EEN NATIONALE PLICHT.
DOOR J. DE LOUTER.
OVERGEDRUKT UIT HET UTR. DAGBLAD VAN WOENSDAG 15 OCTOBER 1902.
-ocr page 2- -ocr page 3-Een nationale plicht
DZ VEi’RSCinJNTNG der Bocron-Genc raals binnen Utrechte aloude veste heeft een diepen indrnk teweeg gebracht. De halve stad heeft getrild van eene zeldzame ontroering. De gewaarwordingen, die weken geleden in Nesrlands 'hoofdstad mij schier overmeesterden, zijn thiang doorigedron(gen tot velen, die tot dusver het treurspel in Zuid-Afrika met vewonderlijke koelheid gadat-sloegen. Heeft reeds de aankondiging van het bezoek de beurzen ten halve geopend, hoeveel ruimer zou de oogst geweest zijn, indien de inzameling den dag na het vertrek was gehouden? Intussciien Utrecht heeft gejubeld en geschreid, de oprechtheid barer aandoeningen getoond door offers in tijd en geld. De afdeeling der Ned. Zuid-Afr. Ver-oeniging in overleg met heit Christelijk nationaal Bberen-comité heeft gezorgd voor een waardige ontvangst en op het voetspoor van het gemeentebestuur hebben de ingezetenen gcwedijtverd in blijken van hulde en veree-ring. Mag men aannemen, dat wiel de Generaals het naast omringden en het welsprekendst huldigden ook naar evenredigheid het meest bijdroegen tot bevordering van hun doel — niet te min hebben duizenden, die van verre stonden, him penningske met
-ocr page 4-vreugde geofferd en zieh tevreden gesteld mot een vluchtigen blik en de goedkeuring van hun geweten. Onvergetelijk blijven de indruk-ken in veler geheugen gegrift en een stille voldoening vervult tallooze harten.
Mag het hierbij blijven? Herhaaldelijk is in het Utrechtscho Dagblad met warmte bepleit, dat de gebsurtenissen in Zuid-Afrika ons lessen leeren, die wel verre van ijdel, zoo spoedig mogelijk in daden moeten worden omgezet. Daden, die slechts binnen het bereik der Regeering liggen en door het volk en door de pers alleen kunnen worden voorbereid en verlangd. Uit het lot van Zuid-Afrika heeft de redactie soortgelijke gevaren afgeleid, welke ons volksbestaan bedreigen, en in de eerste plaats in Groot^Brittannië, voorts ook in Japan en Australië, vijanden gezien, die belust opi onze bezittingen eene gelegenheid zullen zoeken en vinden om ook ons door hunne overmacht te verpletteren. Ook dan zullen de groote mogendheden stilzwijgend toeschouwen en met gekruiste armen onzen ondei'gang gadeslaan, „voorziet en voorkomt het gevaar” — zoo luidt de waarschuwing. „Zoekt tijdig aansluiting met sterkere vrienden en schept u waarborgen tegen eene herhaling op eigen erf van wat daarginds is geschied. Wendt de oogen naar uwe Gertmaanscho stamverwanten en vestigt in het machtige Dmtache keizerrijk het plecht? anker uwer onafhankelijkheid.”
Zoowel inhoud als vorm dezer taal trok de aandacnt. Zijl vond weerklank tot ver buiten de grenzen en leidde zelfs tot fom eele verklaringen tuæchen Regeering en Staten-Gene-
-ocr page 5-raal. Dientengevolge verscheen onlangs eene brochure van den Luit.-Generaail Den Beer Poontugael met de strekking om de opgewondenheid te bedaren, waaraan hij zulke waarschuwingen toeschrijft; het onderscheid tus^ sehen de vernietigde republieken in Afrika on het aloud, dichtbevolkt en bloeiend Nederland in het licht te stellen en zijne overtuiging uit t-e spreken, dat er voor vrees en bijzondere voorzorgsmaatregelen geen grond bestaat.
Wanneer een man als deze warme vaderlander de pen opneemt om zijne landgenooten voor te lichten, is en reden tot luisteren en nadenken. Het is hier de plaats niet om zijn optimisme te ontleden of te weêrleggen. Alleen zijne opvatting van Volkenrecht schijnt mijl op een al te groot misvenatand te berusten om niet terstond openlijk daartegen te waarschuwen. Hij beweert nl. dat de Zuid-Afrikaanschte oorlog met volkenrecht niet te maken heeft. Dit nu ia m. i. in tweeledigen zin onjuist.
Er is tweeërlei volkenrecht. Een volkenrecht, afgeleid uit de beginselen der gerechtigheid, nauw verwant aan de moraal en gegrond in de natuur van den mensch en van de maatschappij' .Dit was het volkenrecht, zoo-ala het ia gegrondvest en ontvouwd door den edelen stichter dezer wetenschap, onzen on-sterfelijken Hugo de Groot. Het berust op de getuigenissen des gewetens, vertolkt in alle tijden en bijl alle Volken, onafhankelijk van staatkundige 'beginselen of godsdienstige beliji-denis. Men heeft het later genoemd w ij, agee-ri g volkenrecht, omdat het niet berust op
-ocr page 6-stellige wetsartikolen of formecla overeenkom-sbon, maar onmiddeUijfc vooi'tspruit uit rode on gcwieten. Heb is ecn wttrdeiid, geon positief recht. In dezen zin is er ook een oorlogsrecht, dat wel degelijk oordeelt over liet rochtvaardigo of onrechtvaardige van een oorlog, zijjn oorsprong en zijn doel. Uit dit oogpunt ia er in de laatöÖ verloopön eeuw geen onrechtvaardiger krijg gevoerd dato die van Groot-Btibtannië tegen de Zuid-Afri-kaansche republieken.
Volkenrecht heeft intusschen ook een engeren zin en beteekent alsdan het stellige recht, zooals dit door gewoonte en verdragen langzamerhand Wordt opgeibouwd en verbindend geacht voor beschaafde Volken. Dit volkenrecht zwijgt inderdaad over het recht tot dien oorlog en bepaalt zich tot hot om-schrijlvon der regelen, die t ij d Ons den oorlog worden in acht genomen. In de tweede helft der afgeloopcn eeuw heeft dit volkenrecht groote vorderingen gemaakt eiu de go-eerde schrij|ver heeft daaraan bij meer dan een gelegenheid naar vermogen medegewerkt. Dboli ook vato dit standpunt heeft de Zuide Afrikaansche oorlog de schandelijksbe verkrachting van het krijgsrecht Vertoond, waarvan dfe 19do eeuw ooit getuige Was. Het valt niet moeielijk dit aan te toonen, doch ik mag daartoe geen misbruik maken van del gastvrijheid van eeto dagblad.
Welnu, hetzij men het volkenrecht opvatte ini den eierstgenoemdlen zin. Waarin bet zooWel tot den denker als tot den leek spreekt, hetzij in den tweeden, Walarin het niet anders is dan de jongste nog onvolwas-
-ocr page 7-seal telg dor rethitswetensohap, wielke zelfs bij juristen slechts op cono matigo en min of mioer lioogliartige belangstelling mag rokonen — in beide opziohten durf ik op nieuw beweren, dat die Zuid-Afrikaansche oorlog een slag in hot aangeEicht is geweest van het volkenrecht, in wolken zin ook ; dat het vertrouwten daarop diep geschokt, zoo niet onherstelbaar onder-mijnd is; dat het volkenrecht in die oogen van deskundigen, zoowel als Van onkundigen is gebleken niet meer waard’ te zijn dan het filigraan-wierk. Waarmede een Frederik de Groote 1J eeuW geleden het stevigst deel daarvan — - het tratataten-reobt ) — treffend vergeleek.
Gelukkig zijln er andere punten, , waaromr trent men met den schrijver Volkomen kan instemmen. Vooreerst is eene politieke toenadering tusscheii Ncderiland' en Duitswh-1a,nd op dlit oogenblik ónmogelijk. Zoolang de houding van den Keizer en de gezindheden van zijn volk, walarmedle ons ei_gen volk zoo warm sympathiseert in bewondering en medelijden voor beider Afrikaansohe stamverwanten,, door eene diepe klove gescheiden worden ; — • zoolang d'o Regeering de volksstem het zwijgen kan opleggen en de openbaring van het volksgeweten gedeeltelijk verlammen; — zoolang kunnen beide! staten zieh niet bewust worden Van den gemeen-schappelijken oorsprong hunner Verschillende nationaliteiten. Maar wie durft verzekeren, dat dit zoo blijven zal ? Wie ons verbieden de hoop te koesteren, dat eerlang krachtiger invloed van het volk op de Regeerin,g
-ocr page 8-zal uitgaan en de harmonie herstellen, welke voor d'o consolidatie eu ontwikkeling van het jonge Keizerrijk dringend noodig is? Wanneer die tij|di gekomen is, zal de gelegenheid niert Jontbreken om terug te komen op de vraag, of er geen mogelijkheid bestaat om met behoud onzior onafhankelijkherdi eeUe internationale toenadering voor te bereiden, Welke een schild kan vonUen togen del m. i. geenszins denkbeeldige gevaren der toekomst. Inmiddels hebben wij geduld en laiten voorlooptg dit onderwerp rusten.
Niet alzoo onze, eigene taak, waarop ook de schrijver met nadruk wijst. Volgens de gemeenschappelijke Overtuiging van allen, die nog aan vorst en vaderland hechtten en evenals de Boeren Voor eigen volksbestaan goed en bloed veil hebben, bestaat deze in de zorgvuldige voorbereiding onzer weerbaarheid. Met vervelende eentonigheid Vernernon wij do Waarschuwing, dat een volk, hetwelk zich Wel verdedigen wil maar niet verdedigen kan, de zekere prooi wordt van den eersten besten vijand ; dat hetgeen tot deug-delij|ke voorbereiding noodig is afhangt van de eigenaardigheden van land en volk; dat eindelijk hier te lande geen machtig staand leger, maar slechts algemeene volksweerbaarheid tot bet beoogde doel kan leiden.
Waartoe telkens dieze eenvoudige waarheid heirhiaald? Omdat zij, hoeizeer ook beaamd en goprezen, bij elke vooinkotmisnde gelegen-beid lucbthiairtig in dien wind: wordt geslagen. Wordt mist dit do:! voor oogcn een offer gevergd van persoonlijk Of plaatselijk belang, dan ontbreekt het nimimer aan, uit-
-ocr page 9-Viluthiten en vooirwendseJs om den plicht te verzaiken, althans tie verdagan.
Wei ia waar heeft de loop der gebenr-temiasen den rijikswetgewieir in de 'iaatstb jaren lot gewichtige ' maatregelen gedwongen ; tot afschaffing der plaatsvervanging, tot wijjziging der militde-weti ,verheoiging van het coniäingenjh verbetering van dien dienst- en oefen-pdicht ena; maar onder het velt ontwaakt helt besef zijner verpüchtingeni sdeohts flauw en langzaam. .Het reserveHkader, te danken aan enkele iwakkere mannen, miste zijn ddel nield en bracht menig goed element binnen het' leger. Die vereeniging Volksweer-baarhieid werd opgericht omi het besef onzer national© plichten te vertovemdigen en door eigen insipanning en oefening eeno goede legtr-omganisatiie ! voor te bereiden. Hoch ondanks den ijver der leden, ontbreken hun vaak da aboffedijkei middelen tOt iverwezen-üjking der goede ' beidoelingen. Niet minider vereiacht dergelijk atreven abeun. en medewerking v|an de gemiaentebeBturen. In do behoefto aan schiet- en oefeningsterremuan kunnen adleem zijl voorzien. Het Rijk helpt waar het kan, maar beizit miet voldoende itier-rein om in do voortdurend toienemiendo behoeften te voorzien-. In dierge'Iij'ke: omstandigheden. is dei hulp van particnliere imaat-sohappijen of van gemeenta-besturen onver-mijdielijk.
Dt-ao overt'Uiging is niet te mini verre van algemeen doorgedrongen. De gemeenteraad van Utrecht wees bijv, het betadheiiden verzoek der afdeeding Volksweerbaarheid om een onbeduidend strookje gerond op onge-
-ocr page 10-bruikt of pas aangakooht terreim tot tweemaal toe af, omdat deae igrond! moest bewaard bbiivem voor andere nejg omibekeindc idoieil-eindon. of wel em wiaindialpark kon ontsieren of verkletnom ! Zulker arguimontien worden in de wecgscthaiaJ gelegd togen ernatige pogingen om ’s lands )weierbaaÆiaid. te verthoogen en onze burgerij te vorbeffem nit bare doffe onivciisobilligthoid voor dlei hoogste 'bal'angon des vaideirlands.
Thans is een nienw adres tat dem gemeenteraad gericht, omderetóekond door alle hier beßtaanda Edhic'tvtereeniigingen, om van ge-niie ontowage aen sohielbbaan in te riohten en onder redelijke voorwaardan ten gabniika af te staani .Eten terrain van beseheidjcin omvang — • van ongeveer 500 à 600 vienkanite M. — kan vnorloopig volstaan, omdat het schieten op korten afstand voldoende oefent cm met een-vomdülgo 'hiuilpmiiddelem i mogelijk is. Zal dit vei’zoeik aan beter omitihaal vinden 1 Zal Utreohti het voorbeeld van Rotterdam .an Dtevemter velgen en een sdhiiethaan aanlaggen om do omtiwaïkende! andht tet zeMvördediging aan te wakkerem lot een koesterend vnuri Of znillem Wedlerom* ibeawiareln van bovengemoiclmd giet-liait© da overhand bahomden en do geestdrift, voor heldenmoed zicih bepalen tot ijdele toc-juiichingiem em fraaie woorden? Ziedaar -d© vraag, waarop B. en W. em do gemiccnteraad eerlang hot antwoord, moetem geven. Moge cene kraditiga opembane tmeeming zulk een© zelfverblinding voorkomen!
J. DE Louter.