|
t__________
VERHANDELING
Vande
Vijf Orderen der Bouw-Kond,
Die byde Ouden zijn in 't gebruyk gewecft,
Getrockcn uyt den beroemden Italiaenfchcn Bouw-meeftet
A. P A L L A D I O,
Vermeerdert met een Tweede Deelt
Inhoudende
*De Kjonjl om stel te TSomoen.
Door den Heer de M U E T
In 't Nederduyts o>ergtfet
DOOR CORNELIS DANCKERTS,
|
||||||||
|
Tot Amsterdam.
|
||||||||
|
By Cornelis Danckcrtfz , Conft en Caert-vercooper
inde Calver-ftract, inde Danckbaerheyt. |
||||||||
|
!
|
||||||||
|
3
Aen den eerwaerden, verftan-
digen en wel-wijfen Heer
FREDERICH ALEWYN.
Myn Heer.
HEt is van over langhe, dat kk metyver gewenft
heb, V.E. te geven een openbaer blijk,vande in- wendighe genegentheyt, welke ik aen u dien ft toegeeygent hebbe; de gunjl daer mede ghy my altijt vereert hebt, en de groote waerde van het Boeck van Palladio, dien vermaerden Bouw-Meefler van Halten,zullen de ontfchuldinge doen vande floutheyt die ik genomen hebbe V. E. op te dragen het wenk van dien gröoten Man, welk ik Neer landt s hebbe doen [preken. Denjldet die V. E. befit in defe volckrijcke Stadt, ah
eock de kenniffe in defe loffelijke wetenfchap, beneffens de liefde tot de Confl, hebben my beveflight in het i oor- neemen dat ik hadde om V. E. op te o f eren defe mijnen \ cleenen arbeyt, als een dink aen uwe bouw-gunfligheydt eygen; Maer hoewel dat mijnen Autheur isgeweefl de eerfle
van fijnen tijdt, en dat de grootfle Meefleren der Bouw- Confl noth alle daghen leer en, eenighe nieuwe vonden uyt defelve,föo vrees ik niet-te-min dat fijne fchoonheyt, doer mijne handen gaende, niet veele van haer luy'fler vermindert hebben, indien uwe vrientliicke onthalin- ghe die niet op en helpt, en defelve wederom geeft haren eerfien glants; oock hadde ick rioyi voor-ghenomen de- A % Je
|
||||
|
4
|
||||||||||
|
fe Overfettinghe aen den dach te doen koomen, ah onder
die hoope dat V. E. defelve niet weygherenfoudt uwe lefcherminghe, het welk V. E. hertgrondelijk bid. |
||||||||||
|
Myn Heer,
|
||||||||||
|
Uwen dienfl willigen
en toegencyghden
|
||||||||||
|
C. Damkertfz.
|
||||||||||
|
Befchrij-
|
||||||||||
|
Befchrijvinge der
VYF GRONT-REGULEN der
ARCHITECTVRE,
Welcke by de oude int ge-
bruyck zijn geweeft.
Uyt het Italiaens getrocken uyt p A L L A D I o
Door denUeer van
M U E ■ T.
DAer zijn vijf orderen die de oude gebruyckt hebben,
te weten de Tofcaenfche, de Dorifche, de Ionifche, de Corintifche, en de Compofitafche oft gemengel- de: Men moet die inde gebouwen gebruycken, in dier voegen dat de aldergrootfte en aldervafte d'onderfte zy: Poor dien hy gevoeghlijcker den laft fal konnen dragen,en dat het gebouw een veriekert fondament fal hebben. ' Alfoo dat de Dorifche fich altijt fal ftellen onderde Ioni- fche, de Ionifche onder de Corinthiaenfche, en de Corintifche onder de gemengelde. Men Gebruyckt weynigh op de gront de Toicaenie welen-
de grof en robuft , ten zy op 't Landt, ofte in gheheel onghe- meenegrooteftucken van ghebouwen , als Amphitheatren en diergefiike, dewelke zijnde van verfcheyde orderen , de Tof- caenfche fal zich ftellen fin plaetfe vande Dorifche onder de Ionifche, en forrien eenige vande vijf foude willen verby-gaen, A 3 gelijk
|
||||
|
gelijk als men indedaet doen {oude fettende de Corintifche
op de Dorifche , zulcx kanmen doen, doch dat altijt de alder- groflte d'onderfle biijft, om redenen voor verhaelt. lek fal ftellen int byfonder en in 't kleyn de maten van elk
defer vijf Orderen,niet foo veel naer de aenwijfinge van Vitru- vius , als volgens hetgeene ik inde oude ghebouwen aenghe- merekthebbe, maereerft fal ik fpreken van het gene haer alle int generael aengaet, Vande dickte en vercleeninge der Colommen,<?tf van
de tuiïcn-Colommen en Pilafteren. |
|||||||
|
E Colommen van ekke order moetmen maken in diervoe-
ghen dat het bovenfte dunder is dan het onderfte , in het midden een weynigh verdickende. Wat aengaet de verkley- ninge oft verminderinge, moetmen aenmereken dat te langer de Colommen zijn, te minder die verkleynen in de difte, door dien de hooghte van haer (elven ter fake van de diftancie, het Zelve werek doet van verminderingh. Daerom indien de Colomme of fchacht is van vijfthien
Voeten hoog, de dide beneden fal zich verdeden in fo delen en een half, en mak en de vijf en een halve de di£te om hoogh, Soo fy is van vijfthien tot twintigh voeten inde hooghte ds onderde difte fal zich verdeelen in feven deelen , van welkers de (êsen een half fullen maken de opper/Ie didte , van gelijken dewekke fullen weien van twintigh tot dertigh , de dide on- der fal zich in achten verdeelen, makende de leven de dide van boven. Aldus fullen de Colommen welke noch hooger zullen weien ,haer verminderen naerdegefeyde proportie van i dehoooghte,ghelijk Vitruvius leert int tweede Capittel vant derdeboeck. Maer op wat maniere men die int midden fal verdicken , geeft hy ons niet als een fimpele belofte, waer van het komt dat,verfcheyde perfonen daerverfcheydelijck af ge- Jproocken
|
|||||||
|
|
|||||||
|
fproocken hebben. Voor my ik ben ghewcnt het profijl van
defe gefeyde di«£te te maken op defe maniere. ■ lek verdeel de fchacht van de Colomme in drie ghelijcke declen,en late het derdendeel voor het onderfte loot, aen't uyttcrfte endt van welke ik maekeen linie en weynighdunder alfbo lang als de Colomme of wat meer,en roerenet reiterende derdendeel om hoogh , dat buyghende tot dat het punt komt aent hoeckje van't verminderende deel aen't opperfteder Colomme ende den hals, ende volgens dit crommen ik teyken aldus, ik make de Colomme een weynighdicker int midden, welcke haer feer aerdigh kompt te vernauwen, en hoewel ik my niet hebbe connen inbcelden,een veel lichter en corter ma- niere als defe, of die beter geluckt, ik hebbe my in defe mijne inventie feer verfterekt nae dat defelve aen Meefter Pieter Ca- taneé foo wel gevallen heeft, nae dat ik hem gefeyt hadde dat j hyfè in een van fijn werken foude gebruyeken, door't welk hy de konft niet weynigh vereert heeft. A.B. Het derdendeel der Colomme welke men lootrecht
laet. B. C. De twee derdendeelen welke haer verminderen ofc
vernauwen.
C. Het punt van de verminderingh onder het halsbandc-
ken.
De tuiTen-Colommen , dat is te feggen de fpatien die daer
zijn tuffen de Colommen, kanmen maken van een en een halve Diameter van de Colomme, te nemen vant onderfte der fel ver, fy connen ook gemaekt worden van twee Diametren, van twee en een vierendeel, van drie en noch meer, maer de oude heb- ben geenegrooter gemaekt als van drie Diametren, tenzyin de Tofcaenfche ordere, van welke makende de Architrave van hout, fy maekten de tuflTen-Colommen geheel wijt,en niet min als van ander halve Diameter, en hebben defe wijte gebruyekt op alle, wanneer fy de Colommen heel groot maekten. A 4 Maer
|
||||
|
Maer fy hebben boven, al gheprefèn die foorte van tuffen-
Colommen, welke waren van twee Diametren en een vierde: noemende die heel fchoon en uy tmuntende, Maer men moet aenmerkc datter behoort proportie en overeenkominge te we- fèn, tuffen de Colommen en fpatien , om dat fbo tuiTen dunne Colommen groote wydicheden zijn , men fal aen het oogh de fchoonheyt beneemen, door dien dat de groote locht die tuf- fen defe fpatien fal weten veel verminderen , fal de groot] heyt vande Colommen : En foo in tegendeel inde nauwe Spatien zijn groote Colommen, uyt oorlake vande vernauwinge der fpatien, falder welen een gepropt en onaenghenaem aenfien. Daerom indien de fpatien boven de drie Diametren zijnde i Colommen,fullen haer diéte van 't fevende deel van haer hoog- te hebben , ghelijk ik die inde Tofcaenfche ordre aenghe- merekt hebbe. Doch fbo de fpatien van drie Diametren zijn, de Colom-
men fullen leven modulen en een halflenghte hebben, ofc acht als inde Dorifche ordcre. Soofe zijn van twee en een vierde, de Colommen fullen ne-
gen modulen lenghte hebben als inde Ionifche order, foofe zijn van twee, der Colommen lenghte faljvan negen modulen en een half als de Corintifche zijn, en endelijk foofe zijn van anderhalve Diameter , de Colommen fullen thien modulen lenghte hebben, gelijk de Compofïtafche. En in dees vijf verbaelde orderen heb ick hier in acht ghe-
notnen, op dat het fouden voorfchriften zijn, aen alle manieren van tuffen-Colommcn dieVitruvius in't voorfeyde Capiteel aen wij ft. Na de faciaet van de gebouwen, moeten de Colommen ge-
lijken , op datter zich in 't midden een tuffen-Colomme vint die haer grooter maekt als de andere , om darmen te beterde poorten en ingangh zoude 'zien , diemen gemeynlijk in't mid- den {telt, en dit moet van de wereken met fimpele Colom- men verftaen worden. Maer
|
||||||
|
9
Maer foomen Galderyen met Pilaftren maekt, men moet
die fbo ftellen, dat de Pilaftren geen minder di&e hebben als het derdendeel van 't ledige datter tuiïen twte Pilaftren fel wefèn, en die vande hoeken fullen de twee derdendeelenheb- ben , om de hoeken van 't gebouw fterck en vaft te maken, en wanneer fy een groote fwaerte lullen moeten draegen, ghe- lijk in groote gebouwen , alician falmen haer geven de helft vant ledige, gelijk als die zijn vant Vicentijnfche Theater, en van 't Amphitheater van Capua, oft de twee derdendeelen, als die van Theater van Marcellus tot Romen, en van 't The- ater van Eugubia, het welke tegenwoordigh toebehoort den Heer Louys de Gabrielle Edelman van defe Stadt. De ouden hebbenfè fbmtijts foo groot gemaekt als het ge-
heel ledige, gelijk aent Theater van Verone , aen die zyde die niet op den Bergh kompt, maer indegemeyneghebouwen fal mcnle niet minder dick als hetderdendeel,nochgrooter alsvan twee derdedeelen van 'c ledige maken, en lullen viercant zijn. Maer om coften te befpaeren, en meerder plaetfèom door
te gaen relaten, men falfc grover int aenficht maken als op zy- de, en tot cieraet vande Fafdaet jinen lal in't midden van't voor-hooft det gefèyde Pilafteren ftellen halve Colommen oft andre Pilaftren die om hoog decprnifle dragen, welke opde booghen van de Galde rijen fullen zijn, en (uilen van die grof- te wefen, volgens de hooghte van elke order , gelijkmen inde afteykeneningen en volgende Capittelen kan zien. Om alles wel teverftaen, op dat het niet noodighzyeen
felve fake dick wils te herhalen , moetmen weten datin't ver- deelen vande maten der voorfeyde orderen ik niet en hebbe willen nemen eenighe fekere en vaft-bepaelde mate 3 dat is nae 't gebruyk van eenige Stadt, als vademen , voeten, pal- men, &c. VVetendc dat de maten naer de Steden en Landen verfchillen, maer Vitruvius navolgende, die de Dorifche ordre verdeelt ende deelt, met een mate genomen van de groote der Colommen, welke aen allegemeyn is, en door hemgenoemt A y Module,
|
||||
|
IO
Module, ick fal my van defè mate dienen in alle de vijf Orde-
ren , ende de Module fal zijn den Diameter van de Colomme onder ghenomen, en verdeelt in fèftigh deelen, behalven in de Dorifche, alwaer de Module fal wefen de helft van de Diame- ter der Colomme verdeelt in dertigh deelen, om dat aldus ver- deelt 'tfelveghemackelijcker valt voor de Compartementen der gefèyde Order: in voeghen dat ydereen makende de Mo- dule grooter oft kléynder, naer de hoedanigheyt van 't ghe- bouw,bem lal konnen dienen met de geteyckende proporticn ca profijlea voeghendetotelcke order» |
||||
|
II
VAN DE TOSCAENCHE O.RDER.
■i-N E Tofcaenfche order, volgens het gene Vitrnviusfeght.
*■' en 't gheen men in der daet ziet, is de eenyoudighfte en flechtfè van alle de orderen der Archite&ure, door dien hy behout de eerfte outhcy t,en gebreck heeft van alle de vercierin- gen welke de andere fchoon en aengenaem maken. Hy heeft iïjn beginfel uyt Tofcanen , het edelfte ghedeeke van Italien, waer van hyoock noch fijn name behout. De Colomme met het bafement en Capiteel, behooren de lenghtete hebben van fêyen Modulen, en vernauwen oft verminderen om hoogh het vierde parfi van haer di&e, foo men van dit order wercken maekt met fimpele Colommen, fbo kanmen de fpatien heel groot maken, om dat de Architraven van hout gemaeckt wor- den , daerom wordenfè veel ghebruyktinde ghebouwen op 't Landt om de gemackelijckheyt der wagenen en ander boere wercken, en is ook onkoftelijk, maer foomen Poorten ofte Galderijen maekt met boogen, men fal die mate inde volgen- de aftckeninge vertoont, waernemen,inde welke men de ftee- nen gheley t en ghefchakelt ziet, ghelijkalsmy dunckt datfè behooren te welen, wanneer het werek is van fteen, waer van ik ook gewaerfchout hebbe int maken van de tekeninghen der andere vier orderen, en defè maniere van ordonneren, en al- dus te binden de fteenen, hebbe ick getrocken uyt verfcheyde boogen der oude, gelijk men zien fal in mijn boek vande Ze- geboogen, waer in ik geheel naukeurigh geweeft ben» A. Architraefvan'hout
B. Bakken die den drop maken
|
|||||
|
De
|
|||||
|
12
De Pedeftaelen oft voet-ftucken die men onder de Colom-
men van defc order fal maken, fullen de hooghte van een Mo- dule hebben ,cn effen wefen, de hooghte van de bafe van de Colom is vande helft van fijn di&e van onder aen ghenomen, deiè hooghte wort verdeelt in twee gelijkedeelen, d'eeneis voor de orle, zoomken, ofte plint, welke gemaekt wort met depaffer, d'ander deelt zich in vier deelen, waer van d'een is voor het viercant, dat anders genoemt wort bant ofte gordel, en mach noch een weynigh kleender gemaekt worden , en is in dit order alleen een ghedeelte van het voet-ftuck, door dien in al de andere hy een gedeelte vande Colomme maekt; en de andere drie deelen zijn voor de Torus oft ftock.Dcfè ba- fe heeft voor fijn fprongh het feftedeel vanden Diameter van deColotnme. Het Capitteel heeft mede de helft van de hoog- te, van de dióte der Colomme beneen, en verdeelt zich in drie gelijke deelen; van d'eene maektmen den Abakus, ofc viercant, dewelk gemeynlijk ter fake van fijn gheftalte ghe- noerot wort Dado ofte viercant j 't ander deel is voorde Ou- ola oft Ey; en her derde deel verdeelt zich in leven, van 't een maecktmen het vierkant onder 't Ouolo oft Ey , en de fes blij- ven voor de keel, hals oft fries, d'Aftragael is van twee hoogh, als het vierkant onder de Ouolo oft Ey, en fijn middel-punt maektmen op de lijn die loot-recht van 't verfeyde viercant valt, en op die felve linie valt de fpronck van de Cymaes die vande felve groote is als het vierkant. De fprongh van dit Capitteel refpondeert op het levendige vande Colomme om laegh, fijn Architraef wort ghemaekt van hout, alfoo hoogh alsbreet, en de breete gaet niet te boven het levend' vande Co- lomme om hoogh, de balken die de goot maken, hebben het vierde part van de lenghte der Colommen, fiet daer de maten vande Tofcaenfe ordere, alfbo Vitruvius die leert. |
|||||||||
|
I
|
|||||||||
|
A. Abakus, ofte vierkant
B. Ouolo ofte ey
|
|||||||||
|
C. Half-
|
|||||||||
|
13
C. Half-bandt, gorgel, ofte frife van 't Capitteel
D. Aftragael
E. Het levend der Colomme om hoogh
F* Het levend der Colomme beneden G. Reiglet, ofte gordel H. Stock, of thorus
I. Orle, Ourlet Zoomken ofte Plint
K. Pedeftael ofte voetftuck.
Maer foo men de Architraven van fteen maeckt, men fel
waernemen al 't ghene hier boven van de tuiïchen-colommen gefeght is: Men liet eenighe oude ghebouwen, die ghefeydt konnen werden van dit ordre gemaeckt te zijn, om datfe ten deele de felve maeten hebben, ghelijck t'Arena van Veronen, en t'Arena en Theater van Paole, en veel andere, van welckc ik de profijlen ghenomen hebbe, niet alleen van de bafè, van het Capiteel, van de Architraef, van de Fries, en van de Cor- nijs, ghefèt in 't lefte bladt van dit Capittel, maer oock van de Impoften,van de gewelven, en van al die gheftichten, ik lal de teykeninghen ftellcnin mijnboeck van de Outheden, A. Rechter keel
B. Croon ofte goote
O Goote en rechter keel D. Scotia
E. Frife
F. Architraef
G. Cymaes ofte Snïjdinghe
H, Abakus I. Rechter keel van 't Capitteel
K. Half-bandt, gorgel, oft Fries van 't Capitteel L. Aftragael, oft rondeken metten gordel M. 't Levend der Colomne onder 't Capiteel N. 't Levend der Colomne beneen O- Lijntjen
---------- |
||||
|
«4
|
||||||
|
O. Lijntjen of gordel van de Colomne
P. Stock ende keele
Q^ Orle,ourlet,oft plint vandebafe.
|
||||||
|
fan
|
||||||
|
VAN DE DORISCHE ORDER.
DE Dorifche Order heeft fijn oorfpronck en naemont-
leent van de Dorianen , een Grieckfch volck, 't wekk haer woninghe in Afia hadden. De Colommen indienfe effen zijn fonder Pilaftren , behooren feven en een halve Mo- dule lenghte te hebben, ofte wel acht, detuflchen-colommeo zijn een weynigh min als van drie Diametren van de Colom- me , en defe manier van gebouw met Colomme is van Vitra- vius ghenoemt DUH/os: dats te Jègghen die de tuflehen-co- lommen wijder en opender heeft dan alle. Maer foo die leenen aen Pilaftren fy fullen metdebafc en Capitteel hebben feven- thien en een derdedeel modulen hooghte. En is aen te mereken dat ghelijck ick hier bovca
ghefeyt hebbe, de Module in dit order alleen, is ês halve Diameter van de Colomme ghedcelt in dertigh de- len, en in al d'andrc ordren^ is de Diameter ghedeeltin ieüigïa deelen. By de oude fietmen gheen Pedeftalen aen defe Order, maer
wel by de Moderne , niet te min willende die hier ftellen foo moet de Abacus oft Dado wefen van een perfed vierkant daer van de maste van *t orriatnent te nemen is, door dien hy fick verdeden fal in vier ghelijcke deelen , en de bafe met de Plint föllen gaen voor twee ,en de Cymaes voor een, aendewelcke behoort ghevoeght te zijn de Orle van de bafc der Colomme. Men fiet oock van defe foorte van Pedeftalen in de Corintifcibe Ordre, ghelijck tot Veronen in de booghe welcke men noetiït van de Leeuwen, ick hebbe verfcheyde manieren van Profijten gheftclt, die haer konnen voeghen naer't Pedeftael van dit or- der , die allemael fchoon zijn, en ghenoomen van de oude era heel perfedï nagemeten. Dit order heeft gheen evghen bafe , waer door men in
veele ghebouwen de Colommen (onder bafe fiet , gbelijck tot Roomen in 't theater van Marcellus ; en dicht by dk Theater
|
||||
|
\6
Theater aen den Tempel van de Godtvruchtigbeyt: int The-
ater van Vicenfen , en in veel andere plaetfen. Maer fbmtijts fetmen de Atheenfche bafe, welke vele haer fchoonicheyt ver- meert, en fiet hier fijn mate. Zy heeft inde hooghte de helft vande Diameter der Colom-
me, en verdeelt zich in drie gelijke declen , van d'eene maekt- tnendeplinth ofte focq , de twee andere verdcelen haer in vie- ren , van d'eene daer af maecktmen den opperden Itock, en de andere die rellen, verdeden haer in tween, macr d'eene is voor den onderden ftock, en d'ander voor de Scotia met fijne vier- canten,door dien fy haernoch verdeelt in fes declen,van d'een daer van lal't opperde vierkant ghemaekt worden, van d'an- der d'onderfte en van de vier refterende de Scotia. De fpronck is van het feftedeel vanden Diameter der Co-
lomme : de gordel wort gemaekt vande helft vande opperde ftock j foomenfe verdeelt vande bafe fijn fprongh is het derde- deel vande geheele fprongh vant bafêment. Maer foo de bafe mackt een ghedeelte vande Colomme , fy fullen van een ftuck wefen fonder ghedeelt te werden., de gordel fal dunachtigh zijn, gelijkmen ziet inde derde afteykeninge van dit order, alj waer ook zijn twee manieren van Impoften met boogen. A. 't Levend van de Colomme*
B. Lijnekenoft gordel»
C. Opperften ftock,
D. Scotia met de vierkanten.
E. Onderften ftock.
F. PlinthofteZocq.
G. Cimaium.
H- Abaco, dado, oft vierkant vant Pedeftael.
I. Bafe.
K. Impoften vande booghen.
|
|||||
|
Het
|
|||||
|
hst Capitteel oft hooftftuck behoort te hebben de hoogh-
te ?an de helft van de Diameter der colomme van onder > en verdeelt fich in drie deelen, die van boven fal verdeelt zijn in vijf, drie fullen wefèn voor de Abaco , en de twee andere deelen voorde Cimafè , de welcke haer weerom verdeelt in drijen, van d'eene kompt het viercant, en van de twee andere de keel ,het tweede principale deel van 't gefèyde Capitteel ver- deelt fich in drie ghelijcke deelen , vand'eendaer afmaeckt mende fchaepkens oft kleyne viercantjes, welck zijn drieghe- lijckej de twee andere blijven voor de Ouelo oft ey, de welcke heeft voor fijn fprong de twee derden van fijn hooghte: Het derde principale deel van 't gefèyde Capitteel, is voor
denhalsbandt,gorgelken oft friefè,de gheheele Sprongh is van het derde deel van den Diameter der colomme , d'Aftragael oft rondeken isallbo hoogh als de drie Schaepkens, ea heeft fijn fprongh nae buyten aen 't levend van de colomme om laeghjhet liniken oft gordel is lbo hoogh als de helft van 't ron- deken. Op het Capitteel maecktmen de Architraef,de welcke be-
hoort alfbo hoogh te zijn , als de halve difte der Colomme, dat 's te fègghen een Module, hy verdeelt fich in (even deelen, van d'een wordt het bandeken, en fbo veel geeftmen hem voor de fprongh ; voorts alles verdeelt fieh in fes deelen , een der felver is voor de droppen oft klockxkens ; die fes in 't ghetal hooren te zijn , en voor het Lijft jen dat onder 't ghefèyde ban- deken is,'t welck het derde deel maeckt der gefèyde dropkens oft klockjes , van het bandeken tot beneden verdeelt fich de refte in feven deelen,\vaer van de drie zijn voor de eerfte bandt en vier Voor de tweede. De Fries is een en een halve Module hoogh. De triglijf is een Modale breet, fij n Ca pitteel is van het fëfte deel van een Module. De Triglijf verdeelt Jich in fes dee- len } Daer vanfijnder z voor twee canulen oft ftralen van mid- den ; een voor twee halve canulen oft ftraelen aen de twee uy t- terften , en de andere drie maken de Spatien welcke tuflchtn 0 del
|
||||
|
de ghefeyde Canulenofc ftralenzijn. De Metope, dat is de
plaetlè dieder is tuffchen de twee Triglijffen, behoort alfoo wijt als hoogh te wefen. De CorniiTe hoort een Module en een feftedeel hooghtetc
hebben en verdeelt haerin vijf deelen,en een half: Men neemt twee voorde fchotie en voor de Ouolo oft ey ; de Scotia is kleender als de Ouolo oft ey van de groote van fijn liftjen,de andre drie en een hal ve neemtmen voor de kroon oft anders de goot, en voor de verkeerde en rechte keel, de voorfz geut, oft kroon behoort van de ies deelen van 't Module de vier-fprong te hebbenj en in fi;n platteen effene dat na ondren ziet, en aen fijn fprongh na buy ten , fy heeft langs heen op de Triglijffen fes dropkens oft klockf kens , en aen debreetedriemet fijne vierkantjens,en op de Metopen fommige roofen; de dropkens oft klockfkens zijn ront, over-een-komende met die onder 't bandeken, die gemaeckt worden in de gedaentc van Caropa- nen oft timpanen. De keel fal het achftedcel dicke zijn als de kroon oft goote;
fy verdeelt haer in acht deelen , twee zijn voor de Orle, en fes blijven voor de keel, welck fe ven en een half deel fprong heeft. So dat de Architrave, de Friefe en de Corniffe koment heb-
ben de hooghte van 't vierdepart der hooghte van deColom- ne.en zijn dit de Maten van de Cornifle volgens Vitravius;van dewelcke ick een weynig afgeweken ben, die veranderende in fijn leedenen makende een weynigh grooter: |
|||||||||
|
l
|
|||||||||
|
Deden yttn '« Capitecl.
N. Cimaetium. O. Abacus. P. Ouolo oft ey Q. Kiene Gravering? oft trapkeni
Jt. Halfbant oft Gordelken. S. Aftragacle. T. Lyniken.,riem,of halsbandeken
V. Levend vande Colomme. X. Gront van 't Capiteel. Y. Platte gront, befchut oft ver- cicring vande Goote. De
|
|||||||||
|
A. De de rechter keel.
B. Gekeerde keel.
C. Kroone oft geutc.
D. Ouole oft cy.
E. Scotia.
F. Capiteel van 't Triglijff.
G Triglijff. H. Metope.
1. Bant oft bandeken. K. Droppen oft klocxkens. L. Ecrfte Loofwerck. M. Tweede Loofwerck. |
|||||||||
|
DE ORDRE VAN JONIEN.
DE Ionifche Ordre heeft fijn oorfpronck ghenomen in Io-
nien een Provintie van Afien , en wy lefen dat van dit Ordre den Tempel van Diane tot Ephefen gebouwtwas. De Colommen met het Capiteel en de Bafè hebben de lenghte van negen Modulen, en by Module wort verftaen de Diamater van de Colomne om laegh. d'Architraef, de Fries, en de Cornifs maken het vijfde deel van de hooghte van de Colomme, in de volghcnde teyckeninghe, welcke is met fimple Colommen, de tuffchen Colommen lijn van twee Diametren en een vierendeel, en is de alderfchoonfte en aldergemackelijckfte maniere van tuffchen Colommen, by Vitruviusgenoemt Luftylos; als oft- men feyde fchoone Colomme, en in de andre volgende teycke- ningh welck is met bogen en pilafbren zijnfe de derdedeel van'c leedighc in de breette, en de booghen hebben openingh in de hooghte twcemacl hare breette. Somen Pedeftalen onder de Ionifche Colommen fet,gelijck
in de tekening van de boogen, hy fal hooghte hebben.de helft van de breette van de opening van de boogh.en fal fich verdee- len in fè ven deelen en een halve: van de twee lal men de Bafè maken, van de derde de Cijmaefe, en de vier en een halve over blijvende zijn voor de Abacus,dat is de effenheyt van't midden. De Bafè fal hebben een halve Module dickte, en fich verdee-
len in drie deelen , de eerfte jsvoordePlinth ofteZocq,de fprongh is van 't vierdepart van de ghefeyde dickte, en derhal- ven het achftedeel van een Module; de twee andere deelen van de Bafe verdeelen haer in feven : van drie komt den ftock, en de vier andre verdeelen haer weerom in tween, waer van d'een is voor de bovenfte Scotia en d'ander voor d'onderfte,welcke meerder fprongh moet hebben als d'ander. De Aftragaclen moeten het achfte deel van de Scotia heb-
ben , het regelken oft rtemken van Colomne is het derdedeel van de ftock van de Bafe,maer fbo de Bafe gemaeckt wort aen een-voeghende met een deel van Colomne, liet gef cyde riem- B 2 ken
|
||||
|
! ken fal dunder zijn ghelijck ick gefeydt hebbe in deDorifche
i Ordere , de ghefeyde riem heeft fpronghs de helft van de bo- ven ghenoemde fprongh, ziet daer de maten van de Bafe van Ionien volgens Vitruvius. Doch om dat in vele oude ghebouwen men ziet met dele
Ordere Atheenfe Bafen , en datfe rriy meer behagen op de Pe- deftaelen , ick hebbe de Atheenfche geteeckent met een ftocx- ken onder den riem oft gordel, hebbende niet ghelaten te ma- ken d tekeningh die Vitrivius leert. De teeckeningen I. zijn twee verfcheydeprofijlen, om de
impoften van deboogen te maken, en de maten van eleke zijn ghemaeckt met cijfei'-ghetalen, dewelcke beduyden de deelen van 't Module, ghelijck ghedaen is in al d'andere tekeninghen} de impoften zijn hooghe de helft van de dickte van Pilafter die de boogh draeght: |
|||||||||||||
|
A. Het levend van de Colomme.
|
F. Orle gehecht aen de Cijmaefi
|
||||||||||||
|
B. Het ïondeel met de riem of
gordel, welcke deelen van de Colomme zijn. C Stock of oppetftc Thorus.
D. Scotia.
E. 'Stock of onderde Thorus.
|
van tPeftael.
G., Cijmaetè van twee foorten. H. Abacus oftDodo. I. Bafè van twee foottcn. K. Orle van de Bafe. L« Impoftederbooghen. |
||||||||||||
|
Om het Capiteel te maecken men verdeelt de voet van de
Colomme in achthien deelen, en neghenthien van defe deelen zijn de lenghte en breette van de Abacus; en de helft maeckt de hooghte van't Capiteel met de Voluten,fbo dat hy hooghte heeft 5» deelen en een halve; een en een half zijn voor Abacus met fijn Cijmaefè, de andere acht blijven voorde Vo'uite ,die op defe maniere gemaeckt wort.Van't uytterfte vande Cijmafe treckende na binnen, wort een van dees 19 deelen ghenomen, van't puntje der iel ve laetmen een linie loot recht neerdalen,die de Volute in 't midden doorfnijt, en dele linie is ghenoemt Ca- thete , en alwaer in defe linie het punt is dat de vier en een halve opperfte deelen, met de drie en een half andere onder van een fcheydt , daer valt het middelpunt van't oogh van de Volute.,, den Diameter daer af is eene der acht deelen , ende van't
|
|||||||||||||
|
19
van 't bovenghenoemde punt treckmen een linie dewelcke
kruycende in rechte Anglen, die ghefeyde Cathete komt te verdeelen de Volute in vier deelen voorts in 't oogh der fel ve komt een kleen vierkant, wclckers grootte is de halve Diame- ter van't boven ghefeyde oogh, en de Diagonale linien in het felve getrocken zijnde, komen de punten op welck men in 't maken -van de Volute den voet van de PaflTer onbeweeghlijck moet houden ; en daer zijn derthien middel-punten, tellende i die van oogh van de Volute, en aengaende de maniere diemen ' houden moet, men zietfè door de ghetallen gemaeckt in de te- keningh. d'Aftragael van de Colomme is aen de rechte zijde van 't oogh van de Volute, de Voluten zijn alfo dick in't mid- den als de Sprongh van 't Ouolo oft ey, dewelck foo veel uyt- fpringt voorby de Abacus als't begrijp van't oog vandeVolute. De uy thoolingc of groeven van de Volute gaen gelijck met het levend vande Colomne;d'Aftragael vande Colomne draey t onder de Volute, en toont fich altijdt ghelijck het blijckt in de Plant vande Colommc,en is het natuy rlijck dat fo teeren dinck als de Volute plaetfc gheeft aen foo een ftercken als daer is de Aftragaele en wijcktde Volute altijdt eenparigh van hem. Men heeft een gewoonte aen de Anglen in de wereken met
"'olommen of Portiken van de Ionifche ordere,te maken Capi- teelen die de Volute alleen niet en hebben van vooren, maer daer boven in dat deel welcke het Capiteel fich makende , ge- lijck men die gewent is te makcn.foude maken de zijde:In luie- j ke voeghen datfe de Frontifpicen van twee zijden komen te hebben,en heten Angularilche Capitelen,dewelcke ick in mijn bouck van de Tempelen lal aenwijfen hocmen die maeckt. n' ^rU$l, , . , Aen de voet van't Capiteel van de
B. Gnftoft hol van de Volute. r/ », j cirj i j *
. f Colomne jjjit de Jeljae ledenden- <~. Uuolooftey. geUientmetd'felve lettrcn.
D. Rondeel onder't dOuolo,of ö J
ey. C S. 't Oogh van de Volute in 't
E. Riem, gordel of regelken. groot leden van deBafe volgens
F. Levend van de Colomme, fftruvms.
G. Lijnic genoemt Cathete. K. Levend van de Colomme.
B 3 L. Riem-
|
||||
|
20
L. Riemkenoft regelken.
M. Stock ofte thorus. N. Eerftc Scotia. O. Rondeelkens. |
|||||||||||||
|
P. Tweede Scotia.
Q^ Oile oft Ourlet. R. Sprongli. |
|||||||||||||
|
d' Architraeff, de Friefe, en de Cornis maken gelijck ick ge-
feght hebbe het vijfde deel van de hooghtc der Colomme,en in het geheel verdeelt fich intwaelf deelen; d'Architraef maeckter vicr; de Fries drie.en deCornis vijf. d'Architraef verdeelt haer in vijf deelen ,vand'eenekomtdeCijraaefe; en't refte cnde verdeelt fich in twaelfven: drie worden voor de eerfte face oft bant> en voor fijn Aftragael genomen, vier voor de tweede met fijn Aftragael; en vijf voorde derde faciaet oft bant. De Cornifle verdeelt fich in feven deelen en drie vierende-
len, daer zijnder twee voorde Scotiaen d'Ouolooftey; twee voor het Modillion, en de drie andre deelen met de drie vier- departen voor de Croon en kecle; en heeft foo veel fprongh na buyten alfle dick is. Ick hebbe ghetekent het Voor-hooft, de zijden, en de voet
oft plant van 't Capiteel, en d'Architraef de Fries en de Cor- nifle met de graveringen daer toebehoorende. |
|||||||||||||
|
A. Rechter keele.
B. Verkeerde keele.
C. Geutte oft Croon.
D. CijmaefevandeModilljons.
E. Modillions.
F. Ouolo oft ey.
G. Schotia.
H. Frife. I. Cijmafc van de Architraef".
K. L. M. Zijn de eerfte, tweede, en derde voorficht, bandt of
Loofweick.
|
|||||||||||||
|
Lee Jen vAti't Cdpitetl.
N. Abacus.
O. Hol of gront van de Volute.
P. Ouolo oft ey.
Q. Rondeel van de Colomne oft
wel Aftragael. R. Levend van de Colomne, al-
waer de rofen zijn is de plat- te grondt oft lambiis van de cornis tulkhen twee modili- lion$. |
|||||||||||||
|
Va»
|
|||||||||||||
|
21
VAN DE CORINTHISCHE
O R D E R E. TOt Corinthen een feer edele Stadt van 't Peloponefas oft
Morca , wiert eerftelijck gevonden, deordere dietnen de Corinthifche noemt ,dewelcke aerdigher en lulliger is dan alle de voorgaende daer af gefprokenis. De Corinthifcbe Colommen zijn ghelijck de Ionifche, en
hebben de lenghte daer onder begrepen, deBafe en het Capi- teel negen Modulen en een halve; foo die uyt ghegraveert ge- maeckt worden, fy behooren vier-cn-twintigh geutjens te heb- ben, die elck foo veel diepte hebben als de helft van haer breet- te,dc fpatieoftwijte diedertuffchen twee geutjens is , fal een derde zijn van de breette van een geutjen. d'Architraef ,de Fries, en de Cornis maken het derdedeel van de hooghte van de Colomme. In de volghende tekeningh, welcke is met enckele Colom-
men, de fpatien of Inter-colommen zijn van twee Diametren gclijck daer is het Portael van de Rotonde tot Roomen, defê f; maniere van Colomnen is by Vitmvius ghenoemt Syftylos, als ofmen feyde met Colommen een weynigh opender of wijder, en in de andere teyckeningh , dewekke is met boogen, de Pi- laftren maken de twee vijfde deelen van het open van de boog, en heeft de boogh in de hooghte de wijtc tweemael en een half van fijne breette,daer in begrepen de fwaerte vande boog fêlve. Onder de Corinthifche Colommen falmen maken een Pede- ftael van de hoogte als het vierde deel van de hooghte der Co- lomme, en (al fich verdeden in acht deelen; men fal nemen een voor de Cijmafe ; twee voor de Bafe, en vijve fullende blijven voor de Abacus. De bafe fal hem verdelen in drie deelen 2 daer van fullen zijn voor de Plintus, en d'andere voor de CornifiTe. Het Bafement vande Colomme is d'Attifche, maer in defe order verfchilt fy met die welckmen fet in de Dorifche ordere, in dat de fprongh is van het vijfde deel van de Diameter van de Colomme, in ftede datfe in de Dorifche is van het feftedeel vande Diameter. Men kan noch in eeniger manieren verfchey- B 4 denheyt
|
||||
|
1%
denheydt maken ghelijcktnen ziet in dele teyxkeningh alwaer
noch aenghcwefèn wort de impofte van de boogen ; welcke d« helft hooger is als de dickte van 't lidt, dat 's te leggen de Pila- fter die de booge draeght. |
||||||||||||
|
A. Levend van de Colomme.
B. Riem, regelken en tondeelkcn
van de Colomme.
C. Stock oft opperfteThorus.
|
G. Cimatium.
H. Abacus, alle beyde van 't Pe-
deftael. I. Croon ofte goote.
K. OrleofteourletvandeBafè.
D'impoft van de booge is ter zij- de de Colomnic. |
|||||||||||
|
D. Scotiametde Aftragajen.
E. Stock of onderde Thorus.
F. prle van de Bafè gehecht aen
|
||||||||||||
|
de Gijmaeft: van h Pedeftael.
Het Corirjtifche Capiteel behoort te welen alfoo hoogh als
de dickte van de Colomme onder,en het feftedeel meer 't welck men neemt voor den Abacus; en de refte verdeelt fich in 3 ge- lijke deelen ; de eerfte wort genomen voor de eerfte bladeren, de andere voor de tweede, en de derde verdeelt fich weerom in tween ; van het deel naeft aen de Abacus maecktmen de fteken of ftruyeken met haer bladren diefè fchijnen op te houden, en die uyt defelve fpmyten, waer door de fchacht van de Colom- me daerfe uyt komen dick fal wefen, en de bladeren met hacr omringingen lullen allengf kens verminderende gaen, waer in wy een voorbeelt fullen nemen aen de kruyden, dcwelcke veel grooter zijn alwaerfe uytteraerde fpruyten , dan daerfe endi- ghen, de Titnpaen dat 's te fegghen het levend van 't Capiteel onderde bladeren, behoort te gaen recht met de grondt van de gootjens yan de Colomme. Om den Abacus te maeckendatfe een behoorlijcke fprongh
heeft, foo paeckt het vierkant A. B. C. D. waer van elckezij- de zy een en een halve Module,en hier in trecket de Diagonale linieren van d'eenc driehoeck tot d'ander, en alwaer zy haer doorfnijden in't punt E. ('t welck het midden en centrum is van 't gefeyde vierkant) falrnen deonbeweeglijcke voet van de pafier letten, en na elcken driehoeck lalmen een Module teke- nen : Voorts alwaer fich vinden de punten F. G. H. I. falmen linien
|
||||||||||||
|
2}
linien treckcn diefich zuyden in rechte driehoecken met de
gtfèyde Diagonalen en welcke de zijden van 't vierkant raken L. M. N. O. en dit fullen aldaer wefcn de palen van de hoor- nen; en alföolangh als de gefcyde linien fullen wefcn, foo veel breettc fullcn de hoornen van de Abacus hebben. De omkrommingh en verkleeningh falmen maken , nemen-
de de wijte van d'een hoorn aen d'ander, welck is van 't punt L- tottec punt N. voorts van de gefêyde punten falmen ghe- deeken trecken van een circkel.aen het middelft der fèlverty't punt P. fal onbeweeghlijck ghehouden worden, een van de voeten van de pafTer, en van d'ander beweeghlijcker falmen tekenen de kromme linie die de diepigheydt ofkromte maeckt yan de Aftragael of Rondeel van de Colomme, en men fal maken dat de tongeuvan de bladeren daer raken , ofwel datfc een kleyn weynigh verder uyt komen, en daer is hare fprongh, de Rofè behaortbreet te zijn, het vierendeel van de Diameter van de Colomme aen de voet. d'Architraef, deFrjes, en de Cornis als ick ghcfèydt heb,
zijn het derdedeel van de hooghte van de Colomme, en 't ghe- heeJ verdeelt fich in twaelf deelenalsindelonifche,maerin defe is dit onderfcheydt, dat de Cornis haer verdeelt in acht! deelen en een half, van d'een maecktmen 't tafel-werck, van 't [ ander het kant-werek of kanten, van de derde d'Ouolo oft ey, j van de vierde en vijfde 't Modillion, en van de drie en een half j overblijvende deCroon met de Keele. De Cornis heeft alfoo veelfprong alflehoogh is. De kofferen of plaetfen der Rofen die tuflTchéndeModilions zijn, behooren vierkantte wefèn, en de Modilons dick als de helft van 't veldt der ghefèyde Rofen. Deleden van dit Order, hebben wy niet getekent met letteren als die van de voorgaende Orderen, door dien men dcfè lichte- Üjck uyt de andere kan kennen. |
|||||
|
B f VAN
|
|||||
|
VAN DE ORDERE COMPOSIT^
OFT GEMENGELDE. DE Compofitafche ordre, die oock de Latijnfche genoemt
wort, door dien hy van de vindinge der oude Romeynen is, wort alfoo genoemt door dien hy van de twee voorgaende orderen verdeelt is, en defchoonfte en rechtmatigftc is die de- welcke uyt de Ionifche en Corinthifche ghetrocken, geftelt is, fy macckthaer veel lichtvaerdigcr als de Corinthifche,en kan hem in alle fijne deelen gelijck gemaeckt worden,behalvcn in't Capiteel. Sijn Colommen behooren thien Modulen lenghtete hebben* In de tekeninghmetenckele Colommen de Inter-co- lomnen zijn van eenencen halve Diameter, en defe maniere wort door Vitruvius ghenoemt Pycnoftylos, als ofmen fcyde gedrongen Colomnen en in grooter menichte. En in de teke- ningh met booghen, de Pilaftrcn hebben de helft van 't open van de boogh, en de booghen hebben haer hooghte tot onder 't gewelf van twee vierkanten en een half; dat 's te feggen an- der half mael de wijte of Diameter. En door dien gelijck ick gefeydt hebbe, defe order haer veel
luftigcr behoort te vertoonen alsdeCorinthifehe,zijn Pedeftael is van 't derdedeel van de hooghte der Colomme, en verdeelt fich in acht deelen en een half, van d'een wordt de Cijmafe van defe Bafe gemaeckt, en van de vijf en een half de Abacus, de Bafe van't Fedeftael verdeelt fich in drie deelen,de 2 zijn voor de Plinthus oft Zocq,en een voor zijn ftocken met haer keele. Het Bafement van de Colomme kanmen Attifch maken ge-
lijck aendeCorinthifche,en kanmenfe oock maken gemengelt van de Attifche en Ionilche, ghelijckmen ziet in de tekeningh, het Profijl vande Importen der boogen,is ter zijden van't glad- de of effene van Pedeftael, en heeft foo veel hooghte als het lidtdickte heeft. Het gecompofeerde Capitteel heeft defelve maeten als het
Corintiiche , is daer in vedcheyden in't gheene de Volute, de Ouolo oft ey, en den Spille aengact, welcke leeden aen de Io- nifche |
||||
|
2?
nifcheeygen zijn, en de maniere om defelve te maken is aldus,
van den Abacus na beneen verdeeltmen het Capiteel in drie deelen gelijck in't Corintifchc; de eerfte is voor het eerfte blat, en de andere voorde tweede en de derde voor de Volute; de- welcke fich maeckt op defel ve maniere, en met defclve punten met dewelcke ick gefeyt hebbe datmen de Ionifche macckt,en beflaet foo veel van de Abacus dattet fchijnt datfè fpruy t uy t de Ouolo of ey,dichtby de bloem diemen fetin 't midden van de kromming der gefeyde Abacus,en is alfo groot van vooren als de verhooging dieder is op de hoornen derfel ver of een weynig meer , d'Ouolo of ey heeft dickte, de drie vijfde deelen ghe- deelten van de Abacus; (ijnnederfte deel begint juy ft in'tne- derfte deel van 't oogh der Volute. Hy heeft voor fprongh de 3 vierdeparten van fijn hoogte,en komt met fijn fprongh recht in't krommen van den Abacus,of een weynigl 1 meer na buy ten. De Spilleis hetderde van dehooghte van't Ouolo of ey,en
heeft een weynigh meer fprongh als de helft van de dickte , en dray t rondt-om 't Capiteel onder de Volute, en zietmenfè al- tijdt, het kleyn trapken oft grift die onder de Spillgaeten maeckt d'Orle van de Timpaen van 't Capiteel, is de helft van de ghefeyde Spille , het levend van de Timpaen relpondeert recht met de grondt der gootkens van de Coïommen. Van defe föorte hebbe icker een gefien tot Roomen van de-
welcke ick de voorfeyde maten-gcnomen hebbe,om dat hy my heel fchoon en wel verftaen docht te wefen. Men ziet noch Capiteelen van andre foorten die gecompo-
feerde konnen genoemt worden, van wekke ick fal ipreken en de af beeldingen voordellen. d'Architraef ,de Fries, en de Cornis zijn van het vijfde deel
van de hooghte der Colomme,en van't geene dat ick hier voor van de andre vier Orderen ghefeght hebbe , en door de getal- len in defe teeckeningh geftelt, kentmen haer cieraden en ma- ten. |
|||||
|
Van
|
|||||
|
26
VAN pE PEDESTAELEN
O¥i VOET-STUCKEN. TOt hier toe hebbe ick ghefèght al't gene dat my nootfa-
kclijck ghedo^ht heeft van de muyren en hare cieraden, en in 't byfonder van de Pedeftalen die aen elcke Order toege- eyghent konnen worden, maer om dat my dunckt dat de ou- de defè confideratie niet ghehadt hebben een Pedeftael van een feeckere grootte te maecken, voor d'een Ordere eer als voor een ander, en niet te min dit lidt feer vermeerdert zijn cicraedt en fchoonighey t wanneer het gemaeckt is met reeden, en propoitie heeft met de andere deelen; om hier af een fekere kennifle te hebben, en dat den Architeft hem foude konnen behelpen naeralle gelegentheden, moetmen weten, datmenfe fbmtijdts ghemaeckt heeft vierkant, dat 's te feggbenalföo langhalsbreet, ghelijck in de boogh der Leewen tot Veronen, welcke maniere ick hebbe tocghe-eyghent aen de Dorifche Ordre, om dat fy een vaftigheydt vereyfcht, fomtijdts heb- ben zyfe ghemaeckt nemende de mate van 't licht der wijten en fpatien,gbelijck in de boogh van Titus St. Maria Novo tot Roomen, en in die van Trajanus op de Haven van Ancona daer het Pedeftael is van de hooghte als de helft van het open van de boog: en ick hebbe inde Ionifche Ordere van de'è fopr- te zijn Pedeftalen geftelt. Op andere tijden hebbenfe de maten genomen van de hoog-
te van de Colomme, ghelijckmen ziet tot Suze in een boogh gemaeckt ter eeren van Auguftus, en in de boogh van Pole een Stadt van Dalmatien en in 't Amphitheater van Roomen in de Ionifche en Corintifche order, in welcke gebouwen het Pede- ftael is vanhetvierdcdeel van de hooghte der Colommen, ge- lijck ick geftelt heb in de Corintifche order. En tot Veronen in de boogh van't oude Cafteel, 't welck heel fchoon is, het Pedeftael is van 't derde van de hooghte van de Colomme, ge- lijck ickfe gefet hebbe in de gecompofeerde ordere, en dit zijn de
|
||||
|
7
de alderfchoonfte formen van Pedeftalen en die een goede
over-een-kominge hebben met de andere deelen. En wanneer Vitruvius in't felle Boeck fprekendc van de Theatren gewach maeckt van 't fteunfel, men moet weten dat het een (èlve dinck is mettet Pedeftael 't welck is het derdedeel van de hooghte der Colommen geftelt voor't cieraet van 't Speel-toneel. Maer belangende de Pedeftalen die te boven gaen het der-
dedeel van de Colomme, menzietfetot Roomen in deboogh van Conftantinus alwaer de Pedeftalen zijn van twee deelen en een half van de hooghte der Colommen , en by-na in alle, de Pedeftalen der oude zietmen waergbenomen te zijn, te maken de Bafüs twecmael dicker als de Cimaes, VAN DE MISVERSTANDEN
EN MISSTELTENISSEN. H Ebbende voorgheftelt de cicraden der Bouw-konft, te
weten de vijf orderen,en geleert hoemen moet maken en ftellen de Pourfijlen van elck van hare deelen, ghelijck ick ge- vonden hebbe datfè de oude waerghenomen nebben > heten dunckt my niet qualijckte voeghen, den lefer alhier te waer- fchouwen van veele miftellinghen, dewelcke ingevoert zijnde door de Barbaren noch daegelijcks gebmyekt worden, op dat de lief-hebbers van defe konft daer op mochten letten in hunne wereken, en die bekennen in die van andren. Ick fegh dan dat de Bouw-konft zijnde gelijck alle andere konften een navolg- fter van de natuyre nieten kan lijdenyets dat gheleenten af- ghedwaelt is van het gheene de natuyre vereyfcht. Daer af komt dat wy zien dat dees oude Architecten of Bouw-mee- fters die de ghebouwen begonnen van fteen te maecken, dia ghcmaeckt wierden van hout, hebben gheordonneert dat de Colommen foo dick niet fouden wefen boven als beneden, ne- mende een voorbeelt aendeboomendiedunderzijnaenden coP/
|
||||
|
top als aen de ftam by de wortel. Van gelijcken door dien het
heel behoorlijck is dat de dinghen daermen eenige fwaerte op willegghen haer verdicken. Sy hebben onder de Colommen bafen oft voet-ftucken gheleydt, dewelcke met haer Thooren, ftocken en fchotien fchijnen te verdicken, ter fake van 't ghe- wicht en (vvaerte datfc dragen. En mede in de Corniflen heb- benlè inghevoeght de Triglijffen Modillions en Tant-werc- ken om te vertoonen de hoofden der bakken diemen fet aen de folderinghen en om het dack op te houden. Het felve dinck merektmen in elck ander deel lbomen daer op let. Dit aldus zijnde , behoortmen te verachten die maniere van bouwen de- welcke afwijekt van het gheen de natuyre der dinghen leert, en door de eenvoudigheydt diemen ziet in de dinghen door haer voortghebracht, als ofmen iich een andere natuyre makende, verlaet de rechte en goede maniere van bouwen. Om welcke reden behoortmen niet in plaetf e van Colommen
en Pilaftren, welcke zijn om op te houden eeenighe fwaerte en laft, te ftellen Cartoenen die genoemt worden Compartimen- j ten, 't welck zijn eenighe omringinghen die een vuylen aen- ' fchouw geven aen die geene welcke kennifle hebben , en geven veel eer verwerringe als vermaeck aen die geene die fuicksniet verftaen, en brengen niets anders voort als de onkoften te ver- meerderen van de geene die doen bouwen , infonderheydt fal- i men uyt deCornifïèn gheene van defe Compartimenten doen i komen, om dat het nootfakelijckisdatallededeelenvandc | Cornis zijn om eenighe oorfake, en doen by-na vertoonen het geene men foude lïcn, indien het werek was van hout; en bo- ven dien wetende van noode dat om eenigh gewicht of werek te dragen, een dinck ftijffen fterek dient om 't ghewicht tegen te houden,daer is geen twijflTel of defe Compartimenten en zijn i heel overtolligh, door dien het onmooglijck is dat eenigh hout of balck doe inder daedt het gheene datfe voor beelden, en de dunne en tedere voor-becldingen weet ickniet om wat reden dattnenfe mach ftellen onder eenigh dinck dat hart en fwaer is. i Macr !
|
|||||
|
I
|
|||||
|
2?
Maer het gheen dat heel impertant is na mijn ghc voelen, is de
misflagh van te maken , de Frontefpiccn der deuren, poorten en venfteren en der galderyen ghebroken in 't midden, door dien datfe ghemaeckt welênde om haerte decken voor den re- gen die van de daken valt, ick en weet niet meerteghen de xu- tuyrelijcke redenen als te breken en openen dat deel dat de ou- den onderricht door de nootwendigheydt felve, hebben ghe- maeckt vol en geheel in 't midden, om te toonen datfe behoort te dienen om te beichermen voorden reghen, fneeuw euhagel de bewoonders van 't gebouw, en die daer in willen komen, en hoewel de verfcheydenheyt en nieuvvigheydt der dingen altijc ', behoort aenghenaem te wefèn, evenwel d'een noch d'ander ' moet de regulen van de kunft oft redenen verftooten. Van waer het komt datmen wel ïiet de ouden veranderlijckhcden ghebruyeken, maer noyt oft immermeer afwijeken van de ghe- | I meyne en nootfakelijcke regulen van de kunft, ghelijckmen fal j ! fieninmijnBoeckvande Antiquiteyten of outheden. Daer is I ; oock een misflagh die niet kleyn is, in wat aengaet de fpron- j gen van de CornifTcn en andere cieraden , die maeckende van buyten al te veel,door dien dat wannneerfe boven maeten zijn, ; 't gene haer redelijck dienftig is, noch daerenboven wanneerfe ! in eenvafte plaetfe deielve nauw en onaenghenaem maken, fy | gheven noch vreefè aen die daer onder zijn , drey.gende altijdt ! om te vallen. Men moet iich niet minder wachten Corniffen I te maken die gheen ovcr-een-kominge hebben met de Colom- j naen, door dien fomen groote CorniflTen fet onder kleyneCo- i lommen, wie twijffelt of fukke gebouwen moeten een leelijck i en onaenghenaem oogh geven ? daer-en-boven fchijnende de Colommen gebroken te maken, daerom makende ghefteenden en roofènhedekens, die haer fchijnen vallen effen te houden, dit moetmen fo veele fchuwen als het moghelijck is , door dien dat de Colommen vo ut-komende ghcheelen fterek te beter, moghen doen het effcA om dewelckedie gbefteltzijn, dat is te maecken h'Jt vverek dat daer boven is verfceckett en ghe- duyrigh
|
|||||
|
^^»-
|
|||||
|
duyrigh. Ick konde verfcheyde andere dierghelijcke misfla-
gen aenwijièn, gelijck van fbmtnige leden die gemaeckt wor- den met Corniüen fonder proportie met d*andere leden, de- welcke lichcelijck gekent konnen worden, door 't gene dat ick boven gefeydt hebbe,
F I N I S,
|
||||