|
|
|||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
D E
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
W A A R D IJ E
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
DER
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
K O E P O K K E N,
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
BJJZONDERLJJK TER BEVEILIGING
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
VOOR DE
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
K I N D E R P O K K E N ,
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
OVERWOGEN IN EEN ANDWOORD AAN DEN
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
AGENT VAN NATIONALE OPVOEDING,
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
DOOR
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
M A T T H. VAN G E U N S.
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
-ocr page 2-
|
|
|||||||||||
|
|
ZEER GEACHT MEDEBURGER!
|
||||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
I
|
|
|||||||||
|
|
NDIF.N ik het genoeg geoordeeld had, ter beand-
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
woording uwer aanvrage van den 4. Nov. , aan-
gaande de Koepokken mijne eigene gedachten te fchrijven, zoo verre ik die reeds destijds bij mij zelven had opgemaakt, dan had mijn andwoord niet zoo lange behoeven terug te blijven, dewijl het mindere van mijn gewone werk in de laatfte dagen van elke week, daartoe walligt den tijd zou hebben doen vinden. Dan, bij nader indenken van het gewigt der zake, best oordeelende, om mij vooraf nog wat dieper intelaten, althans te recen- téren, in een onderwerp , dat, van toen het ge- rucht begon te maken, wel mijne aandagt heeft ge- trokken, maar niet levendig gehouden; heb ik bf floten , vooral de twee voornaam fte fchriften over de vaccine inoculation, dezen zomer uit Engeland oncfangen , met aandagt nog eens te doorloopen, voor ik aan het andwoorden ging. En dit heeft |
|
|||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
|
|
|||||||||
-ocr page 3-
|
|
|||||||||
|
|
< 6 >
tlan, tnet andere fteeds onvermijdelijke tusfchenval-
len en afleidingen, een zoo langdurig uitftel te we- ge gebragt, dac ik, bij het gene 'er fints dien tijd gebeurd, en ook door fommigen der Onzen nu reedg in 'c licht gegeven is, naauwlijks'wete, of mijn fchrijven wel in 't geheel nog eenige nuttig- heid zal kunnen hebben, verder dan om een bewijs te geven van mijne bereidwilligheid jegens U.
DR. Jenner, de eerde der bovenbedoelde fchrij-
vers, de Clasficus en eerfte grondlegger der nieuwe praktijk, in zijne Ivquiry inlo the caufes and efeSts of the varioJae vaccinae (ad. ed. Lond. 1800.) , be- weert, gelijk bekend is, dat de Cowpox geene ei- gene of oorfpronglijke ziekte der melkbeesten zijn, maar afkoraftig van zeker vettig of lijmig zweer- vogt (the greafe ) van zieke Paarden - voeten , C mogelijk Mok-pooten of Overhoef) hetwelk over- gebragt aan de uiers der Koejen door melkende handen, die eerst befmet en niet gereinigd waren van de behandeling dier greafe^ aan dezelve uiers of fpeenen de bedoelde pokpuisten zouden doen ont« Haan; terwijl Koepokpuisten, die, volgens anderen en ook volgens hem, foms, vooral in het voorjaar, coïfpronglijk ontftaan op de uiers der grazende bees- ten , geene echte of beveiligende Pokfloffe zouden opleveren. Voonis fchijiien deze eigenaartige fox, als 't ware, landeigen te zijn aan de landftreek van Gloucestershire, zoo dat men op andere plaatfen van Engeland er bijna niets van wete, en geheel niet in Schotland of Ierland. |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
|
|
|||||||
|
IK heb voords mijn werk gemaakt, bij Koe
|
|
en
Paar- |
|
||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 4-
|
|
||||
|
|
< 7 >
Paarde - houders en behandelaars alhier, om na te
Iporen, of hier ook zulke puisten en zulk eene wij- ze van ontftaan derzelve eenigzins bekend zijn, doch geheel vruchteloos. In het veerijk Groninger ge- west heb ik, door mijnen aldaar praéliférenden zoon, dezelfde navorfchingen, met denzelfden uit- flag, laten doen. Men kent wel Beestepokken, doch deze zijn zwerende en meest inwendige puisten, op de ingewanden, ora welke geflagte beesten worden afgekeurd; dus geheel wat anders.
DE Koepokftof derhalven fchijnt, ter afweering
der Kinderpokfmette over den aardbodem, gehaald te moeten worden alleen uit Gloucestershire, bijna als de Kina, ter verdrijving onzer koortfen, uit Peru! En zeker, indien dit gif die beveiligende, bij eene zoo gemakkelijke, werking heefc, als waar* voor wij zien dat vele 'onzer Landslieden het gere- delijk opnemen, dan heeft wel nimmer onze Natie waardiger gefchenk van de Britten ontfangen , dan dit; te meer, daar het zoo gemakkelijk mededeel- baar is, dat die land-eigene hybride beesteftoffi, eerst door inentinge bij onze nabuuren, als 't ware, gehumanifeerd, en fteeds al voortgeënt, ook onder de onzen, bij zulk eene fchijnbare adulteratie geacht wordt niets te verliezen van hare oorfpronglijke beesrclijke eigenfchappea en eigenaartige kracht, hoe dikwijls zij ook, mensch uit mensen in, al voort- giste! De inentingen immers onder onze Landgeno- ten , zoo als gij weet, gelijk ook onder de Duit- fchers, Franfchen enz., gefchieden meest alle met zulke veelmalen en ongelijkaartig voortgegiste ftoffe, en daarvan ver wacht men eene voldoende beveiliging.
A 4 Bx
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 5-
|
|
||||
|
|
< 8 >
BY Dr. Jenners Irtqaify heb ik gelezen aa fa*
qwiry concerning the Cow-pox &c. Lond. 1798, door Dr. G Pearfon,een zeer oordeelkundig, befcheidfen man, mededinger van Dr. Jenner, en door deezen hooggeacht; voords Reperts on a feries of Inocula- tions for the vatiolae vaccinae &c. bij Dr. W ra. Woodville, Lond. 1799. &c.J doch ik beken, dat ik, eerst door het lezen der berichten in jour- nalen, en naderhand door deze werkjes zelve» nog niet genoeg bewogen ben ten voordeele dezer in de plaats gefielde Pok - inenting, om namelijk haar met geruslheid, voor de oorfpronglijke menfchen Pok- inenting, te doen intreden, hoezeer ik oplettend wil blijven op het licht, dat andere kunstgenoten in deezen verder zouden kunnen verfpreiden, 't Is echter ook mogelijk, dat ik hier geen onbevooroor- deeld regter ben, ik, die welligt één der oudfle thans in ons Vaderland levende Inoculateurs der Menfchenpokken ben; die, van de eerfte op« komst der verbeterde inëntwijze af, in 1765, eerst in Groningen, daarna in Gelderland, in Holland, hier, zeer vele honderden , in verfcheidene tijden, van allerlei geftéllen, van a of 3 maanden af tot 60 jaren toe, met bijzondere oplettendheid in die cure heb behandeld, en d larvan fleeds aanteekening gehouden; die van zulk een groot aantal, ja wel, twee of drie jonge kinderen heb zien derven, maar, durf ik zeggen, geen enkelen, zonder blijk, baar bijkomende vreemde oorzaken, die vermijd hadden kunnèu worden, of zonder verband waren met dé Pokziekte zelve; die dus zoo voldaan bten over de goedgunftigheid der Menfchen - pok. inenting, dar ik naauwlijks iets meer van die der
bees.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 6-
|
|
||||
|
|
«C 9 >
beesten durf hoopen; indien namelijk de ware
Pok - enting niet flechts behooreUjk verricht, maar ook, dat de groote zaak is, het beftuur der ingeën- ten, kundig en wijslijk , naar het verfchil van ge- ftellen en verfchijnfelen, worde gefchikt en veran- derdi In dit laatfte toch, meen ik, dat de eigen- lijke bedrevenheid en waardrjevan een bekwamen In- enter zich moet doen kennen. Doch zij, die in het bedrijf dezer Pok-inenting niet anders zien, dan het eenvormig verrichfen van een zeker Etterprikje, ook wel met het toedienen van zekere afvoerende of an- dere middelen , en het algemeen doen houden van een koel beftuur: deezen zullen, meen ik , niet altoos wel kunnen flagen, ja foms ongelukkige uit- komsten moeten ondervinden, welke toch dooreen meer oordeelkundig beftuur welligt hadden kunnen voorgekomen worden. Dan , daar zulk eene oordeel- kundige bedrevenheid, om veelerlei oorzaken, voor- al wegens gebrek aan oplettendheid en ondervinding, niet elks deel kan zijn, zoo ware het zeker, om het algemeen belang, te wenfchen, dat er een eenpaari- ger en eenvoudiger Weg geopend kon worden, om even zeker, maar gemakkelijker, voor het verderf der Kinderziekte te beveiligen, al ware het dan door het mededeelen van eene ongelijkfoortige fmette, wier beveiligend vermögeft wij nog niet kunnen verkla- ren. Immers, hoe vreeiftd ook» in de gewone ana- logie der Nataur, het mededeelen ea overwerken is van Contagia van beesten op menfchenj en omge- keerd, (hondsdolheid, vergiftige beefen en fommig fchurft uitgezonderd) de ééne dag teert toch den anderen, en hét kotnt hier zekerlijk maar op fafta aan; doch deze fafta moeten dan ook afdoende
AS en
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 7-
|
|
||||
|
|
«{[ 10 J»
en ontwijffelbaar zijn; enkele verveeling bij het oude
en meer bezwarelijke, met eene losfe volgzucht tot nieuwigheden, tot geruchtmaken , moeten ons niet wegflepen!
E£NE eerfle vraag is hier dan, meen ik: daar ds
inenting der Menfchenpokken zoo zeldfaam dadelijk /j, of ook de ingeente Koepokken immer dodelijk uit» rollen? Dr. Jen n er blijft, in zijn boven aange- haalde tweede uitgave, bij eene volftrekte ontkenning: doch de gemelde Dr. Pearfon, na eene onpartijv dige» beoordeeling der proeven en ondervindingen, zoo van zijn vriend Jenner, als van anderen, be- floot, nu twee jaren geleden, dat hoogstwaarfchijne- lijk de Koepokken nimmer dodelijk waren, althans veel minder dadelijk dan de ingeente Kinderpokken , maar dat er nog veel meir obfervatiên verehcht wer- den , om deze vraag zeker te beflisfen; voegende hier eenige zeer oordeelkundige aanmerkingen bij , waardig bij hem te lezen {Inquir. />. 93 en verv.~) Eenigen tijd later befliste de bovengenoemde Dr. Woodville dezelfde vraag bevestigend, uit zijne eigene ondervinding. Hebbende, namelijk, 503 Koe- pok-inentingen gedaan, had hij van dit getal één zuigeling, op den elfden dag van deze inenting, zien flerven met fluipen, terwijl, bij twee of drie anderen van hetzelfde getal, de ziekte niet zonder dreigend gevaar, (en bij velen met rijkelijke uitflag van vele puisten,) was afgeloopen. (zie Report s p. iep.)- Van deze proeven en ondervindingen van Dr, Woodville fpreekt Dr. Jenner (in zijne Cor.tin. "f f a fis &c. ) met alle achting, zoekende het verfchil, dat er is tusfchen deszelfs waarnemin- gen |
|
||
|
|
||||
-ocr page 8-
|
|
||||
|
|
< II >
gen en de zijne, afteleiden uit verfchil van plaats,
tijd en andere bijkomende oorzaken.
MEN mag dan, dunkt mij, de beflisfing deezer
vrage nog wel wat in het midden laten, te meer, daar de Phyflc. Society at City's hospital, ruim een jaar geleden , dezelve ten onderwerpe gemaakt heeft eener openlijke Prijsvrage; ten blijke, dat mea zelfs bij de menigvuldige proeven in Engeland de verlangde zekerheid nog niet bereikt had.
E E N K tweede vraag: Of het doorftaan der Kos-
fokken do menfchsn onvatbaar make voor de befmet- ting der waar e Kinderziekte t" wordt niet flechts door Dr. Jenner zeer volmondig bevestigd, maar ook door Dr. Woodville en andere Koepok-en- ters: alleen de fcVandereen voorzichtige Dr. Pear- fon zeide er dit op: it does not appear that a fin- gle well authenticated contravening inftance has fallenunder obfervation. But I do not apprehend, that accurate and able reafoners will confider the faftöj compleatly eflabished" &.c,{Inquiry,<p.6$-') Mogelijk rust ook d-,t ioort vau twijffeling op de blijkbare ongelijkvormigheid der beide pokfoorten, zoo dat althans op de omgekeerde vrage: of het doorftaan der Kinderziekte leveiiige voor de Koepok* ken? niemand een bevestigend antwoord geve. Ook niet op de vrage: of éénmaal Koepokken gehad te hebben, beveilige voor eene tweede infeïïie derzelve Pokken ? Integendeel, allen erkennen , meer en min, de dadelijkheid zulker tweede infeéliën. En mij dunkt, (vergun mij dit te herhalen,) het op- lettend nadenken en onzijdig overwegen der onge- lijk. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 9-
|
|
||||
|
|
< 13 >
Kjkfoo!tigheid, die er roeh is tusfthen de Koe- en
Menfchen-pokken, moet hier naturelijk, tegen het doen fubintréren der eene foorte voor de andere, eeaige ongerustheid verwekken, welke volftrekt niet dan door ten vollen afdoende daadzaken eindelijk kan weggenomen worden. Immers het aanmerkelijk verfchü in' de beiderleie Pokpuisten, en in het daar- in bevatte vocht, wordt door'jennèr zelf en an- deren naauwkeurig aangewezen en buiten kijf ge- fteld, met eene erkentenis, dat ook de plaatfelijke Koepokpuisten doorgaans zwaardere gevolgen heb- ben , dieper invreten, ook wel regt kwaadaartige z weeren nalaten, veel meer dan de Menfchen - pok« puisten ; terwijl, daarentegen, de algemene ziek- te of de aandoening vati het geheele lichaamsgeftel altoos, of doorgaans, heel veel minder zij van de Koe - dan van de Menicfoen pokken; zoo dat er ook na de Koepok * enting, offchoon dan het ge- ile! dcor eenige koortfigheid aangedaan zij, meest- tijds geene puisten ever het lichaam uitbreken, maar enkel en alken op de e&twondjes, en niet meer d*n het getal dezer wondjes; voords, dat de Koepokk«n geheel iwet, zoo als de Menfchen- pokken doen, befraettcn door uitwaasferaing C gas- vörtoin^), zelfs naauwlijks door aanwrijving, ten zij-cte huid ontbloot zi> van opperhaid; dat, ein- delijk , de Koepokfmet met geen hec minfta nadeel werke Oflder het tanden krijgen, in den fbaat van zwangerheid enz. , waar de Menfchenpokken, al- thans in zwangerheid, om het waarfcbijnelijk mis- kramen, te ducliten zijn.
ZOOVEEL blijkbaar foortelijk verfchil , zeg ik
nog-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 10-
|
|
||||
|
|
< 13 >
nogmaals, in de beiderleije Poksie-kten, kan onge-
rustheid maken in het erkennen der plaatsbekleding en der beveiliging door de eene voor de andere. Evenwel moet ik hier nog bijvoegen , dat al het door mij nu aangegeven onderfchoid door allen niet volledig erkend wordu Jenner zelf ^Inqulry^ Café v. p. 13. & 14.) geeft een voorbeeld vaneene Mrs. H., die in hare jeugd de Koepokken gekregen had, door het behandelen van gereedfchappen , te va - ten gebruikt door befmette melkroeiden, voegende er bij, dat zij niet flechts puisten op hare handen, maar ook op haar neus, welke hij uit het wrijven verklaart, aldus gekregen had; ook zegt hij : When the Cowpox bas prevailed in the dairy, it has often been communicated to thofe who have not milked the Cows, by the handle of the milk-pail." (ib. note.) En Dr, Woodville durfde de befmetting door uitvheifelen niet ontken» nen, indien er namelijk puisten niet alleen op de ingeente plaatfen, maar ook over het lichaam uit- komen, welke algemene uitflag hij dan ook, tegen Jenner en anderen, nadrukkelijk beweert, als voor- vallende zelfs van de allerbeste en allerzuiverfte Koe- pokftoffs, zoodat hij er fommigen zegt waargeno- men te hebben met 500 tot 1000 puisten, ook met zeer heftige toevallen daar bij, en voorts befluit, dat van 20 Koepok-geënten, dooreen, 8 flechts plaatfelijke puisten, doch 12 ook puisten over het lichaam krijgen, en 5 van die ia vrij zwaar ziek worden; terwijl hij aan Jenner niet wil toegeven, dat in de lucht van Londen, (waar hij die inentin- gen deed ) de reden te zoeken ware van zijne zwaar- der gevolgen, ook niet in mogelijk gelijktijdige Kin- der- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 11-
|
|
||||||
|
|
C 14 >
derpok befmettinge , als waarvoor hij wel gezogrd
had, enz. Dr. Pearfon fchreef ook, in 1799, aan prof. Stromeyer te Hannover, dat deze inen- ting in Londen toen flechts door 2 of 3 Artlen ge- dreven werd, komende er foms, voegt hij er bij, eene onverwachte algemeene uitfJag;" waaruit dan de bovengemelde prijsvraag ontdaan ware van de Sociëteit van Guy's Hospital. Doch ik zou hier te verre uitweiden voor een brief, hoepel het moeijelijk is, onder zooveel verfchil van fafta, in een eenparig Ipoor te blijven. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
ZOOVEEL had ik, nu ruim een paar weken ge»
leden, gefchreeven, wanneer eerst eene noodiga af- wezigheid bij de invallende winter-vacantie, en daarna huifelijke bezigheden van een anderen aart, mij een tijdlang aftrokken. Ik haast mij nu, om zoo veel gefchrijfs eindelijk tot eenig verder befluic te brengen, hoe weinig dit dan ook moge afdoen. En hierbij zal ik nu nog hoofdzakelijk in aanmer- king nemen eenige verdere fchriften, die in dat tijd- verloop ook onder mijn oog zijn gekomen, raken- de bevindingen aangaande ons onderwerp in Frank- rijk, Geneve, Duitschland, en ook in ons Vader- land , waar ik thans ook gelegenheid gehad heb, om de verfchijnfelen der ingeente Koepokken zelf waartenemen.
UIT dat alles dan komt mijne beoordeeling, dia
ik, zoo als ik ook in 't begin van dezen brief ver- klaard |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 12-
|
|
||||
|
|
< 15 >
Waard heb , gaarne bij meerder licht verandere,
voor als nog op het volgende uit.
I. DE ziekten van Menfchenpokken en van Koe»
pokken, hoe veel overeenkomst zij ook hebben, zijti toch, alles wel opgemerkt zijnde, te ongelijkfoor- tig, dan dat men van vooren, of uit analogie, zou kunnen opmaken, dat de édne volkomen voor de andere zouc'e kunnen intreden , en zij zich weder- keeiig vervangen.
II. OOK fchijnen tegen de erkentenis dier ana-
logie in den weg te ftaan fommige waarnemingen, volgens welke althans het gehad hebben der Men- fchenpokken niet volftrekt veilig ftelt voor het daarna nog vatten der Koepokken; ook, enkele gevallen, waar de tweederleije Pokfoorten teffins in 't zelfde voorwerp ingeënt, beide doorgewerkt hebben; ja zelfs , waar de Menfchenpokken , bij die famenvoeging, de overhand kregen, of, na het uitwerken der Koepokken, nog voor den dag kwa- men; en ook omgekeerd.
III. DAN, des niettegenftaande, moet men erken-
nen, dat er in deezen tijd zoo veele honderde, ja duizende ontwijffelbare proeven en ondervindingen voor handen zijn, van werkeloze inenting of aan- fmetting der menfchenpokken, bij voorwerpen, wel« ke onlangs de koepokken gehad hadden; dat onze redekaveling hier fchijnt te moeten zwijgen , en, op ondervinding, plaats te maken voor het geloof in de opheffing der vatbaarheid voor menfchenpokken, door voorgegane werking der koepokken.
IV.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 13-
|
|
||||
|
|
< 16 >
IV. EVENWEL moet men toch in zulk een be«
fluit niet verder gaan dan de prasmisfen uit de on- dervinding lijden , noch eene uitroejing of geheele vernietiging dier vatbaarheid aannemen, daar flegts eene tijdelijke opheffittg bewezen is. Immers, de zoo talrijke werkeloze over-inentingen , welkeer in Engeland, Frankrijk, Geneve, Duitschland, en in ons Vaderland, genomen zijn en nog fteeds, met alle drift van nieuwigheden, genomen worden, zijn die over-inentingen niet alle genomen binnen e«n vrij kort tijdbeftek, meest van flechts eenïge weken of maanden, na de koepokken ? en bewijzen zij dus wel iets meer, dan eene temporaire onvatbaar- heid voor die tijd-bedekken of epidemiè'n, latende indedaad nog onzeker, hoe lang dezelfde onvatbaar- heid , en of zij voor altoos zal duuren ?
V. 't Is waar, Dr. Jenner, wiens verdiensten
en gezag in deezen groot zijn, brengt eenige weinige voorbeelden bij van onvatbaarheid , welke federc eenige, tot so, 30 en meer, jaaren gerekend fehijnc te kunnen worden; (Infuir. Café i~v, ix.): maar, daar er ook onder, bij voorbeeld, honderd voorwerpen, doorgaans etlijke naturelijk voor men- fchenpokken beftendfg onvatbaar zijn, bewijz-en vijf gevallen onder duizende wel niet afdoende; nog minder, indien men opmerkt, datDuncan, C o o- ke en Thornton eenige voorbeelden opgeven van verlies, of van niet meer hebben der en vatbaarheid na tijdverloop, dat is, voorbeelden van vatten, ja flir- ven aan kinderpokken, na voormaals, bij voorbeeld, voor 10 jaren en langer, koepokken gehad te heb- ben {Monthl, Kev. vol. xxx, 1799. Sepc. Oïïchoon
dan
v-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 14-
|
|
||||
|
|
dan ook de ijverige voorvechters hier wat tegen fchef
men , zoo zijn wij toch daarmede niet genoeg uic onze onzekerheid geholpen.
VI. IMMERS heeft reen toch, niet alleen In an-
dere epidemifche of befmettcnde, ja zelfs pest-aaf- tlge ziekten, maar ook in de tnenfchenpokken zel- ve , omwijfTelbare en fteike voorbeelden van tem* poraire onvatbaarheid (het zij na eens doorgeftana ware befmeuing, en dus opgehevene vatbaarheid, het zij zonder ooit befmet geweest te zijn), welke naderhand verloren, ja zelfs in eene ligtgeraakré vatbaarheid veranderd bleek te zijn bij eene volgende epidemie. Weshalven men dan ook in ons geval, nog geen genoegzamen grond fchijnr te hebben , om uit eene onbetwiste tijdelijke opheffing dadelijk te be- fluiten, tot eene duurzame opheffing, of vernietiging der vatbaarheid; te minder, daar ook de meest- tijds alleen plaatslijke koepokken, verzeld van eere zeer geringe aandoening van het geheele lichaam, naauwlijks kunnen doen vermoeden, dat zulk eene bepaalde en geringe werking de kragt zoude kun* nen hebben, om eene zoo algemeene en duurzame verandering in het gansch geftel voord te brengen, als tot eene geheele uitroejing der vatbaarheid ver- eischt fchijnt te worden.
VII. Bij zulk een gemis aan genoegzame zeker-
heid, Ichijnt het toch wel pligtmatig, althans raad- zaam en voorzigtig te zijn, om, na in eene tegen- woordige pok-epidemie de koepokënting ondergaan te hebben , in eere volgende epidemie diekoepokën- ting te herhalen, tot dac men dus gerustheid ver-
B kre~
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 15-
|
|
||||
|
|
< 18 >
kregen nebbe op eene waarlijk vernietigde vatbaar-
beid voor menfcherpokbefraetting. Doch , welken zu!k herhalen niet gevalr , deezen, zo zij, na de eens ondergane koepokëntine, het, in een volgende epidemie, niet driest weg op eene onderftelde vsi- ligheid voor eene toevallige oukbefmeiting wagen durven, moeten dan hunne vatbaarheid of onvat- ba rheid in die epidemie, dadelijk b proeven door het over-inenten met menfchenpokftoffe; of an- ders zouden zij, zonder immer met koepokinenting zich in te la'en, aanftond^ tot de gewone mentenen- pokënting moeten overgaan; van welke toch geen twjjffel is, of door dezelve wordt eens vooral de vatbaarheid vernietigd, waar, en zoo verre die ira- flier vernietigd kan wofden; terwijl vooids deeze ei- genaartige inenting eenef ontwijfelbaar gelijkfoor- tige ziekte alle redelijke aanbeveling, onder dr bil- lijke voorwaarden van een kundig en welgeoefF^nd beituur, bli|ft verrienen» Immers heeft zulks de zeer algeraeene en even zeer bekende gelukkige uit- komst der ontelbare inentingen, zoowel in den eer- llen tijd door Dimsdale en anderen onderde Ing Ifehen, en terzelfder tijd onder de onzen, door van Doeveren, Camper en anderen, ook, ge- lijk ik boven te kennen gaf, door mij zelven, als vervolgens door zeer veele verdienstlijke Mannen gedaan, ten gunstigften bevestigd; gelijk dit nog zeer onlangs wederom bevestigd is door een merk- waardig voorbeeld , dat mijn altoos waard Harder- wijk in deezen jongden herfst heeft opgeleverd, al- waar reen, bij het doordringen eener pok - epidemie, wlke van 239 zieken 23 deed fneven, van de 198 ter zdfdöc tijd ingeënten, geen één verloren is.
(Zie
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 16-
|
|
||||
|
|
t Zie het Kort Verflag van mijn voormaligen Afnr)r»
genoot, den Hoogleeraar Forsten, in den Koust* en Letterbode van 19 Deo. 1800.) ja, Ür. Wood* v i lle, wanneer hij verflag paf van zijne eerde Koe- pokinentingen , en , gelijk boven gemeld is , van de heftige ziekte van eenigen derzelve, en het verlies Van i van de 500, erkende daarbij teffens, dat het verlies van de gewone inentingen niet groter ware; ja fommigen onder de Engelfchen hebben zelfs do balans in deezen ten voordeele der gewone of men- fchenpokinentinge willen doen doorflaan (Pearfo* P' 103. &c>). Ik wil mij hierbij niet beroepen op de verbazend talrijke, en zonder uitzondering altoos gelukkige, menfchenpok - inentingen van eenen Goetze, Vaume, enz. (Zie Belangrijke aanrt, van Dr. Vaume &c. Rotterd, 1800. p. 20.), om» dat men , bij zulken ophef, naauwlijks het vermoe- den kan weeren van belangzuchtige partijdigheid, * even weinig, als bij eene onmatige aanbeveling de? Koepok - enting door Dr. Fr. Colon, en ander* driftige voorvegters deezer praftijk»
ALLEEN voeg ik dit nog hier bij: indien men
alle heviger ziekte of toevallen, en het fterfgeval van de Koepok-entingen, bij Woodville, mag toefchrijven aan loutere toevalli^heeden of mistasdng in' behandeling; dat men dan ook gehoor most geven aan de redenen, waarmede kundige voorflarl- ders der gewone pok-inenting haren genoeg/.aant altoos gelukkigen uitflag beweeren, wanneer daarbij de regels van voorzigtigheid en een goed beftturf naauwkeurig in acht genomen worden.
B a
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 17-
|
|
||||
|
|
< 20 >
VIII. EN zoo blijkr dan klaar ecn^e? mün be«
fluit. Namelijk, overal waar het niet ontbreekt aan de noodige vereischten en omflandigheeden, bü een kundig befluur , zoude ik de gewone en eigenaar »;e pokinJnting voor als nog blijven verkiezen, boven de plaatsbekledtnde en ongelijkfoom^e Dan hier- mede wil ik nogthans die plaatsbekledende, ofKoe< pok - enting geenszirs verwerpen. Dit zij verre! Immers, daar het in den loop van het dagelijksch leven , vooral onder de fchrale, talrijke en naauwbe- huisde gemeende, aan die noodige vereischten, bij- zonderlijk aan verfche lucht, zuiverheid en behoor- lijke afzondering, om , door het inenten en daardoor beveiligen van formnigen, geen verderflijke bef'met- ting tot veele anderen te verfpreiden, doorgaans heel zeer ontbreekt; daar het ook niet doenlijk is, om altoos en overal hierbij de noodige regels van beleid en voorzigtigheid genoeg te doen opvol- gen, ofwel aan de roekeloosheid van deezen, en aan het flordig fleur-bedrijf van andeien, paaien te fielten; daar ook de waarnemingen fch:jnen uit te wijzen, dat de algeineene fterfte aan de kinderziek- te, niet tegenftaande de zoo zeer in gebruik getaakte en dborgedrongeiïe inenting , vooral in groote en volkujke fleden, eer toe dan afgenomen /ij, het- welk dan aan de zorgeloze of onvermijdlijke ver- Jpreiding der befmetting door het inenten , zeer waarfc liijnlijk, wordt toegefchreven ; daar men 'eindelijk ook, niet tegenflaande het bovengemelde zoo gelukkig flagen van welbeftuurde inentingen , fomrijds toch hoort van eenige zeer ongelukkige, ja dodelijke ui-komsten, offchoon befluurd door ge- weitigce koriitocffer;aren, het zij die ongelukken
aan
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 18-
|
|
||||
|
|
«C ai J»
tan den inv'oed pener heerfchende kwaadaartige
epide,nie, of ook aan misdaden of andere bijkomen- de oorzaken te wijten zijn: daar er, zeg ik, zulke, en welligt meer andere, gewigtige zwaa- righeeden , bij eene algemeene uitoeffening der ware Pok-inenting, in het dagelijksch leven en den wis- felvall'gen gang van menschlijke bedrijven , zekerlijk voorkomen; zoo kan men, niet tegen flaan de eene bepaalde voorkeur van deeze eigenaartige inent in» op haar zelve, niet nalaten, met veel bilangneming uit te zien en ernstig te overwiegen, of, en hoe verre, die zwarigheeden te ontwijken zouden zija door de plaatsbekledende of Koepok-inenting , en tef- fens, wat er ter meerder zekerheid vau dit bedrijf nog fchijnt vereischt te worden ?
EN hier toe mogen dan de volgende aanmerkin-
gen gelden zoo veel zij kunnen of waard zijn.
Vooreerst. BEVEILIGING dooreen welgeflaag-
de Koepokënting, tegen de befmetting der Kinder- pokken , acht ik , door de proeven en ondervinding, in zooverre zeker en bewee^en, als zij eene tegen- woordige pok epidemie b;;trcft; dan, of die beveili- ging zich verder zal uitftrekken, is mij, volgens het gene boven uitvoeriger is bij^ebragt (IIIVL), nog niet gerustftellend gebleeken, hoe zeer onze voorftanders deezer entingen ook daarop geene be- denking fchijnen te hebben, en Dr. Jenner, (in zijne Contin. of faEls and obf., laatstl. zomer uitge- komen, pag, .73. feq ) dit als genoeg zeker, doch zonder nieuwe bewijzen, aanneemt. ik wil mij -ook ie^en de waarfchijnlijkheid niec verzetten, doch
B 3 zou»
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 19-
|
|
|||||||
|
|
*< aa »
daarop , zoo lang door waaniemïrigèïJ Jn
volgende epidemiën niet nader gebleeken is, dat d6 vatbaaiheid voor pokbefmetting door de vaccinatie riet flechis opgeheven , maar ook vernietigd Zij , in et tl e zaak van dat gewigt, die duurzame beveiliging hibr van niet durven beloven, die men beloven kan van de èigenaartige pok -inenting,
Ten iweeden. DOCH ook zulk eene flechts tijde»
lijke opheffing der vatbaarheid voor befmetdng der JClnderpokjes js genoeg , om toch aan de Koepok- enting cene wezenlijke en gewigtige waarde toe te- kennen, indien nr.tnelij'c de geheele Koepokziekte doorgaans zoo uitnemend gei ing en zoo zeer zonder belmetting is , als men meer en meer fchïjnt te on* ^crv-inden^ en als ook door latere en meer gun'lige, (pan de bovengemelde , waarnemingen v-an Dr. Wood-. ville ert Pearfons (Lottd. Medif. Review , N*, vi» a, t, 2 , 4.^) nader wordt bevestigd.
EN zoo meen ik, dat de Koepok- enting err.ftije
aanbeveling verdient in de volgende omitand.igheden. |
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
l". IN Pok -epidemiën van kwaden en
^en aart, waar men reden meent te hebben van te vrezen , dat de kw&adsartigbétd der epidemie ook «te e'SW^Min6 i«*tënre Pokjes zoude aandoen en bètectfchen , vooral , indien het daarbij, in talrijke "%'uisgezttonen, bij hét doordringen der ziekte, ook:
c aan de voorgemelde poodige teieischcen,
gc'ed
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
l'JS. *ttel^J ,. bii wefe jaen, ötn
|
||||||
|
|
|||||||
-ocr page 20-
|
|
||||
|
|
C «3 >
zwakheid , zteklijkheid, ftuipvalligrnid of
andeitn ongunfti^ pachten foeftand, voor de Pok- befcnetting vreest, en de waare inenting, a] ware het dan ook uit getrek aan ervarenis niet durft ondernemen, terwijl men toch zulke geftellen niet buiren de gelegenheid van befmet te worden kan houden of bewaren.
3o. BIJZONDERLIJK bij zwangere vrouwen, die
nog niet gepokt hebben, in de evengemelde drei- gende gelegenheid van befmetting; omdat deeze, ZQO zij ook gelukkig pokken, doargaans toch, daar-* bij of daarna, miskramen , meesttijds met verlies van hare vrucht.
4.°. I N gevallen , waar men enkele voorwerpen
ofperfonen, buiten epidemie, of onder andere nog befmetbare huisgenoten verkerende, door inenting tracht te beveiligen, omdat zij daartoe thans best gefchikt zijn, of zich begeven moeten naar elders, waar Pokjes heerïcnen, of om andere redenen; al- zoo men in al zulke gevallen ten fterkflen verpligt is, tegen de verfpreiding van befmetting tot ande- ren, op de zekerfte wijze, te zorgen.
5°. EINDELIJK verdient de nieuwe inenting aan«
beveling, niet alleen in dé eerstgemelde kwaadaar- tiglijk heerfehende Pokfoorten , maar ook in all-i aanmerkelijke epidennen, wanneer zii zich openba- ren of (lerk doordringen in de digtbewoonde ver» bUjfplaatfen en talrijke gezinnen der fchraalbedael- den en behoeftigen, die doorgaans het felst getrof- fen worden en 4e befmetting hè? meest veafpreiden.
B 4 Jbij
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 21-
|
|
||||||
|
|
«C 34 >
BH deezen toch moet de Koepr>k enting, omdat zij
zoo weinig moeite, kundigheid en oppasfens ver- eischt , bijzonderlijk te pas komen , en , offchoon ïij flechts beveiligde voor de tegenwoordige epide- mie, zij brengt daar bij, zoo verre zij geen befrnet- ting afgeeft, het uitnemend voordeel aan, van de Pckfmette te doen (luiten, aan derzelver verfprei- ding paaien te (lellen , en dus . den voortgang der epidemie te breken , daar, waar zij het meest te duchten was. Een onfchatbaai voordeel waarlijk! daar het , indien men deze zoo gemaklijke bewer- king , vooral onder de menigte der geringe burgers , algemeen kon doen worden en ftand houden, voor het heil des menschdoms een allergunftigst verfchioc fchijnt te openen, van de mogelijkheid namelijk, em , door het eindelijk ophouden en te niet loopen der befmetting, a!s de eenige zaaden der verderfe- lijke Kinderziekte , van die grootfte der pesten , welke immer tot ons waerelddeel van elders zijn doorgedrongen , onder het geheugen der gunftiga Voorzienigheid, eenmaal weJerom geheel bevrijlte kunnen worden. Althans zulk een weg van ui:roa- jicg der Kinderpokken fchijnt mij nog meer uitvoer- baarheid te vertonen , dan andere middelen , die hiertoe in onze dagen met veel warmte zijn voor- jdhgen en aanbevolen , en welker waardije ik voor eenige jaaren in eene openlijke redevoering heb overwogen, |
|
||||
|
|
||||||
|
|
dk alles maak ik dan geene zwarigheid , ora
8»et Ur. T hor n t on te befluiten, dat de Koe- pokken een tijdpeik zullen maken in de jaarboeken <i«ï Getjeegkoast > waarbij de nagedachtenis van Dr,
Jen*
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 22-
|
|
||||
|
|
Jenner, voor wien deze ontdekking en de ver-
fpreiding harer weldaden bewaard was, altoos in ze- gening moet blijven!"
MA AR , daar evenwel alle deeze weldaden en aan-
bevelingen der nieuwe inencinge geheel en al berus- ten op, en volftrekt afhangen van eene onderftelde volftrekte en algemeene geringheid der Koepokziekte en harer toevallen , zoo wel als van het nletsbe- buidende harer behandeling, teffens met de ze- kerheid van haar beveiligend vermogen, offchoon dan ook maar voor een tijd, voor de fmette der Kinderziekte, en bovenal van hare eigene onbe» fmetlijkheid : zoo moet ik bij het voorgaande ten flot nog deze aanmerking voegen:
Ten derden: DAT er toch omtrend de zoo even-
gemelde drie of viev belangrijke punten, in eene zaak van zoo veel gewïgt, nog wel wat meer klaar- heid en zekerheid gewenscht zoude kunnen worden, dan de verichillende gevoelens en bevindingen van verfcheidene Inenters, waarvan ik hier en daar in 't beloop van dezen brief heb gewag gemaakt, in deezen fchijnen opteleveren , en dan er verkregen kan worden door bet flechts op goed geloof werkftellig maken en doorzetten deezer inentingen , met van ginds en verre overgezondene weinig , bekende ent- ftoffe.
DR. Jenner toch leert ons, bij herhaling en met
nadruk, dat het eene hoofdzaak bij dit bedrijfis, om vaare Koepokken te onderfcheiden van onwaa,- re i alzoo deeze wel vatten maar niet beveiligen;
B 5 ter.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 23-
|
|
||||
|
|
< SS >
terwijl toeb dit omferfcheid, volgens ben, Bret da»
oor ysele opmerkzaamheid geleerd wordt; ver- der beweert hij , dat ook de oorfprongüjke Koe- pokken, dat is, de uierpuisten, die de melkbees- ten, wanneer zij in de eerfte voorjaarsweide wat gegraasd hebben, foms krijgen, zonder dat deeze stterpuisten door de greafe der paarden zijn aange. sragt, dat dee2e uierftoffe, zeg ik, door inenting wel vat op mer fchen, maar dat zij ook niet bevel. Hgt voor de Kinderziekte; offehoon, daarentegen» die beveiliging, ook van deeze entingen, door ande* ren wordt (taande gehouden; hij voegt er bij, dat «Heen dunne, heldere ftoffe, uit de echte pok! puisten genomen, aekeren goed werkt, doch dikke, na den n of ia ëag genomen , niet dan plaatsiijk* en zonder te beveiligen voor 't vervolg.
IK heb ook boven de vroegfle waarnemingen vat*
Dr. Woodville aangeroerd, volgens welke een goed deel deezer Ingeënten weinig roirder ziekte er» toevallen kreeg dan van ware Kinderziekte, terwijl er ook één daarvan geftorven was. Er zijn anderen,. die ook min gui ftig getuigen van deeze ziekte. Dit verfchilt wel zeer van latere waarnemingen Ta« Jenner en anderen, ook nu van Woodville zelf- maar vordert het geen onderzoek, waarom zoo kunl dige mannen t' eenigen tijd dus ongelukkig hebben kunnen zijn , op dat men zelf zich daar voor hoede?
OOK heb ik het aanmerklijk verfchil aangeroerd»
aangaande een uitflag van pokpuistjes over het lig* chaam, r/a deeze inentingen, welke ook Wood. v U Ie van omtrent de helft zijner ingeëaten, w
foms
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 24-
|
|
||||
|
|
«C 37 >
foms zeer veelvuldig, had aangeteekend; terwijl
Jenner, met Marshall en anderen, blijft bewee- ren, dat zulk een uitflag niet of zeer zeldfaam voorvalt (Contin, offaéfs, p. 147. fëqq.Ji offchoon die uit- flag bij de Duitfchers en de Onzen ook niet zeld» faam fchijnc te zijn, en ik zelf dezelve zeer aan- merklijk, en van groote zweerpuisten, op het lijf gezien heb. Indien het nu doorgaat, gelijk Wood» ville beweert, en uit analogie waarfchijnlijk is, dat zulke uitflagpuisten in de daad eenige befmet- lijkheid medebrengen en verfpreiden kunnen, dan ziet men, van hoe groot belang het is hierin meer zekerheid te hebben, en, kon het zijn, het bedrijf te volmaken.
MEN neemt, gelijk de Engelfchen opmerkten, ook
bij de Onzen waar, dat de Koepokftof, op lancet- ten gedroogd , het ftaal aanmerklijk aantast. nog- thans verzendt men de entflof meest op die wijze, fchoon zij waarfchijnliju, bij dat aanvreten van het ftaal, eeniga wederwerking ondergaat, of door fatu« ratie eenigzins verftompt, en dus te leur zoude kun- nen ftellen of bediiegen. Dat de gewoone Pokftoffe ook de ent-naalden of lancetten allengs verftompc, heb ik voor lange geleerd, en daarom, tot het be« waaren en droegen dierftoiFe voor inentingen, door- gaans dun glas, een fchelpje, of eene pen gebruikt, om bij het gebruik met een weinig vogt haar vloei* baar te maaken.
EN dit zij thans genoeg, om te doen inzien,
waarom ik meene, dat er bij dit nieuwe Ent be- drijf nog al wat optemeiken, te leeren, en moog-
Ujk
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 25-
|
|
||||
|
|
< 28 >
lijk te verbeteren valt, voor dat alles gefchapen
ftait cm het werk algemeen en op een vasten goeden voet door te zetten.
OF men ook £op dat ik er dit nog bij voege), bij
het begunftigen dee«er practijk , eenige voorzorgen zoude kunnen of behooren te neemen, dat eene Veeziekte, tot nog toe, zoo 'c fchijnt . bijna land- eigen aan een zeker gewest van Engeland, ook tot onze Koebeesren niet wierde overgebragt, en dus onverhoeds onze Veeziekten vermeerderd; dit kon mogelijk eenige opmerking verdienen. D-it men door het inërren of weer overbrengen van menfchen- Koepokftof op de uijers der Koeijen , haar die pok« ken kan doen vatten, dit fchijnt reeds door eeni- ge proeven , ook in Vaderland, bevveezen te zijn.
EN zoo hoop ik, veel geacht Medeburger! al.
thans door mijn goeden wil, eenigzins voldaan te hebben aan uw vereerend verlangen om mijne ge- dachten over deze materie te vernemen. In een zaak van waar gewigt, wilde ik niet met te veel overijling te wt-rk gaan, maar gaarne, ook met agterfteliing van ander werk, daaraan eenigen tijd belleden.
Wat betreft uw voorflel tot het doen van eenige
eigene proeven, daartoe heb ik mij nog niet kunren inlaten, ook om reden, uit mijne medeelde denk- wijze wel na te gaan. Imusfchen heb ik van ande- jen, van Dr. Ten Haaf C weinige dagen voor 's Mans ontijdigen dood), van Dr. Bezoet, mijn ouden vriend, en van mijn vooimaligen toehoorder Trof. iThuesfink, door mijn Zoon, Med, Dr.
té
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 26-
|
|
||||
|
|
< ap >
te Groningen, bïiigten van hun vaccineeren, ter
aanprijzing ontfangen, zelfs heb ik nu ook hier, 'in een i ge voorwerpen, het beloop dier inentingen da- gelijks waargenomen; dan, dit alles leert toch niet meer, dan vatbaarheid der menfchen voor deeze Koefmette, gelijkvormigheid deezer enting, in veelen, aan die der Menfchenpokken, en voords ook wel eene onvatbaarheid voor den tegenwoordi« gen tijd. 't Verwondert mij doch eenigzins , dat nadenkende en voor jeugdige opbruifching niet meer zoo vatbare Artfen, hier echter met den ftroom zeer gerust fchijnen aftefteeken en voort te vaaren, 't Is ook vrij klaar en blijkbaar, wat wij anderen mogen wikken en wegen tot het ftelien van eenige paaien en voorwaarden, de ftroom zal welhaast alge- meen worden, en die niet zonder eenig beding mede wil, dien eigenzinnigen zal men agterlaien en in« tusfchen zijn gang gaan. En zoo willen wij daar- van den meesten voorfpoed wenfchen te vernemen l Ik blijf, metwaare achting en dienstwilligheid,
Uw Medeburger
M AT TH. VAN GEUNS.
Utrecht., T 4 Januari]
l8ot. |
|
||
|
|
||||