwateringssluis.

In de hoofd waterkering van Tiengemeten

In de hoofdwaterkering van Goeree-Overflakkee P. Keersluis in de haven van Ooltgensplaat;éénopening met één paar puntdeuren.............

Hoogte bovenkant deuren is N.A.P, -|- 5,40 m. De sluis wordt bij een buitenwaterstand van N.A.P. -|- 1,35 m gesloten.

Q. Uitwateringssluis van de afwateringseenheid De Galatheese Binnenhaven; één opening met twee paar vloeddeuren................... De nog aanwezige toldeur is niet meer van belang en zal worden opgeruimd.

Noord-Brabant

In de hoofdwaterkering langs Volkerak en Hollands Diep

De slagdrempels zijn even hoog..........

In de haven van Zevenbergen of Rode Vaart

In de Mark

In de Rosendaalse en Steenbergse Vliet

O. Kleine schutsluis, doet dienst als uitwateringssluis voor het bovenpand van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet (Oud-Bovensas). Twee paar puntdeuren .... bovenhoofd................... benedenhoofd..................

Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen

Zuid-Holland

Mijnsherenland van Moerkerken

Het waterschap beheert de boezem van de Binnenbedijkte Maas, waarop de polders Moerkerken, het Munnikenland van Westmaas en de Sint-Anthonypolder lozen. Zie het buitengewoon provinciaal blad nr. 648 onder volgnummer 1388, sub D, en voor de later aangebrachte wijzigingen de buitengewone provinciale bladen nrs. 1616 en 1622, volgnummers resp. 2366 en 2372.

Het Gemeenschappelijk Stoomgemaal te Puttershoek

De roeping van het waterschap is omschreven in het buitengewoon provinciaal blad nr. 648 onder volgnummer 1388, sub E, en omvat de zorg voor de gemeenschappelijke uitwatering door mechanische bemaling van de boezem van het waterschap Mijnsherenland van Moerkerken en van de polders Nieuw-Bonaventura, De Mijlpolder en Het Nieuweland van Puttershoek.

De Boezem lozende door Strijensas

De roeping van het waterschap is onder meer de zorg voor de boezem lozende door Strijensas, mede in verband met de scheepvaart in die streek en het inlaten van water door de verschillende polders; voorts de zorg voor de bemaling van de boezem als uitwateringskanaal voor de verschillende erop lozende polders. Zie verder het buitengewoon provinciaal blad nr. 875 onder volgnummer 1625. Het reglement is later meermalen gewijzigd.

De Volharding

De taak van het waterschap is omschreven in het buitengewoon provinciaal blad nr. 1232 onder volgnummer 1982, en omvat o.a. de zorg voor de bemaling van de Strijense polder, het Koolland, Oud-Beversoord, Beversoord en Meeuwenoord.

Zie voor later aangebrachte wijzigingen de buitengewone provinciale bladen nrs. 'lt;518 en 1533 onder volgnummers 2268 en 2283.

Noord-Brabant

Heemraadschap van de Mark en Dintel

Het doel van het waterschap, omschreven in provinciaal blad nr. 59 van 1950 en nadien nog enige malen gewijzigd, is o.a. de zorg voor de geregelde waterafvoer van de Mark en Dintel en de Rode Vaart. Op dit blad omvat het waterschap de volgende gebieden; gedeelten van de waterschappen de Striene, de Oude Prinslandse polder en de Volkerak-polders, de waterschappen Heerjansland, de Oude en Nieuwe Landen, de Sint-Maartenspolder, de Willemspolder, en de Gecombineerde Hoevense Beemden.

Heemraadschap van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet

Het doel van het waterschap, omschreven in provinciaal blad nr. S3 van 1919 en nadien enkele malen gewijzigd, is o.a. het behartigen van de belangen, die betrekking hebben op de afsluiting van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet, de afwatering der gronden, die via de Vliet op het Volkerak lozen, en de scheepvaart op de Vliet. Op dit blad omvat het waterschap de volgende gebieden: de waterschappen de Ligne, de Graaf Hendrik-polder, Westland, de Gewijzigde Cruyslandspolders en gedeelten van de waterschappen de Oude Prinslandse polder en de Volkerakpolders. 1,60 1,50 1,50 8,00 8,00 2.00 2.70 1.70 1.82 0.63 x 0.85

4.40

0.95

6.60

2.55

2.45

Hoofd waterkeringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in onderhoud bij de op onderstaand kaartje,’schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties:

2,00

6,90

1,40

2,90

-ocr page 109-

Afwater ingseen heden

Zuid-Holland


Hoekse Waard


I. Nieuw-Bonaventura, Het Nieuweland en De Mijl

Deze afwateringseenheid van 2375 ha wordt bij Puttershoek bemalen op de Oude Maas. De watervoorziening heeft plaats vanuit de Dordtse Kil via sluis A en de Afgedamde Haven van ’s-Gravendeel, vanuit het Hollands Diep via de Boezem, lozende door Strijensas, vanuit de boezem van de Binnenbedijkte Maas en vanuit de afwateringseenheid lll via het deel Trekdam en de hulpsluis in de Strijense Ringdijk. Van de laatstgenoemde mogelijkheid wordt nagenoeg geen gebruik gemaakt. Zie ook het blad Willemstad-Oost.


II. Gerioleerd gebied van de gemeente ’s-Gravendeel

De oppervlakte van dit gebied is 17 ha. Er bestaan plannen om het rioolwater via be-malingsinstallaties en een persleiding af te voeren naar de Oude Maas.


lll. Trekdam, Mookhoek en De Kilpolder

De afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 385 ha. De delen Mookhoek en Trek-dam, welke respectievelijk 200 ha en 165 ha groot zijn, kunnen afzonderlijk worden bemalen. De Kilpolder, groot 20 ha, loost op het deel Mookhoek. Waterinlaat is mogelijk door te hevelen via de persbuis van het gemaal.



IV, Strijense Polder c.a.

Deze afwateringseenheid van 910 ha wordt bij Strijensas bemalen op het Hollands Diep.

Zie het blad Willemstad-Oost.


V. Mariapolder, groot 235 ha


IJsselmonde

;, j 1, Devel

De boezem wordt te Kleine Lindt op de Oude Maas bemalen en heeft een peil van NAP—3,00 m. De oppervlakte van de afwateringseenheid is 1075 ha. Een onderdeel, groot 340 ha, komt gedeeltelijk op dit blad voor. Zie verder de bladen Rotterdam-Oost en Gorinchem-West.


II. Gerioleerd gebied van de gemeente Zwijndrecht

De totale oppervlakte van dit gebied is 365 ha, waarvan 45 ha polderland. Zie verder het blad Gorinchem-West,


Eiland van Dordrecht

■I I. Gerioleerd gebied van de gemeente Dordrecht

De oppervlakte van dit gebied is 760 ha. Hierbij is inbegrepen het gerioleerde gebied van de gemeente Dubbeldam, groot 70 ha, dat via een rioolgemaal op de riolering van de gemeente Dordrecht loost. De vuilwaterriolering loost op een bergboezem, die twee maal per dag gedurende enkele uren door het rioolgemaal aan De Mijl op de Oude Maas wordt afgemalen. De bemaling wordt gestopt, wanneer een peil van NAP — 2,30 m is bereikt. De schoonwaterriolering kan inlaatwater ontvangen uit de Spui-haven (II) ten behoeve van het gebied ten noordoosten van de Zuidendijk. Het gebied ten zuidwesten van de Zuidendijk kan inlaatwater ontvangen uit het Malle Gat.Via overstorten wordt met het inlaatwater de vuilwaterriolering doorgespoeld. De schoonwaterriolering kan door het rioolgemaal aan De Mijl op de Oude Maas worden bemalen. Het gebied ten zuidwesten van de Zuidendijk kan overtollig water afvoeren naar de polder Wieldrecht (IV). Zie verder het blad Gorinchem-West,


Op deze haven wateren geen gronden af. Het peil is NAP—0.20 m. Het is mogelijk door enkele inlaatsluizen water uit de Spuihaven in de riolering van Dordrecht te laten stromen voor doorspoeling. Zie verder het blad Gorinchem-West.

Tot deze afwateringseenheid van 1305 ha behoren o.a. de gereglementeerde en buiten de hoofdwaterkering gelegen Nieuwe Noordpolder en Noord-Bovenpolder, respectievelijk 40 ha en 70 ha groot. De afwateringseenheid wordt bemalen op het Wantij door het gemaal in de Noord- of Merwedepolder (hoofdbemaling) en op de Nieuwe Merwede door het gemaal in de Alloijzen- of Bovenpolder (hulpbemaling).

IV t/m VII. Overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden


Noord-Brabant

I. Royale Polder-West

Dit gebied, groot 1365 ha, wordt door een dieselgemaal op het Hollands Diep bemalen. De watervoorziening kan plaats vinden door opmaling uit de Schuddebeurspolder (II) en via de persbuis van het eerstgenoemde gemaal (Q).


II. Royale Polder-Oost

Het gebied, groot 730 ha. wordt door een elektrisch gemaal op het Hollands Diep bemalen. Waterinlaat is mogelijk via de persbuis van het gemaal (R).


lll' Waterloop van Lage Zwaluwe

Deze eenheid is 20 ha groot en kan door de sluis in de voormalige hoofdwaterkering vrij lozen op de haven van Lage Zwaluwe. Meestal echter wordt genoemde sluis gebruikt als inlaatsluis. De keersluis S in de hoofdwaterkering staat doorgaans open en wordt bij hoge buitenwaterstanden gesloten.


IV. Gat van de Ham

De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 3745 ha en bestaat uit 230 ha boezem en boezemland, 3415 ha polderland en 100 ha hoge gronden. Het zomerpeil van de boezem wisselt van NAP—0,50 m tot —0,60 m, het winterpeil van NAP—0,90 m tot —1,10 m. Het gemaal te Hoge Zwaluwe, dat het noordelijke (grootste) deel van het waterschap De Grote Zonzeelse Polder bemaalt, kan het zuidelijke deel van dit waterschap meebemalen. Normaal loost dit deel door middel van een vijzelgemaal op de Mark. Naast dit vijzelgemaal bevindt zich een inlaatsluis voor de watervoorziening van de Grote Zonzeelse Polder. Het deel Emiliapolder van de afwateringseenheid wordt uit de Amer van water voorzien via de afwateringseenheid Brede Vaart (V).


V. Brede Vaart

Deze afwateringseenheid. groot 765 ha. omvat het middelste deel van het waterschap De Emiliapolder en wordt bij Drimmelen op de Amer bemalen. De watervoorziening vindt plaats via de persleiding van het gemaal te Drimmelen. Ook kan water worden ingelaten uit de Donge via het zuidoostelijke deel van de Emiliapolder. Van deze mogelijkheid wordt vrijwel geen gebruik gemaakt. Het zuidoostelijke deel van de Emiliapolder. dat onder normale omstandigheden op de Donge wordt bemalen, kan in noodgevallen door het gemaal te Drimmelen worden meebemalen.


VI. Voormalige vestinggrachten van Geertruidenberg, 20 ha


VII. Zuiderafwateringskanaal

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is ongeveer 4275 ha. Een gebied van 515 ha komt gedeeltelijk op dit blad voor. Zie verder het blad Geertruidenberg-Oost.


amp;7^ i '^•II' Donge boven de voormalige waterkering te Geertruidenberg

De voornaamste wateren in deze afwateringseenheid zijn de rivier de Donge en het Wilhelminakanaal. waarvan het eerste en het zesde (laatste) pand in open verbinding staan met respectievelijk de Donge en het zevende pand van de Zuid-Willemsvaart. De Donge. die in de gemeente Baarle-Nassau ontstaat uit de samenvloeiing van enige beken en waterleidingen, wordt achtereenvolgens Lei en Oude Lei genoemd en mondt als Donge vrij uit in de Bergse Maas. De afwateringseenheid is ±31 200 ha groot en wordt als volgt verdeeld.


■■■■I VIII A. Rechtstreeks op de Donge lozend gebied

Dit deel van de afwateringseenheid is. met inbegrip van het eerste pand van het Wilhelminakanaal. 27 565 ha groot en bestaat uit 150 ha boezem en boezemland. 5270 ha polderland. 21 260 ha hoge gronden en 885 ha gerioleerde gebieden van de gemeenten Geertruidenberg. Raamsdonk (Raamsdonksveer) en Oosterhout. Zie ook de bladen Geertruidenberg-Oost en Breda-Oost. Het totaal van de direct op de boezem bemalen gebieden bedraagt 5345 ha. Hiervan wordt bemalen; door het gemaal Koeschans 525 ha. door het gemaal aan de Steelhovense Vaart 180 ha. door het gemaal Eendracht 405 ha. door het gemaal Willemsbrug 760 ha en door de rioolgemalen van de gemeenten Geertruidenberg en Raamsdonk respectievelijk 45 ha en 65 ha. Zie voor de andere bemalingen het blad Geertruidenberg-Oost.


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden



Schaal 1 : 50 000



Rotterdam-Oost 37

Gorinchem-West 38

Gorinchem-Oost 38

Willemstad-Oost 43

Geertruidenberg-West 44

Geertruidenberg-Oost 44

Bergen op Zoom-Oost 49

Breda-West 50

Breda-Oost 50


nimm VII|B. Tweede t/m vijfde pand van het Wilhelminakanaal

De oppervlakte van dit gebied is, met inbegrip van het Zijkanaal naar Tilburg en het Beatrixkanaal, ± 3635 ha, waarvan 165 ha kanaalboezem ; zie ook de bladen Geertruiden-berg-Oost, Breda-West en -Oost en Eindhoven-West en -Oost. Het peil van het gedeeltelijk op dit blad voorkomende tweede pand is NAP-p 5,00 m. Het wordt gehandhaafd door een inlaatgemaal en een spuisluis bij schutsluis nr. 1 (IJ). De oppervlakte van het pand is 29 ha; de oppervlakte van de er op afwaterende gebieden is 850 ha. Zie ook de bladen Geertruidenberg-Oost en Breda-West en -Oost.


IX. Gerioleerd gebied van Made


Het gebied, groot 55 ha, loost via een persleiding op de Amer.


X. Dintel


De voornaamste wateren in deze afwateringseenheid zijn: de Boven-Mark, de Singels van Breda met de A of Weerijs, de Mark — van de Singels tot de Kenehaven (zie het blad Willemstad-Oost) — en de Dintel. De gemiddelde waterstand van de Mark beneden Breda is gelijk aan NAP. Vrije lozing op het Volkerak vindt plaats door de schut- en uitwateringssluizen te Dintelsas (zie het blad Willemstad-Oost). Bij veel waterbezwaar kan ook water worden afgevoerd via het Markkanaal naar het eerste pand van het Wilhelminakanaal (Donge), alsmede via de Rode Vaart naar het Hollands Diep.

De oppervlakte van de vrij op de Mark en Dintel afwaterende gebieden is ± 53 500 ha, waarvan 8950 ha polderland, 43 500 ha hoge grond en 1050 ha boezemland.

De oppervlakte van de gebieden, die op de Mark en Dintel of de daarmee in open verbinding staande wateren worden bemalen, is 16 510 ha, waarvan 9650 ha polderland, 4800 ha hoge grond en 2060 ha gerioleerde gebieden van de gemeente Breda. Deze gebieden zullen echter in de toekomst via het rioolgemaal Emerweg (hoofdgemaal), een persleiding en een rioolwaterzuiveringsinstallatie lozen naar het Hollands Diep. In België zijn voorts nog tot de afwateringseenheid behorende hoge gronden gelegen met een gezamenlijke oppervlakte van ± 37 000 ha. De gehele afwateringseenheid omvat ±107 000 ha.


XI. Haven van Zevenbergen of Rode Vaart


De afwateringseenheid heeft een oppervlakte van ongeveer 3630 ha. Hiervan is 14 ha boezem en 30 ha boezemland. Het boezempeil is NAP ±0,40 m en wordt tijdens de bietencampagne soms verhoogd tot NAP ±0,70 m. Bij hoge vloedstanden op het Hollands Diep kan water worden ingelaten door de schut-, tevens uitwateringssluis. Bij veel waterbezwaar op de Mark kan deze rivier een deel van het overtollige water via de Rode Vaart naar het Hollands Diep lozen. Op de boezem, die in beheer en onderhoud is bij het Heemraadschap van de Mark en Dintel, lozen de volgende delen; De Nassaupolder ca. 605 ha. Koekkoek en Gecombineerde Buitenpolders 615 ha. Het Oud-land van Zevenbergen ±1700 ha, het zuidoostelijke deel van het waterschap De Striene ±580 ha en de gerioleerde gebieden van Zevenbergen en Zevenbergse Hoek, respectievelijk 70 ha en 40 ha groot. Deze beide gebieden zullen in de toekomst via de onder X genoemde rioolwaterzuiveringsinstallatie en persleiding lozen naar het Hollands Diep.


XII. Noordschans


De afwateringseenheid, groot 1460 ha, wordt te Noordschans via een voorboezem op de haven van Klundert (Hollands Diep) bemalen. Het deel Keense Gorzen, dat gedeeltelijk op dit blad vcorkomt, is 205 ha groot. Vanuit de Rode Vaart kan water worden ingelaten. Zie verder het blad Willemstad-Oost


XIII. Nieuwendijk

Het gebied is ±770 ha groot en wordt door een elektrisch gemaal op het Hollands Diep bemalen. Door sluis O en vanuit de Haven van Zevenbergen kan water worden ingelaten.


Buiten de hoofd waterkering gelegen afwateringseenheden

Tot deze afwateringseenheden behoort een groot aantal ongereglementeerde polders, die met een arabisch cijfer op de kaart zijn aangegeven. Voor de verdere beschrijving van deze afwateringseenheden zie de achterzijde van dit blad.


Verklaring der tekens


---e nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;kleine windmolen, waarvan de vlucht of raddiameter minder dan 5 m bed raagt

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;schutsluis

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis

x u nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis, tevens inlaatsluis


x inlaatsluis


x h hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)


gt; keersluis


0-0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker (hoofdzakelijk dienende voor waterinlaat)

0-0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker

±-o nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker aan één zijde afsluitbaar


vaste stuw


1-1 r regelbare stuw


1-1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vaste Stuw nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i

[ hoofdzakelijk dienende voor waterinlaat M r nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;regelbare stuw )

—air nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal

-^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)


peilmerk van het NAP


pi. 980 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;strand- of kilometerpaal

p. -1.43 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;polderpeil nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

i.p,-1.40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zomerpeil

w.p.-1.60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;winterpeil

in m t.o.v. NAP

Z.S.-1.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zomerwaterstand in een polder


K.p. 500 kanaalpeil


-0.6 hoogtecijfer


_____________riolering (in de kleur van het desbetreffende gebied)


verharde weg

260 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000 waterleiding, hoofdzakelijk dienende voor waterinlaat

bij gemiddeld laaglaagwaterspring droogvallend gebied

ftfififfififi.ftWi hoofd waterkering


,‘,quot;,'.'.'.‘.';.‘;.':;;.' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tweede waterkering

—^ nbsp;leidijk

\ I /' strekdammen, kribben en strandhoofden

_____grens van het ruilverkavelingsblok

-------provinciale grens

______administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar, waar zij afwijkt van de waterstaat)


Geertruiden berg-West


UnIversJteits ( , bibliotheek lt;nbsp;Utrecht



-ocr page 110-

Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden

(ve rvolg)

Zuid-Holland

IJsselmonde

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Buitenpolder De Grote Lindt 25 ha.

Hoekse Waard

Nieuwe Foldertje 35 ha; Polder Groot-Koningrijk 90 ha; Polder Klein-Koningrijk 17 ha; Krabbepolder 50 ba.

Eiland van Dordrecht

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Jagers- en Windhondpolder 11 ha; 2. Wantijpark 18 ha; Oude en Nieuwe Stadspolder, totaal 275 ha; Nieuwe Noordpolder 40 ha; Noord-Bovenpolder 70 ha; 3. Foldertje bij Kop van 't Land 2 ha; 4. Foldertje vóór de Alloijzen- of Bovenpolder 2 ha; 5. Zuid-plaatje 25 ha; 6. Tongplaat 95 ha; Oudendijkse Polder (ten westen van de Straatweg) 13 ha.

Afwateringseenheden tussen het Wantij, de Beneden-Merwede en de Nieuwe Merwede

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Smokerpolder 25 ha; 2. Kleine Rug (spaarbekken ten behoeve van de waterleiding van de gemeente Dordrecht) 17 ha; 3. Grote Rug 35 ha; 4. Grenspolder-West 25 ha; S. Grenspolder-Oost 22 ha; 6. Josinapolder 13 ha; 7. Kikvors 15 ha; 8. Mariapolder 20 ha; 9. Otterpolder 65 ha; 10. Foldertje ten zuiden van de Otterpoldar 4 ha; 11. Nieuwe Kat 6 ha; 12. Huiswaard en Oude Kat 65 ha; 13. Zuilespolder 65 ha; 14. Hel-polder 40 ha; 15. Bekramming 18 ha; Polder Stededijk 55 ha; 16. Kort- en Lang-Ambacht en De Ruigten bezuiden de Perenboom 190 ha; 17. jongenele Ruigt 30 ha; 18. Hengstpolder 40 ha; 19. Foldertje ten oosten van de Hengstpolder 3 ha; 20. Louw-Simons-waard 55 ha 21. Thomaswaard 50 ha; 22. Engelbrechtsplekske met Platte Hoek 70 ha; 23. Aart Eloyenbos en jonge Janswaard 105 ha.

Noord-Brabant

Vasteland

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Polder Kwistgeld 30 ha; 2. Foldertje ten noorden van schutsluis F van de Rode Vaart 12 ha; 3. Buitengorzen 55 ha.

In het waterschap De Gecombineerde Aanwassen: Gecombineerde Aanwassen-West 105 ha; Gecombineerde Aanwassen-Oost. totaal 120 ha.

In het waterschap De Emiliapolder: Slikpolder en Allemanskil 60 ha.

Brabantse Biesbos

Gijster en Heenplaat 125 ha; Steen van Kloosteroord 45 ha; voorts een groot aantal in het waterschap De Brabantse Biesbos gelegen afwateringseenheden. met een totale grootte van ongeveer 4350 ha. Langs de Nieuwe Merwede: 1. Beneden- en Boven-Spieringpolder 70 ha; 2. Kievitswaard c.a. 155 ha. Tot deze afwateringseenheid behoren o.a. de Achterste Kievitswaard. de Koningin Anna Paulownapolder en de Japenwaard

Sluizen en stuwen

Zuid-Holland

Wijdte in de dag in m

Slagdrempel-hoogte in m t,o.v. NAF

Hoekse Waard

A. Inlaat-, tevens uitwateringssluis voor de afgedamde haven van ’s-Gravendeel ; een betonnen koker, afsluitbaar met één schuif ...............

1,00

0,80

B. Inlaatsluis voor de Mariapolder; één opening, afsluitbaar met twee schuiven en één terugslagklep. . . De klep kan met behulp van een windwerk worden gelicht.

0,60

0,00

C. Inlaatsluis voor de stallen van hoeve Bouwlust in de

Mariapolder...................

binnenonderkant van monding buis.........

0 0,15

-I- 0,13=

D. Inlaatsluis bij het gemaal van de Mariapolder; één opening, afsluitbaar met één terugslagklep...... De klep kan met behulp van een windwerk worden gelicht.

1,00

-1- 2,25

Eiland van Dordrecht

E. Inlaatsluis voor Rolder Wieldrecht; één opening, afsluitbaar met twee schuiven...........

0,30

-I- 0,41

F. Inlaatsluis voor Folder Wieldrecht; één opening, afsluitbaar met drie schuiven............

0,35

-I- 0,65

G. Uitwaterings-, tevens inlaatsluis bij het gemaal van Folder De Zuidpunt; twee openingen, elk afsluitbaar met twee schuiven................ Eén der buitenschuiven is voorzien van een inlaatschuif. De sluis wordt zelden gebruikt.

2,80

— 1,56

H. Inlaatsluis voor Folder De Zuidpunt, ten westen van de spoorlijn; één ijzeren buis, afsluitbaar met een schuif binnenonderkant monding buis...........

0 0,30

0,00

I. Uitwateringssluis voor de Louisa- en Cannemans-polder; één opening met één paar vloeddeuren en twee naast elkaar gelegen schuiven.........

2,90

-I- 1.46

J. Uitwateringssluis van Folder De Biesbos; twee openingen, elk afsluitbaar met twee paar puntdeuren en één schuif...................

2,00

-1- 1,90

K. Uitwateringssluis van de Noord-Bovenpolder; één opening, afsluitbaar met twee schuiven.......

0,54

-1- 1,09

L. Uitwateringssluis van de Nieuwe Noordpolder; één koker, afsluitbaar met twee schuiven........ binnenonderkant monding buis...........

0 0,52

— 1,19

Noord-Brabant

In de leidijk van de Nieuwe Merwede

M. Schutsluis tussen het Gat van de Hardenhoek en de

Nieuwe Merwede (Nieuwe Spuisluis); drie paar punt-deuren kerend naar de Nieuwe Merwede......6,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 3,30

N. Schutsluis tussen Steurgat en Nieuwe Merwede te

Werkendam noordelijk hoofd; één paar vloeddeuren en één paar puntdeuren...................7,00 zuidelijk hoofd ; één paar puntdeuren........7,00

De lage puntdeuren zijn van grendels voorzien, zodat ze naar weerszijden kunnen keren.

Langs Hollands Diep, Amer en Bergse Maas

O. Uitwaterings-, tevens inlaatsluis: een opening, aan de binnenzijde afsluitbaar met één schuif en aan de buitenzijde met één schuif en één deur.......1,47

P. Schutsluis, tevens uitwaterings- en inlaatsluis tussen de Haven van Zevenbergen of Rode Vaart en het Hollands Diep

binnenhoofd; één paar waaierdeuren.......7,50

( één paar stormvloeddeuren ) buitenhoofd: ' één paar vloeddeuren , . . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,60 ( één paar ebdeuren nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— 2,09

Hoogte bovenkant van de stormvloeddeuren NAP - - 3,70 m.

Wijdte in Slagdrempel-de dag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogte in m

in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v. NAP

Q. Persbuis voor het gemaal van de Royale Polder te Moerdijk, afsluitbaar met één schuif en aan de monding met één terugslagklep, welke met behulp van een windwerk kan worden gelicht.............1,00

Aan de persleiding een aftakking met schuif voor de watervoorziening.................0,50

R. Twee kokers (uitgevoerd als één constructie) voor de uitwatering door het gemaal van de Royale Polder te Schuddebeurs; elke koker is afsluitbaar met één schuif en aan de monding met één terugslagklep. De klep voor de westelijke koker kan met een windwerk worden gelicht.

westelijke koker

oostelijke koker

Aan de westelijke koker een aftakking met schuif voor de watervoorziening

S. Keer-, tevens inlaatsluis voor de haven van Lage Zwaluwe; één opening, afsluitbaar met een klep, welke voorzien is van een inlaatschuif

De sluis wordt-bij hoge buiten waterstanden gesloten.

T. Hamse Sluis, uitwateringssluis voor het Gat van de Ham; drie openingen. elk afsluitbaar met twee paar puntdeuren en één wielschuif; elke opening

U. Persbuis voor het gemaal van de Emiliapolder te Drimmelen. afsluitbaar met één schuif en aan de monding met een terugslagklep, welke met behulp van een windwerk kan worden gelicht...........1.18

Aan de persleiding een aftakking met schuif voor de watervoorziening.................0.60

  • V. Hulpsluis; één opening, afsluitbaar met één schuif . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.20

  • W. Uitwateringssluis voor de grachten van Geertrui-denberg; één opening, afsluitbaar met één terugslagklep 0 1.00 binnenonderkant monding buis...........

  • X. Hulpsluis van de grachten van Geertruidenberg: één opening, afsluitbaar met één schuif en één klep. . . . nbsp;nbsp;0 0.50 binnenonderkant monding buis...........

IJ. Uitwaterings-. tevens inlaatsluis voor het oostelijke deel van de Emiliapolder; één opening afsluitbaar met één schuif en één paar puntdeuren

— 1,55

— 1,50

— 1,55

— 1,55

— 1,45

— 2,30

— 2,00

— 0,89

— 0,89

— 1,50

— 1,70

— 1.06

— 1.08

In het Kromgat

Z. Uitwateringssluis voor het Kromgat; één opening, aan de binnenzijde afsluitbaar met één schuif en aan de buitenzijde met een wachtdeur...........2.50

In het Wilhelmina- en Markkanaal

A'. Schutsluis tussen het eerste pand van het Wilhel-minakanaal en het Markkanaal. vier paar puntdeuren . benedenhoofd bovenhoofd

Ten zuiden van de sluis bevindt zich een stroomduiker; twee openingen. elke opening afsluitbaar met twee schuiven.....................1.50

B'. Gekoppelde schutsluis tussen het eerste en het tweede pand van het Wilhelminakanaal (sluis nr. 1) met drie paar puntdeuren

benedenhoofd tussenhoofd...................— 0.65 bovenhoofd...................-L 2.60

Aan de westzijde van de schutsluis bevindt zich een spuileiding met spuisluis en een aflaatwerk, Spuisluis; één opening, afsluitbaar met een rolschuif . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-1-3.00

In de Moleniei

C’. Schotbalkstuw................4.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-j- 1.40

D’. Schotbalkstuw bij de uitmonding in de oostelijke Singelgracht van Breda..............3.65 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-|- 0.10

Stuwpeil is ongeveer NAF-|-0.60 m,

In het noordelijke deel van de oostelijke Singelgracht te Breda

E'. Keersluis; twee openingen, elke opening afsluitbaar met één paar puntdeuren.............8,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—2,15

De sluis wordt gesloten voor het doorspoelen van;

  • a. de riolering van Breda; b. het dode gedeelte van de gedempte Marktak.

Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen

Zuid-Holland

Het Gemeenschappelijk Stoomgemaal te Puttershoek

Het reglement van het waterschap is vastgesteld bij besluit der Provinciale Staten van 17 juli 1917 en opgenomen in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 648 onder volgnummer 1388 E. De taak van het waterschap is de zorg voor de gemeenschappelijke uitwatering van de Mijlpolder, Het Nieuweland van Puttershoek en het deel Nieuw-Bonaventura van de Polder Nieuw-Bonaventura, Mookhoek en Trekdam. Zie verder ook het blad Willemstad-Oost.

De Volharding

De taak van het waterschap, omschreven in het Buitengewoon Provinciaal Blad nr. 1232, onder volgnummer 1982, omvat de zorg voor:

  • a. de bemaling van de polders: De Strijense Polder, Het Koolland, Oud-Beversoord, Beversoord en Meeuwenoord; b. de bemalingsinrichtingen van het waterschap; c. enige watergangen, sloten en kunstwerken.

Zie voor later aangebrachte wijzigingen het Buitengewoon Provinciaal Blad nrs. 1518 en 1533, onder de volgnummers 2268 en 2283.

Noord-Brabant

De Amerkant en Zonzeel

De taak van het waterschap, omschreven in het Provinciaal Blad nr. 37 van 1949, is o.a. het verrichten van hetgeen bevorderlijk is voor de verbetering van de waterstaatkundige toestand in zijn gebied. Binnen zijn grenzen liggen de volgende waterschappen: De Grote Zonzeelse Polder, De Nieuwe Zwaluwepolder, De Hamse Polders en De Emiliapolder.

Bleek en Oostkil

De taak van het waterschap, omschreven in het Provinciaal Blad nr. 15 van 1878, is o.a. de instandhouding en verbetering van de rivierarm de Bleke Kil en Oostkil. Het waterschap omvat o.a het op dit blad voorkomende waterschap De Steen van Kloosteroord en de polders Het jannezand en De Grote Polder.

Heemraadschap van de Mark en Dintel

De taak van het heemraadschap, omschreven in het Provinciaal Blad nr. 59 van 1950, is o.a. de zorg voor de geregelde waterafvoer van de Mark en Dintel en de Rode Vaart. Het heemraadschap omvat o.a. de volgende op dit blad geheel of gedeeltelijk voorkomende waterschappen: De Striene; De Hoge en Lage Vugt; De Royale Polder; De Nassaupolder: De Arenbergpolder en De Blokpolder; Koekkoek en Gecombineerde Buitenpolders; De Grote Zonzeelse Polder; De Haagse Beemden; De Gecombineerde Hoevense Beemden; De Ettense Beemden; De Ettense, Rucphense en Hoevense Gronden; De Binnenpolder van Terheyden en Zwaluwe en De Boven-Mark.

Zuiveringsschap De Donge

De taak van het waterschap, omschreven in het Provinciaal Blad nr. 35 van 1950, is o.a. het treffen van maatregelen tot opheffing of ter voorkoming van verontreiniging van de rivier de Donge. Het omvat de waterschappen De Donge en De Beneden-Donge.

Hoofd water keringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en/of onderhoud bij de op onderstaand kaartje schaal 1 : 200 000, vermelde instanties.

Als regel berusten beheer en onderhoud bij dezelfde instantie (5), zo niet, dan is dit afzonderlijk vermeld (5a).


1. Waterschap De Dijkring IJsselmonde; 2. Waterschap De Dijkring Hoekse Waard;

  • 3. Nederlandse Spoorwegen; 4. Waterschap De Dordtse Dijkring; 4a. Gemeente Dordrecht (alleen onderhoud); 5. Hoogheemraadschap De Brabantse Bandijk; Sa. Heemraadschap van de Mark en Dintel (alleen onderhoud); 6. P.N.E.M.-Amercentrale; 7. Rijk.

Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Met een afwateringseenheid wordt bedoeld een gebied, dat bestaat uit een samenstel van wateren met de daarop lozende gronden.

Het loost rechtstreeks op het buitenwater (de zee, het Ijsselmeer en de grote rivieren). Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, haar grens is door een brede bies in deze kleur aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, hebben meestal een geelgroene tint. Delen van een afwateringseenheid, die dus indirect op het buitenwater lozen, zijn begrensd door smalle biezen. Bezitten deze delen echter een eigen waterstand, dan zijn ze volgekleurd. Door tintverschillen zijn zij van elkaar te onderscheiden. De daarin gelegen onderdelen zijn omgeven door een smalle bies. Gerioleerde gebieden in een afwateringseenheid zijn ongekleurd en omgeven door een smalle bies.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke delen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid is echter langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet. De grens tussen gebieden met een eigen waterstand en de op die gebieden lozende hoge gronden, is aangegeven door een geblokte bies.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren. De namen van deze wateren zijn in rood gedrukt. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders staan in bruin op de kaart. Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid; hun naam is in het randschrift vermeld.

Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Feil, zie de betreffende peilmerkkaarten van het NAF met de bijbehorende staten. Bij een gebied, dat in twee waterschappen ligt, wordt met bruine pijlen aangegeven, tot welke waterschappen het behoort.

Voor de geografische aanduiding is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zuid-Holland, c.q. Noord-Brabant, behorende bij de VVater-staatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Christoffel Flantijnstraat 1,’s-Gravenhage, waar ook de bladen van de Waterstaatskaart afS,- per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Boorlaan 2, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 182610,


-ocr page 111-

SLUIZEN


In de Maas en in de bedijkingen langs dege rivier,

A. Inlaatsluis van het waterschap Het Noorderafwater in gskanaal ; twee openingen, elk met één wachtdeur en één schuif aan de buitenzijde en één ebdeur aan de binnenzijde.....................


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


Hoogte In m t.o.v. N.A.P.


Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;boven

in de slag- kant dag drempel vloer m

1.25 nbsp;nbsp;0.50 —


I. Kleur van de rechtstreeks op de Maas, de Nieuwe Merwede, de Bergsche Maas en overige buitenwateren afwaterende polders en hoge gronden.


II. Bommelsche Wetering en Nieuwaalsche en Gamersche Wetering.

De boezem wordt bemalen door een electrisch gemaal en voert het water af van 2353 ha polderland.

De Bommelsche Wetering is door een sluis met de Drielsche Wetering verbonden, waardoor, in geval van nood, beide boezems door één gemaal kunnen worden bemalen. Zie voorts blad 's-Hertogenbosch West. Het boezempeil bedraagt 1.00 m 4- N.A.P.


lieu erkhif^ : Alf!. Dienut Hijkuwuterstaat. Reproductie : TopofiroJiftebv Dienst.


Schaal 1 ; 50000


o.


2 EN 4


BERGEN OP20OM40 W ; 2Sn4


BREDA 50

1EN5 2EN


■.HiRTotiNB 4sjC«/- bijgenerkt tot 1946. w ! 2eN4 .

EINDHOVEN sV ! lENS i 2En4 !


Oude sluis; één opening met één wachtdeur..........1.47 nbsp;nbsp;0.10

Nieuwe sluis: één opening met één wachtdeur.........1.02 nbsp;2.26 4-

Zuilichem boven de Meidijk ; één opening, één deur en één schuif . , . . nbsp;nbsp;nbsp;2.00 nbsp;nbsp;0.00

P. Poederoijense sluis. Uituxiteringssluis van de polder Poe-deroijen; één opening, met schotbalken gedicht............2.35


m.^Drielsche Wetering beneden de schotbalksluis ten g.o. van Kerkwijk.

De boezem loost door de Drielse sluis (C) op de Maas. Bovendien kan de boezem door een sluis op het als boezemland aangegeven gebied van de dorpspolders Delwijnen, Ammer-zoden en Well en Nederhemert benoorden de Maas lozen. Dit gebied met de Drielsche Wetering wordt door het stoomgemaal „Dijkgraaf 't Hooft” bemalen. De boezem ontvangt het ugt;ater van 2880 ha polderland en 327 ha boezemland. Zie voorts blad 's-Hertogenbosch West. Het maalpeil bedraagt 0.80 m N.A.P.


IV. Werkensche Boezem.

De boezem loost door sluis Y op de Bakkers Kil en door de Werkense sluis (Xj op de Bleeke Kil. De boezem wordt bemalen door het electrische gonaal te Nieuwendijk en wel door de schroefpomp met een waterverzet van 97 m^/min bij een opvoerhoogte van 1.00 m. Op de boezem wateren 855 ha polderland af. Het boezempeil bedraagt 0.30 m — N.A.P. Zie verder onder Zevenbansche Boezem en Alm.


V. Zevenbansche Boezem en Alm.

De boezem loost door de Zevenbanse- (W) en de Almsluis (V) op de Bleeke Kil. De boezem wordt bemalen door het electrische gemaal te Nieuwendijk en wel door de beide schroef-pompen met een waterverzet van elk 250 m'/min bij een opvoerhoogte van 1.00 m. Op de boezem wateren 4770 ha polderland geheel en 1020 ha polderland gedeeltelijk af. Het boezempeil bedraagt 0.30 m — N.A.P. Door het optrekken van een schuif kan één van de beide bovengenoemde schroefpompen in verbinding worden gebracht met de Werkensche Boezem, omgekeerd kan ook de onder IV genoemde pomp de Boezem V betnalen.


benedenhoofd (Maaszijde)....................2.89

bovenhoofd {Waalzijde).....................2.14

In de bedijkingen langs de Bergsche Maas.

M. Idem; één opening met één schuif............0.65 nbsp;nbsp;0.63 4-

N. Inlaatsluis voor het Noorder Afwateringskanaal ; één opening met twee schuiven en één ebdeur..................1.50 nbsp;nbsp;1.28 —

0. Uitwateringssluis van hetAfivateringskanaal ’s-Hertogenbosch

—Drongelen ; vijf openingen ; middenopening met één paar vloeddeuren, één paar ebdeuren en één Stoneyschuif ................. nbsp;nbsp;6.00 nbsp;0.50 —

vier zijopeningen, elk met één schuif en één ebdeur ........... nbsp;nbsp;1.50 nbsp;0.50 —

Do Binnen Oude Maas gaat onder deze sluis door met een grondduiker;

vier openingen, elk ........................ nbsp;1.70 nbsp;2.44 — 3.15 —

Aan de Westzijde is tegen deze sluis aangebouiod de uitwateringssluis voor de Binnen Oude Maas, zie sluis

P. Inlaatsluis voor het waterschap De Waarden ; één opening met één schuif en één klep ...................... nbsp;0.30 nbsp;0.40 —

Q. Inlaatsluis voor de Dussen ; één opening met één schuif en één klep ............................. nbsp;0.60 0.00

R. Uitwateringssluis van het Noorder Afwateringskanaal; één opening met één paar vloeddeuren ................. nbsp;6.00 nbsp;2.14 —


In de bedtjktng langs de Bleeke Ktl.

één opening mei één paar vloeddeuren ................ nbsp;nbsp;4.00 nbsp;1.30 —

U. Emmikhovense sluis. Uitwateringssluis van de Emmik-

hovensche Boezem; één opening met één paar vloeddeuren ....... nbsp;nbsp;2.50 nbsp;1.35 —

W. Zevenbanse sluis. Uitwateringssluis van de Zevenbansche

Boezem; één opening met één paar vloeddeuren............ nbsp;nbsp;4.70 nbsp;1.30 —

X. Werkense sluis. Uitwateringssluis van de Werkensche Boezem en van het electrisch gemaal aan de Nieuwendijk ; één opening met één paar vloeddeuren ........................ nbsp;3.95 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.75 —


In de bedijking langs de Bakkerskil.


Y. Uitwateringssluis van de Werkensche Boezem; één opening met één paar vloeddeuren en één paar ebdeuren............1.80 nbsp;nbsp;1.10 —

Z. Papsluis. Waaiersluis ; één opening met één paar waaierdeuren ............................ nbsp;8.00 1.50 —


In de bedijking langs de linkeroever van de Nieuwe Merwede.


A\ Uitwateringssluis van de polder Het Waardje; één opening met één schuif aan elk eind .................... nbsp;0.30

noordzijde ........................... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.02 4-

zuidzijde ........................... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.02

In de bedijking ten zuiden en ten oosten van het Oude Maasje en het Zuiderkanaal.


B^. Inlaatsluis voor het waterschap De Nieuwe Hooipolder; één opening met twee schuiven .................... nbsp;1.00 nbsp;0.50 —


C*. Uitwateringssluis van het Zuiderafwateringskanaal; twee ope-ningen, elk met één paar vloeddeuren en één paar ebdeuren ....... nbsp;nbsp;5.00 nbsp;2.66 —

D\ Uitwateringssluis van het waterschap Groot Waspiksche en

Raamsdonksche Polders ; één opening met één klep .......... nbsp;nbsp;1.20 nbsp;1.00 —

E’. Keersluis; één opening met één schuif ........... nbsp;nbsp;1.30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.30 —

F‘. Inlaatsluis van het waterschap Groot-Waspiksche en Raamsdonksche Polders; één opening met één schuif ............... nbsp;nbsp;1.16

0*. Uitwateringssluis van het waterschap Klein Waspik ; één opening met één schuif ....................... nbsp;0.60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.00 —

H*. Uitwateringssluis van het gedeelte, ten noorden van de Winterdijk van het Waterschap Klein Waspik op het Zuiderafwateringskanaal ; één opening met één vloeddeur en één schuif.............1.40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.74 —

I*. Uitwateringssluis van de Vrouwkensvaart ten zuiden van de

Winterdijk ; één opening met één paar vloeddeuren .......... nbsp;nbsp;2.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.20 —

J*. Uitwateringssluis van het waterschap Ten Westen van de Ca-pelsche Vaart op het Zuiderafwateringskanaal ; één opening met één vloeddeur en één schuif ....................... nbsp;PéO nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.74 —

K*. Schotbalksluls te Capelle ; één opening met één schuif . . . . nbsp;nbsp;nbsp;2.40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.80 —

L*. Uitwateringssluis van het waterschap Ten Westen van de Vrij-hoevensche Vaart op het Zuiderafwateringskanaal ; één opening met één vloeddeur en één schuif.....................lAO nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.74

M’. Uitwateringssluis van de Hooge Vaart; één opening met één paar vloeddeuren ........................ nbsp;2.23 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.45

N*. Keersluis in het Zuiderafwateringskanaal ; één opening met één vloeddeur en één schuif ...................... nbsp;1.50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.61

0*. Uitwateringssluis van het ivaterschap De Binnenpolder van Sprang; één opening met één vloeddeur............... nbsp;nbsp;1.70

P*. Uitwateringssluis van het loaterschap De Binnenpolder van

Besoyen ; één opening met één vloeddeur en één klep .......... nbsp;nbsp;1.15 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0.08 —

Q*. Idem: één opening met één vloeddeur ...........


R*. Uitwateringssluis van het waterschap De Binnenpolder van Waalwijk ; één opening met één vloeddeur

S’. nbsp;nbsp;nbsp;Idem; één opening met één vloeddeur

T*. nbsp;nbsp;Idem; één opening met één klep


U\ Uitwateringssluis van het waterschap De Binnen- en Buitenpolder van Baardwijk ; één opening met één vloeddeur.........1.00 nbsp;nbsp;0.12 ■]■

V^ Idem; één opening met één vloeddeur...........0.75 nbsp;nbsp;0.80 4-

tot 1.02

W*. Uitwaterings- en inlaafgrondduiker van het waterschapDe Binnen- en Buitenpolder van Baardmjk; twee openingen, elk met twee schuiven ............................ nbsp;1-60 1.10— 2.40 —

X*. Uitwateringssluis van de Binnen Oude Maas ; één opening met één paar vloeddeuren en één paar ebdeuren..............8.00 nbsp;nbsp;2.14 —


In de Heidijk.

Y^. Inlaatsluis van het waterschap De Hei- of Moerdijk en Polder van Drunen

Z’. Uitwateringssluis van het toaterschap De Hei- of Meerdijk en

Polder van Drunen .......................

A*. Inlaatsluis van het waterschap De Hei- of Meerdijk en Polder van Drunen ..........................

In het Wilhelminakanaal.

B’. Schutsluis tussen het ticeede en derde pand (sluis «®. 2); twee paar puntdeuren, schutkolklengte 65 m

benedenhoofd .......................... nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2.60 4-

bovenhoofd...........................6.10

Aan de zuidwestzijde van de schutsluis bevindt zich een spuileiding met spuisluis ; één opening met één schuif ................. nbsp;nbsp;6.00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6.50 4-


STUWEN

Overstortbreedte

C’. Schotbalkstuw in de Binnen Otide Maas.............4.50 m


D’. Vaste stuw in de Donge .................... nbsp;nbsp;nbsp;3.00 m


E’. Vaste stuw in de Groote Lei ................... nbsp;nbsp;nbsp;1.35 m


ONGEREGLEMENTEERDE POLDERS

De belangrijkste ongereglementeerde polders zijn:

in de Brabantsche Biesbosch :

Het Waardje, Draaier, Niemoe Polder, Volharding, Bogers, Borcharenpolder, Verrezen Polder, Dertien Morgen, Middenwaard van Bink, Prikpolder, Bruinhoeksche Waard of Hooge Polder, Joochims-veld. Kijfhoek, Spits en Hennip, Prik- en Schanswaard, Noordelijke Waarden (c),Zuidelijke Waarden (d). Het Jannezand, Boerenverdriet, Oud Boerenverdriet, Nieuw Boerenverdriet, Nathalspolder, Kleine of Nieuwe Kurenpolder, Groote Kurenpolder, Schiethoekpolder en Perenboompolder ;

langs de Zevenbansche Boezem :

Johannisseland en Cresey (b) ;

langs de Alm:

Jiskoot en Donker (a);

aan de Bergsche Maas :

Doemwaard, Genderensche Uiterwaard (e) ;

aan het Zuiderafuuteringskanaal :

De Binnenbijster, De Dullaard en De Dellen.




VI. Emmikhovensche Boezem.

De boezem loost door de Emmikhovense sluis (U) op de Bleeke Kil en wordt betnalen door electrisch gemaal n^ 1. Op deze boezem wateren 390 ha polderland af.

Het boezempeil bedraagt 0.50 m — N.A.P.


VII. Vierbansche Gantel.

De boezem loost door de Vierbanse sluis (T) op de Bleeke Kil en wordt bemalen door electrisch gemaal n° 2. Op deze boezem wateren 1116 ha polderland geheel en 1020 ha polderland gedeeltelijk af. Het boezempeil bedraagt 0.60 m — N.A.P.

VIII. Hellegat.

De boezem loost door de Hellegatse sluis (S) op de polder Nieuw Boerenverdriet, die door één sluis op de Bleeke Kil loost. De polder Nieuw Boerenverdriet wordt door electrisch gemaal n° 3 bemalen. Op de boezem wateren 1220 ha polderland gedeeltelijk af. Het zomer-peil van de boezem bedraagt 0.30 m — N.A.P.


IX. Noorderafwateringskanaal.

De boezem loost door de sluis bij Perenboom (R) op de Bergsche Maas en wordt daar tevens bemalen door een stoomgemaal. Het kanaal wordt door een sluis te Drongelen in twee panden verdeeld. Het bovenpand kan door een schotbalksluis bij Genderen eveneens in twee delen gescheiden worden. Het bovenpand kan door de inlaatsluis te Genderen (N) water inlaten. Op de boezem loateren 3296 ha polderland geheel en 1245 ha polderland gedeeltelijk af. Het kanaalpeil van het benedenpand bedraagt 0.39 m — N.A.P. De waterstand is echter zeer wisselend.


X. Dussensche Gantel.

De boezem loost door een sluis op het Oude Maasje en voert het ivater af van 485 ha polderland gedeeltelijk.


XI. Zijl.

De boezem loost door een sluis op het Oude Maasje en door tivee sluizen in de grondduiker op het Zuiderafwateringskanaal en voert het water af van 126 ha polderland geheel en 460 ha polderland gedeeltelijk.

De boezem loost door sluis H' op het Zuiderafwateringskanaal en kan tevens door een sluis op de polder groot 55 ha lozen. Op de boezem wateren 160 ha polderland geheel en 65 ha polderland gedeeltelijk af.

De boezem loost door sluis I'^ op de Vrouwkensvaart ten noorden van de Winterdijk en door tioee sluizen in de grondduiker op het Zuideraftvateringskanaal. Op de boezem wateren 28 ha polderland geheel en 430 ha polderland gedeeltelijk af.


De boezem loost door sluis K^ op de Gapelsche Haven en door twee sluizen in de grondduiker op het Zuiderafwateringskanaal. Op de boezem wateren 260 ha polderland en boezemland geheel en 354 ha polderland gedeeltelijk af.

De boezem loost door sluis M^ op de Labbegatsche Vaart en door tioee sluizen in de grondduiker op het Zuiderafwateringskanaal. Op de boezem toateren 157 ha polderlanden boezemland af.


XVI. Zuiderafwateringskanaal.

De boezem loost door sluis C^ op het Oude Maasje en wordt bemalen door een electrisch gemaal. Het kanaal loordt door sluis N^ in de Winterdijk verdeeld in een buitendijks en een binnendijks gedeelte. Het gebied, dat zijn ivater geheel op deze boezem afvoert, is groot 598 ha en, dat zijn water gedeeltelijk op deze boezem afvoert, is groot 3853 ha. Dit gd)ied komt voor een klein gedeelte ook op het blad Geertruidenberg West voor.

Het zomerpeil van het kanaal bedraagt 0.20 m — N.A.P. en het winterpeil 0.30 m —N.A.P.

Teneinde te voorkomen, dat overstromings- of bevloeiingswater moet ivorden weggepompt, worden de sluizen D^ — P^ in de Achterste Dijk en de Winterdijk gesloten, zodra dat nodig is.


XVII. Afwateringskanaal *s Hertogenbosch—Drongelen.

De boezem loost door sluis 0 op de Bergsche Maas en ontvangt o.a. het water van 9975 ha hoge gronden. Deze hoge gronden komen gedeeltelijk aan de zuidoostzijde van dit blad voor. Zie voorts de bladen ‘s-Hertogenbosch West, Breda Oost en Eindhoven West.

Het kanaalpeil tracht men ’s zomers op 1.60 m 4- N.A.P. te handhaven.

XVIII. Binnen Oude Maas.

De boezem loost door sluis X' op het Zuiderkanaal en wordt daar tevens bemalen door een stoomgemaal. De boezem kan door een keersluis, de z.g. Gemeenlandse sluis te Doeveren, in tioee delen worden gescheiden. Deze sluis staat echter altijd open. Het bovenvak kan door de schotbalkstuw C* nogmaals in twee vakken verdeeld worden. Stuwpeil bedraagt van Maart tot November 0.40 m 4- N.A.P.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, is groot 6355 ha. Bovendien ontvangt de boezem een gedeelte van het loater van een gebied groot 601 ha. Zie voorts het blad ‘s-Hertogenbosch West. Het maalpeil bedraagt 0.10 m 4- N.A.P.


XIX. Bossche Sloot.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, komt voor een klein gedeelte aan de oostelijke rand van dit blad voor. Bovendien ontvangt de boezem een gedeelte van het water van een poldertje, groot 6 ha. Zie voorts het blad 's-Hertogenbosch West


XX. Waterleiding ten oosten van Oosterhout.

De boezem ontvangt het water van 395 ha hoge gronden. Deze hoge gronden komen voor een gedeelte aan de westelijke rand van dit blad voor. Zie voorts het blad Geertruiden-berg West.


XXI. Tweede pand van het Wilhelminakanaal.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, heeft een grootte van 715 ha en komt gedeeltelijk aan de ivestelijke rand van dit blad voor. Zie voorts het blad Geertruidenberg^ West.


Het kanaalpeil bedraagt 6.00 m 4- N.A.P.

XXII. Derde pand van het Wilhelminakanaal.

Dit pand koinl gedeeltelijk aan de zuidelijke rand van dit blad voor. Het kanaalpeil bedraagt 7.50 m 4- N.A.P. Het peil wordt gehandhaafd door een opmalingsinstaUatie bij schutsluis n°. 2 (B*) en door een spuileiding met spuisluis ten zuidwesten van schutsluis n°. 2. Zie voorts het blad Breda Oost.


De boezem loost door een sluis op de Donge. Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, is groot 476 ha.

De boezem loost door een sluis op de Donge en kan ook op een bergboezem in de polder van ‘s-Gravenmoer lozen. Er wateren 4750 ha hoge gronden op af.

Het gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, komt gedeeltelijk op dit blad voor Zie voorts de bladen Geertruidenberg West en Breda Oost.

liet gebied, dat zijn water op deze boezem afvoert, komt voor een zeer klein gedeelte in de zuidwestelijke hoek van dit blad voor. Zie voorts de bladen Willemstad Oost, Geertruidenberg West, Bergen op Zoom Oost en Breda West.


TOELICHTING

Onder een polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Polders zijn in de regel door waterkeringen omsloten.

De polders hebben in verschillende tinten, de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Polders, die hun water eerst op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Van polders, die afwateren op meer dan één boezem of stromend water, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn do voornaamste waterleidingen a^ngegoven met de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen; een smalle bies geeft de onderverdeling van bovengenoemde gebieden aan.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde polders, ongereglementeerde polders (voor zover deze vermeld zijn in het bijschrift), polderdistricten en waterschappen zijn in bruin op do kaart aangegeven.

Gegevens omtrent bedijkingen, grenstractaten. kanalen, overstromingen, polders, polderdistricten, reglementen, stromende wateren, waterkeringen, waterschappen cn waterstanden zijn opgenomen in het boekje „Beschrijving van de provincie Noordbrabant behorende bij de waterstaatskaart” en zullen worden opgenomen in de eerlang verschijnende ,,Beschrijving van de provincie Gelderland, behorende bij de Waterstaatskaart”.


VERKLARING DER TEKENS

3.5

o *^1.25 Electrisch gemaal \

8r.86 nbsp;nbsp;nbsp;nileffemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F nbsp;^^^^ Opgave van de aard van het bemalingswerktuig (c =

8 » ‘ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F nbsp;centrifugaalpomp; s = schroefpomp; sr = scheprad; v = vijzel)

£ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m opgegeven

3 nbsp;nbsp;stoomgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 nbsp;opvoerhoogte.

A *“*Rg«« 3^uiggasgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;)


^ 26.5 Windmolen met vlucht in m. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Verharde wegen.


X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen.

(D -----Windmotor.

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis.

gt;lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis.

^^ Inl.fl. Inlaatsluis.

0—0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker onder een waterleiding.

ogt;-lt;o nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Idem met afsluiting.

H nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

Hoofdmerk van het N.A.P.

Verkenmerk van het N.A.P.

Peilschaal.

“a«3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal geregeld waargenomen

^®^’ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;(Reg. = registrerend).


Spoorwegen.


Grootte van polders en stroomgebieden volgens meting op de kaart met de planimeter.


Waterkerendo dijk.


Noodwaterkering.

' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Oeververdediglng, strekdammen en

kribben.


----—.- Provinciale grens.


------Administratieve grenzen van polders, polderdistricten en waterschappen. Deze zijn in hot algemeen slechts aangegeven, waar zij afwijken van die van de waterstaat.

-------Administratieve grens van het waterschap De Beneden Donge.


p. -1.30

x.p. 0.80

w.p. -0.71

1.5


Polderpeil van polders '

Zomerpeil van polders F in m

S boven N.A.P.


De waterstaatskaarten zijn à f 5.— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- cn Uitgeverijbedrijf en door bemiddeling van alle postkantoren. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;AUTEUKSRECHTEN VOORBEHOUDEN


GEERTRUIDENBERG



-ocr page 112-

Wateryoorzienlngsgebieden

^■“ Af ge damde Maas (beneden de sluis te Andel)

I A. Het gebied groot 41O ha bestaat uit enkele buiten de hoofdwaterkering gelegen polders. De roornaamste hiervan is de Buitenpolder Munnikenland. De watervoorziening heeft plaats door do inlaat-sluis gelegen nabij het gemaal van genoemde polder.

^^“ Afgedamde Maas (boven de sluis te Andel)

De totale oppervlakte van de gebieden die water aan de Afgedamde Maas boven de sluis te Andel onttrekken bedraagt 7300 ha en bestaat uit de volgende delen:

II A. Dit deel bestaat uit de polders van Wijk en Van Veen, Hot westelijk doel van de Opperste polder vmn Andel en Babi-lonienbroek en hot noordelijk deel van de polders Meeuwen, Eethen en Qenderen. De totale oppervlakte is 2835 ha.

De watervoorziening heeft plaats door de Inlaatsluis A van het waterschap Het Noorderafwateringskanaal gelegen benoorden Wijk.

  • II ,B.,Polder van Bom, groot 90 ha. Do polder wordt door een inmaal gemaal van water voorzien (zie blad *s-Hortogon-« - bosch west).

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;C. Bommelerwaard boven de Meidijk. Het gebied dat vla de tot één leiding vergraven Bommels© wetering de z.g. Ca-preton van water wordt voorzien is 3375 ha. Het zomerpeil van de Caproton is 1,80 m NAP.

De watervoorziening kan plaats vinden door inmaling via oen der pompon van het elektrische gemaal van het polderdistrict.

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;D. Bommelerwaard beneden do Meidijk. Het gebied is groot 1200 ha.

De watervoorziening heeft plaats via sluis (F) en de voorboezem van het gemaal.

  • ' Het poldorpoil wordt in het grootste deel van het gebied gehouden op 0,50 m NAP.

^^^’ Bergse Maas

Do totale oppervlakte van de gebieden die water aan de Bergse Maas onttrekken is 2206 ha.

Hierin is niet begrepen een gebied groot 1090 ha (III D- IV E) dat tevens water vanuit de Bleek© Kil kan ontvangen. Het voorzieningsgebied is als volgt onderverdeeld.

III A. Waterschap de Waarden, groot 106 ha. Het gebied wordt via een inlaatsluis van water voorzien.

III B. Noorderafwateringskanaal. Het kanaal wordt in droge tijden op peil gehouden door middel van inmalen van water via de sluis aan de Perenboom (N) en door het inlaten va^i water via de sluis (7) bij Sonderen.

De oppervlakte van het gebied dat via het kanaal van water wordt voorzien is 1100 ha.

Het kanaalpeil van het laagste pand is 0,39 m - NAP, voor de twee hogere panden wordt het peil naar behoefte geregeld.

III C. Het gebied bestaande uit de waterschappen, Noordenveld en Zuidenveld, het westelijk deel van Jufvnouwenweide en Zijlmanspolden en het zuidelijk deel van de polden Meeuwen, heeft een oppenvlakte van 1000 ha.

D© watorto©voor h©©ft plaats via de inlaatsluis M en de gnondduikon onden het Noonderafwateningskanaal.

  • III nbsp;nbsp;nbsp;D-IV E. Zuidhollandsepolden gnoot 1090 ha.

Dit gebied wondt vanuit de Bergse Maas van water voorzien via het Noorden-afwaringskanaal.

De inlaat heeft verder plaats door de uit- tevens inlaatsluis nabij de Perenboom. Ook is het mogelijk water uit de Bleek© Kil in te laten via sluis 0.

^^* Biesbosch

De totale oppervlakte van het op dit blad voorkomende voorzieningsgebied bedraagt 6340 ha. Hierbij is niet begrepen het gebied III D-VI E dat tevens water uit de Bergse Maas kan onttrekken.

Hot gebied is als volgt onderverdeeld. IV A. Zevonbanse boezem en de Alm. Deze met elkaar in open verbinding staande wateren worden via twee uitwater-ings- tevens inlaatsluizen (R on S) vanuit d© Bleeke Kil van water voorzien.

Het gebied is 35^ ha. Ia deze oppervlakte is niet begrepen oen gebied groot 865 ha (IV A-B) dat tevens via de Vierbanse Gantel van water uit de Biesbosch kan worden voorzien.

  • IV nbsp;nbsp;nbsp;B. Vierbans© Gantel.

Het gebied ontvangt het water uit de Bleeke Kil via de inlaat- tevens uitwateringssluis (P) gelegen benoorden het Boe zemgemaal.

De oppervlakte is 68O ha exclusief 865 ha IV A-B dat tevens uit de Alm van water kan worden voorzien.

  • IV nbsp;nbsp;nbsp;C. Emmerikhovens© boezem.

De polder Eiamerikhovon groot 390 ha wordt via genoemde boezem en een inlaat-tevens uitwateringssluis van water voorzien.

  • IV nbsp;nbsp;nbsp;D. Werkense boezem.

Via deze boezem wordt een gebied groot 865 ha van water voorzien.

De boezem wordt op peil gehouden door het inlaten van water via de inlaat- tevens uitwateringssluis T.

Afwateringskanaal * s-Hertogenbosch-Dronge-len.

  • V nbsp;nbsp;nbsp;A. Het waterschap quot;de Hei- of Meer-dijk en polder van Drunenquot; bezuiden de spoorbaan ’s-Hertogenbosch-Dordrecht, wordt door inmaling uit het genoemde kanaal, van water voorzien.

Het gebied is I080 ha groot.

  • VI . Oude Maasje en Zulderkanaal.

De totale oppervlakte van het voorzieningsgebied bedraagt 6079 ha.

VI A. Het gebied omvat de Langstraat-se binnen- en buitenpoldors voor het grootste deel gelegen ten westen van het afwateringskanaal *s-Hei»-togenbosch-Dronge len. Door talrijke inlaatsluisjes en verder via het Zuiderafwateringskanaal kan door deze polders water worden ingelaten. Het gebied is 4629 ha.

VI B. Dit gebied groot 1235 ha ontvangt het water door een direct voor de grondduiker onder het Zulderkanaal gelegen inlaat- tevens uitwateringssluis.

  • VI nbsp;nbsp;nbsp;C. Waterschap Herp groot 215 ha. De toevoer van water heeft plaats uit het Oude Maasje via de Binnen Oude Maas en uit de Bergse Maas via een tweetal in-laatsluizen in de stadswallen van Heusden Laatst genoemde inlaat heeft hoofdzakelijk plaats voor doorspoeling van de stadsgrachten ©n^is voor de polder van weinig belang.

Pohg» »

De totale oppervlakte van het gebied dat via de Donge van water wordt voorzien is 5489 ha.

De Bonge staat bij Geertruidenberg in open verbinding met de Bergse Maas.

  • VII nbsp;nbsp;nbsp;Ao Het op dit blad voorkomende gebied groot 5480 ha onttrekt water uit de Donge via een groot aantal inlaatsluisjes

Do met een letter aangegeven sluizen komen in de sluizenstaat van de water-staatskaart voor.

Verklaring der tekens.

  • ■i nbsp;nbsp;nbsp;Elektrisch gemaal dienst voor inmalen rib nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Diesel gemaal

ß....,.;.vn hoofdbies (breed) van een water-voorzieningsgebied

onderverdolingsbies (smal) van .............een watervoorzieningsgebied

E cijfer van een rivier waarvan water wordt onttrokken

1080 ha oppervlakte in ha

waterleiding dient in droge tijden hoofdzakelijk voor de watervoorziening

X nbsp;nbsp;nbsp;inlaatsluis

  • gt;lt;u inlaat- tevens uitwateringssluis

o—o nbsp;nbsp;grondduiker

0X0 grondduiker afsluitbaar

Universiteits-bibiiotheek Utrecht


Schaal 1 : 50 000

Behoort bij blad Geertruidenberg Oost

-ocr page 113-

5°25'



425 7 ao

75 ha


iP, 365 \ ha


2.59 1.24


55 ha

79


285 ha


90 ba a 1.95


2.0 125 ha


215 ha

1.00


70 \ hs


6

175 ha


Polder c^o van Bet 90 ha 45^ z.s. t20


5 43 ha


95 ha


115 ha

., nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;?.s. 1.35

BÓrVrijieleryva


390iha

Z.3. Àl.15


A1 6.9 ,Sl'jkwell 0.9


XVIII


Binnadpr. ■ ^S.i'



Niebwku

815 ba.


VP

3040 ha


z.p. 1.10


130

410 ha Maasboarequot;


ti


ÏO.


6.4


tpzenmortel


53


Bokhoven

Polder


‘ ) 490 ha 4^


95 ha - .r. 6.'9 380


/ 2.2 ^quot;'y^rkërye!ihg


tp. 1.60


01.222


Ac Dis


Voorst Distelberg


. ,t~fl^wenense

Hury/enen

Uiierwa^den 315 ha


105 'ha hl

z.p. Hrf2.05 Ïr 190 ba


.p. 2.30


Alemse'


Rossum

9.5


buiien-05 ha,,


^^^ THogewaar ^’ /St. Andries


Afwateringseenheden

Provincie Noord-Brabant



8.3


C.'


» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;75 ha

I^ Herewaarded


pl/21ü Dl ;


Buitenpolder \ »


Boven-Drielse f 1 ra nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;7,

iterwaard b’. TIS .


2 z370 \ ‘

1.8 20 |


Gewande onizanding


yi/p. de Korenwaard 135 ha


Bmpel


Hoek


•/^1. 208


Waterschap


'^^3


GeHen


elzènho


Hintham

100 ha


, 10485 ha

9.6


51« 40'



Schaal 1 : 50 000


de

Gorinchem -Oost 38

Rhenen -West nbsp;nbsp;nbsp;39

Rhenen »

Oost 39

Geertruidenberg -Oost 44

's-Hertogenbos •

West 45

s-Hertogenbos -

Oost nbsp;nbsp;45

Breda -Oost 50

Eindhoven -West nbsp;nbsp;nbsp;51

Eindhoven -Oost 51


I. Maas (van de stuw te Lith tot de stuw te Grave)

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 490 ha. De totale oppervlakte van de afwateringseenheid is 42 435 ha, waarvan slechts een klein deel (van een onderverdeling, groot 2445 ha) op dit blad voorkomt. Over de jaren 1951 t/m 1956 was het gemiddelde zomerpeil 4,62 m -|- N.A.P., het winterpeil 4,81 m 4- N.A.P. Het stuwpeil te Lith is 4,50 m -)- N.A.P. Zie voorts de bladen 's-Hertogenbos-Oost, Rhenen-West en -Oost, Arnhem-West, Vierlingsbeek en Venlo-West.


II. Rode Wetering

De voornaamste waterleiding is de Rode Wetering. De oppervlakte van het op deze wetering lozende gebied is 3527 ha. De Rode Wetering loost door de Rode Sluis (J) op de Maas en kan daarop ook worden afgemalen door het elektrisch gemaal Caners, dat tevens de Hertogswetering kan bemalen (zie ook onder III). Het zomerpeil op de wetering tracht men te houden op 2,00 m -|- N.A.P., het winter peil op 1,60 m -(- N.A.P. Waterinlaat heeft plaats uit de Maas via de Teeffelense Wetering. Zie het blad ’s-Hertogenbos-Oost,


III. Hertogswetering

Van deze afwateringseenheid, groot 11 693 ha, komt op dit blad slechts een deel van de Hertogswetering beneden de Meersluis voor. De wetering loost bij Gewande door de Blauwe Sluis (I) en de Nieuwe Sluis (H) op de Maas. Bij gestremde natuurlijke lozing is bemaling mogelijk door het Hertogsgemaal, dat zo nodig tevens de Rode Wetering (II) en de Hoefgraaf (IV) kan bemalen. Het zomerpeil wordt gehouden op 3,30 m -|- N.A.P. In de wintermaanden wordt het gemaal bij een waterstand van 3,90 m -1- N.A.P., gemeten bij de Meersluis, in werking gesteld. De Hertogswetering wordt van water voorzien uit de Maas door een inlaatsluis te Teeffelen en een inlaatsluis te Grave. Zie het blad 's-Hertogenbos-Oost.

mm IV. Hoefgraaf

De voornaamste waterleidingen zijn: de Hoefgraaf, de Plooise Wetering, de Rompert-wetering en de Nieuwe Vliet. Het winterpeil wordt gehouden tussen 1,50 m en 1,15 m -|- N.A.P. De totale oppervlakte van het gebied is 7815 ha, en wel 4745 ha polderland en 3070 ha hoge gronden. De vrije lozing heeft plaats op de Maas door sluis G te Gewande, waar ook bemaling mogelijk is door het elektrische gemaal Ploegmakers. De op de kaart voorkomende onderverdelingen IV^ en IVB geven de zomertoestand aan. De totale oppervlakten van de onderverdelingen IVA, |VB en IVC zijn respectievelijk 1720 ha, 3225 ha en 2860 ha. Zie ook het blad 's-Hertogenbos-Oost.

V. Dieze

Van de wateren, die tot deze afwateringseenheid behoren, is de gekanaliseerde rivier de Dieze de belangrijkste. Zij staat aan het beginpunt nabij 's-Hertogenbos met het benedenste pand van de Zuid-Willemsvaart in open verbinding, neemt daar o.a. links de Dommel (Stadsdommel) en even verder rechts de A op. De Dieze staat bij Crèvecoeur door middel van een uitwateringssluis met de Maas in verbinding. De afsplitsing bij Engelen, het kanaal Henriëttewaard—Engelen, is alleen voor de scheepvaart van belang. Het Diezepeil is 1,92 m -t- N.A.P. Als regel wordt het echter 0,10 m hoger gehouden. De oppervlakte van de afwateringseenheid is ± 268 000 ha, waarvan 228 600 ha in Nederland, en omvat o.a. de in afwijkende kleuren aangegeven stroomgebieden van de Dommel en van de A en het gebied van de Zuid-Willemsvaart, zie onder VB t/m VK. De lozing van het overtollige Diezewater op de Maas heeft plaats door de uitwateringssluis F bij Crèvecoeur. Wordt door gestremde lozing op de Dieze een peil bereikt van 2,06 m 4- N.A.P., dan kan het overtollige water via een overlaat op het Afwateringskanaal 's-Hertogenbos—Drongelen afvloeien.

Zie ook de bladen 's-Hertogenbos-Oost, Eindhoven-Oost en -West, Valkenswaard-Oost en -West, Venlo-West, Roermond-West, Vierlingsbeek en Breda-Oost.

VA. Gebied, rechtstreeks afwaterend op de Dieze

Tot dit gebied, groot 3715 ha, behoren: de polders van het waterschap Bosveld en May, groot 575 ha; de gronden van het waterschap de Beneden-Dommel, groot 1655 ha; een viertal delen van de polders Vliert en Ertveld, resp. 75, 405, 30 en 30 ha; het boezemland en de bebouwde kom van 's-Hertogenbos (gerioleerd), samen 945 ha.

■■™™ VB t/m VD. A

De A ontstaat in de Peel op de grens tussen de gemeenten Someren en Asten en mondt nabij 's-Hertogenbos in de Dieze uit. Ter ontlasting van de rivier wordt bij Stipdonk en bij Beek en Donk door twee afleidingskanalen water tot maximaal 12 m-’/sec naar de Zuid-Willemsvaart afgelaten. Een gelijke hoeveelheid water kan door een uitwateringssluis (T) weer op de benedenloop van de A worden geloosd. Sinds 1949 is lozing te Stipdonk niet voorgekomen en is de afvoer te Beek en Donk gering geweest.

De oppervlakte van het stroomgebied is ongeveer 87000 ha.

Op dit blad komen de navolgende onderdelen voor die op het gedeelte A van de Dieze, tot het verdeelwerk te Beek en Donk lozen: V®, het rechtstreeks lozende gebied, totaal 42 564 ha; VC het via de Grote en Kleine Wetering lozende gebied, totaal 10 306 ha; VD, het via de Wambergse Beek lozende gebied, totaal 1585 ha. Zie verder de bladen 's-Hertogenbos-Oost, Eindhoven-Oost, Venlo-West, Valkenswaard-Oost en Roermond-West.

■■■■■ VB. Zuid-Willemsvaart

De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 7655 ha, waarvan 1700 ha in Nederland is gelegen. Het kanaal loopt van de Maas bij Maastricht tot de Dieze bij 's-Hertogenbos en is verdeeld in 19 panden. Van deze panden komen op dit blad voor: het eerste pand, dat in open verbinding staat met de Dieze; het tweede pand, van sluis nr. 0 (5) tot sluis nr. 2 (U); gedeeltelijk het derde pand. Op genoemde panden wateren geen gronden af. Het kanaalpeil van het tweede pand wordt gehouden op 4,25 m 4- N.A.P., van het derde pand op 6,33 4- N.A.P. Het kanaal is ingericht om water van de A af te voeren tot maximaal 12 m-’/sec, zie onder de A.

VF t/m VK. Dommel (boven de Vughterbrug)

De Dommel ontspringt in België op de hoge gronden van Exel, Neerpelt en Peer. Tussen de grenspalen 182 en 183 komt zij in ons land, stroomt in nagenoeg noordelijke richting langs of door Valkenswaard en Eindhoven naar 's-Hertogenbos, waar zij via de stuw in de Vughterbrug (O) in de Stadsdommel overgaat; deze mondt weer in de Dieze uit. Verder kan nog water worden afgevoerd (maximaal 15 m-'/sec) op het Beatrixkanaal via een verdeelwerk, ruim 1 km ten westen van de spoorweg Eindhoven— Valkenswaard. De totale grootte van het stroomgebied is in afwijking met het genoemde op het blad Eindhoven-West ongeveer 170 000 ha, waarvan ± 136 000 ha in Nederland. Zie ook de bladen Eindhoven-West en -Oost, 's-Hertogenbos-Oost, Breda-Oost, Valkenswaard-West en -Oost.

Van de 8 vakken, waarin de Dommel is verdeeld, komen de navolgende gedeeltelijk op dit blad voor.

VF t/m Vj. Dommel van de Vughterbrug tot de stuwen bij Boxtel (1e vak), groot 66 285 ha, waarvan 57140 ha in Nederland. De onderverdelingen van dit gebied zijn: VF. Rechtstreeks afwaterend gebied, 2345 ha; VG. Beekse Waterloop, 2125 ha;

VH. Beerze, 23 015 ha, waarvan 22 250 ha in Nederland ; hiervan komt alleen een klein deel als Smalwater aan de zuidelijke rand van dit blad voor; V'-I—Vgt;-4. Esse Stroom, 38 445 ha, waarvan 30 065 ha in Nederland. V). Polders van Vught. noordelijk deel, groot 355 ha.

VK. Dommel van de stuwen bij Boxtel tot de stuw te Sint-Oedenrode (2e vak) De grootte van dit gebied is 10 485 ha. Aan de zuidrand van dit blad komt slechts een klein deel van een onderverdeling voor.

Het kanaal dient hoofdzakelijk voor de afwatering. Het begint bij de doorlaatbrug in de spoorweg 's-Hertogenbos—Boxtel, de zogenaamde Zestigelse Brug, en mondt tegenover Drongelen door een uitwateringssluis uit in de Bergse Maas. De totale oppervlakte van het gebied is 14 750 ha en bestaat uit 160 ha boezem en boezemland, 1682 ha polderland en 12 908 ha hoge gronden. Het winterpeil bedraagt in het algemeen 0,80 m 4- N.A.P., het zomerpeil tracht men op 1,60 m 4- N.A.P. te handhaven.

In de bovenmond van het kanaal, tussen de Zestigelse Brug en de Stadsdommel, ligt een vaste overlaat met een lengte van ongeveer 120 m en een breedte van 65,50 m. Het kanaal ontvangt via de overlaat nabij de Zestigelse Brug het overtollige water van de Dieze, indien het peil daarvan tot 2,06 m 4- N.A.P. is gestegen. Zie ook onder V. Van de gebieden, die op het kanaal lozen, komen de volgende geheel of gedeeltelijk op dit blad voor:

VIA. Noordwestelijk deel van de polders van Vught, groot 380 ha. Het gebied kan bij hoge kanaalstanden worden bemalen. V|B. Broekley, groot 2290 ha, waarvan 40 ha polderland, V|C. Voormalige binnenpolder van Cromvoirt, groot 325 ha. V|D. Zandley, dit gebied, groot 6860 ha, loost door een uitwateringssluis op het Afwateringskanaal. De sluis heeft aan de instroomzijde een drietal schotbalken, waarmee alleen in de zomer wordt gestuwd. In de winter heeft vrije lozing plaats. V|E, Drunense Heide en Duinen, groot 3040 ha. VP. Bosse Sloot, deze afwateringseenheid is 1310 ha en bestaat uit 1255 ha polderland en 55 ha hoge gronden. De Bosse Sloot loost door een uitwateringssluis, welke rijkseigendom is, op het Afwateringskanaal. Bij kanaalstanden boven 2,00 m -|- N.A.P. mag geen lozing plaatsvinden.

V|G. Gemeentensweide, totaal groot 385 ha.

De Binnen Oude Maas loost door een uitwateringssluis op het Zuiderkanaal en kan daar tevens worden bemalen. Zie het blad Geertruidenberg-Oost.

Verschillende delen van het gebied kunnen door middel van een inmaalgemaal water uit de Maas ontvangen.

De afwateringseenheid is 4915 ha, waarvan 2565 ha polderland en 23 50 ha boezemland en hoge gronden.


VIII. Hedikhuizense Maas

De Hedikhuizense Maas loost door een schotbalksluis (het Hedikhuizense Sas) op de Maas. In de zomer tracht men een peil van 0,62 m 4- N.A.P. te handhaven. In de winter is het peil ongeveer 0,97 m N.A.P. Het totale gebied is 1835 ha.

In droge tijden kan door een inlaatsluis vanuit de Dieze water worden ingelaten, dat via een toevoerkanaal naar de plas ,,Het Meer” wordt gevoerd. Aan het toevoerkanaal staat een inlaatgemaal om een deel van het waterschap de Binnenpolder van Engelen van water te voorzien.


Provincie Gelderland

;;,.'quot;^^'^' IX. Bommelerwaard boven de Meidijk (westelijk deel)

De voornaamste waterleiding, waarop de aanliggende polderdelen hun overtollig water lozen, is de tot één leiding vergraven Bommelse en Gamerse Wetering, de z.g. Capreton, welke in beheer en onderhoud is bij het polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk.

De totale oppervlakte van het gebied is 3375 ha. Het peil van de Capreton ligt op 0,50 tot 0,80 m 4- N.A.P. Het zomerpeil van de Capreton bedraagt 1,80 m 4- N.A.P., dat wordt bereikt door via het gemaal De jongh water vanuit de Maas in te malen. De lozing vindt plaats op de Maas door een uitwateringssluis en het gemaal De jongh Zie het blad Geertruidenberg-Oost.

X. Bommelerwaard boven de Meidijk (oostelijk deel)

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid bedraagt 5682 ha, waarvan 410 ha boezemland, 5166 ha polderland en 106 ha hoge gronden. Het gebied loost via het gemaal De Baanbreker op de Maas: tevens bestaat hier een mogelijkheid voor vrije lozing. In noodgevallen kan het gebied via de hulpsluis bij Wellseind en de Drielse Wetering naar het gemaal De Jongh ontwateren; ook kan in deze gevallen nog uitgemalen worden door het inmaalgemaal ten zuiden van De Baanbreker.

In de winter wordt er naar gestreefd, het peil bij het gemaal op ± 0,60 m 4- N.A.P. te handhaven.

Waterinlaat vindt plaats vanuit:

Zie voorts de bladen Geertruidenberg-Oost en Rhenen-West.

XI-XVIII. De overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden: XI. Waarden, 18 ha; XII. Noordoostelijk deel van de Binnenpolder van Engelen, 90 ha; XIII. Gerioleerd gebied van Empel, 10 ha; XIV. Gerioleerd gebied van Zalt-bommel, 95 ha; XV. Linge, van deze afwateringseenheid komt slechts een klein deel van het polderdistrict Tielerwaard op dit blad voor; XVI. Polder van Alem, 90 ha; XVII. Rijkse Wetering, van deze eenheid komt slechts een klein deel aan de noordelijke rand van dit blad voor; XVIII. Polder van Bern, 90 ha.

Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden

Deze zijn, voor zover ongereglementeerd, met een arabisch cijfer aangegeven.

In de provincie Noord-Brabant, langs de Maas

In de provincie Gelderland, langs de Maas

Langs de Waal


Verklaring der tekens


quot; ^^8^20 elektrisch gemaal met nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;\

meerdere pompen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I

j Met opgave van de aard van het ^^25 nbsp;nbsp;nbsp;rioolgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;r bemalingswerktuig (S = schroef-

t pomp; C = centrifugaalpomp) en quot;^30 nbsp;nbsp;nbsp;elektrisch gemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;/ ^gj aantal m-î waterverzet per mi-

(dient voor inmalen) nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1 nuut bij de in m aangegeven opvoer-

u™ c^o elektrisch gemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j hoogte

(dient voor in- en uitmalen) I

■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein gemaal met capaciteit minder dan 5 m3

w nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;klein gemaal met capaciteit minder dan 5 m' (dient voor inmalen)

▲ rioolzuiveringsinstallatie

e---kleine windmolen

e---kleine windmolen (dient voor inmalen)

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uitwateringssluis

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;inlaatsluis

gt;lt; b nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hulpsluis

gt;gt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;schutsluis


gt; keersluis


0-0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker

0-0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker (dient voor inlaat)

o-«gt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker, aan één zijde afsluitbaar

lt;gt;-«gt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;grondduiker, aan beide zijden afsluitbaar

1-1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vaste Stuw

'-'•■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;regelbare stuw

1-1 r nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;regelbare stuw (dient voor inlaat)

-™— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal

^S— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilschaal, geregeld waargenomen

•o— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;peilmerk van het N.A.P.

pl. 218 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;strand- of kilometerpaal

z.p.r.i.2O nbsp;nbsp;nbsp;zomerpeil

zs. 5.00 nbsp;nbsp;zomerwaterstand

1 in m t.o.v, N.A.P.

Kp. 9-6.33 nbsp;nbsp;kanaalpeil

4.5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogtecijfer

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

verharde weg in aanleg

2445 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000


waterleiding, dient alleen voor inlaat


kribben en strekdammen


IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII overlaat


---------provinciale grens

-------administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

1-1-1-■-gt;-•-^ administratieve grens van het waterschap de Maaskant en de Polders van Vught (alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

-----grens van het ruilverkavelingsblok


s-Hertogenbos -West



-ocr page 114-

Sluizen


In de Provincie Noord-Brabant


Wijdte Hoogte in m t.o.v, N.A.P.


in de dag Slag-in m drempel Vloer


Stuwpeil


In de linker-Maasdijk


H, Nieuwe Sluis, uitwateringssluis voor de Her-togswetering; zes openingen, ieder met een schuif, elke opening................. Door deze sluis loost tevens het Hertogsgemaal. I. Blauwe Sluis, uitwateringssluis voor vrije lozing van de Hertogswetering; twee openingen, ieder met een vloeddeur, elke opening........

J. Rode Sluis, uitwateringssluis voor het gemaal Caners van de Rode Wetering; één opening met een wachtdeur................ Vrije lozing is tevens mogelijk door een koker onder het gemaal ; één opening, afsluitbaar met een schuif....................


5,00

—0,15

4,50

0,40 nbsp;nbsp;nbsp;0,25

4,50

1,25

1,10

1.25

1,90

1,80

3,00

0,70

2,00

0,70


in de Maas

K. Schutsluis te Lith; twee hefdeuren

Bovenslagdrempel

Benedenslagdrempel

Keerhoogte deuren 5,95 m -(- N.A.P.

L. Stuw te Lith; drie openingen, ieder met een

enkele wielschuif met klep, elke opening .... 38,00

In de Hoefgraaf

M. Stuw; één opening, afsluitbaar met een schuif 4,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,68

N. Schotbalkstuw; één opening........4,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,3 5


In de Dommel

O. Schotbalkstuw in de Vughterbrug te ’s-Her-togenbos. in de drie noordelijke brugopeningen bevindt zich een schotbalkkering, elke opening 4,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,05

Bij grote afvoer kunnen ook de naastliggende openingen in de brug water doorlaten.

P. Schotbalkstuw bij Afleidingskanaal; drie ope


2,55


ningen, elke opening.............5,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,40

Q. Schotbalkstuw; één opening........6,04


5,80

5,40


In het Smalwater


Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen

Het waterschap, gereglementeerd bij provinciaal blad 1903, nr, 18, herzien bij provinciaal blad 1946, nr. 81, is onder meer belast met het beheer en onderhoud van de Binnen Oude Maas.

Het waterschap, gereglementeerd bij provinciaal blad 1910, nr. 43, gewijzigd bij provinciaal blad 1934, nr. 97, is belast met de zorg voor de bevloeiing en afwatering van zijn gebied en de bescherming daarvan tegen zomerwater.

Het waterschap, gereglementeerd bij provinciaal blad 1908, nr. 45, gedeeltelijk herzien bij provinciaal blad 1917, nr. 18, en gewijzigd bij provinciaal blad 1937, nr. 20, heeft ten doel in de geregelde aan- en afvoer van bevloeiingswater te voorzien. De uitvoering van deze taak is echter niet meer mogelijk, aangezien de inlaatsluis voor het bevloeiingswater, gelegen in de linker-Diezedijk ten zuiden van Engelen, in de oorlog is vernield. De Bosse Sloot is later ter plaatse afgedamd.

Hoofd waterkering

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkering is in beheer bij de op onderstaand kaartje (schaal 1 : 200 000) aangegeven instanties.



R. Schotbalkstuw

4,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,60

In de Zuid-Willemsvaart

U. Schutsluis nr. 2; twee paar puntdeuren . . . Bovenslagdrempel Benedenslagdrempel Naast de sluis bevinden zich drie kokers, ieder met één schuif, voor afvoer van het op het zesde en negende pand van de Zuid-Wiliemsvaart ingelaten A-water van het derde naar het tweede pand, elke opening...................1,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4,35

In de A

in de Dieze

De sluis is altijd geopend, de deuren zijn niet meer beweegbaar.

IJ. Schutsluis; twee paar puntdeuren

Beide slagdrempels

De sluis is altijd geopend, de deuren zijn niet meer beweegbaar.

In de provincie Gelderland

Wijdte

Hoogte in m

in de

t.o.v. N.A.P.

dag

Slag-

in m

Vloer drempel

In de hoofdwaterkering van de polder van Bern

Z. Uitwateringssluis; één opening, afsluitbaar met stalen klep, bodem ± 0,90 -t-N.A.P.............. Inlaatsluis; één opening, afsluitbaar met stalen klep, bodem

0 0,70

± 0,40 m —N.A.P...................

0,45

In de hoofdwaterkering langs Maas en Waal

Ai. Uitwatering van het gemaal De Baanbreker; twee openingen, elk afsluitbaar met aan de buitenzijde een wachtdeur en aan de binnenzijde een schuif, elke opening

2,50

—1,50

Bk Inlaatsluis te Rossum; één opening, afsluitbaar met een wachtdeur en een schuif...............

1.50

0,60

C’. Schutsluis te Sint-Andries; twee hefdeuren, naar weerszijden kerend .................... dorpel Waalzijde...................

14.00

—2,00

dorpel Maaszijde...................

bovenkant deur Waalzijde 9,50 m N.A.P. ;

bovenkant deur Maaszijde 8,25 m N.A.P.

—3,00

In de hoofdwaterkering van de polder van Alem

D'. Uitwateringssluis; één opening, afsluitbaar met een schuif........................ De afvoerbuis van het gemaal loopt door de sluis.

1,00

1,50

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Waterschap de Maaskant; 2. Het rijk; 3. Waterschap de Algemene Omkading;

  • 4. nbsp;nbsp;nbsp;Polder van Bokhoven; 5. Waterschap de Hoge Maasdijk van het Bovenland van Heusden; 6. Polder van Bern: 7. Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk; 8. nbsp;nbsp;nbsp;Polderdistrict Tielerwaard; 9. Polderdistrict Rijk van Nijmegen en Maas en Waal; 10. Polder van Alem.

Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwate-ringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, zijn meestal aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozings-middelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid, hun naam is in het randschrift vermeld.

Ruilverkavelingen, herverkavelingen en plannen tot verbetering van waterlopen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelings(herverkavelings)blok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats van de peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies zie men de betreffende N.A.P.-registers. Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat van de provincie Noord-Brabant, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Noord-Brabant, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, ’s-Gravenhage, waar ook de waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 183280.


-ocr page 115-

Afwateringseenheden

I. Maas (van de stuw te Grave tot de stuw te Lith)

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 490 ha. De totale oppervlakte van de afwateringseenheld is 42 435 ha. Het gebied bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. Het gemiddelde zomerpeil over de jaren 1951 t/m 1956 bedroeg 4,62 m N.A.P., het gemiddelde winterpeil 4,81 m N.A.P. Zie voorts de bladen ’s-Hertogenbosch-West, Rhenen-West en -Oost, Arnhem-West, Vierlingsbeek en Venlo-West,

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:

|A. Het vrij op de Maas afwaterende gebied, groot 2445 ha.

1*. Het gebied van de Nieuwe Wetering beneden de Teerse sluis

Het totale gebied van de Nieuwe Wetering is groot 13 460 ha.

De Nieuwe Wetering loost door de Appelternse sluis op de Maas (zie blad Rhenen-Oost). Het gebied |B bestaat uit polderland en hoge gronden en is groot 7335 ha.

|C. Stoofwetering

Dit gebied, groot 250 ha, loost als regel op de Maas via sluis D. Bij hoge Maasstanden heeft in de wintermaanden lozing plaats op de Hertogswetering. Lozing op de Hertogswetering in de zomer is niet mogelijk, doordat in deze wetering water ingelaten wordt (via sluis B en stuw K) tot een stand van ± 7,50 m -|- N.A.P.

I*^. Graafse Raam en Nieuwe Haammond

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Nieuwe Haammond, de Graafse Raam, de Hoge Raam, de Graspeelloop, het Defensie- of Peelkanaal, de Halse Beek, het Straatsven, de Zevenhuiswetering, de Voederheil, de Locht, de Scherpenberg, de Trent, de Landergraaf en het Melkpad. Het gebied is groot 22 015 ha en loost via sluis B en C respectievelijk naar de Maas boven en beneden de stuw te Grave. Tevens kan overtollig water afgemaÏen worden door het gemaal Sasse bij sluis C. In de zomer wordt door het inlaten van water (via sluis B) er naar gestreefd het peil van de Nieuwe Raammond en de Graafse Raam op ± 7,50 m -|- N.A.P. te houden.

U. Maas (van de stuw te Sambeek tot de stuw te Grave)

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 465 ha. Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden. Het gemiddelde zomerpeil over de jaren 1951 t/m 1956 bedroeg 7,63 m -|- N.A.P., het gemiddelde winterpeil 8,08 m -|- N.A.P. Het stuwpeil te Grave is 7,50 m -t- N.A.P. Zie voorts de bladen Vierlingsbeek, Venlo-West en -Oost.

Op dit blad komt slechts een klein deel van de volgende onderverdeling voor :

IIA. Het vrij op de Maas afwaterende gebied, groot 5920 ha, waarvan 75 ha in Duitsland is gelegen.

Illim III. Hertogswetering

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Hertogswetering, de Teeffelense Wetering, de Kolkse Wetering, de Ravensteinse Aanvoersloot en de Herpense Aan-voersloot. De totale grootte van de afwateringseenheld bedraagt 11 693 ha en bestaat uit polderland, boezemland en hoge gronden. De Hertogswetering loost door de Blauwe en Nieuwe sluis (blad ’s-Hertogenbosch-West) op de Maas en kan aldaar worden bemalen. In de bovenmond van de Hertogswetering wordt via stuw K water ingelaten tot i 7,50 m -|- N.A.P. voor de benedenwaarts gelegen gebieden van het waterschap de Maaskant, terwijl eveneens water ingelaten kan worden door de Teeffelense sluis (E). Zie ook het blad Rhenen-Oost.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:

II|A. Hertogswetering boven de Meersluis (O)

Dit gebied is, met inbegrip van de polders, groot 10 788 ha.

II|B. Hertogswetering beneden de Meersluis (O)

Dit gebied is groot 905 ha en bestaat uit de riolering van Oss met daarop afwaterende hoge gronden, groot 645 ha, polderland, groot 205 ha, en enig boezemland, groot 55 ha.

IV. Rode Wetering

Op dit blad zijn de voornaamste waterlopen de Lithse Aanvoersloot en de Oyense Parallelwetering. Het gebied is groot 3527 ha en loost bij Gewande via de Rode sluis op de Maas. Vanuit de Teeffelense Wetering kan via de Lithse Aanvoersloot water worden ingelaten. Zie blad ’s-Hertogenbosch-West.


De op dit blad voorkomende waterkering is in beheer bij de op onderstaand kaartje schaal (1 : 200 000) aangegeven instanties.




Verklaring der tekens


2:0


elektrisch gemaal met meerdere pompen


rioolgemaal


rioolzuiveringsinstallatie kleine windmolen


Auteursrechten voorbehouden


Schaal 1 : 50000


Uitgave 1960


’$ Hertogenbosch ^^^ nbsp;nbsp;nbsp;45

Eindhoven quot;«t nbsp;nbsp;nbsp;51


’s Hertogenbosch oost nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;45


Eindhoven oost 51


Vierlingsbeek


VenIo west 52



uitwateringssluis

inlaatsluis


Van deze afwateringseenheld zijn de voornaamste, op dit blad voorkomende waterlopen: de Osse Aanvoersloot en de Osse Parallelwetering. Het gebied is groot 7815 ha en bestaat uit polderland en hoge gronden. Zie ook het blad ’s-Hertogenbosch-West. Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:


VA. Hoefgraaf boven de stuw ten noorden van Nuland

Het gebied, groot 2860 ha, waarvan 1275 ha polderland, kan vanuit de Hertogswetering door een inlaatsluis nabij sluis O van water worden voorzien.


V^. Hoefgraaf tussen de stuw bij Gewande en de stuw ten noorden van Nuland

Het gebied is groot 3225 ha, waarvan 1775 ha polderland. De hoge gronden, groot 1450 ha, komen slechts voor een klein deel op dit blad voor.


VI. Dieze


De Dieze loost door een uitwateringssluis bij Crèvecoeur op de Maas (zie blad ’s-Hertogenbosch-West). De totale grootte van het Diezegebied bedraagt i 268 100 ha, waarvan 228 665 ha in Nederland en 39 435 ha in België is gelegen. Zie ook de bladen ’s-Hertogenbosch-West, Eindhoven-Oost en -West, Valkenswaard-Oost en -West, Venlo-West, Roermond-West, Vierlingsbeek en Breda-Oost.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:


■■■■■ V|A t/m V|C. Het stroomgebied van de Aa

Het totale gebied van de Aa bedraagt 86 737 ha. Op dit blad komt de Aa van de Dieze tot het verdeelwerk te Beek en Donk gedeeltelijk voor. Dit gebied is groot 54 455 ha en is als volgt onderverdeeld:

VI*. Het gebied van de Grote en Kleine Wetering

De voornaamste waterlopen zijn: de Grote Wetering, de Kleine Wetering, de Rijtse' Loop, de Vinkelse Loop, de Loosbroekse Loop, de Grote Broekloop, de Heiloop, de Venloop, de Menzelse Loop en de Kleinwijkse Loop. Het totale gebied is groot 10 306 ha, waarvan 171 ha polderland en 10 135 ha hoge gronden.

VIB. Het gebied van de Wambergse Beek

Dit gebied is groot 1585 ha en komt voor een klein deel op dit blad voor.

VIC. Het rechtstreeks op de Aa afwaterend gebied van het verdeelwerk te Beek en Donk tot de Dieze

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Aa, de Ley g raaf, de Beekgraaf, het Afleidingskanaal sluis 3, het Afleidingskanaal Boerdonk-Keldonk, de Biezenloop, de Bitswijkse Loop, de Wijstloop, de Kleuterse Loop, de Lagenheuvelse Loop, de Meerkensloop, de Elzense Loop, de Molenloop, de Rietvense Loop, de Burgtse Loop, de Kerkenloop, de Zijpse Loop en de Landmeerse Loop. Dit gebied is groot 42 564 ha, waarvan een deel van de hoge gronden, groot 42160 ha, op dit blad voorkomt.

VID en V|B. Dommel

De totale grootte van het Dommelgebied boven de Vughterbrug bedraagt 171 015 ha, waarvan 136 580 ha in Nederland en 34 435 ha in België is gelegen.

Het gebied, dat op dit vak afwatert, is groot 66 285 ha, waarvan 57 140 in Nederland. Op dit blad komt het gebied van de Beekse Waterloop, groot 2125 ha, als een onderverdeling voor.

Het gebied is groot 10 485 ha.

■MS V|F t/m V|H. Zuidwillemsvaart

Het kanaal loopt van de Maas bij Maastricht tot de gekanaliseerde Dieze te ’s-Hertogenbosch. Het kanaal is verdeeld in 19 panden, waarvan de volgende geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

VP, Derde pand van de Zuidwillemsvaart (van sluis 2 tot sluis 3)

De grootte van de boezem is ±12 ha. Er wateren geen gronden op af. Het kanaal-peil bedraagt 6,33 m ± N.A.P.; de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger.

VIG. Vierde pand van de Zuidwillemsvaart (van sluis 3 tot sluis 4)

De grootte van de boezem is ± 15 ha. In deze grootte is de haven van Veghel, welke met dit pand gemeen ligt, begrepen. Er wateren geen gronden op af. Overtollig water kan worden geloosd door middel van een stroomduiker, gelegen ten noordoosten van schutsluis no. 3 (B1), naar het derde pand. Het kanaalpeil bedraagt 8,32 m N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger.

VIH. Vijfde pand van de Zuidwillemsvaart (van sluis 4 tot sluis 5)

De grootte van de boezem is ± 13 ha. Er wateren geen gronden op af. Overtollig water kan naar het vierde pand worden geloosd door middel van een stroomduiker, gelegen ten noordoosten van schutsluis no. 4 (A1).


45


p. ^5.15


Kp. 8.32


10.5


25 ha


hulpsluis schutsluis


keersluis


Met opgave van de aard van het bemalingswerk-tuig (C = centrifugaalpomp; V = vijzel; S = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte


grondduiker

grondduiker, aan beide zijden afsluitbaar


vaste stuw


regelbare stuw


regelbare stuw voor inlaat

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen peilmerk van het N A.P.


polderpeil kanaalpeil hoogtecijfer


in m N.A.P.


riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

verharde weg in aanleg

grens ruilverkavelingsblok (daar, waar de duidelijkheid

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de 1 : 25 000


hoofdwaterkering


hoogwaterkering

provinciale grens

administratieve grens van een waterschap (doorgaans aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)


dit vereist) kaart


alleen daar


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden. Een afwateringseenheld is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheld zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheld behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheld echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet. De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheld waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn voor zover het de waterstaat betreft op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok. De begrenzing van het ruilverkavelingsblok is in rood aangegeven.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk ,,Beschrijving van de provincie Noord-Brabant, behorende bij de VVaterstaatskaart” De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, tel. 070-183280. De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij de VVaterstaatskaart, zijn daar verkrijgbaar.



s-Hertogenbosch - Oost



-ocr page 116-

Sluizen en stuwen

Wijdte in Hoogte in m

de dag nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; N.A.P.

in m

Slagdrempel ‘)

In de Maas

In de linker-Maasdijk

Ten westen van de sluis staat het gemaal Sasse: drie openingen, elk afsluitbaar met een klep en een schuif, elke opening...........2,40

') In de laatste kolom is;

sp = stuwpeil

bv = bovenkant vloer

bs = bovenkant schotbalken

-ocr page 117-

e

Hoogte in m boven N.A.P.

SLUIZEN EN STUWEN

5

0

o

’S *0

1)

In de rechter Maasdijk

A Schutsluis tussen het Maas-Waalkanaal en do gekanaliseerde Maas te Heumen; drie paar puntdeuren, kerende naar de Maas en één paar nooddeuren kerende naar de Waal. De slagdrempels van bovenst midden- en beneden-hoofd zijn even hoog

In de linker Maasdijk

  • 15 Inlaatsluis in de nieuwe Maasdijk te Boxmeer;

één opening met twee schuiven

C Uitwateringssluis in de nieuwe Maasdijk te Boxmeer, twee openingen, elke opening met twee schuiven

De noordwestelijke opening is besteind voor de afwatering van de riolering van Boxmeer

D Uitwateringssluis in de Maasdijk nabij Boxmeer, één opening met één deur en één schuif

E Uitwateringssluis van do Oeffoltscho Beek, bestaaivde uit truee kokers, iedere koker afsluitbaar met één deur en één schuif, elke opening deur schuif

F Uitwateringssluis van liet Looy, één deur en één schuif

G Ooyense Sluis, uitwateringssluis van het Ifaterschap de polder van Linden, één deur en één schuif deur schuif

  • 11 Groot Lindense Sluis, uitwateringssluis van het W aterschap de Oroot Lindensche Sluis, één deur en één schuif

I Balkgraafsc Sluis, uitwateringssluis van het Waterschap de Buiten- of Maaspolder va7i Oassel, Beers en Escharen, één deiir en één schuif

J Escharense Sluis, uitwateringssluis van het Waterschap de Buiten- of Maaspolder van Oassel, Beers en Escharen, één derer en één schuif

K Uitwateringssluis van het Waterschap van Escharen C7b Oassel, één opening met één schuif

In de Maas

L Schutsluis met stuw in de gekanaliseerde Maas te Sambeek drie paar puntdeuren, totale lengte tussen de hoofdeii 260 m, bovenhoofd midden- en benedenhoofd

Ten Ttoorden van de schidsluis beviredt zich een beweegbare stuw met twee afvoeropeningen, afsluitbaar nret Stoney-schuiven, elke opening

één scheepvaart-, tevens afvoeropening, afsluitbaar met wiel-schuiven tegen jukken

In de Sambeeksche Uitwatering

M Brug met schot bal kstuw, één ope7Ù7ig

N Brug met schotbalkstuw, één opening

O Stuw met schuif, één opening

P Brug met schotbalkstuw, één opening

Q Vaste stuw, V-vorrnig, zonodig te verhogen met schotbalken

  • 11 Keersluis, schotbalksluis in do spoorweg Nijmegen-Venlo; één opening

S Beweegbare stuw, V-vormig, twee openingen, in elke opening een stuunnuur, waarop een schuif, elke opening Bovenka7it schuiven in gesloten stand 13.90 m -|- N.A.P,

T Vaste stuw

In de stuwmuur zijn twee spui-openingen van 0.25 x 0.30 m, onderkant van de zuidoostelijke opening 10.04 m N.A.P., van de Tioordwestelijke opening 9.98 m N.A.P.

In het Afleidingskanaal

V Molensluis van de voormalige watermolen te Vierlings-beek, drie openingen voor afwatering, elk met één schuif, elke opening

In de Oeffeltsche beek

  • V' Schotbalkstuw, één opening

W Stuw met schuif ,,ïlet Snepke”, één operiing

X Verdeelwerk, bestaaiuie uit'.

schotbalkstuw in de Oeffeltsche Beek, één opening schotbalkstuw in de Balkloop, één opening

De maten in de laatste kolom gelden voor beide stuwen

In de Balkloop

Y Schotbalkstuw, één opening, de stuwhoogte wordt geregeld naar behoefte

In de St. Anthonisloop

Z Schotbalkstuw, één opening

Al Stuw met schuif, één opening

151 Schotbalkstuw, één opening

Ci Schotbalkstuw, één opening

In de Lage Raam

Dl Vaste stuw, één opening, zonodig te verhogen rnct drie schotbalken

Ei Stuw met schuif, één opening

Fi Stuw met schuif, één openiirg

Gi Schotbalkstuw, één opening

In de Verlegde Lage Raam

Hi Brug en stuw met schuif, één opening

In de Voormalige Lage Raam

  • 11 nbsp;nbsp;nbsp;Brug met schotbalkstuw, één opening

In het Defensie ‘ of Peelkanaal

Ji Vaste stuw, zonodig met één of meer schotbalken te verhogen

Ki idem

Li idem

Mi idem

IV1 idem

De 7naten en hoogtc7i va7b de stuwc/b

Oi idom nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in het Defensie- of Peelkanaal zijn

overgeno7nen va7i de tekeniTigen, zij 1*1 idem nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;kunnen tijdens de uitvoering zijn ge-

rvijzigd.

Ox idem

  • 111 nbsp;nbsp;nbsp;idem

Si idem

Ti idem

De stuwen Ni, 0, Pt, en Ti kunnen door het uitneinen va7b schotbalken over een breedte van 1.20 m met 0.90 m verlaagd worden

16,00

1,10

1,10

0,75

2,00

0,90

0,90

1,60

1,60

1,60

0,64

14,00 14,00

17,00

63,00

2,50

2,50

2,65

2,57

7,05

3,00

5,50

9,50

1,13

1,50

2,00

1,50

1,50

1,50

2,00

2,50

3,50

3,50

2,60

2,00

2,50

3,85

5,00

2,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

7,00

3,70

8,70

8,70

10,73

8,90 9,00

8,83

8,75

8,85

6,46

6,85

7,15

7,50

5,20

4,20

5,10

4,80

14,70

11,89

9,90

7,70

10,75 sp

10,75 sp

15,25 lm

16,80 bs

15,20 lm

16,50 bs

14,85 lm

16,05 sp

16,10 bs

14,50 sk

12,00 bv

12,90 sk

10,49 sk

12,70 bv

13,80 bs

11,50 bv

12,50 sp

10,50 bv

11,50 bs

9,80 bv

10,90 bv

11,80 sp

10,80 sp

9,05 bv

10,10 bs

8,64 bv

9,60 bs

10,90 sk

8,80 bv 10,00 sp

8,58 bv

9,58 sp

8,20 bv

9,20 bs

6,90 bv

8,50 bs

22,00 sk

22,50 bs

20,80 sk

21,30 bs

20,18 sk

20,68 bs

19,48 sk

19,98 bs

14,62 sk

15,12 bs

13,62 sk

14,00 bs

12,92 sk

13,30 bs

11,62 sk

12,00 bs

10,52 sk

10,90 bs

9,29 sk

9,79 bs

8,58 sk

9,00 bs


SLUIZEN EN STUWEN

S ä o 0

Hoogte in m boven N.A.P.

o

S o 25

W

1)

In de Oploosche Molenbeek

L’i Molensluis van de Oploose watermolen, één opening met één schuif

Nabij deze molen een ontlastsluis, één opening met één schuif

0,75

1,14

17,01

17,95 bv

18,70 sp

In de Lactariabeek

Vi Brug en vaste stuw, één opening, zonodig te verhogen met schotbalken

2,00

19,30 sk

Wi Brug met schotbalkstuw, één opening, stuwpeil naar behoefte

2,00

16,40 bv

Xi Vaste stuw, V-vormig, één opening, zonodig te verhogen met schotbalken

Nabij deze stuw bevindt zich een grondkrib in de Sambeeksche Uitwatering

3,45

16,00 sk

In de St, Jansbeek

Yi Uitwateringssluis, één opening met één paar puntdeuren

2,25

8,70

In de Grift

Zi Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een deur

0,80

8,53

In de Eckelsche Beek

A, Uitwateringssluis, twee openingen, elk met één schuif aan de westzijde, elke opening

Aan de oostzijde kunnen schotbalken geplaatst wordefi

1,70

10,00 bf

In de Kleefsche Beek

Bg Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een deur

0,70

9,68

In de Kroonbeek

Cj Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar 7net een schuif

2,50

8,35

In de Teelebeek

Dg Uitwateringssluis, één opening, aan de ztiidzijde afsluitbaar 7net een deur, aan de noordzijde met schotbalken

1,45

9,12 bv


^) In de laatste kolom is sk = stuu'kruin, bv = bovenkant vloert sp = stuicpeUt bs = bovcnku7U schotbalken.


BEHOORT BIJ BLAD VIERLINGSBEEK VAN UE WATERSTAATSKAART, VERKEND IN 1950.




Universiteitsbibliotheek Utrecht



-ocr page 118-

Dorpspoldi^g^

Rijh

1755 ha

! inbegrip van hoge arorfden


florpspolder


VP

\ nbsp;nbsp;nbsp;6065 ka

rnct^icibegrip van de peldern



» ijehen


De T(


pidcif^ npen^


praaiseh open


s 10 ha


\^ferassei


XI

240


/ ran I^scharen.


Waterschap


en

23.0


1805 ha

grip van


XVII


7230 ha


gt;iiftarran 7145


liet Slr^meehieil van^p .4a


XI

5545 ha


Onder een polder wordt Verstaan een complex landen, waarvan de erin liggende waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

De polders hebben, in verschillende tinton, de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwatcren.

Polders, die eerst hun watesr op een andere polder lozen, hebben de tint van die polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd.

In deze gebieden zUn de voornaamste waterlopen aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van hot gebied van die waterlopen; een smalle


BU belangrijke waterlopen is do naam in rood geplaatst.

De namen van do waterschappen, het polderdistrict en de dorpspoldcrs zijn in bruin op de kaart aangegevon.

Administratieve grenzen van watorschappon zijn slechts aangegeven, waar zij afwUken van die van de waterstaat.

Waar do administratieve grens van oen waterschap met do rijks- of provinciale grens samenvalt, is de administratieve grens van het waterschap aangegevon.

Van de op dit blad met een letter aangeduide sluizen en stuwen zijn nadere gegevens opgenomen in ecu ,,Staat van sluizen en stuwen” op do achterzUdo van dit blad.

Voor nadere gegevens betreffende het in Noordbrabant gelegen gebied wordt verwezen naar het boekje: ,,Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de waterstaatskaart”.

In dit boekje zUn gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, boezems, grenstractaten, heemraadschappen, kanalen, overlaten, overstromingen, algemene reglementen, stromende wateren, verveningen.


waterkeringen, waterschappen en waterstanden.

Voor do beschrijving van do juiste plaats der peilmerken van het de verschillende provincies, zie men de betreffende N.A.P. registers.

De waterstaatskaarten zijn, evenals het boekje ,,Beschrijving van behorende bij de waterstaatskaart”, à f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij geverijbedrijf. Fluwelen Burgwal 18, den Haag.


fnl.sL


Molen, door water gedreven.

Kleine windmolen.

Schutsluis.

Uitwateringssluis of afsluitbare duiker.

Inlaatsluis.

Keersluis.

Grondduiker.

Stuw.

Peilmerk van het N.A.P.

Peilschaal, geregeld waargenomen.

HoogteeUfer in m 4- N.A.P.

Verharde weg.

Spoorweg.

Hiolering (in de kleur van het betreffende gebied).

Grens van het rioloringsplan der gemeente Nijmegen.

Grootte van polders en stroomgebieden in ha volgens meting op de topografische kaart 1 : 25000 met de poolplanimeter.

Waterkerendo dijk.

Administratieve grenzen van do waterschappen, do dorpspoldcrs en het polderdistrict.

Provinciale- of rijksgrens, voor zover niet samenvallend met de grens van een waterschap of polderdistrict.


IF

6975 ha waarvan 2810 ha op Nederlands gebied


heide-








I Maas tussen de stuw te Lith en de stuw te Grave

Het gebied bestaat uit polderland en hoge grotiden. De volgende delen hiervan


Maas tussen de stuw te Grave en de stuw te Sambeek


De voornaamste waterlopen van dit gebied zijn: de Teelcbeek, de Kroonbeek, de Spiekerbeek, de Niers, de Nuth, de Riet Graben, de Kendel, de Kleefsche Beek, de Virdsche Graaf en de Grift. De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 370 ka. Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden. De volgende gebieden komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor:


IIA Het gebied, dat direct op de Maas loost, groot 7230 ha, waarvan 7145 ha op Nederlands gebied.


IIB Het gebied van de Trendel boven de voormalige IJsheuvelse watermolen, groot 2700 ha, waarvan 490 ha op Nederlands gebied.


II C Het gebied van de Niers beneden de stuw in de Niers ten Noorden vaib de voormalige Villerse watermolen, groot 6975 ha, waarvan 2810 ha op Nederlands gebied.


Maas tussen de stuw te Sambeek en de stuw te Beifeld


De voornaamste waterlopen van dit gebied zijn: de Heukelomsche Beek, de Bergerheidelossing en de Rekgraaf. De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 570 ha. Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden.

Op dit kaartbeeld komt hiervan voor:


IIIA Het gebied, groot 23125 ha, waarvan 18290 ha op Nederlands gebied, loost direct op de Maas.


Niers boven de stuw ten noorden van de voormalige Villerse watermolen


128770 ha, valt bijna geheel in Duitsland. Oost.


bedraagt ongeveer 70ha: er wateren geen gronden


op af. Het kanaalpeil bedraagt 7.50 m 4- N.A.P.

Ten z.w. van de schuMiiis te Heiimen bevindt zich een electrisch gemaal, hetwelk overtollig schut- en lekwater op de Maas kan afmalen.

Zie voorts het blad Arnhem West.


VI Nieuwe Wetering

Het gebied bestaat uit hoge gronden. De Nieuwe Wetering loost door de Appel-temse Sluis op de Maas. Zie blad Rhenen Oost.


6075 ka, dat door de Tcerse Sluis op de Nieuwe polderland en hoge gronden (zie ook blad Arnhem-


blad voorkomende waterlopen in dit gebied zijn: de


Groesbeek, de Leigraaf, de Sfeinwässerung, de Grosze Wässerung en de Bosse Wässerung. Het gebied, groot 15980 ha, waarvan 5840 ha op Nederlands gebied, loost door de Meersluis te Nijmegen op de U^aal en kan daarop worden afgemalen. Het gebied bestaat uit hoge gronden.

Zie voorts de bladen Arnhem West en -Oost.


VIIA Dit ten noordoosten van Kranenburg gelegen gebied wordt door een oliegemaal bemalen. Het bestaat uit polderland en hoge gronden, is 810 ha groot en ligt geheel in Duitsland.


VIII Eckelsche Beek

De voornaamste waterlopen zijn: de Eckelsche Beek en de Horsterbeek. Het gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 5675 ha, waarvan 2715 ha op Nedcr-


Afleidingskanaal boven de voormalige Vierlingsbeekse watermolen


Het gebied, waarvan een klein gedeelte op dit blad voorkomt, is groot 9180 ha, en bestaat uit hoge gronden.


Sambeeksche Uitwatering

voornaamste waterlopen zijn: de bovenloop van de Oploosche Molcn-


beek, de bovenloop van de Oeffeltsche Beek, de Kleine Beek, de Lactariabeek en de Strijpsche Beek.

Door een keermuur, welke dienst kan doen als inlaatwerk, is de bovenloop van de Oploosche Molenbeek gescheiden van de benedenloop, terwijl de bovenloop imn de Oeffeltsche Beek door de Sambeeksche Uitwatering geheel van de benedenloop afgesneden is. Het gebied is groot 5545 ka en bestaat uit hoge gronden.

Uit de bovenloop van de Oeffeltsche Beek en uit de Kleine Beek, kan water worden ingelaten in de gebieden XIT en XV.


XIA Oploosche Molenbeek boven de watermolen te Oploo. Het gebied beslaat uit hoge gronden en is groot 1725 ha. Het stuwpeil van de Oploosche watermolen is 18.70 m -i- N.A.P.

Zie voorts het blad Venlo West.


XII Oeffeltsche Beek boven het verdeelwerk X

De voornaamste waterlopen zijn: de Oeffeltsche, Beek en de Molenbeek. DU gebied is groot 1670 ha en bestaat uit hoge gronden.

Op dit gebied kan water ingelaten worden uit de gebieden XI en XI A. Wanneer


X via de


Dieze hoek van


XV Raam

T)e voornaamste waterlopen zijn: de Lage Raam, de Verlegde Lage Raam, de Graafsche Raam, de Voormalige Lage Raam, de Laarakkersche Waterleiding, de St. Anthonisloop, de Balkloop, de Tovensche Beek, de Ledeackersche Beek en het Defensie- of Peelkanaal. Het gebied bestaat uit hoge gronden en een pol-dertje en is groot 21950 ha.

Tevens kan het water ontvangen van een gebied groot 1670 ha (zie XTI) en kan er ivater worden ingelaten uit de gebieden XI en XI A.

Zie voorts het blad ’s-Hertogenbosch Oost.


vin

5675 ha u^aar^an 2715 ha op l^ederlands gebied


IIP


RHENEN O

ARNHEM W

ARNHEM

S-HERT.BOSCH O

EINDHOVEN

VENLO

VENLO

O

W

o


Verkend In 1950



XIX Stoofwetering

Dit gebied komt voor een klein gedeelte aan de westzijde van dit blad voor.

Het bestaat uit hoge gronden en is groot 240 ha.

Zie voorts het blad 's-TIertogenbosch Oost.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


Universiteitsbibliotheek Utrecht


Z.O.Z.


-ocr page 119-

SLUIZEN EN STUWEN

S o

o

Hoogte in m boven N.A.P.

’S ca

1)

In

de rechter Maasdijk

A

Schutsluis tussen het Maas-Waalkanaal en de gckanali-

seerde Maas te Heumen; drie paar puntdeuren, kerende

naar de Maas en één paar nooddeuren kerende naar de

Waal. De slagdrempels van boven-, midden- en beneden-

hoofd zijn even hoog

16,00

3,70

In

de linker Maasdijk

It

Inlaatsluis in de nieuwe Maasdijk te Boxmeer;

é^^n opening met twee schuiven

1,10

8,70

C

Uitwateringssluis in de nieuwe Maasdijk te Boxmeer,

twee openingen, elke opening met twee schuiven

1,10

8,70

De noordwestelijke opening is bestemd voor de afwatering

van de riolering van Boxmeer

D

Uitwateringssluis in de Maasdijk nabij Boxmeer,

één opening met één deur en één schuif

0,75

10,73

E

Uitwateringssluis van de Oeffeltsche Beek, bestaande uit

twee kokers, iedere koker afsluitbaar met één deur en één

schuif, elke opening

2,00

deur

8,90

schuif

9,00

F

Uitwateringssluis van Het Looy,

één deur en één schuif

0,00

8,83

G

Ooyense Sluis, uitwateringssluis van het Waterschap de

polder van Linden,

één deur en één schuif

0,00

deur

8,75

schuif

8,85

11

Groot Lindense Sluis, uitwateringssluis van het U'aterschap

de Oroot Lindensche Sluis,

één deur en één schuif

1,60

6,46

I

Balkgraafse Sluis, uitwateringssluis van het Waterschap de

Buiten- of Maaspolder van Dassel, Beers en Escharen,

één deur en één schuif

1,60

6,85

J

Escharense Sluis, uitwateringssluis van het Waterschap de

Buiten- of Maaspolder van Gossel, Beers en Escharen,

één deur en één schuif

1,60

7,15

K

Uitwateringssluis van het Waterschap van Escharen en

Gasset,

één opening met één schuif

0,64

7,50

In

de Maas

L

Schutsluis met stuw in de gekanaliseerde Maas te Sambeek

drie paar puntdeuren, totale lengte tussen de hoofden 260 m,

bovenhoofd

14,00

5,20

midden- en benedenhoofd

14,00

4,20

Ten noorden van de schutsluis bevindt zich een beweegbare

stuw met twee afvoeropeningen, afsluitbaar met Stoney-

schuiven, elke opening

17,00

5,10

10,75 sp

één scheepvaart-, tevens afvoeropening, afsluitbaar met wel-

schuiven tegen jukken

63,00

4,80

10,75 sp

In

de Sambeeksche Uitwatering

M

Brug met schotbalkstuw, één opening

2,50

15,25 bv

16,80 bs

N

Brug met schotbalkstuw, één opening

2,50

15,20 bv

16,50 bs

O

Stuw met schuif, één opening

2,65

14,85 bv

16,05 sp

P

Brug met schotbalkstuw, één opening

2,57

14,70

16,10 bs

o

Vaste stuw, V-vormig, zonodig te verhogen met schotbalken

7,05

14,50 sk

R

Keersluis, schotbalksluis in de spoorweg Nijmegen-Venlo;

één opening

3,00

12,00 bv

S

Beweegbare stuw, V-vormig, twee openingen, in elke ope-

ning een stuwmuur, waarop een schuif, elke opening

5,50

12,90 sk

Bovenkant schuiven in gesloten stand 13.90 m N.A.P.

T

Vaste stuw

In de stuwmuur zijn twee spui-openingen van 0.25 x 0.30 m,

onderkant van de zuidoostelijke opening 10.04 m N.A.P.,

van de noordwestelijke opening 9.9S m N.A.P.

9,50

10,49 sk

In

het Afleidingskanaal

LI

Molensluis van de voormalige watermolen te Vierlings-

beek, drie openingen voor afwatering, elk met één schuif.

elke opening

1,13

11,89

In

de Oeffeltsche beek

V

Schotbalkstuw, één opening

1,50

12,70 bv

13,80 bs

W

Stuw met schuif ,,Het Snepke”, één opening

2,00

11,50 bv

12,50 sp

X

Verdeel werk, bestaande uit:

schotbalkstuw in de Oeffeltsche Beek, één opening

1,50

10,50 bv

schotbalkstuw in de Balkloop, één opening

1,50

11,50 bs

De maten in de laatste kolom gelden voor beide stuwen

In

de Balkloop

y

Schotbalkstuw, één opening, de stuwhoogte wordt geregeld

naar behoefte

1,50

9,80 bv

In

de St. Anthonisloop

Z

Schotbalkstuw, ^^n opening

2,00

10,90 bv

11,80 sp

Al

Stuw mot schuif, één opening

2,50

9,90

10,80 sp

1^1

Schotbalkstuw, één opening

3,50

9,05 bv

10,10 bs

c.

Schotbalkstuw, één opening

3,50

8,64 bv

9,60 bs

In

de Lage Raam

Ri

Vaste stuw, één opening, zonodig te verhogen met drie

schotbalken

2,60

10,90 sk

El

Stuw met schuif, één opening

2,00

8,80 bv

10,00 sp

F,

Stuw met schuif, één opening

2,50

8,58 bv

9,58 sp

Oi

Schotbalkstuw, één opening

3,85

8,20 bv

9,20 bs

In

de Verlegde Lage Raam

Hl

Brug en stuw met schuif, één opening

5,00

6,90 bv

In

de Voormalige Lage Raam

I.

Brug met schotbalkstuw, één opening

2,00

7,70

8,50 bs

In

het Defensie- of Peelkanaal

Jl

Vaste stuw, zonodig met één of meer schotbalken, te verhogen

7,00

22,00 sk

22,50 bs

Ki

idem

7,00

20,80 sk

21,30 bs

11

idem

7,00

20,18 sk

20,68 bs

M

idem

7,00

19,48 sk

19,98 bs

Ni

idem

7,00

14,62 sk

De maten en hoogten van de stuwen

15,12 bs

Oi

idem nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in het Defensie- of Peelkanaal zijn

7,00

13,62 sk

overgenomen van de tekeningen, zij

14,00 bs

1’1

idem nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;kunnen tijdens de uitvoering zijn ge-

7,00

12,92 sk

wijzigd.

13,30 bs

Oi

idem

7,00

11,62 sk

12,00 bs

Hl

idem

7,00

10,52 sk

10,90 bs

s.

idem

7,00

9,29 sk

9,79 bs

Tl

idem

7,00

8,58 sk

De stuwen Nu Oi Pi, en Ti kunnen door het uitnemen van

9,00 bs

schotbalken over een breedte van 1.20 m met 0.90 m verlaagd

worden

SLUIZEN EN STUWEN

Ö Ö

o

Hoogte in m boven N.A.P.

*0

ri'© S A fa fa o '0'0 d

D

In de Oploosche Molenbeek

L\ Molensluis van de Oploosc watermolen, één opening inct één schuif

Nabij deze molen een ontlastsluis, één opening met één schuif

0,75

1,14

17,01

17,95 bv

18,70 sp

In de Lactariabeek

Vi Brug en vaste stuw, één opening, zonodig te verhogen met schotbalken

2,00

19,30 sk

Wi Brug met schotbalkstuw, één opening, stuwpeil naar behoefte

2,00

16,40 bv

Xi Vaste stuw, V-vormig, éérb opening, zo^iodig te verhogen met schotbalken

Nabij deze stuw bevindt zich een grondkrib in de Sambeeksche Uitwatering

3,45

16,00 sk

In de St, Jansbeek

Yi Uitwateringssluis, één opening met één paar putddeuren

2,25

8,70

In de Grift

Zi Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar met een deur

0,80

8,53

In de Eckelsche Beek

Aa Uitwateringssluis, twee openingen, elk met één schuif aan de westzijde, elke opening

Aan de oostzijde kunnen schotbalken geplaatst worden

1,70

10,00 bv

In de Kleefsche Beek

Rt Uitwateringssluis, één openi7ig, afsluitbaar met een deur

0,70

9,68

In de Kroonbeek

C2 Uitwateringssluis, één opening, afsluitbaar 7net een schuif

2,50

8,35

In de Teelebeek

1)2 Uitwateringssluis, één opening, aan de zuidzijde afsluitbaar met een deur, aan de noordzijde met schotbalken

1,45

9,12 bv

^) In de laatste kolom is sk = stuwkruin^ bv = bovenkant vloer, sp = stuwpcil, bs = bovenkant schotbalken.

Ten belioevc van hen, die de kaart willen opplakken, zijn op aanvraag afdrukken van de op deze zijde van de kaart gedrukte ,.Staat van Sluizen en Stuwen” verkrijgbaar.


-ocr page 120-

Afwater ingseen heden

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 4548 ha en loost te Vlissingen via een spuikom door een sluis op de Westerscheide. Zie verder het blad Middelburg-West.

Van deze afwateringseenheid komt slechts een gedeelte van het gerioleerde gebied van de gemeente Heist op dit blad voor. Dit gebied, groot 165 ha, loost via een rioolwaterzuiveringsinstallatie op het Afleidingskanaal van de Leie. De afwateringseenheid is geheel in Belgie gelegen en komt ook voor op de bladen Sluis en Terneuzen-West.

De grootte van deze afwateringseenheid is ongeveer 37 000 ha. Het op dit blad voorkomende onderdeel heeft, met inbegrip van 430 ha gerioleerd gebied van de gemeente Knokke en 100 ha hoge gronden, een oppervlakte van 6760 ha, waarvan 100 ha in Nederland is gelegen. Zie verder het blad Sluis.

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 13 890 ha. Van de 11 785 ha polderland en de 2105 ha boezemland is respectievelijk 375 ha en 163 ha in België gelegen. Het Uitwateringskanaal naar de Wielingen en de Linie of Passageule (zie ook het blad Terneuzen-West) vormen samen de voornaamste waterloop, die te Cadzand via uitwateringssluis A op de Wielingen loost.

Vanaf de stuw bij Plankenhuis (zie het blad Sluis) tot sluis A heeft het Uitwateringskanaal een zomerstand van N.A.P. —1,00 m tot N.A.P.—0,80 m. In de winter wordt het peil zo laag mogelijk gehouden.

Zowel het Uitwateringskanaal naar de Wielingen als de Linie of Passageule zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap Het Vrije van Sluis. Zie voorts de bladen Sluis en Terneuzen-West.

Deze afwateringseenheid is, met inbegrip van het gerioleerde gebied van de gemeente Zuidzande, 2495 ha groot. Het gebied wordt door een dieselgemaal op de Wielingen afgemalen. Zie voorts de bladen Sluis, Middelburg-West en Terneuzen-West,


Hoofd water keringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties:



1. Polder Walcheren; 2. Waterschap Het Vrije van Sluis; 3. Tienhonderd en Zwarte (waterschap voor de waterkering van het calamiteuze waterschap)


Sluizen


In de hoofdwaterkering van Zeeuws-Vlaanderen


A. Uitwateringssluis voor afwateringseenheid Wielingen-Passageule; twee openingen, elk met twee paar puntdeuren en één schuif, elke opening..............



323 ba


Schaal 1 : 50 000



Middelburg -West 48

Terneuzen -

West 54


Wijdte in Slagdrempel-de dag hoogte in m in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—N.A.P.


3,00


2,75


Verklaring der tekens


/ Met opgave van de aard van het bemalingswerk-dieselgemaal nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' ‘^“'® ^^ = centrifugaalpomp) en het aantal m=

° nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i waterverzet per minuut bij de in m aangegeven op-

' voerhoogte

rioolwaterzuiveringsinstallatie

uitwateringssluis

keersluis

uitwateringssluis, alleen bij doorbraak gesloten

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen

peilmerk van het N.A.P.

strandpaal

polderpeil j

' in m t.o.v. N.A.P.

hoogtecijfer '

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

verharde weg

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000 hoofd waterkering

bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied

hoogwater! ij n

dijkverdedigingen, strekdammen

administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)

rijksgrens


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwate-ringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Gerioleerde gebieden, gelegen in een afwateringseenheid, zijn ongekleurd en omgeven door een smalle bies. De grens tusser hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. In afwijking van het voorgaande zijn de buiten de rijksgrens gelegen afwateringseenheden summier aangegeven.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats van de peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men de betreffende N.A.P.-registers.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk ,,Beschrijving van de provincie Zeeland, behorende bij de Waterstaatskaart”, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, 's-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Boorlaan 2, te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 182610




Universiteitsbibliotheek Utrecht


Cadzand


-ocr page 121-

400



Mcwembai


3° 40'


Veerse


275 ha y^aier

36 Jacobs-


Ht^i 2010 ha


i.p. 0.10


Heeriins


amper


.8 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;’

polder




polder ^3.2


660 ha \


z.p. - 0.20 y .o. — 0.40


Strodorp polder .


JÓU ha


poiéer


150 ha

Dr.Slt;0.20 lacob - nbsp;nbsp;nbsp;’


Afwateringseenheden


■. Veerse Meer


Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 18 058 ha, waarvan 3530 ha boezem en boezemland, 13 594 ha bemalen gebied en 934 ha vrij op de boezem afwaterende gronden.

De boezem bestaat uit de voormalige Zandkreek en het Veerse Gat en werd na de afsluiting Veerse Meer genoemd.

Zomer- en winterpeil van de boezem zijn voorlopig vastgesteld op respectievelijk N.A.P. en N.A.P. — 0,70 m. Het deel van de afwateringseenheid, gelegen op Walcheren, is 1143 ha groot. Van dit deel kan 9 ha gerioleerd gebied van de gemeente Vere vrij op het Veerse Meer lozen en 1134 ha kan daarop worden afgemalen door het gemaal bij de Oostersluis, gelegen ten oosten van Vere (sluis X). Door deze sluis zelf kan geen vrije lozing meer plaatsvinden.

Het op Noord-Beveland gelegen deel van de afwateringseenheid is 5230 ha groot en bestaat uit: 605 ha (Jacobapolder en Onrustpolder), welke door sluis Q vrij op de boezem kan afwateren; 470 ha, welke door het elektrisch gemaal in de Jacobapolder kan worden bemalen; 4155 ha, welke door het gemaal, gelegen in de Willemspolder, kan worden bemalen. Zie het blad Middelburg-Oost en Zierikzee-West en -Oost. Het op Zuid-Beveland gelegen deel van de afwateringseenheid is met inbegrip van de 65 ha grote Calandpolder, 8155 ha groot, waarvan 280 ha vrij op de boezem kan lozen. 7875 ha kan op de boezem worden bemalen.

De gedeeltelijk op dit blad voorkomende Noord-Kraaijertpolder behoort tot het deel, groot 5630 ha, dat door een elektrisch gemaal in de Schengepolder (Sluis in de Piet) wordt bemalen. Zie het blad Middelburg-Oost.


II. Walcheren-West


Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 4548 ha. De waterlozing heeft via een spuikom door Sluis A te Vlissingen op de Westerschelde plaats. Bij gestremde natuurlijke lozing kan het gebied via enkele stuwen op afwateringseenheid III lozen. (Zie onder III).


III. Walcheren-Centraal


B^r. ^J*9fingwf

115 ha


Rittfee


H^v^tbattm


Opgtspof^


Wtsl ■ KraUerf

570 ha 0.30


ha z.s.~ 0.80

^orsele- _


■V51° 25'


Hoofdwaterkeringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties:


De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid, met inbegrip van de daartoe behorende wateren, is 9891 ha, waarvan 283 ha boezem en boezemland, 9418 ha polder en 190 ha hoge gronden. De voornaamste wateren zijn; het Kanaal door Walcheren, het daarmede in open verbinding staande Arne Kanaal en de binnenhavens van Middelburg en Vlissingen. Het K.P. is N.A.P.-1-0,90 m. De waterstanden variëren echter van K.P.-1-0,20 m tot —0,30 m. De binnenkeer- en schutsluis te Vlissingen (sluis H) staat in de regel open. Deze kan echter dienst doen om het kanaal tussen deze sluis en de dubbele schutsluis ten behoeve van grotere schepen op te zetten tot K.P.-|-1,60 m. Voor dit doel is ook de buitenkeersluis (sluis C), gelegen naast de dubbele schutsluis, gebouwd. Het gebied, dat op het kanaal door een elektrisch en dieselgemaal wordt afgemalen, bestaat in hoofdzaak uit het centrale deel van Polder Walcheren. Bij veel regenval en gestremde natuurlijke lozing kan de oppervlakte van dat gebied beduidend groter worden. Het polderdeel Walcheren-West, groot 4548 ha, kan dan via stuwen op het centrale deel lozen en mede door het gemaal op het kanaal worden bemalen.

Het teveel aan water op het kanaal zelf kan bij eb te Vlissingen worden gespuid. Het kanaal met zijtakken is in beheer en onderhoud bij het rijk.

IV, Gerioleerd gebied van de gemeente Middelburg

Dit gebied heeft een oppervlakte van 238 ha. De bemaling vindt plaats door een rioolgemaal, waarvan de persbuis nabij het voormalige fort Rammekens in het Zuidersloe uitmondt. De voormalige afvoersloot voor het rioolwater van Middelburg, dat door de zuidelijke opening van sluis V bij Vere werd afgevoerd, blijft voor noodgevallen als bergboezem gehandhaafd.



1. Polder Walcheren; 2. Gemeente Vlissingen; 3. Rijkswaterstaat (schutsluizen, dijken, buitenhavens); 4. Schorerpolder; 5. Nieuw-Sint-Jooslandpolder; 6. Bijleveldpolder;

7. Waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland; 8. Tienhonderd en Zwarte (waterschap voor de waterkering van het calamiteuze waterschap); 9. Adornispolder (waterschap voor de waterkering van de calamiteuze); 10. Waterschap Het Vrije van Sluis; 11. Oud- en Jong-Breskens (watetochap voor de waterkering van het calamiteuze waterschap); 12. Hoofdplaat en Thomaes (waterschap voor de waterkering van de calamiteuze polders).

Hoewel de calamiteuze polders (buitenbeheren) op Noord- en Zuid-Beveland ondergebracht zijn bij respectievelijk de waterschappen Noord-Beveland en De Brede Watering van Zuid-Beveland, zijn de reglementen van deze calamiteuze polders nog niet ingetrokken. Reglementair berust dus de onderhoudsplicht van hun waterkering bij deze polders, doch het onderhoud wordt uitgevoerd door genoemde waterschapsbesturen. Wanneer de wet van 19 juli 1870, Staatsblad nr. 119, komt te vervallen, zullen ook de reglementen van genoemde polders worden ingetrokken.


V. Gerioleerd gebied van de gemeente Vlissingen


Dit gebied heeft een oppervlakte van 220 ha.



VI. Walcheren-Zuidoost


Deze afwateringseenheid heeft met inbegrip van de volgende gereglementeerde polders: Johannapolder. Waaijenburgpolder, Middelburgse Polder, Molenpolder, Oud-Sint-Jooslandpolder, Nieuw-Sint-Jooslandpolder, Mortierepolder en Schorerpolder en de gerioleerde gebieden van de gemeenten Nieuwland en Oost- en West-Souburg, een oppervlakte van 3109 ha. Normaal heeft vrije lozing plaats via sluis E.; bij gestremde lozing via het gemaal, de bergboezem en sluis Ë.


VII. Bijleveldpolder



Universiteitsbibliotheek Utrecht



Deze afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 100 ha.


VIII t/m X. Overige, in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

VIII. Quarlespolder met de daarop lozende Zuid-Kraaijertpolder, Nieuwe West-Kraaijertpolder en het zuidelijke deel van de Jacobpolder, totaal groot 1440 ha. Op ± 1,5 km achter de uitwateringssluis van de Quarlespolder bevindt zich een sluis om het gedeelte tussen deze sluis en de uitwateringssluis als spuikom te laten fungeren: IX. Van Citterspolder, groot 150 ha; X. Borselepolder met de daarop lozende Konings-polder, groot 1420 ha (zie het blad Middelburg-Oost).


Verklaring der tekens


elektrisch gemaal rioolgemaal


met opgave van de aard van het bemalingswerk-tuig {C= centrifugaalpomp; V= vijzel; S = schroefpomp) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte


XI. Cadzand


Deze afwateringseenheid wordt gevormd door een gedeelte van het waterschap Het Vrije van Sluis. Het heeft met inbegrip van het gerioleerde gebied van de gemeente Zuidzande, een oppervlakte van 2495 ha. Het gebied wordt door een dieselgemaal op de Wielingen afgemalen (zie voorts de bladen Cadzand, Sluis en Terneuzen-West).


XII. Groede


Deze afwateringseenheid wordt gevormd door de Adornispolder, een gedeelte van het waterschap Oud- en Jong-Breskens en een gedeelte van het waterschap Het Vrije van Sluis. Het heeft, met inbegrip van de gerioleerde gebieden van de gemeenten Nieuw-vliet en Groede, een oppervlakte van 3720 ha. De waterlozing heeft plaats door sluis L op de Wielingen.


XIII. Breskens


I a »

X

X gt;nbsp;x d x h

0-0


klein gemaal

klein rioolgemaal


capaciteit kleiner dan 5 m’/min


rioolwaterzuiveringsinstallatie


schutsluis



Deze afwateringseenheid wordt gevormd door een gedeelte van het waterschap Ouden Jong-Breskens en een gedeelte van het waterschap Het Vrije van Sluis. Het heeft, met inbegrip van het gerioleerde gebied van de gemeente Breskens, een oppervlakte van 695 ha. De waterlozing heeft plaats door sluis M op de Westerschelde.


XIV. Slijkplaat


Deze afwateringseenheid wordt gevormd door een gedeelte van de Hoofdpiaatpolder en een gedeelte van het waterschap Het Vrije van Sluis. Het heeft, met inbegrip van de gerioleerde gebieden van de gemeenten Schoondijke en Oostburg, een oppervlakte van 5115 ha. De waterlozing heeft plaats door sluis N op de Westerschelde.


klamt-ftold.


XV. Hoofdplaatpolder

Deze afwateringseenheid wordt gevormd door de Thomaespolder en een gedeelte van de Hoofdplaatpolder. De totale oppervlakte is 970 ha. De waterlozing heeft plaats door sluis O op de Westerschelde. Het tot deze afwateringseenheid behorende deel, groot 40 ha, wordt tijdelijk door een mobiele bemalingsinstallatie rechtstreeks op de Westerschelde uitgemalen.


XVI. Gerioleerd gebied van de gemeente Hoofdplaat


iQ^enpoldei


2485


* polder


kenpoori


375


Dit gebied heeft een oppervlakte van 13 ha.


XVII. Biervliet


Deze afwateringseenheid wordt gevormd door een gedeelte van het waterschap Het Vrije van Sluis. Het heeft met inbegrip van het gerioleerde gebied van de gemeente Biervliet, een oppervlakte van 2695 ha (zie het blad Terneuzen-West).


XVIII. Paulinapolder

Deze afwateringseenheid, groot 195 ha, wordi gevormd door een gedeelte van het waterschap Het Vrije van Sluis (zie het blad . erneuzen-West).

Inlaag (1) bij sluis Nummer Een in Zeeuws-Vlaanderen, groot 9 ha, is buiten de hoofdwaterkering gelegen.



p. 0.07

z.p. 1.60

w.p. —2.05

Z.S. 0.66

K.p. 0,90

1.7


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden



Schaal 1 : 50 000


Zierikzee-West 42

Zierikzee-Oost 42

Cadzand 47

Middelburg-West 48

Middelburg-Oost

48

Sluis 53

Terneuzen-West

54

Terneuzen-Oost

54


Herzien in 1 960

Uitgave 1962


48



uitwateringssluis

inlaatsluis

keersluis

uitwateringssluis (alleen bij doorbraak gesloten)

hulpsluis

grondduiker

regelbare stuw

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen (reg, = registrerend) peilmerk van het N.A.P.

strandpaal


polderpeil

zomerpeil

winterpeil

in m t.o.v. N.A.P.

zomerwaterstand in een polder

kanaal peil

hoogtecijfer

riolering (in de kleur van het betreffende gebied)


verharde weg

205 ha grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 : 25 000

,•.•,.•,•,,,:,:,•„•„•^ hoofdwaterkering

,•,■.■.•.;i:;;::;;;;;;:;“ tweede waterkering

bij gemiddeld iaagwater droogvallend gebied

-----hoogwater! ij n

^^ 11Z' dijkverdedigingen, strekdammen en strandhoofden

-----grens ruilverkaveling Kleverskerke

weg in ontwerp

______administratieve grens van een waterschap of polder (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)



Middel burg-West


-ocr page 122-

Sluizen

In de hoofd waterkering van Walcheren


Wijdte in Slagdrempel-de dag nbsp;nbsp;nbsp;hoogte in m

in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;t.o.v. N.A.P.


A. Uitwateringssluis voor het westelijk deel van Polder Walcheren; twee kokers, ieder met twee vloeddeuren en


een schuif, elke koker.................2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—2,50

B. Spui- en keersluis te Vlissingen tussen de Vissershaven en de Wester- of Koopmanshaven; één paar vloed- en één paar ebdeuren.................... Hoogte bovenkant van de vloeddeuren N.A.P,-|- 5,50 m.

12,00

—3,45

C. Buitenkeersluis, onmiddellijk bezuiden de dubbele schutsluis D; één opening met één paar vloed- en één paar ebdeuren en één schipdeur............... Hoogte bovenkant van de schipdeur N.A.P. -)- 6,00 m.

De sluis dient voor het doorlaten van grote zeeschepen van en naar de werf „De Schelde”.

35,00

— 7,30


Vlissingen; iedere sluis met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren.

Grote schutsluis...................22,50

Hoogte bovenkant van de vloeddeuren N.A.P,-j- 6,00 m.

Kleine schutsluis...................8,00

Hoogte bovenkant van de vloeddeuren N.A.P. 6,00 m.


Overige sluizen

G. Wachtsluis (keersluis) ten noordoosten van uitwaterings-

sluis A; drie kokers, ieder met één paar deuren, elke koker

3,00

—2,50

H. Binnenkeer- -en schutsluis te Vlissingen tussen het Kanaal door Walcheren en de binnenhaven, met twee paar naar de haven kerende puntdeuren...........

20,00

—6,42

De sluis staat gewoonlijk open.


I. Wachtsluis (keersluis) naast het gemaal te Ritthem; twee kokers, ieder met één deur, elke koker.........2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;—^2,95


In de hoofd waterkering van Zuid-Beveland


J. Uitwateringssluis voor de Quarlespolder e.a.; twee openingen, ieder met twee paar puntdeuren en één schuif, elke opening.....................2,50


— 1,60


K. Uitwateringssluis voor de Van Citterspolder; één opening met één vloeddeur en twee schuiven......0,75


-t- 0,15

In de hoofd waterkering van Zeeuws-Vlaanderen

L. Uitwateringssluis voor afwateringseenheid Groede; twee openingen, ieder met twee vloeddeuren en één schuif

1,56

— 1,42

M. Uitwateringssluis voor afwateringseenheid Breskens; één opening met twee paar vloeddeuren en twee schuiven

2,25

-1,25

N. Uitwateringssluis voor afwateringseenheid Slijkplaat; één opening met twee paar vloeddeuren en één schuif . .

3,50

— 2,25

O. Uitwateringssluis voor afwateringseenheid Hoofdplaat-polder; één opening met twee vloeddeuren en twee schuiven.......................

1,20

— 0,58

In de tweede waterkering van Noord-Beveland

P. Uitwateringssluis voor de Onrustpolder; één opening met twee vloeddeuren en één klep...........

0,95

— 0,21

Q. Uitwateringssluis voor de Jacobapolder; één opening met twee vloeddeuren en één schuif..........

1,70

— 0,32

R. Uitwateringssluis voor de Heerjanszpolder e.a.; één opening met twee vloeddeuren en één schuif...... Deze sluis is buiten gebruik.

1,82

— 0,62

In de tweede waterkering van Walcheren

S. Keersluis van de voormalige spuikom te Vere; één buis met één klep.....................

0 0,30

T. Inlaatsluis voor de riolering van Vere; één buis met één klep........................

0 0,30

— 1,00

U. Uitwateringssluis voor de riolering van Vere; één klep en één schuif ....................

0,50

—0,03

V. Oostersluis Westzijde, uitwateringssluis in de westelijke kanaaldijk te Vere; drie kokers, ieder met twee vloeddeuren en twee schuiven. De noordelijke en middelste koker dienen voor afwatering van het westelijk deel van Polder Walcheren, iedere koker .................... De zuidelijke koker dient voor de afvoer van rioolwater van Middelburg..................... Deze sluis is buiten gebruik.

2,50

1,50

—2,50

—2,40

W. Dubbele schutsluis in het Kanaal door Walcheren te Vere; iedere sluis met twee paar vloed- en twee paar ebdeuren.

Grote schutsluis (oostelijke sluis) ...........

Hoogte bovenkant van de vloeddeuren N.A.P.-)-5,00 m.

Kleine schutsluis (westelijke sluis)...........

Hoogte bovenkant van de vloeddeuren N.A.P.-)-5,00 m.

20,00

8,00

—6,40

—3,80

X. Oostersluis Oostzijde, uitwateringssluis in de oostelijke kanaaldijk te Vere voor het oostelijk deel van Polder Walcheren; één koker met twee vloeddeuren en twee schuiven Deze sluis is buiten gebruik.

2.00

—2,50

In de tweede waterkering van Zuid-Beveland


IJ. Uitwateringssluis voor het noordelijk deel van dejacob-polder; één ijzeren buis met één klep en één schuif . . . . nbsp;nbsp;nbsp;0 0,60


Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in af-wateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, zijn aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen. Is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Gerioleerde gebieden, gelegen in een afwateringseenheid, zijn ongekleurd en omgeven door een smalle bies.

De grens tussen hoge gronden en gebieden met een eigen waterstand (polderland) waarop zij afwateren, is aangegeven door een geblokte bies. De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven. Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid, hun naam is in het randschrift vermeld. Binnen de grens van het ruilverkavelingsblok Kleverskerke moet rekening worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men de betreffende N.A.P.-registers. Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk: Beschrijving van de provincie Zeeland, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, ’s-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 27, te ’s-Gravenhage, telefoon (070)-18 32 80.


-ocr page 123-

Afwateringseenheden


403


XII


J57O / ff'est

X.S.-0.3


379


Bewerking: Rijkswaterstaat, Directie Algemene Dienst

Reproduktie: J. J. Groen en Zn. N.V., Leiden


De op dit blad voorkomende afwateringseenheden zijn als volgt genummerd:


Eiland Noordbeveland I t/m VIII;


Eiland Tholen Zuidbeveland Zeeuws Vlaanderen


1 t/m XVIII;

I en II


Tfr/ 510 ha


Roodewijk


uitvoer


De gedeeltelijk op de westelijke rand van dit kaartblad voorkomende Calandpolder, groot 65 ha, is gereglementeerd en buiten de hoofdwaterkering gelegen (zie blad Middelburg-West).


'i/rUr., !


plaai ■


01


Hrnuu^er


Schaal 1 : 50000



A. Eiland Noordbeveland


I. Heerjanszpolder

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 800 ha en omvat de volgende polders: de Heerjanszpolder, de Rippolder, de Anna-Frisopolder, de Kampens Nieuw-landpolder en de Kamperlandpolder (zie blad Middelburg-West).


Afsluiting Zandkreek

Zomer- en winterpeil van de boezem, die ontstaat na het gereedkomen van de afsluit-dam in het Veerse Gat en die in de Zandkreek, zijn voorlopig vastgesteld op respectievelijk N.A.P. en 0,70 m — N.A.P. De door het afsluiten noodzakelijk geworden gemalen zijn in ontwerp op de kaart aangegeven. De juiste grenzen van de te bemalen gebieden waren op het tijdstip van uitgifte van deze kaart nog niet voldoende bekend.


De op dit blad voorkomende hoofdwaterkering is in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, aangegeven instanties:


5 ha

-1.9


Kminingen

■•■^ VI


IV. Noordbevelandpolder

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 2275 ha en omvat de polders Oud- en Nieuw-Noordbeveland en de Katspolder.


V t/m VIII. Overige, in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden


V. De Leendert-Abrahampolder, groot 130 ha; VI. De Willem-Adriaanpolder, totaal groot 255 ha; VII. De Soelekerkepolder, groot 465 ha; VIII. de Spieringpolder, groot 160 ha.


B. Eiland Tholen



I. Op het eiland is een herverkaveling in uitvoering. Meer gegevens, de waterstaat betreffende (oppervlakte, peilen e.d.), worden op het in bewerking zijnde blad Bergen op Zoom-West aangegeven.


C. Zuidbeveland


I. Schengepolder (Sluis in de Piet)

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 5630 ha en omvat de volgende polders: de Schengepolder, de Westkerkepolder, de Westerlandpolder, de polder Nieuw-Sabbinge, de Broeder- en Zusterpolder, de Perponcherpolder, de Noord-Kraaiertpolder, de West-Kraaiertpolder, de Nieuwe Kraaiertpolder, de Oude Kraaiert-polder, de Óostpolder en de polder ’s-Heer-Arendskerke.

Deze eenheid wordt bemalen op de Zandkreek door een gemaal bij de Sluis in de Piet (K).


II. Oosterlandpolder

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 1160 ha en omvat de volgende polders: de Oost-Nieuwlandpolder, de Herenpolder en de polder Oud-Wol-phaartsdijk.



lil. Havenkanaal van Goes


Deze afwateringseenheid heeft een geringe oppervlakte (enig boezemland en haventerrein). Het kanaal doet dienst als scheepvaartkanaal. De lengte is 5,2 km. De breedte bedraagt ongeveer 10 m in de bodem en ongeveer 25 m op K.P. De diepte is 2,20 m tot 3,00 m onder K.P. (K.P. = 1,00 m |- N.A.P.). De waterstand varieert van 0,20 m tot 0,30 m — K.P. Het kanaal werd in 1810 in gebruik genomen en is in beheer en onderhoud bij de gemeente Goes.


W. Brede Watering bewesten Yerseke

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 8685 ha en omvat o.a. het ten westen van het Kanaal door Zuidbeveland gelegen deel van de polder de Brede Watering bewesten Yerseke, het noordelijk deel van de Buitenpolders van Nisse, de Goesse polder, de Noord-Daniël- en Zakpolder en het gerioleerd gebied van de gemeente Goes.

De waterlozing heeft plaats door sluis W op de Westerschelde en door de sluizen S en T op de Oosterschelde. Bij veel waterbezwaar en gestremde vrije lozing heeft bemaling plaats op de Oosterschelde door het gemaal op sluis S en op het Kanaal door Zuidbeveland door het gemaal „Schore”. Laatstgenoemd gemaal bemaalt dan in hoofdzaak een gebied van ± 1500 ha, gelegen langs de westzijde van het kanaal.


V. Kanaal door Zuidbeveland


Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 1610 ha en omvat het ten oosten van dit kanaal gelegen deel van de polder de Brede Watering bewesten Yerseke en de Molenpolder (zie blad Bergen op Zoom-West). Het gebied wordt door een elektrisch gemaal op het kanaal afgemalen. De lengte van het kanaal is, met inbegrip van de voorhavens, 9,1 km. De breedte is 63 m op K.P., de diepte is 5,50 m — K.P. over 32 m bodembreedte en 6,50 m — K.P. over 10 m bodembreedte (K.P. = 0,26 m -(- N.A.P.). De waterstand varieert van 0,35 m tot 0,30 m — N.A.P. Het kanaal werd in 1866 in gebruik genomen en is in beheer en onderhoud bij het rijk.


VI. Polder Kruiningen

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 1725 ha en omvat de polder Kruiningen, de Nieuw-Olzendepolder en de Nieuwlandepolder (zie blad Bergen op Zoom-West).


VII. Boonepolder

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 915 ha en omvat o.a. de Boonepolder. de polder Middelzwake, de ’s-Gravenpolder, de Korenpolder, de Heer Geertspolder en de polder Oosterzwake.


VIII. Polder Ellewoutsdijk

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 3850 ha en omvat o.a. de polders Ellewoutsdijk, Baarland, Nisse Stelle, Ovezand, Blazekop, St. Anthonie en Holle Stelle. In dit gebied is een herverkaveling in uitvoering.


IX. Borsselepolder

Deze afwateringseenheid heeft een totale oppervlakte van 1420 ha en omvat de Borsselepolder en de Koningspolder (zie blad Middelburg-West).


X t/m XVIII. Overige in verschillende kleuren aangegeven afwateringseenheden

X. De Quarlespolder met de daarop lozende Zuid-Kraaiertpolder, de Nieuwe West-Kraaiertpolder en het zuidelijk deel van de Jacobpolder, totaal groot 1440 ha (zie blad Middelburg-West); XI. het noordelijk deel van de jacobpolder, groot 150 ha; XII. de Egbert-Petruspolder, groot 65 ha; XIII. de Zuidvlietpolder, groot 45 ha; XIV. het westelijk deel van de Wilhelminapolder, groot 1040 ha; XV. de Oostbevelandpolder, groot 120 ha; XVI. het oostelijk deel van de Wilhelminapolder, groot 540 ha; XVII.de Willem-Annapolder, groot 310 ha, en XVIII. de polder Hoedekenskerke, groot 1025 ha. In laatstgenoemd gebied is een herverkaveling in uitvoering.


D. Zeeuws Vlaanderen



!• Een deel van het waterschap de Verenigde polders van Osse-nisse en de Burgpolder

Het gebied is groot 700 ha (zie blad Terneuzen-West).


II. Waterschap Walzoorden

Deze afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 1130 ha (zie de bladen Terneuzen-

West en -Ogs^.!------


Universiteitsbibliotheek Utrecht


Zierlkzee West

42

Zierlkzee Oost

42

Willemstad

West nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;43

Middelburg West

48

Middelburg Oost

48

Bergen op Zoom

Terneuzen West

54

Terneuzen Oost

54

Hulst

55


Verkend in 1959


48




Hoewel de calamiteuze polders op Noordbeveland, Tholen en Zuidbeveland ondergebracht zijn bij respectievelijk de waterschappen Noordbeveland, Tholen en De brede watering van Zuidbeveland, zijn de reglementen van deze calamiteuze polders nog niet ingetrokken. Reglementair berust dus de onderhoudsplicht van hun waterkering bij deze polders, doch wordt uitgevoerd door genoemde waterschapsbesturen. Wanneer de wet van 19 juli 1870, staatsblad 119, komt te vervallen, zullen ook de regle-


menten van


120

3.0

s 22

'^ 1.0


3C


Reg.


p.-O.S


z.p.-l.ó


100 ha


genoemde polders worden ingetrokken.


Verklaring der tekens


elektrisch gemaal dieselgemaal


rioolzuiveringsinstallatie


schutsluis


uitwateringssluis


met opgave van de aard van het bemalings-werktuig (C = centrifugaalpomp; V = vijzel; S = schroefpomp) en het aantal m’waterverzet per minuut bij in m aangegeven opvoerhoogte


hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)


uitwateringssluis (alleen gesloten bij doorbraak)


keersluis


regelbare stuw


coupure


peilschaal


peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)


peilmerk van het N.A.P.


polderpeil

zomerpeil (streefpeil) zomerstand


in m t.o.v. N.A.P.


hoogtecijfer verharde weg


grootte van polders in ha volgens meting met de planimeter op de kaart

1 : 25 000


hoofd waterkering


hoogwater! ij n


bij G.L.W. droogvallend gebied (volgens lodingen van ongeveer 1957)


dijkverdediging, strekdammen

grens herverkaveling (alleen daar aangegeven, waar de duidelijkheid dit vereist)


administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar aangegeven, waar zij afwijkt van de waterstaat)






AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


i.


«5


dod


uprren ;atie


-ocr page 124-

Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwate-ringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, zijn meestal aangeduid door een geelgroene tint. Onderverdelingen, die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd. Door tintverschillen worden deze delen onderscheiden van de naastliggende, tot dezelfde afwateringseenheid behorende onderverdelingen, is een volgekleurde onderverdeling omgeven door een smalle bies, dan loost het op het aangrenzende deel, dat in dezelfde tint is volgekleurd. Rioleringsgebieden zijn ongekleurd en omgeven door een smalle bies.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld, In gekleurde gebieden worden de belangrijkste waterleidingen in grijs aangegeven. De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een arabisch cijfer op de kaart aangeduid; hun naam is in het randschrift vermeld.

Herverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het herverkavelingsblok. De begrenzing is met een rode streeplijn aangegeven.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk ,,Beschrijving van de provincie Zeeland behorende bij de waterstaatskaart”.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon 070-183280.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, te ’s-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen behorende bij de waterstaatskaart zijn daar verkrijgbaar.


Wijdte in de dag in m


V. Schutsluizen te Hansweert in het Kanaal door Zuidbeveland

Westsluis, met twee paar eb- en twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 109 m

beide slagdrempels....................

Middensluis, met twee paar eb- en twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 113m

beide slagdrempels....................

Oostsluis met twee roldeuren, schutkolklengte 152 m .... 16,00 beide slagdrempels....................

W. Uitwateringssluis van de polder de Brede Watering bewesten Yerseke te Schore; twee openingen, ieder met twee vloeddeuren en één schuif, iedere opening

X. Uitwateringssluis van de Willem-Annapolder; één opening met twee vloeddeuren en één schuif

IJ. Uitwateringssluis van de Boonepolder c.a.; één opening met twee vloeddeuren en twee schuiven

Z. Uitwateringssluis voor het gemaal van de polder Hoede-kenskerke; één opening met twee vloeddeuren en één schuif . .

Vrije lozing is slechts mogelijk bij zeer hoge binnenwaterstanden.

Ai. Uitwateringssluis van de polder Baarland c.a.; één opening met twee vloeddeuren en één schuif

De sluis is door afstempeling van de deuren buiten gebruik gesteld.

Bp Uitwateringssluis voor de vrije lozing van de polder Elle-woutsdijk; één opening met twee paar vloeddeuren en twee schuiven

Beoosten de sluis de persbuizen (twee 0 1,20 m) van het gemaal ,,Hellewoud”.

Cp Uitwateringssluis van de Borsselepolder; één opening met twee vloeddeuren en twee schuiven


Sluizen )

Wijdte nbsp;nbsp;nbsp;Slag-

in de dag drempel-in m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hoogte

in m — N.A.P.

In de hoofdwaterkering van het eiland Tholen

In de hoofdwaterkering van het eiland Noordbeveland

In de hoofdwaterkering van Zuidbeveland

buitenslagdrempel

binnenslagdrempel

Westsluis, met twee paar eb- en twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 109 m

beide slagdrempels

Middensluis, met twee paar eb- en twee paar vloeddeuren, schutkolklengte 114,10 m

buitenslagdrempel

binnenslagdrempel

Oostsluis, met twee roldeuren, schutkolklengte 152 m .... 16,00 beide slagdrempels


In de hoofdwaterkering van Zeeuws Vlaanderen

Dp Uitwateringssluis van het waterschap de Verenigde polders van Ossenisse c.a.; één opening met twee vloeddeuren en één schuif........................1,74

Komt na aanleg van de nieuwe hoofdwaterkering te vervallen en wordt vervangen door een nieuwe sluis in die hoofdwaterkering.

In de afsluitdam van de Zandkreek

Ep Schutsluis, met twee paar eb- en twee paar vloeddeuren ; de lengte tussen de ebdeuren is 150,75 m en tussen de vloeddeuren 162,75 m, de schutlengte is resp, 140 m en 152 m . . . . nbsp;nbsp;20,00

De sluis en de afsluitdam zijn in aanbouw.


1) De schutkolklengte van de sluizen is gemeten tussen de deuren


Ten behoeve van hen, die de kaart willen opplakken, zijn op aanvraag van de op deze zijde van de kaart gedrukte gegevens verkrijgbaar.


Slag-drempel-hoogte in m

— N.A.P.

4,64

6,24

6,25

2,80

1,60

1,37

1,65

1,46

2,25

1,05

1,80

5,50


afdrukken


-ocr page 125-

400

7 51°

*35'



□ na -0.70


Noord


ha


MuieMdei


erpenisse'^'t


voetve«r op Yersekendam


03 % 3


Bol van Lodiike


5,7


Duvenee


o 0)


Brede

Wate


f Bari^meefê 65 ha

Z.S. -2.20 i pdidei d


100

2.3 ^^quot;^j


Broek-


Oud-


Strijenham


IriieapoldeC


D 5.B nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6.


Reimerswaal


‘^yßehu^d^bet

I.7'e.‘,. polder


Speelmansplaten


Vossemeerpolder


Glimes-


j^^'Klutsdorp


•.-1.80


2x19

2.3


^Schakerlo


Zuidhoek (


Ligne


\ Prinsessepleat


Afwateringseenheden


De op dit blad voorkomende afwateringseenheden zijn als volgt ingedeeld :


I t/m V


1 t/m XXVII

I t/m III


Deze afwateringseenheid is 2985 ha groot en loost via het elektrische gemaal De Noord op de Oosterschelde. De bemaling geschiedt met de grootste van de twee installaties van gemaal De Noord. Zie ook de bladen Willemstad-West, Zierikzee-Oost en IVliddelburg-Oost.


U. Tholen-Zuidwest

De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 1620 ha, waarvan 35 ha bestaat uit het gerioleerde gebied van Sint-Maartensdijk.

De kleinste installatie van gemaal De Noord is voor dit gebied bestemd. Zie verder ook het blad Willemstad-West.


III. Tholen-Zuid

Deze afwateringseenheid is 1745 ha groot. Hiervan is 23 ha gerioleerd gebied van Poortvliet. De lozing geschiedt doorgaans vrij op de Oosterschelde, doch bij veel waterbezwaar — ten gevolge van langdurig hoge buitenwaterstanden — treedt het hoofdgemaal Poortvliet in werking, dat, indien nodig, ondersteund wordt door het hulpgemaal Scherpenisse.


IV. Tholen-Oost

Deze afwateringseenheid heeft een oppervlakte van 4910 ha. De bemaling geschiedt door het hoofdgemaal De Eendracht, dat daarbij, indien nodig, wordt ondersteund door het hulpgemaal in de Hikkepolder.

Het deel van de afwateringseenheid, dat door het gemaal De Kadijk wordt bemalen, heeft een totale oppervlakte van 1760 ha. Zie verder het blad Willemstad-West.


V. Gerioleerd gebied van Oud-Vossemeer

Deze afwateringseenheid is 22 ha groot en loost via een rioolgemaal op de Eendracht.


B. Vasteland van Noord-Brabant en Zuid-Beveland


I. Beciuspolder

Deze afwateringseenheid, groot 35 ha, loost via een uitwateringssluis op de Eendracht. Zie ook het blad Willemstad-West.


Haven

Al

Yerseke

6.0


Kouwerve


Plade


Bank


0(9


0'®’’ ''


\ Den Broeke


. Molenplaai


5.9 irdenhoek

3 he


Yersekse


Nieuwkerke


Lage Kraaijer


Tholseinde


5.7


De Vliet


Verdronken


Oesterbank


Nieuwlande


XXIII


O/


van


Zuid-

Zilvarpui


Beveland


Kreke


Oodas


Schoudee


Hoge Kraaiier of Tarweplaai


Sleenvliei


350 ha


6.5


Bevelan


Reigersbergse


Zuid’


Völck«d


Nieuw


Verdronken


land van het


Kraa^vwrg


Hitdemhse


Markiezaat van


Bergen op Zoom


ri ins


Kafeis


De


met den


. l45-h^


Woensdrecht


. Polders van Nieuw-Vosmeer

De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 1520 ha. Het gebied loost via een uitwateringssluis op de Eendracht. Bij de sluis is een gemaal in aanbouw, dat vermoedelijk in 1967 gereed zal zijn. Zie verder het blad Willemstad-West.


III. Rosendaalse en Steenbergse Vliet

Deze afwateringseenheid is 32 580 ha groot. De voornaamste watergang is de Rosendaalse en Steenbergse Vliet, die in België ontstaat als Kleine A, onder de naam van Wildertse Beek haar loop vervolgt en als A-Beek de Nederlandse grens bereikt. In Nederland draagt zij achtereenvolgens de namen Molenbeek en Nieuwe Rosendaalse Vliet, om ten slotte als Rosendaalse en Steenbergse VKet op het Volkerak te lozen. De op dit blad voorkomende delen van de afwateringseenheid behoren tot het gebied van het benedenpand, dat een oppervlakte heeft van 14 450 ha. Hiervan is 60 ha boezem, 560 ha boezem-iand, 9020 ha polderland, 4635 ha hoge gronden en 175 ha gerioleerd gebied. Het gewenste peil voor genoemd pand is ongeveer NAP-1,30 m, doch meestal is de waterstand hoger. De lozing geschiedt via een schutsluis en een uitwateringssluis op het Volkerak. Zie ook de bladen Willemstad-West en -Oost en Bergen op Zoom-Oost.


11111111111 IV. Auvergnepolder

Deze afwateringseenheid is 1325 ha groot. Hiervan is 100 ha gerioleerd gebied van Halsteren en bestaat 220 ha uit hoge gronden. De lozing geschiedt via een uitwateringssluis op de Eendracht. Een deel van de hoge gronden, groot 45 ha, loost via de riolering van Halsteren.


De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 4825 ha, waarvan 140 ha polderland is en 4670 ha uit hoge gronden bestaat. Van deze gronden ligt 1785 ha in België en 2885 ha in Nederland. De lozing geschiedt door een uitwateringssluis op de Theodorushaven, groot 15 ha, welke via een schutsluis in verbinding staat met de Oosterschelde. De Zoom, die op verscheidene plaatsen wordt opgestuwd, dient behalve voor afwatering ook voor aanvoer van fabriekswater en voor doorspoeling van het stadswater van Bergen op Zoom. Zie verder het blad Bergen op Zoom-Oost.


VI. Gerioleerd gebied van Bergen op Zoom c.a.

Deze afwateringseenheid, groot 975 ha, loost via twee uitwateringssluizen op de Oosterschelde.

Er bestaan plannen voor de bouw van een rioolgemaal en het aanleggen van een persleiding naar de Westerschelde. Tot deze afwateringseenheid behoort ook het grotendeels op het blad Bergen op Zoom-Oost voorkomende gebied van de Balse Loop, groot 225 ha, dat via het stadswater (stadspark en Pillekens-water) en de ondergronds lopende Grebbe op de riolering loost.


j VII. Fabriekscomplex N.V. Holland

Dit gebied is 6 ha groot en loost via een elektrisch gemaal op de Oosterschelde.


Dit gebied, groot 45 ha, watert af via de vestinggrachten van het voormalige fort Waterschans. Deze grachten kunnen zowel op natuurlijke wijze als door middel van een hevelinstallatie op de Oosterschelde lozen.


IX. Augusta

Van deze afwateringseenheid, groot 1 210 ha, bestaat 1070 ha uit hoge gronden. De bemaling geschiedt via een elektrisch gemaal op de Oosterschelde. Zie verder het blad Bergen op Zoom-Oost.


De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 185 ha, waarvan 165 ha uit hoge gronden bestaat. De lozing vindt plaats door een uitwateringssluis op de Oosterschelde. Zie ook het blad Bergen op Zoom-Oost.


Illlll XI. Kil van Woensdrecht

Deze afwateringseenheid is 2395 ha groot. Hiervan bestaat 1140 ha uit hoge gronden. Het gebied loost via een uitwateringssluis op de Westerschelde. Zie verder het blad Bergen op Zoom-Oost.


XVII. Tweede Bathpolder c.a.

Deze afwateringseenheid is 350 ha groot en loost vrij op de Oosterschelde. Zij omvat een deel van het ten noorden van de spoorlijn gelegen gebied van de Eerste Bathpolder, dat via een uitwateringssluis op de Tweede Bathpolder loost. Deze sluis staat meestal open. Bij veel waterbezwaar kan bovengenoemd deel via een hulpsluis lozen naar het noordoostelijke deel, dat met behulp van het gemaal bij Rattekaai op de Oosterschelde afwatert.


;^ \-. ' XVIII. Gerioleerd gebied van Rilland

Deze afwateringseenheid, groot 25 ha, loost door middel van een rioolgemaal met persleiding op de Westerschelde.


XIX. Reigersbergse Polder

De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 1385 ha. Het gebied loost vrij op de Westerschelde.


Deze afwateringseenheid, groot 240 ha, loost via een uitwateringssluis op de Westerschelde.


g XXI. Waarde

Dit gebied heeft een oppervlakte van 1815 ha en loost door middel van een gemaal op de Westerschelde. De voormalige uitwateringssluis van de Emanuelpolder doet thans dienst als hulpsluis.


XXII. Gerioleerd gebied van Krabbendijke

Dit gebied, groot 45 ha, wordt door een rioolgemaal met persleiding op Westerschelde bemalen.


Deze afwateringseenheid is 85 ha groot en loost via een uitwateringssluis de Oosterschelde.


XXIV. Gerioleerd gebied van Kruiningen

Dit gebied, groot 40 ha, wordt door een rioolgemaal met persleiding op Westerschelde bemalen.


de


op


de


De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 1660 ha. De bemaling geschiedt door een elektrisch gemaal via de veerhaven op de Westerschelde. Zie verder het blad Middelburg-Oost.


XXVI. Sint-Pieterspolder

Deze afwateringseenheid, groot 95 ha, loost via een uitwateringssluis op de Oosterschelde.


XXVII. Kanaal door Zuid-Beveland

Deze afwateringseenheid is 1710 ha groot. De voornaamste vyatergang is het Kanaal door Zuid-Beveland, waarnaar de afwateringseenheid is genoemd. De oppervlakte van de kanaalboezem is 100 ha en die van het erop bemalen gebied bedraagt totaal 1610 ha. Zie ook het blad Middelburg-Oost.


C. Zeeuws-Vlaanderen


I. Walsoorden

De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 1165 ha, waarvan 75 ha bestaat uit het gerioleerde gebied van Kloosterzande. De lozing op de Westerschelde kan zowel op natuurlijke als op kunstmatige wijze plaats hebben. Zie ook de bladen Middelburg-Oost en Terneuzen-Oost.


Ilimilllll II. Uitwateringskanaal van Stoppeldijk

Deze afwateringseenheid is 6925 ha groot. Hiervan bestaat 25 ha uit gerioleerd gebied van Boskapelle-Stoppeldijk. De lozing vindt plaats op de Westerschelde via een uitwateringssluis ten zuidwesten van Ossenisse. Bij gestremde natuurlijke lozing kan tot bemaling worden overgegaan. Zie verder de bladen Hulst-West en Terneuzen-Oost.


Deze afwateringseenheid, groot 790 ha, loost door een elektrisch gemaal op de Westerschelde. Zie ook het blad Hulst-West.


Verklaring der tekens


^2.3


2x140

2.0


hevel


gt;gt;


3C


-210


-0.4


dieselgemaal

(h = hulpbemaling)


elektrisch gemaal


klein gemaal


met opgave van de aard van het opvoerwerktuig (C = centrifugaalpomp ; V = vijzel ; S = schroefpomp) en het aantal m^ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte


klein gemaal, dient voor inmalen


klein rioolgemaal


hevelinstallatie


rioolwaterzuiveringsinstallatie


schutsluis


uitwateringssluis


capaciteit kleiner dan

5 m^/min


hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)


uitwateringssluis, wordt alleen bij doorbraak gesloten


inlaatsluis


keersluis


grondduiker


vaste stuw


regelbare stuw


coupure


peilschaal



Universiteitsbibliotheek Utrecht


peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)


peilmerk van het NAP


zomerwaterstand


hoogtecijfer


in m t.o.v. NAP




Bath


Pleet van SeeHinge



^erlptpQps^ Plaal


^oord


Nieuwe


Ossen


O 320 ha


*'^ Zuidpolder


IlimillU ^11 Moordkil van Ossendrecht


riolering (in de kleur van het betreffende gebied)


Van deze afwateringseenheid, groot 5880 ha, bestaat 3900 ha uit hoge gronden. Hiervan ligt 3310 ha in Nederland en 590 ha in België. De lozing vindt plaats het blad Bergen


door een uitwateringssluis op de Westerschelde. Zie verder op Zoom-Oost.


XIII. De Hogerwaardpolder

Deze afwateringseenheid is 225 ha groot en loost via een op de Oosterschelde.


uitwateringssluis


lozing geschiedt


De oppervlakte van deze afwateringseenheid is 265 ha. De door een uitwateringssluis, via de Geul van Woensdrecht, op de Westerschelde.


XV. Eerste Bathpolder, zuidelijk deel

Deze afwateringseenheid, groot 270 ha, loost door een uitwateringssluis, via de Geul van Paviljoen, op de Westerschelde.


IIIIIIIIIIIII^IIIII XVI. Eerste Bathpolder, noordoostelijk deel

De bemaling van deze afwateringseenheid, groot 125 ha, heeft plaats door middel van een dieselgemaal bij Rattekaai op een buitendijks gelegen spuikom, die gewoonlijk in open verbinding staat met de Oosterschelde. Deze kom dient om het dichtslibben van de uitwateringsgeul tegen te gaan.


1150 ha


verharde weg


grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart 1 :25 000

bij gemiddeld laag laagwaterspring droogvallend gebied

hoogwaterlijn


hoofdwaterkering


tweede waterkering


strekdammen en kribben


rijksgrens


provinciale grens


administratieve grens van een waterschap

grens van het Heemraadschap van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet en van het Waterschap De Noordkil van Ossendrecht


grens van een ruilverkavelingsblok


Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden


Schaal 1 : 50 000


Zierikzee-

Oost 42

Middelburg-

Oost 48

Terneuzen-Oost 54


Willemstad-

West 43


Willemstad-

Oost 43


Herzien in 1 965

Uitgave 1 966



doorgaans alleen daar, waar zij afwijken van de waterstaatkundige grens


Bergen op Zoom-West 49 Hulst-West 55


Bergen op Zoom-Oost 49


49


Bergen op Zoom-West



-ocr page 126-

geelgroen Buiten de hoofdwaterkering gelegen afwateringseenheden

Deze zijn, voor zover het ongereglementeerde polders betreft, met een Arabisch cijfer aangegeven.

Langs de Eendracht:

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Oesterput ten noordoosten van Tholen, 1 ha: 2. Oesterput ten zuiden van Tholen, 5 ha.

Langs de zuidelijke dijk van de Oosterschelde :

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Oesterput ten zuiden van Yerseke, 3 ha.

Hoofdwaterkeringen

De op dit blad voorkomende hoofdwaterkeringen zijn in beheer en onderhoud bij de op onderstaand kaartje, schaal 1 : 200 000, vermelde instanties. Als regel berusten beheer en onderhoud bij dezelfde instantie (2) ; zo niet, dan is het onderhoud afzonderlijk vermeld (2a). Voor het onderhoud van de in de hoofdwaterkeringen gelegen kunstwerken wordt verwezen naar de sluizenstaat.

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;Waterschap Tholen: 2. Hoogheemraadschap De Brabantse Bandijk: 2a. Gemeente Bergen op Zoom: 3. Gemeente Bergen op Zoom: 4. De Geertrui-dapolder: 5. Waterschap Augusta: 6. Nederlandse Spoorwegen: 7. De Prins Karelpolder: 8. De Caterspolder gemeen met de Van den Eijndenpolder : 9. De Hogerwaardpolder: 10. Rijkswaterstaat: 11. Waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland : 12. Völckerpolder; 13. Anna Mariapolder: 14. Waterschap Nieuw-Hinkelenoord en Hogerwerf; 15. De Vijdtpolder; 16. Particulier; 17. Waterschap Hulsterambacht.

Hoewel de calamiteuze polders (buitenbeheren) op Tholen, Zuid-Beveland en in Oost-Zeeuws-Vlaanderen zijn ondergebracht bij respectievelijk de waterschappen Tholen, De Brede Watering van Zuid-Beveland err— ten dele — Hulsterambacht, zijn de reglementen van deze polders nog niet ingetrokken. Reglementair berust de onderhoudsplicht van hun waterkering bij de polders, doch deze wordt uitgevoerd door de reeds genoemde waterschapsbesturen. Wanneer de wet van 19 juli 1870, Staatsblad nr. 119, komt te vervallen, zullen ook de reglementen van de buitenbeheren van deze polders worden ingetrokken.

Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen :

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Heemraadschap van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet

Het doel van het heemraadschap is omschreven in het reglement en omvat het behartigen van de belangen, die betrekking hebben op:

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;de afsluiting van de Rosendaalse en Steenbergse Vliet;

  • 2. nbsp;nbsp;nbsp;de afwatering van de gronden, die via de Vliet op het Volkerak lozen;

  • 3. nbsp;nbsp;nbsp;de scheepvaart op de Vliet.

Het reglement is opgenomen in het Provinciaal Blad van 1919 nr. 53 en is meermalen gewijzigd.

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Hoogheemraadschap De Brabantse Bandijk

De taak van het hoogheemraadschap is omschreven in artikel 2 van het reglement en omvat onder meer :

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;het beheer en onderhoud van de buitendijk, benevens van de daarop gelegen openbare wegen en van de daarop en daarin gelegen kunstwerken, voor zover niet tot de taak van anderen behorende:

  • 2. nbsp;nbsp;nbsp;het beheer en onderhoud van de Slaperdijk;

  • 3. nbsp;nbsp;nbsp;het beheer van de binnendijken, alsmede de kunstwerken gelegen op of in de Slaperdijken en de binnendijken.

Het reglement is opgenomen in het Provincial Blad van 1957 nr. 47 en is meerdere malen gewijzigd.

  • C. nbsp;nbsp;nbsp;De Noordkil van Ossendrecht

Het doel van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het bijzonder reglement en omvat het beheren, verbeteren en onderhouden van onder meer:

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;de buitenkil, genaamd de Noordkil;

  • 2. nbsp;nbsp;nbsp;de buitensluis met aangrenzende spuikom ;

  • 3. nbsp;nbsp;nbsp;de binnenkil met de zijleidingen naar de binnensluizen van de aan de Vijdtpolder grenzende polders:

  • 4. nbsp;nbsp;nbsp;de watergang gelegen in de Noordpolder, van de binnensluis van deze polder tot de duiker van de Zuidpolder van Woensdrecht gemeen met Oud-Hinkelenoord.

Het bijzonder reglement is opgenomen in het Provinciaal Blad van 1948 nr. 45.

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Tholen

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;De Brede Watering van Zuid-Beveland

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Hulsterambacht

De taak van de onder D, E en F genoemde waterschappen is omschreven in een voor elk van deze waterschappen vastgesteld reglement en omvat onder meer :

  • 1. nbsp;nbsp;nbsp;de bescherming tegen van buiten komend water;

  • 2. nbsp;nbsp;nbsp;de beheersing van de waterstand :

  • 3. nbsp;nbsp;nbsp;het beheren, onderhouden, totstandbrengen en verbeteren van de diverse waterbeheersingswerken, waterkeringen en wegen; voor de Brede Watering van Zuid-Beveland bovendien het beheren, onderhouden en instandhouden van stranden en vooroevers, voor zover zulks in het belang is van de zeewering ;

  • 4. nbsp;nbsp;nbsp;het tegengaan van de verzilting en het zoveel mogelijk en nodig regelen van de hoedanigheid van het water.

De reglementen van bovengenoemde waterschappen zijn respectievelijk opgenomen in het Provinciaal Blad van 1958 nrs. 55 en 57 en van 1964 nr. 50. Het reglement van Hulsterambacht is eenmaal gewijzigd.

Sluizen en coupures

In deze staat zijn tevens opgenomen de door de hoofdwaterkeringen lopende persleidingen en -buizen van riool- en poldergemalen

wijdte in de

dag in m

slagdrempel-/ vloerhoogte in m t.o.v.

NAP

In de hoofdwaterkeringen langs de Oosterschelde en de Eendracht

A. Drie persbuizen van het gemaal De Noord, elk afsluitbaar met twee kleppen ................. binnenonderkant monding van elke buis......... Onderhoud : waterschap Tholen

0 1,20

— 1,00

B. Uitwaterings-, tevens keersluis voor de berg-boezem van het hulpgemaal Scherpenisse ; een opening met twee paar vloeddeuren en een schuif . Onderhoud: calamiteuze waterschap Scherpenisse

2,73

— 2,06

C. Uitwaterings-, tevens keersluis voor de berg-boezem van het gemaal Poortvliet; een opening met twee paar vloeddeuren en een schuif ........... Onderhoud : waterschap Tholen

3,40

— 2,48

D. Coupure bij Strijenham; een opening, afsluitbaar met schotbalken ...........................

Onderhoud : waterschap Tholen

3,20

3,75

E. Persbuis van het gemaal De Eendracht, afsluitbaar met twee kleppen .......................... binnenonderkant monding van de buis..........

Onderhoud : waterschap Tholen

0 1,46

— 1,76

F. Persleiding van het gemaal voor het gerioleerde gebied van Oud-Vossemeer, met een afsluiter en een klep.....................................

0 0,15

G. Coupure bij Oud-Vossemeer; een opening afsluitbaar met schotbalken...................

Onderhoud : waterschap Tholen

3,50

3,40

H. Persbuis van het hulpgemaal De Hikkepolder met een afsluiter en een klep .................

0 0,90

binnenonderkant monding buis................

Onderhoud : waterschap Tholen

— 1,50

J. Uitwateringssluis voor het deel Beciuspolder van het waterschap De Polders van Nieuw-Vosmeer; een opening met een klep en een schuif......... Onderhoud : het waterschap

0,60

— 0,50

K. Uitwateringssluis van het waterschap De Polders van Nieuw-Vosmeer. De sluis heeft twee schuiven. Achter elke schuif zijn twee openingen, elk met een wachtdeur................................ Onderhoud : het waterschap

1,35

— 1,85

L. Uitwateringssluis van het waterschap De Polders van Halsteren; een opening met twee wachtdeuren en een schuif .............................

Onderhoud : het waterschap

1,90

— 2,05

M. Theodorussluis, schut- tevens uitwateringssluis tussen de Theodorushaven en de Oosterschelde; twee paar vloeddeuren, een paar hoge en een paar lage ebdeuren............................. Waterkerende hoogte van de sluis: NAP 5,75 m. Onderhoud : gemeente Bergen op Zoom

12,00

— 5,45

N. Uitwateringssluis voor de grachten van het voormalige fort Waterschans en het zwembad: een opening met een schuif en een klep............... Onderhoud : gemeente Bergen op Zoom

0,70

— 1,12

O. Persbuis van het gemaal voor de industrieterreinen van N.V. Holland ................... Onderhoud: N.V. Holland

0 0,20

P. Buis van de hevelinstallatie in het voormalige fort

Waterschans ..............................

De buis is afsluitbaar met een schuif.

Onderhoud : gemeente Bergen op Zoom

0 0,60

Q. Inlaatsluis voor het zwembad; een opening met een schuif................................ Onderhoud : gemeente Bergen op Zoom

110x142

— 1,09

R. Persbuis van het gemaal voor het waterschap Augusta. De buis is voorzien van een afsluiter en een klep .................................

Onderhoud: het waterschap

0 0,80

S. Uitwateringssluis van de waterleiding De Blaffert; een opening met een klep.................... Onderhoud : Nederlandse Spoorwegen

0 1,00

T. Uitwateringssluis van de Hogerwaardpolder; een opening met twee vloeddeuren en twee schuiven; vloeddeuren .............................. schuiven ................................. Onderhoud: De Hogerwaardpolder

0,80

— 0,45

— 0,60

U. Persbuis van het gemaal bij Rattekaai voor de afwateringseenheid Eerste Bathpolder noordoostelijk deel met een afsluiter en een klep.............. onderkant buis in de dijk.....................

Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

0 0,50

-t- 4,65

V. Coupure in de hoofdwaterkering bij Rattekaai ; een opening, afsluitbaar met schotbalken........ Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

4,00

6,10

W. Uitwateringssluis van de afwateringseenheid Tweede Bathpolder c.a.: een opening met twee vloeddeuren en twee schuiven ................ Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

1,50

— 0,85

X. Coupure in de hoofdwaterkering van de Oost-polder; een opening, afsluitbaar met een dubbele rij schotbalken...............................

Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

4,60

5,20

IJ. Uitwateringssluis voor de afwateringseenheid Karelpolder: een opening met een vloeddeur en twee schuiven ................................. Onderhoud : gemeente Krabbendijke en het waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

wijdte in de

dag in m

1,00

slagdrempel-/ vloerhoogte in m t.o.v.

NAP

— 0,93

Z. Uitwateringssluis voor de afwateringseenheid Sint-Pieterspolder ; een opening met twee vloeddeuren en een schuif........................ Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

1,05

— 0,60

A’. Coupure met een opening, afsluitbaar met schotbalken ................................... Onderhoud : gemeente Yerseke

4,95

4,50

B’. Coupure met een opening, afsluitbaar met schotbalken ...................................

5,25

-I- 4,10

Onderhoud : gemeente Yerseke

C’. Coupure met een opening, afsluitbaar met schotbalken ................................... Onderhoud; waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

3,00

3,30

In de hoofdwaterkeringen langs de Westerscheide

D’. Twee persbuizen van het gemaal Joh. Glerum voor de afwateringseenheid Kruiningen; elke buis is voorzien van een afsluiter en een klep......... binnenonderkant monding buizen.............. Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

0 1,00

— 3,80

E’. Twee persbuizen van het gemaal voor de afwateringseenheid Waarde ; elke buis is voorzien van een afsluiter en een klep ........................ elektrische eenheid : binnenonderkant monding buis diesel-eenheid : binnenonderkant monding buis . . . Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

0 1,00

— 3,35

— 2,95

F’. Uitwateringssluis (hulpsluis) van de afwateringseenheid Waarde ; een opening met twee vloeddeuren en twee schuiven .......................... Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

1,75

— 1,36

G’. Persleiding van het gemaal voor het gerioleerde gebied van Krabbendijke met een afsluiter .......

0 0,40

H’. Uitwateringssluis voor de afwateringseenheid Zimmermanpolder: een opening met twee vloeddeuren en een schuif........................ Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

1,00

— 0,66

JT Coupure in de hoofdwaterkering van de Zimmermanpolder; een opening, afsluitbaar met een dubbele rij schotbalken............................. Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

4,00

5,30

K’. Coupure in de hoofdwaterkering van de Zimmermanpolder ; een opening, afsluitbaar met een dubbele rij schotbalken............................. Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

4,00

-^ 5,25

L’. Persleiding van het gemaal voor het gerioleerde gebied van Rilland met drie afsluiters...........

0 0,20

M’. Uitwateringssluis van de afwateringseenheid Reigersbergse Polder; een opening met twee vloeddeuren en twee schuiven .................... Onderhoud : waterschap De Noordkil van Ossendrecht

1,20

— 1,18

N’. Coupure in de hoofdwaterkering van de Reigersbergse Polder; een opening, afsluitbaar met een dubbele rij schotbalken......................

6,00

6,00

Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

O’. Uitwateringssluis van de afwateringseenheid Eerste Bathpolder (zuidelijk deel) ; een opening met een vloeddeur en eeri schuif..................

Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

1,05

— 0,89

P’. Uitwateringssluis van de afwateringseenheid Krekerakpolder: een opening met twee vloeddeuren en een schuif .............................

Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

1,48

— 1,08

Q’. Coupure in de hoofdwaterkering van de Krekerakpolder: een opening, afsluitbaar met schotbalken ................................... Onderhoud : waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland

4,50

5,50

R’. Uitwateringssluis voor de afwateringseenheid Kil van Woensdrecht: twee openingen, elk met twee vloeddeuren en een schuif ...................

Onderhoud : De gecombineerde Uitwateringswerken van Woensdrecht

2,00

— 0,90

S’. Uitwateringssluis voor de afwateringseenheid Noordkil van Ossendrecht ; twee openingen, elk met twee paar vloeddeuren en twee schuiven........ Onderhoud: waterschap De Noordkil van Ossendrecht

2,65

T’. Coupure in de hoofdwaterkering bij Walsoorden ; twee openingen, afsluitbaar met schotbalken : noordelijke opening ........................

6,00

4,10

zuidelijke opening..........................

Onderhoud: calamiteuze waterschap Walsoorden

5,54

4,10

U’. Coupure in de hoofdwaterkering bij Walsoorden ; een opening, afsluitbaar met schotbalken........ Onderhoud : calamiteuze waterschap Walsoorden

5,80

4,60

V’. Coupure in de hoofdwaterkering bij Walsoorden : een opening, afsluitbaar met schotbalken........ Onderhoud : calamiteuze waterschap Walsoorden

3,35

5,10

W'. Uitwateringssluis voor de afwateringseenheid Walsoorden ; een opening met twee paar vloeddeuren en een schuif........................ Onderhoud : waterschap Hulsterambacht

1,90

— 1,15

X’. Persbuis van het gemaal voor de afwateringseenheid Walsoorden ........................ De buis is voorzien van een schuif en een afsluiter.

Onderhoud: waterschap Hulsterambacht

0 1,00

IJ’. Persbuis van het gemaal voor de afwateringseenheid Kruispolder ........................ De buis is voorzien van een afsluiter en een klep.

Onderhoud: waterschap Hulsterambacht

0 0,80

' Niet bekend

Toelichting

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden.

Met een afwateringseenheid wordt bedoeld een gebied, dat bestaat uit een samenstel van wateren met de daarop lozende gronden. Het loost rechtstreeks op het buitenwater (de zee, het IJsselmeer en de grote rivieren).

Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur: haar grens is door een brede bies in deze kleur aangegeven.

Gebieden, buiten de hoofdwaterkering gelegen, hebben meestal een geelgroene tint.

Delen van een afwateringseenheid, die dus indirect op het buitenwater lozen, zijn in het algemeen begrensd door smalle biezen. Bezitten deze delen echter een eigen waterstand, dan zijn zij volgekleurd. Door tintverschillen zijn zij van elkaar te onderscheiden. De erin gelegen onderdelen zijn tevens omgeven door een smalle bies. Zijn deze onderdelen kleiner dan 10 ha, dan worden zij niet op de kaart vermeld.

Gerioleerde gebieden in een afwateringseenheid zijn ongekleurd en zo nodig omgeven door een smalle bies.

De grens tussen gebieden met een eigen waterstand (polderland) en de op die gebieden lozende hoge gronden, is aangegeven door een geblokte bies. Het Romeinse cijfer in een gebied verwijst naar de betreffende beschrijving in het randschrift.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren; de namen van deze wateren zijn in rood gedrukt. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven. De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders staan in bruin op de kaart.

Ongereglementeerde polders zijn, waar nodig, met een Arabisch cijfer op de kaart aangeduid: hun namen zijn in het randschrift vermeid.

Van gebieden met in uitvoering zijnde ruilverkavelingen, herverkavelingen of ontwateringsplannen is over de bestaande topografie het voorlopige plan van wegen en waterlopen getekend, alsmede — indien bekend — de toekomstige waterstaatkundige indeling. Er moet echter rekening worden gehouden met wijzigingen in de plannen tijdens de uitvoering.

Polder-, zomer- en winterpeilen zijn op de kaart vermeld, indien zij in een keur of peilbesluit zijn vastgelegd. Is dit niet het geval, dan zijn de voor een bepaald gebied geldende peilen als standen aangegeven. Zie hiervoor ook onder Verklaring der tekens.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie de betreffende peilmerkkaarten van het NAP met de bijbehorende staten.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op de kaart of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar de uitgaven : Beschrijving van de provincie Zeeland en die van Noord-Brabant, behorende bij de Waterstaatskaart, verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Christoffel Plantijnstraat 1, 's-Gravenhage, waar ook de bladen van de Waterstaatskaart à f 5,- per stuk te koop zijn.

Meer uitgebreide gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Boorlaan 2 te 's-Gravenhage, telefoon (070) 18 26 10.


-ocr page 127-

4° 20'


y^-63000


Heemraadschap


van


4° 30'


de


Mark


en


Dintel


4° 35'


400



4003

35''


51

30


Hat


De


Water


Toelichting


teenbergen

0 8


^^P ’Moerstrate


^u^nhotk


225 h


^^idgeest-che


VI

165 h


^-'^ifrZ^^Korteven 12S^agt;^


erheidei\


De


1600 ha


Ligne

Hereisch


L^ge HeidB


fr-.Zeoai.


Waterschap

\/ Borgvlia/scha Duinen • Heimoler ’


1070 ha


Buiten Gebint


Noorderstraai


385 hamp;


Hëides^at


Posthoorn


Salg


Langendifk


Rucphensche


1080


1590


i 12 9


De


Hemelri/k 1-1


ha


Augusta

Woens dre


VII


1140 ha


Moleneirtd


20.0


21 0


Harmgakeet.


Staartsche


Zwart» Duin


Houtdumen


VIII


Heide


^^•^rtse Heide


M^aeTsche Du'oen


Knakelbaredumeh


^wirt^H^i


Zuidpolder z^^ ’ 410 ha gt;nbsp;Hag,b„v


Kraaienberg


De Punt


Bleekten


t* ?2s'


t^»O9e(ibarg.


^°0^K


Ertt^mngen


Zandvliet. pM,r .


74 70 ha Molenbera


Uder zeel .■


Putte


'^51 35' 3.2


Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden.

Met een atwatehngseenheid wordt bedoeld een gebied, dat bestaat uit een samenstel van wateren met de daarop lozende gronden. Het loost rechtstreeks op het buitenwater (de zee, het IJsselmeer en de grote rivieren). Voor de Maaspanden is echter een uitzondering gemaakt. Elk Maaspand vormt de hoofdafvoer-leiding voor een zelfstandige afwateringseenheid.

Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur; haar grens is door een brede bies in deze kleur aangegeven. Is de eenheid geheel buiten de hoofd- of de hoogwaterkering gelegen, dan is dit door de geelgroene kleur tot uitdrukking gebracht.

Delen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Bezitten deze delen echter een eigen waterstand, dan zijn zij volgekleurd. Door tintver-schillen zijn zij te onderscheiden. De daarin gelegen onderdelen groter dan 10 ha zijn tevens omgeven door een smalle bies.

Buiten de hoofd- of hoogwaterkering gelegen delen van een eenheid zijn geelgroen volgekleurd.

Gerioleerde gebieden in een afwateringseenheid zijn ongekleurd en zo nodig omgeven door een smalle bies.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke delen in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van de afwateringseenheid zelf blijft echter in de eigen kleur gehandhaafd. De in twee kleuren gearceerde gebieden lozen in nagenoeg gelijke mate op twee verschillende afwateringseenheden.

De overgang tussen gebieden met een eigen waterstand (polderland) en de op die gebieden lozende hoge gronden, duinen en opgespoten terreinen is door een geblokte bies gemarkeerd.

Het Romeinse cijfer in een gebied verwijst naar de betreffende beschrijving in het randschrift.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseen-heid, waartoe zij behoren; de namen ervan zijn in rood gedrukt; in volgekleurde gebieden zijn zij in grijs aangegeven.

De watervoorziening van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders staan in bruin op de kaart.

Bij een gebied, dat in twee waterschappen ligt, wordt door bruine pijlen aangegeven tot welke waterschappen het administratief behoort. Ongereglementeerde


-Oost en Bergen op Zoom-West, is 32 000 ha groot. De voornaamste watergang is de Roosendaalsche en Steenbergsche Vliet, die in België ontstaat als Kleine A. onder de naam van Wildertse Beek zijn loop vervolgt en als A-Beek de Nederlandse grens bereikt. In Nederland draagt hij achtereenvolgens de namen Molenbeek, Nieuwe Roosendaalsche Vliet en Roosendaalsche Vliet; hij loost ten slotte als Steenbergsche Vliet via een uitwateringssluis en een schutsluis op het Volkerak (zie het blad Willemstad-West). Het onderhoud vanaf de rijksbrug te Roosendaal tot zijn monding berust bij het Heemraadschap van de Roosendaalsche en Steenbergsche Vliet. De Vliet is door een schutsluis in twee panden verdeeld.


I|A Benedenpand van de Roosendaalsche en Steenbergsche Vliet

De totale oppervlakte van het gebied is 14 450 ha. Hiervan is 620 ha boezem en boezemland, 9010 ha polderland, 4675 ha hoge gronden en 145 ha gerioleerde gebieden.

De boezem wordt voornamelijk gevormd door het benedenpand. de Haven van Steenbergen en de Heensche Haven. Het peil wordt zoveel mogelijk op NAP—1,00 m gehouden.

Het op dit blad voorkomende gebied van het benedenpand bestaat vrijwel geheel uit gronden, welke in de waterschappen De Gewijzigde Cruijslandspolders, De Wouwsche Gronden en De Ligne zijn gelegen.

De voornaamste afvoerleidingen zijn De Beek, die in de bovenloop Brandsche Beek wordt genoemd, de Boomvaart of Wouwsche Beek en de Ligne. De via deze wateren lozende gebieden zijn respectievelijk 4805 ha, 2165 ha en 2405 ha groot.


wijdte in slagdrempel-/ de dag vloerhoogte mm mm NAP


L. stuw in de Molenbeek, afsluitbaar met een schuif. . nbsp;nbsp;nbsp;6,00

Onderhoud; gemeente Roosendaal

M. stuw in de Molenbeek ten noorden van de Nispense brug, afsluitbaar met schotbalken........4,00

Onderhoud: gemeente Roosendaal

N. stuw in de Molenbeek bij de Nispense brug, afsluitbaar met schotbalken...........3,95

Onderhoud: Provinciale Waterstaat

0. stuw in de Molenbeek ten westen van de Wallen-brug, afsluitbaar met schotbalken........3,75

Onderhoud: gemeente Roosendaal

P. stuw in de Molenbeek bij de Wallenbrug, afsluitbaar met schotbalken.............4,25

Onderhoud: gemeente Roosendaal


* Niet bekend.


Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden



Schaal 1 : 50 000



Universiteits-b!quot;cï:''*tieek Utrecht




Bergen op Zoom-West 49


Hulst


55


Vaart cphen ÿ: ^eeftaUf^


Betgeepui


it 3 Dood


Blekenberg


Akkerveke


2470 ha


orenseinde


Sthtrpeeü^ ■


Bi.i$t:-rgt;rg


Geest


cbtmaal

12 4


1495 ha


Kruisweg


Wuust


Breikelen


' Kfeinenßerg


Bergen op Zoom-Oost 49


Breda-West 50


51° 30'


51° 25'


polders zijn, waar nodig, met een Arabisch cijfer op de kaart aangeduid; hun namen zijn dan in het randschrift vermeld.

Van gebieden met in uitvoering zijnde ruilverkavelingen is over de bestaande topografie het voorlopige plan van wegen en waterlopen getekend, alsmede — indien bekend — de toekomstige waterstaatkurxfige indeling. Er moet echter rekening worden gehouden met wijzigingen in de plannen tijdens de uitvoering. Polder-, zomer- en winterpeilen zijn op de kaart vermeld, indien zij in een keur of peilbesluit zijn vastgelegd. Is dit niet het geval, dan zijn de voor een bepaald gebied geldende peilen als standen aangegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie de betreffende peilmerkkaarten van het NAP met de bijbehorende staten.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar de verschenen '6eschrijving(en), behorende bij de Waterstaatskaart'. van de desbetreffende provincie(s), verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf. Christoffel Plantijnstraat 1,'s-Gravenhage, waar ook de bladen van de Waterstaatskaart à f 5,- per stuk te koop zijn.

Meer uitgebreide gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Boorlaan 2 te 's-Gravenhage, telefoon (070) 18 26 10.


I|B Bovenpand van de Roosendaalsche en Steenbergsche

Vliet

Het bovenpand ontvangt het overtollige water van een gebied, dat 17 550 ha groot is. Hiervan ligt 9820 ha in Nederland en 7730 ha in België. Van het Nederlandse deel bestaat 40 ha uit polders (zie het blad Willemstad-Oost), 9015 ha uit hoge gronden en 765 ha uit de gerioleerde gebieden van Roosendaal en Rucphen.

Het pand heeft in de zomer een peil van NAP 0,40 m en in de winter van NAP 0.20 m. De lozing geschiedt via de schutsluis op het benedenpand. In droge tijden wordt het bovenpand op peil gehouden door uit het benedenpand water in te malen: zie het blad Willemstad-Oost.

Het gerioleerde gebied van Roosendaal ter grootte van 585 ha ontvangt via de Krampenloop het overtollige water van 1590 ha hoge gronden.

De Rucphensche Vaart loopt ondergronds door de bebouwde kom van Roosendaal. vervolgt als open leiding haar weg en mondt in het bovenpand uit.


III De Zoom


De oppervlakte van de afwateringseenheid is 4825 ha, waarvan 140 ha uit polders bestaat, 21 ha uit gerioleerd gebied en 4650 ha uit hoge gronden. Van deze gronden ligt 1785 ha in België en 2860 ha in Nederland. De lozing geschiedt door een uitwateringssluis op de Theodorushaven, groot 15 ha. welke via een schutsluis in verbinding staat met de Oosterschelde. De Zoom, die op verscheidene plaatsen wordt opgestuwd, dient behalve voor afwatering ook voor aanvoer van water voor de fabrieken en voor doorspoeling van het stadswater van Bergen op Zoom. Zie verder het blad Bergen op Zoom-West.


IV Gerioleerd gebied van Bergen op Zoom c.a. Deze afwateringseenheid is 975 ha groot en loost via twee uitwateringssluizen op de Oosterschelde.

Er bestaan plannen voor de bouw van een rioolgemaal en het aanleggen van een persleiding naar de Westerschelde.

Tot de afwateringseenheid behoort ook het gebied van de Balsche Loop, groot 225 ha, dat via het stadswater (stadspark en Pillekenswater) en de ondergronds lopende Grebbe op de riolering loost. Zie verder het blad Bergen op Zoom-West.


Verklaring der tekens


V Augusta


£ Sr 56


stoomgemaal


2.1


V 20


C ^° ^8.5

r 50

2.^ ^70 motor S 2 }

^18 24 ^2.1 2.1


bm)z 24.5

* S


hm


JC


motorgemaal


elektrisch gemaal


rioolgemaal


verschillende gemalen in hetzelfde gebouw


gemaal met meerdere pompen


met opgave van de aard van het opvoerwerktuig (C is centrifugaalpomp, V is vijzel, S is schroef-pomp, Sr is scheprad) en gt;het aantal kubieke meters waterverzet per minuut bij de in meters aangegeven opvoerhoogte, indien de capaciteit groter is dan 5 m’ per minuut


windmolen met opgave v^n de vlucht of de raddiameter in meters en de aard van het opvoerwerktuig; hm is met hulp-motor


windmolen met vlucht of raddiameter minder dan 5 m; hm is met hulpmotor


rioolwaterzuiveringsinstallatie


molen door water gedreven


rag


pi 12


P’1.10


zp 0.10


wp-0.15


zs 0.15


ws-0.40


kp 1.20


1.3


540 ha


iiiiiiillliiiiHiiiiiiii


a uitwaterirfgssluis; b idem, wordt bij doorbraak gesloten; c hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar)


schutsluis


keersluis


a aquaduct; b idem met ontlastschuif


a grondduiker; b en c idem, respectievelijk aan een zijde en aan beide zijden afsluitbaar.


a vaste stuw; b regelbare stuw


a kering bestaande uit damwand, getrokken tijdens de aard-appetcampagne; b idem met schuif


bodem val


coupure


a peilschaal; b idem geregeld waargenomen (reg is registrerend)


peilmerk van het NAP


strand- of kilometerpaal


polderpeil


zomerpeil


winterpeil


zomerwaterstand


winterwaterstand


kanaalpeil


hoogtecijfer



grootte in ha volgens meting met de planimeter; boven de 25 ha zijn de getallen afgerond


waterleiding met aangifte van de stroomrichting


riolering of persleiding in de kleur van het oetreffende gebied


moeras in de kleur van het betreffende gebied


vloeiveld in de kleur van het betreffende gebied


verharde weg


verharde weg in uitvoering


hoofdwaterkering (zee- of rivierdijk)


hoogwaterkering (voorliggende dijk, welke gelijk of hoger is dan de aansluitende zee- of rivierdijk)


tweede waterkering


overlaat


leidijk


hoge oeverrand


Strekdammen, kribben en strandhoofden


hoogwaterlijn


bij gemiddeld laagwater droogvallend gebied


rijksgrens


provinciale grens


administratieve grens van een waterschap daar aangegeven, waar zij afwijkt van de grens)


idem voor bijzondere gevallen


grens van een ruil- of herverkavelingsblok met een ontwateringsplan


(doorgaans alleen waterstaatkundige


of van een gebied


De in zwart aangegeven leidingen en symbolen hebben betrekking op de watervoorziening. De letter u geeft aan, dat het kunstwerk tevens voor de afwatering dient.


Afwateringseenheden


111111

De afwateringseenheid heeft een oppervlakte van ongeveer 107 000 ha. Het Nederlandse deel, dat ongeveer 70 000 ha groot is, bestaat uit 1060 ha boezem-land, 18 600 ha polderland en 50 360 ha hoge gronden, met inbegrip van de erin gelegen gerioleerde gebieden en lagere delen.

De hoofdafvoerleiding van de eenheid wordt in het algemeen aangeduid met Mark en Dintel. Zij bestaat uit de Bovenmark (tot Breda), de Singels van Breda, de Mark (van Breda tot de Keenehaven) en de Dintel (van de Keenehaven tot haar uitmonding te Dintelsas). Andere belangrijke wateren zijn de Aa of Weerijs en het Markkanaal.

De gemiddelde waterstand van de Mark beneden Breda is gelijk aan NAP. De gebieden, die op de Mark en Dintel of de daarmee in open verbinding staande wateren worden bemalen, hebben een oppervlakte van 16 510 ha. Hiervan bestaat 9650 ha uit polderland, 4800 ha uit hoge gronden, die via de polders lozen en 2060 ha uit gerioleerd gebied (gemeente Breda). In verband met de uitvoering van verschillende cultuurtechnische werken zijn deze cijfers aan verandering onderhevig.

Vrije lozing heeft plaats te Dintelsas op het Volkerak en geschiedt via de nieuwe schut- tevens uitwateringssluis, de Manders' sluis genaamd. Bij veel waterbezwaar kan ook water worden afgevoerd via het Markkanaal naar het eerste pand van het Wilhelminakanaal (Donge), alsmede via de Roode Vaart naar het Hollandsch Diep. Zie verder de bladen Willemstad-Oost. Geertruidenberg-West en Breda-West en -Oost.


'•^^^^i II Roosendaalse en Steenbergse Vliet

De afwateringseenheid, die tevens voorkomt op de bladen Willemstad-West en


Van deze afwateringseenheid. groot 1210 ha, bestaat 1070 ha uit hoge gronden. De bemaling geschiedt via een elektrisch gemaal op de Oosterschelde. Zie verder het blad Bergen op Zoom-West.


VI De Blaffert


De afwateringseenheid is 185 ha groot, waarvan 165 ha hoge gronden.

De lozing vindt plaats door een uitwateringssluis op de Oosterschelde. Zie ook het blad Bergen op Zoom-West.


Kil van Woensdrecht


De afwateringseenheid is 2395 ha groot. Hiervan bestaat 1140 ha uit hoge gronden. Het gebied loost via een uitwateringssluis op de Westerschelde. Zie verder ook het blad Bergen op Zoom-West.


VIII Noordkil van Ossendrecht


De afwateringseenheid. groot 5880 ha, bestaat uit 1980 ha polderland, 215 ha gerioleerde gebieden en 3685 ha hoge gronden. Van deze gronden ligt 3305 ha in Nederland en 380 ha in België. De lozing vindt plaats via een uitwateringssluis op de Westerschelde. Zie verder ook het blad Bergen op Zoom-West


IX Gerioleerd gebied bij Ossendrecht


De afwateringseenheid is 30 ha groot. De lozing vindt plaats via een elektrisch gemaal met een persleiding op de Westerschelde (zie verder ook het blad Bergen op Zoom-West).


IHIB X Verlegde Schijns

De afwateringseenheid is ongeveer 36 300 ha groot, waarvan 575 ha in Nederland en 35 725 ha in België is gelegen. De belangrijkste waterloop is de Verlegde Schijns, die als boezem dienst doet voor de erop lozende gebieden en door een elektrisch gemaal op de Schelde wordt afgemalen. Van de eenheid komen de volgende delen op dit blad voor:


X* ’s-Hertogendijkse Beek

Dit deel van de afwateringseenheid is 7470 ha groot, waarvan 375 ha in Nederland en 7095 ha in België is gelegen. Het gebied bestaat geheel uit hoge gronden en loost via de 's-Hertogendijkse Beek vrij op de Verlegde Schijns.

XB Schoon Schijn of Kaartse Beek

Dit deel van de afwateringseenheid is 3550 ha groot. Het bestaat geheel uit in België gelegen hoge gronden. Het gebied loost via de Schoon Schijn of Kaartse Beek vrij op de Verlegde Schijns.


Waterschappen, die bijzondere belangen behartigen

Heemraadschap van de Mark en Dintel

De taak van het heemraadschap, omschreven in het Provinciaal Blad 1950 nr. 59, omvat onder meer de zorg voor de geregelde waterafvoer van de Mark en Dintel en de Roode Vaart. Het heemraadschap omvat onder andere de volgende op dit blad geheel of gedeeltelijk voorkomende waterschappen: Heerjansland, Hoevense Beemden, De Laakse Vaart en De Aa of Weerijs.

Heemraadschap van de Roosendaalsche en Steenbergsche Vliet

Het doel van het heemraadschap is omschreven in het reglement en omvat het behartigen van de belangen, die betrekking hebben op:

Het reglement is afgekondigd in het Provinciaal Blad 1919 nr. 53 en is meerdere malen gewijzigd.

Hoogheemraadschap de Brabantse Bandijk

De taak van het hoogheemraadschap is omschreven in artikel 2 van het reglement en omvat onder meer:

Het reglement is afgekondigd in het Provinciaal Blad 1957 nr. 47 en is meerdere malen gewijzigd.

De Noordkil van Ossendrecht

Het doel van het waterschap is omschreven in artikel 1 van het bijzonder reglement en omvat het beheren, verbeteren en onderhouden van onzer meer:

Het bijzonder reglement is afgekondigd in het Provinciaal Blad 1948 nr. 45.


Sluizen en stuwen


wijdte in slagdrempel-/ de dag vloerhoogte in m in m NAP


A. Keersluis in de Zoom ten noorden van de Wouwse

weg; een opening, afsluitbaar met een toldeur (waarin twee schuiven) en een rij schotbalken......2,95

Onderhoud: gemeente Bergen op Zoom

8. Keersluis in de Zoom ten noorden van de Wouwse

weg; een opening, afsluitbaar met een toldeur (waarin twee schuiven) en een rij schotbalken......3,00

Onderhoud: gemeente Bergen op Zoom

C. Keersluis in de Zoom ten zuiden van de Wouwse

weg; een opening, afsluitbaar met een toldeur (waarin twee schuiven) en een rij schotbalken.......3,00

Onderhoud; gemeente Bergen op Zoom

0. Stuw in het Deurtechts Vaartje, afsluitbaar met schotbalken nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,40

Onderhoud: gemeente Roosendaal

E. stuw in de Rucphensche Vaart.......8,60

Onderhoud; gemeente Roosendaal

F. Stuw in de Molenbeek ten zuiden van het spoorweg-viaduct te Roosendaal...........10,50

Onderhoud; gemeente Roosendaal

Q. Stuw in de Natte of Eldersche Turfvaart, afsluitbaar met schotbalken....... 2,25

Onderhoud: gemeente Roosendaal

H. stuw in het Kletterwater.........7,00

Onderhoud: gemeente Roosendaal

J, stuw in het Kletterwater.........7,00

Onderhoud; gemeente Roosendaal

K. stuw in de Molenbeek bij de voormalige watermolen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5.CX)

Onderhoud: gemeente Roosendaal



49


Bergen op Zoom-Oost


AJS^EF


-ocr page 128-

51

3,5*


De totale opperrlakte van het stroopigetned bedrängt 103800 ha, waan^an 67710 ha in Nederland en 36060 ha in België zijn gelegen.

Bovendien ontvangt de Mark een deel van het water van de volgende gekieden:


De Mark, beneden de Keenehaven ten westen van Standaardbuiten Dintel genaamd, loost op het Volkerak door twee sluizen te Dinielsas, nantelijk een uitumte-ringssluis en een schutsluis die tevens als uitwateringssluis is ingericht.

De Mark heeft geen va^t peil. De waterstand ie Breda is gewoonlijk ongeveer N.A.P., de stand bij de sluizen te Dintelsa^ 0,30 m — N.A.P.

Voor verdere bijzonderheden zie de bladen Geertruidenberg West, Willemstad Oost en het boekje ,,Beschrijving van de provincie Noordbrabaut behorende bij de WaterstaatskaarV*.


I A-I G. Mark en Dintel ten noorden van de Singelgrachten van Breda

De totale oppervlakte van dit stroomgebied bedraagt 30975 ha met inbegrip van het op blad IVillemstad Oost voorkome^ide gebied van de Keenehaven, groot 1312 ha en van de boezem van het waterschap van de St. Maartenspolder, groot 162 ha. Het is onderverdeeld in verschillende delen waarvan er zeven gedeeltelijk aan de 7ioor-delijke rand van het blad voorkomen. Deze zijn:


I G een gebied hoge gronden lozende op de Bagiwnsche Loop, de Bogtloop en de Weteriiigloop, groot 670 ha, eveneens behorende tol het waterschap De Haagsche Bee7nden.


I H en I J. Singelgrachten van Breda

De totale oppervlakte van het op de Singelgrachten lozende gebied bedraagt 1850 ha. Het bestaat uit de delen I H en 1 J, respeetierwlijk groot 830 ha en 1020 ha.

Deel I H bestaat uit een gerioleerd gedeelte van de beboiaede kom van Breda, beiievens uit een klein gebied hoge gronden, die op de riolering afwateren.

Deel IJ bestaat uit het gebied van de Molenlei met zijtak de Gilzewouwcr die het water afvoeren mm ec7i gebied hoge gronden, gelegeii in het waterschap De Boven Mark. De Molenlei wordt beoostoi Breda op een tweetal plaatsen ogpestuwd en loost vervolgens via een schotbalksluw op de Oostelijke Singelgracht.


I K-10. Bovenmark beneden de stuw bij Meersel (Stuw E)

De totale oppervlakte, van dit stroo7ngebied, bestaande uit hoge, gronden en enkele poldcrtfes bedraagt 19595 ha, waarvan 11775 ha in Nederland en 1820 ha in België zijn gelegen. Het in Nederhuid gelegen deel van dit gebied behoort geheel tot het waterschap De Boven Mark.

Het bestaat uit vijf delen. Deze zijn:


I P. Bovenmark boven de stuw bij Meersel (Stuw E)

De totale oppervlakte van dit stroo7ngebied, bc-^taatide uil hoge gronden, bedraagt 20730 ha, u'aarvan 2910 ha iti Nederbmd en 17790 ha in België zijn gelegen. Van het in Nederland gelegen deel van dit gebied behoort 2010 ha tot hel waterschap De Boven Mark, tencijl 930 ha buiten waterschap.sverband liggen.

De Bovetimark wordt te Meersel opgestuwd tot het drijven van een turbine.


In het onder I li genoemde gebied, groot 3250 ha, zijn begrepen zes kleine delen respectievelijk groot 80 ha, 30 ha, 75 ha, 100 ha, 75 ha en 280 ha. Door jniddel van grondduikers onder de. 'Purfvaart lozen de eerste vijf delen op de Bijloop, het zesde deel, groot 280 ha, door een grondduiker onder de Oude 'Purfvaart, op de Waterloop van deti Zwarten Blik.

Het onder I S genoe^nde gebied, groot 3165 ha, bestaat uit vijf delen respectievelijk groot 130 ha, 155 ha, 160 ha, 35 ha en 2085 ha. Op dit gebied loost bovendien iiog een gedeelte van het op blad Bergen op Zoo^n Oost roorko^nende gebied dat via het 7noera.s de Matferis gedeeltelijk loost op de 'Purfvaart en gedeeltelijk op het luwen-pand van de Koosendaalsche en Bfeenbergsche Vliet. Van dit gebied, groot 2175 ha, liggen 150 ha in Nederland en 2025 ha in België.


I W-I Al. Aa of Weerijs boven de schotbalkstuw bij Kaarschot (Stuw D)

De totale oppervlakte van dit stroo7ngebied, bestaande 7iit hoge gronden, bedraagt 19105 ha, waarvan 5835 ha in Nederland en 13270 ha i7i België zijn gelegen. Het in Ncderla7id gelegen deel van dit gebied behoort geheel tot het waterschap De Aa of IVeeriJs.

Het beslaat uit vijf delen, deze zijn:


Dit 8troo7ngebied bestaat uit hoge gronderi gelegen in het IVp. De. Donge. Van dit 8iroo7ngebied kornt een klein gedeelte op dit blad voor (zie verder de bladen Breda Oost eri Geertruidenberg West en -Oost).


SLUIZEN EN STUWEN


A. Keersluis in de Westelijko Singelgracht van Breda, één Opening afshiitbaar 7nct één paar pu7ddeuren

De sluis wordt gesloten ten behoeve van het doorspoelen van de riolering. De sluis doet weinig dienst.


B en C. Stuwen in de Molenlei beoosten Breda.


B. Westelijke stuw 7net twee openingc/i iedere opening

Hoogte stuwkruiïi 1.80 7n N.A.l*.


C. GosteliJke stuw met één opening Hoogte stmokruin 2,25 m 4- N.A.P.


D. Schotbalkstuw in do Aa of Weerijs bij Kaarschot, ten zuiden van Bijsbergen, twee openingen, ieder afsluitbaar met één rij schotbalken westelijke opening oostelijke opcfiing

De sluis doel weinig dienst.


E. Stuw in do Mark bij Meersel (Belgie), twee openingen ieder afsluitbaar 7net één schuif 7ioordelijke opening zuidelijke opening


F. Schotbalksluw in de Groote Heikantscho Boek, ten jioordwesten van Chaam, één opening, afsluitbaar inct één rij schotbalken


WATERSCHAPPEN DIE BIJZONDERE BELANGEN


Heemraadschap van de Mark en Dintel


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie : J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


WilUmstad oost 43

Geertruidenberg Geertruidenberg

w.it 44

oost

44

Bergen op Zoom oost 49

Breda

Brede oost

50


, Universiteits | ?I bibliotheek lt;nbsp;Utrecht


Wijdte in do dag in m


7,00


2,90


6,00


3,90

4,20


1,12

1,50


1,50


Slagdrempel diepte in m -b N.A P.


BEHARTIGEN


vloer

0,58


vloer

1,25


3,35

3,35


Het waterschap werd opgericht ter vergadering van het Departementaal Bestuur van Brabant, dd. 13 December 1804. liet reglement met alle wijzigingen is opgenomen in het provinciaal blad no 14 van 1941. Voor de later aangebrachte wijzigingen zie de provinciale bladen no 60 van 1943, no 61 van 1947, no 15 en no 51 van 1949, no 59 en no 60 van 1950.

liet gebied van het heemraadschap omvat, voorzover dit blad betreft, allo In Nederland gelegen gronden, uitgezonderd het bulten waterschapsverband gelegen deel bij Uastelre (Gern. Baarlc-Nassau) en het in do noordoost hoek gelegen deel van het Wp. Do Donge.

Zie voor gegevens omtrent beheer en onderhoud c.d. het boekje ,,Beschrijving van do pro-


viucio Noordbrabaut behorende bij de Waterstaatskaart”.


TOELICHTING


Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de hierin liggende sloten en vaarten zijn afgescheiden van de omliggende wateren; dus een gebied met een eigen waterstand. 1‘olders


zijn in de regel door waterkeringen omslotcn.

Hoge gronden en boczcmland zijn niet gekleurd. In hoge gronden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven met de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren. Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens van het boezemgebied aan, een smalle bios de onderverdeling. Daar, waar een waterloop de grens van een stroomgebied vormt, is de bles


onderbroken.


Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst.

De namen van gereglementeerde polders en waterschuiiiien zijn in bruin op de kaart aan-


gegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams


Peil zie men voor dit blad de N.A.P. registers van Xoordlirabant.


Zie voor gegevens van de provincie Noordbrabaut omtrent rivier- en zeewaterkeringen, bedijkingen, kanalen en vaarten, stromende wateren, boezems en bemalingen, overstromingen, overlaten, verveningen, grenstractaten, alg. reglementen, heemraad- en waterschappen en waterstanden, alsmede voor geraadpleegde literatuur het boekje ,,Beschrijving van de provincie


Noordbrabaut behorende bij de waterstaatskaart”.


VERKLARING DER TEKENS


Vitwatcrixigsshiis.


Keersluis.


Stuw,


(ïrondduiker onder een waterleiding.


Peilmerk van het N.A.P.


Peilschaal.


lloogteeijfers in m l.o.v. N.A.P.


Verharde weg.


Spoorweg


5800 ha


(ïrootte van polders en stroonigebieden in ha volgens meting op de kaart met de


planimeter.


Molen (turbine) gedreven door water.


Administratieve grens van waterschappen. Waar de administratieve grens van


een waterschap met de rijksgrens samenvalt is tle rijksgrens aangegeven.


— Rijksgrens.


De waterstaatskaarten zijn, evenals het boekje ,,Beschrijving van de provincie


Noordbrabaut behorende bij de waterstaatskaart”, à ƒ 5,— per stuk verkrijgbaar


bij het Staatsdrukkerij - en Uitgeverijbedrijf te ’s Gravenhage en door bemiddeling


van allo postkantoren.


AU TE U KS K ECHTEN V O 0 R B B110 U1) E N




-ocr page 129-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


I. De Singelgrachten van Breda en de Bovenmark ten zuiden van Breda


De Singelgrachten van Breda

De voornaamste op dit blad voorkomende waterloop van dit gebied is de Gilzewouwer. De Singelgrachten van Breda lozen vrij op de Mark. Het gebied, groot 4850 ha, is verdeeld in verschillende gebieden, vxuirvan het volgende gedeeltelijk op dit blad voorkomt:

l A. Het gebied van de Molenlei met de zijtak de Gilzezmuwer, groot 4020 ha. De Molenlei loost via een schotbalkstuw op de oostelijke siTigel-gracht van Breda. Zie ook het blad Breda-West.


De Bovenmark ten zuiden van Breda (I B—IE)

De voornaamste riviertjes, die op dit blad voorkomen, zijn: de Groote of Roode Beek, de Oode Loop en de Bremer.

De Bovenmark loost vrij op de Singelgra.chten van Breda. Het gebied, groot 40 320 ha, is verdeeld in verschillende gebieden, waarvan de volgende gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

I B. Het gebied van de Chaamsche Beek, groot 4800 ha.

I C. Het gebied van de Strijbeeksche Beek, groot 3750 ha, waarvan 2990 ha in Nederland en 760 ha in België is gelegen.

I D. Het gebied, dat rechtstreeks op de Bovenmark beneden de stuw bij Meersel afwatert. Dit gebied is groot 8200 ha, waarvan 4140 ha in Nederland en 4060 ha in België is gelegen.

I E. Het gebied van de Bovenmark boven de stuw bij Meersél. Dit gebied is groot 20 730 ha, waarvan 2940 ha in Nederland en 17 790 ha in België is gelegen.

Voor de gebieden IA—I E zie ook het blad Breda-West.


H. Tweede pand van het Wilhelminakanaal

Van een op dit pand af mierend gebied, groot 835 ha, komt een klein gedeelte op dit blad voor. Zie ook de bladen Breda-West, Geertruidenberg-West en -Oost.


III. Het stroomgebied van de Donge

De voornaamste riviertjes, die op dit blad voorkomen, zijn: de Donge, in de bovenloop Oude Lei en Lei genoemd, de Groote Lei, de Kleine Lei en de Hultensche Lei.


De Donge loost ten noorden van Geertruidenberg vrij op de Bergsche Maas. Het stroomgebied is, met inbegrip van de enclaves, welke deel uitmaken van de Belgische gemeente Baarle-Hertog, groot 27 330 ha. Zie ook de bladen Geertruidenberg-West en -Oost.


III A. Het stroomgebied van de Donge, boven de uitmonding van de riolering van de gemeente Dongen in de Donge, komt gedeeltelijk op dit blad voor. Dit gebied is groot 14 920 ha.


IV. Derde pand van het Wilhelminakanaal

De grootte van de boezem is 8 ha. Er mteren op dit pand geen gronden af. Het kanaalpeil bedraagt 7,50 m N.A.P. Het pand komt gedeeltelijk op dit blad voor. Zie ook het blad Geertruidenberg-Oost.


V. Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen

De boezem loost door een uitwateringssluis tegenover Drongelen op de Bergsche Maas. Het gebied, dat er op af watert, is groot 13 260 ha {zie ook de bladen Geertruidenberg-Oost, ’s-Hertogenbosch-West en Eindhoven-West) en is verdeeld in verschillende gebieden, waarvan de volgende geheel of gedeeltelijk op dit blad voorkomen.


V A. Het stroomgebied van de Zandlei, groot 6800 ha.

V B. Het stroomgebied van de Broeklei, groot 2305 ha.

Van dit laatste gebied komt slechts een zeer klein gedeelte op dit blad voor.


VI. Vierde pand van het Wilhelminakanaal

De grootte van de boezem bedraagt 41 ha. Het kanaalpeil bedraagt 12,50 m N.A.P., de mterstand is gewoonlijk 0,10 m — 0,20 m hoger. Het pand kan in droge tijden worden gevoed door een opmalingsinstallatie bij sluis no. 3; overigens wordt het Wilhelminakanaal gevoed door de Zuid-Willemsvaart. Zie ook het blad Eindhoven-West.

Van de op dit pand afwaterende gronden komt een gebied, groot 545 ha, op dit blad voor. Dit gebied ligt vrijwel geheel buiten waterschapsverband.


VII. Het stroomgebied van de Dommel

De voornaamste riviertjes, die op dit blad voorkomen, zijn: de Voorste Stroom, de Nieuwe Lei, de PoppelscheLei, de Retsche Loop, de Venskensloop, de Oude Lei, de Rovertsche Lei, de Aa, het Straatloopke, de Moleneindsche Loop, de Roodloop, het Spruitenstroompje, de Hoogeindsche Beek, de Reuzel, de Stroom en de Belevensche Loop.

De Dommel loost via een schotbalkstuw onder de Vughterbrug te 's-Her-togenbosch en het beneden deze stuw gelegen gedeelte van de Dommel op de Dieze.

Het stroomgebied, groot 169 880 ha {zie ook de bladen 's-Hertogenbosch-West en -Oost, Eindhoven-West en -Oost en Valkenswaard-West en -Oost), waarvan 136 680 ha in Nederland en 33 200 ha in België is gelegen, is verdeeld in verschillende gebieden.

VII A. Een gebied, dat afwatert op de Dommel van de stuw te Boxtel tot 's-Hertogenbosch. Dit gebied, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt, is groot 51055 ha, waarvan 42 675 ha in Nederland en 8380 ha in België is gelegen.


VIII. Het stroomgebied van de Nethe

Het gebied komt gedeeltelijk op dit blad voor en ligt bijna geheel in België.

Zie ook het blad Valkenswaard-West.


VERKLARING DER TEKENS


/ met opgave van de aard van het bemalmgswerktuig M Eleotrisoh gemaal ) {c = centrifugaalpomp, s = schroefpomp) en het i aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m op-\ gegeven opvoerhoogte

gt;gt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis

gt;lt; i„i. si. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluia

o-» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduikor

« nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Kleine windmolen

-o— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilmerk van het N.A.P.

■OM- Peilschaal, geregeld waargenomen

1X13— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal

iss nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfer in m -j- N.A.P.

-------Verharde weg

=== nbsp;Spoorweg

- ■ Riolering (in de kleur van hot betreffende gebied)

-------Administratieve grens van het waterschap

— ♦ — ■gt;■ — nbsp;nbsp;Rij ksgrens

175 ha Grootte van boezem- of stroomgebied in ha volgens meting op topografische kaart 1 : 25 000 met de poolplanimeter


Bewerking: Algemene Dienai Rijkswaterstaat.

Reproductie; J. J. Groen amp;nbsp;Zn, N.V,, Leiden.


Schaal l : 50000


Geertruidenberg west 44

Geertruidenberg oost 44

's-Hertogenbosch west 45

Breda west 50

Breda oost 50

Eindhoven west 51

Valkenswaard wast 57


Verkend in 1952-1953


50



SLUIZEN EN STUWEN

Wijdte in de dag in m

Hoogte in m boven N.A.P.

Slagdrempel of dorpel

Stuw-kruin

Bovenkant schotbalk of schuif

In de Donge

E. Vaste stuw .........

2,55

6,30

B. Vaste stuw .........

1,80

7,63

C. Vaste stuw.........

1,94

8,73

In de Lei

D. Vaste stuw..........

1,52

12,76

In het Wilhelminakanaal

E. Sluis no. 3, gekoppelde schutsluis tussen het derde en het vierde pand, drie paar puntdeuren, twee schutkolken, elk lang 65 m.

Bovenhoofd.........

7,50

10,10

Tussenhoofd.........

7,50

6,85

Benedenhoofd........

7,50

5,10

F. Spuisluis in de spuileiding ten zuiden van sluis no. 3, één opening, afsluitbaar met een rolschuif........

6,00

10,50

Ten westen van deze spuisluis bevindt zich in de spuileiding een overlaat, één opening, afsluitbaar met schotbalken. . . .

12,00

9,30

9,80

De spuileiding met kunstwerken dient voor het afvoeren van via het Beatrixkanaal op het Wilhelminakanaal gebracht Dommel-mter.

In de Nieuwe Lei

G. Schotbalkstuw........

4,67

10,11

Er wordt zo nodig opgestuwd voor watervoorziening van de nabijgelegen fabriek.

In het Spruitenstroompje

H. Schotbalkstuw........

2,33

13,56

In de Stroom

I. Vaste stuw.........

2,51

25,35


TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de er in liggende waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand.

De polders hebben de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterlopen en vennen aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterlopen ; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan. Daar, waar een waterloop de grens van twee gebieden vormt, vervalt de bies van het gebied, waartoe die waterloop behoort.

Bij belangrijke waterlopen en vennen is de naam in rood geplaatst.

Moerassen zijn met een kruisaroering aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Namen van waterschappen zijn in bruin aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegeven waar zij afwijken van die van do waterstaat. Belgisch gebied, gelegen binnen de algemene Rijksgrens, is op de onderdruk gearceerd aangegeven.

Voor nadere gegevens wordt verwezen naar het boekje: „Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart”. In dit boekje zijn gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, boezems, grenstraotaten, heemraadschappen, kanalen, overlaten, overstromingen, algemene reglementen, stromende wateren, verveningen, waterkeringen, waterschappen en waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men deel II van register VI (Noordbrabant) der N.A.P.-registers.

De Waterstaatskaarten zijn, evenals het boekje „Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart”, n f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Pluwelen Burgwal 18, ’s-Gravenhage.

De kaarten en het boekje kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


BREDA OOST



-ocr page 130-

400 /


20640 ha


rlands


Goor


Afwateringseenheden


Afwateringskanaal 's-Hertogenbos—Drongelen

Het kanaal begint bij de doorlaatbrug, de zogenaamde Zestigelse brug, in de spoorweg naar Boxtel ten zuiden van ’s-Hertogenbos en mondt tegenover Drongelen via een uitwateringssluis in de Bergse Maas uit.

Het gebied is groot 14 750 ha. Zie ook de bladen ’s-Hertogenbos-West, Breda-Oost en Geertruidenberg-Oost.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor:


Dit gebied, groot 6860 ha, loost te Cromvoirt op het Afwateringskanaal.


Van dit gebied, groot 2290 ha. komt een deel van de op dit blad voor.


hoge gronden, groot 2250 ha,


II. Dieze


De Dieze loopt van ’s-Hertogenbos, waar ze in open nedenpand van de Zuid-Willemsvaart, naar de Maas bij


verbinding staat met het be-Crèvecoeur.


2710 h^


1e


Sirooritgebied


3e vak


Wilhelminakanaal .*fK.p. 14,76


i—

23.:


15480 ha op Nederlands gebied^


4460 ha


4e vak


IP 5e vak


ha op


Schaal 1:50000


Geertruidenberg-Oost

's-Hertogenbos-

's-Hertogenbos -o«* «

Breda -o«* 50

Eindhoven -

51

Eindhoven -Oost nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j,|

Valkenswaard -West nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;57

Valkenswaard -Oost nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;57


Bij het beginpunt neemt ze tevens de rivieren de A en de Dommel op.

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is ongeveer 268100 ha, waarvan 228 665 ha in Nederland.

Van de verschillende, tot deze afwateringseenheid behorende onderverdelingen komen op dit blad die voor, welke op de Dommel lozen.


Dommel

De Dommel ontspringt in België op de hoge gronden van Exel, Neerpelt en Peer-Tussen de grenspalen 182 en 183 komt zij in ons land, stroomt in nagenoeg noordelijke richting langs Valkenswaard, Eindhoven, Sint-Oedenrode en Boxtel naar 's-Hertogenbos, waar zij via de stuw in de Vughterbrug in de Stadsdommel overgaat, welke weer in de Dieze uitmondt.

Het is mogelijk ter ontlasting van de Beneden-Dommel via het verdeelwerk I en j water tot een maximum van 15 m^/sec af te voeren op het Afwateringskanaal, dat in open verbinding staat met het Beatrixkanaal.

Het totale gebied van de Dommel bedraagt 171 015 ha, waarvan 136 580 ha in Nederland.

De rivier de Dommel is als volgt in acht vakken onderverdeeld:

1e vak. Van de Vughterbrug tot de stuwen te Boxtel

Dit gebied is groot 66 285 ha, waarvan 57 140 ha in Nederland. Zie ook de bladen ’s-Hertogenbos-West en -Oost, Breda-Oost en Valkenswaard-West.

2e vak. Van de stuwen te Boxtel tot de stuw te Sint-Oedenrode

Dit gebied is groot 10 485 ha en ligt geheel in Nederland. Zie ook de bladen ’s-Hertogenbos-West en -Oost en Eindhoven-Oost.

3e vak. Van de stuw te Sint-Oedenrode tot de Hooidonkse molen

Dit gebied is groot 14 005 ha en ligt geheel in Nederland. Zie ook het blad Eindhoven-Oost.

4e vak. Van de Hooidonkse molen tot de stuw te Eindhoven

Dit gebied is groot 33 805 ha, waarvan 32 640 ha in Nederland. Zie ook de bladen Eindhoven-Oost en Valkenswaard-Oost.

Se vak. Van de stuw te Eindhoven tot de stuw ten zuiden van WaaIre

Dit gebied is groot 30 785 ha, waarvan 19105 ha in Nederland. In deze oppervlakte is begrepen een gebied, groot 765 ha, geheel in België gelegen, dat ook naar het 4e vak kan afwateren.

Zie ook de bladen Eindhoven-Oost en Valkenswaard-West en -Oost.

6e vak. Van de stuw ten zuiden van WaaIre tot de molen van Dommelen

Dit gebied is groot 1105 ha en ligt geheel in Nederland.

Zie ook de bladen Valkenswaard-West en -Oost.

7e vak. Van de molen te Dommelen tot de Venbergse molen

Het gebied, groot 160 ha, ligt geheel in Nederland en komt niet op dit blad voor. Zie de bladen Valkenswaard-West en -Oost.

8e vak. Van de Venbergse molen tot de oorsprong

Het gebied, groot 14 385 ha, waarvan 1940 ha in Nederland, komt niet op dit blad voor. Zie de bladen Valkenswaard-Oost en -West.


Op dit blad komen de volgende vakken gedeeltelijk voor:

1e vak. Dommel van de Vughterbrug tot de stuwen te Boxtel (I|A t/m I|H)

De navolgende onderverdelingen komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor:

Esse Stroom (I|A en 11®)

Dit gebied, groot 38 445 ha, waarvan 26 640 ha in Nederland, wordt op dit blad als volgt onderverdeeld:

I|A. Rechtstreeks op de Esse Stroom afwaterend gebied

Het gebied is groot 35 020 ha, waarvan 26 640 ha in Nederland.

Een gebied van hoge gronden, groot 35 005 ha, waarvan 26 640 ha in Nederland, komt gedeeltelijk op dit blad voor.

De voornaamste, op dit blad voorkomende waterleidingen zijn; de Voorste Stroom, de Achterste Stroom en de Reusel.

I|B. Rosep

Het gebied van deze waterloop, groot 2710 ha, watert vrij op de Esse Stroom af.

Beerze (I|C t/m I|E)

Dit gebied, groot 23 015 ha, waarvan 22 250 ha in Nederland, wordt als volgt onderverdeeld.

I|C. Beerze van de stuw te Boxtel tot stuw D

Dit gebied is groot 4170 ha. Een deel van het water van het gebied kan via kunstwerk B in de Kleine A naar de Esse Stroom afwateren.


De voornaamste waterlopen zijn: de Beerze, de Heiloop en de Koevertse Loop.

Ilf*. Beerze van stuw D tot de molen van

Dit gebied is groot 1100 ha.

II®. Beerze van de molen te Spoordonk


in de benedenloop Smalwater geheten.


Spoordonk (E)


(E) tot de grondduiker onder het


Wilhelminakanaal (F)

Dit gebied is groot 1500 ha.

II®. Beerze van de grondduiker onder het Wilhelminakanaal (F) tot de oorsprong Het gebied is groot 16 245 ha, waarvan 15 480 ha in Nederland.

I|f*. Rechtstreeks op het 1e vak afwaterend gebied

Het gebied is groot 2345 ha, waarvan de hoge gronden, groot 2310 ha, gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

I|M. Beekse Waterloop

Het gebied is groot 2125 ha.

2e vak. IM Dommel van de stuwen te Boxtel tot de stuw te Sint-Oedenrode, groot 10 485 ha

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Ollandse Loop, De Grote Waterloop, de Berendonkloop en de Berkenloop.

3e vak. 111 Dommel van de stuw te Sint-Oedenrode tot de Hooidonkse molen, groot 14 005 ha

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn; de Bruggenrijt, de Ekkersrijt en de Grote Beek.


4e vak. Dommel van de Hooidonkse molen tot de stuw te Eindhoven (I|K en I|L)

I|lf. Gender

Dit gebied, groot 4460 ha, loost via de riolering van Eindhoven op het 4e vak van de Dommel. Het kan ook via een sluis bij kunstwerk H op het Afwateringskanaal van de Dommel lozen.

De voornaamste waterlopen zijn : de Rundgraaf, de Poelen- of Rijtloop en de Dorpssloot.

II*-. Rechtstreeks op het 4e vak afwaterend gebied, groot 3125 ha

5e vak. Dommel van de stuw te Eindhoven tot de stuw ten zuiden van WaaIre (I|M t/m I|O)

II*^. Rechtstreeks op het 5e vak afwaterend gebied

Dit gebied is groot 17 095 ha, waarvan 7805 ha in Nederland.


Dit gebied is groot 4450 ha.

Ten behoeve van gebied III® (voor het deel, groot 150 ha) kan er door een sluisje even boven kunstwerk L water worden afgetapt.

Keersop boven de stuw bij de voormalige Keersoppermolen

Het gebied is groot 8475 ha, waarvan 6850 ha in Nederland.

II®. Keersop tussen de stuw bij de voormalige Keersoppermolen en de stuw te Westerhoven.

Dit gebied is groot 4360 ha, waarvan 3375 ha in Nederland.

6e vak. 11®. Dommel van de stuw ten zuiden van WaaIre tot de molen van Dommelen, groot 1105 ha.


51





De Donge, welke bij Geertruidenberg vrij op de Bergse Maas komt, staat in open verbinding met het eerste pand van het Wilhelminakanaal.

De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is 31 275 ha.

Zie ook de bladen Breda-Oost en -West, Geertruidenberg-West en -Oost en Eind-hoven-Oost.


■■■■■ Wilhelminakanaal

Het kanaal loopt van de Zuid-Willemsvaart bij Lieshout naar de Donge. Op dit blad komen de volgende panden gedeeltelijk voor:

IIIA. Vierde pand van het Wilhelminakanaal

Het wateroppervlak van het pand bedraagt 44 ha, de oppervlakte van de gronden, die er op afwateren, 1270 ha.

II|B. Vijfde pand van het Wilhelminakanaal en het Beatrixkanaal

Het wateroppervlak van dit pand bedraagt 84 ha, de totale oppervlakte van de gronden, die er op afwateren, 1370 ha.


Sluizen en stuwen


In de Kleine A

Wijdte in de dag in m

Hoogte in Slagdrempel

m ± N.A.P. Stuwpeil (streefpeil)

A. Schotbalkstuw bij duiker onder de spoorbaan

Tilburg—Boxtel; één opening..........

5,75

4,67

6,25

B. Stuw bij de mond van de Kleine A; twee openingen. ieder met een schuif, elke opening . . .

2,80

5,10

In de Beerze

C. Stuw met twee openingen. ieder met een schuif, elke opening..............

2,00

5,03

D. Schotbalkstuw; twee openingen. elke opening

3,95

6,93

8,00

E. Molensluis van de Spoordonkermolen; drie openingen. ieder met een schuif één opening voor de molen.......... één opening voor de afwatering........

één opening voor de afwatering........

1,05 )

1,15 J

0,90 )

10,53

z.p. 12,31 w.p. 12.36 (molenpeil)

F. Grondduiker onder het Wilhelminakanaal; één opening, afsluitbaar met schotbalken.......

4,00

11,99

In de Reuzel

G. Grondduiker met stuw onder het Wilhelminakanaal; één opening met schotbalken......

3,82

10,20

±11,25


In het Afwateringskanaal

H. Aflaatwerk; twee openingen, elk met een schuif, elke opening..............


In de Dommel

I, J. Verdeelwerk, bestaande uit twee schotbalk-stuwen :

I. één stuw beneden het Afwateringskanaal; twee openingen, elk.................

J. één stuw boven het Afwateringskanaal; twee openingen, elk.................

hoogte van de bodem tussen beide stuwen 14,05 m ± N.A.P.


K. Schotbalkstuw ten zuiden van WaaIre; één opening met schotbalken............


In L.


In


5,75


5,80


5,80


6,00


13,49


14,50


14,50


18,98


±16,00


±16,00


20,25


de Run

Schotbalkstuw (t.b.v, gebied III®); één opening


het Wilhelminakanaal


M. Sluis no. 4, schutsluis tussen het vierde en vijfde pand met twee paar puntdeuren bovenhoofd.................. benedenhoofd................. naast de sluis bevindt zich een overstort met uit-woelkom, één opening met schuif........


3,00


7,50

7,50


6,00


1) Hier mag alleen tussen maart en oktober worden gestuwd.


Verklaring der tekens


16,80


12,26

10,10


17.431)


S ’“ 02


K.p. 14.05


10.5


7805 ha


Ten aanzien


elektrisch gemaal (voor inmalen)

rioolgemaal


1 Met opgave van het aantal m^

' per minuut bij de in m aangegeven opvoer-

) hoogte (C = centrifugaalpomp)


rioolzuiveringsinstallatie

molen, door water gedreven

uitwateringssluis

inlaatsluis

schutsluis

grondduiker

grondduiker, aan één zijde afsluitbaar

stuw

stuw, regelbaar

peilschaal

peilschaal, geregeld waargenomen


peilmerk van kanaalpeil hoogtecijfer


het N.A.P.


in m N.A.P.


waterverzet


riolering (in de verharde weg


kleur van het betreffende gebied)


grens van het ruilverkavelingsblok

grootte in ha volgens meting met de planimeter op de kaart

1 : 25 000

administratieve grens van een waterschap (doorgaans alleen daar, waar zij afwijkt van de wiaterstaat)


Toelichting


van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in af-


wateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven. Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven. De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok.

Voor administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaartblad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar: Beschrijving van de provincie Noord-Brabant, behorende bij de Waterstaatskaart.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te 's-Gravenhage, telefoon 070 - 183280.

De Waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, te 's-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen, behorende bij de Waterstaatskaart. zijn daar verkrijgbaar.




Eindhoven-West



Universiteits bibliotheek Utrecht



-ocr page 131-

Geneneind


Afwateringseen heden


De Dieze loopt van s-Hertogenbos, waar ze in open verbinding staat met het beneden-


pand van de Zuid-Willemsvaart, naar de Maas bij Crevecoeur

Bij het beginpunt neemt ze tevens de rivieren de A en de Dommel (Stadsdommel) op De totale oppervlakte van deze afwateringseenheid is ongeveer 267 000 ha, waarvar


4 228 000 ha in Nederland


Het gebied strekt zich uit over de bladen: ’s-Hertogenbos-West en -Oost, Vierlings-öeek. Breda-Oost. Eindhoven-West en -Oost. Venlo-West. Herenthals-Oost. Valkens-


Van de verschillende, tot deze afwateringseenheid behorende onderverdelingen komen


op dit blad die voor, welke op de Dommel, de A en de Zuid-Willemsvaart lozen


De Dommel ontspringt in België op de hoge gronden van Exel. Neerpelt en Peer,


Tussen de grenspalen 182 en 183 komt zij in ons land, stroomt in nagenoeg noordelijke richting langs Valkenswaard. Eindhoven. Sint-Oedenrode en Boxtel naar 's-Hertogenbos waar zij via de stuw in de Vughterbrug in de Stadsdommel overgaat; deze mondt weer


Het is mogelijk, ter ontlasting van de Beneden-Dommel. via een verdeelwerk water tot een maximum van 15 m^/sec af te voeren via het Afwateringskanaal en het Beatrix-


Het totale gebied van de Dommel bedraagt, in afwijking met het genoemde op het blad Eindhoven-West, ongeveer 171 000 ha, waarvan ± 13 6 000 ha in Nederland. Van de acht vakken, waarin de Dommel is verdeeld, komen de navolgende gedeeltelijk op


rode (1^1


De oppervlakte van dit gebied is 10 485 ha. De voornaamste zijtak is de Beekse Waterloop. welke bij OtIand in de Dommel stroomt. Zie ook de bladen ’s-Hertogenbos-West


51°/ 30' -


Houtum


/' 186


5° 30'


iesdonk


Heide


Bewerking en lithografie: Rijkswaterstaat Directie Algemene Dienst


Druk: Topografische Dienst Auteursrechten voorbehouden


IH


^yÓosiappense 9365 ba


Heide ''^''.^e vak


taarbroak


Sirabrechise lt;#


93 530 ha


vvaarvan 21 695 ha


- 88000


Schaal 1 : 50 000


5® 40'


's-Hertogenbos-

West 45

's-Hertogenbos-Oost 45

Vierlingsbeek-West 46

Eindhoven-West 51

Eindhoven-Oost 51

Venlo-West 52

Valkensv/aard-West 57

Valkenswaard-Oost 57

Roermond-West 58


51^ 30’


o m CN


CO


Herzien in 1 960

Uitgave 1963


|T. Negende pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 8 tot sluis 9) met het Eindhovens Kanaal

De grootte van het gezamenlijke wateroppervlak bedraagt ± 32 ha. Op het Eindhovens Kanaal, dat in open verbinding staat met de Zuid-Willemsvaart. lozen twee gebieden, samen 30 ha groot.

Via het Afleidingskanaal van Stipdonk bestaat de mogelijkheid om uit het gebied van het Waterschap de A tot een maximum van 5 m’/sec water op dit pand te brengen. De laatste jaren is hiervan echter geen gebruik gemaakt.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. 4- 18,34 m. De waterstand is gewoonlijk 0.20 m hoger.

|U, Tiende pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 9 tot sluis 10)

De grootte van het wateroppervlak bedraagt ± 9 ha. Op dit pand wateren geen gronden af.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. 20,27 m. De waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger.

|V. Elfde pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 10 tot sluis 11)

De grootte van het wateroppervlak bedraagt ± 7 ha. Op dit pand wateren geen gronden af.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. 22.28 m. De waterstand is gewoonlijk 0.20 m hoger.

|W. Twaalfde pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 11 tot sluis 12)

Dit pand komt slechts gedeeltelijk op dit blad voor. De grootte van het wateroppervlak bedraagt ± 12 ha. Op dit pand loost een gebied met een oppervlakte van 305 ha. Zie ook het blad Valkenswaard-Oost.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. 4- 24,78 m. De waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger.


II. Donge


De Donge, welke bij Geertruidenberg vrij op de Bergse Maas loost, staat in open verbinding met het eerste pand van het Wilhelminakanaal. Het tweede tot en met het


vijfde pand van dit kanaal vormen een afzonderlijk onderdeel van de eenheid. Dit onderdeel is in een afwijkende kleur aangegeven. De totale de afwateringseenheid is 31 275 ha en strekt zich uit over de bladen Geertruidenberg-West en -Oost en Eindhoven-West en -Oost.


afwaterings-grootte van Breda-Oost.


Derde vak. Dommel van stuw A te Sint-Oedenrode tot sluis B van de Hooidonkse Molen (|B)

Het gebied is groot 13 485 ha. De voornaamste waterlopen zijn de Hooidonkse Beek, de Grote Beek en de Ekkersrijt. Zie ook het blad Eindhoven-West.

Vierde vak. Dommel van sluis B van de Hooidonkse Molen tot stuw E te Eindhoven (|C t/m |H)

|C. Het rechtstreeks op het vierde vak afwaterend gebied, met inbegrip van het poldertje, heeft een oppervlakte van 1250 ha.

|D. Gender

De Gender loost via een riool door Eindhoven op het vierde vak van de Dommel. Het gebied is groot 3345 ha. Op dit blad wateren er geen gronden op af. Zie ook het blad Eindhoven-West.

|E. De Kleine Dommel of Rul van de Opwettense Molen (F) tot de Kolse Molen (H). De oppervlakte van dit gebied is 210 ha.

|F. De Kleine Dommel of Rul van de Kolse Molen (H) tot de stuw (j) te Geldrop. Het gebied is groot 2515 ha. De voornaamste waterloop is de Beekloop.

|G. De Kleine Dommel of Rul boven de stuw te Geldrop. Het gebied heeft een oppervlakte van 23 620 ha en bestaat uit 23 530 ha hoge gronden en enkele bemalen gebieden welke een totale grootte van 90 ha hebben. Zie hiervoor ook het blad Valkenswaard-Oost.

Van de hoge gronden is 21 895 ha in Nederland gelegen.

De watervoorziening heeft plaats van uit het Kanaal door de Kempen en uit het zestiende en vijftiende pand van de Zuid-Willemsvaart.

De voornaamste waterlopen zijn de Peelrijt of Reeloop, de Peelvenloop. de Grote A. de Sterkselse A en de Kleine Dommel of Rul. Zie ook het blad Valkenswaard-Oost.


SHHHI |H, Gerioleerd gebied van Eindhoven c.a., groot 4160 ha

Slechts een deel van het gerioleerde gebied van Eindhoven, groot 3800 ha, komt op dit blad voor. De lozing geschiedt via de zuiveringsinstallatie van Eindhoven op de Dommel. Plannen om ook de gerioleerde gebieden van Heze, Leende. Mierlo. Geldrop. Aalst en Nunen op de zuiveringsinstallatie van Eindhoven aan te sluiten, verkeren in een vergevorderd stadium; de hoofdriolen in deze gebieden zijn daarom in dezelfde kleur aangegeven. De oppervlakten van deze gebieden zijn evenwel nog niet opgenomen. Zie verder de bladen Eindhoven-West en Valkenswaard-Oost.

Vijfde vak. Dommel van stuw E te Eindhoven tot de stuw ten zuiden van WaaIre (H en IJ)

M. Rechtstreeks op het vijfde vak afwaterend gebied, groot 2080 ha. Zie ook de bladen Eindhoven-West en Valkenswaard-West en -Oost. Het oppervlaktecijfer van 17 095 ha. dat voor dit gebied op het blad Eindhoven-West voorkomt, is inclusief het gebied van de Tongelreep.

IJ. Tongelreep

Het gebied heeft een oppervlakte van 14 310 ha, waarvan 5160 ha in Nederland. De Tongelreep is ontstaan uit meerdere waterlopen, die in België ontspringen. Hij wordt in droge tijden uit het Kanaal door de Kempen van water voorzien. Zie ook de bladen Valkenswaard-West en -Oost.


De A ontstaat in de Peel op de grens van de gemeenten Asten en Someren uit verschillende waterlopen. De rivier stroomt langs Helmond en mondt nabij ’s-Hertogenbos vrij in de Dieze uit. De A kan tevens afwateren via het Afleidingskanaal van Beek en Donk op het zesde pand van de Zuid-Willemsvaart en via het Afleidingskanaal van Stip-donk op het negende pand van de Zuid-Willemsvaart. Dit komt echter zelden voor. Het totale gebied van de A heeft een oppervlakte van ca. 87 000 ha.

Het stroomgebied van de rivier is in drie vakken verdeeld, welke gedeeltelijk op dit blad voorkomen.

Eerste vak. A van de Dieze tot het verdeelwerk O te Beek en Donk (1*^)

De totale oppervlakte van dit gebied is 54 345 ha. Het rechtstreeks afwaterend gebied van dit vak is 42 450 ha groot en komt slechts gedeeltelijk op dit blad voor. De voornaamste waterlopen, welke op dit blad voorkomen, zijn de Biezenloop. de Heieindse Loop, de Donkersvoortse Loop, de Goorloop, de Landmeerse Loop, de Peelse Loop en de Snelle Loop. Zie ook de bladen ’s-Hertogenbos-Oost en -West. Vierlingsbeek en Venlo-West.


Tweede vak. A van het verdeelwerk O te Beek en Donk tot stuw T te Stip-donk (|L)

Dit gebied is groot 12 285 ha. De voornaamste waterlopen zijn de Bakelse A. de Kaweise Loop, de Vlier en de Oude A. Zie ook het blad Venlo-West.

Derde vak. A boven Stipdonk (|M t/m |O)

De totale oppervlakte van dit gebied is 19 970 ha.

|M, A van stuw T te Stipdonk tot stuw U ten oosten van sluis 10 in de Zuid-Willemsvaart. Dit gebied heeft met inbegrip van de polders een oppervlakte van 9445 ha. De voornaamste waterlopen zijn de Astense A. de Bekerloop, de Kleine A en de Meervense Loop. Zie ook de bladen Venlo-West en Valkenswaard-Oost.

|N. A van stuw U ten oosten van sluis 10 in de Zuid-Willemsvaart tot stuw V ten zuiden van Asten.

Het gebied is groot 2520 ha. Zie ook het blad Venlo-West.

|O. A boven stuw V ten zuiden van Asten.

De oppervlakte van dit gebied is 8005 ha. De voornaamste waterlopen zijn de Kieviets-loop en de Eeuwselse Loop. Zie ook de bladen Venlo-West, Valkenswaard-Oost en Roermond-West.


Zuid-Willemsvaart


Het wateroppervlak, met inbegrip van het zesde pand van het Wilhelminakanaal, het Eindhovens Kanaal, het Kanaal Wessem-Nederweert en het Verbi nd ingskanaal Briegden-Neerharen. is 447 ha, waarvan 294 ha in Nederland. De totale oppervlakte van de gronden, die direct op het kanaal afwateren, is 5065 ha. waarvan 1835 ha in Nederland. De Zuid-Willemsvaart loopt van de Maas te Maastricht tot de Gekanaliseerde Dieze te ‘s-Hertogenbos; hij heeft 19 schutsluizen en is verdeeld in 19 panden. De sluizen zijn genummerd van 0 tot en met 20. De sluizen nr. 1 en nr. 14 zijn opgeruimd. De navolgende panden komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor.

|P. Vijfde pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 4 tot sluis 5)

De grootte van het wateroppervlak bedraagt ± 13 ha. Dit pand, waarop geen gronden afwateren, komt slechts gedeeltelijk op dit blad voor. Zie ook het blad ’s-Hertogenbos-Oost.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. 10,37 m. De waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger.

IQ. Zesde pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 5 tot sluis 6)

De grootte van het wateroppervlak bedraagt i 13 ha. Via het Afleidingskanaal van Beek en Donk kan op dit pand een deel van het gebied van het Waterschap de A tot een maximum van ± 7 m’/sec afwateren. Op dit pand wateren geen gronden af.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. 4- 12.55 m. De waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger.

1^. Zevende pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 6 tot sluis 7) met het zesde pand van het Wilhelminakanaal

De grootte van het gezamenlijke wateroppervlak bedraagt ± 28 ha. Het Wilhelminakanaal wordt gevoed door de Zuid-Willemsvaart. terwijl bovendien op dit pand een gebied van hoge gronden met een oppervlak van 200 ha kan afwateren.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P. -p 14.76 m. De waterstand is gewoonlijk 0.20 m hoger.

|S. Achtste pand van de Zuid-Willemsvaart (van sluis 7 tot sluis 8)

De grootte van het wateroppervlak bedraagt i 14 ha. Op dit pand wateren geen gronden af.

Het kanaalpeil bedraagt N.A.P 16 34 m. De waterstand is gewoonlijk 0.20 m hoger.


51


Het Wilhelminakanaal bestaat uit zes panden, waarvan het eerste en het laatste pand in open verbinding staan met respectievelijk de Donge bij Statendam en de Zuid-Willemsvaart (zevende pand) bij Lieshout.

De oppervlakte van het tweede tot en met het vijfde pand is, met inbegrip van het Zijkanaal naar Tilburg en het Beatrixkanaal, 165 ha; de grootte van de erop afwaterende gronden is 3490 ha. Van de afwateringseenheid komt slechts een deel van het vijfde pand op dit blad voor.


Dit pand staat open verbinding met het Beatrixkanaal. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt 84 ha; de grootte van de erop afwaterende gronden is 1370 ha. Zie hiervoor het blad Eindhoven-West.

Het kanaalpeil is vastgesteld op N.A.P. -|- 14,76 m. Gewoonlijk is de waterstand 0,20 m hoger.


Toelichting


Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in af-wateringseenheden. Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen. Onderverdelingen. die een eigen waterstand en eigen lozingsmiddelen bezitten, zijn volgekleurd.

Ter wille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen, al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid, waartoe zij behoren. De namen van deze wateren zijn in rood gesteld. De wateren in volgekleurde gebieden zijn in grijs aangegeven.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen of polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn, voor zover het de waterstaat betreft, op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil in de verschillende provincies zie men de betreffende N.A.P.-registers.

Voor de geografische aanduidingen is de vereenvoudigde spelling toegepast.

Voor de administratieve gegevens betreffende de waterstaat, welke niet op dit kaart-blad of in het randschrift zijn opgenomen, wordt verwezen naar het boekwerk ,,Beschrijving van de Provincie Noord-Brabant behorende bij de Waterstaatkaart” verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf. Fluwelen Burgwal 18, ’s-Gravenhage, waar ook de Waterstaatskaarten à f 5 per stuk verkrijgbaar zijn.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties, alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene


Dienst van


c'° ^1.3


.h


K.p. 10.37


23.4


210 ha


de Rijkswaterstaat. Boorlaan 2. te ’s-Gravenhage, telefoon (070) 182610.


Verklaring der tekens


ƒ Met opgave van het aantal m^ waterverzet per elektrisch gemaal minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte \ (V = vijzel; C = centrifugaalpomp) rioolgemaal (capaciteit kleiner dan 5 m^/min)


kleine windmolen


molen, door water gedreven


rioolwaterzuiveringsinstallatie


schutsluis


uitwateringssluis of afsluitbare duiker


inlaatsluis


hulpsluis


vaste stuw


regelbare stuw


grondduiker




Universiteitsbibliotheek Utrecht


grondduiker, aan beide zijden afsluitbaar


bodemval


peilschaal


peilschaal, geregeld waargenomen (reg. = registrerend)


peilmerk van


het N.A.P.


kanaalpeil


hoogtecijfer


in m t.o.v. N.A.P.


riolering (in de kleur van het betreffende gebied)


verharde weg


grens van het ruilverkavelingsblok


grootte in ha volgens meting met de planimeter op de


administratieve grens van een waterschap


moeras


Randblad


kaart 1 : 25 000



ARC;;ifÉF Eindhoven-Oost



-ocr page 132-

Sluizen en stuwen

Wijdte in de dag in m

Hoogte in Slag-drempel

m -1- N.A.P.

In de Dommel

A. Schotbalkstuw te Sinc-Oedenrode (in de nieuwe Hambrug) met drie openingen, elke opening.................

5,80

7.53

s.p. 5.28

B. Molensluis van de Hooidonkse Molen; vier openingen, elk met schuif

opening voor linkerrad............

opening voor rechterrad........... ontiastopening naast linkerrad.........

ontlastopenipg naast rechterrad........

1,95

1.15

1,05

1,25

11.40

11.40

11.40

11.40

z.s.p. 12.45

w.s.p. 12,60

C. Stuw bij de Hooidonkse Molen; vijf openiri-gen, elk met schuif, totaal der dagwijdten . . . (verkeert in sterk vervallen toestand)

6,00

11.15

D. Houten noodstuw met drie openingen, elk afsluitbaar met schotbalken, elke opening . . .

4,00

12.80

s.p. 13.83

E. Stuw te Eindhoven, in de brug genaamd ,,De Sluis”; twee openingen. elk afsluitbaar met een schuif, elke opening.............

7,00

b.v. 13.60

s.p. 15.30

In de Kleine Dommel of Rul

F. Molensluis van de Opwettense Molen; drie openingen, elk met een schuif opening voor linkerrad............ ontiastopening............... opening voor rechterrad...........

0,80

1,00

0,90

13.41

13.40

13.38

z.s.p. 14.62

w.s.p. 1 5.05

G. Stuw bij de Opwettense Molen; twee openingen, elk met een schuif één opening................. één opening.................

1,25

1,25

13.18

13.16

H. Molensluis voor de Kolse Molen; drie openingen. eik met schuif opening voor linkerrad............ opening voor rechterrad (nu ontlastsluis) .... ontiastopening...............

1.30

1.10

1.05

14.71

14.73

14.71

z.s.p. 15,76

w.s.p. 16,16

I. Ontlastsluis bij de Kolse Molen; twee openingen, elk met een schuif één opening................. één opening.................

2.29

2.24

14.69

14.67

J. Stuw te Geldrop; twee openingen, elk met een schuif, elke opening...........

1.96

16.01

K. Voormalige molensluis onder fabriek te Geldrop; twee openingen één opening met schotbalken......... één opening met schuif............ (wordt opgeruimd)

2.00

1.30

16.10

16.01

z.s.p. 16,88

w.s.p. 17.36

In de Grote A

L. Schotbalkstuw bij kasteel te Heze.....

4.60

18.95

In de Peelrijt of Reeloop

M. Schotbalkstuw..............

2.00

23.10

In de A

N. Schotbalkstuw met drie openingen ; buitenste openingen met schotbalken elke opening................ middelste opening met schuif.........

3.00

6.74

9.20

9.20

s.p. 11.80

O. Verdeelwerk bij Beek en Donk;

aan de westzijde één opening met schotbalken aan de noordoostzijde een stuw; vier openingen, elk met een schuif, elke opening........

6.00

2.00

b.v. 11.50 b.s. 13.80

b.v. 11.50

b.s. 11.80

P. Stuw bij AarIe, met zeven openingen; drie openingen met schuif, elke opening...... vier openingen met schotbalken, elke opening. .

1.87

1.90

12.27

12.27

s.p. 14.07

s.p. 14.07

Q. Stuw ten noordoosten van Helmond; één opening met schuif.............. twee schotbalkopeningen, elke opening.....

2.21

2.67

13.40

13.40

s.p. 15.80

s.p. 15.80

R. Stuw boven de duiker onder de spoorlijn Helmond-Venlo; twee openingen, elk met schotbalken, elke opening.............

3.90

14.41

s.p. 16.40

b.v. 16.15

S. Verdeelwerk ten zuiden van Helmond gedeelte in de A; één opening met schotbalken . . Gedeelte in de omleiding wordt buiten gebruik gesteld.

3.00

s.p. 16.80

T. Stuw bij de voormalige Stipdonkse Molen; vijf openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening...................

2.00

16.65

s.p. 18.80

U. Stuw met drie openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening...........

2.50

19.40

s.p. 21.05

V. Stuw met drie openingen;

één opening met schuif............

twee openingen met schotbalken, elke opening .

2.34

2.33

21.20

21.20

s.p. 22.70

b.s. 22.70

In de Astense A

W. Stuw met drie openingen :

één opening met schuif............

twee openingen met schotbalken.......

2.09

2.09

18.39

18.39

s.p. 18.78

b.s. 19.69

In de Snelle Loop

X. Afiaatwerk met schotbalken......

4.00

11.00

b.s. 11.50

In de Broek A

Y. Afiaatwerk met schotbalken.......

4.00

11.95

b.s. 12.45

In de Donkersvoortse Loop

Z. Schotbalkstuw..............

1.70

12.14

s.p. 12.30

In de Broekholtse Loop

A’. Schotbalkstuw met twee openingen; elke opening................

2.55

13.07

s.p. 14.27

In het Afleidingskanaal Boerdonk-Keldonk

B’. Schotbalksluis; één opening.......

C\ Schotbalksluis; één opening.......

2.50

2.50

s.p. 10.06

s.p. 11.38

In het Afleidingskanaal van Beek en Donk

D\ Afiaatwerk met vier openingen; elk afsluitbaar met een schuif, elke opening.......

2.00

b.v. 11.86

b.s. 13.50

In het Afleidingskanaal van Stipdonk

E’. Afiaatwerk met drie openingen. elk afsluitbaar met een schuif, elke opening.......

2.00

b.v. 17.00

b.s. 19.08

In de Zuid-Willemsvaart

F’. Sluis nr. 5. Schutsluis tussen het vijfde en het zesde pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd................ benedenhoofd ................ Aan de oostzijde van deze sluis een stroomduiker ; drie openingen. elk afsluitbaar met een schuif . .

6.95

6.95

1.50

9.37

8.37

G’. Sluis nr. 6. Schutsluis tussen het zesde en het zevende pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd ................ benedenhoofd................

Aan de westzijde van deze sluis een stroomduiker; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif

6.90

6.90

1.50

11.55

10.55

H\ Sluis nr. 7. Schutsluis tussen het zevende en het achtste pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd................. benedenhoofd................ Aan de oostzijde van deze sluis een stroomduiker; twee openingen. elk afsluitbaar met een schuif Aan de westzijde van deze sluis een stroomduiker; één Opening, afsluitbaar met een schuif ....

6.90

6.90

1.00

1.70

13.76

12.76

Wijdte in

Hoogte in m -j- N.A.P.

de dag

Slag-

in m

drempel

I'. Sluis nr. 8. Schutsluis tussen het achtste en

het negende pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd.................

6.90

15.34

benedenhoofd................

6.90

14.34

Aan de oostzijde van deze sluis een stroomduiker; één opening, afsluitbaar met een schuif..... Aan de westzijde van deze sluis een stroomduiker:

1.70

twee openingen. elk afsluitbaar met een schuif

1.00

J’. Sluis nr. 9. Schutsluis tussen het negende en het tiende pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd.................

6.90

17.34

benedenhoofd................

6.90

16.34

Aan de oostzijde van deze sluis een stroomduiker; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif

1.00

K\ Sluis nr. 10. Schutsluis tussen het tiende en het elfde pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd.................

6.90

19.27

benedenhoofd................

6.90

18.27

Aan de westzijde van deze sluis een stroomduiker: twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif

1.00

L'. Sluis nr. 11. Schutsluis tussen het elfde en het twaalfde pand, twee paar puntdeuren bovenhoofd.................

6.90

21.28

benedenhoofd................

6.90

20.28

Aan de oostzijde van deze sluis een stroomduiker; twee openingen. elk afsluitbaar met een schuif

1.00

In het Wilhelminakanaal

M’. Sluis nr. 5. Schutsluis tussen het vijfde en het zesde pand; twee paar naar het oosten en twee

paar naar het westen kerende deuren.....

De sluis vormt tevens de scheiding tussen de af-

8.50

12.25

wateringseenheden Dieze en Donge.

s.p. = stuwpeil

z.s.p. = zomerscuwpeit w.s.p. = winterstuwpeil

b.s. = bovenkant stuw b.v. = bovenkant vloer


-ocr page 133-

//c-iLîun


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


Het stroomgebied van de Aa

De Aa loost bij 's-TIeriogenbosch vrij op de Diamp;ze. liet oebied is groot 88400 ha.


Het stroomgebied is verdeeld in verschillende gebieden, waarvan de volgende gedeeltelijk op dit blad voorkomen:


IA De Aa van het verdeelwerk te Beek en Donk tot de Dieze

De voornaamste waterloop op dit kaartblad is de Snelle loop.

Dit gebied is groot 44360 ha.


51

25'


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie; J. J, Groen amp;nbsp;Zn, N.V., Leiden.


Schaal


1 : 50000


LWmic Steeg


s. Hertogenbosch oost

Vierlingsbeek

Eindhoven

VenIo

Vento

oost

west

oost

Valkenswaerd

Roermond

Roermond

oost

west

oost


51 30'


IB De Aa van het verdeelwerk te Beek en Donk tot de stuw hij de spoorlijn Helmond^Venlo

De voornaamste waterlopen op dit kaartblad zijn: de Kaweische loop en de Vlier.

Dit gebied, groot 11520 ha, kan ook gedeeltelijk, via het Afleidingskanaal van Deek en Donk, op het zesde pand van de Zuidwillems^mart lozen.

I C De Aa van de stuw bij de voormalige Stipdonksche watermolen, stuwpeil 18,90 m N,A,P,, tot de stuw ten oosten van Sluis 10 van de Zuidwillemsvaart

De voornaamste waterlojwn op dit kaartblad zijn: de Astensche Aa en de Soeloop.

Dit gebied, groot 8945 ha, kan ook via het Afleidingskanaal van Stipdonk gedeel' tclijk afwatcren op het negende pand van de Zuidwillemsvaart.

ID De Aa van de stuw ten oosten van Sluis 10 van de Zuidwillems-vaart tot de stuw op J: 1500 m ten zuiden van Asten

Dit gebied is groot 2560 ha.

IE De Aa van de stuw ten zuiden van Asten (stuwpeil 22,70 m N,A.P,) tot de stuw ten zuiden van de mond van de Eeuwselsche loop De voornaamste waterloop in dit gebied is de Eeuwselsche loop. Zie ook de bladen

Eindhoven Oost en Boermand West.

II Raam

Dit gebied, groot 21950 ha, komt voor een klein gedeelte op dit blad voor.

Zie ook het blad VierUngsbeek.

III Sambeeksche Uitwatering

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Lactaria beek en de Kleine beek.

Dit gebied is groot 5545 ha.

Zie voorts het blad Vierlingsbeek.

IIIA Oploosche Molenbeek boven de molen te Oploo

Het sturvpeil van de molen is 18.70 m N.A.P. Dit gebied is groot 1725 ha.

Zie ook het blad VierUngsbeek.

IV St, Jansbeek

Dit gebied is groot 1515 ha.

Zie voorts het blad VierUngsbeek.

V Afleidingskanaal van het Peelkanaal boven de voormalige Vier-lingsbeekse molen

liet gebied is groot 9180 ha. De voornaamste waterloop is de Loobeek.

liet Peelkanaal kan door de inlaaiduiker bij Oriendtsveen water ontvangen uil het kanaal van Deurne.

VI Maas tussen de stuw te Sambeek en de stuw te Beifeld

Van dit gebied komt een klein gedeelte in de noordoostclijke hoek van dit blad voor. Zie ook het blad Venlo-Oost.

VII Geijsterensche Molenbeek

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Oostrumsche beek en de Bosch-huizer Maas.

liet gebied is groot 3945 ha. Tevens kan op de Oostrumsche beek een gebied, groot 500 ha, gelegen ten noorden van gebied VIII afwateren.

Zie ook het bhul Venlo-Oost.

VIII Noordersloot

Dit gebied is groot 745 ha.

Er kan water worden ingelaten uit het kanaal van Deurne, door een inlaatsluis ten noorden van Oriendtsveen.

liet gebied loost door middel van de Noordersloot bij Blerick oj) de Maas.

Zie ook het blad Venlo-Oost.


IX Grote Molenbeek

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn: de Lolle beek, de Peelloop, de Kabrocksche beek en de Schorfvenloop.

Dit gebied is groot 15180 ha en ontvangt tevens een gedeelte van het water van een

gebied, groot 500 ha, gelegen ten noorden van gebied VIII (Noordersloot).

De Oroote Molenbeek loost, via een overstort bij Wansiim, op de Maas.

Zie ook het blad Venlo-Oost.


X Kanaal van Deurne, Helenavaart en Noordervaart

Met deze ka7ialen liggen verschillende, ten behoeve van de vervening gegraven, wijken gemeen.

liet kanalencomplex kan worden gevoed uit het pand van de Zuidwillemsvaart gelegen tussen de sluizen 15 en 16.

De lozing geschiedt op het tussen de sUiizen 15 en 13 gelegen pand van de Zuidwillemsvaart via de riolen en de schuiven in de deuren van de schutsluis aan het westelijke einde van de Noordervaart.

Bovendien staat het kanaal van Deurne, door een inlaaiduiker bij Griendisveen, water af aan het Peelkanaal.

liet kanaalpeil bedraagt ge7niddeld 31.50 m N.A.P.

In dit gebied U^jt een poldertjc van 18 ha, dat door een elecfrisch gemaaide op de IlelcJiavaart bemalen wordt.

Zie voorts het blad Roermond-West.


XI Everlosche beek

Van dit gebied komt een klein gedeelte w de zuidoost-hoek van dit blad voor.

Zie voorts de bladen Venlo-Oost en Roermond-West en -Oost.


XII De Neer

Dit gebied ko^nt voor een zeer klein gedeelte op de zuidelijke rmul van het blad voor.


Zie voorts het blad Roermond-West.


VERKLARING DER TEKENS

Uitwateringssluis of afsluitbare duiker.

Inlaatsluis.

Grondduikor.

Grondduikor (afsluitbaar).

►^ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

quot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Eloctrisch gemaal (s ®= sebroefpomp).

•0— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Poilmerk van het N.A.P.

Peilschaal.

Peilschaal (geregeld waargenomen).

Hoogtecijfer in m N.A.P.

Verharde weg.

---------■ Spoorweg,

-—-— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hiolcring (in do kleur van het betreffende gebied),

510 ha nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grootte van een stroomgebied in ha, volgens meting op Topografische kaart

1 : 25.000 met de poolplanimctcr.

Administratieve grens van cen waterschap.

-----Provinciale grens niet samenvallend met waterschapsgrenzen.


SLUIZEN EN STUWEN

a o P

Hoogte in m boven N.A.P.

© S o ’? co

■g co

g O t* æ — Odd Ä gt;nbsp;43

© ft ^ co

In

het Peelkanaal

N

Inlaatsluis, aan de zuidzijde afsluitbaar met een tweedelige schuif. (Bovenkant schuif normaal 30.50 m N.A.P., drempel 29.80 m N.A.P.) Laat water in uit het Kanaal van Deurne in het Peelkanaal

Is bovendien aan 7ioord- en zuidzijde afsluitbaar 7nct schotbalkeii.

01,00

B

Dam met stuwduiker

01,00

28,76

30,08

C

Vaste stuw

8,50

20,18

20,47

30,25

D

Vaste stuw

8,50

28,18

20,20

E

Vaste stuw

8,50

27,16

27,06

K

Vaste stuw

8,50

26,53

27,34

G

Voste stuw

8,50

25,63

26,40

II

Vaste stuw (vormt met stuw K het verdeelwerk aan de Vredepaal). Deze sluw laat normaal geen water door.

8,50

24,22

24,52

24,06

I

Vaste stuw

2x3,50

23,52

24,43

J

Vaste stuw

2x3,50

22,62

23,53

In

het Afleidingskanaal

K

Schotbalkstuw (vormt met stuw II het verdeeheerk aan de Vredepaal).

4,00

24,35

25,15

L

Schotbalkstuw dag^vijdte boven stuwpeil

2,50

6,00

22,77

24,23

M

Schotbalkstuw

2,50

22,14

23,78

N

Schotbalkstuw dagwijdie boven stwvpeil

2,50

6,00

21,12

22,56

o

Schotbalkstuw

2,50

20,76

21,01

P

Schotbalkstuw dag^vijdte boven st7i7vpeil

2,45

6,50

10,10

20,57

Q

Schotbalkstuw

2,50

18,08

20,37

R

Schotbalkstuw dagteijdte boven stwepeU

2,50

6,00

17,04

18,84

S

Schotbalkstuw dagwijdte boven stuwpeil

2,55

6,00

16,73

17,04

T

Schotbalkstuw dagwijdte boven shiwpcU

2,50

6,00

16,10

17,35

U

Schotbalkstuw

Ten zuiden van deze stuw cen duiker, afshtUbaar met schotbalken.

3,50

01,00

15,47

15,77

16,48

V

Schotbalkstuw

3,50

14,24

15,84

W

Schotbalkstuw dagwijdte boven stwcpcil

2,50

6,50

12,04

11,73

In

de Aa

stuw bij do Eeuwselsche Loop cen opening met schitif

t7vee opeiiingen 77iet schotbalken, elk

2,13

2,13

22,65

22,65

23,85

23,85

^) De kolom „Sfuu7peiV* geeft aan tot welke hoogte het kunstwerk water kan keren.


TOELICHTING

De op deze kaart voorkomende boezems en stromende wateren zijn door verschillende kleuren aangegeven. In deze gebieden zijn do voornaamste waterleidingen en do vennen aangegeven in de kleur van de boezem of hot stromende water waarop zij afwateren.

Een bredo bics van dezelfde kleur geeft de grens aan van hot gebied van die waterleidingen; cen smalle bics geeft do onderverdelingen van dit gebied aan. Van gebieden, welke afwatcren op moer dan één boezem of stromend water, is do bies dienovereenkomstig geblokt. Daar waar een waterleiding de grens van het gebied vormt vervalt de bics.

Bij belangrijke waterleidingen is do naam in rood geplaatst. Moerassen zijn aangegoven met kruisarcering in de kleur van hot stromende water, waarop zij afwatcren.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegoven, waar zij afwijken van dlo van do waterstaat,

Namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegoven.

Voor nadere gegevens wordt verwezen naar het boekje: „Beschrijving van do provincie Noordbrabant, behorende bij do waterstaatskaart”.

In dit boekje zijn onder meer gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, boezems, grens-tractaton, heemraadschappen, overlatcn, overstromingen, polders, algemene reglementen, stromende wateren, waterkeringen, waterschappen on waterstanden.

Voor do beschrijving van do juiste plaats dor peilmerken van hot Normaal Amsterdams Peil, zio men de betreffende N.A.P.-registers.

Do waterstaatskaarten zijn, evenals het boekje ,,Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart’*, d / 5,— per stuk verkrijgbaar bij hot Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, Den Ilaag.

De kaarten en het boekje kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


AUTEURSBECIITEN VOORBEHOUDEN



-ocr page 134-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN









Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie: J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal 1 : 50000



IA Gebied direct lozend op de Maas

De voornaamste waterleidingen zijn: de Molenbeek, het Gelderns- of Nierskanaal, de Lommer- en Schandelosche beek en de Noordersloot.

Door het Gelderns- of Nierskanaal, dat ten noorden van Arcen vrij in de Maas uitmondt, kan water van de Niers naar de Maas rvorden af gevoerd.

Het gebied is groot 23125 ha, met inbegrip van een polder van 110 ha en met inbegrip van het op blad Venlo-W’est voorkomende gebied van de Noordersloot, gelegen bij Griendtsveen, groot 745 ha.

Zie voorts de bladen Vierlingsbeek en Venlo-West.


Dit gebied komt aan de noordelijke rand van het blad voor. Het is groot 5675 ha en loost bij Afferden op de Maas.

Zie voorts het blad Vierlingsbeek.


III Niers boven de stuw ten noorden van de voormalige Villerse molen


Dit gebied komt aan de oostelijke rand van het blad voor en is ± 128770 ha groot.

Zie voorts het blad Roermond-Oost.


IV Lingsforterbeek boven de molen te Arcen

De voornaamste waterleidingen in dit gebied zijn: de Scheidgraaf, de Meut Graben, de Eugenianische Graft en de Leit Graben.

Dit gebied is groot 5675 ha.


V Geijsterensche Molenbeek boven de molen te Geijsteren

Dit gebied komt voor een gedeelte aan de noord-westelijke rand van dit blad voor.

Het is groot 3945 ha.

Zie voorts het blad Venlo-West.


De voornaamste waterleidingen op dit kaartblad zijn: de Rijnbroekerloop en de Lollebeek.


Dit Zie


gebied is groot

voorts het blad


Broekhuizer


molen


15180 ha.

VenlO'West.


Molenbeek


De voornaamste waterloop is de


Dit


gebied is groot 2205 ha.


boven de voormalige Broekhuizer


Lange Vensche loop.


VIII Houthuizer Molenbeek boven de afsluitbare duiker J, De voornaamste ivaterloop is de Gekkegraaf.

Dit gebied is groot 2550 ha.


IX Everlosche beek boven de molen te Grubbenvorst

De voornaamste waterlopen op dit kaartblad zijn: de Mierbeek, de Lange Heidelossing en de Krayelsche Beek.

Zie voorts het blad Roermond-Oost.


X Springbeek boven de molen te Hout-Blerick

Van dit gebied komt een klein gedeelte aan de zuidelijke rand van dit blad voor.

Het is groot 1155 ha.

De Springbeek loost bij Hout-Blerick op de Maas.

Zie voorts het blad Roermond-Oost.


VERKLARING DER TEKENS

X Uitwateringssluis of afsluitbare duiker.

lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis.

Grondduiker.

l—1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw.

— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Bodemval.

Peilschaal (geregeld waargenomen).

Verharde weg.

== nbsp;nbsp;Spoorweg.

Riolering. (In de kleur van het betreffende gebied).

5180 ha Grootte van een stroomgebied in ha, volgens meting op de topografische kaart

1 : 25.000 met de poolplanimeter.

Administratieve grens van een waterschap.

- —Rijksgrens.



VENLO OOST


SLUIZEN EN STUWEN

S

.S .2

Hoogte in m boven N.A.P.

to Ä 53 o

.2 cc

cc

In

de Groote Molenbeek

A

Overstort

11,—

10,97

B

Schotbalkstuw, 3 openingen westelijke opening

2,03

middelste opening

1,89

oostelijke opening

1,97

1

C

Schotbalkstuw, 3 openingen westelijke opening

1,98

middelste opening

1,97

15,14

oostelijke opening

1,97

1

D

Schotbalkstuw, 2 openingen, elk

2,75

16,47

Dagwijdte boven stuwpeil; totaal

9,50

17,98

E

Schotbalkstuw, één opening

5,—

17,66

18,16

F

Schotbalkstuw, 2 openingen, elk

2,35

17,73

18,84

G

Schotbalkstuw, 2 openingen, elk

2,35

18,48

19,61

H

Schotbalkstuw, 2 openingen, elk

2,35

19,11

20,22

In

de Geijsterensche Molenbeek

I

Molensluis, 3 openingen opening voor de molen

0,78

12,75

opening voor de afwatering

0,94

12,48

opening voor de afwatering

0,71

12,47

In

de Houthuizer Molenbeek

J

Afsluitbare duiker

1,25

14,63

In

de Everlosche beek

K

Molensluis (Slottermolen), 3 openingen, opening voor de molen

0,70

15,19

opening voor de molen

0,50

14,43

Opening voor de afwatering

0,40

13,81

L

Schotbalkstuw

3,50

16,25

Dagwijdte boven stuwpeil

6,14

17,29

M

Schotbalkstuw

3,50

16,64

Dagwijdte boven stuwpeil

6,40

17,68

In

de Lingsforterbeek

N

Molensluis, 3 openingen opening voor de molen

0,93

13,60

opening voor de molen

0,96

14,39

opening voor de afwateri7ig

0,60

13,48


TOELICHTING


Onder een polder wordt verstaan een complex landen, waarin de sloten en waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren, dus een gebied met een eigen waterstand. Een polder heeft, in een lichtere tint, de kleur van de waterloop waarop hij afwatert.

Hoge gronden zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterleidingen en vennen aangegeven in de kleur van do boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen, een smalle bies geeft de onderverdelingen van dit gebied aan.

Daar waar een waterleiding de grens vormt van het gebied, vervalt do bies.

Bij belangrijke waterleidingen is de naain in rood geplaatst. Moerassen zijn aangegeven met een kruisarcering in de kleur van het stromende water, waarop zij afwateren.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts daar aangegeven, waar zij afwijken van die van de waterstaat.

Namen van waterschappen zijn iii bruin op de kaart aangegeven.

Voor de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie men de betreffende N.A.P.-registers.

De waterstaatskaarten zijn â ƒ 5,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, Den Haag en kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN




-ocr page 135-

SLUIS

SLUIZEN.

Slag-drempel-diepte m ~ N.A.P.

BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN.

Wijdte in den dag

A. Sluis aan de Wielingen, Uitwateringssluis van het waterschap der Sluis aan de Wielingen, duikersluis, twee openingen, elk met één paar puntdeuren, één vloeddeur en één binnenschuif, elke opening ...............3,— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,50

I. Kleur van de rechtstreeks op zee uitivaterende gebieden.

De sluizen G en D worden in den zomer wel gesloten ten einde te laag afstroomen van het water te voorkomen,

ZEEWATERKEERING.

Op Nederlandsch gebied wordt de zeewering op dit blad voorkomende gevormd deels door een duinenreeks van geringe afmetingen ,deels door dijken, of door beide achter elkaar. Zij bestaat uit :

den dijk van den Willem Leopoldpolder van de Belgische grens tot de Slapersluis in het Uitwateringskanaal naar de Wielingen (sluis B) ; de lengte bedraagt ongeveer 780 m ; het onderhoud beruhst bij den Willem Leopoldpolder ;

den dijk, lang ongeveer 250 m, vanaf sluis B en de duinenreeks van het waterschap Cadzand tot ongeveer 100 m bewesten de suatiesluis aan de Wielingen ; zij worden onderhouden door het waterschap Cadzand ;

de duinen en den dijk van het waterschap der Sluis aan de Wielingen van 100 m ten westen tot ongeveer 300 m ten oosten van genoemde suatiesluis. Met de sluis zijn zij in onderhoud bij het waterschap der Sluis aan de Wielingen ;

de duinen van het waterschap Cadzand van de aansluiting met de duinen van het waterschap der Sluis aan de Wielingen tot die vóór den Vlamingpolder ; zij worden onderhouden door het waterschap Cadzand ;

de duinen vóór den Vlamingpolder, de duinen van den Tienhonderdpolder en de noordelijke dijk van den Herdijkte Zwartepolder, lang ongeveer 500 m, welke in onderhoud zijn bij het waterschap voor het bestuur en beheer van de waterkeering van het calamiteuze waterschap Tienhonderd en Zwarte ;

de oostelijke dijk van den Herdijkte Zwartepolder, lang ongeveer 800 m, in onderhoud bij dien polder ,•

de dijk van den Zwartepolder, lang ongeveer 180 m, aansluitende aan laatstgenoemden dijk, in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer van de waterkeering van het calamiteuze waterschap Tienhonderd en Zwarte ;

een deel van den dijk van den Nieuwehovenpolder, in onderhozid bij het waterschap Groote St. Anna en Nieuwehoven.

BEDIJKINGEN.

In Zeeuwsch-Vlaanderen werden reeds zeer vroeg dijken aangelegd. De naam IJzendijke, die voor het eerst vermeld wordt in het faar 984 wijst reeds op het bestaan van dijken.

Talrijke malen zijn deze gebieden geteisterd door overstroomingen. Deze ontstonden niet alleen tengevolge van stormvloeden, maar ook zijn meermalen de dijken doorgestoken om zich tegen een binnendringenden vijand te verdedigen. Zoo lag tegen het einde der 16de eeuw bijna geheel Zeeuwsch-Vlaanderen, met uitzondering van enkele stadjes, met de zee gemeen.

Hieronder volgt een staat van de op dit blad voorkomende bedijkingen.

Dit kanaal loopt van 100 m beoosten den Bakkersdam door den Nieuwe Passageulepolder, den Sophiapolder, den Diomedepolder en den Zwinpolder ; vervolgens door den Willem Leopoldpolder, doorsnijdt den Oudelandsche- en den Kievittepolder en mondt met een uitwateringssluis in zee uit. Het kanaal doet uitsluitend dienst als uitwateringskanaal.

De totale lengte van het kanaal bedraagt 14,7 km. De bodembreedie is 3 m bij Bakkersdam en 12 m bij de uitwateringssluis aan de Wielingen. De bodem ligt bij Bakkersdam op 1,40 m — N.A.P. en bij de uitwateringssluis op 2,50 m — N.A.P.

De Linie of Passageule, welke van den Kapitalen dam tot de aansluiting aan het Uitwateringskanaal een lengte heeft van 15,5 km, vormt hiermede één uitwatering.

De afstrooming door de sluis aan de Wielingen geschiedt tot een peil van ongeveer 1,25 m — N.A.P.

Ken gebied, groot 11470 ha, is voor afwatering geheel op het kanaal aangewezen. Hiervan is 1225 ha polderland en 10245 ha boezemland of hooge gronden. Van dit laatste is 260 ha in België gelegen.

Ken tweetal gebieden, 120 ha ten westen van Sluis en 45 ha ten zuiden van Waterlandkerkje, totaal dus ongeveer 165 ha, kunnen loozen, zoowel op het Uitwateringskanaal als op het Leopoldkanaal. Hiervan is ongeveer 100 ha in Nederland gelegen.

Van de Clarapolder, groot 725 ha, loost een gedeelte, groot 65 ha op den boezem van de Isabellasluis, een gedeelte, groot 575 ha op het Uitwateringskanaal naar de Wielingen en een gedeelte, groot 85 ha, zoowel op het Uitwateringskanaal als op den boezem van de Isabellasluis.

Ten slotte kunnen de gronden bemalen door het gemaal van het waterschap Cadzand eveneens hun water afvoeren naar het Uitwateringskanaal door de sluizen bij Retranchement en ten noordwesten van Cadzand. De oppervlakte van dit gebied bedraagt 3740 ha.

De sluizen C en D doen soms dienst om in droge tijden te laag afstroomen van het water in de boven deze sluizen gelegen kanaalgedeelten te voorkomen.

Het Uitwateringskanaal naar de Wielingen en de Linie of Passageule zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap der Sluis aan de Wielingen.

Door het Zwin en de Linie of Passageule bestond vroeger een open verbinding tusschen de Schelde bij Sluis en den Braakman bij Biervliet. In 1786 werd de Linie aan de oostzijde door den Kapitalen dam en in 1787188 aan de westzijde door den Bakkersdam afgesloten. In beide dammen werden zeesluizen aangelegd ten dienste van inundatie en afwatering.

De sluis in den Bakkersdam verviel reeds in 1807, terwijl de sluis in den Kapitalen dam buiten werking werd gesteld toen de Linie of Passageule te Bakkersdam in verbinding werd gebracht met het Uitwateringskanaal naar de Wielingen.

Het Uitwateringskanaal naar de Wielingen werd aangelegd toen door verzanding en aanslibbing van den Braakman en het Zivin de daarin uitwaterende sluizen onbruikbaar werden. Het werk werd uitgevoerd door het Rijk, aangevangen in 1870 en voltooid in 1875. Het werd in 1876 overgedragen aan het waterschap der Sluis aan de Wielingen.

Jaar van

bedijking.

over-strooming.

her-dijking.

AardenburgscJie havenpolder.........

1813

Antwerperpolder..............

1417

1477

1506

Austerlitzpolder..............

1805

Beooster-Eede- en Hoogland van Sint-Kruispolder

1672

Bewesten Terhofstedepolder.........

vermeld

1423

Bewester-Eede-benoordenSint-Pietersdijkpolder .

1650

Bewester-Kede-bezuiden-Sint-Pietersdijkpolder

1650

Biezenpolder...............

1672

Brixuspolder...............

vermeld

1417

Brugsche polder..............

vermeld

1422

Capellepolder...............

1422

Diomedepolder ..............

1827

Qodefroipolder

1718

Qouverneurspolder.............

1716

Oreveningepolder..............

1282

1621

1881

Oroole Bladelingspolder...........

1443

1682

Groote Lodijkpoldcr ............

1556

Groote Bint Annapolder ..........

1639

1682

1690

1640

Herdijkte Zwartepolder...........

1829

Isabellapoldcr...............

1649

1082

Kasteelpolder...............

1737

Kievittepolder...............

vóór 1500

Kleine Bladelingspolder ..........

1540

Kleine Lodijkpolder............

1634

1652

of

1653

1767

1767

Kleine Paspolder.............

1795

1808

1808

Krayenspolder...............

1757

Lapsehuursehegatpolder...........

1639

1749

Maneschijnpolder.............

1282

1404

1407

Mariapolder ...............

1808

Middelburgsche polder...........

1701

Nieuwehovenpolder.............

1554

1597

1691

Olieslagerspolder..............

1803

1808

Oudelandschepolder.............

vermeld

1112

1624

1682

Papenpolder le ged.............

1700

Papenpolder 2e ged.............

1710

Bobbemoreelpolder.............

vermeld

1808

1375

Sint Janspolder..............

1502

1512

1527

1547

Sluissche Havenpolder...........

1861

Sophiapolder...............

1807

Strijdersgatpolder .............

1415

1477

1503

Tienhonderdpolder.............

1623

1662

V erschepolder...............

1682

1808

1820

Vierhonderdpolder.............

1403

1500

Vierhonderd-beoosten-Terhofstedepolder ....

1403

1817

Vlamingpolder ..............

Vijfhonderd-in-Beooster-Kedepolder (Gen. Prins

Willempolder)..............

1650

Willem Leopoldpolder ...........

1873

Zandpolder ................

vóór 1435

1682

1808

1820

Zoutepannepolder.............

vermeld

.—

1861

1555

Zuidzandepolder..............

Zwartepolder...............

1623

1682

1802

1803

(ged.)

Zwinpolder................

1864

Dit scheepvaartkanaal verbindt Sluis met Brugge. Te Brugge staat het in verbinding met het kanaal Gent—Oostende door een schutsluis bij de Dammepoort.

De totale lengte van het kanaal bedraagt 14,7 km, waarvan 1,1 km op Nederlandsch gebied. De breedte op K.P. is 27 m, in den bodem 15 m, de diepte 2,50 m — K.P. K.P. = 1,56 m N.A.P., doch meestal is de waterstand 0,30 m hooger. De voeding geschiedt te Brugge uit het kanaal Brugge—Gent. Ajlaten van water kan plaats hebben op het Leopoldkanaal door een aflaatwerk met zes openingen, ieder afgesloten door een schuif. Hiervan behoeft echter zelden gebruik gemaakt te worden.

Het Nederlandsch gedeelte is in beheer en onderhoud bij het Rijk. De haven te Sluis, lang ongeveer 100 m, is in beheer bij die gemeente. Het kanaal werd aangelegd in 1818 en doorgetrokken tot in de stad Sluis in 1858.

Kr wateren geen gronden op het kanaal af.

Dit geheel op Belgisch gebied gelegen kanaal loopt van Assenede naar Heist, bij welke laatste plaats het in de Noordzee uitstroomt. Het dient tot afwatering van gronden ten westen van de Braakman. Ongeveer 490 ha Nederlandsch gebied, 100 ha ten westen van Sluis, 95 ha ten westen van Kede, 260 ha ten zuidoosten van Sint Kruis en 35 ha ten zuidwesten van IJzendijke wateren op het kanaal af. Bovendien kunnen ongeveer 185 ha Nederlandsch gebied zoowel op dit kanaal als op het Uitwateringskanaal naar de Wielingen loozen. (Zie bij dit kanaal).

Het gedeelte van Heist tot de Put bewesten Boekhoute werd gegraven in de jaren 1842—1856. In 1890 en 1891 is het kanaal verlengd tot ten noordwesten van het dorp Assenede.

Dit geheel op Belgisch gebied gelegen kanaal loopt van de Leie bij Deinze voorbij Kekloo en Balgerhoek naar Heist, alwaar het op de Noordzee loost door sluis F. Ongeveer van den weg van Aardenburg tot Maldegem tot de uitmonding in zee loopt het evenwijdig met het Leopoldkanaal en gaat evenals dit met een grondduiker onder het kanaal van Sluis naar Brugge door. Het dient hoofdzakelijk tot afwatering van het gebied om Gent. Tot Balgerhoek, alwaar zich een stuw in het kanaal bevindt, wordt het evenwel ook gebruikt voor scheepvaart.

Lengte van de Leie af tot de stuw te Balgerhoek 27.455 km.

TOELICHTING.


Op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven. Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een gebied, door waterkeeringen omsloten, waarvan alle waterloopen onderling in open gemeenschap staan. De waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomendo water, waarop zij afwateron. Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bios van dezelfde kleur. Van polders, die afwatoren op twee boezems, is do kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. Hierin zijn do belangrijkste waterleidingen aangegeveu mot do kleur van don boezem of hot stroomonde water waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft do grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Bij belangrijke boezems on stroomonde wateren is do benaming in rood geplaatst. Pijltjes in rood geven de richting van den stroom aan.

De namen van waterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangogovon.

Zie voor gegevens omtront kanalen, reglementen, waterschappen of polders, die geheel of gedeeltelijk in het gebied waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, overstroomingen, waterstanden en verwijzing de beschrijving van de Provincie Zeeland, behoorend bij de Waterstaatskaart.

VERKLARING DER TEEKENS.


Oliegemaal met centrifugaalpomp, met aantal minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte.


m® watorverzet per

, 1«O

3.1

Uitwateringssluis.

iïïï^SSüSSSl Waterkeerendo dijk.

0-0

Grondduiker onder een waterleiding.

Hoofdmerk van het N.A.P.

1 1 1 Dijkverdediging en hoofden.

Hoogwatorlijn.

Verkenmerk van het l^.A.P.

- ... ~ Bij gomiddold laagwator droog-

Peilschaal geregeld waargenomen. (reg. = registreerend).

“ vallend gedeelte.

1^.7

Peilschaal.

Polderpeil 1 in m ten op-gt; zichte van

Hoogtecijfer j H.A.P.

Laagwaterlijn.

”quot; Lijn van 25 dm onder L.W.

50

Verharde wegen.

Spoorwegen.

Tramwegen.

Grootte van polders en boezem-gebieden in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.

„ nbsp;nbsp;nbsp;„ 80 „

37^0A.i.

---------Rijksgrens.

— — — — Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven, waar ze afwijken van de waterstaatkundige grenzen.


Universiteits bibliotheek Utrecht

De waterstaatskaarton zijn à f 1,75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijks-uitgeverij te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

NADllUK VBllBODBN

50000

-ocr page 136-

SLUIZEN.


Wijdte m den dag m


Slag-drempel-dlepte m — N.A.P.











A. Uitwateringssluiß van het waterschap Groede en Baanst, twee openingen, ieder met twee vloeddeuren en één schuif, elke opening ........................


1,56 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1.42


B. Uitwateringssluis van het waterschap Groot- en Klein Baarzande, één opening, twee paar vloeddeuren, één paar ebdetiren en twee schuiven ...............2,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,25


C. Uitwateringssluis van het waterschap voor de uitwatering door de sluizen bij Nummer Een in den Hoofdplaat-polder, één opening, twee paar vloeddeuren en één schuif . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2,25


D. Uitwateringssluis van den Hoofdplaatpolder (oostelijk deel), één opening, twee vloeddeuren en twee schuiven . . ■ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,20 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,58


E. Uitwateringssluis van den Paulinapolder, één opening, twee vloeddeuren en één schuif..............1,— nbsp;nbsp; 0,32


F. Uitwateringssluis van het waterschap voor de uitwatering van de polders te Biervliet, één opening, twee paar vloeddeuren en twee schuiven ..............3,— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,78


G. Uitwateringssluis van den Koninginnenpolder, één opening, twee vloeddeuren en één schuif..........1,— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,45


H. Uitwateringssluis van den Angelinapolder, één cirkelvormige opening, één klep en één schuif.........0,76 nbsp;nbsp; 0,19


I. Jsabellasluis. Uitwateringssluis van de Isabellawatering, twee openingen, elke opening twee paar puntdeuren en één schuif. De sluis is geheel dichtgeslibd..............2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,16


K. Uitwateringssluis van den De Dijckmeesterpolder, één opening, twee vloeddeuren en één schuif .........1,— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;!,■—


ZEEWATERKEERING.

De zeewering op dit blad voorkomende, wordt gevormd deels door een duinenreeks van geringe afmetingen, deels door dijken, of door beide achter elkaar.

Zij bestaat uit :

den dijk van den calamiteuzen Adornispolder met de daaraan aansluitende duinen in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van den calamiteuzen polder Adornis ;

de duinen en dijken vóór den Baanstpolder, den 's-Gravenpolder, den Cletems-polder en den Kleine polder in onderhoud bij het waterschap Groede en Baanst ;

de duinen en dijken vóór de polders Oud- en Jong Breskens in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van het calamiteuze waterschap Oud- en Jong Breskens ;

den dijk van den Elizabethpolder, van den Voisepolder en van den Klein Baarzandepolder in onderhoud bij het waterschap Groot- en Klein Baarzande ;

den dijk van den Nieuwe Havenpolder in onderhoud bij dien polder ;

den dijk van den calamiteuzen Hoofdplaatpolder en dien van den calamiteuzen Thomaespolder in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van de calamiteuze polders Hoofdplaat en Thomaes ;

den dijk van den Paulinapolder, van den Elizabethpolder, van den Koninginnenpolder, van den Angelinapolder, van den van Dunnépolder en van den Clarapolder in onderhoud bij die polders ;

den dijk van den Kleine Isabellapolder in onderhoud bij het waterschap Groote en Kleine Isabella ;

den dijk ter lengte van 90 m, waarin gelegen de Isabellasluizen in onderhoud bij de Isabellawatering ;

den dijk van den Groote Isabellapolder in onderhoud bij het waterschap Groote en Kleine Isabella en

den dijk van den De Dijckmeesterpolder in onderhoud bij dien polder.


BEDIJKINGEN.

In Zeeuwsch-Vlaanderén werden reeds zeer vroeg dijken aangelegd. De naam IJzendijke, die voor het eerst vermeld wordt in het jaar 984, wijst reeds op het bestaan van dijken.

Talrijke malen zijn deze gebieden geteisterd door overstroomingen. Deze ontstonden niet alleen tengevolge van stormvloeden, maar ook zijn meermalen de dijken doorgestoken om zich tegen een binnendringenden vijand te verdedigen. Zoo lag tegen het einde der 16de eeuw bijna geheel Zeeuwsch-Vlaanderen, met uitzondering van enkele stadjes, met de zee gemeen.

Hieronder volgt een staat van de op dit blad voorkomende bedijkingen.


Jaar van

Jaar van

ci g

g

Î

Î

01

lu

fel

Adornispolder . . . .

vóór

1570

1619

Lijsbettepolder ....

1556

_

1582

1554

Magdelenapolder (Bier-

Ameliapolder . . . .

1639

vliet) .......

1600

1775

Angelinapolder . . ■

1847

Magdalenapolder

1780

Antwerperpolder . . .

1417

1477

1506

(Schoondijke) . . .

Austerlitzpolder . . .

1805

Manteaupolder ....

1617

Baanstpolder . . . .

1510

1590

1611

Marguerietepolder . .

vóór

Beooster Bede en Hoog-

Mariapolder (Bier-

1377

1711

land van St. Kruis-

polder......

1672

vliet).......

1666

Beukelspolder ....

1804

1808

1808

Mauritspoldeer . . .

1614

1583

1607

Biezenpolder ....

vóór

Mettenijepolder....

1542

1672

Nieuwe Groedsche-

Blokspolder.....

1600

1612

polder......

Nieuwe Havenpolder .

1612

1623

1623

Brandkreekpolder . .

1711

1775

1742

Brilspolder.....

1808

1809

Nieuwehovenpolder . .

1554

1597

Brugsche vaartpolder .

1684

Nieuwe Passageule-

1691

Buizenpolder . . . .

1538

Capellepolder . . . .

1422

polder......

1788

Catelijnepolder ....

1577

1621

1651

Nieuweveldpolder . .

Christoffelpolder . . .

1537

N oordwesthoekpolder .

Clarapolder.....

1614

1621

1650

Oranjepolder ( Bier-

1788

1792

vliet).......

1618

Cletemspolder . . . .

vóór

1613

Oranjepolder ( iJzen-

1350

dijke)......

1617

Cranepolder.....

1799

Oud Breskenspolder

1620

Diereniijdpolder . . .

vermeld

1617

Oude Groedschepolder .

1616

1388

Oude Haven of Zoet-

Dierkensteenpolder . .

vermeld

1651

waterpolder.....

1781

1550

Oude Passageulepohler .

Biomedepolder . . . .

1827

(Biland en Brand-

1708

Dijckmeesterpolder . .

1918

kreek)......

1711

Bijkepolder.....

1543

Oude Passageulepolder

Blizabethpolder . . .

1866

(Gen. Prins Wil-

(Biervliet)

lempr.)......

1650

Blizabethpolder . . .

vermeld

1639

Oude Polder.....

vóór

1613

(Breskens)

1462

1387

Cars- en Crubekepolder

vermeld

1682

1688

Oude Siadspolder . . .

1330

1505/7

Parasijspolder . . . .

vóór

1610/14

Oeertruidapolder . . .

1638

1555

Generale 2*rins Willem-

Parochiepolder . . .

1636

polder 2e gedeelte .

1650151

Paulinapolder . . . .

1845

Gerard de Moorspr. .

VÓ^

1570

1612/13

Philippinepolder . . .

1700

1350

Proostpolder.....

vóór

Gistelarepolder . . . .

1349

1613

1350

1615

Qolepolder .....

vóór

1613

Roodepolder.....

vóór

1610

1545

1555

Goodsvlietpolder ...

1698

Snouck Hurgronje-

Goudenpolder ....

*S-Gravenpolder . . .

1542

polder......

1794

vermeld

1570

1613

Sophiapolder . ... .

1807

1350

Stampershoekpolder . .

1634

Groote Boompolder . .

1698

St. Annapolder (Bier-

Groote Comeliapolder .

1649

1682

vliet) ......

1636

1808

1808

Groote Henricuspolder

1615

1625

1637

Steenenpolder ....

vóór

Groote Isabellapolder .

1614

1621

1795

1350

±1583

1610

Groote Jonkvrouwpolder

1622

1673

1702

St. Janspolder (Nieuw-

benoorden

1710

vliet) .......

1502

1512

1527

Groote Jonkvrouwpolder

1702

1547

bezuiden

St. Jorispolder (St,

Groote Lodijkpolder

1556

Kruis)......

1464

1499

1652

(Jroote Oudemanspolder

1711

1672

1711

Groote St. Annapolder

1639

1682

1690

St. Jorispolder (Zuid-

Groote Zoutepolder . .

vóór

1524

zand) .......

1513

1377

1619

St. Lievenspolder . .

1484

1622

1711

Groote Zuiddiepepolder

1688

Stoute of Zoutepolder

vóór

Heerenpolder . . . .

vóór

1610

1560

1612

1350

St. Philipspolder . .

vóór

Helenapolder . . . .

1691

1655

Hoofdplaatpolder . . .

1775/8

St. Pieterspolder (Bier-

Jsabellapolder ....

1649

1682

vliet) ......

1699

Isenpolder.....

vóór

1613

Thibautpolder . . . .

1788

1550

Thomaespolder . . . .

1845

Jeronimuspolder . . .

1501

1547

Thuinpolder.....

1388

1613

1708

1711

Van der Bekepolder .

1768

Jong Baarzandepolder

1616

1662

1663

Van der Lingenspolder

1636

1686

1740

Van Dunnépolder . .

1907

Jong Breskenspolder .

1510

Veerhoekpolder . . .

1637

1570

1610

Versepolder.....

vóór

Klein Baarzandepolder

1610

1555

Kleine Boompolder

1698

Voisepolder.....

1610

KlieineComeUapolder

1650

Vrijepolder (Wp.

Kleine Henricuspolder

1660

1757

Biland en Brandkr.)

1711

1794

Id. (Gen. Prins Wil-

Kleine Isabellapolder .

lempr.)......

1650

1682

Kleine Jonkvroutvpolder

1653

Vijfhotulerd in beoosten

benoorden

Bedepolder . . . .

1650

Kleine Oudemanspolder

1708

1711

Wilhelminapolder . .

1774

Kleine polder . . . .

1612

1662

Zachariaspolder le ged.

1700

Kleine St. Annapolder

1639/40

1682

1690

„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2e ged.

1740

Kleine Zoutepolder . .

vóór

1524

» nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3e ged.

1774

1377

1808

1808

Zuidkerkepolder . . .

vermeld

Kleine Zuiddiepepolder

1688

1808

1655

Koniginnenpolder . .

1893

1808

Zuidoosthoekpolder . .

Krakeelpolder . . .

1711

Zuidwesthoekpolder . .

Kruispolder.....

1616

1711

Zuidzandepolder , . .

Lampzinspolder . . .

1596

EST



Universiteits bibliotheek Utrecht



BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN,


I. Kleur van de rechtstreeks op zee uitwaterende gebieden.


II. Uitwateringskanaal naar de Wielingen.

Dit kanaal loopt van 100 m beoosten den Bakkersdam door den Nieuwe Passageulepolder, den Sophiapolder, den Diomedepolder en den Zwin-polder ; vervolgens door den Willem Leopoldpolder, doorsnijdt den Oude-landsche- en den Kievittepolder en mondt met een uitwateringssluis in zee uit. Het kanaal doet uitsluitend dienst als uitwateringskanaal.

De totale lengte van het kanaal bedraagt 14,7 km. De bodembreedte is 5 m bij Bakkersdam en 12 m bij de uitwateringssluis aan de Wielingen. De bodem ligt bij Bakkersdam op 1,40 m —■ N.A.P. en bij de uitwateringssluis op 2,50 m — N.A.P.

De Linie of Passageule, welke van den Kapitalen dam tot de aansluiting aan het Uitwateringskanaal een lengte heeft van 15,5 km, vormt hiermede één uitwatering.

De afstrooming door de sluis aan de Wielingen geschiedt tot een peil van ongeveer 1,25 m — N.A.P.

Een gebied, groot 11470 ha, is voor afwatering geheel op het kanaal aangewezen. Hiervan is 1225 ha polderland en 10245 ha boezemland of hooge gronden. Van dit laatste is 260 ha in België gelegen.

Een tweetal gebieden, 120 ha ten westen van Sluis, (zie Blad Sluis) en 45 ha ten zuiden van Waterlandkerkje, totaal dus ongeveer 165 ha, kunnen loozen, zoowel op het Uitwateringskanaal als op het Leopoldkanaal. Hiervan is ongeveer 100 ha in Nederland gelegen.

Van de Clarapolder, groot 725 ha, loost een gedeelte, groot 65 ha op den boezem van de Isabellasluis, een gedeelte, groot 575 ha op het Uitwateringskanaal naar de Wielingen en een gedeelte, groot 85 ha, zoowel op het Uitwateringskanaal als op den boezem van de Isabellasluis.

Ten slotte kunnen de gronden, bemalen door het gemaal van het waterschap Cadzand, eveneens hun water afvoeren naar het Uitwateringskanaal door de sluizen bij Retranchement en ten noordwesten van Cadzand. De oppervlakte van dit gebied bedraagt 3740 ha.

Het Uitwateringskanaal naar de Wielingen en de Linie of Passageule zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap der Sluis aan de Wielingen.

Door het Zwin en de Linie of Passageule bestond vroeger een open verbinding tusschen de Schelde bij Sluis en den Braakman bij Biervliet. In 1786 werd de Linie aan de oostzijde door den Kapitalen dam en in 1787/88 aan de westzijde door den Bakkersdam afgesloten. In beide dammen werden zeesluizen aangelegd ten dienste van inundatie en afwatering.

De zeesluis in den Bakkersdam verviel reeds in 1807, terwijl de zeesluis in den Kapitalen dam buiten werking werd gesteld toen de Linie of Passageule te Bakkersdam in verbinding werd gebracht met het Uitwateringskanaal naar de Wielingen.

Het uitwateringskanaal naar de Wielingen werd aangelegd toen door verzanding en aanslibbing van den Braakman en het Zwin de daarin uitwaterende sluizen onbruikbaar werden. Het werk werd uitgevoerd door het Rijk, aangevangen in 1870 en voltooid in 1875. Het werd in 1876


overgedragen aan het waterschap der Sluis aan de


Wielingen.


'gt;(H)lt;)().






III, Waterleidingen in het waterschap

Deze waterleidingen loozen door sluis A. De


Groede en Baanst.

afstrooming geschiedt


zoo laag mogelijk. Het afwateringsgebied bestaat uit 2710 ha boezemland en 798 ha polderland.


IV. Waterleidingen in het waterschap voor de uitwatering door de Sluizen bij Nummer Een in den Iloofdplaat-polder (Sluis C).

De afstrooming door sluis C geschiedt zoo laag mogelijk. Het afwateringsgebied bestaat uit ongeveer 5000 ha boezemland en 90 ha polderland.


V. Waterleidingen in het waterschap Biervliet.

Deze waterleidingen loozen door sluis F en kunnen tevens door het in 1925 gebouwde gemaal met een capaciteit van 90 m^ per minuut bij een opvoerhoogte van 2,5 m worden bemalen.

Het gemaal wordt in werking gesteld bij een boezemstand van 0,35 m — N.A.P.


Het


VI.

Dit


gebied bestaat uit 400 ha boezemland en 1800 ha polderland.


Leopoldkanaal of kanaal van Zelzate.

geheel op Belgisch gebied gelegen kanaal loopt van Assenede


naar Heist, bij welke laatste plaats het in de Noordzee uitstroomt. Het dient tot afwatering van gronden ten westen van de Braakman.

Ongeveer 490 ha Nederlandsch gebied, 100 ha ten westen van Sluis, 95 ha ten westen van Eede, 260 ha ten zuidoosten van Sint Kruis en 35 ha ten zuidwesten van IJzendijke wateren geheel op het kanaal af. Bovendien kunnen ongeveer 165 ha Nederlandsch gebied zoowel op dit kanaal als op het Uitwateringskanaal naar de Wielingen loozen. (Zie bij dit kanaal).

De afwatering van de onder VII beschreven boezem van de Issabella-sluis heeft thans eveneens door het Leopoldkanaal plaats.

Het gedeelte van Heist tot de Put bewesten Boekhoute werd gegraven in de jaren 1842—1856. In 1890 en 1891 is het kanaal verlengd tot ten noordwesten van het dorp Assenede.


VII. Boezem van de Isabellasluis.

Op Nederlandsch grondgebied wateren ongeveer 240 ha geheel op dezen boezem af. Een deel van de Clarapolder groot 85 ha kan zoowel op het Uitwateringskanaal naar de Wielingen als op dezen boezem loozen.

Eveneens kan een gedeelte van de in België gelegen Zwartesluis-watering op den boezem van de Isabellasluis loozen. Al het water dat in Nederland en België op dezen boezem loost wordt thans, doordat de Isabellasluis geheel is dichtgeslibd, afgevoerd naar l^t Leopoldkanaal.


VIII. Afwateringskanaal van de Leie.

Dit geheel op Belgisch gebied gelegen kanaal loopt van de Leie bij Deinze voorbij Eekloo en Balgerhoek naar Heist, alwaar het op de Noordzee loost door een op het Blad Sluis voorkomende uitwateringssluis. Ongeveer van den weg van Aardenburg tot Maldegem tot de uitmonding in zee loopt het evenivijdig met het Leopoldkanaal en gaat evenals dit met een grond-duiker onder het kanaal van Sluis naar Brugge door. Het dient hoofdzakelijk tot afwatering van het gebied om Gent. Tot Balgerhoek, alwaar zich een stuw in het kanaal bevindt, wordt het evenwel ook gebruikt voor scheepvaart.

Lengte van de Leie af tot de stuw te Balgerhoek 27.455 km.


TOELICHTING.


Op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven. Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een gebied, door waterkeeringen omsloton, waarvan alle waterloopen onderling in open gemeenschap staan. De waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. Hierin zijn de belangrijkste waterleidingen aangegeven met de kleur van den boezem of het stroomende water waarop zij afwateron. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Bij belangrijke boezems en stroomende wateren is de benaming in rood geplaatst. Pijltjes in rood geven de richting van den stroom aan.

De namen van waterschappen on polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens omtrent kanalen, reglementen, waterschappen of polders, die geheel of gedeeltelijk in het gebied waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, overstroomingen, waterstanden en verwijzing de beschrijving van de


Provincie


C »0 Z.S


)C yidulpsl


Zeeland, beboerende bij de Waterstaatskaart.


VERKLARING DER TEEKENS.


Eleotrisch gemaal


Obegemaal


met opgave van den aard van het bemalingsworktuig (o = centrifugaalpomp, v = vijzel) en het aantal m’ waterverzet per minuut bij de in m opgegeven opvoerhoogte.


Uitwateringssluis.

Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar).


Waterkeerende dijk.

Dijkverdediging en hoofden.

Hoogwaterlijn.


Keersluis.

-Q---Hoofdmerk van het N.A.P.

-Q nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Verkenmerk van het N.A.P.

■ ■ - ----Bij gemiddeld laagwator droog-

vallend gedeelte.

— Peilschaal geregeld waargenomen.

— Laagwaterlijn.

TT-T-i— Peilschaal.

-------Lijn van 25 dm onder L.W.

/,-/.2V» Polderpeil Umt.o.v.

50

Hoogtecijfer( N.A.P.

,, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,,

—“ Verharde wegen.

-------Snoorweizen.

----------Rijksgrens.


UBA A A


Tramwegen.

Grootte van polders en boezem-gebieden in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.


De waterataatskaarten zijn à f 1,75


---Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangogeven, waar ze afwijken van de waterstaatkundige grenzen.

per stuk verkrijgbaar bij de Rijks-


uitgeverij te ’s-Gravenhage en door bemiddeling van alle postkantoren.

NADRUK VERBODEN.






-ocr page 137-

SLUIZEN,


in


Wijdte


Slag-


A. Uitwateringssluis van den Kleine Stellepolder, één opening met twee vloeddeuren


den dag drempel-m diepte m — N.A.P.


0,60


B. Uitwateringssluis van den Mosselpolder, één opening met twee schuiven


bvkt. vloer buitenfront

0,12


7,—


0,45


C. Uitwateringssluis van den Stad Filippinepolder, één opening met twee schuiven


1,25


0,10


D.

schuiven


Uitwateringssluis van den Kanaalpolder, één opening met twee


0,60


0,04


E. Uitwateringssluizen van het waterschap Loven en Willemskerke en de polders Koude, Oud iy'‘e8tentijk en De Looze.

Noordelijke (Nieuwe) sluis, één opening, twee vloeddeuren en één schuif

Zuidelijke (Oude) sluis, één opening, drie vloeddeuren en één schuif .


1,00

1,53


2,26

1,60


F. Uitwateringssluis van het westelijk deel van den Nieuw-Neuzenpolder, één opening, twee paar vloeddeuren en één schuif........


1,90


0,71


G. Uitwateringssluis van de westelijke Rijkswaterleiding te Terneuzen op de westelijke Buitenhaven, twee openingen, elk met twee paar vloeddeuren en één schuif, iedere opening


2,50


2,58


H. Westschutsluis te Terneuzen, tusschen het kanaal van Tertieuzen naar Gent en de westelijke buitenhaven, twee paar vloed- en twee paar ebdeuren, schutkolklengte 140 m ....................... binnenhoofd ....................... buitenhoofd........................


18,--


6,22


I. Middenschutsluis te Terneuzen, tusschen het kanaal van Terneuzen naar Gent en de oostelijke buitenhaven (Wetsgeul), één paar vloeddeuren, één paar ebdeuren, één paar waaierdeuren en één paar stormdeuren, schutkolk-lengte 90 m binnenhoofd .......................


buitenhoofd


K. Oostschutsluls te Terneuzen, tusschen het kanaal van Terneuzen naar Gent en de oostelijke buitenhaven (Oostgeul), twee paar vloeddeitren, twee paar ebdeuren en één paar stormdeuren, schutkolklengte 125 m . . . binnenhoofd ....................... buitenhoofd ........................


L. uitwateringssluis van de oostelijke Rijkswaterleiding, bestaande uit vijf sluiskokers in den Oostbe^r te Terneuzen.

Zuidelijke koker afsluitbaar met een klep en een schuif........

Overige sluiskokers afsluitbaar ieder met twee paar vloeddeuren en één schuif


4,50

2,70


M. Uitwateringssluis van den boezem van het waterschap Stoppeldijk c.a., twee openingen, elk met twee paar vloeddeuren en één schuif.

iedere opening


3~


N. Uitwateringssluis van den Kijspolder, één opening, twee vloeddeuren en één schuif ...........................


3,89 stormdeuren

3,89 waaierdeuren

3,91


3,39

3,53


3,10

2,96


vloer sluis 3,01


1,80


0. Westschutsluis te Sas van Gent in den westelijken kanaalarm van het kanaal van Terneuzen naar Gent, twee paar puntdeuren, schutkolklengte 90 m ................... benedenhoofd....................... naastliggende spuisluis................... bovenhoofd ........................ naastliggende spuisluis ...................


3,88


3,93


2,42

2,42

2,02

2,02


P. Mlddcnschutsluis te Sas ran Gent in den midden kanaalarm van het kanaal van Terneuzen naar Gent, drie paar puntdeuren, twee schutkolken, benedenschutkolklengte 55 m, bovenschutkolklengte 27,85 m.......

De slagdrempels zijn even hoog.................


12,—


4,42


Q. Oostschutsluls te Sas van Gent in het kanaal van Terneuzen naar Gent (Hoofdkanaal), twee paar puntdeuren, schutkolklengte 200 m . . .

De slagdrempels zijn even hoog.................


26,—


7,37


ZEEWATERKEERING


De zeewering op dit blad voorkomende wordt gevormd door :

den dijk van den Dijckmeesterpolder, van den Kleine Sfe-llepolder, van den Mosselpolder, van den Stad Filippinepolder, van den Kanaalpolder, van den Van-iVuijckhuijsepolder, van den De Loozepolder en van den Kouden FoMer, alle in onderhoud bij de betreffende polders;

den dijk van den Lovenpolder, in onderhoud bij het waterschap Loven en Willemskerke ;

den dijk van den calamiteuzen Nieuw-Neuzenpolder, in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van den calamiteuzen Kieuw-Keuzenpolder ;

de Rijkswaterkeering met sluizen in Terneuzen, in onderhoud bij het Rijk;

den dijk van den Noordpolder, in onderhoud bij dien polder;

den dijk van den calamiteuzen Serlippcnspolder, van den calamiteuzen Nieuw-Otenepolder, van den calamiteuzen Margaretapobler, van den calamiteuzen Kleine Huisenspolder en van den calamiteuzen Eendrachfspolder, alle in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van de calamiteuze polders Serlippens, Nieuw-Otene, Margareta, Kleine Huisens en Fendrachts ;

den dijk van den Hellegatpolder, in onderhoud bij dien polder;

den dijk langs het Kanaal van Stoppeldijk, in otulerhoud bij hef waterschap Stoppeldijk c.a.;

den dijk van den Ser Aremlspolder, van den Hrntglandpolder en van den Kijspolder, in onderhoud bij het waterschap De vereenigde polders van Gssenisse ;

den dijk van den Molenpolder, van den Kievitspolder, en van den Rerkpolder, in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van het calamiteuze waterschap Walsoorden.


BEDIJKINGEN


In Zeeuwsch-Vlaanderen werden reamp;ls zeer iroeg dijken aangelegd. De naam Uzendijke, die het eerst vermeld wordt in het jaar 984, wijst reeds op het bestaan ran dijken.

Talrijke malen zijn deze gebieden geteisterd door orerstroomingen. Deze ontstonden niet alleen tengevolge van stormvloeden, maar ook zijn meermalen de dijken doorgestoken om zich tegen een binnen* dringenden vijand te verdedigen. Zoo lag tegen het einde der 16e eeuw bijna geheel Zeeuivsch-Vlaanderen, met uitzondering van enkele stadjes, met de zee gemeen.

Hieronder volgt een staat van de op dit blad voorkomende bedijkingen.


Jaar van

Jaar van

Over-

Her-

Over-

Her-

dijking.

stroo-ming.

dij-king.

ue-dijking.

stroo-ming.

dij-king.

Aan- en Genderdijkepolder

1654

1671

Nieuwe polder bij Sas-

Absdalepolder . . . .

1608

1617

van-Gent .....

1826

1654

Nieuwe Zevenaar en Koe-

1672

gorspolder.....

1631

1825

1790

Nieuw Koegorspolder .

Autrichepolder . . . .

1620

Nieuw-Neuzenpolder

1816

Beoosten-Blij-henoorden-

Nieuw-Otenepolder . .

1848

polder ......

1SS6

1695

Nieuw-Papeschorpolder.

1825

1596

1653

Nieuw-Westenrijkpolder

1638

Beoosten- en bewesten-

Noordhofpolder . . . .

1808

Blijpolder.....

1586

1790

Noordpolder bij Aksel .

1606

1682

Bontepolder.....

1887

Noordpolder bij Temen-

Burg- en Zoutelandspol-

zen........

1606

1682

der........

vermeld

1808

1210

Nijspolder......

1610

Bul polder......

1606

1606

Oud-beoosten-Blij-bezui-

Catharinapolder . . .

1772

1846

denpolder.....

1612

Dekkerspolder . . . .

1906

Oude Eglantierpolder .

1631

Dijckmeesterpolder . .

1918

Oude Karnemelkpolder .

1600

Eendrachtspolder . . .

1777179

1808

1808

Oude Zevenaarpolder .

1598

Emmapolder.....

1845

Oud-Vogelschor of Zuid-

Eugeniapolder . . . .

1846

westenrijkpolder . .

1700

Gellinkpolder . . . .

1826

Oud- Westenrijkpolder .

1665

1825

Goesche Polder . . . .

1615

1682

Over slagpolder . . . .

1672

1808

Papeschorpolder . . .

1736

Groot-Cambronpolder

1707

1715

Perkpolder .....

1808

Groote Hengsdijkpolder .

. Filippinepolder . . .

1700

Groote Huisenspolder .

1695

1808

Piersenspolder . . . .

1864

Groote of Oude St.-Albert

Poelpolder......

1787

polder ......

1610

Riedenpolder . . . .

1600

Groot of Oud-Ferdinan-

Riet- en Wulfsdijkp/dder

1789

duspolder . ... .

1716

1784

1787

Rummersdijkpolder . .

Havikpolder.....

1754

Ser Arendspolder . . .

1710

1825

Hellegatpolder . . . .

1926

Serlippenspolder . . .

1682

1725

Hooglandpolder . . .

1610

1808

Kanaalpolder . . . .

1867

Serpauluspolder . . .

1668

Kanisiiiet-binnenpolder.

1650

1787

Seijdlitzpolder . . . .

1856

Kanisvliet-buitenpolder .

1790

Sluispolder ( Terneuzen)

1682

Kapellepolder ....

1614

1808

Katspolder .....

1613

Smidsschorrepolder . .

1825

Kievitspolder . . . .

1808

Sparkspolder . . . .

Klein-C'ambronpolder .

1770

Stad-FUippinepolder .

Kleine Hengsdijkpolder.

St.-Annapolder . . . .

1638

Kleine Huisenspolder .

1713

1808

St.-Antoniepolder . . .

1650

1787

Kleine St.-Albert- of Sas-

Stoppeldijkpolder . . .

1646

van-Gentpolder . . .

1805

St.-Pieterspolder (Filip-

Kleine SteUepohler . .

1867

pine) .......

1690

Kleine Zevenaar- of

Stroodorpepolder . . .

1825

Noordwestenrijkpolder

1631

1699

Van-Lijndenpolder . .

1876

1791

1791

Van-Remoorterepolder .

1851

1808

Van- Wuijckhuijsepolder

1912

Klein- of Nieuw-Ferdi-

Varempepolder . . . .

1698

nanduspolder . . .

1716

1784

1787

Verdronken poldertje ten

Kouden Polder . . .

1545

1791

1791

zuidoosten van Filip-

1808

pine.......

1848

Krekepolder.....

1727

Vergaertpolder . . . .

1884

Lievenspolder . . . .

1808

1808

Visartpolder.....

1869

Lippenspolder . . . .

Visscherspolder . . .

1606

1682

Loozepolder (De) . .

1851

Vlooswijkpolder . . .

1645

1682

Louisapolder (Aksel) .

Lovenpolder.....

1844

1542

1662

Westdorpe of Niemv-Vo-

1808

1808

gelschorpolder . . .

1807

Margretapolder . . . .

1743

1799

Westvogelpolder . . .

1615

1802

Wildelandenpolder . .

1662

1808

Willem 111 polder . .

1861

Mariapolder ([Valsoor-

WiUemskerkepolder . .

1629

1682

den).......

1808

Zaamslagpolder . . .

1650

1906

1906

vóór

Moerbekepolder . . .

1699

Zandpolder .....

1435

1682

M oerspuipolder . . .

1767

1808

1820

Molenpolder.....

1808

Zeven-Trinitéspolder . .

1617

Mosselpolder.....

1900

Zoutepolder.....

Nieuw-beoosten-Blij-be-

Zuiddorpepolder-y oor-

zuidenpolder . . . .

1698

derdeel......

1663

Nieuwe Eglantierpolder

1631

Zuiddorpepolder-Zuider-

Nieuwe Karnemelkpolder

1698

deel .......

1695/8

Zuidpolder .....

1617


TOELICHTING


011 de kaart Is de waterstaatkundige toestand aangegeven. Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan een gebied, door waterkeeringen oinsloten, waarvan alle waterloopen onderling in open gemeenschap staan. De waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten de kleur van den boezem of het stroomende w’ater, waarop zij afwateren. Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur.

Hooge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. Hierin zijn de belangrijkste waterleidingen aangegeven met de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Bij belangrijke boezems en stroomende wateren is de benaming in rood geplaatst. Pijltjes in rood geven de richting van den stroom aan.

De namen van w’aterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Zie voor gegevens omtrent kanalen, reglementen, waterschappen of polders, die geheel of ge-(h'dtelijk in het gebied, waarover de kaart zich uitstrekt, voorkomen, waterstanden en verwijzing de besehrijvlng van de provincie Zeidand, behoorende bij de Waterstaatskaart.



Z/r^/


Ó.Wf Zt/i


PoOlifUl


U7\ .4,w^Zon


(JonffnM/ie


.yo.y Zi.i


•rah‘n


Ot/rr-fti^slenr^'i poMor


ar


' ^y’^' /iri/Je^


te/yoeri


MfissiZ


pfilfi^


►11 n


fhid-



/2.y ha l’oslIltXlPI.


.S7.-td-n'llp^m‘ po/d/'r


.:sfu/ /léf


Ztudu T 'sOn/ifk^/okLi •


ZZtü ha


W /xM'^


Unfrlf^fuh'n


2/33 /i.i


m .Vv/ f^tvfff


(h/f/e


(.X.Mur/nn/ni./)


»versla


AVisüioÄ


/fua/inr'rsU^ Fe/^v/pyn


Vil


mMc/’


/Mf/f/vr



H. Boezem van de Isabellasluis,


Op Nederlandsch grondgebied wateren ongeveer 240 ha geheel op dezen boezem af. Een deel van den op het blad Neuzen West voorkomenden Clarapokler, groot 85 ha, kan zoowel op het Uilwateringskanaal naar de Wielingen als op dezen boezem loozen.

Eveneens kan een gedeelte van de in België gelegen Zwartesluiswatering op den boezem van de Isabellasluis loozen.

Al het water, dat in Nederland en België op dezen boezem loost, wordt thans, doordat de Isabellasluis ten gevolge van verlanding van de Braakman geheel is dichtgeslibd, afgevoerd naar het Leopoldkanaal.


UI. Leopoldkanaal of kanaal van Zelgate.


Het kanaal, dat geheel in België is gelegen, komt voor op de bladen Neuzen West en Sluis. Het loopt van Assenede naar Heist, bij welke laatste plaats het in de Noordzee uitstroomt. Het dient tot afwatering van gronden ten westen van de Braakman.

Ongeveer 490 ha Nederlandsch gebied wateren geheel op het kanaal af. Bovendien kunnen ongeveer 165 ha Nederlandsch gebied zoowel op dit kanaal als op het Gitwaterings-kanaal naar de Wielingen loozen (zie de bladen Sluis en Neuzen West). Een in België gelegen gebied, groot ongeveer 960 ha, kangedeeltelijk af wateren op het kanaal en gedeeltelijk op de westelijke Rijkswaterleiding.

De afwatering van den onder II beschreven boezem van de Isabellasluis heeft thans eveneens door het Leopoldkanaal plaats.

Het gedeelte van Heist tot de Put. bewesten Boekhoute, werd gegraven in de jaren 1842— 1856. In 1890 en 1891 is het kanaal verlengd tot ten noordwesten van het dorp Assenede.

Een verbetering van hel Leopoldkanaal en het maken van een gemaal te Stroobrugge (België), dat het kanaal kan afmalen op het ernaast gelegen dérivâtiekanaal ran de Leie, komt in 1938 in uitvoering.


IV, Westelijke Rijkswaterleiding.


Deze loopt van den dijk tusschen den Sint Albert- en den Gellinkpolder door of langs de polders Gellink, Autriche, Papeschor, Nieuw-Vogelschor, Stroodorpe, Louisa, Nieuwe Zevenaar en Koegors, Oude Zevetiaar, Sluis en Vlooswijk, grootemleels parallel aan het kanaal van Terneuzen naar Gent en mondt door een uitwateringssluis in de Westelijke Buitenhaven van Terneuzen uit.

De lengte bedraagt 12,8 km. De bodem ligt aan het begin 1,22 m — N.A.P. en bij de uitwateringssluis te Terneuzen 2,58 m — N.A.P.

Een gebied, groot ongeveer 4200 ha, is voor afwatering geheel op deze waterleiding aangewezen. Hiervan zijn 980 ha polderland en 2185 ha boezemland in Nederland gelegen. Bovendien kan een geheel in België gelegen gebied, groot ongeveer 950 ha, gedeeltelijk af-ïvateren naar deze waterleiding en gedeeltelijk naar het Leopoldkanaal of kanaal van Zelzate.


V. Kanaal van Terneuzen naar Gent.


Dit kanaal verbindt Gent met de Wester Schelde te Terneuzen. Het staat op Belgisch gebied in verbinding met de Schelde, de Vaart van Gent naar Oostende en het geheele Vlaam-sche kanalenstelsel.

Hoewel het kanaal hoofdzakelijk van belang is voor de scheepvaart, dient het ook thans nog voor de afwatering van ongeveer 18 000 ha Belgische gronden, hoofdzakelijk aan de westzijde van het kanaal gelegen, en voor het water, dat door de Tolhuissluis te Gent op het kanaal gebracht kan worden.

De totale lengte, van de Tolhuissluis te Gent tot de Wester Schelde, bedraagt 32,8 km, de lengte op Nederlandsch gebied ruim 15,7 km. De breedte in den bodem 24 m, op K.P. 67 m, terwijl te Terneuzen, Sluiskil, Driekwart en Sas van Gent wisselplaatsen zijn. Op Belgisch gebied is de breedte in den bodem 50 m, op K.P. 90,80 m. De diepte is 8,75 m oTider K.P.

In den regel heeft het geheele kanaal tusschen Gent en Terneuzen hetzelfde peil, dat 2,13 m N.A.P. bedraagt. De laagst bekende tvatersfand is 0,50 m — K.P. Door de sluizen te Sas van Gent, dii echter in den regel open staan, kan het in twee panden worden verdeeld.

De sluizen kunnen worden gesloten ; 1°. wanneer de waterspiegel van het kanaal tusschen Sas van Gent en Terneuzen lijdelijk verlaagd wordt ; 2°. wanneer ten behoeve van den af voer van opperwater de slu isdeuren te Terneuzen geopetul moeten worden ; 3°. wanneer de waterspiegel van het kanaal aan de peilschaal te Sas van Gent 0,10 m of meer boven het vastgestelde peil rijst ; 4°. wanneer de sluiting noodig is om verontreiniging van het water tusschen Sas van Gent en Terneuzen te beletten en voorts in al die gevallen, waarin de sluiting door de Nederlandsche Kanaaldirectie tot behartiging van Nederlandsche belangen noodig mocht worden geoordeeld.

Overtollig water wordt te Terneuzen op de Westerscheide geloosd, terwijl voeding plaats kan vitiden te Gent.

Het ka^iaal heeft op Nederlandsch gebied ttvee zijtakken die er mee gemeen liggen en wel ;

Het kanaal en de zijtakken zijn in beheer en onderhoud bij het Rijk.

In 1825—1827 werd van Terneuzen naar Sas van Gent een nieuw kanaal gegraven én het bestaande kanaal van deze laatste plaats naar Gent hergraven.


VI. Boezem van het waterschap Hulster- en Akseler Ambacht.


De boezem van het waterschap bestaat uit de Oostelijke Rijkswaterleiding en uit de daarmede gemeen liggende waterleidingen en kreken.

Het waterschap Hulster- en Akseler-Ambaeht omvat alle landerijen in Nederland, welke afwateren op de Oostelijke Rijkswaterleiding. Bovendien behoort tot het waterschap het gebied dat rechtstreeks loost op de Oostbuitenhaven te Terneuzen en dat bestaat uit de polders Lievens, Zeven Trinités en St. Anna en de aan de oostzijde van het kanaal van Terneuzen gelegen deelen van de polders Vlooswijk, Oude Zevenaar en Nieuwe Zevenaar en Koegors.

De Oostelijke Rijkswaterleiding heeft haar aanvang in den op dit blad voorkomenden Kanisvlietpolder aan de Molenkreek en loopt door of langs de polders Kanisvliet-binnen en buiten. Beoosten en bewesten Blij, But, Koegors en Nieuwe Eglantier, Zaamslag, Ser lippens en Noord en loost door de gracht der voormalige resting van Terneuzen en den Oostbeer op de Oostelijke Buitenhaven van Terneuzen. Hoofdzakelijk volgt zij den weg van oude kreeken en wel van de Peitkreek, Akselsche Kreek, Spuikreek, Bromkreek en Otenesche Kreek. Deze kreeken zijn omlerling en met de gracht der voormalige vesting van Terneuzen door gegraven kanalen verbonden.

De lengte bedraagt ± 15 km. De bo/tenuliepte is bij den aanvang in den Kanisvlietpolder 1,70 m — N.A.P., bij het begin l'an het uitwateringskanaal aan de Otenesche Kreek 4,50 m — N.A.P. en bij den Oostbeer 4,70 m — N.A.I*.

De oppervlakte van de polders en landen, die hun water op de Oostelijke Rijkswaterleiding brengen, is ± 25 000 ha. Hiervan zijn 1900 ha polderland en 17 385 ha boezemland in Nederland gelegen.

De Rijkswaterleidingen zijn in beheer en onderhoud bij het Rijk.

Als zijtakken van de Oostelijke Rijkswaterleiding worden nog door het Rijk omlerhouden de waterleidingen door de polders Autriche en Emma, alsmede hun verbin/ling met de hoofdleiding ter gezamenlijke lengte van 3,51 km, de doorsnijding in den Lippenspolder nabij de Oudebrugsche sluis, lang 470 m en het Zijkanaal naar Hulst, lang 8,8 km. Dit laatste loopt van de Plattebrug bij de Hulstervlakte tot den Butduiker. Het werd oorspronkelijk gegraven ten dienste van de scheepvaart van Aksel en Hulst en Storni door het Zijkanaal naar de A kselsche Sassing en de schutsluis aldaar in verbinding met het kanaal van Terneuzen naar Gent. Het is echter nimmer voltooid en heeft slechts tot Aksel gediend voor de scheepvaart. In 1853 is de schutsluis bij de Akselsche Sassing afgebroken ; sedert doet het kanaal alleen dienst vöor afwatering.


VII. Boezem van het waterschap Stoppeldijk c.a.


De boezem, ontvangt het water van de waterschappen Hengs- en Rummersdijk, Lams-waarde, c.a., (hide Graauw en Langendam en van de polders Groot-Cambron, Serpaulus, Stoppeldijk, Eendrachts, Hellegat en Willem 111. De boezem loost door de zeesluis ten zuidwesten van Gssenisse (sluis M) op de. Schelde en kan aldaar, zoo noodig, door een diesel-gemaal worden afgemalen. Het gemaal is uitgerust met 1 motor van 200 pk gekoppeld aan 1 centrifugaalpomp, die 180 m^ wafer per minuut kan verzetten hij een opvoerhoogte van 3 m.

Het boezempeil bedraagt 1,71 m — N.A.F.


VERKLARING DER TEEKENS.


• 3 Oliegemaal met opgave van den aard van het bemalingswerktuig (c = centrifugaalpomp) en het aantal m® waterverzet per minuut bij de in m opgegeven opvoerhoogte.


« Schutsluis.

gt;lt; Uitwateringssluis.

gt;lt;JLu^sl. Hulpsluis (doet dienst bij veel waterbezwaar ).

_g____Hoofdmerk van het N.A.P.

/'/^ Polderpeil 1 in m ten op-( zichte van Hoogtecijfer ) N.A.P.

• ■•... Tramwegen.

â./O /i^ Grootte van polders en boezem-gebieden in ha volgens meting op de kaart met den planimeter.


TilWgyyyy Waterkeerende dijk.

^-LDijkvwdediging en hoofden.

-------Hoogwaterlijn.

--------..jj- gemiddeld laagwater droog-- vallend gedeelte.

--------Laagwaterlijn.

--Lijn van 25 dm onder L.W.

„ nbsp;nbsp;nbsp;„ nbsp;50 nbsp;„

» nbsp;nbsp;nbsp;» nbsp;80 nbsp;„

—----Rijksgrens.

— — — -Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven, waar ze afwijken van de waterstaatkundige grenzen.


De Waterstaatkaarten zijn à f 1.75 per stuk verkrijgbaar bij de Rijksuitgeverij te ’s-Graven-hage en door bemiddeling van alle postkantoren.

NADRUK VERBODEN.


-ocr page 138-

SLUIZEN.


in


Wijdte den dag m.


Slag-drempcl-diepte m —N.A.P.







1,90


1,15


1,60


0,38


1,95


2,00


1,00


1,20


0,55


1,99


1,10


1,53


H. Uitwateringssluis van den Vijdtpolder, twee openingen, ieder met twee paar vloeddeuren en één schuif, elke opening

I. Uitwateringssluis van den Völckerpolder, twee openingen, iede7‘ met twee paar vloeddeuren en één schuif, elke opening

K. Uitwateringssluis van den Krekerakpolder, één opening, twee vloeddeuren e7i één schuif...........

L. Uitwateringssluis van het zuidelijk deel van den Eerste Batpolder, één opening, twee vloeddeuren en één schuif . . .

M. Uitwateringssluis van den Reigersbergschepolder, één opening, twee vloeddeuren en twee schuiven........


0,30 diamete7'


2,40


2,~


1,50


1,05


1,20


1,~


1,75


2,—


1,30


0,90


0,90


1,18


0,75


1,40


2,65


ZEEWATERKEERING.

Op Nederlandsch gebied wordt de zeewering op dit blad voorkomende gevormd door :

le, De waterkeering langs den linkeroever van de Schelde,

Deze bestaat uit :

den dijk van den Perkpolder, van den Noorddijkpolder en van den Wilhelmus-polder, in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeeriiig ï^an het calamiteuze waterschap Walsoorden ;

den dijk van den Kruispolder, van den Kleine Molenpolder, van den Melopolder, van den Van Alsteinpolder, van den Koningin-Emmapolder, van den Prosperpolder {Nederlandsch gedeelte} en van den Hertogin-Hedwigepolder, alle in onderhoud bij de betreffende polders.

2e, De waterkeering langs den rechteroever van de Schelde.

Deze bestaat uit :

den dijk van het waterschap Waarde eri van den Emanuelpolder, in onderhoud bij het betreffende waterschap en den betreffe7iden polder ;

den dijk van den calamiteuzen Zi7n7nermanpolder, in onderhoud bij het waterschap voor het bestuur en beheer der waterkeering van den calamiteuzen Zimmermanpolder ;

den dijk van den Reigersbergsche polder en van den Eerste Batpolder (zuidoost-zijde), in onderhoud bij de betreffende polders;

den dijk van den Krekerakpolder (zuidzijde), in onderhoud big het Rijk ;

den dijk van den Völckerpolder, van den Anna-Mariapolder en van den Vijdt-polder, alle in onderhoiid bij de betreffende polders.


BEDIJKINGEN.

171 Zeeland werde7z reeds zeer vroeg dijken aangelegd. De naatn IJzendijke in Zeeuwsch-Vlaanderen, die voor het eerst ver7neld wordt in het jaar 984, wijst reeds op het bestaan van dijken.

Talrijke rnalen is de provincie Zeeland geteisterd door overstroomingen. Deze ontstonden niet alleen tengevolge van stormvloeden, 7naar ook zijn meermalen de dijken doorgestoken 07n zich tegen een binnendringende7i vijand te verdedigen. Zoo lag tegen het einde der 16e eeuw bijna geheel Zeeuwsch-Vlaanderen, met uitzondering van enkele stadjes, 77tet de zee gemeen.

Hieronder volgt een staat van de op dit blad voorkomende bedijkingen.


Zeeuwsch- Vlaanderen

Absdalepolder.............

Dullaardpolder ............

Eekenissepolder............

Groot-Cambronpolder..........

Groote Hengsdijkpolder .........

Groot-Kieldrechtpolder .........

Havenpolder .............

Havikpolder .............

Hertogin-Hedwigepolder.........

Hoof- en Molenpolder.........

Hulster Nieuwlandpolder ........

Kleine Molenpolder..........

Klein-Kieldrechtpolder.........

Klingepolder .............

Koningin-Emmapolder .........

Kruispolder..............

Lamje/idam (Polder van den) .....

Louisapolder .............

Mariapolder (Walsoorden) .......

Melopolder..............

Mispadpolder.............

Nieuw-Kieldrechtpolder.........

NoordiUjkpolder ............

Noordbofpolder............

Oostvogelpolder ............

Oude Oraauwpolder

Oudelandpolder............

Oversprong van den Havenpolder . . . .

Perkpolder..............

Prosperpolder .............

Biet- en Wulfsdijkpolder ........

Saftingepolder.............

Schaperspolder ............

Serpauluspolder............

Berpauluspolder (wat. Lamswaarde c.a.)

St.-Janssteenpolder ...........

Stoofpolder..............

Stoppeldijkpolder ...........

Van-Alsteinpolder...........

Vitshoekpolder.............

Westvogelpolder ............

Wildelanden (Polder de)........

Wilhelmuspolder............

Willem-Hendrikspolder.........

Zandpoldcr ..............

Zuidbeveland

In het jaar 1867 werd Zuidbeveland

doot

een dam met Noordbeveland verbonden.

Anna-Mariapolder...........

Damespolder (De)...........

Eerste Batpolder ...........

Emanuelpolder ............

Erederikapolder............

Krekerakpolder............

Marepolder..............

Beigersbergsche Polder.........

Valkenissepolder............

V'olckerpolder.............

Waarde (Polder van) .........

Westveerpolder Zimmermanpolder


Jaar van

bedijking.

over-strooming.

her-dijking.

1608

1617

1654

1672

_

1790

1707

1715

1687

1745

1750

1755

1754

1907

1707

1862

1906

1687

1616

1672

1675

1682

1685

1715

1716

1897

1612

1906

1906

1619

1847

1808

■—

1906

1906

1684

_

1583

1682

1784

1621

1808

1906

1906

1808

1615

1619

1682

1808

_

1847

1789

1805

1668

1662

1621

1646

1852

1906

1615

1662

1644

1808

1906

1687 vóór 1435

1682

_

1808

1820

1897

1884

1856

1906

1906

1864

1851

1923

1694

1825

1773

1906

1694

1682

1808

1825

1904

1570

1682

1882

1883

1884



BOEZEMS EN STROOMENDE WATEREN.



imilim I. Kleur van de rechtstreeks op zee uitwaterende gebieden.


II. Boezem van het waterschap Stoppeldijk c.a.


De boezem ontvangt het water van de waterschappen Hengs- en Dummer-dijk\ Lamswaarde c,a.f Oude Graauw en Langendam en van de polders Groot-Cambron, Serpaulus, Stoppeldijk, Eendrachts, Hellegat en Willem III.

De loozing heeft plaats door de zeesluis ten westen van Ossenisse (Blad Neuzen Oost) op de Schelde. Bij onvoldoende natuurlijke loozing kan de boezem worden afgemalen door het dieseïgemaal bij de zeesluis.

De oppervlakte van het op den boezem loozende gebied is 6415 ha.


| IJL Boezem van het waterschap Hulster- en Akseler Ambacht,


De boezetn van het waterschap bestaat uit de Oostelijke Bijksivater-leiding en uit de daarmede gemeen liggende waterleidingen en kreken.

Het waterschap Hulster- en Akseler-Ambacht omvat alle landerijen in Nederland, welke afwateren op de Oostelijke Bijkswaterleiding. Bovendien behoort tot het waterschap het op blad Neuzen Oost voorkomende gebied dat rechtstreeks loost op de Oostbuitenhaven te Terneuzen en dat bestaat uit de polders Lievens, Zeven Trinités en St. Anna en de aan de oostzijde van het kanaal van Terneuzen gelegen deden van de polders Vlooswijk, Oude Zevenaar en Nieuwe Zevenaar en Koegors.

De Oostelijke Rijkswaterleiding heeft haar aanvang in den op het blad Neuzen Oost voorkomenden Kanisvliefpolder aan de Molcnkreek en loopt door of langs de polders Kanisvliet-Binnen en Buiten, Beoosten-en bewesten-Blij, But, Koegors en Nieuwe Eglantier, Zaamslag, Serlippens en Noord en loost door de gracht der voormalige vesting van Terneuzen en den Oostbeer op de Oostelijke Buitenhaven van Terneiizen. Hoofdzakelijk volgt zij den weg van oude kreeken en wel van de Peitkreek, Aksel sehe Kreek, Spuikreek, Bromkreek en Otenesche Kreek. Deze kreekoi zijn onderling en met de gracht der voormalige vesting van Terneuzen door gegraven kanalen verbonden.

De lengte bedraagt -P 15 km. De bodemdiepte is bij den aanvang in den Kanisvlietpolder 1.70 m — N.A.P., bij het beging van het uitwaterings-kanaal aan de Otenesche Kreek 4.50 m — N.A.P. en bij den Oostbeer 4.70 m — N.A.P.

De oppervlakte van de polders en landen, die hun water op de Oostelijke Bijkswaterleiding brengen is -4- 25000 ha. Hiervan zijn 1900 ha polderland en 17385 ha boezcmland in Nederland gelegen.

De Bijksivaterleidingen zijn in beheer en onderhoud bij het Rijk, Als zijtakke7i van de Oostelijke Bijkswaterleiding wordoi nog door het Bijk onderhouden de waterleidingen door de polders Autriche en Emma, alsmede hun verbinding 7net de hoofdleiding ter gezamenlijke lengte va7i 3.51 km, de doorsnijding in den Lippenspolder 7iabij de Oudebrugsche sluis, Ia7ig 470 m en het Zijkanaal 7iaar Hulst, lang 8.8 k7n. Dit laatste loopt van de Plattebrug bij de Hulstervlakte tot den Butduiker. Het werd oorspronkelijk gegraven ten dioiste va7i de scheepvaart va/i Aksel e7i Hulst en stond doo7' het Zijkanaal 7iaar de Akselsche Sassing en de schutsluis aldaar in verbinding 7net het ka7iaal va7i Terneuze7i naar Ge7it. Het is echter nimtner voltooid oi heeft slechts tot Aksel gediend voor de scheepvaart. In 1853 is de sclmtsluis bij de Akselsche Sassing afgebroken ; sedert doet het kanaal allee7i dienst voor afwatering.


Boezem van den Melkader van Kalloo.


De oppervlakte van de polders en Ia77de7i die hun water op den boezem brengen is ± 8700 ha. Hierin is begrepe7i het Nederlandsche gedeelte van den polder Saftinge, groot 275 ha, dat op den boezem loost. Bovendien 07it-vangt de boeze77i het water va7i een gedeelte van de7i Kli7igepolder, groot 12 ha.

De boezem, die geheel op Belgisch gebied- is gelegen, loost doo7' drie sluizen, ten Noorden van Kalloo op de Schelde.


TOELICHTING.


Uiwersiteits-bïölötheek Unecht


Op de kaart is de waterstaatkundige toestand aangegeven. Onder waterstaatkundigen polder wordt verstaan oen gebied, door waterkeeringen omsloten, waarvan alle waterloopon onderling in open gemeenschap staan. Do waterstaatkundige polders hebben in verschillende tinten tlo kleur van don boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Polders, die hun water eerst op een anderen polder loozen, hebben de tint van dien polder, omgeven door een donkere bies van dezelfde kleur. Van polders, die afwateren op twee boezems, is de kleur dienovereenkomstig gestreept.

Hooge gronden en boezcmland zijn niet gekleurd. Hierin zijn de belangrijkste waterleidingen aangegeven met de kleur van den boezem of het stroomende water, waarop zij afwateren. Een bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen.

Bij belangrijke boezems en stroomende wateren is do benaming in rood geplaatst. Pijltjes in rood geven do richting van den stroom aan.

Do namen van waterschappen en polders zijn in bruin op de kaart aangogevon.

Zie voor gegevens omtrent kanalen, reglementen, waterschappen of polders,


die geheel of gedeeltelijk in hot gebied, komen, waterstanden en verwijzing de behoorende bij de waterstaatskaart.


waarover de kaart zich uitstrekt, voor-


beschrijving van do provincie


Zeeland,


4

'mej


VERKLARING


Kleine windmolen.


Uitwateringssluis.


y^BulpsI Hulpsluis (doet dienst bij veel watorbozwaar).


Keersluis.


Hoofdmerk van hot N.A.P.


Verkenmerk van hot N.A.P.


Peilschaal geregeld waargenomen (rog.: registreerend).


Peilschaal.


DER TEEKENS.


4ô0hâ Grootte van polders zemgebieden in ha meting op de kaart planimeter.


M4ütWaterkeerendo dijk.


p.-0.9


Polderpeil


in m t.o.v.


Hoogtecijfer ) N.A.P.


Verharde wegen.


Spoorwegen.


Tramwegen.



en boe-volgens met den


UJuijkverdediging en hoofden.


Hoogwaterlijn.


•Bij gemiddeld laagwater droog-- vallend gedeelte.


Laagwaterlijn.


Lijn van 25 dm onder Ij.W.


50


80


..Provinciale on Rijksgrens.


___Administratieve grenzen van waterschappen. Deze zijn alleen aangegeven, waar zo afwijken van do waterstaatkundige grenzen.


Do waterstaatskaarten zijn a f 1,75 por stuk verkrijgbaar bij do Rijksuitgeverij te ’s-Gravenhage on door bemiddeling van allo postkantoren.

NADKUK VERBODEN.


-ocr page 139-

BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


118.5 ha


utftftrrf/n 1010 ha

op Nedfrlotida yehied


ƒ Het stroomgebied van de Dommel

De Dommel loost via de schotbalkstuw onder de Vughterbrug te ’s-Hertogen-bosch en het beneden deze stuw gelegen deel van de Dommel op de Dieze. Het stroomgebied (zie mede de bladen 's-Hertogenbosch West en -Oost, Breda Oost, Eindhoven West en -Oost en Valkenswaard Oost) is op dit kaartblad verdeeld in de volgende gebieden:

IA De Dommel van de watermolen bij Waalre tot de stuu: bij de voormalige Loondermolen en de Keersop beneden de stuw bij de voormalige Keersopper-molen.

Drie kleine gedeelten van dit gebied komen in de noord-oosthoek van dit kaart blad voor. Het gebied is groot 6S5 ha.

I B De Dommel van de stuw bij de voormalige Loondermolen tot de water molen te Dommelen.

Het gebied is groot 1105 ha.

I C De Dommel tussen de Dommelse- en de Venbergse watermolen.

Het gebied is groot 160 ha.

I D De Dommel boven de Venbergse watermolen.

Het gebied is (met inbegrip van de bevloeiïngen) groot 14385 ha, waarvan 1940 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

I E De Dommel van de stuw in de brug genaamd ,,de Sluis” te Eindhoven tot de watermolen bij Waalre.

Van dit gebied komt een gedeelte voor aan de oostelijke rand en een kleiner gedeelte aan de noordelijke rand van dit kaartblad.

Het gebied is (met inbegrip van de bevloeiïngen) groot 17360 ha, waarvan 8205 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

I F De Keersop van de stuw bij de voor7nalige Keersopper watermolen tot de watermolen te Westerhoven.

De voornaamste zijrivier in dit gebied is de Beekloop, welke op zes plaatsen wordt opgestuwd o.m. ten behoeve van bevloeiïngen en visvijvers.

Het gebied is (met inbegrip van de bevloeiïngen) groot 4360 ha, waarvan 3375 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

I G De Keersop boven de watermolen te Westerhoven.

Het gebied is (met inbegrip van de bevloeiïng) groot 4115 ha, waarvan 3475 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

I H De Run boven de watermolen te Stevert.

Het gebied is groot 3245 ha

J I De Beerze boven de watermolen te Spoordonk.

Een klein gedeelte van dit gebied kornt aan de 7ioordelijke rand van dit kaartblad voor.

Het gebied is groot 12575 ha.

I J De Groote Beerze boven de voormoUge watermolen te Kasteren.

De voornaamste rivieren in dit gebied zijn de Aa en het Dalemsstroo^nken, welke 7ia samenvloeiling de Oroote Beerze vorinen. Het gebied is groot 5345 ha, waarvan 4580 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

I K De Dommel van ’s-Hertogenbosch tot de stuw ie Boxtel.

II Het stroomgebied van de Nethe

Van dit gebied, dat bijna geheel in België ligt, zijn 1400 ha op Nederlands gebied gelegen. Zie ook het blad Breda Oost. Het Nederlandse deel van het gebied watert via de Wamp op de Nethe af.

Dit pand staat in open verbinding met het Achttiende pand van de Zuid-willemsvaart ett het Zijkanaal van Beverloo. De grootte van de boezan is ongeveer 240 ha, waarvan 125 ha tot het Kanaal door de Kempe^i en het Zijkanaal van l^everloo behoren. Een geheel in België gelegen gebied, groot 2440 ha, watert op dit pand af.

De grootte van de boezem is ongeveer 3 ha. Een geheel in België gelegen gebied, groot 33 ha, watert op dit pand af.

De grootte van de boezem is ongeveer 4 ha. Er wateren geen gronden op af.

Dit pand staat in open verbinding 7net het Zijkanaal van Turnhout, het Kanaal Turnhout-Antwerpen tot sluis 1, het verbindingskaiiaal Kanaal door de Kempen-Albertkanaal en het Albertkaivaal tussen de sluizen Hl en IV. De grootte van de boezem is ongeveer 250 ha. Op het pand watert een gebied, groot 105 ha, af, op het Zijkanaal iiaar l'wmhout een gebied, groot 1440 ha en op het Verbwdingska^iaal Kanaal door de Kempen-Albertkanaal een gebied, groot 1185 ha (7net inbegrip van de bevloeiïngen). Deze gebieden zijn alle in België gelegen.

De grootte van de boezem is ongeveer 5 ha. Er wateren geeti gronden op af.

De grootte van de boezem is ongeveer 14 ha. Een geheel in België gelegen gebied, groot 135 ha, watert op dit pand af.

Universiteits-i bibliotheek J \ Utrecht /


TOELICHTING


SLUIZEN EN STUWEN

TS C C Ö 2

O Ö ► .2 h^ CD

Hoogte in m boven N.A.P.

C '3

In

de Dommel

A

Molenaluis nabij Valkenswaard watermolen), vier openingen ieder schuif;

opening voor de molen opening voor de afwatering (naast opening voor de afwatering opening voor de afwatering

(Venbergse met één molenrad)

0,78

■0,86

1,10

1,18

23,57

23,57

23,06

23,06

r24,70 in de

1 zomer [24,90 in de ^winter

B

Molensluis te Dommelen, vier ieder met één schuif;

opening voor de molen

opening voor de afwatering (naast

opening voor de afwatering

opening voor de afwatering

openingen molenrad)

1,10

1,25

1,00

1,15

21,58

21,26

21,53

21,30

In

de Keersop

U

Schotbalkstuw bij de voormalige Keersopper watermolen, één opening

6,00

20,10

21,20

B

Molensluis te Westerhoven, drie ieder met één schuif; opening voor de molen opening voor de afwatering (naast opening voor de afwatering

openingen molenrad)

0,97

0,60

0,54

24,62

24,27

24,29

In

de Beekloop

E

Vaste stuw

3,80

25,34

1’

Vaste stuw

2,10

25,92

G

Schotbalkstuw, één opening

2,97

27,59

11

Schotbalkstuw, één opening

2,80

29,20

1

Schotbalkstuw, één opening

3,10

31,70

J

Scliotbalkstuw, één opening

3,00

33,13

In

het Dalemsstroomken

K

Vaste stuw

1,78

26,68

In

de Groote Beerze (in de bovenloop Aa genaamd)

L

Vaste stuw

3,60

25,88

M

Vaste stuw

3,30

27,34


Nfifiit


11360 ha mef hibet/rifi i‘ttn ife heehtennfien fmun'1'a.n. 8205 ha Of) Nedfrlandu yehied


De voornaamste waterleidingen en vennen zijn aangegeven in do kleur van de boezem of het stromende water waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan. Daar, waar een waterleiding de grens van twee gebieden vormt vervalt de bies van het gebied waartoe do waterleiding behoort.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst. Moerassen zijn aangegeven met een kruisarcering, bevloeiïngen met een horizontale arcering, beide in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwatoren.

De naam van het waterschap is in bruin op de kaart aangegeven.

De administratieve grens van het waterschap is slechts aangegeven, waar zij afwijkt van die van de waterstaat De Rijksgrens is aangegeven waar zij afwijkt van de administratieve grens van het waterschap.

Voor nadere gegevens wordt verwezen naar het boekje;

,,Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart”.

In dit boekje zijn gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, boezems, grenstractaten, heemraadschappen, kanalen, overlaten, overstromingen, algemene reglementen, stromende wateren, verveningen, waterkeringen, waterschappen en waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil, zie men deel II van register VI (Noordbrabant) der N.A.P. registers.

De Waterstaatskaarten zijn, evenals het boekje ,,Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart”, â f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, Den Ilaag. De kaarten en het boekje kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


VERKLARING DER TEKENS


Schutsluis.


KH nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;StUW.

c»— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal, geregeld waargenomen.

Verharde weg. Spoorweg.

_______Riolering (in de kleur van het betreffende gebied).

Administratieve grens van het waterschap; tevens Rijksgrens.

_____Rijksgrens, niet samenvallend met do administratieve grens van het waterschap.

t;- j nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grootte van boezem- of stroomgebied in ha volgens meting op de topogra-

VJ fl(t' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fische kaart 1 : 25.000 met de poolplanimoter.



AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


Bewerking: Algemene Dienst Rijkswaterstaat, Reproductie: fa, P. J, Mulder en Zoon, Leiden,


Schaal 1:50000


BREDA O

EINDHOVEN W 1 O


Verkend in 1349 ’50


j VALKENSWAARD-WEST


-ocr page 140-

51

15



Waterschap


met inbegrip van de hwloeitngen


ha waarvan 41 ba op Nederlands gebied


5f.S


5quot;


aterschap


f^egschap


Sterksel



We g s c Ji a f)


Het


Heide


•. hoog gdege


51

15'


fr ater schap


rt idden-


.0


Limburg


51



Sluizen en Stuwen

«10 •S

.9 o

3 m

gt; e

Hoogte in m boven N.A.P.

VIII B De A- of Molenbeek tussen de Broekmolen te Stramproy (stuwpeil 30,26 m -j- N.A.P.) en de Ufletse molen (stuwpeil 28,90 m N.A.P.)-Het gebied komt gedeeltelijk op dit blad voor.

VIII C De A- of Molenbeek boven de Broekmolen te Stramproy.

Tot deze boezem behoort de op dit bltul voorkomende en geheel in België gelegen Schuitelbeek. Dit gebied is groot ongeveer 5900 ha, waarvan 41 ha

A 00 o

'S

3 f 1X1

In de Zuidwillemsvaart

op Nederlands gebied zijn gelegen.

  • A. nbsp;nbsp;nbsp;Sluis no. 12. Schutsluis tussen het twaalfde en het dertiende pand ; twee paar puntdeuren, schutkolklengle 50,00 m benedenhoofd......... bovenhoofd ..........

  • B. nbsp;nbsp;nbsp;Sluis no. 16. Schutsluis tussen het vijftiende en zestiende pand ; electrische hefdeuren, schutkolklengle 76,00 m . . . benedenhoofd......... bovenhoofd ..........

7,00

7,00

7,50

7,50

22,78

23,78

30,21

32,57

30,51

IX De Maas van de stuw te Linne (stuwpeil 20,40 m -f N.A.P.) tot de stuw te Borgharen (stmvpeil 44,00 m N.A.P.).

Dit gebied strekt zieh tevens uit over de bladen Roermond West, Sittard West, Maastricht en Heerlen.

De voornaamste op dit blad voorkomende boezemwateren zijn ; het Afwateringskanaal naar Ophoven, de Nieuwbeek, de Soerbeek, de Breeër-stadsbeek, de Horstgaterbeek en de Kaniëlstraatbeek.

X Het stroomgebied van de Dommel

In de A- of Molenbeek

  • C. nbsp;nbsp;nbsp;Molensluis bij Stramproy (Broek-molen) drie openingen, ieder met één schuif, opening voor de molen..... twee openingen voor afwatering, elke opening.........

Tussen de Grootbroeklossing en de Haam

  • D. nbsp;nbsp;nbsp;Bodemval tussen de Grootbroeklossing en de Raam,

bodemhoogte in de Grootbroeklossing bodemhoogte in de Raam . . .

1,25

1,02

29,51

30,66

29,53

30,26

De Doimnel loost via de schotbalkstuw onder de Vughterbrug te ’s-Hertogenbosch en het beneden deze stuw gelegen deel van de Dommel, op de Dieze. Het stroomgebied (zie mede de bladen 's-Hertogenbosch West en -Oost, Breda Oost, Eindhoven West en -Oost en Valkenswaard West) is op dit kaartblad verdeeld in de volgende gebieden,

X A De Dommel van de stuw in de brug genaamd „de Sluisquot; te Eindhoven (stuwpeil 15,30 m -f- N.A.P.) tot de watermolen bij Waalre.

Dit gebied is (met inbegrip van de bevloeiingen) groot 17 360 ha, waarvan 8205 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

Bovendien kan een in België gelegen gebied, groot 765 ha en omsloten door een gebroken oranje bies, op de boezem afwateren (zie X F).

In het Ringselven

  • E. nbsp;nbsp;nbsp;Voste stuw..........

In de Tongelreep

  • F. nbsp;nbsp;nbsp;Schotbalkstuw, twee openingen, elke opening.............

  • G. nbsp;nbsp;nbsp;Schotbalkstuw, twee openingen, elke opening.............

2,80

1,77

9,00

22,00

33,37

27,40

X B De Dommel van de watermolen bij Waalre tot de stuw bij de voor-tnalige Loondermolen en de Keersop beneden de stuw bij de voortnalige Keersoppermolen. Een zeer klein gedeelte van dit gebied komt in de noord-west-hoek van dit blad voor.

Het gebied is groot 685 ka.

X C De Dommel van de stuw bij de voormalige Loondermolen tot de watermolen bij Dommelen. Een klein gedeelte van dit gebied komt op het blad voor.

Het gebied is groot 1105 ha.

H. Schotbalkstuw, twee openingen, elke opening.............

In het Sterkselsch Kanaal

1,00

22,39

23,80

X D De Dommel tussen de Dommelse- en de Venbergse watermolen.

Een klein gedeelte van dit gebied komt op het blad voor. Hei gebied is groot 180 ha.

I. Schotbalkstuw, één opening . .

Op de dorpel zijn later twee betonnen schotbalken, tezamen hoog 0,20 m, geplaatst.

2,55

22,30

23,50

X E De Dommel boven de Venbergse watermolen. Dit gebied komt voor een klein gedeelte op dit blad voor ; het is groot 14 385 ha, waarvan 1940 ka op Nederlands gebied zijn gelegen.

J. Schotbalkstuw, één opening . .

3,75

22,61

25,00

X F De Kleine Dommel of Rul boven de sluis van de voormalige watermolen te Geldrop.


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


I Het stroomgebied van de Aa

De voornaamste zijriviertjes, die op dit blad voorkomen, zijn ; de Diepen-broeksche Aa en de Kievitsloop.

De Aa loost bij 's-Hertogenbosch vrij op de Dieze. Het stroomgebied, groot 88 400 ha, (zie ook de bladen 's-Hertogenbosch West en -Oost, Eindhoven Oost, Vierlingsbeek, Venlo West en Roermond West) is verdeeld in diverse gebieden, waarvan de volgende op dit kaartblad voorkomen :

IA De Aa van de stuw bij de voormalige Stipdonkse watermolen (.stuwpeil 18,90 m -f- N.A.F.} tot de stuw in de Aa bij sluis No. 10 vein de Zuidwillemsvaart (stuwpeil 21,05 m N.A.P.).

Dit gebied kan ook via het Ajleidingskanaal van Stipdonk op het negende pand van de Zuidwillemsvaart lozen.

IB De Aa boven de stuw even ten zuiden van de uitmonding van de Eetiwselsche Loop (zie het blad Venlo West).

Dit gedeelte kan bovendien water ontvangen van een gebied, groot 43 ha (zie 11).


Dit gebied is (met inbegrip van de bevloeiing} groot 22 765 ha, waarvan 21 935 ha op Nederlands gebied zijn gelegen.

Bovendien kan een in België gelegen gebied, groot 765 ha en omsloten door een gebroken oranje bies, het grootste deel van zijn water op deze boezem en het overige op X A lozen.

De boezem kan tevens een gedeelte van het water van een gebied groot 735 ha ontvangen (zie VIII A). De sluis van de voormalige watermolen te Oeldrop heeft een zomersluwpeil van 16,88 m N.A.P. en een winter-slmvpeil van 17,36 m N.A.P.


TOELICHTING











II Twaalfde pand van de Zuidwillemsvaart

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 13 ha. Het pand komt gedeeltelijk op dit blad voor (zie ook het blad Eindhoven Oost).

Op dit pand loost een gebied groot 230 ha, terwijl het tevens een gedeelte van het water van een gebied groot 43 ha kan ontvangen (zie I B). Het kanaalpeil bedraagt 24,78 m -)- N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger, zelden lager.


III Dertiende pand van de Zuidwillemsvaart

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 6 ha. Het pand komt gedeelte-


lijk op dit blad voor (zie ook het blad Roermond West}.

Er wateren geen gronden op af. Het kanaalpeil bedraagt 26,81 N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger, zelden lager.


IV Vijftiende pand van de Zuidwillemsvaart

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 15 ha. Het patid gedeeltelijk op dit blad voor (zie ook het blad Roermond West).

Er wateren geen gronden op af. Het kanaalpeil bedraagt 33,36 N.A .F., de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger, zelden lager.


komt


V Zestiende pand van de Zuidwillemsvaart

De grootte van de boezem bedraagt otigeveer 22 ha. Dit pand, dat gedeeltelijk in Nederland is gelegen, ontvangt het water van 196 ha bevloeiingen, welke het water gedeeltelijk aan het kanaal door de Kempen en gedeeltelijk aan het zeventiende pand van de Zuidivillemsvaart ontlenen.

Tevens ontvangt de boezem het water van de gronden, welke op de Balker-beek afwateren.

Het boezemgebied is groot 1310 ha (met inbegrip van de bevloeiingen) en ligt geheel in België.

Het kanaalpeil bedraagt 35,43 m -j- N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger, zelden lager.


VI


Dit


Zeventiende pand van de Zuid-willemsvaart

pand ligt geheel in België, er wateren geen gronden op af.


Achttiende pand van de Zuidwillemsvaart en het Kanaal door de Kempen


De grootte van de boezem is ongeveer 210 ha, waarvan 115 ha tot de Ziiidwillemsvaart behoren. Het patid, dat in open verbinding staat met het Kanaal door de Kempen, komt gedeeltelijk op dit blad voor.

Op dit blad komen geen gronden voor, welke op dit pand afwateren.

Het kanaalpeil bedraagt 40,43 m N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,20 m hoger, zelden lager.


VIII Het stroomgebied van de Neer boven de Friedessemolen te Neer


Het stroomgebied strekt zich tevens uit over de bladen Roermond West en Venlo West en bestaat, voor zover het op dit blad voorkomt, uit de volgende delen.


VIII A De Tungelrooische Beek boven de St. Elizabethsmolen bij Heythuizen (stuivpeil 23,35 m N.A.P.).

Tot deze boezem beheren de op dit blad voorkomende en geheel in België gelegen beken : de Loozerbeek, de Loozerbroeksbeek, de Veldhoverbeek, de Lechter Rietbeek, de Kreyeler Rietbeek en de Ooolderbeek.

Het gebied komt gedeeltelijk op dit blad voor.

Het in België gelegen deel van het stroomgebied, is groot 3153 ha. Deze boezem kan tevens een gedeelte van het water van een gebied groot 735 ha ontvangen (zie X F}.




Hoge gronden zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterleidingen en vennen aangegeven in de kleur van do boezem of hot stromende water waarop zij afwateren.

Een brede bios van dezelfde kleur geeft de grens aan van hot gebied van die waterleidingen; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan.

Van gebieden, welke afwateren op meer dan één boezem of stromend water, i.s de bies dienovereenkomstig geblokt. Daar waar een waterleiding de grens van het gebied vormt, vervalt de bies.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst. Moerassen zijn met oen kruisarcering, bevloeiingen met een horizontale arcering aangegeven, in do kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegeven, waar zij afwijken van die van do waterstaat. Waar de administratieve grens van oen waterschap mot de rijks- of provinciale grens samenvalt, wordt do administratieve grens van het waterschap aangegeven.

Voor nadere gegevens wordt verwezen naar het boekje:

„Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij do Watorstaats-kaart”.

In dit boekje zijn gegevens opgenomen omtrent bedijkingen, boezems, grens-tractaten, heemraadschappen, kanalen, overlaton, overstromingen, algemene reglementen, stromende wateren, verveningen, waterkeringen, waterschappen on waterstanden.

Voor de beschrijving van de juiste plaats dor verkenmerken van hot Normaal Amsterdams Peil, zie men „Hoogte van verkenmerken volgens N.A.P., gevonden bij de nauwkeurigheidswaterpassingen” deel II van register VI (Noordbrabant) en deel II van register VII (Limburg).

De Waterstaatskaarten zijn, evenals het boekje „Beschrijving van de provincie Noordbrabant, behorende bij de Waterstaatskaart”, à f 5,00 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, Don Haag. Do kaarten en het boekje kunnen mede door bemiddeling van do postkantoren tor


plaatse


3f


31.2


worden besteld en betaald.


VERKLARING DER TEKENS


Schutsluis.


Uitwateringssluis of afsluitbare duiker.

Inlaatsluis.


Grondduiker.


Grondduiker mot afsluiting.

Molen, door water gedreven.

Kleine windmolen.


Stuw.


Hoofdmerk van het N.A.P.


Peilmerk van het N.A.P.


Peilschaal.


Universiteitsbibliotheek Utrecht


Peilschaal, geregeld waargenomen.

Hoogtocijfer in m N.A.P.

Verharde weg.

Spoorweg.


---------Riolering (in do kleur van het betreffende gebied).

_____Administratieve grenzen van waterschappen, (bij overlapping langere

____streepjes)

-----Rijksgrens, niet samenvallend met watorschapsgrons.

150 ba Grootte van boezem of stroomgebied in ha volgens meting op de topo-gratischo kaart 1 : 25 000 met de poolplanimeter.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN.


VALKENSWAARD OOST






-ocr page 141-

SLUIZEN EN STUWEN

Dagw. in m

Hoogte in m N.A.P.

Boven

slag- kant Stuw-drempel schuif of kruin stuwpeil

In de Zuidwillemsvaart

A.

Sluis no. 13

twee paar deuren^ schutlengte 52 m.......... bovenhoofd............ benedenhoofd...........

Spuisluis aan de z.o.-zijde, één opening met schuif..............

7,00

1,40

24,15

22,78

B.

Sluis no. 15 (met waterkrachtcentrale) twee paar deuren, schutlengte 85 m.......... bovenhoofd............ benedenhoofd...........

Spuisluis aan de z.o.-zijde, twee openingen met schuif, elk..........

7,50

1,00

30,80

26,00

In de Noordervaart

C.

Schutsluis tussen de Zuidwillemsvaart en de Noordervaart

twee paar deuren, schutlengte 65 m.........

bovenhoofd...........

benedenhoofd..........

7,50

28,90

26,00

In de Rietbeek

Hoogte in m N.A.P. Boven-

Dagw.

Slag-

kant

Stuw-

In de Maas

in m

drempel

schuif of stuwpeil

kruin

W. Stuw ie Linne

vier openingen

één opening, voor de scheepvaart . . .

60,00

15,95

20,40

drie openingen, voor de afvoer, elk . .

17,00

16,95

20,40

X. Schutsluis te Linne

drie paar deuren, schutlengte 260 m, llOm

en 135 m.............

bovenhoofd............

14,00

16,60

beneden- en middenhoofd......

13,45

IJ. Stuw te Roermond

drie openingen

één opening, voor de scheepvaart . . .

68,00

11,60

16,75

twee openingen, voor de afwatering, elk.

17,00

12,20

16,75

Z. Schutsluis te Roermond

drie paar deuren

schutlengte 260 m, 110 m en 135 m . .

bovenhoofd ............

14,00

11,90

beneden- en middenhoofd......

10,70

In het Kanaal Wessem-Nederweert

Ai. Schutsluis te Panheel

twee paar deuren, schutlengte 153 m. . .

7,50

bovenhoofd............

25,50

benedenhoofd...........

17,90

Bij de sluis zijn spaarkommen aangelegd

om het schutwaterverlies te beperken.


D. Schotbalkstuw aan de oostzijde van de grondduiker onder het Kanaal Wessem-Nederweert.............2,00

(doet geen dienst meer)

In het Afwateringskanaal

E. Stuw van beton, in het bovenhoofd van de

voormalige schutsluis no. 2, bestaande uit

een betonnen muur, waarin drie met schot-

balken afsluitbare openingen

één opening, noord........

1,45

29,27

28,74

één opening, midden........

2,15

29,27

27,74

één opening, zuid .........

1,35

29,27

28,74

F. Schotbalkstuw, één opening

2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;25,84

In de Neer

G. Frieciesemolensluis

zeven openingen, ieder met een schuif één opening, voor de molen..... zes openingen, voor de afwatering, elk .

1,08 nbsp;nbsp;nbsp;15,96 nbsp;nbsp;nbsp;17,25

0,91 nbsp;nbsp;nbsp;15,57 nbsp;nbsp;nbsp;16,90

H. Hamniermolensluis

vijf openingen, ieder met een schuif

één opening, voor de molen . .

. . nbsp;nbsp;nbsp;2,18

16,97

18,60

één opening, voor de afwateri7ig

. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,93

17,14

18,45

één opening, voor de afwatering

. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,93

17,14

18,62

één opening, voor de afwatering

. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,44

17,14

18,45

één opening, voor de afwatering

. . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1,44

17,14

18,45

TOELICHTING

Ten aanzien van de waterstaat is een hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden.

Een afwateringseenheid is in het algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen.

Terwille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs de gehele grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren cm rioleringen zijn aangegeven in de kleur van de afwateringseenheid waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

Do namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn voor zover het de waterstaat betreft op de bestaande topografie aangegeven. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilverkavelingsblok. De begrenzing van het ruilverkavelingsblok is in rood aangegeven.

De meer volledige gegevens der bemalingsinstallaties alsmede de jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor belangstellenden kosteloos ter inzage bij de directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage, telefoon 070—183280.

De waterstaatskaarten zijn à f 5,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf te ’s-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen behorende bij de Waterstaatskaart zijn op deze wijze verkrijgbaar.


In de Heythuizerbeek

I. Molensluis van de Leumolen

drie openingen, ieder met een schuif

één opening, voor de molen . . . .

0,85

19,84

21,27

één opening, voor de afwatering . .

0,87

19,84

21,16

één opening, voor de afwatering . .

0,90

19,84

20,96

Stuw met drie schotbalkopeningen

één opening, noord.......

2,35

24,83

22,72

één opening, midden.......

2,25

24,83

22,72

één opening, zuid........

2,35

24,83

22,72

In de Haelense Beek

Molensluis van de molen te Haelen drie openingen, ieder met een schuif één opening, voor de molen (turbine) . twee openingen, voor de afwatering, elk


K.


1,80

0,92


22,51


20,46


L.


Molensluis van de molen van Grathem drie openingen, ieder met een schuif één opening, voor de molen (turbine) . één opening, voor de afwatering . . . één opening, voor de afwatering . . .


2,20

2,02

1,97


24,80

24,80


26,05

26,05


In de Panheelderbeek

M, Molensluis van de molen van Panheel

drie openingen, ieder met een schuif

één opening, voor de molen (turbine) . één opening, voor de afwatering . . . één opening, voor de afwatering . . .


N. Schotballistuw in de Sley twee openingen, elk . .


In de Thornderbeek


0.


Keersluis

drie openingen met een schuif, elk. . .


P.


Molensluis van de Luyensmolen te Itter-voort

twee openingen, ieder met schuif . . . . één opening, voor de molen..... één opening, voor de afwatering . . .


Q.


Sluis van de voormalige Armenmolen Neeritter

één opening, voor de afwatering . .


te


2,03

1,55

1,55

22,53

22,52

23,86

23,78

3,75

20,55

23,15

1,65

±19,80

1,70

1,37

24,92

25,38

1,20

27,14

27,74


(de opening voor de molen wordt niet meer gebruikt)


In de Uffelse Beek

R. Molensluis van de Uffelse molen

vier openingen, ieder met een schuif. . .

27,95 nbsp;nbsp;28,90

één opening, voor de molen.....0,9ö

drie openingen, voor de afwatering, elk 0,87

27,93 nbsp;nbsp;28,83

In het Julianakanaal

S. Schutsluis ie Maasbracht

één klepdeur in het bovenhoofd en één paar puntdeuren in het benedenhoofd schutlengte 136 m......... bovenhoofd............ benedenhoofd...........


14,00


24,25

16,80


In de Roer


T. Overstort naar de Hambeek.......

U. Schotbalkstuw „Groot Hellegat”.....


60,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;±19,52


8,45 nbsp;nbsp;nbsp;16,93 nbsp;nbsp;nbsp;19,92



V. Twéé lossluizen „Klein Hellegat” noordelijke sluizen

drie openingen, ieder tnet een schuif. . nbsp;nbsp;nbsp;1,51

1,52

1,48

zuidelijke sluizen

vier openingen, ieder met een schuif, elk 2,50


15,87

15,87

15,87

17,07


BEHOORT BIJ HET IN 1958 VERKENDE BLAD ROERMOND-WEST

VAN DE WATERSTAATSKAART


-ocr page 142-

Dieze


AFWATERINGSEENHEDEN


IP


®«*i


/' quot;270011»


‘'^Ha.


IIP


2670 ha


Limburg


r^

15


IIP


IV”


234000 ha waarvan

10600 ha op Neder lands gebied


8790 ha waarvan' ! nbsp;nbsp;nbsp;8785 ha op quot;

Nederlands gebied


bß^^


---P 51 W 52,___

äLkens WÉfrfsWWi roermond



o 58


SITTARD 60


De Dieze loost door een uitwateringssluis bij Créveeoeur (zie blad ’s-Hertogenbosch-West) op de Maas.

Het stroomgebied komt verder voor op de bladen Eindhoven-Oost en - West. 's-Hertogenbosch-Oost^ Valkenswaard-Oost en -West^ Venlo-West^ Vierlingsbeek en Breda-Oost.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor.


De Aa ontspringt in de Ospelse Peel ten zuiden van Asten^ stroomt in noordelijke richting langs Helmond en Veghel en loost bij ^s-Hertogenbosch vrij op de Dieze. Het stroomgebied is groot 86 738 ha.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor.


I A. Aa boven de stuw even ten zuiden van Asten

De voornaamste ivaterlopen in dit gebied zijn : de Aa en de Eeuwselse Loop. Het gebied is groot 8335 Ita.

Zie voorts de bladen Venlo-West, Valkensivaard-Oost en Eindhoven-Oost.


I B. Aa van de stuw bij de voormalige Stlpdonkse watermolen tot de stuw ten oosten van sluis 10 van de Zuidwillemsvaart

Dit gebied, groot 8860 ha, kan ook via het Afwateringskanaal van Stipdonk afwateren op het negende pand van de Zuidwillemsvaart.

Zie ook de bladen Venlo-West, Eindhoven-Oost en Valkenswaard-Oost.


1 G''F. Zuidwillemsvaart

Het boezemoppervlak met inbegrip van het 6e pand van het Wilhelmina-kanaal, het Eindhovenskamaal, het Kanaal Wessem-Nederweert, het Kanaal door de Kempen tot de eerste schutsluis bovenstrooms en het zijkanaal 7iaar Beverloo is 523 ha, waarvan 244 ha gelegen in België.

De totale oppervlakte van het direct op het kanaal afwaterend gebied is 6110 ha, waarvan 4755 gelegen in België.

Het kanaal is ingericht om te Stipdonk en te Beek en Donk water van de Aa tot een totaal van max. 12 m^jsec te ontvangen. Sinds 1949 is lozing te Stipdonk niet voorgekomen en is de afvoer van de Aa te Beek en Donk gering geweest.

Bovendien kan een gebied, groot 485 ha, zowel op het kanaal als op de Maas tussen Linne en Borgharen lozen.

De navolgende panden komen op dit blad voor.


I G. Vijftiende pand van de Zuidwillemsvaart (sluis 15—16)

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 15 ha. Er wateren geen gronden op af. Het kanaalpeil bedraagt 33,36 m N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 10 cm hoger, zelden lager. Uit dit pand wordt de Noordervaart via een inlaatsluis bij sluis 15 gevoed.

Zie voorts het blad Valkenswaard-Oost.


I D. Veertiende pand van de Zuidwillemsvaart (sluis 13—15) en Kanaai Wessem-Nederweert

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 66 ha 7net inbegrip va7i 50 ha boezem Kanaal Wessf7n-Nederweert. Er wateren geen gronde7i op af. Het kanaalpeil bedraagt 28,50 m -R N.A.P.


1 E. Dertiende pand van de Zuidwillemsvaart (sluis 12—13)

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 6 ha. Er wateren geen gromlen op af. Het kanaalpeil bedraagt 26,81 m N.A.P., de waterstand is gewoon-lijk 10 cm hoger, zelden lager.

Zie voorts hef blad Valkenswaard-Oost.


I F. Twaalfde pand van de Zuidwillemsvaart (sluis 11—12)

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 12 ha. Op dit pand loost een gebied, groot 230 ha. Een gebied, groot 43 ha, kan zowel naar dit pand, (ds naar de Aa boven Btipdonk afwateren.

Zie voorts het blad Valkensivaard-Oost.


II, Maas tussen Beifeld en Sambeek

De totale oppervlakte vati het gebied is 81 965 ha.

Op dit blad komen de volgende onderverdelingen voor.


11 A. Grote Molenbeek

Dit gebied komt voor een zeer klein gedeelte aan de noordelijke rand van dit kaartblad voor. De Grote Molenbeek loost op de haven van Wanssum, welke in open verbinding staat met de Maas.

Het gebied is groot 15 180 ha.

Zie voorts de bladen Venlo-Oost en - West.


n B. Everlose Beek

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Everlose Beek, de Beringerbeek en de Schaaberskoelerbeek.

De Everlose Beek loost via de Slottermolen, ten zuiden van Grubben-vorst, op de Maas.

Het gebied is groot 5400 ha.

Zie voorts de bladen Roermond-Oost en Venlo-Oost.


11 G. Kwistbeek boven de molen te Baarlo

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Kwistbeek en de Heuvelhoekerbeek.

De Kwistbeek loost ten oosten van Baarlo op de Maas. Het gebied is groot 2700 ha.

Zie voorts het blad Roermond-Oost.


mUlID. Noordervaart, Kanaal van Deurne en Helenavaart

Dit kanalencomplex kan worden gevoed uit het tussen de sluizen 15 en 16 gelegen 15e pand van de Zuidwillemsvaart, De lozing op het tussen de sluizen 15 en 13 gelegen 14e pand van de Zuidwillemsvaart via de riolen en de schuiven in de deuren van de schutsluis aan het ivestelijke eind van de Noordervaart is gering. Ook staat dit kanalencomplex ivater af aan het Peel-kanaal via een inlaatduiker. (Zie Venlo-West.) Het gebied is groot 1445 ha. Het kanaalpeil bedraagt d: 31,50 m N.A.P.

Zie voorts het blad Venlo- West.


III, Maas tussen de stuw te Beifeld en de stuw te Hoermond

De grootte van de boezem bedraagt i 320 ha.

Het gebied is groot 56 085 ha (hierin is niet begrepen het stroomgebied van de Swalm), waarvan 43 914 ha op Nederlands gebied is gelegen. Zie voorts het blad Roermond-Oost.

Het gebied is als volgt onderverdeeld.


III A. Vrij op de Maas afwaterend gebied

Oroot 11 240 ha, waarvan 10 555 ha in Nederland gelegen.


111 B. Afwateringskanaal naar de Maas

Dit kanaal is oorspronkelijk gegraven als lozingskanaal voor overtollig water van de ZuidunUemsvaart. Het was tevens geschikt als scheepvaartkanaal en werd door 2 schutsluizen in 3 panden verdeeld. Omstreeks 1930 werd het kanaal voor de scheepvaart gesloten en aan de noordzijde afgedamd en voorzien van een inlaatsluis. In de oorlogsjaren 1940—1945 is deze inlaatsluis vernield en nadien niet meer hersteld. Het Afwateringskanaal heeft nu geen verbinding meer met de Noordervaart en doet alleen nog dienst als afwateringskanaal voor aanliggende gebieden. De schutsluizen zijn vervallen en in het bovenhoofd van de voormalige schutsluis 710. 2 is een stuw gebouwd (kunstwerk E). Het gebied is groot 2670 ha.


gg|niG-H. Neer

Het totale stroomgebied is groot 38 740 ha, waarvan 28 549 ha op Nederlands gebied is gelegen. Op dit kaartblad komen de volgende onderverdelingen voor :


lII G. Neer tussen de Hammermolen en de Friedese molen Het gebied is groot 1500 ha.


III D. Neer tussen de Hammermolen en de samenkomst van de Heijthuizerbeek en de Roggelse Beek

De voornaamste waterlopeti ûi dit gebied zijn de Neer en de Haelense Beek.

Het gebied is groot 700 ha.


111 E. De Haelense Beek tussen de molen van Haelen en de molen van Grathem

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Haelense Beek en de Panheelderbeek. De Haelense Beek stroomt van de molen van Grathem in noordelijke richting naa-r de molen van Haelen. Even ten noorden van Grathem splitst de beek zieh en stroomt de rechtertak in zuidoostelijke richting, als Panheelderbeek, naar de molen van Panheel. Deze Panheelderbeek komt via de molen van Panheel bij een grondduiker met stuw (N) onder het Kanaal Wessem-Nederweert. Onder normale 07nstandigheden gaat het water via de grondduiker onder het Kanaal Wesse^n-Nederweert door naar de Thornderbeek en via de keersluis van Wessern naar het Maaspand tussen de stuw te Linne en de stuw te Borgharen. Stijgt op dit Maaspand het water zo hoog, dat de keersluis van Wesse7n (0) gesloten wordt, dan kan zowel het water van de Thornderbeek als het water van de Panheelderbeek lozen, via de kleppen boven de grondduiker in het Kanaal Wessem-Nederweert, op het zelfde Maaspand. Stijgt het water op dit Maaspand echter nog hoger, dan gaan ook deze kleppen dicht en kunnen de Panheelderbeek en de Thornderbeek hun water lozen via de stuw (N) op de Sley en vandaar op het Maaspand tussen de stuw te Roermond en de stuw te Linne.

Dit gebied is groot 2290 ha.



IlI F. Uffelse Beek van de molen van Grathem tot de Broekmolen te Stramproy

Het gebied is groot 2760 ha, waarvan 1920 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Zie voorts het blad Valkenswaard-Oost,


IIIG. Heijthuizerbeek

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Heijthuizerbeek, de Tungelrooyse Beek, de Leukerbeek, de Dijkerpeel en de Rijdt.

Het gebied is groot 17 465 ha, waarvan 13 973 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Zie voorts het blad Valkenswaard-Oost.


III H. Roggelse Beek

De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Roggelse Beek, de Bevelants Beek, de Vissensteert-, de Nederpeel- en de Doorbrandslossing.

Het gebied is groot 8125 ha.


IIIIIIIIIIIIIIIV. Maas tussen de stuw te Roermond en de stuw te Linne

De grootte van de boezem bedraagt ± 260 ha.

De oppervlakte van deze afwateringseenheid bedraagt d: 249 70S ha, waarvan 22 035 ha in Nederland is gelegen.

Op dit blad komen de volgemle onderverdelingen voor.


IV A. Het vrij op de Maas afwaterend gebied

Na de Maas is de Sley de voornaamste waferloop. De riolerùig van Heel loost Vidj op de Sley. Voor doorspoeling van de Sley bevindt zich even ten oosten vati kunstwerk N een inlaatsluis in de dijk van het Kanaal Wessem-Nederweert. Ook kan over stuw N water van de Panheelderbeek en de Thornderbeek door de Sley worden afgevoerd. (Zie onder III E.)

Het gebied, dat normaal op dit Maaspand afwatert, is groot 2025 ha.


IV B. Roer boven de sluizen Groot- en Klein Hellegat (kunstwerken U en V) te Roermond

Het totale stroomgebied van de Roer, met inbegrip van de onderverde-lingen, is groot i ^54 000 ha, waarvan 10 600 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Dit gebied ligt voor een groot deel in Duitsland ; het komt aan de zuiden oostrand van dit kaartblad voor.

De Roer loost normaal via de kunstwerken V en U op de Maas. Bij hoge waterstanden op de Roer stroomt een deel van het water van de Roer over een overstort (kunstwerk T) en via de Hambeek naar de Maas. De beide door-laatbruggen in de rijksweg en in de spoorlijn (ten ziiidoosten van kunstwerk T) dienen eveneens om water van de Roer op de Hambeek te kunnen lozen. Ten behoeve van een chemische fabriek te Roermond wordt de rivier boven de kunstwerken U en V opgestuwd voor opwekking van elektriciteit.

Zie voorts de bladen Roermotid-Oost, Sittard en Heerlen.


IV C. Vlootbeek van de mond tot aan het verdeelwerk in de Schaefbach

Het gebied is groot 8790 ha, waarvan 8785 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Zie voorts de bladen Sittard en Heerlen.



lt;1 ° B.6


■I c 2.5


V, Maas tussen de stuw te Linne en de stuw te Borgharen

De grootte van de boezein bedraagt ongeveer 655 ha. Dit gebied is groot 138 757 ha, waarvan 62 367 ha op Nederla7ids gebied is gelegen.

Zie voorts de bladen Sittard en Maastricht.

Het gebied is als volgt onder verdeeld.


V A. Het vrij op de Maas afwaterend gebied

Groot 28 360 ha, waarvan 8410 ha op Nederlands gebied gelegen.


11111 V B-G. Het stroomgebied van de Thornderbeek

Het totale gebied is groot 18 735 ha, waarvan 975 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Op dit kaartblad komen de volgende onderverdelingen voor .•


V B. Thornderbeek van de keersluis te Wessem tot de Luyensmolen te Ittervoort


De voornaamste waterlopen in dit gebied zijn : de Thornderbeek en Witbeek.

De Thornderbeek kan bij hoge Maasstanden haar water lozen naar Panheelderbeek.

Normaal ontvangt de Thornderbeek een gedeelte van het water van Haelense Beek (zie onder lU E).


de


de


de


Het gebied van de Thornderbeek tussen de kunstwerken P en 0 is groot 1675 ha, waarvan 675 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Het gebied van de Witbeek is op het blad Sittard afzonderlijk aangegeven.

Zie voorts het blad Sittard.


V C. Thornderbeek boven de Luyensmolen te Ittervoort

De Thornderbeek heet hier ook wel Itterse Beek. Het gebied is groot 5925 lui, waainian 300 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Zie voorts het blad Sittard,


V D. Julianakanaal van de sluis te Roosteren tot de sluis te Maasbracht

Het kanaalpeil bedraagt 27,85 m N.A.P., de grootte van de boezem bedraagt ongeveer 36 ha. Er wateren geen gronden op af.

Zie voorts het blad Sittard.


VERKLARING DER TEKENS


Oliegemaal


Elektrisch gemaal (


met opgaaf van de aard van het bemalingaworktuig, (c = centrifugaalpomp, v = vijzel) en het aantalm® waterverzet per minuut, bij ile in m aangegoven opvoorhoogte


Idem (dient voor inmalcn)


Molen, door water gedreven


Schutsluis


Uitwateringssluis of afsluitbare duiker


Inlaatsluis


Keersluis


Grondduiker


Afsluitbare grondduiker


Vaste stuw


Regelbare stuw

Peilmerk van het N.A.P.



Universiteitsbibliotheek Utrecht


Peilschaal


__ . Peilschaal, geregeld waargenomen

^ggg§^ Moerassig gebied


Verharde weg


^ Grens ruilverkavelingsblok (daar waar de duidelijkheid dit vereist)


____Administratieve grens

^if^^^^^^i^ Hoofdwaterkering (officieel volgens legger)

^^4^ Hoogwaterkering (gelegen in het onbeperkt winterbed van de Maas)

____Provinciale grens (voor zover niet samenvallend met de administratieve grens van een waterschap)


__ — Rij ksgrens

8335 ha Grootte van een stroomgebied in ha, volgens meting op de topografische kaart, schaal 1 : 25 000, mot de poolplanimeter


ROERMOND WESH


De op dit blad voorkomende hoofdwaterkering, aangege-von op nevenstaand kaartje 1 ; 300 000, is in beheer en onderhoud bij onderstaande instanties

1 —gemeente Thorn ;

2 = gemeente Wessern; 3=gemoente Herten.



-ocr page 143-

SLUIZEN EN STUWEN


Hoogte in m ï Boven

'^.A.P.

Dagw.

slag- kant

Stuw-

in m

drempel schuif of stuwpeil

kruin


In de Zuidivillemsvaart


A. Sluis no. 13


twee paar deuren, schutlengte 52 m..........7,00

bovenhoofd ............

benedenhoofd...........

Spuisluis aan de z.o.-zijde, één opening met schuif..............1,40


24,15

22,78


B. Sluis no. 15 (met waterkrachtcentrale)

twee paar deuren, schutlengte 85 m..........7,50

' bovenhoofd............

benedenhoofd ...........

Spuisluis aan de z.o.-zijde, twee openingen met schuif, elk..........1,00


30,80

26,00


In de Noordervaart


Dagw.

Hoogte in m N.A.P. Boven-

Slag-

kant

Stuw-

In de Maas

in m

drempel

schuif of

kruin

stuwpeil

W. Stuw te Linne

vier openingen

één opening, voor de scheepvaart . . .

60,00

15,95

20,40

drie openingen, voor de afvoer, elk . .

17,00

16,95

20,40

X. Schutsluis te Linne

drie paar deuren, schutlengte 260 m, 110 m

en 135 m.............

14,00

bovenhoofd............

16,60

beneden- en middenhoofd......

13,45

IJ. Stuw te Roermond

drie openingen

één opening, voor de scheepvaart . . .

68,00

11,60

16,75

twee openingen, voor de afwatering, elk.

17,00

12,20

16,75

Z. Schutsluis te Roermond

drie paar deuren

schutlengte 260 m, 110 m en 136 m . .

14,00

bovenhoofd............

11,90

beneden- en middenhoofd......

10,70


C. Schutsluis tussen de Zuidwillemsvaart en

de Noordervaart

twee paar deuren, schutlengte 65 m.........7,50


In het Kanaal Wessem-Nederweert


Ai. Schutsluis te Panheel


bovenhoofd...........28,90

benedenhoofd..........28,00


twee paar deuren, schutlengte 153 m. . .

bovenhoofd

benedenhoofd


In de liietbeek


Bij de sluis zijn spaarkommen aangelegd om het schutwaterverlies te beperken.


D. Sehotbalkstuw aan de oostzijde van de grondduiker onder het Kanaal Wessem-Nederweert.............2,00


(doet geen dienst meer)


In het Afwateringskanaal


E. Stuw van beton, in het bovenhoofd van de voormalige schutsluis no. 2, bestaande uit een betonnen muur, waarin drie met schot-


balken afsluitbare openingen

één opening, noord

één opening, midden

één opening, zuid


29,27

29,27

29,27


F. Sehotbalkstuw, één opening


2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;25,84


In de Neer


G. Friedesomolensluis

zeven openingen, ieder met een schuif één opening, voor de molen..... zes openingen, voor de afwatering, elk .


1,08 nbsp;nbsp;nbsp;15,96 nbsp;nbsp;nbsp;17,25

0,91 nbsp;nbsp;nbsp;15,57 nbsp;nbsp;nbsp;18,90


H. Hainmermolensluis

vijf openingen, ieder met een schuif

ein opening^ voor de molen.....

2,18

16,97

18,00

één opening, voor de afwatering . . .

0,93

17,14

18,45

één opening, voor de afwatering . . .

0,93

17,14

18,62

één opening, voor de afwatering . . .

1,44

17,14

18,45

één opening, voor de afwatering . . .

'1,44

17,14

18,45


TOELICHTING

Ten aanzien van de waterstaat is oen hoofdindeling van Nederland gemaakt in afwateringseenheden.

Een afwatoringsoenhoid is in hot algemeen aangeduid met een eigen kleur, terwijl de waterstaatkundige grens daarvan door een brede bies in deze kleur is aangegeven.

Onderverdelingen van een afwateringseenheid zijn begrensd door smalle biezen.

Terwille van de duidelijkheid zijn bepaalde belangrijke onderverdelingen al of niet volgekleurd, in een afwijkende kleur aangegeven. De brede hoofdbies van een afwateringseenheid echter is langs do gohelo grens ongewijzigd voortgezet.

De belangrijkste wateren on rioleringen zijn aangegeven in de kleur van de af-wateringseonheid waartoe zij behoren, de namen van deze wateren zijn in rood gesteld.

De waterinlaat van een gebied is tot uitdrukking gebracht door de daartoe dienende kunstwerken en waterleidingen in zwart aan te geven.

De namen van gereglementeerde waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven .

Ruilverkavelingen in verschillende stadia zijn voor zover het de waterstaat betreft op de bestaande topografie aangegevon. Rekening moet worden gehouden met eventuele wijzigingen in de waterstaat binnen het ruilvorkavolingsblok. De begrenzing van het ruilverkavælingsblok is in rood aangegeven.

De meer volledige gegevens der bemahngsinstallaties alsmede do jongste gegevens over wijzigingen in de waterstaat, welke na het verschijnen van dit blad mochten zijn ingetreden, liggen voor bolangsteilonden kosteloos ter inzage bij do directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Koningskade 2,5, te ’s-Gravenhage, telefoon 070—183280.

De waterstaatskaarten zijn à f 5,— por stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf te ’s-Gravenhage. Ook de Provinciale Beschrijvingen behorende bij de Waterstaatskaart zijn op deze wijze verkrijgbaar.


In de Ileythuizerbeek


I. Molensluis van de Leumolen

drie openingen, ieder met een schuif één opening, voor de molen . . . . één opening, voor de af watering . . één opening, voor de afwatering . .

0,83

0,87

0,90

19,84

19,84

19,84

21,27

21,16

20,96

J. Stuw met drie schotbalkopeningen

één opening, noord.......

2,35

24,83

22,72

één opening, midden.......

2,25

24,83

22,72

één opening, zuid........

2,35

24,83

22,72


In de Ilaelense Beek


K. Molensluis van de molen te Haelen


drie openingen, ieder met een schuif

één opening, voor de molen (turbine) . nbsp;nbsp;1,80

twee openingen, voor de afwatering, elk 0,92


20,46 nbsp;nbsp;22,51


L. Molensluis van de molen van Grathem


drie openingen, ieder met een schuif

één opening, voor de molen (turbine ) . één opening, voor de afwatering . . . e^ra opening, voor de afwatering . . .


2,20

2,02 nbsp;nbsp;24,80 nbsp;nbsp;26,05

1,97 nbsp;nbsp;nbsp;24,80 nbsp;nbsp;nbsp;26,05


In de Panheelderbeek


M. Molensluis van de molen van Panheel


drie openingen, ieder met een schuif

één opening, voor de molen (turbine) . één opening, voor de afwatering . . . één opening, voor de afwatering . . .


2,03

1,55

1,5-5


22,53

22,52


23,86

23,78


N. Sehotbalkstuw in de Steg twee openingen, elk.........


•3,75 nbsp;nbsp;nbsp;20,55 nbsp;nbsp;nbsp;23,15


In de Thornderbeek


0. Keersluis

drie openingen met een schuif, elk. . .


1,65 ±19,80


P. Molensluis van de Luyensmolen te Itter-voort

twee openingen, ieder met schuif ....

één opening, voor de molen.....1,70

één opening, voor de afwatering . . . nbsp;nbsp;1,37


24,92 nbsp;nbsp;25,38


Q, Sluis van de voormalige Armenmolen te Neeritter

één opening, voor de afwatering . . . nbsp;nbsp;nbsp;1,20

(de opening voor de molen wordt niet

meer gebruikt )


27,14 nbsp;nbsp;27,74


In de Uffelse Beek


R. Molensluis van de Uffelse molen

vier openingen, ieder met een schuif. . .

één opening, voor de molen.....0,95

drie openingen, voor de afwatering, elk 0,87


27,95 nbsp;nbsp;28,90

27,93 nbsp;nbsp;28,83


In het Julianakanaal


S. Schutsluis te Maasbracht


één klepdeur in het bovenhoofd en één paar puntdeuren in het benedenhoofd schutlengte 136 m.........14,00

bovenhoofd ............ benedenhoofd...........


24,25

16,80


In de Boer


T. Overstort naar de Humbeek.......60,00


±19,52


U. Sehotbalkstuw „Groot Hellegat”.....


8,45 nbsp;nbsp;nbsp;16,93 nbsp;nbsp;nbsp;19,92


V. Twee lossluizen „Klein Hellegat”

noordelijke sluizen

drie openingen, ieder met een schuif. . nbsp;nbsp;nbsp;1,51

1,52

1,48

zuidelijke sluizen

vier openingen, ieder met een schuif,elk nbsp;nbsp;2,50


TEN BEHOEVE VAN HEN, DIE DE KAART WILLEN OPPLAKKEN, ZIJN OP AANVRAAG AFDRUKKEN VAN DE OP DEZE ZIJDE VAN DE KAART GEDRUKTE „STAAT VAN SLUIZEN EN STUWEN” VERKRIJGBAAR


-ocr page 144-


BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

bO

Hoogte in m boven N.A.P.

/ Maas tussen de stuw te Sambeek en de stuw te Belfeld

De grootte mn de boezem bedraagt ongeveer 570 ba.

Het gebied bestaat uil boezemland en hoge gronden. De volgende gebieden komen geheel of gedeeltelijk op dit blad voor:

IA Oebied, dat direct op de Maas loost.

SLUIZEN EN STUWEN

O .3 Sa

^ .3

g -3

a -s œ o

M

ra amp;nbsp;3 Æ

De grootte bedraagt 23125 ha, uvarvan 18200 ha op Nederlands gebied. De voornaamste ivaterlopen, welke op dit blad voorkomen zijn: de Doschbeek en de Wilderbeek. Zie voorts het blad Venla-Oost.

IB Molenbeek boven de sluw van de voormalige Onderste Molen.

Dit gebied is groot 500 ha, waarvan 310 lm op Nederlands gebied.

In

A

de Springbeek

Molensluis te Hout-Blerick, twee openingen ieder met één schuif opening voor de molen opening voor de afwatering

0,58

0,70

15,41

15,42

± 16,20

II De Springbeek boven de watermolen te IIout~Blerick

Het gebied is groot 1155 ha. Zie verder het blad Venlo-Oost.

B

Schotbalkstuw bij Hout-Blerick, één opening

2,00

16,71

III De Everlosche beek boven de Slottermolen te Grubbenvorst

Deze beek loost bij Grubbenvorst op de Maas. Zie ook de bladen Venlo-Oost en Roermond-West.

C

Schotbalkstuw ten westen van Hout-Blerick één opening

2,00

17,03

± 17,55

In

de Kwistbeek

IV De Kwistbeek boven de watermolen te Baarlo

De beek wordt op 4 plaatsen opgestuicd, hoofdzakelijk om het verval te beperken. Zie verder het blad Roermond- West.

V De Aalsbeek boven de Holdmolen te Tegelen

Het gebied is groot 112.5 ha, uaarvan 810 ha op Nederlands gebied. Bovendien loost op dit gebied gedeeltelijk een • gebied van 285 ha, waarvan 200 ha in Nederland zijn gelegen.

D E F

Molensluis te Baarlo

twee openingen ieder met één schuif

opening voor de molen

opening voor de afwatering

Vaste stuw ten westen van Zoterbeek

Vaste stuw

1,15

1,15

1,60

1,30

17,51

17,28

21,78

23,63

± 18,55

VI Niers boven de stuw ten noorden van de voormalige Villerse watermolen

G

Vaste stuw

1,25

26,03

De grootte van dit gebied bedraagt ongeveer 128770 ha, usiarvan slechts 140 ha op Nederlands gebied. De rivier loost ten noorden van Gennep op de Maas.

Zie voorts het blad Venlo-Oost.

H In

Vaste stuw

de Maas

1,00

26,61

VII Maas tussen de stuw te Belfeld en de stuw te Roermond

De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 270 ha.

Het volgende gebied komt gedeeltelijk op dit blad voor:

VIIA Gebied, dal direct op de Maas loost.

De voornaamste waterlopen, u:elke op dit bkul voorkomen, zijn: de Tasbeek, de Tas- of Huilbeek, de Teutebeek, de Swalm, de Eppenbeek en de Maasnielderbeek.

Zie verder het blad Roermond- West.

Het gebied ontvangt bovendien nog gedeeltelijk het water van een gebied van 285 ha, waarvan 200 ha op Nederlands gebied en van een gebied van 1095 ha, waarvan 730 ha in Nederlawl zijn gelegen.

I

stuw met schutsluis te Belfeld

In de stuw bvee afvoeropeningen, elk afsluitbaar met een Stoneyschuif, en één scheepvaartopening, afsluitbaar met kleine wielschuiven tegen neerklapbare jukken.

openingen voor de afvoer, ieder scheepvaartopening

In de schutsluis drie paar deuren, totale schutlengte 260 m-, door sluiting van het middelste paar deuren kan de schutkolk warden verdeeld in een kolk van 136 m en een van 108,50 m lengte.

Bovenhoofd

Benedenhoofd

17,00

63,00

14,00

14,00

8,35

8,05

8,4.5

7,45

14,00

VIII De Schelkensbeek boven de molen van Ronhenstein te Reuver

Het gebied is groot 905 ha, waarvan 570 ha op Nederlands gebied. Bovendien loost op dit gebied gedeeltelijk een gebied van 1095 ha, waarvan 730 lui in Nederland zijn gelegen.

IX De Swalm boven de stuwen bij het zwembad te Swalmen

Van dit bijrwi geheel in Duitsland gelegen gebied valt slechts 325 ha op Nederlands gebied.

X De Maasnielderbeek boven de stuw ten westen van Asenray

Het gebied is groot 1115 ha, waarvan 520 ha op Nederlands gebied. De beek loost bij Leeuwen op de Maas.

In

J In

K

de Molenbeek

Sluis van de voormalige Onderste Molen te Venlo. De opening voor de molen is vervallen, de opening voor de aftvatering is afsluitbaar met een schuif en wordt gebruikt voor het zwembad.

de Aalsbeek

Molensluis van de Holdmolen te Tegelen. twee openingen, ieder met één schuif opening voor de molen opening voor de afivatering

0,65

1,21

1,50

23,98

19,16

18,70

± 26,10

20,15

XI De Roer boven de stuw bij de chemische fabriek te Roermond

De opsluwing dient o.m. lot opwekking van electriciteit ten behoeve van een chemische fabriek. De Roer loost te Roermond op de Maas.

De volgende gebieden komen gedeeltelijk op dit blad voor:

XIA Gebied, dal direct op de Roer loost.

In

L

de Schelkensbeek

Molensluis van de watermolen van Ronkenstein te Reuver.

drie openingen, ieder met één schuif opening voor de molen openitigen voor de afuatering, ieder

0,70

0,90

19,14

18,79

4quot; 20,,15

De voornaatnste waterloop, welke op dit blad voorkomt is de Boschbeek. Zie verder de bladen Roermond-West en

In

de Swalm

Sittard.

XI B De Rode Beek tussen de Vlodropper- en Gietstapper molen.

Hel gebied is groot 135 ha, waarvan 50 ha op Nederlands gebied. Zie voorts het blad Sittard.

XI C De Rode Beek tussen de Gietstapper- en de Dalheimer molen.

Het gebied is groot 1075 ha, waarvan 720 ha op Nederlands gebied. Zie voorts het blad Sittard.

M

Gecombineerde vaste- en beweegbare stuw met 5 openingen bij het zwembad te Swalmen.

Fura noord naar zuid:

  • 1 nbsp;nbsp;nbsp;opening met vaste kruin

  • 3 nbsp;nbsp;nbsp;openingen ieder met een schuif, elk

1 opening met vaste kruin

1,00

2,48

2,48

25,10

26,37

26,37

Xl D De Rode Beek boven de Dalheimer molen.

Het gebied is geheel in Duitsland gelegen.

N

Schotbalkstuw boven het zwembad te Swalmen één opening

1,50

25,87

In

de Maasnielderbeek

0

Vaste stuw ten zuid-westen van Asenray

1,25

23,02

In

de Rode Beek

P

Molensluis van de Vlodroppermolen te Vlodrop twee openingen ieder met één schuif opening voor de molen opening voor de afwatering

0,85

0,95

25,74

25,65

± 27,30

Q

Molensluis van de Gietstappermolen te Vlodrop twee openingen ieder met één schuif opening voor de molen opening voor de afwatering

0,66

0,47

32,12

32,11


VERKLARING DER TEKENS

o—o nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker.

I—( nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;stuw.

^j— nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilmerk van het N.A.P.

ts.3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hoogtecijfer in m N.A.P.

Verharde weg.

^=z= Spoorweg.

---------Riolering (in de kleur van het betreffende gebied).

_____Administratieve grens van het waterschap.

_____Rijksgrens.

500 hd Grootte van boezem- of stroomgebied in ha volgens meting op de topografische kaart 1 : 25.000 met de poolplanimeter.


TOELICHTING

De voornaamste waterleidingen en vennen zijn aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan. Daar, waar een waterleiding de grens van twee gebieden vormt, vervalt de bies van het gebied waartoe de waterleiding behoort.

Bij belangrijke waterleidingen is de naam in rood geplaatst. Moerassen zijn aangegeven met een kruisarcering in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

De naam van het waterschap is in bruin op de kaart aangegevon. De administratieve grens van het waterschap is slechts aangegeven, waar zij afwijkt van die van de waterstaat.

Voor de beschrijving van do juiste plaats der jKulmcrken van het Normaal Amsterdams Peil, zie men deel 11 van register VII (Limburg) der N.A.P. registers.

De Waterstaatskaarten zijn à / 5,— per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, Den Haag. De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN



Universiteitsbibliotheek Utrecht



Bewerking : Algemene Diensi Rijkswaterstaat.

Reproductie: J.J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal l : 50000


Sittard



ROERMOND OOST


-ocr page 145-

Bewerking: Rijkswaterstaat. Dir: Alg. Dienst en Ir aterhuishouding.

Reproductie: Topografische Dienst.


Universiteitsbibliotheek Utrecht


herkend in 1953—^54, Ged. bijgewerkt tot 1958.





BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN


ir

1675 ha



I, De Maas tussen de stuw te Linne en de stuw te Borgharen

Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden. De grootte van de boezem bedraagt ± 600 ha. Het stuwpeil te Linne bedraagt 20,40 m N.A.P., dat te Borgharen 44,00 m N.A.P. In de regel wordt kier echter een peil van 43,80 m à 43,90 m N.A.P. gehandhaafd.

Op dit blad wordt het gebied onderverdeeld in :

IA. Hfgt;t met een karmijnbies omsloten gebied, dat vrij op de Maas afwatert.

De voorna-amste waterlossingen, welke op dit blad voorkomen, zijn : de Oude Maas, de Geleen- of Molenbeek beneden het kunstwerk 0,de Molenbeek, het Afwateringskanaal naar Ophoven, de Kogbeek, de Vriet-selbeek, de Rachelsbeek, de Langbroekbeek en de Kikbeek. De grootte van dit gebied bedraagt 28 500 ha, waarvan 8550 ka op Nederlands gebied. Zie voorts de bladen Valkenswaard-Oosf, Roermond-West en A^aastricht.

IB. De Kingbeek boven de molen te Orevenbicht (Gi). Het gebied is groot 240 ha.


II. Het Julianakanaal van de sluis te Limmel tot de sluis te Bom

Dit pand staat gewoonlijk in open gemeenschap met de Maas boven de stuw te Borgharen. Het stuwpeil te Borgharen bedraagt 44,00 m N.A.P.; in de regel wordt echter een peil van 43,80 à 43,90 m N.A.P. gehandhaafd. Bij hogere standen van de Maas en bij ijsgang wordt de sluis te Limmel gesloten. De grootte van de boezem bedraagt ± 93 ha. Op dit blad wateren er geen gronden op af. Zie voorts het blad Maastricht.


III. Het Julianakanaal van de sluis te Bom tot de sluis te Roosteren

Het kanaalpeil bedraagt 32,65 m N.A.P., de grootte van de boezem is ongeveer 23 ka. Op dit pand wateren geen gronden af.


IV. Het Julianakanaal van de sluis te Roosteren tot de sluis te Maasbracht

Het kanaalpeil bedraagt 27,85 m N.A.P., de grootte van de boezem is ongeveer 36 ha. Door twee op de grondduiker P gebouwde ontlastsluizen kan water van de Groenbeek op ket Julianakanaal gebracht word^en. Dit kan geschieden zowel om de Groenbeek te ontlasten als om het Julianakanaal te voeden. Zie voorts het blad Roermond-West.


V. Het stroomgebied van de Kanj'elbeek

Het gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 2495 ha. De voornaamste waterlossingen zijn : de Kanjelbeek en de Middelsgraaf.


VI. Het stroomgebied van de Vlootbeek

De Vlootbeek loost ten westen van Linne vrij op de Maas. Zie het blad Roermond-West.

Het gebied wordt (mderverdeeld in :

VIA. De Vlootbeek van de mond tot het verdeelwerk AJ.

Het gebied bestaat uit hoge gronden en een poldertje en is groot 8790 ha, waarvan 8785 ha op Nederlands gebied. De voornaamste waterlossingen zijn : de Vlootbeek, de Vulensbeek, de Putbeek en de Pepinusbeek. Zie voorts het blad Roermond-West.

VIB. De Kitschback.

De voornaamste waterlossingen zijn : de Kitsckback, de Flutgraben, de Waldfeuckter-bach en de Frilinghoverbach. Het gebied is groot 4630 ha, waarvan 365 ka op Nederlands gebied, en loost gewoonlijk via het verdeelwerk AJ op de Vlootbeek. Bij veel waterbezwaar kan hier een gedeelte van het water naar de Roer worden afgevoerd.


VII. Het stroomgebied van de Roer

De Roer loost bij Roermmid op de Maas; zie het blad Roermond-West. Het totale stroomgebied van de Roer, met inbegrip van de onderverdelingen, is groot ongeveer 234 000 ka, waarvan 10 600 ka op Nederlands gebied.

Het gebied wordt onderverdeeld in :

VIIA. De Roer boven de stuw te Roermond.

Het gebied bestaat uit hoge gronden ; de voornaamste waterlos singen zijn : de Roer, de Wurm, de Schaagbach, de Baalerbach, de Schaafbach, de Mühlenbach en de Laakbach. Zie voorts de bladen Roermond-West en -Oost en Heerlen.

VIIB. De Rode Beek hissen de Vlodropper- en Gietstappermolen.

Het gebied is groot 135 ha, waarvan 50 ka op Nederlands gebied. Zie voorts het blad Roermond-Oost.

VIIC. De Rode Beek tussen de Gietstapper- en Dalheimermolen.

Het gebied is groot 1675 ha, waarvan 720 ha op Nederlands gebied. Zie voorts het blad Roermond-Oost.


VIII. Het stroomgebied van de Geleenbeek boven de grondduiker

in de Groenbeek

Het gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 37 525 ha, waarvan 30 040 ka op Nederlands gebied.

De Geleenbeek watert normaal via de grondduiker in de Groenbeek en de Oude Maas op de Maus af. Bij hoge Maasstanden kan de Geleenbeek het overtollige water, via de op de grondduiker P gebouwde ontlastsluizen, op het tussen de sluizen van Maasbracht en Roosteren gelegen pand van het Julianakanaal lozen.

Voor de doorspoeling van de riolering van Echt wordt eenmaal per week de grondduiker tijdelijk afgesloten, dan herneemt de beek (hier Molenbeek genaamd) haar oude loop en loost via een open grondduiker op de Oude Maas.

Bij watergebrek kan het Julianakanaal door twee op de grondduiker P gebouwde ontlastsluizen uit de Groenbeek gevoed worden.

Op dit blad wordt het gebied onderverdeeld in :

VIIIA. De Geleenbeek van de Groenbeekduiker tot de Poolmolen.

Het gebied is groot 2930 ha. De voornaamste waterlossingen zijn : de Geleenbeek, de Vloedgraaf en de Reidsgraaf.

VIÏIB. De Geleenbeek van de Poolmolen tot de Armenmolen.

Het gebied is groot 1200 ha. Devoomaamste waterlossingen zijn : de Geleenbeek, de Sluis-beek en de Limbrichterbeek.

VIIIC. De Geleenbeek van de Armenmolen tot de molen te Munstergeleen.

Het gebied is groot 2015 ha. De voornaamste waterlossingen zijn de Geleenbeek en de KÖtelbeek.

VIIID. De Geleenbeek van de molen te Munstergeleen tot de molen te Jansgeleen.

Het gebied is groot 3325 ha. De voornaamste waterlossingen zijn de Geleenbeek en de Keutelbeek, welke laatste over een grote lengte gerioleerd is. Zie voorts het blad Maastricht.

VIIIE. De Geleenbeek van de molen te Jansgeleen tot de Brommelermolen. (Hierbij zijn niet begrepen de gebieden VIIIF en VIIIG.)

Het gebied is groot 3810 ha. De voornaamste waterlossingen zijn : de Geleenbeek en de Rakkert. Zie voorts de bladen Heerlen en Maastricht.

VIIIF. De Platsbeek boven de Platsmolen.

Het gebied is groot 830 ha. Zie voorts het blad Maastricht.

VIIIG. De Caiimerbeek.

Het gebied is groot 3225 ha. Zie voorts ket blad Heerlen.

VIIÏH. De Roode Beek van de Dieterenmolen tot de Millenermolen.

Het gebied is groot 5190 ha, waarvan 2155 ka op Nederlands gebied. De voornaamste waterlossingen zijn de Roode Beek en de Saeffelerbeek.

VIIII. De Roode Beek van de Millenermolen tot de benedenste molen te Schinveld.

Het gebied is groot 9460 ha, waarvan 5010 ha op Nederlands gebied. De voornaamste waterlossingen zijn: de Roode Beek, de Kwabeeksgiub en de Molenbeek. Zie voorts het blad Heerlen.

VIII J. De Roode Beek boven de benedenste molen te Schinveld.

Het gebied is groot 1960 ka. De voornaamste waterlossingen zijn de Roode Beek en de Merkelbekerbeek.


IX, Het stroomgebied van de Watervalderbeek boven de Watervaldermolen

Het gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 1025 ha. Het bekoort tot ket stroomgebied van de Geul. Zie het blad Maastricht.


X, Het stroomgebied van de Ziepbeek

Het geheel in België gelegen gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 3300 ha. De voornaamste waterlossing is de Ziepbeek. Zie voorts het blad Maastricht.


XI, Achttiende pand van de Zuidwillemsvaart

Het achttiende pand van de Zuidwillemsvaart staat in open gemeenschap met het kanaal door de Rempen. De grootte van de boezem bedraagt ongeveer 240 ha, waarvan ongeveer 115 ha tot de Zuidwillemsvaart behoort. Dit pand wordt via het Voedingskanaal uit de Maas en door het bovengelegen pand van de Zuidwillemsvaart gevoed. Het kanaalpeil bedraagt 40,43 m N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 40,35 m N.A.P.

Het gebied, dat afwatert op het achttiende pand van de Zuidwillemsvaart, komt gedeeltelijk op dit blad voor en is groot 1900 ha, waarvan 895 ha^ op Nederlands gebied is gelegen. Zie voorts de bladen Valkenswaard-Oost en - West en Maastricht.


XII, Het stroomgebied van de Zanderbeek

Het geheel in België gelegen gebied is groot 2315 ha en bestaat uit hoge gronden. De voornaamste rvaterlossing is de Zanderbeek.


XIII, Het stroomgebied van de Boschbeek

Het geheel in België gelegen gebied bestaat uit hoge gronden en wordt onderverdeeld in :

XIIIA. De Bosbeek vaii de mond tot de benedenste molen te Neeroeteren. Dit gebied is groot 815 ha. De voornaamste waterlossingen zijn : de Bosbeek en de Sint-Jansbergerbeek.

XIIIB. De Bosheek boven de benedenste molen te Neeroeteren. Dit gebied is ongeveer 8500 ha groot. Het grootste deel van dit gebied ( ± 8450 ha) zvatert gewoonlijk af op de Witbeek boven de molen te Ophoven (zie XIVB A


XIV, Het stroomgebied van de Thornderbeek

Het gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 18 735 ha, waarvan 975 ha op Nederlands gebied.

Op dit blad zijn de voornaamste waterlossingen de Itterse Beek en de Witbeek, terwijl de volgende onderverdelingen voorkomen :

XIVA. De Thornderbeek van de keersluis te Wessern tot de Luyensmolen te Ittervoort.

De voornaamste waterlossing, welke op dit blad voorkomt, is de Witbeek.

Het gebied is groot 1675 ha, waarvan 675 ha op Nederlands gebied. Zie voorts het blad Roermond- West.

XIVB. De Witbeek boven de molen ten westen van Ophoven.

Het geheel in België gelegen gebied is groot 2680 ka. Gewoonlijk ontvangt dit gebied ook het water van een gebied, groot ± 8450 ha (zie XIII B.)

XIVC. De Itterse Beek boven de Luyensmolen te Ittervoort.

Het gebied is groot 5925 ha, waarvan 300 ha op Nederlands gebied. Zie voorts het blad B,oermond-We8t.


VERKLARING DER TEKENS


4X192 12.0


XMsl


i met opgave van de aard van hetbemalingswcrktuig {c = centrifu-Elektrisch gemaal lt;nbsp;gaalpomp) en het aantal m® waterverzet per minuut bij de in m ( aangegeven opvoerhoogte


Kleine windmolen

Molen, door water gedreven

Schutsluis

Uitwateringssluis of afsluitbare duiker

Inlaatsluis

Keersluis

Grondduiker

Afsluitbare grondduiker

Stuw

Peilmerk van het N.A.P.

Peilschaal


Peilschaal, geregeld waargenomen

Verharde weg

Spoorweg

Riolering in de kleur van het gebied

Grootte van een stroomgebied in ha volgens meting op de topografische kaart 1:25 000 met de poolplanimeter

Waterkerende dijk

Administratieve grens van een waterschap

Rijksgrens

Grens van het mijnzakkingsgebied in Nederland


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN


SITTARD





-ocr page 146-

Hoogte In in N.A.P.

SLUIZEN EN STUWEN

Wijdte

Slag

in de dag

drempel

in m

of dorpel

In het Julianakanaal

A. Schutsluis no. III bij Eom bovenhoofd......................

14,00

40,40

43,80 à

43,90 k.p.

benedenhoofd.....................

Schadengte 136,09 m, schutkolkwijdte 16,00 m, aan bovenhoofd en benedenhoofd elk een hefdeur.

Aan de oostzijde van de sluis, is een tweede shiis in aanbouw

14,00

29,05

B. Schutsluis no. II bij Roosteren bovenhoofd...................... benedmhoofd..................... Schutlengfe 136,00 m, schutkolkwijdte 16,00 m, aan het bovenhoofd een klepdeur, aan het benedenhoofd een paar puntdeuren.

14,00

14,00

29,05

24,25

32,65 k.p.

In de Geleenbeek

C. Stuw ten westen van Heisterbrug; vier openinoen tivee openingen, elk

twee openingen, elk

twee openingen voor de afwatering, elke opening

Ongeveer 100 m boven de molen een onWastsluis; vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif, dagwijdte van noord naar zuid respectievelijk 1,11 m; 1,00 m; 1,06 m en 1,04 m.

  • P. nbsp;nbsp;nbsp;Molen te Munstergelecn; twee openingen, elk afsluitbaar met een schitif, één opening voor de turbine...............1,90 één opening voor de afwatering.............1,13

Ongeveer 200 m boven de molen een ontlastsluis, vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening

  • G. nbsp;nbsp;nbsp;Ophovenennolen of molen van Landy; vijf openingen, elk afsluitbaar met een schuif opening voor de molen

vier openingen voor de afwatering, elke opening

  • H. nbsp;nbsp;nbsp;Loosemolen; drie openingen, elk afsluitbaar met een schuif één opening voor de molen...............1,10

  • twee openingen voor de afwatering, elke opening......1,06 Stuwreckt is in 1957 afgekocht

Ongeveer 950 m boven de molen een ontlastsluis, genaamd de „Steenen Sluis'*; drie openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke Opening .......................0,99

Mzg

Mzg

Mzg

Mzg Mzg Mzg

TOELICHTING

Onder polder wordt verstaan een complex landen, waarvan de er in liggende waterlopen zijn afgescheiden van de omringende wateren.

De polder heeft, in een lichtere tint, de kleur van het stromende water, waarop hij afwatert.

Hoge gebieden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterleidingen aangegeven in de kleur van het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterleidingen, een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan.

Daar, waar een waterleiding de grens van het gebied vormt, vervalt de lues.

Bij belangrijke waterlossingen is de naam in rood geplaatst.

Namen van waterschappen zijn in bruin op de kaart aangegeven.

Administratieve grenzen van waterschappen zijn slechts aangegeven, waar zij afwijken van die van de waterstaat.

Daar, waar de administratieve grens van een waterschap samenvalt met de rijksgrens, wordt de rijksgrens aangegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men deel II van register VIl (Limburg) der N.A.P.-registers.

De waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Vitgeverij-bedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Oravenhage.

De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.

Ten behoeve van hen, die de kaart willen opplakken, zijn op aanvraag afdrukken van de op deze zijde van de kaart gedrukte tekst verkrijgbaar bij de directie Algemene Dienst en Waterhuishouding van de Rijkswaterstaat, Koningskade 25, te ’s-Gravenhage.


I. Sittardermolen; drie openingen, elk afsluitbaar met een


Mzg


schuif één opening voor de molen...............1,50

één opening voor de afwatering.............0,79

één opening voor de afwatering.............0,80

  • J. nbsp;nbsp;nbsp;Stadbroekermolen; drie openingen, elk afsluitbaar met een schuif

opening voor de turbine................

Opening voor de afwatering...............

opening voor de afwatering...............

De turbine wordt sinds 1945 niet meer gebruikt.

  • K. nbsp;nbsp;nbsp;Stuw in de Geleenbeek en aflaatwerk naar de Vloedgraaf;

1,43

1,18

1,10

40,73

40,73

twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening . . . Aflaatwerk ; zes openingen, elk afsluitbaar met een schuif

1,25

35,63 nbsp;nbsp;38,13 b.s.

vier openingen, elke opening...............

0,91

35,63 nbsp;nbsp;37,43 b.s.

twee openingen, elke opening..............

0,92

35,63 nbsp;nbsp;37,43 b.s.

L, Armenmolen; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif,

opening voor de turbine................

1,67

34,53 b.v.

35,24 b.s.

opening voor de afwatering...............

Stuwrecht is iu 1957 afgekocht

Ongeveer 150 m boven de molen een ontlastsluis naar de Sluis-

1,17

34,54 b.v.

35,24 b.s.

beek ; één opening, afsluitbaar met een schuif.........

M. Katsbrockermolen; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif

1,18

33,35 nbsp;nbsp;35,30 b.s.

opening voor de turbine................

1,78

31,89 b.v.

32,83 b.s.

opening voor de afwatering...............

Stuwrecht is in 1957 afgekocht

1,50

31,63 b.v.

32,73 b.s.

N. Poolmolen; drie openingen, elk afsluitbaar met een schuif.

opening voor de molen.................

1,30

30,77 b.v.

31,79 b.s.

twee openingen voor de afwatering, elke opening......

Ongeveer 400 m boven deze molen een aflaatwerk van de Geleenbeek naar de Vloedgraaf, dit kunstwerk dient tevens als ontlastsluis van de Poolmolen

0,90

30,50 b.v.

31,52 b.s.

één opening, afsluitbaar met een schuif..........

Naast dit aflaatwerk aan de oostkant een overlaat, breed 2,50 m, kruinhoogte........................

1,45

30,47 b.v.

31,57 b.s.

31,57

0. Keersluis nabij Ophoven; twee openingen, tezamen afsluit-

baar met één schuif, elke opening..............

Deze sluis wordt slechts eenmaal per week geopend voor doorspoeling van de beek in de kom van Kcht.

1,60

25,25 b.v.

In de Groenbeek


P. Grondduiker onder het Julianakanaal ; de grondduiker is afsluitbaar; vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening..........................2,50

Op de grondduiker twee onflastsluizen van de Groenbeek op het Julianakanaal, elke sluis vier openingen, elke twee openingen afsluitbaar met één schuif twee openingen samen.................2,54

Voor hef ontlasten van de Groenbeek op het Julianakanaal wordt de grondduiker aan het westelijke einde afgesloten.


24,80

25,65


In de Kanjelbeek

Q. Uitwateringssluis; een opening, afsluitbaar met een schuif


1,40


24,80 b.v.


In de Reidsgraaf


R. Uitwateringssluis; één opening, afsluitbaar met een schuif 0,92 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;27,85

één opening, afsluitbaar met een schuif..........0,70 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;26,55

Normaal wordt door de eerste opening op de Geleenbeek geloosd.


Bij waterbezwaar kan de Reidsgraaf door de tweede opening en de grondduiker onder de Geleenbeek naar de Vloedgraaf afwateren.


In de Roode Beek


opening voor de afwatering

Ongeveer 200 m boven de molen een ontlastsluis; één opening, afsluitbaar met een schuif

U. Aflaatwerk van de Koode Beek naar de Vloedgraaf; zes openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening

V. MiUenermolen; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif, opening voor de turbine................2,05 opening voor de afwatering...............1,70

W. Stuw ten zuidoosten van Susteren; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening............ nbsp;nbsp;nbsp;1,22

X. Dieterdermolen; vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif, opening voor de turbine................1,34 twee openingen voor de afwatering, elke opening......1,52 een opening voor de afwatering.............1,49


Mzg


Mzg

36,22 nbsp;nbsp;37,71

36,56 nbsp;nbsp;37,71

29,35 nbsp;nbsp;31,00

28,05 nbsp;nbsp;28,86

27,01 nbsp;nbsp;28,85

27,01 nbsp;nbsp;28,85


In de Vlootbeek

IJ. Verdcelwerk nabij grenspaal 353.

Normaal gaat het water van de Kitschbach en de Flutgraben naar de Vlootbeek, dit geschiedt door een opening, breed 1,50 m en hoog 0,25 m, in het verdeelwerk ter hoogte van de beekbodem (29,75 m 4- N.A.P.). Bij waterbezwaar gaat een gedeelte van het water via de Schaafbach naar de Roer.

Z. Stuw nabij de Dorperbrug; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif, elke opening.................1,43

Door het verwijderen van een wegneembare U-balk no. 20 worden dorpelhoogte en bovenkant schuif in de toekomst resp. 28,23 m 4-N.A.P. en 29,23 m N.A.P.


28,43 nbsp;nbsp;29,43 b.s.


In de Rode Beek


Ai. Vlodroppermolen; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif, opening voor de turbine................ opening voor de afwatering...............


0,66

0,47


32,12

32,11


In de Wurm

Bi. Rimburgermolen; vijf openingen, elk afsluitbaar met een schuif.


opening voor de molen.................0,78

vier openingen voor de afwatering, elke opening.......1,52


Mzg


In de Platsbeek


Cf Platsmolen; één opening, afsluitbaar met een schuif . . . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;0,84

Ongeveer 100 m boven de molen een ontlastsluis......0,57


Mzg


In de Molenbeek


Df Watermolen nabij Hulsen; één opening, afsluitbaar met een schuif ........................ nbsp;nbsp;0,39


57,47


In de Kingbeek

E,. Grevenbichtermolen; twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif.


opening voor de turbine................0,90

opening voor de afwatering ............... nbsp;nbsp;nbsp;0,50


Mzg


U In deze kolom betekent b.v. bovenkant vloer, b.s. bovenkant schuif, k.p. kanaalpeil, terwij Mzg aangeeft, dat het kunstwerk in het mijnzakkingsgebied is gelegen. Hiervan worden geen hoogten aangegeven.


-ocr page 147-

SLUIZEN EN STUWEN

Wijdte in de

Hoogte boven N.A.P. b.v.k.

dag

Slagdr. schotb. stuw-

in m

of schuif kruin

In de Maas

A. Stuw te HermaUe-Argenteau

twee openingen, afsluitbaar met naalden, elke

opening ...............

66,00

49,89

eén opening (vaste stuw).......

150,00

liet stuwpeil bedraagt 52,65 m N.A.P.

Ten westen van de stuw bevindt zieh een scind-

sluis met puntdeuren, sehutkolklengte 56,57 ni

bovenhoofd ..............

9,00

48,70

bcnedenhoofd.............

9,00

48,30

B. Stuw te Visé

twee openingen, afsluitbaar 7net naalden, elke

opening ...............

04,00

47,87

één opening (vaste stuw)........

150,00

liet stuwpeil bedraagt 50,65 m N.A.P.

De schutsluis ten noordwesten van de stuw is

buiten gebruik.

C. Stuw te Borgharen

drie openingen voor waterafvoer, elke ope-

ning.................

23,00

^9,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;00

ééti opening voor de scheepvaart.....

30,00

Het stuwpeil bedraagt 44,00 m N.A.P. (in

de regel wordt een peil van 43,80 m à 43,90 m

-1- N.A.P. gehandhaafd)

Ten noordoosten van de stuw' bei'indt zich een

schutsluis met twee paar puntdeuren

bovenhoofd..............

7,50

41,20

benedenhoofd.............

7,50

38,50

In het bovenpand van het Julianakanaal

D. Schutsluis bij Linimel, dubbele schut-

sluis, elke scladkolk heeft hvee hefdeuren,

sehutkolklengte 136 m

bovenhoofd ..............

16,00

10,15

benedenhoofd .............

16,00

40,15

De sluis is meestal geopend, maar wordt ge-

sloten bij een tcalerstand boven 44,00 m

N.A.P. Bij het bovenhoofd is een gemaal

geplaatst om in tijden, dat de sluis gesloten is.

het Julianakanaal tussen Limmel en Bom te

kunnen voeden met Maas^cater, dit ten be-

hoeve van wateraftopping door de Staats-

mijnen.

In het Verbindingskanaal in het

Bossche Veld

E. Vaste overlaat..........

45,00

41,00

F. Schutsluis met hefdeuren, schutkolk-

lengte 136 m

bovenhoofd..............

14,00

40,40

benedenhoofd .............

14,00

35,90

In het Voedingskanaal van de

Zuidwillemsvaart

G. Schotbalkkering

drie openingen, elke opening......

5,00

46,00

H. Duikersluis, dienende voor voeding van

de Zuidzcillemsvaart uit de Maas, vier ope-

ningen elk afsluitbaar met een schuif.

elke opening.............

1,00

39,25

In het Verbindingskanaal Haccourt-Visé

I. Schutsluis met twee paar puntdeuren.

sehutkolklengte 55 m

bovenhoofd..............

7,50

32,60

benedenhoofd.............

7,50

47,40

In het kanaal Luik-Maastricht

J. Dubbele schutsluis te Ternaaien,

sehutkolklengte 55 m. In het bovenhoofd punt-

deuren en in het benedenhoofd hefdeuren.

bovenhoofd ..............

7,50

52,65

benedenhoofd .............

7,50

40,80

K. Schutsluis bij St. Picter, twee rol-

deuren, sehutkolklengte 105 m.

bovenhoofd..............

12,00

42,83

benedenhoofd.............

12,00

40,75

L. Overlaat „Het Driftje” afsluitbaar

met schotbalken............

4,00

quot;^^’^^ nbsp;nbsp;nbsp;48,00

M. Schutsluis met twee paar puntdeuren.

sehutkolklengte 51 m

bovenhoofd..............

6,95

43,50

benedenhoofd.............

6,95

41,64

Ten zuidoosten van de sluis bevindt zich een

spuisluis met twee openingen afsluitbaar met

schuif, elke opening..........

1,50

de spuisluis dient om overtollig kanaalwater

op de Maas te lozen.

N. St. Antoniesluis, schutsluis met twee

paar puntdeuren, sehutkolklengte 51 m

bovenhoofd..............

6,95

41,44

benedenhoofd.............

6,95

39,69

In de Zuidwillemsvaart

O. Sluis no 20, schutsluis met vier paar

deuren naar weerszijden kerend, schutkolk-

lengte 50 m

bovenhoofd..............

7,00

39,65

benedenhoofd.............

7,00

39,65

P. Sluis no 19, schutsluis met twee paar

puntdeuren, sehutkolklengte 50 m

bovenhoofd..............

7,00

39,63

benedenhoofd.............

7,00

37,70

Aan weerszijden bevinden zich riolen voor de

afvoer van overtollig water van het boven-

gelegen kanaalpand.

In het kanaal Briegden-Neerharen

Q. Schutsluis met twee paar puntdeuren.

sehutkolklengte 55 m.

bovenhoofd..............

7,50

32,63

benedenhoofd.............

7,50

45,51

R. Schutsluis met tioee paar puntdeuren,

sehutkolklengte 55 in

bovenhoofd..............

7,50

44,01

benedenhoofd.............

7,50

36,88

In de Jeker

3. Sluis van een watermolen, zes openin-

gen afsluitbaar met een. schuif.

één opening voor het rad........

1,25

50,03

één opening voor afwatering......

1,37

50,02

één opening voor afwatering......

1,29

49,81

één opening voor afwatering......

1.25

49,81

één opening voor afwatering......

1,26

49,81

één opening voor afivatering......

1,24

49,81

T. Sluis met drie openingen, elke opening

afsluitbaar met een schuif

één opening.............

1,90

47,1.3

één opening.............

1,95

47,13

één opening.............

1,87

47,12 ■

U. Spuisluis met twee openingen, elke ope-

ning afsluitbaar met een schuif, elke opening.

1,25

45,92 i; cy

Ten westen van de spuisluis bevindt zich een

overlaat...............

30,00

d:7,67

1

SLUIZEN EN STUWEN

Wijdte in de dag in m

Hoogte boven N.A.P.

b.v.k.

Slagdr.

schotb. of schuif

stuw-kruin

In de Voer

V. Molensluis van de Meschermolen, één

opening voor het rad, afsluitbaar met een schuif................

1,65

65,73

Ongeveer 170 m boven de molen bevindt zich een sluis met twee openingen, elke opening

afsluitbaar met een schuif

één opening .............

6,84

65,12

één opening.............

6,86

65,12

W. Molensluis van de Muggemolen, twee

openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif.

één opening voor het rad........

6,76

58,29

één opening voor de afwatering.....

1,05

58,01

X. Molensluis van de Breusdermolen,

hoee openingen, waarvan één opening afsluitbaar met een schuif.

één opening voor de turbine......

1,45

53,89

één opening voor de afwatering.....

Y. Molensluis van de Graanmolen van Eijsden, twee openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif

1,35

53,78

één opening voor het rad........

6,98

51,70

één opening voor de afwatering.....

Ongeveer 156 m ten leesten van de Graan-

1,33

51,78

molen bevindt zich de sluis van de voormalige Zaagmolen

één opening afsluitbaar met een schuif. .

1,15

49,58

In de Nieuwe Kanjelbeek

Z. Sluisje met één opening afsluitbaar met

een schuif..............

6,86

42,43

In de Geul

Ah Grondduiker onder het Julianakanaal.

fijf openingen voor de afvoer van de Geul, afsluitbaar met naalden, elke opening . . .

2,50

40,75

één opening is afsluitbaar met schotbalken. . In deze opening (welke opening is afgesloten voor het Geulwater) mondt een pijpleiding uit, welke het water afvoert van de oostelijke berm-

2,50

sloot van het Julianakanaal.

B'. Sluis bij de voormalige Papiermolen te Weert

één opening, afsluitbaar met een schuif. . .

7,55

45,59

47,55

Ch Molensluis van de Nieuwe Molen drie

openingen afsluitbaar met een schuif

één opening voor het rad........

1,20

48,50

één opening voor de afwatering.....

1,20

47,92

één opening voor de afwatering.....

1,30

47,93

Dh Molensluis van de Watervaldermolen (in vervallen staat) in de Watemaldcrbeek,

twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif.

één opening (rad niet meer aanwezig) . .

0,50

60,84

één opening voor de afwatering.....

0,74

60,31

E'. Molensluis van de Groote Molen, vier

openingen elk afsluitbaar met een schuif.

één opening voor de turbine......

1,35

49,84

één opening voor de turbine......

1,3.5

49,87

één opening voor de afwatering.....

1,55

49,83

één opening voor de afwatering.....

1,55

49,83

F'. Ontlastsluis bij de Groote Molen, vier openingen elk afsluitbaar met een schuif, één opening .............

1,00

49,94

één opening.............

1,00

49,94

één opening.............

1,03

49,94

één opening .............

1,03

49,94

G^. Molensluis van de molen te Geulhem,

vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif.

één opening voor het rad........

1,25

57,25

één opening voor de afwatering.....

0,95

56,94

één opening voor de afwatering.....

1,00

56,94

één opening voor de afwatering.....

1,06

56,94

Hh Vaste stuw van mergelblokken . . Direct beneden de stuw ligt in de noordelijke

9,50

58,43

oever van de aftakking een vaste stuw....

30,00

58,50

P. Molensluis van de Kruidmolen, twee openingen elk afsluitbaar met een schuif

één opening voor het rad, bovenkant vloer

62,85 m N.A.P............

3,25

één opening voor de afwatering, bovenkant

vloer 62,85 m N.A.P.........

1,10

Op 24 m boven de Kruidmolen in de aftakking bevindt zich een sluis met één opening afsluitbaar met een schuif ........

62,90

64,91

7,60

Jh Molensluis van de Franse Molen, vier

openingen elk afsluitbaar met een schuif, één opening voor het rad.......

2,42

65,04

één opening voor de afwatering.....

0,95

65,04

één opening voor de afwatering.....

0,98

65,04

één opening voor de afwatering.....

1,18

65,04

Kh Sluis, in de aftakking, met één opening afsluitbaar met een schuif.......

6,50

65,99

68,07

L^. Molensluis van de Sloenmolen, vier

openingen elk afsluitbaar met een schuif.

één opening voor de turbine......

1,40

70,5.3

één opening voor de afwatering.....

1,05

69,97

één opening voor de afwatering.....

1,07

69,97

één opening voor de afwatering.....

1,07

69,97

Mh Vaste stuw van mergelblokken. . . Ten westen van de stme bevindt zich een sluis met twee openingen, elke opening is afsluitbaar met een schuif.

7,25

71,97

één opening (schuif niet aanwezig) . . .

1,40

71,44

één opening.............

1,40

71,42

In de Gulp

Nh Stuw achter kasteel Neuborg . . .

12,05

100,72

In het midden van de stuw bevindt zich een

half cirkelvormige opening, afsluitbaar met een schuif..............

98,7.5

O'. Sluis met drie openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif, elke opening . . .

1,54

106,75

108,10

Pk Molensluis van de Groenendaalse molen.

één opening voor het rad, afsluitbaar met een schuif................ Op ongeveer 56 m boven de molen bevindt zich een ontlastsluis met één opening, afsluitbaar

0,96

115,94

met een schuif............

In de bovenmond van de afslagtak bevindt

1,12

115,44

zich een schotbalksluis.........

1,52

115,99

Q'. Sluis van de Broekermolen.

één opening, voor de turbine, afsluitbaar met een schuif..............

Boven de molen bevindt zich een sluisje met

1,37

135,26

één opening, afsluitbaar met een schuif . . . In de bovenmond van de aftakking is een vaste

1,35

134,89

stuw, één opening...........

3,00

136,30


BEHOORT BIJ BLAD MAASTRICHT VAN DE WATERSTAATKAART HERZIEN IN 1953


-ocr page 148-

AFWATERINGSEENHEDEN


  • I. nbsp;nbsp;nbsp;De Maas tussen de stuw te Linne en de stuiv te Borgharen

Het gebied bestaat iiit boezemland en hoge gronden. De grootte van de boezem bedraagt ± 600 ha.

Het met een karmijn bies omsloten gebied, dat vrij op de Maas afwatert, is groot 28 500 ha, waarvan 8550 ha op Nederlands gebied is gelegen. Het stuwpeil te Linne bedraagt 20,40 m N.A.F. Zie ook het blad Sittard.

  • II. nbsp;nbsp;nbsp;De Maas tussen de stuw te Borgharen en de stuw te Visé en het Julianakanaal boven de sluis te Born

Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden. De grootte van de boezem bedraagt ± 290 ha. De voornaamste riviertjes, die in dit gebied voorkomen, zijn de Grubbe en de Zeep, in de bovenloop Grub, Sprink en Betlauwsloot genoemd.

Het Julianakanaal wordt gevoed door de Maas. Het bovenpand van het Julianakanaal staat in open gemeenschap met de Maas. Het peil boven de sluis te Bom bedraagt, evenals dat boven de stuw te Borgharen, 44,00 m N.A.P. Di de regel wordt echter een peil van 43,80 ni à 43,90 m N.A.P. gehandhaafd.

Het met een blauwe bies omsloten gebied, dat vrij op de Maas af-walert, is groot 9400 ha, waarvan 8730 ha 02} Nederlands gebied is gelegen. Voor het Julianakanaal zie ook het blad Sittard.

  • III. nbsp;nbsp;nbsp;De Maas tussen de stuw te Visé en de stuw Hermalle sous Argenteau

Het gebied bestaat uit boezemland en hoge gronden. De grootte van de boezem bedraagt ± 75 ha. De voornaamste riviertjes, die op dit blad voorkomen, zijn de Grand Aaz en de Julienne.

  • IV. nbsp;nbsp;nbsp;De Maas tussen de stuw te Hermalle sous Argenteau en de stuw te Monsin

Het gebied bestaat uil boezemland en hoge gronden. De grootte van de boezem bedraagt :£ 168 ha.

  • V. nbsp;nbsp;nbsp;Achttiende pand van Zuidwillemsvaart

Het achttiende pand van de Zuidwillemsvaart staat in open gemeenschap met het kanaal door de Kempen. De grootte van de boezem bedraagt 240 ha, waarvan 115 ha tot de Zuidwillemsvaart behoort. Dit pand wordt via het Voedingskanaal uit de Maas en door het bovengelegen pand van de Zuidwillemsvaart gevoed. Het kanaalpeil bedraagt 40,43 m N.A.P., de waterstand bedraagt gewoonlijk 40,35 m N.A.P.

Het gebied, dat afwatert op het achttiende pand van de Zuidicillems-vaart, is groot 1900 ha, waarvan 895 ha op Nederlands gebied is gelegen, en komt gedeeltelijk op dit blad voor. Zie ook de bladen Valkenswaard-Oost en -West en Sittard.

  • VI. Negentiende pand van de Zuidwillemsvaart

De grootte van de boezem bedraagt ± 2,5 ha. Het pand wordt gevoed door de Maas en door het kanaal Luik-Maastricht. Het kanaalpeil bedraagt 41,75 m N.A.P., de waterstand is geivoonlijk 0,85 m hoger. Op dit pand wateren geen gronden af.

VII Eerste pand van kanaal Luik-Maastricht

De grootte van de boezem bedraagt ± 0,7 ha. Het kanaalpeil bedraagt 43,83 m N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,50 m hoger. Op dit pand wateren geen gronden af.

VIIL Tweede pand van het kanaal Luik-Maastricht

De grootte van de boezem bedraagt ± 10 ha. Het kanaal wordt gevoed door het Albertkanaal. Overtollig water kan worden geloosd via kunstwerk L, door een sluisje bij de grondduiker van de Jeker en door een spuisluis ten oosten van kunstwerk M. Het kanaalpeil bedraagt 46,08 m N.A.P., de waterstand is gewoonlijk 0,60 m hoger.

Het gebied, dat afwatert op het tweede pand van het kanaal Luik-Maastricht, is groot 595 ha, waarvan 95 ha op Nederlands gebied is gelegen. Het gebied ten westen van het Albertkanaal loost via een 500 m lange syphon juist beneden de sluis te Ternaaien op hei tweede pand van het kanaal Luik-Maastricht.

  • IX. nbsp;nbsp;nbsp;Het Albertkanaal

Het Albertkanaal wordt ten noorden van Luik bij Monsin door de Maas gevoed. Het kanaal i.s geheel in België gelegen.

Het kanaalpeil bedraagt 60,00 m E.M. d.i. 57,68 m N.A.P. Een gebied, groot 4370 ha en geheel in België gelegen, watert op dit blad op het Albertkanaal af.

  • X. nbsp;nbsp;nbsp;Het Verbindingskanaal Briegden-Neerharen

De grootte van de boezem bedraagt ± 23 ha. Het kanaal wordt gevoed door het Albertkanaal en is geheel in België gelegen. Het kanaalpeil bedraagt 49,15 m N.A.P.

Het gebied, dat op het Verbindingskanaal afwaterl, is groot 935 ha en is geheel in 'België gelegen.

XL Het stroomgebied van de Demer

Van dit geheel in België gelegen gebied komt slechts een zeer klein gedeelte op dit blad voor.

  • XII. nbsp;nbsp;nbsp;Het stroomgebied van de Ziepbeek

De voornaamste riviertjes in dit gebied zijn de Ziepbeek en de Molebeek. Het gebied is groot 3300 ha en bestaat riit hoge gronden. Een gebied van 485 ha kan zmeel 02d de Ziepbeek als op het achttiende pand van de Zuidwillemsvaart afwateren. Het gebied is geheel in België gelegen. Zie ook het blad Sittard.

XIIL Het stroomgebied van de Nieuwe Kanjelbeek

Het gebied is groot 950 ha. De Nieuwe Kanjelbeek kan via. de grondduiker onder het Julianakanaal door hel Julianakanaal worden gevoed, dit ten behoeve van het onder water houden van de rijshout-fundering van het kasteel ie Borgharen. Ongeveer | van de afvoer van de Nieuwe Kanjelbeek kan over een stuwtje ten noordwesten van de grondduiker op het gebied van de Geul lozen.

  • XIV. nbsp;nbsp;nbsp;Het stroomgebied van de Geul

De voornaamste riviertjes in dit gebied zijn: de Geul, de Watervalderbeek en de Gulp. Het stroomgebied is groot 34 715 ha, waarvan 18 450 ha op Nederlands gebied, en verdeeld in de volgende gebieden:

XIVA. Een gebied, dat afwatert op de Geul beneden de shiis te Weert. Het gebied is groot 93,5 ha.

XIVB. Een gebied, dat direct afwatert op de Geul tussen de sluis te Weert en de Eranse Molen te Valkenburg. Het gebied is groot 2665 ha.

XIVO. Een gebied, dat afwalert op de Watervalderbeek boven de Waiervaldermolen. Het gebied is groot 1025 ha. Zie ook het blad Sittard.

XIVD. Een gebied, dat direct afwatert op de Geul tussen de Eranse Molen te Valkenburg en de watermolen te Wijlre. Het gebied is groot 3285 ha. Zie ook het blad Heerlen.

XIVE. Een gebied, dat afwatert op de Geul tussen de watermolen te Wijlre en de wiatermolen te Sippenaken. Het gebied is groot 4400 ha, waarvan 3515 ha op Nederlands gebied is gelegen. Zie ook het blad Heerlen.

Xivr. Een gebied, dat afwatert op de Gulp tussen de Neuborger watermolen en de Broekermolen. Het gebied, groot 1560 ha, komt gedeeltelijk 02} dit blad voor. Zie ook het blad Heerlen.

XIVG. Een gebied, dat afwafert op de Gulp boven de Broekermolen. Het gebied is groot 2750 ha, waarvan 240 ha op Nederlands gebied is gelegen, en komt gedeeltelijk op dit blad voor. Zie ook het blad Heerlen.

  • XV. nbsp;nbsp;nbsp;Het stroomgebied van de Geleen- en Molenbeek

De voornaamste riviertjes, welke op dit blad voorkomen, zijn: do Platsbeek en de Hulsbergerbeek. De Gclcenbcek gaat met een grondduiker onder het Julianakanaal door en loost via de Oude Maas op de Maas. Het totale stroomgebied is groot 37 525 ha, waarvan 30 040 ha op Nederlands gebied. De volgende gebieden komen gedeeltelijk op dit blad voor:

XV*. Een gebied, dat afwatert op de Gcleenbeek tussen de watermolen te Munstergeleen en de watermolen te Jansgeleen. Het gebied is groot 3325 ha.

XVB. Een gebied, dat afwatert op de Platsbeek boven de Platsmolen Het gebied is groot 830 ha.

XV0. Een gebied, dat ofwatert op de Geleenbeek tussen de watermolen te Jansgeleen en de Brommelermolen. Het gebied is groot 3810 ha.

XVD. Een gebied, dat afwatert op de Geleenbeek boven de Brommelermolen. Het gebied is groot 3580 ha. Zie ook de bladen Sittard en Heerlen.

  • XVI. nbsp;nbsp;nbsp;Het stroomgebied van de Voer

De voornaamste riviertjes zijn: de Voer, de Horstergrub en de Lange Akkers- en Palme Wilgengrub. Het gebied is verdeeld in de volgende gebieden:

XVI*. Een gebied, dat afwatert op de Voer boven de watermolen van Eijsden. Het gebied is groot 4895 ha, waarvan 790 ha op Nederlands gebied is gelegen.

XVIB. Een gebied, dat afwatert op de Lange Akkers- en Palme Wilgengrub. Het gebied is groot 1040 ha, waarvan 750 ha op Nederlands gebied is gelegen.

  • XVII. nbsp;nbsp;nbsp;Het stroomgebied van de Berwinne

De voornaamste riviertjes, welke op dit blad voorkomen, zijn: de Berwinne, de Bolland, de Asse en de Bel. Het gebied, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt, ligt bijna geheel in België.

XVIIL Het stroomgebied van de Jeker

Het stroomgebied, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt, is verdeeld in de volgende gebieden:

XVIIIA. Een gebied, dat afwatert op de Jeker beneden de watermolen te Kanne. Het gebied is groot 1010 ha, waarvan 895 ha op Nederlands gebied is gelegen.

XVIIIB. Een gebied, dal afwalert op de Jeker boven de watermolen te Kanne; dit gebied is bijna geheel in België gelegen.

VERKLARING DER TEKENS

Smet opgave van de aard van het bemalings-werktuig (c = centrifugaalpomp) en liet aantal m^ waterverzet per minuut bij de in m aangegeven opvoerhoogte

-ft- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Molen, door water gedreven

  • gt; gt;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Schutsluis

x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Uitwateringssluis of afsluitbare duiker

^^ in!. si. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Inlaatsluis

  • lt; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Keersluis

0-0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Grondduiker

i»-o nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Afsluitbare grondduiker

M nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Stuw

—o- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilmerk van het N.A.P.

—txzr nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal

-MO-““' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Peilschaal, geregeld waargenomen; reg. = registrerend

———— Verharde weg

===== Spoorweg

595 ha Grootte van een stroomgebied in ha volgens meting op de topografische kaart 1 : 25 000 met de poolplanimeter

Waterkerende dijk

____________Administratieve grens van een waterschap

- - - -♦-♦- - Rijksgrens

-----------Zuidelijke grens van het mijnzakkingsgebied

---------------Riolering in de kleur van het betreffende gebied


TOELICHTING

Hoge gronden en boezemland zijn niet gekleurd. In deze gebieden zijn de voornaamste waterlopen aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterlopen; een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan. Daar, waar een waterloop de grens van twee gebieden vormt, vervalt de bies van het gebied, waartoe die waterloop behoort.

Dij belangrijke waterlopen is de naam in rood geplaatst.

Het waterschap Van de Geleen- en Molenbeek met zijtakken is het enige waterschap, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt. De naam van het waterschap is in bruin aangegeven. De administratieve grens van het watersdiap is slechts aangegeven, waar zij afwijkt van die van de waterstaat.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men deel II van register VH (Limburg) der N.A.P.-registers.

De Waterstaatskaarten zijn à f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerijen Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage.

De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.


AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN

Z.O.Z.



-ocr page 149-

SLUIZEN EN STUWEN


Wijdte in de dag in m


Hoogte boven N.A.P.


Slagdr.


b.v.k. schotb. of schuif


stuw-kruin


SLUIZEN EN STUWEN


Wijdte in de dag in m


Hoogte boven N.A.P.


b.v.k.

Slagdr. schotb.


of


schuif


stuw-kruin


In de Maas

A. Stuw te Hermalle-Argenteau

twee openingen, afsluitbaar met naalden, elke opening ...............

één opening (vaste stuw)....... liet stuwpeil bedraagt 52,65 m N.A.P.

Ten westen van de stuw bevindt zich cen schutsluis met puntdeuren, scimtkolklengte 56,57 m bovenhoofd .............. benedenhoofd.............


60,00

130,00


40,89


32,63


In de Voer

V. Molensluis van de Meschermolen, één opening voor het rad, afsluitbaar met een schuif................ ' ''“’Teer 176 m boven de molen bevindt zich '•et twee openingen, elke opening met een schuif


9,00

9,00


48,76

48,36



1,05


0,84

0,80


63,73


63,12

65,12


B. stuw te Visé

twee openingen, afsluitbaar met naalden, elke opening............... één opening (vaste stuw)........ Ilct stuwpeil bedraagt 56,65 m N.A.P. De schutsluis ten noordivesten van de stuw is builen gebruik.


64,06 156,66


47,87


W. Molensluis van de Muggemolen, twee openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif.

één opening voor het rad........ één opening voor de afwatering.....


6,70

1,05


38,29

58,01


C. stuw te Borgharen

drie openingen voor waterafvoer, elke opening ................. één opening voor de scheepvaart.....

Iletstuwpeil bedraagt 44,66 m N.A.P. (in de regel wordt een peil van 43,86 m à 43,96 m N.A.P. gehandhaafd)

Ten noordoosten van de sluw bevindt zich een schutsluis met twee paar puntdeuren bovenhoofd.............. benedenhoofd.............


23,00

30,00


39,60

38,30


41,66

44,66


X. Molensluis van de Breusdermolen, twee openingen, waarvan één opening afsluitbaar met een schuif.

één opening voor de turbine...... één opening voor de afwatering.....


1,45

1,35


53,89

53,78


7,36

7,50


41,20

38,50


In het bovenpand van het Julianakanaal


D. Schutsluis bij Liinmel, dubbele schutsluis, elke schutkolk heeft twee hefdeuren, schutkolklengte 136 m bovenhoofd .............. benedenhoofd............. De sluis is meestal geopend, maar wordt gesloten hij een waterstand boven 44,06 m ) N.A.P. Dij het bovenhoofd is een gemaal geplaatst om in tijden, dat de sluis gesloten is, het Julianakanonl tussen Limmel en Hom te kunnen voeden met Maasivater, dit ten behoeve van wnteraftnpping door de Staatsmijnen.


16,00

16,00


16,15

46,15


In het Verbindingskanaal in het Bossche Veld

E. Vaste overlaat.......


Y. Molensluis van de Graanmolen van Eijsden, tivee openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif één opening voor het rad........ één opening voor de afwatering..... Ongeveer 156 m ten westen van de Graanmolen bevindt zich de sluis van de voormalige Zaagmolen één opening afsluitbaar met een schuif. .

In de Nieuwe Kanjelbeek

Z. Sluisje met één opening afsluitbaar met een schuif..............

In de Geul

A^. Grondduiker onder het Julianakanaal.

^Üf openingen voor de afvoer van de Geul, afsluitbaar met naalden, elke opening . . . één opening is afsluitbaar met schotbalken. . In deze opening (welke opening is afgesloten voor het Geuhvater) mondt een pijpleiding uit, welke hel water afvoert van de oostelijke berm-sloot van het Julianakanaal.


0,98

1,33


1,15


0,80


2,50

2,50


45,00


41,00


Bb Sluis bij de voormalige Papiermolen te Weert

één opening, afsluitbaar met een schuif. . .


7,55


31,70

31,78


49,58


42,43


40,75


45,59


47,55


F. Schutsluis met hefdeuren, schutkolk-tengte 136 m

bovenhoofd..............

benedenhoofd.............


14,60

14,00


40,40

35,90


In het Voedingskanaal van de Zuidwillemsvaart

G. Sehotbalkkering drie openingen, elke opening . . .


Cb Molensluis van de Nieuwe Molen drie openingen afsluitbaar met een schuif één opening voor het rad........ één opening voor de afwatering..... één opening voor de afwatering.....


5,00


39,25


40,00


H. Duikersluis, dienende voor voeding van de Zuidwillemsvanrt uit de Maas, vier openingen elk afsluitbaar met een schuif, elke opening.............


D*. Molensluis van de Watervaldermolen (in vervallen staat) in de Watervalderbeek, twee openingen, elk afsluitbaar met een schuif.

één opening (rad niet meer aanwezig) . . één opening voor de afwatering.....


1,00


39,25


In het Verbindingskanaal Haccourt-Visé

I. Schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 53 m bovenhoofd.............. benedenhoofd.............


7,36

7,56


47,40


E'. Molensluis van de Groote Molen, vier openingen elk afsluitbaar met een schuif, één opening voor de turbine......

één opening voor de turbine......

één opening voor de afivatering.....

één opening voor de afwatering.....


In het kanaal Luik-Maastricht

J. Dubbele schutsluis te Ternaaien, schutkolklengte 35 m. In het bovenhoofdpuntdeuren en in het benedenhoofd hefdeuren. bovenhoofd.............. benedenhoofd.............


7,30

7,30


32,65

40,80


Fb Ontlastsluis bij de Groote Molen, vier openingen elk afsluitbaar met een schuif, één opening ............. één opening............. één opening............. één opening.............


K. Schutsluis bij St. Picter, twee roldeuren, schutkolklengte 163 m.

bovenhoofd.............. benedenhoofd.............


12,60

12,66


42,83

40,73


G^. Molensluis van de molen te Geulhem, vier openingen, elk afsluitbaar met een schuif, één opening voor het rad........ één opening voor de afwatering.....

één opening voor de afwatering.....

één opening voor de afwatering.....


L. Overlaat ,,IIet Driftje” afsluitbaar met schotbalken............


4,00


46,18


48,00


M. Schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 51 m bovenhoofd.............. benedenhoofd............. Ten zuidoosten van de sluis bevindt zich een spuisluis met twee openingen afsluitbaar met schuif, elke opening.......... de spuisluis dient om overtollig kanaalwater op de Maas te lozen.


H^. Vaste stuw van mergelblokken . . Direct beneden de stuw ligt in de noordelijke oever van de aftakking een vaste stuw....


1,26

1,26

1,36

48,50

47,92

47,93

6,30

60,84

0,74

60,31

1,33

49,84

1,35

49,87

1,35

49,83

1,55

49,83

1,00

49,94

1,00

49,94

1,03

49,94

1,03

49,94

1,25

57,25

0,93

56,94

1,00

66,94

1,06

66,94

9,50

58,43

30,00

68,60


6,95

6,95


1,50


43,39

41,64


N. St. Antoniesluis, schutsluis met twee puur puntdeuren, schulholklengte 31 m bovenhoofd.............. benedenhoofd.............


F. Molensluis' van de Kruidmolen, twee openingen elk afsluitbaar met een schuif één opening voor het rad, bovenkant vloer 62,85 m N.A.P............ één opening voor de afwatering, bovenkant vloer 62,85 m N.A.P......... Op 24 m boven de Kruidmolen in de aftakking bevindt zich een sluis met één opening afsluitbaar met een schuif........


3,25


1,10


7,60


62,90


64,91


6,95

6,95


41,44

30,69


In de Zuidwillemsvaart

0. Sluis no 20, schutsluis met vier paar deuren naar weerszijden kerend, schutkolklengte 50 m

bovenhoofd.............. benedenhoofd .............


Ji. Molensluis van de Franse Molen, vier openingen elk afsluitbaar met een schuif, één opening voor het rad....... één opening voor de afwatering..... één opening voor de afwatering..... één opening voor de afwatering.....


2,42

0,95

0,98

1,18


65,04

65,04

65,04

65,04


7,00

7,00


39,65

39,65


Kb Sluis, in de aftakking, met één opening afsluitbaar met een schuif.......


6,50


65,99


68,07


P. Sluis no 19, schutsluis met tivee paar puntdeuren, schutkolklengte 50 m bovenhoofd.............. benedenhoofd............. Aan weerszijden bevinden zich riolen voor de afvoer van overtollig water van het bovengelegen kanaalpand.


7,00

7,00


39,65

37,76


Li. Molensluis van de Sloenmolen, vier openingen elk afsluitbaar met een schuif, één opening voor de turbine...... één opening voor de afwatering..... één opening voor de afwatering..... één opening voor de afwatering.....


1,40

1,05

1,07

1,07


76,53

69,97

69,97

69,97


In het kanaal Briegden-Neerharen

Q. Schutsluis met twee paar puntdeuren, schutkolklengte 35 m.

bovenhoofd..............

benedenhoofd.............


7,56

7,36


52,65

45,51


R. Schutsluis met tiuee paar puntdeuren, schutkolklengte 55 m bovenhoofd .............. benedenhoofd .............

In de Jeker


7,50


14,61

36,88


Mb Vaste stuw van mergelblokken. . . Ten westen van de stme bevindt zich een sluis met twee openingen, elke opening is afsluitbaar met een schuif.

één opening (schuif niet aanwezig) . . . één opening.............

In de Gulp

Nb Stuw achter kasteel Neuborg . . . In het midden van de stuw bevindt zich een half cirkelvormige opening, afsluitbaar met een schuif..............


7,25


1,46

1,40


71,44

71,42


71,97


12,05


98,75


100,72


Ob Sluis met drie openingen, elke opening afsluitbaar met een schuif, elke opening . . .


1,54


106,75


108,10


3. Sluis van een watermolen, zes openin-

gen afsluitbaar met een schuif.

één opening voor het rad........

1,25

30,63

één opening voor afwatering......

1,37

56,62

één opening voor afwatering......

1,29

49,81

één opening voor afwatering......

1,23

49,81

één opening voor afwatering......

1,26

49,81

één opening voor afwatering......

1,21

19,81

T. Sluis met drie openingen, elke opening

afsluitbaar met een schuif

één opening.............

1,90

47,13

één opening.............

1,95

47,13

één opening.............

1,87

47,12

U. Spuisluis met twee openingen, elke ojic-

ning afsluitbaar met een schuif, elke opening.

1,23

43,92

47,67

30,00

Ten westen van de spuisluis bevindt zich een overlant...............


Pb Molensluis van de Groenendaalse molen.

één opening voor het rad, afsluitbaar met cen schuif................

Op ongeveer 56 m boven de molen bevindt zich een ontlastsluis met één opening, afsluitbaar met een schuif............

In de havenmond van de afslagtak bevindt zich cen schotbalksluis.........


0,96


1,12


1,52


47,67


Qb Sluis van de Broekermolen.

één opening, voor de turbine, afsluitbaar met cen schuif..............

Boven de molen bevindt zich een sluisje met één opening, afsluitbaar met een schuif . . . Inde bovenmond van de aftakking is een vaste stuw, één opening...........


1,37


1,35


3,00


115,94


115,44


115,99


135,26


134,89


136,30


TEN BEHOEVE OP AANVRAAG


VAN, DIPS DE KAART WILLEN OPPLAKKEN, ZIJN AFDRUKKEN VAN DE OP DEZE ZIJDE VAN DE


KAART GEDRUKTE „STAAT VAN SLUIZEN EN STUWEN” VERKRIJGBAAR,


-ocr page 150-

Bewerking; Algemene Dienst Rijkswaterstaat.

Reproductie; J. J. Groen amp;nbsp;Zn. N.V., Leiden.


Schaal 1 : 50000


Sittard ÓO


Verkend in 1954


Maastricht I Haarten 61 I 62j



BOEZEMS EN STROMENDE WATEREN

Het gebied bestaat uit hoge gronden en is groot 37 525 ba, marvan 30 040 ha op Nederlands gebied is gelegen.

De Oeleenbeek watert normaal via de grondduiker in de Groenboek en de Oude Maas op de Maas af.

Zie ook het blad Sittard.

Op het onderhavige blad komen de volgende gebieden voor:

IA. De Geleenbeek tussen de molen te Jansgeleen en de Brommel-dermolen

Een gebied, groot 3810 ha, met als voornaamste zijbeek de Bissebeek, komt gedeeltelijk op dit blad voor. Hierin zijn niet begrepen de gebieden van de Caumerbeek IB en van de Platsbeek.

Zie de bladen Sittard en Maastricht.

Dit gebied komt voor een deel op dit blad voor en is groot 3225 ha.

De Caumerbeek loost op de Oeleenbeek tussen de molen te Jansgeleen en de Brommeldermolen.

Zie ook het blad Sittard.

IC. De Geleenbeek boven de Brommeldermolen

De voornaamste zijbeken zijn: de Luiperbeek, de Betersbeek en de Molenbeek.

Het gebied is groot 3580 ha.

Zie ook het blad Maastricht.

ID. De Roode Beek van de Millenermolen tot de benedenste molen te Schinveld

Het gebied is groot 9460 ha, ’waarvan 5010 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Zie ook het blad Sittard.

De Boer ontspringt ongeveer 30 km ten zuiden van Aken en loost bij Boermond op de Maas. Het totale stroomgebied, met inbegrip van de onderverdelingen, is groot ongeveer 234 000 ha, waarvan 10 600 ha op Nederlands gebied is gelegen.

De voornaamste zijbeek op dit blad is de Worm met de Anselderbeek. Van deze laatste is het stroomgebied afzonderlijk aangegeven.

Zie ook de bladen Sittard en Boermond-Oost.

IIA. De Anselderbeek

De voornaamste zijbeek is de Streythagerbeek.

Het gebied is groot 4550 ha, waarvan 2390 ha op Nederlands gebied is gelegen.

De Geul ontspringt ten zuiden van Aken, komt bij Sippenaken in ons land en loost 1 km ten noorden van Bunde op de Maas.

Het totale stroomgebied is groot 34 715 ha, waarvan 18 450 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Op dit blad komen de volgende gebieden voor:

IIIA. De Geul tussen de Franse molen te Valkenburg en de molen te Wijlre

Dit gebied is groot 3285 ha.

Zie ook het blad Maastricht.

De voornaamste zijbeken zijn de Mechel- of Lombergbeek en de Terzieter-beek.

Het gebied is groot 4400 ha, waarvan 3515 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Hierin zijn niet begrepen de gebieden IIID, IllE, IIIF en IllG.

Zie ook het blad Maastricht.

IIIC. De Geul boven de molen te Sippenaken

Dit gebied ligt voor het grootste deel in België. De voornaamste zijbeken zijn: de Banhagerbach, de Buisseau du Moulin en de Lontzenerbach.

Het gebied is groot 11 860 ha, waarvan 45 ha op Nederlands gebied is gelegen.

IIID. De Gulp tussen de Neuborgermolen en de Broekermolen

Dit gebied komt voor een klein gedeelte aan de westelijke rand van dit blad voor en is groot 1560 ha.

Zie ook het blad Maastricht.

IIIE. De Gulp boven de Broekermolen

De voornaamste zijbeek op dit blad is de Buisseau de Mabroek.

Het gebied is groot 2750 ha, waarvan 240 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Zie ook het blad Maastricht.

Dit gebied is groot 2940 ha, waarvan 2460 ha op Nederlands gebied is gelegen.

De voornaamste zijbeek is de Zieversbeek.

Het gebied is groot 3305 ha, waarvan 2720 ha op Nederlands gebied is gelegen.

Dit stroomgebied komt voor een klein gedeelte aan de zuidwestelijke rand van dit blad voor.

Zie ook het blad Maastricht.

VERKLARING DER TEKENS

Molen, door water gedreven

Uitwateringssluis of afsluitbare duiker

Stuw

Keersluis

Peilmerk van het N.A.P.

Peilschaal, geregeld waargenomen, reg. = registrerend

Hoogtecijfer mm-)- N.A.P.

Verharde weg

Spoorweg

Grootte van een stroomgebied in ha volgens meting op de topografische kaart schaal 1 ; 26 000 met de poolplanimeter

Zuidelijke grens van het mijnzakkingsgebied in Nederland

Riolering (in de kleur van het betreffende gebied)

Administratieve grens van een waterschap

Rijksgrens en grens tussen België en Duitsland


Hoogte in m -r N.A.P.

Wijdte

SLUIZEN EN STUWEN nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in de dag Slag- Stuwkruin

in m nbsp;nbsp;nbsp;drempel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;of

of nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;bovenkant

dorpel nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;schuif

In de Geleenbeek

A. Brommeldermolensluis; twee openingen, ieder

met een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Eén opening voor de afwatering.........1,23 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

Sluis in de afslag van de molen, drie openingen, ieder

met een schuif, elk...............0,70 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

In de Caumerbeek

B. Creuelsmolensluis ; twee openingen, ieder mei een

schuif.

Eén opening voor de molen...........0,73 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Eén opening voor de afwatering.........0,37 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

Ten noorden van de molen in de afslag een lossluis

met een schuif..................0,40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,.

C. Schandelermolensluis ; één opening met een

schuif voor de molen...............0,48 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

In de Worm

D. Balsbruggermolensluis ; vijf openingen, ieder

met een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,10 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Eén opening voor de afwatering.........1,35 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

Eén opening voor de afmtering.........1,15 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

Eén opening voor de afwatering.........1,18 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

Eén opening voor de afwatering.........1,03 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

In de Streythagerbeek

E. Streythagermolensluis ; twee openingen.

Eén opening voor de molen met een schuif.....0,43 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Eén opening is een hooggelegen duiker voor af voer van

overtollig water.

In de Anselderbeek

F. Boeranseldermolensluis ; één opening met een

schuif voor de molen...............0,62 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Lossluis in de afslag, twee openingen, ieder met een

schuif.

westelijke opening ..............0,57 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

ooslelijke opening...............0,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

In de Geul

G. Molensluis van de molen te Wijlre; vier openin-

gen, ieder met een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,14 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;82,88 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;84,12

Eén opening voor de molen...........1,24 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;82,89 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;84,12

Eén opening voor de afwatering.........1,12 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;82,63 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;84,13

Eén opening voor de afwatering.........1,15 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;82,63 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;84,13

Lossluis in de afslag; vier openingen, ieder met een

schuif, elk...................1,29 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;81,99 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;84,09

H. Molensluis van de Onderste Molen ; drie openin-

gen, ieder met een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,90

Eén opening voor de afwatering.........0,80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;99,85 ^)

Eén opening voor de afuxitering.........1,60 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;99,85 ’■)

250 m boven de molen bevindt zich nabij de afslag een

inlaatsluis; twee openingen, ieder met een schuif, elk . . nbsp;nbsp;nbsp;1,80 nbsp;nbsp;nbsp;100,14^) nbsp;nbsp;nbsp;101,80^}

Betonnen overstort in de af slag..........15,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;101,20^}

I. Molensluis van de Bovenste molen; drie openin-

gen, ieder met een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,90

Twee openingen voor de afwatering, elk......1,40 nbsp;nbsp;nbsp;103,35 *) nbsp;nbsp;104,35 ^)

120 m boven de molen een betonnen overstort in de

afslag.....................11,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;104,17 ^)

J. Epermolensluis, twee openingen, ieder met een

schuif.

Eén opening voor de molen...........1,60

Eén opening voor de afwatering.........1,00 nbsp;nbsp;nbsp;110,10 ^) nbsp;nbsp;nbsp;111,02 ^)

In de afslag een stuw met in het midden een schuif

Opening schuif................1,50 nbsp;nbsp;nbsp;110,10 ^) nbsp;nbsp;nbsp;111,02 ^)

Zuidelijke opening stuw............4,30 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;111,20 ^)

Noordelijke opening stuw............4,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;111,40^)

K. Molensluis van de Volmolen; twee openingen.

ieder met een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,97

Eén opening voor de afwatering.........1,40 nbsp;nbsp;nbsp;112,69 ') nbsp;nbsp;nbsp;113,93 ^)

Overlaat met sluizen in de afslag; opening overlaat 2,99 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;113,91^)

Eén opening naast de overlaat..........2,00 nbsp;nbsp;nbsp;112,79 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;113,93^}

Eén opening aan de rechteroever.........1,99 nbsp;nbsp;nbsp;112,79 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;113,93 ^)

In de Gulp

L. Neuborgermolensluis. De toevoersluis van deze

molen bevindt zich 172 m stroomopwaarts, nabij de

afslag.

Eén opening met een schuif...........1,40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;96,45 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;97,45

In de afslag van deze molen bevindt zich een stuw met

in het midden een schuif.

Stuw aan de zuidzijde.............5,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;96,90

Opening schuif................0,98 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;95,88 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;97,01

Stuw aan de noordzijde............2,40 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;96,90

In de Eyserbeek

M. Bulkensmolensluis.

Bovenslagmolen, dagwijdte klep.........0,38 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Op 430 m boven de molen, in de afslag, een stuw met in

het midden een schuif.

Opening schuif................1,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M.z.g.

Stuw aan de noordzijde............3,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

Stuw aan de zuidzijde.............2,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;„

In de Sinzel- of Selzerbeek

N. Wittemermolensluis ; twee openingen, ieder met

een schuif.

Eén opening voor de molen...........1,00 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;90,80 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;92,07

Eén opening voor de afwatering {in de afslag) . . . nbsp;nbsp;nbsp;1,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;91,51 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;91,98

0. Verdeelwerk van de Wittemermolen.

Eén toevoersluis in de molentak, met een schuif . . . nbsp;nbsp;nbsp;1,25 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;98,55 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;99,25

Eén sluis met twee schuiven op betonnen muur, in de

afslag, elk....................1,50 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;98,63 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;99,10

P. Schoeërmolensluis, bovenslagmolen.

Eén opening voor de molen...........0,75 nbsp;nbsp;nbsp;128,92

Lossluis in de afslag..............1,00 nbsp;nbsp;nbsp;128,96 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;129,46


*) Hoogten overgenomen uit „De Geul met zijtakken”, rapport, samengesteld in opdracht van Gedeputeerde Staten van Limburg in 1939.

De letters M.z.g. in de laatste kolom betekenen, dat het kunstwerk in het mijnzakkingsgebied ligt. In dit gebied worden geen hoogten opgegeven.


TOELICHTING

Op deze kaart zijn de voornaamste waterlopen aangegeven in de kleur van de boezem of het stromende water, waarop zij afwateren.

Een brede bies van dezelfde kleur geeft de grens aan van het gebied van die waterlopen, een smalle bies geeft de onderverdeling van dit gebied aan.

Daar, waar een waterloop de grens van twee gebieden vormt, vervalt de bies van het gebied, waartoe die waterloop behoort.

Bij belangrijke waterlopen is de naam in rood geplaatst.

Het waterschap Van de Geleen- en Molenbeek met zijtakken is het enige waterschap, dat gedeeltelijk op dit blad voorkomt. De naam van het waterschap is in bruin aangegeven.

Voor de beschrijving van de juiste plaats der peilmerken van het Normaal Amsterdams Peil zie men deel II van register VII (Limburg) der N.A.P.-registers.

De waterstaatskaarten zijn k f 5 per stuk verkrijgbaar bij het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Fluwelen Burgwal 18, te ’s-Gravenhage.

De kaarten kunnen mede door bemiddeling van de postkantoren ter plaatse worden besteld en betaald.

AUTEURSRECHTEN VOORBEHOUDEN



Universiteits-bibliotheek Utrecht