|
1 KUNSTHISTORISCH INSTITUUT I DER RIJKSUNIVERSITEIT. /
Beknopt verhaal
Van het Leven der vermaardfte ■
SCHILDERS,
Met Aanmerkingen over hunne
WERKEN.
Benevens
Een Schets van een volmaakt Schilder i een vet*
handeling van de kennifle der Tekeningen en
Schilderyen, en van denuttigheitderPrinten.
In 't Frans befthreven door den
Heer de PiLES,
En nu in 't Nederduits vertaalt door
J, VERHOEK.
|
||||||||
|
t'AMSTERDAM,
By BALTHASAR LAKEMAN, Boekverkoper, 171;.
|
||||||||
|
.
|
||||||||
|
O P O R A G T
Aan den Heere
ISAAK WALRAVEN.
Groot Kenner ende Voortzetter der Edele Schilderkonft.
MYN HEER,
lemant zal immermeer mee reden ontkennen Jconnen , dat het niet nuttelylc en vooral behoorlyk is de Befchryvinge ecner Konftc, op te dragen aan die ook zomwylen zelfs zodanige Konit behandelt , en alzo met eenen opflag ontwaar kan werden, van welken waarde de gc-boekftaafde verhandeling zy. Dezeover-.weginge heeft my aangefpoort, om aan I 't hooft van deze vertalinge met UED. 'naam te pralen, niet alleen uit overrc-dinge van UED. groote liefde tot de Schilderkonft, maar voornamentlyk wegens de agting die UED, altoos voor de ; Schriften, en het fchrandcr oordeel van den Heere de Piles gshadt heeft, als wiens geleerde Pen niet alleen de iKonft in haar regte gedaante afmaak, ;hare werken en bedryven ter toetflè brengt j mair ook hare voornaamite Helden, die zig het lofFelyklle in de loop-* z banc
|
||||
|
O P D R A G T.
bane der Konft gedragen, hunne gedag-tcnis (zeg ik) der vergetelheit ontrukt, en zegetekens van duurzame vermaartheit opgeregt heeft. Onze Schryver is aan UED. in zyne eige talc bekent, en ik zoude reden hebben van te fchromen een Kopye aan te bieden, om de zelve met het origineel te vergelykenindien UED. aanmoeding tot de vertaling zelf niet veel hadde toegebragt, en my volkomer overreedt , dat het voor de Konft en de lief-hebberye nut en nootzakelyk, en voor't algemeen niet onaangenaam konde zjyi. Maar behalven dit moet men zulke konft-minnende Liefhebbers waardeeren, die een doorgrondige kundigheit by de oef-fening , en uitvoeringe paven , en uitmuntende blyken van hun vermogen in de Konft doen zien : UED. heusheit, houde het my ten goed?, zo ik het oog hebbe op het geene by alle verftandigen bekent is, en indien ik in deze UED. zedigheit te na mogte komen, ik zal hier van afwenden met aan UED. toetewen-fchen dat gy een langen reeks van jaren met luft en vermaak in de Edele Lief-hebbery moogt volharden, en my erkennen voor UED.
Toegenegen en verplichte Vrind JOANNES VERHOEK. VOOR-
|
|||||
|
VOORREDEN
|
||||||||||||||
|
Van den Heer de
|
||||||||||||||
|
I
|
||||||||||||||
|
s.
|
||||||||||||||
|
'Erfcheïde Autcuren hebben Wyd-lopig de levens der Schilders be-fchreven ; als Vafari , Ridolfi , Carlo Dati , Baglioni, Soprani, de Graaf, Malvafie , Pietro Pel van Mandcr, en Cornelis de Bie, hebben 'er veertien groote boeken van uitgegeven. En nog onlangs heeft Felibicn vyf deeltjes over die floffe in 't ligt gebrast , en Sandrart een groot in Folio, zonder te rekenen eenige byzond're levens die gedrukt zyn : daarom verbeeld ik my niet in dit Werkje iets nieuws voort te brengen. Ik heb niet anders in 't oog gehad als het gemak der Schilders en Liefhebbers die niet veeltyt hebben om voor hun vermaak te lezen, of die voortyts de oor-fpronkelyke dingen alreeds gelezen hebbende, wel te vrede zullen zyn dat men aan hen de gehcugenis ververft. 'Ten anderen 't geen het ïnerendeel der bovengenoemde boeken in grote heeft doen aangroeijen, is de Befchryvinge van de Schilderyen daar ieder een zyn aandiigt niet aan hefteden kan, dewyl deze een grooteopmerking vereiflen. Ik heb dan geoordeelt, dat ik zo veel te meer my van die befchryvingen- alhier moeft onthouden, om dat het ligt is zyn toevlugt tot dezelve te nemen. Ik heb my dan vergenoegt om xo veel als in myn ver-
|
||||||||||||||
|
* 3
|
||||||||||||||
|
VOORREDEN. ~y mogen geweeft is , een algemeen denkbeeld van die Schilders te geven , welkers werken in eenige agtingin de Waerelt geweeft zyn. Ik heb alleen met weinig woorden de voornaam-fte zaken willen aanroeren, als het Land, de Ouders , de Geboortedag , de Meefters; de Werken in 't algemeen met de aanwyzing van de Plaatzen daar dezelve te zien zyn, de Be-gaaftheden, de merkwaardigste bedryven, en den tyt van hun fterfdag, mitsgaders de Leerlingen van ieder Schilder, en ben ik in dezen dee-Ie gebrekkelykheid, de rede is dat ik in die om-handigheden geen meerder ligt gehad hebbe.
Ik fpreek niet als van de voornaamfte Schilders, dat is te zeggen, van de zulke die veel tot de vernieuwing van de Schilderkonft toege-bragt, of die dezelve tot den trap der volmaaktheit hebben opgebeurt in welke wy dezelve hu zien, of wiens Werken den ingang hebben verkregen in de Konftzalen van kundige Liefhebbers: want daar zyn 'er veel onder de Schilders geweeft, die alhoewel zy van den eerften rang niet zyn, egter niet na laten ge'agt te wezen. Men zal 'er ook zommige hier vinden , welkers verdienfte middelmatig is in 't algemeen gclproken, maar die eenige byzon-derc begaaftheit gehad hebben, of ten minften doen blyken, dat de Schilderkonft in hun Var derlant niet geheel uitgedooft was. Daar zyn 'er onder daar maar weinig van gezegt word, en andere die maar flegs werden genoemt om den draad van de Hiftorie niet te verliezen, en om alleen den tyt aan te wyzen in welke ze leefden ; om dat indienze niet van alle, ten minfte by eenige Liefhebbers konnen bekent
|
||||
|
VOORREDEN.
ïyn. Ook zyn 'er onder dezelve daar ik. my verder over uitgebreid hebbe, om dat 'er niemant van gefchreven heeft, of dat ik byzonderheden bybrenge , waar van ik eenige nieuwe aantekeningen gehad hebbe, en zo ik al iemant hebbe overgeflagen, by gebrek van Berigt of naau-keurigheit, zal ik dezen misflag in een tweden Druk tragten te verbeteren.
Alhoewel dat deze korte Befchryving zo als ik gezegt hebbe, voor vele van een grote nuttig-heit zoude kunnen zyn, nogtans is dithetvoor-naamfte doelwit van dit Werkje niet geweeft, want ik heb zo zeer geen opzigt gehad op de kennis van de bedryven der Schilders, als wel op de graden van hunne verdienden, 't Is dan met dat oogmerk, dat ik op het einde van de levens der voornaamfte Meefters, dat is te zeggen, van de geene daar het meeft van verhaalt wert, de nodige Aanmerkingen mynsoordeels bygevoegt hebbe, om hunne bezondere talen-te in het ligt te nellen. Want wat andere aan gaat, welkers Werken weinig bekent zyn, of die niet anders als Leerlingen moeten aangemerkt worden aan hunne Meefters gehegt, als de takken aan haar (tam, hebbe ik geoordeeltdathet genoeg in hun levens konde gevlogten worden, 't geen ik daar van te melden had. Ten anderen dat de Leezer daar niet zeer op zoude gelklt zyn.
Dog dewyl een middelmatig Schilder zom-tyts wel iets gedaan heeft dat goet is, en een uitmuntend Meefter wel eens geringe dingen. Zo en is het niet op een uitgeleze getal van de, Schilderyen! maar op hun Werken in't alge-
* 4 meen
|
||||
|
VOORREDEN.
meen aangemerkt, dat ik myn gevoelens bloot fte'.le.
Ik hebbe langen tyt in overweging geftaan of ik myn Aanmerkingen aan het gemeen zoude overgeven, en heb'er alle de moeijelykhe-den en zwarigheden van voorzien, in een ftof-fe, waar in men dik wils den fmaak met de reden vermengt, en dat het onmogelyk is om aan alle genoegen te geven: Ik ben overreed dat Lief hebbers, zullen menen dat ik niet voordelig genoeg van zommige fpreke : eindelyk weet ik dat het niet genoeg is om de begaaft-hedendergrootdeMeefters ten toon te ftellen, de befte llukken van Europa gezien te hebben, en dat al de opmerking die ikhebbe bygebragt,om dezelve naauwkeurig te onderzoeken, geen genoegzame waarborg is om volmagt aan myn ■woorden te geven: maar dat'er een diepeken-nis van de grondregelen der Schilderkonft ver-eifcht wert,en een verftant dat bekwaam is om de toepafzing daar op te maken. Ik bekenne dat ik deze onderneming hebbe bevonden boven mynkragten te zyn ; en niets uit eigen Meefter-fchap willende bybrengen, heb ik my tevreden gehouwden myngedagten te matigen aan de grondregels door de befte Schilders en Schry-vers vaflgeftelt in hunne Werken, die ons de volmaakthek hebben getragt voor te ftellen.
't Is dan om gedekt te zyn, over de vermc-telheit van myn oordeelen, die ik over de Werken van de voornaamfle Schilders Veile dat ik goedgevonden hebbe een fchets van een volmaakt Schilder voor af te laten gaan, naar de welke ik my rigte. En alhoewel ik getragt
hbb
|
||||
|
VOORREDEN.
hebbe om hem behoorlyk toe te ftellen , ïo en wil ik aan niemant de vryheit benemen, om detoepafzing naar zyn zinnelykheit te|ma-ken, gelyk als ik ook de myne gevolgt hebbe : want ik ben wel verzekert, dat ieder niet even eens ziet wat 'er in een Werk te te zien is, en indien myn voornemen daar in aan zommige niet behaagt, andere zullen mo-gelyk nog wel te vrede zyn, dat men aan hen gelegentheit geeft om hun oordeel te oeffe-nen.
|
|||||||
|
HET
|
|||||||
|
*f
|
|||||||
|
HET
LEVEN
Van den Hebr
de P I L E S.
|E billikheit vordert, dat men met weinig woorden gewag maakt aangaande den Perzoon en hoedanigheden , van den Hr. de Pi-les , om hem ten naaften by de Eere te geven, die<hy ïelver aan de beroemde Mannen heeft toegevoegt, welkers Leven hy befchryft in dit Werk.
Roger de Pi les was van een geflagt uit Nivernois, in dat land onderfcheiden door den Adeldom , dóór hun goederen-, en bedieningen. Hy wiert tot Clamecy geboren in 't jaar 1635*. Over zyn Doop heeft geftaan den Hertog van Bellegarde, die in dien tyt zig tot Clamecy bevond, en de Hertoginne van Nevers. Zyn eerftë ftudien deed hy ten deele tot Nevers,en ten deete tot Auxerre,enkwam vervolgens tot Parys, om in de Philofophie te ftuderen. Hy woonde aldaar by zyn Oom den AbtvanOrbec, Canonik van de Hooftkerk, van waar hy alle da^en ging in 't Collegic van Pieffis , en dewyl hy een doordringent ver-ftantbezat, flaagde hy even gelukkig in de be-ichouwing de wetenfchappen,en in de letter wys-heit. Wanneer hy zyn loop had ten einde ge-bragt, en tot de eerlte trappen gcvordert w.is, ' ■ ■ ■ 1 ftu-
|
||||
|
"Het Leven van de Hr. de T?iks.
ftudeerde hy nog driejaren in de Godgeleert* heit in de Schole van de Sorbonne, maar nog geweide nog ongeweide ftudien, konden hem t'eenemaalbezighouden,de Schilderkonft: heeft gedurende zfh levenstyt een gedeelte van zyn naarftigheit gehad. Hy begaf zig ter goeder uur aan het tekenen , onder het opzigt van Broeder Lucas Recollet, tamelyk Tekenaar en ordincerder, maar flegt Schilder: in dier-voege dat de Heer r>E Pi les in 't vervolg daar in een groot voordeel boven zyn Medler behaalde. Deez' vindende in zyn Leerling een natuur lyke eigen fchap en groote bekwaamheden , (telde hem wel haart in ftaat om naar het Antiek te tekenen. Zy floten met elkander een vrindfehap, die niet eer als met hun leven ge-eindigt is.
Hy had in dien zelfden tyt kennis gemaakt met Alphonfe du Frenoy, die zo veel agting voor hem hadde, dat hy aan hem zyn Latynze Vaer-zen op de Schilderkonft mededeelde , welke nog niet in 't ligt gezien waren. De Hr. d e Piles begreep wel haaft derzelver waarde ; maar hy oordeelde ook teftens, dat een Latyns werk voor de kortheiten Poëtizen ftyl dikwils dnifterheit veroorzaakte, en het niet in 't vermogen van alle de Schilders zoude zyn, om het zelve te verftaan: hy bragt het dan in het Frans over, om dat de Heer Du Frenoy, die het belooft had over te zetten, het altoos dralende hield, 't zy dat hy voor de moeite vreesde, of dat hy meer beminde zig met nieuwe dingen bezig te houden, als weder tot dezelve denkbeelden te keren, zondervan groter voordeel voor hem te 2yn, als in een gemene taal
over
|
||||
|
Het Leven van de Hr, de Piles, over te brengen, 't gene hy had weten uit te drukken in de taal der üeleerden. Hy wift het dank aaan den arbeit van den Heer üe Piles, en herzag naaukeurig zyn overzetting. De doot die hem verrafte , eêr dat den Hr. pc Piles de aantekeningen had opgemaakt, beroofde hem van het genoegen dat hy de uitlegging van zyn leszen gezien zonde hebben in al derzelver uitgeftrekheit opgeheldert, met een verwouderlyke kennis.
Dit Werk dat het cerfte is dat den Hr. J) e Piles heeft opgeftelt , is daarom het eerde niet te voorfchyn gekomen; want om dat het handfcbrïft van de Piles onder de Papieren van du Fretsoy gevonden wiert,dieop zynover-lyden in handen van den Heer Mignard, ge-ftelt wierden, zo verliepen'er eenige jareneer dat den Heer de Piles het zelve wederom te zien kwam. Men kan niet vermoeden, dat deze brave Schilder zwarigheit gemaakt heeft, om het geheim van zyn Kond in de Franzetaal in het ligt te geven. Het is eér te geloven dat de Hr. Mignard zulk een bevatting van het La-tynze werk gehad heeft, dat volgens zyn ge-dagten , geene overzetting eer aan 't zel/ezou-de konncn toebrengen. Waarfchynelyk is het met dit oogmerk geweeft dat hy zrg vergenoegde om het in het Latyn uit te geven; maar de weinige aftrek die dit Werk had, deed zien dat hy in zyn mening bedrogen was, en verdedigden het ontwerp van den Hr. de Piles : die het uit handen van Mignard weder gekregen , benevens zyn vertaling , liet drukken met het Latyn aan de eenc zyde, en zyn aantekeningen daar by gevoegt, waar op in den loop van
een
|
||||
|
Het Leven van den Hr. de Piles.
een jaar, hy het vermaak had het zelve voorde derde rcize gedrukt te zien. De Hr. Dryd.tt befaamd Engels Digter, waar van wy onderde andere Werken een geheele overzetting van Vir-gilius in Engelze Vaerzen hebben, heeft het in Profe overgebragt in het Engels, alles zo als het den Heer de Piles heeft uitgegeven. Hy heeft daar een lange en fchoone Voorrede bygevoegt op de vergelyking van de Digt met de Schil» derkonfl. Deze toepaflinge die de waarde van zyn Boek vermeerderde, dat een van de laafle Werken is door de Hr. Dryden in 't ligt gegeven; verfcheen in Londen in 't jaar 1695-, en men heeft niets nagelaten om het te doen drukken dat het beantwoorde aan de agting van het Orgineel en deszelfs Vertaler.
m dien zelven tyt als de Piles zig met de de aantekeningen op * Du Frenoy bezig hielt, was hy alreeds by den Heer Amelot, die tegenwoordig Raadsheer van Staat zynde, door zyn groot verftant en bedieningen reets langen tyt door geheel Europa is beroemt geweeft. Want in| den jare 1662. den Hr. de Ménage die den Hr. de Piles van naby kende, om . dat»e te zamen woonde in het Kloofter van Nötre-Dame, oordeelde deze een dienlltekon-nen doen aan den Heer Amelot, meefter der Requeften, en oud Prezident van den grooten Raad, om hem een bekwaam Man voor te flellen , tot de opvoeding van zyn Zoon die zeven jaren oud was. Een wys Man is v/el
geluk-
Bit Werkje van Du Trefnaj met de aaneekeningen, w reeds in ' t Nedwduits Ycrtaalt, en by den Diukker dezes tt bekomen.
|
||||
|
Het Léven van den Hr. de Piles.
gelukkig wanneer hy zyn leszen infcherpt aan een kint welkers iiiiborll uit de Natuure tot de deugd geneigt is; daarom geviel dit aan de Hr. de Fi les, niet tegenftaande zulks een bediening is die aan andere lieden zo laftig valr, Hy nam zyn intrek by den Heer Prefident Amelot in 't jaat 1662. en Weef by zyn Zoon gednu-rende den loop zyner iludien, den tyt van omtrent negen jaren. Met ongemeen genoegen zag by de vrugt van zyn vlyt befteet, dat kok van de andere zyde de oorzaak van zyn For« tuin en grootagting geweeelt is, die hy zedert in de Waerelt gehad heeft. Hy heeft altoos een opregte geneeenheit toegedragen aan het geheele Huis der Heeren /Ime/et, van wien hy ook met veel vrindfchap en onderfcheid altoos behandelt is. De Heer Piezident, Vader van zyn Leerling , had in der daad gewerkt om zyn voordeel te bezorgen , en na zyn doot die in 't jaar 1671. voorviel , behield Mevrouw de Weduwe van den Prezi-dent Amelot de Hr de Piles altoos bv haar: en tot erkentenis van zyn goede dien-ften, gaf zy aan hem een aanzienelyke zom-me geplaatft op 't Stadhuis van de Stad Lions, oin het overige van zyn leven geruft te konnen doorbrengen.
In het begin van het jaar 1673. de Heef Amelot als doen agtien jaarzynde, hebbende nu een einde van de ftudie in de regten gemaakt , ging naar Languedoc met zyn Oom den Biffchop van Lavaur, dewelke na-derhant AartsbiiTchop van Tours gewee/l is. De genegenheit van deze jongen Heer om zig bekwaam te maken, en met voordeel den tyt
te
|
||||
|
Het Leven van den Hr, de Piles. te hefteden terwyl andere jonge lieden ge-woun zyn dezelve in zodanigen ouderdom te verkwiften , deed hem verlof aan zvn Vrouw Moeder verzoeken om een reis naar Italien te mogen doen. Zy bewilligde daar in volkomen,en zond ten dien einde den Hr.Dh Pi-i.es naar Monipellier om hem te verzeilen. De Heer de Pi l t s had daar door gelegen-heit om zyn luft in de Schilderkonft te voldoen , geduurende deze reis die van veertien maanden was, en hy zag naar zyn genoegen al het fchoonfte en 't kortbaarfte dat in Italië is. De Heer Hertog en de Heer Cardinaal d'Eftrees waren alsdoen tot Romen : en de Heer Amelot was by hen gehuisveft in 't Paleis Farnéfe. Dit was geen gemeen voordeel voor den Hr. de Piles, om zig te doen bekent worden aan deze twe doorlugtigeBroeders,ert boven al by den Cardinaai, die by zyn groote hoedanigheden eevoegt had, een natuurlyke ge-neigtheit voor de goede Konften, welkers waarde hy kende. De Heer Amelot kwam weder tot Parys in 't jaar 1674. en wierd daar op tot Raadsheer in 't Parlement ontfangen, bezorgende aan den Hr. den Piles alles wat hykon-de begeeren.
't Was doen dat hy fchreef over de Schilder- * konft, en dat hy de * wetenfehap by de f oef-iie. fening voegde,hier door wiert hy vermaan on-' Pran" der de Schilders en Lief hebliers, zyn verdien-<]ue" fte trok ook tot hemwaarts de agting en vrind-fchap van verfcheide aanzienelyke Perzoonen, die in hem nog meer zyn onbefproke deugt en opregtheit als zyn gaven beminden. De Heer Hertog van Richelfeu heeft aan hemöikwils ..* * de
|
|||||
|
..- ■■ - - .' ■* ■2M..M**.;.
|
|||||
|
Het Leven van den Hr. de Piles.
de blyken van een byzondere gunit betoont: hy begeerde onophouwdelyk zyn gezelfchap by zig te hebben, en om dat de Hr. de Piles aan hem eenige van zyn Werken had opgedragen, deed hy hem een gefchenk met een voornaam ltuk van Rubens, verbeeldende David en Abi-gaél, dat zedert geweell is by den Heer Har-. vog van Grammont.
In't jaar 1682. als de Heer *Amelot, vyf jaren MecilerderRequefter, geweeft was,wiert hy benoemt tot Ambaffadeur van den Koning te Venetien. Hy deed den Heer de Piles bevvil-'igen om hem te verzeilen in de hocdanigheit van Secretaris van de Ambaffade. .Deze reis heeft byna drie jaren geduurt, als wanneer de Heer de Piles ontlaft van Staatzaken, zig vcr-iuftigdedoor't gezigt van de fchooneSchilderyen, die het fïeraad van deze groote Stad uitmaken, tot dat de Heer Amelot bevel ontfing , om tot de Ambaffade van Portugaal over te gaan. In dien zelven tyt was de Heer de Louvois Mi-ui ft er van Oorlog, en Opziender van de Ge-Louwen , deze verwittigt zynde dat de Heer Amelot een Man by zighadde, die uitmunte in groote kennis van de Schilderkonft, en die zelfs bekwaam was tot de gewigtigfte zaak van Staat ,'■ fchreef aan den Heer Amelot om den Heer de Piles te bewegen , van naar Duitslant te gaan om de ryke Cabinetten te zien, die men zeide in groot getaüe aldaar te v.yn, inzonderheit te Grats, om eenige Schilderyen voor den Koning te kopen, dog de Heer de Piles wiert ter zelver tyt bevolen tig naar
Wee-
* D«ze Heer Amelot , is in de maant Jnny <fcs ja 1714. in PaTys overledtn, weidend* wegons de«zelf» hoedanigheden, van e$n iegtlyk jeei b«:eurt,
|
||||
|
Het Leven va» de Hr. de Pi/es.
Wecnen te begeven, (alwaar de Marquis de Chiverny alsdoen was als buiten gewoon Gezant van den Koning;) om een naauwkeurig onderzoek aangaande de gelegenheit der zaken te doen. De Heer de Files met alle mogelyke v)yt zyn lalt hebbende uitgevoert kwam weder tot Parys, en deed verflag vanzy-ne verrigting aan dien Minifter , vervolgens vervoegde hy rfg weder by den Heer Ameiot, die in 't jaar I68r. naar Liffabon vertrok, daar
|
||||||
|
van Conti den laaft overledene,die ookPrins was van Rochc-Sur-Yon met de infantevanPortu-gaal, Dogter van 't eerfte bed van wylen Koning Pedro de II. zo was de Heer de Piles, belaft om zo veel als doenelyk was het af beeldzel van deze Princeffe te Schilderen. Hy zag haar op een verheve plaats van de Kerk, wanneer het geval hem diende dat zy eens het floers dat haaraangezigt bedekte verfchoof Dit zelfdege-val maakte dat hy haar zomtyts zag aan de venters van 't Paleis: en alhoewel hy haar niet als , met moeite gezien hadde, zo had hy egter de we« lens trekken zo wel in 't hooft, dat hy een zeer wel gelykend Portret Schilderde, 't geen de Heer Ameiot nog in zyn Cabinet bewaart. In 't jaar 1687. wiert de Heer de Piles door den Heer Ameiot met gewigtige brieven naar 't Hof gezonden, en dewyl hy over Madrid reisde; en niet gedrongen was om groote haaft te maken , hield hy daar agt dagen ftil om de voot-treffelyke Schilderyen van den K oning van Span-; je te zien, zo in 't Paleis te Madrid als in hef P* x Efco-.
|
||||||
|
Het Leven van den Hr.de Piles\
Efcuriaal, de Marqnis de Feuquiere die als-doen 's Konings Ambafladeur in Spanje was, betoonde aan den Heer de Piles alle de beleeft-heden die de plaats verdiende die hy bekleede, als ook om de agting die hy voor zyn deugd, vcrlbnt en wetenfehap hadde.
De Heer de Piles konde den Heer Amelot niet verlaten, Hy volgde hem in de Ambaf-iade van Zwitzerlant in 't jaar 1689. Hy tekende aldaar het Traftaat van neutraliteit, dat de Heer Amelot met de Cantons gefloten had: en om dat dit gefloten Traöaat aan den Koning teer aangenaam was, 7.0 belafte de Heer Amelot den Heer de Piles daar mede tot een blyk van agting om het zelve aan zyn Majefteit te brengen.
In 't jaar 1691. wiert de Heer de Piles naar Hollandt gezonden omdaar te wonen incognito, onder de voorwendzels die hem toegang verleenden onder de Liefhebbers van deSchilder-konft,maar in der daad om in 't heimelyk met Perzonen te handelen,die naarde Vrede haakten. Wy zullen hier niet verklaren hoe het gebeurde dat hy ontdekt wiert, voor zodanig als hy was: 't is genoeg gezegt dat hy door order; van den Staat in verzekering wiert genomen, en den tyt van twee jaren in den Haag gevangen gehouwden,vervolgens om de zekerheit naar net Calreel van Louvelkin overgebragt, alwaar hy nog driejaren lang bewaart wiert, dat 's te Zeggen tot de vrede van Ryswyk. Hy hield fcig in zyn gevangenis bezig met het leven der Schilders op te ftellen: en dewyle men in zo een lange en gróote eenzaamheit niet altoos aan de zelfde zas& kan bezig zyn, zo nam hy zyrr
l tyt-
|
||||
|
Het Leven van den Hr. de Piks. tytverdryf met vogeltjes op te voeden, en dfc duizent dingen te leeren. Hy gaf aan die alle hun vryheit op den dag dat hy de zyne weder-kreeg. Dog niet tegenftaandc deze tytkortin-gen, was zyn gezontheit zeer gekrenkt, door de ongemakken en langduurigheit van de Gevangenis, üp zyn wederkomt!: in Vrankryk, gaf hem de Koning een Penfioen.
De Heer Amelot, die zedert tie'i jaren Raadsheer van Staat was geweelt, wiert in 't jaar 1705". verkozen, om voor Extraordinaris Am-balFadeur naar het Hof van Spanje te gaan. De Heer de Piles volgde hem derwaarts, onaan-gezien zyn groten ouderdom en zwakheden; maar de Ingt van Madrid was hem zo tegen, dat hy genootzaakt was, in 't zelfde jaar wederom te keren. Na deze laatfte reis heeft hy nog vier jaren in zyn gewoonlyke bezigheden, en in een groote Godvrugtigheit gekeft. Hy overleed den f April van het jaar 1709. oud vier en zeventig jaren.
Van nature was hy geregelt,en ordentelykin al zyn doen, zyn * bcvattingen waren net en zeker: 't geen de oorzaak was dat men hem nimmer zag veranderen , nog in zyn oordeel , nog in het beleid van zyn leven , dat altoos in een volkome gelykmatigheit geweelt is. Hy was vrindhoudende, trouwhartig, en heel befcheiden. Zyn hoedanigheden waren het gevolg van zyn opregte en eenvoudige im-borft , en hy was zorgvuldig in alle zync plinten; zo Godsdienftige als Burgerlyke.
Zyn manier van Schilderen bcltont in een volmaakte navolging der voorwerpen , en in ♦ * 3 een
|
||||
|
Tiet Leven van den Hr. de Vilcs. een groote wetenfehnp van het ligt en en het Coloriet. Ve grondregels die hy daar op gevonden had, -waren 7.0 zeker , datze hem in plaats van oerfening in het Schilderen , die hy niet haddc, vcrürektc. Hy mru vermaak om de afbecldzels van iyu goede vrinden te fchilderen. ün onder andere heeft hy het Portret gemaakt vanwylen den Hr. IDefpreaux , en Mevrouwe Dacicr , de ver-dienfle van twe zulke docsrlugtige verllanden zulk-n lyn Werk onfterffclyk maken. Hy had groote vlyt aangewend, o:n mtnigte van Tekeningen van de nitmuntcntlre Mcrtters te verzamelen , en onder andere verfentide (lu-dies van Raphaël , dewelke de Heer Croifat de Jonge van zyn Erfgenamen gekogt heeft.
In de verfcheidc \V erken die den Heer de Files over de Schilderkonft in het ligt hcert gegeven, heeft hy zyn groote agt'mg doen blyken die hy hadde voor de werken van Rubens, jnet dewelke hy niet alleen een overeenkom(t jn de manier had, maar ook cenige gelykenis wat den Geeft aangaat, want beide zynze bekwaam voor Staatszaken geweeft. IVlaar om üegts van 't fchilderen te ipreken ,zo befchul-digen hem zomniige Konftkenners, dat hy te veel met Rubens was ingenomen. Wy zullen hier niet ondernemen dit gefciiil te befleg-ten, dat door de grootfte Meeders is betwift geworden, waar van de e«ne het Coloriet, de andere de tekenkonlt voorronden. Wy ïul-len alleen zeggen dat het een waarheit h, dat in de fchriften die de Heer de Pikrs over dit onderwerp heeft uitgegeven, hy volmaak tel yk
wel
|
||||
|
Het Leven van den Hx. ie Viles. wel heeft onderfcheiden, de generale grondregels van de Schilderkonit, en inzondeiheit de 1 eizen van 't ligt en bruin, daar zyn grootflc beftryders 7.e!ver hier hen van bedient hebben.
De Heer de Files was Raad van Eer van de Academie der Schilderkonft, in de welke hy dikwils de wyze verhandelingen voorlas, die hy daar na in 't ligt gegeven heeft. Hy was in vrindfehap verbonden met verfcheide van de beroemfte Schilders, en boven al met den Hr. Antoine Coypel,die tegenwoordig aan't hooft van deze Academie is. Hunne vrindfehap had zyn beginzel gehad in Romen, wanneer Coy-pel nog maar een kint was, en alreeds die grooten voortgang beloofde daar hy xints toe. opgeklommen is.
De Heer de Piles heeft tot een byzonder te-keu van zyn vrindfehap en agting, op 7.vn af-, flerven aan hem nagelaten een Lieve Vrouw van Corregio gefchildert a Gaazzo
De Werken die van hem in 't ligt gekomen zyn,hebben in het Frans deze opfehrif-ten.
I. Abrege' d1 Anatomie accommodi anx Arts de Pcinture <fc* de Sculpture, & mis dans un ordre nouveau , dont la metbode e/i trcs-fuci-le & debat aj]ee de toutes les difficultez & c ba-fes inutiles, qut 'ont taüjours ete 't» grand ob~ Jlacle anx feintres four arriver a la per-feéiioa de leur Art, Ouvrage tres-ut:Ie a teux qui font profeffion du Deffein. Mis en Inmiere par Fraucois Ttrtebat, Peintre du Rey dans f on Academie Royale dePeivture (3- deSchulp-ture IÓ67.
!* 4 Men
|
||||
|
Het Leven van den Hr. de Viles. Men moet zekerlyk aan den Heer de Piles dit Werk toe fchryven , alhoewel dat hét ondereen anderen naamverfchenen is; 't geen men zien kan uit de 15-8. bladzyde. Van * f Couisden voortgank der Schilderkonft. Voor het de Pem-overige zyn de figuure getrokken uit het boek ■m?' van Vezalius yoor dewelke Titiaan dezelve ge-kent hadde.
Tortebatwas Schilder, en een van de Raden van de Academie der Schildcrkonlt Hy fchilder-de in de manier van Vouet, daar hy Maag-fchap en Leerl'ng van was.
II. C onverfatiutis furlaconnoiffancedeinPeinture , éf fur Ie Jugemcnt qiion doit faire de Ta-bleaux, oü par occafwn il e/l par Ie de la vie de Rtibetis, e&" de quelques uns de fes plus beaux ouvrages. l6"jy.
III. Di/fertaiio» fur les ouvrages des plus fa-meux Peintres. 1681.
IV. Les premiers Element de la peinture pratiqtte, enriches de figures de proportion me-furees Jur PAxtique , dejfinees ir gravees par Jean Bapti/le Cornêille , Peinire de lrAc*de~ mie Royale. 1684,
V. UArt de Peinture de C. A. du Frefney, traduit en Francois, en richi de Remarqnes.
VI. Vies des Peintres , Ar; Dit Werk is h\ ook in 't Engels vertaal. En den twede Druk
die tot Parys uitgegeven is, heeft men tot meerder vergenoeging van de Liefhebbers bygevoegt het twede verhaal van Laurens de la Hire, dat van Petrus Mignard , dat van Noel Coypel, dat van Elitabet Sophie Cheron, en dat van Carlq Maratti. Deze levensverhalen zyn van ver-
■' fthetde
|
||||||
|
.. , 1 I
\ MOOR,.
|
||||||
|
Het Leven van de Hrt de Piksl
fcheide handen, om dit Werk Completer te isaken *
VII. D'tahgue fnr Ie Coloris. 1699.
VIII. Cours de Peinture par principes. 1708.
|
|||||||||||||||||||||
|
■ I
|
|||||||||||||||||||||
|
* Op welk voorbeelt de Vertaler'et nog eenige andere byvoegzels heeft ingevlogten, die alle met een anderea Lcttar gedrukt iyn, om den Lezer' dezelve gemakkelyk van het weïk van den Heet de files te doen onderlcheiden.
|
|||||||||||||||||||||
|
■
|
|||||||||||||||||||||
|
-
|
|||||||||||||||||||||
|
TA-
|
|||||||||||||||||||||
|
♦ ♦
|
|||||||||||||||||||||
|
s
I
|
|||||||||||||||||||||
|
. __
|
|||||||||||||||||||||
|
T A F E L
|
|||||||
|
VAN DE
HOOFTSTÜKKEN.
EERSTE BOEK.
SChets van een volmaakt Schilder, om tot een maatregel voor het oordeel te dienen over de, KoBftwerken. Pag. i Aanmerkingen en Verklaringen over de voorgaande Schetflè.
Eerfte Hooftftuk. Vaa.de<iei«e^de neiging van de Geeft. :..' i
II. Hooft-ftuk, VaBde-nooUafciJ^heitvanden Geeft. '^ 13
III. Hooftftuk. Dat 0.000000e+000t gtMt'is iig te bedienen van de ftudien ^ssft anderen, zonder eeni-gen fchroom. \^. if
IV. Hooftftuk. Van de Natuur. De werkingen van de Natuur, en de werkingen van de gewoonte en van de opvoeding. 20
V. Hooftftuk. In wat zin men zeggen kan t dat de Konft boven de Natuur gaat. 21
VI. Hooftftuk. Van 't Antiek. 23 Vit. Hooftftuk. Van den grooten fmaak. 26 VIII. Hooftftuk. Van het wezentlyke der
Schilderkonft. 27
}%.. Hooftftuk. Of de getrouwheit van de
fefchiedenis het weien van de Schilder-onft is. 28
X.
|
|||||||
|
TAF E L
X. Hooftftuk. Van de onvolmaakte denkbeelden der Schilderkonft. _ . 3»
XI. Hooftftuk. Hoe datbetoyerjslyfzelvanhet onvolmaakte denk beeld van de Schilderkonft zeden haar herftelling in den Geeft van zom-mige nog zyn plaats bchouwt. 34
XII. Hooftftuk- Van het ordioeeren. Eerfte deel der Schilderkonft. 39
XIII. Hooftftuk. Tekenen. Twede deel van de Schilderkonü. 41
XIV. Hooftftuk. Van de Standen. ibid.
XV. Hooftftuk. Van de uitdrukkingen der hamrogtea. 42,
XVI. Van de uitterfte delen des lighaims. 43
XVII. Hooftftuk. Van de kleding.
XVIII. Hooftftuk. Van't Landfchap. 46
XIX. Hooftfhik. Van <k Perlpeaive. 47
XX. Hooft'ftuk. Coloriet. 'Derde deel van de Schilderkonft. 48
XXI. HooftÖuk. Van de Harmonie der Cou-leuren. 49
XXII. Hooftfluk. Van 't Pinceel. 5-0 XXI! I. Hooftftuk. Van de vryheden. j-i
XXIV. Hodftftuk. DoorwélkgezagdeSchil-ders onder MenfTelyke gedaantens de God-delyke diiigcn, en zulke die Geeftelyk ofoo-bezicltzyn, mogen verbeelden. f2
XXV. Hooftftuk. Van naakte beelden , en wanneer men die te pas kaa brengen. 57
XXVI Hooftftuk. Van de Bevalligheit. 60
XXVII. Hooftftuk. Van de Tekeningen. 61
XXVIII. Hooftftuk. Van de nuttigheit der Printen, en derzelver gebruik. ^69
XXIX. Hooftftuk. Het oordeelkundige van de Schilderyen. 84
II. BOEK.
|
||||
|
Van de HOOFTSTUKKEN.
II, BOEK.
|
|||||||||||
|
Van den oorfprong der Schilderkonft, en het leven der Griekze Schilders. 97
|
|||||||||||
|
IIL BOEK.
Het leven der Schilders van Romen en FIo-rencen. 1 zo
IV. BOEK.
Het leven der Veneetziaanze Schilders. 130
V. BQEK.
Het leven der Schilders van Lombardien. 272
VI. BOEK.
i
Het leven der Hoogduitze en Nederlantze Schilders. 317
■
|
|||||||||||
|
VII,
|
|||||||||||
|
vu. boek;
Het leven der Schilders van Vrankryk. 41 f
De verfchillende Smaak van ieder LaiMl-
aart. De Schaal der Schilder».
|
|||||
|
r
|
|||||
|
I
|
|||||||||
|
DRUKFEILEN.
. ■
Pag. 9. regel 12. Jiaat ecu Schilder die zyn ft on ft beziet , lees een Scfiildér die Zyn konfl bezit.
Pag. 400. regel 18. (laat bedekt is door 't geval, lees bedekt is voor 't geval.
|
|||||||||
|
Andere ingeflope Drukfeilen, gelieve de goetgunftige Lezer te verbeteren.
|
|||||||||
|
NAMEN
|
|||||||||
|
_.. .
|
|||||||||
|
NAMEN
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
DER
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
SCHILDERS.
Over welkers Leven en bedryven
by zonde re Aanmerkingen
gemaakt zyn.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ruhenfi - *
Van DyL
"Rembranti
Poujfin.
Stella.
Du Frcfney,
Champagne*
Le Erna. ,
■
|
||||||||||||||
|
35-9
378
|
||||||||||||||
|
443 461
|
||||||||||||||
|
HEf
|
||||||||||||||
|
____________
|
||||||||||||||
|
Pol. f, EER S T E BOEK.
SCHETS
VAN EEN VOLMAAKT
SCHILDER.
Om tot een maatregel voor het oordeel ts dienen over de Konftiverken.
E neiging van den Geeft is de*LeG* i cerfte zaak die in een Schilder<ue* plaats moet hebben, 't Is een deel 1 dat men zig niet eigen kan ma-1 ken , nog door ouderwyzing nog arbeid. Het moet groot zyn om te beantwoorden aan de uitgeftrektheit van een konft, die zo veel kennifzen bevat, en zo veel tyt en aandagt vereift om dezelve te verkrygen. Onderftelt dan een gelukkige geboorte : De Devol-Schilder moet de Natuur als zyn voorwerp £J^£ befchouwen; hy moet daar een denkbeeld van hebben , niet alleen gelyk hy haar gevallig in de byzondere voorwerpen ziet, maar zoalszy in haar zelve is in haar volmaaktheit, en gelyk zy in der daad zyn zoude , indien zy daar niet door f toevallen was afgeraakt. t Acel-
Alhoewel het zeer bezwaarlyk is, dezen h«S'a»-volmaakten (laat van de Natuur te vinden, zo üek, moet de Schilder het onderzoek te baat ne-A men,
|
||||
|
t, Schets van een
men , dat de Aloude Meefters met zo veef vlyt en verflant gedaan hebben , waar van xy aan ons de voorbeelden in de Werken van Beeldhouwerye hebben nagelaten; die, onaan-gezicn de woede der Barbaarze volken , tot aan onze dagen, behouden zyn overgebleven: het is nodig , zeg ik, dat hy een genoegzame kennis van 't Antiek heeft, en dat het hem die-ne om een goede verkiezing van de Natuur te doen, om dat het Antiek door de verftandigen ten allen tyden als den regel van de fchoon-heit is aangemerkt.
De vet- Dat hy zig niet vergenoegt houde met gere-Se^ en naauwkeurig te zyn, maar dat hy in al zyn werken den verheven fmaak of verkiezing doet uitblinken , al het laffe en fmakelooze vermydende.
Deze verhevc finaak in een Schilders Konfï-tafcreel , is een gebruik van de werkingen der uitgelcze natuur; groots , ongemeen , en waarlchynelyk : Groots, om dat de dingen zo veel te minder aandoening veroorzaken , als zy klein of verdeelt zyn ; Ongemeen , om dat het gemeene ons niet aandoet nog de opmerking verdient; Waarfchynelyk , om dat het grootflb en ongemeene, moeten fchynen mo-gelyk en niet onnatuurlyk te zyn. verkla- j)at j^ een regt denkbeeld van zyn Konft dTfchi"-heeft> die in dezer voegen bepaalt word : Een der- Kottft , dewelke door het middel van de Teken-konft. konjl ^ en Je eouleur op een * oppervlakte, al de ficie"PCr"zi^ibare voorwerpen navolgt: Door deze f be-t Defini- paling , moet men drie dingen begrypen ; de tipn. Tekening, het Coloriet, en het Ordineeren: ■ en fchoon dit laafte gedeelte niet duidelyk genoeg
|
||||
|
Volmaakt Schilder. %
noeg uitgedrukt fchynt, zo kan het niet te min zig doen verftaan door deze laafte woorden, zigtbare voorwerpen, die het wezentlyke van de onderwerpen behelzen , die de Schilder zig voorftelt om te verbeelden. Een Kon-ftenaar moet deze drie deelen kunnen oerle-nen in de grootfte volkomentheit als hem mo-gelyk is ; men zal dezelve hier gaan ontleden met de deelen die daar van afhangen.
Hetordineeren bevat twee zaken, de * Vin- Het ts ding, en de f Schikking. Door de Vinding, ^°ee"" moet de Schilder in zyn onderwerp , vinden j. Geen invoeren de dingen , die het meeft eigen deeite. om uit te drukken en te verfieren zyn : en J^'J^ door de Schikking, moet hy dezelve op deal- & f l3 ïervoordeeligfte wyze rtellen , om een groote Difpoft-werking te veroorzaken, en de oogen te ver-tIOD" genoegen , vertoonende de fchoonfte partyen: dat dezelve $ tegen elkander werkende zyn, i Bien met verandering wel onderfcheiden , en in ^"e°ntia" groepen verbonden.
Dat de Schilder vaft en zuiver tekent van De Te-een goeden aart en een veranderlyken ftyl, kening. zomtyts | hoogdravende , en dan wederom feehf eenvoudig , volgens de natuurlyke eigenfebap j Heioï«. van de figuuren die men ten toneel e voert: 1ue« want de vloeijentheit van den omtrek , die by voorbeeld aan het Godendom eigen is, komt geenzins te pas omtrent het gemeene volk: de Helden en de zoldaten, de-fterken en de zwakken, den jongen en de Ouden,moeten ieder hunne onderfcheide gedaantens hebben , zondet agt te geven dat de Natuur , dewelke /.tg ver-fchillig in al haar voortbrengingen bevind, van den Schilder een welvoegelyke yerande-A i ring
|
||||
|
'-' ij. Schets van een
ring vordert; maar dat de Konftenaar zfg te binne brenge, dat van alle de manieren van 1 e-kenen, geene goet is, als die is £e zarnen vermengt van het fchoone leven en het antiek. *LesAt- Dat de * Poftuuren natuurlyk, kragtig uit* tiwdes. drukkende zyn, veranderlyk in hun bewegiu-tcon- geri) | tegendrydig in hun leden: dat die, of 1 eenvoudig , of edel, driftig of gematigt zyn ,
volgens het onderwerp van 't Tafereel, en de befcheidenheit van den Schilder. t Les X Dat de uitdrukkingen der hertstogtenovcr-expref- eenkornendezyn aan 't onderwerp, datde voor-fions. naamfte figuuren van 't edele hebben , van 't i 1'Exa- verhevene en 't hoogdravende, en dat dezelve' gere & het midden houden tufzen de j vergrootingea pidefi" en 'iet fmakelooze.
Deuiter- Dat4de uiterfte deelen , ik meen het hooft, fle- voeten en de handen , met meerder naaukcu-righcit en opletting uytgevocrt zyn als al het overige, en dat zyVzamen werken om de uitdrukkingen en roeringen_van de figuuren levendiger voor te ftelleri.
Dekke- Datde kleedingewelgefchiktzy, de plooijen «tmg. groots, en zo veel als 't mogelyk is in kleia getal en welGecontraftecrt; dat de ftofFen grove of ligte zyn , naar de hoedanigheit en bcta-melykheit van de figuuren; zomtyts gewerkte, en van bezonderen flag; zomtyts eenvoudig,naar dat de onderwerpen en de plaatfzen het vereffen , van meer of minder luider voor 't fie-f l'Ae- raat van 't Schildery, en voor de ^1 beftiering conomie yan 't geheel.
De Dit- Dat de tekening der dieren in haar eigen kb. aart, voornamentlyk gekent zy door geeflige en bezonderetoetflen.
Dat
|
||||
|
Volmaakt Schilder. f
Dat het Landfchap niet te zeer afgebroken Het , %y door te veel voorwerpen, maar weinige en £j^£ -die wel verkolen : en in gevalle dat 'er een groote meenigte van voorwerpen in bevat worden , moet men die tragtcn veruandig te groepen met de ligten en de fchaduwen ; dat de gronden wel verbonden , en los van den anderen zyn ; dat de boomen zig onderfchei-den in hun gedaante en couleur , en getoetft met zo veel oordeel , en verandering als de natuur is vereisende; dat deze toetffen altoos lugtig en dertel zyn , om zo te fpreeken : de voorgronden rykelyk , of door hun voorwerpen , of ten rninften door een grooter naau-keurigheit van uitvoering, die de dingen waar en tattelyk maakt : dat de Hemel klaar zy, en dat geen eenig voorwerp op de aarde, Zyn heldereeigenfehap betwift, behoudensdedille wateren , en glanzige lighamen , die aannc-melyk zyn van alle hun tegengeftelde couleu-ren , van de lugt zo wel als van het aardryk; dat de wolken van een goede verkiezing zyn, wel aangetaft, en wel geplaatft.
Dat de perfpe£ive regelmatig zy , en niet Deper-volgens een eenvoudige gewoonte, die weinig 'Peaive« zekerheit heeft.
Dat de Schilder in het Coloriet, het welk Het Co-twee zaken begrypt, dellocalecouleur, enhetlwiet-ligt en bruin , groote vlyt aanwende , om zig in het eene en het andere te oeffenen : dit is 't dat hem doet onderfcheiden van Konftenaars, die zo wel als hy , de maate en proportie ver-ftaan; 't is ook dat geene, dat hem een opreg-ter en volmaakter navolger van de Natuur maakt. .'
A 3 Dc '
|
||||
|
6 Schets van een
la Coh- De locale couleur is niet anders, als die na-kur ïo- tuurlyk eigen is aan ieder voorwerp , in wat cale- plaats het zig vind , dewelke het onderfcheid van andere voorwerpen, en dievolkomcntlyk de kentekens daar van duidelyk doet zien. Het ligt En net l'gc en bruin is de konft , om voor-en bruin, deeliglyk de dagen en fchaduweii te verfprei-den , zo op de bezondere voorwerpen, als in het generaal van 't Schildery : Op de bezondere voorwerpen, om dezelve te doen verheffen , en de behoorlyke ronding te geven ; en in 't generaal van 't Schildery , om de voorwerpen met vermaak te vertoonen , om aan het oog gelegentheit te geven van zich te verpozen, van tuften ruimte, tot tufzen ruimte, door een verftandige verdeeling van groote lig-ten , en van groote fchaduwen , dewelke aan eikanderen tot een onderling behulp verftrek-ken, doorhuntegenftelling; invoegen, dat de groote ligten een verpozing zyn voor de groote fchaduwen, gelyk de groote fchaduwen een verpozing zyn voor de groote ligten. Maar alhoewel het ligt en bruin begrypt, zo als wy gezegt heoben, de wetenfehap van alle de ligten , en de fchaduwen wel te plaatfzen, nog-» tans verftaat men hier bezonderlyk de groote fchaduwen , en de. groote ligten. In dezen laaften zin, kan men haai plaatfzing (tellen op vierderly wyzen : Eerftelyk , door de natuuf-lyke fchaduwen der lighamen; z. door de groepen ; dat is te zeggen , de voorwerpen op die manier te fchikken , dat de ligten zig te za-men verbinden , insgelyks ook de fchaduwen te zamen, gelyk men ten naaften by daar een voorbeeld van ziet in een bos druiven , waar
va**
|
||||
|
Volmaakt Schilder. y
van die van de zyde van.den dag een * klomp uitmaken van ligt, en de druiven van den anderen kant, maken een klomp van fchaduwen uit , en het geheel niet anders als een groep, en gelyk céfKcénig voorwerp ; edog , dat ia deze konftgreep gants geen gemaaktheit blyke, maar dat de voorwerpen zig bevinden natuur-lyker wyze gefchikt, en als by geval gcplaatft. 3. Door de f toevallen van een fchaduw die t Acci-rrien onderftek ; en 4. eindelyk, door de na deus-tuur en het lighaam der couleuren , die den Schilder kan geven aan de voorwerpen , zonder eenigzins hun waare eigenfehappen tever-minderen. Dit gedeelte van de Schil derkonft, is het grootfte middel voor een Schilder om tot zyn voordeel te gebruiken , om kragt aan zyn Werken te geven, en de voorwerpen dui-delyker te doen zyn , zo in 't algemeen , als in 't bezonder.
Ik kan niet zien , dat de konftgreep van 't ligt en bruin , bekent is geweeft by de Ro-meinze School, voor Polidoor van Carava-gio , die het uitvond , en daar een grondregel van maakte : en ik ben verwondert, dat de Schilders, die hem gevolgt zyn, niet aangemerkt hebben , dat de groote redding in zyn Werken , hervoort kwam van de verpozing , die hy van plaats tot plaats hadde waargenomen, groepende zyn ligten van deeene, en zyn fchaduwen van de andere zyde, dat zo niet te doen is , zonder de kennis van 't ligt en bruin : Ik ben verwondert, zeg ik, dat zy zo een noot-zakelyk deel der Konft , hebben over 't hooft gezien ; des niet tegenftaande belet dit niet, dat onder de Werken vandeRomeinzeSchil-A 4 d
|
||||
|
8 Schets van een
ders, eenige gevonden werden, daar men het ligt en bruin in ziet waargenomen: maar men moet dat aanmerken voor een gelukkig oogen-blik van 't vernuft , of als een uitwerking van 't geval , eerder als van een welgeftelt grond' beginzel.
Andreas Bufcoli, Schilder van Florencen, heert een kragtige bevatting gehad van 't ligt en bruin, zo als men het in zyn Werken ziet: maar men moet aan Giorgion toefchryven de * Prin- wederopregting van dit * beginzel , 't welk *'Pe' Titiaan zyn medeftreever gezien hebbende, bediende hy zich met voordeel daar van in alles dat hy zedert maakte.
InNederlandt, leideOthoVenius, hiervan de vafte gronden , dezelve aan Rubens zyn leerling mededeelende : deze heeft het klaarder ten toon geftelt, en de voordeden, en de nootzakelykheit zodanig doen bsgrypen , dat de befte NederlandiTe Schflders, die hem ge-volgt zyn , hen pryswaardig hebben gemaakt door dit gedeelte: want zonder dit, al de vlyt die zy aangewend hadden om de bezondere voorwerpen van de natuur getrouwelyk te volgen , zoude van geen groot belang geweefl zyn.
komft1'1" ^at *n ^e verdeeling van decouleuren, een van de accoord en overeenkomft zy, die dezelve uit couieu- werking aan de oogèn veroorzaakt, als het ï«i- Muziek aan d'ooren.
yerëen!>- Dat indien verfcheide groepen van ligt en *'"" W311 bruin in het Tafereel zyn , een daar onder zy die het kragtigfte uitmunt, en die boven de anderen den Meefter fpeelt; invoege, dat 'er eenigheit is van 't voorwerp , gelykin de ordonnantie eenigheit van 't onderwerp.
|
|||||
|
-
|
|||||
|
Volmaakt Schilder. p
Dat het Pinceel zy ftout en lugtig , zo het Het rin-tnogelyk is, maar 't zy dat het fchynt effen als cce" dal van Corregio , of ongelyk en knobbelag-tig als dat van Rembrant , het moet altoos fmeltende zyn.
.Dat wanneer men gedrongen is om vryhe- De vry-den te neemen , datze als ongevoelig zyn in heden-■ 't werk geftclt , met oordeel, voordeelig, en met gezag bekragtigt; de drie eerfte zoortcn . zyn voor de Konlt, en de laafte heeft haar op-zigt op de Gefchiedenifzen.
Een Schilder die zyn konft beziet in alle de De b bezonderheden die men komt voor te (tellen,^ kan in der waarheit zig verzekert houden, dat hy in ftaat is om onfeilbaar fchoone dingen te maken ; maar zyn Schilderyen konnen niet volmaakt zyn,zo deszelfs fchoonheit niet verge- ^ zelt gaat met de * bevalligheit.
De bevalligheit moet haar vermengen onder alle de gedeeltens daar van gefproken word, zy moet het vernuft volgen ; zy is het die het onderfteunt, en die het volmaakt; maarzykan niet geheel verkreegen , nog voort geleert worden.
Een Schilder heeft haar niet als van de Natuur, hy weet zelfs niet of zy in hem is, nog tot wat trap dat hy haar bezit, nog hoedanig hy haar aan zyn werken mededeeld. Zy verbaaft den Aanfchouwer die de werking gevoelt, zonder in de waare oorzaak in te dringen ; maar deze bevalligheit gaat hem niet aan't harte , als volgens de fchikking die hy daar in ontmoet.
De bevalligheit en de fchoonheit, zyn twee bexondere zaken ; de fchoonheit behaagt niet A ls
|
||||
|
16 Schets van een
als door de regelen, en de bevalIighcitbehaagt ionder de regelen: dat geen dat fchoon is , is niet altyt bevallig , en dat bevallig is , is niet altyt fchoon ; maar de bevalligheit gevoegt by de fchoonheit, is het toppunt van de volmaakt-heit. Dit heeft een van onze voornaam/fe Digters doen zeggen : üe bevalligheit is nog fchoonder als de jchonnheit.
Men heeft deze fchetife van een volmaakt Schilder, op de allerkortfte wyze opgcfteltals mogelyk is , om niet verdrietig te zyn aan die gccnc die niet onkundig waren in de dingen, daar in begreepen; maar voor de zulke die daar meerder1 verklaring van begeeren , heeft men gctragt hen te voldoen in de volgende Aanmerkingen , in dewelke de eene en de andere Zullen bevinden , dat men verfcheide ftoffè heeft verhandelt, zo als zy eenvoudig voor komen , en die hen mogelyk niet onverfchil-lig zullen zyn.
|
|||||||
|
De volgende Aanmerkingen beantwoorden door Ca-flttelen , aan de gedeeltens die de afbeelding van den Volmaakten Schilder t'zamen flellen , van dewelken men gefprooken beeft in het voorgaande , en de Lezer moet dtze gedeelten: onder/lellen, in de Hooftdeehn dit handelen, om dieop te heldere».
|
|||||||
|
AAN-
|
|||||||
|
Volmaakt Schilder. II
AANMERKINGEN
"E N
VERKLARINGEN
Over de voorgaande SCHETSSE.
EERSTE HOOFTSTUK.
Van de Genie.
DOor liet woordt van Genie , heeft men verfcheide dingen verdaan. De Oude hobben gelooft, dat het een Geelt was, geftelt tot bewaaring van den mens , hem de goede en kwade werkingen ingevende. De Heidenen hebben daar van een Godhcit gemaakt ; en het meerendeel der meniTen, nee-men het voor het vuur van de inbeelding , dat een overvloet van denkingen voortbrengt, door deze geheime ingeeving en verrukking, dieon-gemeene werken doet te voorfchyn komen. Maar om dezelve te verdaan, niet betrekking alleen tot de wetenfchappen en de goede Konden , en om daar van een onderfcheide denkbeeld te geven , geloof ik , dat men met veel redenen zoude konnen goet maken , dat wy de Genie mede brengen in de geboorte, dat die vermengt is met den Geed, even eens als een * uitgetrokke vogt is ondermengt, en fmel- * Effen-tendeineen glas water \ of eerder, dat het de".
Geeft
|
||||
|
'ii 'Schets van een
Geeft zelf is , voor 7,0 veel als die gcneigti* tot de eene wetenfchap ineër als tot een an-
|
||||||||||||
|
dere ; het is , om zo te zeggen ,
|
den dwirigc-
|
|||||||||||
|
land van de vermogens der ziele : hy dringt haar alles af te ftaan , hy fleept haar weg, om hem te dienen in de werken, daar hy zelf toe vervoert is, door de fnelvlugtigheit van zyn natuur; en wanneer de werktuigen begin nen ontflelt te worden , zo verzwakken de Geelt en de Genie, gelykelyk.
De Genie , blyft als in fiilligheit bcgr.avcn, tot dat hy beroert word door de voorkomende 1- * geleegentheden,die f overeenkomft met hem hebben , en die onder zyn gebict (laan ; hy is als de fnaar vaneeru'nftrument, dewelkegecn geluit geeft , ten zy dat menze even aanraakt.
De Genie is in zyn zelf van zo een groote uitgebreitheit als de konftregelen, waar van hy de zaden bevat: en alhoewel, hyalledezaden van de kond bevat, zo werkt hy nooit zeker, wanneer hy alleen werkt door een heimelyke voortdryving , waar van hy de oorzaak niet weet, en brengt als dan niet voort, gelyk als een land dat onbebouwt legt.
Maar wanneer hy bebouwt is door de regelen , en die zig eigen en toepafzelyk heeft gemaakt, zoftelthyzigbovendezelve, hy gebied hen als Meefter , hy verwerpt die wanneer 't hem behaagt, om hen onderhoorig te doen zyn aan een gelukkiger zaak : hy handelt daar eindclyk mede als met een goet, daar hy de bezitting van heeft, en dat hy gelooft , hem toe te behooren.
Maar de natuur die voor deze fchatten zor-
gc
|
||||||||||||
|
fions. t Rcf-fclt.
|
||||||||||||
|
- Volmaakt Schilder. rj
ge draagt, wanneer zy deYe Genie, o?geweldige genegentheit , gegeven heeft voor een Kond , zo geeft zy die zelden algemeen voor alle de gedeeitens die zy bevat. Weinig Schilders konnenzig beroemen, by voorbeeld, van zo Unïverzeel geweeft te hebben in al hun behandelingen, als of zy gehad hadden vooralle de gedeeitens die zy begrypt, diedoordringent-heit om te bevatten , en die gemakkelykheit om te bewerken, 't geen de Genie geeft aan die geenen die hem bezitten; zulk een heeft het voor de Tekenkonft , die nimmer de konft- ' greep van 't Coloreeren heeft naagtig geweeft; zulk een is gelukkig in 't Portret-i'childeren, een ander in het Landfchap: de een helt over en heeft behagen om naauwkeuri^ naar te volgen de eenvoudige natuur , dewelke hy niet weet te verkiezen , nog het leven daar aan te geeven door fchoone uitdrukkingen ; alzo t ieder vind zig deelagtig aan devt Genie, nadat het de Natuur heeft behaagt aan hem daar van te geeven , en wy moeten altoos de bezondcre gaven waardeeren die zy uitdeelt, en dezelve hoog agten wanneer zy ongemeen zyn.
|
||||||
|
II. HOOFTSTUK. Van de Nooizakelykheit van den * Geeft. *
DE Menffen hebben goet arbeiden , om alle zwarigheden te boven tekomen,die hen beletten om de volmaaktheit te bereiken, ten zy datze geboren zyn met een bezondere
be-
|
||||||
|
14 Schets van een
Ta- * begaaftheit voor de Konden die zy omhel-knt- zen , anders zullen zy altoos in onzekerheit zyu , om tot het oogmerk te komen , dat zy hen hebben voorgeltelt. De regelen van de Konfl, en de voorbeelden van anderen, kon-nen hen wel de middelen aanwyzen om daar toe te geraken : maar dat en is niet genoeg, dat deze middelen zeker zyn , zy behooren ook teffens gemakkelyk en aangenaam te wezen.
Edog, deze gemakkelykheit bevind zig niet als in die geene , die alvorens zig in de regelen te onderwyzen , en de werkftukken van anderen te befchouwcn, te rade gegaan zyn met hun genegenheit.enonderzogt hebbcn,of'zy wel getrokken wierden door een innerlyke verlig-ting, tot een beroep dat zy wilden volgen: want dit ligt van den Geelt, is niet anders als de drift, ons altoos aantoonende den kort-ften en gemakkelyklkn weg , ons onfeilbaar gelukkig makende , en in de middelen, en in het einde.
Deze drift, of Genie is dan een verïtgting van den Geeft, dewelke tot het voorgejlelde einde geleid door gemakkelske middelen.
't Is een gefchenk van de Natuur , gedaan aan de MenfFen , op het oogenb-lik van hun geboorte; en alhoewel zy het in 't gemeen niet geeft als voor een zaak in 't bczonder, zo is ïy zomtyts mild genoeg , om haar algemeen te maken in één éénig mens ; men heeft 'er verfcheide van deze zoort gezien , en die geene die gelukkig genoeg zyn , om dezen over-vloet van invloeijingen óntfangen te hebben, v doen met gemakkelykheit al wat zy willen
doen,
|
||||
|
Volmaakt Schilder. if
doen , 't is genoeg voor hen zig daar aan te begeeven, om gelukkig te flagen. Hetiswaar, dat deze * neiging van den Geeft , bezonder* Genie zyn vermogen, niet uitftrekt over alle zoorten van kundigheden: maar het dringt doorgaans verder door in ïulke, die onderzyn heertchap-py zyn.
Dit vernuft of Genie is dan nootzakelyk, maar een vernuft geoeftent door de regelen, door de overwegingen , en door de naarftig-heit aan den arbeid; daar moet veel geleezen, en veel geftudeert zyn om dit vernuft tcbeüie-ren , en om het zelve bekwaam te maken, tot het voortbrengen van dingen, diedeagting van den Nazaat waardig zyn.
Nogtans, dewyl de Schilder niet kan zien, nog beftudeeren alle dingen die te wenflèn zouden zyn voor de volmaaktheit van zyn Kon II , zo zal het goet zyn dat hy zonder fchroom zig bedient van de ftudien van anderen.
|
||||||
|
III. HOOFTSTUK.
Dat het goet is zig te bedienen van de
Studiën van anderen, zonder eenigen
fchroom,
HEt" is niet wel mogelyk alle voorwerpen te verbeelden , niet alleen die men niet heeft gezien, maar ook die men niet heeft na-getekcut. Zo een Schilder nooit een Leeuw
heeft
|
||||||
|
tg Schets van eert
heeft gezien , zo zal hy ook niet weten een Leeuw te fchilderen, en indien hy hem heeft ge-fcien , zo kan hy egter dit dier niet als onvolmaakt uitbeelden , ten waare dat hy hem had 1 gefchildert of getekent naar het keven, of naar de Modellen van een ander.
Op dezen voet dan, kan men met reden een Schilder niet veragten , die nimmer gezien of beftndeert hebbende eenig voorwerp dat hy moet verbeelden, zo hy zig dient vandeoefte-ningen van een ander , eerder als zyn eigen hooft te volgen , en iets te maken dat vals is: Het is noodzakelyk, dat hy van zodanigen fiu-diën voorzien is , of in zyn geheugen , of in 7yn Portefolje ; de zyne, zeg ik , of die van anderen.
Na dat een Schilder zyn geeft heeft opge-vult met het gezigt van fchoone dingcir, zo voegt hy daar by, of vermindert, naardatzyn fmaak en verkiezing is , en 't gewigt van zyn oordeel : en deze verandering komt voort uit de vergelyking van de denkbeelden die men gezien heeft , verkiezende daar uit het geene dat men heeft goet gevonden. Raphaël , by voorbeeld , die in zyn jonkheit, by Perugino zyn Meefter, niet anders als denkbeelden hadde uit de Werken van deezen Schilder, vervolgens dezelve vergelykende met die van IVli-chel Angelo en met het Antiek , verkoor hy daar uit het geene hy het beften oordeelde, makende een zuivere verkiezing, zulks als wy ïien in zyn Werken.
Me- Het verftant bedient zig van de * geheu-"S 8ems' als van een f vat, waarinhetdedenk-beelden die hem voorkomen , in bewarfnge
legt;
|
||||
|
Volmaukt Schilder. vf
legt; hy verkieft hen met behulp van het oordeel , en maakt daar een voorraad van om als de Gelegentheit voorkomt daar gebruik van te maken: hy trekt daar uit dat daar ingelegt is * en hy kan daar niet anders uittrekken, 't Is aldus dat Raphaè'1 uit xyn Studiën getrokken heeft, (om my van dit woord te dienen) de hooge gedagten die hy uit het Antiek ontleent hadde, gelykerwys Albert en Lucas de hunne: hadde gehaalt uit dfe Gottieze denkbeelden die de gewoonte van dientyt, en de natuur van hun Lant hen hadden aan de hand gegeven.
Een man, die vernuftig is j kan eenonderwerp in 't algemeen wel Inventeeren : Maar 20 hy xyn oeffening niet gemaakt heeft op de bezondre voorwerpen, 20 zal hy belemmert wezen in de uitvoering van 2yn werken; In-2onderheit 20 hy geen toevlugt neemt tot de bezondre * oefFeningen die andren gedaan heb-" ben.
Het is 2elfs zeer waarfchynelyk, dat, indien een Schilder nog tyt nog gelegentheit heeft om de Natuur te zien, 20 kan hy ,als hy maar eengoet verdam heeft, naar de Schilderyen , Tekeningen, en Printen van Meefters, die de fchoonfte verkiezingen gehad hebben, Studeeren, en dezelve met kennis in 't werk (tellen; zulk een by voorbeeld, die 't Landfchap wilde maken , en die het nooit gezien hadde, of niet genoeg gelet op den aart van 't Land, Schilderautig om zyn vreemdigheit, en be-~ haaglykheit. zal zeer wel doen zyn voordeel te rapen uit de Werken van die geenen die deze Landen h°ftudeert hebben , en in hunne Landfchappcn vsrbeeld de ongemeene uit-B wef-
|
||||
|
i8 Schets van een
werkingen van de Natuur, hy zal het voort-gebragte van deeze braave Schilders befchou-wen, als of't de Natuur zelfwas, en zïg in vervolg daar van bedienen om iets diergelyks uit zyn zelfs te Inventeeren.
Hy zal ook twee voordeden vinden als hy Studeert naar de werken van braave Meeftcrs t de eerde is, dat hy de Natnur zal zien ombe-lemmert van veel dingen, die men verpligt is te verwerpen, wanneer rribn haar Copieert: de tweede is, dat hy daar door zal leeren een goede verkiezing van de Natuur te maken, het fchoonc daar uit te nemen, verbeeteren dat zy gebrekkelyk heeft Alzo een wel gere-geit verftant, geholpen van de befpiegeling, dient om met voordeel in gebruik te uellen , niet alleenlyk zyn eigen oeffeningen, maar ook die van anderen.
Leonard da Vinci heeft gefchreeven dat de vlekken, die zig bevinden op een ouden muur, verwerde denkbeelden vormen van verfcheide voorwerpen, die het vernuft konnen gaande maken, en helpen om iet voort te brengen; zommige hebben gcoordeelt, dat deze voor-ftelling ongclyk aan 't vernuft toebragt, zonder eenige goede recde te geven. Ondertu/Icn is het zeker, dat zodanig een muur, of iets diergelyks dat befinet is, niet alleen plaats geeft om denkbeelden in 't algemeen te begry-pen, maar kder zal zyn bevatting verfcheide wc/en naar de verfcheidenheit der vernuften, en al 't geen dat men niet als verwerdelyk ziet, ontwert en vormt zig in den geeft volgens den finaak van dien geen in 't bezonder, die het befchout. Invoegen dat de een ziet
een
|
||||
|
Volmaakt Schilder. \ 9
een Ordonnantie fchoon en rykelyk, en de voorwerpen met zyn fmaak over eenkomende, om dat zyn vernuft Vrugtbaar is, en zyn fmaak goet; en de andere ziet in tegendeel niets als dat armelyk is en van flegten fmaak, om dat zyn vernuft (tram is, en zyn fmaak flegt.
Maar van wat aart dat de Geeften ook mogen zyn, ieder kan hier iets op vinden dat zyn inbeelding kan opwakkeren, en iets voortbrengen dat met hem over eenkomt. De inbeelding ontfonkt allengs, en werd bekwaam door 't gezigt van eenige figuuren, om een groot getal te begrypen, en verryken het Toneel van zyn onderwerp door ongeftaltige voorwerpen die hier plaats toe verkenen. Het kan zelfs heel ligt gebeuren dat men begint als bezwangert te worden door het middel van ongemeene denkbeelden, die anders niet in de gedagten zouden gekomen zyn.
Daarom 't geen dat Leonard da Vincizegt, doet geen nadeel aan 't vernuft, in tegendeel kan het dienen aan de zulken, die daar van overvloedig 20 wel als aan die geenen, die daar fchraal van voorzien zyn. Ik zal hieral-leenlyk byvoegen dat deze Auteur zegt: dat naar dat de geelt meer ofmin is dien men heeft, zo veel te mcér dingen ziet men in dit zoort van vlekken of verwarde ftreepen.
|
|||||
|
Ba IV.
|
|||||
|
io Schets van een
IV.HOOFTSTUK. VAN DENATUUR.
De werkingen van de Natuur, en de werkingen van de gewoonte en van de opvoeding.
DE Natuur werd niet alieenlyk afgetrokken door de toevallen.die haar ontmoeten in de daadlyke voörtbrengingcn : maar ook door de gewoontens, die de voortgèbragte dingen aankleeven. Men kan de werkingen van de Natuur op twederlei wyze aanmerken , of wanneer zy werkt uit haar zelfs naar haar welbehagen, of wanneer zy werkt door gewoonte of naar welbehagen van anderen.
De werkingen zuiverlyk van de Natuur zyn, die de menfien zouden doen, van hun kindsheit af, als men hen liet werken volgens hun eigen beweeging; en de werkingen van de gewoonte en opvoeding, zyn zulke die de menflen doen,ingevolgen van deonderwyzin-gen en de voorbeelden die zy ontfangen hebben. Van deze zyn 'er zo veel als 'er onder-icheide Landaarden zyn, en zy zyn zodanig vermengt onder de zuivre natuurlyke werkingen, dat het, naar myn gedagten, zeer be-zwaarlyk is de verfcheidentheittekennen. 't Is iiict te min dat geene dat de Schilders moeten tngten te doen, want hen komen dikwils onderwerpen voor, waar in zy de zuivre Natuur moeten volgen, of in 't geheel, of ten
deel e,
|
||||
|
Folmaakt Schilder. 21
dcele; het is nodig dat zy niet onweetende zyn ia de verfcheide werkingen waar mede de voornaamfte volken de Natuur bekleet hebben, maar gelyk haar onderfcheid voorkomt van eenige gemaaktheit, die als een fluijer is die het aanlchyn der waarheit vermomt, 7.0 moet de voornaamfte oeffening van een Schilr der zyn , te ontwarren en te kennen waar in dat het opregte, het fchoonc en het eenvoudige van deze zelve Natuur beflaat, dewelke alle haare fchoonheden en bevalligheit uit den grond van haar zujverheit en van haar eenvou-digheit trekt.
Het is zigtbaarindealoudeBeeldfnyders,dat zy deze Natuurlyke eenvoudigheit gezogt hebben, en dat Raphaél dien goeden fmaak uit hun werken geput heeft, die hy verfpreid heeft in zyn figuuren. Maar alhoewel dat de Natuur de Bron-ader is van de fchoonheit, de kond, zegt men nogtans doorgaans, gaat haar te boven; verfcheide Schryvers hebben deze fpreekwyze gehad, en dit is een ♦ voordel dat * pro. goet zal zyn op te loffen. blcmc.
|
||||||
|
V HOOFTSTÜK.
In ivat zin men zeggen kan 5 dat de Konji boven de Natuur gaat.
DE Natuur moet aangemerkt worden op tweederlei Manieren, of in de. bezonde-re voorwerpen, of in de voorwerpen in 't algemeen, cu in haar zelf. De Natuur is door-B 3 gaans
|
||||||
|
z4 Schets van een
gaans gebrckkelyk in de bezondere voorwerpen, in welkers Vormeering zy bezig is, ge-lyk wy gezegt hebben, afgetrokken door zom-mige toevalligheden tegens haar voornemen, dat altoos is om een Voimaakt werk te maken , maar zo men haar in haar zelfs aanmerkt in haar voornemen, en in 't algemeen in haar voortbrengingen, zo zal men haar volmaakt bevinden.
't Is in dit algemeen dat de aloude Beeld-fnyders de Volmaaktheit van hun werken geput hebben, en waar vanPolyclétcs de fchoo-ne proportie van zyn ftatuën die hy voor den Nazaat maakte getrokken hadde; diegenaamt wierd den Reegel, 't Is het zelfde ten opzigte van de Schilders, de voordeelige uitwerkinr gen van de Natuur verwekken in hen een lult om die naar te volgen, en een gelukkige ondervinding brengt allengs deeze uitwerkingen tot letten en leeringen. Aldus is het niet van één voorwerp, maar van verfcheide dat de regelen van de Konft werden vaft gc-ftelt.
Zo men vergelykt de Konft van den Schilder, die tot zyn voorbeeld genomen heeft de Natuur in 't algemeen, met een bezondere voortbrenginge van deze MeeflrefTe der kon-fte, zo zal in waarheit mogen gezegt worden , dat de konft boven de Natuur is. Maar 0 men haar vergelykt met de Natuur in haar xelf, als zy hem voor model verftrekt, zo tal deze (telling vals bevonden worden.
In der daad, als men de dingen wel zal o-vcrweegen, wat moeite dat de Schilders ge-romen hebben tot hier toe, om deze Meclte-
refze
|
||||||
|
Polmaakt Schilder. 2}
reffe van de konften naar te volgen, zo zal men bevinden, dat zy aan hen nog veel Veld heeft overgelaten, om tot haar te komen, en fiat by haar een Bronader van Schoonheden is, die nimmermeer zal uitgeput worden. Dit geeft oorzaak om te zeggen dat in alle konften. men alle dagen nog leert, om dat de ondervindingen en de aanmerkingen onophoudelyk ontdekken eenigc nieuwighcit in de werken van de Natuur, die zonder getal zyn, en altoos verfchillig de eene van de andere.
|
||||||
|
VI. HOOFTSTUK, Van V Antiek.
MEn noemt met dit woort alle de Werken van Schilderkonft, van Beeldhou-wery, en Architectuur die gemaakt zyn ge-weeft zo in Egypten, als in Griekenlant, en in Italiën; van den tyt af van Alexander den Grootea, tot aan de overftrooming van de Gotten, die door hun woeden en onweetent-heit alle de fchoone Konften verdelgden. Het woort Antiek nogtans is bezonderlyk in gebruik om te beteekenen de Gefnede werken van die tyden, zo van Statuën BasRelieven, als Medailles en gefnede Gefteentens. Alle deze werken zyn niet alle gelykmatig goct: Edog zelfs in de middelmatige^ is een zeker merkteken van fchoonheit, die doet dat de kenders haar onderfcheiden van de werken van later tyden. ,TT
B 4 Wy
|
||||||
|
Z4 Schets van een
Wy fpreken hier niet van de hedendaagfö Beeldhouwerye, maar van de allervolmaakfte der Antieken, en die men niet befchouwt als met de uiterfte verwondering. De oude Mee-fters hebben hen geftelt boven de Natuur, en de fchoonheit der menfFen niet pryzende, als voor zo veel zy overeenkomft met de fchoone Beelden hadden.
* Ufque ahungulo ad cafillum fummum eftfef-
tivijjitna. Efl ne ? Confidera ; vide fignum pitfum ful-
chrè videris.
Men zoude een oneindig getal van aanzienc-]yke getuigenifzen der ouden konnen bybren-gen, om myn voorgeven te beveiligen, maar om niets te herhaalen, zo verzende ik rnyn Lezer tot het geene ik dien aangaande hebbe aangeteekent op de Schilderkonft van Charles Alfbnfe du Frefnoy rakende het Antiek, ik zal my vergenoegen hier by te brengen, dat een van de Moderne Schilders gezegt heeft, die een doorgrondige kennis van het Antiek hadde, dat is de befaamde Pouffin: Raphaël, zeide hy, is een Engel vergeleken by andere Schilders, 't is een Ezel vergeleeken by de Mecfters van de Antieken. De uitdrukking is een weinig-haut: ik zoude my vergenoegen met te zeggoJaf1 dat Raphaël zo verre beneden de Antieken is: als de Moderne beneden hem zyn, maar ik zal deze gedagten wat naaukeu-riger onderzoeken in 't leven van Raphaël.
Het
* TUuttw Epidiq. A&. f.
|
|||||
|
Volmaakt Schilder. \f
Het is zeker dat 'er weinig Perzonen be-: kwaam toe zyn om al het Edele, dat in de Beeldhouwery der Antieken is, te ontdekt ken; om dat daar een verftant toe vcreift word over eenkomende met dat van de Beeldfny-ders, die haar gemaakt hebbe, want deze mannen hadde den fmaak verheven, de bevatting levendig , en de uitvoering naaukeurig en Geeftig.
Zy hebben aan hun figuuren een Proportie gegeeven, overeenkomende met hun waurdig-heit, zy hebben hun Goden getekent met omtrekken die vloeijender, lkrelyker, envaneen grooter aart als de gemeene MeniTen zyn. Zy hebben een zuivre verkiezing gemaakt van de fchoone Natuur, zy hebben zo uitfteekent weten toe te geven aan de onvermogentheit, of aan de ftofte, die zy gebruikten, hen (tellende om alles naar te volgen.
De Schilder zoude dan niets beter doen-, als om te tragten in de uitmuntendheitvanhun werken in te dringen, om beter de zuiyerheit van de Natuur te kennen, en om geleerder en fierelyker te Tekenen, en dog dewyl in de Beeldhouwery verfcheide dingen zyn die met de Schilderkonft niet overeenkomen, en dat de Schilder van elders de middelen heeft om de Natuur volmaakter naar te volgen, zo moet hy het Antiek aanmerken gelyk als een boek, dat men overzet in een andere Taal, in de welke het genoegzaam beftaan kan den zin en de mening^wel uitte drukken, zonder zig flaaf-xgtig aan de woorden te verbinden.
b s vu.
|
||||
|
<v& Schets van een
VII. HOOFTSTUK.
* Du * Van den Grooten fmaak.
Grand
MEn heeft in de bepaling die ik gemaakt hebbe van den grooten fmaak , ten op-zigte van de werken der Schilderkonft gezien, dat het zig niet t'zamen voegt met de dingen die gemeen zyn. Want het middelmatige kan niet geleden worden, ten hoogften genomen, als in de Konden die nootzakelyk zyn voor het dagelyks gebruik, en niet in zulke die uitgevonden zyn voor het fieraat vandewaerelt, en voor 't vermaak. Daar moet dan in de Schilderkonft iets groots zyn, van 't doordringende en van 't ongemeene, bekwaam om te verbaazen, te behaagcn, en te onderwyzen, dat is 't dat men den grooten fmaak noemt: 't is daar door dat de gemeene dingen fchoon worden, en de fchöone verheven en verwon-dcrlyk; want in de Schilderkonft de groote fmaak, het verheevene, en het verwonderlyke is niet als dezelve zaak: de Taal is ftom in der waarheit, maar hier fpreekt alles.
VIII.
* Zie hier ovei na het laalte Hooftftufc van dit Boek, «taar gehandclt word van dm fmaak,, ten tpzjgt van ieder
|
||||
|
Volmaakt Schilder. 17
VIII. HOOFTSTUK.
Fan het Wezentlyke der Schilderkonft.
WY hebben gezegt dat het Schilderen een Konft was, die door het middel van de Tekening en de Couleur, op een * platte fa) * SuP«' oppervlakte navolgt alle de zigtbare voorwer- fijCaltee pen. 't Is omtrent in dezer voegen dat zy bepaalt fs van alle de geenen die van haar gefpro-ken hebben, en niemant tot heeden toe heeft tig op gedaan om deze] bepaling te beltrydcn. t Defi«i-Zy bevat drie delen. De ordinantie, de Te-tl0n< kening, en het Coloriet, welke de wezent-lykheit van de Schilderkonft uitmaken, even eens als het lighaam, de ziel, en de Rede, uitmaken het wezentlyke van den mens, en gelyker wys het niet als door deze drie delen is dat de mens verfcheide eigenfehappen doet blyken, en verfcheide Gelykvormigheden, die zyn wezen niet uitmaken, maaralleen een fieraat van hem zyn; gelyk by voorbeeld, de weetenfehnppen en de deugden, op dezelfde wyze ook is het niet als door de wezentlykfte delen van zyn Konft, dat de Schilder een oneindig getal van dingen doet kennen, die de waarde van zyn Schilderyen verheffen, alhoewel zy het wezen van de Konft niet zyn; zodanige zyn de eigenfehappen van te onderwy-ïen en te verluftigen. Hier over kan men een voorname vraag doen.
5 . IX.
(a) Oppervlakte h nfeen -uUike Muur, tin^tff of ïntucf.
|
||||
|
---------1
|
||||||||||
|
z8 Schets van een
IX. H O O F D S T U K.
Of de getrouwheit van de Gefchiedenis het 'wezen van de Schilderkonfl is.
|
||||||||||
|
H1
|
t fchynt dat het Ordineren, een van de
e wezentlyklle delen der Konfl, de
|
|||||||||
|
voorwerpen begrypt, die in een gefchiedenis komen, en haar getrouwheit uitmaken, dat by gevolg deze getrouwheit moet wezentlyk zyn aan de Schilderkonfl, en de Schilder indeuit-ierfte verpligting om zig daar aangelykvormig te maken.
Waar op dient tot antwoord; dat zo de getrouwheit van de gefchiedenis wezentlyk was aan de Schilderkonfl, dan niet een Schildery moeft gevonden worden , waar in dit niet moeft waergenomen zyn, want daar zyn een oneindig getal van fchoone ftukken, diegants *Aiie- geen gefchiedenis verbeelden; Gelylc de * 8°ri1«e*.verbloemde of Zinnebeeldige tafereelen zyn, de Landfchappcn, de Dieren, de Zee mon-flers, de Vrugten, de Bloemen, enverfchei-de anderen, die niet als de werking van de in-beeldinge van een Schilder zyn.
OndertufTen is het waar, dat de Schilder
t Hiftoi- verpligt is om getrouw te zyn, indef Gefchie-
?* denis die hy verbeeld, en dat door het naau-
keurig onderzoek deromflandigheden, die het
verzeilen, hy defchoonheitendenprysvanzyn
ftuk vermeerdert; maar deeze verpligting is
het wezen van de Schilderkonfl niet, zy is al-
leenlyk een onnalatelyke welgefchiktheit, gc-
Jyk de dengt en de wetenfehappen zyn in den
mens,
|
||||||||||
|
Volmaakt Schilder, i<j
mens, en gelykerwys de mens niet nalaat een mens te zyn, al is tiy onwetend of vol gebreken ; de Schilder is niet minder Schilder om zyn onkunde inde Hiftorien, en zohetwaar-agtig is dat de deugden en wetenfchappen de verherzelen der menllen zyn, het is ook wel zeeker dat de werken der Schilders zo veel meer zyn te agten, als zy de getrouwheit hebben doen blyken in de Hiftorile onderwerpen , die zy verbeelden; aan den anderen kant bnderftelt dat 'er niets ontbreekt in de navolging van de Natuur die hun Wezentheit is.
Aldus kan een Schilder een bekwaam Mee-fter in zyn kond zyn, en zeer onweetend in de Hiltorien. Wy zien daar by naar zo veel voorbeelden van, als Schilderyen vanTitiaan, van Paulo Veronees, van Tintoret, van de BalTans, en van verfcheide andere Veneetzia-nen, die al hun vlyt in de wezentheit van hun konft geftelt hebben; dat is te zeggen iri de navolging van de Natuur, en die hen minder hebben laten gelegen zyn aan de omftan-digheden, die zyn of niet zyn konnen, zonder dat de wezentheit gekrenkt word. Het fchynt dat het in dezen zin is, dat de Liefhebbers dë Tafereelen der Schilders, die ik genoemt heb-be, aanmerken, om dat zy die kopende als regen Gout opweegen, en dat deeze werken onder 't getal zyn van die geenen, diedeeerfte plaats houden in hunne Konftzalen.
Het is zonder twyffel , dat indien deeze * Effen-*weezentheit in de Schilderyen vandeVeneet-06 ziaanfe Schilders vergezelt was geweeft met de verfieringen, die den prysdoen fteigeren, ik wil zeggen de getrouwe waarneming van de
Hifto-
|
||||
|
3 o Schets >van een
Hiftorien en tytreekeningen, zo zouden vj nog meer agting waardig zyn: Maar het is ook zeeker dat het niet als door die weezent-heit is, dat de Schilders ons moeten onderwy-ïen, en de navolging van de Natuur voor alles moet gaan dat wy zoeken moeten in hun Schilderwerken. Zo zy ons onderwyzen, wel aan ter goeder uure, zo ze het niet doen, wy zullen altoos het vermaak hebben van een soort van Schepping te zien die ons verluftigt i en die onze Herstogtcn gaande maakt.
Zo ik in de gefchiedenifzen wil ervaaren ïyn, zo behoef ik het by den Schilder niet te . ïoeken, hy is geen Hiftoricus als by toeval; maar ik zal de Boeken gaan leezen die daar uitdrukkelyk van handelen, waar van de we-zentlyke verpligting niet alleen is de daden te verhaalen, maar dezelve getrouwlyk te verhandelen.
Ondertufzen is ons voorneemen geenzins een Schilder te verfchoonen, orn dat hy onkundig in de Hiftoricn is, want hy lal altoos te berispen zyn in 't kwalyk behandelen van 't geene hy onderneemt. Zo een Schilder uit te beelden heeft eenHiftories onderwerp, enon-weetende is in de (lukken die zyn Ordinantie moeten t'zamen ftellen, om dezelve getrou-lyk te vertoonen , zo moet hy zorgvuldig wezen om Mg zelfs te onderregten, of door de Boeken, of door het middel van de Geleerden in den arm te neemen; men kan niet ontkennen dat de onagtzaamheit, die hy voorwend, hem onverfchoonlyk maakt. Des niet tegen-ftaande zonder ik de zuiken uit dieGceflelyke onderwerpen Schilderen, daar zy heillige Fi\
guuren
|
||||
|
Volmaakt Schilder. 3 t
gunren van bezondere tyden en bezondere landen in voeren, niet door hunne eigen verkiezing , maar door een gedwonge toegevcnt-heit voor Perzonen die hen te werk (lellen, en die door de groote eenvoudigheit geen agt liaan op de omftandigheden, die veel toebrengen tot het fieraat van deSchilderkonft.
De Inventie, die een wezcntlyk deel van dceze Konft is, beftaat alleen in 't vinden der voorwerpen, die in een Tafereel moeten koo-men, volgens de inbeelding van den Schilder, vals of waar, verdigt of gefchiet, en zo een Schilder zig inbeelde dat Alexandcr gekleet was gelyk wy hedendaags zyn, en dat hy de-ïen * Veródveraar verbeelde met een Hoed*con-en Paruik, zo als de Comedianten doen, zoqueranr. zoude hy buiten twyrlel een belaggelyke zaak en een groovcn mifflag uitvoeren: mtiar dezemis-flag Zou tegens de Hiftorie, en niet tegen de Schilderkonu weezen; als anders de verbeelde dingen volgens de regelen van de konft waa-ren opgevolgt.
Maar alhoewel de Schilder de Natuur ver-beelt door weezentheit, en de Hiftoire door f toeval, dit toeval moet van geen minder ge-wigc by hem ?.yn als de ^ weezentheit, zo hy aan al de waereldt wil behangen, en boven a aan lieden vanGeleertheit, en aan diegeenen, die een Schildery befchouwende, eerder door 't Verftant als door deoogen, de Volmaakt-heit voornamentlyk doen beflaan in een getrouwe verbeelding van de Gefchiedenifze,eii in de Uitdrukking van de beweegingen desge-moets.
X. HOOFT-
|
||||
|
ïi schets van eèri
X. H O O F T S T U K.
Van de Onvolmaakte denkbeelden der Schil-derkonfi.
■pXAar zyn weinig Perzonen die een regt JL/denkbeeld hebben van de Schilderkonlt, ik begryp hier zelfs Schilders onder, waar van verfcheiden al de weezentheit van hun konft in de Teekening (tellen, en andöcen doenze niet bcftaan als in de Couleur. Hebgrootfte deel der Perzoonen, die in de waereldt voor Verftandigen willen gehouden zyn, en onder de andere lieden van Letteren, bevatten in 't gemeen de Schilderkonft door de Inventie, gelyk een zuivere werking van de inbeelding van den Schilder. Zy onderzoeken deze inventie, zy maaken daar een ontleeding van^ en naar dat het meer of minder vernuftig fchynti zo pryzen zy meer of minder het Schil-dery, zonder eens de uitwerking te overwee-gen, nog tot Welk een trap de Schilder de navolging van de Natuur gebragt heeft. Dat is de rede dat S. Auguftyn zegt, dat de kennis van de Schilderkonft en de Fabulen overtollig is, alhoewel dat in de zelfde plaats deze Vader de waereltfe wetenfehappen prytt.
't 'Zyn betitelingen voor dit voort van mens-fen dat Titiaan, Georgiori en Paulo Veronees hen zelfs hebben afgeflooft, en dat zy zo veel moeite hebben genomen, om de navolging van de Natuur zo ver te brengen; 't is te vergeefs dat bekwaame Schilders hun werken befchou-Vven, en daar mede raat pleegen, gelyk de
aller-
|
||||
|
Volmaakt Schilder. ■ 5 3
allervolmaakfte Voorbeelden, 't [s onnodig dat men hen Schilderyen laat lien, om dat uitgevoerde Printen voldaan konnen, om hun oordeel te oeffenen, en om de uitgefirektheit Van hunne kennifze te vervullen.
Ik kom weder op Augufünus, en ik zeg, dat indien hy een opregt denkbeeld van de Schilderkond: haddc gehad, die niet anders is als een navolging van de waarheit, en dat hy had aengemerkt, dat door dce/e navolging, men op duizentderly wyzen de herten der gelovige kan opheffen tot de Goddelyke Liefde, 2.0 zoude hy * de Lofrede van deze fchoone *rane-Konft gemaakt hebbe met zo veel te meer i vuur, als hy zelfs aengedaan was orn alles te betragten wat tot de Liefde Godts koll toebrengen.
Een ander oud Vader had een regtmatiger denkbeeld van de Schilderkonft, dat wasGrc-gorius Nyffenus, die, na een befchryving gemaakt te hebben van Abrahams offerhande , 2egt deze woorden: ik hebbe dikwils myn 00-gen laten vallen op dit 'Tafereel, dat dit mede-lydens waardig Scboufpel verbeelde , en ik bebze nooit afgewend zonder traanen. Zo hadde de Schilderkonrt de zaak weeten te verbeelden, gelyk of het in der daad gebeurde.
|
|||||
|
G XI
|
|||||
|
24 Schets van een
XI. HOOFTSTUK.
Hoe dat het overblyfzel van het onvolmaakte denkbeeld van de Schilder,konft zedert haar hcrftelling in den Geeft van zomnu-ge nog zyn plaats bebouwt.
IK heb hier boven doen zien dat de * we-zenthcit van de Schilderkond in een getrouwe navolging bcftaat, onder de gunlt van dewelke de Schilders konnen onderwyzcn en verluftigen, naar maate van hun vernuft. Ik heb vervolgens gefprooken van de vallze denkbeelden van de Schilderkonit, en ik zal trag-ten in dit Hooftftuk te töonen, hoe dat de onvolmaakte denkbeelden tot aan ons zyn doorgegaan.
De Schilderkonft, gclyk andere konden , is niet gekent geweeft als door den voortgang en indruk, die zy gemaakt heeft in den Geeft der menflen, die geen die haar hebben beginnen te vernieuwen in Italien, en die by gevolg niet als zwakke bcginzcls konden hebben , lieten daarom niet naar de verwondering tot hen te trekken, door de nieuwigheit van hun wer ken; en naar maate dat het getal der Schilders vermeerderde, en dat de nayver hen ver-lig-ting gaf, vermeerderde de Schilderyen in prys en in fchoonheit, hier door wierden Liefhebbers en kenders gebooren, en de dingen geklommen zynde tot een zeker toppunt,begun men te geloven dat het als onmooglyk was, dat het Pinceel iets volmaakter kondc te wee-
|
||||||
|
* L'Ef-fence.
|
||||||
|
Volmaakt Schilder,, ^
ge brengen, als het geene daar men in die ty-den 7.0 een hoog agting voor hadde.
De groote Heeren bezogten de Schilders, de Poëten vereerden hen met Lofzangen, en in 't jaar 1300 Karel den eedten Koning van Napels, reizende door I'torenen, ging Cima-bue bezoeken, die als doen in naam was; en Cofmus de Medicis was zo verflingert op de werken van PhilippoLippi, dat hy alles in 't werk (lelde, om de * Urilligheït en Luiheit * ?!za*i Van dezen Schilder te overwinnen, om ecnigere"e' van zyn Schilderyen te verkrygen.
Ondertulzen is het ligt te oordeelen door de ovcrblyfzels van deze ecrltc werken, dat de Schildcrkönft van die Eeuw van weinig belang was, indien wy dezelve willen vergelyken by die wy heedendaags zien van de hand van goede Meeftcrs. Want niet alleen de delen, die afhangen van de Ordonnantie en van de Tekening, waaren niet bereid naar den goeden fmaak , dat naderhant gekomen is: maar in het Coloriet waren zy volftrekt onweetend,en in de Couleur van de voorwerpen in 't bezon-der, die men de Locale Couleur noemt, en in de kennifze van 't ligt en bruin, en in de Harmonie van 't geheel. -Het is waar dat zy Couleurcn gebruikte, maar den weg dien zy hielden was flegt, en diende niet om de waar-heit van de voorwerpen te verbeelden, om ons daar aan te doen gedenken.
In deze onwectenheit van't Coloriet, daar de Schildersm opgebragt waren, begreepenzy niet wat vermogen dat dit deel der kon ft heeft dat zo betoverent is, nog tot welk een trap zy bekwaam was,om hun werken te doen klim-C 2 men,
|
||||
|
2<S Schets van een
men, zy zwoeren ook niet als by het woord van hunne Meefters, en namen geen andere beiigheit als den v/eg te effenen, die, men hen aangeweezen had; de Inventie ende 1 e-kening maakten hun geheele Studie uit
Eindelyk na verloop van verfcheide Jaren, *G de goede * Geleigeeft van de Schilderkonft ' bragt groote mannen voort in Tofcancn, en in 't Hertogdom van Urbino, die door hun oordeel en vcrilant, door de goethcit van hun t Cenic f eigen aart, en door de naarftipheit van hunne oefeningen, hoog er opbeurden de denkbeelden van kennifzen, dieze van hunne Meeiters ontfangen hadden, dezelve verheffende tot zulk een graad van volmaakthett, datze tot een verwondering van de nazaten zyn.
Die gcencn daar men voornamentlyk deze volmaaktheit aan verfchuldigt is, zyn Leonard da Vinci, Michel Angelo, en Raphaé'1: maar deze laafte, die zig verhefte boven de anderen, heeft zo veel delen in zyn kon ft in vermogen gehad, en dezelve tot zulk een hoogen trap opgevyzelt, dat de groote lof dien men hem daar van gegeeven heeft, heeft doen gelooven dat hem niets ontbrak, en dat aan zyn Per-zoon al de volmaaktheit van de Schilderkonft verknogt was.
Dewyl het nootzakelyk is in de oeffuiing van deze konft, om met de Tekening te be-t soutceginnen en gelyk het volftrekt waar is, dat de£ de bon Bronader van de goede verkiezing en de zee-üout jjgrheit van den omtrek gevonden word in de Beeldhouwery der Antieken, en de Werken van Raphaël die hun grootfte verdienften daar uitgetrokken hebben, alzo laat het meerendeel
der
|
||||
|
Volmaakt Schilder. 37
der jonge Schilders niet na, om te Romen naarde werken vanRaphael tettudceren,en indienze daar niet zeer bekwaam van daan komen,zo brengen-zeten minden de agting mede voor de werken, die verwonderlyk gehouden worden, en delen de zelve mede aan alle die gecnen die hen hoo-ren fpreeken, daarom is 't dat een groot getal van Liefhebbers en beminnaars van de Schil-derkonft op het geloof van anderen, of op de agtbaarheit der Schryvers dit eerftc denkbeeld, dat zy ontfangen hebben,behouden;te weten, dat al de Volmaakthcit van de Schilderkontt, in de werken van Raphaël gclecgen is.
De Schilders van Romen zyn ook voor 't mcerendeel in die gedngten gebleeven, en hebben het aan de vreemdelingen ingeboezemt, of door de Liefde van hun land, of door de onagtzaamheit voor 'tColoriet,datzenooit wel hebben gekent, of door de voorkeur dieze aan de andere gedeeltens van de Sc'mlderkontt gaven, dewelke in groot getal zynde het overige van hun Leven bezig hielden.
Men heeft zig dan tot daar toe niet overgegeven, als aan 't geen de Inventie en de Tekening betreft: en hoewel dat Raphaël zeer ver-üandig geinventeert heeft, en volkomc vaft en iierlyk getekent, dat hy de beweegingen van de ziel met een ongemeene kragt en bevallig-heit heeft uitgedrukt, zyn onderwerpen behandelt met al de behoorlykhejt, en alle de Edel-heit die mogelyk is. en dat geen éénigSchilder hem betwilt heeft den voorrang in een grooc getal van de delen der kontl, die hy bezat, nog* tans is het zeker, dat hy in het Coloriet niet genoeg ingedrongen heeft, om zyu voorwer-C 3 pen
|
||||
|
38 Schets van een
pen opregter en duidelyker te vertonen, nog om een 'denkbeeld van een volmaakte navol» ging te geven.
't Is evenwel deze navolging en dit volkome gevoelen 't geen het we/.entlyke van de S:hiïdcrkon(t uitmaakt, gclyk ik . doen zien h-bbe. Zy komt van de Tekening en van het C >loriet; en indien Kaphaël en de verltandigen van zyn tyt dit laaftc onvolmaakt bezeten hebben, het denkbeeld van het wezentlyke van de Schildcrkonll, dat uit hunne werken moet voortkomen, moet onvolmaakt zyn, alzo wel als dat in den Geelt van zommige is ingedrukt, al hoewel anders zeer verligt in keu-nitze.
De werken vanTitiaan en van andercSchil-ders, die hun gedagten aan 't ligt gebragt hebben onder de gunft van een getrouwe navolg ging, behoorden, zo het my toefchynt, deze flegte overblyfv.els daar wy van [preeken uitge-defgt, en de denkbeelden hcrftelt te hebben, volgens dat het de Natuur ende rede van een regtmatig veritant afvordert. Maar gelyk de Jonkheit, als wy gezegt hebben, van Romen naar Veneticn niets brengt als een Geeft en oo-gen, die voor ingenomen zyn, en dat zy doorgaans niets doen als voor weinig tyts in deze laafte Stad hun vcrblyf te nemen, zo zien zy flegs maar in 't voorby gaan de fchoonfte werken , die aan hen een regt denkbeeld zouden kunnen geven van de kon'ft, wel verre om een goede handeling aldaar van 'tfchooncColorict te verkrygen, die de Studiën te Romen gedaan Zouden te baat komen, en hen onberifpelyk inaken in alle de gedeeltens vanhunoeffening,
|
||||
|
Volmaakt Schilder. 39
Zo gaan zy dan daar zo van daan, zo wys als
zy daar gekomen zyn.
Maar dat te verwonderen is, is dit, dat zekere Liefhebbers . by wien dit overblyfzcl van het verkeerde denkbeeld plaats heeft, en die zodanig ingenomen zyn door de fchoonheit van de Vcnectziaanze Schilderyen, een grooter prys, als reden is, daar voor betalen, alhoewel dat deze Schilderyen by na in geen andere deugden bcitaan , als door het denkbeeld, dat ik geltelt hebbe van het wezcntlyke der Schil-derkonft.
|
|||||||
|
XII. HOOFTSTUK.
Van het Ordineercn.
Eerfte Deel der SCHILDERKONST.
MEn heeft zig tot hier toe niet bedient als van het vvoort Inventie, om te betekenen het eerfte deel van de Schilderkonft-ïommige hebben het zelfs vermengt met het vernuft, andere met cen vrugtbaarheit van denking,andere met dé fchikking van de voorwerpen : Maar alle deze dingen zyn van den anderen onderfcheiden Ik oordeele dat om een zuiver denkbeeld te geven, van het ccr-fte gedeelte van de Schilderkonft , het ge-naamt moed werden * Ordineren en onder-* Com-fcheiden in twee delen, de Inventie ende P°fltion* f fchikking. De Inventie vint allecnlyk de t Difp(>_ C 4 voor-fition.
|
|||||||
|
4<5 Schets van een
voorwerpen van 't Tafereel, en de fchikkïng ftelt ieder op zyn plaats. Deze twee delen zyn in der waarheit verfcheiden : Maar zy hebben zo veel verbintenis onder elkander, dat menze onder een zelfden naam kan begrypen.
De Inventie vormt zig door het lezen in de onderwerpen getrokken van de Hilroricn, of van de * Verdigtzclen : Zy is een zuivre wcr-king van de inbeelding in de j oneigentlyke t isuiets onderwerpen, zy brengt veel toe aan de ge-*f"a" trouwheit van de Hiftörie, als ook aan de £ ques." verbloemde dingen, op wat Natuur dat men t A"e- Z'S ^aar van dient, zy moet den Geeft vanden gorie. aanfehouwer niet lang ophouden door eenige duifterheit, maar hoe getrouw en verftandig dat de dingen mogen verkoren zyn, die in het Tafereel komen, zy zullen nimmer een goede werking doen, indien zy niet voordeligge-o- fchikt zyn, zo als de $ befticring ende regelen van de kond het vereifzen; dat is den regten zamenbant van deze twee delen, dat ik noem de Ordinantie alzo geef ik daar van deze bepaling, dat het is een gedeelte van deSchilder-konlt dewelke met een gevoegelykheit, nut en met voordeel weet te plaatzen de voorwerpen, waar van een Schilder zig bedient, om zyn onderwerp uit te drukken.
|
|||||
|
XIII.
|
|||||
|
Volmaakt Schilder. 41
XIII. HOOFTSTUK.
teekenen. Twede Deel van deSCHILDERKONST.
DE goede fmaak en de zuivere Tekening zyn 7.0 nootzakelyk in de Schilderkonrt, dat een Schilder, die daar van ontbloot is, ver-pligt is om wonderen te doen, zo hy anders eenige agting zoekt te verkrygen; en gelykhet Tekenen den grondflag en Bazis is van alle de andere delen, dat het daar door is dat men de Couleuren op hun plaats (telt, en dat de voorwerpen van elkander doet redden, zo is haar fierlykheit en vaftigheit' niet minder nootzakc-lyk in de Schilderkonft, als de zuiverheit van de Taal in de welfpreekentheit.
Die Schilders die uit gewoonte al hunne Fi-guuren brengen onder eenerlei proportie en gelaat, hebben nooit begrepen dat de Natuur niet minder verwonderlyk is in de verandering, als in de fchoonheit van haar voortbrengingen, en dat door een befcheide vermenging van het eene en van het andere zy zouden komen, tot een volmaakte navolging.
|
||||||||||
|
XIV. HOOFTSTUK.
Van de Standen.
N de Standen * het Evenwi^t, en | de te gcnftelling zyn gegrond in de Natuur. Zy tLec'ou-C f doetwafte.
|
||||||||||
|
I
|
||||||||||
|
4& Schets van een
doet niet cene werking daarze niet een van deze twee delen doet zien , e;i zo dezelven ontbreken , zullenze berooft zyn van beweeging, of in hun werking gedwongen.
|
||||||
|
XV. HOOFTSTUK, Van de uitdrukkingen der Hertstogien.
nes * TXE uitdrukkingen zyn deToetsfteen van
f^ jL^dcs Schilders geelt, hy toont door de behoorlykheit van de verbeelding , zyn door-dringent vernuft en oordcel: ma;ir dat zelfde is ook nodig in 't verftant van den befc'houwcr, om het wel te zien, gclyk in den Schilder om het gelukkig ter uitvoering te brengen.
Een (luk Schildcry moet aengemerkt wot^ den als een Toneel, waar op ieder figuur zyn rol fpeclt. De wclgcreekende en wclgelchil-derde Figuuren zyn in der waarheit verwonde-rens waardig: Maar het meerendeel der ver-ftandigen, die nog geen regtmatig denkbeeld hebben van de Schilderkonu, zyn van dcezc zaaken zo zeer niet aangedaan, als voor zo veel zy verzelt gaan met de leevendigheit, de behoorlykheit, en de feherpzinnigheit van de uitdrukkingen. Zy zyn een van de allerzelt-zaamftc begaafthcden van de-Schilderkonft, en die gecne die zo gelukkig is van haar wel te behandelen, wikkelt niet alleen de deelen van 't aangezigt daar in, maar ook die van 't ge-heele lighaam, en doet tot de algemcene uitdrukking van 't onderwerp t'zamen loopen,
zelfs
|
||||||
|
Volmaakt Schilder. 45
ïelfs de onbezielde voorwerpen, door de manier met dewelke hy die ten toon Helt. De levendige en natuurelyke uitdrukkingen doen menigmalen vergeten, of ten minden in de inbeelding vervullen, 't geen anderzints in een Schildery ontbeekt.
|
||||||
|
XVI. HOOFTSTUK.
Van de uitierjle delen des Lighaams.
DEwyl de uitterfte delen, dat is te zeggen, het hooft, de voeten, en de handen, aan-merkelyker en meer bekent zyn. datze hetzyn die in de Schilderyen tot ons fpreeken, zomoeten zy uitvoeriger gehandeit wezen als de andere dingen, onderitelt dat de werking waar in zy hen bevinden, gefchikt en geplaaft is in dier voegen dat zy wel konnen gezien worden.
XVII. H O O F T S T U K. Van de Kleding.
OM op zyn Schilders te fpreken, zegt men plooijen, dat is te zeggen een Figuur kleden, dit woordt plooijen komt my zeer uit-drukkclyk voor, om dat de klederen zo niet moeten fluiten als de geene die tegenwoordig in de mode zyn : maar volgens dehoedanighejt van de eenvoudige Natuur, dewelk verre is
van
|
||||||
|
-------
|
|||||
|
44 Schets van een
van alle gemaaktheit, de plooijen vinden 7,12; als by geval op de beweging der leden, .dieze doen fchyncLi zo als zy zyn; en door eeu fcherp-zinnige konftgreep doen zy zig tegenitrydig en kragtig vertoonen, dat de plooijen de leden als Liefkozen, om zo te (preken door de flappig-heit van de doffen en der zelventederenzwier, de aloude Beeldfnyders, die het gebruik der verwen niet konden in 't werk (tellen, omdat de (toffe die zy bewerkten dezelfde was van hun werk, hebben hen gewant voor een groote uitgebreitheit van plooijen, uit vreeze dat dezelve op de draaijing van de leden de oogen niet naar zig trokken, en niet beletten om met gemak het naakt van hun Figuurentezien. Zy hebben zig dikwils bedient van nat linnen om te plooijen , zomtyts hebben zy de plooijen vermeerdert, op dat daar door een zekere hol-ligheit veroorzaakt 7.oude worden, die door haar fchaduwc, de leden daar onderzyndedui-delyker konde vertonen. Deze wyze van doen hebben zy doorgaans meer waargenomen in de Bas-reliefe. Maar op wat manier dat zy hup kleding behandelt hebben, zo zal men daar altoos een verwonder! yke order van 't fchikken der plooijen in gewaar worden.
De Schilder, die door de verfcheidenthcit *L'E- van tyu Couleuren en zyn ligten, het * twy-quivo- felagtige van de leden met dekledingmoetweg 1ue- nemen, kan zig wel voegen naar de order van de plooijen der Antieken , zonder hun getal naar te volgen, en kan zyn (toften veranderen volgens de hoedanigheit van zyn Figuurcn, de Schilders, die hun vryheit niet gekent hebben io deze zaak, hebben zo wel een mifflag begaan
in
|
|||||
|
Volmaakt Schilder. 4f
in 't navolgen van de Antike Bceldfnyders,als de Bceldihydcrs in t'willcn navolgen van de Schilders.
De rede waarom de plooijen het naakt moeten aanwyzen is, om dat de Schilderkonü een platte oppervlakte is, dat vernietigt moet werden door het gezigt te bedriegen, en niet twy-felagtigs * overlaten: de Schilder is dan gehou-*py-den deze order in al zyn klederen te bewaren, <illIV°-van wat Natuur dat zy mogen zyn, fyn of°lUC" grof, geborduurt, of effen; maar dat hy voor al agt geeft op de groothcit der plooijen mcêr als op de rykheit der ftoffen , die niet ovcrecu-komftig zyn als in de gefchiedenifzen daar zy wezen moeten, of waarfchynelyk gebruikt volgens de tyden en de gewoonte.
Geiyk een Schilder het harde en het ftyven in de plooijen vermvden moet, en voorkomen, dat, zo als men zegt, de Leman doet zien, met die zelfde omzigtigheit moet hy te werke gaan in de vlicgcndeldederen. Want zy kon-nen niet beroert worden, als door den wint in een plaats daar men redelykerwys kan onder-ftellen dat hy blaart; of door de parfzing van de lugt, wanneer men onderftelt dat de Figuur in beweging is. Deze zoorten van klederen zyn voordelig, om datzc veel leven aan deFi-guuren toebrengen door defzels j tegenwerkingtcon-maar men moet wel agt geven, dat de oor-tr *" zaak nanuirlyk en waarfchynelyk is, en in een zelfde Tafereel geen klederen maken gints en herwaarts vliegende, wanneerze niet als door den wint konnen beroert worden als de Figuur in flilliant is; een milllag daar verfcheï-
de
|
||||
|
46 Schets van een
de brave Schilders zonder daar op te denken in
gevallen zyn.
|
|||||||||||||
|
XVIII. HOOFTSTU K. Van 7 Landfchdp.
|
|||||||||||||
|
Il
|
|||||||||||||
|
dicn de Schilderkoiifi: een zeker Zoort vaii chepping is. Zo geeft zy daar kragrigerbly-
|
|||||||||||||
|
ken van in de Landlchapfchilderyen als in de anderen Men ziet daar in veel algemeender de *Cahos, Natuur uit haar * verwerden klomp te voor-
' fchyn komen, en de hooftftoftcn mcêr ondcr-fcheiden; het is daar dat het aartryk bralt op zyn menigvuldige voortbrengingen, en de hemel met zyn f vernevelingen- En gelyk ditflag
"van Schilderkonft een verkorting van al de anderen bevat, de Schilder die het oeffent, moet een volflage kennis hebben van de gcdeeltens van zyn konft Indien het niet is in zo een groote omflandigheit als de geene, die doorgaans Hiftorie Schilderen, ten minften een bc-ipicgelcndc kennis in 't algemeen. En zo hy de voorwerpen in 't bczondcr, die zyn (luk zameuftellen, of die het Landfchap verzeilen, wat lugtig behandelt,zo is hy egter verpligtom levendig te onderfcheiden den aart ende kentekens, en zo veel te meer geeft aan zyn werk te geven als het minder is nitgevoerr.
Des niettegenflaande onderneem ik niet buiten te fluiten, het Talent van een naaukeur'ge uitvoering van 't werk, in tegendeel, hoe uitvoeriger
|
|||||||||||||
|
Volmaakt Schilder. 47
Voeriger Gefchildert hoe koftclykcr dat hetzyn zal. Maar van welk een behandeling dat een Landfchap zy, zo de vergelyking van devoor-Werpen zig niet doet gelden,en haar kentekens niet bewaart,7.0 de gronden niet wel verkozen zyn, of niet zyn te gemoet gekomen door een fchoone kennis van 't ligt en bruin, Zo de toctf-fen niet geellig zyn , zo men de plaatfzcn niet levendig maakt door de Fignuren, door de dieren, of door andere voorwerpen die doorgaans in beweging zyn, zo men niet weet by een te voegen een goeden fmaak vanCoulcur en cenon-gemcene kragt, de waarheit en de eenvoudige bevalligheit der Natuur; hctSchildcry zal nooit in de agting komen, veel min in het konft Ka ., binet van opregte kenders.
|
||||||
|
XIX. HOOFTSTUK.
Van de Per/peïïieve.
ZEkcr Schryvcr heeft gezegt, dat de Per-fpeöief en de Schilderkonft dezelfde zaak was , om datter geen Schildcrkonft is, zonder Perfpe&ive. Hoewel deze voorftelling vals is, volftrekt gefproken, voor zo veel als de ligha-men niet konnen zyn zonder fchaduwe, 't is daarom dezelfde vaak niet als de fchadcw; e-venwel is het in zeekren zinwaaragtig, dat een Schilder dePerfpcftieve, niet voor by kan gaan in alle zyn werken, dat hy niet een ftreep kan trekken nog eenPinceel flag geven daar zy geen
deel
|
||||||
|
48 Schets van een
deel in heeft, ten min (ten door de gewoonte. Zy regelt de maate der gedaantens en de vcr-ïninderirn; der Couleuren in welk een plaats van 't (luk dat 7.ig die bevinden. De Schilder is gedrongen om haar nootzakclykhcit te kennen, en hoewel dat hy door en door, in de gewoonte kragtig geoeffent is, zo kan hy zig dikmaals bloot (tellen om groove mffilagen te begaan tegen deze wetenfehap.' Zo hy te traag is om van nieuws naarden regel tewerk tcgaan , ten minden in die plaatfzen die de zigtbaarlte 2yn, de lyn en de paffer in de hand te nemen om niets te wagen, ende befpotting onderworpen te zyn.
't Heeft Michel Angelo tot geen eercgcitrckt dat hy de Perfpcétive heeft veronagtzaatnt, de grootfte Schilders van Italië zyn zodanig overreed geweeft dat zonder haar geen regelmatige ürdinantie konde werden opgertelt, datze die in den grond wilde weten. Men ziet zelfs in enige Tekeningen van Raphaël, een fchaal van vérmindering. Zo naaukeurig was hy op dit punt.
|
||||||
|
XX. HOOF'DSTUK.
Culoriet. Derde deel van de SCHILDERKUNST.
T~XE onbehoorlyke manier van fpreken van
\__/verfcheide van onze Schilders, aangaande
het Coloriet, deed my deszelfs verdediging on-
dernc-
|
||||||
|
Volmaakt Schilder. 4$)
dernemen door een zamenfpraak die ik liet drukken nu vierentwintig jaaren geleden; hebbende tegenswoordig niets meer daar by te voegen,als het geen begrepen is in dat kleine Werkje, zo bid ik den lezer zyn voldoening daar in te zoeken. Ik heb daar getragt de verdienden en voorregten van het Coloriet re doen zien, op de allerklaarfte wyze die my inogelyk is geweeft.
|
||||||
|
XXI. H O O F T S T ü K. Van de Harmonie der Öouleureti.
DAar is een overeenkomft en een tegen-1 ttryt in de zoorten van Couleuren, het is ook in de * vermindering van het ligt, ge-lyk in een Compofition zamenftelling van Mu- de l«-fiek, want het is niet alleen genoeg dat de nuere' Noten wel geftelt, maar ook dat in de uitvoering de Inftrumcnten accoord zyn, en ge-lyk de lniïrumenten van Muziek niet altoos de een met den ander over eenkomen , by voorbeeld, de Luith met de Schalmey, nog de Clavccimbel met de Zakpyp, op de zelfde wyze zyn 'er Coleurcn die by malkander niet konnen ftaan zonder het gezigt te (loten, als het Vermilioen by de groenen, de blaauwen ende geelen. Maar gelyk deïnftrumenten die de allerfcherpfte zyn, zig wel vermengen onder véél andere, en dikmaals een zeer goede' uitwerking doen: alzo maken de allertegèn-ftrydigfte Gouleureh, wel te pas geplaaft onder P ver-
|
||||||
|
y Schets van een
verfcheide andere die houding met malkander hebben, die plaatfzen duidelyker, dewelke de Meefter moeten ipelcn boven de andere,trekkende het gezigt na zig toe.
Titiaan (g?)yk ik elders hebbe aangemerkt) heeft diergelyks in 't werk geftelt, in het Schil-dcry dat hy gemaakt heeft van de Triomf van Bachus, waar in hy Ariadne geplaaft haddeop een van de zyden des Ituks, om die rede haar niet hebbende konnen doen aanmerken door He kragt van het ligt dat hy in het midden wilde behouden, gaf hy haar een rode (luyjer op een blaauw kleed, zo om haar te doen redden van den grond dat alreeds een blaauwe zee was, als ter oorzaak dat zy een van de voornaam (te Figuurcn verbeelde van het onderwerp, waar op hy wilde dat het oog getrokken wierd.
Paulo Veroneeze in zyn Bruiloft van Cana; om dat de Chriftus,die de voornaamfréFiguur ïs van het onderwerp, een weinig te diep in hei Tafereel is, en dat hy hem niet heeft konnen doen aanmerken door den luifter van het ligt en bruin, heeft hy hem gckleet in 't blaauw en root, op dat het oog op deze Figuur zoude vallen.
|
||||||||
|
XXII. HOOFTSTUK.
i
Fan V Pinceel.
DE fpreekwys van 't Pinceel word dik-maals genomen voor den oorfprong van alle de delen der Schilderkonft, gelyk wanneer
|
||||||||
|
Polfnaakt Schilder. fi
neer men zegt, dat hetSchildery van den berg Thabor van Raph.iél het fchoonfte werkftuk is van zyii Hu ceel: en 0tnms verftaat men daar door de werken ?eHs, men legtbyvöof-beeld,. dat onder alle de Schilders van de ai-oudheit, het dllerverftattdigftc Pinccel van A-pelles was. Maar hier het woord van Pin-cèel betekent eenvoudig de uiterlykê marl iet om de Couleuren te behandelen: ca wanneer deze zelfde Couleuren niet te veel döorwroct fcyn, en geiyk men /egt, te veel vermoort door de vermoeijing van een zwaarmoedige hand , maar in tegendeel dat de behandeling fchynt vrymoedig, vaardig, en lugtig te zyn, dan zegtmen dat het een werk van een goft Pinceel is. Maar een (lout Pinceel is van weinig belang inditn het verdam het zelve niet belhiurt, en zo het niet dient om te doen be-grypen dat de Schilder de wetenfehap van zyn kunft volflagen bezit. In éénwoorthetfehoon Pinceel is, in de Schilderkonft zo veel als in de Muziek een fchoone ftcm; d'een en de ander werden gewaardeert naar mate van hun groote uitwerking en deövéreénftefnfïStngedie hen verzelt.
|
||||||
|
XXIII. HOOFTSTUK. Van Fryheeden,
* 1*SE Vryheden zyn zo nootzakelyk, dat!De*. jL^/men 'er heeft in alle konden, ij zyn J
tegen de regels als men de zaak naat dé Letter D z txl
|
||||||
|
ft Schets van een
ïal netnen , maar als men die zal nemen naar den Geelt, zo dienen devryhedenvoorregekn als zy wel te pas gebruikt zyn. Want Perzonen van goet oordeel zullen daar altoos hun goetkeuring aangeven , als zy zien dat het Konft-ftuk daar door kragtiger zyn uitwerking doet,en dat door zulk middel de Schilder eerder tot zyn oogwit komt, düt is het gezigt te bedriegen. Maar het en is niet gegeven aan alle Schilders om dit met vrugt in 't werk te ftellen. 't Is niet eigen als aan groote Geefttn 1 die boven de regelen zyn, die zig verltandig weten te bedienen van Vryhcden: 't zy dat?e *L'cf- dezelve gebruiken voor de * wezentheit vin {éncc. hun konft , 't zy datze opzigt hebben op de Hiftoriefe verbeeldingen. Deze verdienen wrt meerder opmerking, men zal daar van in 't vervolg fpreeken.
|
||||||||||||
|
XIV. HOOFTSTUK.
Door -welk gezag de Schilders onder men-fchelyke gedaantens de Goddelyke dingen y en zulke die Geeftelyke of onbezielt zyn9 mogen verbeelden.
|
||||||||||||
|
d:
|
||||||||||||
|
Schriftuur fpseektons op méér ls ééne plaatfe van verfchyningen van
|
||||||||||||
|
f Réelk- God aan de menlTen, of | dadelyk door den mcMt dienft der Engelen, of in gezigten door-dFo~ v men en verrukkingen. Daarom heeft het Concilie vanNïceen geen zwarigheit gemaakt om
|
||||||||||||
|
Volmaakt Schilder. f$
aan de Schilders toe te laten de Engelen onder menffelyke gcdaantens te verbeelden.
Het fchynt ook dat de Schilder regt heeft om zelfs de onbezielde dingen als levendig te Schilderen, wanneer hy niet anders doet als het denkbeeld te volgen, dat de hcillige Schriftuur ons daar van aan de hand geeft: en den aanfehouwer behoeft zig niet ligt daar over te ergeren, wanneer hy in eenige Schilderyen de hcillige onderwerpen vermengt ziet metPoèe-tize vcrdit>tzelen, gelyk als ofde verdigtzelcn ende Poëzy zekerlyk iets Goddeloos waren. Het boek Jobs, de Pfalmen van David ende Apocalypfis zyn alle Poëties en vol van Figuu-relyke uitdrukkingen, zonder te tellen alle de gclykenifzen die in het overige van de Schriftuur gevonden werden. Alzo, is het volgens de heillige Text, dat Raphaël in de doortogt der Jordane dezen vloed gefchildert heeft onder een menffelyke gedaante, die de wateren te rug (root naar hun oorfprong. Hy heeft dat konnen goet maken door de hcillige Schrift, die om zig 'te voegen naar 't begryp der menffen de gewoonte heeft van Goddelyke dingen uit te drukken, onder de Figuur van menffelyke dingen, en die om de Oiderwyzing van de gelovigen , zig dient van denkbeelden en van taftbare en duidelyke vergclykingen. Wy hebben hier van aangaande de rivieren een aan-merkelyke plaats in den 98 Pfalm, alwaar ge-fcegt is, dat de rivieren met de handen klappen, dal te gelyk de gebergten vreu^dbedryven, voor het aangezet des Hteren. De Schilder die de relfde meening heeft van te onderwyzen en te ftigten,zoude geen beter voorfchrift konnen volgen. D 3 Poui-
|
||||
|
|
|||||
|
4 Schets vm een
Poufiin, die in 7.yn Tafereel van Mofes vinding, het zelfde beleid heeft gehouden om de rivier den Nyl te verbeelden, is door zom-mige hier over berifpt, en zie hier de rede die zy bybragten. Zy zeiden dat men de valfle Goden niet moeft vermengen met de dingen van onzen Godsdicnlt ; dat de rivieren gewaande Godheden zyn die door de Heidenen waren aangebeden, dewelke in de heillige gc-fchiedenifzen niet behoren ingevoert te worden, en te meer, dat het genoeg is als de Schilder een rivier eenvoudig verbeeld, en niet in de gedaante van een Figuur.
Waar op ligt is te antwoorden, dat de heillige Schriftuur de rivieren invoerende onder ïnenffelyke gedaantens, de mening niet heeft gehad om van die geene te fpreeken die de Heidenen aanbaden, en zig wel konnende eenvoudiger en natuurlyker verklaren, egter zig bedient heeft van een Figurelyken ft?l, zonder vrees van de gelovige te doen wankelen: alzo is de Chriftelyke Schilder. het zelfde fpoor volgende zeer verre af om de waarheit van de Hiftorie te willen krenken, hy wil in tegendeel zig hegtende aan zyn Origineel, dezelve levendiger en fierelyker doen bc.gr.ypcn, niet aan een ongelovige, maar viau eenChriilenals hy , die voor in genomen tegen de valiïè Godheden , geen andere gevoelens moeten zoeken als die van de heillige Schrift-Maar ten opzigt van de Heiden/e Godheden die ingevoert werden zo alsze zyn, met de merktekens die hen doen kennen, daar is meer zwaiigheit om die in de Qrdinautien toe te laten.
De
|
|||||
|
Volmaakt Schilder. ff
< De Geleerde hebben deze ftoffe bearbeit op-fcigt hebbende tot de Digtkonft, en het proces ftaat nog te werden uitgewezen. Maar de Schilder, die geen andere fpraak heeft om zig uit te drukken als deze zoorten van Figuren, wel verre om daar over berifpt te werden zig daar van dienende , zal altoos de toejuigging van de verftandigen hebben die het tullen zien, met oordeel eti fcherpzinnig in 't werk ge-ftelt.
Want de gewaande Godheden konnen op twcdcrly wyze werden aangemerkt, ofalsGoden , of als zinnebeeldige Figuren. Als Goden kan de Schilder dezelve niet verbeelden als in onderwerpen die ten eenemaal Heidens zyn, er. als zini.ebceldigc Figuren, kan hy zig daar var» dienen met befcheideinheit, en in alle andere voorvallen, daar hy het nootzakclyk zal agten.
Rubcr.s, heeft zig het fcherpzinnigfte en het allergele.:rit-i van deze Zinnebeelden godient, gclyk men k"n zien in het boek van de intree van den Caranaal Infant in de ftad Antwerpen; en door de Schilderyen van de Gallery van Luxemburg, egter is het van zommige kwaad gekeurt, dat hy in zyn Ordinanticn deze verbloemde Figuren heeft te,paffe gebragt, en omdat hy, zegt men, de verdigtzelcn met de waarheit vermengt heeft.
Waar op tot antwoord dient dat door het gebruik dat Rubens daar van gemaakt heeft, hy de waarheit met * verdigtzelen niet onder * L* een heeft vermengt, maar eerder om deze a c* zelfde waarheit uit te drukken, hy zig heeft gedient van Zinnebeeldige verdigtzelen. Ten JD 4 bc-
|
|||||
|
f6 Schets van een
bewys' is het Schildery der geboorte van Lo de.wyk de XIII. daar om hoog in het Tafereel op de Wolken een weinig afgewcidert verbeeld is, Caftor op 7,yn gevleugelt Paart, en aan de zyde Apollo op zyn wagen die om hoog ryft, om te betekenen dat deze Prins in den morgenfront is geboren, en dat het kraambed-de gelukkig was.
Waar door men kan bcfluitcn dat de Schild-der de gedagten niet gehad heeft om de Goden als Goden te verbeelden, maar alleenlyk Caf-tor te Schilderen gelyk een Gcfternte dat (volgens de verdigtzelen) een gelukkige uitkomlt geeft aan degebeurtenifzen, enhetryzenvanden. 'Zonnewagen, om te betekenen den tyt van den Morgen ftont.
En zo de Schilder dat oogwit heeft om zig uit te drukken, als hy het nodig oordeelt om de verdigte Godheden te verbeelden onder de Hiftorize figuren, moet hy deze SymboIes'Z.m-nebeelden aanmerken als onzigtbaar, en als niet met-al zynde als door hun verbloemde betekenis.
Het vermogen om vleugelen aan de Engelen te Schilderen kan getrokken werden van de Arke des Verbonts, en uit het 9 Capittel van Daniel vs 21. Maar deze aangetrokke phatfzen verpligten niet tot nootzakelykheit om vleugelen aan de Engelen te geven, aan-: gezien het zeker is dat zy altoos verfchcenen zyn zonder vleugelen. Dit piet tegenftaande moet een Schilder daar onverfchillig gebruik yan maken, zo als het zyn konft, het goet oordeel en de onderwyzing van de geloovigen het zullen vereifchen,
Maar
|
||||
|
Volmaakt Schilder, ff
Maar alles wat toegelaten is geweeft niet altyt oorbaar 7,ynde, moet de Schilder met gc-matigthcit, het gezag gebruiken dat de heillige Schrift hem aan de hand geeft, en wel agt liaan, dat te zeer de voorbaat van zyn konft willende betrapten, hy de waarheit ende heil-ligheit van het onderwerp niet ontltelt.
|
||||||
|
XXV. HOOFTS.TUK.
Van naakte Beelden, en "wanneer men die te pas kan brengen.
Die Schilders en Beeldfnyders die in de Tekenkonft 7.cer ervaren zyn, zoeken doorgaans gelegenheit om het naakt uit te beelden, om voor zig de agting te vcikrygen' van onderfcheiden te worden, en hier in zyn zy pryswaardig, indien dat zy blyven binnen de palen van de waarheit der gefchiedenifzen, de waarfchynelykheit., ende zedigheit. Daar iyn onderwerpen die veel voordeliger zyn als andere om naakte te verbeelden; men kan zig daar van bedienen, by voorbeeld, in onderwerpen die de Fabelen, of heete landen verbeelden , in de welke vvy gants geen opzigt behoeven te nemen op de modes, en op de werken van den ouden tyt. Cato de tugtmees-fter, naar het verhaal van Plutargus, wierd werkende gevonden geheel naakt onder zyn flaven wanneer hy uit den raad was wedergekeert; en de heillige Petrus was naakt , wanneer onze Heere aan hem verfcheen na zyn op-D s ft
|
||||||
|
ff? Schets van ten
ftandinge, en dat hy hem vond villende met
de andere Apoftelcn.
Men kan zig ook dienen van het naakt in
Su|ets * verbloemde onderwerpen, in die van de
Aikgo- Goden en helden van deHeidcnire oudheit,en
riquö. ejndelyk in andere voorvallen als men de
eenvoudige Natuur wil uitbeelden in zulke
l3nden daar de koude , nog de boosheit geen
heerfchappy voeren. Want de klederen zyn
niet uitgevonden als om de menfTen, voor
de koude én de fchaamtc te bevryden.
Daar zyn hedendaags nog vecle volkeren die geheel naakt gaan, om datze heete landen be-woonen, of om dat de gewoonte hen voor een dekmantel verftrekt voor de onbetaamlyk-heit en de fchaamte. De algemeene regel dan, dien men hier in volgen moet, is, als vvy ge-zegt hebben, dat 'er niets gedaan werde tegen de zedfgheit en de waarfchynelykheit.
De Schilders verbeelden meeftendeel hun figunren inet het hooft en de voeten bloot, dat moet altoos zyn volgens de wet van de eenvoudige Natuur, die ten opzigt van deze twee partyen zig gcmakkelyk gewent tot de ontbloting.
Wy zien daar de voorbeelden van, niet alleen in heete landen, maar ook in het midden van het allcrkoudfte Alpcfze gebergte, daar ïelfs de kinderen met bloote voeten lopen.des zomers over (teencn en kcijen, en des winters door de fnceuw en Ysfchollen.
Maar indien men wc] agt flaat op de waar-heit van de hiilorien, zo zal men bevinden dat f Licen- het naakt een zekere f vryheit is, die de Schil-cc. ders hen hebben aangematigt, van dewelke zy
|
||||
|
Volmaakt Schilder, f 9
zig nuttelyk bedienen om het voordcel yan hun konft; Maar waar door zy ook vecltyts mif-ilagên begaan. Ik vertchoon hier in, nog Raphaël, nog Poufliii. Zy hebben de Apoitelen verbeeld met bloote voeten tegens het geene dat io uitdrukkelyk gezegt is in het Euange-liiïm , alwaar 0112e Hecre hen gebiet geen voorzorge te hebben voor hunne klederen, maar zegt hen * üclliglyk van zig tevergenoe-* roflt;. gen met de fchoenen aan hunne voeten, zon- vement. der andere mede te nemen. En in de Handelingen der Apoftelen, wanneer de Engel Petrus kwam verlofzen, gebied hy hem zig te gorden, en zyn fchoenen aantetrekken; waar uit men moet befluiten dat zy die doorgaans hadden.
Het is het zelfde aangaande Mozes, die in het gezigte van den brandenden Braambos, wiert gewaarfchouwt de fchoenen uit te trekken , en die ondertufzen door Raphaël verbeeld is met bloote voeten in de andere bcdry-ven van zyn leven, even eens als of Mofes geen voetzolen aan hadde als in den tyt dat hy Schapen hoede van zynen fchoonvader. Men 7.oude hier menigte van voorbeelden konnen bybrengen, waar in Raphaël en verfchcideandere Schilders na hem hun beelden onge-fchoeit gemaakt hebben, tegen dehiftorieende waarfchynelykheit.
Men heeft aangemerkt dat de GriekfeBeeld-fnyders veel meer naakte figuren gemaakt hebben als de Romeinen: Ik en weet geen andere rede, als dat de Grieken onderwerpen hebben uitgekoren, meer over eenkomende met de begeerte die zy hadden om te doen verwonderen,
|
||||
|
60 schets van een
ren, over de diepte van hunne wetenfehap in de zamenftelling, en in de by eenvoeging van de delen vnn het menffelyk lighaam. Zy tstatues. hebben in hunne % ftandbceldcn eerder Goden tBas- als menden verbeeld, en in hun f halfronde teiiefs. eerder Bachanalen en offerhanden, alsgefchie-dentfzen De Romeinen in tegendeel, die door hunne Pronkbedden en half verhevene werken aan den nazaat de gedagtenifzen van hunne Keizers wilden overleveren, vonden zig on-nalatelyk verpligt, om niets te doen tegen de Hiltorie, kledende hunne figuren volgens de gewoonte van hun tyt.
|
|||||
|
XXVI. HOOFTSTUK.
Van de Bevalligheit.
DE nootzakelykheit der \ bevalligheit in de Schilderkonft in 't algemeen gefproken , is een zaak die geen bewyzen nodig heeft. Al-leenlyk doet zig hier ééne zwarigheit op, te weten of deze bevalligheit nootzakelyk is in alle zoorten van onderwerpen; in de ftryden, zo wel als in de Feeften; in de Soldaten, ge-lyk in de vrouwen.
Ik befluit voort \ beveiligende t en de rede mative. die ik geve is, dat hoewel de bevalligheit zig op het aangezigt terftont laat zien, des niet te min in dit gedeelte het alleen niet isdatzyhaar zeetel heeft, zy bcftaat voornamentlyk in den zwier dien de Schilderaandevoorwerpcn weet 11 geven om dezelve aangenaam te maken,
ïelfs
|
|||||
|
Volmaakt Schilder. eé
zelfs die geene dieonbezieltzyn: waaruit volgt dat men niet alleen de bevalligheit kan hebben in de trotsheit van een Zoldaat, door den f t Tour-zwier dien men aan zyn beweging en geftalte zal * / geven. Maar dat mee dien ook kan hebben in een klediiig of in eenige andere zaak, door de manier die men het zal weten te fchikken.
Na dit denkbeeld dat wy van een volmaakt Schilder afgefchetft hebben, en de bewyzen by gebragt van ieder van zyn gedeeltens, is niet meer overig als de toepaüing te maken op de werken van de Schilderkonlt, en die als in de fchaale te leggen, niet om zodanige gcheelyk te verwerpen die alle de hoedanigheden niet hebben die men vaftgeltclt heeft, maar om die naar hun gewigte te fchatten.
Men kan ook nog ten overvloet zig dienen van dit zelfde denkbeeld om te oordelen van de tekeningen van deze en geene Meeflers; ik verita het van de graden van hun deugd. Want om de opregtigheit te kennen van een teke- tL'origH ning, en den naam vanden meefter die daarnallte" Auteur van is, is het byna als onmooglyk om daar regels van te geven, en moeijely kom met regtmatigheit daar van te fpreken. Des niet tegenftaande zal ik het wagen om hier myn gedagten op dit onderwerp bloot te geven, in de hoope dat deze vermctelheit eenig verligt Perzoon in 't vervolg zal aanmoedigen, die verbeteren en vermeerderen zal het weinige dat ik ter neder geftelt nebbe.
|
|||||
|
XXVII.
|
|||||
|
Van de Tekeningen.
XXVII. HOOFTSTUK,
Van ie 'tekeningen.
|
||||||||||||
|
Tekeningen waar van wy hier zullen _^ipreeken, Zyn de gedagten die de Schu
|
||||||||||||
|
ders v
|
itdrukken in 't gemeen op het Papier,
|
|||||||||||
|
voor de uitvoering van een werk datzybedagt hebben. Men moet onder het getal van tekeningen ook (lellen de (tudien van grootc mee-fters, dat is te zeggen, de partyen die zy heb-be getekent naar de Natuur of het leven; ge-lyk als hoofden, handen, voeten, en geheele beelden: van klederen, dieren, bomen,planten, bloemen, en eindelyk alles wat in de ördinering van een (luk Schildery kan te pas komen. Want, 't zy dat men aanmerkt een goede tekening, door de overeenkomft die het heeft met het Tafereel waar van het een eerde ♦t'ldée, * denkbeeld is, of ten opzigt van een party waar van het de Studie is, het verdient altoos de aandagt van de Liefhebbers.
Alhoewel dat de kennifze van tekeningen niet zo agtbaaris, nog zo uitgeftrekt als aangaande de Schilderyen, zy laat daarom nietita fnedig en doordringende tezyn, ter oorzaak dat hun groot getal meerder gelegentheit geeft aan t Criti- degcene die dezelve beminnen,om hun^f fcherp-«jw- zinnig oordeel daar over teoeffenen, als het werk dat hun voorkomt vol geeft is; de tekc-t carac- ningen 'toonen meerder het ^ merkteken van tere- den Meeder, en doen zien or'zyn Reigen aart 5Genie, levendig of zwaarmoedig is; of zyn gedagten
ver-
|
||||||||||||
|
Van de Tekeningen.
verheven of gemeen zyn; en eindelyk of hy een goede handeling heeft en een * goeden ♦ Boa fmaak van alle de partyen die op het Papier Go«t« konnen uitgedrukt werden. De Schilder die een ft uk wil uitvoeren , tragt, om zo te fpre-ken, zig zelven te overtreffen, ten einde dat hy geprezen mogt werden over die delen waar van hy by zig zelfs gevoelt onvoorzien te zyn, in genoegzame oeffenin». Maar makende een tekening, geeft hy zig ten eenemaal over aan zyn f Gcell, en >loet zien hoedanig dat hy is. \ Gen!«5l Om deze rede is 't dat in de Cabuietren der grooten, incn niet alleen Schilderyen ziet, maar men bewaart daar ook detekeuingen van de bede Mecfters.
Onderturzen zyn 'er weiriJg Liefhebbersvaö tekeningen, en onder deze Liefhebbers, zo zy de handeliugen al kennen, zeker zyn 'er weinige die het fynfte daar van kennen. De halve kenners hebben die drift niet voor deze Lief hebbery, om datze van te voren niet genoeg indringen in den Geeft van de tekeningen, zo en konnen zy ook al het vermaak nietï'ma-ken, de Printen met zorgvuldigheit naar goede Schilderyen gefneden, zyn voor de zulke veel duidelyker om te befchouwen; het kan ook komen door de vrees van bedrogen te werden, en, gelyk dikwils genoeg gebeurt, Copyen voor Orglnelen te kopen, by gebrek van ervarent-hcit.
Daar zyn in 't algemeen drie dingen aan te t La merken in de tekeningen : de $ Wetenfchap,^,^* § den Geeft, en de <ft losheit. Door de Weten- pat. fchap verfta ik een goede * Ordinantie, een'Llber" vafte tekening en van goeden aart, met een$.etCom.
lotfe-pofition.
|
||||
|
ïf^ Van de Tekeningen.
loffelyke kennis van 't ligt en bruin, onderde bewoording van Geeft begryp ik,; de levendige en Natuurlyke uitdrukking van 't onderwerp in 't algemeen, en de voorwerpen in 't bezon-* La der: en * de losheit, is niet anders als een f Libeitc. hebbelykheit die de hand door gewoonte heeft I Habi- aangenomen om ftout en vaardig uit te druk-cude. ken het denkbeeld dat de teekenaar ia het hooft heeft: en naar mate dat deze drie dingen in een tekening te zamenlopen, is dezelve meet of . , minder agting waardig.
Hoewel dat de lolze tekeningen doorgaans met veel geeft vergezelt gaan, al de los^ebnn delde tekeningen v.yn daarom niet verftandfg getoetft; en zo de verftandige tekeningen niet altoos die losheit hebben, zo word daar zom-tyts den Geeft wel in gevonden.
Ik zoude hier een menigte van Schilders kunnen opnoemen, welkers tekeningen veel losheit hebben zonder enigen Geeft, die door een üou-te hand niets voortgebragt hebhen als onzekere uitdrukkingen. Ik zoude ook bekwame mannen kunnen noemen, welkers tekeningen een 0zekere \ ftyfheit hebben, hoewel anders wyf-zelyk en geeftig; om dat de hand te rug gehouden was door het oordeel, en omdat zy boven alles ftelden, de re^elmatigheit van hun omtrekken, en de uitdrukking van hun onderwerp Maar ik denk dat het beter is niemant te melden, en het oordeel aan andere over te laten.
Men kan tot lof van de losheit zeggen, dat ty zo aangenaam is, dat zy dikwils bedekt en Veel mifflagen doet verfchoncn, dewelke men eerder toefchryft aan een hevigheit van drift,
alg
|
||||
|
van de 'tekeningen. 6f
als aan het onvermogen. Maar men moet ook zeggen dat deze losheit van de hand geen losheit meer fchynt te zyn, wanneer zy is beperkt binnen de palen van een groote regelma-tighcit, al fchoon dat zy het inder daad is. Daarom is het dat men in de allernaaukeurig-fte tekeningen van Raphaèi een tedere losheit' ziet, niet zigtbaar als in de ogen van de ver-ftandigen.
Eindelyk daar zyn tekeningen Waar in merf weinig zekerheit ontmoet, die egter niet nalaten hun verdienfte te hebben; om dat zy vol Geeft zyn en eigen aartige kentekenen. Men kan onder dit flag ftellen de tekeningen van Willem Baur, die van Rembrant, van Bene-dette Gaftillione, en eenige anderen.
Tekeningen die niet heel net zyn maar lug-tig getoetft zyn geeftiger, en behagen veel méér als dat zy uitvoeriger waren, mits datze een goeden aart hebben, en het denkbeeld vanden befchouwer in den regten weg doen blyven: de rede hier van is dat d'inbeelding alie de delen vervult die daar aan ontbreken, of die niet opgemaakt zyn, en dat ieder die ziet naar zyn * verkiezing- De tekenin"e{i van meefters die* G°üt. rheêr f Geeft als $ wetenfehap hebben, geven ^e^ menigmaal gelegentheit om de ondervinding van deze waarheit te doen blyken. Maar de tekeningen van uitmuntende jneefters, die voegen de § vaftigheit by een <j[ fchoon vernuft, ^ en laten niets ontflippen dat tot de uitvoering f Beau nodig is: alzo moet men de tekeningen waar- Genie, deren naar mate datze uitgeyoert zyn, onder-firclt dat de andere dingen daar gelykelyk in-gevonden worden.
E Hoe-
|
||||
|
66 van de Tekeningen.
Hoewel dat men den voorrang moet geven aan die tekeningen waar in meerder partyen gevonden worden, daarom behoeft men zulke niet te verwerpen daar maar één éénigc in voorkomt, mits dat het op een konftigc manier gedaan zy, of dat het zo een bezondre gecllig-heit by zig heeft, die behaagt, of die onder-wyft.
Men moet ook die niet wegwerpen die flegts als fchetfftin zyn, waar in men niet ziet als een zeer lugtig denkbeeld, gelyk als een proeffluk van de inbeelding: om dat het vermakelyk is te zien op welk een wyze de brave Schilders terftont hun gedagten begrepen, voor datze zei ven overwogen, en dat de fchetffen ook doen kennen van welke toetffen de grooteMeeiters zig dienden om de kentekens der dingen met weinig trekken aan te wyzen. Alzo om volkomen aan de Lief hebbery te voldoen, zoude het goet zyn van een zelfden meefter tekeningen te hebben van allerly flag : dat is te zeggen, niet alleen van z.yn eerfte; twede, en derde manier, maar ook de lugtige fchetffen, alzo wel als de alleruitvoerigfte tekeningen. Ondertufzen fta ik toe dat de Liefhebbers die het flegts befchouwen tot vermaak, zo wel hun genoegen niet zullen vinden als die geene, die ook in de hancleling van tekenen geoefFent zyn, want deze iyn meer in (laat om dit genoegen van de Lief hebbery volkomender te genieten.
_ Daar is iets dat als het zout is van de tekeningen , zonder het welke ik daar weinig (vf geen werk van zoude maken, ik kan het n'et beter uitdrukken als door het woort van Casttere
|
||||
|
van de Tekeningen. 6j
tere merkteken. Dit merkteken dan beftaat in de manier hoedanig de Schilder de dingen bedenkt, 't is het * zegel dat hem van de an**Cach«. deren onderfcheit, dat hy hiprent in zyn werken als het levende beeld van zynGeeft.'t Is dit merkteken die onze inbeelding gaande maakt, 't ii door het zelve dat de groote vernuften, naar datze onder de onderwyzing van hunne Mee-fters, of naar de werken van anderen gefludeert hebben, zig door een zoet geweld gedrongen voelen om den vryën teugel aan hun Geeft te geven, en om op hun eigen vleugelen te vliegen.
[k fluit dan uit het getal van goede tekeningen de geene die zielloos zyn, die ik bevinde van driederly zoorte. Eerftelyk van zulke Schilders, die, alhoewel dat zy groote ordi» nantien te wege brengen, en dat zy eennaau-heurigheit en vaftigheit hebben, des niet tegen-ftaande verfpreidenze in hunne werken een zekere koudhcit,die een huivering veroorzaakt aan die geenen die dezelve befchouwen.. Ten. twede, de tekeningen van Schilders die hebbende méér geheugenis als vernuft, niet arbeiden als door het herdenken van de werken die zy ge-zien hebben, of die zig dienen met te weinig vlyt, en al te flaafs van dat geene dat voor hen, tegenwoordig is. En ten derde zulke Schilders die zig hegten aan de manier van hunmee--fters zonder daar buiten te gaan, ofzonder dezelve door eigen vindingen meerder rylcdom by te zetten. De kundigheit van tekeningen, gelyk die van de Schilderyen, beftaat in twee dingen; om te ontdekken den naam van den*. meefter, ende deugt van de tekening.
E 3, Om
|
||||
|
68 van de Tekeningen.
Om te kennen of zulk een tekening van zodanig een meefter is, zo moet men veel andere van dezelfde hand met opletting gezien, en in 't verftant een regt denkbeeld van 't merkteken van zyn vernuft, en van zyn handeling hebben, de kennifze van't merkteken van 't vernuft vereift een groote uitgeftrektheit, en-groote zuiverheit van geeft om de denkbeelden te behouden zonder die te verwarren, en de kenniffe van 't merkteken van de handeling hangt meer af van een groote gewoonte, als van een groote kundigheit: daarom is 't dat de voornaamfte Schilders niet altoos die geenezyn, die met het grootfte oordeel uitfpraak doen over deze (toffe. Maar om te kennen of een tekening in der daad fchoon is, of het is orginecr of Copy, zo is 'er by een groote oeffening in deze Liefhebbery, veel icherpzinnigheit en doordringentheit van noden, ik geloof zelfs niet dat men met grond daar van oordelen kan zonder behulp van in de handeling van tekenen geoeffent te zyn, en ndgtans kan men zig wel laten bedriegen. Het fchynt my toe dat hier kan bygevoegt werden, by het geene dat al reeds gelezen is, dat de vergelyking van de werken der Schilderkonft met het denkbeeld, dat men vaftgeftelt heeft van een volmaakt Schilder, het befte middel is om wel de waar-digheit van agting,die hen toekomt,tekennen, maar geiyk men doorgaans geen groot getal genoeg Schilderyen in zyn vermogen heeft, nog genoeg uitgevoerde tekeningen om zyn * aanmerking daar over te oeffenen, om in weinig tyts de bekwaamheit te verkrygen van wel te oordelen, 20 kunnen de goede Printen in
plaats
|
||||
|
van de Printen. 6p
f-laats van Schilderyen volftaan: want uitge-zondert de Locale Couleur, zo zynzy bekwaam om alle de gedeeltens van de Schilderkonft te vertonen. £n behalven dat zy den tyt verkorten, zyn zy in ftaat om den Geeft te vervullen met een oneindig getal van kundigheden. De Lezer zal het mogelyk niet verdrieten al hier myne gedagten over deze ftoffe te vinden.
|
|||||
|
XXVIII. HOOFDSTUK.
Van de nuttigheit der Printen } en der zei-ver gebruik.
DE Mens werd geboren met een begeerte om te weten, en niets belet hem zo zeer in de onderwyzing, als de moeijelyk-heit die hy heeft in het leren, endeligtheitvan 't geleerde te vergeten; twe dingen daar het meerendeel der menflen hen met veel reden over beklagen: want zedert dat men de kon-üen en wetenfehappen onderzont, en om tot het binnenfte in te dringen een oneindig getal van boeken aan den dag heeft gebragt: zo heeft men ons teffens voor oogen geftelt een verbazend voorwerp, bekwaam om onzen Geeft en gcheugenis moedeloos te maken; ondertufzen hebb:n wy meer als ooit het een en het ander yan noden, of ten minften naar de middelen te zoeken om ze in hun werkzaamheden te hulp te komen. En zie hier een vermogend middel , een der gelukkigfte voortbrengingen van E 3 de
|
|||||
|
jö van de Printen.
de laatfte Eeuwen, dat is de uitvinding van de
Printen.
Zy zyn in onze eeuw tot ïulk een hogen trap van vohnaaktheit opgeklommen , en de goede Plaatfnyders hebben ons zo een groots menigte aan de hand gegeven van allerly toor-ten van dragen, dat men met waarheit mag zeggen, dat zy de bewaarders geworden zyn van het allerfchoonfte en het fraaiftc dat 'er ia de waereldt is.
Deszelfs beginzel is gevonden by Mafo Fl* niguërra Gondfmit, (in 't jaar 1460) tot Flo-rencen, welke op zyn werken Graveerde, met fterk water, en gewaar wierd dat het geen daar afgedrukt wierd dezelfde verbeelding vertoonde als het Gegraveerde, door het middel van het ftark water, hy beproefde het insge-lyks op zilvere platen met vogtig Paprer, latende een rol dis zeer gelyk was daar over gaan, 't welk hem gelukte. Deze nieuwigheit verwekte een drift aan een anderen Goudfmit van dezelve ftadt, genaamt Baccio Baldiniom daar ook eenproef van te nemen, en de voortgang deed hem verfcheide platen Graveren van de Inventie en tekening van Sandro Botticello «n op deze proeven begon Andre Mantegne, die te Rome was, verfcheide van zyn eigen werken te Graveren.
De kennifze van dezcuitvindingdoorgegaan. fcynde tot in Nederland, Graveerde Martin van Antwerpen, die als doen een vermaart Schilder was, menigte platen van zyn Inventie, en zond verfcheide Printen in Italien, dewelke aldus gemerkt waren. M. C. Vafari, in het leven van Mare Antoon verhaalt het
mee-
|
||||
|
van de Priqten. 71
mccrendeel van der zelver verbeeldingen, en onder deze (was een vifioen van S.Antonius) 't welk Michel Angelo nog jong zynde, bevond van zo een ongemeene Inventie, dat hy het wilde Coloreren. Na Martin van Antwerpen , begon Albert Duur te voorfchyn te komen, en heeft ons een onnoemlyk getal van fchoone Printen aan de hand gegeven, zo ia hout, als in koper gefneden, die hy vervolgens naar Veneticn zond om daar te doen verkopen. Mare Antoon in dien tyt daar zynde wierd zo opgenomen van de fraaiheit dezer werken, dat hy zesendertig ftuks daar van Copieerde, dewelke het lyden onzes Heere verbeelden: deze Copyen wierden in Rome met zo veel te mcêr verwondering ontfangen, om datze beter waren als de Orginelen.In dien zelfden tyt Hugo du Garpi, Italiaans Schilder, van een middelmatige bekwaamheit, maar van een konftzoe-kenden Geeft, vond het middel om met ver-fchcide houte platen, Printen te drukken daar men hoogzels en diepzel in had over eenkomende met tekeningen van wit'en zwart. En eenige Jaren daar naar kwamen de gc-etfte printen van Parmens te voorfchyn.
Deze eerde printen verwekten door hun nieu* wigheit de verwondering van alle die gecne die dezelve zagen, de befte Schilders, die om hun glorie arbeiden, wilden zig daar van bedienen om hunne werken aan de waereldt deelagtig te maken. Raphael onder de anderen gebruikte daar toe het vermaarde Graveer yzer van Mare Antoon om verfcheide van zyn ge-fchildcrde of getekende Ordinantien in 't koper te brengen; en deze verwonderlyke prin-E 4 ten
|
||||
|
.7* van Printen.
ten hebben den naam van Raphaé'1 roemrugtig door alle landen gevoert. Zedert Marc-An-1 toon zyn 'er een groot getal van Plaatfhydcrs door hun konft aanzicnelyk geworden, in Duitsland, Italië, en Vrankryk, en in de Nederlanden, en zy hebben in 't ligt gegeven,zo gefneden als ge- etft een oneindig getal van onderwerpen van allerlei flag, Hiitorien, Fabelen, Zinnebeelden, Devizen, Medailles, Dieren, Landfchappen, Bloemen, Vrugten, en in 't algemeen gefproken allevoortbrengin-gcn van de kon ft en de Natuur.
Daar is niemant van wat ftaat en beroep dat hy zy, die daar geen groote nuttigheit uit kan trekken: deTheologanten, deGodvrugtigen, de Philofophen, de Mannen van wapenen, de Reizigers, de Aardryks befchryvers, de Schilders, de Beeldfnyders, de Boumeefters, de Plaatfnyders, de beminnaaars der edele Kon-ften, en de Liefhebbers van de Gefchiedenif-Zen en de Oudheden, einde!yk de zulke die niets bezonders om handen hebben als om met eere te leven, hun verftant tragten te verderen met kundigheden, die hun agtinge konnen doen vermeerderen.
Men vordert niet dat ieder Perzoon verpligt is alle de Printen te zien om daar zyn nuttig-heir uit te trekken, in tegendeel hun byna oneindig getal en menigvuldige verbeeldingen te gelyk voorgeftelt, zoude eerder bekwaam zyn om den Geeft te verflrooijcn als omdenzel-ven te verligten. De zulke alleen die met de geboorte een groote uitgeftrektheit en helder-heit van Geeft mede brengen, of die door lang-duurigheit geoeffent ïyn in het zien van zo vele
ver-
|
||||
|
van de Printen. j^
veranderingen, kunnen met voordeelallesbe-fchouwen zonder verwerring.
Maar ieder in 't bezonder kan alleenlyk zodanige onderwerpen verkiezen die aan hem eigen zyn, en die dienen kunnen, om zyn ge-heugenis te verversen , of zyn kennifze tp verfterken, en daar in zyn genegentheit volgen dien hy voor de dingen van zyn fmaak en van Zyn beroep heeft.
Voor de Theologanten, by voorbeeld, is niets bekwamer als de Printen aangaande den Godsdienft ende *verborgentheden, de heillige*Myft«» Gefchïedenifzen, en alles wat de eerfte oeffe- re. ningen van de Chriftenen en hun vervolgingen ten toon (telt, de Antieke Basrelieven, die in veel plaatfzcn de plegtigheden van de Hei-denzeGodsdienft aanwyzen, en eindelyk alles dat eenigeopzigt heeft tot den onzen, 't zy heil-lig, of'tzy waerelts.
Voor de Godvmgtigen, de onderwerpen die den Geeft tot God opbeuren, endieheni kunnen onderhouden in zyn liefde. Voor de Geeftelyken, de gewyde Gefchiedenifzen in't algemeen, en die van hun orderin'tbezonder.
Voor de Philofophcn, alle bewyfzelyke Figuren, niet alleen ten aanzien van de ondervindingen van de Pbifyca, maar alle die de we-tenfehappen kunnen vermeerderen, die ZY vatl de Natnurlyke dingen hebben.
Voor die geene die de Leegers volgen. dq platte Gronden en porfilen van fterke veftin-£en ? de flagordens, en boeken van de Forti-ficatien, waar van de bewyfzelyke Figuren het grootfte gedeelte uitmaken.
Voor de Reizigers, de bezondere gezigten E s
|
||||
|
74 van de Printen.
van Paiaizen, Steden, en van merkwaardige plaatflèn, om hen te bereiden tot de dingen die zy voornemens zyn te zien, of om by hen de denkbeelden te bewaren wanneer zy die tullen hebben gezien.
* Geo- Voor de * Aardryk befchryvers, de Kaarten
graphes. die zy nodig hebben-Voor de Schilders, alles wat hen kan verfter-ken in de delen van hun kon!t, als de werken van de Antieken, die van Raphaè'1 en vanCa-ratz, voor den goeden fmaak, ende vaftigheit der tekening, voor de grootheit van de manier, voor de verkiezing van Troniën en hoofden, de driften desgemoeds, en de bewegin-
t i-a gen der lighamen: die van Corregio voor f de
Gracc. bevalIigheit en voor de tederheit van de uit-drukkingen: die van Titiaan, van Bafzan en die van Lombardien voor het merkteken van de waarheit, en eigentlyke uitbeeldingen van de Natuur, boven al voor den aart van het landfebap: die van Kubcns voor een afbeelding van grootsheit en heerlykheit in zyn In-ventien, en voor de konft van ligt en bruin : dee/.e eindelyk, die, alhoewel gebrekkelyk in eenig gedeelte, niet nalaten iets te behouden dat bezonder en ongemeen is. Want de Schilders kunnen een aanmerkelyk voordeel trekken uit alle deze onderfcheidc manieren van de gcene die hen zyn voorgegaan, dewelke als 0 veel bloemen zyn daar uit zy moeten verzamelen, op de manier van de Byën, een Zap, dat zy in hun eigen zelfftandigheit doende veranderen , als dan werken zullen voortbrengen dienftig en aangenaam. Voor de Beeldhouwers, deS(aif/ea,óeBas-
rel'te-
|
||||
|
van de Printen. 7 f
relieven, de Medailles, en de andere werken "van de Antieken: die van Raphaël, Poly-xloor, en de geheele Romeinze School. Voor de Architecten, de boeken die hun beroeping aangaan, en die vol zyn van bewyfTelyke Figuren van de uitvinding van hun Auteuren, of gevolgt naar de Antieken.
Voor de Plaatfnyders, een verkiezing van ftukken van de verfchillige handelingen , zo gefneden met het yzer als geé'tft met de naait. Deze verkiezing moet hen ook dienen om den oorfproiig en voortgang van de Graveerkonft te zien van Albert Uuur af tot aan de konfte-naars van onzen tyt; en doorziende de werken van Marc-Antoon, van Cornelis Cort, van 4e Caratzen, de Sadelers, van Goltzius, Muller, Vofterman. Pontius, Bolzwaert, Vif-cher, eti eindelyk een groot getal andere die ik hier niet noeme, die een bezonder kenteken gehad hebben, en die door verfcheide wegen hebben getragt al hun kragten in te fpannen om naar te volgen, of orn de Natuur te verbeelden , wanneerze hun eigen Inventicn hebben gemaakt, of de Schilderyen van verfchillige manieren gevolgt, wen zy tot oogwit gehad hebben de getrouwheit van hun onderwerp. En alzo vergelykende de werken van alle deze Meefters, kunnenze oordelen welke het belle de handeling van het yzer, of het beleid van het fnyden verftaan heeft, de behouding van het ligt, ende waardy der verminderingen ten op--zigt van 't lïgt en bruin; wie de geen zyn ge-weeft die het befte geweten hebben in hun <3raveer yzer, de tederheit met de kragt, en de Geeft in ieder zaak met een uitflekende naauw-
keurig-
|
||||
|
j6 'van de Printen.
keurigheit zamen te voegen; op dat zy hun voordeel van deze verligtingen genietende, een loftelyke eerzugt mogen h-ebben om deze brave meefters gelyk te werden, of om hen voor by te ftreven.
Voor de Liefhebbers van de Hiftorien en de Oudheden, alles wat in 't koper gebragt is van heilli^c en onheilligc gefchiedeniuen, en van verdigtzelen; de Bas-relieven van de Antieken, de Colonnen Trajana en Antonini, de boeken van de Medailles en de gefnede Gefteentens, en verfcheide Printen die over eenkomft hebben met de kundigheden die zy willen verkry-gen, of tragten te behouden.
Voor diegeene eindelyk, die, om cerlyker en gelukkiger te zyn, by zig een fmaak zoeken te verkrygen van voortreffelyke zaken, en een redelyke verwe van de fchoone konften tragten aan te nemen, is niets nootzakelyker als de goede Printen Het gezigt daar van met een weinig aanmerking zal hen vaardig en aangenaam onderwyzen van alles dat de rede kau oeffenen, en het oordeel verfterken. ■ Zy zul-ien de geheugenis vervullen met deongemeen-fle dingen van alle tyden en landen: en hen leerende de verfcheide gefchiedenifzen, zul-lenze met een leeren de verfchillende manieren in de Schilderkonft. Zy zullen vaardig met gemakkelykheit daar van oordelen met het om-flaan van eenige bladen papiers, vergel ykende alzo de gedagte van den eenen Meefter met die van anderen en op deze wyze veel tyts befpa-rende , zullenze ook veel koften befparen. Want het is byna onmoogelyk om in een plaats de Schilderyen van de Meefters in een genoegzaam
|
||||
|
van de Printen. jj
ïaam getal by een te vergaderen, om by zag een volkomen denkbeeld te Formeren over het werk van ieder Meefter: Want indien men met groote koften een ruime konftkamer zou-de willen opvullen met Schilderyen van ver-fcheide manieren, zo zoude men al niet meer als twe of drie van ieder kunnen bezitten dat niet genoeg is om een zuiver oordeel te vellen van den eigen aart van den Schilder, nog van de uitgeftrektheit van zyn bekwaamheit. I.n plaats, dat door het middel van de Printen, gy op een tafel zonder moeite de werken van verfcherde Meefters kunt zien ; Een denkbeelt begfypen, en oordelen door vergelyking en tef-fens een verkiezing maken, en dodhdeze oef-fening een hebbelykheit van een goeden fmaak en van de befte manieren verkrygen, boven al, zo het gefchiet in tegenwoordighcit van ie-mant die een onderfcheident oordeel heeft in dit zoort van dingen, en die het goede van het geringe weet te fchiften.
Maar voor die geenen die kenders en Liefhebbers van deze fchoone konften zyn, deezc kan men geen wetten voorfchryven , alles is onderworpen, om zo te fpreken, aandeheer-fchappy van hun kundigheit, zy onderhouden hen door het gezigt, dan met deze dan met geene zaak, ter oorzaak van de nuttigheit die zy daar uit ontfangen en 't vermaak datzedaar by bevinden, onder andere hebbenze dit genoegen van te zien al wat in Print gebragc is naar de vermaarde Schilders, den oorfprong, voortgang, en volmaaktheitder konftwerken; 2y vervolgen dezelve van Giotto en Andreas Mantegna, tot aan Raphaël,aanTitiaanende
Ca-
|
||||
|
j% van de Printen.
Caratzen. Zy onderzoeken de bezondere fchoolen van die tyden, zy zien in hoe veel takken dat zy verdeelt zyn door de vermenigvuldiging van hun Difcipelen, en op hoe me-nigerly wyze des inenftèn vcrltant bekwaam is om een zelfde zaak te begrypen, dat is de navolging, en dat daardoor de verlchillcrtde manieren zyn opgekomen, die de landen, de tyden, de geeften, endeNatuur door hun on-derfcheidinge ons voortgebragt hebben.
Onder alle de goede uitwerkingen die van het gebruik der Printen voortkomen, zal het hier genoeg zyn zes by te brengen, die ligte-lyk van de andere zullen doen oordelen. De eerft is om te behagen door de navolging, ons verbeeldende door haar fchilderagtigheit de zigtbare dingen.
De 2. is om ons te onderregten op een krag-tiger en vaardiger manier als door de woorden. De dingen, zegt Horatius, die door de ooren ingaan nemen een veel langer vjeg, e» treffen ons minder, als die ingaan door de oogen ,, dewelke zekerder en getrouwer getuigen zyn.
De 3. van den tyt te verkorten die men zoude moeten gebruiken om de dingen te herlezen die de gcheugenis ontflipt zyn, en om die op den eerften oogflag weder teververffen.
De 4. de afwezige dingeiv te verbeelden gc~ lyk ofzy voor deoogen waren, en die wy niet* zoude konnen zien als door moeijelyke reizen en groote koften.
De y. zy geven de middelen om verfcheidc dingen gemakkelyk t'zamen te vergelyken, door de weinige plaats die de Printen beflaan, door der zelver groot getal, en door de verandering.
En,
|
||||
|
van de Printen. yp
En de 6. den fmaak te bereiden tot de goede dingen, en ten miniten een wetenfchap van de fchoone konften te geven waar van onkundig te zyn in brave lieden onverfchoonlyk is.
Deze uitwerkzels zyn algemeen: maar ieder kan zyn bezondere verkiezing hebben volgens zyn verligting en zyn neiging: en 't is niet als door deze bezondere uitwerkzels dat ieder de verzameling kan aanleggen die hy doen moet.
Want het is ligt te oordelen, dat in de ver-fcheidentheit van de * voorwaardens waar van»Cond; wy fpreken, de Lief hebbery van de Printen, t? de order, en de verkiezing die men houden moet, afhangen van den fmaak en van het oog. van een ygelyke.
Die geene die de Hiftorien beminnen by voorbeeld, zullen niet onderzoeken als deon-derwerpen daar toe behoorende, om niets aan hun nieuwsgierigheit te laten ontbreeken, zy houden deze order die men niet genoeg kan pryzen. Zy volgen die van de landea en van de tyden : en alles wat opzigt heeft tot ieder ftaat in 't bezonder is by elkander in een of meer Porte Feuil/es, daar toe gefchikt.
Eerftelyk de Portraiten van oppervorftendie een Land geregeert hebben, de Vorften en Vorftinnen die daar van afgekomen zyn, de ?.ulke dieeen aanzienelyken rang gehouden heb" ben, in den Staat, in de Kerk, ih de Legers, of in den Tabbaart, die zig agtbaar hebben gemaakt in de verfcheide poften die zy bekleed, en de bezondere Perzonen die eenig deel in de Hiftorize Gebeurtenifzen gehad hebben. Zy voegen by dezePor*r<««e»eenigeregelsfehrift, die te kennen geven den eigen aart van den
Per-
|
||||
|
gö van de Printen.
Perzoon, zyn geboorte, zyn aanmerkelyHle bedryven, en den tyt van zyn doodt.
2. De Generale ende Particuliere Kaarte van dezen Staat, de Plans en de aftekeningen van Steden, wat zy het alfervoornaarrffte ia ïig befluiten; deCalrelen, de Koninklyke huizen , en alle de bezondere plaat/ïên die waardig zyn geweeft om afgebeelt te worden.
3. Alles wat eenig opzigt heeft tot deHifto-rien: gelyk als intrede in lieden, deCarouzels of Ridderfpelen, de CatafalquesofKomnklyke Lykftatien, wat aan belangt de Ceremoniën of plegtigheden, de modes en de gebruiken: en eindelyk alle de bezondere Hiltorize Printen.
Dit onderzoek dat voor een üaat gedaan is, kan voort gezet werden voor alle de andere met het zelfde gevolg en de zelfde bcfticring. Deze order is verftandig uitgevonden, en men *Mr.de's d'e fchuldig aan een Edelman, van elders * C genoeg bekent door zyn ongemeene verdien-(ten, en.door 't getal van zyn vrinden.
Die geene die hun genegenheit voor de kond is gebruiken een andere manier. Zy maken een verzameling opzigt hebbende op de Schilders en hun leerlingen. Zy (tellen by voorbeeld, in deRomeinzeSchool, Raphael, Mi-chel Angelo, en hun Difcipels, en tytgeno-ten, in die van Venetien, Görgion, Tinaan, de Baflans, Paul Veronees, Tintoret; en de andere Venetianen. In die van Parma, Cor-regio., Parmens, en die hun fmaak gevolgt hebben. In die van Bologne, de Caratzen, Guido, Dominiquin, Albaan, Lanfranc, en Guercbin, in dievanDuitslant, AlbertDuur, Holbeen, de Meefters in 't kleen Willem
Baurc
|
||||
|
van de Printen* 8 %
Eaure en anderen, in die van Nederlant, Otho» Ventas, Rubens, van Dyk, en die hun mar nieren gevolgt hebben , alzo ook de School van Vranryk, en die van andere tanden.
Zommige vergaderen hun Printen met op^ Zigt tot de Plaatfnyders, zonder agt op de Schilders te hebben; andere door de overeen-komft der onderwerpen die zy verbeelden,andere weer op een andere wyze, en het is regt dat men aan ieder een zyn vryheit daar in laat, om daar gebruik van te maken,zo als het ie-mant dunkt voor zig het nutite en het aange-naamfte te zyn.
Hoewel dat men ten allen tyden en in wat ouderdom dat men is het voordeel van het ger zigt der Printen kan genieten, niet te min in de jonge jaren is de nuttigheit grooter: om dat de kr.igr van de jeugt de memorie is, en dat men terwyl men kan zig moet bedienen van dit gedeelte des verftants, om by zig zelf een verzameling te maken, en om in de dingen onderwezen te worden, die tot den aanwas van het oordeel moeten toebrengen.
Maar zo het gebruik der Printen nodig is voor de jonkheit, het is een groot vermaak en. een aangenaam onderhoud voor den ouderdom. £)at een tyt is eigen voor de ruft en o-verdenkingen, in dewelke men niet verhindert word door de eidele tytkortinge van de eer/ie jaren, wy konnen dan met meerder gemak de ioetigheden fmaken die de Plinten ons geven kunnen; 't zy datze ons leren nieuwe dingen, 't zy datze in ons de denkbeelden herroepen die ons alvorens bekent waren; 't zy dat wv behagen in de konden hebbende, oordelen van " ■ '- F de
|
||||
|
Bz van de Print ert.
de verfchillende werken die de Schilders ctï Plaatfnyders ons gelaten hebben, 't zy dat wy deze kennis nog niet bezittende, ons egtcr vleijen met de hoop van dezelve te erlangen ; 't zy eindelyk dat wy in dit vermaak niet zoeken, als aangenaamlyk onze aandagt op te wekken door de fchoonheit en haar bezonder-heit van voorwerpen, als de Printen ons aanbieden. Want wy vinden hier de landen , de fteden, de merkwaardige plaatfzen waar van wy in de Hiftorien gelezen, of die wy zelfs in onze reizen gezien hebben. In dier voegen dat deze groote verandering, en het groot getal van zeldzame dingen die wy hier ontmoeten , zelfs verftrekken konnen voor een reis, maar een reisgeniakkelyk en aangenuam voor die geenen dieze nooit gedaan hebben, of niet ïn ftaat zyn geweeft om die te konnen doen.
Alzo is het zeker door alles dat ikbygebragt hebbe, dat het gezigt van fchoone Printen, die de jonkheit onderwyzen, die de kennifze te binnen brengen en verlterken in die geenen die van meerder jaren zyn, en die den ouderdom op zo een aangename wyze onderhouden, voor al de waereldt van groote nuttigheit moet wezen,
Ik oordeel niet dat het nodig zal zyn orhhet gebruik van de Plinten met kragtiger rede aan te dringen, maar dat het weinige dat ik hebbe ter neder geftelt voor den Lezer genoeg zal zyn, om de gevolgen daar uit op te maken, naar dat zyn. oogwit en nootzakelykheit het zal ver-eifien.
Zo de ouden het zelfde voordeel hadden gehad dat wy hedendaags genieten, en dat zy
door
|
||||
|
van de Printen, % j
cloor het middel van de Printen aan het nage-flagt hadden overhandigt alles wat fchoon en ongemeens onder hen gevonden wierd, zo Jouden wy klaarlyk konnen onderkennen een oneindig getal van fchoone dingen, waar van de Hiftorie Schryvers ons niet als verwcrde denkbeelden hebben nagelaten. Wy zouden dan zien die hovaardige gedenktekens v an Mem-phis en Babyion, en den.Tempel van Jerufa-lem die Salomon geboud hadde in zyn hcer-lykheit. Wy zouden dan oordelen van de Bougevaartens van Athenen en Corinthen eri van 't aloude Romen, met meerder Fondament en zekerheit, als uit de ftukken en brokken van Schriften die ons uyt de Schipbreuk der oudheit zyn over gebleven. Paufanias, die ons zo een naaukeurige befchryving van Griekenland doet, en die ons als by de hand geleid in alle plaatzen, zoude daR de afbeeldingen tot bewys by zyn verhaal gevoegthebben, dié tot ons zouden gekomen zyn, en wy genoo-ten dan het vermaak, niet alleenlyk de Tempelen en treffclyke Paleizen van dit vermaarde Griekenland te vien, zodanig als zy waren in der zelver volmaakten ftant, maar wy zouden bok ge-erfthebben van de AloudeWerkmeefterS de konft van wel tebouwen. Vitruvius, wiens Demonflratien of bewysftukken verloten zyn, had ons niet onwetende gelaten van alle de Inftrumenten en alle de konftwerktuigen dien hy ons befchryft, en wy zouden in zyn boek chines. ïo veel duiftere plaatfzen niet vinden, zo de Printen de afbeeldingen voor ons behouden hadden , waar van hy zelfs aan ons het verhaal doet. Want in 't ftuk van de konften, F z
|
||||||
|
'T.
«4 van de Printen.
ïyn zy de ligten van de redenen, en deopreg-tc middelen waar door de Auteuren hun me* ning te kennen geven: 't is ook door 't gebrek van deze middelen dat wy verloren hebben de konftwerktuigen van Archimedes en van de aloude Heron, de kennifze van veel planten van Diofcorides, van veel dieren, en veel aeldzame voortbrengingen van de Natuur, die de arbcit en de overdenkingen van de ouden ons ontdekt hadden. Maar zonder ons langer te beklagen over de verloren dingen, laat ons voordeel doen met het geen de printen ons behouden hebben, en zy ons nog aanbieden.
De Afbeelding van een Volmaakt Schil-dtr, die ik heb afgefchetjl kan naar myn mening de Liefhebbers te baat komen om van de Schil' derkonfl te oordelen: maar om dat de kenvifze van Schilderyen njg iets meerders vereifcht om geheel "volkomen te wezen, zo heb ik geoordeelt hier verfligt te zyn myne gedagte» over dezt floffe te voorfchyn te brengen.
|
||||||
|
XXIX. HOOFTSTUK.
Het oordeelkundige van de Schilderyen-
DAar legt de wezentlykfte zaak In 't ver-ftant, of de aangeboorne kundigheit, zo wel in een Liefhebber en kender, als in een goet Schilder: Maar gelyk dit oordeel ieder niet en is gegeven, zo moet men het zelveeg-ter altyt voor oa4?rft?Uen, of ten miniten by
gebiek
|
||||||
|
van de Schilderyen. 8
gebrek van dit verftant een groote liefde voor de Schilderkonft
Daar zyn driederlei zoorten van kundigheden om van de Schilderyen te oordelen. De eerde beftaat in het ontdekken wat dat goeten wat flegt in een zelfde ftuk Schildery is. De twede aangaande den naam van den Meeft r. En de derde, om te weten, of het Orgineel is of Copy.
I.
Wat dat goet en wat dat flegt is in een Scbildery.
HEt eerfte van deze kundigheden , het welk zonder twyftel het möeijelykfte is om te verkrygen , onderftelt cendoordringent-heit en fcherpzinnigheit van geeft, met een we-tenfehap van de grondregels der Schilderkonft, en van den maatregel van deze dingen, is af-hankelyk de kennis van deze konft. Een doordringerit en fcherpzinnig verftant dient om te oordelen van de Inventie, van de generale uitdrukking van 't onderwerp, van de Herts-togten des gemoets in 't bezonder, van de* ver-» Alle-bloemde verbeelding, van het geen de f gc-g»"". bruiken aangaat en van het Poétize: en 't ver-f Coftu-ftant van deze \ gronden, doet de oorzaak van me> de uitwerking vinden daar men over verwon-1 Pti dert Staat, 't Zy dat ze komen van den goe-Pes-den fmaak , van de zekerheit of de vlotóijent-heit der tekening ; 't zy dat de voorwerpen zo voordelig gefchikt fchynen, of dat deCouleu-F 3 ren,
|
||||
|
85 van de Schilderyen.
ren, de ligtcn en de fchaduwen daar in wej
verltaan zyn.
Die geene die hun verdant niet aangekweekt hebben door de kennifze van deze gronden, ten minden in de befpiegeling, konnen wet aangedaan zyn over de werking van een lchoon ftuk: maar zy zullen-noolt rede konnen geveri van hun oordeel dat zy daar over zoude vellen.
Ik hebbe getragt door de afbeelding vaneen Volmaakt Schilder dien ik hebvoorgeltelt, de natuurelyke verligting te hulp te komen, daar de Liefhebbers van de kond alreeds van voorzien zyn. Des niet tegendaande wil ik niet datze in alle de bezonderheden van de delen der Schilderkond behoren in te dringen; dat eerder de verpligting van een Schilder, als van een Liefhebber is, ik zoudealleenlykhungoet verdant op den rcgten weg willen ftcllen om hun tot de kenniffe te geleiden, die ten minden in 't algemeen ontdekt, wat dat goed en wat dat (legt in een Schilder is, niet alzo dat Liefhebbers van deze fchoone kond, die genoeg vernuft en genegenheit hebben, niet zouden konnen intreden om zo te fpreeken, in dit Heilligdom, en kennis verkrygen van alle de bezonderheden, door de vcrligtingen die de erndige overdenkingen hen ongevoeliglyk aan de hand zullen geven.
De agting voor de konden was zodanig in ïwang ten tyden van Alexandcr: dat om dezelve een weinig in den grond te verdaan ,men gl de jonge Edellieden hen in de tekenkonft liet oeffenen, in voegen dat de geene die van Natuurc bckwaamheit haddc, het aankweekten
door
|
||||
|
van de Schilderyen. 87
door de oeffening, en in gelegentheit overtroffen en zig onderfcheiden door het verheevenc van hun kennis. Ik verzende dan die geen, te weten die de handeling ontbreekt, tot het ontwerp dat ik van de Volmaaktheit gegeven hebbe.
II.
Van wat Mee/Ier zodanig een fiuk is.
DE kennis van den naam des Meefters komt van een groote ervarentheit, en met veel opmerking gezien te hebben menigte van Schilderyen van alle de Schooien, en der voor-naamfte Meefters die dezelve uitmaken. Men kan zes dezer Schooien tellen : de Romeinze, Veneetziaanze, die van Lombardien, Duitsland, Nederland, èn Vrankryk. En na dat men door een groote oeffening een klaar denkbeeld van ieder dezer Schooien heeft verkregen, indien daar Terfchil is om te oordelen wie zodanig eenSchildery gemaakt heeft, zomoet men het ftuk daar toebrengen daar het aller-naaft by komt, en wanneer men de School zal gevonden hebben, zo moet men dit Schil-dery toeëigenen aan die Schilders die van die School zyn, en welkers manier het meeft o-vereenkomt met dit ftuk. Maar om deze be-ïondre manier wel te kennen van den Schilder, daar in beftaat naar myn gedagten de grootftc zwarigheit.
Men vind Liefhebbers die by hen zei f een
denkbeeld op maken van drie of vier Schilde-
F 4 ryen
|
|||||
|
88 van de Schilderyen*
ryen die zy voor deze gezien hebben, en di*
N d.iarom gelooven genoegzaam in Itaat te zyn om uitfpraak over zyn manier te doen, zonder in dverweeging te nemen de meerder of minder vlyt die de Schilder in 't werk geltelt heeft om het zelve te maaken, nóg in wat ouderdom hy dat gemaakt heeft.
I en is niet over eenige enkele (tukken van een Schilder ? Maaf over het algemeen van zyn werken dit men van zyn verdiende moet oordeelen. Want daar en is niet eèn Schilder die niet zomtyts cenige goede en eenige flegte Schilderyen gemaakt heeft. Na maate van zyu vlyt of de gelukkige neiging van zyn geeft. Daar en is 'er rJet een geweelt die zyn bïgin-zcl niet heeft gehad, zyn voortgang en zyn einde; dat is te zeggen drie manieren : De ecrllc, die veel helt naar die van zynMeefter; de tweede, die hy naar zyn fmaak gefchikt heeft, in de welke de maat van zyn begaaft-1
Genie, heden en zyn * Geeft in beftaat; en de derde, is die doorgaans afwykt en komt te vervallen in 't gcene dat men manier noemt: om dat een Schilder, als hy lang naar de Natuur geftudeert heeft, zonder langer met haar raat te pleegen, de vrugten van de gewoonte die hy aangenomen heeft wi! genieten
Wanneer een vèrftandig Liefhebber dan wel feal overwoogen hebben de verfchillende Schilderyen van één Mcefter, en daar uit by zig een Volmaakt denkbeeld geformeert van de maniere > die ik voorftelle , als dan, zal het hem geoorloft zyn om van den maker van een <luk te oordeelen, zonder van verineete]heit Verdagt te zyn. Nogtans alhoewel hy een goêt
ken*
|
||||
|
van de Schilderyen. $p
kénder is uitftekent door zyn bekwanmheit * door zyn opmerkingen, en langeervarcntheit, evenwel kan hy zomtytszigbedriegenoverden, naam van den Meeller, (want wie is 'er die tig niet bedriegt) ? ten minden kan met waar-heit gezegt worden, dat hy zig zelfs niet kan bedriegen in de zekerhcit en vaitheit van zyn oordeel.
In der daad, daar zyn Schilderyen die door Difcipelen gemaakt zyn geweeft, dewelk hun _ Meelters van naarby gevolgt hebben, indewe-tenfchap en in de manier, men heeft verfchei' de Schilders gezien die den aart van een ander Land gevolgt hebben in plaats van hun eigen y men heeft 'er gehad, die, in hun land zelfs zyn overgegaan in de manier van een ander, en die in deze verandering verfcheide Schilderyen gemaakt hebben zeer twyffelagtig ten op-zigt van den naam van den Meefter.
Decze zwarigheit ontbreekt geen heel middel voor die geen, die, niet vergenoegt van zig op te houden met het kenteeken van de hand des Meefters, genoeg doorzigtigheit hebben om die van zyn geelt te ontdekken: een bekwaam man kan gemakkelyk de wyze van doen hoedanig hy zyn teekeningen uitvoert voor oogen (tellen t maar niet de fcherpzin-nigheit van zyn gedagtcn. 't Is dan nietgenoeg om den Meerter van een Schildery te oflt-dekken , niet de handeling van zyn Pinceel te kennen, zo men niet indringt tot den eigen aart van zyn geeft: hoewel het veel zy een regt denkbeeld' te hebben van den * aart * Goüt-die de Sehilder heeft in zyn teekening, zo men moet verder indringen in het ïiierktee-F j- ken
|
||||
|
pO van de Schilderyen.
ken van zyn vernuft, en inden geeftigen zwier dien hy aan het begrip van zyn veritact heeft weeten te geeven-
Niet te min is myn voorneeinen niet dat ik een Liefhebber van de Schilderkonft over deze ftoffe'hetftilzwygenzondeaanraaden, dienooit gezien, nog onderzont hadde dit groot getal van Schilderyen ; in tegendeel is het goet daar van te fpreeken, om de kennis te verkrygfn en te vermeerderen. Ik zoude alleenlyk wel willen dat ieder zyn maat wift te meeten naar fcyn ondervinding: de zeedigheit ftaat zeer wel aan de geenen die beginnen, voegt zelfs ook aan de alderervaarenfte, boven al in moeijely-£e dingen.
III.
Orgineel, of Copy Schildery, f'onderken'
nen.
MYn voorneemen is hier niet om van middelmatige Copyen te fpreeken, die ter-ltont gekent zyn van al de Liefhebbers, nog minder van flegten, die voor zulks voor de oo-gen van ieder een doorgaan. Ik onderftel een Copy van een goet Schilder gemaakt.het welke een aandagtige aanmerking verdient, en ten miniten voor eenigen tyt opfehort de uit-fpraak van de fneedigile kenders. En deefcè Copyen vind ik driederly in zoorten.
De eerfte is getrouwelyk gevolgt. maar flaafs. De tweede, islugtig, gemakkelyk, en niet getrouw.
En
|
|||
|
van de Schilderyen. pi
En de derde, is getrouw, en gemakkclyk.
De eerfte, die flaafs en getrouw is, komt óver een met de waarheit, de tcekening, de Couleur en de toetfzen van 'türgineel: maar de vreeze van de palen te buiten te gaan van de verdeeling, en te ontbreekenaande^etrou-hcit, maakt de hand van den Copyëerder zwaarmoedig, en doet het zelve kennen voor 't geen dat het is, indien het maar een weinig onderzogt word.
De tweede zoude bekwaamer zyn om te bedriegen, ter oorzaak van de lugtigheit des Pinceels, zo de ongetrouheit van de omtrekken de oogen van de verftandigen niet open-' den.
En de derde, die getrou en gemakkelyk, en door een wyze en gelukkige hand gedaan,boven al in den tyt als het ürgineel gemaakt is, belemmert de aldergrootfte kenders, en ftelt hen dikwils in gevaar om uitfpraak tegen de. waarheit te doen, hoewel volgens de waar-fchynelykheit.
Zo daar dingen zyn die de Orgineelheitvan een werk fchynen te begunftigen, dnar zyn'er ook die dat fchynen om ver te werpen; geiyk de weêrgaa van een zelfde (tuk, devergcetenis, waar in het geduurende eenigen tyt in geweeft is,en de geringe prys dat het gekoftheeft, maar alhoewel deze aanmerkingen van eenig gewigt konnen zyn, zo zyn ze dikwils zeer beuzelag-tig by gebrek van wel onderzogt te werden.
De vergeetenis van een Schildery komt veel-tyts van de handen in dewelk het is gevallen, of van de plaats daar het is, of van de oogen die het zien, of van de weinige liefde
|
||||
|
pi van de Schilderyen.
de die zyn bezitter voor de Schildcrkonft
heeft.
De geringe prys komt doorgaans voort van de nootzaakelykheit of de onwetenheit van de , geene die verkoopt
En de het zelfde herhaling ofdewcêrgaavan een Schildery, dat me<ür wanrfchynelykhcit heeft, is altyt geen gefondeerde rede. Daar is byna niet een Schilder die niet eens het zelfde weederom gemaakt heeft van iets van zyn werken, of om dat hy daar behaagen in heeft gehad, of om dat men hem verzoet een dier-gclyk te m.aakcn. Ik hebbe van Rnphaël twee Liev-vrouwen gezien , dewelke uit nicusgierig-beit by den andere geftelt zynde, de konftken--ders overreeden dat de eene zo wel als de andere Orgineel was. Titiaan heeft tot zeven of agt malen het zelfde (tuk Gcfchildert, even eens als men verfchcide malen een Comedie vertoont die genoegen heeft gegeevcn. En wy zien veel Schilderyen het zelfde verbeeldende van de befte Meefiers van Italië tegenwoordig nog elkander betwiltcnde over de deugt enden voorrang. Maar hoc veel andere zien wy die ielfs de allergaaufte Schilders gemompt hebben? en onder verfcheide voorbeelden die ik ïoudc konnen bybrengen, zal ik my vergenoegen hier teverhaalendatvan Julio Romaan, dat ik uit Vafari getrokken heb
De Hertog van Mantua Frcdcricns de twe-de, door Florencen reizende naar Romen om den Paus Clemens den VII. te groeten. Zag in 't Palcis van Medicis, boven een deur, het Conterfcitzel van Leo denX.tuffen de Cardinaal Julio de Medicis en de Cardiuaal Roffi. De
hoof-
|
||||
|
van de Schilderyen. 9%
hoofden waaren van Raphacl, de klederen van Julio Romaan, en 't geheel was verwonder-lyk. En in der daad de Hertog van Mantua, na dat hy het wel bezigtigt hadde, wierd daar zo op verflingert, dat hy 1 ig nkt konde onthouden wanneer hy tot Romen was om het van den Paus te verzoeken, die het aan hem beleefdelyk toeftont. En aanflonts aan Oöa-viaan de Medicis deed fchryven, dat hy het Schildery zoude in pakken , en naar Mantua zenden. O&aviaan, die zo een groot Liefhebber van de Schilderkonft was, en die Florence van zo een fchoon ftuk niet wilde be-rooven, vond middel om het verzenden op te fchorten, onder voorwendzel van eenkoftely-ker lyft om het Schildery te laten maaken. Dit uitflel gaf tyt aan Oöaviaan om het ftuk te doen Copyéeren van André del Sarto, die het navolgde tot aan de kleine ftippdtjes toe die daar op waaren. Dit werk was in waarheit zo over cenkomende met het principaal, dat Oclaviaan zelf moeite hadde om hen van den andere te konnen onderfcheiden, en om zig aelf niet te bedriegen zo merkte hy de Copy van agteren , en zond het eenige dagen daar aan naar Mantua. De Hertog ontfinghetmet allemogelyke voldoening, niettwyftelendeof het was van Raphaël zelf zo wel als van lulio Romaan, die als doen in dienftvan dien Prins was, en al zyn leev en by die mening zoude gebleven hebben ten ware Vafari, die de Copy had zien maaken , hem niet uit de dooling geholpen hadde. Want deeze tot Mantua gekomen zynde , wierd zeer wel ontfangen van Julio Romaan, die naar dat hy henj aüe de fraeijig-
heden
|
||||
|
£4 van de Schilderyen.
heden van den Hertog getoont hadde , henl ieide dat hem nog overig was te 7.ien het fchoonfte ftuk dat in 't Palais gevonden wiert, te weeten hetConterfytzelvan Leo den X. van de hand van Raphaël; en hettoonende, zeide hem Vafari, dat het in waarheit zeer konjiig was, maar met van de hand van Raphaël. Ju-lio Romaan het met méér aandagt befchouwt hebbende: bee voerde hy hem te gemoet,/V^« ■van Raphaël niet ? is 't dat ik myn eigen werk niet zoude kennen, en zie ik niet de Pinceel-{lagen die ik zelfsgegeeven hehbe ? Gygeeft daar geen ligt genoeg op hernam Vafari, want ikkan u verzeekeren dat ik het heb zien maaken van André del Sarto : tot bewys daar van zult gy agter op de doek een teeken vinden, datmen daar met vnordagt opgefielt heeft,om het van het Or-gineel te onderfcheiden Julio Romaan dan het Schildery omgekeert, en de waarheit van de 2aak gezien hebbende, trok de fchouders op van verwondering, zeggende deze woorden. Ik fchat het alza hoog ah of het van Raphaël luas, tn zelfs meerder; want het is niet Na-tuurlyk van zo een uitmuntend man naar te volgen: tot aan 't bedriegen.
Aangezien dan Julio Romaan, hoe verftan-dïg dat hy was, naar dat hy van te vooren ge-waarfchout zynde, en het Schildery wel be-zigtigt hebbende volharde in zig te bedriegen in zyn oordeel over zyn eigen werk, hoe zoude men het konnen vreemt vinden dat andere Schilders, minder in konft en verftant als hy, ïig lieten misleiden over de werken van anderen ? 't Is aldus dat de waarheit haar zomtyts kan fchuilhouden voor de doorgrondigfte weeten-
|
||||
|
van cte Schilderyen: pf
tttifchap, en dat op de daad ontbreekt, is niet altyt gebrek van goet oordeel.
Ondcrtufzen wat twyffelagtigheit dat 'er zy over de egtheit van een ftuk; des niet te mia draagt het uitterlyke teekenen genoeg om oorzaak aan een kender te geeven, om zonder vermeetelheit zyn gedagten daar overteuitten: maar als een gevoelen gegrond op een vafte kennis.
Myn fchiet nog iets overig te zeggen van zulke Schilderyen,die nog OrgineelnogCopy zyn, dewelke de Italiaan en noemen, Pafluï dat zeggen wil paftey : want gclyk de verfchei-de dingen die een paftey uitmaken niet anders onder een vermengt worden als om een enkelden fmaak te geven, alzo tragten alle die na-bootzingen ,waar vanzoeengefchilderdepaftey zamen geftelt is, niet anders als om de eenvoudige waarheit te vertonen.
Een Schilder die op deeze wyze bedriegea wil, moet de manier en de weetenfehap van den Meefter, waar van hy zig een denkbeeld-wil maken, ia het hooft hebben, om dat in zyn werk te brengen, 't zy dat hy 'er iets in te pas brengt uiteen Schildery vandeezenMeefteral~ voorens gedaan, het zy dat de Inventie van hem zynde, hy met lugtigheit niet alleen de toets-zen, maar ook den aart van de Teekening en dat van de Colo'riet navolgt. Het gebeurt zeef dikwils dat de Schilders, die zig voordellen de manier van een ander te Conterfyten, altoos in 't ooge hebbende zulks naar te volgen die beter zyn als zy zelfs, in deezer voege beeter Schilderyen maaken, dan die zy uit hun eigen grond zouden voortbrengen.
On-
|
||||
|
p5 van de Schilderyen,
_Onder die grenen die hun werk gemaakt hebben om alzo de maniere van andere Schilders naar te booefzen, zal ik my hier vergenoegen niet David Teniers te noemen, die bedrogen heeft, en die nog alle dagen de Liefhebbers bedriegt, dewelke van zyn behendigheit niet gewaarfchout zyn, die hy hadde van zig te Transformeren ofte veranderen in Bafzan, en Paulo Veroneefe, daar zyn 'er van deze. Pa-Jlici die met zo veel behendighcitgemaaktzyn, dat zelfs de oogen van de allerverligfte in den ccriten opflag daar door zyn mifleid. Maar de dingen van 'naar by onderzoekende, zo werd Coloriet met Coloriet, en Pinceel met Pinceel vergeleken wel haaft onderfcheiden.
David Teniers, by voorbeeld, had een be-ïondere gaave om de Bafzans te Conterfyten: maar zyn vloeijend en lugtig Finceel dat hyin deeze konftgreep gebruikt heeft, is het begin-, zei van de blyke van zyn bedriegery. Want zyn Pinceel, dat gemakkelyk en lugtig is, is nog zo geeflig, nog zo eigen niet om de ware eigenfehap der voorwerpen uit te drukken als die van de Bafzans, inzonderheit in de bce-flen.
Het is waar dat Teniers houding heeft ge-t had in zyn Couleuren: maar daar regeert een zeeker graauw in aan het welke hy gewoon was. en zyn Coloriet heeft die kragt, nog die zagtigheit niet als dat van Jacomo Bafzan. 't Is alzo met al de pafteytjes, en om zig niet te laten bedriegen, moet men het onderzoeken door vergelyking met de befle voorbeelden, den aart van de teekening, en van het Coloriet, be-pevens het kenteeken vap 't Pinceel.
II. BOEK.
|
||||
|
n II BOEK.
Fan den Oorfprong der Schilderkonft.
ALhoewel de Auteuren die iets van het beginzel der Schilderkonft hebben ge-zegt verfcheidentlyk daar van gefprooken hebben, zo komen zy ten minflen alle overeen, dat de fchaduwe geleegentheit aan de geboorte van deze konft gegeven heeft. Plinius verhaalt over dit onderwerp de Gefchiedenis van een dogter van Sicyonien, genaamt Corinthia, en zegt dat een jongman die zy beminde, inflaap zynde by het ligt van de lamp, dat zy de lcha-duwe van zyn Troni die op de muur was de uiterfte kanten daar van omtrok om alzoo het Portrait van haar minnaar te hebben. Zo het waar is, gelyk als het fchynt, dat defchaduw de uitvinding van de Schilderkonft verwekt heeft, de navolging is zo Natuurlyk aan den menfeh, dat zy niet zullen gewagt hebben tot aan den tyt van Corinthia om de Figuuren op hun fchaduw om te trekken, de fchaduw alzo out zynde als de lichamen zelf.
Maar zonder zig langer over deeze gedagten uit te breiden en zonder naar zo onzekeren. oorfprong als die van de Schilderkonft te zoeken, zo kan men met veel zekerheit zeggen, dat deze konft haar op komft in den 7.elven tyt al s de Beeldhouwery gehad heeft, de eene en de-ander de teekening voor grondflag hebbende, al van den tyt van Abraham, wanneer de Q Beeld-
|
||||
|
p8 van den Oorfprong.
Beeldhouwery al in gebruik was, de Schilder-konft by gevolge doen ook bekent, en in ge-]yke waarde, zy heeft konncn verdwynen en wederom opryz.cn volgens de verandering der tyden. De Oorlog is een konit die alle de andere verdelgt, de Schilderkonic is 20 veelte rneêr daar aan bloot geftelt geweeft om dat zy voor 't vermaak is uitgevonden, maar de goede konften zyn als dePhcenix, zy werden her-booren uit hun afzen. Alzo is het gelooflyk dat de Schilderkonfl verfcheide maaien is uit-gebluft en wederom van nieuws verrezen, zelfs in de eerfte tyden; hoewel in een flaeuwen ftant, en dat de geene aan wien men de Inventie heeft toegefchreeven flegs herftelders en vernieuwers zyn geweeft.
Maar na dat men met de oude Schryvers te raade heeft gegaan, zal men bevinden dat Giges van Lydien de Schildcrkonft in Egypte heeft geinventeert, Euchirus in Griekenland, dat Bularchus haar van Lydien in Italië bragt onder de regeeringe van Romulus. Deeze Schilder maakte een ftuk, waar in hy verbeelde den ftryd van de Magnefiers, het welk zo fchoon bevonden wierd van Candaulus Koning van Lydien, dat om te betaalen,hy het geheel met Goud bedekte. Waar uit men befluiten kan dat de Schilderkonft in die tyden in eere was.
Het is genoegzaam onnodig in dit kort be-ftek te verhaalen het weinige dat de Schryvers weeten te zeggen van de eerfle Schilders, die voor 't verval van 't Keizerryk geleeft hebben : dewyle daar niet méér overig is van hunne werken, zo heeft men ook weinig nieuwsgie-
righeit
|
||||
|
----
|
|||||
|
itr Schilderkonjf. $§
righeit om het geene hen aanbetreft te weeten > en zyn geheugenis met hunne naamen te belaften. Des niet tegenftaande kan men eenige uitzonderen, die door de Faam aan ons zo vermaart zyn overgelevert dat het fchande zoude zyn van hen niet te kennen. Ik vind 'er zes onder dit getal: Zeuxis, Parrafius, Parn-philus, Timanthes, Apelles, en Protogenes. Zy leefden in de Eeuwe van Alexander de Groote , wanneer de Edele konden in hun bloei en luider waren: en alhoewel wy niets en hebben van hunne werken, kan men evenwel oordelen van den trap van hun Volmaakt-heit, uit die van de Beeldhouwery van de zelfde Eeuwe, die nog heden van ons gezien worden , en door den groten pry s dien men daar voor betaalde; Want men heeft aan Timanthes gegeven, en vervolgens aan Apelles vooreen éénig ftuk tot hondert Talenten, dat de waar-dy van onze munt is, honderttagentigduizent guldens
Om de waarheit te zeggen wy hebben nog eenige overblyfzels van deoudeSchilderkonft, maar nog de tyt, nog de makers zyn bekent: het allervoornaamftc is te Romen in de hoeve van Aldobrandini, verbeeldende een Trouw. Dit werk is van een grooten * aart van teeke- * Go&ti ning, maar het heeft veel van het fteenagtige van de Griekze Bas-relieve», Het is droog en zonder kennis van groepen, nog van ligt en bruin " Maar het is gelooflyk dat alle de Schilderwerken die in Griekenland in dien tyt gemaakt zyn, niet van die zelfde zoort zyn-ge-weeft, want het geene wy leezen van Zeuxis en Parrafius, die door hun Pinceel bedrooger» G i heb-
|
|||||
|
f öo Het Leven,
hebben, niet alleen de Beeften, maar de Schilders zelver, moet ons overreeden dat zy in de gronden van de Schilderkonft waren ingedrongen veel verder als de maker van dit werk ftuk. Het is waar dat zy het gebruik van de Olyvcrfniet hadden, dewelk zoveel kragt aan de Conleuren geeft, maar zy konnen konft geheimen gehad hebben aan ons onbekend, Plinius zegt ons dat Apelks zig diende vaneen "Vernis die een leevendigheit aan zyn Conleuren gaf, en die dezelve bewaarde. Hoe dat het zy, men kan niet tegen de algemeene getuigenis gaan van de aloude Schryvers die van de Schilders van dien tyt gefprooken hebben, en uit hun Schriften moet men bcfluiten dat de Schilderkonft als doen op een hoogen trap van Volmaaktheit v/as, en het getal van uit-neemende Schilders menigvuldig. Wy zullen hier alleen van de voornaamfte fpreken.
Het Uven der zes voornaamfte Schilders van Griekenland.
Z E U X I S.
/^.Eboortig van Heracléea in Macedonien, ^^leerde de eerfte beginzelen van de Schilderkonft in de 9f Olympiade , vierhondert jaren voor de geboorte van Jefus Chriftus, hy gaf zig ten eenemaal daar aan over; en het geluk beantwoorde aan de drift tot zyn Studiën, en deed hem ftoute dingen onderneemen, die hem veel vermaartheit toebragten. Hy was «vaaren in de tekenkonft. Maar in het Colo-
rcerea
|
||||
|
der Griekze Schilders. ioï
reeren heeft hy meer voortgang gedaan als eenig Schilder van zyn tyt. Plinius zegt dat Apolodorus de eerfte gronden heeft gelegt van 't ligt en bruin en 't Coloriet, openende aan Zeuxis de poorte van de Schilderkonft, en dat dezelfde Apolodorus zig beklaagde dat 'Zeuxis daar zo vaardig was doorgetrapt dat hy hem de konft omdragen hadde : de aanzienelykften werken waar toe hy zig liet gebruiken deeden hem groote Rykdommen verkrygen, en zonder meer goederen van de Fortuyn te verwag-ten, begon hy mildelyk zyn Tafereelen weg te fchenken, om dat hy niet zag zcide hy, dat eenige prys genoeg was om derzelver waarde te betaalen.
De Agrigentiners hem verzogt hebbende te Schilderen een naakte Helena om in hun Tempel te ftellen, zonden aan hem ten zelventyt, alzo hy dat begeert hadde, verfcheide van de fchoonfte dogters van hun land, hy behield'er vyf, en naar hen wel bezigtigd te hebben maakte hy by zig een denkbeeld van hun fchoonfte partyen, om daar van het lighaam t'zamen te ftellen dat hy te verbeelden hadde. Hy Schilderde het naar deze voorwerpen, en dit beeld dat hy met zo veel zorgvuldigheit uit-roerde fcheen hem zo volmaakt te zyn, dat hy zig niet ontzag te zeggen tegen de Schilders die zig daar over verwonderen, datze het wel kondc pryzen, maar niet naarvolgen.
Parrafius betwifte hem de eere van den voorrang , zy kwamen overeen om ieder een ftuk te maaken. Zeuxis Schilderde druiven , en Parrafius een Gordyn Het werk van den eer-flen bloot geftelt zynde lokte de Vogelen aan, G 3 die
|
||||
|
iol Het Leven,
die op de Gefchilderdc druiven pikten, welke zy voor natuurlyk aan zagen. Zeuxis heel hoogmoedig over de goetkeuring van dit pluim gedierte , zeide tegen Parrafius dat hy nu zyn Schildery had te voorfchyn te brengen, en dat men het Gordyn zoude weg fchuiven. Maar zig vindende bedroogen door dit zelve Gordyn, dat het Schilderwerk van Parrafius was, beleed hy openhertig overwonnen te 7.yn, om dat hy maar voogelen, en Parrafius hem,een Schilder zelver, bedroogen hadde.
Zeuxis Schilderde eenigen tyt daar naar een jongen die een Corf met druiven droeg, en ziende dat de Vogelen daar ook met de Bek tegens aanvloogen, bekende hy met dezelfde vryborftigheit, dat zo de druiven v/el gefchil-dert waaren, nootzakelyk de jongeling flegt moert zyn: om dat de Vogelen daar geen vrees voor betoont hadden.
Agathargus, die metongedultzag, dat Zeuxis zo veel tyt gebruikte om zyn werken uit te voeren, zeide hem eens, dat wat hem aan
|
|||||||||
|
$
|
|||||||||
|
ng hy zyn Schilderyen veel vaardiger Schil-
|
|||||||||
|
erde. Gy zyt wel gelukkig voerde hem Zeuxis te gemoet, ik doe myn werken niet als met veel tyt en opmerking; om dat ik wenfeh die wel te maken, en wel verzeekert ben dat de agting van de dingen die in weinig tyts gemaakt zyn, niet duurzaam is.
Hoewel dat Zeuxis in 't algemeen in zyn Eeuwe hoog geagt wierd, des niet tegenftaan-de had hy zyn tegenpartyders. Ariftoteles heeft hem verwceten dat hy de gaave niet hadde ge-lyk behoorde om de Hertstogten uit te drukken: en Quintiliaan zegt, dat hy deuitterfte
par-
|
|||||||||
|
der Griekze Schilders. 105
partyen van zyn Figuuren te kloek maakte, dat hy daar in Homerus naar volgde, die bc-haagen nam in de befchryving die hy deed van de lighaamen, om hun kloeke en Itcrke leden toe te eigenen, zelfs aan die der vrouwen. Plinius maakt gewag van de werken van Zeuxis , en Lucianus befchryft met veel omftan-heic de Schilderyen van de Familie van een Cen-taurus. Feltus zegt dat het laafte ftuk van deze Schilder het Conterfytzel was van een oude Bes, en dat dit werk hem zo dccdlaggen, dat hy het beftorf, hoewel dat deezezaak bezwaar-lyk is om te gelooven ,zo is zy egter nictzon-der voorbeeld.
De Tytgenooten van Zeuxis waaren, Ti-manthis, Androcides, Eupompes, en Parra-fius.
PARRASIUS.
PArrafius, geboortig van Ephefen, zoon en Difcipel van Evénor, was mededinger van Zeuxis. Men kan in 't leven van den laaften zien de Schilderyen die zy tegens elkander om te trotffeeren gemaakt hebben. Zy gingen alle beide voor de alderbekwaamfte van hun tyt, dat de tyt was van fchrandre verftanden: en Quintilianus zegt, dat zy deSchilderkonfthebben opgeheeven tot een hoogen trap van Vol-maaktheit; Parrafius voor de teekening, en Zeuxis voor de Colorering.
DeSchryvcrs (temmen daar in over eendat-
ze aan Parrafius de eere geeven van zeer vaft
en vlocijend geteekent te nebben, en de ligha-
men verbeeld, niet gelyk de Natuur hen had
G 4 voort-
|
||||
|
Het Leve», voortgebragt, maar zo als zy hen konde voortbrengen; 't is, door dit groote denkbeeld dat hy gefchreeven heeft van de Simmetrie der lig-haamen.
Onder andere dingen munte hy uit in de uitdrukking van de driften der ziel e, hoedanig-heit die men niet genoeg kan Iooven; in de fierlyke hoofthulzels, in de verfpreidingvande haerlokken, en in 't vriendelyk laggen van den mond.
Hy had een overvliegend vernuft en verhee-ventheit van Geeft: maar de loftugtingen die over zyn werken gedaan wierden, en die hy geloofde te verdienen, maakten hem geweldig opgeblaazen , fpreekende van anderen met ver-agting, en van zyn zelf, als had hy de konfï tot haar uitterfte Volmaaktheit gebragt. Hy maakte geen zwaarigheit van zig den Meefter en Prinfe der Schilderkonft te noemen : en hy was overdadig pragtig in alles wat omtrent zyn Perzoon aanging, zonder gemaaktheit egter en zonder bedwang.
Hy had de gewoonte van zig te vervoeren in zyn werken. Hy begaf zig nooittot Schilderen dan als wanneer hy van een vroolyke geftel-tenis was; hy verzoete zyn arbeid al zingende in zyn eenigheit op een matigen toon. Hy heeft veel werken gemaakt, waar vandealler-voornaamlte bygebragt werden in het 35"bock van PHnius, daar het de Liefhebbers konnen naar zien.
|
|||||
|
PAM-
|
|||||
|
der Griekze Schilders, f o
PAMPHILU'S.
PAmphilus, gebooren onder de Regcering van Philippus, had Macedonien voor Vaderland, Eupompus voor Meefter, en den beroemden Apelles tot zyn Difcipel. Hy had zulke groote gedagten van zyn konft; dat hy niet geloofde dat men daar bekwaam in kondc werden, zonder in de geleertheit en in de Geometrie geoeffent te zyn, aangaande hem zelf ïo was hy een zeer geoeffent man in beide deeze dingen. Zyn groote agting trok de aanziene-lykfteDifcipelen tot hemwaarts: hy wilde nie-mant zyn konft leeren minder als voor een talent; dat is te zeggen, zes hondert kroonen van onze munt, geduurende den tyt van tien jaa-ren, die hy hen onder zyn opzigt hield in de Studie van de Schilderkonft; hy deed hem zo veel betalen van Apelles en Melanthius, maar Budeus zegt dat het alleen voor één jaar zoude geweeft zyn.
Het was door zyn r-aad en aanzien dat eerft te Sycionien, en vervolgens in geheel Griekenland, de jonge lieden van een vrye geboorte en voorname afkomft het teekenen leerden voor alle dingen, en dat de Schilderkonft zee-dert dien tyt in zo groote eere gehouden wierd, dat het door een bevel wierd verboden aan alle andere, en alleen aan de Eedele toegelaten om hen in deeze konft te oeffenen. Waar uit men kan befluiten, dat indien de Schilderkonft in hoogagting is geweeft by de ouden, door de allerbefchaaffte volken, het niet zonder reden is dat verligte Vorften haar beminnen en G s be-
|
||||
|
105 Het Leven,
befchermen, en dat verftandige Perzonen daar
eer in ftellen in der zelver kundigheit.
TIMANTHES.
TImanthes leefde in den 7.elfden tytalsPam-philus. M en weet de plaats van zyn geboorte niet; maar hy is een van de wyfte en verltan-digfte Schilders van zyn eeuw gewecfl. Onder de werken die hy gemaakt heeft, is het aller-vermaarfte daar menigte van Schryvers met lof van gefprooken hebben, de ofterhande van Iphigenia. Deze jonge Dogter vertoonde een vcrwonderlyke fchoonheit, en fcheen gewillig haar zelfs op te dragen aan haar Vaderlant. De Schilder had daar verbeeld Calchas, U-lyflès, Ajax, Menelaus, Vrinden en bloet-verwanten deezer Princes, en zig hebbende den Geeft uitgeput om aan ieder van hen de verfchillende kenteckenen van droefheit te geeven, naar de behoorlykheit van de Perzoo-nen, Schilderde hy Agamemnon, Vader van Iphigenia, het aangezigt verborgen onder zyn kleed, niet konnende op een andere manier kragtig genoeg uitdrukken het gevoel van zyn droefheit. Invoegen dat de uitdrukkingen die op de weezens fcheenen van den Broeder en de Oom van dit flagt offer, deeden oordelen van de fmertelyken (laat waar in de Vader konde ïyn.
Timanthes hebbende op een ander tyt in een kleen (luk een (lapenden Cyclops gefchildert, wierd te rade, om van zyn grootheit te doen oordeelcn, om by hem eenige Satyrtjes te Schilderen, die de maat van zyn duim namen
met
|
||||
|
der Griek-ze Schilders, 107
met een Tyrze t dat: een flag van een zeer hogen ftok was (omslingert met wyngaart loof.) Plinius maakt gewjfg van de voornaamfte werken van Timanthes, en zegt dat deze Schilder in al zyn ftukken veel meer dingen te bedenken gaf, als hy daar had ingemaakt.
A P E L L E S.
APelIcs, door de Faam verheeven boven al de Schilders, was van'tGriekzeeilant Cos, zoon van Pythius,en Difcipel vanPam-philut, wiar van wy gefprooken hebben. De groote Schilders zo wel als de groote Poëten hebben ten allen tyden de goetgunftigheit der Oppervorften tot hen bewogen: Apelles heeft bezondere blyken van den grooten Alexander ontfangen, die, niet alleen dezen Schilder vereerde met zyn hoogagting, ter oorzaak van zyn groote bekwaamhcit maar die hem beminde ter oorzaak van de opregtigheit zyner zee* den.
Apelles had van de geboorte zo veel ge-fchiktheit en neiging voor de Schilderkonft, dat om daar in bekwaam te worden, hy zig niet ontzag aan Pamphilus zyn Meefter één talent voor één jaar te geeven, en hy had voor een ftokregel geen dag te laten voorby gaan zonder teek enen: Waar van dit fpreek woord is herkomftig, Nulla dtes fint tint* geen dag londer een trek laten voorby ?aan, dat is te zeggen, zonder zig in 't teekenen te oeffenen. De geweldige neiging van iyn Geeft en de naarftigheit van zyn Studie gaven hem dceze goede meening niet,die de Meeftersdoorgaans
van
|
||||||
|
to8 Het Leven,
van hen 2elven necmen. Hy wilde van zyn bekwaamheit niet oordeelen als door de ver-celyking met die van anderen die hy ging bezoeken. Al de waerelt weet wat tuften hem en Protogenes gebeurde. Deezc woonde in 't eiland Rhodus, daar Apelles een reis om deede om zyn werken te*zicn, dien hy flegs van aan tien kende: Maar in het huis van Protogenes niemant vindende als een oude Vrouwe, die hem-naar zyn naam vroeg, ik zal het op dit doek (tellen, zeide hy, en nemende een Fin-ceel met eenige Couleur zo teekende hy iets met een uitltekende nettigheit, Protogenes t huis gekomen zynde verhaalde hem de oude vrouw het gebeurde, hem toonende de doek. Maar hy met aandagt de fchoonheit van deze trekken befchouwendc, zeide dat Apelles gekomen was en dit gedaan had, niet geloovende iemant anders in ftaat te zyn, iets zo fchoon te maken én neemende van een andere Couleur, zo teekende hy daar een omtrek over die nog fynder en netter was, en vervolgens uitgaande, gaf hy laft , dat, indien de geen die gekomen was wederom kwam, het den fcelven te vertoonen, en hem te zeggen dat het was van den man dien hy zogt. Apelles ter-ftont wederom gekomen, en befchaamt van zig verwonnen te zien, nam een derde Couleur, en trok onder de trekken die gemaakt waren, met zo een wys en verwonderlyk beleid , dat hy al de behendigheft van de konft uitputte. Protogenes dit op zyn beurt ziende, beleed dat hy niet beeter konde doen , verliet het gefchil en liep met haalt Apelles zoeken. Plinius die dit geval befchryft, zegt dat hy't
(luk
|
||||
|
der Griekze Schilders. top
(tuk geïien heeft voor dat het vernielt wierd in het verbranden van 't Keizerlyk Paleis, dat 'er niets anders als eenige trekken op waren daar men moeite toe hadde om die te onder-fcheiden: maar dat men dezen doek meerder agte als eenige van de Schilderyen onder dewelke het bevonden wierd
't Is ten naalten by in dezer voegen dat PH-nius daar van getuigt, maar dat men dit verdaan zoude van eenvoudige trekken indelengte, ftryd tegen de rede, en (lootdiegeenen die maar een weinig van de Schilderkonft verdaan: zynde daar in geen grootc blyk van bekwaam-heit geleegen, nog van weetenfehap in deze
kon~ft- i a
Wat dat oorzaak tot deeze kwaade over-
ïetting gegeven heeft, is naar myn gedagten dat het woord linea niet wel verdaan is: want linea in deeze plaats wil niet anders zeggen als teekening, of omtrek. Plinius drukt zig zelfs in deeze beteekenis uit in een andere plaats, alwaar hy zegt van Apelles, dat hy geen dag voorby liet gaan zonder teekenen: Nulla dies fine linea \ Want ten heeft niet beftaan in enkele trekken dat Apelles zig bezig hield, maar om zig een gewoonte van een valte teek'ening te maaken.
Zodanig moet ook het woordtverftaan worden van Subtilitas, niet om een denkbeeld te eeeven van een zeer fyne linie, maar beftaan-de in de naauvvkeurigheit en nettigheit der tee- _ kening. Alzo is de * behendigheit niet in de*subt.-linie, eenvoudig als linie, maar in de weetenfehap van de konft, welke men doer linicn citdrukt.
|
||||
|
iio Het Leveni
Ik beken egter dat het woort van "femi'itas, dat men in de zelfde plaats van Plinius ontmoet eenige moeijelykheit maakt, niet te min zo kan het opgeloft worden; want men kan zeer wel door dit woord uitleggen, degeeftig-heit en regehnatigheit van een omtrek. Maar ik houde ook (taande dat het t'eenemaal tegen het goet verftant zoude aanlopen, van te denken dat de overwinning in den ftryt van Apel-les en Protogenes nergens anders in beftont, als om een linie wat fynder als een ander te maken ; en indien Plinius, die xig kwalyk uitdrukt in deeze plaats, het in deezen laaften zin verftaan heeft; zo had hy weinig kennis van de goede konden, hoewel dat het anders ligt is te oordeelen dat hy dezelve zeer beminde.
De nydigheit, die zig doorgaans ten toon fielt onder lieden van de zelfde hanteering, vond geen ingang in het herte van Apelles, en zo hy tragte zig te doen uitmunten, 't was ten opzigte van zyn konft, die hy erkende van een groote uitgeftrekthcit te zyn, en waar van hy de glorie beminde. Van daar komt het dat hy niet minder zorgvuldig was om het voordeel van zyn mededingers te bevorderen, als dat van zyn eigen, want de bekwaamheit van Protogenes gezien hebbende, zo vyzelde hy zyn agting op by de Rodienfers, en betaalde zyn werken onvergelykelyk meerder, als deze Schilder de gewoonte had van teverkoopen.
Apelles was zeer omzigtig, maargemakke-
lyk in het geene hy aan dendagbragt,devloei-
*Giace. jenthtit , en de * bevalligheit die hy in zyn
Tafereelen vcrfpreidc verhinderde de waarheit
niet, die een Schilder aan de Natuur verbind 4
ca
|
|||||
|
der Griekze Schilders. ut en hy maakte 2yn Conterfytzels met zo veel getrouheit, dat eenigeSterrengifzersgeeniwa-righdt vonden om zig daar van te dienen , en den geboorten tyt Van de Gefchilderdc perzonen daar uit naar te (peuren.
Alexander die Apellcs dikwüs ging bezoeken, door het vermaak dat hy in zyn ommegang vond, nam het niet euvel dat Apelles
|
|||||||
|
*San*
|
|||||||
|
* zonder Eerbewyziiig tegens hem fprak, en*Sa deze Vorlt had zelfs veel beleeftheit voor hem, i^ 't geen hy betoonde ter gcleegenheit van het ' afbecldzel van Canipafpe, dat hy hem liet maaken. Campalpe was zeer fchoon, en die hy van al zyn MiiinarefTen het meefte beminde; en gelyk Alexander zng dat zy meteen zelfde ftraal het hart van Apellcs getroffen had, 20 gaf hy haar aan hem over, daar door doende zien, zegt Plinius, niet alleen de toe-geneegenheit die hy had voor dezen Schilder : maar naar dat hy de volken overwonnen hadde, hy ook wift ïig zelven te overwinnen: groot door zyn dapperheit, roept hy uit, maar veel grooter nog door de heerfchappy dien hy voerde over zyn Hertftogten.
Apelles Schilderde verfchcide maaien het f Conterfytzel van Alexander, en gelyk dezen Monarch het niet konde goetvinden zyn af-beeldzel te laaten mishandelen door de hand van onwectenden, Zo liet hy een order uitgaan, by welke hy verbood aan alle Schilders zyn "f afbeeldzel te maaken, uitgenomen den * éénigen Apelles, door het zelfde gebod was het maar alleen toegelaten aan Pyrgrteles zyn beeltenis op de Medailles teGraveeren, en aan LyOppus om het van metaal te gieten.
Al-
|
|||||||
|
Het Levtn,
Alhoewel dat Apelles Zeer naauwkeurig was In zyn werk, zo wift hy hoe verre hy zyn arbeid te brengen had zonder zyn Geeft af te matten, Hy zeide eens fpreekende van Pro-togehes, dat hy verltandig was, maar dat hy dikwils de fchoone dingen bedorf dien hy maakte, om dat hy met gewelt dezelve zogt te verbeeteren; dat hy niet wift van zyn werk af te fcheiden, dat het te Veel meer was te vreezen als het te Weinig, en dat het zeer wytzelyk bedagt was wanneer men wift het geen genoeg is.
Een vau zyn leerlingen hem een ftuk ver-toonende om zyn gevoelen daar over te weten, en deze Difcipel hem te gelyk zeggende dat hy het zeer ras gedaan hadde en maar weinig tyts daar aan toegebragt. Ik zie het wel zonder dat gy het my zegt, antwoordc Apelles, en ik ben verwondert dat gy indien zelfden korten tyt niet meer vandiergelyke zoort gemaakt hebt.
Een ander Schilder hem laatende zien het Tafereel van een Helena,daar hy grote vlyt toe hadde aangeweud , en veel opgefchikt met koftelyke Gefteentens, dien voerde hy te gemoet: o myn Vriend, hebt gy haar niet fchoan kunnen maken , gy hebt niet nagelaten om haar ryk te Schilderen.
Maar zo hy zyn gevoelen uitte met open-hartigheit, hy ontfing dat van andere op de-aelfde wyze: en om alle vleijerye te vermy-den, zo ftelde hy zyn werken bloot aan 't oordeel van de voorbygangers, zig daar ag-ter bedekt houdende om te hooren wat daar van gexegt wierd, met gedagten om daar zyn
voor-
|
||||
|
der Griekze Schilders. \\\ Voordeel mede te doeu. Het gebeurde dat een Schoenmaker voorby het huis van Appelles gaande, en vindende een Schildery aldus ten toon geftelt, de vryheit nam om een Sandalt (zynde een voetzool met banden zo als men ten dien tyde hadde) over eenigenmifllag daar aan te berispen, hetwelk aanftonts verandert wierd: maar des anderen daags voorby dezelfde plaats pafzeerende, heel opgeblazen van te zien dat de Schilder met zyn berisping vootdeel gedaan hadde, beftont wyders te zeggen dat het been. niet wel gemaakt was : dat Apelles gaande maakte om van agter zyn fcherm te voorfchyn te komen, en den Schoenmaker wel ftraffe-lyk te zeggen, dat zyn oordcel niet verder had te gaan als de Pantoffel; dat vervolgens een Ipreekwoord geworden is. * Ne fntor Ultra Crepidam, ik en weet niet dat'er veel Apel-lefzen zyn hedendaags, maar van zulke Schoenmakers zyner meer als ooit.
Een ander blvk van de opregtigheil van A-pelles,is,dat hy bekende dat Amphion hem te boven ging in het ordineeren, en Afclepiodo-rus in de regelmatigheit vandeteekening: maar dat hy aan niemant week voor de bevallig-heit, dat zyn begaaftheit inzonderheit was* Wanneer hy befchoude de werken van groote Schilders, zo prees hy daar in de fchoone delen , maar hy vond daar niet in, zeide hy vry-moedig die bevalligheit, die hy alleen wift te ftrooijen over al het geene dat hy Schilderde.
Apelles heeft nooit op de muuren Gefchil-
dert, nog op iets anders dat men niet konde
H ba*
f SeHocsauker koud u by vwr Utft;
|
||||
|
Leeveftj
bevryden voor het verbranden. Hy wilde dat de werken van brave Schilders konde vervoert Werden van het eene land tot het andere, niet konnende verdragen dat een Schildery altoos moert behooren aan een Meefter; om dat de Schilderkonit , zeide hy, een gemeen goetwas voor den geheelen aardbodem.
Plinius maakt de befebryvingvandefchoon-fte (lukken van Apelles, men kan van derzel-ver uitneementheit oordeelen door denhoogen prys dien hy daar voor ontfing: Want men betaalde hem zomtyts hondert talenten, en dan eens zonder telling en met overdaad.
PROTOGENES.
"ORorogenes was van Cauhus, een fladt van "*- Carien, onderhoorig aan Rhodus, men weet niet van zyn Meelter, nog wie zyn ouders zyn geweeft. Het is waarfchynlyk genoeg dat hy geen ander Meefter heeft gehad als de öpenbaare werken,en dat zyn ouders arm waren : want wat hem aanging hy was zo weinig voorzien van de goederen der Fortuin, dat hy in den beginne genootzaakt was van Schepen te Schilderen om zyn leeven te onderhouden. Zyn grootfte eerzugt was niet om ryk te worden, maar om zig bekwaam te maken. Daarom leefde hy afgezondert van 't gewoel der waereldt ? om te minder afgetrokken te werden in de Studiën die hy nootzakelyk oordeelde tot de Vohnaaktheit van zyn konft.
Hy voerde uitneemende zyn ftufcken Uit. Apelles zeide van hem, dat hy van zyn werk niet wiftaftefcheiden, dat door ten grooten arbeid
|
||||
|
der Griekze Schilders. 11 f
beid hy de fchoonheit verminderde, en zyti Geeft affloofde, Hy wilde dat de Gefchilder-de dingen fcheenen waar te zyn, ennietwaar-fchynelyk : alzo door de moeite van zyn kontë verder te brengen, verbeeterde hy minder als hy zonde hebben konncn doen.
Het allerbelte van zyn werken was het Tafercel van Jalyzus. Verfcheide Auteuren fpre-ken daar van zonder de befchryving daar van te doen, en zonder te zeggen wie deze Jalyzus was, welke eenige hebben gelooft dat het een beroemt Jager is geweeft.
Geduurende zeven jaren dat Protogenes doorbragt met dit tfuk te Schilderen, nam hy niet anders tot zynvoedzel als Boonen gekookt in 't water , dat hem diende voor eeten en drinken, om dat deeze eenvoudige en lugtigc fpyze hem de vryheit van zyn inbeelding in 't geheel liet.
Apelles dit werk gezien hebbende, (rond daar over zo verbaaft dat hy een geruimen tyt Sprakeloos bleef, geen fpreekwyze weetende om uit te drukken het denkbeeld van fchoonheit, dat dit Schildery in zyn Geert gevormt had. Dat was dat zelfde Tafereel dat de ftadt Rhodus verlofte als de Koning Demetrius het beleegert hield, om dat hy de ftadt niet kon-nende inneemen,als van dien kant daar Proto-genes arbeide, en alwaar die Prins had voorgenomen het vuur daar in te werpen , evenwel wilde hy liever van zyn overwinning af ftaan, als zo een fchoon ftuk te doen verderven.
Protogenes had zyn Schilderwinkel in een Tuin in de voorftadt van Rhodus, dat is onder het leeger van de vyanden, zonder dat hei H 2, ge-
|
||||
|
ï ï 6 Hef Leeven,
gerugt der wapenen bekwaam was om hem van zyn werk af te trekken. En de Koning hem hebbende ontboden, en gevraagt met wat verzeekertheit hy aldus konde Schilderen in een buiten plaats van een beleegerde (tadt, zo antwoorde hy, dat hy wel wilt dat de oorlog die de Koning ondernomen had was tegen de Rhodienzers, en niet tegen de kdnften, dit verpligte de Koning om hem wagters te geven voor zyn veiligheit, wel blyde zynde dat hy deeze wyze hand konde behouden en bewaa-ren.
Aulus Gellius verhaalt dat de Rhodienzers geduurendc de beleegcring van hun Üadt een gezantfehap aan Dcmctrius zonden, om hem te bidden dit Tafereel van Jalyzus voor 't verderf te behoeden, hem voor oogen (tellende. dat indien hy overwinnaar wierd, hy met dit ongemeen e werkftuk zyn zeegepraal konde veriieren; en ingevalle hy genootzaakt was de beleegering op te brecken, men hem zoude verwyten, dat hen niet hebbende konnen verwinnen, hy zyn wapenen tegens Protogenes gekeert hadde; dit vreedzaam aangehoort hebbende uit den mond van de Gezanten, zodeed hy zyn leeger te rugge trekken, fparendedoor dit middel het Tafereel van Jalyzus en de ftadt Rhodus.
Ik en zal hier niet verhaalen dien gedenk-waardigen ftryd om het befte tufzen Apelles en Protogenes, de Leezcr zal dat reeds gezien hebben in het leven van Apelles: ik zal hier alleenlyk byvoegen dat deeze laafte ge-vraagt hebbende aan Protogenes, hoeveel hy fcig wel liet bctaalen voor zyn Schilderyen?
en
|
||||
|
der Griekze Schilders, nj
*n Protogencs hem hebbende geantwoord een zeer geringe zonime, volgens het droevig lot der gener die gedwongen zyn te arbeiden om hun leeven te onderhouden, Apelles geraakt van de ongeregtigheit die men dtede aan de fchoonheit van zyn werken, betaalde hem vyf-tig talenten voor één éénig ttuk Schildery, doende het gerugt lopen dat hy het wilde doen doorgaan en verkopen voor zyn eigen handen werk. Dit deed de oogen open aan de Rho-dienzers om de verdiende van Protogenes te zien, en deed hun het Schildery uit de handen van Apelles breeken dat hy gekogt haddc, maar die het niet afftont als naar dat zy d-fi prys vermeerdert hadde.
Plinius zegt dat deze Schilder ook in de Beeldhouwery is bezig geweeü: zo gy meerder wilt weten van de werken van Protogencs kund gy het in dcien Auteur nazien, dewelke van hem fpreekt, ah.o wel als van verfcheide andere voorname Schilders. Ik zal alleenlyk hier byvoegen een plaats van Quintiiianus, waar in men de bezonderebekwaamheden ziet van zes befaamde Schilders. Protogenes, zegt hy, munte uit duor de naauwkearige uitvoering \ Pamphilus en Mtlanthius door de Ordtnantte; Antiphihts door de gemakkelykheit; Thcon van Samos door de rxkbett van zyn gedagtcn ; Apsl-les door de bevaüighch en de vernuftige vindingen.
Plinius zegt dat de voorname Schilders van die tyden hen niet dienden als van de vier hooft Couleuren, daar zy alle de andere tempara-menten uit vonden 't Is hier de plaats niet om daar over te rcdeneeren, niet meer als over H 3 de
|
||||
|
M 8 Het Leven,
de vergclyking van de Antikc Schilderkonft
»Mo- met de * heaendaagze. Men kan alleentyk
demc. zeggen dat indien het Schilderen niet Olyverr", dat zeder 25-0 jaren eerll is in gebruik gebrast, een groot voordeel heeft boven de waterverf om de gemakkelykheit van Schilderen, en de houding van de Couleurcn; dat de oude nog-tans een Vernis hebben gehad die kragt aan hun bruine Couleuren gaf, en dat hun wit
tEcla- veel witter eii f kragtif;er was als het onze.
faut. Invoegen dat door dit' middel meer ruimte hebbende in de verminderingen van ligt en bruin, zo hebben zy zeekere voorwerpen kon-nen naar volgen met meer kragt en waarheit, dat men nu niet doen kan door het middel rati de Oly. Titiaan heeft dit voordeel wel geweeten, zig willende daar van dienen in ee-nige flukken waar in hy het wit gebruikte met water getempert, maar de verfchïlligheit vaa deeze twee wyze van 't gebruik der Verven, deed aan Titiaan den luit haaft overgaan van deze handeling.
Ik zal verder zeggen van de Schilders en Beeldfnyders van die tyden, dat zy erkennende dat'er geen werk zo volkomen was, waar by men niet altoos iets tot meerder Volmaakt-heit zoude konnen byvoegen, en derhalven ornzigtig waren in het (tellen van hunne namen , om daar nevens uit te drukken dat het werk niet geheel gedaan was, al hadden ïy al hun vermogen daar aan te kofte gelegt: Men ziet diergelyke voorbeelden op de Griek-ze Statuëu of Praalbeelden, op dewelke men vind, by voorbeeld: Gticon van Atheenen, maakte dit werk; Praxiteles maakte dit werk;
Athe-
|
||||
|
der Griekze Schilders. i19
Athcno&orus, Lyfippus, ÊjV. maakte dit werk, i //i £ k
|
|||||||||
|
Veel lieden fcyn hedendaags zo fchroom-agtig niet, en zyn wel verre van tegeloven dat hun werk gtbrekkelyk is, en het geen dat uit hun handen komt niet en zoude zyn in de uiterfte Volmaaktheit.
|
|||||||||
|
III. BOEK.
|
|||||||||
|
H4
|
|||||||||
|
lid De Schoole
III BOE K.
Het Leven der Schilders van Rome» en Florencen.
CIMABUE.
DE Edele konden inltalienuitgebluftdoor den inval der vreemde Volken, ïo liet de raad van Florencen Schilders komen uit Griekenland om die konft in Tofcanen teher-flellen, en Cimabué wierd hun ecrfte Difci-pel. Deze Schilder was van Edelen huize van Florencen; zyn ouders bemerkende zyn ge-neigtheit voor de Wetcnfchappen, lieten hem daar in volherden. Hy oeffende zig eenigen tyt: maar op de aankomft van Griekze Schilders verwakkerde zyn neiging, en zonder langer beraad gaf hy zig ten eenemaal aan de Schil-derkonft over. De ongemeene voortgang dien hy deede vermeerderde zyn kloekmoedigheit, en verkreeg daar door zo veel agting, dat Ka-rel de I. Koning van Napels, trekkende door Florencen , Cimabué met zyn bezoek vereerde, het voor eengroot onthaal agtende de werken van dezen Schilder gezien te hebben. Men ziet daar van nog eenige overblyfzels te Florencen. Hy Schilderde, volgens 't gebruik van dien tyt, in Frefco en in waterverven: te Schilderen metOly was doen nog niet uitgevonden. Hy verftont ook de Bouwkonft. Hy
is
|
||||
|
van Romen en Flor ene en. in |s geftorven in 't jaar 1300. out 70 jaren, en had Giotto tot zyn Difcipel.
ANDREAS TAFFI.
VAn Florencen, maakte xig aanzienelyk door een nieuwe zoort vau Schilderen. Hy verliet Florencen om naar Venetien te gaan, alwaar men eenigc Grieken ontboden hadde, gelyk men te Florencen hadde gedaan. Zy werkten in * Mofaique in de Kerk van S. Marcus. Andreas maakte vrindfehap met hen lieden , onder anderen met een genaamt Ap-pollonius, dien hy mede bragt naar Florencen , van wien hy leerde het geheim en de behandeling van dit zoort van Schilderwerk, dat aangenaam was weegens de nieuwigheit, en bckoorlyk ter oorzaak van zyn duurzaamheit. Zy maakten te zamen verfcheideHiÜsrienvan de Heillige Schrift in de Kerk van S- Jan, en deze werken fielden hen in agting. Maar hy maakte iets waar door hy veel eere verkree-gen heeft en een grootc vergelding van 't gemeen : Dit was een Chriftus beeld van de hoogte van zeeven ellen, dat hy met grootc vlyt had uitgevoert. De lof dien hy daar van hadde verfirekten hem tot groot nadeel, want %\p ziende van al de waereldt geëert, zo ver-onagtzaamde hy de moeite die de kond ver-eift, om niet meer te denken als om geit te winnen daar hy zeer begcerig naar was. Zyn werken verwekten de Naaryver -van Gaddo H s Gaddi
* Een zeket flag van ingdeit weik van Gecouleutde fteentjes.
|
||||
|
lit De Schoolt
Gaddi en Giotto, en het was als een zaad dat verfcheide Schilders in Tofcanen voortbragt. Hy is gcftorven oud 8r jaren, in't jaar 1294.
GADDO GADDI.
VAn Florencen, begaf zig a3n 't Mofaique, waar door hy veel agting in Romen en in Tofcanen verkreeg, om dat hy beter tekende als al de andere Schilders van zyu tyt. Naar veel groote werken in verfcheide p'laatfzen gemaakt te hebben, zokccrdehy weder naar Florencen, alwaar hy kleene dingen maakte om te ruften van zyn voorige werken. Hy bediende ïig,te weeten in de Mofaique, van Eyerfchalen die hy verfcheide Couleuren wift te verwen, daar hy met veel gedult gebruik van maakte, hy ftorfin 't jaar 1312. oud 73 jaren.
MARGARITONE.
GEboortig van Aretzo in 't Tofcaanze, was Schilder en Ikeldfnyder. Paus Urba-nus de IV. liet hem eenige (tukken maaken in S. Peters Kerk , en Gregorius de X in het ftedeken Arezzo overleden zynde, zo ftelden de inwoonders hem te werk om deBecldhouwe-ry tot de Grafftede van dezen Paus te maken; deze gelegentheit diende aan Margaritone om te doen zien in een zelfde plaats de tekenen van zyn bckwaamheit zo wel in het een als het ander: want hy vedïerde met verfcheide Schilderyen de Capelle alwaar het Marmer beeld ftont dat hy gemaakt haddc. Hy ftorf oud 77 jaren.
GIOTTO
|
||||
|
van Romen en Florencen. izr G I O T T O.
|
||||||
|
in een dorp naar by Florencen, y heeft veel toegebragt tot voortzetting van de Schilderkonlt. Zyn gedagtenis is nog in wezen, niet alleenlyk door het groote Tafereel van Mofaique dat boven het Portaal is van S. Peters Kerk te Romen, dat Benedic-tus de IX. hem liet maken, en door den lof die de Poëeten van zyn tyt hem gegeven hebben: maar daar en boven door zyn Afbeêldzel van Marmer dat de Florentynen op zyn oraf hebben geftelt. Het Italiaanze fpreekwoord, Tu Jei piit rondo ché l'O di Giotto, daar men zig van dient om uit te drukken een boers of plomp rnenfch, is herkomftig daar van dat de Paus Benedi&us de IX. oordelen willende van de bekwaamheit van de Schilders van Florencen, die als doen in agtingwaren, iemantvan zyn Hovelingen daar naar toe zond om van een ieder van hen een tekening mede te brengen ; deze Perzoon zig vervoegt hebbende by Giotto, maakte die voor hem een volkomen rond met de pant van 'tPinceel, met een trek van de hand: zie daar zeide hy brengt dat aan den Paus , en zeg hem dat gy het hebt zien doen.
Is dat de teekentng die ik va» u eifze, ant-woorde de andere. Ga flegls hcenen hernam Giotto: Ik Ztgge u dat zyn Heilligbeit niet anders begeert.
Het' was ook daarom dat de Paus hem verkoor boven de anderen, en hem te Romen ont* bood, alwaar hy onder andere dingen dat ftuk
van
|
||||||
|
114 De Schooïe
van Mofaiqtte maakte , waar van wy boven hebben gemeld,het verbeeld S. Pieters Scheep-ken, in gevaar van te vergaan ; het is bekent by alle Schilders onder den naam van la Na-ve dclGiotto. Deze Hiltorie van den ronden trek van Giotto geeft te kennen dat in die tyden de ftoutheit van de hand het grootfte deel had in de agting, die men voor de Schilderyen en Schilders hadde, en dat de opregte grondregels van het Goloriet weinig of niet bekent waren. Giotto heeft in veel plaatfzen Gefchildcrt: te Florencen, tePifa, te Romen, Avignon,Napels en andere piaatfzen van Italien, hy overleed in 't jaar 1336, out 60 jaren, en had ver-fcheide Difcipeien, gelyk men in 't vervolg zien zal.
BONAMICO BUFALMACO.
'T TAn Florencen, was geeftig in zyn Ordi-\ nantien en vrolyk van ommegang.
ferwyl hy in een NonneKloofter het leven van J. C. Schilderde, en eens daar in komende fl.'gt gekleet zynde, vroegen hem de Gee-ftelyke zufters waarom dat de Meelter zelf niet kwam werken,hy antwoorde dat hy aanftonts komen zoude. Ondertufzen (telde hy een figuur toe van twee (loeien en een pot daar boven op, dit bedekkende met een Mantelen hoet, zette hy deze figuur naar de zyde van het werk De Nonnctjes weinig tyts daar na wederkomende, verwondert dezen nieuwen konftenaar te zien , zeide hy hen dat dit de Mecfter was. Zy lkden in deze klugt behagen (cheppende leerden ook indenzelventytdathet
kleed
|
||||
|
van Romen en Florencen. izf
kleed niet doet tot de bckwaamheit van den Man.
Op een anderen tyt Schilderende voor den Biffchop van Arezzo, zo bevond hy dik wils op zyn wederkomen tot den arbeid dat de Pin-celen waren verftrooit, en 7.yn werk beklad, waar over hy zeer vergramtwas: engelykalle de huisgenoten hen ontfchuldigden , zo wilde hy veripieden wien bet was die hem deze pots fpeelde, zynde een zekeren dag vroeg van zyn werk gefcheiden, en geen vierendeel uurs weg geweelt lag hy een Aap op zyn beurt de Pin-celen nemen daar hy al mede bedorven zoude hebbe wat hy gemaakt hadde, zo Bufahnaco het hem niet belet hadde.
Een van zyn vrinden, genaamt Bruno, vraagde hem raad hoe dat hy de gemoets neigingen in deBeelden beft zoude konnen uitdrukken erf door wat middel, Buralmaco zeide hem dat hy niet anders hadde te doen als de Woorden uit den mond van de figuuren te laten gaan, door het middel van rolletjes met"gefchreeven woorden, Bruno geloofde dezen raad ter goeder trouw, dien hy niet als uit kortswyl gegeeven hadde, en bediende zig in vervolg daar van, gelyk ook zottelyk verfcheide Schilders na hem gedaan hebben, die om Bruno te verbeeteren, voegden de antwoorden op de vragen, onder hun Beelden een zeeker flag van zamenfpraak vertonende. Bufalmaco ftorf in 't jaar 1340.
|
|||||
|
STE-
|
|||||
|
JUS De Schooïe
STEFANO van FLORENCEN
E N
PIETRO LAURATL van S I E N N A.
DIfcïpelen van Giotto, xyn de eerfle ge-weeft die agt hebben gegeeven om het naakte lighaam onder de klederen aan te wyzen, en veel regelmatiger de Perfpeótive waar te nemen. Sterano heeft gearbeid te Florencen , te Pifa en te Affife, en Laurati te Siennaen te Arezzo. Stcfano overleed in 't jaar 13JO. oud 49 jaren.
AMBROSIO LORENZETTI.
van SIENNA, en PIETRO CAVALLINI.
VAn Romen, Waren r<ifcipe1en van Giotto. Lorenzetti voegde bydeSchilderkonft de Studie van de goede Letteren en de Fhilo-fophie, en was de eerde die onweer Schilderde, den regen en de kragt van den wind uitbeelden, hy ftorf oud 83 jaren. Cavallini, die Schilder en Beeldhouwer was, heeft onder andere dingsn hei Crucifix gemaakt dat in S. Pauwels kerk te Rome is, en 't welk men zegt, dat tegen S. Brigitta gefproken heeft. Deze Schilder was aangezien als een Heillig,
ter
|
||||
|
van Romen en Florencen. \ vf ter oorzaak van zyn ootmoed en Godvrugtig-heid. Hy is begraven in dezelfde kerk van S. Paulus, geleeft hebbende 8y jaren.
S I M O N M E M M I
VAn Sienna, heeft den voortgang van de teken kon ft kragtig vermeerdert. Hy had veel Geeft, en maakte goede Conterfytzels: En dewyl hy groot vrint was van den Poëet Petrarca, zo Schilderde hy voor hem de fcho-ne Laura, hy ftorf in 't jaar 13 4f. oud 60 jaren, hy had een broeder gcnaamt Lippo die overleed in 't jaar 1357.
TADEO Dl GADDO GADDI, en ANGELO GADDI zyn Zoon.
H Ebben alle beide in de manier van Giotto gefchildert, wiens Difcipelen zy waren. Angelo heeft zeer getragt om de Hcrtstogten uit te drukken, hy was verftandig in zyn In-ventien. Een goet Architeö, en hy is 't die Boumeefter is geweeft van de Tooren van Savtfa Maria del Fiore, en de brug over de Arno te Florencen. Hy (torfin 't jaar 13JO. oud f o jaren.
THOMAS GlOTTINO.
ZOon en Difcipel van Stcfano, waar van wy boven hebben gefproken; en om dat hy mede Difcipel van Giotto geweeft hadde, ïo wierd hy Giottino genaamt. Hy was ver-
ftan-
|
||||
|
De Schook handiger als zynMeefters. Maar de al re grote vuurigheit van zyn Geeft, die zyn lighaamver-ï.wakte, liet hem niet toe zyn hooge vlugt die hy genomen had te vervolgen. Hy heeft veel Gefchildcrt te Florencen, en hy llorf uitgeput van Geeften en kragtenin'tjaar 135"ó. oud 32 jaaren.
AND RE ORGAGNA
VAn Florencen, had in zyn jonkrieit het Beeldhouwen geleert, en hy was behal-ven dat Poëet en Architeét: zyn vernuft was vrugtbaar, en zyn manier was ten naaften by als die van de andere Schilders van zyn tyt. Het meefte deel zyner werken zyn te Pifa; in het algemeen oordeel dat hy Gefchildcrt heeft verbeelde hy zyne vrinden in den Heemel en zyn vyanden in de helle. Hy Üorfin't jaar 1389. oud 60 jaren.
L I P P O
VA n Florencen, heeft zig laat aan de konft begeeven, liet daarom niet naar door de fchranrterheit van zyn Geelt om zig tot een bekwaam man te maken. Hy is deeerftegeweeft die zyn kundighe^t heeft doen zien in het Co-loriet. Hy had een Proces, in het welke hy Zeer hartnekkig was, en eens hebbende zyn. party door woorden fmadelyk bejeegent, zo wagte hem deeze des avonts op den hoek van een ftraat, hem een fteek met een degen toebrengende dwers door het lighaam, waarop de doodt volgde omtrent het jaar 1415-.
LEON
|
||||
|
*oan Rome en Fhrencen.
LEON BAPTISTA ALBERTI.
T TIt Eedelen huize van Florencen, had een ^ uitgeftrckten grooten Geeft, dien hy gekweekt had door de kenniize van de goedeLette-ren en de * Wiskonltige wcetcnfchappcn.Hy was ¥ Mju in de Edele konlten zeer geoeffent, Schilde- themati-ren , Beeldfnydcn , en Bouwkunde, hy heeftqw». met heel veel bekwaamheit van alle drie in 't Latyn gefchreeven. Zyn groote opmerking heeft hem niet toegelaten ietszeeraanzienelyks van zyn Schilderkonft aan de waereld te tonen. Maar om dat hy een Vrind was van Paus Nicolaas den V. overleden in 't jaar 7447. zo gebruikte hem die tot zyn Gebouwen, van de welke men zommige nog ziet met verwonde* ring. Hy heeft ook van de Arithmetïca ge-fchreeven en cenige werken rakende het Bor-gerlyk keven.
PIETRO DELLA FRANCESCA.
Uit den (laat van Florencen, had behagen in Nagten en gevegten teiverbeelden De Paus Nicolaas de V. itelde hem aan 't Schilderen in 't Vaticaan: daar hy onder anderen twee (lukken maakte,die afgeworpen wierden . door lail van Julius den II. om plaats te maken Voor twee anderen, die Raphuè'1 Schilderde van 't Miracel van 't Sacrcment gebeurt te Bolfe-11e, en S. Petrus in de gevangenis. Hy heeft veel Conterfytzels Gefchildert, en van de A-rithmetica en Geometrie gefchreeven Hy had tot Difcipelen L a v r e n r 1 .s o n'A n-
t G1.L9
|
||||
|
15 o De Schoolt
gel o van Arezzo, en Lucas Sigko-
RELLI.
Onder het Pausfchap van den zelfden Nico-laas den V. arbeide te Romen en in vericheide andere ftcden van Italië ettelykcSchilders, die als doen in agting waren, als Giovanni d'a
PONTh" , AGNOLO GADDI, BeRNA DE SlENNA ,
Ducio, Jacomo Cassentino, Spinello, Antosio Venetiano, Gerardo Starni-na die in Spanjen ging werken, Lorenzo een GeeQclyke van Camaldoli , Taddeo üartolo, Lorenzo Bicci, Paolo by gc-naamt Uccello, om dat hy heel wel vogelen Schilderde; Masaccio, die zig onder-fcheide van de anderen door den goeden aart, dien, hy te voorfchyn deed komen in zyn (tukken: en alhoewel hy op zyntwe-en-twintigftc Jaar geitorven is nogtans hebben zyn werken daarom niet naargclaten de oogen van de ver-ftandigen te openen, die na hem zyn gevolgr. Hy overleed in 't jaar 1443. Laurentino d'a n g e l o, Difcipel van Pietro della FrancescA, en verfcheide anderen onder dewelke Joan Angeli verdient gedagt te v/orden.
JOAN ANGELI van FlESOLE.
MOnnik van S. Dominicus , maakte ïig aanïienelyk door zyn Schilderkonft: maar nog meer door zyn yverige Godsvrugt, en zyn zo diepe nedrigheit, dat hy het Aardsbisdom van Florencen weigerde dat Nicolaas de V. hem aanbood. Deze Paus gebruikte hem voor de Schilderwerken van zyn Capcl, en
dee4
|
||||
|
van ïtomen en Florence». 121 deed hem eenige werken in miniatuur maken in de Kerkboeken.
In zyn befte ftukken beging hy dikwils grove mifflagen , om de loftuitingen te matigen die hy had konnen hopen. Hy begaf zig nimmer aan zyn werk ten warehy eerlt dendienft gedaan hadde. Hy heeft veel gearbeid te Romen en te Florencen, en de onderwerpen van zyn Tafereelen waren altoos Geeftelyk. Wanneer het hem voor kwam om een kruis te Schilderen, zo was het nooit zonder tranen te ftorten; En zyn bekwaamheit en zagtmpedig-heit deed hem veel Difcipelen hebben. Hy overleed in 't jaar 1455- oud 68 jaren , eit wierd begraven in S. Maria te Mincrva, daar men van Marmer zyn Afbeeldzel enGrafftedc ziet.
PHILIPPO LIPPI.
VAn Florencen , deeze maakte van 't Monneke leven een heel ander gebruik als Joan Angeli daar wy van verhaalt hebben: want van zyn agt jaar af opgevoet in een Car-melieter Kloolter trok hy de kap aan op zyn zeltiende, onderwyl gebeurde hetdatMASAC-cio, de Capelle Schilderende in het zelfde Convent, en Lippi hem hebbende verfcheide-malen zien werken, deeze zo een groote drift voor de Schilderkonii beving; dat hy zig met grooten ernft tot het teekenen begaf, degroote gemakkelykheit die hy daar in ontmoete ver-wakkerde de begaaftheit die hy voor deeze konft hadde, en belette zyn voortgang in de Studie van de Letteren en de oeffening van 't I a Kloo-
|
||||
|
i j z De Schooïe
Kloolter leeven. De lof van Mafaccio, die door zyn nieuwe manier een grooten roem verkreeg , verdubbelde zodanig de aanvegting die hy had om de kap te verlaten, dat deze geweldige neiging oorzaak was dat hy het Kloofter uitliep. En den weg nemende naar Mar ca d'Ancona, vond hy daar eenige van zyn vrinden, met dewelke hy zig op een vaartuig begaf, om met elkander wat vermaak te nemen , dog wierden in Zee van de Roovers genomen en in Barbaryen opgebragt. Hier had hy veel te lyden geduurende agtien maanden, tot dat hem eens de luft aankwam omzyn Pa-rroon met een houtskool op een muur uit te tekenen, naar het denkbeeld dat hy by zig zelf hadde, tot verwondering door degelykenisdic men daar in vond. Dat vermurwde het hart van den Patroon , die na dat hy hem nog eenige Conterfytzels had laten maken, hem in vry-heit (lelde. Van daar geraakte Lippi te Napels, alwaar de Koning Alphonfus hem gebruikte iu 't Schilderen: maar de liefde tot zyn Va-derlant deed hem naar Florencenwederkeeren. Hier werkte hy voor den Hertog Cofmus de Aledicis, wiens genegentheit hy won, en die hem veel dingen liet maken. Dewyl de liefde tot vrouwen hem van zyn werk aftrok en te veel van zyn tyt deed verzuimen , wierd de Hertog zo ongeduldig om een ftuk gedaan te zien dat hy aan hem geordonneert had te maken; dat hy hem in zyn Kamer liet opfluiten om hem te nootzaken tot Schilderen, hem van alles overvloedig verzorgende. Lippi naar verloop van twee dagen fneet zyn flaaplakens aan
ftuk-
|
||||
|
van Romen en Florence». i j i
ftukken,en liet zig daar mede af door zyn ven-der , en {telde zig in vryheit.
Een borger van Florencen,.liet hem vervolgens een Schildery maken van een Mariebeeld , voor een Nonne kloofter waar in een fchoone jonge Dogter opgefloten was. De Pater en de Geeftelyke van 't Convent ftonden hem gaarne toe, om zig van deze Dogter voor model te dienen. Als hy haar Schilderde, zig vindende met haar alleen,heeft hy haar door zyn woorden verleid, het werk gedaan zynde, voerde hy deze Dogter weg, die daar mede tevreden was, hy heeft by haar een Zoon gehad Philippi genaamt, die ook Schilder wierd.
Eenigen tyt daarna, Schilderendein cenkerk van Spolete, wierd hy op een Vrouw verh'eft, en al te hartnekkig zyn Minnehandel vervolgende, verwerpendealle waarfchouwing, wierd hy van de vrinden dezer Vrouwe vergeeven in 'c jaar 1468. en 't zeven en vyftigfte zyns ouderdom s.
De groot Hertog liet voor hem een Mar-mere Graffteê maken, en Angelus Politianus fchrecf zyn Graffehrift in Latynze verzen.
Alle de voorgaande Schilders hebben het geheim niet geweeten van met Oly te Schilderen , zy Schilderde in Frefco of met watervcrv , en in dit laatfte zoort van Schilderwerk temperden zy hun Verven, dan met Eywir, dan eens met Gomwater, of gcfmolten Lym.
|
|||||||||
|
ANTONELLO vas MESSINA.
|
|||||||||
|
A
|
Lzo genaamt om <3at hy van Meflina
was, 'hy is de eerfte van de Italianen ge-
I 3 weeft
|
||||||||
|
134 D* Schoolt
weed die met Oly Gefchildert heeft. Eenige zaken te Napels hebbende te verrigten, zag hy daar een (tuk Schildery dat de Koning Alphon-fus onlangs uit Vlaanderen hadde ontfangen: hy was verbaall van de levendigheit, de kragt en de zagtigheit van de Couleurcn van dit Tafereel ; en te meer om dat hy zag datmen het met water koude afwafzea zonder het uit te willen, hy verliet al zyn belangen om Jan van Eik, die men hem gezegt haddc denmakervan dit (tuk te zyn, te Brugge te gaan vinden. Hy vereerde hem een menigte van Italiaanze tekeningen , en won zodanig zyn geneegenheit door rekkclykheit en beleefden ommegang, dat hy van hem het geheim leerde vandeOlyverv. Antonello gevoelde zig zo verpligt , dat hy wilde te Brugge blyven woonen geduurende het leven van jan van Eik. Maar na de doodt vnn deezen Schilder keerde hy te rug naar zyn Vaderlandt, vervolgens zette hy zig te Vene-ticn neder, daar hy overleed , alwaar men zyn Gtaffchrift ziet dat zyn lof behelft.
Hy hadde onder andere Dilcipelen een zekeren Dominico, aan denwelkenhyuiterken-tenifze van zyn Vrindfchap zyn geheim deelag-tig maakte. Deze Dovninico wierd om eenige werken ontboden te Florcncen : daar hy vond And re del Castagno, die van een Boer een Schilder was geworden, die ziende de agting in het welke deze nieuwe wyze van Schilderen gehouden wierd , alles in 't werk ftelde van bel ieving en onderwerping daar hy toe in llaat was, om met deze loosheit de vrindfchap van Dominico , en daar door deze nieuwe uitvinding magtig te worden. Hy bereikte zyn
oog-
|
||||
|
van Romen enFlorencen. 13
oogmerk, Dominicobeminde hem, woonde met hem te 7.amen, ontdekte hem alles wat hy wilt, maakende hem deelgenoot van zyn onderhanden hebbende dingen. Maar de begeerte tot winft liet Andre niet lang in ruft, hy bragt zig in 't hooft dat indien hy alleen was, al het voordeel van Dominico op hem zoude komen , en zonder te overweegen dat hy van den anderen kant de bekwaamheit niet had, mm hy voor om zig ran zyn weldoendcr te ontdoen Om dit uit te voeren nam hy hem waar op een avond op den hoek van een ftraat, en hem gewond hebbende, keerde hy aanitonts weder naar zyn kamer , houdende zig bezig met iets te doen, gelyk als of hy niet eens ware uitgeweeft. Hy had hem den (loot zo behendig toegebragt, dat Dominico niet gekent hebbende zyn Moordenaar , zig liet dragen by dezen wreeden vrind om van hem nog hulp te ontfangen, en ftorf in zyn armen. Deze moort zoude met Andreas begraven zyn ge-weeft, ten waare hy het zelver niet hadde uit-gebragt op zyn doodbedde. Het v/as deze Andreas, die, om dat hy te Florencen Schilderde tegen het Palais van den Podefta ofOp-perregter,door ordre van de Republiec,deExe-cutie van de t'zamen gezwoornen die aange-fpannen hadden tegen het huis van Medicis, in 't vervolg geheeten wierd, Andrea degfim-piccatt.
In dezen zelfden tyt waaren in Italien bezig Vittore Pisano, die een goet Werkmee-fter was in 't Stempelznyden.
Gfntile d'e Fabriano, die door den Pans
Martinus den V. wierd te werk geftelt te St.
J 4 Joan
|
||||
|
De Schonk
Joan Lateran, en die op zyn 80jaar, overleed. .
Laurenzo Costa , die Schilderde te Bo-logne en te Ferrare, en die voor Difcipelen had Dosso en Hercole van Ferrare.
Cosmo Rosseixi, die in 't Vaticaan Schilderde voor Sixtus den IV. en die overleed oud 68 jaren, A. 148^.
DOMINICO GHIRLANDAIO.
|
||||||
|
N, was eer ft een Goudfmidt, ■- dog zy méér met teekenen bezig houdende als de gemeene werken van deze hantteering vereiften, gaf hy zig geheel over aan de geweldige neiging die hy voor de Schilderkonlt had. Hy wierd bekwaam: maar zyn voornaamfte agting komt zo veel niet door zyn werken, als om dat hy den Meefter van den grooten Michel Angelo ge-weed is, hy ftorf in 't jaar 1493. oud 44 jaren. Hy hadde drie zoonen, die alle drie Schilders waren: David, Bene-t detto en Rodolphi.
ANDREA VERROCHIO.
■CLorent YN,verftond te gelykhetGoud-■*- fmcden; de Geometrie, de Perfpcftive, het Graveeren, deMufieq, het Schilderen en Becjdhouwen. In der vvaarheit zyn Schilderyen waren hard Gefchildert, en zyn Couleuren flegt genoeg verftaan: Maar hy was wys in de tckenkonft, en bevallig in de beweegin-gen van zyn Tronicn, inzonderheit van vrou^ wen, Hy had veel met de Pengeteekcnt, die
hy
|
||||||
|
van Romen en Florencen, 137
hy zeer wel handelde. Hy vond het middel om af te gieten metPleifterde aangezigten van doode menflèn, en de leevende om hun Portretten te maken; invoege dat dit in zyn tyt veel in gebruik was Hy vergenoegde zig niet met de waarfchynelykheit der dingen, hy wilde die doorgronden, en door Wiskonftige ondervindingen zyn voorneemens uitvoeren. En dewyl hy een goet Paart kondemaken, en dat hy de konft wift van 't Metaal gieten, zo wilden de Veneetzianen zig van hem bedienen , om te doen opregten een Beeld te Paards van kooper, tereerevanBartholomeovan Bergamo aan wien zy toe eigenden den voorfpoet van hunne wapenen.
Hy maakte het model in 't groot van was; maar een ander voor hem aangenomen zynde, om het werk te gieten, zo vatte hy daar zo veel fpyt over op, dat hy het hooft en de beencn van zyn model aan (lukken floeg, en nam de vlugt. Dé Raad van V enetien deed hem vergeefs vervolgen, het gerugt loopende, dat in-* dien men hem kreeg het zyn hooft zoude kosten. Zo fchreef hy antwoord op deze bedreiging, dat indien men hem het hooft affloeg, het hen onmoogelyk zoude zyn een ander te maken, in plaats dat hy gemakkelyk aan 't model van zyn Paart een nieuw hooft konde aanzetten, veel fchoonder als het eerfte. Dit geeftig antwoord maakte zyn vreede, maarhy genoot het vermaak niet om het Paart op zyn plaats te ftellen: want door het gieten verhit zynde overviel hem een Pleuris, daar aan hy overleed, in 't jaar 14§3. out zes en vyftig jaren. Leonard da Viuci en Pietro Pe-I i
|
||||||
|
T.% De Schook
rugino , ïyn Difcipelen van hem ge-weeft.
PHILIPPO LIPPI. De Zoon,
FLorentyn, was de zoon van Philippo Lippi waar van wy gefprooken hebben, en Difcipel van Sandro Boticello.
Hy was overvloedig van Geeft en Inventie, en vernieuwde de fieradcn van wit en zwart, die hy maakte naar de manier der Antieken, zodanig als men dezelve ziet in de Frifen van Architectuur en elders; hy Schilderde te Romen verfcheide dingen, en onder andre een Capel voor den Cardinaal CarafFa, in de kerk van Minerva. Hy maakte ook eenige Schilderyen voor Mathias Corvinus Koning van Honga-ryen. Deze Lippi was deugdzaam en van goede zeden, zyn leeven flrekte tot verwyt aan dat van zyn Vader. Hy ftorf in 't jaar ijoj-. oud 4f jaren.
BERNARDINO PINTURRICHIO.
Wilde zig; onderfcheiden door een nieuwe wys van Schilderen: want behalven de fchoone Couleuren die hy gebruikte, zo maakte hy de fieraden van de Architeétcur van ver-beeve werk die zig bevonden in zyn Tafercelen; dat een tegenftrydige zaak is aandeSchil-derkonft, die onderftelt een platteoppervlakte. Ouk is hy daar in van niemant naargevolgt. Men vertoont te Sienna in de Biblioteeq van
den
|
||||
|
van Romen en Florencen. den Dom, als een fchoon ft uk werks, het leeven van Paus Pius denll. vanhemGefchil-dert, Raphaël komende van Pieter Perufin heeft hem in dat werk geholpen. Pinturicchio heeft in 't Vaticaan vertcheide dingen Gefchil-dert voor Innocentius den VIII. en voor Ale-xander den VI. de oorzaak van zyn doodt is al heel bezonder om te weeten. Zynde te Sienna, gaven de Monniken van Francifcus, die een ftuk van zyn Schilderkonft wilden hebben , aan hem een kamer om met meer gemak te konnen werken, en op dat de plaats niet belemmert zoude zyn van eenige dingen, onnodig voor zyn kanft, zo maakten zy die ledig van alles dat daar in was, behalven van een oude kas, die hen te moeijelyk fcheen om te vervoeren. Pinturicchio, wiens natuur vlug en ongeduldig was,wilde dat mendieopftaan-den voet weg nam: maar in het verplaatfzen brak dezelve'in ftukken, in dewelke vyfhon-dert goude Dncaten waren verborgen geweeft. Dat verbaasde Pinturicchio zodanig, en veroorzaakte hem zo gevoelig een ongeneugte, van niet te hebben konnen profiteeren van deezen fchat , dat hy ftorf weinig tyts daar na in 't jaar 15-13. en het negenenvyftigfte zyns ouder-doms.
SANDRO BOTTICELLO.
FLorentyn, was Difcipel van broer Philip-po Lippi, en groot mededinger van Dome-mco Ghirlandaio. Hy had geleertheit, en maakte een uitlegging op den Poëet Dantes, daarhy de figuuren byvoegde. Dit werk deed hem
veel
|
||||
|
14© De S do f Ie
veel tyt verliezen, en hy ftorf ïonder dever-genoeging te hebben van het gedrukt te zien. Dar was het jaar i i f. het achtenzeeventigftc van zyn ouderdom.
ANDREA MANTEGNA
GEbooren in een dorp naby Padua, hoedde de Schapen in zyn j onkheit; en om dat men gewaar wierd, dat in plaats van zorge voor dezelve te hebben, hy zig bezig hield om daar naar te teekenen, bedelde men hem by een Schilder, genaamt Jacomo Squarcioné, die hem in 't vervolg zo beminde, dat hy hem voor zyn zoon aannam en tot zyn erfgenaam ftelde. Zyn opgang in de Schilderkonft in weinig tyts deed hem een groot aanzien en veel werken verkrygen. Hy had niet meer als zeventien jaaren, als men hem liet maken het Autaar (tuk van St. Sophie van Padua, en de vier Euangeliften. Jacob Bellino was zodanig verwondert van dit Schilderwerk, dat hy aan Mantegna zyn dogter ten Huuwelyk gaf, Squarcioné, die altoos met Bellino in jalouzy geleefthad, van den anderen kant geraakt dat zyn aangenoome zoon deze verbintenis aangegaan hadde zonder zyn raad, wel verre van langer de werken van Mantegna te verdeedi-gen en te pryzen, zo ver'a'gte hy de zei ven om der zelvcrdroogheit, en om de al tegrootegehegtr heit van dezen Difcipel aan de Antieke beefden ; in plaats zeide hy van zig van het lee-ven te bedienen Deze berisping was goetvoor Mantegna , die daar zyn voordeel uft trok, maar des niet tegengaande verliet hy nooit die
loffc,
|
||||
|
r
|
||||||
|
van Romen en Florencen. 141 offelyke geneigtheit die hy hadde voor de An-ieken: zeggende, dat hy aan deze fchoone lingen ïyn voortgang in de konft verfchuldigt vas, en dat ze hem op een fprong uit de ar-noede van de Natuur getrokken hadden. Het s waar dat in plaats van de waarheit en teder-ieit van de Natuur te voegen by den fmaak an het Antiek, hy lig vergenoegde met eeni-e Portretten naar 't leeven onder zyn Beelden e vermengen. Hy Schilderde voor den Her-og van Mantua, en maakte die fchoone Triomf van Julius Csfar, die in hout gefne-ien is van wit en zwart in negen'bladen, en iie om zyn fchoonheit ook is de Triomf van VFantegna genaamt. De Paus Innocentius de III.hem hebbende ontboden omwerk te geven, o liet de Hertog hem niet vertrekken zonder ,em Ridder te maken van ïyn order. Man-egna fneed ïelf op platen van Tin verfcheide iingen naar ïyn tekeningen , en de Italianen iouden hem voor de uitvinder van het Plaat-"hyden met het Graveer yzer voor de Printen n 't koper. Hy overleed te Mantua in't jaar '17. out zesenzesftig jaren.
FRANCESCO FRANCIA.
T 7An Bologne, was geboren met zo veel V fchoone hoedanigheden van Geeft en Lig-aam, dat hy ïig verkreeg d'agting en vrind--rhap van groote Heeren. Hy waseerftGoud-nic, daar na aan 't Stempelfnyden van Me-ailles waar hy in uitmunte. Maar zyn ver-uft ïig in deie oeffening te zeer bezet gevoe-'nde, wende hy zig tot deSchilderkonftdaar
zyn
|
||||||
|
^ &e Schoole
7.yn geneegenheit toe overhelde. De gemak-kelykheit die hy vond gaf hem 20 veel moed en zo veel aandagt in het Studeren, dat hy in deze konft een van de bekwaamfte vanzyntyt wierd. Hy maakte veele werken in verfcheide plaatfzen van Italien, inzonderheit voor den Hertog van Urbino.
De groote agting van Raphaël verwekte in hem een geweldige begeerte om van zyn werken te zien : maar om dat hy niet gemak kelyk de reize naar Romen zoude hebben konnen doen, ter oorzaak van zyn hoogen Ouderdom, ïo vergenoegde hy zig dat te kennen te geven door brieven aan zyn vrinden, die het aan Raphaël verwittigden, hier uit wierd een gemeen-fchap van eere en agting gebooren tufzen de-ïe twee Schilders: want Raphaël had van de verdienfte en de bekwaamheit vanFranciahoo-ren fprecken. Raphaël Schilderde als doen dat Vermaarde ftuk van St. Cicilia, voor een kerk van Bologne, als het nu gedaan was zond hy het aan Francia, en verzogt hem door een brief om het te plaatfzen, en de goetheit te willen hebben om van'te vooren de gebreeken die hy zoude mogen vinden te verbeeteren. Francia op de opening van den brief was opgetogen van blydfchap, hy nam het ttuk uit zyn kafze, hy prees het, en was daar over verbaaft: maar in dien zelfden tyt wierd hem het hertzo neêr-geflagen van te zien dit werk zo verre boven het zyne, dat hy in een zwaarmoedigheit en kwyning viel, waar aan hy eenigen tyt daar naar overleed. Dat was in 't jaar ifi8. het ügteiucsltigte van zyn ouderdom,
LUCA
|
||||
|
van F omen en Florcncen. 14$
LUCA SIGNORELLI.
VAn Cortone, was Difcipel van Ptetr» delta Francefca, en Schilderde zodanig in zyn manier, dat hunne werken by naar niette onderlcheiden waren. Deze Luca was een groot Tekenaar, en Michel Angelo heeft zo veel agting voor hem gehad, dat hy geen zwa-righeit gemaakt heeft om zig te bedienen in zyn oordeel van eenige,dingen, die LucateOrvie-ta met veel Geeft en verltant Gefchildert had. Hy heeft ook Gefchildert te Loretto, te Cortone en in Romen.
Zyn zoon, dat een wel gemaakt jongman was, waar van hy groote hoop hadde, wierd ongelukkig vermoort te Cortone. Deze droevige tyding trof hem gevoelig ia het harte: maar zig wapenende met ftantvaftigheit, deed hy het lighaam dragen in zyn Schilder kamer, en zonder tranen te ftorten , Schilderde het zelve om de gedagtenis van hem te bewaren, vindende geen vertroofting als in zyn konft, die hem wedergaf daar de dood hem van berooft hadde. Hy ging vervolgens naar Romen daar de Paus Sixtus de IV. hem ontboden hadde, en naar verfcheide onderwerpen van het boek Genefis Gefchildert te hebben, keerde hy weder in zyn Vaderland. Dewyl hy veel geit had gewonnen, zo arbeide hy niet méér als voor zyn vermaak Hy overleed ia 't jaar ijii, oud tweentagentig jaren.
|
||||||
|
PIE-
|
||||||
|
__________
|
||||||
|
144 De ScheoU
PIÈTRO COSIMÖ.
ALdus genoemt van Cofimo RoJJelli, waar van hyDifcipel was, en aan wiens Werken hy langen r/t hadden bezig geweeft,voor-namentlyk in 't Vaticaan voor Sixtus den IV. daar in te bemerken was dat het Schilderwerk van dezen leerling zyn Meefter te boven ging. Zyn bekwaamheit trok veel Difcipelen tot hem, en onder anderen Andredel Sartoen Fran-cifco de Sangallo. Hy beminde de eenzaam-heit, en leefde op een buiten gewöone manier. De aangehegtheit die hy aan zyn konft had deed hem het eeten en drinken vergeeten. Hy vreesde zo zeer voor het Donderen, dat langen tyt daar na als het over was, men hem vond in een hoek in zyn mantel gewonden. Niets was hem méér in den weg als het kreitenvanklee-ne kinderen, het geftadig hoeftcn, het luiden der klokken en de zang der Monniken ; m tegendeel was een van zyn grootfte vermaken om door den regen te lopen. Hy ftorf in een razerny, die hem een beroertheit veroorzaakt hadde. Datwasindenjaare iyn.hettagentigfte van zyn ouderdom.
LIONARDO DA VINCI.
WAs van een Edel geflagt uit Tofcanen, daar hy geenzins van ontaarde; Wanthy was van goede Zeden, wel gemaakt van Lig-haam en groot van Geeft. Hy had zo Veel begaaftheden voor alle konden, dat hy daar grondig in ervaren was, en dezelve in 't werk
fteldc
|
||||
|
r
|
|||||
|
van Rcmen e» Plorencen. 14
ftëlde mct.naauwkeurigheit. Deze groote ver-fcheidenheit van kundigheden, in plaats van dat geene dat hy voor'de Schilderkonft hadde te verzwakken, verfterkte het tot zodanig een hoogte, dat men geen Schilder voor hem gehad heeft die zyn bekwaamheit kan evenaren, en die na hem gekomen zyn hebben hem aangemerkt als een Bron daar veel dingen uit te putten waren. Hy was Difcipel met Pietro JPerugino ^iianAndrc Verrochi», dewelke aan hem gelegentheit kondc geven om zyn talenten op te wekken, want de Meefter en de Difcipel waren alle beide geboren met dezelfde * drift van Geeft, uitgenomen dat die van * Genie» Lionardo ran meer uitgeftrektheit was. Hy heeft Gefchildert te Florencen, Romen en te Milaan; en veel van zyn Schilderyen zyn ver-fpreit door geheel Europa. Hy maakte onder andere in de eetplaats der Dominicanen van Milaan, een Avondmaal van onzen Heer van een uitneemende fchoonheit. Hy en heeft de Chriftus niet óp gemaakt,om dat hy geen model konde vinden, eigen aan de waardigheitdie hy zig daar van verbeelde, als wanneer de oorlogen hem nootzaakte om Milaan te verlaten , hy draalde ook zo lang met Judas, maar de Prior van 't Kloofter, in het ongedult om het einde van dit werk te zien, drong Lionardo Zo fterk, dat deze Schilder het hoort van dezen onbefcheiden Monnik Schilderde in plaats van dat van den Judas. Hy was oriophouwdelyk bezig in de aanmerkingen op zyn konft, daar ■was nog vlyt nog oertening te bedenken, die hy niet in 't werk ftcldc om te komen tot den trap der VolmaaktheitjZo ver als hy denzelvcn
K heeft
|
|||||
|
■
|
|||||
|
I4<S De Schoole heeft bezecten. Hy was boveti al 2eer gencigt om de uitdrukkingen van de Hartstogten te verbeelden, als een zaak die hy de nootzake-' lykfte oordeelde van zyn konft te zyn, en voor al om zig de goetkeuring van de verftandigen te erlangen. De Hertog van Milaan gaf aan hem de beitiering van een Academieder Schil-derkonft, die deze Prins in de Hooftftad van lyn (laat opregte. Daar was het dat hy het boek van de Schilderkonft fchreef, dat men te Parys in 't jaar lóyt gedrukt en daar Pouffin de figuuren in gemaakt heeft. Hy fchreef ook veel andere dingen, die verloren zyn als Mi-1 laan wierd ingenomen door Francifcus den eerden.
Lionardo begaf zig naar Florencen, daarhy de Raadkamer Schilderde, en ondervond dat Michel Angelo aldaar in groot aanzien was , waar door een heevige afgunftigheit tuften hen beide ontftont: Lionardo zynde naar Romen gegaan by de verkiezing van Leo den X. zo liet Michel Angelo zig daar ook vinden, hun j a-loufie vermeerderde tot het uitterfte, dog Lionardo vertrok naar Vrankryk. Hier was hy wel ontfangen, door zyn tegenwoordigheid en door zyn werken onderfteunde hy de hoogag-ting die hy alreeds verkreegenhad; en de Koning Francifcus de eerrte betoonde hem alle mogelyke blyken van Eereen vrindfehap. Deze Vorfl: had een goetheitvoorhemzoongemeen, dat hy hem in zyn ziekte gaande bezoeken, Lionardo zig op zyn ruftbedde opregte om zyn Majefteït te bedanken, en de Koning hem omhelzende om hem weder te doen ne-derleggen , gaf de Schilder m zyn. armen
den
|
|||||
|
van Romen en Florence». tAf den geeft in 't jaar iSxo. oud vyfenzemitie jaren. &
Aanmerkingen over deWerkenvanLionardit da Vind.
DE Schilderyen van Libnardoda Vinci,di<J men in de Konftkamers van Vorften en by bezondere Liefhebbers ziei,beftaan niet ais in weinig figuuren, en ik beken niet klaar genoeg, in het geen ons nog zoude overig zyn, van de grootc Ordinantien van dezen Schilder gezien te hebben, om van de voortreffelykheif. ïynes verftants te oordelen. Maar wat aangaat het geen ons de Hiftorie Schryvers verhaalt hebben van zyn werken, die tegenwoordig byna ten eenemaal vernietigt zyn, zomoet het ons overreeden dat het is voort gekomen uit een vrugtbaren ader, dat zyn gedagten vlug waren, zyn Geeft verftanding, en met veel Weetcnfchappen verfiert, en dat daarom zyn Inventien fchoon en heerlyk moeten geweeft 7yn. Men kan aldus zelfs oordelen uit de te* keningen die van zyn hand zyn, en die men nog vind onder de Lief hebbers. Eindelyk het gcene van zyn werken is overgebleven is genoeg in ftaat om ons te verzeekeren dat hy een groot Schilder was.
Zyn tekening is van een groote volkoment-heit en een grooten aart; hoewel zo het fchynt meer naar de Natuur gefchikt als naar het Antiek. Maar naar de Natuur op dezelve manier als de aloudeBeeldfnyders het gehaalt hebben: dat is te zeggen, door wyze onderzoekingen,
|
|||||
|
aan
|
|||||
|
~
|
|||||
|
148 De Schooh
aan de Natuur toe-eigenende, niet zo zeer iö gemeene voortbrengingen, als wel de Volmaaktheden daar ly bekwaam toe is.
De uitdrukkingen des gemoetsvanLionardo da Vind zyn zeer leevendig en vol Geeft. Ik hebbe een tekening van zyn hand van dat vermaarden Avondmaal, dat hy te Milaan Ge-fchildert heeft, (daar men bynageen overblyf-zel méér van ziet.) Deze tekening alleen is een genoegzame proeve, om te tonen hoe diep hy in het menflelyk hart konde indringen , en met welk een levendigheit, welk een verandering en regelmatigheit hy alle de gedagten wift te verbeelden! Maar het zal beter te pas komen ,dat in plaats van naar mynoordeelte fpre-ken,dat vanRubens over de vctdienfte van dien grooten Man bygebragt werde. Manu* 't Is aldus dat hy redeneert in een Latyns * f«it. Handfchrift, waar van ik bezitter ben, en dat ik getrouwelyk hebbe overgezet in dezer voege.
LioNARDO DA VinCI begon met het onderzoeken van alle dingen, volgens de regele» tTcotk, va» een naauwkeurige )■ bespiegeling , veftende zyn aandagt op de Natuur waar van hy zir dienen wilde. Hy nam waar de welvoeglyk-heden , en vtrmyde alle gemasktheit. Hy wi/i aan iedet voorwerp het allerlevendigfie , het al-Ier bezonderfte en bet alUfbetantelyljle kenteken dat mogelyk is te geeven, brengende het geen Majefieit vereifte tot den Opperften trap van ver-hevenheit. Het beleid en den maatregel dien hy gade ftoeg in de uitdrukkingen was om de inbeelding te beroeren, en op tt wekken door wezen*' lykt Jlnkkeu, etrdtr «Is tt vtrvullt» door klei'
|
|||||
|
van Romen en Fhrencm. 10
mgheden, tragtende daar '» te zyn,nog kwistig , nog gierig, hy had een zo groote zorg-vuldigkeit om de verwarring van voorwerpen te vermyden, dat hy liever beminde iets te late» wenzen in zyne vlerken, als de togen te verzadigen door een fchroomagtige naauwkeurig-beit: waar daar hy het «llermeefte in nitmnn-te, dat was, als wy ge zegt hebben, aan ieder zaak haar eigen kenteken te geven, en dit de tene van de andere te onderfeheiden
Hy begon door raad te pleegen met verftbei-(ie zoorten van boeken. Hy bad daar een oneindig getal van gemeene plaatfzen uitgetrok-ken, waar van hy een verzameling gemaakt had, hy liet niets ontflippen dat een'tgzins ovtr eenkomen konde met de uitdrukking van zyn onderwerp, en door het vuur van zyn Meel' ding , dlzo wel als door zyn verjtandig oordeel, verhefte hy de Goddelyke dingen door de mtnjjelyke, weetende aan de menJJ'en te geven de verfchillende trappen die hen opvoeren tot bet * Merkteehn der hoogjle vfortreffelyk-»Car*c-beit. ««e d«
Het eerjle der voorbeelden dat hy ons naar HeI0Si gelaten heeft, is het Tafereel dat hy te Milaan heeft Gefchildert van het Avondmaal van onzen Heere , in het welke hy de Apoftelen verbeelde in hunne gevoegelyke plaatfzen , en onzen Heere in de eerlykfl* in 'f midden van alle, hebbende niemant die hem dringt, nog die al te naby zyn zyde is. Zyngejlalte is deftig , en zyn armen zyn in een vry en onbedwon-ge werking, om meerder groothei't te kennen te geven, terwyle de Apoftelen van d'eenen enan-dtreit kant bertertfchynen door een hevige onge-K 3 rufl-
|
||||
|
T>e Schoote ruflbeit, 'm dewelke egter geen ger'tngheit veor* komt, nog eenige -werking tegen de welgevoege-lykheit. hindelyk door een uitwerking van zyn diepe bedenking , is hy gekomen tot zodanig een trap van Volmaaktheit, dat het tny tocfchynt nis ottmoogelyk waardig genoeg van hem te fp'ee-ken, en nog meer om hem naar te velgen.
Rubens laat lig vervolgens uit over de kundigheden, welke Lionardo da Vinci van de Anatomie bezat. Hy verhaalt in 't byzonder alle de ftudien en tekeningen die Lionard gemaakt hadde, en die Rubens had gezien onder de rarigheden van een genaamt Pompeo Leo-ni, die van Arezzo was. Hy gaat verders voort aangaande de Anatomie van de Paarden, en door de waarnemingen die Lionardo gedaan hadds op de Phifionomie, aanzigt kennifze, daar Rubens insgelyks tekeningen van gezien, hadde; en eindigt met de wyze van doen die deze Schilder hadde om het menffelyk lighaam te meten.
Zo aan my geoorloft is iets by de woorden van Rubens te voegen, zal ik zeggen, dat hy niet heeft gefproken van het Coloriet van Lionard da Vinci; om dat hy zyn aanmerking niet hebbende als op de dingen die hem konden nut zyn door opzigt tot zyn konft, en niets goets gevonden hebbende in het Coloriet van Lionard, zo heeft hy dit deel van de Schilder-konft onder ftilzwygen laten voorby gaan: alzo is het waar dat de vleefch Couleuren van Cou- Lionard voor 't meerendeel in 't * graauwe vervallen, en dat de houwding die in zyn Schilderyen gevonden werd veel heeft van't Violet, en dat deze CouLeur daar indenMeefterfpeelu
Pat
|
|||||
|
<van Romen en Florencen. I f l Dat komt naar myn gedagten daar van daan, dat in den tyt van Lionard het gebruik van het Olyverv Schilderen nog niet heel veel bekent was, en dat de Florentynen doorgaans dit gedeelte hebben veronagtzaam
PIETRO PERUGINO.
f~^.Ebooren te Perugia van arme Ouders, be-^-*gaf zig al vroeg by een Schilder van dezelve itad daar hy weinig by leerde , en die hem flegt handelde. Zyn armoede deed hem geduld hebben, en de begeerte van iets te winnen om zig uit de ellende te redden, fpoorde hem aan om nagt en dag te tekenen,om by zig zelvcu te vorderen. Als hy nu zig zelf gevoelde in. (laat te zyn om te werken voor zyn onderhoud , ging hy te Florencen een ander Mee-fler zoeken, hy geraakte by Andrea Verrochio met Lionardo da Vinci. Hier nam hy zeer toe in de konft, en Schilderde op een bevalli-ger manier zyn hoofden, als wel de gewoonte van zyn Mecfter was,inzonderheit de vrouwe tronien. Hy heeft een menigte van werken Gefchildert, byna meeft alle voor Kerken en Kloofters. eens op een tyt dat hy in Frefco Schilderde voor de Gceftelykcn van Florencen by Porta Pinti, de Prioor, die aan hem den Ultremarin gaf, mat hem die zo fchraaltoe, en niet meer als hy hem in zyn tegenwoordig-heit zag gebruiken; Maar Perugino dit wantrouwen gemerkt hebbende fpoelde alle ogenblikken zyn Borftels in een pot met water, voor de oogen zelfs van den Prioor, invoegen dat wel zo veel uit de Pinceelen die hy ge-K 4 bruikte
|
||||
|
De Schook bruiktc kwam als aan het werk was ingetrokken : de Prioor onderwyle was zeer verwondert dat de natte kalk zo veel Ultremarin in-dronk , en gelovende niet genoeg te hebben om het werk te .voleindigen , begon op de middelen te denken om zig weder daar van te voorzien, maar Perugino hebbende het waater van zyn pot afgegooten, gaf de Ultremarin die op den grond was gedroogt, wederom aan den Prioor, hem zeggende, dat hy op èen anderen tyt een Eerlyk man niet behoefde te wantrouwen. Ondertuffen was hy zelfs zeer gierig en wantrouwig; en om dat hy zeer arbeidzaam was, zo won hy veel gelds te Flo-rencen en te Romen, daar hy Schilderde voor SJxtus den IV. Hy keerde wederom naar Peru-gia, daar hy nog veel werken deede, geholpen van Raphaê'1 en vau zyn andere Difcipelen. Perugino had een fchoone jonge Dogter ge-frouwt, die hem voor een model verflrekte voor zyn Lievrouwen, en hy beminde haar kragtig. Niet minder beminde hy zyn gek; want wanneer hy een wandeling in zyn Lan-deryen ging doen , die hy verkreegen hadde buiten Perugla,7,o droeg hy altoos eenkoffert-jen met hem daar hy zyn Gout in bewaarde, tot dat een Struikrover dit gezien hebbende, hem op den weg van die overtollige moeite ont-lafte. Perugino viel dit zo fmertelyk, dat hy weinig tyts daar na van de waereldt fcheide ia 't jaar i 24. oud agtenzeeventig jaaren.
|
||||||
|
RA-
|
||||||
|
van Romen en Florencen,
RAPHAEL SANZIO.
GEboren tot Urbino op den goeden Vry-dag van het jaar 1483. zyn Vader was maar een gemeen Schilder, en zyn Meefter Pietro Perugino. Zyn voornaamfte werken zyn in Frefco in de zaak van 't Vaticaan, e^ zyn lofïc Schilderyen zyn in verfcheide plaatf-zen yan Europa verfpreit. Terwyl hy een uitmuntenden Geeft hadde , begreep hy dat do volkomenheit van de Schjlderkonft niet bepaalt was aan de bekwaamheit van Perugino; en om elders de middelen tot vordering te zoeken, ging hy wel haaft naarSienna, alwaar Pintur-richio zyn vrind hem bragt om de Cartons te maken voorde Schilderyen van de * Boekka-,^;^ mer. Maar naauwlyks had hy iets gedaan, the«iue. wanneer hy op het gerugt van de werken die Lionardo da Vinci en Michel Angelo te Florencen maakten, zig daar naar toe begaf om zyn voordeel daar uit te halen. In der daad, wanneer hy overwogen haddc de manier van deze twee groote Mannen, nam hy voor de gewoonte, die hy by zyn Meefter geleert had-de , te veranderen,hy keerde weder naar Peru-gia, daar veel geleegenheden zig opdeden om zyn Pinceel te oeffenen: maar het herdenken van de werken van Lionardo da Vinci deed, hem een tweede reize doen naar Florencen, en naar dat hy daar eenigentytGefchüdert had-de om zyn handeling te verfterken, ging hy naar Romen, daar (a) Bramante zyn maag-K s fchap,
(») Bnraute wm A»chit«a Tin dtn Pau,
|
||||
|
fö De Schoole
fchap, die den Geeft van den Paus al bereid hadde voor de verdienfte van Raphaël, hem Schilderwerken bezorgde die in het Vaticaan gemaakt zouden werden. Raphaël begon met het ftuk dat men noemt de School van Athe-nen, daar naar het Difpuut over het H. Sacrament, en vervolgens de andere die in de Zee-gelkamer zyn, Ongclooflyk is de vlyt enzorg-vuldighcit geweeft die hy heeft te kofte gelegt, ook was zyn arbeit niet zonder vrugt, want de beroemtheit van deze werken voerde den naam van Raphaël over de geheele waereld. WDelica-Hy vormde * het Edele van zyn verkiezing teflè de naar de Statuen en Basrelieven van de Antie-fonGout |fen ^ fae ^y jangen tyt naar tekende met een uit» nemende aandagt. En hy voegde by deze f " keurelykheit een grootheit van manier, die het gezigte van de Capelle van Michel Angelo hem eens flags in fcherpte. Zyn Vrind Bramante was daar van de oorzaak, die hem daar in liet komen tegen het generaal verbod dat Michcl Angelo hem gedaan hadde (a) hemden Sleutel vertrouwende. Behalven de moeite
die
(a) Tietro Bellori in iyn boek dat het opfehrift heeft: Cm critioni dille imagint Dipimi d'a "RtphtlU nrllc Camtrt iel Vmicmv. beftryd deze Hiftorie met al zyn kragt, en beweert dat Raphaël zyn groote manier niet fchuldig is als san de Studie die hy naar het Antiek gedaan heeft. Maat vafari, die Michel Angelo en Raphaël heeft gekent, en, die, wel verre van tegengelprooken te zyn door eenig Schryver van dien tyt, vind zig iateger.deel daai in onder-fteunt door drie Auteuren,die het lecvenranMichel Angelo in 't bezondet befchreeven hebben. Maar 't geene dat een groot vermoeden geeft, dat Raphaël heeft willen pro-fiteeren van de werken van Michel Angelo om zyn eigen manier te verstopten is, dat ik een tekening van de hand
vi
|
||||
|
van Romen en Florencen. ff
die Raphaël zig gaf Studerende naar de Beeld-houwerye der Aiouden, onderhield hy tekenaars op zyn koften, die voor hem teekenden in Italicn en in Griekenland alles wat zy konden vinden van de werken der Antieken, daar hy by gelecgenheit zyn gebruik van maakte. Men heeft aangemerkt dat hy weinig of geene van zyn werken onyoltooit heeft gelaaten, en dat hy zyn Schilderyen ten uitterftenuitvoerde, hoewel met een vaardige hand, hy gaf zig alle bedenkelyke moeite om het in dien flaat dat daar niets op te berispen was te brengen ; daarom ziet men van hem met Crijon de kleene partyen: Gelyk als handen, de voeten, en (tukken van kleederen, die hy drie of viermaal tekende voor een zelfde onderwerp, om daar uit te verkiezen dat hy voor het befte zoude oordeelen. Alhoewel hy zeer naarftïg geweefl: is, ziet men weinig {lukken gemaakt van zyo eigen hand; hy hield zig doorgaans beczig met tekenen, om het groot getal van zyn Difcipe-len niet ledig te laten, die zyn tekeningen ir» verfcheide plaatfzen hebben uitgevoert, voor^ narnentlyk in de kameren en vertrekken van 't Vaticaan; in de Kerk van onze Lievvrouw van de Vreede, en in 't FalaisGhigi,behalven de Galathea en een van de hoeken, waar inde
drie
van B-aphaël bebbe op den tug van welke rekening een * Studie is van den zelfden R.aphac'1, getekent naai een. figuur die Michel Angelo Gafcliildeit heeft in de Capelle van den Paus,
* Studie hert by de Schilders een figuur af Beeld, »f een gedeelte van em Beeld, of fchoone party geteek^nt "mr het Lef ven, tf r.ittr andere grtut Hcefltrs werken..
|
||||
|
tfS De Sehoolt
drie Godinnen zyn dat hy zelfheeft Gefchil-dert. Zyn zagt naturel en ommegang deed hem van al de waereldt beminnen, en inzonderhcit van den Pauzen van zyn tyt. De Cardinaal van Santen Bibiane bood hem zyn Nigt aan ten Huuwelyk; Raphael had die verbintenis wel aangegaan: maar indeverwagtingvanden Cardinaals hoed, daar Leo de X. hem hoop toe hadde gegeeven, deed hem de uitvoering daar van altoos verfchuiven.
De drift die hy voor de Vrouwen had deed hem in de bloem van zyn jaren verloren gaan : want op een tyt door te al te groote onmatig-heit in zyn ongeregelde liefde, wierd hy overvallen van een heete koorts, en de Genees-heeren, aan wie hy de oorzaak van zyn ziekte verzweegen hadde, hebbende het gehandelt als een Pleuris .volvoerde de overige warmte, die nog was, uit te blufzen in een alreeds uit-
§eput lighaam. Zyn doot viel voor op denzelf-en dag van zyn geboorte, den goeden Vrydag van het jaar i f20. in het zevenendertigfte van ïyn ouderdom. De Cardinaal Bembo maakte ïyn Graffchrift, dat men leeft in de Kerk van de Rotonde daar hy begraven wierd. Il zal niet bybrengen als dexc twee vaerien, dieverwon-derlyk zyn.
We bic ejl Raphael timu'tt quofo/pite vinci Rerum magna parens & moriente mort.
Zyn Difcipelen waren Julio Romaan, Jan Francifco Penni, bygenaamt, ilfattore, Pel-legrin van Modena, Pirino del Vaga, Poji-d van Caravaggio, Mathurino, Bartholo-
mio
|
||||
|
--------------------------
|
|||||
|
*van RomeH en Florence ft. iff lïiio d'a Bagna Gavallo, Timotheo d'a Urbi-* no, Vincent d'a San Geminiano, Joan d'U* dino, en anderen.
Ecnige brave Nederlanden zyn ook onder zyn Difcipelen te tellen, en hebben hem geholpen in zyn groote werken: als Bernard van Orlay van iBruffel, Michiel Coxie van Mechelen, en anderen, die, naar hun Land wedergekeert zynde , het opzigt aanbevolen was van de tekeningen tot de Tapyten. Be-halven deze Difcipelen, had hy een meenigta van jonge Leerlingen en Liefhebbers, die ten zynen huizen verkeerden, en die hem dikwils verzclden om te wandelen. Michel Angclo hem eens op een dag met dit Gezelfchap ontmoetende, fchoot hem in 't voorby gaan toe, dat hy ging gevolgt als een Schout, en Raphael beantwoorden hem dat hy als de Beul alleen ging. Daar was altoos veel Jalouzye tufzen deze twee groote Schilders. Gelyk doorgaans gebeurt onder lieden van het zelfde beroep, wanneer hun gedrag niet door de zedigheit be« (tiert word.
Aanmtrking over de werken van Raphael.
Y~1J E d e R. t de herftelling van de Schilder-^Tjkonft in Italien, heeft men daar geen Schilder gehad die zo veel agting heeft verkregen als Raphaël. Hy had een verheven Geeft, en zeer fcherpzinnige gedagten, vrugtbaar en overvloedig van Inventien, dat meerder zoude uitgeblonken hebben, indien zyn Geeft niet cenigzins wedcrhouden was gewecft door de
groote
|
|||||
|
*# ï)ê Schootë
groote naauwkeurighcit met dewelke hy aller dingen uitvoerde.
Hy was ryk in zynlnventien;hetisblykbaar f princi dat hy zeer goede -f Grondregelen heeft gehad, pes tres- om de dingen die hy Geinventeerd hadde te dehcats. icrijkkaij en indien zyn figuuren niet gegroept waren van ligten en fchaduwen, zy ware het s c'oor ^e * bewegingen op een zo verltandige manier, dat de groepen altoos met vermaak ., ., zyn aangezien. Zyn f ftanden zyn Edel, vol-Ls.' U genshun^eigenfchappentegenrtrydig.ionderge-tcon- welt, uitdrukkelyk,natuurelyk, en vertonen de traftées. fcnoone partyen.
Zyn tekening is zeer § zuiver, en hy heeft
Coueft. 't zaam gevoegt de i cgelmatighcit, de Edelheit
en de fierelykhcit van het Antiek met de een-
voudigheit van de Natuur, zonder cenige de
minfte gemaaktheit. Hy heeft in zyn Beelden
veel verandering doen zien, en nog mcêr in't
f Airs f! gelaat van zyn hoofden, dat hy van de Na-
de ictes. tuur als de Moeder van de verfcheidenheit lcer-
.de, daar altoos byvoegende een grootenaartin
het tekeftcn.
'Expref- ^yn * uitdrukkingen zyn regtmatig, fcherp-fions. zinnig, verheven, doordringende; zy zyn gematigd zonder koud tezyn,en levendig zonder vergrooting.
Zyn klederen zyn van een geringe manier
t Grand Sewee" 'n zvn beginzclen, maar van de f gro-
Goöt. ten aart op het einde, en konftig gefchikt, de
plooijen zyn 'er ia een fchooneordre; gevende
altoos voordelig het naakt daar onder zynde te
kennen,het vleijende, om zo fpreken, mette-
derheit, voornamentlyk aan de plaatfzen van
de t'zamenvoeginge der leeden.
Maar
|
||||||
|
'biin Romen en Plorencen\ Maar egter zoude men Raphaël konnen rispen dat hy akyt zyn beelden met dezelfde soorten van doften of lakenen bekleet heeft, in de onderwerpen die de verandering konden lyden en daar door meerder fieraat ontfangen: ik fpreek voor de Hiltorize onderwerpen; want wat aangaat de verdigtzelen en * ver-* bloemde of zinnebeeldige dingen, in dewelke80 men Godheden invoert, moet men veel meer agt geven op de Majefteit van de plooijen als op de rykheit der ftoften.
Of fchoon Raphacl een nituemende vlyt in ■*t werk flclde om zuiver te tekenen, en dathy om zo te zeggen, jaloers was, op zyn omtrekken, heeft hy dezelve een weinig te fterk aangewezen. En zyn Pinceel is droog, hoewel f lngtig en i glad. Zyn landfchap is van * g geen grooten aart, nog heel veel byzonders. j uni.
Zyn Locale Couleuren zyn voor het ooge nog § fchitterende nog ftotende; zy zyn § Bril-niet heel wild; maar de fchaduwen zyn een '^J11 weinig te zwart. Aangaande het ligt en bruin q daar heeft hy nooit zo geen regte wetenfehap van gehad, hoewel dat het fchynt door zyn laafte werken dat hy daar naar zogt, en dat hy getragt heeft het te verkrygen: gclyk men zien kan in de Tapytzeryen van de handelingen der Apo(lelen,en in zyn (tuk van den berg Thabor. Maar 't geene Raphaël ontbroken heeft aangaande het Coloriet,doet zig verfchonen doof zo veel andere delen die hy in zyn vermogen gehad heeft. Hy heeft zelfs Portretten gemaakt zo wel verdaan van Couleur en van ligt, dat dien aangaande zy konnen gelyk ge-itelt worden met die van Titiaan, alzo wel
als
|
|||||
|
lió Be Schooii
als dé St. Jan die in het Cabinet is van
Heer den eerften Prefident, en dat in alle de
delen van de Schilderkonft verdient bekent te
ftaan voor een uitnemend proefftuk van zyn
Meefter.
Pouffin heeft van dezen groten Schilder gei egt dat hy Was een Engel in vergelyking van de hedendaagze Schilders, en dat hy een Ezel was vergeleken by de Antieken. Dit oordeel kan niet betrekkelyk zyn als op de gedagten, den fmaak, of de verkiezing ende regelmatigheit Van de tekening, en de uitdrukkingen.
De gedagten van de Antieken ïyn eenvovf-
dig, verheven en natuurelyk, die van Raphaël
♦Ctne&zyn het ook: de tekening van het Antiek is *
vaft en zeker, veranderlyk daar het behoorlyk
is, en van een grooten fmaak of verkiezing;
die van Raphaël is het ook: het Antiek iswys
fPreci». en f naauwkeurig in de verbintenis van de
I0eiicat.mufcelen, en \ keurelyk in zyn werkingen;
Raphaël is in dit deel niet onwetende geweeft.
Egter moet men bekennen dat de geene die
vlytig de Anatomie hebben beftudeert,zo veel
nodig is tot de Schilderkonft, in het Antiek
JPred- konnen waarnemen een veel grooter §naauw-
fione. keurigheit, en een veel grooter 51 tederheit, ook
U DeH- in de werking van de mufcelen dat menzo niet
tatefle. cn ^^} ^ 2aj njetieggen in Raphaël, maar
in geen eenig Schilder wie dat het zy.
Juftef- ^ ^a weltoe ^at deze groote * regelmatig-fe. heit en deze groote f keuretykheit van de wer*
* ^!" king der mufcelen de ^ beftipte bepaling van t Fred- de omtrekken aanwyft : maar ik zie niet dst fion des Raphaël 'er zo ver afgeweken is, dat hy verdient Goi£ cen £ïei genocmt te worden, in vergelyking
|
||||
|
i
|
||||
|
fydn Romen en Florencen. tót Van het Antiek. Pouflin had zig konnen vergenoegen met te zeggen, gelyk ik op een andere plaats aangemerkt hebbe, dat in het tekenen, het Antiek zo verre boven-Raphaël is, als Raphaël de andere Schilders overtreft Het is waar dat Raphaël de groothcit van zyn ver-' kiezing op den leeft gefchoeit heeft van de Antieke Beelden, en dat hy komende van Peru-gino zyn Meefter; dezelve hem op den goeden weg bragten, en hen ftantvaftig opvolgde in het begin: maar op het einde gezien hebbende dat de Schilderkonft een verfchillende taak was van de Beeldhouwery, zo behield" hy niet méér van het onderwys van deze als het geene hy tot zyn konft nodig had, en voor 't óvrige week hy daar van af naar maate dat hy voortging in jaren en verligting. Men kan deze verandering duidelyk bemerken in de Schilderyen die hy Gefchildert heeft in bezon-dere tyden, waar van de laalkn nader met de kentekenen van de Natuur overeenkomen.
Pouflin in tegendeel, alzo wel als Annibal Carratz, verlieten dat geene datze van de Natuur hadden aangenomen naar maate datze hert meerder aan het' Antiek overgaven. Zy konden het zelve beleid gehouden hebben als Raphaël, doende het een, en het ander niet nalatende? want deze uitmuntende man had niet allcenlyk van het Antiek den goedenfmaak, de Edelheit en de fchoonlieit behouden, Maarhy heeft iets gezien , dat, nog Pouflin, nog de Carratzen hebben konnen zien. Dat is de Cracelykbeil het bevallige. Deze gift van de Natuur had hy in zulk een overvloed omranden dat hy haar heeft doen zien in alles dat * ' L «it
|
||||
|
De Schoole uit zyn Pcncccl gevloeit is, en dat niemant hem heeft konnen betwiften, indien het Cor-regio niet was; en zo het Gracelyke hadde goet gemaakt 't geen deze ontbrak rakende het regelmatige in de Tekenkonft, Raphaë! heeft daar gebruik van gemaakt, en ineenfehoonen dag geltelt de diepe Wetenfchappen die hy bezat, niet alleenlyk in het tekenen, maar ook ra alle de delen derSchilderkonit die hem hebben doen verkrygen ,den naam vandeneerfteii Schilder te zyn, die immer geleeft heeft.
■
GIROLAMO GENGA.
DEeze was ook van Urbino, Studerende onderpietro Perugino in den zelfden tyt als Raphaé'1, hy gaf zig byzonder over aan de Architectuur, en overleed in 't jaar iSS1- oud vyfenzeventig jaren.
JULIO R O M A N O.
WAs de beminde Difcipel van Raphael, zo ter oorzaak van zyn bekwaamheit in de Schilderkonft, als om de bevalligheit zyner zeden. Hy had ten eenemaal den fmaak van zyn Meefter aangenomen, niet alleen in de uitvoering van zyn tekeningen die hy van hem ontfangen hadde, maar ook in het geene dat hy van zyn zelf deede. Raphaë! handelde hem als waare hy zyn ei^en zoon geweefl, en ftelde hem aan tot zyn errgenaam met Jan Francifco Penni, gebynaamt il Fattore. Na de doot van Raphaël, volvoerden deze twe Schilders verfcheide werken die hun Meefter onvolmaakt
hadde
|
||||
|
van Romen en Florencen. 16$ hadde nagelaten. Julio Romaan was niet alleen uitmuntend Schilder, maar hy verttond ook volkomen de Bouwkonft. De Cardi-iiaal van Medicis, die zedertwasClemensdcn Vil. gebruikte hem tot het bouwen van het Paleis, dat men tegenwoordig noemt Vigna »i Madama; en na dat hy het beleid van de Architectuur had gehad, zo maakte hy het Schilderwerk en de fieraden.
De doot van Leo den X. onthufte een weinig Julio Romaaii door de verkiezing van A-driaan den VI. welkers Pausfchap, indien het langer hadde geduurt, de fchoonc konden zoude nebben uitgedoort in Romen, en de kondenaars in het uitterde gebragt om van honger te vergaan. Maar Glemens den VII. volgde hem op. Hy was zo dra niet verkoren, of hy liet Julio Romaan Schilderen aan de zaal van Conftantini, daar de Hiftórievan dezen Keizer begonnen was geweed door Raphaè'1, die al de tekeningen daar toe gemaakt hadde. Die werk gedaan zynde, hield Julio zig bezig met verfcheide Schilderyen voor kerken* en voor particulieren te maken. Zyn manier van Schilderen begon te veranderen , en te vervallen in het roffe en in het zwart voor het gcenedat het Coloriet aanbelangt, en in zyn tekenen het * Itrafteen het verbazende.
Frcderico Gonzaga Marquis van Mantua, verzekert van de bekwaamheit van Julio, lokte hem in zyn daten; zyn goet geluk bragt hem daar: want hebbende de tekeningen gemaakt van twintig zeer ^ ongefchikte Printen x Diflb-die gezneden waren door Mare-Antoon, enlUMi onder dewelke Aretin zo veel Sonnetten ge-L 2 maakt
|
||||
|
!^4 De Schooïé
maakt hadde, hy zoude geftreng geftraft zyn geworden indien hy in dien tyt zig in Romen had bevonden, het onthaal datmen aan Marc-Antoon deede is daar het bewys van. Men wierp deze Plaatfnyder in de gevangenis, daar hy veel moeft lyden, en het zoude hem het leven gckoft hebben, indien de voorfpraak van den 'Cardinaal de Medicis en die van Haccio Bandinelli hem niet behouden had. Onder-tulzen zo arbeiden Julio Romaan te Mantua, daar hy altoos duurende blyken heeft gegeven van zyn groote bekwaamheit in de Architec-teur en in de Schilderkonft. Hy bouwde hier het Paleis del T. en bragt de ftad Mantua in een veel fchoonder, fterker en veel gezonder ftaat, aangaande zyn werken der Schildetkonrt, kan men zeggen dat het voornamentlyk te Mantua is, daar de geeft van julio Romaan den vryen teugel gehad heeft, en dat hy aldaar heeft getoont wie hy was. Hy overleed te Mantua (0 't jaar 15-46. eud vierenvyftig jaren, tot groot leetwezen van den Marqufs, die hem beminde als zyn broeder. Hy liet een zoon na genoemt Raphaéï, en een dogter gntrouwt aan Hercules Malatefte. Onder zyn Difcipelen, zyn de befte geweeft Primaticio, die in VrankryH is gekomen, en een Man-tuaan, gehecten Rinaldi, die jong is geftor-ven.
Aanmerking over de werken van Julio Romano.
|
||||||
|
Uno Romano is geweeft de eerfte,de allerwyfte en de volftandigfte onderdeDifci^
pelen
|
||||||
|
J
|
||||||
|
van Rome en Florence». 16 f
pelen van Raphaël. Zyn inbeelding, die als begraven was geweeft in de uitvoering van de tekeningen van zyn Mecfter,geduurendealde tyt dat hy onder zyn onderregting verbleef, geraakte een ilags gaande wanneer zy zig in vryheitïag, gelyk een watervloet, die, weerhouden geweeft xynde alles om verre werpt en met een heftigen loop zig zelf een weg baant; even eens Julio Romaan, naar ecnige lof/.e ftukken gemaakt en de groote werken in de zaale van 't Vaticaan naar de tekeningen van Raphaël gefchildert te hebben zo voor, als na de doot van dezen doorlugtigen Meefter, yeranderde aanftonts van manier, zig latende vervoeren door den znelvlugtigen loop van zyn Geeft in de werken die hy te Mantua Gefchildert heeft, 't En was niet méér deze bevallig-heit, nog dit zoete v'nur van de inbeelding dat, hoe ontleent als het was, niet naliet eenige ftukken, die uit zyn hand kwamen, in twyftel te ftellen of zy gemaakt waren van hem of van zyn Meefter. Zynde dan geheel en al aan zyn zelven overgelaten, zo bragt hy méér vuur in zyn werken door denkbeelden veel geweldiger , veel ongemeender; en ook veel uitdruk-kelyker, maar zo zedig en natuurlyk niet als die van Raphaël.' zyn lnventien warenverrykt met Poërize fieraden, en zyn Ordinantien heel ongemeen, en van een verheve verkiezing.
De oeftening die hy in de Letteren gedaan hadde verftrekte hem voor een groot behulp in het geene de Schilderkonft betreft; want natekenende de Beeldhouwery der Antieken, heeft hy daar <ie blyken van gelecrtheit uk»e-haalt die wy in lyn werken zien,
Het
|
||||
|
\66 De Schoole
Het fchynt dat hy niet is bezig geweeft als met de grootheit van zyn Poetizc gedagten, en dat om die uit te voeren met dat zelve vuur als hy hadde begrepen, hy ztg vergenoegt heeft met een manier van tekenen daar hy deverkie-
|
|||||||||
|
zing van gemaakt had, zonder verandering
|
,
|
||||||||
|
nog in de wezens trekken, nog in zyn klederen. Het is zelf zigtbaar genoeg dat zyn Co-loriet, dat nooit heel goet geweelt heeft, daar na nog veel meer vcronagtzaamt is ; want zyn Lncak Couleuren , die in het (tcenagtige en tri het zwarte vervallen, zyn niet geholpen door ecnige kennifze van 't ligt en bruin. Zyn wyze van * trots tekenen, en zyn vervaarlyke uitdrukkingen zyn hem zodanig in gewoonte geworden, dat zyn werken daar door zeer ligt te onderkennen zyn. Deze manier is in der waarheit zeer groot, om dat hy dezelve verkreegen hadde door de zeer vlytige Studie naar de Basrelievcn der Antieken, en bezon? derlyk die van de Colonncn Trojaan en Anto-nini, die hy ten eenemaal naargetekenthadde. Maar deze fchoonc dingen die genoegzaam in ftaat zyn om alleen eenBeeldhouwerbekwaam te maken, hebben nodig vergezelt te zyn met de wmrhcden van de Natuur om een groot Schilder te werden :de klederen, die doorgaans veel toebrengen tor de Majeftcit van de jSgüu-ren , 7yn het minfte van zyn Pinceel; wantzy t Me- 2)iri arm, en van flegte f verkiezing. ghiuit Men-ziet weinig verandering in zyn wczen-JGout. trek fcon j en de hoofden, die men in zyn werken vind beftaan alleenly k in den verfchilligeflag van voorwerpen daar hy zyn Ordinantien meede yervult heeft, en 'in de byvoegzelen die haar
ver-
|
|||||||||
|
van Romn en Fkrencen. verrykcn: dit komt van de algemeenheit van zyn vernuft voor alle zoorten van Schilderwerk ; want hy heeft gelykelyk Beelden, Landfchappen en Dieren wel Gefchildert, invoegen dat zyn werken altoos zullen zyn,, in 't geen zy inhouden, de verwonderingen hoogagtjng van alle de verftandigeq.
JAN FRANCISCO PENNI
Gebynaamt IL FATTOR E.
DEze laafte naam was hem gegeven ter oorzaak van de zorge die hy op zig nam van de vertering en de huishouding van Raphaël, by den welken hy altyt inwoonde met Julio Komaan. Hy was zeer bekwaam inzonderheit in de' tckcnkonnV Hy heeft veel dingen gemaakt op de gedagten van Raphaël, die voor, Raphaël zelf gehouden werden , voornament-lyk in 't Paleis Ghifi, gelyk als men kan bemerken wanneer men het zelve met aandagt onderzoekt. Hy had een bezondere neiging yoor het Landfchap, dat hy zeer wel deède, en dat ny verrykte met fchooiie gebouwen. " Na d-c dopt van zyn Meefter verbond hy zig met .]u,l,ïo Romaan en Pirino del Vaga, en alle drie t'e zamen volyperdenze dat Raphaël, onvol maakt gelden hadde, zo \yel de Hlijo-rie van Conftau.tin, als eenige andere werkeu van 't Paleis Belvedeere. Maar zy fcheuien zig vanr malkander by gelegenheii van een Cq-Dve die de Paus wilde doen maken van de r' Xi 4 Schil-
|
|||||
|
I<S8 Be Schoolt
Schildery van den verheerlyking op den Berg, om dat dit Ituk gefchikt was gewecft voor Vrankryk. // Fattori ping naar Napels met oogmerk om te Schilderen voor den Marquis del Vafto, maar zyn tedere gefteltenis liet hem niet toe langer te leven , hy overleed in den ouderdom van veertig jaren, in 't jaar 15-28.
LUCA PENNI.
WAs de broeder van Jan Francifco van den welken wy hebben gelproken. Hy Schil' derde eenigen tyt met Pirino del Vaga, zyn fchoonbroeder, te Genua en andere plaatfzen. van Italien. Hy ging vervolgens naar Enge-lant daar hy verfcheide dingen maakten voor den koning Henrik den VIII. en voor eenige Koopluiden. Hy Schilderde ook te Fonteine Bleau voor Francifcus den e.erften; en in deze laatfte plaats begaf hy lig aan het Plaatfny-dcn.
ANDREA DEL SARTO
VAn Florencen, was den zoon van een Kleermaker die hem by een Goudfmit beitelde, daar hy zeven jaren by bleef, geduu-rende welken tyt hy zig meer bezig hield met tekenen als met het Goudfmits werk. Van daar geraakte hy by een gemeen Schilder, ge-naamt Joan Barile, die hy wel haaft verliet om naar Florencen te gaan onder het onderwys van Pietro Cofimo. fiy dezen Schilder was hy alle de Zon en Feeftdagen bezig met het tekenen naar brave Meefkrs, maar in 't gemeen
naar
|
||||||
|
van Romen en Florencen. naar de dingen van Lionard da Vinci, en naar Michel Angelo, waar door hy in weinig jaren heel bekwaam wierd. Hy bevond zyn Meefter al te langzaam in zyn werken , en ging van daar. Hy maakte vrindfchap met Francia Di-gio: zy woonden te zamen, en Schilderden !n Florencen verfcheide dingen en in deKIoo-fters daar omtrent gelegen. Hy heeftveel Liefvrouwen Gefchildcrt. Men verweet hem dat hy zig bedient hadde van de printen van Al-bert Duur in een werk dat hy maakte voor de Carmeliten. Baccio Baudinelli wilde het Schilderen van hem leren, maar om dat Andrea hem terftont moeijelyke dingen voorrtel-de, 20 wierd deze Difcipel haaft onluftig, die zig geheel op de Beeldhouwery toeleide. De agting van Andrea aangegroeit zynde, maakte hv Schilderyen voor verfcheideplaatfzen: On-> der andere een ftuk waar door hy grooten lof verkreeg, en dat een van de befte dingen is die hy gemaakt heeft; te weten een St. Scbaftiaan voor de kerk van St. Gal.
Hy kwam in Vrankryk op 't verzoek van Francifcus den eerften. Hy maakte enige (hikken , en alhoewel hy een St. Jeronimus voor de Koninginne begonnen hadde verliet hy dit werk, en verkreeg van den Koning verlof om naar Florencen te gaan, onder voorwendzel van zyn vrouw mede te brengen,van dewelke hy zeide een brief van aangelegentheit ontfan-gen te hebben : maar in plaats van binnen den beftemden tyt weder te komen dat hy belqpft hadde, verteerde hy het geit dat hy gewonnen, en dat hy van den Koning had ontrangen om Schilderyen voor te kopen, eindelyk na eenige h f >verr
|
||||
|
57» JPe Schoeit
werken gedaan te hebben met Francia Bigia pm lig uit de ellende te redden, ftorf hy te Florenccn aan de Peft, verlaten van zyn vrouw en van zyn vrinden , in 't jaar 15-30 het twe-enveertigfte van zyn ouderdom. Hy liet ver-fcheide Difcipeleu naar onder andere Giacorno d'a Pontormo, AndreaSquazella,diein Vrank-ryk Schilderde; Giacomo Sandr.0, Francefco. Salviati, en Georgio Vafari.
Dezelve Vafari verhaalt dat Andre del Sarto 0 volmaakt Copieerde, dat eens op een tyt Fredcrik Marquis van Mantua hem hebbende doen maken een Copy van 't Poitret van Leo, den X. met eenige Cardinalen, dat hy 7.0 net painaakte dat Julio Romaan, die onder het op-zigt van Raphaël de klederen Gefchildert had-de, het altoos hield voor het ürgiucel, ïeg-gende tegens Vafari, die hem uit den dut wü-de lieipen, zie ik niet de eigen Pinceel flreekcn, Se ik zelfs gedaan hehbe > Ondertufzen liet Ijcm Vafari de doek van agteren zien, Jnlio. Romaan was overwonnen door de vyaarheit.
Ik heb dit geval wydlopiger verhaalt in het 27 Hooftftuk van de kennifzc der Schilderyen.
GIACOMO P'A PONTORMO
|
||||||
|
, begaf ?,ig in den ouderdpm van ■ dertien jaren om te lecren Schilderen, onder het opzigt van Lconardo da Vinci, daar naar onder Mariotto Albertinelli, dien hyver-ljet voor Pietro di Cofimo, en deze voor An-drea del Sarto, van wien afgefcheiden, ni,ct; méér al* negentien jaren oud, op zig zelvei»
(hoe-
|
||||||
|
van Romen en Fiorencen. ■ 171 f hoewel arm) ging woonen , en begaf zig zodanig tot Studeren, dat zyn eerite werken Michcl Angelo dede zeggen, deze jongman zal de Schilderkonit ten Hemel voeren. Pon-tormo v/as nooit vergenoegt van het geenedat hy maakte: maar den lof dien hy verkreeg on-dertteunde zyn moed. Hy maakte veel werken te Fiorencen,die hem agting gaven: hebbende ondernomen de Capelle te Schilderen van St. Lanrens voor den Hertog van Fiorencen, en willende in dit werk (dat twaalf jaar onder handen was,) betonen alle andere te o-vertreffen, deed hy in tegendeel bydeuitkomft zien dat hy minder was geworden als hy zelfs. Hy was een zeer eerlyk en nedrig man: maar het geejie men niet genoeg in hem kan pryzen was, dat onder deze goede hoedanigheden, hy niet konde verdragen dat men kwaatfprak van afweezende, daar hy altyt de zaak voor op pam Alle zyn werken zyn gedaan te Fiorencen, hy is overleden aan de waterzugtin'tjaar 1 6. oud drie enzellig jaren.
BACCIO BANDINELLI
FLorentiner. Zyn naam is Bartholomeo, maar om het te verkorten heeft men hem Baccio genocmt. Zyn Vader was een Goud-frnït, en zyn Meefter geheten Joan-Francefco Rnftico, braaf Beeldhouwer dewelke vajpLior nardo da Vinci dik wils bczogt wi.erd ; want Ruftico en Lionard waren beide Difcipclen van An'drc Verrochio, die Beeldhouwer, S.childer en Bouwmeefter was, en ójc veel kennis had ;n de Mathematize wetenfehappen. Alhoewel
dat
|
||||
|
j De Schoole
dat Baccio Bandinelli uitnemende moeite heeft aangewend in alle de nootzakelyke oeffenin-een om een verftandig Schilder te worden, zyn Taferelen nogtans wierden met geen genoegen gezien ofontfangen, ter oorzaak van het Oioriet dat niets waard was, dezen fleg-ten uitflag deed hem het Schilderen verlaten, en verpligte hem om niet anders als op het Beeldhouwen te denken, in het welke hy een groot man is geweelt. Hy had een hoogagting voor zyn eigen werken, zo verre dat hy dezelve gelyk (telde met die van Michel Angelo; wiens roem hy kwalyk konde verdragen Zyn werken zyn te Romen en Florencen, daar by is geftorven in't jaar 1579. oudtweenzeventig jaren.
POLIDORO DA CARAVAGGIO,
GEboortig «it het dorp van Caravaggio in het Milanees, kwam te Romen in den tyt dat Leo de X. deed werken aan cenige ge -bouwen van 't Vaticaan, en niet wetende wat ter hand te nemen om zyn leven te onderhouden , want hy was nog zeer jong, zo begaf hy zig om voor Opperman te dienen en de Kalkbak aan de Metselaars te brengen, die aan dit gebouw arbeiden. Hy oeffende dit mocije-lyk Ambagt tot aan den ouderdom van agtien jaren Raphaël had als doen in diezelfde plaats verfcheide jonge Schilders in het werk, die zyn Ordinantien uitvoerden. Polido»r , die dikwils de Kalk aanbragt om de plciftering te maken van hun Frefco, was geraakt door het gezigt der Schilderwerken, en gedrongen door
de
|
||||
|
va» Romen eA Florencen. 73
de neiging van zyn Geert om een Schilder te worde,n. Hy gaf iig aanftonts over aan de werken van Jan da Udine, en door het vermaak dat hy hadde van dezen Schilder te zien werken, begon het talent zig te openbaren dat hy voor de bchilderkontt had. Hy toonde zig vlytig en * gedienftig by de josge lieden diehy * Com* zag werken; hy maakte vrindlchap met hen, p en hen zyn voornemen hebbende bekent gemaakt , outfing hy de leffcn die zyn moed des te meer aanwakkerden. Hy (lelde zig met een geweldige drift aan het tekenen, en hy vorderde zo verwonderlyk, dat Raphaël daar over verbaaft ftont en ecnigen tyt daar naar gebruikte hy hem onder de andere jonge Schilders ,maar hy onderfcheide zig zo fterk in 't vervolg, dat gelyk hy het grootfte deel had in de uitvoering van de Logien of vertrekken van Raphaël, hy daar ook de voornaamfte Eere van had. De moeite die hy wift dat 7.yn Meefler genomen had van de Beeldhouwery der Antieken naar te tekenen, deed hem den zelfden weginflaan,hy bellede dagen en nagten met deze ichoone dingen te tekenen en een naauwkeurige ftudievan de Aloudheit te doen. De oneindige werken die hy in Romen heeft gemaakt en daar hy de | voorgevels van verfcheide Gebouwen medet tieeft verfiert, doen het genoegzaam kennen, des.
Hy heeft weinig lofze Schilderyen gemaakt, byna al 7.yn werken zyn in Frefco en van een ïelfde Couleur, in naarvolging van de Bas-relieven. Hy heeft zig in deze zoorten van werken zomtyts bedient van de manier dat men S^raffito noemt, dewelke beftaat in de bereiding van eenzwarten grond over den welken
men
|
||||
|
174 De Schoolt
men een witte Pleiftcring legt; en dan met de punt van een yzer door den Pletftering heen krabbende, ontdekt men door de arceringen het zwart dat de lchaduuw maakt. Deze wy-ze van doen wederftaat beter het befchadigen van de lugt en den tyt, maar zy geeft minder genoegen aan 't gezigt, want het (laat zeer hart. De liefde die Polidoor hadde voor het Antiek deed hem de onderzoekingen die een Schilder naar de Natuur moet doen , niet vergeten, want hy was bekwaam voor het eene en voor het ander.
Hy maakte in den beginnen een naauwe vrindfchap met Mathurino van Florencen, dè overeenkomlt van hun aart deed hen tezamen Studeren , en de dingen die hen aanbetrouwt wierden uitvoeren, dit duurde tot aan de doot van Mathurino die hem overkwam door de Peft in 't jaar 15-26. Polidoor, na dat hy met behulp van Mathurino, Romen met zyn kon-■ftige werken vervult hadde, dagt nu in geruft-heit de vrugten van zyn arbeit te plukken, als wanneer in den jaare tf%y. Romen ingenomen wierd van de Spanjaarden,en dat dekon-ftenaars zig onderworpen vonden aan de elen-digheden des Oorlogs, of hen op de vluet tè begeven, Polidoor nam de re's aan naar Napeis, alwaar hy genootzaakt was met gemene Schilders te werken, zonder zig te konnen doen uitmunten; want de Adel des lands hadde meer Lief hcbbery aan fchoone Paarden te zien als de Schilderkonlt. Zig dan zonder be-zigheir ziende, en gedrongen om 't ecene hy 111 Romen gewonnen hadde te verteren zo ging hy over naar Sicilien; en om dat hy zo
groot
|
||||
|
_-
|
|||||
|
van Romen en Florencen. ij f groot een Bouwmeefter als Schilder Was, zo gaven die van Meffina aan hem het beleid vau de Triomfbogen die men opregten voor Kei-7er Carel den vyfden, wanneer hy wederkeerde van het inneemen van Tunis. Dit werk geèindigt zynde, Polidoor niets voor de hand vindende dat overeenkomende was met de grootheit van zyn vernuft, en niets hem weerhoudende als de Liefkozingen van een vrouw die hy beminde, zo nam hy voor orn wederom naar Romen te reizen, nemende tot dien einde zyn geit dat hy daar in de bank haddc naar zig: maar (taande nu op zyn vertrek, zyn knegt, die lang te voren naar gelegenheit ge-wagt had om hem te beroven, zig verbonden hebbende met eenige lieden van den zelvenflagj io wierd hy van hen in zyn bed overvallen, daar zy hem inverworgdenenmetpokendoor-ftaken. Na dezen gruuwelyken moort begaan te hebben, zo droegenze het lighaam van Polidoor digt by de deur van zyn beminde Mee-flrcfze, om te doen geloven dat eenig nieede vryer hem in dat huis gedoot hadde: maar het behaagde God dat de boosheit ontdekt wierd. I3e moordenaars het zynde ontkomen, zodagt men niet meer als om het drdevig lot van Polidoor fe beklagen, als wanneer de knegt, 7.ig gelatende hem ook te beklagen in tegenwoor-digheit van een Graaf, vrind van zyn Meefter, 'het met zo weinig natuurlykheit deede, dat de Graave,die dit bemerkte, hem liet gevangen nemen, de knegt zyn verantwoording kwalyk doende wierd aan de Pynbank gebragt, hy bekende alles, en wierd gevonnilt om gevieren-deelt te worden. Polidoor was vandeiavvoon-
ders
|
|||||
|
ïj6 De Schoolê .
ders van Meffnia zeer hertelyk beklaagt, die
hem vereerden met Lykftatien in de Hooft-
kerk, alwaar hy begraven wierd in 't jaar
>43
|
|||||||||||||
|
Aanmerking over de werken van Polidoor;
|
|||||||||||||
|
I!
|
den luft. dien Polidoor hadde om te keren, eloofde hy dat hy niet beter doen koende
|
||||||||||||
|
als de voctflappen van zyn Meeltcr te volgen; ♦Goat. en wctende dat Raphaël zyn * aart van ttke-ncn gefchikt had naar de Ikeldhouwery der Antieken, v.o begaf hy zig om vlytig daar naar te Studeren, hy behield daar voor zulk een liefde, dat de voornaamflc be2igheit van zyn leven geweeft is dezelve naar te volgen. Men t Faca- ziet 'er nog lchoone overblyfzels van op de f "*" voorgevels van verfcheide huizen ivi Romen, op dewelke hy Basrelieven van zyn Inventie Gefchildert heeft.
Hy was uitnemend levendig en overvloedig van Geeft, en de Studie, die hy naar de Basrelieven gedaan hadde, bragt hem totdevcrbeel-dingen van (byden, ÜtFerhanden, Antieke Vazen, Trophees van wapenen, en van Sieraden , zamengeitelt van al het merkwaardigste dat de Aloudheit ons van deze ftoft'c h«eftnaar gelaten.
Maar het is verwondering waardt dat (naar dien hy zig met de uittertteaandagt overgaf om de Beeldhouwcry der Antieken te volgen) hy het nootzakelyk ligt en bruin in de Schilder* konü gekent heelt; ja dat hy de eenigfte heeft gewcelt van de Romeinze School die voorzie xelf de gronden daar van gelegt, en die in 't
Vverk
|
|||||||||||||
|
van Romen en Florencen. \jj Werk gcftelt heeft; in der daad de groote*par-» tyen van ligt en fchaduwc, die hy waargeno- zes. men heeft, doen wel zien dat hy overreed was dat de oogen deze ruftplaatzen van noden hebben , om de Schilderyen met mcêr gemak en genoegen te befchouwen. Op dezen grond en met dit oogmerk is het dat in de Frizen, die hy van wit en zwart Gefchildert heeft, hy de voorwerpen heeft verzamelt, de groepen daar van heeft t'zamen geltelt met zo veel ver-ftan.t,dat het niet mogelyk is elders iets fchoon-ders te zien.
Dé liefde die hy voor het Antiek hadde. heeft hem niet belet naar de Natuur te Studeren, 7.yn fmaak van tekenen, die zeer groot en ft Trei-vaft is, is een vermenging van het eene en van Corre'a' het ander: hy had 'ereengemakkelykenen uitmuntenden handeling van, en \ 't gelaat vanf Airsdg zyn hoofden is trots, edel en uitdrukkelyk. tere.
Zyn gedagten zyn verheven, zyn fchikkin-gen vervult met fchoone verkiezinge van dè (randen en werkingen der Beelden; zyn klederen wel gefchikt, en hy maakte ook 't land-fchap van een goeden aart.
Zyn Pinceel is lugtig en fmeltende: maar ïedert de doot van Raphaél,dic hem in de grote werken van 't Vaticaan gebruikte, .heeft hy heel zelden met Couleuren Gefchildert nergens meerder zig mede bezig houdende als met de werken in Frefco van ligt en bruin.
De § eigen aart van Polidoor heeft veel ge- j Gcnk. meenfejiap met dien van Julio Romaan; hnn 5] bevattingen waren levendig en gefchikt naar f Con-den fmaak van het Antiek; hun tekening groot ccPtions. eo * "ftraf, en de weg dien zy gehouden heb- * Seme, M ben
|
||||
|
178 De Schoolt
ben was nieuw en ongemeen: het verfchil dat tuften hen beiden is, beftaat daar in, dat Julio Romaan zyn Poétize gedagten bezielde alleen door een heftighcit van zyn Geeft ; en dat Polidoor bezonder agt nam om lig te dienen van de Contrafte, tegenwerking, als hetallerver-mogenfte middel om leven en beweging aan zyne werken te geven. Het fchynt ook dat f Genie, de * aart van Poüdoor natuurelyker, zuiverder en beter geregelt is geweeft als die van Julio Romaan.
ANDREA COSIM. O
EN
MORTUO DA FELTRO.
Yn de eerfte geweeft die de fieraden heb-j£jbn in 't gebruik gebragt indewerken van de Moderne Schilderkonft, de een en de ander zyn daar zeer verre in gevordert, en van ligt bruin gewerkt op de manier dat de Italianen noemen Sgrafitti Andrea heeft gekeft 64. jaren, Mortuo de wapenen aangenomen heb-v bende, by gebrek van werk, fneuvelde oud 4f jaren in een gevegt tufzen de Vcnetianen en Turken.
R O S S O
/TJEboren te Florencen, heeft in de Schil-^-* derkonft geen Meefter gehad; maar ïig overgegeven aan de werken van Michel An-gelo, en iogt 2ig een bezondere manier eigen
te
|
||||||
|
va» Romen en Plorencen. tf$ te maken; zyn * vernuft was vrugtbaar zyn manier van tekenen een weinig wilt , hoewel *Geaie* verrtandig. Hy heeft veel in Romen en te Pe-rouze in den tyt van Raphaèl Gefchildert; de tegenfpoeden, die hy in zyn leven ontmoete gaven gelegenheit om hem in Vrankryk te doen komen, daar Francifcus de eerfte hem een Penfioen gaf en het opzigt over de werken die te Foniainebleau als doen gemaakt wierden ; zyn Majeiteit gaf hem ook een Canon-nikfchap van deHeilligeCapelle, invoegen dat de gunft van den Koning, en zyn eigen ver-dienfte hem in groot aanzien ftelde. Men kan Van zyn bekwaamheit oordelen, ziende degroo-te Galery van Fontainebleau , die van zyn hand is.
RolTö was wel gemaakt, en had zyn geeft
gekweekt door verfcheide kennifzen en we-
tenfehappen: maar alle deze fchoone hoeda*
nigheden blufte hy uit door de fchandelyke
doot, die hy zig zelf aandede; want hebbende
doen gevangen nemen Francifco di Pellegrt-
Mo, zyn getrouwe vrind, op vermoeden dat
deze hem een aanzienelyke zomme gclts ont-
flolcn hadde, ftelde hy hem in de handen van
de Juftitie, die, na datzc hem aan de Pyn-
bank hadde gehad,hem onfchuldig verklaarde.
Pilligrino in vryheit zynde om zig te wreeken'
maakte een vuil Pasquil tegens hem; dees*
oordelende nimmer met cerc'zig uit deze zaak
te konnen redden, zond icmant naar Melun
om vergift. onder voorgeven dat hy het nodig
hadde om zyn Vernis te bereiden, enfloeghet
in tot Fontainebleau, waar aan hy ftorf in 't
jaar i41.
M z FRAN- '
|
||||
|
i8o JDe Schoolt
FRANCISCO MAZZOLIj
Genaamt P A R M E N S,
GEborcn te Parma in den jaare 15-04. leerde de Schilderkonft van zyn twee Neven, hy deed grooten voortgang in weinig tyts door de levendigheit en vaardigheit vjn zyn Geeft daar hem de Natuur van voorzien hadde. Hy wierd naar Romen gelokt door 't gcrugt van de werken van Raphaël en Michel Angelo, hebbende nog maar den ouderdom van twintig jaren; hy Studeerde vlytig naar de goede dingen , en inzonderheit naar Raphaël; hy inaak-tc verfcheide Schilderyen, die hem in aanzien bragten, en de genegenheit deden verkrygeiï van Paus Clement den VIL hy was zo aan-dagtig in zyn werk, dat den zelven dag dat de Spanjaarden Romen overrompelden en alles roofden en plondcrden, Parmens van de zol-daten gevonden wierd met geruftheit Schilderende, gelyk eertyts Protogenes inRhodus .-deze verzeekertheit verwonderde de eerfte Spanjaarden die tot hem invielen: de fchoonheit van zyn Schilderwerk verbaasde hen en trof hen zodanig dat zy weg gingen zonder hem. eenig leet te doen; maar daar kwamen anderen die hem alles afnamen dat hy hadde. Hier op keerde hy naar zyn Vaderland, en gaande over Bologne, vond hy daar gelegcnheit om veele werlcen te maken, die hem daar een tamely-( ken tyt ophielden, waar naarhy lig naar Parma,
be-
|
||||
|
-------
|
|||||
|
van Romen en Florencen. 181 begaf, alwaar hy ook veel Schilderde. Hy fpeelde heel wel op de Luyt, en gafzigdik-wils daar meer tyt aan over als aan zyn kond-pin ceel. Maar 't geene men hem met meer reden kan verwyten , is dat hy zodanig was overgegeven aan de Alchimie, dat hy niet alleen de Schilderkonft verliet, maar de zorg voor zyn eigen Perzoon, en als geheel wild wicrd. Hy heeft eenige van zyn tekeningen in houtfnee gebragt, en verfcheide daar van ge-eft, hy is de eerfte geweeft,. die deze zoort van fnyden in 't gebruik gebragt heeft, ten minden in Italien. Hy onderhield by hem een Plaatfnyder genaamt Antonio Frentano, die hem te Bologno al zyn platen zo van hout als van koper, en al zyn tekeningen afftal: en hoewel een goet gedeelte weder agterhaalt wicrd; zo bragt dezen diefftal Parmens in de uitterrte wanhoop,eindelyk hartnekkigblyven-de by zyn Alchimiftery, verloor hy zyn tyt,zyn geit en zyn gezontheit, en ftorf in een cllcn-digen ftaat in den jaare 1J40. niet meer als zesendartig jaren oud zynde.
Aanmerking over de werken van Par* mens.
neiging van den Geeft van Parmens was ten ememaal overhellende naar het beval lige en de ♦ Edelheid; en hoewel hy met * Gen-gemak Inventcerde, dagt hy zo zeer niet omti e-xyn Ordinantien met behoorlyke voorwerpen te vervullen, als wel om zynfiguurenmeteen aangenamen zwier te tekenen, om doo,r hunne poftuuren en ftant fchoone partyen te vc" M 3
|
|||||
|
De Schook
tien, die het leven en beweging gaven, Maar dewyl hy de grootfte uitgeftrektheit van Geeft niet gehad heeft, zo verminderde de aandagt die hy voor 7.yn figuuren in 't bezondcr heert gehad, die geen die hy moeit hebben voor de uitdrukking van zyn'figuurcti in 't algemeen. Van den anderen kant zo zyn zyn gedagten gemeen genoeg, en men ziet niet dat hy veel heeft toegeleit om in het gemoet van den mens in t« dringen of de Hertstogten gaande te maken : maar al is het dat het aangename dat in tyn werken uitfchynt, niet zy ,om zo te fpre^ ken, als uitwendig, 't laat daarom niet naar de bogen te verlokken door veel bckoorlykhe-den.
Hy Inventeerde zonder moeite, en gaf veel bevalligheit aan zyn akfïen, al zo wel als aari ïyn tronien; men kan uit zyn werken oorde^ len, dat hy eerder gezogt heeft door dit middel te behagen, als om hem bezig te houden met de opregte verbeelding van zyn onderwerp, Hy berade hem weinig met de Natuur, die de Moeder is van de verandering, hy bragt haar *.Gr.*" tot de gewoonte die hy aangenomen hadde, * *' e' bevallig, in der waarheit,maargemaniert. De Schilder, die de Natuur als zyn voorwerp aanziet, moet haar aanmerken zo wel in haar verandering als in het getal van haar uitwerkingen : en indien men aan een Schilder de herhaling vergeeft in een zelfde Ordinantie, dat moet niet zyn als ten ppzigt van zyn tekenin-■ gen, voor dewelke hy zo naauwkeurig niet met de Natuur behoeft te rade te gaan, nog zo veel moeite te doen als wel nodig is voor de Schilderyen. Jk weet anders wel, dat welke
Stu-
|
||||
|
van Romen en Florencen. 185 Studiën de Schilders ook mogen gedaan hebben naar het leven of de Natuur, hun bezon-dere fmaak dezclven doet overhellen tot zcke* re verkiezingen die hen wederroepen, en in dewelke ty ongevoelig komen te vervallen. Het is zeker dat Pannens dikwils heeft herhaalt dezelfde ♦ wezens en dezelfde Proportien: * Airs. maar zyn verkiezing is zo fchoon,dat het gee-ne dat zyn werken eenmaal doet behagen, dezelfde uitwerking heeft, daar het weder voorkomt.
Zyn f fmaak van tekenen is ryzig en ver- j ftandig, maar $ inbecldig en gemanieert. Hy was daar opgcftelfom de uitterfte delender ledematen teder en wat fchraal temaken. Zyn geflaltens zyn edel, levendig, en aangenaam Attitu-gecontrafteert of tcgens elkander werkende;det: het § gelaat van zyn tronien bevallig eerder als5Airs' van den * verheven finaak; zyn uitdrukkingen* Rmb4 generaal, zonder kentekens; zyn klederenGou lugtig en wel gecontrafleert: zy zyn om de waarheit te zeggen al van dezelfde (toffe, en de plooijcn zyn zeer onzeker, maar om datze,Indecii< in klein getal zyn , zo gevenze een % aart van t Gout.' grootsheit aan de partyen die zy bedekken. Hy heeft veeltyts vliegende Ideetjes gemaakt, die aan zyn Beelden veel beweging gaven, maar de oorzaak daar van is altyt niet even eigen
In weerwil van de vaardighcit van zyn Geeft, en de gemakkelykheit van zyn Pinceel, heeft hy weinig Schilderyen gemaakt, hebbende het grootfte gedeelte van zyn tyt doorgebraa;t met Tekeningen te maken, en Platen te fnyden. Het weinige dat ik van zyn Schilderwerk gezien hebben, geeft my een denkbeeld van een M 4 ta-
|
||||
|
j$4 D? Schoolt
tamelyk goet ligt en bruin: maar zyn Locale » Re. Couleur is zeer gemeen en niet veel * onder-«heidies zogt. 't IsParmetis, dieheteerft het geheim gevonden heeft, om door het middel van twe kopere Platen, op papier van een zagte Couleur het wit en het zwart te drukken, en om aldus meer rondigheit aan de Printen te geven; maar hy heeft niet volhard om zi^ van deze uitvinding te dienen, die teveel mpeite vereift, piet tegenftaande dat hy zag dat deeze Printen, hoe eenvoudig, van ieder een begeert en gc-tM i 1 ^°^t w'erc^en> en datze zelfs tot -(■ voprbeelden dienden aan verfcheide bekwame Schilders van. zyn tyt.
PERRINO DEL VAGA
GEboren in Tofcanen, daar hy in groote armoede was opgevoet, maar twe maanden oud zynde als zyn Moeder overleed. Zyri Vader was zoldaat, en een Geit was zyn yoedlter Zynde jong te Flptencen gekomen, geraakte hj by een Verfverkoper, daar'hy in-ïonderheid zig ophield met verven en Pincelen by de Schilders te brengen, die detelve nodig hadden.
Dat gaf hem aanleiding tot Tekenen en hy maakte zig in korten tyt de bekwaamde van de jonge Schilders te Florencen, Een gemeen Schilder, Vagagenaamt, gaande naar Romen, nam hem met zig, van daar komt het dat hy altoos den naam van Vaga zedert behouden heeft; want zyn eigen naam is Buonacorfi, te Romen heeft hy de helft van de week voor de Schilders gewerkt, en hy belleden de andere
helft
|
|||||
|
van Romen en Florencen. ify belft met de Zondag en Feeftdagen om voor Zyn Studie te tekenen. Hy maakte een meng-Zel van alle de goede dingen: dan vond men hem onder de vervalle*Gebouwen,in het onderzoeken van de fieraden der Antieken of de*RUinei' f half verhevene te tekenen , dan eens jn de Kapel van Micliel Angelo, en dan weder in Lïrf, de zalen van 't Vaticaan; zig in den zelvcn tyt ook overgevende aan de Anatomie en aan andere Studiën, die nootzakelyk zyn om een groot Schilder te maken. ! eze arbeit wag oorzaak dat hy wel haart by de allerbekwaam-rte bekent wierd; invoegen dat RaphaëJ hem aanftelde met Jan da Udine om tot de aitvo&-ring van zyn tekeningen te helpen.
Onder alle de geene die te zynen tyde Ge» fchildert hebben, was 'er niemant die zo wel de fieraden verftaan heeft, nog die met meerder zekerheit, bevalligheit en J ftoutmoedig-heit met den fmaak van Raphaël is orereenge-j^ komen: alzo men onder andere dingen kan oordelen uit de Schilderyen van de § vertrek* $Log«, ken van 't Vaticaan, die hy opgemaakt heeft; te weten, den doortogt van de Jordaan. den val van de muuren van Jericho, den ftrytdaar Jozua de Zonne deed (til (taan, de geboorte van onzen Zaligmaker, de Doping en het A-vondmaal. De genegenheit die Raphaël voor hem hadde bezorgde hem andere aanzienelykc werken in 't Vaticatn, Perrin wilde hem zyn dankbaarheit betonen, door een bezondreaan-kleeving: maar defchrikvoordePeftdccdhein uit Romen naar Florencen vertrekken, van waar hy naar eenige werken gedaan te hebben, weder te Romen kwam, om dat de plage der M f Peft
|
||||
|
ï8<5 -Ou Sehooïe
Pelt ophieldc; Raphaêl overleden zynde, verbond lig Perrin met Julio Romaan, en Fran-cifco // Fattoore voor de werken die nog fton-den gedaan te worden in 't Vaticaan; en tot meerder beveftiging van hunne vrindfehap, trouwde hy in den zelfden tyt de Zufter van Francefco in 't jaar ip$". Maar in't jaar 15-27. fcheide de belegering van Romen door de Span-jaarden hen van den andere. Perrin wierd gevangen, hy kogt zig met groot rantzoen los, hy begaf zig daar op naar Genua, daar hygcle-genheit vond het Paleis te bcfchilderen, dat de Prins d'Oria kwam te bouwen. Hy diende lig in dit werk van Canons daar hy openbaar het gebruik van deed zien aan een Schildergenaamt Jeronimo Trevi/an , die daar fchimpig van ge-fproken had, en ook aan verfcheidc anderen, die kwamen toegelopen met gedagten om hun voordeel uit zyn kond te halen. Van daarver-trok hy naar Piza om zig daar ncér te flaan, op het fterk aanhouden van zyn vrouw : maar na dat hy hier eenige werken gedaan haddc, keerde hy weder naar Genua , Schilderende nog voordenzelfden Prins d'Oria. Vervolgens ging hy voor den twedcmaal naar Piza,cnvan daar naar Romen, alwaar Paus Paulus de III. en deCardinaal Farneze hem zo veel werk gaven, dat hy genootzaakt was tot de uitvoering anderen aan te (lellen ,zig vergenoegende met de tekeningen te maken.
Fn dien zelfden tyt deed de PausTitiaan van Venetien komen, om eenige Portretten temaken , Perrin wiert hier door zo jalours en verdrietig , dat hy alles in 't werk ftelde om hem te verpligten daar niet lang huis te houden, en
zig
|
||||||
|
van Romen en Florencen. 187 fcig weder naar Venetien te begeven, 't geene hem gelukte: het groot getal van bezigheden die Pen in over de hand kwamen, en de* wak-* Vit». kerheit met dewelke hy daar »an arbeide puttecite' 7.yn Geeften uit in de bloem van zyn jaren; invoegen dat op zyn twe-en veertigfte jaar hy den tyt niet aangenamer wift door te brengen als met zyn goede vrinden te zien, hy leefde dus ftï 1 en geruft wanneer een beroerthcit hem overviel en wegnam,in't jaar 1547.hetzeven-enveertigfte zynens ouderdoms.
Aanmerkingen over de -werken van Per-rino del Faga.
VAn alle de Difcipelen van Raphacl is 'er niemant geweelt die het j kenteken van t Zyn Meeftcr langer heeft behouden als Perrinotcr* del Vaga. Ik meen het uitterlyk kenteken, en gelyk men zegt de manier van tekenen; want daar behoort veel toe om 2,0 fcherpzinnig als Raphaël te denken. Hy had een by zonder \ t Ge verftant om de piaatfzen, volgens haar gebruik, §toe te ftellcn of te verfieren Zyn Inventien 5 Deco-in dit zoort van Schilderwerk waren zeer ver-rer-nuftig, want over al was 'er order en * beval-, ligheit, en de fchikkingen die middelmatig zyn G in zyn Schilderyen, zyn verwonderlyk in zyn f ficraden. Hy hceftze t'zamen geftelt van gro-jom». te, kleine, en middelzoort, partyen die ge-mens. plaatft zyn met zo veel kennis, dat zy de een den andere doen gelden door hun vergclyking en door hun ± tegenftrydigheit: de figuurendie* Co«-hy daar in heeft te pas gebrast zyn % gefchikt^,^ en getekent naar den aart van Raphacl, en zo ie».
l2l
|
||||||
|
188 De Schoole
Raphaël hem in den beginnen maar lugtige fchctflên van fieraden gaf, gelykhydedeaan Jan DetaiLd'Udiné xo heeft hy ze met een uitnemende * nettigheit uitgevoert, en door de gewoonte en \ Vin- handeling, en door de j vaardigheit van zyn rite; Geeft, hier door heeft hy zig in dit zoort van dingen een aigemeene agting vevkreegen. De Tapyten van de zeven Planeten in zeven ftuk-ken, daar Perrino de tekeningen van maakten voor Diana van Poitiers, en die tegenwoordig 2yn by myn Heer den eerden Prefident; deze zyn een genoegzaam bewys om 't geene ik gc-icgt hebbe te beveiligen.
JOAN DAUDINE',
ALzo genaamt, ter oorzaak van de ftad U-dine in Frioul gelegen, in dewelke hy geboren wiert in 't jaar 1494. nog zeer jong ging hy naar Venetien, en zyn genegenheit voerde hem aan de Schilderkonft, hy ftelde zig onder f het onderwys van Giorgion, daar hy eenige jaren doorbragt. Van daar ging hy naar Romen, alwaar Balthazar Caftilioni, Secretaris van den Hertog van Mantua, hem beftelde by Raphaël. Joan da Udiné maakte heel wel de figuuren, maardewyl hy bezonder gelteltwas om beeften te Schilderen, en boven al gevogelte, waar van hy een geheel boek gemaakt hadde,daarby kwam dat hy bezondere moeite had aangewend om naar de fieraden der Antieken te Studeren, en dat hy behagen had om naar de Natuur de onbezielde voorwerpen te Schilderen, die of tot bywerk of tct $ opfiering konden dienen: waren alle deze dingen voor
hem.
|
||||||
|
van Romen en Florence». 18$ hem ligtet om te doen en veel voordeliger om eere te verkrygen. Dit was oorzaak dat Ra-phaê'1 hem gebruikte voor de ficraden, die of in de Ordinantien van Schilderyen te pafle kwamen, of die tot bywerk dienden.
Hy liet hem ook iieraden Van Stucco makett dat hy zeer wel verftont, alles naar de tekeningen van Raphaël, of ten minden naar lugtigc fchetffen. De Mufiek Inllrumenten by voorbeeld die in het Schüdery van de Cicilia van Bologne zyn, zyn van de hand van Joan da Udiné, alzo wel als alle de iieraden van de Loges, en die van Vigni Madama. 't Isaaa hem dat wy de vernieuwing van het Stucco verfchuldigt zyn en de wyze om het te gebruiken. Hy is 't geweeft die de opregte * (tofte * M* heeft uitgevonden daar de Aloude hen van ge-CCT dient hebben om dit 7.oort van werk te maken, dit was de kalk en fyne Poeder van Marmer-fteen: dat zedert altyt in het werk is geftek door de hedendaagze konftenaars. Joan da U-diné had altoos gehoopt op eenige vergelding van Paus Leo den X. die zeer voldaan was over zyn werken, maar zig ziende in zyn ver-wagting bedrogen door de doot van dezen Op-pefprielter, zo kreeg hy een weerzin in de Schilderkonft, en begaf zig. naar zyn geboorte plaats. Na ecnigen tyt dat hy de Schilderkonft verlacen had, dat was in 't jaar iffo. kreeg hy begeerte om weder naar Romen te keeren uit beweging van Godsvrugt; en hoewel hy 7.!g had gekleed als een Pelgrim en op deze wys vermompt zig onder het flegte volk vermengde, herkende hem Valuri ,die hem by ge- . val ontmoete aan Porte Paulina, en bragthem
we*
|
||||
|
De Schoolt weder aan het Schilderen voor den t>ans Piu* den tV. voor denvvelken Jan da Udiné vervolgens verfcheide werken van fieraden maakte. Hy was een 0 grciot Liefhebber van de Jagt, dat men hem voor den uitvinder houd van de gefchilderdc Koe van Lynwaat gemaakt^waaf van men zfg dient om het wild gevogelte mede te naderen. Hy overleed in 't jaar I04. oud zeventig jaren, en wierd begraven in de Kerk van de Rotonde, digt by Raphacl zyn Meelter, gelyk hy begeert hadde.
PELLEGRINO van MODENA,
|
||||||||||||||
|
Eeft met de andere Difcipelen van Raphaël gefchildert aan de werken van 't V'aticaan,en
|
||||||||||||||
|
H
|
||||||||||||||
|
van hem zyn zelfs verfcheide (lukken in Romen. Na het overlyden van zyn Meefter keerdehy weder naar Modena, daar hy veel heeft gefchildert. En willende door een ingefchape neiging zyn zoon (die een manflag begaan had in een openbare plaats van de ftad Modena) befchennen, wierd hy deer! yk gewond eindigende aldus ongelukkig zyn leven.
DOMENICO BECCAFUMI,
Anders genaamt MECARINO DA SIENNA,
/^.Eboren in een dorp digt by Sienna, was ^*een (a) Boere jongen hoedende de Scha-
|
||||||||||||||
|
pen.
|
||||||||||||||
|
(a) Dez.t Bter taerndt oj{ ttuii, en hui ie lexutonic Kun Mutrint tl rntmtn.
|
||||||||||||||
|
man Romen en Florenan. ïj>t pen. Een Burger van Sienna genaamt Becca-ftuni, by geval voorby hem gaande zag dat hy met een (tok figuuren trok op het zant vaneen Beek, dit verwekte in hem een goet gevoelen en genegenheit, hy nam hem in iyn dienft,en liet hem tekenen leren. Dewyl het vernuft van Domenico tot deSchilderkonft neigde,zo maakte hy zig bekwaam , hy Copiëerde ter-ftont eenige (lukken naar Perugino, vervolgens ging hy naar Romen, daar hy by uitnemeut-heit vorderde in de konft naarde werken van de groote Meefters, boven al naar die van Raphaël en Michel Angelo. Zig in (laat gevoelende van op zyn eigen benen te konnen (taan, begaf hy zig wederom naar Sienna, hy maakte veel Schilderyen in Oly en Waterverve, en groote werken in Frefco, die hem in aanzien bragten. Maar dat langen tyt zynagtingonder-fteunden, is het werklluk van den vloervan de groote Kerk van Sienna. Dit konftwerk is van * wit en zwart en gemaakt door het mid-* cu\t-del van de twe zoorten van (tenen, de eene witot>fcuis-voor de daging; en de andere van een f tuflfen tDemk-Couleur, om de fchaduwen te vertonen: en «»«*= deze fteenen zyn alzo gefchikt in hun behoor-lyke $ verminderingen van 't § ligt en bruin der tDimo* voorwerpen die men heeft willen verbeelden, J?^s-men heeft 'er den trek, de houding, de ronding obfatt^ en de kragt aangegeven door de ingehakte groeven om het zwarte peck te ontfangen daar men hen mede gevult heeft. Een Schilder van Sienna, genaamt Duccio, Inventeerde deze manier van werken in 't jaar i$S6- maar Beccafumi heeft het veel verbetert. Hy heeft verfcheide van ïyn tekeningen in hout gefneden. Maakte
ook
|
||||
|
!pi ■ De Schoolt
ook heel goede dingen van Beeldhouwery, en wid Metaal te gieten. Gsf daar van proeven in de itadt Genua, alwaar hy naar toe ging op het einde van zyn leven; en na andere blyken getoont te hebben van zyn bekwaamheit en vernuft, is overleden in 't jaar if49. oud vyf-enieitig jaren.
BALTHAZAR PÈRUZZI.
't7" An de zelve ftadt Sienna, was in dienzelven " tyt in aanzien, hy heeft gefchildert in 't Paleis Ghifi, in de Kerken, en op de gevels van veele huizen in Romen. Hy was ervaren *Ma- in de * Wiskonften, en verflont volkoment-'■lyk de f Bouwkonit: en hy is het diede Aloude % verfierzelen van de Tonelen vernieuwt heeft, het welke hy heeft doen blyken ten tyden van.
Leo den X-
iati*PM Wanneer de Cardinaal Bernard van Bibien-deThea-na voor den Paus de Comedie deed vertonen we> welkers opfehrift is, La Calandra, dat een van de eerde ltaliaahze Comedien is die op de Tonelen vertoont ïyn, ordonneerde Bal-thaiar de Toneel fchermen, en verfiefde die met plaatfzen, (Iraten en verfcheide zoorten der Gebouwen, het Welk van ieder met ver-Wondering gezien en geprezen wierd. Ook moet hy worden aangemerkt als dien geenen die «Inge- c'en weS gcopent heeft aan de § Vefting bou-i wers entf vernuftelingen in dat flag van konrf-- werken. Hy wierd tot verfcheide werken ge-bruikt, zoinSt. Peter als elders; hymaaktehet heerlyke toebereittel tot de krooning van Cle-mens den Vil. maar hy had het ongeluk va;n
tig
|
||||||
|
---------
|
|||||
|
van Rome ft en Florencen. tp iig in Romen te vinden in 't jaar ïfij. als deze ftadt wicrd uitgeplondert door het leger van Keizer Karel den vyfden: dewelke hem van alfes beroofden en deerlyk mishandelden; inaar na dat hy het Afbeeldzcl vanden gelneu-velden Veldheer, Karel van Bourbon, gefchil-dert had, verkreeg hy zyn vryhcit,ging te Porto Hercolé t'Scheep naar Sienna, daar hy onderwegen nog eens berooft wierd, en tot op't hemde uitgefchud. Die van Sienna bedienden zig aanftonts van hem, in't verfterkenvanhun ftadt. Waar na hy wederom Romen bezogt, daar hy de tekeningen tot het Bouwen van eenige Paleizen maakte. En begon doen zyn boek, de Oudheden van Romen, met de aantekeningen op Vitruvius daar de figuuren byvoegende naar mate dat hy aan deze Auteur bezig was: inaar zyn doot hield dit werk op in't jaar i f36. oud xynde vyfenvyftig jaren. Men gelooft dat hy door zyn vyanden vergeven wiert. Scbas-tiaan Serlio is erfgenaam geweeft van zyn fchrif-ten en tekeningen, daar hy zig veel van bedient heeft in de boeken van de Architeélura door hem in 't ligt gegeven.
MICHEL ANGELO BONAROTTI.
ZOon van Lodovico Bonarotti Simonivan het oude huis der Graven van Canoflès, gebooren in 't jaar 1474. in het Kaneel Chiufi in de Landftreek van Arezzo in het Toscaan-7.e, in het welke zyn Vader en Moeder als doen woonagtig waren, zy lieten hem opvoeden in een dorp genaamt Scttiniano, daar men Verfcheide Beeldhouwers hadde, de man van N zyii
|
|||||
|
ip4 De Schoole
zyn Voeder was het ook; het welke Michel Angelo dede peggen dat hy met de Melk de Beeldhouwerykond hadde ingezogen: de hevige genegenheit die hy tot de tekenkonfl had-de verplette zyn Ouders om hem onder de on-derwyzing van Domenico Ghirlandajo te (lellen ; zyn toenemen in de kond ontftak zodanig de nyt van zyn medgezellen dat'er onder andere eene was gcheeten T orrigiano, die hem een vuiftflag tegens den neus gaf, daar hy al zyn leven de tekens van heeft gehouwden.' Hjr oordeelde dat het befte middel om zig te wree-ken, was, om (gclyk hy dede) door zyn Studiën en door zyn werken, de afgunft van zyn medeftrevers te overwinnen, en zig te verkry-gen de agting van de vermoogenfte.
Hy bediende zig van de HefdedieLaurensde Medicis de Edele konden toedroeg, en hy rigtte in Florencen een Academieop van Schilderkond enHeeldhouwery. Daar hy zyn vlyt en aandagt met een gelukkigen opgang aanbe-ftede: als wanneer de beroerte van den huize van Medicis hem deden naar Bolognc en Vc-nctien gaan, van daar hy wel haaft wederkeerde naar Florencen. 't Was ontrent dezen tyt, dat hy een Beeldtenis van een Cupido gemaakt had, welke hy naar Romen bragt, en een arm daar van hebbende geflagen, dien hy behielt, begroef hy het Beeld in een plaats daar hy wift datmen moed delven, en deze figuur gevonden zynde, wieit zy verkogt voor Antiek aan den Cardinaal van Sant Gregorio, aan wien Michel Angelo de zaak ontdekte, hem den arm tonende dien hy daar van bewaart hadde.
De
|
||||||
|
van Romen en Florencen. ip f De werken die hy maakte in Romen, maar Veel meer de aanrading van Bramante, aangezet iynde door Raphaël, deeden de Paus belluiten om van hem zyn Capel te laten betchilderen. IVlichel Angelo om in dit werk ecnige hulp te hebben, ontboot ettelyke Florentynen , onder andere Grannaccio Bugiardino, en Juliano di San Gallo, deze laafte verftont heel wel het Frefco Schilderen, van het welkeMichelAngelo geen of weinig handeling hadde. Dit werk gedaan zynde bedroog de verwagting der Schilders, en Raphacl boven al, die in het oogmerk om hem in zyn agtingtedoenfehipbreuk lyden hem dit werk bezorgt hadde door Bra-mant. Deze gelyk wy reeds in het leven van Raphaël hebben aangemerkt, dezen zeg ik aan wien Michel Angelo altyt den fleutel van de Kapel betrouwt hadde tcrwyl dat hy daar aan arbeide, met verbod van zyn werk niet te laten zien aan wien het ook \vas,liet op een tytRaphaël daar inkomen, die dit Schilderwerk bevond van zulk een * groote manier van tekening,* dat hy befloot daar zyn voordeel mede tedoen.Coftt* En in der daad in het eedtc ltuk dat Raphaël zeden Schilderde, dat geweeft is den Propheet Jcfajas, dat men aanltonts bloot ftclde in de Kerk van Sint Auguftyn; zag Michel Angelo ■zonder twyfteling de ongetrouwigheit van Bramante. Dit geval is de grootfte roem dien men ooit aan de werken van Michel Angelo kan geven, en een bewystenzelventytvan hetgoet gevoelen van Raphaël, die zyn voordeel zogt te doen met het gecne dat hy goet vond in de werken van zyn vyanden, minder om zyn ei-een eere, als om die van zyn kond. & Ni Ka
|
||||||
|
De Scheoïe
Na de doot van Julius den II. ging Michel Angelo naar Florencen , alwaar hy dat ver-wonderlyk werkftuk van de * begraafplaats der ' Hertogen van Toscanen maakte; hy wierd verhindert door de oorlogen: want men gebruikte hem tot de Veftingbouw, en verfterking van de ftad, maar hy wel voorziende dat deze voorzotge ,die men te laat in't werk ftelde, onnut zoude zyn, begaf zig uit Florencen naar Ferrare, en van daar na Venetien. De Doge Gritti tragtte hem daar te houden om hem werk te geven: maar al wat hy konde van hem ver-krygen, was een tekening tot de brug genaamt Pont de Rialto . want Michel Angelo was ook een uitmuntend Architeét, gelyk men zien kan door het Paleis Farneze, door zyn huis, en door het Capitool, dat een gebouw is van een
t Grand | groots ontwerp.
Goftt, Zynde wedergekeert naar Florencen, Schilderde hy daar de Fabel van Leda met Jupiter in de gedaante van een Swaan voor den Hertog van F'errare: maar om darmen niet genoeg agting voor dit werk betoonde, zond het Michel Angelo naar Vrankrykmet MiniozynDi-fcipel,met twee kitten met tekeningen, die het belte gedeelte waren van de gedagten die hy op 't Papier geftelt hadde; de koning Francif-cus de eerfte kogt de Leda die hy plaatfle tot Fontainebleau, en het ovrige verftrooide door de fchielyke doot van Minio. Deze Leda was verbeeld in een drift van liefde zo le-
»Laf««.vendig en zo i geil, dat M. des Noyers Mi-nifter van ftaat onder Lodewyk den XIII. het zedert uit een tederheit des gemoets heeft doen verbranden.
Mi-
|
||||
|
-----
|
|||||
|
van Rome en Florencen. 197 Michel Angelo maakte duor order van Pau-lus den Iü. het Schilderwerk van het Algemeen Oordeel, dat een onuitputtclyke Bron is voor die geene die in den gront zoeken, de weten-icbap en den*verheven fmaakindetekenkonft * Grand te kennen, Michel Angelo heeft hier in onge- Gout. looflyke moeite aangewend om de volmaakt-heit van zyn konft daar in te doen zien. Hy beminde de eenzaamheit, enzeidedatdeSchil-derkonlt jaloers was en een man alleen ver-eüle; op de vrage die men hem dede, waarom dat hy niet en trouwde ! antwoorde hy dat de Schilderkonft zyn Vrouw was, en de werken xyn kinderen.
Michel Angelo had groote denkbeelden, welken hy van zyn Meetters niet ontleent hadde het gezigt van de werken der aloudheit, en de verhevenheit van zyn f oordeel had hem zulks fGoüt. ingefcherpt. Hy was wys en \ zuiver in zyn *Corrc<a tekening, en de § verkiezing is ^\ verbazende\i°^l' om my van zodanig een woo;d te dienen Dieribie. geene die hier al de * vloeijentheit van het An-* Ele" tiek niet in en vinden, zullen altoos gcdwon-sanc*' gen zyn toe te (taan, dat dit een kragtig middel is tegen de gebrekkelykheit van de gemee-ne Natuur. Raphaël, gelyk wy aangemerkt hebben, is aan hem de verandering verfchuldigt, welke het zien van de Capel van Sixtus in zyn manier te wege bragt, die nog veel van Pieter Perugino hadde. Veele zyn 'er die daar in over eenftemmen aangaande de grootheitvangedag-ten van Michel Angelo, maar zy vinden daar egter weinig natuurelyke werkingen in, en dikwils f buitenfporige. Zy zeggen ook dat'EK"*-zyn tekening- \ overladen is, hoewel wyzelyk^c" N 3 'dat ge.
|
|||||
|
De Schoolt dat hy te veel vryheit aan lig heeft genomen tegen de regelen van de Perfpeétive, dat hy het Coloreeren niet heeft verltaan: wy willen daar van fpreken in de aanmerkingen overzyn werken; het is genoeg als men zegt dat dceze grote n\an niet alleen bemind en geagtgcweeilis van f Soure-alle de * Vorften zynens tyts, maar dat hy de jains. verwondering van alle de Nazaten blyven zal. Hy overleed in Romen in 't jaar 1564. oud 90 jaren. De Hertog Cofmus de Medicis liet hem by nagt in 't heimelyk ontgraven, en het v lighaam ie Florencen brengen, alwaar hy weder begraven wierd in de Kerk van 't Heillig ■ kruis, in dewelke men hem een hecrlvke uitvaart dede, en men ziet daar zyn Grafflede van Marmer, beftaande uit drie wonder fchoone figuuren; de Schilderkonft ,deBeeldhouwery en de Bouwkonft, die van zyn hand zyn.
Aanmerking over de xverken van Michel Angelo.
■
Michel Angelo is een van de eerlle die de kleine manier en de Gottiekze overblyf-ïels uit Italien heeft verbannen. Zyn vernuft was van een wydeuitgettrektheit, en volgens. tTempe-zyn f aardt, bepaalde hy zyn verkiezing tot het «ment. ftrafl"e en \^et -j- vreemde, zodanig egter dar 'er 5 "hu* onder zyn § vreemde inbeeldingen, (zo 'er /«ie. buitenfporige dingen onder waren) 'er ook on-f Bizar- der gevonden wierden van een fchoonheit, t'* maar van wat aart zyn gedagten ook mogten zyn *y behielden altoos van het groot-Dewyle de vcrltandige konftenaars van die
tyden
|
||||
|
van Romen en Flor en een. tyden al de waardy van de Schilderkonft oordeelde te beftaan in de uitmuntendheit van de tekening, zo heeft Michel Angelo in dit gedeelte ongeloorFelyke Studiën gedaan, om'er een doorgrondige kennis in te verkrygen , ge-lyk men ziet door zyn Beeldhouweryen Schilderwerken : maar hy heeft nimmer by zyn verheven fmaak de zuiverheit nog de * vloeijent-*Ele-hcit der omtrek konnen voegen: om dat hyEancc" het menffelyk lighaam aangemerkt hebbende in zyn grootfte kragt, en zyn inbeelding te verre daar over hebbende laten gaan, zo heeft hy de ledematen van zyn fi^uuren f al te ge-tTrop weldig gemaakt, en zyn tekening daar doorPuifl;-lnf-gelyk men zegt ^overladen- 't Is niet om hy het Antiek zoude vcronagtzaamt hebben, maar het is om dat hy aan niemant als aan zyn ïeKen de kennis van zyu konft willende fchul-dig zyn, hebbende de Natuur onderzogt (die hy als zyn eenige voorwerp aanmerkte) meer als de Antieke beelden, willende geen Copyeerder daar van zyn.
Hy verftont volkomentlyk de aan eenhegtig der gebeenten, de zamenvoeging der ledematen , den oorfprong, de invoeging en de wer-king van de Mufcelen: maar het fchyntdathy gevreeft heeft dat men niet zoude begrypen wat diepe kennis hy in deze wetenfehap had, want hy heeft de delen van't lighaam zo fterk uitgedrukt, als of hy onkundig waare geweeft dat deze mufcelen door het vel bedekt zyn dat hen verzagt. Hy heeft egter meer maatregel gehouden in 7,yn beelden als in zyn Schilderwerk.
Zyn § Poftuuren zyn voor het meerendeel, N 4 on-
|
||||
|
~~
|
|||||
|
200 De Schoolt
onaangenaam, het gelaat hunner aangezigts is » Trop trots, zyn klederen zyn te zeer* aanklevende, adhe- en zyn uitdrukkingen hebben weinig van het "nt"js- natuurelyke; maar onder al dat wilde van zyn f dons."'" voortbrengingen, vind men daar dikwils ver-heventheit in de gedagten, en edelheit in de fi-jGoüt. guuren. Éindelyk degrootheit vanzyn^fmaak $ Gout is een bekwaam hulpmiddel tegens de kleine § riaman. manier van de Nederlanders. Het diende zelfs aan Raphaël, als wy verhaalt hebben,om hem uit de dorheit van Pietro Perugino te trekken.
Michel Angelo was aangaande het Coloriet ten eenemaal onwetende, en zyn vlees Cou-leuren trekken naar het fteenagtige voor de daging, en in de fchaduwen is het zwart, 't zy dat de ftukken van hem 2elf zyn; of dat hy die heeft doen maken doordeFlorentynen , die hy hadde ontboden om hem in zyngrootewerken te helpen, 't Is heel iets anders met de Schilderyen die Fra-Baftiaan del Piombo naar de tekeningen van Michel Angelo gemaakt heeft, ff Gout de Couleur is beter en trekt veel naar den ^| V e-Yenetian neetziaanien trant.
Maar om weder te komen op het tekenen van Michel Angelo, daar de grootfte waardy van ïyn werken in gelegen is, indien deze Schilder niet alles volkomen heeft gemaakt, heeft hy ten minden zo veel grondige kennis doen blyken,dat ïyn werken veej konnen toebrengen om jonge Leerlingen bekwaam temaken, die oordeel genoeg hebben om 'er zig wel van te bedienen, ündertufzen moet men verwondert ftaan, dat de agting van Michel An-: jjelo zig in zo grooten luifter heeft (taande ge-houdt r^
|
|||||
|
■
van Romen en Florencen. 20 r houden tot in onze dagen, zo hy niet nog roem rugtiger waare geweelt door de volmaakte kennis die hy had van de Beeldhcmwery, en van de Architectuur Civile en Militaire ,' als door die van de Schilderkonft.
SEBASTIAAN van VENETIEN
Gemeenlyk Genaamt F R A-B ASTIAAN DEL PIOMBO,
ALïo genoemt ter oorzaak van een Officie "van het loot dat de Paus Clemens de* Del VII. hem gaf. Geboren te Venetien, zyn eer-Koinbq. fte Meeftcr is geweeft Jan Bellino, dien hy verliet ter oorzaak vanzynhoogcn ouderdom, en begaf zig by Giorgion, daar hy een goeden aart Van Couleur aannam , waar hy nooit van afgeweken is. En was altyt in goede agting te Venetien, wanneer Auguftyn Ghifi hem bragt naar Romen, daar hy kennis maakte met Michel Angelo, aan wk-n hy zo we! beviel, dat dees ongemeene moeite aanwendeom hem in de tekenkonft te doen toenemen, en daar -door de verkiezing te Regtvaardigen die deze Difcipel van hem gedaan hadde tot nadeel van Raphaêl zyn mededinger. Want als doen waren de Schilders van Romen verdeelt, deeene voor Rnphaè'1 en de andere voor Michel Angelo. Fra-Bafh'aan verkoor niet alleen Raphaël niet voor zy^i Mcefter, maar hy tragte met hem gelyk te worden, 't is in dit voornemen N s. ge-
|
||||
|
De Schoole geweeft dat hy een Schildery maakte om het üuk van At:TrM$sfiguratie te trotfiècren, dat Raphaé'1 doen Schilderde voor Francifcus den ecrlten, in dit Tafereel had Fra Bafüaan verbeeld de opwekking van Lazarus; ditftukiste Narbonne in de Hooftkcrk.
Naar de doot van Raphaé'1, zag Fra-Bafliaan door zyn eigen verdiende en door de kragtige befcherming van Michel Angelo, aig aan het hooft van de Schilders van Romen, zo Julio Romaan zyn agting niet had opgewogen. Het is waar dat hy een groote manier had van Schilderen , en het is genoeg te leggen dat zyn werken , aangaande de tekening, veel hadden van Michel Angelo, en van Giorgion omtrent het Coloriet, maar hy was leer langzaam in het geene dat hy dede, daarom heeft hy veel werken onvolmaakt gelaten Daar is een zeer fchoon (tuk van hem in de Kapel van den Ko» ning tot Fontainebleau; het verbeeld de groc-tenis van den Engel aan de Heillige Maagt.
Fra-Baftiaan verloor egter de vrindfehapvan Michel Angato om dat hy tegen zyn goetvin-den ondernam een werk met Olyvcrf te Schilderen ; want Michel Angelo zeide hem dat deze zoort van Schilderwerk eigen was aan een Vrouw, en dat het Frefco in der daad het werk van een man was. Terwyl zyn ampt van 't loot hem genoeg vcrfchafte om eerlyk te kon-ncn beftaan , en ten anderen dat zyn imborfl tot de ruft genegen was, dagt hy niet verder als om zoetelyk zyn leven door te brengen; zig oeftenendc dan eens in de Foëzy , dan wederom in de Mufiek; want hy ipeeldc zeer wel op de Luyt; hy vond het middel om met
Oly
|
||||||
|
van Romen en Florencen. zo$ Olyvcrv op de muuren te Schilderen, zontler dat de Verwen kwamen te veranderen ; dat was een Bepleiftering zamengcftclt van Pek, van Maitic en van ongeblufte kalk; hy overleed in 't jaar IJ47- oud tweé'nzeltig jaren.
DANIEL RICCIARELLI DA VOLTERRE.
DFze laaftc naam, waar door hy bekent is, wiert hem gegeven naar Volterra een (tad in Tofcanen, daar hy gebooren is in 't jaar ifO9. hy was Difcipel, eerft van Antonio van Vercelli, en daar na van Baldaiïèr van Sienna maar in het vervolg gaf hy zig ten ccncmaal over aan de manier van Michel Angelo, die hem by alle gelegenthcdenvoorftont; zyn befte werken zyn te Romen op trmita del monie. Hy verliet het Schilderen om Beeldhouwer te worden, 't is van hem dat wy het metale Paart hebben dat op de plaats Rojaal tot Parys (taat; dit Paart moert dienen om de Beeltenis van Hendrik den II. te dragen. Maar Daniel had den tyt niet om dit werk volmaakt te zien. Overvallen zyndc door de doot, die een al te groote arbeidzaamheit en zyn zwaarmoedig humeur hem veroorzaakte in 't jaar 1566. in 't zevenenvyftïgfte jaarvan zyn ouderdom.
FRANCESCO PRI.VÏATICCIO
GEbooren tot Bolognc van Edele ouders, die in hem een fterke genegenheit tot de tekenkonft ziende, lieten gaan naar Mantua ,
al-
|
||||||
|
io 4 De Schoole
alwaar hy zes jaaren was onder de onderwy-7ing van Julio Romano , hy had zig in dezen tyt door zyu ongemeene oeffening zo be-kwaam gemaakt, dat hy naar de tekeningen van |ulio Batailjes maakte van Stucco en Bas-reliev, en ging daar in, en in het Schilderen de andere Dilcipelen, die tot Mantua waren, te boven.
Hy arbeide aldus met Julio Romano te helpen in de uitvoering van zyn tekeningen, als wanneer de Koning Francifcus de eerrte een jongman ontboot die bekwaam was tot de werken van Stucco en het Schilderen, en deze Pri-maiiccio wiert aan hem gezonden in 't jaar 15-31. het vertrouwen dat de Koning van dezen Schilder had, was oorzaak dat zyn Maje-fteit hem naar Romen zond, in 't jaar 15-40. om Antiekebeelden te kopen. Hy bragt van daar mede hondert vierentwintig Statuen met een menigte Borftbeelden, en deed door Jaco-mo Barozio da Vignuola de Colom Tnjanat aflieten, als mede de Statuen van Venus, Lao-coon, Commodus, den Tiber, de Nyl, en de Cleopatra in 15elvideer; alles om, het van koper ie gieten.
Naar de doot van Rofïu, wierd Primaticcio voorzien met den laft van * opziender over de "Gebouwen, en voleuide in weinig tyts de Gallery die door Roflb begonnen was, hy deed . tot Fontainebleau zo veel | Beelden brengen, 20 van Marmer alsvanMetaal, datdeveplaats een ander Romen fchynt, in de werken die t stuc. hy maakte van Schilderkor.lt en £ Pleisterwerk; bediende hy zig van Rogiro van Rologne, van h Fcintana, en Giovan Baptifta viin Bag-
na
|
||||
|
van Romen en Florencen. y
na Cavallo , en boven al van Nicolaas van Modena die men noemde MeederNicolo,die alle de andere in vlytigheit en bckwaamheit o-vertrof.
De algemeene agting die men in gants Vrankryk dezen Primaticcio toedroeg, was zo groot, dat geen voornaam werk wierd ondernomen zonder alvorens met hem raat gepleegt te hebben, zo dat hy alles Ordineerde wat ge-daan moeft worden indeFeellcn, indeTour-nooy fpelen, en Malceraden. Hy was voor» zien met de Abdye van S. Martin van Troyes, levende op een milddagige en uitmuntende wyze, hy was niet alleen aangezien als een uitfiekent Schilder, maar als een van degroo-te van het Hof. Hy en Roflb zyn geweelt die den goeden fmaak in Vrankryk hebbengebragt, want voor hen, was 't alles wat de kontten betreften van zeer weinig belang, en helde naar hetGotiekze;Primaticcio is in een hoogen ouderdom geftorven.
PELLEGRINO TIBALDI van BOLOGNE.
ZOon van een Bouwmeefter vanMilaneti, had zo veel * genegenheit van Geeft voor» Genie, de Eedele kuniten, dat hy uit zyn zelven de fchoone din«en tot Bologne en te Romen be-ftont naar te tekenen, hy wierd van de bekwaamde in zyn tvt in de Schilderkonft, en in de Archite&uur Civil en Militair. Het was in de ftad Romen dut hy de eerde blyken gaf van zyn verdam, en daar hy ook denverdienden
|
||||||
|
De Schoole
den lof verkreeg. Maar welken goeden opgang dat zyn werken hadden, de konftenaar was daarom niet te gelukkiger; 't zy dat hy de be-kwaamheit niet hadde om zig zclven te doen gelden, of dat hy dat niet hadde van zig te konnen vergenoegen, 't Gebeurde op zeekren dag dat de Paus Gregorius de XIII. zig buiten de Poort Angelo begaf om lugt te tchep-pen, en van den gemeenen weg wat afgaande, hy een klagende ftemme hoorde, die hem dagt van agter een kreupelbofch te komen, de Paus begaf zig derwaarts,en zag een man ter aarde aan den voet van een haage leggen: en hem kennende voor Fellegrin, vroeg aan hem wat oorzaak dat hy hadde om aldus te klagen. Gy ziet, antwoorde Pellegrin ten man in dtuif-terfle wanhoop, ik en hebbegeen moeite ontzie» die ik my zelfs niet hebbe gegeven om bekwaam-heit te verkrygen in myn kon/i , ik heb met naarfligheit gearbeh, en ik hebbe getragt myn werk te volmaaken zonder iets o-ver 't hooft tè zien , of my zelfs te vergenoegen, en alle deze Zorgvuldigheden zyn zo weinig vergalden, dat ik niet kun leven van myn urbeit. Konnende dit wreef noot lot niet langer tegen (laan, zo ben ik naar deze eenzame plaati gegaan, voornemens om hier van honger tejierre» om my zel-ven te verloffen van de ellendigheden dezer waereld.
Dc PftoS deede aan hem een (trafte berisping over dit wanhopig voornemen; en hem heb bende vervolgens zyn Geeft herftelt en weder moed gegeven, beloofde hy hem alle zoorten van byllant. Én dewyl de Schilderkonit tot daar toe zeer ondankbaar aan Pellegrino ge-weeft
|
||||
|
van Romen en Florencen. zoj weeft hadde, zo rade hem 7.yn Heilligheit om zig tot de Architeétuur te begeven, in dewelke hy zyn bekwaamheit hadde doen zien, hem verzeekcrende dat hy hem zoude gebruiken in zyn gebouwen. Pellegrino nam dezen raad in agt Hy wierd een groot Architeö en groot Ingenieur, en Ordineerde pragtige gebouwen ^ waar door hy de middelen verkreeg om vergenoegt te ïyn.
Zynde te rug gekeert naar zyn Vaderland, liet hem de Cardinaal Borromeo tot Pavia het Paleis, genaamt la Sapiexza, bouwen, enhjr wierd door de Milanefen verkoren om het op-, ligt te hebben over het bouwen dat als doen van hunne * Hooftkerk gedaan wierd Van»Cathe-daar ontbood hem Philips de II. in Spanjen.**1*-Voor de Schilderwerken en deBouwkonfrvan 'tPalais 't Efcuriaal. Hier maakte hy menigte van werken, die de Koning zodanig bevielen, dat, na dat hy hem hadde doen aantellen hon-dertduizent Ryksdaalders, hy hem vereerde met den Titel van Marquis. Pellegrino overladen met eere en met geit keerde weder naar Milaan, daar hy overleed in het begin van het Pausfchap van Clemensden VIII. oud omtrent zeventig jaren.
FRANGESCO SALVI'ATI.
TTAn Florencen, (lelde zig vlytig aan het * tekenen by Andrc del Sarto, daarhyvrind-fchap maakte met Valari, die ook Difcipel was van den zelven Moeder. Zy verlieten hem beide voor B.iccio Bandinelli, daar zy meer leerden in twee maanden als zy elders zouden
ge
|
||||
|
ió8 ï)e Schooïè
gedaan hebben in twee jaren. Francefco 7ig teer bekwaam gemaakt hebbende, nam de Cardinaal Salvati hem in zyn dienft. Zyn manier van tekenen kwam zeer naar by die van Raphaèï. Hy Schilderde gelykelyk wel in Frefco, als in Oly-enin lym^erv. Hy kwam in Vrankryk in 't jaar 1 jf4. en maakte eenige werken in Frefco voor den Cardinaal van Lorraine, die daar niet heel wel over voldaan was; dit mishaagde Salviati alzo veel als de gunft en het aanzien van Roffo, op wiens werken hy te veel getchempt hadde om voor de gevolgen niet tedugten Eindelyk 7.ynde we* dergekeert in Italien, en verfcheide fiukken gefchildert hebbende te Romen, te Florencen en te Venetien, veroorzaakte zyn imborft die ongeruit, misnoegt en wankelbaar was hem een ziekte duar hy aan ftorf in 't jaar i 63. oud drieenvyftigjarem
THADDEO ZUCCHERÖ
^T^ Eboortig van Agnolo in Vado inhetland-^--*ichap van Urbino, was de zoon van een gemeen Schilder, die, kennende 7,yn eigen zwakheit, de opvoeding van 7.yn 7,oon meer agtte ais 7.yn eigen voordcel, hem geleide naar liomen in den ouderdom van veertien jaren dm van de lefTen der goede Meefters gebruik té maken: maar het Haagde niet wel. Hy bedel- . de hem bv een zekertietro Cal abrefe, wel kers vrouwe Thaddeo van Honger ioude hebben doen fterven, en nootzaakte hem door haar gierigheit cm een nieuwen Meefter te zoeken dog hy nam geen ander. Want de werken van
Ra-
|
||||
|
rr
|
||||
|
■van Romen en Tiereneen. id$> ■'
Raphaël en de Beeldhouwery der Antieken,die de ichranderheid van zyn vernuft en Geeft ver-Kerkten , maakten hem in weinig tyds bekwaam. Hy was gemakkelyk , overvloedig en bevallig in het geene by deed. Matigende de vlugheid van zyn Geeft door een groote voorzigtigheid. Hy heeft niet gefchildert buiten Italië , maar ialleenlyk te Caprarola. Hy overleed A°. i f66. oud zevenëndartig jaren. Deze onty-dige doot deed hem veele onvolmaakte Werken nalaten , die door zyn broeder Fredericö tyn uitgevoert.
GEORGIÖ VASARI.
VAn Arezzo in Tofcanen, was ecrftelyk difcipcl van Guillaume van Marfeille, Glasfchilder, van Andrea del Sarto , en ein-delyk van Michel Angelo. Men kan van hem niet tcggen gelyk van veel andere Schilders, dat zyn * genegenheid tot de Schilderkonft hem * I*':ir* overweldigt heeft. Maar men kan met meer Mtl0||« ■waarfchynelykheid zeggen , dat zyn goet ver-ftant en zyn aanmerkingen hem daar toe bepaalt , én gebragt hebben , eerder als zyn f t Natuurlyke neiging. Na de beroerte van Flo« ren een keerde hy weder naar zyn Land, zyn Vader overleden zynde , zag hy zig beladen met twee Broeders , die hy genootzaakt was door de winft van zyn arbeid te onderhouden. Hy fchildérde in de dorpen hier en daar in Frefco: inaar oordeelende dat hy doordeSchilderkonft niet genoeg konde winnen om denlaft vanzyn huishouwding te dragen, verliet hy zyn beroep
O om
|
||||
|
ü o De Schoolt
om Goudfmid te werden, daar hy zyne ree-kening niet beter by bevond.
Hy begaf zig dan weder aan de Schilderkond, met een groote drift om bekwaam te werden; hy tekende met lult onophouwdelyk alle de An-tike Beeldhouweryen en al de Schilderwerken die ecnigzins in aanzien waren; en hoewel hy door deze oeffening in de tekenkunft zeer was toegenomen , gekopieert hebbende de geheele Capel van Michiel Angelo , Het hy daarom niet naar metSalviati te tekenen naar alle de werken van Raphaël en van Balthafar van Sienna, en niet vergenoegt des daags getekent te hebben , gebruikte hy een gedeelte van den nagt om naar te copieeren 't geen zyn medegezel ge-teekent had. Hy liet zig voorftaan dat na alle deze moeijelykheden hy in ftaat zoude zyn,alle zoorten van werken te ondernemen en gelu k> kig uit te voeren , denkende het Coloviet van weinig belang te zyn , om dat hy daar nooit een regt denkbeeld van gemaakt hadde: zo heeft hy zig in zyn reekeninge wel bedrogen gevonden, want alhoewel hy een goet tekenaar was, zo hebben zyn werken tot nog toe niet al die agting verkregen die hy zig wel heeft voorgeftelt, om dé onkunde van dekennis der Couleuren, of ten minften het veronagtzamen van de zagtigheid des pinceels. Ondertuszen de groote handeling die hy in de tekenkonft hadde gaf hem een wonderbare ligtigheid om menigte van werken voort te brengen. Hy was een goet Bouwmcefter , en verftont zeer wel de ficraden. De werken die hy tot Flo-rencen gemaakt heeft,zo van Architectuur als van Schilderen bragten hem in aanzien in het
huis
|
|||||
|
----
|
|||||
|
Romen en Florencen. itt huis van de Medicis, daar hy eenig geit overwon waar mede zy zyn twee Zufters uittrouw-dc. Zyn deugden die hy hadde gevoegt by zyn beleeftheït, doeden hem de agting van de Cardi-nalcn van zyn tyd verkrygen. Die van Medicis, die inzonderheid zyn voorftander Was,zette hem aan tot het befchryven van het leven der Schilders. Hy heeft ons drie boeken nagelaten , daar Annibal Caro een lofrede op gemaakt heeft , zeggende dat ze fierlyk en op-regtelyk gefchrevcn zyn. Maar men heeft hem nagegeven dat hy de Schilders van zyn land te veel geprezen heeft; dat is te zeggen de Flo-rentynen. Wat daar van zy, de fchilderkonft is hem een altoos duurent gedenkteken fchul-* dig, om dat hy den nazaat de geheugenis vaa zo veel treffelyke mannen overhandigt heeft, daar het meerendcel van de namen alreeds in de vergetelheid zoude begraven zyn, zo hy de moeite uiet genomen hadde om hen te vereeuwigen. Bchalvcn het Leven van de Schilders heeft hy redeneeringen over de Werken die hy heeft gemaakt, doen drukken, waar van de voornaamfte zyn tot Romen, Florencen en Bo-Jogne. Hy overleed tot Florencen in 't jaar 15-78. oud vier en zestig jaren. Zyn lyk wierd naar Arezzo gevoert, daar hy begraven wierd in een Capel verfiert van Architeftuur, die hy ia zyn leven had laten maken.
FREDERICO ZUCCHERO.
GEboren in een Dorp in 't Hertogdom Ur-bino , geheten A^nolo in Fado , wieri door zvn Ouders naar Romen gebiagt by gele-
O 2, gen-
|
|||||
|
aiz De Schoolt
genheït van het Jubel jaar van 1570. Zy lieten hem onder hetopzigtvanzynbroederThaddeo, die alreeds eene van de vennaardlte Schilders van Italien was; hy wierd zyn ditcipel, ca in 't vervolg zyn eigen kragten overwegende, verdroeg hy met ongedult de verbeteringen van zyn Broeder. Zy hebben te zamen veel_ ge-fchüdert te Caprarola; en Frederico voleindc de Werken dieThaddeo te Romen had onvol-ïïiaakt gelaten , daar hy overleed , niet langer geleeft hebbende als zevenendartig jaren. Frederico was indienftvanPausGregoriusdenXIII. doende eenige werken waar door hy in moei-jelykheit geraakte met de bedienden van zyn Heilligheit. Om zig te wreeken van hun flink-^ _ fen handel, maakte hy het Tafereel van de * loinnk. laftering, dat daar na door Cornelis Cort is in print gebragt, waar in hy alle die geenedie hem beledigt hadden met Ezels ooren verbeelde. Hy ftelde het openbaar ten toon boven de deur van St.LucasKerk op denFeeftdag van dien Heil-lig , en vertrok uit Rome om de gramfchap van den Paus te ontgaan.
Hy fchilderde in Vrankryk voor den Car-dinaal van Lottharingen , en in het Efcuriaal voor Philippus den II. zonder dat nog de een nog den ander over zyn werken voldaan waren. Gelukkiger was hy in Engelant, fchil-derende het Portret van de Koningin Elizabeth, en eenige andere werken die grootelyks geprezen wierden. Eindelyk na zyn wederkomft in Italien, na eenigen tyd gefchilderd te hebben in Venetien, riep Gregorius de XIII. hem te rug verleende hem vergiffenis. Het was in dezen tyd dat hy degelegenheit waarnam vandcgunll
|
||||
|
van Romen en Florencen. t\% van den Paus. Hy ftelde ter uitvoering het Brevet dat hem zyn Heilligheit verleent haddc tot opregting van een Academie der Schilder-konft. Hy wierd tot Prins van de zelve verkoren , de hartige genegenheid die hy zyn konft toedroeg , deed hem op zyn koften een huis bouwen daar men de * byeenkomft der L,Aflim* Schilders hield. Daar na ging hy naar Vcnetien ,
om de boeken te laten drukken diehy gemaakt hadde over deSchilderkonft. Van daarbezogt hy het Hof van Savoyen, en op een reeze dat hy naar Lorette dede, ftorf hy te Ancona, oud zeventig jaaren, ontrent 't jaar 1602.
|
|||||||||||
|
RAPHAEL D'A REGGIO,
|
|||||||||||
|
E'
|
|||||||||||
|
n boeren zoon, die hem de Ganzen liet
|
|||||||||||
|
' hoeden, ontliep zyn Vader en ging naar Romen, daar hy de geweldige genegenheid van ïyn geeft tot de Schilderkonft involgdc ; hebbende zig begeven onder het opzigt van Fre-derico Zuccaro , daar hy niet meer als één jaar by bleef. Maar hyhad zulk een groo-ten voortgang in de konft gemaakt, dat hy by naar met zyn meefter gelyk was. Hy heeft verfcheide fchoone dingen in 't Vaticaan, in Santé Maria Magiore, en andere plaatzcn van Romen gefchiloert. Hy was fchoon en welgemaakt van lighaam , men zegt dat hy verliefde op een jonge dogter, en dat zyn drift 7.0 hevig was, dat de zelve aan hem de dood veroorzaakte. Hy had een medegezcl, Paris genaamt, die hem in zyne Werken heeft geholpen.
O 3 RI-
|
|||||||||||
|
H4 De Schook
R I C A R D O.
GEboortig van Breffia , was een van die gene daar Raphaël zig van bediende in zyne Werken van 't Vatikaan. Veel ge-mgts heeft deze niet gemaakt door zyn eige konft; eens had hy een (tuk gefchildert voor een Kerk der Florentynen, waar in hy Pilatus verbeelde tonende Jesus Christus aan het volk , wanneer het ftuh nu gedaan was, vraagde hy aan Raphaël welke van de Tronien hem het belle geviel, zig inbeeldende dat men ten voordecle van de Chriftus Tronie zoude oordeelen: maar Raphaël antwoorde hem, dat de belle mogelyk eene was die men van agte-ren zag, willende daar door te kennen geven dat zyn uitdrukkingen niet toepaszelyk ichee-nen aan het onderwerp dat hy verbeelde, alhoewel dat de Tronien anders wel gefchildert waren.
FREDERICO BAROZIO.
/"ZJ.Eboren tot Urbino, kwam te Romen ia ^-* zyn jonkheid , en hy heeft geen ander Meefter gehad om eigentlyk te fpreeken, als de fchoone voorwerpen daar hy met veel ïorgvuldigheit naar ftudeerde, hier fchilderde hy veel in Frefco ten tyde van Paus Paulus den III. weder naar Urbino gekeert, bleef hy daar het overige van zyn leven , 't is een van de aangenaamfte , verftandigfte, en bekwaamde Schilders geweeft die ooit te voorfchyn kwam.
Mee-
|
||||
|
van Rome» en Florence». j
Mcenigte van Portretten enHiftorie mikken heeft hy gemaakt , en de geneigtheit van zyn geeft helde inzonderheit over tot Geeftelyke onderwerpen. Men bemerkt in zyn werken dat zyn genegenheid geltrekt heeft om de manier vanCorregio,te volgen; en alhoewel dat hy ♦ vaftcr tekende als deze Schilder , 'waren nogtans zyn omtrekken van zulk een grooten aart nog zo natuurlyk niet. De partyen van het lighaam f tekende hy al te kennelyk ,te weten f Vk>. de voeten van een klein kfnt van den zelfden noncoit. aart als of't een volwaflen mens was. Hj maakte zyn ftudien met paftel , voegende die doorgaans naar zyn manier
Hy bediende zig om zyn Liev'vrouwen te fchiideren van een Zufter , die hy hadde, en van haar kind , hy heeft zelver printen ge-ëtft naar eenige van zync fcbilderyen. Hy was zeer gek welt met een brak ing en een Zwakheit van de maag, 't welk hem niet toeliet langer als twee uuren op een dag te fchiideren. Des niet tegenftaande heeft hy met deze kwaal een hogen ouderdom berykt , dit kwam hem (zomen geloofde) daar van daan, dat een Schilder nydigover zyn agting en kon ft hem vergeven had met falaade, die hy voor hem gef eet-maakte, in het onthaal dat hy hem aandeed, iriV'oegen dat de hulpmiddelen , die hem niet ten eenemaal genezen konde , egter ' belette om daar van te fterveli. Hy is in 't jaar 1612. tot Urbino overleden. In dten ouderdom van vierentagtig jaren. Vanius is zyn-difcipel geweeft,
,.-.■.._,.
O 4 AAN-
|
||||
|
ii of De Schoek
aanhang zei«
Des
VER TA L E R S,
Getrokken uyt het Italiaans van G I O. p'lETRO B E L L O R I.
FREDERICO Bar O CC i. Eêr dat hy een Ordonnantie of fehetsfe ging ontwerpen, ftelde hy zyn difcipels tot modellen , en liet hen S Gefto. zodanige * gebaarden maken als bejl met zyn inbeelding over een kwam , hen vragende of in zulk een Jiant zy ook moeijelykheit gevoelden; en indten ja dan meer of min ge dr aait ofverjcbikt, tot dat ze beter ruft hadden , desgelyks dat zy~. lieden inftaat waren om de vjtorden naar tuur ~ lyker zonder gemaaktheit uit te drukken, en dan. aan het fchetjfen. Op dezelve wyze als hy een groep van Beelden zoude maken , fchikte hy al de jongens in dien order als hy begeerde, en naar-die fchetjfen maakte hy vervolgens zyn tekening, en daarom is in de bewegingen van zyne figuu-rcn een gemakkelyke eigenfchap te erkennen die natuurlyk en bevallig is. De tekening gemaakt hootfeerde hy modellen van deze figuuren van plyfter of'was , zo fchoon , dat ze v^n .de befte beeldhouwer fcheenen te zyn , dikwils niet te vrede zynde met één éénige maakte hy zamtyds twe of drie modellen van Was, tot êén zelfdefiguur, daar na kierde hy dat op zy» wyze, en
|
||||
|
van Romen en Florence». z\j
0ls hy zag dat het wlftandig was , (lelde of plooide hy op de zelfde manier de klederen op de natuur, om alle gemaakte fchadnwen te vermy~ den. Na alle deze moeite aangewent te heb-hen maakte hy een*klem jlukin Olyverv,of wel*c*y a Guazzo gedatgt en gefchaduwt , daar na de toaci«"» cartons zo groot als het werk met kool enkryt getektfnt, of van P aftel op papier, het welke hy dan op zyn tafereel met een pen offtifi deurtroky op dat hy nooit een mistrek in de tekening mogt begaan , met zo veel zorgvuldigheit naar de vol-tnaaktheit tragttnde. Wanneer hy Coloreerde naar de groote carttns , maakte hy nog een ander kleinderft uk, waar in de hoedantgheitderCoH-leuren met de vermindering was aangewezen, Zoekende de Couleuren met Csuleuren te vergely ken, op dat alle de Couleuren te zamen onder el-kanderen overeenkomft en houwdiifg hadden, zonder dat de eene de andere hindertyk was; zeggende , dat gelyk als de melodie der ftemmen het gehoor vermaakten , alzo ook het gez<gt verlustigde met de Confonanza van de Couleureu , vergezelt met de harmonie van de Uniamenten, Noemende derhalven de Scbilderhnjl Mufica r en eens gevraagt van den Hertog Guido-Balda wat dat hy dede ; ik ben bezig om deze Mufiek te doen ace w der en, zei de hy ywyzcnie op hetfluk dat hy fch/lderde. Ik weet dat fommige met al deze Jludie en vlyt de fpot zullen dry ven , ah onnodig en overtollig, maar anderen zullen ook ivederom met hun onwetentheit lagben , datze hen eidel laten voor/laan een Ordinantie te kon-nenfchilderen naar eenfehetfje of ''tgeen zy lieden met tvjte of drie trekken op het doek tekenen. Deze vermetelheid is oorzaak, dat me» zo zelden
|
||||
|
De Sthoole
den ziet , {ik wil niet alleen zeggen) een wel geordineerde hijlorie maar zelf; wet één J'choo-Hen floot, een fchoonen omtrek, of een Jchoon hooft, veel min een levendige en Natuurlyke beweging. Met diergelyke Studie», de een meerder de ander minder hebben de groot e mees-*Sen».a ters hen opgebouwde*, * zander eenigehovanrdy 5n Supei- te tonen in de Couleuren of omtrekken; 'en die èanu ^e wcrkeit van onzen Barocci met opmerken Cari beziet, zal geen zwarigheit maken om aan hem Carma den regtmatigen loj te geve» dien hy voor zyn ii 8c°dT naauwkeurige vlyt verdient heeft en waardig is. Contor- Na alle deze moeite gedaan te hebben, zo was no. iy daar na vaardig in het Coloreeren, vryvende dikvjils met zyn middelfle vinger om de zagtig--heit te vjeeg te brengen, in plaats van de Pin-ceel te gebruiken. Hy kwam in dit deel zeer Maar over een met Correpo, het zy in de ^e~ dagten, of concepten, of in de zuivere en Na-t Arie tuurlyke Liniamenten, en in dat | zoet gelaat 0 in de kinderen en vrouwen, en in deplooijen van de klederen , met een altoos gemakkeiyke en fme/tende manier. Hy was ook met hemgelyk iit de harmonie van de Couleuren, maar het is ook waar, dat Barocci niet kan evenaaren met Corregio in de vermindennge der'ïmten, diei» dezen Mecfter natuurelyker gevonden worden daar Barocci zynColoreersng dikwilsgealtereert tuiert door het Cinabri, y Azzttrri , /'» Je omtrekken of elders te veel onder de Couleuren . vermengt. Zyn werken egter hebben hem op-Jlerfftlyk gewaakt om d*t hy (loutmoedig, krag--tig en levendig Gefchildert heeft. De Jchoonheit van zyn tekenhmfi maakt zig bekent in zyn geit/ie Printen ,. te weten de Bwdfcbtp van
de»
|
||||
|
van Romen en Florencen. p
den Engel, den Francifcus in Folio, en een ander kleinder Francifths , zyn etgcnfchaf was' meer voor het devoote en het tedere , als het trotffe en de hoogdravende manier van den ge-melden Corregio. >
FRANCESCO VANIUS.
T7An Sicnna was Difcipel van Baremus en Y is niet minder in de konli geweeltalstyn Mcefter. Hy had een ongemeene bcgaafthcit tot devote of Geeftelyke onderwerpen. Hy is geftorven in 't jaar ióij. oud xevenenveer-tig jaren,
AANHANGZEL
■
Des
VERTALERS,
Getrokken uit het Leven der Schilders
door FELIBIEN.
DE Cavalier Francefco f/anius was van Sienna en zoon van een Schilder, hy verliet zyn eerfle manier om navolger te zyn van die van- Barotius; en tragtte niet alleen hem in zyn manier van Schilderen, maar ook in de uitkiezing der voorwerken, en in zyn zeden te volgen. Hebbende altoos gezegt Schilderyen van Godvrugtige verbeeldinge temaken, en geleeft in een uitterfle Godtsdienfligheit. Me» ziet in
de
|
||||
|
zzo De Schoolt
de St. Pieten kerk te Romen een Schilderyt daar hy de doot van Simon den 'Tovenaar tn verheelt heeft. Maar zyn uitmuntenfie werktn zvn in de kerken van $ienna. Hy was aangenaam in zyn Co/oreren, en vaft in zyn tekenen. Hy overleefde Barotius maar weinig jaarr».
J O S E P I N.
ALdus genaamt by verkorting van Jofep van Arpino, dat een vlek is in terra dt lavora in 't Koninkryk Napels, daar hy geboren wiert in 't jaar 1570, hy was den zoon van Mutio Polidoro, flegt Schilder, die op de dorpen zyn werk ging zoeken met Ex voto te Schilderen. Jofep kwam in Romen, daar hy een lugtige en aangename manier aannam, die in een gewoonte verviel, wel verre van het Antiek en de fchoone Natuur, dewyl hy veel geeft en vernuft bezat, zo was hy in aanzien by de Paufzen en Cardinalen, die hem veel té Schilderen bezorgden. Hy had een hevig mededinger aan , de perzoon van Caj:avaggio; welkers manier van Schilderen ten eenemaal tcgenftrydig met de zyne was. Het geen van zyn werken wel de mcefte agting verdient, iyn de Batailles o'p het Capitool gefchildert, voor het overige heeft hy niets gedaan als de Schjlderkonft te verfieren, zonder dezelve in efriig gedeelte te doorgronden. Hy overleed in 't jaar 1640. oud tagentig jaren. Het mec-rendeel der Schilders zyn tytgenoten volgden 7.yn manier, en wederom andere die van Ca-rayaggio,
PAS-
|
||||
|
van Rvmen en Florencen. zzt
PASQUALIN DELLA MARCA.
VAn den welken niet zoude gemdt werden, als om dat liy in één jaar zodanig in de kond toenam, dat het voor een * wonderftuk* Pro(jj_ wiert aangemerkt. Daar zyn Schilderyen van ge, ■zyn hand in de kerk van de Cathuifers by de Ba Moven van Diocletiaan.
Dit voorbeeld moet de zulke aanmoedigen, die alreeds in jaren zyn toegenomen, als zy zig zelven van geeft en vernuft en gezontheit bevinden voorzien te zyn, om in wdnigtytt de Renbaan van de Schilderkonft ten einde te lopen.
p I E |R O T E S T A.
GEbooren* Luca, van zyn jonkheitover-eegeeven tot de tekenkonir, wierd aan-geport om Romen te zien door de Befaamt-heit van de Schilderwerken, en van de Schilders die men als doen daar zag. Gekleet als een j'ellegrim floeg hy op weg, en niet genoegzaam onderwezen zynde aangaande de kond, die hy volgen wilde, leefde hy in de uitterftc ellende, en bragtzoveclhykondcden . tyt door met tekenen naar de f vervalle ge- f*" bouwen, J de Beelden en de Schilderwerken statu», van Romen. Sandrart verhaalt dat hy hem onder anderen op zekeren dag eens vindende in teen erbarmelyken lVaat, en als een half woelt menfeh, tekenende de Ruinen rondsom Romen, medclyden met zyn armoede had, hem na*r'iyn huis nam, Yoorzag van kleding en
van
|
||||
|
|
||||||
|
Z1Z. De Scbook
van vocdzel, hem aan het tekenen zette van verfcheide dingen in de gallery Juftiniani, en hem vervolgens bekent maakte aan andere Perzonen die hem lieten tekenen. Hy was * sawa- zo * febuuw en f mcnflèn mydende, dat San-ge, drart zelve naauvvlyks enigen ommegang met trope"*"liem konde hou wden: hy had zo veel malen naar de 'Antieken getekent, dat hy dezelve geheel in 't hooft haddc: maar de lofzigheit van zyn fFoujue vernuft en % wilde gedagten hebben hem voor alle zyn moeite geen billyk voordeel van zyn konft doen erlangen: dat hy in zyn werken van Schilderkonft ondernomen heeft is hem nog minder gelukt, gelyk men ziet door het klein getal van zyn Schilderyen, door de weinige agring die men daar voor heeft, om'zyn flegte Couleurcn, en om de jfcdigheitvaniyn Pinceel. Daarom het pryswBrdigfte dat van hem gedaan is, zyn de tekemnf en en zyn Printen , die ten deele door hem Gegraveert zyn de andere door Cefar Tcfta, en eenige ook door andere Plaatfnyders. Men ziet daar veel S*:LGeeSegeJaSte.n' Edelheit, enpraftyk in. 5e Gen- Maar klcine kennis van ligt en bruin, en wei-tiliefle. nig rede en ^] regelmaat. Zynde eens gezeten lIMef- op den boord van den Tiber om eenig gezigt * naar te tekenen, nam de wind zyn hoed weg en willende dien behouwden, door het uitftrel-ken van zyn arm, wierd hy overwigtig viel in 't water , en verdronk dus ongelukkig omtrent het jaar 1648,
|
||||||
|
PIE-
|
||||||
|
aan Romen en Florence». zz$ PlETRO BERRETTINI.
VAn Cortona, in Tofcancn, opgevoet en onderhouwden in het huis van de Sachctti tot Romen- Is geweelt eene van de alleraan-genaamfte Schilders die immer zyn te voor» fchyn gekomen. Zyn geeft was vrugtbaar, zyn gcdagten fierlyk en zyn uitvoering gemak-kelyk, dewyl zyn talent was voor de grootc werken, zo liet de levendigheit van 7.yn geelt niet toe om een Schildery ten uitterften uit te voeren; dit is oorzaak dat zyn kleine (hikken, wanneer men dezelve van naar by ziet, wel verre fchynen te zyn van de * waardyc van de*M;n'w>' geen e die hy in 't groot gemankt heeft.
Hy heeft de grootfte f zekerheit in de teke-ning niet gehad, weinig uitdrukkende de Harts-togten, weinig geregelt in de plooijen van zyn klederen, \ en gemaniert over al. Maar overt Mail al ziet men ook van de § grootsheit, de edel-re par heit, en de |[ bcvalligheit.' Niet deze *beval-to«-ligheit die Raphaél en Corregio als in eigendom*^311" bezaten, en die zo levendig het harte beroerde f La van de verftandigen: maar een f algemeenej3""-bevalligheit, die aan al de waereldt behaagt, Gtn^f die eerder beftont in de gewoonte die hy haddeie. van zyn wezens \ en 't gelaat van zyn hoof-1Airs * den aangenaam te vertonen, als in een bezon- ^ dre. verkiezing van de uitdrukkingen, aan ie- -** der voorwerp behorende. Want, gelyk ik reeds gezegt hebbe, hy had moeite om tot zyn zelfs te komen, en tot het onderzoek vaa ieder bezondere zaak te treden. v
H zogt niet als een fcjioon geheel, en de
din-
|
||||
|
224 ^e Sch°°ie
plat- dihgen * van onderen te zien in de kerken, dé fons. Galleryen,en de Paleizen der Grooten* welke
wel verre van hem te verbazen, waren als het ei-fLa Pa-gen f voedzel en 't meelt overeenkomende aan tute. Zyn geeft eu vernuft.'
jrrouves Hy heeft daar van $ kragtdadige blyken ge-Aiiceati- gCVen tot Romen, in de nieuwe kerk van de que>" Paters van 't Oratorium , in het Paleis van de
Barbennen, in hec Paleis vaii Pamphilio, en
in verfcheide andere plaatfzen Van Romen en
Florencen. Zyn Coloriet heeft niet van het flegfe, boven
al in zyn naakten, die nog beter zouden zyn , 5 plus 20 zy wat § meer verandert en vlytiger * naar Variées. gefpoort waren. Wat aangaat de andere Lo-ch^ch "*'* Couleuren» heeft hy zig niet afgeweidert 't »e "van.de Romcinze School, als in hen de f l'Union. houwding onder malkanderen te geven, ende-$Agro- z£ , behjjagiy^^eit dat de Italianen noemen ment» T / **
Vagezza.
Groots en Heerlyk waren de fieraden die tyn werken verzclden: hy maakte het Land-fchap van een goeden aard, en hy heeft beter de Schilderkonlt iri Frefco verftaah als alle de geene die het voor hem geoeffent hebben.
Pictro da Cortona was van een zagtzinnïge imborft, van een aangenaamen ommegang,, van opregte zeden. Weldadig, gedienfiig \ goedvrind, en fpreekendc van niemant kwaat! f 1* Hy was zo arbeidzaam dat § de gigt, van dewelke hy dapper geplaagt wierd, hem egter niet belette te Schilderen: maar zyn leven doorbrengende met te veel te zitten, en de over maat van zyn aandagt vermeerderde dcezé kwaal allengskens, en deed dezen uitmuntenden
|
||||
|
va» Romen en Florence». iif
den man derven in den ouderdom van ïeftig jaren, in 't jaar 1669.
AANHANGZEL Des
VERTALERS,'
. Getrokken uit het Leven der Schilden
door FELIBIEN.
PTetr» Berrettini dd Cortona Was edel va» geeft vo'jr de Inventie, en fcboon in het gebruik der Couleuren. Hy was niet uitmuntende voor de zekerheit der tekening, nog naauwkeu~ rig voor de uitdrukkinge der Hartstogten', maar daar zyn weinig Schilders van z,yn tyt gtweejl die verftandiger , gemakkelyker, en aangenamer geweeft zyn voor groote Ordikantien.
Jrly kwam jong te Romen met voornemen *m Z.ig geheel aan de Schilderkonft over tè geven, e» had daar voor Mee/Ier een Florèntyns Schilder die bekwaamheits genoeg had, onder den welken hy in korten tyt een uitmuntende vordering deel. XJe Heer Alexander Sdccketti eh zyn broeder de Cardinaal, veel agting voor hem gekregen hebbende, ontfingen hem in hun Palaisi endé-de h?m aan veele dingen werken, en onder andere aan een Sabynfe Maagden roof. Maar hit eer/ie Schtldery dat hy in het openbaar ten toon Jie/tde was een geboorte Chrijii, dat in de kerk P San
|
||||
|
De Schok
van Jan Salvatore inLauro is, digt by dement 'Jordan. Dit werk dat veel van de manier van Carats had gaf hem groete agting, en was oorzaak dat de Paus Urbaan deV'M. hem deet Schilderen in de kerk van St. Bibixna, daar zyn JHeefler ook op den zelve» tyt bezig was.
Na deze deet hem de Paus de groote zaal
van het Palais Barbariui Schilderen , waarvan
de Printen gezien werden in het boek genattmt
J& des Barbarini, die door C. Bluemert gegra-
veert zyn. Door -welke men onrdeelen kan van
de vinding en Jïeraden waar mede dit gewulft
verrykt is. Men vind in dit werk een uitmun*
tende bevalligheit, en Edelheit in de fchikking
der Beelden , veel aangenaamheit in hun ge-
fialtenis, en in het zoet gelaat der 7roniex, een
fchaont overeenflemming in de Couleuren, en
dat geen dat de Italianen Vag^ezza noemen;
niet tegenflaande dat dit vuerk in Frefco gefchil-
dert is, is 'er nogtans niet minder kragt en
tederheit in als of het in Olyverwen gefchil-
dert was. En alhoewel de tekening va» geen
uitgezogtc» fmaak is , nog de klederen der
Beelden verflandig en Natuurelyk geplooit
nogtans het geheel by malkander befchouwt zytt-
de, heeft iets bevalligs, en zo zagt aan 't ge*
zigt, dat 'er niemant is die 'er niet van pc
troffen -wort terwyl hy het befihouwt.
Na dat Certone deze Zaal geê'mdigt had gmg hy naar 1/'enetien, en van daar naar ham' bardte om de uitmuntende werken van deMeeJlers van dat land te bezien. En dewyl hy in zyn reizen door Florence ging, hielt hem de Gr tot Hertoog op om een zaal en eenige vertrekken van het Pateis Piti te Schilderen. Het is bezonder
ïn
|
||||
|
van Romen en Flor e neen, 'tvf
in ten van deze Zolder (lukken , daar hy de opvoering der deugt geschilder t heeft, waar in men het fchoonjle dat hy, ten opzigt van de Coulew ren gemaakt heeft, zien kan. Het is waar dat hy alles niet volvoerde dat de Groot Hertoog hem aanbevoolen had, om dut de Flortntynze Schilders jaleurs geworden, Cm dat zy hem in agtmg zaagen, alles in'twerkfielden om hem in veriigtifsg te brengen, en eindelyk den Cardinaal, oom van den Groot Hertoog wys maakten dat ee-nige Schilderyen van Titiaan , en van andre Schilders van Lömbardie, die Pietro da Cortone gekogt had, geen Originelen waaren. Waar over de Cardinaal hem berispte, 'ï geen hernz» fmarte dat na eenige werken voltooit te hebben die reets vergevordert waaren, hy vryheit ver-zngt om een reis naar Romen te doen. Dé Groot Hertoog jlant hem dit toe , en deet hem tien duizent Ryksdaalders tot beloning van het geen hy gedaan had geven. Maar te Romen gekomen zynde wilde hy niet weder naar Flo-rencen keer en, en het zvas een van zyn leerlingen Ciro Ferri genaamt (navolger van zyn manier) die het geen hy aan het Paleis Piti onvol' tooit gelaten had, volvoerde.
Petro begon te Schilderen voor de Paters van het Oratorium in de Cheexa Nova. Daar hy aan veele dingen werkte devuyl hy drie 'jaare» van den Paus Innocentius denX. te werk wiertge-ftelt, om de Gallery van bet Paleis Pamphili , op de plaats Navont 4 te Schilderen, hier verbeelde hy verfcheide voorwerpen getrokken uit de Eneat van V'trgHius. Hy maakte in hel vervolg een tekening om de Capel van St. Agnezt te Schilderen, en -ierjeheide gecolorterde Car-? i torn
|
||||
|
12.8 ï)e Schoolt
tons voor de werken van Mofaiq, die men in de kleine Coepels van de St. Peters kerk wilde maken'. maar zyn gezontheit liet hem niet toe alles uit te voeren dat hy wel wilde ondernemen , want de grootheit der werken verbaasde hem met , hebbende zelfs veel meer gemakkehkheit Voor de groot e werken, door de Praéi\k die hy iierkreegen had, als voor kleine fiukken daar hy minder aan bezig was.
Het is waar dat hy aan deze niet werkte ah wanneer hy met de gigt gekwelt was, en niet kunnende uit zyn kamer gaan, beftede hy e enige Uuren om zi% te verkwikken, en om zyn goede vrienden te voldoen: ook zyn zyn kleine Schilde" ryen niet te vergelyken by zyn groote wet ken. Evenwel kan men niet lochenen dat Cortone een groot getal Cabinet Jiukken gemaakt heeft, die van uitnemende jchoonheit zyn. Men ziet 'er in de Kerken van Romen, en in verfcheide flaatfzen in Italien. In het Cabinet van den Koning, en in atidere Cabinetten in frank-ryk.
Zedert zyn wederkom/i tot Romen leefde hy tiiet langer als zeven iaren, by na altyt gekwelt Hian de gigt. Waar van hy Jiierf den 21 Mat 1660. ny wtert begraven in de kerk van St. Lucas, welke herbouwt was door de Cardinaal Barèarini, naar de tekenigen van Cortone, die niet alleen door zyn opzigt, maar ook door zyn vrywillige gifte veel toebragt tot de vnkofle van deze kerk, en aan het Altaar, om het zelve met ryke lieraden op te pronken.
De deugt en de verdien/Jen van dezen Schilder deden hem de agting en vrientfchap van de geheek vieult vtrkrygtn* Het was, va dat
h
|
||||
|
van Romen en "Florencen. $
hy het Portaal van de kerk van onze Lieve-vrouw van de Vreedc voltooit had, dat Paus Alexander de Vil. hem vereerde met de Ridder Order van de Goude fpoor, d<e hy ont-fing uit handen van den Cardinaal Sacchetti, Z\n eer/ie voor/Jander. Ten bevoys van zyn dankbaarheh jchunk hy den Paus twee va» zyt* "Tafereelen, het eene was eengtlei Engel, en het ander een St, Michiel. En de Paus gaf hemeen Goude keting met het kruis van de Ridder Order.
Cortotie tum tuel gemaakt van Lichaam, groot van gejlalte, levendig van Geeft, gelukkig van Memorie, openhertig en aangenaam in zyn gefprek, vlug en gemakkelyk in zyn werken, dat hy met vretigt ondernam zo ras als hem de gigt verliet, maar waar van hy op het einde zyns levens zodanig aangetajl wiert, dat hy naauwelyks kragt had om te Jpreeken,
Vervolg van CORTOAE.
|
||||||||||
|
R e
|
manel was Difcipel van Petro da Cortone n navolger van zyn manier. Het was on
|
|||||||||
|
trent het jaar 1660. dat hy in Vrankryk kwant daar hy eenige werken Schilderde, ander deze zyn een vertrek van de Koninginne Moeder des Koning', <ie Gallery van het Paleis van Maza-rin. En verfcheide (lukken voor eenige Konjlbe-miznaars. Onder andere ook voor den Heer Em^ meri. Na zy» wederkom/l te Romen maakte hy daar eenige werken: eindelyk keerde hy naar yiterbe daar hy gehoor en was, en Jiierj weinig tyts daar na,
P3 IV
|
||||||||||
|
230 De Schoolt
IV BOEK.
Het Leven der Veneetziaanze Schilders? JACOB BELLINO.
VAn Vcnetien, had tot Meefler Gentile d'a F'abriano, en was tytgenoot en * me-«uiient. deftrcver van die Domenico die omgebragt . wierd door André del Caftagno. Hy is door zyn werken zo veel niet bekent, als door de goede onderwyzing die hy aan zynzoons Gen-t$our«es.til en Jan gegeven heeft, dewelke de eerfte f grontleggers geweeft zyn van de School van Venetien. Hy ftorf omtrent den jare veertien hondert zeventig.
GENTIL BELLINO.
VAn Venetien, oudftc zoon van Jacob van den welken wy gefproken hebben ,zynde de tllerbekwaamfte van de Veneetziaanze Schilders van zyn tyt; wierd door den Senaet te werk geftelt met zyn broeder Jan om in de zaal van den grooten Raad te Schilderen, er» maakte veel andere werken te Venetien, het meerendeel van Waterverve: om datdeSchil-derkonft met Oly nog niet in gebruik was. JVfahomet de II. Turks Keyzer hebbende een van zyn fchoonfte ftukken gezien prees het met verwondering, begcerende den Konftcnaar te hebben om hem te laten Schilderen. Hyfchreef w. * daar
|
||||
|
TT
van renette», zji
daar over aan de Republieq, die hem over-ftierde. Gentil wierd wel ontfangen van den grooten Heer, hy maakte cenigc" werken die. aan zyn Hoogheit behaagden, voornamentlyk van Portretten: en dewyl de Turken eerbie-digheii hebben voor Joannes den doper. Schilderde Gentil zyn onthoofding, en liet het aan Mahomet zien, om daar over zyn goetkeuring zo wel als van de voorgaande {lukken te mogen erlangen.
Maar de Groote Heer rond wat te berispen dat het vel van den hals, waar van het hooft gefcheiden was, te hoog was opgerezen, en om zyn zeggen te beveftigen deed hy opftaanden voet een (laaf komen, die hy den kop liet afbouwen in tegenwoordigheit van Bellino: om hem te overtuigen dat'aanftonts naar de af-fcheiding van het hooft, het vel weg kromp, de Schilder was zo verfchrikt van dit * wrede "Cmelle bewys ftuk, dat hy oordeelde niet langer in}?einon-ruft en zeekerheit tot Conftantinopelen te zyn: "" hy Verzogt zyn affcheid onder eenig voorwend-zel, en hy verkreeg het. De Groote Heer gaf hem gefchenken, hing hem eenGoudeke-ten om den hals, fchreef aan de Republieq brieven van f aanbeveling tot zyn voordeel-tRt"!m" dit v/as oorzaak dat de Republieq hem metrto" een aanzienclyk Jaargeld voor al zyn leven be-lorgde, en hem Ridder van Sant Marcire maakte. Hy overleed in 't jaar ïjoi. oud tag-entig jaren.
|
|||||
|
P 4 JAN
|
|||||
|
De Schoolt
JAN BELLINO.
BRoeder en Difcipel van Gentil Rellino, heeft den grondllag gelegt van de Veneet-ziaanze School door het gebruik van de Oly, en door de moeite die hy nam om alles naar het leven te Schilderen. Men ziet veel van zyn ftukken te Venetien: het laalte daar hy aange-fchildert heeft is een Bachanaale dat hy maakte^ voor Alphqnfus den I. Hertog van Ferrare , de doot hem onder dit werk verralt hebbende, wierd het afgemaakt door Fitiaan, die daar een fchoon Landlchap byvoegde. Deze Difcipel zo bekwaam, maar eerbiedig om de eer van het SchiJdery aan zyn Mee/ter te laten, fchreef daar by deze woorden : (JoannesBelli-nui mcccccxiv.) Giorgion en Titiaan waren 2yne leerlingen. Beliino kwam te flerven in 't jaar i$ii. oud negentig jaren, Zyn Con-terfeïtzel neyens dat van zyn broeder zyn in 't Cabinet van de Koning.
Aanmerking over de werken van Jan hellino.
|
||||||
|
M«- T ^cc?b en Gentil Bellino hebben een ^flegten ehant J trant van tekenen gehad, en zeer droog ge-jsout. üchildcrt: maar Jan Bellino het geheim van met Olyverv te Schilderen gehad hebbende, heeft het Pinceel met meer tederheit gehandelt, hoe-\ Seche- wel dat'er nog veel f droogheit in zyn werken fft is. Ondertufzcn verdient hy onderfcheiden te worden van de geene diehein zyn voorgegaan, jliet; alleenlyk ter oorzaak dat hy gulhartig aan
de
|
||||||
|
van Venetien. i} j
Schilders die hem gevoigt hebben de uitvinf ding van met Oly te Schilderen , (dat hy door behendigheit van Antonello van Mt-ffina ge-leert hadde) heeft medegedeelt: maar ook om dat hy de eerite geweelt is die getragt heeft de *houwdingmetdcfrisheitderCouleuren zamen » L, te voegen in welke de Veneetze Schilders voor aion. " hem de meefte waardy van een Tafereel me enden te beftaan , alzo ziet men het te zamen in de Schilderyen van Jan Bellino een groote f ïuiverheit in zyn Couleuren, en een beginzelf ?'*" van Harmonie die het talent van Giorgion heeft konnen doen opbeuren.
De wonderbare voortgang van deze Difci-pel, en van Titiaan hebben zelfs de oogen van hun meelter geopcnt,want de Schilderyen van de eerfte manier van jan Bellino zyn zeer droog, en die van zyn laatften tyt zyn genoegzaam onderfteunt van tekening en Coloriet, om een plaats te vinden in deKonftkamersvan de Liefhebbers, men ziet 'er eenige by den Keizer, die naar den aart van Giorgion trekken in X'de kragt van de Couleur en van hett Lt
ligt. ' fittte; '
|
||||||
|
§ g $ ^u
nig Gottiek, en de * werkingen van zyn figu-* Attitu« ren zyn van geen goede verkiezing, maar het*10-} gelaat van zyn hoofden U aenocgzaam E-1 Aii», éel.
Men ziet geen levendige uitdrukkingen van gemoeds bewegingen in xvn Tafereelen, en de onderwerpen die hy gefchildert heeft hebben daar weinig gelegenheit toe verfchaft, want het zyn meerendeels Liev-vrouwen. Nog-tans heeft hy alle zyn kragten ingefpannen om
naauvr-
|
||||||
|
} &e Scboole
»(Se,vi. naauwkeurig de Natuur te volgen, hy heeft * lemem. j flaafagtiger zyn werken uitgevoert, dan dathy t Gr«nd nuttiger getragt heeft een f vei heven aart daar <c»nc- aan te geven. y Kie.
De Gebroeders D,O SS O,
|
|||||||||||
|
V d
|
n Ferrara hebbenzigaanzienelyk gemaakt oor hun $ goeden aart van Couleur, bo-
|
||||||||||
|
GoflTde al in de Landfchappen die zy zeer wel Couleur.Schilderden; Alphonfus Hertog van Ferrars (lelde hen veel te werk, en vereerde hen met zyn goetgunftigheit. Zy waren zo gelukkig nietby den Hertog van UrbinoFrancefcoMaria, die hen in Frefco liet werken in zyn nieuw Paleis, dat de Architeö Genga bouwde, want deze Hertog van dit Schilderwerk niet voldaan zyndeïiet het afwerpen. Het is waar dat niet tegenftaande alle de moeite en vlytdie ly 'er by gebragt hadden, zy nimmer iets gemaakt hadden dat minder lof verdiende, zo zeker is het dat de arbeid vergeefs is in de uitvoering, wanneer eenmaal het werk kwalyk is begrepen,zy onderfteunden nogtans hunneag-ting naar deze ongunft, want zy deden zedert dien tyt zeer fchoone dingen.
De oudfte niet langer konnende werken om ayn hooge jaren, bedont het overige van zyn dagen van een Penfioen dat de Hertog Alphonfus hem gaf, en rtorf heel oud Zyn jonger broeder Bapt/lta genaamt overleefde hem cr maakte nog veel werken.
|
|||||||||||
|
gior.
|
|||||||||||
|
van Venetien.
G I O R G I O N E.
ALzo genaamt ter oorzaak van zyn groot-mocdigheitenaan7.ienelykegeftaltc,wierd gcbooren in 't jaar 147Ü. te Caftel Franco gelegen in la Marca Trevigiana. En hoewel hy van laage afkomft was, had hy egtereen verheven geeft, hy was * bevallig, beminde de M.ufiek, had de ftem aangenaam, en (peelde heel wel op Intirumenten. Hy begaf zig wel haaft met groote naarftigheit aan het tekenen naar de werken van Lionard da Vinci; vervolgens over aan het onderwys van Jan Relli-no om het Schilderen te leeren: maar zyn ft Gent». Natuurelyke geneigtheit tot een ^hoogvliegen- |upe°u-der begrip als dat van zyn Meeftcr gefchikt lieur. zynde, kweekte hy het door de befchouwing, en de overweging van de Natuur, die hem in het vervolg altyt diende tot een getrouwe ge? tuige in alle z.yne werken. Zyn § ftoute en 5 Gom kragtige manier van Schilderen behaagde uit-fi« & nemend wel aan Titiaan, die met het oogwitte«*l«. van xyn eigen voordeel dikwils by hem was, en vlytig de vriudfehaptragtete onderhouwden dieze by Jan Bellino hunne Meefter gefloten hadden; maar Giorgione, omzigtig over de nieuwe manier die hy had gevonden bleef niet in gebreeken om op een eerlyke wyze aan Titiaan zyn huis te verbieden; invoegen dat deze in 't vervolg zyn mededinger wierd door de vlyt die hy aanwende om de natuur te Copyëe-ren, en door tyn aanmerkingen, ging hy zelfs Giorgione te boven in het onderzoek van de tederheden van bet leven, maar de zelfde Giorgione
|
||||
|
zjtf De Schoole
gione heeft zig behouwden in de bezitting van een aart van Schilderen daar nog niemant by gekomen is. De werken van Giorgione zyn meerendeels tot Venetien; en dewyl hy veel in Frefco heeft gefchildert, en weinig tyts ge-leeft, zo ïyn de Cabinet ftukken van zyn hand leer raar. Hy ftorf jong, zynde maar 32 jaren oud 15-11.
Aanmtrkini over de werken van Giorgione.
|
||||||||||
|
d:
|
or dien Giorgione rnaar korten tyt gc-eeft heeft, en weinig groote werken geT
|
|||||||||
|
maakt, zo vind men geen onderwerpen genoeg om van de grootheit van zyn vernuft te oordelen. De grootfte ordinantie van zyn uitvoering, is tot Venetien op de voorgevel van het huis daar de Duitze kooplieden vergaderen. Op de zeide die naar het groot Canaal ziet. ?Con- Hy maakte dit Schilderwerk om * ftryt te-currence. gens Titiaan, die de andere zeide van dit gebouw Schilderde; maar deze twe werken by na ten ecnemaal door den tyt bedorven zynde. fs het bezwaarlyk om een zeekere giiïing daar op te maken, daarom moetmen zig bepalen binnen een k!ein getal van lofze Schilderyen en eenige Portretten die hy gedaan heeft.- en dewyl men zig zelf altoos uit Schildert in zyn werken van wat Natuur datze mogen zyn ,zo liet men door die welk Giorgione Ons heeft na gelaten, dat deze Schilder gemakkelykheit in den Geeft en vlugheit in de inbeelding hadde. t Gout Z?n t aart van tekenen is $ teder, en heeft {Dtii«£,iets van de Rom,einze Schoq], hoewel dat hy
|
||||||||||
|
van Venetïcn. 237
die naauwkeprigheit zo wel niet gehad heeft als wel vereilt wiert tot de Volmaaktheit van 2yn konft; want Giorgione had veel meer zorg-vuldighcit om ronding aan zyn riguren te geven als een zuiveren omtrek.
Zyn * zmaak of verkiezing was groot, en f ♦ Goit. aantrekkelyk, en zyn arbeit ligt; hy is deeer-!pi(!>"u£. fte geweeft die fiere Couleuren heeft gebruikt, en men kan als een verwonderlyke zaak de fprong dien hy eensflagsdedeaanmerken,want vati de manier van Jan Bellino heeft hy het Coloriet tot dien i. hoogen trap gebragt, voe- tDegrê gende by een uitterfte kragt een uitnemende § fu pte-
zmelting. «u-witc
Hy verftont het ligt en bruin, en de harmo- * * * nic van 't geheel zeer wel. Hy bediende zig om de naakte lighamen te Schilderen niet anders als van de vier hooft Verven, uit welkers verftandige tempering hy alhetonderfcheidvan ouderdommen en 11 kunne wift te malen, fl je**. Maar onder deze vier Verwen, moet men waarfchynelyk niet begrypetl nog het wit dat de plaats bekleed van het ligt, nog het zwart dat daar van de * ontbeering is. * Plirai
Het fchynt dat f de gronden die hy gevon- tion. den had eenvoudig waren, dat hy dezelve vol- U.« kome bezat, en dat zyn grootfte konft greep <cs> daar in beftont om de dingen te doen gelden door hun vergelyking. _
Zyn Landfchappen zyn van een % uugeleze {Goa{# verkiezing, aangaande de Couleuren en de § eXqis. teeenftellingen, en hy had aan zyn konfl.het $ oppo-geheim gevoegt om de kragt van zyn Couleuren te doen werken en deszelfs frisheït te behouden boven al in het groen.
|
|||||
|
ij5 De Schoolt
Titiaan gezien hebbende tot welk een trap Giorgion zyn konft had opgeheven, beeldez'g in dat deze Schilder de palen der waarheit had overfchreden, hy wilde om zo te fpreeken dele trotsheit van 't Coloriet temmen dat hy te wild agte;hy matigden het door een verander-lykheit van Tinten, om de voorwerpen Na-* lalpa- tunrlyker en * Taflbaarder te doen zyn, maar bks. wat vermogen dat hy in 't werk geitelt heeft om zyn mededinger te boven te gaan; blyft het egter een wanrheit datGiorgione zig altoos heeft ftaande gehouden in een poft daar nie-mant hem tot hier toe heeft konnen uitftoten, en het is zeker dat indien Titiaan zommige Schilders heeft doen lopen in de Renbaan van de goede Colorering, dat het Giorgione is die hun die heeft geopent.
TITIAAN UCCELLI.
Uit Edele af komft geboorti'g te Cador i'n Friuli, in het jaar 1477. hy was maar tien jaren oud als hy door zyn ouders gebragtwierd by zyn Ocm, die tot Venetien woonde, dewelke ziende de genegenheit die dezen jongeling voor de Schilderkonft had, hem (telde onder het opzigt van Jan Bellino, daar hyzeer langen tyt by bleef. Oeftenende zig niet anders als naar de Natuur die hy flaafagtig volgde, zonder iets by te doen nog af te laten. Maar in den jaren 1 f07. bemerkt hebbende de groote kragt van de werken van Giorgione; volgde hy zyn manier, invoegen dat zonder zig "met tekenen op te houden hy de waarheden van de Natuur naar volgde die hy met andere
|
||||
|
van Venethn. dere oogen befcbouwde als van tevoren, en die hy beftuudeerde met een uitnemende aan-dagt, dit belette niet aan de andere zyde dat hy lig niet vlytig oeffende, om bekwaamheit te verkrygen in de tekenkonft.
Giorgione den opgang van Titiaan geïien hebbende om dat deze op xyn manier geftudeert hadde, fneed alle vrindichap met hem af. Zy leefden xedert in*af^unft tot dat dedootGior- * Jaloii-gione op xyn twe-endartigfte jaar weg nam,fie-latende het velt voor Titiaan open. Die in den ouderdom van agtentwintig jaren xyn Printen in hout gefneden van de Triomfe des geloofs in 't ligt' gaf. Waar in de Patriarchen, Prc-phetcn, Apoftelen, Euangeliften en de Martelaren veibeeld xyn, dit werk gaf een groote + gedagten wat van hem te eeniger tyt ftont te jopi» ■worden, en deed icggen, dat indien hy de An- n»a. tieken gexien hadde, hy Raphaél en Michel Angelo xoudc te boven gaan. . *
Hy heeft tot Viccnxa in Freico gefcrnldert een % overdekte Gallery waar in hy de hiltorie tporti-Van Salomon verbeelde; tot Venetien het Pa-que» kis Grimani: te Padtia eenige hiftorien van S. Antonius. De drie Bachanalen die in de be-7itting gevallen xyn van den Cardinaal Aldo-b'randini, xvn gemaakt geweeft tot Ferrara voor den Hertog Aifonfus; een van deze waar in een naakte Vrouw komt die flaapt op den vooreront van 't T afereel, was begonnen door Jan 'fkllino. Titiaan dexe drie Bachanalen Schilderende, bediende zig van xyn Meeilreffe eenaamt Violants voor het model, hy maakte ook de Portrette van den Hertog en Hertogin die door Sadeler gefneden zyn.
In
|
||||
|
2,40 De Schosïé
In 't jaar if4Ö. wierd hy tot Romen ontbcv den door den Cardinaal Farneze om het Af-beeldzel van den Paus te maken; hy deed ook nog andere, en eenige Schilderyen van weinig werk, die geprezen wierden door Michel An-gelo en V'afari, dewelke des niettegenftaande hen niet konden onthouwden de Veneetziaanze Schilders te beklagen dat zy hen 20 Weinig aan de tekenkond lieten gelegen zyn.
Titiaan haeft een groote menigte van werken gedaan in 't openbaar en in 't bezonder , 10 in Frefco als in Oly, zonder op te tellen v een oneindig getal van Portretten. Hy heeft tot driemalen dat Van Carelden vyfdengefcbil-dert. DeZe Keizer om zig uit te drukken zei-de dat hy driewerf de onfterrrëlykheit verkregen hndde van de handen van Titiaan: daarom maakte hy hem Ridder en verhief hem tot Paltz »Pen- Graaf, hem in denzel ven tyt een groot* jaargeld ^n. toeleggende. Hendrik de derde oordeelde dart hy niet uit Venetien moert gaan zonder deete Schilder te bezoeken, en alle de Poëten van zyfl tyt hebben hem door hunne vaerzen vereeuwigt. Zyn loife Schilderyen zyn verfpreitdoor gants Europa, de allerfchoonfte zyn tot Venetien, fn Vrankryk en in Spanje. Daar en is geen Schilder geweeft die zo lang heeft geleeft als Titiaan, nog die zo een geruft en gelukkig le-jjalou. ven geleid heeft; zo men ter zyde fielt de £ üc. afgunrt van Pordenon, dewelke des niet te-genftaande ten voordeelè van Titiaan keerde; voor het ovrige hy wierd van al de waereld bemind en geagt, en overladen met eere en ryk-dommen. Hy florf van de Peft in 'tjaarij-yó. oud negenennegentig jaren, *
Hy
|
|||||||
|
-
|
|||||||
|
'ban Fenetim. 441
tfy heeft veel Difcipelen gehad, de voor-liaamfte daar van zyn Francefco Uccelli zyn broeder, Horatio zyn Zoon, Tintoret en andere Venetianen.
Maar bchalven deeze Italianen, had hy nog drie Nederlanders, daar Titiaan groot werk van maakte, Jan vanCalker, Dirk Barendze, en Lambert Zuftrus; die alle drie jong zynge-itorven.
Aanmerkingen over de werken van 27-tiaan>
A Lhoewel dat Titiaan geen verheve en luis--^terryk vernuft gehad heeft, hy had het eg-ter overvloedig genoeg om groote onderwerpen te behandelen van wat natuur dat zy ook waren, daar is geen Schilder * algemeender * p,
feweeft, nog die beter heeft weten uit te druk-en het opregte kenteken van ieder voorwerp, dat hy heeft willen verbeelden. Zyn eerften leertyt onder Jan Bellino; de verkeering die hy gehad heeft met Giorgione, de hartnekkige oeffening van tien jaren om het leven te volgen met de uitterfte naauwkeurigheit, maar boven alle dingen zyn verftandige Geeft en zyn aanmerkingen, hebben hem de verborgenthe-den van zyn konft ontdekt, en doen indringen in de wezentheit van de Schilderkonft, verder als eenig ander Schilder; en indien Giorgione aan hem het doelwit getoont heeft waar naar hy te ftreven hadde, hy heeft de Renbaan geopent op een zekerder grondflag daar alle de geene, die hem hier in gevolgt hebben, zig. in c#n bezondere agting door hebben (taande ge-Q houw-
|
||||
|
De Schoole
houwdcn; der maate dat indien men nooit een Titaan hadde gehad daar zoude mogelyk nimmer geen Baf/.an, geen Tintoret, geen Paulo Veronees,nog een goet getal van andere Meesters geweeft zyn , die in Europa zulke door-lugtige tekenen van hunne bekwaamheit gegeven hebben.
Maar is Titiaan een opregt navolger van de Natuur geweelt, hy was het gantfeh weinig in de verbeelding van de Hiftorien, hebbende by naar geen Schilderyen gemaakt waar in hy dien aangaande lig niet berispelyk heeft gemaakt.
Hoewel dat men geen groot vuur zietinzyn -* fchikkingen zy laten daarom niet naar wd ge-plaatft en wel verftaan te zyn, en hy was zeer regelmatig om zyn riguuren zodanig te doeu werken datze fchoone partyen deden zien.
De arbeid, dien hy aanwende om met oordeel het geheel van zyn werken te doen overeen-I pe ftemmen, heeft hem verfcheide malen f de zelf-*«*. de Ordinantien doen hervatten om nieuwe moeite te ontgaan : men ziet verfcheide Schilderyen van Magdalcna,en van Venus en Adonis van zyn hard, daar hy alleen den grond aan verandert heeft, op dat men niet ïoudc kunnen twyffelen ofhctzyn alle Orgincle ftukken. Dat belet niet dat het te denken is dat hy zig bedient heeft van het behulp zyner Difcipelen, en voor al van de drie Nederlanders , die uitnemende Schilders waren , onder dewelke Dirk Barendsz de \ begunftigde Difci--pel van Titiaan wat. Als dan zodanige leerlingen al hun vermogen uitgeput hadden om hunne Copyen twyffelagtjg te maken, en dat bun Meefter dan met veriche oogen daar aan
over
|
||||
|
van Venetien. 4}
over Schilderde, en met de laatfte Pinceelzyn geeft daar in verfpreide? wictwyffeltdatze niet mogen ge'agt werden van zyn eigen hand te tyn, alzo wel als de eerfte Orgineele ftuk-ken ?
Titiaan heeft zyn a aart van tekenen naaf de-G . Natuur gevoegt, hy heeft als Policlétcs het * *° t; fchoonfte 'er met vlyt b in gezogt, en het istRo hem gelukt in de Vrouwen en in de Kinderen, «herché deze laatfte heeft hy op een c aangename ma e Gout nier getekent, en aan hen een d edel gelaat ^sli<iir-ingedrukt, hen bygevoegt zeekefe hulzels en e NobiV. optooizels, die niet minder behagen door hun« Juft«. eenvouwdigheit, en door hun onagtzaamheit als1*608* door/den fraeijen zwier dien hy daar aan gegeven heeft, het is hem zo volkomen niet gelukt in x de beelden der Mannen, zy zyn niet altoos gt i naauwkeurig nog èvloeijende getekent. Even-*e*s. tvel heeft hy hier mede gehandelt gelyk Mi-* ^'ce* chcl Angelo, want hebbende zigvoorgefteltin zyn fmaak van tekenen de Natuur te volgen in haar grootfte * kragt, heeft hy de Mufcelen'Vigueui k vermogende gehouwden , en daar door een ^"ls* grooten / aart aan zyn figuuren by gezet.- het/ c«a<-onderfcheid dat zig bevind tufzen Michel An- tae. gelo en hem, is dat deze m veel dieper geoef-», riva fent was in de tekenkonft, en dat hy den fmaak profba^ van het Antiek vermengt heeft met een n dui-» pro-delyke uitbeelding van de Mufcelen, in plaats non«i»-dat Titiaan het Antiek heeft veronagtzaamt, ^btó-. en zig vergenoegt heeft met zyn manne Beel-, ch«-* den te o overladen, en de téderheit van de Na- g«. tuur veel eerder te vermeerderen als dezelve te verminderen, aan dewelke hy zigtencenemaal bad overgegeven.
Q 1 Me»
|
||||
|
Z44 De Schooïe
- Men ziet geen a vergrooting in de (tanden gciatiou. 2yner rlguuren, zy zyn eenvouwdi* en Natuur* lyk, en het fchynt dat in zyn Tronien, hy méér gelet heeft op een getrouwe navolging van de uitwendige Natuur, om zo tefpreken, als op de levendige uitdrukking van de Harts-togten.
Titiaan heeft niet altyt fchoone klederen ge-fchildert, en zo hy al volmaaktelyk de ftoften heeft naargeb3oft, hy heeft die dikwils kvva-lyk gefchikt, en de plooijen zyn veel eér by
* Princi Seval a's naar ecn goeden order en goed b be-pe. "ginzel.
Het ftaat vaft voor een zekere zaak in de gedagtcn van al de Schilders, dat hy beter landschappen gemaakt heeft als eenige ander van zyn r Vzofcfe konftoeffening Zyn «^gronden zyn van wei-Cion. n'g voorwerpen t'zamengeftelt, maar wel vcr-d Sites, kozen; de gedaante van zyn boomen zyn ver-anderlyk, hun toetffen lugtig, fineltende en ïonder manier, maar 't geen hy doorgaans waargenomen heeft om in zyn Landfchappen uit te Beelden is eenig ongemeene uitwerking
Senfa- van de Natuur, dewelke een e kragtigen indruk rioa pi- veroorzaakt, en het gemoet beroert door zyn «liantc. bezonderheit en waarheit.
Alles wat afhankelyk is van het Coloriet is verwonderlyk in Titiaan, en indien hy in dit /*Iiex. gedeelte al zo kragtig niet geweeft is als Gior-gione, hy is naauwkeuriger geweeft en heeft meer tederheit gehad. Zyn locale Couleuren zyn met een verftandigegetrouwheït^ vlytig naar "gefpeurt, en altoos geplaatft om een voorwerp te doen redden door de vergelyking van een ajidcr, invoegen dat hy 20 veel als mogelykis
ge-
|
|||||
|
i^i^ ï__
|
|||||
|
van Venetien. %
geweeft heeft te hulp gekomen door de kragt van 7.yn konft, aan de zwakheit van de Cou-leuren, die uit hen zelven te kort fchieten aan alle uitwerkingen van de Natuur. De waar-heic die zig bevind in die zelve locale Couleu-ren is zo groot, dat het gants geen denkbeeld overlaat van de Verven die op zyn Palet waa-ren ,en het fchynt dat men niet zoude konnen zeggen dat de vlees Couleuren van Titiaan (by voorbeeld) zyn gemaakt van zulk of zulk een Couleur, maar eerder dat het waaragtig vlees is,en dat zyn klederen van waareftoffen ïyn: aldus behouwd ieder zaak zyn eigen aart zonder dat eenige van de Couleuren ,diehetza-menmengzel hebben uitgemaakt, zig ergens doen onderfcheiden.
Men kan niet ontkennen dat Titiaan de kennis van 't ligt en bruin gehad heeft, en wanneer hy het niet heeft doen uitfchynen door het middel der groepen van ligtcn en bruintens; zo heeft hy het genoegzaam doen kennen door de Natuur van de Couleuren , die hy aan zyn klederen wift te geven, en door de * verfprei * Diflri-ding der voorwerpen, waar van de NTatuure- bution. lyke Couleur behoorlyk was aan de plaats die hy aan haar gaf, of om die te doen voorkomen of agterwaarts te doen wyken, of om te helpen tot de ronding , of eindelyk om de uitwerking te veroorzaken die hy wilde te wege brengen.
Zyn ftrydigheden zyn fier en f over een-tSuaves. (temmende te zamen, en hy heeft de Harmonie van zyn Couleuren getrokken uit de kennis die hy van hun Natuur had, eerder als van P 3 de
|
||||
|
De Schoolt
j Jam- de \ mededeling van het ligt en bruin, gelyk fipation. paulo Veronecs ook gedaan heeft.
Hy heeft zyn werken ten uitterften uitge-voert, en heeft geen kennelyke.manier in de behandeling van zyn Finceel gehad, om dat de oplettentheit van zyn nafpeuringen en de moeite die hy nam, om de eene Couleur door een andere te matigen, de fchynbaarheit van een vrymoedige hand bedekt heeft, hoewel dat zy 'er in der daad gevonden wiert. Het is waar dat de zigtbaare blyken van deze vrymoedig-«Sans ne't niet zonder <» waarde zyn, zy verheugen, merite, zo als men zegt den arbeit, en vervrolyken de «■Habiiu- oogen, wanneer zy voortkomen van een £zui-«i^epu- vre hcbbelykhcït, en van't vuur van de inbeelding; maar men ziet in de werken van Titiaan zulke geefligc toetfien en zo overeenkomen-t Pie- d«n aan den aart der voorwerpen, datze den c Wilt Ie fmaak van opregte konft kenners veel meer out" kittelen als de harde ftrceken van een ftoutc hand.
Titiaan heeft vier manieren gehad, die van Jan Bellino zyn Meefter, die van Giorgione dCom; zyn^medeftreever, een derde die zeer e door-petiteur. wrogt, maar die hem eigen was, en de vier-«udtó;. ^e d'c vervallen was tot een gewoonte, maar Solide, altoos verftandig; de eerfte was een weinig t Fieite. droog: de twedc van een uitftekende^ fierheit, gelyk men zien kan door bet Schildery van St. Marcus, dat tot Venetien in de Sacriftie van de faluté is, door die van de vyf Heilligen, in de kleine kerk van S. Nicolaas, en door enige andere: de derde beftont in een h regte en fchoone naarvolging van de Natuur, zy was ^tnemende doorwerkt door het naauwkeurig
|
||||
|
o&n Penetien. 447
gadeflaan dat hy dede al<» retokerende dan hier «Reto»; dan daar, dan eens met b zuivre heldere Tin-f^?"1' ten in de ligten, en dan weder met c lakzeren vie'ge'.* in de fchaduwen, en die ter oorzaken van dc-c Glad», ze d fifteryen befchroomder fchynt te zyn,,*Minu-maar die evenwel kragtiger is, en uitvoert-tie». gcr.
De vierde was een vrymoedige handeling die Maniere hy in 't werk ftelde m zyn hoogen ouderdom ,L niet konnende zig zelven mcêr zo veel moeite geven, of gelovende het middel gevonden te hebben om hen te boven te komen; 't is van deze laarfte handeling dat de Taferelen gefchil-dert zyn van deGroetcnis envande Verheerly-king op den berg, die tot S. Salvator zyn, de S. Jacob van Sanzio, de S. Laureos van de Jefuiten. De S. Jeronimus, de Sancla Maria Nova, het Pinxter-Feeft, en verfcheide anderen van deze Natuur. Aldus kan men tot Venetien befchouwen vyftig Schilderyen in het o-penbaar ten toon gcftelt, in dewelke Titiaan alle de manieren heeft doen kennen waar van ik kom te verhalen.
Voor het ovrige, indien de Schilders van de Romeinze School Titiaan hebben overtroffen in de vaardigheit van het vernuft,in ^egrooteeGoit(lu Ordinantien en in e den aart der tekenkonft/deffein. niemant betwift hem deuitmuntendheitvanhet Coloreeren; en hy is daar in altoos geweefthet Zeekompas voor de waare Schilders. bou»«
|
|||||
|
Q 4 FRAN-
|
|||||
|
De Schoole
FRANCOIS UCELLÏ
Broeder van Titiaan,
T7Olgde den Oorlog Jn zyn jonkheit; maar * de Vrede in Italien herrfelt zynde, kwam hy zyn broeder tot Venetien vinden, aldaar %\g overgegevenhebbendeaandeSchilderkonfr, nam hy zo een hoogftreevenden opgang, dat Titiaan verdek over den uitmuntenden aart van Schilderen; en vreezende dat hy hem te boven mogt gaan, het zo verre bragt dat zyn broeder een onlufï in de Schilderkonft kreeg en tot een ander beroep zig overgaf. Hy verkoos dat van Cabinettcn van Ebben hout te maken, verfiert met figauren en Architectuur: dat egter niet belette dat hy zomtyts Schilderde voor zyn goede vrinden. Zyn eerfte wer-? ken, die de jaloershcit van Titiaan gaande maakte, zyn in den aart van Giorgion, en werden gehouwden in de gedagten van vecle liefhebbers van dezen Schilder te zyn.
HORAT1O UCELLJ Zoon van Titiaan,
|
||||||
|
TL TAaktc Portretten op de manier van ayn jl\CL Vader. Hy heeft weinige andere werken gefchildert; want de Chymie gaf hem méér bezigheit als de konft. Hy ftorf in het beft van zyn leven, het zelfde jaar als zyn Vader, dat was 15-76.
. JA-
|
||||||
|
van Venetien.
JACOMOROBUSTI,
Gebynaamt T I N T O R E T,
\ Ldus genaamt, om dat hy de zoon was JL"\.van een verwer. Zyn * Tlugheit des ver-, . . Jtants hegte2igaanverfcheide2akengcdiiurendccitéi,T** tya jonkheit, ten voornaamften aandemufiek en de Schilderkonft. Maar zig aan deze ten cenemaal bepalende, ftelde hy zig voor Mi-chel Angelo te volgen in de tekenkonft, en onder de ondcrwyzing van Titiaan aangaande het Coloriet. Hy verloor zyn tyt niet, want hy wift de f grondregels van zyn Meefter io f pr verre te agterhalen, dat het aan hem jalouzy pes, baarde : de Scholier dat bemerkende begaf ïig op zyn zelven, hy verkreeg dooreen naar-ftige oeffening een bezondre manier, die des niet tegenftaande altoos zweemde naar Michel Angelo en naar Titiaan. Tintoret vervolgde deze oefFcning met veel ^ drift en oplettent-tAcdeut, heit, en hy wierd als een § wonder van dePlodis,e-Schilderkonft, zo ter oorzaak van dea over-$Fcnfee* vloet van zyn ongemene gedagten, als door zyn goeden ^j fmaak of verkiezing , en de vaardigheit van zyn Schilderen aangezien; hy U liet weinig dingen over voor anderen, om dat hy ftoutelyk naar de werken tragtte, en dezelve maakte voo/ zodanig een prys als men wilde geven; daarom heeft hy geheel Venetien met zyn Schilderwerken vervult, en indien pnder zo een groot getal daar ook eenige on-Q S d
|
||||
|
f De Schoole
der lopen die gemeen zyn, en gelyk men zegt, ^ _ twaalf Apouelen met een fireek, men moet paiicc*. ook bekennen dat 'er veele uitneemendc ftuk-ken onder zyn. Hy heeft een oneindig getal %T<a van f Conterfytzels gemaakt, dewelkchy heeft n*its. uitgevoert, of de \ hand mede geligt naar maatc jcro. van ^ci bedongegelt. Dewyl nog een plaats jnoeft vervult worden in dezelfde kamer van S. Kochus School, alwaar hy dat fchoone ftuk van de Kruiziging gemaakt heeft, zo kwamen eenige Schilders hen zelven aanbieden, dat ie. der van hen een tekening zoude maken, op dat men daar uit mogt verkiezen die geoor-deelt wiert de befte te zyn. Die geene die daar naar ttonden warenJofephSalviati, Fre» derik Zuccharo, Paulo Veronees, en Tintoret. Die van de broederfchap van S. Rochus namen dit voordel aan, en ftelden een dag om de tekeningen te ontfangen. Maar Tintoret in plaats van de tekening, bragt het Schildery geheel gedaan, en ftelde het op de plaats daar bet te ftaan hadde. De andere Schilders mog-ten hen daar over beklagen, en zeggen datmen niet een Schildery maar een tekeninggevordert fiad, het ftuk bleef op zyn plaats. De broederfchap die wel een konftftuk van een andere manier als Tintoret Schilderde wilde gehad hebben, om het vermaak van de verandering, reide aan dezen Schilder, dat zo hy het Schild dery niet weg nam van de plaats daar hy het gcftelt hadde, hy 'er niet voor zoude betaalt worden: -wel aan antwoorde hy dan is het u lieden geschonken. En het Schilderyftaat tegenwoordig nog in de zelfde plaats. Het is to verwonderen dat Tintoret hebbende zo veele
|
||||||
|
van Venetien, if t
werken met een uitnemende vaardigheit gemaakt , tweëntagentig jaren heeft konnen leven, zynde de ouderdom wanneer hy overleed. Hy wierd begraven in de kerk van Madonna de il Horto, in 't jaar if94-
Aanmerkingen over de werken van Tin* ■ toret.
ONder alle de Vcneettiaame Schilders, vind ik 'er geen die zo overvloedig en gemakkelyk van geeft is geweeft als Tintoret. Deze Schilder had genoeg doordringentheit van oordeel om alle de grondregelen van Ti-tiaan wel te bcgrypen, waar aan hy zig gehegt hadde: maar hy was * te driftig om de zelve naauwkeurig uit te voeren; en van de onge- c lykheit van zyn geeft is de ongelykheit van zyn werken voortgekomen. Dit deet Annibal Caracci tot Venetien zynde, aan Lodcwyk Caracci zyn Neef fchryven, dat hy Tintoret dan eens bevonden hadde gelyk met Titiaan , en zomtyts wederom kennelyk minder als Tintoret.
De liefde die hy hadde tot zyn beroep deed hem evenwel alles in 't werk ftcllen waar door hy bekwaam konde worden. De vlyt die hy aanwende om naar de befte voorbeelden te tekenen, en onder andere a^ar de dingen van Michel Angelo, bragten in hem een goeden fmaak der tekenkonft : ma*r de vaardig-heit van zyn inbeelding heeft dik wil s de zekerheit van den omtrek belet, Zyn poftuuren tyn by. Con_ naar alletetonmatigintegcnftrydigheit,endik-tra^
wils» X.*«e«.
|
||||
|
f De Schok
wils uitlporig in de aktzien : ik ionder de Trouwe Beelden uit, die hy bevallig genoeg gefchildert heeft.
Hy heeft zyn flguuren indiervoegen gefchikt y datze eerder tot de beweging die hy aan :het geheel wilde geven dienen,als datze overeenkomen met de Natuur en de waarfchynelyk-heit, 't geene hem egter in zommige gelegenheden wel gelukt is Hy heeft het meerendeel van zyn onderwerpen vry wel afgebeeld. Zyn hoofden zyn getekent naar de groote manier c 'maar het is wat zeldzaam daar in doordringende gemoeds bewegingen te zien,
Hy heeft de nootzakclykheit van 't ligt en bruin verftaan, en hy heeft dat doorgaans in 't CHfla- werk geltelt door groote * uitbreidinge van «te. ligten en bruitens,die zig redden en het een van het ander doen voorkomen of wyken door hunte-genftelling, waar van de oorzaak onderftelt ■word buiten het Tafereel te zyn, dat van een groot behulp is in groote Ordinanticn, Vanneer het beleid dat hier in gehouwden word met ver-ftantgepaartis ,en dat de uitterfte bepalingen niet te fcherp zyn afgefneden.
Zyn locale Couleuren zyn goet, en de naakte Beelden in zyn belle werken komen zeer naar by aan die van Titiaan; zy zyn naar myn ge-t Carac- dagten van een f beter aart als die van Paulo teie Veronees; ik meen veel opregter en vleosag-» meiJleur. t]-gcr gefchildert.
Hy heeft menigte van Portretten gemaakt van verfchillende waardy, naar mate van den tyt dien hy daar aan toebragt, en het geit dat hy daar voor ontflng; de befte komen zeer naap £an die van Titiaan. Zyn Pinceel is zeer vaft
|
||||||||
|
van Venetien. j
en * ftout; zyn arbcit ligt, en tyn toetflen* Trea Verftandig. Eindelyk Tintoret is het allerbe-vig°u-kwaamite voorbeeld om aan een jong Schil-"1* der, die een voortvaarende manier met een goeden aart van Couleur tragt aan te nemen, een drift in te fcherpen.
MARIA TINTORETTA
Dogtcr van Tintoret.
ONderwezen door haar Vader, heeft een meenigte van Portretten zo van Mannen als Vrouwen gemankt. Zy had behagen in de Mufiek, en fpeelde zeer wel op verfcheideln-ftrumenten. Haar Vader haar hebbende uit-gehuuwelykt aan een Duitfer, wilde haar altoos in zyn huis by zig honden, ter oorzaak van de tedere genegenheit die hy zyn Dogter toedroeg: maar tot zyn droef heit kwam zy te fterven op haar dertigfte jaar A°. IJ90.
PAULO CALIARI VERONESE.
WIerd geboren tot Verona in 't jaar 15-37. zyn V ader Gabriel Caliari was een Beeldhouwer; zyn Meefter is geweeft een van zyn ooms genaamtBadilc, wiens manier van Schilderen'niet kwaat was. De eerfte openbaarc werken van Paulo zyn tot Mantua gemaakt geweeft, en in eenige andere (leden van Italië, maar hebbende tot Venetien veel te doen gekregen , floeg hy zig daar ter neder.
Hy is icer aan de Natuur gehegt geweelt,
. en
|
||||
|
De Schoolt en hy heeft al zyn vermogen uitgeput om haar door de oogen van Titiaan te befchouwcn.
Gelyk hy Zyu Modellen wel wift te verkie-ïen wanneer hy dezelve nodig hadde voor de verfchillende veranderingen van xyn vleefch Couleuren, zo hadde hy ook verfcheide zoor-ten van doffen, waar van hy zig naar de gele-genheit voorkwam bediende. Zyne werken m het openbaar zyn by naar alle om ftryt gemaakt tegen die van Tintorct zyn mededinger * die van den andren kant arbeidc in denzelfden ty t; en wanneer hunne Werken gedaan waaren, vont men de gevoelens van de kenders verdeelt. Nogtans heeft men altyt meerder kragt bemerkt in de konflwerken van Tintoret, en "Magni-me^r bevalligheit en * grootsheit in die van fiscocc. Paulo Veronees. Men ziet van zyn Schilderyen door geheel Europa, om dat hy 'er ver-wonderlyk veel gemaakt heeft.
. Daar it bynaar geen kerk in Venetien die niet eenig werkftuk van zyn hand bewaart t maar de voornaamftc proeven van zyn grootc bekwaamheit zyn in het Paleis vanS.Marcus, te S Joris, en te S. Sebaftiaan. Hy deed een reisje naar Romen by gelcgenheit dat Jeroni-mo Grimani, Procuratoor van Sant Marcus^ door de Republiek aan den Paus wïerd gezonden : maar hy hield zig daar niet lang op, hebbende tot Venetien veele werken begonnen gelaten.
Paulo Veronees was een fnan van eere ; Vroom, beleeft, gedienftig, getrouw in zyn beloften, zorgvuldig in de opvoeding van zyn kinderen, deftig in zyn manieren van doen, alzo wel als in zyn kleding: en al vergaderde
hy
|
||||||
|
*uan Venetien. ff
hy veel geit, zo had hy geen andere eerzugt als dat van bekwaam te worden in de Schil-derkonft. Titiaan beminde hem met veel hoog-agting. De Koning van Spanje Philips de IL wenllc naar hem om te Schilderen in het Paleis Efcuriaal: maar Paulo ontlloeg zig daar van, ter oorzaak dat hy bciig was met de werken van het Palcis van S. Marcus, en Fredrik Zucharo wierd in zyn plaats gezonden.
Hy had een groot denkbeeld van zyn beroep , zeggende dat de Schilderkonft was een gaave van den hemel, dat om wel daar van te oordelen men groote kundigheden moeft be-ïitten, dat een Schilder zonder behulp van de Natuur tegenwoordig te hebben" nooit iets Voltnaakts zoude te wege brengen , dat men iu de kerken geen Schilderyen behoorde te rtel-len, als die de welke van een bekwaam Mee-fter gemaakt wierden, om dat de verwondering over de konft de Godsdienftigheit opwekte ; en dat eindelyk het deel dit de Schilder-konft kroonde, beftont in de deugt en opregt-heit der zeden. Hy is geftorven van een koorts in 't jaar 15-88. zyns ouderdoms agtenvyftig. Zyn Grafftede is te S.Sebaftiaan daar menzya Af beeldzel ziet vun Metaal.
Aanmerkingen over de werken van Paulo Feronees,
HOe fchoon ook hetverftantvaneen Schilder is, en hoe overvloedig dat zyn geeft 7y, en welke gemakkelykheit hy ook heeft in de uilvoering van zyne gedagten, zo hy geen
aan-
|
|||||
|
^üs^_
|
|||||
|
ij-d De Schoote
aandagtige overwceging maakt op het onderwerp dat hy onderhanden zal nemen, en zo hy zyn inbeelding niet gaande maakt door het lezen der goede Schry vers, hy zal dikwils niet dan gemecne dingen voor den dag brengen, en ïomtyts in ♦ ongerymtheden vervallen. Paulo Veroneés is daar een genoegzaam voorbeeld van: zyn bcgaaftheit was verwonderlyk , en zyn arbeit zonder moeite, zyn vernuft zoude hem altyt fchoone dingen hebben doen te voorfchyn brengen, indien zyn zorgvuldigheit altoos zyn geeft onderfteunt had, hy heeft een oneindig getal van Tafereeleu gemaakt. Naar dat de plaatfzen en de Perzonen waren voor dewelke dat hy Schilderde, zo overpeinsde hy meer of min zyn Ordinantien. Het Paleis van St. Marcus tot Venetien, de grootfte Autaren van de voornaamfte Kerken, en eenige huizen derEedelen behouwden heden noghetfehoonfte dat hy gemaakt heeft. Maar aangaande de Autaren van gemene kerken, en voor bezon-dre Perzonen, die om de agting van dezen groo-ten Schilder een (luk van zyn hand begeerden fchynt het dat in plaats van alle de nootzakely -ke moeitens te nemen om zyn aanzien (taande r»epn-te houwden, dat hy alleen uit |den geeft gefchil «<3we. dert heeft) driftiger om zyn werk fpoedig als zorgvuldig om het wel te doen, invoeg? dat ïyn Inventien zomtyts flegt zyn en zomtyts verftandig.
JTalent. zYn \ begaaftheit was voor groote Ordinantien, hy wift dezelve aangenaam te vervullen Hybragt daar veel geeft,waarheitenbewesine in: maar hy gebruikte weinig oordeel in de verkiezing der voorwerpen, tiy voerde daar
alles
|
||||
|
----
|
|||||
|
vaut Venetitn* y
alles in wat zyn inbeelding hem verfchaftevan het g-roote, het verbazende, het nieuwe en ongemeene, en eindelyk hy dagt eerder om het Toneel van zyn Schilderyen te verfieren, als om op de behoorlyke eigenfehappen vand« tyden, gewoontens, en plaatffen: agt te geven : veeltyts bragt hy Archite&uur te pas die zyn broeder Bénédetto doorgaans voor hem Schilderde, en de pragt van deze gebouwen geeft grootsheit aan zyn werken.
Zyn fchikkingen heeft hy niet al te wel * pifpo-verftaan ten aanzien van het ligt en bruin, daar *tl01u' hy geen beginzel van had, en het gelukte hem daar in, dan eens wel en dan eens kwalyk, naar de verfchillende invallen van zyn f Geeft, f Genie dat men ook van zyn \ poftuuren zeggen kan,t Attita-' die voor het meerendeel zonder verkiezingies-zyn.
Ondertuflcn is 'er veel vuur en gewoel in iyn groote werken ; maar als men dezelve van naar by befchouwt, zal men weinig §gcc-SF>neir«; ftigheic vinden in zyn uitdrukkingen; 't zy voor het onderwerp in het algemeen, of voor de ^f f Ja-hartstogten in 't bezonder: en het is zeldzaam fioni-van hem iets te zien dat * hartrakende is. Hy » tou-heeft dat gemeen met alle de Venectzianen, h«nt. die al hun opmerking te kofte hangen aan het naarvolgen van het uitterlyke van de Natuur.
Zyn klederen zyn alle modern, naar de gewoonte van den tyt in welken hy leefde,- en Yolgens de 'ontmoeting van de vreemdelingen uit de Levant, waar van 'er altyt een groot getal in Venetien is, daar hy zig van diende voor het gelaat van de hoofden, alzo wel als roor de klederen, Dcwyl zyn klederen roor
|
|||||
|
j Be Schooïe
het mccrendeel van verfchillende soorten van ftoffen, de plooijen groots, en wel verdaan ïyn, maken, dezelve een groot deel derfchoon-heden uit die in de Schilderyen van Paulo Ve-ronees gevonden worden. Men zal x'g hier over niet verwonderen, als men weete dat hy een menigte van diergclyke fchoone Itoffen by ïig had, zo dat 'er op zyn verkoping tot vierduizent guldens van gekomen is.
Door de naarltige oeffening van dikwils de ftoffen naar het leven te Schilderen had hy daar in zodanig een hebbelykheit verkregen, dat hy verfcheide ryke klederen uit den geelt heeft gemaakt, die men zoude geloven naar de waar heit te zyn.
Hoewel dat hy genegenheit heeft gehad voor
de tekening van Parmens, de zyne is egter van
Maa- * flegte:i a*rt ■> indien men de hoofden uitzon-
rais dert, die van het groot en het Edele hebben,
Geftt» en ïomtyts van het bevallige Zyn beelden
zyn evenwel wel zamen gevoegt onder hun
klederen: maar de omtrekken van het naakt
hebben weinig van den goeden aart en zeker-
heit, en boven al de voeten. Het fchynt niet
tegenftaande dat hy zorgvuldig is geweeft om
de vrouwen met een vloeijenthcit te tekenen,
volgens het denkbeeld dat hy zig vandefchone
Natuur gemaakt had ; want wat het Antiek
betreft dat heeft hy nooit gekent.
Ik heb nooit eenig aanmerkelyk Landfchap |Ci«I». van Faulo Veronéze gezien: hy heeft % lugten gemaakt in eenige van zyn grootfte ftukken die uitnemende zyn: maar zyn verfchieten en voorgronden trekken naar den aart der water -verve,
Hy
|
|||||
|
tsan fenettett'. y
Hy heeft nimmer de kennis van ligt en bruin rcgt begrepen, zo het gevonden word in ecnige Schilderyen is het niet anders als door de goede uitwerking van-zyn vernuft, onaf han-kelyk van den konftregel: maar wat belangt de locale Couleuren deze heeft hy wel verftaan, doende dezelve gelden door de vergelyking tc-gens elkander. Hoewel dat zyn neiging overhelde tot een a lugte en b heldere manier, dat * hy zomtyts donkere en fterke Conleuren heeft tLu gebruikt, en dat het c naakt der Beelden op- nieu reet over d en doorfchildert is met e zuivere c.c*Inae
■ ° r ^ . tions.
tinten, zo zyn zy nogtans zo tns van Couleur dReehet» niet als die van Titiaan, nog zo kragtig eng «hees. gloejend als vanTintoret; het fchynt my zelfs '?**tttk toe datter veele zyn die een weinig naar het h f v^ou. lootagtige trekken, dit belet egter niet dat in reutes. het generaal v»n zyn Couleuren een verwon- J^Sa>*--derlyke overeenkomft is, inzonderheit in zyn Sé"Dtf* klederen, aan dewelke hy een uitftekenden > piomtw, luider, verandering en grootsheit heeft gege-<BtillMt. ven, die hem alleen eigen is. De harmonie die men daar in vind komt doorgaans van het k lakzeren en de gebrooken Couleuren, dewel- k Glaci». ke de een aan de ander deelagtig ontwyfel-baar de / houwding veroorzaken.
Ondertnffen ziet men Schilderyen, die men iegt van hem te zyn daar de Couleuren m fp en w onovereenftemmende zyn: maar ik zou-de geen borg willen ftaan dat alle de Schilde-ryen,die men op den naam van Paulo Veroné-ze (telt, daarom van zyn hand zyn; want hy had een broeder en een zoon die zyn manier gevolgt hebben.
Men ziet over al in zyn werken een groot
|
||||
|
'lóó De Schoolt
e-beftaan; 7yn uitvoering is * vaft en zeker. *t Pinceel lugtig, en zyn agting door genoegzame delen onderfteunt om haartcbehouvrdenin den rei van de eerfte Schilders.
Ik moet hier niet vergeeten dat het Tafereel van de Bruiloft van Cana, dat hy te Vcnetien tot St. Georges Major gemaakt heeft, boven al ïyn andere werken uitmunt, en dat het niet alleenlyk de Triomf is van Paulo Veroneze, maar dat het by naarde Triomf van de Schilder-konft is.
BENEDETTO CALIARI
Schilder en Beeldhouwer.
WAs de broeder van Paulo Veroneze, en heeft hem aanmcrkelyk- in zyn werken geholpen, want het was een zeer arbeidzaam man,zyn manier van Schilderen was gelykals die van zyn broeder, en dewyl hy verre was van enige cerzugt, zo zyn de werken vau hem onder die van Paulo begreepen; hy overleed in, *t jaar i 98. oud zeftig jaren.
CARLO em GABRIEL CALIARI.
WAren 2oons van Paulo Verdneze, de eerfte had een fchoon vernuft tot do Schilderkonft nodig, hy maakte fraaije dingen als hy maar agden jaren.oud was. Men ge-» looft dat hy zyn Vader zoude hebben te boven gegaan indien hy langer geleeft hadde; maar
om
|
||||
|
van Pene tien. i
om zvn zwak heit des ligjiaams en te grooten Vlyt in het werken bedorr hy zig zelfs de borft, en ftorf in het zesëntwintigfte jaar zyns ouderdom». Gabriel zyn broeder oeffende zig ook in de Schilderkonft, maar dewyl hy de groot-iie bcgaaftheit niet hadde, verliet hy haar om de Koopmanfchap aan te vaarden , egter zo Schilderde hy wel by tuffen tyt. Hy ftorf in't jaar «631. oud driënzeftig jaren.
JOAN-ANTONIO REGILLO
Gezcgt PORDENÖN.
WAs van Pordenon, dat een vlek is in Frioul twintig mylen van Udiné. Hy was afkomftig van het Aloude huis van Sac-chi, en de regte naam van zyn gcflagt was Li-cinio; maar de Keizer hem hebbende Ridder gemaakt, nam hy daar door gelegenheit om zyn naam te veranderen,om den haat dien hy een van zyn broeders toedroeg, die hem had willen ombrengen, hy heeft geen andere Meert ers in de Schilderkonft gehad, als de groote liefde tot dezelve, en de werken van Giorgio-nc zyn vrind en * mededinger; en naar de f konftregelen van dezen doorgront te hebben ;fp^ begaf hy zig zo wel als hy om de fchoonfte tipe. uitwerkingen van de Nttuur te volgen , dit gevoegt by de kragt zyns vernuft en de $ zugttL'An*. om zig bekwaam te maken, is oorzaak ge weefttmoR* dat hy een van de beroemde Schilders van de waereldt geworden is,
R3 Hy
|
||||
|
|
||||||
|
De Scheole
Hy gaf niets toe aan Titiaan, daar was zo groot een jaloersheit tuffen hen beiden, dat Pordenon vreezende eenigen overlaftvandczy- Com-de van zyn *tegenftrcever,altoos op zyn hoe-p«titeut, de was, en wanneer hy het Kloofter van St. Steven in Venetien Schilderde, werkte hy met den degen aangegord en hetrondas by der hand, tBiaves. naar de gewoonte der f Voorvegters van dien 'tyt; hy had een overvloedigengeelt, enteken-de van goeden aart, en was weinig minder als Titiaan in hetColoriet, hy heeft veelinFrefco gefchildert; en deed dat zonder moeite, gevende daar aan een groote kragt, zyn voor-naamfte werken in 't openbaar zyn tot Venetien, Udiné, Mantua, Vincenza, Genua,en in het Frioul.
Hy ging naar Ferrara door bevel van Hertog Hercules den II. om daar de tekeningen van de Tapytzeryen te volvoeren die hy te Venetien hadde begonnen: maar hy wai daar zo ras niet aangekomen of hy ftorte in een zwaare ziekte en overleed zonder dit werk, dat de doling van UlifTes begreep, te voleinden. Dat was in het jaar 1^40. en hetzesënvyftigftcvan 2yn ouderdom, niet zonder eenig vermoeden van vergift. De Hertog Hercules deed hem een pragtige uitvaart bereiden; Pordenon had een Neef die den zelfden naam had als hy, en zyn Dirdpel was, men zal daar in vervolg van fpreken; hy had nog een ander Difcipel ge-naamt Pomponio Amaltco, die zyn behouwd Zoon was.
|
||||||
|
JERO-
|
||||||
|
van Fenetien. 16$
JERONIMO MUCIANO
C^Eboortig van Brciïia in Lombardien, J tudeerde eenigen tyt onder Romanini, dien hy verliet om 7,ig naar de manier van Ti-tiaan te voegen . maar tragtende zig te verfter-ken in de tekenkonft, ging hy naar Romen, daar hy Schilderde met Thaddeo Zuchcro, hy tekende daar veel naar de Antieke beelden, en de befte Schilderyen, hy voleinde de tekeningen van Bas-relief van de Colonne Trajana, die Julio Romaan hadde begonnen ; hy liet deze in koper fnyden, en Ciaconius heeft zyn uitleggingen daar opgemaakt. De Paus Gre-gorius de XIII. liet Muciaan Schilderen, 'en het was uit aanmerking van zyn Perzoon dat deze Opperprierter te Romen de Academie van S. Lucas fb'gtte,door een brevet dat Sixtus de V. beveiligde.
Hoewel dat Muciaan een goet hiftorie Schilder was, maakte hy nogtans veel lieverLand-fchappcn,dat hy zeer wel verftont,zyn manier had iets van het Neêrlarits in het ilaan van de bomen, daar de Italianen zo zeer geen agt op gegeven hebben en dat egter een groote wel-ftant is in de Landfchappen, de (lammen der bomen maakte hy aangenaam door de veranderingen , hy had groot behagen in de Caftan-jen, en zyde dat hy geen bomen wiftzo Schil-deragtig als deze; Cornelis Cort heeft 7 groo
|
|||||||||
|
te Landfchappen naar hem in 't koper gebragt
|
,
|
||||||||
|
die konftig zyn- Muciaan overleed in 't jaar 1 f90. oud twecnieftig jaren: hy liet na door zyn Teftarnent twee huizen aan de Academie R 4 van
|
|||||||||
|
zö"4 De Scbotle
van S. Lueas te Romen, en begeerde dat indien zyn erfgenamen zonder kinderen kwamen te derven, alle hunne goederen zoude keeren ten voordeele van de zelfde Academie, om een wooning te bouwen tot huisvefting voor jonge Leerlingen die te Romen zoude komen Studeren, en die zodanig behulp zouden nodig hebben.
GIACOMA PALMA
Gczegt Den. Ouden Palma.
GEbooren in het Landfchap van Bergamo in 't jaar If48. hy heeft gefchildcrt met een groote kragt van Couleur, geholpen door een tamelyke goede tekening. Ik oordele het behoorlyk te zyn hem onder de Veneetziaanze Schoole te dellen, eerder als onder die van Lom-bardien, daar hy zyn oorfprong genomen heeft. Zyn manier was zo overeenkomende met die van zyn Meefter, dat deez' een afdoening van het kruis begonnen hebbende, dat dedoot hem belette te volvoeren : Palma verkoren wiert om de laatfte hand daar aan te (laan, dat hy deed met eerbied voor de gedagtenis van Titiaan, al 70 hy dat heeft willen betuigen door de volgende woorden, die men in dat Schildery nog heden leeft.
?uod Titianm inchuatum reliquit, alma reverenter perfecit, Deoqtie Dicsvit *fus.
Hcï
|
|||||
|
van Vtnttm. f
Het allerbefle van 7.yn werken is deS.Barbera in de kerk van S.Maria Formoza, hy (torf in 't jaar ifo6. oud agtenveertig jaren, dat ons doet zien dat hy den ouden genoemt wert, is om dat hy den jongen Palma heeft voorgegaan, die tyn Neef, en Difcipel van Tintoret was, dio in de manier van zynMeefter heeftgetchil-«fert. Deez' heeft menigte van werken tot Venetien gemaakt, daar [hy is gcitorven in den jaare 1623.
G1AGOMO DU PONT
Gezegt B A S S A N.
WAs de zoon van een gering Schilde* Francefco du Pont genaamt, dewelke van Vicenza was komen wonen tot BafTan, bekoort door de aangenaamheit dier plaats, en die grote zorgvuldigheit hadde over de opvoeding van Giacomo daar wy vanfpreeken ;dezc * loon hebbende de eerfte lciTen der Schilder-konfl van zyn Vader ontfangen, ging naar Ve-neticn, daar hy Studeerde onder Bonnifacio Venetiaan, en vervolgens naar de Schilderyen van Titiaan en Parmens; zynde weder naar BafTan gekeert, begaf hy zig om alles naarde Natuur of het leven te Schilderen, dat hy zedert altyt voor hem (telde in de uitvoering vanzyne ■werken, volgende daar in de genegenheit van zyn eigen aart en imborft. Schoon dat hy de Beelden heel wel tekende, nogtans betragtte hy inzonderheit de navolging van de beelten
|
||||
|
z66 De Schoole
en het landfchap, ter oorzaak dat dcïe dingen veel gcmeendcr en voordeliger waren omtrent zyn woonplaats, ook is het hem daar in volkomentlyk gelukt; met één woort,hywas een uitmuntend Schilder; boven al in de verbeelding van Herders en Veltgezigten; en indien in deftige GefchiedenifTen, welke hy zo veelmaals niet heeft onderhanden gehad, het fierlyke en het Edele zo niet gezien word als wel zoude te wenfehen zyn. Ten minden
'Frai- V1'nc* mea ^aar m vee' ^^g1!* frisheiten waar-
chenr. heit.'
De liefde die hy voor zyn kond had en de gemakkelykheit die hy bevond in de uitvoering, heeft hem een wonderbare menigte van Schilderyen doen maken die zig door geheel Europa verfpreit hebben, want hy Schilderde in 't gemeen voor Koopl uiden die dezelve naar verfchcide plaatlTên verzonden. Hy florf in 't jaar i 92. oud tweê'ntagtig jaren. Nalatende vier zoonen, Franceico, Leandero, Joan Baptifta en Jeronimo.
FRANCESCO BASZAN.
Die de oudfte was vertrok naar Venetien, overtrof in zyn beroep zyne andere broeders, hy was zeer zwaarmoedig en vol benauwde gedagten, zo dat hy allengs verviel in een vremde krankzinnigheit, zig dik wils inbeeldende dat de Geregtsdienaars hem vervolgde. Op een tyt hoorende hart aan zyn deur kloppen, gelovende dat men hem kwam gevangen nemen, wierp hy zig uit zyn Kamer venfter en buk het hooft tegen s deflecnen,
in
|
||||
|
van Venetien. z6j
In 't jaar tf94- het vierénveertigfte zynensou-» derdoms'.
CAVALIERRE LEANDRO
■
ZYn broeder, volgde gelyk als hy de manier van Giacomo hun Vader, maar hy Schilderde zyn (tukken 20 kragtig niet als FranceC-co. Hy begaf lig inzonderheit over aan het Portret Schilderen. Door dat van den Doge, Marino Grimani, dat hy maakte, verkreeg hy den halsbant van Sant Marcus. Hy was altyt fierlyk gekleet, hy beminde * de verteering, * La en den "ommegang met eerlyke luiden; maar dcPeB&' hy had 2 0n h*t hooft gebragt dat men hem vergeven wilde. Men zegt dat deze zwakheden Natuurlyk waren aan de vier zoons van Giacomo du Pont, dewyl het aan hun Moeder al gebleeken was zomtyts zotte vlagen onderhevig te zyn, de Cavalier Leander, overleed tot Venetien in 't jaar 1613.
De twe andere broeders hebben niet veel
anders gedaan als de werken van hun Vader
gecopyé'ert, Joan-Baptilta (torfin 't jaar 1613.
en Jeronimo die van Medicyne Doder zig
Schilder gemaakt had in 't jaar 1622.
Aanmerking tver de tuerfan van de Bajfans.
|
||||||||||
|
G
|
1 a c o M o Baffan, die de Vader was van de anderen, is de eenige waar van ik voor
|
|||||||||
|
nemens ben al hier te fpreken : om dat ik de niet anders aanmerk als zyn Copyêef^
ders,
|
||||||||||
|
Z6Ê JDe Schoote
ders, niet hebbende in hunne ftukken te pas gebragt als de Studiën van hun Vader, en.zo 2y iets meerder gedaan hebben het is dikwilÉ het zelfde geweeit , eerder uit gewoonte als vernuftig, in één woort zo zy eenige verdiende hebben, zo is het voorgekomen van hun Vaders werken.
Giacomo Bafïari was in der daad tot de Schilderkonft geboren ; want onder alle de Schilders ziet men niet cene die minder de manier van hunne Meelters gevolgt hebben als deze; hy verliet hen om zig in de armen van de Natuur te werpen, dichemdievernuftigen, geeft ingeftort hebbende, hem ook in zyn Va-* derlant verleende de allerbekwaamfte voortbrengingen om zyn geeft aan te kweeken. Baflan befchouwde terftont deze MeeftrelTc der konden in haar merktekens, die haar het allerduidelykftc en kenbaaifte doen fchynen, hy fchifte het valfche van de waare Natuur t en naar eenigen tytmetgrooteaandagtzynoef-fening daar op toegelcgt te hebben in de bc-tondere voorwerpen, zo maakte hy Schilderyen van een ongemeene waarde.
Zo zyn begaaftheit niet was voor het verhe-venfte flag der doorlugtige heldendaden of ge-fchiedeniflen, die de deftigheit vereifchen, hy heeft nogtans heel wel behandelt de onderwerpen die overeenkomftig waaren met de maate van zyn geeft en verftant, gelyk als de verbeeldingen van het veld en 't Landleven, want van welk een flag dat zyn voorwerpen waaren , wift hy dezelve voordelig te plaatflen, voor de goede uitwerking van 't geheel, en al heeft hy aan zekere bezondere dingen een fleg-
tc«
|
|||||
|
van Vtmtitn. 169
ten rwier en flegtc toeltd gegeven,ten minnen heeft hy hen opregc en * tattbaar doen * p.,ipt-Ichyucn. ,. blw>
Zyn tekenkonft was nog edel nog vloeijen-de, om dat het meecendeel van zyn onderwerpen het niet vereiffen, maar in lyn (lag van Beelden was hy f ïel<er van omtrek ZyntConeft; klederen waren droevig, en de uitvoering van dezelve was alzo veel uit gewoonte als naar waarheit gedaan.
Zyn Loca/fCoulcurenbebouwden volkomen hun eigen aart, zyn \ vlees Couleuren verto- tClm^ nen een groote frisheit en waarheit. Zyn Cou- tiwu. leuren hebben een verwonderlyke verbintenis met die van de Natuur. Zyn landfehap is van heclen goeden aart, de gronden wel verkozen, het ligt en bruin wel vertiaan, de toetflen gec-ftiz, en de Couleuren altyt Natuurlyk in de verfchieten: maar dikwils te zwart op den voorgront, hoewel dat het fchyntdat hy daar door heeft willen te baat komen de eige/ifchap van de helderheit der voorwerpen. Hy heeft veel nagt verbeeldingen gefchildert, en de aan-genonie gewoonte die hy hadde van fterke fchaduwen te maken , kan ook veel toege-bragt hebben dat hy dezelve buitens tyts gebruikt heeft in de onderwerpen van een helder
Zyn' Pinceel is vaft en § lyvig en behandeltiVttMi met zo veel beleid dat niemant de beeften met xo veel konft en naauwkeurigheit gefchildert heeft Ik en weet niet of wel veel van zyn nukken in Vrankryk zyn, maar dit weet ik, dat de geene die ik in de kerken van Baflan gezien nebbe, mik een frisheit en luifter da«
|
|||||
|
\
|
|||||
|
170 De Schoole
in doorflraait die my zo ongemeen is voorge* komen, dat ik nergens diergelyks hebbe gevonden.
jianhangzel uit Bellorie.
\nneer Annibal Carats door Lombar-W dien naar Veneticn reisde, vond hy aldaar nog in het leven en kende Paulo Vc- ronees, Tintoret, en Ballan; in het huis van den laatrten wierd hy aangenaam bcdro-,, gen, iyn hand uitltrekkende om een bock op te nemen dat gcfchildert was, 't was van dezen befaamde Giacomo Baffano dat An- nibal fchrcef, om nog iets by de woorden ,, van Vafari te voegen. Giactmo Bajf'ano is wel lofwaardiger ■Schilder geweejt, als Va- f art van hem getuigt heeft; om dat behalve» zyn fchoone Schilderwerken, hy diergelyke wonder/lukken heeft uitgevoert ah -van de Al' oude Grieken verhaalt werden, bedriegende niet jlegts de onredelykt dieren , maar ook ,, Konflenaars, 't is aan my zelfigebeurt, dat ik in zyn kamer van hem bedrogen wierd, om dat ik myn hand naar een boek uitjlak ,datby gefcbildert had.
JULIO LICINIO Geaegt
|
|||||||
|
PORDENON de Jongen.
An Venetien, Difcipel van den grootcn Pordenon zyn oom, was goct tekenaar
en
|
|||||||
|
V
|
|||||||
|
van Venetien. irj\
en had een groote kennis van het Frefco Schilderen. De overeenkomft der namen is oorzaak gewecft dat de werken van den Neef met die van den Oom onder den anderen zyn verwert. ündertuffen heeft hy op veelplaats-fen gearbeit. Hy heeft in Frefco gefchildert den voorgevel van een huis tot x\ugsburg, tegenwoordig bewoont door den heer Chante-rcl. Dit werk is zeer wel in Üant gebleven: om de gedagtenis van zyn maker te eeren heeft de Mageftraat der ftadt dat opfehrirt daar by doen (tellen. Cultus LiciniusCivisVenetus & Augiijlanus h«c JF^dificiutn hts piduris w/i-gnivit , hnecque Ulttmam manum pofuit , anno 15*61. dat is te zeggen'^«/jo Licinio,bur~ gcr iian Venttten tn van Augsburg, heeft dit kuis vermaan gemaakt dour dit werk va» Schil-derkonji, dat hy volvoerde in 't jaar 1 f61. Hy leefde in den zelfden tyt als Baiïan. Men weet niet meer van hem te xeggen, VafUri nog Ri» dolfi hebben van hem niets verhaalt, mogelyk ter oorzaak van de gelykheit der namen ea verdienden.
Men zoude onder de Veneetziaanze Schilders konnen geftelt hebben Jan da Udiné die te vinden is op'debladzydeiS8.enFra-Bauiaan dclPiombodiegevondenwertopdebladtyd.201. maar dewyl de levens van deze twe Schilders veel opzigt hebben tot die van Raphaël ,en van Michel Angelo, heeft men goet gevonden om dezelve daar by te voegen.
Ik vernieuwe alhier de waarfchouwbtge die ik aan den Lezer in myn Voorreden gedaan heb-be, dat de tor delen die ik hebbe genelt in my» aanmerkingen wer de werken der Sihildcrs, niet
e»
|
||||
|
trj t He Schoole
en ty» over een uitgelezen getal van httnne Schilderyen, maar over het algemeen dat uit hunne handen is voqrtgekonten.
|
||||||
|
V. BOEK.
Het Leven der Schilders van Lombardien. ANTONIO CORREGIO.
ALdus gcnoemt, van de ftadt Corrcgio ia het Modenees gelegen, daar hy geboren wiert in 't jaar 1472. Zedert de vernieuwing van de Schilderkonft in Italicn, dat is te zeg-gen, zedert Cimabuc tot aan den tyt van Ra-phaël, is deze konft, die niet als zwakke be-ginzelcn hadde gehad, niet opgeklommen tot luik een trap van volmaaktheit dan allengs-. kens. De leerlingen vermeerderden geduurig nog dat geene dat zy van hunne Meefters ont-fangen hadden; het is zeek er dat dit doorgaans gebeurt in alle konftcn. Maar men moet hier verbaaft ftaan en een verftant, tegens de ge-meene loop hoog agten, die zonder Romen , nog de Antieken, nog de werken van de uitnemende Meefters gezien te hebben; zonder Mcefter, ïonder vooruant, zonder uit zyn land te gaan,in 't midden van de armoede, cri ïonder ander behulp als de oefFening naar het leven, en de genegenheit die hy had tot het Schilderen, werken heeft vportgebragt van het
H
|
||||||
|
van Lombardien. zjz
allerverhcvenfle flag, zo wel in de gedagten als in de uitvoering: zyn voornaamfte zyn tot i'anna en Modena, en zyn toffe Schilderyen zyn zeer raar.
De befaamtheit van Raphaè'1 verwekte in Corregio den luft om Romen te zien; hy be-fchouwde aandagtig de Tafcreelen Tan dezen grooten Schilder, en de lange ftilzwygentheit daar hy in verzonken was.op het zien van dc-zelvcn wiert afgebroken door deze woorden, Anchi'j fun pittore, nog ben ik Schilder. On-dertuffen alle de fchoone konQwerken ,die hy tot daar toe gemaakt hadde, konden hem uit den ellendigen (laat niet redden daar hy zig in bevond, om dat hy meteenzwaarehuishouw-ding was belait, en de vergelding voor zyri werken zeer gering was.
Zynde op een dag gegaan naar Parma om een betaling van twechondert guldens te ont-fangen, zo gaf men hem dit alles aan kopere munt,die men Qatfini noemt. Deblydichap die hy had om dit geit aan zyn vrouw te brengen deed hem geen agt flaan opdezwaare vragt daar hy in den tyt van de hitte mede beladen was, geduurende eenige meilen weegs te voet te gaan, invoegen, dat door de ver-moeitheit van dezen lalt, hem een pkurisover kwam, daar hy aan overleed in 't jaar iyiji oud veertig jaren.
Aanmerkingen over ete -werken van Corregio
|
|||||||||
|
w
|
|||||||||
|
Y zien niet dat Corregio iets ontleent heeft van anderen^ alles is ongemeen in
|
|||||||||
|
S
|
|||||||||
|
174- Dt Schoolt
zyn Werken: zyn bevattingen, tekening, Couleur, en Pinceel. En dit ongemeen e heeft een-goede uiikomft; want zyn gcdagten zyn zeer verheven, zyn Coaleur * teder en natuurlyk,
|
|||||||||||||||
|
* Deli-
|
|||||||||||||||
|
cates. en 't Pinceel fchynt behandelt te zyn a!s door de hand van een Engel. Zyn omtrekken zyn de zeekerfte niet om de waarheit te zeggen, maar van een f grooten aart; 't gelaat van de
Gout hooien bevallig en van een zonderlinge verkiezing, voornamcntlyk van de vrouwen en kleine kinderen En indien men by dit alles de ^houwding voegt die in zyn werken door-
*LU' (traalt, en het talent dat hy bezat om de ge-
|
|||||||||||||||
|
moii.
|
|||||||||||||||
|
moederen te bewegen door de fcherpzinnig-heit van de uitdrukkingen der hertstogten, zo zal men geen moeite hebben om te geloven dat deze begaaftheit in de konfthem eerder van den Hemel is gefchonken,als door zyn ocffe-ningen verkreegen.
Francesco Francia, die hier moeft ge-plaaft zyn, is geftelt onder de Schilders van de Komeinze School op de bladzyde 141. even eens als Polidoor van Cararagio op de bladzyde 171. en Parmens op de bladzyde 180 Pel-legrino van Modena op 190. en Primaticcio op 203. dat is daarom gedaan, om dat men eerder heeft gezien de manier en 't beleid dat ay hielden in hun konftoeffening, als dat men agt gegeven heeft op het lant van hunne geboorte. Mogelyk ook dat de lezer het niet ongerymt zal vinden dat de Difcipelen van Raphaël op hun beurt naar hunnen Meeftcr vol-gen.
DE
|
|||||||||||||||
|
van Lombardien. DE CARACCEN
LoDEWYK, AüGUSTYN, en ANNIBAL,
DE Caraccen, die zo veel glorie en agting door hunne werken verkregen hebben, waren Lodewyk, Auguftyn en Annibal, alle drie van Bologne.
Lodewyk kwam ter waereld in 't jaar i fff. hy was de Neef van Auguftyn en Annïbal ,en dewyl hy ouder was als zy lieden, en dat hy eerder aan de konft hadde gewceft, zo wiert hy ook hun Meeftcr. Zyn beginzel was by Profper Fontana, die, oordelende dat het den jongeling aan geeft ontbrak, hem tragtte van de Schilderkonft af te trekken, en maakte het aan hem zo tegen dat Lodewyk zyn School verliet. Maar zyn begaaftheit verwekte zyn moet, en deed hem voornemen geen andere Mecfters te hebben als de werken van groote Schilders. Hy ging terftont naar Veneticn, alwaar Tin-toret, hebbende van zyn werk gezien, hem een hart onder den riem ftak, en voorzeide dat hy te zynen tyt den cerften zoude worden van zyn konft. Dit deed hem zyn voornemen vervolgen om zig in de tekenkonft bekwaam te maken. Hy Studeerde dan naar Titiaan, Tin-toret, en Paulo Veronces tot Venetien: naar Paffignano, en Andreas del Sarto tot Floren-cen: naar Parmens en Corregio te Parma, en naar Julio Romaan tot Mantua. Maar van alle deze Meefters, was die geenedaar hy het allerJevcndigft door geraakt wiert, Cor-3 2 regio,
|
||||
|
lj6 De Scheelt
regio, welkers manier hy ledert altoos ook
heeft gcvolgt.
Augustyn wiert geboren in 't jaar if57. en A n n i n A l in 't jaar 1 560. hun vader, A n-tonio genaamt, was een kleermaker, en droeg zorgc om zyne Zoonen -wel op te voeden. Hy liet Auguftyn Studeren om dat zyn neiging tot de geleertheit fcheen overtehellen .-maar dewyl zyn Geelt hem kragtigeraanfpoor-de tot de konden, beitelde men hem by een Goudfmit, die Auguftyn wel haaft verliet om weder by zyn vader te komen, alwaar hy zig bezig hield met verfcheide onverfchillige wee-tenfchappen te keren
Hy begaf zïg tot al het geenein zyn gedag-ten viel: aan de Schildcrkonft, aan het Plaat-fnydeil,de Digtkonft,en deMathcmatizewee-tenfchappen, het fpeelcn op Inftrumenten,tot het DanfTen, en aan andere pryswaardige oef-feningen die wel verfierden, maar ook ta ge-lyk zyn geeft verdeelden.
An*nibal in tegendeel had zyn aandagt niet als op de Schilderkonftgeveft Dezekonll die hem nog naauwer verbond met zyn broeder, verpligtc hen alle beide om te zamen te Studeeren: maar hun verfchillendc aart veroorzaakte een geduurige twift en krakeel, en belette al de vrngt van hun oeffeningen. Auguftyn was vreesagtig en arbeidzaam; An-nibal kloekmoedig en ondernemende: Augus-fty n tragte naar de rrindfchap en den ommegang met luiden van geboorte en verftant, Annibal beminde niemant als zyns gelyk, en had een afkeer van aanzienelyken ; Auguftyn wilde lyn broeder Qvc.trerTen door het regt zyns ouder-
|
||||
|
van Lomhardien. 2.77
derdoms, en de verfcheidenheit der Weeten-fchappen, Annibal veragtte zulks, niet denkende als op de tekenkonft: Auguftyn had te veel eidele fcherpzinnigheit om met voordeel de Studiën naar een nette lecrwystefchikken, Annibal veel levendiger maakte zig over al een gebaanden weg. Daarom in de waarfchynelyke onmogclykheit om hen te vereenigen, fcheide hen de vader van elkander , zendende den oudften by Lodewyk Caracci, die wel haaftdaar é na hen alle beide begeerde , en door zyn zagtmocdigheit en verüant dete natuurelyke tegenftrydigheit wift te temperen. Tot dien einde bediende hy zig van den geweldigen luft die hy zelfs tot de konft had, hy fcherpte hen de zelfde liefde in, en beloofde al de kundigheden meede te delen die hy 'er in verkreegea hadde; want hy was alreeds voor een verftan-dig Schilder bekent. Eindelyk den yver, dien zy voor hun beroep hadden,dagelyksvermeerderende door den verbaazenden voortgang dien zy 'er jn maakten, verbond de vrinlchap onder hun driën, en deed hen alles ter zyden flellen, behalven het voornemen om groote Meefters te worden.
Augustvn niet te min hielt zig niet al-tyt bezig met Schilderen , om dat het Pla-nfny-den, 't geene hy van Cornelis Kort leerde, hem aangenaam was, willende deze oeffening niet verlaten in welke hy zo veel verftant had ge-toont, zelfs van den ouderdom van veertien jaren af. Maar alhoewel hy in dit ftuk voor-treffelyke proeven van zyn bekwaamheit heeft
§egeeven, had hy niet minder zugt voor de childerkonft, want de luft en liefde wcder-S 3 riep
|
||||
|
278 De Schade
riep hem altoos tot dezelve als tot zyn middel
punt
Annibiü die nooit afweek van zyn konft oef féning, doorreisde , om nog meer daar in ver-fterkt te worden, geheel Lombardien en 't Ve-nectziaans gebiet. Hy was 20 opgetogen van de werken van Corregio in Parma; dat hy fchreef aan Lodewyk, hem biddende Auguftyn te beweegen om zig by hem te voegen, zeggende datze nimmer een beter fchool zouden konnen vinden om bekwaame Meefters te worden , dat, nog Tibaldi, nog Nicolini, nog Raphaël zelf in de S. Cecilia, niets gedaan hadden in vergel yking van de verwon-derlyke konft die hy zag in de Schilderyen van * G«- Corregio; dat alles hier groots en * bevallig é was, dat Auguftyn en hy t'zamen naar deez,e fchoo.ne dingen met vermaak zouden Studeren, en datze in goet verftant zouden leven.
Van Lombardien ging Annibal naar Vc-netien, daar de nieuwe bekoringen die hem Voorkwamen in de werken van Titiaan, Tin-toret, en Paulo Veronees, hem met vlyt en aandagt de Schilderyen van deze gfoö'te mannen deed Copyëcren.
Eindelyk naar dat elk van hun dricn zyn vordering gehaalt hadde uit de werken van anderen, zo verbonden zy hen volkomen met elkander, met voornemen om nimmer te fchei-den. Lodewyk maakte zyne Neven deelagtig aan zyn verligting in de konft, dèeze ontfin-gen dat met alle mogelyke grerigheit en efken-teniflè.' Hyftelde vervolgens hen voor de gevoelens en manieren in een te fmelten; en op de ïwarigheit die zy hem vertoonden dm de dicp-
tens
|
||||
|
"jan Lombardiin. 279
tcns van deze konft te konnert, doorgronden, en de twyffelingen op te loffen, antwoorde hy dat het niet waarfchynelyk was dat drie Perzonen, die niet zogten als naar de waar-heit, en die al de verfchillende manieren wel hadden gezien en naargefpoort, zig konden bedrogen vinden.
Zy namen dan befluit om de :orde die zy begonnen hadden te vermeerderen en voort te fcetten: zy maakten inverfcheideplaatfleneeni-ge werken, die niet tegenftaande dat zy van hunne benydcrs overdwarft wierden, hun ag-ting en vrinden deden aangroeijen. Aldus hen ■ziende geveft in een aanzienelyke agting, be-wierpenze de eerfte gronden van deeze ver- * Aca. maardc *ocften Schoole , die zedert onder de naam van de Caraccen is beftempelt geweeft. 't Was daar dat al de jonge leerlingen, die groote hoope van hen gaven, de leflen ontfin-gen, 't was daar dat de Caraccen gulhartig en met goetheit leerden de dingen die overeen-komftig waren met het vermogen van hunne Difcipelen. Zy bezorgden uitgekoze modellen van mans en vrouwen: Lodewyk befchik-te Statutn en Basrelieve» van de Antieken. Zy hadden daar de tekeningen van de befte Meeftcrs, ende uitgelezentfte boeken over alle ftoffc. Een zekere Antonio de la Torre, groot f Ontleder, onderwees daar 't geene de \ ïa-menvoeging en de beweeging der Mufcelen belangt zo veel dezelve opzigt heeft tot de Schilderkonft. Men hield dikwils by eenkom-ften; niet alleenlyk de Schilders, maar de Geleerden wierpen hierzwa-Tighcdenvoor, ende ■twyrtclingen die nog over bleven, wierden al-S 4 toos
|
||||||
|
i8o De Schoolt
toos opgche'dert door de beflifzing van Lode-r wyk, aan wien men toevlugt nam als tot een Orakel. Al de waereld was hier wel onrran-
fen,en de jonge luiden,aangefpoort door den ■Jaaryver, bragten met Studeeren dagen en nagten door: want, al was het dat de uuren wel geregelt waren voor de verfchillende we-tenlchappen die men hier verhandelde, men konde egter ten allen tyden vorderen in de naarvolging van het Antiek, en de tekeningen die men hier zag. De Graaf Malvafie zegt, dat het geene deze Academie heeft onder-fchraagt, zyngeweelt, de grondbeginzels van Lodewyk, de onvermoeide vlyt yau Augus-tyn, en de yver van AnnibaJ.
De agting van de Caracoen door 't gerugt tot Romen verfpreid zynde; ontbood de Car-dinaal Odoard Farnéze,die deGallery yanzyn Paleis wilde laten Schilderen, Annibal te Romen tot uitvoering van zyn voornemen , de Schilder nam zo veel te gewilliger de reize aan, om dat hy grooten lult hadde de werken van Raphaël, de IJeelden en Antieke Basrelie-ven te ztsn
De finaak, dien hy vond in de Beeldhour
jvery der Antieken, deed hem zyn Bologneze
manier veranderen, die veel van den aart van
* M.é-~ Corregio had om een veel wyzer ? beleid te
'k"'? V0'Sen 1 dat meer f onderzogt en kragti^er ^
J.l^e"cl~uitgedrukt was; maar aan de andere zydedro-
t ïfp- gec en zo natuurlyk niet nog in tekening nog
jioncée. ;n Couleur. Hy had de gelegenheit aan de
hand om aan verfcheide werken , die hy dede,
en onder andere in het Paleis Farne7.e,te to-
pen wat hy in dekonft vermqgt, Auguftyn,
die
|
||||
|
van Lombardien, 281
idic hem was komen vinden, bood hem ruftig de hand 70 in het Ordineeren als in het uitvoeren. Maar het zy dat Auguftyn in dit werk te veel den Meefkr wilde fpelen, of dat Annibal de Glorie begeerde alleen te hebben, altans deze laatfte konde niet verdragen dat zyn broeder aan dit werk langer bezig was, wat onderwerpingen en aanbiedingen dat Auguftyn ook deed om hem te bevreedigen.
De Cardinaal Farnezc ziende deze oneenfg-heït,zond Auguftyn naar Parma,met voorne^ men om hem voor den Hertog Ranuccio zyn broeder te laten werken , hy Schilderde hier een kamer, maar geduurende deze bezigheit gaf men hem zo veel rede van moeijelykheit en onluft, dat iulks niet konnende te boven komen; hy zig in een Klooft r der Capucinen begaf, om zig tot de doodt, die hy gevoelde naar by te zyn, te bereiden. Dee/.'kwam hem over in 't jaar ïóof. zynde maar vyfenveertig jaren oud.
Hy liet een natuurlyken Zoon nagenaamt Antonio, die Annibal naar zig nam, en liet Smdeeren en in de Schilderkonit onderwyzen. Deze Antonio heeft zodanige proeven van zyn bekwaainheit gegeven , zelfs in de weinige werken in Romen van hem naargelaten, dat men gelooft dat hy zyn oom Annibal zoude hebben overtroffen indien hy langer hadde ge-leeft. Hy ftorf in den ouderdom van vyfen-dartig jaren, in't jaar 1618.
De Graaf Malvafie, zegt dat Annibal reedc van berouw had over de hardigheit met de welk hy zyn broeder in Romen had bejegent, en dat hy in gevolg Schilderyen te maken heb-S s bende
|
||||
|
iS 2. De Schoolt
bende waar toe hem de raat en geleertheit van Auguftyn nootzakelyk waaren, zonderde hulp van Lodewyk Caracci in gruote verlc-genheit zoude geweeft zyn. Maar dat heeft weinig waarfchynelykheit. Om dat Agucchi die Annibal met zyn kundigheit altoos heeft -by gedaan in de Ordinantien dic hy te maken hadde, hem niet zoude in verlegenheit gelaten hebben, ten anderen konnen wy uit zyn tekeningen genoeg oordelen van zyn fchoon en ■overvloedig vernuft.
Men hield tot Bologne ter eeren van Auguftyn een heerlyke uitvaart, waar van men de omftandigheden kan nazien in de befchry-ving, die ons de Graaf Mal vafie daar van heeft nagelaten.
ündertufiën' volherde Annibal in de Galle-ry van den GardinaaïFarnéze, hier in gaf hy 7.ig ongelooflyke moeite, en fchoon dat hy in de konft volleert -was, heeft hy egter in dit werk het allerminfte niet gedaan zonder met het leven ofdenatuur raad te plegen , nog het minfte gedeelte van zyn Beelden gefchildert, voor het welke hy ïyn model niet op een ftel-♦ Atti- ling heeft doen klimmen, en aldus al zyn ♦ mie :ftanden naauwkeurig naargetekent.
Bonconti eene van zyn Difcipclen,verwondert over al'den arbeit dien hy aanwende, en hoe weinig agt daaropgegeevenwiert, fchrecf «an zyn Vader,- hem onder andere dingen zeggende: dat Annibal niet méér als tien driegul-'dens ter maant had, hoewel dat de werken die hy maakte wel duizent verdienden , dat hy van den morgen tot den avond aan den arbeid was, en dat hy ïig zelfs zoude doot wer-
ken:
|
||||
|
van Lombar dien.
ken; Zie hier de eigen woorden van den brief, bygebragt door den Graaf Malvafie.
Togliu eb ègli fappia che Mejfer Anmbale Carazzi «on altro ba dalfao ehejeuti dieet di moneta il mefe & parte per lui e firvitorè, & una Stanzietta alle tetti e lavora & tira la Ca-retta tutti il di Come un Cavallo, e fa loge Camera e jali, quadri £j? ancone e lavori da mille Scuti, e Jienta, e Crepa Ï33 ha poco Gufto an-cora di tal Servitu ma queflo di Gratia non fi dica ad alcuno.
Eindelyk hebbende naar onbedenkelyke moeite, deze Gallery in ftaat van volkomen-heit geftelt 10 als wy deielve zien, verhoopte hy dat de Cardinaal Farneze hem een vergelding zoude geven, gelykmatig met de hoeda-nigheit van het werk, in den tyt van agt jaren lang dat hy voor hem gefchildert had.
Maar een Spanjaart Don Joan de Caftro genaamt, die den Geeft van dezen Cardinaal beheerfchte, bragt hem te binnen dat, volgens de reekening die hy daar over gemaakt had-de , Annibal wel bewalt zoude ïyn met de Tomme van vyfhondcrt goude kroonen , die men hem vervolgens toezond, hy was van deze önregtvaardigheit zodanig getroffen «lathy tegens den brenger niet één enkel woort kondc 'fpreeken.
Deeze handel maakte een geweldigen indruk op zyn Geeft; en het verdriet dat hy daar orer gevoelde maakte hem kwynende en verkorte zyn leven. Der maate dat weinig tyts naar zyn wederkomft van Napels (daar hy was na toegegaan tot hertelling van zyn gdzoritheit die hy ookane;n,ias door ongeregelde vrouwe
min
|
||||
|
i?4 &e Schtole
min wat gekrenkt hadde) in Romen overleed
in't jaar 1606. oud negenënveertig jaren.
Terwyl dat Annibal te Romen Schilderde, wiert Lodewyk van alle hoeken in Lombar-dien opgezogt, voornamentlyk tot het maken van Kerkftukken, daar uitinen kan oordelen van ïyn bekwaamheit en gemakkelyke handeling door het groot getal dat hy gemaakt heeft,en door den voorrang dien men hem gaf boven alk andere Schilders.
In den tyt dat hy het allermeeft bezig was, drong hem Annibal zo kragtïg om te Komen by hem te komen en hem met 7.yn raadbehul-pig te zyn in de Gallery Farnéze, dat hy zig niet ontflaan konde van deze reize te doen, ^ . naar verfcheide mifflagen in deze Gallery * eé. °m~verbeetert te hebben, en zelfs een vandenaak-te figuuren gefchildert, die de Medailjc van Siringa onderftcunt, begaf hy zig weder naar Bologne. Eindelyk na dat hy de agting van de Curaccen had vaftgeftelt en ftaandc gebouwden, ftorf hy in zyn geboorte plaats, in 't jaar 1618. oud drieënzeftig jaren.
Lodewvk gebooren in 't jaar iyfy, ftorf in 't jaar 16)8.
Auguftyn gebooren in 't jaar 1^7. ftorf in 't jaar 160f.
Annibal gebooren in 't jaar iyóo. ftorf in 't jaar 1609.
-
De Caraccen hebben veeleDifcipelen gehad waar van de voqrnaamlte zyn Guido, Domi-niquin, Lanfranc, SiftoBadalocchi, Albaan, Guerchin, Antonio' Caracci, Maftelletta,
Pa-
|
||||
|
van Ldmbardien. i$f
Panicö, Bapfifta, Bonconti, Cavedon, Tac" cone, en andere, en indien de Caraccen al de agting niet hadden die zy door hen zelven ver-kreegen hebben , de uitmuntendheit van de Difcipelcn zoude hun naam roemrugtig aan den nazaat hebben doen overgaan.
Aanmerking tver de werken <üan de Caraccen.
WAnneer Michel Ange de Caravagio en Cavaliier Jofepia te Romen liet gezag over de Schilderkonft voerden, dat de eerfte die een * leer flegten aart van tekenen*Tres-hadde veel Difcipelen tot zig trok, om dat hy ^t een groot Coloreerder was, en dat jofepinzig gelegt hadde op een vaardige manier, Jzondert SanI fmaak, en zonder naauwkeurigheit, verwekte Go&t. de \ goede Geleigeelt der Schilderkonft de* Bon School van de Caraccen om dezen fchoone M konft te onderdeunen die gevaar liep om ia het uitterftc verval te ftorten aangaande het or-dineeren en <jden omtrek. $ Du
De Natuur deCaraccen voorziende meteenDeffem. heerlyk vernuft, had hun teftenseenongeloof-lyke drift tot hun beroep ingeftort: zy hebben 't vervolgt door hun bcgaeftbeit en volmaakt door de naarl^gheit van hunne 1J oefFeningen, f EM. door een hartnekkigen arbeit en leerzaamheitdes. van eeeuv Dezelfde gronden waar op zy deze beroemde School veftigden, die naar ben ge-noemt is , diende hen met een tot leidfter in de uitvoeringe hunner werken. Hunne hart- . delingen zyn genoeg overeenkomende, al het & on"
|
||||
|
2$$-: De Schoolt
derfcheid dat 'er in gevonden word komt niet als van de verfchillende getempertheit van hun aart en imborft, Lodewyk had minder vuur, meerder grootsheit, bevallighcit en kragt.- Gen- Auguftyn meerder * Edelheit, en Annibal tiikflé. meer | trotsheit en ongemeener gedagten: die-! Ficite.pCr bewetcnfchapt in de tekenkonft, levendiger in de uitdrukkingen, en verzeekerder in de uitvoering.
De Caraccen hebben uit deBeelhouwery der Antieken en al de befte Meefters gehaalt al wat zy konden. Om een goede manier te vcr-krygen, maar zy en hebben de bronnen niet uitgeput want indien zy veele dingen uit geput hebben uit de Aloudheit, Raphaè'1, Titiaanen Corregio, evenwel hebben zy nog meër gelaten als zy 'er uit genomen hebben. {Carac- Hoewel dat de \ eigen aart van Annibal *» eerder voor waereldtze verbeeldingen als voor het Geeftelyk is geweeft , nogtans heeft hy zommige van deze laatften zeer beweeglyk behandelt , en boven al dien van S. Francifcus. Maar Lodewyk overtrof in dit zoort van ver-beeldinge Annibal, dewyl hy aan zyn Maria beelden dat bevallig gelaat, op de manier van Corregio,wift te geven,de Geeft van Annibal v/as gewilliger geneigt tot de trotsheit als tot het tedere, tot het vrolyke als tot de ledigheit. Wat Auguftyn aan belangt, hy heeft dikwils de oeffening van Schilderen afgebroken om het Plaatfnydcn, dat hy by uitnementheit wel verftont, en door andere bezigheden.- aldus weinig ftukken gemaakt hebbende, zyn die voor het meerder gedeelte onder zyn broeders dingen getelt geworden.
Att
|
||||
|
van Lombar dien. 287
Annibal om dat hy in de letterwysheit niet gcftudeert hadde, maar al zvn vlyt en aandagt aan de Schilderkonft te kofte leide; bediende 2Ïg dikwils in zyn grootfte Ordinantien van het behulp en de geleertheit zyns broeders en van Munfignor Agucqi, doende aldus met hunne verligtingen zyn voordeel.
De Caraccen nebben alle drie de * groote» Grand manier in de tekenkonlt gehad. Annibal is Gout. daar in nog fterk gevordert in zyn verblyf tot Romen, zo ah men zien kan door de werken die hy in 't Paleis Farncze gemaakt heeft, de-z.e manier van tekenen f vergroot in opzigt tCharg«. van de waarheit . maar deeze vergrooting is egter zo fchoon en verftandig, dat zy zelfs vermaak geeft aan de zulken die haar berispen; want zyn % fmaak van tekenen is een § ver-jGoat# menging van het Antiek, van Michel Angclo, % Com* en * van het leven. Maar dewyl de genegen- g! heit die hy had voor de nieuwe fchoonheden hem de oude deden vergeeten , zo deet de Roomfe manier hem deBologneze,die zagten lyvig,was verlaten en naar mate dat hy toenam in den fmaak der tekenkonft, verminderde hy aangaande het Coloriet. Aldus vind men zyn laatfte werken wel f zeekerder getekent, maar^ ïliu het Pinceel is zo teder, zo fmeltende, nog zopconon-aangenaam niet. «
Dit gebrek is byna algemeen aan al de geen die de tekenkonft grondig verdaan hebben. Zy geloofden dat zy de vrugt van hun arbeit zou-, de verliezen, indien zy naarlieten aan de wae-reldt te tonen tot hoe verre zy in dit gedeelte gevordert waren, en dat men ligtelyk andere gebreken zoude over 't hooft zien, wanneer
men
|
||||
|
De Schoole zoude vergenoegt zyn over de regelmatigheit ran hun tekenkonft. Zy hebben zo veel vrees gehad dat de omtrek het gezigt mogt ontfnap-pe, datze geen zwarigheit maakte het Zei ven eenigzins te ftooten door de hardigheit met dewelke zy het aanwezen.
Annïbal heeft uitmunten: geweeft in het
landfchap Schilderen. Zyn boomen zyn fraai
verkozen en lugtig getoctft. De tekeningen
die hy 'er met'def'en van gemaakt heeft hebben
»cmi>cei] *merkteken van een verwonderlyken geeft.
téic Zy zyn kondig getoetft, beltaan in weinige
trekken, maar zy drukken veel uit, en't geen
ik zegge van de Landfchappen behoort ook tol
al zyn andere tekeningen. In alle dezigtbaare
t Carat- voorwerpen van de Natuur is zo een eigen f
tere. kenteken dat hen bezonder uitdrukt , en die
hen veel duidelyker doen fchyncn als zy zyn.
Annibal heeft van dit kenteken zyn gebruik
gemaakt, en heeft 'er zig in zyn tekeningen
met veel verftant en oordeel van bedient.
In weerwil van de hoogagting die hy de werken van Titiaan en Corregio toedroeg, is zyn Coloriet zelden buiten den geinenen trant gegaan: hy heeft in de konftgreep van 't ligt en bruin niet ingedrongen, en zyn LocaleCon-leuren zyn de allerbefte niet Aldus het goede dat in zyn Schilderyen gevonden word, het Coloriet betreffende, is zo juift niet geweeft jPri»ci-de uitwerking van de ^ regels der konft, als pesdol' wel de goede oogenblikken van zyn verftant, of de herdenkenis aan Titiaan of aan Corre-gfo.
OndertulTen zien wy niet dat onder alle de Schilders iemant gevonden wordt die univer-i
zcelder,
|
||||
|
üati Lomhardiett. ïeelder, die gemakkelyker, nog zekerder is gewecft in alles dat hy gedaan heeft, nog die een algemeener goetkeuring heeft weggedragen als Annibal.
GÜIDO R E N 1
TOt Bologne gebooren in 't jaar 15-74. was de toon van Daniel-Reni, voortref-felyk Muficant. Hy leerde de beginselen van de konft by Deonis Calvart Duitffer, die als doen in naam en aanzien was: maar de Academie van de Caraccen maakte zulk een gerugt tot Bologne, dat Guido zyn Meefter verliet om onder hun opzigt te Schilderen; hy oeffen-de zig zo dapper, dat zyn eerfte werken t'ee-nemaal overeenkomende waren met de manier van zyn nieuwe Meefters, onder dewelke hy die van Lodewyk het allermceft beminde, om dat hy veel * bevalligheit en f grootshcit vond in al zyn dingen. Vervolgens tragtte hy een eigen handeling van Schilderen te bekomen, en die verkreegen hebbende te bchouw-den. Hy ging naar Romen, daar hy van alle zoorten Copyëerde, aan de eene zyde was hy opgetogen over de fchoonheit der Schilderyen van Raphaël, en de groote kragt in de (lukken van Caravagio bekoorde hem aan den anderen kant. Hy beproefde van alles, en hield zig eindelyk aan een manier die al de waereldt behaagen konde. In der daat, deze daar hy op gevallen wat, is zo groots, zo gemakke-Iyk, en zo aangenaam, dat zy hem veel geit en vermaartheit heeft aangebragt.
Michcl Ange de Caravagio , die zig oor-T deelde
|
||||
|
De ScheoU deelde beledigt te zyn door de fchielyke verandering daar Guido toe overfloeg, namentlyk , van een fterkc bruine manier tot een geheel andere tegengeitelde, fprak op een hoonende wyze van de werken van dezen Schilder, 't geen wel van groot gevolg kondc geweeft hebben, indien Guido door zyn voorzigtigheit niet ontgaan hadde om zig met een man vaü een heftig en oploopent gemoetgelykteftcllen.
Guido weder naar Bologne gekéert, vermeerderde zyn Glorie door de konft en arbeit daar hy zyn (tukken mede uitvoerde: en de-wyl hy zig van alle zyden van de groote Hee-ren, die zyn werken begeerden, gezogt zag, zo (telde hy een vaftenprys op zyn (tukken naar het getal van de Figuuren die daar in gevonden wierden, voor ieder der zelve doende betaalen hondert Roomfe * Scudi.
Guido het alles naar zyn genoegen ziende, leefde trefl'elyk, als wanneer de drift tot dob-bclfpel zyn Geelt overweldigde. Hy was hier in ongelukkig, en de verliezen dien hem over-kwaamen bragten'hem eindelyk tot deuitterftc nootwendigheit. Zyn vrinden deeden al wat zy konden om hem zyn ftaat te doen befchou-vven: maar het was hem niet mogelyk dit gebrek te overwinnen. Hy zond zyn Schilderyen onder de hand te koop voor een fchande-Jyken prys. daar hy voormaals veel geks voor gewcigert hadde, hy was zo haalt niet van dit klein behulp voorzien , of hy liep zyn Speel-ders zoeken om revende te hebben. Ten laat-ften dcwyl de ecne drift de andere verzwakt, die tot de konft verminderde xodanig, dat al
Schil-
|
||||
|
van Lombardien,
Schilderende hy niet dagt als (voortyts naar roem en eer): maar alleenlyk om zyn (tukken af te maken en flcgts zyn beftaan te hebben. Zyn voornaamfte werken zyn in de konftzaa-len der Grooten. Hy Schilderde gelykelyk wel in Frefco als in Olyverv. Dat geene dat van hem in Romen het mcefte gerugt heeft gemaakt, is het Tafereel dat hy gefchildert heeft in den tyt als Dominiquin zyn mededinger in den Kerk van S Gregoor zyn konlt teji toon ftelde, voor het ovrigeGuido had zulke goede hoedanigheden, dat als men de dobbeldrift ter lyde ftelde hy een Volmaakt man zoude ge-wecit zyn. Hy overleed tot Bologne in 't jaar 1642. oud zevcnê'nzeftig jaren.
Aanmerkingen over de werken van Guido.
|
||||||
|
H g g
de b werken van Guidois, ziet dat indien hy 20 veel groote Ordinantien heeft gemaakt, het eerder was by gebrek van gelegenhek , als c vrugtbaarheit van vernuft. ,rCrtii:tc Men moet evenwel bekennen dat hy voor alledevcinc zoortcn van onderwerpen niet evenveel bc-kwaamheit had. De d beweeglyke en God- *■P«lie>-vrugtige ftorren waaren het meert overeenkomende met ïyn e getempehheit: het grootite, 'Jnnpc-het Edele; het zagtmoedige en het bevallige/ La "" waaren de kenncly'ke eigenfehappen van iyn* Geeft;'hy heeft dit zodanig in alle zyn werken ten toon gefpreit, datze de voorname bly-ken zyn die hen do'en ohderfcheiden van die der andere Schilders.
T J Hy
|
||||||
|
±5s£ De Schóole
Hy dagt fcherpzinnig genoeg, en zyn voorwerpen zyn doorgaans wel gefchikt voor't algemeen, en de Beelden ieder in 't bezonder.
Dewyl Guido de eerfte en allervlytigfte van al de leerlingen van de Caraccen is geweeft, zo fchikte hy zig aanltonts naar hun fmaak en manier van tekenen. Maar in 't vervolg nam ♦Ferme, hy een ander aan die niet zo * vait, niet zo t Sifta' ■) kragtig uitgedrukt, nog zo verüandig was noncce. ajs ^ yan /\nnibaij maar die de eigenfehap-pen van de Natuur nader by komt, boven al in de uitterite leden, de hoofden, voeten en handen. Hy nam 'er zeekere tederheden in waar, hy teekende zeekere partyen op een bezondre wyze; gelyk als de oogen groot7 de inont klein, de neusgaten een weinig naauvv, tPotclez.de handen en voeten eerder \ Poezelagtig, a!s kennclyk aangewezen, inzonderheit devoecen wat kort, en de teenen gefloten: zomma het is waarfchyiu'lyk,dat indien hy zo naauwkeu* rig de zamenvoeging der leden niet heeft uitgedrukt, het niet zo zeer was uit vergetenis of onkunde, als wel om een zeeker (lag van ncuswysheit te vlieden, die daar in beftont Ttop (ze'de hy) dat het *te Iterk aangewezen wort, maiquer. maar deze overdaat die men moet vermeiden, en bekt den mtddelweg niet, dien men hier in houden moet.
Wat zyn hoofden aangaat, dez,e zyn niet $ cot- minder als die van Raphaël, 't zy in de $ zui-'efj!on verhert der tekening, 't zy in de fcherpzinnige lein. *" uitdrukkinge der gemoeds bev/eegingen, boven al de zulke die naar om hoog zien. Men moet ook zeggen dat hy zeldeu zodanige onderwerpen heeft behandelt ,diebekwaamwaa-
ren
|
||||
|
va» Lombardten.
reu om hem een zo grootc verfchddenheit van uitdrukkingen te verichaftcn, die hem in dit Üuk geheel en al met Raphaél gelyk zoude konnen fteilen.
Deze * bckoorende fchoonheit, die zig zo* Beauté verwonderlyk in de hoofden van Guido ver to» toont, beltaat naar myn gedagten, nietalleen ckll!nte-lyk in de regehmtigheit van de trekken, maar ook in een f Edel gelaat dat hy aan de m den heeft gegeeven, die een teder midden houwden tuiten het laggen en het .f. zwaar-t rnoedige; en in een overecnkomlt van dezecoliqile-zelfde monden, met een zcekere zedigheit die hy in de oogen wilt te brengen.
Zyn klcdingcn zyn wel gefchikt , § vao. Gr. . grooten aart, de plooijen breed, en zomtyts Goftt. gebroken, zig vernuftig bedienende om de ledige plaatflen te vullen, en de ledematen en de ligten zyncr figuuren te groepen,inzonder-heit wanneer zy alken waren. Om kort te gaan niemant heeft treffelyker geklcet nog fideler opfehik en ^j toevoegzeis in deze te pas^A.)ft_ gebragt, zonder dat daar in cenige gemaakt men*, heit doorfchynt.
Men ziet geen Iandfchap van zyn Pinceel, en wanneer het in zyn (tukken vereilt wietd, bediende hy zig van een vreemde hand.
Zyn Coloriet was in de Schilderyen vanv.yn cerite manier gelykvormig met dat van dcCa-raccen. Hy Schilderde ook eenige (lukken in de manier van Caravagio, maardegroote arbeid dien hy daar in vond, en het middel dat hy zogt om aan ieder te behagen, deed hem een heidere manier (dat de Italianen V'ague noemen) verkiezen. Van deze handeling maakte T 3 hy
|
||||
|
Z94 De Schoole
hy verfchcide zeer aangename Schilderyen, dJc wel zwakker in Couleur, dog egtcr eengroote houwding in henzclve vertoonden .-maar allengs aan deze zwakheit gewoon wordende, veron-agtzasmde hy de kragt en glocjenthcit van de vlees Couleuren, of mogclyk willende meer tederheit daar in brengen, verviel hy tot het
■♦Gris. * gryze, ja dikwils fblaauw of lootagtige.
tLivide- Wat de kennis van het ligt en bruin aangaat daar van is hy ten eenemaal onkundiggeweeft, gelyk ook de geheele School van dcCfnccen, 7.0 het niet in navolging van Lodcwyk Carac-ci zyn voornaamite meefter gewceft is, dat hy daar van zyn gebruik gemaakt heeft door de grootheit van zyn begrip eerder als door de grondregels, van al zyne voorwerpen de kleinigheden (die het gexigt te veel verdelen) af-fnydende. Het Pinccel van Guido was \ lugtig en
iLfger vlocijcnde,en deze Schilder was zodanig over-
fant. °" reed dat de vryheit van de hand nootzakeiyk was om te behagen, dat hy.naar zomtyts zyn werk ten uitterlien uitgevoert te hebben, het zelve met ftoute Hreeken toctsfte , om het denkbeeld van den grooten arbeit en den tyt daaraan beltect, te beneemen,
Op het laatlte van zyn leven liet hem ryn ftaat niet toe (gekrenkt door het grof fpelcn) in dier voegen deez' kond teoefi'enen; hy was genootzaakt vaardig te Schilderen om te kon-nen leven, en deze v'aardighcit liet op ï,yn laatfte Schilderwerken, die niet zeer uitvoerig waaren, een Natuurelykc vryheit.
Zomma, in welke manier en tyt dat hy zyn Stukken heeft gefchildert, hy heeft daar fcherp-
i
|
||||
|
van Lombar dien. 29 f
Binnigbeit in de gedagfen ingebragt, ccn edel-heit in de figuuren, een zocthcit in de uitdrukkingen des gemoets, een rykheit in de kleding en bywerken, en over al bevalligheit, 't welk hem een algemcene hoogagting heeft doen ver* krygen.
DOMENICO Z.AMPIERI
Anders D O M I N I Q U I N.
GEbooren tot Rologne in 't jaar if8r. van ccn eerlyk geflagt, heeft langen tyt Difci-pcl van de Caraccen geweeft. Zyn Geelt was langzaam maar verheven , het geenc hy tekende voor zyn Studie wierd met zo veel moeite en omzigtigheit doorwragt, dat de andere Di-fcipelcn, zyn mcdcgezellen, hem aanzagen als een man die zyn tyt verloor; zy zeiden dat hy werkte als een Ös die den ploeg trok ; maar Annibal die zyn aart kende, antwoorde hen dat deze Os door geftadig arbeiden den akker van ïyn geeft 7.0 vrugtbaar zoude maken,dat hy te eniger tyt het voedzel zoude zyn voordeSchil-derkonft; voorzegging zo waaragtig, dat de Schilderyen van Dominiquin tegenwoordig als ccn bron zyn daar de uitnementfte dingen uit te putten zyn, en dePubliken werken van dezen verftandigen Schilder te Romen, Napels en te Grotta Fcrrata gemaakt, zullen altoosduu-rende tekenen van zyn groote bekwaamheit zyn, het Schildery van den Communiceercnden / T 4 Je-
|
||||
|
De Schools Jeronimus, dat hy te Romen voor de kerk van dien HeilHg Schilderde behaagde aan Poufïin zodanig, dat deze befaamde Schilder de ver-heerlyking op den berg van Raphaél, de aflating van het kruis van Daniel de Voltcrra,eu de Jeronimus van Dominiquin, deze drie hield voor de allcrfchoonlte (tukken die in Romen te zien zyn. Hy voegde daar hy dat hy geen ander Schilder kende als Dominiquirï in de levendige uitdrukkingen der gemoets neigingen. Dewylc hy veel in Frefco gewerkt heeft, zo zyn de (hikken van hem in Olyverv mee eenige droogheit gefchildert.
Hy was een hekwaam Architecl, Paus Grc-gorius de XV. gaf aan hem het opzigt over van de Apoftolize gebouwen. Hy beminde de eenzaamheit, en wanneer hy langs de (Iraat ging, bemerkie men dat hy aandagtig lette op de bczondere voorvallen die hem op den weg ontmoeten, en dat hy dikwils iets in zyn zakboeken tekende. Hy was zagtmocdig van im-bor(t en eerlyken wandel, nogtans moeft hy de harde vervolging zyner vyanden, inzonder-heit tot Napels, ondergaan ; dat aan hem een ondraagclyk verdriet en de doot veroorzaakte in 't jaar 1641. zyns ouderdoms het zcftigfte.
Aanmerkingen over de werken van Do-, miniquin
IK weet niet of ik van Dominic,uin kan zeggen , dat hy een aangebocren Schildergeed heeft gehad, of dat zyn arbeidzaamheit, en geuadige overwegingen de plaats van Gee(t
heb-
|
||||
|
van Lombardien. zpj
hebben vervult, en hem hebben doen voortbrengen zodanige werken die deverwondering van den nazaat waardig zyn. Want van zyn geboorte af aan was hy van een zwygent hu» ineur, en wel verre van die levendigheit welke in de Schilderkonft vereiitword; de oet-feningen van zyn jonkheit zyn als in 't ddfter begraven geweeft, zyn eerlte werken veragt, xyn volharding voor verleren tyt, en zyn ltil-zwygcn voor domheit gchouwden. De hart» nekkigheit alleen in den arbeit,onaangezien den raad en de befpotting van zyne medeleerlingen , deed hem allengs een fchat van verborge "wetenlchappen vergaderen, die te eeniger tyt {tonden te voorfchyn te komen. Eindclyk ontflagen van de banden der on weten heit, zyn Zelfs ontwonden hebbende, waar in hy zfg bcfloten vond,gelyk een Zy worm in zyn vlies, kreeg zyn Geelt vleugels rees al hooger, en deed niet alleen de Caratszen (die hem ruftig de hand hadden geboden) over zig verwonderen, maar ook hunne Difcipelen, die getragt hadden hem te verdoven.
Van den beginne af aan waren zyn gedagten fchrandcr, zy klommen veel hooger in 't vervolg , en 't heeft weinig verfchilt dat dezelve niet tot het allerverhevenfte toppunt zyn opge^ fleigcrt; indien men al niet zeggen wil dat hy cenige van zyn werken tot daar toe heeft op-gevoert, gdyk als de hoeken zyn van de kerk van St. Andrcasdella Valle te Romen, deSt. Jeronimus die Communiceert, de David, de Adam en Eva die in 't Cabinet zyn van den Koning, oiuen Heere die zyn kruis draagt, 't Welk ook in Vrankryk is en eenige andere.
t Hy
|
||||
|
2p8 . De Sehooïe
Hy heeft een genoegzaame goede verkiezing *d'Atti-gehad in de* (tanden en werkingen der Beel wdes. den, maar de 7. amen lic 11 ing der zelve, bcnef fens de fchikking van 't geheel niet wel ver ftaan. Maar wat aanbelangt den aart en zui verfoeit der tekening, de uitdrukking van he onderwerp in het algemeen, en van de harts togten in 't bezonder, de verandering en ze dighcit in 't gelaat van de hoofden, daar in i hy weinig minder als Raphaël geween:. H was zo wel als deez' zeer yverzugtig op zy omtrekken, en heeft de zyne nog llrrkcr aar gewezen, en fchoon dat de Edelheit en h bevallige in meerder volkomenheit hy Rapha^ gevonden word, het heeft hem egter daar aa niet ontbroken.
Zyn kledingen zyn nog wel gefchikt, nc wel geplooit, zyn landfehap is naarden aa: van de Caratzen. Maar uitgevoert met ee; zwaarmoedige hand. Zyn naakte lighame trekken naar het grysagtige en hebben dierha ven weinig kentekens van waarheit. Ma;> zyn ligt en bruin is nog veel flegter, zyn Pin ceel is zwaarmoedig en zyn Schilderwcr' droog.
Zyn toenemen in de kond groeiden niet al door arbeiden en overdenken. Zo ook zyn werken met de jaren in waardyc en agting, e het zyn van de laatfte waar door hy dengroo ften lof behaalt heeft. Alzo is 'twaarfchynely dat de gcdeeltens van de Schilderkonft die Dr miniquin heeft bezeten ,d-e vergeldingen ware van zyncn geduurigen arheit, eerder als de ui werking van een vluggen geeft. Maar arbeiti geeft, het befte dat hy gemaakt heeft, is 2
kor»
|
||||
|
van Lomlardim, 2.pp
konftig dat het tot een model kan dienen aan alle de Schilders die naar hem volgen zullen.
GIOVANNI LANFRANCO.
("** Ebooren te Parma op den zclven dag als JDominiquin in 't jaar 15-81. de ouders arm zynde bragten hem om hun huisgezin te ontlaftcn te Plaifance, en deden hem in dien ft gaan van den Graaf Horatio Scotti. Hier hielt hy zig bezig om alle de muuren met houtskool te beknibbelen , het Papier veel te klein bevindende om zyn grillige denkbeelden met * has-* Grifo, nc poten uit te drukken, de Graaf ziende in ncr* deze jongen zo veel Geeft en drift, beitelde hem by Auguftyn Caracci, naar de doot van dezen Meefter begaf hy zig naar Romen, daar hy onder Annibal Studeerde. Deez'liet hem Schilderen tot St. Jacob der Spanjaarden, en vont hem bekwaam genoeg om hem de uitvoering lyncr tekeningen te vertrouwen, en hy heelt vervolgens zig zo wel gedragen dat men twy-feldc of de werken waren gefchildert van dcu Mccftcr of den Difcipel.
Zyn lufl was om in ruime plaatfTen in Fref-eo te Schilderen, gelyk men befchouwcn kan aan zyn groote werken, en boven al door de Coepel van Sant André de Laval,daar hy veel gelukkiger uitflag in gehad heeft als in de Schilderyen van middelmatige groote; hy tekende in de manier van Annibal Caracci, zo lang als hy verbleef onder het beleid van dezen door-lugtigen Meefter was hy altoos f zeker in zyn t Cor-omtrek, maar naar de doot van Annibal lietrea-hy zig los aan de geweldige vervoering van zyn
Geeft
|
||||
|
too Ds Schoolt
Geeft zonder de regel matighcit van zyn konfl in agt te neemen. Hy heeft (t'zaamcn gevocgt met Sifto Badalocchi.) De Loges van Ru-phaël in 't koper geëtlt, den een en de ander droegen dit Printwerk op aan Annibal hunne Meefter. Lanfranc Schilderde voor Urbanus den Vlll.de hiilorie van den Heilligcn Petrus, dat van Pietro Santi in print gebragt is, en andere werken in de kerk van Sant Peter. De Paus was daar over zo vergenoegt dat hy hem tot Ridder verhief.
Lanfranc was gelukkig in zyn huisgezin; zyn Vrouw die zeer bcminnelyk was had hem kinderen gebaart, die van zyn wooning een zeker flag van Painas ftigtten,door de begaafthc den die zy lieden hadden tot de Digt-en Zang-konft; zyn oudtlle dogter die zeer wel zong en fpcelde op verfchcide Inftrumenten bragt meer daar toe als de andere. Hy overleed in 't jaar 1647. zyns ouderdoms zesënzeftig ja^ ren.
A&nmerking over de werken van Lan-franco.
TTEt vuur van Lanfrancs vernuftigen Geert -£-*-ontvonkt door het Studeren naar de werken van Corregio, boven al in de Coepel te Parma gefchildert, vervoerde hem in een verrukking van wyduit geftrekte gedagten. Hy haakte nnar gelegenheit om diergelyke dingen te voorfchyn tr. brengen., en het gee'ne men te Romen en te Napels van hem gefchildert ziet aal iemant haalt overreden dat hy bekwaam
|
|||||
|
was
|
|||||
|
van Lombar dien. $ot
was tot groote ondernemingen. Ook had hy* een bezondre begaafthcit om dezelve uittevoe-ren. Niets verbaasde hem, hy heeft Heelden gefchildert van mcêr als twintig voeten hoog in het wuift van de kerk van Sant Andre de Laval,die een goede uitwerking doen, en die. van onderen op te zien niet als eenbehoorlyke en Natuurclyke proportie vertonen. Men ziet in zyu groote werken dat hy de vafte tekening van Annibal heeft willen verëenigen met de * groote verkiezing en zagte overeenftemming¥Gran(j van Corregio. Hy tragte zelfs hem naar te Gout. volgen in f al zyn bevalligheit: maar hy be-}Tout8 greep niet dat de Natuur, die 'er de uitdeel fterlaGtatt. van is aan wien zy wil, aan hem maar een kleine maate daar van hadde toegedaan. In der daad zyn denkbeelden waren bekwaam om groote werken onder handen te nemen, maar zyn vernuft was-zo buigzaam niet om weder op ïig zelven te komen, en om aandagtigde dingen uit te voeren; daar van daan is het dat 2yn~ loife Schilderyen zo veel agting niet verdienen als het geen dat hy in Frefco heeft ge-fchüdcrt: want de levendigheit van geelt, en vrymoedige losheit in de hand is zeer eigen in dit zoort van Schilderen.
Lanfranc had een fmaak van tekenen geiy-kerwys als zyn Meefter: dit is te zeggen altoos een vafte en groote manier: maar hy behield de zekefheit nïet ten einde toe. Zyn groote werken zyn bekwaam om in den cer-ften opflag te verbazen om het J groot geraas t Gran(J dat daar in is, dog wanneer men dezelven ftakswys wil onderzoeken, zal men daar niet
een
|
|||||
|
De Schoolt één éénige uitdrukking in vinden dfeden Geeft van den aanfchouwer inneemt.
Zyn Coloriet is zo doorwrogt niet als dat van Annibal, de Tinten van zyn naakte Beelden zyn zeer gemeen, en de fchaduwcn een weinig te zwart. Hy heeft zo wel als zyn Meelter onkundig geweeft in de wctenfchap van 't ligt en bruin. Hy heeft het zomtyts ge-lyk als hy te werk geftelt,meêr door een gelukkige- leiding van zyn Geeft , als door de Konftleflèn.
De werken van Lanfranc zyn van een geheel tegengeftelden aart voortgekomen als die Van Dominiquiiii De laatlte maakte zig Schilder in fpyt van Minerva; deezc was ge-booren met een gelukkigen Geeft, Dominiqnin inventeeide met moeite, en befchaafde ver-Volgen1; zyn Ordinantien met een beftendig oordeel, Lanfranc liet alles aankomen opï.yn Geeft, uit welkers Bronader de overvloedige denkbeelden voortvloeiden . Dominiquin had 2ig voornamentlyk gelcgt op de uitdrukking der bczondre Hartftogten, en om boven zyn Meeftcr te ftreeven in de regelmatigheit der omtrekken, en Lanfranc was vernoegt met een algemeene uitdrukking , en Annibal té Volgen in den aart der tekening: Dominiquin , die in zyn oeffeningen altoos de reede en het oordeel had doen medewerken, vermeerderde 2yn bekwaamheit zo lang hy leefde, en Lanfranc niet ftcunende als op een nittcrlyke handeling, naar de manier van Annibal gevormt,-verminderde geftadig naar de doot van dezen Meefter: Dominiquin volvoerde zyn werken met een zwaarmoedige en langzaame hand,
Lan-
|
||||
|
t<an Lombar dien. 303
Lanftanc had die vaardig en lugtig. Zomma het is vreemt twee leerlingen te zien gekweekt in een zelfde School en onder bet zelfde He-meiteken gebooren, die de een den ander zo tegen geftelt, en tegentïrydig van aart en im-borft geweelt zyn: maar deze tegen gcfteltheit belet niet dat men hen beiden kan waarderen in hun voornaamfte vennogens, die zy in de kon ft gehad hebben.
FRANCESCO ALBANO,
GEbooren tot Bologne in 't jaar 1 78. zyn Vader was een Koopman in zyde, die te vergeefs hem in 7.yn beroep zogt optetrekken; want de genegenheit van zyn zoon helde te veel over tot de Schildcrkonft, hy begaf zig in den beginne by Dionies Calvart alwaar dat Guido was: deze alreeds verre gevordert zyn-de , leerde aan zyn medgezel de grond begin-zelen der tekenkon ft; Guido dezen Meefter verlaten hebbende om zig onder hetonderwysder Caraccen te begeven, trok hem ook derwaarts. Naar dat Albaan hicraaumerkelyken voortgang gemaakt hadde, ging hy naar Romen, alwaar het Studeren naar fchcone dingen hem zodanig in zyn konft verÜcrkte, dat hy een van de verflandigfte en aangenaamlte Schilders van Italien geworden is.
'Zynde weder naar Bologne gekeert trouwde hy voorden twedemaal een Vrouwe, die aan hem ten Bruidfchat een groote fchoonheit en gedienÜigheit aanbragt, aldus Vond hy in haar de rail van zyn huis, en een volmaakt model tot de Vrouwen die hy zoude Schilderen. Zy
had
|
||||
|
34 De Schoole
had fchoone kinderen in 't vervolg, en Albaatl nam zo veel vermaak om die te Schilderen, als xyn vrouw had om hen te houden, of in haar handen, of opgehangen met de windze-len, naar dat de gelralte die hy nodig had ver-eille; dit is 't dat hem aanleiding gegeven heeft om zo veel onderwerpen te Schilderen, waar in dat Verras, deMinnegoodjes, deNymphen of Godinnen doorgaans zo veel deel hadden. Hy bediende zig voordelig en vernuftig van de verligtihg die hy door het lezen van goede boeken verkreegen haddc, om zyn Invcntien met Poeétize verfieringen te verryken; men berj'spt hem alleenlyk dat hy niet genoeg verandering in zyn figuuren gemaakt heeft, maar datze by naar over al het zelve gelaat en gelykenis hebben, 't geen daar van daan komt dat hy zfg altoos van dezelfde modellen bediende, en zyn inbeelding daar van vervult was. Men ziet zelden grootc figuuren van zyn hand, en de^ wyl hy doorgaans in 't klein heeft gefchildert, ïyn de Schilderyen gelyk als koftelykegefteen-tens over geheel Europa verfpreit* Zy zyn inzonderheit in zvn laatften tyt tot een hoogen prys gefteigert. En ten eenemaal naar de mode geworden,als zynde verftandlg en aangenaam i en ieder een behaas;ende. Deze Schilder heeft tagëntig jaren in een vreedzaam leven doorge-bragt: dat hy verwifzelde voor een bceter in 't jaar 1660. Francefco Mola en Jan Baptifta Mola zyn Difcipslen van hem geweeft.
|
|||||
|
\an-
|
|||||
|
van Lombardien. ^df
Aanmerkingen over de werken van Albaan*
|
||||||
|
DEwyl de blydfchap aan 't meerendeel der menfchen behaagt,zo zyn de Schilderyen van Al baan die deze hertftogt in blaazen zo veel te beeter ontfangen , te meer om datze door vernuftige gedagten onderflcunt zyn. 2yn geeft, ver wakkert door de ocffening der geleertheit, voerde hem aan om zyn * vindin-*inveiM gen te verrykcn met de verfierzelen der digt-tl011s<> kond, Zyn vernuft was vrugtbaar en vaardig en hy heeft een groot getal van Ordinantien gemaakt vol van figuuren. Hy was wys in de tekenkonft, en om dat hy zig altoos van dezejfde modellen diende, viel hy ligtelyk in de f herhaling van het voorige. Voornamcnt-tRepe» lyk in het zelfde gelaat van de hoofden dewel-tltion' ke hy uitneemend bevallig Schilderde; dit is oorzaak dat van alle de manieren geene ligter is om te kennen als die van Albaan.
De onderwerpen die hy verbeeld heeft zyn Van die Natuur niet om wel te kunnen oordelen of hy wift in te dringen in de verfchei-cienheit der hartstogten , en de zulke die hy heeft uitgedrukt die vreugd en blydfchap ten toon fpreiden, zyn niet zeer fcherpzinnig. Al* ,4o kan men zeggen dat de bevalligheit die in 2yn werken uitblinkt niet zo eigentlyk voortkomt van zyn vernuft, als wel van de^be-tHil^ kwaamheit van zyn hand. Zyn flanden enmde. klederen zyn van een genoegzaam goede verkiezing, Hy was § algemeen; en zyn land-V fh
|
||||||
|
y £>e Scheole
fchap dat méér aangenaam is als vcrflandig, ïs op dezelfde wyze als zyne hoofden van een ïelfdenaart van tekening, en handeling.
Zyn Coloriet is fris en helder, en zyn naak - reu ten hebben gloeijende Tinten, maar * weinig »echer- doorïogt. Hy is zeer ongelyk geweeft in de thees, kragt van zyne Couleuren, hebbende verbeeldingen gemaakt in het openveldt, zommige fterk van Couleur, de andere zwak. Aangaande het ligt en bruin in de houwding van deCouleuren, hoewel hy de gronden daarvan niet heeft geweten, heeft het go et oordeel of het geval hem hier in dikwils tot leidsman gc-dient.
Zyn konftwerken fchynen uitnemende uit-gevoert en fchoon dat zyn (lukken met ge-makkelykheit gefchildert zyn , zo ziet men ïeer weinig ftoutc toetffen daar in.
FRANCESCO BARBIERI
Gebynaamt GUERCHIN DA CENTO.
TTEel Schilders hebben al hun leven den naam » behouwden die hen in de jonkheit in Ira-lien gegeven is geweelt, zomtyts oorfpronke-lyk van een lignamelyk gebrek; gelyk als // Cobbo, II Bambocclo &c. 't is aldus dat Fran-cefco Barbieri genaamt is geweeft Guercino om dat hy fcheel zag. Deze Schilder wiert gebooren tot Bologne .in 't jaar 15-97. hy leerde de beginzelen van de konft by Schilders van
die
|
||||
|
van Lombaretten. 0.000000
die ftadt. Die van geringe bekwaamheit waren , maar hy verliet hen' wel haalt om de A-cademie van de Caraccen, alwaar hy in de groote manier met een groote gemakkelyk-heit tekende, maar de * aardt was eerder ge-* fchikt naar de Natuur als f denkbeeldig, wan-neer hy zig een manier van Schilderen wilde aannemen, onderzogt hy die van de Schilders zyn Tytgenooten. Die van Guido en Albaan oordeelde hy te zwak; en zonder hen te verag-ten, nam hy voor aan zyn Schilderyen meer kragt by te zetten, en de manier van doen van Caravaggio te betragten die hem behaagde : overreed zynde dat men de ronding van de Natuur niet wel volgen konde , als met dé voordelen te baat te nemen die de fchaduwen en kragtige Coüleuren aan de hand geven* Des niet tegenftaande was hy groot vrind van Guido, geduurende wiens leven hy altoos tot Cento , dat naar by Bologne is, bleef wonen, en begaf zig in die ftadt niet als naar de doot Van dezen Schilder. Hy heeft altoos deze wy-ze van kragtig Schilderen onderhouden, ten waare in zyn laatften tyt, tegens zyn f gevoe-1 Senti* len, en alleenlyk zeide hy om geit te winnen "ient« en te behagen aan de onkundigen, die door de agting van Guido en Albaan met de heldere en zwakke manier van Schilderen waren inge* nomen ; 't was in dezer voegen dat hy redeneerde. De waarheit hier van is dat van al de leerlingen van de Caraccen hy de ininfte aan-genaamheit heeft gehad, hy Inventeerde ge» makkelyk, maar het was te weniTen geweefi' dat hy aan zyn fterke manier meer edelheitge* voegt hadde in 't gelaat der hoofden, en meéf V i waar*
|
||||||
|
3ie De Schoole
waarheit in de locale Couleuren. Zyn gefchii-derde naakten vervallen ecnigzins in het Joor-agtige, hoewel dat in 't algemeen het hen aan de Harmonie niet komt te ontbreeken, en dat het geeft in zyn Schilderyen nog te begecrcn is niet beletten kan, dat hy in de gcdagten van de konflkenders te boek ftaat voor een groot Schilder.
Voor het overige, indien hyzigagtbaar heeft gemaakt door zyn konft, hy was het niet minder om zyn zedelyke deugden. Hy beminde de oeffening en de eeuzaamheit: Hy was opregt in zyn woorden, vyand van de fpotterny, nedrig, beleeft, liefdadig, gods-dienllig, en van bekende kuisheit. Wanneer hy uit den huize ging was hy by naar altoos verzelt van verfcheide Schilders, die hem volgden gelyk hunMecfter, en eerbied toedroegen als hun Vader. Want hy was hen behulpzaam met zyn raad, met zyn gezag, en zelfs met zyn beurs, wanneer zy het nodig hadden, en alhoewel hy heel nedrig was, had hyegterniet flaafs in zyn manieren, voegende aan de regt-matigheit vail zyn gedrag eeneerlykeftoutheit, die hem deed beminnen van degrooten. Door zyn vlyt en naarfligheit, had hy veel gelts vergadert , dat hy befteede om aan al de waereldt vermaak te doen. Hy gaf groote zommen om Capellen, en fchoone gebouwen op te regten tot Bologne en elders, Hy overleed in den jaare 1667. zyns ouderdoms het zeventig-fte, en maakte twe neven zyn erfgenamen, hebbende nooit getrouwt geweeft, en altoos in een groote zuiverheit gekeft.
|
||||
|
van Lombaretten.
|
|||||||
|
\rfanmerkingtn over de werken n an Guer* chin.
GUerchin heeft eenigen tyt in de School van de Caraccen gcltudecrt, nogtans fchynt het niet dat hy de manier van hen heeft aangenomen, want zyn fmaak is bezonder.
Hy had een vlnggen Geeft, maar hy was niet verheven, nog zyn denkingen 1'cherpzinnig. Men ziet zelden edelheit in zyn flguuren, en ïyn uitdrukkingen hebben maar een middelmatig vermogen op het gemoet van den aan-fchouwer.
Zyn manier van tekenen is groot en natuur-lyk , evenwel is zy niet zeer fierlyk. Zyn genegenheit is altoos geweeft voor een fterlc Coloriet; want hebbende in den beginne zyn vrind Guido willen velgen,en gezien datdeze Schilder zyn eerft manier verliet om nog helderder te Schilderen, zo als de Italianen zeggen fSague , befloothy zonder te wankelen die van Caravaggio aan te nemen, dezelve matigende naar zyn verkiezing.
Hy heeft de houwding in zyn Couleuren ge-bragt door de overeenkomft van zyn gloeijen-de fchaduwen : maar zyn naakten zyn niet fris neg fchoon gcfchildert. Des niet tegeii-üaande was zyn * geneigtheit om het waare te* Gout. volgen dat hy vecltyts met gelukkige uitkoinft gedaan heeft, ook «wel zomtyts al te ilaafs en zonder verkiezing. Hy verkoos een hoog ligt in zyn Schildcrkamer, en poogde fterke icha-duwen te maken, om de oogen te trekken, V 3 en
|
|||||||
|
^ t>e Schooïe
en om een grooter kragt aan zynkonflwerken te geven; dat men nog alzo kennelyk in zyn tekeningen bemerkt als in zyn Schilderyen. Deze laatften zullen henzelvenaltyt wel (laan-: de houwden, door de kragt der fchaduwen , door het accoort van de Couleuren, om den grooten aardt van de tekenkonft, door de fmeltende zagtigheit des Pinceels, en door een ïeker merkteken van waarheit.
M1CHEL ANGELO MERIGI DA CARAVAGGIO,
GEbooren in een ftedeken in het Milanees genaamt Caravaggio,hy heeftzigberoemt gemaakt door een verwonderlyke (lerke krag-tige manier van Schilderen, van den welken hy den Auteur is. Hy Schilderde alles naar de Natuur in een kamer waar in het ligt zeer hoog kwam in te vallen. Gelykerwys hy naauwkeurig zyn modellen gcvolgt heeft, zq maakte hy alzo wel de gebreken naar, als de fchoonheden, want hy had geen ander denkbeeld als de uitwerking van de Natuur die hy tegenwoordig had- Hy &ide dat de Schilderyen die niet naar het leven gedaan waren, voddery was, en de figuuren daar zy uit bc-ftonden flegs gefchildert Papief.
Zyn manier die nieuw was wierd van veele Schilders van zyn tyt gcvolgt, en onder andere van Manfredo en Valentin. Men kan niet ontkennen dat deze manier van een wonder-baare waarheit is, en datze veel vermogen jjeeft op de oogen, zelfs van de allerverligflc
ver-
|
||||||
|
van Lombaretten* 511
vcrftanden. Zy heeft by naar de gantfze Schoole van de Caracccn naar zyn zeide getrokken , want zonder van Guerchin te fpree-ken, die haar nimmer heeft verlaten, Guido en Dominiquin hebben getragt die hen eigen te maken : maar de aardt van de tekening daar mede gepaart gaande, en de verkiezing van zyn ligt, altoo's het zelfde in alle zoort van onderwerpen, deed hen den luft daar van verliezen. Zyn konftltukken zyn in de Cabi-netten van Europa verfpreit; verfcheiden zyn 'er in Romen en Napels: een is 'er by de Dominicanen van Antwerpen, dat Rubens noemde zyn Mccfter te zyn.
De vera'gting met dewelke hy fprak van andere Schilders werken, maakte hem groote mocijelykheden boven al met Jofepin, die hy opentlyk befchimpte. 't Gebeurde op zekeren dag dat de woorden tufzen hen beide zo hoog liepen, dat Michel Angelo, door een geweldige gramfchap genoopt, den degen trok te-gens zyn mededinger, dat het leven kolte aan een jongman Tomaffin genaamt , die het houwdende met Jofepin hen wilde fchciden. Michel Angelo was naar deze daad gedrongen lyf berging te zoeken by den Marquis Jufti-niani,voor wien hy de ongelovigheit van Thomas en een Cupido Schilderde, dat twee ver-wondcrlyke (tukken zyn.
Juuiniani verkreeg zyn pardon , dog deed aan hem een fcherpe berisping over zyn verwoede haaftigheit: maar Michel Angelo zig jn vryheit ziende, kon zyn ziedende gal niet matigen, hy zogt Jofepin, en daagde hem tot een twegevegt. Deeze voerde hem te gemoet V 4 dat
|
||||
|
%lt De Schooïe
dat hy Ridder was, en den degen niet als met zyns gelyk zou trekken. Caravaggio van dit antwoort geraakt begaf zig naar Malta, deed zyn kruistogten op zee, en ontfing de ordre van de Ridderfchap in de hoedanigheit van dienende broeder, 't was daar dat hy hetSchil-dery maakte van Joannes onthoofding voorde kerk van Malta, en het Portret van den groot meerter de Vignacourt, dat tegenwoordig in. het Cibinet van den koning is.
Zynde in dezer voegen met de Maltezer ordre bekleet, nam hy de reis weder aan naar Romen, met voornemen om Jofepin te noot-zaken met hem te vegten; maar een geweldige koorts kwam Jofepin te hulp, en benam Caravaggio het leven in 't jaar 1609.
Aanmerking «ver de werken van Michel Angelo da Caravaggio.
|
||||||||||
|
D
|
||||||||||
|
E denkbeelden van dezen konftenaarko-men met zyn imborft wel over een, zy
|
||||||||||
|
waren zeer ongelyk, en nimmer verheven. Zyn fchikkingen waren goet, zyn tekenkonft van een flegten aardt, hy wilt niet genoeg om wel te verkiezen, nog om de Natuur wel te verbeteren. Al zyn aandagt beftede hy in het Coloriet, daar hy met gelukkige uitkomft wonderen in gedaan heeft De Locale Cou- Re- leuren zyn by uitnementheit * onderzogt, en <*«- door een fchoone kennis van 't ligt, gevoegt ecs' by een naauwkeurige verandering van Tinten den eenen in den anderen fmeltende, zonder door 't Pinceel gemorft of gemoort te zyn ge-
|
||||||||||
|
van Lombardien. 315
lyk men Zegt, heeft hy aan 7,yn werken een verwonderlyke waarheit weten by te zetten.
Zyn * (tanden fchynen zonder verkiezing. >. Zyn klederen zyn Natuurlyk, maar flegt ge-des, plooit, en de figuuren zyn met dat gewaat niet voorzien dat aan hen wel behoorlyk zoude zyn, aan hem is niet bekent geweert wat bevallig-heit, of edelhcit is: en zo het eenigzins gevonden word in zyn Schilderyen, 't is niet door verkiezing, of dat hy de Natuur aan zyn ge-dagten zoude onderworpen hebben; maar om dat dezelve Natuur dnar hy aan was verflaaft, 71'g aldus by geval aan hem vertoonde.
Nogtans heeft hy (lukken met een genoegd ïaam groot getal Beelden gelchildert, die hy uitgevoert heeft met een uïtterfteoplettentheit, en indien hem iets ontbroken heeft in eenig gedeelte van de konft, kan men egtcr zeggen dat de Portraitten die hy gemaakt heeft onbe-rispelyk zyn.
Zyn uitdrukkingen verdienen géén grootc opmerking. Het fchynt dat hy weinig of geen aandagt beftede tot het by brengen van aantrekt kelykheit om zyn Schildery bevallig te vertonen, hy heeft niet gedagt als om zyn voorwerpen taftelyk te maken. Dat hy ook gedaan heeft door een goet ligt en bruin, dooreen ftx uitmuntenden fmaak van Couleur, door eenlent geweldige kragt, door een aangename fmei-Go&'' ting,en door het allerzagftePinceeldat'erooit geweeft is,
|
|||||
|
V S BAR,
|
|||||
|
2ia De Schooïe
BARTHOLOMEO MANFREDL
VAn Mantua, Difcipel van Caravaggio, heeft zyn manier van zeer na by gevolgr. Zyn Schilderyen zyn meeft alle onderwerpen van Spccldcrs met kaarten of dobbclftcnen : hy is jong geftorven.
GIUSEPPE RIBERA
Genaamt SPANJOLET,
GEboortig van Valence in Spanje, Difcipel van Caravaggio, Schilderde als zyn Meeiter opeen fterke manier, en hegtte zig geheel aan de Natuur maar zyn Pinceel was zo fmeltende niet als die van Michel Angelo; Spanjolet had behagen om droevige en onaangename verbeeldingen te Schilderen. Zyn werken zyn door gantfeh Europa verfpreid. In Napels (alwaar hy een lang verblyf heeft ge-bad) zyn veele en fchoone ftukken van hem te zien.
|
||||
|
van Lombar dien. 31
AANHANGZEL Des
VERTAALERS,
Getrokken uit
GlOVANNlPlETRO BeLLORI.
BArtolomeo Manfredi Mantuano wat 0.000000e+000en eenvoudig naarvolger, maar als her-fchept in Caravaggio zynMeefter, enhetfchynt in het Schilderen dat hy met de oagen van hem de Natuur beschouwt heeft. Gebruikende dezelfde manier , en maakte donkere linten en fc haduwen, maar met groter vlyt ,en in helder-beit ging hy hem te boven in de halve Beelden met dewelke hy zyn hijlorieftukken Ordineer-de men ziet in Romen in het huis vandeHee-ren Verofpi een ftuk verbeeldende onzen Heer ■verdryvende de verkopers uit den Tempel, Na-tuurelyk zyn eenige hoofden onder andere een, 'die bezree/i is zyngelt te verliezen het met de banden vafi houwd, en het andere (luk de dienft--maagt die met de vinger Petrus aan iemant aanwyft die met dobbeljieenenfpeelt. Manfredi beeft ook halve figuur en gefchildert voor den Groot Hertog van loscancn, en is in Romenge-Jlorven geen eenig kouftiuerk in het openbaar ftattrgelaten hebbende.
Carlo Sarracino Venetiano voegde in Romen geheel naar Caravaggio, maar
maakte
|
||||
|
De Schoole
maakte minder Tinten: zyn befte werken zyn in Santo Adnano ,het Schil dery van S. Rain- on-do. Carlo had behagen om in zyn Urdinantien * Eunu- in te voeren * Gelubden , kaaikoppen zonder *-"' hair en baart, hy volgden den Meefler niet alleen naar in het Schilderen, maar ook in andere dingen, en om dat Caravaggio in zyn leven een zwarten hont hadde, genaamt Bat b'one, geleert om aardigheden te doen, ook een diergelyke gevonden hebbende, noemde dien Barbóne en bragt hem in alle gezelfchappen mede,
Giuzeppe Ribera Vai.entiano byge-Kaamt Spagnolelto had den aart van Caravaggio aangenomen om het leven en de Natuur te volgen, Schilderende doorgaans halve figuur en. Zin, tot Napels neérgeflagen hebbende rees zyn geluk en maakte veel Schilderyen voor den onder koning, die dezelve naar Spanjen zond, waar door hy Ryk wierd, levende als eengroot edeU ptan in deze ftad , hebbende zyn wooning met ' zyn huisgezin in het Paleis. In San Martina Schilderde hy de Propheten en Oudvaders in Olyverv , en in den Altaar van de Sacreftie het Tafereel van Maria Hemelvaart. Hy wilde nimmer Domeniqum voor Schilder erkennen en door zyn gezag by de» Onderkoning verooA zaaite hy aan hem veel moeijelykhedeu zeggende dat hy niet wijt te Schilderen. Naar de doot vanpomemquin, volvoerde hy het. groote ftuk ,» de Cape/k del Teforo, met het wonderwerk van Sant Januarius; van zyn hand zm eentfre Printen geëtfl, S.Jeronimus, de Mar-telingvanS.Burtholomeus, en een Bacbanaal 4oor dewelke Ugtelyk zyn begaaftheit en weten- ' Jchaj) te kennen ts.
Va-
|
|||||
|
.
|
|||||
|
van Lombar dien. 217
V A L E N T; N geboortig van Brie een flede-hen -met verre van Parys afgelegen, kwam te Romen en volgde den flyl vtn Car^a^ZZ een ruakkere handeling, entragti^TinL. 7ll vorderde meer als de andere Natuur Schilders m deJcMkmg van de figuur en, en (lelde grote vlyt /« 't uerk ,n Zy Schildere»; by w£Z-negen tot onderwerpen verbeeldende Speelders Zangers en Heldinnen. Aangaande de IMol t,en onder het Pausfchap van Urbanm l'UL Sc lodderde hy een van de kleine /lukken in 't Vaf.caan met de Marteling van Santé Proces. Jp emWarlimano, en andere goedefiguuren.
VI. BOEK.
Het Leven der Hoogduitfe en Nedtrlants*
[e Schilders. -
HUIRERT en JAN van EYK,
BRofders , geboordg van Maafeik aan de Maa7.e, zyn geweeft de eerfte die iets gemaakt hebben dat aanmerking waardig is. daarom moeten zy gehouwden worden als de grontleggers van deNcdcrlantfTe School. Hui-berc was de oudtfte, en Jan die zyn Difcipel was, arbeide 7.0 onvermoeit in deze konft, dat hy haart hem gelyk wierd.
Zy hadden alle beide Geeft en vernuft, e» een volkomen overesnkomlt in het Schilderen r
|
|||||
|
3i8 t>e Schooit
ten , en zy maakten zig beroemt door hunhë werken. Zy Schilderden verfcheide dingen voor Philips de Goede, Hertog van Bourgon-dien. Het Tafereel dat zy lieden in de (tadt Gent voor de St. Jans Kerk Schilderden verwekte een algemeene verwondering aan 't volk, Philips de eerfte koning van Spanje het Orgineel niet magtig hebbende kunnen worden , liet het Copyeeren en bragt het naar Spanje. Het onderwerp is uit den Apocalyp-zes, daar de Ouderlingen het Lam aanbidden» Dit Tafereel word nog hedendaags met verwondering gezien: het is als vers geichildert^ om dat men zo veel zorg gehad heeft om het wel te behouwden; het is bedekt, en niet te zien als op Feeftdagen, of op het verzoek van eenig Groot Heer.
Na de doot van Huibert, welk voorviel in 't jaar 1426. begaf Jan zyu broeder zig naar Brugge. Waar door hy in't vervolg den naam heeft gekreegen van Jan van Brugge. Hy is 't geweeft die zoekende Vernis te maken om meer kragt aan zyn werken te geven, bevond dat de Lynoly gemengt met de Verwen van een genoegzame uitwerking was, zonder noot-' zakelykheit van eenige Vernis, 't Is aan hem dat de Schilderkonft haarVolmaaktheit isver-> fchuldigt, daar zy zedert door het middel van deze nieuwe vinding toe gekomen is. Alduj de konftwerken van Jr.n van Brugge in fchoon-' heit toegenomen hebbende, verfpreiden hen in de zalen der Grooten.
Het Tafereel dat hy aan Alphonfus koning van Napels zond, was oorzaak dat het geheim van 't Oly Schilderen in ltalien kwam, gelyk
wy
|
|||||
|
'van Duitsldnt en Neder Janf.
wy hebben doen zien in het leven van Anto-nio van Meiïina. Jan van Eyk was niet alleen in agting om zyn konlt, maar ook om xyn verllant en oordeel. Invoegen dat de Hertog van Bourgondien hém cen plaats gaf in zyn Raad, hy overleed te Brugge en wierd in de kerk van St. Donaat begraven. Hy had een? iulter Margereta die weigerde te trouwen om-met meerder vryheit de Schilderkonft te oef; feiien dewelke zy vieriglyk beminde.
ALBERT DUUR
TLTEeft dat met Raphaël gemeen gehad dat
-■- ■hy op een goeden vrydag gebooren wiert
tot Neurenberg, in 't jaar 1471. zyn Vader
ook Albcrt genaamt was een voornaam Goud"
fmit, van wien onze Albert in den zelfden tyt
het Goudfmeden en Plaatfnyden leerde. Met
2.yn vyftiende jaar Helde hy zig onder het on-
derwys van Michel Wolgemut, bekwaam
Schilder van Neurenberg. Waar omtrent van
IVlander niet Wel is onderregt geweefr , die
hem üifcipel maakt van Manen Schoon, het is
waar dat Albert wenfehte by dezen Mecfter te
"Ljn, maar de doodt van Marten Schoon gaf
hem den tyt niet om zyn voornemen uit te
voeren.
Naar dat hy drie jaaren by dezen Meefter hadde doorgebragt, beftede hy nog vier jaren met reizen in De.itslandt naar Nederlandt en naar Venetien, op zyn wederkomfl trouwde hy op zyn drieé'ntwintigfte jaar. 't was omtrent in deezen tyt dat hy op zyn manier cenige Printen in het ligt gaf. Hy Graveerde de drie
be-
|
||||
|
Schoole
bevalligheden, en de Dootshoofden met afl-dere beenderen, een helle met duivelzeIpoke-ryen in de manier van Ifrael van Mentz; boven de drie Vrouwen is een Globe op dewelk men deze drie letteren ziet O. G. H. die in het Hoogduits willen zeggen O Gott Hute! o God beboet om van Toveryen. Hy heeft als doen zesentwintig jaren gehad, want het was in 't jaar 1497. hebbende aldus zyn geeft in 't werk geftelt gaf hyzig geheel over aan de oefrè-ning van de tekenkonft en wierd daar in zo bekwaam, dat hy voor regelmaat diende voor zyn Tytgenoten, en dat verfcheide Italianen lelfs een groot voordeel uit zyne Printen trokken, dat zy lieden ook naderhant nog gedaan hebben; maar bedekter en met meer be-hendigheit.
Hy was zorgvuldig om op al zyn platen het Jaartal te (tellen wanneer zy gefnedenzyn ,dat een zaak' is daar de Liefhebbers rede toe hebben om zulks te pryzen,want zy kunnen daar door oordelen in wat tyt hy dezelve gemaakt heeft. In de groote Paflle van onzen Heilant heeft hy het Avontmaal verbeeld volgens het gevoelen van iEcoIampadius: de Melancolie is zyn allerbefle Meefterftulc, ende dingen, die daar by geordineert zyn, ftrekken tot bewys van de bekwaair.heit van Albert, zyn Liervrouwen zyn ook van een zonderlinge fchoon-heit.
Albert ftelde ook het Jaartal op zyn Schilderyen wanneerze gefchildert waren, Sandrart, die 'er meer als iemant gezien heeft, heeft 'er geene aangemerkt voor het jaar 15-04. dat zoude willen te kennen geven dat Albert
voor
|
||||
|
Duitslant en Ntdertan.
Voor ïyn drieëndertig jaaren niets bezonden gedaan heeft.
De Keizer Maximiliaan gaf aan Albert tot een wapen van de Sehilderkonft drie Schilden twee neffens den ander, en een onder.
De agting van als een eerelyk Man te leven ^ zyn goet verftant, en zyn Natuurlyke wel-fprekentheit deed hem tot een lid van den Raad verkiezen van de (tadt Neurenberg, zyn vernuft,zo algemeen, was geftadig werkzaamom het wel-zyn van t gemccne-belt en dat van ïyn huis te betragten, hy wasnaarftig, en van ïagtmoedigen imborft, en in een ftaat om geruit te kunnen leven, indien zyn vrouw niet van een tegengeftelden aardt waar geween1; zo boos en onvergenoegt,dat, al fchoon zy geen kinderen ,en een aanzienelyke Fortuin gemaakt had , zy hem dag en nagt plaagde om hun goet te vermeerderen; dat hem dwong om zig Van haar af te fchciden en een reize te doen naar de Nederlanden, alwaar hy groote vrind-fchap met Lucas van Leydén maakte; de orn geruftheit van deze vrouw, haar tranen, en haar beloften om in het toekomende beter te leven, verpligten de vrinder van Albert, om hem de goede gefchiktheden daar zy in waj over te fchryven. Hy liet zig overreden ert kwam weder, maar het was haar onmooge-* lyk haar belofte tchouwdenenniettegenftaan-de de voorzigtigheit en goetheit van haar man t 1o handelde zy hem als van te vooren, en deed hem frerven van ongeneugte in zyn ze-venenvyftigfte jaar Ao 1^18.
Albert beeft zelfs het leven van zyn Vadet befchreeven in 't jaar i?24. Sandrart voegt
|
||||
|
l2 De Scheoïe
het agter dat van den zoon, Albert heeft het meerendeel van de dingen befchrecven die van hem verhaalt worden.' Hy fpreckt met zeer nederige opregtheit van de moeite die zyn Vader hadde om in zyn beroep te konnen leven, en de ellende daar hy zelfs in geweeft is in zyn jonkheit. Dat het wonderlykfte in zyn leven is, is dat hy met zo veel naarltigheitzo een groot getal van werken gemaakt heeft, in bezwaarlyke tyden en getrouwt met zo een ongemakkelyk wyf. Hy heeft gefchreeven van de Geometrie, van de pedpeétive, de Veftingbouwkonft en de proportie van demens-felyke lighamen. Verfcheide Auteuren fpre-ken van hem met lof, onder andere Jtras-mus, en Vafari.
Aanmerkingen over de werken van Albert Dtmrer.
WY hebben niemant gehad die in de konden zo een algemeen en wydluftig ver-ftant heeft doen blyken als Albert Duur. Na hen byna alle beproeft en eenigen tytgeoeffent te hebben, bepaalde hy zig ten laatften aan de Schilderkonft en het Plaatfnydcn. Hoewel dat de tyt dien hy aan de eene en de andere be-ftede zyn aandagt verdeelde en de deugd van zyn werken verzwakte, des niet tegengaande heeft hy die alle beide tot zodanig een Vol-maaktheit gebragt, dat men nog in de een nog de andere grooter naauwkeurigheit of vaftheit kan weftfTen, als die geene die hy gehad heeft. Maar gelykerwys het voorbeeld en de
cerftc
|
||||||
|
van Duitsiant en Nederlani. jij éerfte dingen die in de beginzeïen hen aan de oogen komen aan te bieden,als men zig aan een beroep overgeeft, de verkiezing b'epalen , en zeekeren zwier aan de gedagten doen nemen : ontbrak het dien aangaande aan Albert niet om de zyne in fchooner dag teftellen, als datze beftiert waren geweeft, of door een goede onderwyzing, of door het gezigtvan de werken der Antieken. Zyn Geelt was overvloedig, zyn Ordinantien groot, en in weer-Wil van den Gottiekzen trant die in zyn tyt de overhand hadde, waren zyn konftwerken een bron , daar niet alleen de Schilders van ïyn land, maar verfcheide onder de Italianen dikwils genoeg uitgeput hebbent
Hy was vaft in zyn uitvoering- hy deed dat hy wilde doen, en de nettighcit gevoegt by de haauwkeurigheit, die hy aan zyn werken te korte leide, zyn een bewys dat hy volmaakt de grondregels bezat die by hem gelegt, en die inzonderheit op de tekenkonft betrekkelyk waren; nogtans is het te verwonderen, dat na tulke een uitnemende moeite genomen orn het zamenftel van 't menffelyk lighaam te kennen, en een fchoone proportie gevonden te . hebben, onder alle de geenedie hy in 't ligt heeft gegeven, hy zig 20 weinig daar van gedienf. heeft in zyn werken; want, uitgenomen zyn I Liefvrouwen en deugden die de Triomf van den Keizer Maximiliaan verzeilen, is alles wat hy -gemaakt heeft van een aardt van tekenen die ellendig is, hy heeft zig ten eenemaal aaa de Natuur verflaaft,, volgens het denkbeeld dat hy van haar hadde, en Wel verre vandefchoon-heden te verheften ende bevalligheden te on-X i der-
|
||||
|
r
514 De Schooïe
dcrzoeken, heeft hy zelden de fchoone delen naargevolgt, die by geval hen dikwils genoeg laten zien, gelukkiger verkiezing hcett hy in de Landfchappen waargenomen, men vint'tr onder die hy gemaakt heeft die iets ongemeen! en aangenaams hebben.
Zomma zyne werken ,die in zyn tyt en in iyn land het meefle geagt waren, verdienen hedendaags niet dat men wydlopiger verhaal van deszelfs konft doet: want om een eenige goede party daar in te vinden zo moet men veel flegte dingen onder het oog brengen. Eg-ter kan men niet geheel ontkennen, dat Al-bert verftandig in de tekcnkonlt is geweeft , en dat de nieuwigheit van zyn Printen hem over al veel agting heeft doen verkrygcn,'twelkyafari van hem heeft doen zeggen, dat, indiei^dezc man, va» zo een zeldzaam vernuft, zonaauw' keurig, en Universeel, Tofcanen had voor Va-derlant gehad in plaats van Duitsland, e» dat hy naar de fchoone dingen die men in Romen z'it hadde mogen Studeren, gelyk wy lieden gedaan i hebben; hy zoude mogelyk de befte Schilder van
Italien geweeft zyn, dewyle hy grooter geeft als ie mant xyner Lantsgenoten gehad heeft, i
GEORGE PENS
T7"An Neurenburg heeft veel naar de werken ' van Raphaël geftudeert, en de Schilder-konft gevoegt by het Plaatfnyden. Mare An-toon heeft zig van hem bedient in de platen die hy in het ligt gegeven heeft; zynde weder in zyn land gek eert, heeft hy verfcheide din gen van zyn Inventie gefneden, die 20 veele
proc-
|
||||
|
van Duitslattt en Nederlant. 3 if proeven van de fchoonheit zynes vernufts en bekwaamheit zyn, hy merkte zyn Naam met deze twee letteren aldus gefchikt £.
PETER GANDIDI
T/~An Munchen was een bekwaam man, hy * heeft by naar het gantfe Paleis gefchildert van Maximiliaan Hertog van Beyeren, in welkers dienft hy was. 't Is van hem dat de He-remitcn van Beyeren getekentzyn, door Ra-phaël en Jan Sadeler in 't koper gebragt, alzo wel als verfcheide andere dingen van zyn te-kenkonft. Men ziet ook nog van hem de vier Dqétoren van de kerk. Gefneden door Gilles Sadeler.
ïh denzelfden tyt leefde MattheusGrunewalt, als doen zeer in aanzien, die Schilderde in de manier van Alben.
|
||||||
|
CORNELIS ENGELBREGTS
VAu Leiden, leefde ook in den zelfden tyt, men ziet van hem heele goede dingen in Leiden en Uitregt, hy heeft twee zoonen gehad die zyn manier van naarby gcvolgt hebben , Cornelis Corneliflen en Lucas Cornc-liflen. Decze om den ellendigen ftaat daar de Schilderkonft in was , word kok. Maar door zyn genegenheit gedrongen, hernam hy zyn eerfte beroep, en wierd een bekwaam Schilder. Hy ging over naar Engelant alwaar de Koning Henrik de V111. hem werk gaf om X 3 yr»
|
||||||
|
De Schook
y kond Pincecl te oeffenen en wiens gene< genheit hy won.
EERNARD van ORLAY
\/rA<n Bruffel was in dienft van Margarcta Governante van de Nederlanden, voor de welke hy veel Schilderde, als mede verfchei-de (tukken voor de kerken van zynlant. Wanneer hy een Tafereel van aangelcgenheit te maken hadde, beleide hy eerft het Paneel met Bladgout en Schilderde daar over heen, dat zyn 'Gouleuren helder heeft behouwden en op zekere plaatfzen meer luifter bygezet, byzon-der in een hemelfTe klaarheit, zulks als hy gefchildert heeft in het Schildery van het algemeen oordeel dat in Antwerpen is, in de Ca-pelle van de Aalmoezeniers. Hy heeft menigvuldig veel tekeningen tot Tapyten gemaakt voor den Keizer Karel den V. en hy had het voornaamfte opzigt over de Tapyten die de Paus en andere Vorltcn van dien tyt, naar de tekeningen va<n Raphaël,lieten maken, wiens' Difcipel hy geweeit was.
MICHIEL COXIS
\7" \n Mechelen leerde de beginzelen van ïyn * konft, onder BernardvanIJxlay, daarna, vertrok hy naar Italien daar hy Difcipel wierd van Raphacl, van wiens gedagten hyzigdoor-gaans bediende om zyn Schilderyen te maken: want hy had moeite om iets uit zig zelf voort te brengen; hy tekende en Coloreerde naar den fmaak en manier van Raphaël; zyndc weder
ir»
|
||||
|
r
|
|||||
|
van Duitelant en Nederlant. 3 vj
in Vlaanderen gekeert, had hy de beftiering van de Tapytzeryen, die als doen op de tekeningen van Raphaël gemaakt wierden. Hy overleed tot Antwerpen in 't jaar 1J92. inden ouderdom van vyfentnegentig jaren.
LUCAS van LEYDEN
f Eerde van zyn Vader: maar de Natuur had -■-'hem albereids voorzien van zo veel voordelige bekwaamheden , dat hy al begon te Plaatfnyden in den ouderdom van negen jaren, en met zyn veertiende heeft hy Flaaten gefneden te aanmerkelyker om hun getal,als om de fraeiheit van 't werk dat daar in gevonden wiert. Zyn Hnceelkonft was gepaart met het Graveer yzer, het een en't ander was met wonderbare vlyt en nettigheit uitgevoert. Hy had een kragtigcn luft tot de oefteningvanzyn beroep , en zo de tyt, dien hy doorgebragt heeft om in zyn land de Natuur te onderzoeken , befteed hadde geweeft in debefchouwing van het Antiek, zoude men van hem konnen Zeggen 't geene men in diergelyke gelcgenheit van Albert Duur gezegt heeft, dat zyne konft werken den roem van alle de eeuwen zoude gehad hebben. Hy was koüelyk in zyn verteering en klederen.
Daar is tuffen Lucas en Albert een onder-houwding van opregte vriendfchapgeweelt,en een * Naaryver zonder nyt: invoegen dat als*£mn-Albert een plaat in 't ligt gaf, Lucas eenjan-Iltio? dere openbaar maakte; terwyle datze de oo,*"^" delen daar over aan het gemeen verbleven, en den lof daar van den een aan den andere toe-X 4 wee-
|
|||||
|
$ De Schoole
weezen. Deze vriendfchap vermeerderde veel in hunne by eenkomft, wanneer Albert een reize door Hallant deede.
't was. eenigen tyt daar na dat Lucas onder-pam een reisje te doen om de .Schilders van Zeelant en Brabant te bezoeken: maar behali ven dat hy veel verteerde om aan zyn groot-moedigheit te voldoen, kofte het hem zyn ge« ïontheir en leven; want men wil dat in een onthaal, 't welk men hem tot Vliffingen gaf, hy door de nydigheit van iemant van zyn konfl: vergeeven wierd. Zynde weder naar huis ge-keert, bragt hy zes jaren door met een kwy^ rend leven, en by naar altoos leggende, 't Grootfte verdriet dat hy hadde in dezen ftaat van zwakheit, was dat hy niet konde werken naar zyn luft: maar hy had zo veel liefde tot de konft, dat,in weerwil van zyn kwaal, hy zig niet onthouden konde om op zyn bedde te werken; en als men hem voorhield dat deze v'yt zyn doot verhaaften zoude; welaan, ieide hy, ik wil dat myn bed tny een bed van eer zy. Hy overleed in zyn negenendartigfta jaar Aa. i f33- het is niet geheel buiten waar-fchynelykheit dat het waare vergift daar aan hy geftorven is, de al te groote naarQigheit geweefr zy in een al te tedere jeugt, wanneer de Natuur de befte gronden van de gezontheit gelegt zoude hebben, indien zy daar van niet afgetrokken waare gewee(L
|
||||||
|
QUIN-
|
||||||
|
van Duitslant en Nederlant. 319
QUINTIN MESSIS
Gezegt De Smit van Antwerpen.
NA dat hy by naar twintig jaren het Smits Ambagt gehanteert hadde, viel hy in een kwynende ziekte, die hem niet toeliet 20 veel te werken dat hy zyn ko(t kon winnen, hy keerde dan weder tot zyn Moeder om daar zyn ondertrouwt te vinden : maar zy was zo oud en arm dat zy zelfs veel moeite had om te beftaan. In dezen tyt wierd hy eens van een van zyn bekenden bezogt, die hem by geval een beelde-ken liet zien dat hy van een Monnik gekregen had, op het gezigt van dit Printje beving hem een geweldigen lult om het naar te maken, dit gedaan hebbende met cenig genoegen kwam hem in de gedagten om Schilder te worden. Hy volgde deze overhellende neiging, en zig vindende in de Schilderkonft als in zyn Element , genas hy van zyn ziekte. De liefde die hy had voor een Schilders Dogter, die zeer fchoon was, en die ten zelven tyt van een bekwamer Schilder, als hy . bemint wierd, was een magdge prikkel om hem te doen Studeren, en vlytig naar te tragten alles wat helpen konde om te overtreffen, en om zyn mede vryer den kans af te zien.
Anderen vertellen deze Hiftorie anders, en willen dat de liefde hem den hamer uit de hand nam om het Pinceel in de plaats te Hellen, en dit is het gemeenfte gevoelen; 't is aldus dat
|
||||
|
5J0 De Schoole
zyn Graffchrift vermeit, en op dien voet ziet men eenige gedigten. Men vind veel van zyn Schilderyen tot Antwerpen, onder andere een afneming van 't kruis in de Liefvrouwe kerk. Hy Schilderde doorgaans niet als halve fignu-ren en Portretten. Zyne konftwerken zyn daarom ligt om te vervoeren geweeft, en allerwegen verfpruit in de Cabinettcn van Europa. Zyn manier, die niets gemeens hadde met die van de andere Schilders, was zeer net uit-gevoert, en kragtig van Couleuren. Hy leefde heel lang, en ltorf in 't jaar
|
|||||||
|
JAN van CALKER
GEboortig van de ftadt Calker in 't Hertogdom Clecf, is een uitmuntent man geweeft: maar een haaftigedoot heeft hem den tyt niet gegeeven om zig aan de waereldt te vertonen. In het jaar if36. geraakte hy by Titiaan, daar hy zo toenam in de konft, dat vecle van zyn Schilderyen en tekeningen met de Pen van de hand van dezen Difcipel, alsof dezelve van Titiaan gehandelt, de gaauwfte kenders daar door nog dagelyks bedroogen worden. Van Venetien vertrok hy naar komen , van waar hy, na zig de manier van Ra-phaël eigen gemaakt tehebben, verder naar Napels ging, daar de doot hem overviel in 't jaar if 46. 't is van hem dat de Anatomie Beelden in het boek van Ve'falius getekent zyn, en de Afbeeldzels der Schilders die aan het hooft van hunne levens (taan, welke Vafari befchre-ven heeft. Dit alleen zoude genoeg zyn om lof onftcrrfelyk te maken. Hy heeft onder
|
|||||||
|
van Duitshnt en Nederhnt, i-i\ der andere gefchildert een geboorte met Engelen vergezelt, waar in het ligt alleen van het kindeken komt- dit konltftuk is verwonder-lyk: Rubens, die daar bezitter vangeweeitis heeft het tot zyn doot toe willen bewaren' uit wiens boedel het Sandrart gekogt heeft' en het zelve weder verkogt aan den Keiier Ferdinand, die veel werk daar van maakte.
|
||||||
|
PIETER KOEK
WAs van Aalft, en Difcipel van Bernard van Orlay, die by Raphaél geleert had. Hy ging naar Romen, alwaar hy door de ge-fchikheit, die in hem was om zyn voordeel uit de fraeije dingen te trekken, een goede manier, en door de oeffening een groote vaÜigheit in de tekenkonft magtig wiert, zynde weder in iyn land gekeert, nam hy op hem het opzigt over eenige Tapyten die gemaakt zoude wer-den naar de tekeningen van Raphaél: en zig ïiende zonder vrouw nog kinderen, naar twee jaren getrouwt geweeft te zyn, liet hy ïig overreden door eenige Kooplieden van BrufTel, -die hem inwikkelde om met hen een reis te doen naar Conltantinopolen: maar in dat land niets te doen vindende als tekeningen tot Tapyten , ter oorzaak dat de Godsdienft der Turken niet toelaat Beelden te Schilderen. Hield hy zig bezig om voor zyn zelven te tekenen het gezigt en de omleggende Landftreek van Conftantïnopolen,en de levenswyze der Turken , waar van hy ons Printen in hout gefne-<len heeft naargelaten, die alieen van zyn verdiend»
|
||||||
|
^ De Schoole
dienfte konnen doen oordelen. In dit werk heeft hy zyn Afbeeldzel gemaakt onder de gedaante van een Turk, die met de vinger naar een anderen Turk wyli die een piek in de vuift heeft. Naar zyn reis van Conftantinopolen floeg hy zig tot Antwerpen neder, daar hy veel (lukken Schilderde voor Keizer Karel den Vyfden, op het einde van zyn leren fchrcef hy van de Beeldhouwery, van de Geometrie, en de Perfpeclive, en hy heeft Vitruvius en Serlio vertaalt; want hy was een groot Architect. Hy is geftorven in 't jaar i f o.
ALBERT ALDEGRAAF,
VAn het ftedeken Zoeft in Weftphalen, alwaar hy in de kerk van die plaats vcr-fcheide dingen gefchildert heeft, en onder andere een geboorte verwonderens waardig. Weinig dingen heeft hy elders gedaan , zig veeltyts bezig houwdende met Plaatfnyden, gclyk men aan 't groot getal van zyn Printen kan zien , door dewelke men kan oordelen * Gra- ^at hy ïuivcr in zyn tekening was, en * be-«eux. vallig in de uitdrukkingen, gebooren om een groot Schilder te zyn, indien hy Italien gezien had.
JAN de MABUSE,
GEboortig van een ftedeken in Hongaryen, _.Mabufe geheten, was tytgenoot van JLu-' cas van Leyden, na dat hy in zyn jonkheit veel gcploegt, Italien en andere Landen door-Fejft hadde, kwam hy in Vlaanderen, daar hy
de
|
||||||
|
van Duitslant en Nederïant. 555 de ecrrte manier op de baan bragt om gefchie-dcniflen te ordineeren, en om naakte figuuren daar in te pas te brengen, dat als doen nog van niemant was in het werk gellelt. Men ziet verfcheide dingen van zyn kond in de Nederlanden en in Engelant. Hy was wys en zeer arbeidzaam in zyn jeugt, maar in 't vervolg gaf hy zig te veel aan den wyn over.
Hy is langen tyt in dienn" van den Marquis vander Veer geweeft, die verwittigt zynde dat de Keizer Karel de Vyfde zyn verblyf ten zj-nen huize zoude komen nemen, wilde, om hem met luiltcr te ontfangen, dat alle zyn huisgenoten in 't wit Damall waren uitgedolt, ea Mabufe gelyk de andere. Mabufe in plaats van lig de maat te laten nemen om voor hem een zeker flag van een Tabbert te doen malt en, met den welk en hy voor den dag moeft komen, volgens het overleg dat men genomen hadde, begeerde dat men aan hem de ftoffe ter hand (telde, onder voorwendzel van een vreemde kleding en opfchik in zyn Geert be-worpen te hebben: maar 't was in der daad om het te verkopen, en het geit in de Herberg te brengen, gelyk hy deed; want wee-tende dat de Keiier by den avont verwagt wiert, oordeelde hy zig ligt uit deeze zaak te konnen redden. Wanneer de dag van 's Keizers aankomft naderde, Mabufe, in plaats van het kleet, lymde wit Papier te ïamen, Schilderende daar op een Damaft met greote bloemen, maakte zyn Tabbert zelf, en volgde aldus den trein, men plaatfte hem tuflèn een Poëet en een Muficant, die desgelyks huisgenoten waren van den Marquis.
Do
|
||||
|
J4 &e Schoote
De Keizer vond deze inhaling in aardige die by het ligt van toortlfen gefchiet was, dat hy dezelve nog eens den volgenden dag met meerder opmerking wilde zien, hy plaatftezïg ten dien einde aan een ventter,en de Marquis by hem, en wanneer Mabufe in het midden van fcyne twee medgezellen voorby ging viel het oog van den Keizer op het gewaat van den Schilder, zeggende dat hy nimmer eenDamafl: van zodanig een luiitcr gezien had. De Marquis liet hem komen en deichalkheitontdektzynde deed de Keizer hartelyk laghen, maardeMar-quis in gramfchap onttteken, om dat hy oorzaak gegeven had dat men zeggen zoude dat in plaats van aan den Keizer eer te bewyzen, zyn volk met Papiere klederen pronkte, liet hem gevangen zaten , daar hy lang genoeg huis-ve/le: en egter niet naliet zyn konft in de gevangenis te oeffenen en een meenigte fraaije tekeningen te maken. Hy ftorf in het jaar
ó
|
||||||
|
JAN SCHOREL.
WAs van een dorp naar by Alkmaar in Hol* lant, hy is Difcipel geweeft van Mabufe, en heeft ook eenigen tyt by Albcrt Duur ge-Weeft, naar veelmaal in Duitslant gereirt te hebben, geraakte hy in kennis en vrindfehap by een Monnik, Liefhebber van de Schilder-kond die naar Jeruzalem ging en hem bekoorde om nevens hem deze reis te doen. Hy tekende in Jeruzalem en op de' oevers der Jor* daane , als op andere plaatfièn die door de te-genwoordigheit van Jesus Christus waren ! ge*
|
||||||
|
van Duitsïant en Neclerlant. ^ gehciligt geweelt, alles wat dat Godsvrugt en nieuwsgierigheit konde gaande maken. Nuttig heett hy zig van deze tekeningen bedient in de (tukken die hy zcdert gefchildert heeft. Op iyn wedcrkoirtÜ hield hy zig eeiiigen tytoptót Venetien, en van daar naar Romen, v.lwaar hy tekende naar Raphaël en Michel Angclo, en het Beeld werk der Antieken en de puinhopen van de Aloude Gebouwen. Paus Adriaan de VI. die als doen den üoel van S. Peter beklom, gaf aan hem het opzigt over al de werken die tot verbeetering van 't Vaticaan gemaakt wierden: maar na de doot van A-driaan, die het Pausfchap niet langer als een jaar en agt maanden beklede, keerde hy naar de Nederlanden , en floeg zig tot Uitregt neder daar hy veel heeft gefchildert. Zyn te rug reis nam hy door Vrankryk, daar de begeerte tot een geruit leven hem weigeren deed de aanbieding van Koning Francifcus den eerflen om hem in zyn dienft te nemen. Hy was begaaft met verfcheide deugden en wetenfehap-pen : als zynde Muficant, Poëet en Redenaar, hy verltont de Latynze, Francoife, Italiaanze en Hoogduitze talen. Zyn aangename ommegang, by zo veel brave hoedanigheden ge-voegt, maakte hem bemint by alle de genen die hem kenden, hy overleed in't jaar irrii. oud zevenënzeltig jaren Twee jaren voor ïyn doot heeft Antonio Moor, zyn Difcipel, ïyn Portret gefchildert
|
|||||
|
LAM-
|
|||||
|
De Schooïè
LAMBERT LOMBARDÜS.
Luyk , tragtte met alle mogelyke vly{ in zyn beroep te vorderen, hy Studeerde met groute opmerking naar de Antieken, en was de eerfte die in zyn land een anderen konft-regel, verre van dien Barbaarzenen Gottiekzen aart, (die als doen regeerde) invoerde. Hy rigte een zoort van een Academie op, en zy-ne Difcipelen waren onder de andere Hubert Goltzius, Frans Florus, en Willem Kay, Men ziet eenige Printen naar zyne werken gemaakt,die van zyn fmaak doen oordelen; Sandrart houwd (taande nevens eenige anderen dat Suayius en Lombardus niet als de zelfde Perzoon is; hy zegt dat Lombardus in zyn jonkheit zig noemen liet Lambert Suterman, dat in het Hoogduits betekent zagt of zoet, en dat hy by vervolg dezen bynaam heeft willen uitdrukken door het Latyns woort Suavius, en dat op dezen gront hy zyn Printen aldus gemerkt heeft, L. Suavius Inventor', hy voegt daar by dat van Mander zig bedriegt, makende van Suavius en Lombardus twee Meefiers; ik laat het aan het oordeel van de Liefhebbers door de vergelyking van de Printen, met deze twee namen getekent, dat Sandrart toe-fchryft aan een zelfden man in byzonderen tyt. Dominicus Lampfonius Geheimfchryver van den Biflchop van Luyk, genoeg om zyn ge-leertheit bekent, heeft het leven van Lombardus in gefchriftgefteltomdathyzynhartvriendl W geweeft.
De-
|
||||||
|
van Duitshnt en Nederlant. ^yf Dezelfde Lampfontus heeft vaerzen gemaakt tot lof van Lucas Gaffel, heel goec Laudfchap Schilder van zyn tyt, maar luy, die gelectt heeft tot Bruilel en daar geftorven is.
HANS HOLBEIN.
WAs de zoon van Jan Holbein tamelyk Schilder, die Augsburg zyn geboorte plaats verliet, daar hy langen tyt gefchildert had, om zig tot Bazel neder te ilaan: 't is in deze laatfte ftadt dat onze Holbein gebooren wierdt in 't jaar 1498. hy leerde by zyn Vader, met een uitnemende vlyt, wat dat de Schil-derkonft aan belangde: maar zyn overvliegent Verftant verhefte hem wel haaft boven zyn IVleeftcr, en deed hem in 't vervolg werken voor den dag brengen van grooten aart en kragt. Hy heeft tot Bafel op het Raadhuis van die ltadt een Tafereel gemaakt van agt verdelingen , verbeeldende zo vcele onderwerpen van het Lyden 0n7.es Heeren; en op de Vis-mart heeft hy gefchildert een Boere dans en een dans van doden, deze twee werken zyn in hout gefneden.
Erasmus, wiens afbeeldzel hy verfcheidc malen gefchildert hadde, en die een was van zyn goede vrinden, wel oordelende dat Swit-ïerlant het geweft niet was om aan de konft van Holbein regt te doen, ftelde hem voor naar Engelandt te gaan, beloofde voor hem den weg te baanen, om van den Koning wel ontfangen te worden, door middel van Thomas Morus. Holbein nam zo veel te gewil-Y ger
|
||||
|
33 De Schoolt
ger dit aan om dat hy vaneen boos wyf ge-plaagt wiert die de ruft van zyn leven verltoor-de. Hy Schilderde in Engélant een groot getal overtreffelyke Conterfeytzéls , onder andere dat van Koning Hcnrik den VIII. en zy-ne kinderen, Maria, Eduard, en Elizabeth; hy heeft in verfcheide plaateen Hiftarie (tukken gefchildert, inzonderheit twee daar een groot gewoel in is, het eene is de Triomf van de Rykdom, en het andereden Itaat van de Armoede. Frederik Zucharo, die door den Koning van Engélant uit Italien wiert ontboden, was by uitnemenheft verbaaft op het gezigt Van de werken van Holbein, en zeide datze nog voor Raphaël nog voor Titiaan behoefden te wyken. Holbein Schilderde alles in alle manieren evengoet, ïnFrefco, Water-verv, in Oly, en Miniatuur, en opeen zeer gemakkclykc manier tekende hy met de Pen, of Crion ongemeen veel tekeningen.
Hem gebeurde in Engélant een geval, dat aonder de befchermïng van den Koning, zyn ondergang geweeft zoude zyn. Op het gerugt van de vermaartheit van Holbeïn, kwam een Graaf van den cerften rang om hem te zien : inaar dewyt hy bezig was om een figuur 't zy Man of Vrouw naar het leven te Schilderen ? deed hy hem bidden tot aan een anderen dag uit te ftellen de eere die hy hem wilde aandoen. De Graaf dit hoog opnemende drong met gewelt de trappen op, op het opperft van dewelke by Holbein vond, die zwellende van gramfchap hem zo raauwclyk te rug ftict, dat ny hals over kop van boven nederwaarts tuimelde, en hem ellendig bezeerde, het gezigt
van
|
||||
|
■Van Duitslant en Nederlant, Van dit Sichouwfpel trok veel volk derwaarts, en de lieden van 't gevolg des Graven oplopende en verwoet, wilde'de belediging wree-ken die hunnen Meefter was aangedaan; maar Holbein naar zyn deur bebolwerkt te hebben had den tyd om over het dak van't huis te ontkomen , en den Koning het eerfte te verwittigen , van het geene dat hem gebeurt was. Zyn Majcfteit beloofde hem zyn befcherming; de Graaf kwam eenigen tyt daar na om zig té vertonen heel gekncult van zyn quetfluuren: maar de Koning verboot hem van iets tegens Holbein te ondernemen. Deze Schilder ltorf aan de Peft tot Londen in 't jaar iff4- in den ouderdom van zcsé'nvyftig jaren. Het is te Verwonderen dat een Man in Switzerlant ge-booren, die Italien nimmer had gezien, zo een goeden ünaak en een fchoon vernuft by zyn konit gehad hecft> en nog alzo aanmerkelyk dat Holbein met de linkerhandt Schilderde, gelyk als deed den ouden Romeinzen Schilder Turpilius, Sandrart verhaalt, dat Rubens komende tot Uitregt Honthorft bezoeken , en zyn weg vervolgende naar Amfterdam, dat hy van verfcheide Schilders vergezelfchapt wiert, onder dewelke Sandrart was, en dc-\vyl imen geduurc'nde den weg van de werken der beroemde Meefters fprak , en dat men op Holbein viel, wiert hy ten hoogden van Rubens geprezen, radende wel agt te geven op den doden dans van dezen Schilder, zeggende dat hy veel voordeel daar uitgetrokken had, alzo wel als uit de Printen in hout gefneden van Stimmer; en dat hy, te weten Rubens, veel uaar deze dingen m zyn jonkheitgetekenthad-Y a de.
|
||||
|
$ Schoolt
de. Hy heeft een goet Difcipel in de Perzoon
van CriÜorrel Amberger van Augsburg gehad,
die veel werken in Frelco gefehildert heeft in
Duitslant.
TOBIAS ST1MMER,
VAn Schafhuizen is in lyn tyt een heel goet Schilder geweelt, hy heeft daar van proeven gegeven in de werken die hy in Fref-co gefchildert heeft op de voorgevels vaneeni-ge huizen in Frankfort,en in zyn Vaderlant, alzo wel als door eenige (lukken die hy tot Straasburg gemaakt heeft voor den Markgraaf van Baden. Onder een groot getal Printen in hout gefneden die men van hem liet, zyn die van deBybel, die te voorfchyn kwamen in den jaare if86. d«ze hebben cenbyzondrewaardy, en het is daar van dat Rubens eensopzeekerai tyt tegens Sandrart zeidc, dat hy veel nut daar uit gehaalt hadde, Sandrart zelfs noemt dit boek een fchat van wysheit voor de Schilder-kond. Bernard Jobius drukker te Straasburg heeft veel van zyn Printen in 't ligt gegeven. Stimmer is jong geftorven, hy had tweebroeders, de oudfte Schilderde op het glas, en de jongde fneed uitnement wel in houwt, ik heb niet anders al s dit generaal berigt.
JAN CORNELISZ VERMEYEN.
GEbooren in een dorp digt by Haarlem, was byn aar altoos by den Keizer Kwel den Vyfiden, en volgde hem in zyn reizen, onder ndere in de belegering van Tunis, waar van
hy
|
||||
|
1 r
|
|||||||
|
van Duitslam en Nederlant. 341*
hy vcrfcheide verbeeldingen Schilderde daar heerlyke Tapytzeryen naar gemaakt zyn, die Philips de II. in Portugaal heeft gelaten en daar nog tegenwoordig te zien zyn.
Hy heeft veel tot Atrecht gefchilderf in het Kloofler van S. Gervaas, te Broffel en in andere lieden van de Nederlanden. De Keizer Karel zag hem met veel vermaak aan zyn Hof, want beha]ven dat hy fchoon en wel gemaakt was, had hy zo langen baart, dat wanneer hy regt opltont dezelve op de aarde raakte; hierom wiert hy Jan met de baart genoemt. Hy overleed te Bruffel in 't jaar ivf;, oud negen-envyftig jaren, zyn Sepultuur is tot S. Joris, daar hy zyn Graflchrift zelfs gemaakt heeft.
ANTONIO MOOR
GEboortig van Uitrecht DifcipelvanScho'-rel heeft een groot navolger gewcell van de Natuur door een kloeke, kragtige enopreg-të manier van Schilderen. Aan de Hooven van Spanje, Portugaal en den Keizer Karel den V. heeft hy meenïgte van Portretten gefchil-dert, die men hem by uitnemen heit duur betaalde, behalven de prefenten die hy omring; invoegen dat hy magtig ryk wiert. Hy heelt ook een reis naar hallen gedaan. Alhoewel zyn voornaamfte bezigheit het Conterfeyten ■was, zo liet hy egter niet naar, by tuffentyt, Hiltorie (lukken te Schilderen. )3aar is 'er een in het Cabinet van M. de Prins van Condé dat onzes Heeren opflandinge verbeeld tuffen S. Petrus en Paulus,de Koopman,die dit Tafereel aan dezen Prins verkogt,heeft veel daar Y 3 mede
|
|||||||
|
j4 De Schooïe
mede gewonnen, dit jaar op de Jaarmart rat» Sant Germain. 't Is een ftuk daar een groot e^ kragt en waarheit in is. Antoni Moor ftorf tot Antwerpen oud zesènvyftig jaaren-
PIETER BREUGEL
Genaamt Den Ouden BREUGEL.
HAd den naam aangenomen van het dorp, zyn geboorte plaats naby Breda. Hy was. een boeren zoon en Difcipel van PieterKoek , wiens dogter hy trouwde, hy Schilderde vervolgens by Jeronimus Kok. Hy maakte veel dingen in de manier van den zelven, maar hy trok in Vrankryk, en van daar naar Italiea dat hy geheel doorrcift heeft.
Hoewel dat hy alle zoorten van dingen onderhanden heeft gehad, egter dat hem het meeft behaagde waaren Spelen en Danfltryen, Bruiloften, of andere boere gezclfchappen daar hy dikwils onder verkeerde,om naauwkeurig agt te geven op alles dat in dier gel yke ontmoetingen voorviel, ook heeft nicmant in dit ffag van dingen beter geweeft in zynen tyt. Hy had zyn Landfchappcn geftudeert uit het gebergte van Frioul, hy was zeer arbeidzaam en afgefcheiden, houwdende zyn Geelt niet bezig als met het geene dat tot toenemen in dekonlt konde dienen , waar door hy zig vermaan heeft gemaakt; veel van zyn Schilderyen zyn in 't Cabinet van den Keizer, en het overige van zyne werken is hier en daar verfpreit, inzonderheid
|
||||
|
van DuïtsUnt en Nederlant. 343 dcrheit in de Nederlanden. Hy is onder het Schilders gezclfchap geweeft tot Antwerpen in 't jaar 15-51.
FRANS FLORUS,
ZOon van een goet Beeldhouwer van Antwerpen. Hebbende tot zyn twintig jaaren onder zyn Vaders onderwys de konft geoef-fent, ging hy naar Luyk by Lambert Lom-bardus, en van daar naar Italien, daar hy met uitnemende vlyt tekende die dingen, die hy na zyn fmaak vond, en boven al naar de werken yan Michcl Angelo: zynde in zyn Vaderlant wedergekeejt, verkreeg hy een groote agting en aanzienclyke middelen, door de deugt en het groot getal van zyn konftltukken, maar hoewel hy een treffelyk verllant had, en dat hy aangenaam in den ommegang was, had hy zig zo overgegeven aan den wyn dat hy zya vrinden zelf on verdraaglyk viel. Nogtans beminde hy de kond oeffening niet minder. Hy Schilderde alle dagen zeven uuren met vermaak en aandagt, en had dan nog tyt genoeg overig om zyn goede vrinden te zien. Het (pelen Was hem tegen de borft ;hy had de gewoonte te zeggen , de arbeit is myn leven, fpel en ledigheit myn doot. Men noemdehem in zvnen tyt de Raphael van Vlaanderen. Hy 'ttorf in 't jaar 1570- vyftig jaaren oud d
|
||||||||||
|
Y 4 CHRIS-
|
||||||||||
|
_______
|
||||||||||
|
'544 &e Schooïe
CHRISTOFFEL SWARTS.
GEboortig van Ingolftat, was Schilder van den Hertog van Beycren. Hy heeft tot IVlunchen veel gefchildcrt, 7.0 in Frcfco als in Qly, Sandrart (preekt zo voordelig van hem als de allerbekwaamltc van zyn tyt, voorna-mentlyk in Frefco. Hy florf in 't jaar
|
||||||
|
WILLEM K A Y,
n Breda had tot Luyk onder Lambert Lombardusbenevens Frans Florus dekonft geleert, Sandrart, na dat hy hem als een braaf Schilder geprezen heeft, geeft hemden lofvan een zeereerlyk man, hy woonde in Antwerpen daar hy op een treffelyke wyze in alles leefde. Hy heeft een groot getal Conterfyt-zels gemaakt, weinig minder in konlt als dre van Anthony Moor.
Op een tyt als hy het Portret van den HerT tog van Alba Schilderde, en dat hy geveinft had het Spaans niet te verftaan, kwam een Officier van de Criminele JuflitJe aan den Hertog de orders afvragen , rakende den Graave van Egmont; waar op deeze antwoorde: dat men het halsrcgt zonder tyt verlies moeft ufr-yoeren Dit (iraf bevel gaf zulk een indruk op den Geeft van den Schilder, die den Adeldom van zyn lant beminde, dat hy naar hu?s gekeert zyndc ziek wiert en daar aan ftorf in 't jaar 1 j68.
|
||||||
|
van Duitslant en Nederlan.
HUIBERTGOLTIUS
(TZJEboortig van Vcnlo , en te Wurtsburg, _daar zyn ouders woonden, opgevoet, is Difcipel vau Lambert Lombardus gewceft* Hy had een zonderlinge neiging tot de Alout-hcit, en hy is het die zulke groote en fchoone Boeken vande Medailjes heeft in 't ligt gegeven. Weinige dingen zyn van hem gefchil-dert. De kwaataardigc iinborltvan zyn twe-de Vrouw heeft hem doen fterven van hartzeer,
PIETER en FRANS POURBUS
T^Ader en Zoon , de eerfte geboortig van ^ Gouda en de laatlte van Brugge, hebben beide de Kerken in hunne geboorte plaatfTen met groote Tafereeien verrykt, dewelke tegenwoordig nog getuigen zyn van' hunne belt waamheit in de kond. Frans, na dat hy by zyn Vader geleert had,wiert ook Difcipel van Frans Florus,dien hy te boven ging in de ken-niflè van 't Schilderen , Frans is ook beeter IVlecfter als zyn Vader geweeft, men ziet fra-je Conterfeitzels van zyn hant op het Stadthuis van Parys, de Vader isgeftorvenin'tjaan^. ca de zoon in 't jaar 1611.
DIRK BARENTSZ
Vam Amsterdam, was de zoon van een liegt Schilder, maar de beminde Difcipel van Titiaan, by den welken hy langen tyt Y s heeft
|
||||
|
|4 Schoole
heeft ingewoont en wiens Portret hy gemaakt heeft, dut zedert in Amllerdam te zien wasby Pieter ïfaacze Schilder, op zyn wederkom!: nam hy zyn woonplaats in deze Itadt, alwaar hy konftige dingen heeft gefchildert, en is aldaar geltorven in't jaar jy8i. in den ouderdom van agtënveertig jaren.
HANS BOL,
VAn Mechekn, gebooren in 't jaar i f 34. was een goet Meefter, hy heeft doorgaans in 't klein gefchildert, zo inÜly, Miniatuur, als in Lymverv. Hy was twee jaren tot Hei-delberg Schilderende voor den Keurvoril var) de Palts, van daar tot Bergen in Henegouw, en eindelyk tot Amfterdam, daar hf geftor-ven is in 't jaar 15-93. oud negenënvyftig jaa-ren, Goltzius heeft het Graffchrift van Bol in koper gefneden, daar hy het Af beeldzel van dezen Schilder by gemaakt heeft, Jacob en Roeland Savery zyn Difcipelen van hem ge-weeft.
MARTEN HEEMSKERK,
E En bocre zoon van het dorp Heemskerk in Hollant, fcheen zo dom en plomp aan den Meefter by den welken men hem tot Haarlem beftelt hadde, dat hy hem weder naar Heemskerk te rug zond by zyn Vader, eenigen tyt daar jia ,door zyn konltgeeit genoopt, geraakte hy by een ander Meefter daar hy door zyn opmer-r king beeter vorderde, 't was in der daid een vrugt van den na tyt.
Ver,
|
||||
|
van Duitslant en Nederlant. 347 Vervolgens begaf hy lig onder het onderwys van Schorel, daar hy van had horen fpreken , iyn Geeft allengskens opgeheldert zo wiert hy een zuiver en vaardig Schilder en overvloedig in het Inventercn, hy vertrok naar Romen daar hy niet mcêr als driejaren verbleef, tegens het voornemen dat hy gemaakt had om daar veel langer tyts door te brengen, ten waarc hy niet was gedrongen geweelt d>or eenig toeval, dat hem'nootzaakte te vertrekken. Hy keerde dan naar Nederlant en zette zig tot Haarlem neer daar hy zyn leven heeft doorgebragt, het meerendeel van zyne werken ziet men in Printen, en Vafari, die hen by naar alle in 't bedonder befchryft, fpreekt daar van met lof, en zegt dat Michel Angelo luft had eenc van die, welke hy naar zyn fmaak vond om dezelve met Couleuren te Schilderen. Hetfchynt cgter uit deze Printen, dat Heemskerk geene kennis van 't ligt en bruin heeft gehad, en dat ïyn manier van tekenen droog is. Hy isover-leeden in 't jaar i$74- oud zesenzeventig jaa-ren.
KAREL VERMANDER,
WAs edel gebooren op een Adelyk Land-Koet in Vlaanderen genaamt Meulebrac, daar zvn Vader heer van was; die hem wel opvoeden, en in de goede letteren onderwy-aen deed, maar dewyl zyn zoon een groote gene^ eenhdt tot de Schildcrkontt liet blyken wiert hv om de konft te keren by Lucas de Heer beftelt beroemt Schilder in dien tyt, daar na by Pieter Ulenk, daat hy verfche.de ftukken
|
||||
|
24 De Schoole
van de Heillige Gefchiedeniffcn Schilderde Hy oeffende zig terczelven tyt in het opfteHen van Colncdien; want de Digckonft was ook eene van zyn begaaftheden. Zesentwintig jaren oud zynde ging hy naar Romen, drie jaren daar hebbende doorgebragt, trok hy naar Duitslant, en hulp tot VVeenen de Triomf bogen maken, opgeregt totdeinhalingvanden Keizer Rudolphus: vervolgens kwam hy wederom tot Meulebrac zyn ¥ aderlaat.
De Oorlogen om deReligie,die thans vermeerderden , drongen hem om tot Corrryk zig te bergen inetter woon, daar Jiy (lukken voorde Kerk, kizonderheit in de Sant Catharina Schilderde.
Wanneer hy eens naar zyn Landgoet Meu-Jebrac keerde, wiert hy berooft en naakt uit-geichut- Zig ziende tot dit uitterfte gebragt, begaf hy zig op een Vaartuig dat hem naar Haarlem voerde, daar hy zig ncdrflocg om in de Digt- en Schildcrkonft zyn Geeft te verlufH-gen. Hy tekende onder andere de Hiftoric van het Lyden J.C. dat eenegenaamtdeGeyn in Print gebragt heeft. Hy regte in de zelve ftadt Haarlem een Academie op, metGoItius en MeefterCornelis tot oerreninge van de jonge Schilders om naar het leven te tekenen. Zyn werken zo in Poczy als Profe zyn zo menigvuldig, dat het te lang zoude zyn die alhier op te halen. Behalven een verhandeling van* de Schöderkonft, heeft hy het leven der Nederiantffe Schilders in 't ligt gegeven. De onkunde van een Geneesheer was oorzaak van zyn doot in 't jaar 1607. in den ouderdom van
agt
|
||||
|
van Duit riant en Nederlant. 540 agtënyyftig jaren. Hy wiert tot Amfterdam in de Oude kerk begraven.
Hy had een zoon ook Karel genaamt, die den Geeft, imborft en wctenfchap vanzyn Vader geënt had. De Koning van Denemarken trok hem naar Coppenhagen, daar hy altoos ia de agting van een vcrftandig mau gebleven is.
MARTEN DE VOS
VAn Antwerpen, heeft geheel Italien door-reift. Hy was net in zyn tekening, en In-venteerde zonder moeite: maar men vind niets ongemeens in zyne werken; 7.y zyn egter in groot getalle, en 't meefte gedeelte gefneden ziet men in Print, 't Is naar zyn tekeningen dat de Sadelers de Heremiten hebben gclhe-den. Hy heeft ook tekeningen van het leven van J. C. gemaakt, diein het koper ^ebragtzyn voor de Euangelien vanNatalis. Hy was heel zwaar lyvig, en is in hoogen ouderdejm geftorven in 't jaar 1604.
JAN STRADANUS
GEbooren te Brugge in 't jaar 1 f27. van het vermaarde geflagt der Stradanen, die na de doot van Karel den derden,Graave vanVlaan-deren, dien zy als een Tyran deden vennoorden in de kerk van St. Dooiaes van Brugge, by naar geheel gedempt, of ten minden gints en herwaarts verftrooit wierden. DeSchilder daar wy van fpreken naar Italien gereift zyn-dc, (telde xig, neder tot Florencen, daar hy
veel
|
||||
|
5f De Schoolt
veel werken in Frefco Schilderde en in Oiy voor den Groot Hertog. Vafari liet hem Schilderen aan de (tukken die in de kamer van dezen Vorft (tonden geplaatft te worden. Hy tekenden heel wel denaarden, en tynluftwas om Jagten te Schilderen. Hy overleed in 't jaar 1604. oud vierénzeventig jaren. Tempera is zyn Difcipel geweelt.
BARTHOLOMEUS SPRANGER
/~?Ebooren in 't jaar 11-46. was een Koop-^"-*"inans zoon van Antwerpen, leerde by Verfcheide Meefters de beginzels van dekonft, en begaf zig naar Romen, daar hy in dienlt geraakte bydenCardinaalFarnefe. DeezeCar* dinaal hem in zyn befcherming genomen hebbende , bragt hem by Paus Pius den V. d*e hem in 't Belvidere te werk (lelde, daar Spranger een Tafereel van 't laatfte Oordeel Schilderde in agtendertig maanden tyts, dit (luk is tegenwoordig nog boven de Grafflede van dezen Paus. Terwyle dat hy hier mede bezig was zeide Vafari aan den Paus, dat al wat deze Spranger uitvoerde zo veel tyt verlies was, 't zy dat de nyt hem dus deed fpreeken, of dat de manier van Spranger hem mishaagde dat waarfchynelyker is; want het is te Verwonderen dat Spranger, die in Italien Zyn manieraac nam, zo tegenttrydig tegen de fchoone dingenf die hy voor oogen had, heeft aangewerkt, of het zy dat hy zig heeft laten vervoeren door het vuur van een ongeregelde inbeelding.- 't geen ik zegge zonder egter den Geeft die in zyn
w er-
|
||||
|
van Duitslant en Nederkni.
Werken is te willen verminderen, ofdewaar-dy die in andere delen gevonden word; want ïy behaagden aan veel lieden, en boven al aan den Paus. Die hem beval daar mede voort te gaan, dog met dit beding, dat Spranger, eCi dat hy de Schilderyen die hy voor zyn Heilig-heit ftont te maken ondernam, alvoorens de tekeningen zoude laten zien , om het geene men nodig agte te verbeteren, dit was oorzaak dat Spranger zyn eerfte gedagten wat beter be-fchaafde, hebbende tot dien tyt toe niet anders als lugtige Schetffen gemaakt, volgende daar in de vlugheit van zyn denkbeelden. Men Jouwde daar op deze aanmerking konnen ma-ken, dat het den aart der tekening niet is ge-weeft die den Paus heeft behaagt, niet meer als aan de Schilders van Romen, die egter de Schilderyen van Spranger goetkeurden, daar inoet dan by gevolg iets anders in de manier van dezen Schilder gewceftzyn, het welke aan Vafari onbekent zynde, niet heeft naargelaten zyn uitwerkingen te doen op de oogen van de zulke die niet voor ingenomen waaren, 't geen de agtbaarheit van dezen konftenaar Kaande
Spranger', na dat hy een menigte van ftuk-ken in verfcheide plaatffen van Romen gefrhil-dert had, wierd door Joan de Bologne, Beeldhouwer van den Hertog van Florencen, gezonden aan den Keizer Maximiliaan den II. die aan hem naar een bekwaam Schilder had doen Vraagen, Spranger maakte roor dezen Keizer, en voor Rudolphus die hem opvolgde, een groot getal Schilderyen zo te Weenen als te
|
||||||
|
3 f z De Schoole
De liefde des Vaderlants deed hem een rei* ïe doen naar de Heden van de Nederlanden, naar een afweezen van zevenëndartig jaaren; na dat hy daar met groote eere was ontfan-gen en onthaalt, keerde hy weder naar Praag, daar hy zyn woonplaats genomen had, en is aldaar in een hoogen ouderdom geftorven.
|
|||||||
|
HENRIK GOLTIUS,
|
|||||||
|
van Jan Goltius, Glas-fchi!der,isge-^-*oooren in 't jaar iffS. in een itedeken in 't Hertogdom Gulik, Mulbrachtgenaamt, hy leerde zyn kond tot Haarlem en begaf zig in het Huuwelyk met een weduwe, die een zoon had Matham genaamt, aan wien Goltius het Plaatfnyden leerde, de ongeneugten door eenige huifzelyke zaken veroorzaakt, bragten hem tot cenTecring en bloetfpouwing, die na dat hy drie jaren zonder eenig hulpmiddel gekwynt hadde, hemdeed als door wanhoop befluiten om naar Italien te reizen. Zyn vrinden, die zyn voornemen vreemd vonden tragtten hem op alle manieren te ontraden' hem voor ©ogen (lellende het gevaar daar hy zo een zwak lighaam als het zyne was aan bloot ftelde. Hy antwoorde hen d*t hy liever beminde al kerende te derven, als zo kwy-nende te leeven in zyn Landt.
Hy reisde door de voornaamfte fteden van Duitsland , hy bezogt de Schilders en Liefhebbers; en willende niet bekent wezen, liet hy zyn knegt voor Meefter fpelen; in wiens dienft hy zig gelict te zyn om voor hem te
Schil-
|
|||||||
|
van Duit slaat en Nederlant. j £ Schilderen Door dit middel had hy het Termaak van te hooren wat de een en de ander al van zyn werken oordeelden ionder heirï te kennen, dev.e vermomming, de ocffening in het reizen, en de verfcheide veranderingen van lugt en Landen daar hy door trok veranderden 7,odanig de geftcltenis van zyn Geeft, en lighaam, dat hy ïig verloft vond vanalzyn kwalen, en dat hy zyn eerfte ge'iontheit wederom kreeg.
Hy tekende oneindig veel dingen in Romen , tot Napels, zo naar het Antiek als naar Ra-pbaé'1, Polidoor, en naar andere grooteMee-tfers. Hy heeft weinige werken gefchildert; tyn kwaal wedergekomen , genas hy door melk uit Vrouwe borlten op den raad derGe-neesmeefters, zy raden hem ook weder te keren naar de lugt daar hy gebooren was. Hy kwam dan weder tot Haarlem, daar hy verfcheide dingen op verfchillende manieren in koper fneed ; eindelyk tig een betondere handeling eigen gemaakt hebbende, gaf hy menigte van fchoone Printen aan den dag, naar de tekeningen die hy uit Italien mede gebragt hadde.
Men kan uit de Printen die van tyn eigen vinding ?.yn oordeelen, dat 2.yn finaak van tekenen niet veel overeenkomit hadde met de Natuur, en dat tyn manier iets had van het wilde: maar hy heeftzyn Graveer yzer weten te voeren , met tulk een vafkhandeneenlug-tigheit die onvergclykelyk is. Hy is tot Haarlem geftorven in 't jaar 1617. oud negenénvyf-tig jaren.
: z hans
|
||||
|
De Schoflé
|
|||||
|
HANS van AKEN
ALdus genaamt, om dat zyn Vader vari Aken was, want hem aangaande, hy was tot Geulen gebooren in 't jaar i f56. naar dat hy eenigen tyt by ^pranger haddegeleert, ging hy zyn kond oeffenen in de voornaamfte ite-den van Italien , van daar keerde hy weder na Duitslant, alwaar de Keizer Rudolphus gene-genheit voor hem kreeg, hem weder zendende ïiaar Romen, om de Antieken te tekenen. Men moet zig niet verwonderen dat deze Vorft 2ig zo veel aan dekónftenaars lietgelegen zyn, om hen door beloningen aan te moedigen, de zulke namentlyk daar hy Geeft en vernuft in üag, want hv beminde hartelyk de goede kon-ften, en verftont dezelve zeer wel. Hans van Aken maakte naar zyn wederkomft vcelkonrt ftukken voor den Keizer, die wel veel lofwaardig zyn en hem voor den beften van zyn tyt deden doorgaan. Zyn verftant bragt hem in groot aanzien by dezen Vorft: maar hy bediende zig van zyn vermogen, niet als om ver-fcheide Perzonen van verdienfte te verpligten. Hy is geftorven aan het Keizerlyke Hof, met cere en Rykdom opgehoopt.
JOSEP HEYNS
"tfAn Bern, wiert door den Keizer Rudol- phus met Hans van Aken, Spran^er, Hoefnagel, Breugel, Roeland Savary, Jati.eaGil-ïis Sadeler en eenige anderen op een tyt. aan 't
«Schil-
|
|||||
|
van Duit stemt en Nederlantl $
Schilderen en Graveeren gehouwden, maat Heyns wiert door den Kcaer naar Italien gc« zonden, niet alleen om de fchoonfte Antieke Beelden maar ook de belle Schilderyen naar te tekenen ,de gelukkige uilflag van zyn reis trok een zonderlinge genegenheit van dezen Vorft tot hemwaarts. tiy heeft veel voor den Keizer ^efchildat, het meefte gedeelte is in koper ge» incden door de Sadekrs, door LucasKiliaan , en Ifak Meyer van Frankfort, hy is tot Praag geftorven zeer beklaagt van de eerlyke lieden^ om dat hy zelfs een zeer eerlyk man was ge-weeft , hy heeft een Zoon gehad dat ook een Schilder was.
JVtATTHEUS en PAULUS BRIL. Broeders
VAn Antwerpen hebben goede Landfchap Schilders geweeft, en gezigten en plaatsten naau wkeurig afgebeelt. Mattheus Schilderde alreeds ia 't Vaticaan, wanneer zyn broeder Paulus hem aldaar kwam vinden: veel hebbenze in Frefco gefchildert, Mattheus ftorfin 't jaar 1*84. en Paulus den jongft ge-boornèn lózi. deczeheeft veel Schilderyen nagelaten , die tegenwoordig in alle de Cabinet-ten van de Liefhebbers verfpreid en in grootc sgting zyn.
CORNELIS GORNELISZ,
VAn Haarlem,zoon van PieterCornc-lifx. een goet Mcefter in zyn tyt, is gebo-Z a «n
|
||||
|
tf De SchooJe
ren in 't jaar tf62. en fchoon dat hy nooit frf
Italien fs gcwccft, heeft hyegtcr fraai je dingen
gefchildert en goede Difcipelen aangekweekt,
hy heeft met Karel van Mander, in Haarlem
een Schilder Academie opgeregt in 't jaar
1S9S-
ADAM vak OORT
Y7"An Antwerpen, zoon van Lambcrt vanr * üort wiens Difcïpel hy ook gewccit is, Schilderde in 't groot, en was in zyn tyt in aanzien , de gcduurige bezigheit die men hem gaf, belette hem uit zyn Lant te gaan. Hy was de eerlteMeerter van Rubens, en overleed tot Antwerpen oud vierëntagtigjaren, in 't jaar 1641.
O T H O V E N I U S
TJTollander, uit een aanzienelyk ge--*■ -*-llagt van de ftadt Leyden, gebooren in 't jaar 1 5-6. wiert door zyn Ouders in de goede letteren opgetrokken. En leerde in den zeJven tyt de tekenkonft van Ifaak Nicolaafz. den ouderdom van vyftien jaren bereikt hebbende wiert hy gedrongen door de Nederlantfle beroerte om zig naar Lüyk te begeven, daar hy lig neêrfloeg en zyn Studiën volvoerde, hy gaf hier proeven van zyn Doorlugtig ver.-ftant.
Hy wiert inzonderheit bekent by den Cardi-naai van Groosbeek , die hem brieven van voorfchryving gaf om naar Romen te gaan, alwaar hy ten huize van den CardinaaJ Madu-
cio
|
||||
|
<van Duitslant en Nederlant.
cio ontfangen, wiert, zyn overvliegent vernuft begaf zig tot het onderzoek der Philofophien , omhelsde de Poézy, de \ Wiskonft en het Schil- t Ma. deren. Hy maakte groote voortgang in de te- thema-kenkonft onder het onderwys van Frcderico ti(iu«, Zucharo en door het na?.rvolgen van fchoone voorbeelden, by het welke hy een uitmuntende kênnifle van het ligt en bruin voedde. Dier-halven wierd hy in Italicn voor cen man ge-houwden , die Univerzecl was en de verltan-digfte van zyn tyt. Venius verbleef zeven jaren tot Romen, geduurende dezelve zag men treftelyke dingen van zyn Pinceel te voorfchyn komen, van daar vertrok hy naar Duitslant, en geraakte in dienft van den Keizer, en vervolgens by den Hertog van Beveren, en den Keurvorfl: van Ceulen : maar al de voordelen die hem aan deze vreemde Hooven aangeboden wierden waren niet bekwaam om hem daar langer op te houwden, hy ging zyn dienft aanbieden aan den Prins van Parma, die als doen het bewint over de Nederlanden hadde, en Schilderde zyn Afbeeldzel van het hooft tot de voeten gewapent met zodanig een uit-ilag dat het de agting beveiligde, die men alreeds van zyn vermogen in de kond had opgevat. Na de doot van den Prins van Parma, nam Venius zyn vefhilyf tot Antwerpen, daar hy veel uitnemende werken Schilderde , die nog heden in de voornaamfte Kerken derftadt te zien zyn. Ecnigentytdaarna,alsden Aarts-Hertog Albertus, den Prins van Parma in 't beftier der Nederlanden was opgevolgt, ontbood deeze hem naar Bruffel en gaf aan hem het opzigt van de Munt, onder deze belem-Z 3 me-
|
||||
|
---------
|
|||||
|
3 8 De Schoöle
merende bezigheden liet Veniu's niet naar het Pinceel te voeren, hy Schilderde in 't groot de Af faeeldxels van den Aarts-Hertog en de In-fante Ifabella,die aan Jacob, Koning van groot Brittanje, gezonden wierden, en om zyn ge-leertheit zo wel als zyn Pinceel te doen gelden , gaf hy verfcheide werken in het ligt die hy met figuuren van zyri tekenkonrt verrykte, de zulke die my bekent zyn en wa?.r in veel kond en bevalligheit gevonden wort: zyn de Zinnebeelden van Horatius, het leven van Thomas Aquinas, en de Zinnebeelden van de Liefde. Venius droeg die van de wncreldfe op aan de Infame Ifabella, die hem verpligte om een dlergetyke op te Hellen van de Goddelyke liefde. De Koning Lodewyk den XIII. liet hem fchoone aanbiedingen doen om hem té trekken, maar hy kon nooit befliiiten om zyn ' lant nog den dienli van zyn Prins te verlaten. Hy is de eerfte zedert Pelidoor de Caravagio geweeft, die de gronden gelegt heeft tot eeii klaare kennis van het ligt en bruin dat Rubens heeft voltooit en over de Nederlanden gemeen gemaakt. Hy overleed tot Bruflèl in 't jaar 1634 in den ouderdom van agtënzeventig jaren. Hy had twee broeders, Gilbert die PÏaat-fnyder en Pieter die Schilder was. Hy heeft ook de Glorie gehad van n zyn konft den vermaarde Rubens op te trekken.
HANS ROTHENHAMER
IS tot Mnnchen geboren in 't jaar 1^64. hy leerde by zyn Vader de beginzelenderSchil-derkonft, maar het was in ltalien dat hy zyn
ma-1
|
|||||
|
van D uitslaat en Nederlant. manier naar de werken van Tintoret, wiens Difcipel hy wiert, hervormde. Hy Schilderde in Frcfco en in Oly, Inventeerde gemakke-lyk en aangenaam. Hy heeft in Frefco veel huizen gctchildert zo te Munchen als in Augs-burg,&ie nog de blyken van zyn bekwaamheit ja de konlt doen zien. Rothenhamer won veel door zyn werken: maar om dat hy ry-kelyk verteerde is hy arm geftorven.
PIETER CORNELISZ. DE RYK.
VAn de ftadt Delft heeft zodanig de manier van BafTan gevolgt, dat hy daar door dik-wils heeft bedroogen.
PIETER PAULO RUBENS.
Die men eeniger wyze de eere van de Schil» derkonft mag noemen , was oorfpronke-lyk van Antwerpen, alwaar zyn Vader joan, Rubens,van Edel geflagt, het ampt van Raadsheer beklede , wanneer de Inlandfe beroerte hem noodzaakte zyn Vaderlant te verlaten, en de wyk naar Geulen te nemen, 't Was ir» deze laatüe ftadt en in den jaareiy77. datPie-ter Paulus Rubens gebooren wiert. De zorg-vuldighcit van zyn ouders over iyn opvoeding , en de vaardigheit van zyn vernuft maakten al-" Ie de zwaarfte dingen ligt die men hem wilden doen leeren; der maate dat men hem aanzag als een waardig opvolger tot het ampt vanzyn Vader. Maar hy had zyn verkiezing totcenig beroep nog niet bepaalt, wanneer zyns Vaders overlyden en het gerugt der wapenen wat ver-Z 4. dwe-
|
||||
|
%6ö De Schoole
dwenen ïyn huisgezin en Perzoon zfg wederom naar Antwerpen begaf. Hier zettede hy ayn ftudien voort in de geleertheit en talen : en by tuffen tyden, oeffendc hy zig met vermaak in de tekenkonlt, aig door de Natuur tot deze oeffening geport voelende, die alreeds diepe wortelen in zyn Geelt gefchobten had, en de
feweldige genegenheit die hy betuigde tot de childerk'onft te hebben, deed zyn moederbe fluiten om te gedogen dat hy by Adam van Oort mogt leeren tekenen, die als doen een Schilder van aanzien was: maar na dat hy daar lang genoeg gcwecil had om te begi ypen dat «yn vernuft meerder voedzel vereifte, verliet hy dezen Meert er en hegte zig t'ecnemaal aan Otho Venius.
Deeze was niet alleen een goet Schilder, maar een treffelyk verrtant; die zyn konft door grondregelen begreep, en in bondige gcleertheit sre-oeftent. Alle deze hoedanigheden maakten ?-ulk een naauweverbintenistuffen den Meefter en den Difcipel ? dat Rubens, die in het cerfte geen ander voornemen had als om in de konft alleen tot zyn vermaak zig te laten onderwy-?en' eenflags daar toe overviel van den anderen Kant ook gedrongen door de fchaadehem door de oorlogen aangedaan.
De gcmakkelykheit die hy vond in 't Ie-. ren, en zyn geftad^en arbeid, hem in korten X aKllyn Mce(tej gelyk gêftelt hebbende oordeelde hy dat hen^niets meer overig was'
|
|||||||||
|
ï
|
|||||||||
|
te rr
|
,n* Hy floeS dan °P VVfc8 ^ar Ve-alwaar hy uit de School van Titfaan
dk
|
||||||||
|
van DuHslant en Nederlan. -$6i
de vaRe gronden leide die het Coloriet be-' treffen.
't Was in deze (ladt, dat hy vrientfchnp maakte met een Edelman van den Hertog van Mantua, deeze ftelde hem van weegens zyn Mecfler voor, om zig in dienft van dezen Prins te begeven in dezelfde hoedauighei: van Edelman. De uitmuntende Schilderwerken die tot Mantua zyn, van de welke Rubens hadde hooren fpreeken , waaren de cenige bewee-gende oorzaak die hem inwikkelde om dceze aanbieding te omhelzen. Hy trok tot zig een byzondre gunft en agting van den Hertog; en na dat hy hier vlyt;g naar de werken van Julio Komaan geftudeert hadde, vertrok hy naar Romen, daar hy met de uitterfte opmerking alles onderzogt wat tot zynkonft vereiftwiert. Hy bediende zig voordelig van de dingen die naar zyn fmaak waaren; dan eens hen Copy-eerende, dan zyn aanmerkingen daar over ia gefchrift (tellende ^ dat doorgaans verzeilende met een lugtig getekende Pentrck, dragende tot dien einde altoos Papier by zig. Geduu-rende deze oeffening Schilderde hy hetOutaar-ftuk in de Kerk van 't Heillig kruis, en in de Nieuwe Kerk van de Paters van 't Oratorium.
Zeven jaren bragthy in zyn konftoeffening door in Italien, als wanneer hy tyding kreeg' dat zyn Moeder gevaarlyk ziek was. Dit nieuws nootzaakte hem naar Antwerpen te keeren; en. alhoewel hy te poft reisde vond hy zyn Moeder op zyn aankom ft al overleden, waarom hy oordeelde tot het Huwelyk verpligt te zyn. Hy trouwde Catharine de Brentes, metdewel-Z s ke
|
||||
|
T
Dé Schoole ke hy vier jaren leefde. Hy droeg haar uitnemende liefde toe, en omecnighulpmiddel voor de imert (door haar doot aan hem veroorzaakt) te vinden, verliet hy Antwerpen voor cenigai tyt, en deed een reisje naar Hollant; d'.;or Utrecht paffeerende bezogt hy Honthorft , daar hy veel agting voor had , Sandrart die als Difcipel by de^en Schilder inwoonde, verzel-de Rubens in alle de (leden van Hollant; en zegt dat onder.reege Rubens (fpreckende van de Schilderwerken, die hy in zyn reis gezien had) inzonderheit prees de manier van Schilderen van Honthorft, deürdinanticn yanBlom-maert, eri de kleine (tukjes van Poelenburg behaagde hem zodaanig, dat hy dezen Schilder verzogt eenige voor hem te willen maken. Rubens trouwde in zyn tweede HuwelykHe-lena Forman, die een Helena in fchoor.heit was, en voor hem een groot behulp in het Schilderen van Vrouwe Beelden.
De vermaartheit van Rubens over geheel Europa verbreid zynde, was 'er niet éénéénig Schilder die nietwenfte een ftuk van zyn hand te hebben; en dewyle hy van alle zyden krag-tig daarom wierd aangezogt, zo liet hy tiazyn gekoleurde tekeningen, door bekwaameDifci-pelen een groot getal ftukken maken, dewelke hy vervolgens met verfTe oogen hier en daar over Schilderde, met een uitnemende kennis, en een vaardige hand daar Veencmaal zyn Geeft en verdam inbrengende, waar door hy veel geit won in weinig tyts: maar hetonder-fchcit dat 'er was in dit zoort van ftukken, die voor de zyne gebouwden wierden, vergeleken met de zulke die hder daad va.a zyn hand waren
|
|||
|
van Duitslant en Nederlant. 365
en, deed zyn agting eenigzins Schipbreuk ly-Jén ; Want zy waren het meerendeel flcgt ge-tekent, en lugtig gefchildert. 1 De Koninginne Maria de Medicis dikwils gewenft hebbende dat Rubens de twee Gale-ryen van haar Paleis van- Luxemburg Schilderde , zo kwam hy tot Parys om de plaatfzen te zien , en om de tekeningen daar toe gereet te maken. D'eene van deze Galeryen was ge-fchikt voor de Hiftorie van het leevcn dezer Koninginne, en de andere voor het leven van den Koning Hcnrik de IV. Rubcns begon met de Hiftorie van de Koninginne, en volvoerden 't: maar de doot van den Koning die daar fchielyk op volgde, liet hem niet toe de Historie van dien Vorft te voleinden, van den welke hy alreeds vee! ftukken begonnen had. De Koninginne,die de Schilderkonft beminde, en die zelfs fraai tekende, begeerde dat Rubens twee ftukken van haar Hiftorie in haar tegen-Woordigheit maakte, óm het vermaak te hebben van hem te zien Schilderen.
]« den tyt dat Rubens tot Parys was, had den Hertog van Bucquingam gelegenheit om kennis met hem te maken. Hy beproefde ï.yn ver-ftant, èn het zelve vervult vindende met een doordringende kennis en oordeel, fprak hy van ïyn Perzoon by de Infante Ifabella, die hem tot AmbsfTadeur deed benoemen door haar neef Philips den IV. oin in Engelant over een Vreede te handelen, die hy vervolgens floot tulFen Philips den IV. Koning van Spanje, en Karel den eerften Koning van Groot Brittanje. Karel tot erkentenis van dezen gelukkigen uit-
flag, vereerde hem in 't volle Parlement met
-■_■■■■■ ■ ■ een
|
||||
|
564 Dt Schok
♦ cor- een degen en * halsbant, beide met Diama «ion. ten verrykt, ter waarde van twaalf duiiei kroonen. En naar Spanjen gegaan zyndc o: rekenfehap van zyn verrigcing aan Philips den I te doen, omring hy daar ook aanzicnelykeg t por- Schenken, hy Schilderde daar de f Afbeeldie «airs, van 't huis des Konings, en Copyeerde voc zig zelven ecnige van Titiaan.
Het gebeurde dat terwyl Rubens zyn verbly in Spanje hield , dat Don Joan Hertog va; ISragance, (die naderhant koning van Portu gaal wierd) welk de Schilderkouft beminde. het geruft van Rubens gehoort hebbende, aai eenige Hceren v^.11 zyn vrinden, die aan het Hr van Madrid waren, fchreef, hen biddende 1 veel te weeg te breugendat kubenshemkwai bezoeken tot Villa Vizofa, de plaats daar h zyn Hof hield: Rubens ondernam deeze re met vermaak; dog de vrienden van dezen He tog verwittigden hem dat Rubens vertrokk' was met een Statelyk gevolg, zodanig datfo hem verbaasde, en te rade wierd in aller yl ec Edelman hem tegen te zenden, om hem t zeggen, dat de Hertog zyn Meèfter, om ee gewigtige oorzaak was genootzaakt gewedtt vertrekken, hem biddende niet verder te gaan en een gefchenk van vyftig Pillolen aan te nc men, om hem fchadeloos te houwden van d onkoften die hy op den weg gemaakt hadde Rubens weigerde de vyftig PHtoIen, en ant woorde dat hy die kleine hulp niet nodig had dat hy 'er twee duizent met lig bragt die Ir voornemens was geweeft in den tyt van vyt den dagen te verteeren, welke hy gedagt hac aan 't Hof van den Hertog te vertoeven.
Ru-
|
||||||
|
van DuitsUnt en Nederlant. 0.000000 Rubens naar Nederlant gekeert zynde, be-kleede daar het ampt van Secretaris van Staat* daar hem de koning van Spanjen mede voor-ï'cn had ; maar hy verliet daarom het Schilde-r.n niet, iyn groote Geeft was 20 wel bekwaam tot het een als het ander. Eindelyk , overladen met Rykdommeu en Ecre, overleed hy tot Antwerpen in 't jaar 1640. in deri ouderdom van drieënzeftig jaaren. Hy heeft twee zoonen uit zyn tweede Huwelyk naar gelaten, en hy verkreeg de opvolging van het amot van Secretaris van de Staaten voor den oudlten.
Hy was van een zagtmoedige en liefdad'ge Natuur, van een overviicgentvernuft, en een verheven Geeft, dien hy gekweekt had door vecle Wetenfchappen, Door zyn heuiïen ommegang en onbefproken zeden verkreeg hy dè vrintfclwp.cn agiingvan Perzonen van aanzien. Hy verftont zes Talen, en diende zig van de Latynte om aan de Geleerden te fchryven, cri 7.yn waarnemingen aangaande de Schildcrkonft in gefchrift te ftellcn.
Nooit heeft eenig Schilder, 20 veele nog aulke groote werken gemaakt als Rubens: de Palaizen der Vorften , en de kerken van Brabant en Vlaanderen geven daar t;oede blykeii van. Het is bezwaarlyk te oordelen waar dat de befte (lukken gevonden worden. . Geheel Europa bewaart de onderpanden vanzynkonlt en groot verftant; het fchynt cgtcr dat de lieden Antwerpen en Parysopdeallerduurbaarftc Schilderwerken van Rubens roemen konnen ; de fnedigfte Liefhebbers, en de geoefTenftc Schilders die dezelve met de uitterite opmer--
king
|
||||
|
■
|
||||||
|
% 66 De Schoóle
king onderzoeken, zulllcn genoegzaam over-reea -zyn dat Rubens niet alleen het Schilderen tot een hoogen trap heeft opgevoert, maar dat hy een weg heeft geopent die g'eimkkelyk tot de Vólmaakthêit van deze konrt geleid.
Rubens heeft een menigte van goede Difci-jpelen gehad; gelyk als , jjavid Teniers, van Dyk, Jordaans," Söutman, Diepenbeek, van Tulden, van Mol, van Hoek, ÈrafmusQuil-linus, en verfcheide anderen: maar onder al d'e geene die de konft by hem geleert hebben, die. zig van de andere heeft onderfcheiden, en dar hy de meefte eer van heeft gehad, dat is van Dyk.
Rubens had in den beginne zig voorgefleü öm den aart van Schilderen van Michel An-gelo de Caravaggio te volgen, maar dezelve al te arbeidzaam Vindende, maakte hy zig een manier eigen die voortvarender en met zyn im-borft meer overeenkomende was. *CW- Een * Goudzoekend Schilder Bfendel gè-lnifte' naamt, by hem komende, vraagde of hy met hem wilde aanfpanncn tot het groote werk dat hy ondernomen had, daar by voegende dat hy zelfs te weinig van middelen voorzien was om het uit te voeren," hem verders verzekerende daar door een ongemeeneti Rykdom zonder moeite te zullen verkfygen. Waar op Rubens hem te gemoet voerde dat hy twintig jaren te laat kwam, want ik zelfs zeide Rubens hebbe den Philofophizen fleen door het middel van myn Pincelen en Verwen gevonden.
Een Schilder van Antwerpen Janfon ge-naamt, een goet Meefter, maar dieeenluyen engercgelt leven leide, zig beklagende van zyn
|
||||||
|
van Duitslant en Necterlant.
regenfpoet en nydig over de Fortuin van Ru-bcns, daagde hem uit, en (telde voor dat ie- ' der van hen een ftuk zoude Schilderen, en dat zeekerc konllverftandigen daar over oordelen zoude welke het befte bevonden wiert.
Rubens, zonder de uitdaging aan te nemen, antwoorde hem koelmoedig, dat hy hem ge- -willig week, d;it wat zig zelfs aanging hy geen ander doelwit beoogde als om het zyne hoe langer hoe beter te maken? dat hy aan hem rade zyn befi ook te doen zo veel als hy kon-dc, en dat als dan * het gemeen regtmatigzou- * f*., de oordelen.
|
||||||
|
Aanmerkingen over de 'Werken van Rubens.
"TEt is uit de werken van Robens ligt te Jfj^oordelen, dat zyn verftant van denaller-èerfien rang was: verlïert door een diep geftu-deerde geleertheit in alle zoorte van Letterkunde, door een naauwkeurig onderzoek der dingen zyn konft betreffende, en een gcduuri-gc aanhouwdende oeffening, daarom zyn de Inventien van deze grooten man zo vernuftig, en met al de omftandigheden vergezelt die aan een onderwerp haar waarde en luider kunnen byzetten: hy heeft van alles gefehildert, en veelmalen het zelfde, maar zeer onderfchei-dentlyk van vinding, geen Schilder heeft de SllUgorife of verbloemde en Zinnebeeldige dingen geleerder nog duidelyker behandelt als Rubeiis, en dewyle de Allegorie een flag van faal is, en by gevolge dat dezelve door 't gebruik
|
||||||
|
3 De Schoole
bruik moet bekragtigt en van verfchcide ver-ttaan worden, derhalven heeft hy in 7.yn Or-dinantien Zinnebeelden ingevocrt, die de Gedenkpenningen en andere overblyfzcls van de Aloudheit gemeen gemaakt hebben, ten min-ftcn onder de Geletterden. En indien deeze Schilder de dingen die hy in zyn ürdinanticn bragt verftandig van vinding maakte, het ontbrak hem aan de kond niet, om dezelve zo voordelig te plaatflcn, dat niet alleen ieder voorwerp in 't byzondcr het gezigt bekoorde : maar dat ook ieder deel liet zyne tocbragt tot den welüant van 't geheel.
Alhoewel dat Rubcns zeven jaren in Italien heeft gefleten, dat hy een over groote verzameling gemaakt heeft, van Gedenkpenningen, Beelden, en ingefnede Gefteentens; dat hy heeft overwogen, gekent, en geprezen de fchoonheit van het Antiek, gclyk te zien is in het egte Handfchrift van dezen Meefter 't welk ik hebbe, nogtans zyn eerde onderwyzing en het leven dat hy verkoos naar zyn Landaard , daar hy zig van bediende, hebben hem in weerwil van zig zelfs in den aart der Neêiiandcrs doen vallen,en hem dikwils tot eenllegteverkiezing gebragt, die de regel matighei t van zyn tekenkonft benadeelt. Maar indien men ge-, lyk regt is deze zwakheit berispt daar men dezelve ontmoet, alzo wel als zommige krom-bogtige omtrekken, en zamenvoegingen der leden, evenwel zullen verügte Perzonen moeten toe ftaan, dat wel verre daar van daan dat hy onkundig in de tekenkonft zoude geweeft tyn,, hy in tegendeel , in zync werken in het algemeen genomen, veel oordeel hier in heeft
doen
|
||||
|
'van Duitshnt en Nederlant. % doen uitfchynen. Men ziet een Tafereel van zyn hand in de ftad Gent, verbeeldende den Val der verdoemden , daar meer dan tweehon- ' dert figuuren in zyn, die met groote zeeker-heit, en naar den goeden aart getekent zyn. Daar uit is te oordelen dat demifflagendieRu-bens begaan heeft tegen de Tekenkonft, uit de vlugheit in zyn Schilderen voortgekomen iyn.
Wy hebben in Parys veel Schilderyen van Rubens, en boven al in de Galery van 't Paleis van Luxemburg. Daar wys ik de onver-fchillige Rcgters naar toe, en zy zullen hier ten minden in de Goden en voornaamfte figuren hun genoegen over deeze ftoffe kunnen vinden.
Hy heeft zyn voorwerpen met veel kragten * nadruk verheelt, veel grootsheit en edelheit daar in gebragt. Zyn byzondere -f uitdrukkin- p gen zyn eigen aan de zaak, daar en zyn 'er genen <">» die den aanfehouwer niet aandoen of innee-men, en men zal 'er hier en daar eenige vinden die zelfs tot de verheventheit fleigeren.
Zyn Poftuuren zyn eenvouwdig en natuurlyk, zonder kouwt te zyn (als men zegt) \ tegen- tn itellig en levendig § zonder de maat te buiten traite», te gaan en ver'anderlyk met een voorzigtige *sai£ fchikking.
De optooizcls van zyn figuuren zyn van den goeden fmaak, de kleederen met konft gèfchikt, op verfcheide manieren verandert en behoor-lyk, naar de hoedanigheit van de IJ kunne , den ouderdom en de waardigheit van de Per-2onen, de plooijcn zyn groot, wel geplaatft Aa en
|
||||
|
%y De Schooïë
en geveli het naakt (dat daar onder fchuïlt)
ïonder gemaakthcit te kennen.
Zyn Landfchappcn zyn gefchildert met de-aelfde kennis als zyn figuuren, wanneer hy voorgronden heeft willen verbeelden uit der Natuure dor en onaangenaam als die van Neér-lant zyn, zo hcéft hy dezelve behaaglyk gemaakt door de konftgreep van 't ligt en bruin, Acci en d°°r we^ te Pas g'-bragte * toevalligheden, ■iens.' de gedaante zyner boomen zyn niet lierlyk ge-tekent, nog zo waardig getoetft als die van Titiaan, maar volgens den aart van zyn Land.
Zyn Architeétuur is zwaar en helt veel naat fi-ïcen- 'iet Gottiekze , hy heeft dikwils f vryheden fes, aan zig genomen, dog zy zyn niet ftotende maar voordelig en verüandig.
Alles wat afhankelyk is van het Coloriet i's Verwonderlyk in Rubens, hy heeft de weten-fchap van het ligt en bruin verder gebragt als eenig Schilder,en de nootzakelykheit da&r van <ioen begrypen.
Hy heeft door zyn voorbeelden gelcert en het middel aangetoont om de oogen te behagen. Hy vergaderde verftandig zyn voorwerpen by een op de manier van een Druivetros. Waar va« de verhelderde Druiven niet meer als een klomp of muffa van ligt, en die in de donkerheit zyn een ma/fa of party van fchadu-1 we uitmaken, invoegen dat al de druiven niet als één voorwerp vertonen, zo dat dezelve ïonder verftrooijiog door de oogen bevat kon-nen werden, en in den zelfden tytzonderver-Werring konncn onderfcheiden worden, 't Is aangaande deze vergaadering van voorwerpen
ca
|
||||
|
van Duitslani en Nederlant. j ten van de ligten dat men het woordt Groepen gebruikt, en hoe menigvuldig dat hetgetalvau 2yn figuuren waaren die de Ordinanticn van zyn ttukken uitmaakten , 20 zag men daar nooit meer in als drie groepen, op dat het oog niet veripreid wierd door een veelheit van af-getcheide zigtbaare voorwerpen : maar hy heeft altyt de behendigheid gehad van deze konft greep te verbergen, en 'x is voor niemant ligt te ontdekken als die in zyn grondregels onder-\ye7.cn 7.yn.
Zynnaakte Beeldenzyn helderenfris,ieder in tyn eigen aart, de Tinten opregt en met een vrymoedige hand gebruikt zonder hen te *vcel * TröP te moorden door het temperen, uit vreeze dat asM1* alfze te veel gebrooken wierden, zy teveel Van hun luider kwamen te verliezen, en van de waarheit dieze aanftonts in de eerfte ligten van het werk te kennen geven. Rubens nam ïo veel te meer dezen -f zctregel waar, omdat tMaaïj het meerendeel vanzynwerkengrooizyndegc- m*« volgelyk van een wyden afflant gezien moeiten worden, daarom wilde hy den eigen aart van lyn voorwerpen , en de helderheit van zyn Vlees Couleuren daar in bchouwden;
't Is niet alleen met dit oogmerk, dat hyde bloem en}: zuiverheit in zyn Tinten behouw- tyirgï- 1 den heeft: maar dat hy zig ook bedient heeft J»te d= 1 van de levendigfte Couleuren om de uitwer- t ta*! king van zyn voornemen teweeg te brengen. Hy ' heeft gelukkig daar in geflaagt, en hy is de eeni~ ge die by deze groote kragt een groot kenteken van waarhek heeft weten te voegen, en onder lo veel luifter een harmonie en een verbazende kragt behouwden, aldus, kan men dien alter* Aa 2 - ver*
|
||||
|
$7 Schoole
verhevenftcn trap daar Rubens zyn Coulearea tocgebragt heeft aanmerken, als een van zyn grootfte begaaftheden.
Hy was algemeen en even bekwaam tot het Schilderen van Hiftoriet», Conterfcitzels, Landfchappen en Bedien , en alles wat in de Ordinantie van een ftuk te pas kan komen.
Zyn arbeit is ligt, ïyn Pinceelfmcltende, en zyn Schilderyen zyn uitvoerig zonder (ge-lyk men zegt) met moeite gefchildert te zyn. Dcwyl hy veel Difcipels gehad heeft die zyn tekeningen uitvoerden, heeft men hem dik wils veel dingen toegefcbreeven die by nooit heeft gemaakt: maar de dingen van Rubens zyn eigen hand gefchildert, hebben een merkteken daar weinig meer aan te vereiïlen is, en de wonderbaare uitwerkinge en geiiiakkelykheit in de uitvoering die men daar in befchouwt, komt zo veel niet van zyn groote ervaarent-heit, als van de zeekerheit van zyn grondregelen.
ADAM ELSHEIMER
GEbooren tot Francfort in 't jaar 1574. wa» de zoon van een Kleermaker, enDifcipel-Van Philip Uffembag, een man van verftant en die zig met veel dingen bemoeide een grote theorie, maar weinig praktyk in zyn konll had. Adam m zyn beroep verfterkt door de oeffening en de leffen van zyn Meefter, begaf iig naar Komen, daar hy zynovrigen levenstyt verfleet. Hy was zeer Studieus, en alhoewel dat hy heel klein Schilderde ia Olyrerv, aa
heeft
|
||||
|
vm Duitshnt m Nederlantl 571 heeft hy egter uitftekent alles uitgevoert, met een vernuitige fchikking en goede kenaiflevan 't ligt en bruin, Hendrik Gaud van Ukregt, heeft zeven fluks van zyn vrerken in 't koper febragt daar een groot« kragt en nettigheit 'm is, men ziet nog verfcheide^Printen naar zyn werken Gcgraveert, ten deele geëtft doorhem zelfs, en een gedeelte door Magdalena de Pas en door anderen.
Hy had zo een groote Memorie dat het genoeg voor hem was iets te zien zonder het naar te tekenen om het volkomentlyk zig te binnen te brengen, en het eenige da^en daar na zo getrouwelyk te Schilderen, als ofhy hettoor* werp tegenwoordig had, hoewel dat hy in Romen in groot agtiug was, en dat hy zyn {lukken duur verkoft, nogtans de tyt en de moeite, die hy aan het uitvoerig Schilderen be-ftede, liet hem niet toe om de verteering van Zyn huisgezin te kounen goetmaken , de ongeneugte die hy daar over had hield zyn hand ook te rugge, en bragt hem in dien ftaatdathy fchier niet leven konde als door het goene hy ter leen opnam. Waar op volgde dat hy niet konnende voldoen aan de Schuldenaars, in de gevankenis wierd geworpen, daar hy in ziekte verviel, en hoewel men hem daar uit liet gaan, nam zyn ziekte daarom niet af en zyn tegenhe-den niet konnende overleven ftorfhy van droef-heit, van de Italianen zelfs beklaagt, die hem in een byzondre agting hielden. Hy heeft een Difcipel gf had genaamt Jacob Erneft Thoman van Landau, die zeer naar aan de manier van Adam gefchildert heeft, en wiens dingen men zelfs voor die van zyn Meeiler zoude aannemen, Aa 3 ABRA-
|
||||||||
|
De Schoele ABRAHAM BLOEMART
|
||||||
|
GEbooren tot Gorcnm in den jaarc if6j. volgde zyn Vader naar Uitregt, daar hy Js opgevoet en zedertaitytgewoont heeft. Zyn Vader was Bouwmecfter, en zyn Meeftcrs waren geringe Schilders, die het geval hem gegeven had , daarom rekende hy het alles voor verlooren tyt dien hy by hen haddoorge-bragt , hy fchikte zyn manier naar de Natuur en naar de drift van zyn Geeft, hy was in de kond gemakkelyk, overvloedig, bevallig en algemeen: hy verflont heel wel het ligt en bruin , en maakte zyn klederen van groote plooijen, die goeden Welftant hadden, maar zyn fmaak van tekenen heeft van zyn Landaard. Men ziet een menigte van Printen na hem door heele goede Meeftcrs in 't koper ge-bragt. Hy hec'ft drie zoonen gehad, waar vaq Cornelis Bloemart,die uitftekende Meefterin 't Plaatfnyden, de jongfte was.
HENDRIK STEENWYK.
ST E E n w y k was zyn geboorte plaats. Hy was Difcipel van Hans de Vries, zyn lult ftrekte tot het maaken van Pcrfpeöiven, te weten Kerken van binnen te zien, hy heeft dit in't klein zo aardig gcfchildert, als het gedaan kan worden. De Nederlantfe Oorlogen drongen hem om zig naar Francfort te begeven. Alwaar hy, na dat hy lang de konft
|
||||||
|
van Buitslant en Nederlant. $}$ gcoefferu had,is overleden, in 't jaar 1603. hy liet een zoon na, die den zelven trant van Schilderen gevolgt heeft, en veel in Engelant gedaan voor Koning Karel, alwaar hy aarmie-nelyk leefde, na zyn doot kwam zyn Weduwe tot Amfterdatn woqnen, daar zy haar ook onderhield met Perfpeclivc Schilderen,
ABRAHAM JANSON
VAn Antwerpen, was met een uitmuntend vernuft en geeft tot de konft geboren, en in zyn jengt heeft hy dingen gedaan waar door hy al de jonge Schilders van zyn tyt te boven ging: maar de liefde bemeefterde Zodanig zyn hart dat hy zyn konlt opofferde aan het zoet gezelfchap van een jonge Dog-ter van Antwerpen , en haar getrouwt hebbende , dagt hy niet meer als om met aangename tytkortingen en goede fiere te maken den tyt door te brengen, door dit leven waren zyn middelen haaft uitgeput, en in plaats van zig uit zyn lcdigheit op te beuren , was hy toornig tegens het ongelyk dat men hem aandeed, om dat zyn verdiende zo hy 'zig inbeel-de niet naar waarde gefchat wiert. En nydig over de Faam van Rubens, daagde hy dezen Schilder uit om het oordeel over hunne werken aan zekere Perzonen te (tellen wanneer zy gedaan zouden zyn. Rubens antwoorde hem zonder de uitdaging aan te nemen, dat hy hem gewillig wilde wyken, en dat het gemeen hen regt doen zoude. Men ziet van Janfon gefchildert in eenige kerken van Ant-Aa 4 wer-
|
||||
|
3 J<$ De Schoolt
■werpen : daar is ook onder andere een afdoening van 't kruis dat hy voor de groote kerk van 's Hertogenbos gemaakt heeft, dat men voor een (tuk van Rubens zoude aanzien, en dat in der waarheit niet minder is als de werken van dezen grooten Meeller.
G ERARD ZE GE R S
VAn Antwerpen, reisde naar Romen, en na dat hy cenigen tyt in de korift oeftcning hadde doorgebragt, leide hy ten eenernaal toe om de manier van Manfredi te volgen: zeer lang is hy daar aan gebleven, verflingertzynde op de kragt en de houwdingc der Louleurcn yan dezen Schilder, gelyk men aan de werken die hy tot Antwerpen gefchildert heeft zien kan, maar de manier van R ubens en van Dylc door een algemeene goetkeuring de overhant nemende, zag Zegers zig gedwongen (wilde hy zyn Schilderyen verkopen) zyn wyze van Schilderen te veranderen, waar in hy gelukkig flaagde; hebbende een goet en buigzaam ver-ftant, 't welk zig voegde naar den tyt, ten anderen was hy grondig gefondeert in de kon ft» regelen. Hy is tot Antwerpen ïn den jaare J65-1, geftorven. Nalatende een zoon die het welfde beroep heeft gevolgt.
MICHIEL JANZEN MIREVELT.
GEboren tot Delft, in 't jaar 1668. zyn Vader was een Goudtfmit, en ZynMee-
fter
|
||||
|
van Dttitslant en Nederlant. 377
fter Anthonius van Montfoort van Bloklant, hy leerde de konft: met weinig moeite.
Hoewel dat hy verfcheide Hillorie (tukken met grooten opgang gemaakt heeft; zo bepaalde hem de gelcgenheit cgtcr tot het Portretteren dat hy zeer wel en gemakkelyk deed ; de groote naam dien hy daar door verkreeg, was oorzaak dat hy een geweldig getal Portretten Schilderde en veel gclts won, want hy had een vaftgeftelden prys ieder lyoguldcns. Wil-lem Jacobfz, Delfius heeft naar zyn dingen een gniote menigten fraaije Portretten in koper ge-iheden.
CORNELIS SCHUT.
Van Antwerpen was met eenvluggen Geeft en een groote bcgaaftheittotdekonft geboren, dat uit zyn werken wel te zien is die vol zyn van Poeëtize gedagten. Hy had weinig te döcn en hy oordeelde dat de befaamtheit van Rubens daar de oorzaak van v/as, dieshy grammoedig tegens dezen Schilder hem voor gierig uitmaakte : maar Rubens nam geen andere wraak als dat hy aan hem werk be-fchikte.
GERARD HONTHORST.
VAn Uitregt, geboren in 't jaar 1792. is Difcipcl van Bloemen en een van de cer-fte Schilders van zyn tyt geweeft, hy kwam in Romen wanneer de manier van .Caravaggio bloeide; wiens kragt van fchaduwen hy naar Aa s volS'
|
||||
|
573 De SchooTe
volgde in zyn Nagtligten, met zo veclopmer* king en geluk dat niemant tot deez' tyt toe dezelve beter verheelt heeft. Weder naar Uitrecht gekeert Schilderde hy verfchcide Hiftorie fhikkén. Hy was zo eerlyk iu zyn zedeij en gedrag, 7.0 beleeft in zyn ommegang, dat het grootfte deel van de aanzienelyk(te kinderen van Antwerpen by hem in de tekenkonft trag-ten te vorderen. Hy leerde ook tekenen en Schilderen aan de kinderen van deKoninginne van Boheemen, zufter van Koning Karel var» EngelatH, te weten aan twee zoons, namcnt-lyk den Prins Palatyn en Prins Robbert, en aan vier Dogtcrs, onder dewelke de Frinceflc So? phia, en de Abdifle van Maubuiilbn van de andere zig onderfcheiden door de handeling , van haar Finceel.
Koning Karel van EngelantlokteHonthorft naar Londen, alwaar deze Schilder groote wt-rken voor zyn Majeftcit deed, weder in Hollant gekeert, fchilderde hy in deLufthui-zen van den Prince van Oranje veel Poctize dingen, zowel in Frefco alsOlyverv, onder andere op 't huis in 't Bos, een half myl van den Haag.
ANTHONI van DYK,
IN Antwerpen geboren in 't jaar if 99 heeft het gelukkigltc Pinceel gehad dat tot hier toe gezien is, behalven dat van Corregio die het hem betwiften kan.
Van Dyk was eerfl Difcipel van Jan van Palen, en daar na van Rubeus, welke laatfte
hy
|
||||
|
van Duitslant en Neder tent. hy in de allcrvoornaamlte werken geholpen heeft. Hy trok naar ltalien, was weinig tyts in-Romen: hield zig langer op in Vcnetien,Studerende op Tif-aan en zyti School omzynma-nier te verlkrkcn. En den room (urn zo te ipreken) daar afgefchept hebbende gaf hy proeven daar van in de itadt Genua, daar hy veel fchoone Portretten Schilderde. Naar zyn wc-derkomft in Nederlant, Schilderde hy veri fcheide Hiüorie (tukken die zyn naam van allen zyden roemrugtig maakten, maar om dat hy voorzag dat hy rnet Portret Schilderen meerder zoude te doen hebben aan de Vorfte-lyke Hooven, en dut dit zoort van Schilderen het bekwaamlte middel was om tot cengroote Fortuin te geraken,zo wilde hy zig doen kennen door deze begaaftheit daar de Natuur hem zo voordelig mede begunitigt had. Met dit oogmerk Schilderde hy de afbeeldzds van de vermaarfte Schilders zynes tyts, dewelke hy met veel opmerking behandelde. De Cardi-naai van Richelieu nodigde hem inVrankryk; maar niet voldaan van het onthaal dat men hem daar aan deed, (tak hy over naar Enge-lant, daar Koning Kavel de I. hem verwagte, en hy met veel eerbewyzing ontfangen wiert. De geduurigc bezigheden oin de Koninklyke Perzonen en de Heercn van 't Hof te Schilderen, lieten aan hem geen tyt overig om zig met Hiftorie ftukken op te houwden.
Hy maakte een groote menigte Conterfcit-zels, die hy in den beginne met veel zorgvul-heit doorwrogt: maar daar na Schilderde hy dezelve met een vlugge hand en zeer lugtig van werk. Ecnige van zyn goede vrienden
vroe-
|
||||
|
$8o De Schooïe
vroegen naar de rede, welke hy ten antvvoort toevoegde dat hy lang genoeg gearbeit had om zyn agting te veftigen; en dat hy nu te raade was geworden om ook voor zyn keuken te fcorgcn- ,, Op deze wys vergaderde hy veel ,, gelds, en een Vrouw van groote afkom/l ge-, trouwt hebbende hield hy etn hoffelykenfinat , mec'r gekkende naar een Prins als een Schik ?, der. Hy had de gewoonte wanneer hy Por-?, fretten zoude Schilderen, om des Voormid-}, dags by tyts te beginnen, werkende zonder af te laten, behield hy de Perzonen by zig ten eet en, de He er en en Vrouwen kwamen ge wil'
,, lig ten zynen huize als om hen te verlufliren.
11 i j - j ■ ' "i i
,, getrokken door de veranderingen van inthaal
,, dat hy hen aandeed. Na het middagmaal begaf hy zig wederom <xan het werk, aldus y, twee tronien op een dag affchilderende, die ,, hy daar naar nog eens over zag oftoetfte.
,, Dit was zyn wytevatt Portret Schilderen', als hy een h'iflorie fluk «uder handen had, ,, me et e hy by zig ze Ijs af hoe veel hy op een dag doen konde, en niet meer. De Ktning had zo veel behagen om van zyn handgcfchtl~ derl te zyn, en moetende den Cavallier Ber- »/»/' zyn Ajbeeldzel in Marmer maken, viel het van D\k niet zwaar om drie tronie» op ., verfchillende wyze als van vooren in profil en in half profil op een doek te (lellen. Hebbende met zyn Huisvrouw nog eens tot Parys geweelt met gedagtcn om in het Koninklylc Paleis de Louvrc de groote Galleryc te Schilderen, en over Vlaanderen naar Londen kee* rende, overviel hem weinig tyt daar na de doot, in 'tjaarifyi. tweënveertig j.iren oud
zyn-
|
||||
|
r
|
|||||
|
van DuitsJant en Nederhnt. 5Bt tynde Het is wel waarfchynelyk dat dit on-tydig affierven is voortgekomen van een uitputting van geeften, veroorzaakt door de ingc-l'panne gedagten met dewelke hy werkzaam Was aan zo een geweldige menigte van konft-üukken , die uit zyn handen zyn voortgekomen-, Zyn lichaam VJtert begraven in S. Pattlus 5> Kerk, met ieetusez,en van den YLoning en 't ,, gantfe Hof, en met ten algemeen beklag va» dl de Konfloeffenaars. Lange Jan en Remy , Z,yn geweefl zyn befte Dijcipelen.
NB. De regelen die getekent zyn, zyn getrokken uit Bellori.
Aanmerkingen over de werken van van Dyk.
DAar en is geen Schilder geweefl die 20 voordelig zyn gebruik gemaakt heeft Van de onderwyiing zyns Meefters, als van Dyk met dat van Rubens; maar alhoewel dat dcez* doorlugtige Difcif-el ter waerelt was gekomen met een ïchoon verrtant, dat hy een vaft oordeel heeft gehad, dat hy door een zeer levendige inbeelding ligt heeft begrepen, en in zyn vroegen tyt de Veilen en grondregels van Rubens in 't werk gcftelt, noutans is zyn geelt van zulk een grooten uïtgeftrektheit niet geweeft als die van zyn Meeftcr.
Zyn Ordinantïea zyn wel gevult en gefchikt naar de manier en gronden van Rubens; maar zyn Inventien zyn zo wys, nog zo vernuftig niet bedagf Hoewel dat hy in de te-0 ken-
|
|||||
|
3 De Schooïe
* Peu kenkonft * niet heel zeker en weinig geföh-i deert was, evenwel heeft hy in dat (hik dingen gedaan die agting waardig zyn , wanneer hy de Natuur heeft willen befcheuwen met het keurlyk oog van zyn verkiezing.
Hy heeft Contcrfeitzels gemaakt van het al-lerverhevenften flag; en die weten tefchikken op een wyze die hen een ongemeene beval-ligheit en leven byzet. Hy heeft dezelve altoos gckleet naar de mode van zyn tyt. fcude uit deze mode alles getrokken wat voordelig konde zyn aan zyn konft; en hy heeft daar door doen zien, dat wanneer de Schilder by de konft een voortreffclyk verftant voegt, zig over al een open weg baant, en dat hy de middelen vind om fchoonheden te ftrooijen over de onaangenaamste dingen.
Van Dyk heeft de hoofden en handen in de üitterfte volmaaktheit getekent; en aan deeze een fchooue proportie en tederheit toegevoegt daar hy zig een gewoonte, van gemaakt had. Hy wift Poftuufen te verkiezen eigen aan de Perzoonen, en de allergelukkiglre oogcnblik-ken van 't gelaat des aangezigts. Hy nam 'er al de hehaaglykheden in waar; die behouw-dende in zyn gehengen's, en aldus volgde hy niet allcenlyk naar het geen hy zag in zyn model; maar het geen dat hy oordeelde mogelyk en bekwaam te zyn, om 'er een goede gedaante in te vertonen, zonder aan de gelyke-nïs te .misdoen. Invoege dat behalven de waar-heit van de Portretten van van Dyk, men daar een konft in ziet die van de Schilders, die voor hem geweeft zyn , zelden in 't werk is geftelt. Het is zo bezwaarlyk hier in een regten maatregel
|
||||
|
van Duitslant en Neder Jan. 38 j regel waar te nemen , dat men de oogen van van Dyk nodig heeft om alles te zien wat hy in deeze ftüffe bemerkte, om niet buiten de voorgelchreeve palen van de Natuur te gaan. Ik weet zelf niet of van Dyk, hy 7.y van Dyk zo als hy was, van deze konltgreep op het einde van zyn leven niet is afgeraakt, maar dit weet ik Wel dat het veel verfchilt dat zyn laatlle Conterfeitzels zo goet niet zyn als die hy in zyn vroeger tyt gemaakt heeft.
Deze Schilder heeft al vroeg een verftandi-gen Geeft gehad; want het geen hy het kragtig-tte uitgevoert en het meeft doorzogt heeft is van hem in zyn jonkheitgefchildert, en in den tyt als hy den grondllag van zyn agting wilde legden. Dat hy gedaan heeft door de Portretten van de vermaarlte Schilders zyne vrinden, door die dewelke hy in Genua Schilderde, en in de eerfte jaren van zyn verblyf in Engelant. Men ziet veel van zyn laatfte die lugtig Ge-fchildert, zwak van Couleur, en die in 't graauwagtige vervallen zyn (zo als menzegt)^ niet te min is zyn Penceel over al gelukkig., zy is lugtig, vloeijendeenfmeltende^ en helpt niet weinig aan die levendige Natuurlykheit die van Dyk heeft weten te geven aan alles dat hy heeft Gefchildert, maar indien de werken van dezen Schilder voortgebragt, nietalle in den uitterften graad van Vohnaaktheit ge-Tonden worden, zy voeren egter met hen een grooten aart van Geeft, edelheit, bevalligheit, en waarheic. Der maate dat men zeggen kan , dat behalven Titiaan, van Dyk tot hier toe at de Portret Schilders heeft overtroffen, en dat zya Hiftorie ftukken hun raag behouwden onder
|
||||||
|
"mm
|
|||||
|
384 ï)ê Schook
der de Schilders van de eerfte zoort in de ag-
ting van kundige Liefhebbers.
ADRIAAN BROUWER
VAn Oudenaarde, gebooren in 't jaari6o8é Schilderde in 't klein, zyn luft was om te verbeelden 't geen dat 'er onder de boeren van 7.yn Land omging, en zyn onderwerpen waren gering in 't gemeen: maar hy had zulk een levendige uitdrukking in zyn dingen j en zo groote kennis van de Couleuren, dat zyn itukketi betaalt wierden als tegens Gout opgewogen. Ondertuflèn, om dat hy het Ligt-miflën beminde , en dat hy geen zorg had voor zyn Perzoon nog huishouwding , 0 leefde hy in de uitterlle armoede, zonder zig dat te kreunen boertehy zelf daar mede, zyn-de anderzins van een vrolyke imborft. Maar zyn ongebonde leven liet hem niet langer in dfe geneugte verfchynen ; want hy ftorf op zyn tweëndartigite jaar, zo veel niet naarlatende om te konncn begraven worden. Men begroef hem terltont op een gemeen kerkhof: maar de agting van zyn konfl alle dagen toenemende, wilde de Magiftraat en de Liefhebbers van Antwerpen zyn gedagtcnis door een aanzienelyker Begraafplaats in eere houwden. Men ontgroef zyn lighaam, en beftelde het op nieuws ter aarde in de Kerk der Carmeli-ten,onder een groote toeloop van Volk. De voortreffelyke Grafftede die men voor hem op rcgte,is nog hedendaags een blykvandeeerbe-wy zing, die de inwoonders van Antwerpen ten
allen
|
|||||
|
Van Duytsïant en Nederlant.
allen tyde voor lieden van verdiende gehad hebben.
CORNELIS POELENBURG
'tY TYtrecht, geboren in't jaar if86. isDi-*' fcipel geweed van Bloemart, hy reisde naar Romen, en tekende eenigen tyt naar de dingen van Raphaél. Vervolgens verkoos hy het Landfchap fchilderen, dellende Adam Elsheymer zig tot een voorbeeldomtevolgen. Eindelyk , na dat hy naar de Natuur zelfs gcttudeert hadde, nam hy een bezondere manier aan, die opregt en aangenaam is , volgende daar in zyn * Geleigeed, die hem altoos neigde om in 't kleen te Schilderen. Hy keerde weder naar zyn Land ,daar hy zignaar-ftig aan den arbeit begaf om door zyn kond bekent te worden. De Koning van Engelant, die eenige van zyn dingen te zien kwam, trok hem naar Londen door een jaarlyksPeniïoen. Hy keerde weder naar Uytrecht, van waar zyn Schilderyen , die klein en ligt vervoert konden worden, 't gerngt van zyn naam door geheel Nederlant verfprei'den. Rubens was 20 aangedaan van zyn manier van Schilderen dat als hy hem tot Uytrecht bezogt hy eenige van zyn dukjes wende te hebben, daar San-drart de zorg van op zig nam om ze aan hem te Jenden. Maar tegenwoordig is zyn kond bekent en gewaardeert door geheel Europa. Hy heeft gelceft tot In 't jaar 1Ó60. oud vier en zeventig jaren.
Bb ROE*
|
|||||
|
385 De Schok
ROELAND SAVRY
VLaming van geboorte, en zoon van een tamelyk Schilder, begaf zig al vroeg om allerlei /oorten van Dieren naar het leven te Schilderen , hier in Haagde hy zo wel , dat Keizer Rudolphus, die goede kennis van de kbnlthad, hemeenigen tyt tewerk (telde, en zond hem vervolgens naar het gebergte van Frioul om daar de Landfchappen naar het leven te tekenen, dat hy zorgvuldig waar nam. Zyn tekeningen zyn in 't gemeen met de Pen gehandeit, en met verfcheide Couleuren ge-wallen, na by komende aan de eigeofch'appen van de Natuur die hy naarvolgde Alle deze netFeningcn waren in een groot boek by één verzamelt, daar hy zyn behulp uit nam als hy het nodig had; dit boek verbleef onder de handen van den Keizer. Gilles Sadcler, en Ifaac zyn, leerlingen hqbben verfcheide van zynLandfchiip-pen in Print gebragt. De bede van die alle (waar in jcronimus verbeeldt is) was door Ifaac gefueden. Hy is heel oud tot Uitrecht geitorvcn.
JAN TORRENTIUS
VAn Amftcrdam, Schilderde doorgaans m 't klein, en hoewel hy nooit gereid had, heeft hy dingen gefchildert daar groote krngt en waarheit in te zien was. Hy had lu(l om onkuifiè naaktheden te Schilderen, zyn goede vrinden berispten hem meer dan eenmaal Gaar over, maar in plaats van met hun raad
zyn
|
||||
|
van Duitslanf en Nederlant. 387 ïyn voordeel te doen, was hy zo ongelukkig dat hy , om zyn kwade neiging te verfchoonen, in een fchrikkelyk wangevoelen verviel, dat hy zelfs verfpreide. Hy wiert daar over aan-getaft en in de gevangenis geworpen, en zyn geile Tafereelen openbaar door Beuïshanden Verbrant in 't jaar 1640.
FREDERIK BRENDEL
VAn Straatsburg Schilderde met Gom, gemak kelyk en geeftig. Hy is ge weeft de Meefter van Willem Baur.
WILLEM BAUR
VAn Straatsburg, Difcipel van Brendel. Is een Schilder geweeft die een grooten Geeft had: maar de vlugheit van zyn gedagten heeft hem belet om xig van den * (maak zyns * Du Landaards te zuiveren door het Studeren naar Go&t* de Antieken en de fchoone Natuur; want zyn vcrblyf tot Romen heeft hem eerder gedient om zig in de Landfchappen en Architectuur te oeffenen, als dat hy werk gemaakt heeft om de | groote manier aan te nemen, want aan-f Grand gaande het naakt dat heeft hy flegt getekent.Goit-Hy Schilderde niet als heel lugtig met Gom-verv op Perkament. Zyn algemeene uitdrukkingen en Ordinanticn zyn fchoon en dikwils van een verheve denkbeeld. La Vtgtie Madame is zyn voorwerp van de Natunr geweeft om naar den aart der Stammen en bladeren der bomen te ftuderen, als ook de Paleizen in Romen en daar omtrent om op de Buuw-Bb % konlt
|
||||
|
388 De Schooïe
konft agt te geven,. Hy heeft een Metamoi-pholis van Üvidius geinventeert en ge-ctft, die een Boek uitmaken; en naar zyn tekeningen heeft hy veel Bybelze Hürorien en andere laten graveren door Melchior Kaffel, dat een ander boek uitmaakt. Men kan van 's mans Geelt oordelen uit deze twee Konftwerken. Hy is niet lang na zyn Trouwdag tot VVeenen geltorven, in 't jaar 1640.
HENDRIK GOUD
TOt Uytrecht uit een treffelyk geflagt ge-booren, begaf zig met zo veel drirt aan de tekenkonfl, dat'er niet een onder de jonge Schilders van zyn tyt was die beter als hy tekende. Hy ging naar Romen in den zelfden tyt als Elsheymer daar woonde, en maakte groo-te vrindfehap met hem , hy kogt niet alleen van dezen Schilder de (tukken die hy van hem gedaan vond, of van hem krygen konde gc-duurende zyn verblyf tot Romen: maar hy betaalde hcni nog van te vooren het geen e hy in eenige volgende jaren ftond te maken. Hendrik weder totUytrccht gekeert fnced naarde (tukken van Adam zeven platen,die in Print uitgaan en om hnn zonderlinge fraeiheit van de Liefhebbers zeer bemint zyn. Een Vr'yfter die met hem wilde trouwen gaf hem Liefkruit in, 't was in 't jaar 1624. dat in plaats van hem verlicft te makei> het vcrftatit deed verliezen ; invoege dat hy nergens van wilt (als men van iets anders fprak) als van de Schilder-knnft, van dewelke hy tot zyn doot toe met goede kennis redeneerde.
* DA-
|
||||
|
van Duitslant en Nederlan. 389
DAVID TENIERS De Oude
\ TAn Antwerpen, is Difcipel van Rubens V geweert in zyn land, en van Adam Els-heymer in Romen : waar op volgde dat als hy weder tot Antwerpen keerde, hy een mengeling tragtte te maken tuffen de manieren van Rubens en van Adam. Hy Schilderde niet als (tukjes met kleine Beeldjes, die hem veel ag-ting gegeven hebben , hy ilierf in 't jaar 1649.
J A N van HOEK
VAn Antwerpen , was een van de befte leerlingen uit de School van Rubens. Hy vertrok naar Romen, daar hy in aanmerking was, om zyn kennis die hy had in het Colo-reren. Wederom naar zyn Vaderlant reizende nam hy den weg over Weenen , alwaar de Aarts-Hertog Leopoldus hem by zig behield, en liet hem Schilderen tot in 't jaar 165-0, welk het jaar was dat de doot van Hoek,nog jong zyndc, overviel.
JACQUES FOUQUIER
Uit Vlaanderen van goeden huize gefpro-ten, Difcipel van Momper, was eene van de beroemde en verftandigfte landfchap Schilders die 'er geweeit zyn. Zyn Schilderyen ver-fchillen van Titiaan niet als door de vcrande-Bb 3 ring
|
||||
|
3 po De Schoole
ring van de Landgezigten dieze verbeelden; want hunne Grondregels zyn de zelfde, en de Couleuren te gelyk goet en wel verftaan. Hy heeft eenigen tyt voorRubens gefchildert, van den welke hy de weezentlykfte leffen dekontt aangaande leerde; daar na was hy in Duitslant by den Ceurvortt van de Palts, ten laatitenin Vraukryk, daar hy na lang gefchildert en van iyn werken wel betaalt te zyn, egter, door zyn flegte wyzc van leven arm geftorven is, by een Schilder die in de Voorburg van Saint Jacques woonde; hy heeft twee Difcipelen gehad die hen altoos aan zyn manier gehouwden hebben; te weten, Rendu, en Bellin.
PIETER DE LAAR
Anders B A M B O O Z
|
|||||||||
|
llander. was met een wonderbair ver-
|
|||||||||
|
nuft tot de Schilderkonft geboren, hoewel dat hy het niet anders heeft toegeleid als om in 't klein te Schilderen. Hy was bekwaam tot alles, en zeer Studieus in alle dingen de konft betreffende. Lang is zyn verblyf in Romen geweeft, daar hy in vrindfehap en agting was by de eerfte Schilders- Zyn manier van Schil-* suave deren 'is*v''[?>t ovcreenilemmende en vol waar-ie vraye. heit- De naam van Bambozo is hem gegeven door de I talianen, ter oorzaak van zyn vrem-de gefralte; hy had lange benen, een bezon-der kort lighaam en het hooft tuffen de fchou-d gezoaken; maar deze f wanfehapenheit
was
|
|||||||||
|
van DuitsUnt en Nederlant. was wederom geholpen door een fchoon vër-ftaiit én goede zeden. Hy fiorf tcSt Haarlem deftig jaren oud tig vallen latende in een gragt of floot daar hy in Verdronk.
Het fchynt dat God door dexe doöt de misdaad daarBambooi fchuldig aan was heeft willen wreeken. Want te Romen met vier andere Hollanders in een huis aan den kant van den Tiber 7.yndc, wierden ze alle vyf verfchcide malen verraft Vlees etende in de Vaften, zonder eenige nootzakclykheit: een geeft el ykPef-7.oon die hen dikwiis gewaarfchouwt had van zulks niet meer te doen, overviel hen nog een inaal ; en dewyl hy zag dat de wégen van Xagtigheic onnut waren , dreigde hy hen op een Avond als zy lieden met den maaltyt bezig ■waren by de Inquilïtie aan te klagen , deze fcaak tot de uitterfte verbittering gekomen zyn-de, namen deze Proteftanten den Monnik en wierpen hem in de Rivier. Men heeft opgemerkt dat deze vyf Hollanders alle in het water zyn omgekomen.
JAN B O T H
En zyn Broeder A N D R I E S.
VAn Uytrecht, leerlingen van Bloermrt beklé zeer arbeidszaafn eri geheel overgegeven aan hun konft. Tot Romen leide Hendrik toe op het landfehap, volgende de manier van Claude Lorrain, de andere om.Beelden Bb 4 ' en
|
||||
|
3pi De Schoole
en beesjes te maken naar den aart van Bam-booz, beide kwamenze tot het oogwit datze hen voorgeflelt hadden, zy beflooten om te zamen een ftuk Schildery op te maken de een het landfehap, de ander de ftoffcring, en eg-ter zodanig dat men gelooft zoude hebben d3t al het werk van een zelfde hand gefchildcrt was. De groote gemakkelykheit die ze door de oeffening hadden verkjeegen, en de aftrek dieze van hun (tukken hadden deed hen in die wyze van Schilderen volharden, tot aan het ongeluk dat Andries overkwam, dewelke tot Venetien op een nagt willende naar huis gaan in 't water viel en verdronk, hy was mede-pi igtig aan de misdaad van Bambooz. Jan keerde naar Uytrecht daar hy met roem de konlt geoeffent heeft.
DANIEL ZEGERS
VAn Antwerpen, Jezuiet, broeder van Gerard Zegers, begaf zig aan het bloem Schilderen, hier door verkreeg hy grooten roem om zyn zuivre en lugtige behandeling, hy fchikte doorgaans zyn bloemen in diervoegerj datze voor een lyft krans wyze konde ver-ftrekken aan eenig Schilderwerk in 't klein, daar hy de plaats voor uitfpaarde.
BALTAZAR GERBIER
VAn Antwerpen, geboren in 't jaar if9i, Schilderde met Waterverv in 't klein.
Ka-
|
|||||
|
,
|
|||||
|
van Duitslant en Nederhnt. 395
Koning Karel de eerfte van Engeland vond zo veel behagen in zyn werk, dat deze Vorlt hem ontbood aan zyn Hof, den Hertog van Buo quingham kennis met hem gemaakt hebbende, en hem vindende een man van verdam te zyn, fprak daar over met den Koning die hem tot Ridder verhief, en hem voor zyn Agent naar Bruffel zond, alwaar hy in die hoedanigheitde zaken van zyn Brittannize Majefteit langen tyt heeft waargenomen.
HERMAN SWANEVELD
Die in Romen den Heremiet in 't gemeen genaamt was, niet alleen om dat men hem altyt in zyn eenzaamheit vond in de vervallen gebouwen in en omtrent Romen, Ti-voli , Frafcati en andere plaatfen ; maar ook om dat hy dikwils zyn gezelfchap verliet , om met opmerking op de Natuur der landfehappen agt te geven, hy heeft 2.ig meefterlyk getoont in dat zoort van Schilderen, zonder te veronagtzarnen de Studie van de Beelden die hy in een hce$i goede manier getekent heeft.
G E L D O R P
WAs een Schilder daar men niet van vermelden zoude, als om de loosheit die hy op zyn manier gebruikte om aan de koft te gcraken,dcwyl hy redelyk wel de verven kon-de behandelen, maar dat hy moeite had om te tekenen,zo had hy door andere Schilders ver-fcheide hoofden, handen, en voeten op Pa-Bb f pier
|
||||
|
Schoole
pier laten brengen, dat hy deur fponfte als hf 2ig daar van wilde bedienen in zyn Schilderyen, en leefde aldus ten kofte van de onwetende.
O L I V 1 E R
VAn Londen , Schilderde met Gom óf Waterverv alle. zoort van onderwerpen: maar hy hield zig het meed met Portretteren bezig. Menigte heeft hy 'er aan het Hof van Engelant gedaan ten tyde van de Koningen Ja« cob en Karel den eerften ; niemant heeft beter als hy dit flag van Schilderen behandelt. Hy heeft een Difcpel gehad Couper genaamt,die in dienlr is gegaan van de Koninginne Criftina van Sweden.
Le l i heeft in Engelant konftigePortretten gefchildert daar in de manier van van Dyk ge-vólgt, zo wel aangaande de Tronien als de kleding en verder bywerk.
KORNELIS DE HEEM
VAn Antwerpen,heeft tot een groote trap van Volmaaktheit, vrngten, bloemen, en andere levenlooze dingen gefchildert.
ABRAHAM DIEPEMBEEK
TTAn 's Hertogenbos, was fn zyn jonk-Y heit necrftig aan het Glasfchilderenbezig, geraakte vervolgens in de School vanRubens, en hy wierd eene van de befte DiTcipelen. Hy invcnteerde vernuftig en met weinig moeite:
de
|
||||
|
r
van Duitshnt en Nederlant. }pf de Printen die naar zyn werken gcfneden zyn geven daar van goede getuigenis, en onder andere die in het boek zyn dat het opfchrift voert den Tempel der Muzen, die alleen genoeg ïyn om dezen Schilder zyn regtmatigen lof te geven.
DAVID TENIERS De jonge.
HEeft doorgaans in 't klein gefchildert, hy tekende wel, hy had een vafte manieren een lugtig Pinceel, hy is een Protheusgeweeft in het Copyëeren, hy wift zig te veranderen in zo veel manieren van Schilderen als hy wilde nabootfen, invoegen dat men nog alle dagen door hem bedrogen word, 't is door zyn zorgvuldigheit geweeft dat de Gallery van den Aarts-Hertog Leopold in koper gcfneden is, hebbende hy als doen het opzigt over de Originelen.
REMBRANT van RYN
HEeft zyn bynaam van zyn geboorteplaats, een dorp by Leydcn aan den Ryn gelegen , hy was een Molenaars zoon en Difcipel van een tamelyk goet Schilder Laftman geheten : maar de kennis die hy in zyn konft verkregen heeft is hy niet als aan zyn eigen goct verltanten overwegingen verfchuldigt Egter behoeft men in zyn werken niet te zoeken naai de zuiverheit der tekenkonlt, nog den finaak van 't Antiek. Hy zeide zelfs, dat zyn oog'
merfe
|
||||
|
3p6 De Schooïe
merk niet Was als de navolging van de levende Natuur, doende deze Natuur niet beftaan als in de Schepzelen, zodanig als hy die be-fchouwde, hy had oude wapentuigen. en In-ftrumenten, oudeTullebanden en Bonnetten, en een menigte van oude gewerkte ftoffcn,dat waren zyde hy, zyn Antieken. Niet tegen-ftaandezyn wyze van doen, zo was hy een Liefhebber van konftige Italiaanze tekeningen , daar hy een groot getal van bezat zo wel als fchoone Printen , die hem geen voordeel in zyn kond aanbragten: zo zeker is het dat de opvoeding en gewoonte veel vermogen op on-Ze gceften hebben. Ondertuflen heeft hy een menigte Conterfeitzels gefchildert. Daar een verwonderlyke kragt, zagte ovcreenftemming en waarheit in gevonden word.
Zyn Printwerk of Ets-konft heeft veel van zyn manier van fchilderen.Dezelve is uitdrukke-kelyk en geeftig, inzonderheit de Conterfeitzels, daar de toetffen zo wel in zyn waargenomen datze het vlees en het leven uitdrukken , de Printen van zyn hand belopen wel ten getale van twehondert en taggentig. Men ziet verfcheidc malen zyn eigen afbeeldzel, men kan uit het Jaartal daar hyze mede beftempelt heeft afmeten, dat hy met het begin van de Eeuw geboren is. Van al de jaartallen die men op zyn Printen ziet, vind men 'er geen voor 't jaar 1628. nog na i6fo. hy heeft het Portret van zyn Vrouw met het zyne ook in Print gebragt, en heeft verfcheide van zyn Printen vyf of zesmalen verandert om een pede uitwerking van 't ligt cri bruin te zoeken. Het fchynt dat het wit Papier om te
druk-
|
||||
|
van Duitslant en Nederfont. ^j
drukken niet altyt van zyn fmaak was: want hy heeft veel proeven op papier van een halve tint laten doen , inzonderheit op Cinees papier dat van een rosagtige tint is, welke Proefdrukken van de Liefhebbers gezogt worden.
Hy had in zyn Graveeren een wyze van doen die nog niet is bekent geweeft dat ik weet. Zy heeft iets van de zwartekonft; maar deze is niet als naderhant gevonden. Hoewel dat hy een goet verftant had en dat hy veel won, zo was zyn genegenheit egter om met volk van 't geringde flag om te gaan.
Zommige die hen gelegen lieten zyn aan zyn agting wilden hem daar over. berispen, "wanneer ik wil myn geeft ontfpannen (voerde hy hen in 't gemoet) is 't de eer niet die ik zoek, maar de vryheit. Eens als nien hem aanwees zyn vremde behandeling met de Verven waar door zyn Schilderyen robbelig waren, zo antwoorde hy dat hy Schilder was, en geen V erver. Hy overleed in Amfterdam in 't jaar \ 668.
|
||||||
|
^Aanmerkingen over de werken van Rem-bramt.
DE gaven van de Natuur trekken hun grootfte waarde van de wyze om hen aan te kweken, en het voorbeeld van Rembrant is een taftbaar blyk van 't vermogen dat de gewoonte en de opvoeding hebben op de geboorte der menflèn. Deze Schilder was ter we-
relt
|
||||||
|
398 De Schooïe
relt gekomen met een fchoon vernuft en eetl gelukkig verftant, zyn geeft was overvloedig, zyn denkingen fcherpzinnig en ongemeen, zyn Ordinautien uitdr_ukkelyk en vol geeftig.-maar om dat hy van jongs af de gewoonte der dorpelingen ingezogen had, bleef hyaltyt in de befchouwing van een zwaarmoedige Na-tnur en wiert de naakte waarheit te laat gewaar daar hy niet in geoeftent was, daarom hellen al zyn voortbrengingen naar den kant van zyn gewoonte, in weerwil van de goede zaden die in zyn geeft geftort waren: derhal-vcn behoeft men in Rembrant niet te zoeken naar het bevallige van Raphaël, nog die van de Antieken, nog Poëtize gedagten, nog een fchoone en vloeijende omtrek: men zal hier alleen vinden, al wat dat de Natuur van zyn land, door een levendig denkbeeld begrepen, bekwaam is voort te brengen. Daar zyn zom-tyts in zyn werken verheffingen uit de geringe verkiezing door een goede leiding van zyn geeft: maar om dat hy geen kennis had van de fchoone proportie, zo verviel hy te ligter aan het ilegfte, door zyn gewoonte.
Dat is de reden waarom dat Rembrant niet veel Hiftorize onderwerpen gefchildert heeft, alhoewel dat hy oneindig veel fchetflen heeft getekent die niet minder als zout ontbreeken, en wel zo geeftig als het geene de befte Mec-fters hebben voortgebragt. De groote menigte van zyn tekeningen die ik hebbe is eenover-tuigent bewys dat men hen den regtmatigen lof niet kan benemen: en alhoewel de Printen zo geeftig niet Geinventeert zyn als de tekeningen daar ik vaa fpreek, men ziet 'erniec
te
|
||||
|
van Dmtslant en Nederlant. 3 te min een ligt en bruin en gemoeds bewegingen in die van een ongemeene fraaiheit zyn.
Het is waar dat de begaaftheitvanRembrant haar niet heeft gewend tot de verkiezing van de fchoone Natuur: maar hy had ten won-derlyke konftgreep voor de navolging van de tegenwoordige voorwerpen. Men kan Vr van oordeelen uit de verfcheidevTronien diehyge-fchildert heeft, die wel verre van de vergely-king van eenig- Schilder te vreezen, dikwiJs door haar tegenvvoordigheit die vandegrootftc Meefters doen % wigten.
Indien zyn omtrekken niet correct zyn, de manier van zyn tekenen is evenwel vol geeft, men liet in zyn Tronien die hy in Print ge-hragt heeft, dat ieder trek van de Etsnaaldge-lyk als in zyn Schilderen, ieder Pinceeï ftreck , aan de gedeeltens van het aangezïgt een kenteken van leven en waarheit byzetten, dat ons doet verwondert ftaan over zyn vernuft.
Hy had een * boven gemeene kennis van 't ♦ sUpre-ligt en bruin, en zyn Locale Couleuren bie-meintei-den een onderling behulp aan elkander, en llssnce« doen Trig gelden door de vergelyking. Zyn vlees Couleuren zyn niet min opregt nog min fris, nog minder doorzogt in de onderwerpen die hy heeft verbeeld, als die van Titiaan. Deze twee Schilders zyn overtuigt gewceitdat 'er Couleuren waren die de een de ander bedorven door f het al te veel over en wcêr tLéxés temperen, dat men aldus dezelve niet al te d" mc" veel door malkander moeft werken door de an&e" beweging van 't Pinceel, immers zo min als 't mogelyk was. Zy bereiden door bevriende Couleuren een eerftcn gront, het naart byko-
mende
|
||||
|
4OO De Schoole
mende aan de Natuur zo na als het hen doen* lyk was Zy gaven in deze verflen gront lugti-ee Pinceel flagen met*/.uivre tinten, enbrag-Teinte»P,n a]dus de kragt: en frisheit van de Natuur V'ergeS" daar in, voleindcnde dus 't geene zy waarnamen in het model of leven datze voor hen hadden. Het onderfcheid dat 'er over dit onderwerp is tuffen deze twee Mcelïers. Js
|
||||||||||||||
|
, Ses
|
zulks dat Tidaan, f *yn onderzoekingen méér
|
|||||||||||||
|
e ches.
|
fmeltcnde en ongevoeliger maakte, en datze |n Rembrant zeer ondcrfcheiden zyn als men
|
|||||||||||||
|
van naby ziet; maaropeenbehoorlykenafftant fchynenze zeer veiëenigt door de welgepafte Pinceelflagen en door het accoord van de Co-leuren. Deze behandeling is byzonder eigen aan Rcmbrant, 't is een overredent bcwys dat de bekwaamheit van dezen Schilder bedekt is door 't geval, dat hy Mceder van zyn Verwen was, en dat hy 'er de konflgreep in den \ hoogden graad van bezat.
GERARD DOUW
VAn Leyden, is Difcipel van Rembr.ant ge-weefl:, en al hoewel zyn manier vanfchil-deren zeer vcrfchÜIende is van die van zyn Meefter, nogtans is hy aan hem de kennis fchuldlg van 'de voornaamfte kondregels het Coloriet betreffende, hy fchiiderde in 't klein inOlyvcrv, en zyn figuurtjes die in 't gemeen niet boven een voet groot zyn, zyn zo uitvoerig gefchildert als ofze zo groot als de Natuur waren. Hy deed niet als naar het leven dat hy in een ronde of bolle Spiegel befchouwde. Hy heeft niet veel Portretten van groote Hee-
ren
|
||||||||||||||
|
t Én
Sonve-
rains.
|
||||||||||||||
|
van Duitsiant en Nederhnt. 4.01 ren of Vrouwen gemaakt, om dat zulke perzonen in 't geineen den tyt noghetgedultzolang niet hebben als het deze Schilder vereifle.
De vrouw van een Refident van Denemar-ken,dievan Gerard Douw wilde gefchildert zyn, heeft vyfdagen agter een voor hem gezeten, alleen voor een hand zonder van de tronie te fpreeken. Derhalven mbetmen bekennen dat zyn konft werken zo uitvoerig zyn als de Natuur zelfs, zonderiets te verliezen vanhaar hel-derhcit, van de houwding en kragt vandeCo-leuren , nog van de kennis van 't ligt en bruyn.
De ordinare form zyner Schilderyen zyii doorgaans een voet groot en de prys dien hy daar voor deed betalen was dan eens zes dan agt hondert guldens, meer of min naar den tyt dien hy daar aan hefteed had : want om den prys te ftellen zo Reekendehy ieder uur dat hy Schilderde op een gulden. Zyn Schilderkamer had een hoog ligt om voordelige Ichaduwen te hebben , en was aan den waterkant om voor de ftof bevryt te zyn , hy liet zyn verven op een glas vryven , zyn Palet en Pencelen waren zorgvuldig in een doos geflooten wanneer hy niet Schilderde , en als zy zig aan het werk begeven zoude zo bleef hy langen tyt ftil zitten tot dat de ftof kensvoorby waren. Als hy zag dat het fchoon wec"r was verliet hy het werk en ging wandelen om zyn geeften wat Adem-togt te geven die hy in den Arbeit van zo nette Schilderen affloofde.
Daar is veel aan te merken op deze wyze van
Schilderen, ik en weet ook niet of het wel zo
navolgelyk als verwonderlyk is, want het
Cc vuur
|
||||
|
401 De Schoole
vuur dat in de Schilderkonlt vereift word komt weinig overeen met zulke een ongemeen ge-dult en aandagt, als aan alle die kleine bezon-derheden moet gegeven werden. Het fchynt dat de fchoone wctenfchap van de konlï daar in bcftaat dat met weinig werk de Schilderyen op hun afltant uitvoerig fchynen : maar Ger-ard Douw was in tegendeel overreed dat de groote arbeid gelykformig met de groote ken ■ nis moeft t'zamen gaan, en dat men alles moeft navolgen 't geen men in het Model opeen be-hoorlyken afftant. Kon zien.
Het geen dat men daar van zeggen kan is dat de (tukken van Gerard Douw uit weinige figuurtjes beftaande, de Inbeelding ook minder affloofden, en dat hy met een bezondere be-gaaftheit tot zyn werken gebooren was.
|
|||||||||||
|
FRANCO1S MIRIS
|
|||||||||||
|
Vi
|
n Leyden, Difcipel van Gerard Douw, eeft ten eenemaal zyns Meefters manier
|
||||||||||
|
gevolgt , indien hy niet een beter verkiezing van deTekenkonft, fraajer geordineert, en ook meer zagtigheit in zyn Coleuren gehad heeft, * Miroir nv bediende zig zo als Douw van de * bolle Convexe. Spiegel,'hy heeft weinig Schilderyen gemaakt dewyl hy jong geftorven is. Daar is 'er onder andere een van hem de groote van vyftien duimen , daar een ftoffe winkel in Verbeelt is, met den Koper en deri Verkoper. Verfcheide ftukken van ftoffen fchynen losgemaakt de eene over den anderen leggende, in welke men het onderfcheid heel duidelyk zien kan, de figuuren, en al wat in deordinamievan'tftuk
komt
|
|||||||||||
|
*van Duitslant en Necterïant. 405 komt zyn overkonftig.Hy had voor dit (tuk fchil-dery tweduizent gulden: en alles wat men van hem ziet doet met reden beklagen dat zodanig een Meefter zo vroeg door de doot is wegge-tukt, in de Bloem van zyn jaren Ao. 1683.
LANGE JAN
E En Haagenaar, van Dyks Leerling, heeft altyt met goet geluk de manier van zyn Meefter gevolgt. Veel Conterfeitzels heeft hy gefchildert, die door geheel Holtant verfpreït tyn, en die hy naar van Dyk heeft Gecopy eert gaan dikwils voor Origineelen.
JACOB JORDAANS
VAn Antwerpen, geboren Ao. 1 f94 Leerde de beginzelen van de konft by Adam Van Oort : dat niet belette dat hy ook de andere Schilders van Antwerpen bezogt, en in fcyn geeft hunne werken overwoog r behalven dat hy zyn bezondere ftudien deede naar de natuur zelf, door dit middel is hy den Auteur van fcyn Manier geworden , en een van de voor naamfte Schilders van Nederlant. Hem ontbrak niets als het gezigt van Italië , alzo hy aelfs betuygt heeft door de hooge agtingdiehy voor de Meefters van dat land hadde, endoor den grootenluftmet den welken hyCopyëerde naarTitiaan, Paulo Veronees ,de Baflans enCa-tavaggio, wanneer hy diergelyke ftukken vinden konde. *t geen de Italiaanze reis belet heeft ■was zyn huuwelyk, dat hy al te jong aan ging met de dogter van Adam van Oort,zy n Meefter. Cc * . Hy
|
||||
|
404 De Schooïe
Hy was bequaam voor groote werken , zyn manier van Schilderen was waarfchynlyk,krag-tïg , en overeenftemmig.
Men verhaalt dat Rubens (uit wiens werken hy zyn belle grondregels geput hadde, en voor dewelke hy ook Schilderde) vreezcnde dat hy hem in de kennis van 't Colorcren te boven mogt gaan, hem langen tyd bezig hield aan de water verven van groote Patronen voor de Ta-pytzeryen van de Koning van Spanjen , naar lug-tige gekoleurde fchetiTen die Rubens gemaakt had; en dat dit door een tegenflrydige gewoonte de kragtige manier van Jordaans , die duidelyk dewaarenatuurvertoonde,verzwakte. Hyheeft* veel gefchildert voor de Stadt Antwerpen, en voor geheel Nederlant. Ook aanmerkelyke ftnkken voor de Koningen van Deeiiemarken en Sweeden. Hy was onvermoeit in den ar-beit, en de uitfpanning van zyn geeft was des Avonts in de verkeering met zyn goede vrinden, van de Natuur was hy voorzien meteen vrolyke Imborft. En overleed A°. 1678. Oud vier en tagentig jaren.
ERASMUS QUILLINUS
VAn Antwerpen, geboren Ao. 1603. Na dat hy in de Phil'ofophie geftudeert had, voelde hy zig geprikkelt tot de liefde van de Schilderkonft , en zynde onder het opzigt van Rubens, is hy een voornaam Schilder geworden. Hy heeft in zyn ftadt en de omleggende plaatflen veel groote werken voor de Kerken en Paleizen gefchildert; dervende heeft hy groote droctheit over zyn Perzoon nagelaten, met een
won-
|
||||
|
van Duitslant en Nederhnt. 40 f
wonderbaare Agtbaarheit voor zyn verdienfte, 7.onder dat hy van zyn kant iets anders gezogt heeft als het vermaak dat hy vond in deocfïe-ning der Schilderkonft.
JOACHIM SANDRART
|
||||||
|
tot Francfort den 12 Mey 1606. Zoon van Laurens Sandrart, nadeoeffe-ning van deLettcrkonltgafhyzigaanhetplaat-fnyden 'over , op zyn vyftiende jaar ging hy te voet naar Praag zig voor leerling aan Gilles Sadeler aanbiedende , die hem aftrok van de graveerkonft , en hem aanrade het Schilderen aan te vangen. Hy volgde zyn raad kwam tot Uytregt om by Gerard Honthorft te lee-ren, die hem mede nain naar Engelant, daarhy weder van daan vertrok in't jaar 1627. Als wanneer de Hertog van Bucquingam gedoot wiert , hy heeft in zyn levens befchryving melding gemaakt van de twaalf Keizers van Titiaan, grooter als het leven gefchildert, die door G. Sadelerin Print zyn gebragt. Hy voegt daar ook by dat na de doot van den Hertog van Bucquingam , de Keizer Ferdinand de III. deze Schilderyen uit het Cabinet van den Hertog lfet kopen , om zyn Paleis tot Praag daar mede teverfieren , die daar voor een gedeelte nog zyn.
Hy was tot Venetien, alwaar hy de fchoon-fte (lukken van Titiaan en Paulo VeroneesCo-pyëerde. Van daar trok hy naar Romen, met Ie Blond Plaarfnydcr,zynNeef,alwaarnaeenigen tyt geweeft te nebben, hy zig aanzienelyk maakte in de Schilderkonft , der maate dat de Ko-liing van Spanjen begeerende twaalf Itnkken te Cc 3 heb-
|
||||||
|
De Schoole hebben van de twaalf befte Meefters,dk als doen in Romen gevonden wierden, aan den Koning 'er een gezonden wiert van Guido, van Guerch-in, Jofepin, Maffimi,Gentelofchi, Fietro de Cbrtone , Valentyn , Andre Sacchi , Lan-franc , Dominiquin , Pouflm , en van San-drart De Marquis luftiniani nam hem in zyn Paleis, en gaf aan hem het opzigt over het plaatfnydenvandelhituen van zyn gallery.
Saiidrart,naeenlangverblyfinRomen,vertrok naar Napels: Sicilien en Maltha: in de wederom reize naar Franctort,nam hy den weg door Lom-bardien. Na gehuuwelykt te zyn te Francfort, verliet hy Duitslant ter oorzaak van den hongers-noot, en ging naar Amfterdam, daar hy by-eenkomft hield van Liefhebbers: wederom naar Duytsflant keerende, nam hy bezitting van het Landgoet Stokau in het Hertogdom Neuburg gelegen , het welk hy door erfenifle verknee-gén had , maar het zelve in flegten ftaat vindende , verkogt hy alles wat hy hadde van fchoone Schilderyen en Tekeningen, en andere fraajighedcn_om het te herftelleu. Naau-welykswas hy in ftaatom het vermaak daar van te genieten , ais in de Oorlogen van Duyts-lant , de francoifen het geheel afbranden. Hy herbouwde het in beter ftaat als te vooren! en vreezende een tweeden vyandelyken overval, verkogt hy het, en floeg zig tot Augsburg neder, alwaar hy verfcheide werken ondernam, onder andere detwaalf maanden van 'tjaarin 't groot, dewelke in Holland in print zyn gebragt mét de befchryving in Latynze vaarzen.
Na de doot van zyn Huysvrouw verliet hy Augsburg, begaf zig met 'er woon tot Neuren-
|
||||
|
van Duytslant en Nederlant. 407 burg, regte aldaar een Akademie der Schilderkond op, gaf eenige boeken uit betreffendede kon ft,aan dewelke hy gearbeid hadde tot den ouderdom van zeven en zeventig jaren,alzo hy zelf gezegt heeft.
Onder alle zyn boeken, is het aanmerklyk-fte dat van het leven der Schilders handelt, in het welke hy een korcverhaalter nedergefïeltheeft van de Jtaliaanze Schilders getrokken uit Va-fari en Ridolfi, en KarelvanMandcxgcvolgt, aangaande de Nederlanders van de voorlede Eeuw: Voor het overige heeft hy zig gedient van aantekeningen zo veel als hy heeft konnen ontdekken , en de levens der getier die hy Perzoonelyk gekent hadde te boek gelrelt: 't is daar uit dat wy het grootfte gedeelte in onze befchryving hebben ingelaft rakende de Neder-lantlïe Schilders van deze Eeuw.
Dit leven van Sandrart is in't lang befchree-ven op het einde van het bock daar ik van verhaalt hebbe, die daar den Auteur van is heeft den fterfdag van dien Schilder niet aarigete-kent. Hy maakt melding van een menigte groote Taferelen zeer overladen van werk, en veele Conterfeitzels, alles van de hand van Sandrart. Hy fpreekt eindelyk van Sandrart als of hy een voornaam Schilder waare ge-weeft. Dewyl ik van zyn Penceelkonlt niets gezien hebbe, zo kan ik vanzynbekwaamheit niet oordelen: het fchyntegterdatmentenzy-nen opzigte 'niet als middelmatige gevoelens moet hebben als men de printen aanmerkt in dat boek onder dewelke hy zyn naam geftelt heeft, 't Geen het pryswaardigfte is van zyn boeken , is de liefde die hy had tot het voordeel van zyn konft , en het voornemen om aan de C c 4 jonge
|
||||||
|
Be Schoole
jonge Schilders zyn lantsgenotendienfttedoen, * Belles hen voor de oogen (tellende de * fchoontte Statues, ftandbeeiden en gebouwen van Romen.
HENDRIK VERSCHUURING
i E natuur pronkt de waerclt op door de ver-_ 'andering van de vernuften, gelyk zy de aar-t Genres de verfiert door de verlcheidentheit van haar vrugten, en dewyl dat zy de eene en de ander dan eens eerder dan eens later voortbrengt, weet 7. y aan ieder zyn aangenaamheit en waardy te geven. Hendrik Verlchuuring geboren in üorcum Ao. 1627. Zoon van een Capiteinindienftvan den ftaat, was een vroeg rypevrugt, door den Vader van zyn kintsheit af zorgvuldig gekweekt, die de genegenheit bemerkende welke zyn zoon tot de Schildcrkonft liet blyken wanneer deez' jongeling zig begon te bedienen van lyn rede, hem van zyn agfte jaai by een Schilder tot Gorcum beftelde, die niets anders deed als Conterfeiten. Hendrik oeffende zig inde Tekenkonft tot aan den Ouderdom van dar-tien jaren , wanneer hy dezen Meefter verliet om naar Üytregt te gaan by Jan Both , die als doen in naam was, en door zyn onderwys te vorderen. Aldaar verbleef hy zes jaren, ra verloop van dien tyt zig in de handeling van zyn konft genoeg in ftaat bevindende om met voordeel de fchoone dingen die in Italien zyn te zien, nam hy dereize aan op zyn twintigja-ren, en begaf zig aanftonts naar Romen, zig ia de eerfte jaren bezig houwdende inhetnateke-nen van de beelden en om de Academiën by te woonen : maar dewyle zyn geeft geneigt was tot het Schilderen van dieren, Jagten en
velt-
|
|||||||
|
______
|
|||||||
|
van Duitslant en Nederhnt. 409 Veltflagen, zo maakte hy een byzondere ftu-die van alles dat hem daar toe konde dienftig zyn. Hy gaf zig over aan het landfchap, en om de Gebouwen te tekenen , niet alleen rondsom Romen , maar in al het overige van Italië. Deze oeffening gaf hem een fmaak van de Boukonft , en hy liet door zyn Schilderyen de genegenheit die hy voor deze kunit had zien , en den goeden aart dien hy had aangenomen. De Steden daar hy zie in zyn reize het langft heeft opgehouden, zyn Romen, Florencen, en Venetien. In deze laafte Stadt geraakte hy by luiden van aanzien in agting, om zyn konüwerk en manier van leven. Eyndelyk na een verblyf van tien jaren in Italien,(loeg hy op weg om naar Holland te keeren : hy reisde door Svvitzerlant en Vrank-ryk. Terwyl hy in Paryswas, ontmoetende hem de Zoon van den Heer Burgermeefter Maarzeveen van Amfterdam, die naar Italië grng, die hem zonder veel moeite beweegde om hem te vergezellen. Hy keerde dan wederom, en verbleef daar nog drie jaien , na verloop van dewelke hy in Hollant kwam, en te Gorcüm aanlande in 't jaar 1662.
Het was als doen dat hy kragtig wiert aange-fpoort om zyn genegenheit tot het Schilderen van Veltflagen ten toon te (tellen, hy gaf zig daar ten eenemaal aan over, en om met voordeel zyn voornemen te vorderen, zolettedehy naauwkeurig op alles wat in de legers al omging. Hy volgde het leger van den Staat in 't jaar 1671. Hy maakte zyn bezondere (tudie van allerhande flag van Paarden, tot alle gebruyk dienende: hy tekende af de verfcheide legerin-C f gen,
|
||||
|
410 De Schooïe
gen, v/at 'er al gebeurde in de Gevegten, Nederlagen, en aftogten : wat'er voorvalt na een overwinning op het Slagvelt, onder de doden en dervende, overhoop met de Faardeu en verlate wapenen Zyn vernuft was overvloedig en fchoon, en hoewel dat hy een groot vuur had in zyn gedagten en in de uytvoering, de-wyl dat hy veel hadde naar de Natuur geflu-deert, viel hy in een bezonderen finaak, die niet ontaarde van 't geene dat men manier noemt, maar die een groote verandering in de voorwerpen bevatte , dat meer had van het Italiaans als van zyn Landaard, naardeeigenfehap van de onderwerpen die hy behandelde, de-welk byna alle Moderne zyn. De Toneelen van zyn Schilderyen zyn fchoon, en deFiguu- ■ ren die daar in komen zyn altoos vol geert. Zyn grootfte vermaak was de oeffening van zyn konft: hy had altoos het kryt in de hand, en vertrok zelden van een plaats daar hy niet het eene of het ander van zyn fmaak getekent had,'t zy naar het leven, of naareeniggoet ftuk Schildery, 't zy Beelden, Gebouwen, of Dieren. Tot dien eynde droeg hy altyd een klein Roekjen, van wit papier gebonden, bezonder daar toe gemaakt by zig, aulke heb ik 'er wel tot twintig toe gezien, vol van zyn krabbelingen. Zyn befte Werken zyn in den Haag, Amfterdam, en Uytrecht. Door zyn goet gedrag en verftant wiert hy een Amprgenoot in de Regeering van zyn Stadt: maar hy nam deze eere niet aan, als onder voorwaarde van de oeftèning in deKonft, die hy méér als het lee-ven beminde, niet te verlaten. Hy fleet aldus geruftelyk zyn dagen; geert in zyn Ampt, en
van
|
||||
|
van Duitslant en Nederhnt. 411 van al de Waerelt bemint, tot dat hy zig eens te Scheep begeven hebbende, om een kleine Reys te doen, door een rukvvint die het Vaartuig omfloeg, het leven verloor, twee Meilen van Dordrecht, den 26 April 1690. in den Ouderdom van 62. jaren. Ik heb van zyn hand, een groot Boek vol van zyn Tekeningen, daar de befchouwing meer van zegt als ik fchryve,
GASPAR NETSGHER
GEbooren tot Praag in Boheemen , zyn Vader was een Ingenieur, 'die in dienfl: des Konings van Polen overleed, zyn Moeder Was ter oorzaak van de Roomze Religie, die xy beleed, gedwongen om Praag te verlaaten , met drie Zoons die z-y hadde , waar van Gaf-per de jongfte was, eenige Meilen van daar hield zy ftil in een Cafteel, dat wanneer zy daar het minft op dagt belegert wiert, de be-zettelingen die het nimmer wilden overgeven, wierden zodanig uitgehongert, dat de twee Broeders van Gafper van honger ftorven.
De Moeder haar ziende gedreigt van 't zelve lot, vond middel om by nagt uit het Cafteel te geraken, en te vlugten met het eenige Kint, dat haar overig was. Alles ontbrak haar be-halven de moet; haar op weg begevende, met het Kint op den arm , geleide haar het geval tot aan Aarnhem, inGelderlant, daarzyeenig middel vond om te beftaan, en om haar Zoon op te voeden.
Een Geneesheer Tullekens genaamt, Man van Middelen , en groote verdiende , nam 4en jongen Netfcher in zyn befchenning, en had
die
|
||||
|
De Schoole
de opzigt over zyn eerfte leeroefFenfngen, met voorneemen om hem indeMcdicynen te laten fruderen: maar de geweldige neiging van Net-fcher,helde over naar de-Kyde van de Schilder-konft. I n alle zyne ocffeningen konde hy zig Griffo- niet onthouwden om een zoort van * Hanepoteu aa* te tekenen, op het zelve papier daar hy zyn Thê-mas opfehreef. Het niet mogelyk zynde hem deze genegenheit te benemen, oordeelde men dat het beter was hem zyn lult te laten opvolgen. Men bedelde hem by een Glazemaker, (die de eenige Man was in Aarnhem die een weinig wift van Schilderen) om het tekenen te lee-ren. Maar eenigen tyd daar na, zig fterker gevoelende als deze Meeftcr, ging hy naar Deventer, by een genaamt ter Burg, die in dezelve tyd Burgermeeuer van die Stadt, en een fraai Schilderwas. Hy deed alles naar het leven, en had een bezondere begaaftheit om heel natuur-lyk Satyn te Schilderen, zo dat in al de verbeeldingen van zyne konftfhikkcn, hy degelegen-heit heeft waargenomen, om deze ftoffe daar in te pas te brengen , en zulks te fchikken, dat het zelve het voornaamfte licht ontfangt. Netfcher heeft veel van deze verkiezing behouw-den indien hy het niet in alle onderwerpen ge-volgt heeft, gelyk zyn Meerter, hy heeft zigin verfcheide (lukken daar van gedient, maar altoos met verftant.
Na dat hy dan by ter Burg een groote handeling van 't Penzeelbekomen had, wende hy het naar Hollandt, daar hy langen tyd werkte voor de handelaars in Schilderyen, die onkundig van zyn aardigheit, hem zeer weinig voor zyn werken gaven, en dezelve duur verkogten.
JUeze
|
||||
|
van Duitslant en Nederlant. 415 Deze knevelary hem verdrietende, namhy be-fluit om naar Romen te gaan. Hy begaf zig op een Schip, dat naar Bourdeaux ging, daar aangekomen , nam hy zyn intrek by een Koopman, wiens nabeltaande hy ten Vrouwe nam. Al dus wederhield een [terker liefde, als die van de konft, de Italiaanze reis, en deed hem we der naar Holland keeren.
Hy nam zyn woonplaats in den Haag, en door den goeden opgang van zyn Kond werken is hy aldaar gebleven ; de ervarentheit had hem doen begrypen, dat het befte middel voor hem, om met een talryk huysgezin te kunnen beltaan , was het Portret-fchildercn. Hy verkreeg in dit zoort van Schilderen zo veel roem en bekwaamheit, dat'er geen luiden van aanzien in Holland waren, die niet een Con-terfeitzel van zyn hand hadden, en dat het merendeel van de vreemde Minifters niet konde befluiten, om Holland te verlaten zonder een Portret van Netfcher mede te voeren, dit is de rede dat men dezelve in alle landen van Europa ziet. Don Francifco de Melo, Ambafla-deur van Portngaal, was niet vergenoegt met het zyne te hebben, maar hy nam nog veel anderen met zig , die tegenwoordig tot Liffabon by den Aarts-Biffchop van die Stadt zyn.
Koning Karel de twede van Engeland groot behagen hebbende in de Konft van Netfcher, deed alles wat mogelyk was, om hem door een aanzienelyk Penzioen in zyn dienft te trekken: Maar Netfcher, die alreeds genoeg gewonnen had om gelukkig te leven, agtte de geruftheit die hy genoot veel beter, als het onftuimig leven van een groot Hof. Onderwylen de fmertedie hy
geduu-
|
||||
|
414 De Schoolt
geduurende den loop van zyn leven uytftont, ontftelde dikwils de zoetheit van 't zelve: het graveel, daar hy van zyn twintigfte jaar af mede gekwelt was, met de podagra in 't vervolgbaar by gevoegt, fneed hem zyn levensdraad af, in den Haag in 't jaar 1684. in den Ouderdom van 48 jaren.
Netfcher is een van de befte Meefters van Nederland geweeft, ten minften van die geen die in 't klein gefchildert hebben; zyn tekening * Cor* was * vaft genoeg, maar zyn finaak of verkie* r' ' «ing,in dit deel der konft, gaat niet buiten den aart van zyn Land. Hy verftond zeer wel het Licht en Bruin, en onder de Locale, of eysrent-lyke Coleuren van ieder voorwerp, die alle goet waren, had hy een bczonJere begaaftheit om het linnen natuurlyk te vertoonen. Zyn manier van Schilderen was fmeltende , zonder merkelyketoetffen, uitvoerig egter zonder moeite, of (gelyk als men zegt) ftyf te zyn. Wanneer hy de laalte hand aan ecnig werk wilde leggen, haalde hy daar een vernis over, die, voor het droogen hem den tyd gaf om twee of drie dagen daar in te Schilderen; in dezelve tyd, gaf het hem het middel om de Coleuren tRema- naar zyn welgevallen tef herkneden, die nog te *" hart. nog te voatig zynde, hen ligtelyk vereenigen konde, met de geene die hy van nieuws daarop zette, zonder iets van haar frisheit, of eerfte hoedanigheit te verlieten.
|
|||||
|
VII. BOEK
|
|||||
|
vati Vrankryk.
VIL BOEK.
Het Leven der Schilders van Vrankryk.
HEt is bezwaarlyk den tyd te bepalen wanneer de Schilderkonft in Vrankryk zyn b^unel genomen heeft: want als Francifcus d:n eerften, Roiïb en Primaticio uyt Italien li:t komen, was Vrankryk niet ontbloot van Schilders, die zig in (laat bevonden, om onder het opzigt van deze twee Meefters te ar-bjiden, met veel andere Italianen, die in Vrankryk overkwamen. De Franfen waren Simon 1; Roy, Charles en Thomas Dorigny, Louis Francois, en Jean Lerambert; Charles Char» moy, Jean en GuillanmeRondelet, Germaia Munier, Jean du Breuil, Guillaume Hoey, Eullache du Bois, Antoine Fantoife, Michel Rochetet, JeanSamfon, GerardMichel, Jan-net, Corneille de Lion, du Moütier de Vader, en Jean Coufin.
Hoewel dat onder alle deze Schilders, 2om-mige bekwamer zyn geweeft als de andere, eg-ter hebben hunne werken dat aanzien niet, datze het oog op hen zouden trekken van de Liefhebbers onzer Eeuwe, ten waare dat men wilde uytnemen Jannet, Corneille de Lion, du Mouder, en Jan Coufin. De eerde hebben een menigte Portretten gemaakt, onder dewelke heel goede gevonden worden.
. / JEAN
|
|||||||
|
____,__._
|
|||||||
|
416 .De Schoole
JEAN COUSIN
AAngaande, was bezonder lofwaardig, en geboren te Soucy, digte by Sens, den luft dien by in zyn jonkheit tot de goede kon-ften had , veroorzaakte dat hy een goeden grond leide, boven al in de delen der wiskonft, waar door hy regelmatig was in zyn tekening .-ook is hy valt en zeeker genoeg geweeit in dit gedeelte der konft; hy heeft ook een boek uitgegeven , dat veel malen herdrukt is, dat alhoewel klein en van weinig aanzien, langen tyd de geheugenis van lan Coulin bewaren zal; Hy heeft ook van de Geometrie en Perfpeclive gefchreeven. Dewyl in zyn tydhctGlasfchil-deren in''t gebruyk was, heeft hy zig daar meer aan verbonden, als aan het maken van Schilderyen. Men ziet van hem fchoone dingen in de Kerken en omleggende plaatflen van Sens, en in zommige van Parys, onder andere in die van St. Gcrvais, daar hy op de Glafen van het Choor de Marteling van Laurentiiis gefchildert heeft, beneven den Samaritaan, en de geneezing van den geraakten. Men ziet in de Stad Sens, eenige Taferelen op zyn wyze gedaan, en verfcheide Portretten : Maar het allervoor-naamfte van zyn Werken is het (tuk van het algemeen Oordeel, dat in de Sacreflie is van de Minrebrocders van 't Bos van Vincennes, dat men ziet uitgaan van Pieter de Jode, Neer-lander, goet Tekenaar. Dit Tafereel geeft den overvloedigen geeft van zyn Maker te kennen, door de menigteFiguuren die daarin komen : 't geene daar in zoude te wenffen zyn,
was
|
|||||
|
<van Frankryk.
was wel een weinig meer vloeijentheit inden aart der tekenkonft, hy trouwde deDogtervanden Luitenant Generaal van Sens, en bragt haar tot Parys, daar hy het overige van zyne dagen fleet. Zyn wetenfchap en aangenaam levensgedrag, baande hemden weg ten Hoove, met agting en gunft, geduurende de Regeering van Henrik den tweeden. Francifcus den tweeden. Carel den negenden. En Henrik den derden. Dewyl hy ook de Beeldhouwery verllont, ïo maakte hy de * Begraafplaats van den Ad- * To , miraal Chabot, die tot de Celeftinen van Parys beau, is, in deCapelle vanOrleans. Men meet niet naauwkeurig hoe lang dat Jean Coufin heeft gelecft, men weet alleen dai hy leefde in't jaar 15-89. en dat hy zeer oud geltorven is.
DU B R E U I L
E N
B U N E L.
DExe twee Schilders waren na de dood raa Primaticio, belaft met de allervoornaam-fte Schilderwerken. De eerfte fchilderde veertien (tukken in Frefco tot Fontaine Bleau in een van de Kamers die men noemt Defpoè!erf en met Bunel de kleine Gallery van de Lou-vre, die in 't jaar 1660 verbrandde. Zy zyn. geftorven onder de Regeering van Hendrik den vierden.
|
|||||
|
D4 MAR,
|
|||||
|
De Schoolt
MARTIN FRIMINET
VAn Parys, had zyn Vader tot Meefter, dat een heel gering Schilder was: maar de Naarvver om de jon^e Luiden te overtreffen, die als doende zelfde Koiift oeffenden, deed hem de reis naar Italien ondernemen. Zyn voornaamtte verblyf was tot Romen, daar hy leven jaren woonde, ea meeft naar de Werk en van Michel Angelo ftudeerde ; invoegen dat alles wat hy zedert maakte veel behield van de manier van dien grooten iVieelkr. Men kan daar over oordeelen door de Capel van Fontaine Bleau, die van zyn hand gefchildert is. Hy ondernam dit werk onder de Regeering van Henrikden vierden, dieaanhemteke' nen gaf van zyn agting, hy volharde daar in onder Louis den dertienden, die hem met de Or-dre van St. A-iichiel vereerde. Maar hy genoot niet lang deze eer , nog de gunften van het Hof, want voor dat hy dit werk t'eenemaal voleindigt had, wierd hy ziek en ftorf in't jaar 1619 oud j-2 jaren.
Men had in dien tyd veel Schilders die Fri-minet opvolgden , maar die in plaats van zyn manier te verbeeteren, de Konlt in Vrankryk door hun laf fchilderen nog eens in 't verval bragten, dat tot den tyd geduurde, dat Blan-chard en Vouet uyt Italië overkwamen. En dewyl deze Schilders niet nalieten in de Ko-ninklyke Huizen te werken , zo zal ik hun Namen hier opgeven, om den draad van de JHiftorie niet te verhezen; Deze zyn du Perac, JeiömeBaullery, HcoryLerambert, Pafquier - . Tetc-
|
||||
|
*oan Vrankryh J£ip
Tctelin, JeandeBrie, Gabrièl Honhoit, Am» broife du Bois, en Guillaume du Mée.
FERDI NA N D E L L E,
HOewel geboortig van Mechelen , moet evenwel onder de Franze Schilders ge-plaatt worden, hebbende bv na altoos tot Parys bezig ge weeft, daar hy veel fchoone Por-traiten gefchildert heeft , terwyl dat Louis, Henry , en Charles Baubrun, die hun Gun-{telingen aan het Hof hadden , beeter voor 't hunne deden betalen als hy, hoewel dat zy lieden minder in de Kond waaren. Hy heeft twee Zoons nagelaten, dat ook Schilders zyn geweeft.
VA R I N
GEboortig van Amiëns , Schilderde met goeden op-;ang tot Parys, van zyn hand is het Groot Autaarftuk in de Kerk van de Ongefchoeide Carmeliten, by het Palais van Luxemburg, 't Is zo veel te meer redelyk om van hem te melden, om dat hy Pouffin ■ op den weg heeft geholpen , in de Loopbaan der Schilderkonft.
JACQES BLANCHART■
VAn Parys, gebooren in 't jaar 1660, leerde de beginzelen van de Konft by Nicolaas Bollery zyn Oom, van wien hy zig aftrok, als hy twintig jaren oud was, om de Italiaanfe reis te doen. Tot Lionszynde, kreeg hy aldaar gele-Dd 3. gentheit
|
||||||
|
|
|||||
|
4 De Schooïe
heit om ecnige werken te maken, en daar doof het middel om dehandeling die hy in aynkonft had te verbeteren, dat hem vier jaren in die Stad ophield :hy begaf zig vervolgens naar Romen , bragt daar agtien Maanden door, na verloop van dien tyd reifde hy naar Venetien , alwaar de üoloréring van Titiaan, en de Ve-nectziaanze Schoole hem zo Iterk bekoorde, dat hy zyn geheele Itudie dnaropaanleide, met 20 goet geluk, dat een Edele Venetiaan , die van zyn Konftwerk begeerde, hem verpligte om voor hem te fchilderen : maar de voldoening diedeKonftenaar omring, was voor hem 70 onfmakelyk, dat liy Veneden verliet, om naar Vrankryk te keeren. Hy geraakte zodanig in de mode, dat 'er by na niet een Liefhebber was, die nfet een (luk van zyn hand wilde hebben. En daarom zyn de Ioflè Schilderyen , die hy gemaakt heeft, over al ver-fpreid.
In Parys heeft hy tweeGalleryengefchilderr: ' deeerfteis in het huis van den Heer de prefident Perrault, ende andere daar hy de twaalf maanden van 't jaar verbeelt heeft, was by den Heer de Bullion, Opper-Intendant van de Financien. Maar daar hy zyn meeften roem'door verkree-gen heeft, is het Tafercel dat hy maakte, om op den eerften dag van Mey , in de Kerk van Notre-Damegeplaaft te worden. Het verbeeld de Nederdaling van den H. Geeft, en word aldaar zorgvuldig bewaart, als het voortreffb-lykfte van alle de (lukken die men aldaar ziet. Blanchart in de bloem van zyn jaaren, zig in ftaat bevindende om een groote Fortuin te maken, wierd overvallen van de koorts, en
eea
|
|||||
|
van Vrankryk. 411
een zinking op de Bord, waar door zyu levenslamp wierd uitgebluit, in den Ouderdom van agt en dertig jaren. Hy was tweemaal ge-hnuwt geweelt, en had van zyti eerde Vrouw een Zoon <_-n twee Dogtcrs. De Zoon omhelsde ter goeder uure de/.elfdeKonlt. En on-derfteunt nog met veel roem de agtingvanzyn Vader.
Het is ligt te oordeelcn dat 'er van alle de
Frame Schilders, niemand zulk een goetCo
loriet heeft gehad als Ijlanchard Men ziet van
hem niet veel groote Ordor.nantien : maar dat
men van hem tiet in de Galleryen hier boven
geinelt, en ryn (luk dat indeKerk vanNotrc-
Darh; is, geeft genoeg te kennen, dathet hem
aan Geeft niet ontbroken heeft, en dat indien
hy geen groote Ordinantien heeft gefchildert,
de rede daar van gewoed is dat hy gedadig aan
Lieve Vrouwe (lukken bezig was, die hemde
gelegentheit benamen, om onderwerpen van
grooter beflag te ondernemen.
|
|||||||||||
|
SIM ON VOUET.
|
|||||||||||
|
G'
|
booren te Parys in 't jaar 1 81. Was en Zoon en DifcipelvanLaurens Vouet,
|
||||||||||
|
een middelmatig Schilder. Hy maakte zig in weinig tyds zo bekwaam door zyn vlyt en het fruderen naar goede dingen, dat de Heer de San-cy, die als Ambafladeur naar Condantinopo-leu ging , hem verkoor om zyn Schilder te zyn. Hy fchilderde aldaar het Portret van den grooten Heer: en alhoewel het aan hem on-moogelyk was, anders als uit de geheugenis hetzelve te fchilderen, allecnlyk door de fter-Dd 3 ke
|
|||||||||||
|
^ De Schok
ke indruk in 't zien van dezen Monarch , als den AmbafTadeur by hem ter gehoor komt, des nier tegenttaande maakte hy het zelve zeer wel gelykende : na nog eenige andere dingen tot Conftantinopolen gefchildert te hebben, vertrok hy van daar om zignaar Italien te begeven. Alhier was hy veertien jaren En Prins van de Academie van St. Lucas te Romen; de Koning Lodewyk de XIII. die uit aanmerking van zyn vordering in de Konft hem ge-duurende. zyn verb'yf in Italië, een Penfïoen gegeven had, ontbood hem in 't jaar 1617. om in de Koninglyke Huizen , en boven al in dat van Luxemburg te fchilderen.
De gemakkelykheit die deze Schilder had om Portietten met Crion of Paftel te maken, behaagde de Koning, die met zo veel vermaak hem zag arbeiden, dat zyn Majefteit luft kreeg om van hem in de Tekenkonft onderwezen te worden, en daar in vervolgens zo toenam, dat de Koning zeer welgelykende Portretten Tekende naar verfchcide Perzonen van zyn Hof. De vermaartheit van Vouet vermeerderde dag op dag, waar door hy een menigte van groote werken aan de hand kreeg. Ik en zal my hier in de bezonderheden niet inlaten, de Paleizen en aanzienelyke Huizen van Parys ïyn daar van vervult: ook heeft hy een groot getal (tukken voor de Kerken, envoorbezon-dere Perzoncn gePchildert.
Hy had in Romen de manier van Caravaggio en van Valentyn gevolgt: maar zyn vermaartheit hem hebbende doen verkrygen een oneindig getal van alle zoorten van werken, Zo nam hy een manier van Schilderen aan, veel.voort-
vaaren-
|
||||
|
van Vrankryk.
*aarender door de groote fchaduwen, en generale, dog weinig ondmogteTinten, dathy in de gewoonte bragt, en daar hy zo veel te meer gelukkig in flaagde, om dat hy het Pen-ceel met een'groote lugtighek voerde. Men Zoude rede hebbe om tig te verwonderen , o-ver de wonderbaare menigte van werken die hy gedaan heeft, indien men niet en wilt, dat een goet getal van brave Difcipelen, die hy in ïyn manier had opgetrokken, niet weinig moeite, en een lugtige behandeling naar zynTekeningen de werken affchilderden.
Vrankryk is aan hem verpligt, om dat hy de plompe en * laffe manier die tot daar toe ^j regeerde verbannen heeft, en den f goeden t ie t aart, (gelykelyk met Blanchard) heeft inge Gout. voert. Dees nieuwe manier van Vouet, en het vriendelyk onthaal dat hy ieder aan deed, was oorzaak dat hy van al de Schilde/rs zynes tyds gevolgt wiert, en de leerlingen van allen ïyden tot hem toevloeiden, 2.ulke natnent-lyk, die toeleiden op het fchildcrcn, en die andere Konden (afhangeiyk van de Tekenkonft) tragten te oeffenen, derhalven zyn alle deSchil-ders, die in deez' laaftcn tyd, openbaare bly-ken van hun vermogen in de Konft getoont hebben, uit de School van Vouet voortgekomen : als Le Brun , Perrier , P. Mignard, Chaperon, Ferfon, LeSneur, Corneille, Do-tigny, Tortebat, Belle, du Frefnoy; en ver-fcheideanderen diehy gebruikte tot het fchilde-ren v^.n Sieraden en Tekeningen, of Patronen tot Tapyten , felvk als looft van Egmont, van Driffe, Schalberg ; Fateé , Bellin , van Boucle, Bellange, Cotclle . enz. zonder te Dd 4 tellen
|
||||
|
414 De Schoole
tellen een groot getal jonge lieden, dieby hem
kwamen om de Tekenkonft te keren. Do-
rigny die zyn behuwt Zoon, zowel als zyn
Difcipel was, heeft een groot gedeelte der wer-
ken van zyn Schoonvader ge-ètfï en in Print
.uitgegeven.
Vouet door de geweldige menigte van zyn werken, eerder van geellen uitgeput, als van jaarcn overladen, (lort in 't jaar 1641. inden ouderdom van negen en vyftig jaren. Hy heeft een broeder gehad Aubin Vouet genaamt, die in zyn manier fchilderde, en een tamelyk Mee» fter was.
De werken van Vouet, hadden een aangenamer zwier, in vergelyking van die gecnedie tot daar toe in Vrankryk gemaakt waren, maar vervielen alle in de gemaniertheit (7.0 als men ïegt) 7,0 wel ten opzigt van de Tekening, als van het Coloriet : dit laafte inzonderheit over al flegt genoeg'er in zynde, men ziet in zyn Beelden geen uitdrukkingen der Hartstogten, hy was vergenoegt met aan zyn hoofden een algemeene behaaglykheit te geven die niets zeggen wil. De grootfte naam en waardy vaa * Pla- zyn werken , komt van zyn * Zolderftuk-frads, ken, die aan zyne Difcipelen een beter denkbeeld hebben ingefcherpt, om fchoonder dingen te ordineeren, als alles wat dat deFranzen tot dien tyd toe hadden gefchildert.
Vouet heeft dit voordeel boven andere
Schilders gehad , dat men 'er nooit een ge-
t Adhe- had heeft, wiens manier zo f aangekleeft is
renten. aan jen gee^ en fe ^and van zyn Leerlingen.
iMaar men kan zeggen , dat indien van" de'
ftic. eene Wte door deze manier, tdeonfrrjaakely-.
|
|||||
|
van Vrankryk.
ke aart (die in Vrankryk regeerde) wanneer hy aan kwam, is weggenomen. Zy van een anderen kant wederomonnatuurlyk, en wildt, dog anderzints zo gemakkelyk is, en met zo' veel graagheit ontfangen, dat zy de * Inbeel-*n<ie'0> ding van alle zyn Difcipelen befmet heeft, met hen een gewoonte te doen aannemen', daar 2e met alle de moeite des waerelts hen zelfs van hebben moeten ontflaan ; en gelyk ik reeds gezegt' hebbe, deez voort* vaarende manier was zo zeer niet die van Youet, als die van zyri Intereft.
NICOLAS POUSSIN
GEboortfg van Andely, een kleine Stad in Normandien , in 't jaar 15-94. doch oorlpronkelyk van Soiflbns, alwaar zommige van zynGeflagtnaamhctRegtsgebied in handen hebben gehad, Zyn Vader Jan Pouffin was van Edelen afkomfi:, maar geboren met weinig goederen , invoegen dat zyn Zoon , gedwongen door den ftaat daar het Huisge/.in in ■was, en teffens door de hevige drift tot de Schilderkonll , op den ouderdom van agtien jaaren zyns Vaders huis verliet, om tot Parys in de eerde beg'nzelen van deze Konlt onderwezen te worden.
Een Heer vanPoitou, die genegenheit voor hem had , bedelde hem by Ferdinand Portret-Schilder, welke Pouflin ten einde van drie Maanden verliet, om by eenen genaamt 1'Al-lemant te gaan, alwaar hy niet langer als één Maant by was: om dat hy oordeelde niet ge-' poeg by zodanige Meefters te konnen vorde-Dd ren,
|
||||
|
4 De Schoole
ren , verliet hy hem , met het oogmerk van meerder voordeel te doen, in het nafiuderen van üe (lukken der grootfte Meefters.
* Hy was eenigen tyd met de Waterverven bezig, die hy met groote lugtigheit behandelde, als wanneer het geval wdde, dat hy in vriendschap geraakte met den beleefden en gedienfltgen Matbe/rtaticus Regio, dewelke al'doen indeGal-iery van de Louvre z,yn wooning hadde : deze Heer , Liefhebber van de Tekenkonft zynde, en een verzameling hebbende van de all'erbefle Printen van Rapbaël, en Juli o Rowano , Het hem die Copyëeren, De fchounheit van dezelve Poujfin zodanig aanpryzende , dut hy die met de ^root/te drift en uitterften vlyt navolg, de, zyn g, e/l teffens vervuilende me't het denkbeeld van de Tekening, de (landen, bewegingen , en de inventien, en de andere wonderbare dden van dezen Mee/Ier. Door welke oorzaak bet taefcbyM, dat Pouffin in het uitbeelden der ïii/loriex, en het uitdrukken der Hartsto^ten in de Schoole 'jan K.ipbaèl is opgetrokken, en dat hy zekerlyk van hem het leve», en ae Melk der Kon ft heeft ingezogen. In dien tyd bevand zi? «sn het Pary(]e Hof den Edelen Gw. Battiih, JVlariao, beroemt Italiaans Dichttr, die Liefhebber van de Sd.niJerkovjl de vrientfehap en ekimegang van. t>o;,jjïn, wiens verheven Geeft bykende, metg-joie dnfi zogt en verkreeg, en beweeg Je hem ten zynen Huyze te komen fchiU deren, voor den welken hy zyn exgen Poëzye in Tekeningen verbeelde^ inzonderheit zyn Adonis -weke Tekeningen zedert bew.iart zyn, in hel hek van dien Dichter, dat inde Biblkleecqvan
de» JSellori in vita Nicolo Puflluo, '
|
||||
|
■
|
|||||
|
van Prnnkryk, 42,7
den Htere Cardinaal Majfimi bewaart werd. Staande Marino op xyn vertrek naar Komen , zo wilde hy dat Pouffin de Italiaanze Reis met hem aan nam : maar het zy dat PoulTin eenig werk om handen had, dat hem tot Parys we-derhield, of dat hy verdrietig was over twee vrugteloze ondernemingen, als hy getragt hnd naar Romen te gaan, en onder weg in zyn voornemen belet wierd, zo vergenoegde hy/ig aan Cavallier Marino te beloven, dat hy hem wel haaft zoude volgen. En in der daad, na dat hy eenige (lakken totParys gelïhildert had, onder andere, dat in onze Vrouwe Kerk is, verbeeldende het fterven van de HeilligeMoeder Maagt. begaf hy zig voor de derde maal op Reis naar Romen, daar hy eindelyk aankwam in i de Lente van 't jaar 1614. als doen hebbende den Ouderdom van dertig jaren.
Hy vond in Romen de Cavalier Marino, die aan hem duizent betuigingen van vriend-fchap deed, en voordeelig van hem fprak by den Cardinaal Barberini, hem onder andere zeggende, Vederete u» Giovane che a una ju~ ria dl diavulo. Maar dewyl deze Cavalier, van den welken Pouffin veel hulp, en voorfront verwagte naar Napels zyn Vaderland vertrok, en weinig tyds na de aankomft van deren Schilder kwam te fterven, en dat de Car-dinaal Barberini, die begerig was om hem te kennen, de tyd niet had , om dat hy een le-gaatfehap moert bekleeden,zobevond7i'gPouf-iln in een benaauwden ftaat in Romen, zonder hulp en zonder bekenden: en had de grootfte moeite des Waerelds om te konnen beftaan, waar door hy genoodzaakt was, om zy'ne werken,
|
|||||
|
De Schoole
leen, zyn eenfgfie toevlugt, voor een ellendï-genprys te verkopen. *'U anthebbende twee Ba-tailles vol van figuur en gcfchtldert, op een doek van vier palmen groot, verkopt hy het eene zoor zeven Scudi, het tweede voor zich behoudende om het nader te overzien. E^ier verloor hy de» moet niet, den weg dien hy infloeg, beflont in de geftadige oefening, zynde in de befte ge-fie'akeit des ouderdoms. Mei een groote drift om te vorderen, met gedult den tyd afwagtende, om Z'g te doen gelden en zyn naam doorlngtig te ntiike». De nootzakelykheit om zyns levens onderhout te bezorgen, was oorzaak dat hy langen tyd afgezonden woonde, zonder eens om te zien, alleen zig bezig houdende met aaii' dagtig ftuderen naarde fchoone dingen, die hy vlytig naar Tekende.
Niet tegenftaande zyn eerde voornemen om de Schilderyen van de grootrte Meefters te Co-pyéeren, zo oeffende hy dat zeer zelden. Hy oordeelde dat het genoeg was dezelve met aaridagt te befchouwen , en zyn aanmerking daar over te maken, en dat al wat men meerder deed verloren tyd was: maar hy had zodanige gedagten niet van de Antieke beelden. Dewelke hy naar ModelIeer'de met groote opmerking ; en had daar van zulk een grootcn denkbeeld begreepen, dat hydezelve'tot zyn voornaamfte voorwerp (telde ,* daar hy zig geheel aan over gaf. Hy was overtuigt dat de Bronader der fchoonheit , en van alle de bevalligheden uit deze uitmuntende werkftukketl her voort kwam, en dat de Aloude Beeldfny-ders de natuur hadden, ( om zo te fpreeken )
uit-f Bcllou.
|
||||||
|
van Vrankryk. 419
uitgeput, om hunne ftandbeelden de verwondering van den Nazaat waardig te maken. De groote verbintenis diePoufïin met de twee vermaarde Beeldhouwers Aleflandro Algardi, en Francifco Quenoi hadde, (daar hy mede in een Huis woonde,) heeft deze neiging konnen flerken eninogelyk doen geboren worden, hoe het ook zy, hy is nimmer'daar van afgegaan , maar heeft altoos met de jaren daar in toegenomen, gelyk ligt uit zyn Werken is af te meten.
* Niet allee» was zyn verftant bezig in het uavilgen van de befte voorbeelden, maar teffens in het Jluderen in de Geometria, perfpeélive, of Optica, zo tn de * ftellingen en vermindering der * jo vnorwerpen, als in de verfpreiding van de lig- one, ten en de fchaduwen , welke ftudien hy deelagttg wierd, uit de fchrijten van P. F. Matteo Zocco-lini, die den Mcejler was gewee/i van Domini-chino in deze wetenfehap; voortyds in Parys de Anatomie geleert hebbende, hernam hy ten twe-demaal de ftudie , in gezelfcbap van den Er-vaarnen en Edelen Chirurgien Larcheo, hen oeffe-nende op Lyken en Geraamten*, om daar m ten ttiterjlen verflatidig te zyn. Aangaande de ftudie naar het leven bezogt hy de Academie van Domenichino , dat de geleerfte was , tot den welken altoos al de andere Meefters van zyn tyd hen begaven. Zynde als doen ieder ingenomen met de Faam van Guido Reni, en een groote toeloop van de jonge lieden, zo Italiaanze ah Vreemdelingen, bezig om te Copyèeren en te Tekenen na de Htftorie van Sant Andreas van hand gefchildert, in Sant Gregorio. Zo
■vend
* BeUoiL
|
||||
|
430 De Scbooïe
■vond men Pouffin alleen , Tekenende naar he andere fiuk van Dominichtno , dat tot een weer ga a gemaakt is, onderzoekende de delen enfchoon heit van dit verwonderlyke Konftwerk, 't gee-aan de andere aanleiding gaf, om z.yn voorbeei naar te volgen , en een befluif-te nemen, om naa Domimqum te fi aderen. Maar zynde den Cat dmaal trancifco Barbanni, in Romen weder-gekeert -van zyn bezendtng m l/rankryk en Span je , wierd hy aan het fchilderen jrejlelt van deze' Heer , die van hem ivenfte verbeeldt te zie de doot vanGermanicns, een treurig onderwcrt dat hy met uitdrukking van gemoetsbeweging uitnemend fchilderde. Nog fchilderde hy vf den zelven Cardinaal, het innemen van "Jer zalem, daar in ten toon ftellende defiraffe ev V tiebreeuwze Folk, en den Keizer 'fttus z gepraalende, voor wiens voeten de oproerige "f den nedervallen, deerlykgejlagen werdende, a dere in ellendige geflalte worden met gebonde handen weggevoert \ terwyl de overwinnen Zoldaten met verwoetheit den "Tempel van z Rykdom berovende, Kandelaar, goude J/atè en Sieraden wegjleepen : welke Hiftorie onder befte werken van den Mee/Ier beroemt is v, Zyn Eminentie gefcbonken wierd, aandenPri van Echemberg, Ambajjadeur des Keizers i den Paus Urfranus den l/ffl.
Men zegt dat hy in den beginne eenigeftuf ken Copyeerde naar Titiaan,' waar van de Cr leur en den aart van deLandfchappen hem zee behaagde, om den goeden fmaak van deTeke ning te verzeilen, die hy zig naar deAntieket had eigen gemaakt. En in der daad men heef aangemerkt, dat zyn eerfte flukken beter vai
Coleu
|
||||
|
van Vrankryk. 4$!
Coleur en gefchildert zyn als de andere : maar hy liet wel haalt blyken door het vervolg vaa 7.yne werken ; in het algemeen aangemerkt, dat in zyn gtdagtén hetColoriet van geen groot belang Was, of dat-hy oordeelde het zelve genoegzaam te bezitten, otn van zyn Taferelen niets weg te nemen, van de volmaaktheit die hy 'er aan wilde geven.
Het is wa*r dat hy zodanig geftudeert had naarde fchoonheden van het Antiek, de Sier-lykheit , den grooten manier, de zeekerheit, «n de verfcheidentheit van de Proportien, de uitdrukkingen, de order van de kledingen, de Bywerken, de Edelheit, het goet gelaat, en de Fierhek van de Hoofden, de maniere vaa handelingen, en de gewoontens van tyden en plaatfen, en eindelyk alles wat men zien kan, in de i'choone overblyfzels van de Deeldhou-weryder Aiouden, dat men zig niet genoeg verwonderen kan over de naauwkeurigheit, met dewelke hyzyn Taferelen verrykt heeft. 'Hy was 2,0 wel in ftaat geweeft als Michel Angelo, om het Oordeel van 't gemeen te bedriegen; deze had een Beeltenis van een Cupido gemaakt , en na dat hy daar aan een arm gebroken had dien hy behield, begroef hy het overige van de Figuur, op een plaats daar hy wift dat gegraven zoude worden; dit werk gevonden zynde, nam ieder een het aan voor Antiek: maar Michel Angelo den arm dien hy agter gehouden had tonende, daar aan te paffen, overwon aldus de vooringenomenheit van alle de geen die hy bedrogen had. JVlen zoude met veel reden konncn geloven, dat indien Pouffin ©p een ftuii muurs in frefcogelchildert had, en
eenig
|
||||
|
4J2 Be Schoole
eenig gedeelte bezonder gehouden, dat inert ligtelyk zoude geoordeelt hebben , dat zyn Schilderkonft het werk ware geweeft, van ee-nig befaamt Antiek-Schilder, zo overeenkomende zyn de Schilderyen die men gevonden heeft van opregte Antiken , met zyne werken.
Hy kweekte deze liefde tot de Beeldhouwe-ry der Antiken, gaande dezelve onderzoeken in de Hoeven en Wyngaarden rondsom Romen , daar hy zig dikwils alleen afzonderde, om 7.yn aanmerkingen met meerder geruftheit te oeffenen. 't Is ook al in diergelyke afzonderingen geweeft, dat hy de ongewoone uit-werkinge van de natuur gade floeg, zo ver die oplicht had tot de Landlchappen , en dat hy voorgronden , verfchieten , en Boomen Tekende, en alles wat met zyn verkiezing (die uitnement was) over een kwam.
Behalven de naauwkeurige ftudi'e diePouffin naar het Antiek gedaan heeft, had hy zig ook 2eer gehegt aan de werken van Raphaè'1 en Dominiquin, als aan de geene dien hy oordeel-dat het belt geinventeert, het zeekerfte gete-kent, en het allerlevcndigft de Hartstogten uitgedrukt hadden: drie dingen die Poufljn altoos aangemerkt heeft, als de allerwezentlyk-fte en voornaarnite van de Schilderkonft.
Eindelyk deze groote Man heeft gene wc-tènfchappen agterwege gelaten, die hem volmaakt konden (tellen in deze delen, zo wei als in de uitdrukking van de onderwerpen in 't algemeen , die hy verrykt heeft met alles dat de aandagt van de Geleerde kan opwekken.
Men
|
||||
|
van VrankryL 45 5
IVTcn ziet van hem geen groote werken, do reden die men daar van geven kan, is dat de gelegenheit daar toe zig niet heeft aangeboden. Daarom behoeft men niette twyffelen, of het ^eval alleen Is oorzaak , dat hy zig tot het Schilderen van lofze ftukken heeft begeven, die van een bekwaame groote zyn, om in de Ca-binetten der Liefhebbers, zodanige als die de« zelve begeerden, geplaaft te konnen worden.
De Koning Lodewyk de XIII. en de Heer de Noyers, Minifter van Staat, en Opziender der Gebouwen , fchreeven aan hem tot Romen, oin hem te verpligten in 't begin van 't jaar 1639. in Vrankryk te komen; dog hy nam bezwaar-lyk het befluit om deze reis aan te gaan. Tot dat de Heer van Chantelou tot Rome» * kwam , en hem zo aanporde, dat hy op zyn vertrek Pouffm met zig naar Parys voerde, op het einde van 't jaar 1640. aangekomen Ut Fontaine Bleau, wierd hy aanftonds de Konink-lyke Gunfl gewaar, wordende hier fiatelyk ont-fangen, en drie dagen door een ordinaris Edel" man heer lyk op 's Konings koften onthaalt, daar naar in de Karojfe van den Heer de Ntyers naar Parys gebragt, alwaar op zyn atmkomfl, hy zyn eerbewyzing ging doen aan den Cardi-naal de Richelieu, die hem de armen om den balsfloeg, en omhelfde, en aan de hand betuigde het groot genoegen dat hy had van hem te z,ien, de» volgenden morgen wierd hy door dien grooten Gun/teling des Konings by zyn Majesteit ingeleit, de welke het vernuft van Poujfitt toetten willende, of' hy hem kennen zoude , zig w*t agterwaarts onder zyn Edellieden fchml E c hield,
f Eellwi in Vit& Nicolu Fuflino«
|
||||||
|
454 De Schooïe
hield. Maar Pouffin rigte zig regel regt aanzyn Majeft. en boog zig op zyn kniën, met groot welbehagen des Konings, die hem gunftig ontfing, tn geduurende een half uur lang met hem Jprak, hem ondervraagende naar zyn geboorte plaats, naar zyn maagfchap, en zyn ouderdom, daar hy met, natuurlyke Hoffelykheit op antwoorde, d*t het lot hem waardig gemaakt had, te zien, en te dienen den Allergelukkigjlen in Glorieuften Koning van Vrankryk, waar op zyn -Mttjefteit hem tPEere deed van te zeggen, dat zyn Kouft ook tot een Sieraad en Luifter van zyn Ryk ver-(hrckte. Hem met eene voor/lellende em twee groote Stukken voor de Capelle van Fontaine-Bleau, en S. Germain te fihilderen, Poujfin naar Zyn Wooninggekeert zynde ,zo wiert hemgebragt in een Fluweele Beurze , twee duizent Goude Kroonen ,duizent voor zyn Jaqrgelt, en duizent ■voor deReize, behahen de onkoften daar op gemaakt. M,en had hem een trcffelyke IVooning gegeven, met alles rykelyk gefttffeert, wat tot een Huishouding nodig was , (taande midas in den. Tuyn van de Ihuilleries.
Hy fchïlderde voor de Capelle van St. Germain het Tafereel van het Avondmaal het welk nu te Parys is in 't Noviciat van d'e Je-fuiten. Hy begon in de Gallery van de Lou-vre, de daden van Hercules, in den tyd dat *LaBri- <Je * afgunftige uit de School van Vouet hem £Ue> verdrietig maakte, door hunne veragtingen en k,waad,tpreekende redeneeringen die zy voerden , over de bovengenoemde werken : dit gevoegt by het oproerig leven van Parys, daar hy zig niet naar fchikken konde, deed hem
|
||||
|
<van Prankryk. 43 y
heïmelyk befluiten om weder naar Romen te keeren, onder voorwendzel van order op zyn huiszelyke zaken te ftellen , en zyn Vrouwa mede te brengen. Hy vertrok van Parys op het einde van't jaar 1642. Maar wanneer hy in in Romen was, 't zy dat hy zig daar bevond als in zyn Element, of het zy dat de dootvan den Cardinaal de Richelieu , en van den Koning die kort daar aan opvolgde , dat hy daar iyn Maatregels naar rigte , hy wilde zedert nooit weder in Vrankryk komen.
Hy volharde dan in het fchïlderen aan lofze Stukken; want zy 7,yn alle in Romen gemaakt geweeft, om naar Parys te zenden, de F ran feit hebben*erzelrs die ook naar toegevoert, die nog in Italïen gcbleeven waren, zo veele alze door gek hebben magtig konnen worden, deze uitnemende Werken geen minder agting toedragende , als die geene , die Raphaël gemaakt heeft. Felibien die bet Leven van dezen Schilder zeer zorgvuldig en wydloopig in Schrift geftelt heeft, verhaalt alle de Tafereelen, en maakt de befchryving van de zulke die de al-lerberoemfte zyn. ,
Pouflin , na dat hy gelukkig zyn Levensloop geëindigt had, overleed , half beroert geworden , jn 't jaar i6Sf. in den Ouderdom van eenenzeventig jaren , en vyf Maanden. Zyn lighaam wiert met (taaHïe ter aarde beftelt, in de Parochiale Kerk , van San Lorenzo in' Lucina. Men leeft op zyn Begraafplaats de volgende Vaer-ïen
Eel Parcc
|
||||
|
De Schoole
Farce pys Lacrimis. Fivit pttjfimits ia
Urna,
Vivere quï dederat nefcius iffe mort, Hic tamen ipfs filet, ft vis andere lo-
quentcvn, ■ïW'rum eft , in tabulas vivit & ekqui~
tur.
riy was gehuuwt met deZufter vanGafpar, fay de welke hy geen kinderen gehad heeft. £11 zie hier wat de oorzaak van deez' echt ge-weeft is. Pouffin in een gevaarlyke en wan* hoopige ziekte gevallen zynde , zo wiert hy zo wel opgepaft van deze Zufter van Gafper, die van een gedienfligen geeft was, zyn kwaal ter herte nam, en tot kermis van dezelve geraakt zynde , hem zo wel gade floeg, dat hy volkomentlyk genezen wiert. Pouiiin gevoelig over de uitnemende zorgvuldigheit van de-ïe Dogter, aan de welke hy ten deele zyn heritelling verfchuldigt was, trouwde haar uit enkele dankbaarheit. Zyn nalatenfchap bedroeg niet boven de feftig duizent Guldens: Maar hy reekende iyn geruftheit, en zyn woonplaats in Romen veel hooger, daar hy 2onder eerzugt leefde
Eens als den Prelaat Maffimi, die nader-hant Cardinaal wiert, hem bezogt hadde, en de byeenkomft ongevoelig tot indenNagtwas uitgerekt, en dat de Prelaat opftont om weg te gaan , zo ging Pouffin met de lamp in de hand, om hem langs de trappen uit te ligten, hem aldus tot aan zyn Karos toe geleidende, dat de Heer Maffimi zodanig moeide, dat
h
|
||||
|
van Vrankryk. 437
hy lig niet konde onthouden van te zeggen: Ik beklaag u myn Heer Poufftn, dat gy met ec-nen Dienaar hebt : en ik , antwoorde hem Pouffin, beklaag u veel meer myn Heer , dat gy *er zulk een groot getal hebt.
Hy maakte nooit geen koopmanfchap voor de betaling van zyn fchilderyen, maar hy fchreefagteropdeDoek, denprys dien hy daar voor wilde ontfangen, dat men hem ook aan-ftonts daar voor neer telde.
Pouffin heeft geen een Difcipel gemaakt, en het meerendeel der Schilders droegen hem agtingtoe, zonder hem naar te volgen,'t zydat-ze zyn manier onnavolgelyk oordeelden, indien ze daar eens wierden ingewikkelt, of dat zy lieden te veel moeite gehad zouden hebben om 2ig waardig genoeg daar in fïaande te houden.
AANMERKINGEN.
Over de Werken van P O U S S I N.
"T^Oufiin was met een heerlyk en fchoon ver-j_ nuft tot de Schilderkonfl: geboren : De liefde waar door hy op de Antieke Beelden viel deed hem vlytig naar dezelve ftuderen, zo dat hy alle de fchoonheden en onderfcheidingen daar van verftont: zoekende de oorzaak in de ftudievan de Anatomie, tot dat hy in dien fmaak een doorgeleerde geoefFentheit in het Tekenen verkreeg. Maar in dit gedeelte zelver, in, plaatfe van zyn oogen op de natuur te wen-Ee 3 den,
|
|||||
|
_.
|
|||||
|
43 8 De Schoole
den, als op de oorfprong van alle de fchoon-heden, daar hy mede ingenomen was, zaghy deze MedïrcflederKonlten aan, als ver beneden de Beddhouv/ery, aan de welke hy haar onderworpen had , invoegen dat in het mee-rendeel van zyn Schilderyen , het haakt van zyn beelden veel gelyktnaargefchilderdcSteen, en eerder de hardigheitvan 'c Marnier ten toon ftelt, als de tederheit van 't zagte Vlees daar bloed en leven in doordraait.
Zyn Inventien in de Hiflorien en Fabulen, Alle- heeft hy veritandig behandelt, * gelyk ook de ries. Zinnebeelden. Hy heeft de onderwerpen wel weeten te verkiezen, en gevoegelyk met alle de behoorlyke omftandigheden verfiert, inzon-
f Hcroi-derheit de f helthaftige, daar hy alles in heeft te pafle gebragt wat tot aangenaamheit, en onderregting dienen konde: om dezelve waar-fchynelyk te verbeelden ,'er byvoegendezo Wel de | Hartstogten ieder in 't bezonder, als de
""me! uytdrnkkingen van het onderwerp in het algemeen.
Verwonderlyk zyn van hem de landfchap-pen gefchildert, zo door de nieuwigheit der voorwerpen daar zy uit beftaan, als door de waarfchynelykheit van de fchikkingen der voorgronden en verfchieten, dan de verandering van 't geboomte en de lugtigheit hunner toetflèn, en etndelyk door de vreemdigheden die'er in gevoert zyn, dermaate dat hy dezelve tot een volmaakten ilant zouden gebragt hebben, indien hy een weinig méér agt had gegeven op
* coh- de *eigentJyke Coleuren en deKonftgreep van "sl° 't Ligt en Bruin, Wanneer de gelegen theit
tig
|
||||
|
van Prankryk. 5
ïig aan bood, om zyn Schilderyen met ArChc-teöuur te verfieren, 20 toonde hy daar in een uitmuntende fchoone verkiezing, bewierp dezelve regelmatig naar deperfpective, diehy vol-komentlyk verftont.
Hy is zo gelukkig altyd niet geweeft in het fchikken van zyn Beelden ; in tegendeel kan men hem berifpen, dat hy in 't meerendeel zy-ner Ordinantien, dezelve te veel op een Lyti heeft geftelt, en naar den aart van de Bas-relieven gerigt; en dat hy niet genoeg verandering gegeven heeft, aan de * tegengeftelde werkin- * Gou-gen van zyn Standen. ftafte-
Zyn Klederen zyn doorgaans over al van een zelve ftoffe, en de plooijen die'er in groo-ten getalle in zyn , benemen een f koftelyke* pr«i-eenvoudigheit, die veel grootsheit aan zynwer-^^ ken zoude gegeven hebben. cite.
Hoe groot dat zyn \ vetftant ook geweeft tGenie, is, heeft hy nogtans aan alle de delen der Konft niet konnen voldoen : want die liefde die hy voor het Antiek had, vefte daar zodanig zyn ♦ geeft op, dat het hem belette om zy.n Konft *.Efprit. van allen zyden wel te befchouwen; ik tvil zeggen dat hy het Coloriet veronagtzaamde; der-halven zyne Werken, in het algemeen aangemerkt, geven genoegzaam te kennen, dat hy ïn dit gedeelte onbedreeven is geweeft, 'tzyin de eigentlyke Coleuren, 't zy in 't ligt en bruin. Van daar komt het dat het grootfte deel van zyn Stukken in het f Grysagtige ver-1 ie Gris. valt , en ons fchyncn zonder kra^t en uit ■werking te zyn. Men kan cgtcr eertige Werken van zyn eerfte en tweede manier uitzonderen. Maar zo men de dingen eens grondig E'e 4 onder-
|
||||
|
440 De Schoele
onderzoeken wil, zal men bevinden , dat het goede dat men van de Coleur daar in vind, eerder Komt van de herdenkenis der Schilderyen van Titiaan, die hy gecopyeert had, als van de kennis der grondregels van dezen Veneetziaan-zen Schilder is. Eindelyk het fchynt datPouflïn het Coloriet voor een geringe zaak gefchat heeft, en men ziet in zyn leven belchreerai door Bellori en door Felibien, een opregte toeflemming dat hy het niet heeft bezeten, en dat hy daar als van afzag: dat klaarblykelyk doet *UThe-Zien, dat hy nimmer de * befpiegelende keu-i nis daar van gehad heeft. En inderdaad zyn Coleuren zo alsmen die ziet, zyn niet ais generale tinten , en niet de Navolging van «ie Natuur, welkers eigentlyke Coleuren en verminderingen hy niet als zeer zelden zag: Ik fpreek dit van zyn Beelden, en niet van zyn Landfchap, waar in hy meer moeite aan gewend heeft, om met de natuur te rade te gaan. De rede is taftbaar, want in de Antieke Mar-rnerftenen geen Landfchappen gevonden hebbende, is hy genootzaakt geween:, om die in de befchouwing van het leven te zoeken.
Aangaande het Ligt en Bruin, daarvan heeft hy nooit de nootzakelykheit regt gekent, en 70 men al eens in zyn Schilderyen het zelve gewaar word, zo is het een enkele uitwerking van het geval want indien hy deze konftgrec'p gekent had, als een van de wezentlykfte' dee-len van de Schilderkonft, zo wel voor de verpozingen van het gezicht, als omkragtenwel-fia/n aan 't geheel van 't Tafereel te geven, 70 xoude hy het altoos wel in het werk geftelt, en de middelen gezogt hebben om zyn voor-
wer-
|
||||
|
<vatt Vrankryk.
werpen en ligten te groepen , in plaats datze in zommige zyn'er werken zodanig verfpreit 2.yn, dat het oog niet weet waar het zig op vetten zal: maar hy beftede zyn grootfte aan-dagt om aan de oogen van de Geleerden te behagen , alhoewel het een zeekere waarheit is, dat alles wat door het fchilderen de * aandoe-* ning veroorzaakt, het zelve geen gemeenfchap met den Geeft van den aanfchouwer kan rïia-ken, als door de vergenoeging van de oogen, dat is te zeggen, door een volmaakte navolging van de natuur en het leven, dat het we-zentlykfte oogmerk van den Schilder is.
Om dat Pouffin hem zo weinig heeft laten gelegen zyn om de natuur, die de Moeder van de verandering is, naar te volgen, daarom is hy ook dikwils in al te zigtbaare f her tRepeti-halingen gevallen van het zelfde gelaat, in detiones-hoofden en uitdrukkingen des gemoéds.
Zyn verftant bragt hem tot een % Edelen t aart, eerder * Manhaftig en geltreng als b^ vallig; en het is gewifielyk in de Werken dezen Schilder te zien, dat de bevalligheit niet& altoos is daar de fchoonheit gevonden word. Zyn manier is nieuw en byïonder, hy is 'er den Auteur van , en men kan niet ontkennen dat in de delen die hy bezat , zyn ftyl, (zo als wy gezegt hebben )' Groots en t Heldhaftig is: en om alles met één woort t Her0^ te zeggen , dat Pouffin niet alleen de aller-que. bekwaamfte is geweeft van zyn Landaard, maar dat hy ook gelyk geflelt moet worden met de Grootfie Schilders van Italien.
|
|||||||
|
Ie s FRAN-
|
|||||||
|
Di Sch&ok FRANCOIS PERRIER.
E En Goüdtfmidts Zoon uit het Frans Bor-gondien, los van aart, en nog zeer jong zyn-de, verliep van zyn Ouders om naar Romen te gaan : maar dewyl hy wel haaft gebrek aan geldt had , liet hy zig van een blindemanjbepraten (die lult had die zelfde Reis te doen,) om geduurende den weg zyn Leidsman te zyn. Perrier in deze gefteltenis in Romen aangekomen , vont zig in de uitterfte verlegenheit zonder eenige ander toevlugt, die hem het middel konde geven om te beltaan. In den beginne leed hy veel, maar de nootdruftigheit en de vaardigheit van zyn vernuft, (telden hem wel haaft in ftaat om zyn leven te onderhouwden. Hy verkreeg een handeling in het Tekenen, die gemakkelyk, aangenaam, en van een goeden aart was, waar door verfcheide jonge lieden zïg by hem voegden , om hunne Tekeningen van hem verholpen te hebben, en eenige vrem-delingen de zyne kogten, orri die aan hunne Ouders te zenden , om daar door meer ver-wagting van hen te doen hebben, en meer gelts tot hun verteéring te erlangen.
Hy deed zig kennen aan Lanfranc, wiens manier hy tragtte te volgen, en hy behandelde vervolgens het Pênceel met de zelfde gemak-kelykheit als de Tekenpen. Hy aangemoedigt door de vaardigheit met dewelke hy onbe-fchroofnt de Verven handelde, befloot naar Vrankryk te keeren ; en zynde aangekomen tot Lions, hield hy daareenigen tyd ftil om het Kloofter van de Cathuyzers te fchilderen. Einde-
|
||||
|
van Vrankryk. \£
deiyk kwam hy tot Parys aan, en eenigen tyd voor Vouë't gefchildert hebbende, die alsdoen JVleefter was van alle de grootc Werken, nam hy voor de twedemaal de Reis aan naar Italië, en na een tien jarig verblyf aldaar, keerde hy weder naar Parys in't jaar 164^. In dezen tyd fchildcrdc hy de Gallery van hét Hotel de la Vrilliere, en voor bezondere Liefhebbers ver-fcheyde lofte Stukken. Hy ftorfProreffor van de Academie.
Verfcheide dingen heeft hy Ge-ëtft, die vol Geeft zyn , en onder andere de aller-befte "Bas-reliefs van Romen, hondert van de voornaamfte Antieke Statuen, en nog eenige dingen naar Raphaël.
Hy heeft ook nog eenige Antieken van "Wit en Swart gegraveert, op een manier daar men hem de Inventie van toe fchryft, maar die Pannens al in het gebruik gebragt heeft , zo als ik elders hebbe aangetekent. Deze manier beftaat in twee kopere Platen, op een zelfde papier van een halve tint gedrukt, waar van den eenehet Swart, en des andere , in de welke al het geheim beftaat, het Wit drukt.
,JACQES STELLA
|
||||||
|
WIert geboren in 't jaer ifoó. hy was de Zoon van Francois Stella , Neér-1 ander van afkomft, dewelke op zyn weder-komft uit Italië tot Lions ftil hield , en zig daar neer floeg, daar hy dezen Jaeques kreeg, daar wy van fpreeken. Deze Zoon was maar negen jaren oud als zyn Vader ftorf;
naar
|
||||||
|
^44 De Schooïe
na dat deeze zig vlytig in de Konftgeoeffent had, en in ftaat was om met voordeel de fchoone dingen in Italien te zien , ondernam hy deze Reis op zyn twintigfte jaar. Zyn weg nemende door Florencen , gaf oorzaak dat hy bekent wiert by den Groot Hertog Cofmus de Medicis, die willende een pragtige Vertoning voor de Bruiloft van zyn Zoon gcreet maken , hem daar ophield en middel gaf om zyn geeft te oeffenen.
Deze Prins terftont de bekwaamheit van Stella bemerkende, gaf hem een Woonplaats en een Penfioen , even gelyk als Callot, die alsdoen tot FJorencen was. Na dat Stella zeven jaren in deze Stad had gewoont, en verfeheide Werken zo gefchildert, getekent, als gegraveert had, vertrok hy naar Romen, alwaar hy nog elf jaren bleef, aandachtig ftu-deerende naar de Beeldhouwery der Antieken, en de Schilderwerken van Raphacl, aldus een hebbelykheit van een goeden aart verkreegen hebbende, fcbilderde hy een menigte van /lukken, die in Print gebragt zyn, en verkreeg zig een groote agting in Romen , daar na nam hy voor om naar Vrankryk te keeren, egter met dat voornemen om in dienft van den Koning van Spanjen te treden, die hem ernftelyk daar toe had laten verzoeken.
Hy nam de wederom-reize door Milaan ,l alwaar hy het opzigt over de Schilder Academie weigerde dat de Cardinaal Albornos hem aanbood. Aangekomen in Parys , had hy geen andere gedagten als om zig tot de Reis naar Spanje gereet te maken: maar de Cardinaal de Richelieu hier de lugt van hebbende,
hield
|
|||||
|
'
|
|||||
|
van Frankryk. faf
hield hem op , met de hoop die hy aan hem gaf, om hem meer glory en voordeel te bezorgen. Hy bragt hem by den Koning, die aan hem een Penfioen van duizent guldens gaf, en een Woonplaats ia de Gallery van de Louvre,
Stella had ïo dra geen proeven van zyn Konft getoont, of de Koning maakte hem Ridder van St. Michiel, en naar clat hy deze eere verkree-gen had , fchilderde hy een menigte grootc Stukken voor den Koning, die voor het groot-ite gedeelte naar Madrid gezonden wierden. Hy fchilderde ook voor verfcheide Kerken, en voor bezondere Perzonen, dewyl hy zeer arbeidzaam was , en dat de Winterfe Dagen kort zyn, gebruikte hy de Avonden om Tekeningen van de Heillige Hiftorien , van het Landleven , en Kinderfpelen te maken , die een menigte van Bladen uitmaken, en in Print uitgaan. Als mede veele Titels voor Boeken van de Drukkery van de Louvre , en verfcheide Antieke Sieraden met een frife van Julio Romaan , waar van hy de Tekeningen uit Italië mede gebragt had. De liefde tot zyn Konft en de al te groote naar-ftighcit verzwakte zyn Lighaatn, zo dat hy eenige jaren voor zyn doot , een quynend leven leide , en in den Ouderdom van een-cnieftig jaren overleed, in 't jaar 1647.
|
||||||||
|
V
AAN-
|
||||||||
|
Schok AANMERKINGEN
Over de Werken van S T E L L A.
STelia had een fchoon vernuft, gemakke-lyk in zyn voortbrenginge, bekwaam om alle zoorten van onderwerpen te behandelen: maar meer overhellende naar den kant van de * Grave vifolykheit, als tot het deftige en * vcrvaarly-temble ke> Edel m zya vindingen, gematigt in zyn uitdrukkinge&i, gemakkelyk en natunrlyk iu-z-yn ffianden , wat kout in zyn fchikkingen, maan over al aangenaam. Door het lang ver-blyf van Stella in Italië , had hy ook een goeden aart van Tekenen, 2yn lüft om te keren maakte hem zeeker in zyn omtrekken, en door zyn geftadigen arbéit verkreeg by. een gelukkige handeling. Zyn Colork-t fPcuaü.was. f wat raaaw , en zyn Locale Coleu-rem hadden njet veel goede eigenfehappen, en »Depia-zya V'iees-Coleuren fchilderden hy \ uit ge-tique -vaoonte , hebbende het Vermilioeu daar in wat te vetl te zeggen, Dcwyl hy wat te veel ge-maniertheit in zyn Werken gehad heeft, is het ligt te.oordeeten dat hy zig zelden met de Natuur berade : maar in alles zamen.genomen, 20 was Stella een Schilder van veel verdiende , die niet meer nodig had, als een weinig de Veneetziaanze manier te beftuderen, om de ïyne nog agtbaarder te maken.
M A R-
|
||||
|
.
|
|||||
|
van Vrankryk. MARTIN DES CHARMOIS
HEer van Lauré , heeft aan de Franfe Schilderkonft zo veel voordeel tocge bragt , dat men hem zonder ondankbaarheid met ftilzwygen niet kan voorbygaan. De genegenheit die hy tot Schilderen en de Beeldhouwery had , deed hem genoegzaam tot de kennis van deze twee Konften indringen , om zig met gemak daar in te oeffe-nen , en om de agting te verdienen van de Konftkenners zynes tyds. Hy was aangaande zyn beroep nog Schilder nog Beeldhouwer ; het vermaak alleen dat hy vont in 't oeffenen zynes vernufts , voerde hem aan 't Werk, dan eens om 't Penceel te handelen , en dan wederom aan de Beitelkonft. De* be-* vatting die hy van de Kon ft had , was oorzaak , dat hy verkeering bad met de bekwaam-fte onder de jonge Schilders, en dat hy hen rade de flaverny onder hun Meefters te verlaten , om hen de Eedelfte der Konften in vryheit te doen oeffenen, gaf hy aan hen eea indruk van de Edelheït dezer Konften , en na dat hy hen aangemoedigt had om zyn voorftel uit te voeren , dat daar in beftond, om het jok van Meefterfchap af te fchudden ; ftelde hy al zyn vermogen in 't Werk, met hulp van zyn vrinden; Qm de Schilderkonft op te beuren , uit de gèringheit der Ambagten, daar zy onder zugte', om haar in de eer van de vryë Konften te herftellen. Ten dien einde vergaderde hy de voornaamfte daar hy een Lighaam van maakte, en dat de twaalf oudfte onder zyn opzigt beftierden. Aldus
|
|||||
|
f
|
||||||
|
^ De Schooïe
Aldus heeft hy de eerde gronden geleit van die beroemde Academie der Schilderkonft, die de Koning in zyn Ryk heeft opgerecht, gehuift in zyn Paleis, onderfteunt door Amp-tenaars en ProfelToren, en aangemoedigt door de inkomften gefchikt om het Lighaam van de Academie te onderhouwden, of voor bezon-dre Perzonen die het verdienan.
Des Charmois was Secretaris van denMaar-fchalk van Schomberg , Colonel van het Regiment Switzerze Gardes. En hoewel hy Amptshalven genoegzaam de handen vol Wcrlc had , zo wift hy zyn tyd zo wel te verdelen, dat hy een goet gedeelte aan het vermaak van 't Schilderen over gaf. Ik en weet nog den tyd wanneer hy gekeft heeft, nog dien van zyn Direöeurfchap in de Academie, maar het is zeeker, dat hy deze bediening zo loffelyk heeft waargenomen , als men van zyn yver en ver-dienfte konde verwagten.
EUSTACHEieSUEUR
GEboren in Parys, in 't jaar 1617. Difci-peJ van Vouët, had zulk een begaaft-heit tot de Konft , dat hem niet anders ontbrak om 'er volmaakt in te worden , als een gelukkiger School, als die van zyn Meefter. Hy inventeerde met gemakkelykheit, hy heeft de onderwerpen waardiglyk vervult , die hy behandelt heeft , was vernuftig , wys, en keurlyk in de verkiezing der voorwerpen, daar zyn Tafereelen uit beftonden. Hy zogt in zyn Tekening den Cnaak van 't Antiek:
maar'
|
||||||
|
van Frankryk. 449
Klaar tig beyvercnde om'er * tederheit in te*Deli<;« brengen, 20 heeft hy dikwils zyn proportien te ryzig , en zointyds zyn Beelden van eén onmatige lengte gemaakt. Zyn ftanden zyn eenvoudig en Edel, zyn uitdrukkingen fcherpzin-nig, ongemeen, en eigen aan het ondcrwerp-m. Zyn kleedingen gefchikt naar den aart der laalte Werken van Raphaël, in zyn plooijen heeft hy de natuur van de ftoffen, en de order van het Antiek waargenomen.
Zyn Colorict beftaat in generale Tinten i Xonder verkiezing en f zonder veel nagezogttsansre-te zyn. De kleine zorgvuldighe't die hy aan-ch wende om de manier van Vouet te verlaten. , doet geloven dat hy geoordeelt heeft i dat dezelve zo flegt niet was , nog dit gedeelte zo nootzaakelyk aan zyn Kond , als het wel inderdaad is , of dat hy het tot een anderen tyd uitgeftclt heeft, om daar méér agt op te geven , om het zelve magtig te Worden , altoos hy vernoegde zig met een aangenomegewoonte, dewelke, behalven die van Blanchard , in Parys algemeen was. Hoe dat het ook zyn mag , Le Sueur heeft de Locale eigeutlyke Coleuren, nog het Ligt en Bruin niét gekent ; maar aangaande de andere delen , die heeft hy zo in zyn vermogen gehad, dat 'er reden om te hoopen waare geweell, dat indien hy langer hadde geleefr, hy de flegte overblyfzels die hy nog van zyn Meelter behield allengs zoude afgelchud hebten , en dat zo hy eens de Veneetziaanze manier gefmaakt had , hy dezelve zoude opge-volgt hebbenen 't Coloriet, gelykerwys hy de Romeinen volgde in de Tekenkonft.
Ff Want
|
||||
|
jo De Schooïe
Want ftraks naar de dood van Vouet, ïiende dat zyn Meefter hem op een kwaden weg eebragt had , eensdeels door de be-ichouwing van de 'Werken der Antieken die in Vrankryk zyn, als ook door het zien van de Tekeningen en Printen van de goede Ita-liaanze Meelkrs, en boven al van Raphael, 20 nam hy een zuiverder manier aan , en toonde dat de fchoone dingen , die wy in Vrankryk hebben , genoegzaam zyn om een goede verkiezing van de Tekenkonit te doen verkrygen, zonder datrnen behoeft naar Komen te gaan, voor onderftelt zynde, dat ie-mant rriet een gelukkigen geert en verftaut tot de Kon ft geboren is. De Werken van Le Sueur geven ons daar van goede getui-
fenis, en onder andere die van het Leven van t. Bruno , dat in het Gootter van de Ca-thuifcers in Parys te zien is, dat naar myn ge-dagten onder het voornaamfte is dat hy gemaakt heeft. Men ka» door de manier van de behandeling der onderwerpen , en door de wyze op welk hy die uitgevoert heeft, oordee-len dat le Sueur genoeg verftont, om den voorrang aan de eerfte Schilders van zyn Lajidaart te betwiflen.
|
||||
|
'van Frankrijk
aanhangzél
DES
VERTALERS,
Getrokken uit de Levens-hefchry-vingen der Schilders van
FE LI BI EN, PERRAULT
E N
L E COMTl
VAn den uitmuntenden Le Sueur kan ge zegt worden i dat hem niet meer ah een ding ontbroken heeft , dat is langer tyd van leven, ■want indien hy voort gegaan was, om z>g in de Schtlderkonjl te volmaken, gelyk hy tot zyn 38'^ jaar gedaan heeft ; ( in welke hy geftorven is, ) Zoude hy mogelyk de groot/te Schilders die'erelit geweeft zyn overtroffen hebben, of voor V tni»-Jtc met hen gelyk zyn geflelt. Dit nootlot heeft hy gemeen met Rafaél, die omtrent in dien zel-t/en Ouderdom geftorven is.
Hy was van den eerflen tyd af, dat de Ko-n'mglyke Academie van deSclïiilderkvnfl en Beelt-houwery iviert opgeregt, een v*n des zelfs oud' Jle. Hy ftudeerde onder Pouet, gelyk 'm die» tyd by naar al de jonge Schilders deden, en in plaats dat ie Leerlingen agting verkrygen , naar mate dat zy hunne Meejïers weten tt volgen, Ffi Z»
|
||||
|
z &e Schoole
Zo beeft nogUnsLeSueur, (gelyk ook LeBrun, en eenige andere» die eenver heven Geeft'■ bodden} zij, aanzienehk gemaakt , door by tyds de ma-vier van bun Meejler te verlaten; want met tezenflaande dat Fouet een bekwaam Man was, had Le Sueur een veel Edelder en Tederder manier. Hy bad reets eemge Werken gemaakt, 'die hem lof gegeven h*dde, als by bet eer/Ie van zyn geagtfte Werken ondernam. Dit was het Leven van St. Bruno, dat by in het CUofter der Catbuizers te Parys fchtlderde, beJUande in twee en twintig Taferelen, van een uitne» mende fchoonhett * , waar van 'er eenige door een ongelooffelyke kwaataardigheit , (en waar van men nooit den dader heeft kunnen ontdek' ken, ) zeer zyn bedorven, op die plaatze daar de aller Edeljle en Levendigjle uitdrukkingen der Hartstogten gevonden worden. Hy volvoerde dit Werk in den tyd van drie jaar en. Het beeft moeite in te begrypen ( als men overweegt ynet hoe veel zorg en /tudie alle deze Schilderyen gefckildert zyn,) hoe 't mogelyk is dat by die in zo kort een tyd heeft konnen volvoeren.
In deze Taferelen ontdekken zig Ordcnantien en uitdrukkinge der Hartstogten dit Edel en natuur lyk Zyn, de redeneringe die 'er in gevonden worden, zyn eigen en verheven:niets is 'er dat fierlyker is, als de zamenfchikking van all* de Beeldetf ; hun geflaltens en hun beweginge zyn eenvoudig en gemtkkelyk, men ziet 'er leven, *gtbaarheit , en bevalligheit in. Hy heeft 'er gevallen , die een wyde uitgejlrektheit zouden ■vereift hebben, in een naauw beftek, verbeeld
|
||||||||
|
iets
|
||||||||
|
* Felibien heeft een Befchtyving van all* dctci ia zyn Leveas reihaaJ iogevoegt.
|
||||||||
|
van Vrankryk. 4f3
iets waar in heSueur in alle zyneUrerhen won-derlykgelukkig geflaagt heeft.
De Vreemdelingen moeten ons niet befcbttldi-gen , dat wy de Schilders van onze Natie te rverdadig roemen , gelyk sommige van ben die van hun hantaart gedaan hebben : ik en zal daarom niet zeggen dat L e Stteur met Rafael en Titiaan is gelyk gewsefl , 'm de zekerheit der Tekening, en in de fchoonheit der Couleuren, nog dat hy zo wel als PouJJin alle de nootzake-lyke deelen , die 'er tot de volmaaktheit der Schilderkonfl behooren , geweten heeft. Maar Zo hy al tot zulkcn hoogen trap van geleertheit niet is opgefleigert, hy heeft zig nogtans -wel verheven, en hy is in zo -veelgebreken niet vervallen , als wel in de IVerken van veele andere Schilders zyns tyds zoude kunnen aangewezen werden.
Kiemant moet denhen , dat de Taferelen van St.Bruno de eenige bewyzen zy» van LeSueurs vermogen in de Kon/l. Neen daar zyn fer veel anderen in Parys, daar nog meer zekerhcit van Tekening , en jchoonheit va» Couleur in gevonden werd; in tegendeel Aan men zeggen dat in de gezegde Taferelen zyn geeft wel gezien wertx. maar dat door de Werken die hy daar naar ge-fckildert heeft, nog btter va» zyn fiudie en uit-terfïe aandagtigheit kan geoordeelt werden.
In het "jaar 16fO. maakte hy het Schildery , dat alle jaaren aan Onze Lieve Vrouwe Kerk te Parys, op den eerflen Dag van May ge pre-zenteert wert. Het verheelt Paulus predikende in de Stad van Ephezen, daar hy veele Jo den en Heidenen bekeert, en eenige affiant doen van de eidele Konjlen , hun Boeken brengende, Ff 3 om
|
||||
|
f4
om die in het muur te -werf en. In dit voortref-feh'k Konfl-jluk, in al zyn deelen aangemerkt, ontdekt zig de kragt van V verft and, en de inbeelding van den Schilder.. De fchikking is 'f r Groots en Edel; de ge/ia/tem der Beelden ge-makkelyk en natuurlyk \ het gelaat van de titoj-den alle verfihtilig, en vol Majefteit; de Klederen zedig, maar kon/liggejehikt; de plootjen gemakkelyk, en wel verftaan\ het ligt zo ver-Jiandig verjpreit, en zo eigen op al de Ltgha-men , dat men geen de minfle venverring in fret geheele Werk ontdekt. St. Paulus die'er de voornaamfle Figuur is , verfchxvt met een gelaat vol Majejleit, en vol Goddelyken yver, daar hy van vervult vJas. l/erftheiden zo Joden als Heidenen zyn rantom hem , die met verwondering hem aanhorenyterwyl eenige van zyn Oif-cipelen de Handen opleggen , Aalmoeffen doen, en aan de bekering van het Volk arbeiden. Van die Nieuwe Chrijlenen, zyn'er eenige neder gebogen in een geflalte die ootmoedig en Godvrngtig is, de zoetigheit van de Genade, die de Hetl~ lige Geeft in hen uitftort [makende. Daar is een Man die met forgvuldigheit fchynt aan ie Tekenen , V ge ene hy hoort Prediken , en een ander die hem uitlegt, het geen de Apoflel Zegt. Die ivyze , waar van in de Handelinge der Apoftelen gefproks» ivert, die de eidele Konjien gepleegt hadden, brengen hun Boeken, en tier" branden die voor al het Folk. Welkers getal zo %root was , dat als de Prys wiert opgenomen, rnen die bevond vyftig duizem zilver e Penningen. Ik en zal my nu niet uitlaten, om al de bezonderhsden van dit Stuk aan te wyz<-'», de-
|
||||
|
van Vrankryk. 4ff
tuyl het in Prent gebragt is door Stef'. Picart, en dus by ieder bekent is.
Onder andere Werken die by gemaakt heeft, is ook in het Huis van den Heer Lamkert, op Un-Ze Lieve brouwen Eiland, een Solierfluk van een Zaal, daar hy de Geboorte van Klipido verheelt heejt ; het is in een van de Vertrekken van die zelve Plaats, dat Le Brun, dis beroemde Gallery fchtlderde, in welks vervolg eett Cabinet gevonden wert , in -welk alle de Schilderyen van Le Sueur zyn; in het Solderftuk is ten Phaëton verheelt, en in het Alkoof zyn de Negen Mufen, ieder met hun byzondere eigen' fchappen, op een verheve wyze gefchildett.
Le Sueur maakte ook voor de Capucynsvande Straat St. Honoré, een ftervenden Chrijius, en tn de Kerk van St.Germain de l''Aitxei rots, een "tafereel van Magdalena , en een van de Martel- doot van St. Lauremtius.
In lófi jchilderde hy voor de Geejlelyken van Marmoutier , twee Taferelen, die de Htflorie van St. Marlen verbeelden. Hy maakte ook in den zelve» tyd eenige Werken in een Capel van de Kerk van Sint Gervais tot Parys. En in ver-fcheide andere Plaatzee» Maar het Alleraan-ziexelykfte , dat hy op het einde zyns Levens fchilderde, zyn de Baden voor den Heer Prefi-dent de 'Tongni , in zyn Huis op het Lieve Vrouwen Eiland. En een groot Stuk , tot een Patroon voor een Tapyt, dat de Parochie van St. Gervais wilde doen maken, om de tiiflorie, en de Martel-doot van St. Gervais en Si. Pro-tais te verbeelden. Hy had telfs een tweede Schildery begonnen , van het zelve onderwerp: maar het niet hebbende kunnen voltooijen, zo ir Ff 4 bet--
|
||||
|
4f Schoaïe
het dêor Thomas Gouffe zynLeerling, en Jchoo» Broeder volvoert. *
Alle deze Werken zyn voldoende om de ver-dienfte van Le Sueur te doen kennen. Zyn Te^ keningen ( waar van de Heer Girardon Beelt-houwer , 'er een greot getal, die zeer uitnemende zyn zorgvuldig bewaart, ) ontdekken ons ivat moeite dat hy aanwende om alles met nor-deel te doen. 7.o dat men befluiten moet, dat indien by langer bad gekeft, zyn geftadige jlw die hem bekwaam zoude gemaakt hebben, om zyn Werken tot de uitterjie volmaaktheit op te voeren.
Het aanmerkelyke dat verder in de Werken "van Le Sueur doarflak, was dateer niets , dat naar gemaaktheit riekt, in gevonden wert, het was de fchoone natuur verkozen naar het fchoone denkbeelt, die by in al haar verfcheidcnlheit ver-» êeeUe, naar dat de onderwerpen zulks verei/icn, hebbende geen een gejlalte , geen manier van groepen, van fchikken, nog van kleden, die hem meer eigen was als eenige anderen , een gewis Merkteken van de kragt en gemakkclykheit van zyn verflant , dat z>g aan mets onderwierp van het geen hy gezien, nw zelfs van het geen hy gemaakt had, ztg de voorwerpen verbeeldende , zo als de waarfchynelykheit van zyn Hifto-rie die vereijie. Zyn goet Oordeel had ham ïh Zyn Jludte , naar de Beelden enBasrelijeven der dra teken doen verkiezen, 't geen 'er Groot, E-del, en verheven in was, zonder 'erin naar te ■volgen, het geene 2y droog, hart, en onbeweeg--fyk hadden, en hem uit de Werken der Moderne
doen
* le Comte doet een verhaal, van alles wat hy Pefchil. «Xt heeft, ca wyft aan waar tja ftukken te vinden ryn, '
|
||||
|
van Vrankryk,
doen trekken het bevallige , natuurlyke en ge~ makkelyke, zonder m het zwakke, en in hetgeen van een kleinen aart genoemt wert te vervallen. JZmdelyk, hoewel Le Sueur nooit uit Vrankryk gegaan /x, zo heejt hy nogtans Werken van een rtitflekenden aart gemaakt'■, en dit is het dut ons doet oordeclen , dat een Man die waarlyk voor de Schilderkonfl geboren is, Z'g altoos de zelve Denkbeelden nan fchoonheit vormt, die de /Wtrgrootfle Mannen van alle tyden gehad hebben. Dit ontdekt zig in de Werken van Le Sueur , die zonder te Romen geweefl te Zyn , de verjiandigfte Konjikcnners doet zeg~ gen, dat hy by naar een volmaakt Schilder is
f e weeft , en dat zyn Werken op weinig naar et /Illerapperfte van de Kon/i berykt hebben, If-^aar uit men afnemen kan , dat het niet vol-flrekt nootzakelyk is zyn Jludie te Romen te doen, om bekwaam in de Schilderhinfl te werden. Hy wiert ongelukkig door de dooi weggerukt , tot groote droefheit van alle de Konjl-beminnaan , in de May-maand des jaars 16yf. en zyn Lichaam wiert begraven in Kerk van Stefantts du Mant,
L A U R E N S
*
DE LA
H I R E.
WAs in ïyn leven in groot aanïien , fa was de eenige onder alle de Schilders van zyn tyd, die de manier niet en volgde van Ff Vouec.
|
||||
|
4f De Schoole
Vouet. De zyne was van geen beter aart, vf was meer naar gezogt, uitvoeriger, en natuur-lyker , maar altoos laf en geeHeloos. Zyn Laridfchappen zyn méér geagt als zyn Beelden, hy voerdenze fterk uit en fchilderde net. Hy was zodanig verbonden aan de wegwykende perfpeétive, dat hy zyn varfchieten als in een * PEx * damp Welde, naar de manier die hy van Dc-halaifon. fergues geleert had, hy hindelde met de Beel-Loin- t'en a's met ^e * vcrfchieten : want uirgeno-tins. men de geen die op den voorgrontwaren, alle de andere naar maate van de afwyking fciiee-\ Brouil-nen 'n een i nevel of mift te zyn , en hen zel-id ven daar iu te verliezen , naar mate van hun afllant. Zyn Zoon heeft de Schüderkon/l verlaten , om zyn vaardig vernuft en begryp aan deMathematize ftudie te kofre te leggen, waar in hy een der aller vermaarde onzes tyds geworden is.
j WAARSCHOUWING,
Het volgende berigt is opgegeven door den Heer de La Hire , /// van de Academie der Wetenfchappen , en Pro-f*JJ'or in V Koninklyk Collegie.
T" durens de la Hire wiert gebaren in Parys, y i in 't jaar 1606. had^een andere Meejlers tn de Kon/l als zyn Vader, die hem de eer/Ie Gronden leerde : ' maar zyn peneigtbe'tt voor deze Kon/} , deed hem in korten tyd geweldig vorderen , z'g t'eeaemaal overgevende om het
kven
|
||||
|
van Vrankryk. 4f
ven te volgen in een menigte van Hifi'on'e-ftuk-en , die hy voor zyn oeffemng jchilderde. On-Ier andere maakte hypereen, verbeeldende de Vlarteling van St. Bartholomeus, waar door hy ■jee/ aanzien verkreeg. Men kan dit [tuk zien 'n de Kerk van St. Jacob, dit Tafereel is krag-tig en in de groote manier gefchildert. Maar de agti'/ig die hy zig verkreeg in een lyd als Vr niemant in Parys was die in vermogen tegens hem aan kon de, verfchafte aan hem veel'Werk, dat hem in een zwakker manier deed vervallen, als die hy van te voren gevolgt had.
Hy maakte verfekeide Cabinetjlukken die hy met groote vlyt uitvoerde, en met Architeéluur en Landfchap dat hy wei verftnnt verfierde. Hy liet ook niet naar als de gelegentheit voorkwam, verfcheide Kerk/lukken te fchilderen , zonder van zyn manier af te gaan.
Omtrent dezen tyd maakte hy eok alle de Tekeningen tot de Tapytferyè'n voor de Kerk va» St. Steven du Mont , die zeer uitvoerig ware» Getehnt met zwart hyt, op Blaauwagtig Papier , daar op gewaff'en , en met wit gehoogt; ■waar van'er maar eenige ter uitvoeringgebragt Z.yn. Men geeft hedendaags den naam aan deze Tekeningen (dog valfchelyk) datzevan de hand ■van Eujlache Le Sueur zyn, 't geene aan deze doling onder de Liefhebbers plaats hcejt gegeven, is, dat een van de Broeders van Le Sueur, in "'t groot naar de 'Tekeningen van La Hire, de JPatroonen voor de 'ïapytmakers Gefchildert beeft.
Eindelyk de Antieken die men tot Parys ge' Iragt heeft, en eenige Printen naar de groot/ie Mcefters van ltalienr deden hem ds Oogen opeHy
hy
|
||||
|
460 I>e Schoolt
hy fchilderde vervolgens een afdoening van 't Kruis, voor het groot Autaar van de Cipncy-nen van Rouuan , dat van dit Jlag zyn laajle Werk is. Want eenige zwaklykheden op het einde vats zyn dagen lieten hem met toe, als het maken van kleine Landfchapjes , die hy netjes, ttilvterig , en met veel opmerking Jchilderde '. hy Jiorf in 't jaar iójó.
Zyn Zoon Philippus had groote liefde tot ie Konfi , en om dat hy verflingert was op de dingen, die, naar Raphaèl gedaan, tot Pary t te zien zyn, trok hy naar Italië, hield zig eeltig jaren in Romen op, met groote vlyt ftuderenk naar de (tukken van dezen grooten Schilder: maar hy verliet deze oejfening, om dat de ge-neigtheit die hy van zyn Kindshei/ af de Geometrie had toegedragen, en de ftudie die hy tot vermaak daar in dede, hem eenige nieuwigheden in deze wetenfehap ontdekte , het welk ty in druk liet uitgaan, in 't jaar 1673. 't geen hem aanleiding gaf tot een plaats in de Academie der Wetenjchappen, ander de groote Mannen die dit dotrlugtig Lighaam uitmaken , en een Ampt van ProjeJJor in V Koninkl\k Cotlegi) van Vrankryk , dat hy tegenwoordig in 't jaar 171 f. nog hekleed.
MICHEL DORIGNI.
GEboortlg van St. Quinten in Picardicn, Difcipel en Behuuwde Zoon van Vouet, heeft van naar by de manier van zyn Schoonvader gcvolgt, en het grootffe gedeelte van tyn Werken ge-etft , daar hy de opregte ei-genfehap van Vouet in gebragt heeft , hy is
|
||||||
|
van Prankryk. 4<Jï
geftörven Profeffor van de Academie in't jaar 16É5-. oud agtenveertig jaren.
CHARLES ALFONSE du FRENOY.
GEboren in 't jaar 1611. was de Zoon van een voornaara. Apotheker in Parys, die hem met alle mogelyke zorgvuldigheit optrok, niet oogmerk om van hem een Doétortn de Medicyncn te maken. De eerfte jaren die hy in de Collegien doorbragt beantwoorden gelukkig het voornemen zyns Vaders, door de groote voortgangen die hy daar in dede: maar io dra was hy niet in de hoogfte Schooien, dat hy den fmaafc van de Digtkonft kreeg, of zyn Geeft voor dezelve te voorlchyn komende , behaalde daar in den Frys ter plaatze waar hy tig bevond. Zyn geneigtheit wiert fterker door de oeffening, en gaf uit de beginzelen te oordelen , dat hy te eeniger tyd een van de grootfteDigters zyner Eeuwe flont te worden, indien de liefde tot de Schilderkonlt hem niet te gelyk ingenomen, en zyn begaaftheit verdeelt hadde.
Eindelyk de ftudie in de Geneeskunde verlatende , verklaarde hy zig geheel en al ten voordeel van de Schilderkond:, in weerwil van den tegenltant zyner Ouders,die, zonder eenig op7.igt te hebben tot de geweldige genegen-heit hunnes Zoons, alle de hardigheden dieze konden bedenken in 't werk (telden, omhein van zyn voorgenomen befluit af te wenden, om datje een .geringe bevatting van de Schilder-
|
||||
|
q De Schoolt
derkonft hadden, dezelve als een veragt handwerk aanmerkten, en niet als de Eedelfte vaii alle de Konden.
Edog alle de tegenftant dien men in 't werk ftelde , deed niet als deez' waifende drift aan-groeijen,en zonder met beraden tyd te verliezen , gaf du Frenoy zig ten eencmaal over aan Gcnie.de * neiging die hem aanporde. Hy was omtrent twintig jaren oud, wanneer hy begon het Crion in de hand te nemen, en de Tekenkonft onder Perrier en Vouet te leeren. Maar by naar twee jaren in deze oeffeniug hebbende doorgebragt, zo trok hy naar Italien ^ daar hy in 't jaar 1634. aankwam; en Mignard hem daar in 't jaar 1636. vindende , verbondenze zig in vriendfehap met elkander, dat tot hun doot geduurt heeft,
Geduurende de twee eerfte jaren die Frenoy in Romen door bragt, was hy niet in ftaat om 2yn koft te winnen; zyn vergramde Ouders, wiens raad hy niet had willen volgen, trokken de hand van hem af, 'tgcenezy hem voor zyn vertrek gegeven hadden was niet genoegzaam geweelt om zyn reiskoflen goed te maken. Aldus in Romen nog vrienden nog bekenden hebbende , vond hy zig rot zulk een uitterfte g<"bragt, dat hy den meeden tyd zyn Zelven fpysde met brood en een weinig kaas. Nogtans had hy minder bekommering over zyn flegten ftaat, als over de fiudien in de Schilderkonft , die hy met grootcn yver voort Zette , als wanneer hy op de aankomft van Mignard, een behulpzaam vriend gewaar wierd, waar door hy wat ruimer lugt kreeg. Dewyl 't verftant van Du Frenoy van dien
aart
|
||||
|
van Vrankryk. 46$
aart niet was , om lig met tamelyke weteir fchappén vergenoegt te houwden, zo wilde hy zyn honit tot den wortel toe omwroeten, en het * zuiverüe wezen daar uittrekken; hyftu-»Quis-deerde vlytig naar Raphaél en naar het Antiek /efience. hy Tekende met een ongemeenen lult alle A-vondcn op de Academiën : en naar maate dat hy de Konlt doorgronde, fchreef hy zyn Aanmerkingen daar op flaande in Latynze Vaer-ten. Het eene ligt verleende hem het andere , en zyn Geelt allengs vervult met alle de nootzakelyke Wetenfchappen tot zyn voornemen behorende , nam hy een ontwerp voor, om de Konftregeleu in Poëzy voor te (lellen, dat hem veel tyd en overdenking kofte. Hy liet het aan al de verftandigen zien, daar hy of meerder verligting of goetkeuring van erlangen konde
Hy had een ongemeene liefde voor de Wer ken van Titiaan, aan de welke hy boven alle andere den voorrang gaf.. Ter oorzaak , zeide hy, dat vau al de Schilders,Titiaan degrootite navolger van de natuur geweeft was- Hy Co-pyëerde in Romen het allervoornaamfte van Schilderyen , met ongelooffelyke naarftig-heit.
Hy verftont zeer wel het Grieks en deDig-ters : de tyd dien hy beftede aan het lezen, en om van de Schilderkontt te fpreken met Lieden van oordeel, die hy bekwaam vond, om aan hen zyn gedagten voor te dragen, liet hem weinig over oin te arbeiden ; ten anderen fchynt het dat hy moeite had om te> fchilderen, 't zy dat de diepe Theorie zyn hand vaft hield, of dat hy van niemant de handeling
de»
|
||||||
|
4.54 &e Schooïe
des Penzeels geleert hadde, hy was langzaam in zyn fchilderen : hoe dat het zy, zyn Werken zyn in klein getal.
Dewyl hy veel in Euclides gcftudeert, en een uitmuntende verkiezing had, van de Ai-chiteftuur, begon hy de (tukken en brokken van de Aloude Gebouwen te tchilderen , die in en omtrent Romen zyn. 't Welk hy ver-kogt om flegs te bellaan , dezelve Stukken by naar voor niet gevende. Al zyn Werken by den andere genomen, zullen omtreiiü vyftig Hiftorie-Stukken uitmaken , en eenige Landfchappcn die hy voor bezondere Liefhebbers getchildert heeft, zonder al de Co-pyen te tellen , die hy gemaakt heeft naar Tiriaan.
Onder alle zyne Werken was niets dat hy meerder beminde, als zyn Poëzy over d£ Schilderkonft. Hoe begeerig dat hy was om het te laten Drukken , zo wilt hy wel dat het onnut zoude zyn , het zelve in het ligt te geven , zonder een Frarize Overzetting , en dat de lange afwezentheit uit^zyn Vaderlant, hem (om zo te zeggen) zyn taal had doen vergeten , derhalven (lelde hy het openbaar maken altoos uit.
Eindelyk heb ik het op zyn verzoek, en volgens zyn meening in onze taal gebragt. Hy ging zeide hy , de aantekeningen opftellcn , om zyn gedagten beter op te helderen , als wanneer hy van een beroertheit wiert overvallen , daar hy van ftorf, by een van zyn Broeders, vier Meilen van Parys, in't jaar 166c. oud vierenvyftig jaren.
|
|||||||
|
AAN'
|
|||||||
|
van Vrankryk. AANMERKINGEN.
Over de Werken van du F R E S N O Y.
IK heb du Frefnoy gemeenzaam gekent: hy had my xyn vricndfchap en vertrouwen medegedeelt', hy ftond toe dat ik hem zag ar-beiden, ( dat hy aan niemant toeliet, ter oorzaak van de moeite die hy had om te fchil-deren, ) het groot getal wetenfchappen, daar ï.yn Geeft van vervult was , en zyn geheuge-nis die hem ligtelyk de dingen te binnen bragt, wanneer de minfte gelegenhcit zig op dede, maakten dat zyn ommegang , hoewel zeer nut, zo vol van * uitweidingen was, dat hy* dikwils het voornaamfte onderwerp kwam te verliezen: dat verfcheide Perzonen heeft doen zeggen , dat zulks voortkwam van een overvloed van Denkingen, die de wakkerheitvan de Inbeelding hem veroorzaakten. Voor my, die hem van naby gezien , en wel opgemerkt hebbe , het heeft my toegefcheenen, dat zyn f Inbeelding in der waarheit wel verheven , f maar niet levendig genoeg was!, en het vuur dat haar bezielde genoeg gematigt. 't Is zeker dat hy nimmer over zyn eerfte gedagten vol-, daan was, maar dat hy hen befchaafde , en in zyn Geeft overwoog met alle bedenkelyke omzigtigheit. Om hen te verfieren, bediende hy zig van de behoorly-e omftandigheden, die hy oordeelde noodig te zyn, en van de verüg-Gg ting
|
||||
|
4<S<5 De Schoole
ting dien hy aan zyn gelecrtheit verfchuldigt
was.
Het was volgens deze gronden die hy, in zyne Poëzy ontworpen had, dat hy tragte zyn gedagten uit te voeren. Hy arbeide met veel traagheit, ik zoude hem wel grooter wakker -heit hebben toegewenfcht, om meer geeft aan üyn Penzeel te geven, en om zyn denkbeelden in fchoonder luider te tonen. OndertufTen liet hy niet naar om zyn oogwit te vervolgen, door de Theorie: en men heeft reden Om verwondert te zyn, dat deze zelfde Theorie, die hem van de deugt des werks verzekering doen moert, hem de hand niet [louter heeft gemaakt. Al wat men hier op zeggen kan is dit, dat de groote befchouwing ook een groote oeffefiing nodig heeft , en dat du Frefnoy geen andere inagtig was, als die hy verkrecgen had, door de weinige Schilderyen van zyn hand gemaakt.
^ riet is ligt uit zyn Werken te zien , dat hy Carats naar tragte in den aart der Tekenknnft, en Titiaan in het Coloriet : zo als hy zig ook dikwüs verklaart heeft. Wy hebben onder de Franzen geen Schilder gehad, die Titiaan zo na by gekomen is als Dl. Frefnoy, men kan onder andere van twee Schilderyen oordelen , die hy maakte tot Venetien, voor den Edelen Marcus Paruta , waar van het eene een half Lyf verbeeldt van de Hcillige Maagt, en het ander een leggende Venus. 't Geen hy in Vrankryk gefchildert heeft, is ook van dien aart , inzonderheit dat hy maakte tot Kind, voor den Heer Bordicr, Intendant van de Financien : dit Konftwerk gaat voor het befte
dat
|
||||||
|
van Vrankryk. 467
dat hy gemaakt heeft, in het oordeel van ver-ftandige KenderS. Maar indien het klein getal Stukken , die hy heeft gefchildert , niet genoegzaam in ftaat zyn om zyn naam over verlcheide geweiten van Europa te verbreiden, zyn voortreffelyk * Gedigt over de Schilder-konft zal hem zo lang doen leven , als deze Kond in eenige agting in de Waereldt zyn zal.
NICOLAS MIGNARD.
VAn Trojes in Champagne, oudfte Broeder van Pierre Mignard, bygenaamt de Romein , heeft in lynen tyd dezelfde agting niet gehad als den laalten, maar hy heeft delen genoeg gehad in de Kond, om zig zo wel als hy boven het getal van gemeene Schilders te verheffen. Hun Vader genaamt Pierre , die den tyd van twintig jaren den Koning in zyn Legers gedient had , liet de vryheit aan zyn twe Zonen , om hun geneigtheit voor de Schilderkonft op te volgen. Nicolas leerde de beginzelcn by den belten Schilder , die zig als doen in de Stad Trojes bevond : en om meer in de Konft te vorderen , ging hy tot Fontai-ne-Bleau ftuderen naar de Antieke Beelden, en de Schilderwerken van Primaticio, die aldaar zyn. Maar begrypende dat den oorfprong van de fchoonheden die hy nafpeurde, in Italië was te vinden , wiJde hy derwaards de rei-ze aanvangen. De gelegentheit tot zeekere Werken hield hem eenigen tyd op tot Lions: maar veel langer tot Avignon, alwaar '.7 verliefde op een Dogter , die hy trouwde op zyn Gg i we-
|
||||
|
a68 T>e Schoole
wederkomü uit Italië (dit heeft hemto noemen Mignard van Avignon.; Naar ver-blyf van twee jaren in Romen, en eenigc jaren in Avignon by zyn Schoon-Vader wie t by door den Koning aan 't Hof ontboden, die hem leerde kennen, alshy door Avignon trok, in den tyd van zyn Huuwelyk met de Infante van Spanje, in 't jaar iójo.
Mienard zynde tot Parys aangekomen, wierd aldaar aan 't fchilderen geftelt door het Hof, en door andere aan verfcheide Werken, Proeven van zyn bekwaamheit gevende ; hy fchilderde veel Portretten : maar zyn 1 alent was eerder tot de Hiflorien. Hy lnventeerde verrtandig, en het behaagde hem Poetize onderwerpen tebehandelcn. Egter was het vuur van zyn Inbeelding middelmatig, hy vergoede dat door een groote naauwkeurigheit, en zuiver-lyk tt fchilderen. Zyn al te groote vlyt deed hem (tervcn van de Waterzugt, in'tjaarioóa. tot groot leetwezen van alle de geene die hem gekent hadden ; want hy was niet minder een eerlyk Man, als goet Schilder. Hy was ook Redor van de Academie, dewelke zyn Lyk-dienften by woonden in de Kerk van de Feuil-lanten, daar hy begraven wiert.
CLAUDE VIGNON
GEboortig van Tours, volgde in heteer-Üe de manier van Michelange de Cara-vagio , en fchilderde in dien aart Stukken daar groote kragt in was, zyn vaardige hande»
|
|||||||
|
lingi verfchafte hem veel Werk , en om ieder een te voldcen, maakte hy zyn manier voort-
|
|||||||
|
varen-
|
|||||||
|
van Frankryk, 4
voortvarender, maar ongelyk minder in kragt, als zyn voorige gewoonte van Schilderen Hy deed alles gemakkelyk, en zy n wyze om de Tinten aan te leggen, beftond daar in om dezelve op hun plaats te ftellen , zonder hen te verceni-gen, en al fcbilderende t'elkens Verw daar byte voegen, zonder hen in den anderen te doen fmelten, door de beweging des Penceels; in voegen dat de oppervlakte van zyn Taferelen, zeer rouw en oneffen in het aanzieïi waren. Derhalven is zyn manier flegs uit gewoonte en handeling beftaande zeer ligt te kennen, en dewy 1 hy zelde met de natuur en het Anticq raat-pleegde , en dat zyn vindingen en uitdrukkingen niets bezonders nog ongemeens hebben, zo werden zyn Stukken van de Liefhebbers niet gezogt. Hy was zeer ervaren in de kennis van de manieren , en om de Schilderyen op hun Prys te fchatten. Hy florf in hoo-gen Ouderdom in 't jaar 1670.
SEBASTIAAN BOURDON
|
||||||||||
|
G
|
Eboortig van Montpellier, bezat een groot vuur in zyn Geeft, dat hem niet
|
|||||||||
|
toeliet om veel te overwegen , nog genoegzame aandagt te beftedcn aan de wezentlyk-fle delen van zyn Kond Zyn ftudien die hy in Italien oeffende, wierden zelfs afgebroken door eenig * gefchil dat hem nootzaakte te* q vertrekken naar een klein verbly f aldaar: nog-reiic. tans had hy een overvloedig vernuft , dat hem genoegzame goede dingen deed te voorfchyn brengen in zyn eerfte Werken. Die hoop gaven van een ongemeene bekwsaamheit. Gg 3
|
||||||||||
|
De Schooïe
De Burgerlyke Oorlogen in Vrankryk, die de oeffening der fraeije Konften aldaar deden ftilftaan , ipoorde hem aan om een reis naar Sweden te doen, daar naar toegetrokken door de vermaartheit van de Koningin Chriftina. Maar deze Koningin hem in't geheel geen ander Werk gevende, als alleen haar Portret te fchilderen , zo was zyn verblyf aldaar niet lang; en het vuur van zyn Geeft niet over een te brengen zynde met de koelheit die hy daar ontmoette , zo kwam hy wel haaft weder in Vrankryk om gelegenheit tot Schilderen te zoeken. Indien hy niet aan alles heeft voldaan , dat van hem verwagt wierd , ten min-ften heeft hy zyn agting (taande gehouden door de ongemeenheit van zyn Vindingen, en door de levendigheit van zyn uitdrukkingen. Maar om dat zyn geeft niet wiert beftiert door een va(t oordeel , zo ging hy zig dik-wils in uitfporige Inbeeldingen te buiten; die na datze den aanfehouwer behaagt had-^Bizar- den, door een * aantrekkelyke vremdigheit, renes pi-voor een fchrander oog Jn wildheit vervie-guantes,]en , als zy maar een weinig werden overwogen, 't Is zo niet gelegen met zyne Laud-fchappen die hy heel wel maakte, en ik heb 'er verfcheide gezien, die een uitwerking zy-ner fchoone gedagtcn zyn, en daar de vremdigheit niet anders als aangenaamheit aan by-zet, om dat hy 'er zeek're ongewoone gevallen in te pas bragt, die hy uit de Natuur ftudeerde, en met een gezwinde en ligtvaar-dige hand uitvoerde. Het is waar dat de gronden die ongemeen zyn, niet altyd regel ■ matig of wel gefchikt zyn. Hy was niet
xeet
|
||||
|
van Vrankryk. 47
leer uitvoerig in zyn fchilderen, en de aller" uitvoerigfte zelf, zyn niet altyd de aller-befte.
Hy wedde eens met een van zyn goede Vrinden , dat hy op een dag , twaalf Tronien naar het Leven zoude fchilderen , zo groot als de Natuur; en won het. Deze Tronien zyn de minfte niet die uit zynPcnceel gevloeit zyn. Hy heeft veel Werken gefchildert , waar van de voornaamfte zyn , de Gallery van M. de Bretonviliers, in Onze Lieve Vrouwe Eiland , en de zeven Werken van Barmhartig-hcit , die hy zelfs Ge ëtft heeft , en in Prent uitgaan. Dat onder al zyn Stukken de meefte agting verdient, is de Marteling van den Heiligen Petrus, dat hy voor den Mey-tyd fchilder-de van onze lieve Vrouwe Kerk, en dat daar bewaard word als een van de fchoonfte Stukken die daar te zien zyn.
Hy was van de Gereformeerden Godsdienft, van goede zeden , en zeer geagt in de Academie, daar hy Reéror van was. Hy fchilderde voor den Koning in de beneden vertrekken vau de Tuilleries als de doot hem overviel, in 't jaar 1671. Omtrent zeflig jaaren oud zynde.
SIMON FRANCOIS
GEboren tot Tours in 't jaar 1606. van zyn Kindsheit af geneigt tot godvrugtigheit. Hy wilde zelfs een Capucyn worden : maar xyn Ouders hem belet hebbende, zogt hy een beroep dat eigen was om hem in heillige be-fpiegelingen opgetogen te hou wden, wanneer by geval iyn oog, viel op een Schildery van de ■ Gg4 Ge-
|
||||
|
47 Schoole
Geboorte van onzen Heilant , trof hem dat zodanig, dat met de gedagten van dierge-lyke te kunnen maken , hy voornam om een Schilder te worden. Derhalven is't niet door eeri kragtige neiging geweeft, dat hy de Konft * Voca- omhelfde , maar als door een * roeping die tion. jets ongemeens fcheen te hebben ; want zyn f fioid, vernuft was genoegzaam f koud, hoewel dat hy anderzints verftants genoeg had , om den gemeenen weg van de Schüderkonft te bewandelen-
Hy had geen andere Meefter als de goede Schilderyen die hy Copyeerde, Hy fchilder-de ten eerften eenige Portretten, en den Heer de Bethune zyn voorftander, die als Ambafla-deur naar Romen ging , nam hem met zig, en verzag hem met een Penzioen van den Koning. Hy bleef in Italië tot het jaar 15-38, zyn wederom-reize nemende door Bologne, maakte hy aldaar vriendfehap met Guido, die. hem zyn Portret fchilderde.
Op zyn aankomft in Vrankryk was hy ge ■ lukkig genoeg , om de eerfte Schilder te -zyn, die de eere had om den Dauphin te fchilderen, die de Koninginne luvam ter Waereldt te brengen. Dit eerfte Werk gelukte hem zo wel, dat hy reden had te hopen, dat het Hof, dat zo vergenoegt geweeft hadde , hem verzeekering doende van gunften en voordelen, hem in 't vervolg zoude dragen, en hem groote Werken aan de hand geven ; maar wordende door eenige ongunft die hy niet verdiende overdwerft, verliet hy het Hof om een afgezondert leven, meer met zyn Oogwit overeenkomende, te ld
Daaj
|
||||
|
van Frankryk, 473
Daar was het dat hy in goeden ernft dagt, om 2.ig niet anders met Schilderen bezig te houw-den , als om zyne zaligheit te bevorderen , en dat hy voornam niet als Geeftelyke Taferelen te fchilderen , in welk voornemen hy zig zo-, danig verfterkte , dat het overige van zyn levens tyd een voorbeeld van een volmaakt Chri-flen geweeft is. Onder andere deugden die men hem zag oeffenen , was die van de lyd* aaamheit een van de aanmerkelykfte, want ge-duurende de agt laafte jaren van zyn leven, ftont hy de fmertelykfte pynen uit van de (teen, met een ongelooffelykc ftantvaftigheit. Hy Overleed in't jaar 1671. en de fteen, die naar xyn doot by hem gevonden wiert, woeg de zwaarte van een pont.
Men ziet van zyn fchilderyen geene in de Konftkamers ; daar zyn 'er in eenige Kerken van Parys, en 't is niet bezwaarlyk op het zien van dezelve te oordelen, datderzelverMeefter eerder een Godvriigtig als een groot Schilder was. Zeer gelukkig evenwel daar in, dat hy van zyn Konft zig heeft weten te dienen, om veel liever den Hemel te verkrygen, als een eidele vermaartheit.
PHILIPPE de CHAMPAGNE
GEboren tot Bruffel, in 't jaanóoz. van gemeene maar eerlyke Ouders , van zyn liindfe jeugt toonde hy zyn ongemeene geneigtheit tot de Schilderkonft. Hy verwif-felde verfcheide malen van Meefters, dat gemeene Schilders waren , behalven de Fou-ouiere die hem leerde Landfchappen fchilderen. 4 Gg f bc-
|
||||||
|
474 De Schoote
belangende andere zoorten van fchilderen,
moet men dezelve niet ais aan zyn groote vly-
tigheit ,en den luft dien hy had om te vorderen,
toewyzen.
In de hevige drift die hy had om te leren, logt hy naar iemand die hem onderwyzen kon-de : maar geen Meefter zodanig als hy wel wenlte aantreffende, nam hy het befluit geen andere als de natuur te nemen, diehy zedert volgde , zonder veel verkiezing, hoewel regel matig genoeg.
Op het negentiende jaarzynsOuderderdoms nam hy voor naar Italien te gaan, en de reize door Vrankryk te nemen, en zig daar zo lang op te houwden, als hy naar de voorkomende gelegenheden nodig zoude oordelen. Aangekomen in Parys, nam hy zyn intrek by een zeer flegt Schilder VAllemant genaamt , die veel te werken had. Hy verliet deze om zig aftezonderen, en ging woonen in hetCollegie van Laon, alwaar Pouflin naar zyn eerfte we-derkomrt uit Italien infgelyks zyn verblyf had, deze ontmoeting verbond hen met een zoort van vriendfehap, en was oorzaak dat een Schilder Du Chefne genaamt, die hoewel onervaren het Schilderwerk van het Paleis van Luxemburg had ondernomen, deze twee daar aan te werken (telde , PoufTm aan eenige kleine *Lsm- dingen in de * borftwering , en Champagne btis. aan 't fchilderen van eenige Stukken in 't vertrek van de Koningin, die zo veel behagen daar in hadde , dat du Chefne niet konde nalaten 7.yn afgunfl te betuigen, waarom Champagne" die liever de vrede als voordeel beminde, de gele-legenheit waarnam om weder naar Bruflel te
kee-
|
||||||
|
van Prankryk. qj
keeren , om zyn broeder te bezoeken, en van daar de reis naar ltalien over Duitfland te nemen. Maar hy was zo dra niet tot Bruffcl aangekomen , of de Abt van St. Ambroiius, die Upziender over de Gebouwen was, liet hem de doot van Du Chefnc bekent maken , en verzogthem weder in Vrankryk te komen. Hy nam daar aanftonds het bewint aan, over het Schilderwerk dat de Koninginne voornemens was te laten doen, die een Woonplaats in't Paleis van Luxemburg , en een Penfioen van twaalf hondert Guldens aan hem gaf. 't Was in dien zelfden tyd, dat zy hem liet fchilderen voorde Carmeliten , en dat hy de Dogter van Du Chsfne trouwde. Dewyl hy groote liefde voor de Konft had, en zeer arbeidzaam was zo heeft hy een oneindig getal Werken ir! Parys, en voor't geheele Koningryk gefchil-dert. Onder andere Plaatzen ziet men'er in de twee Kloofters der Carmeliten, inde Voor-ftad van St. Jacob, en in de ftraat Chapon; op het Calvaric van de Voorftad St. Germain', in 't Koninklyk Paleis; in 't Capittel van Ons Lieve Vrouw van Parys , en in verfchcida Kerken : zonder een oneindig getal van Portretten te tellen, die hy heel wel deed gelyken en uitvoerig fchilderde. M. Poncet, Raads-Heer van 't Hof der Aydes, die een van zyne goede vrienden was , verzogt van hem dat hy zyh Dogters Portret wilde fchilderen , die des anderen daags, zynde Maandag, haar in het Carmeliter Kloolkr ftont te begeven , niet meer als dezen laallen dag over hebbende, dat ïy de Menden van de Wereldt zien konde. Maar Champagne maakte zwarigheit om op
|
||||||
|
een
|
||||||
|
/
|
||||||
|
47 Schoolt
een Zondag te fchilderen , en was nog door beloften , nog bidden van zyn vrind te bewegen ; want behalven dat hy een goet Chriften was , zo was hy ook niet ftcrk op zyn voordcel geltelt , gefyk als men uit het volgende kan oordeelcn.
De Cardinaal van Richelieu , hebbende nimmer Champagne konnen bewegen , om den dienft der Koninginne te verlaten , door de beloften en aanbiedingen van grcote voor-deelen voor hem en de zyne , kon zig niet weerhouden om zyn getrouwheit te pryzen , en zyn verbintenis daar hy by volharde des te meerder te agten. De eerfte Kamer-Dienaar van den Cardinaal , die aan hem het voorlïel gedaan hadde, voegde daar by , dat hy niet anders als te wcnfïen had , en dat zyn Meefter hem niets zoude weigeren; waar op Champagne antwoorde, dat indien myn Heer de Cardinaal hem beter Schilder kon-de maken , als hy was, het de eenige zaak zoude zyn , die zyn Eerzugt het meeft bedoelde , maar om dat dit onmogelyk was , * Emi- ïo wenfte hy van zyn * Uitmuntentheit nence. niets, als de eere van zyn goede gunden te mogen genieten. Dit antwoort dat aan den Cardinaal overgebragt wiert, wel verre van hem te verbitteren , deed de agting die hy voor dezen Schilder had des te meer aan-groeijen. Al was het dat Champagne af-floeg om in den dienft van den Cardinaal te treden , nogtans was hy niet afkeerig om voor hem te fchilderen. Onder anderen heeft by. verfcheide malen zyn Portret gemaakt,
dat
|
||||
|
*van Vrankryk, 477
dat al van het befte is dat hy van zyn leven ge-fchildert heeft.
Hy was langen tyd in groot aanzien , tot op de aankomlt van Le Brun uit Italien, die ftraks door zyn bekwaamhcit , en door het middel van vermogende voorflandcrs, wel haaft het roer der Schilderkonft in hande nam, en ingevolge eerfte Schilder van den Koning gemaakt wiert, ionder dat Champagne ooit de ininfte jaloufie daar over heeft laten bly-ken.
Hy haduitayn Huuwelyk een Zoon en twee Dogters ; van deze drie Kinderen bleef hem niet als één Dogter over, die hy teder beminde , en om dat zy Geeftelyk wiert te Port Royal , (alwaar zy in de koft beitelt was, ) kreeg Champagne daar door genegentheit voor het Convent, en voor de Perzoncn die daar toe betrekkelyk waren , die men in dien tyd de naam gaf van Janfcniften. Hy üorf in 't jaar 1674. in den Ouderdom van twe-enzeven-tig jaren , ge-êert en bemint van alle die hem gekent hadden, zo wel om zyn Konft , als om zyn deugden.
AANMERKINGEN
Over de Werken van CHAMPAGNE,
DE 'grooce geneigtheit die Champagne van zyn Kir.dsheit af tot de Konlt toonde, s met geen verhevenheit van Geeft gepaart.
Men
|
||||
|
478 De Schoole
Men kan niet ontkennen dat hy veel groote Werken heeft gemaakt, en dat hy met weinig moeite iuventeerde, maar zyn Geeft was koud én zyn frnaalc behield veel van zyn Landaart.
Hy is altoos zeer aan de natuur verknogt gewceft , en om zyn Modellen getrouw te volgen: maar hy wilt hen niet te fchikken, op een wyzc die hen het leven en de beweging geven. Hy heei't niet wel verdaan , het onbe-haagelyke van de natuur te vermyden , om het mals, lugtig , en van een goeden aart te maken , nog het weinige dat hen doet fchynen bezielt te zyn , daar by te voegtn ; met één woort, het dunkt my dat al zyn wetenfehap in zyn Model beftont , daar hy flaaf van was', wel verre van het aan zyn verdant, of ten minden aan de Kondregeis te doen onderwerpen. Ik kan zelfs niet zien, dat hy de befte Grondregels van de Schilderkonft veel onder-zogt hecre , behalven in het Tekenen , daar hy regelmatigheit genoeg in geweed heeft, maar weinig van de goede verkiezing; hy heeft zodanige Stukken niet gefchildert, dieden aan-dagt van een keurig oog door hun geeftighuit op houden.
Ik wil egter niet verzwygen , dat ik veel goede dingen van hem gezien heb, aangaande de eigentlyke of Locale Coleuren , en veel wel nagevolgde Hoofden , die kragtig gefchildert waren; maar het meerendeel daar van waren niet vry van onbeweeglyk en ongevocligheit, dat gemeen is zelfs in de levende Modellen.
De Natuur uit te beelden , en haar te verbeteren , alle de fchoonheden die zy bekwaam is om aan te nemen daar by te voegen, en de
Lig-
|
||||
|
r
va» Vrankryk. 479
Ligten en' Schaduwen die haar verzeilen , op het voordeligfte te verfpreiden , is het Werk van een volmaakt Schilder: maar het blyft ook evenwel een goet Schilder , die gemakkelyk' weet te volgen dat hem voorkomt, en den eigen aart getrouwelyk te doen zien , al weet hy haar zelfs met geen andere Sieraden te vertieren, als 7.y tegenwoordig heeft, zonder doorzigt te hebben van het geen aan haar toe te eigenen zouden ?.yn. 't Is in dezen opzigt dat Champagne de agting, die men in zyn tyd voor hem gehad heeft, konde waardig zyn; 20 veel te meer, om dat hy een goede manier had van het Landfchap fchiideren, dat hy heel wel de Perfpe&iv" verltont , dat hy al zyn Werken net uitvoerde , en eindelyk dat hy langen tyd het Ampt van Re£tor in de Academie heeft waargenomen.
JEAN BAPTISTA de CHAMPAGNE.
OOk van BrulTel. Neef van Philippes, van wien wy gefproken hebben, was zyn Ooms iJü'cipel in de Kond. De overeenkomft daar zy lieden in leefden, de agting die zy voor malkander hadden; deed den Neef deszelfs manier aannemen , die zyn Oom gevolgt had , dog een weinig minder in kragt en waarheit. Voor het overige ze hielden dezelfde Maatregels in hun beroep en levenswyze; deze te weten de Neef, deed een reis naar Italië, die niet langer als vyftien Maanden duurde, zonder een andere verkiezing aan te nemen, als het geen
de
|
||||
|
4So De Scboole
de Werken van zyn Oom hem ingefcherpt
hadden. Hy ftorf Profefïor van de Academie
in 't jaar 1681. Oud omtrent dne-enveertig
jaren.
NICOLAS LOIR.
an Parys, een voornaam Goudfmits Zoon, ontbrak het aan geen Geeft om te Inventeeren , nog aan vuur om het u«t te voeren. Maar dit niet genoeg xynde tot het Schilderen , zo heeft hy daar in nooit uitgemunt boven de gemeene Schilders. Men merkte in *Fineflèzyn dingen , nog * fnedigheit van Denking, de pen- nOg bezondere eigenfehap, die eenige verhe-fte- ventheid heeft. Hy had een goede manier van Tekenen , net en gemakkelyk in alks wat hy deede, en zonder zig den tyd te geven van zyn gedagten te befchaven, voerde hy dezelve zo dra uit alszy bedagt waren, dik wils al pratende met het Volk, door de groote gewoonte die hy zig eigen had gemaakt, en door een gelukkige memorie van de dingen die hy in Italien gezien hnd. Hy bleef aan een onderwerp niet gchegt, en maakte alles al even y goet, zo wel Beelden , als Landfchap, Ar-
chite&uur en Sieraden. Men ziet in Parys veel van zyn Werken, zo openbaare als bezondere , verfcheide Galleryen en Kamers, onder andere voor den Koning in 't Paleis van de Tuillcries. Hy ftorf in 't jaar 1679. Oud vyfenvyftig jaren , zynde alsdoen Profef-for in de Academie.
|
|||||
|
CHAR-
|
|||||
|
van Prankryk.
CHARLES le BRUN
GEbooren te Parys 1619. in de Wereld ko* mende , bragt met hem al de noodtake-]>'Ke geltekheden om een groot Schilder te worden. Hy bediende zig van 7.yn begaaft-heit zo ras als hy zig konde bedienen van de rede : hy kweekte dezelve aan door geftadige oeffeningen, en deed die gelden door 't geluk, het welk zyn verdiende oneterfteunde, en hem nimmer begeven heeft. Hy was de Zoon van een tamelyk Beeldhouwer, die in de Plaats Maubert woonde. Deze Beeldhouwer was aan een werk bezig in den Tuin van 't Hotel Séguier , die de gewoonte had om 'er zyu Zoon mede te brengen, op dat hy in zyn te-genwoordigheit het Tekenen zoude oeffenen. De Heer Cancelier 'er op zekeren tyd wandelende , zag dat dezen jongeling met zo veel opmerking , en zo gemak kelyk Tekende ten aanzien van zyn jaren , dat hy niet twyffelde qf het möeft de uitwerking van een geeft boven het gemeen zyn. Ook zag hy in de * wezen-* trekken van dit Kint iets dat hem behaagde.nomie-aangedaan dan door deze goede gefchiktheit, verpligte hy den jongen knaap om van tyd tot tyd aan hem zyn Tekeningen te vertonen, vervolgens het opzigt aannemende over zyn vordering in de Konft , en hem zomtyds oenig geit gevende om hem te meer aan te fporen.
Deeze jongeling, door de vereeringen aan-gemoedigt, maakte een ongelooffelyken voortgang , invoegen dat de Heer Cancelier hem aan prees aan Vouet, die alfdoen in de Biblio-H h teeeq
|
|||||
|
_
|
|||||
|
4 De'Schooïe
teecq_ van 't Hotel Séguier fchilderde , en die in dieu tyd onder al onze Schilders als de Ra-phaël van Vrankryk wiert aangemerkt.
Le Brun maakte niet zyn vyftiendejaar twe ftukken die de fchilders van dien tyd verbaasden : het eerfte was het Portret van zyn Groot Vader, en het ander verbeelde een Hercules die Diomedes paarden doodflaat. Eenïgentyd daar naar , als de Heer Cancelier Seguier de vordering van Le Brun zag, en den luft om te Ieeren van dezen jongen Schilder, oordeelde hy dat het nodig voor hem was de Italiaanze reis te doen. Én zond hem daar heenen in 't jaar 1639. daar hy hem onderhield met een rykelyk Penfioen, den tyd van drie jaren, ge-duurende dezelve, zo oeft'ende Le Brun zyn verftant in alle de wetenfchappen die hem opgeleid hebben tot den trap van volmaaktheit, daar hy zig toe verheven heeft. De jonge Schilders die van Romen wederkeeren , nemen doorgaans hun weg over Venetien, om ten minden eenige bekwaamheit in de goede Colorering aan te nemen ; maar Le Brun had deze liefhebbery niet.
Het eerfte (tuk dat hy op zyn wederkomft uit Italien fchilderde, was de opregting van de Metale Slang , dat in het Kloofter is van de Monniken van Picpus, en vervolgens eenige andere Stukken voor den Cancelier zyn Mecenas.
Hy wift zeer wel zyn eigen kragten te wegen , in vergelyking van de andere Schilders van zyri tyd', de diift die hy had om.zig bekent te maken, deed hem kragtige aanzoeken doen, om zulke Werken te fchilderen die in
't open-
|
|||||
|
___
|
|||||
|
van Vrankryh 48 J
't openbaar ten toon moeften geftelt worden. 't Was met dat Oogmerk , dat hy twee jaren aan den andere het Stuk maakte in de Lieve VrouweKerk, dat altyd op den eerften bag, van Mcy gereet moet zyn. Het eerde jaar' fchilderde hy 'er de Marteldoot van St. Andre-as, en het twede jaar St. Stephanus (leniging. Le Sueur, daar wy van verhaalt hebben, was de eenige medeftrever die hem in dit llryd-perk zyn roem konde betwiften : maar het zy dat men Le Brun bekwamer of méér naar de mode vond, of dat hy meerder vrinden had, hy verkreeg altoos boven 7.yn mededinger degroo-te gelegenthcden om zig te doen verheffen.
l)c Gallery van den Heer Lambert in onze Lieve Vrouwen Eiland, en het Kweekfchool van St. Sulpice * vellen 7.yn agting op zulk een vallen grond , dat de Heer Foucquet , opziender over de Financien , begeerde dat hy voor hem fchilderde de Werken die tot verfie-ring van ïyn Huis, genaamt Vaux^tLe-Vlcomtey. zouden dienen. Le Brun heeft aldaar de Tekenenen nagelaten van 2yn doorgrondig verftant en wetenfehap , boven al in het vertrek dat de Kamer van de * Zanggodinnen genaamt word * MUi Men ziet een f Zolderlluk, dat een van zyn fes. allerbede is, die hy gefchildert heeft. t ^
Den Heer Foucquet, om Le Brun ten ee-
nenmaal tot zyn dienft te verbinden, gaf hem
een penfioen van twaalf duizent guldens, be-
halven de betaling van zyn Werken. En naar
Hhi ' de
* Daat hy in het Plafond een Maria Hemelvaart, in Trint sebtagt, in twee bladen, ddoi Louis Simonneau, en in het Altaaiftuk , de Nederdaling van den Heiligen Geeft , ia ïimt gebwgt, doot q, aawsw « gcf«hil4sn n««n.
|
||||
|
'4 84 &e Scboete
de ongenade daar de Heer Foucquet in verviel, zo wierp de Koning de oogen opLeBrun, zyn Majefteit die zyn Ryk al zo wel wilde doen bloeijen door de Konften , als door de . wetenfchappen, verhief hem tot den Adeldom; vereerde hem met de order van St.Michiel, en maakte hem tot zyn eerden Schilder.
Het is in dezen ftaat geweeft dat hy zyn ver-dienften nog kennelyker aan den Koning heeft doen zien , en dat de Heer Colbert eerde Mi-nifter, en opziender over de Gebouwen , hem aanmerkte als de grootfte Schilder die 'er in de \V"aereldt was Door zyn ontwerp was het * Min!- dat deze * Staatsdienaar aan zyn Majefteit 8lCt voorftelde, omdengrondflag van de Academie der Schilderkonft vaft te (tellen, en die de al-lerberoemfte te roaken , die 'er immer geweeft is. De Inkomften daar van wierden vermeerdert , men ftelde 'er nieuwe Wetten in, en zy wiert zamen geftelt uit een Protector, een twe-de Protector, een Directeur, een Cancelier, een Rector, en veertien Profefïörs, waar van 'er een ; Ajoints zoude zyn voor de Anatomie, en een ander voor de Mathefis ; nog eenigef bygevocgden, om de Rectors enProfeflbrsbehulpig te zyn, verfchei-de Raden, een Secretaris, en twee Deurwagters, Het was ook op het verzoek van Le Brun, dat de Koning,tot Romen een Academie vaft ftelde,om aldaar een Directeur te onderhouwden , die het opzigt had over de jonge Konft-peffenaars, die de Koning van tyd tot tyd daar heenen zond , ten einde datze bekwaamheit inogten verkrygen.om zyn Majefteit te dienen, niet alleen in de Schilderkonft, maar ook in de Becldhouwery en de Bouwkonft,
Le
|
||||
|
van Vrankryk 485-
Le Brun had een vuurige drift, om de fchoo-neKonften in Vrankryk te doen bloeijen; hy beantwoorde daar in aan de goede voornemens van den Koning , en de Heer Colbert, belatt met de uitvoering van zyn bevelen, liet dit ten eenemaal op Le Brun aan komen. Waarom hy de zorg op zig nam over de dingen in het algemeen , by die van zyn Schilderyen in 't be-zonder. Hy onderrigte zig zelven grondig aangaande het onderwerp dat hy ftont te verbeelden , zo door het lezen van de goede Auteu-ren , als door het Raadplegen met de Geleerden.
Hy heeft tot Sceaux , en in verfcheide Huizen van Parys Werken gefchildert , die door de faam aanzienelyk zyn gemaakt. Maar de allervoornaamfte xyn by den Koning , in verfcheide groote Stukken van de Hiftorie van Alexander , in het Schilderwerk van onderen te zien , van de groote Gallery van Verfailles, en op den grooten Trap van dezelfde plaats.
Wanneer de Koning Le Brun tot zyn ecr-ften Schilder verkoor, gaf hy aan hem daar by het algemeen opzigt over de Manufacturen van de Gobelins, dat hy met zo veel ernft behartigde, dat'er geen een Werk gemaakt wiert, of het was naar zyn Tekeningen. Hy is ge-ftorven in 't jaar 1690. in den Ouderdom van zeventig jaaren, in zyn woonplaats van de Gobelins. Zyn Begraafplaats is in een Capel die hy verkreegen had tot Si. Nicolaus du Char-donnet, alwaar zyn Weduwe hem een heer-* Mjin_ lyk * Grafteken heeft doen opregten.
Hh 3 AAN-
|
||||
|
486 De Schoolc
AAN M. E RKINGEN
Over de Werken van CHARLES le BRUN.
|
|||||||||||
|
D
|
E gcmakkelykheit met dewelke Le Brun zyn itudien m de Konlt tot Romen
|
||||||||||
|
vooruettedc, en de eerfte Stukken die hy op zyn wederkom!! lchilderde , verwekten een groot gevoelen van zyn bekwaamheit. Hy hield het gemeen niet in verwagting door pryswaardige beginzelen , om hen alleen te doen vermoeden, wat hy t'eeniger tyd ftont te worden : neen, maar hy deed gelyk als de Vygeboom, die geheel anders als andere bomen begint, met het voortbrengen der vrug-ten , zonder door voorafgaande Bloeizel 'er hoop van te beloven. Alles wat hem is van . de hand gegaan , is altoos aangezien als het Werk van een groot Meeftcr, invoegen dat men eeniger wyze zeggen kan , dat de voortgang dien hy in zyn konlt heeft gedaan niet geweeft is om zig bekwaam te maken , dewyl hy het alreeds was , maar om een van de eerfte Schilders van zyn Eeuw te worden.
Hy had een overvliegent verftant, een door-dringenden Geeft, en een vaft oordeel; Hy in-venteerdegemakkelyk, maar met overweging. Hy bragt niets in de Ordinantien van zyn Taferelen , als haar dat hy het wel overwogen fcad; hy berade hem met de Boeken en geleerde
|
|||||||||||
|
van Vrankryk. 487
de lieden om niet te verzuimen, 't geen zyn onderwerp waardig kon vervullen , in alledes-zelfs omftandigheden. Dat hy dan vernuftig uitdrukte met een levendigheit , die niets gemeen had met de * vervoering. Men geloof- *l'Em-de eerft op het gezigt van zyn eerfie W erken, p°c^-welke by naar alle in geeftelykc onderwerpen bellonden, dat zyn bezondere begaaftheit voor het f zagtftrelende, en de tederheit was: maartLadou-hy heeft door de Schilderyen die hy daar naceur* gemaakt heeft, wel doen blyken, dat zyn ver-nutt % algemeen was, en dat hy zo gelukkig* u**-was, in het vrolyke te verbeelden , als in het ' * ftatige, en in het tedere, als in het f ver- * Lc fe-fehrikkelyke. ^\el.
Hy heeft zyn * verbloemde onderwerpen ribie. met volgeeftige gedagten uitgebeelt: maar in * Suiet? plaats van zyn f Zinnebeelden uit eenigen be ^foa' kenden oorfprong te halen , gelyk als uit der Les $ Verdigtzelen , en de * Aloude Gedenkpen- fymboies ningen , zo heeft hy dezelve by naar alle gein-^* Fa' venteen , waar door deze zoort van Schilde-* Meryen, als | raadzels zyn geworden, daar dèndai!let aanlchouwer de moeite niet overnemen wil,^1?""-om dcrzelver verklaring uit te vinden. mes.
Hy heeft altoos belangende het Tekenen ag-ting voor de Romeinze School gehad, maar ook een neiging om die van Bologne te volgen , inzonderheit den ftnaak van Annibal Ca-rats, in dewelke hy een verwonderlyke ge-makkelykheit verkreegen had. En indien hy in dit gedeelte niet zo'geeftig als dee^' Schilder {Mo;ns is geweeft, zo was hy egter min ^ zwaarmoe- charge. dig in zyn ommetrek, evenmatiger, veel be-*Tou-valliger, en * altoos zeker. De Standen van {J^ Hh 4 zyn
|
|||
|
488 De Schooïe
2yn Beelden, zyn van een fchoone verkiezing» con- natuurlyk , veel uitdrukkende , * tegengdtdt ftccs, met oordeel: zyn Klederen wel gefchikt, vleijende de naakte Leden , en dezelve met befcheidentheit aanwyzende , zonder 'er egter de vermenging van een aangename verandering in de ftoffe, in te paffe re brengen Zyn uitdrukkingen zyn fchoon in alles dat hy heeft willen verbeelden , en het fraaije Fractaat d«t t Paffi- hy opgeftelt heeft, van de t Hartstogten met ons d-ia- <je Kfguuren tot bevvys dienende, doet zyn groote opmerking die hy dien aangaande had kennelyk zien. Het fchynt egter dat hy evenwel daar in, al te generaal het dcnkbeelt van zyn begrip gevolgt heeft, der maate dat het afweek tut een gewoonte , en rot manier, zo als men het noemt. Deze gewoc te is fchoon in der waarheit: maar als een verzuim van de levende Natuur aan te merken, die ons doet zien , dat een zelfde Hartfttogt op verfcheide wyzen kan uitgedrukt werden, en dat 'er een verfcheidentheit in is, die levendig en werkende is. Hier door heeft hy zyn Werken van; een waardy berooft, die ze niet alleen ingang in de Konftzalen der Liefhebbers zouden gegeven hebben : maar, die 'er hen tcffens een hoog aanzienlyke Plaats zouden hebben be-Zorgt.
Het geen ik zeg van deze generale uit-\ ram- drukking der \ gemoedsdrifren kan ook plaats ons d'Ja- hebben , in de Tekening van de Figuuren, zo *ne» wel als in 't gelaat van de Hoofden die Le Brun verbeeldt heeft, want zy zyn by naar alle de zelfde, hoewel anders van een fchoone verkiezing; dat zonder twyffel daar van daan
k
|
||||
|
van F'rankryk. 4^
komt, of dat hy de natuur heeft onderworpen aan zyn aangewende gewoonte,of dat hy niet genoïg overwogen heeft de verfcheidenthe-den die zy aannemen kan , en waar van de bezondere uitwerkzels niet minder het voorwerp van den Schilder moeten zyn , als de generale.
Le Brnn begreep genoeg op zyn weder-komft uit Italien , hoe nootzakelyk hy zig zelf mocft ontdoen van die wilde en ilegte Tinten, daar Vouet zyn Meefter zig van ge-dient had, om zyn Werken vaardig af te maken : hy deed alles wat hy konde om dit te overwinnen , hy maakte dezelve gematigder, en nader aan de waarheit van de natuur: maar wat moeite dat hy aangewent heeft , om zig daar t'eenemaal van te ontdoen , heeft hy nog-tans dien trant geduurigbehouwden,omal zyn Tinten generaal te gebruiken , 20 wel in de Klederen , als in de naakte Beelden, en geen aandagt genoeg gehad op de Reflexien, die veel toebrengen aan de kragt, en rondigheit der voorwerpen; als mede tot de houwding ia de opregtheit van de navolging.
Zyn Locale Coleuren zyn flegt, hy heeft niet opmerkende genoeg geweeit om in dit gedeelte de waare eigënfchap aan ieder voorwerp te geven; dat de eenige oorzaak is, waar door zyn Schilderyen vervagtig zyn , of gelyk men zegt, naar het Palet ruiken , en geen getrouwe naarvolging van de natuur vertoonen, en om een proeve van dit gezegde te nemen, behoeft men niet anders te doen, als een van de befte Stukken van Le Brun , neffens een van de befte der Veneetziaanze Schilders te Hh f ftel-
|
||||
|
4 De SchooJe
]en. Deze vergelyking is uitmuntende, niet alleen in dit geval , maar in alle diergelyke, daar het op het oordelen over de Locale Coleuren aankomt.
itati- Deze * handeling daar Le Brun aan vaft que- was , gevoegt by de kleine voorzorg die hy gehad heeft , om kragtige bruintens op den voorgront te brengen, en het gevoelen daar hy in was , dat de groote Ligten niet gcvoeglyk in 't verichiet konden geplaaft worden , heeft hem veel Werken doen maken van weinig kragt, Hy heert dus niet te werk gegaan , rakende de kennis van 't Ligt en Bruin , want alhoewel hy in zyn eerften tyd geen volkome opletting daar in waargenomen heeft, zo heeft hy nogtans, tot meerder jaren gekomen, de vól-flage nootzakelykheit daar van begrepen , en met groot voordeel in 't werk gcftelt. De Taferelen die hy van Alexanders daden gc-fchildert heeft, zyn 'er wel doorflaande Proc-ven van.
Zyn laafte Konftwerken , die de befte zyn die hy in zyn Leven heeft gemaakt, zyn meer als overvloedig , om de groote uitgeftrektheit van zyn bekwaamheid en Geeft te doen zien, en de Printen die 'er met zo veel zorgvuldig-heit naar gemaakt zyn, zullen zyn Glorie over de geheele aarde voeren.
tunivei- Le Brun was f Algemeen en bekwaam tot fel. allerly flag van Schilderwerk , behalven de Landfchappen. Zyn Pinzeel was lugtig en vloeijende: hy voegde een ongemeene gemak-kelykheit by een uitterfte naauwkeurigheit. - Eindelyk waar in men hem ook berifpen kan, t ideale» ten aanzien van zyn al te| denkbeeldige manier,
|
||||
|
van Vrankryk. .491
nier , die al te weinig verandering, en te weinig natuurlykheit had, nogtans heeft hy in andere delen genoegzaam uitgemunt, om een aanzicnelyken rang onder de voornaamfte Mee-üers te houwdeii: in weerwil van 't geen de af-gun!l heeft kunnen neggen of doen, om zyn begaaftheden te verduilteren , zyn gedagtenis is alreeds genoegzaam gewrooken, en de Nazaat zal zonder twyffel volharden , om het regt dat zy aan zyn verdiende verfchuldigt is, aan hem te geven.
CLAUDE GELEE,
Genaamt LORRANO1S.
DE wyze die de Fortuin heeft gehouwden om dezen Schilder uit de groote duifterheit, daar hy in was, te trekken, om een vermaart Man over geheel Europa van hem te maken , is geheel en al verwonderlyk. In zyn Kinds-heit wierd hy van zyn Ouders ter Schoole gezonden , maar om dat hy niets leeren konde , befteldeze hem by een Pany-bakker. Hy voldeed daar zyn tyd, zonder voordeel daar mede gedaan te hebben , en niet wetende wat te beginnen, zo begaf hy v.ig onder het volk van zyn handwerk die naar Romen gingen , om te tragten, gelyk zy lieden, de kofl te winnen» En dewyl hy de taal niet verftont, en zeer dom was, geen handgebaar konnende vinden, geraakte hy by geval in dienft van Auguftyn Taf-fi jOjn Verven voor hem te vryveo, zyn Pin-
cekn
|
||||
|
4 De Schoole
celen en Palet fchoon te maken, fcyn Paart op te pafTen , en de Keuken waar te nemen , en andere nootzakelyke dingen ineen Hubhouw-ding nodig te verrijkten ; want Auguftyn had niemant als hem alleen in zyn huis.
Deze Meefter , verwagtende van zyn Knegt met 'er tyd eenigen dien ft te hebben in zyn groot-fteWerken, leerde aan hem allengskens eeni-ge regelen van de Perfpe£Hve.
De Lorrain had in het eer/Ie moeite om deze Grondbeginzels van de Kond te leeren : maar wanneer hy eenige beloning voor zyn Werken begon te ontfangen, greep hy moet, en zyn Geeft wiert wakker , hy viel aan het ftudeeren met een hartnekkigen yver. Hy was van den vroegen Morgen, tot den laten Avond op het Land , om agt op de natuur te geven, en om naar het Leven te Schilderen of te Tekenen. Sandrart verhaalt, dat hy eens niet hem Landwaarts gegaan zynde , om te za-men te ftuderen , de Lorrain hem aanmerkingen voorftelde, even eens als of zy van ee-fhyfi- nig Natuurkenner gefchieden, over de oorza-cieu, j4en van jg verfcheidentheit van een zelfde ge-zigt, dat's te zeggen , dat dan eens op zulk een wys, en dan weder op een andere voorkomt , voor zo veel als de Coleuren aangaat, hoe dat het Landfchap fchynt te zyn , door' den Daauw van den Morgen ftont, of door de nevelagtigheit van den Avondt. Hy was zo gelukkig in 't onthouwen, dat hy met veel ge-trou wheit fchilderde, tot zynen't wedergekeert 't geene hy niet anders als met aandagt op het Land gezien had. Hy was zo verzonken in zyn werk , dat hy by naar niemant bezogt.
Zyn
|
||||
|
van Prankryk. ^f
Zyn uitfpanning waS de oeffetiing van zyn Kond ; en door het aankweeken van zyn be-gaaftheit, heeft hy Stukken gemaakt, die herrt een onfterffelykea naam hebben doen verkry-gen, in dat zoort van Schilderen dat hy om-helft heeft. Men kan daar door giffin g maken wat de ftanrvaftige arbeit kan ophalen, tegens de dofheit van den Geeft. Hy had moeite om te fchilderen , en als zyn werk niet beant* woorde aan zyn voornemen, was hy zomtyds agt dagen bezig om dezelfde dingen te doen, en te herdoen. Zyn ToetfTen hebben geen manier, en hv fchommelde dikwils met lakzeren de Bomen, naar dat hy dezelvegefchildert had. Wat moeite dat hy aanwende om op de A-cademie te Tekenen , nogtans heeft hy nooit Figuuren van een goeden aart konnen maken, om zyn Landfchappen te ftofferen. Hy is te Romen geftorven in 't jaar 1678. in hoogen Ouderdom. De Paus lnnocentius de X. had zo veel agting voor de Werken van de Lor-rain, dat hy den Meefter 'er zelfs van willen" de iien , hem liet zeggen , dat hy den Paus vermaak zoude doen, om zyn fleep te volgen, als hy lomtyds naar buiten ging.
|
||||||
|
.
|
||||||
|
WAAR»
|
||||||
|
Scbooh
|
|||||
|
WAARSGHOUWING,
Mevrowwe de Gravinne van Feuquie*
re , met goedgevonden hebbende een
Bengt op te geven, rakende het
Leven en de voornaamfie Werken
van wylen den Heer Petrus
Mignard, haar Vader i
eerjle Konings Schilder.
Zo heeft de Boekverkoper Jacques Estienne geoordeelt, dat hy aan het Gemeen dienft zoude doen, met een uittrekzel uit het vervolg van de Doorlugtige Mannen van
MR PERRAULT.
PETRUS MIGNARD.
T£ T'royes in Champagne geboren , in de Maand November, in 't jaar iéio. Zyn Vader bragt het grootfie deel va» zyn Leven door in den Oorhg , alwaar hy verfcheide wonden ontfing, die hem eindelyk noodzaakten om den dienft te verlaten. Hy had twe Zoons, de Oudfte de Scbilderkonft verkoren hebbende■-, zo /(hikte hy de Jongjit Ut de Medicy-
neni
|
|||||
|
van Frankryk. 4$ f*.
ncn', die het is daar wy van ff reeken. Deze jongeling had zulk een groote geneigtheit tot Zyn Broeders oefftning , en gaf zulke blyken van zyn vernuft in deze Kon/t, dat als hy den Geneesheer verzelde, die men bad verkoren om hem te onderipyzen, hy niet anders bezig was^ als 'im de zieken en kranken , en die hen dienden naar te Tekenen. Hy fchilderde te gelyk in een Stuk, de Vrouw van den Doéior, zyn Kinderen , en een -van de Dienflboden; zo wel gely-kende, en van zo goeden aart, hoewel dat hy nog geen twaalf jaren bereikt had, dat de befte Meejiers daar over verzet fionden.
Deze eer [ie Proef, die te kennen gaf wat hy feemger tyd ftont te worden, deed zyn Vader bejlutten, om hem zyn neiging te laten opvolgen, in een beroep , waar toe hem de Natuur met z»lke rykelyke gaven voorzien had. Zyn toenemen in de Konftoeffening was in weinig tyds zodanig , dat de Maarfchalk van Vitry, de Wet ken van dezen jongen Schilder gezien hebbende, die niet boven vyftten jaar oud was, hem van zyn Vader verzogt, om zyn Capel van Coubert te fchilderen, ''t geen hy zo wel uitvoerde , dat alle die het kwamen zien voldaan waren over zy» fchoone gedagten. De Maarfchalk op zyn geefligheit ver Heft, nam hem mede naar Par-js , befttlde hem onder het opzigt van den lieer Vouet, eer/ie Konings Schilder , alsdoen een Man van groot aanzien. Hy (lelde zig-terflont aan om zyn Meejiers manier naar te volgen, en deed het zo volkomen, dat men hem met- hnde onderfcheiden. Maar zyn vernuft begreep haafi wat het zwakke van Vouet was, wanneer hy de Sthilderyert gezien had, die de
Maar-
|
||||
|
4p5 De 'Schoolt
Maarfchalk ie Crequy uit Italiea hragt ; hy nam voor naar Komen te gaan, daar hy aankwam onder het Pauffchap van Urbanus den
vin.
Zyn eerfle opmerking was zig te omdoen van de manier van Vouet : hy zogt de befte Voorbeelden in de Antiken, en in de Schilderyen van Raphaël en Titiaan. De goede aart < dien hy zig eigen maakte in deze oejfen'tKg, ftelde zs» Schilderyen in groot aanzien , zo dat dezelve vjel haaji verfpreid wierden in Stcilien , Ca-talonien, en door geheel Spanje». De Italianen * Jaloux zelver, uit den aart * afgunflig over Vreem* delingen, en ingenomen met de agtbaarheit van hun eigen Schilders, konden zig niet onthouwden om hem zyn verdienden lof te geven.
Hy begaf zig van Romen naar Venetien , en wierd met eere en gefchenken overladen va» de Vorften, welkers Staten hy door reisde. Tot J/enetien ftudeerde hy inzonderheit op het Colo-riet, dat hy tragte volkomen magtig te worden, Hy Jleet zo hier als in Romen den tyd van twee tntwintig agtereenvolgende jaren \ geduurende dezelve fchitderde hy de Pauzen Ürbanus den VIII. Innocentius den X EnAlexanderdetiVII, De Cardifialen en Groote Heeren wenfchte al' Ie hunne Afbeeldzels van zyn hand te hebben, Hy volharde met goet geluk in zyn Konftoeffe-ning , dis wanneer de Cardinaal Mazarin bsm var. wegen de» Koning en Koningin-ae Moeder beval om naar Vrankryk te keer en, daar hy den Koning t'eenemaai gejehildert heeft, en ver-fcheide malen de gehetle Koninglyke Familie.
De voornaam/ie IVtrken die hy zedert zyn
|
||||||||
|
wedirkowji in Vrankryk maakte, zyn het Wui
|
Ift
|
|||||||
|
van Vrankryk. 497
Vi&n de Pal de Gr ace, d*t het grootfle Stuk in frefco gefchildert is van gants Europa. Hy heeft eok in frefco gefchildert de Capel van St. 'Eufla-t'tHS. En een Zolder/luk in 't Arzenaal, een ander in 't Hotel van Longueville, dat een Aurora verbeeldt. Hy heeft tot Verftilles de kleine Gallery van den Koning gefchildert, en een van de grootfle Vertrekken van Monfeignenr. Maar* chef zyn grootjte * Meefterftuk is de' Gallery in de d'zuvfe, Groote Zaal %an St. Cloud, dal hy binnen vier jaren tyds volvoerde. In deze Werken ontdekt men veel jchoonheit van Ordinering, kragt en bevalligheit, dat 'er de Konflkundigen die uit ltatien komen, dingen in doet vinden, van de manier van de Caratzen, Guido, en Dominiquin y 't geen de Cardinaal Ranuuceio ook aanflonts heeft aangemerkt.
De Koning om zyn verdien/Ie te eer en, verleende hem de Brieven vm Adeldom in 't jaar 1687. En naar het «verlyden van den Heer Le. Brun in 't jaar 1690. verkoor hem zyn Maje-fleit tot zyn eerjlen Schilder, Direéieur en Can-telier van zyn Koninglyke Academie , van de Schilderkon/l en Beeldhoawery, en tot Opzitn~ der van de Ulanufaéiuren van de Gobelins.
Wanneer hy in de ziekte viel, daar hy aan gejlorven is, had hy een Stuk onder handen van St. Lucas , daar hy zig zelfs voor gefchildert heeft, houwdende een Palet en Pincelen. Daar is nug een Jluk van een Tapyt, dat hy «nvol-maaktgelaten heeft. Vier Maanden te vaare», had hy den Euangelift Mattheus afgemaak. Men ziet in deze twe laa/ïe Stukken voor den Koning gemaakt , dat de ouderdom niets ver' minderthad van den goeden aart der Tekening, I i »«f
|
||||
|
498 JOe Schooïe
nog van de kragt en lugtigheh des Pinceeh, alhoewel hy een Man van zulk een hogen Ouderdom was. Hy ftorf den dertigflen May in 't jaar lógf. oud vyfentagtig jaren.
Hy was Gracieus in zyn Tekenen, "Edel en gemakkelyk in zyn Standen en werkingen zyner Ftguuren , en aangenaam in zy% Colorertng. Hy fchilderde even gelukkig in 't groot en in 't klein; dat in de grootfte Meejlers zelden gevonden word. Hy heeft aan de Beeldhouwers ver-fcheide 'Tekeningen gegeven van Ftguuren , en ix-zonderheit van een'tge termen die men tot Verfail-iesziet, die onder zyn opzigt gemaakt zyn.
Hy was zeer arbeidzaam, dikwils zeggende dat hy de L uiaarts voor doode MenJJen aanzag. Nogtans kon hy al de Perzonen vanjlaat met voldoen , die van hem hegeerde gefchildert te zyn.
Zyn goede hoedanigheden waren met de be-gaajthett van zyn Kon/i niet bepaalt, zyn ver-Jiant , goedaardigheit , en aangenaame ommegang veroorzaakte hem een groot getal Vrienden , die hem altoos aankleefden. "Zyn vriend-* &.&!! Jchap was zeker, * gefchikt, teder en beftendig; lieic. vroomheit en opregtigheit was hem aangeboren; zomma de eerlyke Lieden vonden zo veel bem koorlykheit in zyn verkeering, als de Liefheb-■bers zagen in zyn Werken.
Dewyl hy geduureade drieënzeventig jaren gefchildert heeft , is hy met grooten Rykdom ge ftorven. Hy heeft vier Kinderen nagelaten , drie Zonen en een Dogter, voor dewelke hy een tedere liefde had, en zy infgilyks voor haar Vader. Zy is gehmwt met den Graaf van Feu* quiere.
Men
|
||||
|
van Frankryk. 499
Men heeft aangemerkt , dat wanneer hy deugden of Godinnen moeft verheelden, hy dezelve fihilderde naar het wezen en de gehalte van zyn Dokter ; dog dewyle zy een PcrzoM van een zeldzame fchjonbeit is , zo moet het niemant vreemt dunken , dat zy gedient heeft, om zyn IVerken te verjleren.
NOEL GOYPEL.
TOt Parys geboren den tvjeden December in V jaar 1629. Hy was de Zoon va» Gugon Coypel, Cadet van Normaadien. Hy luiert door zyn Vader gebragt naar Urleaus , die daar eenige zaken te verrigten had, en be/ielt by den beften Schilder van de Stad, Poncet genaamt, üifcipel van Vouët.
Deze Schilder was zeer zwakkelyk, en va* de Podagra geplaagt ; invoegen dat hy zy» dingen niet kande waarnemen , hy gebruikte Zyn jongen Difciycl tot zyn dienjl , daar hy veel geeft en oordeel in bemerkt had ', maar dewyl dit zoort van bezigheden Coypel in zyt* oejfewing hinderhk waren , en dat hy groote liefde tot de Knnft had, zo nam hy des Nagts den tyd waar , dien hy by den Dag verloor. Hebbende zyn veertiende jaar afgewagt, kwam hy naar Parys', en gaande door de jlraat va» St. Honoré, trad hy by geval in de Kerk der Jacobytien., alwaar een Schilder, Quilleriergenaamt , in de Capel van St. Hiacinth bezig was, dewelke ziende dat den jongen zyn werk Zo aandagtig befchouwde , hem vraagde of hy wilde fchilderen leeren ; de jongen antwoorde ja, e» zo hy hem iets wilde laten fchilderen, I i 2 zonde
|
||||
|
j-oo De Schoolt
zooude hy haafl komen zien, het weinige dat hy wijl te malefl '. Quillerier nam dit aan , en over zyn werk verb/iafl jlaande , behield hy hem eenigen tyd by zig aan het fchilderen.
Hv maakte zig vervolgens bekent aan Charles Érrard, die alsdoen ondernam alle de Schilderwerken te befluuren, die voor den Koning /landen gemaakt te worden , onder de Ordre i<an den Heer de Ratabon, Opziender van zyn JMajeJleits Gebouwen. En dewyl Errard aan dezen jongeling zo veel geit liet geven, als itan de bekwaamde die gezamentlyk met hem fchil-derden , was de Heer de Ratabon daar over verwondert, en naar de rede vraagende, tuiert hem van Errard geantwoort, dat men niet naar den Ouderdom moeft betalen, maar naar ver-dienflen.
Coypel heeft zedert dien tyd niet opgebouwde» voor den Koning te fchilderen.
In 't jaar ióóo. trouwde hy Magdalena He' rault , Dogter van Antonie Herault Schilder, die doorging voor een van de Grootjle Kenders ■van fchoone Schilderyen, en die daar ook Handel in deed. Dit gaf aanleiding dat Coypel by de allervQornaamJle Liefhebbers bekent wiert. Hyfchilderde de Portretten van Mylord Loxard, Ambaffadeur van Engelant, en van zyn geheele Familie, in een zelfde Stuk, dat van de Kon/t verjlandigen zeer wiert geprezen.
Madelaine Herault fchilderde ook , en Co-pyëerde in de uitterfle volkomentheit. Onder de handen van haar Grienden , worden nog ver-fcheide treftelyke Copyen bewaart , zo naar Raphaël, als naar andere groot e Meeflers, door haar gefcbildert. Zy was met zo veel deugt en
God-
|
||||
|
van Vrankryk. j
Godvrugt'tgheit voorzien , dat deze haar -verhieven verre boven haar begaaftheden.
In 't jaar 1661. volvoerde Coypel een Tafereel, ■waar in hy den Heilligenjacobus de Groote verbeelde , gaande naar de doot, en onderweg een Heiden bekerende , die hem omhelft. Dit Stuk zuiert ten toon geftelt op den eerfien dag van JMey , aan de groote Deur van de Kerk van Parys, met een algemeene toejuighinge, en het ixiori tegenwoordig nog gebouwden voor een van de allerbefle Schilderyen die in deze Kerk zyn.
Omtrent dezen tyd maakte hy verfcheide Schilderyen voor den Koning in de Oude Lauvre, en de * Stukken va» onderen te zien , in de Zaal * pi«-van de Machines , van de Thuilleries. Hy fonds. fchilderde vervolgens verfcheide groote Stukken voor het Parlement van Bretagne te Rennes, die zeer geprezen , en nog hedendaags van de Konfiliefhebbers geroemt worden.
Weinig tyds daar na fchilderde hy voor den Koning, en voleinde met goet geluk het Plat-f*nd van een grotte Zaal, die als doen tot Ver-failles was '-, maar die ongelukkig is ter neder geworpen , door de veranderingen die men in dat pragtig Gebouw gemaakt heeft.
Vervolgens gaf hy aan de Koninklyke Academie van de Schilder en Beeldhouwery-Konjt , ( alwaar hy in ontfangen was, ) een Stuk verbeeldende Cain en Abel Weinig tyds daar na wiert hy tot Profejfor verkoren van dezelfde Academie.
In den zelfden tyd Jchilderden hy het Groot Ca-binet van den Koning in V Paleis Royal, daar in de dingen ] van onderen te zien, zulk een \ piat-■vafie Tekening'» den omtrek van de Figuuren fonds.
M s ie~
|
||||
|
0 £ De Schoele
gevonden'wert, als oj bet een Tafereel van <fe
Oude Meejiers was.
Vervolgens wiert hy verkoren door den Heer Colbert, eerftt Minifter, Secretaris van Staat% en Opziender van 'j Konmgs Gebouwen, om de Kamer van zyn Majefieit in de Tbuillenes te fchilderen , waar m alle de Sieraden onder zyn bejlier, en naar zyn Tekeningen gemaakt wierden. Daar zyn verfcbeide fchoune Schilderyen van zyn hand , zo in de Zolder/tukken van dit l er-br^ tre^ ' a^s m ^e * Borfiwecringen, en boven de t Oraioi- Scbitorftenen. Daar is ook m het klein f Gebe-ie- den-huisje , een Geboorte ttitnemcnt konjiig van
hem gefchildert.
Daar na jchilderde hy ver\cbetde fchoone % Appar- Zolderjiukken , in de kleine \ l/ertrekken van n * het buienfie gedeelte van het Ca/ieel van Ver-Jailles, en liet de Sieraden naar zyn Tekeningen maken, dog dit is ter neer geworpen door de veranderingen die men aan dat Gebouw gemaakt beejt.
In 't jaar 1672, gaf hem de Koning een U'ro<inplaats in de G aller yen van de Louvre\ en 1 begeerde t'effcns dat hy Italien bezogt, verkoor hem tot Dircóieur van zyn /icademie der Schild derkonft , Beeldhoutvery en Architecluur , die zyn Majifleit tot Romen gc/iigt had ; de Heer Colbert , die hem met zyn befcherm'wg vereerde , ried hem dat hy op deze reis zyn Zoon zoude mede nemen , die' a/Jdoep in 't Collegie van Harcourt /ludcerde, en tiogtüns niet nage-let0ten had te Tekenen op de Academie , op z\n Uorlofdagea, daar hy zomtyts eentge kleine j?ry-ten aangaande het Tekenen uieg droeg.
|
||||
|
van Vrankryk. 05
Noel Coypel vertrok naar Romen , op het einde -van het jaar 1672,. met hem nemende Zyn eenigen Zoon Antoine Coypel, alfdoen elf jaaren oud zynde. Met hem ging ook zyn Schoon Broeder Charles Herault, Landschap-Schilder van de Academie , en Charles Poerfan zyn Neef en Difcipel, dien hy van zyn Kindsheid onderwezen had. Verfcheide Kofi-gangersvan den Koning, Schilders, Beeldfny-ders, en Architetlen vertrokken met hem , en onder zyn geleide. Hy kwam aan in Romen, nam bezit van 't D'ireéleurfchap in de plaats ■van Charles Errard, die naar Vrankryk keerde. Weinig tyds daar na , Anloine Coypel zyn Zoon, een Prys in de Academie van St. Lucas , voor een Tekening van zyn eigen Vinding , behaalt hebbende , én niet boven elf en een half jaar oud zynde , wiert hy vereert met een jaargelt van den Koning.
Noel Coypel gaf een nieuwen lui/Ier aan de Academie van Vrankryk. Hy huurde een groot en fierlyk Paleis om haar daar in te huisveft-ten, en hebbende de feboonjte Antieke Beelden van Romen doen vormen en afgieten, verfier-de hy een groote Zaal met dezelve. En behal-ven de Academie van een Levend Model, rigte hy een andere op in deze Zaal om naar het Antiek te Tekenen; en om de jonge Leerlingen meerder tot deze Edele oeffentng aan te moedigen , Tekende hy daar zelfs des Avonds om hen tot een voorbeeld te dienen. Hy hegte de Wapenen van Vrankryk boven de Poort van 't Paleis %\an de Academie, en vierde dien dag ah dezelve geftelt wierden met een Feftein, Concert van Mufiek , en het affleken van Vuurwerken. I i 4 £»'»-
|
|||||
|
;
|
|||||
|
04 ' De Schoolt
Eindelyk hy ff aarde niets, nog moeite nog koflen, in de foft die hy beklede, om de eer van zyn natie voor te [laan, waar door hy in Romen de agting en vriendfchap van allen tot hem trok, zo door zyn verftant en deugden, als door zyngroo-te bekwaamheden. 14 ant hy fchilderde in Romen de Stukken , gefchikt voor het Cabtnet van 'j Konings Raad tut t-'erfailles, die door de veranderingen in het Bouwen van degroote Galle-ry tegenwoordig geplaatft zyn in V vertrek van de Koninginne. Deze Schilderyen wierden in Komen ten toon ge (lelt tp een Fee/l ^dat tn de Rotonde gebouwden wiert, en ontfing een algemeene goetkeurmg, dat veel eere tosbragt aan de Franje natie. Hy was vereert met de vriendfchap -van den Heer Hertog d'E/irees, /lmka£adeur van J/rankryk aan V Hef van Romeu, den Heer Cardinaal zyn Broeder, en de allergroot/Ie Hee-ren des hands. Hy had naauwe verbintenis van Vriendfchap met de Ridders B min , en Carlo Maratti. Jlten wilde hem Prins van de Academie van St. Lucms mnken', maar eenige byzondere redenen telette hem deez.ehere te aan-vaarden. Ten laafle» , na dat hy geduurende drie "Jaren in zyn bediening in Romen Z'g lof-lyk gedragen had, keerde hy weder tn Vrankrsik ntet zyn 2.oon, alwaar hy van den Heer Colbert met alle tekenen van bedenkelyke gunfl ontfan-gen wiert. Als wanneer hy de Werken voortzette die veor den Koning begonnen waren.
Eenige 'Jaren daar na, leed hy twe verliezen die zyn gelegenlheitmagtig om'(lelden. JMag-d«lena Herttult zyn Huisvrouw flierf hem af', en byna in den zelfden tyt beweende hv met gantfeh Vrankryk zynt (e» der konjlea befchermer) te
■weten,
|
||||||
|
van Vrankryk. 0 r
weten , den Heer Colbert. Daar op vj'iert de Heer de Louvois opziender der Gebouwen, die hem belafle mtt verfcheidc Tekeningen te maken van "ïapyten voor de Manufacturen van de Gobelins; en te dier tyt Hertronde hy met Anne Perrin. Hy volharde geftadi^ voor den Koning te fchilderen, en vjiert tot Rcólor van de Schil~ der-Academie verkoren', maar meer agtgevende op zyn konfi en huisgezin, dat talryk begon te werden, als om zyn Hof te maken, ondervond hy langen tyt dat de fortuin zelden de Perzoonen zoekt die haar niet tegemoet komen, het vermogen van zyn verdienfïe nogtans overwon dit, en niets ontjlipptnde aan de Regtvaardigheit van dengrootflen Koning ,onder dewelke wy het geluk hebben -van te leven , zo deed zyn Majefteit hem de Rere van een 'Jaargeltvanduizent Ryks-daalders aan hem te geven, en hem tot Directeur van de Academie der Schtlderkonfl te benoemen na de doot van Petrus Mignard^ die zyn Maje/ïeit op dezelfde wyze had aangeftelt op het overlyden van Charles Le Brun. De Heer de Villa Cerf als doen * Opziender der Gebouwen, *Sur-m-Zoude hem zyn goetgunjiigheit betoont hebben, wndant door de byzonderc agting die hy voor zyn ver- tiemcants, flant en onbejproke vroomheit had. Maar deze Heer van zyn Ambt afgezet zynde, overleefde niet lang zyn tngenaa , dtt laajte verlies zvas fmarlelyk voor Noel Coypel. Die eenige jaren daar na twee groote ftukken in Frefco fchilderde , die boven het Autaar zyn in de kerk van de In-valides ; verbeeldende het eene f de Opvanng ^ [,A<_ van de Heillige Maagt, en het ander haar kreo- fomp-ning. De groote ongemakken van deze moejely- tl0n« ken arbeit, en den ouderdom van agt en zeven-
ii s n
|
||||||
|
f Schoolt
tig jaren,geiocgtby eenigebyzonderetegenheden, veroorzaakten hem een lange ziekte , daar by aan ftorf den vierentwintig/ten December
Ï707. in den ouderdom van negenenzeventig jaren, op den Kers A-vont, dat ook de dag van zyn geboorte was geweeji.
^ Hy heeft nagelaten zyn Zoon Antoine Coy-pel, genoeg bekent om zyn vermaartheit door zyn grootc werken verkregen, waar van ''er verfe heide» zyn in Print gebragt. Hy is het ook die de Gallery van 'ü Paleis Royaal, en het wuift van deCapel van Verfailles gefchildert heeft, en de tekeningen gemaakt, naar de welke de Medailles gegraveert zyn, dienende tot de Aj beelding van Js Konings feilen en daden. Men zoude meerder zeggen indien hy niet in 't leven was. Al wat men hier
|
|||||||||
|
by fi>
|
kan voegen, zonder zyn zedigheit te kwets-, is dat hy door zyn verdienfte tot Direéieur
|
||||||||
|
van de Academie verkooren wiert in de maant July van het jaaar 1714, Verkiezing die zyn Majejleit met lof heeft goetgekeurt.
MADAME LA HAYE.
ELizabeth Sophie C her on, Huisvrouw vanden Heer de la Hay, wiert gebooren te Parys den derden O Bober van* t jaar 1648. Haar f/a-der was van Meaux, en onder de Portret Schil ders beroemt, van den Gertformeerden Godsdienjl, waar Marie Ie Fevre haar Moeder ivas Rooms Catholyk. Mademoifelle Cheron vorderde zo wel in de Schilderhnji, dat ze alreeds met haar veertiende jaar agting had: in dezen ouderdom was zy als haar Moeder haar mede nam naar de Ab~ dy van Joüarre om de Abdifle tefchilderen, en
de
|
|||||||||
|
van Vrankryk. j
de aanz'tenelykfte Juffers die aldaar in de kofl Ie/lelt waren. Oeze Reis was de oorzaak van haar geloofsverandering; want naar de wederkom^ van Joüarre, wierf zy Rooms Catholyk. 't Was een Perzoon vol van * verdien/ie, zo* VJel ten aanzien van kaar deugden als van haar te. begaajtheden. Zy had Eerbied en hotgagting voor haar Moeder ,getrouwheit voor haar l/rin-den, medelyden voor den armen over', boven al een opregt aankleven aan denCathtlyken Godsdienft; dit alles verhief Mademoifelle C her on nog meer, als h/iar bekwaamheit in de Mufiek, de Poè'zy en in de Schilderkonft, Wy hebben een verzameling van haar Digtkundige Werken ^daarhaar Godsvrugt en geejlighett te gelykclyk in door-fchynen : en indien men alles in '* ligt wilde geven , dat zy naderhant gemaakt heeft, zo Zoude men het voorgaande Werk veel kennen vermeerderen \ maar wy zullen hier niet Jpree-ken als van haar oeffening in de konfl. Zy flaag-de wel voor al in het fchilderen van Vrouwen, maar zy befaalde haar niet aan het Portretschilderen alleen, maar zy heeft in haar Hiftorieftukken ten goeden aart van tekenen en kennis van 't ligt tn bruin doen zien. Maar mogelyk is haar talent nergens beter aan te toet/Jen als aan de manier met dewelke zy in "'t groot verfcheide f An- \ ca-tieke geknede fteenen getekent heeft, die in een chets klein begrip gr«ote ordtnantien bevatten \ die in de antl" Cabinetten van de liefhebbers der oudheid bewaart qU worden , en naarhaar tekeningen door ervaarne Mcejters in "'t koper gebragt zyn,de Heer It Hay j doet hopen op het overige. Men ziet ook van baar hand Antieke hoofden, die tamelyk zuiver van omtrek^ en nktfiondtr vloeijentheit geit-
|
||||
|
08 De Schoole
kert zyn. Zomma, zy heeft al de maniere» van *t fchilderen omhelft , en over al vry wel in ge-Jlaagt, zo in de Olyverv , Miniatuur als Ge-emailjeert Schilderwerk. Zy had ook zelfs een goede handeling va» de Ets-naald.
Om haar bcgaaftheit in de Digtkon/l.wiert Zy waardig gedgt een plaats in de Academie te hebben vait de Ricovrati van Padua, die haar de Patenten ten dien einde toezonden in 't jaar 1699. in de welke haar de Academie den bynaam geeft vttn Erato. Haar bekwaamheit in de Schtlderkonft had haar alreeds doen ontfangenin de Academie, die de Koning in Parys ge/ligt heeft voor de Schilders en Beeldfnyders. Zie hier een Uittrekzel van de Regifters van dit doorlugtig gezelfchap.
Op den elfden dag van de maant Juny ,, 1672 de Academie buiten gewoon vergadert zynde, heeft de Heer Ie Brun twee Portret ,, jïukken geprezentecrt, gcfchildert doer Juf- frouw Elizabeth Cheron , dewelke het Itg-,, haam van deze vergadering zodanig voldaan ,, hebben, datze dit zeltzaam konflwerk gea'gt >? hebben de gewoone krtgt van haar Sexe ie boven te gaan, en derhalven befloten aan haar ?) de hoedanigheit van Academictenne te geven ; en uit kragt van dit befluit geordonneert de brieven tot dien einde nootzakelyk aan haar ,, ter hand te Jlellen.
Zy overleed den 3 van September 1711. met al de blyken van Godvrugtigheit, die men ver-wagten kun van iemant, die alle de begaafthe-den van den geefl van mets rekende by de Chrifle-lyke deugden.
Zy heeft twee Difcipelinne nsgelate», Anne
en
|
||||
|
FrankryK <■ Op
Z Vffeu l\Croi*, Ni&"» » haar Ge maal den Heer Ie Hay.
Bet is maar weinig tyts geleden dat men van Romen dn volgende bertgt ontfangen heeft, men geejt het alhier zodanig als het is, in het Italiaans.
CARLO MARATTl.
CArlo Mar at ti , -was oorfprtnkelyk uit lllyne; want ten tyde -van Soliman is zyn Geflagt van daar geweken , en heeft zyn Woonplaats genomen in Mar ca d'Ancona. Daar ■was het dat hy gehoor en wiert in het jaar iÓ2f Van zyn Kindsheit af, befpeurde men dat hy met ein gelukkigen Geefltot dehnft van de Natuur gefchikt was, gekomen zynde in Romen by Andrea Sacchi, beroemt Schilder en Difcipel van Albtan, hield hy zig by dezen, tot groot genoegen *van den Meefter, die uit de natuurlyke ge-fehiktheit, en het verflant van den jongen Leerling voorzag, en aan al de IVaereld zei de, dat Carlo grooter Schilder zoude worden als hy. Daar Maratti zig het meeji aan overgaf om naar teftu-deren waren de Werken van kaphaël, van de Caratzen, en van Guido', en uit deze drie manieren maakte hy de zyne, door dewelke hy wel haaft een hoogen trap van agting en vermaartheit beklom,niet alleen in Romen en in Italien ,maar in geheel Europa. Men ziet een oneindig getal van zyn ftukken groote en kleine, alle gefihil-dert met een uitnemende naauwkeurigheit. Onder andere verfcheide Tronien van de Heillige Maagt , daar hy veel eer door behaalt heeft. Hy begon de fikiUerwerke» va» 't Paleis Al-tieri,
|
|||||
|
i
|
|||||
|
y De Schooïe
tiert, maar hy heeftze niet volvoert , 't welk hem -veel ongeneugte veroorzaakt heeft, om dat hy zig had voorgeflelt, al bet vermogen van zyn wetenfrhap in dit Paleis te doen Zien. Men hield zyn Werken in zulk.n waarde, dat men hem tot zes hondert Ryksdaalders heejt betaalt voor een halve figuur, en drie duizent Ryksdaalders voor een Altaarfluk. By was in groote agting by verfcheide Vorflen van Europa , by de Pauzen , e» boven al by Clemcns den X /. nu regerende, die hem Ridder in V Capitool mtakte , 't» tegenwoordigheit van 't Sacro Collegie , en hem geduurende den loop van zyn leven, tot aan zyn doot toe met eer e overladen heeft. Carlo Maratti ftorf den 1 November van het jaar 1713- '* den ouderdom van agtentagentig jaren en zeven" maanden Hy is gelegt in een heerlyke begraafplaats , die hy by zyn leven had doen m*ken, in de Kerk van de Cathutzers in Romen. Men heeft hem ter eer e tot Camerano, zyn geboorteplaats ,een treffelyk gedenkteken opgerigt met de volgende letteren.
CAROLO MARATTJ Ex Illyria Oriundo, Camerani orto,
Viro toto Orbe Celeberrimot
Quem ob fingularem ejus virtutem
Ckmens XI. Pontifex Max. bonarum
Artium Reftitor In Capitolio adftante Sacro Cardinal ium Senatu,
Equeftri Cruce infignivit; Et antea Alex. VII. Clem. IX. Innoc. XI.
& XII. Surnmi Pontifes Ludovicus XIV, Galtiarum, Joannis IN.
Polo*
|
||||
|
van Prankryk. fH
Polonia Reges
Chriflina Alexandra Suecorum Regina Quam plurimis honoribus, & muneribus
decorarunt:
Romae in Templo ad Diocletiani Thermas tumulo magnificè extruöo
Refurre&ionem expeclaturo
Cives Cameranenfes Civi Optimo & illuftri
Exiguum hoc non exigui amoris documeiuum
Pofuere Ne tanto Viro
Cujus Memorianulla fere Europx Civitas Caret In Natali Loco Monumentum deeffet Yivebat Anno Salutis M. DCC. XIII.
Nota.
De twede Levensbefchryving van de la Hire en de vier laafte, ïyn in den tweden Franfen druk aan het Werk van den Heer de Piles by-gevoegr
|
||||
|
DE SMAAK
En van zyn verfcheidentheit, ten
opzigt van den verfchillenden
Landaart.
NA gefproken te hebben van de Schilders van verfcheide oord=n van Europa, heb ik het niet ondienftig geagt iets te zeggen van .den verfchillenden * fmaak derby zondere Volken. Men heeft op zyn plaats gefproken van den grooten fmaak , en aldaar aangetoont dat hy in een volkomen konfttafereel gevon* den moet worden , gelyk als het voorname oogmerk van een volmaakt Schilder , als in zyn oorfprong. Maar daar is in de menf-fen een algemeene fmaak, dieaannemelykis, of van de zuiverheit, of van de bederving, en die als eigen word, naar dat men gebruik van de byzondere dingen maakt. Ik zal my hier over tragten uit te drukken , in wat maniere dat hy zig bepaalt, en waar naar hy zig fchikt.
Men kan myns oordeels , van den Smaak van den Geeft, of verftant rcdeneeren, als van den fmaak van 't Jighaam.
Daar zyn vier dingen in den fmaak van het lighaam aan te merken.
1. Het Werktuig.
2. De dingen die men eet, of die gefmaakt worden.
^wionen' 3' Dat t gevoelen dat daar veroorzaakt word.
4. De
|
||||||
|
De Smaak van ieder Land. f 15 4. De * gewoonte die deze zelfde geduurig*i-Hab5-nerhaalde proeving in het werktuig voort-tU(le' brengt.
De zelfde vier dingen ïyn ook aan te merken in den fmaak van 't verftant.
1. Het verftant dat fmaakt.
2. De dingen die gefmaakt werden.
3. De toeëigening van deze dingen aan't verftant.
4. De gewoonte die zig voegt naar de ver-fcheide herhaalde oordeelen, van de welke het 7.ig een denkbeeld vormt dat zig aan ons verftant hegt en gemeen maakt.
Van deze vier dingen kan men een befluit maken:
Dat de Geeft genaamt kan werden, fmaak, voor zo veel als hy aangemerkt kan werden ge» lyk als werktuig:
Dat de dingen konnen genaamt werden van een goeden of van een kwaden fmaak te zyn, naar mate datze bevatten of komen af te wy-ken van de fchoonheden der Konft, het goet oordeel, en de goetkeuring van verfcheide Eeuwen vaftgeftelt.
Dat het oordeel, 't welk het f verftant aan-tl'Efptïc ftonts maakt van zyn voorwerp,is in den eer-tten en natuurlyken fmaak, die in 't vervolg zig verbeteren , of verflimmeren kan naar dat de tempering van \ den Geeft is,en de hoedanig-|i-ErBrit. heit van de voorwerpen die zig aanbieden.
En eindelyk,dathetdikwils * herhaalde oordeel * Juge-een hebbelykheit'of gewoonte voortbrengt, en«* deze gewoonte een vaft en bepaalt denkbeeld, dat Kk ons
|
|||||||
|
f* 4 J>e Smaak vaa ieder Land.
i d overhellen tot de dig,
gekregen hebben, en d.eva»
|
|||||||
|
^^dïi^g allengs vormt en voegt in den Geeft van iedereen in het byzonder,het eeene 't welke wy Bieeft doorgaans denimaafc in de Schilderkotift noemen. Voor het overige, alhoewel alle de fmakeu niet goet zyn,eg-ter is ieder een van mening dat de zyne den beften is- Berhaiven kan'me» 4^ finaak belchry-..-ven, zteeïn gewoontyk* denkbeeldvaneen zaak, betreepe» als h?t befte in '*y«' zoort. ,
Daar zyn drie zo.ort.ep van ftnaken. in de rSchilHerfcoiift , de Natuurlyke, de Konlbge, en den fmaak van den Landaart.
JDë NATt3fU&EfcX.K,E ftnaak , is het denkbeeld «das zig in onze inbeelding; vormt op 'teezigt van de eenvoudige Natuur. Hetichynt dat de Daitzers eo Nederlanders zelden buiten dit denkbeeld gegaapt zyn, en het gemeene gövoalen is dat Corcegio geen andere als deez' natunrlyke gehad heeft. Al het onderfcheid dut 'er is tuffen deze en de eerftgenoemde, is dat de denkbeelden zyn gelyk als vogten, diede Couleur van de vaten daraiemen , daarze in ontfarigeri werden, en dat aldus, de natuurlyke fmaak of gering of verheven kan wezen, naar- dat de begaafthedeil zyn van de byzondere .. Perzoonea, en volgens deVerkiezing waar toe dezulke bekwaam zyn om die van de voorwerpen der natuur te maken.
De Konstigë Maak, is een denkbeeld dat zig voegt en vormt op'tgezigtder Werken van een ander, en op het vertrouwen dat wy
heb-
|
|||||||
|
2V Smaak van ieder Land. j i f hebben in den Raad van onze Meefters; in één woort door de opvoeding of ondcrwy-.iing.
En de finaak van de Landaard, is een denkbeeld van de Werken die in een Land gemaakt en gezien worden , den Geeft innemende van den geene die het bewoonen. De verfchillende fmaken van den Landaard kon-nert gebragt werden tot zes, den fmaak van Romen , van Venetien , van Lombardien , van Duitslant, Nederland, en van Vrank-ryk.
De fmaak der Romeinen, is een denkbeeld van de Werken die zig in Romen bevinden. Want het is zeker dat de hooggeagfte Werken die in Romen zyn, de zulke zyn die wy Antieke noemen , en de Werken van de Moderne,die daar het naafte by komen, zo ia Beeldhouwery als Schilderwerk. Alle deze dingen beftaan inzonderheit in een onuitputte-lyké Bron van fchoonheit der tekenkonft, in de fchoone verkiezing van den ftand , in de fcherpzinnigheit van de uitdrukking der harts-togten, en een fchoone order van Flooijen,en in een verheven ftyl,daar de Aloude de Natuur toe gebragt hebben, en naar hen de Moderne Meefters zedert omtrent twe Eeuwen. Derhalven is het niet te verwonderen indien deRo-meinze fmaak met alle deze delen zo uitnemende bezet en bezig zyndé, het Coloriet aldaar niet komt als op het laaft, en'er by naar geen plaats en vind. 't Verdant van den Mens is te zeer bepaalt, en het leven is al te kort, om alle de gedeeltens van de Schilder-Kk i konft
|
||||||
|
ft(f De Smaak van ieder Land. kond te doorgronden, en dezelve alle te ge-lyk volmaaktelyk te bezitten; inïonderheit in een tyt dat de grondregels van 'tColoreren, nog niet wel gelegt, nog wel gekent zyn. 't Is niet om dat de Romeinen het Colorict ver-agten, want ze konnen^een zaak niet verasten daar zylieden nimmer een regtmatig denkbeeld van gehad hebben : maar vooringano-men zynde van de andere gedeeltens daarze de volmaaktheit in tragten te bekomen , en deu tyt niet hebbende om hun aandagt aan de kennifze van 't Coloriet te kofte leggen , zo agtenze het zo veel niet als het behoort.
De fmaak der Veneetzianen , is tegen-ftelt aan den fmaak van de Romeinen , om dat deze een weinig te veel veronagtzamen wnt het Coloriet betreft, en geene wederom, wat de Tekenkonft aanbelangt, DewyPer in Venetien weinig van Antiek te zien is, ook zonderling geen werken van de Romeinze Schilders, zo hebben de Veneetze Schilders geen ander doelwit als om de fchoone natuur van hun land te befchouwen en de zelve te verbeelden. Zy hebben de kentekens der voorwerpen door vergelyking klaar ten toon ge-ftelt, niet alleenlyk de opregte Coleur van een zaak, door de waarfchynelyke Coleur van een ander doende gelden jmaar zelfs in deze tegen-* v!ru- ftrydigheit een * overeenkomende frisheit van monieu-^ouleuren verkiezen^e, en alles wat dat hun-"ne Werken taftbaarder, opregter, enverwon-derlyker maken konde. Den fmaak van Lombard i en , beftaat in
een
|
||||
|
De Smaak va» ieder Land. fiy «en manier van tekenen die a vloejend,£kloek* Cou-c en mals is, t'zamen vermengt met een wei-lant-nig van 't Antiek en 't wel uitgezogte fchoon^Mo" leven , met fmeltendc en de Natuur naaft by ïeux.'" komende Couleuren , door het alderlugtij>fte Pïnzeel uitgevoert. Corregio is aan dezen ftnaak het befte voorbeeld , en de Caratzen, die getragt hebben hem naar te volgen, hebben wel zekerder als hy geweeft in de Tekenkorrit, maar minder als hy in den fmaak der Teken-konft, in 't bevallige, in de tederheit, en in de vermindering en fmelting der Couleuren. Annibal, zedert dat hy zyn verblyfin Romen hielt, nam zodanig den Romeimen fmaak aan, dat ik van hem niet rekenen kan op zyn Lom-bards gefchildert te zyn , als de Werken die voor de Gallery van Farnefe gemaakt
|
||||||||
|
Ik en ftel niet onder het getal der Schilders van Lombardien, de zulke die in Lombardien geboren , de Romeinze of Veneetze School gevolgt hebben : want ik heb in dezen deele ineêr opzigt gehad op de manier die men ter hand flaat als op de plaats van de geboorte De Schilders en Liefhebbers die ik in de School van Lombardien by vooorbeeld geftelt hebbe, den ouden Palma, Moretto,Lorenzo Lotto, Mo-ron, en verfcheide andere goede Meefters uit Lombardien , het Landfchap Brefcia en van Bergamo , hebben ongevoelig in verwerring geholpen, en aan verfcheide doen geloven dat de Schoole van Lombardien en Venetien de xelfde waren, om dat de Lombardze Schilders, die ik eenoemt hebbe, ten eenemaal hebben Kk 3 - ge-
|
||||||||
|
18 De Smaak van ieder Land. . gevolgt de manier van .Giorgion en Ti-tiaan; ik heb voor dezen zelfs zo gefproken volgens dit verwerde denkbeeld, om dat het meerendeel onzer Franfe Schilders aldus fpree-ken- maar de rede en de Italiaauze Schryvers, die deze ftoflèn hebben verhandelt, hebben my op den regten weg gebragt.
De fmaak van IJuitslant, is de zulke die doorgaans Gottieks genaamt word. 't Is een denkbeeld van de natuur zo als men de zelve doorgaans ziet met zyn gebreken, en niet zo als die zoude konn'en zyn in haar zuiverheit. De Duitzers hebben de natuur zonder verkiezing naargevolgt, hunne figuuren flegs alleen met lange klederen toegeftek , waar van de plooijen droog en gebroken zyn. Zy hebben hen zelf méér opgehouwden met de voorwerpen uit te voeren, als om die wel te fchikken , de uitdrukkinge der hartstogten is * infipi- ju >t gemeen * |i0Ut en gevoelloos, de Tekening van dien Landaard is droog, de Couleur van 't Schilderen tamelyk , en hunne arbeit met groote moeite te weege gebragt^ daar zyn egter Schilders onder de Duitzers, die waardig zyn onderfcheiden te werden, die in zekere delen van de kond, met de aller-bekwaamfte van Italien kunnen werden cc» lyk geftelt.
De fmaak van Neperlant verfehilt van Duitslant niet, als door de waarneming van een veeI t grooter houwding met de uitgelezen fte Couleuren , door een uitmuntend ligt en bruin, en door een zagter en vloeijender Pinceel behandeling. . Ik zonder altyt uit de
Me-
|
||||
|
De Smaak van kder JLantf.
Nederlanders drie of vjer; die Difcipelen van .Raphaël geweeft zynvdie uit, Italien de, ma-nfer van hun Meefter in 't tekenen en Gó-loreren : te rug bragten. Ik z,ojnder ook uit, Rubbens, van Dyk, en weinige anderen, die met doorziende oogen de Natuur befchouwt hebben, en haar uitwerking tot een ongemee-ne verhevenhcit opgevoert; alhoewel dat deze twe groote Meefters iets van de eigen-fchap van hun Land hebben behouwden in den frnaak «Ier Tekenkonft.
De fmaak van Vrankryk heeft altoos zo verdeelt geweeft , dat het bezwaarlyk is een regt denkbeeld daarin-te geven: want het blykt dat de Schilders van deien Landaard in hunne Weteen de een Van, den ander altyt verfchillend^, «jgeweeft z^n , 'geduurende hun verblyf in Ita'He, flud^erdeS zommige te Romen en namen diett iMaak geheel aan: andere wederom hielden z%«Vanger op in Venetien, en wederkomende, zyn ze meteen byzondere genegenheit ingenomen geweeft , voor de "Werken van dat Land; eenige hebben al hun * Snedigheit in 't werk geftelt om de Natuur * indu-te volgen, zodanig als zylieden zig inbeeldenftnc* dezelve te zien. Onder de voornaamfte Fran-ïe Schilders die voor eenige jaren geleeft hebben f zyn 'er geweeft, die den finaak van 't Antiek gevolgt hebben , andere die van An-nibal Caratz in de Tekenkonft, en de een en de andere hebben in 't Col oreren niet uitgemunt : maar zy hebben anderzints zo veel fchoone delen in hun vermogen gehad, en de
onder-
t rbnffin en Le Brun.
|
||||
|
.
|
|||||||||||||||||||||
|
<io De Smaak van ieder hand, onderwerpen met zo veel verhevenhert en waarfchynelykheit behandelt dat hunne Werken altoos zullen vertrekken tot een fie raad voor Vrankryk , en verwondering vaa den Nazaat.
|
|||||||||||||||||||||
|
. ■ u
|
|||||||||||||||||||||
|
EINDE.
|
|||||||||||||||||||||
|
■
|
|||||||||||||||||||||
|
-
I
|
|||||||||||||||||||||
|
N A-
|
|||||||||||||||||||||
|
~^
|
||||||||||
|
T
|
||||||||||
|
NAMEN
DER
SCHILDERS,
Waar van in dit Boek vermeit word.
DE GRIEKEN.
|
||||||||||
|
A * 107
Pampbtlus,
Parrafiui,
Protegenes.
"Timanthcs,
Ztuxis.
DE ITALIANEN.
Ambrozi» Lortnzttti. i ift yf#ir<? Orgtgna. Anirta Verrocb'to.
Andre ^Aantegna, 4
Andre del Sarto. .163
Andrea Cofimo. «J78
Antonio Coreggjo. . 27*
Antonio va» m.ejfinat 133
AndretsTéffi. 121
Baccio BandincU't, 171 Balthazar PtrHZAt da Siêna.
Kk f
|
||||||||||
|
21 N A M E.N
Bartholomeo 'Manfredik ; - 3 * 4
Benedetto Caliari. aö°
BoHamico Buffelmaeo. 1M jD^Caratz.en,Lodewyk,Auguflyn en Annibal. 275-Carlo, en Gabr'tel..Caliari. , -. , . 2,60
Qarto Maratti. JSf$ Carlo Sarracino.
Cimabue. ....' *r "o
Daniet da Fóherró. 208
Domintquin, ■ 'J ■ 29f
Dominica Ghirlandaio, 136
Dominica Beocufkmii * I90
Dejfo'van Ivrrütrn, 234
Francefco AlbanOt Jo^
Francais Uccelli. 2^8
Francefco Fruncia. I41
Francifco Parmeas, 180
fraftcefco Primaticcie. 203
Francefco Snhiati. 207
Francefco Vanius. . ..vJW$
Frederico Barozio. 214 Frederico Zmhtra^ t t ,- >-p r r 211 GaddoGmddi. . 1 vi i\ 1 i :i > j2z
'Gentil Bellino. 230
Georgio Vafari. . aóp
Giacomo da Pontormo, ■ 170 Giotto.
Giorgione. ■
Giovanni Lan Franco, ■
Giroiamo Genga.
Guerchin da Cento. g
GawWo /ff»/, . l^p
Hor at i o Uccelli. " '<' a.48
3^*»» Bellino» '. .j Joattd* Udirtt, ■
|
|||||
|
der S CHÏLDER S.
y»nn Angeli da Fufole. 130
$oan Fraticejco Penni. ÏÖ7
Jacomo Bajjan e» Zonen. i6f
Jacob Beüin». 230
Jeronimo Muciano. 263
Jofepien. 22O
Julio Rotnano. xóz
Letn Battifla Alberti. 129
Lionardo da Vinci.
Lippo
Luca Penni.
Luca Signorelli.
HAurgmitone.
Maria Tintoretta.
jMichel Angelo Bonarotti.
JVtichel Angelo da Cantvaggia.
Mortuo da Feltro.
Palma den Ouden.
Pafqualin della Marca.
Paulo Caliari Veronefe.
Pelligrino Tibaldi.
Pellegrin» van Modena.
Perrino del Vaga,
Philippo Lippi.
Philippo Lippi de'Zoon.
Pietro Cavalliui.
Pietro Laurati.
Pietro della Francefia,
Pietro Co/imo.
Pietro Perugino.
Pietro da Cortone.
Pietro Tefla.
Polidoor de Caravaggio,
Pordenon.
Pordemn de ]onge.
|
||||
|
M E N
|
|||||||||||||||
|
f4 NA
Rapbaèl ÏUrbi».
Rapbael da Reggio.
|
|||||||||||||||
|
213 214
229 178 139 2OI 117 126 314 127 208 117 238 249 317
|
|||||||||||||||
|
Rh ar do.
Romand.
Rofo.
Sandro Baticelh.
Sehajllaan del Piomho.
Simon Memmi. ■
'Stefano van Florence».
Spanjolet.
Taddeo Gaddo Gaddi en zyn Zon,
Thadeo Zucbaro.
'Thomas Giottino.
Titihan Uccelli,
|
|||||||||||||||
|
Vdentim.
|
|||||||||||||||
|
:- ■■
|
|||||||||||||||
|
HOOG-
|
|||||||||||||||
|
---------------------
|
|||||
|
der SCHILDERS. SiS
HOOGDUITSE
; en
NEDERLANDERS.
A*
Brabant Blotmert. 374
Abraham Janfmt. «37 f
Abraham Diepenbeek. jg. Adam Elsheimer. Adam van Oort. Adn aan Brouwer.
Albert Aldegraaf. 331
Albert Duur. 3
Anthonio Moor. 341:
Anthoni van Dyi. 378
Baltazar Gerbter. 391
Bartholomeus Spranger. 3yo
Bernard van Orley. 316
Chriftoffel Swarts, 344
CoTHcltt Cortielifz- 3ff
Cornelis Engelbregts. 31
Cornelis Ptelenburg. 38J
Cornelis Schut. 377
Daniel Zegers. 391.
DavidTeniers, de Oude, 389
DavidTeniers, de ]<mger ' ,39f
£)«r)Ê Barentfz. 34f
Erafmus Quillenus. . 404
Fr«»x Florus. 343
Franco» Miris, 402,
|
|||||
|
p.6 N A ME N
Frederik Brendel. 387
(f»Jp'er Netfcher, «4'l
Geldorp. 393
Gerard Douw. 4°°
Gerard Honthorjl. ' 377
«#.; tw# KkeH, 3S4
Ham Bol 346
&*« Holbeen. 337
&»/ Rothenhamer. 3y8
Henrih Goltius . , . 3JZ
Hendrik Goud. 388
Hendrik Steinwyk. 374
Hendrik Ferfchuuring. . 408
Hermen Swanevelt. 393
Huihert en ]an van Eik. 317
Hnihert Goltius, 34f
J«# ?><** Calker, 330
jan de Mabxfe. 331
J«# Cornelifz. Vermeyen. 340
Ja» Schor el. 334.
Jrt» Stradanus. 349
J<j» <r» Andries Both. 391
Ja» ^i?» //o^. 389
Jtf» Torrentius. 386
]oachim Sandrart. , 4c^
Jacob jordaans. 403
jacques Fouquier. 389
Jo/^/> //r/W. . 3J4
JCarel Vermander. 347
Kernelis de Heem. 394
Lamhert Lombard» 325
Lange }an. . ^^
Lucas van LeydeM. ^zj
Mattheus en Paultts Bril. 3yj-
M
|
||||||
|
der S G HIL0ERS.
Marten de Vos, Michiel Coxis.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Michiel Janfen Mirevelt. 576
Olivier. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Otfro Venim,
Pieter Breugel. 34!
Pieter en Frans Pourhus, Pifter Cornelifz. de Ryk.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
. Pieter de Laar Bambooz-Pieter Paulo Rubbens. Pifter Candidi. Pieter Koek van Aal/i. Gjyint'm MeJJis. Rembrant van Ryn, Rqeland Savry. Tobias Himmer. Wtllem Baur. Wtllem Kay.
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
DE FRANSEN.
Y_yUBreuil en Bunel 417
Charles Alfonfe du Frenoy. . 461
Charles Ie Brun. ,481
C'lande Lorranois. '491
Claude l/ignon. 468
Euftache Ie Suear. 448
Ferdinand Elle. 419
Francais Perrier. 44I
Jacquet Blanchart. 419
]ac/jfues Stella. 443
ean Baptifla de Champagne. 479
416 htwrems
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NAMEN der &c.
|
|||||
|
hattrens de la Hir*. Madame Ie Hay. Mart'» des Cbarmois. Marti» Friminent. "hAichel Darigni. Ntculas Lc'ir. Nicolas Migt/ard. Nicolas Pouflin. Noel CoypeU Vetrus MtguarJ. Yhilippe de Champagne. Sebajliaan Bourdon, Simon Francois. Simon Variiu
|
|||||
|
f2,9
|
||||||||||
|
DE SCHAAL
|
||||||||||
|
■,
DER
|
||||||||||
|
SCHILDERS.
E Enige Konftlief hebbers, begeerig zyndeom deu trap der verdiende van eeu ieder der Schilders , die een valïgeftelde asting verkregen hebbe te weten, hebben my veriogt een Schaa! te maken, in welke aan deeenezyde de naam des Schilders,en de wezentlykftedee-Ie van zyn K-mlt; en aan de andere zy, het gewigt van zyn verdiende dat hern toekomt, aangewezen wierd; invoege dat als men alles te zamen voegt dat in de werken van ieder Schilder gevonden wert, men zoude kunnen poj-deelen hoe veel het te zamen weegt.
'k Heb dezen Proef veel eerder gemaakt Gin my zelve te vermaken, als om andere in myn gevoele te trekken. Want de oordeele zyn al te verfchilllig over deze ftoffe, als dat men gelove zoude hier in alleen het wel getroffen te hebbe. Alles wat ik hier in verzoek, is de vryheit te moge hebben, van het geen ik '£r van denk open te leggen, gelyk ik aan andere de vryheit laat, om haar-gedagten geheel tegengeftelt van de rnyne' te hebben.
'Zie hier dau het gebruik dat ik van myn Schaal
maak.
Ik verdeel myn gewigt in twintig trappen , de twintigfte is de hoogftc , dien ifc toefchryf aan het alleropperfte der Schilder-koaft dat ons tot aog toe ia al zyn uitge-L l ftrekt-
|
||||||||||
|
Be Schaal der Schilders. ftrektheit onbekent is. De negentiende [s voor de allcrhooglte trap van- volmaaktheid die óns bekent is, tot dewelke nogtans nie-mant gekomen is. En de agtiende is voor die naar onze gedagten de naalte aan de' vol-maaktheit gekomen zyn , gelyk de laagfte cyfers voor de zulke zyn die naar ons gevoelen de verfte 'er van zyn afgeweeft.
Myn gedagten heb ik alleen laten gaan over de Schilders' die het meefte bekent zyn, ei heb de Schilderkonft in vier Colomme verdeelt, die zyn wezenrlykfte deelen zyn, te weten de ordenantie, de Tekening, de Cou: leur, en de hartstogten. Door de hartstogten verfta ik de gedagten van 's menflen harte. Door de fchikking van deze verdeeling zal men kunnen zien op welken trap ik ieder Schilder plaats daar de naam tegen over elk cyfter van ieder Colom te vinden is.
Men zoude onder de Schilders die meert bekent J zyn hebbe konne begrypen , vele Nederlanders die (geen Hiltoriefchilders zyn-de) egter met een uiterfte getrouwheit , de waarheden van de natuur verheelt hebbe, en die uitgemunt hebben in het verftand der Cou-leuren ;maardewyi dezulkeeen flcgte fmaak gehad hebbe in de andere deelen, dagt hetmy beter te zyn daar van een bezondere verdeeling te maken.
En dewyl de wezentlykfte deelen der Schil-derkonft zamen geftelt zyn , uit veele andere deeien, die dezelve Schilders niet alle even gelyk bezeten hebben. Is het redelyk de eendoor de ander te vereffen, om een billik oordeel te vellen. J3y voorbeelt; de ordenantie behelft
twee
|
||||
|
De Schaal der Schilders. f 31
twee deelen; te weten die van de vinding, en van de fchikking. Het is zeker dat zodanig een is bekwaam geweeft om alle de nodige voorwerpen wel uit te vinden, die tot een goede ordenantie behoren, die egter verzuimt zal hebben, de zelve wclftandig te fchikken, om een gewenlt uitwcrkzcl te doen. In de Tekening is wederom de * (maak en de f fekerheif, het*Gouft, eene kan in een fchildery gevonden werden ïporre* Zonder vergezelt te zyn met het ander, of wel l0n* zy konnen zig zamegevoegt vinde in verfcheide trappen , en door de vereffening die men 'er van doen moet. Kan men van het geen bet zamen waardig is oordeele.
Voor het overige, heb ik geen genoegzaam goet vertrouwen van myn gedugten, om niet overtuigt te wezen dat dezelve geftrengelyk be-rifpt zullen werde: maar ik herinner een ieder dat om fchrander te berifpen men een volmaakte kennis moet hebben van alle de deelen die het Werk zamen (tellen en van de redenen die'er een goet geheel van maken, want veele oordeelen over een Schildery na de delen alleen die zy hoog agten , en rekenen voor niets te zyn, die delen die zy niet kenne of niet beminnen.
|
|||||
|
LI
|
|||||
|
NAMEN
Der Schilders , die meeft bekent 7,yn.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
s I
-SS D
1» C
|
|||||||||||||||||||||||||
|
ALbaüt. Alben Durer. Andrea del Sarto.
B.
Barotius, jaeomo Baffax. Bapttji. del Piontbr. Jean tiethno. Bottrdbft. Li BtMt.
Q.
Ut L<at tttzttt» Corrtpot
D.
Dan'ielda Vaherra.
Diepenbeek.
Domimquino.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
410
IÖ IO
16
|
|||||||||||||||||||||||||
|
610 17 o 6' 7
|
|||||||||||||||||||||||||
|
13 6
|
|||||||||||||||||||||||||
|
;4 816
|
|||||||||||||||||||||||||
|
16
|
|||||||||||||||||||||||||
|
'f <7
|
|||||||||||||||||||||||||
|
11 10 IJ '7
|
|||||||||||||||||||||||||
|
G.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
8 918 4 Guer-
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Georgïon.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
t
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
14
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
s. £
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ö
jtS-.
II
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
P
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3
5'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
rs
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Z
>
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«5
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
f»
3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ordenantie.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
_>v^ O vu Q Q
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NO
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^ o oe.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tekening.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
m o 0_O
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Q\ O
|
oooo
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
O
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
pouleuren. Hertstogten.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
o.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Qv O
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
es* o_
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
* Q00
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^ Q
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||