|
|
|||||||
|
|
D E
HEER S C HE N DE
PERSLOOP,
(DTSENTERIA EPIDEMICA)
DIE
IN DE LAATSTE JAAREN, VOORAL IN 1783.
DE PROVINCIE VAN GELDERLAND
FEL GETROFFEN HEEFT,
NAGE-SPOORD,
INZONDERHEID OP HET QUARTIER
VAN VELU W E N,
E N
TEN GEMEENEN NUTTE VERHANDELD,
DOOR
MATTHIAS VAN GEUNS.
ARCHIATER DIER PROVINCIE EN PROFES-
SOR DER GENEESKUNDE AAN HAARE
ACADEMIE, ENZ.
MET EEN AANHANGSEL EN BTLAGE.
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
HIP POCR.
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
TE HARDERWIJK, BIJ J, M O O J E N,
"E N
TE AMITERDAM, BIJ W. H O L T R, O P.
1784.
|
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 2-
|
|
||||||||||||
|
|
AAN DB
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
EBELM0GENBE HEERJEN.
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
S T A A T E N
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
DES
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
-
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
E N
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
GHAAFSCHAPS ZUTPPEN. i
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
EDEL MOGENDE HEEREW
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
V olgens de vrijheid mij vergund, neem
ik thans de eere, UWERED. MOG. aart-
tebieden een Werkjen, met welk, hoe
* & ge-
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||||
-ocr page 3-
|
|
|||||
|
|
gering ook van gedaante, ik durf* ver-
ft$lJnÊft: ; ouder; het oog der hooge en \vetgeevende Magten van ons Landfchap, om 't aanbelang van het Onderwerp zel-
,-- 'r > f. /
Jfen. ^
Dewijl toch het handhavenen van den
Welvaart en de Vdöfregten der Ingezete- nen het gewigtigst en roemrijkst voorwerp is uwer vermogende Landsvaderlijke zor- gen; en dewijl, in dien algemeenen wel- vaart, de inilandliouding van den Lic- haamlijken welftand en de beveiliging voor Ziekten, welke den nuttigflen Bur- ger onverhoeds ter neder \verpen , en vaak, met het Leeven, het genot van alle aardfche Voorrechten in eens tragten aftefnijden, een zeer groot en gewigtig aandeel heftbèn ; zoo vlei ik mij , dat mijne ernflige poogingen , ter naaukeurigerken- nisfe, en, mogte het zijn, gelukkiger Be' nhandelinge eerier algemeene, wreede,en verderflijke Volksziekte , die , in ons |
|
|||
|
|
|||||
|
|
Ge-
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 4-
|
|
||||
|
|
C 5)
Gewest,thans meer dan ooit fchijnt te heb-
ben post gevat, aan UWE EDEL MOG. niet onaangenaam zullen zijn, hoe onvolko- men de uitvoering dan ook moge weezen. Een Volksgeesfel, E D E L MOG. H E E-- RE N, van welken ik, in deeze Bladen, niet alleen heb doen zien, dat hij, on- langs , een fchroomlijk aantal van zeer-vee' Ie Duizenden onzer Gewestgenooten fel .geteisterd hebbe; maar welke ook, naar eene niet onmaatige begrooting, in den voorledenen jaare 1783 , in bijna vier'» maanden tijds, aan deeze Provincie al- leen, eene Ontvolking toegebragt heb- be van niet veel minder dan vier Dui~ zend Zielen. Een Nederlage, gelijk ik andermaal moge zeggen , welke elk Menschlijk hart moet doen beeven; wel- ke den aandagt der hooge Befcherme- ren van 's Volks welzijn tot allerernftig- fte Voorzorgen wekt; terwijl zij de Ge- neesoeffenaaren roept en drijft, ter be-
Jfc .. , «
3 raa-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 5-
|
|
||||
|
|
CO
«aamïnge der beste middelen van -Voor-
behoedinge en Geneezinge". (*)
Zulk eene algemeene en verderflijke
Volksziekte, van welke het ook te vree- zen is, dat .wij, voor het toekomende, H9g niet zullen zijn ontflagen, meende ifc, dat ook Mij vooral riep en dreef, als door uw E D. MOGV zelven vereerd en begunfligd zijnde met de aanftellinge tot Archiattr der Provincie, om, bij zulk ee- ne bijzondere gelegenheid , dien Post van Eere niet geheel werkeloos te be- kleeden.
En in zulk een licht befchouwd, hoop
ik, dat deeze, vrijwilliglijk door mij op- genoomene, bemoeijingen, aan uw E D. M o G. niet ongepast mogen voorkomen, en dat Zij hooggunfliglijk willen ver- fchoonen het gebrekkige in deuitvoerin- ge; vooral veroorzaakt door den zeer
groo-
(*) Vergelijk ons vierde be/Juit, omtrent de-Atec-
meenheid en Verderflijkheid der Epidemie. Bladz. 23? deezer Verhandelinge. |
|||
|
|
||||
|
|
i
|
|||
|
|
||||
-ocr page 6-
|
|
||||
|
|
C 7 )
grooten omflag, langwijlighetd en moei
lijkheid van deezen arbeid; het traage opkomen , en de onvolkomenheid van fommige, beneffens het geheel agterbljj- ven van andere Berigten ; welke ik, van de ongehoudene goedheid alleen dier Mededeelaaren heb kunnen ver- werven, welke, in den loop van mijn ge- fchrijf, met erkentenis genoemd {taan; terwijl, daar en boven, de geheele toe- rusting , het opftellen, fchrijven en druk- ken van deeze Verhandeling juist heeft moeten gefchieden, in den tijd van mijn gewoon Academisch werk; dat ik toch ook daarbij niets wilde doen lijden.
Dus, zeg ik, mogen uw E D. M o G.
op mijne ieverige , hoewel gebrekki- ge poogingen om nuttig te zijn, gun- ftiglijk nederzien ! Terwijl ik den Al- lerhoogften biddende, om zijnen vermo- genden Zegen over de Raadflagen en Uitvoeringen van u w' E D w o G. ten we- zen- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 7-
|
|
||||||||||||||
|
|
C8)
zenlijken beste van 't Algemeen , met
diepen eerbied betuige te zijn, |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
EDEL MOGENDE HEEREN!
UWER EDEL MOG.
* i" *
Harderwijk 8 Junij, onderdanige en piigt-
1784. fchu]dige dienaar |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
MATTH. VAN GEUNS.
|
|||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
»..:. / .
l'. i ; .. |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
* c
r |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
-ocr page 8-
|
|
|||||
|
|
VOORREDE.
|
||||
|
|
|||||
|
|
rranneer ik begon aan bet byeenbrengen der
Bouwftoffen van de volgende Verhandeling, en 'er met allen vlyt over uit ivast om, in de eerfle plaatfe, omtrent de nadere kennis van den Aart en Geneeswyze der ziekte, dezelve vooral te leg- gen op den grond/lag van eigene Bevindinge; ont- moette ik, wel baast, zoo veele zvuaarigbeeden in 't Vefkrygen van zekerheid in m;ne waarnee- mingen, dat de Spreuk van Vader HIPPOCRA- TES , op onzen Titel geplaatst, my geduung voor den geest kwam, van welke ik de juiste iuaarbei$, in myne enderneentinge bevestigd zag.
De Gelegenheden'" zegt hy zyn vlugtig,
de Proefneemingen wisfelvallig, en daarom is de Beoordeeling moeilyk. Want" ver- volgt hy men moet niet alleen zorgen, om zelf 't gene noodig is, aantewenden, maar ook, dat de Zieke dit doe, dat de Oppasfers het doen, en dat voorts al wat den Zieken omringt, be- boorlyk ingerigt zy."
Daar 'er nu ixaarlyk zoo veel vereiscbt wordt,
tot liet opmaaken van getrouwe en volledige waarneemingen,,,is 't geen wonder, dat het ver- krygen derzelv&^zoo bezwaarlyk zy ; en nog ,beziaaarlyker, wanneer men de Zieken op afge- legene plaatfen moet gaan vinden, en dus niet
J*
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 9-
|
|
||||
|
|
io ; V O O R R E D E.T
dagelyks, en zelden van V begin der ziekte af,
op hen kan toezien; wanneer, daarenboven, in eene Folksziekte, die veelen te f ent neder'legt, en den Geringen man byzonderlyk treft, de noo-
dige oppasflug veelal, deerlyk ontbreekt}-___ja,
wanneer men dan nog te ftryden heeft tegen de
vooroordeekn van een eenvoudig Landvolk, dat, in" t volgen van eet bejtuur des Geneesmeesters, min geleidelyk is, haast overgaat van den eenen raad tot den anderen, en even ras moede pleegt te worden van alle Geneesmiddelen, die hen niet zigtbaar en fpoedïg verligt en.
En juist zoo waren myne omjlandigheeden in
die eerfte Onderneeming.
De Persloop, die in 1779 onze Stad een gena-
dig bezoek gegeeven, doch vooral ten Oosten van dezelve fel gewoed tadt, heeft haar h den laatften Zomer en Herfst, byna ganfchelyk vry gelaaten, hebbende geheel andere flreeken van de VELUVVE dan te.voor en, en van ons meest vry af- gelegene, aangetast. 4 Het doen toyner -toaarnee- mingen vereischte derhalven reeds Reizen van buis, tot welke men niet da&lyks zich fchikktn kan, terwylde.berigten van buiten gebrekkig en langfaaminkomen, en nu, wegem de zoo gevrees- de fcfmetlykkeid der Ziekte, ook niet zoo geree- delyk opgedragen konden worden aan zulken 'on- der onze konstlievende Academïejeügd>Melke an- cien hiertoe bekwaam en bereid zouden zyn. Ik beb dan doch zelf, op alle plaatfen daar ik geroe- pen |
|
||
|
|
||||
-ocr page 10-
|
|
||||
|
|
VOORREDE.
|
|||
|
|
||||
|
f en wërdy en ook elders , uit eigene beweeginge 9
my zoo dikvoyh begeeven, als ik immer by konde
brengen , om de Ziekte met eigene oogen ts zie»t
de nuttigfle Geneeswyze te beraamen , en T daar
bet zyn kon , met de Geneesoeffenaaren der plaat-
fen te raadplegen. Dus heb ik, na dat de Pers-
loop van July af vooral te Arnhem en Nymegen
ontflooken was, ia de eerstgenoemde Stad , in
Augustus , de Ziekte gezien in verfcbeidene van
de ergfte Lyderen, en de eer e gehad, met byna
alle de Heeren van de konst aldaar te confultee-
ren. In dien togt zag ik ook de Ziekte te Harts-
kamp, op Veluvte. Ik heb, naderband, te Ede,
in de felle Epidemie aldaar , meermaalen tegen-
taoordig geweest , en de voornaamfte Zieken ba-
zogt, met den Heer e Dr, ELSNERUS van Wage~
ttingen , en den Ampt-Chirurgyn j ook , daarna ,
te Voorst, met den Heer e Dr. BERNS van Zut-
pben; te Apeldoorn, met de Geneesoeffenaarsn
dier Plaatfe ; voorts te Meerveld; ook te Bun --
fchoten in bet Sticbtfcbe, met den Hre. Dr.
TROUILLART van Amersfoort en den Cbirurgyn
der plaat fe i laatstlyk ben ik meermaalen geweest
te Garderen ; in 't Ampt van Ermelo , en eenige
andere plaatfen of Buurten nader by onze Stad,
alwaar de Ziekte tot diep in 'den Herfst geduurd
beeft , gelyk in myn werkje meer byzonderlyk is
te zien.
Dus op veele plaatfen de heerfebende Ziekte
tndsrzogt , en de noodige aanteeksningen gemaakt
** 2 beb.
|
|
|||
|
|
||||
-ocr page 11-
|
|
||||
|
|
ia VOORREDE.
hebbende, met behulp van een en ander onzer
oudfte Studenten, die my veeltyds verzelden; meende ik myn bovengemeld oogmerk eenigzins te kunnen bereiken, en heb, ten minsten, by voor- raad, de voornaamfle punten der Geneeswyze op papier gebragt, en daar van wort Affcbrift ge- geeven, op alle deeze Landplaatfen daar bet ver- langd werdt.
Dseze zyn dezelfde punten, welke ik, een wei-
nig uitgebreid en opgehelderd, in de Eerfte Ver- deeling van dit Werkje, nu uitgeeve, zynde reeds in den doorwinter meest afgedrukt geweest, en, tusfcben veele aanhoudende bezigbeeden, aldus ter perfe gegeeven, om voornaamlek te dienen tot eene eenvoudige Opheldering der boofdzaaken jan Geneezinge, ten verderen nutte der Land- artfen, onder welken ook bet my toefcheen, dat *fe Ontlast-methode al te dieps wortelen bad ge- fcboten.
Dan dewyl ondertusfcben de Winter gekomen
en de beerfcbsnde ziekte opgehouden was, kon dl uitgave nu wagten tot deezen Zomsr, vóór wel. ken doch 'er geen gegronde vrees van nieuwe Epi- demie plaats vond,
Intusfcben diende my dit uitftel, om ook de be-
rigten, welke ik, uit andere plaatfen onzer Pro. üincie. van fommige Geneesheer en, op het vrien- delyk/le verzogt bad, doch welke, wegens de groot e volhandigbeid dier Heer en, tot daartoe niet waren ingekomen, te verkrygen, en nog zoo
goed
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 12-
|
|
||||
|
|
VOORREDE. 13
goed mogelyk gebruik van te maaken; gelyk bet
verder beloop van myn Qpftel doet zisn.
Hier uit is een gebrek van Tydorde, en eenige
meenpaarigheid ingefloopen in bet l'Verk, welke-
onvermydlyk waren;en woralis de Tweede Ver-
deeling zeer veel uitvoeriger gevoorden dan de
eerfte, ook uitgefïrekt tot fommige Ryzaaken%
welke niet eigenlyk aldaar behoorden, doch welks
ik nu geen beter plaats kongeeven, terwyl ik meen*
det dezelve niet geheel voorby te moeten gaan.
Welke die Byzaaken zyn, zal elk oordeelkun-
digen Leezer van zelven in 't oog vallen; anderen
bebben 'er geen belang by. Ik meld alleenlyk
nog, dat ik, in bet afhandelen van bet eigenlyke
practlcale der tweede en derde Verdeelinge,we<?r
zoo naby mooglyk getreden ben in het fpoor van de
Eerfte; hebbende ook de afdeeling in Zïnfneden
daar aan gelykwrmig gemaakt, en die, in orde
der nommering, laaten fluiten op deeze. Zoo
dat de gebeele tweede Verdeeling, zoo verre zy
onder bet Opfcbrift begreepsn is van de Aanlei-
dende oorzaaken, (boeinel ook daar, boven ds.
Bladzyden, (van bl. 58. tot 237.) verkeerdelyk
gedrukt is, Algern. Voorbehoeding van den
Persloop.) door den Leezer, die alleen hetprac-
ticale, of de onmiddelyke Toepas/ing ten gebruikt
zoekt, kan oiiergeflagen worden, en §. XXFIL,
op bladz. 238 , onmiddelyk geknoopt aan g. XXPL,
«p bladz. 48.
Wat ik, voor 't overige, met dsezen zeer mosi-
** j zaa- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 13-
|
|
|||||
|
|
14 VOORREDE.
zaamen arbeid, die my, nu byna dit gebeele Aca-
demisch jaar door, te flaan gekomen is op btt verlies van al mynen, van den gewoonen arbeid overigen tyd, bebbe uitgevoerd, dat dier moeite waardig zyjaat ik anderen, die het leezen wil- len, fcbatteni ik zelf denk, dat bet gebrekkige der uitvoer inge, van zulk fcbryven uit de pen na de pers, door niemand beter, dan door my zel- ven, gevoeld worde; en ik zal zien, of ik de min gevoeglyke orde nog eenigzins verhelpen^ en het verhandelde iaat beter onder V oog zal kunnen brengen, door eene korte Schets van den Inhoud te voegen, by het Aanhangfel en de Bylage, die9 op dit Werkje nog volgen moeten, en waarvan de Bylage reeds is afgedrukt; terwyl ik hoop, dat deeze afzonderlyke Uitgave van myn eigen Opfïel, by voorraad, ook dienen moge, ter uitlokkinge van zulke Waar neemingen, omtrent deeze zelf- de Heerfcbende ziekte, als andere Geneesheeren, 4ie bier mede myne goede poogingen zien, my nog zullen kunnen en gelieven mede te deelen, om van dezelve in om Aanhangsel nog gebruik te kunnen maaken.
Aan kundige Artfen, daarenboven, jaa aan
eiken getrouwen Waarneemer> al draagt by den eernaam niet van Arts, laat ik niet alleen hunne Aanmerkingen op het gene ik voorgedraagen heb, vry j maar ik verzoek Vr ook ernftig om, (laat maakende op dis befcbeidenbeid, welke ik jegens |
|
|||
|
|
|||||
|
|
an-
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 14-
|
|
||||
|
|
V O O R R E D E. 15
anderen meen gebruikt te hebben. Zoo tocb moge
de Behandeling eener ziekte, welke zoo vreeslyk ge- worden is voor ons Gewest, op eenen nog beteren en vasteren voet voor bet toekomende -worden gebragt!
" Het fïak der Voorbehoeding heb ik bet volledigst
en meest geregeld uitgewerkt. Meent men, dat ik my bier in veele kleinigheeden heb ingelaaten: ik antwoord, dat ik, in deezen niet voor kundi- gen gefcbreeven heb, maar ten nutte van 't Al- gemeen , van welk de algemeene Regels vaak niet genoeg ver (laan worden in b aar e Toepasfmge\ter~ oüyl ook alles, wat eens weezenlyke nuttigheid beeftt den titel van kleinigheden niet behoort te ontfangen. Vtoorts heb ik onder de Voorbehoedinge byge* bragt, al V gene in het Advys, alhier in 1779. by Extracte gs drukt, ter deezer zaake te vinden. is i en meer; terwyl ook laat er e opmerkinge ons , infommigeflukken^ tot andere gedagtea beeft ge- bragt dt eene dag leert doch den anderen.
' ' ' .-.,. -.-:.. .
En zoo is bet ook ge legen met onze Geneeswy ze.
Welke hinder ingen ik wk ontmoet hebbs, in bet volledig maaken en tot zekerheid brengen myner Waar neemingen; en hoe weinig ik in 't eerfte ook geflaagd bebbe, in V verkrygen der verlangde, Berigten van Anderen: ik meen doch genoeg ge- zien en met zekerheid waargenoomen te hebben om te befluiten, dat de Ontlast-methode, die wy allen, meer en min, vooral op voorgang en gezag
van
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 15-
|
|
|||||||
|
|
i6 VOOR R E D t E.
van onzen beroemden Landsman DEGNER, had-
den gedreeven (*), voor dat wy de ziekte, in een hoogeren trap en menigvuldiglyk zelve» hadden behandeld, bet plegtanker niet moet zyn der Ge- tteezifige; maar dat verzagten, bedaaren, en, niet alleen door het Gedarmte, maar vooral ookr door Uitwaasfeming ontlasten en afleiden, bier, de groote zaaken zyn. Ik erken hier in, door de Harlinger Waarneemingen, eerst op het fpoor ' geholpen te zyn, waar van onze Bylage een vol' ledig verJJag zal geeven; en ik ver beug tny, dat de voornaamfle Geneesbeeren in ons Gewest, zoo verre ik hunne tegenwoordige handelwyze te tveeten ben gekomen, alle, meer en meer, ook die wegen fchynen best gekeurd te hebben.
Indien, ver der s, min ervarene Beoordeelaars
vinden, dat wy in bet dry ven van zulk eene G«r- tieeswyze^niet roekeloos zyn te werk ge'gaan,dat zy ook niet geheel nieuw, of niet lichtvaardig op- gefcboten zy; maar dat zy tot meer volkomenheid zy gebragt, na oudere en deugdelyke voorbeelden van eerfte Meesters in de ko'nst ^ welker gezag luy hier toe hebben bygebragt: dan zal ik -bier in. voor bet tegenwoordige voldaan zyn. '
DE
-----------------------------------------------:-------------
(*) Zie myn Kort Berigt van den Hsrderwyker Persloop
van 1779» inde Geteesk. Jaarb. bl. 102-104. |
||||||
|
|
|||||||
|
|
* *
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
|
~^^
W** « V^-i ,1 .**« |
|
||||
|
|
*
|
||||||
|
|
|||||||
-ocr page 16-
|
|
||||||
|
|
DE IIEERSCHENDE
P E R S L O O P
(DrSENTERIj* EPIDEM1CA)
\
VAN DEN JAARE 1783
IN GELDERLAND, VOORAL OP VELUWEN,
NAGESPOORD, EN
TEN GEMEENEN NUTTE VERHANDELD. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
De Persloop, gemeenlijk Roodeloop genoemd,.
die, federt het midden, van den bij uit- ftek heeten en droogen Zomer van dit Jaar 1783, doorgetaft en fel gewoed heeft, op veele Plaat- ièn van deeze Provincie, en van dit Qitartisr, en die, bij verfche geheugenis, vooral in den Jaare 1779, ook, mede onder de Onzen, wree- delijk geheerfcht hadt, is eene zo'o algemeen ge- dugte Volkziekte, dat' een ieder haare verderf- lijkheid vreeit, en een ongeduldig belang neemt in de beantwoordmge der volgende Vraagen.
Kan men iets toebrengen, om door de algemeertê
aanleidends Öorzaaken deezer Ziekte niet zoo hgt getroffen te ivorden?
Kan men ook voor Refmettïnge $icb beveiligen >,
'evanneer men bij of onder as Zieken verkeer en moet?
A Hoe
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 17-
|
|
||||
|
|
Ikt gaat fjjfn bifl de kragt der Ziekte, -wan*
user zij werklijk iemand aan t a ft, te keer?
De eerjte Vraag bedoelt de middelen van al-
genieene faorbehosdinge} de tweede, die tot het afweeren van Befmettinge, of van bijzondere Fborbehüedinge; het derde, die der Geneeswijze.
Het ontbreekt ook niet aan veelerleije Ant-
woorden, welke, van tijd tot tijd, op een en ander dier Vraagen, welmeenend gegeeven, zelfs van elders toegezonden, en in Nieuws- papieren medegedeeld zijn.
Maar de menigvuldigheid zelve deezerRaad-
geevingen, en derzelver verfchil, maaken ver- warring, helpen wel eens van den weg af, of brengen, door ecne min gelukkige uitwerkinge, tle Menfchen tot onverfchilligheid, ja, tot een raadeloos befluit, om nu niets meer te doen, 't zij ter Geneezinge, 't zij ter Voorbehoedinge.
Weshalven het te wenfchen ware, dat men,
uit oplettende waarneeminge der Ziekte zelve, lïi verfchillende Voorwerpen, PJaatfen en Tijden, iets meer kon voor den dag brengen, dan en- fcele Befchouwing of redematige Overbrenginge» ter beantwoording dier belangrijke Vraagen.
Met zulken oogmerk wordt dan dit fchrijveu
öndernoomen, en heb ik mij bemoeid, om, langs zulken weg, zoo veel, en zoo haaft mij moog- lijk was, daar toe iets nuttigs bij te brengen.
Ik had reeds, in den Persloop van 1779, die
ik llegts in onze Stad had waargenomen, ge- leerd, dat de drukte en overftelping der Genees- heeren, in zuljcc Volkziekteri, zoo groot is, dat
men
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 18-
|
|
||||
|
|
% 3 t?
men van elders bijna vrugtloos vraagt de mede>
deelmge der Bevindingen; terwijl de Raporten* toen bij "den Have Provinciaal van tijd tot tijd ingezonden, en mij door Hun Edel Mug. goed- gunitiglijk medegedeeld, hoe gewigiig ook, die gebrek niet genoegiaam konden vervullen.
Dus begaf ik mij nu liever voort tot eigea
Onderzoek, en wende ter zelfder tijd alles aan, om van Konitbroederen, op andere Plaatfen 9 naaukeurige Narigten te ontfangen. Dan dit beide flaagde gebrekkiglijk, of het liep ten minften op de lange wijl. De Plaatfen op dit Quartier, door de Ziekte bezogt, waren alle vrij afgele- gen van ons; ik begaf mij echter, met voor- kennis en aanmoediging van den Hce. Landdrott, na de meefte derzelve, herhaalde keeren; :ik zag ook de Ziekte te Arnhem, en in het Stichtfibe": maar de dagelijkfche aaneenfchakeling der Waai- neemingen ontbrak 'er, en het kofte veel moeite, om, uit deeze, hoewel vlijtige en vrij menig» vuldige Aanteekeningen, iets voltedigs of ge- noeg voldoenends op te maaken.
Zoo is evenwel al vrij ipoedig mijn PlanvanffC'
vifioneele DircSic gebooren, behelzende een hoofd* zaaklijke inrigting van Geneeswijze, welke mij de eigenaartigüe fcheen, en welker deugdelijk- heid de Ondervinding beveftigd hadt. Ik deelde het tijdiglijk mede, op de meefle Plaatfen hier rondsomrne; en ga nu over, om het zelve, eenig- zins uitgebreid, en opgehelderd, in 't licht te geeven; maakende aldus, met het beantwoorden der laatfte onzer drie t^raag&n^ als de meeft dringendrte, alhier den eeriten aanvang.
A 3. D K-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 19-
|
|
|||||
|
|
4 GENEES WIJ Z E V A N
' ' ' : I' - , ' '-i ' -
»
DE GENEESWIJZE
NAAR DEN AART EN DE
VERSCHEIDENHEID DER ZIEKTE
HQQFDZA4KLQK VOORGESTELD,
|
||||
|
|
|||||
|
|
Daar liet ons oogmerk is, de Geneeswijze
voortedraagen eener heerfchende Ziekte, ten nutte van het Algemeen: zullemve niet breed- voeriger zijn, dan noodig is tot dat bepaalde oogmerk. Dus kan men hier van ons niet ver- wagten eene doorvvrogte Verhandeling, noch eene volledige Gefcbiedenis dier Epidemie; ook zullen Wij, in 't voorftellen der Geneeswijze zelve, ons niet inlaaten in alle Bijzonderheeden of Kiei- ingheeden, welke uit het yoornaame van zelve yloeijen, of als zulke Bijzaaken en Gevolgen der ziekte aangemerkt moeten worden, die aan geenen Geueesoeffenaar, uit gemeene kundighee- pen van andere Ziekten, vreemd kunnen zijn.
Wij zullen nu, vooraf, flegts zoo veel zeg-,
f:n, of ook, vervolgens, invlegten, van de
'.nmerken der Ziekte, haaren dart en Soort e, «Is noodig zij, tot de behoorlijke regeling der geneeskundige Aanwijzingen en Behandelinge.
De heerfchende Persloop doet zich dan, on-
der ons, voor, met de volgende Verjchijnfelen. Doorgaans komt de piekte aan, met meer of
min-
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 20-
|
|
|||||
|
|
-mindere teekens van Koorfigheid,' zich aankon-
digende met eenige Matheid, Moeheid der le- den, Koulijkheid, Huivering, Warmte, weder met koude verwiffelende, en zoo voortgaande; fomtijds met eenige geregelde Koortsverheffin- gen, die meer door ons zijn waargenomen, hoe meer de Ziekte liep in den Herfst; anders ook vaak zonder dezelve, en meeft weinig geregeld.'
Teffens zijn 'er, in den beginne, Beweegin-
gen en Rommelingen in den Buik, foms al eeni- 'gen tijd vooraf, ook met Loslijvigheid, nijpende en pijnlijke Krimpingen, meelt beneden den navel, in den Onderbuik, neemende geduurig toe, en wel haaft verzeld wordende van pijnlijke Per- fingen ter Itoelgang, die fteeds geweldiger ea veelvuldiger worden, bijna geene Afgang-floffen uitdrijven, maar flegts een weinig Slijm, Vlok- ken, Vügt, veeltijds doormengd met bloedige flippen of ftreepen. Dus voortgaande, neemen de kragten fchielijk af, doende niet zelden, als de ziekte wat hevig is, den menfch, in weini» ge dagen, zoo vervallen uitzien, als of hij van een langduurig ziekbed kwame.
Teekens van bedorvene Spijsverteering en ver-
gaderde Vuiligheeden in Maag en Darmen zijn 'er niet altoos; geenszins in die maate, als waar uit men de heftige ongefteldheid dier eerfte We- gen zoude kunnen verklaaren; en nooit bijna zoo, als in regte galüge, rottige, Darmziekten plaats heeft. De Tong is zelden veel beflagen, hieeft niet meer dan wit of grijsagtig; de Afgang doorgaans weinig ftinkende, dan in den voort- gang of grootfte verergering der ziekte j de Eet- A 3 lust |
|
|||
|
|
|||||
|
|
1
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 21-
|
|
||||
|
|
f G E N B E S WIJZZ VA®
lust is foms geheel niet, veeltijds weinig ver-r
loren, dan in denzelven ergen toeftand.
Nogthans vak 'er ook wel Walging voor»
vanden beginne af, Drukking, Opfpanning, Be- naaudheid voor 't hart, ijdele poogingen van Braaken, of Uitwerping van Slijm, Maagiap en Galle, gelijk in alle zwaare braakingen plaats vindt. Ook worden 'er wel Wormen en andere vreemde ftoffen geloosd, zoo van onderen als van boven, Dan deeze verfchijnfelen zijn niet algemeen,
Tegen't laatit der Ziekte, wordt de ontlailiog
Teeltijds meer bloedig, veilig, bruin, dun, en zeer rottig ftinkende. Spruw is geen algemeen, verfchijnfel, zelfs niet in doodlijke Ziekte, maar zij kondigt doorgaans gevaar aan; noch meer de Hik, na welke men doch ook nog enkelen heeft zien te rug komen,
Teekens van waare Ontfleekinge der Inge-
xvanden ziet men genoegzaam niet.
De puuring der Ziekte is ongelijk, meeft
van vijf tot tien dagen loopende, eer zij zich beflist, ter eene, of andere zijde.
De Dood kan fomtijds zeer lang in't komen
blijven, terwijl ijskoude ledematen, en wease- zonkene Pols reeds geveftigde Verftervinge der ingewanden te kennen geeven.
Op 't laatst komt 'er ongedurigheid, onruft,
woeling, benaaudheid, doch met beftendi^e te- genwoordigheid van Geeft, doorgaans tot het uitertte oogenblik toe.
. Deeze zijn in 't algemeen de Verfchijnfelen der
% «T,-R*M f ' Js verfchiHende in Trap, Zwaar- te, öchieiykheid, en ToevaUigheeden.
En.»
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 22-
|
|
||||
|
|
O E W ;P SR S LOO P< f
\
En, alzoo, laaten zich de Soorten of Verfchei-
denheid der ziekte, onder ons, voornaamlijk dee- len, in Persloop diefcbielijk,of die lan g/aam aan- valt; terwijl elk dier twee verder, of ligt en goed- aartig', of zwaar en kwaadaartig pleegt te zijn.
1. De Schielijk overvallende ziekte wordt voor-
naamlijk befpeurd, wanneer, in deezen tijd, een anders gezond, doch verhit lichaam, getroffen wierdt door haafiige verkoelinge. Deezen grijpt de ziekte voort heftig aan; zij hebben bijna gee- ne Walging, en ontlaften geene vuile Darmftoffen.
Sommigen onder deezen ontworftelen ook, na
een fcherpen flrijd, de ziekte dikwijls vrij fchie- lijk, vooral bij een tijdig goed Beftuur, en hec fpoedig herftellen der Uitwaaffeming. Deeze zijn de Goedaartige ziekten van 't eerfte foort.
Anderen) bezwijken onder den heftigen aan-
val, met een fchielijk verval van Kragten, groote Benaaudheid j ontladingen., foms van enkel Bloed, en alle teekens van inwendige Verfterving en rot- tige ontaarting, vaak binnen 4 of 6 dagen. Deeze zijn de Kwaadaartige ziekten van 't eerfte foort;
2. De Langzaamer aankomende ziekte hadt ook
meer onmerkbaare Oorzaaken. Buikrommelingen en Loslijvigheid gaan hier veelal, eenigen tijd, Vooraf, met Matheid en Ongedaanheid. De ziek- te zelve ftelt zich in met een meer beflagen Tong, meer afkeer van eeten, en de overige tee- kenen van Wanverteering, en Onzuiverheeden, welke de kenfchetfende Krimpingen en Perfingen verzeilen. En van dit Soort waren 'er veele.
Sommigen derzelve herftellen vrij gemaklijk,
doch langfaain, na voorafgaande ontlattingen, en |
|
||
|
|
||||
-ocr page 23-
|
|
||||
|
|
t, <? B »saw-' mtyzf VAN
Jterftellïng dergefleetené Kragteii. Zij maafcert
de Goedaanigen uit van dit Soort. ; Anderen dee^er- bezwijken, naa een laogduu- 3%}ijden en fukfcelen, onder veele en ongunfti- ge oorzaaken; of, indien de Dood haaftiger een diid maakt, dan is-het, met de teekenen van een fterke rottige* Ontaarting in de eerfte Wegen; Dit zijn de Kwaadaartigen van het tweede Soort»
/ Cjmtrent" den .Acirt_ eü' (tiaa/le Oofzaak onzer
ziekte, zullénwe hief géén verdere" bepa.aling maa- ien, djyi uit het bljgebfagte blijkbaar is; daar wij meenri,,,dat dit genoeg,zij'tot het gröóte odg- nierK, dé Regeling der Geneeswijze. '
Wij zullen alleenlijk twee voornaam? Misvat-
tingen, omtrent deu Aart der ziekte, zoeken op? telïelderen, omdat zij aanleiding pleegen -te gee? veBf tot verkeerde, of gebrekkige Behandeling.. -
''^óorê&rft9 dat men, even als m den Buikloop'
(Dïarriï(iea)tzo ook in den Persloop (Dyfentsna)^ dë'v'oörnaame aanleidendë oorzaak zqekt.iti eeni- ge ftofen, die in den Dartribuis vergaderd zouderi zijn,'t zij Gal, Slijm, Diertjes of fcherpe Uitwerp- illen. Daar nogthatts de waarejfcrsloóp,niet zel- den^zich iaft'elt, zonder dat, met eenigeh gfond, vefmoeden op zulke vergaderde ftoffeïi korinè tallen;'of, zoo zij 'er ook waren, dat dezelve; Blijkbaar, als bijkomende hmderaiffen bëfchbuwd mbetert' worden, welke, in die gevallen, èenê famengeftelde ziekte uitniaaken, uit Persloop en Buikloop, als 't vyare, teifens beftaande. ; De Persloop doch fchijnt eene eigene, fijne- re»- prikkelende oorzaak te'hebben, enafnans-
ïi'ik
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 24-
|
|
||||
|
|
DEN P £ RSZ, 00 P. 9
lijk van de darmvuiligheden, meer in de zelf-
ftandigheid der rokken van 't gedurmte hangen- de, of daar op vallende, en het zelve tot die uitgezogt pijnlijke krimpingen en perfmgen Iteeds nog aanprikkelende, of (choon ook rui- me ontlaltingen, door braak en buikzuiverende middelen, zijn voorafgegaan (0).
Ten tweeden; dat men, vooral onder de Lij-
ders en Bijitanders, misleid door de gewone benaaming van rooden Loop, door deeze kwala niet aangetaft meent te zijn, om dat men, of zoo lange men geen rooden bloedigen afgang looft, en door dit wanbegrip wel eens tijdige hulpe verzuimt. Ondertuflchen is het zeker, dat iemand de Dyjenterie, of Persloop, heeft, die, met hevige pijnlijke darmkrimpingen, en, daarbij gepaarde of op volgende, perfmgen, ge- ftadig en onweerltaanbaar gedrongen wordt tot afgang, zonder dat hy, in die veelvuldige ftoel- gangeu, met groote moeite, bijna iets anders looit, dan eenige dunne, heldere, ilijmerige en, waterige doffen, met de gedaante van velletjes, vezelen en vliezen, ja aanmerklijke lappen daar onder, die veeltijds, doch niet altijd, meer of min geaderd zijn met bloedige ftreepjes, ofge- fpikkeld met bloedige klompjes; waarbij, foms, ook eenig verdund, wankleurig vloeibaar bloed verzeld gaat, en, zeldzamer, eenige meer aan- B merk-
(a) Dit gevoelen, \vaarin ik veele Voorgangers heb,
zul in den loop van 'c volgend verflag nu/er Gs-
' neeswijze meer toegelicht worden. Zie §. 5. enz.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 25-
|
|
|||||
|
|
K> G ENE E 5 WIJ Z E V ' Jrf N
merklijke ftwkken geronnen bloed ; doch dik-
wjls ook geen blcederigheid in 't geheel.
De ontlading,, derhalve, van ronde bloedige
uitwerpfelen behoort geenzins tot het wezen o£ de eigene kenmerken^van den. l'ersloop, en in de; tegenswoord ge Epidemie heb ik niet dik* tvijls dit verfchijnfei gezien , maar doorgaand zulke bijna bloedelooze uitwerpfelen, als daar «,v,en_ befthreevén zijn; hoewel daarom de ziek- te niet minder gevaarlijk, ja ook niet zelden doodlijk, kan worden, Aan deeze bloedelooze ontlading heeft men ook den naam van Graau- wen loop gegeeven. Derhalven fpreekt men dgenaartiger en minder dubbelzinnig, als men f yan de krimpingen en pijnlijke perfingen, wel- ke, met een moeilijke ontlading van flijm, ot}- zea I.oop doorgaans verzeilen, de benaaming ontleent van Perstoop, en men zal minder aan- leiding geeven tot bovengemeld verzuinï. (k)~
Taalkundigen begrijpen, dat deeze benaamifig,
ook beft het vvaarc denkbeeld uitdrukt vart't oude woord Av«m£i«, (Dijpeultas inteftmitrum ,) etl tëF- tcns , dat , onder de hedendaagiche Nofohgi. de f roote .voorganger DE SAIWGES, en na hem LIN- ^AEUS , die faetum cruentarum Jeje&o, en dmerhoeo- cruenum hunne bepaaling van Dtfenteri* ftellén, niet jujft bepaald hebben 5. waarom ook DE SAUVA- «BS veelerleije bloedontlaitingen , als foorten vak Dr/wuria aanvoert, welke geenzins daar toe fchij- nen te behooren. Nof. mtb. Tom. tl. f4g. 324. tó Maar eigenaartiger zijn de bepaalingen dertndeK
Nofifog', VOGEL, CULLEN en SAGAR, Welkg Hi*-
KQmen op fre^s, fau(a^ tmmra ac 'tfnefnindé»
ah* Jyetlio, Mttcufa / ^ f^utnokrita, retentü |
|
|||
|
|
|||||
|
|
Ld. novJif»
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 26-
|
|
||||||||||
|
|
DEN P E R S L O 0 P.
|
|
||||||||
|
|
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
Zoo veel vooraf hebbende laaien gaan, meen
ik genoeg gezegd te hebben, om nu over te kunnen gaan tot het voordraagen onzer verko- zene geneeswijze; alieen nog dit herinnerende, dat ik, kortheidshalve, flegts de voornaamite en irteeft dringende punten van Behandeling, bij wijze van Geneesregélèn , zal voorftellen, terwijl doch de toepatling op onderfcheidene toestanden ceiïens in 't oog gehouden, en de voornaame foorten der ziekte insgelijks in- dee- zenvoordragt kortlijk toegelicht zullen worden. |
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
, . ....-
'In dieeze bij ons heerfchende Ziekte, daar
<3e buikingewanden van zelf veelal geweldig door krimpingen en onregelmaatige beweegin- gen gefolterd, en daar de kragten vaak tchie- Jijk ter neer geflagen worden, manken wij geeu (Jilgemeenen regel van altoos Braakmiddelen, tv. :;geeven4 integendeel gaan wij tot dezelve ge en- --zj-ns. over, dan wanneer de Lijder een gevoel :-.heeft van walging en braakagtigheid , of;;;ten --ffiinften van volheid of fpanning op.de masg, 'het zij dan dat zulks vqorvalle in den begin-
è , 'hét zij ook in den, verderen voortgang xier
' :"'
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
-; Alsdap kunnen dienftig zijn. onze Voorfchrif-
ten van N. i. of N. 2,"in ééns, of in rwee-
'maaien, ;ingenoomen, of ook, vooral b'n^ zwak-
^Këre 'geitelien, en in een meer gevorderden
'.ftaat der.ziekte, het,Voorfchrift N. 3,, om alle
«half uur,een-pQeiieftie te. gceven, tot^d^ge-
B 2, ,.,,,.-. ,..: ^
|
|
|||||||||
|
|
||||||||||
-ocr page 27-
|
|
|||||||
|
|
GENEES WIJS E
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
noegzame braaking, of ook afgang naar bene-
den, volge. Men zal, zoo ras het braaken begint, rijklijk laauw water of kamillen Thee drinken, en dat aanhouden, zoo lang hetbraa-{ |
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
ken duurt,
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
Na genoegzaame werking van dit voorge-
fchreevene (§. i.), geeven wij ftraks daarop een,////?»^ middel j het zij in ééns genomeny zoo. als N. 4; het zij bij vervolg, om 't half uur j of om 't uur, een iepel vol, zoo als N. 5 of N. d ; een van welke laatfte drankjes voor- al te pas komen , als N. 4-, in eens genomen, weer uitgebraakt, of niet voldoende bevonden * wordt ,. om de krampige beweegingen en pij- " nen eenigzins tot bedaaren te brengen, inzon» derheid: tegens den nagt; en nog meer, indien., na het braaken, de kragten (zoo als meermaa- leiï in deezen tijd , op veele plaatfen , daar de ondaft methode van TISSOT wat fterk gedree- ven werdt , gebeurd is) geweldig vervallen mogten zijn, met onmaatige pijnen en bewee- gingen (c).
$. III.
f O Niet zonder ge\yijrtige redenen, op ondervin-
.dms; gegrond, gelijk in 't vervolg nader zal opgtt- .helclerd worden , raaden wij de Opiaten , en wel in ~;grQotere giften, aan, en wijken dus hierin af van DEGNER , ZIMMERMAN en vooral van TISSOT. r Tegen welker , gezag wij dat van SYDENHAM over- ,en, XOQial:<J§ pntwijffelbare ondervinding
der
|
||||||
|
|
|||||||
-ocr page 28-
|
|
||||
|
|
'. in.
Maar als er geen walging of braakachtigrretd
plaats heeft, en geene volheid of ipannmg^ waar van in §. i. getprooken is, dun geeve men ook geen Braakmiddel, doch als 'er tee- kenen zijn, gelijk veeltijds, van opgehoudene en bedorvene darmvuiligheeden, 't welk voor- al plaats heeft als de- iiekte iangxaara zich. ge- veftigd heeft, dan :zoeke .men ,eerft en, vooral1 de allengs vergaderde, itoffen los te maaken» te temperen, en liefst naar bejjeden te dosen ontladen, zonder de, reeds te veel getergde^ darmrokken op nieuw .veel te prikkelen» , Hier toe kan in ,de meefte gevallen diesfiö eene Infufto ant-ijeptica laxans N-. 7. Waarvan eerft op ééns de helft, daarna om 't uur een paar .lepels vol gegeeven mogen worden, warm. lp flappe en zwakkere /geftellen, vooral die reeds eenigen tijd loslijvig of ongefteld gewéefl zijn, zal men liever, in plaatfe van het Zout in N. 7, daar bij mengen een halve of heele oi> ce van de Tin&ura Rbei aquofa, N. 8." Ook mag ...men,.wel, met oogmerk van zagtelijk^te laxeeren, geeven de poeders N. 3, bij een hal-, ve poeder teifens inge^eeven, en om 't half B 3 uur
.' ,.'..,_.," ': ' ..."'f "
der Harlinger en verdere Friefche .Medici,-hier ag-
ter volledig bijgebragt; waarbij nog gevoegd tnoec Worden de bederrvvcerende kragt (va antijepttci) van het Opium, voorrtjds rt(in bekend, rnaar tïoor latere ondervinding beweezéti,-en welke vooral i.n den voortgang d2r ziekte zeer te pas komt. 2ie '% 15, euz. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 29-
|
|
|||||
|
|
14 G ENE E S WIJZ 2 'V" A N
MUI of uur vervolgd, zoo dat er wel eernge
walging volge, doch geene braaking, maar maa- tige afgang, waar bij dan fonis ook wat zwee- ting zal koomen.
i - .
§ iv.
..
Men zal dan, na de werking deezer laats-
gemelde ontlaftmiddelen f§. 3. J, insgelijks een der [tillende middelen geeven, vooral 's avonds, naar aanwijs van §. a. Ook mag men, in ge- weldige pijnen en béweegingen , tuflchen de giften in der Infufto laxans N. 7, of tuflchen de halve poeijers N. 3, wel eenige maaien een lepel vol geeven van N. 5, of 6, waardoor , in dj? geval, de gewenfchte ontlading niet geltremd^ paar. eer bevorderd zal worden. |
|
|||
|
|
|||||
|
|
,.Boch dewijl de Persloop niet zeldfaam,, ook
in doezen tijd, zich openbaart zonder de ge- jnelde tekenen, ja zonder eenig mooglijk ver- moeden, van door gallige of andere kwaade .ftoffen in maag of ingewanden veroorzaakt te zijn ^ bij voorb. in zulken, die, volmaakt ge- zond; zijnde, alleen, na bloot gefteld 'gewèeil te zijn aan heftigen Wind en Regen, of. na fcujtj, door arbeid zweetend, lichaam onyerzig- tiglijk verkoeld te hebben, eensklaps door 4en Persloop zijn aangegreepen : (d) zoo kan men
- - ze-
(</) Hoedanige gevallen ik verfcheidene^zeerfpree-
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 30-
|
|
||||||
|
|
t &e » $ jjjtf & oro p; ^ 15
zekerlijk niet beweeren, dat in allen de; behan-
deling begonnen moet worden met de gemelde buikzuivering, veel min met braaking Cvolgens §. 3, en i.); het is in die gevallen, wanneer men 'er van den beginne bij is, veel natuurlij- ker, eenvoudiglijk de ontftelde darmen te ver- zagten, en derzelver krampige beweegingen te bevredigen, en verder de naar binnen gedree- vene uitwaafeming ftoffe, kan 't zijn, weer naar de huid uit te voeren. Hiertoe zijn dan voor* èerft dienftig allerlije gemeene verzagtende dran- ken; Gerfte-water , Amattdtlmelken enz,, inzon- derheid die teffens wat huid openende zijn, als Karnemelk op garft gekookt, en daarin Vlier- Uotmen getrokken; Kamille en Vlier-thee, heet in een kommetje gefchonken op wat poéijèr van Saleb, Gomdragant, of van gemeene jlra- bifche Gom, en daar mede vermengd; alïés niet Suiker of Honing aangezoet, en gebrooken met zoo veel zuur van Citroen of stzijn, als zonder te veel prikkeling verdragen kan worden. Ook is het bi jm en gen van Gelei van Vlier of Vlïer- firoop , in een trekfel van Kamille en Vlier bloê* men, met wat Gom poeijer daar onder ^ om geftadig te drinken , aanprijzenswaardig. Het gebruik van een Riffl-foup , mits niet kragtig van vleefch, bij kleine portien dikwijls genóo- |
|
||||
|
|
||||||
|
|
kende, gezien heb, te Ede t te Korft, en vooral
te MeervetJ, abvaar de ziekte meeft ontftaan is in het windige natte weer in 't begiu van September, dat op de hettige zomerhitte allengs is gevolgd; voorts op dezeltUe wijze ook in Garéeren^ onder enz, . , , - , |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 31-
|
|
|||||
|
|
VS- G E<ttKmsmi <Z W. fflG» W '
|
||||
|
|
|||||
|
|
men, en met Citroen zuar of Cremor Tartare'
getault, j s. dan nok veeltijds -nuttig Verder, om dat het hier voornaamlijk aankomt op een zagte lijmigheid, zoo kan men ook diergel jke flijmen van Haver gort, van Garft* en ook van gemelde Gommen, of ,&»/<£-, in voorraad doen maaken, van welke laatften N. 9, 10 en u. voorbeelden opleveren, (e) en waar van men naar believen een lepel vol, of meer,. onder zij ti drank of Geneesmiddelen mengen , of ook ». van tijd tot tijd, afzonderlijk neemen, of mee wat. tujker,, bij manier van .een Likpot , ter verzagtinge der pijnen, gebruiken kan, .Dit is veel beter, dan de Olieagtige middelen, die bij 't Gemeen verkeerdehjk, van den beginne af, veelal genomen worden , en niet zelden zeer kwalijk bekomen. Een afkookfel van Weeg- breezaad (Sem. plantaginis ) in water en melk geeft een eenvoudiglijk verzagtenden lij mag- tigen drank, die ook op veele piaatfen , met meer reden, geroemd wordt, en gelijk itaM met andere, enkel bekleedende, dingen.
Bij
(«) Men venvondere zich niet over het groot on*
derfcneid m de veelheid, van G»mdr«gant f waar
mede de Saleh geliji; ftaat) en Arahilcbe Gom, die
hier voorgefchreeven is , om een gelijke veelheid
.water m gelei te verdikken; dit zal elk die de
proet neemt, beveftigt zien. Omdat. men dus met
;n deel G«w*««w, of s*kbt zoo veel ton doen al&
* 32 deelen gemeene Gom, heb ik de eerflge-
melde doorgaans m vervolg gebruikt. Deeze g^
leijen laaten ook gemaklijk het bijmengeri van eenig
. s«* '-r toe, ook van wat Spintuf, indien men ze, in
de gevallen, wat -meer bedeifweerende of fmaak-
lijker moet maaken.
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 32-
|
|
||||
|
|
U EX fERS^LVÖ».»
*-_
» Bij deeze verzagtende en ftreelende midde-
len mag ook, in deèze gevallen, ter meerdere kramplblling en bevordering van uitwaailèming, gevoegd, en daar onder gemengd, worden w/;.. te Papaver fttwjp, tot een of a< oncen in 't et- maal , of Laud. Liq. Syd. tot 20 a 30 droppen, in kleine giften, bij tuflchenpoozen, verdeeld. j-let bevredigend uitwaajjam-drankjs van FOR- DYCE kan hier ook van nut zijn (zie N. ia)i twee of driemaal in 't etmaal genomen; ja ook fora s;, het fterker Zweet poeder van DOVER. C N« ia.>, vooral tegens den avond, den, ja foms tweernaalen*
, - \
, .,::. . «^ ... , . , , H :"
-j VI*
' --. - '
Doch liet bijvoegen der evengemeldë, pi/fa
ft Mende en verdoovende middelen, bij de verzag- tende, eifcht voorzigtighèid, om met dezelve de geneezing' niqt te beginnen j dan alleen-in de gevallen §. $: gemeld, noch obk dezelve ge- ftadig te gecven, daar do vsrzagtende genees- wijze, zonder de verdoovende t voldoende zou- de zijn.; En daar inderdaat kwaade fteffen in de eerfte wegen zijn, kunnen deeze middelen, iisonder de voorafgaande of bijgevoegde ontla- $ingen, volgens *§. i en 3,- veel nadeel doen.- Ja., wanneer men fle'gts -twijffelt, of er niet op- gehouden vuiligheid zit, of wanneer ook, zelfs in de gevallen van §. 5, de-ziekte niet meer-irt haar begin te, in welk geval de aanhoudende 'Onregelmaatige beweegingen der ingewanden van kwaade iioffen, -offchoon die in 'c eerfï-*er |
|
||
|
|
||||
-ocr page 33-
|
|
|||
|
|
i8 C JE NE E S WIJ Z E r,A N
niet waren, zullen voortbrengen: dan is 't ver-
re weg veiligit, altoos den drank N, 7. vooraf te Jaaten gaan, of tuflchen in te geeven, en voorts te bundelen volgens §. 4. Want deeze Ontlallmiddelen zijn zoo mild, en zoo wem;g .prikkelende fiimengefteld, dat zij, ook daar geene merklijke (toffe voorhanden was, niet 'fchaden zullen, vooral als men het Zout en de Tintü. Rhei uit den drank agter liet.
~*\ '.-.- .
§. VII.
Ter flilling der krampige beweegtngen en pij-
nen der darmen, is het daarenboven vplftrekt-, in alle gevallen, nuttig, uitwendig den buik warm te houden, dien met een warme pap, b. v. van Lijnkoek, of gekookte Grutte, en Ca^ muien, te dekken, of, dat eenvoudiger is, roef een zeer warme wollen /,?/>, die in heet water of melk gedoopt en uitgewrongen is, ja ook mee warm water of .melk in een blaas bevat. Nog meer zoude hier toe medewerken een warm pijnftillend Oplegfel, als N. 14, over den navel gedekt.
i. En ter bevordering der nuttige uitwaafleming,
moet er ook dit uitwendig bejïier nos vooral ,b.jkomep, dat de Lijder zich aan buik en voe, ten wel gedekt houde, en, zoo veel het zija kan» fteeds in het bed blijve, vooral na het neemen der ftilknds middelen (§. 2 en 5.). i .i^eze befliering es uitwendige aanleg ziïa «19$ alleen dienftig ia 't gevai van r 5, -.«at ook m.die van J, t en 3. ,.,. , ,,,>»?
« 3 §. vin.
|
||
|
|
|||
-ocr page 34-
|
|
|||||
|
|
'J> E N P E R S £0 tm
|
||||
|
|
|||||
|
|
-*", " , . L SC l ": ' " ? " ' . V*
g. VIII.
" ,...? " ., -.:"..
Verzagrende Injpnifingeri in den endeldarm
Runnen zekerlijk ook .ive.t anders dan nuttig Zijn en gemak geeven, vooral in den voortgang der ziekte , als het dikke gedarnue, en deszelfs ohdèrlï deel, meer is aangedaan, en hevige per- fingen verwekt. Een treklèl of ligt afkübkièl van Kamille bloemen en Mfilva bladen , met rijklijk Lijnolie, en zoo veel Gom Tragacanth of Stifffel, als het vogt, wegens dikte, maar even door den klijfteerpijp wil laaten, farnen Wel door een gefchud, kan hier toe voiltaan; of ook, eenvoudiger, Melk met O/ij, Gom ea Sttiker. Bij welke Lavamenten men , om dé hevigheid der perfingen, die het inhouden be^- letten ', te maatigen, een goed deel Land* liq. of 'Opium mag vermengen. Maar de pijnlijkheid Van den endeldarm laat zomtijds het zetten van. :iden Klijfteerpijp niet toe j- ook is wel de in- Fpuiting zelf ondraaglijk, -vooral als de klijlteer niet : zeer klein genomen wofdg, -en dan vloeit zij voort weer weg. Ja, het toedienen van den. tóijiteer is foms voor hem, die dit doet, te bezvvaarlijk wegens, de géduurige vuiligheid, tfart dat men er op dringere kunne; Het yrijpjè niaet öök, na 't gebruik y zorgvuldig geZuiver4 worden , om naderhand-niêt een Lijder aan an- dere ziekte mooglijk ook deeze aan te zetten; Om deeze redenen is het vaak wel zoo raad- feam, het. inbrengen te beproeven van een zeer Vepagtende, in olie of vet gedoopte, en door C a warm- |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 35-
|
|
|||||||||
|
|
a«*« GEXEESiyiJSE V AU
warmte-; fireltbare Zetpil; bij voorb. van ver- -
fcbe boter of Oleum palmae, onder [cbapevet L.&- fmolten, vaa Cacaoboter, van Ungu. pomatum of Ahhaeat, verdikt met Gom of Mihaea poe- der, enz.
."..' J
g. i x.
Aderlaatingen kotnen in den loop deezer ziek»
te zeer zeldtaam te paffe, ja zij ztjn, wegens het haait volgend verval van kragten, door- gaans fchadelijk bevonden: alleen, wanneer men bloedrijke, driftige geftellen voorheeft, vooral» indien de ziekte zich zoo initelt, als in §.5. is befchreeven, indien verder het drukken op den buik zeer pijnlijk is, met teekenen van brand en koortfe, vooral wanneer rnen dan in! 't begin 'er bij is; alsdan kan eene laating ze- kerlijk dienftig zijn, en den weg ba-men tot een gelukkiger uitwerking der geneeswijze, op gemelde plaatfe aangeweezen. Doch zufke ge- vallen zijn ons, in deezen, fchier geheel -niet voorgekomen. |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
-
.:
|
|
|||||||
|
|
g. x.
|
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
.;Wij'hebben nu, tot hier toe, voornaamlijk
twee foorten, of gevallen, van Perslwp be- fchouwd; één* daar ..ooik vuile bederflijke af- gang-ftoffen in 't gedarmte bij zijn f §. i en 3.)^ en één, daar op zulke ftoffen, in de. ee'rfte plaats, geen befchuldiging kan Vallen, maar alleen op
1 "' v f»pfi
|
||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 36-
|
|
||||
|
|
"
een fijner prikkelende oorzaak, die tle rokken
der darmen foltert tot geüuunge krampige be- weegingen (§. 5.), Ja, deeze laatlle oorzaak khijnt ons f met SYDENHAM, ACKENSIDE; ea vooral met STOLL^), o< k m de l ersloopen, van de eerite foort, den grondflag te leggen der. ziekte, en het voorname kenmerk uit te maa- ktn, waar door Per sloop onderlcheiden is van gemeenen Buikloop, gelijk, in den aanvang dee- zer aroeelmge, is aangemerkt, .
Wanneer derhalve het begin der ziekte in
dien eenvoudigen trant behandeld is^ zóó als tot hier toe is uitgelegd; dan valt verder te? letten, of, in het eer/h Joori^ nog teekenen van meer gallige of vuile flofien voor handen zijn; en in het tweede foort, of'er ook zodanige tee- kenen zich geopenbaard hebben, waaruit men Zou mogen befluiten, dat diergelijke vuile dof- fen, die 'er in't eerft niet waren, nu ook, door de aanhoudende onregelmatige beweegin- gen der darmen, ontftaan en vergaderd mog- ten zijn?
Indien er dan zulke teekenen van vuile llof^
fen ontdekt worden, dan ga men nu verder, in beide foorten van Persloop, even eens te werk, en wel zoo als in §. i, a, 3, en /j, reeds gezegd is; dat is, men herhaale de ontlaftmid- tlelen, en maatige haare werking weder, als de eerfte keer.
Doch indien 'er geene teekenen van opgèhöu*
«Jene vuiligheeden zijn, dan ga men weder, inf
beide foorten der ziekte, verder bijna eveneensf
te werk; dat is, men vetlaate de ontlailmiddef
C 3 kn,
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 37-
|
|
|||
|
|
& GENEESWIJZE
len, vooral de fterkere, en ga geheel tot der
verzagt'tide en bedaarende geneeswijze over,' volgens de aanleiding daar toe, in j. 5, gegee-r; ven; tellens a toos in 't oog houdende 't gene hier op, in §. c, gewaarichüwd is$ enzoohou- de jnen verder aan.
;§. xi.
Dewijl, in deeze ziekte, de eerde werktuï*
gen der fpijsverteering en chylmaak'.ng door- gaans zeer ontfteld en gefchokt zijn, ja in ge- Heel verkeerde en bederflijke werkingen over4
f aan: zoo begrijpt men, m de eerlte plaats»
at hier bijna geene natuurlijke vnedlel-bewer- king kan plaats hebben, enten tweeden, dat, in deeze ontltekle werktuigen, zeer ligt mrt g' bederf moet plaats vinden, vooral indien, 't gene 'er voor voedfel worde ingebragt, Ugttlijk? tot'rotting neige.
Hier uit volgt, dat men zorgvuldigtijk tegèns 'tr
verval van kragten, en teftens tegèns heimeer en meer fcherpw >rden van 't geen in de geteister- de darmen bevat is, moet zorgen, door z,eer ligt verteerbaar, en zeer^zagt voedfel, bij kleine giften, fteeds toe te dienen, en ook diergeliik7 voedzaam drinken te doen gebruiken; terwijl: men vervolgens zulk foort van voedfel en drin- ken verkiezen moet, dat mintt neige tot roS tingvmaar veel meer dezelve tegengaa. - ; Veel derhalve, van't gene in §.'5. tü* Ge* neesmtddel is voorgeflagen , kan ook teffens als Voedfel dienen. Vooral komt hier, ate iets dae
de
|
||
|
|
|||
-ocr page 38-
|
|
||||
|
|
* » r & ir«/? s t ü o p.-t: ir <}
*»
dé geringfte menfch verkrijgen kan, voor voe-
dend drinken in aanmerking, wel gekookt wat lijvg Gerjh-voater, even zuur gemaakt met Cremor Tartari, of Citroen , waar bij weder wat Suiker gedaan kan worden naar den imaak, óók wel, voor de aangenaamheid, een (Jtroett fcbillttje, daar in getrokken. Voorts Brood wa- ter ^ pap van Saleb, op dezelfde wijzen bereid, 'i'ot wat meer voedfel diene gepelde Garft, of ook Kijft, met zuur e appelen,, of in Karnemelk gekookt; ook wel gaar gekookte Slardappeleri met een azijn fausje; Rij/l met roodebejjen nat, Sago met wat Citroen; allerleije rijpe vrugten, lugtig geftoofd, liever dan raauw, om de win- derigheid die de raauwen. geeven zullen; hoe- wel hier in aan den lult ook iets toegegeevea fcan worden, te meer daar, aan fbmmigena raau- we rijpe vrugten, vooral druiven, zeer wel be- komen , voornaamlijk in een gaufch rottigen ftaat der ziekte; waarvan voor kuudigen de reden; niet donker is.
.' " ' -\ .
§. XII. ;, -;
Maar dewijl de neiging tot rottig bederf der
vogten, en tot verfterving, (Gangraena} der ingewanden , de alkrgeva jrlijkfte verandering is, en die men doch niet zeldzaam hier te vree- zen heeft, terwijl doorgaans, langs deezen wegi de ziekte dpodlijk wordt, van welke natuur of foort zij ook in haar begin geweeft zij: zoo blijkt hier uit het allergrootft gewigt, om, be- halven beclerfwecrende voeding, ook vooral,dé |
|
||
|
|
||||
-ocr page 39-
|
|
|||||||||
|
|
G S iï-WEWWi S #1 W *
|
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
Geneesmiddelen tijdig en kragtig1 i» te
ter voorkoming van-dat gedugte onheil.
Wij hebben dit ook reeds in den laxeerdrank
N. 7, en in de meefie middelen van §.'5. me-
de in 't oog gehouden; maar waaneer de ziek- te ,-fta cenige dagen, niet luiftert nto het tot Kier toe aangewende, dan moeten, fpoediglijk, ftejkere middelen tegens bét bederf bij de hand genomen, en, wegens de gevoeligheid der daï- lïienr met de, aangepreezene, lijmige en ver* xagtgnde dingen gepaard, of afgewiffdd: worden; De mineraale zuuren, in andere Rotzfekten zoo- voortreflijk tot dit groot oogmerk, kaa inen, om dezelfde gevoeligheid, niet altoos in groote maate geven. Zij kunnen anders ge^ voeglijk met de bekleedende flijmen vereenigd Worden, zoo dat men b. v. met de voorfchrif- ten N. 9, IO, of 11. vermenge Spir. Sulphi. per G. 60 tot fio- droppen, en van dit mengi
l gelèadig gebruiken laate,-zoo veel ma^- ge<-
fchieden kan. De ondervinding.heeft nogthans anderen geleerd, dar, in de ergfte gevallen^ daar de bederfweerende: kragt deezer zuuren hét meeft te pas zoude koomen, deezezuuren niet verdraagen hebben kunnen warden, zonder de P'];nen en fto«ingei>aan te zeuen.f/), hoewd men deezö zuuren dan niet roet de flijmes vereewgd, op even gemelde wijze, fchijnt rè nebben gegeeven. |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
St^ï onze B,^? hier. agterj en het zelfde,^
te Verhandehngtn der N.nuur en Genteslï.'Cirr^
l, Dcds IV «tu.k, bladz. 9f!6. dat door het bif- voegt-n 'van dit Ihiüje vaii den Hr. STINSTRA nos volledig moet worden gemaakt. |
|
|||||||
|
|
. -" V 4 ' :' l3LÏif3 . ' '
|
|
|||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 40-
|
|
||||||
|
|
Maar bet- grdote plegtanker der Af tiert, fa
2oo veele nooden, de Verufche baft, ofKina, wordt hier,, meeltnjds, wel verdraagen, en de» zelve wordt 'er van veeien zoo hoog gefchat^ dat zij hem, bijna van den beginne af, al gee- ven^ en zelfs met de «ntlaftmiddelen paaren^ ja, vervolgens, bijna niets doen, dan mét zij- öe hulp.
.'t Is Waar, in de geweldige Epidemie van
1/79, fchijnt men, tot het oogmerk van.be-' derfweering, te Harlingen, daar de ziekte toen allerhevigft gewoed heeft, ook met de Kind niets uitgewerkt te hebben (g): doch bij ons k diestijds de ondervinding daar van wat gun- fiiger geweeft. Ik beroep mij voor allen opf het getuigenis van den ^utpbenfchen Arts, Dr. y> H; BERNS, die, in plaatfe van dêri Quartiers- Doftor des Gfaaffchaps Zutplien, de Epidemie Jldaar behandeïd.,? en alleen onder Drempt 235' Xïefcén aan deii Pèrsloop aïngeteekend heeft {<h). Dèezé Heef getuigt, in zijn keurig ferrg^1 van dien Persloop ,*. (na efnftig, ert uit zijne bevinding, gewaarfchuwd te hebben, tegeii heic gemeen» en onverfchillig .aanwenden der" otié' !- vooral der ^^-raiddelèn, én ook des Rhd* /),) dat hij als èene voornaamfté art-' D feiyr |
|
||||
|
|
||||||
|
|
fe) STINSTR.A, in onz&.Sijlagt, fxt-Geiuttk. Cwr»
\[h) ln,ï\yi^,Bptgte» bij den Hove ingezonden, en na- derRand gegeéven in de Gensesk, Correip, I.
3 ft.uk, p. 37,'!.. . . ,.
(O iM. pag. 354-J57-
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 41-
|
|
||||||||
|
|
S$> GRNRESfrtf.ZB V ril*
fenij, die, door haare verfterkende kragt, deb>
weegingen Ihllen, doch, door haare bederfweeren- de hoedanigheid, de kwaade ftoffen verbeteren;, en, de goeden bewaaren konde* hebbe Jeerea jtennen de Kina, en den Wil gen -balt; welke beiden hij verklaart, dan deezen , dan gene» ponder ondericheid te hebben yoorgeichreeven j om dat ze hem dezelfde dienften deéden ; heb» :nde zich van dezelve bediend, zoo menig- maal de zwakheid groot, en de beweecineeq toomeloos waren enz. Gelijk hij dit ook, door t bijbrengen van bijzondere gevallen ,. opbel-
**wiL ^ K. J* -, ,.
. De ondervinding van de meefte Artfen, eü
rane evengemelde praftijk beveiligen het ge*
ru.k deezer:baften, vooral der Kina; die, in
groote maate en veelvuldig, ook in de tegens*
woordige Epidemie is gebruikt, te Nymegen^r^
/^w,en elders; hoewel 'er thans veeltijds de Corï
tex bimaruba mede is gepaard geworden, waar
door men onzeker blijft, aan welk van beideiï
de meefte uitwerking zij toe te fchrijven.
4t echter de Simaraba betreft, dezelve heeft
Jn ^M TV °Pzich ^!ve, TOlftrekt-nierf HC ^ GrMffch«P ^utphen, vondi
J? r C BERNS geene zigtbaare uitweb
-van i(«O, ten aj mooglijk mee de ^W vereemgd; Dr. VAN MANEN ?ag er, te :EAnrgf. ook^geen nut of nadeel van ^;.' Mi|ne |
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
pag. 358J30.000000e+000n,
^50fc
|
|
||||||
|
|
^
.;--! ' '««
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
-ocr page 42-
|
|
|||||||||
|
|
.. . l
''vind'ngin 1779, in deeze Stad, alwaar todn d^
Jjyjèntetie günlliglijk omging, komt na genoeg -hier mede over een ; edoch heb ik de bimarubh 0en wel eens met merklijk nut gebruikt. Onder-- tullchen laat ik thans, nu de ziekte zoo veel ^vaarder is, 't gebruik der Sinwruba bijna vaa- ren, om plaats te laaten voor werkzaamer |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
S-
t "l
f h ' ^j "' "*<.''' . - - ' - ' -
Pe Cortex Salicis, of Baft van twee en dri%-
|aange takken , van de Wiu& Willig (Salis fflba)t.in 't voorjaar vergaderd, en gedroogd^ ^5 '':een uitneemend bederfweerend middel; in deej Z^Jir op2;igte, (van de koarts verdrijvende kragt fpreek ik nu niet,^ gewislijk eerder boven dea Cortex peruv. te Hellen, dan dat hij daar voor ^vijken zoude. De proeven hier van z.ijn el- ders gegeeven (o):, de geneeskundige onder- vinding heeft 'er mij fedsrt in beveiligd j en. »ien heeft, uit diergelijke bevinding, in 't Am- fterdamfche Pefthuis, .'t uitwendig gebruik van deezqn ïfilgenbaft , geReld in de plaatfe van 9en gewponl ijken Perufchen, te-r zuivering van ïottige en vuile wonden en zweeren (p). . :
D a" Ik
s ' , '
(») hl tHff. Je Cortite Salicis albae, ejutque in tiièd, u fa
&c. P. KONING. Harderv. 1778. Cap. l f l. Zie ook de proeven van den.Hre. j. pc, HAES, Üians -JVJed», Dr. te Amilerdara, alhier gepöomenj en vër '- He Öfii i» ^afiotft ïiïtbibit. p. |
||||||||
|
|
l'ltraj. 1783
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||||
|
|
Volgens beiigten , mij JnNeli düv^affiefwi r 782,
|
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 43-
|
|
||||||
|
|
G E.N E B
|
|||||
|
|
||||||
|
|
}k heb dan deezen balt reeds in 1779, als eea-
.bederfweerend middel, inde üyftnieri? gebruikt en aangeraden; de Hr. BKRNS heeft, naar ons voorbeeld, dit mede gedaan, en geeft er het gemelde loflijk getuigenis van. Jn de tegens^ woordige Epidemie heb ik den zelyen op nieuw beproefd en aangepreezen, met eene goede uit- werking. . >
Van Foorft, is mi j nog deezer dagen gefcnree-
ven , dat ons DecoÜum Salicis aldaar , bij vee» len, met een ongerlleen geed gevolg, en eene verwonderlijk fchielijke verandering ten. gfe.de, gebru&t is, zijnde fommigen daar doof alleen ferfteld geworden (#).
-Uit al het voorgaande (§. 13, 14.), heb 'k
dan den volgenden regel gemaakt; dat men bij zulken, die, ter genoegzaameo»/tó//;>?^, of iet üersagting , behandeld zijnde als voorlchreeven (Sj. i -9.), geen verbetering ondervinden, maar daarna, nog al perfeude en pijnlijk, zwakker |
|
||||
|
|
||||||
|
|
t
|
|||||
|
|
||||||
|
|
medegedeeld door den Hèere G, j. VAN WY f hm
5u^ynJwn idat Huis» en beroemd Heelmeefïer te
Amiterdam.
Dit heb ik een weinig breeder uitgehaald, dan
:n anders m du Bengt verwagten moeft, omdat .vernoemen heb dat fommigen, die doch de K
J^/ "/ !" K°Pihoog ftelkn' het gebrulk ^n den
Wdgenlafl geheel veragten. Sciluet, hos juvent «a*
&^-TUrtUri' Jk?* noPtons toe, dat de hneda^
m|heid dier bejdeBaften iet geheel gelijk-is; de- Wt}l d!e van de ITi&w .bij zijn tneerdere bederfwee- """ ook wat meer droefheid voegt-
oirrAn ij-liA« Uï^ _1 _ ' C 9
|
|||||
|
|
||||||
-ocr page 44-
|
|
||||
|
|
«t-
Worden | .ja ook bij zulken, bij wien, van 't beigin
der ziekte af, hetjchielijk verval van kragten, ea de hevigheid der toevallen geen tijdverlies, door den ommeflag der voorlchreevene geneeswijze, gedoogen; dat men, zeg ik, in deeze beide ge* vallen, om naakende verilerving voor te komen, fpoédig over gaa tot een bederfweerend9 verzag- Und enverfierkendafkookfel, zoo als N» 15, oé" N. 16; welke Voorfchriften alleen onderfcheiden zijn door den Cort. Salicis en Cort. Petuvianus; om, een halve Theekop vol, warm, te neemen, om het uur, van een der twee; naar dat de om- flandigheid, bij de bederfweeringe, iets meer, of iets minder, van het eerngzinsfatnentrekikende ge- doogt; zoo als beneden (%} ook is aangemerkt.
*«y ; -«
Wanneer de ziekte, pijnen en perfingen nog
heviger, aanhoudender, en 't gevaar van' aan- naderende gangreen dringender zijn; zal men geruftelijk het Laudanum, bij déezen bedtpfigfc renden drank, voegen, zoo dat, op elke price vogt, gerekend worden 2, 3, ja zelfs meer droppen van het Laud. liquid. en dus bij 20 oncen 40 tot 60, en meer droppen, die in een etmaal, des noods, mogen worden gebruikt. .jjMen dënke niet, dat, op deeze wijze, het Laudanum met oogmerk van flaap te yerwtkkêa gegeeven worde. Immers heeft men niet zeld- faam waargenomen, dat, in veele gevallen, zeer groote giften van het Laudanum uitmuntend ver- dfaageü worden, zonder den flaap onmaa,tig bén.
*":.,, V > V- i l i-t. v .. - . _ .J *4 £ ',-'...', (i. '-. i T^
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 45-
|
|
|||||||||
|
|
30 G EWE^E&IFIJZ JS VJ4 NT
te zetten. De werkeloosheid der opfiurpenftl
vaatjes in de ingewanden , en de ibhielijtó yoortituwing naar onderen van 't gene ingeno- men wordt, doet ook van zelf begrijpen, dat in- de;Myfenteriei eenigzins als in dé Cholera, grootere do/es moeten vefdraagen kunnen wor- den, dan elders.
: DU gebruik van 't Opium is ook door Vgezag
v_ati veele voornaame Geneesoeffenaaren, al vüwr lange, bekragtigd (r), fchoon het niet zeer be- kend, althans, in deezcn tijd, niet zeer gevolgd
fchfjnt
(r) "In dyfenteria cruenta, (1670. l^ond.) vefpen-j
. jw'ac quandoque interdiu, Laudani dufin fatis^ma- gnam exhibere lolebam, nee unquara dyfemeri^o w cuipiam hoc obfuiffe npvi; quod parttculae Opü ^ e fanguine rurfus, guo jninus cerebmnv afliciant, ^ cumüèdibuscrueiJtïs eito eliminentur," zegt TÜ. WILLIS Pkarmac*rat* £, til, C. 3. p. 50. Sterker i*'! getuigenis yan-KAMAZztrn "nee forlan ulla elt af-' j fedtia, in qua lacurius,& liberaliori doli exhibe- '".,, rippfljnt op*<>/<», ^guarafin hujusmodj roorbo, (dy- ieóteria auturnnr iÖ93. Mutin.) "fractis Heet & pe- ;^M! ne atfritis viribus." De grnotè SYDEWHAM had hier in .itóutelijk- voorgegaan. "Hlud omnmo obfer- ; va«duii).eü,(zeg;t hij J, quod.. ad quam pturimQs |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
Si
'.
|
|
ab orci faucibus libcrandps pertineat, quod-, quö-
ties ventris toraii.ia ïn dylenteriam cunfirmat^p ufque promoveantur, periculofiffimum effe mifii |
|
|||||
|
|
conltet, niorbum adgredi protradiore illa methp-
'.,,.,do -- eyacuandi dein contemperandi cum «ycpgrientia didicerira, dyfenteriain &.ccrtiflinie& celerrime curari,, fi,, tniffis atnbagibus,. Fluxus, ?, t,audano cunfeftiih^fjftatur advoqatus itaqBe . Laud liqu. gt. )txij. protinus exhibeo, bis iötra 24 horas, vel & (aepiu§, (latis intcrvallis, fi di- » éta doüs torraiuibua öc dejedionibus rite/conj- |
|
|||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 46-
|
|
||||||
|
|
féliijnt te zijn. Deeze fterke giften dan maakert
hier alleen kalmte, dommeling, bedaaren de pij-
nen |
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
«, pefcendis par non fuerit" Sehedi.
frbr, ingrejf. Opp. p. 531. feq. coll. cutn pag. 189., JK froceff. tategr. Opp. p. 602. De naaukeurige pp- derzoeker der kragten en uitwerkingen van het Opium, de uitmuntende TRALLES drukt zich dus fterk uit " Nollem ego aggredi Dyfehteriae gravio- j, ris fanationem fine QpkT, nee talem unquam» fi- . w ne eximio hoc rmminis dono, curatam victi. Nullum remedium huic morbo aptius humana cura exccgitare potuit, qüum vëriffimum fit il- lius antidotum , appofite ita Icribente BONTIÓ.
r j, ïaCCO SYDENHAMÜM, ETTMUCLERÜM , WEDE-
rt LIUM, WILLISIUM , RIVER1UM,L1NDANUM,HEL- w WIGIUM , BRUNNERUM, WERLKOF1UM, aÜOS-
i que in Dyfcnteria Doftores opiatos. " Terr. ft-\
tned. Exam» rig. p. 168. Dezelfde TRALLES verhan- delt het gebruik des Opium: in onze ziekte uitvoe- riger, en bepaalt het naaukeurig, in zijn laater werk de Vfu Ofti , Seél. 111. Cap, 3. in welk hij p. 198. tene gelukkige geneezing van een zeer zwaar ge val' bijbrengt , waar" hij eindlijk zelfs alle 4 uuren ri grein Opium gaf, en veele dagen aanhield " Ihie proftratione virium , fine phantasaiatibus , fine s, fomno diutius protraclo " &c. H^-t getuigenis Van den fchranderen GRASHUIS zal ik alleen hier nog bijvoegen, ' In Dylènterico morbo, a principibus j, in arte yiris fere omnibus adfertum legirnus , hic ,, prae ullis aliis morbis Opiata liberaliore dofi fe- cure exhiberi pofle, fradlis iicet & pene attritis viribus " &c. de Cotica pj&oa. p. 41. Is 't niet wonder, dat, na zoo veele getuigeniffen ten voor- deele, het gezag van DEGNBR, PRINGLE, ZIMMER- ;»IANN$ en vooral van TISSOT, alles fchijnt te « verftenimen, om bijna altoos de ontlatt methode te drijven? en, bid ik u, met welk een gevolg è- ver 't.aleiaeen! ! '^wt( &p |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 47-
|
|
|||
|
|
, ongeregelde beWeëgingen, en
voorfö de hier zoo heüzaame uitwaafleming (*}. Teflens gaat het Qp/a«» de gedugte gangreea» op eene kragtige en zonderlinge wijze ^ ook in deeze ziekte, tegen ($i zób dat, daar ook de vèriterving reeds onmidlijk op handen fcheen, zij foms door 't Laudanum "nog afgewend zij ge- Tyorden, en, daar zij reeds in. 't gedaririte .ge- vat hadrhaar voortgang vaak gefluit zij, met verbetering der toevallen. Ja,,in geveftigde gangreen, waar van, in onze Ziekte, koude ar» men,v droóge" huid,. vervaÜené leevenskragtën en bijna onraerkbaare pols gewiflê teekenp zijpi, zal men nog wel e/ens zien, dat j op 't gebruik
van
,. . ' * ? f f
(r) 'RAfiiAzz'ifti fchrijft /. *. de bedaarrag eti warttite,
'do'rtr eert goede doiis Ofima gewrogt, nier zo zeer toe, aan de bedaaring der pijnê, maar, uitdruldijft$ aan de virtuf tyn dinfbotetka j welke kragt ook a*n ETTTMULLER, en vecle Anderen wel beken* was-v (O De kedfrfweèrenJe kragt is, ift onzen tijd., door den beroemden Engelfchen POTT klaarblijkfijk oh- dervonden, in het te keer gaan der gangresn aan % "toonen en voeten, alleen doo^ grootere -giften O/w//». Zie deslelfs A<mm*-evef de LaiahetJ.' étiZ, döbrDr. r>o PUI uiteegeeven. In andere vèrftervingen te wee- ren en te Ituiten, is ook dezelföe kragt ui groote "giften van het Opium door andere Genees- en lied- meefters nu en dan, en foras bij geval, Zeer klaar- 'bVijklijk ondervonden; ook zonder veel flaa^ te-ver- ' 'wekken. Ivati ook het nut, dat aan het C#«»s door -veele groote Medici, na SYDENHAM ^n BUER.HAA- -VE, wor it toegefchreeveri in dé kindêrp^kjes j voor- al in het erglte (bort, en in: hét meefl gedu'gt ci^-' :|ierk deréelve, wel beter 'vér-klaard voorden, dan-uk -«efjfe^fiae!?»?»^.kragt van dit middel? XiL- over de gemelde verhandeling- va» DjV B* |
||
|
|
|||
-ocr page 48-
|
|
||||
|
|
Opium., de pols, warmte, uitwaafleming en
kragten, op eene verbaazende wijze, weer aan- wakkeren («J; dat het, Jeeven, verre boven al- le verwagting, gerekt, en voor deeze eUendigen "«draaglijk worde gemaakt
V'. ; . ; : ;;: . r. ':'"«: ;^f
f. XVÏ.
i , ,' ,'~ ' " -->'- . , "i-
Ik zoude, indien *t hier de plaats /toeliet*,
ffit geltelde beveftigen kunnen met fpreekendë voorbeelden, die ik daar van zelf, reeds iii ö&obër 1781 j in 't ons nabij gelegen dorp Puf- ten , met eenige on2$eï Studenten, heb waargeno* trien (o); en die ik j nu in deezen tijd, inSep^ tember, vooral té Mcervdd, en, met den Hr. Dr. ^LSNEUUS, en onze Stud. FEiaET^, er» VA?( WEURS, te Ede., en naderhand op meer plaat- Fen, in bijzondere en fterke gevallen, gezien heb. Ik zoude ook hier nog bijbrengen kunnen,het getuigenis van den Hcere Dr. en Burgernr. HOFF. B" die^
(«) Een fteiTc vo'orfeeeld Kier' van is reeds bij RAMAZ-
ZINK "Cuidaih, acerrima dyfenteria laboranti, plu- ries exhibui Laudanum opiatum ad 3 & 4 grafla',
. j, fed parvö levamine; vixerat hic ad plures cl,ics"
\\ 9, ónmino gelidus, ac fine pultli^ verebar ne. tar-
:yt gioie. doft exhibitum Laudanum reliquum flani- mae vitalis extinguereE;" wat deed hij oixlei-tus- ichen? hij vaart dus vport "Laudanum rurfus att
^rana 5 exhibuï, éx,quo aeger pladde dornnvit
& excalefaöus eit." Vid. /. (- .
.(») Gedeeltelijk verhaald door deti Hre. Dr. DF H'ACS,"
in e/t/érï, cit. p. 27., jejq. Een geval vo >ral zagen wij. daar, dat ruim zoo (terk was als dut-vanjaA- even. ^angehas,Id.;.' . ., J3VY, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 49-
|
|
||||||
|
|
die, na dat ik,, do? 23, Aug. te Arnhem gerof*
pen .pijnde, door 21311 £ d. bij eenige zwaare
inenten was gebragt, en deeze methode a^n
Weeren Praélici, met welken ik de eej had
een Confalt te houden, in de gevallen tódvoor-
getlagen, mij daarna, den 27 Aug., fchreef, dat
de grootere giften Laudanum ook daar alge-
meen voldeeden," voegende 'er, den 3 Sept. , bij ,
dat deeze groote *#,- 't zij met of zonder
Lorrex, de kragten ten minften opbeurde, én
het leeven verlengde, terwijl doch in 't «&&
foort der ziekte hem niets voïdeed". Oof !s
VAN S?: Uk een ^ff' van den vehmaid^i
« B t goed was, terwijl zijne gehaate 0*^^
ongemeen heilzaam fcheenen, en dat, jf& " ^f?0^.?^6" wegnamen, de natiHir zicti gernakkehjk onthftté., terwijl de kragten bé-
" Sr lerfeU' Taafha de Leermiddelen fn
ruimer, mate werkten, en nieuwe aanleidii^
"
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
' ve0 '
'V^S^ven worden, een weinig helpt niet " «in*
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 50-
|
|
||||
|
|
* ">-#JS XP EJi S l © O J».'* «fc
Ï^W
dat het alles fchijnt aftedoen, en daaren-
?boveti veele nuttige bijzonderheden bevat, ik rhier agter, als een Bijlage* volledig (zóó ver- te de geneeswijze betreft) zal laaten volgen, (wj,
$. xvtï,
'-', $fK [ . i i ... " üj . - ' i '-' ;:' "- '
'l Schoon ik nu, in §. 15.,, het gebruik des ta(i»
4anufns heb doen paa'ren me,t dat, van den Curf. Salii^is of Psruv.; zoo mag men gewiflijk p4k J,1iet Laudanum, op zich zelve, geeyen., of wel jïyermengd met verzagtende. dingen, Immers, ui ,;jfommige, zwaare gevallen en hoog dringend ge- ;yaar, hebben we gezien C|- 13.), dat'er geen fiaat genoeg op de verdérfweerende kragt der 'Kina té maaken is; ook kan het ftroefhgtig bit- tere, dat in deeze, ea vooral in, den Coff.Sa- Ucis is t 'va zeer gevyelige, ingewanden ohdraag- t"lijk worden 5 en mooglijk ook ibms de pntla» ' ïtirig wat ophouden; wanneer het grootlte pïegt- "anker ter bederfweering voornaamlijk het .'Lau- danum blijft. In zulken dringenden nood, dér- 'halve, kan men . flegts het Teugdrankje:, lof '^IJauftus N. 4, alle 3 of a uuren hcrhaaieni' t'óc dat de onruft en pijnen voor eenige kalmte -plaats maaken. Ten zelfden einde, en om-téf- .'fens^ idë heete inmengzels van 't ]Lau& h'q. S.
&k ',;. v:.te
J3Ï14 - . ; - *f* - -i ,- - ~ . g -.'
"(wl. De fchrandere HeelkonflenaSf j. DE KEUS, te
; Harïiogen^ heeft ook reeds in 1779-, eÈn Kórtvtf-
h, *a«/uitgegeeven, dat, omtrent het uitneemend-fuc-
_ t jCÉ?L.yaR:'t Opium m ^M^^ii^fe*geheel eepftenj-
", jtnig is mét de uitvoeriger verhandeling van 'Drv
'VSTINSTRA over dit onderwerp.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 51-
|
|
|||||||||
|
|
# G E ff f ES WIJS E V*H
te vermijden, is 't niet min , nuttig het enkele
Laudanum purum te geeven, tot i of . a grei- jen teffens, en daar mee aan te houden, tot »r 12 ja meer greinen, over 't etmaal verdeeld, indien naamlijk de nood hoogt* dringend is! Men kan ook gevoeglijk - het Z«/&^ ver- mengen m een verzagtenden friflchen drank, ais N. Ï7. om. voort een Theekop vol, en ver- Volgens, zoo lang de zwaare toevallen het vor- deren alle uur a lepels vol te geeven ; het zuur |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
S- XVIII.
|
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
l«ddheMT ' '
.ndnejd, het beftuur van eenen kundieen en
openden Meeiter. Den min
halve ,aad 4 vooral in deeze gevallen, de uit- rtfle vooragngheid, en het raadplegen mee Mnd,ger en ervaarener Artfen; wan? ik bekTn
ï riSIhTonr111"1118' datmèn' niet een hui-'
yeri|en ichroom, wapenen opneemt die men
Harlinger herlf i ] kunnen worden' H«
' at |
|
|||||||
|
|
|
||||||||
|
dan es efc; g£Paat' is
voor te ^Ikhten nZ°P dlt ongewo°^
Sen zal Zn'f 5ï giften van '£ ^'«" ati-
zal, zoo ras men, uit de beflendigKjk gur.- |
|
||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 52-
|
|
|||||
|
|
: 3 37
ftiger verfchijnfeien * namelijk de ;befeomeH«
kalmte, verbeterden afgang, of flaap, met uit- waafifeming, befluiten mag, dat het yerrnin- derd gevaar min Iterke poogingen vereiïcht; terwijl. men dog fteeds in 't oog houde, dat het Laudanum een heet, bloed-aanzettend en. bedwelmend middel blijft, van welk meu^ na dat hetgroote oogmerk bereikt is, veiliger weer zal overgaan tot andere, te voojen aangepree^ zene, middelen, voornaamlijk tot verwerkende en verder Verz^gtende, Voorts dient ook, om- trent het Laudanum, in agt genomen te wor- den; indien koortsverheffingen den Persloop ver- zeilen, dat men in die verheffingen, ea onder de nette, het gebruik van dat heete middel wat opfchorte, in welken ik althans hetzelve ontzie; en ook zoo omtrent den Wilgen -of Perufcben baft, wanneer men deezen gebruiken; moet, dat men ze voornaamlijk dan. toediene, wanneer de koorts op 't laagfte is, terwijl in- tulFchen, geduurende de verheffing en brand» veelerleije verzoetende en ook temperende, zuur- agtige dranken het beft verdragen zullen worden. |
|
|||
|
|
|||||
|
|
§. XIX.
- " . - ? '.,. ', .'
Men eindigt de behandeling van eeaeh her-
Jïtllenden Persloop, inzonderheid die zwaar heeft aangetaft, door*t aanhouden van gewoone"ver- ftcrkende middelen, onder welke nu de-Wilgen of P.trujcbe baiten de voorkeur fchijnen te ver- dienen r het zij-in tëxtraft., of De&&^ !of tot E 3 een |
||||
|
|
|||||
-ocr page 53-
|
|
||||||
|
|
38 G EtElfsj Z &
één paar Oncen getrokken, op een Fles Wgrif
èh daarvan eetiige keeren daags een kelkje ge^ bruikr. Immers van deeze ballen heeft merf, op het laacft der ziekte, een zekerder uitwer- king, ter verfterkirig>;Wverwagten, dan, in den loop der ziekte, ter afweer ing van Gangreen; dit getuigen voor al de Harlinger proeven. Bij deeze verlterkende dingen, zijn dan vaak de tekhedtnde ook nog noodig, het welk de ge- woeligheid der ingewanden zal aanwijzen. Het middel van GRASHUIS, in de gevolgen van de Kolijfci van Poitou, door deezen beroemden CB \eerdientUijkeu Geneesheer aangepreezen, efl weiks Deugdzaamheid, in zeer veele pijnlijke öngèfléldliedeii en verflappingen van maag en 4aimen, bij mij, rat veelvuldige ondervinding, hooggeacht wordt ,1; meen ik, dat, ook hief/, zijn. regte plaats, vindt*: üet kan gegeeven wor? den, 4$ 3,. of 3 maal daags twee lepels voï^ zie N. 18. Men zal hier van ondervinden, dat feet 'Zelden 'vèrtraagderf a%a»g, veel min krim- pingen, vóorcbienge; v Wordt inmiddefe de af* gang=te veel vertraagdy de Rbabarbef^evi des* Zetfs waterig jrftrekfd^zullen nu ruim zoo ïg.e- fcfeikte middelen zipj/daa in dert beginne dear |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Verder, moeten ook de verzwakte ingewatfr
den, nog lange, ligtverteerbaar voedfel hebben, of men ftelt ze blootïaan nieuwe ongemakken, ja foms, gelijk wel gebeurd is, aan wederin-
4töftiïïg4 -:," ;-'::: "...' :: «,, .,'.;, !#W 3 93
- Vooral is'er ook voauzigtigheid noodig» ;aB
herftelden ;weér in de; lacht kt>men,
Mea
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 54-
|
|
|||||||||
|
|
39
Men Htede zich warmer, dan ge^pojilijks mij?
de wind en regen, en beuxsege zich L. wel, inaa? niet tot zweeteas toe. . ;, ,,.,,,- , ri ,-,,;
' ' - - . ''< ,\ ! ; . . : ..i i'j..i^ 'OO-1',
,..-.' , .... ':- . $. XX, . : , .0: Tvr.i'
''. r
,. . . ^ \ . . , .' ...l ! ; j.
En zoo veel meen ik genoeg te zijn^ om
de voornaame, en meeft dringende hoofdzaa» ken , van eene goede geneeskundige Behandel ling onzer tegenswoordige Volkziekte ». naat mijn inzien, ten nutte van 't algemeen, kort*- lijk en eenvoudiglijk voor te draagen; en tefc fens dezelve door het bijvoegen van eenige eenvoudige Voorfchriften gemaklijker of braik» baarer te maaken. Welke Voorfchriften ik doeh flegts als voorbeelden wil aangemerkt hebben^ waar bij veele gelijkfoortige, door des kundii. gen, gevoegd, en ook deezen, naar de omftaa- digheeden , meer en min, veranderd kunnen en moeten worden. s
'tZal mij genoeg zijn, indien het bijgebrag*
te iets kan medewerken, tot eenen beteretnittj" flag deezer ziekte, vooral ten platten Landen daar zij nog fteeds voortgangen maakt, en meett al, bij gebrek van goed beftuur en door ver- keerdheid der menfchen, veele verwoeftingea aanregt. |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
'; . l l" v;V ' ' '' ' .' ^
Eene waarneeming zal ik nog alteen voorftd-
, omtrent de bprouw (Afbibae) in deeze kte Sie .elik e |
|
|||||||
|
|
n
|
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
ziekteu iSiamelijk , .gelijk veen vuilbekorfle ,;tang
vs'a al-
|
|
|||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 55-
|
|
|||
|
|
40 G *»* ** WV&'-S» '&A N
ajhfer, 4ijh»i.nMtt gezten wordt > en véetón ^
,3e»* erg .'Zijw, ja zelfs- aan <de ziekte fterven^
da. tong doch niet veel, en* foms^raaar-eveft wit, beflagen hebben: dat zoo ook de Sprotna ouder de zeldzame yeffchljnfelen behoort, en, i daar zij zich vertoont, dat zij geenszins voor -ften döodlijk teeken,-gelijk de Hik doorgaans is., moet'aangezien worden^ Ik heb, Lijderen gezien, vooral te Arnhem > Ede, eir ook te Bun- jihotm, met Sprouw, waaronder die zwaar eri aanhoudend was, en welke zich eindli^c, bij eenigefl, ook door-den afgang ontlaitte, dié daar :bij niet zeer erg waren., en aDe zeer vol- kpmea,;hoewel doch langfaam, herfteld zijn. Het, geeven van Borax, in eenLikpot, bij vee- len deezer, had wel, naar gewoonte, de Sprouw afgevaagd; raaar zij kwam, bij fommigeri (ichoort «iet bij aüen) even flerk weder op.i-eti, zoo Mng zij weg wasy was de gevoeligheid van de ontblootte tong en keel zeer laftig; Hierom is 'E mij niet onwaarfchijniïjk geworden, dat men Ae. Sprvow in onze-ziekte, vaak als een kritiké werking hebbe aantczien (^)f waarom ik ook, m mijn .meergemeld fmvifionetl Geneesplan,tet gebruik van Borax, in deeze Sprouw, heb afge- raadpn,,ten zij groote belemmering van de keel zulks, eene enkele keer, vorderde, aanbevelende
voorts,
(*) De Hr. STINSTRA betuigt, te Harlingen eenmaal
, de Afhthat volkomen kritiek gezien te hebben, en
" meermaaleii met verligting (Geneetk. Correrfc pag.
963.)» waar uit hij,, elders, ook beiluit, dat, tcrt rniriften in onze ziekte, de Apkthae niet 'zoo te
'.v.'dagt^ji- waren ate gev^ooiilijic. &. pag. toen.
onze Eilue,
|
||
|
|
|||
-ocr page 56-
|
|
|||||
|
|
; óni, in dit geval, zich liever té hou-
den aan enkel verzagtende Keelfpoelittgen of /Likkingen, b, v Knollennat of Ger/tewater , met duiker of hijgen, of met eenige verzagteii- -de Siroop van sllthaea of Molen, zoet gemaakt. ,; . Ik zoude nu nog wel iets meer hier kunnen .bijvoegen, Over de behandeling van Toevallen en Gevolgen onzer ziekte; maar, behalven dat -dit te wijdtoopig zoude -worden, en de uitga- ve van dit llukje nog meer vertraagen; Zoo laat het zich Ook meelt al uit de hoofdzaak, -:en andere gemèenere kundigheeden, ligtör af- leiden; ook heeft men, vooral omtrent de Ge- irolgen^ meer tijd om kundiger Artfen te raad- plegen. Onze Bijlage bevat daarenboven veelc "zaaken, die hier toe dienen kunnen.
Ik zal dan met nog eenige weinige
kingen befluiten.
i. - ' . 4' ". "v ' ^ '
. XXÏI.
|
||||
|
|
|||||
|
|
. .. , .. . ,
Örtdër de Gerieesmiddëlen heb ik dé Radix
'dfntcae niet aangepreezen , om dat ik 'er zelf
gèene genoegzaame proeven mede genomen heb
ïirdeeze ziekte; eeuigfins mede terug gehouden
'zijnde v door de min günftige uitwerking^ dïe
"Éièn te' Nymegen, drnbein, en in de Betuwe,
"fla'ar Van meent gezien te hebben; doch waac
4an de verlangde berigtén, zoo dat er iets zé-
kers op te bouwen zoude zijn, mij niet zijrt
gew, orde.n. . ,- u. ' , - . - - ,
l')e bj j zondere nuttigheid, die deWeenerGe'
., vau voor bijna twintig jaarea, |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 57-
|
|
|||||||||
|
|
in heerfchende Dyfènterien zegt ondervonden te
hebben van 't gemelde geneesmiddel (y), veel- maalen beve/tjgd door den ichranderen STOLL(S), om van meer anderen niet te fpreeken ; deeze on- dervondene nuttigheid, zeg ik, neemt ons anders met een gunftig denkbeeld in voor een middel, , 't welk, wegens zijne kenbare hoedan igheederf, niet werkeloos kan zijn , en aan welk zulke ver- mogende bederfweerende kragten, in de mee- fte rottige ziekten , door voornaame Artfen , worden toegeëigend; vooral in die foorten, en dien ftaat van Persloop, waarin ook, na te veele ontlaftingen , de vervallende kragten, en het dreigend rottig bederf een vermogend ge- neesmiddel vorderen. In welke omftandigheid de gifte bepaald wordt tot 15, 20, of meer greinen, 3,4, of meermaalen.., daags. Doch, dewijl ik zelf niet dagelijks de ziekte kan gaan waarnemen, om dat dezelve gelukkiglijk niet dan tot op eenen medelijken afftand van ons genaderd is, zoo heb ik, behalven de bo- vengemelde reden, mij tot hier toe aan onze te voren befchreevene geneeswijze gehouden, en geen reden genoeg gevonden, om andere Ge- neesoeffenaaren , die uit hun zelve niet zeer tot de .drnica^ neigden, daar toe aan te drij- ven; hoewel ik gaarne de kragt van dit mid- 'del, in de regte gevallen, tegens die van on- ze Antifiptica, beproefd gezien zoude hebben.
. KXIII.
|
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
()) Obf. «rca morbos, part, V. de Atnlcat In wtri.
pHtritt. -jiribits , p. 209 . 268.
(K) JRat. Mectencti f arts l U. Se ff. IV. de Dtfenteri*
tomtnentativ i op vede plaatfen.
|
|
|||||||
|
|
\ - . .- * -. . . - s , & , _;.,_ | . . .-
|
|
. v i. j .-..- .... . f -V B
|
||||||
|
|
|
|
|||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 58-
|
|
|||||||||
|
|
'* N P ER * t 00 P, <j£
.. ..- -:. = '! V"' ' .' ! -<": ; '
l; XXIII.
|
|
|||||||
|
|
|
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
_ - ' ' '
Toen ik, laatft, te Arnhem was, had zich.
daar het geloof in de goede -uitwerking van een zeer bekend huismiddel, beftaunde uit Boomotij en Brandewijn, of Jenever, van elks 3 oncen, met a oncen Suiker, onder een gemengd, llerk yerfpreid , eerft , aangevoerd, zijnde , naar ik Keen, uit Nymegen; doch, in de voorige Ëpi» 'demie van 1779. ook reeds, bijom onze Stad, onder de Boeren veel gebruikt. Anderen na- men Wijn, in plaatfe van den brandewijn, en dien in grooter maate; wanneer dit middel ge- noegzaam overeenkomt met het zoogenaamd middel van frouw Burths , waar van de Hr. ipEGNER gewaagt, dat het, in de Nymeegfehe t)yfenterie van 1736, berugt was, en waar van men tpen zeide, dat het, in de ziekte van 1702, wonderen gedaan hadt (a). Men liep thans weder, met dit Olie en Brandeivijn-mid- 4eJ, onder 't gemeen, zeer hoog, meende daar van zeer vee} heilzamer uitwerkingen te zien^. dan van de vrij algemeen aangewende ontlas-» tende geneeswijzen. Ja 't gebruik van dit, of diergelijk , middel heeft zich daarna genoeg- zaam over alle de dorpen en llreeken onzer PeZuiye, waar naderhand de ziekte zich geo- penbaard heeft, zodanig yerbreid, en wortelt nog elders zodanig voort, dat het geloof in,
F 2 eene
|
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
(rt) Hiftoria Dyfentrriae Neomag. E J. alt. pag 2
'5-. »«.,weT1re fchrijver, aldaar, een ganfch Regifler.pp-
geeft van huisroiddelen^ met^eh'kórte Beoöïïieling»
|
|
||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 59-
|
|
||||
|
|
eene geregelde geneeswijze daar fchaars tegen;»
op kan; zoo zelf, dat ik te Ede, en te Meer* veld) gezien heb, dat, daar, in 't zelfde hui$ of buurt, eenigen, door onze tijdig aangewen- de geneeswijze, als van deri oever des doods waren te rug gebragt, anderen nogthans, voort hier op ziek wordende, tot het gemelde (Jltei middel hun toevlugt liever verkozen ce neemen, dan tot de onzen, welke zij doch, des begee* rende, voor niet bekomen konden. Dit voort oordeel heeft zich ook voortgeplant nader nt onze buurt, te Hor/l, daar fedért ook de zisek» te ongelukkiglijk geheerfcht heeft, en zeer vee» len weggefleept, die van'dit "middel voorzien geworden waren, door een verkeerden iever van welmeenende onkunde, en door welke de weg. tot betere geneeswijze een tijdlang geheel ge* flooten isgeweeïl, tot dat, ten Jaatilen, de In- wooners van die buurtfehap, zich van agteren niet wel bevindende.bij die gefchenk, wel eens hun toevlugt genomen hebben tot de redelijker hulp der Artfen, maar ook daaraan zich.geen- fms hebben gehouden, volgens de gewoonte der meefte Landlieden.
Deongunth'ge uitflag van dit middel, darin't
cerft zig aanbeveelt door zijne zagtheid en aan- genaamheid, is te drnhem, te Huifen, en elders, in zijne gevolgen, al voor lange waargenomen, en van agteren erkend door deszelfs grootfle ge- weezene voorftanders (b). Wel is waar, dat het'
niet;
(^) Veele bijzondere gevallen zoude ik, uit naaakeij-
rige hiervan hij mij ingezo dag kunnen leggen. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 60-
|
|
||||||||
|
|
m
|
|||||||
|
|
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
voor ;aUen v^ferfljjk geweeft zij, maar wd
, . iftaamlijk voor die, welke in den beginne noodig omlafting hadden moeten hebben, v eis bij wien dit vette raengfel s geftadig gebruikt, d® nadeelige Icherpheid natuurlijk verergerd heeft, terwijl het voor zulken, die geene kwaaie ftoffen in de eerfte wegen vergaderd hstddert (§ 5-)> van llut heeft kunnen zijn; doch onk> dan,-bijna altoos, verre beneden onze, in die gevallen aangeraadene» verzagtende en be)ïke« den de middelen, te iiellen zij. * . '' '.''.'
g. XXIV.
u -
Hit diergelijke gronden, laat zich ook beoor--
deelen een voori':hrift, alhier, met hboge aan- prijzing, uit den Hage gezonden, beftaande uit 3 üoiren van Eijeren, 2 lepels vol Boomolie, een halve Mofcbaatnofit 2 oncen brmdfuikér9 en i o oncen Rifnfchen fPifn; om, wel onder een geklopt zijnde, voor volwafiènen geheel, en voer kinderen de helft, te neemeti. Name- lijk, dit mengfel is wat minder vet, dan hè* voorgaande, wat meer verlengd, en uitwaafle- raitig bevorderend; ondertuffchen is het een magtig kandeeltje, dat in ongeftelde ingewan- den, vooral daar eenige bedorvene ftoffen zijn,, bezwaarende, en, om dat het eek Hoppende is, H'hadelijk moet zijn; echter, in de bepaalde ge- vallen van §. 5, foms, de v<a©ri«euEe fehtjnt te ver-' dienen, bpven het \fOprga«nd aiÖÖej van |
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
Maar niets buitenfpoorigers, in deezen fmaak,
|
|||||||
|
|
||||||||
-ocr page 61-
|
|
|||||
|
|
46 G ENSESWljfZ E VA N
is mij voorgekomen , dan zeker zogenaamd $£»
proef d middel tegens den Roode/oop, zeer onlangs in een openbaar Tijdfchrift voorgefteld, en ook nog Wel, in goeden ernft, in de Nieuwspapie? jen aangepreezen; naamlijk , 4 oncen vertch vet Spek, met 6 eijercn, in eene pan gebakken * en in drie deelen, met vet en al, warm, op- gegeetent Wie grilt niet , op de gedagte van, zulk een. fmeerigen , magtigen darmprop! lik ïèndige lijders, die tot zoo eene proef , die ZET ker geen ernftige weerlegging waardig is > ver* weezen wierden ! Eenen Groenlander, wiens Kraamvrouw op een foupje van Walvifch fpek vérgaft wordt, moge ook deeze Spekttruif wel bekomen ! ,-......
§. xxv, &
. ' -.-. >.,.,:.
Niet min ongefchikt zijn alle foorten van
nïeep en min fammtrekkende , of ftroeve en wrange middelen, welke men, hier en daar, ook al met nadruk ^aanbevolen , eo het Gemeen ih'; de hand geflopt , heeft. Het bedoelde nut van; zulke dingen fleunt op het verkeerde be- grip van den aart onzer ziekte, waar van ik, in 'r-begin deezer eerfte Afdeelinge, iets gezegd hebfye (c). Namelijk, door het ongegron- de denkbeeld van bloedontlaftingen verfchrfkt, meent: men de hoofdzaak te zijn, om die ont- laftingen; maar te bedwingen, door de, onder- flelde, opene bloed -vaatjes te fluiten en toe' te |
||||
|
|
|||||
|
|
j ... ,." . Ijii'O '). .'. ,: . . '.' :-3 - '.- --'. ' '" . 'i-,
(e) Bladz. 8-10, hier voor,4
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 62-
|
|
||||
|
|
doen trekken, en voorts ook de oritlafHrigen
uit het darmkanaal, die men, even als in buik- loop, te overvloedig meent te zijn, tegen te houden en met kragt te beteugelen. Ik beroep mij, kortheidshalven, op't gene wij, ter evetï gemelde plaatfe, tot opheldering van den waa- ren aart en naafte oorzaak onzer ziekte gezegd hebben, waaruit de ongerijmdheid en fchade- lijkheid van, ten eedlen^ famentrelckende mid- delen, in deeze ziekte te geeven, klaar genoeg kan blijken; als welke, 't gene nu reeds niet genoeg ontlaft wordt, ligt nog meer befluiten, en opftoppen, en dus een voornaame oorzaak des kwaads binnen houden zullen, terwijl de gevoelige ingewanden, ook vaak dat wringende niet zonder vermeerderde pijn verdraagen zul- len. Op deeze wijze heeft men de onmidlijke uitwerking te beoordeelen van Eiken laft, Ei' kelen , Galnooten , Middelfcbot van Walnooten, Tormentille, Cachou, Granaatfchillen , Kaneel', Mo/chaat, Geroo/ïe rhabarber, op verfcheidene wijzen klaar gemaakt, het zij in poeder, con- ferf, trekfcl, of afkookfels, in water, wijn, of in brandewijn, van welke dan deeze dan geene, met veel ophef, aangepreesen, en beneffens kon- itiger bereidingen daar van, ja ook andere cby* mtfcbe, met meer kragt famencrekkende, pro- duften, zelfs in veele Dispenfatoria, met den tijtel van Antidyfenurica, verfierd worden, ter gevaarlijke verleidinge van min kundigen.
't Is waar, in fommige gevallen, en vooral
op 't laatlt der ziekte, kunnen zulke dingen, wijslijk getemperd, ioms niet min van nut zijn,
'
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 63-
|
|
||||||
|
|
43 GENEES W* j» »*r ** JT
<tót* onze aangepreezene Wügt»baft> ($ 14.
.die ook, hoewel milder, .van een llroevert aait is Maar dit onderfcheid wordt, in het^toö- reiken en aanbevelen der gemelde middelen^ ,fljet gebruikt, men pnjffc ze aan, als algemeen nuttig, en geeft ze van den beginne af.
Het onraidlijk nadeel, van zulke faméntrefc-
kende middelen, heb ik kortlijk gemeld; de verdere kwaade gevolgen, zoo al de ziekte niec voort ten "ergften loopt, gelijk kwijningen+ Shupknorfait Geeteugt, Waterzugt, Verlti'mmiti- gptt. enz. zijn breeder uitgelegd bij den Hfc
«IMMfiRMAN * (d}» *
' .
§. xxvï1,
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
Onder de bieren daar aangepreezenë
dèïen, behooren ook nóg fommigen die, hunnen aart', ter kragtiger bevordering der uit- ^vaafleming gefchikt zijn (Diaphoretica). Dac de nuttigheid van het Laudanum ook- vooral in deeze uitwerking gelegen zij , en dat de bevor- dering der uitwaaflèmïng van 't gröotfte aanbe- lang zij in deeze ziekte, is boven, meer dan eens, herinnerd (e), ook hebben wij, opzettelijk daar toe, een en ander voorfchrift, N. 12 en *3» opgegeeven en aangeraden (), bij welke ïöeer anderen uit die klaffe zouden kunnen ge- #oegd worden, met wrijvingen, ftoo vingen > en
vee-
09 Vm tier Rubr unttrdem Volke &c.
1767.
CO pag. 3 * > 32*' vergel, ast p. i &
(f) pag, 17. |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 64-
|
|
|||||
|
|
- U E N P E R S L Ö O/Vv 4<;
het verder beftier ter uitwaaffeniing dienflig. Men
: heeft in Cfampagne, in de ziekte van 1779, het Alkali vulatile, of $/>/>. Sa l, Amman, tot 15 of 20 druppen., in veel vogt verdund, doen neemen, met het gevolg van eert fpoedige .zwee. ting, verLigting van pijnen, en verdere heritel- Img (g). In -Leeuwarden is dit zelfde vlug- zout-vogt, bij andere dingen, en bij de Lau- danum gepaard, als een zweetmiddel, met goed gevolg gebruikt (b^). Dan op alle deeze, en diergehjke, dingen, merken wij aan, dat zij in alle andere gevallen, of foorten van Dyfenterie, dan die in §. 5. zijn verklaard, fchadelijk zou- den zijn; ten zij dan ook, in deezen, op hec iaatft der ziekte j en als de natuur toonde, door den weg van uitwaafleming zich te wil- ten ontladen. Sterkere middelen van dit foort, -hoedanig een DEGNE.R befchrijft (/'), uk Sal jüccir^vu/at,, Sal val. C. Cervi, Sal amra., Cro-> eus, en Opium .beftaande, raaden wij, met dee- zea fchrijver, geheel af. , |
|
|||
|
|
|||||
|
|
: f Na het afdrukken van 't gene wij tot dus vee-
re over de Geneeswijze hebben bijgebragt, ko- men mij nog eenige Bërigten, hier toe betrek-- lijk, ter hand, welke alhier, als eene gewigtige aanvulling op het voorgaande, verdienen ge- G plaatil
.-tg.) Ga&ett. Litterl I7!5o. Awil% en Geasetk. Jaetrfyi
III. D. 2. ft. p. 27*
(b) Geneesk. Cortes?, p. ÏÓIO.
(«) Hijl. D)fmt. Neon. pag. 224. fu]i ^ \,
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 65-
|
|
||||||
|
|
Sö GENEESWIJZE VAK
.'plaatft te worden.. Zij kienen vooral ter ver-
dere .flaavinge van 't- gebruik van het Opium* waar van m §§. a en 15 18. gehandeld is, en van de overige le&rfüeerendezn verflerksuds mid- delen, $f. 1214, 22, enz,
' '; ' : ,-«'
In het aanvanglijk Berigt van den zeer Gel.
Heere LOTICHIUS, omtrent Nymegen, waar van ik melding gemaakt heb op bladz. 4. van mijne Inleiding, getuigt zijn Ed., dat, wanneer ook in 1781 , vooral m het hooge gedeelte dier Stad, Dyfenterie befpeurd werdt, de~ziekte eerft goed- aarng was en ligtelijk te overwinnen; doch dat zij, m September, bij deezen en genen kwaad- aartiger wordende, zich niet t' onderbrengen liet langs de gewoone ontlafiendc methode, maar dat zij, een fpoedig verval van kragten medebren- gende, en een eigenaartige koude over 't geheele lichaam, met ongemeene tegenwoordigheid van geert tot het uiterfte toe, werkzaamer genees- middelen vereifchte; wanneer de Antifeptiea , en Opiata, en deeze wel in ruimere giften toe^e- re.kt, van uitmuntenden kragt bevonden wer- den te zijn.
Voorts is mij van elders berigt, dat in I7!Ï2,
1 |
|
||||
|
|
||||||
|
|
H
e^voedende hptdcmi* van dit tegewoordig
jaar, ook door andere Geneesoeffenaaren de «J ^f^ng - beuvrdenndt «bode gelukki^lijk is
ESFl' V°n d d.u°5 r ^^gvuldfg gebruik van
te^lwïDovtn, dat wjj boven (l 5. p. j hebben aangepreezen^ beftaande uk Om |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 66-
|
|
||||||
|
|
-DEN P ER SLOOPT 5|
-Jpecneoanna , van elks twee greinen, met eenig
.middelzout 'er bij. Zie ons Voorlchrift N. 13.
s: . 'j
. Van de tegenswoordige Epidemie» die ook
in, het Graafkhap Zut^hen, onder de Dorpen Stwidtren , Zelhem en Hengelo, doch in een klein 4»eisl Lijders , door den Heer BEK.NS , thans ,Qu;irtiers- Ooclor, is waargenomen, wordt door :z:jn E,4.» onder anderen, aan den Have bengt gedaan, dat "wanneer, in zwakke of verzwak- ,lë geftellen , de afgangen zoo menigvuldig wor- den, dat men daar uit een fchielijk verval van :kragten te vreezen hebbe, hij dan, zelfs van *t begin der ziekte af, de Koorts- of Wilgen- frafl met nut gebruikt hebbe, zonder evenwel $e ontlattendé middelen geheelijk agter te lasten : htbbende', bij tufchenpoozing, eene g\he Tart, , in water opgeloft, met eenige droppen . Jiq. S. toegereikt, waar na, of braaking n galachtige doffen ^ of ;een zagte uitvvaasfe- , met vermindering der ontladingen -, zij gevolgd. Terwijl Hij algemeen ondervindt, zoo a!s te vooren en nu- ook. bijna overal zij waar- genoomen, dat de Pijnftilhndz middelen nood- zaakHjk zijn, en niet weinig tot de geneezing kunnen medehelpen" (k).
a De beroemde Utrechtfche Geneesheer F. j.
voj,TEyLBN , thans beroepen aan de Leidfche Hoogelchole, mij hebbende doen weeten, dat üïj :-- Ga de |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Volgens bet kort Berfet van die zielcte, van gem.
Quacrtiers- Di>éror, den 25 OiStober jongft, bij 'cfca ingekomen. |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 67-
|
|
||||
|
|
$f G&tit ESWIJZE V A N
de Dyfênterié,' door zijn Ed. dit Najaar ann de
Bilt,- nabij -Utrecht, behandeld, algemeen vee* zeld ging met een ongelooflijke veelheid wor- men (/), heeft, op mijn fchrijven om eenige
na-
' i
(/) Zoo dat, fchrijft zijn Hooggel., "hij alle ï.ijde-
,ren, Ouden en Jongen, Mannen en Vrouwen, hij , den eenen vyel meer dan bij den anderen, doch b;] allen veele, meed. rpnde wormen, en eenige /jf- tamlef, voor, onder en ook ra de ziekte, -van onder en ook van boven, werden uitgeworpen ** Sterker voorbeeld van Dyfinte?».* wermwo/a , dan welk, mij bij de Waarneemeren niet -bekend is. Doch naait hier aan is mij voorgekomen, 't gene jn de i>yfemerie van 1779, in de Pranfche FIO-. vincie Ie Mame, is waargenoomen, door Dr. VE« TiLLART, die ook, als een zeer veelvuldig en bij- na algemeen verichi j n fel dier Epidemie, belchnjft het kïffen, naar onder en boven, van een meer of min overvloedige menigte van wormen, zoo dat op penen morgen door zeker i'erfoon meer dan 30 wor- ihen waren uitgeworpen. De Leminthucborta» of - -MitfeusCorfieamist Ótfder anderen, in deeze gevallen door den Hr. VOLTELEN, met nut gebruikt, deedt ook bij den Hr. VETILLART wonderen. Zie des-
-^ Zelfs Hij}. Med, des tnaladies Dysfenterifue de ia. Pra-
vince du Ma'me en 1779. viag. 35.
Men noemt, met desAuvAGES, zulke Epidemt-
en Dyf. verminofae, met zoo veel reden als men die-, bij welke overvloedige galftoffen ontlalt worden, &yf, büiofae noemt; hoewel ik, met CULLENUS, neigen zoude om deeze verfchijnlels als ya'irteitf» te befchouwen, van een éénig foort van dezelfde . ziekte; in welke altoos de kenmerkende oorzaak, 'volgens 't gene wi] hier'van, bladz. 8 eny, yoor- ^edrdagen hebben, niet zoo zeer gezogt fchijnt te rnoeten worden in dQ prikkeling van iets dat be- vat ie in de darmen,"rntór'in die van.eene meei,1
* ...<*. v.;,,'!:? \
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 68-
|
|
||||
|
|
QOP. .0
bijzonderheeden, mij, in een Brief',vari -
den 6 deezer loopende maand November, on- , der anderen, vereerd met het volgende, hier ter zaake dienende. "In de geneeswijze heb .,, ik altoos de labes verminofa in 't oog gehou- den; fchoon niet altijd anthelminticp fpecifica gebruikende. 't Opium is mij, zoo in deeze als in eene vorige Epidemie van 1780, van , een wezenlijken dienït geweeft. Reets van den beginne der, ziekte, gaf ik, nadat de £va- cuantia haare werking gedaan hadden, immer i, een grein Opii pur i 's avonds. Naderhand be- ,, zigde ik dit middel als een hoofdzaaklijk mid- 9, del, indien de flaauwe levenskragt, de kwaad- ,, aartigheid der ziekte en de vrees voor gan- n green 't zelve fchenen te vorderen en daa 9, in vrij groote hoeveelheid;, egter niet zoo i, als de Heeren Stinftra en Lenztus: eens ben ,, ik tot 24 greinen in de 24 uuren gekomen. Er zijn egter verfcheidene gevallen gewee.lt, daar ik gemeend heb 't zelve niet te moeten gebruiken. .
Adftringentia heb ik in 't geheet niet voor-
y, gefchreeven. In de Dyfenteria biliofo-pitui-
tofa, welke ik in 1780 behandelde, heb ik
van de Radix Arnkae, en Cortex, Salicis al-
G 3 ,< kat
--.',, : '. - .
bijzondere of eigenaartige fcherpte, die in de be;
vuttende deeleti zich zetj hoewel de tegenwoordig-
.heid der eerite gewislijk. de uitwerking der laatiFe
kan verergeren, en ook een bijzondere geneeswij- ze verejfche j dan welke ontlerfteund of yervangen moet worden door de eigenaartige geneeswijze v<?or
' ckn Persloop.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 69-
|
|
||||
|
|
c E N E e&myz JE v**
|
|||
|
|
||||
|
|
-boe mij dikwerf bediend, met een uitneemend
nut. "
Het gezag, dat de ondervindingen van zul-
Jce bekwaame Waarneemeren hebben, ichoon op haare regte plaatfe door mij voorbijgezien» of te laat mij ter hand gekomen, heb ik ge* meend, dat evenwel, offchoon aan 't flot dee- zer Afdeelinge, aan dezelve nog een plaat» Hjiogt en moeit doen vinden. ?Jg
Ik voeg, uit eigene waarneeminge, hier nvi
ook nog bij, dat ik, in de weinige laatere ge- vallen onder de Landlieden nabij de§ze;Stadj daar: we eemgen Haat hebben kunnen maaken; op het gebruiken en aanhouden onzer genees^ middelen, in de afgeloopene maand Qdober,; onder anderen, twee uuren van .hier, een ge^; val gezien heb, dat mij toefchijnt te verdiene»* om hier nog gemeld te jnogen worden. , ;;
Aan eene Vroijw. van 5" jaaren, die ik, vatt
den vijfden dag haarer ziekte, aan jfe\yeldige krimpingen en perfingen zodanig verzwakt vond, dat men de hoop op haare heritelling wet haaft geheel liet vaaren, gaf ik, na 't gebruik van! onze patio laxam antije.ptica, en tufchen dezeK, ve in, het decoftum demulcens antifepticum met; de Salix, en daar bij het Laud. lü/u. :in die maate,; dat zij »n zeven dagen tijds van 't Laud., liq, eene Once genomen hebbe; terwijl zij geen ander voedfel gebruikte, dan Gort in karne- melk gekookt, en zich geftadig in't bed hield, wel opgepafl wierdtj of fchoon.de bijkan.:
ders
|
|||
|
|
||||
-ocr page 70-
|
|
||||
|
|
55
defs alle dagen de-zekere dood verwagtten.
Zij werdt ook zeer zwak, de ledemaaten koud- agtig, de afgangen, op den u, 12 en 13 dag, met klompjes geftollen bloed en weinige gee- le galftoffen, voorts - fchüimig bl<>ed, met zoo genaamde vleefch - en vetklompjes in de uit* werpfels, zonder bijna eenige waare drekftoffe. Deeze Vrouw had van de Laudanum eene ge- durige dommeling, eenige ligthoofdigheid, wei- nig flaap, fchier geene uitwaasfeming, maar zoo veel gemak, dat zij de bederfweerende dran- Jten met de Laudanum ftipt bleef gebruiken, tot omtrent den i$den dag der ziekte, wan- neer 'er weder drekagtige dunne ftoffen, doch nog niet zonder die vetklompjes en eenig ichui- ffiig bloed, geloosd werden, en zij meer oog- fchijnlijk zich alleszins herftelde; waarop, eens- kkps, de geneesmiddelen door haar werden ag- tergelaaten, zoo dat alle, poogingen om haar ver- der iets ter verflerking te doen gebruiken, geheel ijdel waren, en bleeven. Deeze Vrouw echter is'voorts, hoewel langfaam, herfteld, zonder verder iets anders dan goed voedfel en genaak gebruikt te hebben. Een bewijs, meen ik, dat die vrij fterke geneesmiddelen, omtrent 8 da-. ,gen aanhoudend gebruikt, haar niet alleen den töenmaligen gevaarlijken toeftand hebben doen te boven komen; maar dat zij.,ook de krag- ten der nature zoo veel herfteld hebben, dat deeze alleen tot de langzame herftelling voorts voldoende zijn geweeffc ,
, Te G ar der en, daar in dezelfde maand de
I'ersloop zeer algemeen en zeer... .verdierffijfc"-'
; woed-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 71-
|
|
||||||||
|
|
56
woedde, ea daar andeis de geneeswijze ovef
*t geheel^ om verfcheidene redenen, niet zeer gelukkig geflaagd is; he,b ik ook in eenen man, die, reeds op den vijfden dag, in een zeer on- gunftigen ftaat was, doch die boven allen ziek aan onze voorfchriften hield, een uitneemend nut en verder volkomene herftelling gezien, nadat hij, neffens andere middelen, bij de De- coSum demulc, antijept., daags ééne drachma Laud. liqu., en zulks acht dagen agter een, had ingenomen.
Men ziet derhalven hier uit, dat ik ook nog
geenszins gekomen ben tot die zeer ilerke gif- ten Opium van de Harlinger Praétici; veeltijds terug gehouden door bijkomende koortfighee- den, door gevolgde ijlingen en ook door eige- ne ongerustheid, dewijl wij de, altoos van ons afweezende, Lijders niet dagelijkfch konden?- waarneemen, om onvoorziene, of haaft vorde- rende toevallen, tijdiglijk, te gemoet te ko- men: maar dat wij evenwel, in de gevallen» een fpreekend nut van dit middel blijven on- dervinden; offchoon ik ook voor zeker hou- de, dat het geenszins overal te pas kome, ja niet zelden fchadelijk kunne zijn. |
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
T
|
|||||||
|
|
||||||||
|
|
II.
|
|||||||
|
|
. .; , \
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
-ocr page 72-
|
|
||||||||||
|
|
rÖÖRBEH. ÈN& 5?
' '" _ .' " V /.- ' °"-'l ; .."
X ** " " '
7» '*.'"* ' ' ' '' " ' '.--'''i'' - ' -' '
+ . ' V
DE JLGEMEENE
POORBEHOED1NGE
c - - .:.*,
OPGEHELDERD
UIT DE
AANLEIDENDE OORZAAKEN.
|
|||||||||
|
|
||||||||||
|
|
Onder de drie Fradgeti, welke wij ons voor-
|
|||||||||
|
|
ge'ileld hadden om zaaklijk te beantwoorden
en waar van we de laatlle nu voor genoegzaam ^tgédaan nouden ; volgt thans die m de eerlle plaatiè was gelteld, naamlijk:
Kan men iets toebrengen, om door de algemeen*
aajileidende oórzaaken dgezer f^olkziekte niet zoo ligt getroffen te wordin?
-.'- ' . j- -
Het antvvnbrd hier op .rnoet behelzen het ge-
lië t'dt de algemeene i/ aorbehoedinge behoort; wel- ke wij onderfcheiden van 'de bijzundere Voorbe- b'teding, dife alleen in het ontgian van befmet- ting beitaat. |
|
||||||||
|
|
|
|
||||||||
|
|
|
|||||||||
|
|
||||||||||
|
|
Door algimeene Foorbeboeding verftaan wij dari,
het afweeren of ontwijken, en het verbeteren of kragteloós uiaèken d^er. natuurlijke aanleidende
H
V'
W) In ons? begin bladz. i eri f. |
|
||||||||
|
|
||||||||||
-ocr page 73-
|
|
||||||
|
|
roORBEHOEDlNG
Oorzaaken, welke, buiten befmetlijke voort-
planting, ,ei.ne - ziekte kunnen voortbrengen. , Want gejijk de Geneezing eenef' ziekte volgt uit, het wégneemen van haare naafle en volko- ' mene, oorzaak:, zoo beilaat de Voorkoming of f-tiïtbèhneding in het wégneemen "of ontwijken dier aauleidciide oorzaaken,. welke, men fff g K' gener of'faménloopende oorz.iaken noemt. Zoo dat, indien men, de werking van een of méér V;in .deeze uanlcidemk .oorzaaken tijdiglijk weec te':ontkn:gten of ontwijken, de naaftt oorzaak, en dus de volkomene ziekte zelve zekerlijk zal voorgekomen wurden.
Derhalven, om menige regels ter Foorbebtx-
ding -te kunnen opgeeven, dient men eerlt dte aankideiide, of afgdegenere t oorzaaken eenig- zins nageipoord .en gekend te hebben.
VA N D E
4JNLEIDENDE |
|
||||
|
|
||||||
|
|
.l
\V;j neemen de gevyoone z'ektekundige ver-
cU-oling deezer Oorzaaken ook hier aan, en OQ- dericheiden dus dezelve in Opwekkende, gemeen- lijk genoemd gelegenheid gevende, en in #xf- 'jchikksnde, of vacbaannaakeridé oorzaaken; wel- ke ond.Ticheiding in de natuur der zaake zél- ve -gegrond is.
Tm de wezenlijkheid zulker natuurlijke aanlèi-
«Jende oorzaaken in onze ziekte op te ipoorerf , eii oo,c icis van derzeiver ondericheid alhier te |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 74-
|
|
||||||
|
|
DEN VERSLQÖP.
"tfepaalèn, moeten wij éenige eigenfchappen van
den ^ersl«op opmerken, en -lommige omttandig- heeden nagaan, die deszclfs opkomit en voort- gang yei zeilen of voorgaan, en vooral moeten wij aantoonen , dat de ziekte aan eene voor- gaande ;13efmetting niet altoos zij toe te Ichriiven. Hier toe moeten ons de volgende Opmerkin- gen dienen.
.)'
[.:**''
De aanleictende Oorzaak niet altoos
Befinetting.
i. De Pcrstoqp behoort tot die Volkziekten»
welke zeldzaam zijn , van welke uien Ibms ,in .een 's menfchen letfiijd, in geheele l^andilree- ken, niet hoort: zoo dat men dieshalven naau- lijks vermoeden kunne, dat haare znaden* of fmetflófte zoo lange als werkloos, zonder ver- gaan te Z'jn., ruden zouden , om eindlijk, na zeer veele jaaren verloops, n"g weder uit te but- ten, en aldus haare eigenaarnge ziekte voort te brengen. Eenige voorbeelden zullen dit ftaaven.
. , De beroemde DIIGNER getuigt, dat, federt
1702, de Dyfentene te Ny magen niet gezien vva-s voor in 't jaar 1736, welke epidemie hij be- fóhrijft, zno dat ook deeze ziekte frer behan- deling voor hem geheel nieuw ware f»), 'en. dezelve naderhand in die Stad ook nog niet we- der fchijne omftooken geweeit te z-jn 'oen hij
werkje, in 1755» andermaal uitgaf.
Te Londen, daar, in dc.n Nazomer van 17^2, |
|
||||
|
|
||||||
|
|
-
(w) Hijler. Dyfenter. Neom<ig-t Vroatm. p. IV. V,
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 75-
|
|
|||
|
|
Co ALGÏÏ.M.
een geweld'ge Dyfenten'e ontfiond en tot diep
in den Herttl wiedde, was op dien tijd o<iic deeze ziekte bijna geheel nieuw, althans van veeJe jaaren ongehoord (o) , Op fa/uwe, daar onze Ziekte in 1747 ge- woed hadt (/>_), is mij nier gebkeken, dat ziy 't hoofd weder verheft hebbe voor in de berug- te epidemie van 17,79, en eenige voorafgaande fprankels in 1778.
Te, Zwolle hudt de Persloop geweldig oroge*
gaan in 1736, of daaromtrent; hij gradeerde daar, en bij om, weder in 1747, in en na et n' heeten zomer (#); en van dien tijd af heb üV niet kunnen ontdekken, dat die ziekte aldaar weder doorgedrongen zij, voor in de tegenswoor- djge algerneenere Epidemie van 17^ zijnde die Stad ook in 1779 vrij gebleeven.
Te Harlingen. hadt, bij menfchen geheugen,
de Ziekte niet epidemifcb zich vertoond, v»or het /Iraks gemelde jaar 1779; zijnde, in 17-0 flegrs eenige weinigen, aan een foortgelijke kwa-* Ie aldaar ziek geweeil (r).
Te
i
£c) Morbi genus ^zegt Dr. G. IMKER) hac in ci-
vitate novum fere,auf nuperis faltcm annis inau-
,, ditlim. " De Catarrh, gf Dyjeater Londn. in
Thejattr, SANDJF. Vol. H, p. 373.
(f) Blijkens 't Reces des LmMags te Zutphen gehou-
dpn, ii /\pr. 1753. Zie ook DEGNEK, p. 207.
() Volgens de zaaklijke, en zeer natuurlijke, Be-
Jtkriivtng ever de rotttnde Kodeloop, thans om en in
Zwol zras/eerertde, door G BODDE M. Dr. Zwol,
1747. pa?» "5» enz*
(r) Zie sTiNSTu/i, in onze üijlage, bladz. xxju. en >
Geneesk. Curresf. bl. 967. .; : o
|
||
|
|
|||
-ocr page 76-
|
|
||||||
|
|
*<&&. LOOP. ei
Te Groningen, daar ik vijftien jaaren lang
een drukke praktijk geueifend heb, is waare Dy/enterie-, in dien tijd, mij niet alleen naau- lijks iïi een tnkel menlth voorgekomen; maar. ik weet ook in deeze mijne Geboorte -5tad gee- ne geheugenis van Epidemie.
r i-
' Welke voorbeelden, die .ligtlijk nog vermeer-
derd zouden kunnen worden, yenoeg zijn, om da ontüeekmg onzer ziekte.niet altoos toe te khrijven aan eene fmetftoffe, die zoo lange üls; ia de astche grfmeuld, en eindlijk weder out- zoude zijn. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
n. En trouwens, indien ook de fmetftoffe
deezer ziekte midddijk, door klederen van de lichaamen der Zie'kert of {leftorvenen, kan'over- gebragt worden, met voortplanting der ziekte: dan Ichijnt zij doch haar vermogen niet langer te oeffenen, dan de tijd, dier tegenswuordige Epidemie duurt. .Althans te Harlingen, in die, heftige volk ziekte, bragten de wollene en an- dere klederen der zreken en geftorvenen, of- fchoon alle niet behoorlijk gezuiverd, geene nieuwe ziekte voort bij de gezonden, door welken dit goed, in denzelfden Herfit en Voor- winter, gretig werdt ingekogt (O- 'c ^'J men. dit toefchrijve, met den hr. STINSTRA, aan de vlugtigheid dier Smet (toffe; 't zij aan haar ver- lorene kragt buiten het gefchikt faeizoen.
.
H 3 Als
(/} STINSTRA in dfr Bijbg*, b!. VI. Genttsk, Corr^
UI kYftwt;
Dit 951.
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 77-
|
|
||||
|
|
?OÓRB E HO EDING
Bi. Als men da?(r en boven in aanmerking;
neemt, dat in die jaaren, waarin deeze zeld- zamere Volkziekie gezien wordt, zij duorgians op veele, en vaak ver van een gelegene Plavit- fen, teffens, en in 't zelfde jaartaeizneh gezien wordt, zoo als m'ons Vaderland vooral in 1736* '747> l~7% en nu in 17}}3 gebleeken is; en dat zij.daarentegen in de tuslchen jaaren, ook meeft.overal, ten minden als befmectende epidemie, weder geheel niet gevonden wordt: dan zie ik verdersniet, van waar de {'metttoffe telkens aangebragt zoude kunnen worden, tot' alle die plaacten en perlbonen, in welke de ziefc- te, in 't zelfde faeizoen, ijlings pleegt te out- iteeken.
,
iv. Hier komt eindlijk bij, dat men ook, in
fc veele voornaame Epidemien, inderdaat' geenig
fpoor heeft kunnen vinden, van van buiten
aangebragte befmettinge, hoe zeer men daarna
gezogt' hebbe.
Dus getuigt de hr. STINSTRA, dat hij in de
Harlinger Dyfenterie geen 'c minfle blijk heeft kunnen opfpooren, v-in in de Stad gebragre be- fmetting; waarom hij ook befluit, dat die epide- mie aldaar oorfpronglijk geboren ware (.#). Het zelfde beweert Dr. BERNS,. van den oorfprong der geweldige epidemie van 1779 onder Drernpt 9 in het Graaffchap Zutphen («J.
DJBGNEa hidt, na een naaukeurig onderzoek,
in
Ct) Eijhze, bl XX[V. vergel met bL IV.
(i») (Jenxsk, Curresf. I; bK 338. env. i
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 78-
|
|
||||
|
|
in, de ziekte van 1736, ook geen fpoor van van
buiten mgebragt te zijn kunnen.vinden, maar et- kent dezelve voor oorfpronglijk; ontitaan zijn- de in dezelfde Pau/flraat, en bijna in,'t zelfde huis, te Nymegen (u), daar ook de Epicjemïs ïn 1782, eensklaps en niet veel heftigheid, we- der begonnen is, hebbende z ch voorts ook bij- kans eveneens als toen verbreid, en geenigen grond gelaaten tot vermoeden, dat zij van el- ders zoude z;jn aungcbragt.(w). . J En in du jaar 1783, (wanneer de algemeené Epidemie alweder, op Nymegen, en boven alle voorbeeld verderflijk, heeft doorgetalt, zoo dat zij in ruim twee maanden tijds, naar de public.- ke.berigten, ongeveer vier honderd menfchen in die Stad hebbe doen iheeven,) is de ziekte .aliereerft, begonnen, in 't laatlt van Junij, bij eenen Soldaat, die vooraf aan een langduurige koorts van rottigen aart gefukkeld had, zonder dat verder de oplettendheid van den IJeere JDr. LOTiCHius heeft kunnen ontdekken , dut bij denzelven eenige befrnetting van Persloop van elders zij aangebragt; hebbende zijn Ed. dee- zen eerften Dyfentericus in Nymegen, den 5 Julij, met den Chir. Maj<>r onderzogt, en voorts waargenoomen, hoe de ziekte van deezen, als haar' eerften bron, zich, eerft tot de huisge- nooten, en voorts, van huis^ tot huis, wel haaft door de geheele Stad verfpreid hebbe (w).
, ' , , ; Uit
.(v) Hifl. Dyfent. Neamag. p. 3, 5 & 97.
(iu) Volgens het naaukcung bericht, boven gemeld, waar mede de lieer LOXICHIUS uiij hier omtrent verpligt heefu |
|
||
|
|
||||
-ocr page 79-
|
|
|||
|
|
Uit welk alles w^j dan befluiten, dat de Per*-
loop, ten minüen m zijn begin, of m die voor- werpen waar in'hij, in elke lipidemie,eerit ont- ftaat, niet aan bêt'meuing k-an worden toege- fchreeven, zoo als men, met meer reden, van- de Kinderpokjes valt ftelt; maar dat de Pers- ïoop telkens eerft uit zijne eigene natuurlijke, of aanleidende Oorzaaken ontftaan moet, en dus, ook n,eermaalen, uk zulke oorzaaken ontitaatt kan.
7-
De aanleidende Oorzaaken vooral te zoeken
in Lucht-en Wten-geïkldhtid.
'' :V :
Om nu verder, zoo kort mooglijk en zoo veel
tot ons oogmerk dienltig is, na te ipooren, welke die aanleiüende natuurlijke Uorzaaken zijn; zul- len wij voornaamlijk agtgeeven op het bijzonde- re, dat, in tijden van deeze Volkziekte, plaats heeft in de gefteldheid van Lucht, Weer en Saei- zoenen, als de algemeen!!: werkende oorzaaken van alle heerfchende Ziekten (#).
En waarlijk deeze gefteldheid is bij alle Epi~
demien van Penlonp zuo bijzonder, en telkens weer zoo aan zich zelve gelijk; dat men uit deezen hoofde als van zelfs geleid wordt, om daarin eene voornaame oorzaak te zoeken.
Foor»
(x) "Wanneer veelen, op denzelfden tijd, door de-
zelfde ziekte worden aangetalt, moet men daar van de oorzaak zoeken in iets dat meeft alge- meen is en dat allen aandoet; doch dit is 't ge- ne wij in-en uitademen." de Natura bom* Ca/. 4, t welk gaat. op deu naam van HIPPOCU.ATES. |
||
|
|
|||
-ocr page 80-
|
|
||||||||
|
|
^ Wat het Saeizoen betreft, is de heer-
fchende, of doorg.ande Persioup aituos een ver- fchijnfel van het ivarme jaargetijde; ontita.nde van den heettten tijd van den Zomer af, tot diep in den tierfil; en verdwijnende doorgaans geheel met den Winter.
't Is onnoudig, dit geitelde met bijzondere ge-
tuigeniflen te ftaaven; in alle de Epidemien, van 'Welke wij melding gemaakt hebben, is deeze waarneeming algemeen en blijkbaar, men be- hoeft ze üegts, Ituk voor lt.uk, nategaan.
Daarnaï wat betreft de Lucht-en Weers-ge»
Jïeldheid) 't is even zeker 7 en even algemeen Waargenomen, in alle de bijzondere Epidemien, dat de Zomers, in of na welke de Persloop ontftaan is, uitlteekende geweeil zijn in onge- meetie Httte, Droogte, en veelal in Luchtverbs- tyelifiaen, die van zulk een weecsgetteldheid de natuurlijke gevolgen zijn. . :
; Ook dit neem ik weder als onloochenbaar aan,
en beroep mij op het getuigenis van alle de Waar- neemeren, van Hipi>ocRATE:s en ARETABDS af > tot op onze eigene Jeeverfdige geheugenis de atgemeene Epidemie-jaaren van i77yefi 1783, en derzelver brandend-heète en (likkend-" dröoge Zomers; welke alle itaanüe wateren uit^. drotvgden, het veldgewas als in zijn uukiemeri fchroeide-ïi en ontijdig rijpten, het gra< op den worr ïêï niet üegts tot hooi droogden, maar waarlijk |
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
|
,. .
|
|
|
||||
|
|
I het
|
|||||||
|
|
||||||||
|
|
- - - »
") H!PP. Apk. III. aa. Epid.l. S. «i. T)e aére, aqat
>n, 05. AR.ET. Diut. U. ix. 62. D. Cónf.
1\ÏAN& de Dït?Mi-A»t>1uit;-C«f. 9.
|
|||||||
|
|
||||||||
-ocr page 81-
|
|
||||
|
|
66 4LGEM VOQRBEHOEDING
hetzelve totftofen afche verbrandden; terwtü
onder menfchen en beeüen, al wat zweeten kor^ zigzelven als 't ware langs deezen weg verloor.
Ook waren de ziekten, door den heeten en
droogen Nazomer van 17^9 uitgebroed, bij op- lettende Waurneemeren nogzooleevendig in'tge- heugen, dat, toen wij, in dit jaar 1783, weder zulk eene aanhoudend-brandende drooge lucht, reeds vroeg in de maand Junij begonnen te ge- voelen, men zich ook de gevolgen van Persloop wel haait angftiglijk begon te voorfpellen: gelift dezelve dan ook reeds m Julij metterdaat is ge- volgd, en wel zoo veel woedender heeft door- getalt dan in 1779, als de hitte en fchraale droog"- «e van onzen zomer vroeger, langduurieer, fteï- iser, en meer met andere buitengewone verfchiirt'- ten verzeld geweeit zijn, dan die van dat jak
Men heeft toch nu reeds in de-maand Maij en
vervolgens door de geheele maand>«/>; meert al den wind gehad uit den fchraalen Noorden en Oofte- lijken hoek, ilegts eenige weinige dagen, vooc her midden en aan 't eind van Junij uitgezonderd; daar bn is m die maand b,jna geen Regen gevallen' dan een-weinig voor en na het midden derzel^ ve zijnde met ftijven wind verzeld geweeth
De warmte was intusfihen zodanig, dat vaa
den tweeden van Junij af, de ïhermoraeter, genoegzaam altoos, kort a den middag, om' trent de 70 graden van Fahrenheit gefeekend hebbe, ja wel de helft van de dagen daar bo- ven, tweemaalen zelfs boven de 80
in >/# is de wind, tor de helft" der maacfl
ge-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 82-
|
|
|||||||
|
|
\\
|
||||||
|
|
VAN DEN PERS L O OP.
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
genoegzaam daaglijks, nog al in dezelfde hoe-
ken gebletven, en voorts heeft hij altoos, een ftreek, of van 't hoorden of van 't Ooften, be- houden. De warmte was, de geheele maand door, op het gemelde uur, volltrekt alle dagen over de 70, op derten dagen deezer maand o- ver de Öo, ja den 2b-fts".op yo graaden en daar over; hoedanige hitte ik meen dat leden het jaar 1750 naauwlijks alhier is waargenomen. , Den tweeden /j'uguftus heeft de Thermometer weder 90°. of daar over geteekend, terwijl hij 's morgens en 's avonds ruim twintig graden laa- ^ger ftond; voorts heeft hij, de geheele maand door, behalven van den 10 tot den 15, over de fo graden voort na den middag bereikt. De wind hadt tot den aa$el> meed dagelijks nog al een ilreek van 't Noore/en of Ooften-^ na welken tijd hij meeit uit het Weflen en Zuiden gewaaid heeft. IVlet zulk eene fehraale en fchroeijende Luchtge- 1 fteldheid, heeft men weder beftendige droogte of bijna geen Regen gehad , dan bij zommige geweldige Onweersbuijen, welke nu en dan al- rerverfchriklijkft gewoed hebben.
"'Hier bij is de Dampkring, bij ons, eenige
dagen na half Junij, begonnen beladen te wor-
'den met een zonderlingen droogen Nevel-damp,
die langen tijd, ook in Juli j, heeft aangehou- den, met verfchillende windftreeken beïtendig
1 blijvende, en het zien zelfs in de brandende Zonne,
als door een geelen rook, of even als door het
.qogglas van een verrekijker, gemaklijk manken-
de. Deeze damp fchijnt over geheel' o'ns We. I a reld- |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 83-
|
|
|||
|
|
relddeel waargenomen te zijn, en'heeft, eetteq
ande.riiaal, in ons Vaderland een fchielijke yer- fchroejmg aan véêle boom-en plantgewa§fen te wege gebragt (s).
Welke fchokken en geweldige ontroeringen
voorts, in dit zonderling Voorjaar en Zomer,' de Dampkring, en devafte bodem zelf van het Aard- rijk onderga^, hebben, getuigen, de Aardbeevin, gen en verwoeftingen, eerft ia Italië en Sicilië, en vervolgens op veele zeer verre van een gelegene plaatlen, over geheel Europa, wjargeuomen, zoo dat, volgens de uitdrukking van zeker ïijdfchnft "Eilanden verzonken of ver,plaatit, anderen als uit den boezem der Zee /verrezen, Heuvels en Bergen m Afgronden verkeerd, en Meiren in Landen hervormd zijn geworden " (0). Op welke onderaardfche oproeren dan onze Damp» en voorts in de. maand J ulij allerontznglijkfte OfKveders bijna overal gevolgd zijn, zoo als bij Napels, te Venetië, Livorno, Presburg, Weenen, in Engeland, Bohemen, 6axen, Frankfurt, Ham- burg, Keulen en andere plaatfen, waar van in gemeld Tijdfchrift etn Lijft en verflaff te vin- den is («), en waarbij men de ftraks"gemelde Ünweders van ons Vaderland voegen moet.
Zulk een ongewoone, heftige ongefteldheid, e.u
zulT
(*) Te Groten omftandiglijk waargenoomen door
lïr s, j. iiRUGMANs, en hefchreeven in eene Verban, dd.rg kort na d,t verlch.jnfcl uiteegeeven. Bij ons echter is de fchroejmg op de planten niet zoo fte.rk ee-
/ Te^V SZ'I tt(Troningen fchijtit gezien re zijn.
(-) \, f^tk. >^...VQor djt \^
biadz. da. en vervolgens.
|
||
|
|
|||
-ocr page 84-
|
|
||||
|
|
69
'k.e.; beroerjngen -v,a.p 4w-Dampkring, waar ia
ij grduu,nghjk, mgecen keyea W* ademhaalen, #ii uok niet anders 4^1, 's. meja lenen Liphaam op 'e$ne- ongewoqne wijze; aandoen, en,, indien het eenigzins vatbaar;is, hetzelve in,zijne werkingen ,^iet. weinig^ krenken. Wasar uit wij ook van VQO- ren aanneemlijkvinden, 't gene v.aa agteren fleeds gebleekeii is dje, waarheid te. zjju; dat namelijk ^ylk een Lugtsgetlgldheid. akoo>s. ziekten van, ^W.aaden.aftrt. uitbroedt^ en dat bijzonderlijk heer- fchende. P^r&loop ahoqs indejrdaat voorgegaan
t weeft is, yaty, diiergejijke,. Luciit pen-, Weerige-
Idheid,
Maar welke, zijn nu de bijzondere Uitwer-
kingen van die Luchtgeiteldheid, die hier als nadere aanleidende-Oorsaaken van den Persloop bepaaldelijk in aanmerking moeten komen?
.Alles in overweeginge neemende, en op het
voornaame en meelt zekere thans alleen itil wil- lende liaan, komt het mij voor, dat men al- bier, vooral, tweederleije uitwerkzelen moge vad ftellen:
Koor eer ft, de-vermeerderde neiging of gefchikt-
heid tot rottig bederf in het menfehlijk leevend- lichaam.
Ten anderen, verhindering van- de geduurige
uitwaasfeming door de oneindig veele ontlaft» huisjes van de huid.
E*r(le wtwerkfel deezer LuchtgeÏÏeldheid-,
op bet Lichaam is Rottige ontaarting.
De neiging tot rotting heeft natuurlijk plaats
i 3.." ., ;,-;. ,,' -^ in
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 85-
|
|
||||
|
|
|l 'ALQXÏÜ' PORBEHOEDING
in de vloeibaare en vafte deelen van een dierlijk
lichaam; zij openbaart zich bijzonderl'jk en met* terdaat, reeds bij hetleeven, in alle de Uitwerp- ftofièn; zij openbaart zich algemeen, in alle dé eenigzins weeke deelen van 't lichaam, zoo dra de leevenskragt ophoudt, en haar niet langer be- waart van deeze gedurige neiging tot rottig bé-* derf te volgen, voor welke zij zelfs in de gewoo- ïie dierlijke warmte van meer dan 90° beveiligd waren. Dan met den dood volgt de rotting gewis, en zij volgt zoo veel fterker en haaili* ger, als de hitte van den dampkring grooter is, aan welke een dood lichaam of dierlijk deel wordt bloot gefield. En zeker, hoe verwon- derlijk ook de bederf- en rotting-weeren de kragt van het Leeyen zij, deszelfs vermogen is nogthans niet volftrekt en onbepaald. Dé natuurlijke oorzaaken blijven werken op ons li- chaam, offchoon het leevend zij; en, naar ma- te de aanleiding tot rotting fterker wordt, heeft de leevenskragt zekerlijk fterker wederwerking noodig om de rotting zelve afteweeren; naar maate, verder, de rotting-bevorderen de oorzaa- ken meer aanhoudend blijven werken, loopt het meer gevaar dat de leef kragt in haare ge- duarige befchermende poogingen afgemat zal worden, of ten minden allengskens te kort fchie* ten tegen het geduurig geweld van een feller! vijand. Te meer loopt dit gevaar; indien de- zelfde oorzaaken, welke de kragt der rottige riéiging vermeerderen, teffens de kracht vermini deren van liet bederfweerend leevens-vermoogen. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 86-
|
|
||||||||||
|
|
Dan dit alles loopt faraen in de uitwerking
yan groote Hitte op het menfchhjk Lichaam 5 op welke derhalve alleen, onder het overige van de gemelde ongewoone Luchtgefteldheid, wij hier eerft en bepaaldelijk zullen letten.
Zulk een Hitte dan van lucht verflapt de .vafte
deelen, ontzenuwt haar veer -en leefkragt en ver- flaauwt merklijk het vermogen en de meelte werkingen der geheele dierlijke huishoudinge. Dit leert de Zifktekunde , en behoeft hier geen uitgebreid bewijs. Zij zet, daar en tegen, de neiging tot rotting teffens aan, roert en ont- bindt aanvanglijk de vogten, fcherpt de zouti- ge en olieaguge deelen, en brengt ook inder- daat eene merklijke vermeerdering van bederf- ïijke fcherpte voort, vooral in de uitwerpfelen- afgang, pis en zweet (b). |
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
En zoo is , alleen door grootere en aanhouden-
de Hitte, de meerdere ne;ging of gefchiktheid tot rottig bederf, ook in het leevend lichaam, eene beweezene waarheid; en 't gene dus in ons geval de rede leert, beveftigt ook volkomen de geneeskundige ondervinding. , Koortsziekten van rottige» aart zijn doch de eigene voortbrengfels van het warmfte faeizoen^ en worden in de heetfte jaaren zekerft en me- nigvuldigïl waargenomen. Zij zijn , even als onze Persluop9 maar zeer veel algemeener en menigvuldiger, de eigene ziekten van den Zo- toer en het Najaar; gelijk de ziekten van /»-
flam-
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
<(.l>) Gonf. GAUB. Patbol, n. 423, 424;
|
|
||||||||
|
|
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
-ocr page 87-
|
|
||||
|
|
rOORBEBCEDING
|
|||
|
|
||||
|
|
fiaamatafen iwrt aan tien
verknogt zifa. Zulke roerige -Koorden daaren* boven worden door rde2èifde 'hëeté Lucht1- en Weets-gefteldheiÜ, op denzetfden tijd, in lom- mige plaatfen Voorigdbragt, op welken, in au* dëre,, vaak nabuurige, de heerll'hétide Perskiop doordringt; tvradr vanrik, onder viële vuorbcef» den, mij 'flegts alleen 'berc^pi o^ de kwaadaart tige Herfftkoortftn , die, in' -den- NaEDmer .«« Herfil van 17/9, de Stad Campett- Zoo deeï* lijk geteifterd hebben; welke óöor in i j zelve» i op verzoek van den Magi/ir&at dier Stad, al- daar te dien tijde zijn waargenoomen , zonde! dat 'er eemge zweem van fiersloop aldaar ge* vonden werdt, welke alstoem op fomntiige (tree* ken van onze Veluwe en elders, op den zelf- den tijd, de meergemelde: Epidemie gemaakt heeft»
Het is echter ook door anderea waargeno-
men, dat Rotkoortfen en Pefsloop op dezelfde plaatfe te gelijk gevonden werden, ja dat ook wel de eene uit de andere fcheen voortgefco- men te zijn.
De rottige ontaarting, in den Persloop plaats
hebbende, blijkt ook metterdaat, uit de Icwaade toevallen, en vooral uit het fchielijk verval van kragten, dat de ergfte foorte veizek; uit de gangreen, of verftervrng en het fottig bederf^ dat bijzonderlijk de Darmen , als de meert aan* gedane deelen, doorgaans ondergaan, in gewl* Ie de ziekte ten erglten loopt (c), enz.
Dee-
CO Volgens f.- rst. *m. der eerfte Afdeelin^
|
|||
-ocr page 88-
|
|
||||||
|
|
. JJ.E-.tf. WÜWBCfr&ö*.
|
|||||
|
|
||||||
|
|
Qntaarting door bijkomend Bederf
eener beete Lucht vermeerderd.
f
De Persloop tafl 'daarenboven, volgens alle
Waarneemeren, veel menigvuldiger de geringe Lieden aan; bij welken bekrompener woonin- gen, rniflder verfchooning, en ook minder verich vuedfel, de rottige 'ontaarting der vogten, waar toe. de .hitte der Lucht den eerften grond legt, noodwendig méef moeten aanzetten, dan bij hen , die in dit alles het voorregt hebben van meer ruimte, verfchooning, reinheid en ververfching ;' en die metterdaat, het overige gelijk zijnde, veel meer van deeze ziekte vrijloopeff. , Om dezelfde reden, is de Persloop eene meer eigene ziekte onder de Scheepslieden, op war- me en verre togten; onder de Noldaaten wan- neer zij in tenten te velde moeten zijn; en ook onder de ellendige opgeflootenen in Gevangen- liuizen. . r , ; .
Bij den eerften Üjfenterieus van dit jaar té ,
Nymegen, van wien we boven gemeld heb- ben (J), verving Zelfs de Persloop eene rot(i-\ ge koorts, en vervulde haare plaatfe; de Zieke lag, in dien heeten tijd, op eene kamer, alwaar nog zeven andere Soldaaten woonden, -öiepen,' kookten en aten, terwijl in het huis, dat ru'et ruim is, in 't geheel vier en ïwintig' Soldaaten,' 'beneffens "éene Viouw en drie Kinderen gè-^ huisveft waren. Hoe veele zaaden en fpruiten' Van rottig bederf, waren hier niet bijeen ge- |
|
||||
|
|
||||||
|
|
(</) BladZ, 6j;
|
|||||
|
|
||||||
-ocr page 89-
|
|
||||
|
|
74 <4LG,EM, POOREEffOE'DING
worpen! Zij broedden ook den Persloop oor-
fpronglijk uit bij deezen Mari* die geen .zweem van befmetting had, en die ztek lag ineen huis, dat in de Loopziekce van. 1-782 geheel was be- vrijd gebleevén (e). Een zonderling en aller- fterk'M voorbeeld waarlijk, van't groot vermo- gen van rottige ontaarting ter bepaalde voort- brenging van den Persloop!
Deeze Ontaarting is eene voorfchikkende
Oorzaak. Haar e zit blaatten.
"'.'- :'
Wij neemen dan de rottige ontaarting, of
vermeerderde neiging tot rotting, aan, als een zeker uitwerkfèl van de groote Hitte der Lucht; vooral jndien dezelve ook nog overladen is met dierlijke en bederflijke uitwaaflemingen. Wij neemen verder deeze Ontaarting aan als een ver-
mogende aanleiding tot den Persloop., welke hét
lichaam hoogft vatbaar voor deeze ziekte maakt; dan, dewijl zij doch niet altoos, noch overal den Persloop voortbrengt, maar vooral ook Rot-
-hoirtjén teelt: zoo is zij niet de volkomene of
naajie oorzaak onzer ziekte f/j; maar wij,bren-
gen
'"'"
(l") Volgens het meergemeld verflag van den Heere
LOT1CH1US.
(; De Nymeegfche Archiater, Dr. M. T. DE MAN,
m zijne keurige VtrbandeltiHi over de Kotkuorts van
. ' 1770 en 1771 i» Nedsrbetuiue ( Nym. 1772 J, llclt
in zulk eene rottige ontaarting de naajje oorzaak
van die ziekte; bl. 7o,,lk>, 81. Wij beoordeelun de
juiftheid dier uitdrukkinge hier niutj maar indien wij ze ook aannamen, zoude 'er uitvplgen, dat^- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 90-
|
|
||||
|
|
.: .^ 75
gen haar tot die afgelegenere ootzaaken, welke
wij vwr/chikkende genoemd hebben (g); ter- ,wijl .zij doch onder deezen dikwijls een voor- naame plaats beflaat.
t ...
" -*? '.'" v. 'i
Deeze ontaarting nu heeft, als voorfchikkende
oorzaak, plaats j vo^reerft door't geheeie Li- chaam, dat, m alle zijne vloeibaare en vatte deelen , bloot ftaande aan de uitwerking der omringende, geltadig ingeademde en ook ,inge- flokte, heete, en vaak bederflijke. lucht, ook daar door, geheel, eene vermeerderde neiging tot rottigheid moet aaimeemen. -
r. Maar zij heeft bijzonderlijk, 'ten tweeden,
plaats, in de Unwer$ft<ffen des lichaams, voor-
:al in de eerfte Wegen ^ als bevattende eene ftof-
fe, in welke, natuurlijk, reeds rottig bederf aanweezig is, het welk dan thans ook vermeer- derd moet zijn; te meer, daar de Gal en an- dere bederflijke vogten, nu mede een hooger trap van rottige geneigheid bereikt hebbende, ook in deezen darmbuis hunne omlaftplaats
, vinden,
:..,'.' ; \ : ' ,
p Van hier vindt men, ligfelijk, ook de' Gal
bij den Persloop, tot zulk eene veelheid en
fcherpte aangezet, dat Veelen haar als eene
hoofdoorzaak deezer ziekte aanmerken, welke
K 2 ?jj}
»-.;..:.-. . "
zelfde Ontaarting ook van onze Ziekte de »«*/?<?,
d. i. volkoraene, otirzaak niet teffens kan zijn: al- zoo dezelfde geheeie oorzaak getne twee veit\:hH- lende uitwerkftku kan hebbtn. {s)boveR bl. 5». " |
|
||
|
|
||||
-ocr page 91-
|
|
||||||
|
|
zij, in Qle.ü'z^yDyfenteriaMliofa ttoernem Wij
meeiien echter dat zulke -Gat, uit haaren aart, eerder Dtarrhoea biliola, df Cholera zal helpen voortbrengen, dan waare Dyjenieria^ maar dat zij doch deeze onze ziekte veel verergeren kan ? doch op eene meer toevallige wijze.
'" '' '
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
Van -hier meen ik, dat men dikwijls ook
eene verzameling van Wormen vindt bij onze Ziekte, en wel ibms in zulke algemeenheiden veelheid, als wij boven aangeteekend hebben (£)* dat onlangs aan de Rilt en voormaals in Champagne gezien is, en welke 'tot de benaa- ming van Dylent&ria verminoja heeft aanleiding gegeeven; over welke wij onze gedagten reeds geuit hebben. '
En zoude men niet mogen denken, dat ge-
lijk, m zulke ongemeert heete Zomers, door-
gaans de menigte van Infeélen en Diertjes, die
op
. {,&) BI» 52. Aantek. f/).; ahyaar ik nog wel bij had
' mogen voegen , dat mijn oude Studiemakker aan de Groninger Academie, de hr. c. j. DONCKERMANN , in Zijne Dij]" de Dyfenterfa epïd. ana. 1757. te IMsburg uitgegeeven, pag. 26. getuigt, dat Hij in die Epide- mie, te Lmgen door hem waargenomen, niemand gezien hefabe, die in deeze ziekte geen Wormen uitwierp, zoo van onderen als van boven; terwijl veelen, ook na die of de volgende Epidemie, een ongelooflijk aantal, ja'geheele ineen gepakte klom- pen van Wormen loosden, of daarmede gekweld bleeven. Ook ten naderen bewijze van ;ons gezeg- de, ter aangehaalde plaatfe, dat men deeze Wor- men , evenweinig als dé Gal , niet als kènfohetfen- ' de oorzaaken derByfënterie, maar als toevalliglijk ^erergerende Oorzaaken te beichouwea hebbe. |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 92-
|
|
||||||
|
|
(Op rottige dingen aazea, en <kar door aange-
kweekt worden , ongelooflijk vermenigvuldigen,
?oo als altoos waargenomen ( i)^ «a ook voor-
al deezen laatften Zomer bij ons op Veluw,e
gezien iSi, in de onverbeeldelijke menigte van
Vliegen, daar men in de huizen, vooral te Lan-
de, mede gekweld werdt: * dat zoo ook lig-
teil jk de YVormen in -der menfchen gedanme,
in zulke tijden, vermenigvuldigen, door de veTr-
meriigvuldigde "rottigheid, voorsd in de eerlte
wegen onzes licnaaitps? f'l)" Immers van
?vaar de eijeren van, dit gedierte in ons lichaam
'Komen ? 'is, ïh -deéze -bükengewoone gevallen ,
rgeen grootër zwaar-ïgheid, -dan in alle de ge-
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
Dus dan" gezien hebbende , dat de vermeér-
"de'rde neiging tot rottig bederf, bijzonderlijk
'Voortgebragt door ottgemeene Hitte en vervui-
ling van den Dampkring , zoo in 't geheele Li-
chaam, als ook bijzohderlijk in de Eerlle we-
*pn , te houden is voor 'éene vobrnaaöie ''Woör-
'Jehïkkmde oötéaak 'van den Persloop ; terwijl
het teffens gebleëken xis , dat' deeze oorzaak
niet bepaaldelijk dan den Persloop, maar ook
K 3 aan
(») Onder anderen, door Mr^ imTittART bijzón-
derlijk waargenomen in 1779, en dmftandiglijktie- fchreeven in de aangeh. ffift. MèiL, bl. 54. en verv.
(k) De Heer DE MAN geeft ook tot de uitlegging dee-
zer vermenigvuldiging t als een gevolg van de uit-
i .werkfelen der Rotting, aanleiding in zijne gemelde
, bl. iio, ,»ij |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 93-
|
|
|||
|
|
aart andere ziekten eigen is: zoo is nu de naa-
ile vraag} welke afgelegene oorzaaken dan ver- der in aanmerking moeten komen, als bekwaam om deeze voorfchikkende op te wekken, en na- der te bepaalen tot het voortbrengen in 't bij- zonder van onze ziekte, en van geene andere?
-ï;l V > l , ! d : ,;
Andere uitwerking der gemelde Lacbtsge-
j fteldbeid op het Lichaam is gehinderde Uitwaafjeming.
.'-"' ' - i '"',;."',!'
; Onze gemelde Luchtgefteldheid was niet air
Jeen opmerkiijk door tmre onmaatige Hitte^ maar zij was ook, volgens de boven bijgebrag- te Weerwaarneemingen,/c^r««/en/c^er/)3 voor? al bij avond en morgentijderi. De Windllree? km immers waren deezen Zomer, gelijk ook in 1779, genoegzaam beftendiglijk uit het Noor'r den of Onften. De Wind was, daarenboven, niet zelden fterk, dikwijls onftuimig, en de lucht lang beladen met zonderlinge drooge en fchraa- Ie dampen $ voorts was de tempering der lucht^ van den vroegen morgen en den laaten avond-, veeltijds zeer verfchillende van de overdagfche hitte, zij viel koud en guur op het lichaam^ dat over dag gebroeid was.
Uit zoo veele aanleidingen begrijpt men, dat
de door de hitte eerJt verflapte, en verwijder- de zweetgaatjes der huid beurtlings en plots- lijk vaak werden toegeflooten, dat dan de veel overvloediger gewordene uitwaasfeming, voor- sl indien'er verduöning der vogteji, door rot-
ag-
|
||
|
|
|||
-ocr page 94-
|
|
|||
|
|
DEN PERSLOOP. ,N 79
*
agtige ontaarting, bij ware, geweldig gedreind,
en deeze tchadelijke uitwerpdoffen binnen ge* houden werden; waar door voorts een overla-r ding ontdaande van zoo groote menigte fcher- pigheeden, als, bij weidand, door de ongevoe- lige uitwaasfeming omlaft moeten worden; het niet kon uitblijven, of hier door moed een zeer nadeelige aandoening door 't lichaam ontftaan, tot dat, volgens eene gemeene wet onzer dier- . lijke huishoudinge, de uitwerpdoffen, langs den gewoonen weg verhinderd om uit te gaan, naar binnen keerden, en eenen ongewoorien zog- ten te winnen; wanneer zij verder, volgens den aart van dit jaar faeizoen, waar in altoos Darmziekten gemeener zijn, ligtelijk vielen en aanduwden op dien voornaamen ontlaltweg van de Darmbuis, en dus dezelve door haare fcherp- heid prikkelden, en opwekten tot die gedurige en pijnlijke krimpingen en beweegingen, wel- ke den Persloop kenfchetferï.
Zoo {thijnt mij, volgens éene niet te ver ge-
zogte Befchouwing, éené genoegzame opwek* kende Oorzaak van den Persloop, welke ons nog ontbrak, op eene waarfchijnlijke wijze ge- Zogt en gevonden te kunnen worden, in de aldus gehinderde en geftoorde ongevoelige ttit* fvaasjeming, door welke het lichaam, zal hel wel gaan, zich geduriglijk ontladen moet van \ Zeer veel grooter menigte uitwerp) toffen, dan door eenige andere haarer natuurlijke ontlafll- Wegen pleegt te geichieden.
- ' .. ,:'.' \.' !J , '.'. ' ' ' '
En't gene dus 4e J&febouviing ons aan éè
'-^" hand |
||
|
|
|||
-ocr page 95-
|
|
|||||
|
|
m
»
kind- gaf l ömtrenrdit vermogen der gehimfef*
dé huid-uitwaasfaming, en haar groot aandeel irt*t 'Voortbrengen.' onzer ziekte, zullen wij. nu, met fPdarneemingért, van 't gene inderdaat ge- beurd is, tragten te ftaaven. u; ?. ; ,
' :'".-,. . .l,:.;; :;.. ;,) ' .-.;;
j;- De Persloop heeft, voornaamlijk^ op, ?iüke
glaa.l^n., . opk. dit jaar, geweldig en zeer ver- derftijk geheerfcht^, .welke , door tiaare .hooge ipgt rneefl bloot gefteld fcrii|neiL. *te zjjns de indrukfelen van de veranderingen en on- ad§ van Weer en Wiud-ftreeken. k noem vooral onze Fduwe,, welk Laridrchap 't .geheel een hooge ligging, een droogen peeft Handigen grond hééft, en beroemd ïs om feaare zuivere en frjfche lucht, die door geene uittiampingen van laage, flikkige of moeraffige gronden vervuild wordt.
Maar hoe wreedeltjk heeft op deeze hooge
ligging, in deeze zuivere lucht, de woede van den Eersloop , in deezen zomer, doorgetaftf Nadat dezelve in drjiè&n, van vroeg in Juli j »f, begonnen had ^e teerfchen, is alhaail ook de heerlijkheid Roosendal aangetaft geworden, voorts Ede in zijn ganfche Schoutampt, Foorft\ Slpffldwrn, en de meefte Dorpen der heerlijk- heid Loo, gelijk ook yan Veluwev~Zoom. Wel- ke plaatfen van Veluwen ik hier voornaamlijk, onder meer andere, noem , om dat de ziekte aï- 4aar aJiergemeeaft, reeds in Julij en Auguftus, geheerfcht en , over- 'r geheel, een fchrqmelijfe aantal menfchen heeft doen fneeven'(V),-"ter- |
|
|||
|
|
|||||
|
|
(/) Het juifte getal der Zakt»,
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 96-
|
|
||||
|
|
t KJBB ÖJEM
wijl alle deeze zelfde plaatfen uitmunten in eene
wortreflijke hooge, en veelal heuvelachtige ligging, eene zuivere lucht, een droogen, met weinige, heldere, vlietende beekjes befproei- den grond, die in den Zomer, op veele plaat- feu, neffens Hei-en Zand-velden, de fchoonfte gezigten uitlevert van vrugtbaare Koornvelden, voortreflijke Bouwlanden, en fouimige frifche Bofchaadjen.
Ik meen, dat, op aldus gelegene plaatfen, op
geen bederflijke vervuiling der lucht gedagt kan worden j maar dat men hier, behalven de alge- ftieene uitwerking der hitte, op geene andere meer waarfehijnlijk medewerkende oorzaak onzes ziekte vallen kan, dan alleen op de gehinderde huiduitwaaffeming, welke, o,p verhevener plaat- je fen,
- w»«r, zoude ik van fotnmige deezer Plaatéri, uit
de vriendlijke mededeeling van de Heeren Schou- ten (die ik hier mede openlijk erken) reeds kun-
, oen opgeeven; doch alzoo deeze nette bepaalkïgen
. hier niet volftrekt ter zaake noodig zijn, en merk-
lijke plaats zouden beilaan, Itel ik dit Ikver tot een andere gelegenheid uit; wanneer ik, intuffchen,' wel van alle de Schoutampten zoo volledig önder-
: regt zoude wenfchen te worden, als ifc$ door de
naaokeurigheid van den Weled, Gellr. hr. Mr. È, j» AMMON, voldaan ben omtrent het Ampt van1 £<&. Van welke omftandige Opgave, ik doch niet nat Jcan laaten, hier alleen, bij voorraad $ het.verbaa- zend Slot te melden; dat naamlijk, alleen in het Dorp Ede, welks Inwooners een getal uitniaakcerï van 605 Perfooxen, aan den Persloop Ziek ge weeft zijn 26 r, en daar van Geflorwn ia6 ; gerekend vart bet eerfte begin der Epidemie, op den tf Aüguftusj tot den laatlten oftnber, na welken tijd de Epidé- «iê Sldaar opgehoudea heeft*: 3 - |
|
||
|
|
||||
-ocr page 97-
|
|
|||
|
|
rOORBXHQEDINS
fên^ -«n fin een drooger eirfchraater lucht j waar tn
de waargenoomene Winden, en wiffelvallighe<> den van den Dampkring gewillijk fterker gevoeld worden, fterker jndrukïèJen moet maaken, dan in laagere.,. vogtigere en luwere luchtgeiteldheid. --.Kortheidshalve, gaa ik voorbij, om niet van meer ptaatfen, in de twee andere Quartieren vaa .xmse Geweft^ abijzonderlijk te gewaagen , die oofe, ijij eene diergelijke verhevene en fchoonc ligging,, den feilen geeffel onzer ziekte thans ge- voeld hebben. Alleen meld ik, dat de Heer VETCitiART, uit zijne waarnéemingen \nGham- fagne, reeds dit gevolg getrokken hebbe, dat de fchoonfte, de heerlijkiie en gezondft gere^ .kende ligging der plaatfen ook aldaar geheel niets toegebragt hebbe, ter beveiliging voor de Epi* demie van 1779, 't w^lk hij door bijzondere voorbeelden beveiligt (/»).... Ja, in het zelfde jaar ontftondt de Ziekte,ook bij ons, zonder dat :bp laage ligging, vogtigheid of moerafiigheid ,va», grond, eenige befchuldiging kan valteri. Het gehugt Uddel, de dorpen El/peet, Nunfpe&f en. onze Stad Harderwijk gaven, onder ande- ren, toen hier van de tegenoverftaande bewij- ,zen. Van Drmpt\ dasr de Ziekte in dien tijd aUerhevigft gewoed heef!:, goldt ook het getui-
id*......l i".. ; , .; ge*
(w) Hijt.meil, Jet mal, pyfezt.J* Maine n Ij, 14. OlJ-
r yer zijne voorbeelden is aanmerklijk dat vaneen welgekgen Gebügt, dat door zijne ligging bevei- ligd was voor alle,winden, behalven alleen voorde ,;r^bórdclijke, welke (Wanneer, in de hitte van flien tijd,,ook de overpïand kreeg, omftoedt aldaat de -' |
||
|
|
|||
-ocr page 98-
|
|
|||||
|
|
genis, dat " zoo verre dit Dorp zich uitftrektj,
fcijna alles vrugtbaar droog land is, met weini<? ge heigronden, zonder eenige laagten noch moer iraüënf zijnde de lucht daar zoo gezond, dat 'er op andere jaaren bijna geene heerfchende riekten gevonden werden; ,zoo als wel opüa- dexe itreeken van het Graaflchap, wier woonin* gen tulïchen laage vogtige hei-en veengronden, en veeltijds met ruime waterplaflèn omge.even zijn, nog al jaarlijks gebeurde " («); .ii
'y'-"-''i.' ,. 'i" ' : . '...,,. , , .' ' '-*; ;.' _,/ . V";
r Indien men na hier bijvoegt, dat, en in 1779
en nu, terwijl zulke welgelegene plaatfert ,3?ijn
aangetaft geworden, zoo veele andere laag en
vogtig gelegene, in welke daarenboven deiucht,
door digte bewooning, met de uitvloeilelen van
dieren en rottende dingen, vooral in zulkenMt-
;te, vrij wat vervuild moet zijn, en waarlijk is;
:dat deeze plaattèn, zeg ik, geheel vrij geblee-
tven-zijn van onze Ziekte (o), daar ^zij :dqch
beide dezelfde onmaatige Hitte ondervonden:
ïzoude men dan niet nog meer neigen om te
befluiten, dat hooge, droogeen zuivere ligging,
niet alleen niet beveiligt voor onze ziekte, maar
5dat zy zelfs daar voor meer bloot fteltj en zoo
|
||||
|
|
|||||
|
|
^' -.
C») Volgens den hr. IBERNS, Gentesk. Corrtsp. bl,
,.-, 337» SS8- , , L ,
.(o) Onder de bteden b. v. van onze nabuunge Pro-
vinciën, die, en toen en nu, zijn vrij gebleven l van beerjchtttdeu Persloóp (van een' en andererien- kelen Zieken fpreek ik niet,}. noetn ik alleen het f'obte Atnferdain i als v^rré weg de digtii be- öönde énnieeft vogtig en niperaffig gelegene Stad van allen. |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 99-
|
|
|||
|
|
't
fl .4Z.0JMM: FÖÖJ{BEHO,EjÖiN(ï
integendeel, dat laage, vogtigere en luwe ligging
de piaatfen eerder fchijnt te beveiligen, dan vatbaar te maaken ? En waarin kan men dan anders, en natuurlijker, de meeft vermo- gende , bij de hitte bijkomende, oorzaak van onze Volkziekte zoeken en vinden, dan alleen in de hinderingen en hevige fchokken der huid* uitwaaffètmng, aan welke gewiflijk zulk eene hoo* gere ligging, bij de gemelde plotflijk invallende Luchtveranderingen, meer bloot ftelt, en voor welke de luwe, laagere liggingen meer moetett -. beveiligen; terwijl het doch, om veele rede- nen, niet in mij wil, dat men in de Onzuiver' beid zelve der verbafterde lucht, van zulke laa- gere en vogtigere, of luwere en dichter bevolk- te piaatfen, een waarborg zoude moeten zoe- ken tegen de gemelde rottige ontaarting zelve- Dit ftrijdt mij doch te veel tegen het gemeen Ge* neeskundig gevoel, . het ftrijdt ook tegen 't-gene-wij hebben bijgebragt, over de waarge- nöaene vermeerdering der rottige ontaarting in ons Ikhaatn, door diergelijk bijkomend bederf eener heete Lucht (p).
n. Hier komt bij, dat, onder allen die van
onze Ziekte zijn aangetail, vooral zulke Per- foonen zijn, welke, uit hoofde van hun Beroep, ftand, Geiteldheid of Leefwijze, meer dan an- deren., aan de wiffelvalligheeden der rnime Lucht waren blootgefteld.
Vooreerft, indien men Nymegen en Arnhem
nu eens daar laate, zoo heeft de Ziekte het
;' : - \ ?e~
O) Boven, bl. 72.
|
||
|
|
|||
-ocr page 100-
|
|
||||||
|
|
geweldigfl: eü verderflijkft doörgetaft op de
JLandliakn, die veelal geen meer tijd in huis doorbrengen, dan om te flaapen en te eeten; die voorts niet alleen in de hitte van den dag op hunen Akker of Veld verkeeren, maar óók de vroege of laate lucht, noch haare ongena* de, ininrt van allen ontzien. Onder de land- lieden zijn vooral, naar mijne waarneerning op veele plaatfen onzer Velüwe, de Schaapherders t vrij algemeen, de voorwerpen en flagtoffers dee Ziekte geweeft; wier leefwijze gewiüijk nog a^ lermeeft bloot ftelt aan de gemelde felle indruk- felen van Zon, Lucht en Weder.
Voorts, dat de geringe Lieden meeft aange-
daan worden, gelijk wij boven hebben aange- teekend, moet men natuurlijk mede toefchrij- ven aan hunne meerdere verkeering en arbeid in de opene Lucht, terwijl zij , meert a] bo krompen gehuisd zijnde , 's nagts flaapen en -zich ophouden in een naauwer beflotenen, meer or> frifchen en bröeijenden dampkring; door welk alles zij gewiflijk ook meer blootitaan en vat- baar worden, voor de nadeelen van gehinderde uitwaafleming over dag ( q}. Deeze waarnee. ming nu heeft zoo wel plaats in de Steden, als te Lande (r). >: L 3 Dac
'
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
_
Dr. VETILLART heeft, in zijne Epidemie ,in
Champagne, dezelfde waarneerning gemaakt , omtrent de meerdere gemeenheid en verderflijkheid "der ziek- te, onder de Landlieden en het Gemeen, oin dee- ze zelfde redenen. L. e. $ag. 59» (r) Te Harlingeu b, y. zijn de aanzienlijkfle Bur* gerhuizen en de ruimtte ftanden der Stad meeft verfqheond gebleeven j volgens den br« |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 101-
|
|
|||||
|
|
KOORBEHOEDING
Bat verder de heerfchende Persloop ook een
&egerziekte zij, eigen aan boldaaten, te velde zijnJe, zoo als insgelijks bovengemeld is; is ook doch'niet alleen toetefchrijven aan de reeds ge* inelde rottige uitwerking der broejende Hitte: maar vooral oofcaangeftoorde Uitwaailëroing, die gewülijfc, in zulk een veldverblijt, 's daags iri de opene Lucht met veelerleij vermoejing, eti 's nagts in tenten of bekrompene legerileden^ op den, vaak vogtigen, grond geweldige fchofc* ken moet ondergaan,
Kinderen en Jongen,--die. meer uitwaaflèmen
dan bejaarden, ook minder behoed kunnen woiS* den voor de oorzaaken van de onderdrukking de«zer aanzienlijke ontlatling, zijn, volgens mijè ne meefte waarneeraingen, thans, vooral in de ëerfte aanvallen der Epidemie, menigvuldtgerj en veeltijds de eerfle in 4e huisgezinnen y aan* getaft geweeft, 't Zelfde is in 1779 te Har« lingen waargenomen (r), enz. j w $ » n , - '.- s, ; ii4
Jtitftg*-, W. V, VI. Ook heeft, nu deezen Herfft, te
Zutphen, de Persloop jraeeil onder de geringe Lie- den alleen omgegaan.
) De Ziekte, volgens den hr. S., taïlte te Har-
lingen alle Jaaren en' Sexe aan, doch algemeerilr. dé Kinderen - *--- «- -_,_ ,- °, _,- , |
|
|||
|
|
|||||
|
|
fte maanden dier Epidemie, wanneer de Ziekte
ajéer door befmetting voortgeplant werdt, *t getai der 'geftorvene Ouden, weder gfooter gewéeft té dan dat der Jongeé !{zie bl. VI ), :jtén vërderefï fjeWijze, meen ik, van- ons denkbeeld; alzoowii '. hier fpreeken van hjqrjpr<mgli}k jantflaan :der zjek? tt, en van ?t vermogen der belette uitwaaffeming mer in, dat vooral in den eerften ti0 plaats badt. |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 102-
|
|
||||
|
|
A -;*tt. Verder is de Persloop, op veele plaatfen,
óók /nog op zulke .tijden ingevallen., of zoo laat in 't: faeizoen eerft ontflooken, dat de Hitte reeds geheel over was, en nu lange plaats ge? maakt hadt voor Wind, Regen, en doorgaand buijig en koud Weder; hoedanige ontftuimige Luchtsgelteldheid vrij fchielijk de overhand ge- kreegen heeft in de maand September, en .voorts» zeer wiflélvallig; en ongunftig, heeft aangehou- den door den geheelen Herfft. ,<o
Op zodanigen tijd heeft de ziekte poft gevat»
ender anderen te Meerveld^ <egn Gehugt omtrent drie uren van hier, zijnde in September tot alle de zeven, luchtig van een ftaande, huizen daorfl gedrongen, en hebbende, van:de twee en vijftig ïnwooners juift aó aangetaft;^ «n van deezen: S doen fneeven. Laater, en tot door de raaan4 Q&aber,. heeft het nabuurig en volkrijket Cqr-y deren zijn wreede beurt gehad, de ziekte ,hieef| daar zeer fel gewoed» en ook, naar evenredig-r lueid, nog meer dooden gemaakt dan te Meer> veld. Garderea ondèrtufehën i's een der aller- bkx>gfte dorpen onzer Véluwe, daar men het water uit eene enkele Put fcheppen moet van omtrent 80 voeten diep, 't is omtrent 3 uuren' landwaarts in van Harderwijk gelegen, en levert de zuiverfte lucht en fchoone bouwlanden-^n bbfchaadje uit. i ,
Ik had dan wel deeze plaatfen, om haare uit-
neemend hooge en gezonde ligging, ook in den ëerften rang moeten opnoemen, bij de ree,ds gemelde aangedane hooge dorpen van Veluwen; indien ik die melding niet hier bijzonderhjk had m\ wil.
jj£i;-. ^i'i:. .-; ï^. : ._; i.jd' :?-:U ui :,''.<:, ,,:_, ... \l" ','-j^
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 103-
|
|
||||
|
|
wille» te pas brengen,roni dit deeze pfaatfen,
teater'dan de voorigenj eertl aaragetafl geweeiè Zijny en lange na dat de brandende hitte van dea Zomer was opgehouden, en ik dus, i»dee- ze voorbeelden, nog doorflaander bewijs meende fë; vinden voor 't kragtig vermogen ;denbelette uitwaasfeming, ter voortbrefïglng :oh2er ziekte; Immers is het aHernatuarlijkft'.die opwekkende oorzaak, boven alle andere, in deeze gevaMeft te erkennen. De rottige geneigdheMftocïi, döö? éw hitte voortgebragt, hadt hier in dènv'heeten tijd-geen uitwerking toe ziekte gedaan, en-nu althans moeft zij, met de opgehoudene oorzaak, zeer verminderd zijn. Bederflijke lueüt kon ook, tn'deeze zeer hooge, tuchtigf bebouwde plaatfen, nu nier meer hangen;. Wat dan? Waarfchijn- lijker, was de vermeerderde uitwaasfeming, na zoo langduurige en'beftendige hitte, hebbeïijk geworden bij de Ingezetenen, en ft®g blijvende duuren boven de gewoone maate, tot dat, door de fterke verandering der gttur-e luchtgefteldheidi, deeze uitwaasfeming, vooral op zulke héège ftreeken, heftig geter-enkt, gehinderd en terug gedreeven ' weréL;- Van daar dan de op- wekking der ziekte £
Op diergelijke wijze laat zich dan ook het
ontftaan der Ziekte verkharen, op zoo veete an* dere plaatfen, alwaar zij, nog al verder ut deeze guure Herfft-maanden, zich eerft heeft in- gefield; gelijk m de buurtfchappen Télgt, Hwftt en verfcheidene andere plaatfen van't Schout» ampt Ermelo; bij t/oortbuizen; te Lunteren, en nog fommige Itreeken meer.» van da Schoutamp- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 104-
|
|
||||
|
|
ten Ed& en Barneveld. In 't Graaffchap Ziitphett9
én in die Stad zelf, heeft de ziekte ook vrij laat zich' ingefteld; zoo als mede in de Over- jjsieH'che Steden Deventer en Zwol, jaa ook aaii de Bilt + in het Stichtfche, enz. ,
Indien het echter blijkbaar zij, dat, op eenigö
deezer plaatfen, de ziekte alleen door betmet- ting is ingebragt'én voortgeplant, dan heeft men onze gegeevene uitlegging, in zoo verre, niet van nooden. Hoewel toch het aandeel der, om ge- melde reden, belette uitwaasfemirig ook.fch.ijnt te-fpreeken, iri het hardnekkig en verderflijlc voortduuren der Epidemie, door de maand Sjjfa umber henen tot in Qttober^ onder anderen in de Schoutampten van f^borft, Ede en Afsldftorn^ daar ?ij al vroeg in de hitte geboren was.
iv. Maar allerblijkbaarft is de vermogende
iiitwerking van gehinderde uitwaafTeming, in die bijzondere Gevallen, op welke ik reeds boven mij heb beroepen, ter opheldering van den waa- ren aart en naafte oorzaak onzer Ziekte {t)t ja welke de Persloop eensklaps ondtaan , en yoort met heftigheid doorgetaft heeft, in ge- ïnde, en van alle befmetcing vrije merifchen} alleen na dat zij bovenmaate koud of nat wa- ren geworden, door Regen en Wind;; die huil op den weg, op het Land, of elders had over- vallen en bevangen, vooral indien zij ook, dooi; werken, vooraf verhit of bezweet waren ge- weéii. 2ulk eene manier van ontftaan der Ziek-
M tói
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 105-
|
|
||||
|
|
ïFOQRBEHQEDING
*
te, is waarlijk al vrij algemeen geweeft, en, op
alle de, door mij bezogce plaatièn, heb ik 'er veele voorbeelden vari gevonden; ja teffens waargenomen, dat, wanneer 'er veele te gelijk waren ziek geworden, zulks meelt al iiivtel op dagen, welke door liegt weer, buijen of .re- gen, onderfcheiden waren van andere: gelijk men voorts, uit zulk flegt, guur weder, het voortfpruiten der Ziekte vaak konde voorzeggen. Ik zal van deeze wijze van ontttaan der ziek- te, alleen een paar voorbeelden bijbrengen.
Te Meerveld is, over 't geheel, de Ziekte wel
meeft ontftaan in den loop van 't windige nat* te weder,.van 't begin van September, gelijk te Garderea verder in die maand, ja meeft eerft inOcüober: maar tommige, uitfteekend guure, dagen hebben doch, op die beide plaatfen, een merklijk aantal van zieken teffens voortgebragt. Dus werden, op Donderdag 25 September, te Gordere», vijf- gezonde perfoonen, teffens, fchie- .lijk aangetaft; den 4 en 5 Oclober weder zes* enz. Te Meerveld vond ik, van 6 zieken, die ik'er den 10 September bezogt, vier, die alle, van geheel gezond, fchielijk den Loop gekree- gen hadden op Zondag, den 7 dier Maand, nadat daags te vooren, een buijigen regen-dag, drie van hun doornat, en doorkoud waren ge- worden;'de een, zijnde de Waard A ff., oud 4',1) jaaren, door, in dien regen, naar Harder- wijk, op den marktdag te trekken;, de ander, zijn knegt H. B., een jonge van zeventien jaa- ren, door zich aan denzelfden regen en wind, eenige uuren, bloot te fküetu de derde 4. J., |
|
||
|
|
||||
-ocr page 106-
|
|
|||||||
|
|
DEN P ER SLOOP.
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
Vail 23 jaaren, Knegt van een Buurman, bij
wien toen nog dne zieken in huis waren , door zich, dien geheelen dag, in koude en nattigheid afgelloofd te hebben. Deeze Menfchen, voor- al de Waard, leeden ondraaglijke krimpingen, heftige pijnen , en onophoudlijke perfingen; kortom, zij waren door een geweldigen Pers- loop aangetait, alleen, door zulk een blijkbaars fluiting der huicjuitwaafleming ondergaan- te heb- ben (w)*
; v. E i r-dlijk beveiligt zich, van agteren, dee-
ze oorzaak, van geflopte uitwaaflèming, ook daaruit, dai de herltelling deezer Ontlaiting al- toos, onder de ziekte, een heilzaam verfchijnfel zij, zoo dac zij, die, onder de behandeling des Persloops, aan eene algemeene Uitwaaflèming en zweeting geraaken, op een goeden voet van beterfchap bevonden worden te zijn, en aldus zeKerft ontheven worden, .van de pijnlijke on- gemakken deezer ziekte, en van de perffingen, die dezelve verzeilen;, gelijk boven , hier. en daar, is aangeftipt (v): waar bij, ik nu nog meen, iets te mogen voegen, uit een uitvoe- M a rig |
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
Geen wonder dan, dat zij geene merklijke darm-
vuiligheeden ontlafttea, welke hier niet vergaderd waren. Zij werden behandeld naar onze Genees- wijze § 5, 15, 1 6. en vonden alle 'er zich veel bij
verligt, zij heritelden ook gelukkig; behalven den
Knegt A, y., wiens armen, bij mijn bezoek, op den 4den dag , reeds koüdig, de pols kleen en ras was, en die het niet verder kon brengen dan ttft den yden dag, wanneer hij bezweek.
'(f) "Zie §. 15, bladz. 32. J 15- 4f^ 5°-
|
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 107-
|
|
||||||
|
|
u*
S
rigBerigt, mij deezer dagen geworden, van dei»
oplettenden Heel -en Geneesoefenaar j. A. VAN ROUWENDAL, van Barneveld, aan wien ik ook het Opltel onzer Oeneeswijz.e had medegedeeld , en die, in deezen Herfiï, tot den 12 Novem- ber, den Persloop gezien en behandeld hebben- de, in ruim Zeventig perfoonen, daar van in 't algemeen getuigt, dat hij zijne Lijderen, met het beft' gevolg, warm en ui.twaatfemende ge-- tragt heeft te houden, alzoo hij 'er thans gte- nen hadt zien beteren, die met tot een goede zweeting gekomen waren. Ook is mij nog on- der 't oog gekomen liet getuigenis van den Berlijnfchen Arts en Hoogleeraar c G.SELLÈ, ge- grond op zijne waarneemingen vanden kwaadaar- tigen Persloop, in 1781 , te Berlyn; dat in den- zelven," voor dat de kragttn te zeer verfpild waren, 'dé Diaphoretica den meeften dienft dee- den, eü in den beginne Emética., door welke doch zelden galle onüaft werdt, en dus, waar- fchijnhjk , wel uitwaafferrutoffe. Hij nam ook waar, dat een jeukende huiduhjlag voor den Persloop beveiligde, terwijl deeze dikwijls voort verfcheen, als gene fchielijk iniloeg(w). Het welk almede dient , ter beveftiging van deri gereeden weg, die hier plaats heeft, van de huid naar de ingewanden, en, wederkeerig, van deeze naar de huid; welke naauwe gemeeufchap, tuffchen de uitwendige en de inwendige oppervlakte des Lichaams , bij den Geneeskundigen , ook in an- dere Ongefteldheeden, wordt opgemerkt; en,
uit
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
') Vitrage zur Artzne'rusisfcnfcb. I tb. Serl. i^Sa. Zie
Goett, Attzeiget 1783. Jan* f. 95» |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 108-
|
|
|||
|
|
lift welk alles, onze befchouwlijke Verklaaring
van bet ontitaan des Persloops, door gehinder- de Huiduitwaafleining (#), ook nieuwe kragt ontfangc.
; : i
Of V ook nog aanleidende Qorzaaken Uwn-
dm zijn, in f^oed/el^ Drank, enz.?
»> * f
Het meeft gangbaar denkbeeld is, offchooa.
men den gewiüen mvioed van Lucht-en Weers- geiieldheid, als medewerkende Uorzaaken, oók^ iiieer of min, erkent; dat toch de .naafte op,-_ Wekkende oorzaak, onzer ziekte, is eene fcher-. pe, bijzunderlijk kwaadaartige, ja bijna vergiftige itoflFe, m't Gedarmte bevat, en het zelve door prikkeling folterende, voornaamlijk uit ontaarte Gal i e geboren; en dat dus in de Eet en Dr ink- Jïoffen, van zulke Ziektetijden, vooral ook de aanleiding ter ziekte moet worden gezogt; de- wijl doch deeze ftoffen onmiddelijk in de eer- fte wegen gebragt worden, en dus gefchapejj 2 jn, om, zonder eenigea omweg, die fchade te verwekken, welke men befchouwt als dea voornuamen bron van het kwaad,.
Dan, onze Ziekte doorgaans het voortbreng-
fel zijnde, van den afgaanden Zomer, en van den Herflt; zoo fchijnt het mij niet gemaklijk, alleen in dé Voedfelftoffen en Eettrant van dien tijd, iets aanmerklijks te vinden, dat meer fcherpe, rottige, gallige ftofFen in de eerfte we- gen zoude voortbrengen, dan veel eer de Leef- wijze van den Winter, reeds vxoeger, moeil- M 3 heb-
(x) Boven, bladz. 79.
|
||
|
|
|||
-ocr page 109-
|
|
||||
|
|
,4 :
hebben gedaan, in welke het gebruik' van oud,'
ingezet, gezouten, en veeltijds min frifch b'e- waard Vleefch, Spek, Vifch, Vet, en Groenten, zekerlijk, onder alle Jaargetijden , htt. alge- meenft is; terwijl doch het Zomerfaeizoen, ook Voor de geringde Lieden, meer voorraad geeft van verfcher voedfel, vooral van Groenten en veeierleije v*rugten, dan de Winter eri het vroe- ge Voorjaar. . ;.
Intuflchen, is men wel eens zoo verre geko-
men, dat men, voorbijziende de gunilige be- fchikking der wijze Voorzienigheid, d'ie elk Jaargetijde niet verftooken gelaaten heeft, van zulke Voortbrengfelen der Nature, welke juiil in dat faeizoen de heilzaamfte zijn, befchuldi- gingen .voortgebragt heeft, vooral tegens vee- ierleije ' Oöftvrugteat van den Zomer en Herfil, en derzelver ruim gebruik, ook onder het Ge- meen. Onder deeze Ooftvrugten, heeft men het vooral, en algemeenft, geladen tegens de Prui- men \ zoo zelfs, dat derzelver invoer, in den tijd, iii fommige Steden wel eens openlijk.vér- boden is. J.
Dan, voor de onfchuld deezer Vrugten..'fff'
zoo dikwijls gefprooken, door TRALLES, PRIN- GLE, ZIMMERMAN, HANNES , en bijna alle hè»' dendaagfche Schrijvers, jaa ook, door DEGNER» en reeds door anderen voor hem: dat wij hier voor niet opzetlijk behoeven te pleiten; doch ook, met eenen, dan niet weeten, in welke bijzondere Eetvoortbrengfelen van den Zomer- tijd, wij zoo iets, algemeen gal-en rotting-ver- wèkkends, zouden kunnen vinden, als noodig
zij,
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 110-
|
|
|||||
|
|
. JWS«; fSRSÏQVf.
|
||||
|
|
|||||
|
|
zij, tot , een algemeene oorzaak van ,deeze heer-
ichende .Ziekte.
't Is waar die Vrugten , niet rijp gegeetea
wordende , zijn nadeelig; verwekkende wan- verteering, zuur, winden., fpanningen , enz. Wel rijp , doch te veel, of ontijdig, en door weeke geftellen gegeeten, zijn ze ook nadee- lig j verkoelende en yerflapperide de ingewan- den , ook wanyerteering , zuur, darmpijnen,, buikloop , en Bort kunnende voortbrengen. Dan welk gezond verftand zal van zulke oorzaaken. een' rottigen galligen Persloop af kunnen leiden? Voor deeze ziekte toch is zelfs de vermogen- de Geneeskragt, van de rijpe Ooftvrugten zel- ve :, vooral van de Druiven, door menigvuldi- ge voorbeelden, ook van agteren, beveiligd, te veele, om hier bij de ftukken aan te haaien,
Men kan nog bijbrengen , dat toch het
Vleefch, de Vifch, en veidere dierlijke yoed- fels, die in ;den Zomer gebruikt worden , door de hitte van den tijd, eene grootere geneigdheid van, ja zelfs eenen trap tot rottig bederf verkrij- gen, vooral indien zij nog van den Wintervoorraad zijn overgebleeven ; dan in vroegere en koele- re jaargetijden. Men kan hier bijvoegen , dat, ïn buitengewoone, aanhoudende droogte en hit- te, het water zelfs, ten drank gebruikt, fchaars, met veele onreinigheeden, uit de lucht en grond, beladen, ja rottig en üinkend wordt (y).
Maar, pffchoon de fchadelijkheid van zulk
voed-
(y) Zoo als in 1779 plaats hadt te Harlingen, vol-
gens den hr. STINÏTRA Ceaeesk, Gerrtsf» bl., 977»
Hijlagt, bl. XXIV»
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 111-
|
|
||||||
|
|
9$ ALGE M. PO O KB EHQED1NG
n
voedfel en drank allerblijkbaarft is, en wij ook
gereedelijk toertaan, wanneer dezelve komt bij de, reeds gemelde, eigene en vermogende oor- zaafcen, dat de Persloop hier door, in z.jne bijkomende omftandigheeden en toevallen, ge- wislijk verergerd zal worden, vooral door de* uit deezen bron, ook nog vermeerderde fcherp- heid der Galle: zoo meenen wij toch, gelijk boven reeds is aangemerkt (a), dat men, itï 2ulke eene plaatflijk vergaderde darmvuiligheidi geene waare opwekkende^ maar flegts eene, gedeel- telijke, voorjchikkende oorzaak van Persloop -, en dus ook, in Voedfel en Drank, welke zulk eene vergadering aankweeken, geene afdoende* of gewifle,aanleidende oorzaakein, onzer bepaald^ Ziekte nebbe te zoeken, l/ooreerjt, omdat zulk een dieet, veel dikwijlser, andere darmziekten, en verdere ongefteldheeden, zal voortbrengen, dan wel den Persloop. Ten anderen, om dat het eene geheel uitgemaakte zaak is-, dat deal* leregtfte Persloop dtkinaals ontftaat, zonder datj op zulke vergaderde fcherpe of rottige darm- vuiligheedén, de befchuldiging, met eenigen grond , konne valïeft (a},
Waar uit wij dan befluiten, dat bederflijkei
en zeer tot rotting neigende, Voedfels ofDrari- ketl geene bijzondere of bepaaldelijk aanleidendé oorzaaken onzer ziekte zijn: maar dat zij, ko- mende bij de waare oorzaaken, de ziekte erf haare nadeelige uit'werkfeb zekerlijk vergtooten
zul-
H '" V -i "
(*) Bladz. 75 en 75.
*) Bladz* 09, 90. N. IV. |
|
||||
|
|
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
||||||
-ocr page 112-
|
|
|||||
|
|
D JE» FB/25£OOP. ^
Zullen. Gelijk 'er, dus dan ook, meer andere,
bijkomende, en toevallighjk verergerende oor- zaaken pliats kunnen hebben/ in't gebruik van zvaaare, en 4 naar de rriaate der verteerkragteri van de geftellen, riiet gelchikte voedfels, waar Uit raauwigheeden én veelerleije belemmerin- gen, der gefolterde ingewanden, orititaan zul- len; ja zelfs, in des, te veel vertraagden, na- tuurlijken afgang, -waar uit eene ophooping van rottige uitwefpftoffen voortkomt; en, eind- lijk, niet min, in het gebruik van te veelvul- dige, eri fterke, Buikzuiverende middeleni, die eene verzwakking der verteerkragten na zich fleepen, om niet te zeggen, dat zij, door ge- ftadige afvaaging," éri plaatslijke prikkeling vari 't gedarmte, aanleiding fchijrien te kunnen gee- ven, om dé eigene opwekkende oorzaak; temeer eri eerder, naar dit gedarmte zelve, heen te lokken, en dus de uitwerkinge, deezer meelt vewnogende öorzaake, aan te zetten en te yer- haaften (è); en dit nog wel zoo veel te meer,' als het bekend is, dat de Butkzuiverende mid- delen, door haare werking zelve, ook de Huid- uitwaaffeming, metterdaat , verminderen eiï krenken. |
|
|||
|
|
|||||
|
|
arom-t evenwel > alle daeze aanleidendff
Oorzaaken, doch niét bij allen, nocb over al y dé Ziekte voortbrengen?
Uit ons tot hier toe verhandelde, meenen
N wij
Volgens hei aangeweezenè op ^1. 79,9öj «
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 113-
|
|
||||
|
|
, rOORBSHOEDlNG
wij nu, klaar genoeg blijkbaar te zijn, dat, in
gemelde omllandigheedön,: te rug gedreevene buidtiitwaafleming, vojyralj, indien -zij komt bi£ eene, door voorafgaande hitte, rtot rotting ge- neigde gefteldheidj en,, ook nog wel, bij eene rotuge vergadering in de §erfte wegen, de meeft vermogende ,en genoegzame, aanleidende Oor- zaak zij van den Persloop., <\
Dan, hoe gewis de gemelde uitwerking deezer.
Oorzake ook fchijne te zijn; wij zien npgthans, dat zij niet allen treffe, die, even zeer als,an- deren, aan alle die Oorzaken, bloot geteld zijn , en .blijven; ja, dat zij ook geheele Plaat-> fen, die, even als andere plaatfen, gelegen zijn, met alle haare Inwooneren,' voorbijgaa.
Zelfs, in de meelt getroffene Plaatlen, blijft
doch, doorgaans, het grpotii gedeelte der. In- gezetenen van de Ziekte, verlchoond. In't zelf- de Geflagt, het zelfde £?uisgezin,, ja in't .zelf- de Bed, blijft de een vrij, terwijl hij in de- zelfde omitandigheeden verkeerd heeft,- met zij- nen Makker, zijnen Broeder, zijne Egtgenote, die door de ziekte zijn aangetait, en bij .wel- ken hij blijft verkeeren, ja dezelve hanteeren en beredden.
Welke is dan doch hier van de reden?
Zekerlijk, niet altoos mindere blootftelling aan dezelfde oorzaken; hoewel dit doch plaats kan'.hebben, zelfs bij zulken, bij welken /an- ders, in tijd, plaats, en-de overige omftandig- heeden, geen merklijk onderfcheid fcheen te-zijn.
Zoude 'er dan nog, in fommige Geftellenen
Üm-
i *'* t;"¥ '.'.; ', * -- '«*- '" "C - : i '*'
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 114-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP. 99
Omftandighéeden, eene mindere vatbaarheid
plaats hebben, voor alle de genoemde oorzaa- ken, dan in andere, om dus met even zeer door dezelve aangedaan te worden?
'töchijnt wel zoo, uit de menigvuldige voor-
beelden, die men hier van'waarneemt. .
Zoude de algemeene vatbaarheid, daar en
boven, ook aitgeuuijcbt kunnen worden, bij- zonderlijk, door de Ziekte zelve? . Ook dit wordt niet onwaarschijnlijk, uit het gene men overal gezien heeft, in onze Epide- mie zelve. Dat, namelijk, zij, die de ziekte eens hadden doorgegaan, zoo veel ik te wee- ten heb kunnen komen, niet weder op nieuw zijn aangerait geworden, óflchoon zij ook de ergüe Zieken verder oppaften en behandelden; 't gene zij ook onbefchroomd pleegden te doen.
Ztio zoude dan de uitwiilchmg der vatbaar-
heid , of der algemeen voor/cbikkende gefteld- heid, mooglijk Schijnen te zijn.
''
Maar kan dan ook, verder, deeze, waar-
fchijnlijbe, uitwifiching der vatbaarheid voorde ziekte, nog langer ftand houden, dan voor de- tegenswoordige Epidemie?
Schoon ik ook geen afdoend voorbeeld wee-1,,
te, van hervatten waaren Persloop, in perfoo- nen, die, in eene voorige Epidemie, daarvan getroffen waren geweeSl: zoo durf ik doch dit niet voor zeker aanneemen, uit gebrek van ge- noegzaam talrijke, en gewiffe waarneemingen. Ik neig echter om zulks te gelooven, tot dat ik,
N 2 doox
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 115-
|
|
||||
|
|
ALGKM,
door tegengeftelde en zekere, voorbeelden, an-
ders overtuigd zal worden, ik heb immers ook vrij fterke gevallen van zulk vrijblijven ge- zien (c).
Gewoonlijk, nogthans, wordt de Persloop
niet uitdrukbjk geplaatft, op de lijlt dier heer- fchende ziekten, die, zoo als de Kinderziektef enz., den menfch maar eens plegen aantedoen. Dan ik wenfchte, dat men hier op naaukeuri- ger acht gaf. DEGNER , PRINGLE , ZIMMER- MAN, STOLL laaten, zoo ver ik weete, hier over, zich geheel niet uit. En, hoe weinig hien, op loffe vertellingen, indeezeq af kan, leeren we immers, uit de menigvuldige berig- ten, die, vaak met de grootfle verzekering, in het dagelijkfch leeven worden opgedifcht, b- v. van Kinderpokjes, voor de tweede keer bij denzelfden Perfoon verfcheenen, daar 4och dit geval, offchoon al niet zonder voorbeeld, doch onder de allerzeldzaamtten behoort, en, van honderdmaalen verzekerens, naaulijks een^s naar waarheid bevonden wordt te zijn.
-\ f
Maar, bij dit gebrek van zekerheid, omtrent.
het niet hervatten van den waaren Persloop, in
den-
(r) Bij voorb. EenJETeer van }aaren, te Elburg, L.Z.,
1 hadt, volgens zijn eigenhandig berigt, te Zwolle, in- de Epidemie, die daarin 1747 heerfchte, den Persloop gehad, in zoo hoogen trap, als mooglijk niemand. In j779 werdt ook zijn huis, te Elburg, heftig aan- peftooken, zoo dat, van drie zwaare zieken^ zijne Dogter aan den Persloop geitorven zijj doch Hij is, in *i zelfde huis, en onder deeze Zieken, niet in het minde, door Persloop, weder aangedaan geweeft. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 116-
|
|
||||||
|
|
BXN tERSLO&P.
cJenzelfdenPerfoon, is doch, bijzonderh'jk, der
aandagt waardig de volgende Opmerking, die tnij bezig gehouden heeft, in den geheelen loop der Epidemie van dit Jaar, in 't bijzon- der met vergelijkinge tot die van 1779. . ; .,''---.. * ' :
Plaat f en* daar, in 1779, de Persbvp alge-
meen gebeerfcbt beeft , fcbijnen nu-, m 1783,
van de Epidemie geheel vrij geUeeven te' .
zijn; ea, omgekeerd. . ,
- . . - - i . i
Mijne, even gemelde, Opmerking is dan deeze.
Dat alle de Steden , Dorpen , en Plaatfen van
onze Provincie, en ook, zoo verre ik weet, van nabuurige Landfchappen, welke, in 't Jaar 1779, door de, toenmaals heerfchende, fttrke Epidemie van Persloop, zijn aangetaft geweett, thans, door de Epidemie van dit Jaar 1783, niet weder zijn aangetaft, maar van "dezelve be- vrijd gebleeven; offchoon de Hitte en Lucht- geüeldheid van dat jaar, met die van het te- genswoordige, genoegzaam overeenkwamen , en verder de gelegenheid van veele, der, toen en nu aangetafte, Plaatfen, geheel gelijk ware.
En zoo ook, omgekeerd; dat, in de alle
Plaatfen, daar, thans, de ziekte doorgedron gen, en algemeen geheerfcht heeft, dezelve itrekt geene Epidemie gemaakt hadt, in |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Dus heeft de Persloop, in de, wijd en zfjd
verre verfpreide, Hpidemie van 1779, °P ^ Quartier van VELÜWÏN, van, de StedÈn , alleeij |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 117-
|
|
|||||
|
|
t» ALG'ÉW.
|
||||
|
|
|||||
|
|
geheerfcht in Elburg, Harderwijk en.
op het platte Land, heftig, in en om de Dor- pen, Donrnfpijk, Nunfpeet , Oofterwolde, Heer de, £pe, Ur'jekland onder Apeldoorn , Elfpeet , en in de buurtfchap Uddel.
Buiten welke Steden en Plaatfen, alle, op
twee na, in Neder - l/eluwe gelegen, geene door- gaande Persloop, die Epidemie kon heeten, o- ver de geheele Vel uwe heeft plaats gehad. Ik weet wel, dat, in den zelfden tijd, eerft onder Rhede, op de Steeg; onder Tivello; voorts, on- der Voorst, te Wilpe en Terwoolde- in Rheds zelve; daarna onder 't Olddiroek; in de Anipten van Érmelo; Puften ; Ny kerk ; Barneveld; in de Heerlijkheid/?oo^»flfa/; en omtrent Ellekom, eeni- ge zieken aan Büikldop,.ja ook aan Persloop, zijn waargenomen : maar het is ook zeker, dat, op de laatftgemelde Plaatfen, maar enkele, of zeer weinige , en verfpreide, Zieken zijn ge- weeft, veel al van goeden aart, en die geene Epidemie op die plaatfen hebben ontllooken (J).
in
(d) Ik heb voor mij een juifl Uittrekrel,uitde Raptr*
ten en Lijpen van alle de (Seftorvemn , en ook van veele der.Xfe*?», van dien Jaare, aan Dyfenterie, op alle de Plaatfen, Buurten en Huizen, uit de geheele Pro- vincie, door de refpeétive Officieren, bij den Hove ingezonden, en door Hun Edelmog. aan mij, als jircbiater, gunftiglijk, ten mijnen gebruike, mede- gedeeld. Waar uit het bovengemelde is getrokken. Meer egte, naaukeurige, en zekere Opgaven kon ik niet verlangen ; alzoo alle befmetlijk gerekende Volk- Ziekten, hoofd voor hoofd, bij gemelde Officieren wórden aangegeeven, en" door deezen , ftiptelijk, van Raport gedaan- -aan den Hove Provinciaal, |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 118-
|
|
|||||
|
|
-
|
||||
|
|
|||||
|
|
* In. de Epickmie, daarentegen van dit jaar.
17,83, die veel uitgeitrekter en verderflijker, al-> thans in onze Provincie, ge wet ft is, dan die van- i/7y, zijn de gemelde drie Steden, en alle de opge- noemde Plaatjen^ die toen waare Epidemie gehad hebben, thans van dezelve geheel verfchoond ge-, bleeven (e):- hebbende de heerfchende Persloop
z\c.r-
. .',....; . ' ' "
aan welk hoog Geregtshof, door de Staaten der Pro-
vincie, "is opgedragen, de tijdelijke zorge voor 't algemeen belang, in alle buitengevyoone gevallen van Rooden Loop en andere concagkulë ziekten, ten plat- ten Lande. Zie Place, van 16 Apr. 1^42,- enz. (t) Dat ik nier. .fpreèke van enkek Zieken, hier of daar van buiten ingekomen, heb ik genoeg te ken- nen gegeeven. Dus is,b^ v. ons: Harderwijk, al- waar de Epidemie in 1779 geweelt was, maar zoo gunftig, dat, van 45 Zieken, flegts 3 gedorven-zijn ; dit Najaar wel niet zoo volllrekt vr'ijgebleeven , of *er zijn toch -vier geweeft, die ware Dyfenterie ge- had hebben, welke ik zelf heb- behandeld, ea zien .berllelten; doch welke geenige befmetting gemaakt hebben in de Stad, zijnde twee derzelve van bui- ten ingekomen ; gelijk trouwens, de Ingezetenen van Mar/i, Tflgt, Garderen enz. onze ^tad, dagelijks en ongehinderd, thans binnen kwamen, zonder eenige
. waargenoinene voortplanting der ziekte. i
De Heer Quartiers Doétor en burgemr. VAN
COOTH heeft mij fchriftlijk hierigt, dat thans inA
-.geheele Ampt van Door»//»»?*, zoo fel getroiFenrin
1779, geen een Zieke aan den Persloop gelaboreerd heeft, behalven twee Vrouwsperf nonen , doot zijn
i Ed. den 25 Üct gevifiteerd , welke de ziekte «an
buiten hadden ingehaald , doch beide herileld wa- ren, zonder voortplanting. . Ook heeft men zulke voorbeelden te Eft gehad. Eén verlopen Soldaat, met een Vrouwsperibon, 8at in de Epidemie te Loenen, nu in Aujuftus, |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 119-
|
|
||||||||
|
|
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
zich nu, bijna geheel, bepaald, tot de Steden
ea Piaatten van de tiuven-t/eltiwe, faluwén Zoom, de heerlijkheeden 't Loo, Koozeadal , en aan dee- ze naaft aangrenzende Plaatfen.
Arnhem^ vooreerft, alwaar, in 1^7*), ftegts eert
en ander voorbeeld, van egteDyfenterie, en die waarlchijnlijk nog van buiten ingebragt^ gezien is, is nu van de eerften geteiüerd geworden, 200 dat 'er, van omtrent het midden van Julij, 't begin der Epidemie, tot het eind van JdugU' |
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
- - . . .
den Persloop hadt gehad, van daar naar Epe zich
begsevende , krijgt zelf de Ziekte :, legert zich , . «eitt, bij een Boer, onder het Dorp, naar den kant yan VaasfeHi krijgt daar bezoek van zijne Moe- der,en Zuller, trekt, vervolgens, nog bij een an- ifcren Boer, in Epe, zidh regerende in de Hooi- fcbuur, alwaar hij, allerellendigit lijdende, van -'t Vrouwmenfch verlaaten wordt, en eindlijk iterft. Een iioerenknegt gaat van Epe, tweemaalén, zijne Ouderen bezoeken, die, op eene andere pla'atlê, aan den Loop lagen } weinige dagen na 't laatit bezoeki, krijgt hij, bij zijn Boer te Epe , .ook den Loop., wordt zeer erg, doch herltelt. De gevolgen hier van waren, dat, bij den eerftgerrielden Boer, een Meisje den Loop kreeg, en ftierf, ook werden ck- Moeder en Zuiler ziek j dat, Lij den anderen lloer, de Ziekte, ook in zijn huis, ontstond j en dac, bij den derden, de Boer en Vrouw ziele wierden en 0e Vrouw therf: Doch bij deeze , onmidlijk aan gt;- dane , huizen en Pcrloonen bleef het j' de Persloop verfpreidde zich geheel niet door het, hoog -en fchoon gelegen, borp. Dan Efe hadt,ne|fens Veerde, zijnen zaakelijken beurt van Epidemie^ge- had, in 1779; En in Heer Je, weet ik .niet, . djit nu, in 't geheel, eenig vourbeeld- van Psrslöop'ge- weeil is. ir t' . |
|
||||||
|
|
||||||||
-ocr page 120-
|
|
||||
|
|
DJBN PERSLOOP, jog;
flit3, 198 Dooden geteld zijn aan den Persloop %
na welken tijd, deeze ziekte, en de fterfte al- iengskeos gunftiger geworden, en voorts opge- houden zijn. In de geheele voorige maand Junij j waren, ondertuffchen, flegcs a Dooden alhier geweeft. 't Juift getal der Zieken aan Persloop liet zich moeilijker vinden; men rekende nog- thans, toen ik te Arnhem was,-van 3 Zieken,, omtrent i Dooden, en. dus moeften 'er ruim- 6oó Zieken, in dien tijd vau 6 weeken, zijn. geweeti.
Merklijk laater, heeft Wageningen, welke
Stad, in 1779, °°^ van Persloop was vrij ge- bleeven, eene beurt gehad van Epidemie, fchoon iiiet zoo heftig, als Arnhem heeft getroffen. Maar Roozmdal^ \ welk, zoo als ik -flus aan- reekènde, in" 1779 eenigè verfprei.de zieken" aari Persloop hadt gehad, lieert, bijna evenujdïg H>et Arnhem, nu eene felle beurt gekreegen, van doorgaande en heftige Epidemie; zoo ook ydp en Oofterfaek," op Veluwen-zoom, welke Dorpen in 1779 waren vrij gebleeven. ; Ook heeft de Buurtfchap Hattskamp, en kort daar op het ichoone Dorp Ede zelf, twee uuren ten Noorden van Wageningen gelegen, welk, rkfr fens zijn geheele Schoutampt, in 1779, ganlch geen Persloop gehad hadt, nu, reeds ïn.'tla.adt van Julij, de Epidemie gekreegen, welke daar, Zoo algemeen en ongenadig, geheerlcht heeft, .dat in Ede. alleen, zoo als boven, ter loops, is -aangeteekend, van 't begin van Auguilus af, genoegzaam de helft der inwo.mers, d-'i. 296 Pérfoonen, den Persloop gehad hebben, en van Ö . tfèd- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 121-
|
|
|||||||||||
|
|
106 " AI.GEM.
deezen ruim een derde deel, of toB, geftorven
zijn, dat is, wel een zesde deel van alle de In- wooneren, die, voorde Epidemie, op een aan- tal yan 605 Menfchen berekend waren {).:
Bij na ter zelfder tijd, als Ede, dat is, in 't
eerft begin van Auguiltis, werdt het Dorp l/uorft,
een
() Boven, is, door zeker toeval, een en ander mis-
flag ingevallen , in het ftellen der ( ictallen , der
. Zieken en Geflorvenen , in het Dorp Ede ( Bladz. Bi.
(O). De gemelde Lijften van den H re. AMMON, naaukeuriglijk nagegaan, leveren dan de volgende juifte berekening op. |
|
|||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
Te EDE; in ^
Ziek geworden 30 Mannen , hier van Geftorven 8.
|
||||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
In September,
63 Mannen,
54 Vrouwen,
55 Kinderen,
|
|
|||||||||
|
|
21.
16.
a3-
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
|
In utTO»er,
12 Mannen, 4.
13 Vrouwen, --------- 5.
9 Kinderen, -- --------- 4.
du?, in't geheel a c;6 Zieken, en Geflorve?ien lob.
Op welke Getallen der Geftorvenen, wij alleen nog
opmerken, dat hier juift gerekend zijn, met flegts het Getaï der Dooden, in dezelfde maand, maar, naaukeu- riglijk, het geheel getal der Geftorvenen van de in die maand Ziek gewurdenen , het zij ze in dezelfde maand, ot in de volgende, waren overleedtn. Men ziet nu ook, dat, boven, 't getal der Zieken te klein, en dat der Duoden te groot gtrtkend b; zijnde de pro- portie bijna als ia Arnhem. ... , , |
|
|||||||||
|
|
|||||||||||
-ocr page 122-
|
|
||||
|
|
. 'VAll DEN PERSLOOP. . iojr
een uur van Zutphen gelegen, ook fel getrof-
fen, hebbende de Ziekte daar insgelijks, tor. diep in den Hert'ft, aangehouden, en genoegzaam dat geheeie Ampt aangedaan j het welke, zoo als wij daar even aanttipten, inj^/ygeene Dy* ienterie gehad hadt, dan in eenige weinige voorwerpen, verfpreiderwsjze Qporodice^ tiet Getal der Gefèorvenen aan den Persloop, jn Voorft en den Ümmetrek, is, den 11 November, mij opgegeeven te zijn 150 Ferfoonen, op wel- ken tijd 'er nog eenige weinigen ziek lagen (g).
., Korten tijd na Voorlt, viel nu de ziekte in te
Apeldoorn, in meelt alle plaatfen tot het KerfpeL hoorende; welke, in 1779, volgens ide inge- zondene Raporten bij den Hove, alle bevrijd waren gebleeven ; behalven dat te Beekbergen toen ééne Vrouw is aangegeeven, en dat in het Apeldoornfch Broekland waare Epidemie, gntilaan is, welke, in Sepr. 1779, eerft begon- nen, op de plaatlè Pot hoven, allengs door de Weftkant van gemelde Broekland zich verfpreid heeft, hebbende 15 Muizen aangedaan, met bij- na alle derzelver Inwooneren, en geduurd lot in November. Dit Broekland is, nu wel, we- kier aangedaan geweeft met Persloop, dochniet zoo iterk, en wel bepaaldelijk naar de Zuid- kant, van deeze verfpreide Buurtfchap. Zoo dat dit voorbeeld ook minder afdoet, tegens onze algemeene Opmerkinge, dan hei wel, in den eeriten opllag, fcheen (h~).
O 2 Ia
(g) Bijzonderer Opgave, van Doodcn, en veel min vaa
\Zieken, heb ik noopens Voorit nog niet volledig
: bekomen.
(jfc) Op eene Kopermolen, onder Apeldoorn,, vmd ik |
|
||
|
|
||||
-ocr page 123-
|
|
||||||
|
|
Io8 ALGEM. FOORBKHOBDINC
i -
In en om Apeldoorn alleen, heeft, ondertuffchen,
de Persloop, die, in't eerft, daar veel lang- zamer voortging, dan-te Voorft, deezen Na- zomer en Herfit, zoo vreeflijkgewoed, dat het getal der Geftorvenen, in het Kerfpel, van i Aug. af, op den 9 December, opgegeevén is te bedraa- gen 162 Perfoonen, behalven nog 3^ dooden aan andere Ziekten. Ja in Wnrmingcn alleen, eene buurtfchap onder den rook van Apeldoorn, uit 37 huizen beftaande, zouden 57 Dooden, in't ge- heel, in dat tijdperk, geteld zijn. In Wormin- gen was ook de Ziekte eerft, en oorfpronglijk, ontftaan , en voorts heftig voorrgeflagen (*).
Hier
- ;1
dat ook, hij Peel Roenhorft, in Nov. 1779, de
ziekte is geweeft, alwaar zij thans weder zoude in- gevallen zijn: doch dit berigt is gebrekkig. (i) Wegens het Kerfpel Afeldonm, diene nog de vol-
fende bijzondere Opgave, van den voortgang van
et Verfterf aldaar.
In Atiguftus\ 7 Géflorveite aan den Persloop.
Samen 162 Perfoonen.
Men ziet dus, dat deeze ontzaglijke fterften, te
l/omft en Apeldoorn, die te Ede nog veel overtreffen. >
Voorts, omtrent het oorfpronglijk ontllaan der
Ziekte alhier, is mij door den Weled. Geftr. hre. NUYS, Schout, gelijk ook, door den Chimr- pijn der Heerlijkheid, BK.INKHUYS, berigt, dat een Weever, te Wonningen woonende, in een der X heetfte dagen uitgeweelt, en zeer verhit geworden zijnde, zich verkoeld hadt en fchielijk karnemelk |
|
||||
|
|
||||||
|
|
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 124-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP.
ïïier bij moeten nog gemeld worden Beekbergen,
Loenen, en andere plaatfen der Heerlijkheid Loo, die, vooral Loenen, bijftere fterfte, hebben on- dergaan (k). Deeze plaatkn waren ook in 1779 vrijgebleeven.
O 3 Bij,
gedronken, waar op hij ziek werdt, een hevigett
loop kreeg, met verval .van kragten, en ipoedig ftierf. Hierop werden, in dat onÜMLijk huisgezin, van den 10 Aug. af, de een voort na den anderen, die bij den Weever verkeerd hadden, ziek aan den Persloop, en wel haaft waren 'er vijf van geftor- ven, waar na de ziekte tot meer anderen overging. De Dienaar der Heerlijkheid, op een heeten dag, door een verren marfch verhit zijnde, verkoelde zich ook pnvoorzigtig, en lefchte zijnen hevigen dorft met koud drinken ; 't gevolg was insgelijks een fterke Persloop; waaraan ik zelf, in dien tijd daar pasfeerende, hem nog gezien heb. Kinderen uit die buurt, die veel aan zijn huis kwamen, werden voort hier op aangedaan, gelijk ook meer anderen. Welke belangrijke en Tpreekende Waarneemingen ik hier nog inlalchë, ter duidlijke beveiliging, van het vaak oorlpronglijfc ontdaan onzer Ziekte (waar van boven, bl. 6^, 63. n. iv); en van het kragtig en zonderling vermogen, dat eene fchielijke verkoe- ling en belette uitwaafTeming, in of na heete tij- den, daar toe heeft (bL 84, n. n. 8y, n. iv. 92), enz:
(*) Deeze zijn kleine plaatsjes, op de hooge Velu-
we, een en twee uuren van Apeldoorn, naar den kant van Doesburg af. Kogthans waren 'er aange- geeven;
O te Loenen, in Auguft. 13 Dooden.
Sept. 27 -
te -Beekbergen, Auguft i -
Sept. 11
Oftob. 31
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 125-
|
|
||||
|
|
<|7D JL&&& VÖÖRBÊSÖSD'tKG
- Bijna alle de Dorpen en Buurten, van Voorfï
tot Arnhem, op l/eluwenzwm gelegen, hebben ook nu den heerfchenden Peisloop, wat vroeger of laater, ondergaan:, zoo dat'er dagen gezegd worden geweeft te zijn, op welken, te Brummen alleen, ibrns 8 Lijken begraaven werden. Van ¥dp en Ooflerbeek hebbenwe gemeld. Rbede, daar in 1779 de Ziekte in één Huis gevallen was, heeft nu de Epidemie niet zwaar gehad.
Doch, van de Heerlijkheid Loo, verdienen
nog de gehugten Uddel en Mesrveld, die, juift tuflchen Apeldoorn en Harderwijk, bijna ter halver wege, en midden op de Veluwe, leg- gen, eene bijzondere opmerkinge; om den ge- wigtigen bijflag, welke zij geeven tot onze al- gemeene Waarneeminge.
Van deeze Btiurtlchappen, heeft de eene,
naamlijk Uddel, bellaande uit elf verfpreide Hui- zen, haare beurt van Persloop, in 1779, zo- danig gehad, dat 'er geen een huis zij vrij ge- bleeven; maar Meerveld, flegts een vierde uurs van Uddel gelegen, bleef toen ganfchlijk vrij: doch dit kreeg, daarentegen, zijne algemeene beurt zodanig,in 17(13, dat nu alhier geen een huis vrij bleef (/); terwijl het aangrenzend Ud- del, wederkeerig, nu geen eenen zieken kreeg. Kan men wel Üerker voorbeeld hebben, van; waarfchijnlijke beveiliging, door voorige Epide- mie, dan op twee zoo nabuurige, en zoo even eens gelegene plaatfen?
''t On-
» ***- r n .
(/) Boven, bl. 87, ïs 't aantal der Huizen, tawoo-
ners. Zieken en Geftorvenen, in dit Gehugt naair-. taariglijk bepaald. J . |
|
||
|
|
||||
-ocr page 126-
|
|
||||
|
|
Onder't Ampt van Barneveldy zijn» in dee-
zen tijd, weder verfpreide Zieken geweeft, die doch ook, hier en daar, eenige voortplanting gemaakt hebben; dan niet op de plaatfen vari 1779. Elfpeet, het verft ooftlijk gedeelte van 't zelfde Ampt, epidemifch bezogt in 1779, heeft nu ganfch geene Zieken gehad.
. Van Garderen, onder dit Ampt ook behoo-
rende, dat in 1779 geheel vrij was gebleeven, en van welk wij meermaalen3 en vooral boven (bl. 87.)» bijzonderlijk gefproken hebben, hel? ik nu de verlangde omftandlgere Bèrigten ont- fangen, welke zeer verdienen, hier nog ge- plaatft te worden.
Gard&rtn beftaat uit 28 Huizen, waar onder
van de ziekte niet meer bevrijd zijn gebleeven dan 3, welke de minft bevolkte waren; zijnde een deezer huizen van 3, en twee van 2 Men- fchen. Onder de 25 aangcftokene Huizen, wa- ren 'er 6 daar geen .een der Inwooneren vrij bleef, en onder deeze wanren. ook de,-twee meeft bevolkte huizen van alien;- naamlijk een huis van 10, en een van f2 IVlenfchen.
De opkomft en voortgang der Epidemie was hier
dus: dat in Sept., van,'c begin tot over de helft der'maand, maar een huis aangedaan was; doch ,dat toen, den 18 en [9,^zes Huizen tefl'ens wer- den aangetaft; den -20, én «T nog'"mw;''deh '25 twee; 28 één? d'en 2-Oiï,,tïvee;_déji 4..één: zoo dat, in bijna drve-vveeken, tijds^..de^ziekte over 't geheele Dorp bijkans verfpreid was,
De, zivaafiïeid'~dQt Epidetnie hieldt deezen
loop; dat vaii de allereerftè' Zieken eenigen; van
die,
.. .'.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 127-
|
|
||||||
|
|
die, van uitgcanden SeptémVer en begirihëhden
OÖofer, zeer weinigen; van de volgenden meerj en de laatiten, vooral de weinigen van Novem- ber, bijna allen gebeterd zijn. Het welk de on- derftaande Sterflijft ook beveiligt.
't Getal van de Geftorvenefi heefi hier bedra-
gen 34 Perfoonen; van de Zieken 07; terwijl het geheele aantal der Inivooneren, voor de E- pidemie, bedroeg 124 («); welke aantallen tot
el-
fw) Ik ben deeze nette mfpooringen verfchuldigd
aan den Weleerw. hre. H. j. BRUINS, Predikant dei: plaatfe; die, fteeds midden in deeze Epidemie, met pligtmaatige voorzorge , verkeerende, even als de Weleerw. hr, E. MOL, die te Voord eene voorbeeld- lijke zorgdraagendheid jegens de Elltndigen - geoef. fend heen, ook met zijn Huis van ziekte geheel is vrij gebleeven. Verders heb ik nog, uit de opgaven yan Ds. BK.UINS, de volgende twee Tafelen gemaakt,
Tijde» van f7erfterf. te GARDEREN.
Van 10 tot 30 Sept. Geftorven 4 Menfcheri voorts 7 Oei.------- 9--------
3l "~~ " 3 ,;"
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
In 't geheel 34. -------
Ouderdom dsr Zieken en Geflorv.
Onder 10 jaaren, Zieke» 16, daar van Gejlorve* 8
In 't geheel, ZittenS?? daarvan Gefierv. 34
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 128-
|
|
||||
|
|
tlkanderen liaan, ten naaften bij, als de getal-,
len 2,'5, 7. Dat is 5 ruim twee derde deelen der Inwooneren hebben den Persloop gehad, en van deezen zijn, net genoeg^ twee vijfde ge- ftorven, of j van alle de Inwooneren, meer dan een vierde deel. Dat nog merklijk fterker is dan te Ede: maat, in 't getal der Dooden, naar evenredigheid van dat der Huizen, geenszins zoo llerk als te Worraingen, onder Apeldoorn, boven gemeld (»).
Zoo veel van dë.algemeené en felle Epide-
mie van dit Jaar, in het Dorp Garderen-, dait te vooren, federt meer dan 30 jaaren, geheel Was vrijgebleëven. Even buiten Garderen, naar de kant van Meerveld, leggen het Zol en Pa- leis, een Buurtfchapje3 daar de ziekte, tegen ft laattt van Sept., zich vertoond heeft, en ge- duurd tot in Nov., zijnde van 18 Zieken, 5 Ge/larven (o).
Jn, 't zelfde Ampt van Barneveld, heeft,
VOQKS, zoo als ik flus zeide, Elipeec, het opft-
«; :rr P , Hikft
{») Zie de opgave van Dooden en Huizen te Wor-
mingen, bl. 108
(o) Het Zei en Paleis hebben 4 Hulzen, alle aange-
daan geweell,, zoo dat, van de 26 In-vnoners, de volgende Lijft de Zieken aamvijlt, en de Geltorve- v net, naar de jaaren. Onder ro jaaren, Zieken 3, daarvan Geflartx-v' 2.
ï * 40 3, -
; ~5l ' u *' 1. ^L
~~ to "---------__j]_ - -
v , Ia 't geheel, ZifAftt. iSf- ^ -Gf/lorv.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 129-
|
|
||||
|
|
U4 4LQBM. FOORBEHQBDINC?
lijkft deel, dat in 1779 voor het geheele Ampt
fcheen te boeten, als hebbende toen, in Getob, en Nov., alleen 26 Dooden gehad van Persloop, terwijl 'er elders in het Ampt, nabij Barneveld en bij Voorthuizen, flegts 4 dooden geteld zijn ; «» Elfpeet, zeg ik, heeft nu geheel geen Pers- loop gehad. Maar de Ziekte, en haare fterk- ite voortplanting, is verder, naaft Garderen, thans voornaamlijk geweeft te Effen, eene uit- geftrekte Buurtfchap, uifchen Hartskamp, Koot- .wijk:en Barneveld, alwaar, in 't begin van Sept., de Persloop, bij een kind oorfpronglijk ontdaan, zich^ nabij en verre, vooral in deeze en de vol- gende Maand, verbreid heeft t>ot 46 Perfoonen, waar van, tot in 't begin van Dec., 17 zijn ge- forven (p)'-, dus» even als te Garderen, net ge- noeg,
(/>) Deeze omfhndige Bêrigten, van 't Arapt Barne-
veld, en 't Kerfpel Garderen, nu zoo ontfengen, zijn, gedeeltelijk, van den Weled. Geftr. hr. BLAN- KEN,, Schout, en van den Chirurgijn v. ROUWEN- DJ\L, gedeeltelijk, van den Weleerw. hre, BRUINS, waar uit het volgende is opgemaakt. Te fffen, onder 't Kerfpel van Garderen behoorea-
, de, zijn, van de 05, 11 Huizen aangedaan geweeft,
in dewelke waren 78 Perfoonea, en van deezen 46 Zieken, van welken, en van de Geforvene», de Ow- der dom aklus was: Onder 10 jaaren, Zieken 23, daar van Geftorve» 9. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 130-
|
|
||||
|
|
VAN DEN I'ERSLOOP. 115
noeg, twee vijfde. Kootwijkerbroek werdt voorts
.aangedaan, hebbende 4 Zieken gehad, en 2.D<,o- den. Sterk werdt ook Gar derbroek getroffen, in Ocl. en Nov., met 17 Zieken CM 7 Dooden (q). Kootwijk zelf kreeg, zegt men, in Odobcr, 14 ligt t: Zieken (r), welke allen herileld zou- den zijn. En Stroe heeft thans, in twee Hui- zen, 5 Zieken, en 2 Dooden gehad (4). Voorts zijn, onder Voorthuizen, op de Stroet, 'm twee Huizen, 5 Zieken en 3 Dooden geweeft; op Ter- fchuur., in een Huis, 5 Zieken en i Dooden, en eindlijk, nog elders in 't Voorthuizer Kerfpel, 2, Zieken en i Dooden ; alle in September en Üftober.
P z Sar-
(j) In GarJerbroek, bezijden Voorthuizen, omtrent
a uuren van Garderen gelegen, doch onder deszelfs Kerfpel behoorende, zijn, van 42, üfgts 5 Huizen. aangedaan geweeft, in dewelke waren 26 lnwwnerst en van deezen is de opgave van Zieke» eu Gefor~ venen aldus: Onder 10 jaaren, Zieken 2, daarvan Gejtwvev i.
In 't geheel, Zieke» 17, Geftorv. 7.
(r) 3 Mannen; 7 Vrouwen; 4 Kinderen.
(») 5/rw, is tufchen Garderbroek en Garderen gele-
gen, en in dltKerfpel, heeft 11 Huizen, daar van zijn a aangedaan geweelï, de Zieken en Geftorv. als volgt: Onder 10 jaaren, Zieke» 2, daar van Gefltrve» a.
In 't geheel, Zieke» 5, .
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 131-
|
|
||||
|
|
ALGEM,
Barneveld zelf', heeft, in het .Dorp, nu 2 Zie*
ken gehad, die herfteld zijn, en in zijn Ker- fpel, op Dronkelaer, in een Gezin, 5 Zieken» en daar van i Dooden.
En dit is 't gene ik, van den loop onzer
Ziekte, in dit geheele Atnpt, op naaukeurig onderzoek, te weeten ben gekomen. Zijnde aldaar derhalve, in't geheel, 210 Zieken, en 73 Dooden aan Persloop ^eweeft. Waar van het Dorp Garderen alleen bijna de helft heeft gehad-
Men ziet'er ook uit, dat hier thans, van Harts^
kamp tot Meerveld, of liever in het Kerfpel van Garderen, de voornaamtte Epidemie, die eeni- gen naam mag hebben, gevallen is: daar 'er, in 1779, behalven Elfpeet, in dit geheele Ampt van Barneveld, niet meer dat^ 4 Dooden aan Pers- loop waren bekend geworden, te weeten op /Ich- teveld, en klein Overhorft, twee huizen onder de Kerfpels van Barneveld en van Voorthuizen, geheel verfchillend gelegen van de thans aan- getafte plaatfen. Voor 't overige, dat 'er, tufchen de Jaaren 1779 en i?!.^, nog beurten geweeft zijn van Persloop, op verfcheidene plaatfen van dit, zoo als ook van de volgende aangrenzende Ampten; en wat hier van, omtrent onze alge- meene Waarneeminge, zij aan te merken, zul- len we ftraks nog afzonderlijk befchouwen.
Onder 't Ampt vznErmelo, is ook het Kerfpel
Nunfpeet thans geheel zuiver gebleeven, dat in 1779 aan Zieken van Persloop hadt gehad 201, en hier van Dooden 69 Perfoonen, dat is, ruim een derde deel. Doch andere gedeelten van dat sslfde Arapt, welke toen vrij gegaan waren,
heb-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 132-
|
|
|||||||
|
|
njr
hebben nu, vooral in Sept. O&ob» en Nov.
hun deerlijke beurt gehad; zoo dat 'er, voor- naamlijk in de liuurtlchappen Drie, fóldwi/k, Horft, en leigt, in 't laadt van Novb., geteld werden famen 13 door de Ziekte aangetaften, daar van 31 Geltorven, en de overigen tier- fteld zijn (t\.
P 3 Het
(O Alles ^volgens eene volledige Opgave, van den
Weled. Geftr. hr. Mr. H. j. ARDESCH, Schout, uit welke blijkt , dat thans 't Getal der Zieken en Dosden, bijzonderlijk, in dit Scholtampt geweeft' is, als volgt:
Buurtfchap Te/et, 26 Zieke», daar van Geforv. 6»
28 |
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
- - w/, 42 , - _ -- ___ I2.
- Dnt, 14 - _ -- 4.
£Lr me/ti en Leuvexutn , 3
Samen 113 Zieken, Geflorv. 31.
Zijnde onder de Geflorvene geweeft, 12 Mans 5
y Vrouwen; u Kinders; en hebbende famen be- draagen wat meer dan een vierde deel der Zieken. Verder voeg ik nog, omtrent Drie, hier bij, uit mededeeling van den Weleerw.hr. BRUINS, (alzoo ook ditGehugt onder 't Kerfpel van Garderen hoort) de kaveling der Zieken en Donden alhier; volgens welke, vooreerfl, van de 5 Huizen van Drie, 4 zijn aangedaan geweeft, en van de 28 Inwooners 14 of 16 Zieken, en 4 Doodeu^ daarna, dat de Ouder- dom geweeft is, als volgt:
Onder 10 jaaren, Zieken 3, daar van Geftorven i.
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
!n 't geheel, Zieken 14, Geftorv,
|
||||||
|
|
|||||||
-ocr page 133-
|
|
||||
|
|
Ïi8 JlLGEJt*, FÖORBBHOEDI^G
Het Ampt van Nykerk, dat iets van Epide-
mie gehad hadt in 1779, 's nu volkomen vrij gebleeven, althans in de Vette; buiten welke, ook toen, niets geweelt is, dat veel naam kan hebben (a).
't Ampt van Putten hadt 12 Dooden aan
Persloop gehad in 1779; 6 Mannen, a Vrou- wen en 4 Kinderen; voornaamlijk m de Buurt- fchap Heil, en thans, in het Dorp flegts twee perfoonen, waar van een van buiten was inge- komen. Onder het Ampt echter, zijn nu, in de Buurtfchappen Norden eu den Hoe/, 8 Men- fchen 'er aan geftorven, daar de ziekte, in 1779, niet was geweeft. 't Geheele getal was derhalve thans i o Dooden; of 5 Mans, i Vrouw, en 4 Kinders (u).
Dus heb ik nu een ziektekundig Verflag ge-
geeven, ten naaften bij, van onze geheele Ve- luwe; niet zonder moeite, om dat ik naaukeu- righeid en zekerheid, zoo veel mij immers mooglijk was, bedoeld heb, bijeengezogt, zoo
om-
De ziekte heeft te Drie met tufchenpoozen ge- heerfcht, van 't laatit van Auguit. tot in 't begin van Decemb., doch flerkft in Septemb. en O<ftob, Ook is Houtdurf, een Gehugt van 55 Huizen, een vierde uur van Garderen, en onder dit Kerfpelbe- huorende, doch onder *t Ampt van Ermelo, zeer laat in Novemb. tot in Y midden van Decemb. nog met eenigen Persloop bezogt geweell, in één huis, daar echter geeue geftorven zijn. {o) Dus opgegeeven door den Weled. Geftr.hr. j,
DOUDE, Schout.
(w) Opgegeeven door den Weled» Geftr. hr. N.
, Schouu |
|
||
|
|
||||
-ocr page 134-
|
|
||||
|
|
DEN TERSLOOP.
omtrent de Jaaten 1779,, als voornaamlijk om-
trent 1783. De onvermijdlijke wijdloopigheid, met eenige oneenpaarigheid in deezen, die in zulke, van alle kanten bijeengebragte, berigten, onvermijdiijk is, zal men mij dan ten goede; .neemen,
De andere Quartieren leveren, zoo veel mij
bewuft is, gelijke gevolgen op, doch bij dee- zen, ook omdat mij de plaatfen derzelve minder gemeenzaam zijn, zal ik korter langs gaan.
In het Graaffchap ZUTPHEN, zijn, zoo veel
men weet, de Steden, in 1779, geheel vrij gebleeven. In Doesburg, 't is waar, zijn toert twee Zieken aan Persloop waargenomen , en. ook geflorven, doch deezen hebben geene voort- planting gemaakt, en zij waren uit Drempt over- gekomen (W). Immers Drempt, het weik, ten ooften, onmiddelijk aan Doesburg grenft, was, in 1779, van voor half Sept., de voornaame zit- plaats van Epidemie, die daar voorts allerheftigd, en zeer verderflijk, gewoed heeft; ook zijn Hoogkeppel, Steenderen, Zdhem, Ruurlo en nog het Schultampt van Zmphen aangedaan geweeft (#)-,
doch
(w) Volgens Herigt van Dr. A. VAN EPEN, in de
Geneetk, Corresp. hl 334.
(*) Volgens den hr, BERNS, die in 1779, van dee-
ze plaatfen de volgende Zieken ea Doaden heeft
aangeteekend:
Onder Dremft, 235 Zieken, daarvan Gejiorvev 76.
5anien, van 281
v
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 135-
|
|
|||||
|
|
W O^BtWOfi D l tf C
|
||||
|
|
|||||
|
|
doch min 'aanmerklijk, üeezë Plaatfen zijrf alle
wel gelegen , tufcherv Doesburg , Deütichem > Lochem , en Zutphen. Maar , laater in dien Herfft, heeft de Ziekte rzich ook nog, meer Ooftlijk op, in het Graafichap uitgeltrekt, tot de iieerlijkheeden Borculo, Ligtenvoorde, Brede- voort, vooral ifi Winterswyk 'i '' ook tot Wifcb t 'sHeerenberg, en eenige weinige ftreeken meer; doch ook deeze verfpreiding is- niet zwaar," en min van Epidemifchen aairt-geweeft.
Dan thans, in 1783-, hebbende Steden Zut-
pben, Deatichem en Doesburg 'de ' voorname' zit- plaatfen geweeft van den heerfchehden Persloop-. In Zutpben, is deeze zitkte in't midden-van Au- guftus begonnen, toegenomen in September-, én heftigll geweeft in October^J; zijnde 'er, in dien tijd van drie maanden, tot aan -den i o Novem- ber, volgens berigten in de Nieuwspapieren (s), in 't geheel een aantal van 258 Döoden geweeft, , waar
» ' " - ' ,"..: r;s" :
Ly) Tn Oaober alleen, geeft men na Döoden op,
waar \au ?a xvan den Loop.
f*) 't JaarlijkfcU getalder Döoden in Zutphen, vol-
gens het zelfde Uerigt, beloopt xvratrent de aoo; zijnde in vijfentwintig jaaren maar eens tot 316 ge- komen: dan nu waren 'er, den i9Nov., reeds 454- begraaven, 't welk uitkomt op wel 500 in 't jaar, d i. 300 dooden boven 't gewoone getal. Waar van ook een góéd gedeelte zal toe te tchrijven :zijn aan de kwaade, Koorts-ziekte, die, in den geheelen voorige.n Winter tot door deezen Zomer, in Zut* phen nu geheerfcht hadt, en aan de Kinderziekte, die lange voor, en neftens den Persloop, aldaar heeft omgegaan, waar hij ook nog het Roodvoak, ot Scharlaken -koorts, na het ophouden van den Versloop, gekomen is. |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 136-
|
|
||||
|
|
VAU DEN PERSLOOP. Iaj
Waar onder 117 gerekend werden aan den Pers-
ïoop (ö). Van deezen, alhier aan Persloop ge- Horvenen, heeft men opgemerkt, dat bet minlte aantal ge weeft is van Lieden van middelbaare Jaaren; het grootfte deel, van oude Lieden, boven de 60, of van Kinderen, beneden de lo'Jaaren. Ook hebben hier verfcheidene Kin- deren de Pokjes en den Persloop te gelijk ge- had, welken herfteld zijn (b\ Deeze famenloop heb ik ook, te Voorft zijnde, vernomen, dat Q toen
f0) Na 't afdrukken van 't voorig blaadje, fchrijft men
mij nader, dat de Zutphentche Dylèntene begonnen is den 3 Aug , en geëindigd in 't, laattl van Odro- ^ber; hebbende zeer enkelen die ziekte laater gehad, en gemakkelijk. Dit berigt bepaalt ook het getal der Géftorvenen aan Dyfenterie op of over de 170, 't welk ik gifle een misilag der penne te zijn, voor 117, zoo als de twee yoorige berigten luiden. Men voegt 'er ook. bij,.dat dee2e bepaaling.,.,met zeker- heid", in Zutplieii niet wel was op \t maaketf.
(b) Zoo luidt het berigt, waarmede mij.de hr. Leclor
A. G. KLOSE, vereert, pees Praéticüs hadt alleen ayer de aoo Dyfenterici in ^itphen behandeld, eiï hier van waren ., ;
-V' van 65 tot 90 jaareri, Gefloten 25.'
Dus van aoo Zieke», Geftorve* 47.
Zijnde niet wel ee;> vierde deel der Zieken. De
meerdere fterfte der Kinderen, en vtwral de ininde- ; re fterfte in de middelbaare jaaren, is ook beves- tigd, door meeft alle de voorgaande waarneemin- gen van andere plaatfen, tvaar van we Lijlten ge- geven .hebben, vooral die van £?», bl. 114; |
|
||
|
|
||||
-ocr page 137-
|
|
||||||||||
|
|
103 4LGEM. rOORBE&OBDJNff
toen aldaar plaats hadt, roet een goeden uit-
komft; gelijk ik ook hetzelfde, hier in Harder- wijk, gezien heb, in 1779, m twee Voorwer- pen, die insgelijks herfteld zijn. Doch dit in 't voorbijgaan.
Deutichem heeft, kort na, of met Zutphen,.
de felle flagen eener waare Epidemie gevoeld, waar aan een zeer aanzienlijk getal Inwooners geilorven is. Doesburg heeft mede, in de ziek- ie en fterfte, thans geen gering deel gehad.
De Steden Lochcm en Gro/, die te vooren vrij
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
rt
|
|
ebleeven waren, zijn ook nu, zoo veel ik heb
|
|
||||||
|
|
||||||||||
|
|
kunnen te weeten komen, niet aangedaan ge-
weeft. Zoo is ook het Dorp Laagkepfel in bei- de Epidemien vrij gebleeven.
Te Lande, is de voornaamfle zitplaats der voo-
ïige Epidemie, Drempt, thans geheel verfchoond gebleeven, hoewel nu, zoo onmiddelijk, als tus- ichen twee vuuren gelegen. Maara zuidlijk af van Doesburg en Deuüchem, is iets geweell te Lat hum; vrij meer te Didam en Zeddam, minder te Neiterden, drie Plaatfen der Bannerij van 'sHeerenberg; ook, meer oolilijk van Deu- tichem af, een weinig, te Zilvolde&n Farfeveld, onder Wifch, maar iets meer ender Aalten, in de heerlijkheid Bredevoort. Meer noordlijk, van Deutichem en Doesburg naar Zutphen op, zijn nu ook eenigfins Zelhem^ Hengelo, en, wat meer, het Ampt van beenderen aangedaan geweeft, van welke Hgte Epidemie, boven reeds, bij eene andere gelegenheid, melding is gemaakt (c);
mea
1 T - '-.'".
00 Vnn dit Jbngft Bcrigt des hn, BERNS, xie boven,
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
-ocr page 138-
|
|
|||||
|
|
DEN PERSLOOP.
|
||||
|
|
|||||
|
|
iren voegt, in deezen oord, hier ook nog bij
hummelo, wegens eene enkele huishouding, en Forden, wegens drie of vier huizen. Doch Gor- fel, tuichen de aarigedaane Steden, Zutphen en Deventer, gelegen, is vrij aanmerklijk door heer- fchenden Persloop bezogt geweeft Laatfi, in December, heeft zich nog weder iets van de z ekte geopenbaard, niet verre van Zutphen, op de hoogte van frierakker*
Welke loop der tegenswoordige Epidemie5
ook alhier, vergeleeken wordende met den voo- rigen, zal het blijken, dat, meeft al, zeer on- dericheidene ftreeken van het Graaffchap, in de twee jaaren, zijn aangetaft geweeft, terwijl ook deeze- laatfte iipidemie het, bijna alleen, op ^e drie voorname Steden geladen gehad heeft» en op enkele Dorpen en ftreeken, die te voo- fen, of geheel niet, of weinig getroffen zijn geweeft. Want Zelhem , Hengelo , Steenderen , Netter den, ZilvMe en Zeddam worden hier ou- der de tweemaal, meer of mm, bezogte plaatfen geteld. Ook zegt men, dat, hier en daar,eeri zelfde Huis, en toen en nu, de ziekte heeft gehad. Dan dezelfde Perfoonen zijn, alhier, ner- gens tweemaalen getroffen (^).
Qa In
bL 51." Naderhand heeft mij de Hr. BEUNS ver-
eerd met nog eenige nadere berigten, waar uit ik het bovenftaande meeft heb opgemaakt.
Ik heb het bovenftaande opgemaakt, uit herhaalde
berigten, voornaatnl- van de hn. BEK.NS, KLOSE eu MAR.TINET. Zodanige tweemaal aangedaane Hui- zen zijn 'er nu, volgens de laatfte berigten, ge- tveeft9 eep onder Sffattkre»^ een onder urempt^ te |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 139-
|
|
|||
|
|
124 AL.GEM. rOORBEHOJEDlNG
In'tQuartier van NYMEGEN, wanneer, in 1779,
niet verre van Nymegen, vooral in het Kleef- fche, de Persloop het hoofd al wat hadt opge- ftoken, is deeze Stad, uitgezonderd twee van buiten ingekomenen, en twee of drie Inwoon- ers, van Epidemie geheel vrij gebleeven, doch gewoone Buikloopen zijn 'er gemeen geweeft, en verderflijke Kinderziekte (e). Zoo zijn ook Tid en Bommel van Persloop vrijgebleeven; en 'er is toen, in 't geheele Quartier, genoegzaam geen heerfchende Dyfenterie geweeft, volgens opgave bij den Hove, dan In -Velddrid^ ten Zuidooften van Bommel, in de Waard, alwaar 15 dooden zijn geteld geworden (f). Voorts v/aren 'er eenige fprankels van de Ziekte waar- genoomen te Keent b, bij Raveftein; te Altborjt en Nederajftlty bij de Graaf, nabij de Maas ge- legen; en, aan den Kleeffchen kant, te Herwen, dart, en Hor ft, gelegen in 't Panderampt van Herwen, tufchen den Rijn en Waal. Bij wel- ke plaatfen, nog genoemd zijn geworden Groes- beek, in 't Rijk vaii^INymegen, ook aan het Kleef- fche grenzende, en Bemmel in Overbetuwe (g). Maar in deezen Zomer, van 1783, heeft de hoofdftad Nymegen die groote Epidemie onder- gaan,
.
i
Oldborgen, en een in Doesburg; in welke Stad,
zoo als wij boven zagen, in 1779, doch maar twee overloopers, uit Dreïnpt^zijn waargenomen. (?") Volgens den hre. DE MAN, Geneesk. Correfp. bl.
33 N 33a-
() Zie ook in Geneesk. Corre/f. 't berigt van den h&
OTTO, bl. 299 en verv.
(g) Door Dr. DE MAN, t, a. p. bl. 333. |
||
|
|
|||
-ocr page 140-
|
|
||||
|
|
» tas
gaan, van welke wij» boven, het aantal der
Dooden, ten naaften bij, begroot hebben (/&): doch waar van wij thans, uit naaukeurigere be- rigten, eene meer bijzondere en zekere bepaa- ling kunnen opgeeven. Volgens deeze, heeft de ziekte en fterfte aldaar voornaamlijk ge- woed, van omtrent half Julij, tot ruim half September. De fterfte is allerzwaarft geweeft in AiigiiftitS) in welke maand alleen 325 begrave- ne Dooden zijn aangeteekend, en zelfs in eene enkele week 80, in eene andere 89. In de voorgaande maand, Julij, was 't getal der Doo- den 70, in de volgende, September, 83. Welke geiloryene in de drie maanden, buiten welke de Epidemie zich niet heeft uitgeftrekt, neffens 9, in dien zelfden tijd, begravene Jooden, famert bedragen een aantal van 487 Dooden, onder welke waren 158 Volwaflenen van 't Manlijk, 167 van't Vrouwlijk geflagt, en 162 Kinderen van beide Sexe; dat is, van elke deezer klas- fen, nagenoeg, evenveel. Onder dit algemeen getal van Dooden, rekent men 457, Geftorve- uen aan den Persloop (V). Daar nu het getal Q 3 der
(b) Bladz 63. *t welk uit de NJeuwspapieren was
overgenomen, niet zeker zijnde, of de, thans ont- fkngene, nadere Berigten nog bij tijds zouden in- komen.
(O De heer Dr LOTICHIUS heeft de goedheid gehad,
inij de bijzondere Sterflijflen te zenden van alle de, in gemelde drie maanden, begravenen, in de.St. Ste- vens - Broederen - Regulieren- en Lutherfche Kerken, gelijk ook op de bt. Stevens-en Regulieren - Kerk- hoven, en op dat der Jooden, te Nymegen, uit |
|
||
|
|
||||
-ocr page 141-
|
|
||||
|
|
W*R ¥&& O 'ÉDÏHQ
éér itfvteioneiteri van Nyoïegen,met hét talrijk
^Guartüfoen, thans op 16000 Menfchén word aangerekend: zoo zoude 'de Epidemie van de- honderd [nwooneren omtrent drie ten graavé ge- ileept hebben; terwijl het moeilijker te bepaaïen viel, hoe véelen wel door de Ziekte waren aange- taft geweeft: doch, indien men met m:srekent» mét dit getal nog veel hooger dan drie duizend te Hellen, dan is gewis, in Nymegen, het -aantal dei- Zieken groot, maar dat der Geltorvenen bij mt- ;ftek gering geweeit, in vergelijking tot alle an- dere
' i '
welke de bovengaande berekening naaukeuriglijk is
opgemaakt. Ik zonde deeze Lijften tot de kleinite bijzonderheeden kunnen opgeeven, maar ik denk dat het genoeg zal zijn, üegts het getal der gemel- de klaffen, voor ieder deezer maanden, te bepaalen.
in Juli j 21 Mansper f. 20 Vrouwsp* 32 Kinderen.
in Aug. 99 117 ------- na.
in Sept. 3« 3° ------- 18---------
Samen 158 . 167 ------- i6a
In alles 4}'>7 Dooden. Dewijl nu, in de maand Ju-
nij, even voor de Epidemie, het getal der Geilor- yenen 19 was, en in de vijf eerlïe maanden des jaars famen 159, dat is, voor elke maand 32; doch» .volgens derizelfden geëerden Opgeever, in den tijd : der Epideniie (zoo als het pleegt te gaan) bijna geene andere Ziekten ontdekt zijn: zoo befluit zijn Weled., dat men 't getal van Dooden aati andere ziekte, buiten Dyfenterie, voor elke Epidemie- maand, niet wel hooger konne Hellen dan op 10; waar om dan, voor de drie maanden, 30 afgetrok- ken zijnde van de 487, h^t, gdleld getal van 457 overblijft, voor Dooden alleen aan den Persloop;, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 142-
|
|
||||
|
|
dcre, in deezen tijd^bezogte Steden eraPlaatfea,;.
de allemaburigften zelfc niet uitgezonderd. Is dan de ziekte alhter wilder en handelbaarer ge- weeft? Is de.^neesw.ijze 'er zoo veel beter geilaagd? 'f Gene,mij, van deeze Genees- wijze, in dezelfde berigten, wórdt medegedeeld , is zeer overeenkomende, met die wij:, boven, hebben voorgedraagen, en over welke wij ons hebben moeten beklaagen, dat zij op onze Velu- we- ZQO weinig gevolgd heeft kunnen -worden. Dit verdient dan wel, ter opheldering-en ftaa- v ing.,van het gewigtigft deel onz&i Verhande- iing, in haar geheel geplaatft ,te worden; of fchoon men erkennen moet, dat, ook alhier, verre het minfte gedeelte der Zieken door Ge- neesoefenaaren zij behandeld. Dan wij zullen doch aan 't eind van ons Werkje een Jtanhang- fel hier voor fchikken; gelijk ook ter invoe- ging van andere,, nog ingekomene, berigten, insgelijks te -laat antfangen, om op haare reg- te. plaatfen te brengen.
Van het oorfpronglijk ontftaan deezer Epi-
demie in Nymegen, heb ik reeds boven ver- fiag gedaan (£). Van den aart en foorteu der Ziekte handelen wij ook elders.
Ik .meld nu,nog maar alleen, dat,,ook. te
Nymegen,. geen Perfoon, die in dit jaar, ofiu de voorigen, den Persloop hadc-gehad,, thans weder op nieuw aangedaan zij geworden, zo® veel den hre. LOTICUIUS bewuft was, die in
dee«
' . "*'"!.'«."." . '" lfïti**V*' J1"*- fï - '
Bladz. 63, VoJgens het eerft berigt des I«u
TICHIUS. * ., ;,/ ,.,. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 143-
|
|
||||
|
|
138 ALGEM. FOORBEHO£D1N<3
deezen tijd over de 500 xleezer Zieken hacte
behandeld. Zijn Ed. voegt hier bij, dat wel verfcheidénë huizen, dé voorige jaaren aange- daan, nu weder, en ook hevig, zijn befmet geworden r maar doch alleen, en beflendiglijk* die Perföönen, die de vóorige jaaren bevrijd waren gebleévéti' (/}.
Tiel heeft thans ook gedeeld in de Epidemie,,
doch veel gunftiger. De Persloop ontdekte zich hier eerft, half Julij, aan de laage Zuid-kant van de Stad, bij de Wal; zijnde niet van el- ders aangebragt, zoo veel raen na konde gaan, maar oorfpronglijk aldaar ontllaan. De Ziekte bleef, in deezen oort, eerrt bepaald bij vier huisgezinnen, digt bij den anderen wooneride, tot':in Auguflus, wanneer zij, tot hier toe-, van veelen naauwlijks voor Dylenterie erkend, en ook niet gernijd zijnde, zich verder verfpreid- de, eerlt'jtongs hetzelve zuidlijk gedeelte,' en vervolgens ook door de overige Stad, zoo dat zij in September meeft algemeen ware, hebben- de toen, ter zelver tijd, meer dan twintig hui- zen aangedaan, van welke doch fteeds het groot- fte aantal was in 't zuidlijk deel der Stad. Dan inOïïober verminderde allengs ook hier de Epi- demie, en zij was, in 't laatil van November, ge- heel opgehouden. Het getal van Dyfenterid, hadt, zoo namen heeft kunnen verneemen, al- hier bedraagen 112, waar van Geftorven wa- ren
(/) Van het weinige, dat naderhand door zijn Ed.
hier op nog uitgezonderd is, zal beneden melding1 worden gemaakt^ op zijne ptetfe. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 144-
|
|
||||
|
|
VAN DEN PERSLOOP. 129
ren r7, zijnde omtrent i van 7 (/»). Dus was,
gelijk erkend wordt, deeze ziekte ook met vaa 't er^ïte tuurt.
Hummel heeft weder geheel geene Epidemie
.gehad; d.ich tiu'n berigt, dat 'er drie of vïer enkele Dytènterici zouden zijn geweett (n).
Van het platte Land deezes Quartiers, is de
ilreek tuifchen Arnhem en i\ vroegen nu aller- fent geieiiterd gewnrden. Om niet te Ipreek'en van Huis fort, of Huesfen, nabij Arnhem, doch op Kleefichen bodem gelegen, daar de ziekte allergevveldigft huisgehouden heeft (o): zoo kan - men zeggen, dat wel in alle Dorpen van Over-
R , betuivê
(m) De heer VAN LÓOKEREN, Mei Dr., die mij
met deeze Bengten van Tiel vereerd heeft, voegt 'erbij, dat, van de 112 Zieken., alhier wel de groo- te helft geweell is van 't Manlijk geüagt, en dat onder dezelven geweeit zijn 22 Kinderen j verder dat van de 17 Geftorvenen^ 9 geweeit zijn van 't l^rouia- lijk, 8 van 't Manlijk geflagt, en onder allen 3
Kinderen,
(») De hr. Prof. OTTO telt hier 3 Pnwui?», waar van
2, in de 60 jaaren oud, na lang.fukkelens, geftor- ven zijn, en een Kind, dat ook geltorven is; bui- ten welke, nog eenigen met Diarrhoea waren aan- getaft geweeit. Een Brouwers knegt,' door Dr. MESTEECKER behandeld, en-heritelcf, ha-it waareDy- lenterie gehad. Üeeze gevallen waren in Auguftus ; anders was 'er geene befmetting, noch f'chijn van Persluop, dit jaar, geweeit in Z. IJo'tnniel, ja zelfs, weinige /ieken; volgens mededeeling van den hr. Stads-Dr. o. DE RUUK , beveitigd door den hr.'
MESTEECKER.
(o) Zoo dat bier, onder anderen., uit een huis, eyei
buiten Huesfen, van 10 Perfoonen, bij 't berigtt= reeds 7 doodeu waren, en twee nog gevaarlïjlï. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 145-
|
|
||||
|
|
ijo ALGE M. FOORBEHOEDTN'G
eet uwe groote fterfte is geweeft; doch vooral
in en onder Elft, Lent^ Bemmel^ en nog meer in Slyk-Éwyk, Oofterboh en Reffèa (p); eenl- gen gelijktijdig, doch de meeden wat later dan IXymegen en Arnhem, en Ibmmigen eerft in October en November; zijnde hier veel al de zesde, de zevende, de agtfte, en, in weinigen, de tiende zieke geftorven. Hét dorp Valburg alleen, fchoon tuflehen Elft, Oofterholt en Slyk- Ewyk gelegen, heeft niet dan eenige weinige zieken gehad.
Verders is het Rijk van Nymegen, dat zich uit-
itrekt ten zuiden van die Stad en van de Waal, in alle zijne Dorpen, meer en min, aangedaan geweeft; waaronder mij in de eerfte plaatfe ge- noemd zijn Weurd en Beimingen, langs de Waal ten wetten, en vooral Wicben, verder af ten zuid weiten; voorts, doch in mindere maate, Ewyk9 fleumen enz. Ook hebben Hees, Neder- jbofch) en andere plaatfen des Schependoms van Nymegen, veele dooden opgeleverd. , In 't Ampt van Nederbetuwe, van de Waal zich noordlijk uitltrekkende tot aan den Rijn, heeft de ziekte voornaamlijk langs de Waal haaren weg gehouden, de Dorpen tiien, PFely, en Doodeweert alterhevigft teilterende, zoo dat, in de laatftgenielde plaatfe alleen, van de vijf- tien eerfte Lijders, geen een behouden ware (<?).
Poch,
(/>) Tot een flaaltje, diene alleen, dat, in dit kleine
dorpje, van ia Menfchen, in een huis, 9 geilor- veii zouden zijn aan den Persloop.
(j) Deeze eerfte Zieken en Geftorvenen, alhier, wa-
ren, door den Heelnieefter van het Dorp# niet |
|
||
|
|
||||
-ocr page 146-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP.
^
Doch, meer nöordlijk op in dit Ampt, te Och'
ten, Tfemlaürn, Ltenden en Ingen, zijn ilegts en* kele zieken geweèit, géene Epidemie; danB weltiijk af, nabij den Tielrewaard, te Zoeten, vheeft zij weder ilerker gewoed, hebbende in drie huizen 14 Menfchen aangetaft, waar van 'er 6, dus omtrent de helft, geftorven zijn. In *t laatft vun December^ zoude de ziekte zig ook nog weder opgeilooken hebben in twee huizen te Ommeren, in 't midden van Nederbetuwe.
tn 't A'mpt van tusfchen Maas en Waal, gele-
gen ten zuiden van het voorig Arnpt, en ten. werten des Rijks van Nymegen, is de bezoeking algemeener en fterker geweeft, vooral te />«- ten, aan de Waal, en in de meefte andere Dor- pen; echter in mindere mate te Balgojen, dp- feltern, Drcumel^ JVamel en Leeuwen (r).
V'erder is 'er iets van de Ziekte geweefl in.
de Tieler en Bommeler Waarden, de weftlijke en uiterite grenzen van dit Quartier aan Hol- land; doch hier heeft zij nergens Epidemie gemaakt. In het Dorp Beeft, aan den noord- kant van Tielrewaard, bij 't Kuilenbnrgfche, ge- legen, was wel meer heerfchende Persloop ge- weeft, welke in 't eerit voor Bon (Cholera*) werdt aangegeeven, en merklijke fterfte; maar verder in dien Waard, te Riimpt, is maar een en- kele zieke aan deezen loop geweeft., en, van an-
R 2> derc
herhaalde Kraak- en Pur&eermïddelen, wel zorgvül-
diglijk ontledigd
(r) Alle de voorgaande berigten van 't Quartier vati
Nymegen ben ik verfcbuldigd aan de heeren LOTI.' eiiitts'en VAN |
|
||
|
|
||||
-ocr page 147-
|
|
||||
|
|
133 ALGEM,
dere plaatfen alhier, is. mij-, niets gebleeken. Doch
in B'ttnmelerwaard fchijnt wat meer ontiteeking geweell te zijn, echter ook maar in .enkele hui- zen; zoo als in Gameren, Brakel en Zuilicf#>nt weftlijk van Bommel langs de Waal gelegen, Immers in Zuilicbem is, tegens't laatft van Au- guïtus, de Persloop gezien, bij eenen Man, en vervolgens bij deszelfs twee Zoonen, waar van de jongde flierf, voorts bij de Vrouw, op de helft haarer dragt, die, niet den Man en oudften Zoon, zonder letfel, herfteldis; terwijl vier andere menichen, in dit huis, vrijbleeven, ja de ziekte zich, verder, ,tot niemand in dit Dorp uitilrekte. Dan veel kater, half üftober, is ook nog de Persloop gezien,- in twee huizen van het groqter Dorp Driel, zuid-ooftlijk van Bommel, en onderfcheiden van 't nabuurig Vdddnel, dat, zoo als ik flus zeide, in 1779 was aangedaan-ge- weefl, doch nu vrij bleef. Maar buiten die twee huizen van Driel, daar eene Vrouw met twee Kinderen, en eeu Boer, den Persloop gehad hebben, niet zwaar, en fpoedig geneezer.dea is in dat Dorp geene verfpreiding der ziekte gekomen; doch 'er waren, voor dien tijd, veelen aan den Buikloop geweeft, zijnde meelt door de natuur herfteld (i).
Dus ziet men, dat het heerfchend kwaad,
in dit Quartier, al minder en minder geweeft zij, naar mate het, weftlijk af, nader aau "Hol-
land,
(j) Deeze laatfte omdatidige berigten ben ik verfchul.
digd aan den gemelden hre. DE RUUK, gelijk ook, door middel van den hr. Burgemr. sssiÏNius, aan den hr. OTTO. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 148-
|
|
||||
|
|
land, en ook, noordlijk op, nader aap het
Sticht van Utrecht grenze; terwijl de Anjptenff naait bij, en rondom de hootdzitplaatfe'n ,d.e.r Ziekte, jNymegen én Arnhem,, gelegen, vboi- naamlijk, ja zeer algemeen en heftig, getroffen zijn geworden. üJk heeft men, uit vergelij- king der opgetelde plaatfen, kunnen zien, dat de Epidemie, ook hier, thans l een' anders» flreek gehouden hebbe, dan in i77j- ':~
Bij dit tot hier toe gegeeven verflag,betreffen-
de onze geheele Provincie, 't welk uitvoeriger geworden, en tot meer bijzonderheéden is uit- geitrekt, dan waar toe ik in 't begin het'zsly? had ondernoomen, merk ik nu nog te.n flat., en in 't voorbijgaan, op, dat, niet alleen in onze Provincie, maar ook elders , de verïchyiendé loop dier beide Epidemien bekragtigd ;is.
Zoo heeft Deventer^ daar de Ziele te, in ^ 779,
als voor de poorten was, alleen een, óf twee, enkele zieken, doch geene Epidemie, in 4ien tijd, gehad (/): maar thans is die, 5tad, öokal, door den heerfchenden Persloop, voornaamlijk in October, doch niet zeer iïerk, aan,getati: geweeft (u), 't Zelfde geldt mede van-Zzw?, d^£ te vooren, toen 't nabuurig Haitem bezpgE was, R 3 vrij
(?) Zie 't Berigt van wijlen den hr. Dr. WYNGAAKD,
Geneetk. Corresp. bl« 3^«
1 («) In September zijn hier 2, in OQobef 38,' en ia
November niet boven 6 överleeden, aan den,Pers- loop. In December was de ziekte .geheel en al op- gehouden Volgens berigt van den hre. Dr, t^. te Deventer pradifeerende, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 149-
|
|
||||
|
|
vrij btee^öfcaf'nü, hoewel niet fterk, epide-
mifcft' aangedaan li'geworden, terwijl tiattem is
'vrij gebleven. Ca'mpen, dat toen die verderflijke
koortsziektenhatft, waar van boven gemeld is,
' do'ch3'geërieri Per sloop, is nu, van een noch
"ander, aangedaan geworden (v).
'" Groningen heeft, in 1779, zeer veele zieken en
croodén gehad aan Herfitkoorfen , doch geenen heertchen'den-Përsloop, fchoon die ziekte toen niet verre af was: dan in deezen laatilen Zomer, 'terwijl ik, in Juli j, te Groningen was, zag ik 'er ook den Persloop ontllaan, die aldaar "eemgen tijd heeft aangehouden, veeten aangetalt, en ook niet weinigen doen fneeven; terwijl men doch van deeze ziekte aanmerkt, dat zij den jiart van!eenÉ belmetlijke Epidemie niet heb- 'be gehad, dewijl zelfs de erglle en doodlijkite gevallen, doorgaans, flegts eenen truffen, in't zelfde huis, zonder eènig gevolg op de overi- gen; zijnde het waarlijk zeer zeldfaam gebeurd, dat'er meer naar vervolg, in een gezm, door den Persloop werden aangedaan. Dan de Pok- fes hebben nu ook in Groningen, voor, neffens, en na den Loop geheerfcht} waarbij zich, laa- ter, ;de Kinkhoefl^ en vooral de Mazelen ge- voegd hebben, die, in December, nog aan- hielden, met eene ongehoorde woede (/iu).
, . . Kind-
f«) Heeft Camptn, federt den heerfchenden Persloop
van 1736, die Epidemie, in 't geheel, wel wedec gehad?
(«j) Alles volgens mededeeting van den hre. Dr. M:
j. BUSCH, Stads phyficus aldaar. Deweikenogop- tnerkt van 4sèze üroninger Dyleattrie a dat de |
|
||
|
|
||||
-ocr page 150-
|
|
||||
|
|
VAN DEN PEJR3LQOP. , 1,55
%.--.. , * vi *_. v i..- -; . - , '> . -, ,» T .- , T3**
Eindlijk, is mij bcrigt, dat thans geheel Fries-
land van onzen Loop is vertcho.cmd gebleeven, en derhalve ook de, te vooren aangedane, ite- den , Leeuwarden," Franeker en Harlingen, dat hjofdtooneel van felle Epidemie in 1779.
Aldus hebben wij dan de twee groote, en
mooglijk de algemeenfte iipidemien van'Persloop, die immer onze Provincie getroffen hebben, in haaren onderfcheidenen loop, en fommige ande- re, daar tuiïchen gevlijde, opmerklijke bijzon- derheeden, ter nadere kennis en opheldering deezer gedugte Volkziekte, nagefpoord. Dan hoe uitvoerig dit ook, aan fommigen, moge toe- fchijnen, en hoe veel tijd en laftige moeite hec mij en mijne Vrienden ook hebbe gekoll: moe- ten wij echter, om den ondernomenen taak wat volkomener af te werken, nu nog langs gaan, bij die mindere, en veel minder algemeene, be- zoeken, welke dezelfde ziekte, tuflchen de ge- melde jaaren 1779 en 1783 in, ook nog aan ons Geweft gegeeven heeft, en waar van we, in't voorgaand Verflag, nu en dan, reeds iets gerept hebben. Om, daarna, uit alles eenige be- fluiten op te kunnen maaken,
2)e
^aftmiddelen in dezelve, thans, min wel verdraagen
wierden; terwijl verzagtende, bekleedende en itil- lende middelen voldeeden, inzonderheid het af- kookfel van Sakb9 met Laud. fy. S. enz. Dus be- handeld, was 'er van de 8 zieken ongeveer i ge- ftofven. Weder iets ten bewijze, voor de nuttig- heid onzer aangepreezene Geneeswijze, of ten blij- , ke, dat ook deeze Ziekte, welke te Groningen zoo zeldfaam plagt te zijn ("bl, 61. boven), ook nu, aldaar, van geen zeer kvvaaden aart zij geweeft» |
|
||
|
|
||||
-ocr page 151-
|
|
|||
|
|
DG bezoeken van Persloop, tujfthen 1779
m 1783, in onze. Provincie gevallen,
hoofdzaaklijk nagegaan.
%
In deeze nafpooring, zullen wij flegts de orde
des tijds volgen, en de plaatfen, uit de drie Quartieren'der Provincie, opnoemen, zoo als zij zich, volgens den tijd van opvolging der ziek- te , aanbieden. Alleen moetemve vooraf zeggen, dat onze opgave mooglijk zoo volkomen niet zal zijn, of'er zal wel, hier en daar, iets bij- gevoegd en ingevuld kunnen worden, omtrent plaatfen en tijden, waar in ook, buiten onze melding, de ziekte nog, in dit tijdvak, zich vertoond hebbe. Het gaat doch zoo onder de menfchen, dat zij, door de aanhoudenheid, en ot)k door de hervatting eener, offchoon zwaare, Ziekte, daar aan meer en meer gewen- nen , daar van minder 'gerugt maaken, jaa ook wel, om fommige ondervondene, hun min aan- gename , gevolgen, dezelve bedekt houden, > zoo lang zij kunnen, waar doof men dan ook de naaukeurigheid, in't aangeeven bij de Ge- fcigten , allengskens metterdaat ziet verflaauwen en gebrekkig worden.
Zoo veel mij dan bekend geworden is, heeft
men, in i7<k>, het jaar op de eeriïgemelde K- pidemie volgende, van den Persloop iets ge- zien in het Graaffchap Zutphen, onder 't Rig- terampt Zelhem, alwaar in Junif, op eene plaat- fe, 7 Perfoonen aangetaft geworden zijn, waar
van,
|
||
|
|
|||
-ocr page 152-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP.
van, ten tijde der overgifte van het berigt, i
geitorven was (#).
in Auguftus, waren op de Veluwe, onder 't
Ampt van Ede, op P~or-ftengeler, nabij Barne- veld, 6 Zieken aan Dyiënterie waargenomen, waar van 5 geitorvenen zijn aangeteekend (y).
In September, te Houtdorp, onder 't Ampt Er-
melo, nabij Garderen, zijn, in twee huizen, 5 Zieken aangegeeven, waar van 2, Vrouwen-en i Kind. geitorven waren.
In September en OBober, onder den Ampte van
Barneveld; te Effen, aan 't laage eind, 3 Zie- ken, waar van 2 geftorven; Op Havikhorft 4, waar van i geftorven; Op Acbteoddd, waar van 4 geftorven; Op Bitterfchoten 2, beide geftor- ven; Onder Callenbroek, Q^Weftervdd, 4 Kin- . deren, alle geftorven. Nog, in O^ober, op den Pampelt, onder Otterlo, Ampt Ede, i Vrouw, die men agt, dat de Persloop te Amesfoorc hadt opgedaan, en herfteld is. Ook is 'er thans, in de laatft gemelde maand, in Nykerk, iets van de ziekte geweeu 0.000000e+000n eenige ilerfte, doch onzeker hoe veele. Zoo dat nu, in den Amp- te van Barneveld, en naaft aangrenzende plaat- zen, in 't geheel ruim 31 Zieken geteld zijn* waar van wel 21 zijn geftorven (z).
Men ziet, derhalve, dat deeze verfpreids
S Ziek-
(*) Gegeeven door den hr. BER.NS den 19 Junij, ea"
bij den Hove ingebragt. .
() Volgens Berigt van den hre. Quartiers - Doélor
HOFF, en den hre. Schout AMMON.
(z) Alles volgens bijzondere berigten der refpeétive
heeren Schouten deezer Ampten,
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 153-
|
|
||||
|
|
138 4LGEM.
Ziekte niet doorgedrongen is, hoewel zij, in
de enkele huizen, waar in ze hier en daar ge- vallen is, haaren vèrderflijken aart klaar genoeg getoond hebbe. Men hieldt het daar voor, dat het kwaad uit het Michtfche, alwaar het thans, op een en andere plaatfe, heerfchte, her- waarts zoude zijn aangebragt, en dus eenigfins voortgellagen.
En dit is, 't gene ik, met zekerheid, van
de Ziekte, in dit Jaar, onder de onzen geval- len., ben te weeten gekomen.
In 't Jaar 1781, is de Persloop wederom merk-
lijk meer waargenomen, zoo in andere Landen n nabuurige Geweften, als bijzonderlijk in on- ae Provincie. Ook heeft die Ziekte, hoewel op weinige Plaatfen, thans meer een' waaren epidemifchen aart vertoond, dan in 't voorgaan- de jaar; waar van Nymegen, Wageningen, em eenige Dorpen op onze Veluwe, de bewijzen hebben uitgeleverd.
Nymegen is toch, volgens getuigenis zijner
Geneesheeren, federt veeie jaaren, eene min on- gewoone zitplaats van, ten minften vcrfpreide, Dyfenterie, dan het was ten tijde van DEGNER, of, dan andere Steden onzer Gevvelten zijn (a). In Nymegen was nogthans in 1779 geheel gee- ne epidemie geweeft, zoo als wij aangeteekend hebben; noch ook in 1780; maar, in 1781, werdt nu, tegens 't eind van den Zomer, de Dy- fenterie, vooral in 't hooge gedeelte der Stad,
be-
.. - - - . j . .
(«) Zie boven bl. 59.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 154-
|
|
||||
|
|
VAN DEN PERSLOOF.
feefpeurd, welke ook, in ééne huizinge, ver-,
fcheidenen aantafte, doch goedaartigüjk, en zon- der ilerfgeval; hoewel zij, in September, hier en daar, meer kwaadaartig wierd, met fpoedig verval van kragten, eifchende vermogender mid- delen, dan de gewoone ontlaftende (£_); doch niet de naderende koude, in Oétober, ver- dween zij.
IVagmingtn^ alwaar, voor meer dan 30 jaa-
ren, de ziekte, door een' Beurtfchipper, vaa Duisburg was overgebragt, met geringe voort- plantinge, en waar men, federt dien tijd, geen e Epidemie hadt gehad, trof nu, in dit zelfde jaat 17!>i, eene meer aanmerklijke Volkziekte* Naamlijk een Voerman, die in een onzuivec bed geilaapen hadt te Venlo,. alwaar de Pers- loop belpenrd was, fcheen thans de zaaden diec ziekte van daar herwaards aangebragt te hebben; althans, weinige dagen na zijne t' huiskomflt, ruim hajf- Auguftus , begonnen, bij hem, do buikpijnen en afgangen, en, kort daarop, werdt ook zijn huisgezin door den Persloop aange- daan, waar aan hij zelf en vier huisgenooten ftierven. En van dit huis, zijnde een herberg, even buiten de Bergpourt gelegen, fcheen zich de ziekte veripreid te hebben; zoo wel lang-s de zoogenaamde Wagen'inger buurt, en verder buiten de Stad, alwaar veele huizen, en, m fommige deezer, verfcheidene perfoonen teifens- werden aangedaan (c); als naar binnen «in de Sa Stad»
(t) Zie boven bl. 50, volgens berigt van den hre L®.
TICHIUS. ;: .
CO Vooral in een huis, ruim een vierde uus van de-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 155-
|
|
||||
|
|
140 ALGEM. PQORBEHOEDING
Stad, eerft in de drie naafte huizen,' aan de-
zelfde Bergpoort, welke tien Lijders oplever- den, en voorts langs de Hoogftraat, die door de lengte der Stad naar de Neupoort loopt, aan welke ftraat de Epidemie zich nu, voor- naamlijk, bepaalde, zoo dat, buiten fommige enkele huizen, in andere ttraaten, de ganfche Stad verder vrij bleef. Zijnde het getal der aangedaane Huizen, in de Stad, gerekend op 32;' en het aantal der Zieken, zoo binnen als buiten de Stad, op omtrent 140, waar van 53 geftorven waren; dat is, ruim een van drie. De ziekte was, alhier, in 't midden van Novem- ber opgehouden (d).
Ik voeg, volgens denzelfden Berigtgeever,
hier bij ('t gene, zoo het mij vroeger had mo- gen geworden, boven, op bladz. 105., geplaatft hadt moeten zijn) dat de heerfchende Persloop van 1783, in Wageningen, thans geduurt heeft van 't laatft van Auguftus tot in November; dat hij eerft ontftaan is bij de markt, en voorrs,
hier
Stad, aan den Rijn, aan 't Lekskes veer gelegen,
en geheel op zich zelf ftaahde, in welk, van 9 Be- wooners, H de ziekte kreegen, doch* herftelden. , {d) De hr Dr. ELSNERUS heeft mij met dit omftan- dig verflag _van Wageningen beguntligd. Zijn Ed. voegt 'er bij, dat ruim de helft deezer Zieken door Hem zei ven behandeld, en daar van niet meer dan 16 geftorven waren, ja veel minder, van hen, die de middelen behoorlijk hadden willen gebruiken; on- der welken hij, na 't gebruik van ontlaftiniddelen, vooral de goede uitwerking roemt d&rSimaruba^ en, in enkele hartnekkigen, de Caftarilla ; doch, van die " u ïïik kreegen, had hij geen eenen behoudeu. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 156-
|
|
||||
|
|
Jiier. en ^aar*; gevallen in een enkel huis, zoo
bmneu .ais buiteu.de Stad, hebbende 't getal der kieken iets. meer dan 40 .bedraagen, van .welken, fuïm de helft geflnrven was (öj.- zoo dat de ziekte hier wel veel minder algemeen, dan te vooren, doch teffens v.erderflijker fchij- ne te zijn geweeft; ook heeft zij nu een ande- ren ftreek gehouden j dan toen, en, hoewel zij, buiten de Stad, wederom in twee huizen ware gevallen, die in ï 7 31 ook aangedaan wa- ren geweeft, ,zoo hadt zij toch, noch binnen noch buiten de Stad, dezelfde Perfoonen .niet weder getroffen ().
In andere Steden, buiten deezen, is mij niet
gebleeken, dat, in 1781, de Persloop zij. be- fpeurd: alleen weet ik, dat 'er thans iets ge- weert is in Tiel, aan eene kant dier Stad.
Maar, in het Quartier van Velu wen, zijn nu
weder verfcheidene Dorpen en plaatfen aahge- tait .geworden.
Yooreeïft, heeft, indugu/ïus, onder't Ampt
van Ede, de ziekte zich tot Bennecom, Buurt-
S 3 fchap
; .
(f) De hr, BLSNERÜS zelf hadt, van 20 Lijders, thans
B verlooren, waar onder eene Krankzinnige en twee hoogbejaarden, welke alle drie niets gebruikt had- derf. Alle deezen waren van den vijfden tot'dea zevenden dag geftorven, hadden groengeele ontlas-
.'tingen gehad, en het Opium, neiFens andere midde-
<;3en, hadden hier tegens de fpoedig opkomende gan-
green niet genoeg verniogt, hoewel in ruime gif- ten, tijdiglijk, toegediend.
() Beneden, zullen wij eene, naderhand, ook vam
deeze plaatfe, voorgeftelde uitzondering, bij de a*- jiere, voordraagen, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 157-
|
|
||||||
|
|
. rOORBEHOEDtNG
|
|||||
|
|
||||||
|
|
ichap Kraats; in vier huizen geopenbaard, uiê
Wageningen, naar men meende, beimet zijnde, hebbende 10 Menfchën aangedaan, en daar van 2 doen fterven. Ook zijn, toen, op Backenes f kort bii Barneveld, 2 Broeders daar aan ziek ge weeft; en in September , in het Dorp Ede,, 4 Menfchën, waar van 2 geilorven, welken ook in Wageningen bij zieken verkeerd hadden (g)» In dezelfde -maand, zijn, in het Dorp Bar w veld, drie huizen zoo iterk aangedaan , dat in de- zelve 16 Zieken aan Pecsloop geteld zijn , of 9 Mannen, 3 Vrouwen en 4 Kinderen, waar van 5 geftorven zijn, of 2 Marinen en "3 Kinderen. En, in het Jmpt van Barneveld, zijn, in bept. 9fiOcif>b,9 al vrij veele Huizen en Buurdchippen getroffen, gelijk den 'Bos, de Goor, Callenbroekef molen, Schikakker , IVencop^ Korter, Seumeren*9 Rootfelaar, Kelis en Terfchuur; van welke fom- Hiigen een aanzienlijk aantal Zieken, in 't zelf- de huis, opgeleverd, en alle famen een getal van 44 bedraagen hebben, waar van 18 zijn geftorven; van welken ik geen geregeld onder- fcheid, uit hoofde vaii Sexe of Jaaren, heb kun- nen, opmaaken. Nog zijn 'er, in 't zelfde A mpt, ïn ÓEtober, te -Stroe én te hjfin, in 4 huizen, 12 Rieken en daar van i> Daoden aangeteekend. Zoo' 'dat,'; in 't geheele Ampt van Barneveld, ^ians geteld zij a 72 Zieken ^ en daar van 31 Dooden (h). Waar uit blijkt, dat, in dit jaar,
de
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
Deeze . herflelden zijn in de a!gemeene Epidemie
te Edef, van den laatiten herfft, vrij gebleevenj volgens berigt van den hre, AMMON. {b) Volgens bijzondere opgave van dea hre. »LAN*!JSN. |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 158-
|
|
||||
|
|
DEN fEKS&ÖOP;
de' Ziekte meer van epidemifehen aart alhier
zij geweeft, dan in het voorig jaar 1780, of i» het laatfte van 1783; terwijl doch., in de be- zoeken van deeze onderfcheidene jaaren, door- gaans onderfcheidene plaatfen, en, beftendiglijk^ onderfcheidene huizen, op de meer dan eens bezogte plaatfen, aangedaan zijn geweeft; zijn- de 'er, nog veel minder, eenig zeker voorbeeld geweeft, van dezelfde Perfoonen, tweemaalea door den Persloop aangetaft (/'). Nabij Barne- veld, op Butjeler, onder Lunteren, is, in 0#o- ber , nog eene Vrouw aan den Loop ziek ge- worden, en geftorven, zonder verder gevolg (A). Maar het Dorp Putten heeft, in September en. OBober van dit zelfde jaar, eene vrij aanmerk- Hjkere Epidemie opgeleverd, dan in 1779 °^ 1783, waar van ik het juift getal der Zieken niet heb kunnen opfpooren, alleen weetende, dat de ziekte vrij ongenadiglijk hebbe doorge- taft, en dat'er aan dezelye 6 Mannen, 4 Vrou- wen, en 6 Kinderen zijn geftorven, voornaam- lijk in het Dorp, en óók eenigen in de Buurt- fchap Heil. Zoo dat, in de jaaren 1779,1781 en 1783, dit Ampt telkens eene beurt gehad heb- be, en wel het Dorp driemaal, de Buurtfchap Heil tweemaal, doch telkens weder in andere huizen, en andere perfoonen (l).
Nog
(O Dus hebben de heeren Schout BLANKKN en Chir.
ROUWENDAL mij berigt, doch ook hier is nader- hand van eene uitzondering gerept, waar van be- neden.
(k) Volgens den hre. Schout AMMON,
\l) Weder, volgens den hre. Schout VAN DIERMES
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 159-
|
|
||||
|
|
GEM,
Nog laater, in November en December, zijn
*er ook in Houtdorp, Ampt Ermelo, weder 3 Zieken geweeft, en daar van 2 geftorven; ia Ermelo zelf, 5 Zieken, waar van 2 geftorven; beide plaatfen, die te vooren, zoo als gemeld is, nog een-en andermaal, iets hadden gehad, maar niet in dezelfde perfoonen, noch in de- zelfde huizen. En deeze zijn de bijzonder- heeden, die ik van den Persloop, en deszelfs meer en min epidemifche verfpreiding, in 1781, ben te weeten gekomen.
In 1782, welk jaar, wegens zijn zeer regen-
ügtigen en min warmen Zomer, veel minder aanleiding fcheen te geeven tot het voortbren- gen van Persloop, dan de voorige jaaren, is ook van die Ziekte, in 't Zomerfaeizoen, in onze Provincie, nergens melding gemaakt.
Dan in den warmen en droogen Herfft, van
dit jaar, heeft de Stad Nymegen, die in 1779 geheel geene, en in 178: eenige Epidemie on- dergaan hadt, de beurt gehad, die haar te voo- ren was mis gegaan, en zij heeft nu, als 't ware, voor de geheele Provincie geboet.
Namelijk, de gemelde Krankheid overviel nu
deeze Stad, eensklaps, en met veel woede, voornaamlijk omtrent half September, en hieldt aan tot over half Oëtober; ontftaan zijnde (zoo als boven is aangeftipt, bl. 63.) bijna in het zelfde huis, daar DEGNER in 1736 de Dyfen-
terie
en ook volgens eigene nafpooring, in deeze onze
nabuurige plaatfe; waar van beneden ook nog iets» ever het tweemaal aantallen van eeuen Perfoon alhier. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 160-
|
|
||||
|
|
VAK DEN PÈRSLÖOP. 145
terié het éerft h;idt ontdekt,- volgende ook door-
gaans een gelijken loop, als toen; zoo dat de ftraaten aan de Waai-kant en de Haven, dat is, het laage gedeelte der -Stad, van de ziekte, iri dit jaar, geheel bevrijd bleeven; zoo als msgeljiks in 1736 was waargenoomen; gelijk mede inde ^ geringe Epidemie vart 1781 (m). Ook bleef nu, eveneens, het Joodfchè Volk verfchoond, fiegts eene Portugeefche üarae uitgezonderd («). T De
(m) Van welke' Wij reeds, bladz. 50 en 1315, hebben
aangeteekend, dat zij vooral in het hooge ge teelte der Stad belpeurd ware. Schoon dan dus, ten min- ften driemaal, het hooge r gedeelte der Stad den eerlten aanval hebbe ontfangen; zoo was doch het geval anders in dit laatlie jaar 1783. Want nu, ('t gene ik, eigenlijk,- boven, bl. 124. en vervolg.- had moeten te berde brengen) ontftöndt de ziekte juirt eerft in het, te voren verichoonde, laage ge- deelte, langs de nien-we Haven en de laage Markt, en breidde zich van daar uit, door het overige van de Stad. » Maar wij hebben ook boven reeds doen opmerken (bladz. 73.), hoe yeele en fterke aanleidende oorzaaken, ter üitbroeding- eener rotti- ge ziekte, nu,- toevalliglijk, in het eerft aangedaa- ne huis, in dat laag gedeelte der Stad Itaande, bij een liepen, om eene uitzondering te kunnen uiaa; ken op den algemeeneren regel, zonder, in gewo- ne gevallen, denzelven daarom over hoop te wer- pen; C vergel, bladz, Ho, en vervolg.) te minder, om dat het, nu eerft aangc-daahe, huis juilt aan den fchraaletl, en uitwaaffeming-ftremmendenj noorden wind alieen was bloot gelield, van wiens opwek- kend vermogen ook boven, bladz. 82. (m), proe- ven gegeeven zijn.
(») Dat echter deeze Natie niet onvatbaar zij voor da
ziekte, heeft óók thans in 1783 alhier gcbleekeri, wanneer 'er y Jood-en, als aan de ziekte geltorvert, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 161-
|
|
||||
|
|
146 4LGEM. FOORBJSHOEDINff
De Ziekte, die zich, in 1781, tot de geringe
Lieden bepaald hadt, zoo als zij meeit al doet, (volgens het aangeteekende op bladz, 73 en 85.)» tartte ook thans op dezelven voornaam- lijk door, nadat zij echter, eerit, insgelijks bij "vermogendcr Burgeren ware ingevallen (o). Van den trap van verderflijkheid deezer Epidemie, noch haare uitgeftrektheid, kan ik niets bepaal- delijks vaft ftellen; dan alleen, dat zij, zoo als het gaat, door de gerugten merklijk vergroot fcheene te zijn, hebbende wel etlijke fterfger vallen veroorzaakt, doch niet naar evenredig"- heid van het aantal der zieken; terwijl eene eenvoudige, ontladende, üitwaasfeming - bevor- derende en verfterkende geneeswijze zeer ge- lukkiglijk geflaagt ware; en voorts, dat de ziek- te verbaazend fchielijk z.ij verminderd, ja ge- heel"' opgehouden, toen het weder in Oélober wat Jjcoeïer was geworden (p). Dat, voorts,
de
;
zijn aangeteekend; zie bladz. 125: en diergelijks
is ook elders waargenomen; te.Harlinjren nogthans was de Natie, in 1779, bijna geheel vrij gebleeven. Jiijlage, bladz. vil.
(o) Dus verre fpreek ik, van de Nymeegfche Epide-
mie van 17^2, weder uit medegedeelde berigte» van den heere LOTICHIUS.'
(jp) Hier op komt het berigt uit, waarmede de zeer
Gel. hr. M. j. DE MAN, in Oétober van 1782, op mijn fchrijven, mij heeft vereerd; ter beveiliging van 't bovengemelde, 'er bijvoegende, dat, van 12.4 zijner Lijderen, flegts 6 geftorven waren een fpreekend bewijs zeker', van de uitneemende goedaartigheid of handelbaarheid dier Epidemie, bo- ven de laatlle van i?Bj. lutuffchen deedt de hr. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 162-
|
|
|||||
|
|
VAN DEN PERSLOOP. 147
de loop en verfprëiding dier Epidemie merk-
Jijk verfchilt hebbe, van de laatiïe, is, bene- den (m), reeds aangeweezen; gelijk te vooren gemeld is, van het vrij 'blijven der eens aan- . gtdaane, Perfoonen (Bladz. i2f|.)
Ook heeft, ten zelfden tijde, in 't jaar 1782,
de ziekte nog, in loramige Dorpen, nabuurig aan .de Stad Nytnegen, haaren rol gefpeeld; doch zij fchijnt jook daar toen niet veele woe- de geoeffend te hebben. , En buiten deeze waarneemingen zijn 'er, uit de geheele Provincie, geene andere tot mij ge- komen, van Persloop, die, in dit jaar, ergens geheerfcht zoude hebben; behalven nog van ééne Vrouw en e'e'n Kind, onder't Kerfpel van Barneveld, aan 't WesfeUveld^ welke, ook in 't begin van Oétober, de krankheid gehad had- den, en beide herfteld waren |
|
|||
|
|
|||||
|
|
Het wederkeer en van den Persloop, in-de-
zelfde Perfoonen, nader ter toet f e gebragt.
In den loop van het voorgaand onderzoek,
hebben we meermaalen gemeld, hoe wij, in'c eerft, van gerioegiaam alle de Artfen, door on* geraadpleegd, en van anderen, die, elk in zijne plaatfe, de Zieken aan heerfchenden Persloop, Ta op
' :,< -J .-'- -'.' '-'..
DE MAN ons hnopen, op de uitgave van een breed-
voeriger en naau keuriger verflag van dit alles, dan dit korte, 't welke Hij mij toen"flegts kon mede- deelen. (?) Volgens opgave van den hre. BLANKEN. |
||||
|
|
|||||
-ocr page 163-
|
|
||||||
|
|
148 ALGEM. rOORBEHOEDING
op meer dan eenen epidemie -tijd, hadden ge»
zien of waargenomen, de uitdrukhjke verzeke? ring hebben pntfangen, dat zij denzelfden Per- foon geenszins tweemaulen van den t'ersloop heb* ben zien aangetalt worden, hoe zeer zij daarop gelet hadden. Ik beroep mij, op de ajgemeene en eenpaange berigten daaromtrent gegeeven, door de Heeren LOTICHIUS, VAN LOOK.EREN,
HOFF, BLSNERUS, VAN COOTH, KLOSE, ROUW»
ENDAL, D AMMAN enz. om van de beveiliging
der Heeren Schouten in deezen niet te fpreeken, noch van mijne eigene eenftemmige optnerkinge. Uit welke zoo algetneene vaftftellin^e, wij ten ininften mogten befluiten , dat het geval van een? en tweeden aanval deezer Ziekte, behoore on* der de zeldfaamfte gebeurteniffen; daar het on- der eenige duizenden, waar van deeze gemel- de Waarneemers famen getuigen konden zijn, niet eens gebeurd ware (r). |
|
||||
|
|
||||||
|
|
(r] 't Is zonderling, dat deeze eigetifchap der Dyfèn-
terie, waar door zij met andere beünetlijke , en vooral uitflag- ziekten, fchijnt gelijk te (ban, van de voornaam II e Waarneemeren deezer ziekte niet zij gemeld, gelijk boven fbladz. 100) is aangeduid: alken heb ik, naderhand, hier van iets gevonden bij den Hoogleeraar c. A. STRACK, (Tentnm. me/i. de Dyfentfriai 'Mogunt. 1760^1 alwaar hij dusfpveekt; denique neque hoc praetereundum eft: eorum ae- gromm nutlum, quibus A. 1757 & 1758 Dy- fenteria ftierat, denuo l\°. 1759 (quo haec rur- (urn popularis erat) eodem morho labovafle. . Propter quam caufam," voegt hij *er bij, "pos- ,, fet dubitari; Dyfenteriane , velut variolis, aegef J? femel, non faepius laborare confuefcat? Quod, |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 164-
|
|
||||
|
|
OEN, PPRSLOQP. 149
Intuflchen hebben wij doch, in onze verdere
paafpooringen, en herhaalde onderzoekingen naar dit ft.uk > 't welk wij boven, voor het inkqmen der katere berigten, flegts voorltels-wijze gcop- peit hadden (s), nu en dan iets op onzen weg ontmoet, dat de volllrekte algemeenheid van een beiluit in-deezen fchijnt tegen te liaan; door dien 'er nu doch, al gaande weg, eenige enkele geval- len van een tweede bezoek deezer Ziekte ons, hier en daar, zijn opgedaan. Welke, van'hoe veel gewigt zij zijn, ik meen, dat beft beoor- deeld zal kunnen worden, uit eene eenvoudige, duidlijke, vooritelling dier gevallen zelven,;zoo veele derzelven , en zoo naaukeurig, als ik, heb kunnen te weecen komen, in welke bijzondere op? nueming, ik alleen de orde des tijds zal volgen.
1°. In 1779, berigt mij'de Heer Dr. BERNS,
dat door zijn Ed., in Drempt, gezien is een Perfoon, aan eene gemaklijke Dyfenterie; die gezegd werdt, niet minder dan dertig jaaren te vooren, in het Leger, door dezelfde Ziekte zwaar aangetail te zijn geweeft.
T 3 2*. In
tiuni perpetuum fit, iis confirmandum.relinquo,
quibus major horum aegro/uin,; copja dl." pag. 34 Tot deeze ontfchcidingnu, meen ik, dat ons onderzoek merklijke hulp zal geeven. De hr. p. HOME wijkt hier in zoo verre at, dat hij zegge Dyfenteria praecipue eorripiuntiïr, qüi antea nac laboraVerunt." Princ. Medk. L. II. F. 111. C.'ie; n. 3. 't Heeft mij vreemd gedaan, dat 's Mans Ampt- genoot, de beroemde GULLEN, in, zijne Praéïice » Phyfic, dit fhik geheel niet aanroere. (r) Vergelijk het boven gezegde, bladz. 99 en 100, op welken tijd de beatitwoording der nieefte na« fpooringen nog niet tot mij was gekomen. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 165-
|
|
|||||
|
|
ALGE M. FOOR BS HOUDING
|
||||
|
|
|||||
|
|
2°. Tn 1780, is op Agteveld) nabij Barneveld,
aan den persloop , nerlens anoeren , geiïorven. zekere Weduwe :, die aan , haaren Heelmeeiter verhaald hadt, dat zij, voor lange jaaren, en voor haar trouwen , ook aan den Rooden loop geweeft was, waar aan toen, in 't zelfde huis, «en- ander Perfoon was geitorven; welke eerde ziekte ook nog, door de Zufter der Overlede- ne,' werdt beveiligd. Volgens den hr. BLANKEN,
3°.. In 1781 , leverde ons nabuung Putten een
geval op, dat eenig gerugt maakte, en *t welk ik daarom zelf naaukeuriglijk onderzogt heb. Een bejaard Man, werdt, volgens zijn verhaal, be- veiligd door den Heelmeeiter, op een- bezwaar- lijk middagmaal, na wat ongedaan en zonder eetluft geweeft te zijn, overvallen van eene, zoo- heftige , koortfe, dat hij van de koude met zijn bed fchudde, en daarop in een algemeen overvloei jend zweeten verviel, onder welk hij buikrommelingen kreeg , zonder fnijdingen , voorts dunnen afgang, met eenige perfmg na de ontlaftinge , die grootendeels bloedig was , doch niet zoo aandrong, of hij konde ze eeni- ge uuren ophouden, üe koorts hieldt aan,, of hervatte den volgenden dag, met eene gewel- dige braaking, van veele fcherpe bedorvene ftof- fen j welke braaking voorts niet weder kwam. De ziekte duurde veele dagen, fteeds met veel en geftadig zweeten, die, door het nu en dan af- gaan, flegts werdt afgebrooken. Voorts herftel- de deeze Man.:: Zijne Vrouw hadt, in deeze ziekte, zijn linnen gewaflen; zij en anderen had- den hem fteeds bediend, die, met haar, allen .r, vrij |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 166-
|
|
||||
|
|
vrij bleeven: hoewel de Persloop, zoo als we
reeds aangeweezen hebben, toen ook in Putten omging. Deeze Man nu verhaalde mij verder, dat hij, in October van 171.7, 26 jaaren oud zijnde, den Persloop, die toen ook in j Put- ten heerfchte, mede zwaar hadt gehad, zop dat hij, na drie dagen gehikt en fprouw gehad te hebhen, bezwaarlijk herfteld ware , hebbende altoos eene zwakheid van ingewanden en on- gedaanheid , daar uit, overgehouden. Zijne eerfte Vrouw was, toen, aan die Epidemie geftorven.
4°. In 't zelfde jaar, zag weder de hr. BERNS,
in Ligtenvoorde, een man aan eene zwaare Dy- fenterie, waar aan hij, van den eerften aanval af,' het bed moeft houden , hebbende menig-, vuldige bloedige ontlaftingen, met zwaare fnij- dingen, waarop, na eenige dagen, volgde een zonderlinge zwaare hik; welk toeval eindlijk, met de ziekte, na aanhoudende zagte Lava- menten, en ruime giften van den Koorts-baft, ophieldt. Doch deeze man vertelde , dat hij ook, voor meer dan dertig jaaren, gevaarlijk', aan den Rooden-loop was ziek geweeit.
5°. In 1783, in't begin van Julij en van de
Epidemie, werdt, volgens omftandig berigt van den hre. Dr. VAN REES, te drnbem, eene We- duwe, van diep in de zedig jaaren, van eene zwaare en zeer fterke gefteldheid, zoo hevig ziek aan den Persloop, dat zij het niet dan van 't uiterlie te rug bragt; zij hadt, na het vrugtloos neemen van -Laxantia, Demulcentia naet Arnica, (waar op Dr. VAN REES, in dee- ze |
|
||
|
|
||||
-ocr page 167-
|
|
|||||
|
|
rao R BEHO
|
||||
|
|
|||||
|
|
2e Epidemie, anders zeer veel hieldt) vaft O
piata, van Oliemiddelen '(-die hevige benaaud- heeden e'n poogingen van braaken verwekten), van Kina, Cafcarilla, en Salix; eindlijk eenigen dienft gehad van de Siraaruba, vooral met bij* voeging Van iets van den Colombo -wortel, en van een teugjen Tint- wijn; keerende de ziek- te voorts, bij 't gebruik van Adllringentia , ten goede , en tot langfaame herftellinge. Dan dee- ze zfelfde Vrouw was, m 't Najaar van 1781, wann-eer te Arnhem geene Epidemie was, zoo als we, boven, gezien hebben, en zonder das zij, naar het fcheen, ergens anders in eene E« pidemie hadt verkeerd, ook ziek geweeft; heb- bende, na eenige dagen, en na 't gebruik van, ontlartmiddelen, denzelfden hre. VAN RBES doen roepen, die haar vondt zwik, met eene inge- trokkene pols, zeer koortfig , dorftig, zonder eetlult, een geel beflagene tong , zwaar benaaud, met neiging tot braaken en afgaan , ook rnet buikkrimpingen en hevige perfmgen^ terwijl de ontlaltingen veelvuldig en klein waren, fchui- mig, nu bloedig, dan witflijmig, dan groen- galachtig, of uit dit alles gemengeld. In wel- ken toeftnnd, verzagtende en bekleedende mid-* delen , vooral de Saleb , niets afgedaan hadden 4 blijvende de kragten fteeds in 't afneemen , tot- dat de Simaruba gegeeven werdt, welke voor- treflijke dienden deedt, terwijl nu verder alles ten goeden keerde , en eene verfterkende genees- wijze de herltelling voltooid hadt.
Omtrent welke Vrouw, Dr, VAN REES meent
te mogen befluiteo, dac zij eerft aan eene fno-
ra.li-
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 168-
|
|
||||
|
|
VAK O-JEN PËRSltÖOP. 153
.jffidifche Dyftnterie was krank geweeil, en daar
4la, nu laatit, aan eene epidennlehe.
6°. In rfuguftus, van dit zelfde - laatfte jaar,
ovérleèdt, volgens medegedeeld berigt aan den
-hr.'LOTICHIDS^ te Nymegeri; aan den Persloop,
eene oude Vrouw, van ruim 80 jaaren, van
welke meri zeide, dat zij, voor zeven en veer-
tji>' taafen, in de üpidemie van 1736, door DE-
WER befchreeven , ook dezelfde ziekte, vrij
zwaar, hadt doorgeftaan.
?°. In September,^^'naaitvolgendej ftierf, vol-
gens mededeeling aan den zelfden Heere, ter zelfdef .Stede, aait het vfirderflijkft foort van Persloop j waar in, zonder merklijke buikfnij- dingen^ vrij veel bloed> met koude en fpoedig verval van kragten, ontlaft werdt, een Jong- mah, die, in 1779, bij ons, in Harderwijk, hog ter iludie zijnde^ in Odlobef, wanneer de Persloop alhier gunlHglijk heerfchende was, d.)or de vreeze voor die ziekte zeer bevangen werd t $ om dat hij federt eenige dagen zich on- getield gevoelde * met geringen eetluft, ook wal- gmg, beflagen tong, buikkrimpirigen, en veel* vuldige ontlaftingen, van weinige, dunne, fchui- mige, ftinkende ftoffen. In welken ftaat, hij dtn lioogleeraar FORSTEN, aan deszelfs huis, ging raadplegen, die hem ook niet zonder koort* -fe vondt, riedt, zijn kamer te gaan inhouden, en voort een Ipecac. poeder te neemen. Hier van gebraakt hebbende, hieldt de walging op; dé andere verfchijnfelen, onder"'t gebruik van een gepafte.» laxeerdrank, en het houden van een goeden leefregel ? duurden nog wei den an-
V éöv
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 169-
|
|
||||
|
|
154 ALGEM.
deren dag door, met veele, en fterkperfende,
uitvverpinge van 'galachtige, veilige, en met bloed gemengde itoffen; maar, den derden dag, bedaar- de dit alles, de afgang was meer natuurlijk, hoe- wel'ernu ook nog ttreepen bloed onder belpeurd werden, en, onder.'t verder gebruik van ver- zagtende, hekieedende en .ligtelijk fterkende middelen, volgde, met eenige dagen, de vol- komene herftelïing, op de kragten na, die, wat langfaamer, tot voorigen'flaat geraakten. Dus fpoedig eindigde deeze -ongefteldheid, zonder dat van Persloop iets was voorafgegaan;, noch gevolgd, bij de Lieden ir* zijne wooning. Mijn geachte Amptgenoot,- die, in-, dien tijd, mij deezen Perloon hadt, opgegeeven , onder nog cenige DyLenteriae benignae,- door zijn Hooggel. toen behandeld,, van ,welke niet eene befmet- ting hadt gemaakt ^ zoo ,als de meeften,. bij ons, niet -maakten, heeft thans, op mijn ver- zoek, de goedheid gehad,;.mij een bijzonderer verllag der omllandigheedeii te geeven, 't welk ik, om de naderhand gevolgde kwaadaartige en doodlijke Dyfenterie, in dit zelfde voorwerp, gemeend heb, ook, dus uitvoerig, hier ter neer te moeten (lellen: waar bij ik alleenlijk nog voeg, dat wij, in dien tijd, bij ons, veelvul- dige Diarrhoeën waarnamen, in vergelijkinge tot de waare Dyfenterien; welke ook zoo goed-, aartig waren, dat wij van 48 Zieken, niet meer dan 4 Dooden hebben gehad (t).
8». Een
(*) Volgens het kort verflag, dat ik voormaals hier
van gegeeven heb in de Nat. & Geneesk. Jaarkoe- 4», 11. U. adc Ituk voor 1779, bladz. 102- 105. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 170-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP. 153
8°. Een Jongen, volgens berigt van den h r e.
Dr. ELSNBRUS, die, m 1781, u- Wagemngen, door zijn Ed. behandeld was, en herlteld van den Persloop , werdt nu, in den Herrit van 1783,, gezegd wederom door de ziekte aange- lat! geweeil te zijn, in een huis over den Rijn, in welk het geheele gezin daaraan zwaar was ziek geweett; volgens btrigt van een Wagening- fchen Apotheker, hebbende de hr. ELSNERUS geen gelegenheid gehad, om dien Jongeling thans weder zelf ie zien.
9». Eene' Vrouw, van geringen ftand, die
gezegd werdt, in 171)1, op Rootfelaar, boven (bladz. 142.) gemeld , den Persloop, neffens anderen, ondergaan te hebben, werdt nu, in Ociober van 1783, in Barneveld, na haare maag inerklijk veel gevergd te hebben, door eenen buikloop aangetait, met eenige pijnen, perfin- gen, en ontlaftingen van Hinkende, flijmige, ook roodagtige ftoifen, waaraan zij doch mee zeer ziek was, en in weinige dagen herflelde; zonder dat in haar, vrij onzindhjk, huis, op iemand verder de ziekte hegtte. Een Dorp- arts, die haar behandeld hadt, gaf deezen door- loop als een voorbeeld op, van eene twee- de beurt van Persloop in deeze Vrouw; waar voor echter deeze ligte ongefteldheid, door de Inwooners der plaatfe, die haar gezien hadden, geheel niet gehouden wèrdt3 zijnde algemeen met dit geval geboert.
10°. Geen meer grond,, voor eene tweede
beurt van Persloop, heb ik kunnen vinden,'n
een ander geval, ter zeUder plaatfe 9 ook in dee-
V a ze;»
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 171-
|
|
||||
|
|
156 ALGÜM, FQOREEHOEDING
zen laatften Naherfit, door denzelfden Genees*
oeffenaar, aangegeeven, in eene Vrouwe van Dronkelaar, die, in't laatft van September, an- dermaal zoude aangedaan geweeft zijn. 't Ge- meen gevoel wraakte ook deeze beftempeling, zoo wel als de voorige.
ii«. Daar 'er, in deezen zelfden laatften
Herfft, met ophef ook verteld werdt, van ee- ne Vrouw te Hartskamp, die, nu driemaalen, de ziekte, bij herhaaling, zoude hebben door- geflaan, hadt de heer AMMON de goedheid, van daarop naaukeurig onderzoek te doen; waar bij het bleek, dat dezelfde ziekte , bij deeze Vrouw, dan eens, drie of vier dagen, wat was opgehouden, dan eens wederom verheft, tot drie reizen toe; 't gene aan kwaade eetwijze en overlaading fcheen toegetchreeven te moe- ten worden. En dit werdt mij ook aldus door anderen beveiligd.
12°. Eindlijk, meld ik, weder op berigt van
den hre. Dr. BERNS, van eenen Perfoon, die, in November 1783, door zijn Ed. was behan- deld aan eenen waaren Persloop, doch niet van het kwaadfle foort; van welken Hij kordijk ge- tuigt, dat deeze nu voor de tweede keer door die ziekte was aanajetaft, zonder meer omftan- digheid bij te brengen.
Ik heb gemeend, beft te doen, met deeze
voorftaamle gevallen, buiten welke 'er althans geene, hoe zeer ik'er na gevorfcht, hebbe, tot mijne kennis zijn gekomen, onzijdiglijk, wat om- Handiger, en zoo naaukeurig als mij, uit de berig-
ten,
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 172-
|
|
|||
|
|
ten, monglijk was, voor te draagen en ter toetfe
>te brengen, om dtn Leezer zeJven te laatën oor- deelen, over derzelver waardije en gewigt, ter üaavinge van het andermaal hervatten des waaren Perstoops. Terwijl ik, ondertuffchen, niérnands gezag wil verminderen, noch iemand in zijn beiluit bevooroordeelen: zal men mij doch ver- oorloven, op het bijgebragte de volgende aan- merkingen te maaken.
Pboreerft. Dat, onder de voorgedraagene Ge-
vallen, één gevonden wordt, het welk geheel op onkundige misvatting fteunt, en dus geene de minlte aanmerkinge verdient. (N. n.)
Ten meeden. Dat, onder dezelve, bniten dit,
nog, ten miniten, drie brevallen zijn, daar men een der beide keeren, gewoonen Buikloop fchijnt te hebben aangezien voor egten Persloop, en welken dus mede niet in aanmerking zouden kun- nen komen. (N. 3. 9 en 10.)
Ten derden. Dat 'er, behalyen deeze vier uit-
getlotene gevallen, nog vier anderen voorkomen, in welken de zekerheid der eerite ziekte flegts op bnuren zeggen fteunt, en hergerekend wordt, Van voor dertig en meer jaaren rugwaarts. (N. i. 2. 4 en 6.)
Ten vierden. Dan zijn 'er weder nog twee an-
dere gevallen, daar geene omftandigheederi ïn 't geheel worden opgegeeven, uit welke men zoude kunnen oordeelen, over de egtheid van eene der twee beurten; dan, die men doch ge- reedel ijk wil aanneemen op gezag der Berigt- geeveren, indien zij zelven ooggetuigen waren
ge wedt; het welk echter geene plaatfe gehad
'*» 'f>' - - i f
V 3 heeft
|
||
|
|
|||
-ocr page 173-
|
|
||||
|
|
ALGEM. FOORBE/JÓEDING
heeft !n het een (N. 8.), en onbepaald gelaa-
ten iS'in'het ander geval. (N. 12.)
Ten vijfden, 'er Zijn derhalve, onder allen,
flégts ttvee gevallen, in welken de Kunftoeö'e- nende Waarneemers ons, uit de bljgebragce om- ïtandigheeden, edelmoediglijk, beoordeekn laa- ten, of dezelve, inderdaat, het geilende bew*j- 2en. Het eene beweert eene epidemilche Dy- fenterie, gevolgd twee jaaren na eene voorafge- gaane fporadifche, beide door denzelt'den Arts, in de zelfde Stad, gezien en behandeld} van welke men, inzonderheid in de eertte, of fpo- radifche beurt, eenigzins zoude kunnen twijf- felen, of wel, in 't gene 'er ons van berigt is, de afdoende kenmerken eener waare DyCènterie genoegfaam gevonden worden.
Het ander geval Helt ons eenen kwaaden en
doodlijken Persloop voor, gevolgd in denzelf- den Perfoon, die, vier jaaren te vooren, in eene andere Stad, gerekend was onder het aantal der, door eene goedaartige Epidemie, ligtelijk aan- gedaanen. En waarlijk, uit de naaukeurige op- gave der verfchijnfelen, fchijnt die eerlte beurt zoo ongemeen kort, ligt, en handelbaar geweeft te zijn, dat, indien 'er in dien tijd, ter zelfder plaatfe, bij de veelvuldigere Diarrhneën, ook gee- né Dyienterië ,had omgegaan, men, mooglijk, piet gedagt zoude hebben, om deeze ligte on- gefteldheid ergens anders t' huis te brengen, dan onder de Diarrhoeën zelve.
Met welke vrije bedenkingen, gevloeid uit het
gene ons opgegeeven is, wij, echter, geenszins het ooideel wraaktn willen deezer Waarneemeren
zei-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 174-
|
|
|||
|
|
eelven, die, uit hunne ooggetuigenis, de zaak
zekerlijk bell kunnen bdhtlen. (.IN. 5 en 7»)
r- - ,
* .-' f ' f .;.'."
Gevolgen, uit de voorgaande uitvoerige
Nafpooringen, afgeleid.
' :i'
<' , '., ...
Wanneer we nu, na het dus verre volbren-
gen onzer langduurige en moeizaame nafpoorin- gen (bladz. 101*156.)., je rug zien naar het eerfte oogmerk, waar mede dezelve waren be- gonnen (bladz. 99-ioi.): zal* het van zelven in 't oog laopen, hoe zeer de uitvoering tot veele bijzonderheeden allengs zij uitgedijd, wel* ke wel btuiten het porfpronglijk bepaald beitek loopen, der ,eerfte; bedoelinge; d,och die, iri- tuflchen,: haare nuttigheid kunnen hebben, ter opheldering ook van andere kundigheeden, on- ze ziekte betreffende.
Het gaat doch lichtelijk zoo, met ondernee-
mingen van diergelijken aart, die een, geruimen tijd, een langen ommeweg, en veele medehel- pers, ter uitvoeringe vereifchen: men ontmoet, namelijk» op den langen togt, buiten het ei- genlijk gezogte, zoo veele bijzaaken-, of 'er wor- den, buiten het hoofd-oogmerk, met eenen, zoo veele dingen tot ons gebragt, die ook haa- re waardije/fchijnen ie hebben, dat men niet be- fluiten kan, dit alles zoo maar aan den weg te laaten liggen, of weer daar benen te werpen; maar dat men doch liever, voor een weinig meer moeite en tijd, en wat laater t'huis ko- men, eene wat ruimere en rijkere inzamelim'e
wil
|
||
|
|
|||
-ocr page 175-
|
|
|||||||
|
|
J«ó JLGE M.
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
wil medebrengen, en bergen, om'zich odk,-trt|
verder gebruik, en andere nuttige uitzigten, m i 't vervolg, eene nieuwe inzameling, of eenen hervatten moeizamen uitgang te betpaaren.,v
Zoo is het ook ons in deezen gegaan. Hoe-
wel ik niet roemen kan op eene inzameling, ge-
heel voldoende aan mijnen wenfch, of volkomen
geëvenfedigd aan den befteeden tijd, en aan' de
aangewende, of ook mijnen Vrienden geverg»
de, moeite; dat toch ook zelden voort -hef ge-
luk is der eerfte Verzamelaarèn : zoo is 'er doch,
al gaande weg, nog al iets nuttigs, van1 vertchei-
denen aart, opgedaan, 't welk onder de bifzaa-
"ken behoort van het tegenswóörciig , of eerft be*
paalde hoofdbeftek, of totte vooren reeds ver-
handelde punten; terwijl zekerMjk) '<lit ; ftöofd«
doel zelve, onder dit alles j doch mede vrij vol-
ledig is bereikt geworden. Al het weïke wij nu
dan, om 't genoegen te hebben, vare de vrug-
"ten onzer verzameling, in een 'kort beftek, en in
eenige orde, ten toon te- fpreiden, en dtfs ntet
'èenen opflag te doen overzien, wat nuttigt*, van
veelerleije foorte, we mogten verkreegfen ' heb-
ben , in eenige rangfchikktngè , ten flot vvm
deeze wijdloopige bemöejinge-ri » bëcnoptelijk
-willen bijeendraagen. --1 &H
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
I. Het hoofdoegmëik onzêPfl8f|)dcfrïngen was,
de waarheid, bij de ftukken, te onderzoeken, Van de Opmerkinge, die mijnen aandagt, in de laat- fte groote Epidemie van 1783, hadt bezig ge- houden, en welke ik, in dien tijd, aan ande- ren veelmaalen had voorgedraagen, dat, name-
lijk,
|
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 176-
|
|
||||
|
|
VAN DEN PERS&OOP. ièi
lijk, deeze Epidemie een' flreek hieldt, geheel
verichiliende van die van 1779, welke, uit hoof- de haarer uitgeltrektheid door deeze Provincie, wel het naait, en eeril, met deeze laatlte Volk- ziekte moge worden vergeleeken (Bladz. 101.).
Dit onderzoek dan, omtrent den Loop dier
beide Epidemien, met eene onvermijdlijke uit- voerigheid, doch met zoo veel naauketirigheid pis thans mooglijk was, volbragt zijnde (Bladz. i o-i- iSSO? 's vooral de gemelde onderfcheide- ne ftreekhouding hier uit .zeer blijkbaar gewor- den. Het welk wij nu in eene korte fchets zullen aamoonen.
Op de l/eluive, welk Quartier, in eene en an-
dere der gemelde Epidemien, wel het meeft aan- gedaan geweeft is, is die verfchillende ftreek- houding ook wel het blijkbaarfte geweefl.
Immers kan men, uit het boven bijgebragte
(Bladz. 101-118,), opmaaken, dat, m 1779, de heerfchende Persloop het Noordlijk en klei- ,ner gedeelte, doeh, in 17*53, het grpoter en Zuidlijk detl des zelven Quartiers hebbe aange- -taft en doörgelöopen, zonder, de eene en an- dere keer, althans niet als Epidemie,; overte- .fpringen tot hec ander gedeelte. - Deeze Noordlijke en Zuidlijke gedeelten det Veluvve laaten zich vrij naaukeurig afperken, 'wanneer men'eene (Ireep trekt, dwars over die Quartier, beginnende in 't Ooften, nabij den Ylïel, boven Zutphen, en voortgaande Weftlijk, af, langs-het Noorden van Voorft, Apeldoorn, 't Loo, Meerveld, tot aan de Zuiderzee, be- neden Harderwijk. /Usdari zal het gene ten
X
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 177-
|
|
||||
|
|
l6a ALGEM. rOORBEHOEDING
Noorden van deeze ftreep gelegen is het toö-
neel aanwijzen der Epidemie van 1779} en wat ten Zuiden legt van die van 17^$'. zoo echter, dat, van dit grooter Zuidlijk deel, het Land- gedeelte , van het hart des Quartiers Üolllijk en Zuidlijk af, tot aan den Yflel en Rijn, het al- lervoornaamil tooneel, in dit laatft verloopen jaar, hebbe uitgeleverd van den fel heerfchen- den Persloop, terwijl deszelfs weftlijk deel, tot aan de zee, allengs minder, of geheel niet, aan- gedaan geweeft is. Het welk, in 't voorgaand onderzoek, in de bijzonderheeden is daar ge- fteld, waar op wij hier te rug wijzen.
In het nabuurig Quartier van Zutphen, is de
onderfcheidene ftreekhouding, iu gemelde twee jaaren, niet min opmerkhjk géweeil. Want, ichoon hier de tooneelen niet zoo verre uit el- kander hebben geloopen, als op Veluwen: zoo is doch de voornaame waarneeming alhier, daar- oni, zoo veel meer bekragtigd, omdat, zelfs van door elkander gelegene plaatfen, deeze in 1779, en die in 1783 zijn bezogt geweeft; en wel, in .'t eerfte jaar, bepaaldelijk het platte Land, zon- der de tufchen gelegene Steden; in 't laatfte jaar, bepaaldelijk de Steden, zonder de tufchen gele- gene, en te vooren getroffene- Landplaatfen althans zoo verre het Epidemie kon heeten, of eenigen naam verdienen. Gelijk ook dit in de bijzonderheeden is voorgedraagen, Bladz. 119-123. ..
Het Quarfier van Nymegen, welk iu 1779 bij-
na t^eene, doch in i7«J3 eene allervreeslijkde en uit^eflxekte beurt van Epidemie heeft gehad, le- vert. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 178-
|
|
|||
|
DEN PERSLOOP. 163
vert, derhalve, ook niets op, dat tegens onze
waarneemmge inloopt. Zelfs daar, in 1779, al- leen het Dorp Ifeldririel > in Bommelerwaard, van eenige epidemie getrofFen werdt, is nu, in 17^3, deeze Plaats verichoond gebleeven, en Bemmel^ in Overbetuvve, dat toen eenige enkele zieken opleverde, heeft nu een allerwreedlle beurt van Epidemie ondergaan (u); gelijk voorts althans vier gedeelten van dit Quartier heftig, en door en door, zijn bezogt geweefi; zoo als in de bijzon- derheeden is aangeweezen, Bladz. 124 133. Dezelfde onderfcheidene tlreekhouding der twee Epidemiën hebbenvvij ook nog beveiligd, door voorbeelden, van eenige nabuurige, of buiten onb Landichip gelegene Steden, Deventer, Zwol, Groningen, Leeuwarden, Franekcr en vooral Har tingen, als welke alle, in een of ander dier jaaren, maar ééns, meer of min, zijn aangetaft ge weeft (BI. 133 135.).
Uit welk alles wij meenen, wettiglijk na het
volgend befluit te kunnen trekken:
Schoon, in de beide jaaren 1779 en 1783.
gelijkfoortigeLuchtgefleldheid, en verdere aan-
leidende Oorzaaken tot heerfchenden Persloop.,
belben plaats gehad-, heeft nogtbans, bij ons,
X 2 en
(«) Volgens berigt van den Heere LOTICHIUS, na
't afdrukken van^'t bovengemelde, omtrent het Quar- tier van Nymegen, ingekomen, zijn, te BemmtJ, thans, van 600 Imvooners, ruim 120 aan den l'ers- loop geftorven; dus heeft deeze plaats eene beurt gehad% ten maften bij overeenkomende met die van Ede, op Veluwe (bl. 105, 106.), maar nog ruinr aoo doodlijk» |
|
||
|
|
|||
-ocr page 179-
|
|
|||
|
|
*Ö4 ALGE M.
&n ook elders, één beznek dier Epidemien de-
zelfde plaatfen beveiligd voor het tweede.
H. Maar, dewijl, tufchen deeze voornaame-
Epidemiei-jaaren in , nog eenige minde;e en veel min algemeene bezoeken van Persloop zijn voorgevallen , hebben wij ook deezen hoofd- Zaakiijk nagegaan (Bladz. 136 env ), met oog. nicrk, om na te vorfchen, of ouk deeze bezoe- ken de, voor of na, aangetulte plaatfen eveneens ontzien hebben, en ot men, dus, het evenge- meld befluit nog algenleener zoude kunnen ihaaken.
De uitflag hiervan is, in dit ftuk, niet zoo
afdoende, als van het voorig onderzoek, lm' mers Nymegtn, Wagmingtn^ eenige plaatfen van 't Atnpt van Barneveld, Ede, en van Putten heb- ben, wanneer men deeze tnlchenbeurten me- derekent, meer dan een, zelfs, in fommigen, epidemifch bezoek van Persloop gehad. Maar het is teffens gebleeken, dat die herhaalde be- zoeken deezer ziekte, altoos, weder verfcluld heb- ben, in haare llreek, die zij in dezelfde Plaat- fen hebben gehouden; zoo dat zij andere ttraa- tenren andere huizen,telkens hebben aangedaan, tenzij dan dat de ziekte eindlijk, door Ichijn- baare befmetting, ook wel eens enkel, in dezelf- de huizen zij overgebragt, gelijk wij, ter op- heldering hier van, weder wijzen op het, bo- ven, uitvoeriglijk bijgebragte (Bladz. 136-147.). Behalven dat nog, alwaar waare Epidemie twee- maaien is voorgevallen, dezelve aldaar, de eene én andere keer, merklijk veifchik hebbe, in al- ge- |
||
|
|
|||
-ocr page 180-
|
|
|||
|
|
gemeenheid en verderflijkheid, waarvan voor»
al Nymegea en Wageningen de bijzondere voor- beeiden uitleveren (151 ij8 14.1, 144, env.).
Uit welke laatfte natpooringen, wij meenen,
dit tweede algeuieener Befluït, met groote waar- fchijnlijkheid, te mogen voegen bij het voor- gaande :
Plaat f en of Hulzen, door eene kortvoor-
gaande Epidemie van Persloop, bezogt geweeft^ zijn veel meer beveiligd, voor het doordringen van eene volgende Epidemie, dan nog niet be- £ogte Plaatfen.
-* .r"r'* u
III. Dewijl het voorts, in al dit onderzoek,
nog klaarder gebleeken is, dat voorbeelden van dezelfde Perfoonen, andermaal door heerfchen- den Persloop aangetaft, of geheel niet, of al- lerzeldfaamft en twijffelagtig, gevonden worden, volgens de bijzondere ontwikkeling van dit yoor- ftel, Bladz. 147-158 gegeeven: zoo voegen wij hier nog bij een derde Befluit, 't gene zekerlijk de grondflag moet zijn der beide voorigen, en dus de rneelte maate van zekerheid hebben. Na- melijk:
De algemeene voorfchikkende oorzaak van9
of vatbaarheid voor den heerfchenden Pers- hop,fchijnt, in ieder Voorwerp, zeer vermin- derd, of wel uitgewifcbt te worden, door het eenmaal ondergaan deezer ziekte zelve. ï'':
Een befluit, dat wij, voor dit bijzonder on
|
||
|
|
|||
-ocr page 181-
|
|
|||
|
|
166 ALdêfö
dërzóeki te vóoren, flègts giïïenderwijze had-
den voörgefteld (Bladz. 99, 100.).
Behalven nu deeze Hoofdzaaken onzer na»
Roeringen, bieden zich, verder, nog deeze an- dere gevolgtrekkingen, uit het voorgaande, aan.
Het onderftheid van Sexe fcbijnf flegts een.
gering verjcbil van vatbaarheid voor on-'
ze Ziekte te hebben medegebragt.
Dat is: onze Epidemie heeft Mannen en Frntt-
TO««, bijna zonder onderfcheid, aangetatt; voor zoo verre,naamlijk, het ons, uit de onderfcheide- ne waarneemingen, die wij hier van hebben kun- nen verkrijgen, blijkbaar is. Want, op zeer wei- nige plaatfen, heeft men het juift, getal der Zie- ken te weeten kunnen komen. In de Steden, JMymegen, Zutphen en Arnhem, fcheen dit ge- heel onmooglijk te zijn, dewijl de zieken daar niet aangegeeven worden, en zeer veelen geenen Geneesheer roepen. Op de meefte Landplaat- fen is dit ook niet gelukt, 't Gene wij dan hier van voordraagen kunnen, is alleen het volgende.
Dorp Ede, Ziek. 105 Mannen, 98 brouwen.
Ampt Barneveld, 30
Men ziet, dat hier 't getal der ziek gewor-
dene Mannen dat der brouwen eenigzins over- trefFe, itaande 't eerile tot het laatile, als 15 tt)t 14. Doch |
||
|
|
|||
-ocr page 182-
|
|
||||||
|
|
Doch '^ moet hier. bij aanmerken, dat deeze
Zieken, vanGatd&ren er», 't Ampt Baraevetd, on- voltallig zijn, gelijk blijkt, als meu_d£ boven gegeevene Lijden, van 't getal- der Zieken in 't gemeen, van dieplaatfen, hier mede vergelijkt. Hier, naamlijk^ zijn. alleen die zieken geteld, wier Sexe uitgedrukt, of; uit de naamen op de Lij- ften kenbaar was. Dan de opgave van Ede is volledig, en, van deeze Plaatfe alleen, is ook juift de evenredigheid der zieke Mannen tot de Vrouwen, allernaaukeurigft, als 15 10^14.
Doch wij willens uit deeze -weinige waar-
neemingen, geene .algemeene gevolgen trekken, tot andere Plaatfen, i noch tot andere Epidemien. Maar wij merken alleenlijk, aan,, .datj: onder de Waarneemeren, zoo Ouden als Hedendaagfchen, deezen de Manlijke, ,genen de Vfouwliike fexe meer onderhevig verklaaren aan de Dyfenteriej ,waar. uit ook beveftigd kan worden, dat hec ondejfcheid of niet groot, of wiflelvallig zij. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Hei onderfch'eld van Seye fihijnt ook wei-
nig, boewei iets meer, invloed gehad te heb- ben op de doodlijfre uiikomfl der ziekte
Hier flaat de balans.;, in tegendeel, eenigzins
door ten nadeele.der Vrouwlijkt fexe; dat is, van-een gegeeven.getal zieken, van beide Sex- en, zijn wat meer Vrouwen, dan Mannen, ge- ftorven; 't welk tem ktearften blijken zal uit de- zelfde Tafel van Zieken, wanneer we daar nu de Geftorveneti bij aameekenen.
Ede.
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 183-
|
|
||||||
|
|
168
Ede, Mann. 105 Z. 33 ï>: Vrouw. 98 &«$ D.
Gard. - 14 - 10 -- Barn. - 30 8 --
Samen, Ma««. 149 Z. 51 D. Vrouw. 159 Z. §2.0.
*
Men ziet uit deeze voorbeelden, dooreen gere-
kend, en, nog juifter, uit dat van Ede alleen, dat de Vrouwlijke fexe, uit haar geringer aantal Zie- ken, nogthans een grooter aantal Dooden hebbe opgeleverd'; hoewel het vérfchil gering -is. im- mers, daar de zieke Mannen ftönden tot de a/e- ke Vrouwen, als 15 tot 14.1 zoo^ftaan hier de ge- ftorvenè Vrouwen, tot de geftorvene Mannen, na genoeg, als 17 tot 16; welke omgekeerde rede het verichil, ten nadeele der Vrouwen, nóg een weinig grooter -maakt.
Voorts blijkt het ook, uit eene grootere verza-
meling van waarneemingen , door welke ons het getal der Dooden alleen, van beide Sexe, zonder dat der zieken, in den laaiden Epidemietijd , van fommige Wuatlen, bekend geworden is, dat 'er doorgaans meer Vrouwen, dan Mannen, als toen zijn ten grave gebragt. Ditzal ons de volgende Ta- fel bijzonderlijk aanwijzen, op welke ik, om uk- gèilrekter vergelijking te hebben, de evengemel- de üooden weder, bij de Qverigen, zal plaaden. Te Nymegen, Geftorv,. 158 Mann, 167 : Vrouw.
Arnhem,
- Ede, Gard.en Barn. 51 52*
- Amptiirmelo, - 12 -- 8 *-- |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Samen, Geftorveri 304. Mann.
Dat
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 184-
|
|
||||
|
|
ForflT BJZW PJSJRSZ.OOP.
Dat ons doet zien:
.Vooreerft; hoe in deeze Steden, vooral te
drnhem, de meerdere fterfte der Vrouwen nog jruim zoo blijkbaar zij geweeft, dan te Lande. Immers is, in de drie genoemde Steden, heC bijeen genomen aantal geweefl, van geltorvene Frouwen tot dat der Mannen, als 17 tot 15; daar die evenredigheid te Ede liep, op 16 tot 15.
. Ten anderen; dat men, uit enkele waarneemin-
gen, en die van geringe getallen, niet haaftiglijk algemeene gevolgen moge trekken, indien dezelve zeer inloopen tegens het elders doorgaans waar- genoomene; gelijk dit zeer fterk plaatsheeft, in de hier, en te yooren (Bladz. 168, 117, 118.)» aangeteekende betreklijke fterfte der Sexen, on- der Ermelo en Putten, alwaar de evenredigheid der Vrouwen tot die der Mann. uitkomt op 9 tot 17; dat is, niet alleen op het omgekeerde der voorige reden; maar ook met zulk een aan- merklijk groot verfchil, als bijna van i tot 2. Y uit
(w). Dit onderfcheiden getal der Doöden van beide
Sexe, in Arnhem, onder den laatften Epidemie- tijd, is mij, nu eerlt onlangs, door den hre. HOFF, geworden. Dan, buiten dit aantal van Doodqn , waren 'er nog 8 geweeft, in het'.Tugt- en Armen- Wees-huis, van welken de Sexe niet gemeld wordt; en nog a Mannen, naderhand, aan de gevolgen
. des Loops, overleeden; met welken dan het, op
voorige bladz. vernield, getal, van geflotvene Man-, nenin Arnhem, verhoogd zoude moeten worden tot op 74; en het geheel aantal der Dooderi van dien, tijd, aldaar, bo'ven aanvanglijk begroot (blaebv 5ï 6.), kan nu gefctmt worde» op |
|
||
|
|
||||
-ocr page 185-
|
|
||||
|
|
170 4LGEM.
Uit het zien van welk eene ongelijkvorrnJg-»
heid, men zig geneigd voelt, om hier;ieison- naaukeurigs of onregelmaatigs te vermoeden.
En dit, heeft mij aangezet, om de Lijilen
van het Scboutampt Ede, waar uit ik, tot hier toe, alleen de kavelmg voor het Dorp Ede had opgemaakt, toen geen tijd gevonden hebbende om daar in verder te gaan, weder op te vatten, en mij, nog eens, het latlige werken den tijd, rr.ethul- pe van een' en anderen mijner Toehoorderen, te getrooften, van, ook daar uit, eeue naaukeunge verdeeling op te maaken; om dus, uit een n< g grooter aantal zieken en dooden, de evenre- digheid der Sexen, te Lande, met meer zeker- heid te bepaalen. Tot welke bepaalinge ons ook de uitvoerige opgaven, door den hie. Schout AMMON, omtrent alle zieken en dooden van zijn Ampt, bij naame en ouderdom gedaan, in ftaat konden ftellen.
En hieruit, is de volgende Tafel gebooren,
op welke voor Mannen en brouwen gerekend zijn alle de Volwaffenen, van 15 jaaren ouderdom en daar boven, zijnde de jongere voor Kinde- ren aangetekend; van welker evenredigheid tot de Volwasfenen, daarenboven, in de naafte afdee- ling gemeld zal worden. Voorts Hellen wij* in deeze Tafel, de Plaatfen in die orde, in welke de Persloop zich in dezelve, na den anderen, heeft geopenbaard; 't welk, hier na, in dezelfde, doch tot meer bijzonderheeden uit- gebreide, Tafel, nog duidlijker, zal in agtge- nomen worden.
j ,
TA-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 186-
|
|
|||||
|
|
rJDEN FERSLOOP. 171
|
||||
|
|
|||||
|
|
TAFEL der Ziekenen Geftorvenen, naar de
in 4e, uvecige Buurt/cbappen en Dorpen , des dmpts Ede.
Otterlo Ziek. Gefl. Ziek. Gefl.
en Enchoten, Mann. 17. 4. Vrouw. 14. 4.
Hartskamp, 23. 10. - 20. 5.
Bennecum
en Harn, 27. 7. * 23. 6.
ü verwoud, 19. 4. - 27. 12.
Manen, 15. 6. 12. 5.
Doebburch, ^ ir. 4. . 7. 3.
Grackel, 5. 3. - 4. 2.
Veldhuizen, v~ 6. 4. 8. 4.
'VeenenÜaals
bovenbuurt, - 2. i. 2. a.
Lünterën, 6. i. 8. 4.
Muflel, 3. o. o. o.
Doesb. en
Eder Veen, 3. o. r. r.
Le Veen, _ . - 2. i. u. r.
Samen, -Mann. 139. 45. Vrouw. 128. 49.
Dus blijkt het, dat,' in deeze zeftien opge-
geevene Buurtfchappen en Plaaiïen, dooreen gere- kend, de betreklijke fterfte weder, ten naaiten bij, is , der trouwen tot die der Mannen , als 16 tot 1 5. Want, 49 geftorvene Vrouwen liaan tot 45 ge- ftorvene Mannen, juift als i6i tot 15. Doch, op. eene kleinigheid kan men hier niet zien, waarom wij de ronde fom van 1 6 weder aanneemen.
En nu is het ook weder .op nieuw blijkbaar,
dat enkele Plaatfen , met kleine aantallen, op
haar zetve niet in aanmerkinge kunnen komen,
Y 2: maat
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 187-
|
|
||||
|
|
ï?2 4. L GE M. FOORBEHOBDINC
maar dat zij met anderen dooreen gerekend
moeten worden. Want, dezelfde ongewoone e- venredigheid der Sexen, die wij, daar ftraks, van Ermelo en Putten hebben aangeteekend, heeft ook hier plaats, omtrent fommige enke- le Buurtfchappen; geh'jk Har'tskamp, daar de geftorvene Vrouwen tot de Mannen ftaan, als 5 tot 10, of ï tot 2;.om van B&nnecum, Ma- nen, Doesburch , en Ginckel niet te fpreeken, waar ook 't .getal'der Mannen wat grooter is, terwijl het, te Otter lo, Veldhuizen, en de Peen gelijk is aan dat der Vrouwen; daar weer, in tegendeel, .te Overww'h het averwigt der Vrou- wen, op het getal'der Mannen, zoo groot is, als van 3 tot i.
Wij beruften dan, ook hier, in de algemeéne e-
venredigheid, die opgemaakt Js, uit de bijeente.1- ling van alle bijzondere kleinere waarneemingen, tot een geheel. En deeze zien we, dat ook overeen- komt, met de andere waarneemingen, van elders.
Ja, wanneer men, zelfs onder de genoemde
drie Steden, alleen letop Nymegeti, alwaar het algemeen aantal der Geflorvenen allergrootft is, en wel bijna zoo groot, als het dubbel van 't getal van Arnhem; dan ziet men, dat, ook al- daar, even als in de LandplaatCen, de evenredig- heid, vrij naaukeuriglijk, uitkomt der geftorvene Vrouwen tot die der Mannen, als van 16 tot 15.
En zoo mogen wij dan deeze getallen aan-
neemen, als genoegzaam algemeen en juift de Evenredigheid uitdrukkende, die in alle dePlaat- fen, van welke wij aanteekeningen hebben beko- men , plaats gehad heeft in de Sterfte, van on- ze |
|
||
|
|
||||
-ocr page 188-
|
|
||||
|
|
de Prowlib en
.Manlijke Sejfe,\ .
f. Het befluit yolgc dan ook van zelve, 't'geqe wij,
m 'E. jOgfc^ntt; degzer ^fdeelinge, hebben willen f e kennen geevén, dat onze Volkziekte,,door- gaans en. algemeen,,, wat yerderflijker of dood- Jijker zij geweeft.voor de Vrouwlijke, dan voor de Manlijke Sexe;TdaÉ is, dat de eerfte van het geweld der Ziekte rneer geleden hebbe, of daar aan minder -hebbe ^fcu-nnen weerftaan;> .dan-de laaitte (w).
Y 3' En
.(w) In de voprige Epidemie van 1779, is óók de
meerdere fterfte der Vrouwen, in ,de Stad Elhurgt nog veel'meer ^lijkbaar geweeft, dan thans in'eenU'
. ge plaatfe, daar men een genoegzaam groot aantal
geftorvenen der beide Sexen heeft kunnen vergelij- ken. In >gemelde Stad zijn immers geteld, in 't jaar i779, van Aug. tot Novb, famen l6%JGlMorvéae>t. en onder deezen, bijzonderlijk - - 37 Mannen.
64 Vrou-we». ;.
66 Kjnderen»
Dus, ten naaften bij, dubbel zoo veele Vrouwen,
als Mannen. En dewijl men, van deeze 167 yoo- den, rekende 133 aan den Persloop geftorven te
, "zijn, zoo blijkt het klaar genoeg, dat die groote
meerderheid van Sterfte, onder de Vrouwen, óók, meeftal, aso de partijdigheid van den l'ersloop, te-
fens die^xe,.zij te wijten. De Kinderziekte en
vvaade Koörtfen bleeyén aldaar, in'die noodlottige " vier maanden, ook nog omgaan, en kan deeze waren de overige 34 dooden van dat tijdperk toe te Ichrij- ven.- Dan, hoe" wreed de'Loop, if|'dien ,tijd, die ^kleine Stad ge'teifterd hebbe, blijkt "nader,'uit, het , getal van GeRorvtwen, dat 2 jaaren voor,/en 2: jaa- ren na dat Loop-jaar,, voor elk jaar, aldaar is'aan- geteekend, en 't xyêlk uitkomt op hec volgende: |
|
||
|
|
||||
-ocr page 189-
|
|
|||
|
|
174 -4LGEM POORBEHOEDING
En deeze meerdere verderflijkheid van den
Persloop voor de Vrouwen, wordt nog, zoo als ik in 't begin deezer afdeeltnge aanduidde, aanmerkltjker, uit dien hoofde, dat, niet tegen- ilaande 't grooter getal der overledene Vrou- wen, nogthans het aantal der, door de Ziekte aangetatle. Mannen doorgaans wat grooter is ge-
weeft p
1777. Geft. ia Man. 16 Fr. 13 K«W., famen 41»
177». 14 ------ 24 14 -, -*- 52.
1780. ------ 30 ------ 25 23-----, ----- 78,
178!. ------ as ----- 23 13 -----, ------59-
Welk een verlcnil der fomnien, van deeze geheele
jaaren, tot die van 167 Geftorvenen, alleen m vier maanden, van 1779! Ondertufchen blijkt het, dat, ook in die andere vier jaaren, de fterfte der Vrou- wen , in deeze Stad, meer en min, grooter is ge- , weeft dan die der Mannen; tegen de algemeene orde der Sterflijkheid op bijna alle plaattcrr, daar / doorgaans een weinig meer Mannen, en geboren [ worden en ilerven, dan Vrouwen, Zie SUSZMILCH,
in zijne GoUL Qrde in de Gebuurte , het Sterven, enz. U.
D. 2. (luk. Aan Dr. VAN MANEN ben ik deeze op- gaven van Elhurg verfchuldigd; ook te vinden in de Nat. tn Geneesk. Corresp. IIL It, bl. 561, 563, enz. In het zelfde jaar 1779, leverde ons HarJertuijk een voorbeeld qp, en van goedaartigheid van heer- fchenden Perslopp, en van de onregelmaatighdd, die, in de gewoone oide van ziek ^fcden en (Ier- ven, onder de Sexen, in zulke ligWEpidemien, en kleinere getallen, kan plaats nebben. Dit wijft de volgende Tafêï a^n:
In HarderiBiiit, I7?9 Sept. tot Nov.
Ziekt* Geftury. Zieke, Ge f. Zieke, Ge f.
t». 19. a. FTÓB-U;. aa, i. Kind. 7. i.
Zonder, mijne aanwijzing» ziet men het ongewoo- ne van ziekworden en ilerven, uit het befchouwen van deeze lafel; die zeer naaukeurig is. |
||
|
|
|||
-ocr page 190-
|
|
||||
|
|
175
weeft, dan dat der Vrouwen, 't Welk in het hoofd
der voorgaande afdeelinge, mooglijk wat flaau- lijk is voorgefteld, doch nu, door opmonftering der overige plaatien des Ampts van Lde., fterker wordt beveiligt, daar wij, op deeze Tafel, aan- geteekend vinden 149 Zieke Mannen, tegen 128 trouwen, hetwelk, nagenoeg, eene verkleinde evenredigheid uitlevert van 15 tot 13. Waar- uit dan nog, met eenen, blijkt, dat deeze boven (bladz. 166 ), uit een min volledig aantal van Zieken, berekende evenredigheid, van 15 tot -4, nog ruimer, en zekerer, gemaakt konde worden, door het daar bij berekenen, van deeze laatje Maaifen, van welke de opgave ons toen nog 'niet onder handen was gekomen.
Ook wordt, ten anderen, dezelfde partijdige
verderflijkheid onzer Ziekte voor de Vrouwen, al verder .blijkbaar hieruit, dat, anders, in de ge- woone en algemeene jaarlijkfche oprekening der Dooden, van alle Steden en Plaatfen, van wel- ke de aanteekeningen bekend en verzameld zijn, het aantal van die der Manlijke, altoos en een- paariglijk, eenigzins grooter pleegt te zijn, dan van die der Vrouwlijke Sexe (#). Zoo d "t,
daar-
' ' ' v*
(x) Deeze waarnéetninge hebben wij reeds aangehaald,
in de voorige Note; zij verdient echter, dat wij haar nog een weinig, ter deezer plaatfe, ophelderen. In het aangehaald uitmuntend Werk van den heere SUSZMILCH CAmfterd. 1772. bij P. Meyer, in U. Deelen), vindt men, in het II. D. 2. ftuk, bladz. 746, enverv., op de V1I% Vlll, IX, Xtl en XIII Tafels, zeer groote verzamelingen van Waarnee- mingen, van veele groote en kleine Meden, en Land- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 191-
|
|
||||
|
|
daarom, iri de meeraerè ;ftèrftèr'dèé Vrouwen,
ten tijde des PersloopSj dé gewoone porder dei? Nature als omgekeerd of verzet fchijnt te zijn; hét welke dan1 de bijzondere vatbaarheid dier Sexe voor 't geweld deezer Ziekte, eri der kiragt van deeze Ziekte op haar, nóg al nüder én meerder beveftigt.
Eindlijk, daar de laatere Waarneemeren niet een-
paarig zijn, in het bepaalen der grootere vatbaar- heid, of van Mannen of van Vrouwen, voor den l'ersloop: geeven wij hier in bedenking, of men
de
..
plaatfen, uit verfcheide geweften van Europa, van
geheele reekfen van jaaren, foms tot over de hon- derd loopende, in welke het jaarlijklch getal der Geltorvenen, van beiderleije Sexe, van jaar tot jaar, is tegen den anderen gefield, met die, genoegfaam vblilrekt algemeene, uitkomil, dat de üooden van de Vrouwlijke Sexe, liaan, tot die der Manlijke, als 10 tot io$, i of, n,, of wat meer. De heer stJSZMiLCH voegt hier bij " Ik had hier nog meer Steden en Provinciën kunnen bijvoegen, indien ik het noodig had geoordeeld. Natuujlijker wijze moeten 'er meer van het Manlijk geflagt fterven, om dat 'er meer gebooren worden. Gelchiedt dit - niet, dan moet men de oorzaaken zoeken, in den Oorlog-, Koophandel, Fabrieken, Scheepvaart, Weelde,enz. waarom ook de aanmerking van hét onderfcheid der ftervenden, volgens de geflag- ten, op eene nuttige wijze kan voortgezet worj M* den." waartoe de Schrijver pok wijlt op 't gene hij hier toe gezegd had, in zijne §. 422.' 11. D. I. ft. Wij voegen hier dan bij, dat onze Ziekte, opdee- ze gewoone evenredigheid der Stervenden van bei- de GeÜagteu, eene nieuwe aanmerklijke uitzonde- ring levert j zoo als enze Nafpeuringen hebben aangeweezen. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 192-
|
|
|||||||
|
|
OEN
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
Öé uitfpraak van HIPPOCRATES , den oudften
Wnarneemer , ook op onze bevinding konne toe- paffen, daar hij, fpreekende van jaartijden eri luchtgedeldheeden, dié deeze en gene ziekten kweeken, zegt, dat Dyfenterien, inden Zomer- tijd, na régenagtige zoele Voorjaaren enz. val- lende, "meed de Vrouwen aandoen, en die Mati- 3, nen, welke van vogtigen aart zijn" (y). Wij hebben toch gezien, dat bij ons, meer Vrouwen geftorven zijn, maar teifens, dat 'er eenigzins meer Mannen zijn ziek geweefh Dan 't is mij niet vreemd, dat AWJVTSJK* bij de Ouden niet vol- komen het zelfde beteekend hebbe, als bij onsi
Hef onder fcheid -van Ouder 'dom , of Jaar en >
"heeft eenen nog meer aanmerklijken invloed gel> ad ^ op deeze Ziekte en baar e doodlijkheid.
Wij hebben, in den loop onzer voorgemelde
Waarneemingen, meermaalen gelegenheid gehad, van optemerken, dat de Kinderen een zeer aan-
Z iieri-
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
(j>) Apbar. xi. ^^.,111. vergeleeken met het boek Je
Aére, Aqu, & Loc. POES. Seél. UI, p. 2*07. 1. ld.
of Cap. VI. pus. 16, üd. HALLER.. Welke ; laatflë handelbare uitgave der op?ra Hippocratica ik ook bo- ven, in 'c aannaaien, gebruikt heb. Hoe, iiuulchen, dehr. ACKERMANN (Dyfenter. axti^u. p. ï37.), uit üeeze plaats, den Oudvader doe ze^-g n '* dyfen- j, teriam mulieribus taniiliarëm magis eiT-, fed & NB. ttttiorem, quam viris" zie ik, met overwee- ging van 's Mans oorfpronglijke woerden, geheel iliet door. CELSUS, Lib. II. C. i. pag. 15. CAL VIEL.) neemt het ook eenvoudiglijk dus over " cormina fraecipue in mulieribus"i |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 193-
|
|
||||||
|
|
178 ALGEM. P'OORBEHOEDINff
zienlijk getal uitmaakten, onder de Zieken aan
den Persloop (ziebladz. 86. 106. 112. 121. 126. enz.) s bedraagende, veelal , omtremt de helft van alle de Volwaiïene zieken; dat is, dat, in den Leeftijd beneden 15 of 12 jaaren (tot welk tijd- perk de benaaming van Kinderen pleegt bepaald te worden) zoo veele Zieken aan de Dyfenterie worden waargenomen , als onder het Manlijk of Vrouwlijk geflagt , elk afzonderlijk genomen-, van den eerit rijpen tot den hoogft grijzen Ou- derdom gerekend.
Met eenen heeft, het, reeds hier en daar, m 't
oog geloopen, dat, onder onze Zieken, van een gelijk groote menigte, een grooter aantal door- gaans flierf van Kinderen , dan van Volwas fenen.
Indien dan, onder de geheele menigte van
Zieken , de Kinderen ongeveer een derde deel uit- maaken, en hier van meer fterven, naar evenre- digheid, dan van de twee overige derde deelen: zoo moet volgen, dat wel haaft de kleine helft der Geftorvenen door het Vak der Kinderen zal kunnen worden opgeleverd.
Onder 'de Vohvaiïenen, is het ons ook reeds
voorgekomen, dat de Hoogbejaarden of , Ouden 9 wier getal doorgaans kleinft is, ook de weinig- fte Zieken opleveren; maar dat zij, ziek gewor- den zijnde, het veel minder uithouden, dan eeni- ge andere Leeftijd; zoo dat er, naar evenredig- heid, onder de Zieke Ouden ook nog meer Geftor- vallen, dan onder de Kinderen (z). Dan, |
|
||||
|
|
||||||
|
|
) Een zeer zonderling en fterk voorbeeld hier van
geeven ons de waarneemingen wtZtttpbe» (bl. 121.) ; waar, onder 47 Gefturv. a/ Ouden van 65-90 jr. zijn aangeteekend, das meer dan de helft; terwijl de Kin- |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 194-
|
|
||||||
|
|
DEN PERS.iQ.OP.
|
|
||||
|
|
179
|
|||||
|
|
||||||
|
|
||||||
|
' Dan, het heeft mij der .moeite waard gefchee-
nen, om, van het verfcb.il der Ziekte en Sterfte naar den verlchillenden Qude.r.dum, thans,een net-
>,, te,re begrooting aan te wijzen, door ook in Tafels
te-brengen, en üus-met eenen opflag te doen o-
,, : verzien , 't gene, waar tqe.de.naaukeurige opga-
ven, vooral vaji, den Kre. AMMON, omtrent het géheele Ampt van Ede, en van: den Eerw. hre. "'J BR.UINS, omtrent het Kerfpel van Garderen, ons, ook in dit opzigt, hebben in ftaat gefteld. la ,i wjelke- beide Opgaven, men zulk een groot en volledig aantal Ontmoet, van 't gene» in die plaat- fenis voorgevallen, dat men daar uit wel eenige meer zekere en bepaalde befluiten zatkunnen trek-
A ken. 'D.us geeyen wij nu eerft, van 'j gebeeh
Ampt Ede, die Tafel, welke op bladz. 171 reeds, tot een min uitgebreid oogmerk, is geplaat.fi:, doch die nu, ook, tot het onderfcheidder.Jaaren
\. zal worden ujtgeftrekt; nog daar bij voegende
j, dezelfde Kaveling van het Dorp Ede, dat te voo-
ren afzonderlijk was gemonfterd; en ook:de Tijd
s en Dtiuring der Epidemie, in elke plaats; welk
alles de opfchriften der Kolommen.nader zullen aanwijzen. Daar op laatenwe volgen eene Tafel
i van 't Kerfpel Garderen, een weinig anders gefchilu,
en te vooren reeds itukswijze bijgebragt, ddch ook,
nieifens de overige Wa-arneemingen, genoeg, in
ftaat, om onze beoogde gevolgen uit op te maaken.
Z a TA-
»«> \ . -
liers, en de Middenftand ellcimulijks ^ uitmaaken.
' Dan dewijl de hr. KLOSE hier alleen die geftorvenen «tek die hij zelf gezien had, en du s.niet alle van dien
tijd: zoo kan dit niet ten gevolge dienen. Vergel.
het aangemerkte op bl, 169.
|
|
|||||
|
|
||||||
-ocr page 195-
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
FOORBEHOEDZNÖ
TAFEL, van de Dorpen en Buurt-
bevattende alle deszelfs bekende Zinken,
in 1783, naar f V** & der Epidemie, |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
jfïo
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
-ocr page 196-
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
»*fl
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
i"> O *V
.;. » a <.ts
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
öo-g |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
ar
0
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
6»
W
£
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
5
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
-ocr page 197-
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
_. 'Rëf Ker-
- Tsèvatteride' deszelfs gèfcatneni- 'aan den Persloop, naar hun- |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
2Ö-507f.
ZiekϣeJt.
17. -y
jia<i ?*
3* «"
4. iv
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
ïö"i~aö 'Jr\
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
f- ïo
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
PLAATSEN
rdes Kerfp.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Ziek,'
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
' X$H1 -:.^»
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
i i' o.
a? o.
cv o»
4. o.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
23. 9.
" ''Z. 1.
3. l- |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Gardertootii,
Sfrüe, -'~~ |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Samen, F 49» 23- 34» 8.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
UTEF-EL van de: Zfö en
~in demPersloop des.tlerftb van 1779,
Graafichaps Zutphen, waargenomen, j."iï. .BER^ÏS (s). |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
.. Onder 15 Jr.
* Zieh Gefl.
82. 41.
-° Ï2.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
PLAATSEN
des Graaflch,
Dre»»p>, |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Hoogkeppfl,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
*" T
'i - C rt 1-
98. 49-
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Stmeo,
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
(a) Mij virpligtend medegedeeld, kort naden tijd
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
-ocr page 198-
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
'florvenm, naar den Ouder dom >
in de onderftaande Dorpen des door den hre. Quartiers Dodlor |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
48 j^r. e» OWer.
Zie*. Ge/?.
31. 16.
6. 3.
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
80M.' EVENREDTRK.
Zie*, Ge/?. «/er Z/e*.e»Ge/;
235. 76. als 3 tot .1. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
34.
12. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
12.
9'
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
3 i*
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
0
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
28li 97. TOTAAL»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
41.
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
2O.
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
dier Epidemie. Welke Tafel, door ons in deezc orde
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
-ocr page 199-
|
|
||||||||
|
|
i«4 <*£ GE M,
Op het gene, in dëeze laatfte groote Tafel
des dtnpts van Ê^fe, ter opheldering of beveili- ging, ook van voorgaande Opmerkingen, elk' oplettenden van zelven in 't oog loopt, zuilen- we thans niet weder ftil ftaan:maar-allêèrrlijfc ons wenden tot het gene wij, in deeze als ^ok in de twee'daarop volgende Tafels, vin-den van de Ziekte en Sterfte betteklijk tot den verfchïl- lenden Ouderdom; volgens het bepaalde oogmerk deezer Afdeelinge. . .:
En hier komt in aanmerkinge; woreerft, de
evenredigheid van de getallen der Zieken, van de geftelde Vakken van Ouderdom, tot elkander, en tot het. geheel van alle de Vakken; daarnat insgelijks dezelfde evenredigheid der Geftorvenen, van elk Vak tot de anderen; en laatftlijkt de evenredigheid, die 'er is, in elk Vak op zich zelven, tufchcn zijne eigene Zieken en Geftorvenen.
i °. In de groote Tafel van 't geheele Ampt yan E-
de, zienwe een aantal, of totaal van 701 Zieken- hiervan zijn'er in het Ecrfte Vak, 248 dat is van alle de Zieken, zeer ruim, \ gedeelte.
En
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
, - -
|
|
||||||
|
|
|
|
|
|||||
|
gebragt, ik hier te tfieer tnededeele, om dat de lii*.
UERNS zelf die, in zijn Berigt in de Geneesk. Cur, rw/>., of, zoo vér ik weete, elders, niet heeft ge- theen gemaakt} daar ondertufchen de zeldzaamheid en moeilijkheid der verkrijging, van zulke bijzonde- re aantéekeningen, haare waarde zeer verhongert, *en daar ook "deeze waarneeiningen, fchoón in eene andere Epidemie gedaan, zoo nabij mer. de onze overeenkomen, dat zij elkander onderling kunnen kragt bij zetten, en bêveftigen. i3oven ( &. \ \ vj:) heb ik reeds de Comme deezer Xieken en (.eilorve» hen, naar opgave van den hr» BÊR.NS, gemeld. |
||||||||
|
|
||||||||
-ocr page 200-
|
|
||||
|
|
PAN DEN PERSLOOP. 1«5
En wanneer men, op de Tafel des Kerfpels
van Garderen, die in kleinere jaarvakken ver- deeld is, de grootere helft der getallen van haar tweede vak, dat van 10 tot 20 jaaren gaat, voegt bij die van haar eèrfte, zal men, na- genoeg (£), het getal hebben voor een Eèrfte Tijdvak, ook van 15 jaaren, gelijk aan dat van Ede; in welk men dan tellen zal 67 Zieken; dat dan ook, vrij rutat, uitkomt, op f gedeelte, van het Totaal, dat hier bedroeg 187 Zieken. De Tafel van Drempten St eender en, fchoon van eene andere Epidemie, levert dezelfde evenre- digheid op; want, van een Totaal van 'j&iZieken,
vinden we aldaar, in dit eèrfte Vak 98-------4
dat is, wederom, vrij ruim, - - f gedeelte.
Het Tweede Tijdvak, der VolwafTenen van 15
tot 50 jaaren, levert, onder Edet op406 Zieken^
M ' , S. i.
. ; v , '
(&) "Nagenoeg" zeg ik, omdat 'er, zoo .gis uit de
Tafel blijkt, eene gropte onevenredigheid in deeze beide eèrfte vakken, op verfchillende plaatfen £b. v. Gar'deren zelf en Effè»'), gevonden wordt; zijn- «le nogthaus het Totaal, zoo van Zieken als Ge- ftorvenen, van de eerüe 10 jaaren, _merklijk groo- ter, dan van de tweede 10 jn.; gelijk ,dus, overal, het getal bijna evenredig afneemt, naar mate.de jaa- ren opklimmen, de Ouderdom uitgezonderd; uit. welken hoofde men eigenlijk ook, voor de jongfté helft van dit tijdvak (en zoo in de volgende ver- deelingen , van andere tijdvakken) wat meer dan de helft der Zieken en Dooden moeft rekenen, en, voor de oudite helft, wat minder. Wij hebben échter, zoo als men ons uit de Tafel na kan re-* kenen/geen groot vertchil gemaakt in deéze helften. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 201-
|
|
||||
|
|
ALGEM. FOORBEHOEDlNff
d, i. van het Totaal desAmpts, wat ruim, $ gedeel-
ten, of -ri deel meer dan de helft.
In 'tKer/pel G ar der en., alwaar we, om weder
eeneven groot tijdvak, als van. Ede, te bereke- nen, de kleine helft van Garderens tweede vak moeten voegen bij het derde, te gelijk met de kleine helft van het vierde, vindenwe, op dee> ze wijze, een aantal van - - 103 Zieken, dat is , wederom omtrent - - $ gedeelten, van het Totaal deezes Kerfpels.
Onder Drempt enz. is dit tijdperk gefteld,
flegts tot ruim veertig jaaren, waar bij men dan tellen mag een derde der overige Zieken, van het laatfte tijdperk, dat hier te ruim genomen is; en dus verkrijgt men een aantal van 156 Zieken, zijnde al weder, vrij naaukeurig, $ gedeelten, van het Totaal deezer Dorpen.
Het Derde Tijdvak, of dat van den Ouderdom,
boven de60jaaren, bevat, onder Ede, 47 Zieken,
welke, vrij naaukeuriglijk, bedraageaTi gedeelte,
. van het Totaal deezes Ampts.
In 't Kerjpel Garderen bedraagt dit vak, door
bijeenrekening der kleine helft van deszelfs vierde vak bij het vijfde, - - -17 Zieken, welk getal hier bedraagt juift - ^gedeelte van liet Totaal.
Onder Drempt enz. is nu, door aftrek dei
voorigen, het aantal der overigen, voor dit zelfde tijdvak, gebleven op ,- - 27 Zieken, het welk hier beloopt ruim - ^ gedeette, van het Totaal deezer plaatfen.
Uit welke befchouwing, men met verwonde-
ring |
|
||
|
|
||||
-ocr page 202-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP. 187
ring zien moet de gelijkheid, die'er plaats ge-
had heeft, in de evenredigheid. der betreklijke getallen van Zieken, op verichillende Plaatfen en Jaaren, in dezelfde bijzondere Tijdvakken van leeftijd, vooral in de twee eerften.
Zoo dat wij thans, uit eene zoo groote me-
nigte van waargenoraene Zieken, welke, uit de bijeengetelde lotalen der drie Tafelen, niet min- der bedraagen dan 1169 Perfoonen, in itaat zijn de volgende befluiten te trekken.
Eer/?; dat, in bet Tijdvak van een tot vijf'
tien jaar en, van alle de Zieken, vrij meer daa een derde deel gevonden worde.
Daarna; dat in het ruime Tijdvak der Fol-
wajjenen, van vijftien tot zeftig jaaren, f dee- len, of merklijk meer dan de: bel ft der .Zieken begreepen zij.
Laaf ft lijk; dat in het Tijdvak des Ouder doms^
bepaald van zeftig jaaren en daar boven, 't welk zekerlijk de weinigfte Zielen bevat, ook verre weg de minfle der Zieken vallen, bedraagendc, uit de verfcheidene Plaatfen dooreen gerekend, ongeveer & deel van allen.
Zoo dat, wanneermen het geheele getal van
alle deeze Zieken verdeele in veertien fmal- deelen, dan zullen 'er, na genoeg, uitkomen, voor ons eerfte Tijdvak - - 5 deden? voor het tweede.- - - 8 -------j
A a a In-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 203-
|
|
|||||
|
|
,88 J^GEM, rOORBEHOEDZNG
|
||||
|
|
|||||
|
|
Indien men nu hier bij in aanmerkinge neemé,
dat ons tweede Tijdvak eene reeks van Jaaren bevat, driemaal zoo groot als het eerüe, ter- wijl het doch in lang na met tweemaal zoo veele Zieken oplevert: zoo 'blijkt het klaar, dit de betreklijke meerderheid der Zieken, in 't eerile tijdperk, zeer aanmerklijk is; of liever, dat, naar evenredigheid van de tijdlengte, in dit vak de allermeette Zieken gevonden wor- den. Dan , indien men wederom aanmerke, dat ook dit eerfte vak van leeftijd wel ruim tweemaalen zoo rijk is in leèvendige Zielen , als eene gelijke reeks jaaren van het volgende vak (e); zoo mag men, uit het voorgaande, nog niet befluiten , dat inderdaat de vatbaar- heid voor de Ziekte in het eerfte tijdperk zoo veel grooter zij, als het in den eerllen opflag fcheen; omdat het grooter aantal Zieken ook uit- geleverd wordt door een grooter aantal Zielen.
Maar het is doch, uit onze nafpooringen,
zeker, dat de Kinderen en Jongen wel zoo vatbaar zijn voor de Ziekte, als de Volwafle- nen; 't welk dé kleinere verdeelingen der Ta- fel van Garderen nog onderfcheidener aanwij- zen, en 't welk ook overeenftemt met het door. anderen waargenomene : dan in welk iluk zeke- re waarneemingen der Ouden van de heden- daag-fche fchijnen te verfchillen.
Immers HIPPOCRATES, de Ziekten optellen-»
de,
{c) Uitvoeriglijk verhandeld in het reeds aangehaal-
de werk van SUSZMILCH , vooral II. D. aa Hoofdft. §.461. en de Tafel aldaar. |
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 204-
|
|
||||||
|
|
tEKSLOOP.
de» d'e, na het voorbij zijn der jongelingschap,,
in rijperen leeftijd vallen, noemt in eenen adem, in$ï *i/*ojpai<ï«, . Ajw'êfMH, £oAej«», ook «Jwsïleg»** op c <O. jkvn ARE.TA.EUi ipreekt hier van n. -g d'iidlijker, dair hij, eerft gezegd hebbende, A*«ppe»*i |t*sv ir#kJn>tffi x«< juejpojiiottt , 'er voort bij- voegt , Aw«mpj»i J's »x,f^a.^iiff^ KM veoi« ('e). Waat uit blijkt, dat deeze uudvaders, alhier, de Dyr fenterie aan een meer gevorderden leeftijd ge- noegfaam hebben bepaald. Doch, dan komt dezelfde vraag weder, als boven; of zij, naam- lijk, alhier de Ziekte ook in een bepaalderen zin hebben genomen, voor eene meer fleepen- de kwale, alleen uit verzvveeringen in 't ge- darmte ontftaande ? ARETAEUS immers zegt duidlijk, dat de Dyfenterie uit eene foort van zweeren beftaa, ( A«ire»10^ij Jt T«»^« rcav êAxewr «i fJï*i ) (f) en handelt 'er in dien fmaak o- ver, in 'tgeheele hoofdiluk, dat ook door hem onder de afdeeling der flcepende Ziekten is ge- plaatft. AETIUS, overeenkomftig hier mede, zege rond uit, dat " de Dyfenterie is eene verzwee- w ring der Darmen, die voortkruipende weg- vreet " (^), van welke hij voorts breeder handelt. En dus, daar doch niet alle Dyfen- A a 3 teri- |
|
||||
|
|
||||||
|
|
. XXX. Seft, III,
( i ) Cbron. cauf, & fign. Lib. II. Cap, 9; 't welk ge- heel van de Dyfenterie , voornaamlijk , handelt,
() L. c. fag% 59. E.
\g ) TetrabiU. HL Serm. T. Cap. 43. pag. 531?. JE*/.
Coraariy 1549. Welke Schrijver, in dat boofüftuk, veele bijzonderheeden, deeze ziekte betreffende, ver- handelt, waardig, om bij hem na te zien, |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 205-
|
|
||||
|
|
J90 ALGE M.
terien, noch ook fomrnige altoos, met verzwée-
ringen verzeld gaan, ichijnt mij de toeëigériing aan de Volwaflenen te zien-'óp een bijzonder foort der ziekte. Te meer agt ik deeze onder- fcheiding voegfaam, omdat HIPPOCRATES zelf, zoo alswe flus zien zullen* op andere plaatten, fpreekt van Dytenterie, als wei degelijk val- lende in Kinderen, en zelfs zwaarder dan in anderen leeftijd. Doch dit in 't voorbijgaan. Vervorderen wij nu weder onzen beraamden weg.
üo. Om nu ook de getallen der Dooden of
Geiïorvenen, in de verfcheidene Tijdvakken, op de onderfcheidene Plaatfen, juüter met elkander te kunnen vergelijken, zullen we weder, zoo als ffefchied is in de vergelijking der Zieken, de Tijdvakken van Garderen en Drempt, door de- zelfde berekening, op de maate brengen van die van Ede, en dus ook, op den gemelden voet, de aangeteekende getallen der Geftorve- nen 'veifchikken, zonder dit telkens op nieuw te herinneren. Waar uit het volgende voortkomt.
Eerfte Tijdvak, van een tot vijftien jaaren.
Het Totaal der Geftorvenen, onder 't Aapt van
E Je, van allen ouderdom, is een getal van 251. Hier van vinden we, in dit Vak, 92 Ge/lorv. of van het Totaal, weinig minder dan f deel.
Het Totaal vw\Kérfp. Gardsren beloopt 69 Geft.
Hier van vindenwe voor dit Tijdvak -28'; zijnde, vrij naaukeurig, van het Totaal, f deel. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 206-
|
|
||||||
|
|
Het Totaal van Drempt enz., bedraagt 97 Gefl.
Daarvan levert dit vak op 49 -- » zijnde, van het Totaal, vrij juift - - - ideet.
Tweede Tijdvak, van 15 tot 60 jaaren.
Onder 't Ampt van, Ede, waaren hier 130 Gefl.
zijnde, van het Totaal des Ampts, ruim {deel.
Onder Gar deren, komt hier 't getai op 30 Gefl.
dat is, van het Totaal des Kerfpejs, fchaars \ deel.
Onder Drempt enz. berekenen wij hier 36 Ge ft.
zijnde, van het Totaal aldaar, fchaars \ded.
Der ds Tijdvak, van 60 jaaren en ouder.
Van 't Ampt van Ede, vindenwe hier 29 Gefl.
zijnde, van zijn Totaal, na genoeg, - 0eel.
't Kerfpel Garderen levert voor dit Vak 1 1 Ge/}.
zijnde, van deszelfs Totaal, ruim - - $deel.
Drempt enz. berekenen wij hier op 12 Ge/l.
zijnde, van het Totaal derzelve, - - |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Welke befchouwing ons weder, omtrent het
regelmaatig getal en de Evenredigheid der Ge- ftorvene in de onderfcheidene Tijdvakken, dee- ze Gevolgen oplevert.
Eerfl. Dat, uit een aantal van 417 Geflor~
venen, welk de bijeengetelde Totalen der drie Tafelen uitleveren, het eerfte en kleinfte Tijd' vak een gezamentlijk getal bevat van 169, 't welk bedraagt iets meer , van 't algemeen getal der Geflorvenen, dan | deJen;
het tweede en; groott^e Tijdvak, bevat - 19^»
't welk uitkomt op wat minder dan - deel;
hec
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 207-
|
|
||||
|
|
*9*
|
|||
|
|
||||
|
|
tiet dfettfe en laatfte Tijiïnak behelft » * 53,
zijnde van 't groote getal iets meer, dan i deel.
Daarna; dat, op de bijeen gebragte Plaatfen9
uit welke wij onze Tafelen hebben opgemaakt , in het getal der 'Doodtn voor elk tijdperk, geen mindere gelijkredigheid befpeurd worde, ^anm /dat der Zieken: gelijk het uitvoeriger verflag, zoo even gegeeven, uitwijft; in welk de even- redigheeden, van de bijeen gebragte Plaatfen in ieder Vak, genoegfaam aan elkander gelijk, en dus overeenkomftig zijn met de evenredighee- 4en der gezamenclijke getallen voor ieder Vak, welke wij, nu laatft, hebben opgegeeven.
Voorts; dat de betreklijke evenredigheid der j
Geftorvenen, van het eene tijdvak tot het ander,; niet geheel overeenkomt met dezelfde evenredig- \ heid der Zieken; maar dat 'er, naar gelang van 't; getal der zieken, meer flerven in 't eerde en[ laatfte Tijdvak, dan in het tweede, 't welk het| -grootfte is. Doch deeze betrekking tufchen ken en Dooden moeten we nu nog bijzonder lijk S opgeeven.
3°. De betreklijke evenredigheid der Geftor-
'venen tot de Zieken, in elk bijzonder Tijdvak,; levert toch het gewigdgil voorwerp uit va deeze nafpooringe; daarwe hier uit leeren,'voor| welken Leeftijd onze ziekte meell verderrlijk gevaarlijk zij geweell.
£n deeze betrekking is wel ha aft, uit het reed
voorgeltelde, op te maaken : Namelijk» |
|||
|
|
||||
-ocr page 208-
|
|
||||
|
|
ÏAN DEN PERSLOÖP. 193
*
^ In 't eerftt Tijdvak, waren de Zieken tot dé
Ge/iorvenen;
onder Ede, als 248 tot 92, of 2i tot i fchaarsj
onder Garderen, ais 67 tot s8, z{ tot i ruim ; onderDrempt, als 98 tot 49, -a toti juift.
Dus famen, ais 41.3 101169, d.i. als ai tot i.
In het tiveede Tijdvak; j
onder Ede, als 406 tot 130, of, ruim 3 tot i;
onderGarderén, als 104 tot 31, of, ruim 3 tot ij onder Drempt, als 163 tot 40, of, als 4 tot i.
Samen , als 673 tot 201, bijna, als 3! tot i.
In het derde Tijdvak;
ónder Ede, als 47 tot 29, of als ii tot ij
onder Gordere», als 16 tot xr, - i£ tot i; onder Drempt, als 20 tot 8, 2Ï toti.
-----r _LJ__________ - ______i ii É i .---.- ^ -- _.i__j___ pil i'n n
Samen, als 83 tot 48, d.i.als i| tot i.
Welk tafereel ons weder deeze gevolgen op-
levert.
Eerft. Dat de Ziekte allirverderftijkft is voor
den Ouderdom, of het laatfte Tijdvak; in welk zij meer dan de helft der Lijderen doet fneeveo.
Daarna. Dat zij hiernaafl de Jonkheid, van
het eertte Tijdvak,.beftigft aandoet; brengende wat minder dan de heifc deezer Zieken ten grave.
E at het middenvak gunftigfl 'er af-
B b komt j |
|
||
|
|
||||
-ocr page 209-
|
|
||||
|
|
,94 ALGEM, POORBEHOEDING
komt, geevende, van een even groot geul Zie-
ken , ongeveer de helft minder Doeden «p, dan het eerlte en laatfte vak, daar'er in dit ruimfte vak, van vier Zieken, wat meer dan een Doode is aangeteekend.
Tot meer bijzonderheeden, om niet te wijd-
loopig te worden, zullen wij onze gevolgtrek- kingen niet uitbreiden. De befchouwing der Tafelen zelve geeft den opmerkzaamen hier rui- mer ftoffe toe; vooral ook om te zien, dat b. v. in het eerfte Tijdvak zelf, en ook in het tweede, de Sterfte weder bijna grooter is, naar mate de zieken jonger zijn; en dat zij, om- gekeerd, in't laatfle Tijdvak grooter is, naar mate de zieken ouder zijn, enz. 't Welk de Tafels van 't Kerfpel Garderen, en van Drempt, en vooral de bijzonderer opgaven der eerfte, te vooren bijgebragt (Bladz. 114, 115, 117.)» naaukeuriger aanwijzen.
En in deeze evenredigheid vinden wij we-
derom üoffe, om de eenpaarigheid der Nature te bewonderen; daar, 't gene wij, te deezer tijd, in ons Gelderland, aldus hebben waargenomen, reeds, voor meer dan twee duizend jaaren, in Griekenland., gedeeltelijk, evenzoo gezien fchijnt te zijn, door HIPPOCRATES ; dewijl hij, in'tbe- paalen van den Leeftijd, in welken onze ziekte gevaarlijkft zij, denzelven brengt voornaamlijk tot Kinderen, vjan vijf jaaren, en verder, tot tien; aldus: 'ATo&vttfjtóir» h vVa T«UT«? TIJ? voffx pscAif* «j T« TfzflatTïXj XDCi yt^ailif» if tt la <?«
KC(f?UI
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 210-
|
|
||||||
|
|
DJ5N PERSLOOP. Ï9S
*&&<* ($). Waaruit met eenen blijkt, 't gene
wij daar even aanmerkten (Bladz. i8H.), dat door de Dyfenterie, welke deeze oudfte Waar- neemer elders bepaaldelijk tot de ziekten der Volwaflenen brengt, eene bijzondere ibort fchijne verftaan te moeten worden. Hier toch voegt hij, onmidliik na het laatft aangehaalde, bij, «i ft «AXaw fatwzt ijVe-ov; en dit ilrookt, in zoo verre, weder met het geziene in onze Dyfen- terie, alwaar ook, gelijk hier HIPPOCRATES aan- teekent, "de andere Leeftijden (van welken men dan doch de Ouderdom moet uitzonderen) min- der" fterfgevallen hebben opgeleverd, naar ge- lang der Zieken, dan die der Jeugd.
Welke LichaamsgefteHetty voor de Ziekte of
haar e kwaadaartigheidi meeft, en welks
mmft vatbaar zijn geweeft.
'' .,/ '' * '
Jn de jongde nafpooringen (Bt. 166 193.)
hebben wij ons een werk en moeite getrooft, die veelen, mooglijk, al te groot en omflagtig zul- len rekenen, naar mate van de uitkomtt; door welken, tot eenigen trap van zekerheid, gebrag" wordt de verfchillende maat van vatbaarheid, voor onze ziekte en haarc verderflijkheid , die 'er is in het onderfcheid van&,veen vwnOuderdom.
Dan , daar men , in deeze werkingen der na-
ture, niet door giiïing en befpiegeling , maar
alleen, door haaren gang, flap voorftap, na te
B b a gaan,
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
Ttorrbetic. Lib. TI. pag. IC.j. FOE54 (Ed,
LEK. Cap, 13. p. aió«) ° |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 211-
|
|
||||
|
|
gaan, tot eeni'ge zekere kennis geraak en' kan;
en, daar ons hier toe de gelegenheidopenlhmd, door zulke bijzondere, groote, en volledige opgaven, als wjj bijgebrugt hebben; vooral van Landplaaiten, in welke men, met reden, achta dat de Epidemien meelt in haaren eigenen aart, en minft verbafterd, werken: zoo hebben-wij ons, met goede hulpe, vermand, orft dien lang- wijligen weg inteflaan en zoo verre afteleggen. Welke moeite dan -gedaan zijnde, moge haare waardije nu zoo veel gelden, als zij', iri 't oog van Konftkundigen, kan verdienen. Wij, voor ons, om niet bij te brengen, dat alle zekere kundigheid van de -gangen der nature haare ge- wiffe nuttigheid voortbrengc, 't zij vroeg of laat, 'raeenen, dat het, bij voorraad j iets is, in het bepaalen der gemelde onderfcheidene vatbaar- heeden, een grooteren trap van zekerheid bet reikt te hebben, dan ik weete, dat tot nog toe vcrkreegen was.
Wij hebben dan gevonden, dat, in't algemeen,
voor den aanval onzer ziekte, geene Sexe noch Leeftijd beveiligd zij geweelt; maar dat Jongen wel zoo veel als Volwaffenen, Mannen eenig- zins nieer ^dan Vrouwen aangedaan zijn gewor- den: terwijl, verder. Vrouwen van allen ouder- dom, meer dan Mannen; Ouden en Jongen, meer dan Middenjaarigen, voor 't geweld der ziekte zijn bezweeken, dat is, een betreklijk grooter deel van Verderf hebben uitgeleverd,
Dit nu geeft ons ook aanleiding, om de bij-
zondere Gefteldheedeti van lichaam welke voor |
|
||
|
|
||||
-ocr page 212-
|
|
|||||
|
|
PEN
^t geweld der ziekte meer vatbaar zijn, nader
te bepaalen. Welke^ bepaaling , daarna, veel4oe zoude kunnen biengen , .urn den , nog betwifttett, aart der ziekte nader te kennen, en haaie Ge- nees en Voorbehoed wijze op een -meer zeke- ren voet te -brengen, - ...... , , ;^j
Daar de Jongheid , en de Vrouwen minder
het geweld der ziekte hebben weeritaa»; mo- gen wij befluiten, dat 'de bijzondere natuurlij- ke gefteldheid -f i) van deezeft,. 'namelijk mee?- dere volfappigheid, aandoenlijkiierd, en 'minde- re vaftheid van vezelen , éene meerdere vatbaar- heid uitlevere voor het verderf de'r ziekte; ge- lijk het meer bezwijken van den Ouderdom de ongunitigheid eenër gefteldheid te kennen geeft, waar in verminderde leevenskragten , vermin- derde deugdelijkheid van fappen, met eentge gefleetenheid der vafte deelen zich kenfchetfen. Welk alles dewijl het in de Middenjaareh , en in het Manlijk getlagt i, een juiftere maate, en groote- re volkomenheid heeft; mag men aan die gunfti- gere Gefteldheid toefchrijven , dat bij deezen de ziekte ook gunftiger afloope. Want-, dat doch, ondertufchen , het Manlijk geflagt eenigzins: ia grooter getal doof de Ziekte aangevallen wor- de, kan men, mijns oordeels, hier van aflei- den: dat zij, volgens hunne leefvVijze en be- roepsbedrijf j meer blootftaan aan den nadeeligen invloed van de, veel vermogende, uitwendige oorzaaken der ziekte, als daar zijn verhitting der Sappen, gefchokte HuiduitwaafTeming, enz.; van B b t welke |
|
|||
|
|
|||||
|
|
(O Semimum natutole fropriam, GAMI^ ^iswsü f-
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 213-
|
|
||||||
|
|
8 .. OOR
|
|||||
|
|
||||||
|
|
welke het zagter en huislijker leeven de Vrouwen
-meer vrijftelt; daar doch de ooripronglijk ongun- ftisere gefteldhéid voor de ziekte, der Vrouwen, ten fterkften blijkt, uit het grooter, en de gunili- gere geiteldheid der Mannen, uit het kleiner ge- tal der Stervenden, van eene en andere dierfexen.
- - ;
Overwigt derhalve vanfappen, ongunftige Men-
£inz derzelve,0«W/?^ en Jandoenlijkheid van vezelen, met Onwerkzaamheid der inwendige dee- /««, fchijnen vooral eene algemeene meerdere Vatbaarheid voor onze Ziekte aantebrengen, en een vermeerderd onvermogen, om haar verdeit te weerftaan; inzonderheid, indien deeze ge- fleldheid tot ^tegennatuurlijke, of ziekhj- ke voorfchikkende oorzaak (*), vermeerderd
W°Ene'fchoOn het ons moeilijk viel, Met in zei-
ven zulke bijzondere waarneemingen, als op het voorig ftuk, te manken, door het GeM van el- ken zieken, hoofd voor hoofd te onderzoe- ken; omdat wij, wegens de afgelegenheid der Plaatfen van ons, en wegens de menigte der Lijderen aldaar, die dan op eenen tijd gezien, en bezorgd moeften worden, hier toe geenen tijd, en geene dagelijkse gelegenheid hadden: 7oo hebben wij doch het voorgeftelde, hier en daar, ook bijzonderlijk beveftigd gezien. Dan,, laatenwe eerft hier bijvoegen, wa..andere Waar- tieemers, op dit ftuk, beweerd hebben.
HIPPOCRATES, gelijk wij boven ^nhaaWen
y
(i) Semniam paeternaturtlt,
|
|||||
|
|
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
||||||
-ocr page 214-
|
|
||||||
|
|
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
("Bladz. 177.), daar hy zegt, dat inden zomer
de Dyfenterie voornaamlijk op de Vrouwen valt, voegt 'er bij, x«i dvSfuv TOIO-I» tj*go*« T*; $u««fi d. i. " ook op zulken onder de Mannen, die van vogtigen aart zijn", of zulken, die een ge» flel hebben dat meer vrouwl ijk, of van de man- lijke vaftheid afwijkende is.
DEGNER is, hrer mede, genoegzaam eenflem-
mig, berigtende, van de Nymeegfche Epide- mie, van 1736 " omnis aetatis & fexus homi- nes ..... morbus hic adortus eftj magis ,, vero laxioris., /pongiofioris & repleti, quam. ftricliioris & ficcioris habitus corpora" (/); en, met dit getuigenis van PEGNER, komt ge- heel overeen 't gene men nu ook, van deeze'
laat-
.(/) Hifi. Dyfent, Neomag. pag. 28, &C. Hij voegt 'er
nog bij " inprimis vero fexum fequiorem infeftavit, ,., fiquidem plures feminae quam mares ab eo cor- reptae funt, ita ut quibusdam mulierum morbut adpellaretur. " Het welke ik boven (Bladz. 166 en verv.) had moeten aanhaalen, om te doen zien, hoe deeze zijne aatlteekening verfchüle van onze uit- voerige waarneeminffen, welke ons, met volle ze- kerheid, geleerd hebben, dat, althans op onze Ve~ {uwe, eenigfins meer Mannen zijn aangedaan gewor- den van de ziekte. Dan, dewijl het in de Steden bijna ondoenlijk is, het juiil getal der Zieken te tel- len 5 zoo zoude het ook kunnen zijn , dat de hr. DEGNER, uit het betreklijk getal der Gsflorvenen , beüooten heeft tot dat der Zieke». _ Men heeft toch ook, thans, het getal der Zieken in Nymegen niet kunnen te weeten komen (iiladz. 166, 126.); maar, in dat der Geftorv'enen, .hadt juift de algemeene kleine meerderheid plaats, der Vrouwen tot de Mannen , als van 16 tut 15. zie Bladz. 170» |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 215-
|
|
||||
|
|
400 A Lft&Mï
laatfte Ziekte,; in, die Stad, heeft aangetee*
kend (m).
BEONER voegt'er nog bij, dat, bij zijn tijd,
niet alleen, Kinderen en Oude Liedan met het grootft gevaar der ziekte te worftelen hadden, even zoo als thans weder te Nymegen gezien is («), en overeenkomftig met onze, boven ge- melde, bevindinge op Veluwen: maar Hij ver- Maart nog eene zieklijke^ fukkelugtige, of ver- zwakte gefteldheid, voor eene zeer ongunftig- lijk voorfchikkende oorzaak (o), gelijk de heet L.OTICHIUS ook thans bij kwaadfappige geftellen doorgaans een ongunftigen uitflag der ziekte heeft waargenoomen. Dan dit betreft, niet zoo zeer de algemeerie vatbaarheid voor den aanval der ziekte, als wel de ongunftigfte gefchiktheid om haar geweld te boven te komen.
D.eRidder PRINGLE, in zijne uitmuntende waar-
neemingen, ook over deeze ziekte, bepaalt haa- ire "inwendige voorfchikkende oorzaak, als zijn- de, een meer dan gewoonlijk tot rotting neigen-
ds
{m) " Corripiebantur quoque prae caeteris habitu laxi-
' ores "; zegt de hr, K.RAIJENHOFF , onder anderen, " in het Summanum medtcum fijlens brevem cimfpeftum pyfentenae Neamagenfif 1703. pag. 4, onlangs, bij zijne bevordering tot Arts, alhier uitgegeeven. Van welk ttuksken wij hier melding maaken, omdat het ,s volgens de Voorrede, nagezien, en ook met waarneemmgen verrijkt is, door's Schrijvers Oom, den Archïater DE MAN, Wij kezen daar ook, ge- lijk bij UEGNER., "taeviit & potiflimum in texum tequiorem. "
(») Volgens berigt van den hre. Dr, LOTICHIUS.
(o) DEGNER, iWrf. p, 29. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 216-
|
|
||||
|
|
DEN FERSLOQP. soi
de flaat des bloeds, gefprooten uit beftendige
blüotitellinge aan de zon in 't heeifte weder (pj9 en ook uic gebrek aan bederfwcerend voediel"; vaoral acht hij, dat de ziekte "op eene Jcorbu- tieke, dat is (zegt hij) rotagtige, gefhldheid9 't overige gelijkftaande, allermeeil de overhand krijge ".(#.;.
De hr. VETILLART houdt voor eene bijzon-
dere voorfchikkende oorzaak "de veroalkne na- tuurlijke vaftheid der zenuwen, of vezelen; wel- ke, in de huid, eene ligt gehinderde Uitwaas- femmg, en, in de eerfte wegen, Wanverteering voortbrenge" (r}.
En, voor zoo verre aanhoudende Gemoeds-
aandoeningen, niet alleen als Opwekkende oor- zaaken, gelijk- zij vooral zijn, maar ook als Voorfchikkende moeten aangemerkt worden, door de ongunftige indrukfelen, die zij in 't Geftel prenten en nalaaten: zoo mag men ook, bijzondeiiijk, de Vreesachtigheid^ of geduurigen angftigen kommer voor het vatten der ziekte aanmerken als, in der daat, de Vatbaarheid ver- meerderende. Dit is toch, gelijk in andere ziek- ten, vooral van befmetlijken aart, zoo ook in de onze, van veelen opgemerkt; ook laat het zich, uit de vertraagde en verzwakte lichaams- werkingen, bij de angftvalligen, vooral uit de Cc on-
(/>) Welke wij ook, boven, als eene zeer voornaarne
voorichikkende oorzaak, hebben verhandeld (Bladz.
(jï Dijeajes of the Army, part. 111. Ch. .& />. 2'6l» &
foll. 4th Eclit. 17(14.. _ i_.,
(ft H'fi. des Malad. Djfertt, de 17/9. pag. 58, 59;
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 217-
|
|
||||
|
|
rOORBEHOEDING
onderdrukte uitwaaffeming, en vermeerderde'in-
ilorping der huid, ziektekundiglijk verklaaren(i). Voorts fchijnt het, dat men nog, onder de bijzondere voorfchikkende oorzaaken, rekenen kan eene Wormgefieldheid, of eene aanmerklijke vergadermge van Wormen in de eerfte wegen, en derzelver uitwerkfelen; als op welke de ziek- te, meer en heviger, fchijne te vatten. Waar van we boven, op meer dan eene plaatfe (BI. 52, 76.), voorbeelden biigebragt hebben.
Van de voorfchikkende geileldheid, uit eene
vergadering van bedorvene Galle, hebben wij, ook boven, ons gevoelen gezegd (Bladz. 75.7. Dan de meefte Waarneemers geeven, aan die Gefteldheeden, niet zoodanig bepaalend vermo- gen, dat de kragt der ziekte ook niet veele anderen, ja allerleije Geftellen zoude kunnen aan- doen. Uvereenkomftig hier mede beweert de uitmuntende STOLL , vrij ruimvoerig, van de Dyfèmerien door Hem tot in 1779 waargeno- men: "Conditio hoiïiinum quaecunque, & quae- vis humorum & folidorum crafis, valetudinis qu-aevis ratio Dyfenteriae ex aequo patebat;
(*) Vergel. GAUIJ. Pathol. n. 542. pag. 357. DEGNER
heeft'ook dit, van zijne Epidemie,"aangeteekend " complures hommes apud nos putabant, fe metu correpios iüifle Dyienteria" Waarop hij aanmerkt, dat dit doch, zonder bijkomende befmettinge niet geloof baar is, maar hij ftaat toe, dat zulken veel eer, en zwaarder zijn getroffen, dan onbevreefden. JL. c. §. 32. pag. 'Ho, HI. Ln zoo is ook, van dee- ze laatue Epidemie in Nymegen, kdrtlijk aangetee- kend "Mcticulofi prae aliis corripiebantur. " KRAI- JEiSH. /. c. fag» 5, v. o.?. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 218-
|
|
||||
|
|
FAN DEN PERSLOOP. ao3
étfi diverfo difcrlmine " (*) Geen minder
ruime beiliüing geeft de Hoogleeraar STRACK, van de Dyfemerie, door Hem te Mentz, in 1757 tot 1759, waargenoomen (u).
't Gene ik zelf in deezen heb kunnen opmer-
ken , komt nagenoeg met dit bijgebragte overeen. Onder de Zieken, heb ik niet weinigen aange- troffen, van een min vaft Geftel, en met eeni- ge Kwaadfappigheid aangedaan, waar van bij fommigen ook eryfipelateu/è, Jcarbutieke, catar- rbale of rheumatieke verfchijnièlen, reeds voor de ziekte, de blijken gaven. En, onder hen, die herftelden, heb ik ook wel, na de ziekte, deeze verfchijnfelen, vooral de catarrhale en rbeuma- tieke, weder zien keeren. Doch ik durf niet ze- ker bepaalen, of, van zulke Ongeftelden, meer, naar gelang, door de ziekte zijn aangedaan, en van deezen meer geliorven, dan van geheel Wel- vaarenden; dewijl ik, gelijk gezegd is, mijne eigene waarneemingen, in dit ttuk, niet volle- dig genoeg heb kunnen maaken. Maar die be- fluit is mij doch zeer waarschijnlijk; ook om voorgemelde redenen (Bladz. 198 ). Voorts heb ik menigte van gevallen gezien, daar fter- ke, zeer weivaarende Menfchen, en fterk, en ook fchielijk, door de ziekte zijn aangegree- pen, en overmand geworden; terwijl Zwakken, en Sukkelagtigen het allengs zijn doorgeworfteld; Cc 2 ter
(t) Rat. Medendi, Part. III. Seiï. IV. pag, 342. Edh.
Vienn.
(*) Je»t«m. Mcdic. de Dyfcuteria, p. 28, 2Xj. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 219-
|
|
||||
|
|
204
ter beveiliging, dat aan het zwakker Geile!»
$ls Vo >rfchikkende oorzaak, niet te veel muöt worden toegefchreeven.
'
En zeker, fchijnt het 'er zoo verre van daan
te zijn, dat alle, van volmaakte gezondheid af- wijkende, Gefteidheeden eene ongunttige voor- fdiikking, tot den Persloop, zouden geeven; dat, integendeel, fommige zelfs als gunllig, en, afvveerende, zich hebben voorgedaan.
Ik zal hier niet weder bijbrengen, 't gene
wij boven, na een uitvoerig onderzoek, hebben opgemaakt: dat de vatbaarheid voor den Persloop uitgewifcht /chi/ne te worden; door de voorgegaa- m Ziekte (Bladz. 165, enz.); dat is, dat de Ziekte zelve de Gefteldheid zoo verre fchijne te veranderen, dat de gewoone oorzaaken niet meer de gewoone uitwerking op haar hebben (v).
Maar
/
(v) Bij deeze gelegenheid, moet ik nog erinneren, dat
de beroemde ZIMMERMANN, fchoon mede, zoo ver ik weete, niet gewagende, van dit flegts eenmaal verlchijnen des Persloops in dezelfde Perloonen (zie Bladz. 100.): evenwel eene waarneeming, van 't Canton Zuricb, bijbrengt, die ons ander befluit be- veiligt, dat eens bezatte plaatfen daarna meer bevei- ligd zijn (Bladz. 165.). Naamlijk, de Loop hadt aldaar, in 't voorig jaar, ook dien Oqrt bezogt; doch dit jaar, 1765, nam hij juift daar zijnen aan- vang, waar hij toen was opgehouden, en ging al- dus'in eeoe ftreek voort; "zoo dat, zegt hij, die Plaatfen aangetaft wierden, die het voorig jaar ver- fchoont waren gebleeven." Deeze Waarneeming, die de onze op nieuw onderfteunt, en veel overeen- komt met het gene wij, van Udéel en Mserveld^ enz. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 220-
|
|
|||||||
|
|
VATX DEN PERSLOOP;
|
||||||
|
|
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
Maar vooral dient hier, 't gene wij te vooren
hebben aangeteekend, dat, in veele gevallen, en op verfcheidene Plaatfen, de Persluop zich bij óeKtnderpokjes gevoegd hebbe, in dezelfde Voor- werpen; van welken niet een geftorven, maar, zoo veel ik weet, allen gelukkiglijk herfteld zijn (Bladz. 121, 122, 134.)-
Ook heeft men anderen Huiduitflag gezien, die
2elfs de vatbaarheid voor den Persloop {cheen te niete te doen (Bladz. 92..). En, in de Ziek- te zelve, heeft zich, bij fommigen, een Gier fl- uit flag ontdekt, die vervolgens affchilferde; ja ook, alleenlijk, eene stfjcbtlfering der opper- luiid, en uitvallmg der haaren, met verminde- ring en aftogt der ziekte (w).
Zoude dus de woede der Ziekte, door zich
te verdeden, tufchen de buitenfte en binnentte oppervlakte des Lichaams, gebroken worden in haar nadeelig vermogen? Zoude de Febris én inteftina inïrovcr/a, volgens SYDENHAMS be- noeming der Dyfenterie, aldus naar buiten af- geleid worden? Zoude men dan de Inenting der Pokjes, in Dyfenterietijden (op welken ik dezelve nu tweemaalen gezien heb), we) fchroo- men, of veel eer aanraaden moeten? -* Doch dit weder in 't voorbijgaan.
Hoe het ook moge bijkomen, dat, doorgaans.,
de Persloop voor Kraamvrouwen zoo zeer ge-
C c 3 vaar-
hebben aangeteekend (Bladz. no.), was mij te
vooren, op zijne plaatfe, ontfyapt. ZIMM. voa der Rukr. p. 4,
(iu) Volgens waarneeminge van den beroemdefl hrC.
LOXICHIUS, in Nymegen. |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 221-
|
|
||||
|
|
ALGE M.
vaarlijk geacht zij: ik betuig, van de vier
Kraamvrouwen, die ik, inde laatfte bpidetme, op onderfcheidene Plaatfen van Veluwe, gezien heb aangedaan door Dytenterie, ook in vrij bekrornpene omftandigheeden, niet eene,te heb- ben zien llerven, maar alle, zelfs vrij gemak- liik, herftellen. De hr. v. LOOK.EREN, te Tiel, £t de volkomene hertelling eener Kraamvrouw, door Persloop, in haar laaclte maand, aangetalt, die, na eene eenigzins vroegtijdige veriosimg, allengskens toenam, tot de verlchijnfelen toe van Hik, en Sprouw, maar daarna ten goede keerde, zoo dat de Vrouw, en van de Kraam en van den Persloop, binnen vier weeken nerfteld was Cx)> De hr. V*N MANEN, te Llburg, bc- riet ook d£ herftellinge van eene Vrouw, die, onder en lange na de kraam, fterk door den Loop was aangedaan geweed (y). De hr. SCHOL- TEN berigt een fbortgelijk geval van eene Kraam- vrouw, uit Hoorn (z).
Zoude ook hier de gelijkmaatige Warmte,
waarin de Kraamvrouwen gehouden worden, enhaare meerdere Huiduitwaatreniing, die gun- ftige afleiding van de Ingewanden bevorderen kunnen? Zouden de andere afleidende ontla- ftingen, van Zog en Kraam vloed, ook iets nut- ten kunnen? In de waarneeminge van den hr. VAN LOOKBREN, was de Loop zeer ligt, zoo lang de Lochia vloeiden, maar verhefte zich geweldig, zoo dra dezelve ophielden.
Zwart
(x\ Volgens deszelfs berigt, in ons Aanhangfel
k) Genfesk. Corresp. l. Deel, 11. AÊieel bl. 549. (a) lbi<t. bl. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 222-
|
|
|||||||
|
|
PAK «rr^PER&LjOOP; 007
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
Zwangere Vrouwen heb ik ook zeer gel.uk-
kiglijk de Ziekte zien doorkomen,, met behoud van haare Vrugt. De hr. SCHOLTEN zag dit ook, in eene Zwangere, die de zielcie, in een hoogen trap, met -zwaare pijnen, ruim drie wee- ken lang, uititond, .en herilelde,
Dat bij a f gaande" Knor t fen de Persloop, niet
ongelukkiglijk, zig toe voege, blijkt in verfchei- dene gevallen, Lte hr. BÜRNS , ;te Zutphen, heeft mij berigt, -/.relat Hij, in twee voorwer- pen , eene Quartana gezien hebbe , bij welke eindlijk onze Ziekte zi.cn voegde, en ook "we- der week, terwijl, de Koo.rts.geduurende den Persloop volhield^ .en. nog eenige weeken daar- na1 voortduurde. Pe.hr. VAN LOÖK.EREN heeft ook, in twee gevallen, gezien, dat «ene Tertia- na zich inftelde onder de gedaante van een pijn- lijken Doorloop; welke beide teffens, door den Koortsbaft, verd reeven werden («). Eene Ter- tiana met Persloop, om den anderen dag tot vijfmaalen toe aanvallende, is ook nu te Ny- megen gezien (£).
Ja, welke kwaa.de gevolgen onze Ziekte ook
veeltijds nalaate; dat zij nogthans , foms, in Zieklijke geftellen, ook- -iets goeds konne uitwer- ken, is, onder anderen, den hre. LOTICHIUS, in de laatfte Epidemie, gebleeken, wanneer Hij twee ingewortelde kwaaien, door den Persloop, heeft herfteld gezien; te weeten, een lanadung dftbma, en kwaadaartige, invreetende Zweeren
aan
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
*) Volgens hetzelfde medegedeeld Berigt.
b) Volgtas den hr, KUAIJENH. /. c, n. 34. |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 223-
|
|
|||||
|
|
ALGEM, FOORBEHOBDIVG
|
||||
|
|
|||||
|
|
<fe leenen, die, ten minften twaalf jaaren
lang, alle aangewende middelen hadden we- derilaan.
Welk alles, den Oplettenden, meer en min uit-
zigten opent , tot beter verftand van de Ge- fteldheeden, welke voor onze Ziekte nadeelig, of voordeelig zijn; van haaren aart en eigen- fchappen; zoo als ook van haare regtmaaüge Beiluuring en Voorbehoeding.
i , * , "
Of de Aanleldende oorzaaken deezer Ziekte
haare uitwerkinge niet doen in afzonder-
lijke Men/cben'i maar alleen in eene digt
bijeen vergaderde Menigte?
*.
Zoo veel kondenwe, uit de gedaane nafpoö-
ringen , opmaaken , omtrent de meerdere en mindere Vatbaarheid voor de Ziekte, naar het verichil der Jaaren, Sexe, en Lichaamsgeftdd- heeden.
Dezelfde nafpooringen geeven nog aanleidiri-
ge, om de wijze van ontdaan des Persloops eenigzins op te helderen , wanneer dezelve , eerft ,en oorfpronglijk, op eenige Plaatfe, zijn begin neemt; niet uit beftnetting , maar uit eigene Aan- leidende oorzaaken. Van welk ontftaan en des- zelfs wezenlijkheid, wij, 'in 't begin deezer Af- deelinge van .de sianleidende Oorzaaken (üladz. 59 en verv.), opzetlijk gehandeld hebben.
Naamlijk, het is, met veel nadruk en errift,
door den Heere c. STR^CK, di« de Dyfenterie
te
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 224-
|
|
||||
|
|
VAX t>EN PERSLOÖP. 209
te Mentz, voor ruim 25 jaaren, heeft waarge-
nomen (O» beweerd en aangedrongen j datdee- ze ziekte, offchoon alle, voorgemelde, Aan- leidende oorzaaken daar zijn, nooit ontflaat, noch immer ontftaan kan, in e'e'nen menfch op zich zelven, noch ook in verfcheidene afzon- derlijke menfchen, zoo lange zij niet bij eikan- deren vergaderd zijn en blijven, in eenenaauw beflotene ruimte, waar in zij, als't ware, fa- menbroeden , en zich onderling de uitwaafTe- ming van hunne bedorvene foppen mededeelen. Die algenieene Aanleidende oorzaaken, zoo voor' fcbikkende als opwekkende, zouden wel, volgens Hem, op elk afzonderlijk menfch haare uit- werking doen, van een rottig bederf te maa- ken; maar dit bederf, hoe kwaad ook, zoude niet andei's voortbrengen, dan gewoone Rottige en Gallige ziekten, koortferi, Bort enz., doch nimmer Dyfenterie; daar'er, tot het vormen van'deeze, vereifcht zoude worden, dat de uit- waaflTeming of uitvloeifelen, van zulk eene be- dorvene -gefteldheid, eerft overgaan moeften en opgenomen worden, in een nabuurig lichaam^ van dit weer in een ander, en zoo voorts; zoo dat, dus, de algemeene rottige ontaarting dier uitvloeifelen, doordeeze, gelijk ik het noemen moge, herhaalde dierlijke Giftinge en Overhaalin- ge,"van't eene menfchlijk lichaam na het ander, eindlijk die bijzondere, dierlijke, vergiftige hoe- danigheid zou verkrijgen, welke aan de ftoffe vuit D d de»
t] Teniam. mie, de Dyfentf'ria , m?ermtólefi
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 225-
|
|
||||
|
|
.aio ALG&M*
den Persloop alleen eigen fchijnt te zijn, ea
haar te kenlchetfen; jaa welke dan verder, eens aldus geboren zijnde, haar befmettend vermo- gen, of vis affimi'landi, oeffenen zoude kunnen, op elk eenen, die haar, meer of min, in zijn lichaam ontfing, offchoon dan ook zulk een Per- foou aan geene gewoone Aanleidende oorzaaken ware bloot gefteld geweeft, en offchoon hij ge- heel niet, in eene famenbroedende- menigte, zich mogte hebben opgehouden.
Op deeze gronden, beweert ook de hr.
STR.ACK, dat de Dyfenterie nooit eerft ontftaa in Steden, Dorpen, of Landplaatfen, daar de men - fchen niet zoo naauw bijeenfchoolen of beperkt blijven; maar dat zij, juift daarom, eerft ont- flaat in Legers, Hospitaalen, Schepen enz. wan- neer, naamlijk, alhier de Aanleidende oorzaa- Jcen werken.
Voorts volgt uit zijn ftelfel, dat'er, eigenlijk,
geene andere, dan Beerfchende (epidemifche), Dy- iènterie beitaa; terwijl, die men voor Verfprei- ue (fporadifcbe} houdt, niets anders zij, dan eene, elders door Befmetting verkreegene, en, door iemand, die van eene befmette naar eene onbefmette plaats gekomen is, overgebragte; dewijl zij in een enkelen Perfoon niét ontltaan Itunne, maar, zelfs, tot haare wording, de Ge- meenfchap van menfchen vereifche, en, indien zin, als nimmer zonder befmetting ontftaande zoude moeten worden aangemerkt (</).
De
(d} IVTen vindt het bijgebragte brj den hr. STRACK
wrlpreid, vooral C<y». /. en //. f «j. a tot a'd. waar» |
|
||
|
|
||||
-ocr page 226-
|
|
||||
|
|
DEN r-EKSLOOP. ail
De nadruk en ievèr, waarmede dees Schrijvef
het voorgeiteld gevoelen aandringt, fcheen on«
D d 2 zen
uit wij't boven (laan de, in eenige orde, hebben opge-
maakt. Wij zullen hier'eenige van zijne eigene zeg- gingen nog bijvoegen. " Ut Dyfenteria fiat, neceffe 5, eft, & ut fit tempeftas calida, & ut hominum tur- 9, ba collecta fit, öc ut vitiata hominum effluvia in hominum aliorum corpora tranfeant. " Pag. 26. Harum nutem cauffarum potifiima atque unica forfan eft ingens hominum Turba, quae aeilivi caloris tempore in angurto fpatio congregata eft.; j, five in Nofocomiis \ live ( quod omnium potis- fimum eft) in Campo, belli caufa colleöa. . . . neque hoc malum unqnam in uno homine, qui j, extra denfam turbam eft, oritur, veluti funr. Co-
loni in pagis & in urbibus Cives." Pag. 18, 19.
. . Si lëcus IViedicinae Profeffores contendant at-
que librorum fcriptores affirment. . . hos opi- nione & veri fpecie falfos fuifle. puto, cum di- arrhoeam cum itriis fangu. fortan vidiflent'; nut.. . ,, a cholera, frequentes Tnter & dolorificas alvi de- jeéliones, fanguinis quicquam redditum. . . . Pueris quoque commune eft, aut propter ver- ,, mes, sut colleclam putridam in iniimo ventre materiem, nonnumqmin circa umbilicum tormi- na oriri, & ani procidentiam, & cum eadem te- nesmum, cum dejectione mucofa & fanguir.ea.
Quod vitii genus. . . 'facile ab incautis ut vera
.j, Dyfenteria poteft haberi." Pag. II, ia. Dan hier
moet toch bijkomen, volgens Hem, eene bederf- wekkende Zomerhitte " Sola j^ftas atque calida , anni tempeftas Dyienteriae fhvet nee unquam oriri poteft Autumno, aut Hyeme, autVere, ut- w ut magna & fimul collefla fit hominunj turbaf . . . verum quidem eft, Autumni tempore &c. .quojdam viios effe qui Dyfenteria laborent: at hi raovbum.,, a contagio, quod fupererat, ïèrius re- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 227-
|
|
||||
|
|
si» JlLGEM. FOORBEHOED1NG
\
zen aandagt te verdienen op dit bijzonder ftnkj
te meer, daar deeze wording, of oorlpronglijk ontftaan des Persloops, door Anderen, zoo veel wij weeten, niet op die wijze bijzonderlijk is nagefpoord; terwijl wij ook wel bekennen wil- len, dat dit gevoelen ons'toefchijnt, veel in zich te hebben, dat der overweeginge waardig is.
Thans merken wij flegts aan, dat, inderdaat,
de Persloop eene ziekte zij, die, bij heete Zo- raertijden, waarlijk veelvuldigft, in digt bijeen- vergaderde en famenbroeijende Hoopen van mei> fchen, eerft beipeurd wordt, gelijk de;Legers, Ziekenhuizen enz. bewijzen; en waar van wij, in onze Nafpooringen, ook voorbeelden hebben gezien; vooral in het eerft ontftaan der Ziekte te Nymegen, in een niet ruim huis, door agten-f twintig "Menfchen. bewoond, boven omftandig- ïijk gefchetft (bl. 73. 63. )j waar bij ik mag voegen, dat de Huizen, die algemeenft, en tot alle haare bewooneren toe, aangedaan zijn ge- weeft, juift de meeft bevolkte waren, terwijl de, tijfchen anderen, vrijgebleevene verre weg de minft bevolkte zijn geweeft; gelijk we van Gardefen bijzonderlijk hebben aangeteekend (bl* in.)» en geu'j'c 00^c verder blijken kan, uit het groot getal Zieken of Dooden, welk wij, meer- raaalen, uiteen en hetzelfde huis, hebben aan- geteekend, van verfcheidene Plaatfen.
Dit
ceperunt" Pag. 13.14. ------En voorts vereifcht
hij andere. oorzaaken , gelijk Verhitting, Durft,
Vennoejing enz. waar van men dezen Schrijver mo- ge nazien. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 228-
|
|
||||
|
|
Dit alles bewijft, gewiflijk, het oawederfpreek*
lijk fterk vermogen der Opeenhoopinge van men- fchen, m 't uitbroeden der ziekte, wanneer zij komt bij de andere Aanleidende oorzaaken: maar het bewijft, daarom, niet liet ukfluiiend vermogen, en het noodwendig vereitchte deezef Opeenhoopinge; omdat wij, inderdaat, veele voorbeelden gezien hebben, in welke de Pers- loop ooïfpronghjk ontttaan is, in enkele, afzon- derlijke Perfoonen, en wel fchielijk en heftig, al- leen na onvoorzigtige verkoeling, en terug ge- dreevene uitwaafleming, in een verhit, of, door voorgaande hitte, tot de ziekte meer of min, voorgeichikt lichaam .O); terwijl de dus ont- D d 3 fïaane
(e) Namelijk, wij ftaan den hre. STRACK toe, dat
die bijeenbroejing van veelen allergefchikft fchijne, om, onder medewerking der andere oorzaaken, een' hoogÜen trap van dierlijk bederf, jaa, zoo men wil, vergiftige ontaartitïg, in de fijnere vogten, te wege- te brengen, welke, op de Darmen vallende , de naa- ile oorzaak der ziekte fchijne te kunnen voortbren- gen ; zonder dat men hier toe eene zonderlinge ar- f'meale icherpte, binnen het gedarmte, behoeve te nulp te neemen, veel min eene P&texïia animat-4, van Mijten, Wormen, of andere van buiten inkomen- de oorzaaken: maar 't fchijnt ons, dat die, hiervei- eifchte fcherpe ontaarting, ook door eene, om zoo te zeggen, overdreevene, dierlijke gifting (Praeegks
animahs) in een en het zelfde lichaam, Tcenne voost-
gebragt worden: en zelfs fchijnt de hr. STRACK. hier in toe te ftaan, wanneer hij, op eene andere plaatle, zegt. ..." oportet, ut hae caufae diutms fubfiftant, . . & ut haec ipfa corrupta materia .,, longiore ia corpore animali motu maps exacec- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 229-
|
|
||||||||
|
|
JL6ËM. PÖdRl*»4>#ï>lN<?
ftaane Persloop, door het voortflaan tot andere
Perfounen, zijnen echten aart doch nader heeft geopenbaard, en zelf aan geene betmetting, van andere Zieken, konde worden toegeichree ven, om dat die, in de gemelde Haatfen of Huizen, nog niet voorhanden waren. Kortheidshalve, wijs ik tot de fpreekende voorbeelden, in den Weever te ÏFormingen, den Amptsdienaar van Apeldoorn, den Waard van Meerveld en de twee Knegten; bl. 108. 109. 90.91» om niet Ie her' haaien, van de veelal aangedane Schaapherders, menfcheivdie mooglijk, minft van allen, in de Maatfchappije verkeercn; van het -omftaan en de vermeerdering van 't getal der Zieken, al- leen na regenagtige en buijige dagen, te Garde» ren, Meerveld 9 Ede, enz. (bl. «9. 9°0
Dit alles, zeg ik, doet mij beflimen, dat,
althans in onze Epidemie, de verhandelde Aan* leidende oorzaaken haare uitwerking gewiflijk gedaan hebben, tot voortbrenging der ziekte, ook op afzonderlijke mcnfchen; en dat, derhalve, de
Pers-
bescat; denique ut venenata plane fiat: fivs ta-
" lis reddatur, quod (NB.) in uno eodemque cor- " pore cum (anguine in circuluni acla longiore rno^ " tu magis exardescat: üve quod in pluribus homi- " num corporibus, quae eundo redeundoque occu- " pat, aliquamdiu cum horum fanguine .circumagi- " tetur: five (q^od maxime, yerum mihi videtur) " quod corrupta unius effluvia alterius corpus, a |
|
||||||
|
|
99
|
|
|
|||||
|
|
quo natura rnagis discrepant, acrius vitient,
quam id in quo flora & fabrefaéta funt, & cui, tamquam inquilina, magis analoga funt & minus " inimica: veluti animalia fuum ipfum venenum, * quo alia necant, in proprio corpore impune fc»- -runt,!' P«*. 22. feq. |
|||||||
|
|
||||||||
-ocr page 230-
|
|
|||||
|
|
|
|
|||
|
|
|||||
|
Persloop oorfpronglijk ontftaan kan , ook buiten
<eene digt bijeen gefchoolde en bellootene Menig» te; en dat zij, eindlijk, ook zuiver verfpreid (fporadice), en zonder iets dat naar befmetting cgelijkt, aanweezig kan zijn. Terwijl ik, teöens, erken, dat zulk eene Opeenhooping van menfcben de uitwerking der Aanhid&ndt oorzaaken groot- lijks vermeerdere.
Of de Ziekte inderdaat ook befmetlijk zij , en
of men baar, uit dien hoofde, zoo zeer
ontzien moet e?
Dit voorilel is daarom ook van aanbelang, om
dat het veel invloed heeft op de behoorlijke be- handeling, beredding en het oppafièn der deer- niswaardige Lijderen. Is de ziekte inderdaat zoo befmetlijk, als het gemeen gevoelen wil, dan billijkt de pligt van zelfsbeveiliging den fchroom, en de onthouding, waarmede de Ge- zonden bij de Zieken verkeeren: is zij niet zoo befmetlijk, dan wordt deeze mijding eene onge- oorloofde verwaarlozing en onmenfchlijke hard- lieid, jegens de hulp behoevenden.
SYDENHAJM, gelijk PRINGLK opmerkt, fpreekt
van geene befinetlijkheid , in de Dyfenterie van 3670, en WILLIS zegt, van dezelve, uitdruklijk, iat 'er geene was (). Waarop PRINGLE aan-
merkt,
/. f. pag; 0,44. 264, alwaar de Ridder dit heeft om-
trent WILLIS hè exprefy fnys that it -wat not infe» 8iousn. Ik vind nogthans bij WILUS, van dezelf- de Epidemie fureekende, " haud tameu valde con- |
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 231-
|
|
||||
|
|
FOORBEHOED1NO
tterkt, dat Zij of een milder foort der zieke
hebben befchreevea, of dat deeze eigenichap hen ontfnapt zij; terwijl hij vaft fielt, dat over* al, waar de Dyfenterie epidemifch is, zij ook in «enigen trap befmetlijk zij; zelfs zoo, dat wel vijftig haar krijgen zullen door befmetting, te- genseenen, uit eigene oorzaaken; voornaamlijk in Hofpitaalen, en bij't onzindelijk Gemeen (g). DEGNER erkent zoo zeer de befmetting, dat hij 2e zelfs in den titel brenge van zijn -werkjen, de Dyfenteria bilio/o-coxtagiofa. ZIMMERMANN fpreekt, in zijn derde Hoofdftuk, dat van het beloop der Ziekte en haare Oorzaaken handelt * geheel niet van befmetting; maar, in zijn laatfte Hoofdftuk, zegt hij,. eindlijk, dat "eene Dy- fenterie van beimetlijken of niet befmetlijken aart is, naar de omrtandigheeden; dat de b fmetlijkheid dikwijls enkel toevallig is, worden- de foms zoo, alleen door verergering der ziek' tej^jaa ook, door gebrek van voorzorgen in de meefte Epidemien; hoewel hij geenszins flellen wil, dat Befmetting de voornaame oorzaak zij, bij alle deeze zieken " (/j). STOLT, gaat zoo verre, dat hij zegge: "Magni interesfe puto, non ignorare, Dylenteriam ,contagio carere"(0; beweerende, " dat wel, door de uitwerpfelen derDyfenterici, de lucht vervuild worde, en daar
door
tagiofa »... exiftit. Verutn infuper hic morbus
interdum virulentus & quafi peftilentialis plures interimit & miafma fuutn per tmtagtam late expli- catv " Pb«rm. ratiun. Seïï. HL Ca£t l. f, m. 51.
(g) t, e. pag. 244, 263.
(h) Vv» dtr Rubr, Gap, 3»,
Q) l. c. f. 320.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 232-
|
|
||||
|
|
PEÈSLOOP.
door rottige ziekten, bij uitheemenheid Hofpi-
taalziekten genoemd, worden aangekweekt; maar dat het tegens de waarneemingen inloope^ dat de uitwaaitemingen der Dyfenterici dezelfde ziekte in anderen zouden voortbrengen " (£). Op gelijken toon, is, van onze laatfte Epide- mie zelve, en van die van 1781, voor zoo verre zij 'm'sBofch zijn waargenoomen, door den beroemden Heelkundigen j. VAN DER HAAR beweerd, "datzij niet befmetlijk waren, dat is, dat de ziekte door onderlinge aanraaking, of door overgang van uitvloeifelen, van den eeneri tot den anderen, niet zoude zijn voortgeplant; maar dat zij alleen algemeen ware geworden, door dezelfde luchtsgefteldheid, en verdere oor- zaaken, die op alle de aangedanen even zeer hadden gewerkt, en welke dus .de Ziekte, door dezelfde epidemifche gefteldheid,"~en niet door befmettinge, zouden hebben verfpreid" (/).
Uit welke verfchillende gevoelens en uitfpraa-
ken , vergeleeken met de te vooren bijgebrag- te, van Mannen, allen van geloofwaardigheid en beproefde kunite, wij leeren, dat het {tuk, van de waare Befmetlijklieid -des Persloops, nt)g niet zoo klaar en uitgemaakt zij, als men wei ligt gedagt zoude hebben; jaa, dat het ook vrij zeker:moete zijn, dat de Befmetlijk- heid, ten minflen fomtijds, zeer gering of ge- heel niet aanmerklijk zij, en dat men gewis-
Ee lijk,
(k) lUd.
(/) Vrijt gedagtfn en atnmerkinzen over bet niet bcfmet-
lijke "jan den Roailenloop. enz. in de Aiyrn. 1/aJerl,
1703, Meitgel-ji. bis 57? |
|
||
|
|
||||
-ocr page 233-
|
|
||||||
|
|
a(8 ALGEM. FOORBEHOEDJNG
lijk, wegens de algemeenheid der Ziekte op
denzelfden tijd, haar ook veeltijds aan Befmet- tinge zal hebben toegefchreeven, wanneer op de Algemeene oorzaaken, van welke wij gehandeld hebben., de fchuld alleenlijk, of voornaamlijk, hadt moeten vallen. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Etfmftting toch onderftelt de mededeeling van
iets tufchen twee lichaameri, waar door het ge- zonde gebragt wordt in denzelfden ilaat van het zieke, alleen door eenige middelijke of on- middeiijkegemeenlchap met het zelve, zonder dat de medewerkinge van andere gemeene oorzaa- ken hier toe noodig zij. Men vergelijkt dus de werking der befmettmg wel met die der Giften 3 die een nog verfch en ongerept deeg of vogt veranderen, en gelijk doen worden, aan haaren eigenen aart, alleen door zich daar- mede, fchoon voor een zeer gering gedeelte, te vermengen (w). Hoedanige vis ajjimilandi b. v allerblijkbaarll is in de befmetting der Kin- derpókjes, 't zij door Ineminge, 't zij door den gewoönen weg.
( . ', , . 'l
*
Daar j derhalven, de Ziekte, in't zelfde faet-
zoen, op veele ver van een gelegene plaatfen, bijna gelijktijdig, pleegt te ontfteeken, en ook thans aldus ontttooken is; en daar doch tot be- fmetting, volgens het daar even aangemerkte, eene midlijke of onmidlijke aanraaking, en das eene zekere onderlinge nabijheid, vereifcht worde, der Ziekwordenden: zoo is 'c ook, uit
dee-
(m") Vergel. GAUB. Pathol. c. 500. |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 234-
|
|
|||
|
|
DEN PERSLOOF.
deezen hoofde, hoogilwaarfchijnlijk, dat deeze,
zoo ver verlpreide, gelijktijdige untfteeking en voortgang der ziekte, vooral en vonreerlt, uit- gewerkt worde door den verderflijken invloed van Algemeene oorzaaken, die algemeener, dooi- de Lucht en elders, verfpreid zijn. Het wel- ke wij ook, boven, reeds beweerd hebben (bl. 59-64. 213.)- Waarbij wenunog voegen, dat zuivere Smetziekttn zich ook niet zoo zeer aan zeker Saeizoen en Luchtsgecemperdheid bepaa- len, zoo als gezien is, dat bij den Persloop plaats hebbe (bl. 65, enz.).
Weshalven wij gewilliglijk toelhan, dat de
Persloop, evenals Voorjaars-en Herfft-Koort- fen, Zinkingen en andere Saeizoenziekten, heer- fchende en algemeen kunne zijn, zonder biiko- mende Befmetlijkheid; gelijk wij ook gereedelijk willen aanneemen, dat de bijgebragte Voor- itandcrs der Niet-befmetlijkheid, inderdaat, zul- ke Epidemien hebben waargenomen; te meer, daar wij zelven ook, alhier in Harderwijk, m de Ziekte van 1779, veele blijken, van geene of geringe befmetlijkheid, hebben gezien; 't welk ook aldus, nu laatlt, te Groningen plaats gehad fchijnt te hebben (bl. 134-); Jaa zelfs ook bij onzent, te Arnbem (n), en elders.
; ' v ifr* -> ./
Maar, aan den anderen kant, wordt toch, tef-
fens, de befrretlijke aart der, aldus ontftookene, ;ziekte waarfchijnliik, uit het gene bij ons voor- gaand Voorftel reeds ;« bngebragt, en uit het Ee a gene
(») Volgens opmerkinge van Dr. HOFF, in 't
bijtebrengen» |
||
|
|
|||
-ocr page 235-
|
|
||||
|
|
420
gene wij verders, in den loop onzer Nafpoo-
ringen, geduunglijk ontmoet hebben. Dat, na- melijk, terwijl de Ziekte niet gevallen is op al- le Plaatfen die aan dezelfde oorzaaken fcheenen bloot te liaan: zij doch, doorgaans, daar, bijzon- derlijk, voortgang gemaakt en zich verfpreid heb- be, alwaar zij eens het hoofd hadt opgebeurd; en. wel zoo, dat zij eerft in het zelfde Huis, .voorts in de Buurtfchap, bij de Nabeilaanden, of wel, bij elk en eenieder, naarmate hij met de zieken hadt verkeerd, zich openbaarde, en. zeer blijk- baar, van deneenen tot den anderen fcheen voort te ilaen, tot dat zij aldus, niet zeldzaam, bijna de geheele Maatfe ware rondgegaan ; die Pertbo- nen veelal uitgezonderd , welke zich pp zekeren aflland hadden gehouden.
Een zeer fpreekend voorbeeld hier van heeft
men te Nymcgen gezien, alwaar, zoodraa de ziekte, uit fterke Aanleidende oorzaaken, gebo- ren was, zij eerft tot de Huisgenooten, en voorts, langs de Buurt, van huis tot huis zich verfpreid- de, en wel in eenenoort dier Stad , welke in voo- rige Epidemien juift m n ft aangedaan, of wel vrij- _ gebleeven was geweeft; doch van waar zij nu ver- der door de Stad heerfchende werdt ( bl. 145.). Zoo dat hier de gedagten bijna op geene an- dere oorzaak van verfpreiding konden vallen, dan op waare», en eigenlijke Befmettinge. Men lette verder op het aangeteekende van Wnrmin- gtn, alwaar, nadat de ziekte oorfpronglijk bij den gemelden Weever zich hadt ingefteld, zij voorts in 't zelfde Huis ("rondging, en van daar die geheele Buurtfchap zoo verderflijk aanviel, en
rond-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 236-
|
|
|||
|
rondging,, als japven « aangeteekend (bl.
JUezelide orde van verlpreiding is ook waargeno- men van den, oorfprongUjk ziek-geworden-en, Ainptsdienaar te /tpsldoorn (bl. ioy.); ook van den Soldaat, en den.lioerenknegt te Epe; wel- ke laatlte voorbeelden zoo veel te fteiker zijn, omdat Epe, dat in 1779 Epidemie gehad hadt, nu daar voor min vatbaar Ichetn te zijn, en dezelve geheel niet kreeg; behalven dat eenige weinige Perfbonen, die onmidlijk raet deeze o- vergeloopene Zieken verkeerd hadden, daar van werden aangetaft, doch zonder verdere voort- piantinge tot anderen (bl. 104. not.).
Men"doe hier nog bij, dat, op de meefte
Dorpen en Buurten, daar de Loop thans ge- heerlcht heeft, dezelve, in de eens aangedaane Huizen, meeihijds, zoo veel te meer genefteld hebbe, als die huizen volkrijker waren; 't welk wij bijzonderlijk van Garderen reeds meermaa- len hebben aangehaald (bl. in, 212."), en 'c gene overal genoegfaam, heeft in 't oog geloo- pen; zoo dat het bijbrengen van meer voor- beelden hier geheel overtollig zoude zijn. (p)
Eindlijk, laat zich onze Waarneeming, van
het vrijblijven der Perfoonen, die eens de. ziek- te ondergaan hadden (bl. 165.), redemaatiger verklaaren, uit den gewoonen aart van eene fye- fmeilijke, dan van niet befmetlijke Ziekte. De E e 3- be-
(0} Te Harlivgfn is de Voortfrnetting der Ziekte, in
- 1*779, op deeze gemelde wijze, ook uitneemend zigt-
. baar en overeetikomfliggeweelt, waardig om bij den
hr. STINSTRA na te zien. Gepeetk. Corrpsp. bl. 945,
46, 47, 50. vergel, onze 'Bijlage, W. V. VI. Ook,
in 171»!, te tt'afftrias/eni zie boven, bl. 139. .
|
|
||
|
|
|||
-ocr page 237-
|
|
||||||
|
|
ALGEM, PÖORBBHOEDÏNC
|
|||||
|
|
oas
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
||||||
|
|
befmetlijke ziekten hebben toch veel eer die ei-
gentchap, van maar eens hetzelfde voorwerp aan- tedoen; gelijk vooral blijkbaar is in de Kinder- ziekte, de Mazelen, het Roodvonk, enz., van welke, namelijk, de lichaamen eens, als 't ware, uitgegift zijnde, haare vatbaaiheid, voor eene tweede gehjkfoortige giftinge, meelt al verlooren hebben.
Uit welk alles wij, omtrent de voornaame
Vraag van het tegenswoordig Voorftel, meenen te mogen befluiten:
Vowerft; dat de Perslonp, gelijk te vooren
reeds t»etoond is, in zijnen eerilen Üorfprong, celiik 'ilaat aan gewoone ziekten, als zeker- m ontftaan kunnende uit Algetneene, zoo voor- fchikkend'e als opwekkende, oorzaaken, zonder, dat Belmening hier toe vereitcht worde.
Ten anderen; dat de Per sloop ouk aanweeztg
~kan zijn en geheel afloopen, zonder blijken te ceeveri van een' bejmetlijken aart, even zoo als dit van heerfchende Verkoudheeden, en veeler- lette Zinkma;ziekten, veelmaalen wordt waarge- nomen En deeze Befraetteloosheid, meenen wii dat, vooral, plaats kan hebben, in het ligtft en goedaartigft foort der ziekte, die zich ver- fpreiderwijze voordoet, van een meeft zuiveren catarrhalen aart is, en zonder bijkomend aan- merkliik rottig bederf.
Ten dcrd'n; dat doch de Persloop, zeer ligt, be-
fmetlifk worden k<in, zoo draa hij een kwaade- ren bederflijken aart aanneeme; waar toe hij ge- teedeliik neigt j zoo uit hoofde zijner voornaa-
rae
|
|||||
|
|
||||||
-ocr page 238-
|
|
||||
|
|
me Zttplaatfe, in welke de;rottigfte uitwerpfelen
des lichaams gevonden worden, en naar welke de meeft ontaarte bedorvene vogten, des gehee- len lichaams, een' gereedllen weg vinden; als uit hoofde van zijnen bijzonderen qorfprong, wan- neer hij in eene opeengehoopte Menigte van men- fchen is ontdaan. En- hier in vergelijken wij onze Ziekte met de Zinkmgziekten van kwaaderea aart, wel K er verkreegene befmedijkheid, in fora- mige omilandigheeden, ook niet gewraakt kan worden. Te zekerder en algemeener agten wij de befmedijkheid van den Persloop te zijn, naar- maate hij gebooren is,, uit heftiger Aanleidende oorzaaken, in onguntüger Geltellen, en vooral, uit reeds gevormde booze Smetlloffe van ande- ren, welke haaren giftigen aart kragtiglijk doe voortgiiten. . .......
Zoo veel meenen wij, uit de Waarneemin-
gen, voor tegenswoordig, omtrent de Befmet- lijkheid der ziekte, te kunnen opmaaken en vaft- Hellen, tot dat nadere Opmerkingen hier in meer licht verfpreiden zullen.
Om nu verder te bepaalen "ofmen, uithoof-
de der, aldus bepaalde, befmetlijkheid, de ziekte zoozeer ontzien mocte" 't welk het ander gedeel- te was van ons tegenwoordig Vooritel; kunnen wij nog geene geheele volledige uitfpraak doen; als welke zoude moeten beruften , op eene meer naaukeunge kennis, dan we tot hier toe hebben kunnen verkrijgen, van den waaren Aart derSmetfloffe, haare Wegen, en Wijze van wer- ken, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 239-
|
|
|||||
|
|
824 -*LGEM. FOORBEHOEDJNTG
|
||||
|
|
|||||
|
|
*, als mede van- den vérfchillende Trap
haar vermogen, 't Gene-mij nogthans, in zen, uit al het'geziene, w'aarfchijnl.jk geworden is, wil ik wel bijbrengen, ter proeve, en om, 'aldus, iets meer en beters uittelokkes, van An- deren, die moo'glijk'meer n naaukeuriger op- merkingen, op 'dit onderwerp, hebben kunnen maaken, dan ik.
Vovreefft. Daar BéfntetlijkMd--'bij de ziekte
plaats heeft, ver/pretdt zij zich, voornaamlijk,
'dotir^de, Uitwerpjelen van den afgang; zoo dat
het mij voorkomt, dat, buiten het bereik der
'ftiiikendè' uitvloeifelen van dien drek, geene
tvaate, door de lucht verfpreide, fmetftoffe
deezer ziekte te vreezen zij.
Ten anderen; agten wij het hoogftwaarfchijn-
lijk, dat ook de Huiduitwaaffeming en de 'sJdem, bij de befrnetlijken, niet zij zonder vermogen van befmetiïnge: maar welke, nog minder, door de omringende lucht zich verre zal verfpreiden en bijna niet anders beklijven zal kunnen, dan door onmidlijk'è Inadermnge, Dóorflikkinge, Aan raakmge en onvoorzigtige liehandelinge van den zieken, Samenbroedinge met hem in een naauw beQoten ftilm, en veel meer door Slaapen in het
zelfde bed, enz.
: .;' ." i' l*i'-v.j\t »..
Hier uit volgt Jdan, dat men dteze-ziekte,-uit
hoofde haarer 'gevreesde' befrhetlijkheid, geenszins zno zeer zoude ïiebben te ontzien,' dat men, door Meftfchli:éve'rta*hé!d en anSere Pligten geroepen zijnde, niét zéér 'geHift in Steden, Plaatfen «n ook Huizen, daar de zfekte heerfcht, verke
ifin
|
|
|||
|
|
|||||
-ocr page 240-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP.
ren en zich ophouden zoude, zonder eenige
vreeze voor in de lucht zweevende Befmettin- ge; inzonderheid, wanneer tefFens de verdere bijzondere Voorbehoedinge, regens de meer we- zenlijke befmetlijkheid, in de laatfte Afdeelinge van dit ons Werkjen nog kortlijk voor te draa- gen, behoorlijk worde in agt genoomen.
Het denkbeeld, dat de Smetttoffe deezer Ziek-
te niet zoo zeer door de lucht verfpreid zij, heeft mij7~ïk beken het, ook geftadiglijk bezield m onze laatfte Epidemie; zoo dat ik, onbefchroomd, jaa foms zelfs ongeroepen, alleen door den ie- ver, om mijne waarneemingen uit te breiden ^ mij begeeven hebbe, in alle de Plaatfen, in al-. Je de Huizen, en bij alle de Zieken, die meri mij opdeedt, als de ergfte en meeft aangeftoo- kene van allen te zijn; alwaar ik den aart en omftandigheeden der ziekte, telkens, zoo veel doenlijk, naaukeurig heb nagegaan, de uitwerpfe- len.ook doorgaans onderzogt, en in de Zieken- kameren zelve daar van aanteekeninge gemaakt, alleen met die voorzorgen, welke in de laatfte Afdeelinge gemeld zullen worden; zonder dat ik befmettinge immer hebbe opgedaan: hoewel ik doch, etlijke maaien, in dit rondgaan, voor- al te Ede > eenige krimpagtige beweegingen in 't gedarmte voelde, die mij, in 't eerft, wel ee- nigzins deeden vreezen, doch, bevonden heb- bende , dat dezelve, met goede voorzorge, en voorts een goed lichaams-beftuur te hou* den, zelfs in het terug rijden, fpoediglijk ophiel- den, niet deeden fchroomen, om mijn onder- noomen werk, op andere dagen j- weder voort Ff ie |
|
||
|
|
||||
-ocr page 241-
|
|
||||
|
|
aa<5 ALGEM* POORBEHOEDING
te zetten, en dat zonder eenig kwaad ge-
volg te ondervinden (p).
Het onbefmet blijven van zoo veele Genees-
oeffenaaren, in de aangedaane Steden en Dor* pen, welke allen, veel meer dan ik, dagelijkich, den geheelen Epidemietijd door, onder de zie- ken verkeerden, en zich veelal geweldig afüuo- venmoeften, beveiligt, dunkt me, nog verder, de niet-befmetlijkheid van de enkele lucht der ziekenkameren, welke anders, gewiflijk, veelen van hen in de ziekte hadt moeten Horten; waarvan nu maar een enkel voorbeeld, hier en daar, is geweeft, terwijl niemand dier Heeien het keven daar bij heeft ingefchoten.
Zeer
{p) 'tls mij doch niet onwaarfchijnlijk, dat die bij-
zondere gewaarwording .in 't Gedarmte aan eene dreiging," of vlugtige werking der SmetflofFe zij toe "te fchrijyen geweeft, welke, als zonder vat- ten , voorbij ging. Door mijne nabijziendheid, vooral in 't befchouwen van den afgang, en de tong, moeft ik doorgaans zeer nakomen onder't bereik der uitvloeifelen en den adem, daar en boven was de onzuiverheid en bedorvene lucht bij veelen al vrij groot, terwijl, door de drukte en de gewoon- te, de noodige voorzorge ook wel eens vergeeten of verzuimd vverdt. De hr. VAN MANEN tetkent aan, dat Hij ook, ten tijde vanden Loop, zich meermaa- len wat orgefteld gevoegde, inet nu en dan prikke- lingen m den BuiK, zonder meer gevolg; waar na hij zijnen afgang wel natuurlijk, maar van' buiten blaauw vondt, in plaats van welke blaauwe kleur dt-rfyeces, hij zwarte plekken op dezelve zag, wan- neer hij, lange daar na, inderdaat den Persloop begon te krijgen, verdwijnende ook deeze plekkent toen de Loop verder doorzette. Genecsk, Conesp.
W. 554«
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 242-
|
|
|||
|
|
PAN DEN FERSLOOP, 227
'- .... -
fterk is .hier in vooral het voorbeeld
van den Heere .SXINSTRA, welke, m die kwaad- aartige Epidemie van 1779 te Harlingen, fteeds iyan alle befmetting vrij en gezond gebleeven is, fchoon Hij,. volgens zijne eigene betuigmge, iVan den "vroegen murgen tot in den nacht, bij lia'nhpudinge5 was blootgefteld, door foras, tot T0n.derd aangeitookene huizen toe, dagelijkfch te* bezoeken, en in de bekrompene vertrekken Dijria moetende bezwijken, onder den vuilen flank, enz. (#).
Voqrts heeft men nu ook, te Garderen,
waargenomen, dat, in de ergft befmette hui- zen, nog veelen, zelfs zonder voorzorge, zijn vrijgebleeven , en fommige-n, door de ergfte zieken, flegts ligtelijk aangedaan geworden. Te Elburg, bleef een Grafdelver vrij van den Loop, fchoon hij, pas herfteld van een zwaare Gal- koorts, begon te graaven tufchen aan den Loop geftorvene Lijken, waar van de flank,'bij dat warme weer, bijna ondraaglijk was (r). PRJN- »LE fchijnt zijne Openingen der Geilorvenen onbelchroomd verrigt te hebben; gelijk dezelve ook'thans, teNymegen, door den hre, ALBERTUS, zonder eenig gevolg, ondernomen zijn,- waar vanwe in het /lanhangfel verflag zullen geeven.
Al het welke dan den min vluggen, en dus
den min fchroomlijken aart der Smetftoffe, die , Ff 2 bij
f'r~~ - *r t ' * . . >
Zie Geufetk. Corretp. bl. 1017. en onze Bijlaget
bl. LI.
V. MANEN, ibid. p. 553.
|
||
|
|
|||
-ocr page 243-
|
|
||||||||
|
|
sa» JLGEM. POORBE HOEDINQ
bij den Persloop vaak aanweezig is, ten over-
vloede fchijnt te beveiligen. Gaarne voegen wij ons, derhalve, mét de uitfpraak van PRINGLEJ dac " inderdaat, deeze Ziekte niet zoj beklij- vende is, als veele andere van het beftnetlijfc foort, gelijk Kinderpokjes en Mazelen; dat zij niet zoo fpoed.g zich verfpreidt; en dat; haare befmetting, in ligtere Epidemien, geheel onmerfc- baar kan zijn, vooral indien Bijeenbroeding e$. Onzindlijkheid vermijd worden " (f).
* jf
Van bet eigen Jaargetijde der Ziekte, de
Duurzaamheid der Smetfloffe-) en bet
Tijdperk baarer PFerkiftge.
Wij hebben, van het eigen Jaargetijde, ons
boven (bl. 65.) reeds verklaard: dat dei Heer* fchende of doorgaande Persloop altoos een ver» ichijniel zij vari het warme faeizoen, ontftaan» de , van den heetften tijd des Zomers af, tot diep in- den Herflt, en verdwijnende doorgaans geheel met den Winter; waar omtrent, wij ons beroepen hebben, op de algemeene er varenis,. in alle Epidemien (O- Sedert hebbenwe, in het nagaan onzer laatfte Epidemie, meer bijzonder-
lijk
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
Dit. vf tke Arm. p. 244, vergel, met p. 064.
/) 't Getuigenis van I'KINGLE moge nog bijzonder- lijk hier hij komen: "de ergjlle eri veelvuldigfte Persloop, zegt Hij, komt tegens het eind van dea, Zonier, of het hegin van den Herflt. Op dien ti|l^ w <rdt hij h-erlchende en hefmetlijk, houdt de over- hand n-ekiurende zes weeken of twee maanden, «i' «inu,gt dan," L. c. ch. vi. §, i, f* 224, /c^. |
|
||||||
|
|
(
(
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
-ocr page 244-
|
|
||||
|
|
-009
lijk gezien, dat dezelve, op de eerft aangedane
Piaatien, gelijk Arnhem, Nymegen, én het bij- «mliggende, haare heftigfle woede geueffend heb- be in 'Julij en duguftus; op de volgende, gelijk Rozendal, Velp, Uofterbeek, Voorft, Apeldoorn, Ede, Wagemngen, Tiel, Zutphen enz. in >Y«- gujius en September; daarna', meelt in September en Üüober, op Garderens Kerfpël, 't Ampt Erme- io-,-en verfcheidene andere Dorpen, van welke meefte wij boven afzonderlijk verflag hebben gedaan; hebbende doorgaans gezien, dat de Heerfchende Ziekte, grootendeels, afliep in het beltek van twee Maanden, of korter; behalven eenige weinigen, welke, hier en daar, nog in de dorde rtiaand-zijn uitgeloopen; en dat de ziek- te, als-Epidemie, bijna nergens meer, na OSiober, gezien zij (»); terwijl zelfs de Zieken van dee- zê, en de! weinigen, die 'er hier of daar, nog in de volgende maand, zich vertoond hebben, flegts als voortbrengfels van laatere befmettinge, wedërinftortinge, en tweede of fukkelziekte, naar mijne gedagten, zijn aantemerken geweeft.
't Is waar, men heeft nog, bijna door deezen
geheelen geilrengen Winter, en zelfs in dit Voor- jaar, van verfcheidene Plaatfen onzer Provincie, dan hier, dan daar, gehoord van eenigzins.weder- oprteekende, of nog aanhoudende ziekte, ook met
Ff 3 ver-
<»im.i{. ;!| [.iH>d-xi ^<<i !Ts Sni-n <
(oT T)e -ope?nvolg!ng en duuririg der Epidemie, van
"Üëfi'eeHlen tot d.-n .laatfleu zieken, in de verfchei-
'denè Dorpen én i5uurten des Ampts £«/#, in tijd-
ordï, ten .voorheelde gtfchetlV, kan men zien in'de
algeaiee'ne Tafely bl. ibo;
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 245-
|
|
||||
|
|
AL GE 20. FOOR B E HO E D ING
|
|||
|
|
||||
|
|
vcrfterf gepaard , en niet zonder eenige f
tinge; weike, indien niet een i g lbort rboea zij aangezien voor Dyf&t}iefia, gel ijle gevyif>üjk veelmaalen gebeurt, ten bewijze zoude llrekkeiv, van het bij DEGNER aangemerkte, "dat de Dy- fenterifche fmetftoffe niet altoos en volkomen wijke voor den winter, door welken zij anders beteugeld wordt; maar dat deeze zaaden aldus fomujds lange kunnen hangen blijven, om bij gelegenheid uit te botten" (ï>). &n indien, waarlijk, de ^ersloop, buiten het eigen warme faeizoen , ontftaande , voltrekt geen' anderen oor- fprong kan hebben , .'dan overgebleevene befmet- tinge, gelijk inzonderheid STRACK ten fterklten beweert (w): dan moet volgen, dat de Dyfen- terifche Smetftoffe vrij duurzaam zij; als zijnde in Klederen, Dekens of Bedden hangen geblee- ven, en dus, van den eenen toe den anderen, ook tot andere Plaatfen, overgebragc, en alzoo voortgeplant. De fmetftoffe zoude dan ook, buiten den Epidernietijd , nog moeten kunnen werken; het welk niet overeenkomt met eene gewigtige waarneeminge voor hec tegendeel, in 1779 te Harlingen gebieeken (x). f
Zoo
1 >& - j-, i . , .1
(v* Pag. ga. §. 39-
(10) L. c.pag. 13, H. bijgebragt bl. 2 1 1, m ck Note,
(*) Namelijk, Inboedels, en wollene Klederen van Verftorvenen, door anderen in den Voorwinter gre- tiglijk ingekogt, Ichoon alle niet behoorlijk gerei« nigd, hadden aldaar, zoo verre men, wilt, geene nieuwe befmetünge veroorzaakt. Jaa, de hr. STIN- STUA gewaagt geheel niet van NaJruipfelen der Ziekte in den winter , na die felle Epidemie van 1779. Zie boven bl. 6 u |
|||
|
|
||||
-ocr page 246-
|
|
||||||
|
|
Z>JEN PERJLOOP. »J1
Zoo dat wij, althans, het ftuk van de Duur-
taamheid der Smetftoffe nog, tot nadere waar- neemingen, onbepaald laaten.
Van het Tijdperk der befmettinge, of den tijd,
die 'er verloopt, van het vatten der fmette tot het uitbreeken der ziekte, kunnen we ook moei- lijk eenige bepaaling maaken; omdat de men- fchen, in eene Menigte, zelden weeten, of, veelmin, wanneer ze de ziekte door befmettir*- ge hebben gevat. Te Garderen is, tot dit on- derzoek, door den hre. BRUINS, veele vrugte- looze moeite gedaan. Evenwel, fchijnen de twee volgende gevallen, in het Kerfpel, te voo- ren, waargenomen, hier iets toe te lichten.
Te floutdorp, daar die Ziekte toen niet was,
kwam i in 1780, een Menfch van Nykerk, heb- bende den Loop, en' deeze ziekte ontftond daar: op in het Huis, waarin zij geherbergd was, ongeveer 10 dagen na haaré aankomfh
Een Dogter vari H, R. heeft geflaapen bij
eene Vrouw, van elders met den Loop aange- komen, en deeze Dogter is, na 7 dagen; door dezelfde ziekte aangetaft geworden, 't Welk, na genoeg, overeenkomt met een geval, door den hre. STRACK. gemeld, van iemand, wien de befmetting, te Worms geichept, 8 dagen, daarna uitbrak, te Mentz; fchoon dees Schrijver de uit- breeking ook fpoediger gezien meerie te heb- ben (y). Uit het welke, men dit ten minften ziet, dat |
|
||||
|
|
||||||
|
|
'er,
|
|||||
|
|
||||||
|
|
Pa2' 38» 39.
|
|||||
|
|
||||||
-ocr page 247-
|
|
|||
|
|
ALGE M, POORBEHOEDWG
\
'er, na het vatten der befmettingè, doorgaans»
eenige dagen verloopen^ eer de Ziekte uitbreeke; binnen welke men dan de wordende ziekte, waar* fchijnlijk, niet zonder eenige vrugt, zoude kun- nen te keer gaan, indien de befmetting ver- moedelijk ware; terwijl we doch het jui/ïTijd- perk der uitwerkende 'Jmetfloffe nog onbepaald moe- ten laaten. ;
- - > ; - '.-'...".:'"..''.
De Algemeenheid van den invloed, en de
Verderft ij ke kragt onzer Epidemie, nog
kortlijk aangeweezen.
Ter billijking der uitvoerigheid^ onzer tot hier
toe gedaane iNafpooringen, en van 't gene aan het geduld der Leezeren, daar door, mogte zijn gevergd, voegen wij, tot flot, de volgende Op- merkingen nog hier bij; welke,,met èenen, die- nen kunnen, om het groot gewigt van dit On- derwerp en deszelfs ernftige bewerkinge, voor allen, die zich met de oeffenihg der Geneeskonft, in ons Geweit, bemoéijen, kortlijk aan den dag te leggen.
Vooresrfl; merken wij op, de Kragt en alge-
meenen invloed deezer Epidemifche gefteldheid, op de Plaatfen daar zij is gevallen; vooral te Lande. Immers, daar we in ftaat gefteld zijn, het getal der Inwooneren, met dat der Zieken, te tel- len, en onderling te vergelijken, heeft het geblee- ken, dat3 dooreen, meer dan de helft der Inwoone' ren door de Ziekte is getroffen. Te Ede was het bijna de helft (bl. 105.); te Garderen, meer dan twee derde deelen (bl. 112^); te Meerveld, juift
de
|
||
|
|
|||
-ocr page 248-
|
|
||||
|
|
VAN DEN PERSLOOP. 233,
de helft (bl. 87.)- Uit welke voorbeelden, men
over zoo veele andere Plaatfen, van welke wij het juift getal der Zieken, en der Inwooneren, niet zijn te weeten gekomen, doch die gewis- lijk niet min Iterk am. aangedaan geweelï", mo- ge oordeelen.
Ten tweeden. De groote verderftijkheid der E-
pidemie blijkt, uit het getal der Geftürvenen, naar gelang van dat der Zieken.
Immers bedraagen de aangeteekende Zieken >
alleen van de Ampt&n Ede, Barneveld en lir- melo, boven bijzonderlijk opgenoemd, famen eene Comme van ........ 1090»
en van de Geflorvenen, onder deezen, famen 386:
dat is, meer dan een derde gedeelte der Zieken. En wij hebben alle redenen van te denken, dat, op de overige Landplaatten der Provincie, dee- ze evenredigheid niet min Iterk zal zijn geweeft. Men erinnere zich flegts, dat te Bemmel, in O- - verbetuwe, thans lao Dooden zijn geteld, van een aantal van niet meer dan 600 Inwnnners (bl. 163-); terwijl de woede, in de meeile andere Dorpen van Over- en Nederbetuwe, Maas en Waal, en 't Rijk van Nymegen, niet min wreed fchijnt te zijn geweeft (bl. 129. enz.).
Jaa, dezelfde evenredigheid heeft ook plaats
gehad, in de felle Epidemie van 1779, die on- der Drempt enz. is waargenoomen, alwaar toen, van 281 Zieken,, 97 Geflorven zijn (2); dat is, insgelijks, ruim een derde gedeelte. Wes halven Gg men
(*) Volgens de Tafel, naar de opgave van den hre.
BKUNS, boven te vinden, bladz. 119. note (x). |
|
||
|
|
||||
-ocr page 249-
|
|
||||
|
|
4LGEM. rOORBJBHOEDING
l
men den trap van doodlijkheid, deezer beide
Epidemien, op Landplaatfen, bijna gelijk mo- ge ftellen, en wel zoo, dat van drie Zieken, over 't geheel genoomen, wel een gefneuveld zij (0).
Ten
, ' ;
(«) Om de verderfiijkheid onzer Epidemien te kun-
nen vergelijken met andere, elders voorgevallen, zoude men, ook van deezen, het getal der Zieken en der Dooden moeten hebben aangeteekend; dan dit is bijna van niemand gedaan. Weinige Geriees- heeren bezitten toch ook, in ditltuk, de edelmoe- digheid van HIPPOCRATES, die de doodlijke uit- komft der Zieken niet meer verborgen hield, dan de gelukkige. En zeker, ware deeze rondborftig- lieid, vooral in Epidemien, ter bevordering der Kunft, zeer te wenfchen. De oordeelkundige ZIM- MERMANN echter heeft ons, van de Heerlchende Dyfenterie van 1765, in 't Canton Bera, zoodanige opgave gedaan, welke grootendeels in ftaat ftelt, om de verderflijkheid dier Ziekte te vergelijken met de onze. Hij geeft, naamlijk, op b!, 4. van 't hoog- duitfche Werk, voornaamlijk vedlag van veele Dor- pen , welke alleen wij hier, tegen onze Dorpen en Landplaatlèn, kunnen in aanmerkinge neemen, Dit levert ons het volgend Tafeltje uit: AmptMurten, in 6 Dorpen, 327 Ziek, Arwangen,-ii ., '244 . Lenzburg,-31-------- 1014
Samen, in 51 Dorp. 1855 Ziek, 465 Gefl.
Welke evenredigheid uitkomt op-F?» Dooden vau
Vier Zieken: derhalve eene niet volkomen zoo fel- le iterfte, als bij ons; hoewel het verichil met groot zij, en, ook hier uit, de wreede aart der Dyfen- terifche Epidemien in 't algemeen, vooral kragtiglijk worde beveiligd. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 250-
|
|
||||
|
|
VAN DEN TERSLOOP.
Ten derden. Rat de ziekte zoo algemeen zij
doorgedrongen, op Landplaatfen, en, daar voor- al, "tot den gemelden trap van Perderflijkbeid zij opgeklommen, fchijnt mij den feilen aart der eigenlijke Epidemie nog meer te itaaven. In die Steden toch, welke nu, boven andere, zijn be- zogt geweeit, gelijk Nymegen en Arnhem, is de ziekte echter, op verre na, niet tot de helft der Inwooneren doorgedrongen j jaa, de hoogde begrooting van Nymegen loopt Üegts omtrent op een vierde deel Qol. 126.). En, om het verfchil der Sterfte van Stad-on Dorp naderbij te vergelij- ken, flaé men maar het oog op diezelfde Stad, en op het zeer nabuurig Dorp Bemmel. In Bemmel^ zoo als we daar even zeiden, füerven 'er toch, van 600 Inwooneren, 120; dat is, i van 5 : maar, in,Nymegen, ftierven 'er, kort te vooren, van ï6000Inwooneren,457 j d. i., nagenoeg, i van36. Welk een verbaazend verfchil! Waar uit men ook, weder, veiliglijk mag belluiten, dat 'er, naar het Getal der Inwooneren, ook, in lang na» niet zoo veele Zieken zullen zijn geweeft te Nyme- gen, als te Bemind. Voorts is het, uit het te. vooren bijgebragte , van Nymegen, Arnhem, Zutphen, enz. ook genoeg blijkbaar geweeit, dat 'er, naar gelang der Zieken, niet zoo vee- le Sterfte in de Steden zij geweelt, als te Lande.
Djt alles, zeg ik, beveftigt mij den feilen
aart der eigenlijke Epidemi/che gefteldheid. Want, fchoon het zeker zij, dat de Steden ook veel vooruit hadden, wegens het bijderhand zijn van bekwaame Geneesheeren, en van al't gene, tot een goed beftuur der ziekte, behoort: zoo is het Gg 2 doch, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 251-
|
|
||||
|
|
236 ALGEM, rOORBEHOEDING
doch, daarentegen, waar, dat de bijkomende
Oorzaaken, van min zuivere Lucht, van bederf- lijke B.jeenbroedmge van veelen, en vooral ook van Beünettinge, in de &#&» fterker zijn moe- ten, dan ie Lande; alwaar de huizen ruimer, Ing- tiger van een {taande, en de famenwooning min- der dicht is. Om niet te zeggen, dat, ook in de Steden, mooglijk de weinigfte zieken van de hulp der kundige Artfèn gebruik hebben gemaakt. Alwaarom, ik het meer doordringen der Ziekte, en de grootere yerdtrftijkheid&tiZQlvt, te Lande, bijna geheellijk, aan de, aldaar, oorïpronglijk, heftiger werkende Conftitutiu epidemica, meen te moeten toefchrijven; door welke werkinge, ik verftaa den bepaalden invloed, en de uitwer- kingen der bijzondere Lucht-en Weersgelteld- heid, waar van, boven, breedvoeriger is gehan- deld (bl. 65, en verv.)» welke wij, tegen s het meert gangbaar gevoelen, hebben willen onder- fcheiden, van de algemeenere werkinge eener bederflijke Vervuilinge van Lucht (bl. 80, en verv.); en welke Gefteldheid, gewislijk, op de lugtigereLandplaatfen, haare eerde, en minitge- hinderde Kragt kan oefFenen. Gelijk het aller- fterkft doordringen der Epidemie, en haare al- lergrootfte doodlijkheid, op de,3 zoo uitneemend luchtig gelegene, Plaatfen, Meerveld en Garde- ren, beveftigd heeft; en het welke nu, door haare zoo veel mindere woede in de Steden, op nieuw bekragdgd wordt.
Ten vierden. Daar wij het juift Getal van
alle Zieken, over onze geheele Provincie, met
ze-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 252-
|
|
||||
|
|
937
zekerheid niet bepaalén kunnen: kan men döeh,
uit het voorgaande, genoegzaam nagaan, dat zeer veele Duizenden door tleezen geeücl getrof- fen zijn geworden.
£n daar ik, uit de bijzondere Opgaven, ten
rnintkn Twaalf tinnücrd Geftorvenen aan den persloop, met. zekerheid, tellen kan, alleen in ons Qiwrüer v&nföluwen; terwijl het Quartier van frymégen, waartchijnl'JK, haaft tweemaal dat g'tal zal opgeleverd hebben, en het Graaffchap Zutphen wel de helft van het zelve: zoo mag men, naar mijne gedagten, vatlitellen, dat de Epidemie van 1783, in bijna vier maanden tijds,
het HERTOGDOM GELK.E, en GRAAFSCHAP ZUT-
PHEN eene Ontvolking toegebragt hebbe , van
bijna 'vier Duizend Zielen. Een verhes, voor- waar, dat een Menfchli]k hart doet beeven; dat de aandagt en kommer der Befchermeren van 's Volks welzijn tot alleremftigfte voorzor- gen went; en de Geneesoeffenaaren ruept en drijft, om geene moeite te groot te agren, ter voorzieninge der belle middelen, van Vooibe- huedmge en Geneezingel
. : t-\ l- l*
P A N D E
.
JLGEMEENE FOORBEHOEDINGE.
Zoo veel uitvoeriger als onze voorgaande Be-
moejingen geweeft, en uitgeloopen zijn, tot vee- le, aan de hoofdbedoelmge bijkomende , zaa- ken, waar toe de genomene moeite ons toeval- Gg 3 lige |
|
||
|
|
||||
-ocr page 253-
|
|
|||
|
|
FOORBJEHOEDfNG
lige gelegenheeden opende, en welke'«wij, om
haare nuttigheid, niet konden goedvinden voor. bij te gaan: zoo veel beknopter en korter zul- len wij nu de Toepaüinge maaken, van dat ge- deelte des voorgaanden Onderzoeks, 't welk be- paaldelijk omtrent de Aanleidende Oorzaaken der Ziekte heeft verkeerd; en het welk wij bijzon- derlijk hadden aangelegd, als een' noodfgen en vaften grondflag, om daar op de Regels en Voorfchriften van ^Igemeene ^oorbeboedinge neer te zetten; volgens de verklaaringe hier van, in 't eerft begin deezer Nalpooringen, gegeeven (bl. 57, 58.)- Gelijk dan de Geneeswijze, te vooren, in het hoofdzaakelijke, en vooral, ten algemeenen gebruike, kortlijk, door ons is voor- gedraagen: zoo zullen we nu weder, eveneens, dit tweedepraSlicale Gedeelte van onzen arbeid, dat, niet minder, voor 't Algemeen behoort ge- fchikt te zijn, in eenige Zinlheeden, bij ver- volg op de eerften, eenvoudiglijk voordraagen; alleen dit nog maar erinnerende, dewijl deeze jilgemeentVoorbehoeding^oSi^Si in het ontwijken, of buiten uitwerking ftellen der Aanleidende oorzaaken (bl. 50.): dat obk de orde en het aanbelang dier Aanleidende oorzaaken het na- tuurlijkfle beflek en den grondflag opgeeven, der Regelen zelve van Voorbehoedinge.
5. xxvii.
De algemeenfle, eerfte, en meeft bekende
Aanleidende oorzaak der Ziekte hebben wij ge- fteld, in de bijzondere Luchtsgefteldheid, en,
voor-,
|
||
|
|
|||
-ocr page 254-
|
|
|||
|
B N PEKSLOO K «39
vooral, haare onmaatige en aanhoudende Hitte,
Droogte, Schraalheid, zonderlinge Getemperd- heid, afgewitï'eld met veele, en fchielijke Veran- deringen (bl. 65-79.); waar van de kenbaare uitwerkingen op 'sMenfchen Lichaam, als veel- vermogende Voorfchikkende en Opwekkende oorzaaken der Ziekte, op haare plaatfen, bij- zonderlijk zijn aangeweezen, en uit ondervin- dinge geilaafd (bl. óy, en verv.>
Dewijl men nu deeze Lucbtsgefleldheid niet ver-
anderen kan, zoo is de eerde regel van Voor- behoedinge, haar zorgvuldiglijk te ontwijken. _
Dit zal men doen, met zich, zoo weinig
mooglijk, bloot te {lellen aan deeze opene, vrij werkende Lucht en Zonne, welke, vooral op het Midden van den dag, om de Hitte, en in den Morgen en Avondtijd, om de plotslijke Ver- anderingen, het meert te dugten zijn; en wel- ke, verder, op Opene, onbefchutte plaatfen hec fterkde werken. Waarom ook, als dan, het ar- beiden, het gaan, en verkeeren, op Akkers, Velden en Wegen zoo veel nadeeliger te agten is, als zulke plaatfen aan den onverhinderden invloed der Zonne en Lucht meer bloot ftaan.
Zij derhalven, die het in hunne vrije keuze
hebben, doen beter, zich, op deeze tijden, in Huis, of althans in meer befchutte plaatfen, te houden, en, uit het gene ook de waarneemin- gen geleerd hebben, fchijnt zelfs het verblijf in de Steden veiliger te zijn, dan te Lande,
Zij die zich aldus uit de Lucht niet geheel
.onthouden kunnen, gelijk Landbouwers, Arbei- ders, |
|
||
|
|
|||
-ocr page 255-
|
|
|||
|
|
ALGEM. FOOR BEHOED W£
ders, Schaapherders, jaa ook Reinigers, moeten
doch, onder deezen, alié mooglijke Luwte en üe* dekking zoeken, en, op de gemelde ergfte tij* den van den dag, hunne Verrigtingen itaakenf zoo zij zich niet ftorten willen in een dringend gevaar, van, door ziekte, zeer veel meer te ver- liezen, dan zij, door dit gering verzuim, verloo- ren zouden hebben. De grootere algemeenheid der ziekte onder de Landlieden, Schaapherders, enz. te vooren aangetoond (bl. 80, 85, 235-)» beveftigt het ontwijffelbaar aanbelang van dee- ze voorzorge.
-...,
§. XXVIII.
Tot dit ontwijken der nadeelige indrukfelen
eener zoo gevaarlijke ' Luchtsgeileldheid , be- hoort ook, bijzonderlijk, dat men zich niet te dun Kleede. Door een dun Kleed, dringt doch de kragt der Lucht en haarer Veranderingen te. gereeder in op het lichaam, terwijl ook de laft der Hitte, daar door, niet zoo veel draaglijker wordt, als men veelal meent. Wij willen ech- ter, daarom, tot geen zwaare of broeijende Kleeding aanraaden; maar alleen, om zijni ge- woone Zomerkleedinge, in zulk een' tijd, niet nog merkl'jk meer te verdunnen, vooral, als men zelf geene beweeging maakt, maar flegts rijdt, of vaart; dewijl men, buiten, altoos eeni- ge togt gevoelt, bijzonderlijk, morgens en a- vunds. Hierom zi]n ook klederen van Wolle- ne Itoffe, die niec zwaar zij, veel beter, dan van Linnen of Zijde, om dat de eerfte ook da
ver-
|
||
|
|
|||
-ocr page 256-
|
|
||||
|
|
DEN PÈRSLOOP. 241
veranderinge der Lucht niet zoo haaft aannee-
men, en de laatïte, vooral wanneer rueii gezweet heeft, meer vogtig blijven, en dan vooral koud worden. Ik heb daarom ook, in dien tijd, bui- ten zijnde, altoos mij in een wollenen, doch zeer ligten, Overrök gehouden, die losjes om 't lijf floot, en nlij geenszins tot laft was, zoo lang ik maar, in 't gaan, aan een maatigentred mij hield; En dit gebruik van een Overrök is 0oo veel te noodiger, indien men genoodzaakt wordt, bij Avond, Nagt, of Morgen, uit te gaan. Deeze Voorzorg raakt, voorts, niet alleen den meer Vermogenden, maar ook, in zoo verre, den gemeene Landlieden en Arbeideren, dat zij, door het afleggen van te veel Klederen, en, vaak, in 't bloote Hemd te flaan, zich voor 't zelfde nadeel niet bloot mogen ftellen.
§. XXIX.
Dewijl, verder, ëenë fchielijks Verkoeling zoo
sseer gemijd moet worden, als zijnde een bijzon- dere, en veel vermogende Opwekkende oorzaak (bl 78, 89. enz.); zoo dient men den raad; van zich behoorlijk te dekken, nóg veel ernftiger iri agt te neenien, wanneer men, Verhit en ver» tüoeid zijnde, Rufte zoekt.
De Arbeider derhalve, wariöeér hij verpooft^
fchoft* of halte maakt ^ trekke aanftonds zijne afgelegde Kleêren weder aan; en het weeker Geltel, van een' Verhevener Ü werkelóozeti ftand, zij hier in nog zorgvuldiger,- wanneer Het > dm eenige verhittende beweegitigë goed te H h inaa- |
|
||
|
|
||||
-ocr page 257-
|
|
||||
|
|
rOOItSEHOEDING
raaaken, in zijne gewoone kleeding, zich moog-
lijk verdund hadt. ,
Elk fchuvve, in zulken toeftand, allen Wind
en togt; men zitte, of.legge niet neder op den openen Grond , noch zoeke rufte in koude, vogtige Vertrekken; veel min verbloote men teffens zijn lichaam, om eene aangenaame, doch hoogft gevaarlijke Verkoelingé te genieten: maar men dekke, integendeel, zich dan zorgvuldiger.
Alle deeze Voorzorgen worden nog zoo veel
noodzaaklijker, indien het Weder teffens fchie- lijk veranderd en guur worde, 'of wanneer de koude avond, intufchen, valt gevallen zij.
... . - j . -
§. KXX.
* '
Wegens het zelfde gevaar van Verkoelingé,
en daar door geflopte Uitwaaflèming, hoede men zich zorgvuldiglijk, voor nat enkoud worden, in regenagtig buijig Weder, 't welk wij,, in.fter- ke voorbeelden, gezien hebben, dat zoo vrugt- baar en vermogend was, in het opwekken der Ziekte, ook nog in den Herfit, en nadat de heete tijd reeds voorbij wa.s (bl. 89. iv.).
Zoo haaft, derhalve, ais het Weder guurer
wordt, of als 'er Btiijen invallen, kleede men zich wat dikker, neeme zijn' Overrok, vooral als men buiten moet zijn; en men verlaate, over 't geheel, zijne Zomerkleedinge, tijdiglijk. In buijige dagen, behoorde men geheel niet bui- ten te werken, noch, op geheel opene plaatfen, lange verkeeren. Wordt men echter aldus, on- v.oorziens, overvallen, of heeft men, in zul-
d ken
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 258-
|
|
||||
|
|
VAN DEN PERSLOOP, 243
ken tijd, zich niet van buiten kunnen houden:
men legge, in huis gekomen zijnde aanftonds de natte kleeren af, neeme anderen, en droo- ge zich fpoedig, voor een Vuur, Men gebruike daar op wat heet Bier,. Wijn, Thee of Koffij, eagaa vroeg te Bed, daar men zich wel dek- ke, om wat uittewaaffemen.
>
§. x-xx r.
Vogtige Slaapplaatfen en Eedden zijn, even
daarom, zeer nadeelig, Daeze moeten dan, over dag, wel gelucht, en Jang afgehaald leggen, ook, bij goed weer, buiten gebragt worden; voor- al het Stroo, dat ook op zich zelve, wan- neer liet maar droog gehouden en behoorlijk ververfcht worde,, alleen meteen Laken gedekt, een genoegzaam, en gezond bed kan uitleve-- ren, voor behoeftigen,, die zich anders, vaakr op oude muffe veeren bedden moeten behelpen. Met een woord, alles wat aan het Lichaam raakt, 't zij Dekfel of Klederen, moet wel droog worden gehouden.
1 ; :; . "". :.'. /
§. XXXII, . ;
.,,., ' .... M ; .>. f : ;
T^iet minder, moet men zich ivagten voor koud
Drinken, rijkelijk? en fchielijk binnen geilagen, inzond.erneid, waaneer men ook verhit is. Dit doch maakt niet alleeneen gevaarlijke bekoelinge, inde verhitte Ingewanden, maar het geeft, ook al, een plotslijken fchok aan'de vermeerderde HuidukwaaiTeming, en ftremt dezelve fchielijk.
H h a Wel-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 259-
|
|
||||
|
|
244 «*1>GEM. POORBEHOEDIXG
.
Welke fchielijke onderdrukking der Uitwaafle
roing, hc>4 vermogende opwekkende oorzaak onzer Ziekte zij uitlevere, is niet alleen ge- noegfaam aangeweezen (bl. 79 en verv ); maar de ondervinding van den hre. ZIMMERMANN, vooral ook omtrent deeze uitwerking van het koud Drinken, bevefligt dit nog ten overvloe- de (*.).
In deezen toeftand derhalven, moet men nooit
ander dan warm vogt drinken, 'tzy Thee, War ter en Melk, Karnemelk, dun Bier, enz.
§. xxxm.
Deeze punten van Voorbehoedinge agten wij
de allereerfte, en noodzaaklijktte te zijn; als waar door de meefl vermogende, zoo Voorfchik- kende als Opwekkende, oorzaaken (§. xxvn.) kragtiglijk worden te keer gegaan.
!
't Is, in de gemelde Luchtsgefteldheid, niet
minder noodzaaklijk, alle aanhoudende fterke
Licb'
(i) " Ich. habe wirklich bemerket, dasz Leute vor-
zueglich von der Ruhr angegrifFen wurden, die fich fehr erhizten, darauf erkalteten, urid hauptfaech- lich kaltes Wasfer haeufig tranken-^ w'enn fie ueber und ueber fchwizten. Aus 'diefèr Urfache fchie- «en unfere meiften Bauren in die Ruhr" zu verfal- len. djezer faeulichte abfchaurti (die Ansduen- ftung) blieb alfo mehrentheils zurueki und musz- te fich in die innern Hoehlen ausleeren»" Von der R»£r, pag. 34. Twee fterke Voorbeelden, ook van deeze fchielijke uitwerking^ van koud drinken, in yerhitte lichaamen, hebben wij zelven boven bijge- pragt, bl. 108, 109, mtt-» |
|
||
|
|
||||
-ocr page 260-
|
|
||||
|
|
tickaams - beweeginge te vermijden. Hier door
doch wordt de inwendige hitte nog grooter ge- maakt, en dus de Ontaarting, tot rottig bederf of dierlijke fcherpheid, al meer aangezet; wel- ke wij boven getoond hebben, dat ook eene ver^ mogende oorzaak onzer ziekre, van het Voor- fchikkend foort, oplevere ( bl. 71« 75.). Z.waa- re aanhoudende arbeid, en alle Lichaams-oeffe- ning, die tot veel vermoejinge opklimt, is hrer» om nadeelig; bijzonderlijk ook, om dat zij het . Zweet nog meer uitdrijft, de zvveetgaten opent, en daar door meer blootfleltj, voor het fchroom- lijk nadeel; zoo even gemeld, van terug ge- drevene Huiduitwaaflerning, door eene volgen- 4e onverhoedfche bekoelmge.
.-»- i ' '
|i XXXI V.
Ook moet men, door het al te zorgvuldig
mijden der aangeweezene nadeelen, van opene Lucht, haare plotslijke Veranderingen, en van Verkoehnge, niet overflaen, tot een tegengefteld uiterfte, van zich in Huizen en Kamers fteeds qpgeflooten te houden, en te broeden.
Wij hebben het algemeen nadeel, van een,
door bederf-en ftilftaan, vervuilde, warme Lucht, ter vermeerdering der rottige Ontaartinge, aan- geweezen (bl. 7 3.)i °°k hebben wij nog het bijzonder vermogen, van zulk eene beflootene Lucht, ter uitbrpedinge van onze Ziekte, voor- al, daar de Lucht, door de Uitwaafieming vaïr veele digt bijeen fcholehde Menfchen 'nog er- ger bedorven is, buiten twijffel gÊtragr te ftel» H h 3 len |
|
||
|
|
||||
-ocr page 261-
|
|
||||
|
|
046 JLGZM. WORBBHOEDING
len (bl. 21 s, enz.)« Derhalven, is het even
zeker, dat een Verblijf, inzonderheid van veelt Perfoonea, in eene opgeflotcne, niet vernieuwde Lucht, ernftig vermijd moet e worden.
Hierom is het Bewoonen van kleine, befloo-
tene Vertrekken, vooral in zulk eene Epidemie- tijd, nadeelig; nog meer, het, Slaapen en Nagt- verblijf in dezelve; en meeft van allen, indien veele Menfchen teffens, in-.één beflooten Ver- trek , zich legeren. Het welk men, meermaalen, ziet bij geringe Lieden, daar het ganfch Gezin, vaak, in één Vertrek, te flaapen ligt; of daar ook verfcheidene Kinderen, voor, en binnen de. naauwe, $edftede, van Vader en Moeder, hun flaapftede vinden.
Zoo wordt gewislijk de Lucht vreeslijk ver-
vuild, en een, reeds dreigend, rottig bederf kragtiglijk gekoeflerd; behalven dat deeze broei- jende warmte de Lichaamen ook"nog meer vat- baar maakt, voor het nadeel eener, zoo geduch- te, Verkoelinge, op andere tijden.
Dit misbruik behoort dan volftrekt vermijd,
of verbeterd te wondert, en, daarenboven, de Vertrekken en Huizen, bij goed weder, dikwijls gelucht en verkoeld, vooral de Slaapkamers, en beflootene Bedfteden.
. -. ..
$, XXXV.
Voor 't overige, moet ook alles vermijd worden,
wat de natuurlijke neiging des Lichaams tot rot- tig bederf, van nabij, of van verre, kan bevor* deren. Dus, om ook de bederflijke Uitwaaflem-
ftof-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 262-
|
|
|||
|
VAK DEN PRRSLOOIM>. 847;
ftoffe niet lange bij zich te houden, zal men
zich dikwijls Verfchoonen, van Linnen en Kle- deren veranderen, en zich Wafchen j vooral zij, die een fcherpe uitwaaiïeming hebben, veel be- weeginge maaken, en veel zweeten.
Verder moet de zorg voor zuiverheid zich
uitftrelcken, tot alle de bijzonderheeden van Reinheid, in de Huizen, en al het gene de- zelve omringt, Straaten, Gooten, Wegen, enz.
Men moet, derhalve, behoorlijk zorge draa-
gen, dat geen rottend Vuilnis de Lucht bederve met zijne uitdampingen; alle de Uitwerpfelen zal men fpoediglijk doen verwijderen. Lijken be- hooren haartig in de Kift geflooten;en begraa- ven te worden. Krengen, en al het afgeval van Dieren, zal men haaltig in den grond doen bren- gen. In de heimlijke Gemakken zal men dik- wijls aarde of zand doen werpen, om.denftank voor te komen, inzonderheid als dezelve in^ of nabij huis zijn. Te Lande, behooren, vooral, de Millhoopen op eenen afftand te zijn van de Wooningen, gelijk pok de Rotplaatfen .van Vlas en Hennep, en al wat verder de Lucht vervuilt. En, daar men, met dit alles, den flank niet genoeg weeren kan, moet men dik- wijls Azijn ftorten, of dampen, Buskruid, of Wierook branden, Kamfer leggen, enz.
, ' .'.. . ' / ' :
§. XXXVI.
Met bijzondere zorgvuldigheid, moet ook ge-
let worden, op de voorkooming van bederf in de Eerfte wegen; welker bevatte ftoffe, boven ande- re, |
|
||
|
|
|||
-ocr page 263-
|
|
||||
|
|
...
ALGE M, VOQRBEHOEDING
re, tot rotting neigt, en * uit dien hoofde, de
Ziekte > toevall'glijk, veel verzwaaren kanj fchoon zij niet als eene eigene oorzaak derzel- ve, naar onze gedagten, aangemerkt moete wor- den (bl. 75, 93^ env.): hoewel doch ook een gehinderde Spijsverteeringj en Bezwaaring der maage, door naaren zonderlingen invloed ter ver* mindering der rluiduitwaaffeminge, hier meer van nabij in aanmerkinge zoude kunnen komen.
Derhalven, geeve men, eerftlijk, agt op" de
Maate van Eeten; dat men zich niet eenigzins overlaade, vooral in zwaare, niet ligt verteer- baare, voedzame, vette fpijzen, maar dat men s eerder, wat béneden zijnen gewoonen peil blij* ve; ook dat men, liever, meermaalen daags, weinig, dan, eenmaal, rijklijk eete; en dat men, bijzonderlijk, het Ontbijt niet verzuime.
Daarna, lette men ook, in zoo verre, op de
fooEt en Hoedanigheid der fpijzen, dat men van Vleefch en Vifch, inzonderheid de ligtft bedeN vende, zich wat meer onthoude dan gewoonlijk; doorgaans wat rijklijker neemende van de voed- fels uit het Groeijend rijk, vooral van allerleije Grutten , Wortelen ,< Aardappelen , Vrugten t Groenten enz., waar bij ook zuurachtige faus- fen, en andere Zuuren, vooral nuttig zijn. Ook mogen allerleije Ooftvrugten , niet alleen gaar, maar, wel rijp zijnde, ookraauw, dagehjkfch, maatiglijk gebruikt worden, vooral Appelen en Druiven. Hoewel een zwakke maag, en die daaraan niet gewoon is» daar van opfpatlning en fchadelijke wanverceeringe kunne lijden; waar uit ook Buikpijnen, Verftoppinge, en ook Los-
lijvig.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 264-
|
|
||||
|
|
DEtf TËKSLOOP. 049
.
Üjvigheïd, verder, kunnen voortkomen. Wel-
ke omltandigheeden dan eene uitzondering maa- ken, in 't aanbevelen van het anderszins zoo heilzaam üoft.
§; xxxvu.
De overige punten van Leefregel vereifcherij
insgelijks, nog eenige beoordeelinge.
Het Drinken dient, om het, door uitwaafle-
ming en andere ontlaftinge, verloren vogt we- der te herftellen, en fcherpigheeden, door de Huid en de Pis, aftevoeren. Dus mag dit, in zulk eenen tijd, wat rijklijker zijn, dan an- ders, inzonderheid, na veel hitte en zweetens. Maar veel, en geduiirig drinken is eene (chad&- lijke gewoonte, verflappende eerft de Verteer- kragten, en j daarna, door te veel vogt ter huid uit te voeren, ook de Zvveetgaatjes te veel ope- nende, waar dool de vatbaarheid voor het ge- dugte nadeel, in §. xxix. aangeweezen, nog vermeerderd wordt.
En dit is, nog meer, te vreezen, van de o-
vermate iri warme Water-dranken, Thee, enz.; fchoon het riiaatig gebruik derzelve, door de meefteri, wegens gewoonte, niet wel gemift kan worden; welke dan beft met wat Melk en Sui- ker genomen zullen' worden.
Zuiver, Vaderlandfch, dun Bier; zuiver Wa~
ter, met wat Rooden of RijnfchenTF//» gemengd; Limonade; Imperiaal-water, en allen diergelij- bederfweerenden Dr ank y agt ik den U |
|
||
|
|
||||
-ocr page 265-
|
|
||||
|
|
«50 JÜLGEM»
beften te zijn. Punch (Pons), die uit Citroen-
zuur, met eenigen Wijngeeft, en Suiker, in Water gemengd, bereid wordt, vind ik, onder de Dranken van fmaak, daar men zich in ge- zelfchappen mede toeft, in zulke tijden, zeer asnprijzenswaardig. Jn plaatfe van welke, men ook, beter koop, eenen, niet min nuttigen, drank zich bereiden kan, uit Water met Azijn, en
. een weinig Brandewijn. Voorts laat zich het
dagelijkfch gebruik, van een maatig glas goeden Wijn^ voor die daar aan gewoon zijn, volmon- dig aanbevelen; gelijk ik, zelfs, den gemeenen Man zijn gewoon rantzoentjen Sterkendrank,
ook thans niet j zoude willen onthouden, voor-
al nietnazwaare Hitte, Zweeten en Vermoejin- ge, het verkeeren in vuile Lucht, of bij het gebruik van min gced Voedfel; hoezeer het o- verbodig gebruik van Geeflrijken drank, zeker- lijk, veele zeer vcrderflijke gevolgen hebbe (c}.
In het gebruik van alle welke Dranken, het
zij ze alleen als Dorftlavende, het zij ze ook als Verkwikkende worden aangemerkt, men vooral nog op twee dingen moet letten. Ee-rft; om niet te zondigen tegen het gewaarfchuwde in §. xxxn. Ten tiveeden; om ze niet te zeer aan te zetten, met Zuur, Zoet, of Geeft; alzoo dus, door die prikkeling, de dorft, op den duur, niet verminderd, maar eer vermeerderd worden,
en,
(c} PR.INGLB verdient, over dit regt gebruik van den
Sterkendrank nagezien te wordend pag. 88, 114, en ./?>. p. LXX. &c. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 266-
|
|
||||||
|
|
DEN PERSLOOP. 051
en, bij gevolge, het nadeel ontftaan zoude, van
te veel vogt te gebruiken; behalven, dat een te kragtige drank zelfs eerder de plaats van Art- fenij, dan van Drinken, zoude bekleeden.
§. xxxyni.
|
|
||||
|
|
||||||
|
|
Gemaatigde Jlrlieid^ of Lichaamsbsuieeging is
hoogft nuttig ; als bevorderende de kragt en volkomenheid aller Verrigtingen der Dierlijke Huishoudinge, welke, door te veel rufte, ver- flappen en gebrekkig worden. De nadeelige ge- volgen doch, voor welke wij gewaarfchuwd hebben (§. 33.)» behooren alleen tot het te fterke en onmaatige in deezen.
Zijnen flaap moet men., door ontijdig waaken,
geenszins bekorten; maar deezen vermogenden weldoener, en herfteller van een vermoeiden Geeft en Lichaam, en van derzelver onregel- maatige werkingen, vooral in eenen kommerlij- ke'ri tijd, geregeld, en in eene ruime .maate, tragten te genieten. Gelukkig, wien dit zoo weezenlijk genot, naar wenfch, te beurt moge vallen! Hij, aanvaarde het gretig, en legge zich, daar toe, dagelijkfch, tijdiglijk ter ne- der; zorgende, inuifchen, voor eene behoorlij- ke dekkinge. En dit genot van den Slaap is# in deezen tijd, nog veel hooger. te {chatten, indien 'er veel Vermoejinge of aandoeningen van ongunftigen aart, inzonderheid de Huiduit- waafleming betreffende, zijn vooraf gegaan.
I i 2 §. 5XXIS.
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 267-
|
|
||||||
|
|
252 >JLGEM. FOORBEHOEOING
. XXXIX. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Sterke, en herhaalde ontroering van onaangt-
naame Aandoeningen , Schrik, Toorn, Vrees, rukken het geheele Ge (tel .van zijnen itreek, en hebben, ook thans, veele verderflijke gevolgen, door welken de goede Bereiding der 8appen, en de Ontladingen ongunftiglijk gefchokt, en gekrenkt worden. Jaa ook, brengen de min hef- tige, doch geduurige aandoeningen , van Kommer en Angftvalligheid , geene min zekere nadeden aan; door de regelmaatige Werkingen der nature te onderdrukken, te ontftelien, en, doorgaans, het Geftel vatbaarer te maaken voor de gevreesde kwalen zelve.
Hierom, moeten ook de, tot hier toe ge-
geevene , Regels van l^oorbshoedinge nooit IK verre gedreeven -worden, tot eenen geduurigen angltval- Jigen fchroom, in zijne geheele Leefwijze ; waar- door de Spijsverteering, de Bereiding der fap- pen , ^en de verdere Lichaamswerkingen, ge- wiflijlt, meer bedorven zullen worden, danee- nige geringe overtreeding en kotnmerloze toe- geeflijkheid, aan fommige Lullen of geveftigde Gewoonten, fchoon ook, op haar ze! ven, min prijflijk, immer gedaan zouden hebben.
Eene blijmoedige Geruftheid van Geeft , derhal-
ven , gegrond op een doorgaand voorzigtig Zelf- beftuur, en, verlevendigd, door de aangenaame Hoop van wel te zullen flagen , onder het volko- men hertrouwen op Gods weldaadige Voorzienig- heid, zal de grootfte kragtt en de zekerfle uit-
wer«
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 268-
|
|
||||||
|
|
wfirkinge geeven, aan alle d&9 dus verre .gaoge-
preezene, Vourbebuedt;nUe poogtngen., ;
En zoo veel zal genoeg zijn van de Voor-
behoedtnge, zoo verre zij gelegen is, alleen in een goed Beftuur, van 't gene- men, in zulke gedugte tijdsgefteldheid, heeft te Vermijden, en te Doen, in de meeft wezenlijke punten van zijnen dagelijkfchen Leefregel. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
. XL.
|
|||||
|
|
||||||
|
Nu moet 'er nog iets gezegd worden, van
het gebruik van Anfenijen; in welke veelen, bijna eeniglijk, de middelen willen zoeken van Voorbehoedinge : doch welke, wij meenen, dat jlegis in de .tweede plaatje^ neffens het voorge- fchreeven Levensbeftuur, in aanmerking moeten kuomen; j'aa, dat het groot vertrouwen op de- zelve, van welken aart zij ook zijn mogen, dikwijls meer nadeel vonrtbrenge , dan nut; door- dien het Gros der menfchen, ras moede, van zulk eene aanhoudende Behoedzaamheid in Le- vensbeftuur, veel meer geneigd is, om, nu en dan, ,eenig Middel, bij wijze van een Tegen- gift, te gebruiken; en zoo, de dagelijkfche mis- Üagen, die hen hard vallen te veranderen, lie- ver, als 't ware, in eens weer te boeten, en te verbeteren. . .-, ,
Doch, zulk een alvermogend middel, of 7e-
gengift, zijn wij niet in flaat te geeveü; ter-
wijl ook de eigenlijke bijzondere aaj/ti van het
Dyfenterifcfr Gif, nog niet volkomen .bekend is
Ü 3 (bl.
|
|
|||||
|
|
||||||
-ocr page 269-
|
|
||||
|
|
rOORBEHOEDJNG
(bl. 213. note, enz.): zoo dat 'er niets over*
blijve, dan de naafte Aanhidtnde Oorzaaken, die bekend en klaar zijn, ook aldus, door eenige Behoedfiiiddelen, te keer te gaan; doch welke, alleen, en op zich zelven, ook zelfs deeze uit- werkinge niet kunnen doen, tenzij ze geholpen en ontfangen worden, door het, tot hier toe verhandeld, nuttig Levensbeftuur (§. 2739.)'
Dit dan vooraf gewaarfchuwd hebbende, zul*
Jen we overgaan, om eenige Behoedmiddelen voortedraagen; dezelve, naar aanwijs dervoor- naame, meeft bekende, en meerder of minder Aanleidende Oorzaaken verdeelende, 1°. in zul- ken, die het dreigend Rotagdg bederf, in 't al- gemeen, te keer gaan; 2°. die de werkinge der Eerfte wegen, en der verdere Werktuigen van dierlijke bereidinge in goeden ftand bewaaren; 3°. die de, foms, vertraagde Ontlaftinge, van bedervende uitwerpftofFen, tijdiglijk verhelpen; zoo in de Eerfte wegen; als 4°. in de Huid- tiitwaafleminge.
§. XLI.
I. Hoe 'er meer en fterkere, van de te voo-
ren opgenoemde, Oorzaaken famenloopen, tot een zeer dreigend Rottig bederf: zoo veel dien- ftiger is het, ter gewiflèr Beveiliging, dat men, bij de daar tegen aangepreezene Leefregelen, voege, het gebruik van eenige eigenlijke Bederf' weerende en Rotlt/igtegengaande Middelen; en wel, van zulken aart, dat ze, zonder veel koften,
van
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 270-
|
|
||||
|
|
DJBN _ ,
van den Gemeenen Man, en, zonder veel te-
gen zin, van eikeenen, gemaklijk, en dagelijks, genomen kunnen worden.
Onder deezen is 'er bijna niets gereeder, dan
de Azijn, die teffens zeer doordringende, en daardoor gefchikt is, om zijne bederfweerende kragt door het geheele Lichaam te verfpreiden, terwijl ook deszelfs gebruik niet onaangenaam is; zijnde gelijk bekend is, oudtijds, vooral in de Roomfche Legers, in heete tijden en Lan- den, gebruikt voor gewoonen drank, met wa- ter vermengd. In welken zin wij , boven (§. 37.), ook reeds zulk foort van een Drank, voor den dorft, hebben aangeraaden. Het aan- houdend gebruik van den Azijn, als een voor- behoedmiddel van rottige ontaartinge, wordt daarom ook, door den Ridder PRINGLE, na- druklijk aanbevolen (d). En de hr. STRACK, die de geheele oorzaak der Dyfenterie fielt in eene gebroeide Rottinge der vogten, gaat zoo verre, van den Azijn te houden, voor een on- feilbaar hulpmiddel, waar door deeze Ziek- te, in de Legers, gewislijk voorgekomen zou- de kunnen worden; indien, den geheelen Zo- mer door, dagelijkfch, eenige lepels vol aan de Soldaaten gegeeven werden, met Water ge- mengd (e). En zekerlijk, is dit gebruik, op
diq
(d) L. c. p. 113. &fbll.
(e) De Dyffnt. p. 123-127. "Cum hucusque demon-
ftratum fuerit, omnem Dyf. caufam & in calo re, & in orta inde fanguinis corruptione confi- ftere, palam eft, acida lanura quempiam a Dyf. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 271-
|
|
||||
|
|
die wijze, niet minder' raadzaam, inzonderheid
Voor Landlieden, Arbeiders, en allen, die zich derheete Lucht, en Vermoeijinge niet genoeg onthouden kunnen; te meer, indien ook hun- ne Spijze en Eettrant merklijk afwijke van de goede Voorfchriften. Een zwakke Maag alleen, en te gevoelige Ingewanden kunnen dit gebruik van den.Azijn wat belemmeren. Anders mag er, vrijelijk, van twee tot zes, of meer Lepelen vol, daags, worden genomen, vooreen volwas- fen Menfch; 't zij in water, 't zij als Saus bij het eeten, 't zij ook wel eetis zuiver, inzon- derheid als de Azijn niet fterk is.
Meer Vermogenden zullen, doorgaans, ook
het gebruik van Citroenen $ en van alle andere Plant-zuuren, rijkelijk te pas mogen brengen.
Ook verdienen de fterkere Minerale zuuren^
aanbevolen te worden. Onder welke, de Spir. Sulph. per- Camp. (of, in deszelfs plaatfe, de Spir, Vitrioli} en de Spir. Salis acid. wel de aangenaamften zijn; welke, gedrupt in water, tot een draaglijke zuurheid, insgelijks; ëenige maaien daags, indezelfde omftandigheeden, ge- nomen mogen worden. Hoewel deeze fterke- re Zuuren, in de Voorbehoedinge, niet zoo ei- gen fchijnen te zijn; en ook, als eigenlijker Art- fenijen aangemerkt wordende, min gretig ge- en
tututn fervare. Omnium vero acidorum praeftan;
j, tiffitnum eft vegetabile, pottffimum Acetum vi- ni - - - - quispiam facile mecum cortveniet A- cetum certum effe remedium, quod iropedire poffit, quü minus Dyf. in railitum exercitu fiat" |
|
||
|
|
||||
-ocr page 272-
|
|
||||
|
|
DËtf PERSLOÖP. S5?
nomen zullen worden; behalven dat de Azijn,
en de Plant-zuuien ook nog meer in het lU chaam tcrnjnen door te dringen, be vorderende ? bij veelen, zelfs de Uitwaalferainge.
i .'f
, §. XLII.
De Wijn, dien wij reeds, voor die 'er aan
gewoon zijn, als een nuttigen Drank befchouwd hebben, is, voor den ongewoonen, thans ook een heerlijk bederfweerend Behoedmïddel, voor» el de Kijnfche, en andere van goede foorte, die, inzonderheid, na veel vermoejinge, te pas komt. En zoo is het ook gelegen met den Sterken- drank, welks gebruik, voornaamlijk voor Bui- tenlieden, wij reeds, overeerikomitig met PRIN- OLE, hebben aangeroerd («5. 37.), ,en welks flerke bederfweerende kragt genoeg bekend is:; doch waar varï wij, met den zelfden Arts, den- ken, dat het nuttiglt en veiligft gebruik beflaa, in het dagelijkfch rantfoen van Brandewijn, of an- deren Sterkendrank, te mengen onder den aan- gepreezeneri Azijri-drank; welke aldus té fmaak- lijker zal worden, en gretiger genuttigd; terwijl de Zuuren zelve, door deeze vermenginge, ook van zwakkere Maagen, beter verdraagen,zul- len worden. .Het gebruik van den PuncB, wat flerker van Geeft gemaakt dan gewoonlijk, laat zich dan ook weder alhier, als Voorbehoed- middel, kennen; dat zeker, wegens zijn' aari- genaamen fmaak, niet veel aanprijzinge zal be- hoeven1. . »
-.::,.
Èk i 3£Lin.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 273-
|
|
||||
|
|
rOORBEHOEDlNG
^« XL I II.
ü ' - ..-'/ ..."..' ''
II. Het onderhouden van eens goede Spi/sver*
. feeringe, welke den grondilag geeti, tot de ver- { dere goede Bereidinge van Vogten door 't ge- heele Lichaam, is het tweede, waar op de aan- dagt, ook omtrent Voorbehoedmiddelen, vallen moeft (§. 40.). De tot rottinge' neigende Ge- fteldheid zelve vermindert den Eetluft, en de Verteerkragten; her overvloedig Drinken, en het fterk Zweeten, verilappen ook de Eerde wegen. Zoodat eenig Maagmiddel hier, dikwijls, te pas kome, bijzonderlijk voor hen, die aan Wan- verteeringe ligt onderhevig, en niet flerk zijn van Ingewanden, of die ook den voorgefchree- ven regel (§.36,)? in de Maate en Hoedanig- heid der Spijzen, niet genoeg in agt neemen, .welke goede inagtneeming, anders, het gebruik van Arcfenijen, bijna, onnoodig maakt ().
In deeze omfhindigheid, mag men dan, bij
zijne fpijzen, wel eenige Specerifé gebruiken, inzonderheid, indien men, anders, daar aan eenigzins gewoon is. Ook is een glas zwaa-
rer
() De heer sxotL, nadat hij gezegd hadt, geene
zekerder Voorbehoedinge te kennen, dan de zorg voor fchieüjke Verkoelinge, als men heet is en zweetende 5 voegt 'er bij: " Vitato ejmmoji refrige- rio, cruditatem qüoque & faburralia vitia vitanda puto; quae etfi dyfenteriam fola non producant, corpus tamen debilitando eandem invitant. Pro- derit (ergo) praetcr perfrigeratipnis & cruditatis. fugan , vim quoque primarum viarum leni tonico iuftentare." Cap. ix, fag. 330. L, c. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 274-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP. 059
rer Wijn bij 't Nagëregt, als dan, niet af te
keuren.
En, voor een eigenlijk Maagmiddelt kan men
eenige gemaatigd Bictere en Verwarmende din- gen, op Wijn, of Water, met een weinig Bran- dewijn, laaien trekken, om daar van, naar ver- eifch, een of tweemaalen daags, een kelkje te nee- men. Hoedanig Voorfchrift ik agter, op N. i8.s ten yoorbeelde heb gegeeven; 't welk eenvou- dig, min koflbaar, en onder de Onzen, in den laatllen Ëpddepnie-tijd, vrij algemeen, en met , goed gevolg,' in: gebruik is geweeft, ook ge- makh'jk te neemen, en niet heet is. Men haal- de deeze pakjes bij onze Apotheekers, en zet- te ze veelal zelven toe, op een fles witten Wijn, na eerft met wat Brandewijn;de kruiden bevog- tigd te hebben; anderen zettedén dezelve op enkelen Jenever of Brandewijn, indien zij het trekfel wat fterker veelen konden, of verkozen. En zoo kunnen 'er veele andere Samenitellin- gen gemaakt .worden, van gelijken aart; jaa fom- migen, die Mjaa.-niets zonder Kina meenen te kunnen doen, agten dat deeze, ook hier, de voorkeur verdiene; en wij verwerpen ook dit niet, geevende, op N. 49, een zodanig voorfchrift3 om even eens mede te handelen, als met de voorige Kruiden.
Onder de Winfeelbereidfelen, agt ik het Elixir
viscerale Hvjfmann. c. vi;jo Hispïook zeer gefchikt te zijn, tot het zelfde oogmerk, waarvan men een' halven lepel vol, teffens-, kan neemen ? met wat Wijn of Water gemeiigd. Het 'Elixir Vtirioli ichijru^ ook om zijn bederfweerend
K k 2 zuur,
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 275-
|
|
||||||
|
|
zuur, eene dubbele aanprijzinge rnede tev bren«
gen ; doch , om deszelfs heetere fpecerijen , zou. de ik liever het Elixir vhcerale kiezen , en daar onder hetzelfde zuur mengen , of wel die Zuuren, welke wij, boven, hebben aanbevolen |
|
||||
|
|
||||||
|
|
,.
In het gebruik van alle welke Maagmidde.
kn , wij doch dit moeten waarfchuwen; dat men wel zorgdraage, van zich daar aan niet te zeer te gewennen , als wanneer zij de gewenfch- te uitwerking niet meer doen zullen; jaa ook, door een te iterk gebruik, den eetluft overma- tig aanzetten, en, alzoo, meer kwaad uitwerken, dan goed. Heete, galagtige gettellen, vooral, moeten hier in niet te veel -zich toegeeven ; en 't is voor hen, bijzonderlijk, raadzaam, de Zuuren daar bij te gebruiken, en deeze Maag- middelen, liever met Water, of Wijn, dan met Sterkendrank, te trekken; ook, foms, een teug frifch Water daar na te neemen, onder voor- waarde, dat het Lichaam dan niet verhit moe- te zijn.
'. ' . '.''.'.'. ^ '..'
§. XLIV.
III. Het doen ontlafttn van de Uitwerpftnffen
der Èer/k wegen, door Buikzuiveringe, was ons derde punt van Geneeskundige Voorbehoedin* ge (§. 40.). Het welk wij echter geenszins zoo algemeen noodig achten, als de voorige punten; maar alleen in gevalle , wanneer ver- minderde Eetluft, kwaade Smaak, ruikende A-
dem.
v ~
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 276-
|
|
|||||||
|
|
.9 ERSiOO.IV
|
||||||
|
|
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
dem, beflagene-Tong, of andere teekenen, eene
vergaderde Vuiligheid, met Wrinverteeringe, in- derdaat, aanwijzen. In dit geval doch, is de voor- zigtige ontruiming dier Itoffen het eerit noö- dige, zonder welke de Maagmiddelen , ter re- geling eener goede Vefteeringe (§. 43.)» geen genoegzaam nut, of wel nadeel zouden kun- nen doen; terwijl de, intufchen opgehoudene, bedervende ItotFe het Lichaam verder zoude doen vervuilen, en ook teeerder, naar de Eer- fte wegen, de dreigende kwaaie henen lokken, Gevoeglijk kan men hier toe neemen de be- derfweerende , en goedkoope Cremor Tartart, tot een of twee Lood, avonds of morgens, of in meer verdeelde giften, tot dat het oogmerk bereikt zij. Het Glaubers-zout , of het Engels- zout kan ook alzoo dienen. Die niet tegen Rha~ barber is, zal hier in een beknopter Lateer- middel vinden,. dat ook voor zwakkere inge- wanden beft gefchikt is, waar van een vieren- deel Loods, in 3 of 4 giften gedeeld, en bij tufchen poozen, vaneen paar uuren, genomen, met een lepel vol van het Trekfel N. 18, of N. 19, daarop, doorgaans wel voldoende zal zijn, Of indien deeze dingen niet genoegzaam \ of niet verkieslijk fchijnen, dan moge men neemen de lufufio antifeptica laxans , N, 7, het zij met het Zout, het zij met de Tinftura Rheiaquo/a, zoo als in de Geneeswijze §. in onderfcheidenlijk is verhandeld; alleen mag dan de G. Tragac., uit deezen Laxeerdrank, wel agtergelaaten worden.
Sterkere middelen, die in eene kleine gifte
Kk 3 - vee- |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 277-
|
|
|||||||
|
|
rOORBEHOEDlNG
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
veele ontlaflmge maaketi, moet men niet ge-
bruiken; hoewel zij, dqor het gemaklijker in- neemen^ yoorgekeurd worden, bij. 't algemeen, en ook veeltijds gemaklijk fchijnen te werken; zij prikkelen .echter het Gedaante te veel, lokken, aldus ?( ook meer vqgten daar na toe, errlaaten Verzwakkingé dier deejen na, waarop weder Wanyerteering volgt, noodzaaklijkheid van nieu- we Ontlaftmiddelen te.gebruiken, en ook teffens verminderde Hiiiduitwaaiïeming; alle aanleidin- gen ter hoofdkwaaie zelve.
Dezelfde nadeelige gevolgen ontdaan, na het
te veelvuldig, en ontijdig gebruik aller Undalb middelen , ook van het zagter foort. Hetwelk de reden i$;i pm welke wij het doorgaand, en niet volitrekt aange weezen gebruik derzelve , in 't begin deezer' Zinfnede, hebben afgekeurd.
En deeze opmerking is te noodiger, omdat het
dagelijkfch/gebruik van -Rhabarber, door den be-. roemden DEGNER i, als het eerfte en hoogite Be- hoedraiddel, ernftig is aangedrongen (g); in
(ry;:,,-
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
DEGNER namelijk, eerft den vvankelbaaren Grond-
rejgel aangenomen hebbende " quod iisdem remediis fraefervari debeat, quibus curatur morbus " gaat dus voort, volgens zijn denkbeeld, van het alles af- doend nut der Ontlaftmiddelen in de Geneezince, " nempe monuimus, ut fingulis diebus - - - Ttnff. Rhei, vel Rheum cum Nitro fumerent, - - - queni Utique pro primo , frimario & omnium optima, praefer- vandi remejio.ha.buii & Jpfe eandem Tincluram nee quidquam' alïud remedium per tötum contagionis tempus aflurnfi" &c. En, werpt men hem dan tegen, " eorpus ipietum ntn ejfe imvtndum.^ « zoo ant- |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 278-
|
|
||||
|
|
welke fchadel'jke leere hij al te veele Navol-
gers gekreegen heeft, die nog heden, zelfs on- der hunne dagelijkfche Behoedmiddelen, altoos Rhabarber, of andere Ontlafïmiddelen mengen; en door wiens gezag, wij bekennen, wel eer j ook al mede gefleept geweefl te zijn, voor dat eigene bevinding en nader inzien in den aart der Ziekte, in het voorgaande onzer Verhandeling^ genoegzaam uitgelegd, ons allengs tot andere- gedagten had gebragt; volgens welke wij verder, ook gefterkt door het gezag van den voor- treflijken STOLL, de geduurige Buikontlaftinge, wanneer ze niet, wegens vuile floffen, duidlijk gevorderd worde , geenszins als een Voorbe- hoedmiddel, maar, veeleer, als eene mede-op- wekkende oorzaak der Ziekte, hebben geleerd te houden (b).
§. XL v.
woort hij " Vanus ille metus eft. Pharmaco enitn
haufto morbus non accitur - - - . fi vero contin- gat, ut fluxus Dyfentericus pharmacum hauftum infequatur, tune contagium jam intra corpus de- lituit - - - - hmc tantum abeft, ut evacuans prae- fervandi gratia adfumtum nocere pojjtt ut potius feniper bonum effeftum edere deheat, ,Dat kan heeten, zijn Sjftema getrouw te zijn! Zie zijn Cap, IV. §. vin, curti nota t.
(&) "Remedium prophylafticum Dyfenteriae in fre-
quente alvi purgatione fruftra quaefitum eft, hanc euim potius noxiam arbitror, nifi praefens laburra eandem poscat. Vires enim ventriculi & inteftino- rum, adtivis calonbus remifliores, crebra purgatio magis frangit; & rheuma tamquam ad partem de- biliorem invitat. Oblervationes etiain confirmarunt, hanc prophylaxia vanam efle. " Zoo begint STOLL zijn C#p. ix. Je frofijlaxi, p. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 279-
|
|
||||
|
|
SÖ4- ALGE M. FOORBEHOED1NS
§. XLV.
f :- .-... 'i , i . ,
Deeze Ontlading is, bijzonderlijk, dan nog
meer noadig^ vaanneer het blijkt, dat Wurmen zich in de Eer ft e wegen genefteld hebben; we'ke wij gezien hebben, dat, fomtijds, zoo algemeen j en zoo fterk, in deeze Epidemien, zich aldaar kunnen ophouden (bl. 52. /. 76.). Dit Gedier» te tochkonit niet, onder de Ziekte, eensklaps, maar moet eenigen tijd hebben, om uu te broe- den , of in 't gedarmte zich te ontwikkelen, en, te vermenigvuldigen, tot zulk eene veelheid j als we, ter aangeh. plaatfe, in de Voorbeelden gezien hebben: hoe zeer wij toeftaan, dat zul- ke Wormgefteldheeden heerïchender wijze (« fidemicé), en dus uit algemeene oorzaaken, niet ongelijk aan fommige, van dié, ook m on- ze Ziekte, plaats hebben, zich kunnen voor- doen; waar van we boven eenige qphelderinge hebben getragt te geeven (bl. 76, j-j.) (i).
Wanneer derhalve, behalven de gemelde leeke-
nen, van Vervuiling ea Wanvertëermge (§. 44.)* zich ook verfchijnfelen voordoen, van Walginge, Weeheid, Buikkrimpingen, bijzondere Kleur en Aanzien van aangezigt en oogen, en vooral van ontlaftinge eeniger Wormen\ dan moet men, tij- diglijk,1 zijne Behoedmiddeleri daar henen rig- ten, om' ook dit Gedierte uittedrijveri, het wel« ke, op zich zelven laftig en nadeelig, de ziek--
te j
(«) Men voege hier nog bij de uitgewerkte Verban,
delinge over de algemeene Wortngefteldheeden, van den zeer Gel. lire, t. j. v. D. HOS, Hiflor. Coitftit, epid» vsrmixafae &c. $» 18. en verder. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 280-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP, 2.6$
te, ind;en zij 'er bijkwame, erger en moeilijker
z<mde maaken; jaa, mooglijk, haaf ook te eer- der zoude kunnen aanlokken.
Men zal dan weldoen, om bij, of tufchen
de aangepreezene Ontlaftmiddelen, zulke Worm- middden te gebruiken, welke voor de te vreeze- ne Rottige gefteldheid niet nadeelig zijn» en het Gedarmte niet geweldig prikkelen of fchokken.
Hier toe komt, in zodanige Tijdsgefteldhetd ,
grootlijks, in aanmeffcinge het gebruik der Mi» nsrale Zuuren, in een flerkere maate, dan we, met oogmerk van Bederfvveeringe, reeds heb- ben aangepreezen (§. 41)? dewijl derzalver kragt ook iets bijzonders tegen de Wormen fchijntte hebben (£). Men neeme derhalven 3, 4, of meer- maaien daags, 40, 50, of zoo veele druppen van Spir. ritriaii of Sulpb. of van de zuurge- maakte Elixir (§. 43.)? als een paar lepelen vol water zoo zuur maaken, dat zij, met ge- mak, opgedronken en verdraagen kunnen wor- den; waar tulcheri men, nu en dan, zette het gebruik van, den':..Rbabarber> in dier-voege als mede is aan'geweezen (§. 44.). De CremorTar* tari, wat fterker en aanhoudender gegeeven, zou hier ook, om' zijn zuur, op nieuw in aan- merkinge kunnen komen, als Oatlaft- en Worm- middel tefïens, , . ,
Dit niet voldoende, of niet verkoozen wor-
dende, maaké men flegts gebruik van het, over-
Li al
*
- . ' ' ,. ./'...
) Met Waarneemingen heveftigd, door denzelfden
hre. VAN DEN BOS,"§. xci. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 281-
|
|
||||
|
|
266 ALGEM. rOORBEHOEDING
al te bekomene, Semen Santonici^ tot ? of l Lood,
eens of tweemaal daags, met even zooveel Crem. Tart. gemengd, en met Honing, of met den Maagwijn N. 18, ingenomen. Of men gaa He- ver over, tot het Corfifche Mos, welks fterk wormdrijvend vermogen, zoo in andere geval- len, als bijzonderlijk in deeze Ziekte, nu ook genoegzaam gebleeken is (bl. 52.)? en van w£lk wij een eenvoudig Voorfchrift zullen geeven, bij N. 20, om driemaalen daags zulk een poeder te neem en, met den Maagwijn; en ook weder de Rhabarber of Crem* Tart. hier tufchen, in- dien de min genoegzaame ontlafting daarom ipreeke: terwijl wij, omtrent de Ontlaitmidde- len, ook hier verder wijzen op het reeds ge- waarfchuwde j in 't laatfte deel der voorgaande Zinmede.
r,
§. XLVI.
IV. 'DtHuiduitivaalJèmïng, eindlijk, moet zorg.
vuldiglijk, en fpoediglijk, berfteld en bevorderd vjorden, zoo draa zij, door welke der verhan- delde oorzaaken ook, verminderd of onderdrukt ware geworden (§. 40.).
Dewijl de hindering en onderdrukking deezer
OntlaiHnge, de meeft vermogende Opwekkende oorzaak is van allen (§. 29.): is het handhave- nen der vrije Uitwaaflèming een nog veel noo- diger en gewigtiger punt van Voorbehoedinge, dan dat der Buikontlafringe (/). Indien, gevol-
gelijk
(/) Eenewaarneeming bij ZIMMERMANN verdient, om
's Mans gezag, en het aanbelang van dit punt, hier |
|
||
|
|
||||
-ocr page 282-
|
|
||||
|
|
DEN PERSLOOP.
gelijk, de, ter onderhoudinge der uitwaafle»
ming, aanbevolene voorzorgen van Levensre- geling (§. 29-32.) onvoldoende bevonden wor- den , indien men, onverhoeds, dezelve ver- waarloosd hebbe, of niet hebbe kunnen in agt neemen: dan zijn , onder de Htéhozdmiddelen, de zulken van het allergrootft belang, welke» bij- zondQrli]k,diQUitwaaffèming favorderen en aanzet- ten; offchoon men dezelven bijna van geenen Schrijver, en althans in lange zoo nadruklijk niet, als de Buikontlaftmiddelen, ter Voorbe- hoedinge, vinde aangepreezen. Eene nalaating, waar over men, billijk, zich verwonderen moet. Zoo dra derhalve men bewuft zij, van zich bloot gelteld te hebben, aan oorzaaken van gehinderde uitwaafleminge} en men, daarna, meer of min, gevoelt eenc drooge Huid, Hui- veringe, Zwaarte en Pijnlijkheid door 't lichaam, of ook de gewoone teekenen van Verkoudin- Ll a ge:
nog aangehaald te worden, die niij boven (bl. 24.4:
b.) ontfiïapt is. " Herr Dr. Möhrlin hat bemer- ket, dasz diejenigen gar nicht von der Ruhr be- fallen worden, oder dielelbe nur fehr leicht batten, die wenig geëffen .... nicht kalt getrunken, und den Körper in einen itarken Ausdünftung, fo- wol des Tags, als infonderheit zu Nacht, und im- Bette, unterhielten. " Cap. IV. f. 77. Kortlijk, doch kragtig dringt ook de hr. STOLL hier op aan. ter plaatfe, boven, note , bijgebragt; alwaar hij dus vervolgt"-- lubens fubfcribo, eos potiffitnum dyfent. a fe prohibuifle, qui vitatis diaetae vitiise &c. diu nocruque non interceptam diaphorefin fu- iffent expcrti - - - hac ego rationa Dyfent» a ma meisque fortunate arccbam." |
|
||
|
|
||||
-ocr page 283-
|
|
||||
|
|
s68 ^fLGEM. fOOR BEHOED.
ge: dan berufle men niet, in flegts vroeg naar
bed te gaan, zich wel te dekken, enz. vol- gens §. xxx, xxxii; maar men neerae ook, ter- ftont, 3 of 4 Lood Gelei van Vlier ( Rob Samb.J, met een,Wijn- of Bier- kandeeltje, drmke vervol- gens geftadig een Trekfel van l/lier en Ka- mille,bloemen, of van Zoethout met wat Sas/a* fras; jaa, indien, hier mede, de uitwaaflemmg niet genoegzaam zich herftelle, dan neeme men het Uitwaaffem drankje N. ia, of het Zweet- f neder N. 13; volgens de aanwijzinge daar van te vooren., in onze Geneeswijze, gegeeven (§ 5- bl. 17.)-
Maar de Uitwaafleming dus bevorderd en her-
iteld zijnde, weeze menindagtig, dat, door deeze vermeerderde ontlaftinge, eene meerdere vatbaar- heid na zal blijven voor nieuwe verkoudinge; waar degens men, derhalve, op zijn hoede moet zijn, door eene verdubbelde oplettenheid, op het hier toe voorgefchreeven Leevens befluur (§. 28-32.).
En dit is al 't geene wij meenen, dat, ter
Jllgemeene Vonrbehoedinge van den Perslnnp, be- hoort, en ook, met goed gevolg, kan, in'c werk gefield worden; waaromtrent wij nog eens herinneren, dat het voorgefchreeven goed Lee- vensbeftuur, het allereerft noodige zij; bij welk de'"drtfeni/en, vooral die van de derde en vier- de Verdeel inge, eene tweede, en niet algemee- ne plaatfe'beflaan, zijnde, in de gevallen, bij- na zoo veei als eigenlijke Geneesmiddelen aan te merken, welke, buiten de regte omftandigh.ee- den, meer fchadelijk zijn, dan voordeelig.
VAN
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 284-
|
|
||||||||
|
|
»TT
III.
PAN DE BIJZONDERE '
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
O F
, .
HET ONTGAAN
DER BESMETTINGE.
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
Dus komenwe, eindlijk, tot het beantwoor-
den der i/rage, die'er alleen ,nog overig is, van de drie, welke wij ons, in den allereer- ften aanvang van dit Gefchrijf, hadden voor- gefleld, om naar dezelve onzen geheelen arbeid te verdeelen. Zij was deeze:
Kan men ook voor Befmettinge zich beveili-
gen, wanneer men bij, of onder de Zieken, ver* keeren moet?
Namelijk, de, tot dus verre, voorgedragene
Kegels van Voorbehoedinge, betreffen het af- weeren en ontgaan dier Algemeene oorzaaken, door welke de Ziekte, eerft, en oorfpronghjk kan ontftaan, in elk eenen, op welken die Oor- zaak en werken; offchoon 'er nog niets van de Ziekte ergens zich hadde ontdekt (bl. 238).
LI 3 Maar
|
|
||||||
|
|
||||||||
-ocr page 285-
|
|
|||||
|
|
Maar thans is de vraag, over de Beveiligin-
ge regens de Voortplanting der, werklijk ont- itaane, Ziekte, voor zoo verre zij Aanfteeken- de', of Befmettende zij; en voor welke, dan, de algeraeene Voorbehoeding alleen iemand niet veilig zoude ftellen, tenzij hij ook nog, daar- enboven , de gemeenfchap ontweeke van be- fmetlijke voorwerpen (bl. 218.). Welk ontwijken derhalve, omdat het, veeltijds, komen moet bij het voorige algemeene, wij de Bijzon- dere Foorbeboedinge hebben genoemd.
En hier moet ik, voor verder te gaan,
eerft terug wijzen op het Onderzoek, datwe, boven, hebben aangelegd, om de al- of niet- Befmsllijkbeid onzer Ziekte, zoo als ook den Trap, en de Wegen van haare Befmettinge, in een meer onderscheidenen dag te ftellen (bl. 215-228.), Welke afhandeling dier ftoffe, ei- genlijk , alhier haare regte plaatfe zoude gevon- den hebben; indienwe niet verkoozen hadden, in eènen adem af te doen, ai 't gene wij, uit onze Nafpooringen, ter Ophelderinge van de eigenfchappen der Ziekte, meenden te kunnen opmaaken.
Wij zullen dan het aldaar voortgebragte hier
gebruiken, alleenlijk ter Toepafiinge, oftotop- maakinge van Regels der bijzondere Fborbehoe- dinge; eveneens, als we ook gedaan hebben om- trent de algemeene Voorbehoedinge (bl. 238.). |
|
|||
|
|
|||||
|
|
§. XLVII.
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 286-
|
|
||||
|
|
V AH DEK PERSLOOPi a.Ji
$. XLVII.
Uit het gemelde Onderzoek, dan genoegzaam
gebleeken zijnde, dat de Ziekte niet die alge- meene Beflnetlijkheid hebbe, noch dezelve zoo verre door de Lucht verfpreide, als de vrees den Menfchen veeltijds doet denken (bl. 222-225): zoo volgt hier uit onmiddelijk, dat ook het Ont- gaan der Befmettinge niet zoo moeilijk, of het vatten der ziekte, langs deezen weg, niet zoo te dugten zij, als men veelal zich inbeeldt.
Wij fchroomen, derhalve, niet, in de eerde
plaatfe, vaft te ftellen, dat men de Steden, Dor- pen m Plaatfen, -waar de Ziekte beer/ebt, geruft' lijk moge doortrekken, zonder vreeze van aldus befmet te zullen worden. Jaa, dat men ook in de Huizen en Vertrekken, daar Zieken zijn, veiliglijk zich begeeven kunne, wanneer men in zijnen weg daar kome, of door menfchlijken pligt derwaarts worde geroepen; indien flegts de voorzorgen, nu nader te melden, in agt worden genoomen, en men zich voorts houde aan de voorgefchreevene Algemeene Voorbehoe- dinge, vooral zich ontdoende van ongepafte vrees en angftvuiligheid (bl. 225-228.).
§. XLVIII.
Dan, dewijl eene angftvallige bekommerdheid
zoo hoogft nadeelig is, en zelfs den Menfch vatbaarer maakt voor de Ziekte (§. 39.): zoo zullen, in de tweede plaatfe, zij, die zeer vrees- achtig zijn, zich liever van d& aangedaane Plaat-
fen
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 287-
|
|
||||
|
|
fen onthouden, en, zoo zij aldaar woonden, ziet;
afgezonderd houden, of dezelve verkattn, be* geevende zich, zoo lange, op eene andere onbe~ fmette Plaats, vooral zulk eene, daar, in eene voorige Epidemie-lijd, de ziekte gehzerjcbt heb' 6e; om reden, in onze voorgaande Befluiten te vinden (bl. 165. n,').
§. XLix.
*P
: f - . '- - .
Verder, dewijl de Ziekte, wanneer zij be-
fmetlijk is, doorgaans eerft.tot de Huisgeno- ten, of allen die bij den Zieken naaft verkee. ren, pleegt over te gaan, en aldus verder zich te verfpreiden (bl. 220 enz.): zoo is het van het grootfte aanbelang, tegens de eerfte voortplan- tinge der befaiettinge, vooral van de eerjte Zie~ ken, alle mooglijke zorge te gebruiken; dewijl men hier door het dreigend vuur, in zijnen eerften vaart, zal fluiten, en de verdere ver- fpreidinge voorkomen. Men wende derhalve, niet alleen alle de volgende Voorzorgen, voor- al bij de eerfte Zieken, met de uiterite zorg. vuldigheid en aanhouclenheid aan : maar men zie, ten dien einde, bijzonderlijk en voor al- les, toe, om, tot Oppaflers deezer Zieken, zul' ke menfchen te neemen, die zelven de Ziekte, in voorigen tijd, reeds hebben ondergaan, en daar van zijn gebeterd (bl. 165. m.).. Want de« wijl deezen, volgens den uitflag onzer Nafpoo- ringen, niet, of althans veel minder, vatbaar zijn voor nieuwe Befmettinge, Inijdt men dus,
vrij
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 288-
|
|
||||||
|
|
DEN PERSLQÖP; 373
vrij zeker, de eerfte mooglijke Voortfpruiting
der ziekte aan den wortel af (m).
En deeze Voorzorge, daar tot nog toe wei-
nig opgelet is, meenen wij zoo wezenlijk en zoo gewigdg te zijn, dat zij ons de fterkfte aanbevelinge fchijne te verdienen; ja ook waar- dig te zijn, dat zij, door gezag van de Ove- righeid, kragtiglijk gehandhaaft worde. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
Doch, indien men, ter Oppajfinge der Zieken,
geene zulke Gebeterden kan hebben (§. 49.)? dan zal men, om dezelfde reden, dit werk, evenwel, aan geene Oude lieden, of Kinderen o» Verlaaten, maar daar toe Menfchen zoeken van middelbare, dat is van omtrent vijfentwintig tot vijftig, jaar en.
' 't Heeft toch gebleekén, dat de vatbaarheid
voor de Ziekte ook minder is, indien Middel- baren leeftijd (bl. i!58.); zoo dat meri, door 2ulke Oppaiferen , minder gevaar loope van voortplantinge der Ziekte^ dan door Lieden van hoogere Jaaren, of door Kinderen ; welke ook, behalven hunne meerdere vatbaarheid voor de kwale, daarenboven door dezelve vrij heviger M m plee-
(m) Zulk ecne Uitrotjingdodi, deezer Ziekte , ware
gewiflijk te kiezen, boven ïnentinge dèrzelve: op welke nogtlians de Gedagte ook Zoude. kunnen val- len , uit hoofde der algemeène gemaklijkheici van andere Ingeente Smetziekten, hoven Natuuflijkej en dm, uit hoofde van het doorgaans maar eens ver- fcbijnen van tkeze Ziekte, ui denzeuucu |
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 289-
|
|
||||
|
|
s/4 BIJZOND, POORBEHOEDING
pleegen aangetaft te worden, en,aangetaft zijnde.,
in grooter getale te iterven (bl. 193, env.,). Door welke omftandigheid, op nieuw, de Be- fmetlijkheid, en de Voortplanting der ziekte, vermeerderd fchijhen te worden, (bl. 223.).
, En dit is eene tweede Oplettendheid van aan-
belang, op welke men, tot hier toe j niet ge- noeg gevallen is.
§.- LI.
Maar, ter verkrijging der volkomene uitwer-
kinge deezer gewigtige voorzorge ( §. 49,50.), wordt, daarenboven, vereifcht, dat, buiten de gemelde Qppafferen, .geene andere Perfoonen, uit welke betrekkinge van Vriendfchap of Ver- wantfchap het ook zij, nader bij deeze Zieken zich begeeven, of met denzelven fiaauwer ver kei' ren, dan wij' veroor lofd hebben, in §. XL vu. An- ders/toch, zoude, door deezen, de gevreesde befmettinge ontfangen en voortgeplant kunnen worden, en dus de eerfte Voorzorg geheel on- nut worden. < /
§. LU.
T ^ "" / '
Om verder zulk eene gemeenfchap (§.51.) ze-
kerft voortekomen, is het raadfaam; Vooreerft, dat de Zieke,"ïs"t mooglijk, in een afgezonderd Ver- trek geplaatft worde; o/, ten minflen, dat zijn Red, óï Leger/lede af gezonder d zij, en, voor a l, de 'Plaats daar hij zijne Qntlaflinge doet; en dat hij, voorts, zich niet begeeve onder het overig Huis- gezin, |
|
||
|
|
||||
-ocr page 290-
|
|
|||
|
|
DEN PERS LOOP. 075
gezin, noch dat iemand derzelve hem nabijkome,
veel min met hem in een Bed flaape. Op deeze wijze toch zijn de voorname wegen afgefnee- den, waar langs, gelijk we reeds gezien hebben, en nader zien zullen, befmetting, in dit geval, zich, mooglijk, zoude kunnen verbreiden.
-
§. LUI.
> ' « ,..',
Ten tweeden, is het hier toe noodig, datookde
gemelde Oppaffèrs zelven, hoe zeer zij voor zich beveiligd mogten zijn, voor't vatten van be* fmettinge, evenwel, daar zij geftadig, en van nabij, in den kring der ünetftoffeverkeeren, door den Zieken geduurig te behandelen, derzelver Bedden optemaaken, en alle de Behoeften te be- redde-n, zorgen moeten, dat zij geene werktuigen worden, ter werbrenginge van befinettinge tot an- deren. Want, dat Smetftoffe niet flegts onmid- delijk, maar ook middelijk, door tulchenkomft van een derden, die eerft'den Zieken, en daar- na de Gezonden aanraakt, kunne overgeplant worden, is, uit het voorbeeld van andere Sniet- ziekten, en ook uit fommige waarneemingen, in deeze zelfde ziekte, ten hoogften waar- fchijnlijk (V;)»
Derhalven, behooren ook de Oppaflers, zoo
lange zij geftadig rnet den Zieken omgaan, bij- na zoo als de Zieken, op zekeren af (tand van de Gezonden zich te houden, niet van na bij Mm s 011-
(») VergeU H. 218. enz» en STINS-TR.A
Cvrresp* bl. 950. |
||
|
|
|||
-ocr page 291-
|
|
||||
|
|
376 S1JZOND. PQbRBEHOEDlNG
onder dezelve verkeerende, en vooral niet da«
gelijkfch onder deezen zich aan tafel zettende, of ter flaap nederleggende.
Doch indien eene bellendige Afzondering niet
aldus kan verkreegen, of uitgehouden worden, gelijk veeltijds het geval is, dan moet, even- wel, die Voorzorg worden gebruikt, dat, ten minften, de Oppatfers niet geduurig af en toe gaan onder het overig Huisgezin. Ten wel- ken einde, 't gene, ten dienfte en behoeve van den Zieken, of van de Oppaflers, noodig is, bijeengebragt en bezorgd dient te worden, op eene plaats, daar het altoos, door deezen, geree- delijk kan worden gevonden.
En de Oppaflers, zoo vaak zij hun werk ver-
poozen, of van de Zieken gaan naar elders, zouden altoos de onder dat werk gebruikte Bo- venklederen eerft moeten afleggen, andere in de plaatfe neemen (o), .zich ter degen afwa- fchen, en eerft eenigen tijd in de ruime lucht * omme wandelen. §. nv.
(o) Dit verwiflelen van Klederen is, ik beken het,
over al zoo niet uit te voeren, daar de Oppaflers zelden dat verfchiet derzelyen hebben. Daar, e- venwel, deeze Voorzorg, in gevalle van waare be- finetlijkheid, zeer weezenlijk is, zoo ware het te wenfchen, dat door Openbaare, of andere liefderij- ke bezorginge, hier in vooral voorzien werde. Moog- lijk, zoude het ook voldoende zijn, indien de Op- paflers een linnen Bovenkleed of Overtrekfel over hunne klederen aandeeden, zoo lange zij bij de Zieken waren, en dat weder afleiden, zoo vaak zij van dezelve gingen. Welke linnen Kielen, Voor- fchooten, enz. dikwijls gewafchen moeden worden, en in 't Ziekevertrek blijven. Dit zoude, ten min- ftcn, vaft een aanmerklijk voorbehoedfêl zijn. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 292-
|
|
||||
|
|
$, LI V.
Hoedanige voorzorg, in zeker opzigt, ook voor*
dl behoorde genoomen te worden door de Genees- oeffenaaren, wier tegenswoordigheid bij de erg- fte Zieken wel het meefl vereifcht wordt; en welke, offchnon zijdeZieken, op verre na, zoo nabij niet behoeven te komen, noch zoo lan- ge daar bij te blijven, als de Oppaffers, nogthans wel eens, door overijling, of verzuim dier voorzigtigheid, die we nader zullen vooritel- len, eenige imetftoffe zouden kunnen medevoe- ren, en dus, onverhoeds, eene Ziekte, die zij moeften weeren, ongelukkiglijk verfpreiden.
Zij behoorden derhalven zich zelven deeze
Regels te Hellen, i. Hunne gewoone Ziekebe- zoeken eerft aftedoen, voor dat zij bij die aan den Loop langs gaan; ten minften, als zij met deeze laatflen begonnen zijn, niet elders te gaan tufchen beiden, maar die na den anderen af te doen. 2. Na elke Vifite bij een Loop-zieken, hunne handen te wafchen en den mond te fpoe- len. 3. Bij het doen deezer Vifites een ligten Overrok of Jas, en dien toegeknoopt te heb- ben, zoo lang zij bij den Zieken zijn; om dee- zen Jas, na't volbrengen dier Bezoeken, af te leggen, en buiten te doen hangen, vervolgen- de hun gewoone werk, na zich welgewafchen te hebben, weder in de gewoone kleedinge. Omtrent welke Klederen het toch ook raadfaam zal zijn , dezelve dikwijls te doenluchten, nu en dan te veranderen, en van Linnen te verwis- Celen. Gelijk verder, indien de Ziekte laat in
Mm 3 Herfft
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 293-
|
|
||||
|
|
Herfft mogte loopen, geen Geneesheer in een
Pels, of met een ruigen Mof, bij de Lijderen behoorde te komen.
Oplettendheeden, welke ik niet klein, ge»
lijk ze aan fommigen mogen toefchijnen, maar wezenlijk acht; doch tegen welke ik gezien heb, vooral te Lande, dat zeer reukelooflijk wordt gezondigd : gelijk, in 't algemeen , de aandagt op dezelve niet genoeg fchijnt te val- len (p).
, i
§. L V.
Omtrent hen die vit de Ziekte herkotnen, moet
geene mindere behoedzaamheid worden geoeffend, om dezelve, onder de gemeene verkeering van 't Huisgezin, niet weder toe te laaten, voor dat zij, van den Persloop wel volkomen herfteld zijnde, alle hunne, onder de ziekte gebruikte, Klederen, zonder eenige uitzondering, eerft heb- ben afgelegd, hun Lichaam geheel gewafchen, en geheel zuivere, of nieuwe, linnen en wol- lene kleding hebben aangedaan; verlaatende voorts, even zorgvuldiglijk hun voorig Bed en Slaapplaats, en daar voor een ander en zuiver Bed verwiflelende. §. LVI.
(p) Wij hadden in 1779, in ons Advijs ter Voorheb
boetliage, aan de Ed. Agtb. Magiftraat van Harder- xrijk, wegens Stads-Doctoren,~overgegeeven, ook van dit punt eenige meldinge gemaakt. Doch dit is, ik weet niet om welke reden, met nog iets meer, uitgelaaten in het alhier gedrukt Extraft- ^iJvijt; dat toen ook elders nagedrukt, en te vin- den is, in de Genees k* Jaarb. U. D. bl. 366, env. ZOO als ook in de/fo&r/, Jaarktekejt^ Jan. 1780. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 294-
|
|
||||||||
|
|
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
. - .
Door het aanwenden van alle zodanige voor-
zorgen , tegen 'het onverhoedfch overbrengen van Befmettiiige_ (§. 51-55.)» agten wij, dat inenj midlijkerwijze, voor dezelve genoegzaam beveiligd zal zijn» en even geruftelijk, als in Ci XL vu. is voorgefteld, in Plaatfen en Huizen p daar Zieken zijn, verkeerén niogen, onder het la agt neemen der meer bijzondere punten van Voorbehoedinge, die nu volgen moeten.
Wij merken alleenlijk nog aan, dat de, thans
gemelde, Voorzorgen wel van het aÜergewigtigft aanbelang zijn omtrent de Eerfte zjeken, voor welke wij dezelve, in de eerfte rplaatfe., hadden irigerigt (§. 49): maar zij moeten doch eok om- trent alle de volgenden , wanneer de Ziekte, on- verhoopt, zich verbreid hebbe, in agt genoo- men^ en fteeds aangehouden worden, door den ge- htelen tijd, in welken de Ziekte blijft heerfchen- 'om aldus het mogelijk mededeelen van Smet- ftoffeaande Vrijgebleevenen, fteeds, hoe meer zoo beter, voortekomen. , |
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
."S, >VIL r
Dusverre dan.gehan.deld hebbende van de Voor-
zorgen, omtrent de algeméenere voortplanting, en de middelijke veripreiding der Befmettingefl tegen welke men mimi: op zijn hoede pleegc te zijn; is 'er nóg een gewigtig deel overig, der bijzondere Voorbehoedinge, 't welk het ver- mij- |
|
||||||
|
|
||||||||
-ocr page 295-
|
|
|||||||||
|
|
mijden der onmiddelijke^ en meer kenbaare Be-
fmettinge betreft. Aan deeze onmiddelijke Be- fmettinge zijn zij, boven anderen, bloot ge- iteïd, die met de Zieken meer van nabij ver- keeren moeten, om hen de zoo noodige hulp en bereddinge toe te brengen (§. 53, 54.)» °f fchoon ook anderen, indien de reeds voorge- itelde Voorzorgen niet worden in ag^genomert, door dezelve kunnen worden getroffen. Wes- ftalven het nog van zeer groot belang is, om ook de wijze van Beveiliging1 Voor dïéeze onmidde- lijke Befmettinge natefpopren, door bijzonder- lijk te letten op de Wegeöén Wijze, langs wel- ke de Smetftoffe uit het aangedane lichaam zich verfpreiden, en tot een ander overgaan kan; waar toe boven reeds eenige aanleiding is ge- geeven (bl. 223, 224.^). |
|
|||||||
|
|
|||||||||
|
|
|
|
|||||||
|
|
|
|
|
||||||
|
§. L VIII.
Afgangpoffen, of uitwerpfelen van den
Buik, zijn, volgens alle Waarneemeren, en vol. gens de famenftemming der gemeenfte Onder, vindinge, de voornaame zitplaats en het vrugt- baarft broeineft der Smetfloffe; zoo dra 'er be- fmetlijkheid bij den zieken plaats hebbe.
En 't zijn niet zoo zeer deeze Stoffen zelve,
of, niet deeze alleen ? maar vooral ook haart; be« derflijkeuitvloeifelen; oiVi-waaj/eming, aan wel- ke men de voortfmetting der ziekte toefchrijft. (q) Men heeft, naamlijk, meermaalen waarge-
noo-
., . " " . ria H' :
(f) Te vooren, is dit Onderwerp breedvoeriger ter
|
|
||||||||
|
|
|||||||||
-ocr page 296-
|
|
|||||||
|
|
/ r.
'
|
|
|||||
|
|
VAN DEN PERSLOOP. 281
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
noomen > dat, na het zitten van Gezonden bo-
ven den Afgang, door een Zieken, in een Ge- mak of elders, geloosd, en dus, alleen na het vatten van het Uitgewaaflèmde, zonder aanraa- kinge der Stoffe zelve, de ziekte zij gevolgd. Voorts doet het hier weinig ter zaake, of deeze Uitvloeifelen den Gezonden befmetten, alleen door haare werking op het ontbloote On- derlichaam; of alleen door Inademing dier in de lucht verfpreide damp; of door haare ver- menging met het Speekfel; of anderszins, 't Is genoeg, dat, tot het ontgaan der onmidlijke be* fmettinge, ongetwijffeld en voor alles, behoortr, bet vermijden van den Afgang en zijne Uitvloeife* Hen. En laatenwe nu zien, hoe dit belt gefchiede,
5. Lix.
Tot dit oogmerk, zal de Zieke, niet alleen,
zich altoos zorgvuldiglijk onthouden) van op het algemeen Gemak zijne Ontlaftinge te doen (§. 52): maar de Pot, waar in hij zich ontlaft, zal ook nooit in zulk eene algemeene Plaats uitgeworpen mogen worden; doch in een diep gegraaven gat, of eene andere afgezonderde plaacfe, geledigd, en de Afgang voort, met eenige aarde, wel be- dekt worden.
De befte en teffens gemaklijkfte inrigting, om-
trent dit fluk, agt ik deeze te zijn: dat, 200- dra en zoo dikwijls de. Lijder hebbe afgegaan, en hij) telkens, de vuiligheid van zijn lichaam N n met
onderzoek gebragt, Bladz. 217. en verv.; bijzon-
derlijk wijzen wij hier op ons eerfe Be/luit, bl. 224. |
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 297-
|
|
||||
|
|
B IJ ZOND.
met papier hebbe afgevaagd, om zijn eigen Lin-
nen en Bed niet nog meer befmetlijk te maaken, daarna, aanftorids, /Sarde of Zand, dié iaat vog- tig tij, in zijnen Pot worde geworpea, genoeg om die üifwerpjekn geheel te bedekken., en dus haare Uitwaafieming te lluiten en te bedwingen. Welk opwerpen van Zand, doorgaans, de zie- ke zelf gemaklijk zal kunnen doen, indien flegts gezorgd worde, dat, bij den Pot, altoos een bak met Zand of Aarde in gereedheid zij; het welk toch gemaklijk te doen is.
Op die wijze, kunnen ook de Uitwerpfelen,
door de OppafTers, vrij veiliglijk worden uitge- dragen, en de Pot, na hem uitgeworpen en uit- gefpoeld te hebben, weder te rug gebragt; vei- liger zekerlijk, dan of men, naar fommige voorfchriften, een natten Dweil of Doek over den pot met afgang dekte; wanneer, door het afdek- ken, en het telkens behandelen, of ook uitwa- fchen van den doek, de daar m hangende Uitvloei- felen vrij ligt verfpreid zouden kunnen worden. .< *
§. LX.
Ook kan, na het telkens inwerpen van Zand, de
Pot, veiliger, des noods, eenigen tijdin'tZie- kevertreknog fhan blijven, en verfcheidene Ont- ladingen ontfangen, eer hij uitgeworpen wor- de; het welke men nu toch, regens alle waar- fchuwing aan, dagelijks ziet gebeuren. De me- nigvuldigheid, ramelijk, der Ontladingen, en de kleinheid der/elve , maaken, dat het de Men- fchen wel haall verveele, om, elke keer, den
Af-
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 298-
|
|
||||
|
|
KAN DEN PERSLOOP. a.ti$
Afgang te gaan uitwerpen; te meer, daar, vooral
in de Steden, hier toe niet altoos een gefchik- te plaats, buiten huis, voor handen is. Dies- halve laaten zij, veelal, den Pot liaan, zetten hem om eenen hnek, onder een lïoel, of op de beddeplank, zoo dat ik, in het doen mijner Vi- fites, dikwijls verichrikt geworden ben,, van deeze affchuwh'jke doffe, onverhoeds, zoo na voor mij te hebben gehad. Het gevaar van be- fmettinge h'ier uit, zou doch, door dit telkens inwerpen van Zand, weggenoomen, of, ten min- ften, zeer verminderd worden. En, dewijl men in de Ziekekameren altoos voorraad van Azijn bij der hand zal hebben (§. 41.), zal men, daar~ en buvea , wel doen, van, over bet zand in den pot, nu en dan wat Azijn te gieten, inzonderheid, 8ls.de Poï moet uitgedraagen worden.
, ..
§. LXI.
" - ' !
Eene uitzondering valt'er, op dit, telkens,
aanftonds zand werpen in den Pot (§. 59.). Na- melijk, als de SJfgang vertoond moet worden aan tien Geneesoeffenaar, gelijk, ten minften, een en andermaal 's daags dient te gtfchieden; doch, dan zal men een weinig dier Stoffe, dat hier toe genoeg is, in een pat met een wel fluitend Dek- zei, van Steen of Tin, vergaderen, buiten huis zetten, en buiten de Zon, en het zelve aldus tot het oogmerk bewaaren; doch, voort na dit on- derzoek, zal men 'er ook Zand op werpen, en inède handelen, zoo als van de overige uit- werplelen is aanbevolen.
N n.'2 , §. L xi i.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 299-
|
|
||||
|
|
B/72OND. POORBEHOEDINÖ
§. LXII.
Omtrent de andere Ontlaftingen der Zieken,
h het moeilijk te bepaalen , of dezelve eenig beftnettend vermogen hebben, en hoe verre dit zich uitftrekke. 't Is nogthans, onder dit ge- brek van zekerheid, veiligft, omtrent deeze o- verige Uitwerpfelen, ook zulke voorzorgen te gebruiken, als of zij, inderdaat, befmetlijk waren.
Dus aanbevelen wij: dat vooral bet Braak-
fel, indien braaking in den loop der ziekte voorvalt, Jpoedig worde weggenoomen, en, even- eens als de Afgang, bezorgd; dat ook het Zweet- zeer ontzien worde, zoo dat men zijne -handen telkens afwafche, zoo vaak zij met Zweet der zieken, door het aanraaken van eenig deel van hun Lichaam, of van het Linnen, mogten zijn bevogtigd; dat men, verder, voor het inademen van de Uitwaaffèming, en den kwaaden Reuk der zieken, zich hoede; dat men, zorgvuldig- lijk, den Adem van deeze Lijderen ontwijke, welke, riaafl den Afgang, voor meelt befmet- tende, van veelen, wordt gehouden; jaa, dat men ook de Pis, noch het Speckfél, lang laaie flaan, om ook daar van, bij mogelijkheid, geene nadeelige uitvloeiferlen aftewagten (r).
§. LXIII.
(V) "Credibile eft" zegt STRACK *' omnia quae ex
aegri corpore excernuntur, veneni Dyfenterici quid- quam continere *' CHZIMMERMANN "die Er- fahrung hat gelehrt, das der <,erucb der Kranken mit der wenigften gefahr anflekt; das der dthem fchlimmer, und der Jibga»& am fchlimratten ift". yen |
|
||
|
|
||||
-ocr page 300-
|
|
||||
|
|
W AVI iDJEJT PEKSLOO^ 385
§. LXIII.
" - . '
Dewijl, door de Uitvloeifelen of uitdampinge
van alle deeze Ontlastitoffen (§. 62.)» maar voornaamlijk, en nieeft van allen, van den Af- gang der zieken (§. 58), de Lucht, wel niet zeer verre af (§. 47.), maar doch, zoo verre zij den Zieken, of de Uitwerpfelen, van nabij om- ringt , meer en min, beladen zal kunnen zijn met eenige Smetftoffe; te-meer, daar hier te- gen de noodige zorg niet altoos wordt gedraa- gen: zoo volgt het, dat de verkeer'ing in den ei- genen Dampkring, of in den naarten omtrek van den Zieken, en vooral -van de Uitwerpselen, niet veilig te agten zij; ten zij daar toe nog de vol- gende voorzorgen worden in agt genoomen.
Men zal de Ziekekamer zoo luchtig houden,
ah, zonder, koude of tog't vatten, van den Zieken zelven, of ook.van zijnen Oppaffer, moaglijk zij. Ten dien einde, zal men, over dag, wanneer het weder' niet al te guur of vogtig is, door- gaans , een of meer Venfters, of de Buitendeur open nebben; en 's nachts, eenBinnendeur, voor- al indien het Vertrek niet ruirri is; ook moet de Schoorfteen niet toegeftopt zijn, zoo, om ge- ftadig doorvloed van lucht te hebben in 't vertrek, alsook, om, nu en dan^ ter zuivering der lucht, voornaamlijk bij vogtig weder, een ligt en droog hout- of turf-vuurtje te kunnen doen branden. N n 3 .Al
der Ruhr, fag. 75. Vergelijk hier mede ons fwtede
gefluit, over de Wegen en Wijze van Befmeriijkheid, dat we, boven, hebben opgemaakt, bladz. 214. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 301-
|
|
||||
|
|
POORHJEHOEDIVÖ
Al welk doorfpoelen, en verbeteren van Lucht
men, inzonderheid, ook dan zal doen, wanneer de Afgang eenigen flank mogte verfpreid heb- ben; wanneer het Bedde afgehaald is; en wan- neer bet Vertrek wordt fchoun gemaakt; welk Jchoonmaken ook dikwijls gefchieden moet, zon- der echter veel water te plengen.
Ook zal men, vooral bij heete en dmoge tij-
den, geduurig Azijn fprengen door de Kamer, of, als dit niet voldoet om een frilche Lucht te verkrijgen, den Azijn dnen kooken in één o- pen pannetje, of denzelven florten (>p een:best gemaakte» fteen of ijzeren Afchfchop, om dus deu zuuren waalïem beter te verfpreiden,' ook in het Bed van den Lijder.
Het aanfleeken van een weinig Buskruid heb-
ben we insgelijks hier toe aangepreezen; welk Buskruid ook, bekwaamlijk, met Azijn tot een droogachtig deeg gemaakt, en dus langzaamer afgebrand kan worden (s).
Bij vogtig weer, en in vogtige Vertrekken,
is 't goed, eens te wierooken; ook',Kamfer te flronijen.
En zulk Dampen moet met Luchten, nu en
dan, verwiffeld worden, teffens, zoo als gezegd is, wel gezorgd,-dat ondertufchen de Lijder voor Togt en Wind befchut zij.
Door hoedanige Voorzorgen, wij meenen,
dat het verkeeren, ook in de Ziekekameren zel- ve,
(/) Volgens het Jtlvies, op order der HH. Staaten
van Utrecht ontworpen, en gedrukt in 1779, bl. J. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 302-
|
|
||||
|
|
ve, voor hen, wien menfchlijke pligt daar roept,
van alle verdere vrees voor befmettinge onthe- ven kan worden, en, veel meer nog, de veilig- heid verzekerd, eener verkeeringe op zekeren afttand, welke wij, in §. XLVII en LVI, in 't al- gemeen reeds beweerd hebben.
§. LXIV.
Het Linnen, verder, en de Klederen, die de
zieke aan heeft, gelijk ook het Linnen en Bed, of Stroo, daar hy op ligt, zullen, natuurlijk, nog veel meer Smetftoffe kunnen vatten dan de Lucht (§. 63.); niet alleen door de Uitwaafle- ming van het Lichaam, dat zij onmidlijk omvan- gen, maar ook wegens den Afgang en de Vui- iigheeden, waarmede dezelve, toevalliglijk, be- morft kunnen zijn geworden. In het bebander len, derhalven, van Klederen, en van Bedt moet de meefte voorzigtigbeid worden gebruikt.
't Spreekt geheel van zei ven , dat niemand
zich onderwinden moet, door zieken gebruikte Klederen aan te doen, of op, door hen beflaa- pene, Bedden zich neder te.leggen, ten zij de- zelve, na't afloopen der Ziekte, zeer langen tijd eerft gelucht, gezwaveld, gezuiverd of gewa- fchen zijn. Doch de Veeren uit de Bedden moe- ten als dan , zonder uitzondering, voort begraa- ven, of verbrand worden; zoo ook vooral het vuile Stroo, 't welk PRINGLE, te regt, voor zeer befmetlijk houdt (*).
Eer
(t) " The foul ftraw becornes vcry infèöious " zegt
dees Waarneemer />. 264. |
|
||
|
|
||||
-ocr page 303-
|
|
||||
|
|
Ïi88 BI/ZOND.
Eer de Bedden der Zieken, dagelijks,
baald worden, moet deeze Voorzorg worden gebruikt; datze, met opgeflagene Dekens, en o- pengefchovene Gordijnen, ('t welk de Zieke door- gaans zelf, bij het verlaaten van zijn bed, zal kunnen doen) zoolange liggen, dat alles koud geworden zij, terwijl ondertufchen de Bedile- de ter degen doorgelucht worde, en Azijndarap rijkelijk verfpreid; waarna het af haaien haaftig kan gefchieden, en het Bed, lang genoeg, on- der het luchten van 't Vertrek (§. 62.), gelegen hebbende, onbelchroomd weder opgemaakt zal kunnen worden.
Ket vuile Linnen, en de kleeren, moeten ook
haaftig toegeflagen, en, zonder veel behandelen, naar buiten gebragt worden, tot dat alles welkoud zij, dan met een houten gavel in ruim water gezet, en dit, na een geruimen tijd, op een afzonder- lijke plaats, afgegooten worden; waar na, eind- lijk, het Linnen ter wafch mag worden gezonden.
§. LXV.
Volgens al welk bijgebragte (§.58-64.), wij
meenen, dat ook de overige en meer bijzondere takken, van noodzaaklijken Bijitand en Bereddinge deezer Lijderen, voorzigtiglijk geregeld zullen kunnen worden; in welker meer wijdloopige uit- legginge wij niet verder treden kunnen; achtende daarenboven, dat, uit deeze ftaalen, genoegzaam blijke, hoe men, inde overige Verrigtingen, ook die het meeft gevaar van Befmettinge fchijnen me- de te brengen3 op de veiliglle wijze, zich kun- ne |
|
||
|
|
||||
-ocr page 304-
|
|
||||||
|
|
VAK DEN PERSLOOP. a»9
ne verhouden, 't Welk ter aanmoedinge moge
dienen, om, in deeze verdienftelijke daaden van Menfchlijkheid, zich niet onmenichlljk te ont- trekken, en ter aanwijzing, om ook niet roeke- Jooslijk, ofonnoodig, zich bloot te fteüen. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
L XVI.
|
|||||
|
|
||||||
|
|
Doch'er zijn nog eenige zaaken, ter bijzon-
dere Voorbehoedinge, in agt te neemen, voor- al wanneer men bij de Zieken van nabij ver- keert, of hen bedient, welke wij nunogkort- lijk, en naar vervolg, hier zullen bijvoegen.
- >
/
i°. Dat men niet nugter, dat is zonder ont-
beeten of iets gegeeten te hebben, bij de Zie- ken verkeere; maar dat men oo£, inzonderheid wanneer het gevaar van befmettinge aanmerk- lijk fchijnt te zijn, vooraf iets bederf weerends (§. 41. 42 ), of ook maagfterkends (§. 43.^) neg. me s e» in de maate en hoedanigheid van Spijt en Drank^ nu vooral, lette op de voor gemel- de Regelt (§.36. 37. >
a«. Dtt me» ook, inzonderheid nu, zijnen flaap
met bekorte (§.38.), door meer dan eens, ag- ter den ander, te waakeri, indien men overdag niet weer uitgeflapen hebbe. Dit behoort, der- halven, nooit aan de Oppaflers gevergd te wor- den, die daarom elkander geduurig moeten af- wi(Hen; wel in agt neemende het hierbij aan« bevolene (|. 53.). : ,
00 3«. Dat
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 305-
|
|
||||
|
|
290 BIJZON D.
3°. Dat men zich ook nu. op geefier lei f e wijxt
aftnatie t door eensge vermoeijinge of ongere- geldheid; ook niet, door, pp zoo'n tijd, buik" zuiverende middelen, die wat iïerk zijn, te nee- men (§. 44.. 45-) j noch, door 'mflerks aandoenin- gen , vooral van kommer, vrees of gramichap, zich toe te geeven C§. 39.^).
40., Dat men j voorts, alle de Regels der alge-
meene foorbehoedinge (§, 27 46.^) «« getrou- welijk en zorgvuldig nakotne; hoe zeer men, buiten deeze omftandigheid, ook geneigd mog- te zijn, zich in't een en ander wat ruim bot te vieren.
/ .
5°. Dat men zijn Speekfel niet doorflikke, maar
telkens uitwerpe, zoo lange men bij d"en Zie- ken is, om dus niet, mooglijk, eenige Smet- flofFe mede naar binnen te laaten gaan* ; >uiï
- ' '- - , : ' ,'';.--.'.}
6°. Dat men, om dezelfde;reden, niets eete*.
noch drinke in het Zieke-vertrek * rnaar daar toe. altoos gaa in een ander vertrek, of huis. -
. ?°k Dat men ook vooral niet inademe, wan-
neer men kurt bij den Zieken w, inzonderheid als men onder't bereik van deszelfs Adem e» UitwaafTeminge komt (§. 62*}. ^en h-aale, als men zoo ,nabij moet komen, Vooraf zijnen adem .ruim.," dat is, men neeme voorraad van Lucht, en. dus al zagtjens uitademende, althans nfet inademende, doe men zijne zaak fpoedig; af j bij voorb., het bezien van de Tong, of |
|
||
|
|
||||
-ocr page 306-
|
|
|||||
|
|
.DEN PERSLOOP. 091
ander deel des Lichaams; waar na men
weder te rug kan gaan. De Oppaffers, wanneer zjj den Zieken moeten opbeuren of .yerleggen, zullen, hetzelfde m agt neenien, of bun aangezigt op zijde afwenden,. zoo vaak zij' moeten inademen. |
|
|||
|
|
|||||
|
8°. Ei f het bezien, en verdraagen, van d&n
gang, most dezelfde oplettendheid (7°») worden gebruikt.
90» De Oppaffers t wanneer zij den Zieken moe-
Jen behandelen, of de Bedden opmaaken, zullen altoos zorgvuldigUjk hun Bovenkleed toedoen^ oft 't gene beter is, bun Ovst trek/el, 't zij Kiel, of Voorfchoot C§. 53. o. )i en, na dit werk, ook deeze Kleeren verluchten; 't welk men, daar- enboven, bij alle gelegenheeden, niet te veel kan aanbevelen.
10°. Met deeze voorzorg, is het ook nog
veiligft, als men, wat lang, dicht bij dm Zie- ken heeft moeten zijn, of hem behandelen, dat men, voort daarop, zijn mond en keel uitfpoele7 met Azijn en water, behalven dat men ook zijn Aangezigt en Handen zal wafchen, en eens in de Lucht zich gaan verademen (§ 62, 53.)-
' . '
11°. Tegen het gebruiken van Klederen, en
liggen op bedden van Zieken, heb^enwe ge*
waarfchnvvd (§.64.); doch, dewijl het veiliger
is 9 de zorg tegen befmettinge wat ruimer te nee-
Oo s n-.eii,
|
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 307-
|
|
||||
|
|
29s
l
men, dan niet ruim genoeg: zoo zal men zkh
ook wagten, van raakelings aan den zieken, nf aan zijn Bed, te gaan nederzitten, of op den Stoel, dien hij gewoon is te bezitten, of op zij- ne voor 't bed leggende Kleeren.
ia*. Voelt men eenige de minrte Ongefteldheid,
de eer/te beginfelen moeten, vooral in deeze om- ftandigheid, aanflonds te keer gegaan wnrde»t naar aanwijzing onzer, in'teerfte Deel voorge- draagene, Geneeswijze', doch wel in agt nee- mende de waarfchuwmge, tegen het verkeerd gebruik der Ontlaflmiddelen ( §. 44, bl 262,263-); en de nadruklijke aanbevelinge, ter bevordering der Huiduitwaafféminge f§. 46.), zoo dra daar aan iets hapere.
§. LXVII.
. ' - " - " '
Gewoonlijk wordt veel belang gefield, dat
jnen, onder't verkeeren bij de Zieken, iets welriekends in den mond hebbe ofkauuwe. De bedoeling hier van is tweederlei.
Vooreerft, om, door het kaauwen van iets
prikkelendsj het fpeekfel uit te lokken, en te meer uitte werpen, volgens §. LXVI. n. 5. Daar toe wordt gebruikt Angelica wortel, Öran/eCch\lt Myrrhe, of diergelijks , ook dient hier mede toe het Tabakrooken. Op welk doen, te voo- ren ook door ons zelven aangepreezen (wj,
wij,
Extra8-j4Jvijs van 1779, Bladz. 4.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 308-
|
|
||||
|
|
*«l&*ïr i^N PJBR&L00P* «93
Wij, bij nadere bezinning, dit wn te -merken
vinden. Dat, op deeze wijze, ligt te veel Speek- fel kan worden uitgelokt, en een nuttig vogt verfpild, waar door de .spijsverteering, met na- deelige gevolgen, gekrenkt kan worden: terwijl het oogmerk flegts moet zijn, om het Speek- fel, dat van zelf in den mond vloeit, om- dat het eenige fmetftoffe aan zou kunnen ge- trokken hebben, niet door te flikken, maar het uit te werpen j zijnde het geheel onnoodig, en ligt fchadelijk, om zich een ongewoonen fpeek- felvl >ed te verwekken, door fcherpe en heete kaauwmiddelen; dewijl men niet hoeft uit te fpuwen, als 'er geen fpeekfelin den mond komt; en het enkel uitfpoelen van den mond, te voo- ren aangepreezen, ter zuivering deszelven ge- noeg zoude zijn.
De tweede bedoeling is, den kwaaden lucht,
van den Zieken of Afgang, ook dus te ver- beteren,, of min fchadelijk voor zich zelven te maaken. Doch deeze uitwerking is, ten min- ften, onzeker; terwijl het te vreezen is, dat men, door geftadiglijk fterke geuren in mond en neus te neemen, minder in ftaat zal zijn, om kwaaden lucht bijtijds gewaar te worden, en zich daar voor^, naar vereifch, te hoeden.
Dus meenenwij, dat men het, bij de voor-
zorgen daar even aangepreezen (§. 66.), vei- liglijk kan laaten berulten: terwijl we, indien, daarbij, doch eenig Mondmiddel verkoozen'Wpri de, de minil prikkelende raaden zouden, ge- lijk b.- v. de Myrrbe, of een verfch afgefnee- Qo a :. den
L , V '
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 309-
|
|
||||
|
|
394 B/^ZOND, t>0 O R B E HO E D ï KG
den takje Salie (v); en, om den mond en reuk
te verfrifchen, goeden Aztjn, Geeft van denzel- ven, tönaigre^def quatre enz., doch 't welk met te veel moet geichieden. Tabakrooken, voor die 'er aan gewoon zijn, is ook niet afte keuren.
5. LXVIII.
Hoe verre de Lijken, van die aan de ziekte
«verlijden, meer of minder befmetlijk zijn, dan de Leevende zieken, fchijnt mij nog niet ge- noeg bepaald te zijn. Voor de befmetlijkheid der Lijken zijn echter fterke voorbeelden («O; en't is eene ontwijffelbaare regel van voorzig- tigheid, om de Lijken niet te.ontkleeden; maar Jpoedig te kiften; de Kiften ten eerften wel digt te doen toefluiten; en de Begraafenis zoo zeer te verhaaftett als mooglijk zij j bezorgende voorts, dat de Graven diep zijn, dat 'er veel Aarde op' geworpen worde, en dat de BegraaffieniJJèn liever niet gefchieden in Kerken; veel min in Graf- kelders. Zelfs zoude ik, vooral in warme tij- den, aanbevolen willen hebben, om het Lijkt in de Kift, voor het fluiten van dezelve, onder en over met Zand U bedekken, dat met Azijn doortrokken zij, of wel daar mede de Kift te vul- len; om ook dus de verfpreiding der kwaade lucht nog meer te bedwingen.
§. Lxix.
f w) Volgens ft voorbeeld van den hr. STINSTRA;
die deeze, boven Munte en Rosmarijn, als min vuurig, dienftig vondt. Geneesk. Corretp. bl. 1018»; en Bijlage, agter.
(tu) STINSTRA Geneesk, Comtf» bl. 945, 946.
|
|
||
|
|
||||
-ocr page 310-
|
|
||||||
|
|
VEN
|
|||||
|
|
||||||
|
|
' : ;;
|
|||||
|
|
||||||
|
|
Met deeze voorzorg, zoude ik g«^«e beftnet-
ting duchten van een Lijkgevolg;' te -minder, om- dat het Smetgif deezer Kwale niet zoo vlugtig fchijnt te zijn j dat het, door dé lucht verfpreid, zijne kragt oefenen kunne ( §. ^7': -enzv ) > En dus' zoude ik van gedagtën zijn., darMneiï de overge^ bleevene Vrienden het bfllijk i genoegen laaten moge j van dëèze gewaande eere -aan' den Ovérle^ denen niet bekort .te zien; en '.dar, derhalven, de openbare Bevelen op dit pun(-,v0öral niet meer, omtrent deeze Geftorvenen, te pas ko- men, dan omtrent Overledenen aan . Kotkoort- fen, Kinderziekte, enz.
Maar de Lijklakens, die etnigen tijd over dt
Kift gelegen bétib&n, of over bet .fff af , gelijk te Lande gebruikïijk is, »w# menrWijden , en be- handelen even als dé- Klederen der Zieken (§. 64.).
Voorts, om dat, van den Dood tot de Uit-
vaart, het luchten en zuiveren van Ziekenka- mer en Huis niet zoo geregeld pleegt te gaan (§ 63.)? zoo zal men het Lijkgevolg niet in Huis outfangen, veel min9 aldaar, op eenig oat* haal toeven mogen.
i
§. LXX.
Na alle welke voorgeftelde bijzonderheeden
van Voorbehoedinge, uit welke de overige ge- noeg verftaan zullen worden, vinden wij een ge- voeglijk flot iu de gepafte Aanmerking van den
hre,
|
|
||||
|
|
||||||
-ocr page 311-
|
|
|||||||||||||||
|
|
B/yzowD.
hre. ZIMMÊRMANN , welke 'na genoeg overeen-
komt, met het gene wij, te vooren, ten be- fluite der Regels van algemeene I/oorbebcieclinge (§ 39-)> hebben voorgedraagen.
"In 't algemeen, zegt Hij, is het in den
Persloop, zoo als in alle Volkziekten, eender bette , maar ook j een der zwaarfte Behoedmid- delen,.niet te ^vreezen. Want de Angfligheid is fchadelijker, dan de allerflimite toelland der Lucht, zij doet de heerfchende Ziekte hegten op de Gezonden ^L en; doodt zeet. dikwijls den Zieken" (x). |
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
*. J. Eubr. Gap. IV. p. 78. r
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
_
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
f ..» - ^r- :
'} <>b JfiJ hnoCl l ," ' ":: ;
i, . ;.\ : - . ,- '
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
' ' '
;A ^C* M ". l "i é'
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
. , -:^ '
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
?.'"* E -l >
'
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
.
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
VOOR-
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
-ocr page 312-
|
|
|||||||
|
|
VOORSCHRIFTEN
VAN BENIGE EENVOUDIGE
EN MIN-KOSTBAARE
GENEESMIDDELEN,
op welke in 't voorgaande geweezen wordt.
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
N. i.
Rad. Ipecac. Dr. @-Scr. ij.,
Sal Polychr. Gr. x. Aqu. Menth. Dr* vj.
M ^. jöiiw?. /).
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
N. i.
:. Rad. Ipecac. Scr. j*
Tart. eihët. Gr. j-ij. Aqu. Menth. Unc.'j®.
M .ft /&«/?. 2).
Pp M 3.
|
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 313-
|
|
|||||||
|
|
09»
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
.; -\ , ] TTPo ?. ;ro 07
ij?. Rad. Tpecac. Gr. xxxij.
Sacch. alb. Gr. XXVHJ.~ , /v
M divid. in Pulv,
N: viij.
01,
K 4.
9=. Laud. liqu. Syd. Gt. tf-xx,
Spir. Nitr. dulc. Scr. j. Aq. Rofar. Unc. |8.
M. F. ffofi/7. D.
S 5
JV. 5.
$. Laud. liqu. Syd. Dr. j.
Spir. Nitr. dulc. Scr. ij. Syr. Limon. t/«c. ^. Aqu. Rofar.1 C7«c. vj.
M. D.
|
|
|||||
|
|
|||||||
|
|
L-. Opii pun" Gr. iiij.
Spir. Nitr. dulc.'^r. ij. Syr. Lirnon. Unc. /3. Aqu. Rolar., Unc, vj. ,
M. .D.
M 7.
|
|
|||||
|
|
|||||||
-ocr page 314-
|
|
||||||||||
|
|
:. FJ&$* « Tamarind. ;Uwc. j. ;
Goru.Gafcarilj. D,r, -j. .
*^l .J. i O 4ij (...., ,, j -j .-. ... .
Infund. Aqu. fery. ad Colat.
t/«c. viij, ^^ dijjolve
Mannae eleél. .I7w. ij.
Guram. Ti-agac. Z)r. ^. L-^layb; ue/ Ebl:' /)r. iijJ |
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
iV. 8.
R. Rhei.eleft. Unc. }.
Gort. -Aurant. Dr. i/3.. -,. Aqu. calid. Unc. viij. .
i;ö/e clan/o, diger. /e/J/Je
noèJem , & Z). Colatura.
S. Tinét. Rhei aquola. (*)
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
.;'.. -N- 9- -
I?L-. Gumni. Tragacanth. Scr. ij -Dr. J.
/ö/ve Aqci. coqu.' C/^cr. vj.
ut /??'-Mucilago:j
"; N. i
|
|
||||||||
|
|
||||||||||
|
|
n- wezenlijke niet veranderd van het gewone
VoorfduiftjE docb eeBvaudiger , en tyet .min |
|
||||||||
|
|
||||||||||
-ocr page 315-
|
|
||||||||
|
|
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
N. i o.
. Rad. Saleb. Scr. ij -Dr. j.
folve Aqu. coqu. Um. vj. ftf fit Mucilago.
N. il.
. Gumm. Arab. Z/«c. iij-iiij.
yèfoe Aqu. coqu. Unc. vj. #f y/^ Mucilago.
0
IV. 12.
. Spir. Minder. Dr. vj.
Liqu. anod. min. G t. .xx. Laud. liq. S. Gt. vj. Syr. Pap. alb. Dr. j. Aqu. purae Dr. vj.
M.
|
|
||||||
|
|
||||||||
|
|
. ' N. is-
%. Sal. PoJychr. Gr. xvj.
Rad. Ipecac. Öpii pur. wa Gr. ij.
Af. -F. p«/v. pro dofi.
S. Pulvis Dovfiri. (f)
N. 14.
(t) Dezelfde opheldering geldt ook hier,
|
|
||||||
|
|
||||||||
-ocr page 316-
|
|
|||||
|
|
.'.. .,,
. Theriaqae Unc. j-j&
Extend waffiuscule ad Alutam
. wbicular. cui anm MUtmfö AEmpl. Diapalm. q> *
f. Scutum abdominale.
N. 15-
. Cort. Salicis alb. Unc. ij.
/». per wfif.- Aquae q. s. & mant c&qu. per boram ad Coiat. Unc. xx vel xvj. cui calid' inmift. Gumm. Tragac. 'Scr. iiij. Syrup. AJth. C7w. j.
Corc. Aur. Unc. jft
|
|
|||
|
|
|||||
|
|
N. i5.
$:. Cort. Peruv. opt. Unc. ij.
Inf. per nocJ. Aquae q. s. ut mam
coqu. per koram-> ad Colat. Unc. xx
vel xvj. cui calenti admifc.
Gumm. Tragac. Scr. iiij.
Syr. Limon. /
:: - i-C. Aurant. aa.' P
D.
Pp3
|
||||
|
|
|||||
-ocr page 317-
|
|
||||||||||||||||||
|
|
=. Laud. pur. G*, x. . rr,
'
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
v s#>. .
Subig. & /o/t;. Aqu. fèrv. Unc. x.
'. Spïr. Sulph. p. c. q. s,
ad modicum acorem. D. :
^
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
.: r8; :
Rad. Helen. Utm, ji..,
Centaur, min. ZX üj.
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
Cor^., Cafcarill. Z)r. -j/3.
. Aurant* l)/*, ij.)
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
JV.-ip.
9;. Cort. Peruv. opt.
Aurant. Dr. iij. ^/ Rad. Serpent. Virg. J)r. j/3
M. F. pulv. grosf.
.:: "/ ,'- .. ,T' . - ' '
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
,i\ ' = ', .
|
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
_
:. Mufp. Lerninthocborf. t/pc. j.
Sal. jpólychr." /)r..JJk":;" Siccafc. redig. in tutfa.^
, s'. , i S-r . -\ .,,*-' ---i '- -* *---»-
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
-ocr page 318-
|
|
||||||
|
|
N. S.
i Het Aanhangfel en de Bijlage op dit
Werkjm zullen, zoo dra de tijd het toe- laat , volgen., en, met deeze Perhandelinge , niet meer dan één Boekdeel uitmaaken. Dan zfll de Boekbinder dit blaadje wegsnijden. |
|
||||
|
|
||||||
|
|
|
|
||||
|
|
||||||